ocr page 1

/PQ

Α ïï HP Μ 'W i fd" If II? >6 'tN T' u
ΛΛ .Livij/jri] rL ifij ilj Jts IjjJtó vi; .1:1

II) ^

1 Di CD ,

ώ Μ iLa Α

'J

(

T^VEEjßE DEEL· DEMiDE

- -'..WA

l ■

......gfeiig.:

ocr page 2

ALGEIHEENE GESGIIIEDENIS

VA IT nit

VROEGSTE TIJDEIV TOT OP UEDES.

door

Γ. ΑΙΙΈΝΌ.

VAN HET JAAR OOO TOT NA CHRISTUS.

SIET PLATEN, KAARTEN EN PORTRETTEN.

'^ULt' -UT,

TE AMSTERDAM, BIJ
J, F. (δΟΙΙΙ,ΈυΚΒ*

^^ -
ί-^ΐ··

ocr page 3

VIJFDE BOEK.

vaii dk

VEREENIGING VAN BIJNA AL DE NEDERLANDEN ONDER FILIPS VAN BOURGONDIÉ,

tot dik

VAN AL DE NEDERLANDEN ONDER KEIZER KAREL V.

1438—

ocr page 4

li

iftiMiiiMiiÉiiflïmaiii

isal

ocr page 5

EERSTE HOOFDSTUK.

it '^--i·

vait de

VEREENIGING VAN BIJNA AL DE NEDERLANDEN ONDER
FILIPS VAN BOURGONDIË,

tot αλίί

DEN DOOD VAN 3ÏARIA VAN BOURGONDIË.

1133—14§3.

Holland en zeeland. Naauwelijks was filips van Bourgondi'è lot Graaf van UoU 14SS—
land en Zeeland gehuldigd, loen Keizer sigismund hem op hevigen loon den oorlog ^^
verklaarde, dewijl hij zich hel bezit over eenigo Nederlandsche leenen, welke aan hel
Rijk Tervallen waren, had aangematigd (1).
Filips daarentegen betuigde bij een
openbaar staatsstuk aan do Vorsten, dat hij den Keizer aangeboden had, dio leenen Ic
Terheffen, welke hem niet slechts uit vaderlijke opvolging, maar ook van andere bloed-
verwanten , opvolgers van zijne voorouders, ontwijfelbaar toekwamen , zonder dat hier
eenige aanspraak wegens vervalling
[devolutio) aan den leenheer of doodo hand lö pas
kwam, doch dat hem dit geweigerd was geworden; hij beschuldigt tevens
sigismukd 4 y.
van deelneming aan den moord zijns vaders, en van Franschgezindheid (2). De waar-
heid dezer laatste betigting blijkt uit 's Keizers brief aan den Hertog van
Savoije,
waarin hij schreef: » Do Hertog van Bourgondi'è^ leenman en onderdaan van ons ey
van het Roomsche Rijk, veracht onze keizerlijke hoogheid en het Ryk >vaaraan hij
toch onderwerping verschuldigd is, zoodat hij zelfs niet wil erkennen, wal hij van om
en van het Ryk in leen houdt, gelijk do Hertog zijn vader bij zijn leven erkend had.
Daarenboven houdt hij in
Neder-DuiUchland verscheidene vorstendommen en heer-

(l) v. hieris, Charterb. v. Holl D. IV. bi. 1037.
(2^ T. suKMs, Charterb. v, Holl, D. IV. bl. 1039.

ocr page 6

1670 ALGEME ENE GESCHIEDENIS

1433—lijkheden, die aan om en aan het Rijk moesten vervallen zijn, andere zelfs, welke ons
naar erfregt loebeiiooren; en dit zonder dat wij er in gekend werden, meer nog, zelfs
ondanks onze terugeisching. Onder een llaauwen schijn van regt en allo achting ver-
smadende , welke hij aan zijnen Opperheer verschuldigd is, heeft hij zich deze vorste-
lijke goederen (domeinen) aangematigd en houdt er zich onregtvaardig en wetteloos in
staande. Reeds sinds lang moesten wij hem wegens zijne verfoeijelijke schending van het
regt en om zijn geest van oproer vervolgd hebben , maar wij hebben nog steeds onzen
arm teruggehouden en hem herhaalde malen door zijne gezanten lot vredelievender
gevoelens trachten te brengen, door hem aan te sporen, zijne pligten jegens ons
en het Rijk te vervullen. Maar onze goedheid heeft bij den gezegden Hertog niets
gebaat; alles heeft schipbreuk geleden op zijne achteloosheid, of liever op zijnen ijdelen
trots. Daarom, getergd door de misdaden dezes Hertogs, hebben wij om zyne stout-
heid te beteugelen, om hem tot pligt en eer terug te brengen, en om de regten van
het Roomsche Rijk te herkrijgen, een verbond met den doorluchtigen Vorst
karel ,
Koning der Franschen, onzen zeer beminden broeder, tegen den gezegden Hertog
aangegaan.
Wjj hebben u van ons voornemen willen verwittigen, opdat gij u derwijze
zoudl kunnen gedragen, dat onze regten en die des Rijks herkregen worden, Avanneer
gij u van den gezegden Hertog scheidt ea hem geene hulp of onderstand verleent,
noch door uwe onderdanen laat verleenen (l)."

Het ontbrak echter den Keizer zeiven aan magt, om zijne aanspraken door de wapenen
kracht bij te zetten, en gelukkig voor
pilips , dewyl deze nog steeds in den krijg
tusschen
Engeland en Frankrijk gewikkeld was. In dien langdurigen oorlog had
hij zestien jaren do Franschen bestreden, doch sinds de fortuin hun gunstiger toe-
lachte , minder do belangen der Engelschen, zijne bondgenooten, bevorderd zonder
evenwel hunne zijdo te verlaten. Door do vereenigde pogingen van geestelyke en we-
reldlijke mogendheden, werd eindelijk tot eene bevrediging der strijdende Vorsten te
Arras in Artois eene bijeenkomst geopend. Maar het bewerken van eenen alge-
2 V. meenen vi'ede was niet mogelijk. De Franschen verklaarden, dat zij in geene onder>-
konden treden, zoo lang Koning
hembäik. VI van Engeland geen afstand
deed van den troon van
Frankrijk, welken zijn vader πενοηικ: V in veertienhonderd
twintig als een huwelijksgoed met do jongste dochter van
karel VI verworven, en tot
welken men hora zei ven in veertienhonderd twee en twintig als wettig Koning geroepen
had. De Engelsche gezanten braken hierop terstond alle verdere handeling af en trokken
verstoord weg. Ondertusschen had Hertog
filips zich meer en meer genegen getoond,
om met de Franschen den vrede te sluiten. Nadat de bezwaren, welke zieh hiertegen

(1) de baranïe, Eist. d. Ducs de Bourg. T. V. p. 39, 40.

ocr page 7

DES VADERLANDS.

opdeden, uit den \Yeg geruimd waren en do pauselijke afgezanten in naam van den 1433—
H. Vader, zijn Terbond met
Engeland voor nietig verklaard en hem van den eed,
om niet dan gezamentlijk met de Engelschen vrede te maken, ontheven hadden, trad
hij in een afzonderlijk verdrag met
ka-rel VII, even voordeelig voor hem als diepverne^
derend en schandelijk voor den Koning. Immers moest deze Vorst aan
filips vergiffenis
verzoeken voor den verraderlijken moord aan
jan van Bourgondi'è in veertienhonderd
negentien gepleegd, en verscheidene slichtingen en giften tot rust van do ziel des ver-
moorden beloven. Voorts werden
filips vele graafschappen en sleden zoo aan deze en
gene zgde der
Somme als elders in Frankrijk afgestaan. Hij en zijne wettige nako-
melingen bleven in het bezit van het graafschap
Boulogne, hy zou van alle leenhulde
en manschap aan den Koning ontslagen zijn, en die Vorst builen zyn Λνϋ geen ver- 21 v.
bond sluiten met den Keizer, do Koningen van
SpaiijBy Engeland of andere vijanden maand
van den Hertog. 'sKonings dochter
kathaiuna. zou aan 'sHertogs zoon karei,, met ^^^^
een bruidschat van honderd twintigduizend gouden leliën ten huwelijk gegeven
worden (1).

Afgevaardigden uit de Hollandsche en Zeeuwscho steden hadden aan do vredes-
onderhandelingen te
Arrat deel genomen, maar nergens blijkt, dat zij daarbij iets in
het bijzonder belang hunner gewesten uilgerigt hebben. Niettemin verwekte deze vrede
algemeene vreugde in
Holland en Zeeland^ die bij den oorlog met Frankrijk
geleden hadden, en in Λvelken zij zich voorzeker niet gemengd zouden hebben, iudien
zij niet onder het gebied van
fïlips van JBourgondi'é geraakt waren. Hun geld .pn
bloed waren in dien uitheemschen krijg en voor vreemde belangen gespild geworden (2)»
Zij ondervonden alzoo onmiddellijk, wat hot was eenen magiigen vreemden Vorst te
gehoorzamen, en hoe weinig zy hunne wezentlyko belangen begrepen hadden, toen zy
hem tot hunnen heer aannamen. Wel is waar,
filips had hunnen eed van inhuldiging
niet ontvangen dan nadat hij bezworen had dien getrouw te zullen opvolgen, allo
hunne vrijheden, voorreglen en handveslen te bekrachtigen, in zoo verre hij regtens
daartoe gehouden was, en die wel te vermeerderen, maar niet te vermindereu; doch
reeds bij zijne aanvaarding van het grafelijk bewind bleek, welke verwachting men
in dit opzigt van hem koesteren konde (3). Immers verklaarde toen het Hof van
Holland^ dat de handvesten en voorreglen, door den Hertog als Ruwaard en Oir
verleend, voortaan krachteloos zouden zyn, ten ware hy die als Graaf bevestigde,

(1) monstuelet, V. Π. p. 107—119. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 4. poktüs hecte-
Ktis, Rer. Burgund. Lib. IV. p. 89—91. de barinte, Hist. de Ducs deBourg. ï. V. p.ö7—-77.

(2) wAGENJun, D. III. bl. 520 , 522-524.

(3) te water, Faderl Hist. D, II. bl. 76.

ocr page 8

1672 ALGEME ENE GESCHIEDENIS

waaruit men gemakkelijk konde bcsluilcn, hoo wciaig genot men zou iiebbea Tan do
gunsten, door hem in die hoedanigheid toegestaan ten einde de genegenheid der
in-
gezetenen te winnen. Evenzoo dreef hij door, dat zekere moedwil te Monnikendam
aan gijsbreght van F tanen, Baljuw yrya. Waterland ^ gepleegd, door hem, als zijne
heerlijkheid hetreffende, en niet door de stad, ondanks hare oudo handvesten,
moest beregt worden (1).

In Engeland werd de vrede van Arras geheel anders opgenomen dan in Holland,
Zoodra de lijding in Londen gekomen was, geraakte elk in beweging en men spaarde
geene smaadwoorden tegen Hertog
filips , die zelfs in open brieven, in naam des Konings
uitgegeven, »verrader, vijand en muiteling" genoemd wordt (2). Het graauw school
bijeen en plunderde do huizen der Hojlandsche , Vlaamsche , Brabandsehe en andere
Nederlandsche kooplieden , die zich
\n Londen gevestigd hadden; eenige van hen wer-
den zelfs gedood. Eindelijk stelde de Koning perken aan deze baldadigheden en liet do
schuldigen straffen (3). Vooraf echter waren in het bijzonder de Hollanders en Zeeu-
wen, die zich aldaar in grooten getale bevonden, verpligt geweest een eed van ge-
trouwheid aan hem af te leggen , waarop hij hen bij open brieven , welke nog aan-
wezig zijn, in zijne bescherming nam (4). Hij vermaande ook de Hollandsche en
Zeeuwsche steden, zich aan do heerschappij van
filips te onttrekken, en herin-
nerde den ingezetenen » do oudo vriendschappelijke betrekkingen, welke steeds
tusschen do Hollandsche Graven en de Koningen van
Engeland bestaan hadden; hoe
deze goede verstandhouding altijd den wederzijdschen handel voordeelig geweest was;
hoe er nooit tusschen hen haat en afgunst geheerscht had, of iets dat de welvaart
14V. cn veiligheid der beide volken konde schokken, en welke vurige begeerte hij koes-

terde , om die oude vriendschap, welke alliid boven eene nieuwe de voorkeur ver-
lerm, ' 17 j

1435 diende , Ie onderhouden en voort te zetten." Do steden echter in plaats van te ant-
woorden, zonden deze brieven aan den Hertog, die weldra
Engeland den oorlog

143Ö verklaarde (5). ^

Terstond werd alle handel met do Engelschen, die reeds onderscheidene koopvaar-
dijschepen hadden genomen , len strengste verboden en kaapbrieven tegen hen uitge-
geven (6).
Parijs werd hun spoedig ontwrongen , en vervolgens Calais door Hertog

(1) wagenaar, D. III. bl. 519, 520.

(2) wagknaau, D. III. bl. 525. Verg. eilderdijk, D. IV, bl. 135 cn de Ophelderingen, bl. 355,

(3) MOKSTRELET, V. II. p. 121,

(4) WAGENAAU, D, III. bl. 525.

(5) MOHSTRELET, V. II. p. 124. vers. 125.

(6) wagejiaar, J). III. bl, 526. de baharte , ffist, des Ducs de Bourg. T, V. p, 90,

ocr page 9

DES VADERLANDS.

FiLips doch vruchlcloos belegerd, waarbij de Hollanders an Zeeuwen zich beijverd
hadden de haven door het zinken van eenige schepen te dempen, hetgeen echter
weinig baatte (1). Kort te voren was eene vloot van vierhonderd Engelsche bodems in
de Wielingen binnengeloopen, welke door rooven en branden 'm. Vlaanderen groote
schade aanrigtle , doch den Zeeuwen geen nadeel deed.
Floris van Borselen, Heer
van
Veere, en de stad Middelburg, naar het schynt voor een aanval op Walcheren
beducht, riepen de hulp en bijstand des sladhouders van Holland in. De zes groote
Hollandsche sleden en
Rotterdam werden daarop in den Haag bijeengeroepen, doch hare af- n
gevaardigden verklaarden genoegzaam eenparig, dat wanneer de Engelschen
of
Zeeland aanrandden , zij dit met kracht en geweld zouden Λvederslaan, maar dat 1430
zoo lang zij niet vijandelyk werden aangetast, hunne medeburgers, welke geen oorlog
met
Engeland begeerden, daartoe niet te bewegen zouden zijn. Te vergeefs hield de
stadhouder hun des Ilertogs ongenade voor oogen, wanneer zij gehengden , dat zijne
vijanden van uit
Zeeland zijne onderdanen in Vlaanderen kwelden, en welke
schande op hen rustte, wanneer zij in plaats van hunne medebroeders en vrienden de
verzochte hulp te verleenen , den vijand levensmiddelen toezonden. Hij wees hen op
den eed van trouw den Herlog gezworen, en hoe weinig zij de Engelschen vertrouwen
moesten, die het gerucht uitstrooiden, dat zij Hollanders noch Zeeuwen iels misdoen
zomlien, indien deze hen niet vijandig behandelden; dat dit slechts geschiedde , om
hen van hunnen genadigen Heer af te trekken, en dat zy zich in het einde over de
irouwloosheid der Engelschen zouden beklagen. De afgevaardigden verklaarden,
dat zij geen anderen of naderen last hadden, maar hunne meesters van alles zouden
onderrigten; dat zy voorts des Hertogs getrouwe onderdanen wilden blijven en naar ver-
mogen verrigten Avat zij schuldig waren. Do stadhouder vermaande hen, de zaak te
huis in ernstige overweging te nemen; hij zou inmiddels met eenige leden uit den
Raad van
Holland en tweehonderd gewapende mannen naar Zierikzec vertrekken,
om met den Graaf van
Oostervant, frank van Borselen ^ nevens floris van jiheele
en FLORIS van Kijfhoek, reeds vroeger naar Zeeland gezonden, te raadplegen, Avat
er in het belang van den Herlog en van het land konde verrigt worden, en aldaar het
nader antwoord der sleden inwachten. Doch dil antwoord was nagenoeg hetzelfde als vroeger;'
de afgevaardigden immers verklaarden te
Zierikzee, dat de sleden ongezind waren den
Herlog in
Zeeland onderstand te verleenen, zoolang dat gewest zelf niet vijandelijk
werd aangelasl. Ook de wensch van
filips zeiven, dat zijne Hollandsche en Zeeuwsche
onderdanen de Engelschen zouden bevechten, baatte niets. De Engelsche vloot verliet

(l) morstrelkt, V. II. p. 127, 132—137. r. deutehus, Rer. Burgund. Lib. IV. c. β. ρ. ίίΐ.
Oude Holl. Div. Kran. Div. XXIX. c. 5. dk 'barante, Hist.d. Ducs deBottrg. T. V. p. 94^-112.

II Deel , 3 Stuk. 2

■-.■''ifri

ocr page 10

i

10 ALGEMEENS GESCHIEDENIS

1433—weldra Zeeland^ en nu gaf de stadhouder aan de sleden het misnoegen des Herlogs
te kennen, dat zij den vyand ongemoeid hadden laten vertrekken, en vroeg, of zy ge-
25
v. zind waren vooreerst Engelsche kooplieden in het land te gedoogen , want dat hy liever het
maand ruimen dan dit te dulden. De afgevaardigden verklaarden zich daarover niet

143G te kunnen uitlaten, en hierbij bleef vooreerst die zaak rusten (1). Men kon onder-
tusschen do steden tot geenen onderstand in den kryg tegen de Engelschen bewegen,
raaar daarentegen schonken zij terstond hare goedkeuring aan de onderhandelingen
over een verdrag, dat den wederzijdschen koophandel alleen betreffen zou , en Avelke
door de Hertogin van
Bourgondië, izabella. van Portugal, met de Engelsche ge-
volmagtigden voor
Calais in veertienhonderd acht en dertig geopend, en vijf jaren
later gesloten werden. De oude overeenkomsten
imschen Engeland, Holland ea Zee-
land
werden kort daarna ook vernieuwd (2).

Te meer moesten do Hollanders en Zeeuwen naar vrede met Engeland verlangen ,
dowiji zij in oorlog met de koopsleden aan de
Oostzee, of de zoogenaamde Oosterlin-
gen , geraakt waren. Reeds vóór jaren waren tusschen hen onlusten gerezen, zonder
dat het blijkt wie het eerst daartoe aanleiding gegeven heeft, en sinds veertienhonderd
acht en twintig hadden de Hollanders vyandelijkheden gepleegd. Ten minsle op de alge-
meene vergadering der Hanzesteden in veertienhonderd vier en dertig, werden klagten
aangeheven over de groole schade , welke de Hollanders en Zeeuwen, onder aanvoe-
ring van HENDRIK
van Borselen, Heer van Veercy den Ooslerschen bondgenoolen had-
den toegebragt. De oorlog met Koning
erik van Denemarken verhinderde, dat zij
aanstonds de wapenen tegen de Hollanders opvatten. Zij hielden nu de zaak
door veelvuldige onderhandelingen nog twee jaren slepende, maar traden inmiddels in
een beschermend verbond met den Hertog van
Holstein, van Ρ ommeren, en den
Grootmeester der Duilsche orde in
Pruissen. Na den vrede met Denemarken , leg-
den zij onverwachts beslag op allo Hollandsche en Zeeuwsche bodems, die in
hunne havens lagen, lieten de koornschepen , welke zij met die vlag op zee weg-
namen , zinken, verklaarden de ladingen verbeurd en wierpen de schepelingen in
de gevangenis. Te zwaarder woog dit verlies, dewyl eene overstrooming der rivie-
ren het zaad in de
Betuwe en het Sticht vermeld, en eene groote duurte veroorzaakt
had. Men zag derhalve reikhalzend de vloot met granen uit de
Oostzee te gemoet,
1437 doch ook zij werd opgebragt, waardoor een algemeen gebrek ontstond , hetgeen te

(1) Het tweede Mevioriaalboeh Bom bij τ. boet, Over de oudheid van den Have van Hol-
land.
D. I. bl. 152—161. Verg. wagenaar, D. 111. bl. 527., die echter deze bijzonderheden min-
der naauwteurig mededeelt, maar evenwel door
bilderdijk, D. IV. bl. 144, λνογάί nagesehreYen.

(2) wagenaar, D. III. bl. 528, 529.

ocr page 11

DES VADERLANDS. 3ö·

Rotterdam en elders de schamele gemeente in beweging bragt en bloedige opschud- ^
dingen verwekte. Hertog
filips , door het beoorlogen der Engelschen in Frankrijk
verhinderd, om krachtiger en afdoende maatregelen te nemen , poogde de geschillen
met de Oostzeeschen door een verdrag te vereffenen; doch do Hollandscho kooplieden ,
eischten vijftigduizend goudguldens schadevergoeding, hetgeen van de hand gewezen
en daardoor alle verdere onderhandeling afgebroken werd (1).

De Engelschen hadden zich inmiddels met do Hanzesteden en den Grootmeester van
Pr nissen verbonden en stroopten in Holland^ Zeeland^ en het Land van Voorne,
ook vertoonden zich Hamburger schepen voor den mond der Maas (2). Meer dan ooit
was het thans tijd geworden, den oorlog tegen de Oostzeeschen met kracht te begin-
nen , en zich met de Engelschen te bevredigen, welk laatste spoedig gelukte (3). Na
hel houden eener vergadering der Edelen en steden van
Holland en Zeeland^ werd
op naam van filips bevel tol het uitrusten eener aanzienlijke vloot gegeven. Bin- jj^J^
nen weinige weken lag zij zeilree, en de Hertog gaf verlof tot vrijbuiten, om den vij-
anden alle mogelijke afbreuk Ie doen. Nu zochten de Nederlanders hen op, zegevier-
den in onderscheiden zeegevechten en behaalden veel buits. Vriend noch vijand Averd
gespaard. Het waren waarschijnlijk de geAvapende buizen welke , tot beveiliging der
haringvaarders bestemd, langs den mond der
Maas kruisten, en zelfs op de Vlaamsche ^^^^
kust zich van eenige ïlaliaansche en Spaansche schepen meester maakten, en die in
Zeeland opbragten. Dit misbruik veroorzaakte , dat het kapen spoedig van hoogerhand
moest verboden worden. De Nederlanders waren ondertusschen geheel meesters van
I de zee, en voerden tol lecken, dat zy die schoon geveegd hadden, een bezem op den

mKst. Te regt alzoo had een der Oostzeesche afgevaardigden kort vóór het uitbarsten
van den krijg waarschuwend gezegd: »De leeuw" hiermede de Hollanders bedoelende,
»slaapt nu; ziel toe, dat gij hem niet wekt; en wekt gi] hem, ziet toe, hoe gij hem
1 weder stilt (4)."

1 De voorspoed deed den moed der Nederlanders zwellen. Eene groote Oostzeesche 1440

I" vloot met zout geladen viel in hunne handen , gedeeltelijk door do trouweloosheid van

twintig Pruissische en Lijflandsche schepen, welke vóór den aanvang van het gevecht

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX, c. 8. wagekaar, D. UI. bi. 529—534. bildebdus,
13. IV. bl. 145, heeft weder deze zaak ongetrouw voorgesteld; zijn bespottelijke uitval tegen wage-
raar, en het nog bespottelijker beginsel van regering door hem aanbevolen, zijn door siegekdekk ia
liet juiste licht gesteld. Zie
de Eer van wageiïaar verdedigd, bl. 98—1Θ1.

(2) v. wijn, op wagekaar, Sl. III. bl. 104.

(3) Zie hiervoor, bl. 10.

(4) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXIX. c. 8. bl. 288. wagekaar , D. III. bl. 534-538.

2 *

ocr page 12

12 ALGEMEENE G Ε S CH IE D Ε IN I S

1433—tot hen waren overgekomen. Zelfs zonden zij eene scheepsmagt naar Denemarken ^
om Koniag erik. op zynen wankelenden troon te onderschragen, en een verdrag van
koophandel met hem te sluiten; doch beide mislukte.
Erik werd gedwongen den troon voor
zijn zusiers zoon,
ghristoffel , Hertog van Beijeren, te ruimen, en naar Pommeren
te wijken, terwijl de Markgraaf van Brandenburg, een neef des nieuwen' Konings,
aan de steden ,
Harlingen, Amsterdam en Middelburg den oorlog ver-

klaarde , om de hulp aan erik bewezen. Door bemiddeling van Koning ghristoffel
zeiven, werden echter le Koppenhagen vredesonderhandelingen tusschen de Hollan-
ders en do Ooslzeeschen geopend, die maanden lang duurden. De Oostzeesehen eisch-
ten nu op hunne beurt schadevergoeding, maar met even weinig goed gevolg als vroe-
ger de Hollanders, en men kon tot geen vast besluit komen (1). Het Veroveren van
drie groote Oostzeesche oorlogschepen, na een scherp gevecht, door zes kleine Noord-
Hollandsche vaartuigen bragt de zaak ten einde. Men verhaalt, dat hiertoe niet
weinig do vijandelijke bevelhebber
pieter brand medewerkte, welke, uit de gevan-
genis te
Hoorn ontslagen en huiswaarts teruggekeerd, ernstig zijne landgenooten tot
vrede vermaande met een volk, welks goedhartigheid en braafheid hij niet genoeg roe-
men konde (2). Hoe dit zg, er werd een bestand voor tien jaren getroifen, binnen
welken tyd de hangende geschillen door vijf wederzijdsche steden moesten vereffend
23 V. worden (3). Het werd kort daarna in
Holland afgekondigd en daardoor de lang afge-
maaud ^^"ΰ® '^P
Oostzee hersteld. Ofschoon nu dit bestand nimmer door

'441 een vast verbond gevolgd is, kreeg het echter, door herhaalde vernieuwing, byna de
gedaante van eenen bestendigen vrede (4).

Op denzelfden dag van het sluiten des bestands met de Oostzeesteden, was in naam
van Herlog
filips een vredeverbond met den Koning van Denemarken, en een
met den Hertog van
Holstein getroffen. Den eersten werd eene schadevergoeding
van vijfduizend Rijnsche guldens toegekend, in stede van do honderdduizend, welke
hy geëischt had. Hij verpligtto zich daarentegen de oude voorregten, jden Hollan-
ders en Zeeuwen door zijne voorzaten verleend, te bevestigen; ook vindt men , dat
hij sedert aan eenige Hollandsche en Zeeuwsche steden, onderscheidene bijzondere vrij-
heden verleend heeft. Den Hertog van
Holstein beloofde men tot schadebetering zes-
tienhonderd mark. Met de Pruissen en Lijflanders werd een weinig later een verdrag

(1) WAGENAAH, D. ΠΙ. bl. 538—543.

(2) Oude Boll. Div. Kron. Div. XXIX. c. 8. bl.288. yY.ms,Chron. v. Hoorn, KI. bl. ßO, 61.

(3) Groot Placaatb. ü. IV. bl. 254. ^ Î¹

(4) AVAGENAAR, D. III. bl. 543.

fi

if

ocr page 13

DES VADERLANDS. 13

aangegaan, en daar hun Iwee en twintig schepen ontnomen waren, werden hun ne-1433—
genduizend pond groot Vlaarasch toegezegd. Niet zonder vele raadplegingen ter dag- g ^
vaart van
Holland sinds veertieahonderd twee en veertig tot veertienhonderd vijftig,
en door het leggen eener belasting op bier, koorn, zout en turf, werden de beloofde I44l
sommen geheel, of ten deele voldaan (1). Het vrijbuiten op vrienden en vijanden in
dezen kryg, veroorzaakte dat nog jaren daarna, bij wijze van wederwraak, Hollandsche
koopvaardijschepen werden aangehouden en opgebragt; en bij graaflijk vonnis, moesten
vijftigduizend schilden, elk van dertig grooten, over het platte land zoo wel als over
de steden Avorden omgeslagen, tot voldoening der nadeelen den Italianen en Span-
jaarden toegebragt (2).

Even vóór het einde van den Oostzeeschen oorlog, was de Gravin-wed uwe aiARGA-
RETHA van Boiirgondië in Eenegouwen overleden. De Hollandsche goederen aan welke
zij verlijftogt was, als
Gouda, Schoonhoven, Texel, Wieringen ^ Beverwijk y Wijk
op Zee, Westzanen, Krommenie, Nieuwland
en Spaaniewoude, waren nu aan
FILIPS, als Graaf van
Holland, vervallen. Hij werd in dio plaatsen gehuldigd , na-
dat hij vooraf gezworen had, »den ingezetenen getrouw te zullen wezen, te doen,
wat een goed Landsheer zynen onderzaten met regt verschuldigd is, al hunne voorreg-
ten en handvesten te bekrachtigen, en die Avel te vermeerderen maar niet te verminde-
ren (3)." Meer zwarigheid maakte Herlog
filips, om wegens Holland en Zeeland
de leenhulde aan het Ryk af Ie leggen, waartoe hij door den Keizer verpligt ge·
oordeeld werd. Niet dan na een mondgesprek met Keizer
frederik. III, welke in
eigen persoon hem te
Besancon bezocht, bewilligde hij dien Vorst, hem to Aken met 1442
de genoemde graafschappen te verlijen, terwijl het geschil over het verval dier gewesten
aan het Rijk, reeds met Keizer
sigismuhd begonnen, werd daargelaten. Na dien lijd
heeft FILIPS meer dan eens, hetzij in persoon hetzij door gemagligden, de Rijksdagen
bijgewoond (4).

Het bestier eener uitgestrekte heerschappij en het deelnemen in buitenlandscho ge-
schillen, hadden Herlog
filips genoodzaakt, hel bewind Holland en Zeeland aan eenen
stadhouder te vertrouwen (5). En daar hij zijne voornaamste vrienden onder de Kabel-

(1) WAGENAAR, D. lU. bl. 543-540.

(2) .wagenaar, D. 1Π. bl. 537, 538.

(3) wagenaar, D. IIL bl. 546—549. Verg, siegenbeek, de Eer tan·<flL·(i^1tL·^Λ verdedigd,h\.WZ.

(4) wagenaar, D. ΙΠ. bl. 549. bilderdijk, D. IV. bl. 147. de baraste, Htst. d. Ducs de
Bourg,
T. V. p. 199.

(5) Oude Holl Div. Kron. Div. XXIX, c. 10. bl. 289.

ocr page 14

.14 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—jaauwschen telde, zoo had zich zgae keuze tot eenen Edele van dien aanhang bepaald,
1482

of die hunne zijde hield, en wiens aanzien door 's Graven gedurige afwezigheid, aan-
merkelijk was toegenomen.
Hugo van Lannoi ^ Heer van Sant es ^ de opvolger van
FRAWK imn Borselen als stadhouder (1), had aan de inzigten zijns meesters voldaan,
de Hoekschen buiten alle bewind en het land, althans schijnbaar, inwendig in rust
gehouden (2).
Filips zelf trachtte evenwel de Hoekschen niet geheel van zich te ver-
vreemden , en versierde
reinoud van Brederode^ thans hun hoofd , met de ridderorde
van het Gulden Vlies (3). Door den invloed van
brederode op willebi van Lalaing,
sinds veertienhonderd veertig stadhouder van Holland, wiens dochter hij gehuwd had,
kwamen do Hoekschen zelfs weldra weder in do stedeHjke regeringen (4). Dit ver-
oorzaakte natuurlijk botsingen, en bragt bovenal de Kabeljaauwschen in beweging, die
I het gemeen togen de Hoekschen trachtten op te zetten. Immers verweten zij dezen

! de zware belastingen, ter bestrijding eener buitengewone tienjarige graaflyke bede op-

I gelegd, welke het volk drukte, ofschoon beide aanhangen eenstemmig daarin bewilligd

hadden (5). Gebrek aan het benoodigde , het gevolg van een feilen winter en guren
zomer, strekte niet weinig om de reeds opgewondene menigte gaande te maken, die
daarenboven nog morde over eene nieuwe leening, welke uit naam des Hertogs van de
1444 steden gevorderd werd, hoewel de gemagtigden, althans die van
Haarlem, Delft,
Leiden, Amsterdam
en Rotterdam, overtuigd, naar het schijnt, dat de gemeente
niet meer mögt bezwaard worden, hierin niet bewilligd, maar besloten hadden, den
Vorst of den stadhouder aan te bieden , hem uit hunne eigene fondsen en die hunner
vrienden te leenen (6).

Het smeulend misnoegen barstte het eerst in Amsterdam uit, toen 'sHertogs Raden,
lodewijk van Montfoort en gusbrecht van Vtanen aldaar gekomen waren, om de
regering te vernieuwen , in welke zoo Hoekschen als Kabeljaauwschen zich trachtten
Ie dringen. Er werden wederzijds afzonderlijke bycenkomsten gehouden , Haarlemmers
en ΛVaterlanders tot hulp ingeroepen, de klokken geluid en burgerschap en gemeente
op de been gebragt. Niet dan met moeite Averd een geweldige volksoploop gestild en

(1) Alg. Gesch. cl. faderl. D. II. St. 11. bl. 522.

(2) WAGENAAR, ü. IV. bl. 4. *

(3) j. α leydi9, de Orig. et Rob. Gest. DD. de Bred. ρ. 643. i

(4) R. ssoi, Ber. Bat. Lib. X. p. 149. Oude Hall Div. Kron. Div. XXIX. c. 10<

(5) Oude Holl Div. Kron. Div. XXIX. c. 10. bl. 289. Dit wordt weder geheel Tcrkcerd
voorgesteld door
bilderdijk, D. IV. bl. 148.

(6) avaseraar, D. IV. bl. 5. v wijn Op wagenaar, St. IV. bl. 1.

ocr page 15

DES VADERLANDS. 15

eindelijk door 's Herlogs gevolmagiigden, bij verdrag, een stedelijk bestuur uit beide 1433—
partijen zaraengesteld (1). Vele Kabeljaauwscbgezinden waren ondertusschen naar
Haar- j ^
lern
geweken. Met hunne aanhangers aldaar vereenigd , schaarden zij zich gewapend
op de markt tegenover de Hoekschen. Vrienden, bloedverwanten, broeders zelfs reik-
1444
ten elkander over en weder de hand; de een zeide den ander voor eeuwig vaarwel,
terwijl elk meende voor de goede zaak te strijden. Een zware stortregen en het tus-
schen beide treden eens priesters met het H. Sacrament, verhinderde echter, dat men
handgemeen werd; en na twee dagen trokken de Hoekschen, onder bevel van den
burgemeester
klaas van Adrichem, het eersle af. Zij versterkten zich in hunne hui-
zen , die weldra bestormd doch hardnekkig verdedigd en niet dan ten koste van veel
bloeds veroverd werden. Dit lot trof ook den burgemeester
van adrighem , door toe-
doen van zyn eigen broeder, den Kabeljaauwscbgezinden
simoh van Adrichem, welke
het vleeschhouwersgild tegen hem aanvoerde (2).

Op last van Hertog filips, die zich te Bi'ussel bevond, kwam zijne gemalin, wie
hij sinds geruimen tijd het opperbestuur over de
Nederlanden, en wel bepaaldelijk
voor
Holland, Zeeland en Friesland^ bij zijn afwezen, had opgedragen, met allen
spoed te
^s Gravenhage, ten einde de twisten bij Ie leggen. Na eeno beraadslaging
met de aanzienlijkste Edelen van beide aanhangen over de middelen, om dat doel te
bereiken , begaf zij zich, verzeld door den Hoekschgezinden stadhouder
lalaiitg en
den Kabeljaauwschen
frakk van Borselen ^ om daardoor aan beide partijen genoegen
te geven, naar
Haarlem. Doch te Hillegotn ontzonk lalaihg den moed, op het
berigl, dal de Haarlemmers hem den dood gezworen hadden, indien hij in hunne
stad kwam, en terstond keerde hij naar
den Haag terug. Frank van Borselen daar-
entegen trok in
Haarlem en werd kort daarna door do Hertogin gevolgd, wie men , y
naar het schijnt, verzuimd had de sleutels aan te bieden , en zich daardoor hare onge-
nade had op den hals gehaald. Ten uiterste onbetamelijk werd do Vorstin cn de vrou-
wen van haar Hof in de stad ontvangen, dewijl men vermoedde, dat
lalaihg zich on-
der hare kleederen verborgen hield, die schaamteloos onderzocht werden. Men
Irachtte den aangedanen· hoon door groote eerbewijzen zoo veel mogelijk te Vergoeden.
Den volgenden dag echter werd de Hertogin op nieuw beleedigd, daar zij de Hoeksche
Regenten , welke op haren raad eenige dagen de stad verlieten en haar naar hot Hoeksch»
gezinde
Amsterdam verzelden, bij het vertrekken naauwelijks voor geweld bescher-
men konde. Ook vermögt zij niet de belofte hunner terugkeering in
Haarlem, ver-

ψ

f

Μ

(1) Oude Hall. Di\. Kron. Div. XXIX. c. 10. wagenaar, D. IV. bl. 6. wagekaar, Beschr,
V. Amsterd,
St. I. B. UI. bl. 150, 151.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 10. b. sroi, Rer. Batav. Lib. X. p. 149,

k

ocr page 16

.1680 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

16

1433— vullen. Zij vermaande derhalve de Amsterdammers hen Ie beschermen en de stad wel
^^^^ te bewaren (1).

Verbolgen over het gedrag der Haarlemmers , gelastte hun de Hertogin, toen zij in
den Haag was Avedergekeerd, haar eenige afgevaardigden, zoo tot aanbieding der stads-
sleutels, als tot bewijs van Yolkomen onderdanigheid en betering van het misdrevene ,
te zenden, waaraan echter, naar het schijnt niet voldaan is (2). Even vergeefs ont-
bood zij hier de stad
Dordrecht, tusschen welke en eenige Zuid-Hollandsche Edelen
met onderscheidene steden, ter zake van het stapelregt twist ontstaan was. Blaar de
Dordtsche rogering zond geene gemagtigden, en bejegende zelfs bij de derde dagvaar-
ding , den bode op eene wijze , dat niemand zich tot die laak meer verledigen wilde.
De Dordrechtenaars niet verschijnende, werden bij
contumacie in het ongelijk gesteld,

V. niet alleen betrekkelijk de tegen hen ingebragle klagten overliet slapelregt, maar ook
Win-
term weigeren van volledige betaling van breuken, boeten, erfrenten en zelfs der

1444 tienjarige bede, welke zij geoordeeld werden den Graaf verschuldigd te zijn. Zij be-
kreunden zich echter niet over dit vonnis, ofschoon in bijzyn des stadhouders
yim Hol-
land
en eenige Raadsleden geslagen, bewerende, dat zij in dit geval alleen te regt
moesten slaan voor den Hertog zeiven , en deze konde eerst twaalf jaren later de hard-
nekkige stad lol onderwerping brengen (3).

Zoo zeer filfps zich voldaan toonde over hetgeen zijne gemalin , die naar Brussel
Avas teruggekeerd, in en met Haarlem verrigt had, zoo zeer mishaagde hem haar
gedrag te
Amsterdam, waar korten tijd na haar vertrek, reinoud en gijsbrecht van
Brederode
met krijgsbenden in den nacht waren binnengerukt, die de Kabeljaauwsch-
gezinde regenten met geweld verdreven hadden, welke in
Haarlem met open armen
ontvangen werden
(4). Hij daagde de beide steden en den stadhouder la.laing voor
zich te
Brussel ter verantwoording. Lalaikg werd als onbekwaam van zijn ambt ver-
laten , en GOzEWiJN
de Wilde, een Vlaming, in zijne plaats onder den naam van
Voorzitter van den Raad van
Holland, Zeeland en i^z-zei/awc?aangesteld. Naauwelijks
5 V. had DE WILDE zijne betrekking aanvaard, toen te Leiden een hevig,oproer ontstond,
maand
 rilips had aldaar den Schout floris van Boshuizen afgezet en dien post aan

1445 simon Frederikszoon opgedragen. Van boshuizen trok de wettigheid van den lastbrief,

\

(1) R. SNoi. Rer. Batav. Lib. X. p. 149. Oude Holl. Div. Kron. Div, XXIX. c. li. Goudsck,
Kron.
bl. 131. wagenaar, D. IV. bi. 7, 8. v. wijn op wagenaar, St. IV. ])1. 2—4.

(2) v. wijn op wagekaar, St. IV. bl. 4. i

(3) v. op wagenaab, St. IV. bl. 5—7. ' -'·'; i ;

(4) wagenaar, D. IV. bl. 8, 9. Beschr. v. Amsterd, St. I. D. II. bl. 15L

ocr page 17

DES VADERLANDS. 17

welken zijn mededinger liet afkondigen, in twijfel, stelde een onderschout aan en reisde 1433—
naar Brussel^ om zich voor den Hertog in hooger beroep te stellen. Simon Frede-
rikszoon
werd onderlusschen door den Voorzitter de wilde in zijne waardigheid be-
vestigd , en hij benoemde insgelijks eenen schout onder zich. Elk kreeg aanhang, zoo
bij de regenten der stad als bij de gemeente ; de Iloekschen verklaarden zich voor
var
BOSHUIZEN , de Kabeljaauwschen omhelsden de zaak zijner tegenpartij. Men vatte de
wapenen op en trok vol woede in het hart elkander te gemoet.
Jan van Wassenaar, 1 v.
Heer van
P^oorhurg, met eenigo gewapenden uit Delft en den Kaag door den Voor-
zitier
de wilde tot hulp der Kabeljaauwschen afgezonden , dio verre bij do Hoekschen
in magt to kort schoten, stelde zich op de
Breestraat, nabij het stadhuis. De Hoek-
schen op de
Ήiemvstraat bij de Hooglandsche kerk zamengekomen, trokken van
daar op, om de Kabeljaauwschen aan te tasten. Op de
Koornhrug echter werden zij
door dezen, terwijl men over een vrede of bestand onderhandelde, verraderlijk over-
vallen en tot aan het
St. Pankras kerkhof teruggeslagen. Eenigen wären go-
sneuveld , sommigen gewond en wel honderd en twintig gevangen genomen, onder
welke
jan Oani'èlszoon, de zwager van den schout boshuizen behoorde, die sedert
met twee zijner medgezellen in
den Haag is onthalsd geworden. Zonder do tusschen-
komst van den edelen
frakk van Borselen, zou dit lot ongetwijfeld meer andere
Hoekschen getroffen hebben, die nu na een tijd lang gevangenis, tegen losgeld ont-
slagen werden (1).

Het fnuiken der Hoekschen in Leiden herstelde geenszins de rust in Holland,
waartoe de komst van den Hertog zeiven gevorderd word. Filips trok van stad tot
stad en veranderde alom do regering, welke hij op raad van
jan van Nassau, Hoer
van
Breda , en van den Luik sehen Bisschop jan van Heinsberg , een neef van gijs-
BREGHT van Brederode, die beide hem vergezelden, uit een gelijk getal Hoeksche
en Kabeljaauwsgezinde regenten zamenstelde. In
Amsterdam echter, waaruit reinoüd
van Brederode en zyne bende geweken waren, verscheen hij met de van daar naar
Haarlem verdrevene Kabeljaauwschen, zette de Hoeksche regeerders de stad uit en 19v.
legde eenigen van hen eene zware geldboete op (2). Tot handhaving en bevordering^^®®'"'"
van rust en vrede, werd het verbod van de namen
Hoeksch en Kaheljaauwseh,
vroeger uitgevaardigd , op het nadrukkelijkst vernieuwd , gelyk ook hot bevel tegen

ϊ

(1) R. SKoi, Rer, Batav. Lib. X. p. 150. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c.li. Goudsch
Kron.
LI. 131, 132. wagenaar, D. IV. bl. 9—12. v. wijr op wageiïaar, St. IV. bl. 3. Men
vergelijke hierbij het valsch voorgestelde en eenzijdig verhaal van
bilderduk, D. IV. bl. 150—152.

(2) Oude Holt. Div. Kron. Div. XXIX. c. 12. wagemaar, D. IV. bl. 12, 13. Beschr. v,
Amst.
St. I. D. II. bl. 151.

Π. Deel. 3 Stuk. - 3

■ 'Ï
ί

ocr page 18

18 ALGEMEENEGESCIlIKDEPilS

1443—het voordragen en zingen van partijdige gedichten; tegen de spelen der Rederijkers,
Tan welke zich waarschijnlijk de beide aanhangen bedienden, om elkanders personen en
daden op het zwartsLe af te schilderen en bij het volk gehaat te maken; tegen hel dra-
gen van kaproenen en mantels van verschillende kleuren tot teekenen van onderscheid;
tegen het oprigten van nieuwe schullerijen of gewapende gezelschappen, zonder toeslem-
ming der regering; en het dragen van harnassen, zwaarden en lange messen (1). On-
danks deze bepalingen, woedde do burgerhaat voort en er werden veelvuldige dood-
slagen gepleegd, die niet slechls op den misdadiger zeiven, maar ook op zijne bloed-
verwanten, ja zelfs vaak op geheel onzijdige lieden gewroken werden, zoodat het hof
van
Rolland in het volgende jaar daartegen een bevelschrift uilvaardigde (2).

Om dien tijd beslisle Herlog fiups een oud geschil over het regt van eenige Ede-
len op vrijdom van do grafelijke beden voor zich en hunne heerlijkheden. Door de
bepalingen, die hij daaromtrent maakle en in welke de Edelen moesten berusten,
meenden de Heeren van
Brederode, Egmond, ÏVassenaar en Vianen in hunne
regten verkort te zijn (3). Hierop begaf hij zich tot handhaving en stipte uilvoering
van het regt, naar
Zeuland en spande van slad lot stad de grafelijke vierschaar. Een
aanzienlijk Zeeuvvsch Edelman,
jan van Domburg, legen wien hij ie Middelburg een
bevel van gevangenneming, wegens het plegen van vele geweldenarijen, zelfs van

1446 moord en doodslag, had uitgevaardigd, was op den toren der Minderbroederskerk met
eenige zijner bedienden geweken. Uit eerbied voor do plaats Averd de toren niet be-
stormd , maar slechls ingesloten. Na drie dagen gaf zich jAiy
van Domburg aan
's Hertogs genade over , ondanks de vermaningen zijner zuster, eene geestelijke , die
hem dikwijls aan den voet des torens toeriep, »liever met de wapens in de vuist te
sneven, dan tot schande van zijn geslacht, door beulshanden te sterven." Hij werd
openlijk op de markt onthalsd (4). Even gestreng handelde
filips met den Voorzitter
de wilde, lusschen wien en den slotvoogd van Medemhlik ^ banjaart scei, eenen

1447 onverzoenlijken haat ontstaan was. De eerste beschuldigde den laatste,van manslag of
moord, en deze betigtle gene van onnatuurlijke zonde. Deze zaak verwekte groot
gerucht in
Holland. De wilde werd voorloopig van z^n ambt ontzet en jak van

22 v. Lannoy als stadhouder aangesteld. Hij en de slotvoogd werden kort daarna opgeligt,

liloeim.

1448 ____

(1) Zie het plakaat van den 28''®" van Grasmaand 1445 bij scrxveriüs, Toetssteen op het GowJsck
Kron. bl. 273—275. ■ ' i

(2) wagenaar , D. IV. bl. 14. '

(3) wagenaar, D. IV. bl. 14—19.

(4) OLIVIER UE LA MARCDE, Liv. I. p. 253, 254,

ocr page 19

DES VADERLANDS. ' 19

naar den Haag gebragt en Tervolgens te Heusden anderhalf /jaar gekerkerd. Toen
voerde men
de wilde naar Loevestein en maakte hem, zonder schuldbekentenis,
zijn vonnis op. In den voorhof des slots ^vas aan de eene zijde een groot brandend
vuur en aan de andere zijde lag een rood kleed op den grond gespreid. » Meester
GOzEWij»' DE WILDE ," zcido ecu der regters, » gij ziet den dood voor u; immers ^vij
zijn overluigd , dat gij schuldig zijt en daarom sterven moet. Maar dewijl gij altijd een
eerbaar man geweest zijt, verkenen wij u de genade uwen dood te kiezen; beken uw
misdrijf, en gi] zult niet levend verbrand, maar onthalsd worden."
De wilde, hetzij
uit overtuiging van schuld, hetzij uit vrees voor den brandstapel, beleed do misdaad van
Λvelke hij betigt was, biechtte en werd terstond onthoofd. De slotvoogd van iü/ci/emÄ/ZÄ,
dien men oordeelde , dat slechts een manslag begaan had, werd geslaakt en in zijne
betrekking hersteld; doch kort daarna van al zijne waardigheden ontzet en ge-
bannen (1).

Onderlusschen eischte Hertog filips weder eene nieuwe tienjarige bede van Holland,
welke schoorvoetende bewilligd w^erd. In sommige plaatsen van W^est-Friesland\
maar bovenal in at er land ^ ontstonden groole opschuddingen; en de Waterlanders
Aveigerden ronduit hun aandeel op te brengen, dewijl zij te hoog aangeslagen waren.
Doch klagen of weigeren, hetzij met of zonder grond, baatte niet. De stadhouder
υλν lannoy rukte met eene sterke bende krijgsvolk in Waterland; eenige der rijkste
ingezetenen werden opgeligt en zoo lang op de voorpoort in
den Haag gevangen ge-
houden, tot niet alleen hun aandeel in do bede voldaan was, maar zij lot boete
hunner halsstarrigheid , in linnen kleederen een openlijken omgang voor het kruis ge-
daan en bovendien eene aanzienlijke som betaald hadden, van welke sedert de groole
nieuwe zaal in het Hof uit den grond op gebouwd is (2),

Na het beteugelen der burgertwisten trachtte Hertog filips met ernst de hebzucht, den
invloed en het gezag der Geestelijkheid te fnuiken, tegen welke hij reeds vroeger zich
gekant en in veertienhonderd vijf en veertig een bevelschrift had uitgevaardigd (3),
Drie jaren later had hij zelfs tot dat doel Paus
nikolaas V eerbiedig verzocht,
om de gewesten der Bourgondische heerschappij, onder diens geestelijke hoede en
tucht te nemen (4). Dit verzoek zal aanleiding gegeven hebben, dat de Paus bij

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 14. «. svoi, lier. Batav. Lib. X. p. ]50. Goudsch
Kron.
bJ. 132. wagenaar, D. IV. bl. 23, 24. v. -wuii op wagenaab, St. IV. lil. 13—17.

(2) Oude Holt. Div. Kron. Div. XXIX. c. 15.

(3) Zie des Hertogs manifest bij J. walvis, Beschr. v. Gouda, D. li. bl. 114. wacetiaar, D. IY,
bl. 24—31.

(4) AEGIDII DE rüya Jnnahs Belg. p. 80—85. 's llerlojjs brief aau den Paus, door den Bis-

3 ^

ocr page 20

.20 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— gelegenheid van het jubeljaar, den Kardinaal iïiklola.as de Casa herwaarts zond, niet
1482

slechts, om, zoo als gebruikelijk, de aflaten des jubeljaars te verkoopen, maar ook de
kloosters en kerken te bezoeken en te hervormen, de bedorven zeden en misbruiken
der Geestelijken te verbeteren, en do kerkelijke tucht te herstellen. Voly vorig kweet
de uitmuntende
de gusa. zich van zijnen pligt en voorzeker meer dan de kloosterlingen
en andere Geestelyken begeerden, wier overdadige inkomsten deze strenge hervormer
op verscheidene plaatsen aanmerkelijk besnoeide. Met nadruk bestrafte hij der Geestelijken
verkeerden levenswandel, hunne misbruiken, hunne dwaalbegrippen en de verwaar-
loosde kerktucht, terwijl hij hun door zijn voorbeeld leerde , hoe zij hel volk op eene
Avaardigö en doeltreffende wijze zouden onderrigten. Hoewel hij , onder voorw^aarde
van innige hartelijke boete , de aflaten aanprees, verklaarde hij levens, dal zij, over
het geheel, meer strekten om de Geestelijkheid te verrijken, dan om de leeken te ver-
beteren , en dat de ware aflaatbrieven, die voor Gods reglersloel gelden zouden , in de
Heilige Schrift gevonden >verden. Te
Dordrecht, Leiden en elders verzette hij zich
met nadruk in zijne preken tegen veelvuldige bijgeloovigheden en dwalingen, en ver-
klaarde zich te
Haarlem openlijk tegen de bedevaarten naar Wilsenach. Men moest
naar zijn oordeel, de beelden der Heiligen slechts vereeren, als ter herinnering en
navolging van den vromen wandel dergenen , welke zij voorstelden , maar zoodra met
hen afgoderij of iets dat er naar zweemde gepleegd werd , moesten zij uit de kerken
weggenomen worden. Evenzeer verklaarde hij er zich tegen, dat men het volk de
bloedige hostiën, als wonderen voor geld vertoonde en het Hoogwaardige in het open-
baar omdroeg, dewijl het avondmaal was ingesteld, om genuttigd en niet om in pronk
omgedragen te worden. Ongetwijfeld hebben de woorden en vermaningen van eenen
man, die reeds tien jaren vóór hij tot Kardinaal werd verheven, het waagde, zich in
geschrifte tegen de heerschende wanbegrippen aangaande de magt en het aanzien
der Pausen te verzeilen, indruk op de gemoederen veler leeken nagelaten; maar
weinig invloed hadden zij op de verbasterde Geestelijkheid, tegen wier hci)zucht Her^
log
filips in veertienhonderd twee en vijftig een nieuw bevelschrift uitvaardigde (1),

schop \axi Atrecht oï Arras opgesield, is een zamcmveefsel van laffe vleijerij en bespottelijke pedan-
terie.
filips zelf wordt er in hoogdravende woorden als een der magtigste Vorsten voorgesteld, die
al zijne heerlijkheid en magt aan den Stedehouder Gods op aarde ter beschikking stelt. Met ophef
wordt over
Holland en Zeeland gesproken, » als rijke eilanden bewoond door dappere lieden,
oorlogzuchtige volken, die nooit door hunne ongetemde naburen konden overwonnen worden, en
thans eenen uitgestrekten zeehandel drevenj" en van
Friesland wordt getuigd, »dat liet oudtijds
een magtig koningrijk was, dat aan
Oaci'é en Scythië grensde." Zie de koya in 1. c. p. 84.

(1) Magn. Chfon. Belg. p. 413—415i Chron, de, Traj. p. 512. Charta gijsberti de brfp.

ocr page 21

DES VADERLANDS. 21

Ondertusschen ^-varen 'de Hollanders en Zeeuwen in den oorlog van dien Vorst tegen 1433—
do stad
Gent gewikkeld ge^Y0Γdeu. Sinds de Gentenaars bij de belegering van Calais
in veertienhonderd zes en dertig filips verlaten hadden , konde men zijnen wrok daarover
bemerken , en steeds koesterde hij den wensch, hen , even als met het oproerige
Brugge
geschied was, aan zynen wil te onderwerpen. Nimmer echter waren de Gentenaars zoo
ryk, en deswege nimmer zoo moeyelijk te regeren geweest als thans. Steeds tracht-
ten zij hunne vrijheden en voorregten uit te breiden , terw^'l de Hertog meer en meer
poogde die in te krimpen , hetgeen tot gedurige verschillen aanleiding gaf. Eindelyk
barstte het wederzijds Avrokkend misnoegen openlijk uit, toen
filips eigendunkelijk
eene nieuwe belasting op het zout in
Vlaanderen legde, aan welke de Gentenaars
zich weigerden te onderwerpen , bewerende , dat deze voorheen onbekende belasting,
die hunnen handel benadeelde , door de Staten van
Vlaanderen niet was goedgekeurd
en de Hertog geen regt had, haar te bevelen.
Filips over dezen tegenstand verbolgen,
legde sterke bezettingen in
Oudenaarde ^ D end er monde ^ Gaveren en ia RujJelmonde t
sloot de gemeenschap met Gent af en schreef op nieuw de zoutbelasling uit,
waarbij hy nog eene op de granen voegde. Daar de Gentenaars weigerden iets op
te brengen, zelte hij hunne regering af en liet een gebod door geheel
Vlaanderen
gaan, dat niemand hen zou ondersteunen. De Staten van Vlaanderen, bevreesd voor
een nieuwen binnenlandschen oorlog, traden als middelaars op, onderzochten de Gent-
sche voorregten op welke men zich beriep , en verklaarden, na zeven maanden raad-
plegens, dat de Graaf-Hertog inderdaad het regt had, de regering naar welgevallen aan
te stellen en te veranderen. Nu verwijderde
filips uit het stedelyk bestuur van Gent
allen, die zich tegen hem gekant hadden, hetgeen meer dan ooit misnoegen onder de
burgers verwekte. Ten laatste , getergd door des Hertogs handelwijze, verbeurden zij
ten eenenmale zijne genade door het plegen van gruwelijke daden van wederwraak op
zijne aanhangers. De toebereidselen welke hij maakte, om hen met geweld te dwin-
gen , spoorden hen echter aan, eene poging te beproeven, om den Vorst te bewegen
hunne stad te sparen; doch terwijl hunne afgevaardigden daarover handelden, overrom-
pelden zij verraderlijk
Gaveren en een paar sloten. Thans Avas de oorlog onvermyde-
lijk geworden. Terwijl
filips van alle zyden zijne benden bijeen riep, wierp zich si-
mott van Lalaing, broeder van den gewezen stadhouder "Willem van Lalaing^ met

in matthaei Analect. T. ï. p. 663. deda , p. 287. Oude Holl. Div. Kron. DIv. XXIX. c. 18.
boxnorn, Nederl. Eist. bl. 273—280. j. baselids , de Nederl. Sulpitius, bl. 257—260. bbandt ,
Hist d. lief. D, I, bl. 59. ielokg , Reform, v. Amsterdam, bl. 320—322. wagekaar , D. IV.
bl. 33-36. GLASIDS,
Gesch. d. Christelijke Kerk in Nederl D. 11. bl. 310—313. Nederl.
Archief voor Kerkel. Gesch.
ü. IX.

ocr page 22

.22 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—eenige manschappen in Oudenaarde en verdedigde die plaats manhaftig tegen deGen-
tenaars , welke door den Graaf van
Estampes na een hardnekkig gevecht, gedwon-

Grasm. gen werden het belesr op te breken, 's Herlogs benden rukten nu voort tot aan de
1452 .

poorten van Gent, voor welke moorddadig gevochten werd, terwijl in de stad zelve

de schroomelijkste wanorde heerschte en woede en partijhaat eene vreesselijke rol
speelden. Het belegeren van
Gmt zelf was eene te groote onderneming en waar-
toe meer magt gevorderd werd, dan over welke de Hertog thans beschikken konde.
Er werden sterke bezettingen in de naburige steden gelegd, hetgeen evenwel niet
verhinderde, dat do Gentenaars op nieuw uittrokken, groote verwoestingen in
den omtrek aanrigtten, en met afwisselend geluk de benden des Hertogs bevoch-
ten, welke in het
Land van fVaas gezonden waren, om hun van daar den toevoer
af to snijden. Te vergeefs trachtten zij zicli^van
Brugge meester te maken ; en de-
Avijl zij van de Engelschen , die hen misschien tot dien opstand hadden aangespoord,
eene slechts weinig beteekenende ondersteuning ontvingen, zochten zij weder verzoe-
ning met den Hertog. Doch
filips eischte onvoorwaardelijke onderwerping. Nu werd
de krijg nog heviger en wreeder dan weleer voortgezet. In een bloedig gevecht niet
8 V. ver van
Rupelmonde, leden de Gentenaars de nederlaag. Den volgenden dag zag

rj

maTnd ontboden Hollandsche benden, ten getale van drie duizend man, onder aan-

voering van den stadhouder jan van Lannotj , de Heeren jan en filips van PVasse-
naar,
jan van Heemstede, reinoud van Brederode, iiendrik van Borselen, Heer
van
Feere, rutger van Boetselaar, walraven van Haaf ten en andere, zoo Hoeksch-
als Kabeljaauwschgezinde , Edelen
de Schelde opkomen. Filips , om zijne tevredenheid
hierover te betuigen, verleende twee dagen daarna den Hollanders en Zeeuwen in
het algemeen verscheidene voorregten en gunsten. Hierop trok hij met deze ver-
sterking dieper in het
Land van Waas , en vreesselijk was de woede , met welke
de krijg van wederzyden gevoerd werd. Al de dorpen werden op 's Hertogs bevel
in do asch gelegd , welke daardoor alzoo het rijkste gewest zijner staten verwoestte.
2βν. De Hollanders streden dapper en bij
Eher zeel, twee mijlen van Rupelmonde, rigt-

maTnd ^^^ ^^^ geweldige slagting aan onder de Gentenaars, welke van eenen vergeef-

schen aanslag op een gedeelte van het hertogelijk leger nabij Hulst terugkeerden; jan
mn Wassenaar , rutger van Boetselaar , lodewijk van Blois en andere Hollandsche
Edelen werden tot loon hunner dapperheid in den ridderstand verheven. Spoedig werd nu
wel door tusschenkomst des Konings van T^rawÄryÄ een bestand van zes weken getrofien,
31 Y. maar na den afloop daarvan de krijg zoo hevig als immer te voren hervat. Eindelijk na veel-
' vuldige gevechten en ontzettende verwoestingen , moest Gewi zich ootmoedig aan
filips op
voorwaarden door hem bepaald, onderwerpen en Averd weder in genade aangenomen (1).

(1) OLIVIER de LA jurche , ΖηΤ. 1. ρ. 341—407. MOmiiET ET , V. III. ρ. 42—54, OrHEGnEFST,

ocr page 23

DES VADERLANDS. 23

Naauwelijks waren de Hollanders van dezen voor hen builenlandschen oorlog onthe-
ven , loen zij in eenen anderen gewikkeld werden. Het bestand tusschen
filips en de
Engelschen in veertienhonderd drie en veertig gesloten, was sedert meer dan eens , en
het laatst in veertienhonderd zeven en veertig voor den lijd van vier jaren verlengd ,
doch niet altijd even» stipt onderhouden geworden (1). Trouwens,
filips trachtte niet
ernstig naar eenen vasten vrede met den Koning van
Engeland. Hij wikkelde zich
na het beteugelen van
Gent^ veeleer op nieuw in de Fransche en Engelsche zaken,
en zond eene Hollandsch-Zeeuwscho vloot af, om
karel VII'van Frankrijk in het
beleg van
Bordeaux , toen in do handen der Engelschen , te ondersteunen. Door het
afsnijden van toevoer aan de belegerden bespoedigde zij de overgave dier stad. Be-
halve
Gaines en Calais , waren nu de Engelschen uil geheel Frankrijk verdreven,
waar zij zich omstreeks veertig jaren geleden gevestigd hadden (2).

Inmiddels had het berigt der verovering van Konstantinopel door do Turken, het
Christelijk
Europa in beweging gebragt. Hertog filips , die reeds vroeger de Koningen
van
Fratikrijk , van Arragon en andere Christen-vorsten had aangespoord , om met hem
vereenigd , den dreigenden val des Griekschen rijks te voorkomen , dacht nu, op aanzoek
van Paus
nicolaas V , aan middelen , om den voortgang der ongeloovigen Ie stuiten. Tot
dat einde rustte hij te
Middelburg vier galeijen uit van drie rijen riemen boven elkander,
en zond die onder het bevel eens Portugeschen zeevoogds naar
Italië^ met belofte
aan den Paus, dat hij zelf met eene genoegzame magt ter bestrijding der Turken zou
oprukken, indien slechts de naburige Vorsten tot vrede en de overige tot deelneming
in dien kruistogt te bewegen waren (3). Om zijne Edelen en Ridders lot dien togt
op te Avekken , werden meer dan drie maanden achtereen te
Rijssel prachtige feesten
gehouden. Op een dezer gastmalen verscheen eene jonge gesluijerde maagd, de H.
Kerk voorstellende , met gescheurd rouwgewaad en hulp smeekende tegen do onge-
loovigen.
Filips zwoer nu eenen plegtigen eed , den Koning van Frankrijk, of wieu
deze in zijne plaats daartoe mögt benoemen , in persoon ten stryd legen de Turken
te volgen; en, voegde hij er bij, »zoo do omstandigheden den Koning beletten zelf

1454

Chron, de Flandres, p. 333—335. sieijercs , Annal. Flandr. Lib. XVI, p. 302—314. Oude
Holl. Ώϊν. Krön.
Div. XXIX. c, 20. j. a. leydis , de Orig. et Reb. Gest. J). D. de Bred.
p. 645. FONTcs DEüTERCs, Rer. Burgund. Lib. IV. c. 10—15. " aegidh de roya Annal. Belg.
p. 85—90. wagekaar, D. IV. hl. 36—41. de bauante, Uist. d. Ducs de Bourg, T. VI.
ρ. 26—87. ...

(1) vagekaar, D. IV. bl. 41, 42.

(2) MONSTRELET, V. III. ρ. 58.

(3) POKTüs DEDTEuus, Rer. Burg. Lib. IV. p. 110.

1433-
1482

17 v.
Wijn-
maand
1453

ocr page 24

5 ·

24 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

^^ ^^^^ ^^ ^^^^ ander te zenden , zal ik mij naar vermogen met die Christen Vor-
sten vereenigen, welke dien heiligen logt ondernemen. En zoo de Groote Turk zelf
met mij in lijfsgevecht wil treden, zal ik hem met Gods hulp bestrijden." Toen legden
al de aanwezige Grooten , Edelen en Ridders met geestdrift de gelofte af, hem te ver-
zeilen en getrouw te dienen. Kort daarna begaf hij zich, door
ïimon van Lalaing
en driehonderd zoo Nederlandsche als Bourgondische Ridders gevolgd, naar Duitsck-
land ^
om den Keizer tot de bewuste onderneming over te halen. Maar niets was uit
te rigten by den tragen, lusteloozen
fredekik III; en dewijl ook de Koning van
Frankrijk, door do verwikkelingen met Engeland, tot geene deelneming in dien
togt besluiten konde, werd het ontwerp verijdeld en misnoegd keerde do Hertog
naar zijne staten terug (1),

Bij zijn vertrek had hij het opperbewind over al zijne landen aan zijnen zoon ka-
kel
, Graaf van Charolois, in handen gesteld en hem tot Raadslieden den Kanselier
van
Bourgondiër den Heer van Croy en pierre de Goux toegevoegd (2). Men gist,
dat do jonge, moedige Vorst drie jaren te voren , zoo niet vroeger, door
filips tot
Stadhouder Generaal zijner landen van herwaarts over was aangesteld (3). Zeker
is, dat hij in veertien honderd een en vijftig naar
Zeeland gezonden werd, aldaar
gezag uitoefende en ten behoeve des Hertogs eene bede hief (4). Na het eindigen
van den Gentschen krijg, in welken hij zich door stoutheid en onversaagdheid had
onderscheiden, was hij naar
Zeeland teruggekeerd. Gestreng handhaafde hij hier
regt en geregtigheid , tuchtigde de geweldenarijen der Heeren van
Haamstede, en
hield alles in rust (5). Men geeft hem na, dat, hoezeer hij de regtvaardigheid be-
minde , hy echter den eersten aanbrengeren te ligt geloof gaf, en gewoon was al te
overhaast uitspraak te doen (6). Hij verliet weldra weder
Zeeland, om te Rijsselhei
huwelijk met zijne nicht isabella van Bourhon te voltrekken (7).

(1) olivier de ia makche, LiV. I. p. 412—448, 450. monstreiet , V. III, ρ. 55, 56. rontcs
iteuterusj
iïer. Burg. Lib. I. p. 111, 112. Vergelijk de barakte, Eist. des Ducs de Bourg.

I T. VI. p. 89—103.

I (2) olrv'ier de ia marche, Liv. I. p. 451.

I (3) "wagenaar , D. IV. bl. 44.

I (4) olivier de ia diarcne, liiv. I. p. 332, 343.

I

I (5) reigersbergen , Chron. v. Zeel. D. II. bl. 244. Verg. wagekaar , D. IV. bl. 45. v. wijx op

> -wagenaar, St. IV. bl. 17.

ί (6) monstrelet, V. III. ρ. 64.

I (7) monstrelet, V. III. ρ. 64. Verg. ρ. 56, en olivier de la marcre, Liv. I. p. 450, 451.

ί
ί

I

ocr page 25

DES VADERLANDS. 25

, Terwijl do Graaf van Charolois eenen tijd lang in Brahand vertoefde, hielden de
Stichlsche zaken Hertog
filips onledig. De Bisschop van Utrecht hudclf van Diep-
hoU
was onlangs overleden, en filips Avenschte, op den ontruimden zetel zijn natuur-
lijken zoon DAyiD
van Bourgondië ^ Bisschop van Terouanne in Artois ^ te plaatsen. 1455
Hij zond tot dat einde Graaf JA.ïf
van Nassau naar Utrecht, doch met bijna een-
parige stemmen werd
gijtsbrecht van Brederode tot die aanzienlyke waardigheid ver-
kozen (1). Met verkropte spijt wachtte nu de Hertog van den Paus, lot wien hij
zich gewend had, de aanstelling voor zijnen zoon, en toen deze door rijke giften
Avas verworven, begaf hij zich naar
Holland, om heirvaart tegen het Sticht te be-
schrijven en BAViD
van Bourgondië met geweld op den bisschoppelijken zetel te
voeren. In
Rolland vond hij steun bij de Kabeljaauwschgezinde Edelen, Avien de
keuze van
gijsbreght van Brederode mishaagde , dewijl deze Kerkvoogd in het naauw-
ste verbond stond met de Hoekschen, aan wier hoofd zijn broeder
reinoud van Bre-
derode
geplaatst was, dien men, hoe ongegrond en onwaarschijnlijk ook, nagaf, als af-
stammeling der oude Graven van
Holland^ uitzigten op dat graafschap te hebben, waar-
toe de Bisschop hem de behulpzame hand konde bieden (2).
Filips, wien de genegen-
heid des volks thans minder dan ooit onverschillig konde zijn, herstelde legen min
of meer aanzienlijke sommen gelds, de Kennemers, de West-Friezen, gelijk ook de stad 145fJ
Alkmaar en de overige plaatsen in de voorregten, van welke zy in veertienhonderd zes
en twintig vervallen verklaard waren, en hief insgelijks het haardsledegeld op (3), Ook
Dordrecht, dat zich sinds veertienhonderd vier en veertig door velerlei buitensporigheden
en geweldenaryen, het achterhouden der grafelijke tollen, en andere daden van eigendunke- 23 v.
lijk gezag, 's Hertogs ongenade had op den hals gehaald, werd met hem verzoend. Honderd jj^g^j^^j
aanzienlijke lieden uit de stad en vyftiguil het met haar zamengespannen ZMiW-ZTo/Zawc?, 1456
moesten den Vorst op hel Hof binnen ^sllage, blootshoofds, ontgord en op do knieën in
nederige bewoordingen om genade smeeken, welke hun tegen twintigduizend gouden
Klinkaarts, elk van dertig grooten Vlaamsch, verleend werd; terwyl zij zich tevens
moesten verpligten, den Hertog in den op handen zijnden ütrechtschen krijg en voorts
in alle andere oorlogen op hunne eigene kosten te dienen (4). Deze verzoening en
de gunsten den Kennemers en W^est-Friezen bewezen, de haat der Kabeljaauwsch-

(1) j. ALEYDIS, de Orig. et Reb. Gest. D. D.de Bred., p. 646-662. Oude Hall. Div, Kron.
Div. XXIX. c. 22. â€ž . ,

(2) J. α letdis, de Orig. et Reb., Gest. Dj D. de Bred., p. 668. Oude Hall. Oiv. Krcn.
Div. XXIX. c. 24. .

i (3) wagenaar, D. IV. 54—56> Verg. ^Ig. Gesch. d. Faderl., D. II. St. Π. bl. 510—513.

(4) v. wijn op wagekaar, St. IV. bl. 6, 7. beverwijck , Beschr. v, Dordr. hl. 314.

II Deel. III Stuk. 4

ocr page 26

.26 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

gëziüdeü tegen het huis van Brederodè^ maat bovenal de vêrwachting > dat de ver-
heffibg van
ftaviö van Bourgondiè op den bisschopszetel, de goede verslandhouding
tusschen
Holland en het Sticht zou bevorderen én bestendigen , bewerkten dat de
Hollanders hiet nadruk de bedoelingen van hunnen Vorst ondersteunden, welke blijk-'
baar strekten, om ook het wereldlijk gebied van het bisdom voor zich te verwerven»
En ofschoon hem dit even Aveinig als een zyner voorgangers géluktó ^ baande hij echter
den weg, langs welken
karel V eindelijk dat doel bereikt heefti Gusbkeght van Brede^
rode,
niet bestand tegen des Hertogs magt en door een gedeelte zijner eigen onderdanen
verlaten) trad met
filips in een verdrag, waarbij hy op gunstige voorwaarden het
bisdom aan
da.vid van Bourgondiè afstond, die nu door het geheele Sticht, behalve
Deventer, hetwelk door een beleg van vijf Wekén daartoe moést gedwongen worden,
als Bisschop erkend en gehuldigd werd (1). Minder slaagde FtLïPS in zijne pogingen,
om de Friezen te onderwerpen« Keizer
frederik III, tot wien zij zich gewend had-
den , verbood hem, op verbeurte der Keizerlijke genadé , zich eenig bewind over hen
1457 aan te matigen (2). Frtips, naauwelijks van den Stichtschén krijg ontslagen en in
huisselijke en buiteniandsche moeljelijkheden gewikkeld, liet zijn opzet met betrek-
king tot
Friesland varen.

Zijn zoon, do Graaf van Charolois, heerschzuchtig, woelziek en onbuigzaam
van aard, bekleed met de Opperlandvoogdij over
Holland en Zeeland, had in die
gewesten niet alleen verscheidene der grootste leenen, zoo wel door opdragt als
bij versterf der bezitters aan zich getrokken, maar ook door middel van indijkingen,
voor zich nieuwe heerlijkheden en uitgebreide bezittingen verworven, welke zijn
aanzien en ge^ag niet weinig vermeerderden (3). Dit verwekte argwaan in
filips,
over wiens regering en den magiigen invloed van hel huis van Croy , de Graaf zijn
misnoegen op do ondubbelzinnigsle wyze uitte, hetgeen dikwerf ondetling tot dé
hevigste geschillen aanleiding gaf (4), De Dauphyn
lodewijR, welke, om den regt-
tnatigön toom zijns vaders,
k:arel VÏI van Frankrijk, te ontgaan naar Brussèl gevlugt

(1) J. α ietdis, de Origin. et Reb. Gest. D. Ό. de Brederode, ρ. 679—684. Oude Holl,
Div. Kron.
Div. XXIX. c. 25—29. monstrelet , V. III. ρ. 67. Cron. de Traj. p. 521, aeoroii
de rota
Annales Belg. p. 90. Zie voorts het omstandig verbaal dezer gebeurtenissen, hierna
in de geschiedenis van
Utrecht gedurende dit tijdperk.

(2) e. bemnga, Hist. v. Oost-Friesl. bl. 276—320. ubbo ebmiüs , Rer. Fris. Hist. Lih. XXV.
p. 380-^83., Zie hierachter de geschiedenis van
Friesland.

(3) WAUENAAR, D. IV. bl. 70, 71.

" (4) oLiviER DE IA MARciiE, Liv. 1. p. 460—463. PDKTus DEDïERüs, Rev. Burg. Lib. IV. p. 114.
DE BARANTE, Hist, d. Ducs dc Bourg. T. VI. p. 150.

ocr page 27

DES VADERLAPiDS. 27

was, bewerkte eindelijk eene verzoening (1). Doch zijn Terblijf in Brahand e»
jaargeld , welk
filips hem toelegde , mishaagden het Fransche Hof en verwekte groot©
onmin tusschen den Koning en den Hertog, zoodat men zelfs aan beide zijden e^ijig«
toebereidselen ten oorlog maakte (2). Fiups was met reden bezorgd *opr de bedoejin'·
gen des iranseben Konings, sinds die Vorst zijne dochter
madeiaire vßrloofd had aa»
LADISLAUS, Koniog van
Boheme en Hongarije , welke deo Hertog hel regt op Lumm-
hurg
betwistte. De Keizer, de meeste Dujlsche Vorsten en de Luikepaars traden io
verbond met den Koning van
Frankrijk ^ en er ging reeds sprake, om do zwarighe-
den te hernieuwen, welke Keizer
sigismuh» weleer met betrekking tot 4e erfstate^ va»
Graaf
willem VI van Holland eji van jakoba van Beijeren bad opgeworpen. La»·
msLAus stierf plotseling vóór de voltrekking des huwelijks, doch daar hij Ltiicemlwg
zijner aanstaande echtgenoote by uitersten wil vermaakt had , wer4 het bezit in barie»
naam daarvan geëischt, terwijl Koning KAiiEL verklaarde , dai hy ojpderjUjsschen
Thianvilh
en de laodeii van den Jonker van Bodemaph zou bezetten (3). >Ee,n oorlog met 1458
Frankrijk scheen onvermydelyk. Fji^ips stelde deswege den opjlworpe» tpgt niaair
Turkije vooreerst geheel uit den zin, hetgeen door Paus vws II zeer euvel ü^erd
opgenomen; doch het steunt op geene voldoende bewijzen,, dat de H, Vader hem
daarom ia den ba® zou gedaan hebben {4). Ook verzoende hij zich door tusacheiO'-
komst van den Dauphyn, volkomen naet de stad G^nt en werd ef op eene prachtige
svïjze ingehaald (5). Hier ontving hij de afgezanten desK^nings

uitnoodigde, om als Pair des Rijks mede het vonnis over den Hertog van ^lenfo^ vtit
Ie stprekeoj wien men sinds twee jaren, als»overtuigd va» .misdadige veriJtjuadhiMidw
d© Engelschen, had ge vang-en gehouden. Fii-ups «zond den Heer v-a® Cr^f/, den Heer smoH
ixan Lalaing, j-ean l'obfevre , Voorzitter van Luxemburg ^ en tojson d'ok ia zijpe
plaats. Te vergeefs ,poogden zy in naam huns meesters voor
alewgok gepade te ver-
nverven; hy werd als schuldig aan majegleitschejinis van zijne waardighedep beroof4,
ter dood veroordeeld en zijne goederen verbeurd verklaard, doch op voorspraak des

OLIVIER DE LA MARCHE, Liv. I. p. 463. JIOKSTREIET , V. IH. p. ,69. Vcrg. DE BARAHIE , ^ίβί.
d, Ducs de Bourg. T. VI. p. 120—152.

(2) POKTcs irctTERus, Rer. Burgund. Lib. IV. c. 16. p. 113, 114. beuercb, Annal. Flandr.
Lib. XVI. p. 324 , 325. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXÏX. c. 29.

(3) monstreiet, V. III. ρ. 72 , 73,74. de βαηαιγγε, Bist. d. Ducs de Bourg. Τ. VI. ρ.155—1βΟ.

(4) amandus vak zirkzee, Chron. bij baselms, Nederl. SulpitiuSj bï. "274. v. wuir op waenraar,
St. IV. bl. 28.

(δ) MORSTREtET, V, UI. p, 74, 75. tiBitt» HBÜTEBBS, BcT. BuTgwuid, lijJb. IV. c. ü?. p. Ijl4.
DE BARAHTE, Hist. d. Ducs de Bourg, T. VI. p. 163.

4*

ocr page 28

.28 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

^f/oT" Hertogs van Bretagne, de voltrekking van het vonnis door den Koning uitge-
sleld (1). ' . j' :! ν

'J ' Niet slechts vond filips zich beleedigd, dat men de klagten en vertoogen zijner
gezanten in den wind geslagen, maar bovenal, dat de Procureur-Generaal in den
vollen raad en ten aanhooren van al de vergaderde Rijksgrooten verklaard had,'dat
meer dan veertien dagen noodig zouden zijn, om al de daden van ongehoorzaamheid
op te sommen, aan welke de Hertog van
Bourgondi'è zich tegen den Koning had
schuldig gemaakt (2). Daarenboven verspreidde zich meer en meer het gerucht, dat
bij een geheim punt in het huwelijksverdrag van
mahgaretha van Anjou met πεν-
DliiK VI van Engeland^ reeds in veertienhonderd vier en veertig gesloten, bepaald
was, dat do beide Koningen de staten van
Bourgondi'è onderling zouden verdeelen,
waarbij
Rolland en Zeeland den Engelschen moesten toevallen (3). De Koning van
Frankrijk gaf den gezanten van filips zijne verwondering te kennen, dat de Hertog
zoo onbedacht en zulk een langen lijd aan eene zaak geloof konde hechten, welke
zoo blijkbaar geheel in strijd met de waarheid was (4). Hij ontveinsde zijn misnoegen
niet, dat
filips het jaar te voren het bestand met voor negen jaren verlengd,

en zelfs aan de Engelsche benden van Calais den toegang naar Frankrijk vergund
1459 had (5). Ook hinderde hem het oprigten van een raad van f
'/aawi/erm door filips als
opperst geregtshof en hof van beroep, terwijl men van ouds naar
Parijs als do zetel
des'leenheers beriep (6). Do voortdurende onderscheidingen bescherming, welke de Dau-
phyn aan het Bourgondische Hof genoot, voedde inzonderheid zijn haat tegen den Hertog,
wien hij vruchteloos had gewaarschuwd, dat »hij door dien Vorst in zijne staten te ontvan-
gen, eenen wolf in zijne schaapskooi en eene slang in zyn boezem koesterde, wier moord-
zucht den zijnen eens doodelijk zou worden
(7)*'. Filips verdedigde zijn gedrag bij den
Koning en verzekerde, dat hy den Dauphyn geenszins wederhield van naar het Hof zijns
vaders terug te keeren; dat hij zelfs bereid was, hem, dit begeerende, in eigen persoon

(1) MONSTRELET, V, III. ρ. 77—83. DE BARAHTE, Hist. d. Ducs de Bourg. T. VI. p. 164—174.

(2) DE BARANTE, Jlist d. Ducs de Bourg. T. VI. p. 177.

(3) Preuves de Vllist. de Bourg. bij de karante , Hist. d. Ducs de Bourg. T. VI. ρ. 177.

i ' *

(4) DE BARAHTE, Hist. d. Ducs de Bourg. T. VI. p. 180. ^ ^ jj ^ j
.. (5)
de baramte, Hist. d. Ducs de Bourg. T. VI. p. 160, 192. <

(6) biiderdijk, D. IV. bl. J76. i,: .1 .! :

(7) rontus heuterüs, Rer. Burgund. Lib. IV. c. 16. p. 113. Verg. de bariste, Hist. d. Ducs
de Bourg. T. VI. p. 162, 185, 192 , 206. : .

ocr page 29

DES VADERLANDS. 29

derwaarts te geleiden of door zijn zoon té doen vergezellen; dat hy den Prins derhalve niet 1433—
verhinderde te vertrekken, maar hem daartoe ook niet zou aansporen of dwingen (1). ^^^^

Het hing slechts van den Koning af, den Hertog in dezelfde raoeijelijkheden en
verdrietelijkheden .te wikkelen, welke hem zeiven kwelden. De haat des Graven van
Charolois tegen den Heer van Croy , die voortdurend al het vertrouwen van filips
bezat, was levendiger dan ooit ontstoken. De jonge Vorst trachtte dien gunsteling
den voet te ligten en zond in het geheim den Graaf van
St. Pol naar het Fransche
Hof, om den Koning te toetsen, of en op welken voet hg hem zoude ontvangen,
wanneer hij gedrongen mögt worden zich van het Hof zijns vaders te verwijderen. De
voorslag vond eerst ingang, doch werd later verworpen , dewijl men vermoedde, dat
de Graaf van
Charolois dien niet zonder voorkennis zyns vaders gedaan had en wel
om de zaken in
Frankrijk te bespieden. Evenzeer hadden eenige hovelingen van
den Hertog beweerd, dat de twist tusschen den Koning en den Dauphyn slechts
geveinsd was, en deze laatste de rol van den zoon van
tarquinius bij do Gabiërs
speelde (2). : . Î“ r â–  . I

Niettemin waren de, geschillen tusschen de vaders en zonen wezenlijk. De Koning
betreurde meer en meer het wantrouwen des Dauphyns, dien hij sinds vijftien jaren
niet gezien had en wiens terugkomst hy zoo opregt en dringend verlangde. Overstelpt
van verdriet, en uit vrees voor vergiftiging zich van alle spijs onthoudende, overleed 22 τ.
de ongelukkige Vorst en werd door geheel jPrawÄrz^'Äbeweend. Do Dauphyn, verheugd
over den dood zijns vaders, begaf zich door Hertog
fil ips,( den Graaf van i^/iar ο ^oij en 18 v.
een stoet van Bourgondische en Nederlandsche Edelen vergezeld, terstond naar ,

alwaar hij als lodewijk XI tot Koning gezalfd werd. Filips deed hem daarop
manschap wegens het hertogdom
Bourgondi'é, de graafschappen Vlaanderen en Ar-
tois
en al de landen, welke hij van de Fransche Kroon in leen hield, levens belo-
vende den Koning naar. vermogen ook met do middelen uit zgne andere staten te
dienen (3).

Eenige maanden te voren had de zoon des Hertogs van Vork den zwakken πεν- 14C2
drik. VI van den Engelschen troon gestoten, en dien onder den naam van edüard IV
beklommen (4).
Filips erkende hem, terstond en vernieuwde het bestand tusschen de
__.,Ί .(i .

(1) de barakte, Hist, d. Ducs de Boufg. T. VI. p. 192. ' · ' ■ '

(2) Preuves de VJiistoire de lodis XI, aangehaald bij -wagekaar, D. IV. W. 77 en de barirte,
Hist. d. Vues de Bourg. T. VI. p. 208—210. ^bilderdijk, D. V.-bl. 175. ' ■

(3) olivie» de la marche, Llv. I. p. 464 , 465. bosstrelet, V. III. ρ. 84-^7ΐpoktüs hecte-
büs,
Rer. Burgund. i/t>.^l:V.'Pv.,il5. ρκ bararte, /fis/. dtlJwcs de,^owr^v Τ, VI. ρ.210—^

(4) MOKSTRELET, V. UI. ρ. 84. ΗΓΜΕ, ütsU of Engl. Ch. XXI. p. 242. -^· •ν-'^'Λ . ■ ν

ocr page 30

.30 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Eügelschen en Nederlanders gesloten, hetwelk nü en later telkens voor nog een ja^ir
terlengd werd (1) Dö goede verstandhouding met
Frankrijk was van korter duur.
Bij het vredesverdrag van
Atrêcht (^ri'öi) waren de sleden aan de Somme, jdmims,
Abheville
en St» Quentin, aan den Hertog viin Bourgondiê voor *Vï€rmaal honderd
duizend krooneü verpand geworden. L
odêwijk. XI beschouwde het teregt als eene
hoogstbelangrijke
Zaak, dexe plaatsen tegen voldoening der paüdpeuningen weder
onder
Frankrijk terug te brengen. Reeds had hij hierover met den Graaf van Cha-
Tölois
onderhandeld, doch dezen hiertoe weinig gestemd gevonden. Béter slaagde hij
1463 <ioor middel des Heeren van
€r-oy hij den Hertog zeiven, en ondanks de krachtige
vertoogen van fcau^ï., bewilligde ï^imps , wiens geest door de jaren, -staatszorgen en
kiekten begon te verzwakken, in den begeerden afstand (2).

De Graaf van Charoloiè bevond zich op dien tijd met zijne gemalin te G-orivwh^m.
Hij had zich rïaar tiollund begeven, om do graifelijke bede te innen, en oefende er
een 'groot gezag uit (3). In de heerlijkheden
jisperen en Meukelom weixi hy als
Heer ontvangen en gehuldigd, hetgeen zyn aanzien aanmerkelijk verhoogde (4J.
Niettegenstaande hij de regering Viin
Dordrmht huiletn tijils afzette en eenige veran-
deringen in het regtsvvezen maaltte, welke door «
pilips bekrachtigd werden (5), won
hij evenwel doör zijne goede hoedanigheden de genegenheid der ingezetenen (6), De
Edelen beloofden , na tien doiod van
FtLips geenen anderen Heer dan hem to erken-
nen , en de Raad van
Hólland trachtte hiertoe ook den Graaf van Oofferuewi, erans:
5 van Borsehu j te be>vegen (7). De tijding van den afstand der steden aan do iSoz/ii^«,

hetgeen hij als een groven staatkwndigen misslag beschouwde, weküe al zijne veront-
Waarcliging en öntvlatnde zijnen haat tegen den Koning v-an Frankr'^k en hel geskrchl
Yan Cto^ , die van fetmne zijde niet nalieten, den Hertog meer len raeer op den
Graaf te verbitteren. Hij 'had tet vorige jaar eene zawienzwering itc^m zijn persoon ,
Van "ννοΊΐίΟ cotrsTAtïï > 'eer^e kamerdienaar len igunsteliag des üertogs, het rhoofd was,
verijdeld (8). Thans gaf
filips , op aandringen des Heeren van Croy, bevel zij-

η

(1) RIJMER, Jcta Publ. Angl. Τ. V. Ρ. Π. ρ. 106, 110, 111, 113, 117,- 118.
(2·) ÓMVIER ÖE la >MAIÏGnE, Z/MV Ι. ρ. 467. MaiSSTߣ)LE3r, γ, III. ρ. 97»

(3) WAGENAAR, D. IV. bl. 80,

(4) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXIX. c. 35, 36.

(5) wagenaar, D. IV. LI. 80. Verg. v. wun qp wagenaar, St. IV. bl. 30., 31-

(6) Oude Holl. Div. Krön. Div^ XXIX. bl. ,303.
(7,) waoewaar» D. JV, bl. 81.

^(8) ïönstret^, V. 1Π. p. 93. Oude βϋίΐ. ΙΗυ. Krim. iKv. XXIX. c. S8. aeoibii m
Annal, Belg,
ρ. 95.

ocr page 31

DES VADERLANDS. 31

nen zoon en eenige van diens aanhangers, byzonder Mr. awthohis mighiels mn IgS^
Eversdijk^ Raad Tan Holland, in hechtenis Ie nemen. Maar kakel was op zijne
hoede en steeds door een aantal gewapenden verzeld. Hij verloste bij
Dordrecht
den reeds gevangen genomen anteoris, wien hij naar Gorinchem voerde en daarna
om gewiglige redenen, voor eeoigen tijd uit
Holland^ Zeeland en Friesland verwg-
derde (1). Men vermoedde, dat deze raadsheer zijnen meester vermaand had, zich on-
afhankelijk en voor Graaf van
Holland te verklaren (2). Daar geweld niets baatte,
trachtte men zich door vergif van den Graaf te ontslaan. Althans werden twee perso-
nen van die misdaad betigt en hun, op last van
κχ^άζι., te Hupelmonde het hoofd voor
de voeten gelegd (3),

Inmiddels besloot Hertog filips, hoezeer door eene hevige ziekte naar ligchaam en
geest verzwakt, den togt tegen de Turken, Avelken hem de Paus weder had her-
innerd , ten uitvoer te brengen. De ernstige vertoogen van LODEWutu XI legen dit
voornemen deden hem wankelen, doch een vleyendc en Λvelsprekendθ brief van den

H. Vader zette weder alle ZAvarigheden ter zijde (4). Filips ontbood te Brugge 15 v.

Win—

al de Ridders, welke zich vroeger tot dien togt verbonden hadden, benevens de aan-
zienlijksle geestelijke en wereldlijke Grooten zijner staten met de afgevaardigden der ^^^
sleden. Hier openbaarde hij hun zyn voornemen, om de vijanden des geloofs te gaan
bestrijden en in de aanslaande Bloeimaand te vertrekken. Allen werden vermaand,
op het eerste bevel gereed te zijn. Nu riep de Hertog de drie Staten van P^laanr-
deren tegen den negenden van Louwmaand bijeen, om het bewind, tijdens zijne
afwezigheid, te regelen. Do Graaf van
Charolois, die zich nog steeds in Hol-
land
ophield, noodigde op dien lijd dezelfde Stalen vóór den derden van Louw-
maand te
Antwerpen, om met hen de middelen te beramen, ten einde zich met
zijnen vader te verzoenen wieus toorn hem reeds zoo veel ongenoegen baarde.
Te laat verbood de Hertog aan deze uitnoodiging gehoor te geven; eenige afgevaar-
digden bevonden zich reeds bij den Graaf. Ondertusschen werd op den bepaalden 1464
dag de vergadering der Stalen te
Brugge geopend. Karel verdedigde zich tegen de
misdrijven hem te laste gelegd, en verzoende zich eenige dagen later met zijnen va-
der
(5). Filips begaf zich kort daarop naar Rijssel bij den Koning van Frankrijk,

(1) BIOIVSTRELET, V. III. ρ. 99. Oude Holl. Div. Krön, Div. XXIX. c. 40. v. wijn op wagb-
ΗλΑη, St. IV. bi. 28—30.

(2) MOKSTpLET, V. III. ρ. 100. de bauarte, Hist d. Ducs dc JBourg, ^T. VII. p. 6.

(3) postds hectercs, lier. Burg. Lib. IV. p. 116.

(4) dk barakte, HtsU d. Ducs de Bourg. T. VI. p. 251—254.

(5) monstrelet, V. III. ρ. 98—100, wien wij hier liever volgen dan de öwefe Boll. Div. KroH,,
welke deze verzoening geheel -verschillend en minder waarschijnlijk verhaalt. Div. XXIX. c. 40.

1

ocr page 32

.32 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

"die liem nogmaals te yergeefs den togt legen de Turken ontraadde. De Hertog, om
zijn gegeven woord aan den Paus niet te breken, rustte in
Zeeland eene vloot van twaalf
galeyen uit, welke door een groot aantal vrachtschepen verzeld en met tienduizend
uitgelezen krijgers bemand, onder bevel van zijne natuurlijke zonen
anthowie en
boudewijn van Bourgondi'é naar de Middellandsche zee gezonden werd. Hij had
hun tweemaal honderdduizend gouden kroonen medegegeyen, de manschappen drie
maanden vooruit betaald, en beloofd tegen den Zomer van het volgende jaar in per-
soon naar
Turkije te trekken, Simon van Lalaing en andere dappere Ridders voegden
zich als vrijwilligers by dezen togt. Zoo algemeen en groot was de geestdrift, dat eene
groote menigte volks zich in benden vereenigde en zonder wapenen, zondergeld, zonder
krijgsbevelhebbers naar
Itali'è oprukte, om zich onder de vanen van den Paus te scharen.
Te
Sluis stak de vloot in zee. Na eenen rampspoedigen togt, naderde zij de straat
van
Gibraltar en ontzette eene Porlugeesche bezetting, welke in eene der steden
op de kusten van
Afrika door de Mooren was ingesloten. Nu wilde zij naar Ancona
stevenen, om zich aldaar met de overige krijgsmagt te vereenigen, doch op de tyding
van den dood des Pausen, door welken do geheele onderneming verijdeld werd ,
keerde zij naar
Marseille terug en landde er in het begin van veertienhonderd vijf
en zestig. Eenige schepen waren vergaan, en vele Ridders zoowel als manschappen
door ziekte en gebrek omgekomen. De overgeblevenen keerden over land naar hunne
haardsteden terug (1).

Het was eene welbegrepene staatkunde , welke lodewijk XI had aangespoord , fi-
Lips den togt tegen de Turken af te raden. De Graaf van Charolois, zyn persoon-
lyke vijand, zou natuurlijk gedurende 'sHertogs afwezigheid aan het hoofd des bewinds
geplaatst worden, en met reden moest hij het ergste duchten van eenen Vorst, welke
niet minder dan zijn geheelen ondergang bedoelde (2). De verstandhouding van den
Graaf met den Hertog van
Bretagne, een van de hoofden der misnoegden in Frank-
rijk,
was hem bekend en gaf, gelyk beweerd wordt, aanleiding, dat de bastaard
van ivubempré met veertig of vijftig rappe gasten naar Holland werd gezonden, om
karel, het zij levend of dood op te ligten en naar Frankrijk te voeren. Doch van
RUBEMPUÉ zelf, slechts door drie zijner manschappen verzeld, werd te Gorinchem,

(1) monstrelet, V. III. ρ. 101, 100. POKTus heuteri's, Rcr, Burg. Lib. IV. p. 117. olivieb
pe
Ik MARciiE meldt niets van dezen togt. de barakte , Hist. d. Ducs de Bourg. T. Vlf. p. 22—27,
yerliaalt dien geheel verschillend Tan de beide schrijvers , welke wij jjevolgd hebben , zonder zijne
bronnen op te geven. Wat
άα Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 39, hiervan meldt is
omvaarschijnlijk.

(2) WAGENAAR D IV. bl. 79.

1433-
1482

ρ·'

ocr page 33

DES VADERLANDS. .'53

waar hij alles naauwkcurig gadesloeg, in hechtenis genomen; de overigen, welke ^^IgJ"
den mond der
Maas op het schip waren achtergebleven, redden zich door de vlugt.
Geheel
Holland geraakte over dit verraderlijk beslaan in de hevigste beweging.
Zoodra
fjlips er berigt van ontving, verliet hij Besdin alwaar de Koning hem lot
een mondgesprek had iiilgenoodigd , naar men wil met het doel, om den vader te val-
ten wanneer do aanslag tegen den zoon gelukt ware (1).

Lodew^ijk verklaarde terstond aan den Heer van Lannoy ^ welke hem des Herlogs
plotseling vertrek had aangekondigd, dal
van rubempké alleen was afgezonden , om
te onderzoeken of
jan komelié, onderkanselier des Herlogs van Bretagne, als een
Dominikaner monnik vermomd , zich bij den Graaf Tan
Charolois in Holland ophield
en van daar gewoonlijk naar
Engeland overstak , om eduard IV in het eedgenoot-
schap zijns meesters te wikkelen (2). Het is mogelijk , dat de Koning hierin de waar-
lieid iiuldigde , ofschoon de daad zelve niet met zijn karakter in strijd is. Do Graaf
van
Charolois was zeer opvhegond , ergdenkend en geloofde ligtelijk , dal men hem
lagen legde. Daarenboven werd het reglsgeding van
rubempré niel opgemaakt cn
men bragt noch eenige verklaring, noch eenig regterlijk verhoor van hem Ie voor-
schijn; de Koning konde ontkennen gelijk de Graaf kondo bevestigen (3).
Van
RUBEMPRÉ Averd evenwel nog vijf jaren gevangen gehouden, dewijl zijne woorden
en antwoorden elkander meer dan eens tegenspraken en hij slecht verklaarde,
waarom hij zoo vele beriglen betrekkelijk den Graaf van
Charolois getracht had
in te winnen (4).
Lodewijk zond een pleglig gezantschap naar Rijssel aan den 4 v.
Hertog van
Bourgondiër om zich te beklagen over de schandelijke bedoelingen,
welke hem voornamelijk door den Graaf van
Charolois werden toegeschreven , 34()4
en het vermoeden uit den weg te ruimen, dat hem ooit in de gedachten zou
gekomen zijn , zich Ie
Ilcsdin van den persoon des Herlogs lo verzekeren, ter-
wijl hij tevens op de uillevering van de lasteraars zijns goeden naams, cn de sla-
king van RUBEMPRÉ aandrong. 'sKonings verontschuldigingen werden niel geloofd en
zijne eischen van de hand gewezen.
Karel, dio bij het openbaar gehoor der gezanten
tegenwoordig was, verbitterd over hunne vaak beleedigende uitdrukkingen betreilende
zijn persoon, zeide bij het afscheid tegeneen van hen: » Beveel mij nederig aan in des

(1) Pii. de comixes, Mcmoires Llv. I. Ch. 1, olivier de la makciie, Liv. J. p. 4G8. siOKSTnEi.ET
V. JU. p. 102, 103. de baraste, IHst. d. Uucs dc Bourg. T. VII. p. 32-37.

(2) mosstrelet, V. III. ρ. 103. verso.

(3) de barame, Hist. d. Diics de Bourg, T. VII. p. 38.

(4) de cojiises, Liv. 1. Ch. 1 , jrclooft nict, dat er ooit iels waars aan de bescliuldigiiij; van
«rsemprie bevonden is, ofschoon de vcrdcnlinjen {jroot waren, mo.wrelet, V. HL p. 103.

Π Deel, 3 Stuk.

O

ocr page 34

I !

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Konings gunst. Zeg hem, dat hij mij door zijnen Kanselier goed het hoofd
heeft gevvasschen, maar voeg er bij, dat het hem berouwen zal eer een jaar ten
einde is (1)."

Het bleef bij geen dreigen. Karei keerde niet naar Holland terug; veeleer wist
hij den Hertog, wiens gezondheid van dag lot dag verminderde, te bewegen, hem
het opperbewind toe te vertrouwen. Terstond verklaarde hi] de magtige en invloed-
rijke Heeren van
Croy, onder welke ook jan van Lannoy behoorde, die zich als stad-
houder van
Holland zeer verrijkt had, voor vijanden van den slaat en noodzaakte hen naar
Frankrijk te vlugten, waar zy zich met den Graaf van Nevers tegen hem wapenden.
Filips moest de verwijdering zijner gunstelingen zijns ondanks gedoogen, en van dat
üogenblik nam zijne regering een einde, welke nu geheel in de handen des Graven
van
Charolois overging. De toestand van Frankrijk bood dezen de gewenschte ge-
legenheid aan, om zich op
lodewijic XI Ie wreken. 's Konings eigendunkelijk
en slecht bestuur had het volk zoo wel als de Groolen des Piijks in beweging
gebragt. Onder den naam van het
Algemeene welzijn {ligue du bien public) , was
een maglig verbond legen hem gevormd van hetwelk de Hertogen van
Berriy zijn
broeder, van
Bretagne en van Bourbon do hoofden waren. Zoodra de opstand was
uitgebarsten rukle de Graaf van
Charolois, onder goedkeuring van filtps, met een
aanzienlijk leger in
Frankrijk en bevond zich weldra zonder tegenstand voor de
poorten van
Parijs. Hij trok de Seine over, om zich tegen den Koning te stellen
en hem den inlogt in de hoofdstad te verhinderen. ïe
Montlheri geraakten de beide
legers handgemeen ; woedend en met afwisselend geluk werd gevochten, doch einde-
lijk behield
karel het veld; het verlies aan beide zijden was echter genoegzaam even
groot. Kort daarna trad
lodewijk , die besloten had alles op te offeren, om het ver-
bond van het
Algemeene welzijn te verbreken, met hem in bijzondere onderhandelin-
gen. Weldra werd te
Conßans een vrede geleekend, waarbij den Graaf van Charo-
lois
behalve de steden langs de Somme, ook Boulogne, Guines, Roye, Peronne
en Montdidier werden afgestaan (2).

Inlusschen waren de Luikenaars, oude vyandcn van het huis van Bourgondie,
overeenkomstig een verbond met lodewijk XI kort vóór den slag van Montlheri
gesloten, in Brahand en Namen gevallen, alles te vuur en te zwaard verwoes-

li

(1) rir. de (:0)ιιλ-ε8, Memoires. Liv. I. Cb. I. p, 8. monstrelet , V. III. ρ. 103, 104. oliviek
υε la MAUciiE, Liv. L p. 4(58. pontus deuteuus, lier, Burgund. Lib. V. p. 123, 124. de karante^
Ilist. d. Ducs de Boterg T. VU. p. 39—46.

(2) oLiviER DE LA MAEcnE, Liv. I. p. 409—481. PU. DE C0MI5ES, illemotres, Liv. L Cli. 2—7,
8,9, 11—15.
mo?fstper.et, V. III. ρ. 100—122. de barante, Eist. d. Duc$ de Bourg. T. VJI.

^p. 47-9e.

1433-
1482

- i

J405

30 V.
Zomer-
maand

16'V.

llooirn.

O V.

Wiju-
inaand.

ocr page 35

DES VADERLANDS. 3ö·

lende (1). De Graaf van Charolois besloot thans hen te tuchtigen en sloeg zich 1433--
met een talrijk leger te St. Truijen neder. De Luikenaars, door den Franschen
Koning aan zich zelve overgelaten, Laden ora vrede, die hun tegen voldoening
eener boete van zesmaal honderd duizend Rijnscho guldens werd toegestaan (2).
Een nieuwe opstand, bovenal der burgers van
Dinant, welke hunne strooptogten
in
Namen hervatten, noodzaakte den Graaf weder de wapenen op te vatten. Dinant
moest zich weldra op genade en ongenade overgeven. De stad werd met eene on- 146ί·
inerdoogende wreedheid door de krijgsknechten acht dagen achtereen geplunderd, toen
aau de vlammen ten prooi gegeven, en wat overgebleven was omver gehaald en in de
grachten geworpen. Achthonderd der oproerigste burgers werden twee aan twee ge-
bonden in de
Maas verdronken, waarschijnlijk uit wraak, dat zij onder andere belee-
digingen , het vorige jaar do beeldtenis van den Graaf, dien zij meenden dat in
Frankrijk
gesneuveld was, aan de galg in zegepraal hadden rondgedragen. Do overige Luike-
naars smeekten en verkregen den vrede, dien zij echter niet lang onderhielden (3).

In al deze uitheemsche oorlogen moge karel krijgsroem, en eenige Hollandscho en
Z,eeuwsche Edelen eer en vooi'deel ingeoogst hebben,
τά^άτ Holland en Zeelaiid moesten
lol dekking der krijgskosten aanzienlijke beden opbrengen, terwijl hun handel en zee-
vaart daarenboven door deze onlusten dikwerf gestremd en belemmerd werd.
Zij on-
dervonden dit in het byzonder van den Koning van
Engeland, eduard IV, die, naar
het schijnt om
lodewijk XI te behagen wiens zuster hij ten huwelijk begeerde, in
veertienhonderd vier en zestig een bevel uitvaardigde, waarbij de invoer van alle
gewassen, sloffen en handwerken van
Bolland^ Zeeland en Friesland en de
overige staten des Hertogs van
Bourgondie ^ in Engeland, PFallis en Ierland
verboden werd. Immers nadat het bewuste huwelijk was afgesprongen, werd dit
verbod ingetrokken en zelfs een verbond van wederzijdsche bescherming iusschen 23 v.
edü.\rd en Graaf karel gesloten, waarbij de vrije vaart op Engeland op den ouden
voet hersteld werd. De band der vriendschap werd ongeveer twee jaren later nog
sterker gestrengeld, toen
karel , wiens gemalin izabella van Bourbon in veertien-

fi

(1) MossTRELET, V. IIL p. 118· Zie over dc oorzaken van de vijandschap der Luikenaars tegeu
het huis van
Boxirgondi'c, marchard, Notes sur de bararte, Hist, d. Ducs de Bourg. T. Vli.
p. 112—115.

(2) mosstrelet, V. III. ρ. 124.

(3) olivier üe la marcde, Liv. I. p. 486—489. ρπ. de comines, Liv. II. Cll. 1. moiistrk-
IKT, V. IIL p. 125 vers. 129. poktcs heuteiics, Rer. Burgund. Lib. IV. p. 117, J18. Oude
Holl. Div. Kron.
Div. XXIX. c. 46 , 50. de barakte, Hisi. d. Ducs de Bourg, T. VIIL
p. 108—122.

5 *

ocr page 36

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

' I

t I
( ί

I

ί I

36

1433—honderd vijf en zestig was overleden, met Margaretha van York, 's Konings zuster,
in het huwelijk trad (1).

Het verbond met Engeland vergoedde eenigzins de nadeden, welke sedert drie of
vier jaren zware stormen en hooge zeevloeden, bovenalin, hadden ver-
oorzaakt. Do zeegaten het
Marsdiep, hei Heersdiep en het waren zoodanig
verwijd, dat do vloeden dagelijks tegen do dijken hooger stonden, welke zij met eene
geheele vernieling bedreigden, terwijl de duinen door de zee geweldig afgeslagen
en weggespoeld werden. De gewone zeeweringen waren derhalve ongenoegzaam ge-
worden en men moest op betere middelen bedacht zijn, om do eerste kracht van
het water te breken. Onder toestemming des Hertogs werden de dijken met lange
balken beschut, die op gepaste afstanden geplaatst, aan eene gording van paal-
werk door dwarsbalken, voorzien met yzeren bouten, gehecht werden. De kosten
van het werk, op veertienduizend achthonderd gulden ieder roede begroot, werden
^o^x West-Friesland^ Kennemerland, Waterland^ Amstelland en Rijnland
gen; het onderhoud dezer zeeweringen bleef ten laste van West-Friesland, waar zij
drie eeuwen in gebruik gebleven en toen allengs door steenen glooijingen vóór den
dijk vervangen zijn, welke den aandrang van het water beter keeren en aan zoo veel
bederf niet onderhevig zijn als het hout (2). Het verdiepen der stroomen en het ver-
wijden der zeegaten, had ook aanleiding gegeven tot het bouwen van grootere en
sterkere schepen, waardoor men nog meer dan voorheen de
Oostzee begon te
bevaren (3j.

De Graaf van Charolots was inmiddels naar Holland teruggekeerd, waar lodewijk.
van Gr uithuizen, een Vlaming, in stede van jas mn Lannoy tot stadhouder was
aangesteld (4), Het hoofddoel zijner komst was, zich van de genegenheid der om-
liggende Vorsten en van die zijner eigene Grooten te verzekeren. Zij vereenig-
den zich bij hem in
den Uaag en handelden over verschillende belangrijke zaken
ten behoeve des lands. Men zag er
jan van Baden, Aartsbisschop van Trier^ zijn
broeder
joris, Bisschop van Metz; david van Bourgondië, Bisschop van Utrecht
met zijnen Wijbisschop; do Graven van Marie, van Brienne en van Roussi, zonen
van den Connetable van
St.Pol; die van Gulik, van iZocrw, ydiXi Nassau^ yim Man-
derscheit
en van Zyrick; do Heeren van Gr uithuizen, van Breder ode, van ffasse-

i i
> t

(1) ^VAGE^^ΛΛK, D. IV. bi. 86—91.

(2) AVAGENAAR , D. IV. LI. 91~94.

(3) wAGiPfAAR, D. IV. bl. 87, 88.

(4) Oude Holl. Div. Kron. üiv. XXIX. c. 42.

I i
• ?

X

ocr page 37

DES VADERLANDS. 37

naar, van Egmond, van Borselen e» nog vele anderen. Later verschenen ook de
afgezanten des Hertogen van
Bretagne, Graaf karel trok daarop door geheel Hol-
land;
de ingezetenen van Leerdam en Schoonrcwoerd huldigden hem op den burg
te
Gorinchem tot hunnen Heer. Bij zijne terugkomst te Brussel, ontving hij een
bezoek van Hertog
fuederik: van Beijeren, Paltsgraaf aan den Bijn, met een aan-
zienlijk gevolg, wien hij vorstelijk onthaalde en door al de groote en rijke steden van
Vlaanderen geleidde (1).

Op dien tijd was Hertog filips te Rijssel, waar zijne gezondheid dagelijks vermin-
derde. De Graaf van
Charolois bezocht hem en op diens raad begaf hij zich naar
Brugge. Hier stortte hij op nieuw in en overleed in de armen zijns zoons in den
ouderdom van twee en zeventig jaren. Het lijk, door meer dan dertigduizend burgers
van
Brugge in rouwgewaad gevolgd, werd met eene pracht, 'sVorsten nagedachtenis,
rijkdom en grootheid waardig, in de kerk van
st. donattjs bijgezet (2), Filips was ge-
zond cn sterk van ligchaam,'rijzig van gestalte, edel van houding, doch meer eerbied-
Avekkend van aanzien dan schoon van gelaat (.3). Hij was de grootste Vorst van zijnen
tijd en liad bijna vijftig jaren roemrijk en gelukkig geregeerd. Zgn naam vervulde de ge-
heele Christenheid en verspreidde schrik tot in het verwijderde Oosten (4). Geen Koning
evenaarde hem in magt en rijkdom. Behalve eene uitgestrekte en bloeijende heer-
schappij, liet hij zijn opvolger een schat na van viermaal honderdduizend kroonen in
gemunt goud, twee en zeventig duizend mark ongemunt zilver en voor meer dan twee
milliocn gouden kroonen aan edelgesteenten, goud- en zilverwerk en prachtig huis-
raad (5). Hij was driemaal gehuwd geweest: met
Michelle, dochter van Koning ka-
rel
Vi; met bo'ise van jirtois , de weduwe des Graven van Wevers^ en met izabella.
van Portugal, welke hem vier jaren overleefde en de moeder was van karel den
Stoute.
Van zijne vele onechte kinderen , zijn zeven zonen en even zoo vele doch-
ters bij name bekend (6),

^ 15 V.
Zomer-
maand

1407

21 v.

Zomer-
maand

/

\ f I ' ^ ' .V, ^

(1) Oude Holl. Utv. Kron. Div. XSIX. c. 51.

(2) mokstbelet, V. Πί. ρ. 130. poktcs heuteri's, Rei'. Burg. Lib. IV. p. 118. Oude Holl.
Div. Kron.
Div. XXIX^ c. 54. de babakte, Ilist. d. Ducs de Bourg. T. VIL p. 125.

(3) roMCs IIELTLRLS, Ret\ Burg. Lib. p^

(4) postl's heuterüs, Lib. IV. p. 119. .

(5) oLiviER DE LA MARciiE, Liv. L p. 494. Mcu scliat deze twee millioen Iroonen op tien mil-
liocn zevpnliondcrd diie en dorlig duizend drie honderd drie cn dertig Brahandsche {juldene.
dewez, Ilist. gén. de la Belg. T. IV. p. 403. ' ' f

(6) postus nelteris, Rer. Burg. Lib. IV. p. 121. Men wil, dat filips bij zeventien bijzitten der-
lig bastaarden gehad heeft. v.
kampes, Fadcrl. Karakterk. D. 1. bi. 190 (aanl). Verg. de ge-

1433-
1482

ocr page 38

.38 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

^'^/orT" C^een Vorst van dien tijd bestuurde zijne volken met zoo veel wijsheid, gematigd-
heid en beleid als
filips. Koophandel, nijverheid , landbouw, kunsten, letteren en
wetenschappen werden door hem aangemoedigd , en daar zijne geldmiddelen steeds in
den besten staat verkeerden, ook krachtdadig ondersteund. Nergens in
Europa waren
zij lot dien bloei gestegen ; nergens was zooveel welvaart, rijkdom en luister als in de
slaten van
Bourgondië. Niet minder verslond de Hertog de kunst van oorlogvoeren
dan die van in vrede te regeren. Hij zelf was ridderlijk dapper in den strijd. Om ,
gelijk men toen sprak, » zijne ridderschap en gouden sporen" te winnen , had hij in
den slag van
St. Riqiuer eigenhandig drie gevangenen gemaakt en onder deze potok
DE SAiNTBEiLLES, een der beroemdste krijgshoofden van zijn tijd (1). Minzaam , toeganke-
lijk, milddadig, bevallig van vormen, innemend van voorkomen
en regtvaardig, wanneer
het niet in strijd was met zijne belangen, won
filips de harten des volks, bovenal der-
genen , die hem omgaven en in zijne gunsten deelden ; van daar dan ook de bijnaam ;
de goede, met welken de tijdgenooten hem na zyn dood vereerden (2) , maar dien de
nakomelingschap in later dagen hem wel eens betwist heeft (3). Zeker was zijne
heerschzuchl onbegrensd en hij zelf weinig schroomvallig in de middelen, om haar te
bevredigen. Door geweld maakle hij zich meesler van de erfstalen zijner nicht
jakoba
van Beijeren; door hst bragt hij Luxemhurg aan zich, en Brahand kwam niet ge-
heel in zijne handen, dan door do Graven van
Nevers en d'Etampes, zijne neven ,
van hun deel aan de opvolging te berooven. Hij aasde slechts op de bezittingen zijner
nabestaanden, tegen hen alleen voerde hij, zoo
'm Frankrijk als in άϋ Nederlanden,
bloedige oorlogen (4). Men roemt zijne verzoenings- en vergevingsgezindheid, maar
hij bragt die alleen in beoefening, wanneer zij met zijne staatkunde" strookte. Sterker
voorzeker dan heersch- en staatszucht, gloeide wraakzucht in zijn gemoed, loen hij
door hot verdrag van
Troyes in veertienhonderd twintig, de kroonen van Frankrijk
en van Engeland op één hoofd vereenigde , en den Koning van Engeland te Parijs
als Koning van Frankrijk huldigde; een staalkundige misslag, waardoor hij zich-

«lachtlijst der bastaarden van filips van Bourgondië, bij v. mieris, Hist. d. Nederl. Forsten.
υ. 1. bl. 94. Â»

(1) olivier de li ΗλΚΟΠΕ, Liv. L p. 50.

(2) olivier de la marche, Liv. L p. 494. de comikes, LiV. I. Ch. 2. mokstrelet, V. IIL p, 130,
verso. pontüs hbüterüs, Rer. Burgund. Lib. IV. p. 120. De Hollandsche Kronijkschrijvers der
vijftiende eeu\v noemen echter
klips nergens de» goede.

(3) "wagenaar, D. IV. bl. 95. v. wijk op wagenaah, St. IV. bl. 33 — 38. stijl, Bloei rn
Opkomst der Nederl. bl. 433 , 434, uitg. v. 1774.

(4) DE BARAKTE, Hist, d. Ducs de Bourg. T. VIL p. 128.

ocr page 39

DES VADERLANDS. 39

zeiven het regt op dien troon onlroofde en het bezit zijner tegenwoordigo en toeko- 1433—
mende Nederlandsche gewesten in de waagschaal stelde (1). Zijn wil was zoo volstrekt,
dat niemand zijner onderdanen van eenig regt verzekerd was. Wanneer een welgeze-
ten koopman, landbouwer of burger eene huwbare dochter had, moest hij haar goed-
oi" kwaadschiks aan een boogschutter of eenig ander dienaar des Hertogs, van zijnen
zoon, of der groote Heeren uithuwen. En zoo de vader zijn kind wilde terug koopen,
moest hij den man, welke haar wenschte te trouwen, den lieden, die den lieer
regeerden welke dezen beschermde, en dikwijls den Heer zeiven eene aanzienlijke
som gekls uitkeeren (2). Ongetwijfeld >Yas zijn schitterend Hof de zeiel der smaak-
volste pracht en der uitgezochtste weelde , maar levens die eener wulpschheid cn los-
bandigheid , welke
filips door zijn voorbeeld wettigde en wier hcillooze invloed zich
door alle rangen der maalschapj)ij verspreidde (3). Slechts gevoelig voor heigeen dc
zinnen streelde, was hij meer gehecht aan do uiterlijke plegtigheden der eerdienst, dan
aan de zedeleer der godsdienst. Ondanks zijnen eerbied voor do Kerk, schond hij steeds
do huwelijkstrouw cn verwaarloosde zijne deugdzame gemalin , welke hem zoo veel
liefde bewees (4), Niettegenstaande deze gebreken als mensch en regent, bleef, door
lielgeen na hem gebeurde, zijn roem als: » de goede en groote Hertog" gevestigd.
Zyue regering leefde voort in het geheugen der volken als een tijdperk van luisler,
magt, rijkdom en geluk (5). Zelfs word hij in
Holland nog, tijdens de onlusten met
Spanje, door willem I met den eertitel van: Vadtr des Vaderlands bestempeld en
aan
filips III als een navolgenswaardig voorbeeld van reglvaardigheid , goedheid en
liefde voor het volk aangeprezen (6).

(1) v. KAmPEs, VadevL Karahterk. D. J. bl. 183, 184. Verg. mohstrëlet, V. 1. p. 292—295,
208, 301. PE I!ARÄ^'TE,
Ilist. d. Vues de JSoiirg. ï. IV. p. 12—31.

(2) DE BARAjiTE, JUsf. d. Ducs dc liourg. T. Vi, ρ. 136, 137.

(3) Îœ. DE coMiNES, Liv. I. Ch. 2. MossTRELET, V. III. p. 129, vcrso. Tot eeiie proeve vau Mcr-
toj^s
λτiliekeuγ en van de zndit om hem te beliafjen, strekke het verliaal van olivieh de LAMARcde,
Liv. I. p. 46'4. »Lc duc PJiilippe eut en ce ternps (1461) une maladie: et par coDKcil de ses
medicins sc fit raire la teste et oster ses cheveux: et pour n'estre seul rais et denuc de ses cho-
veux, il fit un edict, que lous les nobles hommes se feroyent raire leurs tesies comme luy; et sc
trouverent plus dc cinq ccns nobles hommes, qui pour Pamour du Duc se fierentraire comme luy,
et aussy
fut ordonné ßJcssire γιεββε väcqiembac, et aulres qui prestement qu'ils veoyent un noble

^^ liomme, haj csioyent ses cheveux.^' rosm BEUTKRts, Rer. Burg, Lib. IV. p. IIJÖ.

(4) DE BARAME, Hist. d. Diics de JBourg. T. VII. p. 129.

(5) de baraste, Iltst, d. Ducs de Boiirg. T. VII. p. 120.

(6) KLWT, Bist. d. JIoU. Siaatsreg. D. JV. M. 200.

ocr page 40

.40 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— Zoodra Herlog karel de uitvaart zijns vaders pleglstatig gevierd had , werd hij in
1482
p^iciQfi^ßy'ßfi ejj Brahand onder hevige volksbewegingen tot Heer gehuldigd (1). On-
derlusschen hadden de Luikenaars j in spijt van het vredesverdrag en aangespoord door
Koning
lodewuk XI van Frankrijk, de wapenen legen hem opgevat, doch na het
verlies van een zvvaren veldslag nabij
St. Truijen, zich weder onderworpen. Luik
24 V, werd nu ontmanteld, van geschut en wapenen beroofd en eene geldboete opgelegd (2).

groote zegepraal kwam de Hertog in Brussel terug. Deze krijg, het regelen der
14Ö7 zaken in zijne Zuid-Nederlandsche gewesten en het voltrekken zyns huwelijks met
margaretha vati York veroorzaaktcn, dat karel eerst omstreeks het midden des
volgenden jaars in
Holland en Zeela^id gehuldigd werd. Yooraf echter vierde hij
te
Brugge het feest der Ridderorde van het Gulden vlies. Uit Holland woonden de
Stadhouder
lodewijk van Gruithuizen , de Graaf van Oostervant, frakk van Bor-
seien ^
met reinoud van Brederode en Hendrik, Heer van/^eere, de eenigsie Ridders
van het Gulden vlies in dit gewest, deze plegtigheid bij (3). Verzeld door deze Heeren
V. cn eenige der Zeeuwsche Edelen, welke dén Luikschen krijg hadden bijgewoond, trok
^1^408 Hertog over
Sluis naar Middelburg en werd aldaar, gelijk voorts in de ove-

rige Zeeuwsche steden als Graaf gehuldigd. Deze plegtigheid ging in Holland met
groote pracht gepaard. De Hertog, omringd door een schitterenden stoet van geeste-
lijke en wereldlyke Vorsten, Ridders en knapen, kwam in
den Haag, alwaar zes en

Ψ

2.i V. vijftig der aanzienlykste Edelen en de afgevaardigden der steden en dorpen bijeen ge-
Jloüiin. j^Qj^^ßjj ^aren. Zij zwoeren den Vorst trouw en gehoorzaamheid, terwijl deze zich
wederkeerig verbond tot handhaving van *s lands vryheden en regten (4). Nahet inwil-
ligen der Hollanders en Zeeuwen in eene zevenjarige bede van vijfmaalhonderd twee en
dertig duizend acht honderd schilden van vijftien stuivers elk , eene verbazende som in dien
lijd, bevestigde
icarel de voorregten der bijzondere steden en keerde naar Brussel terug (5).

(1) MEiJEUüs, Annal. Flandr. Lil). XVII. p. 341. iiaraeus, Annal. Brah. T. I. p. 430. pontüs
1 iieüteuus,
iïer. Burg. Lib. V. c. 7. p. 126. de βλβαητε, Ilist. d, Ducs de Boiirg. T. VII.

p. 133-148.

(2) oiivier de la mabciie, Liv. II. p. 498—500. 1Ή. de comises, Liv. Π, Ch. 2, 3, 4. postus
HEUTEnus, Rer. Burg. Lib. V. p. 127. Oude Hall. Div. liron. Div. XXX. c. 6—12. de earante,
Hist. d. Ducs de Bourg, T. VII. p. 15G—172.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXX. c. 13. de barakte verhaalt, dat dc oude Graaf van
Oostervant kindscli was gewordco cn uit dien hoofde er niet bij (egeuAvoordig was. Hist. d. Ducs
de Bourg.
T. VII. p. 176.

(4) Oude Holl. Div. Kron. D. XXX. c. 14. wagekaar, Div. IV. bl. 99—101.

(5) WAGENAAR, D. IV, bl. 101. BILDERDIJK vlndt dczc bede wel ongewoon, maar (och evem-edi{>

ocr page 41

DES VADERLANDS. 41

Inmiddels was lodewijk. XI onverwachts in Bretagne gevallen. De Hertog van Bour- 1433—
gondië stelde zich te Peronne aan het hoofd zijns legers , om den bedreigden bond-
genoot te hulp te snellen, toen een wapenheraut hem verwittigde, dat men zonder hem
te kennen vrede gemaakt had.
Kakel was hierover ten hoogste verbolgen, maar lode-
wijk
, welke zijn doel bereikt en het verbond van het ^lgemeenwelzijnyernieligdhaid,
trachtte hem door schoone woorden en eene som van honderd twintig duizend gouden
kroonen te bevredigen. Zelfs bezocht hij met slechts een klein gevolg onder vrijge-
leide , den Hertog te
Peronne en werd zonder eenig wantrouwen ontvangen. Doch
naauNvelijks waren de vredesonderhandelingen geopend, toen men het berigt ontving,
dat de Luikenaars , door de gezanten van
lodewijk opgezet, weder de wapenen opge-
vat ,
Tongeren ingenomen en er do onmenschelijkste wreedheden gepleegd hadden.
In de eerste opwelling van woede en verontwaardiging zwoer
k.vrel , dal den Koning
zijne trouweloosheid zou berouwen, en hield hem terstond op het kasteel zoo goed
als gevangen.
Lodewijk dacht nu slechts aan middelen, om zich uit dien ne-
teligen toestand te redden en deelde vijftienduizend gouden kroonen onder do raads-
heden en dienaren des Hertogs uit, opdat zij den vertoornden Vorst te zijner gunste
mogten stemmen. Na vier dagen gaf
karel hem de vrijheid weder. Vooraf echter
moest hij het verdrag van
Utrecht [Arras] en Conflans bevestigen en zich verbinden,
onder de banieren des Hertogs op te trekken en de oproerige Luikenaars te helpen ,14 v.
straffen. Deze overeenkomst werd tusschen hen bekrachtigd , en reeds den volgenden
dag trokken beide gezamenlijk op naar
Luik (1). 1468

Do Luikenaars, eerloos verlaten door den Koning van Frankrijk, den bewerker
van hunnen noodlottigen opstand , en zonder hoop op genade bij den onverzoenbaar
beleedigden Hertog, boden den wanhopigsten tegenstand. Op een nacht vielen zelfs
zeshonderd van hunne dapperste mannen langs een groolen omweg, onverwachts op hel
verblijf der twee Vorsten aan, om hen te midden hunner wachten te vermoorden. De
vermetele aanslag mislukte; weldra was het geheele Bourgondische heir op de been, ende
Luikenaars, die onderlusschen van twee kanten eenen geweldigen uitval deden, werden
terug geslagen. Den volgenden dag werd de stad door de voorhoede des legers, met
zesduizend man
\x\\. Henegouwen ^ Limburg, Luxemburgs Namen en Holland onder
den Prins van
Oranj e versterkt, aangetast en zondereenigen weerstand door den Hertog

aan de toegenomen bloei en bevolking, en gering in vergelijking met hetgeen Vlaanderen bewilligd
had! ü, IV. bl. 194. Even als
oï Holland iocn ecnigzins met Vlaanderen, het rijkste gewest des-
tijds van
Europa, konde vergeleken worden. Hij stelt deze bede verkeerdelijk in 14G9.

(1) de cojiiNEs, Liv. Π. Ch. 5, 7, 9. pohtds hebterus, Rer. Burg, Lib. V. p. 128. de
BARANTE, Hist d. Ducs de Botirg. T. VH. p. 195—212.

II. Deel. 3 Stuk, 6

ocr page 42

.42 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1443—béöiagligd. De dappeirste Terdedigers waren gesneuveld, de moed der anderen door
1482

de ongelukkige nachtelijke onderneming Ier neder geslagen, en allen naar geest
en ligchaam derwijze afgemat, dat zij de wacht veronachtzaamden, te meer dewijl het
een Zondag en men derhalve op geen aanval bedacht was. Het grootste gedeelte
31V. der inwoners was over de
Maas gevlugt, en de overigen hadden eene schuilplaats
iMand kerken gezocht. De ontledigde stad werd aan het krijgsvolk ten prooi gege-

1468 yen, en tegen den middag waren alle huizen en kerken uitgeplunderd. Twee dagen
na de inneming van
Luik, verkreeg Koning lodewijk zijne volle vryheid weder, na-
dat hij het verdrag van
Peronne op nieuw bekrachtigd had. Wreed en verschrikkelgk
was 'sHertogs wraak op de Luikenaars. Op den dag van het innemen der stad waren
niet meer dan tweehonderd menschen omgekomen; een veel grooter getal werd sedert
in
de Maas verdronken of ter dood gebragt; geen der gevlugten in huizen en ker-
ken ontsnapte aan hel zwaard. De ongelukkigen , welke de stad verlaten hadden,
stierven bij honderden van honger en koude op de bergen en in de bosschen;
op hen werd, als op wilde dieren, van alle kanten door de krijgsknechten jagt ge-
maakt. De Hertog vertoefde acht dagen in de verwoeste stad en gaf bij zijn vertrek
last, haar in den brand te steken en geheel te vernielen; alleen de kerken , de kloosters
en de woningen der Geestelijken bleven gespaard. Als eene bisschoppelijke stad, wa-
ren er deze woningen in grooten getale. Spoedig keerde de geestelijkheid terug en
allengs volgden er burgers, wien de Hertog ten laatste veroorloofde de huizen weder
op te bouwen. Na het vernielen van
Luik werden de omliggende streken Ie vuur
en te zwaard verwoest en de bewoners Avreedaardig vervolgd. Maar de felle koude en
gebrek aan levensmiddelen drongen weldra den Hertog met zijne benden af te trekken (1).
14C9
Karel wijdde nu eenige maanden aan het onderzoek naar de reglsoefening in zijne
staten, waarbij hy gewoonlijk driemaal ter week in eigen persoon voorzat (2). Uit
Vlaanderen ging hij naar Zeeland, en beloonde zich ook hier een onpartijdig
regter. Hij was gemakkelijk te naderen en hoorde naar de klagten van al zijne on-
derdanen, zonder onderscheid. Te
Vlissingen, naar men verhaalt, gaf hij een tref-
fend bewijs van zijue gestrenge regtvaardigheid in het straffen van den bevelhebber
dier stad, welke eene misdadige liefde voor eene gehuwde vrouw opgevat hebbende,
haren echtgenoot, onder beschuldiging Van hoog verraad, in de gevangenis geworpen,
doch hem, ten koste harer eer, genade beloofd had. De booswicht echter, na het be-
vredigen zijner schandelijke lusten en om het bezit der vrouw voor zich alleen te verwer-
ven , had den ongelukkigen man in den kerker laten onthoofden, en zich deswege op

(1) de coiiines, Liv. II. CU. 10—15. poktüs hedterus, jBiir^. Lib. V. c. 4. p. 128—130. Oude
Holl. Div. Kron.
Div. XXX. c. 16-23. debarante, Jlist. d.Oucs de Bourg. T. Vil. p. 212—222.

(2) MEiJERiJS, AnnaL Flandr. Lib. XVlf, p. 347, verso. '

ocr page 43

DES VADERLANDS. 43

een valscli bevelschrift des Hertogs beroepen. Bij de komst van karel in Zeeland
Avierp zich de radelooze weduwe voor de voeten van den Vorst en openbaarde hem
haar ongeval. De bevelhebber bekende zijne misdaad, huwde de beleedigde vrouw en
maakte haar tot erfgename van al zijne goederen, waarna hem, op last des Hertogs,
het hoofd voor de voeten werd gelegd (1). Dezelfde straf ondergingen te
Middelburg
in tegenwoordigheid van karel drie broeders, welke eenen zijner dienaren mishandeld
[gesmeten) hadden. Dit verwekte opschudding onder het volk, maar de Hertog met
een heirbijl (goege) toeschietende, wist die spoedig te stillen (2). Uit
Zeeland begaf
liy zich
ndihx Holland ^ en werd in den Briel door den hoogbejaarden frank faw ^or-
xelen pleglstatig ontvangen (3). Met een luisterrijk gevolg van meer dan zeshonderd
Ridders en verzeld door de Bisschoppen van
Luik, van Doornik en andere zoo we-
reldlijke als geestelijke Vorsten, kwam hij in
den Haag en hield hier insgelijks do gra-
felijke vierschaar (4). Altijd gestreng en trotsch tegen de Groolen, was hij daarente-
gen vaak minzaam jegens de geringen en armen. Eens op de jagt verdwaald zijnde
en door honger gekweld, trad hy met
lodewijk van Gruithuizen, stadhouder van
Holland, in eene hut. De arme bewoonster kende den stadhouder en trachtte hem
zoo spoedig mogelgk van eenige spijs te voorzien. De Hertog begon zich terstond te
bedienen. »Ach, Heer," zeide de oude, »gij hebt wel weinig opvoeding gehad, daar
gij de hand naar den schotel uitsteekt vóór Mijnheer den stadhouder.'* De Hertog
begon te lagchen. » Stil, goede vroYiw zeide de Heer
van Gruithuizen, » weet gy
wel dat die Heer, uw en mijn meester, dat hij do Hertog van
Bourgondië is?" Geheel
ontsteld wierp zij zich op de knieën en smeekte vergiffenis voor hare onwetendheid.

Sta op," riep haar de Hertog minzaam toe, »ik zie met genoegen uwe ach-

(1) poNTus heütertjs, Rev. Burg. Lib. V. c. 5. p. 130. meijerus, Annal. Flandr. Lib. XVH.
p. 347,
verso. »Dewijl gelijklijdige geschiedschrijvers van deze regtspleging zwijgenzegt schei,te-
ma
, »en er een verhaal van nagenoeg gelijken aart bestaat betrekkelijk eene gebeurtenis te ÜffiVoa«
voorgevallen, meent men, dat de geschiedschrijvers uit de zestiende eeuw, welke er het eerst
melding van gemaakt hebben, in dezen zijn misleid geworden of geen genoegzaam onderzoek heb-
ben gedaan."
Mengelwerk, D. II. St. 2. bi. 26. petrbs scriverius evenwel heeft dit verhaal in zijn
Bijvoegsel op het Goudsch Kronijkje, bl. 169—176' opgenomen, gelijk ook pabert, Hist.d.Ducs
de Bourgogne,
Tom. II. p. 400—402, welke plaafs door frans de oaas in zijne vertaling der
Gedenkschr. van de comihes, bl. 404—407 is medegedeeld. Ook de baraiïte verhaalt dit voorval
omstandig in de
Hist. d. Ducs de Bourg. T. Vil. p. 226.

(2) REiGERSBERGir, Chron, V. Zeel. bl. 252.

(3) WAGESAAR, D. IV. bl. 106.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXX. c. 23.

6 *

ocr page 44

iSB

iBP

44

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

ting voor den stadhouder, welken ik u gegeven heb. Ik zal voor u zorgen en u

14o2

weldoen (1)."

Kakel vertoefde ongeveer twee maanden in den Haag en ontving daar afgezanten
uit alle oorden der Christenheid. Steeds bedacht om zijn gezag uit Ie breiden, eischte
hij van den Bisschop van
Utrecht zekere goederen terug, welke hij beweerde aan
Holland behooren; en trachtte tevens, doch vruchteloos, de Friezen te bewegen,
hem tot Heer te huldigen. Hij ontbood Hertog
adolf van Gelre, die zijnen vader in
den kerker geworpen had, doch deze verontschuldigde zich , dewyl hij , in gevolge
eener overeenkomst met de Edelen en sleden van
Gelre, builen hunne toestemming
het land niet verlaten mögt (2). Onbegrensd in zijne heerschzucht, wierp hij de oogen
op
Duitschland, om frederik III in de keizerlijke waardigheid op te volgen. Tot
dat einde sloot hij in
den Haag een verdrag met den Heer van Stein , afgezant des
Konings van
Boheme, waarbij deze Vorst zich verpligtte , legen voldoening van hon-
derdduizend Rynsche guldens, terstond al zijnen invloed te bezigen, om de keuze der
Keurvorsten op Herlog
karel tot do waardigheid van Roomsch Koning, den bestemden
opvolger des Keizers, te bepalen (3).

Terwijl de Herlog van Bourgondie zyne gedachten met do kroon van Buitschland
onledig hield en Frankrijk uit het oog verloor, verzoende zich lodewijk XI met de
voornaamste misnoegde Grooten en werd eindelijk meester in zijn rijk. Slechts de Her-
log van ^reia^we bleef aan
kauel getrouw, met Avien hij het oude verbond hernieuwde ,
toen do Koning den ban en achterban der omliggende gewesten opriep en
Bretagne

J470 met eenen vijandelijken inval bedreigde. De onlusten in Engeland^ wier afloop hij
eerst wilde afwachten, schorslen de uilvoering van dat plan (4). Reeds in het vorige
jaar had
edüard IV den veelvermogenden Graaf van IVarwick, aan wien h^ den troon
verschuldigd was, door het aangaan van een ongelijk huwelijk met eene Eogeische
weduwe , terwijl do Graaf voor hem en op zijn bevel in
Frankrijk eene andere echt-
verbindlenis zoo goed als gesloten had, geweldig verbitterd.
V\'"aiiwick besloot zijn
Koning te onttroonen en wist diens broeder, den Hertog van
Clarence^ voor zich te
winnen. Spoedig barstien de vijandelijkheden uit, die eindelijk ten nadeele der op-
standehngen , welko door
lodewijk XI gesteund werden , uilliepen. Warwick nam
met den Herlog van
Clarence de vlugt en meende in de stad Calais, wier opperbe-

(1) de barante, Hist. d. Ducs de BouTg. T. VII. p. 227, 228.

(2) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXX. c. 24.

(3) Pièces de comikes, T. III. ρ. 358.

(4) de barante, Hist. d. Ducs dc Bourg, T. YII. p. 229—252.

ocr page 45

DES VADERLANDS. 45

velhebberhij λγαβ, eene schuilplaats te vinden. Doch zijn onderbevelhebber, john wesloch,
weigerde hem, op aandrang des volks, den toegang, waardoor hij genoodzaakt was weder
eee te kiezen. De Hertog van Bourgondië was over het gedrag van wenlogh ten
hoogste voldaan , bood hem ter belooning een jaargeld van duizend kroonen aan en
vermaande hem in zijne trouw jegens den Koning van
Engeland te volharden. Tevens
zond hij schepen uit, om op den Graaf van bandek te kruisen, die hierdoor ge-
tergd , verscheidene Hollandsche, Zeeuwsche en Vlaamsche koopvaarders wegnam en
met een aanzienlijken buit de haven van
Honßeur binnenliep.

1433—
1482

Karel , ten uiterste verbolgen over de gunst en bescherming, Avelke warwick en
clarenge in Frankrijk genoten, beklaagde zich daarover in vrij scherpe bewoordin-
gen zoo wel bij
lodewijk XI, als bij het Parlement. Aan den Aartsbisschop van iV^ar-
lonne en lodewijk, bastaard van Bourbon, Admiraal van Frankrijk, leden van
'sKonings raad, schreef hij op dreigenden toon: »Aartsbisschop, en gij Admiraal ί de
schepen, welke gij zegt, dat door den Koning tegen de Engelschen in zee gezonden
zyn, hebben de vloot mijner onderdanen, die huiswaarts keerde, aangetast; maar,
bij
St, Joris, zoo men hierin niet voorziet, zal ik er, met Gods hulp, zelf zonder
uw verlof in voorzien en zonder uwe redenen af te wachten, want zij zyn te lang
gerekt en te willekeurig." — Dit schrijven was vruchteloos.
Karel besloot derhalve
tot het nemen van wederwraak. Hij gelastte , alle goederen en koopwaren van Fran-
sche onderdanen in beslag te nemen , te verkoopen en uit de opbrengst daarvan, die-
genen te vergoeden, welke door
clarekge en warwick benadeeld waren. Tevens
zond hij eene vloot van zes en dertig groote schepen met achtduizend krygers bemand,
in zee , hetzij om de rooverijen van
warwick te beteugelen , hetzij hem den terug-
keer naar
Engeland te verhinderen, om Koning eduard te beoorlogen. Hendrik van
Borselen ,
Heer van/^eere, voerde het opperbevel over deze ontzagwekkende zeemagt,
en
lodewijk van Graithuizen over de krijgsbenden. Onderbevelhebbers waren dirk
van Poelgeest^ jan van Boshuizen, en floris, de natuurlijke zoon van frank
van Borselen. Ook bevonden zich verscheidene Hollandsche en Zeeuwsche Edelen
op de vloot, welke uit
Arnemuiden in zee stak. Warwick week naar den mond der
Seine, doch werd door van borselen naar de kust van Normandi'è gejaagd, waar de
beide vloten ontscheepten en hij in een hevig gevecht to land te kort schoot. Bij
den aftogt, werden vele zijner schepen in brand gestoken en tien der grootste in
Zee-
land
opgebragt (1).

29 V.
Bloei-
maand.

1470

25 V.
Zomer-
maand.

(1) Additions aux Chroniques de mosstbelet, p. 34. de comises, Liv. 111. Ch. 4. p. 156.
Oude Hol/. Div. Kron. Div. XXX. c. .31. v. goctiioeven, Chron. v. Holl. bl. 492. heigers-
bergh,
Chron. v. Zeel D. Π. bl. 253, 254. hume, Hiat. of England, CL·. XXII. p. 246, 247.

ocr page 46

.1710 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

46

1433— Om warwigk eene landing in Engeland Ie beletten, hield Hertog karel de ha-
^^^^ vens aan het
Kanaal ingesloten, en zijne vloot ontscheepte dikwerf op de kusten Tan
Normandië, waar zij vele verwoestingen aanrigtte. Al zyne voorzorgen echter wa-
ren vruchteloos. Een geweldige storm verstrooide zijne schepen, van welke eenigen
Schotland, de overige Holland of Zeeland binnenliepen. De Graaf van Warwwh
stak nu in zee onder het geleide van den Admiraal van Frankrijk en landde, na
een gevecht met de Hollandsche en Zeeuwsche zoutschepen , die huiswaarts keerden,
gelukkig in de haven van
Darmouth. Weldra zag hij zich aan het hoofd van zestig
duizend gewapenden.
Eduard, door zijn volk gehaat en verlaten, vlugtte in aller ijl
met drie schepen naar
Holland (1). Onderweg maakten eenige Oostzeesche zee-
roovers jagt op deze kleine vloot, die te naauwernood op do reede van
Texel ten
anker kwam (2). Doch ook de zeeroovers lieten niet ver van daar het anker val-
len , met oogmerk haar bij den eersten vloed aan boord te klampen. Men ver-

be barakxe, lUst. d. Ducs de Bourg. T. Vil, jd. 252—262. Het verhaal van de βικαντε be-
trekkelijk den togt tegen
warwick , verschilt aanmerkelijk van dat in de Oude Holl, Div. Kron.,
en bij de schrijvers door wagenaar , D. IV. bl. 112, aangehaald, hetwelk wij gevolgd hebben.
» (Jnc flotte puissante" zegt
de barakte , p. 261, »commande'e par Ie sire de Fere, et portant des
troupes sous les ordres du sire de la
Gritythuyse, gouverneur de Hollmide, était venue a 1'embou-
chure de la
Seine ; les vaisseaux anglais du rol edoüard se joignirent a la marine de Bourgogne,
ainsi que des vaisseaux de Bretagne. Le roi (de France) donna ordre que toute satislaetion fut
sur le champ accordée ä l'amiral de
Hollande, et qu'on lui rendit tous les vaisseaux pris par
warvvick qu'il pourrait reconnaitre. Comme on venait de les bróler pour Ia plupart, la reparation
commandée par le roi était assez vaine. Toutefois le sire de la
Fere se montra satisfait. II rcpéta
souvent qu'il laisait la gnerre au comte de
Warwick et non pas au roi; mais l'amiral de France
déclara qu'il s'opposerait ä ce que les gens et les vaisseaux du comte lussent attaqués dans ses ports
ou dans les terres du royaume. üne compagnie de cinq cents hommes d'armes se mit en mesure
de s'opposer a tout debarquement. Ainsi les Bourguignons ne purent attaquer les partisans de
warwick." Welke bronnen de barawte gevolgd heeft is ons onbekend.

(1) wagenaar, D. IV. bl. 113 zegt, dat vier of vijfhonderd man den Koning verzeldcn. de
barante
, T. vu. p. 274, brengt dit getal tot op achthonderd, bilderdijk , D. IV. bl. 196, spreekt
van vierhonderd Edellieden. De
Oude Holl Div. Kron. Div. XXX. c. 32 noemt bepaald 's Ko-
nings gevolg op driehonderd man.
de comises, Liv. UI. Cb. 5, wil, dat slechts zeven of acht
lieden den vlugtendcn Vorst verzeldcn.

(2) de coMiNES, Liv. ΙΠ. Ch. 5, noemt Alkmaar de landingsplaats van eduard. De meeste
geschiedschrijvers noemen
Texel. Zie het Goudsch Kron., bl. 140. Oude Holl. Div. Kron.
Div. XXX. c. 32, reigersbergh, Chron, V. Zeel. D. H. bl. 255. Verg. v. wijn op wagenaar ,

'St. IVs bl. 39.

ocr page 47

DES VADERLANDS. 47

haalt, dat de Heer van Gruithuizen zich in de omstreek ophield en op het berigt 1433—

1482

van het gevaar waarin edüard verkeerde, den Oosterlingen niet te vergeefs onmid-
dellijk bevel zond, zich van alle vijandelijkheden te onthouden. Hij zqlf ging ter-
stond den Vorst begroeten, bewees hem de grootste achting en voerde op eigen kosten,
hem en zijn gevolg naar
den Haag , waar zij van al het noodige voorzien werden.
Ondertusschen had
eendrik VI, door hulp van den Graaf van ffarwick, den Tower
met den troon van
Engeland verwisseld (1).

Do ommezwaai van zaken in Engeland en de komst van Koning eduard in Hol-
landy baarden Hertog karel geene geringe verlegenheid. Niet alleen was Hen-
drik
VI mede zijn bloedverwant, maar de verbindlenis van dien Vorst met lodewijk XI,
moest hem ook de vereenigde magt van
Frankrijk en Engeland op den hals halen. '
Om dit te voorkomen, onderhield hg den vrede mei
Engeland, verklarende, dat de
voorgevallene staatsomwenteling geen invloed zou hebben op het verbond, vroeger met
den Koning, onbepaald wien , en het rijk van
Engeland gesloten, en dat hij den-
genen voor Koning hield , wien de onderdanen daarvoor erkenden.
Eduard behandelde
hij slechts als zijn gast en legde hem maandelijks vijfhonderd gouden kroonen toe (2).
Hij weigerde zijnen schoonbroeder te zien , wien hij het jaar te voren bij het ontvangen
van de ridderorde van den Rouseband, broederschap gezworen had (3). Toen men echter
vernam , dat
lodewijk XI Picardi'è met eenen inval bedreigde, en de vriendschapsband
tusschen dien Vorst en den Graaf van
ffarwick, Aviens benden in de Nederlanden
stroopten, enger was gestrengeld, gaf de Hertog meer gehoor aan de vertoogen van
eduard, welke steeds bij hem om onderstand tegen warwigk had aangehouden. Zij hielden
eene bijeenkomst in de stad
Saint Pol; en op des Konings verzekering, dat hij in^'w-
geland eene menigte aanhangers telde en de Hertog daarenboven niets goeds van Hen-
drik
of van den Graaf van PTarwick wachten konde , besloot karel eindelijk hem,
doch zoo geheim mogelijk, op den troon te helpen herstellen. Terstond werden te
Veere in Zeeland voor 's Hertogs kosten in stilte drie of vier groote schepen uitgerust en
veertien Oostzeesche bodems gehuurd. Vijftigduizend gulden werden daarenboven
eduard 10 v.
ter hand gesteld , die nu met deze welbemande vloot spoedig onder zeil ging ; en
karel ,
alsof alles builen zijn weten geschied ware , verbood op straffo des doods elk, hetzij 147J

(1) de cobines, Liv. III. Ch. V, VI. Additions aux Chroniques de mokstreiet, p. 35.
Oude Holl. Div. Kron. Div. XXX. c. 32. beigersbekgu , Chron. v. Zeel. D. II. bl. 254, 255.
iiume, Hist. of Engl Ck. XXXII. p. 248. de babante, Hist. des J?ucs de Bourg. Τ VII.
ρ. 261—275.

(2) DE coaiNEs, Liv. III. ch. VI.

(3) rtmer , Acta Puhl. Angl T. V. P. II. p. 173.

ocr page 48

.48 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—regtslreeks of van terzijde eouakd de la Marchs^ die zich Koning van Engeland
^^^ noemde , eenige hulp te verleenen (1).

De Hertog van Bourgondie was in denzelfden tijd met een leger naar Amiens ge-
trokken.
Lodewijk had zich van die stad , van St. Quentin en andere plaatsen door
verraad meester gemaakt en van eene talrijke bezetting voorzien.
Karel moest zich
bij het insluiten der welversterkte stad bepalen, terwyl de Koning steeds eiken veldslag
4 v. voorziglig ontweek. Het omliggende land leverde een tooneel op van ellende en

Crl'äSlXI

1471' ^öi^westing, maar niets beslissends was uitgerigt, toen er eene wapenschorsing voor drie

maanden gesloten, en na vele onderhandelingen door de wederzijdsche afgezanten

3 V. een verdrag getroffen werd, waarbij men de overeenkomsten van Atrecht, Conflans

en Peronne weder bekrachtigde f2).
maand, Ïƒ /

Ondertusschen had ebuard IV in twee bloedige veldslagen bij Barnet en Tewks-
burif
, de kroon van Engeland heroverd; warwigk Avas gesneuveld en Hendrik. VI
in den
Tower vermoord (3). Tot belooning der diensten hem bewezen, verhief hij
den Stadhouder van
Holland, lodewijk. van Gruithuizen, tot Graaf van/^«'yic/ie^ier,
en HENDRIK
van Borselen, Heer van Feere, tot zijn Raad en Kamerheer. De stad
Veere zelve werden eenige handelsvoorregten verleend (4), Maar deze gunsten aan
bgzondere lieden en plaatsen geschonken , konden niet opwegen tegen de nadeelen,
welke den Nederlandschen handel waren toegebragt (5),
Holland en Zeeland moesten
daarenboven een aanzienlijk gedeelte der oorlogskosten dragen. Het verhoogen der
oude en het invoeren van nieuwe belastingen, welk hieruit voortvloeide , gaf veel mis-
noegen en in sommige steden aanleiding tot oproer. In
Hoorn kon de volksbeweging
niet dan met geweld gestild worden en had voor de stad zelve de nadeeligste gevolgen (6).

(Ij DE coMisEs, Liv. ΙΠ. cli. VI. poktcs iieuterüs, Ker. Burgund., Lib. V. p. 132, verhaalt,
dat de Hertog aan
edüard tweemaal honderd duizend Rijders schonk en deze gift door de Staten
yan liraband, F laander efi, Holland en Zeeland aanmerkelijk vermeerderd werd. In spijt van
bilderdijk, D. IV. bl. 196, komt ons dit geheel onAvaarschijnlijlc voor.

(2) de comines, Liv. III. ch. 2, 3, 8, 9. Preuves, ï. IV. p. 364.

(3) de comines, Liv. III. ch. 7. ihjme, Hist. of Engl, Ch. XXII. p. 249. de baraste, Hisi.
d. Vues de Bourg,
T. VIII. p. 37—42.

(4) wagenaar, D. IV. bl. 117,

(5) de barante, Bist, de Ducs de Bourg. T. VIII. p. 10, 11.

(6) Oude Holl JDiv. Kron. Div. XXX. c. 33. veliüs, Chron. v. Hoorn, hl. 85—93. eu-
derdijks voorstelling van deze gebeurtenis, D. IV. bl. 198, 199, steunt op geene bewijzen- zij is
uit de lucht gegrepen. Verg. ΛΤΆαΕΚΑΑΗ,
D. IV. hl. 120—123.

ocr page 49

DES VADERLANDS. 49

De naauwelijks geschorste krijg met Frankrijk was inmiddels op nieuw uitgebar- 1433—
sten , dewijl
lodewijk XI geweigerd had het laatst gesloten verdrag te bekrachtigen.
De Fransche oorlogschepen kruisten langs de Hollandsche kusten lot op de hoogte van
Kativijk en Noordwijk , en bragten der zeevaart en haringvisscherij groote schade loe.
Spoedig werden dan ook door
Holland en Zeeland eenige schepen onder bevel van
PAULUS van Borselen, natuurlijken zoon van den Heer van Feere, legen hen in zee
gezonden. Zij ontmoetten de Fransche vloot onder
Schotland en noodzaakten haar
naar de havens van
Frankrijk terug Ie keeren (1). Hertog kauel was om denzelfden 1472
tijd met een niagtig leger in dat rijk gedrongen , zwerende alles Ie vuur en te zwaard
te zullen verwoesten. De stad
Nesle gaf zich na een kort beleg bij verdrag aan hem
over. Ongelukkig werd de overeenkomst door eenige boogschutters , welke Iwee Bourgon-
diërs doodden, geschonden. De belegeraars stormden nu woedend in de stad en rigtten
er een allervreesselykst bloedbad aan. De bevelhebber werd aan de galg gehangen;
don boogschutters kapte men de hand af; mannen, vrouwen, kinderen allen werden
zonder genade vermoord en do huizen in brand gestoken. Zelfs de kerk, waar eenige
ongelukkigen eene schuilplaats tegen de woede der Bourgondiërs zochten , bleef niet
gespaard ; allen die er gevlugt waren vielen onder het zwaard. » Zie daar de vruchten
van den boom des oorlogs," riep do Hertog toornig uil; en toen hij te paard de kerk
binnentrad, welke met lijken, die in bun bloed baadden, bedekt was, maakte hij het
teeken van het kruis zeggende: »Ik heb goede slagters bij mij ; welk een schoon gezigt,"
Sinds dien dag ontving hij den naam van :
» karel den Verschrikkelijke (terrible)." Van
Nesle kwam hij te Roye en maakte zich bij verdrag van die plaats meester. Van hier
rukte hij als een Engel des verderfs
πλάχ Normandië, stootte het hoofd \qoï ßeauvais,
doch bemagtigde eenige andere plaatsen en legde al do dorpen en kasleelen van hel
rijke land van
Caux in de asch. Verdelgende en verwoestende keerde hij naar Pi-
cardi'è
en Artois terug , alwaar de Connetable van Frankrijk even schrikkelijk woedde
als hij zelf in
Normandië gedaan had. De verzoening van lodewijk XI mei den Herlog
van
Bretagne stelde eindelijk perken aan zoo vele gruwelen en ellende. Karel, van
zyn bondgenoot beroofd, was handelbaarder geworden (2). Hij sloot roet den Koning
een bestand, hetwelk ongeveer vijftien maanden duren zoude (3). Dit
verdrag werd Louw-
naderhand verlengd, doch baande geenszins den weg lot eenen bestendigen vrede (4). 1473

(1) REiGKusBERGn, Chroti, v. Zcel, D. IL. bi. 2G0, 2G1.

(2) de cojiises, Liv. III. Ch. 9, 10, 11. Additions aux Chroniques de monsthelet, p. 41.
de ROYA, Annal Belg. p. 10J. meuerci, Annal Flandr. Lib. XVÏI. ]). 355 verso, de babahte,
llist. d. Ducs de Bourg. ï, VIII, p. 65—90.

(3) RIJMER, Acta PubL Anglic. T. V. P. III. ρ. 19—22.

(4) roisTüs HEUTERiJS, lief. Burgundic, Lib. V. p. 133,

II Deel. III Stuk. Î·

fs

r '

Μ·}

'α

ocr page 50

wm

50 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—· het sluiten des bestands begaf zich de Hertog naar Zierikzee, waar in hel voor-
gaande jaar een oproer, even als
in Hoorn , om het invoeren van nieuwe belastingen,
doch veel heviger ontslaan was. De Baljuw van
Schouwen nevens zekeren priester
Averden door het woedende gemeen op het stadhuis vermoord , en de lyken uit een
venster op straat geworpen. Schout en Burgemeesteren smeekten de woeste menigte
om lijfsgenade, die men hun ten laatste verleende , waarop straks eene nieuwe regering
uit de gilden werd zamengesteld. Om deze ongeregeldheden te beteugelen, zond de
Hertog zijnen natuurlijken broeder
anthonie van Boiirgondië^ die ondersteund door
den Heer van
J^eere, een ige raddraaijers liet onthalzen, waarop de andere de vlugt
kozen. Het berigt van de komst des Hertogs zeiven vervulde elk met angst en schrik,
dewijl zich het gerucht verspreidde, dat hij al de inwoners des doods schuldig hield
V. en de stad tot een puinhoop wilde gemaakt hebben. De gevreesde dag verscheen,

I vouw-

inaand Geestelijken en Wereldlijken trokken in de ootmoedigste houding den verbolgen Vorst
^^^^ te gemoet en baden hem om vergiffenis. Hij schonk hun het loven, doch der stad
werd eene boete van dertigduizend gulden opgelegd, en eene bezetting onder bevel
eens vreemdelings toegevoegd (1). Reeds den volgenden dag slak de Hertog over
naar
Holland. Yerzeld door keinoud van Brederode ^ welke thans in zijne bijzon-
dere gunst deelde, bezocht hij de aanzienlijkste steden en kwam het laatst te
Dord-
recht
(2). In die stad had zijne inhuldiging in veertienhonderd acht en zestig door
invloed der Hoekschgezinden, naar het schijnt, geen voortgang gehad, ofschoon zij
met meerderheid van stemmen was doorgedreven. Nu echter werd
kakel plegtstatig
17 V. ingehaald, en hem door de stedelijke Regenton , de Dekens der gemeene neringen j en
I alle manspersonen boven de vijftien jaren den eed van trouw gezworen (3).

I De hoofdbeweegreden van 's Hertogs togt naar zijne Noordelijke staten was de bezit-

5 neming van Gelre. Wat daartoe aanleiding gaf, zal in het verhaal der Geldersche

gebeurtenissen uitvoerig ontwikkeld worden. Hier zij alleen aangestipt, dat karel ,
|· krachtens eene overeenkomst met Hertog arwoud van Gelre, na den dood van dien

I Vorst, onlangs voorgevallen, zich in het bezit van dat hertogdom en het daarmede

I vereenigde graafschap Zutphen stelde, en nog vóór het einde des jaars, tot Heer ge-

\ huldigd word. Kort daarna werd hij te Ti'ier door Keizer frederik III met beide

I
li

Ir

(1) Oude Hall. J)iv. Kron. Div. XXX. c. 42. MEUERts, Annal. Flandr. Lib. XVII. p, 356.
AEGiDii DE BOYA Aiinal. ßclg. ρ. 101. REYGEKSBERGU, Chvon. V, Zeel. D, II. bl. 26ö—268^
EoxiioRN aldaar, bl. 273.

(2) REYGERSBERGir, ChroH, V. Zeel. D, II. bl, 268,

(3) WAGENAAR, D. IV, bl. 127-129.

1ί

ocr page 51

DES VADERLANDS. 51

leenen verleid (1). Doch het was deze leenverheffiflg niet alleen, welke karel der-
waarts lokte. Reeds sinds jaren haakte hij naar den titel van
Koning, welke beter
dan die van Hertog met de uitgestrektheid zijner staten en de grootheid zijner magt
overeenkwam. Hij had daarover veelvuldig met den Keizer onderhandeld, welke van
zijnen kant
maria van Bourgondië, 's Hertogs rijke erfdochter, voor zyn zoon den Aarts-
hertog
maximiliaan ten huwelijk wenschte. Karel leende hieraan gehoor, mits frederikIII
de Bourgondische staten onder den alouden naam van: Bourgondi'è, tot een koningrijk
verhief, de vier bisdommen
Otrecht^ Luik, Kamerijk en Doornik^ alle leenen van
het Rijk, daaraan hechtte en hem tot Stedehouder des Duilschen Rijks verklaarde (2).
Deze hooge eisclien, welke de Keizer, zonder de belangen van te kwetsen,

alle met voldoen konde , meer dan de inblazingen van lodewijic Xi, of der wangunst,
welke men wil, dat de grootsche pracht en praal des Hertogs in
freüerik III op-
wekten , waren de oorzaak, dat die Vorst den avond vóór den dag tot de krooning
bepaald Ti'/er in stille en zonder den Hertog vaarwel te zeggen verliet (3).

Men verwondert zich, dat karel, woedende over deze hoonende teleurstelling, zich
niet zclvcn de koninklijke kroon op het hoofd zette (4). Welligt wilde hij den Keizer
en de Rijksvorslen daardoor niet trotseren, wier ongenegenheid hij reeds genoeg door
het uitvoeren zijner heerschzuchtige ontwerpen zou opwekken. Om zijne uitgebreide
staten aaneen te hechten, vormde hij het stoute plan, zich van al de sterke plaat-
sen aan den linker Rijnoever meester te maken, van
Nijmegen tot Ferette toe , een
graafschap in den
Elzas niet ver boven Bazel, hetwelk hij voor eene aanzienlijke
som in veertienhonderd acht en zestig van Hertog
sigismuwd van Oostenrijk ge-
pand had (5). Over dat gewest had hij zekeren
pieter παοενεαοιι tot landvoogd
aangesteld, welke door geweldenarij , schraapzucht, wreedheid en verregaande zede-
loosheid , eindelijk niet alleen do lang getergde bevolking, maar ook Hertog
sigis-
MUSD en de Zwitsersche bondgenoolen, wier regten hij even weinig eerbiedigde,

(1) olivier de la MARciiE, Liv. 11. p. 587. DE coMiNES, Liv. IV. Cli. 1. Oude HolL Div. Kron.
J)iv. XXX. c. 35, 44—51. meijesbs, Annal. Flandr. Lib. XVII. p. 357. pomtus hectebus, lier.
Burgundic.
Lib. V. c. 7. p. 134. pontancs, Ilist. Gelr, Lib. IX. p, 504—553.

(2) de comixes, Liv. III. Ch. 8. postüs redterüs, Rei'. Burgund. Lib. V. c. 8. p. 136. Oude
Holl. Div. Kron.
Div. XXX. c. 51, 52, 53. meijeris, Annal. Flandr. Lib. XVIL p, 358 verso.
DE BARANTE, Hisl. d. Ducs de Bourg.
T. VIII. p. 95—105.

(3) MARCIIAND, Notes SUT DE BARASTE, T. VIII. p. 105 (3).

(4) 3IARCUAND in 1. C. p. 106.

(5) DE coMiRES, Liv. IV. Ch. 1, 2. iiEijERüs, Annal. Flandr. Lib. XVIL p. 343 verso.

1433-
1482
4v.
Slagl-
maand

1473

'I

ocr page 52

.1716 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—tegen zich in do wapenen bragt. Hij Averd gevangen, onthalsd, en de Bourgondische
1482

4v. krijgsmagt uit het land gejaagd (1),
^'147™ ODlstak KAREL in de hevigste en zinnelooste woede. De onverwachte

vereeniging der Zwitsers met hunne oude v^anden de Oostenrijkers, schokte hem noch ver-
hinderde het doorzetten van zijn plan, om meester van de Rijnlanden te worden en den
dood van zijnen gunsteling
hagenbach te wreken. Terstond maakte hij zich gereed ,
oiri in den
Elzas te rukken. Ten einde aan do zijde van Frankrijk gedekt te zijn,
25—27 verlengde hij het bestand met
lodewijk XI, doch sloot niet te min insgelijks een ver-
maand "^®'· Koning van
Engeland tegen dien Vorst. Eduard zou in Frankrijk
vallen, waar hem de Hertog , na het eindigen van den Duitschen krijg, krachtdadig
moest ondersteunen (2). Hierop toog
karet, aan het hoofd van een uitgelezen heir
in het gebied des Aartsbisschops van
Keulen, rudolt? van Beijeren, en sloeg met
achttienduizend man het beleg voor de stad
Nuts, welke door herman van Iles-
^en, den nieuw gekozen Keulschen Kerkvoogd tegen wien hij zich verklaard had,
verdedigd werd. Na vele vergeefsche pogingen, om de plaats met geweld te be-
magtigen , en na het verlies van eene menigte volks, besloot
karel zich slechts tot
eene geheele insluiting te bepalen en de bezetting door honger tot overgave to dwin-
gen (3). Ondertusschen werd de
Opper-Elzas door zijne benden deerlijk verwoest.

26 v. De Zwitsers, hierdoor in beweging gebragt, sloten een verbond met den Koning van
• - Wiin—

maand. Frankrijk en verklaarden den Hertog openlijk den oorlog. In een bloedig gevecht
bij
Ilericourt werden de Bourgondiërs geslagen, hetgeen het verlies der vesting van

blajjtm.

j dien naam ten gevolge had , welke do Oostenrijkers bezetten en waaruit zij den geheelen

winter het omliggende land door strooptogten verontrustten (4). Maar dit kon den Her-
log van
Nuts niet aftrekken, op welks verovering hij nu eenmaal uitsluitend zijne
aandacht gevestigd had, en waartoe hij uit zijne staten nieuwen onderstand in geld
en volk vorderde. Al zijne Edelen en leenmannen moesten met éénen of meer hun-
1475 ncr dienstmannen te zijner beschikking opkomen, ten ware zij eene bepaalde som

?

(1) Oude Holl. üiv. Kron. Div. XXX. c. 5G. meijerüs, Annal. Flandr. Lib. XVII. p. 3G0
rerso. pontüs iieuterus , Rer. Burg. Lib. V. c. 10. Verg. het uitvoerig verhaal bij de βακλντε ,
Hist. d. Diics de Bourg. T. VIII. p. 128—162.

(2) RIJMER, Acta Puhl Angl. Τ. V. Ρ. III. ρ. 40—44.

(3) de comings, Liv. IV. Cli. 1, 2. Additions aux Chroniqiies de jionstuelet, ρ. 47. Magn.
Chron Belg.
p. 449—456. pontüs iieuterus, Rer. Burgundic. Lib. V. c. 10. Oiide Holl. Div.
Kron.
Div. XXX. c. 57—64. Goudsch Kron. bl. 143, eu de Kronijk van Äeulen, aldaar aan-
p;eliaaid door
scriveuiüs bl. 147. de barante , Hist. d. Diies de Bourg. T. VIII. p. 163—182.

(4) de mrante, llist. d. Diics de Bourg. T. VIII. p. 182—190.

ocr page 53

DES VADERLANDS. 53

gelds voldeden. Een groot gelal poorters uit de Hollandsche en Zeeuwsche steden 1433—
trokken voor
Nuis onder hunne bijzondere ^banieren en verschillende, dik\verf gescha-
keerde kleedij, waardoor de belegerden hen s}Dotsgewijze een heir bonte kraaijen
noemden (1). Bovendien werden drukkende buitengewone beden gevorderd.
Gelre
moest daarin dertienduizend achthonderd drie en tachtig , en Holland veertienduizend
driehonderd, doch
Zeeland, welks zeedijken veel geleden hadden, slechts tweeduizend
zeshonderd vijf en tachtig pond Tournois opbrengen (2). Den Geestelijken van welken
rang of slaat in
Holland, Zeeland en fVest-Friesland werd bevolen, schriftelijk de
goederen en renten op te geven , welke zij sinds zestig jaren bezaten , om hen naar
gelang hunner inkomsten, te schatten. Op eene talrijke bijeenkomst in een klooster
buiten
Leiden, besloten zij eenparig geene schatting op te brengen. To vergeefs was
het dringen en dreigen der hertogelijke ambtenaren; de geestelijkheid beriep zich op
het hoog geregtshof te
Mechelen , onlangs door Hertog karel ingesteld; en daar dit
niet baatte op den Paus, heigeen voor weerspannigheid gehouden en als eene misdaad
beschouwd werd , waardoor zij lijf en goed verbeurd had. Ondertusschen was door de
Zeeuwsche Geestelijken de ongewone schatting toegestaan , welke jan
van Boschhui-
zen ,
's Hertogs Kamerheer, het volgende jaar met geweld in Holland doorzette. Hij
liet hier en ginds de geestelijke goederen ter verkoop aanslaan, en hot zilverwerk uit
do kerken wegnemen. De Geestelijken, welken het gelukte uitstel van betaling Ie
erlangen en dit lot den dood des Hertogs te rekken, behielden hunne goederen, de-
wijl toen het heilen der schatting achter bleef (3).

In weerwil van het ongunstige jaargetijde en het aanrukken van Keizer frederik III
met zestigduizend gewapenden, wei'd de belegering van
Nuis krachtig voortgezet. De
Keizer ondernam echter niets beslissends tot ontzet der noodlijdende stad, en wachtte
tusschen
Coblentz en Keiden de twintigduizend man af, welke de Koning van
Frankrijk hem beloofd had. Doch lodewijk , tevreden dat hij Duitschland tegen
den Hertog in de wapenen had gebragt, dacht niet aan zijne belofte en trachtte zelfs
met KAREL het bestand, dat ten einde spoedde , te verlengen. Dit voorstel werd met
Irotschheid van de hand gewezen. Op raad des verbolgen Konings viel nu do Hertog
van
Lotharingen in Luxetnburg, en gordden do Zwitsers op nieuw het zwaard
aan tegen den Hertog van
Bourgondië. Tevens gelukte het lodewijk, den Kei-

(1) Oude Holl. Die. Kron. Div. XXX. c. 64. reigersbergii cn boxhokn, Chron.v.Zeel. D. II
bl. 201—260, 277, 278.

(2) B0XII0R5 Op REiGERSBERGH, C/iroii. v. Zeel. D. Π. bl. 279, 280.

(3) Oude HolL Bit. Kron. Div. XXX. c. 85 , 86 , 87, 90 , 92; door gowthoeven, Cluon t>.
Holl.
bl. 499—502 cn boxiiorj^, Nederl. Ilist. bl. 293—309, gevolgd.

■8. '·

ocr page 54

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-
1482

24 γ.
]JIocim.
1475

27 ν.

Zomer-
maand;

Β

- zei·, die zich nog s steeds te Andernach ophield, te bewegen met zijn leger, dat
tot honderdduizend man was opgeklommen, Yoor
Ν ais te rukken. Hij zelf yer-
klaarde den Hertog openlijk den oorlog en hemagtigde aanstonds
Roye, Corheil,
Montdidier
en andere plaatsen in Picardi'é. Middelerwijl maakte de Koning van
Engeland zich vaardig met eene legermagt in Frankrijk te komen, en drong ern-
stig bij den Hertog aan, om zich, overeenkomstig hun verbond , met hem te vereeni-
gen en het even ongelukkig als nutteloos beleg voor
Nuis op te breken. Maar karel bleef
onverwrikt bij zijn opzet; het scheen alsof hij het versland verloren had. Zijn doel,
de Engelschen in
Frankrijk te brengen, >vas op het punt van bereikt te worden;
de Hertog van
Bretagne zou zich Ie zyner gunste verklaren; alles was gereed; hij
naderde het zoo vurig gewenschte oogenblik, om zich op
lodewijk XI te wreken,
en — hij verloor zijn tijd, zijn leger en geld voor eene ellendige stad, welke hij niet
eens konde bedwingen. Inmiddels werden
Bourgondi'é en de aangrenzende gewesten
door het vuur en zwaard der vyanden vreesselijk geteisterd. Zulk een staat van zaken
konde evenwel niet voortduren, en de Hertog, in weerwil van zijn trots, moest be-
sluiten in onderhandeling te treden. Vooraf wilde hij echter nog eene laatste poging
beproeven. Geweldig tastte hij voor
Nuis het keizerlijke leger aan, en zegevierde in
den ongelijken strijd aan Avclken de nacht een einde maakte. De Keizer, ondanks zich
zelven in dezen krijg gewikkeld, was thans meer dan ooit lot vrede geneigd; en de
Hertog van zijae zijde verlangde nu evenzeer te vertrekken , als hy te voren hardnekkig
was geweest, om te blijven. Er werd dan weldra door tusschenkomst van den pause-
lijken gezant en tot spijt der overige Duilsche Vorsten, een bestand voor negen
maanden gesloten. Do Hertog trok van de stad
Nuis op, welke hij ten koste van zoo
veel volk en schatten, elf maanden belegerd had en die binnen veertien dagen door
gebrek aan mondbehoeften genoodzaakt geweest zou zijn, zich over te geven (1).

De Koning van Frankrijk noch de overige zamenverbondenen tegen den Hertog
waren in dit verdrag begrepen. De Fransche kapers zetten derhalve hunne strooptogten
langs de Vlaamsche en Holkmdsche kusten voort en bragten den handel der Hollanders
en Zeeuwen veel nadeel toe. Zij namen de arme visschers gevangen, die niet dan le-
gen groot losgeld geslaakt werden. Door een kloek bestaan vermeesterden de visschers
van
Goeree een dezer kapers met vijftig roovers bemand , van welke zij de rijkste op
losgeld stelden, de overige berooid wegzonden, en den aanzienlijken buit onder el-

(1) de comines, Liv. IV. Cli. 3, 4. Preuves sur de comkes, T.IV. p, 442, 458. Additions mix
Chron. de
mosstrfxet , p. 47—52. rositis iiedterus, Rer. Burgiindic. Lib. T. c. 10. p. 138—140.
Oude Holl. Div. Kron. Div. XSX. c. 80. de darante, Hist. d. Ducs de Bourg, T. Vlli,
p.
190-223.

ocr page 55

DES VADERLANDS. 1719

kander verdeelden. Ter beveiliging van bunnen handel en vaart naar het Westen,
rustten
Amsterdam, Eoorn , Enkhuizen , Monnikendam en Edam, op gemeene
kosten, vier grooie oorlogschepen uit en wapenden meer dan vijftig koopvaardijschepen
ten krijg. Deze vloot werd onder het opperbevel van
klaas roelantszoon gesteld, en
in
Texel door de gemagtigden der steden in oogenschouw genomen. Op de uitreize
waagden het de Franschen niet haar te besloken, dewijl zy zich digt bijeen wist te
houden; maar op de tehuis reize dit verwaarloozende, werd zij op de hoogte van
Klaasduinen door den vijand aangetast en bijna geheel genomen. Groot was de
schade , welke do Hollandsche koopsteden hierdoor leden.
Amsterdam verloor een
groot aantal schepen en van
Hoorn bleven er wel dertig, welker Λvaarde op acht en
veertig duizend Rijnsche guldens berekend werd. Er liepen in hetzelfde jaar nog
twee kapers het
Marsdiep in en schuimden langs do Zuiderzee, doch keerden
eerlang onverrigter zake terug (1).

1433-
1482

55

Middelerwijl was de Koning van Engeland te Calais aangekomen. Hij vond hier
lot zyne verbazing noch den Hertog van
Βourgondi'é, noch hulpbenden , noch voor-
raad voor zijn eigen leger.
Karel, in stede van zijne verpligtingen in dil opzigt na
Ie komen, rigllo zijne strydkrachten tegen den Hertog
reké van Lotharingen en
liet den Engelschen Vorst aan zijn lot over.
Eduard , met reden verbitterd, sloot
vrede met den Koning van
Frankrijk en trok verbolgen op den Herlog naar zijne
stalen terug.
Karel trad nu ook in een bestand met Frankrijk voor den tijd van
negen jaren, ten einde zijn plan met
Lotharingen te voltooijen. Het geluk bekroonde
zijne wenschen. Tegen het najaar valt hij in dat gewest en noodzaakt weldra Her-
tog RENÉ naar
Frankrijk te vluglen. Nancy alleen biedt tegenstand, doch moet
zich na eene belegering van vijf weken aan hem overgeven, en nu is er geen wil
in
Lotharingen dan do zijne. Door dezen voorspoed opgewonden, maakte hij zich
in het begin des volgenden jaars gereed om do Zwitsers te tuchtigen, die niet alleen
behulpzaam gevreest waren, om hem
Ferette afhandig te maken, maar steeds op het
grondgebied van het graafschap
Bourgondi'è de vijandelijkheden voortzetten en grooie
verwoestingen aanriglten. Vruchteloos beproefden Koning
lodewijk XI en de Mark-
graaf van
Baden den Herlog van dit voornemen af te brengen; vruchteloos-trachtten de
Zwitsers zich met hem op de billijksle voorwaarden te verzoenen en te overtuigen, dal de
verovering van hun land hem weinig voordeel zou aanbrengen. » Ons land is arm en
onvruchtbaar" zeiden zij; » onze gevangenen kunnen geen groot losgeld betalen; er is
veel meer goud en zilver aan uwe sporen en de breidels uwer paarden dan gij in ge-
heel
Zwitserland zult vinden." Maar karel , meer dan ooit zwanger van het denk-

5T.
llooim.

1475

13 v.
llerCst-
inaand»

29 v.
SlagUn.

(1) Oude HolL Div, Kron. Div. XXX. c. 79. wAGERAAR,^e5cÄ;·. ν. Anislerd, St. I. Β. III. bl. 158—lGO.

ocr page 56

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-
1482

22 V.

Louw-
maand.

1476

19 v.

Sprok-
kelm.

ίξ'

2v.
Lente-
maand.

■ fï

Jï i ■

iu ?
if

li

beeld, een groot Bourgondisch koningrijk te stichten dat zich als een zamenhangend
geheel van de Noordelijkste grenzen van
Holland lot aan de j^lpen en Ilali'è zou
uitstrekken, sloeg alle voorstellen van vrede in den wind. Voor den nieuwen krijg
werden nieuwe opbrengsten gevorderd, waaraan men in de
Νederlanden niet dan
schoorvoetend voldeed. »Het is voor de laatste maal," riep de Hertog toornig uit,
» dat ik mijne onderdanen zal vragen in plaats van hun mijnen wil bekend te maken.
Voortaan zal ik toonen, dat ik hun Heer en Meester ben. Ik heb regt hunne diensten
te vorderen en opbrengsten te eischen. Indien zij die Aveigercn, heb ik magt genoeg,
om do muitelingen te straffen." Nu stelde hij zich te
Nancij aan het hoofd van zyn
magtig leger en was weinig dagen later te
Besancon, De Koning van Frankrijk
moedigde ondertusschen de Zwitsers aan met belofte van geldelijken onderstand , ter-
wijl hij tevens hunne Duitsche bondgenooten ernstig vermaande , hen krachtdadig te
ondersteunen. Reeds had de Graaf van
Romont, welke de voorhoede van het her-
togelijk leger aanvoerde , eenige plaatsen bemagtigd, toen
karel zelf het beleg
sloeg voor
Granson, aan het meir van Neufchatel. De bezetting bestaande uit twee-
honderd man, gaf zich op genade over , doch werd op het wreed bevel xles Hertogs,
deels opgehangen, deels in het meir verdronken. Om dezen moord aan hunne lands-
lieden gepleegd te wreken, trokken de Zwitsers met twintigduizend man den vijand
tegen, wien nu het krijgsgeluk voor altijd den nek toekeerde. In een hevig ge-
vecht nabij
Faux-Marcus, werd hy ten eenenraale geslagen, op de vlugt gejaagd
en zijne legerplaats geplunderd. Een onberekenbare schat aan kostbaarheden viel den
Zwitsers in handen , want nimmer was de Hertog met zoo veel pracht en rijkdom ten
strijd gelogen als thans. Zijne tent, omringd door vierhonderd andere tenten van de Grooten
zijns Hofs en de dienaren van zijn huis, prijkte van buiten met zijn wapenschild , versierd
met paarlen en edelgesteenten. Van binnen was zij behangen met rood fluweel, ge-
borduurd met gouden bladen en paarlen; men had er vensters in gebragt wier ruilen
in gouden lijsten gevat waren. De zelel op welken de Hertog de gezanten ontving of
jdeglig gehoor verleende , was geheel van zuiver goud; zijne wapenrustingen , zwaar-
den , dolken, lansen met ivoor ingelegd en heerlijk bewerkt, de greep schitterende
van robynen, safiren en smaragden; zyn zegel dat twee mark gouds woog; zijn zak-
boekje in fluweel gebonden , welk zijn afbeeldsel en dat van Hertog
filips bevatte;
zijne keten van het Guldenvlies met robijnen bezet; eindelijk eene menigte prachtig
huisraad, juweelen en diamanten, een ongeloofelijke overvloed van goud- en zilverla-
ken , Brabandsche kanten en tapijtwerken van
Arras, daarenboven al de kostbaar-
heden zijner kapel geraakten in het bezit der eenvoudige bergbewoners, Avelke er de
Avaarde niet van kenden. De gouden en vergulde vazen hielden zij voor koper, het
zilver vaatwerk voor lin en verkochten het voor een weinig geld. Den hertogelijken
hoed, omringd met eene kroon van kostbaar edelgesteente , zette een der overwinnaars

'C

s

ocr page 57

DES VADERLANDS.

schertsend op het hoofd en wierp hem vervolgens weg zeggende , dat hy voor zijn deel
liever een goed krijgsharnas begeerde. De groote diamant, dien de Hertog om den
hals droeg en welks weergade welligt in de wereld niet te vinden is, werd op den
weg gevonden en voor een kroon verkocht. Later kwam hij voor twintigduizend
dukaten in het hezit van Paus
julius II, en versiert sinds dien tijd de driedubbele kroon.
Behalve deze voorwerpen van pracht en luister, vonden de Zwitsers in de legerplaats
der Bourgondiërs vierhonderd stukken geschut, eene groote menigte veelsoortige wape-
nen , vaandels, banieren, wagens en driehonderd tonnen buskruid benevens de kas
des Hertogs, die zoo rijkelijk voorzien was, dat men elkander met hoeden het gehl
toedeelde (1).

De nederlaag bij Granson had den afval van verscheidene bondgenooten der Bour-
gondiërs ten gevolge.
Kakel zelf was over zijn schandelijk verlies diep ter neergesla-
gen, doch de wraak ontvonkte spoedig op nieuw zijnen moed. Met vijf en twintig-
duizend man trekt hij weder te velde en slaat het beleg voor
Murten of Morat aan
het meir van dien naam, nabij
Bern. De Zwitsers hadden hun leger, vier en dertig-
duizend strijders sterk, onder het opperbevel van rewé Hertog van
Lotharingen ge-
steld, welke den vijand in zijne verschansingen aantastte.
Karel werd ten tweeden-
male geslagen en op de vlugt gejaagd. Acht of tienduizend Bourgondiërs waren 22 v.

in den strijd gesneuveld , en meer dan de helft werd na den slafj in koelen bloede

® Â° maand

door de Zwitsers, die geene genade schonken, vermoord. Al het geschut met eene 147f>
groote hoeveelheid levensmiddelen en krijgsbehoeften viel den overwinnaars ten deel (2).
De lijken der verslagenen werden in eenen grooten kuil geworpen en met onge-
bluschten kalk bedekt. Vier jaren later werd hun gebeente in eene kapel, tot dat
einde gesticht, opeengestapeld met dit opschrift!
Aan den besten en alleuiioogsten God.
Het heir van den zeer beroemden en grootmagtigen Hertog van Bottrgondic ,
Morat belegerende, door de Zwitsers geslagen, heeet dit gedenkteeken hier
ahiitergelaten
(3). Meer dan drie eeuwen strekte dit beenderhuis lot roemrijke nu-

(1) de comises, Liv. IV. Cli. 8—13, Liv. V. Ch. 1. olmer de la marche , Liv.IL Ch. VI. p.591,
594—C07.
Additions aux Chroniques de honstrelet, p. 56. meijerüs, Jnnal. Flandr.lÄh.WW.
ρ. 3C6—370. ιόλτβ8 heüterüs, Rei\ BuTgundic. Lib. V. Ch. 11, 12. Oude Holl. Div. Kron.
Div. XXX. c. 81, 84, 89. de barakte, Hist. d. Ducs de ßourg, Τ. VIll. ρ. 231—248. Τ. IX.
ρ. 1—24, 36-46, 51-67.

(2) de c031iises, Lïv. V. Ch. 2, 3. ouvier de la marcde, Lïv. II. p. 592. p0mtü8 iieuterüs,
Rer. ßurgundic. Lil). V. c. 12. iheijercs, Annal. Flandr. Lib. XVII. p. 370. Oude Holl.
Div. Kron.
Div. XXX. c. 91. de barahte , Hist. d. Ducs de Bourg. ï. IX. p. 71—91.

(3) J)eo Opiimo Maxima.

Inchjti et fortissimi Burgundtae ducis exercitua,
Moratum obsidens, ab JJelvetiis caesus, hoe mi monumentum reliquit.

II Deel. III Stuk. 8

57

ocr page 58

ALGEMEENE G Ε S G ΗI Ε D Ε xN IS

gedachtenis van de dapperheid der Zwitsers zoo wel, als ter herinnering wal de volken
vermogen wanneer zij hunne vrijheid verdedigen, en hoe een trotsche geweldenaar
zijn eigen ondergang bewerkt (1).

Vol verbittering en spijt over deze schandelijke nederlaag , besloot Hertog kaeel een
nieuw leger op de been Ie brengen, om zich over den geleden hoon en op de Zwit-
sers te wreken. Hij beval nieuwe volksliglingen en eischte nieuwe beden van zijne
onderdanen, doch vond alom tegenstand en weigering. De Staten van
Vlaanderen
verklaarden onbeschroomd, dat zij besloten hadden, hem noch met manschappen, noch
met geld in eenigen oorlog hoegenaamd te ondersteunen. De adel, de geestelijkheid ,
het volk , elk haatte hem. Hij had hunne vrijheden en regten geschonden, de bron-
nen van hunne welvaart vernietigd , en hen door zijne zinnelooze oorlogen met ondra-
gelijke lasten bezwaard. Niemand nam deel in zijne rampen , niemand bood hem eenige
hulp aan behalve do Graaf van
Chimai en eingelbert van Nassau,, die zoo veel volks
als mogelijk was bijeenbraglen en , overeenkomstig zijn bevel, in
Lotharingen rukten (2).
Hy zelf, zoo grievend in de uitvoering zijner plannen teleurgesteld, viel in eene
diepe zwaarmoedigheid, sleet geheele dagen zonder iemand te willen spreken, en
betoonde zich steeds norscher en vreesselijker tegen degenen, welke hem omga-
ven (3). Bijna twee maanden bragt hij in eenen staat van geestverdooving werke-
loos door en zonder tot eenig vast besluit te komen. De Hertog van
Lotharingen
maakte van deze omstandigheden gebruik, om zijn verloren gebied te herwinnen.
Ondersteund door den Koning van
Frankrijk ^ wien de Hertog van Bourgoiidi'é nu
geen ontzag meer inboezemde , valt hij in
Lotharingen en wordt alom met de groot-
ste vreugde ontvangen. Hij is weldra meester van bijna al de kleine steden en
slaat eindelijk het beleg voor
Nancy. Hertog karel rukt met slechts zesduizend
man aan, om de stad te ontzetten en
Lotharingen te beschermen, hetwelk, tus-
sehen de
Nederlanden en Bourgondie liggende , zijne stalen aaneenhechtte en welks
bezit derhalve voor hem ten hoogste belangrijk was. Maar
Nancy is reeds bij verdrag
overgegaan; hij belegert de stad, welke den moedigslen tegenstand biedt, en heeft
haar tot het uiterste gebragl.
Reké van Lotharingen, gesteund door do Duilsche
Vorsten, nadert met een leger van achttien of twintigduizend man, om den vijand

Ui!

Γ

1

ili

Ov.
Wijn-
in aaiid

147Ö

'f.

(1) DE DARAKTE, Ilist. (1. Ducs de ßoiirg. τ. IX. ρ. 91, 92. Eene Eninsclie trij^sma^t in
1798 langs ßlorat trekkende, oin Zwitserland te bedwinjjen, verstrooide het [fcbeentc en rcr-
nielde de kapel, welke zij a!s een hoon voor
Frankrijk beschouwde.

(2) DE EARAKTE, Ilist. d. Diics de Bourg, T. IX. p. 94—100.

(3) DE COMINES, Liv. V. Cli. 5. p. 292,

J433—
1482

rt

ocr page 59

DES VADERLANDS. 3ö·

' Λ '

tot hei opbreken ran het beleg te noodzaken. Hij biedt den Hertog van Bourgondiël^^—
den slag aan, welke dien aanneemt ofschoon zijne krijgsmagt, door koude, gebrek en 5
ziekte afgemat, naauwelïjks drieduizend welgewapende mannen lelt. Niettemin strij-
den zij onverschrokken en dapper, doch worden eindelijk door het vier of vijfmaal 1477
sterkere heir der vijanden overhoop geworpen en op de vlugt gejaagd. Twee dagen
ua den slag, werd hel lijk van karel gevonden met het gelaat in eenen poel
vastgevroren en naauwelijks kenbaar. Het hoofd was van hel oor tot aan den mond
gekloofd, en het ligchaam op twee plaatsen met een lans doorboord. Hoe en door
welke hand de HeVlog hel leven verloor is onzeker. Eenigen willen, dat hij
vluglende door een vijandelijk ruiler, welke hem melkende, gedood werd. Ande-
ren meenen, dal hij op last van den Graaf gampo-basso , een Napolitaan wien hij het
onbepaaldsle vertrouwen geschonken, doch die hem schandelijk verraden had, door
eenige moordenaars werd van kant gemaakt (1).

Met KAREL den Stoute verdween de luister van het magtige huis van Bourgondiër
welk onder steeds aanwassende grootheid, honderd twintig jaren gebloeid, de ge~
heele Christenheid met den roem zijns naams vervuld, de grootste Koningen van
Europa in onlzag gehouden en hun zelfs ten schuilplaats verstrekt had (2). Karel
Avas bij zijnen dood vier en veertig jaren oud en had bijna tien daarvan geregeerd.
Hij was van middelbare gestalte , sterk en gezond van ligchaam , langwerpig van ge-
laat, bruin van kleur, zwart van oogen en haar, en levendig van uitzigt. Rusteloos
en onverpoosd werkzaam , wydde hij slechts weinige uren aan den slaap en Avas reeds
des morgens vóór ieder ander aan den arbeid. Nooit was hij vermoeid, nooit heeft hij
de vrees gekend (3). De Zomers werden in het gedruisch der wapenen, en de tusschen-
poozcn van vrede of bestand, met het regelen der inwendige staatszaken doorgebragt.
In zijne jeugd loonde hij geene genegenheid en scheen zelfs geheel ongeschikt voor den
krijg; maar sinds de overwinning in veertienhonderd vijf en zestig op de Franschen
als Graaf van
Charolois behaald , werd de oorlog zijn eenigsle vermaak en hij zelf, zoo
niet do bekwaamste veldheer, zeker de onverschrokkensle krijgsman van zijnen tijd (4).

! i

"i i
f β

I ρ
j

i
i;

I i
« [?

5 1

(1) DE comikes, Liv. V. Ch. 6, 7., 8. OLIVIER de la marciie, Liv. II. Ch. 8. p. 607. HEUERli»,
Annal. Flandr. Lil·. XVII, p. 372. pomüs helteri's, Rcr. Burgxindic. Lib, V. c. 13, 14. p. 144.
Oude JJoll. Div. Kron. Div. XXX. c. 94. de earante, Hist. d. Diics de Boiirg. T. IX.
p. 104-128.

(2) DE cojiisEs, Liv. IV. Ch. 13. V. Ch. 9.

(3) de comines, Liv. I. Cli. 4. III. Ch. 3. VL Ch. 13.

(4) de comms, Liv. I. Ch.4. tosas basitscs, insgelijks een tijdgenoot, aangehaald door scriveriis
Chron. r. Holl, Zee/, en FricsL , hl. 450.

I.

'A

59 *

ocr page 60

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

^148^" ontbrak hem aan oordeel en schranderheid, om zijne heersch- en veroverings-

zuchtige plannen, welke het bezit van half Europa niet zou bevredigd hebben, lot
eenen gewenschlen uilslag te brengen, Hy dacht slechts aan het tegenwoordige, wierp
nooit een blik op do toekomst en maakte zich diets, dat met dapperheid en een groot,
Avelgewapend leger hem alles mogelijk was (1). Door zich te veel op het geluk te
verlaten, welk hem aanvankelijk toelachte, waande hij zich boven alle Vorsten verhe-
ven , Averd trotsch en ongenaakbaar, verachtte allen raad buiten zijn eigen en wilde
Mindelings gehoorzaamd worden (2). De tegenspoed zijner laatste levensjaren maalite
hem verbitterd, roekeloos, wrevelig, norsch, onmeêdoogend en wreed. Zijne onbe-
schoftheid , volstrektheid van wil, rusteloosheid, overdreven gevoelen van zich zeiven
en woedende driften, die aan verbijstering van zinnen grensden, verwijderden zijne
getrouwste dienaars van hem. Veracht door zyne onderdanen, wier goed en bloed hij
roekeloos verspilde, zag hy zich eindelyk slechts door vreemdehngen omringd, welke
hij met weldaden overlaadde en die hem verraadden. Men roemt zijne regtvaardigheid
en opregtheid ; maar de eerste was gestreng, soms wreed ; en trouweloos schond hij vriend-
sciiap, eed en woord ten opzigte van den Gonnetable van
Frankrijk , wien hij voor
tachtig duizend kroonen aan lodewijic XI verkocht (3). Men wil, dat hij do letteren,
bovenal do geschiedenis, en de toonkunst beminde. Hy was zeer gesteld op uiterlyke
pracht en praalvertooning, hoewel hij dikwijls zeer eenvoudig gekleed in het openbaar
verscheen, was matig in het gebruik van spijs en dronk nooit wijn (4). Minnaressen
noch natuurlyke kinderen van hem zijn bekend.
JAkkiL·. van Bourgondië ^ uit zijn huwe-
lijk met izABELLA
vanBourhon gesproten, was zijne eenige dochter en erfgename (5).

Zijn dood, w eiken men aanvankelijk niet gelooven konde, verwekte eene alge-
meene vreugde in do
Nederlanden. Te Gent, waar zich de twintigjarige haria
bevond, uitte zich deze vreugde op de ondubbelzinnigste wijze; geen der burgers

(1) de COMINES, Liv. III, Ch. 3.

(2) DE coBiNEs, Liv. I. Ch. 12.

(3) DE COMINES, Liv. IV. Ch. 12.

(4) Over de holhouding c'n de huishoudelijke, staat-en krijgskundige inrigtingen van ka.rel den
Stoute
, geel't olivier de la. marche een uitvoerig en belangrijk verslag, p. 657-=-714. Eene
verminkte oude Holl, vertaling daarvan wordt gevonden in
mattiiaei Analect. T. I. p. 233—320.
Zie
v. vvijit op wagenaar, St. IV. bi 51.

60

(5) Verg. MEUERüs, Annal Flandr. Lib. XVII. p. 355, verso. 373. ronTcs heutepus, Rer.
Burgund.
Lib. V. c. 15. wagenaau , D. IV. bl. 160. stijl, Opkomst en Bloei der Nederl.
bl. 433. uitg. v. 1774. var kampen, Faderl. KaraUerk. D. I. bl. 199—211. bilderdijk, D. IV.
bl. 214, 215.

itfiMÜ·

ocr page 61

DES VADERLANDS. 61

althans \Yoonde de lijkdienst Toor den overleden Vorst bij, en men morde openlijk over
de groole onkosten dezer plegtigheid. De bewoners der voornaamste Vlaamsche en
lirabandsclie steden dachten terstond aan het herkrijgen hunner verlorene vrijheden ,
aan het afschaffen der belastingen , hun zonder hunne bewilliging opgelegd , en ver-
blijdden zich over de verijdelde bedreigingen des' Hertogs. De belastingen wer-
den niet langer betaald, de ontvangers mishandeld, de stedelyke Regenten beleedigd
en do Edelen meer dan ooit blootgesteld aan den haat en het wantrouwen des volks,
hetwelk hen als de handlangers des Hertogs en onderdrukkers van het vaderland be-
schouwde (1). In
Holland slaken onmiddellijk do iloekschen, zoo langen tijd buiten
bewind gehouden , het hoofd op , verklarende , dat men zich thans onderling moest ver-
eenigen , om herstelling of bevestiging der aloude voorregten te verwerven en de ingeslopene
misbruiken, bovenal het begeven van ambten aan vreemdelingen len koste der land-
zaten , te weren. Dit vond aanstonds weerklank bij de Kabeljaauwschen, die evenmin
als zij, van karel eenige onderscheiding genoten hadden (2). Er ontstond nu geen
geschil over het regt van opvolging van maria (3). De beide aanhangen ver-
zoenden zich met elkander en ontwierpen gemeenschappelijk, ten behoeve van hot
algemeene welzijn, de voorwaarden, welke men van maria bij hare huldiging be-
dingen wilde (4). Hierop begaven zich de afgevaardigden van
Bolland en Zeeland
naar Gent, waar al de Staten der Bourgondische Nederlanden ontboden waren, ten
einde middelen te beramen , om het Hof van
Bourgondië uit den neteligen toestand
te redden, in welken het sneuvelen van Hertog karel het gestort had.

Op het berigt van dien dood , had lodewuK XI zich terstond in bezit gesteld van
het hertogdom
Bourgondië, bewerende , dat dit een mannelijk leen was; voorts van
het geheele graafschap
Bourgondië of Franche Comté, en van de steden in Pi~
cardië
bij het verdrag te Jirras aan karel afgestaan. Hij verklaarde openlyk zijn
oogmerk,
om Art ois ^ Eenegouwen en Vlaanderen, zoo als de beide j^öMr^oW/êw,
aan zijne kroon te hechten en de meer afgelegene gewesten, gelijk
Brahand en
Holland, onder eenige Duitsche Vorsten, wier vriendschap hij beoogde, te verdeelen.
Mögt zijne verwachting te leur gesteld worden, dan hoopte hij, over acht of tien ja-

(1) DE BARASTK, Eist. d. Ducs de JBourg. T. IX. p. 144, 145.

(2) WAGENAAE, D. IV. bl. 165.

(3) eildennijk, D. IV. hl. 216, 219. Met blijft nog altijd de vraag: met welk regt heeft Vrouw
MARIA haren vader hier te lande opgevolgd, zoo
Bolland geen vrouwenleen was, gelijk cenigcn
steeds stijf en sterk ontkennen?
Lülofs, Gesvh. d. Nederl. Ό. I. bl. 264.

(4) WAGEKAAR, 1). IV. bl. 165, 166.

ocr page 62

m

G2 ALGEMEENE G Ε S C Η ί Ε 1) Ε ÏN ί S

1433—ren , de Bourgondische heerschappij mei Frankrijk, door een huwelijk Tan den loen
^^^^ zevenjarigen Dauphyn met
maria. van Bourgondië, eene Prinses van Iwinlig ja-
ren, reeds vroeger door hem beraamd, Ie vereenigen (1). Doch niet alleen
lode-
.wijk
XI, maar ook andere Vorsten vlamden op het hezit der Bourgondische gevves-
ten. Onder hen zal Hertog
albrecht II van Beijeren behoord hebben, welke althans
de stad
Dordrecht voor zich traditie te winnen , hetgeen echter mislukte (2).

Maria en hare Raadslieden jan , Hertog van Kleef, zijn broeder adolf van Kleef,
Heer van Ravestein , lodewijk van Bourbon, Bisschop van Luik, c,m van Br im eii,
Heer van Uimhercourt, \yillem hugonet, Kanselier van Avijlen Hertog karel, lode-
wijk
va7i Gr uithuizen, Stadhouder van Bolland, wolfert va7i Borselen, Heer
y'AU Veere en eenige anderen bevonden zich in de uiterste verlegenheid, loen de af-
gevaardigden van de Stalen der
Nederlanden te Gent verschenen. Zij verzochten hun
dringend , de hoogo regering in dit hagchelijk tijdsgewricht met raad en daad te onder-
steunen. De Hollandsche en Zeeuwsche afgevaardigden betuigden hierop wel do ge-
negenheid der landzaten , om de Hertogin naar vermogen bij to staan , doch verklaar-
den levens met ronde woorden, dat do landen door de onophoudelijke oorlogen van
haren vader zeer verarmd Avaren en derhalve eerder ])ehoorden ontlast dan meer be-
zwaard te worden ; dat daarenboven sinds eenige jaren merkelijk inbreuk was gemaakt
I op 's volks vrijheden en voorreglen , die zij wenschten hersteld te zien (3). Op dit

laatste punt drongen zij zoo sterk aan, dat maiua hun eindelijk het gewigtige Groot
14v. Prioilegie verleende, van Avelk de voornaamste inhoud hierop neerkomt: De Herto-
ma^nd buiten raad en goedvinden der Heeren van haren bloede en der

Stalen van hare landen. De betaling van zekere ingewilligde beden, onder andere
eene van vijfhonderd duizend kroonen jaarlijks, werd kwijtgescholden. Aan inboorlin-
gen alleen moeslen de ambten gegeven worden. Niemand zou twee ambten tevens
mogen bekleeden, en het verpachten van alle bedieningen moest ophouden. De Raad^
van
Holland zou voortaan beslaan uit den Stadhouder en acht Raadsheeren , zes Hol-
landers en twee Zeeuwen , van welke twee Edelen en de overigen reglsgeleerden zyn
moeslen ; behalve dezen nog twee andere Raadslieden, insgelijks inboorlingen, doch zonder
wedde. Voor dezen Raad zouden geene zaken, die ter kennisse van de steden of
dorpen stonden , anders dan bij beroep van de gewone reglbanken, en dus niet
in eersten aanleg, gebragt mogen worden. Het voorregt van niet builen 'slands pa-

(1) de comoes, Liv. Ch. 10, 11, 12, 13. Î¿Ï‚ bara.me, Ilist. ë. Ducs de Bourg. Ί. IX.
p. 135—150.

I' (2) V. WIJN op VVAGENAAR, Sl. IV. bi. 52.

(3) Groot PlacaatL D. II. b). 658.

m

ocr page 63

63

DES VADERLANDS.

ï "

.....-i«

4
%

len in regten betrokken te kunnen worden, zou ongeschonden blijven. De Gereg- 1433—
ten in de steden moesten op den ouden voet gezet en veranderd worden. De
steden moglen onderling en met de andere
Nederlanden dagvaarten houden, zoo
dikwijls en op welke plaatsen het haar behaagde. Men zou geen nieuwe tollen
of andere lasten mogen opleggen dan met goedvinden der Staten. Ook zouden de
landzaten bij hunnen vrijen handel, nering en handtering gehandhaafd worden. Do
Hertogin en hare nakomelingen moglen geen oorlog voeren dan met toestemming
der Staten, anders zou men ongehouden zijn in dien oorlog te dienen , en dan nog
alleenlijk binnen do palen van
Holland, Zeeland en Fries land, In alle opene en
andere brieven zou voorlaan de Duitsche of landtaal alleen gebruikt worden. Geboden
en verboden door de Herlogin, hare nakomelingen, den lioogen Raad en haar bij-
zonderen Raad legen 's lands en de stedelijke voorregten verleend , zouden van onwaarde
zijn en blijven. De rekenkamer te
Mechelen moest, zoo verre zij Holland, Zeeland
en Friesland belrof, nd^Av Holland worden overgebragt met al do registers en ver-
dere bescheiden hiertoe behoorende , en aldaar ten eeuwigen dage blijven. Met be-
trekking tot do achterleenen zou men zich houden aan hetgeen van ouds gebruikelijk
was. Elk mögt zijne zeedriftige goederen aanvaarden, mits betalende redelijken berg-
loon. De makelaardijen en imposten moesten ten behoeve der steden blijven. Koste-
rijen en andere mindere ambten zouden van nu aan ter begeving van hen slaan, die
sedert vijfiig jaren daartoe regt hadden. Men zou voortaan nieuwe munt slaan, en het
geld verhoogen of verminderen bij goedvinden der Stalen; de Hollandsche munt zou ,
naar oud herkomen, te
Dordrecht blijven. Alle gift- en rentebrieven, door Hertog
filips verleend doch door Hertog karel ingetrokken, zouden van waarde zijn. Met
de stedelijke rekeningen mögt de Hertogin zich niet bemoeijen, gelijk ook niet met het
begeven van geestelijke bedieningen. Het
Land van Slrijen moesl altijd een lid van
Holland blijven. Geene steden zouden vcrpligt zijn tot de grafelijke beden bij te
dragen, in welke zij niet bewilligd hadden. De Landsvorst moest voortaan in per-
soon ter gewone en behoorlijke plaatse binnen de drie gemelde gewesten, de beden
vragen. De zorg over den Frieschen dijk , waarbij
West·Friesland en Kennemerland
zulk een groot belang hadden , zou aan Dijkgraaf en Heemraden overgelaten worden,
in
Zeeland mögt niemand , len zij ter vierschaar verwonnen, over burgerlijke zaken
en breuken gekerkerd worden. Niemands goed , leen of erven zouden ter grafelijke
tafel gelegd, dal is, verbeurd verklaard worden, dan nadat de overtreder, volgens do
bijzondere regten en gewoonten van de landen, steden en plaatsen, geregtehjk verwon-
nen ware. In
Zeeland moesten voortaan twee Rentmeesters zijn , do een beioester, do
andere
heooster Schelde, behoudende de ingezetenen van Thülen hunne oude gebrui-
ken. Tot het delven van moer binnen de bedijkte landen, om zout te branden, mögt
met langer vrijheid vergund worden. Men zou do oude grootte en palen van
Holland,

ocr page 64

.64 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

j433_ Zeeland en Friesland behouden. De ambachtsheeren in Zeeland mogten in hunne
Yrijheden, doch onder zekere bepalingen, verboden maken. Sommige grove misdaden
zouden in Zeeland voortaan niet ter hooge vierschaar, omdat die dikwerf in een ge-
ruimen tijd niet gehouden werd , behoeven beregt te worden. De duistere punten der
oude Keuren van
Zeeland moesten in beter licht gesteld worden. De stad Brielle en
het
Land van Foorne, het zij deze aan Holland of aan Zeeland toebehoorden, over
welk geschil Vrouw
maria geene uitspraak deed, zouden ook in het Groot Privilégié
begrepen zyn. De inhoud van dit staatsstuk wierd geoordeeld niets te benadeelen
aan de byzondere regten, voorregten, handvesten, gewoonten, keuren en oude herko-
mens der bijzondere gewesten, Ridderschap en steden , of van elke stad in het bijzon-
der, welke de Hertogin beloofde te bezweren, al ware het ook, dat daarop ten tijde van
haren vader inbreuk gemaakt mögt zijn. Al de punten boven gemeld, en eenige amlero,
die of van minder belang waren , of enkel tot het bijzondere Nederlandsche regt behoor-
den , zouden de Hertogin, hare nakomehngen en de voornaamste ambtenaren met eede
beloven te onderhouden en te doen onderhouden." Deze belangryke voorregtsbrief werd
te Geilt in tegenwoordigheid van onderscheidene Grooten door
maria geteekend en, op
haar verzoek , ook
bezegeld door den Hertog van Kleef ^ den Bisschop van Luik en
ADOLF van Kleeft thans algemeen Stadhouder der ]Sederlanden (1).

Door dezen vergunningsbrief werden 'svolks regten en vrijheden bevestigd en uitgebreid,
maar de grafelijke magt en invloed daarentegen aanmerkelijk besDoeid. Hij Averd dan
ook reeds door
maria's zoon en opvolger, filips den Schoone, in veertienhonderd vier
en negentig, zelfs met
bewilliging en goedkeuring der Stalen van Holland, herroe-
pen en voor nul en van geener waarde verklaard (2). Hoewel de Staten van
Holland
de vernietiging van het Groot Privilegie in vijftienhonderd vier en vijftig op nieuw
bevestigden, beriepen zij zich evenwel twaalf jaren later op dit staatsstuk en heb-
ben zich sedert meermalen tot het jaar zevenlienhonderd zeven en
zeventig daarop
beroepen (3).

Overeenkomstig het vierde en vijfde punt van hel Groot Privilegie, steldé Hertogin
26
v. maria eenen inboorling, wolfert van Borselen, Heer van Veere, tot Stadhouder
jjjaajjj over
Holland en Zeeland aan in plaats van lodewijk van, Gr uit hui ζ en ^ wien zij
1477

(1) Groot Placcaatb. D. II. bl. 658—675.

(2) KLUIT, Jlist, d. Roll. Staatsregering, D. IV. hl. 249—260. Deze Geleerde bestrijdt met
1". PAULUS, ρ. RENDonp cii andcien, de geldiglieid van het
Groot Privilegie tegeu liet gevoelen van
even voorname Geleerden. \v, six heeft onder het praesidium van Prof.
cras dit staatsstuk verde-
di{Td in zijne:
Disputaiio Juridica de Magno mariae Frivilegio. Amstel. 1779.

(3) XE WATEH , F ader l. Ilist, D. li. hl. 137, 138.

ocr page 65

DES VADERLANDS. 65

kort te voren op zijn verzoek in die waardigheid bevestigd had (1). Zij koos tevens 1433—
tot gewone Raden zes Hollanders en twee Zeeuwen,
jan van Egmond en jakob van
Borseleny
Ridders, gerard mn Assendelft^ Mr. jakob ruisgh , Mr. kornelis de
jonge, tieleman oom
van Wijngaarden^ hugo van Zwieten en klaas jaks- 12 v.
ZOON van Wisseherhe. De twee buitengewone Raden door haar aangesteld, waren maand.
korhelis van Dorp en gekard va7i Abhenhroek^ uit een bekend Hollandsch of ^^^
Zeeuwsch geslacht gesproten. Boven dit getal, in het
Groot Privilegie bepaald,
voegde zij nog eenen Mr.
joeskeun, vermoedelijk een vreemdeling (2).

Do Staten der overige Bourgondische Nederlanden , bovenal die van Vlaanderen,
hadden insgelijks en met denzelfden uitslag van do gelegenheid gebruik gemaakt, om
hunne oude voorregten te bevestigen en te vermeerderen. Teregt is opgemerkt, dat
»met al dit bedingen Vrouwe
maria weinig meer behield dan haar litel en geen
middel zelfs om dien titel te beschermen; want in plaats van geld te dien einde toe
te slaan, deed men zich vry verklaren van do reeds aan
karel bewilligde beden en
jaarlijksche opbrengsten (3)." De Hertogin en haar Raad zagen zich derhalve gedrongen ,
met
lodewijk XI in onderhandeling te treden en zonden hem een plegtig gezantschap,
zamengesleld uit den Kanselier
willem iiugonet, gui, Heer van Himhercourt, lode-
wijk
van Gruithuizen ^ toen nog Stadhouder van Holland ^ en wolfert van lior-
selen
, Heer van Feere. De beide laalsten hielden zich stipt aan hunnen last, doch
iiugonet en himbercourt beloofden den Koning de behulpzame hand te lecnen lot
het bewerken eener echtverbindtenis van de Hertogin met den Dauphyn en het
bekomen van een gedeelte der stad
Arras, la Cité genaamd. Om dezen handel
werden zij, uit
Frankrijk in Gent teruggekeerd, op aanzoek van den Raad der vier
landen, Vlaanderen, Brahand^ Henegouicen
en Holland met Zeeland^ die als de
voornaamste gewesten al de
Nederlanden vertegenwoordigden, en op last van Vrouwe
maria aan een geregtelijk onderzoek onderworpen , aan landverraad schuldig verklaard
en openlijk door beulshanden onthoofd (4),

(1) Oude JIoIL J)iv. Kron. Div. XKXI. c. 4. balen , Beschr, v. Dordr. bl. 790,

(2) Groot Placaatb. D. Jll. bl. G44—ö46.

(3) bilderdijk , D. IV. bl. 219.

(4) de comises, Liv. V. cli. 15, 16, 17. pontds deüterts, Rer. Ausiriac, Lib. ί. c. 3. de
iiarahte, Hisi. d. Ducs de Bourg. T. IX. p. 151—171. De dwaling, in welke men bijna
■vier eeuwen ten opzigte van het ongelukkig uiteinde van
dcgohet en himbercoürt verkeerde, is door
den Heer
marchakd in eene zeer merkwaardige aanteekening op de baraittb, t. a. p. aangetoond.
» On s'est imaginé" zegt hij, » qne ces deux hommes, célebres par leurs falenls polilique« et par
l'usage anti-national qu'ils en ont fait, avaient cté viclimes d'une vengcance de Ia bourgeoisiedcIa

II. Deel. 3 Stuk, 9

ocr page 66

CG ALGEMËENE&ESCHÏEDENIS

• i 1

! ! 1435— lomiddels was in Holland het vuur der oude tweedragt op nieuw en hevig onlslo-

. ! 1482 . .

I ken. De zware lasten, onder welke men gehukt ging, het mistrouwen op de over-

* ί heid en de verdenking vaö misbruik der stedelijke inkomslen gaven in verscheidene

-5

steden, bovenal in Gouda, Schoonhoi>en ^ Dordrecht en Hoorn ^ aanleiding tot ge-
weldige volksbewegingen. De Kabeljaauwschgezinde Regenten, welke de gevorderde
verantwoording der stads gelden niet behoorlijk konden afleggen, namen de wijk naar
ί elders en werden door Hoekschgezinden op het kussen vervangen. Te
Leiden kwamen

de beide aanhangen overeen , de bedieningen eü ambten gelijkelijk onder elkander te
verdeden , hetgeen echter slechts korten lijd de rust in die stad waarborgde (1). In
Haarlem^ Delft en Amsterdam, waar de Kabeljaauwschen den boventoon voerden,
bleef het vredig en stil (2). Te midden dezer binnenlandsche beroeringen, verloren
1 de Hollanders de belangen van handel en zeevaart niet uit hel oog. Zij zonden eene

ι welbemande vloot van vijf en dertig schepen tegen de Fransche kapers in zee, ver-

overden een groot aantal vijandelijke bodems en keerden tegen het najaar met rijken
buit terug. Met welken moed en onversaagdheid de Nederlandsche zeelieden streden,
getuigt de bevelhebber van een der grootste en sterkste Fransche schepen, welke met
zijn bodem in
Zeeland werd opgebragt. » Ik heb," zeide hij , » groole schepen be-
vochten en genomen, maar zulke dappere en strijdbare mannen als deze nergens aan-
gelroffen. Hel verwondert mij , hoe zij ons konden overwinnen. Zij schenen veeleer
duivelen dan menschen; en ik geloof, dat zij uit de hel zijn opgeworpen, want zij
vreezen noch ontzien iels in den strijd (3)."

Te zelfden tijde hadden de Vlamingen besloten, de veroveringen der Franschen inde
zuidelijke Bourgondische staten met geweld te keeï· te gaan.
Adolf, Hertog van Ge/re,
de ontaarde zoon eens zwakken vaders, door Hertog karel van zijne staten beroofd
en sinds jaren in hechtenis gehouden, wérd tot dat einde door hen geslaakt en aan
het hoofd gesteld van ongeveer Iwinlig duizend maii, in
Gent, Brugge en Yperen

ville dc Gand; mais une cédule ducale de marie de Bourgogne, tpi a etc Irouvée récemment,
vient de ihirè clianger 1'opinion générale. On peftsait atissi quc
utgo?iet et disbercoukt avaient cté
itnmolés inalfjré les plcurs de leur souveraine, et qu'elle n'avait eu aucunc part ä leur condamna-
tionj la ecdule que nous transcrivoiis plus loin (p.
1G6, 167) est la preuve authentique ctoiBcielle
du contraire."

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXX.I. c. 6, 7, 8. Geheel tegen den geest van liet verhaal
des ouden kron ijk schrijvers aan, Avorden deze gebeurtenissen door
bilderdijk, ü. IV. bl. 224, 225,
voorgesteld. Verg.
wagenaar, D. IV. bl. 174—178.

(2) WAGENAAR , D. IV. bl. 178.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 11.

f ι

' i

^ 1

ocr page 67

DES VADERLANDS. ' 67

bijecDgebragt. Hij sloeg met dit leger het beleg voor Doornik, doch sneuvelde by 1433—
een nachtelijken uitval der belegerden. Een groot aantal zijner bpndpp viel in hanr
den der dappere verdedigers, welke drie dagen lang de vluglenden tot bijna aan de
poorten van
Kortrijk vervolgden. Zijn dood bevrijdde maria van Bourgondi'4 van
de vrees, eenen Vorst te moeten huwen van zulk een slechte» naam en faam als hij
en voor wien zy den grootsten afkeer koesterde (1),

Vele Grooten dongen naar hare hand. Van hen waren by haren vader de Dauphyo
en MAxi3iiLi.v.\N
van Oostenrijk het meest in aanmerking gekomen , eii hy had haar
beurtelings nu aan dezen dan aan gene beloofd. Behalve het belagchelijke eene
huwbare Prinses aan den Dauphyn, een kind van acht jaren, te verloven en haar te
willen d\Yingen ongetrouwd te blijven tot dit huwelijk konde voltrokken worden, had
de Koning van
Frankrijk de jeugdige Vorstin ook te veel benadeeld, te veel belee-
digd, om hare genegenheid te winnen. Daarenboven koesterden de Vlamingen en
bovenal de Gentenaars, in wier magt zij zich bevond, eeqen doodelyken haat tegen
de Franschen , welke door de vreesselyke verwoestingen, die
lodewuk. XI in Hene-
gouwen
en Vlaanderen aanrigtte, nog heviger werd ontstoken. Niemand wilde
langer iets van een huwelijk met den Daupliyn liporen, en algemeen uitte zich in
Vlaanderen en Brahand de wensch naar eenq echtyereeniging van de Hertogin met
baximiliaan van Oosteurijk. Keizer frederik. III, steunende op deze gunstige
stemming voor zynen zoon, zond een plegtig gezantschap, bestaande uit Hertog
lode-
wuk
van Beijeren ^ den Bisschop van Mets ^ Avelke het woord moest voeren, de
Keurvorst-Aartsbisschoppen van
Ments en Trier ^ en den Rijkskanselier , door vele
Ridders en Edelen v^rzeld , naar
Gent, Z.ij werden ten gehoor toegelaten in weerwil
van den Hertog van
Kleef ^ die ten Hove grooten invloed bezat en wjens zoon insgelijks
naar de hand der Hertogin streefde. De afgezanten droegen op het welsprcken(|ste voor,
hoe bet huwelijk met
μαχιμιμααν door den overleden Hertog van Bqurgondi'é zelfs
met toestemming zijner dochter was besloten, en toonden de eigenhandige brieyen der
Hertogin nevens den diamanten ring, welke zij den Aartshertog gezonden ha4; haar
eerbiedig afvragende, of zij hare handleekening herkende en gezind was hare belofte
en die haars vaders te vervullen. De Vorstin antwoordde vrijmoedig en tot verbazing
en misnoegen des Hertogs van
Kleef'. » Ik erken , dat wijlen mijn vader, wien God
genadig zij , het huwelijk tusschen den zoon des Keizers en mij heeft goedgekeurd en
toegestemd. Overeenkomstig zijn wil en bevel heb ik dien diamant gezonden en deze
brieven geschreven. Ik erken den inhoud er van en heb besloten, geen ander tot

(1) »S C0MI5ES, Liv. IV. ch. I. Liv. V. ch. 17. pomus DEurEROs, Rer. AuHriac. Lib. J. c. 5,
»K
BARiSTE, Hist. d. Ducs de Bourg. T. IX. p. 173—196.

3 ^

ocr page 68

.68 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

echtgenoot te nemen dan den zoon des Keizers.'* De Stalen en Edelen, ATelke haar
omringden, stemden nu eenparig toe in dezen echt, welken de Koning van
Frank-
rijk
te vergeefs poogde te verhinderen; Duiischland immers, even als Vlaandereny
was te zeer verheugd over eene verbindtenis, door welke men hoopte de gevreesde en
gehate magt van
lodewijk XI te fnuiken. De Hertog van Beijeren huwde in naam
des Aartshertogs, naar hoofsche wijze , de bruid en nam in het halve harnas bezit van
haar.
Maximiliaan zeil', verzeld door de Hertogen van Saxen en Beijeren, de Keur-
vorst-Aartsbisschoppen van
Mentz en Trier, de Markgraven van Brandenburg en
Baden^ den Graaf van Nassau en achthonderd speerruiters, kwam welhaast te Gent,
waar hij met plegtigheid werd ingehaald en den volgenden dag zijn echt met weinig
praalvertooning in eigen persoon voltrok (1). Onder de punten der huwelijksvoor-
waarde was dit het merkwaardigste, dat »de kinderen, welke uit dit huweJijk geboren
wierden, den eerststervende in allo staten en bezittingen moesten opvolgen; maar
indien er geene kinderen nableven, alles aan de wettige erfgenamen zou vervallen,
zonder dat do langstlevende er eenige aanspraak op behield (2)."

Hoewel men maximiliaan van geld ter bestrijding der reiskosten herwaarts voorzien
had, in stede van onderstand van hem te erlangen, was hij echter alom in
Braband
en Vlaanderen met do uitbundigste vreugde en geestdrift ontvangen. Men beschouwde
hem als cenen bevrijder uit den hemel gezonden, om het geteisterd vaderland te red-
den en de ongelukkige Vorstin te beschermen (3). Terstond regelde hij 'slands za-
ken , en sloot te
Lens in Artois een wapenstilstand voor een onbepaalden tyd met
Frankrijk. Partyen moesten vier dagen vóór het aanvangen van vijandelijkheden,
elkander waarschuwen (4). Hoezeer deze overeenkomst van beide zijden kwalijk werd
onderhouden, verschafte zij aan het land ten minste eenige verademing. Kort daarna
werd Vrouw
maria Ie Dordrecht, waar de overige steden van Holland ter dagvaart
verschenen, als Gravin van
Rolland en Zeeland ingehaald en gehuldigd (5). Het
liep echter aan lot het begin des volgenden jaars eer
maximiliaan, als haar Voogd
en Momboiry
in Zeeland en een weinig later in Holland den eed aflegde en dien

18 V.

Herfst-
ma;m<l

I

18—25

t. Leri-
tem.

1478

i

' i

(1) de comines, Memoirs, Liv. V. ch. 12. p. 319. Ch. 16. p. 337, 338. Ch. 17. p. 340, 341.
Liv. VI. cli. 3. p. 382.
olivier de lk marciie, Memoirs, Liv. II. p. 612, 613. pontus ueutekus,
lier. Austriac. Lib. I. c. 7. p. 54. Oude ΠοΙΙ, Div. Kron. üiv. XXXI. c. 12, 13, alwaai· deze
})legtigheid omstandig verhaald wordt,
de barakte, Hisi. d. Diics de Bourg. T. XL p. 200—204.

(2) wagenaar, D. IV. bi. 180.

(3) de comires, Liv. VL cli. 3. p. 382. de baraste, Ilist, d. Vues de ßoiirg. Τ. XL ρ. 203.

(4) DUJIIOHT , Corps Diplom. Τ. III. Ρ. Π. ρ. 10.

(5) balen, Beschr. ν. Dordr. bi. 789, 790. wage.^aar, D, IV. bl. 181.

i^·

"ij

r

1433-
1482

V ' i

11) V.

Oogst-
maand

1477

'i
:
i

Jl

Ά
τ

ocr page 69

DES VADERLANDS.

van de Staten dezer landen ontving (1). Zijn naam werd nu ncYens dien van maria 1433—
en met dezelfde eertitels aan het hoofd der openbare staatsstukken geplaatst. Van
wege zijne gemalin verhief hij voorts van den Keizer die
JSederlanden, welko ge-
houden werden tot het Duitsche Rijk te behooren (2). Hierna ontving hij te
Brugge 19 v.

Cjrdsiu

van ADOLF van Kleef, Heer van Ra ο est ein ^ de orde van het Guldenvlies, en verhief
straks eenige Edelen, ouder andere
willem van Eqmond en "wolfert , 30 r.

O ' Â«/ ' „

1 Ti'mTT']

Heer van Veere^ tot dezelfde ridderlijke waardigheid (3).

Ondanks den wapenstilstand met Frankrijk, had lodewijk XI zijno veroveringen
in do Bourgondische staten voortgezet.
Maximiliaan trok hem met meer dan twintig-
duizend man to gemoet. Nabij
Falenciennes kwam het tot een gevecht waarin, β γ.
zonder groot verlies aan beide zijden, de Franschen hel veld behielden. De Aarts-
hertog toog evenwel hel kanaal van
la Heule over en bood den Koning den slag aan.
Gebrek aan levensmiddelen in de beide legers, de geringe krygsmagt van
maximiliaan
in vergelijking van die der Franschen, en bovenal de afkeer des Konings, zich
aan do wisselvallige kansen van eenen beslissenden veldslag te wagen, bewerkten een
vredesverdrag voor één jaar tijds, waarbij
maximiliaan en maria in het bezit van
Doornik^ Boifchain, Quesnoi en meer andere plaatsen hersteld werden (4). Om
do vriendschap met
Engeland te onderhouden, werd te Rijssel ten behoeve des
handels en der visscherij een verbond met
ïduard IV gesloten (5). Weinig maan- 12v.
den te voren hadden ook de Friezen lusschen de
Zuiderzee en de Lauwers,
vroegere verbonden met de Engelschen vernieuwd (6).

Vrede met de builenlandsche Mogendheden was te noodzakelijker geworden, dewijl 1479
thans al de raagt van den Aartshertog tegen de Gelderschen gevorderd werd , welke
hem het regl op
Gelre en het graafschap Zulphen betwistten. Na eenen twee-
jarigen krijg moesten zij zich onderwerpen, en
maximiliaan werd met maria in

(1) Oude Holl. Dir. Krön. Biv. XXXI. c. 14. reïgebsbergu, Chron. v. Zeel. D. 11. bl. 295.
BALEI», Beschrtjv. v. Vordr. bi. 790.

(2) WAGENAAR, D. IV. bl. 181.

(3) olivier de la marcue, Me7)ioirs, Liv. II. p. 616. PONTÜS debterds, Rev. Anstriac. Lib. I.
p. 56. Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXI. c. 16. de barakte , Hist. d. Ducs de liourg. T. ÏX.
p. 247 , 248.

(4) oLiviEu DE LA MARcuE, Liv. 11. p. 616. DE BARARTE, Htst. d. Diics de Rourg. T. IX.
p. 247—257.

(5) rymer, Acta Puhl. Angl. Τ. V. Ρ. III. ρ. 85, 86, 89.
6)
rysiïr , Acta Puhl. Angl. Τ. Υ. Ρ. III. ρ. 79.

69

ocr page 70

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—de steden dier beide gewesten plegtig gehuldigd (1). Onderlusschen baarde het beteu-
1482

gelen der vernieuwde burgeronlusten en Tolksbewegingen in Holland den Aartshertog
niet minder zorg dan de Geldersche kryg. Reeds in het jaar veertienhonderd zeven en
zeventig had de Heer van
Schagen zich aan oproer tegen 's Lands Hooge Regering
schuldig gemaakt, vele geweldenarijen gepleegd en steeds geweigerd die voldoening
te geven, tot welke hij door het Hof in V
Hage veroordeeld was. Derhalve had
WOLFKRT van Borselen als Stadhouder van Holland ^ aan het hoofd van een aan-
zienlijk getal Edelen en Poorters uit de voornaamste Hollandsche steden, hem in
zijn slot belegerd en spoedig tot overgave op genade en ongenade gedwongen. Hij
werd in
den Haag gekerkerd en voorts naar het slot te Medemhlik gevoerd, al-
waar hij in veertienhonderd tachtig overleed (2). Inmiddels beproefde Heer
jan van
Eg mond een en andermaal, doch vruchteloos, het Hoekschgezinde Hoorn te verras-
sen, om zich in het bezit van het schoutambt te stellen, hetwelk de verjaagde Kabel-
jaauwsgezinde schout
maarten velaer hem verkocht had. Hij verbitterde hierdoor
slechts de gemoederen, en vele van
yelaers aanhangers werden in hunne huizen aan-
gegrepen en met geweld uit de stad gezet (3). Beter gelukte een aanslag op
Leiden^
waar de regering uit leden van beide aanhangen was zamengesteid. Op het gerucht
van eene zamenspanning der Hoekschen, overvielen
jan van Egmond, zk.^ van Was-
senaar ^ WILLEM van Schagen
en andere Kabeljaauwsche Edelen met een groot aantal
gelijkgezinde Haarlemsche, Delfsche en Haagsche Poorters de stad, terwijl de twee
Hoeksche burgemeesters
Gerrit van Poelgeest en willem van Zijl afwezig waren.
Aanstonds vereenigden zich de Kabeljaauwsche Regenten met hen; de Hoekschen wer-
5
v. den in hunne huizen overvallen en ten getale van bijna honderd uit de stad gejaagd
vrouwen der verdrevenen, op straf van eeuwig uit de stad gebannen te wor-
den, verboden werd hare echtgenooten te volgen (4). In
Haarlem daarentegen wa-
ren , om zich te vermaken, eenige jeugdige Hoeksche Edelen binnen gekomen wier
komst en verblijf, naar het schijnt, argwaan verwekten. Zij werden althans des mid-
dernachts door een deel jonge gezellen in den slaap moorddadig overvallen, doch met
levensgevaar gered en weggeholpen. Men deed geen geregtelijk onderzoek naar dezen
moedwil, en zelfs zij, welke daarop hadden aangedrongen, werden door
jan van

' Él
1

i iii'

ίΐί

i

■I

I

I

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 17, 19. rorsTANiis, Hist.Gelr. Lib. IX. p, 501—572-
POMTUS HEDTEBDS, llcr. Austriac. Lib. 1. c. 9. In de gesdiiedenis van Gehe in dit tijdperk zal
deze krijg uitvoerig behandeld worden.

(2) Oude IlolL Oiv. Kron. Div. XXXI. c. 15. Chronijk van Schagen, bl. 64, C5.

(3) Oude Holt. Div. Kron. Div. XXXI. c. 18. velids, Chron. v. Hoorn, bl. 113—121.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 22. oniERs, ßcschr. ν. Leiden, bl. 413.

UiiÉÉ

II

ocr page 71

i

DES VADERLANDS. 71

Egmond deswege en omdat zij met de jonge Edelen vrolijk geweest waren, uit 1433—
de stad gebannen (1). Om deze ongeregeldheden in den beginne, ware het moge- ^^^
lijk, te bedwingen, had do Stadhouder
wolfert van Borselen reeds in de Vas-
ten dezes jaars eene algemecne dagvaart van Edelen en steden te
Rotterdam beschre-
ven. Hij zelf kwam er met een klein gevolg binnen; maar de Baljuw der stad, jan
van Reimerswale^ bevreesd, dat de Hoekschen, Avelke door den Stadhouder begun-
stigd werden, van deze gelegenheid zouden gebruik maken, om haar to verrassen,
bragt de schutterij onder de wapenen, bezette do poorten en hield de afgevaardigden
der Hoeksche sleden er builen; ja, noodzaakte zelfs
yam sorselen , welke aan tafel
zat, onverwijld de stad te verlaten. Na zulk eene beleediging Mas hel geen wonder,
dat de Stadhouder den Kabeljaauwschen weigerde, de verdrevenen van hunnen aanhang
uit
Dordrecht ^ Gouda ^ Schoonhoven en Oudewater ^ in het bezit hunner ambten en
goederen te herstellen. Do wederzijdsche verbittering nam nu hand over hand toe.
In 'i
Gravenhage geraakten de dienaars des Stadhouders met die van do Kabeljaauw-
sche Edelen waar en wanneer zij elkander ontmoetten handgemeen. Op zekeren
lijd scholen do valkeniers van
van bokselen uit do vensters van het Hof op de Kabel-
jaauwschen. Deze riepen Poorters uit
Haarlem, Delft, Leiden en Amsterdam
te hulp en maakten zich onder aanvoering van jan van Egmond^ jan en filips van
Wassenaar
en andere Edelen van hun aanhang, bij verdrag meester van het Hof,
hetwelk niet van plundering verschoond bleef (2). De Stadhouder, die zich elders
bevond en inmiddels
Rotterdam bemagligd had, bragt in allen spoed zoo uit Utrecht
als uit de Hoekschgezinde steden van Holland^ zevenduizend man bijeen, nam zijn
Hof weder in en liet de huizen der Kabeljaauwschen in
den Haag plunderen.
Naauwelijks was hij na korten lijd in
Rotterdam teruggekomen, of do Kabeljaauw-
schen oefenden hel regt van wedervergelding uil tegen de Hoekschen. Hierop besloot
hij , het gereglshof uil
den Haag naar Rotterdam over te brengen en spande werke-
lijk met eenigo Hoekschgezinde Raadsleden aldaar de vierschaar , voor welke evenwel
niets anders dan zaken de Hoekschen betreffende gebragt werden. Wanhopende ooit
de beroerten in
Holland lol rust Ie brengen, vertrok hij naar Zeeland en liet Rot-
terdam
over aan de zorgen van joris, bastaard van Brederode (3).

De op nieuw ontvlamde krijg met Frankrijk, welke den Nederlandschen handel
en der visscherij groot nadeel berokkende (4), verhinderde ook aiAximLiAAir, om zelf

(1) Oude Holl Div. Kron. Div. XXXI. c. 21.

(2) Oude Holl. Div, Kron. Div. X.XXI. c. 21.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 23.

(4) AEGiDics DE ROYA, Annules Belg. p. 102. reygersbergh , Chron. t. Zeel. D, II. bl. 297.

ocr page 72

1433—herwaarts te komen ten einde de rust te herstellen. De overwinnine, door hem op de

1482

^ ^ Franschen bij Guinegate in Artois bevochten, moge den overmoed der vyanden ge-
Oogst- fnuikt hebben, maar maakte geen einde aan den oorlog (1). Tot beveiliging der

1479 gi^ßnzen tegen de aanvallen der Franschen en Gelderschen, werd nieuwe onderstand
in geld gevorderd, om welken
maximiliaan zich vruchteloos tot de Staten van Vlaan-
deren
wendde (2), Hij begaf zich hierop naar Holland^ waar hem door invloed der
Kabeljaauwsche Edelen, die zelfs ten koste van het algemeen zijne genegenheid tracht-
ten te verwerven , honderd en zestigduizend Filipsschilden van dertig Grooten Vlaamsch

1480 eens, en tachtigduizend jaarlgks acht jaren lang, in naam van Holland, Zeeland en
Friesland werden toegestaan, waarvoor men eenige vrijheden en voorregten bedong (3).
Zonder moeite werd nu ook van
maximiliaan op eene bijeenkomst te Gorinchem ^ het
ontslag van
wolfert van Borselen verkregen, ofschoon deze staatsman in de gunst des
Vorsten deelde en aan het vaderland uitstekende diensten bewezen had. Om de mis-
handelingen der Kabeljaauwschen te ontgaan, was
van borselen zelfs genoodzaakt in
het geheim do stad te verlaten en naar het Hoekschgezinde
Dordrecht te vlugten.
Eenigen tijd later kwam aldaar ook
maximiliaan , doch de Kabeljaauwschgezinde Dordt-
sche ballingen, die zich bij hem gevoegd hadden, weigerde hij, op aanzoek der rege-
ring , den toegang in de stad, waar een aanzienlijk getal Hoeksche Edelen hem om-
ringde. Pia het regelen der zaken, vertrok hy , begeleid door vele Dordtsche en Goud-
sche Poorters, naar
Rotterdam. Hier geraakten de beide aanhangen in heftige be-
weging , die echter zonder bloedstorting afliep. De Aartshertog bevestigde
joris van
Brederode
, welke hem de sleutels van Rotterdam had aangeboden, als Opperbevel-
hebber dier stad, van welk ambt hij hem echter weldra, op aandrang der Kabel-
jaauwschen , ontzette en een Brabander in zijne plaats stelde. Door dit wederkeerig
begunstigen nu eens van de Hoekschen en dan van hunne tegenpartij, wilde
maximi-
liaan
een bew^s geven van zijne onzijdigheid en dat hij den eenen aanhang niet
boven den anderen eenige voorkeur schonk, maar slechts het herstel van den binnen-
landschen vrede bedoelde en de beide partijen met elkander wilde verzoenen. Deze
gedragtslijn volgde hij insgelijks te
Gravenhage, toen wel tegen, mdidcc onvermin-
derd
het Groot Privilegie, joost van Lalaing, een Henegouwer, doch door hel
huwelijk zijner nicht
jolande met reihoud van Brederode aan dat geslacht ver-
maagschapt , door hem tot Stadhouder van
Holland, Zeeland en Friesland werd
aangesteld. Het Hof in V
Hage of de Kamer van Holland werd insgelijks veranderd.

ή ί|

Ι!

I 'I
Ιτ

i|

ij

Wi

·ΐ|ί

»i

ί I

(1) DE BARANTE , Hist. d. Ducs de BouTg. T. X. p. 35—41.

(2) AEGIDIUS DE ROTA, ΑππαΙ. Belg. p. 102.

(3) WAGENAAR, D. IV. bl. 190, 19J,

ι I

■■ II

fi >

ocr page 73

DES VADERLANDS. 73

en uit een gelijk getal van Hoeksche en Kabeljaauwsclie , gewone en buitengewone 143op

. . . .7 1482

leden zameugesteld. Na eene vergeefsche poging, om de Hoeksche ballingen in Leiden

terug te voeren en de burgertwisten te bevredigen, liet maximiliaan aan den nieuwen

Stadhouder de zorg over, om de rust en eensgezindheid in de steden te herstellen (1).

Lalaïsg reisde tot dat einde van stad tot slad , maar slaagde alleen in Hoorn en te

Gouda. De verdreven Kabeljaauwschgezinde burgers werden in deze sleden weder

toegelaten, mits zij op de knieën voor al hel volken by de Heiligen zwoeren, nimmer

naar eenige stedelijke ambten te staan of die te bedienen (2).

Terwijl dit in Holland gebeurde , gelukte het maximiliaan in Engeland^ ondanks
de tegenwerking des Konings van
Frankrijk, hel vroeger gesloten verbond van ka-
rel
den Stoute met eduard IV te hernieu^γen. Eduard vermaande hem evenwel op
het ernstigste, om het bestand met
lodewijk XI te verlengen , en bood hiertoe zijne
medewerking aan. Werd dit door
Frankrijk afgewezen, dan zou hij hem met zes-
duizend man ondersteunen. De Aartshertog moest daarentegen afstand doen van de 1480
honderdduizend kroonen, den bepaalden bruidschat van
ainna , derde dochter van
Koning
eduard, die het jaar te voren aan filips, den zoon van maximiliaan en
maria, den twee en Iwintigsten van Zomermaand veertienhonderd acht en zeventig
geboren, was verloofd geworden (3). De vrees voor eenen openbaren krijg lussChen
Frankrijk en Bourgondië verminderde sinds lodewijk XI, van eene beroerte over- 1481
vallen welke hem geen lang'leven voorspelde, meer en meer den lusl verloor, om
ile wapenen op te vatten; terwijl de verwarde staat van zaken in
Holland den Aarts-
hertog derwaarts riep.

De Hoekschen, vóór twee jaren uit Leiden verdreven en sedert mei geweld buiten
gehouden, niettegenstaande een vonnis van het Hof hen in hunne goederen en regten
aldaar hersteld had, verrasten ten getale van honderd vijf en dertig man, grooten-
deels Utrechtenaars, onder aanvoering van den Ridder
reijer van Broekhuizen ^
op eenen vroegen morgen bij donker de slad. Terstond bemagtigden zij het raad-
huis , hetwelk Λvein)g uren later voor een gedeelte door het vuurvatlen van het bus-
kruid , welk in do onderste verdieping bewaard werd, in do lucht sprong, waarbij
omlrent veertig menschen van beide aanhangen het leven verloren. De aanzien- 20 v.
lijkste Kabeljaauwschen werden gevangen gezel, zés voorname burgers met

1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXL c. 25. Verg. wagenaar, D. IV. hl. lül, v. wijs op
wagenaar, St. IV. bl. 55—57, en bilderdijk, D, IV. bl. 233.

(2) j. v. leideii, Chron. v. Egmond, bl. 100, 19L veliüs, Chron. v. Hoorn, bl. 121, 122.

(3) t. rijmer, Acta Puhl Angl Τ. V. Ρ. ΙΠ. ρ. 102, 107—112. Verij. de barakte, Hist, d,
Ducs de Bourg.
T. X. p. 77, 91—97.

II Deel, III Stuk. 10

ocr page 74

74

i-1 Ι'·

Λ

ALGiSMEKNE G ES C il I Ε Ρ Ε Ν 1S

Γ

stedelijk bewind belast, en uit de zesduizend Poorters, hoven de twintig en onder do
zestig jaren 1 oud, duizend kloeke, welgewapende mannen gekozen en onder ervaren
krijgsbevelhebbers gesteld , oin de stad io tijd van nood te beschermen (1).
Maximi-
LiAAN aangespoord door de Kabeljaauwschgezinde sleden, voornamelijk Delft , Haar-
lemen Amsterdam ^
gaf aan lalaing bevel , om Leiden te belegeren en zond hem een
goed gelal krijgsknechten onder den Markgraaf van
Antwerpen. De steden namen
vreemde bezetting in, en eer men het vermoedde, was de burgerkrijg in
Holland
algemeen. Na eene verg^efsche poging der bewindslieden in Leiden, om op billijke
voorwaarden met den Stadhouder in onderhandehng te treden , werd de stad belegerd
en door het innemen van do omliggende sloten in het naauw, doch niet tot overgave
gebragt (2). Terwijl zij zich dapper verdedigde en in menige schermutseling de over-
hand behield , werd
Dordrecht door da Kabeljaauwschen onder jah van Egmond,

0 v. schertsend Manke Jan bijgenaamd, door eene krijgslist verrast. Van egmond , bij

( rrdSlH·

j48l" wien zich do Kabeljaauwsche ballingen uit die stad gevoegd hadden, voerde in Go-
rinchem
het bevel, om de Gelderschen in het oog te. houden, toen hij den Schout
van
Dordrecht^ welke te zijnejn nadeele gesproken had, verwittigde »dat hij zijne
stad toch wel zou bewaren , dewijl hij van raeeuing was, niet in den nacht, maar op
klaar lichten dag aldaar te verschijnen en hem rekenschap af te vorderen van het-
geen hij hem te na gezegd had." De Schout echter sloeg deze bedreiging in den
wind, en de stad was met weinig zorg bewaakt, toen,
egmond met twee schepen, ge-
laden met rijs waaronder honderd vijftig Eqgelschen, eenige andere krijgsknechten
en vele gebannen Kabeljaauwschgezinde Dordtenaars verborgen waren, op eenen
vroegen morgen de oude haven invoer. Het volk werd straks ontscheept en snelde ,
elk met een witten doek tot herkenningsteeken om den arm, naar het raadhuis.
Do burgers vlogen wel aanstonds te wapen , doch kozen dc vlugt, nadat de Burgemees-
ter GILLIS ADRiAANSzooN, dio iu do haast een koperen pot 14 plaats van een storm-
hoed had opgezet, en de onderschout gesneuveld waren.
Egmond nu meester van de
stad en door een goed getal manschappen uit
Rotterdam versterkt, liet meer dan
tweehonderd Hoekschen opligten en als misdadigers gevangen naav voeren (3).

Gouda y Schoonhoven en Oudewater geraakten mede in handen der Kabeljaauwschen;
de Hoekschen werden in hunne ambten geschorst, zoo niet gebannen, of in den ker-
ker geworpen (4).

11

m

il

IFi

Η J

Ii
l i

(1) Oude Hall. Die. Kron. Div. ΧΧΧΓ. c. 28. orlers, ßeschr. ν. Leiden, bl. 415.

(2) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXI. c. 29.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXf. c. 30. v. beverwijck , Beschr. v. Dordr. bl. 319-
balen, Beschr. v. Dordr. bl. 792.

f!

•.ifj

(4) WAGEMAR, D. IV. bl. 196.

JtfiT

mÊÊÊm

ocr page 75

75

DES VADERLANDS.

Masimiliaaiv welke zich in Breda bevond, om do lieweginffen der Gelderschen 1433—

1482

gade te slaan, hegaf zich op de tyding van hel vermeesteren van Dordrecht, met
vele Ridders en Edelen over
Rotterdam, Gouda, Oudéioater en Schoonhoven , waar
hy alom de Kabeljaauwschen in het bewind bevestigde, derwaarts en verzette er buiten
tijds de regering, hoewel onverminderd de stads voorreglen (1). Onderlusschen had
reijer
imn Broekhuizen , bevreesd voor de magt van maximiliaan , mei zya volk hel steeds
belegerde
Leiden verlaten. En daar deze stad reeds veel nioeile had aangewend , om
zich met den Aartshertog te verzoenen j gingen de aanzienlijkste burgers in rou^vklee-
deren dien Vorst te
Leiderdorp te 'gemoet, boden hem ootmoedig de sleutels der
stad aan en sitieekten knielend om genade. Zij verkregen die tegen voldoening van 17 v.
vijftigduizend gulden, met uitzondering van achttien personen van welke er kort 1481
daarna zes te
Leiden geregt werden. Hierop vertrok MAxiiöiLiAATf naar den Haag,
Avaar het vonnis der Hoeksche gevangenen uit Verschillendo steden, in zijne tegen-
woordigheid werd opgemaakt. Het leven en de goederen van vele hunner werden ver-
beurd verklaard, doch op voorspraak der Herlogin-weduwe van
karel i/en Stoute ^
vórwierven zij lijfsgenade én veerden gebanrien (2). Slechts de Burgemeester dirk
Beaumont en de Schout adriaaw jaksä van Bordt^ëcAt werden onthalsd , op grond
van beschuldigingen, welke men in lateren tijd te regt als onvoldoende geoor-
deeld heeft (3). De Kabeljaauwschen, die om de gehate Hoekschcn te fnuiken,
zich naar den wil van het Hof geschikt, zware beden ingewilligd en de voorreigten , bij
het
Groot Privilegie verworvien, strafwaardig opgeofferd hadden , geraakten nu overal
in het bewind , en de aanzienlijkste Hoekschen uit het land. Do rust werd hierdoor
niet hersteld; immers liet de Aartshertog een bevel uitgaan , waarbij de twistende ge-
meente tot eendragt vermaand werd (4).

Do Hoeksche ballingen vonden bijna nergens een toevlugtsoord diin in het Sticht,
waar het gezag van Bisschop datib van Boutgondië merkelijk was afgenomen, en de
BREDERODES aau de meeste adellijke geslachten verwant waren. In het bijzonder ver-
leende hun de Burggraaf van
Montfoort in de stad ütrecht, waar hij het hoog
bewind voerde, eene veilige schuilplaats.
Maximiliaaiv hierover misnoegd, pleegde
in zijn gebied daden van geweld legen de Utrechlsche burgers, waaruit een drie-

'4

(1) Oude Hólt. Div. Kron. Div. XXXL c. 31. liALtii, Êe^chr. t. Dóidr, bi. 297, 793.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 31. ^αοελααβ, ύ. IV. bl. 197, 198.

(3) v. beverwiick, Bcschr. v. Dordrecht, bl. 320. βαιεγγ, Beschr. r. Dordr. 1)1. 794. Verg;.
wage5aar, 1). IV. bl. 198—200. siegerdeek, dc Ecv vuii ^AGZKKkr^ Verdedigd^ W. 1O0--113.
TE WATER, Vaderl. Hist. D. II. bl. 145.

(4) WAGBJTAAR, D. IV. bl. 201.

! i!'

10*

ocr page 76

1433-

1482

76

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

•jarige krijg tusschea Holland en Utrecht ontsproot (1). Gelukkig had hij kort te
voren den Geklcrschen oorlog geëindigd en was met
maria. te Nijmegen als Hertog
en Hertogin van
Gelre gehuldigd (2).

Maria, overleefde deze verheiBng niet lang. Eens builen Brugge zich met de rei-
gerjagt vermakende , viel zij van haar paard en overleed drie weken daarna aan de
bekomene wonde, dewijl zij uit overdreven vrouwelijke kieschheid, naar men zegt,
heelkundige hulp weigerde. Zij had slechts den ouderdom van vijf en twintig jaren
bereikt en liet twee kinderen na:
filips, haar opvolger, met wien de grafelijke
regering van
Holland in het huis van Oostenrijk overging, en Margaretha, welke
wij naderhand als Landvoogdes der
Nederlanden zullen ontmoeten (3). Hoewel zi]
de eenige vrouw geweest is, welke in
Holland als wettige Gravin algemeen erkend
werd,zoo was niettemin hare korte regering even onstuimig als die harer voorgangsters
en eene aaneenschakeling van binnenlandsche oproeren, terwyl hare zachtmoedigheid ,
beminnelijkheid, weldadigheid, godsvrucht en huisselijke deugden een beter lot ver-
dienden (4).

Utrecht. Overijssel. Drehtiie. Do beroerten in Holland oefenden ook in dit
tijdperk dikwerf eenen noodlottigen invloed uit op het
Sticht. De dood van
s
\VEDER van Kuilenharg had aldaar de binnenlandsche rust niet hersteld (5). De
Kanoniken, welke met dien Kerkvoogd gebannen waren, kwamen op de tyding
zijns afstervens, te
Arnhem of veeleer te Dordrecht bijeen en verkozen, even alsof
de ütrechtsche zetel niet door
rudolf van Diepholt bezet was, walraven van
Meurs j
broeder des Graven van Meurs en der Bisschoppen van Keulen en Mun-
ster
, lot opvolger. Deze keuze , hoe onwettig ook, als noch op de gewone plaats
noch door al do daartoe geregligden geschied, werd op de kerkvergadering van
Basel goedgekeurd. Walraven vestigde daarop zijn zetel te Dordrecht, doch
hield zich ook nu en dan te
Arnhem en elders op (6).j Te vergeefs beproefde

J'

i-T

1434

τ twi
' . mili

Ψ.

j

mÊÊÊÊÊiÉ

(1) Chron. van 1481—1483 in matthaei Analect. T. L p. 397—500; en het Excerphim ex
t. basini Hist. Gallica aldaar, p. 505—58ö. Oude Holl. Oit\ Kron. Div. XXXL c. 35—41.
Zie hierna dc {feschicdeiiis van
Utrecht in dit tijdperlc.

(2) pontüs hetteuüs, Ret. Austriac. Lib. 1. p. 63. sliciitekhoust , Geld. Gesch. bl, 285.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XKXL c. 41. pontusiieütercs, iïer. ^«winac. Lib. L p. 63, 64.
. (4)
de comines, Lïv. VI. cli. 3. Verg. wagenaar, D. IV. bl. 207. biluerdijk, D. IV. bl. 239.

(5) Alg. Gesch. d. Vaderl. D. II. St. IL bl. 557. j

(6) Ï€ÎºÏ…Λ, ρ. 286. Cron. de Traj. apud ματτπαει Analect. T. V. p. 458, 495, 496. Magv^.
Chron. Belg.
p. 406. burman, Utr. Jaarb. D. 1. bl. 4.53—455. . ! ,

27 v.
Lente-
maand

1482

ocr page 77

DES VADERLANDS. 1741

1433-

1482

hij, het zaad der tweedragt in het Sticht zelf uit te slrooijen (1). De vijf kapittels,
de ridderschap en de sleden
Utrecht en Atnersfoort verklaarden zijne verkiezing
voor onwettig en verbonden zich, om met al hun vermogen
rudolp in het bisschop-
pelijk gezag te handhaven (2). Insgelijks vernietigde Paus
eugenius IV de uitspraak
der kerkvergadering, gelastte allen Christengeloovigen,
rddolf vanDiepholt als wet-
tig Bisschop van
Utrecht te erkennen, en gaf den Bisschop van Sabine^ den Proost
van
St. Ρ iet er ^ en den Deken van den Dom te Utrecht volmagt, om over de we-
derspannigen den kerkdijken han uil te spreken. Dit geschiedde , nadat de broeders
van WALRAVEN
van Meurs vruchteloos getracht hadden door hunne geheime vrienden
in het
Sticht, de zwevende geschillen in der minne te vereffenen (3). Ondanks den
ban , zetten de Meursgezinden hunne aanslagen voort (4). Bij eenen gédreigden inval
onder den Graaf van
Meurs, besloot het geheele Neder-Sticht den vijand het hoofd
tö bieden, en de regering van , op welke stad men het bijzonder gemunt had,

gelastte allen burgers boven de twintig jaren, zich te wapenen (5). Het bleef echter,
naar het schijnt, slechts bij dreigen. Hoewel -
walraven van Meurs door felix V, die
op de kerkvergadering van
Bazel tot Paus gekozen was, in het bisdom van Utrecht
bevestigd werd, moet zijn gezag en invloed toch gering geweest zijn; het blijkt althans
niet, dat hij iets belangrijks tegen
rudolf van 2)«e/JÄo^i ondernomen heeft (6). Fi-
Lips van Bourgondië ontnam hem het geestelijk regtsgebied over Holland^ Zeeland
en Friesland^ hetwelk sweder van Kuilenhurg aan den Utrechtschen Stoel ont-
trokken had, en gaf het aan
rudolf van Diepholt terug. »In het Christendom van
Utrecht^'* zeide do Hertog, »is maar één Herder; ik wil, dat ermaarééno schaaps-
kooi in zij (7)."

Vermoedelijk heeft walraveit van Meurs toen zijn zetel uit i?orc?rec/ii naar ^rwAew
overgebragt. Tot teeken van oppermagt, liet hij te
Keulen goud- en zilvergeld met
«yn naam munten, hetwelk in de stad
Utrecht niet gangbaar was vóór dat de Raad

1444

(1) bürman, Vir. Jaarb. D. l. bl. 463, 469, 471, 488.

(2) Zie het Manifest bij matthaexjs, Analect. T. V. p. 497. bürmak, Vtr. Jaarb. D. 1.
bl. 472—474.

(3) OTMBAR, Kerlil. en Wercltl. Deventer, D. II. bl. 104—113.

(4) BUKMAN, Utr. Jaarb. D. I. bl. 488.

(5) Zie het raadsbesluit in Herfstmaand van 1437 bij mattdaecs, Analcct. T. V. p. 498. Ook
bij BURMAN,
Vtr. Jaarb. D. I. bl. 499, die het echter een jaar later stelt.

(6) heda, p. 286. Vergelijk bubman, Vtr. Jaarb. D. L bl. 453 , 454.

(7) Oude Holl. Viv. Kron. Div. XXIX. c. 10.

31 V.
Lente-
maand
143Ö

23 V.
Üofjst-
maand

1437

1439

1441

ocr page 78

78 ALGEMEENE G Ε S G II IΕ D Ε NI S

1433—het gewaardeerd had (1). Zijne bloedverwanten verontrustten nu en dan hel Sticht;
dit was althans de hoofdgrond op welken rüdolf van Diepholt den Aarlshisschop
van
Keulen den oorlog verklaarde, van welken echter vermoedelijk niets gekomen
144Ö
is (2). Twee jaren later, sloot rudolf met den Bisschop van Munster, πενοβίέ i?aw
Meurs, een verbond van vrede en vriendschap (3). Met ernst beijverde hij zich , om
de vervallen zaken des
Stichts te heistellen , de sloten en Sterkten te vernieuwen of
te verbeteren y en de oorlOgsschvrlden af te lossen. (4).

Inmiddels was do slad Utrecht met het huis van Montfoort in hevigen twist gé-
raakt.
Willem van Montfoort had van Bisschop äudolf tweeduizend kroonen opge-
notoeü , vaö wiilke hij i de teruggave weigerde, bewerende , dat eenige Utrechtsche
burgers die gelden ontvangen hadden. Na een naauwkeurig onderzoek werd dit on-
waar bevonden, en
Var montfoort door den Raad de slad ontzegd lot hij het ver-
schuldigde zou voldaan hebben. Hierbij kwam, dat zijn broeder, de Burggraaf, eénen
Ulrechtscheö burger grootelijks had beleedigd ^ hétgeèn door de regering van
Utrecht
zoo hoog werd opgenomen, dat zij beslag legde op de personen en goederen der
Monlfoorlers, zoolang het ongelijk niet gebeterd zou zijn. De spanning wérd sterker,
toen wiLLÈii
van Montfoort door een sluipmoordenaar lagen legde op het leven van
eeü aanzienlijk!.burger der''slad. Men beloofde drieduizend Bourgondische schilden
dengenen, welke hem levehd in handeh van den Raad leverde , en duiiend denge-
nen, welke hem doodsloeg (&}. Er werden krachtige maatregelen genomen, óm de
slad tegen zijne aanvallen, te béschermen j en dewijl verscheidene inwoiaeis met de
Heeren van
Montfoort in Verslandhouding stónden, vaardigde de Raad hieHegen een
scherp bevelschrift uit, hetwelk dikwerf moest vernieuwd worden. Het getal der
schutters werd verrtieerderd, én hij met eeuwige ballingschap gestraft, welke ^ich
1447 bij een vijandelijken aanval niet behoorlijk van zijnen pligt zou kwylen. Tesmeer
werden deze voorzorgen noodzakelijk, daar de Heeren van;
Monlfoort vele gewa-
penden bijeenbragten en het gerucht zich verspreidde, dat zij de stad bij verrassing
wilden vermeesleren. Men meent, dat zg door Hertog
filips «jaw Bourgondie onder-
steund werden , welke , op het bez:it vön
ütreckt vlammende , door het verwekken
van vijanden, de magt dier slad poogde te verzwakken (6).

>i

(1) BUKMAN, Utr. Jaarb. D. II. bl.

(2) roNTARUs, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 487.

(3) Â«unMAN, Vtr. Jaarh, D. II. hl. 90.

(4) HEDA, p. 286. Cron·. dc Traj. p. 4Θ7.

(5) BLRMAN, Utr. Jaarh, IL bl. Ö7---02.

(0) BURMAK, Uir. Jaarb. 1). II. bl. 104, 111—115.

Éi

■ttUHiUli

ocr page 79

DES VADERLANDS. 79

In dit hagchelijk tijdsgewricht, waar eensgezindheid zoo dringend gevorderd werd, 1433—
was tusschen Bisschop
rudolf en de Utrechlsche regering over zekere belasting, het
mergengeld
genaamd, geschil ontstaan. Dit mergengeld werd sinds eenige jaren in
Utrecht geheven, deels om de stads schulden af te lossen, deels om de onkosten des
Bisschops, ten behoeve van het
Sticht gemaakt, te vergoeden, en had in den beginne
onder de burgers groot misnoegen en gemor verwekt (1). Het schijnt, dat dit geld
niet altijd voor het bepaalde dool gebezigd werd; althans Bisschop
rüdolp wilde het 1448
gebruik dat men er van maakte onderzoeken. Men weigerde hem de noodige in-
Ifthting, en de Domdeken
jonaw puoeis , broeder van den Burgemeester roetart
pROEis, duwde hem op dreigenden loon toe : »Indien gij zoo wilt voortgaan, moogt
gij wel toezien, dat gij den Bisschopszetel behoudt; wat mij betreft, ik zal wel
Deken blijven." Verbolgen verliet de Bisschop aanstonds dö etad en verzoende zich,
uit wraak over deze beleediging, met den Burggraaf van
Montfoort, tegen wien hij
zich nog onlangs ten voordeele der Utrechtenaars verklaard had. Hij ontsloeg hem
tegen eene aanzienlijke geldboete, van den kerkdijken ban en schonk hem vergiffenis
van
de misdaad aan zijnen Vilder jaiï van Montfoort gepleegd, wien hij in den ker-
ker had laten sterven (2).

Do Utrechtenaars hierover ten hoogste verbitterd, besloten den Bisschop, welke
naar
Amersfoort en Horst getogen was, den terugkeer to beletten en walrave:?
van Meiirs in zijne plaats als geestelijk Opperheer to erkennen (3). Walravebt , dio
zich eenige jaren had stil gehouden, begon nu het hoofd weder op te steken en zijne
gewaande regten op den Slichtscheu zetel te laten gelden (4). Men vermoedt echter,
dat hij weldra met
rudolp van Diepholt in onderhandeling getreden is, dewijl hel
nergens blijkt, dat hij van de gunstige stemming der Utrechtenaars to zijnen opzigte
gebruik gemaakt of eenige beweging, om hun bijstand te bieden, beproefd heeft (5).
Hoe dit zij, men bleef hem genegen, en toen Willem «ατι
Montfoort met eenige
ruiters voor de stad verscheen, om haar te verrassen, snelden de burgers to wapen
en verijdelden den aanslag (6). Doch ondanks alle voorzorgen, gelukte het Bisschop
RiiDOLP zijne zetelstad te bemagtigen. Door verraad van binnen, kwam hij er bij

(1) BUKMAN, lllr. Jaarb, D, li. hl. 35-38, 50.

(2) heda, p. 280. Cron. dc Traj. p. 470 , 508. βεβμα,ι, Vw. Jaarb. D. II. h\, 119.

(3) HEDA , p. 287.

(4) BÜRMA5, L'fr. Jaarb. D. II. bl. 121.

(5) EURMAj, Utr, Jaarb. D. II. bl. 127 1).

(6) bcrma:», mr. Jaarb. D. II. bl. 121.

ocr page 80

1433-

1482

80

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

2T.

Sprok-
telm.

1449

Ml ;

1450

Dacht heimelijk in en trok met de zijnen onder een woest getier, lot op de Νeude.
Ondertusschen >Yaren de alarmklokken geluids en de burgers in de wapenen gekomen.
Bij de
Schoutensteeg ontmoette men elkander. Er ontstond een bloedig gevecht; do
Bisschop zelf en de Heer van
Montfoort werden gewond , en waarschijnlijk zouden
zij het onderspit gedolven hebben, indien niet te goeder uur eenige Amersfoortsche
poorters lot hunne hulp waren toegesneld. Na lang weifelen, verklaarde zich de over-
winning voor de Bisschoppelijken. Vele Utrechtenaren en Slichtsche Edelen waren
gevangen genomen, en slechts weinigen van 's Bisschops tegenstanders hadden zich
door de vlugt gered; de Burgemeesters
vajt lichtenberg , puoeis en yan damasghe-,
in het gevecht zwaar gekwetst, stierven: aan hunne wonden. Bisschop rudoxf nu
geheel meester van de stad, herstelde aanstonds de Regeringsleden, welke het vorige
jaar om zijnentwille daaruit gebannen waren, in hunne vorige betrekkingen. Daaren-
tegen werd elk op levensstraf verboden, degenen te huisvesten of te verbergen, welke
legen hem de wapens hadden opgevat, en eene belooning van honderd oude scliilden
uitgeloofd, aan wie eenen van hen te Toorschijn bragt. Om het gemeen genoegen te
geven en den haat tegen het vorig bestuur te verhoogen, werden levens eenige im-
posten deels verminderd, deels geheel afgeschaft. Eenige der gevangenen werden
onthoofd , andere tot den kerker of met vrouw en kinderen lot ballingschap veroor-
deeld , en sommige onder oorveede ontslagen, doch de meeste niet dan legen aanzien-
lijke opofferingen van geld en goederen in vrijheid gesteld. De Heer
van Gaasbeek
kon die gunst slechts door tusschenkomst van den Stadhouder van Holland, jait van
Lannoi
, en voor den afstand zijner heerlijkheden Jhcoude en fVijk te Duurstede
verwerven, welke nu met het Neder-Sticht vereenigd werden. De Amersfoorlersont-
vingen, tot erkentenis hunner bewezene diensten, van den Bisschop kwijtschelding van
alle misdaden en breuken, die zy vroeger gepleegd en verbeurd hadden (1). Slechts
oogenschijnlijk was nu in
ütreeht de rust hersteld. Er bevonden zich hier nog velen ,
welke het vorig bewind genegen waren en.geene gelegenheid onbeproefd lietenj om
de builingen en uitgewekenen wederom binnen te brengen.] } De Raad der stad-» ver-
bood derhalve op nieuw strengelijk alle gemeenschap met de igebannenen , en het was
niet veroorloofd met hen te sproken; tevens werden nieuwe voorzorgen genomen legen
onverhoedscho aanvallen van builen en oproeren van binnen. Door deze wakkerheid w erd
een aanslag van
frederik van Renesse, een der uitgewekenen, tegen de stad verijdeld.
Twee inwoners, welke daarin deel genomen hadden, werden met den dood gestraft (2).

(1) Oude Holt. Div. Kron. üiv. XXIX. c. 17. dedaV p. 287. Crèru dcTraj. p, 509—512.
Blagn, Chron. Belg. p. 403. Burmas, Ulr. Jaarh. D. II. hl.'127—148. ' ο .. . < .

(2)'bijbmaslltr. Jaarb. D. 11. hl, 150, 174, 181. ^ 1 ^ .U /I

•r

ocr page 81

..HUI,ι·.J ,t.1,.»IW..JIM;>ιμμιW

DES VADERLANDS. 81

In dien lijd overleed de Bisschop van Munster^ hekdrik van Meurs. Rudolf ua^i 1433—
Diepholt begaf zich met een groot gevolg van Edelen derwaarts, om de stemmen der
kanoniken voor zijn neef
koenraad van Diepholt te Avinnen. Doch na het verspil-
len van veel geld, keerde hij onverrigter zake terug, en
walravek Jiewri werd,
legen den zin der Munslerschen , door het groolsle gedeelle des ICapillels, te
Duimen
bijeengekomen, tot Bisschop verkozen (1). Door tusschenkomst van den Kardinaal
nicglaas de gusa , deed nu walraven volkomen afstand van bet Utrechlsche bisdom,
en RUDOLF verzekerde hem daarentegen een tiende van do inkomsten der Stichlsche
geestelijkheid (2). Deze schikking werd door den Paus goedgekeurd en de Bisschop
van
Luih met de uitvoering er van belast, die terslond den Ulrechlschen Geestelijken,
onder bedreiging van den ban beval , daaraan te voldoen (3). De Kapillelen van
üt-
recht
en Deventer verzetten er zich tegen, doch vruchteloos; en ofschoou walraven
kort daarna overleed , werden evenwel deze gelden later aan zijne erfgenamen uitge-
keerd (4). Tot schadeloosstelling verleende Bisschop
rudolf aan de Geestelijken in
Utrecht vrijdom van imposten , doch do regering dier stad sloeg geen acht op deze
vergunning, welke buiten hare bewilliging en tot nadeel der stedelijke inkomsten ge- 1451
geven was (5).

Hoewel walraven van Meiirs 's Pausen bevesliging op den Munslerschen zetel ver-
kregen had, werd hij echter door het volk, welk aan de keus des Kapittels do ver-
eischle toestemming had geweigerd, buiten de slad gehouden. ïe vergeefs had hij
reeds den banvloek over zijne tegenstanders uitgesproken, toen hij naar de wapenen 1452
greep , om hen te bedwingen (6). Bisschop
rudolf trok hem met eene aanzienlyke
krijgsmagl te hulp, onder voorwaarde, dat wanneer do slad vermeeslerd wierd ,
wal-
raven
van hel bisdom il/wwiier ten behoeve van koekraad van Diepholt^ tegen eene
jaarlijksche geldelijke uitkeering , afstand zou doen (7). Vele Edelen uit hel ^o^m-vSiic/ii
verzelden den Bisschop op dien logt; maar do Overysselscho sleden weigerden volstandig

(1) a. de bevencerke, Cliton. Monasterieiise, apud mattiiaeum , Analecl. T. V. p. 86 j liet ■
akonyhi Chron. Monast. aldaar, p. 123. deda, p. 287. burmaïf, Vtr. Jaarb. ü. II. hl, 182.

(2) UEDA, p. 287, 288. Cron. de Traject, p. 512 en dc aldaar, p. 513 aangehaalde Fasci-
culus Temporum
van υειπεκαεπ. Verg. bürmaf, lltr. Jaarb. D. II. LI. 183, 221, 222, 226'(1)

(3) BüRMAN, Vtr. Jaarb. D. II. LI. 183.

(4) Bat Sacra. D. II. hl. 46G-471.

(5) BURMAïf, Vtr. Jaarb. D. II. bl. 198.

(G) a. de bevergerhe, Chron. Monast. p. 90. anokvsu Chron. Monast. p. 123, 124.

(7) reda, p. 287. Verg. blrmas , Utr. Jaarb. D. II. bl. 221, 222.

li Deel. III Stuk. Î 

ocr page 82

82

ALGE31EENE GESCHIEDENIS

1433—·in dien krijg deel Ie nemen, uit Λνεΐΐιεη zij niels dan nadeel Ie wachten hadden (1).

^ ^ Munster \Yerd belegerd, doch zoo wakker verdedigd , dat rudolf genoodzaakt was het

Sprok- beleg na eenige dagen op te breken. Hij zette evenwel den krijg, welke Munsterland

J453" verwoestte, hardnekkig voort (2). Maar ook zijne schatten Averden daarin verslonden , zijne
ligchaamskrachten door de vermoeijenissen uitgeput, en den Utrechtschen Geestelijken,
lot bestrijding der oorlogskosten, buitengewone lasten opgelegd, hetgeen de bron werd
van veelvuldige beroerten en opschuddingen. De vijf Kapittels'te verzetten zich

terstond openlijk tegen de vorderingen van den Bisschop op grond, dat hij zich bui-
len hunne toestemming in dien krijg gewikkeld had, niet om do belangen van de
Utreclitsche Kerk, wie de verkiezing eens MunsterschenBisschops onverschillig was, te
bevorderen, maar alleen ter gunste van zijn neef, en alzoo uit eigen inziglen, welke
zij niet gehouden waren te ondersteunen. En toen de Raad zich voor
rudolf verklaard
had, staakten alle, uitgezonderd de Predikheeren, binnen de stad hunne diensten
en spraken dagelijks den banvloek uit over allen, welke deze nieuwe belasting van hen
afvorderden. Op het berigt, dat men hen met geweld zou dwingen aan 's Bisschops

1454 eischen te voldoen, kwamen zelfs do Kapittels en de Parochiekerken overeen, om el-
kander gewapenderhand te ondersteunen, des nachts in de kerken te waken en bij
onraad do klokken to luiden.
Rudolf zich, naar het schijnt, niet meer in zijne ze-
telstad veilig achtende , begaf zich naar het slot
Ter Horst (3). Hij zette den Mun-
sterschen oorlog met nadruk voort en behaalde met
dirk en λναΐκανετί van Meurs
in een scherp gevecht op de heide bij Waarle, de overwinning, die echter niets be-
sliste en den krijg slechts heviger ontvlamde (4).

De uitgeAvekenen beproefden ondertusschen meer dan eens de stad te verrassen, het-
geen hun echter, ondanks de verstandhouding met eenige burgers en do voortdurende
spanning tusschen de regering en de geestelijkheid, mislukte (5). Deze spanning
barstte eindelijk in openbaren opstand uit, toen op last van den Raad een dienaar der
Geestelijken in hechtenis genomen en ter dood veroordeeld was. De Geestelijken kwa-
men hierop gewapend in den Dom bijeen, waar een groot gedeelte der burgerij, welke

25 v. haar voornaamste bestaan aan hen verschuldigd was, zich met hen vereenigdo. Met

Louw-

jiiaand —-

1455

(1) II. briimani Res. Transisal. p, 189. duhbar, lierk- m TFereltl. Deventer. D. II. bl. 150.

(2) A. DE LEVEFCERKE, Clifou. Blotiast. p. 94. ANONYMI Chfon. Monast. p. 124; deze laatste
.schrijver brenjjt dit op het jaar
1452. I

(3) iieda, p. 288. Cron. de Traj. p. 513—515 en veldekaer, Fasciculus Temp, aldaar door
sattiiaetjs aangehaald, burman , Uir. Jaarb. D. II. bl. 226—228, 234.

(4) a. de bevergerke, Chron. Mouast. p. 108, lOÖ.

(5) BURMAN, IHr. Jaarb. D. II. bl. 228, 229 237,

i

1«

I·*'

ocr page 83

B3

DES VADERLANDS.

deze ten getale van vier- of vijfduizend , trokken zij naar het raadhuis, om de rege- 1433—
ring, welke inmiddels de burgers te wapen geroepen en eenige bussen tegen de Dom-
kerk gerigt had, naar hun wil te dAvingen. Een bloedbad was onvermijdelijk geweest,
indien niet
willeai van Montfoort tusschen beide getreden ware en den Raad bewo-
gen had, den gevangene te slaken en zich in alles naar den wil der geestelykheid
en der gemeente, welke de overmagt hadden, te schikken. De regering werd ver-
anderd en alle gezag aan de gilden gebragt, maar do rust niet hersteld (1).
Utrecht
bleef een tooneel van beweging, verdeeldheid en oproer; de vrienden des Bisschops
en van het vorig bcNvind werden met zooveel harlstogt achtervolgd , dat nimmer in
de stad meer regtsplegingen plaats vonden dan in dil tijdsgewricht (2).

Onder al deze onlusten stierf Bisschop rüdolf van Diepholt, verlaten zelfs door
zijne huisgenooten, welke in zijne laatste uren zijne kostbaarheden roofden en hem
aan zijn lot overlieten (3). Eenigen melden, dat hij op het slot
Ter Horst overleed ,
terwijl hij met
filips van Bourgondi'è ^ tot wien hij zijne toevlugt genomen had',
over den afstand van het bisdom onderhandelde (4). Anderen getuigen, dat hy, door
den Paus tot Bisschop van
Osnabrück benoemd , kort vóór het aanvaarden dier waar-
digheid gestorven zij (5). Even onwaarschijnlijk is, dat hij in de belegering van het
Munslerscho stadje
Vreede aan eene wond overleed (6). Meer algemeen wordt aan-
genomen , dat hij te
Vollenhove gestorven en te Utrecht in do Domkerk met onge- 24 v»
meeno pracht begraven is (7). Voorzeker kan dezen Kerkvoogd moed, standvastig-
heid, schranderheid noch ijver en staatkunde betwist worden. Daartegen over stonden l^·'^^
trotschheid en hartstoglelijkheid, welke hem talrijke vijanden en rampen berokkenden.
Voel echter is het
Sticht aan hem als wereldlijk Vorst verpligt. Hij beschermde zijn
gebied heldhaftig tegen magtige naburen en stelde het, door hel opbouwen en versterken
der vervallene sloten, in eenen behoorlijken slaat van tegenweer. Men prijst ook zyne

(1) Cron, de Traj. p. 515, 516, en vëldenaer aldaar p. 514. Meda, p. 288. Oude Holl>
Div. Kron. Diy.
XXIX. c. 18. burman , Utr. Jaarb. D. II. bl. 246—203.

(2) EXJRMAK, Vir, Jaarb. D. II. bl. 266—274.

(3) Bat. Sacra, D. II. bl. 431.

(4) HEDA, p. 288. 6ÜPFRIDIJS PETRüs in AppenMce, p. 155.

(5) a. de bevergerne, ChrOtl. Motiast, p. 110.

(6) AiiOKYMi Chroti. Monast. p. 128.

(7) Cron. de Traj. p. 516. veldekaer , Fasciculus Temp. aldaar, p. 515. Oude üoll. Div,
Kron.
Div. XXIX. c. 22, en de schrijvcfs aangehaald door HATtüAEüs, Jnalect. T. V. p. 128(1).
burmas, Uir. Jaarb. D. II. bl. 275. dumbar, lierk- en Hcrehl. Deventer, D, li. bl. 152.

11 *

ocr page 84

84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

J433—verdiensten als geestelijk Herder, maar de bewijzen ontbreken, welke dit moeten sla-
ven, ten ware het versieren van kerken op dien lof aanspraak geeft (1). Zijne we-
tenschappelijke beschaving en letterkundige kennis
moeten zeer beperkt geweest zijn (2).

7 v. De Kanoniken kwamen spoedig tot het kiezen eens opvolgers in de Domkerk bijeen.

ijTFclS lïl

1455* Om allen invloed van buiten op deze keuze te voorkomen, had do R.aad der stad kort
Ie voren, bij openlijke afkondiging, alle wereldlijke personen verboden, op den kies-
dag in den Dom of op het kerkhof te verschijnen , op boete van vijftig pondea; en
levens naar gewoonte de uitheemsche Vorsten, Edelen en Ridders uitgenoodigd, de
stad Ie verlaten, tot de Kanoniken hunne taak voltooid hadden. Allen vreemdelingen
werd daarenboven op levensstralTe verboden zich, in geval van opstand, bij het
oproerig volk te voegen (3). Doch de omliggende Vorsten, wien het geheel niet on-
verschillig was, dat een hunner bloedverwanten of vrienden den Utrechtschen zetel
bekleedde, bleven thans evenmin als vroeger in gebreke, om hunnen invloed op
de Kanoniken uit te oefenen. Hertog
arwoud van Gelre verscheen zelf met een
aanzienlijk gevolg van Edelen en dienaren te
Utrecht, om Hertog sxEVEïi van Beije-
ren
, Kanonik te Keulen, aan te bevolen, wiens broeder, Paltsgraaf frederik ,
door huwelijk aan hem vermaagschapt was , en die ook door den Aartsbisschop \an
Keulen schriftelijk was aangeprezen (4). Zelfs beloofde hij, indien zijn verlangen vol-
daan werd, den Utrechtenaren de vorige vrijheid van tollen in zijn gebied , welke hun
later ontnomen was , terug te schenken (5). Fiups
van Bourgondi'é zond Graaf jak
van Nassau nudiX Utrecht y om zijn natuurlijken zoon dayid van Bourgondie , Bisschop
van
Terouanne in Artois, op den zetel van st. maarten te heffen, tot welk einde
hij reeds bij het leven van
rudolf van Diepholt getracht had de stemmen der Kano-
niken te verwerven (6). Ten sterkste drong hij op deze bevordering aan, dewijl
I hierdoor, gelijk hij beweerde, de gedurige en verderfelijke geschillen tusschen
Utrecht

(1) Verg. het Magn. Chi on. Belg, p, 400, 407 j en 'sBisscliops grafschrift door den beroeaiden
agricola bij «ockenbeug, in Cat, Pont. llltraj. p. 41, overgenomen in BüRiiAPf, Utr. Jaarb.

D. Π. bi. 27G.

(2) REViTis, Davenir. Illustr. p. 100. Men verhaalt, dat op het berigt, dat swedfii van Kui-
lenburg
hem geëxcommuniceerd had, hij gevraagd zou hchhen: »Wat is excommuniceren?'"
en op de verklaring van dit woord, ziju dolk getrokken met d'e woorden: » Hiermede zal ik
hem excommuniceren."

i

(3) BüRMAïi, Utr. Jaarb. D. II. hl. 280.

(4) Zie zijn brief bij matthaecs, Amlect. T. I. p. 650.

(5) heda, p. 291 en bucheliüs ad eundem, p. 306 (a).

(6) monstrelet V. Hl. p. 64.

ocr page 85

DES VADERLANDS. 1749

en Rollandy ten teste der beide stalen, zouden weggenomen en voorkomen wor- 1433—
den (1). Men vreesde echter, naar het schijnt, dat hij slechts trachtte het
Sticht ^^^^
onder den invloed en eindelijk ouder het beheer der Bourgondische heerschappij te
brengen, Avaartoe de onmin tusschen den overleden Bisschop en de geestelijkheid, de
eerste aanleiding gegeven had (2). Niemand althans stemde voor
HKNUi van Bourgondie,
Van de zeventig Kanoniken , Avelke de verkiezing bijwoonden, verklaarden zich terstond
zeven en zestig voor den Domproost
gijsbrilciit van Brederode, die zelf den Kanonik
van gestemd had; en do twee overigen , welke hunne stem aan
steven vaw eren
gegeven hadden, voegden zich bij de meerderheid w om des vredes wil en behoudens
hun gevoelen." Negen afwezige Kanoniken deden door hunne gevolmagtigden het-
zelfde (3). Nooit was eeno Bisschopskeuze te
Utrecht met zoo vele. eenparigheid ge-
schied (4). Men voerde met allo billijkheid aan, dat
david van Bourgondië niet ge-
stemd was, dewijl naar do gemeene geestelijke regten, een man van onechte geboorie
geene geestelijke waardigheid mögt bekleeden en do wetten der Utrechlscho Kerk
verboden, hem tot eene prebende toe te laten.
Steven van Bcijeren was niet
gekozen, dewyl
riLips van Bourgondië euvel zou genomen hebben, dat men der
aanbeveling des Hertogs van
Gelre en des Aartsbisschops van Keulen meer gehoor gaf
dan aan do zijne. Om derhalve geen dezer Vorsten te beleedigen, was do keuze op
den derden mededinger gevallen, legen wien de Herlog van
Bourgondië niets hebben
konde, daar hij hem zijn vertrouwen geschonken en in den Raad van
Eollandy Zoe-
land
en Friesland gesteld had. Het aanzienlijk geslacht uit hetwelk GUSBREcnx van
Brederode
was gesproten en zijne vermaagschapping met de meeste zoo niet allo Slichl-
sche Edelen , waren mede niet zonder invloed op zijne verkiezing gebleven (5), Hij
had daarenboven , naar het schijnt, de bijzondere gunst der geeslelijkheid gewonnen,

(1) roktüs iieüterus, Rer. Burgund. Lib. IV. p. 113. Verg. bukman^ ï/ir.Jaa»-Z·. D.II. bl.281.
bilderdijk, D. IV. bi. 166.

(2) bür3ian, Utr. Jaarb. D. II. bi. 281. glasiüs, Gesch. d. Christ, Kerk in Nederl. D. II.
bl. 224.

(3) Instrumentum Electionis g. dk brederode in βαττπαει Analect. T. I. p. 647 sqq. j. albrdi»,
dc Orig. et Reb. Gest. D. D. de Brederode, ρ, 646-^62. Cron. de Traj. p. 51G, 517, e»
hetgeen
matthaeüs aldaar uit veldenaer's Fasviculus Temp, aanhaalt, ueda, p. 291. Oude Holl.
Biv. Kron.
Div. XXIX. c. 23.

(4) j. Α LEYDIS, de Orig. et Reb. Gest. D. D. de Bred. p. 661.

(5) Instrumentum Eleet. c. de brederode, in I. c. p. 654 , 650. Verg. BceeApr Utr. Jaarb.
D. II. bl. 282.

mm

ocr page 86

1433-

86

ÄLGEMEENE GESCHIEDENIS

. dewijl hij hare belangen legen Bisschop rudolp gehandhaafd en lot hare hulp in het
begin dezes jaars zich uit '
j Gravenhage naar Utrecht begeven had (1).

Met eenen diepe'n zucht liet gijsbreght van Brederode zich zijne benoeming ATelge-
vallen, die inderdaad voor hem eene bron van onrust en verdriet geworden is. Dadelyk
werd hij in het koor der Domkerk op den bisschoppelijken zelel geplaatst, en het
Te
Deuvn
aangeheven (2). Acht dagen daarna legde hy als verkoren Bisschop den plegtigen
eed af aan de Kerk van
Utrecht (3). Om 's Pausen bekrachtiging Ie verkrijgen , zond
hy ten spoedigste een aanzienlijk gezantschap met het gewone^/ιηααί, een geschenk
van vierduizend Dukaten, naar
Rome (4). Dewijl de Bisschoppen van Utrecht ook
Vorsten van het Ryk waren (5) , werden tevens gezanten naar
frederik III afge-
vaardigd , om de keizerlijke bevestiging in het wereldlijke gebied van het
Sticht te
erlangen (6). Men slaagde hierin gelukkiger dan aan het Hof van
Rome, Hertog
steven van Beijeren had zich krachtdadig tegen de verkiezing van gijsbreght verzet
en onder allerhande voorwendselen en schijnredenen den Paus bewogen, haar aan het
onderzoek en de uitspraak van do gewone geestelijke regtbank te onderwerpen. Doch
terwijl do beide partyen hare zaak op het nadrukkelykste tegen elkander verdedigden,
verscheen in
bayid van Bourgondi'é een derde en magtiger mededinger, die alle
hare bemoeijingen vruchteloos maakte (7). Hertog
ïilips , hetzij dan uit onge-
gronde vrees voor de verstoring der rust in
Holland^ hetzij uit enkel eigenbelang
en heerschzucht, trachtte GusBaECiiT te weren en zijn natuurlijken zoon, het kostte
wat het wilde , op den Utrechtschen zetel te plaatsen (8). Hij zond den Bisschop van
Atreeht [Arras) tot dat einde met rijke giften naar Rome en zelfs, zoo als eenigen

(1) vkldenaer , Fasciculus Temp. ap. mattiiaeüm Analect. T. V. p. 515, cn Cron. de Trcy.
aldaar, p. 51G.

(2) Instrum, Elect. g. de brederode, in 1. c. p. 660. j

(3) Charta gtsbekti de brederode in ματτπαει Analect. T. I. p. 662 (2).

(4) beda, ρ. 291. j. α leydis, de (Hg. et Beb. Gest. D. D. de Bred. p. 667, 671. Epistolü
arn. heymricii, in drmbar's Anal. T. I. p. 397. Velgens ριατγνα , aangehaald door bucuelids op
heda, ρ. 306 [d), bestond het Annaat in de hellt der geestelijke inkomsten over één jaar van
hem, welke de Pauselijke gunst Terzoelit. De ütreclitsche Bisschoppen gaven daarvoor, gelijk uit
3. α leydis in 1. c. blijkt, destijds vierduizend Dukaten. Nadeihand werd dit aanmerkelijk ver-
hoogd. Bisschop
mups van Bourgondië gaf twaalf duizend Dukaten, vvagenaar, D. IV. hl. 52(6).

(5) matthaeüs, de Nohilitate, Lib. II. c. 44.

(6) J. Α LEYDIS, do Orig. et Beb. Gest. D. D. de Bred. p. 667 , 668.

(7) Epist. ARU. HEYMRicii, in 1. c. p. 398.

(8) Verg. hiervoor bi. 25.

1482

ocr page 87

DES VADERLANDS. 87

beweren, met last, om den Paus onderstand teffen de Turken te beloven. De gezant 1433—

<■ 1482

drong in het bijzonder er op aan, dat brederode geen Bisschop zijn mogl, de>Tijl hij
in den krijg tegen de Gentenaars gediend had (1). Het is waar, de kerkelijke wetten
verboden den Geestelijken den oorlog bij te wonen, maar het is niet minder waar, dat
nimmer eenige wet in die tijden door Bisschoppen , Kardinalen, ja zelfs Pausen meer
en ongestrafier geschonden werd dan deze (2). Het aanvoeren dier wet voegde zeker
het minst aan den Hertog van
Bourgondi'é, te wiens behoeve en op wiens aanzoek
de bredeuode's tegen do oproerige Gentenaars waren ten strijde getrokken (3). Al-
phonsüs
, Koning van Arraqon , onderschraagde insgelijks de belangen van david van
Bourgondië,
die eerlang tot Bisschop van Utrecht werd aangesteld. Do gezanten
van
brederodb , welke met schoone woorden waren opgehouden, moesten onverrigtor
zake en zonder het
Annaat terugkeeren (4).

Onder stellige inwachting van 's Pausen bevestiging , hadden do geestelijkheid, rid-
derschap en sleden van het
Sticht inmiddels gijsbrecht van Brederode eenparig tot
Voogd en Beschermer aangesteld. De- vele volksbewegingen, welko afwisselend in 17 y.
Utrecht ontstonden, wettigden dezen maatregel (5). Met toestemming der gilden en m^and
gemeente riep de nieuwe Kerkvoogd de voornaamste ballingen onder het vorig be-
wind, als
reinoud van Brederode, jakob van Gaasbeek , jan van Renesse en andere
Edelen terug. Op een groot gastmaal gelukte het hem zelfs eene verzoening lusschen
hen en hunne tegenstanders te bewerken, terwijl hij tevens verklaarde voor allen een
goed Herder te zullen zijn. Doch het brengen van eenige der teruggeroepenen in
den Raad , wekte weldra het misnoegen en de vrees van do laanhangers des overledenen
Kerkvoogds op, welke allengs naar
Amersfoort weken en daar hunne plannen ter
omverwerping van den tcgenwqordigen staat van zaken, beraamden (6).

(1) j. Λ. LEYDis, de Orig. et Reb. Gest. Dom. de ßred. ρ. ÖC8, 009.

(2) BURMAN, Utr. Jaarb. D. IL bl. 285 (2).

(3) licrhan, Utr. Jaarb. D. 11. bl. 280. m-agesaar, D. IV, bl. 53. Over wlderdijks taal,
D. IV. bl. 167, vergelijke Dien siegenbeeic, de Eer van avagesaar verdedigd, bJ. 103—105.

(4) Epist. iiEijiuicii, p. 400—403. j. a, i-etdis, de Orig» et Mek Gest. Dorn, de JSred.
ρ. 009—674. Cron. de Traj, ρ. 520. heda, ρ. 20L Oude Holl. Div. Krön. Div. XX:iX.c. 24.

(5) ÃŸuyrspraccliboek van Utrecht bij battitaeüs, Anahct. ï. V. p. 517 (1). bdrjias, Utr.
Jaarb.
D. II. bl. 291.

(6) veldenaen, Fasciculus Temp. apud matthaei Analect. T. V. p. 517. Crotu de Traj,
p. 517—520. J. Α LEVDis, de Orig. et Heb. Gest. Dom. de Bred. p. 665^07. Börmah, Utr,
•/aar;&. D. II, bl. 293—297.

ocr page 88

88 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

Inmiddels was Hertog filips ia Holland gekomen , om legen het voorjaar heirvaart
Ie beschrijven en
david van Boiirgondië door geweld van wapenen op den Utrechl-
schen zetel te plaatsen (1). Bisschop
gijsbregut trachtte insgelyks zich lot den aan-
staanden krijg voor te bereiden, en het Bourgondischgezinde
Amersfoort voor zich
te winnen (2). Do stad
Utrecht werd van krijgsvolk voorzien en verbond zich met
de geestelijkheid en ridderschap van het
]Sedej'-Sticht, benevens de stad Rhenen,
om GiJSBREGHT van Brederode zoolang in het bewind te handhaven, tot een ander
Bisschop door den Paus aangesteld en in het
Sticht algemeen erkend zou zijn (3).
De gilden hadden zich in dienzelfden geest verklaard (4). Zij oefenden destijds groot
gezag uit, vervolgden de aanzienlijken en rijken en stelden naar goeddunken rege-
ringsleden af en aan (5). Het gemeen vloog op hunne wenken en veroorloofde zich
den verregaandsten moedwil. Zelfs de Geestelijken bleven niet verschoond , of hunne
bezittingen ongemoeid. Eens kwam het graauw bij bekkenslag gewapend op de
Neude bijeen , om do vermögendste inwoners der stad te overvallen en te berooven.
Bisschop
GIJSBREGHT van Brederode y ondersteund door zijn broeder reinoüd , den
Burggraaf
iiehdrik van Montfoort en andere Edelen, tastte de onstuimige menigte
aan, die door eenen plotselingen schrik bevangen, orn genade smeekte (6). Naar een
ander berigt echter, dreef het bisschoppelijk geschut hel volk uiteen en op de vlngt,
Avaarbij velen sneuvelden (7). Terstond werden de burgers, welke het gemeen in den
kerker had geworpen, ontslagen en de uitgewekenen of gebannenen teruggeroepen.
Eeuige aanhangers van
ώχύιό vati Bourgondié', zoo vrouwen als mannen, werden
gevat, zwaar gepijnigd en wreedaardig verminkt; sommigen zelfs het hoofd voor de
voelen gelegd. Meer dan driehonderd burgers vlugllen vermomd naar
Amersfoort.

9 V.

(xi'asm
1450

25 V.
Grasm

ü,

Éi

i'i;

(1) J. λ LEYDis, dc Orig. et Reb. Gest. Dom. de Β red. p. 075 , 670. Oude IIoll. Div. Kron.
Div. XKIX. c. 25.

(2) BURHAN, mr. Jaarb. D. IL bi. 297.

(3) Zie dit verbond in juttiiae, Analecl. T. I. p. 673—675.

(4) buumaw , Vtr. Jaarb. D. II. bi 304.

(5) J. Α LEYDIS, de Orig. et Reb. Gest. Dom. de Bred. p. 677.

(6) veldenaer, Fascic. Temp. apud matthaei Analect. ï. I. p. 677. J. α leydis , de Orig. et
Gest. Dom. de Bred.
p. 677—679. Cron. de Traj. p. 520. Oude Holl. Div. Kron. Div,

I

XXIX. c. 25. Het verhaal van een tijdgenoot hij mattiiaeus , Analect. T. I. p. 517, hetwelk deze
gebeurtenis ecni(jzins anders voorstelt, doch niet van partijdigheid tegen
de bredehode's vrij te
pleiten is.

(7) iieda, p. 292.

ocr page 89

DES VADERLANDS. 89

DANiëL van Nieuwaal^ die het Rlerkambt in bekleedde, werd willekeurig 1433—

uit deze betrekking, welke hij voor ruim drieduizend achthonderd pond gekocht had,
ontslagen en zijn slot
Rijnestein geplunderd en vernield (1). Sedert veranderde
GiJSBRECHT de stedelyko regering en verbood do buitengewone Morgenspraken oi'
bijeenkomsten der Gilden, die slechls strekten om oproer te verwekken, gelijk ook alle
bekkenslag op lijfstraf (2). De voortvlugfigen werden ter verantwoording ingedaagd , on-
der verbeurte van burgerregt en goederen bij niet verschyning cn dat hunne vrouwen
en kinderen uit do stad zouden gezel worden. Dit Averd ten uitvoer gebragt, dewijl
de gedaagden niet opkwamen, die nu lot eeuwige ballingschap uit de stad veroor-
deeld werden (3).

De rust was thans in Utrecht^ ten minste voor eene poos, hersteld en men
nam in ernstige overweging, om de stad in behoorlijken slaat van tegenweer Ie stel-
len. De middelen door den Raad deswege voorgedragen cn door de Gilden eenpa-
rig goedgekeurd, werden ten uitvoer gebragt (4). Inmiddels wendden de Hertog van
Kleef en de Bisschop van Luik al het mogelijke aan, doch vruchteloos, om Hertog
filips met gijsbrecht van Brederode te bevredigen (5). Tot dat doel was ook rei-
nouD van Brederode tweemaal naar den Haag vertrokken, waar hij te naauwernood
aan do lagen zijner vijanden ontsnapte (6). Daarentegen traden de burgers van
Amers-
foort
en van Rhenen, welke laatste nog onlangs Bisschop gijsbrecht pleglig trouw
gezworen hadden, in nadere onderhandeling met den Hertog; en
filips, welke on-
dertusschen 's Pausen aanstelling ten behoeve van zijn natuurlijken zoon ontvangen
had, zond terstond
adhiaan van Borselen met eene krijgsmagt naar de beide sleden,
die hem dadelijk de poorten openden. Ook het huis
Ter Borst Averd den Bourgondiër
door den slotvoogd
everard van der Eist voor zevenduizend Rijnsche gulden iogeruimd.
Hierop begaf zich
david van Bourgondi'é, door jan van IVassenaar cn eenige man-
schappen vergezeld, over
Gorinehcm en Thiel naar Rhenen en toen naar Amers-
foort
, in welke steden hij pleglig als Bisschop ingehaald en gehuldigd werd (7).

(1) Oud verhaal bij matthaeds , Analect. T. I. p. 518—529.

(2) Cron. de Traj. p. 521. j. veldenaer , Fasciculus Temp. apud ματτιιαεομ, jinalect. T, I. p. 677.
j.
α leydis, de Orig, et Reh. Gest. Ό. D. de ßred. ρ. 678. bbbmak , Uir. Jaarb. D. 11. bl. 306.

(3) Oud verhaal bij mattuaeüs, Analect. T. I. p. 519. btirman, Utr. Jaarb. D.II. 1)1. 312—314.

(4) BijRMAK, Utr. Jaarb. D. 11. bl. 314—317.

(5) j. α leydis, de Orig. et Reb. Gest. Dom. de ßred. ρ. 678. deda , ρ. 292.

(6) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXIX. c. 25.

(7) j. α letdis, de Orig. et Reb. Gest. Horn, de Bred. ρ. 679. Cron. de Traj. ρ. 521.
ΒΕΡΑ, ρ. 292.
Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 25 , 26.

II. Deel. 3 Stük. 12

ocr page 90

90 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— Filips zelf Irok in Hooimaand aan het hoofd van veertienduizend man uit dm Haag,
1482

om Utrecht te bedwingen (1). Terwijl hij te Leiden mei den Graaf van Charolois
eenige dagen vertoefde, werd op nieuw te vergeefs door den Hertog van Kleef, iiEt-
noud %an Brederode, Hendrik van Montfoort, jan van Renesse en den Domde-
ken
joiian proeis ovcr een vrede of vergelijk onderhandeld. Filips rukte derhalve
voort over
Woerden naar JJsselstein, alwaar zijne krijgsmagt door een aantal Zuid-
en Noord-Nederlandsche Edelen aanmerkelijk werd versterkt.
Gijsbreght van Brede-
rode
bevond zich thans in een neteligen toestand. Zijne strijdkrachten konden in geene
vergelijking met die des Hertogs gebragt worden,
Amersfoort, Rhenen en het huis
Ter Horst waren in 's vijands handen. Op do steeds onderling verdeelde en oproerige
Utrechtenaars konde hij zich weinig verlaten; sommigen immers verkkarden zich reeds
voor DAVID
van Bourgondi'è, en do meesten helden over tot vredesonderhandelingen ,
uit vrees voor het verlies hunner bezittingen, wanneer de stad door het geweld der
wapenen veroverd wierd. De ijver der Geestelijken te zijnen opzigte was insgelijks
merkelijk verflaauwd, sinds Hertog
filips verboden had , hun de pachten hunner goe-
deren , in zyn gebied liggende, uit te keeren, Hy oordeelde derhalve het oor te moe-
ten leenen aan do voorslagen, hem thans door den Hertog van
Kleef, die weder als
middelaar was opgetreden, in naam van
filips gedaan, en zond met goedkeuring der
Geestelijkheid , Ridderschap, des Raads en der Gilden van
Utrecht, dezelfde afge-
vaardigden , die te
Leiden gew^eest waren, naar IJsselstein. Spoedig werd een ver-
drag getroffen , waarbij
gijsbreght volkomen afstand deed van het bisdom ten behoeve
van DAViB
van Bourgondië ^ die door het geheele Sticht voor Bisschop moest erkend
worden.
Gijsbreght zou Domproost van Utrecht blgven en voor de proostdij van
St, Saloator^ welke hij aan willem van Montfoort had afgestaan, de veel rijkere
ί van
St. Donatius te Brugge ontvangen. Daarenboven zou hy zijne raadsheersplaats
in het Hof van
Holland ^ met eene dubbele wedde behouden. Uit do inkomsten des
Utrechtschen bisdoms zou hij jaarlijks vierduizend twee hondewi Rijnsche guldens , en
uit het stift
Terouanne tweeduizend gouden Leliën trekken, terwijl hem in eens
lot vergoeding der onkosten, die hij om het bisdom gemaakt had, vijftigduizend gouden
Leeuwen werden toegekend. Hertog
filips en Bisschop david verbonden zich, de
intrekking des bans over
gijsbreght en zijne aanhangers uitgesproken, op hunne kos-
ten in
Rome te bewerken. Tevens beloofde de Hertog te zorgen, dat Bisschop david
door den Paus gewettigd en van de)smet zijner geboorte ontheven wierd, verklarende
echter, dat dit in het vervolg do regten der ütrechlscho Kerk niet zou benadeelen.
Voorts schonk hij zoo Geestelijken als Wereldlijken vergiffenis voor hetgeen zij tegen

II

(1) jionstrelet, V. ίΐΐ. p. 67.

ocr page 91

DES VADERLANDS. 91

hem misdaan hadden. De nakoming ran dit Terdrag weïd door den Hei log Taa Kleef Ι^'Ά-—

1482

en zijn broeder adolf , Heer van liavüstein, gewaarborgd (1).

Terstond werden in Utrecht lol do ontvangst van Hertog filips en dwid vanBour-
gondiê,
en lol huisvesting van hun lahijk gevolg bij de burgerg , de nootiige toebe-
reidselen gemaakt (2). Dit laalsle was het waarschijnlijk, wat het gemeen in beweging
bragt (3). De Raad althans vermaande bij klokluiding de burgers en ingezelenen,
zich niet tegen deze gedwongen huisvesting te verzetten (4). Voorts ΛνοΓά len streng-
ste verboden , iemand uil hel gevolg der beide Vorsten te mishandclc» , kwalijk Ic
bejegenen , of bij hunnen inlogt eenige ballingen in de stad te voeren (5),
Filips en
DAvïD wn Bourgondië, vergezeld door een schillorenden stoet van Edelen, Ridders
en krijgsvolk, trokken den volgenden dag pleglstalig in
Utrecht, De meuwe Bisschop
werd door
gijsbkecht van' Brederode als Domproost, den Domdeken αοπλ« proeis,
en de geheelc geestelijkheid naar de Domkerk geleid en aldaar op den bisschop-
pelijken zetel geplaatst (6). Naar oud gebruik, beloofde hij bij ecdc de regten cii
vrijheden van do stad en het stift
Utrecht te zullen handhaven (7). Oil een echt
gedenkstuk dier tijden blijkt, hoe spoedig deze eed en de punten des verdrags
door hem geschonden zijn (8).

De drie hoofdsteden van hel Β oven-Sticht ^ Deventer ^ Ιίαηψβη ^n Zwol, wei'·
gerden onderlusschen standvastig , nAViB
van Bmirgondië voov haren Bisschop te erken-
nen. De slad
Deventer in het bijzonder, had den groolsten ijver voor gijsbiiecht 'Van
Brederode
beloond , met hem onderscheidene bijeenkomsten gehouden en g-eene moeili
gespaard, om de kleinere Overijsselsche sleden en kloosters vöor hem to winnen. Zelfs wa-

(1) Cron, de Traj. p. 521. j. α leydis, de Ovig. et Reh. Gest. Dom. de Bred. p.C79—68S.
HEDA,
p. 292. aoNSTRELET, V. III. p. 67. MATTiiAEiis, Bet'. Aimisf. Scripoi\ p. 308. Oudr
Holl Dit. Kran.
Div. XXIX. c. 26. poktds ïrïutEKüs, Rer. ßt&gnnd. Lil). IV. ρ. IJ3.
BimaiAs
, Ihr. Jaarb. D. II. W. 319—323.

(2) Bi'RMAN, llir. Jaarh. D. II. hl. 323.

(3) heda, p. 292, die cclitcr ten onregte mecnt, dat het misnoegen des volks voortsproot, dewijl
men ])uiten zijne voorkennis niet
filii-s onderhandeld had. Verg. bdiimaiï , Ulr. Jaarb. I), II, hl, 322 (2).

(4) BCBMAN, l'tr. Jaarb. D. II. ld. 323 (2).

(5) BUKMAN, Utr. Jaarb. D. II. bl. 324—326.

(6) Croii. de Traj. p. 521. j. α leydis, de Orig. et Reb. Gest. Dmi, de Brcd. p. 683 , (>84.
iiEDA, p. 292.
Oude JIoll. Dir. Kröv. Div. XXIX. c. 26.

(7) Zie den briéf van davib van Bourgondië bij mattnifcus, Jnalett. T. 1. p. 684 (1).

(8) Zie den brief hij ΜΑΤΤΠΛΕΐβ, ^nalect. Τ. I. ρ. 681 (1).

12 *

ocr page 92

92 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-—ren aldaar in Zomermaand dezes jaars de geheele Ridderschap en de afgevaardigden
der Twentsche steedjes bijeengekomen, om over het bevorderen zijner belangen te
raadplegen. In vereeniging met
Kampen en Zwol ^ had zij brieven aan de voor-
naamste Hollandsche sleden gezonden met verzoek, om Hertog
filips en david xtan
Bourgondi'è
te vermanen, haar met vrede te laten en niet langer met schrif-
ten van overreding of bedreiging lastig te vallen (1). Er was zelfs met den Her-
tog van
Gelre een geheim verbond aangegaan , waarbij men hem voor Heer erken-
nen en in het bezit der sloten stellen zoude. Hij daarentegen zou den Hertog van
Botirgondië en diens aanhangers den oorlog verklaren, alle vreemde magt afweren,
en zonder
Ooerijssel geen wapenstilstand met den vijand sluiten. Voorts moest hy
de Overijsselaars bij hunne oude gewoonten, voorregten en wetten handhaven en de
schulden van Bisschop
rudolf van Diepholt, ten behoeve van den staat gemaakt,
vereffenen. Do sloten zouden altijd voor de Staten van
Overijssel openslaan, en
daaruit do omliggende landerijen niet verontrust worden. Men zou bij den Paus en
den Keizer trachten te bewerken, dat
Gelre en Ooerijssel één gewest werden;
mislukte dit, dan zou men elkander evenwel gelrouw blijven en de zorg voor
de geeslelijko belangen aan oenen Suffragaan, door den Hertog van
Gelre te kie-
zen, toevertrouwen (2). Doch op aanmaning van dien Vorst zeiven, naar men wi!,
hadden do Overijsselschen, na de onderwerping van
Utrecht^ zich niet ongenegen
beloond,
batid van Bourgondi'è te huldigen, onder voorwaarde, dal adolf , de
zoon des Hertogs van
Gelre ^ twaalf jaren als Voogd of Momboir hel wereldlijk be-
wind over hun gewest zou voeren. Daar deze voorslag door Hertog
filips was afge-
wezen , had men besloten, zich lot het uiterste ten behoeve van
gusbrecht van
Brederode
te verdedigen, Aviens afstand, als door geweld afgedwongen, voor on-
wettig en slrydig met de geestelijke en wereldlijke Avetten beschouwd werd. Her-
tog
filips en datid van Bourgondië'ixokkQn spoedig met hunne slrijdmagt op, om
Deventer, den zetel van den tegenstand, door geweld te bedwingen. Het bewind
over do slad
Utrecht werd door hen inlusschen aan reinoud tan Brederode en zijn
broeder den Domproost opgedragen; een bewijs van vertrouwen, welk het karakter
der
brederode's in een allergunstigst licht vertoont en geheel logenstraft, dat gijs-

(1) Zie de Deventersche Kameraarsrekeningen van 1455 en 1456, aangehaald in den Overijssel'
sehen Almanak voor 1838, bl. 84 (11).

(2) Î . brumann Res Transisal. in dümbar's Analect, T. II. p. 19o. dcmbar , Revk— en ^veltL·
Deventer,
D. II. bl. 154. Over de Suffraganen en hunne bediening, zie men het Yoorberigt op
de
Bat. Sacra, bl. xxviii.

I,

ocr page 93

DES VADERLANDS. 93

BRECHT » een allergevaarlijkst wezen was, van wien men alles vreezen mögtgelijk 1433—
een laler schrijver siouUveg beweerd heeft (1).

DeOenter Avas in dien lijd eene sterke stad , omgeven door eenen dubbelen, zeer
hoogen muur met vele torens voorzien, uit welke voornamelijk de verdediging ge-
schiedde en die gedeeltelijk nog bestaan. Daarenboven had men onderscheidene bol-
werken , onder toezigt van den vestingbouwer
jan ackerstaf opgeworpen, en zich
rijkelijk van mond- en krijgsbehoeften voorzien. Behalve de burgerij en de schutters,
die beurtelings de >Yachten betrokken, bestond de bezetting uit tachtig meest Overijs-
selsche Edelen met hunne zeshonderd ruiters, duizend gewapende mannen
mi Drenthe
en Groningen^ tweehonderd zestig Utrechtsche en onderscheidene Weslphaalsche krijgs-
knechten , welke laatste gedeeltelijk te laste Avaren van de sleden
Kampen, Zxcol en
Groningen. Het geheel zal achtduizend man bedragen hebben met welke men het
Bourgondische leger van veertienduizend strijders afwachtte (2). Hertog
filips had zyne
benden in drie afdeelingen gesplitst. Hij zelf sloeg zich met het eerste gedeello of de
voorhoede te
Wilf op de Veluwe neder, een half uur gaans van Derewier. Het
tweede gedeelte, bestaande uit Hollanders en Zeeuwen, vestigde zich meer naar de
Oost- of Zuidoostzijde der stad
o\) Fennenoord ^ een eiland in dcn//iie/, doch sedert
met het vaste land vereenigd. Bisschop
david van Bourgondië lag met het derde
gedeelte aan de Westzijde der stad, en in zijne nabijheid aan de Zuid- of Zuidwest-
zijde, do Hertog van
Kleeft welke filips ondersteunde. Het geheele vijandelijke heir
bleef aan do linkerzijde des
JJssels ^ denkelijk wegens het moeijelijke van den over-
togt zoowel als van do meer gevaarlijke stelling, welke het leger op den tegenover-
gestelden oever hebben zou (3).

Filips had onmiddellijk bij zijne komst te ffilp, en terwijl de overige benden nog
niet waren opgedaagd, de stad door eenen wapendrager den oorlog verklaard. Hij ^^
was echter zoo weinig op zijne hoede, dat nog dienzelfden nacht do bezetting van een
maand
versterkt steenen wachthuis tegenover Deventer digt bij den IJssel ^ hem overviel, ^^^^
eene groote slagting onder zijn volk aanrigtto en drie en veertig gevangenen met zich
voerde. Daar deze sterkte het naderen van de stad geweldig belemmerde , werd zij
zoo hevig beschoten, dat eerlang de muren begonnen te scheuren en in to vallen. De
bezetting zelve stak haar in brand , opdat de vijand er niet in zou nestelen, en redde
zich, door de duisterheid van den nacht begunstigd, met hare vervoerbare have in

(1) bilderdijk, D. IV. bl. 167.

(2) DTJMBAR, Kerk- en JFereltl. Deventer, D. Π. bl. 154, 165.

(3) Het Beleg van Deventer, door w. n. c. j (ordeks; in den Overijssel». Alm. voor 1838
bl. 8ö—88; en de afbeelding van dat beleg, icgenovcr bl. 100.

ocr page 94

94 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Deventer. Nu dßze hinderpaal was uit den weg geruimd, liet filips , die langs

j 48ώ

den IJssel van allerlei krijgs- cn mondbehoeften voorzien werd, legen de slad zés
ballerijeü en einige schansen opwerpen, uit welke zij onophoudelijk, doCh zon-
der veel nadeel, beschoten werd. De bezetting, zoo bm^gers als hulpbenden,
verdedigde zich dapperlyk en scheen al de pogingen des Hertogs vruchteloos te
maken, wien do hooge stand der rivier verhinderde , zijn geschut digi genoeg aan
de stad te brengen. Dit geschiedde zoodra het water binnen zijtie gewone oevers was
teruggekeerd , en na weinige dagen kwam er zulk eene bres in de ringmureii, dal
de belegeraars zich lot cenen storm vaardig maakten. Nu trad men , door tusschen-
koitisl van twee Franciscaner monniken, in onderhandeling met den Hertog en weldra
17 V. w-eid het beleg opgebroken, onder voorwaarde, dat
Deventer en de andere Overijs-
j^^gg
^^lj selsche sleden, naar belofte, david van Bourgandië als wettig Bisschop en Landsheer
1456 zouden erkennen (ί). Daartegen beloofde
filips, dat haar nimmer om haren tegen-
slaüd, van zijneiatwege feenig leed zou wedervaren. Hiervan werden zij insgelijks door
Bisschop DAVID verzekerd, welke tevens hare vooiTegten en gewoonten nevens die der
Ridderschap van bet
Boven-Slieht bevestigde (2). Men verkreeg deze onverhoopte
gunstige voorwaarden , deels door do vooi'spraak des Herlogs van
Kleef ^ éeels door de
omstandigheden, welke do tegenwoordigheid van
filips elders vorderden en hem dron-
gen een einde aan dezen krijg te maken (3). Trouwens, hij had ook z^n doel bereikt.
Oévetiter, Kampen, Zivol en Groningen eTkenden Bisschop david voor hunnen
Heer, vvelke kort daaro:p, eerst in de drie groole sleden, toen door de Ridderschap
en kleine steden op den
Spoolderherg, en voorts in Drenthe^ Xe Bisschopsburg, en
in
Groningen mei vele plegligheid gehuldigd werd (4),

Inmiddels was Hertog filws naar Braha^d teruggekeerd. De lïollandsche benden
voor
Deventer logen huiswaarls langs de J^elmce, waar zij grove ongeregeldheden
bedreven , hetgeen eeriige Edelen en goedbeziüers in de omstreken
ύάϊι Deventer in
de wapenen bragt^ Vele dezer moedwilligen werden gevangen| genomen ·6η biet dan

(1) Cron. de Trqj. p. 522. JEpïst. auh. ueymricii, p. 407—411. mokstrelet, V. IH. p. 07.
Oude Holl. IHv, Jiron, Div. XXIX. c. 28. utDA, p. 293. u. brumakii Res Tramisal p. 197.
Verg.
revius, Daventr. Illustr, p. 208. dumbau , Kerk-en JFereltL Deventer, D. 11. bl. 154—157.
IJet heleg van Deventer, in den Overijss, Alm. voor 1838, bl. 84—95.

(2) DOMBAK, Kerh- en Wereltl. Deventer, D. II. bl. ί57, 1£8. Yerg. Tegenw. Staat v.
Overijssel,
D. I. bl. 139.

(3) Oude JIoU. Div. Kron. Div. XXIX. c. 28, 29. toktos iieüierüs, Jler. ßnrg, Lib. IV,
p. 113. Verg.
dumbar, Kerk- en JFereltl. Decent., D. II. b!. 157 (Γ).

, (4) DVMBAB, Kerk' en TFereiil Derenter, D. II. bl. 158—100,

ocr page 95

DES VADERLANDS. 1759

tegen groot losgeld ontslagen. Hieruit ontsproot later een hovig geschil tusschen de Hollans 1433—-
ders en de Deventerscben, hetwelk niet zoo gemakkelijk eindigde als het begonnen was,
doch waarvan ons geene bijzonderheden bekend zijn (1). Maar niet alleen losbandige krijgs-
lieden maakten zich in die tijden schuldig aan het plegen van geweldenarijen en roo-
verijen. Door den slechten slaat der regtsbedeeling, werden op de openbare wogen on-
gestraft personen en goederen aangerand, waardoor de handel niet Aveinig belemmerd
werd en elk op eigen veiligheid bedacht moest zijn. Er werden dikwerf tusschen
bijzondere sleden cn personen verbindlenissen lot wederzijdsche bescherming en ver-
dedigiDg aangegaan, dewijl zelfs het aanzien der Landsvorslen niet allijd toereikend
was, dien moedwil te fnuiken. Immers Irachllo
bavid van Botirgondië thans lo
vergeefs het wangedrag der Sallandsche en Twenlsche arabllieden tegen do Zulphen-
sehen, welke zich daarover bij hem beklaagd hadden, door geslrengo bevelschriften
te beteugelen. De belaogliebbenden begrepen, dat zy hierlogcn meer ernstige
maatregelen moesten nemen. Er werd alzoo tusschen
hendkik van Wisch ^ Drost
van
Zutphen, nevens de overige steden van dat graafschap, en do drie hoofdsleden
van
Ocerijssel met Oldenzaal ^ Oatmarsiim ^ Goor ^ Belden en Enschede een
verbond gesloten, waarbij men wederzijds beloofde alles in hel werk te slellen , om
de geweldenarijen tegen te gaan, do moedwilligen, ook op des anderen grondgebied,
te achtervolgen en niet te gedoogen, dal in do kleine sleden, Heeren of Jonkers, die
des anderen vijand en dezen Ie maglig waren, werden toegelaten; alle eischen of be-
zwaren , die men op of legen elkander in het vervolg hebben mögt, zouden door do
steden
Zutphen en Deventer in der minne vereffend worden (2j.

Het vuur der burgerlijke tweedragt was door de verheffing van david van Bour-
gondi'è
op den bisschopszetel en do afgekondigde algemeene verzoening, geenszins in
het
Neder-Sticht uitgedoofd. Vele der uitgewekenen en gebannenen, welko onder
behoorlijke oorveede in
Utrecht mogten lerugkeeren , weigerden dit hardnekkig. Ver-
bitterd op
de brederode's en het Stedelijk bcsluur, verwoestten zij de omstreken der stad ,
van welko laatste zij zich door geweld trachtten meester te maken. Hunne goederen wer-
den op last van den Raad in beslag genomen, aanzienlijke sommen op hunno hoofden
gesteld en den ingezetenen
scherpelijk verboden, eenige gemeenschap hoegenaamd
met hen te onderhouden. Zij hielden zich in
Rhenen en bovenal in Amersfoort op,
dewijl de goede verslandhouding tusschen die stad en Utrecht, nieltegenslaando men
zich
aldaar met david van Bourgondi'è verzoend had, niet hersteld was. Veeleer

(1) Oude Holl Div. Kron. Div. XXIX. c. 29.

(2) Tegentv. Slattt v. Overijssel D. I. bl. 340. dumbar , Kirk- en fp'erelll. üeventer, D. II.
hl. 163—16G.

ocr page 96

96

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— poogden de Amersfoorters het blokhuis Ter Eem, te hunner beteugeling door de
^^^^ Utrechtschen in het voorjaar opgeworpen, af te breken en het slot
Ter Horst te ver-
1457 meesteren (1). De Utrechtschen trokken daarop Toor
Amersfoort en schoten eenige
huizen in brand, doch keerden bij de komst van Bisschop
david terug. Men ging
echter wederzijds voort met rooven en plunderen, en alle onderhandelingen ter be-
vrediging werden afgebroken, daar de Bisschop steeds aandrong op de terugroeping
der ballingen in
Utrecht, hetgeen de Raad hardnekkig weigerde (2). Niet bij magte,
de Ulreclitschen naar zijnen wil te buigen, begaf zich
dwid naar het Hof des Her-
togs van
Bourgondie y waarschijnlijk om bijstand tegen hen in te roepen. Onder-
tusschen werd het platte land een dagelijksch tooneel van buitensporigheden en gewel-
denarijen, waardoor ook de geestelijke goederen merkelijk benadeeld werden. De
Geestelijkheid wendde zich uit dien hoofde tot Hertog
filips , wien zij een tafereel
schetste van den beklagelijken toestand des lands en ootmoedig verzocht. Bisschop
DAVID te overreden, het verdrag van
IJsselstein, hetwelk de Domproost en de Stalen
genegen waren op te volgen, insgelijks na te komen en de binnenlandsche geschillen
bij te leggen , waartoe ook de steden van het
lioeen-Sticht reeds vele maar vergeef-
sche moeite hadden aangewend, dewijl de Bisschop naar do inblazingen dergenen
luisterde, welke geenen vrede wenschten. Welligt was het ten gevolge van dit verzoek ,
dat
db laïfinoi, Stadhouder van Holland en Zeeland, joost van Halewijn en nog
drie andere Raden des Hertogs van
Boiirgondië in fVijh hij Duurstede ter dag-
vaart verschenen, alwaar ongetwijfeld, doch mede vruchteloos, over het stillen der
onlusten gehandeld werd. Slechts verbood de regering der stad
Utrecht op straffe
des doods allen haren burgers en ingezetenen , de onderdanen des Hertogs van
Bour-
gondië
en in het algemeen iemand, zonder uitdrukkelijk bevel van den Raad, vijandig
te behandelen (3). Misschien was dit verbod uit het voorgevallene aan
de Bild voort-
gevloeid , waar
walraven, natuurlijke zoon van reïnoud van Brederode, drie Haar-
lemsche afgevaardigden , wegens kerkelijke zaken naar den Bisschop te
Amersfoort
10 v. gezonden, overvallen en twee van hen het leven benomen h^d, uit wraak over eene

Gras- wederregtelijke behandeling, welke hij te Haarlem van hen had ontvangen. Reihoüd
inaand.

oan Brederode nam dit zoo euvel, dat walraveh een geruimen tijd niet in zijne

tegenwoordigheid mögt verschijnen (4).

(1) J5DRMAN, Utr. Jaarb. D. II. bi. 336—338.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 31. bürman, Utr. Jaarb. D. II. bl. 344.

(3) BCRMAN, Utrechtsche Jaarb. D. II. hl. 345, 346.

(4) J. Α lEYDis, de Orig. et Reb. Gest. D. D. dè Bred. p. 684 , 685. Oude Holl. Div. Kron.
Div. XXIX. c. 30.

^ii iJ

ocr page 97

DES VADERLANDS. 97

De spanning tusschen Utrecht en do steden Amersfoort en Rhenen werd steeds
sterker. De Utrechtschen togen dikwerf voor
Amersfoort, zonder echter iets merk-
waardigs uit te rigten. Nu en dan werd wel een bestand voor eenige weken getrof-
fen en in den tusschentijd aan eene bevrediging gewerkt, maar daarna het zwaard iveder
opgevat. Zulk een bestand was op verzoek des Hertogs van
Bourgondi'ê, in het laatste
gedeelte dezes jaars aangegaan tusschen Bisschop
david nevens Amersfoort en Rhenen
met »de Heeren gijsbeiit van Brederode, Domproest f Utrecht, Proesl tot Sinte
Donaes
te Brugge, Erfcancelier van Vlaenderen, reinoet , Heer tot Brederode
endo tot Vianen, uenrig , Borchgrave tot Montfoirde, Heer tot Purmerende ende
Tan der Linschoten, en de stad Utrecht (1)." De onderhandelingen liepen weder 1458
vruchteloos af en de vijandelijkheden werden hervat.
Astuonie van Bourgondi'êrvikia
met duizend ruiters tot bystand des Bisschops in het Sticht, stak aan de Bildt eenige
woningen in den brand en verklaarde
Utrecht den oorlog. Hier had men zich reeds
behoorlijk voorbereid en trok den vijand te gemoet, Avelke in
Amersfoort de wijk
nam (2). Er werden op nieuw vredesonderhandelingen aangeknoopt, maar even als
vroeger, zonder gewenscht gevolg. Te vergeefs trachtte
αντπονιε van Bourgondië,
ofschoon een der kundigste en dapperste bevelhebbers van dien tgd, het blokhuis der
Utrechtschen aan de
Eem bij Soest, hetwelk hem geweldig in den weg was, te ver-
meesteren. Men kwam lot geen beslissend gevecht, maar vergenoegde zich metstroop-
togten ten koste der onschuldige en weerloozo veldbewoners. Eindelijk werden aan
deze ellende perken gesteld.
Jan van Lannoi, Stadhouder van Bolland, en smow
van Lalaing, beide Eaadsheeren des Hertogs van Bourgondi'ê, kwamen met een tal-
rgk gevolg onder vrijgeleide te
Utrecht, waar eene byeenkomst met do afgevaar-
digden van Bisschop
david plaats vond , op welke ten laatste eene verzoening onder 24 v.
deze voorwaarden getroflen werd : De Geestelijkheid zou den Bisschop statig buiten
de stad te gemoet gaan en aan do poort met den Raad nevens een groot aantal burgers,
blootshoofds en op do knieën hem om vergiffenis bidden en de sleutels der poorten
overhandigen, terwijl hem vergund werd zijn broeder
awthonie met duizend ruiters
in de slad te brengen. De Domproost, zijn broeder
reihoud van Brederode en hen-
drie:
van Montfoort zouden den Bisschop bij zijne intrede verwelkomen en naar het
bisschoppelijk paleis verzeilen , waar twee Burgemeesters, vier Schepenen en tien of
twaalf. Poorters uit
Vianen en Montfoort hem , in hun bijzijn, knielend vergiffenis
zouden smeeken. Daarna zouden de
bredebode's en montfoort zich met den Bisschop
naar een ander vertrek begeven en verschooning voor hunne misdrijven verzoeken,
welke hun , even als aan do overigen, verleend zou worden. Alle schaden, breuken

(1) BDRïiAs, Vtr, Jaarb. D. II. bl. 348 , 352- 355.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 31.
II Deel. UI Stuk.

13

ocr page 98

1762 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

eischen werden aan de uitspraak van α^τπονιε van Bourgondi'è^ den Heer van
LANNoi en de drie Staten van het Νeder-Sticht onderworpen. Do Utrechtschen moes-
ten onmiddellijk het blokhuis bij ι^ο^ίί afbreken en hunne hulpbenden (slalbroeders) af-
danken, Daartegen behielden zij hun regt op het huis te
Eernhragge y au de Bisschop
zou den landbrief nevens al de regten en vrijheden, welke hij hun bezworen had,
onderhouden en het verdrag van
IJssehtein opvolgen." De vrees voor de gramschap
des raagtigen Hertogs van
Bourgondië, wanneer zij langer in onmin met hunnen Bis-
schop leefden, en do belofte, dat al hunne voorregten ongeschonden zouden blijven,
zullen do Utrechtschen lot bekentenis van schuld en het aannemen dezer overigens
vernederende voorwaarden bewogen hebben. liet is onzeker, of de Bisschop bij zijne
intrede op de naauwkeurige waarnemiog der bepalingen, deswege bij den zoen ge-
maakt, heeft aangedrongen, Blogelijk heeft men dit voor het buitengewone geschenk
afgekocht, hetwelk do stad hem vereerde en uit een overgroot zilveren zoutvat be-
stond, hetwelk driehonderd Rijuscho guldens gekost had (1).

Het voeren van dezen binnenlandschen krijg had do geldmiddelen der stad Vtreoh t
uitgeput, en de Raad was steeds bedacht, om door nieuwe leeningen en belastingen
in het te kort te voorzien (2). Bisschop
david bevond zich in dezelfde geldverlegen-
heid.
Reisoüd van Brederode schoot hem eene aanmerkelijke som voor, wien daarte-
gen do heerlijklieid van
Ilagestein en het schoutambt aan de J^aart verpand wer-
ί4Γ>9 den (3). Om dien tijd overleed
jakob nan Gaasbeek zonder wettige kinderen na te
laten. Zijne heerJijkheid
Abcoude en de stad ^ijk bij Duurstede met het slot ver-
vielen aan het
Sticht ^ welk het vruchtgebruik dezer goederen voor veertien duizend
gulden van hem gekocht had. Zij werden nu door de Staten aan Bisschop
david opge-
dragen , onder beding die nimmer van het
Sticht te vervreemden, of er builen hunne
toestemming over Ie beschikken (4).
Anthonie van Bourgondië wendde echter voor,
dat hij veel vroeger dan zij dat vruchtgebruik gekocht had; en de Staten van hetiViJ-
der-Sticht moesten later, op aandrang van karel den Stoute, nog eenmaal daarvoor
dertienduizend gulden uitkeeren. Naar het algemeen gevoelen, zou Bisschop
davi»
dat bedrog uitgedacht en in den buit gedeeld hebben (5), Hij vertimmerde en ver-
sterkte het slot lo
Duurstede en hield er zijn gewoon verblijf (6).

(1) lurjiaif, Utr. Jaarb. ü. II. bi. 365—371,

(2) BURMAK, Utr. Jaarb. D. Ιί. bl. 371-373.

(3) mattiiaeus, de Jure Gladii. c. Xll. p. 188.

(4) 3IATTUAEUS, de Nobilitate. Lïb. Iii. c. 1. p. 890.

(5) UEDA, p. 295. EIIR3IAN, Ub'. Jaarb. D. II. bl. 305, 538,

(6) Oude Holl. Div, Kron. Div. XXlX, c. 31.

ocr page 99

DES VADERLANDS. 99

In de verzoening des vorigen jaars was het lot der Ulrechlsche ballingen onbeslist
gelalen. Hierover moet laler geschil tusschen den Bisschop en de gezagvoerders in ^^^^
Utrecht ontstaan zijn, lietwelk door den Heer van Lannoi in der minne vereffend
werd (1). De vrede lussclien
Utrecht en Amersfoort was evenwel niet hersteld
en iedere poging, om dezen te bewerken, liep vruchteloos af. Elk ülrechtsch
ingezeten, welke zich naar
Amersfoort begaf, werd met eeno boete van honderd
pond gestraft; en die een Amersfoorler herbergde, voor vijfjaren uit de slad geban-
nen (2). Trouwens, de Amersfoorters veroorloofden zich ook de grootste buitenspo-
righeden, zoo dal zelfs de Bisschop, op wiens gunst zij steunden, hun dilwerf open-
lijk zijn misnoegen daarover toonde en geldslrafien oplegde. Dit verilaauwde aanmer-
kelijk hunne genegeniieid voor den Kerkvoogd, bovenal toen hij zich met
Utrecht
verzoend had. Nu geheel aan zich zelve overgelaten, vorderde hun welbegrepen
belang, om den twist met de Utrechtenaars te eindigen. Tusschen de beide sleden
werd dan ook een bestand voor acht dagen getroiTen, dal steeds lot op een volledig 18 v.
vredesverdrag verlengd Averd (3). De drie Overijsselsche steden ontwierpen de voor-
waarden van dal verdrag, bij hetwelk de twisten en oneenigheden tusschen de beide l'^Ol
sleden, sinds het verrassen van
Utrecht door rudoi.f van Diepholt in veertienhonderd
acht en veertig, werden bijgelegd. De gevangenen zouden wederzijds , tegen voldoe-
ning hunner verteringskoslen geslaakt , en de ballingen, onder oorveede, in de beide
sleden toegelaten worden. Men zou de aan elkander verschuldigde pachten, lijfrenten
en renten voldoen, en de in beslag genomene goederen teruggeven. Tol rust van de
zielen der verslagenen, zou in
Utrecht en Amersfoort cene vicarie met drio missen
in de week geslicht worden. Deze overeenkomst werd nevens do beide steden, ook
door
gijsbrecht en reikoud van Brederode bezegeld (4). Op denzelfden dag en ins- ^
gelijks door tusschenkomst van
Deventer^ Kampen en Zwol^ verzoenden zich de
Amersfoorters met Bisschop
david , wien zij lol boete acht en twintig honderd Rynsche
guldens opbrengen en op de onderdanigste wijze in hunne slad ontvangen moesten,
waarlegen hij hunne aloude voorregten zou bevestigen (5).

De goede verslandliouding tusschen de slad Utrecht en haren Mijtervorst werd spoe-
dig verbroken. Jonkheer
jakob van Zuilen van Nijevelt, Maarschalk van

(1) J. Α LEYDis, de Orig. et lieb. Gest. Oom. de Bred. p. 686.

(2) BDRMAN, Utr. Jaajb. D. II. bi. 407, 416 (1).

(3) BÜRMAN, Utr. Jaarb. D. 11. bl. 415—419.

(4) ECRMATf, Utr. Jaarh. D. II. bl. 430—434. DtMBAR, fKerk- en WercllU Deventer. D. IL
bl 170—172.

(5) DtiTOAB, Kerk- en Wereltl Oetenter, D. IL bl. 168—170-

13*

ocr page 100

100 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

had zekeren ütrechtschen burger in hechtenis genomen. De Raad zond eenige afge-
Taardigden naar
fVijk bij Duurstede^ om den Maarschalk, welke zich bij den Bis-
schop bevond, op verbeurte van lijf en goed, zoo hij Aveigerde, de uillevering van den
gevangene te gelasten.
Dayid van Bourgondi'è oordeelde zich hierdoor beleedigd en
nam het zoo euvel op , dat hij de afgevaardigden in den kerker liet werpen. Terstond trok
een groot aantal Ulrechtsche burgers en
'm^QzeienennOidiX fVijk hij Duurstede , om hen
met geweld te verlossen. De Bisschop had echter zijne maatregelen ter verdediging der
stad zoo wel genomen, dat men de vrijheid der gevangenen niet konde verwerven,
dan onder belofte, den Maarschalk wegens de bewuste zaak niet lastig te vallen,
maar hem, gelijk te voren, in zijne betrekking te ondersteunen alsof er niets geschied
ware (1). Deze zegepraal konde slechts den overmoed en de heerschzucht des Bis-
schops verhoogen. Kennelijk was zyn pogen, om de voorreglen zoo ydMÜtrecht als van
Amersfoort te ondermijnen en te vernietigen , ten einde onbepaald en naar willekeur
te kunnen regeren. Om dit doel te verijdelen, sloten de beide steden een verbond
ter geraeenschappeliike verdediging harer voorregten, vrijheden en gewoonten tegen
elk, welke daarop trachtte inbreuk te maken (2).

Om dien tijd verklaarde rudolf van Laer , wegens eene vermeende eerverkorting ,
den oorlog aan
Deventer en Kampen, doch de beide sleden overtuigden hem van de
ongegrondheid zijns vermoedens, en de vrede bleef ongestoord (3). Minder gemak-
kelijk liet BITTER
van Raesvelt, een vermogend Munstersch Edelman, zich bevredi-
gen. Uit onbekende redenen op de Overysselaars verbitterd, viel hij in
Tivente,
roofde of verwoestte al wat hem voorkwam en zette het Hoven-Sticht in rep en roer.
Men bragt wel terstond eenig krijgsvolk op de been, maar niet sterk genoeg , om hem
het hoofd te bieden. Men zocht derhalve den weg van onderhandeling; en het ge-
lukte Bisschop DAVID een wapenstilstand te bewerken, welke eenige maanden later
door eenen vasten vrede gevolgd werd (4). Ten einde andere vermogende Edelen te
bedwingen, die door hunne invallen
Overijssel en Gelre teisterden, hernieuwden do
Boven-Stichtsche steden hel verbond met
Zutphen dat lot nu toe slechts gebrekkig
aan het doel had beantwoord (5). Dit was echter niet genoegzaam, om de stoutheid

15 v.
Wijn-
maand

1464

(1) BTjRjiAN, Utr. Jaarb. D. IL bi. 436—439.

(2) BCRMAN, Utr. Jaarb. D. II. bi. 442—444.

(3) KEvius, Daventr. lllustr, p. 112.

(4) DÜMBAR, Kerk- en Wereltl. Detenter. D. IL bl. 172, 173. Verg. Tegetm. Staat v. Over-
ijssel
D. L bl. 141.

(5) REVits, Daventr. lllust, p. 114, 115. Zie hiervoor bl. 95.

12 V.

Win-
term,
1462

23 v.-"
Louw-
maand

1463

ocr page 101

DES VADERLANDS. 101

der magtige Edelen te fnuiken. Imraers ontving gijstjert van Bronkhorst "van elk 1433—
der drie groote sleden
Tan Overijssel honderd Postulaat guldens , waartegen hy
beloofde, zoo lang deze gelden niet teruggeven waren, niets tegen haar of
in het algemeen tegen het
Boven-Sticht y »met geweld, roof, brand, gevangenis
of iels anders" te ondernemen (1). Een blyk van hun overmoed leverde ook Λνου- 1465
ter van Keppel^ Heer van Terwoolde ^ met zijn z\yager, wolf van Itter-
sum,
een Overijsselsch Edelman, over de verdeeling van den ouderlijken boedel
in twist geraakt was. Veinzende het geschil aan de uitspraak der drie groote steden
binnen
Deventer te willen onderwerpen, had hij van die stad brieven van vrijgeleide
voor VAN iTTERSUM Terworven, doch hem op den weg derwaarts gewapenderhand
overvallen en gevangen naar zijn slot gevoerd. Hoe euvel de steden dit ook opnamen;
hoezeer Bisschop
david zelfs zich de zaak aantrok, konde men echter de slaking van
VAN ITTERSUM niet dan na langen tyd, en sleclils door tusschenkomst des Hertogs van
Gelre verwerven. Vóór zyn ontslag, moest hij nog onder eede beloven, bij het 1466
eersle opontbod van
wouter san Keppel, zich weder in hechtenis te begeven. Doch
toen hij Averkelyk opontboden werd, hield de Zwolsche regering, om den afgepersten
eed krachteloos te maken , hem jaren lang met zijn gezin in eene gemakkelijke ge-
vangenis opgesloten (2). In denzelfden tijd werd een geschil tusschen
Deventer en
Zutphen OA^er de markten, naar het schijnt, onder medewerking der ^VaÜ Utrecht
vereffend. Bij die gelegenheid bekrachtigde Hertog adolf van Gelre den brief, bij
welken zyn voorzaat
keinoud beloofd had, de stad Deventer by hare voorregten en
hcrkomslen te handhaven; als ook de verzoening onder do regering van Hertog
ar-
wouD tusschen Gelre en het Sticht getroll'en (3).

Gijsbreght en reinoüd van Brederode, welke in TJtrecht groot gezag uiloefen-
den, deelden thans, ten minste schijnbaar, in het vertrouwen van den Bisschop,
welke in/^y'A Ä^y zich ophield en wien zij dikwerf gewigtige diensten bewe-

zen (4). Zij zelve echter verloren daardoor do ware aanhangers hunner belangen en
baanden voor den sluwen, wraakzuchtigen Kerkvoogd den weg, om zyn onverzoen-
lijken haat tegen hen te bevredigen, waartoe hij slechts eene gunstige gelegenheid
afwachtte. Inlusschen behandelde hij hen met de grootste achting. Zij verzelden
hern toen hij zijnen broeder, den Graaf van
Charolois, in Holland begroette, en 5407
bevonden zich met hem op de huwelijksvereeniging van dien Vorst met
Margaretha 140g

(1) Tegenwoordige Staat van Overijss. D. I. bl. 143.

(2) BEViüs, Davenir. lUust. p. 115—118.

(3) BURHAii, Utr. Jaarb. D. II. bl. 484.

(4) J. k LETDis, de Orig. et Reb, Gest, Dom, de Bred. p. 086--688.

ocr page 102

102 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Engeland (1). Hy duidde het hun, althans naar het scheen, niet ten kwade,
^^^ toen op hunnen raad de Heer Tan
ff^assenaar, welke Toorwendde zich naar
den Bisschop te begeven, Luiten de stad
Utrecht gehouden werd. Aanvankelijk
toonde hij ,zich daarover op de Utrechtsche regenten gebelgd, doch de Dom-
proost GiJSBREGHT Verklaarde hem rondborstig, dat men, naar luid van het bis-
schoppelijk bevel, .waarby de regering van
Utrecht in netelige omstandigheden zich
met de
brederode's moest beraden, den Heer van Wassenaar op hun last den toe-
gang geweigerd had; dat zij derhalve en niet de Utrechtsche regenten over deze
zaak ter verantwoording moesten geroepen worden. »Indien mijn broeder of ik"
voegde
gijsbreget er bij » iets verrigten dat u mishaagt en gij daarover niet ons,
maar anderen wilt aanspreken, zullen wij bever van alle bewind afzien , om geenen
H469 onschuldige uwe gramschap en ongenade op den hals te laden.'* De Bisschop nam
schynbaar genoegen in deze edele vrijmoedigheid, en men scheidde van elkander in
vriendschap (2).

Van ernstiger aard waren de geschillen van het Neder-Sticht met Hertog karel
van Bourgondie. Als Graaf van Holland maakte deze Vorst aanspraak op de veenen
en broeklanden tusschen de stad
Utrecht en Gooiland gelegen, bewerende, dat zij
onder
Holland behoorden en aan dat gewest met al de voordeden en inkomsten,
Avelke het
Sticht sinds de bezitneming er van getrokken had, moesten afgestaan worden.
Dit veroorzaakte veel beweging. Bisschop
bavid zelfs begaf zich naar den Raag, om
den Hertog daarover te onderhouden, doch met weinig vrucht, dewijl
kakel kort
daarna afgevaardigden naar
Utrecht zond, om op de voldoening van zijn eisch aan te
dringen. Er werd een groot algemeen Kapittel gehouden, waarby ook de Heeren der
Duilsche orde, de Edelen en steden verschenen en besloten, den Hertog te bewegen,
van zyno eischen af te zien en het
Sticht in het gerust bezit dier goederen te laten ,
welke het wettig verkregen en tot nu toe ongestoord bezeten had (3). Wat hiervan
geworden is, blijkt niet duidelijk (4). Te zelfden tijde vorderde
karel de Stoute de
nagelaten goederen van
jakob vaii Gaasheek voor zijn natuurlijken broeder awthonie
van Bourgondie (5). Tevens verlangde hij, dat de stad Utrecht voldoening zou geven
aan
frederik vanEgmondy welke haar als de aanleidende oorzaak beschouwde , dat de

(1) Oude Hall. Div. Kran. Div. XXIX. c. 35. kouwioevei? , Chron. v. Hall. bi. 479 , 485.

(2) j. α leydis, de Orig. et Reh. Gesi,. 2>. Ό, de Bred. p. C88, 689. Oude Holl Div. Kron.
Div. XXX. c. 25.

(3) iieda, p. 295 et btcneliüs, ρ. 310 (11). burman, Vir. Jaarb. D. Π. bi. 536.

(4) bürman, Vir. Jaarb. D. III. bl. 70.

(5) Zie hiervoor, bl. 98.

ocr page 103

DES VADERLANDS. 103

Gelderschen in veerlicn honderd zes en zesliffi zijne stad-en sterklo IJssehtein over-1433 —

1482

rompeld, uitgepkinderd en bijna ten gronde toe verwoest hqddeni (J), De beslissing
dezer zaak werd aan Bisschop
dayid opgedragen, dio ,eene yerzoening bewerkto in 17 v.
welke echter do Heeren van
Brederode niet begrepen Agaren (2). Trouwens op hen 1470
ATilde de Kerkvoogd eindelijk zijno lang verkropte wraak uitstorteril Nimmer had hij
hun den tegenstand kunnen vergeven, welke zij hem in het verkrijgen van den
Utrechtschen zetel geboden hadden; en slechts ondanks zich zeiven, zag hij hen aan
het hoofd van zaken in
Utrecht. Onverhoeds en verraderlijk liet hij reinoud van
Brederode,
welke te fVijk hij Duurstede by hem gehoor verzocht, in hechtenis
nemen en in den toren van het slot opsluiten. Daarop begaf hij zich ten spoedigste naar
Utrecht en verscheen onder het gebijer der klokken, geharnast en door eenigo weinigo
mannen van wapenen vergezeld op de markt. Do Domproost
gijsbuecut van Brederode,
van *s Bisschops komst verwittigd, snelde hem, wien hij meende , dat door het' graauw
kwalijk bejegend werd, met vierhonderd gewapenden te hulp en vroeg hem, na vrien-
delijke groete »wat er te doen was?" »Het is om u te doen" was het onverwachte
antwoord des Bisschops, terwijl hij hem do hand op den schouder legde , » ga met mij
en geef u gevangen."
Joris, de zoon van den Domproost, wilde met geweld zijnen
vader ontzetten, w^elke dit echter grootmoedig weigerde en zich, in het vollo bewust-
zijn zijner onschuld, naar
Wijk hij Duurstede liet voeren, waar hij gevangen ger
houden , maar hem niet vergund werd, den Bisschop te spreken. Do huisgenooten
en dienaren der
brederode's moesten terstond, op'verbeurlo van het leven, Utrecht
verlaten. Reikouds gemalin begaf zich naar Vianen maar zijno zonen werden in
den kerker geworpen, doch spoedig weder· ontslagen, behalvo
walraven , welke
naauwkeurig bewaakt werd. De Schout van
Utrecht, jan van Amerongen, een
vriend der
brederode's , werd insgelijks door cene list in hechtenis genomen; doch do
Burggraaf van
Montfoort en jakob Zuilen van ISijevelt ontweken gelukkig de hun
gelegde strikken. Men riep do Utrechtsche ballingen en uitgewekenen terug, van
welke de Bisschop hulp en bijstand wachtlo ter verijdeling van alles, wat to zij-
nen nadeele of ter gunste der
brederode's mögt ondernomen worden. Om een glimp
aan deze wederregtelijkc en hatelijke handelwijze te geven, en haar hij den streng
regtvaardigen
karel van Bourgondi'è to verdedigen, werd het gerucht verspreid, dat
de
brederode's een geheim verbond met den Koning van Frankrijk y den Her-
tog van
Gelre en den Aartsbisschop van Keulen gesloten haddon, om david van
do bisschoppelijke waardigheid en Hertog
karei, van het bewind over Holland

(1) BIRMAS, Utr. JaarL· D. II. b). 537—539. Verg. poanaus, Uist. Getr. Lih. IX. p. 529,

(2) BüRMArt Uir. Jaarb, D, III. bi. 28-32.

ocr page 104

104 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— te berooven, hetgeen zij binnen drie dagen zouden uitgevoerd hebben, indien men
hen niet voorkomen had. Doch bij het ondervragen der gevangenen werd van ziilk
een toeleg geen woord gerept, evenmin als dat zij zich aan misbruik van gezag binnen
Utrecht zouden schuldig gemaakt hebben. Zelfs het naauwkeurigst onderzoek naar
hun gedrag in alle plaatsen, waar zij verkeerd hadden, bevestigde slechts hunne
trouw en eerlijkheid. Maar de heerschzuchtige Bisschop had hunnen val besloten, en
trachtte, ten koste van regt en billijkheid, zich van hen te ontdoen.

Walraven van Brederode werd het eerst voor 'sBisschops raad gebragt, welke uit
gerrit van Zuilen^ den Maarschalk van het Sticht tyhan , en filips , den slotvoogd
van
Duurstede was zamengesteld. De voornaamste punten over welke hij ondervraagd
werd waren; of hij niet op last zijns vaders den manslag aan de Haarlemsche afge-
vaardigden bij
de Bildt, die reeds voor twee of drie jaren gezoend was, gepleegd
had ?
(1). Of hij geen kennis droeg van het verbond der brederode's met den Her-
tog van
Gelre ι en of zij niet den aanslag tegen IJsselstein ondersteund, als ook het
plan gevormd hadden, do regering van
Utrecht te verzetten? Walraven, deze
en andere beschuldigingen van minder belang, ontkennend beantwoordende , werd op
de pijnbank gelegd en onmenschelijk gefolterd. Men goot hem het lijf vol water en
sprong er dan op, om hem tot bekentenis van nooit bedreven misdaden te brengen.
Dit martelen werd dagelijks, soms drie- en viermaal des daags, en in het geheel wel
veertig of vijftig reizen hervat, lot eindelijk afgemat en door smart overweldigd, hij
alles beleed, wat men Avilde. Volstandig echter weigerde hij deze afgeperste verkla-
ring te onderteekenen, welke moeite men ook daartoe aanwendde. De Schout
jan
van Ameron^en werd door dezelfde middelen tot dezelfde schuldbelijdenis gedwongen.
Beider bekentenissen werden Hertog
karel toegezonden, in de hoop , van hem het
doodvonnis over de
bkederode's te ontvangen. Docli hy vergenoegde zich slechts met
gehoor te weigeren aan
reinouds gemalin, welke voor haren echtgenoot hel regt in-
riep , dal hem als Ridder van hel Gulden Vlies toekwam, om alleen voor een kapittel
dier orde teregtgesteld te worden.

Onderlusschen werd reinoud zelf, nadat hem het ridderteeken van het Guldenvlies
was afgerukt, door 's Bisschops Raden ondervraagd, en toen hij weigerde de feilen te
bekennen, welke men hem toedichtte , op de pijnbank geworpen. Te vergeefs verzocht
hij een mondgesprek met den Bisschop ; te vergeefs bood hij aan , om gewillig een of
twee jaren in hechtenis Ie blijven, en zoo binnen dien tijd iets waars bevonden wierd
van hetgeen men hem beliglle, al zijne erf- en leengoederen te verbeuren en den
vreesselijkslen marteldood te ondergaan. Hij werd slechts te heviger gepijnigd en

(1) Zie hiervoor, bl. 96. schreveuds , Eeschr. v. Ilaarl. bl, 52.

ocr page 105

DES VADERLANDS. 105

beleed eindelijk ^at men Avilde, maar herriep alles zoodra men hem ongemoeid liet. ^
Hierop weder wreedelijk gefolterd en bedreigd, dal op deze wijze zou worden voort-
gegaan lot hij bekende, bevestigde hij zijne vorige belijdenis en Averd met zware
boeijen aan de beenen, waaraan hij eene maand lang dag en nacht gekluisterd bleef,
in een bovenhok van den grooten toren opgesloten.

Middelerwijl gelukte het walraven van Brederode met het uiterste gevaar te ont-
vluglen. Hij Avist de sloten zijner boeijen op to steken en klauterde langs den muur,
uit welken hij eenige steenen gebroken had, tot aan het dakvenster, van waar
hy zich in eenen donkeren, guren nacht, aan een snoer, uit zijne gescheurde
kleederen gedraaid , naar beneden liet. Naauwelyks was hij op den grond , toen een
van 's Bisschops dienaars naar buiten kwam, maar hem door de duisterheid niet be-
merkte en terstond weder binnenwaarts keerde. In het overzwemmen van de gracht
geraakte hij onder de zwanen van het slot, op wier geklapwiek de bewoners met
licht naar buiten kwamen, doch daar hij slechts even het hoofd boven water hield
en zich niet verroerde, niets ontdekten en spoedig terugkeerden. Do vlugteling be-
reikte nu den dijk en trachtte
de Lek over te zwemmen, maar was met moeite tot
midden in die rivier genaderd , toen de sterke stroom en wind hem noodzaakten naar
den slibberigen dijk terug te keeren en zoo doornat als hij waé, in hel holste van
den nacht, een uur te loopen. Hier was een veer, van waar hij zich te
Hagestein
aan land liet zetten en voorts in Vinnen, eene heerlijkheid van het huis van brede-
rode,
eene veilige schuilplaats vond. Het behoeft geen betoog, dat walraven alom
des Bisschops wederregtelijke handelwijze verspreidde, welke nu ook de ooren van
Hertog
kabel bereikte. Immers trok deze Vorst zich thans de zaak der brederode's
aan , en zond eenige zijner Raden naar Wijk hij Duurstede. Reinoud werd door
hen scherp ondervraagd en dewijl hij niels beleed wat hun strafwaardig toescheen, j47j
aan het geweld van Bisschop
david onttrokken en met jan van jimerongen naar
Bergen op Zoom gevoerd. Daar karel de Stoute zich in Frankrijk bevond, moes-
ten zij eerst te
Koi'trijk en later op het slot Ilupelmonde zijne terugkomst afwachten.
Eindelijk werd in Bloeimaand des volgenden jaars de Heer van
Brederode, na een
naauwkeurig onderzoek voor een Kapittel der Ridders van het Guldenvlies, door den 1472
Hertog volkomen onschuldig verklaard en terstond op vrije voelen gesteld. Eenigen
lijd later werd ook
jan van jimerongen ontslagen. Thans Irachtle de even laaghar-
tige als wraakgierige Bisschop, met den zwaar beleedigden, veelvermogenden
beinoüd
van Brederode, die in de blakende gunst des Herlogs deelde, zich to verzoenen.
Hij liet hem herstelling van eer aanbieden met belofte van aan de Kerk te
Vianen
een Kapittel van Kanoniken toe te voegen, maar wees het verzoek tot slaking van
gijsbrecht af, ofschoon dit ook door Hertog karel ondersteund werd. 'Eerst gerui-
men lijd na den dood van
beikoüd , ontving de Domproost de vrijheid weder, tegen

II Deel. ΠΙ Stuk. U

ocr page 106

106 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— afstand van de domproosldij aan Magister simon slüis , den lijfarts Tan Hertog karel ,
van de jaarlgksche inkomsten uit het stift Terouanne^ en onder verband , zich voor
5 V. altijd buiten het regtsgebied der Utrechtsche Kerk op te houden. Hij overleed in
InSd '''^^'''^i^^honderd vijf en zeventig, of naar anderen, drie jaren later in
Breda y als een
1474 treffend voorbeeld van de wisselingen der fortuin, tegen welke deugd noch braafheid,
bekwaamheden noch verdiensten, een behoedmiddel opleveren (1).

Bisschop david achtte zich door den val der brederode's van alle verdere vrees voor
tegenstand ontheven. In strigd met de grondwettige staatsregeling van het
Sticht,
begon hij zich grooter gezag aan te matigen, dan ooit een zijner voorgangers bezeten
had, en bekommerde zich niet om de liefde en achting zijner onderdanen, indien zij
hem slechts vreesden (2); een beginsel dat steeds even noodlottig voor de Vorsten
zelve als voor de volken geweest is, gelijk 'sBisschops eigen ongevallen mede beves-
tigd hebben. Als onbeperkt geweldenaar zwaaide hy den slaf des bewinds. In het
fiere
Utrecht zelfs was geen wil dan do zyne, en naar willekeur stelde hij regerings-
leden af en aan (3). Zoo Geestelijken als leeken moesten onvoorwaardelijk gehoorza-
men , en wie hem in den weg stond werd, gelijk de Domdeken
jouan proeis , van
waardigheden beroofd en gebannen. Eigendunkelijk ontnam de overmoedige Kerkvoogd
den Kanoniken hunne kanoniksdijen en schonk die aan zijne gunstelingen. De aan-
zienlijkste burgers dwong hij hunne dochters aan zijne dienaars uit te huwen, en
schreef den ouders voor, wat zij ten huwelijk moesten geven (4). Het gezag der Sta-
len werd door hem geheel miskend; zonder hunne toestemming droeg bij
Hagestein
over aan de Heeren van Egmond en gaf, in spyt der Utrechtenaren, verlof om 13s~
selstein,
door hen ontmanteld, met nieuwe muren te omringen (5). Hij poogde de
oude Friesche of Saksische wijze van regtspleging, tot nu toe in het
Sticht gevolgd,
I door de Fransche of Bourgondische te vervangen, welke op het Romeinsche regt

(1) j. Α LEYDis, de Orig. et Reh. Gest, Dom. de Bred. ρ. 689—721. Oude Holl. Div.Kron.
Div. XXX. c. 25—30. heda , p. 294. n. snoi , Rer. JBatav. Lib. XI. p. 161. bocrenberg , Eist.
Brederod.
p. 39-72. Verg. bxirman, Utr. Jaarb. D. III. bl. 7—27, bl. 117—122. kor,
Faderl. Woordenb. in voce Amerongen en Brederode. Hoe rer kinderachtige partijdigheid kan
aansporen, om de waarheid te beleedigen, blijkt op nieuw uit
bilderdijksWerdraaide voorstelling
van de even wreede als onregtvaardige regtspleging tegen de
brederode's , D. IV. bl. 201—203.

(2) iiEDA, p. 293, 294.

(3) bürhah, Utr. Jaarb. D. III. bl. 115, 116, 145, 146. deda, p. 294.

(4) heda, p. 294.

(5) HEDA, p. 294, et BüCHELiüS ad eundem, p. 308 (00).

ocr page 107

DES VADERLANDS, Î§ÎŸÎŠ

geschoeid was en die ook kakel de Stoute in Holland trachtte in te voeren (1). ^^^
Om zich van de regtbanken, en alzoo van den eigendom , de vrgheid en het le-
ven zelfs der ingezetenen te verzekeren, vestigde Bisschop
david te Utrecht^ na be-
komen verlof van den Keizer, wien hij de misbruiken in de regtsbedeeling met de
sterkste kleuren had afgeschilderd, een Raad of geregtshof van tien leden, die door
hem gekozen werden en van zijne wenken vlogen. Op dit geregtshof, welk den
naam van het
Regt der Schtjve (Recht van de Schive) ontving, naar de gedaante
der tafel aan welke de regters zaten, konde van alle vonnissen, zoo in het
Boven-
als Neder-Sticht ^e^zen^ hooger beroep gedaan worden (2). Het blijkt, dat vreem-
delingen in dezen Raad zitting hadden, heigeen den Utrechtschen geweldig hinderde,
die hierin te vergeefs op eene verandering aandrongen (3). De nieuwe regtbank ver-
wekte algemeen misnoegen tegen den Bisschop, die zich ten laatste gedwongen zag
haar af te schaffen (4). I477

De dood van karel den Stoute had den Stichtschen Kerkvoogd van eenen magiigen
arm beroofd, en weldra taande z^n te hoog opgevoerd gezag (5). De lang onderdrukte
wrok der Ulrechlenaren, wier voorregten hij vaak met voeten had getreden, barstte
DU in openlijken tegenstand uit. In
Utrecht zich niet veilig achtende, begaf hij zich
met zijn Raad naar
Wijk hij Duurstede (6). De Utrechtscho regering werd toen op
den ouden voet hersteld, en eenige van 'sBisschops aanhangers geraakten in verze-
kerde bewaring. De geestelijkheid en ridderschap, op wier regten insgelijks dikwerf
inbreuk gemaakt was, vereenigden zich met do stad
Utrecht en eischten herstelling
der geschonden vrijheden (7). Door tusschenkomst der drie Overijsselsche steden en
van de stad
Groningen, sloot Bisschop bavid met de drie Staten van het Neder·'
Sticht
een vernederend verbond; hij moest beloven hunne oude voorregten te be-
krachtigen en te onderhouden; geene vreemdelingen over landszaken te raadplegen;

(1) Î—ΕΟλ, ρ. 292.

(2) ÎœÎ‘ττπλΕΒ8, de Nohilitate. ρ. 679. Vtf. Placaatboek. D. iL bl. 948 , 949.

(3) j. v. leyden, Chron. v. Egmond. bl. 189.

(4) REviüs, Daventr. Illustr, Lib. IL p. 124, 125. matthaeüs in Analect^ T.IIL p. 806 , 807.
Zie over het
liegt der Schijve de voorrede van het Ijtrechtsch Placaatb, en de aldaar aau-
gehaalde schrijvers.

(5) Î Î•ΟΑ, ρ. 294.

(6) 3. ν. LEYDEii, Chron. ν. Egmond. bl. 189.

(7) BÜRBAN, Vtr. Jaarb. D. KL bl. 162—176.

14*

ocr page 108

108 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

het Regt der Schijve voor altijd af te schafFen; de leeDmannen met geene onbehoor-
lijke diensten of lasten te bezwaren; en eindelijk alles te vergeven en kwijt te schel-
den , wat hem misdaan mögt zijn. Hij bekrachtigde deze voorwaarden met zijn zegel.
28
v. Dit geschiedde insgelijks door de Staten van het Neder-Séicht, doch met de verkla-
dat zij »dit aldus vrientlike, omme ruste ende vrede in den lande te houden,"
met hun genadigen Heer overeengekomen waren (1). De Schout
jan van Jme-
rongen
werd in zijne vorige betrekking hersteld (2). De weduwe van reinoud van
Brederode
daarentegen moest Utrecht verlaten, dewijl zij getracht had Vianen en
het slot
Batestein^ haar door den Ridder van broekhuizen ontweldigd, te her-
nemen (3).

Middelerwijl had zich david van Bourgondie naar Ooerijssel begeven, waar de
knevelarijen en onregtvaardigheden zijner dienaren de ingezetenen in beweging brag-
ten.
Deventer, Kampen en Zujo/ drongen op de handhaving der oude voorregten
en vrijheden met zoo veel ernst aan, dat de Bisschop dit niet slechts beloofde, maar ook
vergunde, dat elk die zich verongelijkt achtte, zijne zaak op nieuw door gemagtigden
1478 uit de Stalen en een van 'sBisschops Raden liet onderzoeken. De misdadige ambte-
naars en regters werden voor deze vierschaar teregt gesteld, en eenige tot groote
geldboeten verwezen. De Bisschop ontwierp daarenboven met de Overijsselsche rid-
derschap en de drie groote steden een nieuwen landbrief, in welken de oude land-
regten verbeterd en uitgebreid werden (4).

Zoo vaardig hij echter was, om door den nood gedrongen, met zijne onderdanen
overeenkomsten te treffen, zoo weinig Avas het hem ernst stiptelyk zyne beloften na
te komen. Er rezen gedurig klagten over het niet vervullen zijner verphgtingen, en
de drie Standen, geestelijkheid, ridderschap en sleden, oordeelden het raadzaam,
! hem daarover te onderhouden, doch werden steeds met goede woorden afgewezen.
Ondertusschen werd het misnoegen en de gisting der gemoederen dagelijks grooter.
In
Utrecht, verzette men zich openlijk tegen de eigendunkelijke daden der Maar-
schalken van het
Sticht y de eerste ambtenaren van den Bisschop, wier kennelijk
doel was, de voorregten der stad in te krimpen pn hare magt te fnuiken (5),
Amers-

(1) burman, Vtr, Jaarb. D. III. bl. 177—185.

(2) burman, Utr. Jaarb. D. lil. bl. 191. i

(3) J. α leydis, de Orig. et Heb. Gest. D^m. de Bred. p. 722—734. bdrman , Vtr. Jaarb.
1). III. bl. 203—209.

(4) iiEviüs, Daventr, lllmtr, p. 125.

i â–  , - ' ^

(5) BDPMAN, Utr. Jaarb, D. UI. bl. 247-260 , 302 , 305, 314, 31Ö, 410—412, 423-^426,
402-466, 490. ,, . .

ocr page 109

DES VADERLANDS. 109

foort^ even gezind als Ütreckt ^ wierp de aanhangers des Bisschops de stad uit (1). 14^—
Zoo Avel om middelen te beramen ter Yoorkoming Tan de nadeelen met welke de on-
lusten in
Gelre het Sticht bedreigden, als ter verzekering van de inwendige rust des
lands, kwamen de geestelijkheid en de Raad van
Utrecht, met de steden De-
venter^ Kampen i Zwol en Groningen
te Harderwijk byeen. De uitslag dezer za-
menkomst wordt niet gemeld, even weinig als van eene dagvaart tot hetzelfde doel
op
Spijker kamp nabij de Grehhe gehouden (2).

De spanning tusschen Otrecht en den Kerkvoogd werd grootelijks vermeerderd en
ernstig in de gevolgen, toen de Priester
dirk van Heusden, op eigen gezag en tot
nadeel der
St. Jakobs kerk in Utrecht, buiten de JVeerdpoort aldaar eenS kapel
had geslicht in welke hij de dienst verrigtte. Dit was met voorkennis van den Bis-
schop geschied, Avelke het der Utrechtsche regering zeer kwalijk afnam, dat zij ^^ ^

hare regten gehandhaafd, de voltooijing der kapel verboden en den vermetelen Pries- Win-

tcrin*

ter, zijn vriend en gunsteling, uit de stad gezet had (3). Hij gaf dien Geestelijke 1473
vermaanbrieven, bevelen en verklaringen tegen de Utrechtsche regenten, welko
voor zijne regtbank te
fVijk hij Duurstede gedaagd werden. Zij boden daarop
aan, zich voor den Officiaal of eenig ander regter, door den Bisschop binnen hunne
stad te benoemen, teregt te stellen; betogende , dat naar do stedelijke voorregten",
geene burgers of ingezetenen, veel minder de regenten, buiten de stad in regten mog-
ten betrokken worden, weshalve zij verzochten, dat hetgeen reeds lot hun nadeel
was uitgevaardigd, vernietigd wierd. Daar dit verzoek werd afgewezen, besloten zij
zich op de geestelyke regtbank te
Keulen, of op den Paus zeiven te beroepen.
David , verbitterd dat men zijnen wil wederstreefde, weigerde het hoöger be-
roep toe te staan en deed de stad
Utrecht met allen, die er sedert twee jaren
het bewind gevoerd hadden, in den ban. Do Raad begreep evenwel het beroep
op het Hof van
Keulen door te zetten en gaf hiervan den Bisschop kennis,
welke bij zijne weigering volhardde, den Utrechtschen alle wettige redenen van
bezwaar betwistte, en zelfs op nieuw het banvonnis bekrachtigde. Onmiddellyk
bragt nu de regering van
Utrecht hare bezwaren tegen hem in, zette zijn
willekeurig gedrag uiteen en toonde aan, hoo zeer hij de voorregten der stad,
door hem zeiven bezworen, met voeten trad. De Utrechtsche geestelykheid, of de

1479

(1) HEDA , p. 295.

(2) BMMAK, JJtr. Jaarb. D. III. bl. 26J.

(3) BüRSAif, Utr, Jaarb. D. III. bl. 288-298.

ocr page 110

110 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

vijf Kapittels, trok met haar ééne lijn en oefende, ondanks het banvonnis, de open-
bare godsdienst uit (1).

Bisschop DAVID wendde intusschen bij de Keulsche regtbank niet minder vlijt aan,
dat het vonnis door hem geveld gewettigd, als zijne tegenpartij, dat het ver-
nietigd wierd. Het konde niet missen, dat te zijner gunste beslist werd in eene
vierschaar van Geestelijken wier belang medebragt, alle Avederstreving tegen het
geestelijk gezag te fnuiken, en by wie natuurlijk de handhaving van het gezag der
Rerkelijken boven de Wereldlijken zwaarder woog, dan de verdediging van de ge-
schonden vrijheden en voorregten der stad
Utrecht. Hierdoor echter niet ontmoedigd,
bragten de Utrechtenaars, na vele vergeefsche pogingen, om zich op billijke
voorwaarden met den Bisschop te verzoenen, hunne zaak voor het Hof van
Rome.
Ofschoon de Utrechtsche geestelijkheid ook in dit hooger beroep had toegestemd,
boy verde zij zich niettemin, om de stad met den Kerkvoogd Ie bevredigen. De
Bisschop toonde zich evenwel hiertoe zoo weinig genegen, dat de stedelijke regering in
overeenstemming met al de gilden, op nieuw en krachtig verklaarde , hare voorregten ,
vrijheden, keuren en oude herkomen met nadruk Ie zullen handhaven en niet te
gedoogen , dat er eenige inbreuk op gemaakt wierd; hare grieven tegen den Bisschop
in het naaslkomende algemeen Kapittel van 's lands Staten te brengen, en van hen
regt ter beteugeling van zijnen hoogmoed in te roepen; levens bepalende , dat nie-
mand , in dienst of eed des Bisschops staande , voortaan zitting in den Raad zou heb-
ben en die leden, welke in deze omstandigheid verkeerden, hunne betrekking
moesten nederleggen. Het schijnt, dat
da.vid van Bourgondi'è hierop den Utrechtschen
schoone beloften en eenige hoop op genoegdoening gegeven heeft. Althans de afge-
broken onderhandeling werd hervat en tot dat einde eene dagvaart te
Amersfoort
beschreven. Doch ook deze bijeenkomst, even als eene latere te Utrecht, liep vruch-
teloos af. Steeds loonde de Bisschop zich tot eene minnelijke schikking bereid, maar
als het op sluiten aankwam, week hij onder allerlei voorwendsels terug (2).

in dien staat van zaken ontving men uit Ro7ne berigt, dat Paus sixtus IV aan
den Bisschop van
Cesaria, thomas basinüs , den Bisschop van Munster, Hendrik.
von Schwartzenherg y en aan den Abt van Egmondy mkolaas van Andrichem,
het onderzoek en de uitspraak over het geschil van den Utrechtschen Bisschop met
zyne zetelstad en geestelijkheid, had opgedragen. De eerste dezer scheidsmannen ver-
ontschuldigde zich op grond, dat hij te
Utrecht zijn verblijf houdende , van eenzy-
digheid konde verdacht worden; en de tweede wees de zaak van, zich af, dewijl hij

■■f ■

(1) BORMAii, Uir. Jaarb, D. ΠΙ. bl. 323—365.

(2) BtJRMiN, Itr. Jaarh, D. Πί. bl. 365—396.

1433—
J482

4 V.
Oo[ist-
maand

1479

7 'v.

lierlst-
inaand.

ocr page 111

DES VADERLANDS. 1775

in eenen krijg met Gelre gewikkeld was. Op sterk aandringen der Utrechtschen, 1433—
nam de Abt van
Egmond alleen de taak op zich en verscheen met een aanzienlijk
gevolg in de stad, waar hij Bisschop
david voor zich dagvaardde. Deze had on-
dertusschen te
Rome bewerkt, dat de regering van Utrecht voor de Auditoren
Rotae
gedaagd en den Abt van Egmond, ondanks het pauselijk bevel, verboden
werd zich met dit geschil te raoeijen. Zoo wel de geestelijkheid als de Raad ver- .
klaarden zich hier tegen in een uitgewerkt vertoog; ook ging de Egmonder Klooster-
voogd rustig met de zaak voort. Na een naauwkeurig onderzoek wees hij voorloo-
pig vonnis, welks inhoud ons niet bekend is, maar liet aan het Hof van
Rome,
door hem van alles uitvoerig ingelicht, de eindbeslissing over en ontsloeg, op Aposto-
lisch gezag, de Utrechtenaars van den ban (1). Doch Bisschop
david bekommerde
zich weinig om hetgeen de Abt van
Egmond verrigt had en weigerde den ban op te
heffen. De Utrechtenaars wendden zich derhalve tot hunne vrienden in
Rome, om
aldaar hunne belangen met nadruk te ondersteunen, en stelden Mr.
roqüïn van
Poelgeest
tot stadspleilbezorger aan, met wien zij dagelijks konden raadplegen, de-
wijl men het geding tegen den Bisschop moest achtervolgen en do moeyelijkheden
met hem niet zouden verminderen (2). Inmiddels trachtte
Amersfoort eene verzoe-
ning te bewerken (3). Hiertoe vermaande insgelijks de Paus, die tevens gelastte, den
Priester
van heusden vrgen toegang in Utrecht te vergunnen. Hieraan werd terstond x430
gehoorzaamd; en door den Raad voorts alles aangewend, Avat lot bevordering der ver-
zoening strekken konde. Verscheidene byeenkomsten werden gehouden, doch groolen-
deels door 's Bisschops onbuigzaamheid, zonder gewenschten uitslag. De Raad besloot
nu niet langer te dralen, maar het geding te
Rome met kracht voort te zetlen. De
Paus herhaalde zijne vermaningen tot vrede. Do onderhandelingen werden op nieuw
hervat, maar
Utrecht bood weder te vergeefs den Bisschop alle billijke voldoening
aan. Het Hof van
Rome gelastte thans, dat men zich binnen zes weken met elkander
moest verdragen. Do ütrechtsche regering en geestelijkheid waren hiertoe bereid-
willig ; en om den Kerkvoogd alle voorwendsels tot verdere vertraging te ontnemen,
bewilligde hem de Raad tot schadevergoeding der gedingkosten, tweeduizend Rijnsche
guldens, en het terugroepen der Ütrechtsche ballingen sinds het verdrag van veertien-
honderd zeven en zeventig. Hierop verzoende hij zich met de stad
Utrecht, zoo wel
als met de geestelijkheid, do ridderschap en de steden van het
Neder-Sticht, welke

(1) j. v. letdek, Chron. t>. Egmond, bl. 189, 190. Oude Boll, Div. Kron, Div. XXXI.
c. 34. BDRMAN,
Utr. Jaarb. D. III. bl. 396-409.

(2) BüRHAN, Vtr. Jaarb. D. III. bl. 437—439.

(3) BDBJUK, Utr. Jaarb. D. III. bl. 442.

ocr page 112

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

■ haar ondersteund hadden. Hij bevestigde op nieuw aller vrijheden, voorregten, ge-
woonlen en herkomens. Drie dagen later werd het banvonnis opgeheven en het ver-
bod der openbare godsdienstoefening ingetrokken. Het verder opbouwen der kapel
bleef gestaakt (1),

Tijdens dit netehg regtsgeding, had jan, Burggraaf λάά Montfoort^ hoewel een
leenman des Bisschops, den Ulrechtschen gewigtige diensten bewezen. Reeds in veer-
tienhonderd zeven en zeventig was hij door hen tot Hoofdman aangesteld, en oefende
groot gezag uit. Hem waren zelfs de stadssleutels toevertrouwd en dertig stalbroeders
lot lijfwacht gegeven (2). Na den val der
bredekode's, met wie hij op het innigst
Avas verbonden, verliet hij de stad, maar werd steeds door vele aanzienlyke Utrech-
tenaars geraadpleegd en is ongetwijfeld een voornaam werktuig geweest, om hen tot
wederstand tegen de aanmatigingen
Tan den Bisschop en zijner dienaren aan te spo-
ren (3), Als voorspraak hunner belangen, v/3rseheen hij aan het Hof van
maximiliaan
en MARIA, wien de Utrechtsche regering een gezantschap had gezonden, om hen met
de aanvaarding van het hoogbewind geluk te wenschen en zich hunner gunst aan te
bevelen. Hij moet dit Hof niet gunstig gestemd voor de slad gevonden hebben, naardien
hy de regering ten sterkste vermaande op hare hoede te zijn, en dit ook zyner gema-
lin , met betrekking tot
Montfoort, ernstig aanbeval (4), Men voorzag zich derhalve
in
Utrecht van wapenen, en dit zal welligt eene van de overigens geheel onbekende
oorzaken geweest zijn, dat
maximiliaan kort daarna, vermoedelijk op aandrang van
Bisschop DAYiD, de Utrechtenaars van vergrijp en wangedrag legen hem beschuldigde.
Evenmin als de oorsprong, is de afloop dezer zaak bekend. Men weet slechts, dat de
Utrechtsche regenten zich van den blaam op hen geworpen trachtten te zuiveren en
den Aartshertog van hunne onschuld te overtuigen, waarop zij van dien Vorst een ant-
woord ontvingen hetwelk den Bisschop werd medegedeeld, doch welks inhoud niet
gemeld wordt (5).

Hoewel de Burggraaf in de Montfoort zyn verblyf hield, werd echter mVtrecht

ί i

(1) BüRMAN, Vtr. Jaarb. D. III. bi. 445—462 , 471—488.

(2) bunman, ütr. Jaarb. D. III. bl. 231. Stalbroeders waren niet uitsluitend ruiters, maar ge-
Avapende manschappen uit het schuim aller natiën zamengesleld, die voor geld elk dienden.
Buiten
Taste dienst, leefden zij van roeven en stelen en maakten dikwerf de groole wegen on-
veilig. BtJRMAN, t. a. p. bl. 503 (4).

(3) BUMIAN, Utr. Jaarb. D. III. bl. 231, 505,

t,

(4) bürman, Vtr. Jaarb. D. III. bl. 239, 240.

(5) BÜRMAN, Utr, Jaarb. D. ΠΙ. bl. 267—271.

112

1433-
1482

9 γ.

Bloei-
inaand
1481

kl

ocr page 113

DES VADERLANDS. 113

niets belangrijks zonder zijn raad en voorkennis verrigt (1). Gehuwd met de dochter
van HENDRIK
va7i Naaldwijk ^ was hij een ijverig aanhanger der Hoekschen in Hol-
land,
waar hij vele heerlijke goederen bezat, en had onder die Nederlandsche afge-
vaardigden behoord, welke bij Vrouw
maria te Gent op de herstelling van 's volks
geschondene voorregten aandrongen (2). Ten behoeve der Hoekschen nam hij een
werkzaam deel in de ontwaakte burgertwisten in
Holland onder het bewind van maxï-
MiLiAAN. Het lijdt geen twijfel , dat op zijn raad eene bende van den Heer van
Egmond, na den mislukten aanslag tegen Hoorn (3) , op den terugtogt naar do stad
Buren, in Utrecht aangehouden en in den kerker geworpen werd, dewijl zij zonder
vrijgeleide was binnengetrokken en men niet wist, wat zij bedoelde. Slechts door
minnelijke tusschenkomst van
maximiliaaw en Bisschop david, werden do gevange-
nen onder oorveede ontslagen (4). Kort daarna onderschraagde
van moktfoort met een
aanzienlijk getal Stichlenaars den Stadhouder van
Holland, wolfeht van Borselen,
in het bedwingen der Kabeljaauwschen in den Haag (5) ; en zonder zijnen raad en
bijstand hadden de Hoekschen , wier voornaamste steun hij was, de stad
Oudewater
zeker niet bemagtigd (6). Dit alles hinderde den ütrechlschen Kerkvoogd geweldig,
welke den Kabeljaauwschen genegen en op
van montfoort ten uiterste verbitterd was.
Ernstig verbood hij derhalve zijne onderdanen, zich in do Hollandsche burgertwisten te
mengen, uit welke het
Sticht niets dan nadeelen en rampen te wachten had. Hij
noodigde de regering van
ütrecht uit, dit insgelijks haren onderhoorigen te verbieden.
Dit verzoek , hetwelk duidelijk bewijst, dat de Bisschop over de burgers en ingezete-
nen dier stad niets te bevelen had, werd door den Raad ontwijkend beantwoord. Men
was in
ütrecht veeleer genegen, aan het verlangen des Burggraafs te voldoen eu zoo
te water als te land te verhinderen, dat ruiterbenden uit het Kabeljaauwschgezinde
Oelft, Leiden, Haarlem en Amsterdam, de Zuid-Hollandscho steden van dien aan-
hang te hulp kwamen. Immers indien de Kabeljaauwschen in
Holland do bovenhand
behielden, was het met reden te vreezen, dat zij Bisschop
da.vid weder ondersteunen
zouden. Men sloot zich alzoo nog enger aan
van montfoort en beloofde op nieuw
niets builen zijn wil en toestemming te ondernemen (7). Zoodra derhalve in
Utrecht

(1) bürman, Utr. Jaarb. D. III, bl. 279 , 420.

(2) BDRJUN, Utr. Jaarb. D. III. bl. 231. Verp. hiervoor, bl. 62.

(3) Zie hiervoor, bl. 70.

(4) BüRMAK, Utr. Jaarb. D. III. bl. 308—314.

(5) Zie hiervoor bl. 71. bcrmas, Utr, Jaarb. D. III. bl. 418.

(6) Bi'RMAN, Utr. Jaarb. D. III. bl. 418.

(7) bbrmaii, Utr. Jaarb. D. III. bl. 418, 421.
II, Deel, 3 Stük,

ocr page 114

114 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

143θ— zich hel gerucht Yerspreiddia , dai maximihaan in Gorinehem was gekomen, om
vaadaar met eene krygsraagt in
Gelre te rukken, werd de Burggraaf hiervan ter-
stond verwittigd en zijn raad ingeroepen (1). De ülrechtsche regering ontbood hem
by alle gewigtige omstandigheden, en ongetwyfeld was de verrassing van
Leiden
door ueijer van Broekhuizen en Hendrik. Zuylen van JSijeoelt op zijn bestel
geschied (2). Men verzekert ten minste , dat die togt zonder overleg met de geeste-
lijkheid en gilden ondernomen is (3). '' En dewijl er in de besluiten van den Raad
A'an Utrecht geene melding van gemaakt wordt, is het waarschijnlijk, dat zelfs
slechts eenige der voornaamste raadsleden in het geheim gedeeld hebben (4). Weinig
dagen na de overrompeling van
Leiden^ kwam van montfoort^zelf met zyn gevolg
in die stad en veranderde er de regering. Zijn vertrek werd spoedig door den aftogt
van REiJER
van Broekhuizen gevolgd, welke over PVoerden naar Montfoort
week (5). Maximiliaan volgde hem in allerijl derwaarts en eischte de stad op. Men
antwoordde met een hevig geschutvuur en verdedigde zich zoo dapper, dat de Aarts-
hertog , wiens leven zelfs eenmaal gevaar liep, aftrok en zich met het verbranden van
eenige dorpen en woningen in den omtrek -vergenoegde (6).

Bij 's Vorsten terugkomst in den Haag, werden de bezittingen van den Burg-
graaf, den Ridder
van broekhuizen, hendrikl van Zuylen van Nijevelt en van
meer andoren in zyn gebied verbeurd verklaard e^ zij zelve voor altijd daaruit ge-
bannen. Hierdoor verloor het huis van
Montfoort de heerlykheid Pwrmermi/e, welke
aan
Balthasar, Heer van Folkestein ^ een neef van maximiliaan, geschonken werd,
die haar naderhand aan
jan, den eersten Graaf van Egmond, verkocht (7). Zelfs
werden de Utrechtschen in
Holland en elders vastgehouden en hunne goederen,
ter betaling van het krygsvolk des Aartshertogs, aangeslagen. Slechts na vele pogin-
gen van den kant der ütrechtsche regering, wilde
maximiliaan hen ^ontslaan, doch

: %

(1) BTJRMAiT, Vtr. Jaarh. D. III. bl. 437. j

(2) Zie hiervoor, bl. 73. T. basiküs, Eist. Gallica in ματτπαει Analect. T. I. p. 509. reter
υαη Broekhuizen was gehuwd met eene dochter -van reinoud van Brederode. j. α letdis , de
Orig. et Reb. Gest. D. D. de Bred.
p. 642. Hendrik. Zuylen van Nijevelt -was een zusters
zoon des Burggraven van
Montfoort. bdrman Utr. Jaarb. D. III. bl. 497.

(3) T. BASINÜS, Hist. Gallic. p. 509.

(4) BüRMAN, Ufr. Jaarb. D. III. bl. 497.

(5) Zie hiervoor, bl. 75.

(6) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 31. r. snoi, Rer. Batav, Lib. XII. p. 172.

(7) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 31. bl. 382 verso.

I

ocr page 115

DES VADERLANDS. 115

op Toorwaarde, dat den Hoekschen ballingen hel verblijf in Utrecht ontzegd Avierd (1).
Honderd zeven en dertig dezer vluglelingen moesten op last van den Raad de stad η ^^
verlaten, en elk burger werd op straffe van vijf jaren ballingschap verboden, een
van hen te huisvesten of te verbergen (2). Het beslag op de personen en goe- 1481
deren der Utrechtschen in
Holland werd evenwel niet opgeheven, hetgeen
den gegoedfiten lieden groote schade berokkende en den handel, die zeer aan-
merkelijk was, ten eenenmalo belemmerde. Men trachtte deswege de voorspraak
des Bisschops ter opheffing daarvan bij den Aartshertog te verwerven, en de
Raad besloot, vermoedelijk op aandrang van den Kerkvoogd, de huurbenden of stal-
broeders te verwijderen (3), De Burggraaf van
Montfoort nam het gedrag van den
Raad ten hoogste euvel op. Vergezeld door zijn neef
hesdrik Zuylm van Nijeveli ,
den Burgemeester jaiï van Lantscroon en andere vrienden, verscheen bij op de plaats
vóór het Raadhuis, plantte er de stadsbanier en liet de banklok luiden, waarop een
aanzienlijk getal burgers, vooral degenen , welke den togt naar
Leiden hadden bijge-
woond , zich om hem schaarden. Ondertusschen was de Overste Ouderman
jakob
van Amerongen y welke grooten invloed op de jongste besluiten van den Raad had
uitgeoefend, gewaarschuwd dat men het op zijn leven muntte. Door hot opgewonden
gemeen werd hij onder het geschreeuw: »wie rust en vrede begeert kome mei zijn
harnas bij
jakob van Jlmerongennaar de Smeebrug gevoerd, terwijl zijn broeder
JAN van Amerongeii zich van de Tolsteegpoort meester maakte » om den Bisschop >
wien men verwachtte, een onbelemmerden intogt te verschaffen. De Proost van Owrf-
Munster en twee regeringsleden trachtten door minnelijke tusschenkomst, do verdere
gevolgen van dezen oploop te voorkomen. Doch de gemeente, die reeds naar de
Rodenburgerbrug was voortgerukt, weigerde uiteen te gaan, ten ware de Burggraaf
de wapenen nederlegde en zich aan het besluit van den Raad onderwierp. Op dit
voorstel oordeelde
van montfoort geen tijd te moeten verliezen, om zijne tegenpartij
aan te tasten , eer do Bisschop met zgn volk gekomen was. Hij trok aanstonds met
de ontwonden banier naar de Gaardbrug, en schoot van daar zoo hevig met hand- en
knipbussen op de menigte van de Rodenburgerbrug, dat zij spoedig zwichtte en velen
deels naar
Vianen, deels naar Wijk lij Duurstede vlugtten. Derwaarts keerde ook
de Bisschop terug, die zich reeds op weg naar
Utrecht bevond (4).

(1) bürmas, Vtr. Jaarh. 1). III. bl. 500, wageiïaar, D. IV. bl. 202.

(2) btrmaii, Utr. Jaarh, D. III. bl. 502.

(3) Kronijk van 1481—1483 in mattoaeus, Analect. T. I. p. 397. burmait, Ütr.Jaarb, D.III,
bl. 503.

(4) Kronijk van 1481—1483, p. 397—400. tbobis basihus, Hist. Gallica p. 537. Oud«
Boll. Div, Kron.
Div. XXXI. c. 34.

12 *

ocr page 116

116 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

J433— Jan van 31ontfoort was nu Ie Utrecht geheel meester. Terstond werd door den
J489

Raad afgekondigd, dat allen, die tegen de sladsbanier gestreden of do poort over-
weldigd hadden, zich gevangen moesten stellen op verbeurte van het leven (1). Uit
hen vernam de Burggraaf de geheime aanslagen en bedoelingen des Bisschops (2).
Eenigen verleende men vergiffenis, sommigen werden tot eene veeljarige ballingschap
veroordeeld , en velen uit de aanzienlijke geslachten van
reresse , drakenborch ,
AMERONGEN, PROEYs, LiGttTEKBERG, DEDEL en anderen weken uit de stad. Onder hen
bevonden zich eenigo raadsleden, wier plaats door nieuwe regenten werd aange-
vuld (3).

Bisschop DAVID , voor wien hel meerendeel der geestelijkheid , een gedeelte der ridder-
schap, en
 Rhenen en ff ijk hij Duu7'stedez\Q\\ verklaarden , brag straks eenig
krijgsvolk en gewapende landlieden te zamen, bij welke
frederik van Egmond,
Heer van IJsselslein, zich met tweehonderd krijgsknechten voegde. Hij trok met deze
magt, ongeveer twee duizend man sterk, naar
Zeist en eischte het Aveêrspannige
Utrecht op door eenen brief, welke niet beantwoord werd. Weldra keerde hy on-
verrigter zake naar
ÏVijk hij. Duurstede terug, dewijl men in Utrecht alle toebe-
reidselen maakte tot eene hardnekkige verdediging, verscheidene stalbroeders en rui-
ters jn dienst nam en zorgde , dal de burgers ter verwering behoorlijk gereed waren.
Om de slad, Avelke met geweld niel te bedwingen was, door honger tot overgaaf te
noodzaken , verbood de Bisschop den landlieden, onder verbeurte van lyf en goed, er
levensmiddelen in te voeren. Vruchteloos trachtten de drie Overijsselsche sleden eene
verzoening te bewerken.
WeiNeder-Slicht ^ bijzonder lusschen i7/rec//i , Montfoort en
IJsselstein
, werd nu door de wederzijdsche strooploglen een tooneel van verwoesting
en ellende. De sloten
ten Ilam^ te Harmeien en Nijenrode ^ welker bezitters den
j Bisschop aankleefden , geraakten in handen der Utrechtschen; de beide eerste gaven
zich terslond bij verdrag over en ontvingen bezetting; maar het laatste, dat na een
beleg overging, Averd verbrand en het volk gevangen naar
Utrecht gevoerd (4).

De toestand dier slad werd hagchelijker toen maximiliaan door de Hollandsche
sleden op eene algemeene dagvaart in
den Haag w^rd aangespoord , haar en ha-
ren bontlgenoolen den oorlog te verklaren.
Utrecht en Amersfoort namen terslond

(1) BuuMAN, Utr. Jaarb. 1), lil. bl. 508.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XSXI. c. 34.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 405. bcrman, Utr. Jaarb. D. III. bl, 509.

I

(4) AromjVc van 1481—1483, bl. 400-408. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 34.
BtRMAN,
Utr. Jaarb. D. III. bl. 510—514.

ii

ocr page 117

DES VADERLANDS. 117

nieuwe krijgsbenden aan, over welke vincent van Swanenburg in Utrecht, willem ^

van Wachtendonk in Amersfoort ^ en jan van Middachten 'mMontfoort het opper- jj

bevel voerden (1). Uit leden van den Raad Averden twee hutenmeesters, stokmeesters Hcrist-
^ ' ^ ^^ maand

en schatmeesters benoemd. Voor de hutenmeesters (buitmeesters) moesten de prijs

gemaakte goederen gebragt en door lien onder de buitmakers verdeeld worden; een
gedeelte er van bleef ten voordeele van de stad, en wat den bondgenooten mögt toe-
behooren, werd den eigenaars teruggegeven. De gevangenen moesten aan de
stok-
meesters
uitgeleverd en hun losgeld door do schatmeesters bepaald en ontvangen
worden (2). Vreesselijk werd nu weder het omliggende land geteisterd.
Jan van
Middachten
viel bij een strooptogt uit Montfoort ^ met eenige zijner manschappen in
handen der IJsselsteiners, Avelke alles om
Montfoort heen verwoestten. Uit wraak
rukten eenige burgers dier stad en eene bende ruiters uit
Utrecht voor IJsselstein,
wierpen er eenige buitenhuizen omver en legden te Benschop zeventig woningen in
de asch. De Amersfoorters maakten zich insgelyks met behulp der Utrechtschen
meester van het huis
ter Eem ^ hetwelk hen geweldig gehinderd had (3). De Stad-
houder van
Rolland zond, op ontbod van Bisschop david , eenige Biskaaysche boog-
schutters onder
petit salisaart , een dapper krygsoverste, en vierhonderd welgewa-
pende slalbroeders onder den Ridder
jan gats en jaeob van Boshuizen, Baljuw van

Rijnland. Bij hen voegden zich tenog driehonderd bisschoppelijke 23 v.

' Jllcrfs!-

ruiters en een gelijk getal voetknechten, over welke de Heer van IJsselstein en maand.

zijn broeder willem van Egmond het bevel voerden. De vereenigdo magt rukte naar
Amersfoort op; een gedeelte werd in eene hinderlaag gelegd en hel andere gebe-
zigd , om het vee in de stadsweiden op te vangen en de boerenwoningen in den omtrek
te verbranden. De Burgemeester
jan van Westrenen trok met vierhonderd man do
roovers tot bij
Scherpenzeel achterna, toen onverwachts de verborgen manschappen
te voorschijn kwamen en de vervolgden zich omkeerden. Dc Amersfoorters, nu van
voren en van achteren bevochten, geraakten weldra in verwarring en werden ten
eenenmale verslagen. Honderd van hen bleven op de strijdplaats, en tweehonderd werden
gevangen naar
Wijk bij Duurstede gevoerd. Vijftienhonderd stuks rundvee was de
buit der overwinnaars. Deze nederlaag had
Amersfoort genoegzaam van verdedigers
ontbloot, doch
Utrecht zond terstond eenig krijgsvolk derwaarts (4),

(1) Oude Holl Div. Kron. Div. XXXI. c. 35.

(2) EtRMAK, litr. Jaarb. ü. H. bl. 516.

(3) Kronijk van 1481—1483; bl. 403. Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXI. c. 35. βιέμαλ,
l'lr. Jaarb. D. 111. bl. 517.

(4) Kronijk van 1481—1483, bl. 403—410. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c.36. iieda,
r- 290. R. SKOi, Rer. Uat. Lib. XII. p. 173.

ocr page 118

118 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-^ De Utrechlschen begrepen onderlusschen te wel, dat zij in den ongelijken strijd
met
Holland, waar raen zich krachtig tot den krijg toebereidde, weldra zouden
25 V zwichten, om niet ernstig aan vrede te denken. De Raad en de geestelijkheid van
Herfst-
Utrecht traden derhalve met maximiliaa.it te Antwerpen en later te Brussel in on-
1481 derhandeling. Zij bragten hunne klagten in tegen den Bisschop, die schaamteloos
eeden en verbonden schond; verdedigden , uit het grondbeginsel van zelfbehoud , hun
gedrag
met betrekking tot de jongste bewegingen in Utrecht, dewijl de uitgewekenen
het ontwerp gesmeed hadden, hen allen te vermoorden; en boden eene geldelijke be-
tering aan, door den Aartshertog te bepalen, wegens het overrompelen van
Leiden.
Doch MAxiMiLiAAis eischtc , dat men den Bisschop volkomen onderdanigheid bewijzen
en in al zijn gezag herstellen zou; dat men de overeenkomsten met zijne voorzaten,
de Graven van
Holland^ bovenal het verdrag tusschen rudolf van Diepholt enviuvs
van Bourgondiër
nakomen, hem ter betering veertig duizend Rijnsche guldens voldoen ,
de gevangenen slaken, de uitgewekenen onder oorveede den toegang in de stad ver-
gunnen en het vreemde krijgsvolk daaruit verdrijven zoude. De ütrechtsche zaakge-
lastigden verklaarden zich niet bij magie , deze voorwaarden zonder overleg met hunne
meesters aan te nemen, en verlieten
Brussel, Men wil, dat het berigt van eene
nederlaag der Hollanders aan
de Vaart hen noopte, de onderhandelingen af te bre-
ken (1). Aan hel inwilligen dezer voorwaarden was trouwens ook niet te denken,
indien het waar is , dat de Burggraaf van
Montfoort, toen alvermogend in Utrecht,
verklaard had, die stad veeleer te onderste boven gekeerd te willen zien, dan
onder het beheer des Bisschops (2).

Onderlusschen hadden de Hollanders reeds eene maand te voren het tooneel des
oorlogs geopend. Op aanschrijving van den Stadhouder
joost van Lalaing, werden
in alle steden en dorpen van
Holland, deels vrijwillig, deels gedwongen, gewapende
manschappen tot dezen kryg bgeengebragt, in welken echter de Zeeuwen weigerden
deel te nemen, daar zij dien niet als een oorlog tegen 'den gemeenen vijand , maar
als eene veele tusschen Hoekschen en Kabeljaauwschen beschouwden (3). De poorters
van
Haarlem y Amsterdam en der steden van West-Friesland staken over de Zui-
derzee
en bezetten den mond van de Eem, om Amersfoort den toegang af te snij-
den.
Dordrecht, Delft, Leiden , Botterdam ^ den Haag en JETewirfm zonden hunne
mannen naar
Gouda, waar zich lalaing bevond, die hen UdidiT IJsselstein voerde (4).

(1) Kronyk van 1481—1483, hl. 410-415.

(2) T, BAsiNüs, Hist. Gallica, p. 542·

(3) Oude Holl. Hiv. Kron. Div. XXXI. e. 37. j

(4) He Oude Holt. Div. Kron, t. a. p. stelt het getal der strijders op 8000; de Kronijk van
1481-1483, bl. 416, slechts op 3 of 4000,

ocr page 119

DES VADERLANDS. 1783

Van hier ïukle hij; op Jutfaas aan, legde het dorp grool'endfeels in de asch , en tTok,1433"—

zonder vriend of yijand Ie ontzien, al plunderende en Terwoeslende Toort tot aan de ^q^

Faart, alwaar hel blokhuis aan de Lek terstond geheel ingesloten en met een hevi- Wijn-
maand

gen aanval bedreigd Averd. De bezetting maakte door gioote vuren haren neteligen 1481

toestand in Utrecht bekend. Terstond werden hier do ruiters en slalbroeders uit

Amersfoort en Montfoort ontboden, en al de dienstpligfige ingezetenen boven de

twintig en onder de zestig jaren oud gelast zich krijgsvaardig te houden. Vier en

twintig honderd gewapende burgers, met elf honderd ruilers en stalbroeders trokken,

onder aanvoering van den Burggraaf jan van Montfoort ^ sweder van Montfoort^

vingent van Swatienhurch , willem van Wachtendonk en birk va7i Zuilen, de v.

Wijn-

Hollanders te gemoet. Aanvankelijk meende lalaihg , dat het, naar afspraak , bis- maand,
schoppelijke benden waren, maar weldra van zijne dwaling overtuigd, schaarde bij
zijn volk in slagorde en plaatste de stalbroeders, ten getale van achthonderd man,
vooraan. De voorhoede der Uirechlschen bestond insgelijks uit deze hulpknechten,
welke hunne tegenpartij noodzaakten allengs terug te trekken. Inmiddels rukte do
overige krijgsmagt aan, die uit het geschut der Hollanders hevig, maar met weinig
nadeel begroet werd, dewijl de stukken niet behoorlijk geplaatst waren en de ko-
gels over de hoofden schadeloos heenvlogen. Het wijken der stalbroeders , de moedige
aanval der ütrechtscben en het geweldig schieten uit het belegerde blokhuis, ver-
spreidden schrik en ontsteltenis onder de Hollanders, die spoedig het beleg opbraken
en in de grootste verwarring naar
IJssehtein vloden. Voor die stad echter hield Lam-
bert mellink
met eenige ruiters de TJtrechtschen slaande en gaf daardoor den vervolgden
vganden gelegenheid te ontsnappen , van welke echter vele onder het vluglen op do uiter-
waarden verdronken. Slechts zestig Hollanders waren in den strijd gesneuveld, maar
daarentegen tweehonderd twintig, en onder hen mannen van rang en aanzien, gevan-
gen genomen, welke met de buitgemaakte vaandels, bussen en het andere veroverd
krygstuig in zegepraal binnen
Utrecht werden gevoerd, waar men het verlies van
geen der uitgetogenen te betreuren had. De vaandels werden naderhand plegtstatig
in de Buurkerk opgehangen, en de gevangenen tegen losgeld geslaakt; doch eenige
van hen, op hun eerewoord ontslagen , vergalen terug te keeren (1).

De gezagvoerders in Utrecht konden gemakkelijk bevroeden , dat de Stadhouder van
Holland deze nederlaag niet ongewroken zou lalen. De stad werd derhalve zooveel

(1) Kronijk van 1481-1483, bl. 416-421. Oude Holl. Dw. Kron. Div. XXXI. c. 37.
heda, p. 296. k. snoi, RcT. Butav. Lib. XII. p. 173, Utrecht ontving aan losgelden 20966
pond van 14 stuiversj bovendien genoot de liurggraaf van elk gevangene den derden, en de rid-
meester
vak swanenbüuch den tienden penning, bürmak, Utr. Jaarb. D, III. bl. 627 (2).

ocr page 120

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

120

X433— mogelijk versterkt en een tweede blokhuis aan de Vaart opgeworpen. Be Utrecht-
sehe stalbroeders, vereenigd met die van
Amersfoort, stroopten zoo wel in het
Neder-Sticht als in Holland en persten de dorpen groote brandschalliogen af (1).
Te vergeefs traden nogmaals de drie Overysselsche steden tusschenbeide , om eeno be-
vrediging te bewerken (2). De vijandelijkheden werden aan den kant der Ulrecht-
' sehen met te meer nadruk voortgezet, naarmate het gebrek aan levensmiddelen hen
tot dagelijksche uitvallen noodzaakte, ten einde met geweld datgeen te erlangen,
wat hun, door des Bisschops verbod van toevoer, voor geld ontzegd werd. Op een
dezer rooflogten verrasten zij, gedeeltelijk als melkvrouwen vermomd, de stad
IS aar-
den ,
vermoordden elk die weerstand bood en plunderden wat hen voorkwam. Bij het
naderen der Amsterdammers met de burgers van
ifVeesp en Muiden, trokken zij met
een groot aantal gijzelaars voor de brandschatting in zulk eeno haast naar
Utrecht
terug, dat zelfs een aanzienlijk gedeelte van don buit achterbleef (3). Naar een ander
berigt echter, werd de geplunderde stad door de ütrechtschen aan de Hollanders voor
veertienduizend gulden afgestaan (4). Kort daarop geraakte
Wageningen in handen
der Amersfoorters, en werd door Utrechlsche ruiters bezet (5).

Middelerwijl had de Stadhouder van Holland de sleden IJssehtein, Oudewater ^
Woerden
en fVeesp van bezetting voorzien, en was met den Markgraaf van Antwer-
pen ,
PETIT sALisAART en andere krijgsbevelhebbers nevens vier- of vijfduizend man
in het ontruimde
Ν aarden getrokken. Gloeijende van wraak en vlammende op roof,
plunderden en verwoestten zijne benden het platte land tot voor de poorten van
Utrecht.
Het versterkte Eemnes, bijna ongenaakbaar in den winter, werd stormenderhand
door hem ingenomen, geplunderd en in den brand gestoken. Een gelijk lot trof
Baarn en Soest, welker inwoners met hunne beste have naar Amersfoort gevlugt
waren. Op het zien der vlammen van het
άον^ Westhroek, snelden de Ütrechtschen,
26 V. doch ongeregeld en zonder krijgstucht, den inwoners te hulp. Er viel een bloedig ge-

Wm- Yß^j^i- YQor , in welk de Hollanders volkomen de zesre behaalden. Men meent, dat de
term· Î¿ '

1481

(1) Kronijk van 1481—1483, bi. 423. Oude Hall Div. Kron. Div. XXXI. c. 37. bukman,
Utr. Jaarb. D. III. bi. 528, welke uit de Kaïneraarsrekeningen mededeelt, dat de stad van deze
brandschattingen, na aftrek van den tienden penning -voor den ridmeester, 13419 pond ont-
vangen heeft. I

(2) Kronijk van 1481—1483, bi. 423—425j vergelijk bovenal bürman, Utr. Jaarb. D. III,
bi. 530.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 425, Oude Hall. Div. Kron, Div. XXXI. c. 38.

(4) HEDA, p. 296.

(5) Kronijk van 1481—1483, bl. 427.

ocr page 121

DES VADERLANDS. 121

overwinnaars de stad Utrecht , waar de uiterste verslagenheid heerschle, zouden be- 1433—

1482

magtigd hebben , indien zij , in stede van de gevangenen te plunderen, de vlugtenden
onmiddellijk gevolgd en met hen de poorten ingedrongen waren. Het getal der doo-
den, gewonden en gevangenen is onzeker, maar moet zeer aanmerkelijk geweest
zgn (1). Twee Burgemeesters en verscheidene regeringsleden waren in het gevecht
gesneuveld; het grootste gedeelte hunner manschappen echter was al vluglende in de
halfbevrozene moerassen en veengronden omgekomen. De gevangenen voerde men
naar
Amsterdam, en het veroverde Utrechtsche vaandel werd in do Oude Kerk al-
daar te pronk gehangen. De ülrechtschen begroeven do dooden, welke men niet
herkennen konde, in
JVesthroek en voerden de overige naar do stad, waar zij op de
Neude naast elkander werden gelegd »even als visschen op een banck," Uit hen
zocht elk zijne betrekkingen en bestelde die ter aarde (2).

Den dag vóór dezen noodlottigen slag, was engelbrecht, broeder van den Hertog
JAN van Kleef, in Utrecht gekomen. De Burggraaf van Montfoort, een grool ge-
deelte der Stichtsche Ridderschap nevens de steden
Utrecht en Amersfoort ^ vree-
zende dat zij, zonder buitenlandsche hulp, niet lang tegen do vereenigde magt des
Bisschops en Aartshertogs bestand zouden zijn, hadden zich ter verkrijging daarvan bij
het Kleefsche Hof vervoegd , en, met bewilliging des Hertogs, den negentienjarigen
ENGELBUECHT voor Postulaat-Bisschop erkend, onder verzekering , dat ook de geestelijkheid
hiermede zou instemmen (3). Met veel plegtigheid en onder het gejuich des volks werd hij
ingehaald en op het bisschoppelijk paleis nabij de Domkerk ontvangen (4). Daar hij echter
nog jong en onervaren was , konde hijzelf slechts weinig tot herstel der zaken
'm Utrecht
toebrengen, maar men steunde op den bijstand des Hertogs van-ff/ee/, van zijne bondge-
nooten de Luikenaars, en van Koning
lodewijk XI van Frankrijk, den onverzoenlijken

(1) BücnELiiJs ad üEDAM, p. 311. Eenigen. begroeten het getal der omgekopienen op vijf of zes-
honderd, anderen op duizend of vijftienhonderd,
rudolphüs agricola beweert, dat er slechts twee-
honderd en vijftig zoo dooden als gewonden geweest zijn. Naar
heda, p. 296, werden meer dan
driehonderd Utrechtsche burgers gevangen gemaakt j de
Oude Holl Div. Kron. bl. 386, spreekt
slechts van honderd, en de
Kronijk van 1481—1483, bl. 431, van vijftig gevangenen.

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 427—433. τ. basinüs, in 1. c. p. 548. Oude Holl, Div.
Kron.
Div. XXXL c. 39, 40. r. snoi, Rer. Bat. Lib. XII. p. 173. heda, p. 296.

(3) Zie het staatsstuk in mattdaeds, Analect. T. I. p. 543 (1). burman, Utr. Jaarb. D. UI.
bl. 534—543, 544 (1).
heda, p. 296. Verg. over de betrekking van Postulaat, Alg. Gesch.
d. Faderl.
D. II. St. 1. bl. 487. St. 11. bl. 540.

(4) Kronijk van 1481—1483, bl. 429. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c.40. t.basirus,
Hist. Gallica, p. 543—548, 557.

II Deel. III Stuk. 16

ocr page 122

122 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

YÏjand van hel huis van Bourgondi'è. Inzonderheid vleide men zich met de hulp van
dien Vorst, welke echter weldra een verbond met
maximiliaan sloot en den Hertog
van
Kleef y de Luikenaars en de Utrechtschen aan hun lot overliet (1),

Met vernieuwde woede werden van beide kanten de vijandelijkheden voortgezet. De
Utrechtschen, voor cenen aanval op de stad beducht, versterkten zich en staken den
Lekdijk door, hetgeen echter meer nadeel aan het
Sticht dan aan Holland veroor-
zaakte. Overstroomingen en rooflogten maakten het reeds zoo lang geteisterde gewest
lot eene woestenij. De Stadhouder
lalaing verbrandde en vernielde alles wat in den

vorigen togt tusschen Naarden en Amersfoort was gespaard gebleven. De Bisschop

* *

verscheen met zijne ruiters voor i7/rec/if, eischte de stad op en beloofde een genadig Heer
te zullen zyn, Het antwoord was, dat men niemand voor Heer erkende, dan den Jonk-
heer VAW KLEEF, De opgewonden burgers vlogen te wapen en deden des nachts eenen
hevigen uitval, waarop de Bisschop vóór het dagen van den morgen met zijn volk
aftrok. Treurig ondertusschen was het in de stad gesteld. Bisschop
dayid had be-
werkt, dat zij uit
Holland en Gelre, zoo min als uit de Stichtsche sleden onderzijn
gebied , van lijftogl voorzien werd, terwijl de watersteden van
Noord-Holland allen
toevoer langs
Aq Zuiderzee afsneden (2). De levensbehoeften siegen derhalve tot eene
buitengewone duurte, en dagelijks stierven dertig of veertig menschen door gebrek aan
gezond voedsel (3). Daarenboven had hel in dienst houden van zoo veel vreemd krygs-
volk de geldmiddelen uitgeput. Om hierin te voorzien, was'reeds vroeger van de
rijke weduwen der aanhangers van den Bisschop en van vele burgers, welke zyne
zijde hielden, eene aanzienlijke leening afgeperst, en dit insgelijks, doch naar het
schijnt met weinig vrucht, bij de kloosters beproefd. Ook hadden ongeveer zeshon-
derd burgers elk een pond groot opgebragt, onder voorwaarde , dal zij van krijgsdienst
verschoond zouden blijven indien dit geld binnen zes weken niet teruggegeven wierd. De
voorwaarde werd niet, maar het geld wel gehouden en besleed, om zich vrienden aan
het Hof van
maximiliaaw te verwerven (4). Thans zond men jakqb van der Graft ^
een lombardhouder, naar Keulen^ om lijfrenten ten laste der stad te verkoopen. Hij
miste echter zijn doel, dewijl men wist dat de meeste rijke lieden uit
Utrecht gewe-

I- -ί ä

(1) t. BAsiKüs, Hist. Gallica, p. 559. burmak, Vtr, Jaarh, D. III. bi. 545.

(2) VELTüs, Chron. v. Hoorn, bl. 126. brandt, Hist. v. Enkh. bi. 44. ^

(3) t. BASiRtis, Hist, Gallica, p. 550. Kronijk v. 1481—1483, bl. 437-439. Deze schrijver,
ongetwijfeld een ooggetuige, verhaalt: »voor een maeltyt, die men teerde binnen
 Utrecht sonder
Λνγη te drincken, most men geven (wee stuvers ende alle dinc was duer dacrna." Een bewijs van
de groote waarde des gelds in die tijden. (

(4) Kronijk van 1431-1483, bl. 404, 405.

3433-
1482

i ν.
IjOUW-

jnaand
3482

ocr page 123

BES VADERLANDS, 12'i

1433-

1482

ken of gedood waren. Met weinig gunstiger uitslag traditie nu de Raad door het
verkoopen van eenige der geringste ambten, in de dringendste behoeften te voorzien.
Tot overmaat van ellende, ontstond tusschen de wereldlijke magt en de geestelijkheid
groole onmin en verdeeldheid. Do stedelijke regenten, welke
engelbrecut van Kleef
tot voogd en beschermer hadden aangenomen, trachtten de Geestelijken aan te sporen ,
om met hen zamen te werken tot het opstellen van eenige punten van beschuldiging
tegen
david van Bourgondi'è y en hem op nieuw bij den Aartsbisschop van Keulen,
of aan het Hof van Rome aan te klagen. De Geestelijken konden hiertoe noode be-
sluiten; doch de gezagvoerders met eenige ruiters stormden nu den vesper in do kerk
en dwongen hen met » geladen bussen en armborsten" , de punten van beschuldiging
te teekenen en te bezegelen (ï). Do Bisschop, hiervan onderrigt, zond terstond
Wil-
lem buser
naar Rome, om zijne zaak te bepleiten en liet alom in het Sticht de
goederen der geestelijkheid aanslaan. Tevens Nverd
de Lek te fVijk bij Duurstede
met palen en ketenen afgesloten, om te verhinderen , dat do stad Utrecht door vaar-
tuigen uit
Kleef van lijftogt voorzien wierd. Dit bragt natuurlijk do Utrechtenaars te
meer in de noodzakelijkheid, om zich dien met geweld te verschaffen. De dorpen
Noordeloos en Benskoop werden, ondanks eene brandschatting, door hen geplun-
derd , en op eenen strooptogt te
Breukelen namen zij den gehaten Maarschalk fre-
DERiK UTEN HAM govangcn, dien men naauwelijks in Utrecht voor de woede des
volks konde beschermen (2). De Bisscfjoppolijken behaalden nu en dan insgelijks
eenige voordeelen, maar konden niet beletten, dat de Utrechlscho en Amersfoortsche
ruiters zich van
Nijkerk meester maakten. Den volgenden dag kondigde engelbrecut
van Kleef, als beschermheer van Utrecht, den Bisschop openlijk den krijg aan, en
hij , de Raad en de Burggraaf van
Montfoort zwoeren elkander plegtig noch met
den Bisschop, noch met den Aartshertog, buiten onderlinge goedkeuring, vrede te
sluiten (3).

Spoedig echter werd, door bewerking van eenige Geestelijken, te Schoonhoven eene
dagvaart gehouden en tusschen den Stadhouder
lalaing met do Hollandscho steden,
en de afgevaardigden van
engelbreght van Kleef, van Utrecht en Amersfoort eene
vredesonderhandeling geopend, die nogtans vruchteloos eindigde. Het vernielend
vuur des oorlogs woedde wederzijds even hevig voort, en meer dan tweeduizend land-
lieden , van have en goed beroofd, vlugtien in
Utrecht, waardoor de levensmiddelen

(1) Kronijk xan 1481—1483, bl. 439—441. τ. basikus, UisU Galltca, p. 5Ββ.

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 441—442. τ. basihüs, Hist. Gallica, p. 554. Zie over dezen
FBEDERiK BTEK UAM, BCRMAK, Uti', Jaarb. D. 11. bl. 477, 495, 522.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 443, 444.

21 v.
Louw-
maand
1482

21 v.
Sprok··
kclni.

16*

ocr page 124

124 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—tot een geweldigen prijs opstegen. De Utrechtschen overrompelden door verraad van
zekeren
gijsbert van Baest ^ de stad F tanen alwaar zich eenige Slichlsche ballingen

onthielden, en geraakten bij verdrag in bezit van het rijke slot Batestein ^ werwaarls
/^ite burgers van
Vianen in der ijl hunne kostbaarste goederen en kleinooden geborgen
maand hadden. Het slot werd geplunderd en de stad door de ruiters, die er zich meester
van gemaakt hadden, ten koste der inwoners bezet. Eenige maanden daarna kwam
Vianen weder aan walraven , den oudsten zoon des overledenen reinoud van Bre-
derode
, welke 'daarvoor aan den ridmeester vingent van Zwanenburg vierduizend
vierhonderd Rijnsche guldens moest voldoen, welke den ruiters, indien zij de stad
bemagtigden, beloofd waren (1).

Ondertusschen had de Raad van Utrecht ter bestrijding der oorlogskosten zoo vele
lijfrenten verkocht, dat er jaarlijks tusschen de negen- en tienduizend Rijnsche guldens
voor uitgekeerd moesten worden. Het gemeen morde luide over de drukkende lasten
en sloeg lot oproer over, toen men vernam , dat de regering besloten had, den ge-
haten
frederik: uten ham voor tweeduizend Rijnsche guldens te ontslaan, om daar-
mede de ruiters, welke
Ftanen verrast hadden, althans gedeeltelijk, te bevredigen.
1(3 V. Do gilden, in wier handen
tjten ham gesteld was, hierover verbitterd, sleepten hem
(rrasm. yjj. gjjne gevangenis van de St. Katharina poort naar het raadhuis en dwongen sche-
penen,'het doodvonnis over hem uit te spreken, hetwelk onmiddellijk met het zwaard
voltrokken werd. Nu eischte men rekening en verantwoording van do stedelijke ont-
vangers , welke zich tot dat einde naar de St. Katharina poort moesten begeven. Som-
migen spraken zelfs van den Bisschop weder in te roepen , doch
engelbreght van
Kleef
stelde de misnoegden met eenige vaten bier tevreden. Het volk zwoer hem op
nieuw hulp en trouw en ging uiteen. Do ontvangers werden ontslagen, zonder even-
wel rekening afgelegd te hebben, en een en twintig goede mannen uit de gilden
aangesteld, om de regering met hunnen raad te dienen, zonder welken niets mögt
verrigt worden (2). '

Iii

; i-
l
!

:

Do herstelling der inwendige rust verschafte den Burggraaf van Montfoort gelegen-
heid, om een aanslag tegen 2)ore?rec/ti te ondernemen, waar hy met eenige burgersin
verstandhouding stond. Met duizend man , zoo stalbroeders als Utrechtenaars, wien ieder
vier en eiken hoofdman zes Rynsche guldens waren toegezegd, mits zij zich van plun-
deren onthielden, kwam hij een half uur beneden
Schoonhoven, waar hem schepen

(1) Kronijk va» 1481—1483, bl. 446—455 , 475. τ. basinüs, Hist. Gallica, p. 551—554
j. α leydis, de Orig. et Reb. Gest. Dom. de Bred. p. 735—739. hkda, p. 296. Oude Hall.
Div. Kron. Div. XXXI. c. 42.

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 455—458.

ocr page 125

DES VADERLANDS. 125

zouden wachten, om de Lek af te zakken. Hij vond er echter niet meer dan viei 1^3—
in gereedheid. Met drie dezer schepen stevenden ΛVILLEM
van Wachtendonk en
tweehonderd tachtig stalbroeders, dewijl do wind gunstig was, terstond naar
Dord-
recht,
De Burggraaf zelf begaf zich met honderd man in het vierde schip, om hen
te volgen, doch trad weder'aan land, toen de overigen, welke op den dijk geschaard
stonden, hem toeriepen, dat hij hen verkocht en verraden had. Men besloot naar
Utrecht terug te keeren, verbrandde eenige huizen nabij Schoonhoven en roofde
een groot aantal vee. De bezetliog van
Schoo7ihoven vervolgde wel do Utrechtschen,
doch moest na eene hevige schermutseling onverrigter zake terugtrekken. Gelukkiger
waren de ruiters van
IJsselstein, welke bij den Nieuwen Dam do benden van
aiONTFOORT overvielen en noodzaakten met achterlating van den buit, over
de Vaart
naar Utrecht te wijken (1). Willem van Wachtendonk bragt inmiddels zijne
vaartuigen voor
Dordrecht, doch daar het gielij verloopen was, slechts één daarvan
aan den steiger. Ook werd de aanslag door den portier, dien men weigerde het schip
te laten doorzoeken, ontdekt.
Van wagbtewdokk slak van wal, ontscheepte zijn volk
bg
Rotterdam en kwam langs Gouda en Oudewater, waar hiy met de poorters en
huurbenden in een scherp gevecht geraakte, niet zonder verlies van volk te
Utrecht,
Den schouten van eenige Zuid-Hollandsche dorpen, welke hem voortgeholpen, en
sommigen Dordlsche poorlers, die in het verraad gedeeld hadden, werd sedert hel
hoofd voor de voelen gelegd (2).

Onrust, wrevel en misnoegen heerschten in Utrecht, De vrouwen, wier mannen
en kinderen in het gevecht tegen de Hollanders gesneuveld waren, noemden den
Burggraaf, zelfs in zijne tegenwoordigheid, een bloedzuiper, om wiens wille hare
dierbaarste betrekkingen opgeofferd waren, en eischlen op beleedigenden toon, dat
hij haar moest Ie elen geven, want dat zij van honger stierven. Do Burggraaf bezigde
geweldige middelen, om zijn gezag te schragen. Hij ontbood stalbroeders uit
Mont- 19
foort en bezette bet plein voor het stadhuis met krijgsvolk en bussen. Den Raad, 1482
op zyn bevel door den Burgemeester byeengeroepen, gelastte hg een achttal personen
uit de slad te bannen, welke onder oofveede en op verbeurte van hun Igf beloven
moesten, vijf mijlen van
Utrecht te blijven. Dit geschiedde. Hierop >verd met klok-
kengelui afgekondigd, dat al de overige ballingen zich onder vrygeleide naar Vreden-
daal moesten begeven en oorveede doen, op verlies hunner goederen. Velen gehoor-
zaamden , maar mogten niet in
Utrecht terugkeeren, vóór dat elk, naar zijn vermo-

(1) Rronijk van 1481—1483, bl. 458 , 459.

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 459—461. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 43.
bevïrwtck, ßeschr. c. Dordr. bl. 324. balkk, Beschr, v. Dordr, bl. 798.

ocr page 126

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

126

ΐ4θ3—^gen, aan de stad geld had voorgescholen. Velen weigerden zich te onderwerpen ;
hunne goederen werden echler niet verbeurd verklaard, maar hunne huizen met
krijgsvolk bezet. Tot afschrik van anderen, werd zekere
jan van Oyckzoon, welke
zich met woorden legen
van montfoort vergrepen had, op de Neude met het zwaard
gestraft. Sinds dien lijd waagde het niemand, zich in het openbaar ten nadeele des
Burggraafs Ie uiten (1). ,

Tot bevestiging der inwendige rust strekte, bovenal bij het steeds stijgende gebrek,
eene aanzienlijke hoeveelheid rogge en ongeveer driehonderd ponden zilver van den
Hertog van
Kleef, welke met veel gevaar en moeite werden binnengebragt, naardien
de bisschoppelijke ruiters, die door het geheele
ISeder-Sticht zworven , en de Hol-
landers uit
Naarden den toevoer belemmerden. Het wederzijds rooven duurde
niettemin met verhoogde woede voort en gaf aanleiding lot vele bloedige schermut-
selingen , die niets beslisten maar de ellende van dezen woesten burgerkrijg ten top
voerden. De Hollanders en Utrechtschen begonnen eindelijk naar vrede te wenschen,
Jakob van Remerstcaal ^ doctor in de godgeleerdheid en prioor te Schoonhoven ^ een
vredelievend man, trad als middelaar op en bewerkte eene bijeenkomst te
^Voerden,
Hier verscheen do Stadhouder lai.aing met do afgevaardigden der Hollandsche steden,
en de 'gevolmagtigden van
engelbueght van Kleef^ van Utrecht en Amersfoort.
Men konde lot geen vergelijk geraken , doch bepaalde , om tegen de helft van Hooi-
maand in
den Haag do onderhandehngen te hervatten (2).

Ongetwijfeld had Utrecht bij eene spoedige vereffening van zaken het meeste be-
lang. Do stalbroeders speelden er den meester en pleegden vele ongeregeldheden.
Gelast om met een gedeelte der gewapende burgerij lijftogt uit
Amersfoort'ïQ gelei-
den, weigerden zij dit, ten ware men hun eerst de soldij voldeed. Op toespraak van
den Burgemeester
jan de conikg trokken zy evenwel uit , maar dwongen, aan den
Amcrsfoortschen berg gekomen, van de beide burgerhoplieden
gerrit zoudenbalch en
tyman ysbhantsoon, do belofto hunner soldijbelaling af, onder bedreiging, zich anders
bij den vijand te zullen voegen. Zij vervulden loen de opgelegde taak , en om hen te
bevredigen, sloot do Raad eene leening van eenige duizenden Rijnsche guldens met de
gegoedste inwoners der stad tegen meer dan twintig ten honderd in het jaar. Hun
overmoed en roofzucht bragten niet zelden het gemeen in beweging. Eens geraakten
zij bij de St. Jakobskerk , om het stelen eener koe , met het volk handgemeen , waarbij
drie personen het leven inschoten. De burgers, die zich in de kerk bevonden, sloten
op het vervaarlijk geraas de deuren, welke de stalbroeders, de vlugtemlen achter-

(1) Kronijk van 1481—1483, bl. 463, 464.

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 462, 464—470. battiiaecs in Jnalect. T. I. p. 563 (1)·

i/·

ocr page 127

DES VADERLANDS. 127

Yolgendo, openliepen en in de kerk zelre een man doodscholcn. Hierop begaven 1433—
zij zich naar hel raadhuis; er >Terd met hen onderhandeld en zij trokken af,
zonder dal men hel waagde de schuldigen te straffen. Zulk eene toegevendheid
verslerkle slechts hunne stoutheid; en toen eens do IJsselsleiners tot voor de poor-
ten van
Utrecht zelfs het vee wegroofden, koude men hen niet achtervolgen,
dewijl do stalbroeders niet wilden uittrekken vóór zij betaald waren. De onwil dezer
lastige gasten begunstigde daarenboven de ondernemingen der Hollanders. Do Stad-
houder LALAiwG veroverde en verbrandde de sloten
Harmclen en ter Haar ^ welke
aan
gijsbreght en dirk van Zuilen, grooto tegenstanders des Bisschops, behoorden.
Het innemen van
Hoorn door de Hoeksche ballingen, noodzaakte hem echter den ver-
deren togl ie slaken en naar
Holland terug te keeren (1),

Terwijl hel slot ter Haar overging, >Yerd do toren en kerk Ie Barneoeld in do

1 Â· τ r, > llooiui.

Feluwe door jan van sgaffelaar , een hopman m dienst van david van JBourgondië, i482

en negenlien stalbroeders ingenomen. De Amersfoorters en ?ïijkerkcrs brengen er
weldra eenige bussen voor en beschieten hevig den toren, waarbij vier of vijf der
verdedigers sneuvelen. Men wil zich bij verdrag overgeven; hel wordt toegestaan,
mits men
sgaffelaar uil de kijk- of klokgaten naar beneden werpt. Zijne lolgenoolen
weigeren dit met verontwaardiging; maar hij, als een andere
curtius , roept uit: »Spits-
broeders ! ik moet toch eens sterven; ik wil u in geene ongelegenheid brengen
klimt op den omgang des torens, zet de handen in de zijden en springt met helden-
grootheid onder de verbitterde vijanden, die hem wreedelijk afmaken (2).

Op denzelfden dag werd de besprokene bijeenkomst in den Haag gehouden , al-
waar ook de afgevaardigden van Bisschop
david verschenen. Do onderhandelingen
liepen uit op hel voorstellen van eenen wapenstilstand, en om'het beslissen der geschil-
len aan acht wederzijdsche scheidslieden op te dragen. Over deze punten zou men den
tienden van Oogstmaand nader onderling in
den Haag beraadslagen (3). Do vijande-
Igkheden werden intusschen voortgezel. Do Burggraaf van
Montfoort roofde onge-»^
hinderd in do omstreken van
Oudewater, dewyl do krijgsbenden van daar voor Hoorn
gelogen waren. De landen van Hagestein en Kuilenburg werden door de bezetting
van
Sehoonrewoerd deerlijk geteisterd. Uit wraak en verbolgenheid nam jasper ,
Heer van Kuilenburg, stormenderhand de kerk van Sehoonrewoerd in bezit en de
bezetting gevangen, die onder oorveede werd ontslagen, maar laler veel kwaads be-
rokkende, vrienden noch vijanden sparende. Daartegen maakten do Bisschoppelijken

(1) Kronijk van 1481—1483, bl. 470-474.

(2) Kronijk tan 1481—1483, bl. 475.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 481.

ocr page 128

128 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

-zich door verraad meester Tan het slot Gereateiny staken het in denbrand en bragten
den buit met de gevangenen ia
Wijk hij Duurstede. Even weinig diende den Ut-
rechtschen het geluk in een bloedig gevecht mei de IJsselsteiners by
Jutfaas, waar
zij het koorn, om hetwelk zij uitgetogen waren, moesten achterlaten (1). Doch on-
danks deze rampspoeden, ondanks het immer stygende gebrek, wisten
engelbreght
van Kleef en de Burggraaf van Montfoort hun gezag in Utrecht te handhaven.
De regering moest hun in alles te wille zyn, en niet zelden naderde hunne overre-
dingskunst de grenzen van willekeur en geweld. Zoo traden zij eens met hunne ge-
harnaste knechten den raadzaal binnen en stelden den Raad voor, eenige aanzienlgke
burgers en burgeressen, die hun in den weg stonden, vijf mijlen van de stad te
bannen; het sprak van zelf, dat een wensch, op die wyze geuit, niet konde gewei-
gerd worden (2).

In dezen staat van zaken kwam te Utrecht eene bulle van Paus sixtus IV. In
ongemeen scherpe bewoordingen worden
engelbreght vanKleef en de stedelijke rege-
ring daarin gelast, de reeds aangeslagen goederen van
david van Bourgondi'ê terug
Ie geven en hem, als hunnen wettigen Heer en Herder, volstrekte gehoorzaamheid ie
bewijzen, hetgeen ook allen ingezetenen wordt bevolen. Zij, welke na verloop van
weinig dagen dit gebod niet opvolgden, zouden in den kerkelijken ban vervallen, en
do steden
Utrecht en Amersfoort, bij volharding in hare ongehoorzaamheid , onder
den grooten kerkban
[Interdict) gebragt worden (3). Do Paus verklaart, dat hij
» deze bulla uil eigen beweging en zonder voorkennis van Bisschop
david ge-
geven heeft," Anderen integendeel melden, dat zij op 's Bisschops dringend verzoek
uitgevaardigd is (4). Hoe dit zij , de Utrechtschen bekommerden zich weinig over
dit pauslijk bevelschrift. "Eenige burgers zelfs verkondigden openlijk van de preek-
stoelen , dat de ban niets te beduiden had. En toen de Geestelijken de kerkdiensten
begonnen te staken, vlogen driehonderd gewapenden naar de plaats van het Domka-
pittel en dwongen hen, onder bedreiging van den dood, de dienst onmiddellijk te
hervatten (5). Later echter werden de Dom en Sl. Janskerk gesloten, doch de
Kanoniken waagden hel niet, de wezenlijke oorzaak daarvan op te geven, voorwen-

1 v.

Oogst-
maand.

(1) Kronijk van 1481—1483, bl. 477-481,

(2) Kronijk van 1481—1483, bl. 479.

(3) deda, p. 297—303. t. basinüs, Hist. Gallica, p. 562.

(4) Batavia Sacra, D. II. bl. 488. wagenaar, D. IV, bl. 218.

(5) T. BASINUS, Hist. GalL p. 564.

27v.
Hooim,
1482

ocr page 129

DES VADERLANDS. 1793

129

dende, dat zij door hunne Proosten beleedigd ^Taren en geene eervergoeding konden ^f^o^
erlangen (1).

Heviger dan ooit was thans in Utrecht do verbittering tegen den Bisschop, en

de

regering zond geene afgevaardigden naar de vroeger bepaalde bijeenkomst in
den Haag, welke alzoo vruchteloos eindigde. Nu beproefde david van Bourgon-
di'è
door tusschenkonist der drie Overijsselsche steden in onderhandeling met
de ütrechtschen te treden, wier eischen echter zoo buitensporig Avaren, dal aan
geen vergelijk te deuken ΛYas. Gesterkt door krijgsvolk van den Hertog van
Kleeft
deed EWGELBiiEcnT onderscheidene strooptogten, roofde tot onder de poorten van
Ν aarden en legde Amerongen, in spijt van zijn woord en zegel, gedeeltelijk,
in asch. Met zes duii:end man sloeg hij het beleg voor
IJiselstein, welks 26 v.
bezetting
Utrecht veel overlast aandeed. Men wilde de stad, welke niet sterk
was , stormenderhand beraagtigen, maar de Kleefsche hulpbenden gaven voor,
dat zij aangenomen waren om in
Holland te stroopen, niet om steden te be-
stormen. Dagelijks hadden er bloedige gevechten plaats, terwijl
frekeiuk: όαη
Egmond inmiddels te Schoonhoven volk bijeen bragt om IJsseUtein te ontzetten.
Op dit berigt braken do ütrechtschen op, meer dan honderd vijftig dooden achter-
latende. Tijdens het beleg hadden hun do Amsterdammers omtrent
de Eem twee maand,
schepen met mond- en krijgsbehoeften uil
Overijssel^ ter waarde van twee duizend
Ilijnscho guldens ontnomen; en de bisschoppelijke benden verscheidene wagens met
lyftogt geroofd, doch alles brooddronken verdorven; hel koorn over de heide ge-
strooid, de boter in het zand getrapt en do vaten bier den bodem ingeslagen (2). Er
was levens op begeerte des Heeren van
Ravenstein , een oom van ewgelbkeght van
Kleef
en vollen neef van david van Bourgondië, eene bijeenkomst van beider
afgevaardigden te 'j
Uertogenhosch gehouden. Van de zijde van EKGEtBBECHT
werd geëischt, dal hem de steden
ütrecht, Amersfoort en Rhenen met de Maar-
schalk-amblen wierden afgestaan, en dat de Bisschop aan deze zijde des
IJsseL·
niets anders behield dan Pfijk hij Duurstede en de overige goederen, die weleer
den Heer van
Gaasbeek behoord hadden. Teregt gaf de Bisschop zijne verwondering over
dien buitensporigen eisch te kennen, welken hij , zelfs bij den besten wil, buiten toe-
stemming van do drie Stalen des
Stichts konde noch raogl bewilligen. De onder-
handelingen liepen derhalve weder vruchteloos af (3).

(1) v. rnvn, Aant. op Balav. Sacra, D. li. bl. 498 (3).

(2) Ã„rotiyk van 1481—1483, bl. 484, 485, 486. Oude Holl Dit. Jiron, Βίτ. XXXJ. c. 46,

(3) Kronijk tan 1481-1483, bl. 486- 488.

II Deel. 3 Stuk. 17

ocr page 130

130 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— De krijgsmagt te Schoonhoven en in den omtrek bijeengevloeid, bestond uit ongeveer
achtduizend man uit de Hollandscho sleden en dorpen, vierduizend gehuurde voet-
knechten en driehonderd ruiters. Dit leger, nu niet noodig om
IJsselstein te ont-
zetten, trok onder bevel van den Stadhouder
lalaing, jaw en frederik van Eg'

IS v,

Ilerfst- tnond, den Graaf van Solre, een bovenlander, en petit salezar , naar Jutfaas en
sloeg het beleg voor het slot
Vroonestein, dat reeds den volgenden morgen zich over-
gaf en verbrand werd. Nu werd het blokhuis op
de Vaart belegerd en hevig uit
slangen en karlouwen beschoten. De Bisschop van
Utrecht zond den belegeraars
twee mortieren, doch de bommen, van welke men bij die gelegenheid het eerst in
y onze geschiedenis gewag gemaakt vindt, rigtten weinig schade aan. Eene bus, ze-

ventien voet lang en welke zware kogels schoot, Averd van Gorinchem, waar Hertog

28 V.

ilerlst- KAÄEL haar uit Zuti)hen gevoerd had, voor het blokhuis gebragt en noodzaakte het
weldra tot de overgave. De bezetting bleef gevangen en de sterkte , rijkelijk voorzien
van geschut, wapenen en mondbehoeften, werd met den grond gelijk gemaakt. Slechts
zeven man aan de zijde der Hollanders waren gesneuveld. Het heir toog op
Oiidewater
terug en ging , daar het natte Aveder de wegen onbruikbaar maakte , spoedig uiteen (1).
Terwijl men hier nog vertoefde, daagde
jan van Egmond den Burggraaf van Mont-
VVijn- foort lol een tweegevecht te paard uit; wie verwonnen wierd zou den overwinnaar
'duizend kroonen of de waarde van dien lot losgeld uilkeeren; de Burggraaf echter
bleef het antwoord schuldig (2).

Het gedurig waken tegen de plunderende aanvallen der bisschoppelijke huurbenden,
de dringende noodzakelijkheid van zelf op rooftogten uit te gaan , en do onwil der
stalbroeders, hadden vermoedelijk de ütrechtschen verhinderd, om het ontzet van hel
blokhuis aan
de Vaart te beproeven. Het uitzigt voor hen werd hoe langer hoe
donkerder, en het gebrek in de stad steeds nijpender. Het misnoegen des volks het
^ zich luide hooren, loen eene vredesonderhandeling met den Bisschop te
Werkhoven
Wynj door bedrijf van den Ütrechtschen afgevaardigde gereit ζουπετίβαΐοπ was afgesprongen.
'»Wij willen vrede hebben,'* was do algemeeno kreet, »of ons doodvechten;, het is
beter ons dood te vechten dan van honger te sterven." De Raad nam nu de geeste-
lijkheid in den arm, om eenen zoen met den Bisschop te treffen; maar ook dit liep
vruchteloos af. Kort daarna werd op aandrang der drie Overijsselsche sleden, te
Val-
kenswaard
eene byeenkomst, doch alleen van bisschoppelijke en Kleefsclie raads-

29v. lieden gehouden. Deze laatsten stelden vijf punten als vredesbedingen voor: 1°. ex-
Wiju-
maand.

(1) Kromjk van 1481—1483, bl. 488—491. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 4().

(2) KrornJ/i van 1481—1483, bl. 491.

jfiftf-aiiiMH^^

ocr page 131

DES VADERLANDS. 131

CELBREGHT vau Kleef zou het wereldlijk bewind over Utrecht en Amersfoort voe-
ren; 2°. na 's Bisschops dood, zou hij door de drie Stalen en de drie sleden ταη
Omrijssel op den Utrechlschen zelel bevestigd worden; hij zou al de bisschop-
pelijke inkomsten aan deze
2.ijde des IJsseU genieten, en indien deze niet toereikend
waren om zijnen slaat te onderhouden , bovendien een jaargeld uit het
Bomn-Sticht
en een der Stichlsche sloten, heizij ter Horst of Ahcoude ontvangen; 4°. de Bis-
schop zou eene algemeene kwijtschelding verleenen en alle misdaden tegen hem be-
gaan , vergeven; 5®. de ballingen zouden onder oorveede, naar gewoonte der stad
i/ir^cAi, lerugkeeren.— Het verwerpen dezer voorwaarden konde wel niet twijfelachtig
zijn; en inderdaad, men zou bezwaarlijk zijne eischen stouter hebben kunnen opvoe-
ren , zelfs wanneer de Bisschop een gevangen man geweest ware. Tiietlemin werden

4 V.

zij op eeno volgende zamenkomst te Wageningen, waar zich Ook de zaakgelastigden SlaFtm.

van Utrecht^ Amersfoort en Montfoort bevonden, herhaald cn natuurlijk weder

verworpen. Men beweert, dat eene verzoening evenwel tot stand gebragt zou zijn, indien

de Utrechlschen van hunnen bondgenoot, den Hertog van Kleefs minder afhankelyk

geweest waren en de acht of negen mannen, welke in Utrecht het gezag voerden,

den vrede gewenscht hadden. Maar zij wantrouwden den Bisschop, wiens heerschzucht

het Sticht tot een tooneel van verwarring en ellende maakte, en die eeden en beloften

schond, hoeveel zegelen en brieven hij ook geven mögt (1). —

Het verbond lusschen μαχιλπιιααιϊ en den Koning van Frankrijk te Atrecht ge~ 23 ▼

sloten, deed echler weldra de ülrechtsche gezagvoerders ernstig aan eeno verzoening Win-
term.

met den Bisschop denken. In dit verbond was bedongen, dat lodewijk. XI den
Utrechlschen geenen bijstand zou bieden; daarenboven stelde de vrede met
Frankrijk
maximiliaan in de gelegenheid, grooter magt tegen hen te ontwikkelen (2). Van de
oproerige Luikenaars, door den Aartshertog kort to voren bedwongen, konden zy
even weinig hulp verwachten (3). Daarbij nam in de stad het gebrek en gemor van
tyd tot tyd toe. Door den krijg waren de weinige veldgewassen vernield , welke het
bigzonder onvruchtbare jaar, waarin men den zomer naauwelijks van den winter kon
onderscheiden, had opgeleverd (4). De strooptoglen werden niet allyd met den ge-
wenschlen uitslag bekroond, en eeno roofbende uit
Montfoort werd door do burgers
van
Oudewater, welke de kerk te Linschoten, waarin zij gevlugt was, in brand

I

(1) Kronijk van 1481-1483, bl. 492—496.

(2) wagekaar, D. IV. bl. 220—223.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 486.

(4) Oude Hall, Oir. Kron. Div. XXXL c. 49.

12 *

ocr page 132

^mr

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

staken, len deele gedood, ten deele gevangen weggevoerd (1). Daartegen maakte
EWGELBREcnT vuu Kleef zich bij verrassing meester van Rhenen (2). De Burggraaf van
MontfoortlidA door den dood van den ütrechtschen Schepen-Burgemeester jan de cgwihgk,
eencn wakkeren aanhanger verloren. Zijn invloed verminderde dagelijks, en ekgelbreght
van Kleef zelfs onderschraagde den Raad tegen hem bij do benoeming eens nieuwen
Burgemeesters (3). Dit strekte hem welligt ten spoorslag, om met ernst aan den vrede
te arbeiden en tot dat einde eene vergadering van de voornaamste bewindslieden te
beleggen.
Enqelbreght van Kleef bevond zich op dien lijd elders, en do meeste
stalbroeders waren om hout naar
Breukelen getogen. Eenige burgers, wien de lang-
durige oorlog verdroot, maakten van deze gelegenheid gebruik en sloten hel kapittel-
huis waar de bijeenkomst gehouden werd, onder het woest getier: »Vrede, vrede!
\vie vrede hebben wil, kome op deze plaats.'' Velen voegden zich bij hen en nood-
zaakten, onder aanvoering van
jan van Buitendijk ^ het toeschietende paardevolk ,
reizige Ruiters genaamd, na eene kleine schermutseling te wijken. Het kapittel-
huis werd echter opengeslagen, doch
μοκτεοογυΤ en de anderen, zoodra zij zich ver-
toonden om te ontvlugten , in hechtenis genomen. De burgers, thans geheel meesier,
vereenigden zich met de geestelykheid en zonden bode op bode naar den Bisschop ,
om zijne komst in de stad te bespoedigen. Hij verscheen in den avond, verzeld door
driehonderd man te voet en vijfendertig te paard, waaronder twintig of dertig ballin-
gen. Men weigerde hem echter binnen te laten, vóórdat deze laalsten oorveedo ge-
daan , dat is plegtig gezworen hadden, geen wraak Ie nemen over hetgeen hun mis-
daan was. Hierop werd hij door het volk met fakkels en toortsen ingehaald en naar
het bisschoppelijk hof geleid (4). Do Burggraaf van
Montfoort moest lot losprijs
beloven, zijne stad
Montfoort den Bisschop in handen te stellen; maar dewijl de
Hollanders die plaats belegerden en voor zich begeerden om haar te slechten, bleef
hij in
Utrecht gevangen (5).

David van Bourgondië trok evenwel weinig voordeel uit deze gunstige wending van
zaken. Do Hollanders ^ die allengs tot vijfhonderd man
in Utrecht waren vermeerderd

(1) Rronijk van 1481—1483, bl. 496.

(2) Oude Holl. Div. liron. Dlv. XXXI c. 49.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 497.

(4) Kronijk van 1481—1483, bl, 497—500. τ. baswüs, Ilist. Galiica. p. 573-575. Oude
Holl. Div. Kron.
Div. XXXI. c. 53. ueda , p. 206.

(5) T. BASiNUS, Bist. Galiica, p. 575. Het verbaal ia de Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI.
c. 53, verschilt ia de bijomstandigheden met dat van den oogfjetuige HASijius.

132

1433-

1482
14 ν.
Sprok-
kelm.

1483

21 V.

Grasm.

ocr page 133

DES VADERLANDS. 133

1433-

1482

en de St. Kalharinapoort bezet eu versterkt hadden , wekten zoo veel wantrouwen en
misnoegen, dat de burgers den Heer
van wievelt uit Amersfoort ontboden en
beloofden, hem in het vermeesteren der stad behulpzaam Ie zijn
(1). Van wievelt
rukte weldra voor Utrecht^ zwom met zijn volk in den vroegen morgenstond
van Hemelvaartsdag door de gracht, en geraakte over den muur in do slecht bewaakte
stad, waar hij zich met zijne vrienden vereenigde. De bisschoppelijken trokken on-
der aanvoering van
jakob en adriaan van Cats hem in der ijl te gemoet, en op de
groote markt werd men handgemeen.
Van nievelt , doodelijk gewond, boezemde al
stervende den zijnen moed in, welke dan ook na een hevig gevecht van twee uren
de zege behaalden.
Adriaan van Cats was met een groot aantal volks gesneuveld;
behalve vele Slichtsclien , waren honderd vijf en Iwinlig Hollanders, en onder hen
mannen van aanzien, in handen der overwinnaars gevallen. De Schout
jan van Arne-
rongen
en andere bisschopsgezinden hadden zich tijdig uit do stad weggemaakt. De
zegepraal Averd door moord noch plundering bezoedeld, en edelmoedig ontrukte do
Burggraaf van
Montfoort ^ naauwelijks uit zijne boeijen geslaakt, den Bisschop aan
de woede des volks.
Engelbrecht van Kleef werd nu in zijn gezag te Utrecht her-
steld , maar
david van Bourgondi'é gevangen naar Amersfoort gevoerd en aan do
zorgen des Ridders
van βηοεκπυιζεν toevertrouwd. Do Utrechtschen trokken voorts
naar
Wijk hij Duurstede, waar frederik van Egmond het bevel voerde, en eisch-
ten do stad in naam des Bisschops op , doch keerden onverrigter zake terug.
Mont-
foort
daarentegen werd van het beleg der Hollanders ontslagen (2).

De toevoer naar Utrecht ^ welke tijdens het korte verblijf van den Bisschop onbe-
lemmerd geweest was, Averd op nieuw afgesneden en de duurte der levensmiddelen
ten uiterste drukkend (3). De Stadhouder
lalaing voorzag de sloten Abcoude, P^re-
deland, Kroonenhurg
en Loenersloot van sterke bezetting, om met te meer na-
<lruk de strooptogten der Utrechtschen te bedwingen (4). M
aximiliaan zelf besloot
eindelyk aan den oorlog, welke voor zijn bloedverwant den Bisschop hoe langer hoe
gevaarlijker werd , met geweld een einde te maken en daardoor levens de belofte,
den Hollanders bij zijne inhuldiging gedaan, te vervullen. Hij stelde zich
ioGorinchem
aan het hoofd eens legers van tien of twaalfduizend voetknechten enlwee duizend ruiters,

18 r.
Zomer,
maand.

(1) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXI. c. 53.

(2) BAsiNcs, Rist. Gallica. p. 570—580. Oude IIoll. Oiv. Kron. Div. XXXI. c. 53. hkda,
p. 290, 297.

(3) Ã¯. BAsiKüs, Ilist. Gallica. p. 580.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 54.

8 Y.
Bloei-
maand
1483

ocr page 134

134

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

en sloeg het beleg Toor Utrecht. Heyig werd de stad bestormd en bij de Wiltevrou-
wenpoort eene groole bres in den muur gescholen.
Engelbreght van Kleef ^ iaït
van Montfoort en de Burgemeester gerrit zoudenbalch traden hierop , na bekomen
Trggeleide , met
maximiliaan in onderhandeling. Men kwam spoedig overeen ; slechts
maakte
van montfoort zwarigheid, zekere punten zonder nader overleg met de
burgerij toe te slaan. Naauwelijks was hy uit dien hoofde in de stad wedergekeerd,
toen ook het krijgsvolk van
maximiliaan er door de bres binnendrong. De Aartshertog
gelastte hun terstond terug te trekken; men verhaalt zelfs, dat hij oen of twee
der stoutste gasten met eigen hand doorstak en twee anderen liet ophangen. Dit
toeval stremde evenwel de Tredesonderhandeling. MoiitFOOKT keerde niet weder naar
het leger, en
engelbreght van Kleef werd met geiuvit zoudenbalgh aldaar in hech-
tenis gehouden (1).

Ondertusschen hadden de Utrechtschen de bres in den muur gestopt, de vesting-
werken versterkt en zich tot eene hardnekkige verdediging voorbereid. Heldhaftig
sloegen zij den overmagtigen vijand, welke de voorstad buiten do Amsterdamsche
poort bestormde , driemaal terug en staken haar in brand, doch moesten ten laatste
zwichten. Een groot aantal Hollanders boette deze verovering met het leven. De
schiet- en stormtuigen werden nu nader aan de muren gebragt en deze een maand
lang geweldig beschoten. Do belegerden waren dag en nacht in het harnas en deden
verscheidene uitvallen waarbij
joost van Lalaing sneuvelde. Het vuur van den
vyand, en bovenal gebrek aan voedsel, maakten eindelijk beide burgers en hulpbenden
voor het uiterste beducht, en zij dwongen den Burggraaf weder met den Aartshertog
in onderhandeling te treden. Door voorspraak en invloed van den Aartsbisschop van
Grau
en den Hertog van Gulik en Berg ^ keizerlijke gezanten aan maximiliaan, werd een
■ verdrag getroffen (2). De hoofdpunten kwamen hierop neder. De regering van i/irecAi ,
'de gezworene oudermans en tachtig van de voornaamste burgers moesten den Aartshertog
in het leger blootshoofds en op de knieën vergiffenis voor het misdrevene verzoeken,
ea onder verbeurte hunner goederen in
Holland, Zeeland en Friesland beloven,
nimmer iets tegen dit verdrag te ondernemen; de geestelijkheid zou naar gewoonte
den Aartshertog inhalen, nadat al het vreemde krijgsvolk uit de stad vertrokken was;
ea ter herinnering zijner intrede, de stedelijke regering voortaan jaarlijks op den ze-

29 V.
liooim.
1483

3 T.

Herlst-
maand

(1) T. BAsiNüs, Tlist. Galltca. p. 581. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 54. uedi,
p. 297.

(2) T. BAsiKüs, Ilist. Gallica. p. 582—585. Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXI. c. 54.
HEIU, p. 297.

1433—
1482

ocr page 135

1433-

1482

DES VADERLANDS. 135

Tenden van Herfstmaand veranderd worden. De slad Utrecht en liet land van Mont-
foort
moesten aan maximiliaan ter betering, twintig duizend Rijnsche guldens op-
brengen. De muur, welke in het beleg >Tas weggestormd, mögt niet zonder verlof
der Hollandsclie Graven hersteld worden; zelfs zou men er nog een gedeelte, naar
keuze des Aartshertogs van afbreken. Al de schulden door de stad in
Holland
aangegaan, moesten behoorlijk vereiTend worden. Het verdrag in veertienhonderd ne-
gen en dertig tusschen filips
van Boui'gondi'è en Bisschop rüdoif van DiephoU
gesloten, moest in volle kracht blijven. Maximiliaan zou voortaan als m^ere/iZ/yä:/^oo^rf
der stad Utrecht erkend worden, onverminderd do voorregten der stad. Alle bal-
lingen mogten vrij en ongehinderd terugkeeren, uitgezonderd de Burgemeester zou-
DENBALGH. Allo vyaudschap zou volkomen verzoend en do Burggraaf van
Montfoort
niet alleen in dien zoen begrepen zijn, maar ook in het bezit zijner goederen hersteld
worden (1). Deze voorwaarden, hoe vernederend en onvoordeelig ook voor
Utrecht^
waren echter voor die stad en den Burggraaf nog gunstiger dan men in de gegeven
omstandigheden konde verwacht hebben. Doch door het erkennen van maximiliaan
als wereldlijk Voogd van de bisschopsstad, werd het plan, door Hertog filips met
betrekking lot het wereldlijk gebied van het
Sticht ontworpen, nader tol rijpheid
gebragt (2).

Met groote pracht trok maximiliaan in Utrecht. Om de rust te verzekeren ver-
wijderde hij de vreemde hulpbenden, die op roof en plundering vlamden.
David van
Bourgondië
herkreeg het geestelijk bewind in zijne zetelstad, over welke frederik
van Egmond, Heer van IJsselstein ^ door den Aartshertog tot wereldlijk gezag-
voerder of stadhouder werd aangesteld.
Maximiliaan begaf zich op de tijding van
den dood des Franschen Konings naar
Brahand ^ doch liet eeno sterke bezetting in
Utrecht achter. Allengs keerden hier de ballingen terug, maar lo Amersfoort
werden er nog vele buitengehouden. Engelbrecht van Kleef ^ die naar Gouda ge-
voerd was, werd geslaakt en trok naar zijn land. De Burgemeester zoudenbalch
echter werd op het slot te
Schoonhoven gevangen gehouden, alwaar hij binnenkort
overleed (3).

Gelderland. Onder tusschen was Gelre door den dood van reinoüd IV uit het
Gulik-Geldersche stamhuis in dat van
Egmond overgegaan. Na 's Vorsten plegtige

(1) Zie den zoenbrief in zijn geheel bij 8. Lois, Beschu r. Rotterdam, bl. 3.30.

(2) V};]. luervoor, bï. 85.

(3) T. EAsiRDs, Hist. Gallic. p. 583. Oude ïicUandsche Dir, Krön, Di ν. XXXΙ. c. 54.
BEDA , ρ. 297. Β. syoi, lier. Bat. Lib. ΧΙί. γ* 175é

7 Y.

Herfst-
maand
1483

ocr page 136

136 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1435— begrafenis hadden de Edelen, Ridderschap en steden Ie Nijmegen hij meerderheid
148?

van stemmen , den dertienjarigen abwoud van Egmond lot Hertog gekozen , in ^γeer-
\yil der andere mededingers naar deze waardigheid , onder welke
adolf , Hertog van
i den Berg, en jaiv vati Doen, Heer van Heinsberg, die beiden van willem den

! eersten Hertog van Gulik afstamden, de voornaamste Avaren (1). Arwoud was de

I zoon van jan van Egmond en haria , eene dochter van jan van Arkel en johanna ,

de dochter van Hertog willem van Gulik en maria van Gelre. Hij sproot alzoo
I regtstreeks uit den Gelderschen Vorstenstam, ofschoon langs de vrouwelijke linie,

? hetgeen geene zwarigheid in de opvolging maakte, althans niet in Gelre, waar

WILLEM en iiEiNOUD van Gulik hunnen oom van moeders zijde waren opge-
volgd (2). Door deze keuze volgde men niet alleen den bepaalden wil des overlede-
nen Hertogs, maar beoogde daarbij ongetvrijfeld de handhaving en uitbreiding van die
staatsmagt tegen over den Vorst, welke in veertienhonderd achttien en negentien uit
de vereeniging van Ridderschap en sleden tot één ligchaam ontslaan was (3). De on-
begrensde heerschzucht des Hertogen
van deii Berg, en de onrustige , oorlogzuchtige
aard des Heeren van
Heinsberg, gevoegd bij hun aanzien en magi , lieten geenszins
do bereiking van dit doel zonder groote botsingen vermoeden , Avanneer zij het op-
pergezag in handen bekwamen. Den minvermogenden , onervaren
aunoud imn Egmond
daarentegen , wiens jaren hem bovendien nog onbevoegd maakten op eigen gezag
te handelen, zou men gemakkelijk kunnen leiden werwaarls men wilde; en men
bedroog zich niet (4), Nadat
arnoud uit de stad Grave, waar hij den uilslag der
verkiezing afwachtte, ouder gewapend geleide te
Nijmegen gekomen en gehul-
digd was (5) , bekrachtigde hij het verbond der Ridderschap en sleden van veer-
tienhonderd achttien en stelde zijn vader,
jan van Egmond, tot Ruwaard en
Landvoogd aan voor den lijd van derlien jaren, nevens een Raad van zeslien
mannen , vier uit elk kwartier, zonder Avier medewerking hij zelf noch de Ruwaard
eenige daad van regering mögt uitoefenen. Voorts beloofde hij zonder voorkennis

(1) Chron. Tiet. p. 495. Pontanus , Hist. Gelr. Llb. IX. p. 419.

(2) Vgl. yilg. Gesch. d. Vaderl. D. II. St. II. bl. 354 sqq.

(3) Zie Alg. Gesch. d. Vaderl. D. II. St. II. bl. 562—565.

(4) Zie dit alles uitvoerig ontwikkeld door kuhoff , iu het Vierde Deel der Gedenhw. uit de
Gesch. V. Gelderl.
bl. i—viii, hetwelk eerdaags in het licht zal verschijnen, dooh Avaarvan de
hoogverdienstelijke Schrijver ons de afgedrukte bladen heuschelijk ten gehruike heeft toegezonden.
sLicniEKaoRST, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 210. | j

I·'·· 4.

(5) SMETIÜS, Chron. v. Nijmegen, bl. 90.

MM

; i-

ocr page 137

DES VADERLANDS. 137

zijner bloedyerwanlen, van de Ridderschap en der hoofdsteden geene hiiwelijksverbind-
tenis aan Ie gaan; hij zou geenen
Trede sluiten, geene landen, sleden , sloten of
renten, op welke wijze ook, in vreemde handen brengen, geene beleende ambten
inlossen en die op nieuw bezwaren, geene munt slaan en geene ambten of bevelheb-
berschappen , en deze maar alleen aan inboorlingen of die in
Gelre woonachtig en
geërfd Avaren, begeven buiten toeslemming der Ridderschap en sleden, aan wie ook,
in geval hij kinderloos overleed, de ambten en sloten met de inkomsten moesten
overgeleverd worden. De goederen zijner ouderzalen , welke in den stroom te gronde g
gingen , zou hij zich niet toeëigenen en geenen aan manslag schuldige binnen een
jaar en zes weken ten zoen toelaten, indien den bloedverwanten des verslagenen
niet eerst genoeg gedaan
Avas (1)." Onder deze beloften Averd hij daarop te Arnhem^
te Zutphen en voorts in al de steden en ambten ten platte lande gehuldigd;
alom, even als te
Nijmegen, de oude voorregten en vryheden des vol^is beves-
tigende (2).

Arnoud van Egmond besteeg echter niet zonder tegenkanting den hertogelljkeu
zetel. In het kwartier van
Roermonde scheen men meer naar de zijde des Hertogs
van den Berg dan naar de zgne over te hellen ; en te Driel in den Bommelerwaard
openbaarde zich tegen hem een geest van misnoegen, die eerlang tot opstand leidde.
Eenige Geldersche Edelen zelfs weigerden den jeugdigen Vorst
to huldigen ; jax van
Buren
onder anderen hield het slot to Oyen, gelijk de Heer van Aeswijn het huis
te
Zwancnhurg y aan gene zijde des IJssels bij Gendringen ^ voor hem gesloten (3).
Het was niet te denken, dat onder deze omstandigheden
adolf van den Berg zijne
aanspraken op
Gelre en Zutphen zoude opgeven; to minder, daar zijne magt door
het bezit van drie vierde gedeelte van
Gulik, hem in veertienhonderd twintig bij een
verdeelingsverdrag met goedkeuring van
heinoud IV loegewezen , aanmerkelijk vergroot
was. Hij had nu ook den titel van Hertog van
Gulik en van den Berg aangeno-
men, en nevens den Heer van
Heinsberg, wien het overige deel van Gulik was
toegevallen, als Landsheer de hulde des volks ontvangen (4). Eezorgd voor de be-

(1) nunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. VIII. Verg. portaküs, Jlisl. Gelr.
lib. IX. p. 420.

(2) HunoFF, Gedenkic. uit de Gesch, r. Gelderl. D. IV. hl. IX.

(3) Chron. Ticl. p. 497. pohtarvs , Hist. Gelr. Lib. IX. p, 419. kijhoff, Gedenkw. uit de
Gesch.
V. Gelderl. D. IV. bl. X.

(4) Chron. Tiel. p. 496. RunorF, Gedenkw. uit de Gesch. v. Gelderl. D. IV. bl. X. Vcrjj.
1). ΙΠ.
bl. CLVIII.

H. Deel. 3 Stuk. 18

ocr page 138

m

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

■ doelingen van dezen vermogenden Vorst, trachlle men zich door eene naauwe vet-
bindtenis met
Kleef legen hem te sterken. Er werd een l^uwelijk bepaald lusschen
Hertog
arnoud en Katharina , de oudste dochter des Hertogs van Kleef en van
maria , de zuster van filips van Boiirgondi'é; door hare grootmoeder stamde zij ins-
gelijks af van λυιι,ι,εμ, den eersten Hertog van
Gulik, en gaf derhalve haren aan-
staanden echtgenoot eene aanspraak te meer op de nalatenschap van
reinoud IV (1).
Het huwelijk zou wanneer katharijta den ouderdom van twaalf jaren bereikt had
voltrokken worden , maar zij en
arkoüd verbonden zich alsdan afstand te doen van
alle regten op het hertogdom
Kleef. Ingeval arnoud vóór zijne gemalin overleed,
zou zij levenslang het vruchtgebruik van het slot, de stad en het ambt van
Gelre,
nevens eeno jaarrente van vierduizend goede oude schilden genieten. Stierf zij vóór
do voltrekking des huwelijks, dan zou
arnoud de tweede dochter des Hertogs van
Kleef op dezelfde voorwaarden huwen. Overleed hij vóór dat het huwelijk voltrokken
was, dan zou
wïllem , zijn broeder en opvolger in het hertogdom Gelre^ met Ka-
tharina
, of wanneer deze ook niet meer in leven was, met hare oudste zuster in
het huwelijk treden. Deze overeenkomst werd door
arnoud en zijn vader jan van
Egmond^
door zijne raden en de vier hoofdsteden Nijmegen y Roermond, Zutphen
en Arnhem bezegeld (2). Hertog adolp van Kleef sloot twee dagen later met ar-
KoiTD een wederzijdsch verbond van hulp en verdediging (3). Indien hij aan do voor-
waarden dezer overeenkomsten niet voldeed, zou hij te
Nijmegen aan arnoud hon-
derd duizend Rijnsche goudguldens moeten uitkeeren (4).

Zulk eene verbindtenis was te meer noodzakelijk, dewijl men niet slechts van bui-
ten, maar ook inwendig vijanden te duchten had.
Driel verzette zich weldra openlijk
tegen het wettig gezag.
Frank piek , ambtman van Zalt-Bommel en Bommeler-
waard
, smoorde aan het hoofd eener gewapende bende den opstand, maar doofde
het twistvuur niet uit dat na verloop van jaren weder ontvlamde.
Jan van Buren
onderwierp zich aan arnoud , welke hem op zekere voorwaarden in het pandbezit
der heerlijkheid
Oy en en Dieden bevestigde (5). Het slot Zioanenhurg Averd daarop
belegerd en
yan aeswïjn genoodzaakt den Hertog voor leenheer to erkennen (6j,

1424

Ut.
Sprok·
keim.
1425

t

(1) Chron. Tiel. p. 497. hijdoff, Gedeukte, uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bi. X,

(2) MiJHOFF, Gcdenkto. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. Oork. i) en 10.

(3) poNTAHus, Ili&t. Gelr. Lib. IX. p. 421.

(4) SMETICS, Chron. v. Nijmegen, bl. 91.

(5) nunoFF, Gedenho. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. Χί, XII. Oork. IS^ 20.

(6) Chron. Tief. ρ. 502. voyrkiavs, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 424. ?ii;noFP, Gedenkw. uit de
Gesch.
V. Gelderl. D. IV. Oork, 27 , 28.

133

1433-
1482

22 V.
il üiiim.

1423

I
} ■. ä

ocr page 139

DES VADERLANDS, 139

Thans scheen de nieuwe Vorst in het gerust bezit van den slaat gevestigd. Door 1433—
buitengewone gunstbewijzen trachtte hij rneer en meer de onderzaten aan zich te
verbinden, en schonk onder anderen aan de plattelandbewoners van de Veluwe,
die grootendeels in eenen staat van eigenhoorigheid verkeerden, soortgelijke regten
als vroeger aan de ambten in het kwartier van
Nijmegen toegestaan waren. Tot
een bewijs der Avederzijdsche genegenheid tusschen Vorst en volk^ wordt de aankoop
der heerlijkheid
Dalem en hare vereeniging met den Tielericaard bijgebragt. Do
Raad van Zestienen, welke den Hertog en Ruwaard in het bestuur der staatszaken wai
toegevoegd , bestond uil leden der edelste Geldersche geslachten , namelijk
walravept van
Meurs ^
Heer van Baar; \yilltïm , Heer van Bronkhorst; jan, Heer van Kuilcn-
hurgi
gijsbert nan Bronkhorst ^ Heer van Batenburg en Anholt; iiewdkik , Heer
van
Homoet; koelman van Arendale, Heer van Well; πενβιιικ van Middachten;
dirk van Arnhem; dirk en hehdrir , Heeren van IVisch; jan, Heer van Broek-
huizen ^ Weerdenberg
en An\ersooi\ jan. Heer van fVikrade; rutger van Vlo-
dorp ^
reinier van Zellar ^ pieter van Steenbergen en arend van Boecop (I).

Keizer sigismund vernietigde echter het uitzigt op eene kalme en gelukkige toekomst,
welke deze staat van zaken aanbood.
Arnoud van Egmond was niet in gebreke
gebleven, om bij monde van een plegtig gezantschap, ondersteund door rijke ge-
schenken , de beleening met de hertogdommen
Gelre en Gulik en het graafschap
Zutphen van het Opperhoofd des Rijks te verzoeken. Maar de Keizer, wiens heb-
zucht de gezagvoerders in
Gelre waarschijnlijk niel genoegzaam bevredigden, ver-
klaarde , na vele onderhandelingen, dat het hertogdom
Gelre en het graafschap Znit-
phen
door het kinderloos overlijden van reinoud IV. aan hem en het Rijk vervallen
waren en dat hij
adolf , Hertog van Gulik en van den Berg, als reinoüds naaste

bloedverwant van de zwaardzijde daarmede beleende. Twee maanden later verwit- ^^

Grasm,

ligde hij de Geldersche steden van deze beleening, met bevel Hertog adolf liulde en 1425
trouw te zweren (2).

Ondertusschen Avaren in het Slicht, zoo als gewoonlijk, bij het kiezen eens Bls-
schops hevige onlusten ontslaan. Den aanhang der Lichtenbergers, die met de
Hoekschen in
Holland eene lijn trok, was het eindelijk gelukt rudolf van DiephoU
op den Slichtschen zetel te plaatsen in spijt der Lokhorsten, welke naar de zydo
der Kabeljaauwschen overhelden en
sweder van Kuilenburg lot de bisschoppelijke

(1) Ã„unoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. ΧίΙ, XIU.

(2) poKTATirs, IlisL Gelr. Lil·. VIII. p. 425 , 426. sucuTEKnonsT, Geld. Gesch. «.IX. 1)1.211,
212. RunoFF,
Gedenkw. uit de Gcsch. r. Gctderl. D. IV. bl. XIV, XV. Oork. 21, 34.

18

ocr page 140

140 ALGEMEENE CxESGHlEDENIS

waardigheid verheven hadden (1). De verdreven Kerkvoogd was door zijne moeder
een volle neef van jan
van Egmond, thans het hoofd der Kabeljaauwschen, bij
wien de verbannen Lokhorsten loevlugt en bescherming vonden
(2).' Herlog arkoud
en de Gelderschen konden door hunne betrekking op den Heer van
Egmond, be-
zwaarlijk in dit geschil onzijdig blijven en namen dan ook daaraan, doch lol hunne
schade, een werkzaam deel. Bij een verdrag beloofde arnoud aan sweder
van Kui-
lenburg
hulp tegen de stad Utrecht, tegen rudolf van Diepholt en tegen Overijs-
sel.
Voor dien bystand verbond zich sweder lot uilkeering van achtentwintig duizend
overlandsche Rijnsche guldens en afsland van de eerste plaats, welke hij in het
Β oven-Sticht zoxx vermeesteren, ten behoeve van den Hertog, wien hij tevens ^meri-
foort in handen'stelde , zoowel om die -slad van eene genoegzame krijgsmagt te voor-
zien , als tot onderpand te houden voor hetgeen
Gelre van het Sticht nog mögt te
vorderen hebben (3). Ondanks de overrompeling van
Amersfoort door do Gelder-
schen en het hernemen dier slad door de Ulrechlschen (4) ; ondanks de vele vijan-
delijkheden door Herlog ariïgud , overeenkomstig zijn verdrag mei sweder
mn Kui-
lenburg
en een wederzijdscli hulpverbond met Hertog filips van Bourgondië legen
Utrecht (5), in het Sticht gepleegd, had echter rudolf van Diepholt den Gelder-
scbon Vorst, noch deze dien Kerkvoogd den oorlog verklaard. Het schijnt zelfs, dat
RUDOLF eene openbare vredebreuk wilde voorkomen. Op gematigden toon althans
verzocht hij vergoeding voor de nadoelen hem toegebragt, heigeen door arkoud bits
beantwoord werd en eene briefwisseling ten gevolge had, welke de gemoederen slechts
meer verbitterde. Tot bijlegging der geschillen werd wel eene dagvaart te
Buren ge-
houden , maar toen na vele beraadslagingen de Geldersche afgevaardigden verklaarden,
dat zij zonder voorkennis des Herlogs van
Bourgondi 'é niets konden sluiten , begre-
pen de.Ulrechlschen, dat men slechts poogde tijd te winnen, ten einde aan filips
gelegenheid te verschaffen om het
Sticht met de wapenen aan te vallen, en terslond

(1) Alg. Gesch. d. Vadcrl. ü. II. St. II. bk 538—546. Verg. νοπογρ, Gedenkw. uit de Gesch.
r. Gelderl.
D. IV. bt XV—XIX.

(2) HiJiiorp, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. 1). IV. bl. XVI.

(3) KunoFF, Gedenkw. uit de Ge^ch. v. Gelderl. D. IV. bl. XIX. Oork. 42.

(4) Alg. Gesch. d. Vadcrl. D. II. St. II. bl. 546—54S. Door eene misplaatsinjj der dagtec-
kening, is aldaar de overrompeling van
Amersfoort in slede van op den 29 van Oogstmaand (m
crasiino decollacionis sancti Johannis Baptiste^ Chron. Tiel. p. 506) op den 24 van Zomer-
maand gesteld. Î¯

(5) Nunorr, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. ü. IV. Oork, IN". 44.

1433-
1482

16^'.
llooim,

1426

26 V.
Hcrlst-{
maand.

1427

i

ocr page 141

DES VADERLANDS. 141

braken zij de onderhandeling af (1), Spoedig onlbraDdde nu de hevige krijg, welke 1433—
heide
Gelre en het Sticht met ^'erwoesliDg vervulde, waaraan de vrede eerst twee 28 v,
jaren laler een einde maakte (2).

Het is niet onwaarschijnlijk, dal de belangrijke aanwinst van de heerlijkheid Arhel^
welke inmiddels aan
arboud , als oudste zoon van de dochter des onlangs over-
leden JAK
van Arhel ^γas overgegaan en in Gelre ingelijfd, gunstigen invloed op
de vredesonderhandelingen gehad hebbe (3). Hoe dit zij , voor
arsoud was thans het
verdrag met
rudolf van Diepholt, welke hem daarin als Herlog van Gelre en Graaf
van
Zulphen erkende, te gewenschter dewijl de Herlog van Gulik en van den
Berg, wiens zoon robert met de weduwe van rei^oυi) IV gehuwd en waardoor
zijne aanspraak op
Gelre, althans schijnbaar versterkt was, hem ook dat gewest
zocht te ontrukken. Wat er van het wezenlyk sluiten eens vierjarigen bestands
lusschen de beide Hertogen in veertienhonderd negen en twintig zijn moge, zeker
is, dat ADOLF
mn den Berg één jaar later aan de Geldersche Edelen, Ridders en
sleden een afschrift zond van de keizerlijke brieven, bij welke hem, als naaslen erf- 1430
genaani van
reinoud IV, het hertogdom Ge/re werd toegewezen, met de nadrukkelijke
vermaning en onder bedreiging van 's Keizers ongenade, dat zij zich daaraan zouden
onderwerpen. Men wil, dat hij zelfs den Herlog van
Bourgondië in zijne belangen
overhaalde, wien echter de Hertog van
Kleef ^ een moedig verdediger van arhouds
regten, de trouwloosheid en hebzucht des Herlogs van den Berg onder het oog bragt.
Gelre bekommerde zich weinig over de keizerlijke beschikking en liet zich, gelijk ook
arkoud zelf, te vergeefs driemaal door den Keizer ter verantwoording oproepen. Immers
niet alleen was van
sigismukd en van de Rijksvorsten , welke door het goud des Herlogs t-en
den Berg waren gewonnen , geen regt te verwachten , maar ook de dagvaarding was niet in
den behoorlijken vorm geschied ; daarlrij was
arkoud reeds zeven jaar in het ongestoord
3)ezit des herlogdoms geweest, en uithoofde zijner minderjarigheid weerloos te achten
en niet verpligt voor het keizerlijk geregt Ie verschijnen. SIGIS3lυ^D sprak nu over
de Gelderschen en hunnen Vorst den rijksban uil, waarbij zij, JSiJ^negin^ om welke jj^
reden is onbekend, alleen uilgezonderd , door het geheele Duitsche Rijk builen tle^^^®®^^·
l)escherming der wetten gesteld en aan al den moedwil hunner vijanden prijs gegeven

(1) RiJHOFF, Gedenkw. uit de Gcsch. v. Gelderl. D. IV. bl. XXI, XXII.

(2) Zie ^Ig. Gcsch. d. Faderl. D. II. St. 11. bl. 548—550, 552—554. KunoFf, ßedenhn.
uit de Gesch. ν. Gelder Ι.
D. IV. bl. XXIII-XXXVII.

(3) A. KEMP, Beschr. r. Gorinchevi. bl. 237, 238. Verg. Jfg, Gesch. d. Vader!. D, H. St. II.
1)1. 450. MJnoFF, Gedcnkie. yit de Gesch. ν. Getderl. D. IV. bl. XXXII.

ocr page 142

mm

ALGEΜEENΕ GESCHIEDENIS

werden. Elk die hen in huis of hof ontving / met hen heimelijk gemeenschap onder-
hield of hun, zelfs in den uitersten nood, eenige lafenis toereikte, werd met do
zwaarste straffen gedreigd; zij moesten alom vijandig behandeld en ten dood toe ver-
Tolgd AYorden (1).

Vruchteloos waren alle vertogen en geldelijke opofferingen van akptouds zijde, om
de ophefllog van dit banvonnis en de beleening van den Keizer te verwerven. Meer
dan ooit was thans een aanval van Hertog
adolf en wel in het Overkwartier, waar
men hem reeds vroeger niet ongenegen was en welk het digtst aan
Gulik grensde, te
verwachten. Het gelukte
arnoud eenige Heeren uit dat gewest voor zich te winnen;
ook sloot hij met
filips van Bourgondiër die Braland aan zijne staten gehecht had,
een verdrag van veiligheid voor de wederzijdsche onderdanen; maar de Heer van
Buren bleef steeds tegenover hem in vijandelijke houding (2). Waarschijnlijk aange-
moedigd door de werkeloosheid des Hertogs
van den Berg, noodigde arkoud de Ridder-
schap en de steden van het hertogdom
Gulik uit, om hem als hunnen wettigen Heer
hulde en trouw te zweren, doch hierop werd niet geantwoord. Verbitterd over het
plegen van vijandelijkheden door eenige Guliksche Edelen, en welligt steunende op
de hulp des Heeren
Tan Heinsberg, die zich in veertienhonderd zes en twintig lot
leendienst jegens hem had verbonden (3), viel hij met eene krijgsbende in
Gulikerland
en drong door tot Keizersweerd^ doch hel gelukte hem niet die sterkte te verrassen.
Hij daagde nu
adolf tot den strijd uit, welke dien^ hetzij uit onvermogen, hetzij uit
wantrouwen op zyn volk ontweek, maar de Keulenaars te hulp riep voor wier
overmagt de Gelderschen terugtrokken (4). De Heer van
Buren ^ welke ondertusschen
in dienst des Hertogs
van den Berg gétreden was, deed het volgende jaar een inval
op Geldersch grondgebied. De ambtlieden van
Over- en Neder-Betuwe en van
Tieler- en Βommelerwaard bragten aanstonds hunne strijdmagt bijeen, om hem te
keeren en werden spoedig door een goed aantal gewapende burgers uit
Nijmegen,
Zutphen, Arnhem
en Harderwijk versterkt. Genoegzaam gelijktijdig hernieuwden
de Gulikers en Keulenaars hunne strooptogten in het
Over-kioartier; doch arnoud ,

17 V.
Win-
term.

1432

12 v.
Bloeim,
1433

f-t ■
t'

(1) poKTANts, Hist. Gelr. Lib. IX. ρ 421, 441—454. slicutenhoivst , Geld. Gesch. Β. IX.
hl. 223, 224. Kunorr,
Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bi. XXXIX—XLI, en de
aldaar aangehaalde Oorkonden.

(2) NunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν Gelderl. D. IV^. bl. XLII, XLIII, en de aldaar aan-
gehaalde Oorkonden. '

iß) MjnoFF, Gedeukte, uit de Gesch. ν Gelderland. D. IV. bl. XXXIX.

(4) TONTAKUs, Hist, Gelr. Lib. IX. p. 458, 459. slichtenhorst , Geld, Gesch^ B. IX. b'. 226.
Yer'T. de aant. van mjuorr,
Gedenkw. uit de Gesch. r. Geldcrl. D. IV, b). XLV {S}.

142

1433-
1482

ocr page 143

DES VADERLANDS. 143

die kort te voren eenige aanzienlijke Heeren uit den omtrek aan zich en tegen den 1433—
Hertog
van den β erg verbonden had, dreef, naar het schynt, niet alleen den vijand
terug, maar viel zelfs aan het hoofd zijner ruiters in
Bergsland. Van daar weder ^
gekeerd, sloeg hij het beleg voor de stad
Buren, welke hij niet dan na ongeveer zes
maanden lot overgave konde dwingen. De inwoners bedongen behoud van lijf en 1434
goederen; de stad zelve met het slot en de heerlijkheid geraakten in het bezit des ^ J'
over^γinnaars (1). Insgelijks waren de heerlijkheden
JVaohtendonh en Haeps, de maand
eerste door afstand , de andere door geweld in de magt van
arnoud gekomen (2).

Deze geringe vooideelen wogen verre na niet op legen de nadeelen, welke uit dien
oorlog voor
Gelre ontsproten, 's Vorsten geldmiddelen waren door de aanhoudende
krijgsloglen uitgeput, do inkomsten zijner domeingoederen groolendeels in vreemde
handen, en de verpande ambten en bedieningen, in stede van afgelost te worden,
gelijk ARNOUD bij zijne inhuldiging beloofd had, nog met andere vermeerderd. De
schuld was tot eene ontzettende hoogte geslegen; de inkomsten uit die gedeelten des
lands, welke der roofzucht der vijanden ten doel strekten, bleven achler, en over de
opbrengsten der beden en schattingen was beschikt vóór zij ontvangen, ja zelfs in-
gewilligd waren. Minder de krijgslustige Edelen en Ridders, dan de handeldrijvende
stedelingen en de nijvere landlieden leden onder deze drukkende omstandigheden.
De Hertog
van den Berg en zijne bondgcnoolen, de bovenlandsche Vorsten , zelfs de
Hertog van
Kleef, welke met arnoud in onmin was geraakt, belemmerden ge-
weldig den Gelderschen handel en verwoestten op hunne strooptogten dorpen en
velden. Niet alleen de vijandelijke benden, maar zelfs de slotvoogden van den
Herlog en hunne vrienden maakten de groole wegen en stroomen onveih'g, over-
vielen en plunderden de kooplieden of namen hen gevangen, om een groot losgeld te
bedingen. De sleden, wier welvaart en bloei door het vernietigen van den handel
met eenen geheelen ondergang bedreigd, wier regten en vrijheden niet gehandhaafd,
wier belangen verwaarloosd werden, en wier geldmiddelen echter den hoofdsteun van
den slaat uitmaakten, verhieven het eerst hare stem tegen zulk eenen slaat van zaken
en kantten zich aan tegen het gezag van den Vorst, welke de voorwaarden bij zijne
inhuldiging bezworen, verkrachtte. Het kan echter bezwaarlijk ontkend worden, dat
zij zelve groolendeels de schuld waren van den benarden toestand des lands, Reedi
in veerlienhonderd dertig hadden zij op eene dagvaart te
Rozendaal geweigerd den

(1) Chron, Tteh p. 520—532 en dc belan^jrijke aant. van v. leeü\ve5. pouta.-ïus, /7m<, Gelf,
liib. IX. p. 446, 464. sLicuxEsnonsT, Geld, Gcach, B. IX. bl. 22,3, 227. ïtunoPF, Gedenkt^,
Hit de Gesch, v. Gelderl,
D. IV. bl. XLIV—XLVI.

(2) suuoFF, Gedenkic, uit de GacL v. Geklerl. l), IV. bl. XLVb

■1435

ocr page 144

ALGEMEENE GESCilIEDENlS

1433—zoen met Utrecht te bekrachtigen, ten ware de Hertog de grieven uit den Aveg
ruimde en aan hare overige , inderdaad stoute eischen voldeed. En dewijl hare be-
geerten niet in allen deele door
arwoud waren bevredigd, welligt niet konden
bevredigd worden, hadden zij begonnen zich tegen hem te verzetten, hem aan zijn
lot overgelaten en hulp en medewerking in zulke daden van regering ontzegd ,
lot welke hij die behoefde. Indien zij hem al eens bijstand verleenden, zoo als
])ij het beleg van
Buren, lieten zij zich ten duurste betalen , en maakten steeds
van 's Vorsten dringend geldgebrek gebruik, om het herstel harer bezwaren te
verzekeren en tevens haren invloed op het landsbestuur uit te breiden. Een gering
voorschot van drieduizend Arnhemsche guldens had a
Pv>oud van de vier hoofdsteden
niet kunnen verwerven dan onder beding, dal zij vóór de terugbetaling daarvan
geene schatting of belasting zouden inwilligen. Eens was hem door de Bidderschap
en sleden onder voorwaarde van verbetering der misbruiken, eene bede toegestaan
in welke echter eenige onderzaten niet bewilligd en het land met moord, roof en
brand bedreigd hadden.
Arwoud was door Nijmegen^ Roermonde, Zutphen en
Arnhem hulp en bijstand tegen de onwilligen beloofd en hem voorgeschreven, op
welke wijze de toegeslerade schatting zou geheven worden , doch niet vóór dat de
gebreken over welke men klaagde , afgedaan waren. De Hertog had hierin genoegen
genomen , de voorwaarden bezegeld en naar
Nijmegen gezonden , welke als de eerste
stad in rang , het eerste na hem haar zegel er aan moest hechten, doch die ongezegeld
terug ontvangen, zonder dat zij zich had verwaardigd hem zelfs de reden daarvan op
te geven. Niet ongegrond is het vermoeden, dat het niet toetreden der steden tot de
vernieuwing van het verbond tusschen
arkoud en den Hertog van Kleef in veertien-
honderd drie en dertig, en op hetwelk zij zelve zoo ernstig hadden aangedrongen,
eene der oorzaken geweest is, dal do Rleefsche Vorst zich ten nadeele van
Gelre ,
met den Hertog van den Berg had vereenigd. Zoo was allengs de band van eendragt,
welke Vorst en volk aaneenslrengelde, losgewoeld, en beide werden hoe langer hoe
meer van elkander verwijderd. De sleden in elk kwartier hielden nu van tijd lot tijd
zamenkomslen; ook de afgevaardigden der hoofdsleden, bijzonder van
Nijmegen^
Zutphen
en Arnhem, kwamen zonder door don Landvorst opgeroepen te zijn bijeen,
zoowol ter bevordering der gemeene belangen , als ter verijdeling van do pogingen der
tegenpartij (1).

Maar de steden stonden in dit weerstreven van het vorstelijk gezag niet alleen. Het
merkwaardig verbond tusschen haar en de Ridderschap in veertienhonderd achttien

144

^:

i'

Ψ
ii

(i) KiJuoFF, Gedenkiv. uit de Gesch. ν. Gelderl. ü. IV. bl. XLVI—U.

f
i

li

I J

ocr page 145

I

DES VADERLANDS. 145

gesloten (1), en vooral in de laatste jaren merkelyk aan leden toegenomen, werd 1433—
hernieuwd en in werking gebragt. Tot dat einde werden op eene der veelvuldige
groote vergaderingen tusschen de Ridderschap en de afgevaardigden der sleden gehou-
den, twee geschriften opgesteld, waarvan het eerste eene opgave der gebreken in het term.
landsbestuur en het tweede eene verklaring aan den Hertog bevatte, dat Ridders,
knapen en steden hem alle dienst weigerden, zoolang hij niet al zijn vermogen aan-
wendde , om de gebreken geheel te herstellen. Zoo veel eerbied hield men nog voor
den Vorst in het oog, dat het tweede geschrift hem dan eerst zou worden overhan-
digd, wanneer hy op het eerste geen bevredigend antwoord gegeven had. Hierop
sloten de adel, de ridderschap en de sleden zich lot dit bepaalde doel door een
pleglig bezworen en bezegeld verbond nader aan elkander, stelden zich wederzyds
aansprakelijk voor de nadeelen, welke uit dezen maatregel voor den een of ander
mogten voortvloeijen, en besloten geweld met geweld te keeren. Men liet do burgers,
ten minste in de hoofdsteden, hoofd voor hoofd den eed op dit verbond afleggen, en
wie zulks weigerde liep gevaar van bij de vernieuwing des Raads niet in aanmerking
te komen of herkozen te worden (2).

Omtrent de helft van Grasmaand werd op eene groote bijeenkomst van de Ridder- ^43(3
schap en sleden te
Nijmegen den Hertog het eerste geschrift aangeboden, hetwelk
deze acht punten bevatte: 1°. Elk zou op zijne eigene woonplaats wedervaren, wat
hem naar leen-, land-, stad- en dijkreglen toekwam. 2®. Aan Geldersche onderdanen
zouden door den Landsheer, zyne amblslieden of dienaren geene daden van geweld ge-
pleegd worden; integendeel zou do Hertog waken voor de veiligheid der slroomen en
wegen, de schenders daarvan laten' opsporen, op hen do schade verhalen en hen, lot
waarschuwend voorbeeld van anderen, straffen. 3°. De Hertog zou zorgen, dat geene
kooplieden of andere vreedzame reizigers uil zijne landen of sloten werden aangevallen
en beroofd, en dat zulk een vergrijp , onlangs geschied, onverwijld hersteld wierd.
4°. De Hertog zou, overeenkomstig de belofte bij zijne inhuldiging, geene domein-
goederen verpanden of verkoopen buiten raad en toestemming der Ridderschap en
hoofdsteden. 5°. De beloften door den Hertog bij diezelfde gelegenheid met betrekking
lot de munt afgelegd, zouden sliptelijk naargekomen worden. 6®. Het verdrag met
Kleef zou ten uitvoer worden gebragt. 7®. Alle eigene reglsverschaffing , alle regls-

(1) Zie Alg. Gesch. d. Vaderl D. Π. St. II. bl. 563,

(2) RunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. GelderK D. IV. bl. LI. LU. Onvolledig is het Ter-
slag van pontaküs, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 465—468, en sucnxennobst, Geld. Gesch. Β. IX.
bl. 228—230, betrekkelijk dezen tweespalt tusschen den Gelderschen Vorst en zijne onderdanen.
Ook hierover heeft ifiJUOFF, wien wij Lier geheel volgen, een nieuw licht verspreid.

19

II Deel. III Stuk.

ocr page 146

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— daging buiten 's lands , zoude ophouden, maar elk door de bevoegde reglbanken bg
zijn rogt gehandhaafd worden. 8°. De ambtlieden zouden niet alleen den Hertog,
maar ook den landzaten zweren, dat zij naar landregt zouden vonnissen. Tevens ver-
langde men, dat de Hertog ten minste eenmaal 's jaars in elk kwartier des lands ter
klaring zou zillen.''
Arnoud , die natuurlijk niet dadelijk al deze eiscben inwilligde ,
ontving reeds den volgenden dag het tweede, hem hoogstbeleedigende geschrift. Bleek
uit dit alles reeds de overmoed van het magtige bondgenootschap tegenover den Vorst,
niet minder straalde deze door in de stoute tegenverklaringen op 's Hertogs meestal
toestemmende antwoorden van de hem voorgestelde punten, waardoor hij onmiskenbaar
zijne eigene zwakheid openlegde (1). Doch niets geeft hiervan een sterker bewijs
dan zijne grieven en bezwaren tegen de steden in het algemeen en tegen de vier
hoofdsteden in het bijzonder. Waar luid zijner beschuldiging, hadden zij zich
schroomelijk tegen het vorstelijk gezag vergrepen, daden van willekeur en geweld
tegen hem en zijne ambtenaren gepleegd, zijne beste bedoelingen tegengewerkt, her-
togelgko goederen in bezit genomen, en hem meermalen grovelijk door woorden en
daden beleedigd (2).

Verontwaardiging en besef van eigenwaarde kenmerkten het afzonderlijk antwoord
van ARwoüD op het tweede geschrift, waarin men hem gehoorzaamheid weigerde ,
indien hij niet aan de wenschen van de Ridderschap en steden voldeed. » Het voegde
geenen Vorst,'' zegt hij daarin, »zich zoodanig jegens zijne onderzaten te verbinden
of zich aan hen te onderwerpen , als de steden dit van hem verlangden; veeleer was
hij verpligt, zyn landsheerlijk gezag te handhaven en allerminst mögt hij dit laten
krenken door onderzaten, die door den huldigingseed aan hem verbonden waren en
hem juist van datgeen moesten terughouden, wat zij nu van hem verlangden. Als
j hij thans den eisch der sleden inwilligde , zouden zij telkens in kleine zaken, waar
haar dit goeddacht, zich tegen hem verzetten; terwyl het toegeven aan hel geuite
verlangen tevens aanleiding zou geven tot menigerlei twist en oneenigheid tusschen
hem en zijne Ridderschap en steden. Zulke eischen als de steden hem deden,
hadden zij nimmer aan zijne voorzaten gedaan; en uit hoofde zijner jeugdige jaren
>vas het te meer billijk, dat zij toegevendheid jegens hem gebruikten. Wanneer hij
aan de begeerte der steden voldeed, zou hij zijne erfgenamen onredelijk bezwaren,
waarvan zijne nagedachtenis ten eeuwigen dage den smaad zou dragen; het Avas daar-
enboven volstrekt onnoodig, vermits hij allyd bereid was te doen, Avat hij schuldig
was, indien slechts de steden getrouw waren in het naarkomen harer verbindtenissen.

■tl
, ii

m

(1) KMHorF, Gedenkto. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LUI—LV.

(2) MijHOPF, Gedenkte, uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LV—LVIII.

146

ocr page 147

DES' VADERLANDS. 1811

Zoo de steden onverlioopt in dit antwoord geen genoegen namen, was hij gene- ^^^^
gen de punten in geschil aan den Hertog van
Bourgondi'ê en den Kerkvorsten
Tan Keulen en Luih, wien van deze beiden de sleden kiezen zouden , te onder-
werpen" (1).

Het schijnt dat in de onderhandelingen tot bijlegging der geschillen, van de zijde
des Hertogs daarop voornamelijk werd aangedrongen, dat Ridderschap en sleden be-
paald zouden opgeven, waarin hij de belofte bij zijne inhuldiging afgelegd, geschon- 20v.

G^r sm

den had. Immers deden zij dit in een uitgebreid vertoog op eene dagvaart te iVym^^ew,
waartegen zich
arnotji) weldra in geschrifte verdedigde (2). Doch weinig baatte dit
den diep gegriefden Vorst. In al het gevoel zijner smart klaagt hij aan de stad j
E'/äm/*^,
en denkelijk ook aan andere kleine sleden, hoe hij na vele vergeefsche P^S'^^g®^^
om met zyne tegenstanders eene overeenkomst te treiï'en, genoodzaakt was geweest
aan vreemde Heeren zijne zaken open te leggen en hunne lusschenkomst in lo roe-
pen, maar dat de steden het oor voor alle reden gesloten, de l)emiddeling van onpar-
tijdigen met versmading afgewezen en het stilzwegen bewaard hadden, toen zij uit
naam des Hertogs van
Bourgondi'ê^ des Bisschops van Munster en des Graven van
Meurs uitgenoüdigd waren een voorstel lot vereffening der geschillen in te dienen.
» Wy Avildenschrijft hij in denzelfden brief, » dat gij en alle goede burgers in al
onz« sleden cn al onze onderzaten klaarlyk wisten, hoe rusteloos do raadslieden onzer
vier sleden arbeiden om ons, onze kinderen en ons land lo verderven. ■— En echter
hebben wij nooit aan onze onderzalen gedaan dan hetgeen wij schuldig waren, en
danken u , dat gij ons altijd trouw gebleven zijl; ook meenen wij , dat wij u nooit te
kort deden en wenschen steeds, dat de raadsvrienden der vier genoemde steden door
u en andere onzer goede en getrouwe onderzaten zoo onderrigt mogten worden, dat
zij niet zoo onverpoosd werkten tol verderf van ons, onze kinderen en van ons land ;
dat zij ons bij het onze Helen en ons deden, wat zij aan ons verschuldigd zijn (3).*'

Alle onderhandelingen lusschen den Hertog en zijne wederstrevende onderdanen
waren nu afgebroken. De kleine steden, hoewel zij het verbond tegen hem raede beze-
geld hadden, schijnen, even als sommige ambten len platte lande, hem echter gelde-
lyke ondersleuning, doch legen verleening van nieuwe voorreglen, verschaft te hebben.
Maar deze onderstand en wat het vergunnen van vrijstelling van dienstpligl en eigen-
hoorigheid opleverden was te gering, om de uitgaven eenei" ongemeen kostbare hof-

(1) Kunorr, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gélderl. D. IV. bl. LVIII, LIX.

(2) KiJHOFF, Gedenhiü. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LIX—LXI, deelt beknoptelijk
den inhoud der bescKuIdigingen en van 'eUerlogs verdediging mede.

(3) KunoFF, Gedenkic, ttii de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXL

Γ"

19*

ocr page 148

148 ALGE3IEENE GESCHIEDENIS

houding te bestreden, en arnouds schuldenlast werd van jaar tot jaar drukkender.
Zonder de Ridderschap en steden te kennen, die ook trouwens hare medewer-
king den Hertog ontzegd hadden, en zonder medebezegeling van den Raad der
Zestienen werden de domeingoederen steeds meer en meer bezwaard en de op-
brengsten van tollen, tienden en andere eigendommen verpand. Op eigen gezag stond

V

Louw- ^Rnoud aan zijn broeder willem niet slechts de heerlijkheden van Egmond en Yssel-
iieiw af, maar ook al de hertogelyke inkomsten en bezittingen in de Over- en Neder-
Betuwe
nevens eenigo andere voordeelen. Do opbrengsten uit do ambten van Nijkerk,
Barneveld
en Scherpenzeel werden alleen ten overstaan van regter en geregtslieden
der
Feluwe^ voor ruim veertigduizend Rijnsche guldens aan dirk van Bronkhorst ^

4 v.

Will- Heer van Batenburg verpand, welke daarvoor des Hertogs schuld aan zijnen opper-

uS' rentmeester had overgenomen. Men meent, dat van broskhorst, welke ongaarne de
toestemming van de Ridderschap en sleden tot deze belangrijke vervreemding miste,
zijnen invloed lol het hervatten der onderhandelingen tusschen den Hertog en de
landzaten heeft aangewend. Zeker allhans is het, dat men kort daarna eenige meer-

1441 dere toenadering in de beide strijdende partijen ontwaarde. Arkoud trof eene
overeenkomst met de stad
Nijmegen ter zake harer schuldvorderingen; en na menige
bijeenkomst, werd door zijne zaakgelastigden en de afgevaardigden der kwartieren
Nijrnegen, Zutphen en Arnhem, het tweede punt der voorwaarden van veertienhon-

ufoeim dertig eenigzins gewijzigd. Nu hechtte hij zijn zegel aan de hem voor-

gelegde bepalingen des genoemden jaars, en werd hierin door zijn broeder en een
aantal Ridders en knapen gevolgd. Het kwartier
Bo er monde, hetwelk zich met de
voorgeslagene wijzigingen niet dadelijk konde vereenigen, nam echter later daarin

1442 geiioege^· Ridderschap en steden namen weder deel aan het besluur van zaken en
voorzagen, door eene buitengewone heffing, in do behoeften van 's Hertogs uitgeputte
schatkist (1).

Tijdens de inwendige beroeringen was de staat van buiten onaangetast gebleven.
Te
Sittart was den tienden van Lentemaand veertienhonderd zes en dertig, een ten
einde loopend bestand tusschen de Hertogen van
Gelre en van den Berg voor eenige
maanden verlengd, terwijl
filips van Bourgondi'è inmiddels , na het hooren der weder-
zgdsche bezwaren, eenen vasten vrede zou trachten te bewerken (2).
Arkoud maakte
aanspraak op
Gulik als naaste bloedverwant van reikgud IV, den broeder zijner
grootmoeder
jouakna, ontkende het regt, welk adolf van den Berg ^ in strijd met
do gewoonte dezer gewesten, op eene verwijderde afstamming van de zwaardzyde

(1) HiJiioFF, Gedenktü. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. ΙΥ. bl. LXII—LXV.

(2) KiJHOFr, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. Oork. Ν®. 155.

ocr page 149

1433-

1482

DES VADERLANDS. 149

grondde en beweerde , dat adolfs vader Tan de opvolging in Gulik voor zich en
zijne nakomelingen len eeuwigen dage had afstand gedaan; tevens vorderde hij aan-
zienlijke sommen tot vergoeding der nadeelen hem door
adolf berokkend. De
Hertog
van den Berg bleef niet in gebreke zijne belangen voor te dragen en weder-
keerig eene rekening van schade in te leveren; doch zgn dood in het midden van
veertienhonderd zeven en dertig heeft denkelijk
filips υαη Bourgondi'é weder-
houden het pleit te beslechten. Daar zijn zoon
robert vóór hem was overleden,
werd zijn broeders zoon, den twintigjarigen
gerard , door den Keizer niet alleen
met
Berg en Gulik, maar ook met Gelre en Zutphen beleend. Geldsgebrek
echter verhinderde den jeugdigen Vorst zoowel als Hertog
arnoüd , do wapens op te
vatten. De vijandelijkheden bleven geschorst, zelfs nadat
frederik. III, de opvolger
van
sigismund , gerar1) in zijne rijksleenen bevestigd, en arkoud ernstig, maar te
vergeefs, op den rijksdag te
Frankfort op nieuw de beleening van Gelre en Zut-
phen
verzocht had (1).

29 V.
Hooim.
1442

1443

1444

Niet vóór het volgende jaar noopten de bewegingen van gerard van den Berg
den Hertog van Gelre, om zich ten krijg toe te rusten. De Ridderschap en hoofd-
steden verschaften hem eenen aanzienlijken geldelijken onderstand; maar dewijl
deze niet toereikende was, nam hij weder zijne toevlugt tot het opnemen van
geld, het bezwaren van domeingoederen en het verhoogen van vroegere pandver-
schrijvingen. Door den Hertog van
Kleeft zijn bondgenoot, wien de Aartsbis-
schop van
Keulen en Hertog gerard het sterke slot ten Broeke ontweldigd had-
den , ter hulp geroepen, viel
arnoud met twee duizend ruiters in Gulik en rukte
plunderende en brandende voort tot aan
Linnich , eene kleine plaats aan de Roer
in het midden des lands. Hier geraakte men handgemeen tot nadeel der Gelderschen.
Hun baniervoerder, do Heer van
Kuilenburg, nam het eerst de vlugt, en te naau-
wernood "iverd de dapper strijdende
arwoud door eenige zyner ruiters aan 's vijands
handen ontrukt.
Willem van Egmond^ jajv van Broekhuizen, Hendrik va7i Meer
en everard van fVilp ^ vóór den aanvang van het gevecht tot Ridders verheven en
die zich door onversaagdheid en moed gekenmerkt hadden , werden nevens
herdrik
bertink
, arend van Blitterswijk ^ goossen'spede , steven van Lijnden en willem
van Arkel onder de gevangenen geteld, wier aantal op vier en zestig en dat der
gesneuvelden op dertig begroot wordt.
Gerard van Weerdenberg, werker van
Zandwijk
en jakob van Fauderik waren onder de Gelderscho edelen , en werner
van Pallant onder de Guliksche , welke op het slagveld den dood der helden slier-

3 v.
Sla{;lm.

(1) posTAsus, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 469—471, 475, 480. ïlichterhobst , Geld. Gesch.
Β. IX. bl. 231, 235. ^ujuoff, Gedcnhc. nii de Gesch. ν. Geldeil. D. IV. bl. LXV-LXVIL

ocr page 150

150 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— T€n. Zoo belangrijk werd deze overwinning geoordeeld, dat zij in Gulik jaarlijks
plegüg gevierd werd, en Herlog
gerard Ier dankbare herinnering niet alleen het
klooster der Kruisbroeders te
Düsseldorf stichtte, maar dewijl zij op den dag aan
st. uubertus gewijd behaald was, eene ridderorde van dien naam instelde, welke
21
v. laatste tijden bestaan heeft (1). Ruim een jaar daarna werd door jan,

^^^^ ^^^ Hertogs van Kleef ^ een bestand tusschen arnoud en gerard bewerkt. Voor
den tijd van tien jaren verzekerde men elkander daarbij het wederzijds vrye handels-
verkeer en gaf waarborgen tegen vijandelijk geweld (2),

Do mislukte krijgstogt tegen Gulik verhaastte den val van arnoud. De groote
oorlogskosten hadden hem in nieuwe schulden gedompeld, welke hij weder door
het opnemen van gelden, het verkoopen van voorregten en het verpanden van goe-
deren poogde te bestrijden. De rijken, van welke hij zich hierdoor geheel afhan-
kelijk maakte, werden steeds overmoediger, en de minvermogenden, gedrukt door
lasten en schattingen, steeds misnoegder. Tegen do uitdrukkelyke bepaling des ver-
bonds van veertienhonderd zes en dertig, pleegden daarenboven de hertogelijke amb-
tenaren en dienaars menigmaleii straiffeloos daden van geweld en onderdrukking,
welke de beleedigden zelden ongewroken lieten en opschuddingen verwekten, die
naauwchjks door tusschcnkomst der Ridderschap en steden, zoo als te
Roermonde in
veertienhonderd drie en veertig, konden gestild worden (3). Nergens was de geest van
tegenstand heviger dan te
Driel in den Bommelerwaard. De ingezetenen leefden sinds
jaren in twist met
frawk pjek. , 's Hertogs amblman in die landstreek, en weigerden ten
laatste alle diensten en opbrengsten. Over het willekeurig doorsteken van eenen bin-
nendijk, hetgeen do akkers hunner buren te
Bruchem en Kerkwijk onder water
xette, door de regtbanken to
Zuilichem, te Zalt-Bommel, Bommeler- en Tieler-
waard
in het ongelyk gesteld, weigerden zy hardnekkig de schuldigen, tot verlies
van lijf en goed veroordeeld, uit te leveren; en de stad
Nijmegen, welke zij in hun
belang gewonnen hadden, bedreigde den ambtman met hare wraak, indien hij het
vonnis ten uitvoer legde.
Frank piek , hierdoor verschrikt, riep de hulp in van den
Hertog, maar trachtte inmiddels door kracht van overreding de Drielenaars tot onder-
werping te bewegen. Doch daar al zijne vermaningen in den wind geslagen werden,

15 v.
Zomer-
in

(1) Chron. Tiel p, 543—545. pohtihus, IHst. Gelr. Lib. IX. p. 485—488. slicmernonst,
Geld. Gesch. Β. IX. bl. 238. kuuoff , Gedenkw. uit de Gesch. ν. GelderL D. IV. bl. LXVil
CU de aldaar aangehaalde oorkonden.

(2) KunoFF, Gedenkta. uit de Gesch. ν. GelderL Ό. IV. bl. LXVIII.

(3) roKTAMJs, Ilist. Gelr, Lib. IX. p. 48G. sLicnTEHHORSTf, Geld. Gesch. Β, IX. bl. 238, 239.
HunoFFj Gedenktp. uit de Gesch. ν. GelderL D. IV. bl. LXVIII—LXX. π

ocr page 151

BES VADERLANDS. 151

begaf zicU arnoud met zestiff of zevcnli» ruiters naar Driel, liet eenige ingezetenen 1433—

1482

gevangen nemen en hunne goederen Terb'eurd verklaren, en verplaatste den «atertol
op
de Maas van Driel naar Hedel. De burgers van Nijmegen hadden zich insge-
lijks gewapend en zetten den Hertog, doch vruchteloos achterna. Nu klaagden zij
luide over schending van het verbond en dat do onschuldigen met do schuldigen ge-
straft waren, terwijl zij de bondgenooten opriepen, om hen, naar do letter van het
verdrag, tegen zulk eene handelwijze te ondersteunen,
Arnou» verklaarde van zijn
kant, dat hij slechts het regt des lands en zijn wettig gezag gehandhaafd had; dat al
de Drielenaars schuldig waren, de een door zich te verzetten, de andere door zulks
niet te verhinderen; en eindelijk, dat hij genoodzaakt was geweest geweld te gebrui-
ken , dewijl
Nijmegen de bevolking in haren wederstand versterkt en tegen hem had
opgezet. Evenwel stelde hij op eene byeenkomst te
Jlrnhem den Nymegers voor, do
zaak aan de beslissing der gezamenlijke Ridderschap en van al de steden , of aan de
uitspraak des Bisschops van
Utrecht of des Herlogs van Böurgondi'e te onderwerpen.
Nijmegen echter eischte , dat alleen die Ridderschap en sleden, welke in het ver-
bond genoemd werden, den twist zouden beslechten. De zwakke Vorst bewilligde
hierin; maar toen zijne gemalin
Katharina van Kleef to Nijmegen was gekomen 1448
met volmagt, om door tusschenspraak van de vergaderde leden des verbonds aan het
geschil een einde te maken, trokken de burgers den volgenden dag gewapend naar
de tolplaats te
Lohede en maakten er zich nevens het slot meester van. Hunne stout-
heid ging zoo ver , dat zy den Hertog en degenen die hem naar
Driel gevolgd wa-
ren, onder toezegging van vrijgeleide voor zich ter verantwoording riepen (1).

» Wanneer gij uit vrees toegeeftzegt machiavelh , » meent gij u daardoor van
den krijg te ontslaan; maar menigmaal gebeurt het tegendeel; want hij, wien gij
toegegeven en alzoo uwe zwakheid ontdekt hebt, zal het daarbij niet laten, maar
andere zaken van u eischen; en hoe minder hij u zal achten, hoe meer hij zich te-
gen u zal verzetten; en van den anderen kant, zult gij degenen, die u konden be-
schermen, veel koeler vinden, dewijl zij gelooven, dat gij zwak of lafhartig zijt (2)."
Dit ondervond Hertog
arnoud. Zijne aanzienlijkste en vermögendste leenmannen , de
Heeren van
Kuilenburg, van Ghemen, van Batenburg, van Anholt, van Bronk-
horst
, van Borkulo, van den Berg en van JVisch, zelfs zijn broeder Willem van
Egmond
en diens zwager vingent, Graaf van MeurHf zijn bijzondere vijand, sloten

(1) Chron. Tiel ρ 546—549. ΡΟϋΤΑκυβ, Rist. Gelr. Lib. IX. p. 495—497. sucHTisKnoRST,
Geld. Gesch. Β. IX. bl. 240—242. hmuoff, Cedenkw, uit de Gesch. ν. GelderL Ü. IV
LI. LXX, LXXI.

(2) Discorsi $opra τ. livio , Libro «ccondo, c. 14.

ocr page 152

152 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1453— zich aan de zamenverbondene Ridderschap en sleden. De stad Ttel, gereed om hem
tegen de Drielenaars te ondersteunen, was door
willem van Egmond en dirk. van
Bronkhorst
aan zijne zijde onttrokken; en walraven van Haaf ten, dien hij tot
Drost van
Buren aanstelde, werd door de ingezetenen buitengesloten en weldra
door de Nijmegers gedwongen het slot te
Baren, waarin hij zich verschanst had, op
voorwaarde van vrijen aftogt over te geven. Al de andere sloten in den
Ttelerwaard,
wier bezitters, even als van haaften, het vonnis over de Drielenaars hadden uitge-
sproken , werden bemagtigd, geplunderd en omvergehaald. Spoedig was bijna het
geheele gewest tegen den Hertog in de wapenen en
Grave de eenige stad , waar hij
zich veilig konde achten. Al zijne eigendommen waren vervreemd of bovenmate be-
zwaard ; zijn goud en zilverwerk, zijne edelgesteenten, zelfs zijne kerksieraden ver-
kocht of verpand; en zijne inkomsten, die zich genoegzaam alleen tol de geringe
opbrengsten uit het land van
Kuik bepaalden , waren naauwelyks toereikend om in
de dagelijksche behoeften van zijn gezin te voorzien (1).

In dien benarden staat van zaken, wendde arwoud zich tot filips ymi Bourgondië^
die als Hertog van Brahand zijn leenheer was voor dat gewest, waar de tegenwoordige
twist was ontsproten.
Filips, even genegen om den geesl van opstand legen hel vorslehjk
gezag Ie breidelen, welke iigtelijk lot zijne aangrenzende stalen konde overslaan, als
vaardig, om zich in de burgergeschillen der naburige volken te mengen, welke hem
uitzigt gaven op aanwinst van heerschappy en waardoor hij reeds meester van een
aanzienlijk deel der
Nederlanden was geworden , trok zich dadelijk de belangen des
Hertogs van
Gelre aan. Vruchteloos echter hield hij de wederspannige Gelderschen ,
hunne goederen en koopwaren in
Brahand aan, dewijl de Ridderschap en steden in
Nijmegen vergaderd, geweigerd hadden eenige harer leden naar Brussel te zenden,
om tegenover de afgevaardigden van
arnoüd , door hem en zijn Raad als scheidsmannen
gehoord te worden. De vier hoofdsteden trachtten, wel is waar door middel van
walraven van Meurs , wien de Tegenpaus felix V als Bisschop van Utrecht bevestigd
had , afzonderlijk met haren Vorst in onderhandeling te treden, maar men konde niet
overeenkomen, naardien
arnoud slechts in een verdrag wilde treden, voor zoover
dit zyne eer en die des Hertogs van
Bourgondi'è gedoogden (2). Er werd evenwel
een bestand voor eenige maanden tusschen de partijen, die in de Drielsche zaak be-
trokken waren, gesloten (3).

(1) Chron. Ttel. p. 549—552 en de Aant. van v. ieecwek. pontakus, Ilist. Gelr. Lib. IX
p. 476-478, 483, 493, 497, 498.
smcbteifirorst, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 242. kijhopf, Ge-
denkio. uit de Gesch. ν. Gelderl.
D. IV. bl. LXXI—LXXIII.

(2) Ã¯ontanüs, Eist. Gelr. Lib. IX. p. 498, 499. slichtenhorst , Geld. Gesóh. B. IX. bl. 242.

(3) KunoFF, Gedenhv. uit de Gesch. ν. Gelderl. I). IV. bl. LXXIV. j

1482

ocr page 153

DES VADERLANDS. 153

Middelerwijl beproefde Bisschop rudolf van DiephoU do eensgezindheid lusschen
Hertog AR3S0UD en het volk te herstellen. Ongetwijfeld beoogde hij daardoor den in-
vloed over
Gelre van filips van BourgondVè en walraven van Meurs, de een
zijn mededinger naar hel wereldlijk, de ander naar het geestelijk gezag van het
Sticht, te voorkomen; een invloed, welke slechts hunne oogmerken tegen hem kondc
bevorderen (1). De heerschzuchtige bedoelingen van
filips met betrekking tot Gelre
waren niet te miskennen; en walraven van Meurs was reeds in een beschermend
en verwerend verbond met de Heeren van
Bronkhorst ^ van Oorenweerd en de Ve-
luwsche steden
Harderwijk, Wageningen, üattem en Elhurg ter afwering van
vijandelijk geweld getreden (2). De Hertog van
Kleef, wien hol behoud zijns schoon-
zoons en de onafhaukeliikheid van
Gelre niet onverschillig konden zijn , vereenigde
zich met
rudolf , en beide traden als middelaars op in eene zamenkomst van arhouds 8 v.
afgevaardigden met die der Ridderschap en vier hoofdsteden te
Nijmegen. Ten over-
slaan van do raadsleden des Herlogs van
Bourgondië, ontwierpen zij een nieuw plan ^^^^
van bestuur, hetwelk wel niet werd aangenomen, maar nogtans, naar het schijnt,
lol grondslag van de eindelijke vereffening der geschillen gestrekt heeft (3). Eenige
Edelen overreedden
arnoud, onder verzekering dat do Nijmegers Lohede en Buren
zouden ontruimen, de beslissing van den twist aan den Ridder jan van Broekhuizen,
erfhofmeesler en· jan van IVikrade, erfkamerling van Gelre, nevens willem ίίαη
Vlodorp, erfvoogd van Roermonde, en de sleden Roermonde, Zutphen Qn Arnhem
over te laten (4). Na veelvuldige byeenkomslen der Avederzijdsche afgevaardigden,
werd ten laatste oen verdrag gesloten, waarbij de Herlog verklaarde niemand om het 4 v.
gebeurde te
Driel en het innemen van Lohede en Buren te zullen benadeelen. Hij
verphglle zich voorts, alle geweld en onregt, binnen twee maanden nadat hem daar-
van kennis -was gegeven, te herstellen, onder verbeurte zijner goederen en inkomsten
in het kwartier waar het feit gepleegd was; beschouwde hij de klagt als ongegrond
of onbillijk, dan zou de hoofdstad van hel kAvarlier, 't welk in do zaak betrokken
was, de Ridderschap en kleine sleden te zamenroepen om uitspraak te doen. Hij be-
loofde , alleen Gelderschen met ambten te begiftigen , en zonder voorkennis van Rid-
derschap en hoofdsteden, geene goederen of inkomsten te bezwaren , geene veedo aan
te vangen of munt te lalen slaan; de verrekening der landsgelden ten overstaan van

(1) KUUOFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. ΙΥ. hl. LXXIV.

(2) SLicHTENiiOBST, TooHcel des Lands van Gelder, bl. 113.

(3) Â«uiioFF, Gedenkw. uit de Gesch. v. Gelderl. D. IV. LI. LXXV, LXXVI. Oork. 247.

(4) p0ma5es, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 499, 500. slicnteivnorst, Geld. Gesch. B. IX. LI. 243.
ÏI
Deel. 3 Stuk. 20

ocr page 154

154 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—zijnen Raad bij Ie wonen; de manleengelden ook aan builenlanders te voldoen; de
groole
wegen en slroomen Teilig Ie houden; ten minsle eenmaal 'sjaars Ie regt zitten,
en onparlydige regtspraak, zoo min in zaken die hem zeiven als anderen betrofTen ,
door bedreigingen of op eenige andere wijze te verhinderen. Hij zou hel verdrag met
Kleef vernieuwen, en allen die nog buiten het verbond waren de gelegenheid ge-
ven, om daaraan binnen ééne maand hun zegel te hechten. Twee der aanzienlijksten
en gegoedslen uit do Ridderschap en twee leden van den raad uit elke hoofdstad ,
zouden hem in het landsbestuur ter zijde slaan en bijzonder gemagligd zijn, om alle
twist en verschil lusschen hem en de landzaten voor te komen of te vereffenen. De
inkomsten van
Lolede en van den tol aldaar zouden, na aftrek der manleengelden en
renten daarop aangewezen, ter bekostiging zijner hofhouding verstrekken. Eindelyk
zou hij den tol van
Hedel naar Driel terugbrengen en aan Driel eene jaarmarkt ge-
ven (1). Te vergeefs had do Hertogin
Katharina, welke zich met drie van 'sHer-
togs Raden te
Nijmegen bevond , alle· pogingen in hel werk gesteld , om gunstiger
voorwaarden ten behoeve haars gemaals te bedingen. Door nood gedrongen, had
ARNOUD zich aan de voorgeschreven bepalingen onderworpen, die men hem slechts
had voorgelezen en van welke hem zelfs , na de bezegeling, een afschrift geweigerd
Averd. Hij vervulde van lieverlede eenige der afgedwongen beloften;
Driel ontving
eene jaar- en weekmarkt, de Hertog van werd in het pandbezit van
Buffel

bevestigd, tegen de verstoorders van de openbare rust en veiligheid werden scherpe
bevelen uitgevaardigd, en de tollen en belastingen geregeld. De Nijmegers ont-
ruimden
Lohede en Buren-, ook de Graaf van Meurs verzoende zich met den
Hertog (2).

Het schijnt, dat de geledene bekommeringen en de steeds drukkende zorgen ar-
koud
in eene somber-godsdienstige stemming gebragt hebben. Dikwijls althans ont-
vlood hij in dien tijd de groole wereld in de eenzaamheid van het Karthuizer klooster
te
Monnikhuizen ^ en na het huwelijk zijner dochter maria met jakob II, Koning
van
Schotland^ maakte hij zich tot eene bedevaart naar het H. Graf gereed, waartoe
denkelijk de Ridderschap en sleden hem, ten minsle grootendeels, de benoodigde gel-
1450 den verschaften. Het bewind droeg hij op aan den Raad van Zestienen, by welken
de vier hoofdsteden, ondanks zynen wil, twee leden uit de Ridderschap van elk der
vier kwartieren gevoegd hadden; plaatste zijne gemalin
Katharina aan het hoofd , en

(1) nijdoff, Gcdenkto. uit de Gesch. ν. Gelder!. D. IV. bl. LXXVI. Oork. 255.

(2) pontakus, Tlist. Gelr. Lib. IX. p. 500, 501. slichtéshorst, Geld. Geèch. B. IX, bl. 243,
244.
rijhoff, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXVII, LXXVIII.

3

ocr page 155

DES VADERLANDS. 155

vertrok legen het einde van veertienhonderd vyftig, vergezeld door den Heer ^j^g^
Batenburg en andere Edelen naar Italië (1).

Do togt ging over Rome dewijl er het jubeljaar gevierd werd, op hetwelk de H.
Vader met milde hand geestelijke gaven aan do geloovigen uitdeelt. Versterkt door
den pauselijken aflaat en voorzien met een vrijgeleide van den Doge van
Venetie,
zette ARNOUD de reis naar Jeruzalem voort, stortte zijne gebeden uit op het H. Graf,
en begaf zich over zee naar Napels^ waar hij door den Koning minzaam werd ont-
vangen. Een gelijk onthaal toefde hem te
Rome van den Paus, bg \vien hy tweemaal
in plegtig gehoor was toegelaten. Over
Venetië υά Gelre teruggekeerd, trok hem
een deftig gezantschap te
Grave te gemoet; alom werd hij onder het gejuich des 14 v.
volks ontvangen , en zijne behouden wederkomst door do steden met feesten en maal-
tijden gevierd (2). 1452

Ζ,οο vele blijken van vreugde en van belangstelling in den Vorst schenen eene toe-
komst van rust en vrede te voorspellen; maar rust en vrede waren geensins het deel
van AKWOUD. Spoedig na zijne terugkomst geraakte hij, schijnt het, in onmin met
zijne gemalin; zij leefde althans van hem afgescheiden en hield zich meesttijds to
Lohede op (3).. Hier werd echter het huwelijk zijner tweede dochter, mahgaretha,
met VREDERiK van Beijeren^ Hertog van Simmeren^ voltrokken en haar een uitzet 1454
van twee en twintigduizend Rijnsche goudguldens toegelegd (4). De aanzienlijke uit-
gaven door deze echtviering veroorzaakt; de belangrijke sommen welke de Hertog
onder borgtogt der steden
Nijmegen, Ziitphen en Arnhem, ter bestrijding der
reiskosten naar het
Oosten, waartoe de buitengewone bede niet genoegzaam geweest
was, had opgenomen; de schadevergoeding aan de Ridders in den
Tieler- en Bom-
melerwaard^
wier sloten bij de Drielsche onlusten door arnouds tegenpartij vernield
waren; en de verelTening van menige rekening met do Hertogin
Katharina , voerden
's Hertogs schulden tot eene verbazende hoogte op. De domeingoederen en ambten
waren zoodanig bezwaard of beleend, dat schier geene vaste inkomsten meer in 's Vor-
sten schatkist vloeiden, welke derwijze was uitgeput, dat men tweehonderd Rijnsche

(1) Chron. Tiel. p. 553, 554. postakcs, HisL Gelr. Lib. IX. p. 501, 502. slichteshohst ,
Geld. Gesch. Β. IX. bl. 244. miv\ovï, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bi,
LXXVIII-LXXX,

(2) Chron. Tiel. p. 553. poutanus, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 502 , 503. slichteshokst , Geld.
Gesch.
Β. IX. bl. 244. rijuoff, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXX.

(3) KUnoFF, Gedenkio. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXL

(4) pomaküs, Bist. Gelr. Lib, IX, p. 504. Vgl, kuhopp , t. a. p. bl. LXXXI. !

20 *

ocr page 156

1820 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—guldens van den Heer van Wisch moest opnemen, om een Ie Emmerik verpand
edelgesteente in te lossen (1).

In weerwil van dezen noödlottigen staat der geldmiddelen, mengde zich aiinoud
noodeloos in do Munstersche geschillen en schaarde zich aan de zijde van koenraad
van Diepholt ^ een neef des Bisschops van Utrecht (2). Door verscheidene Edelen
uit zijn gebied langs de Munstersche grenzen met geld en wapenen ondersteund, trok
hij en zija zoon
adolf uit Groenloo met eene aanzienlijke krijgsmagt in Munster-

1455 land en sloeg het beleg voor Freede ^ hetwelk hij echter weldra moest opbreken.
KoENRAAD van Diepholt werd kort daarna tot den bisschopszetel van Osnabrück ge-

1456 roepen, en jan van Beijeren, de broeder van arnouds schoonzoon frederik , Hertog
van
Simmeren, in plaats van walraven van Meurs, welke te Arnhem Avas over-
leden, door den Paus tot Bisschop van
Munster benoemd en bevestigd (3).

Het deelnemen in dezen buitenlandschen twist vermeerderde natuurlijk weder den
schuldenlast, en do Hertog verkeerde thans in zulk een geldgebrek, dat de Edelen
en Ridders, die voor hem borg gebleven waren, steeds in gijzeling moesten terug
gaan, naardien hij buiten staat was hen te lossen (4). Maar heilloozer in de gevolgen
waren voor hem zijne bemoeijingen bij de bisschopskeuze te
Utrecht na den dood
van
rudolf van Diepholt (5). Filips van Bourgondi'è konde en wilde niet verge-
len , dat do Hertog van
Gelre daarbij zijnen invloed niet ten behoeve van bavid van
Bourgondië
gebezigd had. Dit gaf hem althans een voorwendsel van misnoegen op
ARNOüD, van wiens magteloosheid en misslagen hij zich trachtte te bedienen, om zijne
heerschzuchtige oogmerken met het verdeelde
Gelre te bereiken. Onder den schijn
van opregte belangstelling in de welvaart van het volk, van de Hertogin KATnAROA ,
zyne nicht, en haren zoon
adolf , maakte hij in het geheim de vier hoofdsteden
op de gebreken in het landsbestier opmerkzaam en dat
arhoud , ongeschikt om te
regeren , den staat in het verderf stortte (6). Hoon bij minachting voegende , ver-

(1) NunoFF, GedenJiw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXI en de aangehaalde oorkonden.

(2) Zie hiervoor, bl. 81, 82.

(3) A. DE BEVERGEUNE, Chroti. Mouast. p. 108—113. POKTANus, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 504.
sLicnTENHORST, Gcld. GescL li, IX. bl. 244. rijuoff, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl, D. IV.
hl. LXXXIl.

(4) HunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXIII (2).

(5) Zie hiervoor, bl. 84—91.

(β) PONTAiTüS, nist. Gelr, Lib. IX. p. 511. SLicntEnnoRST, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 248.
HiJHOFF,
Gedenkw. uit de Gesch. v. Gelderl. Ü, IV. bl. LXXXIV en de Oork. aldanr aim-
gehaald.

ocr page 157

DES VADERLANDS. 157

wittigde hij kort daarna in vlugtige woorden den Hertog, dat hy besloten had door 1433—
Gelre te trekken om het Boven-Sticht te bedwingen, waar men weigerde david
van Bourgondi'è als Bisschop van ütrecht te erkennen; terwijl hij tevens van hem
toevoer van mondbehoeften en een aantal vaartuigen eischte, om de krijgsbenden over
den
IJssel te voeren. Te zwak om den wil van den magtigen Bourgondiër te weer-
streven , en echter onvermogend dien te bevredigen , beloofde
arnoud wat hij niet
konde vervullen; en
filips vond lijftogt noch vaartuigen, toen hij te Spanheren bij
den
IJssel was gekomen. Door deze teleurstelling verbitterd, roofden en plunderden
de vreemde krijgsknechten in do
Veluwe, waarover arnoud zich bij filips , en ook
bij de Ridderschap en steden, welke dit Averkeloos aanzagen, vruchteloos beklaagde.
Uit onmagt moest hij gedogen dat
Deventer belegerd werd, welks overgave het ge- 17 v.
lieele
Sticht aan david van Bourgondi'è onderwierp; en zijn onvoorzigtig verbond „,aanit
met het
Boven-Sticht, even als zijne vermetele pogingen, om do Friezen legen filips ^^^^
in beweging te brengen, strekten slechts, om do wraak van den zegevierenden Vorst
heviger tegen hem te ontsteken (1).

De wenken des Hertogs van Bourgondi'è aan de Ridderschap en steden van Gelre,
waren nie te vergeefs geweest. In Nijmegen hadden zij het misnoegen op aruoud,
hetwelk ondanks zijne verklaring in veertienhonderd negen en veertig, aldaar had voort-
geduurd , grootelijks aangekweekt, en de minachting voor hem, dien men spottend
den monnik noemde, was er ten top gevoerd. Men veroorloofde zich do scherpste
verwijtingen over zijn gedrag, klaagde dat hij de oude grieven niet naar belofte
had uit den weg geruimd, en legde hem eene menigte ondaden en misslagen te last,
maar begreep niet, of wilde niet begrijpen, dat de meeste zijner feilen en te kort-
komingen uit den neteligen toestand waren voortgevloeid, in welken men zelf den
Vorst, wiens gezag en vermogen binnen zulke enge grenzen omschreven waren, ge-
plaatst had (2). De Hertogin
Katharina , in onmin met haren gemaal, ondersteunde
ijverig het verlangen van
Nijmegen^ bovenal sinds die aanzienlijke en vermogende
stad, den ongeveer twintigjarigen
adolf, haar zoon, aan het hoofd des bewinds be-
geerde. Zij had reeds in het leger voor
Deventer gelijk later te Antwerpen met
filips, de spil waarop alles draaide, over den toestand des lands onderhandeld, en
adolf was onder haar geleide in de Bourgondische legerplaats gekomen, om den

(1) noNSTRELEt, V. III. ρ. 67. postahus, Bist. Gelr. Lib. IX. p. 506—508, 511. wijhoff,
Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl 1). IV. bl. LXXXIV—LXXXVI. VjjI. hiervoor, hl.
91-94.

(2) PORTAKDS, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 510, 511, 512. sLicaTE?inoRST, Geld. Gesch. β. IX.
bl. 248 , 249. nunoFF,
Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXVI.

ocr page 158

158 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

■en

ovenvinnaar te begroeten, hem den slaat Tan zaken open te leggen, het geheim
betrekkelijk de onderhandelingen met de Friezen te openbaren, en met hem midde-
len to beramen, om
arwoud Tan het bestuur te Torwijderen (1). Op aandrang thu
Nijmegen, beloofde filips den Gclderschen zijnen bijstand en verklaarde uitdrukke-
lijk, hoe zeer hot steeds zijne begeerte >vas, dat
adolf tot Regent of Ruwaard van
Gelre benoemd wierd. Hieraan Aveigerden echter de overige hoofdsteden, ofschoon
ook ontevreden over de regering van
arnoud , gehoor to leenen, waarin zij door 'Wil-
lem
van Egmond, 's Hertogs broeder, wien men insgelijks to Tergeefs getracht had
voor ADOLF to winnen, onderschraagd werden. Zij poogden veeleer
Nijmegen tot
andere gedachten te brengen en
adolf en do Hertogin lot rust en Trede te Termanen.
Er stonden alzoo weder twee aanhangen in Ge^re tegcnoTer elkander; do een, de
partij der beweging, met
Nijmegen aan het hoofd en door Treemde hulp gesteund,
hakende naar eene geheele omwenteling in het staatsbestuur; do ander, do partij Tan
het behoud, aan wier zijde do hoofd- en kleine steden der OTcrigo kwartieren zich
schaarden, afkeerig van geweldige maatregelen en den Landsvorst getrouw; de eene
den heerschzuchtigen zoon met zich slepende, de andere , trachtende den zwakken
vader op den waggelenden zetel to handhaven (2).

In deze spanning, welke eenen nieuwen burgerkrijg voorspelde , wikkelde arkoud
zich onbedacht in twist met Graaf tingent van Meurs , op Avien de heerlijkheid Borne
nevens Sittart en Susteren , aan zijn vader frederik van Meurs door reitnoud IV
verpand, waren overgegaan.
Arwoud , in weerwil van den bekrompen slaat zijner
geldmiddelen, had zijn voornemen te kennen gegeven, dit pandschap in telossen. Den
Graaf, Avelke hiertoe weinig genegenheid toonde, daagde hij binnen acht dagen voor
zich ter verantwoording wegens onderdrukking der ingezetenen van
Borne en Sittart en
mishandeling der burgers van
Erkenlents, onderdanen van Gelre, welke hem werden
te last gelegd, onder bedreiging, dat hij anders zich zeiven genoegdoening zou verschallen.
Vincent ontkende op bitsen toon de waarheid dezer beschuldigingen, betuigde dat bij
steeds den Gelderschen goedgezind geweest was, en dit, doch alleen ter wille van
adolf, wiens zijde hij gekozen had, blijven zoude. De verbolgen arnoud verontrustte
nu door strooptogten en brandschattingen het land van
Meurs hetwelk aan het O ver-
kwartier
grensde; en niet dan na de dringende vertogen van vele zoo geestelijke als
wereldlijke Heeren, liet hij zich bewegen met
tingent , die de hulp van Nijmegen

(1) monstrelet, V. ΙΠ. p. 67. pontanus, Ilist. Gclr. Lib. IX. p. 508. rijiioff, Gedenkio, uit
de Gesch. ν. Gelder/, ü. IV. bi. LXXXVII.

(2) NunoFF, Gedenho. vit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXVIII, IX.

2Ö T.
Grasin.
1458

ocr page 159

BES VADERLANDS. 159

ingeroepen en zija gebied onder bescherming van eenige naburige Vorsten gesteld 1433—
had, eenen wapenstilstand voor korten tijd te sluiten (1).

Insgelyks beproefde men de binnenlaudscho geschillen door tusschenkomst der Rid-
derschap en hoofdsteden van do drie kwartieren
Ro er monde ^ Zutphen en Arnhem,
en der Heeren van Heinsberg, van Hoorn en van Egmond te vereüenen. De stad
Nijmegen bragt bij deze scheidslieden do oudo grieven en bezwaren legen arkoud
schriftelijk in, ontveinsde noch haren briefwissel met filips van Bourgondi'è, noch de
opdragt van het hoog bewind aan
adolf , die zich dit had laten welgevallen, waaruit
do meer en meer stijgende onlusten tusschen vader en zoon ontsproten waren, en be-
schuldigde den Hertog, dat hij getracht had haar door verraad te overrompelen en
vreemd krijgsvolk had aangenomen, om zijne onderdanen te verdrukken en den met
adolf bevrienden jan schenk, Heer van Walheeh^ te beoorlogen; dat hij weerzin
in het regeren beloond, de regtsbedeeling verwaarloosd en het vrije handelsverkeer
in slede van beschermd, op menigerlei wijze belemmerd had.
Abnoüd verdedigde
zijn gedrag in een uitvoerig verweerschrift legen deze beschuldigingen, en verweet
len slotte de Nijmegers, hoe trouwloos en snood zij zich legen hem vergrepen, die
bij het aanvaarden des bewinds, hun meer gunsten had verleend dan eenige zijner
voorzaten; hoe zij niet alleen naar zijn leven, bloed en hoogheid stonden, maar zelfs
zyne gemalin, zyn broeder en eenigen zoon, even als weleer zijnen grootvader
jak
van Arkel, legen hem opgezet hadden. Bij zulk eene'stemming der gemoederen
was geene minnelijke geschilsvereffening lo wachten; ook kwamen de Avederzijdsche
zaakgelastigden herhaalde malen Ie vergeefs bijeen, en de pogingen van den Aartsbis-
schop van
Keulen, den Hertog van Simmeren en den Heer van Heinsberg tot be-
vrediging bleven vruchteloos^(2).

List en geweld zouden het noodlottig pleit beslechten. Nijmegen schroomde niet
onwettige middelen te bezigen, om
Roerm,onde van de zijde dos Hertogs af Ie trek-
ken, en toen dit mislukte,
Venia tegen die stad in beweging te brengen. Arnoud
vermaande wel Κenlo lot rust en vrede, maar adolf , door do misnoegden in JSij·^ 1459
megen gesteund, wierp er zich met eenig krijgsvolk in, verwoestte het land om Roer-
monde,
en gordde alzoo het eerst het zwaard aan in de rampzalige worsteling met
zijnen Heer en vader, niettegenstaande
filips van Bourgondxè den Nijmegers ernstig

(1) PONTAMüs, Hist. Gclr. Lib. IX. p. 509, 510. sucnTERnoRST, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 247.
KunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. LXXXIX.

(2) i'ORTAitüs, JlisL Gelr. Lib. IX. p. 510, 515. sticnTEinioRsx, Geld. Gesch. Β. IX. bl.
248-250. HUEOFF, Gedenkw. uit de Gesch. r. Gelderl. D. IV. bl. XC.

ocr page 160

160 ALGEMEENE GESCHIED EiN I S

1433—gewaarschuwd had, zich van gewelddadigheden te onthouden (1). Hertog arnoud
riep dadelijk
Arnhem, Zutphen en de kleine steden in die kwartieren te hulp, welke
hij naar zijn bekrompen Termogen met voorregten begiftigde; verpandde zijne weinig
overgeblevene kleinooden, en legde zijnen eigenhoorigen
buitengewone belastingen en
den schouten van de Feluwe eene verhooging van den pandpenning hunner bedie-
ningen op. Hij nam vreemd krijgsvolk in dienst, verwierf onderstand van eenige
buitenlandsche leenmannen en voorzag
Wageningen, door de vijanden bedreigd, van
genoegzame bezetting (2). Nu sloeg hij het beleg voor
Fenlo waar onderscheiden
Geldersche ridders zich bij hem voegden, en noodzaakte spoedig adolp do tusschen-
komst van willem
van Egmond in te roepen, om eene verzoening te bewerken.
Wiet dan na veelvuldige onderhandelingen en door medewerking der Hertogin van
Kleef ^ der Heeren van Heinsberg en van Hoorn met de afgevaardigden der banner-
heeren, ridders en hoofdsteden van do vier kwartieren des lands, gelukte het van
13 V. EGMOiND te
Batenburg een verdrag tussohen vader en zoon te sluiten (3). Do hoofd-
jmancï waren: 1°. arnoud en adolf zouden voortaan in eendragt leven en elkander

J459 behandelen als vader en zoon betaamde. 2°. Adolf zou de opperheerschappij van
het slot, do stad en het rijk van iVyme^m verkrijgen , benevens de , welke uit

eene schatting en bede door de landzaten bewilligd , te zijnen behoeve zou ingelost worden.
3°.
Venlo zou zich van vijandelijkheden onthouden en in de nadere uitspraak des
Heeren van
Egmond berusten. 4°. Elke stad en elk persoon, welk aan de eene of
andere partij eenigen bystand geboden had , zou in den zoen begrepen zijn. Tevens
werd een voorloopig vergelijk tusschen den Hertog en zijne gemalin aangegaan, bij
welk de laatste
Lobede zou behouden, zoo lang de Hertog die plaats niet van haar
voor zekere som , door scheidsregters te bepalen, had i]%elost. Het slot
Rozendaal
zou haar daarop ter woning toegewezen en de inkomsten, welke zij vroeger bezat,
tot onderhoud verzekerd worden. Indien de Hertog het begeerde, mögt zij niet wei-
geren met hem zamen te wonen; beider inkomsten moesten dan by elkander gevoegd
worden, maar bij scheiding ieder de zijne behouden, zonder evenwel daarvan iets te
mogen verpanden of verkoopen. Beide overeenkomsten werden door -■willem
van
Egmond
en de afgevaardigden der Ridderschap en steden bezegeld; terwyl ariïoud
en ADOLF, die zich te
Batenburg bij de onderhandelingen bevonden, wederkeerig

(1) PONTANUS , Hist, Gelr. Lib. IX. p. 515. sLicnTENnoEsx, Geld. Gesch. IJ. IX. bl. 250.

(2) NUiioFF, Gedenhtc. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. XCII.

(3) Oude Holl. Divisie Kron. Div. XXIX. c. 37, portaots, Rist. Gelr. Lib. IX. p. 516.
sLicnTENDOHST, Geld. Gesch. β. ΙΧ. bl. 250. . . .

ocr page 161

DES VADERLANDS. 161

hun zegel aan de zoenbrieven heclillen, welke uit deze uitspraken voortvloeiden (1). ^f^^r"

• 1 ^

Adolf beloofde bovendien, zich zoo lang zijn vader leefde, niet meer gezag m het
bestuur des lands aan te matigen, dan hem bij het verdrag was toegestaan, tenzij met
bewilliging van den Hertog zeiven , tegen wiens goederen en regten hij nimmer iets
zou ondernemen of daartoe behulpzaam zijn (2). Tevens schonk hij volkomen vergif-
fenis dengenen, welke in do onlusten zijne zijde niet gehouden hadden (3). De ge-
bannen en uitgeweken burgers van
Venlo keerden veilig terug en werden in hunne
goederen en bedieningen hersteld (4).

Het zaad der tweedragt was echter te diep geworteld, dun dat het niet weder spoe-
dig opschieten en voor
Gelre heillooze vruchten dragen zou. Reeds in het begin des
volgenden jaars zag zich
arhoud genoodzaakt eene dagvaart Ie Kuih te beschrijven, 1460
om eenige verschillen to vereffenen, welke na het verdrag van
Batenburg waren op-
gekomen.
Roermonde was ontevreden, dat het in dit verdrag te weinig bevoordeeld
was.
Nijmegen heulde weder met adolf, en welligt moet hierin do oorzaak gezocht
worden, dat die stad door den Keizer in den rijksban verklaard werd (5). Nieuwe
opbrengsten ter bevrediging van het vreemde krijgsvolk, hetwelk
arnoud in dienst
genomen, maar niet of niet geheel had afbetaald en dat zich derhalve door roof en
brandschatting poogde schadeloos te stellen, wekten dadelijk misnoegen en werden 14G1
met moeite ingevorderd.
Arwoud zelf door geldgebrek vervolgd, kon to naauwer-
nood in do noodzakelyke behoeften zijner hofhouding voorzien; hij leefde steeds in
onmin met zijne gemalin, wier moeder, do Hertogin van
Kleef, vruchteloos het ont-
werp tot eene verzoening der echtgenooten had aangeboden. Vader en zoon sloegen
met wantrouwende bezorgdheid elkander gade, en bij gemis van sloirelijkc middelen
trachtlo de een door bedrog en misleiding do bedoelingen des anderen te verijdelen (6).
ïusschen
arnoud en do stad Fenlo ontstonden nieuwe geschillen, en terwijl do Hertog
ter vereffening daarvan eene dagvaart te
Goch beschreef, traden Katharina en adolf , 1462
die onlangs van eene bedevaart naar het Heilige Land was teruggekeerd, tegen
hem in geheime onderhandeling met
Nijmegen. Filips van Bourgondië stookte bet
twistvuur aan en hield verstandhouding met do steden wier bedoelingen hij blijkbaar

(1) NunoFP, Gedenkw. uit de Gesc/i. r. Gclderi D. IV. bl. XCIII, XCIV.

(2) PONTANUS, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 516.

(3) RiJHOFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. Oork. 351.

(4) poNTAKüs, Bist. Gelr. Lib, IX. p. 516.

(5) PONTANUS, Bist. Gelr. Lib. IX. p. 517. sucnTEKnoRST, Geld. Gesc/i. B. IX. bl. 250.

(6) NunorP, Gedenkw, uit de Gesch. ν. Gelder!. D. IV. bl. XCIV, XCV.

II. Deel. 3 Stuk. 21

ocr page 162

162

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—ondersteunde. Om zich tegen zijne kuiperijen te verzekeren, strekte waarschijnlijk
het verbond van
aritoud met Koning kauel van Frankrijk, en met zijne dochter,
toen Koningin-weduwe van
Schotland (1). Do Graaf van Meurs was in weerwil van
den steeds vernieuwden wapenstilstand met den Hertog, de zaak van
adolf genegen
en heulde met de misnoegde steden. Zoo zag
arnoud zich alom door bedekte en
openbare vijanden omgeyen, de gemoederen zijner onderdanen steeds meer en meer
tegen hem in gisting gebragt, de wegen door rondzwervende benden onveilig gemaakt
en zijn gezag met voelen getreden. De stad
Arnhem ontzeide hem alle gehoorzaam-
heid zoo lang hij een gevangene, door hem aan het regtsgebied harer schepenen
onttrokken, niet weder had uitgeleverd; en eens weigerde zij onbeschroomd voor eene
kleine somme gelds borg voor hem te blyven (2). Twee zijner hovelingen, werver
en AREND PRAiïGER, als boden onder zijn vrijgeleide uit
Grave naar Arnhem gezon-
den , en welke, om
Nijmegen te mijden, door het land van Kleef waren gelrokken,
1463 werden door
adolp overvallen, mot geweld uit de kerk te Zellein, waarin zij gevlugt
waren, weggesleept en geboeid naar
Nijmegen gevoerd. Arnoud drong onmiddellijk
op de slaking zijner boden aan; maar adolp , welke den inhoud des briefs bevroedde,
liet dien ongeopend tot zij, reeds den dag na hunne gevangenneming, onthalsd
waren (3).

Onderlusschen was do openbare tegenstand , die zich hoofdzakelijk bij Nijmegen en
den omtrek bepaald had, door do zwakheden en misslagen van
armoud ook over de
kwartieren van
Arnhem en Ziitphen uitgebreid. Beide sloten nu met Nijmegen een
verdrag van onderlinge zamenwerking tot bevordering der algemeene belangen, en van
hulp en bescherming tegen alle geweld en aanranding (4). Ten hoogste verbolgen
over den moord aan zijne boden gepleegd, daagde
arnoud zijnen zoon op eenen landdag
van do Ridderschap en steden te
Ziitphen, om zich te komen verdedigen; maar adolf
in slede van daaraan te voldoen, ging zich nevens zijne moeder op de Veluwe met
cle jagt verlustigen, overtredende daardoor tevens de grenzen van hel hem afgestane
gebied. Op 'sHerlogs verwijlingen en vermaningen antwoordde hij slechts, dat hij
zich ter behoorlyke plaats wel zou verontschuldigen.
Arnoud moest uit gebrek aan
niagt zich hiermede tevreden stellen, en konde alleen zijne klagten over de kwade
trouw en den overmoed zijner naaste betrekkingen hernieuwen, daar ook zijne boden,

;

(1) PONTANUS, Rist. Gelr. Lib. IX. p. 517, 519, 520.

(2) NiJiioFF, Gedenkio. uit de Gesch. ν. GelderL D. IV. bl. XCVII, XCVIII.

(3) Oude Holl. J)iv. Kron. Div. XXIX. c. 37. pontanus, Eist. Gelr. Lih, IX. p. 521. SLicn-
TEsnoRST, Geld. Gesch. U. IX. M. 253.

(4) NIJIIOFF, Gedenkw, uit de Gesch. ν. Geldei-l. D. IV. bl. XCVIII.

ocr page 163

DES VADERLANDS. 163

onlangs aan de Hertogin Katharina afgevaardigd, opgehouden en schimpend langs
zyn hofgebouw te
Graoe gevoerd waren (1).

Builen twijfel had filips van Bourgondi'è in dit alles gewerkt. Adolf ten minste
begaf zich kort daarop naar
Brussel^ en ondernam vandaar met een gevolg van Ede-
len eene tweede bedevaart naar
Jeruzalem. Hij keerde als Ridder der orde van
st. jan aan het Bourgondische Hof terug, waar hij met de meeste onderscheiding ont-
vangen werd. De Hertog vereerde hem met het rïdderteeken van het Gulden Vlies,
verloofde hem aan zijne nicht
Katharina van Bourbon^ zuster der Gravin van Cha-
rolois ^
en de Hertogin Katharina, die zich te Brussel bevond, begiftigde hem met
de inkomsten van den tol te
Lohede^ die haar echtgenoot aan haar had afgestaan (2).
Niet ongegrond is het vermoeden, dat toen door Hertog
filips, do Hertogin katharisa
en ADOLF van Gelre, elk om zijne byzondere oogmerken te bereiken, die verfoeye-
lijke aanslag tegen
arnoüb gesmeed werd, welke hunne nagedachtenis voor altijd ge-
schandvlekt heeft (3).

Blijkbaar om arnouds toestemming tot dit huwelijk te verwerven, keerde adolp in
Gelre terug, ten einde zich met zijnen vader te verzoenen. Op sterken aandrang van
zijn oom ■
vyillehi van Egmond^ wien hij in den arm had genomen, werd hem de toe-
gang tot
arkoud vergund. Met uiterlijke tcekenen van opregt berouw viel hij den
beleedigden Vorst te voet, bekende zijnen misslag en smeekte, onder plegtige belofte
zich voortaan als een waardig zoon te gedragen, om'vergiffenis.
Arnoud diep be-
wogen schonk hem die van harte, gaf hem op nieuw blijken van toegenegenheid en
liefde , en vaardigde die stukken uit, welke tot voltrekking zijns huwelijks vereischt
werden. De Hertogin
Katharina verzoende zich insgelijks met haren gemaal, en 1464
Averd met hem te
Arnhem feestelijk onthaald. Adolf hield zich meesttijds aan het
Hof zijns vaders te
Grave op en verkeerde met hem op de minzaamste wijze. De
zoo lang gewenschte eensgezindheid scheen in het hertogelijk gezin geheel hersteld
en lenigde aanmerkelijk de smart, welke het overlijden der Koningin van
Schotland
in het begin des jaars verwekt had. Arnoitd en adolf , willem van Egmond met
zijn oudsten zoon
jan , do Hertog van Kleef en de Graaf van Meurs waren te Kui-
lenburg
tegenwoordig bij het sluiten van het huwelijk tusschen frederik van Eg-
mond
, den jongeren zoon van willem , en aleida , de oudste dochter des Heeren

(1) roNTARüs, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 521. sLicnTEnnonsT, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 253, 254,

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 37. poktards, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 522. sucu-
TENüORST, Geld. Geseh. ΰ. IX. bl. 254.

(3) sijHOPF, Gedenkw. uit de Gesch, v, Gelderl. D. IV. bl. C.

21 ^

ocr page 164

IGi ALGEMEENE GES Gill EDEN ï S

3433—van Kuilenburg^ en bozegelden gezamenlijk de voorwaarden dier echlverbiml-
Icnis (ij.

Blaar deze kalmte is slechts do voorbode van den naderenden storm, welke over den
argeloozen
arnoud zal losbarsten. De ontaarde adolp en zyno snoode moeder hebben
maatregelen genomen, om het schandelijkst verraad legen den vader , den echtgenoot
en den Vorst te plegen.
Καϊπακινα begeeft zich naar Grave onder voorwendsel van
met haren gemaal het Kersfeest te vieren, en wordt door hem met ongehuichelde
minzaamheid ontvangen. Veertien dagen gaan in ongestoord genoegen voorbij , het-
welk door do aankomst van
adolf met een klein gevolg nog verhoogd wordt. De
felle wintervorst heeft do grachten loegevrozen en eenen^veg naar het slot gebaand.
Arnoud beveelt uit gepaste voorzorg, hel ijs te breken, doch laat op verzoek van
ADOLF, een gedeelte ongeschonden, om hem en zijne gezellen niet van het ijsvermaak
te berooYcn. Men vermoedt, men denkt aan geen verraad, en de dag lot uitvoering
van hel schelmsluk bepaald, wordt opgeruimd en in volle vreugde doorgebragt. Al
de leden van het hertogelijk gezin zijn aan den vrolijken disch bijeen geweest, en tol
laat in den avond duurt het feest voort. Maar Ie midden der onbezorgde vreugde
wordt
adolf, terwijl hij en zijn neef prederik van Egmond zich met hel schaakspel
9 V. vermaken, in hel geheim berigt, dat de burgers van
Nijmegen mei οττο
ΜΐΓαπ(ί nekdrik van Bijlant, ayijnand van Arnhem, gijsbert van Randwijk en
J4f)5 coRNELis
van Μ er wijk gekomen zijn en de dansmuzijk als leeken van aanval af-
wachten. Om zijne prooi onvermijdelijk Ie treffen, vermaant
adolf zijnen vader, zich
aan het gewoel der luidruchtige gasten Ie ontrekken en geleidt zelf hem naar het
slaapvertrek. Maar naauwelijks is de Hertog ingesluimerd, of een geweldig geraas aan
de deur wekt hem op. Nog aan spel en scherts denkende roept hy uil: »Kinde-
ren! ik ben te oud om langer het feest bij te wonen; laat mij met vrede." Nu drin-
gen do gewapenden met ontbloote zwaarden binnen, gelasten hem op Ie staan en hen
te volgen. »Wal is er van mijn zoon geworden?" vraagt de bezorgde grysaard,
meenende dat het slot door vijanden overrompeld is. Op dit oogenblik treedt de ver-
rader zelf binnen, »Mijn vader!" zegt hij, »geef u over; het moet nu zoo wezen." —
»0 Mgn zoon! wat doet gij ray ?" roept de oude man weenend uil, terwijl men hem
van zijne legerstede sleept. Als eene gunst smeekt en verwerft hij van zyne Irouwlooze
gade en snooden zoon, dat men hem niet in handen der Nymegers, zyne bitterste
vijanden , overlevert. Half gekleed wordt hij op een paard gezet en in hel holste van

(1) Tiijnoi'F, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bi. C. Verg. Oude Holl. Dit'.
Kron.
Üiv. XKIX. c. 37. po.-stasxjs, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 522. SLicuTE:^noRST, Geld. Gesch.
1$. IK. hl. 2.34.

ocr page 165

DES VADERLANDS. 1G5

den guren wioternachl meedogenloos hijna Tier uren ver naar liet versterkle tolhuis te 1433—
Lohede gevoerd. Met hem waren frederik van Egmond nevens eenige andere Rid-
ders en leden van zijn hofgezin gevangen genomen. Den volgenden nacht werd hij ,
denkelijk uit vrees voor den Hertog van
Kleef ^ naar het slot te Buren overgebragt
en aan de zorg van οττο
van Bijlant toevertrouwd (1).

Zoodra den Kleefschen Vorst arhoud gevangenneming bekend werd, vermaande hij
KATiiARiKA CU ADOLF, hcm op vrijo voelen te stellen en bood zijne tusschenkomst
lol vereil'ening der geschillen aan, hetgeen door de Hertogin ontwijkend beantwoord
werd (2). De Hertog van
Bourgondi'è zweeg en gaf daardoor voedsel aan het ver-
moeden, dat dit feil niet zonder zijne voorkennis, zoo niet goedkeuring gepleegd
was. Behalve in
filips vond adolf eenen bondgenoot in den Graaf van Meurs ^ met
Nvien hij het vroeger gesloten bestand voor tien jaren verlengde. Doch zijn hoofd-
steun bestond in do landzaten zelve, die
arnoud door zijne ongelukken, gebreken
en zwakheden, over het geheel van zich afkeerig gemaakt had. Vandaar dal hel
gewetenloos bestaan van
adolf niet de algemeene verontwaardiging des volks opwekte;
vandaar dat de diepgehoonde Vorst aan de mishandelingen eens verraders werd over-
gelaten, die de heilige pHgten van zoon en onderdaan roekeloos had geschonden en
wien men evenwel voor Heer erkende (3).

Omtrent veertien dagen na de gevangeneming van arkoud, riep adolf devier hoofd-
steden Ic
Nijtnegen bijeen en verontschuldigde zijn gedrag togen zijn vader uil het
beginsel van dringende noodzakelijkheid, doch meende de hoofdbeweegreden daartoe
uit kieschheid te moeten verbergen, ofschoon zij hem, gelijk hij beweerde, voldoende
in het oog der wereld zou reglvaardigen. Hij beloofde vervolgens do handhaving en
bescherming van elks regten en vrijheden, en dat hij een goed Heer zou wezen, indien
men goede onderdanen zyn wilde. Terstond werd hij door
Nijmegen ^ spoedig daarna
door
Ziitphen en Arnhem als wettig landsheer erkend, en vervolgens in do steden
gehuldigd, welke hij wederkeerig in hare voorregten bevestigde en de handhaving
daarvan bezwoer.
Roermonde alleen en de steden van dat kwartier, Fenlo uitge-
zonderd, weigerden hem te huldigen, niettegenstaande den Roermonders bepaaldelijk
vergiffenis was toegezegd voor hetgeen zij tegen hem misdreven hadden (4). Zelfs

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXIX. c. 37. poktamüs, Uist. Gelr. Lib. IX. p. 524, 525.
slicnxennorst, Geld, Gesch. Β. !X. bl. 250. mjuoff, Gedenkw. uit de Gesch. v, Gelderl. D.IV.
]>!. Cl, CIL KEMP,
Beschr. v. Gorinchem. bl. 318.

(2) POKTAsus , Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 525. slicdteruobst , Geld. Gesch. Ii. IX. bl. 25ö.

(3) Vergel. rijooff, Gedenkw. uit de Gesch. r. Gelderl. D. IV. 1)1. CIII.

(4) KijuopF, Gedenkw. uit de Gesch. ν, Geldcrl, D. IV. bl. CIV.

ocr page 166

1830 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

J433—arnouds afstand van het gebied, bragt hen Toorloopig lol geene andere gedachten.
^^^^ Hetzij de bedreigingen van
adolf, of de vermaningen der sluwe Katharina in over-
eenstemming met den wensch haars zoons en dien van het grootste gedeelte des volks
den Vorst, door rampen en wederwaardigheden ontmoedigd, tot dien stap bewogen
hebben, zeker is dat beide
arnoud en Katharina verklaarden, dat zij een ontwerp
volvoerden reeds lang bij hen tot welvaart en heil van den Slaat gekoesterd, door
19
v. volkomen afstand te doen van de hertogdommen Geli'e cn Gulik en van het graaf-
ma^and schap
Zutphen ten behoeve van hunnen beminden eenigen zoon adolf en zijne
1465 erven. In afzonderlyke brieven Averd dit aan do hoofd- en kleine steden, aan de
ambtlieden, drosten en burgvoogden medegedeeld, elk in het bijzonder van zijnen
eed ontslagen en op het ernstigste vermaand,
adolf als erfheer te huldigen. Deze
brieven waren niet alleen naar gebruik rnet het zegel, maar tot meerder waarborg,
ook door de eigenhandige naamteekeniog des ouden Hertogs bekrachtigd (1). .

ί
i

Willem vanEgmond bleef echter halsstarrig weigeren zijnen neef adolf te erkennen
en sterkte de Roermonders in hunnen tegenstand. Zijne goederen in
Gelre werden
deswege aangeslagen, en schadevergoeding werd van hem geeischt voor de nadeelen,
welke hij in het gevecht bij
Venlo aan adolf had toegebragt. De Graaf van Meiirs
trachtte beide op eeno zamenkomst te Arnhem te verzoenen. Doch adolf keerde zijnen
oom den rug toe zonder hem te woord te staan, en vorderde van hem op hoogen toon
bij monde van den Graaf, twintigduizend Rijnsche guldens boete , of afstand van de in-
komsten der lollen te
IJsseloord, »Is dit het loon," riep van egsiond verbitterd uit,
» dat ik zoo dikwerf zijne voorspraak bij zijnen vader geweest ben ? Is het niet ge-
noeg, dat hij mij van eenen beminden broeder en geliefden zoon beroofd heeft! Wil
hij mij nu ook nog mijne bezittingen ontrooven?" Daarop snelde hij te paard naar
zijn slot te
Baar, zond aan verschillende steden en aan den Hertog van Kleef
i brieven uil, in welke hij in het breede de trouwelooze handelwijze van adolf
tegen arnoud ontvouwde, de ellende schetste in welke het toenemend onregt en ge-
weld het land zouden storten, en aller raad en hulp inriep, om den mishandelden
Vorst uit de banden zijns eervergeten zoons te verlossen. Dit bleef niet zonder uit-
werking. De Hertog van
Kleef met wien de onderhandelingen over het bezit der
landen van
Wachtendonk en van de DufJ'ely op welke adolf aanspraak maakte,
vruchteloos waren afgeloopen, en
gerard van Kuilenburg, de schoonvader van den
gevangen
frederik van Egmond^ verbonden zich met willem van Εgmond cn

ï I

r- f 3

. ϊ·
i

f
4

(1) Kunorr, Gedenkic. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CV en de aldaar aangehaalde
Oorkonden. Verg. poktakus,
Jiist. Gelr. Lib. IX. p. 526. slichtekhobst , Geld. Gesch. JB. IX.
bl. 256.

Φ

ocr page 167

DES VADERLANDS. 167

oudsten zoon jan, om binnen veertien dagen, zoodra één van hen dit verlangde, adolf 1433—

1482

den oorlog te verklaren ; elk zou voor eigen rekening met al de magl over welke jg
hij beschikken konde , tegen hem optrekken en geen zoen treffen vóór dat
arnoud en Win-
FREDERiK geslaakt waren. Vervolgens trachtten zij door brieven de Gelderschen van j4g5
de regtvaardigheid hunner zaak te overtuigen en hen tot medewerking op Ie wekken (1).

De bondgenooten bij wie filips van Wassenaar en een groot aantal Kleefsche Rid-
ders zich voegden, ontzeiden weldra
adolf, die bij den*·adel, de ridderschap en de
sleden van
Gelre steun vond. Niet alleen werd hém eene algeraeene schatting toege-
staan, maar
ISijmegen en de kleine sleden met de Ridderschap der Veluwe voorza-
gen hem daarenboven van gewapende manschappen, krijgsbehoeften en geld.
Jan van
Arendaal ^
Heer van Well ^ Hendrik van Bijlant ^ Burggraaf van Nijtnegen, gus-
bert
van Bronkhorst, Heer van Batenburg y -akixmn van Wisch, wunanü »öm
Arnhem en dirk van der Horst behoorden onder die Edelen en Ridders, welke uit
allo oorden des lands met hunne mannen te zijnen behoeve opkwamen.
Jouan momme,
Landdrost van Zutphen, ontving van hem bevel, den burgers van Doesburg door
minzaamheid voor zich te winnen, uit zijn huis te
Keil voor do veiligheid der om-
streken te zorgen en den vijand zooveel mogelijk afbreuk te doen. Toen
momme,
overeenkomstig dien last, eens in de Lijmers stroopte, maakte wili,em mw jf^mowi/,
door verslandhouding met do burgers, zich bij verrassing meester van Arnhem en 27v.
noodzaakte de regering, Hertog
arnoud trouw te zweren. ïe vergeefs trachtte hy
Wageningen te bemagtigen en Harderwijk en Ε Iburg aan adolf te ontrukken, 1466
welke hen ten ernstigste waarschuwde op hunne hoedo te zijn (2). Ondertusschen
verwoestte de Hertog van
Kleef te vuur en te zwaard de boorden van den Rijn
cn den IJssel, roofde eene menigte vee weg en voerde bij een uitval der Nij-
megers, vierhonderd burgers gevangen met zich.
Adolf viel nu in het gebied van
Kleef ^ stak ondersclteidene dorpen in brand , en keerde met veel roof en gevangenen
lerug (3). Zijn aanslag op
Kuilenburg daarentegen mislukte. Na een scherp gevecht
met de burgers, moest hij zich door de vlugt redden en leed een gevoelig verlies aan
gesneuvelden en gevangenen (4). Een gedeelte zijner benden, onder aanvoering van
OTTO, Heer van
Vuren, overrompelde en verwoestte IJsselstein, de eigendom van

(1) Oude Holl. Div. Kro7i. Div. XXIX. c. 48. pontakus, Hist. Gelr, Lib. IX. p. 527 , 528.
si.iciitesnorst , Gclcl Gesch. Ιί. IX. 1>I. 257. νμπορρ, Gcdenkio. uit dc Gesch. v. Gelderl. Ό.

1,1. CV—CVII.

(2) KunopF, Gedenkw. uil de Gesch. ν. Gelder/, ü. IV. bi. CVIII.

(3) SLICHTESIIORST, Ge/d. Gesch. Β. IX. bl. 257.

(4) poNTAiius, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 529.

ocr page 168

ALGEMEENE Γχ Ε S C ΗIΕ D Ε Ν 1S

1433— FREDERIK van JEgmond, die onlangs uit zijne gerangenis ontsnapt was. De overwin-
^^^^ naars trokken vermetel met den buit naar
Gorinchem ^ maar werden als ge^γeldenaars
en schenders van het Hollandsch grondgebied, voor wier moedwil de gewyde plaatsen
zelfs niet veilig geweest waren, op last van Hertog
pilips gevangen naar den Haag
gevoerd en vijf en veertig van hen, naar vonnis van het Hof, onthoofd (i). De om-
standigheid , dat
FiLips voor den hoon hem aangedaan van adolf zeiven geene voldoe-
ning eischle, getuigt dat hem, hoezeer hy den schijn van onzydigheid bewaarde, do
staatsverandering in
Gelre niet ongevallig was (2). De inwendige twisten der naburen
aan zijne bedoelingen dienstbaar te maken, was het hoofdstreven van dien heersch-
zuchtigen Vorst.

Het stroopen en verwoesten werd wederzijds nog maanden achtereen, meest ten
koste der landbewoners voortgezet; menschen en vee werden geroofd, do oogsten ver-
nield, de boomgewassen omgehakt, de woningen verbrand en de bloeijendste oorden
van
Gelre in woestenyën herschapen. In een dezer rooftogten ^yerd jan van Egmond
gehangen, en kort daarop bestormden do Nijmegers het slot Vrienenstein in de O eer-
Betuwe,
een eigendom van willem van Egmond (3). Adgi.f versterkte een ge-
2gY deelto der oevers van
Maas en IJssel en verlengde het verdrag met Giilik voor den

Zomer-t[jj yau tien jaren. Hij werd ook in het kwartier van Roermonde als Landsheer ge-
maand ' _

1460 huldigd, en nog vóór het einde des jaars van den pauselïjken ban ontheven, in wel-
ken hij, hetzij om do gevangeneming zijns vaders, hetzij om eenige kerkschenderij
geraakt was. Nu Irok hij ten tweedenmale in het gebied van
Kleef ^ plunderde en
verbrandde eenige dorpen en gehuchten en sloeg het beleg voor
Kranenhurg. Hek-
DRiK van Apelteren en andere Edelen verloren voor deze welversterkte en welverde-
digdo vesting het leven , waarna
adolf met den elders behaalden buit naar Nijmegen
terugkeerde (4). De vijandelijkheden werden evenwel spoedig door het onderhandelen
over het slaken van Hertog
arnoud , voor eenigen lijd geschorst. Met veel moeite
kwam men eindelijk betrekkelijk dit punt tot een tweeledig voorstel.
Adolf zou zij-
nen vader ontslaan en hem het slot te
Buren ^ te Lohede of elders ten verblijf en
levens een onderhoud naar rang en stand aanwyzen; bij dag en wanneer geene rui-

h

ί:ίΙ

'ï'l S

f i

- ' r

Ii

(1) Oude Holl. Div. Kron. üiv. XXIX. c. 48. pontanüs , Hist. Gelr. Lib. IX. p. 529.
SLICIITEKUORST, Gclcl. Gesch. Β. IX. bl. 257 en HunorF, Gedenkiü. uit de Gesch. ν. Gelderl.
D. IV. bl. CVlIi. voet v. outiieüsdeiï, Beschr. v; Culemborg. bl. 109.

(2) KunoFF, Gedenkw, uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CIX.

(3) ÎºÏ€Î·Î¿Î“Ρ, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. Jd. IV. bl. CIX.

(4) pontanüs, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 529. slicutenhorst , Geld, Gesch. Β. IX. bl. 258 , 259.
MiJnoFF,
Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CX.

163

'i*

ocr page 169

DES VADERLANDS. 169

Iers in het veld waren , zou hij vrij en ongehinderd mogen in- en uitgaan, en onder 1433—
behoorlijk toezigt, zi<?h met rijden, wandelen, jagen en visschen verlustigen; of,
ARNOUD zou uit zijue gevangenis geslaakt maar zoo bewaakt worden, dat hij tegen
het bestuur zijns zoons niets konde ondernemen. Beide voorstellen, in welko van
AKNOUDS herstelling in het bewind geen woord gerept wordt, werden aan het oordeel
des Graven van
CharoloL·' onderworpen , die binnen eene maand uitspraak zou
doen (1).
adolf was nu door Gultk, Kleef Gn Kuilenburg voor Hertog van Gelre
en Graaf van Zutphen erkend , en verdroeg zich als zoodanig met willem van Eg-
mond
en andere tegen hem verbonden Edelen betrekkelijk hunne eischen en aan-
spraken, welke hij even als die met
Kleef en Kuilenburg regelde. Insgelijks ver-
zoende hij zich ten laatste met de stad
Arnhem wier regten en vrijheden hersteld ,
wier ontnomen goederen teruggeschonken en Avier ingezetenen in genade aangenomen
zouden worden. Doch
willem υαη Egmond^ op do onvoorwaardelijke slaking van Hertog
ARNOUD aandringende, bewerende dat deze bij de overeenkomst was uitgemaakt, terwijl
ADOLF daarentegen haar van do uitspraak des Graven van
Charolois afhankelijk stelde ,
hield
Arnhem bezet en stroopte van daaruit in de Feluwe. ïe vergeefs traden do
Hertog van
Kleef en de Graai van Meurs als middellaars op. Er werden weder vij-
andelijkheden gepleegd;
egmond's volk slak fVageningen in brand, en adolf maa|Lto
zich meester van het blokhuis aan
de Praast legen over Arnhem^ welke stad hij ook
van de andere zijde trachtte aan te tasten en tot dat einde eenige bolwerken Het op- ^
werpen. Hij sloot tevens een verbond van onderlinge verdediging met den Aartsbisschop Herfet-
van
Keulen, die uit hoofde van zijn slecht bestuur, met de voornaamste inwoners zijner ƒ
zetelstad in onmin geraakt was (2).

De Hertog van Kleef, met wien zich de misnoegde Keulenaars hadden vereenigd,

δ ^

de Heer van Egmond^ zijne beide zonen jan en frederik en de stad Arnhem ^ bij ^vjjn.
wie zich later de Heer van Kuilenburg voegde, verbonden zich nu op nieuw legen
ADOLF , welke van alle kanten gedrongen, het beleg van
Arnhem staakte en zich naar
het Overkwartier wendde, om de Kleefschen gade te slaan, welke bezet

hielden en het ambt Kriekenbeek bedreigden. Doeaharg viel op nieuwjaarsnacht door
verraad in hunne handen, werd uitgeplunderd, gedeeltelijk verbrand en een aantal
burgers met den buit naar
Kleefsland gevoerd. Onder de gevangenen was de wak-

(1) KiJBOrF, Gedenkw. uit de Gesch. c. Gelderl. D. IV. bl. CXI en de aldaar aangehaald«
Oorkonden. Verg. pomscs,
Jiist. Gelr. Lib. IX. p. 530. slichterdobst , Geld. Gesch. Β. IX.
bl. 259.

(2) KunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXIl, CXlIi.

II Deel. 3 Stuk. 22

ocr page 170

370 ALGEMEENE G Ε S G Η lED EK 1S

kere drost jan momme , die in spijt van alle beloften, bedreigingen en mishandelingen,
standvastig weigerde zijn slot
Keil over te geven , hetwelk dan ook de bezetting voor
adolf, wien zij trouw gezworen had, bewaarde (1). adolf , om zich te meer van do
trouw der Zulphenschen te verzekeren, verklaarde zich uitdrukkelyk tot bunnen hoofd-
heer in den krijg tegen
Kleef ^ die met vernieuwd geweld werd voortgezet, en stelde
zich borg voor de nadeelen, welke zy lijden mogten (2). De landen van
Kuik en Kes-
sel
werden door de Kleefschen, en de Lijmers door de Gelderschen een ^ooneel van
verwoesting.
Cornelis van Merwtjk, drost van Kuik , sneuvelde in een hevig ge-
vecht tegen den Hertog van
Kleeft en zijn volk werd op de vlugt gejaagd (3). Roem-
rijk werd deze nederlaag door
adolf nabij Stralen gewroken. Ongeveer anderhalf uur
van daar lag het welbezette
Wachtendonk, en het was den Hertog van Kleef zeiven
gelukt deze belangrijke plaats , door welke hij de omstreken in bedwang hield, van
het noodige te voorzien. Om hem den terugtogt af te snijden of slag te leveren, be-
zette ADOLF den volgenden morgen vroegtydig met zes duizend voetknechten en acht
honderd ruiters, onder welke zich twee honderd Keulschen bevonden, do engte langs
Zomer Kleefschen trekken moeslen. De vijand daagde vi^eldra op met vijfduizend

maand voetknechten en twee duizend vier honderd ruiters, of naar anderen, doch zeker
geheel overdreven, met negen duizend man te voet en twee duizend te paard.
Toen do twee legers len strijd geschaard , wederzyds eenige bevelhebbers door de
beide aanvoerders tot Ridders geslagen, en de banieren ontrold waren, besteeg
adolf
zijn ros en sprak zijne slrijdgenooten aan: « Laat u niet verschrikken door het trompet-
geschal en het vervaarlijk krijgsgeschreeuw der vijanden; houdt moedig stand en doet
wat u bevolen wordt; met hulp van God en van de Heilige Maagd, onder wier leus wij
strijden, zal ons dezen dag eer en goed ten deel worden." Men vindt ook verhaald,
dat hij vóór het aangaan van het gevecht eene plegtige gelofte deed, zynen vader in
vrijheid te stellen, indien hij de overwinning behaalde. Driemaal vallen de Kleefschen
aan, driemaal worden zij met verlies teruggeslagen, waarbij echter ook menig dapper
Gelderschman sneuvelt, en
adolf zelf op twee plaatsen gewond wordt. Eindelijk
moeten de Kleefschen het slagveld verlaten dat met hunne'legerteekens en verslagenen,
onder welke de Graven van
Nieuwenaar en van Ronckel, bedekt is. De Aarts-
bisschop van
Keulen is middelerwijl zelf aangerukt en vervolgt de vlugtenden van

1468

(1) PONTANUS, Rist. Geil'. Lib. IX. p. 531, 532. siicnxENnoitsT, Geld. Gesch. Β. IX. hl.
259, 260.
KiJuorr, Gedenhv. uit. de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. GXIII, CXIV.

(2) KiJHOFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXIV.

(3) PONTAKiis, liist. Gelr, Lib. IX. p. 532. slichtekhorst Ge/ci. Gesch. ß. IX. bi. 261.

ocr page 171

DES' VADERLANDS. 171

welke vele aanzienlijken in zgne handen vallen, en waaraan de Hertog van ^Zee/te 1433—
naauwernood ontsnapt (1).

De slag bij Stralen bad zoowel de krachten der overwinnaars als die derr overwon-
nenen uitgeput. Men begon derhalve aan een bestand of vrede Ie denken, waartoe
Hertog KAKEL
van Bourgondie reeds vóór den bewusten veldslag, den Hertog van
Kleef en den Heer van Egmond vermaand had. Eindelijk bragt de Graaf van Meurs
eene verzoening tusschen adolf aan de eene en egmond met de stad Arnhem aan de
andere zijde tot stand.
Arnhem zou adolf op nieuw als Heer huldigen en hijdevry-
heden en voorregten der burgers over het geheel bevestigen; de uitgewekenen zouden Wi»!
onder zekere bepalingen terugkeeren en in hunne goederen en waardigheden hersteld ^j^^g
worden, terwijl de Heer van
Egmond^ van al zijne verbindtenissen met die stad zou
afzien. Vier dagen later werden de punten dezer overeenkomst ten uitvoer gelegd (2)
Kort daarop
Lsloot adolf, door tusschenkomst des Hertogs van Bourgondié^ te Gent
een bestand met den Hertog van Kleef waarbij hem Wachtendonk teruggegeven en
het regt verleend Averd , die goederen in te lossen, welke
Kleef nog van Ge/rein pand ^
had; daartegen zou hij den Heer van
Egmond ih diens bezittingen, welke binnen de
grenzen des hertogdoms gelegen waren, herstellen. Hoe weinig
adolf de vrede ernst
was, bleek toen hij straks na zyne terugkomst uit
Gent een verbond sloot met gijs-
BERT van Bronkhorst, Heer van Borkulo, hetwelk te Zutphen door de steden des
Graafschaps, den landdrost en vele uit de Ridderschap mede bezegeld werd, waarbij
men beloofde, elkander in den oorlog te ondersteunen.
Egmokds wantrouwen op
adolf was alzoo niet ongegrond; en uit vrees, dal op nieuw zijne goederen mog-
ten aangeslagen worden, dewijl hij geweigerd had op een aangewezen slot te
verschijnen, verwierf hy op zijn verzoek veilige hoede van Hertog
karel van
Bourgondie y
wiens herauten voor zijne bezittingen de wapens van hunnen meester
aansloegen in spijt der ingezetenen, welke deze teekenen van vreemd gezag in
hun midden ongaarne duldden (3). Hier uit bleek, dat
karel den aanhang van
egmond als den verongelijkten beschouwde, welken hy, overeenkomstig de magl
hem bij het Gentsche verdrag toegekend, in zijne bescherming nam. Ongetwijfeld zal
dit de reden geweest zijn, dat in dien lijd de Gelderschen door brieven aan de voor-

(1) poKTAKts, Jlist. Geit'. Lib, IX. p. 532, 533. sLicnxEKnonsT, Geld. Gesch. Β. JX. 1)1.
261, 262.
KiraoFF, Gedenkw. uit dc Gesch. ν. Gelder!. D, IV. bl. CXIV, CXV.

(2) KiJHoiF, Gedenho. uit de Gesch. ν. Gelderl D. IV. bl. CXVI.

(3) poKTAifus, Hist. Gelr. Lib, IX. p. 533, 534. slicdtendorst , Geld. GescL li, IX, bl. 202.
KunoFF,
Gedenho. uit de Gesch. ν. GelderU Ü, IV. bl. CXVII.

19*

ocr page 172

172 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—naamste sleden van Holland en het Sticht. wederkeeriff de E^mondschen van schen-
1482 ...

ding des onlangs gesloten bestands beschuldigden. Hoe dit zij, het gedrag van karel

verwekte wantrouwen, en de Graaf van Meurs waarschriwde adolf, zijne Ridderschap

1, J. V

Loinv- hoofdsteden Nijmegen^ Zutphen en Arnhem ten ernstigste, op hunne

hoede te zijn. Want ofschoon in de helft des vorigen jaars karel als Hertog van
Brahand, zijn schoonbroeder adolp rnet de goederen, welke deze in dat gewest
bezat beleend had, omhelsde hij evenwel de zaak van
arnoud. Hij beschouwde dien
Vorst als het slagtoffer van den overmoed der steden en gemeenten, wier opkomst
hem even geweldig hinderde, als
filips die begunstigd had om zich bij de burge-
rijen aangenaam te maken, hetgeen zijne trotschheid versmaadde; hij en
filips
streefden naar hetzelfde doel, de heerschappij over Gelre, maar betraden eenen
verschillenden weg, om het te bereiken (1).

Het zij op aansporing des Hertogs van Bourgondië, het zy uit eigen beweging ,
bragt Paus
patjlus Π aan adolf in eenen brief zijn verfoeijelijk gedrag tegen zijn
vader nadrulikelijk onder het oog, wees hem op het gevaar waaraan het volharden in
zijne boosheid hem onvermijdelijk blootstelde en vermaande hem dringend, den be-
jaarden Vorst te ontslaan, wiens dood hij uit begeerte naar heerschappij niet mögt
verhaasten (2).
Adolf riep nu, wel of kwalijk gemeend , zijne Ridderschap en sleden te
Nijmegen bijeen , doch konde hare toestemming tot de slaking zijns vaders niet verwerven;
zelfs zoo ver ging de afkeer voor
arnoud, inzonderheid bij de Nijmegers, dat men
openlijk verklaarde, liever den hals aan den bijl des beuls over te willen geven, dan
onder zijne heerschappij of dwiogelandij terug te keeren (3). De Hertog van
Bour-
gondiër
wiens tusschenkomst tfer bevrijding van arnoud door den Paus en den
Keizer was ingeroepen, ontbood kort daarop
adolf naar Hesdin in Picardië, waar
zich toen het Bourgondische Hof bevond, om zich tevens legen de klagten des Herlogs
van
Kleef en des Heeren van Egmond te verantwoorden. Met een gevolg Tan zestig

10 v. paarden vertrok adolf uit Grave en werd door lodewijk , Hertog van Savoije^ en

Wiin—

maand, andere Grooten pleglig ingehaald en bij karel luisterrijk ontvangen. Na vele en
vruchtelooze onderhandelingen, dewijl hij steeds op de ongenegenheid des volks met
betrekking tot zijn vader zich beriep , gelukte het den Hertog van
Bourgondië ein-
delijk aan een maaltijd onder scherts en ernst, van hem een bevelschrift te verwerven,
waarbij de slotvoogd van
Buren gelast werd , arnoud aan de Heeren Hendrik van Perweis

(1) KunoFF, Gedenkw. uit de GescL v. Golderl. I). IV. bi. CXVII—CXIX.

(2) POKTANDS, Hist. Gelr. Lib. IX, p. 535. nunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelder!. D.
IV.
O ark, N. 495.

i

(3) POUTAKÜS, ïiist, Golr. Lib. IX. p. 530. slichte^dorst , Geld. Getch. B. IX. bi. 262, 263.

ocr page 173

DESVADERLANjDS. 173

en FiLips van Wassenaar^ de overbrengers van hel geschrift, uit Ie leveren (1).
verliet dan de oude Hertog na zes jaren den kerker , in welken hij wel naauw bewaakt was
geworden , maar waar het hem aan niets wat tot onderhoud en verkwikking des levens
strekte ontbroken en men zoo veel mogelijk getracht had, hem zijnen toestand aange- ^emi.
naam te maken (2). Van daar dat hij, op de vraag wat hem in de gevangenis
het ondragelijkst gevallen was antwoordde »het schelmstuk van mijn eigen zoon.
Alle ander leed en smaad ontving ik steeds als uit de hand der Voorzienigheid en
met een onverschrokken geest, overtuigd, dat de grootste Vorsten aan de grootste we-
derwaardigheden onderworpen zyn (3)." Over
Thiel werd hij naar Hertogenhosch
gevoerd en onder hel gejuich des volks ingehaald. Bovenal betuigde de Geestelijkheid
hare vreugde over de verlossing van eenen Vorst, die haar zoo vele blijken zijner ge-
negenheid en milddadigheid gegeven had (4). Herlog
karel ontving hem Ie
kort vóór de Koning van
Frankrijk zich van de sleden aan de Somme meester maakte.
Ernstig trachtte hij lusschen vader en zoon eene verzoening te bewerken en hoorde
dikwerf in zijnen groolen Raad den een tegen over den ander, maar was steeds ge-
tuige van den bitteren afkeer en haat, Avaardoor zij elkander met verwijtingen en
beleedigingen overlaadden en de oude Hertog zelfs eens zijnen zoon tot een tweege-
vecht uitdaagde. Eindelyk stelde hij hun bij monde van den Heer
de comines voor,
dat
adolf als Ruwaard of Voogd het bestuur over geheel Gelre voeren, en arkoud
de stad Grave ^ nevens een inkomen van zes duizend goudguldens en den titel van
Hertog behouden zou. ȕk wil liever mijn vader voorover in een put werpen en
hem naspringen, dan zulk een voorslag aannemen," was het ontaarde antwoord van
adolf. »Mijn vader," voegde hij er bij, »is vierenveertig jaar Herlog geweest, het
is nu tijd, dat ik het ook eens worde. Drie duizend goudguldens wil ik hem jaarlijks
toestaan, mits hij nimmer weder een voet op Gelderschen bodem zette."
Karel besloot
nu, om uit de Ridderschap en steden van
Gelre, op wier verklaarden weerzin
tegen
arnoud zich steeds adolp beroepen had, eenige afgevaardigden to ontbie-

(1) Oude Boll. Div. Kron. Div. XXX. C. 35. poktakus, Hist, Gelr. Lib. IX. p. 530, 637.
siicHTEsnonsT,
Geld. Gesch. ß. IX. L·!. 263. kuhoff, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. .}). IV.
bl. CXIX.

(2) NunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXX, (2). Deze getuigenis, welke
op echte bescheiden berust, bewijst, dat
de comi."!Es zijn tafereel te sterk kleurt, wanneer hij ver-
haalt, dat
arnodd in een kerker aan kluister gekloalen lag, waar builen een klein dakvenster, geen
licht kon doorstralen.
Memoires. Liv. IV. c^ I.

(3) nEiMcisiDS , Sophiol. Lib. I, C. 3. aangehaald in den Tegenxo. Staal v. Gelderl. bl. 102. (15).

(4) Oude Roll. Div, Kron. po.itasüs, en sucnTEnnoRST in dc boven aangehaalde plaats.

ocr page 174

-1-74 Î‘ L G Ε Μ Ε Ε Ν Ε G ES G H 1Ε D Ε Ν 1 S

1433—den, om zelf hun gevoelen Ie Tememen, Doch adolf , kwaad Termoeden opvallende,
verliet in het gewaad eens Franciskaner Monniks en alleen door zijn geheimschrijver
1471 DIRK van Brakel vergezeld de stad Arras, waar de Hertog van Bourgondië na hel
innemen^ van
Amiens door de Franschen, zich hegeven had. Hij wilde naar Gclre
ontsnappen; doch werd te Namen herkend en gevat, van hier naar/^«Yyoort/ew, toen
naar
Kortrijk gevoerd en aldaar gevangen gezet (1).

Ondertusschen hadden de Geldersche steden, welke de bedoelingen van Hertog
KARBL wantrouwden, uit vrees voor een onverhoedschen aanval op het herigt van
ARNOUDS vrijlating gewapende landlieden in dienst genomen, niettegenstaande reeds op
het einde des voorleden jaars de Bourgondische Vorst haar en de Ridderschap betrek-
kelijk dit punt gerust gesteld en zelfs aangespoord had, in hare trouw jegens
adolf
to volharden (2). Maar toen nu adolf te Namen in hechtenis was genomen , wierp
16
v. karel het masker af en droog nadrukkelijk bij de Gelderschen aan, om zonder legen-
spraak
arnoud , wien hij hulp en bijstand zou verleenen , te Eertogenlosch als hunnen
weltigen Heer te ontvangen. Doch de sleden verklaarden zich op nieuw en eenparig
voor ADOLF, besloten het land voor hem te bewaren en maakten zich tot eene
krachtige tegenweer gereed (3). De vier hoofdsteden verdedigden daarenboven in een
uitgebreid vertoog aan den Hertog van
Bourgondië haar gedrag met betrekking lol
ARNOUD, haalden de oude veeten legen hem weder op, verhieven de hoedanig-
heden van
adolf en braglen karel vrymoedig onder het oog, hoe hij zelf haar
vermaand had,
arnotjd niet weder als Heer te ontvangen, maar aan adolf , die
nu legen woord en belofte aan gevangen werd gehouden, getrouw te blyven. Ten
slotte verzochten zij den Hertog dringend haar niet, zoo als onlangs
Luik, aan de
vernieling prijs te geven, maar
adolf te ontslaan en de intrekking der pausselijke
bevelen legen
Gelre uitgevaardigd, te bevorderen (4).

De oorlog met Frankrijk verhinderde karel den Stoute^ de Gelderschen door
geweld van wapenen aan zijnen wil te onderwerpen. Hij gaf hun een verslag van
zijne vruchtelooze pogingen om vader en zoon met elkander te verzoenen, beriep

(1) NunorF, Gedenkw. uitlde Gesch. ν. GelderL D. IV. bl. CXXl. CXXIJ. CXXIX. Oor/:.
503, 505. Vgl. DE coMKEs, ßlem. Liv. IV. Ch. I. Oude Hall Div. liron. Div. XXX, C. 24.

pontaws, Hist. Gelr. Lih. IX, p. 539. de barante , Hist. d. Ducs. de Bourg. T. VlII,
p. 92, 93.

(2) NiJuorr, Gedenkw. uit de Gesch. ν. GelderL ü. IV. bl. CXXIl. Oork. N'. 502. roKTAKus,
Hist. Gelr. Lib. IX. p. 537. sucuxenhorst, Oeld. Gesch. Β. IX, bl. 263.

(3) KijHorr, Gedenkw. uit de Gesch. ν. GelderL D. IV. bl. CXXIII. Oork. 503.

(4) POKTAKUS, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 537—539. sLicnTERnonsx, Geld. Gesch. 1}. IX. bl. 264.

ocr page 175

DES VADERLANDS. 175

zich op de pausselijke brieven aan welke hij had moeten beantwoorden en verklaarde ,1433-

dat hij ADOLF, welke uit eigen beweging in persoon voor hem verschenen was, in
hechtenis had genomen , dewijl die Vorst in overleg met den Koning van
Frankrijk
ontvlugt was, Avien hij beloofd had, legen Bourgondi'è het zwaard op te vatten
zoodra hij in
Gelre teruggekeerd zou zijn; een vermoeden voor welks gegrondheid
volstrekt geen blijk gevonden wordt. Hij vermaande hen, zich voorloopig met
arnoud ,
zijn leenman, te verstaan en verzekerde, dat bij na afloop van den Franschen krijg,
de belangen van
adolf, zoo hij hoopte, tot genoegen der Edelen, Ridders en steden
van
Gelre zou behartigen (1). Hoe blijkbaar weinig indruk deze redenen, welke
meer van onvermogen dan van opregtheid in
karel getuigden, op de Gelderschen
maakten en hen ter gunste van den ouden Hertog stemden, verloor evenwel
aüsgui)
do hoop niet. Openlijk herriep hij zijnen afstand van het bewind, welke hem, gelijk
hij betuigde, «door zijnen ondeugenden en trouwloozen zoon'* met geweld was afge-
dwongen, en bood allen, die hem dadelijk als Heer erkenden, vergiifenis aan (2).
Maar op eenen landdag te
Nijmegen werd tusschen do afgevaardigden uit de Ridder- 27 v.
schap der kwartieren
Nijmegen, Arnhem en Zutphen en de drie hoofdsteden een
nieuw verbond gesloten, waarbij zij elkander togen allo inbreukmaking op hunne 1471
regten en vrijheden hulp beloofden, de handhaving der binnenlandscho rust door ge-
paste maatregelen verzekerden en verklaarden, in geval do Hertog aan de pand- en
rentebrieven te hunnen behoeve gegeven te kort deed, hem allo schatting, dienst of
bede te zullen weigeren (3). Ondertusschen was
ar3s:oüd, verzeld door den Heer
van Perweis en eenige Bourgondische benden, daar een wapenstilstand met Frank-
rijk
gesloten was, in Gelre gekomen en te Grave met vreugde ontvangen. Doch de
bezetting van het slot door gewapenden uit
Arnhem en Nijmegen versterkt, bood
onder den lotvoogd
klaas van Haaf ten en den Ridder jan van Donk, een vruch-
telozen tegenstand. Stormenderhand werd de voorburg veroverd en hel slol zelf kort 28 v.
daarna onder beding van lijfsbehoud voor de bezetting, overgegeven.
Roermond en ^g™^j'
Gelder vielen insgelijks arnoud toe, maar de overige sleden, bovenal op aandrang van
Nijmegeiij volhardden in haren tegenstand (4). Zij stelden zich niet alleen in slaat tot
eene hardnekkige verdediging, maar tasllen zelfs in weerwil der Bourgondische vrije

(1) kijüoff, Gedenkw. uit de Gesch, v. Gclderl. D. IV. bl. CXXiV. Oork. N^ 505.

(2) HiJiioFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Geldcrl. D. IV. bl. CXXV.

(3) NunoFF, Gedenkio. uit de Gesch. v. Gelderl. D. IV. Oork. N®. 509. Vßl. bl. CXXVil.

(4) Oude Holl. Divisie Kron. Div. XXX. c. 35. poktasus, Ilist. Gelr. Lib. IX. p. 540·
suaiTEnHORST, Geld.
Gesch. B. IX, bl. 265.

ocr page 176

176 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— hoede, de bezittingen van Willem van Egmond aan. De burgers van Zutphen en
Arnhem sloegen het beleg voor het slot Baar; en die van Nijmegen, insgelijks door
do Arnhemmers ondersteund, rukten voor
Frienenstein^ wierpen het Bourgondische
wapenschild neder , en ondanks de vermaningen van Hertog
karel om af te trekken,
veroverden zij het slot na eene belegering van meer dan vier weken (1). Middeler-
Herilit- ^^ü^ stroopte
willem van Egmond, de Jongere , met twee honderd ruiters in de om-
streken van
Goch; jan van ^^mowc? verwoestte de heerlijkheid van den Berg ^ en
de Heer van
Kuilenburg vervolgde alom met woede de aanhangers van adolf (2).

ïe vergeefs had Hertog arnoud sedert het bemagtigen van Grave, door brieven bij
de sleden zijne herroeping herhaald en nu eens door beloften dan door bedreigingen
aangespoord, hem voor wettigen Landsvorst te erkennen (3). Immers had het Wij-
meegsche verbond van de Ridderschap en hoofdsteden der drie benedenkwartieren
zijner tegenpartij meer vastheid en kracht gegeven en alzoo beter in staat gesteld ,
hem de wederverkrijging des hertogelijken zetels te betwisten. Het baatte hem wei-
nig, dat hij zijnen broeder "
willem door nieuwe schenkingen aan zich verbond; dat
de Heer van
Ghemen zich lot krijgsdienst Ie zijnen behoeve verpligtte, en de burgers
van
Deventer, onder waarborg des Heeren van Kuilenburg, hem met duizend Ryn-
sche guldens ondersteunden , of de Hertog van
Kleef tenan inval in de Feluwe dreigde (4).
Hij zag zich eindelijk genoodzaakt, den Herlog van
Bourgondi'é het bestuur over Gelre
levenslang als Voogd en beschermer op te dragen. Deze opdragt werd door karel te
St. Omer aangenomen, doch arnoüd bleef evenwel steeds daden van regering uitoefenen.
Paus SIXTUS IV zond brieven aan de drie hoofdsteden, waarin hij haar van den eed aan

^^ adolf ontsloeg, lot trouw jegens arnoud ernstig vermaande en tegelijk den Hertog
Lente-
maand
van Bourgondi'é dringend aanspoorde dien Vorst, welken hij uit den kerker verlost

^^^^ had, verder geheel in zijn gebied te herstellen (5). Maar karel, welke uit der land-
zaten verklaarden afkeer van
arnoud , zich weinig heil ter bereiking van zyn heersch-
zuchtig doel met
Gelre voorspelde zoo lang hij hem ondersteunde , gaf aan 's Pauzen
verzoek geen gehoor. Veeleer trachtte hij de gunst der bevolking te verwerven. Reeds

(1) nijnoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXXVI.

(2) NunoFF, Gedenkw. uit de Geschied, v. Gelderl. D. IV. bl. CXXVIII.

(3) pontands, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 540, 541. suchtenhorst , Geld. Gesch. 15. IX. bl, 26G.

(4) suchtenuobst, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 266 , 267. kuhoff, Gedenkw. tiit de Gesch. ν.
Gelderl.
D. IV. bl. CXXVII. en de aldaar aangehaalde oorkonden.

(δ) PONTAinis, Hist. Gelr. Lib. IX, p. 541, 542. kuhoff , Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl.
D. IV. Oo/Ä. 517, 518. ^

I

ocr page 177

DES VADERLANDS. 177

im—

■vroeger zelfs had hij derhalve, geheel in strijd met zijn Avoeslen aard, Ie kennen X432
gegeven, dat hij het vernielen en bloedvergieten in
Gelre niet langer konde dul-
den; en onder het ijdel voorwendsel, dat de vrienden van
adolf zijne lusschenkomst
hadden ingeroepen , welke hij alzoo eershalve niet konde weigeren,
arnoüd vermaand ,
den Gelderschen de toegebragle schade te vergoeden en zich van alle vijandelijkheden
en daden Yan geweld te onthouden (1).

De drie zamenverbondene kwartieren lieten zich niet door kauels schijnbare ge-
negenheid verkloeken. De opdragt der voogdij over
Gelre aan den Bourgondiër
konde slechts hunne waakzaamheid opwekken en den haat legen
arnoüd heviger ont- *
steken; zij handhaafden , zoo ve^de omstandigheden gedoogden, rust en tucht in hun
gebied, en hadden met de Heeren van
Egmond en van Kuilenburg een bestand,
en met het kwartier
Roermonde eene wapenschorsing gesloten. Maar hun ontbrak
een bekwaam opperhoofd, daar
adolf nog steeds in verzekerde bewaring^verdgehou-
den, Zijne gemalin, de beminnenswaardige
icatiiarika van Bourhon , was sinds drie
jaren overleden en zijn zoon
karel , in veertienhonderd zeven en zestig geboren,
natuurlijk te jong, om het bestuur over het verdeelde land te aanvaarden (2). Men
wierp het oog op
yikcent , Graaf yan Meurs, een man van groot aanzien en Termo-
gen , gesproten uit een geslacht dat sinds lang met Gelre in betrekking had gestaan ,
de vriend van adolf en wiens bekwaamheden reeds meermalen in het vereffenen van
geschillen waren gebleken. Hem werd door de Edelen, Ridderschap en steden der
vier kwartieren, immers
Roennonde had zich bij de overige gevoegd, het hoogbewind
tijdens de gevangenschap van
adolf , of gedurende karels minderjarigheid opgedragen.
Hij verbond zich, het land tegen eiken aanval te beschermen, de regten en vrijheden
des volks te eerbiedigen, voor onpartijdige regtspraak te zorgen , de rust en veiligheid
to
handhaven, en in de regering door eenen Raad van afgevaardigden uil do Edelen,

Ridderschap en sleden ondersteund te worden , zonder wiens overleg hij geene amb- ^^ ^·

Ilerfst-

lenaren afzetten of aanstellen, noch eene veete mögt aannemen. Daartegen zou hij maand
als de Hertog zelf gehoorzaamd worden, elke stad en slot voor hem geopend zijn, en ^^^^
nevens een jaarlijksch inkomen van vierduizendRijnsche guldens, eenige andere gelde-
lijke voordeden genieten. De nadeelen, die hem in den krijg wierden toegebragt,
zouden door het land vergoed worden; ook zou men hem met alle kracht te hulp
komen, indien zijn persoon of graafschap werd aangerand (3).

(1) KiJHorp, Gedenkw. uit de Gesch. c. Getderl. D. IV. hl. CXXVIIi.

(2) mJiiOFF, Gedenkic. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. hl. CXXIX.

(3) sijchteinnorst, Geld. Gesch. ß, IX, LI. 265. kijhoff, Gedenhw. uit dc GiKsah. vnn
Gelderl.
D. IV. Oork. N®. 530.

\l Deel. 3 Stuk. 23

ocr page 178

178 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

Hertog ARNOUD zag zicli door dezen beslissendcn slap zijner onderdanen geheel
van het gezag beroofd , en hot ontbrak hem ten eenenmale aan raagt, om zich daarvan
weder meester te maken; bovendien \varen hem door
karel den Stoute, die zijn
doel nooit üit het oog verloor, de handen gebonden om naar eigen Λνϋ te handelen.
Hij was thans bijna van elk verlaten en zelfs schier onvermogend, zich van het noodige
tot zijn onderhoud te voorzien. In dezen aan wanhoop grenzenden toestand verpandde
hij ten overstaan van den Hertog van
Kleef ^ zijn broeder willem van Egmond en
andere aanzienlijke Edelen, het hertogdom
Gelre en graafschap Zutphen met alle
regten en toebehooren aan den Hertog van
Bourgondië voor driemaal honderd dui-
zend Rijnsche guldens, voor welke som zijne erven, ji^pet uitsluiting evenwel van
adolf
en diens kinderen, deze panden te allen tijde mogten inlossen. Het verdrag van St.
Omer, waarbij KAREL de voogdij had aanvaard, bleef hierbij in kracht (1). Van de pand-
penningen by deze overeenkomst bepaald, waren
arnoud reeds vroeger ter bevor-
dering zijner zaken, tweemaal honderd en achtduizend Rijnsche guldens verstrekt.
Hertog KAREL beloofde derhalve toen hij te
Brugge het bewuste pandbezit aanvaardde,
de overige twee en negentig duizend Rynsche guldens binnen de vijf naastvolgende
jaren te voldoen (2). Onderscheidene andere verbindtenissen werden op denzelfden
tyd door hem bezegeld, waarby hij zich onder anderen verpligtte, om
artsoüd zoo spoe-
dig mogelijk in zijn gebied te herstellen, hem het^^levenslange vruchtgebruik van het
hertogdom en graafschap, doch legen onderpand van een burg of bevestigde stad in
elk kwartier, af te staan benevens de helft eener tienjarige bede, welke hij na de
onderwerping des lands, jaarlijks van vijftig duizend Rijnsche guldens zou heffen, hem
te vergunnen zijne gemalin
Katharina naar goeddunken met verbeurdverklaring
van goederen te straffen, en hem vrijgeleide te schenken door al de staten der
Bourgondische heerschappij (3).

Zeer gelegen voor Hertog karel overleed arsoud weldra aan eene beroerte in de
stad
Grave ^ waar hem nog eene schaduw van gezag was overgebleven (4). In de
kerk aldaar heeft een aanzienlijk gedenkteeken met een meer pralend dan waarheid
kenmerkend grafschrift, op hoog gezag in het begin dezer eeuw het vervallen ge-
steente vervangen, ouder welk zijn stoffelijk overschot gelegd was (5). Hij had

23 V,
Sprok-
kelm.
1473

(1) NiJHorF, Gedenkw, uit dc Gesch. ν. Gelderl. Oork. 533. Vgl. bl. CXXXII.

(2) mraoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. Oorh. 534.

(3) KunoFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXXXII cn de aangehaalde Oork.
Vgl.
PONTAHUS, Hist. Gelr. Lib. IX. p. 642—549.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXX. c. 44. fontanus , Hist. Gelr. Lib. IX, p. 549.

(5) NIJIIOFF, Gedenkw. uit de Gesch. ν. Gelderl. D. IV. bl. CXXXV.

7 γ.
Win-
term.

1472

30 ν.
AVin-
term.

ocr page 179
ocr page 180
ocr page 181

1433-

14S2

DES VADERLANDS. 181

der tachligdaizead guldea aaa den Herlog van Gitlik op zieh ncmen. Orn de
Geldeischen le beler in teugel te houden, zond hij do beide kinderen van
adolf
ter opvoeding en bewaring naar Gent.

De val van Nijmegen werd onmiddellyk door de onderwerping van het geheele gewest
gevolgd.
Zutphen, Arnhem^ al de overige sleden van de Veliiwe met Grol, Deu-
tichem
en Doesburg huldigden achlerecnvolgend den Herlog van Bourgondie, Te
Ziitphen Avachüen hem de afgevaardigden van , Kamyen cn Zwol ^ die melde

Gelderschen zamengespannen hadden, en verwierven vergiffenis. Oswald wfli»c?m^er^,
wiens heerlijkheid tusschen Zutphen en Emmerich was gelegen, deed hem op den-
zelfden tijd den eed als leenman. De Herlog van
Kleef werd voor zijne diensten met
het drostambt
Elten en het kerspel Angerloo begiftigd, en Goch aan hem afgestaan.
Karel legde in alle sleden en sloten bezetting onder vertrouwde bevelhebbers, sleldo
WILLEM van Egmond tot stadhouder aan over Gelre en riglle le Arnhem eenen Raad
op, welke in zijnen naam elk regt zou verschaffen. Eene groole jaarlijksche schat-
ting werd den ingezelenen opgelegd.
Kauel , in Nijmegen teruggekeerd, regelde
er nog eenigo punten van besluur, en werd vervolgens le
Trier met veel pleglig-
heid door Keizer
frederik lil met Gelre en Zutphen als Rijksleenen verleid (1).

Reeds terstond gevoelden de Gelderschen het drukkende der vreemde heerschappij.
De hun opgelegde schalling werd met de uiterste gestrengheid ingevorderd en de rege-
ring van
Wageningen, welke, naar het schijnt, daarmede toefde, dreigend gelast
haar aandeel onmiddellijk te voldoen, daar dit
des Ilertogs wil was; woorden, welke
nimmer te voren eenig Vorst in
Gelre gewaagd had te bezigen. Do allijddurende oor-
logen van den nieuwen Meesier verslonden do dapperste en kloeksle van
Gelre's
zonen. Op de klagten der ingezelenen over inbreukmakiag op hunne voorreglen en
vrijheden, werd geen acht gegeven; en een vreemdeling,
filips vanCroy^ Graafvaa
Chimay, lot algemeen Landvoogd over do beide gewesten aangesleld. De vrees voor
den ontzaggelijken Vorst hield alles in rust, en onder zijn besluur viel in
Gelre niets
merkwaardigs voor. Slechls werd den Bisschop van
Munster, krachlens keizerlijke
brieven, vergund de stad
Zutphen en haar blokhuis in naam des Rijks to bezeilen
en te bewaren , onverminderd de vrijheden en voorreglen der burgers (2).

De dood van karel den Stoute ontwaakte in de Gelderschen het onderdrukt Verlan-

(1) i)e coMisES, Liv. IV. Ch. 1. oLiviER de LA iharcne, Liv. Π. CU. V. p. 587. Oude IIolL Div.
Kron.
Div. XXX. c. 48—53. jieyerus, AnnaL Flandr. Lib. XVII. p. 357. Verso. roxTus oeu-
TERis, lier. Burgund. Lib. V. p. 135, 136. roMAKts, liist. Gelr. Lib. IX. p. 552, 553.
siicnxEKHORST, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 270, 271. Chron. υ. Nijmegen, bl. 105.

(2) posTAnus, Rist, Gelr, Lib. IX. p. 553, 554. sucHTEKnoRST, Geld, Gesch. Β. IX. bl. 271.

3 τ.
Oogst-
maand

1473

15 τ.
Oogst-
maand.

1474-
1477

ocr page 182

182 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— gon naar onafhankelijkheid. Op eene dagvaart te Nijmegen werd besloten, nie-
mand dan
adolf en na hem zijn wettigen erfgenaam voor Heer te erkennen. Men
verklaarde, de verbindtenissen met den Bisschop van
Munster te zullen on-
derhouden , maar al de brieven en bevelen van
aknoud , na zijne slaking gegeven ,
van Hertog
kakel en van zijne dochter maria van Bourgondië als nietig en van
onwaarde te beschouwen. Op verlangen van
adolp, welke inmiddels uit den ker-
ker ontslagen was, werd het bewind des lands aan
Katharina, zijne zuster, op-
gedragen , dewijl hij thans do Vlamingen tegen de Franschen aanvoerde (1). Hij riep
zijne Geldersche vrienden tot deelneming in dien krijg op, en velen , onder welke
de Ridder
Hendrik van der Horst ^ Drost op de Veluwe ^ gaven daaraan gehoor (2).
Doch hij sneuvelde kort daarna en zijn lijk werd zonder praal in de groote kerk van
Doornik bijgezet (3). Eenige verhalen, dat by den beeldenstorm in het begin van den
opstand tegen
Spanje, zijn graf opengebroken en het gebalsemd lijk door het woedende
gemeen geschonden Averd, dewijl »hij de aarde niet waard was, welke dengenen
mishandeld had, door wien hij op de aarde en aan het genot des levens gekomen
was (4)."
Adolf had veertig jaren, en do helft daarvan in rampzaligen twist met zijn
vader geleefd. Het ontbrak hem niet aan dapperheid, maar hij was vermetel, stout
en heerschzuchtig; evenwel moet hij hoedanigheden bezeten hebben, welke do Gel-
derschen met zoo veel ijver aan hem konden verbinden , ondanks de snoode handel-
wijze omtrent zijnen vader en Heer, welke zijnen naam zwaar bezoedeld tot de na-
komelingschap heeft overgebragt.

Zomer berigt van adolfs ontijdigen dood baarde algemeene verslagenheid in Gelre.

maand jÄjo. zoon en opvolger, de tienjarige kakel , was in Gent; men wantrouwde -willem
van Egmond en vreesde den invloed der Bourgondiërs, die de aanzienlijkste ambten
bekleedden. Derhalve werd
Katharina van Gelre, voornamelijk door beleid van Nij-
megen
en Zutphen, in het opgedragen bewind bevestigd en tot Voogdes van den
onmondigen
karel aangesteld, in wiens naam zij het gezag uitoefende. Terstond deed
zij, hoewel eene vruchtelooze poging bij
maria van Bourgondië, om de kinderen
haars broeders in vrijheid te stellen, en vaardigde toen een gezantschap af aan
lode-
wijk
XI, die beloofde , zoo wel hen als haar tegen maximiliaan , wiens oogmerken
met
Gelre hem bekend waren, te ondersteunen. Om den Koning van Frankrijk

(1) pontanus, HisU Gelr. Lib. IX. p. 556, slichtenhorst, Geld. Gesch. Β. IX. bl. 274.

(2) Kron. v. Arnhem, bl. 52, 53.

(3) Zie hiervoor bl. 66, 67. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI, c. 10. .

(4) slicdterhorst, GeW. GescA. B. IX. bl. 274. ^ '

ocr page 183

DES VADERLANDS. 183

naauwer aan zich te verbinden , sloot men een beschermend en Terweerend verbond 1433—

. ' .. 1482

met zijn bloedverwant lodewijk van Bourbon^ Bisschop van Luik en moederlij- jg^
ken oom van den jongen karel. De bezorgde kathakina trachtte zich ook door ver- Oogst^
bindtenissen met den Koning
Schotland en den Hertog van Bourbon te sterken , en 1477
willem van Egmond y zijne zonen en den Heer vante gunste van adolps
kinderen te stemmen Zij hield nu bij siaximiliaay, welke ondertusschen met makia
van Bouvgondi'è gehuwd was, en bij de voornaamste Zuid-Nederlandsche steden
op de slaking van
karel van Gelre en zijne zuster filippe ernstig aan ; doch vond lOj.
bij den Hertog van
Oostenrijk geen gehoor. Middelerwijl trachtte willest van Eg-
mond
zijne bijzondere bedoelingen te bereiken. Hij verklaarde wel op den landdag
te
Nijmegen^ dat hij noch zyne zonen eenig bewind over GeZre begeerden, maar
slechts verlangden aldaar ongemoeid en op hunne eigene kosten te mogen leven; doch
toen KATHARINA , in overeenstemming met de afgevaardigden der drie hoofdsteden
Nij-
megen ^ Ztitphen
en Arnhem y op eene zamenkonist io. Arnhem ^ hun dit veroorloofde 1478
rails zij hun woord getrouw bleven, zich voor
karel van Gelre verklaarden en niet
met MAxmiLiAAN tegen hem zamenspanden, weigerden zij deze voorwaarden aan te
nemen, waarop hun
Gelre ontzegd werd. Dit verwekte eene hevige opschudding
onder de vrienden en medestanders der
egmonden, Katharina verliet in allerijl
Arnhem, hetwelk onmiddellijk door willem van Egmond bezet werd. Hare ijve-
rigste aanhangers werden verdreven en onder hen
govert en rutger van Randwijk ^
van welke de eerste zich onmiddellijk in Wageningen wierp en de stad met het slot
in bezit nam (1).

Op aanzoek van Willem van Egmond verschenen echter weldra do afgevaardigden
van KATHARINA en van do steden
Nijmegen en Zutyhen te Arnhem. De vroeger
bepaalde voorwaarden der Vorstin werden nu schier alle door hem aangenomen, en
men kwam wederzyds overeen, dat elk zijne goederen ongestoord zoude bezitten.
Doch EGMOND en zijn aanhang maakten zich spoedig aan vyandelijkheden schuldig.
Hij werd derhalve door de Voogdes ter verantwoording
ώάάχ Ν ijmegen geroepen, maar
verscheen niet. Door de Ridderschap en steden op eene bijeenkomst te
Malburgen
nabij Arnhem ontboden, verklaarde hij den afgevaardigden ronduit, dat hij de Voogd'
van ADOLFS kinderen was en vroeg hen tevens, of zij hem in die hoedanigheid wil-
den erkennen? Men verwonderde zich teregt, waarom hy dit, indien hel op de waarheid
gegrond was, zoo lang verzwegen had. De Bisschop van
Luik gaf hem en der Rid-
derschap en steden daarover zijne bevreemding te kennen, te meer dewijl de
egmon-

(1) Oude Holl, Dit, Kron. Div. XXXI, C. 17. postus iieutencs, Rer. Austriac. Lib, I. p. 52.
posTAHBs, Hist, Gelr. Lib. X, p. 561—564. sliciitekhorst , Geld. Gesch. Ii. Χ. hl. 277 , 278.

ocr page 184

184 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

^t/'oö" onlaags nog begeerd hadden, zich huilen eenige gezagvoering in'Gelre op te

houden. Hij voegde er hij, dat hem zeiven veeleer de voogdij over zijn minderjarigen
neef en nicht zou toekomen dan aan
egmond , wiens geweldenarijen hij niet verzui-
men zoude naar vermogen te beteugelen.
Egmond niettemin handelde als Voogd te
Arnhem en in de omstreken. Hij gelastte πενόκικ van Doornik het slot Gruins-
fort
nabij Retiehem, hetwelk deze van het hertogdom inhield, te ontruimen; en het
gerucht verspreidde zich, dat hij spoedig ook de overige sleden zou onderworpen heb-
ben. Zijn plan echter, om
Wageningen en Grave άοοτ verraad te bemeesleren, mis-
lukte ; en zijne beide zonen
, frederik van IJsselstein en willem van Egmond,
vielen den burgers van Nijmegen, welke zij veel overlast aandeden , in handen en

22 v.

Grasm. werden in den groolen toren tegenover het Valkhof drie jaren opgesloten. Onder-
lusschcn zette
egmond zelf zijne vernielende strooptoglen uit Arnhem voort, en eer-
biedigde zelfs niet het ülrechlsche grondgebied. Om hem te beteugelen , riepen de
Gelderscheu deu Hertog
frederik van Brunstoijk tot beschermheer, wien zij hel be-
stuur van zaken, onder het gezag der Voogdes
Katharina, opdroegen, Arnhem bood
nu den Hertog van
Kleef aan , zich onder zijne magt en bescherming to stellen. In-
middels sloeg do Hertog van
Brunstoijk met do Piijmegers het beleg voor die stad ,
hetwelk door tusschenkomst des Hertogs van
Kleef spoedig werd opgebroken. De jongo
Vorst van
Kleef kwam hierop in Arnhem, en werd er in stede zijns vaders gehul-
digd (1).

In dien tijd bevond zieh te Zutphen de Bisschop van Munster, uendrik van
Schwartzenherg
, wien hot geheele graafschap voor zestig duizend Rïjnsche gul-
dens verpand Avas, onder beding, dat hij het tegen voldoening dier som weder aan
den welligen erfgenaam moest inruimen. Tijdens deze verbindlenis zou de Bisschop ,
do Ridderschap en de sleden elkander naar krachten verdedigen; en de eerste zonder
toestemming der laatste , geen gedeelte van het gewest mogen verpanden of vervreem-
den. De Voogdes
Katharina loonde zich over dit verdrag gebelgd en beschouwde
do schatting, welke men daarbij den Bisschop van
Munster had ingewilhgd , als eene
inbreuk op do regten van
karel van Gelre. Zij liet scherpe bevelen uitgaan aan al
de sleden, zoowel van het graafschap als van het hertogdom , dat men alleen regt zou
spreken in naam van den jeugdigen Hertog, den Aveltigen Heer van
Gelre^ Gulik
en Zutphen ; en gelastte, dat zij, welke zich met het innen van 's Jands gelden op
een anderen naam bezig hielden, in den kerker geworpen wierden. Daarenboven nam
zij lot handhaving van haar gezag, oud en ervaren krijgsvolk in dienst, dewijl de af-

(1) Onde Holl, Dir. Kran. Div. XXXI. c. 17. pomarüs , llist. Gelr. Lib. X, }). 564, mi,
suf.TiTEMioRST, Geld. Gcsch. B. X. bl. 279. Kron. v. Arnhem, bl. 54. '

ocr page 185

DES VADERLANDS. 185

gevaardigden yan eenige steden niet slechts met den Hertog van Kleef ^ over een 1433—
dubbel huwelijk tusschen rte jonge Prinsen van
Kleef en Gelre onderhandelden, maar
ook dien Vorst in hare plaats hel: bestuur van zaken wenschten op te dragen; hetgeen
echter door
JSijmegen legengewerkt en verydeld werd. De Bisschop van Luik hield
ondertusschen bij het Bourgondische Hof op het vrijstellen van
adolfs kinderen aan ,
waardoor naar zijn oordeel, de rust in
Gelre zou hersteld worden. Maar ma-ximiliaan ,
zelf vlammende op het bezit van dat gewest, sloot een verbond met den Hertog van
Kleef en verhief te Brugge willem van Egmond lot Ridder van het Gulden Vlies;
door den invloed dier mannen meende hij spoediger zijn doel te bereiken, en op zijne
kosten werd door den Hertog van
Kleef oorlogsvolk geworven (1).

De Gelderschen maakten zich terstond lot tegenweer gereed en versterkten hunne
krygsmagt, over welke het bevel aan Hertog
frederiic van Brunswijh opgedragen
werd. Bij hem voegden zich de benden der Bisschoppen van
Luik en van Munster y
van Hertog jan van Beijeren en des Graven vingent van Meurs, Hij riep Zutphen
en andere steden ter heirvaart op , naardien de burgers van 'i Hertogenhosch reeds
in do wapenen waren en den
Bommelerwaard bedreigden. Ondertusschen verspreid-
den zijne manschappen, uit zucht naar buit, zich ginds en herwaarts op vreemd
grondgebied. De Brabanders maakten zich dit ten nutle en rukten roovende en
brandende voor de stad
Grave^ welke, van allen toevoer afgesneden, zoowel uit
gebrek aan krijgs- en levensbehoeften als door inwendige verdeeldheid zich op billyke
voorwaarden overgaf. Uit weerwraak werden
Brahand en Kleef door de Gelderschen
vreesselijk verwoest, welke met rijken buit en een overgroot aantal gevangenen terug-
keerden , zonder dat de vijand het gewaagd had, hun op dien logt het hoofd te
bieden. In Wijnmaand echter vertoonden zich Bourgondische en Kleefsche benden in
het
Rijk van Nijmegen. De bezetting der stad trok haar te gemoet doch werd ge-
slagen, den aanvoerder
vingent van Zwanenburg met eenige manschappen gevangen
achterlatende.

Het was om dien tijd, dat een huwelijk tusschen Hertog predebik van Brunswijk 1479
en de Voogdes
Katharina ontworpen werd; hy zou zeventig duizend goudgulden lot
huwelijksgift ontvangen, tien jaren achtereen
Gelre in naam van adolfs kinderen be-
stieren, en van alle steden en sloten den eed nemen.
Katharina zou den tol en
het huis te
Lohede met alle inkomsten op gelyke wijze bezitten als hare moeder,
welke, naar men gist, voor ruim twee jaren overleden was, die bezeten had. Kort
daarop verklaarde
frederik van Brunswijk den Hertog van Kleef ^ dat hy zijn vijand
zou blijven, zoo lang hij voortging de landen en onderdanen van
karel van Gelre

(1) poNTAKUs, Eist. Gelr. Lib, X. p.5ί)5 , 566. slichtenhorstGeicAT B.X, bl.279 , 280.
U
Deel. 3 Stuk. 24

ocr page 186

1850 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

■ te vuur en te zwaard te yerdelgen. Even vergeefs als deze bedreiging, waren do pogin-
gen des Konings van
Deneinarken ^ om maximiliaan Ie bewegen, do landen van Ge^re
en
Zutphen aan den welligen erfgenaam ongesloord over te lalen. Veeleer vermaande
MAxiMiLiAAN de Arnhemmers en do andere Bourgondisch gezinden lot standvastigheid. Hij
zelf werd te
Roermonde als Landsheer gehuldigd; en een zijner vermögendste aanhan-
gers, HENDRIK
van Ghemen, Drost van Gelre^ verklaarde openlijk vijandschap aan
Nijtnegen. De sloten Batenburg en Leeuwen werden door do Bourgondiërs ver-
overd, maar driehonderd hunner mannen in eene schermutseling door de Gelderschen
gedood, welke zich van al het geschut en den krijgsvoorraad meester maakten. De
Voogdes KATHARINA zelvo werd in de stad
Gelder belegerd, doch voornamelijk door de
Nijmegers ontzet, waarbij de vijand al zijn grof geschut moest achterlaten. De Gel-
derschen verbrandden de vlekken
Kevelaar^ en Aejferden in het ambt van Goch}
daartegen maakte de , Hertog van Kleef zich meesier van het slot to Lohede. en het
huis to
Hoemenj waarna een wapenstilstand van zes weken gesloten werd (1). Ook
de Hollanders waren als onderdanen van
maximiliaaw en maria, in den krijg tegen
Gelre gewikkeld geworden. Leerdam was hun door de lafhartigheid van den bevel-
hebber JAN
van Cats ontnomen. Vandaar uit stroopten de Gelderschen onder hun
hoofdman
isikolaas van Haaften in Holland, en verrijkten zich door rooven en
brandschattingen. Op do
Zuiderzee inzonderheid had men elkander veel nadeel loe-
gebragt en wederzijds den handel en scheepvaart geweldig belemmerd. Eindelijk slo-
ten
Haarlem, Amsterdam y do steden benoorden het IJ, nevens Ν aarden, Wees^
en Muiden met Harderwijk, Hattem en Ε Iburg een bestand te Ν aarden, dat tot
den vijf en Iwinligsten van Slaglmaand duren zou (2). Tegen het einde des jaars
kwam
katharina met maximiliaan, door tusschenkomst van zijn Maarschalk adolf van
Nassau overeen, dat zij in slede van den tol to Lobede, de stad, het slot en de in-
komsten van
Gelder gedurende haar leven ongestoord zou bezitten, en daarin door
MAxiMiLiAAN tegen elke aanranding gehandhaafd worden (3).

Onderlusschen was Hertog frederik van Brunswijk vóór do voltrekking zyns hu-
welijks met
katharina, krankzinnig geworden en naar zijne stalen teruggevoerd. De
wakkere
üendrik van Schwartzenherg werd nu voor den tijd van zes jaren in zijne
plaats lot beschermheer van
Gelre aangenomen. Terstond zetto hij de aangevangen

(1) Oxide Holl. Div, Kron. Div. XXXI. c. 17. pontanus , Rist. Gelr. Lib. X. p. 566—570.
sucnxEKnonsT, Geld. Gesch. β. Χ. bi. 280—282. Chronijk van Nijmegen, bl. 107.

(2) Oude EolL Div. Kron. Div. XXXl. c. 19. postartis, Eist. Gelr, Lib. X, p. 570.
sLicHTEKHonsT, Gcld. Gesch. ü. X. bl. 282. wageraar, Beschr.v. Amsterdam. St. I. bl. 180,181

(3) pontaküs, Rist. Gelr. Lib. X. p. 570. slicuteriiorst , Geld. Gesch. ß. Χ. bl. 282,

16 r.
Hooim.

1479

14 V.
Wijn-
maand.

ocr page 187

DES VADERLANDS. 187

onclerhandelingen met den Koning ran Frankrijk, oTcr het sluiten ταη een verbond
legen
maximiliaan met ernst Toort (1). Te Metz kwamen de gezanten Tan lodewijk XI
mot do afgevaardigden van
κατπαηιιτα , den J3isscliop van Munster en de Geldersche
steden hijeen. Van de Fransche zijde >verd geëischt, dat hol hertogdom
Gelre en het 1430
graafschap
Zutphen zich voor altijd zouden verbinden, den Koning en zijn rijk legen
allen te helpen en te dienen, bepaaldelijk tegen
maximiliaan, maria zijne gemalin en
hunno kinderen, als ook tegen den Hertog van
Kleef en zijne afstammelingen. De Ko-
ning drong er op aan, dat men den gezanten schriftelijk beloofde, terstond den oorlog
op leven en dood aan zijne bovengenoemde vijanden te verklaren. Van de Geldersche
zijde vorderde men, dat de Koning zich verpligten zou geen vrede of verdrag te
sluiten, zoolang de jonge Hertog van
Gelre niet in vrijheid en in het bezit zijner
heerschappij hersteld en aan zijne onderdanen teruggegeven zou zijn. De Koning nam
volgaarne genoegen in deze voorwaarden en verzekerde, dat hij in elk vredesverdrag of
bestand, waartoe hij zeer ligt overging , zijne Geldersche bondgenooten begrijpen zou (2).

Do Gelderschen door dit verbond aangemoedigd, zetten den krijg tegen maximi-
LiAATT door. Zij behaalden nieuwe voordooien en dreven zijn volk met verlies tot
*s Hertogenhoseh terug, doch werden in hunnen loop gestuit door de hulpbenden,
welke de Hertog van
Kleef aanvoerde (3). Hel vereenigde Brabandsch-Kleefsche leger
bedreigde do stad
Grave ^ die men den Bourgondiërs weder ontwrongen had; doch de
toeleg werd, waarschijnlijk door de spoedige terhulpkoming der Nijmegers, verijdeld.
Do Voogdes KATHARINA, vertrouwende op den Koning van
Frankrijk, boezemde
steeds de Edelen, Ridderschap en steden moed in, hen vermanende, veeleer het
uiterste en alles te wagen , dan zich aan
maximiliaan te ondorAverpen. Maar do be-
dreigingen van dien Vorst bewerkten, dat
Harderwijk^ llatlem^ Elhurg cnNijkerk
door tusschenkomst van den Ütrechtschen Bisschop david van liourgondi'è ^ zich met
hem verzoenden en aan
adolf van Nassau, zijn gemagligdo, den eed van hulde
en trouw aflegden (4).

Om zich naar den kant van Bolland te sterken, sloten de beschermheer üendrik:
υαη Schwärtzenherg en de regering van Nijmegen eeno overeenkomst met walra-
VES PIEK, waarbij deze do blokhuizen en ambten van Beesde en Renoyen in de Neder'
Betmoe,
in naam der kinderen van adolf van Gelre zou bezitten en verdedigen,.
Dit was thans te noodzakelijker, naardien
maximiliaan zelf zich in Holland bevond,

(1) roKTAKus, Uist. Gelr. Lib. X. p. 567—569. sucuterhorst , Geld, Gesch, JJ. X. hl. 281.

(2) DE BARAKTE, Ifis/. d. Ducs de Bourg. T. X. p. 55.

(3) DE BARAKTE, Hist. d. Ducs de Bourg. T. X. p. 55.

(4) roniAKiis, llist. Gelr. Lib. X. p. 570, 571. sncπτE^πoRPT, Geld. Gesch. li, X, bl. 282.

24*

ocr page 188

188 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

I Λ..-1,, Ijl

■ Heukelom bezet en Asperen, op de grenzen van Holland en Gelre gelegen, waar
Iwee slotvoogden,
gijsbert piek een Gelderschman, en wessel van Boetselaar een
Hollander, het bevel voerden, met geweld bemagtigd had, terwijl
jan van Egmond
uit Gorinchem een waakzaam oog hield op de Gelderschen. Gijsbert piek verwoestte
uit weerwraak
Langerah, hetwelk aan de moeder van wessel toebehoorde; en de
Wageningers belemmerden den Hollandschen handel op den
Rijn. Jan van Kleef
en JAN van Egmond trokken derhalve met eene aanzienlijke strijdmagt bij Wijk te
Duurstede
over dien vloed en vermeesterden het sterke slot Ravénswaai. Na het
plunderen en verbranden der omliggende dorpen, sloegen zij zich neder voor
Wage-
ningen,
hetwelk hevig beschoten en bestormd werd. Om de Kleefschen van hel beleg
af te lokken, vielen de Doesburgers met tweehonderd man roovende en brandende
in het gebied van
Kleef, terwijl een gelijk getal van hunne burgers midden door
het vijandelijk leger heen, in de belegerde slad geraakten. Daarentegen Aderden do
Nijmegers, die tot ontzet aanrukten, bij
Heusden door den vyand aangevallen en
vierhonderd van hen nevens twee burgemeesters gedood. De burgers van
Zutphen
en Harderwijk, welke aan de Grebbe tot hunne hulp waren overgestoken, werden
insgelijks geslagen. Dit verlies ontnam der bezetting van
Wageningen den moed niet.
Dapper weerde zij menigen aanval af tot eindelijk, beroofd van alle hoop op ontzet
en door gebrek aan levensmiddelen gedrongen, zy onder voorwaarde van lijfsbehoud
en goederen zich overgaf (1).

Weinig baatte het, dat de burgers van Zutphen kort daarna 'in den nacht Biburg
verrasten, en de Gelderschen later Gorinchem in brand scholen (2). Arnhem en
Roermonde toch hielden de zijde van maximiliaan; Harderwijk, fVageningen en
Nijkerk gehoorzaamden hem; Leerdam was weder in zijn bezit geraakt, en de wa-
penstilstand met
Frankrijk boezemde vrees in, dat hij nu al zijne strijdkrachten tegen
Gelre zou riglen. De afgevaardigden der Voogdes Katharina , van den Beschermheer
hendrik van Sehwartzenberg en der Ridderschap en steden, sloegen derhalve op
eene bijeenkomst
Emmerich den afgezanten van maximiliaan voor, om het geschil
over het regt op de landen van
Gelre en Zutphen aan de uitspraak van den Paus te
onderwerpen. Hiervan gebeurde echter niets en de wederzijdsche slrooperijen werden
voortgezet. Doch drie maanden daarna kwam te
Nunspeet op de Feluwe eene wa-

27· V.
liloeim,

1480

10 v.

Wijri-

jnaancl.

1481

(1) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXI. c. 24—26. iomtus iieuterus, Rei\ Austriac, Lib. 1.
p. 63. PONTANDS,
Hist. Gelr. Lib. X. p. 571. SLicnxENHORSX, Geld. Gesch. ΰ. Χ. bl. 282 , 283.
KEMP, ßeschr, ν. Gorinchem, bl. 394. Chron. v. Nijmegen. 1)1. 107.

(2) kemp, Besch, ν, Gorinchem. bl. 395. pohtakxjs , Hist. Gelr. Lib. X. p. 572.

ocr page 189

DES VADERLANDS. 189

penschorsiDg tot stand (1). Maximiliaaiï maakte zich dien tusschentijd ten nutte, om 1433—
de onlusten in Holland te stillen (2). Zoodra het bestand ten einde was geloo-
pen, bragt hij een deel zijner benden uit
Gorinchem en V Hertogenbosch bijeen,
om met kracht de Gelderschen te beoorlogen. Een onverwachte aanval op
Bommel
mislukte ; maar de Bommelerwaard werd door zijne benden verwoest. De Gelder-
schen door den Koning van
Frankrijk verlaten, oordeelden het raadzaam, den
dreigenden slorm te ontwyken en zich aan den Vorst te onderwerpen, welke thans
zijne
geheele krijgsmagt tegen hen konde en begon te ontwikkelen. Hunne afge-
vaardigden beloofden derhalve te
's Hertogenhosch y dat zij hem voor Landsheer
zouden erkennen.
Maximiliaan en maria begaven zich nu met -een tairyken stoet 15 v.
van Ridders en gewapenden naar
Nijmegen, waar zij als Hertog en Hertogin van
Gelre gehuldigd werden. De overige steden volgden; Venlo alleen bood tegen-
stand, maar moest na een streng beleg van eenige dagen zwichten. In
Zutphen
werd maximiliaaw, door adolf van Nassau vertegenwoordigd, voor Graaf er-
kend, nadat tiiiwDRiK.
van Schwartzenlerg op aandrang des Herlogs van Ziee/',
de Zutphenschen van de gehoorzaamheid aan hem ontslagen had.
Maximiliaan
stelde adolf van Nassau aan tot stadhouder over Gelre en begaf zich naar
Brussel (3).

Frieslasd. Groningen. Niet minder dan Gelre was Friesland dit geheele tgdperk
door, aan al de ellende van den burgerkryg prys gegeven. Nadat
focgo ukena van het
tooneel der zaken was afgetreden, waren er op nieuw onlusten tusschen
Groningen en
de
Ommelanden gerezen (4). De Groningers hadden even als Dordrecht, Middel-
hurg
en andere Hanzesteden, aanspraak op het regt van stapel gemaakt (5). Focco
UKENA had door nieuwe bepahngen in de
Ommelanden hen daarin gestoord en door
zijne overmagt hen gedwongen, dit geduldig aan te zien. Maar thans eischten zij
openlijk, dat alles op den voet van de overeenkomsten, vroeger met do
Omme-
landen
gesloten , zou hersteld worden (6). Eenige Edelen des lands vereenigden zich

'ï
&

Η

(1) sLicnTEMiioRST, Geld. Gesch. Β. Χ, bl. 284.

(2) Zie hiervoor, bl. 75.

(3) Oude Holl, Div. Kron. Div. XXXI. c. 33. pontüs hebtebüs, Rer. Austriac. Lib. L p. 63.
poutahüs, Hist. Gelr. Lib. X. p. 573. slicbtenhorst , Geld. Gesch. 15. X. bl. 285. Chron. v.
Nijmegen,
bl. 108. Kron. v. Arnhem, bl. 57 , 58.

(4) Zie Alg. Gesch. d. Vaderl. D. li. Si. U. bl. 599.

(5) WESTBKDORP, Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 450.

(6) Verg. Alg. Gesch. d. Vaderl. D. II. Sf. II. bl. 595 , 597.

ocr page 190

190 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— hiermede , terwijl ripperda , houwusga , gogkikga en anderen , hoe^γel Ie TergeeCs,
zich er met nadruk togen verzetten. Immers, ofschoon in het eerst ernstige ge-
schillen ontstonden, toen do stad
Groningen zich met de daad de betwiste lol- en
stapel-regten -vveder aanmatigde , namen echter
Eunsmgo en Fivelingo gedeeltelijk
en geheel
Apinngadam het verbond, door de andere landschappen van het W
terkwartier
in veertienhonderd acht en t^γintig met Groningen gesloten, mede aan.
Ondertusschen dreef men aan den Eemskant en den
Dollart, zoo als te Fermsum
en te Termimten, dagelijks ruiling en handel met do Hamburgers, die toen meesters
yimEmhden waren, zonder zich om de eischen \tm Groningen te bekommeren. Deze
stad wilde hare zaak doordrijven en zond den ouderman van het gildregt,
willebi
wiGHERiNG, naar de heerlijkheid van ripperda te Fermsum. Doch zyne pogingen en
bedreigingen verwekten eenen opstand, in welken hij doodgeslagen Averd. De Gronin-
gers eischten voldoening;
ripperda weigerde die, maar tegen eenen gewapenden
aanval niet bestand, was hij weldra genoodzaakt zich op harde voorwaarden met
27 V. hen te verzoenen. Hy moest hot Groningsche stapolregt erkennen, burg alt^d
^^1434* gevallen voor do stad openstellen, en den gepleegden manslag met vijfhon-

derd Arendsguldens boelen (1). Door dit voorbeeld geleerd, namen ailgo en eggo
nouwEiiDA op hunnen burg Ie Termunten Hamburger bezetting in. De spanning
tusschen
Groningen en Hamburg^ welke reeds lang bestaan had, werd hierdoor
grooler en zou ongetwijfeld in oorlog ontaard zijn, indien niet door scheidsheden
nog tijdig te
Emhden een tweejarig bestand gesloten ware. De Groningers moes-
ten zich in dien lusschentijd van den handel in en op Overeemsche plaatsen ont-
houden , waartegen do Hamburgers zouden zorgen, dat niemand hen of hunne
goederen A'an dien kant aanrandde. Do handel zou, zoo te land als Ie waler,
vrij en onbelemmerd zijn. De oproermakers en belhamels zou men trachten Ie
bedwingen, en do twistenden door regt Ie scheiden. Daarna traden de kerspelen
g
Y Fermsu7n, ffeiwerd, Hovesche en Oterdum insgelijks in een verbond met
lilocim. gi^onm^m.
Holwierde en Marsum volgden spoedig, waarbij ook Winschoten,
doch onder eenige bepalingen, zich voegde. Ten laatste gingen ook andere ker-
spelen in het
Oldaniht lot dit verbond over, zoo als Mitwolde ^ Oostwold,
Finserivold , F'eenhuizen, Scheemde, Eekste , de Meeden , Muntendam, Zuid-
broek, Noordbroek
en Wagenborgen. Behalve Termunten, Woldendorp cn Borgs-
loeer,
waren nu al de Ommelanden, het Wold-Oldambt en ^Groningen door
éénen band onderling vereenigd, waarvan de heilzame vruchten zich weldra in ver-
scheidene minnelijke schikkingen ten nutte des lands openbaarden. De hoofdpunten

(1) Zie de gehcele overeenkomst bij v. ïdsikga , StaatsregU D. II. bl. 354, 355. Vgl WEsxEn-
i)ouv,
Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 465, 406.

ocr page 191

DES VADERLANDS. 191

van dit verbond kwamen hierop neder t twaalf jaren achtereen zou men onderling 143S—
den vrede bewaren , de vrijheid verdedigen en do veiligheid van personen en goe- ^^^
deren handhaven; niemand zou in zijne bezittingen en regten verkort, of uit het
land en de stad, zonder gewigtige en wettige redenen, gebannen worden; niet door
geweld, maar naar regten zou men de verschillen beslechten, en met vereenigde
krachten binnen- en buitenlandschen vijanden weerstand bieden. Niemand mögt sterk-
ten bouwen, bezetting innemen of vreemd krijgsvolk tot nadeel van anderen invoeren.
Zonder gemeen overleg mögt geen kr% ondernomen, noch aan de landschappen eenige
schatting opgelegd \yorden, ten ware zij vrijwillig daarin toestemden of, wanneer de
nood het vorderde, op raad der voornaamste personen daartoe gewillig bijdroegen.
Do overige punten betroffen het regtswezen en het straffen van misdadigers (1). Het
is zeer twijfelachtig, of in sommige dezer verbonden, gelijk eenigen beweren, do Ora-
«lelanders ook het Groningsche stapelregt erkend en bevestigd hebben
(2). Ripperda.
en zijn zoon boele namen niet alleen genoegen in het verdrag door do vier dorpen
Fermsum, ffeimerd, Hovesche en Oterdum, over w^elkc zij regtsgebied hadden,
met
Groningen aangegaan, maar vernieuwden en bevestigden ook hun verbond in het
vorige jaar gesloten. Hierbij werd nog gevoegd, dat zoo zij daartegen handelden, zij
al hunne bezittingen ter besturing aan de stad zouden afslaan (3).

Het tweejarig bestand tusschen de Groningers en de Hamburgers te Emhdenm^Mie
ondertusschen ten einde. Om naar afspraak de zwevende geschillen to vereffenen
en eenen vasten vrede te bewerken, werd op het slot
de ΠοΙηι to Τ er munt en ^ on- 143()
der voorzitterschap des Wijbisschops van
Munster eene bijeenkomst van afgevaardig-
den gehouden. Men bepaalde hier eene nadero vergadering to
Emhden, dio echter
wel verro van den vrede to bevorderen, de verwijdering slechts grooter maakte.
Hoüwerda van Termunten^ steunende op do genegenheid der Hamburgers, en do
vermogende
gogkinga te Zuidbroek, beide schoonbroeders van den magiigen edzaut
van Grietzijl ^ welke door den dood van occo ten Broek in het bezit van Broek-
inerland
geraakt was, waren tot geen vergelijk to bewegen. Zij beletten zelfs den
Groninger handelaars het koopen en verkoopen in hun gebied en verdreven de-

(1) tjBBO Esraiüs, Rer. Fris. Eist. Lib. XXII. p. 333—336. scnOTAUus, Fr, Jlist. B. Î¥1Π.
bl. 287, 288.
sjoerds, Fr. Jaarb. D.^ V. bl. 153—160, Tegenw. Staat van Slad en Lande.
D,
I. bl. 152—155. westekdorp, Jaarb. υ. Gron. D. Π, bl. 469 , 473—476.

(2) westendorp, Jttafb. V. Gron. D. IL bl. 476 (776). Verg. f. sjoerds, Fr. Jaarb. D. V.
bl. 158-160.

(3) iBBO EMMivs, Rer. Fris. Rist. Lib. XXII. p. 336. ficBOtAHUs, Fr. Hist, B. IX. bl. 289.
Tegenw. Staat van Stad en Lande. D. I. bl. 154.

ocr page 192

192 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— genen, welke het met de stad hielden. Wederzijds Averden vele vijandelijkheden en
^^^^ geweldenarijen gepleegd, welke inzonderheid de
Eems onveilig maakten. Het Kor-
ting ehuis ^
eene sterkte nabg Groningen aan de Oude A^ Averd omvergehaald. De
Groningers daarentegen bemagtigden den burg van
Selwerd, namen de manschappen
gevangen, en legden hun allen in koelen bloede het hoofd voor de voeten (1).

Friesland bewesten de Lauwers genoot sinds eenigen tijd rust en vrede, maar
was vreesselijk geteisterd door eenen hevigen stormwind, voor welken op den vyfen-
tvvintigsten van Grasmaand veertienhonderd vier en dertig, vele zeedijken bezweken
waren. De meeste veldvruchten bedierven, hetgeen eene duurte en hongersnood
veroorzaakte op Avelke eene zware pestziekte volgde (2). Ondertusschen nam
Leeu-
warden
, grootendéels door Vetkoopers bewoond, steeds in aanzien toe en werd met
de beide buurten
Oldehoof en de Hoek tot ééne stad vereenigd (3). De Vetkoopers
schonken er verscheidene voorregten aan, gelijk de Schieringers vroeger aan
Sneek en
andere sleden in
Westergo verleend hadden (4). Tot handhaving en bevordering
der algemeene veiligheid sloten de hoofden dezer beide aanhangen te
Sneek een
driejarig verbond van vrede en vriendschap, waartoe zy ook allen die den naam
van Friezen voerden uilnoodigden (5). Dit echter was den Friezen aan gene zijde
der
Eems niet mogelijk, waar de oneenigheden voortduurden. De Hamburgers sloop-
ten de burgen te
Nesse en Wilsum en bezigden het puin voor de vestingwerken
van
Emhden. Het dorp Wilsum is sedert geheel, en Nesse gedeeltelik door den
1437
Dollart verslonden (6).

Middelerwijl arbeidde edzart van Grietzijl aan eene bevrediging tusschen Gronin-
gen
en Hamburg, Te Termunten werd door de gevolmagtigden van beide zijden oen
verdrag aangegaan en daarbij het stapelregt in de
Ommelanden aan de Groningers,
en de vrije vaart op de
Eems aan de Hamburgers toegekend. De geschillen met de
iiouwekda's werden alle bijgelegd, en de baüingen uit het Olda^nht en elders, onder

'-Ï.;

S'/

(1) j. DE lemmeue , Cfiroti. Groti. p. 82, 83. s. JAUiciis, Corte Chron. bl. 448. übbo emmids ,
lier. Fris. Hist. Lib. XXII. p. 340 , 341. westendoup, Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 483—485.

(2) occo scirlensis , bl. 184. V. mabor , Hist. V. Friesl. bl. 12. winsemius , Chron. v. Vriesl.
B. Vlli. bl. 253. scHOTANDs, Fr. Hist. B. IX. bl. 292.

(3) Charterh. v. Vriesl. D. 1. bl. 510. De brief is van den 21 van Louwmaand 1435.

(4) winsesuüs, Chron. v. Vriesl. B. VIII. bl. 253. schotakbs, Fr. Hist. B. IX. bl. 292,
F. SJOERDS, Fr. Jaarb. D. V, bl. 172—176.

(5) Charterb. ν. Vriesl. D. I. bl. 512. De brief is van den 25 v. Wijnmaand 1435. Verg.
bovenal
f. sjoerds, Fr. Jaarb. 1). V. bl. 177—179.

(6) behimga, Hist^ V. Oostffiesl, bl. 275. f. sjoerds , Fr. Jaarb. D. V. bl. 180.

f

ocr page 193

DES VADERLANDS. 1857

Kekere^voorwaarden weder in hunne goederen hersteld. Gogkinga verwierf een Iwee-
jarig bestand , binnen welken tijd men trachten zou de zaken tusschen hem en
Gro-
ningen
te vereffenen (1). Kort te voren was die stad door Keizer sigismukd in den
rijksban verklaard, dewijl zij
rudolf vati Diepholt ^ in spijt van walraven »an i^iewrj,
als Bisschop van Utrecht erkende. Doch de spoedige dood des Keizers voorkwam de
gevreesde uitwerking van dezen ban; ook had Paus
eugeriüs zich voor Bisschop
EüDOLF verklaard (2).

De eeuwige vrede in het verdrag met Hamburg bepaald, werd nog hetzelfde
jaar door een enkel voorval verbroken. De ouderman van
Groningen had een Emb-
der schip, helAvelk in de
Ommelanden met granen ten uitvoer geladen was , naar
de stad opgebragt, dewyl men niet aan het stapelregt voldaan had. Do Hamburger
bevelhebber in
Emhden, hero uden , nam de weigering der Groningsehe regering
am schip eh lading te ontslaan zoo euvel op, dat hy eerlang openlyke vyandelijkhe-
den pleegde,
Sweer bank , een Hamburger, overrompelde het eiland Rottum en
roofde er de goederen der Groninger kooplieden. Insgelyks bragt
houwerda te Ter-
munten
met zijne Hamburger bezetting den handel der Groningers veel nadeel toe.
Om hieraan een einde te maken, verrasten do Groningers des nachts zijn slot, na-
men de manschappen gevangen en stelden
lodewijk horenken tot bevelhebber aan.
Hetzelfde lot trof den burg van
eppo gockinga ; ook werd eenige dagen later de sterke
toren te
Bellingicolde bemagtigd en met den grond gelyk gemaakt. HouwERDAWas
in dezen neteligen toestand wel genoodzaakt zich met Groningen te verzoenen onder
voorwaarde, dal hij zijn burg met tweehonderd grazen land aan de stad ten onderpand
zou afslaan, tot zoo lang de onderlinge geschillen door wederzijdsche scheidslieden vol-
komen vereffend waren; zijne overige goederen zou hij behouden en van de Gronin-
gers eene somme gelds tot schadevergoeding ontvangen , maar daarentegen zich* aan
het Groninger regt onderwerpen en beloven, voortaan met do stad en hare bondge-
nooten in vrede te leven (3). Naar een ander berigt, moest
hoüwerda het Groning-
sehe stapelregt en verder regtsgebied erkennen (4).

De oorlog der Hollanders met de koopsteden aan de Oostzee had edzart van Griet-

(1) Ã¼BBO EHMiüs, Rer. Fris. Ilist. Lib. XXII, p. 341, 342.

(2) ÃœBBO EMMiDS, Rer. Fris. Ilist. Lib. ΧΧΠ. p. 341.

(3) cEBo EMMius, Rcf. Fris, Ilist. Lib. ΧΧΠ, p. 343. westendorp, Jaarb. v. Gron. J). II.
1)1. 492.

(4) Tegenw. Staat v. Stad en Lande, Ό,Ι. hl,157, waar men zich op de Stads Archieven beroept.
II. Deel, 3 Stuk. 25

1438

ocr page 194

194 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—en de Hamburgers verhinderd ^ hunnen vrienden in de Ommelanden hulp te biö-
^^^^ den (1). Da Groningers hadden zich in dien kryg aan de zijde der Hollanders geschaard ,
en men vermoedt, dal zij niet zonder voorkennis van
filips van Bourgondi'è de slo-
ten van
hotrwerda. en gogkinga veroverd hebben (2). Waarschijnlijk ondersteunden
zij da Hollandscha bezetting in
Larrelt nabg Emhden, welke echter door de ben-
den -van EDZART gedwongen werd , die sterkte weder te verlaten. Zij geraakten althans
in een hevig geschil mei do Embders, welke bij die gelegenheid een stuk geschut
veroverden, hetwelk twee Groninger ingezetenen toebehoorde. Hieruit ontsproten

twisten en hatelijkheden, dia ongetwijfeld tot een openbaren krijg zouden geleid heb-

i

ben, indien niet da vrees voor de aanwassende magt en den toenemenden invloed der
Hollanders beide partijen genoopt had , da geschillen bij te leggen. Tot dat einde
28 V. kwamen afgevaardigden te
Emhden bijeen en bepaalden oen wapenstilstand van zes
inisaml onder beding, dat do
Hamburger bezetting, die op Termunten gevangen

1439 genomen was, zonder losgeld en met al hare goederen ontslagen wierd; hetgeen
terstond geschiedde. Ondertusschen zou men aan do voorwaarden van cenen be-
stendigen vrede arbeiden; de handel moest inmiddels van beide kanten vrij zijn en
naar ieders gewoonte en wet gedreven worden , maar de Groningers waren verpligt
de granen, welko zij in het
Ooer-Eemsche opkochten, vóór zij die vervoer-
den , in
Embden te koop aan te bieden. Do beslechting der geschillen van de
stad Groningen met eppo gogkinga. werd mede tot eene nadere bijeenkomst uit-
gesteld (3).

Niettegenstaande er insgelijks tusschen do Hollanders en Hamburgers een bestand was
getroffen, eischte evenwel de Raad van
Holland, in naam van Hertog filips, op
dreigenden toon do slaking der voor
Larrelt gevangen gemaakte Oost-Friesche bal-
lingen. Da Hamburgers hiertoe ongenegen en echter bezorgd voor de moeijelijkheden,
welke uit eena weigering voor hen zouden ontspruiten, besloten
Oost-Friesland voor
eenigen tyd
ta verlaten. Zij stonden Emhden tegen eene aanzienlijke som gelds aan
EDZART af, onder heimelijk beding, dat hij die stad terug zou geven als zij dit begeerden.
Hierop antwoordden zij bescheiden aan den Raad van
Holland ^ dat hun de zaak der
bewuste gevangenen niet meer aanging, maar dat zij toch gaarne , daartoe uitgenoo-

(1) Zie over dezen kriji^, hiervoor bl. 10—13.

(2) WESTENDORP, Jawh. 17. Groii. D. II. bl. 493.

(3) Î“ΒΒΟ EMMIIJS, B.ei\ Fris. Hist. Lib. XXII. p. 344, 345. sciiotasus, Fr. Hist. B. IX, bl.
292—294. Tegenw, Staat v. Siad en Lande. ü. i. bl. 157. -weste.-sdorp, Jaarb. v. Crron.

ü. I . bl. 494.

■i

ocr page 195

DES VADERLANDS. 195

(iigd, de belaDgen der ballingen bij edzart wilden bevorderen (1). Het vertrek der 1433—r
Hamburgers vergroolle het gezag en den invloed van dien bewindsman, wien daaren-
boven door hel overlijden der weduwe van
udk fockes , het gebied over Norden Avas
ten deel gevallen. IJverig trachtle hij zijn schoonbroeder
gockinga met de Groningers
te verzoenen, doch niet dan na veel moeite en onderhandelingen werd men het eindelijk
in Wintermaand te
Emhden over de vredesvoorwaarden eens. Gockikga zou in de
hem ontroofde goederen hersteld Avorden en levenslang het bezit met het vruchtgebruik
zyner heerlijkheden blyven genieten, welke na zijn overlijden aan de stad
Groningen
vervielen. Elke aangedane l)eleediging zou vergeven zijn, en edzart voor do goede
trouw van
gockinga en diens erfgenamen borg blijven. Sinds dien lijd heeft gockikga
zyne goederen gerust bezeten (2).

In Friesland tusschen de Lauwers en de Zuiderzee was inmiddels het oude vuur
der Iweedragt weder ontstoken. Do hooitlen der Velkoopers in de omstreken van
Dokkum, menke jaijema , sasker donia en lieuwe uffinga , en do hoofden der
Schieringers,
sytze sikkama en jeppe jeppema , hielden gewapende bezetting op
hunne slinsen met welke zij elkander kwelden. Vóór dat de vlam tot het gemeen
oversloeg, gelukte het den bewindslieden hen te bewegen, de geschillen aan de
beslissing van scheidslieden te onderwerpen.
Bokke jaebla , benderd haui^ga ,
ΜΕΓίΝΕ RIE3NKS van Güttst en SJERK MELLEMA Werden hiertoe gekozen met bevel om,
na behoorlijk onderzoek van zaken, binnen acht maanden uitspraak te doen. Inlus-
schen moesten partijen onder eede zich verbinden, geeno vijandelijkheden te plegen ,
de krijgsknechten af te danken, op elke slins slechts vier ruiters of lijfwachten te
houden en deze , wanneer zij de rust verstoorden, aan de regters over te leveren of zelf ι
daarvoor te verantwoorden. De boete voor den overtreder was zeshonderd kroonen len be-
hoeve der scheidslieden en van de stad
Dokhum, nevens het verlies van regl in het ge-
heele pleitgeding. Tot waarborg van het nakomen dezer voorwaarden, moesten van elke
zijde twee gijzelaars in handen der scheidslieden Avorden gesteld (3). Na vele onder-
handelingen werd te
Leeuwarden door de Regters en Raden der landen en sleden
van
Oostergo en PFestergo een algemeene vrede of bestand over geheel Friesland^
doch slechts voor twee jaren gesloten dewijl men oordeelde, dat een korle vrede,
dien men naderhand altijd konde verlengen, beter dan een die voor vele jaren aange- 28 v.
gaan werd, zou onderhouden worden. In deze overeenkomst, welke de steden

1439

(1) e. beninga, lUst. V. Oost-Ffiesl, bl. 278 , 279. γββο 'emmics, Rer. Fris. HisU Lib. XXU.
p. 346,
schotanus, Fr. Eist. B. IX, bl. 294 , 295. f. sjoerds, Fr, Jaarb. 1). V. bl. 206—210.

(2) TJBBO EMMITJS, Rer. Fris. Hist. Lib. XXIL p. 346—348.

(3) DDBO EMMiDs, Rer. Fris, Jlist. Lib. XXIL p. 342.

21 ^

ocr page 196

1860 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Leeuwarden^ Dokkuniy Bolsward en ïVorhum bezegelden, werden lyf- en geld-
strailen bepaald op het schenden der openbare rust en het invoeren van vreemd krijgs-
volk ; zoo er onlusten in
Oostergo of fVestergo mogten ontstaan, zou het eene ge-
west het andere met al zijne magt te hulp komen (1).

Deze tijd van vrede werd waargenomen, om zoo mogelijk de kloosters te hervor-
men , die opgevuld met werkelooze en ongebonden monniken, sedert lang de broei-
nesten van tweedragt en oproer geweest waren, welke eene zee van rampen over
land en volk verspreid hadden. Het klooster te
Ludingakerk in het bijzonder, was zoo
diep bedorven, dat zelfs de Pastoors uit de omstreken, verontwaardigd over de onge-
regeldheden welke er heerschten, de naastbijgelegene Edelen aanspoorden, dit ver-
blyf der ongeregtigheid te zuiveren.
Sikko sjaardema , doüwe aijlva , epo te kie ,
üOUWE noMMiNGA, DOuwE OEDziNGA te Kimswerd, RiENK OEPKES te Birdingaterp,
hans in Oßingahuizen en tjaarb tjaerda ondernamen en bragten deze moeijelyke
taak , met behulp van eenige Geestelijken, naar wensch ten einde (2). In het klooster
te
Lidlum was het niet beter gesteld. Veel had dit gesticht in de binnenlandsehe
beroerten geleden, en een groot gedeelte der monniken was deels door de pest, deels
in de wapenen gesneuveld. De "overgeblevenen gaven zichjaan de grofste buitenspo-
righeden over en maakten zich tweemaal openlik aan manslag schuldig, hetgeen met
eene zware geldboete aan de wereldlijke magt moest verzoend worden. Te vergeefs
beproefde de Abt
folkert de verwaarloosde tucht te herstellen. De teugellooze mon-
niken braken den kerker open, welken hy tot schrik der kwaadwiUigen in het kloos-
ter had opgerigt, slaakten de gevangenen en staken het gebouw in brand. De wel-
meenende Abt, aan alle verbetering wanhopende, legde zijne bediening neder en
vertrok naar het eiland
Terschelling (3). Ondertusschen noopten het bemoegen der
Edelen en andere wereldlijke personen in
Friesland met de zaken der Geestelijken,
de veelvuldige mishandelingen aan welke Kerkdijken en kloosterlingen waren blootge-
steld, en het vertrappen der voorregten door Pausenen Keizers der geestelijkheid
verleend, den Utrechtschen Bisschop
rudolf van Diepliolt tot het nemen van eenige

(1) Chartert ν. Vriesl. D. 1. bi. 518. winsemiüs, Chron. v. VriesL· B. VIII. bi. 251, alvpaar
verkeerdelijk dit verdrag tien jaren vroeger gesteld wordt. Verg.
übbo eiamids, lier. Fris. Ilist,
Lib. XXIII. p. 358. scnoTANUs, Fr. Eist. «. X. bl. 308. j

(2) wiNSEMiüs, C/iron. v. Vriesl. B. VIII. bl. 253. scnoTAiïus, Fr. Hisi. B. X. b!. 308.

(3) Oudh. en Gesticht, r. Friesl. D. 11. bl. 184. Verg. wirsemiüs, Chron. v. Vriesl. B. IX,
p. 255. scHOTAMBs, Fr. Ilist. B. X. bl. 308, welke dit voorval plaatsen onder reinieb of reünehiis,
den opvolger van folkert.

ocr page 197

DES VADERLANDS. 197 .

besluiten ton voordeele der Kerkelijken (1). Er werd ook tusschen de Friesche kerk- 1433—

Toogden en de Reglers en Raden der landen van Oostergo en fVestergo een verdrag

lot bescherming van elks voorregten gesloten (2). Dit sch^'nt den Bisschop vreder Sprok-

Icdiii*

met de Friezen verzoend te heiben. Althans door zyne bemiddeling werden de ge- 5440
schillen tusschen de ingezetenen van
JVester go en de grieteng Doniawerstal met de
«lad
Kampen, over het wegnemen van een Kamper koornscliip ontstaan, kort daarop
in der minne vereffend (3).

Om dien tijd overleed ailgo houw^erda van Termunten. Op voorspraak der Ham-
burgers ontvingen zyne weduwe en kinderen, overeenkomstig eene schikking mei
Groningen, al hunne geregte goederen en landen tusschen de Eems en do Lauwer»

terug, van welke zy zoolang het vruchtgebruik zouden genieten lot eenige dier 24 v.

W^iiii·"*

kinderen of allen meerderjarig geworden waren; alsdan zou over de in geschil n^aiuul
gebleven punten door onpartijdige scheidslieden of regters nader beslist worden. De
burg
de Holm op Groot Termunten en het daaraan onderhoorige regtsgebied bleef
aan de stad
Groningen, welke van de tweehonderd grazen of jukken lands, die er
toe behoorden, honderd aan de weduwe afstond (4). Den Groningers moest deze over-
eenkomst te welkomer zijn, daar zg op dat pas met de
fVorhummers en Hinde^
lopers,
die eenige Groninger schepen geroofd en een daarvan verbrand hadden , in
oorlog waren. Wederzijds werd zoo wel te lande als te water gekaapt, meest ten
nadeele der beide Friesche steden, die te zwak om langer den last des oorlogs te
lorschen , den vrede wenschten, welke door tusschenkomst der regering van
Dokkum χ γ.
gesloten en waarbij bepaald werd, dat men elkander den gemaakten buit zou terug- j
geven (5). Eene gelijke oorzaak baarde kort daarop ook eene verwydering tusschen de 3441
Groningers en de Friezen aan gene zijde der
Eems» Koppen παττενα , een aan-
zienlijk ingezeten te
Vollen in Ου er leding er land, verbolgen dat men hem de nala-
tenschap zijns broeders, die in
Groningen was overleden, onthield, wreekte zich op
de kooplieden dier stad en roofde hunne goederen. De Groningers beklaagden zich
daarover by
clrich , welke zyn broeder edzaut was opgevolgd, en ontvingen van
hem ten antwoord, dat het builen zyne voorkennis geschied was en hy er niets te-

(ly occo 8CABLEKSIS, bl. 184. ficnoTABüs, Fr. Rist. B. X. bl. 308.

(2) Charterb, ν. Vriesl. D. 1. bl. 519. f. sjoerds , Fr. Jaarb. D. V. bl, 223.

(3) occo 6CARLEKSIS, bl. 184. WIKSEMIÜS,^ Chron. v. Vriesl. B. IX. bl. 256, welke deze ver-
zoening twee jaren later stelt,
schotanijs, Fr. Eist. B. IX. bl. 297.

(4) Ã¼BBo Enaiws, Rer. Fris. Hist. Lib. XXII. p. 349. scnountis, Fr. Hist. B. IX. bl. 296.

(5) obbo emiüs, ßer. Fris. Hist. Lib. XXII. p. 350. vfibseirii's, Chron, v. Vriesl, B, IX.
b'. 255.
Tegenw. Staat v. Stad en Lande. D. 1. bl. 158.

ocr page 198

198 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—gen had, wanneer zij zich zeiven reglTerschaften, De regering van GröJirTz^ew verzocht
^^^ echter vooraf van de Overledingerlanders schadevergoeding voor de geleden nadeelen ,
en het straffen van
παττενα. Ondertusschen viel de bezetting van Termunten , door
oen deel Embder en Hamburger overloopers versterkt, onder voorgeven van de roovers
te tuchtigen, in
Ooerledingerland, plunderde het dorp Drieveer aan de Eems en
voerde zelfs verscheidene inwoners gevangen met zich. Op
ulrighs klagten over dit
bedrijf, verklaarde de regering van
Groningen, dat het builen haren last geschied
was, doch beloofde voor de slaking der gevangenen en de teruggave der ge-
roofde goederen te zorgen, indien
ulrich, die zich nu de Overledingerlanders aan-
trok ,
hattena's moedwil beteugelde. Hieraan werd voldaan; de aanhang van ηαττενλ

18jV. werd verdreven en zijn slot te Vollm met den grond gelijk gemaakt. De gevangenen
Cj is O

I4T2' ^^^^ Drieoeer werden nu terstond ontslagen, hun de aanwezige geroofde goederen
terug beloofd en voor de overige werd schadeloosstelling toegezegd (1),

De belofte werd niet door de daad gevolgd, hetgeen ulrich bewoog Ie geree-
der het oor te leenen aan de klagten van
gockinga en de weduwe houwerda over
het onregl, welk zij van de Groningers leden. Doch te voorzigtig, om zelf zich
mot deze zaak te moeijen, droeg hij die den magtiger Hamburgers op, welke
zich om hel misnoegen der Groningers weinig bekommerden. Zij eischlen ernstig
van de regering der stad, dal de erfgenamen van
houwerda in de* goederen,
welke hun tegen woord en belofte aan onthouden werden , geheel hersteld zouden
worden, en tevens dat
eppo gockinga geen overlast meer lijden, maar overeenkomstig
het verdrag, zijne bezittingen in rust en vrede genieten zou. Doch de Groningers
wilden hiervan niets hooren; zij namen veeleer eene bende overloopers en zeeschui-
mers in dienst, welke de
Eems bezette, de afkomende Embder schepen kaapte en
den handel der Hamburgers op dien stroom geweldig belemmerde. Scherpe verwij-
lingen van beide zijden vermeerderden steeds de spanning, welke in eene volsla-
gen vredebreuk dreigde te ontaarden toen
remmert pibena , de aanvoerder der Gro-
ninger vrybuiters, een aanzienlijk Embder burger gevangen had Aveggevoerd. Maar
de Groningers, beducht voor de inagt der Hamburgers, welke met gunstigen uitslag
tegon de Hollanders oorloogden en weder in
Oost-Friesland het hoog gezag voerden,
ontsloegen den gevangen Embder burger, vernietigden de voornaamste ropversnesten
en toonden zich tol het bewaren van vrede en vriendschap genegen (2).

Middelerwijl was de algemeene landvrede, in veertienhonderd negen en dertig

(1) Ã¼bbo embids, Rer. Fris. Eist, Lib XXIII, p. 352, 353. schotaküs, Fr. Eist. ß. X.
1)1. 304, 305.

(2) Ã¼bbo emmid9, lier. Fris. Rist. Lib. ΧΧΠΙ. p. 353—355. scuotaküs, Fr. Eist. B. X. bl. 306.

ocr page 199

DES VADERLANDS. 199 .

voor den tijd van twee jaren in het West-Lauwersche Friesland gesloten, ten einde 1433—

gespoed, en terstond had zich do vaan der tweedragt weiler in Weiter go en Oostergo

ontrold. Rommert gabbihga of ^abbema en ^gn zoion sïtze met eenige andere

Schieringers belegerden de stins ran agge te Sondel iu^aasterland^ toen onder ^e*- ^

Win-

twgo gerekend, en veroverden die na een hevig gevecht, vj'aarin agge zoo zwaar tenn.
gewond werd, dat de vijanden bij hunnen aftogt iiejm voor dood lieten liggen. Eeno ^^^^
vrouw voerde den zieltogende in haar huis, zoog zijne wonden «it en hragt hem
xoo ver tot zich zeiven, dat hij biechtte en het sakrament ontviog. Men koesterde
zelfs allo hoop op eene geheele herstelling, toen de
gabbinga's eenen booswicht huur-
den, welke
agge op zijn bed vermoordde. Deze wandaad vervulde alle weldenkenden
met verontwaardiging tegen de Schieringers en wekte de wraak der Vetkoopers op.
Albert doedes van Stavoren rukte met eene bende vreemd krijgsvolk in Gaaster- 1443
landy belegerde met hulp van gale galema van Koudum en andere Vetkoopers, do
verschansing
de Spijker te Hemelum en slak het dorp in brand. Doch de Schie-
ringer aanvoerders,
bokke harihxma van Sneek, de beide gabbinga's en epo tietes
HETTiNGA bragten onmiddellijk al hunne magt bijeen en ^onljsetlen-de schans, waarbij
tweehonderd man in hunne handen vielen en ploys, de bevelliebber der vreemdo
huurbende, met meer dan zestig knechten sneuvelde.
Albert doedes werd uit de
kerk gehaald, in welke hij gevlugt was, en vermoord. Nu trekken de overwinnaars
verAVoestende door Noordwolde, verbrandden de stinsen van gale galema en verover-
den stormenderhand het huis van hessel jüwijsga op den Hemdijk, hetwelk ten gronde
toe geslecht
werd (1). Om den loop dezer geweldenarijen te stuiten , sloten de steden
Sneek, Hindelopen ^ Workum en Bolsward^ nevens eenige grietenijen en Edelen, '
bij welke zich later nog
Harlingen en Gaasterland voegden, voor één jaar een ge-
meenschappelijk verbond tot handhaving der rust en veiligheid. Elk die zich daaraan g ^^
vergreep zou, naar gelang zijner overtreding, aan het leven of in zijne goederen ge-
Zoiner-
straft worden. Het verdrag werd door Gaasterland en do sleden bezegeld, maar men
vindt er geene zegels van Edelen aan (2),

Oostergo was niet minder een tooneel van moord, roof en brandstichting. Do ge-
slachten RIPPERDA en HEEMSTRA inzondcrheid, voerden met elkander eenen openbaren
oorlog. De stinsen
Heemstra nabij Dokkum, m' Dijkstra oÏDmihstraia Huizum

(1) occo scARLEKSiSj bl. 185. VAïïmBOR, Eist. t\ Friesl. D.I. bi. 12, 13. übbo emmius,
lier. Fris. Mist. Lib. XXIlI. p. 358. wiissEamjs, Ckron, v. Friesl. B. IX. bl. 256. scnoxAHos,
Fr. Hist. B. X, bl. 308.

(2) Charierb. v, Friesl. ü. I. hl. 522. Verg, occo scarlemis, bl. 185. wissejjius, Chron, p.
Friesl. β. IX. bl. 257. scuotakcs, Fr. Hist. B. X. bl. 309.

ocr page 200

200 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—in Leeuwarderadeel werden in de asch gelegd, en een algemeene burgerkrijg
dreigde weldra het gansche gewest in TUur en vlam te zetten (1). In dezen verwar-
den en hagchelijken stand van zaken verbonden de inwoners yan
Oostbroeksterland,
\an Kollumerzwaag, Oldicolde
en ff estergeest, drie dorpen in Kollumer land, zich
met Groningen, gelijk vroeger meer geschied was en nu te noodiger scheen, dewijl
do Westergoërs zich afzonderlijk onder elkander vereenigd hadden (2). Bij dit ver-
AVijn- drag, welk de twintig naastvolgende jaren van kracht zou zijn, werd aan do statl
Groningen eene uitgestrekte magt toegekend, om de regters, welke hun ambt niet
behoorlijk waarnamen, tot hunnen pligt te brengen, de boosdoeners te achtervolgen
en de euveldaden te weren (3).

In do andere deelen van Oostergo vereenigden zich verscheidene vredesgezinde

Q γ mannen , zoo Schieringers als Vetkoopers, om al hunne verschillen binnen de laatste

Wijn- veertien jaren ontstaan, op de geschiktste wijze vóór den eersten van Slagtmaaml
maand.

aanstaande bij te loggen, en zoo dit niet gelukte, het onderzoek en de beslis-
sing daarvan aan den Raad van
Groningen over te laten. Dit verdrag vond bijna
algemeene goedkeuring; vele Edelen van beide aanhangen onderteekenden het,
en tol waarborg voor de nakoming daarvan, Averden gijzelaars naar
Groningen ge-
zonden. Het beantwoordde evenwel geenszins aan de hooggespannen verwachting.
Weinig geschillen werden bygelegd en nog minder voor den Raad van
Groningen
gebragt door den tegenstand van hen , welke of uit eigenbelang, of uit ijverzucht
legen
Gr Otlingen, daartoe niet wilden besluiten. Te vergeefs liet de regering dier
slad door mannen als
sikke kammingha , peike uwia en aiesk kamstra , do onge-
ztnden lot hunnen pligt vermanen. Eenigen der hardnekkigsten , ter verantwoording
ingedaagd, weigerden trolschelyk te verschenen of zich aan den Raad te ondervi'erpen;
anderen antwoordden in het geheel niet, dreven den spot met het verdrag, of trachtten
door allerlei nietige uitvlugten do zaak slepende te houden. De Groningergezinden
spoorden daarop den Raad aan, om de ongehoorzamen met de wapenen te dwingen;
doch de rampen, welke hieruit onvermijdelijk zouden voortvloeien, bewogen de ge-
moederen aan de slem van bezadigder mannen gehoor te leenen. Er werd derhalve
te
Leeuwarden een verbond voor den lijd van vier jaren tusschen Oostergo en de slad
25 T.
Groningen gesloten , opdat daarin diegenen, Avelke het vorig verdrag als niet ver-
^j'444 binficnd genoeg beschouwden en ontdoken, begrepen zouden worden (4)„ De inhoud

I

(1) iibüo ejijuus, Her. Fris. Mist. Lib. XXlII. p. 359.

(2) opco SCARLEBSia, bl. 18().

(3) Charterb. r. Friesl D. I. bl. 526, 527. Verg. p, sjoerds , Fr. Jaarb. D. V. bl. 248.

(4) Î'ΒΕο Eïimcs, Rer. Fris. IJist. Lib. XXIII. p. 359 , 360. scnoTAWüs, Fr. liist. Κ 1. hl 310.

ocr page 201

DES VADERLANDS. 201 .

kwam hoofdzakelijk hierop neder: men zou jaarlijks eene bijeenkomst of warf Ie 1433—-
Groningen houden, om gezamenlijk de beroepingen van de uitspraken der achttien
mannen, die zelve in
Oostergo een beroepingshof van de vonnissen der gewone reg-
iere vormden , en andere hangende zaken benevens de geschillen tusschen het land
en de sleden van
Oostergo naar regt af te doen. Konde men het in eenige pun-
ten niet eens worden, dan zou de Raad van
Groningen beslissen. Men zou de open-
bare rust en veiligheid met nadruk handhaven, de geweldenarijen gestreng te keer
gaan, het invoeren van vreemd krijgsvolk aan lijf en goed straiTen , door zware boeten
de vredebrekers en misdadigers trachten Ie beteugelen en alles aanwenden, om ook
JVestergo lot het bondgenootschap over te halen (1). Dit verbond werd naderhand
insgelijks aangenomen door
Smallingerland^ Oostermeer , Zmdertneer, Garijp en
meer andere kerspelen (2). Er blijkt overtuigend uit, in welken slaat van verwarring
en onrust
Oostergo verkeerde, daar de meeste Edelen, steden en gemeenten zich
gedrongen zagen, om lot onderschrgging der inwendige rust, aan de stad
Groningen
zulk eene breede magt toe te slaan. De uitkomst toonde weldra, dat dit middel
niet toereikend was, om do weerbarstige gemoederen , in twisten opgegroeid en aan
wrevel gewend , te vereenigen (3).

Inmiddels had de dood van eppo gogkinga de stad Groningen in het bezit zijner
goederen gesteld, en van, dien oogenblik af matigde zij zich het gebied over het U

geheele Oldamht aan. Niet alle Oltambter kerspelen waren hiermede tevreden;
eenige althans weigerden gehoor te leenen aan het verzoek of bevel des Raads, om
de dyken ter wering van verdere doorbraak te herstellen. Misschien spoorde dit
gedrag de Groninger regering aan, om den vriendschapsband met ULRicn en de Oost-
Friezen enger te strengelen. Tot dat einde begaven zich de Burgemeesters
glant en
TEK GRAVE naar
Emhden, waar men onderling overeenkwam, om bij twist of mis-
noegen dan eerst de wapenen op te vatten, wanneer vruchteloos eeno minnelijke
ichikking beproefd was; ook beloofde men elkander niet te beleedigen of te bena-
deelen, den handel te beschermen en geenen zeeroovers schuilplaats te verleenen.
Overeenkomstig dit punt, verhinderden de Groningers zekeren
bronger , een Oost-

Op gezag van EMMirs meent men, dat dit verbond reeds in Slagtmaand des vorigen jaars gesloten
was, maar in Grasmaand daaraanvolgende geteekend en gezegeld werd.
Tegenw. Staat v. Stad
en Lande.
D. I. bl. 161 (t).

(1) Charterb. Vriest, D. I. bl. 524—526.

(2) Tegenw, Staat van Stad en Lande. ü. I. bl. 101 (t).

(3) p. SJOERDS, Fr. Jaarb. D. V. bl. 258.

\l Deel. 3 Stuk. 26

■f!

ocr page 202

202 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—-Frieschen balling, die zich te Fermsum had gevestigd^, in den Dam een schip uit
Ιθ rusten, om langs de
Eems te kapen. Met even gelukkig gevolg beteugelden zij
op verzoek van
ulrich , de vyandelykheden der overige ballingen , die zich in de
Ommelanden ophielden en in egge addiwga. van Westerwolde ^ den bitteren vijand
der Hamburgers, een magtigen beschermer vonden (1).

1445 Ondanks dit alles bleef de goede verstandhouding zeer wankelende. Ulrich trok
zich de zaak der inwoners van
Drijfoeer, welke nog geene schadevergoeding van
de Groningers ontvangen hadden, ten sterksle aan. Tevens beklaagde hij zich bij de
regering van
Groningen, dat zij bokko ηαεινχμα , het opperhoofd der Schieringers
le
Sneek, welke met eenige aanzienlijke Oost-Friezen vereenigd , de scheepvaart op
de
Eems ten uiterste onveilig maakte, oogluikende begaan liet. Daarentegen schonk
hij zijne goedkeuring aan de daad van
γορκε reind van Stikhuizen,, die na vergeef-
sche pogingen tot inning eener schuld ten laste van een
Oldamhter ^ bij zekere ge-
legenheid zes Oldambters gevangen genomen en verzekerd had, hen niet te zullen
slaken vóór hij behoorlyk voldaan zoude zijn. Eene openbare vredebreuk scheen onver-
mijdelijk , toen de Groningers, bij wijze van wedervergelding, eenige Over-Eemsche
kooplieden op de markt in hechtenis genomen hadden. Door tusschenkomst van goede
mannen, werden echter eerlang de zwevende geschillen gelukkig uit den weg ge-
ruimd (2).

In Friesland beweslen de Lauwers was de rust nog [ver te zoeken. Westergo
en een groot gedeelte der Zevenwblden konden niet tot het verbond met de Gronin-
gers gebragt worden, tegen wie zy een ingekankerden haat koesterden. In
Oostergo
zelf strekte dit verbond den .wrevelzuchtigen tot voorwendsel van nieuw misnoegen,
lïovenal dewijl naar veler oordeel,
Leeuwarden daarin ten nadeele van Leeuwarde-
radeel
bevoorregt werd. Het was dan ook naauwelijks gesloten toen hierover tusschen
de stad en de grietenij twist ontstond.
Leeuwarden beriep zich op den eerstkomen-
den regtsdag of warf te
Groningen^ en de grietenij Averd derwaarts gedaagd met last,
zißh in dien tusschentijd van alle geweldenarijen en verongelykingen te onthouden. Vele
Edelen uit
Leeuwarderadeel namen deze dagvaarding euvel op en zonden, met goed-
keuring der gewone regters,
sikko martena en γεικε tjnia naar Groningen, welke
den Raad aantoonden, dat zij niemand verongelukten, maar dat de, stad
Leeuwarden
ongelijk aandeed door zich gewelddadig regten aan te matigen , welke haar niet toe-
kwamen. En naardien deze zaak voor geene regtbank gebragt, veel min vonnis er

(1) Ã¼bbo emmids, Ret. FHs. Ilist. Lib. XXIII. p. 356, 357. schotakds , Fr. HisL B. X. bl. 307.

(2) UBBO EMMios, lief. Ffts. Eist, Lib. XXIII. p. 357, 358, 361. scnoTAitus, Fr. Hist. li. X.
bl. 307. i ' ι

ocr page 203

DES VADERLANDS. 203

over geveld, ofeenig beroep op de achttien regters geschied was, zoo als het verbond 1433—
medebragt, gaven zij hunne groote verwondering te kennen, dat men hen naar
Gro-
ningen
ontboden had. Zij vermaanden ernstig den Raad omzigtig te zijn en liever
van de zaak af te zien dan aanleiding te geven, dat de eendragt gekrenkt en het
verbond vernietigd wierd. Op dit klemmend verloog wees de Raad beide partijen
naar haren eigen regter terug, en het geschil werd kort daarna, op welke wijze is
onzeker, verejfTend. Maar op den volgenden landdag werden
fokke ripperda , welke
den landvrede geschonden en het huis van
taco kamstra in brand gestoken had; en
sasker donia, om het vermoorden van gerke juwisga op een heiligen dag, in
zware geldboeten verwezen. Beide weigerende zich hieraan te onderwerpen, werd
besloten, hen door geweld van wapenen daartoe te dwingen waaraan, naar het
schijnt, terstond gevolg gegeven is (IJ.

Ondertusschen was in ester go, bovenal na het eindigen van het eenjarig bestand ,
de vrede weder gestoord. Het klooster
Bloemkamp of Oldeklooster had voor eigen
koslen de
Makhumerzijl gelegd en eene vaart daarheen laten graven, doch was over
het regt daartoe in hevigen twist met het klooster
Ludingakerk geraakt. Reeds vreesde
men een openbaren oorlog, te meer dewyl er eene oude veete tusschen de beide kloos-
ters bestond, toen het den Abt van
Bloemkamp, ülbe tienstra , een verstandig en
vredeminnend Geestelyke, gelukte door middel van eenige. bezadigde mannen , de ge-
schillen uit den weg te ruimen (2). Ernstiger in de gevolgen was de op nieuw ont-
vonkte tweedragt tusschen de Schieringers en Vetkoopers. Eenige Edelen van den
eerstgenoemden aanhang
sikko en doüwe sjaardema , doeke en abbe dottikga ,

rommert gabinga, keimpo ünia, lieuwe oedsma , worp jukkema , rienk kamstra,
sikko martena
, ruurd roorda en gerrolt herema, trokken met hunne .vrienden
en bondgenooten naar
Engelum y veroverden stormenderhand de slins van sjoerd
GROVESTINS, de sterkste in Friesland, en voerden den eigenaar met zijn zoon gevan-
gen naar
sjaardema's huis in Franeker. De Vetkoopers, hierdoor getergd, versterk-
ten den toren van
Workum, uit welken zij de Schieringers beoorloogden, die verre
de magtigsten in dit oord, hen weldra onder aanvoering van
buurd roorda ,
KEiMPO XJHIA, ROMMERT GABiHGA en HARiTTG DONiA belegerden. De Vetkoopers-
gezinde Minderbroeders van
Stavoren rukten hierop met een deel bezoldigd
vreemd krijgsvolk, onder den hopman
ketelhoed, tot ontzet des torens aan. De

(1) UBBo EMMiDs, Ref. Ffts. [Hisi. Lib, ΧΧΠΙ. p. 360, 361. schotands, Fr. Hist. B. X.
bl. 311, 312.
F. sjoERDs, Fr. Jaarb. D. V. bl. 266—268.

(2) Ã¼BBo EMMiüs, Rer. Fris. Hist. Lib. XXIIL p, 361. wihsemiüs, Chron. f. Vrieal. B. IX.
bl. 259. SCHOTANUS,
Fr. Hist. B. X. bl. 312.

26*

ocr page 204

204 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

Schieringers trokken hen Ie gemoel en bleven na een hevig gevecht overwinnaars.
Ketelhoed met vele Velkoopers waren gesneuveld, en eenige krygsgevangen gemaakt.
Terstond werd nu de toren overweldigd, waarby
ruurd roorda. eene wonde in de
knie ontving aan welke hy kort daarna overleed. Hij was een van de voornaamste
hoofden der Schieringers en beroemd wegens zijne wijsheid, w^elsprekendheid en
ligchaamssterkle (1).

BOKKO HAiiiNXMA, de magtigsle der Schieringers, zette middelerwijl in hunnen naam
zijne zeerooverijen tegen de Hamburgers en Embders voort, waartoe hij vele kapers
{cSneek^ Sloten, Woudsend en elders onderhield. Hy benadeelde hierdoor ge-
weldig den handel van dit gewest, want de Westergoërs nu alom voor zeeroovers
of als hunne bondgenooten aangezien , werden door de Hamburgers en Oost-Friezen
overal aangehouden en met verlies van goed en leven gestraft. Tot overmaat van
ellende was
Westeryo destijds in hooggaande geschillen met de Zevemcolden ge-
wikkeld; wederzijds maakte men zich aan rooverijen, brandstichtingen, moorden en
de verregaandste ongeregeldheden schuldig , en vervulde de gemoederen der landza-
len met angst en onrust. Om aan zoo vele wandaden perken te stellen en een open-
baren krijg te voorkomen, werd eindelijk door beide partijen te
Sloten een .zesjarige
vrede gesloten (2). Men zou elkander tegen alle buiten- en binnenlandsche vrede-
brekers ondersteunen en deze laatsten met eene geldboete straffen; de gevangenen
en gijzelaars zouden geslaakt worden; het onderling verkeer tusschen
Westergo
en de Zevenwolden zou vrij en veilig zijn, en wie den anderen benadeelde moest
dit mei eene zware geldboete beleren. Ter minzame slissing van opkomende ge-
schillen , zou men tweemaal 's jaars een landdag te
Sloten houden, voor welken tevens
de regtszaken in hooger beroep gebragt wierden (3). Er blykt hieruit, hoe ongene-
gen de Westergoërs en Zevenwolders waren, om met de. Oostergoërs zich aan de
Groningers of aan eenige andere vreemde magt in regtszaken te onderwerpen,
hetgeen toen in
Friesland zeer gebruikelijk was. Vele Geeslelyken en Edelen
immers hadden de gewoonte, den landgenoot met wien zy verschil hadden, tot
nadeel van 's volks regten en vrijheden, voor den Bisschop van
Utrecht of andere
naburige Vorsten, die op hel bezit van
Friesland vlamden en aldaar invloed bezaten ,
in regten te betrekken (4). Om dit voortaan te beletten, werd op eenen algemeenen

O y.
Win-
lorm.

Ï446

(1) occo scARLENsis, bl. 187, V. THABOR, Hist, v. Vrlesl. D. I. bl. 13.

(2) cBBo EMMius, Eer. Fris. Hist. Lib. XXIII. p. »'{61. scuotaots, Fr. Ilist. ß. X. bl. 312.^

(3) Charterb, ν. Friesl. D. I. bl. 628.

(4) occo scarlknsis, bl. 189. bbdo ejimiüs, Rer. Bist. Fris. Lib. XXIII, p. 36L

20 V.

Jlooim.
144.5

ocr page 205

DES VADERLANDS. 205 .

landdaff besloten : » Dat, naar inhoud van hel Friesche regt, niemand eenige bezwaarbrieven 1433-

1482

van den Ulrechtschen Bisschop of van eenig ander uitheemschen Vorst, in het land ^^^^
zou mogen brengen, veel minder daarvan gebruik maken. Indien een Priester zich
daaraan vergreep, zou hij zyne bediening (leen) en goederen verliezen en nimmer
in
Friesland weder eenig ambt mogen bekleeden; een wereldlijk persoon zou in
dit geval, goed en leven verbeuren. Dezelfde straf werd ook op hem toegepast,
welke vóór dit besluit zoodanige brieven in hel land gebragt had en, uit kracht
daarvan , anderen leed of nadeel berokkende. Alle geschillen en zaken , over welke
de Bisschop van
Utrecht, uithoofde zijner heerlijkheid en geestelijke gestichten , in
Friesland mögt Ie beschikken hebben , moesten in het gewesl zelf door eenen van
hem aangeslelden Regler beslist worden, opdat niemand of eenige zaak buiten hel
land beregt wierde (l)."

Om denzelfden tijd hernieuwden de ingezetenen van Acht Kerspelen het verbond
van onderlinge veiligheid en bescherming in veertien honderd zes en twintig mei Ilun-
singo, Fivelingo i Langewold ^ Vredewold ^ Bumsterland Qn de slad Groningen
gesloten (2). Behalve de bepalingen omtrent het straiTen van roovers en dieven, het
helen en koopen van gestolen goederen, naar luid van het genoemde verdrag,
zou men elkander met genoegzame magt ondersteunen, wanneer een vermogend
man, die wegens diefstal moest achtervolgd worden, Aveerstand bood (3). Tol dit

λ v.

verbond traden vervolgens de kerspelen O ast er meer , Sumeer ^ Garyp, Sighers-Zomcv-
wolde, Β er g urn , Nordermeer ^ Eestrum en onderscheiden andere (4). Tevens sloot
de stard
Groningen een altyddurend verdrag met Westerwolde ter handhaving der vrij-
heid en onafhankelijkheid. Het was geschoeid op de leest van de overeenkomst met het
Oldamht in veertienhonderd vijf en dertig (5), doch in eenige punten de regtsplegiug
betreffende, week het daarvan af, zoo als onder anderen, dat do "Weslerwolders van
de vonnisen, door de twaalf reglers van het landschap geslagen , zich binnen tien dagen
op den Raad van
Groningen mogten beroepen, welke de reglers voor zich konde dag-
vaarden en van de zaak kennis nemen. Ook bevestigde het
egge addinga in zekere
voorouderlijke en aangeërfde regten (6). Tegen dien Hoofdling werden in hel vol-

(1) Charterl·. ν. FriesL D. 1, bl. 529.

(2) Zie ^Igem. Gesch. des Faderl. D. II. St. II. bl. 593.

(3) Charterb. ν. FriesL D. I. bl. 530.

(4) Charterb. ν. FriesL D. I. bl. 531, 532.

(5) Zie liicrvoor, bl. 190.

(6) bdbo emmiüs, Rer. fris. Hist. Lib. XXIII. p. 302.

ocr page 206

206 algemeenegesghiedenis

1433—gende jaar door de Westerwolders klagten over krenking hunner vrijheden bij den
Raad van
Groningen ingebragt. Tot dezen vervoegden zich insgelyks de regters van
1448
Reiderland ^ om de slaking van een hunner ingezetenen te verzoeken, welken ao-
DiiiGA in zyn slot te fjTedde had opgesloten uit wraak, dat deze een pleitgeding le-
gen hem gewonnen had. De Raad nam de zaak ter harte , doch liet die varen toen
de Bisschop van
Munster, tot wien addinga als leenman zich gewend had, bewees
en zich er op beriep , dat
JVesterwolde sedert jaren een Munstersch leen geweest was,
en zijne voorgangers er steeds velerlei regten bezeten hadden; hy verlangde derhalve,
dat de Raad de uitgevaardige bevelbrieven intrekken en zich van gezag over anderen
onthouden zou. De Hamburgers te
Emhden, onder wier bescherming de gevangen
Reiderlander stond, besloten toen met
tjlrich , om addinga met de wapenen te over-
vallen en zijn slot te vermeesteren; doch de Raad van
Groningen, welke dezen burg
ongaarne in Hamburger handen zag, bragt hen van dit voornemen terug (1). Waar-
schijnlijk zal men den gevangen Oost-Fries voldoening gegeven en daardoor verdere ge-
volgen voorkomen hebben (2).

Hoezeer het der stad Groningen weinig beviel, dal Emhden door ulrigh weder aan
de Hamburgers was afgestaan, drongen echter de omstandigheden en bovenal de vrees
voor den steeds magiiger wordenden
filips van Bourgondi'è ^ haar meer dan voorheen
lot toegeeflijkheid. Op eene bijeenkomst te
Appingadam werden derhalve al de ver-
schillen tusschen haar en
Hamburg vereffend, en wederzyds vrije handel en scheep-
vaart gewaarborgd (3), In dit jaar werd ook het belangrijke
Regt en Verdrag tusschen
Groningen en de Ommelanden ontworpen, hetwelk als de eerste grondslag van bet
Ommelander landregt van zestienhonderd een aangemerkt wordt. Dit
Regt bevat een
aantal bepalingen op moord, verwonding, brandstichting, diefstal en andere misdaden.
Moord en doodslag worden met geldboeten gestraft, terwijl hij, die boven de waarde
van een oud schild gestolen heeft, opgehangen moet worden (4). In een bijgevoegd
punt werd bepaald, dat een zelfmoordenaar verbrand en zyn goed verbeurd verklaard
zal worden (5). Drie jaren later liet de regering van
Groningen afkondigen, dat op zoo-

(1) Ã¼bbo emmibs, Rev. Fiis. Bist. Lib. ΧΧΠΙ. p. 364, 365. schotancs, Fr. Hist. B. X. bl.
315, 316.

(2) Tegcmv. Staat. v. Stad en Lande. D. I. bl. 164. '

(3) Ã¼bbo emmiüs, Rer. Fris. Eist. Lib. XXIII. p. 364. schotanus , Fr. Hist; B. X. bl. 315.
WESTENDORP, Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 524.

(4) westendorp , Jaurb. v. Gron, D, II, bl. 525—528.

(5) WESTENDORP, Jaarh. v. Gron. D. II; bl. 529. / f'

ocr page 207

DES VADERLANDS. 207 .

danige doodslagen, welke tot nu toe met geld waren geboet, voortaan de doodstraf 143J
gesteld was (1).

Het zesjarig vredeverbond tan veertienhonderd zes en veertig konde aan Friesland
bewesten de Laitwers de rust niet teruggeven. Waagde men het niet openlijk de
wapenen tegen elkander op te vatten, dan trachtte men door list en misleiding zijn
doel te bereiken. Op die wijze geraakten de
roohda's aan eenige landeryen van het
klooster te
Lidlum, welke zij eertijds aan dit gesticht met geweld hadden afgenomen,
maar van wier bezit zij zich thans door een bewijs van eigendom trachtten te verze-
keren. Er werden twee brieven opgesteld; in den eenen verklaarden de
roorda's ,
dat zy zich met den Abt tjebbo wilden verzoenen en alle geschillen uit den weg
ruimen; in den anderen echter erkende de Abt, dat hij van het regt op de be-
twiste landerijen te hunnen behoeve afstand deed. Hierop noodigden de »
oorda's den
Abt ten avonddisch en gaven hem den eersten brief te lezen, doch namen dien terug
onder voorgeven, dat hy bij zyn vertrek wel konde teekenen. Maar toen het veelvul-
dig rondgaan van den beker den Abt bedwelmd had , legden zij hem met gewenschten
uitslag den tweeden brief ter onderteekening voor , en bereikten alzoo door deze schur-
kenstreek het beoogde doel (2). Weldra barstte ook de smeulende vonk der oneenig-
heid in volle vlam weder uit. Te
Hidaard in Eennaarderadeel had douwe hiddema 1450
eenen der knechten van
broer tjebbinga gedood. Om zich te wreken, verrasten
tjebbinga met de Schieringer Edelen douwb sjaardema , epo aylva en tiete bet-
tiwga
de onbewaakte stins van hiddema op Nieuwland by Bolsxmrd^ welke
zij plunderden en vijf bedienden van den afwezigen eigenaar doodsloegen (3). Van
daar terug gekeerd, bouwden
sjaardema en epo aylva een blokhuis te Allin-
gawier
in JVonseradeel aan het Makkumer meer, om zich tegen jakle feddes ,
eenen voornamen Vetkooper, te verdedigen. Doch vóór deze sterkte nog geheel
voltooid was, werd zij in het volgende jaar door
feddes, jascke douwbma en
andere Velkoopers veroverd en geslecht (4). De burgerhaat ontgloeide steeds he-
viger, en
Friesland levert in dit tijdperk een rampzalig tooneel op van moord
en verwoesting.
Hero kikkertsma doodde wijbe heres gerkema , maar averd deswege,
ondanks de verzoening tusschen de beide geslachten, terwijl hij in zijne stins te
Slo-

(1) WESTENDORP, Juarb. v. Gron. D. II. bi. 532.

(2) winse3iiüs, Chron. v. Friesl. B. IX. bl. 261. schotakos , Fr. Hist B. X. bl. 316.

(3) wtnsemius, Chron. v. Friesl. B. IX. bl. 261. schoiands, Fr. Hist. B. X. bJ. 323.

(4) occo scarleksts, bl. 189. V. TaABOR, Hist. v. Friesl. D. I. bl. 13. vbbo ehmius, Her. Fris.
Hist.
Lib. XXV. p. 380. winsemius cn scuotanus, iu de boven aaogehaalde plaatsen.

1482

ocr page 208

1872 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

ten aan tafel zat, door aggo dokia vermoord. Op den landdag te Bolsward werd
doüwe gekbranda , naar men wil op aandrang van jarigh hottisga , door jan roorda
met wien hij lang in twist en vijandschap geleefd had, doodgestoken. Uit weerwraak
vermoordden
εοννε bonninga en jarigii van Woudsend in de kerk te Harlingen
schelte roorda van Tjummarum, den neef van jan. Gelijk lot trof s\tze , den
zoon van
rommert gabinga, in Gaasterland door de Vetkoopers. Daarna belegerden
goslikl jongema , dc Bolswarders en andere Schieringers de stins van jakle feddes te
AlUngawier, namen die na eenige dagen stormenderhand in, vernielden het gebouw
en sloegen
feddes met vijftien man van de bezetting dood. Do renten en de goederen des
vermoorden trok
jongema aan zich, waardoor hij niet weinig in opspraak kwam (1).

In de landen tusschen de Lauwers en den Dollart heerschte ondertusschen eene
gewenschte rust.
Ulrich , die het groot gezag der Hamburgers in Emhden moede
begon te worden en zich aan het hoofd der misnoegden tegen hen gesteld had,
trachtte vergeefs de Groningers en Ommelanders in dezen strijd te wikkelen. Zij
poogden integendeel door vriendschappelijke tusschenkomst, de geschillen te vereffe-
nen en, hoewel vruchteloos, het uitbarsten der vijandelijkheden tq voorkomen (2).
Eerder dan zich met vreemde belangen te moeijen, wijdden zij hunne krachten aan
de verbetering van den inwendigen toestand des lands. Om den vernielenden voortgang
van den
Dollart te beteugelen, werd op last van den Raad van Groningen en ten
koste van
Stad en Lande, van het Old-Amht en de geestelijkheid, onder het opzigt
van den Drost
goesen van Dulck ^ een dijk van Finserwolde tot aan hel klooster
Palmar mh&\.Klein-Oldamht opgetrokken (3). Dit was de eerste en tot vijftienhon-
derd negen en twintig de eenige dijk , berekend om krachtdadig de verwoestingen des
Dol-
larts
te stuiten. Bij eene doorbraak daarvan in vyftienhonderd achttien werd het gewest
ten deele overstroomd (4). *Welligt was het ter bestrijding van de onkosten dezer bedij-
king, dat de Groninger Raad, zoo men wil, besloot zekere lieden aan te stellen, die
de goederen en waren, welke van buiten ingebragt werden , zouden inkoopen en voorts
ten voordeele der stad weder verkoopen. Dit vreemd besluit vond hevigen tegenstand
bij den Raadsheer
warwer smit , welke verbolgen het raadhuis verliet zwerende, dat

(1) occo scARLEjtsis, bl. 189, 190. v. THABOR, Rist. v. Vriesl. D. I. bl. 13, 14. übbo emmiüs,
■Rer. Fris. Eist. Lib, XXV. p. 380. wiiiSEMius , Chron. v. Vriesl. B. IX. bl. 261, 262. seiio-
TAïiüs, Fr. Jiist. Jï. X. bl. 323.

(2) ubbo emmiüs, Rcr, Fris. Hist. Lib. XXIV. p. 366. schotanus, Fr, llist. ß. X. bl. 317.

(3) XJBBO Eämiüs, Rer. Fris. Hist. Lib. XXIV. p. 375. Tegeniv. Staat van Stad en Lande^
Ih I, bl. 166.

(4) WESTENDORP, Jattvh, v. Grvn. D, II. bl. 537. j

1433—
1482
9 V.
He rfst-
maand
1453

5 V.
Wijn-
maand

25 V.
Zomer-
maand

1454

ocr page 209

DES VADERLANDS. 209 .

hij er de uitvoering van zou beletten al moest het ook zijn grijzen kop kosten. Hij 1433—
vond weerklank bij de gilden, en verzekerde zich van hunne hulp tegen de regering,
welke hem als oproermaker den dood dreigde. Na indaging verscheen hij op het
stadhuis, en niet ontsteld bij het zien van den scherpregter in de voorzaal,
vroeg hij den Raad op ernstigen toon af: »of het genomen besluit met bloed moest
bezegeld worden?'' Ondertusschen verwekte het geraas van het zamengescholene,
gewapende volk op de markt zulk eene vrees en schrik in de vergadering, dat zy
het besluit introk en tevens plegtig beloofde, in het vervolg nimmer iets te onder-
nemen in strijd met de belangen der gemeente , met de stedelijke instellingen en de
voorregten der gilden. Hiervan werd terstond een geschrift opgemaakt en bezegeld.
Warner smit gaf er kennis van aan de opgewondene menigte , welke hij vermaande
zich van alle gewelddadigheden te onthouden; hij zelf geleidde de bevende raads-
leden naar het Jakobijnenklooster, om daar te vertoeven tot de woede des volks
geheel bedaard zou zijn (1).

Inmiddels trachtte filips van Bourgondi'è door zijne gezanten de West-Lauwerschc 1455
Friezen te bewegen , hem op billijke voorwaarden als Heer te huldigen , met bedreiging,
hen bij weigering, met de wapenen daartoe te dwingen. Hierover hield men te
Bohward een landdag en zond voorts eenige zq^jikgelasligden naar Haarlem met j2v.
volmagt, om met den Hertog in onderhandeling te treden. Doch zij keerden spoe-
dig onverrigter zake terug, dewijl geene voorwaarden tot waarborg hunner aloude
vrijheden te bedingen waren (2). Het komt ons niet onwaarschijnlijk voor, dat
de bedoelingen van
filïps op Friesland ^ tot een nieuw tienjarig verbond van
Groningen met de Ommelanden aanleiding gegeven hebben. Daarin toch meent
men, dat behalve eenige bepalingen belrelFende den handel, de handhaving van
het regt en der veiligheid van personen en goederen, ook het keeren van alle
geweld, do onafhankelijkheid van vreemde Heeren en onderlinge bijstand en hulp
op de eerste aanmaning, alles bij bepaalde boeten of breuken, verzekerd werd (3).

(1) Ï…ββο emmiüs, Rer. Fris. Uist. Lib. XIV. p. 374, 375. schotanus, Fr. Hist. B. X.
bl. 321, 322.
Emmius wil dit voorval noch ontkennen, noch aannemen. Dc Schrijver van den
Tegemv. Staat v. Stad en Lande , 1). I. bl. 165, twijfelt er aan en Avil, zoo iets van dien
aard geschied zij, dit tot het jaar 1457 verschoven hebben.

(2) occo 8caklensis, bl. 190. üBBo emmids, Rer. Fris. Hist. Lib. XXV. p. 380. schotakus,
Fr. Hist. B. X. bl. 324. winsemiüs, Chron. v. Vriesl. B. IX. bl. 262. Charterb. ν. Vriest.
D. I. bl. 589, in hetwelk deze gebeurtenis, minder waarschijnlijk, op 1456 gebragt wordt.

(3) westendorp , Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 541.

II Deel. 3 Stuk. 27

ocr page 210

210 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

J43.3— Hel bijeenbrengen van een talrijk leger door filips, om zijn natuurlijken zoon dayid
van Bourgondi'è op den Ulrechtschen zetel te plaatsen (1) , bragt do Ooslergoërs en
Westergoërs, -svelko vermoedden, dat deze krijgsmagt tegen hen bestemd was, in
beweging. Zij hielden onderscheidene landdagen , om te overleggen, wal hun in dal
hagchelijk oogenbhk te doen stond en trachlten ook
ulricu en de Groningers te bewe-
gen , om zonder uitstel met hen een verdedigend verbond te sluiten en do veruilziende
plannen van den magtigen Herlog van
Bourgondi 'è tegen te werken, terwijl zy hun
den geheelen ondergang met welken de Friesche vrijheid van de
Zuiderzee lol aan
de Wezer bedreigd werd, nadrukkelijk voor oogen stelden. En toen de Groningers
en Oost-Friezen hieraan geen gehoor gaven, slolen zij, gedachtig aan hunne voorou-
ders , die wel legen eeno groolere magt der Hollanders dan die was over welke de
Herlog thans beschikken konde , do vrijheid verdedigd hadden, een onderhng verbond

15v. van zoen en vrede (2). De hoofdpunten waren, dal men elkander tegen alle binnen-
}naamï buitcnlandsch geweld hulp en bijsland verleenen, wien dit weigerde te bezweren

1456 voor algemeenen vijand des vaderlands verklaren, en hem, die met vreemde Heeren
zamenspande, aan lijf en goed straffen zoude. Dit verdrag, dat lol den eerslen van
do aanstaande Slaglrnaand van kracht zou zijn, werd bezegeld door
Oostergo, fVes-
tergo
en door do Zevenwolden , jonger νί(Α\ί.ϋ toen Schoterland, Stellingwerf, Op-
ster land , Doniawerstal, Sniallingerland, Haskerland, Aengwirden, Oostzin-
g er land,
nu een gedeelte van Lernst erland, Achtkar spelen , Oosthroeksterland en
Kollumerland gerekend werden (3).

Hoewel de Groningers aan dit verbond ter verdediging van der Friezen vrijheid en
onafhankelijkheid geen deel namen, trokken zij echler céne lijn met de Overijsselsche
sleden legen de verheffing van
david van Bourgondi'è op den sloel van Utrecht, Zij
zonden naar
Deventer, door Herlog filips belegerd, nevens eenige krijgsbenden eene
aanzienlijke hoeveelheid mond- cn oorlogsbehoeften (4). Doch toen
david eindelyk
'beide door het
Booen- cn Neder-Sticht als Bisschop erkend werd, volgden zij dit
voorbeeld en werden door hem in al die oude vrijheden en gewoonten bevesligd, welke
hun door zijne voorzalen waren toegestaan (5). Ter bedwinging der Oost-Friesche

1457 kapers, welke de Graaf van Oldenburg ondersteunde, vernieuwden zij kort daarna

(1) Zie hiervoor, bl. 00.

(2) ubho EMjiiiis, Rer. Fris. Ilist. Lib. XXV. p. 381. scnoTAM:s, Fr. Hist. B. X. bl. 324.

(3) Charterb. ν. FriesL D. I. bl. 590.

(4) Zie hiervoor j bl. 93. ·ννΕ8τΕχηοκν5 Jaarb. v. Gron. D. 11. bl. 545.

(5) iDsiKGA, Staatsr. d. Nederh D. II. bl. 370, 377. Verg. lacrvoor, hl. G4,

ocr page 211

DES VADERLANDS. 2ί1

het verbond van onderlingen vrede en handel met Bremen (1). Door tusschenkomst ^^^^^
van
ULuicn, nu Graaf van Oost-Friesland ^ verzoende zich insgelijks do stad Gro-
ningen
met Jonker sibo of sibet van Dornum en Eisens ^ die Oterdiim^ welk den
Groningers behoorde, ingenomen en geplunderd had, uit wraak dat zij zijne moe-
der , de weduwe van
eppo gogkisga , met geweld uit den burg te Zuidbroek
verdreven, hare overige goederen zich toegeëigend en harer billijke klagten gehoor
geweigerd hadden
(2). Ulrich sloot zelfs een nieuw verbond met Stad en Lande,
wier schepen daarbij vergund werd do Eems vrij op te varen en de markten in
fVestfalen te bezoeken, onder beding, dat zij op verbeurte van goed en schip,
hunne ladingen aan geene Hollanders verkochten. Men zou evenmin gedogen, dat er
granen uit
Westfalen naar Holland of West-Friesland over land door Groningen
en de Ommelanden vervoerd werden. Bij nadere overeenkomslen verleenden ulrich
en Jonker sibo alleü ingezetenen van Stad en Lande vrijen handel door geheel Oost-
Friesland
, zonder aan eenigo schatting of ongelden onderworpen te zijn; welke
voorreglen wederkeerig hunnen onderdanen door de regering van
Groningen in haar
regtsgebied vergund werden (3). Dit verdrag, in het welbegrepen belang van den
handel gesloten, mishaagde den gilden te
Groningen, dewijl het hun slapelregt den
bodem insloeg. Ten uiterste gebelgd, begaven zij zich naar het kerkhof van
st. maar-
ten
, waar do Raad dikwijls gewoon was onder een grooten lindeboom te vergaderen,
overlaadden de aanwezige Regenten met beschuldigingen en drongen hen, de gesloten
overeenkomst te vernieligen. Hiertoe noodzaakten zij drie dagen later den geheelen
Raad, toen zij gewapend voor het stadhuis verschenen en dood en verderf dreigden
wanneer men hun wensch niet bevredigde (4). Bovendien moesten Burgemeesteren
en de Raad beloven nimmer eenige verandering in den stapel of accijns te bren-
gen, noch andere nieuwigheden in te voeren, zonder toestemming van do overlieden
der gilden en van de gezworene gemeente , welke laalslo het tevens zoude vrijstaan,
om bij eene vergadering met den Raad, zich af te zonderen ten einde onderling te
raadplegen. De uitvoer van binnenlands gewassene granen werd verboden, hetgeen
later in menig verbond met do
Ommelanden voorjiomt, waarbij men meer, naar het

(1) w'ESTEKDORP, Jaavb. v. Gron. D. II. bl. 551.

(2) e. benisga, JHst. v. Oost-Friesl. bl. 311. übbo emmius , Rer. Fris. Hist. Lib, XXIV.
p. 376.
Tegemo. Staat v. Stad cn Lande, D. I. hl. Iö8. westendorp, Jaarb. v. Gron, D.U.
1)1. 546, 552.

(3) Îµ. beninga, /Jist. V. Oost-Friesl. bl. 311 en de aant. van ηαιικεγιποτιγ aldaar, bl. 311—314.

(4) UBBO EMjiits, Rer, Fris. Ilist, Lib. XXIV. p. 376, 377. Tegenw, Staat v. Staden Lande,
1). I. bl. 169.

27 *

ocr page 212

212 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—schijnt, de belangen der behoeftige ingezetenen, dan die Tan landbouw en handel in
^^^^ het oog gehad heeft
(1). Ondanks dezen maatregel te gunste der schamele gemeente,
moet het in
Groningen steeds zeer onrustig en onveilig geweest zijn , dewijl elk ver-
boden werd, na het luiden der klok des avonds te tien ure tot des morgens te drie
ure, als de wachter
op, op geblazen had, op straat te verschijnen (2).

Ondertusschen herleefden weder in Friesland beoosten de Zuiderzee, bij het einde
van het onderling beschermend verbond, de oude veeten.
Goslikga te Hattuni ge-
raakte met den Abt van
Mari'èngaard over eenige landerijen in geschil en verzette
zich gewapenderhand tegen de kloosterlingen, welke de vruchten daarvan kwamen in-
halen ; doch in het gevecht werd hem de arm verbrijzeld, aan welke wonde hy kort
daarna overleed. Hoewel het geschil nog vóór zyn' dood werd vereffend, nam echter
zijn neef
goslik goslinga bloedwraak op eenige kloosterbroeders, waaruit ongetwijfeld
nieuwe oneenigheid zou ontstaan zijn, indien niet de zaak door de Abten van
Bloem-
kamp
en Klaarkamp in der minne was bijgelegd (3). In dien tyd van spanning en
onrust kwam
thomas gurstadt uit naam des Keizers frederik III in Friesland, ter
inning der verschuldigde schatting of schot, die sedert jaren niet was opgebragt. Men
was niet ongenegen de schatting op te brengen en het achterslallige aan te zuiveren ,
onder beding, dat de Keizer den Hertog van ^owr^owi/ié· onder zware bedreigingen zou
verbieden, iets tegen
Friesland te ondernemen, of zich eenig regt of heerschappij over
dat gewest aan te maligen; dat hij de Friezen zou gelasten geenen anderen Heer of
Regent te erkennen dan den Keizer; dat hij alle voorregten , door
karel den Groote
gegeven en door sigismund bevestigd, bekrachtigen , maar alle overeenkomsten , door
geweld van wapenen met het huis van
Beijeren aangegaan, vernietigen zoude ; dat
hij alle scheiding en scheuring van
Oostergo en West er go, en in het byzonder toe-
treding tot het verbond met
Groningen zou verbieden; en eindelijk, dat geen Fries
buiten de grenzen des lands voor eene geestelijke of wereldlyke regtbank, zelfs
niet in geval van beroeping (appel), zou mogen gedaagd worden. Men verzocht
gur-
jOv. STADT den Keizer lot het aannemen dezer bedingen te bewegen; en weldra keerde

Imand

met drie brieven van den geldbehoevenden Vorst naar Friesland terug. In den
1457 eersten worden de Friezen in al hunne oude regten en vrijheden bevestigd , en. in den
tweeden gelast zich tegen elk te verzetten, die hen overheeren, bezwaren of van de
getrouwheid aan den Keizer en aan het Rijk aftrekken wilde. De derde brief ver-

(1) Tegenw. Staat v. Stad en Lande, D. I. 1)1. 169. westekdorp, Jaarb. v. Gron. D. II.
bl. 554, 555.

(2) WESTENDORP, Jaarb. v. Gron, D, II. bl. 546.

(3) winsemius, C/iron. v. Vriesl. B. IX. bl. 263. scdotanus , Fr. Eist. B. X. bl. 325.

ocr page 213

213

DES VADERLANDS,

biedt den Hertog van Bourgondib ^ op verbeurte der keizerlyke genade, de Friezen 1433—
verder lastig te vallen , of inbreuk te maken op de regten , welke zij als onderdanen
des Rijks genoten; maar vergunt hem , zoo hij eenige aanspraak op
Friesland ver-
meent te hebben, die voor het keizerlijke geregtshof te brengen (1). Zoodra de
beide eersle brieven door
gurstadt op den landdag waren overgeleverd en de laatste
voorgelezen was, werd de schatting opgebragt en den afgezant, onder dankbetuiging,
een geschenk aangeboden, waarna hij vertrok (2).

De Friezen, thans bevryd van de vrees voor een buitenlandschen aanval, zetten nu,
zoo als gewoonlijk, met te meer hevigheid hunne oude burgergeschillen voort, wroet-
ten zinneloos in eigen ingewanden om en vernielden door moorden , rooven, brand-
stichten en verwoesten de welvaart des lands.

Te Oosterend in Eennaarderadeel had voorheen tjerk of sierk iiarinxma gewoond ,
vermoedelijk een zoon van
haring harinxma , die in dertienhonderd zeven en negen-
tig met SJOERD WIARDA tot Potestaat van
Friesland was verheven (3), en broeder van
agge harinxma , Hecr van Sneek door zijn huwelijk met de dochter van rienk bok-
KEMA
(4), van HOTZE of HOTTIIYA harinxma , epo HARINXMA te JT/ji en doüwe harinxma
te Heeg. Hij liet zeven zonen na, agge, haring, hotze , Benedikt, kempo , tjerk
en de jongste , Avelke den geestelijken stand omhelsde , doch wiens naam onbekend is, nevens
twee dochters van welke de pene aan
botte eesches en de andere aan zekeren merk
gehuwd was. Zij allen noemden zich donia of doyngha , welken naam hun vader,
toen hij de stins van
Donia te Oost er end in bezit kreeg, voor dien van harinxma ,
welken zijne broeders behielden, had aangenomen. Agge had zijn verblijf te Slooten
op eene slins van zijne echtgenoole ; haring bezat Hiddema-stins op Niemvland^
benedikt Avoonde te Heeg , hotze te Edens, kempo te Hemeluvi en tjerk op de
hoofdstins van het geslacht te
Oosterend. Tusschen deze donia's en hunne bloedver-
wanten de
harinxma's, ontstond een hevige krijg, tot welken agge donia het eerst
aanleiding gaf. Heerschzuchtig van aard, konde hij niet dulden , dat zijn neef
watse
harinxma
iu Slooteu meer gezag uitoefende dan hij. Om zich van hem te ontslaan,
verliet hij de zijde der Schieringers, tot welke zijn geheele stam behoorde, en
vereenigde zich met de Vetkoopers, om door hunne hulp zijnen gehaten mededin-
ger te verdrijven. Hij ontbood de woudlieden, aangevoerd door den dapperen Vel-

■ψ vi

(1) occo scARt.ERSis, bl. 193—198. WIRSEMIÜS, Chron. v. Friesl. li. IX. bl. 265—267. Char-
terb. V. Friesl.
D. I. bl. 592.

(2) Ã¼bbo e3uiiüs, Rer. Fris. Hist. Lib. XXV. p. 383. scdütaküs, Fr. Hist. B. X. bl. 326.

(3) Zie Alg. Gesch. d. Faderl. D. II. St. Π. bl. 410.

(4) Alg. Gesch. d. Faderl. D. II. St. II. bl. 423.

1

ocr page 214

1878 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

■ koopcr j\wKE DOUWMA vau Langweer ^ binnen Slooten ^ zij slaken de stad in brand, en
belegerden de sterke welbewaakte slins yan "
watse harinxma, die onbeschadigd was
gebleven. Βοκκο
harinxma , heerschap te Sneek, snelde onmiddellyk met eene
menigte Schieringers uit
Oostergo en Westergo aan, om zijnen zoon te ontzeilen
en behield in een gevecht te
Slooten de overhand. Solke meynema , aise tjebbema
en vele anderen sneuvelden, de overigen ontvluglten. Agge dosia ontweek met
JANKE DouwMA Op zyn huis, maar verliet het heimelyk nog dienzelfden nacht. Do
overwinnaar nam er bezit van en schonk het zijnen zoon in wiens geslacht het ge-
bleven is.
Agge keerde nimmer in Slooten terug, maar ontving, toen hij naderhand
weder tot de zijde der Schieringers terugkeerde, eene schadeloosstelling in geld, doch
te gering, ora hem het gemis dezer slins to vergoeden (1).

Ondertusschen - had haring donia zich insgelijks den haal der Schieringers op den
hals gehaald. Den eersten van Grasmaand had hij met eenige zijner bondgenooten
Hot-
tinga-stins
bestormd, doch Avas met verlies van acht man door den bezitler epo k.el
afgeslagen (2). Douwe sjaardema , het hoofd der Schieringers, door huAvelijk
aan
epo kel vermaagschapt, over dezen aanval verbitterd, trok door goslik jon-
GEMA en eenige burgers van Bolsward vergezeld, naar Nieuwland, veroverde het
huis van
haring donia , Iliddema^stins genaamd , en legde er eene bezetting in,
om zijne aanhangers, welko door
janke douwma en dq woudlieden gekweld werden,
to beschermen (3), De oorlogsvlam in het Westen ontstoken, sloeg spoedig Oostwaarts
over,
Fokke eesghes bestormde met tweehonderd woudlieden of Zovenwolders de slins
van
rienk doytes abbema te Akkrum, maar werd door de dappere bezetting afgeslagen.
Door hulp der Sneekers bereikte hij echter kort daarna zijn dool, en bemagligde levens
do slins van
lieuwe doytes abbema. De beide broeders werden met hun vader gevangen
naar
Sneek gevoerd, maar naderhand aan fokke eesghes uitgeleverd en door hem in
Sikkema-huis to Akkrum opgesloten (4).

Het regt, de openbare veiligheid en do handel leden geweldig onder het woeden
der partyschappen, en waarschijnlijk strekte ter handhaving daarvan het verbond,
om dien tijd tusschen de Velkoopers der
Acht Kerspelen qix Groningen ^ Langewold ^

(1) occo SCAHLESSIS, bl. 198—200. V. τπΛΒοη, Eist. ν. Friesl. D. 1. bl. 15, en dc aant. der
uitgevers, bl. 49—53.

(2) wiNSEiiius, Chron, v. Friesl. B. X. bl. 267.

(3) occo SCARLENSIS, bl. 200. v. τπλΒΟΐι, Hist. v, Friesl. 1). I. bl. 16 en dc Aant. bl. 53, 54.
wiHSEMius, Chron. v. Friesl. li X. bl. 268.

(4) occo SCARLEN8IS, bl. 200. v. TiiABOU , Hist. v. Fricsl. D. I. bl. 17.

1433-
1482

10 ν.

liooim,

1458

13 ν.
Hooim.

■

ocr page 215

DES VADERLANDS. 215

1433—

1482

Fredewold en Hunuterland gesloten (1). De krijg \Terd niellemin hevig voorlge-
zet.
Agge doniä. veroverde met zijn bondgenoot jakke douwma. de slins van jouke
galama
Ie Akmarijp in ütingeradeelf terwijl zijn broeder haring donia zich meesT
ter maakte van
depka's huis Ie Smallehrug in ÏVijmhritseradeel, Van hier uit,
gesterkt door eene bende uitheemsche knechten met bussen gewapend, roofden en
blaakten zij door geheel het gewest.
Lieuwe en uiekk doytes abbema, tegen losgeld
ontslagen, tastten
uessel edes jongema van Bozum nabij de buurt van Raiiwerd aan en
joegen hem op de vlugt. Doch
jongema , ondersteund door tjebbe oeninga en eenige
anderen , overviel hen te
Imsum en dreef hen lot aan Sikhema-stins te Ahhrum
terug. Hier echter ontvingen zij bijstand en vervolgden nu op hunne bpurt de aan-
vallers lot
Irnsiunerzijl ^ waar jongema door lieuwe »ottes abbema gedood werd.
Dienzelfden dag vernielde
douwe sjaardema op eenen strooptogt uit Franeher, waar
hij eene aanzienlijke magt bijeen had, de slins van
Benedikt donia te ffeeg, die van
haring donia te Woudsend^ en de voorouderlijke slins van dat geslacht ia Oosterend,
waar tjerk: donia, naar het schijnt, gevangen genomen werd, dien men later, om
weder in het bezit van de slins Ie
Smallehrug Ie geraken, van zijne banden ont-
sloeg (2). Inmiddels maakte
kempo jongema Ie Rauwert zich meester van rienk
doytes abbema
uit wraak over den dood zyns broeders in het gevecht by Irnsumer-'
zijl.
Na Avoinig maanden werd rienk bij verdrag ontslagen, maar zyne slins Sikkema
Ie Akkrum door, de Velkoopers uit do Zeüenwolden vermeesterd en lot den grond
geslecht. Kort daarop viel hij mei zijn broeder
lieuwe in handen van jouke galama,
die beide gevangen naar de Zevenwolden voerde. Fokke eesghes Irok dadelijk met
eene groote bende in het dorp
Imsum, maar do inwoners dreven hem met zooveel
geweld lerug, dat eenige zijner manschappen onder het vluglen bij
Aalzum ver-
dronken en de overigen Ie naauwernood hel gevaar ontsnapten (3).

Tot beteugeling dezer vijandelijkheden en wandaden, traden do sleden, Deekens,
Reglers, Hoofdlingen en gemeenten van
Westergo in een onderling verbond van hulp
en bescherming legen alle binnen- en buitenlandscho verstoorders van rust en vrede ,
en verpligtten zich , onder zware geldboete , hen eendraglig en met geweld te kee-
ren (4). Later sloot ook
Oostergo een gelijksoortig verdrag met WeHergo voor den
tijd van dfie jaren, waarbij tevens bepaald werd, dat allo vreemde hulpbenden, op

30 v.
Herfst-
maaml.

Sprok-
kclm.

1401

(1) wESTEsnoRP, Jaarb. v. Groii. D. 11. bi. 558.

Φ·

(2) occo SCARLENSIS, bl. 200. V. TUABOR, UisL f. Vrk&l D, 1. bl. 17 en de Aaiil. bl. 40, 47, 54.

(3) occo SCARLESSIS, bl. 201.

(4) Charterb. ν. Friesl. D. 1. bi. 599.

1459

29 V.
Oogst-
maand.

30 v.
Oogst-
maand,

21V.

Louw-
maand
14Π0

10 v.

Zomer-
maand.

ocr page 216

216 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—verbeurte van het leven, tegen aanstaanden Paschen het land moesten ruimen (1).

^^^^ De dojyia.'s zetten evenwel de geweldenarijen voort. Botte mesches , aan hen verzvva-

18 v. gerj ^ veroverde do stins van watze mennes te Imsum, welke hy versterkte en er zich
Grasm.

1461 op vestigde. Agge en haring donia hielden door hunne strooptogten uit het slot te
Akmarijp, den geheelen omtrek in schrik en vrees. Om hieraan een einde te maken ,
besloot men overeenkomstig het onlangs gesloten verbond, hen te belegeren , en het slot
12
v. werd door meer dan vierduizend man ingesloten. De onderneming mislukte , hetgeen
voornamelijk aan de vreemde busschieters der bezetting wordt toegeschreven, tegen
Avelke de Friezen , die nog geene vuurwapenen bezigden, niet bestand waren.
Rienk.
KAMSTRA, sjOERD aylya, twce neven van douwe sjaardema en eenige anderen der
belegeraars waren door dit ongewoon schietgeweer doodelyk gewond , hetgeen verbazing
en ontsteltenis onder de overigen verspreidde , welke na drie dagen het beleg opbra-
ken zonder iets van belang verrigt te hebben. Dit deed natuurlijk den moed der
donia's meer dan ooit zwellen. Ongestraft roofden zij nu voort op hunne naburen ,
baalden het vee van voor
Bolsward , Sneek, Slooten en Boxum weg, mishandelden
wreedaardig de huislieilen en stelden hen op zware brandschatting. Hunne huur-
knechten , Λ\^cr teugellooze moedwil alom angst en schrik verwekte, werden uit dien
hoofde
Broezen (duivels) genoemd (2).

Do Groningers en Ommelanders handhaafden ondertusschen in hun gewest den
vrede, dien zij tot verbeteriog van den inwendigen toestands des lands aanwendden (3).
De stad
Groningen en ulrigii van Emhden sloten in veertienhonderd negen en
vijftig weder een nieuw verbond met elkander, strekkende zoo wel om den wederzijd-
schen handel te bevorderen, als de onderlinge vriendschap te verzekeren (4). Te
meer moest
ulrigh aan de goede verstandhouding met Groningen gelegen zijn , de-
wijl er geschillen tusschon hem en
eqgo van Westerwolde ^ over de nalatenschap van
'I diens oom imel abdena gerezen waren. Hij had een' groot gedeelte daarvan door

|| schandelijk bedrog van eggo's bloedverwanten, aan zich gebragt en bevestigde zich

^ in het onregtvaardig verkregen bezit. De verbitterde hoofdling zocht hulp en verde-

,,<; diging bij den Bisschop van Manster , wien de Westerwolders nu op nieuw als leenheer

huldigden en den eed van getrouwheid aflegden , naar de gewoonte hunner voorvade-
ren , die zich reeds in dertienhonderd zestien leenroerig van het stift
Munster ver-

lul

' (1) Charterb, ν. Friesl. D. I. bi. 600.

(2) occo SCARLENSI8, bl. 201. v. tdabor, Hist. v. Vriesl. D.I. bl. 17,18 en de Aant. bl. 46, 55.

(3) WESTEWDORP, Jaavb. v. Gron. D. II. bl. 558—561, 568. Tegenw. Staat v. Stad en Lande ^
D. I. bi. 170, 171.

(4) Ã¼BBo EMMiüs, Rer. Fris. Hist. Lib. XXV. p. 384. /

s

ocr page 217

DES VADERLANDS. 217 .

klaard hadden. De Kerkvoogd nam hen daarop in bescherming onder verzekering 1433—
van het behoud hunner reglen, gewoonten en vrijheden (1). Bisschop
david van
Bourgondi'è
daarentegen stond in veertienhonderd zestig het geregt van Selwerd op
Goo en Wold aan Groningen af, hetgeen als eene der voornaamste oorzaken van de
aan^γassende magt dier stad beschouwd wordt. Hij ontving voor dien afstand in eens
zestienhonderd Rijnsche goudguldens en zou er jaarlijks ])ovendien nog honderd genie-
ten. Indien zijn opvolger weigerde dit geregt op nieuw aan de Groningers over to
dragen, dan moest hun do hoofdsom teruggegeven worden (2).

De Opsterlanders, die rijkelijk in al de rampzaligheden der partijwoede deelden,
trachtten tot herstel der openbare veiligheid en van het regt, zich weder met
Gro-
ningen
te verbinden. Do voorwaarden des verdrags waren: vrede en verzoening tus-
schen alle Opsterlanders; het gezamentlijk weren van hen die
Opsterland aanvielen;
en het weigeren van onderstand of bescherming aan misdadigers. De hoofdmannen
in
Groningen zouden jaarlyks ten overstaan van drie of vier goede mannen uit O^)-
sterland,
den Grietman des landschaps nevens twee mederegters in do groote ker-
spels en eenen in de kleinere uit de eigenërfden der grietenij aanstellen, van wier
vonnissen men zich op de hoofdmannen te
Groningen mögt beroepen. Dit verbond,
op den vierden dag na Pinkster bezegeld , herstelde de rust in
Opsterland en wekte 1401
de overige grietenijen van
Oostergo en Westergo ter navolging op, die lot dat
einde eene bijeenkomst te
Bergklooster bepaalden, van welke echter, naar het
schijnt, niets gekomen is (3). Immers do tweedragt en burgerhaat vlamden daar met
altyd heviger woede voort. Men verhaalt zelfs, dat do stad
Harlingen door toedoen
van haren eigenen Grietman en zijne mederegters verbrand werd.
Schelto jayma j4(}2
vermoordde te Marrum tjalling sydsma of sytzema , die hem eene wonde aan do
knie had toegebragt, waaraan hij kort daarna overleed.
Sydsma was een der dap-
perste en stoutste Friesche Edelen van zijnen t^d en had in
Ferwerderadeel en in
den omtrek tegen de Vetkoopers, lot welke hij vroeger behoorde, veel oorlog ge-
toerd (4). Zijne beide zonen
syds en feike noemden zich botnia , vermoedelijk
naar de stins van dien naam te
Marrum, welke èertijds door ode botiiia bewoond

(1) UBBO EsiMiüs, Rcr. Fris. Hist, Lib. XXV. p. 385. idsikga, iStaattr. d. Nedert. i). Ji.
hl. 379-382.

(2) UBBO EMMics, Rcr. Fris, Hist. Lib, XXV, p. 384. Tegenw. Staat'ν. Stad en Lande,
P. I. bl. 170. WESTENDORP, Jaarb, v. Gron. D. II. bl. 565—567.

(3) ubbo EMMiüs, Rcr. FHs. Hist. Lib. XXV. p, 392, 393. schotarüs, Fr. ilist. B. X. bl.331.
WESTENDORP, Jaarb. v. Gron, D. II. bl. 368, 369.

(4) occo scABLENSis, p. 201, 202. v. THABOR, //ist. v. Vrietl D, I. bl. 18.

II Deel, 3 Stuk. 28

ocr page 218

1882 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

•geweest ^tas (1). Harisg dokia. maakte zich weder meester van Hiddema-stins te
ISieiacland, welke bij met grachten en wallen versterkte. Kort daarop verzoende hij
zich met
epo kee, douvte sjaardema. en de stad Bolstoard, waaraan evenwel goslik
jongema
en tjerk donja geen deel namen. Het schijnt echter, dat tjerk een wei-
nig later, even als zijne overige broeders, zich weder bij de Schieringers gevoegd
heeft. Immers werd hij door
gale galama van Koudum^ welke thans den Vetkoo-
pers krachtigen bijstand verleende, overvallen en gevangen genomen.
Kempo donia
vatte nu de wapenen tegen galama op; menig gevecht werd geleverd, menige scher-
mutseling gevoerd en eindelijk
kempo te Kemelum door ige galama, gale's zoon,
gedood, welke met grooten buit naar
Koudi^m terugkeerde. Jamke douwma , thans
do bondgenoot en medehelper der
galama's, moest het eerst do wraak der beleedigde
dohia's ondervinden. Haring donia begaf zich naar do stias van zijnen zwager botte
eesgues
te Imsum, roofde van daar uit op do meijers van douwma , wiens groote
stins hij met behulp zijns broeders
hotse veroverde, in de asch legde en janke zelf
noodzaakte met verlies van veel volk geheel
Inisiim te ontruimen. Nu brandde,
roofdo en moordde hij te
Akkrum , Oldehoorn , en te ommels in Ilennaarderadeel,
en do donia's werden meer dan ooit door het plegen van geweldenarijen de schrik
van
Oost er go , West er go en Zeoenwolden (2).

Evenwel namen do zaken weldra eene andere wending. Janke douwma , verbitterd
over het verlies zijner stins en do geleden nederlaag, sloeg met
gale galama , de
Zeven^volders en eeno bende huurknechten het beleg voor de sterke stins te
Akma-
rijp.
Hier bevond zich agge donia, die echter heimelijk in den nacht ontsnapte.
Na veertien dagen gaf de bezetting, door den honger gedrongen, zich over behou-
dens lijf en goed. Terstond werd de stins met den grond gelijk gemaakt. Hetzelfde
lot trof het nieuw opgebouwde huis van
rienk doïtes abeema te Akkrum, een bond-
genoot der
donia's. Ilij zelf, een der aanzienlijkste Schieringers en eerst onlangs door
jouke galama onlslagen, werd met zekeren jello haijes gevangen genomen en naar
Douwma-stins te Langweer in Doniawerslal gevoerd. Ondertusschen stak het volk
van
douwma het huis van rienks vader te Imsum in brand; vervolgens werd de stins
van den vermoorden
kempo donia te Uemelum veroverd , omvergeworpen en de bezetting ,
uit
tien of elf vreemde knechten bestaande , over de kling gejaagd. Tjaard meckum , van
wien men overigens niets vindt opgeteekend, werd geslagen en het huis van
romke donia
omvergehaald. Door dezen voorspoed aangemoedigd, kwam nu janke douwma te
Imsum voor de stinsen van botte eesghes en doïtes abbema , welko' de zijne weiier

22 V.

ΙίυοίΐΏ.

7 V.
Wijn-
niaaacl.

(1) Gesch. v, d. Onlusten tusschen de Sc/iie-ringers en Fetkoopers, bl. 159.

(2) occo scaulensis, W. 202 , 203. v. thajjor, Eist, v. rriesL D. I. bl. 18, 19.

im-

1482

() v.

S!a{)tm
1462

6' v.
Louw-
juaand

J463

ocr page 219

1

DES VADERLANDS. 210

eenigzins hersleid had. De dokia's rukten weldra tot ontzei aan, doch doüwma dreef 1453—
hen naar
Rauwerd terug en verschanste zich met zijne mauschappen in hel klooster ^^^^
Aalsum, een half uur van Imsum, op het berigt dat al de Schieringcrs tegen hem
het zwaard aangordden. En in άο daad, reeds den volgenden dag vervoegden zich bij
de
donia's te Rauwerd hessel Iiekama van ffirdum, worp tjaarda van Rinsuma-
geest,
douwe abbikga van Stiens, tjebbe unia , oene oekema van Wirdum, doeKe
fons
van Jorwerdy nio hannia , lieüwe jellinga , jelger feytsma en sytse martesa
met zoo veel welgewapende Schieringers, dal zij de VetkoDpers meer dan de helft in
aantal en magt overtroffen. Aanstonds rukten zy op naar
Jrnsurn en trokken te JStj- 11 v.
dam over de zijlen naar Aalsum. Doch jaske douwma trad hen onverschrokken te „^aalld
gemoet, en niet verre van het klooster geraakte men op een open veld handgemeen. ^^^^
Na een langen en hevigen strijd verklaarde zich de overwinning voor de Vetkoopers,
welke dit bovenal aan de dapperheid van
ige galama verschuldigd waren. Harikg
don ia
, de moedigste van zgn geslacht, was met hEssel dekama, oeke oekema cn eenige
zijner dapperen gesneuveld.
Doeke fons werd gevangen genomen. Aggedonia, worp
'tjaarda, tjebbe unia, dio hannia
en jelger feytsma met meer anderen hadden zich,
loen alle hoop verloren was, door de vlngt gered. Vele paarden, wapenen en klee-
deren waren de buit der overwinnaars geworden. De lijding dezer nederlaag ver-
spreidde schrik en ontsteltenis onder de aanhangers der
donia's. Reeds den volgenden
dag viel
Eiddema-stins te Nieuwland, door de bezetting verlaten, in handen van
goslik jongema van Bolsward. Janke douwma maaklo zich meester van de stinsen
van
doytes abbema en botte eescues, slechtte de eerste en vestigde zich met der woon
op de tweede, welko hij met grachten en bolwerken versterkte , en bragt in korten
lijd geheel
Imsum ondar zyn betlwang. Romka donia , wiens stins insgelijks verwoest
werd, kwam om op den kerktoren te
Hallum, welken lieïjwe jellinga in brand had n v.
gestoken (1). Hiermede nam de Doniakrijg een einde, welko zich minder had onder-
scheiden door het groot aantal gesneuvelden, dat ruim twee honderd beliep, dan door
moorden, rooven, brandstichten en het plegen van woeste baldadigheden (2).

Rust en veiligheid waren ondertusschen uit Friesland^ en met haar handel en
welvaart verdwenen. Steeds klaagden vele welmeenendeii over den noodlottigen
loesland des lands, maar elk van hen beijverde zich nietlcmin, een ander te
verongelijken cn zelf elke verongelijking onverzoenlijk te wreken. Te vergeefs
trachtten steden en gemeenten ter bevordering des vredes, duurzame verdragen (e

(1) occo scARLEKsis, bi. 203—205. v. TUAiiOR, hist. r. Vrieal. D. I. bl. 10—21.

(2) Ver{i. over den Doniakiijj, ubbo emmids, Ber. Fris. Ilüt Lih. XXV. p. 392, .303^ Wiri·
sEMU's,
Chfon. r. Priest, ß. IX. bl. 267—272, scifOTAKis, Fr. lJuL li. X. bl. 329-332.

28*

ocr page 220

220 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

-sluiten; zij kwamen slechts lot korte λναροηΒίίΙβΙαηϋοη, zoo als de steden Leeuwarden
en Dokkiim met elkander in dien tijd aangingen en telkens verlengden (1). Trou-
wens dergelijke korte bestan(t»n werden ook beter in acht genomen dan vaste vredes-
verbonden, die meest terstond verbroken werden, dewijl zij niet zoo als gene het
vooruitzigt opleverden, spoedig weder van zyn woord ontslagen te zijn, om op
nieuw geweldenarijen te "kunnen plegen (2). In
G aast er land ^ >Yaar de burgerlijke
verdeeldheid op het hevigst woedde, werden do verbitterde gemoederen door den
minderbroeder
jan brugman, een vermaard prediker, tot bedaren gebragt (3). Om
het volk lot vrede, eendragt en bovenal tot vergevensgezindheid aan te sporen, stelde
hij eens in het midden zijner toehoorders een kind, weinig maanden oud, wiens vader
door parlïj om het leven was gebragt. » Myne broeders!" sprak hij, »verzoent u
toch met elkander. Hoe aangenaam do vergiiTenis van misdaden en verongelijkingen
bij Godo is, bewijst u dit onschuldig wichtje, hetwelk uit de natuur of door eeue
bgzoudere bestiering Gods een teeken weet te geven, dat het genegen is, nooit den
manslag aan zijnen vader gepleegd te zullen wreken." En zich hierop tot het kind
wendende, zeido hij: » Mijn kind! begeert gij vrede en verzoening en zult gij , vol- *
wassen zijnde, den dood uws vaders niet wreken, zoo steek ten teeken daarvan uwe
regterhand op." Terstond gehoorzaamde het kind tot verbazing der vergaderde me-
nigte, op wie dit vroom bedrog den gewenschten indruk maakte, zoodat weldra een
vaste zoen lot stand gebragt werd (4).

Elders in Friesland bewesten de Lauimrs duurden de verdeeldheden voort. Bij
Franeker voerden godfried , een Schieringer edelman, en de Velkooper wijbe
EELSMA openbaren krijg tegen elkander in welken beide omkwamen, hetgeen de rust
in die streken herstelde. Ondertusschen deed
gosmk jongema uit Hiddema-stins op
ISieiiwland den omliggenden landlieden en den burgers van Bolsward veel overlast
aan, totdat zijne stins, terwijl hij met de bezetting was uitgetrokken, door verstand-

3 τ.
liooiin

1404

(1) Charterb. ν. VriesL ü. I. bi. G05, 607.

(2) scuoTANus, Fr. Ilist. B. X. bl. 332.

(3) v. τπΑΒοη, Rist. v. VriesL ü. I. bl. 21. Het jaarial 145G aldaar, zal ongetwijfeld 1463
moeten zijn. Zie de
Aant. bl. 48. Over brugman handelt ubbo emmius, Rer. Fris. Ilist. Lib,
XXV. p. 374.
pohtahus, Hist, Gelr. p. 523. slichteniiorst , Geld. Gesch. bl. 254. brandt,
llist. d. Reform. I). I. bl. 43—49. lelosg , Reform, v. Amsterd. bl. 356—373. Levensbeschr^
v. beroemde en geleerde Mannen, 1). III. bl. 215—262. \VAGF,r(AAu, Beschr. v. Amst. St. I.
bl. 24, 153, 155. wESTEJiOoup,
Jaarb. v. Gron. 1). 11. bl. .573.

(4) V. THAEOR, Jlisl. v. VriesL 1). I. bl. 21. wl^semiiis, Chron. r. VriesL jj. IX. bl. 273.
SCHOTANUS, Fr. llist. B. X. bl. 332.

ocr page 221

DES VADERLANDS. 221 .

houding met de vrouwen, die er zich op bevonden, in handen van merk, den zwager 1433—
der
donia's , overging (1). Jongema verzoende zich vervolgens met de Bolswarders, ^^^^
waardoor in dien hoek weder voor eenigcn tijd vrede heerschte (2). Dit en de bui-
tengewone vruchtbaarheid der velden, die sinds eenige jaren weldadig op den prijs
der levensmiddelen had gewerkt, voedden de hoop op eene betere toekomst. Die 25 v.
.hoop wankelde , toen bij een hevigen storm het zeevcater door de zijl te
Offingawier n^alnd
nabij
Sneek werd gejaagd en het geheele gewest met den ondergang bedreigde; maar
gelukkig dreef een groot stuk land, elders afgescheurd, ,met eenig vee er op, in, het
gat en stopte het (3).

Ondertusschen was Jonker uluicn van Emhden door Keizer frederik UI tot Graaf
van
Oost-Friesland verheven, en hierdoor aan den langdurigen strijd tusschen do
voorstanders van een volksbewind (democratie) en de verdedigers van eene regering
der voornaamsten (aristocratie) een einde gemaakt (4). Dit bragt
douwe sjaaubema ,
de aanzienlyksto der Schieringers, die toen in do hoogero deelen van Westergo
meester waren, op het denkbeeld, om zich insgelijks een erfelijken eertitel en de magt
daaraan verbonden te verwerven. Door boden en brieven wendde hij grootc diensten
voor, welke hij den Keizer, zoowel door het inwilligen der schatting aan het Rijk ver-
schuldigd, als door het erkennen vau
frederik llt voor opperheer van Friesland be-
wezen had. Hij verzocht alzoo met eenigo landerijen, goederen en geregtigheden be-
giftigd te worden, die hij en zijiio voorouders weleer bezeten hadden, of op welke zij
aanspraak konden maken. De Keizer, die even als de beheerschers van
Holland en
Utrecht^ steeds naar vermeerdering van magt en invloed in jPriei/awo? streefde, verleende
met overleg der Rijksgrooten, aan
sjaardema in eene bullo den titel van Baanderheer .
van het slot Sjaardema ^ van de stad Franeker met do buurten een mijl in den om-
trek , van de stad
Harlingen en al do nieuw aangewasseno landen van het Bildt. In
hetzelfde staatsstuk wordt den nieuwen Baanderheer, een rang vroeger in
Friesland
onbekend, vollen last gegeven, om in do Zevenwolden ^ waar wegens do slappe hand-
having van het regt, do grootste baldadigheden en gruwelen ongestraft gepleegd wer-
den , naar zijn goedvinden twaalf regters aan te stellen, dio in zijne handen den eed
moesten afleggen van overeenkomstig do wetten, in burgerlijke en lijfstraiTolijko zaken

(1) occo SCARLENSIS, bl. 205. V. TDABOR, lUst, v. Vriesh D. I. bi. 22.

(2) Bc verzoeniiifjsbrief met Bolsward is van den 24 v. Sla^tmaand 1464. Zie de Brievm en
Documentcn dienende tot de Fr. Eist.
van scuotasi's, bl. 82, overgenomen in het Cliarterb. v.
rriesL 1). I. bl. 609.

(3) occo SCARLESSIS, bl. 205, 206. SCIIOTAKVS, Fr. Ilist. B. X. bi. 332,

(4) occo SCARLESSIS, bh 205. ubho EMMiiis, Rer, Fris. Ilist, Lib, XXV. p. 383—390.

ocr page 222

m

222

1433—

1482

ALGE Μ Ε Ε Ν Ε GESCHIEDENIS

rn^rnmÊmimammmmÊmmmÊÊÊÊmm^KmmmmmÊmmmÊimÊmmÊmmm^^^Ê^mmmÊÊmÊ^mmmmÊÊmÊe^emm

uit zijnen naam vonnis Ie vellen. Zy die dit overtraden of er zich tegen verzeilen,
zouden in ongenade des Keizers vervallen en vijftig mark gouds verbeuren; de eene
helft ten behoeve van den keizerlyken Procureur Fiscaal en de andere helft ten voor-
deele van
sjaardema, die evenwel nooit in het bezit dier giften geraakt is (1).

De Friezen hadden nimmer heviger en rusteloozer vijanden dan zich zeiven. De
donia's , hoezeer vernederd , waren niet ontmoedigd geworden. Daar in ffester go hun
invloed vernietigd was, trachtten zij door verbindtenissen in
Oostergo zich weder
te verheifen en de aanslagen hunner vyanden te verijdelen. Elke ontmoeting der
beide partijen kenmerkte zich door wraak en bloeddorst. Eens toen
agge donia
met zijne vrienden van Bolsward naar Leeuwarden reisde, Averd hem onder weg
berigt, dat
ige galama , zijn bitterste vijand, hem gewapenderhand zou aantasten.
Terstond bragt hij een aanlal Schieringers bijeen en reed nabij
Bozum in Baardera-
deel
met drie dienaars zijne bende vooruit en woedend op galama aan, doch werd
afgeslagen en op do vlugt gedreven. Nu viel de wakkere
gTalama , door den held-
haftigen
douwma ondersteund, niet ver van daar de bende Schieringers aan en
noodzaakte haar insgelijks het veld te ruimen. Doch
agge stelde zich weder aan haar
hoofd en hield een wakend oog op
galama , welke door Rauwert en Imsum naar de
Zevenwolden was gelrokken, waar hij een geleide ontving, welk hem veilig naar
Koudum voerde. Kort daarna vermeesterde agge donia de Azinga-slins^ te Syhran-
dahuren
, vestigde er zich en hield van daar uit de omstreken in onrust en vrees (2).

Een der talrijke slagtolTers van de sleeds voortwoedende binnenlandsche Iweedrag^l,
averd wopke baükes juwsjha te Rinsumageest, Zijne stins stond zoo naby die van
zijnen doodvijand
worp tjaarda , dat men uit de eene met eene haak de andere be-
schieten , en gemakkelijk de gangen der bewoners bespieden konde. Op last van
tjaarda verschool zich lieuwe jellikga met eenig volk in de schuur der pastorij ,
welke ook in de nabijheid was, en overviel
juwsma als deze, op wien hij loerde , zich
een weinig van zijn huis verwijderd had.
Juwsma nam de vlugt over het kerkhof
naar do valbrug van
tjaarda's stins, waar hij te vergeefs hoopte thans eene schuil-
plaats te vinden. Door
jellinga op den voet gevolgd, sprong hij in de gracht en
klemde zich aan eene der brugpalen vast, maar werd door de pijlen en spiesen zijner
vervolgers van kant gemaakt (3). Zulk een staat van zaken, in welken het regt van
den slerkcre alleen geëerbiedigd werd , moest eindelijk den geheelen ondergang der

1466

(1) wiNSEMiüs, Chron. v. Vriesl. B. IX. W. 274. scnoTiKiis, Fr. llist. ΰ. X. bi. 333.

(2) occo scarleksis, hl. 206, 207. wiksemius , Chron. r. Vriesl. B. IX. bl. 275. sciiotaisus ,
i<>. Rist. B. X. bl. 333.

(3) occo scARLENsis, hl. 207, 208. Verg. winsemu's en scuotarus, l. a. p.

13 γ.

Jlioeiiu.
1465

ocr page 223

DES VADERLANDS. 223 .

maatschappij na zich slepen. Wijsselijk begrepen derhalve de strijdende partijen in 1433—
Westergo, zich met elkander te verzoenen. De hooge Geestelijken, de Grielmans,
Hoofdlingen, Reglers en Regenten der deelen en steden
Tan dat gewest, sloten alzop v·
een beschermend verbond van drie jaren tegen alle zoo binnen- als buitenlandscho term.
aanranders en rustverstoorders (i). Doch ook dit was van weinig vrucht. Immers
werd kort daarna
popke , een zoon van den vermoorden nyopke juwsjsia , door het 1467
volk van
tjaarda omgebragt (2).

Ellendiger nog dan JVestergo was Oostergo de prooi der inwendige tweedragt en
van den euvelmoed der Edelen , bovenal toen het sinds twintig jaren steeds hernieuwde
vierjarig verbond van veertienhonderd vier en veertig met
Groningen geheel geëin-
digd was (3). Dc ingezetenen vonden thans nergens regt of bescherming en trachtten
op nieuw door verbindtenissen met de naburen, zich tegen de geweldenaars en vre-
debrekers te sterken.
Kollicmerland y Kollumerhuren ^ Oudwoude en W ester geest ^
neigden weder tot een verbond met Groningen ^ doch eenige Edelen als pybe mek-

kema , pybe bannema , binnert eisema , bingert sappema , fokke jel8ema , sïbe bou-

WEMA en anderen verzetten er zich tegen. Daar niet eenparig alle ingezetenen
een verdrag met
Groningen begeerden, wees de Raad en de geheele gemeente
dier stad het verzoek van de hand, dewijl zij niet zonder hoop op een goeden
uilslag zich in gevaar wilden stellen en in eens anders zaken mengen; zij toch had-
den dikwerf ondervonden, dat dergelijke verbindtenissen meer last dan lust aanbrag-
ten vooral met lieden zoo stijfkoppig als hier, die zonder harde middelen niet te be-
teugelen waren. Men zond ten tweedenmalo afgevaardigden naar
Groningen. » Onze
zakendus spraken zij den Raad aan, » zijn in zulk een diep verval geraakt, dat
wij zonder uwen bijstand niet kunnen gered worden. Bloedige en onverzoenlijke par-
tijschappen hebben alle maatschappelijke lucht verbroken; de wellen worden vertre-
den; geweld heerscht in plaats van regt; moord, roof, diefstal en andere ongeregeld-
heden blijven ongestraft; hel leven en de goederen van wien ook, staan bloot voor
den moedwil der geweldenaars; sluizen, dijken, dammen en wegen worden ver-
waarloosd ; do groole >vegen zijn onveilig en de naburen worden even weinig als tle
landzaten verschoond. Wij'smeeken U derhalve in naam van God, van het rampzalig
volk en zelfs in naam uwer eigene belangen, treed met ons, die nergens uilkomst (jv.
weten, in verbindtenis (4)." Hierop sloot eindelijk
Groningen met hen een "»'ei'"

(1) scnoxAïsus, Fr. Ilist. li. X. bi. 334. Charterb. ν. Vriesl. D. I, bl. C17.

(2) OCCO SCAHLENSIS, bl. 208.

(3) Zie hiervoor, bl. 200.

(4) ubbo esijiiüs, Rer. Fris. Rist. Lib. XX.V. p. 394. schotaiics, Fr. Ilist. B. X. bl. 335.

ocr page 224

224 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— bond voor den tijd van dertig jaren waarbij , behalve do gewone bepab'ngen ter hand-
, having van regt en veiligheid, van binnenlandschen vrede en van goede lucht, levens
vastgesteld werd, dat de Raad van
Groningen eenen landvoogd voor de zes eerste
jaren derwaarts zou zenden, om do verdrukten te beschermen en geweld met geweld
te keeren ; na verloop van dien tijd zou men gezamenlijk beoordeelen, of hij er nog
langer noodig zou zijn , terwijl lot zyn onderhoud jaarlijks van de voornaamste inge-
zetenen een oud schild en van de minvermogende een half gevorderd wierd (1).
Het voorbeeld van dit gewest werd weldra door
Acht herspelen , Opsterland en half
Smallingerland gevolgd. In deze landen, welke onder Grietmans en Reglers stonden ,
konde men zich nu van hunne vonnissen, even als in
Kollumerland, te Groningen
beroepen (2).

De Edelen , welke zich in het begin tegen dit verbond verklaard hadden , hetwelk
zy als strydig met 's lands voorregten en vrijheden beschouwden, verzetten er zich
spoedig openlijk tegen en legden krygsvolk op de stins van
binnert eïsema te IFes-
tergeest.
De Groningers, die hen reeds onder bedreiging van zware slraf tot rust
vermaand hadden, trokken met bussen en geschut voor de sterkte en namen haar in.
Voorts bouwden^ zij eene vesting te
Kolliim nevens een burg voor den aangestelden
slotvoogd , welke met de buurreglers van hel gewest do zaken dos lands zou bereg-
ten (3). Insgelijks versterkten zij zich bij
Oosterhroek en zonden twee slotvoogden,
HiLLEBRAWD BRANDT en SYBRAND ULFERTS, dcrwaarts (4). Dit bragl de naburen, als
IJokkum, Oost- en JVestdongeradeel^ Danturneradeel ea Fervperadeel in hev^Q-
ging. Zij \vaagden het evenwel niet de wapenen op Ie vatten, maar beklaagden zich
grootelijks in eenen heuschen brief aan de Groningers te
Kollum over deze aanma-
tiging van den Raad der stad
Groningen, die op hunne vrijheid inbreuk maakte. Dit
gaf aanleiding lot eene bijeenkomst, op welke de onrustige gemoederen tevreden ge-
steld werden (5). Eenige dagen later vereenigden echter de Schieringers van geheel
Oostergo en Westergo zich met elkander, om de heerschzuchtige bedoelingen dev
Groningers legen te \Yerken en te verijdelen (6),

(1) s. BENiNGA, Chromckel d. Vriesche landen, bl. 6—10.

(2) s. BENINGA., Chvon. d. Vt. Landen, bl. 11, 12.

(3) s. beninga, Chrou, d. Vr. Landen, bl. 11, 12. γββο emmius , lier. Fris. Eist, Lib. XXV.
p. 395.

(4) westendorp, Juarb. v. Gron, D. II. bl. 586. «bbo emmius , Rer. Fris. Ilist, Lib. XXV.
p. 394.

(5) Ã¯ibbo emmiüs, Rer. Fris. Rist. Lib. XXV. p. 395. schotanus, Fr. Rist. B. X. bl. 336.

(6) idsinga, S'iaatsr. d. Nederl. D. II. bl. 386, 387.

ocr page 225

DES VADERLANDS. 225 .

Doch alle maatregelen, orii eenen beteren slaat van zaken te bewerken waren vruch-3 433—
teloos. Er werden krachtiger middelen dan verbonden gevorderd, om eene geheel
ontzedelijkte maatschappij te hervormen en eenen magtigen, overmoedigen adel
te fnuiken, die zich vaak de snoodste gruweldaden veroorloofde.
Agge donia levert
hiervan een vreesselijk bewijs op. Reeds lang had hg met den Prioor en de monni-
ken van het
Hasherklooster in onmin geleefd en te vergeefs getracht hen te ver-
rassen. Eindelijk ontmoet hij den Prioor met een der kloosterbroeders, last hen aan
en beveelt zijne knechten hun de oogen uit te steken. De bedienden weigeren dit
barbaarsch bevel te gehoorzamen; de woedende
agge trekt hierop zijn mes en vol- 1468
voert zelf het gruwelstuk. Geheel
JVestergo werd om deze euveldaad aan een ge-
wijd persoon gepleegd, in den ban gedaan en geene kerkdienst mögt verrigt worden
dan met gesloten deuren. Het volk dwong daarom
doiïia, zich eerst met de H. Kerk
te verzoenen en hare vergiiFenis te verwerven, en vervolgens het
Ilaskerklooster vol-
doening te verschaffen. Dit kostte hem al zijne goederen, zoodat hy in armoede ver-
viel en, verlaten door zyne eigene kinderen, bloedverwanten en vrienden, in ellende
stierf (1).

www

De Geestelijken waren zedelijk even diep gezonken als de Adel. Hunne weelde,
losbandigheid en overmoed kenden geene grenzen. De Abten, welke de klooster-
lingen tot de oude tucht trachtten terug te brengen, Averden de slagtoffers dezer edele
poging.
Folkerus , sinds veertien honderd vijftig Abt van het klooster Lidlum, had
door zyn streven naar verbetering der misbruiken, den haat der monniken, en door
zijn rijkdom hunne hebzucht gewekt. Om beide te bevredigen, vereenigden zij zich
met eenige leden van het geslacht
roorda , oude vijanden van het klooster, en gaven
op een bepaalden dag door het kleppen der klok, het teeken lot den beraamden aan-
val. Terstond vloog
jaw roorda met zijne mannen in het klooster, brak deuren en
vensters open, en stoof scheldende en vloekende in het by zonder vertrek van den Abt,
dien hij liet binden en onder spot en smaad uit het klooster voeren.
Ruurt roorda,
de broeder des geweldenaars, werd tot opvolger benoemd. Na veel moeite en kosten
bevestigde hem do Vicaris des Utrechtschen Bisschops j maar zijne schandelyke ver-
kwisting der kloostergelden bragt hem in minachting en de Abt van
Premonstreit
ontzette hem weder van zijne Avaardigheid. Zich hierover Aveinig bekommerende,
joeg hij de monniken en leekebroeders, die hem tegen Avaren, weg of wierp hen in
boeijen. Eindelijk verliet hij het klooster en overleed te
Leeuwarden in veertienhon-
derd een en zeventig in razernij. De
roorda's , onder voorwendsel van het leed hunnen
broeder berokkend te wreken, maakten zich door list meester van het klooster, roof-

(1) occo SCARLEKSIS, bl. 208, 209. ïBBo EMMius, ΛβΓ. FHs, Bist. Lib. XXV. p. 395.
II. Deel. 3 Stuk. 29

ocr page 226

i4S3-

1482

'12Q ALGEMEENE GESCHIEDENIS

den do koslbaarheden en voerden den nieuwen Abt, aesgo II, gevangen naar de
slins van
jaw roorda , nabij het dorp Tjummarum \n Barradeel. De «lonniken
zochten terstond hulp tegen dezen vermetelen Schieringer bij
wybo grovestins, welke
op het slot van dien naam te
Engelum zijn verblijf hield en als een ijverig Vetkooper
bekend stond. Nadat deze te vergeefs
jan roorda tot slaking van den Abt en terug-
gave van den buit vermaand had, trok hij met eene bende krijgsvolk tegen hem op,
veroverde en verbrandde zijne stins en keerde met den Abt en de geroofde goederen
terug (1).

Ondertusschen was karel de Stoute zijnen vader in het grafelijk bewind over Hol-
land
opgevolgd. Door brieven noodigde hij do Friezen uit lot het zenden van ge-
volmagtigden naar
den Haag, om aldaar zekere zaken met hen te behandelen.
Na lange beraadslaging op eene bijeenkomst te
Zeeuwarden ^ werden de Abten van
Stavoren en Klaarkamp nevens de Magisters mamo van Franeker en wabbo van
Wodelkum naar* den Hertog gezonden, oin zijnen wif te vernemen (2). De Vorst
verklaarde hun zijn misnoegen, dat de Oostergoërs en Westergoërs zich het regt van
regering aanmatigden, hetwelk zijne voorzalen bezeten hadden en nu op hem vervallen
was. Hij betuigde echter zijne genegenheid, hun dezen misstap te vergeven, indien
zij hem voortaan de verschuldigde gehoorzaamheid bewezen; belovende hunne voor-
reglen en vrijheden te handhaven en hunnen handel te béschermen. Teyens dag-
vaardde hij tweehonderd mannen, zoo geestelijke als wereldlijke, uil hun midden,
onder vrijgeleide tegen den eersten van den aanstaanden Wintermaand naar
^sHage,
om hun gevoelen hierover in te winnen (3). Daarop zonden de Friesche bewindslieden
de Magisters
mamo en wabbo met een schriftelijk antwoord naar den Hertog. Hierin
gaven zij te kennen, dat Hertog
filips niet gelijk vroegere Hollandsche Graven, in-
breuk op do voorregten gemaakt had, hun door Keizer
karel den Groote geschonken
en door Koning
willem bevestigd. Onder andere vrijheden, had de Keizer hen van
'alle schattingen, diensten en gehoorzaamheid ontheven en bepaald, dat geen Heer over
hen regt of heerschappij zou hebben, maar dat zij zelve binnen hun land reglers
kiezen en aanstellen zouden, om hen te beregten (4). »Indien het Uwe Genade,"

16 V.

Herfst-
maand

1469

2 V.

Wijn-
maand.

17 v.
Wijn-
maand.

(1) s. leo, Vitae et Res. Gest. Abbattini in Lidlum, in matthaei Analect. T. III. p. 568—572.
Oudh. en Gesticht, v. Friesl. D. II. bl. 189—194.

(2) occo scahlensis, bl. 2C9. Charterb. Î½. Friesl. D. I. hl. 625.

(3) Charterb. ν. Friesl. D. I. bl. 626.

(4) Vergelijk over dezo gunstbewijzen van kauel den Groote, Mg. Gosch. d. Faderl. I). I,
bl. 362 , 363.
I

ocr page 227

DES VADERLANDS. 2ί1

das gaan zij Toort, »legen onzo Tcrwachliog aan met behaagt hel voorbeeld van tvij-ί43θ—

1482

len Uwen Vader in dit opzigt Ie volgen, dan verzoeken wij van U eene nadere ver-
klaring , op welke Avijze gij Heer over ons wenscht Ie zyn , welke onderdanigheid gij
van ons begeert en \velke voorreglen gij ons vergunnen wilt (1)." Do afgevaardigden
keerden weldra met 'sHerlogs onverwrikt besluit terug, dat hij als Graaf van i7o//a«rf,
aan welk gewest
Friesland sinds honderden jaren had toebehoord, de heerschappij over
de Friezen en van hen eene jaarlgksche schalling begeerde (2
}é

Insgelijks eischle hij van de slad Graningen en de Ommelanden ^ als lol Fries-
land
behoorende, voor Landsheer erkend Ie worden. Gelijk de Friezen, zonden de
Groningers aan hem afgevaardigden, om zijne voorstellen nader Ie hooren en daarvan
hunnen meesters berigt te geven. En toen hij op zijnen eiscli bleef aandringen, besloten
de Ommelanden hunne vrijheid en onafhankelijkheid met de wapenen Ie verdedigen. Do
regering van
Groningen echter wendde zich om raad tot den Bisschop van ütrecht,
lot wien de slad in zulk eene 'naauwe betrekking stond. De Ulrechtsche geestelijkheid
zond daarop eenige Kanoniken naar den Hertog, met de verklaring »dat de slad
Groningen nooit onder de Graven van Holland^ maar reeds vóór do invallen der
Noormannen, onder de Kerk van
ülrecht gestaan had, aan welke zij naderhand door
Keizer πΕλοκικ III was geschonken , wiens opvolgers meermalen deze gift bekrach-
tigd , en de Bisschoppen van
Utrecht zich steeds in het bezit daarvan gehandhaafd
hadden, zoo als inzonderheid uit het gebeurde onder Bisschop
predebik van Blanken-
heim
gebleken was (3). Men verzocht derhalve, dat do Hertog van zijnen eisch op
Groningen geheel zou afzien, of ten minste het pleit aan do uitspraak des Keizers of
van den Paus onderwerpen."
Karels anlwoord op dit voorstel was dubbelzinnig en
de zaak bleef slepende (4). Trouwens, 'sHertogs natuurlijke broeder. Bisschop
david
van Bourgondi'dy werd om dezen lijd te Groningen als Landsheer erkend en hem
hulde en trouw gezworen (5). Naar gewoonte zijner voorzalen, bevestigde hij de
Groningers in onderscheidene geestelijke voorreglen (6).

Middelerwijl had men Ie Bolsward eenen algemeenen landdag gehouden en aldaar
twaalf mannen uit
Oostergo en een gelijk getal uit fVeêtergo en de Zevenwolden

(1) Charterb. ν. Friesl D. I. bl. 628.

(2) occo scARLExsis, bl. 210. sciioTATiüs, jFr. Eist. Β. XI, bl. 341.

(3) Vgl. Jlg. GcscL d. Vaderl. I). 11. St. II. bl. 415—422, 426, 427.

(4) uBBo EMaiiüs, Rer. Fris. 11 ist. Lib. XXV. p. 307, 398.

(5) s. jaricns, Corte ChronycL·, bl, 449. e. behikca , Ilist. v. Oost-FricsL bl. 334.
(0) wESTEKDORr,
Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 592.

27 *

ocr page 228

228 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

gekozen, Avelke met elkander zouden overwegen, of men 'sHertogs eischen inwilligen,
dan tegen hem de wapenen opvatten zoude. Wat deze vier en twintig mannen be-
sloten , zou onvoorwaardelijk aangenomen en gevolgd worden. Alle staatkundige twis-
ten en geschillen tusschen Sohieringers en Vetkoopers zouden ophouden, tot de zaken
met den Hertog van
JBourgondië waren afgeloopen (1). Doch de gevolmagtigden
hadden hunne taak nog niet voltooid, toen die Vorst den Friezen verwittigde, dat hij
hunne afgevaardigden op eenen bepaalden dag te
Enkhuizm verwachtte, om alles te
onderzoeken vóór hij zijne toevlugt tot de wapenen nam. Zeventig der aanzien-
lijkste zoo geestelijke als wereldlijke mannen kwamen te
Stavoren bijeen. Eer zij
eenig besluit namen, begaven zij zich in plegtigen optogt naar de kerk en zwoe-
ren bij de Heiligen, dat .niemand van hen in raad of daad zijn bijzonder belang,
maar alleen het welzijn des vaderlands zou behartigen. Onder inroeping der Godde-
lyke hulp werden nu de beraadslagingen geopend en vyf Geestelijken,
dirk , Abt
van
Stavoren, wessel , Proost op V Zand, agge , Deken te Sneek, hero , Pas-
toor op
Nieiiwland, en jblla , Pastoor te Liewert ^ nevens vijf Wereldlijken, goslik.
jopigema
van Bolsward, tjomme wiarda van Goutum, wybbo unia van PFirdum,
offo van Dokkum en gale galama van Koudum, naar Enkhuizen gezonden. Hier
bevonden zich van wege den Hertog, die elders werd bezig gehouden,
fiups van
Wassenaar
, de Heer van Voorburg, de slotvoogd van Medemblik, de ridder Wil-
lem
van Alkemade en Mr. jan alewijn. Er werden vele vergaderingen gehouden,
maar men konde niet met elkander overeenkomen. De Hertog, niet gewoon voor
moeijelijkheden te zwichten, bleef door zijne zaakgelastigden aandringen, » dat hij en zijne
erfgenamen, even als zijne voorzaten de Graven en Gravinnen van voor Hee-

ren van Friesland erkend wierden; dat het regt deels in zijn naam, deels in dien
dor Staten van
Friesland uitgeoefend zou worden; dat er een Potestaat door hem
wierd aangesteld, om vonnis in de voornaamste zaken, als oproer, vredebreuk,
moord, brand, valsche munt en dergelyke te vellen; dat de andere regters in handen
van dezen Potestaat den eed van getrouwheid moesten afleggen; en eindelijk, dat van
elk huis een zilveren penning, welks waarde later zou bepaald worden, jaarlijks be-
taald Avierd." Bij de terugkomst der afgevaardigden besloot men op eenen algemeenen
landdag, liever alles te wagen dan zich aan deze harde eischen te onderwerpen (2).

(1) occo scarlensis , bl. 210.

(2) occo scauiensis, bl. 210—212. tibbo emsiiüs, Rer. Fris, Ilist. Lib. XXVI. p. 398, 399.
wimsesaus, Chron. v. Fricsl. B. IX. bl. 279 , 280. schotancs, Fr. Eist li. X. bi. 341, 342.
Het oorspronkelijk verslag der onderhandelingen te
Enkhtiizen is opgenomen in het Charterb. ν.
VriesL
ü. I. bl. 631-^636. ,

7 V.
Grasm.
1470

30 v.
Orasm.

1 v.
liloeim.

ocr page 229

DES VADERLANDS. 229 .

Grootelijks vermeerderde in geheel Friesland^ ταη de Zuiderzee tot aan den 2)ο1433—
lart y de bezorgdheid Toor de heerschzuchtige bedoeh'ngen des magtigen Herlogs Tan
Bourgondië, toen in de Hollandsche en Zeeuwsche havens eene ontzagwekkende
vloot werd uitgerust, welke , ofschoon tegen den Graaf van
IVarwick gerigt, men
uitstrooide , dat tot onderwerping der Friezen bestemd was (1). Derhalve nam men
overal daartegen voorzorgen en stelde zich in staat van tegenweer. De Groningers
versterkten hunne stad, waarin zij door de
Ommelanden, met wie zij de oude
verbonden bekrachtigden, ijverig ondersteund werden (2).
Oosthroehsterland sloot
zich enger aan
Groningen, en de. Raad dier stad zond er eenen slotvoogd of drost
ter handhaving der veiligheid en rust (3). De Hertog had inlusschen door schoone
woorden en beloften,
offo van Dokkum, de Friesche afgevaardigden te Enkhnizen^
sjOERD JAJEMA en andere Vetkoopersgezinde heerschappen uit Dongeradeel voor zich
gewonnen, welke hiertoe ook den Raad en de gemeente van
Dokkum bewogen, en 8 v.
gezamenlijk zwoeren zij den Hertog hulde en trouw
(4). Karel, wien men, naar het 1470'
schijnt, de begeerte van eenige Aveinigen als den algemeenen wensch des volks had
voorgesteld, verleende als wettig en erkend Heer der Friezen, hun die regten, 9 ν.
Avelke op de bijeenkomst te
Enkhuizen waren vastgesteld (5), Den Dokkummers
beloofde hij nog in het bijzonder de handhaving hunner regten en vrijheden, de
vr^'e verkiezing hunner overheidspersonen en dat de regtzitting der grieteny in
hunne stad zou plaats hebben, alwaar ook zyn stadhouder over
Friesland^ onder
den titel van Potestaat uil den Frieschen adel te kiezen, zijn verblijf zou houden; ein-
delijk zouden zij, zoo lang de Hertog leefde, van alle schatting en belasting ontheven
zijn (6). Het gedrag van
offo en zijne medestanders wekte de algemeene veront-
•waardiging der Friezen. Na het houden van eenen landdag te
Stavoren, trok 21 r.
men naar
Dokkum, haalde hunne huizen omver en verklaarde hunne goederen ten ma^nd
behoeve van den slaat verbeurd.
Offo bevond zich met eenige Dokkummers, zyne
bijzondere vrienden, in
Rolland, om van daar met eerambten en Avaardigheden, naar
hy meende, terug te keeren. Doch hy overleed als een verrader in ballingschap,

(1) Vgl. hiervoor, bl. 44, 45, 46.

(2) Ã¼dbo emmius, iïer. Fris. Eist. Lib, XXVI. p. 400. westendorp, Jaarb. v. Gron. D. li.
bl. 593—596.

(3) WESTENDORP, Jaarb. v. Gron. D. 11. bl. 596 , 597.

(4) Charterb. ν. Friesl. 1). 1. bl. 637. occo scarlensis, bl. 211, 212.

(5) Charterb. ν. Friesl. D. 1. bl. 637—643.

(6) DBBo emj11us, Rer. Fris. Hist. Lib. XXVI. p. 399. schotakis, Fr. Ilist. B. X. bl. 343.

ocr page 230

230 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433-

1482

tweo jaren laler te Enkhuizen, waar de goedheid des Hertogs in zijne behoeften
voorzien had (1).

De Friezen, steeds onzeker wat karel met zijne krijgstoerustingen bedoelde , namen
op eene vergadering Ie
Leeuwarden het besluit, hem, zoo hij gewapenderhand aan-
Tiel, met geweld tegenstand te bieden. Zij verzochten levens den Raad van
Gronin-
gen y
om eenige gemagtigden naar Bergklooster te zenden, ten einde met hunne
zaakgelastigden over het vernieuwen van het verbond te onderhandelen en middelen
te beramen , om het dreigend gevaar af te wenden. Wat van dit verzoek geworden
is, wordt niet gemeld (2). Ook verminderde allengs de vrees voor den Hertog, sinds
men zich overtuigd hield, dat hij te veel in buitenlandsche geschillen Λvas gewikkeld,
om vooreerst met ernst aan
Friesland te denken (3). Zelfs de Hollandsche kapers
stroopten niet meer, zoo als nog kort te voren, langs de Friesche kusten, sedert zy op
eenen rooftogt in
Gaaster land eene gevoelige nederlaag geleden hadden (4). Maar
nu, gelijk ongelukkig altijd bij uitwendige rust, verhief zich in
Friesland weder in-
wendige tweespalt. Ofschoon op eene bijeenkomst te
Stavoren wederzijds bepaald
werd, dat alle vyandelijkheden en veeten tusschen
Oostergo en H^estergo een jaar
lang zouden geschorst worden (5) , gaven echter de Edelen op nieuw den ruimen teugel
aan hunnen overmoed en moesten vaak door geweldige middelen tot hunnen pligt ge-
bragt worden. Zoo werd op last der bewindslieden van
Oostergo, binnert dohia op
zyne stins te
Engwierum in Oostdongeradeel belegerd, dewijl hg zich tegen zyne
regters wederspannig betoond had. Na drie dagen sloot mea eene overeenkomst
en de belegeraars trokken af, doch vermits het reeds laat in den avond geworden was,
bleven eenige van hen in een naburig huis liggen, om den volgenden morgen vroeg
te vertrekken. Maar in den nacht slak
donia dat huis in brand en vermoordde of*
nam gevangen allen, die er zich in bevonden. Tot wraak over zulk eene wreede
trouwloosheid, werd tweo weken later
Donia-stins op nieuw belegerd en na eenige
dagen stormenderhand ingenomen. Do bevelhebber,
botte doäia , werd zonder ge-
nade met achttien zyner knechten in de gracht verdronken en de stins ten gronde toe
geslecht. De afwezige
binnert donia ontging evenmin zyn lot. Nog in hetzelfde jaar
werd hij bij
Kollum opgeligt en naar Dokkum voor de regters gevoerd , maar onder-

25 V.
Oogst-
maand

1470

12 V.

Wiii-
lerm.

1473

(1) occo scarlersis, bi. 212, 213. bbbo emmujs, lier. Fris. Ilist. Lib. XXVI. p. 399. wirssv.-
3in)s, C/iron. v. Vriesl. B. X. hl. 281.

(2) UBBO tmivs, Rer. Fris. llist. Lib. XXVI. p, 399, 400.

(3) Vijl. hiervoor, bl. 47 enz.

(4) occo SCARLENSIS , bl. 213.

(5) Chartcrb. v. Friesl D. I. bl. 643.

ocr page 231

DES VADERLANDS. 231 .

^YCff door zijne geleiders vermoord, de\Yijl hij dikwijls beproefde hun door list Ie οΰΐ- 1433—

1482

snappen (1).

In dien tijd zochten de Gelderschen hulp Mj de Friezen tegen karel van
Bourgondié^
Avelke hen met do wapenen had aangevallen (2). Er werd eeuo
bijeenkomst te
Leeuwarden bepaald en de stad Groningen uitgenoodigd, hare
gemagtigden derwaarts te zenden; maar dewijl zij het ongeraden achtte den ver-
mogenden Vorst aanvallend te beoorloogen en vermaande, hem liever af te wachten
doch alsdan moedig wederstand te bieden, besloten ook do Friezen de komst van
KAB.EL te verbeiden (3).
Oostergo, Westergo ^ de Zevenwolden en Acht kerspelen
sloten evenwel een tweejarig verdrag van wederkeerige bescherming zoo tegen binnen- 10 v.
als buitenlandsche vijanden, en bevestigden dit door eenen plegtigen eed (4). Oni
denzelfden tijd hernieuwden
Groningen en de Ommelanden de oude verdragen.
Beiden traden ook met de Gravin
theda van, Oost-Friesland in. een twintig-
jarig verbond' van verdediging tegen Hertog
karel. Zelfs ontwierp men een
bondgenootschap tusschen al de Friezen van de
Zuiderzee lot de Wezer; maar
terwijl men over de punten beraadslaagde, trok
karel de Stoute met zijn heir
uit
Gelre naar uéken, de vrees voor hem verminderde en van het verbond kwam
niets (5). De Friezen, Groningers en Ommelanders verzuimden echter niet, zich do
onmin tusschen den Keizer en den Hertog van
Bourgondi'4 ten nutte te maken (6).
Hunne zaakgelastigden te
Keulen verzochten van den Keizer, nevens vele andere
Yoorregten, inzonderheid de bevestiging der oude vrijheid en de bescherming des Rijks
tegen allo geweld. Zij slaagden hierin zoo ver, dat
frederik III do landen van
de
Zuiderzee tot de Dollart als alleen onderhoorig aan het Rijk verklaarde en
tegen eiken aanrander in zijne bijzondere bescherming nam. Door deze beves-
tiging werd het bijoogmerk der Groningers verijdeld, om door middel van dit ge-
zantschap de vereeniging van de
Ommelanden met hunne stad tot één gewest,, J474
waarvan
Groningen het hoofd zou zijn, te bewerken. Do Groningsche Burgemeester
johan rengers ten post, een der afgevaardigden aan den Keizer, geraakte hierdoor

(1) occo SCARLENSIS, bl. 214. CBBo EMMius, Rer. Fris. Eist, Lib. XXVIII. p. 424, 425. wr-
SEMIDS, Chron. v. VriesL B. X. bi. 283, 284.

(2) Zie hiervoor, bl. 50.

(3) DBBo EMaiüs, lier. Fris. Jlisf. Lib. XXVI. p, 402.

(4) Charterb. ν. Vriesl. D. I. bl. 653~βο6.

(5) DBBO EMMIUS, Rcf. Ftis. Hist. Lib. XXVI. p. 403. scootands, Fr. Hist. B. X. bl. 345,34f!.
WESTENDonv, Jaarb. v. Gron, D. II. bl. 605— 608.

(6) Vgl, hiervoor, bl. 51.

ocr page 232

232 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433—in yele onaangenaamheden; men beschuldigde hem, dat Hij meer zijn bijz.onder belang
dan dat van
Groningen had behartigd, en hij zag zich genoodzaakt de stad te verlaten (1).

In Friesland ten Westen der Lauwers woedde intusschen het vuur der oude
tweedragt vernielend voort.
Edo jongema. had uit wraak te Rauwert lieuwe doytes
abbema
gedood , welke zijnen oom hessel edes jowgema in het gevecht bij Irnsu-
mazijl
had omgebragt. Daar deze moord door de regters niet gestraft werd, beslo-
ten do Vetkoopers dien zelf op de Schieringers te wreken.
Take mokkema en ande-
ren van hun aanhang overvielen en doodden derhalve te
Dokkum ede hessels jongema ,
den tweeden oom van edo , een vredelievend en onzijdig "man , welke op Tjaarda-huis
22 v. te Rinsumageest woonde , maar thans als een van do dertien Dokkumer regters in
ma^d gekomen, om de regtszitting by te wonen.
Hans jüwsma onderging

hetzelfde lot; maar sippe heemstra werd met wobbe gerlofs gevangen genomen;
de eerste naar do stins van
janke doüwma te Langweer, en de laatste op het huis
van WYBE GROVESTINS te
Engelum gevoerd (2). Steunende op een verbond met de
Groningers, beroemde zich
mokkema, dat het hem aan geene hulp zou ontbreken,
21 V. bijaldien men deze geweldenarijen wilde Avreken. De bloedverwanten des verslagenen
maEid verzochten bij den Raad van
Groningen hierover nadere opheldering, doch

ontvingen geen bevredigend , zoo al eenig antwoord (3). Gloeijende van wraak trok
EDE JONGEMA zouder lang toeven, in een vaartuig met twintig krijgsknechten des
nachts naar
Dokkum, waar hij in de woning van den gevangen wobbe gerlofs
aan de Oude Brug zijn intrek nam. Den volgenden morgen vroeg kAvam nog een
ander door hem besteld en gewapend schip binnen de Zijl in het
Dokkumerdiep.
Dit trok de aandacht van eenige burgers tot zich, en gibbe jaerla , jongke van
Metslawier nevens sybe sgheltema, voorname Vetkoopers en alle schuldig aan den
moord in
Dokkum gepleegd, begaven zich, elk door vier of vijf knechten verzeld,
.naar de Oude Brug. Zoodra
edo hen uit een der vensters bemerkte, riep hij zijn
volk toe: »Ziet daar zijn zij, om welke ik hier gekomen ben; zijt nu mannen van
moed eu'volgt mij." Terstond trekt hij zijn zwaard, vliegt met zyne medgezellen het
huis uit en zet den vijand achterna, die ontsteld en verbaasd langs de Hoogstraat

(1) Ã¼BBo EJiMius, Rer. Fris. Hist. Lib. XXVI. p. 407, 408. Lib. XXVII. p. 411, 416, 418,419.
scuoTANüs, Fr. Hist B. X. bl. 347 , 352. Brieven en Documenten, bl. 87. Charterb. ν.
Vriesl.
D. I. bl. 720. idsinga, Staatsr. d. Nederl. ü. 11. bl. 407. Tegenw. Staat v. Stad en
Lande,
ü. I. bl, 175—178. westendorp, Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 608—613.

(2) occo SCARIENSIS, bl. 215. tiBBo EMMiüs, Rer. Fris. Eist. Lib. XXVIII. p. 425.

(3) UBBO EMMIÜS, Rer. Fris» Bist. Lib. XXVIIL p. 425. Tegemc. Staat ν. Stad en Lande,
D. I. bl. 180, 181.

r

ocr page 233

DES VADERLANDS. 233 .

Tlugt, om zich in de kerk Ie redden. Maar edo had gezorgd, dat door een Schie- ^^g^
ringergezind burger de deuren gesloten waren, én tevens zyn volk verboden iemand
te dooden, ten ware hy zich te weer stelde. Bij het kerkhof maakten zich
gabbb
JAERLA en de zgnen tot tegenstand gereed. Nu viel op het bevel van »slaat dood,
slaat doodhet volk van
edo op hen aan; een hunner knechten werd doodgestoken
en de Heeren gaven zich weldra over.
Edo scheepte zich onmiddellijk in en voerde
zyne gevangenen naar de sterke stins van woi\p
βιακκώέμα. ie Bin^umageest. Hun los-
geld en de slaking van
sippe heemstra en wobbe geulofs verzoenden den moord aan
EDO HESSELS JONGEMA gepleegd. Niettemin verscheen in den aanvang des volgenden
jaars
edo jongema, verzeld door sïtze bottinga , weder in Dokkum, Zij bemagtig- 1475
den het huis van den in balhngschap overleden
offo en namen er zeventien knechten
gevangen, van welke
jongema , als regter, twee om hunne misdaden aan het leven
strafte. Ook ware de stins van wylen
take mokkema in hunne handen gevallen, indien
BOTTINGA zich niet tegen eene billyke onderhandeHng met de bewoners verzet had ,
welke zich nu als wanhopigen verdedigden, en zegevierden (1), Grooter ramp dan
Dokkum trof Bolsward. Uit haat en wrok tegen eenige burgers, stak zekere ubbo 25v.
LEYDEKKEii die slad op verscheidene plaatsen te gelijk in brand, waardoor meer dan
tweehonderd huizen eene prooi der vlammen werden. De booswicht vlugtte naar
Enk-
huizen
, doch door eenige Bolswarders verschalkt, werd hij in keienen teruggebragt
en na schuldbekentenis, aan een paal levend verbrand (2).

Terwyl de Friezen, naar het scheen, alle krachten inspänden, om elkander te ver-
derven , eischte de Keizer het vierde gedeelte hunner strydbare mannen behoorlijk
uitgerust voor den kryg, welken hy tegen
karel den Stoute besloten had. De
Staten van
Friesland zonden na rijp beraad , wesselüs , Proost op V Zand, aan hem
af met verzoek, )> hen van dezen last te ontslaan, die met hunne oude vrijheden en
voorregten streed, naar welke het geenen Vorst, den Keizer zelfs niet, geoorloofd
was, eenen Fries builen de grenzen zijns lands ten krijg op te roepen. Daarenboven
zouden zij hun gewest, hetwelk zoo na aan het gebied des Herlogs grensde , aan
blijkbaar gevaar blootstellen, wanneer zij zich van zulk een aanzienlyk gelal verdedi-
gers beroofden." Het antwoord des Keizers, dat hij do geëischle hulpbenden legen eenen
bepaalden tijd verwachtte, bragt de Friezen in niet geringe verlegenheid. Men vreesde

(1) occo SCAKLEIÏSIS, bl. 215, 216, 217. übbo ebmiüs, Rer. Fris. Tlist. Lib. XXVIII. p. 420.
scnoTAKüs, Fr. Jlist. B. XI. bl. 349, 350.

(2) occo scARtEHsis, bl. 217. v. τπαβοβ, Hist. v. Vriesl. D. I. bl. 22. ubbo ejiotus , Rer. Fris.
Rist.
Lib. XXVIII. p. 426. schotarcs, Fr. Eist. B. XI. bl. 350. wwsebiüs, Chron. v. Vriesl,
B. X. bl. 285.

30

II Deel. 3 Stuk.

ocr page 234

234 ALGEMEENE GESGHIEDEKIS

het Opperhoofd des Rijks te vertoornen en was echter huiverig zijn bevel te gehoor-
zamen; er werden vele vergaderingen gehouden, zonder lot eenig besluit te komen (1).
De Groningers daarentegen beantwoordden gewillig aan 's Keizers verlangen en zonden
hem een aantal manschappen; doch de vrede werd getrolTen en geheel
Friesland
daarin begrepen (2).

1476 Ernstig trachtten thans eenigo welgezinde mannen de binnenlandsche rust te bewer-
ken en kwamen te
Leeuwarden byeen, waar ook Groninger gevolmagtigden verschcr
nen. Veel werd er bepleit en bijgelegd, maar toen onder andere punten van geschil,
door
noüwe sjaardema do zaak van sicco sjaardema met de Groningers opgehaald en
deswege voldoening van
Groningen geëischt werd (3) , verklaarden do afgevaardigden
dier stad daartoe geenen last te hebben en verlieten onverwachts de vergadering. De
onderhandelingen werden, wel is waar, weder aangeknoopt, maar zonder vrucht. De
Friezen, welke het slot en de Groninger bezetliag in
Kollumerland als nadeelig
voor hunne vrijheid en de eendragt des lands beschouwden, drongen aan op de ver-
nieliging van het Kollumer verbond , hetwelk welligt in andere grietenijen navolging
kondö vinden; doch hiertoe waren de Groningers niet te bewegen. Eindelijk sloot in

1477 Zomermaand des volgenden jaars do stad Groningen een tienjarig verdrag met de lan-
den van
Oostergo en Westergo, waarbij de vredebrief van veertienhonderd twee en
twintig bevestigd werd en de overeenkomst met
Kollumerland in waarde bleef, doch
de Groningers mogten in deze tien jaren geen dergelijk verbond met eenig ander deel
van
Oostergo en Westergo aangaan. Jaarlijks zou beurtelings te Groningen en te
Leeuwarden eene bijeenkomst van wederzijdsche gevolmagtigden gehouden worden,
om do hangende geschillen te beslechten. Tot uitvoering van de vonnissen dier geko-
zene regters, zou men elkander legen de kwaadwilligen te hulp komen (4). Dit ver-
bond scheen een slap nader ter bereiking van het grootsche doel der stad
Groningen,
het stichten van een groot algemeen Friesch bondgenootschap, waarvan zij het hoofd
moest zijn, hetwelk echter, met hoeveel ijver ook gezocht, nooit verwezenlijkt is ge-
worden (5),

(1) occo scarlensis, LI. 217, 218. übbo em31iüs, Rcv. Fris. Eist. Lib. XXVIIl. p. 426.
semius, Chron. v. Vriesl. B. X. bi. 285—287. scuotaïïüs , Fr. Ilist. B. XI. bi. 350.

(2) uBBO MMiiJS, Rer. Fris. liist. Lib. XXVIII. p. 412. Vgl. hiervoor, bi. 54.

(3) Zie Alg. Gesch. des Vaderl. D. II. St. II. bl. 580-582, 586, 588, 591.

(4) occo SCARLENSIS, bl. 218—220. υΒΒο E313UÜS, lier. Fris. Hist. Lib. XXVIII. p. 427. wi.xse-
mvs, Chron. v. Friesl. B. X. bl. 287. scuotanus, Fr. Ilist. B. XI. bl. 353, 354. Charterb. ν.
Vriesl.
D. I. bl. 669. Tegemo, Staat v. Stad en Lande, D. I. bl. 181, 182-

(5) ^YEsτENDORP, Jaarb, v. Gron. D. II. bl. 624. , . |

ocr page 235

DES VADERLANDS. 2ί1

Met de binneulauclsche rust keerden handel en welvaart allengs in Friesland lerugl433~
en lenigden, voor een gedeelte althans, de rampen, welke de verwoestingen
Tan
eenen geweldigen watervloed en een daarop gevolgde droogo zomer over dat gewest Slagi-
verspreidden (1).
Oostergo en Westergo sloten met den Koning van Engeland J477

een verdrag van handelsvrijheid (2); en de stad Stavoren ontving van den Ko- 5 τ.

_ 1 1 1 · ï Grasin,

ning van Denemarken vrijdom van allo lollen, behalve van den ouden tol m de 347g

Sont y tot dat eene som van honderd en vijftig Rijnsuhe Guldens, welko zi] dien Vorst
had voorgeschoten, betaald zou zijn (3).
Leeuwarden begon allengs magtiger te
worden en kreeg de Zijlen in
de Leppe, over welke een langdurig geschil bestaan
had, in eigendom met al de daaraan verbondene lollen en voorregten (4). Maar geene
stad in dit gedeelte van
Nederland overtrof Groningen in vermogen en aaiizien. Zij
hield , naar het schijnt, kapers in dienst; ten minste de Groninger vrijbuiter, bekend
onder den naam van
heino denGroote^ bragt den Amsterdamschen en anderen koop-
lieden veel schade toe, waaruit niet weinig klagten ontsproten (5). Steeds trachtte
zij haar gezag uit te breiden en geraakte thans aan het bewind van
Westerwolde,
Hajo addinga , de zoon van egge welke in veertienhonderd vijf en zeventig bij eenen
oploop vermoord was, had zijnen vader in die heerlijkheid opgevolgd en als leen-
man , den Bisschop van
Munster hulde en eed afgelegd. Nog geweldiger, Avree-
der en hebzuchtiger dan zijn voorganger, bragt hij Aveldra het volk legen zich in de
wapenen, en de invloed der Munsterschen kon te naauwernood eenen algemeenen
opstand voorkomen. De Groningers mengden zich in deze onlusten ter gunste der
Westerwolders en lagen , op aanzoek der schuldeischers, beslag op de inkomsten van
hajo
Ie Groningen en in de Ommelanden ^ terwijl zij hem levens het reglsgebied over de
kerspels
BUjham en Bellingewolde betwistten. Op last van den Raad en lot vreugde
des landmans, vverd
hajo's hnxgiQ Wedde belegerd cn vermeesterd. De moeijelijkheden,
in Avelke het stift
Munster gewikkeld was, verhinderden den Kerkvoogd zijnen leen-
man hulp te bieden. Hij beleende zelfs vier jaren later de stad
Groningen met hel
geregt over de^ kerspelen in
Westerwoldingerland. Hierop werd van stadswege bij
hel riviertje de
Pekel-A, niet ver van Winschoten y een sterk slot geslicht, de
Pekelhorg genaamd, welks bevelhebber, in naam des Raads, over Westerwolde

(1) Ã¼BBo EJiMiDs, Rei'. Fris. liist. Lib. XXVIII. p. 428. wiksemiüs, Chron. v. Vriesl. B. X.
1)1. 288.
scnoTAmis, Fr. Ilist. B. XI. bi. 354, 355

(2) Charterb. ν. Vriesl ü. I. hl. 675-677.

(3) WIKSEMIÜS, Chron. r. Vries!. IJ. X. hl. 290. Charterb. ν. Vriesl. Ώ. I hl. 677.

(4) occo scarleksis, hl. 220—223. Chartcrb. v. Vriesl. D. 1. ld. 670 -675.

(5) WESTENDORP, Jaarh. v. Gron. D, II. bl. 624.

27 *

ocr page 236

236 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

en eea gedeelte Tan het Oldambt gezag zou voeren. Do burg Wedde bleef acht
jaren in de magt der Groningers, toen zij bij den vrede weder aan
ha.jo addiwga
overgedragen werd (1).

Intusschen hadden de benoemde regters uit Oostergo, Westergo en Stad en
Lande
, onder voorzitterschap van oj^no ewisma, hunne eerste vergadering Ie Gro-
ningen
gehouden, vele geschillen aldaar vereffend en onderscheidene Friesche Edelen
lot de teruggave van geroofde goederen veroordeeld. De uitvoering hunner vonnissen
ontmoette tegenstand , maar gelukkig drongen zij er onwrikbaar op aan; de hardnek-
kigen Averden genoodzaakt zich te onderwerpen, en met het verbond bleef tevens
de rust ongeschonden (2). Het was echter eene moeijelijke taak, in
Friesland
het regt te handhaven, waar men nog dikwerf dat van den sterkeren uitoefende.
Zoo voerde
hessel mokkema eenen leekebroeder van het klooster Fericerd,
welke eenen bediende van hem gedood had, ter straffe naar Dokkum; doch de
monniken van
Klaarkamp verlosten den gevangene, hetgeen eene verzoening tus-
schen do beide vijandelijke kloosters bewerkte, die voortaan met elkander in vrede
leefden (3).

Reeds in het midden des vorigen jaars had de Keizer aan den Kardinaal geokg ,
den keizerlijken Fiskaal johan kellner , en Dr. arwold vom loo eene uitgestrekte
volmagt ter regeling der zaken in
Friesland verleend (4). . Van hen kwam alleen
vom loo, die hier bekend was en zich het eerst naar Groningen begaf, welks
belangen hij langen tyd tegen belooning, aan het keizerlijke Hof behartigd had.
Na de opening van zijnen last aan den Raad, met wien hij alles overlegde, stak hij
met schepen, hem uit
Friesland op zijn bevel gezonden, over de Lautcers, Intus-
schen hadden de Friezen eene schatting geheven , om den gezant, indien het noodig
ware, een aanzienlijk gesclienk aan te bieden. In de algemeene vergadering te
Leeuwarden eischte hij' als de wil des Keizers, de voldoening der sedert jaren
achterstallige schatting en eene betere regeling daarvan voor het vervolg, do ver-
nietiging der inwendige verdeeldheden en het verkiezen van eenen Landvoogd
of Potestaat. Hij voegde er bij, dat indien zij iemand uit hun midden daartoe
niet verkozen, de Keizer zich genoodzaakt zou zien, zulk een opperhoofd ter hand-

25 v.
Louw-
maand.

24 V.

Sprolc-
Icelm.

(1) s. beninga, ChroH. d. Vr. Landen, bl. 12, 13. e. bekikga, Hist. v. Oost-Friesl. bl. 346.
ubbo emjiiüs, Rer. Fris. Rist. Lib. XXVIL p. 416—418. schotanus, Fr. Eist. ii. XL bl. 356.
westendorp, Jaarb. v. Gron. D. Π. bl. 620—622, 624-626.

(2) ubbo emmius, Rer. Fris. Eist. Lib. XXVIII. p. 428, 429.

(3) occo scarlensis, bl. 223. winsemius, Chron. v. Vriesl. B. X. bl. 291.

(4) Zie hun lastbrief ia het Charterb. ν. Friesl. D. 1. bl. 727—729.

14.33-
1482

1479

ocr page 237

DES VADERLANDS. 237 .

having der openbare rust aan te stellen. De afgezant vond de gemoederen in het ge- 1433—
heel niet geneigd, zijn verlangen te bevredigen; de achterstallige schatting was in ^^^
handen van eenige Grooten en konde, zonder vrees voor oproer, niet van hen gevor-
derd worden; nog minder was het geraden van het volk ten tweedenmale te eischen,
wat het reeds eens had opgebragt; en door de inwendige tweespalt was het even on-
mogelijk eenen Potestaat te benoemen. Na vele pogingen, om do gemoederen te win-
nen , keerde
vom loo onverrigter zake naar Groningen terug. Hier bood hij der
regering aan, om voor haar, tegen eene jaarlyksche opbrengst van tienduizend Rynscho
guldens aan den Keizer, het bewind over geheel
Friesland te verwerven. Men vond
behagen in dit voorstel, doch verzocht tevens den gezant, om eene vermindering der
bepaalde som te bewerken. Door middel van geschenken verkreeg do Raad, dat
vom
LOO zijne volmagt aan hen overdroeg, om eenen Potestaat over Friesland bewesten
de
Lauwers aan te stellen en daar alles te regelen en te schikken, gelijk het kei-
zerlijk bevelschrift inhield en de Keizer zelf, wanneer hij tegenwoordig was, doen
zou. De gezant gelastte zelfs den Raad ernstig, dit bevelschrift ten uitvoer te bren-
gen, indien de Friezen zich daartegen nog mogten verzeilen. Hy liet zich voorts eene 91 γ
volmagt geven, waarin hem de Raad het behartigen der belangen van
Groningen in
dit punt bij den Keizer opdroeg; en met zijn overleg werd een brief opgesteld, Avelke
na zijn vertrek, aan het Hof moest gezonden worden. Rijk begiftigd keerde hy naar
den Keizer terug, wien hij niet in gebreke bleef, den wensch der Groningers op het
gunstigste voor te dragen (1).

In den brief der Groningers, die nu den Keizer overhandigd werd, drong de Raad
aan, »dat het verbond lusschen
Groningen en do Ommelanden gesloten, waarbij
deze laalsten zich gelukkig bevonden , voor altijd door den Keizer bevestigd wierd ,
wien men levens verzocht, deze landschappen, die als van weinig belang werden
voorgesteld, aan de slad
Groningen in leen op te dragen, opdat er de rust, de vei-
ligheid en het regt gehandhaafd en de welvaart bevorderd mögt worden. Voorts be-
geerde men van den Keizer het regt, om gouden munt te mogen slaan; benevens
het poleslaalschap over
Friesland bewesten do Lauwers, welk gewest in eenen staat
van regeringloosheid verkeerde en zonder de hulp van
Groningen onvermijdelijk moest
ten ondergaan. De Raad beloofde, de verschuldigde jaarlijkscho schatting, die sinds
eene halve eeuw niet betaald was, steeds in tijds te bezorgen en behoorlijk rekening
af te leggen. Men was wel gezind den Keizer de verlangde tienduizend Rijnsche gul-
dens te geven, maar konde zulks niet zonder toestemming der gemeente, die hierin

(1) occo scakleksis, bl. 224. lidbo emmios, Rer, Fris. Hist. Lib. XXVIIi. p. 429—431. wissk-
aics, Chron. v. Vriesl. B. X. bl. 293. scbotakcs, Fr, Jlisi. B. XJ. bl. 359, 3G0. Tegenw.
Staat V. Stad en Lande,
D. I. bl, 182, 183. westesuorp, Jaarb. v. Groiu D.II, bl.627—629,

ocr page 238

238 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— bezwaarlijk zou treden, zoo lang geene bepaalde aanstelling lot Potestaat over FrieS"
land was ontvangen. Zoodra die verkregen was, zou de Raad zijne erkentelijkheid
door eene ruime gifte in geld betoonen, en in alles de eer en het voordeel des Keizers
behartigen, wien men onder het oog bragt, dat de landschappen bewesten
de Lau-
wers
niet zonder groote kosten en verlies van volk beteugeld konden worden. Mögt
eindelijk de Keizer zwarigheid vinden, om de
Ommelanden [regiunculas eis lavi-
canas)
in leen aan de Groningers over te dragen , zoo was er echter niets bedenke-
lyks in, om hun bet algemeen bestuur er over van 's Keizers wege onder den
titel van
eeuwigdurend Potestaatschap toe te vertrouwen, naardien dit van de kei-
zerlijke raagt geheel afhing." De Raad verzuimde niet dit verzoek ook bij Hertog
wAxiBiiLiAAN, den zoon des Keizers, aan te dringen; maar de kryg van dien Vorst
tegen
Frankrijk en het dreigend naderen der Turken, hetgeen het geheele Ryk in
beweging bragt, verhinderden
vom loo , vooreerst met vrucht iels voor Groningen
bij den Keizer te bewerken (1).

Het pleit zeker meer voor de staatkunde dan voor de goede trouw van dezen afge-
zant , indien hij , geheel in strijd met zijn gedrag te
Groningen, den Friezen bewesten de
Lauwers werkelyk eenen zeer uitgebreiden brief heeft overgeleverd, in welken Keizer
ïREDERiK. niet alleen de vrijheden en voorreglen bevestigt en hernieuwt, die hun door
zyne voorzaten, inzonderheid
karel den Groote en den Roomsch Koning Graaf
WILLEM II geschonken waren, maar hen ook van alle onderdanigheid aan eenigen Vorst,
den Keizer uitgezonderd , ontslaat en hen, nevens die Friesche landstreken , lieden
en goederen, welke van hel. Rijk waren afgescheurd , onmiddellyk geheel daar onder
terugbrengt en waarvan zij noch door verpanding, vervreemding of op eenige andere
wyze ooit weder moglen gescheiden worden. Noch geestelijk, noch wereldlijk Vorst
of Heer zou over hen tot Regent worden aangesteld, maar hunne eigene Grielmans,
reglers en ambtenaren zouden hen naar de oude gewoonten en gebruiken besturen.
Zg worden voorts door den Keizer tegen het heffen van schattingen, opbrengsten en
lollen, die met hunne voorreglen strijden, gewaarborgd; en de bewaring en bescher-
ming dier voorreglen allen Ryksvorsten aanbevolen.
Maximiliaan , met toestemming
zijner gemalin
-άκ-ολκ van Bourgondi'è en bij rade der aanzienlykste Hollandsche Ede-
len, ontslaat hen op keizerlijk verzoek, van alle onderwerping aan
Holland^ verkla-
rende, dat zij voortaan vrij van alle vrees voor de Graven van
Holland als onder-
zalen des Rijks zullen leven (2).

(1) iibbo KMMius, Ref. Fris. Hist. Lib. XXVIII. p. 431, 432. schotanus, Fr. Hist. Β XI.
J)l. 3Ö0. wESTEKDoup,
Jaarb. v. Gron. D. li. bl. 629, 630.

(2) Charterb. d. Vriesl. D. I. bl. 682—690. De Schrijver van den Tegemc. Staaf. v. Stad

ocr page 239

DES VADERLANDS. 239

1433—

1482

Maar die vrijheid en onafliankelijkheid, op welko de Friezen zich steeds beroem-
den, zouden door henzelven na twintig jaren van ellende vernietigd worden*
Tjaarb
jojsgema,
Heerschap te Bolsward^ de zoon van goslie. en kleinzoon van jüw
jokgema
, welke als Potestaat in den krijg tegen Hertog albrecht υαη Beigeren was
gesneuveld, had bij zijn dood twee onmondige kinderen,
goslik en ansk , achter-
gelaten. De Bolswarders stelden deswege het bewind hunner stad in handen van
juw tjerks jongema, den broederszoon van den ouden goslik. jongema , en als
van do zwaardzijde of manskant, de naaste tot de voogdij over zijn minderjarigen
neef. Dit mishaagde ten hoogste aan
wijts, do weduwe van tjaard jokgema en
moeder van den jongen
goslik, welke de voogdij en daarmede het bestuur over
Bolsicard liever aan douwe sjaardema van Franeker zag opgedragen of aan sicco
zijn zoon, die aan hare dochter
luts , uit haar eerste huwelijk met jüw harinxma
van Sneek ontsprolen, gehuwd was. Zij vond aanhangers zelfs onder de leden van
den Raad en bewerkte met hun overleg te
Franeker, dat do sjaaubema's met
geweld
juw jongema uit Bolsward zouden verdreven. Zoodra dezen dit ter kennis
was gekomen, riep hij den Raad en de burgerij in de kerk bijeen, om te over-
leggen , w^at men bij het naderende gevaar zou aanvangen. Hij en de burgers ston-
den in de kerk; de Raadsleden in het Koor. Een dezer laatsten sprak do ver-
gaderde menigte aldus aan:
» juw jokgema en gij allo goede burgers ! Wij verne-
men , dat
sicco sjaardema met al zijn volk herwaarts zal komen en vragen u der-
halve , hoe wij hierin het beste zullen handelen en wat gij gemeenschappelijk met
ons in deze zaak wilt verriglen ?" » Even als de vader van
jongebia met mijnen va-
der gehandeld heeft, zullen wij met u handelen" is het antwoord van een man uit
het volk,
klaas epes genaamd, wiens vader Aveleer veel leeds en verdriets van den
ouden
goslik jokgema en van eenige Raadsleden ondervonden had. De menigte , reeds
verbitterd op do Heeren, die over het geheel do
sjaardema's meer dan juw genegen
Avaren, geraakte door deze woorden in beweging, do messen werden getrokken
en de buitendeuren der kerk gesloten. Zij die in het Koor waren, vlugtten voor het
aanstormende volk in do koslerij en wierpen de deuren achter zich toe. Zoo eindigde
deze vergadering in de uiterste verwarring, zonder dat er evenwel iemand gewond
werd.
Jongema, zijne vrienden en knechten trokken, nadat de oploop bedaard

ö r.

Hooiin.
1479

22 V.

Sprok-
kehn.
1480

en Lande, D. I. bl. 184 (t) houdt dezen briei'slechts voor een opstel, of hoogstens cene belofte
van
v03i log , om de voorregtcn, daarin opfjenoemd, door den Keizer bevestigd (c krijgen, doch
hetgeen hij niet Yolvoerd heeft, sinds
hi^ Friesland onverrigter zate moest verlaten; een gevoelen
dat ons niet
van grond ontbloot voorkomt. De inhoud van dit stuk komt hoofdzakelijk overeen
met den brief van Keizer
sigishcnd weleer den Friezen verleend. Zie Alg. Gesch. d, Vadcrl.
1). II. St. II. bl. 577 , 578.

ocr page 240

240 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— was, met ontbloole zwaarden in de hand uit de kerk, bedreven veel moedwil in
^^^ het huis van den muntmeester, en versterkten zich op
Her erna-êt ins in de Hoogstraat.
Den volgenden morgen vroeg naderde sicco
sjaardema met eene bende van yijfhon-
derd man, zoowel krijgsknechten als huislieden uit
Ar urn , Pingjum^ JVitmarsum.
en andere dorpen. De burgerij vloog aanstonds te wapen, om hem af te weren, doch
liep spoedig weder uiteen , en hij kwam zonder veel tegenstand met zijn volk in de
«tad. Weldra verscheen
riehk. harinxma van Sneek met zestig of honderd gewapenden
naby
BoUward, om jongema te ontzetten, maar keerde op het eerste schot uit de
stad, naar de plaats terug vanwaar hy gekomen was. Nu trachtten de pastoor
gale en
de minderbroeder
nanne eene verzoening tusschen sjaardema en jongema te bewerken ;
de eerste echter wilde hiervan niets hooren, zoo lang de laatste nog in de slad ver-
toefde ; met moeite vergunde hij een stilstand van wapenen tot aan den middag. Mid-
delerwijl beproefden de beide Geestelijken,
jongema tol onderwerping te bewegen,
doch moesten onverrigter zake vertrekken. Toen hij evenwel bemerkte, dat hem
niemand tegen den overmagtigen vijand te hulp kwam en het bestand ten einde liep,
klom hij en zijn volk heimelijk uit een venster .en begaf zich naar
Jfalta-huis te
Tjerkwerd in fVonseradeel. Zich hier niet veilig achtende, trok hy naar zijn
zwager
peter darinxma te Sneek, welke met ede jongema van Rauwert en epe
HESSELS JOKGEMA Tau JBozum hem onder een talryk geleide op zijne Taderlyke slins
te
Tjerkwerd bragt, en haar van krijgs- en mondbehoeften -voorzag. Sjaardema
bleef ondertusschen in Bolsward op Jon gemast ins, en zijn volk lag verdeeld in de
Stad met bevel, de burgers geenen overlast aan te doen. Maar toen zij eindelijk uit
gebrek aan spijs verzochten naar huis te keeren , wees
wijts hun de woningen aan
Tan eenige burgers, die haaryyandig waren, en gaf hun verlof daar het noodige onder-
houd te eischen. Nadat zij hier alles in overdaad opgeteerd en de grofste baldadig-
heden gepleegd hadden , vielen zij bij nacht ook andere huizen aan. De verbitterde
burgers spanden op raad van een priester te zamen, wapenden zich en vielen onder
aanvoering van zekeren
swart jan op de Franeker bende onverwacht aan, welke zy
ter stad uitdreven.
Sjaardema bleef nog eenige dagen op Jongema-huis, maar vertrok
toen vermomd en in het geheim naar
Franeker, eene bezetting bij zyne schoonmoe-
der op do stins achterlatende. Juw
jongema nu onmiddellyk door zijne vrienden
weder ingehaald, vestigde zich in het muntmeestershuis en behield, hoewel met groote
moeite , verscheidene jaren de overmagt in de stad (1).

(1) occo scABLERsis, bl. 225—228. v. τπαβοκ , Uist. v. Friesl. D. I. bl. 27—36. «bbo emsuüs ,
Rer. Fris. Hist. Lib. XXVIII. p. 435, 436. schotanus, Fr. Eist. B. XI. bl. 362, 363. winse-
Mics, Chron, v. Vriest, B. X. bl. 295 , 296.

ocr page 241

DES VADERLANDS. 241 .

Door scheidsmannen avas wel lussclien hem en wijts eene verzoening bewerkt, 143^
maar reeds in het begin van het volgende jaar stonden beide aanhangen, door vreemde
krijgsknechten gesteund, gewapend tegenover elkander. Sicco
sjaarbema gaf de
voornaamste aanleiding tot deze nieuwe vredebreuk. Hy had met hulp van zijnen
vader
Hottinga-stins op Nieuwland, welke door zijne zuster swob , de weduwe
van jARicii
hottinga bewoond werd, versterkt en met eene talrijke bezetting voor-
zien , die van daar uit op de Sneekers en Bolswarders roofde.
Peter iiarinxma en
juw JONGEMA belegerden met eenige andere heerschappen het huis en beschoten het
geweldig. Het beleg had bijna drie weken geduurd, toen sicco
sjaarüema in den 20v.
nacht
Bolsicard overrompelde , om den vijand daardoor te noodzaken af te trekken, ^elm.
Maar
peter harinxma snelde terstond met een gedeelte zijner benden naar de stad en het l'^Sl
gelukte hem, na een hevig gevecht en niet zonder veel bloedstorting,
sjaardema eruit
te verdrijven. Dadelijk daarop trokken de Bolswarders en Sneekers naar ffofnmeh,
verbrandden
Monnikhuis , plunderden zoowel do kerk als de woningen der huislie-
den en trokken met den rijken buit naar het leger voor
Hottinga-stim. Het geschut
vermögt weinig tegen deze sterkte , weshalve besloten werd de bezetting door honger
tot overgave te dwingen. Doch
sciierke wijbe, hoofdling te Grovestins ^ welke <len
belegeraars te hulp was gekomen, geraakte door list in de magt van swou, de eige-
nares van het huis, \vaardoor spoedig een verdrag tot stand kwam. Hierbij werd onder
anderen bepaald, dat de verzoening, het vorige jaar tusschen juw
jokgema en wijts 20 v.
aangegaan, in volle kracht zou blijven; alle gevangenen van wederzijde zouden binnen
twee dagen onder oorveede ontslagen, en de vreemde knechten binnen veertien dagen
afbetaald en uil het land gezonden worden; eerbare mannen zouden alle geschillen en

I

schadevergoedingen op' eqn bepaalden dag verelTenen, en men verpligtle zich, den
vrede ongekrenkt te bewaren en de verbrekers daarvan te achtervolgen.
Scherne
wijbe
uit de gevangenis ontslagen, stelde aanstonds tjaard groenstra, een na-
tuurlyken zoon van
douwe sjaardema , en zijne vrouw in vrijheid. Beide had hij het
jaar te voren gevangen genomen, hun huis geslecht en hunne goederen geroofd, het-
geen als de hoofdreden beschouwd wordt, waarom
swob getracht had, hem in haar
geweld te krijgen. Ingevolge de overeenkomst verlieten weldra de vreemde huur-
benden dit gedeelte van
Friesland^ waar nu do rust hersteld was (l).

Omtrent dien tijd kwam de gezant vom loo , vergezeld door johaw von Steinher-
gen
, Proost van Goslar, in Groningen terug. Zij boden den Raad eene keizerlyke

(1) occo scarleksis, bl. 229—232. v. tdabor, Hist. v. Friesl. D. I. bl. 36, 37. übbo ehbiüs,

Rer. Fris. Bist. Lib. XXVIII. p. 436 , 437. wiksemius, Chron. v. Friesl. li X. bl. 296, 297,
scnoTAKüs, Fr. Hist. li. XI. bl. 364. Charterb. ν. Friesl. D. I. bl. 697.

II Deel, 3 Stuk. 31

ocr page 242

1433-

1482

242

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

bulie aan, waarin dezen het poteslaalschap over Friesland lusschen de Lauicers en
het
p^lie voor eeuwig en erfelijk werd opgedragen, al de leden des Raads, nu en in
het vervolg, tot den ridderstand verheven werden en hun hel regt van goud en zilver
te munten werd toegekend, onder verbindtenis eener jaarlijksche schatting van tien-
duizend Rijnsche guldens. De gezanten hadden tevens eene bijzondere volmagt, om
over dit potestaatschap en de beleening der
Ommelanden met do slad te onderhandelen.
Hierbij was nog een keizerlyke brief gevoegd , in welken den Friezen bewesten
de
Lauwers
onder bedreiging van zware straf bevolen werd, den Raad van Groningen
als Potestaat te gehoorzamen. Hetzij dat de jaarlijksche schatting do regering van
Groningen afgeschrikt hebbe, hetzij dat haar de onderneming te onzeker en te ge-
waagd voorkwam, of dat de Friezen er zich met nadruk tegen verzelteden, de zaak
althans liep vruchteloos af en de gezanten keerden met de keizerlijke bulle en den
aanschrijvingsbrief aan de Friezen terug.
Vom loo werd vóór zijn vertrek door de
regering gemagligd, om te bewerken, dat de Keizer haar do landschappen tusschen
de Eems en de Lauwers benevens Westerwolde in vol erfieen overdroeg, als-
mede zoodanige andere naburige Friesche landschappen , alwaar men wegens de woede
en tweedragt niet veilig was, en dat het haar vergund wierd deze des noods zelfs
door geweld van wapenen te onderwerpen. Doch ook hiervan is niets gekomen (1).
Eenige maanden later werd het langdurig geschil tusschen de slad
Groningen en
douwe sjaardema Vereffend. Men vindt evenwel niet op welke wijze sjaardema is
bevredigd geworden (2). Hij overleed kort daarna, In
hetzelfde jaar betreurde i^rm·-
land het verlies van verscheidene andere mannen van moed en naam en onder hen
irnuiN SIERKS, welke door de Velkoopers te fVorkum was doodgeslagen. Hij werd
voor den onversaagdsten en slerksten Fries van zijnen tijd. gehouden en slond bij de
Schieringers in groot aanzien (3). '

Middelerwijl waren in Oostergo op nieuw onlusten ontstaan. De stad Leeuwarden
was onder een verstandig bestuur en door bloeijenden handel tot aanzien geslegen. Zij
breidelde den euvelmoed der Edelen, die altijd onderling in krijg waren en do wegen
onveilig maaklen , en vernielde de stinzen dergenen, welke den landman plaagden of
beroofden. Maar daartegen verbitterden de Leeuwarders, door den voorspoed hoog-

(1) Ã¯biio limmics, Rer. Fris. IlisL Lib. XXVIII. p. 432—434. scuotancs, Fr. Hist. Κ XI.
hl.
362. idsikga , Slaaisr. cl. Nederl. D. Π. bl. 411—417. westemiorp, Jaarb. v. Gron, D. II.
bl. G33~C3.5.

(2) iDsiNGA, Staatsr. d. Nederl. I). II. bl. 417, 418. westekdorp, Jaarb v. Gron. ü. II.
bl. 035.

(3) OCCO SCARLEISSIS, bl, 234.

25 V.
Bloehn,

1481

ocr page 243

DES VADERLANDS, 243^

moedig geworden, de omliggende steden en grietenijen, de^γί]l zij de boeren, die niet
met hen verkozen lo handelen en hunne Avaren elders te markt bragten, d^Â¥ingen wilden
deze in hunne stad te voeren. Dreigend verboden zij de Sneekers, boler of kaas te
koopen van de huislieden uit het regtsgebied van
Leeuwarden^ en rigtlen zelfs Ie
Slooten eene botervvaag op, van welke zij de voordeden geheel aan zich trokken; uil
welke willekeurige handelwijze veel t\fist ontsproten is (1). Om zich legen hunne
steeds toenemende vijanden te sterken, sloten zij met
Tietjerkstra P^ierdedeel ggh ^
twaalfjarig, en met Komjwn en Britsum een driejarig verbond van wederzijdscfie moand
bescherming legen alle geAveld (2). Laler gingen zij insgelijks een verdrag aan met ^^^^
Franeker ^ waarbg men beloofde, elkander in reglvaardige zaken en bij verongelijkin- ^^r.
gen of beleedigingen bijstand Ie bieden (3). Een hunner gevaarlijkste en stoutste vij-maäiitl.
anden was
wijbe jarighs, zoon van jarigh jukkema en sjouk wiarda , op het huis
Metslawier te Akkrum. Hij roofde te water en te land alles wal der stad behoorde,
nam op de
Sneekermeer en andere waters hare schepen weg, en bragl den burgers

onberekenbare schade toe. Verbitterd sloegen de Leeuwarders het beleg voor zijne 22 τ.

••111 Wijii-

stms te Akkrum,, waar loen zijn schoonbroeder domme xietjwes jukkema het bevel maand,

voerde. Na eene week gaf zich de bezelling , behoudens lijf en goed , over en het huis werd
terstond lot den grond geslecht
(4). Wijbe, die zich op zijne stins Ie Ä'eyne/Mwt ophield,
roofde ondertusschen van daar op
galema van Koudum^ terwijl do talrijke bezetting
van zyne derde stins te
Woudsend de Leeuwarders op de ty/ooierwieer verontrustte (5).
Maar op het vernemen van het beleg van
Metslawier, trok liij met zijn anderen zwa-
ger WORP LiEüWEs JUKKEMA, van
Uemelum naar de Schieringers in Oostergo, by
wie hij hulp zocht en vond. Ondersteund door de Edelen
syds en fekke bottikga
van Rinsumageest, botto te Jlerneij, wilke ringia, ids tjallisga, pieteu en fekke
CAMPSTRA, JONGE jEPPE, TjALLING LIEÜWES, scHERNE WIJBE, die hoewel Velkooper
den Leeuwarders vijandig was, en meer anderen, viel hij den dag na hel overgaan van
Metslawier, Leeuwarden Ier Noordzijde aan en drong er binnen (6),. Een siads
dienaar is de eerste die tegenstand biedt, maar moot voor do overmagt zwichten en
vlugt in een huis, waar hij dapper strijdende door
worp jukkema gedood wordt.

Éüdi

(1) v. THABon, Hist. v. Friesl. D. I. bl. 22—24.

(2) Charterb. υ. Friesl. D. I. bl. 698—700.

(3) Charterb. ν. VriesL D. I. bl. 701.

(4) OCCO SCABLEJiSIS, bl. 232.

(5) wihsehius, Chron. v. Friesl. B. X. bl. 299. scdotamüs, Fr. Hist. B. XI. bl. 265.

(6) OCCO SCARLENSIS, bl. 232.

w

i

fi

31 *

ocr page 244

244 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— Terwyl de aanvallers zich door de straten verspreiden, worden de bekkens geslagen,
de horens geblazen en de stormklokken geluid. Alles geraakt in rep en roer. Elk
burger snelt te wapen en valt woedende op den vijand aan, die weldra teruggeslagen
wordt. Te vergeefs werpt hij onder het wijken vuur op de daken, om brand te stich-
ten en verwarring te veroorzaken; hij wordt van het kerkhof naar den wal gedreven
én ontkomt te naauwernood door de gracht aan eenen geheelen ondergang (l). Een
weinig daarna op denzelfden dag keerden de veroveraars van het huis te
Metslawier
onder vreugdegejuich in de stad terug. Ter herinnering van deze dubbele zege, be-
sloot de regering, dat jaarlijks ^op den acht en tv^intigsten van Wijnmaand een pleg-
tige optogt met het sakrament om de stad zou gehouden worden, hetgeen langen
tijd in gebruik gebleven is (2).

Door tusschenspraak van goede mannen werden in Slagtmaand de strijdende par-
tijen verzoend (3).
Wijbe jarichs benevens woup en πομμε lieuwes jukkemI
waren in dien zoen niet begrepen en zetten de vijandelijkheden voort. Worp juk-
KEMA met AUKE KEiMPEs en eenige ruiters drongen zelfs op zekeren dag in vijf huizen
' te
Leeuwarden, scholen met handbussen uit deuren en vensters zoodat niemand het
waagde hen te naderen , vernielden wat zij niet konden medenemen en trokken na het
bloedig mishandelen van eenige onschuldige kinderen, met den buit terug. De rege-
ring eischic schadevergoeding van
jukkesia , die zich echter weinig om hare bedrei-
gingen bekommerde en zijne geweldenarijen voortzette (4). De Leeuwarders be-
stormden en vernielden nu zijne sterke stins te
Boxum; maar bokke feikes hariwxma
van Sneek bood hem zijne stins te fVoudsend ter woning aan. Hier nam hij eene
bende krijgsknechten in dienst, plunderde de schepen der Leeuwarders, die zich op
de vS'/ooiermeer vertoonden, en belemmerde derwijze hunnen handel, dat zij ten laatste
gedrongen waren den vrede voor vierhonderd goudguldens van hem te koopen (5).

Doch de rust was daardoor in Oost er go niet hersteld. Wijbe jarichs , de ver-
1482 klaarde vijand der Leeuwarders, overrompelde des nachts
Heslinga-stins te Pop-
pingawier
en versloeg er doüwe jelles sjaardema , den zwager van eke en botte
heslinga.
Deze wendden zich om hulp tot de regering van Leeuwarden, die hun

(1) Gesch. d. Schieringers en Vetkoopers, bl. 222.

"V

(2) occo scaulensis, bl. 233. üBBo emmics, Rer. Fris. Eist. Lib. XXVIII. p. 438. wiiïsemiüs ,
Chron. v. Friesl. B. X. bl. 299, 300. schotanus, Fr. Eist. B. XI. bl. 365.

(3) Charterb. ν. Friesl. D. Γ. bl. 702—707.

(4) Gesch. d. Schieringers en Vetkoopers, bl. 224.

(5) occo scARr-ENsis, bl. 233. Vgl. tjbbo eïimiüs, Rer. Fris. Eist. Lib. XXVlIl. p. 438. -wnm-
Mius, Chron, v. Friesl. B, X. bl. 300. scHOTAJits, Fr. Eist. B. XI. bl, 365.

ocr page 245

DES VADERLANDS. 245 .

honderd welgewapende mannen gaf, om de stins te heroveren. Wijbe wachtte hen 1433—
niet af; zg bezetten aanstonds het huis en rigtten door hunne strooptogten in de om-
streken groote schade aan. Eindelijk riepen
ede en hessel josgema do landlieden
hijeen, en door
peter hauinxma. Tan Sneek roet driehonderd gewapende mannen on- 7 v.
dersleund, namen zij
Heslinga-stins stormenderhand in en slechtten het. Eenigen van j^g™
de bezetting werden doodgeslagen, anderen verdronken , do overigen gekerkerd, en
een te
Sneek aan de galg opgehangen (1).

Om aan zoo vele geweldenarijen perken te stellen , den handel te beschermen en
het vervallen regt te handhaven, traden de sleden
Leeuwarden^ Sneek, Bolstvard 2D v.
en Slooten met elkander in een verbond voor vier jaren. Hierin werd onder anderen
bepaald, dat de handel en het verkeer onderling vrij en veilig zouden zijn; wie
roofde, brandde, of eenig geweld pleegde zou op do daad gestraft worden; elke stad
zou vonnissen naar hare eigene regten en willekeuren; men zou zorgen, dal in alle
Deelen en grietenijen goed regt geschiedde; de misdadigers zou men overal mogen
aantasten; vrede of oorlog zouden alleen met algemeene toestemming der bondgenoo-
ten worden aangegaan; men zou geene vreemde knechten in hel land halen, noch
dulden dat dit door anderen geschiedde; men zou elkander in geval van oorlog en
daartoe aaogezocht, ieder op zijne kosten, hulp en bijstand verleenen, doch om over
de noodzakelijkheid van dien bijstand te beslissen, zoowel als om andere zaken te re-
gelen, zouden negen mannen benoemd worden, drie uit
Leeuwarden^ drie uit Bols-
ward
en drie uit Sneek en Slooten te zamen , van welke jaarlijks uit elke stad een
moest aanblijven, terwijl twee nieuwe in plaats van de aflredenden zouden gekozen
worden (2). De eerste negen benoemden waren, voor
Leeuwarden: biekk bubmania ,

JAKOB JAITZERIA en ALBERT CL AASEN ; VOOr BoUwavd : HERO GERLOFFS , TJALLING KOE-

lofs en hanke doytzes; voor Sneek en Sloten: aesge igles, pilgrom bomkes en
fokre yleeshouwer van Slooten (3). De bondgenooten verwittigden terstond de grie-
tenijen Zeewi^jari/erai/ee/, Dantumadeel y Trijnwouden , Raardhem-
deradeel ^ Berradeel, Menaldumadeel, Hennaarderadeel, Baarderadeel enütinge-
23 v.
radeel van hetgeen zij tot behoud des vredcs en lot welvaart des lands te Leeuwarden
besloten hadden , met de vermaning, goeden regel op het regt te stellen en bij gebreke
daarvan op den eerslkomenden landdag te
J^eeuwarden zich te verantwoorden. Den
Grietmannen werd gelast, allo geweldenarijen en ongeregeldheden te keeren, en zoo

(1) OCCO SCAULEIÏSIS , bi. 234.

(2) Charterb. ν. Vriest. D. I. bl. 710—712.

(3) OCCO SCARLENSIS, bl. 236.

ocr page 246

ALGEMEENS GESCHIEDENIS

zy hierfoe niet bij niagte waren, zich lot de bondgenooten te wenden, welke vast
Toorgenomen hadden deze niet langer te gedoogen
(1).

Hoezeer hun de handhaving der rust en lucht ernst was ondervond sgherne wijbe ,
welke den Franekers inzonderheid veel overlast aandeed. Sicco sjaardema belegerde
met de burgers van
Franeker, de boeren uit den oralrek en eene hulpbende van
Leeuwarden zijne sterke slins te Engelum. Wijbe werd door een kogel doode-
Igk getroffen, waarop de bezetting het slot overgaf hetwelk lot den grond werd afge-
broken. Hij was vermaard als een schrander man, even geducht voor zijne vijanden
als goedaardig jegens zijne vrienden. Nu eens als monnik, dan als boer, gemeen ruiter
of bedelaar vermomd, dwaalde hij somtijds door
Leeuwarden ^τί Franeker rond, om
de geheimen zijner tegenstanders uit te vorsehen en hunne werken te bespieden (2).
Hg werd
Scherne, de geschorene^ bygenaamd, dewgl hij zich meer schoor dan des-
tijds onder de Friesche Edelen gebruikelijk was; of misschien wel omdat hij de kruin
kaai geschoren bad (3).

Het schijnt, dat de landvrede vooreerst in Friesland ongestoord bleef en de dag-
vaarten of bijeenkomsten der zamenverbondene steden behoorlijk gehouden werden (4).
Op eenen algemeenen landdag van
Oostergo en Westergo te Leeuwarden gehouden,
werd uit hoofde van de groote duurte der levensmiddelen en om hongersnood te voor-
komen, de uitvoer van alle granen en vruchten, van boter, kaas, vee en brandstoffen
tot Paschen eerstkomende of tot dat het land weder bezaaid was, verboden. Dit besluit
werd echter op den naastvolgenden landdag te
Sneek in zoo verre gewijzigd, dat
alleen de uitvoer van zaad belet werd (5).

Om dien lijd verlengde Groningen het tienjarig verbond met de Ommelanden in
veertienhonderd drie en zeventig gesloten en dat nu ten einde spoedde. Men noemt dit
dikwerf het
derde of het groote Ferhond ^ doch het is niets anders dan de woordelijke
vernieuwing van het vorige verdrag (6). Groot waren de voordeden, welke uit deze
vriendschappelijke betrekking, uit de betere regtsbedeeling en de handhaving der

(1) Charterb. ν. Vriesl. D. I. bi. 712.

(2) occo scarlensis, bi. 238. v. tuibor, Jlist. v. Vriesl. D. 1, bl. 37, 38. Vgl. bbbo emmius,
Rer. Fris, Hist. Lib. ΧΧΥΙΠ. p. 439. winsemujs, Chron. v. Vriesl. ß. X. bl. 302. scnoTAKis,
Fr. Hist. B. XI. bl. 366. \

(3) Aant. op V. τπΑΒοκ, Hist. v. Vriesl. D. 1. bl. 62.

(4) Vgl. Charterb. ν. Vriesl, D. I. bl 712, 714.

(5) occo scarlensïs, bl. 237. ubbo emmius, Rer. Fris. Hist. Lib. XXIX. ji, 440. e. βενιλτ,α,
Hist. v. Oost'Friesl. bl. 348.

(6) iDsiKGA, Staatsr. d. JYederl. D. II. bl. 418.

246

1433—
1482

6 Ιοί
20 ν.
ßloeim
1482

I

29 ν.

Oo{jst-
maand.

30 v.
Herfst-
maand.

wmm

ocr page 247

DES VADERLANDS. 247 .

burgerlijke vrijheid en der openbare veiligheid voor dit gewest onlsprolen. Hoezeer 1433—
de stad
Groningen daardoor in bloei en welvaart ^ras gestegen, bleek uit het bouwen
van den fraaijen en kostbaren St. Maartenstoren aldaar, een van de heerlijkste gewrochten
der middeleeuwsche bouwkunde. Grootscher nog was het ontwerp, op voorstel van'
den Bisschop van
Munster ^ die in onmin met de Embders leefde welke de beneden-
vaart langs
de Eems moeijelijk maakte, om die rivier door eene gracht of diep van
Hede langs Bellingwolde in den Dollart af te leiden; hierdoor zou de handel van
Groningen op fVestfalen gemakkelijker gemaakt en levens de Embder tollen ontgaan
worden. Doch opkomende bezwaren en moeijelijkheden, ia dien lijd onoverkomelgk
geacht, staakten de vollooijing des werks, toen hel met groote kosten door moerassen
en heidevelden een eindwegs was voortgezet (1).

NooRD-BttABAND. LiMBURG. Terwijl onlusten en geschillen in Friesland woedden,
handhaafden de Bourgondische Vorsten in
Brahand rust en lucht, doch schroomden %
ook niet lot dat doel het geweld der wapenen Ie bezigen. Dit ondervond de stad
^s Hertogenhosch, loen zij weigerde haar aandeel in eene bedo aan ïlertog filips 1434
toegestaan op Ie brengen. De Drost van Brahand werd met eenige manschappen afge- 9 v.
zonden , om de onwilligen tot onderwerping Ie brengen. Maar de burgers besloten geweld
met gewold te keeren en waagden reeds den volgenden dag eenen uitval, doch waren ge-
noodzaakt na eene schermutseling, in welke eenigen gedood, gewond en gevangen wer-
den, terug te trekken. Nu koelden zij hun moed aan de stedelijke regering, welke
men van zamenspanniag met
filips verdacht hield, overvielen het raadhuis en zetten
de gehate regenten de poort uit. Hierop werd de stad enger ingesloten en eindelijk
gedwongen zich met
filips te verzoenen, hetgeen door lusschenspraak der Hertogin
gelukte. Beide stad en Meijerij moesten niet alleen haar aandeel in do bede, maar
bovendien aan den Hertog vijfduizend gouden Filipsrijders voldoen en hem vyftien-
duizend dezer rijders kwijtschelden, welke men hem had voorgeschoten. De gevangen
Poorters zouden tegen vergoeding der kerkerkoslen losgelaten en allen, die zich tegen
den Hertog of zijne hoogheid vergrepen hadden, slechts eenigen uitgezonderd , ver-
giffenis geschonken worden (2).

Brahand deelde rijkelijk in de ellende, welke de oorlog en het misgewas, do hon-
gersnood en de pest in dit tijdperk over een groot gedeelte der verspreidden. 1435—
De prijs van het koren was tol eene verbazende hoogte gestegen, hetgeen in vele steden

(1) uBGo r.iniiüs, Rer. Fris. Jlisi. Lib. XXIX. p, 442. insiNGA. Stnalsr. d, Nederl, D. H.
bl. 417, 418. Tegemc. Slaai v. Slad en Lande, D. I. Jd. 187. wESTUNDonp, Jaarb. v. (Jron.
D. li. bl. 637.

(2) v. UEURK, Ilisl..v. 's IJertogenb. D. I. bl. 316—310.

mm

ocr page 248

248 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1433— het gemeen ia beweging bragt. De honger en pestziekte sleepten eene menigte men-
sehen weg, en
's Herlogenbosch was schier geheel uitgestorven en ontvolkt, zoodat
hot gras op de straten Avies als op beemden of weilanden (1). Het is eene dwaling,
•wanneer eenigen verhalen, dat om dien tyd de leenpligtigheid yan
Brahand ^ Hol-

1442 land. Zeeland en Friesland aan het Dnitsche Rijk door Keizer freberik III, ten
behoeve van Hertog
filips , opgeheven werd (2).

3 v. Breda verloor kort daarop door den dood zijnen Heer ewgelbert I, Graaf van
^lTl^ , een man van groot aanzien in de
Nederlanden en, naar men wil, de eerste

van zijn geslacht, die zich aldaar een vast verblijf gekozen heeft. Voorheen maakte
de heerlijkheid
Breda een gedeelte uit van het land van Strijen, waartoe ook
Geertruidenherg, Zevenbergen en Bergen op Zoom behoorden. Zekere witger ,
de neef en erfgenaam van de H. geertruida. , eene dochter van pepin van Landen
en de eerste vrouw van dit gewest, regeerde Strijen onder den titel van Graaf in de
laatste helft der zevende eeuw.
Ragiher , een zyner opvolgers, verdeelde in duizend
negen en dertig het graafschap onder zijne beide zonen.
Lambert, de oudste, ont-
ving als Graaf van
Strijen, de landen van Geertruidenherg, Zevenbergen , Strijen
en de dorpen, Avelke bijna alle in den St. Elizabethsvlocd van veertienhonderd een en
twintig verzwolgen werden.
Hendrik , de tweede zoon, verkreeg Breda, Bergen op
Zoom , Schooien, Loenhout
en andere plaatsen, waardoor hij als de eerste Heer van
Breda bekend is. Even als het graafschap Strijen, was de heerlijkheid Breda een
vry en onafhankelijk gebied, tot dat in elfhonderd negentig en twaalfhonderd twaalf,
Heer
godevaart II zyn land den Hertog van Braband opdroeg en van hem in regt
leen terug ontving. Het langdurig geschil tusschen de Brabandsche en Hollandsche
Vorsten, die beide op
Breda aanspraak maakten, was reeds in twaalfhonderd drie
geëindigd, toen Graaf
dirk VII van Holland zijne ware of vermeende regten moest
afslaan (3). By gebrek van mannelijk oir, ging na den dood van Heer
hewdrik IV
in twaalfhonderd zeventig, de heerlijkheid
Breda over in het huis y^n Leuven, voorts
in die van
Gaveren, Liedekerke, Bas se gern, Duivenvoorde, Polanen en eindelyk
in dat van
Nassau door het huwelijk van johanna , de dochter van jan van Pola-
nen
H, in veertienhonderd drie met engelbert , Graaf van Nassau. Jan van Po-
lanen
l, Heer van der Lek, had het land van Breda voor drie en veertigduizend

(1) haraei Annal. Br ab. Τ. I. ρ. 419. anokyhi Chron. Brab. p. 189. v. deurn, Eist. v.
's Hertogenb.
I). I. bl. 320, 321.

(2) haraeüs, Annal Brab. T. I. p. 419. pontüs oedterus, Rer. Burg. Lib. IV. p. 97. Vgl,
hiervoor, bl. 13.

(3) Alg. Gesch. d. Faderl. Ό. IL St. Ι. bl. 189, 190.

ocr page 249

DES VADERLANDS. 249 .

gulden in dertienhonderd vijftig van Willem van Duivenvoorde gekocht, wien het 1433—
de Hertog van
Brahand, welke er door koop in bezit van geraakt was, in dertien-
honderd negen en dertig geschonken had.
Engelbert I, welke door zijne uitste-
kende hoedanigheden algemeen geacht en bemind was, liet na een verstandig bestuur

van veertig jaren, zgne uitgestrekte goederen aan zgnen zoon en opvolger jan van 31 v.

liooiin.

Nassau, Avelke in Breda als Heer gehuldigd werd (1). 1446

De oorlogen van Hertog filips eischten steeds nieuwe geldelgke offers van het volk.
In
Brahand stond men hem eene zesjarige bede van honderd en vijftig duizend gou-
den rgders toe, Λvaartegeu hij beloofde, de Brabanders in dien tijd met geene an- 1451
dere beden of belastingen te moegen, ten ware de drang der omstandigheden dit
gebiedend vorderde. Ofschoon dit nu volstrektelijk niet het geval was, en
Brahand in
de diepste rust verkeerde, moesten zij hem evenwel twee jaren daarna op het voor- 1453
wendsel, dat hij zyne schulden >vilde aflossen, weder toestaan, om ten laste der do-
meinen van
Brahand, lijfrenten tegen tien ten honderd en ten bedrage van vierduizend
gouden rijders te verkoopen. Zy verleenden hem op nieuw eene bede van honderd
en vy'ftig duizend gouden rijders, onder dezelfde voorwaarden als de vorige, ten be-
hoeve van den krygstogt legen de Turken; de bede werd ontvangen, maar van den 1457
logt kwam weinig of niets (2). Voor geld was alles veil hij
filips. Hij had gemag-
tigden aangesteld, om de grove misbruiken, die zoowel in de geestelijke als wereldlijke
regtsbedeeling plaats vonden, te onderzoeken en de misdadige reglers naar verdienste
te straffen. Doch op aandrang dergenen, welke zich schuldig gevoelden en den drei-
genden storm trachtten te ontgaan, bewerkten de Staten
yaji Brahand, dat dit heilzaam 1459
onderzoek gestaakt werd en de Hertog een open brief verleende, waarbg alle overtre-
dingen en misslagen, tot dien tijd toe in de regtsoefening gepleegd, vergeven werden
onder beding, dat hem voor die gunst eene bepaalde som gelds voldaan wierd, gelijk
dan ook geschied is (3).
^s Hertogenhoschy hetwelk daartoe achthonderd twee en
twintig gouden rijders had bijgedragen, werd weinig jaren daarna door eenen gewei- 13 v.
digen brand geteisterd. Ruim vierduizend huizenwaaronder het raadhuis met al de
stadspapieren en boeken, werden een prooi der vlammen. De schade werd op vijf ton- 1463
nen gouds geschat (4). ^

Filips overleed en karel de Stoute werd in de groote steden van Brahand en 1467

(1) VAN GOOR, Beschr. v. Breda, bl. 3—29. κοκ, Faderh Woordenb. D. VIII. bl. 955, 956.

(2) v. beurk, EisU v. 'sHertogenh. D. I. bl. 326—333. Vgl. hiervoor, bl. 23, 31.

(3) v. hecrn, Eist. V. ^sHertogenh, J). I. bl. 334.

(4) v. hecrn, Eist. v. 'i Eertogenh. D. I bl. 336.

II Deel , 3 Stuk. 3ß

ïi

η

ocr page 250

250 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Limhurg als Hertog gehuldigd (1). Zijne Blijde Inkomste behelsde met eenige
wijziging naar tijd en omstandigheden, grootendeels hetzelfde Avat zijn vader bij het
aanvaarden der regering den lande beloofd en gezworen had (2). Vruchteloos derhalve
had
lodewijk XI, de onverzoenlijke vyand van karel , getracht aan den Graaf van
IS evers ^ een vollen neef van den laatsten Hertog van Brahand die in veertienhonderd
dertig was overleden, de hertogelyke kroon van
Brahand te verschaffen, en byna
overal de burgerijen voor hem gewonnen (3). De oproerige bewegingen hierdoor in
Brussel en elders ontstaan, waren spoedig gestild geworden. En toen na karels in-
huldiging, een hevige opstand onder het gemeen te
Meehelen losbarstte, werd ook
deze met weinig moeite bedwongen (4). Na het herstellen van de rust in
Brahand
bragt de Hertog zijne benden bijeen, om de Luikenaars, welke iiimÄMr^verwoestten,
te beteugelen en te tuchtigen. Hij bereikte volkomen zijn doel en keerde als geluk-
kig overwinnaar in
Brussel terug (5).

Gewiglig waren de gevolgen dezer zege voor den Hertog. Het straffen der Luike-
naars had schrik en ontzag voor den man des ge weids ingeboezemd. Geen zij-
ner onderdanen waagde hel meer zich tegen hem te verzetten; veeleer streefde elk,
om door onderwerping zyne gunsten te verwerven. Bevrijd van de onrust en zorgen,
welke hem in den aanvang zijner regering gekweld hadden, wijdde hij zich thans
geheel aan het verbeteren en regelen van het inwendig bestuur van zaken en van zijn
Hof. Met de onverzettelijkheid van zijnen wil, die zich nooit van het voorgestelde
doel liet afleiden, voerde hij groote veranderingen in, die echter blijkbaar minder het
welzijn der onderdanen, dan de vermeerdering van den luister, het aanzien en de
magt des Vorsten beoogden. Hierop riep hij de Staten van
Brahand en Vlaanderen
bijeen, van welke hij eene bede vorderde, die zij hem naar oud gebruik verschul-
digd waren: wegens zijne komst tot de regering, zijn ophanden zijnde huwelijk met
de dochter des Herlogs van
York, en zijn krigg tegen de Luikenaars, die hem in
groote kosten gewikkeld had. Hoe buitensporig ook de eisch des Hertogs ware en
hoe bezwaarlijk daaraan konde voldaan worden, zag men nogtans geen middel zich

(1) ANONYMI Chron. Brab. Ducum, p. 200.

(2) Placaath. v. Brahand, D. I. bl. 168. Vgl. Jlg. Gesch. d. Faderl. D. II. St. 11.
bl. 603—605.

(3) de barakte, Hist. d. Ducs de Bourg. T. VII. p. 144—146. '

(4) anonymi Chron. Diic. Brab. p. 200. daraeüs, Annal. Brab. T. I. p. 436.

(5) Vgl. de Schrijvers hiervoor, bl. 40 (2) aangehaald. Voeg daarbij haraeus, Annal. Brab.
Ί\ l. p. 430, 431.

ocr page 251

DES VADERLANDS. 2ί1

daaraan te onllrekken en moest, ofschoon met tegenzin, zonder openlijk morren ge- 1433—
hoorzamen (1).

De gestadige oorlogen van karel vorderden steeds nieuwe buitengewone beden, welke
het volk uitputten en wrevel en misnoegen wekten, die zich terstond op het berigt van
zyn dood alom openbaarden (2). Even als in
Brussel en Antwevpm^ geraakte ook
in 'f
Hertogenbosch de menigte tegen de regering in beweging, welke ten be-
hoeve van den overleden Vorst eene bede had ingewilligd, die naar haar oordeel, voor
het volk veel te drukkend geweest was. Men liep het stadhuis open, sleepte de meest
verdachte regenten in de gevangenis en eischte, dat zij teregt gesteld zouden worden. 18 v.
Frederik van Egmond^ Heer y^a IJsselstein ^ en pieter vertaikg, Heer van Hees- maand
wijk^ die zich juist in de stad bevonden, trachtten het volk te stillen en eene ver- ^^^^
zoening te bewerken. Met veel moeite gelukte dit eindelijk ; maar eer het zoo ver
kwam, ontstond er een gevecht of oploop, waarbij
vertaing het leven inschoot. 20 v.
De gilden verzochten van Vrouwe
maria vergiffenis; zy moesten zich aan de uit-υ,,,^,,^
spraak van goede mannen onderwerpen, welke hun eene boete van zevenduizend
zevenhonderd Rijnsche guldens oplegden. Eenige der voornaamste belhamels werden
met den dood gestraft (3).

Inmiddels Avas maria van Bourgondië te Leuven en in de overige voorname steden
tot Hertogin van
Braband en Limburg gehuldigd. Zij verleende bij hare Blijde
Inkomste
vele voorregten, welke maximiliaan van Oostenrijk bevestigde, doch haar
zoon en opvolger
filips de Schoone weder vernietigd heeft (4). Maar deze voorreg-
ten konden naauwelijks opwegen legen de nadeelen, welke de krijg om het bezit van
Gelre ^ het tegenwoordig Noord-Braband en Limburg berokkende (5). In het by-
zonder leden hierby de stad en Meijerij van
^s Hertogenbosch ^ aan Avie deze oorlog,
behalve de schade door het rooven en plunderen den huislieden toegebragt, eenige
duizenden guldens kostte, welke evenwel op last van
maximiliaan en maria , bij wijze 1479
van bede door geheel Braband omgeslagen werden (6). Do onderwerping van Gelre l48i
herstelde in dit gewest de geschokte rust.

5

Win-
term.

5 v.

i !

i'il

i ] ί

lil

(1) DE ΒλίΐΑΝΤΕ, Hist. d. Ducs de Bourg, T. Vil. p. 172—175.

(2) Zie hiervoor, bl. 61.

(3) V. iiEDRR, Ilist. v. 's Hertogenb. D. I. bi. 305.

(4) V. nEïRN, Hist. V. 's Hertogenb. D. I. bl. 367.

(5) Zie hiervoor, bl. 186.

(6) T. ΠΕΟΠΝ, Hist. v. 's Hertogenb. D. I. bl. 373.

lÈ

n

27 *

ocr page 252

252 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

TWEEDE HOOFDSTUK,

van

DEN DOOD YAN MARIA TAN BOÜRGONDIE,

tot aaw

DEN AFSTAND VAN HET WERELDLIJK GEBIED DES BISDOMS VAN UTRECHT

AAN KEIZER KAREL V.

148»—

1482— Hollasd eït Zeeland. Filips van Oostenrijk was slechts vier jaren oud loen hy
zijne moeder
maria van Bourgondië moest opvolgen. Maximiliaait nam alzoo de
voogdij op zich, vyelke hom echter de Vlamingen en bovenal de Gentenaars, die
zijne beide kinderen in hunne magt hadden, betwistten, zoo lang hg niet de
vreemdelingen, die hem, naar hun oordeel, beheerschten, van zich verwijderd
1482 had. In
Rolland en Zeeland daarentegen, namen de Kabeljaauwschen, die bgna
geheel het bewind in handen hadden, den hun genegen Aartshertog terstond in
die hoedanigheid aan en huldigden hem (1). Ondanks hunne ' plegtige belof-
te (2), waren zij ook in
Hoorn op het kussen geraakt en hadden de voor-
naamste Hoekschen gebannen (3). Deels in het
Sticht^ deels te Sneek beraamden
deze ballingen de middelen, om zich weder meester van de stad te maken. Dit
echter geschiedde niet zoo geheim, of de Stadhouder
lalaing kreeg er kennis
van, en hij vermaande ernstig de regering op hare hoede te zijn. Doch in
„ weerwil van alle voorzorgen beklommen de Hoekschen, slechts veertig, naar an-

o v.

Hooim. deren zestig man sterk, onder aanvoering van den Ridder adbiaan van Naald-

(1) Oude Roll. Div. Kron. Div. XXXI. c. 45. pontüs hecterus , Rer. Austriac. Lib. II. p. 65.

(2) Zie hiervoor, bl. 73.'

(3) Meu vergelijke het partijdige en verwrongen verhaal dezer gebeurtenis bij bilderdijk, D. IV.
bl. 242—244, met de
Oude Hall. Oiv. Kron. Div. XXXI. c. 44 en velujs,. Chron, v. Hoorn ^
bl. 123—131, Wien wAGEiïAAn volgt, D. IV. bl. 209—211.

ocr page 253

DES VADERLANDS. 253 .

wijk, jaw van Middaohten en twee Schieringer Friezen, jarigs en komme heu- 1482—

* 1528

WES, op eenen Troegen morgen den muur en geraakten schier zonder tegenstand

binnen. Aanstonds bezetten zij de markt, namen de Kabeljaauwschgezinde regenten
in hechtenis en aanvaardden weder het bewind. De gevangenen worden in eenige
burgerhuizen verdeeld, doch geen van hen, ofschoon vaak door kwaadwilligen bedreigd,
werd ter dood gebragt.
Lalaikg lag met eene krygsmagt voor de huizen Harmeien
en ter Haar in het Sticht y toen hem do verrassing van Hoorn ter oore kwam. Ter-
stond zond hy
jan van Egmond en filips van Wassenaar met een deel volks en
poorters uit
Haarlem ^ Delft en Amsterdam derwaarts af. De Hoornsche Schout
MAARTEN VELAER, die zich bg hen bevond, trok met eenige manschappen vooruit, om
te beproeven, of ook de stad door overrompeling te herwinnen was. Hij beproefde
dit tweemaal vruchteloos en sneuvelde bij den derden aanval; zijn volk werd op de
vlugt geslagen, en zyn lyk op de markt ten toon gesteld. Doch spoedig verscheen
lalaing zelf met egmond en andere Edelen aan het hoofd van zesduizend man voor
Hoorn. Stormenderhand werd de stad veroverd, welke nu het afgrysselijkste tooneel jj^J^j^
van kriggsmanswoede en partyhaal opleverde. Wie men aantrof werd zonder onder- 1482
scheid van rang of stand, van kunne of jaren, onmeedoogend vermoord of der onbe-
schoflste baldadigheid ten prooi gegeven. Gewijde plaatsen boden geen toevlugtsoord
aan. Twee priesters werden uit hun klooster boven naar het klokhuis gesleept en van
daar afgeworpen; de een bestierf het terstond: de ander, schoon na den val nog met
een mes door de keel gestoken, behield het leven. Een der voornaamste regenten
werd zoo barbaarsch mishandeld, dat men zijn lyk by stukken opzocht en met man-
den te huis bragt. Toen de moordlust bevredigd was, werden niet slechts de bur-
gerhuizen, maar ook de kerken en kloosters ledig geplunderd en zelfs de offerkelken
den priesters uit de handen gerukt, terwyl zy voor het altaar de dienst verrigtten.
Het Geciliaklooster, waar
egmond gehuisvest was, bleef alleen verschoond. De ge-
roofde goederen werden in schepen geladen, door het geheele land gevoerd en half
om niet verkocht. Zoo onbesuisd was men met het rooven te werk gegaan, dat
te
Delft en elders verscheidene jonge kinderen dood lusschen de bedden gevonden
werden, met welke zy opgenomen en weggestommeld waren. Vele burgers, die
zich in den aanvang met vrouw en kinderen uit de stad gered öf verborgen hadden,
veerden gevat; eenigen door
jan van Egmond naar Bakkum gevoerd en aldaar op
het rad gelegd; anderen, en onder hen de Schout
willem klaaszoon , op de markt
onthalsd; en sommigen, gelijk de twee Friesche aanvoerders, voor groot losgeld ont-
slagen.
Van naaldwijk en van middachten waren dapper strijdende op de wallen
gesneuveld. Vele ontvlugte Geestelijken en burgers keerden nimmer terug, maar
vestigden zich «elders, byzonder in
Friesland, De regering werd nu geheel naar
den wil des Stadhouders veranderd, en ter beteugeling der slad, op 'slands kosten

ii.

ijl
^ ΐ

i|
lil
'is

ocr page 254

254 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—een slerk slot in Hoorn gebouwd, op hetwelk filips van Wassenaar met veertig of
vijftig mannen van wapenen achterbleef (1).

Eenige schepen met den Hoornschen buit beladen, kwamen te ITaariem aan. De krijgs-
knechten , begeerig naar roof, trachtten hier een oproer te verwekken, hetwelk gele-
genheid zou verschaffen, om hunne plunderzucht te bevredigen. Tot dat einde tergden
zij de ingezetenen , dreigende hen even zoo te zullen behandelen als de Hoornschen.
De burgers vlogen terstond te wapen en op de knechten aan, van welke er vijftig
deels doodgeslagen, deels in het
Sparen verdronken werden; en veel meer zouden er
omgekomen zijn, indien niet de stedelijke regenten tusschenbeide getreden waren,
hen in hechtenis genomen en daardoor voor de woede des volks beveiligd hadden.
Hoewel zij nu naderhand ontslagen en met hunne goederen onverlet weggezonden
werden, kostte deze beweging echter der stad twaalfduizend gulden, welke den in-
woners als boete door den Stadhouder met geweld werden afgedwongen (2).

Door do inneming van Hoorn en de ongevoelige verandering der regering te
Avas nu geheel
Holland Kabeljaauwsch geworden. De oorlog met het Hoekschgezinde
Utrecht en Amersfoort duurde nog voort, ofschoon maximiliaan bij zijne inhuldiging
den Hollanderen beloofd had, daaraan spoedig een einde te maken (3). Er verliep
1483 nog een jaar vóór dat dit gewenschte tijdstip door de onderwerping van
Utrecht
aanbrak, tot vreugde der Hollanders, welke ten behoeve van vreemde belangen
in dezen kostbaren krijg waren gewikkeld geworden (4). M
aximiliaan had inmid-
dels , door de Vlamingen gedrongen, zijns ondanks den vrede met
Frankrijk te
Atrecht gesloten. Hierbij werd als een der hoofdvoorwaarden, zyn dochtertje marga-
ι\ΕτπΑ van Oostenrijk, nu omtrent drie jaren oud, aan den twaalfjarigen Daufijn
KAREL verloofd, wien zij de graafschappen
Artois, Bourgondiè, Auxerre, Chu'
rolois, Boulogne
en meer andere ten bruidschat bragt, welke dadelijk in de magt
des Konings moesten gesteld worden, doch bij niet voltrekking des huwelijks, in het
bezit van haren broeder
piups zouden overgaan. Indien filips daarentegen kinderloos
overleed, zouden zijne staten op haar of hare nakomelingen versterven, onder verplig-
ting, dat zij de landen met name
Holland en Zeeland^ bij de oude vrijheden en

(1) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXI. c. 44. Kronijk van 1481—1483 ia mattiiaeus,
Analect. T, I. p. 473 , 474. snoi, Rer, ßatav. Lïb. XII. p. 175. vEuvi, Chron. v. Hoorn,
bi. 134—139 en de aant. van centen aldaar (198).

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 4. πΕΕΜβΚΕηκ, Bat. Arcadia, bl. 254.

(3) Kronijk van 1481—1483, bl. 460.

(4) Zie hiervooi·, bl. 112—135. Verij. wagekaak, D. IV. bl. 214—221, 224-231.

ocr page 255

DES VADERLANDS. 255 .

voorregten zouden bewaren (1). Maximiliäaw moest Margaretha naar Frankrijk
laten vertrekken aan welk Hof zij opgevoed zou worden; en spoedig werd do onder- 20v
trouw plegtig voltrokken (2). Oogst-

Kort daarna overleed lodewijk XI, die door zijn minderjarigen zoon karel VIH 1483
werd opgevolgd. Madame de beaujeu, de zuster en Voogdes van den onmondi-
gen Koning, stookte het twistvuur in
Vlaanderen aan. Do woelzieke Gentenaars,
steeds ongezind
maxtmiliaan als Voogd van den jongen pilips , wien zij in hunne
bewaring hielden, te erkennen, hadden de voogdij aan eenigö voorname Edelen
opgedragen, die het bewind over
Vlaanderen, in naam van den jeugdigen Vorst,
aanvaardden. Zoo ras derhalve de krijg met
Otrecht was geëindigd, bragt de 1484
Aartshertog te
Mechelen zijne benden bijeen, om de Vlamingen met geweld aan
zich te onderwerpen. Hij vermeesterde
I) ender monde ^ Oudenaarden^ Geertsherge
en het kasteel te Kallo ^ uit hetwelk de Gentenaars gedurig Antwerpen bestook-
ten. De Graaf
van RomonS, de oom van karel VIII en weleer in dienst van
MAXIMILIAAN, verwoestte aan het hoofd van zestienduizend man de omstreken van
Brussel^ Gaasbeek en Halle; de gevangenen werden zonder genade aan do boomen
opgehangen (3).
Sluis ^ Brugge en Gent rustten kleine vaartuigen uit, die langs de
Hollandsche en Zeeuwsche kusten stroopten en roofden. Met een aantal dezer scheep-
jes, wel bemand en van geschut voorzien, landden zij op
Walcheren ^ verrasten en ißv.
plunderden
Klissingen, dat nog onbemuurd was, bragten den Schout -wouter van ^l^gg^'
Domberg
met verscheidene burgers in de kerk om het leven, en keerden na het
afpersen van zware brandschattingen en losgelden, terug.
Walcheren werd door den
Aartshertog van bezetting, en
Vlissingen van muren en vestingwerken voorzien (4).
Doch de Vlaamsche zaken namen spoedig eene andere wending.
Sluis geraakte in de
magt vanMAxiMiLiAAN,verzoende zich met hem, en eindelijk wasGeni, geheel gv.
uitgeput, genoodzaakt het hoofd in den schoot te leggen.
FiLtPS werd hem overge- ^^^oim.
leverd en hij als Voogd van zijnen zoon en Regent van
Vlaanderen erkend (5).

>1 ΙΓ:

(1) POKTüS HEUTEUtJS, Rer. Austriac. Lib. II. p. 6(1.

(2) DE cojjiNES, Memoires, Liv. VI. Ch. 9. Oude Holl. l)iv. Kron» l)iv. XXXI. c. 50.
po^iTDS HEiiTERüs, Rev, Austriac. Lib. Π. p, 68.

(3) oLiviER DE LA MARCHE, Mcmolres ^ Liv. IL Ch. XL p. 623—629. Oude Holl. Div, Krou,
üiv. XXXL c. 55, 57. b. s>oi, Rer, ßatav. Lib. XIL p. 176. pontüs itcuterus , Rer. Austriac.
Lib. IL ρ. 69 , 70.

(4) roktüs heuterüs, Rer, Austriac. Lib. IL p. 71. reigersbergh , Chron. v. Zeeland, D. II.
bl. 304, 311, 312. v. wupf op
wagenaar, 1). IV. bl. 59—62.

(5) OLIVIER DE LA BARCHE, Mcinoires, Liv. IL p. 629—635. Oude Holl. Div. Krön, üiv.
XXXL c. 57. PONXüs
deuterds, Rer. Austriac, Lib. II, c. 8, 9. p. 74, 7Ö.

ocr page 256

256 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— De onderwerping van Gent bevestigde het gezag van maximiiiIAAn in de Nederlan-
den,
Maar nog schitterender steeg het aanzien van dien Vorst, toen hg \q Frankfort

1486 aan den Mein op den zestienden van Sprokkelmaand tot Roomseh-Koning verkoren
en den negenden van Grasmaand te
Äken gekroond werd. Onderscheiden Nederland-
sche Edelen uit de geslachten van
brederode , egmond , brohkhorst , cats , var
swiETEN en anderen waren bg deze plegtigheden tegenwoordig; en eenigen van hen,
onder welke de jonge Hertog
karel van Gelre, werden door maximiliaak met de
ridderliyke waardigheid vereerd (1), Bij zijne terugkomst verhief hij
Egmond lot
een graafschap, waarmede de heerlgkheid
Purmerende voor altgd vereenigd werd,
ter gunste van
jait van Egmond, dien hy twee jaren te voren in plaats van lalaing
tot Stadhouder over Holland en Zeeland gesteld had (2). Meer algemeen belangrijk
waren de veranderingen in het zeewezen. Tot nog toe rustten byzondere steden
en personen op eigen kosten en naar goeddunken schepen uit, om den vijand
afbreuk te doen, waaruit vele ongeregeldheden en moeijelijkheden ontsproten, daar
niet zelden zoowel vrienden als vijanden uitgeschud en allerlei geweldenarijen straf-
feloos gepleegd werden. De maatregelen hiertegen door vroegere Vorsten geno-
men , waren ontoereikende bevonden, weshalve thaus op naam van
maximiliaan

8 v. en van filips bij een bevelschrift verboden werd, schepen ten oorlog uit te
inaand goedkeuring en onder toezigt van den Admiraal, die nu en

1487 voortaan 's Vorsten Luitenant-Generaal over de zee en de stranden zijn zou. Aan
zijn bestuur en beheer werd het geheele zeewezen toevertrouwd; alle misdaden,
wanbedrijven of buitensporigheden op zee of aan de stranden, hetzij in tijd van
vrede of van oorlog gepleegd, moesten door hem in naam van den Vorst beslist
worden, terwgl hg nevens zich eenen Stedehouder of plaatsbekleeder en Raad konde
aanstellen, om hem in het bedwingen der zeerooverijen en in alles wat zeezaken betrof,
behulpzaam te zijn (3).

Middelerwijl had de spanning tusschen de Hoven van Frankrijk en van Bourgon-^
die,
uit den verleenden onderstand der Franschen aan F^ laander en ontstaan, opnieuw
den oorlog ontvlamd, welke eenigen tgd voortduurde, doch weinig belangrijks ople-
verde. Na eene zware nederlaag der Nederlanders bij
Bethune, waar karel raw G^e/re
door de Franschen werd gevangen genomen, moest
maximiuaan uit geldgebrek zijn

(1) oLiviER DE IA MARCHE, Memolres, Liv. II. Ch. 13. p. 635. Oude Holl. Div. Kron. Div.
XXXI. c. 59.
pontüs heutertis, Her. Austriac. Lib. II. p. 76. wagemar/ D. IV. W. 235 , 236.

(2) WAGENAAR, D. IV. bl. 233.

(3) Groot Placaatboek,i D, IV. bl. 1208—1215. Vgl. de jomge , Gesch, v. h. Nederl. Zee-
it>ezen,
D. I. bl. 43—60.

I

ocr page 257

DES VADERLANDS, 257

leger afdanken en aan vredesonderhandelingen denken (1). Om dien lijd λυ38 adriaan 1482—
de ilain, Heer van Rassin gern ^ een der voornaamste belhamels in de laalsle Gent-
sche beroerten, uil hel kasteel lo
Vilooordeiiy waar maximiliaan hem gekerkerd
had, ontsnapt en in
Gent teruggekeerd. Daar en in Brugge brengt hij de gemoe-
deren in beweging, en straks zijia beide sleden in vollen opstand. De Roomsch-Koning 1 v.
zelfs wordt lo
Brugge door de burgers in hechtenis genomen, velen van zijn gevolg
en van zijne aanhangers deelen in hetzelfde lot; eenigen worden op eene gruwelyke
wijze gepijnigd, anderen gedood. Zonder vrucht worden vredesonderhandelingen te
Mechelen, Gent en Brussel door de afgevaardigden van de Staten der Nederlan-
den
geopend; vergeefs is do vermaning des Keizers en der Duilsche Rijksvorsten, om
den gevangen Vorst te verlossen en de muitelingen te straflen; vruchteloos zijn
de bedreigingen van vele Nederlandsche steden, om den Roomsch-Koning met
geweld uit zijne gevangenis Ie bevrijden. Meer dan* dit alles vermogen, naar het
schijnt, do bulle van Paus
iknogentius VIII , in welke de slaking van maximi-
liaan
op straffe van den ban geboden wordt, en eene andere aan de Staten van
Henegonioen met last, de Vlamingen, bij weigering, daartoe met do wa-penen to
dwingen (2). Immers kwam thans een verdrag tot stand, waarbij
maximiliaan van 1 v.
het bewind over
Vlaanderen ^ tijdens de minderjarigheid van filips , afstand deed en
beloofde, het vreemde krijgsvolk binnen vier dagen uit
Vlaanderen en binnen eene
week uit al de
Nederlanden te verwijderen. De Atrechlsche vrede van veertien-
honderd twee en tachtig zou onderhouden, de bloei des handels door hel maligen der
lollen en. het brengen van eenparigheid in het muntstelsel bevorderd, en jaarlijks in
W^ynmaand eene algemeene vergadering der Nederlandsche Stalen in eene der Bra-
bandsche , Vlaamsche of Henegouwsche steden, ter behartiging der gemeenschappe-
lijke belangen gehouden worden. Nu werd de Roomsch-Koning in vrijheid gesteld, j6 v.
wien men tol schadevergoeding voor den opstand, vijftigduizend goudguldens toe-
kende. Hij bevestigde hel verdrag door eenen plegtigen eed, heigeen op zijn bevel
ook door de Staten der overige
Nederlanden^ en van den anderen kant door Vlaan^
deren
geschiedde. Filips van Kleef moest voor hem te Gent, en do Heer van wol-
KENSTEiN met den Graaf van Hanau, te Brugge borg blijven voor het nakomen des
verdrags, hetwelk mede door Bisschop
david van Bourgondië en andere van de naaste
moederlijke bloedverwanten des jongen Hertogs
filips bezegeld was (3).

(1) poKTus DEUTEKüs, Ref. Austriac. Lib, IL c. 10—12. p. 76—81.

(2) Zie 's Pausen bulle in dui.epierre's Pièces ä Vappui relatives ä l'histoire de maximilien
d'Jutriche, VIII. p. 472. Brüx. 1839.

(3) olivier de la marche, Mcmoirs, Liv. II. p. 636—639. Oude HoU, Div. Kron, Div. XXXI.
Π. Deel. 3 Stuk. 33

ocr page 258

258 'ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— Keizer frederik III had inlusscheii Hertog albrecht van Saksen met eene kriigs-
1528

magt afgezonden, om zijnen zoon te verlossen. Hij zelf volgde spoedig en sloeg het
beleg voor
Genty hetwelk Fransche hulpbenden had ingenomen. Men vindt verhaald,
dat
maximiliaan Zijnen vader dringend verzocht, den krijg, uithoofde van het onlangs
bezworen verdrag met de Vlamingen, te staken, maar dat de Keizer, dit beneden
zijne waardigheid achtende, den Roomsch-Koning op eene vergadering te
Mechelen
van dien eed liet ontslaan (1). Uit een echt gedenkstuk daarentegen wordt afgeleid,
dat MAxiMiLiAAN bij het naderen van het keizerlijke leger, oordeelde niet langer aan
het hem afgeperste verbond gehouden te zijn (2). Zeker is het, dat hij op de Vla-
mingen ten uiterste verbitterd was, en zyne plegiige belofte hem weinig ernst geweest
is (3). Naar een ander berigt, wendde
mvximiliaan voor, dat hy niet bedoelde
het verbond van
Brugge schenden, maar als Roomsch-Koning slechts de regten
des Rijks op
Vlaanderen tegen de Gentenaars, welke deze niet erkennen Avilden,
met de wapenen te handhaven (4). Hoe dit zij,
filips van Kleef, die zich te Gent
als gijzelaar bevond, het opvatten der wapenen als eene trouwbreuk beschouwende ,
stelde zich aan het hoofd der Gentenaars en noodzaakte door zijn beleid do belege-
5v. raars tot den aftogt. Hij werd hierom door den Keizer te
Antwerpen in den rijksban
maand goed vervallen verklaard. Dit verbitterde hem slechts te meer,

1488 en vóór het jaar om was, had hij nevens Vlaanderen byna geheel Brahand legen
MAxiMiLiAAN in bowcging gebragt, in weerwil der Duilsche krijgsmagt, welke de Kei-
zer bij zijn vertrek, onder den Herlog van
Saksen had achtergelaten (5).

Den Hoekschen ballingen en voortvlugtigen uit Rolland verschaften de beroeringen
in
Vlaanderen het uitzigt van op maximiliaan, λvien het geweldig tegenliep, en
zyne bewindslieden zich te wreken. Sinds het overgaan van
Utrecht in veertienhon-
derd vier en lachlig, hadden zij omgezworven en vruchteloos eene wapen- en verza-
melplaats in de nabijheid van
Holland gezocht, om van daar uit dat gewest zoo lo

c. 60. poNTüs HEUTERUS, lief. Austviac. Lib. II. c. 8. p. 81. Lib. III. c. 1—10. p. 82—90, wien
bilderdljii. in het verhaal van dezen merkwaardigen opstand, doch welke eigenhjk niet tot de
{{eschiedenis van ons Vaderland behoort, gevolgd heeft, D. IV. bl. 254—268.

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 61. (

(2) WAGENAAU, D. IV. bl. 243. ,

(3) V. WIJN op WAGENAAR, St. IV. bl. 67 , 68.

(4) poNTiis HEUTERUs, lier. Austritte. Lib. III. ρ. 92. c. ΧΙ.

(5) oiivier de LA marche, Liv. II. Ch. XIV. p. 640. Oude Hall. Div, Kron. Div. XXXI. c. 61.
pontüs heuterus, Rer. Austritte. Lib. IIL c. 11, 12. r. snoi, Rer. Batav. Lib. XII. p. 176.
itARAEüs, Annal. Brab. T. I. p, 477, 478.

ocr page 259

DES VADERLANDS.

1482-

1528

waler als te land te bestoken. Thans slond filips van Kleef bun tot dat einde
Sluis in Vlaanderen af, hetwelk zich voor bem verklaard had (1). Aan bun hoofd
was Jonker
fbans van Brederode^ gesproten uit het oudste grafelijke stamhuis, in
den schoonsten bloei des levens, ondernemend van geest, vol moed, en wetenschap-
pelijk ontwikkeld aan de hoogeschool te
Leuven, waar bij tien jaren had doorge-
bragt (2). Terwijl zijn oudere broeder, de wreed mishandelde
walraven van Bre-
derode ,
naar de gunst van maximiliaan streefde, verklaarde hij, even als filips
van Kleef ^ dat hij de wapens voerde tegen dieu Vorst en den Keizer ten behoev« van
den jongen Hertog
filips (3). Den geheelen zomer door had hij uit Sluis op de
Vlaamsche en Hollandsche slroomen gestroopt en verscheidene, waaronder vele Leidsche
koopvaardijschepen opgebragt. Doch in het najaar rustte hy eene vloot van acht en
veertig schepen uit met omtrent tweeduizend zoo Hollanders als Vlamingen bemand,
en zeilde door een onbevaren diep, sedert
Jonker Fransen Gat genoemd, den mond
der
Maas in. Door het ijs verhinderd verder dan lot bij Delftshaven op te varen,
slapte BREDERODE hier aan wal en trok met achlhonderd en vijftig man langs den
Schiedamschen dijk naar
Rotterdam ^ het doel van den logt, welke slad hy dien
zelfden nacht verraste en, naar het schijnt zonder bloedstorting, in weinig lijd geheel
bémagligde. Den volgenden morgen kwamen de overige schepelingen binnen, het
stedelijk bewind werd veranderd en de slad in allen spoed versterkt. Onderlusschen
vloeiden daar de Hoekschen van alle kanten zamen en stroopten alom hel platte land
af, zelfs tot onder de muren der steden. Op een dezer strooptogten geraakten zij in
gevecht met do Schiedammers , sloegen er zes dood en keerden met twaalf gevangenen
nevens den buit op de ongelukkige landlieden behaald, terug. Later echter leden zij
eene gevoelige nederlaag door den hoofdman
wijtenhorst , welke met eene bende
krygsvolk te
Schiedam in bezetting lag, en hen had aangevallen, lerwijl zij in den
omtrek roofden en plunderden. Aangespoord door
frederik van Zevender, Baljuw
van
Schoonhoven, wien de Kabeljaauwschen van zyn ambt ontzet hadden, besloot

(1) Jonker Fransen Oorlog, M. 72. Oude Holl. Όίυ, Krön. Div. XXXL c. 62.

(2) J. a. LEYDis, de Orig. et Reb. Gest. D. D. de BUEDEnoDE, in matthaei u^na/ccf. T. I.
p. 644, 721, 733.
Jonker Fransen Oorlog, bl. 74 , 267 , 268—274. I>e Nederlaag vomfraks
van Brederode, een gedicht uit het laatste gedeelte der IS*'" eeuw, opgenomen in de Nieuwe
Werken der Maatschappij van Nederl. Letterk.
te Leiden, D. I. St. Π. hl. 147, en de aanl.
bl. 158.
roNTcs oEüTERüs, Rer. Austriac. Lib. Hl. c. 19. p. 102. Naar j. α leydis, t, a. p.
bl. 644, 721
, was frans van Brederode den 4 van Sprokkelmaand 1465; doch volgens den
Schrijver van
Jonker Fransen Oorlog, bl. 73, den 21 v. Lentemaand 1466 geboren.

(3) wacenaar, D. IV. bl. 245. 246. ^ilderdijk, D. IV. bl. 272 , 273.

18 v.
Slapt-
maand
1488

lp

27 *

ocr page 260

260 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

BREDERODE tot eenen aanslag op die stad. Duizend man op onderscheidene bodems
ingescheept, kwamen onder bevel van
jan van Naaldwijk in den donkeren avond
voor
Schoonhovm , doch moesten met achterlating van meer dan tweehonderd gesneu-
velden , een twintigtal zwaar gewonden, van het meeste stormgereedschap en van
eenige vaartuigen aftrekken. Zij wreekten zich kort daarna door het plunderen en in
brand steken van
Delftshaven en Schoonerlo. Ja.n van Montfoort verraste het
slot te
Jfoerden, slechts door één man bewaakt, ofschoon het voor den sleutel van
Holland gehouden werd. Rotterdam, Woerden en het slot IJsselmonde, dat ins-
gelijks was overrompeld , waren de wapenplaatsen der Hoekschen, uit welke zij
Hol-
land
en Utrecht met moord, brand en verwoesting vervulden. De steden namen
talrijke bezetting in, versterkten zich en hielden scherpe wacht tegen deze roofzuch-
tige benden, welke alom schrik en vrees verspreidden
(1).

Men trachtte met frans van Brederode in onderhandeling te treden, maar zijne
buitensporige eischen maakten elke poging daartoe vruchteloos (2). Met eenparige
stemmen werd derhalve op eene dagvaart, welke
maximiliaan te Leiden hield, eene
algemeene heirvaart legen
Rotterdam bepaald (3). Doch men sloot een halfjarig be-
stand met do afgevaardigden des Ileercn van
Montfoort, dat evenwel spoedig verbro-
ken is (4). In weinig dagen was te
Delft ^ de verzamelplaats en Avaar zich de Roomsch-
Koning bevond, eene aanzienlijke magt van gewapende poorters uil verschillende steden
bijeengevloeid. De burgers
Ύ^η Dordrecht, den Briel, Vlaardingen en Gouda zou-
den de stroomen afsluiten en bewaken ; die
yd^x Haarlem^ Delft ^ Leiden^ Amsterdam
en andere steden werden binnen Schiedam gelegd. De Maas was met schepen be-
zet, en
Rotterdam van de landzijde naauw ingesloten. Het getal der belegeraars
bestond uit zeventienduizend vierhonderd voetknechten en twee en twintighonderd
ruiters, behalve de Edelen met hun gevolg en het buitenlandsche krijgsvolk binnen
Dordrecht, het hoofdkwartier van maximiliaan. De zorg van het beleg was toever-
trouwd aan 's Konings Opperstalmeester
maakten van Polhain ^ een Zeeuvisch Edel-

18 v.
Louw-
maand

1489

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 76—109. Bijlage E. bl. 308. De Nederlaag van frans van
Rrederode,
bl. 149—153, 156. Oude Holl. Ώίν. Krön. Div. XX.XI. c.62. r. snoi, Rer. Ba-
tav.
Lib. XII. p. 177.

^(2) De Nederlaag van frans van Brederode, bl. 156.

(3) Een tijdgenoot -verhaalt, dat op dat pas te Leiden zich » een grote regenboge openbaerde
in de luclit slacnde omkeert mit beyde den cynden tegen ^en hemel j ende dat ronde tegen der
airde: dair alle die heren ende menicli mensche of verwonderden."
Oude Holl. Div. Kron,
Div. XXXI. c. 63. Zie ook Jonker Fransen Oorlog, bl. 115.

(4) De Nederlaag van fra]vs van Brederode, bi. 173.

1482—
1528
7
v.
Win-
term.

1488

18 v.

Win-
term.
27 v.
AVin-
term.

ocr page 261

DES VADERLANDS. 30*3

man, lleewm Baarland en terlSisse, thans Kapitein χάίά Holland ^ en aan den Slad- 1482—
houder JAN
van Egmond^ twee bedieningen, welko sinds langen, tijd door verschil-
lende personen bekleed werden (1). Onderlusschen had
brederode, op het eerste
berigt dat
maximiliaan in Holland was gekomen, Rotterdam uit de omliggende
dorpen van levensmiddelen voorzien, de verdedigingswerken versterkt, do wachten
verdubbeld en de stad in slaat van beleg gesteld (2).

Door stoutheid en dapperheid poogde brederode te vergoeden, wat hem aan magt
tegen den vijand ontbrak. Hij deed van tijd tot tijd uitvallen, die echter door de
waakzaamheid der Schiedammers meestal ongelukkig slaagden (3). Evenzeer mislukte
zijn aanslag op
Schiedam zelf. Hier waren Kleefsche huurkncchten in bezetting, die
met do burgers, nevens welke zij dienden, geweldig overhoop lagen. Eenige van hen
hielden heimelijk verstand met
brederode, welke het twistvuur aanstookte, en beloof-
den hem de stad in handen te spelen, wanneer hij zich op eenen bepaalden tijd ver-
toonde. Doch hunne voorbarigheid verydelde den toeleg. Misleid door zeker ge-
schreeuw , welk zij voor het afgesproken teeken van aanval hielden, tastten de verra- 14 v.
ders één uur te vroeg hunne medebezettelingen aan, die hen, welke vergeefs naar
hulp van
brederode uitzagen, onder beleid van willem van Boshuizen en na eeno
hevige schermutseling, overvleugelden, doodden, gevangen namen of op de vlugt
dreven, juist toen de Rotterdammers naderden, die nu onverrigter zake terugkeer-
den (4). Den volgenden dag zouden twee gevangen Hoeksche bevelhebbers, joais
van Brederode en andries lepeltak , uit Schiedam naar Delft gevoerd worden. Om
hen te ontzetten, werden
ml Rotterdam zevenhonderd man afgezonden, welke in een
bloedig gevecht aan de
Schie nabij Delft met do talrijker benden van egmond, de
zege behaalden, zonder evenwel hun doel te bereiken, daar do beide bevelhebbers
dien nacht langs eenen anderen weg vervoerd waren (5). Eenigen tijd later trachtte
brederode insgelijks Gouda door verraad te bemagtigen. Reeds in het vorige jaar
hadden de Hoekschen zulk eenen aanslag tegen die stad gesmeed, welke toen ontdekt
en met eenige halzen geboet was (6). Thans kwam hun de Stadhouder
van egmond voor.

(1) Jonher Fransen Oorlog, bl. 115—120, 134—139. v. wijn op wagenaar, St. IV. bi. 68.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 109—112.

(3) Jonker Fransen Oorlog, bl. 122—127.

(4) Jonker Fransen Oorlog, bl. 127—157. Oude Holl. Oiv. Kron. Div. XXXi. c. 63.
R. SNOi,
Rer. Batav. Lib. XII. p. 177.

(5) Jonker Fransen Oorlog, bi. 161—165.

(6) WAGERAAR, D. IV. bl. 251.

ocr page 262

262 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—die eenige Terdachte burgers liet opliglen en vyf daarvan liet hoofd τοογ de Toeten
leggen (1).

Onderlusschen was Rotterdam steeds enger ingesloten; men wilde de stad uithon-
geren , en de toevoer zoo te land als te water word afgesneden. Doch de vier groole
schepen, welke tot dat doel voor de haven post gevat hadden, moesten weldra voor
het geschut der belegerden zwichten, die kort daarop door het bemagtigen van
Ooer-
Lente- schie, waar de belegeraars sterk verschanst waren, zich ook eenen weg te land
'1489 openden (2). De Baljuw van
D elft land ^ arend frankszoon van der Meer, onbe-
wust van huane overwinning, trok hen denzelfden dag met zeshonderd man te gemoet,
doch moest na een hardnekkig gevecht van drie uren vlugten, vele dooden, waaron-
der een zijner zonen, en honderd vyflig gevangenen achterlatende, die later tegen
zwaar losgeld geslaakt werden. Geheel
Delftland, Gravenhage zelfs, Haagam-
hacht^ Rijnland i Maasland^ Vlaardingen
werden op geweldige brandschattingen
gesteld, en do dorpen waar men die niet onmiddellijk voldeed, uitgeplunderd en aan
de vlammen opgeofferd. Alles wat buiten de besloten sleden lag was bloolgcsleld
aan den moedwil der Hoeksche benden; de kloosters en geslichlen op het platte land
voorzagen zich deswege tegen groot geld van brieven van vrijwaring, van welke nog
een, aan de abdij van
Rijnshurg verleend, voorhanden is (3). Frans van Brederode
zag zich hierdoor in slaat gesteld tot het voeren eener vorstelijke levenswijze. Over-
daad en pracht zaten bij zijne maaltijden aan de hoogerhand j en zijn verblijf was de
zetel van al de vermaken, welke do weelde dier dagen opleverde (4). Zyne vrijbui-
ters stroopten langs de kusten en bragten geheel
Noord-Holland en West-Friesland
in beweging, waar alom in do steden en dorpen, uit vrees voor eene landing, maat-
regelen van verdediging en bescherming genomen werden (5).

De bezettingen van Woerden en Montfoort volgden het voorbeeld van Rotterdam.
Zij maakten niet slechts alle wegen en wateren in dat gedeelte van Holland en Ut-
recht
onveilig, maar stroopten zelfs tot in West-Friesland, en bragten vele welge-
stelde burgers, die in hunne handen vielen, door het afpersen van zware losgelden ,

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 185—187. Oude Holl. Dit. Kron. Div'. XXXI. c. 64.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 157—160, 165—170. Oe Nederlaag van frans van Brede-
rode
, bl. 154.

(3) Jonker Fransen Oorlog, bl. 170—185. Bijlage D. bl. 306. De Nederlaag van fraks
van Brederode, hl. 151 —153. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 64.

(4) De Nederlaag van frans van Brederode, bl. 157.

(5) VELius, Chron. v. Hoorn, bl. 143, 144. ^

ir^V

ocr page 263

DES VADERLANDS. 30*3

tot den bedelstaf. Baldadig vernielden zij de Goudsche sluis tusschen Zwammerdam 1482—

1528

en Jlphen, en belemmerden de Taart door hel laten zinken van vaartuigen met stee-

nen geladen. De onophoudelijke klagten der uitgeputte landzaten spoorden egmond

aan, om met brederode over een verdrag te onderhandelen; doch do bijeenkomst van 24 v.

Lente-

wederzijdsche afgevaardigden, tot dal einde in het dorp Kapelle gehouden, liep vrucht maand
teloos af (1). Kort daarna verrasten
jast van Naaldwijk , jan van Kroonenhurg en ^^^^
FREDERIK vau ΖβΌβπάβν ^ met achthonderd man uil Rotterdam in vaartuigen afgezon-
den, des nachts
Geertruidenherg^ van waaruit zij de omstreken van Breda, doch ^^ ^
niet allyd slraffeloos, plunderden en brandschatteden. Eerlang echter ontruimden zij Lente-
weder de stad tegen tweeduizend schilden, die hun, eer zij vertrokken, de burgers ^ ^
van
Breda verschaften (2), Grasm.

Inmiddels had de voorspoed van brederode's wapenen den moed der Hoekschgezinden
in
Hoorn verlevendigd. Hunne stoute taal verwekte eeno kleine opschudding, welke
door de tijdige komst des Stadhouders, zonder iemand te moeijen ras gedempt
werd (3). Evenzeer mislukte eene tweede poging der Rotterdammers, om
Schiedam
te verrassen. De bezetting, van den aanslag verwittigd, trok hen te gemoet en
niet ver van de slad viel een hevig gevecht voor ten nadeele der Schiedammers,
welke tachtig gevangenen achterlieten. De Rotterdammers zetten de vluglenden na,

4 v.

doch het vuur der wallen noodzaakte hen af te trekken. Op den hertogt liepen uioëi-
zij het
Land van Foorne en Putten af, en legden het schoone dorp jibbenbroek in
de asch, dewijl de inwoners weigerden het geroofde graan met hunne wagens te ver-
voeren. Over
Geervliet en Flaardingen^ welk op brandschatting gesteld werd, bragt
men het koorn in
Rotterdam, alwaar gebrek heerschte. Hierdoor aangemoedigd,

weigerde brederode met egmond in vredesonderhandehngen te treden. J^oaliMi^oerden H^'·

Bloei-
en
Montfoort, spaarzaam van leeflogt voorzien, sloten te Bodegraven met den Stad- maand.

houder eenen wapenstilstand voor drie maanden (4). Egmohd, over den tegenstand

der Rotterdammers verbitterd, trachtte nu hen door geweld te dwingen. Met eeno

groote magt van volk en schepen tastte hij het blokhuis nabij het hoofd gelegen,

aan, doch werd tweemaal dapperlijk afgeslagen. Terwyl men hier streed, waren in 2 v.

de stad alle geschikte vaartuigen ijlings ten oorlog uitgerust. Straks geraakten zij

de haven en in gevecht met de vijandelijke schepen , die tevens fel geteisterd door

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 108, 188—190, 196.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 192—194, 197. Oude Holt. Div. Kron. Div, XXXI. c. 64.

(3) Jonker Fransen Oorlog, bi. 194—196. Oude HolL Div. Kron. Div. XXXI. c. 65.
telits, Chron, v. Hoorn, bl. 144, 145.

(4) Jonker Fransen Oorlog, bl. 198—203. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 65.

ocr page 264

264 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

het geschut op het blokhuis en langs de >Yallen , in den nacht met verlies van drie
bodems en vele dooden naar
Schiedam vluglende afdreven (1).

Tvi'ce dagen later werd deze nederlaag schitterend in eenen scheepsstrijd op de
Lek gewroken. Het steeds toenemend gebrek aan mondbehoeften had de Rotterdam-
mers genoopt, dewijl in de omstreken steeds minder te stroopen viel, om zich te
water met hunne aanhangers in
Otrecht en in Gelre in verbinding te stellen. Tot
dat doel staken veertig vaartuigen met veertienhonderd man , zoo burgers als soldij-
trekkenden, onder bevel van
jan van Naaldwijk en andere hoofdlieden van Rot-
terdam
af en ankerden des avonds bij Streefkerk. Maar in den vroegen morgen
van den volgenden dag zagen zij onverwachts voor den wind eene vijandelijke vloot
opkomen, welke do hunne in getal en grootte van schepen, in menigte van volk en
zwaarte van geschut verre overtrof. Met gelijken moed maar niet met gelijk geluk
wordt drie uren lang hevig gevochten. Verscheidene Rotterdammer schepen waren
reeds genomen, öf voor het grof geschut van den overmagtigen vijand bezweken, toen
de overige door den vloed tot digi onder
Schoonhoven afdreven. Hier moesten zij
een geweldigen aanval der gewapende burgers verduren, die eene vreesselijke slag-
ting onder hen aanriglten.
Jan van Naaldivijk ontsnapte met drie honderd vijftig
man te naauwernood aan land en vlugtte naar
Montfoort. Een groot gedeelte der
overige manschap bleef in het gevecht, of werd gevangen en met de veroverde sche-
pen zegepralend naar
Bordrecht gevoerd. Slechts zes hoplieden met vierhonderd
man kwamen in eenige kleine vaartuigen dienzelfden middag in
Rotterdam ^ waar
zich eene algemeene verslagenheid verspreidde (2).

Do smart werd eenigzins gelenigd toen do Ridder van broekhuizen , met
driehonderd ruiters uit
fVoerden herwaarts gekomen , het behoud des Heeren van
Naaldwijk
en zijner bijhebbende manschappen berigtle. In overeenstemming met
de Hoekschgezinden te
Utrecht, werd nu een aanslag op Gouda ondernomen; doch
men was in de stad op zyne hoede, en
van broekhuizen teleurgesteld, begaf zich
met zijne ruiters naar
Woerden en van daar naar Montfoort. Ondanks den gesloten
wapenstilstand met
egmond , werd hier het plan gesmeed, om Leiden, door ver-
standhouding van binnen en met do bezetting van het huis te
Poelgeest gesteund
te overrompelen. Duizend man , aangevoerd door
van broekhuizen , jan van Naald-
wijk , HENDRIK van Brederode
en den Heer van Montfoort beklommen tegen midder-

7 y.
Zomer-
maand

(1) Jonher Fransen Oorlog, bl. 203—205. De Nederlaag van frans van ßrederode, bl. 159,
alwaar dit gevecht, ongctwijreld ten onregt, op den derden van Bloeimaand gesteld wordt.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 207—214. De Nederlaag van fkaas van Brcderodc , bl. 159.
Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 65. skoi, Rer. Batav. Lib. XII. p. 178.

4 γ.
Zomer-
niaaud.
1489

ocr page 265

DES VADERLANDS. 30*3

nacht den muur bij de Zijlpoort, Reeds waren de voorsten onder hel geschreeuw

' Î² lOfcO

Tan Brederode / Montfoort / in de slad gedrongen, toen zy met hunne stormende
makkers teruggeslagen en genoodzaakt werden af te trekken. Het slot te
Poel- Zoiner^
geest echter werd aan montfoort overgegeven, >velke van daaruit het omliggen- 1489
de land afliep , lot de Stadhouder van Holland het ten laatste met geweld veroverde

15 V.

en verwoestte. Broekhuizen en breberode trokken met omtrent vijfhonderd raanzoujer-
naar
Rotterdam (t). maand.

Hier begon de leeftogt hoe langer zoo schaarscher om te komen, en de hon-
ger zich in eene vreesselijke gedaante te vertoonen. Een honderdtal zoo groole
als kleine vaartuigen, met twaalf honderd man werden des nachts in alle stilte naar Zomer-
Woerden, om mondbehoeften afgezonden. Doch bij den teruglogl door de veenen, ^
werden zij te
Korten-oord ^ een half uur gaans van Moordrecht^ door maximiliaa.ns
opperbevelhebber van^polhain met vierentwintig honderd man aangetast en na eenen
ongelijken strijd van vijf uren ten eenenmale verslagen. Slechts driehonderd man
kwam van de twaalfhonderd te
Rotterdam terug; vijfhonderd vyftig waren met de
bevelhebbers
kornelis van Treslong en kornelis de leeuw op de plaats gesneuveld Zomei-
of verdronken', en driehonderd vijftig nevens
jan va7i Naaldwijk en frederik van
Zevender
gevangen genomen. Dit verlies aan manschap noodzaakte frans van Bre-
derode, Overschie,
dat hy bezet hield, te verlaten, om de posten in en naby do stadZomer-
te kunnen dokken (2). maant.

Rotterdam was nu van allen toevoer volstrekt afgesloten en werd door het nij-
pendste gebrek gekweld (3).
Van polhain trachtte echter de afgebroken vredes-
onderhandelingen in het dorp
Kapelle te hervatten, en ontsloeg jan van Naald-
wijk
voor een gering losgeld, om dat doel bij brederode te bevorderen en dezen
tot de overgave der stad, onder billijke voorwaarden, te bewegen. Hij werd hiertoe
inzonderheid aangespoord door de poorters der steden
Dordrecht ^ Haarlem, Delft,
Leiden, Amsterdam, Schiedam
en den BrieL Zy waren nu bijna zes maanden
van huis geweest, en hunne zaken hierdoor aanmerkelijk verachterd. Daarenboven was
Avegens het stilstaan van den handel, het koorn en alles naar evenredigheid hoog in
prijs gestegen, en tevens het geld door het opbrengen van zware oorlogslasten, schaarsch
geNYorden en ver boven de innerlijke waarde gerezen. Tot overpaaat van ellende wei-

i f'
'1

IS^

\t

i.

,1

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 218—221. De Nederlaag van fbans van Brederode,
bl. 174—180. Oude Hall, Div. Kron. Div. XXXI. c. 6C.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 221—228. De Nederlaag van pra!»8 van Brederode
1)1. 159, 180. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 67. v. wni» op wacesaab , Sf. IV. bl. 68.

(3) De Nederlaag van frass van Brederode, bl, 161.

li Deel. 3 Stuk. 34

ocr page 266

266 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

■ gerde maximiliaan tie ruilergelden en scballingen in penningen Ie ontvangen, die zoo
hoog opgevoerd waren, en zelte, op raad des Abls van
St. Bertin, onverwachts en
plotseling de munt een» derde af, hetgeen, naar bet algemeen gevoelen, allengs had
behooren te geschieden. Een tgdgenoot verzekert, dat dit den lande meer nadeel toebragt
dan de vorige langdurige oorlogen (1). Zeker baarde deze geweldige en plotselinge ver-
mindering wijd en zijd misnoegen en groote ongeregeldheden. De schuldenaars drongen
'met geweld hunne schuldeischers de betaling legen de hoogste geldswaarde op, vóórdat de
tgd verschenen was; en de schuldeischers gingen hunne schuldenaars uit den weg, verscho-
len zich voor hen, of wierpen hen met hun geld de deur uit
(2), Maximiliaans amblenaren
daarentegen wilden, op zijnen last, geene penningen meer aannemen dan tot de
laagste waarde, op welke zij eensklaps gebragt Avaren (3), Het gereede geld werd uit-
gevoerd waar men het hooger aannam, inzonderheid naar
Gent en Brugge^ welke
de munt zoo hoog hielden als hun zeiven goeddacht. Ook ontbrak het niet aan ontvan-
gers, die zich in deze omstandigheden ten nadeele der ingezetenen verrijkten (4).
Nooit had eenig Nederlandscli Vorst zich zooveel gezags met betrekking lol de munt
aangematigd als
maximiliaan , cn zulks in weerwil van het Gr ooi Privilegie van
Vrouw
maria, hetwelk hij pleglig bezworen en zich daardoor verbonden had, het
geld noch op- noch af Ie zeilen builen raad en goeddunken der Stalen (5), Later
voerde hij met toestemming der Viaamsche steden, eene nieuwe regeling op de munt
in, welke ook door de overige
Nederlanden werd aangenomen (6).

Op het ernstig verzoek van de afgevaardigden der Hollandsche sleden, dat toch spoe-
dig aan den vernielenden binnenlandschen krijg een einde mögt gemaakt worden,
vermaande hen
yaw polhain , dat zij nog slechts een korten lijd de lasten des oorlogs
zouden dragen , hun verzekerende, dat do RoUerdammers afgestreden en zelve van hunnen
naderenden val overtuigd waren (7). Reeds den volgenden dag bood hij den beleger-

23 V.
Zomer-
maand
1489

(1) Oitde Hall. Div. Kron. Div. XXXI. c. 69. bl. 403. De kronijkschrijver merkt hierbij naïi
op: )) het is dicwils bevonden, dat den raet van geestlicken lieden en prelaten en sonderlinghe
die relißieuse monicken in materien ende dinghen die liair slate nyefc en betamen, quaden speet
ende voertganck Ixeeft: v?ant God en heeftse tot sulken niet gheroepen."

(2) PONTtfs HEüTERtfs, Rer. Austriac, Lib. III. ρ. 102.

(3) Jonker Fransen Oorlog, bl. 238.

(^4) Jonker Fransen Oorlog, bl. 232 , 233. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 69, 72.
vELiDs, Chron. v. Hoorn, bl. 146, 147.

(5) te water', Faderl. Hist. verk, D. I. bl. 161. Vgl. hiervoor, bl. 63.

(6) Groot Placaatb. D. I. bl. 2578—2605. De brief is van den 14 v. Winterm. 1489.

(7) Jonker Fransen Oorlog, bl. 236—238. ' ^^

ocr page 267

DES VADERLANDS, 267

den in naam,van maximil^aan schriftelijk vergiffenis aan, indien zg onder de gehoor- 1482—,
zaamlieid van bunnen welligen Heer terugkeerden. De burgers, kampende met honger
en gebrek, van alle kanlen ingesloten, zonder uitzigt op onlzet en voor het ergste
beducht Λvanneer zij langer volhielden, bewogen
frass van Brederode^ de stad bij
verdrag over Ie geven. Dienzelfden dag nog werden do voorwaarden van overgave
in hel; dorp
Kapelle geleekend. Bbederode zou de slad met alle geregligheden
aan den Koning of zijn veldheer overleveren en haar binnen zes dagen met zyne
manschappen in volle wapenrusting ruimen, doch do krijgsbehoeften en oorlogsvaartui-
gen achterlaten. Hij moest al zyne'gevangenen ontslaan; en het zou elk der inwoners 25 v.
vrystaan , met hem de stad te verlaten of aldaar te blgven. Twee dagen daarna kwam
de Stadhouder met zeshonderd man uit
Ooerschie in Rotterdam. Fraks van Bre" 1489
derode ontving hem vriendschappelijk, en ging des anderendaags den Heer van
polhain
plegtstatig te gemoet, wien hij de sleutels der stad overhandigde. Des namid-
dags vertrok hij met duizend en vijftig man in achttien groote vaartuigen, welke
EGMOKD hem had aangeboden , naar
Sluis in Vlaanderen alwaar hij vier dagen later
behouden aanlandde
(1). Van polnaiw veranderde terstond de regering in AW/ercifew,

en de hoofdschout willem van Reimerswaal ^ die met vrouw en kinderen naar Zee-
«

land gevlugt was, geraakte weder in het bezit zijner vorige waardigheid. Joris van
Brederode ^
de gewezen Stadvoogd van Rotterdam^ en akdries lepeltak, welke onder
FRANS van Brederode, wien hij in het bemagtigen dier stad behulpzaam geweest was ,
eene bevelhebbersplaats I)ekleeddo, beide in eenen aanval op
Schiedam gevangen ge-
nomen, werden nevens
warmboïtt warmboütszoon , die door Jonker frans, wien hij
de sleutels der stad overhandigd had , tot Burgemeester was aangesteld , Ie
Delft open-
lijk onthalsd. Ook ondergingen eenige Hoekschgezinde burgers de doodstraf, ofschoon
zy zich van alle dadelykheden onthouden hadden (2).

De Hoekschen vonden thans nergens veiligheid dan binnen Sluis in Vlaanderen,
Montfoort
en Woerden. Filips van Kleeft welke niet in het vredeverdrag van 1 v.
maximiliaan met de Vlaamsche steden begrepen was, had Sluis versterkt, wel be- j

'l!

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 239—247. Oude Holl. Oiv. Jiron. Div. XXXI. c, 66. Ju
strijd met deze sclirijvers, vcrliaalt de blijkbaar Kabeljaauwscligezinde dichlcr van
de Nederlaag
van
fraks van Brederode, bl. 161, dat bredehode

« Rotterdam liet staen en hevet gheabandoneert
Met groten confuysi twelck was scae.
En dat:

Veel van synre coorde syn mit hem ufgestrelcen
Op een maendach smorgene ter sester ure.

(2) Jonker Fransen Oorlog, bi, 248, 249. wagekaab , D. IV. bl. 258.

I

34*

ocr page 268

268 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

'Troedende, dat men hem daar niet ongemoeid zou lalen (1). De stad was opgepropt
met vlugtelingen uit
Vlaanderen ^ Brahand, Holland en Zeeland^ en meer dan ooit
welvarend,
Frans van Brederode ontmoette er verscheidene aanzienlijke Hoekschen,
en vernam uit
jan van Naaldwijk, welke hem spoedig derwaarts gevolgd was, dat
van ΒκοΕΚπυιζΕΡί naar Gelre en Hendrik van Brederode naar Utrecht waren ver-
trokken , om hunne aanhangers en begunstigers tot het bevorderen hunner belangen
aan te sporen (2). Middelerwijl stroopten de Sluissche vrijbuiters langs de Hollandsche
kusten, staken
Wijk op Zee in brand en keerden met eenige veroverde Oostzee--
schepen terug. Een hunner kapers, op welken zich
frans van Poelgeest bevond, werd
door de Enkhuizers genomen (3). De bezettingen
-^ïxxï Montfoort en //^oert/e« stroop-
ten tot voor de poorten van
uémsterdam, Haarlem en Leiden, Zij trachtten des
nachts
Naarden te overrompelen, doch werden afgeslagen. Met gelijk gevolg tast-
ten zij met zeshonderd man
Oudewater aan, maar legden onder het terugtrekken,
Bodegraveny Stolwijk en eenige sloten in de asch (4). Aan deze geweldenarijen
moest een einde gemaakt Avorden. Hertog
albregut van Saksen, door biaximiliaan
tot algemeen Stadhouder der Nederlanden aangesteld, sloeg op sterk aanhouden der
Edelen en steden, in het begin van Bloeimaand bet beleg voor
Montfoort. Na vier
maanden sloot de zwaar en bloedig belegerde stad een verdrag, in hetwelk tevens
de overgave van
/Voerden bedongen werd. Do Burggraaf verzocht vergiffenis van
masimiliaan en den Aartshertog filips , waarop hij weder in het bezit van iiiowi-
/oor/geraakte , onder verbindtenis, den Hollandschen ballingen aldaar geene schuilplaats
te verleenen. Nu hadden de Hoekschen geen vast punt meer in
Holland, waar zich
alles naar den wil des Roomsch-Konings schikte (δ).

Onderlusschen had frans van Brederode te Sluis acht en dertig schepen met
twaalfhonderd koppen bemand in zee gebragt, over welke hij zelf onder den eigen-
dunkelijk aangenomen titel van: Algemeen Stadhouder
yAn Holland^ ZeelandQn Fries-
land
in dienst van den jongen filips , het opperbevel voerde. Na het plunderen en
verwoesten van
Duiveland^ Ooerßakkee en het Land van Strtjen ^ trok hy met zes
en twinlig oorlogsvaartuigen voor
Goeree, ofschoon die plaats en de geheele heerlijk-

2v.
Hooim.

i\·

(1) WAGENAAU , D. IV. bl. 259.

(2) Jonker Fransen Oorlog, hl. 248.

(3) wagenaau , D. IV. bl. 2(j0.

(4) Jonker Fransen Oorlog, bl. 250, 251. Oude Holl. Div. Xron. Div. XKXI. c. 68.

(5) Jonker Fransen Oorlog, bl. 252—255 , 316. Oude Holl. Div. Kro?i. Div. XXXI. c. 70.
B. SNOi, Rer. Batav. Lib. ΧΙΓ. p» 178. I

12 en

28 V.

Wijn-
laaand

148Ü
1490

ocr page 269

DES VADERLANDS. 30*3

heid van Voorne Trijwaringsbrieven van hem had. Zelfs eischte hij de stad, wel- 1482—
ke geheel van krygsvolk ontbloot was, in naam des Aarlsherlogs op, doch ontving
tot antwoord, dat men zelf wel in staat en gezind was de veste voor
filips te bewa-
ren. Terstond liet hij de stormtuigen aanrukken en de stad zeven uren achtereen
hevig beschieten. Maar de heldhaftigheid der burgers en bovenal de moed der vrou-
wen, welke de bestormers met kokende pek, teer en brandende hoepen van de muren
afweerden, zegevierden eindelijk en do Hoekschen moesten met een aanmerkelijk ver-
lies aan volk aftrekken.
Ouddorp werd toen door hen geplunderd; ook legden zij in ^
({en Zwijndrechtschen Waard en om Dordrecht eenige huizen in do asch, waarna zij Hooim.
vertrokken, om de kans op
Schouwen te beproeven (1).

De Stadhouder van egsiond , welke in het beleg voor Montfoort van deze vijande-
lykheden berigt ontving, spoedde zich naar
Dordrecht en bragt daar eene vloot van
zes en tachtig Hollandsche en Zeeuwsche schepen met drieduizend man bijeen.
Onverwachts tastte hij met deze scheepsmagt in het Gat van
Brouwershaven de
Hoekschen aan. Omtrent twaalf uren des middags begon de ongelijke strijd, welke
mot gelijke woede zes uren werd voortgezet, toen bij het vallen van het water, 23v
zestien Hoeksche schepen aan den grond en buiten gevecht geraakten.
Brede- Hoonn.
RODE sprong met het grootste gedeelte van zijn volk nabij
Serooskerke aan land
en verweerde zich dapper tegen do benden des Stadhouders, die hem op den voet
Avaren gevolgd en steeds versterking ontvingen. Eindelijk aan het voorhoofd cn in
een zijner beenen gewond, werd hij voor dood door het volk weggedragen dat nu aan
het vluglen slaande, afgemaakt of gevangen genomen werd.
Jan van Naaldwijk
zette nog eenigen tijd den scheepsstrijd voort, doch toen drie zijner bodems in den
grond geboord en zeven andere na eene hardnekkige verdediging veroverd waren,
ontweek hij met slechts negen schepen en omtrent vierhonderd man naar
Zierikzee.
Hier werd hij doorgelaten en ontsnapte , dewyl de inwoners voor egmowd , die hem
nazette , de poorten sloten hetgeen zij later duur moesten boeten (2). Na een ver-
moeijenden togt van vijf dagen, keerde
van naaldwijk onder het gekerm der gewon-^28 v.
den, met het rampzalig overschot der vloot in
Sluis terug. Een groot getal Hoekschen
was in het moorddadig gevecht omgekomen, maar ook aan de zijde des Stadhouders
waren vele Edelen en mannen van wapenen gesneuveld. Onder de gevangenen be-
hoorde
brederode zelf. Hy werd ϊχάάχ Dordrecht gevoerd en in den toren opgesloten,

f

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 255—260. Oude Holl, Div. Kron. Div. XXXÏ. c. 71.

(2) Zie den zoenbrief van den 20 v. Hooimaand 1492 bij boxhorit op iieigersberg, Chron. r.
Zeeland, D. II. bl. 333-336.

ocr page 270

270 ALGEMEENE G Ε S CH lED Ε IS I S

1482-

1528

alwaar hij aan zijne wonden bezweek (1). Zijne beide neven waliiavew en aktook
van Brederode, werden met verscheidene andere gevangenen door het zwaard als land-
verraders gestraft (2).

De langdurige en kostbare belegering van Rotterdam, de afzetting der munt en de
drukkende lasten hadden
Rolland uitgeput. De levensmiddelen waren door eenen
ongunsligon oogst en het belemmeren van den zeehandel en do scheepvaart door de
Sluissche kapers, geweldig in prijs gestegen. Velen voedden zich derhalve met draf, raap-
zaadskoeken en ander beestenvoeder. Alom namen armoede en gebrek schrikbarend de
overhand. Te
Leiden werden wekelyks aan tienduizend behoefligen brood uit twee deelen
garst en een deel haver, zooals toen veel in gebruik was, uitgedeeld; in
Amsterdam
waren er nog meer, en te Hoorn tweeduizend. De oorlogslasten werden niettemin elke
maand ten scherpste ingevorderd, hetgeen het misnoegen ten top voerde. De Kennemers ,
West-Friezen en Waterlanders morden openlyk, en uit onvermogen weigerden velen
de betaling. De Stadhouder trachtte hen met geweld tot het opbrengen te dwin-
gen , strafte twee der weigerenden met den dood en nam eenen in hechtenis. Dit
bragt door geheel
Kennemerland en ff^est-Friesland de landlieden in beweging.
Bij gewapende hoopen rukten zy naar
Moorn en Alkmaar^ om daar de burgers
in hunnen opstand mede te sle[)en, verklarende, » dal zij niet meer geven konden,
en zich liever dood wilden vechten, dan van honger omkomen." Te
Alkmaar plun-
derden en vernielden
zij het huis van den Rentmeester van West-Friesland klaas
BLORF, welke door zijne listige schraapzucht zich den algemeenen haat had op den
hals gehaald (3). Hij zelf was lot zyn geluk in
den Eaag, maar een zijner die-
naren werd doodgeslagen. Om den voortgang van den opstand te stuiten, zag
egmond
zich gedwongen, de heffing van het ruitergeld vooreerst te slaken. Haarlem kwa-
men gemagtigden naar
Alkmaar, om de onstuimige gemoederen tot bedaren te bren-
gen. Men erkende, dat hunne klagte over de drukkende lasten billijk was, en slelde
hen tevreden met eene dagvaart in
Gravenhage beschreven , waar hunne grieven
en bezwaren overwogen zouden worden. Zij beloofden zich stil te houden, indien de

10 v.

Grasm.
1491

(1) Jonker Fransen Oorlog, bl. 260—268. Oude HolL IMv. Kron, Dlv. XXXI. c. 71.
R, SNoi,
lier. ßatav. Lib. XIl. p. 178. fy

(2) Jonker Fransen Oorlog, bl. 274—276.

11 V.

Oogst-
maand.
1490

(3) Deze klaas korf, eenvoudig dus genoemd in de Oude Holl. Vit. /iro«. !Div. XXXI. c.74,
heet bij
pontos iieoterus, lier. Austriac, Lib. IV. p. 111, kikolaas fijns, bijgenaamd kobf. Vak
meteken,
li. 1. bl. 7, noemt hem klaas prins, anders korf; en bij gocthoeveiv, Chron. v. Holl.
bl. 548, wordt hij klaas korf van Boshuizen geheeten. Men meent, dat hij zijne dienaren met
een tori rondzond, om het ruitergeld in te zamelen, en vandaar dien bijnaam ontvangen heeft.
HEEMSKERK, Bat. Arkadia, bl. 267 (b).

Ί

ocr page 271

DES VADERLANDS. 30*3

gevangen huisman in vrijheid gesleld werd, heigeen terstond geschiedde. Zij bleven 1482·—
echter in
Alkmaar ten laste der burgerij. De dagvaart werd gehouden , maar geen
middel ter verligting van opbrengsten gevonden; men drong integendeel bij de steden
aan, om in eene nieuwe belasting van twee gouden Andriesguldens op ieder huis te
bewilligen (l).

Intusschen was jan van Naaldwijk y thans aan het hoofd der Hoekschen, van de
bewegingen in het Noorden van
Holland onderrigt, met ecnige schepen uit Sluis
ΠΆ-άΐ Kennemerland
geslevend. Hij trachtte bij Zandvoort te landen, doch werd

j. v*

hierin door de Zandvoorders belet. Nu trok hij naar JVijk op Zee, overrompelde Zotner-
het dorp in den vroegen morgen, terwijl de meeste bewoners nog te bed lagen, "
jJqJ'^
doodde velen die weêrstand boden, legde eenige huizen in de asch en begaf zich met
den buit naar het
Marsdiep. Onder hel uitlokkend voorwendsel, dal hij kwam, om
het volk van de zware lasten te ontheffen en de rust in het land te herstellen, ver-
wierf hij vele aanhangers en een verblijf op
Texel ςη Wieringen , van waar uit hij
den geheelen zomer door de
Zuiderzee en do zeegaten onveilig maakte (2). Zijne
poging, zich van eènigo West-Friesche stad meester te maken, mislukte of-
schoon
Hoorn Hoekschgezind was, en hij door de Schieringers te Sneek met
driehonderd man ondersteund werd (3). Men hield alom scherpe ,wacht, om hem de
landing
Ie verhinderen; en eerlang ging hij weder scheep naar Sluis in Vlaanderen,
als een lijfknecht verkleed, om aan de waakzaamheid zijner vijanden te ontsnappen (4).

De dagvaart te ^s Gravenhage middelerwijl vruchteloos afgeloopen zynde, kwamen
de afgevaardigden uit al do West-Friesche en Kennemer steden en dorpen, behalve uit
Enkhuizen en Drechterland^ Aci Hoorn byeen. Hier was het blokhuis, in veer-
tien honderd twee en tachtig ter beteugohng der stad opgeworpen, dewijl; hot veel
onderhoud en eene bezetting vereischte , met verlof van den Raad van
Holland ge-
slecht geworden. Men besloot eenparig geen ruiter- of maandgeld meer op te bren-
gen, al moest men er ook den laatslen man aan wagen. Vele misnoegde huis-
lieden , uit
Alkmaar kwamen herwaarts, om do stad te beschermen en werden,
ten einde hen onder eenige tucht en regel te brengen, in rotten en vaandels ver-
deeld. Toen was het, dat zig in hunne banieren een stuk kaas en brood afbeeldden,

(1) Oude Hall. Div, Kron. Div. XXXI. c. 74. veuüs, Chron. v. Hoorn, bl. 150—152.
eikelenbeug cu boomkamp, Gesc/i. v. Alkmaar^ bl. ,'54. pobtüs heuterüs, iïer. Austriac, Lib. IV,
c. VI. p. 111.

(2) Oude Holt. Div. Kron. Div. XXXI. c. 74.

(3) VELiüs, Chron. r. Hoorn, bl. 150. brakUt, Hist. v. Enkh. bl. 48.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 74, 75.

ocr page 272

272 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— waarvan zy den naam van Kaas- en Broodvolk ontvingen. Sommigen droegen een
stuk kaas en brood op de borst ten teeken, dat zij slechts opgestaan waren, om dit te
bekomen of te behouden (1). Doch deze ruwe , leegloopende en brooddronken gasten
strekten der burgery lot zoo veel overlast, dat men zich verheugde, hen door geld
en goede woorden te kunnen bewegen, naar hunne medgezellen
ïn Alkmaar Ie

trekken. Onderweg vernielden zij de beide sloten Nieuwhurg en Middelburg (2).

Dagelijics vermeerderde hun getal in Alkmaar, waar zy zich aan dezelfde grove
buitensporigheden schuldig maakten als in
Hoorn. Om zich van hen te ont-
slaan , werd in het geheim
egmond ontboden; doch zy , hiervan onderrigt, gingen
Jßloeim gemoet, en hij waagde het niet den togt door te zetten (3). Dit

1492 deed hun den moed zwellen. Zij trokken naar Haarlem en eischten de stad tegen
den avond op. De regering weigerde eenparig hen binnen te laten, maar eenige
burgers braken de Kruispoort open. Dadelijk stormt de woeste, indringende me-
nigte , met welke zich het graauw vereenigt, naar het stadhuis en overweldigt
daar de regenten, van welke twee schepenen worden doodgeslagen nevens den
schout KLAAS VAN RUIVEN, wiens lijk aan stukken gekapt en in een mand met een
barbaarsch opschrift aan zijne vrouw gezonden werd (4). Een der handdadigen aan
dit gruwelstuk was zekere ■
waligh dirkszoow , met den bynaam van brederode , die
ook den opstand in
Alkmaar had bewerkt, en eerlang zijne euveldaden met den hals
moest boelen (5). De nacht werd met het plunderen en vernielen van huizen en

(1) BiLDERDiJK meent, D. IV. bl. 296, 297, dat zij met het brood en de kaas in hunne vaan-
dels eenvoudig te kennen Avilden geven, dat zij de boeren waren, van Avie deze levensmiddelen
komen moesten, welke zij derhalve als hun natuurlijk wapen, in het vaandel plaatsten. Hij
Ver-
haalt tevens, dat naar sommige berigten, hunne vaandels bestonden in een Heilig, en nevens
dien Heihg een roggenbrood en eene groene Texelsche kaas.

(2) Oude Holl, Oiv. Krotu Div. XXXL c. 74. veliüs, Chron. v. Hoorn, bl. 152, 153.
wagenaar, D. IV. bl. 277.

(3) Oude Holl. Div. Jiron. Div. XXXI, c. 74. eikelenberg en noommv, Gesch. ν. Alk·
maar,
bl. 35.

(4) Dit opschrift luidde:

o Vrouwken van Ruyven |

Aen deze boutkens zuldy kluyven. wagenaar , D. IV. bl. 279.

(5) m'Agenaar , D, IV. bl. 279. bilderdijk noemt hem willem dirksek, een linnenwever van
beroep, Melke den bijnaam
vak buederode voerde, dewijl hij misschien begreep, dat dit woord
de algemeene beteekcnis had van muiteling, en hij zich een anderen
brederode achtte. Als mede-
opperhoofden van het Kaas- en Broodvolk in
Haarlem noemt hij, op welk gezag is ons onbe-
kend ,
awtokie wiuemsen, Schout van Bergen , en zekere jars jarsen, D. IV. bl 299.

ocr page 273

DES VADERLANDS. 30*3

goederen, en het Terscheuren der papieren op het stadhuis doorgebragt, tot men 1482—
had uitgeraasd. Aangespoord door zulk eenen uitslag, stroomde steeds meer en meer
landvolk uit het Noorden van
Holland naar Haarlem en men besloot, zich ook van
Leiden meester te maken. De Stadhouder hiervan onderrigt, begaf zich met
eenige Edelen en het weinige krggsvolk waar hij over beschikken konde der-
waarts , en maakte zich door het opwerpen van een blokhuis, het versterken der
muren en het wapenen van het gemeen op kosten der regering, tot eene krachtige
tegenweer gereed. Onder de banieren van
Haarlem en Alkmaar trokken driedui-
zend, naar anderen zesduizend Kennemers en West-Friezen met eenige aanzienlijke
burgers uit
Haarlem, welke zig daartoe gedwongen hadden, op Leiden aan, In

den eersten aanval veroverden zü hel blokhuis, maar werden bii het bestormen der 9 v.

liiociiu

muren zoo wél ontvangen, dat zij hals over hoofd terug vloden, zich in de uiterste j^gg
vérwarring verspreidende.
Egmond zette hen na, sloeg eenige dood en nam 'vele
gevangen. De overige redden zich binnen
Haarlem, waar zij , in weêrwil der ste-
delyke regering, bleven liggen (1).

Om aan dien opstand, waarvan de gevolgen niet te berekenen waren, een einde te
maken, ontbood
egmohd krijgsbenden van Hertog albreght van Saksen, welke zich
te
Gorinchem bevond. Terstond werden vgflig ruiters en twee en twintig honderd
voetknechten, meest allen Duitschers, tegen de muitelingen afgezonden. Deze vreem-
delingen gedroegen zich als waren zy in een vijandelijk gewest. Zy pleegden te
Noordwijk veel moedwil, plunderden te Zandvoort het dorp en de kerk, en ver-
overden na eenigen tegenstand de
Beverwijk^ waar zij zich verschansten en vandaar
uit het omliggende land afstroopten.
Haarlem^ voor hen beducht, nam krggsvolk
in dienst, doch trad tevens met
albreght van Sakgen ^ welke onlangste Hage
was gekomen, als Algemeene Landvoogd in onderhandeling. Inmiddels vielen er
hevige schermutselingen voor tusschen do Duitschers en de opstandelingen, Naby
yelzen behaalden genen onder hun bevelhebber oberstein eene bloedige overwin-
ning en plunderden het dorp. In feen hevig gevecht bij
Heemskerk waren meer dan 1
zeshonderd man gesneuveld, eer de zege zich voor de Duitschers verklaarde. Twee- i;
duizend Friezen, welke op dit oogenblik tot hulp der weerspannigen aankwamen,
keerden in allerijl naar hunne schepen terug (2).

(1) Oude Roll. Div. Kron. Div. XXXL c. 76. poktds bebtebus, Jïer. Auatriac. Lifa. IV.
c. VI. p. 112. ssoi,
Rer. £atav, Lib. XII. p. 178, 179. schrevelibs, Beschr. v. Haarlem ^
bl. 55, 56. vaif oosten de brcïiv, Gesch. r. Haarl. D. I. bl. 309—312. orlers, Beschr. v.
Leiden,
bl. 428.

(2) Oude Holl, Div. Kron, Div. XXXI. c. 76. bi. 308. porids heüterw, Rer. Amtriac, Lib.
IV. c. 7. p. 112, 113. schreveiios,
Beschr, f. Haarlem, bL 67, 58.

II Deel. 3 Stuk. 35

ocr page 274

274 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— 'Het Kaas- en Broodvolk door deze t legenspoeden ter neder geslagen, verliet, hoe-
wel met tegenzin, de stad
Haarlem op last dér regering, die tevens de Geldersche
en Kleefsche benden afwees, welke te harer hulp waren toegeschoten. Hierdoor
trachtte zij Hertog
a.lbreght van Saksen te verzoenen, welke kort daarna herwaarts
16y. kwam en met den meesten eerbied ontvangen werd. Om schrik te verwekken, liet
1492'hij' terstond eene galg op de markt oprigten. De burgers hadden zich reeds naar zijn
bevel, vóór zijne komst ontwapend. Diegenen, welke uit vrees gevlugt waren, wer-
den op verbeurte hunner goederen, binnen eenen bepaalden tijd ingedaagd. De
meeste verschenen en ontvingen genade; doch eenige, welke de muitelingen bin-
nengelaten en met hen zamengespannen hadden , moesten later hun misdrijf met den dood
boeten. De ontmoedigde Kennemers, West-Friezen en Waterlanders zonden afgevaar-
digden , om van den Hertog vergiffenis te smeeken, welke na veel moeite verworven
en een algemeene zoen, deels op vernederende, deels op nadeelige voorwaarden
25 V. gesloten werd. Haarlem moest terstond vier en dertigduizend gouden A.ndriesguldens
' voor twee maanden soldij van het vreemde krijgsvolk opbrengen en onder meer
andere punten beloven, in geval eener grafelijke bede waarin twee der groote
sleden bewilligden, de derde te zijn; ook zou eene der poorten den Hertog ter
bezetting worden afgestaan, om de stad in teugel te houden. Honderd Kennemers,
vyf en twintig burgers van
Alkmaar en tien uit Medemhlik moesten blootshoofds,
barrevoets en in het hemd met een wit stokje in de hand, den Hertog, als
vertegenwoordiger van
maximiliaan en van filips, knielende om vergiffenis smeeken;
de poorten, muren en vestingwerken van
Alkmaar zouden geslecht en alle krijgs-
tuig en bussen, die grooter dan veldslangen
{koluvrijnen) waren, overgeleverd wor-
den.
Kennemerland werden vijfduizend Andriesguldens, Medemhlik driehonderd, en
Alkmaar zes en Iwintighonderd , maar daarenboven nog eene altijddurende huisschatting
van drie stuivers 'sjaars, tot boete opgelegd. De West-Friesche dorpen, welke deel
aan den opstand genomen hadden, moesten zesduizend Andriesguldens eens, en jaar-
lijks twee stuivers van ieder huis opbrengen. Zij waren gehouden alle wapenen, groo-
ter dan veldslangen , over te leveren en zonder belooning aan de sterkten te arbeiden,
welke het den Hertog zou behagen te
Haarlem^ Alkmaar en Hoorn op te werpen.
Honderd en vijftig ingezetenen moesten op dezelfde wijze als de Kennemers, genade
smeeken.
Hoorn moest duizend, Edam achthonderd. Monnikendam^ vierhonderd,
IVieringen tweehonderd, maar Texel duizend Andriesguldens en bovendien twee
maanden lang vyf en twintig voetknechten betalen, die onder den Schout zouden die-
nen , om de rust in het eiland te bewaren, uit hetwelk vyf en twintig personen, in
het zwart, blootshoofds, ongegord en knielende den Hertog vergiffenis moesten bidden.
De drie genoemde steden zouden te allen tgde voor den Hertog .openstaan, en
Hoorn moest
hem eene plaats in de stad aanwijzen, om er op stadskosten eene sterkte te bouwen.

ocr page 275

DES VADERLANDS. 275

Voorts moesten de sleden en plaatsen, die in den opstand waren betrokken, hare hand- —

ΙϋώΟ

vesten, voorregtbrieven , leenbrieven op grafelijke domeinen en dergelijke den Hertog
ter hand stellen, om vernietigd te worden. Onderscheidene personen werden te zyner
beschikking gesteld. De moedwil aan
vajt ruiven, korf en anderen gepleegd zou
met geld gebeterd worden (1).

Hierop begaf zich Hertog albreght naar Alkmaar, Medemhlik, Hoorn en de
kleinere steden van het tooneel des opstands, alom de regering veranderende (2).
Zeer ongelijk drong hij aan op het nakomen van de voorwaarden der verzoening.
Haarlem moest hem binnen drie dagen zeven en twintigduizend Andriesguldens op-
brengen , weshalve de inwoners hun goud- en zilverwerk en andere kleinooden op het
stadhuis bragten. Hij liet er een zwaar blokhuis opwerpen, en veranderde het stedelijk
bestuur. Ook geraakte de stad, welke door de andere groote sleden van
Holland werd
tegengewerkt, eerst onder het bewind van Keizer
karel V weder in het volle bezit
harer voorregten (3).
Alkmaar daarentegen en Kennemerland werden eerlang in de
verbeurde handvesten hersteld; en kort daarna ook de Drechterlanders, die trouwens
weinig deel in den opstand genomen hadden (4). Onderscheidene West-Friesche dorpen,
welke zich minder dan de andere vergrepen hadden, werden op voorspraak der regering
van
Enkhuizen ^ die zich met deze beroerte volstrekt niet bemoeid had, voor een derde
van de opgelegde geldboete ontslagen, onder beding, dat dit ten laste der overige

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c, 76 , 77 , 78. r. snoi, Rer. Baiav Lib. XII,
p. 179.
rontüs heiiterus, RcT. Austritte. Lib. IV. c. VII. p. 112, 113. obiers, Beschr. v. |
Leiden,
bl. 429—442. schrevelids, Beschr. v. Haarlem, bi. .58—63. van oosten de brutn,
Gesch. v. Haarl. D. I. bl. 314—316. veubs, Chron.v. Hoorn, bl. 156—160. De Andriesgulden
Aras in 1489 op achttien stuivers gebragt. Zie
centen op velibs, bl. 157 (238). Thans werd hij
tegen vier en twintig stuivers berekend naar
van oosten «e brütn, t. a. p. bl. 314.

(2) pontüs heüterüs, Rer. Austr. Lib. IV. c. 7. p. 113. velius, Chron.v. Hoorn, h\.l5Q

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 78. pontos dedterds, Rer. Austr. Lib. IV. c. 7.
p. 113.
van oosten de brtjyn, Gesch. ν. Haarl. D. I. bl. 316—318. wagenaar, D. IV. bl, 288
verhaalt, »dat de andere groote steden niet alleen niet voor
Haarlem spraken, maar die stad
zelfs nog drongen, om haar tienduizend gulden wegens achterstallen te voldoen," Wij hebbea
deze bijzonderheid nergens elders opgeteekend gevonden, evenmin al» de verzekering van
bilderwjk ,
D. IV. bl. 303, dat het de wrok van Amsterdam was, welke Haarlem zooveel nadeel bjerokkende.
De
Oude Holl. Div. Kron. bl. 409, zegt eenvoudig: «ende de steden hebben die goede stadt
van Haerlem niet voorgestaan in haer ongheval, maer meer hinderlyck gheweest dan behulpelick,
als dikwils ghebeurt, daer de een om des anderen qualick varen lacht ende hem daerin rer-
hlyt." Vgl. ν.
oosten de brbtn. Gesch. ν. Haarl. D. L bl. 313, 314.

(4) WAGENAAR , D. IV. bl. 288.

ί

35*

ocr page 276

276 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—^kwame (1). Zoo eindigde het noodlottig Kaas- en Broodspel. Door het opbrengen
der daaruit voortgevloeide boeten, het vermeerderen van lasten en het voldoen tan
achterstallen veerden steden en dorpen ten eenenmale uitgeput. Boven alle andere was
Hoorn het meest verarmd en achteruitgegaan; de burgers werden te Amsterdam, in
Zeeland^ Brahand en in F laanderen ^ om de schulden der stad bekommerd, en
waagden het naauwelijks, ergens anders dan op de vrije jaarmarkten te verschijnen (2).

Onmiddellijk na het stillen der bewegingen in het Noorder gedeelte van Holland,
stak Hertog albreght van Saksen over naar Zeeland en verraste Zierikzee, welk
door het begunstigen der Hoekschen, in zijne ongenade gevallen was. De regerings-
leden met nog zestig burgers moesten hem op de nu gewone vernederende wyze ver-
10 V. gifFenis smeeken, vier en twintigduizend Andriesguldens in eens en een haardstedegeld
j 492* van twee stuivers 'sjaars opbrengen, terwyl daarenboven honderd ponden , welke de stad
jaarlijks uit 's Graven domeinen trok, verbeurd verklaard werden (3). Nu moest het
in
Vlaanderen ^ eenige veilige schuilplaats der Hoeksche opperhoofden, ontgelden. De
stad werd te land door den Hertog van iS'aÄiew , en te water door
filips ^owr^om/eé',
Heer van
Bever en en Admiraal der IS eder landen, met eene vloot van meer dan honderd zoo
groote als kleine oorlogschepen belegerd. F
ilips van iT/e^ had zich twee maanden met
evenveel beleid als dapperheid verdedigd , toen de brand in het buskruid sloeg en hem
13v. tot de overgave noodzaakte. Hij bedong vrijen aftogt voor zich en zijn volk, nevens
imami gulden wegens hetgeen maximiliaan en filips hem schuldig waren,

waarvoor Brahand^ Vlaanderen ^ Holland en Zeeland borgen bleven. Hij begaf zich
naar
Frankrijk^ waar ook jan van Naaldwijk heentrok, die te Parijs in veer-
tienhonderd zeven en negentig overleed. Vermoedelijk hebben andere aanzienlyke
Hoekschen insgelijks derwaarts de wijk genomen (4). Hun aanhang was üu geheel
verpletterd en de ontzaggelijke burgertwist geëindigd, die anderhalve eeuw
Holland
had geteisterd en ten laatste een krijg op leven en dood geworden was. Wien
der beide aanhangen men ook als den regtvaardigsten moge beschouwen, men zal er-
kennen , dat beide dikwijls de belangen des vaderlands aan hunne partijzucht opge-
offerd, zich aan de schroomelijkste misdrijven en buitensporigheden schuldig gemaakt,

(1) BRANDT, Hist. v. Enkhtiizen, bl. 49, 50, 54.

(2) VELits, Chron. v. Hoorn, bl. 161.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 79. s.noi, Rer. Batav. Lib. Xü. p. 179. ueigers-
bergii,
Chron. v. Zeel. D. Π. bl. 333—335.

(4) oLiviER DE LA MARCHE, Liv. li. p. 643. POHTüs iiECTEBDS, Rev, uiustfiac. Lib. IV. c. 9.
p. 113—117.
8n0i, Rer. Batav. Lib. XII. p. 179. e. v. meterek, Nederl. Hist. li. I. bl. 8
verso. reigebsbergd, C/i/o«. i'. Zee/. D. II. bl, 327, 328. goütiioeves, Chron. v. Holland, bl. 194.

ocr page 277

DES VADERLANDS. 30*3

en den bloei Tan Holland, die zich onder Graaf "willem III zoo schoon onhyikkelde,
twee eeuwen vertraagd hebben. Een meer dan zeventigjarige binnenlandsche vrede volgde
op dit langdurig tijdperk van woelingen en teugelloosheden. Het volk na zoo vele
hevige schokken en beroeringen uitgeput en afgemat, haakte naar rust. De Kabel-
jaauwschen waren bevredigd en dachten niet meer aan oproer, sinds zg de volkomen
zege over hunne tegenstanders behaald hadden en de gunst der regering genoten.
Daarbij maakten de onophoudelgke Geldersche oorlogen, die weldra ontvlamden en elk
oogenblik
Holland met invallen bedreigden ^ de eendragt onmisbaar. Maar bovenal
strekte de steeds aanwassende grootheid van het regerende huis, om den landvrede
te bewaren en de ingezetenen in bedwang te houden, die nu geen zwakken Graaf,
zelfs geen Bourgondischen Hertog, maar eenen Wereldmonarch tegenover zich zagen. Men
moet toestemmen, dat de Nederlanders, verlokt door de genoegens des vredes en der
weivaart, de toenemende magt hunner beheerschers , vooral onder
kauel van Oostenrijk,
met te veel gerustheid aanschouwden en jegens hen te inschikkelijk waren, lotdatFiLips
van Spanje, welke geheel onafhankelijk van alle bepalingen wilde regeren, hen uit
den slaap der onverschilligheid voor hunne regten en belangen deed ontwaken (1).

Naauwelijks was de vlam des opstands in Holland gebluscht, toen het oorlogsvuur
Aveder met
Frankrijk uitbarstte. Maximiliaan was in veertienhonderd negen entach-
tig bij volmagt met
anka , erfdochter van Bretagne^ in het huwelijk verbonden; doch
KAKEL VIII, welke insgelijks op het bezit harer staten vlamde, had twee jaren daarna
hare hand voor zich verworven, ofschoon hy reeds sinds negen jaren aan
Margaretha
Oostenrijk verloofd was, wie hij zelfs in opene brieven ^ywe^ewa/ïw genoemd had (2).
Maxubiuaan , over dien dubbelen hoon verbitterd, vatte de wapens op en maakte zich
meester van
Arras [Atrecht); doch in het volgende jaar werd de vrede te Senlts gesloten, 23 v.
waarbij hij zijne dochter
Margaretha en, als voogd van filips van Oostenrijk, het '
Franche Comté met Artois terug ontving. Drie maanden daarna overleed frederik UI
en de Roomsch-Koning, welke als Keizer opvolgde, ontsloeg zich toen van het
bewind over de
Nederlanden hetwelk hy zeventien jaren gevoerd had (3), Filips
bereikte nu ook de jaren, om de huldiging te kunnen aannemen. In Zeeland ge-
schiedde dit met groote plegtigheid te
Reimerstcaal {Romerswale) ^ toen eene aan-Hooim.
zieulijke stad. Bij die gelegenheid werd het ontwerp der nieuwe keure van
Zeeland^
bij voorraad en behoudens nadere veranderingen, door den Aartshertog zoowel als (foor

, (1) Vgl. V. ίΐΑΗΡΕΝ, Vaderl KarakterL· D. I. bl. 225—231.

(2) LE dAY, Notice sur Marguerite dAuiriche. p. 422—'424.

(3) Oude Holl, Div. Krön, Div. XXXI. c. 83. wagexaar , D. IV. 1.1. 292—295. v. wu^ op
wagewaar , St. IV. bl. 77 , 78.

ocr page 278

1482-

J528

278 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

•de Zeeuwsche afgevaardigden bezworen. Omtrent een jaar later werd deze keur als
eene onverbrekelijke landswet goedgekeurd, bezegeld, geteekend, en vervolgens, op
last van
filips, in veertienhonderd zes en negentig in Zeeland afgekondigd (1). In
Holland had de inhuldiging te Geertruidenherg plaats. Filips verklaarde, dat hij
gezind was, de voorregten door
filips en karel van Bourgondïè en hunne voorzaten
verleend, te onderhouden en te bezweren , maar dat hij die van onwaarde hield en
vernietigde, welke na den dood van
karël mogten gegeven zijn; dat hij den Landen
wilde kwijtschelden, wat zij dien Vorst schuldig gebleven waren; en ook genegen
was, hun eenige nieuwe voorregten te vergunnen, die niet legen zyne hoogheid stre-
den (2). Dit laatste geschiedde in het volgende jaar, doch zoo ruim niet als men
verlangd had (3). Het is merkwaardig, dat de Staten van
Holland by de inhuldiging
van FILIPS,
eenparig hewilligden in het vernietigen van het Groot Privilegie van
Vrouw MARIA. Men wil dit verklaren uit het misbruik, welk van dit
Privilegie,
waarop de Hoekschen zich steeds beroepen hadden, gemaakt was, hetgeen de groote
medewerkende oorzaak van al die twisten, beroeringen, rampen en verwarringen,
geweest was, welke bet tijdvak van
maria's aanvaarding der regering tot de meerder-
jarigheid van haren zoon
filips zoo noodlottig kenmerken (4). Hoe dit zij, onder den
nieuwen Graaf hielden do binnenlandsche woelingen allengs op; van Hoekschen en
Kabeljaauwschen werd niet meer gehoord, en betere lijden braken aan (5). Tot op-
beuring van de kwijnende volkswelvaart, strekte niet weinig het vriendschapsverbond
tusschen
filips en Hendrik VII van Engeland. De goede verstandhouding met dat
rijk was verbroken geweest, sinds
Margaretha van York, de Hertogin-weduwe
van
karel den Stoute ^ de binnenlandsche woelingen tegen Hendrik VII ondersteund
had. Zelfs was door haar bewerkt, dat
maximiliaan en filips zekeren bedrieger, wien
men voor den Hertog van
York, zoon van eduard V wilde gehouden hebben, als
Koning van
Engeland hadden erkend, waarvoor hij hun zijne gewaande regten op
den Engelschen troon, indien hij zonder mannelijk oir overleed, had afgestaan.

(1) REIGERSBERGH, Chvon. v. Zeel. D. II. bl. 337. V. WIJK op WAGESAAU, St. IV. bl. 68—77.

(2) Groot Placaatb. D. IV. bl. 8, 9. kluit, Ilist. d. Hall. Staatsreg. D. IV. bl. 249—265.

(3) Groot Placaatb. D. IV. bl. 3—Ί. De voorregtsbrief is van den 14 v. Winterm. 1495.
Verg.
wagenaar, D. IV. bl. 296—298. te water , F ader l. Rist. D. II. bl. 172. kliit , Ilist.
d. Holl. Staatsreg.
D. IV. bl. 265—272.

(4) kluit, Hist. d. Holl. Staatsreg. D. IV. bl. 253 , 256—260. Verg. hiervoor, bl. 64. filips
zegt in een brief van den 5 van Bloeimaand 1495, dat het Groot Privilegie verkregen Λvas:
j)
α la sinistre poursuite et au prouifiit de nos pais de Hollande." kluit , t. a. p. bl. 249 (77).

12 V.

Win-
term.

1494

149Ö

(5) veliüs. Chron. v. Hoorn, bl. 161.

iiiüiifiU

ocr page 279

1482—

1528

DES VADERLANDS. 279

Hendrik VII had hierop allen handel met de Nederlanders verboden en hun gelast zijn rijk
Ie verlaten, hetgeen
filips met een gelijk bevel omtrent alle Engelschen, die zich in
de Nederlanden ophielden, had beantwoord (1). Doch het wederzijdsche verkeer was
voor beide volken te belangrijk, dan dat men niet gewenscht zou hebben, het spoedig
weder hersteld te zien. Zoodra
filips derhalve den gelukzoeker aan zijn lot had
overgelaten, was
Hendrik VII bereid tot het aangaan van het genoemde verbond,
hetwelk sedert onder den naam van het
Groote Handelsverdrag in de Nederlanden
bekend geweest is. Onder verscheidene andere punten, wordt daarin den Nederlan-
ders , inzonderheid den Hollanders en Zeeuwen, vrye handel te
Calais en in allo
Engelsche havens vergund; ook de vrije en veilige visscherij op de kusten van
Enge-
land^
en dat, ingeval van schipbreuk of stranding, de goederen onvoorwaardelijk aan
de eigenaars zouden terug gegeven worden. Daarentegen beloofde
filips , geeno En-
gelsche muitelingen in de
Nederlanden, op welk voorwendsel ook, te zullen gedoo-
gen; en indien
Margaretha van York zich daaraan schuldig maakte, zou zy hare
bezittingen in die gewesten verbeuren (2). Bij een ander handelsverdrag met
Enge-
land
in het volgende jaar gesloten, deed filips afstand van het regt, om van elk
stuk Engelsch laken, hetwelk in
de Nederlanden ingevoerd werd, eenen gulden te
vorderen (3).

Inmiddels hadden de Staten der Νederlanden te Mechelen hunne toestemming ge-
geven tot het huwelijk van den Aartshertog
filips met johanka van Arragon^ doch-
ter van
ferdinand en isabella , onder wie de kroonen van Arragon en Kastili'è
lot ééne heerschappij vereenigd waren. Eenigen tijd te voren was ook eene echtver-
bindlenis tusschen
Margaretha van Oostenrijk, de verstoolen bruid van karel VIII ,
en Don jan, den broeder van johanna , gesloten. Begeleid door eene talrijke vloot,
men spreekt van honderd vijf en dertig schepen en vier en twintigduizend man, kwam
de Spaansche bruid te
Arnemuiden in Zeeland aan, en eene maand later werd het
huwelijk te
Antwerpen gevierd. Margaretha vertrok in het begin des volgenden
jaars met ee"be vloot en een aanzienlijk gevolg van Edelen en Jonkvrouwen uit
Lis-
singen
naar Spanje. Na een geweldigen storm in de Hoofden, waarin verscheidene
schepen vergingen, landde zij behouden in
Gallici'è, Het huwelijk werd te Burgos
voltrokken doch was van korten duur. Don jan overleed na weinig maanden aan eene heete
koorts, en zijne Λveduwθ beviel kort hierop ontijdig van een dooden zoon.
Margare-

^19 v.

Herfst-
maaiid.

1497

(1) Oude Hall. Dlv. Kron. Div. XXXII. c. 5. wagenaar, D. IV. bl. 298-302. hdije, Uint.
Cf Engl.
Ch. XXIV. p. 267. Ch. XXV. p. 270 , 273 , 274.

(2) RIJMER, Act. Publ. Angl. Τ. V. Ρ. IV. ρ. 82-87.

(3) rijmer, Act. Publ. Angl. T. V. P. IV. p. 113, 114.

12 T.

Sprok-
kel m.
1496

ocr page 280

280 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—THA vertoefde nog eenigen tijd in Spanje en keerde toen naar de Nederlanden
t^rug (1).

Ter bestrijding van de onkosten dezer huwelgken moesten de landzaten, die naau-
weiyks eenige verademing genoten, aanmerkelyke sommen opbrengen, hetgeen te
zwaarder drukte, dewijl in
Holland nieuwe belastingen waren uitgeschreven, om de
gewone grafelijke beden te voldoen en de steden van schulden te ontheifen. Met
moeite ging het innen der belastingen gepaard; en evenwel, alsof dit niet genoeg
ware , eischte Keizer
maximiliaan van de Hollandsche en Zeeuwsche steden manschap en
geld, om den kryg in
Italië te beginnen. Men denkt echter, dat dit verzoek
schipbreuk geleden heeft (2). Hetzij om het opbrengen der beden te bevorderen,
hetzy alleen om het aloude gebruik te volgen, trok
filips met een luisterrijken
stoet van Ridders en Edelen door
Holland en werd in de voornaamste steden gehul-
digd , schoon dit reeds staatsgewyze door gemagtigden te
Geertraidenberg gßschied
Avas (3). Hij kwam niet verder Noordwaarts dan
Amsterdam ^ alwaar de steden be-
noorden het
IJ afgevaardigden zonden, om de inhuldiging te verrigten (4). Deze
geschiedde alom met groote plegtigheid en vreugdebetuigingen (5). Zelfs werden
er gedenkpenningen ' geslagen (6). Maar het blykt niet, dat den Vorst tevens eene
buitengewone bede is toegestaan (7).
Gelre was het eenige gewest in de iVe-
derlanden^ waar men filips hulde weigerde. Trouwens kakel van Egmond had
zich op den verloren zetel zijner voorzaten geplaatst, en de Gelderschen voor zijne be-
langen gewonnen. Dit gaf den oorsprong aan dien vernielenden oorlog, welke, door

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 8. pontüs hecteruSj Rer. Ausir.lab. V. c.5.p. 127,128.
reigersbeugh, Chrou, v. Zeel. ü. II. bi. 846—348. leglay, IVoticesurß/arg?ienie.p. 426—428.

(2) WAGENAAR, D. IV. bl. 304, 305.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 11.

(4) VELiïJS, Chron, v. Hoorn, bl. 162.

(5) balen, Beschr. v. Vordr. bl. 804. wagekaar, JBeschr. v. Amst. St. I. bl. 195. Merk-
waardig is de aanspraak der regering van
Gouda hij de intrede van filips, dewijl zij den geest
dier tijden kenmerkt. )) Grootmogende ende Doorluchtige Vorst! onse alre genadichste Heere!
Uwe onderdanige onderzaaten, Schout, Burgemeesteren, Schepenen ende Gemeente van dese uwer
ghenaden stede
van der Goude, verblyden hen seer hertelycken, van Uwer ghenaden inkomste
alhier, ende presenteeren ü de sleutelen van der stad, stellende lylF ende goet in de bescherme-
nisse ende Uwer Vorstelycke ghenadigcheyt ende gratie." v.
wijn , Nalez. op de Faderl. Hist.
bl. 214.

(6) v. mieris, Hist. d. JVederl. Forst. D. i. bl. 293.

(7) wagenaar , D. IV. bl. 306. Beschr. v, Amsterd. St. I. bl. 195.

ocr page 281

DES VADERLANDS. 30*3

Tredesverdragen en wapenstilstanden slechts voor een oogenblik geschorst, yyftig 1482—
jaren geduurd heeft en hoe roemrijk ook voor
Gelre, den ingezetenen niet minder
dan den Hollanders noodlottig geweest is.

In eene dezer tusschenpoozen lan vrede reisde pilips naar Spanje, waar zijne te-
genwoordigheid vereischt werd. Door den dood van Don
jan, den eenigen zoon van
FERDINAND en isAEELLA , moeslen de rijken van
Kastili'è en Arragon, van iVa-
l
^eU en Sicilië^ en van de Nieuwe Wereld op johanna vervallen. Maar do Aarts-
hertog, haar gemaal, was den Spanjaarden onbekend. Om hem aan hunne Avet-
ten, zeden en gebruiken te gewennen, werd hij naar
Spanje ontboden, terwyl men
tevens do hoop koesterde, dat de Cortes of de vergadering der Staten, zonder wier
toestemming geene aanspraak op de kroon voor geldig gehouden werd, zijne regten tot
do opvolging even als die zyner gemalin zouden erkennen (1). Vóór zijn vertrek stelde 1501
hij ENGELBERT
van Nassau, Heer van Breda, tot Algemeen Stadhouder der Neder-
landen
aan, en droeg de zorg voor de opvoeding van zijn jeugdigen zoon, den nader-
hand beroemden
karel V, en van zijn dochtertje isabella , later Koningin van
Denemarken y aan de Hertogin-weduwe van Bourgondië op (2). De jonggeboren
karel werd aan Claude , de oudste dochter des Konings van Frankrijk, verloofd \ en
margaretha, de wcduwe van den Spaanschen Infant, aan filiberτ, Hertog van
Savoije^ uitgehuwelijkt (3),. Verzeld door een luisterrijken hofstoet, togen filips en
JOHANNA door
Frankrijk y waar zij met de uiterste pracht onthaald werden, naar
Spanje. Niels kon de blijdschap over hunne komst aldaar evenaren, en spoedig ver-
klaarden de Cortes plegtig hen en hunne kinderen tot erfgenamen der ryken van
Kas-
tilië, Leon
en Arragon (4). Maar hoe vele voorkomenheid en toegenegenheid filips 1502
ook in
Spanje ontmoette , de sty ve deftigheid van het Spaansche Hof en de koele ernst
der Spanjaarden strookten zoo weinig met zynen vrolijken, minzamen en gezelligen
aard, dat hij weldra wenschte naar
de Nederlanden terug te keeren. Onverwachts
vertrok hij in het midden van den winter , en liet zijne zwangere gemalin in
Spanje
achter. Johanna , welke hem, ondanks zijne ontrouw en onverschilligheid, hartstog-
telijk beminde, zonk in eene diepe en sombere droefgeestigheid, die somtijds tot

krankzinnigheid oversloeg. In dien treurigen toestand werd zij moeder van haren 10 v.

Leute -

____maaijd

1503

(1) Eist. of cuarles V, B. L in rohertsok's Works, p. 43 Ed. London, 1838.

(2) wagenaar, D. IV. bl. 320. '

(3) PosTus HEüTERtis, jRer. Austr. Lib. λ^Ι. c. 1. p. 136—138. ieglay, Notice sur «akcuerite,
in de Correspondance de maximilien et de margderite dAutriche, T. Π. p. 428.

(4) Oude Holl. Div. Kron. Div. ΧΧΧΠ. c. 23. r. sroi, Rer, Batav. Lib. XII, p. 182. pontus
iieütebbs,
lier, Austr. Lib. VI. c. 2, 3. p. 138—141.

II DEEL, 3 STUK. ' 36

ocr page 282

282 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

tweeden zoon ferdiwasd. Ongevoelig hiervoor^ als voor elk ander genot, hield zij zich
onverdeeld slechts met haren echtgenoot bezig, en de rust harer ziel keerde niet te-
rug, vóór zij het volgende jaar in
Brussel gekomen was (1).

Onderlusschen had filips de reis weder over Frankrijk genomen, in weerwil van
de vermaningen zyns schoonvaders, welke met dat rijk in oorlog was. Te
Lion sloot
hij zelfs met
lodewuk XII een verbond, waardoor hij, doch vruchteloos, hoopte alle
verschillen tusschen
Frankrijk en Spanje uit den weg te ruimen. Door Savoije,
Franche Comté, ZuidDuitschland,
waar de Keizer hem te Innspruck ontmoette,
en de
Rijn-landen, kwam de Aartshertog eindelyk in zijne stalen terug. De Herto-
gin-weduwe van
Bourgondïé overleed kort na zijne aankomst te Mechelen (2), Hier
herstelde hij het Algemeen Hoog-Geregtshof der
Νederlanden, door karel den
Stoute
, in navolging van het Parlement van Parijs, aldaar ingesteld , doch hetwelk
met den dood van dien Vorst had opgehouden (3). De Geldersche krijg, welke intus-
sehen weder ontstoken was, werd met allen nadruk en grootelijks ten nadeele van
karel van Egmond voortgezet. Doch de zaken in Spanje drongen filips, met den
even sluwen als dapperen Hertog van
Gelre, wien hij lot het uiterste gebragt had, een
bestand te sluiten (4).
Isabella, zijne schoonmoeder, was overleden en had, overtuigd
van
johanna's onbekwaamheid, om zelf de teugels van het bewind te voeren, en ongene-
gen , die aan
filips te vertrouwen , over wiens gedrag ten opzigte harer dochter zy ten
hoogsten misnoegd was, bij uitersten wil haren gemaal
ferdinakd tot Regent over ^ajitYi^'
benoemd, zoolang haar kleinzoon
karel den ouderdom van twintig jaren niet bereikt
had. Deze bepaling ontmoette als onwettig en onbillijk veel tegenkanting bij de Kasti-
liaansche Grooten, en verwekte niet minder beweging in de
Nederlanden (5). Filips
liet zich en zijne gemalin terstond te Brussel voor Koning en Koningin van Kastili'é
uitroepen, en besloot τλά^λ Spanje te reizen, om zyne regten te handhaven (6). , Doch
geldgebrek en de zwangerschap van
johaska noodzaakten hem, dit plan nog ecnige
maanden te verschuiven
(7). Ferdinand trachtte onderlusschen zich door kuiperijen

9 v.
Slagt-
iiiaand

J503

1504

14v.
Louw-
maand

J505

(1) robertson, IllsL of chikles V, B. I. p. 431.

(2) PONTus iiEUTERüs, Rev. Austr. Lib. YI. c. 4, 5. Oude Holl. Dit. Kron. Div. XXX.I1. c. 23.

(3) wacenaar, D. IV. bl. 322. Verg. Oude Holl Div. Kron. ÜIv. XXX. c. 54. rostis deu-
terrs,
Rer. Burg. Lib. V. c. 9.

* (4) Oude Holl. Div. Kron. Div. ΧΧΧΠ. c. 27—31, 33. poktüs nEUTERts, Rer. Aiistr. Lib.
YL c. 5. p. 143, 144.

(5 robertson, Hist. of charles Y, B. L p. 431, 432.

(6) PONTOS iiEuiERüs, Rer. Austr. Lib. VI. c. 6. p. 145, 146.·

(7) WAGENAAR, D. IV. bh 328, 329.

ocr page 283

BES VADERLANDS. 283

en listen in het bewind over Kastili'è te vestigen. Hij ging zelfs een verdrag aan met 1482—
den bondgenoot van
filips, den Koning ydJi Fratikrijk j wien hij niet alleen overreedde,
zich tegen de reis van den Aartshertog te verklaren, maar hem met een vijandelijken inval
te bedreigen, wanneer hij die ondernam (1). Niettemin werd de togt naar
Spanje
doorgezet en eene talrijke vloot met eene sterke bemanning uitgerust, dewijl men
in dezen staat van zaken niet den weg door
Frankrijk konde nemen. Nadat het
algemeen Stadhouderschap
Agï Nederlanden aan Willem van Croi^ Heer van

en Aarschot was opgedragen, slak filips met zijne gemalin, door vele Nederlandsche 10 v.

J^ouw-

Edelen en Ridders verzeld, uit Vlissingen in zee (2). In het gezigt der Engelsche maand
kust, sloeg de brand in het schip waar hij zich op bevond. Naauwelijks was deze
gebluscht, loen de vloot door een allervreesselijksten storm werd beloopen. Drie sche-
pen vergingen, de overige raakten verspreid, en de bodem, welke het koninklijke
paar voerde, liep met veel moeite de haven van
Hampton binnen (3), Om fehdinand
te believen, hield hekdribT VII hen onder vele hoofsche beleefdheden, meer dan drie
maanden op (4). Hij verloor daarbij zijne eigene belangen niet uit het oog. Er wer-
den eenige veranderingen in het
Groote Bandelsverdrag van veertienhonderd zes en
negentig ter gunste der Engelsche kooplieden voorgesteld, en
filips , die vurig naar
Spanje haakte, was toegevend (5). Uit dien hoofde had hij ook toegestemd in een
voorgeslagen huwelijk tusschen
Hendrik VU zeiven en Margaretha van Oostenrijk ^
onlangs weduwe geworden van den Herlog van Savoije, haar een bruidschat van drie-
maalhonderd duizend gouden Fransche kroonen eens, en dertigduizend achthonderd
vijftig kroonen jaarlijks belovende (6). Naar eenigen, was er toen reeds sprake van
eene verloving van
karel van Oostenrijk met Hendriks oudste dochter maria;
want men Avist, dat lodewijk XII zijne dochter claude , de bestemde bruid van
karel, aan den Herlog van Angoulême verloofd had (7). Eindelijk vergde en

(1) robertson, lUst, of charles V, Β. I. ρ. 432, 433. Vgl. wagenaar, ü. IV. bl. 332.

(2) reigersbeiigu, Chroii. V. Zeelmidt, D. II, bl. 308, 369.

(3) Oude IlolL Div. Kron. Div. ΧΧΧΠ. c. 24. pontcs uedtkrds, Rer. Austr. Lib. Vi. c. 8.
p. 148.
R. SNOi, Rer. ßatav. Lib. XII. p. 183.

(4) robertson, Ilist. of charles V, B. I. p. 433.

(5) rijmer , Acta Publ. Anglic, T. V. P. IV. p. 223—227.

(6) rijmer, Acta Publ. Anglic. T. V.P.IV. p. 221—223. Vgl. Lettres de louis XII, T. I. p.ß3.

(7) pontüs hecterüs, Rer. Austr. Lib. VI. c. 8. p. 149. Vgl. Lettres de loch XIL T. L p. 43.
Correspondance de maximilies et de margüerite dAutriche, T. I. p. 20 (1). ntips nam dit den
Koning van
Frankrijk zoo Aveinig euvel, dat hij verklaarde, dat dit geen inbreuk op hunuc
vriendschap maken zou.
Lettres de loüis XII. T. I. p. 54. ^

36 *

ocr page 284

284 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

verkreeg Hendrik de iiillevering van den gevlugten Graaf van Suffolk, ^velke zich
in
Hattem aan riLtps krijgsgevangen gegeven had, onder ^viens bescherming hij thans
to
Namen leefde (1). Nu eerst werd het den koninklijken gasten vergund hunne
reis voort te zeiten; en vier dagen daarna liepen zij reeds behouden te
Corunha in
Gallicïé binnen (2).

Ferdinand had het niet gewaagd, zoo als hij voornemens geweest was, hunne lan-
ding te beletten. Do Kastilianen haatten hem en verklaarden zich aanstonds en open-
lijk voor riLips en
johanna. Niet magtig langer den wil des volks te Aveerstreven,
stond hij do regering over
Kastili'è aan zijn schoonzoon af en vertrok naar Arragon,
maar behield het bewind over Napels, het grootmeesterschap der orden van Calatrava
en Alcantara, een gedeelte der opbrengsten uit de West-lndi'èn en jaarlijks vijf
en twintigduizend dukaten uit de inkomsten van
Kastili'è (3). De Cortes erkenden
filips en johanna voor Koning en Koningin en hun zoon ka rel voor Prins van Astu·
ri'é.
Slechts drie maanden genoot de nieuwe Vorst het Bezit der kroon, naar welke
hij zoo vurig verlangd had. Zich to
Burgos met het kaatsspel verhit en een kouden
dronk genomen hebbende, overleed hij aan de gevolgen daarvan in het negen en twin-
tigste jaar zijns levens (4). Zijn dood stortte de Kastilianen in de grootste verlegen-
heid. Immers do krankzinnigheid van
johanna en do jeugdige jaren van haren zoon,
maakten een regentschap noodzakelijk. De oogen waren op
maximiliaan en op Fer-
dinand
van Arragon gevestigd, welken laatsten, door den invloed van den Kardinaal
xiMENES, eindelijk die waardigheid Averd opgedragen (5).

Fiiiips de Schoone vereenigde bij een vielgemaakt uiterlijk, die hoedanigheden van
geest en hart, welke hem de gemoederen der Nederlanders wonnen, doch zijne Spaan-
sche onderdanen zoo zeer van hem verwijderden, dat men op het berigt van zijn dood,
terstond aan vergiftiging dacht (6). Zijn verlies werd algemeen in de
Nederlan-
den
betreurd (7). En inderdaad, nooit hadden deze gewesten zulk een bloei en

(1) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXII. c. 24. pontus neuterüs, Tïer. Aiistr. Lib. VI. c. 8.
p. 148. avagenaar, D. IV. bl. 335.

(2) poNTüs UEÜTEUÜS, Rer. Austr. Lib. VL c. 8. p. 149.

(3) pontds hedterus, RcV. AustV. Lib. VI. C. 8. p. 149. robertson, Hist. of charles V, B. 1.

p. 433, 434.

(4) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXII. c. 3G. r. snoi, Her, Batav. Lib. Xil. p. 183. i'ohtus
HEOTERus, Rer, Austr. Lib. VI. c, X. p. 151, 152.

(5) robertson, Hist. of charles V. B. I. p. 434, 435.

(6) PONTüs HEüTERüs, Rer, Austr, Lib. VI. c. X. p, 152.
(^) u. sNoi, Rer. Batav, Lïb. XII. p. 183.

22 v.
irrasm.

1500

27 v.
Zomer-
maand.

v.

Ucifst-
inaancl.

ocr page 285

DES VADERLANDS. 30*3

volkswelvaart gekend als onder het bestuur van dezen Vorst, wiens gezag, maglig 1482—
genoeg den inwendigen vrede te bewaren, te beperkt was, om tot daden van wille-
keur en geweld uit te spatten (1). Hij had den landbouw , het fabrijkwezen, maar
bovenal den handel met nadruk bevorderd en de beoefening der letteren, kunsten en
wetenschappen naar vermogen, zelfs door eigen voorbeeld, aangemoedigd (2). De kryg
legen de Gelderscheu , in welken hij in éénen togt de geheele
Feluwe en het graaf-
schap
Zutphen, do hoofdstad uitgezonderd, veroverde , bewees, dat hij het oorlogs-
zwaard wist te voeren (3); terwijl het verdrag te
Salamanca, waardoor hy den
listigen
ferdinawd van Arragon verschalkte, van zijne schranderheid en staatkunde
getuigt (4).

Karel , Prins van Asturie, den vierenlwinligsten van Sprokkelmaand des jaars vijf-
tienhonderd te
Gent geboren , was de opvolger zijns vaders. Uit hoofde zijner minder-
jarigheid werd, in weerwil des Konings van
Frankrijk (5) , de voogdij der Ne-
derlanden
aan Keizer maximiliaan opgedragen, wien men een plegtig gezantschap
zond en bij monde van
jan ηαοτπεμ , Kanselier van Brahand, in naam van al

de Nederlandsche Staten dringend uitnoodigde, andermaal deze taak op = zich Ic

«

nemen. » Wij smeeken Uwe Majesteitzeiden zij onder anderen, » do belee-
digingen te vergeven, welke gij hebt ondergaan; dezo moeten slechts aan het
gemeen worden toegeschreven dat even heerschzuchtig en wreed is wanneer hel
regeert, als laag én kruipend wanneer het onderworpen is. Do Nederlanders zijn
aan hunnen Vorst verkleefd, wiens gezag echter dan het onwankelbaarst zal ge-
vestigd zijn, wanneer hij staatsdienaars kiest, welke door hunne bekwaamheden en
deugden het vertrouwen des volks verdienen. Do Nederlander, van nature groot-
moedig, weet het leven te verachten en de armoede te trotseren. Hij zal zich hard-
nekkig verzetten en opstaan, wanneer men hem als slaaf wil behandelen; maar
wanneer men hem zacht, met gematigdheid en overeenkomstig do wetten regeert,
zoo als het der waardigheid van den mensch betaamt, is er geen volk meer ge-

(1) DEWEZ, Hist. Gén. de la Belg. T. V. p. 202—204; en de aldaar aangehaalde prijsverhan-
deling van piüviER, door de Akademie van
Brussel in 1775 bekroond.

(2) V. KAMPE!^, radert. Karakterk. D. I. bl. 252 , 253. Verk. Gesch. d. Nederl. ü. I. bi.
202—204.

(3) ronTAiïDs, Bts/. Gelr. Lib. XI. p. 628— 631.

(4) robertson, Hist. of charles V, B.I. p. 433. Naar wélke berigten bildkrdïjk, D.lV.bI.335
het karakter van
filips den Schoone geschetst heeft, is ons onbekend.

(5) Lettres de loüis XII, Ï. I. p. 105.

ocr page 286

286 ALGEMEENEGESCHIEDENIS

1482— hecht aan zijne bestuurders" (1). Maximiliaan nam de Yoogdij aan en beloofde , zoo-
dra de omstandigheden in Diiitschland het vergunden, in de ]Sederlanden te komen.

Do Hertog van Gelre had ondertussohen het verdrag mtt filips gesloten, ^γeder ver-
broken en zich in het bezit van verscheidene plaatsen hersteld (2), terwijl geldgebrek
den Heer van
Chievres verhinderde, den krijg met kracht voort te zetten (3). In
dien staat van zaken besloot MAxraiiLiAAN, den Keurvorst van
Trier en den Markgraaf
van
Baden met het bestuur over de IS ederlanden te bekleeden. Reeds hadden zij
zich tot den logt vaardig gemaakt, toen de schrandere
Margaretha van Oostenrijk ,
welke zich in Brussel bevond, den Keizer tot andere gedachten bragt en weldra
bewoog, haar met dat gezag te bekleeden (4). Zij werd tot Algemeene Landvoog-
des aangesteld en ontving oeno uitgebreide volmagt (5). Het opperloezigt der zaken
behield echter do Keizer aan zich (6). De opvoeding van Prins
karel werd aan den
Heer van
Chievres, »een karakter uit hoogmoed en schraapzucht zamengesteld,"
en aan
adriaan floriszoojt van Utrecht, een braaf, welmeenend en geleerd man,
doch wien het aan menschen- en wereldkennis ontbrak, toevertrouwd (7).
Margaretha

17 ν. ^Ycrd te Dordrecht door de Stalen van Holland en West-Friesland plegtig in
Zomer- . '

maand hare Avaardigheid erkend, nadat maximiliaan , als Voogd, van zijn kleinzoon karel ,
door gemagligden de voorreglen , die filips de Goede, karel de Stoute en hunne
voorzaten, benevens
filips de Schoone hun verleend hadden, met eede bevestigd
had. Do giften en gunsten onder
maria van Bourgondie verworven, werden met
stilzwijgen voorbijgegaan (8). Den volgenden dag trachtten de Stalen van de Land-
voogdes eenige veranderingen betrekkelijk de Vroedschappen der sleden, het be-

(1) roNTUs iiErxEHDs, Rer. Anstr. Lib. VII. p. 155.

(2) roNTANus, Jlist. Gelr. Lil). XI. p. 632.

(3) Lettres de lodis XII, T. I. p. 61, 70—72.

(4) v. wijn, Nalez. op wagesaar , bl. 216, 217.

(5) r. SNOi, Rer. ßatav. Lib. XlIL p. 184. le glay, Notice sur jürgceuite. ρ. 431.

(6) Î½. d. liergh, Correspond. de maugderite d'Autriche, T. II. p, 258, 259.

(7) pontüs iieüterüs, Rcr. Austr. Lib. VIL c. 2. p. 157. le glat, Notice sur siahgiierite.
p. 433. ADRiAAK FLORiszooiT, €611 scliuitenmakers zoon te Utrecht in 1459 {geboren en mogelijk uit
het aanzienlijk, nog bloeijende geslacht van
dedel oorspronkelijk, was toen Hoogleeraar te Leu-
ven.
te vi'ater , Faderl. Eist. 1). II. bl. 196—199. Den lof, welken te -water hier aan de opvoe-
dingwijze van
adriaan florIsz, toezwaait, vergelijke men met het afkeurend oordeel van v. kampe:\
daarover in de Faderl. Karakterk. 1). I. bl. 236—238. Verk. GescA. d. Nederl. D. 1. bl, 206.

(8) Groot Placaatb. D. IV. bl. 9, 10. Vgl. κιητ , Eist. d. EoU. Siaatsr. D. IV. bl. 278.

■i

,

\
•1

I

ocr page 287

1482—

1528

DES VADERLANDS. 287

kleeden van ambten, de reglsbedeeling, de dienstpligliglicid der leenmannen en
andere punlen le verwerven. Slechts Aveinige dezer verzochte gunsten en alleen
onder zekere voorwaarden werden toegesiaan, ofschoon de Stalen terstond het jaarlijks
opbrengen der voorgaande beden hadden ingewiUigd
(1). Mabgaretha werd vervolgens
in de
oxevigQ ]Sederlanden , en met vele vreugdebeluigingen in gehuldigd (2).

Veel werk en kommer verschafte haar aanstonds de oorlog met den Hertog van Gelre^
welke, door Frankrijk ondersteund, Braband Qn Holland geweldig teisterde. De
krijgsmagt, over welke zij beschikken konde , was niet toereikend, om den onvermoei-
den en ondernernenden Gelderscheu Vorst le beteugelen, of de gedreigde invallen
der Franschen te wederstaan
(3). Μαιιοακετπα Irachlle zich door het aangaan van een
verdrag van vriendschap en wederzijdsche bescherming mcl
Engeland le sterken (4).
Hendrik VII zelfs hernieuwde zyne aanzoeken om hare hand, welke zij vroeger had
afgewezen (5). Nu werd tevens het huwelijk lusschen Prins
karel , haar neef, le
voltrekken wanneer hij veertien jaren zou bereikt hebben, en
maria , Konings
dochter, gesloten (6). Doch de kort daarop gevolgde dood van
uekdrik verijdelde al
de voordeden, welke men zich van deze onderhandelingen in
Nederland beloofd had.
Even weinig beantwoordde hel vredesverdrag
yan Katnerijk, waarbij Margaretha als
gevolmagtigde des Keizers eene hoofdrol speelde, aan de gewenschte verwachting (7).
De Hertog van
Gelre verbrak spoedig dien vrede, welken hg, ofschoon ondanks
zich zeiven, bekrachtigd had.
Maximiliaan kwam in de Nederlanden, om hem
le bedwingen en geldelijken onderstand van de Algemeene Staten, welke te Ant*
werpen waren vergaderd, le verwerven. Hij vorderde vijfmaal honderd duizend
kroonen, elk van achttien Grooten Vlaamsch, in eens, en daarenboven eene goede
som voor de Landvoogdes, ter belooning harer moeiten en werkzaamheden bij de on-

12 V.

AVijn-
maand
1507

1508

10 v.

Win-
term.

(1) Groot Placaatb. D. IV. hl. 10—12.

(2) reigersbergii, C/iTon. V. Zeel D. II. bl. 374—376.

(3) Correspondance de marouerite d'Auiriche, T. I. p. 120, 139.

(4) U1J3IER, Acta Puhl. Angl. Τ, V. Ρ. IV. ρ. 246—249.

(5) Correspond. de haiigi;f.rite d'Autricke, Τ. I, ρ. 125, 129 (2).

(6) rijmer, Acta Puhl. Angl. T. V. P. IV. p. 239—246, 255-2Gj. Vgl. C<nresp. de
wakimilien et de maegdebite d^AutncIie, T. I. p. 74 -78. Correvp. de jiarguerue d'Autriche,
T. I. p. 133—137.

(7) DU MOKT, Corps. Diplom. T. IV. P. I. p. 109—116. Vgl. Lettres de Lowe Xü, T. I.
p. 120—136. Correspond. de maxiiuueif et de margderite d^Autriche ^ T. I. p. 100 sqq. Cor·
respond. de
wargüebite d'Autriche, T. I. p. 141-154. le glav, Nottce sur mmvmut, 2'· 434.

ocr page 288

288 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—derhaadelingen te Kamerijk. Viermaal honderd duizend kroonen werden den Keizer

^^^^ ingewilligd; en der Landvoogdes vijf en tachtig duizend ponden, elk van veertig
Lente· Grooten Vlaamsch, aangeboden (1). Niettemin beschuldigde maximiliaan de Stalen
van muiterij tegen hem en, zonderling genoeg, ook van zamenspanning met » hunne
vrienden en bloedverwanten de Gelderschen;" terwijl zij daarentegen beweerden, dat
de vrede van
Kamerijk den Keizer geen ernst was en hij hun geld nutteloos ver-
kwistte. Verbolgen en dreigende begaf
maximiliaan zich naar Duitschland, het
beleid van den Gelderschen krijg aan
Margaretha overlatende (2). Het schijnt echter,
dat weder een bestand met
karel van Gelre gesloten werd (3) ; welligt dewijl de
^Ov^ hulp uit
Engeland achterbleef, welke de Landvoogdes, op grond eener overeenkomst
maand met Koning
hewdrik VIII, verwachtte (4).

De belangen des handels wikkelden om' dien tijd de Hollanders, in den oorlog tus-
. sehen de Denen en de Hanzesteden. Verscheidene Hollandsche koopvaarders waten
door de Lubekkers en hunne bondgenooten, welke de
Oostzee geblokkeerd hielden,
genomen. Eenige oorlogschepen werden derhalve uitgerust tot geleide der koopvaar-

1510 dijvloot zoowel, als tot onderstand des Konings van Denemarken. Zij Λvaren echter
niet togen de Hanzesteden opgewassen en leden in een zeegevecht de nederlaag met
verlies van een aantal schepen, hetwelk door eenigen op twee honderd, door anderen op

1511 vijftig of zestig begroot wordt. Bij wijze van wederwraak werd op de goederen der
Lubekkers in
Holland, Zeelandy Friesland en Antwerpen beslag gelegd, en daar-
door de .geledene schade eenigzins vergoed (5). De nadeelen door dezen krijg den
landzaten toegebragt, deden naar het einde van den oorlog met
Gelre, die steeds
voortbrandde , vurig wenschen.
Haarlem was zoo uitgeput, dat floris van Egmond
de Landvoogdes verzocht, den inwoners, die geheel verarmd en haar nogtans genegen

6v. waren, een gedeelte van hun aandeel in de lasten kwijt te schelden (6). Vruchteloos
ifmnd MARGARETHA de Staten van
Brahand en van Holland te Breda bijeen , om hen
aan te sporen, in het opbrengen der buitengewone oorlogslasten te volharden (7).

(1) Correspond. de makgcebite d'Autriche. T. I. p. 156—160.

Correspond. de fflaugueuite d'Autnche. T. I. p. 160—163. leqlay, Notice iur jur&üebite ,
p. 436.

(3) Lettres de louis XII, T. I. p. 204.

(4j RIJMER, Acta Puhl. Angl Τ. VI. Ρ. I. ρ. 5.

(5) Correspond. de μαχ. ei de mars. Τ. I. ρ. 321. Correspond. de marguerite d'Autriche. Τ. I.
ρ. 255, 258.
Oude Holl. Όίυ. Krön, Div. XJCXII. c. 40. veliüs, Chron. v. Hoorn^, bl. 179.

(6) Correspond. de nAncuERiTE d'Autriche, Ϊ. I. p. 314. ,

(7) Correspond. de uR&vmuE d'Autriche, T.L p. 354,359. Lettres de towsXIl, T.III, p.88.

ocr page 289

148^—

1528

DES VADERLANDS. 289

Z.ij drongen eenparig aan op yrede met Gelre (1). JDelJt en Amsterdam weigerden
dan ook geld, om den krijg voort te zeilen (2). De steden van
Braband waren hier-
toe even weinig te bewegen. Het misnoegen wies steeds aan, en het volk werd door
schotschriften tegen
Margaretha in beweging gebragl, die zich in den benardsleu
toestand bevond enden Keizer verklaarde, dat ware het, dat'alles uit gebrek aan
duizend gulden moest verloren gaan, de schatmeester geen middel zou welen, deze
geringe som bijeen te brengen (3). Noglans scheen zij, of veeleer
maximiliaan ,
welke beloofde in de Niederlanden te zullen komen, den vrede niet te wenschen (4).
Immers waren hare eischen zoo buitensporig, dat de onderhandelingen met do afge-
vaardigden des Herlogs van
Gelre te Vianen en later te Luik ^ vruchteloos aflie-
pen (5). Den Keizer werd door de Rijksvorsten een aanzienlijke onderstand toege-
staan , om den oorlog tegen
Gelre ^ onder beleid van Hertog nmORiK van Brunswijk,
een der dapperste veldheeren van zijn tijd , voort te zetten (6). Margaretua moest
bewerken , dat
Braband en Holland niet alleen de betaling der benden, welke hunne
grenzen bewaakten, op zich namen, maar ook in het onderhoud van al het voetvolk drie
of vier maanden lang voorzagen, onder belofte, dat wanneer in dien tusschentijd geen
vrede met
Gelre gesloten werd , men voortaan niets meer van hen lot voortzelling van
dien krijg vorderen zou. In het geheim echler gelastte
maximiliaan de Landvoogdes,
de Staten der
Nederlanden tegen den achttienden van Wijnmaand Ie Mec/te/m bijeen te
roepen , om met hen de middelen ter onderwerping des Herlogs van
Gelre te beramen,
wien de inval der Engelschen in
Frankrijk thans ongetwijfeld van Fransche ondersleu-
ning zou berooven, en te vernemen, welke hulp men van hen te verwachten had (7).

Inmiddels zetten de Gelderschen de vijandelijkheden voort en de Keizer besloot, zich
zeiven aan het hoofd des legers Ie stellen (8). De Landvoogdes drong op 's Vorsten

(1) Correspond. de marguerite d'Jiilnchc, T. II. p. 32.

(2) Correspond. de margüerite d'Jutriche, T. II. p. 13.

(3) Correspond. de margüerite d'Auiriche, T. II. p. 32—34. Correspond, de max. et de mauu.
T. II. p. 45.

(4) Correspond. de max. et de mabg. T. II. p. 5.

(5) Lettres de loüis XII, T. III. ρ. 224—227, 279.

(6) Correspond. de max. et de maru. T. 11. p. 24, 29. Correspond. de margderite d'AiUrichc
T. II. p. 43, 44, 47.

(7) Correspond. de max. et de marg. T. II. p. 40—43. Cêrrespond. de margüerite rf'^miricäe,
Τ. II. ρ. 45-47.

(8) Correspond, de margü£rite d'Autriche, T. Π. p. 49.

1512

29 V.
llerlsU
maand.

β τ.
Wijn-
maand,

11 Deel. 3 Stuk. 37

ocr page 290

290 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

148^ spoedige overkomst met nadruk aan (1). Maximiliaan onderlusschen gelastte haar,

de beweegredenen Tan zyn gedrag met betrekking tot Gelre, den Staten der Neder-

10 v. landen te ontvouwen en hen tot onderstand te bewegen (2). Terwijl deze draalden
W^i η ·

term. MARGARETHA den Keizer raadde, zelf zich tot hen te wenden, rukte do wakkere
KA.UEL van Gelre te vuur en te zwaard in Rolland (3). De Keizer, wien hoofd-
zakelijk geldgebrek verhinderde herw^aarts te komen (4), zond nu den Hertog van
^16
V. Brunswijk en begeerde, dat deze met zijne benden op kosten der Staten zoude
maand onderhouden worden (5). Niettegenstaande men zich door den krijg met
Gelre in
1513 ireurigen toestand bevond (6), werd hieraan echter zoo weinig voldaan, dat twee
maanden later de Hertog dreigde , bij gebrek van betaling, met zyn volk te zullen
vertrekken
(7). Karel van Gelre was evenzeer om geld en onderstand verlegen
als MAxiMiLiAAN (8). Er werden alzoo tusschen hen onderhandelingen ove'r eene
wapenschorsing geopend (9), die eindelijk in Hooimaand tot een vierjarig bestand
geleidden, welk den tienden der volgende maand zou ingaan (10).

Nu werd do rust in do Nederlanden van eene andere zijde gestoord. Do Land-
voogdes had in naam van
haximiliaan, als Keizer en niet als Voogd van zijn kleinzoon
KAïvEL, te
Meohelen een geheim verbond met iiendriic VlIÏ van Engeland aange-
5 v. gaan, om gezatncniijk binnen twee maanden den Koning van
Frankrijk den oorlog Ie
verklaren (II). Ondanks een bestand met laatstgemelden Vorst, verleende
maximiliaan
aan iiendriic VIII vrijheid, in de Nederlanden volk te werven en schepen te huren.

(1) Correspond. de max. et de jurg. T.ll. p. 56. Corrcspond. de vma. d^ylutriche, T. IJ. p. 54.

(2) Correspond. de max. et de maro. T. II.p. 65. Correspond, Jcmarg. d'Autriche ,ΎΛΙ. γι.5{].

(3) Correspond. de max. ct de diarg. T. II. p. 67. Correspond. de margüerite d'Autriche,
T. II. p. 56—63. Lettres de loüis XII, T. IV. p. 12.

(4) Correspond. de marg. d'Autriche, T. II. p. 65. Lettres de lotjis XII, T. IV. p. 35—37.

(5) Correspond. de max. et de marg. T. II. p. 101. Correspond. de ^yv^a. d'Autriche ,T. 11. p,G9.

(6) Correspond. de max. et de maug. T. II. p. 131, Vgl. Lettres de τονι%\\1, Τ. IV. ρ. 12, 13.

(7) Correspond. de max. ct de marg. T.II. p. 145. Correspond. de mm. d'Autriche , T. II. p. 77.

(8) Lettres de lotjis XII. T. IV. p. 13.

(9) Correspond. de margüerite d'Autriche, T. II. p, 70.

(10) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 41. pontanus, Ilist. Gelr. Lib. XI. p. 647.
Charters van Braband, aangehaald bij wagenaau, D. IV. bl. 377. Vgl. Lettres de loüis XII,
T. IV. p. 115.
Correspond. dê max. et de marg. T. II. p. 140, 143, 177, 181, 182. Corres-
pond. de MARGüEuiTE d'Autriche,
T. Π. p. 77, 82, 84.

(11) RIJMER, Acta Piibl. Angl. Τ. VI. Ρ. I. ρ. 43.

ocr page 291

DES VADERLANDS. 291

»Koning lodewijk," zeide hij, » konde hem dit niet euvel duiden. Deze toch had
Avel den Hertog van
Güre met geld - en volk ondersteund en nogtans beweerd, dat
zulks op de vredesverdragen met het huis van
Oostenrijk geen inbreuk maakte (1)." J29 v.
En toen
lodewijk zich hierover bij Margaretha beklaagde, verklaarde zij, dat alles jgjg
builen haren last geschied was en dat maximiliaan, als Voogd van karel van Oos-
tenrijk,
de verbindtenissen met Frankrijk getrouw zou blijven (2). ' Lodewijk on-^20 y.
derlusschen bedreigde
F laanderen en Artois, als leenen van Frankr^k, en in het
bijzonder do Gentenaars met zijne hoogste ongenade, indien zij do Engelschen in den
aanstaanden krijg ondersteunden (3). Zijne benden stroopten onderUisschen in
Hene-
gouwen
(4). Maximiliaan drong derhalve bij den Koning van Engeland aan, om
den togt naar
Frankrijk te bespoedigen (5). Hij zelf zou zich alsdan naar de Neder-
landen
begeven, mits men hem de beloofde gelden zond (6), Doch hel geld was zoo
schaars , dat
Margaretha den Keizer aanbood, hare juweelen te zijnen behoeve Ie
verkoopen (7).
Maximiliaan kwam echter herwaarts toen Hendrik VUI Ie Calais ge-
land was, en verscheidene Nederlandsche Heeren ontvingen last, om als leenmannen i ν.
van het Rijk, hem onder bevel van den Maarschalk van
Henegouwen ie dienen (8)· jJ^jJj
Maar ofschoon hij van den Koning van
Engeland een voorschot van honderd en twin-
tigduizend kroonen ontvangen en dezen daartegen beloofd had, achtduizend man in
het veld te brengen, verscheen hij uit onvermogen slechts met eenige Duitsche en
Nederlandsche knechten, die evenwel der nieuwgeworvene benden van
hekdrik tot een
voorbeeld van krijgstucht strekten. Hij zelf trad als vrywilliger in dienst van den En-
gelschen Vorst legen honderd kroonen daags; en in weerwil van het buitengewone
schouwspel, dat een Keizer van
Duitscklatid onder een Koning van Engeland
diende, behandelde hekdrik hem met de grootste achting; ook regelde -hij inder-
daad al de krijgsbewegingen van het Engelsche leger (9j.
Terouane en Doornik

(1) Leitres de Loris XII, T. IV. p. 110. Correspond. de max. et rfe mirg. T. II. p. 135. Corresp.
de MARGüEniTE d^Autriche,
T. II. p. 73.

(2) Leüres de loüis XII, T. IV. p. 137, 138, 154, 155. Vgl. Correspond. de max. eideïiaue.
T. II. p. 135, 143—149. Correspond. de maugtjerite d'Autriche, T. II. p. 75—78.

(3) Leitres de loüis XII, T. IV, p. 120—124, 138.

(4) Correspond. de max. et de marü. T. II. p. 156.

(5) Correspofid. de max. et de marg. T. II. p. 141, 166.

(6) Correspond. de max. et de marg. T. II. p. 152.

(7) Correspond. de max. et de marg, T. II. p. 161.

(8) Correspond. de max. et de marg. T. II. p. 188.

(9) ntHE, Ilist. of Engl. Ch. XXVII. p. 291.

11 Deel. 3 Stük. 38

ocr page 292

202 . ALGEMEENE G Ε S C III Ε D Ε IN l S

1482—werden den Koning van Frankrijk ontnomen en zijne benden bij Guinegate door
beleid van
maximiliaan verslagen (1). Daar inmiddels het jaargetijde ver gevorderd
was, keerde
hewdrik met het grootste gedeelte zijns legers naar Engeland terug (2).

5 V, Vóór zijn vertrek , had Margaretha te Rijssel een nieuw verdrag met hem geslü-
maand ' waarbij zij beloofde, gedurende den winter vierduizend ruiters en zesduizend voel-
knechten ten koste van
Engeland, op de been te houden. Tevens werd de voltrek-
king van het reeds voorlang overeengekomen huwelijk tusschen
karel van Oostenrijk
en maria, de zuster van Hendrik VIII, tegen hel volgende jaar vastgesteld (3). De
Landvoogdes bleef hare belofte niet getrouw, hoewel zij do bepaalde gelden uit
En-
geland
ontving (4). Van het bedongen huwelijk kwam mede niets. Het gelukte
lodewijk XII, door hot voorstel eener echtverbindtenis van zijne dochter renee met
KAREL van Oostenrijk, den Keizer, wien dit uitzigt van de magt en het aanzien
zijns kleinzoons te vergrooten aanlokte, ondanks de pogingen van
Margaretha (5) ,
van do zijde des Konings van
Engeland af te trekken (6). Hendrik, die zich
reeds met toebereidselen ter voortzetting van den kryg tegen
Frankrijk zoowel, als
voor de huwelijksfeesten zyner zuster te
Calais bezig hield (7), nam dit, gelyk
do Landvoogdes gevreesd had, ten uiterste euvel op (8). Vol verbittering over zulk

7 V.

Oogst- cene beleedigende teleurstelling, sloot hij den vrede met Frankrijk, in welken

"i'ri"^ ook de Nederlanden begrepen waren (9). Overeenkomstig een afzonderlijk ver-
lol Ί

9 V, drag (10), huwde lodewijk , weduwenaar van anna van Bretagne, met Hendriks
usaand.----

(1) POKTüs UEüTEKUs, Rei'. Auslriac. Lib. VU. c. V. p. 161. iiume, Rist. of Engl. Cli. XXVll.
p.
291, plaatst den slag bij Guinegate vóór het bemagtigen van Tcrouanne. Dit gevecht, ook
Λνοί de
Slag der Sporen genaamd, omdat de Franselicii op dien dag meer gebruik maakten van
hunne sporen dan van hunne Avapenen, moet daarna en kort vóór de overgave van
Doornik zijn
voorgevallen. Zie
Correspond, de bux. et de marg. T. II. p. 196, 211.

(2) uuME, Jlist. of Engl. Ch. XXVII. p. 291.

(3) JUJMER , Acta Puhl. Angl. ï. VI. Ρ. I. ρ. 51, 52.

(4) Lettres de louis XII, Τ. IV. ρ. 217—221. Correspond. c/e marg. d'Autriche, Τ. II. ρ. 102.

(5) Correspond. de max. et de maug. T. II. p. 221, 225, 229.

(6) HÜ3IE, Ilist. of Engl. Ch. XXVII. p. 292.

(7) Correspond. de louis XII, Ϊ. IV. p. 259, 318. Lettres de mat. et de barg. T. II. p. 245.

(8) Lettres de louis XII, T. IV. p. 312, 328, 335, 344, 346.

(9) rijmer, Acta Ρ tibi. Angl. T. VI. E..I. p. 64—68, 81, 82. Ύ^^.· Lettres de louis ΧΠ ,
Ί\ IV. ρ. 355-361, 376-378.

(10) rijmer, Acta Puhl. Angl, T. VI. P. I. p. 68—78. ro.^jTus hecteris , Her. Amtr. Lib. VII. p. 167.

ocr page 293

DES VADERLANDS. 30*3

iusler maria, welke plegtigheid te Ahheville voltrokken werd (1). Vruchteloos had 1482—
MARGARETHA gctracht dat huwelijk te voorkomen (2). Hare vrees over de enge
vereeniging tusschen
Frankrijk en Engeland verdvt'een evenwel spoedig. Binnen

drie maanden overleed Koning lodewijk , wien frans , Herlog van AngouUme, 1 v.

Louw-

op den troon volgde (3). De Koningin-weduwe huwde den Hertog van Sttß'olk, maaml
welke haar naar
Frankrijk had geleid, en keerde met hem in Engeland
terug (4).

Karel van Oostenrijk was nu in zijn vyfliendo jaar getreden en aanvaardde der-
halve als meerderjarig zelf het bewind over
de T^ederlanden. Hij ontving dan ook
achtereenvolgend de hulde van
Brahand j Vlaanderen^ Zeeland en Holland en men
legde hem den gewonen eed af, nadat hy eerst de handhaving van 's volks aloude
Yoorregten bezworen had (5).
Friesland werd hem tegen voldoening van honderd-
duizend goudguldens door Herlog
george van Saksen afgestaan, welk verdrag ook ]9v.
de Keizer bekrachtigde. Het geld bragten de ingezetenen van //o^/awc? op, welk
met eene nieuwe algemeene verponding over huizen en landerijen, en een hoofd-
geld van alle gegoede lieden belast werd. Vóórdat
karel werkelijk bezit nam van
Friesland, kwam te Delft tusschen hem en karel van Gelre, Avelke weder den
vrede verbroken had, eene wapenschorsing voor vier maanden tot stand. Kort daarop 8 v,
vertrok de Stadhouder van
Holland, toen floris van Egmond, Heer van IJssel- „-laaucl
stein, naar Friesland alwaar hij, onder zekere bepalingen, den eed van hulde en
trouw voor zijnen meesier ontving, in wiens naam hij der Friezen vryheden, wjorreg- \ v.
ten en oude herkomsten bezwoer te onderhouden (6). IJooim.

Do jeugdige Vorst nam dadelijk werkzaam deel in het bestuur en toonde, dat hij
zelf de teugels van het bewind zou voeren (7). Reeds vóór zijne inhuldiging had hij
den Staten van
Vlaanderen verklaard, dat voortaan alle zaken op zijnen naam moesten

(1) nt'BiE, lii&L of Engl. Cli. XXVIL p. 293.

(2) Lettres de locis XII, T. IV. p. 349—355.

(3) iom«s iieuterus, lier. Austriae. Lib. VII. c. 9. p. 167.

(4) Correspond. de mk\. ct de maug. T. II. p. 285. Vgl. hübe , Hist, of Engl. Ch. XXVlL p. 293.

(5) wagehaar, D. IV. hl. 383. Even als riups de Schoone bij zijne inhuldiging, .sluit kaiiel
stilzwijgend die voorregtcn uit, welke bij het Groot Privilegie van baria van Bourgondi'é ver-
leend waren. Zie
Groot Placaatb. D. III. bl. 20.

(0) te water, J^aderl. Eist. IJ. li. bl. 210-221. Vgl. wagewaar, D. IV'. bl. 382—392.
(7) Correspond. de sux. et de MAnc. T. II. p. 27G (1).

ocr page 294

1958 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— verrigt AYorden (1). Thans beval hij, dat zonder voorafgaand bijzonder verlof, voor-
laan de sleden en dorpen geene renten verkoopen of nieuwe belastingen opleggen;
noch dat de leenmannen of Heeren binnen hunne heerlijkheden, alwaar do grafelyke
beden ontvangen werden', beden helfen zouden ; voorts dat de Edelen schatpligtig >Yaren
O V. voor de landen, welke zij niet in leen hielden (2). Hij veranderde willekeurig en builen
25151 den gewonen tijd de regering in verscheidene sleden, zette Dijkgraven en Heemraden
af, en stelde eenen vreemdeling,
·κ.κν.Έ.ι,ναη Poitiers , Heer van Dormawi , totOpper-
opziener der Hollandsche dijkwerken aan , alles in strijd met 's lands regten en vrijhe-
den (3). De Landvoogdes
siargaretha. , welke sinds acht jaren het bewind over de
Νederlanden gevoerd en onverpoosd met zoo vele moederlijke bezorgdheid over karel
en voor zijne belangen gewaakt had (4), w^erd door de kunslenarijen des Heeren de
giiievres
, die haar steeds in het geheim had tegengewerkt, niet meer of slechts om
den vorm, in den Raad geroepen; zelfs werden do brieven van den Keizer haar niet
meer medegedeeld (5). Daar
zij reeds vroeger uit eigen beweging verklaard had ,
zich niet moer met staatszaken te zullen moeijen (6) , was het niet uit teleurgestelde
heerschzucht, maar uit het diepe gevoel over eene onverdiende minachting en schan-
delijke lasteringen, dat zij zich bij den Keizer beklaagde en in een uitgebreid verloog
hare grieven aan
karel zelven openlegde. In dit merkwaardig geschrift geeft de
20
V. Landvoogdes een uitgebreid verslag van hare bewindvoering en toont overtuigend aan,
inaand welke belangloosheid en opoiTering van eigen vermogen, rust en genot zij de

gewesten beheerd heeft, Avelke haar door den Keizer waren toevertrouwd (7). » In-^
dien het U behaagt," dus eindigt zij haar vertoog, »hgtvaardig te gelooven, wat
men TJ van mij zegt en duldt dat ik steeds behandeld worde , gelijk men aangevan-
gen heeft, dan zal ik veel liever in myne kleine zaken voorzien en van het staats-

(1) Correspond. de marguekite d^Autriche, T. II. p. Il3, 114.

(2) Groot Placaatb. Ώ. II, bl. 2047—2053.

(3) WAGENAAR, D. IV. hl 395—397.

(4) Correspond. de max. ct de marg. T. II. p. 235, 240, 260, 261, 264, 265, 269.

(5) LE GLAT, Notice sur MARG. p. 438, 439.

(6) Correspond. de max. et de marg. ï. Π. p. 284.

(7) Correspond. de marg. d'Axitriche, T. II. p. 117—130. Een uittreksel bij te glay, ISoticc
sur
marg. p. 439 (2). In 1514 had Margaretha den Keizer te kennen gegeven, dat zij ten behoeve
van liet bestuur, zooveel van haar vermogen bad opgeoiFerd, dat zij verzocht dat men hierin zou
voorzien, anders zegt zij : »il me conviendra
faire banqwe rotte,'' Correspondance de max. et de
marg. T. II. p. 256.

ocr page 295

DES VADERLANDS. 30*3

looneel aftreden, zoo als ik reeds onlangs aan den Keizer bij mond« van mijn ge- 1482—
heimschrijver
markix verzocht heb." Maximiliaan trok zich de zaak zijner dochter,
^vier uitstekende Terdiensto hij kende , met nadruk aan en vermaande zijnen klein-
zoon , haar bij de grootste en gewigtigste zaken Ie raadplegen en haar eene behbor- 18 v.
lijke jaarwedde toe te kennen (1). maand

Ondertusschen had de op nieuw ontvlamde krijg ^met Gelre karel aangespoord,
zich de vriendschap van Koning
frans I te verwerven, om zich ten minste
aan de zijde van
Frankrijk voor vijandelijkheden to dekken. Hij had derhalve in
het vorige jaar dien Vorst wegens
Vlaanderen, Artois en andere Fransche leenen
hulde bewezen en met hem een verbond gesloten , waarin binnen drie maanden de
Keizer en de Koning van
Arragon deel konden nemen, bij hetwelk een huwelijk
tusschen
karel en rekee , do jongste dochter des overleden Konings en slechts
zes jaren oud , bepaald werd (2).
Frans I veroorloofde vervolgens aan karels afge-
zant,
hendrik, Graaf van Nassau^ een huwelijk met glaude, eenige zuster van
FILIBERT van Chalons, Prins van Oranje, Avaardoor dat prinsdom in het huis van
Nassau gekomen is (3). Er w.erd een nader verdrag met Frankrijk getroffen, toen
karel van Oostenrijk, bij den dood zijns grootvaders Ferdinand van Arragon, den 23 v.
lilel van Jioning van
Spanje had aangenomen, ofschoon zijno moeder nog leefde, ^aand.
wie do Spanjaarden als de eenige wettige erfgename der kroon beschouwden. ïe
Noyon kwamen de beide Vorsten overeen, dat het geschil over het rijk vixnNaoarre,
tusschen Frankrijk en Arragon ontslaan, in der minne vereffend en louise, het 13 v.
eenjarig dochtertje van frans I, aan karel uitgehuwelijkt zou worden (4), Ooc'i
van deze beraamde echtvereeniging kwam even weinig als van dio met
maria
van Engeland, of met glaude en renee van Frankrijk. Slechts weinig meer
belangrijk dan dit verbond was voor do Nederlanders het verdrag kort daarna
tusschen den Keizer, den Koning van
Frankrijk en karel te Brussel gesloten,
bij hetwelk men onder anderen het beoorlogen der Turken bepaalde , waartoe Paus
leo X
onlangs de Christen-Vorsten had opgewekt (5). Om denzelfden lijd wci'd het vriend-

ocr page 296

29G ALGEMEENE G Ε S C ίΐί Ε ΰ Ε Ν i S

1482-

1528

schapsverbond tusschen Hendrik VIII en karel , benevens het handelsverdrag met En-
geland
van vyftienhonderd zes weder hernieuwd (1). Ook bewerkte Koning frans
een bestand met Gelre (2). Dit werd echter spoedig verbroken , doch later door een
ander voor den tijd van zes maanden gevolgd (3).

Maar'eer dit bestand nog volkomen gesloten was, had zich karel te Middelburg
naar Spanje ingescheept, waai^ men hem met ongeduld verwachtte. De hoofdoorzaak
dat de logt derwaarts tot nu toe vertraagd was, wordt aan de Nederlandsche Grooten
loegeschreven, die ongaarne hunnen Vorst zagen vertrekken. Immers, zoo lang hy in
do
Νederlanden vertoefde, was daar de zetel van het bewind, de inkomsten uit
Spanje werden er verteerd en zy genoten, zonder eenige mededingers, de weldaden
van hunnen meester. Maar zg liepen gevaar al dezo voordeeien en hunnen invloed te
verliezen, zoodra hun Heer in
Spanje gekomen was. Niet alleen zouden de Spanjaar-
den natuurlijk het beheer over hunne eigene zaken voeren, maar
Nederland zelfs zou
slechts als een deel hunner magtige heerschappij beschouwd Avorden; en zij , die nu
de gunsten van den Vorst aan anderen uitdeelden, moesten dan tevreden zyn, die
uit handen van vreemdelingen te ontvangen.
Karel., argeloos, onervaren, en zeer
gehecht aan zyn geboorteland, zou zich alzoo noodejoos in de
IS ederlanden opgehou-
den en die slechts na de herbaalde aanzoeken van den Kardinaal
ximeives , toen aan
het hoofd van zaken in
Spanje, en op dringenden raad des Keizers verlaten hebben (4).
Het komt ons echter voor, dat 's Vorsten reis voornamelijk uit hoofde van den Gel-
derschen krijg werd uitgesteld en van de onderhandelingen, door welke
filips van
Bourgondi'è,
een natuurlijke zoon van filips den Goede, den Utrechtschen zetel
besteeg, en
karel zich het bezit van het wereldlijk bewind over het Sticht voorbe-
reidde (5). Verzeld door den Heer
de chievres , zijnen eersten staatsdienaar, en
een schitterenden stoet van Nederlandsche Edelen, kwam
karel, na een gevaarlijken
logt, te
Filla Vioiosa in de Asturi'èn aan. Hij werd met de uitbundigste vreugde
ontvangen en het jaar daaraan met zijne moeder te
Valladolid lot Koning van
Spanje gekroond (6).

(1) RiJïïÊR, Jet. Puhl. Angl. Τ. VI. Ρ. I. ρ. 112—117.

(2) s, ΒΕΝίκεπΑ, Chron. d. Friescher Land. bl. 304, 305.

(3) WAGEHAAR , D. IV. bl. 407.

(4) ROBERTSON, IHst. of CHARLES V, B. I. p. 442.

(5) WAGENAAR, D. IV. bl. 398-407, 408—410.

(6) pontds hecterüs, lieT. Justr, Lib. VII. c. 16. p. 177. robertson, Hist. o/'cnarlesy, B. 1.
p. 442, 443.

17 ν.
Her Is t-
inaand

1517

ocr page 297

DES VADERLANDS. 1961

Vóór ziin verlrek uit de Nederlanden, had hii het bewind aan een raad van re-1482—

1528

gentschap opgedragen, in welken maugaretha slechts eene raadgevende slem had (1).
Men wil, dat
karel voornemens was, om zoodra hij in Spanje gekomen zou
zijn, zijnen broeder
Ferdinand als Landvoogd naar de JSederlanden te zen-
den (2). Wat hier van zij, zeker is, dat hij te
Saragossa een bevelschrift uitvaar- 24τ.

· , Hooim.

digde, Avaarbij aan Margaretha de onderteekening van alle staatsstukken, in naam 15jg

des Konings, het toezigt over de geldmiddelen en de begeving van alle ambten werd

opgedragen (3). Deze magtsvergrooting der Vorstin gaf aan het bewind meer klem

en eenheid, hetgeen thans te noodzakelijker Avas, naardien het gesloten bestand met

Gelre^ hetwelk onlangs voor een geheel jaar was verlengd geworden, door de Gel-

derschen, bijzonder ter zee, schandelijk verbroken Averd. Men was wel bedacht,

deze geweldenarijen te beletten, doch geldgebrek verhinderde de uitvoering daarvan

en de Hollanders ontvingen van den Stadhouder den last, slechts verwerenderwijze

tegen de Gelderschen te handelen (4). Niet alleen werden door den beruchlen Frie-

schen zeeschuimer groote pier , den Hollandschen handel en der scheepvaart groote na·

deelen toegebragt; ook giiristiaan II, Koning van Denemarken^ bedreigde beide met

eenen zwaren slag. Onder voorgeven, dat hem do bruidschat'zijner gemalin isabella

van Oostenrijk, de zuster van Koning karel, nog niet voldaan was, had hij meer

dan tweehonderd Nederlandsche schepen in beslag genomen. Zij werden echter binnen

korten tijd weder ontslagen (5). Men was dit veelligt aan sigbrit, in dien lijd de

voornaamste raadgeefster des Konings, verschuldigd. Deze vrouw was >veleer fruit-

ventster te Amsterdam geweest en naar Bergen in Noorwegen vertrokken, waar

zij eene herberg hield , en hare dochter duufkew of duifje het hart des Konings, toen

nog Kroonprins en Landvoogd van Noorwegen, aan zich boeide. Zij werd later naar

Koppenhagen ontboden en beheerschte den Vorst zoo geheel door do meerderheid van

haar verstand, dat zij zelfs na den dood harer dochter, het bestier van zaken naar

haren wil regelde (6). Daar men nu weet, dat zij handel en nijverheid met nadrult

bevorderde, en steeds de hoogste genegenheid voor hare voormalige landgenooten koes-

(1) LE GLAT, Notice sur aAIlGüERlTE, p. 441.

(2) TE WATER, raderl. Rist. D. Π. bl. 227, 228.

(3) Groot Placaatb. I). IV. bl. 12, 13. Correspondanoe de bargueritk d'Autriche, T. II.
p. 140, 141.

(4) godthoeveh, Chroti. V. Holl. bl. 577, 578. velk's, Chron. r. Hoorn, bl, 204—209,

(5) vELius, Chron. t. Hoorn, bl. 208.

(6) Correspond. de margcerite d'Autriche, T. II. p. 135 (1).

11 Deel. 3 Stük. 38

ocr page 298

298 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—terde, is het geenszins gewaagd Ie vooronderstellen, dat zij invloed op het ontslag der
1528 schepen gehad heeft.

Het bestand met de Gelderschen werd weder voor een of twee jaren verlengd, doch
12
v. aan beide zyden kwalijk gehouden. Ondertusschen was Keizer maximiliaan aan eene
inaand slepende ziekte in zijn zestigste levensjaar overleden
(1). Hij had eene belangrijke rol
1519 op het tooneel der wereld gespeeld, en zich door vele uitstekende hoedanigheden als.
mensch en als Vorst onderscheiden. Zachtaardigheid, edelmoedigheid , minzaamheid en
weldadigheid waren de grondtrekken van zyn karakter. Hij was een goed zoon, teeder
echtgenoot en liefderijk vader. Zoo matig hij was in spijs en drank , zoo hartstogtelijk
daarentegen beminde hij ridderlijke oefeningen en de vermaken der jagt (2). Begiftigd
met een gelukkig geheugen, vlug begrip, goed verstand en gezond oordeel, was hy ,
ondanks eene zeer beperkte opvoeding, een groot bevorderaar van kunsten, letteren en
wetenschappen niet alleen , maar wist ook te midden der veelvuldige en belangrijke zaken
in welke hij steeds gewikkeld was, den tijd te vinden, om zelf onderscheidene schriften
zamen te stellen, welke van veelzijdige kennis getuigen (3). Hij was in verschillende
talon bedreven , sprak aangenaam en bevallig, en beminde bovenal de muzijk. Groot
waren zijne verdiensten 'met betrekking tot het krijgswezen , waarin hij vele verbeteringen
had ingevoerd, en het inwendig besluur van den slaat is hem insgelijks menige nuttige
inrigling verschuldigd. Hij was beter veldheer dan staatsman; ook streefde hij inzonder-
heid naar cxoriogsroem en toonde bij elke gelegenheid, dat het hem aan persoonlijken moed,
noch aan tegenwoordigheid van geest in gevaren ontbrak. Maar de veelvuldige oorlogen,
die hij moest voeren , zoowel om de erflanden zijner gemalin te beschermen als om zyne
eigene regten te handhaven , z^ne vaak tot verkwisting ontaardende milddadigheid, en
voorzeker ook eenige aangeboren zorgeloosheid, braglen hem steeds in groot geldge-
brek en hij werd schertsend :
zonder geld bijgenoemd (4). Hij wordt van wispeltu-

i

I

(1) i'ORTüs HEUTERüs, Rev. Austriac. Lib. YII. c. XVII. p. 170.

(2) Ia een brief aan Margaretha, betuigt maximiliaan zijne vreugde » que son petit-fils, Ic prince
CHARLES, aime la chassej
car s'il n'avait pas ce gout, il pourrait passer pour batard." Cor·
respond. de
maximilien et de margüerite , T, I. p. 241.

(3) bouterweck, Gesch. d. Poesie und Beredsamk. Β. IX. S. 512. Göttingen 1812. iieinsiüs,
Gesch, d. Sprach- Dicht- und Redekunst d. Deutschen, S. 134. Berlin 1823. le glay, No-
tice sur maximilieit, p. 416, 417. ^

(4) Hoe bekrompen dikwerf de geldmiddelen waren, zoodat zelfs de hoogste en belangrijkste
ambtenaren niet betaald Averden, blijkt onder anderen uit den brief van
claüde de cylly, maximi-
uaaks
afgezant aan het Hof van Kastilië: »Sire! je claude de cylly vous supplie Irès humble-
uicnt dc non me laisser mourir en ma vicllesse de cestc miscrej il y a quatre ans que je suis

ocr page 299

DES VADERLANDS. 299

1482—

1528

righeid, besluiteloosheid en liglgeloovigheid beschuldigd, maar zijno meeslo daden
getuigen van vaste beradenheid, onafhankelijkheid van geest en zielskracht. Men
heeft beAveerd, dat hy de pogingen van
luther gunstig geweest is, maar zijn
ernstig streven om zelf Paus te worden (1), ondersteunt niet dit gevoelen, hetwelk
trouwens ook door zijn verzoek aan
leo X, dat men den Hervormer het stilzwijgen
zou opleggen, ontzenuwd wordt (2). Vele jaren had
maximiliaan als echtgenoot van
MARIA van Bourgondië en voogd van zijn zoon en kleinzoon het bewind over do
Nederlanden gevoerd, en zich inzonderheid jegens Holland verdienstelijk gemaakt
door het vernietigen der verderfelijke Hoekscho en Rabeljaauwsche twisten, welko in
het begin zijner regering nog met onverzwakt geweld voorlwoedden (3).

Maximimaans overlijden bragt de Koningen van Frankrijk en van Spanje, die
beide onder de hand naar de Duitsche Rijkskroon stonden, openlijk in beweging, doch
eindelijk werd
karel , welke over het meeste goud beschikken konde , lot Roomsch-
Roning en Keizer uitgeroepen
(4). Fraks I was hierover ten uiterste gevoelig en
bleef van dien lijd af do ouverzoenlijksle vijand van zijnen gelukkigeren mededinger,
zoo als de
ISederlanden tot hun nadeel ondervonden hebben. De slaat van zaken
veroorloofde
karel niet, vóór het volgende jaar Spanje te verlaten en het keizerlijk
gezag uit te oefenen, hetgeen niet konde geschieden vóór hij openlijk gekroond
was (5). Hij stelde liet regentschap over
Kastili'è'm handen van adriaan FLoniszoorf,

28 V.

Zomer-
maand

1519

hors de ma maison et tousjours vivant d'amprunt et ne treuve plus homme qui me vuille rlcn
presler, que votre l)oa j)laisy soit me faire payer aiïin tpie je m'cn puisse retourner en ma
maison, ct je pryerc Dieu pour vous,"
Lettres de louis XII, T. Π. p. 304.

(1) Corrcspondance de maxuiilien et de marguerite, T. I. p, 37. De Keizer ondertcekcnt dien
brief aan zijne dochter: »votre bon père
maximilien, ƒ?/<«;· joö/jc." Hij besloot zelfs, wanneer hij
Paus zou ΛV0Γden, het Rijk aan
kakel af te slaan. T. II. p. 37.

(2) le glay, Notice sur maxdiihen, p. 411.

(3) De schrijver der Chron. de waximiuen, een tijdgenoot, verhaalt, dat beide ])artijen destijds
nog zoo op elkander verbitterd waren » que Ie fils combatlait son père et Ie père
som fds. 11 y
avait beaucoup de ces parlisans en
Uoüande et en Zclande, ou se commettaient des meurtres
frequents dans toutes les villes, hameaux et villa^res." p. 320. Vgl. over het karakter van
maxijii-
liaan: pontüs heuterus ,
Rer. Austriac. Lib. Vil. c. 17, 18. p. 178—181, wien bildermjk volgt,
D. V. bl. 16—18.
Liminaire de la Chron. de maxijiiliek I, p. I—VIII. le glay, Notice sur
maximilien, p. 415—420. v. kampen, Faderl. Karakterk. D. I. bl. 217—219.

(4) sleidanus, Coviment. de Statu Relig. Lib. I. p. 19—27. poistüs uedterüs, lier, Austriac,
Lib. Vlli. c. 2. robertson, llist. 0/charles V, B. L p. 445—451. cacuird, Rapport sur iet
Archives de Lille,
ρ. 13, 146-189.

(5) robertsojy, Bist, of charles V , Β. I. p. 449.

38*

ocr page 300

ALGEMEENE G ES C IIIED EN I S

1482— en stevende uil Corunha rcfftslrceks naar Engeland, om met Hendrik VIÏI het
1528

22 y verbond van vriendschap te hernieuwen. Van daar stak hij met eene vloot van
liloeim. dertig schepen over naar
Zeeland, en begaf zich vervolgens door Vlaanderen en

Brahand naar Aken. Hij werd met buitengewone plegligheid gekroond, waartoe

23 v. de Staten der Nederlanden hem tweemaal honderdduizend kroonen hadden inge-
Wijn-

iriaaud. WiUlgd (1).

Op den logt naar Duitschland had karel zijne moei μαηαα,ηετπα van Oostenrijk ,
die zorgen noch opofferingen gespaard had , om hem den betwisten keizerlijken troon
te verschaffen (2), in de landvoogdij over de
ISederlanden bevestigd , welke zij met
zooveel ijver en waardigheid bekleedde. Zij ontving nu de magt om de Staten, die
zich in alle zaken en omstandigheden lot haar moesten wenden, naar welgevallen
bijeen te roepen. De groote Raad van
Mechelen^ het Hof van Holland^ alle andere
geregtshoven, waren haar en den geheimen Raad onderworpen en kregen verbod,
om voortaan brieven van gunst, kwijtschelding, vrijgeleide of dergelijke te verleenen (3).
Deze verkorting van de aloude voorregten dier Hoven, was slechts de voorbode van
^s Keizers besluit twee jaren later, waarbij het Hof van
Holland gelast werd, om de
handvesten, op welke men zich tegen de keizerlijke bevelschriften beriep, tan geene
waarde te verklaren of wel geheel te vernietigen (4), De Stadhouder van
Holland,
HENDRIK, Graaf van Nassau, werd lol Kapitein-Generaal over de krijgsbenden ter
verdediging der grenzen en lol handhaving der wetten aangesteld, en dit volk uit-
drukkelijk bevolen, den ingezetenen geen overlast te doen, maar zich mot de soldij te
vergenoegen , voor wier stipte betaling men zou zorgen; terwijl tevens elk verboden
werd , eenige vijandelijkheden legen wien ook te plegen zonder toestemming der Land-
voogdes en der Staten, of l)ijzonder bevel des Keizers, van wiens hulp, even als van
die des Konings van
Engeland en andere naburige Mogendheden, de landzaten zich
bij eenen aanval van buiten konden verzekerd houden (5).

In vijftienhonderd achttien had karel eene meer naar het vermogen der sleden
evenredige verdeeling in de opbrengst der grafelijke bede, die toen voor
Holland
jaarlijks op zestigduizend gulden bepaald was, hoewel tegen den zin van eenige groote

(1) portus nECTERUs, Rer. Aiistr. Lib. VIII. c. 5, 10. p. 195. nobertsos, HisU of cuarles V
B. 1. p. 451, 453, 454.

(2) ie glay, ISotice sur margderite, p. 442—446.

(3) Grooi Placaatb. D. IV. bl. 13—15.

(4) Groot Placaatb. D. II. bl. 2055. Î¯

(5) Groot Placaatb. D. IV. bl. 15, 16.

ocr page 301

DES VADERLANDS. 30*3

steden ingcToerd (1). Om dien lijd was Mr: floris oem vak wijngaarden, Pensiona-1482—
ris van
Dordrecht, welke voor het stapelregl dier stad, waarover zich de Utrechte-
naars en eenige Hollandsche steden bij het Hof te
Brussel beklaagd hadden, sterk
geijverd had, deswege bij
karel in ongenade gevallen en van zijn ambt ontzet ge-
worden. Doch door voorspraak vari den Kardinaal
adriaan floriszoon , werd hij eer-
lang in zijne eer hersteld en tol Raad van
Holland benoemd, welke betrekking hij '
zijn leven lang bekleed heeft (2). Men acht het niet onmogelijk, dat zijne hevige
ingenomenheid legen de voorstanders der leer van
ltjther, de belangstelling van den
invloedrijken Kerkvoogd te sterker voor hem heeft opgewekt (3). Zeker is, dat de
gevoelens van den Duitschen Hervormer toen reeds in de
Nederlanden bekend waren,
zelfs eenigen opgang maakten , en de aanhangers of bevorderaars der nieuwe leer in
Dordrecht niet ongemoeid bleven (4). De Hoogeschool te Leuven veroordeelde ter-
stond de stellingen van
luthhr , en twee jaren later in vijftienhonderd twintig, inge-
volge eene bulle van Paus
leo X, zijne schriften lot den brandstapel. Meer opziens
verwekte 's Keizers bevelschrift tegen de Hervormingsgezinden, hetwelk ook in do 8 τ.
Nederlanden werd afgekondigd , dewijl daarbij de Stalen dier gewesten noch gekend 152I'
noch gehoord waren , hetgeen men als eene inbreuk op hunne regten wil beschouwd
hebben (5). De strafbepalingen werden echter in het eerst niet gestreng toegepast.
De Landvoogdes trachtte de bewegingen in de godsdienst veeleer door overreding en
gematigdheid te stillen, dan door eene gestrengheid, welke de gemoederen verhardt
en verbittert. Zij verbood wel is waar, de bijeenkomsten der andersdenkenden, doch
legde slechts dengenen eene geldboete op, welke van overhelling lot do nieuwe leer
overtuigd werd (6). Later vermaande zij bij een openbaren brief aan alle godsdien-
stige gestichten en inrigtingen, dat de predikstoelen alleen door verstandige en ach-
tingwaardige mannen zouden betreden worden, welke zich steeds van eene deftige en
voorzigtige taal moesten bedienen, en in het openbaar over de Hervormers noch hunne
leerstellingen spreken zouden (7). Maar sinds
prawfors van der hulst, Raad van

(1) wigenaab, D. IV. bl. 412.

(2) VAN BEVERWiJCK , ßeschrt v. Dordrecht, bl. 327—329. ;

(3) te water, FaderL Uist. D. 11. bl. 231. : · .

(4) VAN BEVERWIJCK, Beschr. v. Dordrecht^ bl. 327. !

(5) veliüs, Chron. v. Hoorn, bl. 215. Vgl. grotius, de Rep. Bat. c. V. p. 78, 87. brandt,
Hist. d. Ref. D. L bl. 70. Het bevelschrift zelf wordt gevonden in het Placaatb, v. Fiaandc-

ren, bl. 89—102. dü mont, Corps Diplom, T. IV. P. 1. p. 335-338.

• ί

(6) le glay, Notice sur marguerite , p. 448, 449.

(7) brandt, Hist. d. Ref. D. I. hl. 97 ' '

ocr page 302

302 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—Brahand, in vijflienhonderd Iwee en twintig met het onderzoek naar het geloot'in
de
Nederlanden belast, en een nieuw bevelschrift tegen de Hervormingsgezinden was
uitgevaardigd geworden, waren de vervolgingen om de godsdienst begonnen, van
>velUe JAN DE BAKKER, Pficster te
Woerden^ het eerste slagtoffer in Holland ge-
weest is (1).

Ondertussohen had frans I, na het mislukken zijner pogingen om Navarre te ver-
overen en zich van
Italië meester te maken, zijne strijdkrachten tegen de Nederlan-
den
gerigt (2). Margaretha riep aanstonds te Bergen in Henegouwen de Staten
bijeen, en verwierf door hare nadrukkelijke laai van hen den geëischten onderstand (3).
In
Rolland werden alle leenmannen opontboden, en de sleden op het leveren
van een bepaald getal weerbare mannen gesteld; ook maakte men een ontwerp,
volgens welk
Holland en West-Friesland te hunner verdediging tweeduizend man
in hel veld konden brengen (4). Dit was te noodzakelijker, naardien
karel van

Gelre, in Aveerwil des beslands, Holland in onrust hield en beslookte. Daartegen
Wij 11- ' ' "

maand werd , ondanks den krijg met Frankrijk, door tusschenkomst des Konings van En-
geland ^
de haringvisscherij beide door Flanschen en Nederlanders vrij verklaard (5).
Het geluk was Koning
frans in de ]Sederlanden niet gunstig, uit welke hij nu
den krijg weder naar
Italië overbragl, om aldaar den invloed des Keizers, welke
uit de verliefling van
adriaan flokiszoon op den Pauselijken zetel zoo treffend
was gebleken, te fnuiken en hem de onlangs veroverde gewesten te ontwringen.
1522 Hij moest echler weldra
Italië na het verlies van den slag van Bicocca , onverrigter
zake verlaten; en de Keizer, hierdoor zijne handen ruimer gekregen hebbende,
besloot naar
Spanje te reizen, waar zijne tegenwoordigheid dringend gevorderd
werd (6).

Het bijoogmerk van dezen togt was, om onderweg het Engelsche Hof te bezoeken

en de vriendschapsbanden met Hendrik VIII legen frans I enger te strengelen. Eene

vloot van honderd vijftig schepen met zesduizend voetknechten en een aanzienlijk getal

vrijwilligers bemand, werd derhalve uit Middelburg naar Hampton in Engeland

24V. vooruit gezonden, om daar den Keizer af te Avachten. De Vorst stelde vóór zijn ver-
liloeira.

ί (1) BUAIN-DT, /iisf. rf. i?e/. Β. L bi. 71—95.

(2) noBERTsoN, Bist. of CHARLES V, li. II. p. 469—475.

(3) LE, glav, Notice sur margüerite , p. 446.

(4) wagenaar , D. IV. bl. 430.

(5) rijmer, Acia Puhl Angl. Τ. VI. Ρ. I. ρ. 198.

(6) ROBERTSON , Hist. of CHARLES V , Β. Π. ρ. 476, 477.

ocr page 303

DES VADERLANDS. 30*3

trek MARGARETHA OD Dieuw ΟΥΘΓ de Nederlanden en beeaf zich Ιθ land naar 1482—
Calais^ van 'waar hij in vier uren naar Douores overstak. Hendrik VIII, door
dit bezoek gevleid, sloot een nader verbond met den Keizer, Ie wiens behoeve hij
reeds den krijg aan
fraks I verklaard had. Karel verloofde zich met *s Konings
dochter, de zevenjarige
maria , welk huwelijk zou voltrokken worden, wanneer

m·.

de bruid twaalf jaren bereikt had. Eerst na een verblijf van zes weken , verliet hij
Engeland en landde twaalf dagen later te St. Andreas in Asturi'è aan (I). Hij i6 v.
vond
Spanje in opstand legen zijn gezag, maar bragt weldra de wederspannigen
voorzigtig beleid lot pligt en tucht lerug (2).

Middelerwijl bestreden de Engelsche benden onder den Graaf van Surrey^ en de Ne-
derlanders onder
floris van Egmond met weinig gevolg de Franschen in PicaV'
dië (3). Met groot nadeel werd daarna de krijg in de Nederlanden onder den Hertog
van
Suffolk tegen den Franschen opperbevelhebber la tremouille en den Hertog van
Vendome voortgezet, die Henegouwen en Arloia te vuur en te zwaard verwoestten (4).
Gelukkiger waren 's Keizers wapenen in
Friesland^ hetwelk ten eenenmale in zijne 1523
magt geraakte f5}. De Gelderschen zelten niettemin den oorlog en hunne strooperijen
in
Holland voort, waar awtokie van Lalaing ^ Graaf van Hoogstraten^ het stadhou-
derschap bekleedde. Hoezeer men op eene dagvaart te
Dordrecht tot vrede geneigd
geweest was, stelde men zich thans alom in staat, om den Gelderschen krachtig het
hoofd Ie bieden. Tot bestrijding der oorlogskosten namen de Stalen van
Holland
zooveel geld op, dat de jaarlijksche rente daarvan vijfduizend gulden beliep ; terwijl
de geestelijkheid beloofde eene gelijke som op te brengen. En naardien do oorlog
legen
Frankrijk nog voortduurde, verbood het Hof van Holland, bekend met der
Franschen listen en kunstgrepen, den Geestelijken en klooslerliogen naar
Frankrijk
te gaan of van daar herwaarts te komen, op straf van verdronken te worden (6).
Doch de nederlaag en gevangenneming van
frans I by Pavia hadden voor de Ne- 24 r.
derlanden
een stilstand van wapenen met Frankrijk ten gevolge, welken de Land-

-________________isS'

(1) poNTüs uEüTERüs, Rer. Ausir. Lib. Vllf. c. 13. p. 199.

(2) pontos hettercs, Rer. Austr. Lib. VIII. c. 15, 16. bobentson, Hist. of coarles V, B. ΠΙ.
p. 478—488.

(3) ROBEtlTSON, Hist. of CHARLES Y, B. II. p. 477.

(4) pontus uecterüs, jRer. Austr, Lib. VIII. p. 205. robertsos , Hist, of ciiabies V, B. III.
ρ. 492. ;

(5) pontüs hkutertjs, Rer. Austr. Lib. VIII. p. 209. goüthoever, Chron. bl. 585—587. τι
WATER, Vaderl Hist. D. II. bl. 239—244.

(6) WAGENAAR, D. IV. bl. 444-447.

ocr page 304

eijllimnillljint^ltlinpijilll II II I .. ,-^ .„II. ...J., »)..■.. 1.1. .-_ -.M·.... . . .. ; ,--· . ■ ' ■ ' -. , „...VV,"' -T-··"-^-^'^-:-

304 ALGEMEEN Ε GESCHIEDENIS

}

1482— voogdes te Breda voor den tyd van zes maanden wist te bewerken, waarin ook de
1528 yjjn Ge/re,begrepen was, met wien tevens een afzonderlijk bestand voor een

jaar gesloten werd (1). De haringvisscherij kon nu gaande gehouden, en de handel
op
Frankrijk vrij gedreven worden; doch de uitvoer van krygsbehoeften derwaarts
bleef verboden (2).

Het blijkbaar overhellen van Hendrik. VIII, sinds den-slag van Pama, naar
de zijde van
Frankrijk (3), verwekte bezorgdheid, dat weldra weder het oorlogs-
zwaard getrokken en
Nederland het tooneel des krijgs zoude worden. De Land-
voogdes eischte in tijds eene bede van
Bolland^ om zich in slaat van tegenweer
te stellen en bovenal dén Gelderschen het hoofd te kunnen bieden, met welke het
bestand toen nog niet gesloten was. Zij vorderde eerst honderdduizend, toen
tachtigduizend gulden, maar men weigerde. Eindelijk werd deze laatste som, op
sterken aandrang des Stadhouders
lalaing , door de Edelen en de sleden Dord-
recht, Haarlem^ Amsterdam, Rotterdam^ Schiedam^ Hoorn, Enkhuizen
en
Schoonhoven ingewilligd; terwijl Delft, Leiden, Gouda, Alkmaar, Oudewater en
Gorinchem hun onvermogen aantoonden en ongemoeid bleven (4), De onlusten met
Oenemarken en do Ooslzeesteden, dreigden dien ongunsligen toestafid in Holland te
verergeren. Koning
christiaan II was door zijn volk verdreven en met zijn gezin
naar de
Nederlanden gevlugt (5). Hadden de Oostzeesteden, de bondgenooten van
. zijn neef en opvolger,
frederik van Hohtein, reeds kort daarna vijandelijkheden
tegen do Nederlanders gepleegd en eenige Hollandsche en Zeeuwsche schepen op-
gebragt, zoo vreesde men met reden voor nog grootere nadeelen, toen de verdreven
Koning in
Zeeland eenige bodems had uitgerust, om, gelijk men vermoedde, op de
schepen uit^ de
Oostzee te kapen. Het was ook te voorzien, dat Koning fredbrik
do vryheid van handel in zijn rijk aan de Nederlanders verleend, mits zij christiaah
niet ondersteunden, zou intrekken, Avanneer daaraan niet voldaan wierd. Door de
ijverige pogingen der Landvoogdes, werd te
Lubek een bestand met de Oostzee-
1525 steden voor twee jaren gesloten, in welken tusschentyd men wederzyds de geledene
schade zou opmaken en die aan elkander vergoeden. Het bestand, in hetwelk ook
do Koning van
Zweden gustaaf I begrepen was, kreeg eerst in het volgende jaar

(1) nv ΜΟΝΤ, Corps Diplom, T. IV. P. L p. 433, 434.

(2) WAGENAAn, D. JV. bi. 452. \ ; ^

(3) KOBERTSOU, Hist. <ƒ CUARLES V, B. ΙΠ. p. 501, 502, 504.

(4) Mr. AERT VAU DER GOES, Register der Oagvaarlen , D. I. bl. 24—34, 3ö.

(5) 3. BKüRsii Ilist. Dan, Lih. UI. p. 85.

i

- -^i?!

ocr page 305

DES VADERLANDS. 30*3

zijn vol beslag; doch de afrekening, hoezeer de Landvoogdes er op aandrong, bleef
geheel achter (1). 14

Inmiddels λν38 te Madrid het verdrag van vrede gesloten hetwelk frans I in vrg-
heid stelde (2). Onder de vele belangrijke punten ter gunste des Keizers behoorde ook 1520
dit, bij welk de Koning van
Frankrijk zich verpligtte, den Hertog van Gelre te
noodzaken, zich tevreden te houden met hetgeen hij thans in
Gelre ep, Ziitphen bezat,
welke gewesten na zijn dood aan
kauel m/ï OofienrijA zouden vervallen (3). Der Land-
voogdes
margaretha, welke door haren afgezant nikolaas perenot dezen'vrede had hel-
pen bewerken , werden door den Koning van
Frankrijk vijf graafschappen, in het verdrag
genoemd, teruggegeven en bovendien vijf en twintigduizend Livres tot schadevergoe-
ding beloofd (4).
Frans I, welke reeds vóór het plegtig bezweren van dit verdrag,
besloten had zich daaraan niet te houden, weigerde dan ook, zoodra hij in zijn rijk
was teruggekeerd, onder velerlei voorwendsels, het ten uitvoer te brengen (5). Hij
sloot zelfs eerlang een verbond met den Paus, den Hertog van
Milaain en de jjiJgJ^

tianen legen den Keizer, en ontstak een geweldigen krijg in Italië, in welken Äome
stormenderhand door
filibert , Prins van Oranje, bemagtigd en Paus clemens VII
gevangen genomen werd (6), Ondertusschen hadden do Koningen van
Frankrijk en En-
geland,
heide evenzeer voor do aanwassende magt des Keizers bezorgd , te Zowrfm een 23 y.
verdedigend en beschermend verbond gesloten en elkander beloofd,
karel te beoor-^j^'
logen, in het byzonder de
Nederlanden zoo te water als te land aan te vallen, en
den Hertog van
Gelre lot den krijg legen hem aan te vuren (7).

Meer dan ooit waren de Gelderschen voor ZTo/Zawc? gevaarlijk geworden, sinds zij Utrecht,
ten gevolge der onlusten lusschen Bisschop nEWDRiK van Beijeren en die stad, be-
zet hadden , waardoor zij
Holland van allo kanten konden bestoken (8). De Raad in

maand.

(1) wagenaar, D. IV. bl. 455—460, 463.

(2) rijmer, Acta Puhl. Angl. Τ. VI. Ρ. Π. ρ, 122—129. poktüs dedterus, Rer. Austriac.
Lib. IX, c. 4. ρ. 215.

(3) RIJMER , Acta Puhl. Angl. T. VI. P. II. p. 125.

(4) RIJMER , Acta Puhl. Angl. T. VL P. II. p. 128.

(5) robertson, IHst. of charles V, ü. IV. p. 508, 511.

(6) robertson, Rist. of charles V, B. IV. p. 511—518.

(7) rijmer , Acta Puhl. Angl. T. VL P. II. p. 78 , 79. poktus hecteros , Rer. Auatr. Lib. IX.
c. 7. p. 221.

(8) Ï€. van erp, Kronijk in ματτπαει Analect. T. I. p. 100—104. powtüs dkütercs, Rer.
Austr.
Lib. IX. c. 8. p. 22L

U Deel. 3 Stuk. 39

ocr page 306

306 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— den Haag gaf op aandrang van den Kapitein-Generaal floris van Egmond terstond
bevel, om de grensplaatsen te versterken; ook werden de groote steden bijeengeroe-
pen , om de middelen ter verdediging en bescherming des lands te beramen. Doch
hare afgevaardigden waren van een ander gevoelen dan'
egmond en de Raad. Vruch-
teloos zelfs hield men op last der Landvoogdes bij hen aan, om ten minste drie
honderd twintig knechten ten koste der steden op de grenzen te houden. ïiiet alleen
verklaarden zij hiertoe geeno volmagt to hebben en dat eenige grenssteden zelfs
weigerden bezetting in te nemen, maar tevens «dat de beden ter verdediging van het
•land ingewilligd en opgebragt waren; dat men beloofd had, deze gelden en die des
Keizers daarenboven lot dat einde te bezigen; dat men hen nu alzoo te onregte met
krijgsvolk wilde bezwaren, en dat het land geene beden en oorlogslasten te gelijk
dragen kon." Wat do Raad hiertegen ook mögt inbrengen, de afgevaardigden bleven
bij hun stuk en keerden huiswaarts. Hoewel de Hertog van
Gelre en de stad Ut-
recht
schriftelijk den Raad betuigden, dat zij goeden vrede met Bolland wilden hou-
den, oordeeldo echter de Landvoogdes het raadzaam, de grenzen met driehonderd
veertig man voetvolk en tweehonderd vijftig ruiters te dekken, Avaarvan de kosten
vierduizend gulden in de maand beliepen. Tot bestrijding daarvan vorderde zij van
Holland vooruitbetaling eener reeds ingewilligde bede, waartoe schoorvoetend, als
legen do gewoonte en voorwaarde aan, besloten werd (1).

De Gelderschen nestelden zich ondertusschen meer en meer in het Sticht, en de
Bisschop wendde zich om onderstand lot de Landvoogdes. Te
Schoonhoven trad hij
mondeling in onderhandeling met hare gevolmagligden, verzocht onverwylde hulp en
droeg zelfs, onder zekere voorwaarden, het wereldlijke gebied over het geheele
Sticht aan den Keizer op, in wiens naam Margaretha do opdragt aannam (2). Dit werd
in het eerst voor de Staten van
Holland geheim gehouden, wien de Stadhouder
LALAiNG thans op eene algemeene dagvaart in
deri Haag alleen voorstelde, hoeveel
Holland er aan gelegen was, dat de Gelderschen uit het Sticht verdreven en de
vervallen grensvestingen versterkt werden. 'Hierop eisclite hij eene buitengewone
bede van tachtigduizend gulden, die met veel moeite en slechts onder beding werd
14 V. ingewilligd » dat de penningen alleen ten behoeve van
Holland en tot geen ander
maand zouden gebruikt worden (3)."

1528 De waarschynlijkheid eener oorlogsverklaring der Koningen van Frankrijk en En-

(1) AERT v. D. GOES, Regist. d, Dagv. D. I. bl. 83—87, 93-95.

(2) aert v. d. goes, Regist. d. Dagv. D, I. bl. 97, 115, ιοκτυ qevterus, Rer.Atistr. Lib. IX.
c. 8. p. 222.

(3) AERT v, D. GOES, Regist. d. Dagv. D. I. bl. 100—112.

ocr page 307

DES VADERLANDS. 30*3

geland aan den Keizer, die dan ook spoedig volgde , had het inwilh'gen dier bede 14M—
bevorderd (1). Weldra vingen de vijandelijkheden aan. De Franschen namen
verscheidene Hollandsche en Zeeuwsche schepen weg, en do handel op
Engeland
slond geheel stil. De Landvoogdes poogde lerslond de lauden van zoo vele kanten
bedreigd, in behoorlijken staal van legen
\Yeer te stellen, doch de kosten daartoe
waren moeijelijk te bestrijden. Zij wilde echter geene nieuwe buitengewone bede
uitschryven, maar sloeg, gelijk meer geschied was, tegen den penning zestien eene
geldleening voor, van welke de jaarlyksclie rente vijfduizend gulden beliep, die
het land slechts drie jaren gehouden zou zijn te voldoen (2). Doch ook hierin zouden
de Staten vermoedelijk niet bewilligd hebben , indien niet
maarten van kossem , de ^ ^
Veldmaarschalk van
Gelre, 's Gravenhage overvallen en geplunderd had (3). Nu Lenle-
Averd op eene dagvaart te
Delft het voorstel der Landvoogdes eenparig aangenomen'^j^^^S*
cn tevens, overeenkomstig haren wil, lot het werven van drieduizend man voetvolk 13 v.
en vijfhonderd paarden besloten (4). Men versterkte zich zoowel te water als te land,
zelfs vormde men, naar het schijnt, een Landstorm en sloot een verbond mei
Ant-
werpen
cn ^s Hertogenhosch tegen de Gelderschen, waarbij bepaald werd, hoeveel
geld en volk wederzijds zou geleverd worden. De Keizéf?zond ook eenige benden
ten behöevö van den Gelderschen oorlog (5). Op de dagvaart Ie
Delft was insgelijks
onderhandeld over het benoemen van een Kapitein of bevelhebber over de krijgs-
magt van
Holland in slede van den Heer de castre, welke door den Stad-
houder VAji HOóGSTRATEN daarloe was aangesteld, doch die zich' den haat des
volks had op den hals gehaald en voor deze betrekking, naar veler gevoelen, *
ook niet langer geschikt was. De Staten verkozen in zijne plaats den Heer
vaïi bailleul, ccu schoonzoon des Heeren van wassenaar; doch de Stadhouder, die
hierin schijnbaar 'genoegen nam, ontving van hoogerhand last, om
de castre als Ka-
pitein in dienst te houden. Maar deze noch zijn mededinger mogl die waardigheid
bekleeden, Avelke eerlang, op voorspraak van den Kapitein-Generaal
florts van Eg-
mond,
Graaf yan Buren j aan den Graaf van rennenberg averd opgedragen. Men
meent, dat dit geschiedde om èn den Staten én den Stadhouder beiden genoegen

(1) aert v. d. goes, Regist. d. Dag'v. D. I. bl. 111. robertsoii, J?«sf. o/charles V, B. V. p.522.

(2) AERT V. d. GOES, Regist. (1, I>agv. D. I. bl. 117—129.

(3) poiïtaküs, Hist. Geh. Lib. XI. p. 744—746. bilöerdijc vraagt, «of deze sfrooptogt roet
voorweten van (Keizer)
karel, of van de Landvoo{jdcs geschied zij?" D. V. bl. 59.

(4) aert v. d. goes, Regist d. Dagv. D. I. bi. 131—135.

(5) AERT V. D. GOES, Regist d. Dagv. D. L bl. 130—185. 'WACïnAiR, D. IV. bl. 487—491.

39 *

ocr page 308

308 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Ie geren, tusschen welke eene groote spanning heerschte. De Stadhouder klaagde
over den toevoer van levensmiddelen naar de vijanden in
Utrecht, het verbergen van
goederen, welke dezen behoorden, en het bespotten der keizerlijke ambtenaren, die er
naar kwamen zoeken i van den anderen kant beklaagde men zich niet minder over
het schenden van der steden voorregten, dewijl in eenige plaatsen door krygsknechten
naar de misdaden der ingezetenen onderzoek gedaan was, hetgeen de Raad van
Hol-
land
aan de steden vermaande, met geweld te beletten (1).

Inmiddels was door den ijver der Landvoogdes een bestand voor acht maanden tus-
zime'r Keizer,
Frankrijk en Engeland gesloten, waardoor de vaart en visscherg

maand geheel werden vrijgesteld. De Hertog van Gelre was mede in het verdrag begrepen,
mits hij de stad
Utrecht, het Booen- en Neder-Sticht, Groningen en de Omme-
landen,
welke hy aan zich had onderworpen, den Keizer vrywillig inruimde (2). Men
wachtte echler zijne verklaring hierover niet af, maar zette den krijg met nadruk en
geluk tegen hem voort.
Ooerijssel werd veroverd en Utrecht by verrassing ingeno-
men, Dit laatste inzonderheid baarde groote vreugde in
Holland, en de Staten van
dat gewest poogden nu, doch te vergeefs, het
Neder-Sticht met Holland vereenigd
Oogst l^-iijS®·^ (^)· ^^®*· wereldlijk gebied over stad en lande van
Utrecht werd by een
maand, openlijk verdrag door den Bisschop aan den Keizer afgestaan (4). Dit baande den
Wijii- vredesverdrag met
Gelre, welk te Gorinchem gesloten werd (5). Nu

maand, vleidde zich Holland, met den krijg ook tevens van de buitengewone grafelijke beden
ontslagen te zijn ; doch terwijl de afgevaardigden der Staten nog te
Gorinchem bijeen
waren, eischlen de gemagtigden der Landvoogdes eene nieuwe bede van honderd en
tachtigduizend gulden als volstrekt noodig, om ter beveiliging van
Holland, in
het
Sticht eenige sterkten op te werpen en te bezetten, en tevens den .Keizer
in de vervulling zijner geldelijke verpligtingen jegens den Hertog van
Gelre en den
Bisschop van
Utrecht te ondersteunen. Schoorvoetend en niet eens ten volle werd
hierin, na vele onderhandelingen, eindelijk bewilligd (6). Intusschen had de pleg-
wljn- overgave van het wereldlijk bewind des
Stichts aan den Keizer als Hertog van
maand.

(1) AERT v. D. GOES, Rcgist. d. Dagv. D. I. bl. 131, 134, 133, 142—144.

(2) DD Mo.NT, Corps Dipl. Τ. IV. Ρ. I. ρ. 515—518. rijmer, Acta Puhl. Angl T. VI. P.Ii,
p. 103—105.
aert v. d. goes, Regist. d. Dagv. D. I. W. 162. ^

(3) AERT V. D. GOES, Rcgist. d. Dagv. D. I. bl. 162, 163, 167.

(4) IHrechtsch Placaatb. I). I. bl. 3—10.

(5) poktus hedtercs, RcT. Austriac. Lib. IX. c. 11. pomtakus, liist. Gelr. Lib. XI. p. 758·

(6) AERT V. D. GOES, Regtst. d. Dagv. D. 1. bl. 190—198.

ocr page 309

DES VADERLANDS. 30*3

Braband en Graaf van Rolland plaats gevonden (1). De onderwerping van 1482—
Utrecht werd, naar het schijnt, als zeer belangrijk voor Holland beschouwd, ^^^
dewijl de Staten aan den Stadhouder
lalaing, den Graaf van Buren en anderen,
die er ijverig werkzaam in geweest waren, aanzienlijke geschenken in geld toeken-
den (2).

Utrecht. Overijssel. Drenthe. Keizer karel zag nu het plan van filips van
Bourgondië
met betrekking tot het Sticht, geheel verwezenlijkt (3). Zijn groot-
vader MAxiMiLiAAN was wel reeds als wereldlijk voogd der stad
Utrecht erkend
geworden (4), maar konde er zijn gezag niet handhaven. Al dadelyk moest
Amersfoort bedwongen worden, dewijl men hier den ballingen den toegang wei-
gerde. Op last van
frederik. Όαη Egmond, beklom jan van Wassenaar, door
eenige dier ballingen ondersteund , met vierhonderd man des nachts over het ijs de
muren en maakte zich zonder bloedstorting meester van de stad. De regenten redden 22 r.
zich door de vlugt; slechts eenigen werden aan het leven gestraft
(5). iBisschop
DAVID van Bourgondië^ in zijn geestelijk gezag hersteld, hield te Wijk hij Duur-
stede
zyn verblijf en bezigde nu de Hollandsche bezetting in Utrecht, om zyne haat-
en hebzucht te bevredigen. Slechts weinig dagen na het vertrek van
maximiliaan,
werden meer dan dertig van de aanzienlijkste en rijkste burgers van hun bed opgeligt
en hem toegezonden, van wien zij hunne vrijheid voor zwaar geld moesten koopen.
De huizen van hen en van hunne vrienden werden inmiddels verwoest, en de stad
geheel aan de Avillekeur eener baldadige soldatendwingelandij ten prooi ge-
laten. Om de menigte in bedwang te houden , had
van egmond , maximiliaans stede-
houder , op kosten der regering de Katharynepoort laten versterken, en van eene
talrijke bezetting voorzien. Maar de ütrechtschen, door de vele knevelarijen en afper-
singen eindelijk tot wraak getergd, maakten zich stormenderhand meester van deze 1489
sterkte en verdreven de Hollanders, die nu voor altijd het bewind in
Utrecht ver-
loren , om hetwelk te verkrijgen zij, naar de getuigenis eens tijdgenoots, eenige
honderd duizenden guldens hadden opgeofferd (6). Vervolgens stelden de Amster-
dammers de sloten
Abcoude en Vreeland^ welke zij sinds eenige jaren bezet hiel- ]4i)0

(1) Vir. Placaatb. D. I. bi. 11—24.

(2) AERT v. D. GOES, Rcgist. d. diigv. Ü, I. bl. 200, 204, 212.

(3) Zie hiervoor, bl. 78, 82, 84, 85.

(4) Zie hiervoor, bl. 135.

(5) Oude ΠοΙΙ. Div, Krott, üiv. XXXI. c. 56. heda, p. 303.

(6) Oude Holl. Div. Kron. Dir. XXXI. c. 54, 56, 74. heda, p. 303, 304.

ocr page 310

310 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—den, wederom in handen van den Bisschop (1). Van egmoivd wendde alle po-
gingen aan, om het verloren bewind weder te erlangen. Door eenige Gelder-
1491 sehe en Sliehtsche Edelen ondersteund, rukte hij op eenen vroegen morgen met
eene talrijke bende naar de Wiltevrouwenpoort, om zijn zoon
floris, welke met
eene andere bende, als landvolk vermomd, de Tolsleegpoort binnenrukte, op een
gegeven teeken te hulp te schieten. Doch de burgers, spoedig verraad bemerkende,
schoten in der ijl het harnas aan en verjaagden de indringers , van welke eenigen
gevangen genomen en dien zelfden dag nog gevierendeeld werden (2). Gelukkiger
slaagde eene tweede onderneming van
frederik van Egmond op Utrecht. Acht
1493 dagen hielden zgne benden de stad ingesloten en versvoestten de omstreken , toen men
eene overeenkomst sloot, waarbg hem vijf en twintig duizend goudguldens voor ach-
terstallen werden toegekend. De hoofden en rompstukken der gevierendeelden, die
nog aan de poorten en muren ten toon hingen, werden afgenomen en op het kerkhof
begraven. Hiermede achtte men de verzoening voltooid en de Hollandsche benden
logen terstond weg van
ütrecht (3).

Intusschen had het Neder-Sticht ook eenen aanval der Heerén van wisgix geleden,
Avien do voldoening eener aanzienlijke som was geweigerd , welke naar hunne getui-
genis , Bisschop RUDOLF
van Diepholt van hun vader iiad opgenomen. Daar zij hunne
strooperijen over
de J^eluwe en in het Zutphensche uitstrekten, vereenigden zich de
ingezetenen van het graafschap met de Ovenjsselschen, op wie het eigenlijk gemunt
was, om aan deze geweldenarijen een einde te maken. Straks werden de sloten
ter Botch en fVildenburch , beide den Heeren van wisch behoorende , ingesloten
en met zoo veel ernst belegerd, dat de eigenaars vrede maakten en van
hunnen eisch afzagen (4). Even gunstig voor het
Sticht eindigde een twist
rnet den Heer van
Kuilenburg, over het hooge regtsgebied in de heerlykheid
Honswijk, hetwelk hem reeds door den vorigen Bisschop was betwist geworden en
nu, naar uitspraak van goede mannen, ontzegd werd (5). Voorts bleef de rust in
het bisdom ongestoord, ofschoon
david van ßourgondie , oud en zwak geworden,
zich als een kind door zijne gunstelingen liet leiden , die niet altijd de belangen

(1) deda, p. 304. wageiiaar, Beschv. V. Amst. St. I. bl. 186, 190.

(2) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI. c. 74. heda, p. 305.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXKI. c. 82. heda , p. 305.

(4) heda', p. 304. REViüs, Daventr. lllmtr. Lib. Π. p. 148—150. Overijss. Chron. in düh·
BARS Analect. T. II. p. 447.

(5) HEDA, p. 305, voEt V. oüDnECSDK, Bcschr. V. Cuhmb. bl. 137—143.

ocr page 311

DES VADERLANDS. 30*3

des lands beharligden, terx-vijl hij zelf zoo wispelturig was, dat dikmaals den vol-1482—
genden dag door hem werd iDgelrokken, wat hij den vorigen besloten had (1). Na
bijna
veertig jaren den Ulrechtschen herderstaf gevoerd lo hebben, overleed hij \&Wijk 16*.

(jrdSlVII

hij Duurstede en werd aldaar begraven (2). Er zijn weinig ondeugden en gebreken, 1496
welke het karakter van dezen Kerkvoogd niet bezoedelden. Heerschzuchtig en wil-
lekeurig, trotsch en laaghartig, wellustig en wreed, schraapzuchtig en verkwistend,
geveinsd en opvliegend, ligtzinnig en geweldig, zonder geweien, zonder trouw,
zonder gevoel voor regt, billijkheid en menschelijkheid, strekte hij tot geesel der
onderdanen, wier regten hij zoo min als dio der Utrechtsche Hooge Geestelijkheid
eerbiedigde. De vleijerij eens tydgenoots heeft hem deugden en goede hoedanigheden
toegekend, welke geheel in strijd zijn met zijne daden (3). Men prijst zijne zucht
voor de bevordering der wetenschappen en mildheid jegens hare beoefenaars, zoodut
hem door cenigen de naam van
Maecenas der geleerden gegeven Averd (4). Hij zelf
was een man van Letteren en bedreven in do Godgeleerdheid , hetgeen bij de üt-
rechtscho Bisschoppen , welke in zoo vele staatszorgen waren gewikkeld , eene zeld-
zaamheid was. Hij onderzocht in persoon naar de kunde dergenen, welko geestelijke
ambten begeerden, maar bezat geene geestkracht, om volstandig hen af to wijzen,
welke hij
ezels ^ ja dommer dan ezels noemde (5). Zijne' godsvrucht bepaalde zicli
tot het rijk begiftigen van kerken en geestelijke gestichten. De kerkelijke belangen
van het
Sticht en de herderlijke pligten zijner hooge betrekking, schijnt hij geheel aan
Wijbisschoppen , van welke er vier met name vermeld worden , overgelaten te heb-
ben (6). Hij was een even slecht wereldlijk als geestelyk Vorst; want ofichoon hij
do sterkten van het
Sticht in goeden slaat achterliet (7) , heeft hij door zyn onstaat-
kundig gedrag het verlies van de onafhankelijkheid des bisdoms voorbereid.

Dit bleek al aanstonds bij de keuze eens opvolgers. Weinig baatte de aanbeveling
van den Bisschop van
Munster , den Hertog van Gulik en den Graaf van Benthem,
welko den broeder des Hertogs van Kleef tot de opengevallen waardigheid voordroe-

(1) UEDA, p. 300.

(2) hedjl , p. 306. Oude Holl. Div. Kron. Div, ΧΧΧΠ. c. 9.

(3) Epistola a. dey9iricii , in dbibbabs Analect. T. L p. 400—404. ukda weidt insgelijks uit
in zijn ΙοΓ, ρ. 292.

(4) BDcuEi,ics apud dedam, p. 307 (p).

(5) ÃŸatav, Sacra, D. IL bi. 495-497.

(6) flEDA, p. 304, 305. Batavia Sacra, D. IL bl. 507—513.

(7) sdppridus petrcs in jdppcndice ad bekam, ρ. 162,

ocr page 312

312 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— gen , tegen den magtigen invloed van maximiliaan en zijn zoon filips den Schoone.
De Graaf van Nassau werd met eenige Edelen dobr den Keizer naar Otrecht ge-
zonden, om
frederik vun Baden y een zusters zoon van Keizer frederik III, en
13 V. thans schatmeester der Keulsche Kerk, voor te stellen , wien dan ook de Kanoniken
eenparigheid van stemmen verkozen (1). Verzeld door zijn oom den Aartsbisschop
van
Trier y zijn broeder den Markgraaf van Baden ^ Jonker jan vanlSassau, nevens
vele Edelen, Ridders en meer dan zevenhonderd paarden, deed de nieuwe Kerkvoogd
zynen plegiigen intogt. Hij stapte aan het stadhuis af, waar de oude en nieuwe Raad

17V. vergaderd was, bezegelde naar gewoonte de stedelijke voorregtsbrieven en legde in
Herfst-
maand. handen van den Burgemeester
Hendrik van Gent den eed af. Hierop begaf hij zich

naar de buurkerk in de sacristie, trok het koorkleed aan met de bef en werd van
daar door eene bezending uit de vijf Kapittels plegtstatig naar den Dom geleid. In
het kapittelhuis beloofde hij de regten der Kerk van
Otrecht, zoo geestelijke alä
wereldlijke, getrouw te onderhouden en elks regten en vrijheden te eerbiedigen.
» Zoodra ik de bevestiging myner verkiezing van den stoel van
Rome zal ontvangen
hebbenvoegde hij er bij, » zal ik zweren en den eed afleggen , dien mijne Voor-
zaten , de Bisschoppen van
Otrecht, plagten te zweren en af te leggen; den land-
brief zal ik naar gewoonte mijner Voorgangers bezegelen en alles doen, wat zij bij de
aanvaarding hunner betrekking gewoon waren. Zoo helpe mij God en al zijne Heiligen
en het geloof der Heilige Evangehën." Nu traden de afgevaardigden uit de Ridder-
schap en der steden
Utrecht^ Amersfoort ^ PTijk hij Duurstede en Rhenen bin-
nen, wien men den eed te kennen gaf, welke was afgelegd. Daarop begaf zich
de Bisschop naar het hoog altaar, waar een:
Te Deum laudamus werd aangeheven,

V*

Herfst- met welk de plegtigheid eindigde (2), Toen de pausselijke bevestiging was ontvan-
maand. ^^^ ^ frederik van Baden te Utrecht den eed en werd tot Bisschop en Heer

gehuldigd. Met veel deftigheid geschiedde dit vervolgens in de drie hoofdsteden van
het
Β oven-Sticht. ' Frederik beloofde ook hier der steden keuren , vrn heden , ge-

23 y "

Slagtm woonten en regten te zullen onderhouden, waarop Schepenen en leden van den Raad,
elk naar zijne jaren, hem onder handtasting bezworen goede onderzaten te zullen
zijn (3).

Terstond stelde de nieuwe Mijtervorst het zich tot taak, het Sticht de rond-

(1) Conclave XJltrajectinum in ματτπαει Analect. T. II. p. 721—798. heda , p. 315. Oude
Hall. Div. Kron.
J)iv. XXXII. c. 10.

(2) Conclave tfltrajeciinum, p. 798—801. heda, p. 315. Oude Holl. Div. Kron. Div.
ΧΧΧΠ. c. 10. ^

(3) BEVius, üaventr. lUustr. p. 155, 156. Ocenjssel. Mm, voor 1841, bl. 235—242.

ocr page 313

DES VADERLANDS. 30*3

zwervende rooverbeuden Ie zuiveren. Spoedig sloot hij ook eenen zoen met frederik ^^p^
van Egmondy ihans Graaf van Buren, en kocht Yoor eene grooie som gelds van
FiLiPs van Bourgondië, den broeder des overledenen Bisschops, het slot Duurstede
terug, hetwelk reeds meermalen betaald -was (1). In persoon trok hij op legen de
Heeren
van wiscn, die acht jaren geleden met tegenzin hunne eischen op h^ï Sticht
hadden opgegeven. Zij waren nu aan het hoofd der Groote Gaarde, eene bende van vier
duizend afgedankte soldaten van Hertog
albrecht van Saksen, in Ooerijssel gevallen ,
hadden
Goor ingenomen en Twente geplunderd. Reeds waren zij bijna tot Deventer 1498
verwoestend doorgedrongen, toen de Bisschop, ondersteund en geleid door den Hertog van
Gelre, met wien hij en de drie Overijsselsche sleden een verbond gesloten hadden, hen
aantastte en na een hevig gevecht len eenenmale versloeg. De vluglenden werden
tot aan de poorten der slad
Kleef nagejaagd, vele van hen door de boeren doodge-
slagen, en de overige in onderscheidene Keulsche plaatsen gevangen binnengebragt. Hon-
derd vijflig man met hun aanvoerder
hans van Ballingen, voor Deventer krijgs-
gevangen gemaakt, werden onthalsd , op het rad gelegd en hunne hoofden op staken
gezet. Dit lot ondergingen insgelijks vijf en twintig anderen te
Kampen (2).

Spoedig en onverwachts Averd do Bisschop in een nieuwen krijg gewikkeld. De Hertog
van
Kleef had lang en te vergeefs op de voldoening van zekere gelden aangedrongen,
welke hij der stad
Utrecht, tijdens de bewindvoering van zijn broeder engelbert van
Kleef,
verstrekt had. Om de Utrechtschen eindelijk hiertoe te dwingen, bemagligdo jj^:

hij, na driemaal te zijn afgeslagen, stormenderhand de stad Rhenen, van waar uit mnaiui.

1499

zyne benden de omstreken plunderden en allen toevoer naar Utrecht afsloten. Bis-
schop FREDERIK, krachtdadig door de steden van het
Boven-Sticht met geld en volk
ondersteund, kwam door omkooping weldra weder in hel bezit van
Rhenen, verwoestte
Kleefsland Ie vuur en te zwaard, en veroverde Gennep. Vruchteloos bood de Hertog 1499
eenige voorwaarden ter verzoening aan. Ten laatste werd door lusschenkomstdes Hctlogs van
Giilik en Berg en van den Markgraaf cnRiSTOFFEL van Baden, de vrede bewerkt (3).

Onderlusschen was filips van Oostenrijk met den Hertog van Gelre over het bezit
van het slot te
Oijen, op hetwelk beide aanspraak maakten, in geschil geraakt (4).
Bisschop FREDERIK wcrd deze slerkte ter bewaring in handen gesteld, lot hel pleit

(1) Ã¼eda, p. 315.

(2) Oude Holl Div. Kron. Div. XXXU. c. 1.5. heda , p. 315. revius, Daventr. lllusir.
p. 157—161. ^

(3) Oude Holl. Div. Kron. ülv. XXXH. c. 18. πεοα, ρ. 315, 316. revibs, Daventr. Illustr.
p. 161, 162.

(4) Vgl. de Aant. van vak den bergh in dc Correspond. de marodebite d'Antriche. T. I, p. 148.
II D
eel, 3 Stuk. ' 40

ocr page 314

314 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—beslist zou zijn. Hij droeg er echter zoo weinig zorg voor, dat zij eerlaog op bevel
van
filips, bij verrassing door den Heer van IJsselstein en korkelis , Heer van Zeven-
bergen^
veroverd en geslecht werd. Hieruit ontsproot een hevige twist tusschen hem
en KAREL van
Gelre^ welke met moeite door do stad Utrecht werd bijgelegd (1).
Een weinig vroeger waren do Utrechtschen zelve in onmin met den Hcrlog geweest,
die eenige van hen had laten opligten, dewijl zy een zijner dienaren zonder oorzaak
gevat en gedood hadden. De Bisschop trok zich de zaak aan, wier uitslag ons niet ge-
bleken is (2). Van ernstigen aard voor dien Kerkvoogd was do aanklagte der regering
van
Kampen bij de vijf Kapittelen te Utrecht, over onregt door hem haren onderzaten
aangedaan. Zij verzocht, dat op hare kosten
eene bijeenkomst der drie Staten van het
Neder-Sticht gehouden wierd , op welke zij hare afgevaardigden zou zenden, maar bij
weigering daarvan, geweld met geweld wederslaan. De Bisschop verdedigde zijn gedrag
voor de vijf Kapittelen, en hiermede schijnt men zich bevredigd te hebben (3).

Do Hertog van Gelre kon ondertusschen het verlies van Oijen even weinig verkroppen
als do onderwerping des Bisschops aan 's Keizers bevelschrift waarbij allo handel
met
Gelre verboden werd. Zoo diep was het Slicht in staalkundig aanzien
gezonken, dat
maximiliaan in do volheid zyner keizerlijke magl ,' dit verbod

1504 over al de landen, welke den Utrechtschen stoel onderhoorig waren uitstrekte,
terwijl de Bisschop, wiens voorgangers door de Keizers zelfs ontzien en geëerd Aver-
den, het niet waagde, zich daartegen te verzetten (4). En toen de sleden van het
BooenSticht het keizerlijk bevel niet stiplelijk genoeg in acht namen, verbood
MAXIMILIAAN ZOO naar
Overijssel als naar Gelre eenige levensmiddelen of krijgs-
behoeften te voeren. De
Zuiderzee werd met gewapende schepen bezet, welke eerlang
den Kampers een rijk geladen schip ontnamen. Derwijze leed do handel zoo te
land als te water, dat Bisschop
frederik bij een smeekschrift op de intrekking der
gegeveno bevolen aandrong, heigeen hierin eenige verligting bewerkte. Maar van
den anderen kant, werd het verkeer met het
ßoven-Sticht geweldig door den
Hertog van
Gelre belemmerd, welke verklaard had, zoo lang de Overijsselschen het

(1) Correspond. de maugueuite d'^utriche, T. 11. p. 149—151. Inventaris van het Archief dei-
vijf Kapittelen
door Jhr. Mr. van ascu van wijck, in dc Kronijk van het Mistorisch'Gezelschap
Ie Utrecht
voor 1846, bl. 191, 192. iieda, p. 316. revius, Daventr. Illustr. p. 161.

(2) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, hl. 180, 181.

* »1·

(3) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 182, 183.

(4) Een treffend blijk hoe geheel frederik van Baden aan den Keizer onderworpen was,
levert een Ijrief van
maxiïiiliaan van den 2 van Grasmaand 1501 aan dien Kerkvoogd gesclireven.
Zie
Intentarls vän het Archief der vijf Kapittelen, bl. 145. .Vgl. bl. 147, 204.

ocr page 315

DES VADERLANDS. 30*3

keizerlijk verbodsbevel gehoorzaamden , niet te zullen gcdoogen, dat den Utrechtenaars, 1482—

1 ^Ofi

zijnen vijanden, door hen eenige toevoer werd aangebrägt. Hunne schepen
moesten te
Hatlem onderzocht ^vorden, hetgeen met zoo vele bezwaren vprzeld
ging, dat er eindelijk geene bodems meer uit
Kampen opwaarts zeilden. Op
last des Keizers, moest Bisschop
frederik in het leger van den Aartshertog fiups
met acht en vijftig ruiters en twee duizend voetknechten tegen de Gelderschen
dienen; en een ander bevel was toereikend, om de aflaatgelden, welke in naam
van Paus
alexander VI verzameld, doch door di«ns dood niet naar Rome ge-
zonden waren, aan de gemagtigden van
maximiliaan uil Ie keeren, hoezeer ook

.1

de Bisschop beweerde, dat niemand dan hij alleen daarover te beschikken had (1).
Zelfs zoo ver ging do magt des Keizers, dat hij den Bisschop verbood, op slralï'e
van al de heerlijke regten (regaliën) in het
Slicht to verliezen, den Groningers
tegen den Hertog van
Saksen bijstand to verleenen. Groiiitigeii nam nu Graaf 1500
EDZARD van
Oost-Friesland tot Heer aan , waardoor het bisdom een groot gedeelte
van zijn wereldlijk gebied verloor (2).

Om dien tijd bragt de schuldvordering des liertogs van Kleef van elfduizend Rijn-
sche guldens oj) de sleden
Utrecht en Amersfoort , hol Sticht in nieuwe moeijc-
lijkheden. Eenige leden der Stalen van het
Neder-Sticht stemden niet dan schoor-
voelend toe in de middelen beraamd , om de penningen tol voldoening dier schuld
te vinden. De stad
Utrecht, ΛνβΠίο zich lot het betalen van slechts tienduizend gul-
den verpligt achtte, werd met
Amersfoort door den Herlog van Ä'/^e/ bedreigd. 12 v.
Na vele onderhandelingen en twisten, kwam men lol hel heffen van een huisgeld,
om de rekening met
Kleef te sluiten, hoewel Amersfoort ^ Rhenen en Wijk bij
Duurstede
zich daartegen verzeilen. Drie jaren later was do schuld nog niet vol-
komen afgelost
(3).

Inmiddels had de Herlog van Gelre eenen aanslag tegen Utrecht gesmeed, in
welken hem eenige Stiehtschen behulpzaam zouden wezen. Bisschop
frederik ver-
maande de stad op hare hoede Ie zijn. Hij zelf echter werd eerlang genoodzaakt, zich
tegen eene aantijging te verdedigen , dat hy met dien Vorst in onderhandelingen was
getreden legen de belangen van het
Sticht. Hoezeer de Bisschop op den brief, in
welken Herlog
karel zelf dit den Staten van het Neder-Sticht zou gemeld hebben,
of op een echt afschrift daarvan aandrong, kon hij geen van beide immer verwerven. En

(1) REVIUS, Davenlr. Jllustr. p. 164—170, 172—177. Vgl. Tegenw. Slaat v. Overijssel.
1). I. St. I. bl. 154-158.

(2) Î Î•ολ, ρ. 316, 317. s. eenisga, Chron. d. Friess. Land, bl. 113.

(3) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, hl. 226—233, 242, 310 , 312 , 315 , 316.

40 *

ocr page 316

316 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—loen hem er eea uillreksel van gezonden was, noodigde hy den Herlog uit, om
de waarheid der beligling door bewijzen openbaar Ie staven. Hij verzocht de
Stalen, ingeval nadere beschuldigingen tegen hem mogten inkomen , dio open-
lijk in de vergadering voor te lezen; en betuigde hun schriftelijk zijne onschuld,
verklarende, dat hij nimmer kosten, moeite en arbeid gespaard had, om den
vrede te houden en steeds begeerde dien te bewaren (t). Wij vinden niet, dal

"l^^ van den kant van den Gelderschen Vorst hierop eenig antwoord gevolgd is, helgoen
het vermoeden opwekt, dat de beschuldiging ongegrond en slechts een uitstrooisel
van den lasier geweest is. Wat hiervan zij, zeker is, dat Hertog
karel in het
Sticht veel invloed had, en er ter beteugeling zijner benden, welke van daaruit
in
Holland stroopten, de Vorst van Anhalt met eeno Oostenrijksche krijgsmagt bin-

Jlooim. nenruklo (2). Do landzaten werden zoo wel door de Gelderschen als Oostenrijkers,
die zich beide vrienden van den Bisschop en van het
Sticht noemden, vreesselijk
geteisterd. Inzonderheid deden
arualts benden veel overlast aan de Vaart, te
Jutfaas en in Lopik. Do Bisschop gelastte zijnen bevelhebbers in" die omstreek,
daartegen do noodigo maatregelen te nemen. Om den Keizer alle reden van klagte
af te snyden , veranderde hij de
hGiciiingyan Jlbkoude, welke in ΖΓο^/α««? veel moedwil
pleegde, en beloofde in het vervolg voor de behoorlijke tucht te zorgen. Te zelfden tijde
beklaagde hij zich hevig bij den Vorst van
Anhalt, verklarende niets anders Ie we-
ten, dan dat hij in goede verslandhouding stond met het huis van
Oostenrijk, en
eischte schadevergoeding benevens uitlevering van gevangenen mei de bede , dat do
Oostenrijksche benden het Slichlsche grondgebied zouden verlaten,
yais aniialt hield
zich onkundig van do geweldenarijen zijns volks, maar klaagde daarentegen , dat van
woge het
Sticht en bovenal van do stad Utrecht, veel meer ongelijk legen de
Oostenrijkers bedreven werd. Hij verzekerde, dat hij niets vijandigs tegen den Bisschop
of de stad
Utrecht bedoelde en daartoe ook geen bevel van den Keizer ontvangen
had
(3). Ondanks deze verklaring, duurden de baldadigheden voort. Frederik van
Baden
en do Staten riepen deswege de tusschenkomst van cenige voorname Holland-
sche sleden bij de Landvoogdes
Margaretha van Oostenrijk in, om van deze lastige
gasten ontslagen te worden. Ijverig word hierover onderhandeld, en inmiddels beloofde
VAN ANHALT allen moedwil, door zijne knechten in hel
Sticht gepleegd , te straffen (4).

(1) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 231, 232, 239, 240.

(2) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 249, 261.

(3) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 243, 245, 246, 247.

(4) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, b], 248 , 250.

ocr page 317

DES VADERLANDS. 30*3

Keizer maximiliaan , lot \yien de Bisschop insgelijks zijne klaglen gerigl had , betuigde aan 1482—
de drie Staten van
Utrecht , dat hij genegen >vas de Heilige Kerk en al zijne getrouwe ^^^
of aan het Rijk verwante onderdanen voor schade en overlast te hoeden. Daar hem echter üogst-
niet onbewust was, hoe partijdig de Utrechtschen zich tegen hem in den Gelderschen oorlog
gedroegen, zoo gaf hij hun hierover zijne ontevredenheid te kennen en verlangde, dat
zy noch openbaar, noch heimelijk zijnen vijanden hulp en bijstand verleenden, maar
zich gehoorzame onderdanen en verwanten des Rijks betoonden. In verwachting,
dat zij hieraan zouden beantwoorden, had hij den Vorst van
Anhalt bevolen, het
Sticht legen overlast en nadeel te beschermen (1).. Doch ook dit bevel baatte
niets.
van anhalt trok eerlang met eene nog groolere krijgsmagt te Wijk hij Duur- 2 ^
stede
over de rivier en bedreigde de slad Rhenen , naar welke de Bisschop derhalve
eene versterking van manschappen zond. De vreemde knechten gingen voort met hel
plunderen der landzaten en maakten de wegen derwijze onveilig, dat verscheidene
steden en zelfs de Bisschop het niet waagden, afgevaardigden naar de Statenvergadering
te
Utrecht te zenden, uit vrees dat zij door het omzwervende krijgsvolk opgeh'gt
moglen worden (2). De Oostenrijkschen en Gelderschen beklaagden zich op hunne
beurt over de vijandelijkheden , welke zij van de Slichlschen moesten ondervinden (3).

^ Inlusschen had de Herlog van Gelre onverwachts het slot de Kuinder , do grens en
sleutel van hel Bisdom
Utrecht tegen Holland en Friesland^ bemagligd en verklaard, 29 v.
dit zoo lang in te houden, tot hem
Oijen in handen gesteld zou zijn (4). Zijn aanslag
op
Follenhooen mislukte (5), Ook werd weldra de Kuinder door den Bisschop , op aan-
drang der drie Overijsselsche sleden en met hulp der burgerij van Ä'öiw/Jiw, hernomen (6).
Deventer en Zwol ^ ofschoon er toe uitgenoodigd, hadden geene manschap gezonden.
De herovering van dit slot was te belangrijker, daar
floris van Egmond verklaard
had, op het
Sticht al de nadeelen te wreken, welke uil die sterkte door de Gelder-

(1) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 2β3, 264.

(2) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 264, 267.

(3) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 270.

(4) Correspond. de margüerite ä'Autriche Τ. I. ρ. 149. Inventaris van het Archief der
vijf Kapittelen,
bl. 267. deda , p, 316. Ocerijssel. Chron. in dtubar's Analect. T. II. bl, 451.
REViüs, Daventr. Illustr. p. 177, 178.

(5) Overijssel. Chron, p. 451.

(6) DEDA, p. 316. Inventaris van hqt Archief der vijf Kapittelen, bl. 269—271. Over-
ijssel. Chron.
bl. 451. '

ocr page 318

318 , ALGEMEENE GESCHIEDENIS

j482—sehen den onderzaten des Keizers aangedaan werden (1). Dewyl men over het alge-
1528

meen in Overijssel lot vrede gestemd was, zoo werden spoedig de onderhandelingen
daartoe geopend.
Deoenter en Zutphen bovenal, poogden de geschillen tusschen de
beide Vorsten te vereffenen (2). Er werd voorloopig een wapenstilstand voor zes
"1509 maanden gesloten, in welken tusschentijd men de wederzijdsche bezwaren zou trachten
uit den weg te ruimen (3); doch dit liep vruchteloos af. Vergeefs waren ook de pogingen
der Staten van
hciNeder-Sticht lot eene verzoening van den Hertog met den Bisschop,
wien de Staten van
Ooerijssel, in geval eener aanranding, hulp beloofden (4). ïwee
duizend knechten, door den Koning van
Oenemarken sinds den vrede met de
Hanzesteden afgedankt, boden Hertog
karel op dat pas eene schoone gelegenheid
aan, om do vijandelijkheden te hervallen. Op zijn bevel viel deze bende, ouder
aanvoering van zekeren
Hendrik de groote, in het Jioven-Sticht en vermeesterde
Genemuiden. Een andere hoop zwervers verzocht van den Drost van Saίland,
GERRIT VAW LANGEN, eeneu doorlogl naar Zaljjhen; doch ging aan het rooven
en plunderen, en behaalde te
Mariënbiirg de overwinning op een veel grooter
aantal landzaten, waarna hij echter aftrok.
Hendrik: de groote verwoestte on-
derlusschen de omstreken van
Genemuiden; en op de vraag, op wiens last iiij
handelde en wie zijn Heer was, antwoordde hij spottend: »het kindeken
je-
1510 zus." Ondersteund door de Gelderschen, schuimde hij langs de Zuiderzee eu
nam cenige Kamper schepen Aveg. Terstond ruslten de Kampers gewapende vaar-
tuigen uil, onlnamen den roovers hunnen buil weder en bragten een Geldersch schip
op, dat met wapenen naar
Genemuiden bestemd was. De manschappen, ten ge-
tale van veertig of vijftig, onder welke zich cenige Geldersche Edelen bevonden,
Averden allo te
Kampen onthalsd; eene daad, die zelfs in Ooerijssel werd af-
ffekeurd. Een tweede Geldersch vaarluie van dienzelfden aard trof hetzelfde lol.

o o

Hendrik, de groote zette niettemin zijne rooftoglen voort. Om hem Ie bedwingen ,
legden de Kampers twee gewapende hulken niet verre
yi\n Genetnuiden, en noodzaakten
hem eerlang, die plaats te verlaten. Nu hielden zij ter beveiliging hunner scheepvaart,
voor de Gelderschen,
Elhurg met twee roeischepen en eene hulk ingesloten, over
welke
jan ter hell het bevel voerde (5),

(1) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, 1)1. 268.

(2) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, 1)1. 284.

(3) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 289 , 291, 292 , 293.

(4) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 311, 312.

{5) ÖDerijssel. Chron. bl. 451, 452. reviüs , Daventr. lllustr, p. 179—181. Oude Holl,
Div, Kron,
Div. XXXII. c. 39."

ocr page 319

DES VADERLANDS. 30*3

Het gedrag der Kampers en bovenal het onthalzen der krijgsgcA'angenen, had 1482—
Hertog KAREL ten uiterste verbitterd. Na eene vruclitelooze verklaring, dat hij
bereiil was, zich met Bisschop
fuedekik te verzoenen, indien men de hoofdsteden van
het
Boven-Slicht aan haar lot overlaten en hem in liet tuchtigen van Kampen^ het-
welk inmiddels negentien schepen op de
Zuiderzee legen hem gewapend had,
ondersteunen wilde, vereenigde hij zijne benden met die van
hehdäik de groote. Hij
trachtte
Deventer te overrompelen, doch door do dapperheid der burgers en, naar
men verhaalt, van zeshonderd studenten mislukte de aanslag. Nu viel hij in
Twente^
veroverde Goor ^ Oldenzaal ^ Lage en Diepenheim en stak, naar den zeekant
terugkeerende,
Kamperveen in brand. Bisschop frederik, do Ridderschap en do
drie hoofdsleden van
Overijssel sloten ondertusschen een verbond met floris van
Egmond
, stadhouder van Gelre van wege den Keizer. Men beraamde middelen,
om de noodige manschappen bijeen te brengen, waartoe do onderstand door den Bis-
schop van
Osnabrück aangeboden, zeer te stade kwam. Er werden oorlogslasten
uitgeschreven en de drie steden verbonden zich, de vereischte gelden bij voorraad uit
te schieten, terwijl den kloosters de leening van eene aanzienlijke som >verd opgelegd.
Do Staten van het
Νeder-Sticht werden ook tot hulp aangezocht, maar zij waren in
vredesonderhandelingen met
Gelre getreden, waartoe zij insgelijks den Bisschop
poogden te bewegen, die echter zonder
Boüen-Sticht hiertoe niet besluiten kondc.
Z-ij zetten echter hunne pogingen, hoewel vruchteloos voort, om do geschillen in
der minne te vereffenen , maar weigerden allen bijstand. En toen do Bisschop bij ben
als zijne leenmannen hierop aandrong, was het ongekunstelde antwoord: w dat,
aangezien hij zich builen hun raad en toestemming in oorlog met den Hertog van
Gelre begeven had, zij voor de verzochte dienstverleening hoogelijk bedankten ,«ootmoe-
dig verlangende, dat hij naar pligt en belofte, den krijg, die het
Slicht met roof
en brand vervulde, zal eindigen." De Overijsselschen van eene genoegzame krijgs-
magt voorzien, besloten den vijand in zijn eigen land aan te lasten, en weldra
lag
ter ffolde op Geldersch grondgebied met de omliggende woningen en pacht-
hoeven in de asch. Bisschop
frederik had uit hel Neder-Slicht vijfhonderd
voetknechten te
Kampen ontvangen, waarbij zich te Deventer driehonderd ruiters
voegden. Hij stelde
gerlagh van IJzenburg tot bevelhebber over hen aan en viel
in
de VeluxOe. Na hel plunderen en verwoesten van j4peldoomi^ Wilpe^ JNieuwbroek
en JVykerk , vermeesterde hij do sloten Arkenatein en Keppel. Vergezeld door floris
van Egmond en den Heer van Batenburg, belegerde hij met zestienhonderd ruiters

lOlU

en drieduizend voetknechten het sterke slot Verwolde. hetwelk bij den derden aanval

. 29 v.

stormenderhand overweldigd, geplunderd en tot den grond geslecht werd. Diepenheim, Herfsl-
waar de Gelderschen den buit geborgen hadden, en
Goor werden heroverd, en Ol~ ïnaand.
denzaal moest zich na eene belegering van vijf maanden bij verdrag overgeven. Nu

ocr page 320

320 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—

1528

trok de Bisschop tea Iweedemale nabij Deventer 'oyer den IJssel ia de p^eiuioe, en
droog weder lot
Nykerk door alles te vuur en te zwaard verwoestende, terwijl Hertog
KAREL inmiddels een vergeefschen aanslag op
Kampen beproefde. Eindelyk werd in
het begin des volgenden jaars door tusschenkorast der Staten van het
ISeder-Sticht,
een bestand gesloten en bepaald, dat alle wederzijdsche eischen aan de onherroe-
pelijke beslissing van twee wereldlijke Vorsten zouden onderworpen worden (l).

Het misnoegen, welk de Geldersche oorlog in het Neder-Sticht verwekt had, was
zoo hoog gestegen, dal do Ütrechtschen zelfs een toeleg op
IJsselstein, eene bezitting
vaa 'sBisschops bondgenoot
floris van Egmond, gemaakt hadden, die echter niet geluk-
te (2). Om zich te wreken, Irachtle
van egmond de stad Utrecht over het ijs Ie verrassen ,
doch eenebendo Geldersche ruiters, welke zich van de wagens die do stormtuigen aanvoer-
den meesler maakte, verijdelde dit (3). Hij verwoestte de omstreken , plunderde en stak
den brand in kerken en kloosters, en voerde den buit met de gevangenen deels naar
IJsselstein ^ deels naar Tiel^ toen onder het bewind van de Landvoogdes Margare-
tha
(4). Niet alleen de drie Staten van het Neder-Sticht, maar de Bisschop
zelf, beklaagden zich hierover bij de Vorstin en eischten nevens schadeloosstelling, ook
de straf der geweldenaars, onder bedreiging anders het hun gepleegde onregt, »allen
Vorsten, Heeren, Landen cn Sleden naar behooren open te leggen."
Margaretha
gaf in een schriftelijk antwoord haar ongenoegen over het gebeurde , dat gelieel buiten
hare voorkennis geschied was, te kennen cn hoe zij den Heer
van egmojnd gelast
had, gelijk inderdaad het geval was, de gevangenen te ontslaan, de schade te her-
stellen , de handdadigen te straffen en zich voortaan te wachten, dergelyke daden
van geweld te plegen (5).
Floris van Egmond slaakte terstond de vijandelijkhe-
den , maar do Ütrechtschen zetten die voort, zoodat
maximiliaan de Staten van
het
Neder-Sticht op straffe van den ban vermaande, het voorbeeld van egmokd
Ie volgen. Als Opperheer en Regter ontbood hij beido partijen voor zich, om
hunne geschillen te onderzoeken en zoo mogelijk te vereffenen (6). Tevens ver-
bood hij
van egmond, meer krygsvolk bijeen ie houden dan voldoende Was, om de

27 v.
Louw-
maand
1511

l()v.
Lenle-
inaaud.

(1) Inventaris van het Archief der vijf Kajjittelen, bl. 314—316, 332, 333, 335, 336,
344.
r. shoi, Rer. Batav. Lil). XIIL p. 187. heda , p.316. Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXIi.
c. 39. Overijss. Chron. bl. 452—456. reviüs , Oaventr. Illustr. p. 181—187.

(2) Oude Holl. Div. Kron. l)iv. ΧΧΧΠ. c. 39. deda , p. 316.

(3) HEDA , p. 317, Â·

(4) Correspond. de margïieuite (PAutriche, T. I, p. 232—234. heda , p. 317,

(5) Correspond. de maugüeuite d'Autriche. T. I. p. 235—238.

(6) Correspond. de margüerixe d'Autriche. T. I. p, 259, 263.

ocr page 321

DES VADERLANDS. 30*3

Geldersche sleden te bewaren (1). De Utrechlschen bekommerden zich weinig om de 1482—
bevelen des Keizers; zij wierpen een blokhuis op
άάιι de f^aart ^ verbrandden Noordeloos ^ ^
en bedreigden iJsselsteini^), Zelfs namen zij den Hertog van Ge/re lot hunnen Bloeim.

beschermheer aan en ontvingen van hem bezetting (3), Met zestienhonderd voetknech-
ten , driehonderd ruiters en tweeduizend Ulrechtsche burgers sloeg hy het beleg voor
JJsselstein (4). De kerken en kloosters te ütrecht moesten de kosten van dezen
logt dragen, en van hunne gouden en zilveren kostbaarheden werd geld gemunt met
het borstbeeld van
st. maarten en het naamteeken des Hertogs van Gelre (5). De
belegeraars, om zich naar den kant van
Schoonhoven te dekken, staken niet ver van
daar den Lekdijk door, hetgeen de omstreken en den
Krimp ener waard onder water
zette, waardoor
Holland meer dan honderd duizend kroonen schade werd loegebragt.
De vrees, dat zij ook den dijk naar de zyde van ^
oerden zouden doorsteken, be-
woog Graaf
hekdrik van JSassau, eenige afgevaardigden naar Vianen te zenden,
om met do Ulrechtsche bevolmagllgden, den Deken van
St. Ρ iet er ^ Gerrit van
Nyevelt
en evert soutenbalgh, die toen in Utrecht het meeste gezag uitoefende,
in onderhandeling te treden (6). Doch de Utrechlschen, welke door de Amsterdam-
mers van mond- en krijgsbehoeften voorzien werden^ maakten zich middelerwijl meester
van het slot
Jaarsveld aan de Lehy en de bijeenkomst te yianen liep vruchteloos
af (7). Weldra echter noodzaakten hen
Hendrik van Nassau en floris van Egmond^ 1 τ.
zonder dat er bijna bloed gestort werd, het beleg van
IJsselstein op Ie breken en
het slot
Jaarsveld te verlaten (8). Van egmond hield de opbrengsten der Ulrecht-
sche bezittingen in het land van
IJsselstein voor zich^ en betaalde daarmede zijn

(1) Correspond. de »iarguerite d'Autriche. T. I. p. 262.

(2) Correspond. de burgkerite d'Jutriche. ï. I. p. 264. Oude Holl, J)iv. Kron. Div. XXIil,
c. 39. iiEDA, p. 318.
Hoec der Ghesciennissen, in dodt's Archief voor Kerkel. en Wereldl,
Gesch., inzonderheid van Utrecht,
D. III. bi. 3.

(3) Correspond. dc margüebite d'Λutr^che. T. I. p. 279. beda , p. 317, 318. Oude Holl. Dip.
Kron.
Div. XXXil. c. 39.

(4) Correspond. de marguerite d-Autriche. T. 1. p. 280.

(δ) Correspond. de marguerite d'Autriche, ï. I, p. 304. deda , p. 318. u, vak erp, Annaks
in KATTHAEi Analect. T. I. p. 96.

(6) Correspond. de marguerite d'Autriche. Τ. I. ρ. 281.

(7) Correspond. de biargueeite d'Autriche, Τ. I. ρ. 284, 300, 302.

(8) Correspond. de marguerite d'Autriche. Τ. I. ρ. 293. ßoec der Ghesciennissen, hl. 3.
Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 39.

II. Deel. 3 Stük. 41

ocr page 322

322 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—volk (1). De Landvoogdes Margaretha beval insgelijks de goederen, denUtrechtschen,
zoowel geestelijken als wereldlijken^ in
Holland toebehoorende in beslag te nemen,
docli hieraan werd niet voldaan (2). Ondertusschen was de Hertog van
Gelre ia
Utrecht teruggekeerd» De inwoners weigerden echter zijne benden in te nemen, die
in do voorsteden gehuisvest werden, doch daar z^ noch onderhoud noch betaling
4
v. ontvingen, aan het muiten sloegen (3). Hertog karel vertoefde niet lang in de stad,
Welke zich gedwongen zag, eene belasting op de dienstboden Ie heffen, om zijne
1511 achtergelaten soldaten te bevredigen (4). Bij zijne terugkomst aldaar, heerschte er,
^l^v. ondanks den aanvoer uit
Amsterdam ^ groot gebrek en armoede (5). Maar ook floris
maand Egm&nd verkeerde in eenen hagchelijken toestand, daar hij op het onverzorgde
en onbetaalde krygsvolk der Landvoogdes niet vertronwen koude, en do Raad van
Holland zelfs de maatregelen tegen de Utrechtschen genomen, tegenwerkte (6). In
Utrecht maakte men zich door den invloed en het geld der geestelijkheid en des
Heeren
steven υαη Zuylen van Nyevelt gereed, den krijg zoo lang mogelyk door Ie
zetten. De regering lii«id, tegen den zin des volks, de Geldersche voetknechten in dienst
en op last des Herlogs van
Gelre werd het geschut uit J/öwi/oor/derwaarts gevoerd (7).
Zeventienhonderd man Averden te
Jutfaas gelegd. Met vier vaandels van hen. maakte
Hertog
karel zich meester van hel huis te Beest, en versloeg den hoofdman korkelis
reic
en zijne gezellen. Maar te Jutfaas wedergekeerd, werden zij door floris van
Egmond
en den Heer van ff^assenuar met tweehonderd ruiters en zeshonderd voet-
knechten aangetast en met groot verlies aan dooden en gevangenen, tot aan do
poorten van
Utrecht gejaagd (8). Kort daarna werd over den vrede onderhandeld,
tot welken de Landvoogdes evenwel niet te bewegen was, dan op voorwaarde , dat do
Utrechtschen het verbond en allo gemeenschap met den Hertog van
Gelre verbreken,

(1) Ã¶. VAN isnp, Annales, bl. 96.

(2) Correspond, de siargtierite dAutriche. T. I. p. 300—303.

(3) Correspond. de margderite d'Autriche. T. I. p. 297.

(4) Correspond. de margüerite d^Auiriche, T, I. p. 298.

(5) Correspond. de marguerite d'Autriche. T. I. p. 301—303, 805.

(6) Correspond. de marguerite dAtttriche. T. I. p, 301303, 305, 306.

(7) Correspond. de marguerite dAutriche. T. I. p. 304, 305.

(8) Oude Holl. Div. Kron. Div, ΧΧΧΠ. c. 39. Vermoedelijk is dit dezelfde nederlaag van
welke
ploris van Egmond in eeu brief van den 29sten van Zomermaand aan de Landvoogdes
melding maakt, en waarbij ongeveer vierhonderd Utrechtschen gevangen werden gemaakt.
Cor-
respond. de
marguerite d'Autriche. T. I. p. 30B, 309.

ocr page 323

DES VADERLANDS. 323

het blokhuis nabij Freeswijk slechten en zich geheel ontwapenen zouden (1). De ge- —

1528

zagToerders. in Utrecht konden hiertoe niet besluiten en namen, om het volk, dat ^

den vrede verlangde, in toom te houden, twee vaandels Geldersehen in de stad, terwijl Hooim.

1511

zij, uit vrees voor eene belegering, de voorstad de Weerd afbraken (2). Doch geld-
gebrek verhinderde de Landvoogdes, op haren eisch met kracht van wapenen aan
te dringen, en de vredesonderhandelingen werden te
Fianen tusschen den Heer van
Montfoort nevens de afgevaardigden der drie Staten van Utrecht, en den Heer van
Gaasbeek
met adriaan floriszoon van Utrecht, toen Deken te Luik, Margaretha'« 15 ν.
gevolmagligden, herval (3). Do Uirechlschen weigerden, zich aan de reeds gemelde
voorwaarden der Landvoogdes te onderwerpen , en lieten slechts schoorvoetend de uitspraak
over hunne geschillen met den Heer van i/i^e/^ieiw aan haar over (4). Eindelijk werd in
Aveerwil des Herlogs van GeZre, door de onvermoeide pogingen des Heeren van
Montfoort
in het laatste van Hooimaand den zoen gesloten. De Utrechtschen moesten de drie punten,
tegen welke zij zich met zooveel ernst gekant hadden, aannemen en tevens beloven,
steeds als goede naburen van 's Keizers landen en onderzaten, en als getrouwe onder-
danen van den Bisschop, hunnen Heer, zich te gedragen. Hunne in beslag genomen
goederen zouden teruggegeven, do wederzijdsche gevangenen ontslagen, alle oude
veeten en eischen aan beide zijden vernietigd, en den omgang en het handelsverkeer
hersteld worden. Het verdrag tusschen
filips den Goede en rudolf van Diepholt,
in veertienhonderd negen en twintig gesloten (5), zou in kracht blijven, en de Land-
voogdes de nog hangende geschillen van Bisschop
frederik en het Neder-Sticht met
den Heer van
IJsselstein, zoo mogelijk in der minne verefl'enen. Beide partijen
moesten zich. aan hare uitspraak onderwerpen, voortaan geen oorlog met elkander
voeren en nieuw opkomende eischen of aanspraken aan de beslissing des Keizers
overlaten (6). De overeenkomst werd door den Bisschop en de Staten van het
Neder-
Sticht
volgaarne aangenomen; zij besloten die naauwkeurig op te volgen (7), en op

(1) Correspond. de μακοοεπιτε d^Autriche. T. I. p. 308. dodt, Archief voor Kerk- en
Wereldl. Gesch. enz, van Utrecht,
D. I. bl. 131.

(2) Correspond. de makgüerite d'Autriche. T. I. p. 312.

(3j Correspond. de marg. d'Autriche.. T. I. p. 315—318. Correspond. de wax. et de marg.
T. I. p. 425. Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 346.

(4) Correspond. de marguerite d'Autriche. ï. I. p. 320.

(5) Zie Alg, Gesch. d. Vaderl. D. II. St. ΐί. bl. 554.

(6) dodt's Archief, D. 1. hl. 125—130. Correspond. de siarg. d'Autriche. T. I. p. 320. In-
ventaris van het Archief der vijf Kapittelen,
bl, 346 , 347.

(7) Correspond. de μακγ.βεκιτε d'Autriche. T. I. p. 329.

41*

ocr page 324

324 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—hun verzoek, ffelaslte de Hertoff van Gelre den bevelhebber adriaan thijs, het
1528

blokhuis nabij f^reeswijk Ie ontruimen (1). In de stad Utrecht zelve echter waren
velen, en onder hen
eveut soutekbalch , Avelke er met den Heer van Montfoort alles
bestuurde, minder vredesgezind (2). Van daar ongetwijfeld, dat
floris van Eg-
mond
nog steeds de renten en inkomsten der Utrechtsche bezittingen in zijn gebied
aan zich hield (3),

Trouwens, rust en vrede mögt het Sticht onder frederik van Baden geenszins
genieten.
Roelof van Munster, Heer van Ruinen^ een heerschzuchtig, onrustig
en schraapziek man, waren in vijftienhonderd vijf door den Bisschop en de drie Over-
ijsselsche sleden, de slotvoogdij van
Koeverden en het drostambt van Drenthe opge-
dragen. Door knevelarijen en daden van geweld , had hij een aanzienlijk vermogen
verworven len trachtte zich, naar het schijnt, tot onafhankelijk heer van dat gewest
te verheflen. Zeker is, dat hij in het geheim met de vyanden des bisdoms heulde
en met den woelzieken Graaf
edzard van Oost-Friesland in naauwe betrekking stond.
Uit de gelden ; zijnen onderhoorigen afgeperst, stichtte hij ten Westen van
Meppel
een zeer sterk slot, de Kinkhorst geheeten, onder voorwendsel van aan dien kant
de heerlykheid
Ruinen in het landschap Drenthe tegen eenen aanval te dekken.
Doch zijne misdadige bedoelingen waren te blijkbaar, dan dat niet de drie Overijssel-
sche hoofdsleden, tegen Avier bevel hij de
Kinkhorst in eenen geduchten slaat van
tegenweer gebragt had, met voorkennis van den Bisschop dit slot overrompeWen en
ontmantelden.
Roelof van Munster week naar Koeverden, versterkte er zich en
verwoeslle
Drenthe, Twente en Salland door gedurige uitvallen en strooptogten.
Bisschop
frederik , krachtdadig door het Β oven-Sticht ondersteund, drong eindelyk
den wederspannigen stedehouder en leenman tot eene overeenkomst, naar welke deze,
Herfst tegen terugontvangst der voorgeschoten gelden , zyne ambten nederleggen en het slot
3512
Koeverden ontruimen zoude. De bedoelde gelden werden aan roelof van Munster

12 V. uitgekeerd, die nu met zijne manschappen in volle wapenrusting, vliegende vaandels
Wijn-
maand. en alle vervoerbare goederen
Koeverden verliet. Doch weinig dagen na zynen aftogt,

maakte hij zich des nachts <3oor eene list weder meester van het slot. Reirier van

Koeverden, welke er bij afwezigheid van den op nieuw aangestelden Drost adolf van

20—21 Rechteren het bevel voerde , bood wakkeren tegenstand, maar sneuvelde met eenige
•y AiVijn-

inaaiid. andere dapperen, en de overigen zochten hun behoud in do vlugt (4).

(1) Inventaris van het Archief der vijf Kapittelen, bl. 347,348. portakxjs, iZiii. Ge/r. p. 043.

(2) Correspond. de marguerwe d'Autriche. T. I. p. 336, 337.

(3) Î . VAN ERP, Annales, bl. 98.

(4) s. bf.nikga, Chron. d. FriescherLand, bl. 101—193. revius, Datentr. Ilhistr.-^.iST

ocr page 325

DES VADERLANDS. ' 325

Eenige maanden te voren had Bisschop frederik met de Ridderschap en steden van

J OwO

het Boven- en Neder-Sticht een eeuwigdurend, beschermend en verdedigend verbond
gesloten, welks merkwaardige inhoud hier hoofdzakelijk op nederkomt: De verbindle-
nissen weleer door de bondgenoolen met andere Heeren of Landen aangegaan, zouden
in volle waarde blijven. De Slaten aan beide zijden des
JJssels zouden voortaan over
alle zaken van het
Sticht gezamenlijk beraadslagen, en hunne afgevaardigden tot dat
einde ten minste eenmaal 'sjaars, en wel beurtelings in
Utrecht of Ooerijssel ^ by-
eenkomen. Wanneer eenen der leden des verbonds onregt of geweld geschiede,
moesten de overigen de betering daarvan helpen bewerken, en zoo dit niet gelukte ,
eenparig de wapenen opvatten. Niemand van hen mögt eenig afzonderlijk verdrag met
anderen sluiten, welk aan het verbond eenig nadeel kon toebrengen. Eindelijk moeten
alle geschillen, tusschen de wederzijdsche leden ontstaande, aan de uitspraak van
eenige der overigen onderworpen worden (1). Krachtens dit verbond, voegde het
Neder-Sticht een goed aantal manschappen, geschut en krygsbehoeften bij do niet
onaanzienlijke magt, welke men in
Ooerijssel ter herovering van hel slot Koeverden
had bgeengebragt. Zoodra de Bisschop verzekerd was, dat roelof üaw geenen

onderstand van Groningen en Graaf edzard te wachten had, trok hij mèt het ver-
eenigde leger uit
Zwol en sloeg het beleg yooT Koeverden. Drie weken had roelof het
slot dapper verdedigd, toen hij tot het uiterste gedreven, zich bij nacht-naar Graaf
EDZARD begaf bij wien hy te vergeefs op ontzet aandrong. De bezetting, aan haar lot
overgelaten en voor het ergste beducht, verliet spoedig insgelijks des nachts het slot.
Men verhaalt, dat slechts ééne soldatenvrouw achterbleef, die twee dagen daarna zich
aan den Bisschop overgaf!
Roelof van Munster werd van al zijne ambten en van
het
\eQn Ruinen ontzet, zijn huis de Kinkhor Η ^ uit hetwelk ieder oogenblik de rust
van
Overijssel en Drenthe konde bedreigd worden, tot den grond afgebroken, en
al wat hij bezat ten behoeve van het bisdom verbeurd verklaard (2).
Adolf van
Rechteren^
welke in het beleg zestig man op eigen kosten had uitgerust en onder- term.
houden, legde aanstonds 'na de wederinname van
Koeverden zijne betrekkingen van
Drost en Slotvoogd neder, die hij afwisselend sinds het jaar vijftienhonderd bekleed.

193. übbo emmics, Rcf. Fris. liist. Lib. XLIV. -p. 685. dodt's Archief^ D. L bL 130. mag-
siK, Over de besturen in Drente, 2° St. 2° Gedeelte, bi. 48—53.

(1) DDMBAR, AnalecU T.II. p. 457—465. De overeenkomst is van den 19 v. Zomermaand 1512.

(2) s. beninga , Chron. d. Vriescher Land. bl. 194. reviüs , Daventr. lïlustr. p. 194. macjiiir,
Over de besturen in Drenthe, 2"= St. 2« Gedeelte, bl. 53—56. In het slot de Kinkhorst » weren
so veele Fenster als dage int Jaer sint" zegt e, berikoa, ff ist. f. Oost-Friesl. bl. 484.

ocr page 326

326 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

.1482—maar ταη welke hij niets dan verdriet gehad had (1). De Bisschop koos in zijne plaats
EVERWIJN, Graaf van
Bentheim en Steinfurth, een dapper man en goed regent.
Dit was echter in stryd met de bepaling van
frederik t^aw Blankenheim in dertien
honderd vijf en negentig, waarbg deze ambten door ^eene anderen dan landzaten uit
Salland of Drenthe mogten bekleed worden, en aan welke men zich sedert stiptelijk
gehouden had. Kamden verklaarde zich dan ook tegen deze keuze , maar vond hevigen
wederstand by
Deventer en Zwol, zoodat de Graaf van Bentheim in de hem opge-
dragen bedieningen bevestigd werd, welke hij drie jaren bekleedde (2).

Roelof van Munster beklaagde zich zelfs bij den Koning van Benemarken over
het geweld hem aangedaan, en riep aller hulp in tegen zyne vganden. In dienst van

1513 Graaf edzard van Oost-Friesland ^ belemmerde hij met eenige schepen de vaart op
de
Zuiderzee en deed herhaalde strooptogten in Drenthe en Overijssel, Een aanslag
op
Koeverden mislukte , maar Goor werd door hem overrompeld en het land tusschen
Ommeri en Zwol onder zware brandschatting gesteld. Roovende en verwoestende trok
hij zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, door
Orenthe met den buit en do ge-
vangenen
n^av Oost-'Friesland terug (3). Hier overleed hy. Zijne weduwe, welke
hem in de ballingschap gevolgd was, werd later door den Hertog van
Gelre met het
slot te
Wedde in Westwoldingerland helemd (4). Naauwelijks was Bisschop fre-
DERiK. van dezen vijand ontslagen, toen hij zich in de Groningers eenen nieuwen
berokkende. Hij had met den Hertog van
Saksen, door Keizer maximiliaan tot Erf-
stadhouder van
Friesland en Groningen aangesteld, een twintigjarig verbond van
onderliuge verdediging gesloten en hem vergund, in
Overijssel een leger bijeen te
brengen met hetwelk die Hertog vervolgens naar de stad
Groningen oprukte, om haar

1514 en de Ommelanden aan den Graaf van Oost-^Friesland te ontweldigen. Zoodra dit
verbond den Groningers was bekend geworden , verklaarden zij den Bisschop den oor-
log en bragten hem, byzonder in
Drenthe, met plunderen en branden aanmerkelijke
schade toe. En toen zij kort daarna den Hertog van
Gelre tot Heer hadden aange-
nomen , zou deze ondernemende Vorst ongetwyfeld zich van
Koeverden en geheel
Drenthe meester gemaakt hebben, indien niet de Bisschop met behulp der Overijs-
selschen, den toeleg door het vaardig aanrukken zijner benden verydeld had. Doch

(1) MAGNiN, Over de besturen in DrentheSt. 2« Ged. bl. 48, 56.

(2) magkin, Over de besturen in Drenthe, 2® St. 2^ Ged. bl. 56—60. bevius , Davenir. 11-
lustr.
p. 195.

(3) s. bekinga, Chron. d. Vries, Land, bl. 195—197. Overijss, Chron. bl. 476. ueviüs, Όα-
ventr. Illustr.
p. 195. ^ .

(4) MAGNiK, Over de besturen in Drenthe, 2® St. 2^ Ged, bl. 55.

ocr page 327

DES VADERLANDS. ' 327

zijn bondgenoot, de Hertog van Saksen, irerd derxvgze door de Geïdersciien in de 1482—
engte gebragt, dat bij om onderstajod naar
Oiiitsohland vertrok en zijne benden onr
betaald aeliterliet. Dit volk, den
Zwarten Hoop genaamd, trok uit Friesland
roovende en veel moedwil bedrijvende <loor Drenthej Overijssel ea h^i Neder-Sticht
naar Holland. Van bier verjaagd, keerde deze woeste menigte het volgende Jaar 1515
door
Gelvie, Kleef en Overijssel naar Friesland terug. Eene andere bende, onder
aanvoering van
jan van Diepenhroek y zwierf plunderende en brandende in Twßnte
rond, en men meent, dat zij met karel van Gelre in betrekking stond. Deze
Vorst ontkende echter eenig deel te hebben aan de vijandelijkheden met welke
fkans ,
bastaard van vos van Putten, in denzelfden tijd de sleden Deventer, Kampen en
Zwol bedreigde. Insgelijks pleegde zekere gerrit van Hagenhroeh vele baldadig-
heden in
Salland (2). Eu alsof dit voor het geteisterde Overijssel niet genoeg ware,
verbrandde de stad
Almelo, zoo als twee jaren later Enschede, Ommen en Grams-
bergen
(3).

Bisschop FREDERIK, van Baden, afkeerig geworden van een bewind dat hij met
weinig geluk en nog minder rust nu twintig jaren gevoerd had, wilde zich daarvan
onlslaan. Hij trad heimelijk met den Koning van
Frankrijk in onderhandeling,
om zyn stift tegen dat van
Mets te verruilen, hetgeen door den Hertog van Gelre,
wiens zusterszoon dien zetel bekleedde, zonder twijfel ondersteuml werd. Keiier
maximiliaan en zijn kleinzoon Koning karel hiervan onderdgt, begrepen te wel
hunne belangen, om niet den hoogbejaarden Kerkvoogd deels door bedreigingen,
deels door beloften te noodzaken, het bisdom voor eene jaarlyksche uilkeering af te
slaan en de keuze eens opvolgers aan hen over te laten. Topn deze overeenkomst,
\Yelko insgelijks in het geheim was bewerkt, ruchtbaar werd, beproefden de Staten
van het
Sticht, met reden voor het verlies hunner vrijheid en onafhankelijkheid be-
ducht, don Bisschop , onder aanbod van vermeerdering van inkomsten, VKUchtelpos tot
intrekking van zijn woord te bewegen (4). Naar een ander .berigt echter, wenschle
Bisschop FREDERIK, door jaren en ziekten afgemat, voor eene aanzienlijke som gelde

(1) s. bekinga, Chron d. Friess. Landen, bl. 246—277. Overijss. Chron. bl. 462. revhis,
Daventr. Illustr. p. 197.

(2) revits, Daventr. Illustr. p. 197, 198.

(8) MOONEif, Chron. v. Deventer, bl. 74.

(4) deda, p. 318. Zie ook den brief der Staten van het Sticht aan Bisschop fredebik van den
2t)jten yan Wintermaand 1516, ons, nevens andere oorspronkelijke stukken van dien tijd, goed-
{funstig medegedeeld door Jhr. Mr.
a. m. c. v. asce v. wijck , van wien wij een uitvoerig verhaal
dezer overdragt te wachten hebben.

ocr page 328

328

ALGEMEENE GESCHIEDENIS

en een jaarlijksch inkomen van vijfduizend Rijnsche guldens uit eenige kloosters, het
bewind aan een ander over te doen, doch vond in
Frankrijk en in Engeland nie-
mand , welke het tot dien prijs begeerde , weshalve hij zich eindelijk lot Koning
karel
wendde, die er het oor aan leende (1). Hoe dit zij, zeker is, dat maximiuaan en

Slagt- bewOgen of dwongen, het Sticht aan Markgraaf willem van Branden-

maand hurg^ een ijverig aanhanger van het huis van Oostenrijk, tegen een bepaald jaargeld

J. O io

af te staan, waarin de Paus insgelijks had toegestemd (2). Wat de uitvoering van dit
plan verhinderd heeft, is ons niet gebleken. Men weet slechts, dat Bisschop
fee-
deuik
den Utrechtschen zetel aan filips van Bourgondië inruimde. Deze was
de natuurlijke zoon van Hertog
filips den Goede bij de schoone Margaretha van
der post
, welke niettemin eene vrouw van onhesproken kuischheid genoemd en
zelfs aan anderen van haar geslacht tot voorbeeld gesteld wordt (3). Hij had te J^rwii-ei
eene wetenschappelijke opleiding genoten en zijne opvoeding aan het Hof van
maria
van Bourgondië voltooid. Na haren dood, was hij in de krijgsdienst getreden en
door MAXIMILIAAN, wclke hem met de ridderlijke waardigheid bekleedde , tot bevelhebber
van
Grevelingen en daarna van Kortrijk aangesteld. Daar hy zich echter aan de zyde
van FILIPS
van Kleef in den opstand der Gentenaars tegen den Roomsch-Koning geschaard
had (4), was hij bij het herstellen der rust in
Vlaanderen genoodzaakt geweest, zich
uit vrees voor
maximiliaan, lot zijnen broeder david mw JBowr^owiZiè'te wenden, welke
hem met open armen ontving. Na des Bisschops overlijden, had de Aartshertog
filips
van Oostenrijk hem minzaam aan zijn Hof ontvangen, tot Ridder van het Gulden
Vlies verheven en het opzigt over zijne huishouding aanbevolen. Later was hy
tot opper-vlootvoogd aangesteld, en hem de bewaring der veroverde Geldersche
steden aanbevolen. Uitstekend kweet hij zich van zijne pligten, doch door ge-
heime kuiperijen en listen in zijne bewegingen lot nut van den staat belemmerd,
had hij zich naar
Zeeland begeven, om aldaar op zyne goederen in stilte te leven.
Spoedig echter was hij uit zyne landelyke rust op het staatkundig looneel teruggeroe-
pen , doch derwaarts wedergekeerd nadat hij , op last en tot genoegen des Keizers,
een gezantschap naar
Rome bekleed en karels zuster naar den Koning van Bene-
marken,
haren bruidegom, vergezeld had. In dien ambteloozen staat leefde filips
van Bourgondië toen hem de bisschopszetel van Utrecht werd opgedragen (5).

(1) gerardüs koviomagds, Philippus Burgundus in jiatthaei Analect. T. I. p. 156, 157.

(2) Correspond. de MARGTJEaiTE d'Autriche. T. II. p. 130—133.

(3) Facmina, adco insiyni ibrmae venustate, et inculpata pudicitia, ut viria admirationi
faeminis exemplo fucrit. gehard, notiomagus , Philip. Burgund, ρ. 14|7.

(4) Verg. hiervoor bl. 258.

(5) gerabd koviomagus , Philip. Burgund, ρ. 147—158. ehasbi Epist, 266. Edit. Lugd. Bat,

ocr page 329

DES VADERLANDS. 329

Ten einde de vereischte toestemming der Stalen van het Sticht aan beide zgden 1482--
des
IJssels tot dien afstand te verwerven, werd na veelvuldige voorafgaande onder-
handelingen, Graaf
Hendrik van Nas&au^ Heer van Breda en Stadhouder van Rol-
land
met eenige andere leden van 'sKonings Raad naar Utrecht gezonden. Hij 22 v.
trachtte de groote voordeden aan te toonen, welke beide voor
Holland en het Sticht ^g^.jjj
zouden ontspruiten, wanneer de tegenwoordige Bisschop, door jaren en ziekten afge-
mat, den zetel inruimde aan een telg uit het magtig huis van
Bourgondi'è. Daaren-
boven verzekerde hij de Staten van *s Konings wege, dat de bedoelde nieuwe Kerkvoogd
by zyne komst al hunne voorregten en vryhe^den bevestigen, en de Koning de inge-
zetenen van het
Sticht, even als zijne eigene onderdanen, tegen allen overlast en
onderdrukking beschermen zou (1). Maar de Staten van het
Neder-Sticht waren
weinig genegen,
fiups van Bourgondi'è voor Heer te erkennen, welke het kennelijk
oogmerk van
karel van Oostenrijk, de geheele vermeestering van het wereldlijk
gebied over het bisdom, ongetwijfeld zoude bevorderen. Het
Boven-Sticht, hoezeer
ook door keizerlyke gezanten aangespoord, waagde het bovendien niet, zich te zyner
gunste te verklaren, uit vrees voor den Hertog van
Gelre^ wiens belangen lijnregt in
strgd waren met die van het huis van
Oostenrijk, en welke niets verzuimde, om den
afstand des bisdoms aan
filips , wien hij persoonlijk haatte, tegen te werken (2). Ka-
kel
van Gelre had niet alleen een leger in Friesland ^ hetwelk ieder oogenblik in
het Vollenhoofsche konde dringen, maar hij nam nog zevenduizend knechten, die
geen Heer hadden, in dienst, welke naar den kant van
Deventer trokken. Op hun- 1517
nen togt door
Twente maakten zg zich verraderlgk meester van Goor ι en Oldenzaal
zou weUigt hetzelfde lot getroffen hebben, indien niet Ώeventer ^ Kampen en Zwol,
door het spoedig afzenden van een hoop krijgsvolk, vereenigd met een goed getal
Twentsche boeren, dit verhinderd hadden. De Hertog betuigde, dat deze vijandelijk-
heden builen zijn weten geschied waren. Ook trokken de vreemde gasten,
Drenthe
verwoestende, eerlang naar Friesland terug (3).

T. ΠΙ. p. 262. süffridiis petrus in ^ppendice ad bekam, ρ. 186. Naar deze Schrijvers nam hups
legen zijn zin en alleen ten wille van maximiuaan en karel de hem afgestane Avaardigheid aan.
Doch volgens
heda, welke evenzeer legen, als gerardüs koviohagüs voor hem ingenomen is, zou
hy reeds lang naar den IJtrechtschen zetel gewenscht hebben.
Hist. Ëpisc. Ultraj, p. 319. Verg.
v.
rdijn op van heusdek's Bat. Sacra, D. 11. bl. 551.

(1) ChartuL Major. Eccl. in mattüaei Analect. T. I. p. 158—161.

(2) Zie den brief van Hertog karel aan de Staten van het Sticht van den 18 v. Winterm. 1516.

(3) revms, Daventr. lllustr. p. 198—203. Zie den brief van Hertog karbl van den 16 van
Louwmaand 1517.

Π Deel. 3 Stuk. 42

ocr page 330

330 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482— Ondertusschen waren de Slaten Tan Utrecht ^ welke niels onbeproefd gelaten had-
den , om
frederik Van Baden van zijn besluit af te brengen, door Koning karel
27 v. overgehaald, om zonder medewerking der Overijsselschen, filips van Bourgondië lot
^1517 aan te nemen (1). Zij waren trouwens ook te magteloos, om met eenige

hoop op een gewenschten uitslag, zich tegen den wil van den veelvermogenden be-
heerscher van
Holland te verzetten, en moesten zich naar de tijdsomstandigheden
schikken. Zelfs konden zij slechts met moeite, behalve eenige andere weinig belang-
rijke voorwaarden, van hem de bevestiging der voorregten bedingen, welke zijne voor-
gangers, de Graven van
Rolland ^ aan de Utrechtschen hadden verleend en de
verzekering erlangen, dat
filips υαη Bourgondi'è bij zijne komst alles zou beloven
en bezweren, wat zijne voorgangers beloofd en bezworen hadden; ook geen vrede of
oorlog aangaan buiten toestemming der Staten, noch iets besluiten of verrigten zonder
zyne landzalen te kennen. Het verzoek om tolvrijheid door 'sKonings landen, waar
de stad
Utrecht sterk op aandrong, werd niet ingewilligd; maar daartegen nam
KAREL van dien tijd af het
NederSticht in zijne bijzondere bescherming (2). 's Pau-
sen bewilliging in de overdragt des
Stichts was voor twaalfduizend dukaten verworven;
een bewijs, welk hoog belang de Koning er in stelde, om het
Sticht aan zijn gezag
te onderwerpen (3). De nieuwe Kerkvoogd kwam uit
Holland over IJsselstein met
een sloot van omtrent duizend ruiters in
Utrecht ^ werd met de gewone plegligheid
uloeiin ^^^^ bisschoppelijken zetel geplaatst en nadat hy den eed had afgelegd, in zyne
jqy, hooge waardigheid erkend (4). Daarna bevestigde Keizer maximiliaan hem in het
imumd bewind des bisdoms (5). Doch niet vóór het begin des volgenden jaars

werd filips, welke nimmer tot den geestelijken staat was opgeleid, geordend en tot
Bisschop gewijd (6), Het
Boven-Sticht had spoedig het besluit van \\q\. Νeder-Sticht
gevolgd, en elk der drie hoofdsteden eenen geheimschrgver naar Utrecht gezonden,
om den Bisschop bij de inhuldiging te begroeten en hem uit te noodigen, zgne komst
in
Overijssel te bespoedigen. Hij verscheen daar in Wynmaand, en werd eerst afzon-
derlijk in
Deventer, Kampen en Zwol, welke hem drie vergulde zilveren bekers

(1) bevitjs, Daventr, Illustr. p, 203.

(2) Chartul Major. Ε cel. in ματτπαει Analect. T. I. p. 161—168.

(3) gerardus ktoviohagüs, PMUpp, Burgtmd. ρ."^,168.

(4) Intronizatio Domini philippi, in mattdaei Analect. T. I. p. 174—182. r. skoyüs, Rer.
Batav,
Lib. XIII. p. 192.

(5) Diploma maximiliahi, in matthaei Analect. T. I. p. 188—191. ^

(6) Fragm, ger. hoviom. in »attdaei Analect. T. I. p. 188.

ocr page 331

DES VADERLANDS. 331

sa

vereerden, en vervolgens op den Spoolderberg door de Ridderschap en de kleine ste-
den van
Salland gehuldigd (1).

De gewezen Bisschop frederik: van Baden vfas met den schat, die in het kasteel
te
Duurstede bewaard werd en welken hij zich had toegeëigend, naar Lier in Bra-
hand
vertrokken, alwaar hij weinig maanden na zijnen afstand overleed (2). Geld-
zucht en eene heerschende neiging voor weelde, pracht en overdaad, welke zijne in- maand
komsten niet konden bevredigen, werpen eene schaduwiop do overigens beminnelijke
inborst van dezen Kerkvoogd, welke den vrede zocht, maar slechts krijg en onrust
vindende , niet schroomde, zelfs in de hagchelijksle omstandigheden , moedig hot oor-
logszwaard op te vatlen , hetwelk hij met beleid en dapperheid voerde. De muitelin-
gen behandelde hij met gestrengheid, de overwonnenen met zachtmoedigheid, de·
welgezinden met minzame gastvrijheid (3). Het geestelijk bestuur van het
Sticht liet
hij, naar het schijnt, geheel aan zijnen Wijbisschop
de ridder over (4). Althans
geene openlijke blijken van zijne herderlyke bemoeijingen bestaan, dan zyne zorg
voor de overblijfselen der Heiligen, welke in vijftienhonderd vijftien in de St. Janskerk
te
Utrecht gevonden >verden (5); en de verklaring van eene belangrijke plaats uit
eene pausselijke bulle ten behoeve der Franciscanen (6).

Van geheel anderen aard was zijn opvolger. Bisschop filips van Bourgondië had
eene te onafhankelijke, te wetenschappelijke opvoeding genoten, stond in te vriend-
schappelijke betrekking met
erasmus en andere geleerden dier eeuw, en was ook
zelf te verlicht, om niet te trachten de ingeslopen misbruiken tegen te gaan en eene
verbetering in de Kerk zelve te wenschen. Zoodra hij derhalve^het bisschoppelijk
bewind had aanvaard, liet hij zijne gedachten gaan over het nazien der Synodale in-
stellingen , het verminderen der kerkelijke feestdagen, het beteugelen der afpersingen
en geweldenarijen van kerkverzorgers
{provisores) en dekens, het aanstellen van ge-
schikte en het verwijderen van onbekwame predikers , zoo als er toen vele waren ,
het beter verzorgen der armen en dergelyke verbeteringen meer. Doch zwakheid en

(1) REviDS, Daventr, Illustr. p. 204.

(2) DEDA, p. 319. Batavia Sacra, D. II. bl. 516.

(3) HEDA, p. 319.

(4) Batavia Sacra, D. II. bl, 528.

(5) HEDA, p. 320—324. Zie over de wonderteekenen, welke volgens dezen schrijver, p. 319,
320, onder Bisschop
frederik: van Baden zouden gezien zijn, van rrijii's Aant, op de Batavia
Sacra,
D. II. bl. 522.

(6) Batavia Sacra, D. II. bl. 517—520.

11 Deel. 3 Stuk. 45

ocr page 332

1996 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—menschenTrees verhinderden hem deze heilzame bedoelingen uit te voeren (1). Hij
had als gezant te
Rome aan het pausselgk Hof veel gezien, wat zijne hoogste veront-
waardiging opwekte en aarzelde niet, ronduit te verklaren, dat naar zijn oordeel,
de Heidenen beter en onschuldiger geleefd hadden dan zij, die nu der christelyke
wereld wetten van godsdienst voorschreven (2). Hij koesterde uit dien hoofde ook
weinig achting voor de hooge Geestelijken van zijn stift, poogde hunne vrijheden in
te krimpen en het regtsgebied der Aartsdiakenen te beperken of aan zich te trekken,
bewerende, dat alles, naar het gewone regt, den Bisschop toekwam (3). Als wereld-
lijk Vorst, was eene zijner eerste verrigtingen het uitgeven van eenen landbrief ten
behoeve van het
Β oven-Sticht, in welken eenige bepalingen omtrent de verdedi-
ging van dat gewest en eenige uitbreiding der landregten gevonden worden (4).
Ernstig beijverde hij zich, om de sloten in het
ISeder-Sticht te versterken, bigzonder
dat van
Duurstede, zyne verblyfplaats, hetwelk tevens inwendig prachtig en gemak-
1518 kelijk werd ingerigt (5). De vestingwerken van
Ootmarmm y Goor y Delden, Ommen
en Hardenberg daarentegen werden geslecht (6). Dit moet te vreemder voorkomen,
dewyl om dien tgd eene onbetaalde bende ruiters, welke onder
frederik van Baden
gediend had, Oldenzaal benevens bot slot Lage vermeesterd, Salland en Twente ^
tot voor de poorten van Zwol^ waar de Bisschop zelf zich bevond, te vuur en
te zwaard verwoest en slechts tegen een geldelijken afkoop hare rooftogten gestaakt
had (7). Daarenboven hield de
Zwarte Hoop j uit Friesland getrokken, Overijssel
steeds in beweging en stroopte tot in de omstreken van Deventer, Deze woeste gas-
ten werden vervolgens door de Hertogen van
Gelre en Kleef ^ in wier gebied zij veel
moedwil pleegden, en door den Graaf van
Nassau verdreven, en die zich door de
vlugt niet konden redden, opgehangen (8).

Niettegenstaande Bisschop filips het bezit van den Utrechtschen zetel aan Koning
KAREL was verschuldigd, wees hij echter diens voorslag tot een wederzijdsch verbond

(1) GERARDus NovioMAGus, Philipp. BuTg. p. 183—185.

(2) GERARDUS NovioMAGüs, Philipp. Burg. p. 153. Verg, dfi Aant. van v. kuijh , op de Bal.
Saera
, D. II. bl. 552.

(3) DEDA, p. 325.

(4) Tegenw. Staat van Overijssel ^ D. I. St. I. bl. 169.

(5) OERARDDS NovioMAGTis, Philipp. Burgund, ρ. 185—187.

(6) Overijssel Chron, in dubbar's Analect. T. 11. p. 466.

(7) oerabdus hoviomagüs, Philipp. Burg. p. 188—190. !

(8) REVius, Davenir, lllustr, p^ 205.

ocr page 333

D Ε S ν Α D Ε R L Α Ν D S. 333

tegen hunne vijanden van de hand, dewgl de Staten aan heide zijden des Z/ije/* 1482—
vreesden, daardoor- slechts te meex afhankelyk te worden van het Huis van
Oosten·
rijk
(1), Het Boveri'Sticht sloot kort daarop met den Hertog van Gelre^ *sKonings 1519
hardnekkigsten vijand, eene overeenkomst, dat men alle misdadigers op elkanders
grondgebied mögt vervolgen (2). De Bisschop zelfs stond, althans schgnbaar, in goede
verstandhouding met den Gelderschen Vorst, welke op zgn verzoek den Graaf van
Isenburgs die op Overijssel eenige aanspraak maakte, den togt derwaarts door zijn
gebied weigerde (3). Spoedig echter bood zich Hertog
karel eene gelegenheid aan ,
om zijne eigenlijke gezindheid jegens
filips te toonen. Aan de stad Kampen was door
Bisschop FREDERiK
van Blankenheim een tol op den IJssel verkocht, om welken te
ontgaan, -de kooplieden, sinds het dieper worden van het
Zwarte Water of de Overijs-
selsche f^eoht ^
hunne goederen over Zwol naar en van de Zuiderzee voerden. De
Kampers legden toen een tol aan den mond der
Vecht ^ waaraan de Zwolschen vol-
strektelyk weigerden, zich te onderwerpen. Van wederzijdsche vertoogen kwam het
tot daden. Met geweld namen de Kampers een Zwolsch schip, en de Zwollenaars
eenige Kamper burgers gevangen. Door tusschenkomst van de Staten van het
Neder- 1520
Sticht, den Raad der stad Deventer en van den Bisschop zeiven, konde men de
slaking der gevangenen en de teruggave des schips, maar niet het staken der vijande-
Igkheden tusschen de beide steden bewerken. Deze duurden voort tot dat Keizer
ka-
rel
de twistenden bij monde van frans cobel en Hendrik spiering , leden van den
Raad van
Holland^ vermaande zich aan de uitspraak van den Bisschop en van do Stalen
van het
"Neder- en Boven-Sticht te onderwerpen en inmiddels den vrede te bewaren. 1 v.
Zy namen hierin genoegen en gaven weldra den scheidslieden op eenen landdag te ^ggj^J
Oeventer, hunne bezwaren schriftelijk over. Des Bisschops pogingen tot bevrediging 1521
bleven vruchteloos. Eenigen hebben dit aan zgne hebzucht, anderen aan het wan-
trouwen der Zwollenaars tegen hem en den Keizer toegeschreven. Ëoo dit zij,
Kam-
pen
was lot vrede genegen en bood om dien te bevorderen , onder zekere voorwaarden ,
de tolvrijheid den Zwolschen aan; maar deze bleven eischen, dat hunne schepen ge-
heel onbezwaard langs het
Zioarte Water van en naar de Zuiderzee zouden varen,
tot dat het geschil beslist zou zijn, gelgk hun in naam des Bisschops, door de dekens
van den Dom en van
sint pieter te Otrecht beloofd was. Terwijl hieraan verder geen
gevolg gegeven werd, en een misverstand tusschen
filips en de Staten zelve de uit-
spraak , op welke
Zicol slerk aandrong, slepende hield, trad de regering dier stad,

(1) GERARDus KOVIOMAGDS, Philipp. Burg, p. 180 iii not.

(2) Ocerijss. Chron. LI. 460.

(3) SLICHTEKUORST, Geld. Gesph, B. XI. bl. 350.

ocr page 334

334 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—door middel van mighiel van bombergen, Drost van Hattem, en jakob ten sterte,
1528

Schout Tan Heerde, met den Hertog van Gelre in geheime onderhandeling. Eerlang
werd dan ook eene overeenkomst tot stand gebragt, van welke de hoofdpunten waren,
dat do stad den Hertog, welke vermoedelijk reeds lang hierop had, gevlamd, tot
haren beschermheer aannam en uit twee Vorsten, door hem voorgesteld, eenen tot
haren Landsvorst zou kiezen in de hoop , dat deze vervolgens Bisschop van het geheele
Sticht mögt worden, hetgeen men met allen ijver zou trachten te bewerken* Daar-
entegen zou Hertog
karel de Kampers tuchtigen en hen noodzaken van het invorderen
des tols af te zien. Dienzelfden dag ontsloegen do Zwollenaars zich openlijk van den
8
v. eed aan Bisschop filips gedaan. Den nacht te voren hadden de hoofdbewerkers dezer
152l"' omwenteling vergeefs getracht, zich bij verrassing van
Hasselt meester te maken.
Maar twee dagen daarna, overvielen zij eene vergadering van Overijsselsche Edelen,
welke te
Ommen, ter zake van den afval van Zwol, werd gehouden, en namen er
verscheiden gevangen. Eenige adellijke huizen in den omtrek werden door hen ver-
nield en allen, welke den Bisschop getrouw bleven, als viganden beschouwd.

Inmiddels had de Hertog van Gelre eene krijgsmagt in Ooerijssel gevoerd en door
19 V. den Drost van
Hattem, de stad Zwol van eene bezetting voorzien. Hy sloeg straks
Hooiin. boieg voor
Hasselt, maar werd na weinig dagen door de landlieden van J^ollen-
hoven
en de Kampers genoodzaakt af te trekken. Wu wierp hy krygsvolk in Gene-
muiden
en in Zwartsluis, om aan Hasselt den toevoer af te snyden. Keizer karel
ten hoogste op do Zwollenaars verbolgen , verklaarde hen tegelijk met de Gelderschen
en hunne bondgenooten de Friezen voor oproerlingen; en riep bij eene aanschryving
27
v. de ingezetenen van Ooerijssel ten ernstigste op, om de wapenen aan te gorden, en
llooim. tegen elk, die hen mögt aanranden, tot het uiterste te verdedigen. Bisschop
filips ontving te Kampen manschappen uit Holland, met welke hij den Hertog van
Gelre, die op nieuw het beleg voor Hasselt had geslagen, noodzaakte af te trekken.
Ondertusschen was eene Overijsselsche bende van honderd twintig ruiters en drie vaan-
delen voetknechten, onder aanvoering van
jan kruijze , rentmeester van Salland,
en willem van deutiguem , Schout van Deoenter, in de ^eluwe gevallen en roo-
21 V. vende en plunderende tot aan
Harderwijk doorgedrongen, een groot-aantal landzaten

IJ Î¡ 4

m.naiid' vijfduizend stuks vee gevangen met zich slepende. Doch op den

terugtogt werden zy by Jlperloo onder Elhurg door Hertog karel overvallen en
ten eenemale geslagen. Do geheele buit viel in handen van den overwinnaar. Onder
de gevangenen warén de beide bevelhebbers, welke in eene houten kevie van mans
hoogte en zeven voet lang,
wassenaars kooi genaamd, te Hattem bij beurten opge-
sloten en vervolgens te
Arnhem gevangen gezet werden (1). Het berigt van eenen

(1) Zie over deze kooi, in -welke vroeger Heer jan van Wassenaar was opgesloten geweest,
V, OASSELT, Stukken v. d, Faderl. Eist, D. I, bl. 210. Geldersch Maandw. bl. 321.

ocr page 335

DES VADERLANDS. ' 335

vlugteling uit den slag, dat alles verlaten of verraden was, bragt het gemeen to 1482^
venter in hevige beweging. Het raadhuis werd geplunderd, de stedelijke schatkist
beroofd, menig belangryk geschrift verscheurd en de regering veranderd. De kame-
raar PETER VAW MOTJWUK, die zich legen de aant^ging van verraad op
den Brink
mannelyk en overtuigend verdedigde, bragt de menigte tot bedaren en hierdoor een
gedeelte van het geroofde geld in de stedelijke kas terug. De eensgezindheid der
burgers werd echter niet zoo spoedig hersteld. Hertog
kahel veroverde inmiddels
verscheidene sloten in den omtrek van
Deventer en bragt de stad zelve uit twee blok-
huizen, aan gindschen kant des
JIssels opgeworpen, veel schade toe, terwijl een
ander gedeelte zgner krijgsmagt
Twente afliep en Drenthe op brandschalling stelde.

Bisschop filips had zich naar den Keizer in Vlaanderen begeven, om met hem
over de Boven-Stichtsche zaken te raadplegen. Doch de kryg met
Frankrijk ver-
hinderde KAREL, den Kerkvoogd krachtdadig te ondersteunen; slechts prees hij hom
tot opperbevelhebber dor Stichtsche krygsmagt, den veldoverste
Willem van Roggen-
dorp
aan, die in Friesland do wapenen legen de Gelderschen en hunne aanhangers
gevoerd had. Door
van koggekdorp ondersteund, kwam filips met eene vloot van
veertig schepen, rijkelyk van manschappen en krijgsbehoeften voorzien, te
Kampen.
Aanstonds werden onderscheidene gewapende vaartuigen op do Zuiderzee gezonden,
om den Gelderschen en Zwolschen afbreuk te doen, terwijl een ander gedeelte der
bisschoppelijke krijgsmagt andermaal do
Velutoe brandschatte cn plunderde. Hasselt
werd van genoegzame bezetting en krijgsbehoeften verzorgd. Om in de betaling der
hulpbenden te voorzien, verpandde
filips , die zich vooreerst te Kampen bleef ophou-
den, zijn goud- en zilverAverk en andere kostbaarheden.
Van koggekdorp vereenigde ,
na eenen strooplogt in
Friesland, zijne benden met die van frederik. tJaw jTw/cÄe^oo,
's Bisschops slotvoogd te Koeverden en Drost van Drenthe, wien hy het bevel over de
gezamenlijke krygsmagt opdroeg, terwijl hij zelf eerlang naar
Friesland terugkeerde,
om er als keizerlijk Stadhouder het bevel te voeren.
Frederik van Twtckeloo liep
het Gelderschgezinde
Groningerland af en wierp zich, door de vereenigde Gelder-
sche en Groningsche magt nagezet, met eene sterke bezetting in
Koeverden, Het
overige deel van het bisschoppelyk leger verliep uit Avanbetaling en vele traden in
dienst des Hertogs van
Gelre, wiens krijgsoversten van meürs cn van pomïieiien Dren-
the
plunderden en verwoestten.

Terwijl Bisschop filips zich in Kampen werkeloos ophield, stroopten de Zwollenaars
ongehinderd in den omtrek, Eenige zgner benden, welke op de Velutoe en in het
land van
VoUenhoven roovende rondzwierven, werden geslagen. De stad Vollenho-
ven
zelfs verklaarde zich in het geheim voor den Hertog van Gelre ^ aan wiens zgde
zich openlijk vele Overgsselschen schaarden in welke 'sBisschops werkeloosheid, groot
misnoegen en wantrouwen had opgewekt.
Steenioyk werd tweemaal door de Gelder-

ocr page 336

336 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482_sehen bestormd, die telkens met groot verlies werden afgeslagen en hunne beide aan-

1528 yoerders michiel van Pommeren en warner spiegel verloren. De Bisschop, welke
1522 ondertusschen Ie
Brussel bg den Keizer op onderstand had aangedrongen, ontving om
dien tijd van de Landvoogdes
Margaretha van Oostenrijk eene versterking van vigf-
lienhonderd man, onder bevel van
joris , of george schenk: van Tautenburg. Nu
werden eerlang de Gelderschen uit twee schansen, de eene bij
Zwol, de andere
by Hasselt verdreven, waardoor den Zwollenaars de toevoer werd afgesneden.
Schenk berende hierop Genemuiden en bragt deze sterkte byna tot het uiterste.
In dit hagchelijk tijdstip kwam Hertog
karel te goeder ure in ZwoL Met eene
aanzienlijke magt viel hij op de belegeraars van
Genemuiden aan, die na een aller-
bloedigst gevecht, de vlugt kozen. Groot was het verlies der bisschoppelgken aan
gesneuvelden en gekwetsten. Vgf en twintighonderd krijgsgevangenen, onder wel-
ke bevelhebbers van aanzien Avaren, negen veroverde vaandels en een groot getal
buitgemaakte paarden werden door do overwinnaars zegepralend naar
Zwol ge-
voerd. Geenen tegenstand ontmoetende, dwong Hertog
karel door zijn bevel-
hebber JAIT
van Selbach weldra de stad en het slot Koeverden tot onderwerping.
De wakkere slotvoogd
frederik van Twickeloo, welke alle voorslagen om zich
over te geven, had afgewezen, was door zijne eigene manschappen gevangen ge-
nomen , die daarop met den vijand in onderhandeling getreden en met hunne
12
v wapens en krijgsvoorraad uit het slot getrokken waren. Van twickeloo , als krygs-
llerisl· gevangen naar
Gelre gevoerd, konde slechts voor een aanzienlijk losgeld later
' zijne vrijheid verwerven. In zijne plaats werd
jan van Selbach tot Drost van
Drenthe en slotvoogd van Koeverden aangesteld, wien het met veel moeite geluk-
te de overheerde Drenthenaars te bewegen , den Hertog van
Gelre als Landsheer te
huldigen.

Ondertusschen hadden de Gelderschen insgelyks de sloten Gramshergen en Diepen-
heim
in Twente vermeesterd. Zonder gevolg hield Bisschop filips bij den Keizer om
krachtiger onderstand aan.
Deventer en Kampen moest hij genoegzaam geheel aan hun
lot overlaten, waardoor zg dan ook eindelijk zich,gedrongen zagen, met den Hertog van
' Gelre ^ die hen steeds meer en meer benaauwde, te Zutphen een verdrag te sluiten.
IQ y Zij beloofden daarin , geenen bgstand meer aan den Bisschop van
Utrecht tegen Gelre
Wijn- te verleenen en geen nieuwen Kerkvoogd aan te nemen, welke niet vooraf verklaard
had, met den Hertog in vrede en eendragt te willen leven. Wederkeerig beloofde hun
KAREL zijne bescherming, ook tegen den Bisschop zeiven. De Ridderschap en de
kleine steden of plaatsen van het
Β oven-Sticht, welke zich aan de beide steden aan-
sloten , zouden in het verdrag opgenomen worden.
Deventer en Kampen verontschul-
digden zich den volgenden dag bij den gewaarschuwden Kerkvoogd over den slap,
tot welken de nood hen geleid had. Doch zij waren van kwaad tot erger gevallen,

ocr page 337

DES VADERLANDS. 33-

en Tonden in den Herlog. van Gelre meer een willekeurig gebieder dan een wakkeren 1482—
beschermer. Terstond stelde hij
barend van Hakvoord, Drost ταη Zutphen^ tot
Stadhouder van
Overijssel, en jakob ten sterte lot Rentmeester van Salland aan,
die onmiddellijk al wat men te voren den Bisschop opbragt, ten behoeve van zijnen
Heer invorderde. Nieuwe schattingen werden uilgeschreven, en de lasten dagelijks
drukkender voor de uitgeputte ingezetenen. Tegen regt en billijkheid aan dreef men,
dat
Deve7iter en Katnpen de steden, Avelke Bisschop filips nog getrouw bleven, zoo
als
Hasselt, Steenicijk, Oldemaal en andere, lot het verbond moesten overhalen,
of anders zelve de nadeelen vergoeden, welke den Gelderschen en Zwollenaars uit
die plaatsen werden toegebragt. Hieruit en uit andere bezwaren sproten ontelbare,
altijd even vruchtelooze onderhandelingen voort, welke eindelijk den Hertog derwijze
verbitterden, dat hij alle gemeenschap van
Gelre met Overijssel afsneed, do inkom-
sten der Edelen en der twee steden in beslag nam, en hunne goederen in zijn gebied 1523
verbeurd verklaarde.

Niet slechts wenschten nu Deventer en Kampen zich van den vreemden meester te
ontslaan, maar ook in
Zwol ^ waar trouwens de bevolking in het algemeen nimmer
Gelderschgezind geweest was, begon men openlyk legen de bewerkers der noodlottige
omwenteling, de oorzaak aller rampen, te morren. En inderdaad, zwaar boelten de
inwoners voor hunnen opstand. Hun handel op de
Nederlanden was door het verbod
des Keizers geschorst; alle neringen en handteringen stonden stil, en de toevoer werd
ten uiterste belemmerd.
Steenwijk, onlangs door de Gelderschen bij verrassing ge-
nomen, was Aveder in de magt der Bisschopsgezinden geraakt, en de bezetting van
Hasselt stroopte alles in den omtrek weg, wat den Zwollenaars toebehoorde. Nog
hooger steeg het misnoegen, toen Hertog
karel onverwachts eene bezetting in Zwol,
waar men die steeds geweigerd had, wilde werpen. De Gelderschgezinde regenten
geraakten allengs uit het bewind en eenige van hen, voor erger beducht, weken J524
uit de stad, alwaar de geheime beraadslagingen met
Deventer en Kampen over eene
tegenomwenteling werden voortgezet. De Hertog, die onderwijl
Friesland verloren
had, trachtte nu te meer
Overijssel Ie behouden, en het gelukte eenige zijner aan-
hangers in
Zwol, de burgerij te overreden, dat zijne tegenwoordigheid in de stad de
vervallene zaken zou herstellen. Hij stak derhalve uit
Hattem den IJssel over,
maar legen woord en belofte aan, met drie vaandels voetknechten en eenige ruiters,
welke hij hoopte n^et zich in
Zwol te voeren. Doch hier was men op zijne hoede. ^^^
Slechts hem Averd de toegang vergund, maar het krggsvolk, hetwelk met geweld wilde Lente-
binnendringen , door het nederlaten der valhekken in de poort buiten gehouden.
Karel in zijne verwachting te leur gesteld, trok gloeijende van spijt en verbittering,
den volgenden dag naar
Gelre terug. Beducht voor zijne wraak, sloten eerlang de
Zwollenaars met
Deventer en Kampen een verbond, waarbij de drie steden beloofden,

il Deel, 3 Stuk. 43

ocr page 338

338 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— len eeuwigen dage aan het Sticht van Utrecht en aan elkander getrouw te blijven,
^^^ de wederzgdsche voorreglen te handhaven, en de een de andere naar vermogen,

11 v.

Grasm. bijzonder de stad Zwol tegen den Hertog van Gelre te ondersteunen, die inmid-
i524 deis Yoor haar hel beleg had geslagen. De belegerden ontvingen derhalve spoedig van
hunne bondgenooten eene versterking in manschappen, en boden zulken wakkoren
tegenstand, dat
kakel , aan den goeden uitslag zgner pogingen wanhopende, het
eerst aan een vergelgk begon te denken. Door tusschenkomst van
Deventer en Kam-
pen
werd dan ook te Battem eene overeenkomst bewerkt, naar welke de Hertog en
(l-asm.
 Zwol zich van alle vijandelijkheden zouden onthouden, hunne geschillen aan

de beslissing van onzijdige scheidslieden overlaten, en den handel voor beider ingeze-
tenen openstellen.
Zwol mögt inmiddels niet met het huis van Oostenrijk of diens
aanhangers in eenige onderhandeling treden. Den volgenden dag werd het beleg op-
gebroken , hetwelk meer dan drie weken geduurd had, en daardoor voor eene poos
aan den Overysselsch-Gelderschen krijg een einde gemaakt (1).

Ondertusschen was Bisschop filips van Βourgondië op den zevenden van Grasmaand
te
JVijk hij Duurstede, in den ouderdom van zestig jaren overleden (2). Zeer uiteen-
loopend is deze Kerkvoogd door zijne tijdgenooten beoordeeld, en terwijl de eene over
zijne deugden uitweidt, weet do andere naauwelijks iets meer dan gebreken in hem
op te noemen (3). Zeker was hij een man van verlichte denkbeelden, rijk aan onder-
vinding in staats- en krijgszaken, die steeds het goede Avilde, maar wien die standvas-
tigheid van geest en verstandige onverwriktheid van wil ontbraken, welke tot het ver-
wezenlijken zijner heilzame bedoelingen gevorderd werden. Daarenboven verhinderden
hem do tijdsomstandigheden en zijne afhankelijkheid van den Keizer, om met nadruk
do wereldlijke zoowel als de geestelijke belangen van het
Sticht te bevorderen (4).
Slechts bewerkte hij , dat Paus
leo X den Utrechtenaars het voorregt verleende, of ben

(1) iiEDA, p. 325. GERAHDus KOviOMAGüs, Philipp. Burgutid. p. 204. AwoNTMiis, Bellum inter
Transisalanos et Gelros,
in dumbars Analect. T. III. ρ, 593—615. Overijss. Chron, bi.
466—468. KEViDS,
Daventr. lllustr. Lib. II. p. 206—224. Tegeniv. St. Overijssel, D. I.
St. I, bl. 170—178.
μαονιν, Over de besturen in Drenthe, D. I. St. III. bl. 1—83.

(2) GERAKDDS NOVioHAatjs, Philipp. Burgund, ρ. 206, 207. Zijn dood wordt, naar het schijnt,
door
iiEDA, die zeer tegen hem ingenomen is, als het gevolg van dronkenschap beschouwd, p. 326.
GERARDUs woViOMAGüS, des Bisschops lofredenaar, schrijft dien aan de gevolgen eener gevatte koude
toe, p. 205.

(3) Vgl. de getuigenissen van πεοα en gerardüs hoviomagds hem betreffende in de Batavia
Sacra.
D. II, bl. 535—541 j en de beide geheel verschillende grafschriften op hem in κοκ,
Vaderl Woordenb. Ό. XV, bl, 146.

(4) Zie GLAsiüs, Gesch. d, Christel. Kerk in Nederl. D. III, bl, 29. j

V

ocr page 339

DES VADERLANDS. 339

daarin bevestigde, van onder geen voorwendsel of voor welke zaak ook, in de eerste
regtsvordering buiten 'slands gedaagd te mogen worden (1). Geleerden en kunstenaars
vonden in hem eenen gverigen en milddadigen begunstiger
(2). Erasmus noemde hem
zelfs zynen
Maecenas en stelde hoogen prys op zijn oordeel (3). Inzonderheid was hy
een hartslogtelijk minnaar der schoone kunsten en had zelf in zijne jeugd, zich op de
schilderkunst en het goudsmeden toegelegd (4). De staatszorgen konden hem niet
aan de beoefening der letteren onttrekken. Hij las de Gewijde Schriften en vergeleek
de gewone Latijnsche vertaling
(vulgata) met die van erasmus (5). Een groot ge-
deelte van de legenden der Heiligen beschouwde hij als fabelen, en hoogelijk Averd
de ongehuwde staat der Priesters door hem gelaakt, dikwijls den wensch uitende, dal
hij dien met eenparig overleg der Bisschoppen afgeschaft mögt zien (6). Geen won-
der alzoo, dat eenigen hem als niet afkeerig van de leer van
luther beschouwd
hebben (7). Hij zal wel geene scheuring, maar even als zijn vriend, de groote Rot-
terdammer , meer eene hervorming van de Kerk in de Kerk zelve gewenscht hebben.
Men heeft hem, doch naar het schijnt ten onregte, van hecrschzucht beschuldigd (8).
Met meer regt wordt hem onmatigheid in wijn te last gelegd, ofschoon hij van dronk-
aards eenen afkeer had. Kuischhoid en ingetogenheid waren geene zijner deugden.
Op zijn sterfbed gevraagd zijnde , hoe het met zijne natuurlijke kinderen zou gaan,
gaf hij tot antwoord: »zij zullen genoeg hebben, indien zij zich wel gedragen (9)." ·
Het
Sticht was onder het bewind van filips van Bourgondië meer en meer iu
magt en aanzien gezonken en bgna geheel onder Oostenrijkschen invloed geraakt. Aan
den eenen kant bestookt door de benden van den heerschzuchtigen
karel V, en aan

(1) HEDA, p. 327, et BüCHELits ad eundcin. ßatav. Sacra, D.JI, bl. 543.

(2) SDFFRIDÜS PETRUS in Appetidicc, p. 187, 188.

(3) EBASMI Opera, T. ΠΙ, p. 262 , 272. Epist. 266 , 279.

(4) stFFKiDüs PETRUS, in Appendice, p. 188.

(5) GERA.RDÜS K0VI0MAGU8, Philipp. BuTg. p. 196—198.

(6) GERARDus KovioMAGüs, Philipp. Burg. p. 193, 203.

(7) beda, ρ. 327. gerrit getdekbaüeii van Nijmegen (gebardcs koviofflagüs), 'sBisschops biecht-
vader, ging naderhand tot de Protestanten over, volgens
Valerius akdreab, Bibl. Belg.Άζη^ώ&Μ
in Bat. Sacr. D. Π, bl. 539.

(8) heda, p. 326; en van rhijn, op Bat. Sacra, D. II, bl. 551. Vgl. daartegen gerardus
KovioiAGus, p. 157, en den brief van erashds door ·αττπαεβ8 aldaar aangehaald. suwbidoe petrus
in Appendice. p. 186.

(9) gerardus noviobaous, Philipp. Burg. p. 206.

43»

ocr page 340

340 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—den anderen kant geleislerd door den rusteloozen karel van Gelre ^ uitgeput en in-
wendig verdeeld, bevond het zich. in den neteligsten toestand. Zoo ooit, werd thans
een bekwaam raan aan het hoofd van den zinkenden staat gevorderd; en er werden
gebeden opgezonden, om dien van den Hemel af te smeeken (1), In
ütrecht nam
men de noodige voorzorgen tegen aanslagen van buiten en verwarring van binnen (2),
Immers werden niet alleen, zoo als vroeger dikwerf geschied was, ook thans door
de naburige Vorsten onderscheidene mannen ter vervulling van den opengevallen
zetel aangeprezen, maar er heerschte een groot verschil van gevoelen onder de Ka-
noniken , van welke vele zich legen eenen Bourgondiër, uit haat op Bisschop nups,
verklaarden, terwgl anderen geenen Duitscher, uit afkeer van
frederik van Baden,
begeerden (3). Onder de mededingers kwamen het meest in aanmerking: everhaed
van Arenberg^ Kardinaal-Bisschop van Luik ^ door den Keizer onderschraagd; Hen-
drik
mn Beijeren, Kanonik te Keulen, wien de Paltsgraaf aan den Rijn, zijn va-
der, de Aartsbisschop van
Keulen en de Hertog van Kleef voorspraken; en frans
van Lunenhurg, welke met den zoon des Hertogs van Lotharingen en een der
Domheeren van
Utrecht^ door den Hertog van Gelre, die met eene sterke krygs-
magt naar het
Neder-Sticht afzakte, was aanbevolen. De vrees der regering van
Utrecht, dat zich de keus der Kanoniken op eenen gunsteling der gehate Oostenrg-
kers of Gelderschen zou bepalen, deelde zich aan het volk mede. De opgewondene
0 V. menigte geraakte in de wapenen, en het Kapittel zag zich meer door geweld dan
1524'door overreding gedrongen, de bisschoppelijke waardigheid aan Hendrik van Beijeren
op te dragen, een man wien men beweerde, niet minder uit te munten door deugd
en zeden, dan door geboorte en aanzien. De benoeming werd den volgenden dag
openlijk den volko met plegtigheid verkondigd; en kort daarna een gezantschap
naar
Keulen gezonden, om den gekozen Kerkvoogd tot eene spoedige overkomst aan
te sporen, welke de drang der omstandigheden noodzakelijk maakte. Er verliepen
echter meer dan vier maanden vóór de nieuwe Bisschop in
ütrecht verscheen en
21 V. aldaar gehuldigd werd (4). Hij bekrachtigde naar gewoonte de aloude voorregten der
stad cn beloofde, zich als een Vader des Vaderlands te beloonen, de vijanden van het
Sticht als de zijne te beschouwen, en naar vermogen te trachten, zich in het bezit

(1) UEDA, p. 328.

(2) L. noRTENSius, Rev. Ultraject. Lib. I, p. 6.

(3) UEDA, p. 328, 329.

(4) heda , p. 329. L. liorteiisius, Rer. Ultraject. Lib. I. p. 6—13. De Werkzaamheden van
hef Generaal-Capittel ie Utrecht in
1524, ïa'mm's Archief, D. ^I. St. Π, bl. 1—14. vaä
conTGEEN, Stichtsche Cleyne Chronicke, bl. 59—62.

ocr page 341

DES VADERLANDS. ' 341

der verloren sterkten en goederen te herstellen, en de bezittingen der Geestelijkheid 1482—
zoo wel te vermeerderen als te beschermen (1).

Het opdragen der bisschoppelyke waardigheid aan henduik van Betjeren mishaagde
den Hertog van
Gelre. Hij gordde terstond weder het krijgszwaard tegen het Boven-
Sticht
aan en sneed Zwol allen toevoer af. Beventer en Kampen, Avelke hij to ver-
geefs van het verbond met de Zwollenaars door bedreigingen trachtte af te trekken,
stonden steeds ten doel aan de roof- en plunderzueht zijner benden. Alle wegen
en stroomen waren door de vijanden afgesloten, de meeste kasteelen en sterkten in
hunne handen, en do geldmiddelen len eenenmale uitgeput (2). In dezen nood
drongen de drie sleden, op wie geheel alleen do last des oorlogs drukte, bij den Bis-
schop aan, om eenen vrede met den Gelderschen Vorst te bewerken, terwijl de Staten
van hel
Neder-Sticht den Kerkvoogd vyftigduizend Rijnsche goudgulden beloofden,
zoodra hij dien zou tot stand gebragt hebben (3).
Hendrik: van Betjeren verzocht
hierop den Keurvorst van
Trier, als middelaar tusschen hem en den Hertog op te
treden; maar do bgeenkomslen, welke deswege te
Nuts gehouden werden, liepen
vruchteloos af. Nu kwam Bisschop
πεκβκικ zelf in Overijssel, ontving de gewone
hulde in do drie sleden en op den
Spoolderlerg, en bragt eene krijgsmagt byeen , ^jjJj'
om
Zwol tegen de Gelderschen te beschermen. Hij sloeg het beleg voor het slot to maand.
Rechteren, welks bezetting der stad veel overlast aandeed; doch geldgebrek noodzaakte
hem , dit op te breken. Eindelijk gelukte het den Keurvorst van
Trier oenen wapen-
stilstand te bewerken. Men trad voorts te
Beventer in nadere onderhandeling en sloot jg^,

eerlang een verdrag van vrede (4). De Bisschop zou vijftigduizend Rynsche goudgulden Win-

Icnn.»

aan karel van Gelre uilkeeren, welke zoo lang Genemuiden, Enschede, Lage en
Rechteren zou inhouden, tot deze som voldaan was. Drenthe, Koeverden en Die-
penheim
zouden in het bezit des Hqrtogs blijven, doch na zijn dood weder aan het
Sticht gehecht worden, ten ware hij kinderen naliet, wien men vijftigduizend Rijnsche
goudgulden voor de inlossing zou voldoen.
Zwol moest den Hertog tienduizend gulden
in eens, of vijfhonderd jaarlijks opbrengen. De gevangenen zouden wederzijds zonder
losgeld ontslagen, alle eischen, aanspraken of vorderingen voor nietig verklaard wor-
den, en alle veeten aan beide zijden ophouden (5).

. (1) hortensiüs, Rer. Ultraject. Lib. I, p. 13—15. vak cortgekr, Chron, bl. 62, 63.
(2)
hortensiüs, Rer. Ultraject. Lib. L p. 15. reviüs, Daventr, lUustr. Lib. II, p. 225. νλκ
coRTGEEN, Chron. bl. 64, 65.

' (3) Π. VAN ERP, Annales, ρ. 100. noRiEHSiüs, Rer. Ultraject. Lib. I, p. 17.

(4) REvu's, Daventr. lUustr. Lib. Π, p. 225— 227.

(5) DDMBAB, Analect. T. II, p. 468—474. noRXEssres stelt dit verdrag len onregte later, en
{];eeft ook den inhoud onjuist op.
Rer. Ultraject. Lib. II, p. 43.

ocr page 342

342 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

J482— Ofschoon het bepalen der aanzienlyke som, in dit verdrag aan den Hertog van
^^^^ Gelre toegekend, op do vroegere belofte der Staten van het NederSticht den Bis-
schop gedaan, grootendeels gegrond v^as, opperden zg thans de grootste zwarigheden,
om de benoodigde gelden byeen te brengen. De stad Utrecht weigerde ronduit hiertoe
iets by te dragen, dewgl zij met schulden en lasten reeds te overbezwaard was. De
1525 Creestelijkheid en Ridderschap trachtten niet minder dan de stedelingen en land-
bewoners, de opbrengst van zich te verwyderen. Hieruit ontstonden hevige ge-
schillen , welke ongelukkig de sluimerende oude burgertwisten weder opwekten,
Eindelgk werd over dit gewigtig punt eene algemeene vergadering der drie Staten,
de Geestelijkheid, de Ridderschap of adel, en de steden, te
ütrecht gehouden; maar
ook deze liep, even als zoo vele vorige bijeenkomsten, vruchteloos af. Ondertusschen
moest het geld byeen gebragt worden, zoo men het
Boven-Sticht niet ten prooi aan
den Hertog van
Gelre wilde laten. Bisschop Hendrik drong derhalve ernstig hierop
aan, maar werd door den baatzuchtigen adel en een groot gedeelte der Geestelijkheid
tegengewerkt, welke het gemeen in
Otrecht tegen hem opruide. Zoolang echter
EVERT soüTEiTBALGH, een man van groot aanzien, moed en schranderheid, zijn invloed
in de slad behield , bleef de openbare rust althans ongestoord. Maar toen hy ten laatste
voor de listen en lagen der Geestelijkheid en Ridderschap, tegen wier aanmatigingen
hy steeds do burgers verdedigde, moest zwichten en de stad verlaten had, geraakte
alles in opstand.
Jakob van Mijnden^ 'sBisschops stedehouder in Utrecht, gespro-
ten uit de geslachten van
van amstel en zuylen yan nyevelt, evenzeer bemind bij
het volk ais bij den adel, dreef terstond de oproerige stedelijke regeringsleden, die op
het stadhuis vergaderd waren uiteen, en vormde een voorloopig bestuur aan welks hoofd
hij zich plaatste. Doch reeds den volgenden dag werden de gilden byeengeroepen,
om een nieuwen Raad te vormen, in welken niemand uit de Ridderschap mögt gekozen
worden. 'Allen die onder de vorige besturen gebannen of uitgeweken waren, werden
g y teruggeroepen en hunne tegenstanders tot ballingschap veroordeeld. Dien avond kwam
liloeim. Bisschop uïindrik, welke te
Wijk hij Duurstede zijn verblijf hield, met twee vaandels
ruiters in de stad, alwaar hij met toortsen en onder het vreugdejuich des volks werd
ingehaald (1). Î³

Maar het gezag van den Kerkvoogd, noch dat van den Raad of de Geestelijkheid
vermogten de in beweging gebragte menigte te beteugelen. Onder de leus van vryheid,
waarmede men haar had opgewonden, pleegde zij de grofste buitensporigheden en
de regeringsleden zelve waren niet veilig voor beleedigingen.
Jakob van Mijnden^
had vroeger in eene aanspraak tot het volk te kennen gegeven, dat de Geestelijkheid
in gelijke lasten als de Wereldlijken zouden deelen, totdat de staat uit zijne schulden

(7) π. ν. erp, Annales, ρ, 100, 101. t. horieksiüs, Rer» Ultrajcei. Lib. I, p. 15—29.

ocr page 343

DES VADERLANDS. ' 343

geraakt was. De gilden drongen thans hierop aan en eischten, dat dit bij gezegelde brie- 1482—
ven door de Geestelijkheid bevestigd wierd, welke zich daartegen met kracht verzette. ^^^
Men vorderde tevens afrekening van de kameraars of rentmeesters, die in geene elf jaren
geschied was, en verligting van de hoog opgevoerde belastingen en opbrengsten. On-
dertusschen stond de Bisschop, dewyl
Overijssel door den Hertog van Gelre bedreigd
werd, ernstig op de spoedige voldoening der vgftig duizend goudgulden, van welke
tot nu toe slechts vierduizend byeengebragt waren; doch hg moest onverrigter zake
naar
Wijk te Duurstede terugkeeren. Het groole verschil bestond steeds, hoe zich
deze gelden te verschaifen. Eindelijk bepaalden de Stalen van
Utrecht eene schatting ,
die evenzeer op Geestelijken als "Wereldlijken zou drukken. De Amersfoorders
verklaarden er zich tegen. Nu "werden er weder vergaderingen op vergaderingen ge-
houden , om andere middelen te beramen. Dit verschafte den volksmenners op nieuw
gelegenheid, de burgerij te
ütrecht in beweging te brengen, die nu de schatting
naar haren zin wilde geregeld hebben. De Geestelijkheid, door vrees aangetast, ont-
bood heimelyk den Bisschop in de stad, meenende dat iiyne tegenwoordigheid het go-
meen ontzag zou inboezemen. Zij voorzag hem van eene Igfwacht legen do moge-
lijke aanslagen der misnoegden en bad , dat hij naar belofte zorgen zou, dat zij, aan
wie hy den zetel verschuldigd was, niet door het volk overvallen en verdrongen wierd.
De burgers daarentegen eischten van den Kerkvoogd de schatpligtigheid der Geestelg-
keo en beloofde , indien hij hen hierin bevredigde, hem binnen korten lijd de be-
noodigde som te verschaffen. Hoewel nu de Bisschop geene hoop had, iets van de
Geestelijkheid en Ridderschap in dit opzigt te verwerven, bleef hij evenwel besluiteloos.
Dit verwekte nieuw misnoegen in' de gemeente. Onder groole beweging werd de
Geestelijkheid en Ridderschap bijeengeroepen en voor het laatst afgevraagd, of zij
gelijke imposten en lasten met de overige ingezetenen dragen wilden? Op het ontken-
nend antwoord, kwam het verbitterde volk in den nacht op hot Sl. Janskerkhof bijeen
en zwoer, de wapens niet af te leggen, vóór dat hunne begeerte was ingewilligd. Men
drong inlusschen met geweld in de St. Janskerk, bedreef er veel moedwil, en be-
dreigde het Minderbroederklooster, hetwelk aan de Zuidzijde des kerkhofe giensde.
Den volgenden morgen , Hemelvaartsdag, voegden zich de gilden bij het volk, en
men maakte zich gereed, om de gehate Geestelijkheid in hare kloosters aan te lasten^^py·
en inzonderheid de gestichten der Kanoniken te vernielen. Dit werd den Bisschop be- 1525'
rigt, die in de St. Maartenskerk de dienst verrigtte. De Geestelyken vloden terstond
uit de kerk, om hunne schallen en kostbaarheden te verbergen. Ongetwijfeld zou
ütrecht een tooneel van moord en plundering hebben opgeleverd, indien niet de
Bisschop aan den wil des volks voldaan had (1). Hg beloofde en bekrachtigde met

(1) u noRTEKSiDs, Rer, ültraject. Lib. II, p. 30—37.

ocr page 344

344 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—zijn zegel, dat de Geestelijken zoo lang den impost van wijnen en bieren, even als
do andere onderdanen zouden dragen, tot de schulden van den staat afgelost waren.

24 V. De vyf Kapittels moesten van de bewuste zes en veertig duizend goudgulden terstond
^152™ viji^l'enduizend, en de kloosters binnen
Utrecht, Amersfoort, Rhenen, Wijk en
daar buiten tien duizend den Bisschop ter hand stellen; de overige een en twintig
duizend zouden over do boerenplaatsen omgeslagen worden, van welke de grondbe-
zitters den derden penning moesten opbrengen. Geen Geestelijke wie ook, zou voor-
taan huis, hof, erf of rente binnen of buiten de stad
Utrecht mogen aankoopen, op
verbeurte van het gekochte. Benevens eenige andere bepalingen van minder belang,
werd vastgesteld, dat de sinds elf jaren verwaarloosde afrekening, welke eene som
van meer dan een millioen goudgulden beliep , zou afgelegd Λvorden. De vijf Kapit-
tels verklaarden deze punten, voor zoover hen die betroffen , in allen deele te zullen
nakomen en de overige Geestelijken ook daartoe aan te sporen, hetgeen zij met hun
zegel bevestigden (1). De gemeente behaalde alzoo de zegepraal over de Geestelijk-
heid , en hare voorstellen werden ook door de regering van
Utrecht goedgekeurd.
Er werd tevens bepaald, dat in de gilden geene vreemdelingen mogten opgenomen
worden, welke niet het burgerregt ontvangen hadden. De burgers zouden jaarlijks
op een bepaalden dag nieuwe voorstanders der gemeente en rentmeesters kiezen. De
Raad zou niemand in ballingschap zenden, de misdadigers naar de wetten straffen , en
de >vet voor allen gelijk zijn. De stad mögt niet met nieuwe schulden bezwaard
>Yorden.
Evert soutekbalgh zou met zijne beide vrienden covert van de Κoort
en COVERT van Rodenburg ten eeuwigen dage gebannen blijven en hunne aanhan-
■ gers uit den Raad geweerd worden (2).

De rust was echter hierdoor niet hersteld. Het ontbrak Bisschop hesdrik volstrekt
aan bekwaamheid, om in dit tydperk van gisting en spanning het bewind te voeren.
Hij hechtte te veel geloof aan lieden, die meer hun belang dan dat van den staat
raadpleegden, en was geheel onbekend met de voorregten, gewoonten en vrijheden des
volks. Van daar, dat hij gehoor gaf aan do begeerte der Geestelijken en Edelen, om
in weerwil der gemaakte bepaling, de een en twintig duizend gulden van de landen,
akkers, dorpen en schoutambten te heffen , in slede van de boerenplaatsen, welke groo-
19 V, lendeels in handen der Geestelijkheid en van de Ridderschap waren. En toen hiero-
Hooim. -jj
Utrecht eene hevige beweging ontstond, was hij genoodzaakt, om erger te
voorkomen, zich naar den wil des volks te voegen en te verklaren, dat de schatting

(1) Zie den oorspronkelijken briefin dodts, Archief v. d, Gesch. ν, Ufr, D. I, bl. 133, 134.
Vgl. π. ν.
erp, Annales. bl. 101. l. hortensiüs, Her. Ultrajecf. Lib. II, p. 37, 38,

(2) HORTENsius, Ref, Vliraject, Lib. II, p, 38.

Α

ocr page 345

DES VADERLANDS. ' 345

van de boerenplaatsen zou geheven NYorden. Nu werd eerlang ten bestemde dage 1482—
den Bisschop te
W'ijk hij Duurstede het geld ter hand gesteld (I), Hij begaf zich
daarop naar het
Booen-Sticht, waar men het aandeel Tan Overijssel in de gelden
aan Hertog
kakel verschuldigd met moeite bijeenbragt, dewijl ook hier over de wijze
van heffing tusschen de Ridderschap en do steden getwist werd. De vijftig duizend
goudguldens, met zoo vele zorgen bijeengeschraapt, werdenden Hertog van Ge/re uit-
betaald, welko nu de vier plaatsen, door hem in pandschap gehouden, ontruimde (2),
Het weifelend gedrag des Bisscliops had zoo wel het volk als de Geestelijkheid enden
Adel legen hem ingenomen , en hij zag zich dagelijks meer en meer in moeijelijkheden
en beslommeringen gewikkeld. Onvoorzigtig en onstaatkundig trok hy in deze nete-
lige omstandigheden naar
Duitschland ^ vertoefde er negen maanden en liet onder-
tusschen den staat ten prooi » aan den wil der winden, gelijk een schip dat van stuur-
man beroofd is." De gildon in
Utrecht eischten onstuimig afrekening van de rent-
meesters, onder welke zich eenige Kanoniken bevonden , en dreigden zelfs de regerings-
leden, welke hun hierin naar het schijnt tegenwerkten, met ballingschap, gevangenis
of dood. Gemeente en Raad, welke door een gedeelte der burgerij gesteund werd,
stonden weldra vijandig tegenover elkander. Do wederzijdsche haal wies dagelijks
aan, de wellen waren kraclileloos geworden, en openbaar geweld, roof en moord
werden ongestraft gepleegd.
Gerrit knyff , door hel volk tot Ouderman aangesteld,
vervolgde hevig de Geestelijkheid en Ridderschap, boven al diegenen, welko vaü het
vervreemden der stedelijke penningen betigt of overtuigd waren, wier huizen door het
graauw werden geplunderd. ïe midden dezer geweldige spanning, werd de onrusl in
Utrecht vermeerderd op het berigt, dat do benden des Keizers nabij Vreeswijk go-
komen waren. Terstond werden door de Stalen alom manschappen in de wapenen maand
geroepen, om, zoo mogelyk, den Keizerlijken den overtogl der rivier lo beletten, ^^^^
dewijl men voor eene belegering van
Utrecht vreesde. Inmiddels zette hel volk de
zaak legen de gewezene rentmeesters met gelijke hevigheid voort. Eerlang echter
Averd de beslissing van dit gewigtig punt, beide door den Raad en do Gemeente
of gilden aan den Bisschop opgedragen, welke uit
Duitschland Ie Wijk hij Duur- 18v,
stede was teruggekeerd. Hendrik van Beijeren kwam hierop Ie Utrecht en het ^aa^j
gelukte hem, door den rentmeesters, overeenkomstig den wensch der gemeente, be-
hoorlijke afrekening Ie bevelen, de inwendige rust althans voor eenigo maanden te
herstellen (3).

(1) L. HORTENSIUS, Rer. Ultraject. Lib. II, p. 39—-43.

(2) REViüs, Daventr. lUustr. Lib. II, p. 231, 232. ΜοοκΕΐί, Chron. v. Deventer, hl. 87, 88.

(3) noRTEKSius, Rer. Ultrajecl. Lib, II, p. 43—50.

Π Deel, 3 Stuk. 44

ocr page 346

346 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482— To spoedig slaagden de onruststokers en \Yoelgeesten, om het misnoegen der naaiiw-
lijks bedaarde Gemeente tegen den Raad en de Geestelijkheid weder op te wekken , die
zij van trouwloosheid omtrent het volk beschuldigden. Van woorden kwam het weldra
tot daden, en
Utrecht bood op nieuw een tooneel aan van twist en verwarring. De
bevelen van den Bisschop werden hier even weinig gehoorzaamd ,
als eene buitenge-
wone belasting op de boerenplaatsen in
Eemland gelegd, door de Amersfoorders
werd ingewilligd (1). In
Zwol bleef ondanks het gesloten verbond, steeds de
tweespalt heerschen , en zelfs poogden eenige Gelderschgezinde burgers de stad weder
in handen van Hertog
karel te spelen (2). Bisschop Hendrik, wiens tegenwoordig-
^ heid bij dezen staat van zaken in het
Sticht meer dan ooit gevorderd werd , begaf
Lente- zich weder naar
Duitschland, zonder den Staten hiervan eenige kennis te geven,
"llr^ hetgeen door velen hoog werd opgenomen. De gilden speelden nu geheel in
Utrecht
den meester en hadden alle vrees voor wetten en straffen afgeworpen. De Geeste-
lijken, om den vrede te bewaren, deden al wat de Gemeente begeerde, wier eischen
steeds grooter werden, naar mate de anderen toegaven (3). De overmoed
des volks
ging eindelijk zoo
ver, dat zelfs de gilden aan een besluit des Raads hunne toestem-
ming gaven, waarbij het dragen van geweer of wapentuigen aan elk scherpelyk ver-
boden werd, terwijl
men tevens middelen bepaalde, om oproer en beweging te voor-
komen (4). Het
Boven-Sticht werd intusschen door den Hertog van Gelre gekweld.
Uit vrees willigde men alles in wat hy vorderde, en zijne hebzucht was onbegrensd (5).
Middelerwyl baadde Bisschop
heudrik te Heidelberg zich achteloos en onbezorgd
in allerlei wellusten (6). Na een afzijn van zes maanden, gaf hij eindelijk aan
w'yn herhaalde verzoek der Staten gehoor cn keerde terug. Vruchteloos waren zijne
maand, pogingen, om in
Utrecht den vrede te herstellen. Door eene gevaarlyke ziekte aan-
^^ gelast, welke eenigen aan vergif, anderen aan eene losbandige levenswijze toeschrij-
Slagt- ven, begaf hij zich naar
JVijk hij Duurstede en stelde jakob van Mijnden benevens
maand, ^j^j^grj,
 Amerongen tot zijne stedehouders in Utrecht aan (7). Ongelukkig ver-

klaarden zich beide tegen het rekening afleggen der rentmeesters, om vele hunner

(1) noRTEKSius, iïer, llltraject Lib. III. ρ. 57—59-

(2) HEViDs, Daventr. llliistr. Lib. II. p. 232.

(3) noKTENSius, Rer. Vltraj. Lib. UI. p. 59. n. v. erp, Annales, p. 102, 103.

(4) DODT, Archief voor Kerkel. en TFereldl. Gesch. ν. Vir. D. I, bl. 134.

(5) Tegeuw. St, v. Overijss. D. I, bl. 181.

(6) REViüs, Daventr. lllustr. Lib. Π. p. 232.

(7) iiorïemsiüs, Rer. llltraject. Lib. III. ρ. 62. reviüs, Daventr. lllustr. Lib. IL ρ. 232.

ocr page 347

DES VADEKLAJSDS. 347

bloedverwanten en vrienden, welke hierin raogten Ie kort schieten , te sparen. Dit 1482—
verwekte natuurlek nieuw misnoegen en nieuwe Terbittering. De Burgemeester ^^^^
KNYFP, de man des volks, stond aan het hoofd der beweging en wapende in het ge-

o v·

heim de Gemeente tegen de Geestelijkheid en Ridderschap. Er ontstond des nachts Win-

Icriti

een hardnekkig en bloedig gevecht in de straten van Utrecht^ lot eindelijk de aan- -[^26
hang der Geestelijkheid en Ridderschap door jakob van 31ijnden aangevoerd, de
overhand behield. Maar deze strijd kwam den overwinnaars zoowel als den over-
wonnenen , door het verlies van strijders duur te staan. De zegevierenden bedreven
vele baldadigheden tegen de Gemeente; menig burger verliet vrywillig do stad , '
maar een nog grooter getal werd daaruit voor eeuwig verbannen. De steeds zieke-
lijko Bisschop kwam nu op verzoek zijner stedehouders in
Utrecht en stelde do Ge-
meente in het ongelyk, ofschoon zy slechts overeenkomstig zijne eigene bepaling, de
afrekening geëischt had en op zijne regtvaardigheid steunde. Hij trok spoedig met de
gevangen genomen burgers weder naar
Wijk lij Buurstede ^ behandelde hen met de
uiterste gestrengheid, en dreigde
Amersfoort en de overige steden, welke Utrecht-
sehe ballingen hadden ingenomen, met zyne wraak, indien zy niet onmiddellijk de
vlugtelingen verdreven; doch aan deze bedreiging werd door den Bisschop evenmin
gevolg, als door de steden gehoor gegeven (1).

Ondertusschen waren in Utrecht krachtige maatregelen genomen, om do rust te 1527
handhaven. Openbaar was afgekondigd, dat allo ingezetenen, schutters en gilden
den Bisschop op nieuw den eed van getrouwheid moesten afleggen, en op lijfstraüe
en verbeurdverklaring van goederen, zich van alle gesprekken, zamenkomsten of
bewegingen onthouden, die tot oproer konden leiden. Het getal der gilden was
door ineensmelling verminderd, hetgeen hun invloed en magt aanmerkelijk besnoeide.
Zij moesten hunne zegels, brieven en banieren den Bisschop in handen stellen ; en in-
dien zy de gemaakte bepalingen niet opvolgden , zou binnen
Utrecht eene sterkte wor-
den opgeworpen, waarin de Geestelijkheid, de Ridderschap en de stedelyke Raad reeds
hadden toegestemd (2). De stedehouders des Bisschops waren nu geheel meesier in
de stad en bepaalden, om hun gezag te bestendigen, dat de gewone jaarlijksche
verandering der regering voor altijd was afgeschaft. Twee leden uit de Ridder-
schap,
gtsbert van Zuylen en arend van Wulven^ werden lot Burgemeesters
aangesteld, geheel in strijd met de wetten, naar welke niemand uit do Ridder-
schap tot lid van den Raad mögt gekozen worden, ten ware hij zich voor burger ver-

(1) nonTENSits, jRer. Ultraject. Lib. III. ρ. 63—67.

(2) Zie de Bocuraentcn in dodt's Archief voor Kcrkel. en Wereldl. Gesch. ν. Utrecht. D. I.
St. II. bl. 135-140.

44 ^

ocr page 348

348 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—klaarde en beloofde, dit steeds Ie zullen blijven. Het volksbesluur (democratie) ineen
■vvoord, was in
Utrecht door de adelregeriag (aristocratie) vervangen. »Een voortee-
ken zegt HORTENSIUS , <( dat het wereldlijk gezag in nog magiiger handen zou overgaan."
De verdedigers van de regten des volks, van de vrijheid en onafhankelijkheid waren
verdreven , en een zwak , afgeleefd man , gelijk de Heer
van zuylen was, stond aan het
hoofd der stad. De ballingen trachtten eerlang eene tegenomwenteliog Ie bewerken ,
Bloeim daartoe de dag bepaald, toen het plan uitlekte. Op nieuw werden bur-

1527 gers, die men van verraad verdacht hield, uit de stad gebannen, waartegen zich een
groot gedeelte der bevolking verzette, hetgeen den Bisschop noodzaakte , eene afdee-
ling ruiters in de stad te zenden, om de rust te bewaren. Inmiddels was een talrijke
bende voetknechten, welke de dienst verlaten had en zonder Heer rondzworf, over
den
IJssel in het NedeV'Sticht getrokken. Zij stond in betrekking met den Hertog
van
Gelre en verspreidde alom schrik en vrees. Amersfoort echter was voor haar
minder beducht dan voor do listen en lagen des Bisschops en der Utrechtsche gezag-
voerders. Do burgers weigerden deswege eene bende ruiters uit
Utrecht, te hunner
versterking gezonden in Ie nemen; en het bleek duidelijk uit eene tweede poging van
den Bisschop, om hen te verschalken, dat zij zich in zijne bedoelingen niet vergist had-
den. Intusschen verwoestten do bandelooze knechten het land , en vele verarmde en
beroofde huislieden vluglten in do sleden. Vruchteloos deed do Utrechtsche Ridder-
schap dagelijks uitvallen op deze woeste gasten, welke langs
de Vecht siroopten en
te
Maarsen het slot van steven van Nyevelt, Kommandeur der Duitsche Orde , waar
men veiligheidshalve de goederen van het Duitsche Huis verborgen had, overweldigden
en plunderden.
Vak nyevelt zelf was bij de verdediging gesneuveld en do bezetting
werd vermoord. Met den buit trokken do roovers naar het huis
Ter Meiden bij Via-
nen
, eene bezitting des Heeren van Brederode* Een hoop bisschoppelijke knechten
maakte er zich meester van , heigeen de Utrechtenaar den Kerkvoogd euvel duidden,
dewyl de Heer van
Brederode deze daad gewis niet ongewroken zou laten , en zij de
magt der Hollanders vreesden. Door tusschenkomst van den Hertog van
Gelre werd
echter deze zwarigheid uit den weg geruimd, en
van brederode met Bisschop Hen-
drik
verzoend (1).

De Amersfoorders wantrouwden steeds den Kerkvoogd, welke wederkeerig niet in
gebreke bleef, hen door
jakob van Nyevelt^ slotvoogd van het huis ter Eem, te
kwellen. Zij geraakten insgelijks in twist met de Utrechlschen over eene schuld van
eenigo duizenden guldens ten behoeve van
Utrecht aangegaan, in welke zij weigerden
te deelen. Dit bragt den Bisschop, die als scheidsman werd ingeroepen, in nieuwe

(1) HORTENSius, Rcv. Ultroject. Lib. III. ρ. 67—77.

ocr page 349

DES VADERLANDS. ' 349

inoeijelij li heden , uit. welke hij Ie vergeefs beproefde, zich Ie redden. In Utrecht —
was sinds eenigen tijd zijn gezag" merkelijk afgenomen en werd met eene geheele
vernietiging bedreigd, welko hij door een dubbelzinnig gedrag verhaastte. Zyno
menigvuldige zamenkomslen met
floris van Egmond^ Kapitein-Generaal van
Holland, zijne gunstige stemming voor de ballingen, maar bovenal het aandrin-
gen, om in
Utrecht eene sterkte op te werpen, ten einde de stad in bedwang
te houden , verhoogden het misnoegen en den argwaan der ütrechtschen, die zelfs
van buitenaf vermaand werden, op hunne hoede te zijn," dewijl men trachtte hen
onder de heerschappij der Hollanders te brengen. Toen derhalve do Bisschop met
een gewapend gevolg, onder welk zich een vaandel krijgsknechten van
floris ij«
Egmond bevond, in Utrecht trad, werd hij reeds den volgenden dag door het gemor
des volks genoodzaakt, do vreemde gasten van zich te verwyderen, om erger te voorko-
men. Do Staten van het
Neder-Stieht spoorden hem aan, met den Hertog van Gelre ^
tusschen wien en de Zwollenaars hevige onlusten waren uitgebroken, in vredesonder-
handelingen te treden; maar eene bijeenkomst lot veroffening der geschillen te
Apel-
doorn
gehouden, liep af zonder dat er iels beslist werd. Vele latere onderhandelingen
hadden denzelfden uilslag; do Bisschop speelde den geveinsde en trachtte slechts lijd
to winnen, heigeen
karels schranderheid niet ontsnapte; en van den vredo kwam
niets. De Stalen wezen onderlusschen het stichten van een kasleel in
Utrecht geheel
van de hand en omkleedden deze weigering mei krachtige redenen, tevens dreigende
geweld met geweld to zullen keeren en verklarende, dat
Utrecht niet gewend was
onder het juk to slaan. Hoogst verbolgen verliet Bisschop
Hendrik de stad, waar de
heerschende aanhang besloot , do hulp van
karel van Gelre tegen hem, wien men
openlijk van landverraad Ier gunste van het huis van
Oostenrijk beschuldigde, in-
teroepen. Zijn wankelend gezag vorderde nu meer dan ooit doortastende maatre-
gelen , en het oproerig
Utrecht zou derhalve door kracht van wapenen onderworpen
worden. Met hulp van
floris van Egmond bragt hij tot dat doel nabij Wijk hij
Duuntede
eene krijgsmagt bijeen (1). Doch de ütrechtschen hiervan verwittigd,
wapenden zich en toen de Bisschop voor do slad kwam, vond hij do poorten geslo-
ten. Hem en zijn gewoon gevolg van ruiters werd wel de toegang aangeboden,
maar dit wees hij met het spijtig antwoord af: »Gij hebt de poorten voor mij gesloten,
welnu, ik zweer, dat ik er niet binnen zal komen, zonder deze gewapende mannen
bij mij. Keert naar do slad terug en zegt, dat men morgen den nieuwen en ouden
Raad vei^adere , want thans zijn de leden niet wel bij zinnen door do grooto drinkbekers,
die zij heden, een heiligen dag, geledigd hebben. Laat hen dan rijpelijk overwegen,

(1) I. Π0ί\τΕΛ·5ΐυ5, Rcr. UIiraject. Lib. IV. p. 78—95.

ocr page 350

350 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—of zij mij de poorten zullen openen, en boodschapt mij dit te Oo&throek^ waar ik zal

1 ί^ΟΆ

overnachten." Hier verscheen den volgenden dag de Burgemeester gysbert van Nye-
velt,
maar men konde het niet eens worden, en dienzelfden avond vertrok de Bis-
schop , onder bedreiging, dat hij zich met de wapenen over den aangedanen hoon
voldoening zou verschaffen, in arren moede naar
Wijh hij Duurstede (1).

Reeds des anderendaags maakte hy zich tot dat einde strydvaardig, en ontbood hulp-
benden uit
Brahand en Holland, De misnoegden in Utrecht, den storm ziende
opkomen, wendden zich'buiten weten van den Burgemeester
van nyeyelt , die nog
steeds met den Bisschop onderhandelde , om bystand tot Hertog
karel ; en weldra was
do stad, tot schrik en verbazing der vreedzame burgers, van Geldersche bezetting
voorzien. Het graauw geraakte op de been en plunderde aanstonds de huizen der
voornaamste Geestelijken, welke aan den Bisschop verknocht waren. Er heerschte eene
vreesselijke verwarring, opschudding en verdeeldheid.
Van nyevelt moest gedoogen,
15V. dat des nachts mot geweld nieuwe Geldersche bonden werden binnengelaten, wier
maand thans vyftienhonderd beliep. Niemand was zyne bezittingen meer zeker, en de

1527 gegoedste lieden namen de vlugt, hetgeen de Geldersche Opperbevelhebber in Utrecht
MAARTEw VAN BossEM ZOO veol mogelijk poogde te beletten (2). Op eene byeenkomst
Ie
Beverweerd, trachtten de Overijsselsche afgevaardigden vruchteloos eene verzoening
tusschen don Bisschop en de ütrechtsche opstandelingen te bewerken, die thans zelve
over het binnenlaten der Gelderschen, onderling verdeeld waren. Om
Utrecht den
toevoer af te snijden, liet
Hendrik van Beijeren, niet by magie, de stad met geweld
té bedwingen, aan
de Vaart een blokhuis opwerpen, welks bezetting het omliggende
land afliep, de kloosters op brandschatting stelde en den buit naar
FTijh bij Duur-
stede
voerde. De Gelderschen in Utrecht bleven haar in dit opzigt niets schuldig, en
haïNeder-Sticht door degenen, welke het moesten beschermen, een tooneel van
nameloozen jammer en ellende (3).

De Hertog van Gelre, welke geeno gelegenheid verzuimde, om zyn gezag uit te
breiden, had inmiddels de vijandelykheden tegen de Overijsselschen voortgezet. Ten
einde de gemeenschap van
Deventer met de Zuiderzee te belemmeren, versterkte
bij het klooster te
Wilsem , en bevestigde het door hem overweldigde bolwerk de
Koehurg onder de muren van Kampen , om den Kampers het stroopen op de Veliuce
te beletten (4). Ja» \vissink en matthijs ketel, twee Overijsselschen, die hem in

*

(1) u. van erp, Annales. ρ. 103. hortehsius , Rer. llltraject, Lih. IV. p. 95, 96.

(2) u. van erp, Annales. p. 103. hortehsius, Rer. UUraject. Lih. V. p. 97. pontüs heuteri'S,
Rer. Austritte. Lib. IX. p. 222.

(3) Ï€. van erp, Annales. p. 103, 104. iiortensids , Rer, Uhraject. Lib. V. p. 100—102.

(4) REviüs, Daventr. Jllustr. Lib. III. p. 239.

ocr page 351

DES VADERLANDS. ' 351

verschillende oorlogen dapper gediend hadden en zijn vertrouwen bezaten, maakten 1482—

1528

zich door middel van een schip met hout en sparren beladen, onder welke krygs-
knechten verborgen lagen, bij verrassing meester van
Hasselt (1). Genemuiden en
onderscheidene andere plaatsen of sloten, geraakten insgelijks in handen der Gelder-
schen , welke daaruit de Overijsselsche steden, bovenal
Zwol en Zwartsluis, gewel-
dig plaagden (2).

Het geluk bekroonde niet minder des Hertogs pogingen in het ISeder-Sticht dan
zijne wapenen in
Overijssel. Hij bewerkte, dat de vijf Kapittelen, de Ridderschap Q^ggj,
en de stad
Utrecht hem tot Beschermheer aannamen en zich bij een plegtig ver-
drag tegen den Bisschop verbonden, wien zij besloten aftezetten en voor vijand des
vaderlands te verklaren. De verbolgen Kerkvoogd trok hierop met vijfhonderd knechten
naar
Utrecht, en legde uit wraak de drie voorsteden in de asch. Spoedig keerde
hij met eene sterkere magt terug, om de oproerige stad te bedwingen , welke hij in j-jg^j-gj
de engte bragt, doch door eene krijgslist misleid, weder onverrigter zake verliet, maaml.
Hertog
kabel namelijk meldde in eenen voorbedachten brief aan maarten van kossem ,
dat hij den volgenden dag by het opgaan der zon met vierduizend voetknechten en
duizend ruiters aan
de Bildt zou verschijnen, hem gelastende, op dienzelfden tgd
met zijn volk de stad te verlaten , om den argeloozen vijand onverwacht, zoo van ach-
teren als van voren aan te tasten. Deze brief werd den Bisschop in handen gespeeld
en had de bedoelde uitwerking. De belegeraars, te zwak om zulk een aanval te
weêrstaan, trokken in stille af.
Maarten van rossem zond hen eene bende paar-
denvolk achterna, die boven
Zeist met hunne ruiterij, welke do achterhoede uit-
maakte , handgemeen werd. Na een scherp gevecht, keerden de Gelderschen bij
het naderen van het vijandelijk voetvolk , naar
Utrecht terug. Deze stad, nu geheel
Geldersch, ontving eene versterking van bezetting, en door belofte van nog meer
onderstand zoo in geld als in manschap , werd de bevolking, welke eene tweede
belegering en hongersnood vreesde, gerust gesteld (3).

Bisschop HENDRIK was inmiddels over den Hyn in de Betuwe getrokken , en met
een rijken buit in
^yk lij Buurstede teruggekeerd. Niet verre van die stad,
lokten do Gelderschen eenige zijner gewapenden in eene hinderlaag en voerden hen
gevangen naar
Utrecht. Eene onderneming tegen het blokhuis aan de Vaart daar-
entegen mislukte, deels door de dapperheid der bezetting, deels door do muitzucht
der Geldersche knechten, welke weigerden aan te vallen, zoo lang men het achter-'

(1) noRTEssiüs, i?er. VUraject. Lib. V. p, 102.

(2) REViüs, Daventr. Illustr. Lib. 111. p. 238, 239.

(3) t. nortensiüs, Rer. VUraject. Lib. V. p. 103—108. n. vak erp, Jnnales. p. 103, 104.

ocr page 352

352 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—slalliffe loon niet betaalde. Maakten van rossem Avas derhalve genoodzaakt af te trek-
1528

ken , en werd onder den spot en het gejouw des volks in Utrecht ontvangen. Om
den ütrechtschen den toevoer van levensmiddelen uit
Holland te beletten , voorzag
de Bisschop het slot
Vreeland aan de Vecht van eene sterkere bezetting, terwijl die
van het blokhuis aan
de F aart ^ hetwelk de Gelderschen andermaal vruchteloos bele-
gerd hadden, do omstreken afstroopte en vernielde.

In dien noodlottigen staat van zaken, beproefde Hertog jan van Kleef de twistenden
met elkander te bevredigen. Hy bewerkte een wapenstilstand voor eenige dagen, en
op zijn aanzoek kwamen te
Reussen de afgevaardigden van den Bisschop, der Stalen
26 V. van
Ooerijssel, en der sleden Amersfoort ^ JVijk hij Duurstede en Rhenen met
unariiï gevolmagtigden des Herlogs van
Gelre en der Slaten van Utrecht, na gegeven
1527 vrggeleide , om over den vrede te onderhandelen bijeen. De Opper-deken van
Kleef
leidde de vergadering, welke als eene regtbank konde beschouwd worden, voor welke
partijen hare bezwaren inbragten en hare handelingen verdedigden. Eenige dagen
waren meer met hevig kijven, beschuldigen en verontschuldigen, dan met bedaarde
beraadslagingen en overleggingen doorgebragt, toen de zamenkomst eindigde zon-
der iets bepaald te hebben. De Overijsselaars evenwel achtten het dienstig met de
Golderschen , terwijl het bestand nog duurde , op het
Koerhuis by Deventer in nader
besprek te treden. Nevens de afgevaardigden des Herlogs verschenen hier ook de
zaakgelastigden van den Bisschop. De Gelderschen beweerden , dat geen bestendige
vrede lusschen de beide Vorsten mogelijk was, indien niet den Bisschop, zoo als
reeds in de vorige vergadering was voorgesteld , een mederegent of bij-bisschop, naar
keus van den Hertog van
Gelre ^ werd toegevoegd. De Overijsselschen verklaarden
zich hiertegen, dewgl men daardoor allengs onder het juk eener Treemde overheer-
sching zou geraken. »Indien gij dit te voren hadt lalen blijken was het bitsche
antwoord van den Gelderschen afgevaardigde , » zou geene nieuwe bijeenkomst noodig
geweest zijn. Bedenkt," voegde hij er bij, »dat zoo gy naderhand, door de wapenen
overwonnen , den vrede begeert, gij dien op zwaarder voorwaarden zult moeten aan-
nemen. Uw Bisschop heeft reeds vele sleden en sterkten verloren en is naauwelijks
in slaat, het slot te
Duurstede te bewaren. Onze Herlog heeft uwe duimen in den
mond en kan u drijven werwaarts hij wil." Vertoornd en verontwaardigd vatte de
Burgemeester van
Deventer nu het woord op. » Qoeryssel zeide hij onder ande-
ren , » is noch zoo verarmd , noch zoo verachtelijk , dat niemand het de behulpzame
hand zou toereiken. Wij zijn veeleer gezind, de kans des oorlogs mannelijk te wagen,
dan ons gedwee te onderwerpen; en willen liever onze duimen, dan de geheele hand
en alles opofferen," Aan weerszyden verbitterd ging de vergadering uiteen. Men ver-
haalt , dat toen kort daarna het geheele
Sticht -onder het gezag des Keizers geraakt
was, Hertog
karel , hel hoofd schuddende, zou gezegd hebben, dat de onberadene

ocr page 353

DES VADERLANDS. 353

uitdrukking van zijn gezant over het yasthouden der duimen, hem beide het Boven-
en Neder-Sticht uit de handen gewrongen had (1).

Zoodra de wapenstilstand ten einde was gespoed, werd de krgg hervat. De Gelder-
schen, tot wie eene bende bisschoppelijk Yoetvolk uit hoofde van wanbetaling was overge-
loopen, brandschatten of vernielden de dorpen om
Wijh Mj Duurstede. Daartegen
vielen de Deventerschen, onder aanvoering der Heeren
brunsvelt en gesscher, in
Gelre, maar werden bij Zutphen zorgeloos stroopende en roovende , door de boeren
overvallen, geslagen en met achterlating van al den buit en eenige manschappen , lot
onder de muren hunner stad terug gejaagd. Des Bisschops benden plunderden en
verwoestten middelerwijl de
Betuwe, De bezetting van het slot Gellekotn in den Tie-
lerwaard
nabij Asperen, viel den vijand bij het aftrekken in den rug, ontnam hem
een gedeelte van den buit en kapte de gesneuvelden aan stukken, die als zegetee-
kenen uit do vensters en op de torens gestoken werden. Do Bisschoppelijken, woe-
dend over dezen barbaarschen hoon, zwoeren eene bloedige wraak. Aanstonds
werd het slot belegerd, meer dan eens hevig bestormd en eindelijk overweldigd. Te
vergeefs smeekten do dappere verdedigers om genade; onbarmhartig werden zij naar
buiten gesleept en op de lijken der gesneuvelden tot den laatsten man vermoord. Na
hel plunderen en verbranden van het slot, trokken de overwinnaars naar
ff'ijk hij
Ouurstede
terug, en vernielden in het voorbygaan het sterke huis te Renoijen aan
den oever der
Linge, Op deze mare geraakte geheel Utrecht in beweging. Dade-
lyk werd een hoop gevvapenden naar
de Lek gezonden, om den vijand den overlogt
te beletten, doch spoedig weder teruggeroepen, dewijl men in
Utrecht zelf een ge-
heim verraad vermoedde. Toen deze vrees ijdel was bevonden, trok eene bende uit,
om het
&\ol Abkoude te overweldigen, maar moest zich krijgsgevangen geven. Maar-
ten van kossem
hield door gedurige slrooptoglen de landzaten in onrust, en den-
kelijk om in do betaling zijner benden te voorzien, eischle Hertog
karel van de Staten
van
Utrecht de aanzienlijke som gelds terug, welke hij hun tot bestrijding der oor-
logskosten had opgeschoten (2).

Bisschop HENDRIK, wiens zaken hoe langer zoo meer verliepen, werd in deze be-
narde omstandigheden door zijn broeder, den Paltsgraaf
frederik, een onderstand in
manschappen aangeboden. Dit dienstbewijs werd evenwel op bestel zijner voornaamste
Raadslieden, welke de Keizer door goud en beloften had omgekocht, beleefdelijk
van de hand gewezen en hij vermaand, zich veeleer in de armen van het huis

(1) L. UOUTENSII'S, Ref. uitraject. Lib. V. p. 108—120.

(2) L. UORTENSIUS, Rcr. Uitraject. ]Lib. V. p. 120, 121.

11 Deel. 3 Stuk. 45

ocr page 354

354 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—Tan Oostenrijk Ie werpen (1). Het schynt echter, dat hendriic zelf reeds voorlang
dit voornemen gekoesterd had; immers sinds den aanvang zijas bestuurs stond hij in
vriendschappelijke betrekking en briefwisseling met FLoms
van Egmond^ 's Keizers
Kapitein-Generaal in
Holland (2). Hoe dit ook zij , hij ontbood thans in het geheim
VAN EGMOND op het slot te
Duurstede, openbaarde of verklaarde hem nader zijn be-
sluit omtrent dit punt en verzocht tevens de benoodigde gelden, om het onbetaalde
krijgsvolk te bevredigen.
Van egmond begaf zich met deze belangrijke lijding onmid-
dellijk naar
Brussel. Na weinig dagen werd over deze zaak op eene bijeenkomst te
15
V. Sohoonhoven tusschen Bisschop Hendrik nevens zijne Raden, en FLoais van Eg-
mond, ANTONIE van Lalaing ^
Graaf van Hoogstraten en Stadhouder van Holland^
gerard mulart en laürens dublioul, de Oostenrijkscho gevolmagligden, onderhan-
deld. Er werd bepaald, dat de Landvoogdes den Bisschop tot betaling van zyn
krijgsvolk, zestienduizend gulden op den vier en twintigsten der loopende Slagtmaand,
en indien do krijg tegen de Gelderschen voortduurde , voor de vijf volgende maan-
den vijf en twintigduizend gulden lot onderhoud van duizend knechten, voorschieten
zou. Wanneer de Keizer in dien tusschenlijd met den Koning van
Frankrijk vrede
sloot, zou hij den Bisschop daarin begrijpen en hem in het bezit van
Utrecht^ Has-
selt
en andere sleden, welke do Gelderschen in weerwil van hel-bestand overweldigd
hadden , trachten Ie herstellen. Mögt binnen dien lyd geen vrede getroffen worden
en de krijg mot
Gelre voortduren, dan zou de Landvoogdes, na de bepaalde vyf maan-
den, den Bisschop do benoodigde hulp verstrekken, terwijl de Keizer de goederen
der Utrechtenaars, in zijn gebied gelegen, als verbeurd verklaard zou houden, tot do
oorlog geëindigd was.
Hendriic van Beijeren deed daartegen afstand aan den Keizer
en zyne nakomelingen van al de vaste (temporale) goederen van het bisdom, tot lijd
en wijle de voorgeschoten golden terug gegeven \yaren, en zou hiertoe de inwilliging
van den Paus pogen te verwerven. Wederzijds kwamen do Keizer en de Bisschop
overeen , buiten elkanders medewelen en toestemming geen verdrag met de Utrech-
tenaars of Gelderschen Ie sluiten, en bij eenen vijandelijken aanval van buiten, beider
steden, sloten en sterkten voor elkander open te houden. Eindelijk beloofde nog de
Bisschop, het
Sticht zoo wel aan deze als aan gene zijde van den IJssel, noch
geheel, noch bij gedeelten over Ie geven of af te slaan, dan aan dengenen , welken
de Keizer zou aanwijzen (3).

(1) l. noRTEHSiüS, lier, Ultraject. Lib. V. p. 121, 123. va^ cortgeen, Stichtsche cleyne
Chron.
bl. 66.

(2) L. iioRTEKSios, Rel'. Ultraject. Lib. VL p. 123.

(3) Het Tractaat van Schoonhoven, in dodt's Archief èoor de Kerk- en TVereldl. Gesch.
V. Utr.
D. 1. St. II. bl. 17—23.

ocr page 355

DES VADERLANDS. 355

Daags te Toren was de stad Rhenen van de Gelderschen door verraad ingenomen.

10£,0

Het huis Ter Horst geraakte bij verdrag in hun bezit, en weldra volgden ook de
sloten
Ter Eem, Amerongen en onderscheidene andere , zoodat genoegzaam al dc
steden en sterkten van het
Neder-Sticht zich in 's vijands handen bevonden. Dit
echter ontmoedigde geenszins den Bisschop, eenen aanval tegen
Utrecht zelf to be-
proeven , terwijl
maarten van rossem zich elders ophield en do Geldersche bezetting
slechts uit een vaandel voetknechten en eenige ruiters bestond. Door verstandhouding
met een deel burgers, was in de slecht bewaakte stad des nachts reeds een gedeelte
van zyn volk langs verborgen wegen binnengeraakt, toen het wapengekletter
der indringenden alles in beweging en in het geweer bragt. Er ontstond een
verwoed gevecht, maar de aanvallers moesten eindelijk onder eenen hevigen i^y
kogelregen uit de torens en van de wallen aftrekken. Wreedaardig werden nu
zoo wel geestelijke als wereldlijke personen, die men van deelneming in het ver- 1527
raad vermoedde, vervolgd en mishandeld. De toestand des Bisschops werd steeds
meer en meer hagchelijk. De stad
Amersfoort^ op welke hij zijn laatsten steun
vestigde en die zich nog niet met de Gelderschen en Utrechtschen vereenigd
had, nam eene twijfelachtige houding aan. Het slot to
Duurstede, de eenige
plaats, welke hij in de daad had overgehouden, was van alle zijden door vijandelijke
benden ingesloten (1). In het
Β oven-Sticht waren intusschen genoegzaam allo sterk-
ten en steden, uitgezonderd
Deventer^ Kampen en Zwol, in do inagt der Gelder-
schen geraakt. Vruchteloos hadden dc Staten van
Overijssel getracht, met den
Hertog van
Gelre in minnelijke schikking te treden. Naar mate zij zich toegeeflijker
hadden betoond, waren zijne eischen grooter en gestrenger geworden, lol zij ten
einde raad en geduld, alle onderhandeling afgebroken en besloten hadden, geweld
met geweld te keeren. Doch te zwak tegenover de Geldersche magt en ongelukkig
in hunne eerste onderneming, een aanslag op het versterkte klooster Ie
Windesem ,
was hun geen ander redmiddel overgebleven, om zich van de Geldersche overheer-
sching te ontslaan, dan even als de Bisschop, loevlugt bij den Keizer Ie zoeken. Tot
dat einde waren do geheimschrijvers der drie groote steden naar
Schoonhoven ge-
zonden, om de raadplegingen bij te wonen. Hier echter was men slechts over-
eengekomen , in de volgende maand te
Kampen nader met elkander te onder-
handelen (2). Op den bepaalden dag verschenen aldaar do afgevaardigden van
Overijssel, en floris van Egmond met den Stadhouder van Friesland, scherfk

(1) noRTENsres, Ker. Ultraject. Lib. V. p. 125—130.

(2) reviüs, Daventr. Illustr, p. 243 , 244. Ovcrijsselsche Chron, hl. 475 in duïibar's ^na-
lect. T. II.

11 Deel. 3 Stuk. 45

ocr page 356

356 AL GE MEEN Ε GESCHIEDENIS

1482—-can Tautenhirg ^ aan het hoofd der Keizerlijke gevolmagligden. Maar de\yijl
deze Jaaisle onverwrikt op de aannemilig van hunnen Meesier, als Hertog van
Bra-
hand
en Graaf van Bolland, lot Erfheer van Overijssel, onder toestemming van
den Bisschop, aandrongen; en de afgevaardigden van dal gewest in last hadden, den
Keizer de verkiezing van hunnen Landsheer en alle voordeelen , de heerschappij uitge-
zonderd, in Ie willigen, zoo scheidde men onverrigler zake vaneen
(1). Do onder-
handeling werd in het begin des volgenden jaars door de wederzijdsche afgevaardigden
^ hervat en toen eene overeenkomst gesloten. De Stalen van
Overijssel namen daarbij
Louw- Keizer, ingevolge den vorigen eisch, lot Erfheer aan, onder beding, dat hij hier-
"1528^ toe 's Pausen goedkeuring zou verwerven, of hen anders zoowel tegen het Opperhoofd
der Kerk als legen eiken vijand beschermen ; ook zou hij geen vrede met den Hertog
van
Gelre aangaan, vóór de landen en plaatsen, welke van Overijssel ysdiV^xx afge-
scheurd, daarmede Aveder vereenigd en de ingezetenen in het ongestoord bezit hunner
goederen, in
Gelre gelegen, hersteld waren. Al hunne vrijheden, gewoonten, voor-
regten en bezittingen zouden ongeschonden blijven ; zij zouden alleen voor hun gewo-
nen regier te regt gesteld , en niet boven hun vermogen belast worden. De Ridderschap
en steden zouden, onder goedkeuring des Keizers of diens Stadhouder, do schattingen
naar oud gebruik heffen. Behalve nog eenige andere punten, zouden de sleden,
welke verscheidene voorregten en vrijheden van de Keizers ontvangen hadden, nimmer
genoodzaa'kt worden iets legen den üjdelijken Keizer te ondernemen (2).

Ondertusschen duurden de vijandelijkheden van en legen den Hertog van Gelre,
ondanks het winlerjaargelyde, vernielend voort. Na het stillen van een misnoegen
onder de bezetting van
Utrecht uit wanbetaling onlsprolen, beproefden eenige Gel-
derschen een aanslag op
Schoonhoven, welke mislukte even als de aanval der De-
venlerschen op
Diepenheim (3). De Hollanders versterkten hunne grensvestingen ,
en den Bisschop werd op eene bijeenkomst met do Keizerlijke gevolmagligden Ie
Dord-
recht
, alwaar zich do afgevaardigden van Overijssel insgelijks bevonden , een gewapende
onderstand door den Keizer toegezegd. Daarentegen bekrachtigde
Hendrik van Beije-
rm
, ouder in\yachling der Pauselijke goedkeuring, den afstand van het Boven-Sticht
en ontsloeg do Overijsselaars schriftelijk van den eed hem gedaan, slechts hel geestelijk
reglsgebied voor zich en zijne opvolgers behoudende. Hij beloofde levens van het geheele

(I3 PüFEiïDORr, Obs. Jur. Univ. T. IV in ^ppcndice, p. 366, aangehaald in den Tegemooor-
digen Staat van Overijssel,
I). 1. St. I. bl, 184, 185.

(2) noYNCK van papesdrecut, Aiiahcta Belg. T. III. ρ. 7—13. Vgl. iiouτe^siüs, Rer. UltraJ.
Lil). VI. ρ. 131, cn te water, yaderl. Eist. D. II. bl. 256. j

(3) uoRTE.NSius, Rer. ÜllraJ, Lib, VI. p. 132—134.

ocr page 357

DES VADERLANDS. ' 357

bisdom ten behoeve des Keizers binnen het laar af te zien , lesen eene vergoediDg 1482—

1528

van dertigduizend gulden, ternijl hij voor den afstand van het Boven-Sticht een ^gv

jaargeld van drie duizend gulden zou genieten , zoolang hem de Keizer geene meer Sprok-

• 11· Kclm.

voordeelige betrekking verschaft had ; hiertegen moest hy den Overijsselschen de tien- 1528
duizend gulden kwijtschelden, uelke hij hun ter bestrijding der oorlogskosten had
voorgeschoten. Onder do overige bepalingen dezer overeenkomst was, dat do Keizer
noch do Bisschop buiten elkanders toestemming met den Hertog van
Gelre of de
Utrechtschen vrede zou sluiten (1).

Terstond ontvingen floiiis van Egmond^ den Graaf van Rennenberg en schenk
den last, zestienduizend voetknechten en twaalfhonderd ruiters zoo spoedig mo-
gelyk bijeen te brengen. Ondertusschen werden in
Utrecht allen, welke uil vrees
voor den krijg in slilte de stad ontweken waren , openlijk ingedaagd en by gebreke
daarvan, met tienjarige ballingschap en zware geldboete bedreigd. Er werd voor den
tijd van zes maanden , elke Vrijdag tot eoncn bid- en vastdag bepaald , opdat de krijg
gelukkig mögt slagen. Maar het heerschende geldgebrek gaf hiertoe weinig hoop.
De ruiterij eischle op morrenden toon vijf maanden achterstallige soldij, en konde
niet dan met moeite gestild worden; ook keerden de uitgewekenen niet terug.
De Hertog benoemde een nieuw stedelijk bestuur en bezette de dorpen aan
de
Lek,
om den Bisschop bij de terugreis van Oordrecht op te vangen, die ech-
ter behouden te
Wijk hij Duurstede aankwam. Onderrigt van de groote krijgs-
toerustingen der Oostenrijkers, versterkte hij zijne heirmagt door eene nieuwe ligting,
vermaande de sleden en sterkten lot waakzaamheid, en voorzag haar van leeftogt.
Gebiedend werden deze maatregelen gevorderd, sinds
schenk , dien do Keizer
tot stadhouder van
Overijssel had aangesteld, naar don IJsselkant met eene aanzien-
lijke magt oprukte, waardoor do Gejderschen van allo zijden, ten Westen door do
Hollanders, ten Ooslen door de Overijsselschen , en ten Zuiden door's Bisschops benden,
bedreigd werden. In
Utrecht heerschte de grootste verslagenheid. Velen begaven
zich uit vrees voor den opkomenden slorm naar elders, weshalve zij voor overloopers
en vijanden des vaderlands verklaard, en hunne huizen en goederen den krijgsknechten
ten beste gegeven werden. De Hertog van
Gelre voorzag de stad van levensmidde-
len, krijgsbehoeften en eene versterking van manschappen (2). Hij liet door den
Graaf van
Meurs de omstreken van Amersfoort en do bezittingen der bisschopsge-

(1) Tractaat van Dordrecht, iu dodt's Archief i\ Kcrh. en IFereldl. Gesch. ν. Vir. 1λ I.
St. II. bl. 23-30.

(2) noRTE>siüs, Rer. Vltraj. Lib. VI. p. 135, 136.

ocr page 358

358 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

zinden verwoesten, helgeea slechts strekte , om den haat der landlieden tegen de

I 1 o^o

Gelderschen en hunne heerschappy heviger te ontvonken (1).

Ten einde de Oostenrijkers te voorkomen en tevens de wraak der Ulrechtsche Gees-
telijkheid en Ridderschap op den Raad van
Holland te bevredigen, welke naar de
bewindvoering over het
Sticht streefde en de leer van luther , in spijt van de
bevelen des Keizers, zoo in het geheim als in hel openbaar ondersteunde, werd
van
ROSSEM, thans tot Veldmaarschalk van Gelre verheven , de uitvoering van een stout
wapenfeit opgedragen. Met twee duizend voetknechten en twee honderd ruiters, naar
anderen met slechts dertienhonderd man in het geheel, verzeld van eenige ütrechtsche
burgers, trok hij onder Keizerlijke banieren om minder achterdocht te verwekken,
in allerijl voorbij
Montfoort en Woerden den Rijnkant langs naar den Haag. De
bezetting van
Leiden liet hem, togen haren wil, op hooger last ongestoord voor-
bylrekken; hetgeen later bg eenigen het vermoeden opwekte, dat do togt der
Gelderschen met voorkennis der Landvoogdes geschied was, om bij de Staten van
Holland eeno geldleening ter bestrijding der oorlogskosten door te drijven , waarin
raen aarzelde te bewilligen. Ongehinderd rukte
maarten van rossem door het dorp
F oorschoten, waar hij een paar boerenwoningen in brand stak, naar Rijswijk en
voor het Haagsche bosch, ontrolde hier de Gelderscho vanen en viel onder het
geschreeuw van
Gelre ! Gelre-! te gelijk aan drie kanten den Haag aan. Elk nam
in do grootste versvarring do vlugt, meest naar
Delft^ velen zelfs veroorloofden zich

() V.

Lente- den tijd niet, iels met zich te nemen of te bergen. Het Hof van Holland werd

"'"^"Overmeesterd, doch niet geplunderd. Behalve de huizen door Edelen van Geldersche
Ιοώο

afkomst of gezindheid bewoond, bleven weinig woningen hiervan bevryd. Het ver-
branden van
den Haag moest voor twintig duizend gulden afgekocht worden. Na het
plegen van de grofste buitensporigheden , keerden de Gelderschen met de gijzelaars
en den buit langs denzelfden weg naar
Utrecht terug, de dorpen, welke zy door-
trokken , zware brandschattingen afpersende. Zegepralend toog
van rossem Utrecht
binnen. De roof werd onder den Hertog en het krijgsvolk verdeeld; den burgers
daartegen eene nieuwe schatting afgedwongen , hetgeen zoo wel bij den adel als de
gemeente het hoogste misnoegen verwekte (2).

Inmiddels was de Stadhouder schenk in Overijssel gekomen, de schans de Koe-

(1) pontanus, Hist. Gelr. Lib. XL p. 744.

(2) Brief van den Proost van Kuilenburg aan zijn broeder, die zich met van rossem in
dm Haag bevond, te vinden achter a. strick's vertalinjj van horxeksids werk, 's Gravenhage,
1625. pontüs heüterds, lier. Atistriac. Lib. IK. p. 224. hortensiiis, Rer. Ultraj. Lib. VL
p. 136—140. PONTANUS,
Hist. Gelr. Lib. XI. p. 745. Zie hiervoor bl. 307.

ocr page 359

DES VADERLANDS. ' 359

hitrg nabij Kampen slormenderhand door hem bemagtigd en dö bezelling over de 1482—
kling gejaagd. Hierop had hij, als vertegenwoordiger van zijnen Meesier, op den
derden van Lentemaand de inhuldiging Ie
Kampen^ daarna Ie Deventer en toen
te
Zwol ontvangen, waarbij de Staten den Keizer trouw zwoeren en schenk:
van zijne zijde, de onderhouding des verdrags beëedigde. De sterkte te WUsem
over den IJssel, Genemmden en Zwartsluis werden aan do Gelderschen ontno-
men.
Hasselt moest zich na eene allerhardnekkigste verdediging bij verdrag aan
sGHEiNK overgeven, 's Keizers onvoorwaardelijke vergiffenis-toezegging om dien tijd
uitgevaardigd aan allen, die zich van de oproerigen afzonderden en zijne genade
zochten, miste niet hare werking. Velen onderwierpen zich, en Hertog
karel ,
door de Oostenrijkers en Bisschoppelijken elders bezig gehouden, was genoodzaakt
van het heroveren van
Overijssel af te zien. Hij trok zijn volk uit do slerklen
Morgenster, Al te na, Kijk in de pot, Niënheek en Wilpe, welke Deventer
geweldig benaauwd hadden en nu tot den grond vernield werden. Uit de sleeDcn
van de
Morgenster, werd eerlang de waag op den Brink Ie Deventer opgetrokken,
en tot schimpende nagedachtenis aan Aveêrzijde der muren een morgenster en een
hoofd, in eenen pot kijkende , gesteld (1).

Het plunderen van den Haag had de Stalen van Holland aangespoord , op
last der Landvoogdes drie duizend voetknechten en vijfhonderd ruiters bijeen te
brengen. De stroomen en zeegalen werden met groote en kleine oorlogschepen
bezet, de landlieden zoo wel als de poorters van wapenen voorzien, en met eenige
Brabandsche steden overeenkomsten ter beveiliging van den handel aangegaan. Bij
de Hollandsche krijgsmagt voegde zich die der Brabanders en zeer waarschijnlijk
ook eene Keizerlijke bende. Het opperbevel over dit vereenigd leger, hetwelk
uit acht- of negenduizend voetknechten en vijftien honderd ruiters zal beslaan heb-
ben, Averd aan
floris van Egmond opgedragen (2). De Bisschoppelyken vielen
op het berigt, dat
van rossem naar de Zeoenwolden was opgerukt, roovende en
verwoestende in
de Betuwe, Do Geldersche veldheer, die zich nog nabij Zutphen
bevond, keerde onmiddellijk terug en behaalde te Haaf ten over hen eene volkomen
overwinning. De Amsterdammers, welke het slot te
Mijdrecht, eene voorraadplaats
der Utrechlschen, naauw insloten, door deze mare verschrikt, braken in allerijl hel
beleg op (3). De omstreken van
Utrecht werden zoo wel door do Geldersche bezet-

(1) pontos heutekxjs, Rct'. Austi'iac. Lib. IX. p. 224 , 225. horteksibs , Rer, Ultraj. Lib. VI.
p. 142, 145. Lib, VU. p. 151.
uevics, Davenir. Jllusir. Lib. 111. p. 244—246.

(2) aert v. d. goes, Rcgisi. d. Dagv. D. L bl. 130—185. Vgl. hiervoor, bi. 307.

(3) uoRTEssiüs, Rer. Ultraject. Lib. VI. ρ. 142, 143.

ocr page 360

360 Î› LG EME ENE GESCHIEDENIS

1482— ting als door de Hollanders geteisterd, de kloosters, molens en boerenwoningen in de
^^^^ asch gelegd , en de goederen weggeroofd. In do slad zelve heerschte het nijpendste
gebrek, dewijl door het geheele
Sticht verboden was, op verbeurte van lijf en goed,
levensmiddelen derwaarts te voeren. Gewapenderhand werd uit
Rhenen, door do
Geldersclien bezet, nu en dan in de dringendste behoefte voorzien (1).
Overijssel was
bijna geheel in de magt des Keizers, en Oostenrijksche benden bestookten het Neder-
Sticht.
Doch naar mate de gevaren stegen, scheen de stoutheid van Hertog karel
17 V. te stijgen, Hij verklaarde ΠΕκηκικ van Beijeren vervallen van den bisschoppelijken
^15^28' ' ^y·^ bevel kozen de Staten , te Utrecht bijeengekomen, frederik ,

Graaf van Bichellingen en Kanonik te Keulen , naar ouder gewoonte en met de ge-
bruikelijke plegtigheden tot Bisschop van
Utrecht. Den volgenden dag werden brieven
naar
Amersfoort en Deoenter gezonden, hen uitnoodigende, met de Staten van het
Neder-Sticht eene lyn te trekken , den nieuwen Kerkvoogd in zijne waardigheid te
erkennen , en den Hertog van
Gelre lot Erf-beschermheer van het Sticht aan te
nemen. Men vond geen gehoor en de Overijsselschen inzonderheid, wezen het voorstel
met verachting af (2). Bisschop
Hendrik betuigde in den Raad te jlmersfoort den
burgers zijn dank voor de hem bewezen tromv, verklarende dat de heerschzucht en
de Dvermagt des Hertogs van
Gelre alleen hem gedwongen hadden, den Keizer om
bijstand te verzoeken; tevens verzekerende, nimmer to zullen gedoogen , hoe het ook
met den krijg mögt ailoopen, dat hunne vrijheden en voorregten door iemand ge-
schonden of verminderd wierden. De regering van
Utrecht daartegen, liet zijne
wapenschilden afwerpen en zijn naam van de rolle Avegwisschen. Beducht voor een
beleg, nam zij do vereischte maatregelen van voorzorg. De wachten werden versterkt,
de geestelijke gestichten en woningen om de slad verbrand , op dat de vijand er zich
niet in zou nestelen, en de boomen gekapt, welke het bespieden van zijne bewegin-
gen belemmerden. Op de wederzijdsche strooptogten geraakte men dikwerf handge-
meen , maar kwam niet tot een beslissend gevecht (3).

Eerst in den voorzomer, na het overgaan van Hasselt , trok floris van Egmond
Jlloeiin. met zijne krijgsmagt van do Lek op, langs Utrecht cn viel na het vermeesteren van
het slot
de Eem^ in de FeUiwe^ alwaar de benden van SGIIE^'κ zich met de zijne

13 v. verecnigden. Men sloeg het beleg voor Hattem, welk na een dapperen tegen-
Zomer-
liuiiind.

(1) Î . v, Eitp, Annales, p. 104—107.

(2) iiortensjus, Rcr. Ultrajecf. Lib. YI. p. 143, 144. sliciiteniiorst , Geld. Gesch. ]]. XI.
1)1. 401.

(3) II0RTESS1U8, Uer. hltraject. Lib. Vi. ρ. 146—148,

-Α

ocr page 361

DES VADERLANDS. ' 2025

stand bij verdrag overging. Elhiirg Yolgde, op raad van Hertqg karel zeiven , en 1482—

' 1
beide plaatsen ontvingen Oostenrijksche bezelliDg,
Harderwijk viel insgelijks nog

vóór het einde der maand, na eene geweldige bestorming, in handen van egmosd.

De Bisschop had zich inmiddels van het slot Leeuwendaaly tusschen Rhenen en het

huis Ter Horst ^ meester gemaakt; een verraderlijke aanslag der Gelderschen op

Amersfoort >vas mislukt (1).

Het berigt dezer tegenspoeden, verhoogde in Vlrecht de steeds heerschende on-'
eenigheid. De Bisschopsgezinden staken het hoofd stouter op, de beΛverkers van den
oorlog werden in volksliedjes beschimpt, en de voornaamste van hen, nevens
eenige- aanzienlijke burgers, verlieten de stad, welke door het onbetaalde krijgsvolk
met plundering bedreigd werd. De stedevdogd van
Utrecht ^ de Graaf van Meurs ^
riep de Kanoniken bijeen, wien hij het groot gevaar waarin de stad verkeerde, na-
drukkelijk voorstelde met de vermaning, dat zij in het geldgebrek zouden voorzien.
En toen zij hun onvermogen te kennen gaven, zagen zy , om erger te voorkomen,
zich genoodzaakt, de gouden en zilveren kerksieraden af te slaan, van welke onmid-
dellijk geld gemunt werd. Dit bovenal bragt de Gelderschen in haat bij het volk,
'sBisschops aanhangers werd hierdoor een beter uitzigt geopend, hunnen Heer in het
bezit der stad te herstellen, te meer dewijl ook de moed en waakzaamheid der be-
zetting aanmerkelijk verilaauwd waren, en eene bende Geldersche ruiters, lot verster?
king naar
Utrecht afgezonden , door de Amersfoorders was opgeligt. Zij vermaanden
den Bisschop, zijne komst te bespoedigen en bewerkten, dal hem de slecht bewaakte
Wiltevrouwenpoort zou geopend worden. Op den bepaalden dag zond derhalve
iiESDRiK van Beijeren zijn krijgsvolk met vierhonderd vrijwillige burgers uit Amers-
foort
5 welke door eenige Utrechtsche ballingen werden aangevoerd en op een
afgesproken teeken in den vroegen morgen in stilte
Utrecht binnentrokken , terwijl
do zorgelooze bezetting in diepen slaap lag. Weldra echter was de geheele stad in χ ν.
beweging. Op de
Neude geraakten de Gelderschen met de Bisschoppelijken handge-
meen, welke laatste na een scherp gevecht meester van de plaats bleven. De Graaf
van
Meurs, die zich in de nabijzijnde poort versterkt had, werd na dapperen tegen-
stand genoodzaakt te wijken. Ondertusschen vsas
willem turk met een vaandel
knechten uit
Duurstede ^ insgelijks binnengedrongen. Eenige Gelderschen vlugtien
hierop in het Bisschops Hof, om zich aldaar tegen het geweld en den aanloop te
verschansen; de overigen werden door de Bisschoppelijken en zamengezworenen,

(!) noRTEKsn-s, lier. VHraject. Lib. VI, p. 149, 150. Lil·. VIL p. 152, 153. v. Eur, Atma-
les,
p. 107. fostcs uei'teei's, Ucr. Austriac. Lil). IX. p. 225. schbassert, IJeschr. r. flarderw.
D. ILbl. 64. jy

Π Deej.. 3 Stuk. '

ocr page 362

362 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

die-hen in ruiterij en voetvolk overtroffen, uit de straten verdreven. Van alle zijden
door aandringende vijanden ingesloten en door de burgers verlaten, namen zij het
moedig besluit, nog eene laatste poging' te beproeven. Zij verdeelden zich in drie
hoopen; de eene, vierhonderd man sterk, ging op de Oude Gracht den vijand te
keer; de andere bezette het sterke gebouw, hel
Keizerrijk geheeten, welk op de
Neude uitzag, en de derde bleef op het Hof bij het geschut. Maar de Amersfoorders,
hoewel hevig uil het huis
Keizerrijk beschoten, dwongen spoedig de verdedigers zich over
te geven; en kort daarna moesten de Gelderschen hun geschut bij de iVewi/e, dewijl het
kruid door den regen onbruikbaar was geworden, verlaten en naar de Ganzeraarkt te-
rugtrekken. Hier rukten de Amersfoorders in twee afdeelingen op hen aan. Een ge-
deelte trok naar de Bakkersbrug, om het Hof Ie bemagtigen, terwijl de overigen op
den vijand instormden. De bisschoppelijke ruiters, die door de Geldersche gelederen
moordende heendrongen, maakten hier een einde aan den bloedigen strijd. Het
gevecht werd op de Vischmarkt met denzelfden uitslag voor de Gelderschen hervat,
die nu naar de Tolsteegpoort aftrokken. Hier boden hun de Bisschoppelijken , welke het
Hof hadden verlaten, op nieuw den slag aan; zij werden andermaal geslagen en velen
onder het vluglen doorstoken. De overste
Willem van Gent en de hopman dobbel-
STEEK, die de burgers van W^ijk bij Duurstede in het gevecht in de Betuwe mis-
handeld hadden, werden uit bloedwraak terstond neergesabeld , ofschoon zij hun leven
voor groot geld wilden koopen. De Wittevrouwenpoort, welke de Gelderschen het
langste bezet hielden, werd door het geweld van het geschut tot de overgave ge-
noodzaakt.

Vreesselijk was het lot der overheerde stad. Drie dagen achtereen werd zy den
woedenden ballingen en uitgewekenen prys gegeven. Men had afgekondigd , dat elk
die zich voor overlast wilde hoeden, het wapenschild des Bisschops moest uithangen,
of zijn naam op de deur schrijven. Dit verhinderde echter geenszins, dat niet alleen
de huizen der eerste onruststokers geplunderd werden, maar ook de woningen van
hen, welke naderhand eenig ambt bekleed hadden, en van vele aanzienlijke lieden, die
getracht hadden den vrede te bewerken, maar niet ten gevalle van den Bisschop uil do
stad geweken waren. De rampzalige bewoners zochten hun heil in de vlugl. Hon-
derd Geldersche voetknechten werden uit hunne schuilplaatsen gesleept, en meer dan
veertig van hen in koelen bloede doorstoken. De onmenschelijke wraak bepaalde
zich niet by de levenden, zelfs gesneuvelden werden aan stukken gescheurd. Wie
eenen Gelderschgezinde eene schuilplaats of hulp verleende , werd aan lijf en goed
gestraft, en de aanbrenger rijkelijk beloond. Hierdoor geraakten vele aanzienlijke gees-
lelijke en wereldlgke personen in hechtenis, bovenal degenen , welke den aanhang van
souTENBALGH hadden tegengewerkt, ofschoon zg ook naderhand vän gevoelen waren
Hooira veranderd. Nu kwam Bisschop
Hendrik in Utrecht, niet als een Vorst des Vredos,
1528*

ocr page 363

DES VADERLANDS. 363

maar om zijne wraakzucht te koelen. Na het houden van een dankdag om het ver-1^2—
overen der stad, werd hem op de Neude door de geheele gemeente hulde, trouw en g
onbepaalde gehoorzaamheid gezworen. Kort daarna werden de schout
govert kosing

loiio

en eenige voorname gevangenen op dc Beestenmarkt, zonder aanklagte of verhoor,
alleen op vermoeden, dat zij de voornaamste aanstokers der verledene oproeren
geweest waren, onthalsd. De rompen lagen tot aan den avond openlijk ten loon,
toen na veel smeeken en tegen groot geld, den bloedverwanten vergund werd, hen
ter aarde te bestellen. Weinig dagen later vielen op dezelfde plaats en op dezelfde 15 v.
wijze nieuwe slagtoffers van 's Bisschops wraak. De Opperdeken
melis van Nijeoelt,
die eenige dagen vermomd in de omstreken ellendig had rondgezworven, behield op
voorspraak van
gerrit van Voorst, door wiens beleid hoofdzakelijk Utrecht in de
magt des Bisschops geraakt was,fhet leven. Twee geringe burgers, maar die in deze
beroerten groot waren geworden, en welke men na lang zoeken in een mesthoop ont-
dekte, werden daarentegen zonder vorm van regtsgeding nedergestooten. De Graaf
van
Meurt, die te midden van het gewoel veilig uit do stad geraakt was, werd
door de boeren aan
de F echt herkend en teruggebragt, doch na het sluiten
van den vrede met twee in hechtenis genomen Geldersche Raadsheeren ontslagen.
Bisschop HENDRIK nam eenige aanzienlijke gevangenen met zich naar
Wijk hij
Duurstede ^
van welke hij er twee in lederen zakken in den Rijnstroom liet
verdrinken. Slechts een keizerlijk bevel, alle verdere wreedheid te staken, daar
men reeds genoeg gemoord had, koude te naauwernood do overigen, die nog ten
getale van twintig in de ijzers zuchtten, voor een gelijk lot behoeden.
Wolfgang
verf AFSTEM, een norsch en bloeddorstig mensch , op wiens raad do Bisschop door zoo
vele onmenschelijkheden zijn naam en stand geschandvlekt had , werd stedehouder in
Utrecht, Nevens hem werden aan zekeren Hendrik verburg, teunis bafla.nd en
HENDRIK VAN HEUSDEN do rust eu de veiligheid der burgers tegen het baldadig krijgs-
volk , en de bewaking der stad toevertrouwd, alwaar do Vroedschap en Raad, na het
gevangennemen der Burgemeesters, vrijwillig hunne betrekking hadden nedergelegd (1).

Op de tijding van den val van Utrecht, hadden de Geldersche ^Rhenen in allen
spoed verlaten. Dezelfde schrik beving ook de bezetting van
Wageningen, welke
zich op eervolle voorwaarden aan den Bisschop onderwierp.
Floris van Egmond
sloeg het beleg voor do stad Ttel, die zich moedig verdedigde. De Gelderschen
stroopten ondertusschen in het gebied van
Amersfoort, waardoor do stad in rep en
roer geraakte. Doch toen men uit een gevangen verspieder vernam , dat hun getal

(1) nortersiijs, Rer. Ultraj, Lib. Vlf. p. 153—160. pohtüs beütercs, Rer. Austriac. Lih. iX.
c. X. p. 225, 226. ii. v. erp, Jnnales, p. 107, 108. Î¹ ^ . . Λ

46^

ocr page 364

ALGEMEENE GESCIIIEÖENIS

3482— gering was, rukten de burgers uit en versloegen hen in eene schermulseling nahij
Hoevelaken; slechts weinigen ontkwamen door de vlugt. Middelerwijl zond de
Landvoogdes
Margaretha van Oostenrijk den stadhouder vaw hoogstraten, den
Heer van
Assendelft en joost sasbout, leden van den Raad van Holland^ nevens
den Opperrenlmeester
vincent corwelissen naar Utrecht, om de hooge Geestelijk-
heid , of de vijf Kapittels, met de overeenkomsten tusschen den Keizer en den Bis-
schop aangegaan, bekend te maken.
Van hoogstraten , na het breed uitmeten der
groote diensten door den Keizer aan het
Sticht bewezen , hetwelk hij van de Gel-
derschen verlost en daardoor den Bisschop hersteld had, merkte aan, dat de Ka-
pittels deswege verpligt waren, aan de vorige onderhandelingen tusschen de beide
Vorsten hun zegel te hechten. De Kanoniken erkenden hierop volgaarne 's Keizers
dienstbetooning, maar ontveinsden niet de vrees, dat het hun tot
eene eeuwige schande
en verwijt bij het nageslacht zou strekken, indien zij het aloude bisdom in de magt
van een wereldlijk Heer stelden, hetgeen hun bovendien buiten de bepaalde goedkeu-
ring van den Paus, ook niet vergund was. De gezanten der Landvoogdes ruimden deze
zwarigheden uit^-den weg; de nooddwang immers zou do Kapittels bij de nakomeling-
schap genoegzaam regtvaardigen; en do Paus, hiervan waren zij verzekerd, zou zich
do zaak laten welgevallen (1). Daarop verklaarde eenparig de Utrechtsche Geestelijk-
^ heid, dal aangezien de Bisschop niet bij magte was, den slaat legen den Hertog van
V. (^elre te beschermen, en men geen ander middel kende, den Keizer voor de
naand oorlogskosten en geledene nadeelen eenigzins schadeloos te stellen, zij in *s Bisschops
1528 overdragt van het wereldlijk gebied van het
Booen-Sticht niet alleen, maar ook van
het
Neder-Sticht met al wat er toe behoorde aan kakel V als Hertog van Brahand
en Graaf vixn Holland en zijne opvolgers, in deze beide waardigheden, toestemde. Het
geestelijke bewind bleef aan den Bisschop en degenen, die na hem den zetel van
Utrecht
zouden beklèeden; zij zouden het Bisschops Hof (het Hof Episcopaal, dal is: i/irecAi lol ze-
telplaats) behouden; bovendien door den Keizer van een lusthuis (huys van plaisance) voor-
zien worden en nevens de voordeelen, voortspruitende uit het geestelijk reglsgebied, van
hem tweeduizend guldens 'sjaars ontvangen. De keus van een nieuwen Kerkvoogd mögt
alleen vallen op dengenen , welken de Keizer of zijne nakomelingen, de Hertogen van
Bra-
hand
en Graven van Holland, daartoe geschikt en bekwaam zouden achten. De aloude
voorregten en vrijheden der Geestelijkheid zouden bevestigd en gehandhaafd worden (2).
Nevens den afstand van het wereldlijk beheer des
Stichts op de bovengenoemde

(1) nouTEMsiüs, Rer. Ultraj. Lib. VII. p. 161, 102.

(2) v. d. wateu, Utrechtsch Placaalb. D. I. hl. 1—3, 8. c. p. hoysck υαλ papesdrecht, Ana-
heia Belg.
Τ. III. Ρ. I. ρ. 17—58.

ocr page 365

D Ε S ν Α 1) Ε R L Λ Ν D S. 365

Toorwaarden, verklaarde Bisschop Hendrik den volgenden dag, besloten Ie hebben 1482—
)) lot eeren ende dienst Goids ende ter outlasliughe van zijne conscienlioook
dc

Kerk en het bisdom van Utrecht in handen van den Paus te stellen, ter. gunste van 14 v.

Oogst-

dengene, welken de Keizer en de Paus lot Bisschop zouden benoemen. Hij maand
zou lot dekking der kosten door hem aan het versterken der steden en an- ^^^
derzins besteed, van den Keizer vijftienduizend gulden, boven de dertigduizend in het
verdrag van
Dordrecht bepaald, ontvangen; ook zou men hem behulpzaam zijn in
het terugbekomen der vier of vijfduizend gulden, welke de Staten van het
Neder-
Sticht
hem verschuldigd waren. Behalve andere punten van minder belang, beloofde
nog de Keizer , de landzaten bij hunne voorregten , vrijheden en gewoonten, » zoo ver die
redelijck zijn ende zij er een deuehdelick gebruijck van hebbente handhaven, hen
als een goed Vorst te regeren en hunne bezittingen te beschermen (1).

De Amersfoorders namen het euvel op, dat deze belangrijke zaak buiten hunne
voorkennis en toestemming geschied was. Zij beklaagden zich over den Bisschop, die
hun steeds verzekerd had, dat hij aan geen afstand van het bisdom dacht, noch in
eenige onderhandeling met het huis van
Oostenrijk getreden was, en daarin ook niet
zonder hun raad en bywezen treden zou. Zij zonden dadelijk afgevaardigden naar
Mechelen, werwaarls zich de keizerlijke gezanten begeven hadden , om bij den vrij-
dom van tollen en andere voorregten, welke zij genoten, nog eenige van den Keizer
te bedingen, wanneer hij het gebied over het
Sticht aanvaard zou hebben. Men wees
hen naar
Delft, werwaarls het Hof van Holland^ sinds het plunderen van den
Haag
, was overgebragt, Zy betuigden hier hunne deelneming in den voorspoed der
keizerlijke wapenen tegen den Hertog van Ge/re en dat de Keizer, aan wien ook hunne
stad zich wilde onderwerpen , als wereldlijk Heer in het
Bomn-Sticht was gehuldigd
en dit eerlang in het
Neder-Sticht worden zou. Hierop verkregen zij in naam
des Keizers van de Landvoogdes
margäretha. de toezegging, dat met alleen hunne
aloude voorregten en vrijheden behouden, maar zelfs vermeerderd zouden worden,
indien zij den Keizer als Hertog van
Brahand en Graaf van Holland^ den eed van
getrouwheid aflegden; dat hij hen, even als zijne overige onderdanen zou bescher-
men , en geenen vrede met den Hertog van
Gelre aangaan dan onder beding, dat
die Vorst de goederen en erven der Amersfoorders, in zijn gebied gelegen, den eige-
naars teruggeven en deze panden niet zwaarder belasten zou dan die z^ner eigene
onderdanen. De overige bepalingen Ier gunste van
Amersfoort genomen, gaan wij
kortheidshalve stilzwijgend voorbij. De Amersfoorders waren echter met deze beschik-
kingen niet geheel tevreden, en wachtten de komst des Graven van
Hoogstraten Ie

(1) V. D. WATE«, Utr. Placaatb. D. i. bl. 3-—8.

ocr page 366

366 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482— Utrecht af, om over heigeen zij van den Keizer verzocht maar niet verworven had-
^ den, nader te onderhandelen (1).

Hel beleg van Tiel was inmiddels opgebroken, en weldra werd over vrede gehan-
deld, waartoe het eerste aanzoek, gelijk eenigen niet zonder grond beweren, van de
zijde des Keizers geschied was (2). Het is bijna ongelooflijk, >vanneer men verhaald
vindt, dat onderlusschen Hertog
karel , tot vergoeding zijner geledene schade en on-
gehinderd den wapenstilstand, een strooptogt in
Gooiland en Eernland veroorloofd
werd. Met tweeduizend man te voet en driehonderd te paard viel hij er in, legde

5 T. Soest in asch en noodzaakte de overige dorpen, die een gelijk lot vreesden, tot
Heri'st*

maand ^-ware brandschattingen en het leveren van gijzelaars. Vóór dat de Oostenrijksche be-
zetting uit
Utrecht zich met de Amersfoorders, die terstond in beweging geraakt wa-
ren, konde vereenigen, keerde hij, zoo als afgesproken was, naar zyn gebied terug,
's Keizers afgezant,
laurens dublioul , Heer van Sarte, een man van groote staat-
kundige bekwaamheden en zeer gezien aan hel Hof, zette nu bij den Hertog de on-
3 V. derhandelingen met zulk een gunstig gevolg voort, dat eerlang de vrede te
Gorin-
inaaml ^^^^ gesloten werd (3). Kort daarna bekrachtigde Bisschop hekdrik, op het voet-
12V. spoor des Keizers, alles wat te
Utrecht betrekkelijk den afstand van het wereld-
maEld gebied des
Stichts, verrigt en toegestaan was (4). Negen dagen later had de
piegtige overdragt plaats in het kapittelhuis te
Utrecht^ in tegenwoordigheid dei-
keizerlijke gezanten, der Graven van
Hoogstraten en van Buren ^ en van een aan-
zienlijk getal ütrechtsche Grooten, zoo geestelijke als wereldlijke. De Bisschop deed
21 V. schriftelijk afstand van het wereldlijk gezag over
Utrecht en het Neder-Sticht met
ιηΓ'Ηκϊ ^^^^ behoorde ten behoeve van den Keizer en diens erfgenamen, als Hertogen

of Hertoginnen van Brahand en Graven of Gravinnen van Holland. Hij verklaarde,
dat do veelvuldige en nog onbeloonde diensten hem door den Keizer tegen den Her-
log van
Gelre bewezen, wien hij bij magte was noch is te wederstaan, hem na rijp
beraad en overleg met de Hooge Geestelijkheid , zijne Raadsheeren en andere mannen
van aanzien, hiertoe op het voorbeeld van OiJery'ije/hebben aangespoord, ontslaande
derhalve al zijne onderdanen van den eed hem gedaan. Het kerkelyk regtsgebied
echter had hij
Toor zich en zijne volgers op den Utrechtschen zetel, onder de be-
paalde voorwaarden behouden. De Graaf van
Hoogstraten ^ hiertoe door den Keizer

(1) hortensids, lier. mtraject. Lib. VII. p. 163—167.

(2) PONTAKüs, Rist. Gelr. Lib. XL p. 757.

(3) HORTENsius, ReT. Ultroject. Lib. VII. p. 167—169. potitüs heüterus, Rer. Ausiriac. Lib.
IX. p. 227.

(4) V. d. WATER, lUr, Placaatb. D, L bi. 8, 10. -i

• \

ocr page 367

DES VADERLANDS. ' 367

geraagtigd , aanvaardde nu het bewind. Terstond zwoeren hem de Ulrechlénaars, dat 1482—
zij den Keizer, als hunnen » Erflandvorst, Heere en natuurleken Prins," ook zijnen ^^^
erven en nakomelingen, Heeren en Vrouwen van
Brahand en Holland^ ,ten eeuwigen
dage goed, getrouw en gehoorzaam zouden zijn, zijne schade verhoeden, zijn voor-
deel bevorderen, hem in alles onderdanig zijn, bijstaan en dienen.
Hoogstraten
legde hierop, in naam zijns meesters, den ütrechtschen den eed af, belovende, dat
de Keizer hen voortaan tegen alle geweld bewaren, beschermen en verdedigen zou,
hun goed regt laten wedervaren en hen regeren, gelyk een vroom, eerlyk en opregt
Vorst verpligt is (1). Nu werd door de Hooge Geestelykheid in de Domkerk een
Te
Deunt laudamus
aangeheven, hetgeen door het vieren van de Mis van den H. Geest
door den Wijbisschop
de uidder gevolgd werd. *sBisschops Raadsheer von afstem
maakte hierop der gemeente den afstand openlgk bekend, goud- en zilvergeld werd
onder het volk uitgestrooid en de dag in vreugdebedrijven doorgebragt (2), Op last

des Keizers heeft men jaarlyks ter viering van deze gebeurtenis, in Utrecht een

%

plegtigen omgang gehouden (3).

De Graaf van Hoogstraten werd achtereenvolgens Ie Amersfoort y JVijk hij
Duurstede, Rhenen
en Montfoort ^ als vertegenwoordiger des Keizers, ingehuldigd
en beëedigd. Met veel plegtigheid en vreugdebetuigingen ontvingen hem de Amere-
foorders, met wier afgevaardigden hij te
Utrecht over hunne vroegere eischen was
overeengekomen. Hij bezwoer dan ook hunne voorregten, vrijheden en gewoonten te 4 ^
onderhouden, waarvan in den eed aan de ütrechtschen geen woord gesproken was.
Men onthaalde hem op een prachtig banket en vereerde hem twee bij uitstek schoone 1528
ossen met vergulde horens. Te
Utrecht teruggekeerd, legden hem do vyf Kapittels
den huldigingseed af, waartegen hy hun de handhaving hunner voorregten, regten en
gewoonten beloofde. Op zijn bevel werden de staatsgevangenen geslaakt, de uilgeweke-
nen in hunne goederen hersteld en degenen, die zich voor de Avraak des Bisschops nog
verborgen hielden, vergund weder in het openbaar te verschynen, terwyl bij klokken-
slag werd afgekondigd , dat elk zich van alle verwytingen wegens vorige beleedigingen
zou onthouden, op verbeurte van lijf en goed.
Hoogstraten stelde, vóór zyn ver-

(1) v. d. wateb, XJtu Placaatb. 1). I. bl. 10—16. Bat. Sacra, D. II. hl. 564—576. hotrck
V. papenonecht, Analcct. Belg. T. III. Ρ. I. ρ. 58—89. dorteksii's , Rer. Ultraject. Lib. VII,
p, 172—175. i'ORTüs HEDTERos,
Rer. Austriac. p. 228.

(2) pontds uedterds, Rer. Austriac, Lib. IX. p. 228. Bat. Sacra, D. Ii. bl. 576, 577. uor-
tensiüs,
p. 176.

(3) Mr. A. m. c. v, Ascp v. wijck, Plegtige Intrede van Ketzer kabel V in Utrecht, in
1540, bl. 89.

ocr page 368

368 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482— trek naar Mechelen, johanhes teneremond tot sledevoogd, Hendrik verbürg en

-j tjno

p1eter meerewburg tot Burgemeesters en johaw van gulenborgh tot schout van Ut-
recht
aan (1). Om de stad in toom te houden , werd het St. Katharina'sklooster ge-
deeltelijk afgebroken, en op de plaats het bekende slot
Fredenhurg opgetrokken,
welk grootendeels reeds het volgende jaar voltooid was (2). De Keizer betuigde on-
dertusschen aan de Utrechlsche Geestelijken zijne erkentelijkheid voor de hem bewezene
uitstekende dienst, welke hij nimmer vergeten, veel min met ondank vergelden

1528 zou (3). Op verzoek van Bisschop Hendrik en der vijf Kapittels, hechtte Paus

19 V, CLEMENS Vil zijne goedkeuring en bevestiging aan de overdragt zoowel van het Boven-

maand Neder-Sticht ten behoeve van karel V, wiens wil hij trouwens niet gewaagd zou

1529 hebben te wederstreven (4).

Hendrik van Beijeren gevoelde spoedig berouw over het verlies zijner wereldlijke
magt. Ontevreden op zich zeiven en veracht door het volk, hetwelk hem, naar de
kleur der kwartieren m het wapen van
Beijeren, schimpend den hlaamven Bisschop
noemde, deed hij eerlang ook afstand van het geestelijk gebied over het Sticht en
vertrok naar
Duitschlandy alwaar hij als Bisschop van'/^orwii, naar anderen van
Ments ^ in vijftienhonderd twee en vijftig overleed (5). Met hem nam de staatkundige
invloed der Utrechtsche Kerkvoogden, die zoo vele eeuwen eene groote rol op het
tooneel der
Nederlanden vervuld hadden, voor altyd een einde. Het ontbrak hem
geheel aan bekwaamheden, om bij zoo vele beroeringen van binnen en aanvallen van
buiten, zwaard en staf tevens te voeren; maar indien hy deze hoedanigheden ook be-
zeten had , zou hij evenwel bezwaarlijk den val van het
Sticht, reeds zoo lang door
de Bourgondische Vorsten voorbereid, verhinderd hebben.

Gelderland. De heerschzucht en het krygsgeweld des Hertogs van Gelre hadden
insgelijks niet weinig toegebragt, dat de Stichtschen zich in de armen des Keizers
Avierpen. Aan het einde van het vorig tijdperk, zagen wij
karel van Egmond iq

(1) Â«ortensids, Rer. llltraj. Lib. Vil. p. 176—180, pontus heuterüs, Rer. Austriac. Lib. IX.
p. 229.
v. d. water , 11 tr. Placaatb, D. I. bl. 1Π—24. uoyrck. v. papendrecht , Analect. Belg.
T. III. Ρ. I. ρ. 89.

(2) ii. ν. ERP, Annales, ρ. 108, 109. suffridüs petrus in Appendice, p. 191. Proeve eener
Qeschiedenis van het kasteel Fredenburg,
in vah boi.dcis, Verspr. Letterarb. bl. 3.

(3) UOTNCK VAN PAPEKDREcnT, Analcct. Belg. T. III. P. I. p. 98. Bat. Sacra, ü. Ii. bl. 577,

(4) v, d. water, XJtr. Placaatb. D. I. bl. 24—28. hoykck v. papemdrecut, Analect. Belg.
T. III. P. I. p. 94, 100—112. Bat. Sacra, D. II. bl. 578-588.

(5) pontes heiiterds, Ber. Austriac. Lil·, IX. ρ. 229. suffridcs petrus in Appendice, p. 191.
Bataviu Sacra, 1). II. I)', 589 , 598.

2 v.

Win-

ierm.

ocr page 369

DES VADERLANDS. 369

handen van maximiliaan , >velke zich van zijn gebfed had meester gemaakt en aldaar 1482—
uls Landsheer was gehuldigd (1). Weldra geraakte deze Vorst in geschil met den Her-
tog van
Kleef ^ welke hem in den Gelderschen krijg krachtdadig had ondersteund ,
doch thans voldoening van oorlogskosten eischte , wier berekening echter onjuist be-
vonden werd , terwijl hij daarenboven , tegen regt en billijkheid , verscheidene Geldersche
plaatsen in bezit hield. En toen de Hertog kort daarop overleed, vermeesterde zijn
zoon en opvolger
jan II, op grond van de vorderingen zijns vaders, de stad ,

van welke de helft reeds aan den ouden Vorst tot schadeloosstelling was verpand
geworden, de geheele
Veluwe met het huis Rozendaal en fVagentngeti, Maximi- 1482
LIAAN , in eenen krijg met
Frankrijk gewikkeld , was niet bij magte , hem door de
wapenen te bedwingen en moest in eene overeenkomst treden, waarbij het geschil
aan de beslissing van 's Pausen gezant, den Aartsbisschop van
Grau, werd overgela-
ten. Men bepaalde tevens, dat Hertog
jan over de plaatsen, welke hij in Gelre be-
zat, voor het Hof van
Gelre zou te regt staan; en maximiliaan, wegens zaken, die
het gebied van
Kleef betroffen , voor dat van Kleef. Deutichem werd weder met
Gelre vereenigd, en een handelsverdrag tnsschen Zuti)hen en afzonderlijk ge-

sloten. Weinig tijds daarna overleed willem van Egmond^ de ijverige verdediger jqy
van de regten zijns broeders Hertog arnoud , naast wiens zijde hij te Grave werd I^ouw-
bijgezet. Hij was een man van groote krijgsbekwaamheden en paarde bij een goed 1483
hart een helder versland. Men verhaalt, dat hij op zeker gastmaal eenen Godgeleerde,
welke bijna geen neus had en op eene ongerijmde wyze over het geloof sprak , toe-
voegde : »Een geloof, zoo als gij het predikt, gelijkt een schip zonder roer, of een
aangezigt zonder neus; want even als een schip het roer missende , op genade van do
baren ginds en herwaarts wordt geslingerd, en het engelachtigste aangezigt zonder
neus mismaakt is, zoo is ook het geloof zonder de liefde onnut en Gode ongeval-
lig." Zijn zoon en naamgenoot, welke met zyne broeders aan de hoogeschool te jPa-
rijs eene geletterde opvoeding had ontvangen, stond aan het hoofd dier Geldersche
Edelen, Avelke nevens de steden den Aartshertog
maximiliaan op nieuw den eed van
hulde en trouw aflegden. Deze naauwere vereeniging met den Vorst, stelde perken 1484
aan de brandstichtingen, moorden en rooverijen van welke
Gelre zoo lang een jam-
merlijk tooneel geweest was. Alom heerschte eene gewenschte rust, die slechts
nu en dan gestoord doch spoedig weder hersteld werd (2).

Karel van Egmond, de zoon van Hertog adolf , bevond zich nog steeds aan het

(1) Zie hiervoor, bl. 183, 189.

(2) PORTASÜS, Hist. Gelr. Lib. X. p. .573—578. sucHTBRaonsT, Geld. Gesch. li, X. bl,
285—2S9.

II Deel, 3 Stuk. 47

ocr page 370

370 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—Hof van maximiliaan. Men had hem allengs meer vrijheid gelaten en onder de dap-
perste veldheeren van dien lijd, in de krijgskunst geoefend. Hij was legemvoordig bij

1486 de verkiezing "van maximiliaan lot Roomsch-Koning op den ryksdag te Frankfort ,
en by de krooning Ie Aken waar hy tot ridder verheven en by die gelegenheid,
heigeen opmerking verdient,
Hertog van Gelre genoemd en onder de Rijksvorsten
geleld werd (1). Nu bijna twintig jaren oud, Irok hij als bevelhebber in het Oos-
lenrijksche leger tegen de Franschen op (2). Doch in den slag bij ^ei/mjie gevangen
genomen, werd hy naar
Ahheville gevoerd en bijna vijfjaren in hechtenis gehou-

1487 den (3). Koning karel VIII beloofde echter, hem helzy door minnelijke schikking,
hetzij door geweld van wapenen, in het bezit van
Gelre te herstellen, hetwelk maxi-
MiLiAAN, naar zijn gevoelen, tegen alle regt inhield. Do Hertog van Ä'/ee/en eenige
Rgksvorsten daarentegen vermaanden de Gelderschen, den Roomsch-Koning getrouw
te blijven. Dit vond weinig ingang in gemoederen, voor welke de vreemde heer-
schappij , door het heiTen van ongewone schattingen en het verkrachten van 's volks
voorregten en vrijheden , meer en meer ondragelijk werd. Hel bleef geen geheim ,
dat de ridderschap en steden van
Gelre, terwijl maxisiiliaan in Brugge gevangen
zat, zich aan zijn gebied trachtten te onttrekken en door middel des Graven van
Meiirs , de slaking van karel van Egmond te bewerken. Derhalve ontving de Her-

1488 log van Saksen ^ welke Ier verlossing van den Roomsch-Koning inde Nederlanden vrns,
gekomen, gestrengen last, een wakend oog op Gelre en bij Erkelens eene afdeeling
van duizend ruiters en drie duizend voetknechten in het veld te houden. Hij was tevens
met keizerlijke brieven voorzien , in welke alle Geldersche sleden en landzaten , die
zich legen
maximiliaan oproerig betoonden , in den Rijksban verklaard werden. Dit
bevelschrift zou echter niet afgekondigd worden, dan onder goedkeuring der Herlo-
gen van
Gulik en Kleef. Maximiliaan zelf waarschuwde op gebiedenden loon , de
Gelderschen tegen kAvaadwilhge en baatzuchtige volksmenners, die slechts hun eigen
belang, niet dat des lands raadpleegden; en verklaarde, dat lot geen ander oogmerk
de schattingen, over welke zij klaagden, waren uitgeschreven , dan om het krijgsvolk
te voldoen en
karel van Egmond uit de Fransche gevangenschap te bevrijden ; niet
om dien Vorsl aan het hoofd van
Gelre te plaatsen, gelyk zij meenden, maar om zijne

(!) FRraiEni, German. Rcr. Script. ï. III. ρ. 17, aangehaald in AenTegenio. Staat. ν. Gelderl.
bi. 111 (18). Zie hiervoor LI. 25G. j. a. leydis, de Orig. et Reb. Gest. D. 1). de Bred., p.
739, 740.

(2) KAUEL van Egmond was den tienden van Slagknaand 14G7 in dc stad Grave geboren,
TEScnEKUACiiER , Annahs Cliviae etc. p. 525.

(3) roNTüs iiEüTEUüs, Bel'. Austr. Lib, II. p, 80. postanüs, Uist. Gelr. Lib. X. p. 578, 581.

ocr page 371

DES VADERLANDS. 371

eigene belofte na te komen; zóo zij iels anders bedoelden, zou hij bij den Koning
Tan Frankrijk bewerken, dat hunne plannen verijdeld wierden. Tevens gelastte hij
hun, afgevaardigden naar Bommel te zenden, om aldaar van zijne zaakgelastigden
zijnen wil te vernemen,
hen met de zwaarste straffen bedreigende , indien zij hieraan
niet voldeden (1).

Weinig baatten deze vermaningen en bedreigingen, ofschoon ook de Hertogen van
Gulik en Kleef aan albreght van Saksen tweeduizend voetknechten en twaalfhon-
derd ruiters hadden toegezegd, om de misnoegde Gelderschen in toom te houden. Het
verlangen naar bevrijding van den vreemden heerscher, en de slaking van den wettigen
Landsvorst werden levendiger, sinds
maximiliaa.n in Gelre de munlswaarde plotseling had ^^^^
verminderd, hetgeen hier, zoo als elders, groot gemor en ontevredenheid verwekte (2),
Het viel den Stadhouder
adolf van Nassau ten uiterste moeijelijk, het gezag van den
Koning en de openbare rust te handhaven.
Karel ijrtw-ê'^mowrf bleef niet in gebreke,
uit dezen staat van zaken voordeel te trekken. De Graaf van
Meurs had reeds zoo
veel bij het Fransche Hof bewerkt, dat slechts het bepaalde losgeld ontbrak, om hem
in vryheid te stellen. Dringend vermaande hij derhalve den Raad van
Zutphen, zyne
verlossing uit de langdurige en ondragelijke gevangenschap , door het zenden der ge-
vorderde gelden en gyzelaars, voor wier schadeloosstelling hij gaarne wilde instaan, te
bespoedigen. Zyne zuster
filipe. Hertogin van Lotharingen^ spoorde insgelijks de 1491
Zutphenschen aan, thans met de daad hunne liefde en gver voor den wettigen Vorst
te bewijzen. Niet minder was
Katharina van Gelre ^ zijne moei, voor hem werkzaam
bij de sleden van
Gelre, dan zijn oom , de Hertog van Bourbon, en zyn zwager, de
Hertog van
Lotharingen^ bij den Koning van Frankrijk. En algemeen was de
vreugde op het berigt, dat hij eindelijk uit zijne gevangenis ontslagen en aan het
Fransche Hof ontboden was. Do Staten van
Gelre zonden terstond, nevens hunne op-
regte dankbetuiging aan den Koning, een gedeelte van het losgeld, met belofte het
overige, waarvoor de zoon des Graven van
Meurs borg moest blijven, te voldoen,
wanneer
karel teruggekeerd zou zyn. Maximiliaan , die zich in Duitsehland be-
vond , dreigde te vergeefs de Geldersche ridderschap en steden met zijne hoogste
ongenade , indien zij den eed en trouw jegens hem vergalen. Even vruchteloos waren
de maatregelen van den Stadhouder
adolf van Nassau, om do komst van kakel in
Gelre met geweld te verhinderen. De jeugdige Vorst, vergezeld door eenige Fransche
benden onder bevel der Heeren van
Aremberg en gboy, kwam over Lotharingen en

(1) PONTANUS, liisi. Gelr. Lib. X. p. 582, 585—587. sucntEHHOUsx, Ge/d. Gesch. Β. Χ, hl.
291, 292.

(2) Zie hiervoor, bl. 266.

11 Deel. 3 Stuk. 45

ocr page 372

372 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—Luik 'm zijne erFstaten behouden aan. Hij >Yer(l Ie Roermonde, Fenlo^ Nijmegen,
25^ Arnhem^ Doesburg^ Zutphen,
roorts in bijna al de overige sleden met onbesclirij-
Lente-vreugde ontvangen en als Heer gehuldigd, alom·! do voorreglen bevestigende en
1492 vermeerderende. Men gaf den Stadhouder onbewimpeld te kennen , dat men den wet-
tigen Erfheer
karei, trouw gezworen had, en den eed aan maximiliaan, alleen uit
dwang afgelegd, als van onwaarde beschouwde (J).

Maximiliaan was hierover ten hoogste gebelgd. In een schrijven aan do Geldersclie
steden verklaarde hij, dal men niet hem, maar den Franschen zeiven, welke door
den Graaf van Meuras opgezet, zijne billijke voorslagen hadden afgewezen, de lang-
durige gevangenschap van
kakel moesl wijten, dewijl hij dadelijk zestigduizend goud-
guldens voor de slaking van dien Vorsl had geboden, maar dat men steeds hardnekkig
en in strijd met allo redelijkheid, tweemaalhonderdduizend goudguldens was blijven
vorderen. Ten slotte waarschuwde hij de Stalen van
Gelre geene nieuwigheden en
onlusten aan te vangen; en vermaande
karel af Ie wachten , wat men hem goedgunstig
zou vergunnen en toeleggen. Zulk een toon strekte slechts, om den lieren jongen
man, die voor zijne regten optrad, lo beleedigen en do Gelderschen, welke besloten
hadden goed en bloed voor hem op te zetten , lo verbilleren. Moedig wendde hij
zich lot den Keizer, bcloogde hel wellige zijner aanspraken op
Gelre, Gulik en
Zulphen , en veronlschuldigdo zich, dat hij nog niet voor hem den leeneed had af-
gelegd, met de bede eindigende, dat do Keizer hem niet in den Rijksban en voor
vijand mögt verklaren, wanneer hij ter herkrijging zijner erfslalen , op welke hij zijne
reglen legen eik zou handhaven, genoodzaakt wierd do wapenen tegen
maxihiliaan
en filii's op te vatten (2). Dit vond, gelijk men denken kan, geen gehoor; en
nu ontbrandde eerlang do oorlog legen het magtige huis van
Ooi'tenrijk, die met
kleine tusschenpoozen van bestand of vrede vijftig jaren geduurd heeft, en in welken
KAREL van Egmond en zijne getrouwe onderdanen zich eenen onverwelkelijken lauwer-
krans gestrengeld hebben. Immers, de belangstelling, welke de worstelkamp van een
klein volk met zijnen Vorst tegen vreemde overheersching opwekt zal niet eindigen
dan mot het menschelijk geslacht zelf (3).

Do oorlog met Frankrijk verhinderde maximiliaan , zijne bedreigingen door de
wapenen lo ondersteunen. Do slrooptogten van
fhederik van Egmond^ Heer van

(1) Oude Holl Όίυ. Krön. Div. XXXI. c. 71. i)l. 407. pontus iiedterüs, lier. Ausir. Lib.
IV. c. 4. p. 108. PosTANüs,
Hist. Gelr. Lib. X. p. 588—591. Lib. XL p. 595. slicutemioust ,
Geld. Gesc/i. li. X. bl. 292-294. li. XI. bl. 301. Chron. v. Nymegen, bl. 109.

(2) postds ueuterüs, Rev. Auslr. Lib. IV". p. 108. pontaküs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 595—597.

(3) Vcrjï. biervoor, bl. 280, 281.

ocr page 373

DES VADERLANDS. ' 2037

IJsselstein, in Gelre noodzaalilen echter Herlog kaiiel het zwaard aan Ie gorden. 1482—

.1528

Weldra geraakte hij door verstandhouding met de burgers , na een kort beleg m het
bezit van
Wageningen ^ en spoedig daarna gaf het slot Lichtenberg zich zonder
merkelijken tegenstand aan hem over. Maar zijne onderdanen Avaren door de vreemde
Landvoogden te zeer uitgeput, dan dat hij bij magie zou geweest zijn, den krijg aan-
vallend voort te zetten. Hij moest zich bij de bescherming der grenzen legen de on-
ophoudelijke aanvallen des Heeren van
JJsselstein , welke door Vlaamsche en Bra-
bandsche benden gesteund werd, bepalen terwijl de Ridder
van broekhuizen, om
onderstand naar
Frankrijk vertrokken was, ïen einde de Oostenrijkschen zoo veel
mogelijk elders werk te verschaffen , zond Hertog
kaiiel eeno krygsbende tot hulp van hel
Kaas- en broodsvolk in
Holland, en hield dat gewest steeds in vrees voor een aanval.
Ook bemagtigde hij het stadje
Baren en vernielde het slot, toen fi\edei\ik van Eg- 1493
mond, door maximiliaan wegens zijne diensten lot eersten Graaf van Buren verhe-
ven, zich om
JJirecht gelegerd had. Het slot te Beest in de Betutve, waaruit hel
volk des Herlogs van
Saksen stroople, noodzaakte hij, krachtig door de steden gehol-
pen , na een hevig beleg tol de overgave. Om deze roovers en brandstichters verder
te beteugelen en den handel te beschermen , sloot hij met de stad
Amersfoort een
verbond van wederzijdsche hulp en verdediging. Met nadruk zorgde hij voor de vei-
ligheid en rust van den staal; do sleden werden tot de stiptslo waakzaamheid vermaand,
en zij, welke hier en elders in het geheim met den vijand heulden, opgeligl en openlijk
geregt of in ballingschap verwezen. De Stalen ondersteunden den Vorst naar vermo-
gen , en met hunne toestemming werd eeno bede over
de Veluwe uitgeschreven (l). Hooim.
Gebiedend werden deze maatregelen van voorzorg gevorderd, niellegenslaande
ka-
rel
in het verdrag te Senlis onder de bondgenoolen des Konings van Frankrijk,
welke daarin begrepen waren, genoemd wordt (2). Immers viel do Groote Gaarde
van ALBRECiiT van Saksen in Gelre, slak vele dorpen in brand en plunderde
het schoone klooster
Mariënweerd. De Hertog verdreef wel door hulp van eenige
Fransche krijgsbenden deze roofzieke gasten en koelde zijne wraak op
Brahand, maar
zij keerden eerlang in grooter getale terug, verwoestten alles Ic vuur en Ie zwaard
op hunnen weg en bemagtigden
Nieuwstad in het kwartier van Roermonde, Kaiiel,
welke op dien tijd in Lotharingen bij zijn zwager Hertog repé, een hevig vijand van

(1) pontanus, Ilist, Gelr. Lib. XI. p. 597—599. sucnternorsx, Geld. Gesck B. XI. bl. 302
—304.
Kron. v. Arnhem, bl. 61—64.

(2) di'mont, Corps Diplom. ï. 111. P. II. p. 303—309. powtüs iieijtercs, Rer. Ausir. Lib. V.
p. 122. Onjuist wordt door
postaots , Rist. Gelr. Lib. XL p. 600, de inhoud van dit Yerdrfl{i,
met betrekking tot den Ilcriofj van
Gelre, opgcfjcven.

ocr page 374

374 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—het huis Tan Bourgondië, zich bevond, keerde nu onmiddellijk terug. \]ii Roermonde
1528 i^y jg overige steden te wapen, dewgl de Heeren yatt rennenberg en sghouwen-
BüRG, hem in naam van den Roomsch-Koning met krijg en vervolging bedreigden;
luj verklaarde tevens, onverv^rikt besloten te hebben, het onregtvaardig pogen zijner
vijanden met alle magt en middelen tegen te gaan en zich op
Holland en Braband
te wreken, waartoe de hulp des Konings van Frankrijk hem niet zou ontbre-
ken.
Maximiliaan , die onlangs tot de Keizerlijke waardigheid was verheven en
nu het bewind over de
ISederlanden aan den Aartshertog filips zou afstaan,
Irachtle deswege, naar het schijnt, vooreerst eenen krijg met den onverschrokken
Hertog te vermijden. De Keizerlijke Hof-Maarschalk,
kornelis van Bergen^ Voogd
1494 van de stad
Grave en het Land van Kuiky en frederik van Egmond, sloten
althans met
karel een bestand. De Keizer zelf, ongetwijfeld om tijd te winnen,
beloofde hem in een mondgesprek te
Graoe, dat hy niet verder zou gemoeid
worden, indien hij zgne regten op
Gelre met goede redenen konde staven. En
de Hertog, hetzij uit eerbied voor het Opperhoofd des Rijks, hetzij uit de over-
tuiging van de regtvaardigheid zyner zaak, bewilligde, dat het geschil aan hel
oordeel der Keurvorsten word onderworpen. Deze echter verklaarden, dat
karel noch
zelfs zijne voorouders, eenig regt op
Gelre en Zutphen konden hebben, alzoo
deze landen bij don dood van
reinoüd IV aan hel Rijk vervallen waren; dat zijn
grootvader
arwoud en zijn vader adolf, niet door de Keizers beleend geworden
waren en derhalve ongeveer eene halve eeuw do wapenen tegen het Rijk gevoerd
• hadden; en dat hij deswege voortaan niet den naam van
Gelre^ maar alleen dien
van
Egmond zoude dragen (1).

Deze uitspraak verwekte algemeene verbittering in Gelre; en indien Hertog karel
zelf niet genegen geweest ware , de wapenen op te vatten, zouden ongetwyfeld de veront-
waardigde landzaten, die nu meer dan ooit besloten, goed en bloed te zijnen behoeve
op te zetten, hem daartoe aangespoord hebben.
Jan van Chalons, Prins van Oranje
en gezant des Konings van Frankrijk^ had do Staten van Gelre reeds twee maan-
den te voren uit
Keulen op dit vonnis voorbereid en hun verwittigd, dat maximi-
LiAAN voor als nog niet gezind was, van zyne aanspraken op hun land af te zien. Er
waren derhalve maatregelen genomen, de Keizerlijke benden van het Geldersch grond-
gebied te houden. Thans dreven de burgers de Oostenryksche bezetting uit de
steden, en alom maakte men zich tot eenen krachtigen tegenstand gereed. De Keizer
rukte eerlang mot eene krggsmagt in
Gelre ^ bemagtigde terstond Roermonde bij
verdrag, en sloeg toen het beleg voor
Nijmegen, hetwelk hij echter spoedig, met

(1) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXII. c. 3. poktaäüs, ïHsl. Gelr. Lib. Xi. p. 600—603.
»L1CHTRKH0RST, Geld. Gesch, B. XI. bl. 304—306. Verg. hiervoor, bi 139, 141.

ocr page 375

D Ε S ν λ D Ε R L Α iN D S. 316

m

achlerlaling van veel zwaar geschut en een aaDmerkelijk getal gesneuvelden, 1482—
in de haast moest opbreken. De wakkere Gelderschen bewerkten eindelyk, dat
de Keizer naar
Duitschlmid moest vertrekken, zonder dat hern gelukt was,
zijn zoon
filips als Erfheer der Nederlanden^ ook in Gelre te laten huldigen.
Hier waren echter aan verscheidene oorden nog Saksische manschappen blijven
liggen. Hertog
karel hield met behulp der gewapende poorters, deze roovers in
toom en maakte zich onder andere stormenderhand meester van
Nijkerk op de
Vehiwe, hetwelk door Hertog albregut zeer sterk gemaakt was. Tusschen hem
en FILIPS werd in het begin des volgenden jaars een bestand voor eenige maanden 1495
gesloten , tegen den zin des Keizers, welke den Aartshertog sedert nadrukkelijk ver-
maande ,
Gelre aan zijne overige stalen to hechten, vvaarloe hem het Rijk be-
hulpzaam zou zijn. Ondertusschen betoonden de Gelderschen hunne liefde voor
karel, toen op den landdag te Tiel over de vrijkooping des jongen Graven van
Meiirs ^ zijn gijzelaar in Frankrijk ^ geraadpleegd werd. Naauwelijks had karel
verklaard, dat hij veel liever zelf in hechtenis zou terugkeeren, dan gedoogen,
dat zijn vriend nog langer in vreemde ketenen zuchtte, of terstond werd eene
nieuwe schatting tot bijeenbrenging van den losprijs ingewilligd en dadelijk uitgeschre-
ven , terwijl men hem tevens uit de algemeene middelen eene inkomst toelegde , om
zynen staat naar eisch op te houden. Dus door het volk gesteund, besloot hij den
krijg aanvallend voort te zetten. Veelligt nog vóór het einde van het bestand , liet hij
het beleg slaan voor het slot
Baar, een eigendom des Heeren van IJsselstein bo-
ven
Doesburg den Usseln onder bevel van den hopman Hendrik süidewind ,
wien de sleden Zuiphen en Doesburg van de benoodigde krijgsbehoeften zouden
voorzien. Middelerwijl had
frederik van Egmond in de Veluwe, en οττο van Bu"
ren
aan den kant van Kleef eenig krijgsvolk bijeengebragt, om den Gelderschen het
hoofd to bieden.
Karel riep dadelijk te ISijkerk uit de kwartieren van Nijmegen
en Arnhem een aantal gewapende landzaten bijeen, en ontbood uit het graafschap
Zutphen eenig krijgsvolk en oorlogstuig, om de bewegingen'van egmond gade to slaan.
Inlusschen stroopte
van buren in het Zutphensche, nam den onder-drost jak mom
met eenige manschappen gevangen, verbrandde zijn huis te Kei en wierp bij verras-
sing eene versterking in het slot
Baar, Dit bewerkte slechts, dat deze sterkte nu
heviger dan te voren aangetast, dikwerf bestormd en eindelijk op Hemelvaartsdag
genoodzaakt werd, zich over te geven. Zij werd tot den grond geslecht, en
Zut"
phen
zoowel als Doesburg , op welke hoofdzakelijk de last des belegs gedrukt had,
schadeloos gesteld (1). —

(1) Oude Holl Div. Kron. Div. XXXII. c. 3. poistus HEiiiEHUs, Rer. Aiisiriac, Lib. V. c. 2»

ocr page 376

376 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

Rijksdag te Worms, zeer waarschijnlijk om de regten van Hertog karel te verdedigen
en den Keizer te bewegen, zijne benden terug te trekken. Terwijl zij hier vruchte-
loos arbeidden, sloten de Hertogen van
Gelre , GuUk en Kleeft door tusschenkomst
des Aartsbisschops van
Keiden , een verbond van vrede , waarbij zij bepaalden , hunne
wederzijdsche eischen aan de beslissing van dien Kerkvoogd over te laten. Daarentegen
werd
Gelre gestadig aan den kant van Holland door de Oostenrijkschen bestookt,
hetgeen al de waakzaamheid des onvermoeiden Hertogs vorderde en waartoe hij
ook de sleden vermaande, gelastende dat de burgers zich naar vermogen wapenen
en zelve of volwassene plaatsvervangers, maar geene kinderen, zoo als dikwyls het
geval was, de wachten betrekken zouden. Op den landdag te
Arnhem werd be-
paald , steeds een zeker getal krijgsknechten ter bescherming des lands in dienst te
nemen. Men kwam tevens met de stad
Utrecht overeen, do bezetting der sloten
Beest en Gellichem^ die zich weerbarstig aanstelden, in teugel te houden. Onder-
tusschen was eene bende zeeschuimers uit
Holland op de Veliiwe geland en had de
huislieden, die haar tegentrokken , deels gedood, deels gevangengenomen. Roovende
cn brandende trok zij naar
Woerden, om den buit te verdeden en te verkwisten.
De Gelderschen vielen, om zich te wreken, in
Gooiland^ legden eenige dorpen en
woningen om
Naarden in de asch en togen , zonder eenig verlies, met den roof en
de gevangenen terug. De togt van Keizer
m\ximiliaan naar Italië en van filips
van Oostenrijk naar Spanje^ staakten voor eene poos den krijg tegen Gelre. Door
den dood van Bisschop
david van Bourgondi'é verloor Hertog karel daarentegen een
nabuur, die over het geheel steeds den vrede met de Gelderschen bewaard had; ook
overleed om dien tijd zijn vaders zuster
Katharina van Gelre, welke in hagchelijke
oogenblikken met beleid en wakkerheid het roer van staat bestuurd , en zijne belangen
met onverpoosden ijver behartigd had (1).

Vóór de terugkomst van filips in de Ήederlanden en op zijn bevel, viel frederik
1497 van Egmond in den Tieler- en Bomnieler-xcaard en stak drie of vier dorpen in
den brand. De burgers van
Tiel en eenige uit Bommel trokken hem tegen , maar
werden geslagen en slechts weinigen redden zich door de vlugt. Men verzocht en
verkreeg krijgsbehoeften van Hertog
karel , en gewapende manschappen uit Arnhem ,

p. 123. FONTANXJS, HisL Gelr. Lib. XI. p. 603—605. sLicnTEnnonsx, Geld. Gesch. ß. XI. bi.
306, 307.
Äron. ν. Arnhem, bl. 65.

(1) Oude Holl. Div. Kron, Div. XXXII. c. 7. pontus nEUTEUüs, Rer, Aiistr. Lib. V. c. 5.
pontanus, Hist. Gelr. Lib. Xi. p. 606—608. suchtenhorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 306—308.
Kron. v. Arnhem , bl. 66.

ί482— Te midtlea dezer vijandelijkheden, yerschenen Geldersche afgevaardigden op den

1528
1496

1'

ocr page 377

DES VADERLANDS. ' 377

Nijmegen en Wageningen. Nabij Ravenswaai in eene hinderlaag gelokt, ontmoet-1482™

ft 1 1 lö^O

ten deze hetzelfde lol; naar oen ander herigt daarentegen , zou de Tijand op de vlugt
gejaagd en het aantal dooden en gevangenen wederzijds aanmerkelijk geweest zijn.
Hoe dit zij, de Gelderschen vermeesterden kort daarna
Leerdam doch Hertog al-maand
BRECHT van Saksen noodzaakte hen eerlang het stadje by verdrag over te geven-
Hertog KAKEL viel in de
Meijertj van den Bosch ^ verbrandde Osch nevens een ge-
deelte van het dorp
Geffen^ en keerde met rijken buit en vele gevangenen terug.
Albrecht van Saksen liet nu op kosten der stad Hertogenhosch, over de Maas
eene brug leggen, die aan beide oevers met ankers vastgemaakt en zoo breed was, dat
tien ruiters naast elkander er met gemak over konden rijden. Het slot
Batenburg
werd door de Oostenrijkschen ingenomen, en het land tusschen Maas en Waal dag
en nacht vreesselijk geteisterd. De Gelderschen zetten hunne rooftogten op Bra-
bandsch grondgebied voort. Zij werden deswege openlijk door den Aartshertog voor
vijanden van het huis van
Oostenrijk verklaard, en alom hunne goederen aangesla-
gen. Eerlang echter werd tusschen
filips en karel voor onbepaalden tijd een wa- 21 v.
penstilstand gesloten, dien men elkander zes weken te voren zou opzeggen. "Weder- term.
zijds zou de handel onbelemmerd en het verkeer veilig zijn. De voorheen opgelegde
brandschattingen en gemaakte overeenkomsten zouden van waarde blijven, en de beide
Vorsten de gevangenen behouden, maar de uitgewekenen in hunne goederen herstel-
len. Men zou elkanders vijanden niet alleen doortogt noch schuilplaats verlee-
nen, maar hen zelfs op verzoek uitleveren. Opkomende geschillen, die men niet
konde vereffenen, werden aan de beslissing des Bisschops van
Utrecht overgelaten,
wien ook levens het slot
Oijen Ie bewaren gegeven werd (I).

De Gr 00 te Gaarde van albrecot van Saksen ^ nu afgedankt, trok slroopende door
de yeluwe in Overijssel, waar Hertog karel den Bisschop van Utrecht krachtig in 1498'
het vernielen van dezen woeslen hoop ondersteunde (2). Inmiddels spoorde Keizer
maximiliaan den Aartshertog lot het hervallen van den krijg tegen Gelre dringend
aan. De Herlogen van
Gulik en Kleef noodigde hy nadrukkelyk uit, daarin deel te
nemen. Als onderdanen van het Rijk konden zij hem dienst noch heervaart ontzeg-
gen , en slolen met hem en den Aartshertog een verbond. Tot schadeloosstelling
der oorlogskosten en nadeelen, welke zij uit dien krijg Ie wachten hadden, bedongen
en verwierven zij in dit verdrag vooreerst onlheiTing van alle rijkslasten en beden,

(1) Oude üoH. Dir. Kron. Div. XXXIi. c. 11. po.ntaiïüs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 608-610.
sLicHTEsuonsT, Geld, Gesch. Β. XI. hl. 308—310. Kron. v, Arnhem ^ bi. 67—70. oüdeshove ,

Beschr. v, 's Uertogenb. hl. 192.

(2) Zift hiervoor, bl. 313. roRTAsüs, Hist. Gelr. Lib. XL p. 610.

II Deel. 3 Stuk, 48

ocr page 378

378 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482—hunnèn landzaten opgelegd, zoo lang de oorlog zou duren. Voorls, dat door een
keizerlijk bevelschrift, allo naburen op zware straf verboden werd, met de Gelder-
schen handel te drijven, of hen van krijgs- en levensmiddelen te voorzien; dat men
ten derde gezamenlijk , elk met eene genoegzame krygsmagt, op denzelfden tijden aan
verscheidene oorden Ge/re zou aanvallen, en het zwaard niet nederleggen , vóórdat de
Gelderschen zich aan den Aartshertog onderworpen hadden, teu ware men eenstemmig
van besluit mögt veranderen. De Keizer zou aan elk der beide Hertogen vijfhonderd
ruiters en duizend voetknechten verschaffen, die zij echter op hunne kosten moesten
onderhouden, doch daarvoor in het bezit zouden blijven van do vestingen, welke zij
veroverden, tot do Aartshertog hen schadeloos gesteld had, hetgeen binnen het jaar
na het staken der vijandelijkheden moest geschieden, ook dan wanneer zij den Gel-
derschen niets ontnomen hadden. De Hertog van
Giilik zou daarenboven voor zijn

19 v. leven Wassenburg ^ Born en Hertzogenrade ; de Hertog van Kleeft Wachtendonk y
Zomer- r< , . Â· · Ï„ i

maand ^och en Lobith bezitten, voor zoo ver de Aartshertog hierin bewilligde. Zonder

hunne voorkennis zou do Keizer met Hertog karel geen vrede aangaan, en in elk

geval hunne landen tegen nadeelen vrijwaren. Deze overeenkomst werd te Freiburg

in Breisgouw geteekend (1).

Hertog K.AREL verzuimde niet, zich in staat van tegenweer te stellen. Getrouwdoor
de Edelen en steden ondersteund, liet hij alom de trom roeren, nam cenige vreemde
benden in dienst, voorzag do vestingen van behoorlijke bezetting, en verbood den
uitvoer van granen. Inmiddels plaatste zich de Keizer zelf te
Jken aan het hoofd
van een talrijk heir, en rukte door de Hertogen van
Beijeren^ Saksen, GuUk en
Kleef vergezeld, in Wijnmaand op Geldersch grondgebied. Echte, Nieuwstad,
Stralen, Erkelens
en, naar eenigen, ook de vesting Batenburg werden deels stor-
menderhand , deels bij verdrag bemagtigd. De Gelderschen vielen ondertusschen roo-
vende en brandende in de landen van
Meiirs en Heinsberg, toen onder de voogdij
des Hertogs van
Gulik, en herwonnen het slot Echte. Maximiliaan poogde vruchte-
loos
Deutichem , waar Hertog karel zich bevond, te vermeesteren. Hij trok daarop naar
Ig^^ Duitschland , waar de rijkszaken zyne tegenwoordigheid vorderden. Het liet zich
lei-in" aanzien, dat de keizerlijke bevelhebbers met nadruk den oorlog zouden voort-

zetten , waartegen de magt der Gelderschen niet bestand was. Velen begonnen der-
halve aan den raad gehoor te leenen, zich den Aartshertog te onderwerpen, welke
aan
karel een aanzienlijk jaargeld toeleggen, diens gijzelaar, den Graaf van Meur*,

(1) du mo.xt, Corps Diplom, T. lil. F. II. p. 391. Verg. pontanus, Hist. Gelr. Lih. XL p.
610—612.
suchtenhorst, Geld. Gesch. Β, XI. bl. 311. τεβοπεκμαμεκ , jinnal Cliviae etc.
P. II. p. 321.

ocr page 379

DES VADERLANDS. 379

vrijkoopen en de Toorregten en vrijheden der Gelderschen handhaven zoude. Maar
do zinkende moed herrees weder, toen nog vóór het einde des jaars, Koning
lode-
wijk
XII, van moederszijde naauw aan karel vermaagschapt, hun vijfhonderd ruiters
zond. De Hertog van
Gulik besloot spoedig, zyne geschillen met Gelre door tus-
schenkomst van den Franschen Koning te vereffenen. De Hertog van
Kleeft vergeefs 1499
trachtende de Zutphenschen voor zich te winnen, sloeg het beleg voor
Deutichein.
Om hem tot den aflogt te noodzaken, vielen de Nijmegers in zijn gebied, verwoestten 24 v.
hel stift
Beedhergen en roofden eene groote menigte vee. Doch in hel terugkeeren
werden zij door de Kleefschen onder bevel des Heeren van
IJnselstein naby Mook
overvallen, verstrooid en van den buit beroofd. Men wil, dat zij behalve de dooden ,
vyftienhonderd gevangenen achterlieten. Hertog
karel , verbolgen van spijl en rouw,
viel eerlang in het land van
Kleef, rigtte eene vreesselyke slagling onder menschen
en beesten aai|, schoot de stad
Kranenburg in brand en« sleepte een groot gelal ge-
vangenen aan keienen met zich. Zijne benden, door ongeveer drieduizend Guliksche
en Kleefsche overloopers versterkt, vernielden do dorpen, vlekken en kloosters, welke
zij onlmoetten. Onder de stad
Xanten werd alles verbrand en een aantal burgers, ter
verdediging uitgetrokken, gevangen medegevoerd. De omliggende sloten, dorpen en
gehuchten, die zich niet, zoo als het klooster
Mari'ènhoom ^ voor eene zware brand-
schatting vrijkochlen, werden omvergehaahl of in de asch gelegd. De stad
Kleef
zelve zou gevaar geloopen hebben, indien niet haar Hertog het beleg voor Oeutichem
opgebroken, en met inspanning van krachten, allengs den vijand uil het hart zijns

lands verdreven had. Eindelijk werd door middel des Konings van Frankrijk te Aken 15 v.
tusschen de bondgenooten des Keizers en Hertog
karel , een bestand voor den tijd van
een jaar gesloten. Hunne geschillen over
Goch ^ Lohilh, JVachtendonk en andere
plaatsen, zoowel als de bijzondere veelen van eenige Heeren tegen
icarel van Gelre ,
zouden aan de uitspraak van lodewijk XII worden overgelaten, voor wien deswege
de belanghebbenden legen den vijftienden van Oogstmaand moesten verschijnen. De
handel en het verkeer zouden vrij en onbelemmerd zijn. Wie het bestand schond ,
zou door den Koning en de overige Vorsten tot rede gebragt worden, In dit verdrag
wordt geen woord van den Keizer of van den Aartshertog gesproken. Men meent ech-
ter, dat zij er stilzwijgend in toegestemd, het althans niet tegengewerkt hebben, de-
wyl in een vredesverdrag van
maximiliaan met lodewijk Xll het vorige jaar gesloten ,
Hertog
karel als een bondgenoot des Konings was opgenomen (1), Weinig maanden

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div· XXXII. c, 16. s. beninga, Chron. d. Vr. Landen, bl. 102.
ponTüs UEÜTERD9,
Rer. Austr. Lib. V. p. 130. TEscnERMAcnEn, Annales Cliviae, P. IJ. p. 322,52β.
roNTAHüs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 612—614. sucbtenhohst , Geld. Gesch. Β. XL bl. 311—314.

11 Deel. 3 Stuk. 45

ocr page 380

380 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1432— daarna trad ook de Aartshertog filips in een wederzijdscli hulpverbond met karel ,
21 V. hetwelk tot wederopzeggens toe zou duren (1). Ondertusschen hadden de Ridderschap
r^and steden van
Gelre^ om zich te enger aan haren Erf heer te verbinden, besloten,

1499 dat men onderling en met hem eene lijn zou trekken en niet gedoogen, dat de lan-
den, sleden of gemoederen verdeeld werden; men zou elks regten handhaven, de een
den ander beschermen , en buiten elkanders raad en goedkeuring geen vrede of ver-
zoening met wien en op welke wyze ook mogen aangaan. Buiten dit verbond werden
allen gesloten , die in de verledene oorlogen hun verschuldigden pligt en trouw aan
den Vorst niet bewezen hadden, ten ware zij daarover berouw toonden en in dit ver-
bond wenschten opgenomen te worden (2).

Het is waarschijnlyk, dat overeenkomstig het bestand van Zomermaand, Hertog
KAREL en do overige daarin begrepen Vorsten of hunne gevolmagligden, op den be-
paalden tijd naar
Frankrijk zijn vertrokken ; maar van de uitspraak |les Konings is
ons niets, op hetwelk men eenigzins staat kan maken, gebleken (3). Evenzeer is aan
bedenking onderworpen, of de Hertog van
Gelre y welke door den dood van vincent
van Meurs een zijner getrouwste vrienden verloor, den toeleg zou gehad hebben,
de bezittingen des overleden Graafs, wiens zoon voor hem in
Frankrijk borg was
gebleven, met geweld te bemagtigen en zich alzoo aan de zwartste ondankbaarheid

1500 schuldig te maken (4), Zeker is, dat in het volgende jaar, de jonge Graaf van
Meurs, nadat vijf en vijftigduizend goudgulden achterstallige losgelden byeengebragt
waren, uit de gevangenschap ontslagen en met
karel uit Frankrijk in Gelre terug-
gekeerd , doch niet lang daarna overleden is. Den Hertog waren lot voldoening van
den losprys, door zijn zwager
rené van Lotharingen eenige penningen verstrekt,
voor Welke hij en zijne vier hoofdsteden de domeinen
y^u Gelre verpandden. De on-
eenigheden tusschen hem en Graaf
oswald van den Berg ^ werden ter beslissing van
goede mannen gesteld. Het blijkt, dat na den afloop des bestands van veertienhonderd
negen en negentig, de vijandelijkheden tusschen
Gelre en Ä'/ee/hervat waren, de-

19 V thans weder eene wapenschorsing van ruim zes maanden met den Hertog van Kleef

Lente- gesloten werdj gedurende welke men de geschillen over het bezit van Goch^ Wach-
maand

1501

(1) v. MIERIS, Nederl. Vorsten, Ü. I. bl. 317, medegedeeld uit de Chartres de Brabant.

(2) w. v. loon, Geld. Placaatb. D. 11. Appendix L bl. 194. pontakus, fitst. Gelr. Lib. XI.
p. 616.

(3) SLicnTENHORST, Geld. Gesch, B. XI. bl. 314.

(4) teschenjjacneb, Aiinales Cliviae etc. P. II. p. 322, 526. slichtehiioust , Geld. Gesch.
B. XI. bl. 314.

ocr page 381

DES- DERLANDS. 3S1

tendonk en andere plaatsen, loen in Kleefsche handen, door wederzijdsche raadslieden 1482 —
zou trachten te vereffenen. Eenigen lijd te voren had
karel van den Koning van
Schotland y jakob IV, wiens vader uit mahia van Gelre^ de dochter van Hertog ar-
HOUD , ontsproten was, de verzekering van toegenegenheid en hulpbetoon ontvangen (1).

Om de gunst der Ridderschap en steden van Gelre te winnen, welke hij door het
verachleren zijner geldmiddelen meer dan ooit behoefde, beloofde Hertog
karel, de
voorregten, vrijheden en gewoonten der Gelderschen, en wat hij meer bij zijne in- 1501
huldiging bezworen had, te onderhouden; de geregtigheid en het regt alom te hand-
haven ; buiten voorkennis en toestemming der Ridderschap en vier hoofdsleden geene
stedelijke , landelijke of krijgslasten te heffen, erfelijke opkomsten te vervreemden,
ambten of heerlykheden weg te schenken of te verpanden, geen oorlog aan te vangen,
of eenige nieuwigheden in zijne landen of met betrekking tot de munt in te voeren. Hij
zou boven alles zorgen voor de veiligheid van wegen en slroomen ter bevordering van
den handel en het verkeer, waartoe hij ook de steden dringend aanspoorde. Zooveel
mogelijk zou hij slechts geboren Gelderschen tot ambllieden en slot- of stedevoogden

aanstellen, en aan hen alleen zijn zegel vertrouwen. Eindelijk betuigde hij der Rid- 3 v.

C '

derschap en steden zijnen dank voor de hem toegelegde jaarlijksche achtduizend goud-
guldens, benevens de belasting op hel bier, die hij voor den lijd van zes jaren zoude
genieten, om daarmede zgne schulden te vereffenen, terwijl hy tevens de wijze be-
paalde , op welke zij moest geheven worden (2). Toen men hem echter kort daarna
voor oogen hield, hoe zeer de landzalen in de vorige oorlogen verarmd en in diepe
schulden gedompeld, de muren, poorten, vesten en torens der steden, sterkten en
sloten gehavend en vervallen waren, welke noodzakelyk moesten hersteld worden, en
de onderzaten alzoo geene buitengewone lasten dragen konden, vergunde hij der
Ridderschap en steden, dat zij voor den tijd van zes jaren de bierschalling lot haar
eigen nul mogten aanwenden, om daarmede de loopende schulden af Ie doen en de
sleden weder in behoorlijken staat te brengen (3).

Door lusschenkomst van den Franschen gezant, werd in Herfstmaand de wapenstilstand
met
Kleef voor een jaar verlengd , en de Koning van Frankrijk lot scheidsman der
geschillen benoemd. Indien echter de koninklijke bevestiging dezer overeenkomst
binnen drie maanden niet geschied was, zou het bestand met hot aanstaande Nieuwe
Jaar geëindigd zijn. Insgelijks werd de wapenschorsing met den Aartshertog
fiups

(1) ro.MAKus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 618—621. slicutekdorst, GeW, Gesch, B. XI. bl. 315.
Kron. v. Arnh. bl. 71. Â·

(2) w. V. L005, Geldersch Placaatb. D. II. Appendix I. bl. 196.

(3) POHTAKcs, Hist. Gelr, Lib. Xl. p. 621. slicotehhorst, Geld. Gesch. B. XI. bl. 316.

ocr page 382

382 ALGE MEE NE GESCHIEDENIS

1482— vernieuwd; en dewijl deze Vorst naar Spanje vertrok en langer dan twee jaar builen-

15w8 ijjjjjg ^ich ophield, zou Gelre eene weldadige verademing genoten hebben, indien
niet de Kleefsche twist de rust verstoord had. Immers daar de Koning van FranÄrt/Ä
in den bepaalden tijd het bestand niet had bevestigd, vatte men de wapenen weder
op. De burgeressen van
Nijmegen en Arnhem stonden vrywillig een gedeelte harer
ketels, pannen en ander koperwerk af, om daarvan geschut te gieten. Hertog
kaiiel
sloeg het beleg voor Heussen aan den Rijn, doch werd door de Kleefschen, welke
met gewapende vaartuigen dien stroom waren afgezakt, aangetast en derwyze na een

1502 allerhevigst gevecht geslagen, dat hij al zijn geschut en krijgstuig, nevens een groot
aantal gevangenen en dooden moest achterlaten, en zelf ter naauwernood door de
trouw van een Moor, met een bootje over den
Rijn ontvlugtte. De Hertog van
Kleef y door den Graaf van Schouwenburg^ Drost van het graafschap Zutphen, en
den Heer van
Batenburg met geld en volk gesteund , behaalde nog eenige andere
voordeelen. Do dappere bezetting van
Heussen tastte het slot te Keppel aan; en
de Zutphenschen , welke het trachtten te ontzetten , vielen in handen van den Heer
van
Voorst en werden naar Emmerik gevoerd. De Kleefschen plunderden Eist,
Randwijk
en andere dorpen, en versloegen do burgers van Nijmegen en Arnhem
bij hel dorp Eiden in de Betuwe. Eene Geldersche bende van vijftien honderd man,
welke in
de Lijmers gevallen was, trof hetzelfde lot, en met tweehonderd gevan-

ί genen keerden do overwinnaars terug. Eindelijk bewerkte tegen het einde des jaars,
de Fransche gezant ΡΚΑκροτβ
de Tiligny weder eene wapenschorsing voor ruim zes
maanden, binnen welken tyd de Hertogen van
Kleef en Gelre in persoon voor den
Koning van
Frankrijk zouden verschonen; ondertusschen zou elk zijne goederen
in des anderen gebied gelegen, ongestoord genieten (1).

Gelre echter mögt geene rust smaken. Van den kant van filips van Oostenrijk

1503 werd het vredesverdrag van veertienhonderd negen en negentig door het vermees-
teren van het slot
Oijen aan de Maas verbroken (2). Hertog kauel op den
Bisschop verbitterd, vvien de bewaring dezer sterkte was toevertrouwd, verraste
de
Kuinder.
Hij bleef er niet lang meester van; en by eene tweede poging, om haar
te overrompelen, werden zijne manschappen door de Kampers opgevangen en naar last
(les Bisschops onthalsd. Uit weerwraak ligtten de Gelderschen eenige aanzienlijke
Stichtschen, welke den
Lekkendam bij Utrecht schouwden, op en voerden hen naar

(1) Oude Holl. Div\ Kron. Div. XXXII. c. 24. TEScnEKMAcnER, Annales Cliviae, P. II.
p. 322, 527.
pontanus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 622—624. suchtenhorst, Geld. Gesch. Β. XI.
1)1. 316, 317.
Kron. ν. Arnhem, bl. 74.

(2) Zie hiervoor, bl. 313, 314, en de aldaar aangehaalde schrijvers. Î¹

ocr page 383

DES VADERLANDS. ' 383

het slot te Hattem. Over en weder werden τβΐβ vijandelijkheden gepleegd. De 1482—
Gelderschen verrasten
Oldenzaal en Diepenheim en slechtten het slot ter Wolde.
De Bisschoppelyken daarentegen teisterden de Veluwe door roeven en branden, maar
slootten het hoofd voor het slot
Helle, tusschen ISijkerk en Putten» Eindelijk werd
door de stad
Utrecht, die zich in dezen twist geheel onzijdig hield, de vreda , al-
thans voor eenigen lijd, hersteld (1). Kort te voren had een vreesselijke hrand de
stad
Harderwijk, waar vele landzaten uit de F eluwe met hunne goederen gevlugt
waren, binnen drie uren byna geheel in een puin- en aschhoop veranderd.
Men ^31 v.
meent, dat vijftienhonderd menschen er het leven bij verloren. Na dit ongeval werd J503
zij ter bewaking door de Arnhemsche burgers bezet (2).

Tegen het einde des jaars kwam filips van Oostenrijk in de Nederlanden terug.
Men beweert, dat hij den Keizer, op diens ernstig aandringen , te
Innsbruck beloofd
had, den kryg tegen
Gelre met nadruk door te zetten. Hoe dit zij , hij besloot er
toe en verbood op het strengste allen handel en verkeer met de Gelderschen, hetgeen
men te
Amsterdam openlijk afkondigde , en in Gelre, hetwelk door en over Holland
van velerlei waren voorzien werd, eene algemeeno verslagenheid verwekte. Tevens 1504
werden to
Amsterdam , Hoorn , Enkhuizen en Ε dam oorlogsvaartuigen uitgemst,
om onder bevel van
pieter van Leeuwarden de Zuiderzee te bezetten. Er werd ins-
gelijks heirvaart beschreven, en te V
Hertogenhosch eene krijgsmagt van drieduizend
man bijeen gebragt. Nu verklaarde
filips door een Heraut den oorlog aan karel,
en vermaande in brieven de Geldei^schen tot onderwerping. Moedig betuigde de Her-
tog , dat hij minder voor 's Konings wapenen beschroomd , dan Avel over zijne han-
delwijze omtrent hem verwonderd was; dat hij om den wil zijns vaders
adolf, die
voor de zaak van het huis van
Bourgondïè was gesneuveld en waarvoor hij zelf in eene
langdurige gevangenis had gesmacht, een geheel ander loon verdiend en verwacht had ,
bovenal van eenen Vorst, die uit een geslacht was gesproten van hetwelk hij ook
afstamde; dat hy daarenboven onlangs nog den Koning zijne dienst en die zyner
onderdanen had aangeboden , indien hij hem slechts ongemoeid in het beheer zijner
erfstaten wilde laten , hetgeen voor den Koning ongetwijfeld eervoller en voordeeliger
zijn zoude , dan een volk te willen breidelen, welks Vorst liever zijn leven zou op-
offeren , dan zijne onderdanen den vreemden lot prooi te laten; en eindelijk , dat de
KoÄng tegen het aangegane verbond zondigde, waarbij bepaald was, dat men de
wapenen niet dan een halfjaar nadat het bestand geëindigd was, weder mögt opvatten.

(1) HEDA, p. 316. PONTASTIS, üist. Gelr. Lib. XI. p. 624. sucnTEsnonsT, Geld. Gesch.
Β. XL bl. 317.

(2) Oude Holl. Div. Kran. Dir. ΧΧΧΠ. c. 25. poktasüs, Hist. Gelr. Lib. XL p. 625.

ocr page 384

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Hierom zou hij zich op God en zijn goed regt verlaten, en de burgers Arnhem ^
1528 wier trouw en hulpvaardigheid hij niet betwijfelde, vermanen, hunne stad en vrijheid
manhaftig te verdedigen (1). Onder bevel der Heeren van
IJsselstein, van Zeven-
hergen
en anderen trok in den Herfst het leger van filips , die zelf te 'j Hertogen-
bosch
bleef, in Gelre. De sloten Hemerts Terseel ^ en na hevigen tegenstand, ook
Middelaar werden ingenomen. Vóór den winter echter keerden de burgers van den
Bosch
naar hunne haardsteden terug. Hertog karel viel in de ilfet/ery, verbrandde het
dorp
Lith aan de Maas, en stelde Kessel en Maren op brandschatting. Rudolf , Vorst
van
Anhalt y door den Keizer met vyflienhonderd man afgezonden, sloeg middelerwyl
het beleg voor
Bommel, brandschatte den Tieler- en Bomtnelerwaard en verwoestte
liet bloeyende dorp
Driel. Om denzelfden tijd stroopte robert van Aremberg met
de bezetting van
Naarden dagelijks op de Veluwe, waar hij weinig tegenstand ont-
moette. De Hertog van
Kleef ^ met wien hot geschil over Wachtendonk vermoe-
delijk nog niet vereffend was, bedreigde het graafschap
Zutphen^ en driehon-
derd ruiters met duizend voetknechten worden naar
Deutichem gezonden, om hem
iu het oog te houden. De Heer van
IJsselstein legde Appeltern ^ Alphen en Maas-
bommel
met de kerk in de asch en maakte zich meester van de schans te Oijen^
doch moest het beleg voor het slot Hedel in den Βommelerwaard opbreken. On-
(lertusschen vielen de Geldersclien uit
Roermonde op nieuw in de Meijerij, ver-
woestten het dorp
Budel, en plunderden of brandschatteden kort daarna het land
van
Keusden en den Dordtschen waard. Woudrichem en het land van Altena y
welke aan Margaretha van Croy, Gravin vanZioorwe, eene nicht van Hertog karel,
toebehoorden, ontvingen brieven van vrywaring. De Heer van IJsselstein^ die zich
in V
Hertogenbosch bevond, trok den Gelderschen tegen, versloeg hen en nam eene
menigte gevangen, terwyl de overigen op het slot
Pouderoijen vlugtten, hetwelk
zy versterkten en van daar uit in
Holland stroopten. Belangrijker dan deze scher-
mutselingen en rooftogten, was de scheepstrijd op de
Zuiderzee. Hertog karel had
te
Harderwijk een aantal oorlogsvaartuigen uitgerust, welke met zevenhonderd man
tegen het najaar in zee staken, om langs de Hollandsche kusten te kruisen en zoo
mogelijk , eenige zeestad, inzonderheid
Edam of Monnikendam, te verrassen. Die
toeleg was uitgelekt en werd verijdeld. Eenige Hollandsche oorlogsschepen en eene
groote menigte Waterlandsche koggen geraakten voor
Monnikendam met de GeWer-
schen slaags, terwijl het strand met gewapende manschappen bezet was. Na een scherp
gevecht, week de Geldersche vloot onder günstigen wind naar
Harderwijk terug,

(1) Oude Holt. Div. Kron. Div. XXXII. c. 27. s. beninga, C/iron. d. Fries. Land. bl. 103.
po.^tajius, Hist. Geh·. Lib. XI. p. 625 , 626. sucdtenhorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 318. 'I

ocr page 385

DESVADERLANDS. 385

met achterlatiDg van een schip en honderd dertig gevangenen. De winter veroorzaakte 1482 —

152S

eeüen stilstand van Avapenen (1).

In den voorzomer van het volgende jaar, werd de krijg met vernieuwde woede her- l^Oi»
vat. Terwijl
filips , nu Koning van KastiU'è geworden, naar Duitschland s^dA ver-
trokken, om
Gelre en Zutphen van den Keizer te verheffen, waren do Gelderschen
in
Gooiland gevallen en hadden het verlaten dorp Hilversum verbrand, doch na
een vergeefschen aanslag op
ffeesp y bij het naderen der Hollanders het beleg voor
de schans
üitermeer opgebroken en eenigen buit met zich gevoerd. Evenzeer
mislukte het
karel , do stad Utrecht deels door eene krijgslist, deels door
verraad te overrompelen. Het slot
Poederoijen vermogten de Hollanders evenmin
te bedwingen en zij konden niet verhinderen, dat de Gelderschen het land tot
voor de poorten van
Dordrecht zelfs afliepen. Eenige vredelievende mannen
hadden ondertusschen getracht, den Koning met den Hertog te verzoenen, doch
zonder gewenscht gevolg.
Filips, wiens tegenwoordigheid in Spanje gevorderd
werd, vond raadzaam vooraf
Gelre aan zich te onderwerpen, om gerust te kun-
nen vertrekken. Hij zelf toog aan het hoofd van een talrijk leger uit
Bra-
hand
over de Maas, sloot Bommel in, en belegerde Arnhem alwaar hij met
eenige burgers verstandhouding onderhield. Hevig was de aanval, die tweemaal
dapper werd afgeslagen; maar do derde bestorming kocht men door tusschen-v.
komst des Bisschops van
Utrecht^ voor achtduizend goudguldens af, en de sladmannd.
gaf zich over. De burgers moesten op zulke voorwaarden, als men hun zou 6 v.
voorschrijven, vergiffenis voor hunnen weerstand smeeken,
filips op nieuw hulde
zweren en hem beloven, voortaan getrouwe onderdanen te zijn.
Wageningen,
Harderwijk^ Hattem
en Elburg op de Feluwe; Deutichem, Lochern ^ Grol
en Doesburg in het graafschap Zutphen; Tiel in do Betuwe ; en Stralen
nevens Wachtendonk in het Ooer-Kioartier volgden dit voorbeeld. Hel blijkt,
dat dit alles het gevolg eener verraderlijke overeenkomst van eenige Arnhemscho
ingezetenen met
filips geweest is, wien zij het bezit van de Feluwe en van
het graafschap
Zutphen hadden verzekerd (2). De stad Zutphen ^ ofschoon op-
geëischt, bleef den Hertog getrouw, die over weinig volk beschikken kondo
cn door het schielijk verloopen zijner zaken, schier wanhopend geworden was.
Hij had wel een altijddurend verbond van onderlinge bescherming met
lobe-

(Ij güilielmus hermankus, HoU. Gelriaeque Bellum, in siatthaei Analect. T. I. p. 823—327.
Oude Hall. Div. Kron.
Div. XXXII. c. 27—30. postanüs, HisU Gelr. Lib. XI. p. 627. sLicn-
tenhorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 319. ν, uecrw, Beschr. ν. 's üertogenb. D. I. bl, 406— 408.

(2) Kron. v. Arnhem, bl. 76, 77.

II. Deel. 3 Stuk. 41)

ocr page 386

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— WIJK Xli gesloten, maar 4it konde hem weiniff balen, zoolunff men vruchleloos
1

Op ondersland uil Frankrijk wachtle. Hij en de Slalen van Gelre^ welke al deze
oulieilen aan zyne benijders toeschreven, wendden zich tot bijna alle Duilsche
Rijksvorsten, maar deze konden noch waagden het, zich tegen den Keizer te
verzetten. Aanzienlyke Geldersche Edelen, en onder hen de Heeren
van brohk-
horst
, wiscn en van zevenbergen , hadden zich voor filips verklaard, die onge-
twijfeld geheel
Gelre onder zijne magt zou brengen , indien hij den krygslogt voort-
zetle.
Karel haakte derhalve vurig naar een bestand, en gelukkig voor hem , dat
FILIPS, naar
Spanje verlangende, er niet afkeerig van was. Door den Bisschop
van
Utrecht, den Heer van Montfoort en eenige andere voorname lieden werd
dit bewerkt. De Hertog, vergezeld door
jan van Montfoort en filips naturel ,
Domdeken te U Ir echt, Abt van Esney en Kanselier van hel Gulden Flies, begaf
zich op vrijgeleide van den Koning , naar de legerplaats te
Rozendaal, viel den Vorst
te voet en smeekte in ootmoedige bewoordingen , om eenen billyken vrede.
Filips hief
hem minzaam op , geleidde hem op het huis
Rozendaal en plaatste hem aan zyne
zijde. Er werd een bestand voor twee jaren geteckend , binnen Avelken lijd het ge-
schil over het regt op hel hertogdom
Gelre en het graafschap Zutphen, door een
gelijk gelal goede mannen van beide zijden zou beslist worden, aan wier uitspraak de
Slalen van
Gelre zich onvoorwaardelijk moesten onderwerpen. Filips zou terstond zijn
leger terugtrekken, maar tot vergoeding der oorlogskosten
Arnhem y Tiel, Hattem,
Harderwijk, Elhurg
en hel nog belegerde Bommel in bezit houden. Overigens zou
aan elk intusschen blijven wat hij bezat.
Karel zou, voor bezoldiging, filips legen
alle vijanden dienen, hem naar
Spanje verzeilen en daarvoor drieduizend goud-
guldens ontvangen. De burgerlijke ambtenaren in de sleden zouden in hunne be-
dieningen blijven; degenen, welke verdreven of vrijwillig uitgeweken waren, in
hunne goederen, zoo als zij die vonden, hersteld worden; en handel en verkeer
lusschen de wederzydscho onderdanen onbelemmerd zijn. De Keizer zou deze voor-
waarden mede onderteekenen, en de Hertogen van
Kleef en Gulik, do Graaf
van
Meiirs, de Bisschoppen van Utrecht en Luik, en robert van der Mark zou-
den, des begeerendc, in dil verdrag begrepen zijn.
Bommel ^ dal zich nog steeds
hardnekkig verdedigde was, naar het schijnt, do eenige der in dit verdrag genoemde
sleden, welke zich niet dan met moeite en schoorvoetend aan deze overeenkomst
onderwierp.
Filips verliet nu eerlang Gelre, nadat hij er filips van Bourgondi'é,
later Bisschop van Utrecht, tol Stadhouder en Luitenant-Generaal had aangesteld.
Karel volgde hem naar Brahand, ontving, naar men wil, do beloofde som
voor de Spaansche reis, doch ontvluglle heimelijk en vermomd uit
Antwerpen
in allerijl naar Gelre. Filips, hoezeer hij ook nieuwe woelingen van den kant des

ocr page 387

DES VADERLANDS. 39δ

ondernemender! Hertogs moest duchten, begaf zich evenwel in het begin des volgenden 1482—

jaars naar Spanje (1), 1506

Naanwelijks was hij vertrokken, toen karel de vijandelijkheden hervatte, in

*

weerwil der vermaningen van den Heer van Montfoort en den Domdeken κατπ-
REL. Flij was meesier gebleven in het kwartier van
Roermonde en in dat van
Nijmegen, de sleden Tiel en Bommel uitgezonderd. De geheele Veluxoe daar-
entegen en het graafschap
Zutphen, behalve de hoofdstad, waren in de raagt der
Oostenrijkschen, Hierdoor heerschle in
Gelre groote verdeeldheid; de eene landzaal
slond tegenover den anderen; men ging onder zware lasten gebukt en er was gebrek
aan levensmiddelen.
Lodewijk XII, bekommerd over de aanwassende grootheid van
filips, op Aviens hoofd hij ongaarne de kroon van Kastili'è geplaatst zag, trachtte
hem uit
Spanje naar de Nederlanden te trekken. Hij zond deswege , ondanks de
plegtigste betuigingen van het tegendeel en niettegenstaande zijn verbond van vriend-
schap met
filips, in het geheim onder het bevel des Heeren van Tiligny hulpben-
den naar
karel, welke zich reeds van de steden Grol, Lochern en JVageningen
had meester gemaakt. Willem van groy , Heer van Chieores, Algemeen Stadhouder
der
Nederlanden, eischte onmiddellijk deze sleden terug, doch de Hertog leende hier-
aan evenmin het oor, als aan de bedreigingen van
filips zeiven, »dat hij zich het
schenden des bestands bitter zou beklagen, en dat geen bondgenoot of vriend, hoe
magtig, hem daarvoor zou kunnen vrijwaren." De Heer van
Chievres beschreef nu
heirvaart tegen den Hertog en verklaarde hem den oorlog.
Filips van Bourgondi'è
sloeg het beleg voor JVageningen, en bezette den Rijn bij die stad met twee gewa- 18t.
pende schepen of kanoneerbooten.
Karel nam achthonderd afgedankte Duitschers uit
Friesland in dienst, welke de Oostenrijkschen op de Veluwe bestookten en Holland
en Brahand bedreigden. Filips van Bourgondi'è drong bij den Heer van Chievres
op versterking van manschappen aan, om hun het hoofd Ic kunnen bieden, doch
geldgebrek verhinderde zulks. Intusschen was
reinier , bastaard van Gelre, naar het
Fransche Hof gezonden, om onderstand lol
hel oniici \aci fVageninge7i te verzoeken (2).

(1) Oi(,de ΠοΙΙ. Div. Kron. Div. XXXII. c. 31, 33. portds üecterüs, lier. Justr. Lib. VI.
c. 5—8.
r. sNOi, Rer. Batav. Lib. XII. p. 183. ii. vah erf, Jnnales, p. 95. s. bekirca ,
Chronicltel d. Fr. Land. bl. 109, 110. pontawus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 629—632, sLictr-
TEnnoRST,
Geld. Gesgh. IJ. XI. bl. 321—323. gachard , Rapport sur différenies séries de do-
cunients
etc. p. 365.

(2) reimier of rené van Gelre was waarschijnlijk een natanrlijkc broeder van Hertog karel,
ofschoon deze hem, zoo ver men weet, steeds zijn bloedverwant (maigh) en raadsheer, nooit zijn
broeder noemt. Hij Avas heer van
Aerssen en Grunsfoort, raad en kamerheer van Hertog kabel,

50*

ocr page 388

388 AL GE MEENE GESCHIEDENIS

1482—Lqpjj^vjjk ΧΠ verklaarde nu openlijk, dat hij zich de belangen des Hertogs aantrok,
dat FiLips geene aanspraak op
Gelre had en de bezelle plaatsen aan karel moest af-
staan, als het eenige middel, om den kr^g te eindigen. Hij zond levens eenige hon-
derd speerruiters af, om
Wageningen te ontzetten , en de Bisschop van Luik beloofde
er zyne benden bij te voegen. De Heer van
Chievres bevond zich in de uiterste ver-
legenheid. De Oostenrijksche bezettingen in de Geldersche sleden en het volk van
Ïihivs vanBoiirgondië ύοοί^αη, wegens achterstallige soldij, aan het muiten. Hoewel
de geheele krijgsmagt slechts uit ruim drieduizend voetknechten en twintig ruiters
bestond, was het gebrek aan geld zoo groot, dat men, om daarin te voorzien, tot
buitengewone maatregelen zijne loevlugt moest nemen. Niet alleen werden alle be-
schikbare gelden gebezigd, maar zelfs de wedden der ambtenaren en bedienden
des Konings en van zijn zoon kakel
van Oostenrijk ingehouden; en ondanks dit
alles zouden er wel twintigduizend kroonen te kort komen, om den krijg nog
eenige weken voort te zeiten. De hoop op geldelijken onderstand uil
Spanje en hulp
uil
Engeland w^as ijdel. De Engelsche Vorst was, ingevolge het verbond met fxlips
in het voorjaar gesloten, verpligt hem Ie ondersteunen (1). Hij bepaalde zich echter
alleen, om als middelaar lusschen den Koning van
Kastili'è en don Hertog van Gelre
op Ie treden, en den Koning van Frankrijk te vermanen , dezen laatste geen onder-
stand in geld of manschappen Ie zenden,
Filips zelf had reeds getracht met kakel
in een bestand of verdrag te treden , en zijne zaakgelastigden waren tol dal einde met
den kanselier van
Gelre en de afgevaardigden der steden Roermonde Fenlo, Nij-
{io^&i- megen
en Zutphen Ie Diest bijeengekomen. Men zocht echter van beide zijden
Tsos^ slechts tijd te winnen en elkander te misleiden. De onderhandelingen liepen dan ook
vruchteloos af, nadat de Gelderschen van de Ooslenrijkschen vergeefs do ontruiming der

In 1501 was hij Drost van de Feluioe en bekleedde die waardiglieid no{j in 1519. Getrouw
diende liij zijnen Meester in vele {jcwijjiige omstandijjlieden. IJij de inneminj^ van het slot
ßlid-
delaar,
Avelk hij dapper had verdedigd, was hij gevangen genomen en naar Braband gevoerd. In
het volgende jaar 1505 had hij//aWewi verdedigd, maar was op nieuw in 's vijands handen gevallen.
De Hertog benoemde hem in 1507 tot gezant hij de onderhandelingen met liet huis van
Oostenrijk ,
en later was liij veelvuldig voor 's Hertogs belangen bij het Hof van Frankrijk Averkzaam. Hij
verkreeg in 1513 de verbeurd verklaarde goederen van
iiekdrik imn der Stege in het kwartier
van
Jloermonde, en drie jaren daarna de heerlijkheid JFieheradt in leen. ßij karels afwezig-
heid in 1515, werd hij stedehouder in
Gelre, en overleed in 1523. In 1503 had hij aleid sciienck
Nydeggen, Vrouw van ffalbeek, Aefferdeti enz. gehuwd, cn liet eene dochter na, geeste-
lijke zuster in het klooster van
st. quirinüs te Nuis, Zie v. d. bergii in de Correspondance de
MARGUERiTE d'Autricke.
T. 1. p. {} (3).

(1) rijmer, Jcla Puhl. Anglic. T. V. P. IV. p. 221—227. i

ocr page 389

DES VADERLANDS. 2053

stad Tiel geëischt en aangeilroDgen hadden, dal de dagvaart verschoven en Ie Me-
chelen
zou gehouden worden. Om op de bewegingen der bezettingen van/?0er/M0Mi/e,
Venlo, Er kelens, Gelder en andere plaatsen over de Maas te letten , besloot vais
GROY de helft der krijgsmagt, vóór de verwachte komst Tan Fransche hulpbenden,
welke hij toch in het veld het hoofd niet konde bieden, langs den linker Maasoever
de winterlegeringen te laten betrekken, en de andere helft in de Geldersche steden
en sloten te leggen, welke de Oostenrijksche zijde hielden. De Heer van
IJsselstetn
vermeesterde intusschen het slot Ravenswaai in de Betuwe, Eene poging, "Nijmegen
door verraad te bemagtigcn, Avas mislukt en had aan twee burgemeesters, die er in
betrokken waren, het leven gekost; den een door een geweldigen val, toen hij over
den muur wilde ontvlugten; den ander door het zwaard van den scherpregter. Dit
voorval echter is aan eenigen twijfel onderworpen (1). De Koning van
Frankrijk,
om eene bedreigde landing der Engelschen ten behoeve van filips, te voorkomen,
zond een bode naar
Gelre ten einde een wapenstilstand te bewerken , waarin hij door
den Koning van
Engeland en den Bisschop van Luik ondersteund werd. Hij gaf
zelfs tegenbevel aan de benden, die reeds tot hulp van
karel waren opgerukt. Do
Hertog weigerde evenwel onverwrikt een bestand te sluiten , maar was genegen tot
een volledig vredesverdrag; ook bood hij aan, zijn geschil over
Gelre mcX filips, aan
de uitspraak der Koningen van
Frankrijk en Engeland te onderwerpen. Het schor-
sen der wapenen was ook bij
lodewijk XH weinig ernst geweest. Althans zoodra hij
bespeurde, dat men van den kant der Engelschen niets 16 vreezen had, trok eene
Fransche krijgsmagt onder bevel van
iiobert van der Mark, Heer van Sedan eij
broeder van den Bisschop van
Luik , naar Gelre op. Zij zou echter onmiddellijk, Ier
liefde voor den Koning van
Engeland, terugkeeren , zoodra hel nog steeds belegenle
Wageningen door den vijand verlaten werd (2).

In de laatste helft van Herfstmaand toog robert van der Mark over de Maas in
de Betuwe^ en versloeg op zijnen weg twee of driehonderd Kleefschen, bondgenoofen
der Ooslenrijkschen (3). Den Oostenrijkschen zeiven bragt hij weinig nadeel loe , uil
hoofde eener geheime overeenkomst met den Heer van
Chievres reeds vóór drie
maanden gesloten, waarbij hij zich verbonden had, terstond na den dood van
lodewijk. XII, indien niel vroeger, tegen een bepaald jaargeld in dienst van filips

(1) Zie V. D. bercn in de Correspond. de marguerite d'Atitricke. T. 1. p. 42 (1).

(2) Leitres de LOi'is Xll , T. I, p. 61—95. Correspond. de marguerite d'Autriche^ T, I.
]>. 1—79.
Oude Holl. Jhv. Kron. Div. XXXII. c. 35. pontards, Hist. Gelr. Lib. XI. p. G33.
si.icntenhorst, Geld. Gesch. Β. XI. hl. 323, 324. gachard, liapport, p. 360—369.

(3) Correspond. de marguerite d^Juiriche, T. I. p. 79. cachann, Happart, p. 372.

"Π

ocr page 390

42G ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

over te gaan (1). Hel schijnt zelfs, dat niet hij in persoon, maar engelbreght van
Kleef,
weleer Postulaat-Bisschop en beschermheer \&n Utrecht {2), het bevel voor hem
over de Franscho hulpbenden in Ge/re gevoerd heeft.
Engelbreght had van zijne moeder
de graafschappen ÄeiÄe/,
Neoers, Auxerre Eatarnjjes geërfd, en was meest onder
den naam van Graaf van
Rethel buitenlands bekend; hij was zeer gezien aan het
FranscheHof, en de Koning had zich in vele staatkundige onderhandelingen van]piem
bediend (3). Terwijl de krijg in
Gelre flaauw werd voortgezet, viel Hertog karel
in de Meijerij vmi den Bosch, legde verscheidene dorpen in de asch en keerde
met veel buit naar
Roermonde terug (4). Om dien lijd ontving men het berigt
van het overlijden des Konings van
Kastili'é, hetwelk de berekeningen des Ko-
nings van
Frankrijk veranderde. Lodewijk. Xïl j die vroeger meer dan eens ver-
klaard had, dat hij zijn onderdrukten bloedverwant, den Hertog van
Gelre ^ wien
men wederregtelijk van zijn land berooren wilde, hetgeen hij niet gedoogen koode,
alleen uit een beginsel van medelijden en niet om do vriendschap met
filips te bre-
ken , eenige hulp gezonden had , gelastte thans zoowel aan
ka.ukl als vaii der maric , de
vijandelijkheden oogenblikkelijk te slaken (5). Uit staalkundige inziglen, werd nu
ook het beleg van
tVageningen, welk vier maanden geduurd had, opgebroken, geheel
legen den zin van
filips van Bourgondi'é, welke deswege zijn ontslag verzocht
en onlving (6). Acht dagen later geraakten
Grol en Lochern, door het verraad
der Duitsche bezettingen, in handen der Oostenrijkschen (7). Sedert werden aan
beide zyden do winterlegeringen betrokken·

(1) Leitres de louis XII, T. I. p. 51—54. van dei\ wakk , Ie Sanglier dea Ardennes bijge-
naamd, verliet werkelijk onder
prans I, even als zijn hiOedcr de liisscliop van Luik ^ de zijde
van
Frankrijk voor die van karei, V, wien hij echter in 1521, Avegens eene voorgewende in-
breuk op zijne regten, den oorlog verklaarde. Hij overleed in 1536. Zie
le glat , in Aa Lettres
de
max. et de marg. sa fille, T. I. p. 3 (1). T. H. p. 370 (1).

(2) Zie hiervoor, bl. 121.

(3) wagenaau , D. IV. bl. 347. v. D. bergu, in üe Correspond. de margueritk dAuiHche,
T. I. p. 81 (1).

(4) v. uedrn, Hist. V. 's Ilertogenb, ü. I. bl. 413.

(5) Lettres de Loms XII, T. I. p. 59, 77, 80, 93.

(6) geraudds NOVIOHAGÜS, Philipp. Burgund, ρ. 151, welke zich echter vergist, Avanneer hij
beweert, dat
Wageningen eerst na den dood van Koning filips is belegerd geworden. sucuTRi-
noRST
, Geld, Gesch, B. XI. bl. 323 C^).

(7) GAciiARD, Rapport, p. 3G9, 370.

2

Wijti-
maand

1506

v.

9 v.

Wiju-
inaand.
17
v.
Wijn-
maand.

ocr page 391

DES VADERLANDS. ' 391

Herlog KAREL hield evenwel Holland en Braband gedurig in vrees voor een aan-
val. Hij had hel plan J)eraaind,
Dordrecht en Rotterdam Ie overvallen; doch men
was er op zijne hoede en van den loeleg kwam niets (1). Eersl laat in het voorjaar
werd de veldlogl geopend, maar de slrijdkrachlen van beide zyden waren Ie gering,
om iels van belang Ie ondernemen. De geheele Oostenrijksche krijgsmagl bestond 1507
ihans uit zeven- of achthonderd ruiters, vijfduizend voetknechten, onder welko zich
meer dan vijflienhonderd Duilschers bevonden, Iwee kleine stukken geschut en twaalf
üf veertien valkenelten
{faucons). De strijdkrachten des Herlogs van Gelre waren
insgelijks zeer beperkt en in drie afdeelingen gesplitst. Een gedeelte rnet den Hertog
zeiven, lag in het graafschap
Zatphen en belegerde het slot Wildenhorch nabij
forden^ toen aan den Heer van Wisch behoor.ende, welko het mei vyflig voet-
knechten verdedigde ; het blijkt niet duidelijk of het bemagligd is. Een ander ge-
deelte hield zich op in
de Betuwe en bestookte Holland. De derde afdeeling lag in
het kwartier van
Roermonde of het Ooerkwartier, waar tevens de Fransche hulp-
benden onder
ekgelbrecht van Kleef, toen Landvoogd van Champagne^ gelegerd
waren. De bastaard van
Gelre sloeg hier het beleg voor Wachtendonk^ in hetwelk
de Ridder οττο
sghenk van Nydeggen, die met zijn broeder arnoud, zyn zoon iiejs-
DRiK, OTTO vati Bijlaitd en eenige andere Edelen de zijde des Hertogs verlaten
had, het bevel voerde. De sterkte werd eng ingesloten, om haar door honger tot
overgave te dwingen. Maar hier en elders begon het krijgsvolk dos Hertogs uithoofde
van wanbetaling te morren, en weigerde eenen voet te verzetten, zoo lang men het
achterstallig loon niet aangezuiverd had.
Kauel was echter hiertoe zoo weinig in
staat, dat hij zelfs niet den losprijs voor veertien stukken geschut, welke den Bra-
banders in handen gevallen waren, konde bijeenbrengen. Hij hield te vergeefs op"
onderstand in geld en manschap bij
Frankrijk aan, terwijl^de Ooslenrijkschen het
platte land van het
Ooerkwartier afliepen en verwoestten (2). '

Wederkeerig verontrustte de Geldersche bezetting van hel slot Poederoijen in den
Bommelerwaard niet ver van do Maas, door herhaalde invallen Holland en Bra-
hand,
op welker grenzen het was gelegen, en had reeds Bodegraven in de asch ge-
legd , omdat het de opgelegde brandschatting schoorvoetend opbragt.
Jan mn
mondy Stadhouder van Holland^ sloeg met vierhonderd krijgsknechten, behalve een
deel poorters uit
Dordrecht, Gouda ^ Gorinchem ^ Heusden en "'s Hertogenhosch ^
het beleg voor het slot en sneed hel door] een blokhuis weldra allo gemeenschap af.

(1) wagekaar , D. IV. hl. 351.

(2) Lettres de louis XII, T. I. p. 96—103. Correspond, de margüerite d'Autriche, T. I.
p. 81—90« GACUAUD,
Happart, p. 372, 374.

ocr page 392

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Maar de dappere bevelhebber Hendrik van Ens ^ gezegd Suijdewind, maakle al deze
pogiogen nutteloos. Om den vijand van het beleg af te lokken, trachtte Hertog
ka.rel
Oudewater to verrassen, hetgeen door de wakkerheid der burgers mislukte. Nu rukto
hij met al zijne magt tot ontzet van
Poederoijen op, en bij zijne aankomst namen
de belegeraars in allerijl, met achterlating van hun krijgstuig, lafhartig de vlugt (1).
De Kleefschen hadden zich inmiddels van het huis te
Persingen bij Nijmegen mees-
ter gemaakt, en stroopten in de landen tusschen
Maas en Waal (2). Hier rigtten
de handen des Vorsten van
Anhalt ^ maximiliaaws Kapitein-Generaal inde Nederlan-
den
, insgelijks door rooven en branden groote vervioestingen aan. Zij vermeesterden
daarna de beide blokhuizen der Gelderschen voor
Wachtendonk, en slechtten die met
oenige andere sterkten in den omtrek. Voorts bemagligden zij
Haren en Dodendael^
en verbrandden het slot Ooy nabij Nijmegen (3). Doesburg daarentegen geraakte
weder in het bezit van den Hertog, welke pleglige oaigangen beval, ten einde den
i)ijstand des Hemels over zijne wapenen in te roepen (4). Hij zelf vereenigde zich on-
dertusschen met de Fransche hulpbenden te
Roermonde en viel in Brahand. Turn-
hout , Hal, Dalem , Tienen
en andere plaatsen werden meest stormenderhand inge-
nomen en uitgeplunderd; doch de stad
Diest bleef door de dapperheid haars Heeren,
Graaf
iiendbik van Nassau, verschoond. Do landen van Kempen en lieshay wer-
den afgeloopen , en de buit met do gevangenen naar
Roermonde gesleept. De Fran-
schen hulpbenden weken op het berigt van het naderen des Vorsten van
Anhalt,
naar St. Huhert, alwaar zij door do bezetting van Namen overvallen en met zwaar
vedies op de vlugt gejaagd worden (5),

De naderende winter maakte een einde aan den veldtogt, welke de geldmiddelen
der Landvoogdes
Margaretha had uitgeput. De Oostenrijksche bezettingen in de Gel-
dcrsche sleden , bleven niet alleen onbetaald, maar hadden zelfs gebrek aan hel aller-

(1) Lettres de ioüis XII, T. I. p. 96, 98. Correspondance de margueritk d'Auiriche,
T. 1. p. 90. giiiu,. hermann! Uoll. Gelriaeque Bellum, ρ. 328—331. Oude Holl Ώιν. Krön.
Div. XXXII. c. 38. portanus, Rist. Gelr, Lib. XL p. 636. slichtenhorst, Geld. Gesch. bI, XL
1.1. 325.

(2) TEScuERMAcuER, Atinales Cliviae, P. IL p. 323.

(3) v. heusden , Risl. V, 's Hertogenb. 1). 1. LI. 415. Verg. Correspond. de marguerite d'Au'
triebe
, T. L p. 91, 92.

(4) slicuxenuorst, Geld. Gesch. B. XL bl. 325. '

(5) Correspond. de bargoebitk d'Autriche, T. 1. p. 93. Oude Holl. Div. Krön. Dir. XXXH.
c. 37.
p0rtaru8, Hist. Gelr, Lib. XL p. 035. sucbtenhorst , Geld, Gesch. B, XL bl. 324,

1482—
1Γ,28ΐ

Oo|j8l-
iiiiiaiul
1507

ocr page 393

D Ε S ν Α D Ε R L Λ Ν D S. 393

noodzakelijkste, en dreigden Ie verlrekkea (1). De Gelderschen op het slot Poede- 1482—
royen zetten orrdertusscheii hunne rooflogten in Holland en Brahand voort. Om
hieraan perken te stellen , sloeg de Vorst van
Anhalt, door de Hollandsche steden en 1508
inzonderheid door Hertogenhosch ondersteund, in do lento er hel beleg voor.
Zijne krijgsmagt bestond uit twaalf vaandelen voetvolk, duizend ruiters en twaalf
slukken grof geschut, de
twaalf Apostelen genoemd, behalve de zoogenaamde Tui-
melaars, uit welke zware steenen of bouten ter verbryzeling der muren go^γorpen
werden. Het slot werd weldra van alle kanten de toevoer volslrektelijk afgesneden
en derwijze door het geschut geleisterd, dat in Aveinig dagen schier het geheele dak
was ingestort. Vier weken had de Avakkere bevelhebber
suijdewikd zich met de groots
ste inspanning verdedigd, toen een zware muur omvergeschoten en hy door een balk
verpletterd word. Nu ontzonk der bezetting de moed. Zij gaf zich over en verwierf
vrijen aftogt, uitgezonderd twaalf overloopers, welke met den strop gestraft werden.
Het slot werd geslecht en de gracht met puin gevuld (2).

Terwijl Poederoyen nog belegerd werd, en de Vorst van Anhalt van den kant
der Staten van
Brahand en Holland vele moeijelijkheden wegens hel betalen
zijner manschappen ondervond , trachtte Hertog
karel , denkelijk om den vijand
van het beleg af te trekken,
Harderwijk, Hattern en Ε Iburg te vermeeste-
ren. Doch hierin, naar het schijnt, door den Graaf van
Buren verhinderd,
die aan het hoofd eener talrijke bende op het punt was in
de Veliiwe te ver-
schijnen , viel hij in
Gooiland (3). Zonder gevaar van veel legenstand te ontmoe-
ten , konde
karet, deze onderneming beproeven. De Hollanders waren onderling
verdeeld over het bezetten der grenssteden en vreesden do oorlogskosten. Do
Oostenrijkschen en Kleefschen weigerden op te trekken, zoolang zij nog achterslalhg

(1) Correspond. de harg. d'Autnche, T. 1, p. 94—100, waximiliaak van Hoorn, bevelhebber
Yau TYe/, sclil-eef aan de Landvooj^des, dat zijn volk » pour Ia plupart u'a robe, pourpoint ne
cheinise en dos, et ne sceucnt que menjyicr (ne savent que mangcr)."

(2) Oude Hall. Div. Kroti. üiv. XXXII. c. 38. guil. iiermaski Holl. Gelnaeq. Bell, ρ.
333—335.
Corresp. de marg. d'Autriche. T. I, p. 99—108, uit Avelkc iiieri ma{; gissen, dat het
beleg van het laatste van Grasmaand lot het laatste van Bloeimaand geduurd heeft,
pohtanos ,
Hist. Gelr. Lib. XI. p. 036, G37. sucutesnorst , Geld. GescJi. B. XI. hl. 320. v. iieurw, Hüt.
V. ^s Hertogenbosch, D. I, bl. 416—418. — haraeüs, Annales Duc. Brab. T.II. p. 521 cupoktcs
oeutercs,
Rer. Aufttriac. p. 155 vergissen zich in den tijd op welken het slot werd overgege-
ven, en de wijze op Avelke de bevelhebber het leven verloor.

(3) Correspond. de marg. d'Autriche, T. I, p. 102—105. 107, 108. Vgl. postarus , hin.
Gelr, Lib. XI, p. 637.

II Deel. 3 Stuk. 50

ocr page 394

394 ALGEJVIEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

lOon te eischen haddeü; zelfs was men bèducht, dat de bezetting van Arnhem, indien
zg niet spoedig bevredigd werd , die stad aan den vijand zou overleveren. Men ver-
moedde daarenboven , dat de Grooten het misnoegen aanstookten en een opstand tegen
den Keizer beoogden, (l).
Muiden viel terstond den Gelderschen in handen,
werd geplunderd en in brand gestoken; het slot ging bij verdrag over.
IVeesp^ welk
geweigerd had bezetting in te nemen, werd insgelyks bemagtigd; doch
Waarden,
dat hiervan voorzien was, bleef ongemoeid. De stad Amsterdam stelde zich on-
middellijk zoo te water als te land in staat van tegenweer, en antwoordde toen de
Hertog, die zich in
ïf^eesp bevond, haar door eenen Priester opeischte , dat zij zich
nog niet tot de noodzakelijkheid gebragt zag, van heer te veranderen. Na ver-
scheidene vruchtelooze aanvallen, trok
karel met eenig verlies aan dooden, naar
fVeesp terug. Een tweede aanslag had geen gelukkiger gevolg. Eenige Gelderschen
geraakten bij nacht binnen het blokhuis der Amsterdammers i^Ypeslooty een gehucht
aan den
Muiderdijk tusschen Amsterdam en ffeesp, te wederzijde door het IJ
en den Diemermeer bespeeld, welke met oorlogsvaartuigen bezet waren. Op het ver-
nemen van onraad, werden de Gelderschen uit deze schepen hevig beschoten, en
vlugtten den weg op naar
Amsterdam. Hier werden zy door eene bende poor-
ters der stad onderschept en een jaar in hechtenis gehouden. De Hertog vertoef-
de nog eenigen lijd in
ff eesp, voorzag het van bezetting en keerde 'toen naar
Gelre terug, Om dien tijd trachtte eene vloot van vierentwintig Geldersche sche-
pen bij mistig weder te verrassen. Doch zij werd ontdekt, verjaagd en tot
by
Schokland achtervolgd. De Amsterdammers bragten aanstonds hunne galjoten en
eenige andere vaartuigen in zee, om haar op te sporen, maar zij was reeds naar
de Geldersche havens geweken (2).

Kort na de overgave van het slot Poederoyen , was in Gooiland eene krygsmagt
byecngetrokken, om den Gelderschen
fVeesp te ontrukken. De Vorst van Anhalt
sloeg zich neder bij de Geinhrug, eene bende Walen onder zekeren emri of emeri
te Muiderberg, en floris van Egmond te Ν aarden (3). Ongeveer acht maanden
werd
Weesp , waar Hendrik, van Erkelens het gezag voerde, onder afwisselende be-
velhebbers ingesloten (4). Gebrek aan genoegzame manschappen en krygsbehoeften,
naar het schijnt, verhinderde het beleg met nadruk door te zetten. Althans de be-

(1) Correspond. de burg. d'Autriche, T. I, p. 105, 106, 107, 113.

(2) gdilt. riermannus, Holl Gehiacque Bell. p. 337—343. 346, 350—354. wagesaar, Beschr.
T. Amsterd. St. 1, D. 11, bl. 20S—210.

(3) GüiLL. nERMANNus, Holl. Qelriaeqwe Bell. p. 347.

(4) In het Rapport van gachard , p. 366, 374, komeu de Ridder louïs roiw en jacqdes quak-
trkibbe
als zoodanig voor.

24 V.
Zomer-
maand

1508

l< '

ocr page 395

DES VADERLANDS. 39δ

wegingen des Konings ταη Frankrijk eischlen 's Reizers strijdkrachten elder$. Vriich- 1482—
teloos beproefde
hekdrik van ^Engeland eenen Trede tusschen de beide Vor-
sten
Ie bewerken. Lodewuk XII verklaarde, dal hy liever zyne kroon in de waag- liooim.
schaal ^viide stellen dan
k:ab.el van Gelre verlaten, en ging voort hem hulpbenden ^^^^
te zenden, opdat hij de veroverde Hollandsclie plaatsen niet mögt verliezen (1).
Ondertusschen stelde
maximiliaan het hoogste belang in de herovering van/^ee^/?, en
\Yas voornemens in eigen persoon de belegering te leiden (2). Hij werd niet alleen
hierin verhinderd, maar zelfs moest de Vorst van
Anhalt op zijn bevel met al de Oo^ist-
üuitsche voetknechten naar
fVageningen oprukken. Anhalt had twee blokhuizen
voor
Pfcesp opgeworpen en elk met vierhonderd man bezet achtergelaten (3). Door
gebrek aan levensmiddelen was de stad schier lot hel uiterste gebragt, en een hop-
man der bezetting poogde haar den Amsterdammers over Ie leveren, doch hei verraad
werd ontdekt (4). ïe goeder uur gelukte het den Gelderschen er mondbehoeften in
te voeren. Zy beproefden insgelijks een aanval op
Asyeren, doch werden teruggesla-
gen (5). Dikwijls vielen er schermutselingen voor. Ondex aöderen leed
flouis van
Eginond
eene gevoelige nederlaag bij Muiderherg, in welke de bevelhebber emri
met een hoop Walen sneuvelde (6).

Om dien tyd werd met den Koning van Frankrijk en den Hertog van Gelre eén
bestand voor zes weken gesloten (7). Intusschen zou men te
Kamerijk over eenen
volledigen vrede onderhandelen. De Landvoogdes
Margaretha zond een aanzien-
lijk ambtenaar naar
Gelre, om met karel te raadplegen, terwijl zij den Keizer ver-
maande , zich in zijne voorwaarden gematigd te loonen, daar men bezwaarlijk de
landen lot het voorlzetten van den kryg, door welken zij zeer gedrukt werden, zpu
kunnen bewegen (8).
Holland in het bijzonder had daarbij zoo veel geledeja, dat dit
gewest door
maximiliaan een gedeelte der oorlogslasten was kwijt gescholdeii (9). De

(1) Correspond. de max. ct de iuarg. T. I. p. 72. Correspond. de mahg. d'Autriche T. I. p,
116, 123, 127, 140.

(2) Correspond. de biax. et de biarg. T. I. p. 72, 79.
[!\) Correspond. de marg. d^Autriche T. I. p. 138.

(4) GciLL. iiERMAKKus, Moll Gclriacque Bell. p. 343, 34S.

(5) Correspond. de max. et de ma eg , T. I. p. 88.

(6) posTAisrs, Ilisi. Gelr. Lib. XL p. 640, suchtenuoiist, Gield. Gesch. Ii, XL 1)1. 326.

(7) Leitres de Loms XII. Τ. I, ρ. 122.

(8) Correspond. de barg. d'Auiriche. T. 1. p. 153. Â«

(9) Correspond. de max. et de marg. dAiitr, T. 1. p. 95.

50*

ocr page 396

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

■vrede kvTam tot stand, waarbij bepaald werd, dat » kaubl van Gelre, anders van
Egmondy
de stad Weesp en het slot te Muiden binnen veertien dagen moest afstaan.
Hij en het huis
Oostenrijk zouden behouden heigeen zij thans in Gelre bezaten,
tot dat de Keizer en de Koningen van
Frankrijk, Engeland en Schotland
over het regt op dat hertogdom zouden beslist hebben. De Koning van Frankrijk
zou KAREL vanGelre geen onderstand verleenen, wanneer deze weigerde zich naar dit
verdrag te schikken. De handel tusschen de Gelderschcn en de andere Nederlanders,
zou weder even vrij en onbelemmerd zijn als te voren" (1). Hertog
karel nam met
tegenzin den Kamerijkschen vrede aan , en ontruimde alleen op sterken aandrang des
Konings van
Frankrijk, in het begin des volgenden jaars de stad eesp en het slot
Ie
Muiden (2).

Het kon derhalve geene verwondering baren, dat do vrede spoedig verbroken werd.
Onder voorsvendsel, dat door de Oostenrijkschen, die
Arnhem en bijna do geheele
f^eluwe in bezit hadden, wegens het eischen van schatting in den Bonimelerwaard,
op het verdrag inbreuk was gemaakt, hervatte karel do vijandelijkheden. Hij had
reeds
Barneveld ingenomen en versterkt, doch op het berigt van 's Keizers aankomst
in
de Nederlanden^ weder verlaten (3). Vruchteloos beklaagde zich de Landvoogdes
hierover bij hem zeiven en aan het Fransche Hoi". Koning
lodewijk ΧΠ schijnt zelfs
den Ilcrlog tol do vredebreuk aangespoord te hebben , om
maximiliaan daardoor in
de Nederlanden en uit Italië te houden, dewijl hij alleen den oorlog tegen de Vene-
tianen wenschle voort te zetten. En toen de Keizer zich lot een togt naar
Gelre
aangordde, schrikte hem de Fransche gezant hiervan af, verklarende, dat zijn Meester
den Hertog ondersleunen zou (4). Pogchend genoeg verklaarde
maximiliaan , dat deze
gezindheid des Konings het behoud was van »Mijnheer
karel, dien hij anders zonder
twijfel uit zijn land gejaagd, of althans het grootste gedeelte er van verdelgd zou heb-
ben." Hij trachtte echler do Landvoogdes te vertroosten mot do belofte, »binnen
één jaar, de muilmakers, verraders en leugenaars zoodanig lot hun pligt Ie bren-
gen, dat zij hunne longen en ooren niet zouden weten te bergen." Bij zijn vertrek
uit
de Νederlanden, vergenoegde hij zich , Margaretha tegen do bedoelingen van
karel, die met hem den spot dreef, te waarschuwen, en voorls de zaak maar aan

29 v.
Gruim.

(1) Î·Î¿ÎœÎŸÎ›Î¤, Corps Diplom. T. IV. P. 1. p. 111. Vgl. hiervoor bl. 287. (7).

(2) Oude Holl. Die. Kron. Div. XXXII. c. 38. pontanus, /Jis(. Gclr. Lib. KI, p. 639. slicu-
teniiorst,
Geld. Gesch. ü. XI, hl. 327.

(3) Correspond. de ïiarg. crjlutriche. T. I. p. 155.

(4) ^tlrcs 'de loüis ΧΠ, ï. I, p. 150, 151, 154, 161 , 162, 220. T. II. p. 179. Correspond.
de
max. et de makg. T. I. p. 111, 113.

1482-
1528

10 v.
term.

1508

13 v.

Louw-
maand
iööü

ocr page 397

DES VADERLANDS. ' 397

God over Ie laten (1). Het aclilerblijven der verpligle hulp uit Engeland^ de on-

• ολο

gezindheid van do Stalen der Nederlanden^ om den krijg lo hervallen, zoowel als

de vrees voor Frankrijk wederhielden do Ooslenrijkschen, iels Ic^en Gelre Ie

ondernemen; en Ilerlog kauel was te veel in de Stichtsche zaken gewikkeld, om

Brahand of Holland Ie veroiilruslen (2). Het blijkt echter, dat hij zich van eenigc

plaatsen in zijn gebied meester gemaakt, maar andere daarentegen verloren heeft (3).

De Herlogen van Kleef en van Gulik, de Kerkvoogden van Keulen^ Munster en

Luik, weinig heil in hun bondgenootschap met het huis van Oostenrijk vindende,

traden met hem in onderhandeling, aiellegenstaande hij in den rijksban verklaard ^ y

was; en maximiliaan liet niet na, ziine verwondering en verontwaardiging over hun ^I-^Ri'"·

] 509

gedrag lo kennen te geven (4). Kort daarna werd lusschcn karel van Oostenrijk
en KAREL van Gelre een afzonderlijk bestand voor een jaar gesloten, om , zoo hel
heette, een einde te maken aan de rampen en ellende , welke uit den krijg voor do
beiderzijdsche onderdanen voortvloeiden. Eik zou, naar luid van het onlAverp, inlus-
schen behouden wat hij thans bezat; en het geschil over beider aanspraak op
Gelre,
Ier onderzoeking van vier aanzienlijke goede mannen, wederzijds te kiezen, gesteld
worden, naar wier berigt do Koning
{sxm Arragon?) en de Koning van Frankrijk ,
als vrienden en beschermers der beide Vorsten, uitspraak zouden doen. Do Keizer
nam hierin genoegen (5). Hij deed insgelijks eenige voorstellen aan den Koning van
Frankrijk over de zaken van Gelre, welke geen gevolg gehad hebben (6). Hier-
op Irad hij in onderhandeling met den Hertog zeiven.
Frederik. van Egmond en
andere Baanderheeren, wien MAxinnLiAAPf beloofd had hiertoe nimmer zonder hunne
voorkennis lo zullen besluiten, namen dit ten hoogste euvel op en verzochten de
Landvoogdes, van hun eed ontslagen en aan zich zelvcn overgelaten te worden, j^jQ
wanneer men do zaak voorlzelle.
Margaretha zond evenwel toison ,d'or naar Her-
tog
karel, die echter weinig uilriglto (7). Eenige dagen later werd le febre, al-
gemeen schalmeester, naar
Utrecht afgevaardigd, om rnet den Kanselier van Gelre

(1) Correspond. de μλχ. et de marg. T. I. p. 130—133· Correspond. do ai arg. d'Autriche ^
T. 1. p. 160. Vgl. liiervoor, hl 288.

(2) Vgl. hiervoor, bl. 288, 318.

(3) Correspond. de marg. d^Autriche, T. I, p. 175, 179.

(4) Correspond. de max. et de marg. T. I, p. 207, 208.
(δ) Correspond. de max. et de marg. T. I. p, 243.

(0) Lettres de Lotis XII, T. I. p. 204. Correspond. de marg. dAutriche, T, I. p. 171—175.

(7) toison d'or was de naam van den Heraut der Orde van het Guldenvlies, welke Avaardig-
heid ihans
τπο.τια3 isaac bekleedde.

ocr page 398

42G ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

over een huwelijk van den Hcrlog rael isabell\ van Oostenryk , eene kleindochter
des Keizers, te onderhandelen; maar ook deze zending beantwoordde niet aan het
doe] (l). Nu werd eene bijeenkomst ter regeling der Geldersche geschillen, legen den
eersten van Lentemaand te Zut'k bepaald, waarbij Fransche zoowel als Keizerlijke
zaakgelastigden zouden tegenwoordig zijn (2).

Onderlusschen zette Hertog karel den krijg tegen den Bisschop van Utrecht in het
Boven-Sticht voorl (3). De Keizer gaf maugaretua volmagt, den Bisschop te onder-
steunen, en de Kerkvoogden van
Keulen en Munster nevens de Hertogen van Kleef
en Gtilik te vermanen, den oproerigen Gelderschen geene hulp te zenden. Op den-
zelfden dag verwittigt hij der Landvoogdes, dat hij geene der voorwaarden, op welke
do Hertog van
Gelre, wien men niet veel vertrouwen kan , in een verdrag wil treden,
kan aannemen; doch weigert niet op nieuw onderhandelingen met hem aan te knoo-
pen, indien dit tot zijne eer kan geschieden , en deelt haar tot dat einde het plan
mede van een huwelijk tusschen dien Vorst en
isabella (4). Hieruit blijkt, dat haar
huwelijksvoorstel, kort te voren den Hertog zeiven gedaan, op eigen gezag geschied
was. De Koning van
Frankrijk had , ongetwijfeld ter bereiking zijner bijzondere oog-
merken , deze verbindtenis het eerst voorgeslagen ; en 's Herlogs gezanten weigerden op
de byeenkorast te
Luik volstrekt in nadere beraadslaging te treden, zoo lang men van
'sKeizers zijde in dien echt niel bewilligd had (5).
Karel was derhalve, hetzij met
of tegen zijn wil, van gevoelen veranderd. Vroeger toch had hij beloofd,
maximiliaan
eene groote som gelds uit te keeren en nimmer te zullen huwen, indien men hem le-
venslang in het gerust bezit van
Gelre ^ als een achterleen van ßraband ^ wilde
laten , hetwelk na zijn dood aan den Keizer vervallen en behooren zoude (6).
Maxi-
miliaan
zelf vond geen behagen in dit huwelijk ; en de voorwaarden , door hem ont-
worpen, waren van dien aard, dat men ligt bevroeden konde, dat zij niet zouden aan-
genomen worden.
Isabella moest tot haar zestiende jaar onder bescherming blijven
van den Hertog van
Lotharingen , in wiens handen tol dien tijd de steden Arnhem , Har-
derwijk
en llattem met geheel de Veluwe zouden gesteld worden. *t)e Keizer wilde

(1) Corresjjond. de marg. d'Autriche, T. I. p. 175—183.

(2) Corrcspond. de makg. d'Autriche, T. I. p. 236.

(3) Zie hiervoor, bl. ^IS/ Correspotid. de aiAftc. d'Anir. T. I, p. 184, 104. ioktancs , Hüt.
Gelr.
Lil). XI. p. 641.

(4) Correspond. dc max. et de marg. d'Auiriche, T. I. p. 243—248- Corrcspond. de marg.
d'Aitr. T. I, p. 187—191.

(5) Lettres de louis XH. T. 1, p. 264 , 271.

(6) Correspond. de max. et de mahg. T. I. p. 232.

4 y.
Sprok-

tolin.
1510

16 v.
Lente-
maand.

ocr page 399

DES VADERLANDS. ' 399

Montfoort, Wachtendonk, Bommel en den Bommelerioaard mcl al wat er loo be- 1482—
hoorde , als aan
Braband gehecht, voor zich behouden. Daarenboven zou hij in het
bezit blijven van
Tiel, den Tielerwaard en het Land van Kessel lot na de voltrek-
king des huwelijks, wanneer zij aan
ka.rel van Gelre zouden afgestaan worden , wien
het alsdan ook vergund zou zyn , de stad en het
s\o\.fVachtendonk, voor den prijs door
wylen Koning
filips bepaald, terug te koopen (1). Margaretha, zelve klaagde, dat
deze buitensporige eischen eene overeenkomst met den Hertog bijna onmogelyk maak-
ten , tegen wien zij niet bij raagte was iets te ondernemen, dewijl de Staten en
Grooten des Lands ongenegen waren , tegen hem krijg te voeren, daar elk slechts
op eigen voordeel lette. Zij trachtte derhalve den Keizer lot eenen billijken vredo
te bewegen, doch do oorlogzuchtige raad des Heeren van
IJsselstein vond bij
hem meer gehoor (2). Hg sloot met
karel van Oostenrijk, als Erfvorst der
Νederlanden, en den Bisschop van Utrecht een beschermend en verdedigend verbond
voor den tgd van zes maanden tegen den Hertog van
Gelre. Ook werd do Hertog van
Kleef ^ op wiens tollen Ie Lohith de Gelderschen groote inbreuk maakten, vermaand,
hun den oorlog te verklaren (3). Hertog
karel bevond zich in den neleligsten toe-
stand; en hem , zoowel als zijn krijgsvolk, ontbrak het zelfs aan het noodigste onder-
houd (4). Maar had men van zijne magt ihans weinig te duchten, er was veel van
zijn moed, door de wanhoop aangevuurd, te vreezen. Dit zal niet zonder invloed
op *s Keizers besluit geweest zyn, do voorwaarden betrekkelijk het huwelijk met
do Oostenryksche Prinses te wijzigen en aannemelijker te maken. Men konde het
echtet na veelvuldige onderhandelingen, niet eens worden, hoezeer
maximiliaaït
en inzonderheid de Landvoogdes zulks schenen Ie verlangen (5). Margaretha
speelde hierin de geveinsde. Zij drong slechts op dit huwelijk aan, om hel te
verbreken, zoodra hare omstandigheden een gunstiger aanzien verkregen (6). Ko-
ning FERDINAND van
Arragon bragt zwarigheden tegen dit huwelijk in het mid-

(1) Corrcspond. de βαχ. et de marg. , T. I, p. 245, 246. Correspond. dc maiic. d'Autrichc,
T. I, p. 189, 190.

(2) Correspond. dc maug. d'Autriche, T. I. p. 195—199, 203, 204.

(3) Correspond. de max. et de marg., T, 1. p. 268. Correspond. de »arg. d'Auirtche, T. I. p.
192, 199, 204. -

(4) Correspond. de marg, d'Autriche, T. L p. 195.

(5) Correspond. de max. et de mahg. , T. I. p. 279—282 , 313 , 323 , 328 , 342 , 351. Correi-
pond. de MARG. d'Autriche,
T. L p. 205—214 , 217—222.

(6) Correspond. de marg. d'Atitriche, T. I. p. 248 , 249.

ocr page 400

400 ALGEJVIEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

den (i) ; en do Koning vaa Engeland Nvas er insgelijks niet mede ingenomen (2).
Eindelijk werden in Wintermaand alle onderhandelingen met
kauél afgebroken, wiens
Lestemde bruid sedert de gemalin des Konings van
Denemarken geworden is (3).

De Koning van Frankrijk had den Hertog aangespoord , den Keizer niets in Ie
Avilligen, en hem ongetwijfeld onderstand in geld en manschap gezonden.
Marga-
ivETiiA was ten minste voor eenen inval in Holland en Braband beducht. Zij tracht-
te de grenzen te versterken en met do Vorsten van
Keulen en Munster , van Gulik
en Kleef ^ die even als zij den Hertog van Gelre vreesden , een verbond te sluiten.
Dit was te noodzakelijker, dewijl
karel met vijftienhonderd man zich te Woudrichem
bevond, het krijgs- en landvolk in de omstreken vau Dordrecht verslagen had, en
zelfs
den Haag bedreigde. Men vreesde daarenboven, dat de Oostenrijksche ben-
den en bezettingen in do Geldersche steden , uit gebrek aan betaling misnoegd en
muitend, tol hem zouden overgaan (4). Deze zwarigheden moeten spoedig uit den
weg geruimd zijn, dewijl
floris van Egmond, kort daarna Holland konde verlaten,
om do Utrechtschen te tuchtigen (5). Er waren ook inderdaad, hoewel vruchteloos,
nieuwe onderhandelingen tusschen
Margaretha en K-arei. over een bestand geopend.
De Landvoogdes verwierf echter vrijgeleide voor haren hofmeester
hesdin naar Does-
burg^
om met den Hertog de verongelijkingen, hem door floris van Egmond,
wien hij den aanstoker des oorlogs noemde, aangedaan , in der minne te verefle-
nen (6). Maar vóór do gezant nog was aangekomen , maakten de Gelderschen zich
meester van
Harderwijk. Vatt egmond, welke van do Nijkerkers op de Veluwe
eenige gelden te vorderen had , maar niet bekomen konde , had den bevelhebber van
Harderwijk bevolen , hen met geweld van wapenen daartoe te dwingen. De be-
velhebber , welke over te weinig volk beschikken konde en alom te zeer door ge-
wapende landlieden omringd was, om alleen die laak met hoop op een gelukkigen
uilslag Ie ondernemen, verzocht schriftelijk drie of vierhonderd Oostenrijkschen uit
het
Sticht tot hulp, wier aankomst te Nijkerk hem door het in brand sleken
vau zeker huis, moest onderrigt worden. Deze brief geraakte in het bezit der
Gelderschen, welke dien mot eeno nagemaakte hand toestemmend beantwoordden , en

15 ν.
Louw-
jnaand
1511

27 v.
Louw-
maand

(1) Lettres de louis XH, T. II. ]). 27. V{jl. Correspond. de μλχ. et de marg. T. L p. 401.

(2) Correspond. de huug. d'Autriche, ï. 1. p. 249.

(3) Correspond, de max. et do maug. T. L p. 357. Correspond. de jurg. d'Autr., T. I. p. 224.

(4) Correspond^ de siargüeritë d'Autriche, T. I. p. 223—231.

(5) Zie hiervooi·, hl. 320, pontanus , Hist. Gelr. Lib. XL p. 642.
{β) Correspond. rfe margüerite rf'^m/nc/ie, T. 1. p. 238--240.

ocr page 401

DES VADERLANDS. 401

op, den bepaalden lijd eenige manschappen naar Nijkerk zonden, welke terstond 1482—
het beraamde sein gaven. Bijna de geheele bezetting van Harderwijk ivok nu der-
waarts, doch werd door de Gelderschen aangevallen, verslagen en grootendeels af-
gemaakt. De stad, welke niet meer dan derlig krijgsknechten bevatte, gaf zich, ^
hoewel tegen den zin van eenigen, terstond over, onder belofte , dat haar geen na- Sprok-
deel zou geschieden. Eenig volk uit
Arnhem y onder den bevelhebber jan vaii
Termonde,
tot hulp der Harderwijkers afgezonden, kwam te laat (1).

Hertog KAKEL betuigde, dat deze aanslag buiten zijne voorkennis en tegen zijn wil
geschied was. Ook verklaarde hij geheel onkundig te zijn van het gedrag des Bas-
taards van
Gelre in de Meijerij van den Bosch^ welke, naar het schijnt, de bevol-
king trachtte om te koopen en voor de zaak der Geldorschen te winnen (2). Men
mag echter weinig Avaarde aan deze verzekeringen hechten, daar
karel zelf do Am-
sterdammers tot zijne belangen poogde over te halen (3). De Koning van
Frankrijk
toonde zich uiterlijk zeer gebelgd over het innemen van Harderwijky als eene in-
breuk op den vrede van
Kamerijk. Meer dan eens en onder bedreiging hem zijne
hulp te onttrekken, vermaande hij den Hertog schriftelijk, de slad terug te geven en
geene vijandelijkheden te plegen; maar
karel konde er niet toe besluiten (4). Men
mag hieruit betwijfelen , of het bij den Koning zeiven wel ernstig gemeend geweest
zij. De Landvoogdes althans hield zich van het tegendeel overtuigd en dat hij zelfs,
ofschoon dit ten sterkste door hem ontkend werd, in het geheim den Hertog met
geld ondersteunde (5), Zeker is, dat
karel zich om 's Konings vertoogen niet bekom-
merde. Met voetvolk uit
ütreckt kwam hij in Lentemaand voor Arnhem, in de hoop aldaar
onder do inwoners, welke door gebrek en ellende schier lot wanhoop waren gebragt,
eenen opstand te bewerken, hetgeen mislukte. Hy viel nu in het
Land van Kuik
en plunderde hot dorp van dien naam, zonder dal van egmokd , bij gemis van volk
en geld, dit verhinderen konde (6). Even lijdelijk moest men gedoogen , dat nabij

(1) Letlres de loüis XII, ï. II. p. 116—120. Correspond. de marc. d'Antriche, T. i.
p. 240—243.
schrassert, Beschr. v. Hardeno. ü. II. bl, 58—60.

(2) Lettres de Lotrs XII, T. II. p. 120, 121.

(3) Correspond. dc marg, d'Autriche, T. I, p. 245.

(4) Lettres de loüis XII, T. II. p. 123, 126, 166, 171, 174—180, 185—194 , 203 , 204,
213, 242.
Correspond. de hasr. d'Autriche, T. I. p. 251, 261, 265, 267—279, 287. loue-
■wiJK noemt den Hertog van Gelre bij deze gelegenheid » une malvaise et perverse tesfe ct cpic
Ie diable Pcmportit.» T. II, p. 176.

(5) Lettres de loüis Xlf, T. II. p. 133, 158. T. III. ρ. 34, 37.

(6) Correspond. de marg. d'Autriche, T. I. p. 253, 264.

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 402

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Keulen eenige juiters onder den Bastaard van Gelre, meer dan lachliff Vlaamsche

1528

kooplieden op hunne reis naar Frankfort, ondanks een vrijgeleide van den ïlerlog
van Gulik^ overvielen, Iwee of drie doodsloegen, do overigen gevangen naar dè stad
Grasm.
Gelder voerden , en op een losgeld van honderdduizend gulden slelden. De Oosten-
rijksche benden, die steeds onbetaald en onverzorgd bleven, zwierven in de omstreken
Tan Antwerpen en 'f Hertogenhosch rond , en teerden op kosten der reeds zoo ver-
armde landzaten. Door bemoeijing des Konings van
Frankrijk, des Aartsbisschops
van
Keulen en des Hertogs van Gultk, werd om dien tijd ijverig over een huwelijk
lusschen Hertog
karel en do dochter des Hertogs van Kleef gehandeld. En ofschoon
ook dit nimmer voltrokken werd , verschafte het thans den Gelderschen Vorst in den Hertog
van
Kleef eenen bondgenoot, welke hem niet onverschiUig konde zijn. Lodewijk.XII
drong intusschen met nadruk bij hem op de slaking der gevangen kooplieden aan; en
de Keizer bedreigde
karel met den rijksban , indien hij weigerde. Na verloop van
eenige maanden werden zij ontslagen (1). De Hertog, die eerlang tot beschermheer
der stad
Utrecht gekozen word, ondersteunde inmiddels de Utrechtschen in den krijg
tegen do Hollanders (2).
Bommel geraakte in zijn bezit door dirk: van Haaf ten,
Avien hot gelukte een schip mot rijs beladen, waaronder krijgsvolk verborgen was, in
de stad Ie voeren. Aanstonds vereenigden zich do burgers met deze rappe gasten en
verdreven de Oos ten rijksche bezetting, van welke een groot gedeelte een paar dagen
te voren met den bevelhebber'
willem de Jende, lot ontzet van IJsselstein was uit-

28 oi goli'okken (3). Daarentegen leden do Gelderschen op denzelfden dag eene gevoelige

29 v. nederlaag bij eenen aanslag op Tiel. Vierhonderd van hunne voetknechten waren
Utoeim.

gevangen genomen, en een bijna geUjk getal was gesneuveld of in het water omge-
komen (4). De bezettingen van
JJeusden en het slot Loeveslein werden dadelijk na
het verlies van het nabijgelegen
Bommel versterkt, en de Hollandscho grenzen zoo-
veel mogelijk door krijgsvolk gedekt. Te meer was dit noodzakelyk, daar de burgers
van
Bommel uit Kuilenburg levensmiddelen, en van Nijmegen en elders hulp in
manschappen ontvingen, welke in de omstreken plunderden (5). Het sterke slot te

(1) Lettres de louis XII, ï. II. p. 157—159, 185, 210. T. III. ρ. 0. Conespond. de max.
et de marg. T. I. p. 390—392. Correspond. de marg. d'Autriche, ï. I. p. 275—279.

(2) Zie hiervoor, bl. 322—324. Vgl. poktanus, Uist. Gelr. Lib. XL p. 642.

(3) pontanus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. ()45. Corresp. de warg. d'Aiitriche, T. 1. p.,291, 307.

(4) Correspond. de marg. d'Autriche, T. I. p, 289. Correspond. de βλχ. et de maug. T. I.
p. 41G.

(5) Correspond. de marg. d'Auiriche, T. I. p. 291, 297, 306.

ocr page 403

DESVADERLANDS. 403

üattem werd door den bevelhebber filips van Someren, gezegd van den 1482—

Toor achtduizend goudgulden aan Hertog karel overgeleverd, wien de burgers daarop 27 y
als Heer huldigden (1). Floris van Egmond vreesde insgelijks voor het verlies van ^omer-
Arnhem en Tiel, waar het krijgsvolk, uit gebrek aan het noodige, dagelijks ver- ]5ll
liep (2). Eenige voordeelen door de Hollanders, inzonderheid de Enkliuizers, op do
Geldersehen behaald, die langs de
Zuiderzee kruisten, konden niet opwegen tegen Hooiui.
de nadeelen, welke de Oostenrijkschen te lande geleden hadden (3). Niet alleen
bleven de herwonnen steden in hel bezit der Geldorschen, terwijl de overige plaatsen
gevaar liepen, weldra daarin te geraken, maar
Holland zelfs werd met een nieuwen
inval bedreigd. Door
maximiliaan en Margaretha was reeds vroeger bij de Hoven
van
Frankrijk, Engeland, Arragon en Rome nadrnkk-elïjk over do Gelderschen ,
als schenders van den Kamerykschen vrede geklaagd; eene beschuldiging, welke Her-
tog KAïvEL op zijne beurt, den Oostenrijkschen had toegeworpen. De Koning van
Arragon beloofde hun onderstand, zoodra de krijg in Italië geëindigd zou zijn; en
Paus
julius Π scheen niet ongenegen den ban over den Gelderschen Vorst, indien
zij dit begeerden, uit te spreken (4).
Karel daarentegen ontving te Wageningen
van den Koning van Fra7ikrijk eene aanzienlijke som gelds, hefgeen lodewuk ech-
ter bij den keizerlijken gezant bleef ontkennen. De Landvoogdes weigerde daarop den
Franschen gezant
de cniLLOis' den doortogt naar Gelre (5). Inmiddels waren vijftien-
honderd Engelsche knechten lot hare hulp te
Arnemuiden geland (6). Men sloeg
het beleg voor de stad
Venlo, wier bezetting uit achthonderd man bestond , en riglle 28 v.
niet ver van
Bommel twee blokhuizen op, om ^s Herlogenbosch aan die zijde I0 in
dekken. De Hertog van
Gelre lag te Nijkerk op de Feluwe en had het op Water-
land
geraunt, welks sleden deswege te harer bescherming drie gewapende schepen in do
Zuiderzee zonden. Hij maakte zich meester van Tiel, van het slot Wisch in het
Zutphensche, van de slad
Woudrichem en bedoelde een aanslag op Niemopoort 13 y.
aan de Lek, welken echter, naar het schijnt, de gepaste maatregelen van hewdrik
van Nassau verijdelden. Inlusschen duurde het beleg van Venlo voort. De slad

(1) Corrcspond. de harg, d*Autriche, T. I, p. 310. portakus, Hist. Gelr. Lil). XL p. 643.

(2) Corrcspond. de maug. d' Autrichc, T. L p. 312.

^ (3) Correspond. de mahg. d'Autricho, T. L p. 315. buakdt , Hist. f, Enkh. bl. 56,

(4) Lettres de louis XII, T. IL p. 131, 132, 167, 299, 303. T. IIL p. 79.

(5) Correspond. de biarg. d'Autriche, T. L p. 328, 334, 338.

(6) beigersbergh, Chron. V. Zeel. D. Π. bl. 378, waar dit voorval rcrkeerdelijk op 1509 ge-
steld wordt.

51 ^

ocr page 404

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—was deslijds eene der beste en magiigste sleden in den omtrek, en haar val, hiervan
hield men zich verzekerd, zou de onderwerping van het geheole
Overkwartier na
zich slepen. De lange duur der belegering wordt deels toegeschreven aan het vijan-
delijk leger, welk aanvankelijk niet talrijk genoeg geoordeeld werd, de stad geheel
in te sluiten; deels aan den Keizer, welke steeds op den aftogt aandrong; deels aan
het verwisselen van bevelhebbers, dewijl eerst Graaf
uendrik van Nassau^ later filips
van Bourgondiër Admiraal Holland^ en toen beide door ziekte belet werden, het
beleg te bestieren, het opperbevel aan
floris van Egmond was opgedragen. Niet vóór
den zevenden van Slaglmaand, naar het schijnt, werd de stad met ernst aangetast,
toen men zich van het nabijgelegen slot
Grehhefurst ^ de vesting Baar Ie, het huis
' te
Aerssen en het stadje Stralen had meester gemaakt. Na een hevig kanon-
vuur, drong een deel der belegeraars door de bres tot het eerste wachthuis in de stad
door. Hier tastte de Avakkere bevelhebber
swartenburg den vijand aan en sloeg hem
op de vlugt lot bij den heuvel
Lichtenberg, waar een groot aantal Oostenrijkschen in eenige
met rijs overdekte kuilen slorlle en zonder genade afgemaakt werd. De overigen,
welke ondertusschen de muren beklommen hadden, moesten iusgelyks met merkelijk
verlies aftrekken. Hoewel
swartenburg door een bout het eene oog werd uitgescho-
ten, had hij zich echter niet vóór den geheelen afloop van hel gevecht naar de slad
laten voeren. Eene tweede bestorming slaagde niet gelukkiger, door de wakkerheid
dor burgers, die nacht en dag onverpoosd de wallen bewaakten. De vrouwen voor-
zagen hen daar niet alleen van levensmiddelen, maar namen ook de wapenen, Ier
aflossing der mannen, op. Eene van haar onlrukte bij het bestormen, eenen vijande-
lijken vaandrig het vaandel en bragt het in zegepraal naar hare woning. Er zou nog
één aanval beproefd, en zoo deze mislukte, het beleg opgebroken worden. Eenige
Oostenrijkschgezinde ingezetenen verbonden zich, de slad aan drie of vier plaatsen in
brand te sleken; en in de verwarring, welke dit veroorzaakte , meende men het doei
Ie bereiken. Maar den nacht te voren was de bezetting van nieuwen voorraad, zoo
aan volk als krijgsbehoeften voorzien geworden, en
Venlo werd ten derdemale vruch-
j γ teloos bestormd. De Oostenrykschen logen nu af, en weldra volgden hen de Engel-

sehen, die zich wakker van hunnen pligl gekweten en omtrent honderd man verloren
lerni. i b &

li

a

1511 hadden. Vier hunner hoplieden werden, om hunne betoonde dapperheid, met de
ridderlijke waardigheid bekleed (1).

(1) Lettres de lovis XII, T. III. ρ. 86—89. Correspond. de max. et de marg. T. I. p. 426',
427, 430, 439, 446, 452, 475. T. II. p. 44, 45.
Correspond. de marg. d'Autriche, T. 1.
p. 332, 337, 343, 358, 361.
Boec der Ghescienissen, in dodt's Archief, D. III. bl. 3.
poNTts iiKüTEBUs, Rer. Austriac. Lib. VII, p. 159. rosxANCS, Hist. Gelr. Lih. XI. p. 644, 645.

ocr page 405

DES VADERLANDS. 405

' Terstond na het opbreken yan het beleg, vielen de bezettingen van J^enlo en 148^
Roermonde in Noord-Brahand, en legden eenige dorpen in de Meijerij van den
Bosch
in de asch. Uit Woudrichem trokken de Gelderschen over het ys naar Her- 1512
diksveld en slaken het met de vlekken Haastrecht en Aartsbergen in brand, hon-
derd tachtig van de rijkste landlieden uit die omstreken gevangen met zich voerende.
Zij bestormden
Heukelom, doch lieten er veel volks; en teisterden geweldig hel Xanrf
van jirkel. Uit vreerwraak togen twee- of drieduizend mannen, zoo krijgsknechten
als burgers "en landvolk uit de
Meijerij y bij hel dorp Hedel over de Maas in den
Bommelerwaard ^ bedreven er veel moedwils en lieten de dorpen cn Β assem in

de vlammen opgaan. Weldra werden zij door de Gelderschen, die zich by verrassing
van de sterkte
Tuil^ aan don regteroever der Waal tegenover Bommel^ meester ge-
maakt hadden, overvallen en ten eenenmale geslagen. Bijna achthonderd krijgsknech-
ten en vijfhonderd burgers en landlieden vielen in handen der overwinnaars, welke
hen onmenschelijk behandelden en velen in koelen bloede vermoordden. De tijding
dezer nederlaag baarde in
^s Hertogenhosch eene algemeene verslagenheid, en men
was, uithoofde van geldgebrek, niet bij magie den vijand krachligen tegenstand Ie
bieden. De Gelderschen vertoonden zich eerlang op nieuw en verbrandden het dorp
Rosmalen; ja, het was hun, blijkbaar door verstandhouding mot voorname ingezete-
nen , bijna gelukt, 'i
Hertogenbosch zelf te verrassen, indien niet te goeder* uur
eenige burgers in allerijl de onbewaakte poorten gesloten hadden. Terstond geraakte
alles in beweging, de noodklok werd geklept en de gewapende burgery vloog naar de
wallen. Ondertusschen hadden schrik en vrees velen derwijze bevangen, dat zy, ila
het verbergen hunner kostbaarheden, over de muren door de moerassen poogden te
ontvlugten. De Gelderschen moesten echter aftrekken, en slaken op hunnen lerug-
logt verscheidene dorpen in brand (1).

Ondertusschen was fVoudrichem weder in het bezit der Landvoogdes geraakt (2). 2 v.
Zy had onmiddellijk na het verlies dier stad,
floris van Egmond en herdrib: maand
Nassau gelast, er hel beleg voor te slaan. Door d'fen onwil der Hollanders, welke
naar vrede met
Gelre haakten, en bovenal der sleden Delft en Jlmsterdam, die
onbeschroomd buitengewone beden weigerden, was dit niet dan drie maanden later

slicnxekuorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 329. reigersberch , Chron. v. Zeel. D. II. bi. 378. Vßl,
Correspond. de hax. et de marg. T. I. p. 502.

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. ΧΧΧΠ. c. 40. ßoec der Ghescienissen, bl. 3. pontamjs,
liist. Gelr. Lib. XI. p. 646. slichtenhorst , Geld. Gesch. Ii. XI. hl. 330. τ. heürr, Beschr.
V. 's Hertogenh. D. I. LI. 421—424.

(2) Boec der Ghesciennissen, bl. 3.

ocr page 406

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—len uitvoer gebragt, ea der stad volslrektelijk alle toevoer, zoo Ie water als Ie' land
afgesneden geworden^ DU had eindelijk de Gelderschen, twaalfhonderd man sterk,
genoodzaakt in het geheim over de
Merwe, met achterlating hunner bagaadje , weg
te trekken (1). Hertog
karel , die zich in de orüstreken van ïVoerden ophield,
schijnt toen
Bodegraven bemagtigd en verbrand te hebben (2). Floris van Eg-
mond ^
zijn bitterste vyand en die geene wet kende dan die van zijn eigen wil, viel
in het vijandelijk grondgebied. Hij was vernieiel genoeg te verklaren, dat hij den
Keizer toebehoorde voor wien hij
Gelre äou bewaren, en de bevelen der Landvoog-
des of van KAttEL
van Oostenrijk, welke daarmede in strijd waren, niet wilde opvol-
gen
(3). Doch MA,R.GA.RETHA zelvo liäd bevolen, 's Vyands landen te vuur en te
zwaard te verwoesten zonder iets te sparen (4). Vermoedelijk was het om dien tyd ,
dat VAN ÉGMOND de Geldersche sloten , den
Rooden Toren, Persingen en Heumen
veroverde (5). Een voorgenomen aanslag ter ontzetting of vermeestering van Anholt,
een steedje bij Emmerik, toen een gedeelte van Gelre, werd denkelijk verijdeld (6).
De burgers van 'i
Hertog<inhoseh hernamen middelerwijl de sterkte Tuil cn belet-
ten daardoor de Gelderschen,
Bommel van leeftogt te voorzien (7).

Onvermogen aan den kant der Oóstenrijkschen, daar Brahand cn Holland weiger-
den langer de oorlogskosten te dragen, en de schijnbare genegenheid des Konings van

i

Frankrijk, om een verdrag tusschen haruaretha en Hertog kakel te bewerken,
gaven aanleiding tot eene za-ïienkomst der wederzijdsche gelasligden te
Vianen. Uit
8 -v. dö voorslagen der Landvoogdes blijkt duidelijk, dat de vrede haar geen ernst was; dat zij
zocht te winnen , en dat de Keizer geenszins bedoelde , zijne aanspraken op
Gelre af te slaan(8). Immers wilde men 1®. dal kakel van Gelre, onder verzekering
van merkelijke voördeelen , in dienst van
kakel van Oostenrijk zou treden. 2". dat hij
liet hertogdom
Gelre en het graafschap Zutphen alleen als stedehouder des Keizers
zou regeren. 3°. dat deze gewesten altijd voor eene bepaalde som door den Keizer

(1) Correspond. de mm. d'Aiitriche, T. Π. p. 1—4, 7, 13—16.

(2) Correspond. de haiig. d'Aiitriche, T. Π. p. 14, 15, 17. Oude Holl. Die. Kron. J)iv.
XKXII.
c. 40. PONTANUS, Hist. Gelr. Lib. XL p. 64G.

(3) Correspond. de μα,ιιο. d'Aiitriche, T. ΙΓ. p. 41.

(4) Correspond, de marq. d'Autriche , T. Π, p. 20.

(5) Oude Holl. Div. Kron. Div. ΧΧΧΠ. c. 40. pontanus , Rist. Gelr. Lib. XI. p. 646.

(6) Correspond. de ακχ. ei de harg. T. Π. p. 11.

('ƒ) Correspond. de marg, d'Jutriche, T. Π. p. 29. I

(8) Correspond, de max, et de marg. T. L p. 499, 504,

ocr page 407

DES VADERLANDS. ' 407

konden gelost wortlcD. 4°. dat de geschillen lusscJien hem en den Keizer aan het 1482—

1528

oordeel van zekeré scheidsregters zouden onderworpen worden , maar dat hij vooraf alle
steden, plaatsen en sterkten, welke hij sinds het sluiten van den Kamerijkichen vrede
hernomen had, moest teruggeven, ■— Teregt beschouvvde ïiertog
kauel , wiens zaken
volstrekt niet wanhopig stonden, deze onredelijke eu bespottelijke voorslagen, welke hij
in het juiste daglicht plaatste, als geenszins geschikt, om lot eenen goeden on duur-
zamen vrede te geraken. Hij verklaarde tevens, dat men reeds drie of vier jaren op
dergelijke wijze met hem gehandeld en dan uitgestrooid had , dat hij hoegenaamd
naar rede noch vrede wilde hooren; terwijl hij integendeel b&tuigde, altijd hiertoe
gereed Ie zijn, mits op eerlyko en billyko voorwaarden, krachtens welke hij zijne
wettige erfstaten gerust konde bezitten (1). Wat later werd lo
Luik, ten overslaan
van den Franschen gezant aan het Hof van Hertog
karel, weder over eenen vrede,
doch insgelijks vruchteloos, gehandeld (2),

In dien tusschentijd hadden de Gelderschen de Brabandsche sLeedjes Megen en O&ch
nevens het dorp Berchem ingenomen en verbrand. Voorts trokken zij bij het dorp
Kessel weder over do Maas, en rigtten geweldige verwoestingen aan in de Meijerij
van den Bosch.
Het gehucht Hintham, voor ^s Hertogenhosch gelegen, de dorpen
Schijndel, Lieshout, Stiphout qu Geldrop met de kerk, op wier toren vele ingeze-
tenen gevlugt waren, gingen in de vlammen op. Vandaar keerden zij
o\ev Νedericaart,
met buit beladen η·άΆν Boerman de terug (3). Zij maakten zich vervolgens door verraad
meester van
Stralen, en heslolen/Fac/itendonklo hG\egctea (4). Het slot^«Wi, door
de Oostenrijkschen hernomen, en waar
jan van Selshach bet bevel voerde, ging in-
gevolge een verdrag met Heer
jan van Wisch, over in handen van Hertog karel (5),
Maximiliaan , door de Rijksvorsten ondersteund, zond nu Hertog Hendrik van Bruns-
loijk,
een der dapperste veldheeren van dien tijd, en zijn broeder erik tegen de Gel-
derschen
(G). Zij vielen in haiOoerkwartier, vernielden er alles lo vuur en te zwaard
en hernamen
Stralen, hetwelk zij sterk bezetten. Ondertusschen legden do Gelder-
schen
Heeswijk en Dinter in de Meijerij en al de dorpen in het Land van Altena

(1) Lellres de lodis XII, T. III. ρ. 224—227.

(2) Lettres de Loms XII, T. III. ρ. 279.

(3) Î½. πΕϋβ.χ, Ilist. ν. 's Ilertogcnb. D, I. bl. 424, 425.

(4) Correspond. de marg. d'Autriche, T. II, p. 49.

(5) po.'itanxjs, Ilist. Geh·. Lib. XI. p. 646. vah hasselt, Geld. Ulaandw. bl. 143, alwnar het
verdrag gevonden wordt.

(0) Correspond. de max. et de harq. T. II. p. 24, 66, 382.

ocr page 408

ALGE Μ EEN Ε GESCiliEDENiS

408

ia de ascii (1). Nu ondernam de immer rustelooze Hertog Tau Gelre weder een aan-
slag
op Amsterdam. Elfhonderd man trokken van onder Utrecht derwaarts, doch
kwamen er eerst vier dagen later aan, staken de schepen, welke in de Oude Zijds
Waal lagen om te overwinteren, in brand, en keerden nog denzelfden dag terug (2).
Een gedeelte trok naar
de Bildt, en de overigen legerden zich in het Karthuizer-
klooster bij
Utrecht, maar werden er nog dien avond door den Heer jan van Was-
senaar,
aan het hoofd van vierhonderd, naar anderen achthonderd man, uitgedreven.
Doch den volgenden morgen overvielen zij hem met hunne makkers bij het vrouwen-
klooster te
Dalen. Hij werd geslagen, gevangen naar Hattem gevoerd en aldaar in
eene houten kooi opgesloten. Deze kooi, met ijzeren traliën voorzien, was zeven voet
lang en zoo hoog , dat er een man regtop in konde staan. Er was slechts ruimte in
voor een bed en stoel, en door een venstertje werd den gevangene spijs en drank
toegediend. Zij hing in het midden aan het gewelf van een steenen toren en werd
bij het middag- en avondeten neergelaten (3). Na het uitstaan van vele kwellingen
en beleedigingen, werd
van wassenaar twee jaren later met moeite voor twintigdui-
zend gulden ontslagen (4). Hij was Raad en Kamerheer van
karel van Oostenrijk ,
Ridder van het Gulden Vlies, en ontving ter belooning zijner diensten in vijftien-
honderd zeventien een jaargeld van zestienhonderd gulden (δ). Zes jaren later over-
leed hij aan zijne bekomen wonden bij de belegering van
Sloten in Friesland (6).

Graaf HENDRIK van Nassau maakte zich ondertusschen meester van het slot Amelrooi in
{{qu Bommelerwaard, en verbrandde eenige dorpen in den omixcV Roermonde (J).
De Geldorschen handelden op gelijke wijze in den Dordtschen Waard ^ vanwaar zij
met vele gevangenen en rijken buit terugkeerden (8). Doch het ontbrak hun zoo

1482—
1528

24 V.
Win-
term.
1512

(1) v. πεϋκη, Tlist, V. 's Ilertogenb. D. 1. hl. 425.

(2) Lettres de louis XII, T. IV, p. 12. Men vergelijke hierbij wage>aar , JJeschr. v. j4mst.
St. I. bl. 214. Zie voorts Oude Hall. Oiv. Kron. Div. XXXII. c. 4. n. v. erp , Jmiales,
p. 96. PONTASLS, Ilist. Gelr. Lib. XL p. 646.

(3) Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXIL c. 40. n. v. erp, Jnnaks, p. 96. Lettres de
louis XII, T. IV. p. 12. pomahüs , IJist. Gelr. Lib. XL p. 646, 694, 695. Zie hiervoor,
bl. 334 (1).

(4) Correspond. de max. et de marg. T. Π. p, 274.

(5) GACDARD, Rapport, p. 303.

(6) POKTANcs, Ilist. Gelr. Lib. XI p. 712.

(7) v. ueürn , Beschr. v. 's Hertogenb. D. L bl. 426. ''

(8) Boec der Ghesoienissen, bl. 14. Oude Hall. Die. Kron. Dir. XXXIL c. 41.

? 1

y f

Φ i
i;

ocr page 409

DES VADERLANDS. 409

wel als den Oostenrijkschen aan geld en manschap, om den krijg met kracht Toort te
zetten. Hertog
kauel hield in dien lijd te vergeefs bij den Koning van Frankrijk,
en de Landvoogdes bij den Keizer op onderstand aan. Maximiliaan verklaarde, dat
hij door den Italiaanschen oorlog geheel was uitgeput, doch op begeerte van
marga-
κετπα
in het sluiten van een verdrag met karel van Gelre bewilligde, mits er niet
in zijn naam over gehandeld wierd, maar door den Koning van
Frankrijk, wien hij
als het hoofd en den geheimen bewerker van den Gelderschen krijg beschouwde (1).
De onderhandelingen duurden maanden lang, terwijl intusschen Herlog
karel begre-
pen werd in een wapenstilstand tusschen den Keizer en de Koningen van
uirragon en
Engeland aan de eene zijde , en de Koningen van Frankrijk en Schotland aan de
andere (2). Eindelijk kwam eene vierjarige wapenschorsing tot stand, welke den
tienden van Oogstmaand zou ingaan en den Oostenrijkschen noch voordeelig, noch
eervol was (3).

De onderhandelingen over een huwelijk tusschen Hertog karel en anita van Kleef,
een paar jaren to voren aangevangen, werden om dozen lijd nog voortgezet. Maar
dewijl men lot bruidschat, deels in pand, deels als geschenk alles begeerde , wat do
Kleefschen in
Gelre bezaten, gelijk Goch, Lobith, de Büffel en het Rijkswald,
werd deze verbindtenis, welke de Keizer en de Landvoogdes daarenboven tegenwerk-
teu, verijdeld (4).

Karel van Gelre maakte er geen geweten van, het gesloten verdrag eerlang openlijk
te schenden.
Arnhem en een gedeelte van de Veluwe waren nog steeds in 's vijands
bezit en moesten, Avat het ook mögt kosten, door hem weder met
Gelre vereenigd
worden. Met behulp van eenige burgers geraakte hij op eenen vroegen morgen on- 21 ν
verwachts in de stad, en kreeg terstond zooveel toeloop, dat de Oostenrijkschen er ^®"'®·
uitgejaagd werden. Men plunderde hierop do huizen hunner aanhangers, van welken 1514
rang of slaat ook, en deelde geldelijke belooning aan degenen uit, welke den aanslag

(1) Lettres de locis XII, T. IV. p. 13, 35—37.

(2) Lettres de loüis XII, T. IV. p. 107, 113. Correspond. de max. et de marg. T. H. p. 146.
Correspond. de marc. d'Autriche, T. II. p. 70.

(3) Correspond. de max. et de maro. T. II. p. 177, 178. Correspond. de burg. d^Autriche,
T. II. p. 84—87. Boec der Ghescienissen, bl, 4. Oude Holl. Div.Kron. Div. XXXIli, c. 41.
poRTAKüs, Eist. Gelr. Lib. XI. p. 647. sucniERnoRST, Geld. Gcsch. IJ. XL M, 332.

(4) Lettres de Lotis XII, T. II. p. 158, 159. T. IV. p. 327, 328. Correspond. de jiix. et
de
fiarg. T. II. p. 1^6. tescuehhacuer, Annal. Cliviae, P. H. p. 323. sucdtekuorst , Geld.
Gesch.
Β. XI. bl. 332.

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 410

42G ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

bevorderd hadden (1). Spoedig boden de Groninger onlusten den Hertog op nieuw
cene gelegenheid aan, zijne oorlogzucht te bevredigen, den Keizer te krenken en zijn
eigen gezag uit te breiden. Hiermede liep het jaar tot zijn voordeel ten einde (2).
Doch met den aanvang van het volgende verloor hij door den dood van
lodewijk XII
eenen magtigen beschermer, maar vond eenen anderen in diens opvolger
frans I te-
rug, Do nieuwe Koning bewerkte eene wapenschorsing van vier maanden lusschen
kar'el· van Oostenrijk en karel van Gelre, binnen welken tijd hij de geschillen
der beide Vorsten zou vereffenen (3). De Hertog van
Gelre volgde hem met zesdui-
zend man naar
Italië^ en stelde het bewind over zijne staten in handen van ghristof-
FEL, Graaf ydJxMeiirs. Maar op een valsch gerucht, dat de Oostenrijkschen het bestand
geschonden hadden, verliet hij het Fransche leger en droeg het bevel over zijne ben-
den den Hertog van
Guise op. Doch te Lions de overwinning der Franschen bij
Marignan vernemende, trof hem de smart, dat hij hierin niet gedeeld had, zoo
diep, dat hy in eene zware ziekte viel. Zijn oorspronkelijk plan was geweest, den
Italiaanschen krijg geheel bij te wonen, en tot dat einde had hij vóór zijn vertrek
een wapenstilstand van eenige maanden met den Bisschop van
Utrecht, den Hertog
van
Kleef en den Graaf van Β ent hem gesloten, en zich met Graaf oswald van den
Berg
verzoend. Tusschen de Oostenrijkschen en de Gelderschen waren, zelfs na den
uitgang van het bestand, geene vijandelijkheden van aanbelang gepleegd; slechts had
groote pier met do Friezen, welke do Geldersche zijde hielden en Geldersche Friezen
genoemd worden, de
Zuiderzee onveilig gehouden (4),

Schijnbaar buiten voorkennis van Hertog karel , pleegden de Gelderschen in het
volgende jaar vyandelykheden tegen
Hollandy alwaar maatregelen tot krachtigeu
wederstand genomen werden. Het gelukte hun evenwel
Nieuwpoort bij Schoon-
hoven
to bemagtigen. Door Graaf Hendrik van Nassau gedrongen, moesten zij het
na eenigè dagen des nachts weder verlaten. Van do zeventien mannen, daarbinnen
gevangen genomen, werden in
den Haag tien met den strop en de overige met
het zwaard gestraft, dewijl zij het Geldersche krijgsvolk van levensmiddelen voor-
zien hadden. Ondertusschen was door het Hof van
Holland en den Graaf van Nas-
sau
, hoezeer Hertog karel verklaarde, dat de verovering van Nieuwpoort niet op

28 V.

Oo[jst·.
maand

1510

8 V.

Hcrlst-
maand.

ï '

(1) Correspond. de marg. d'Autriche, T. II. p. 92. Kron. v. Arnh. bl. 79. sucht,emiorst,
Geld. Gesch. Β. XI. bl. 332.

(2) Zie hierachter dc gcachiedeais van Frteslwnd en Groningen in dit tijdperk. |

(3) s. bekinga, Chron. d. Vr. Land. bl. 278. e. besltca , Hist. v. OostfriesL bl. 551.

(4) POjfXAKCS, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 657—661. slichteshorst , Geld. Gesch. ß. Xi.' bl.
338-342.

12 v.
Zomer·
mnand,
1515

I

ocr page 411

DES VADERLANDS. 411

zijn bevel geschied was, alom afgekondigd, dat hij het eersl den vrede verbroken J482«~
had; en allen onderdanen des Konings verboden, met hem in eenigen handel Ie
treden of hem eenige schatting te beloven, op verbeurte van Igf en goed. Alle
weerbare mannen, bijzonder ten platten lande, waren opgeroepen, zich op klok-
kenslag strijdvaardig te houden. Bovenal was men voor
Oudewater en Woerden
bezorgd, en beval, het geboomte ora deze sleden te kappen, opdat de vijand
er zich niet in zou nestelen (1). Het blijkt echter, dat de Hollanders het eerst' den
wapenstilstand geschonden hadden, want onder bevel van
Hendrik van Nassau, flo-
Ris van Egmond en andere voorname Edelen, waren in het begin van Oogstmaand,
naar men giste, duizend paarden en zesduizend voetknechten in
de Veluwe getrok-
ken, welke zij tot aan
Arnhem te vuur en te zwaard verwoestten (2). Het slot
Hulkestein, ook Al-te-na genoemd, dewyl Hertog karel het op de grenzen van
Rolland aan de Zuiderzee gebouwd had, om den vijand aan dien kant af te hou-
den , werd na menige bestorming door eene bende Oostenrijkschen, die uit
Friesland
getrokken was, veroverd en de bevelhebber werker spiegel met do bezetting gevan-
gen genomen. Het slot en de bijliggende schepen liet men in do lucht vliegen; doch 1517
naderhand werd deze sterkte wegens de gunstige ligging, steviger dan voorheen op-
gehaald, en onder het bevel van
maürits panhekoek gesteld (3).

Fraks "I, welke bij het bestand van vijftienhonderd vijftien tusschen karel van
Oostenrijk
en karel van Gelre, tot middelaar hunner onderlinge geschillen gekozen
was, had zich sedert dien tijd met deze netelige taak bezig gehouden, maar, om
geen der beide Vorsten te mishagen, zijne uitspraak opgeschort (4). Hij bewerkte
echter een nieuwen wapenstilstand voor zes weken, die tot het begin van Bloeimaand
moest duren, maar wederzijds kwalijk gehouden werd (5). In
Friesland althans
zette men de vijandelijkheden voort; doch niet vóór den uitgang van het besland ,
zond' Hertog
karel den Zwarten Hoop, dien hij in dienst genomen had en acht of
negenduizend man sterk was, derwaarts. Na het bemagtigen van
Dokkum^ slaken
deze woeste gasten uit
de Kuinder over naar Holland, Hier had men hunne komst

(1) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 46. Boec der Ghescienisscn, bl. 4. postakus ,
Hist. Gelr, Lib. XI. p. 668. slichtenuorst , Geld. Gesch. li. XI. bl, 345. wagenaah , D, iV.
bJ. 398, 399.

(2)-n. V, ERP, Annalcs, p. 98.

(3) Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXII. c. 45. bl. 434. postands, Jiist. Gelr. Lib. XL
p. 670. SLICUTEBHORST,
Geld. Gesch. Β, XL bl. 346.

(4) FoaxANXJs, JJist. Gelr, Lib. XL p. 672. sLiciiTENnoRST, Geld. Gesch. Ii. XL bL 347, 348.

(5) s. BEsiisGA , Chron. d. Vr. Land, bl 304, 305.

52 *

ocr page 412

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

'^froö" "voorzien en zeven vaandels voetvolk in West-Friesland gelegd. Een daarvan lag in

1528

25 v. Medemblik, waar de Gelderschen met ruim drieduizend man onder de oversten sel-
ni^nd GOLTSTEiüT hel eerst landden. Ondanks eenen dapperen tegenstand word de

1517 slad slormenderhand veroverd, geplunderd, uitgemoord en verbrand; doch het slot,
door JAN
van Buuren verdedigd, bleef behouden. Vandaar voorttrekkende slaken da
vijanden de dorpen
Opperdoes en Twisk in brand , welk onheil Midwoude voor hon-
derd vijftig gulden afkocht. Langs den
Zwaagdijk togen zg, Hoorn voorbij, roo-
vende en moordende door
Berkhout, Aoenliorn en Ursem, over den Huigendijk
naar Alkmaar ^ werwaarts de ingezertenen der naaste dorpen met hunne kostbaarste

axi v.

Zomer- goederen gevlugt waren. Ook deze slad viel hun in handen en werd acht dagen
" achtereen geplunderd. Zoo aanzienlijk was de roof, dat de inwoners, welke daaren-
boven op eeno zware brandschatting gesteld werden, verklaarden, hel geleden nadeel
in geene dertig jaren te kunnen herstellen. De vermaarde school, welke hier om
dien tijd bloeide, ging door deze ramp geheel Ie gronde. Middelerwijl was
flouis
van Egmond uit Hoorn met een deel krijgsvolk de Gelderschen gevolgd, en had,
ora hun den teruglogt te beletten, den
Huigendijk, tusschen de meren de Huigen-
toaard en de Schermer ^
doorgestoken en de opening met eene sterke wacht bezet.
De Gelderschen beducht, dat zij door de Hollanders zouden ingesloten Avorden, ver-
lieten, met de voornaamste burgers als gijzelaars,
Alhnaar ογ> den negenden dag en
slaken het aan verscheidene plaatsen in brand, welke nog in tijds door het volk des
Hoeren van
Egmond gebluscht word. Plunderende en verwoestende trokken zij door
do dorpen
Egmond en Beverwijk tot aan Sparendam, Het blokhuis, welk de
Amslerdammers hier opgeworpen doch slechts met vijf en zevenlig man bezet had-
den, bemagligden zij in den eerslen of tweeden aanval, verbrandden geheel
Sparendam, en togen toen voorbij Amsterdam, door de Amstellandsche veenen,
naar hot
Sticht. Bij Kuilenburg of Vianen geraakten zij over de Lek^ en ver-
meesterden slormenderhand, doch met verlies van ongeveer duizend man, het
stadje
Asperen aan de Linge. Uit wraak werd bijna de geheele bevolking, zonder
genade over de kling gejaagd. Ondertusschen had
hkhdrik van Nassau ^ Stadhouder
van
Holland, den vierden man uit alle sleden en dorpen ter heirvaart geroepen, en
Aveldra sneed hij den Gelderschen binnen
Asperen allen toevoer af. Door den nood

5 v.

Oogst- gedrongen togen zij eerlang met den buil deels naar Amersfoort, deels naar
maand. ^^ /^e/mre (1). Derwaarts volgde hen do Graaf van
Nassau met eeno\slerke
krijgsmagl, welke er éeno schrikkelijke verwoesting aanrigtte ; en eindelijk hel beleg
sloeg voor
Arnhem , waar zich Herlog karël bevond, die eerlang geheel ingesloten ,

(1) Oude Holt. üiv. Kron. Div. XXXII. c. 45. s. bekikga, Chron. d.Vr. Land. bl. 305—311.

Ά

ocr page 413

1482-

1528

DES VADERLANDS. 413

in den hagchelijkslen loesland geraakte. Middelerwijl \ielen de hurgers van 's Her-
togenbosch
in het overkwartier Tan Gelre en legden er een paar bloeijende dorpen
in de asch. Door tusschenkorasl des Koniogs van
Frankrijk, werd eene vredehan-
deling voorgeslagen, en
karel van Oostenrijk, welke naar Spanje verlangde,
toonde zich daartoe genegen. Eerst kwam eene wapenschorsing lol stand, en de Οοε-
tenrijkschen braken de belegering van
Arnhem op. Daarna werd te Utrecht ten
overstaan der Fransche gezanten, door de Oostenryksche en Geldersche gelastigden
een bestand voor zes maanden gesloten.
Karel van Gelre beloofde zijn regt op
Friesland, Groningen uitgezonderd, aan karel van Oostenrijk af te staan en
zyn krijgsvolk binnen
een half jaar of vroeger uil Friesland te voeren. Voor dien
afstand zou hij hondderdduizend kroonen genieten, vijf cn twintigduizend in gereed
geld, de overige op bepaalde tijden binnen de vyf eerstvolgende jaren , onder borgtogl
dor steden
Dordrecht, Amsterdam , Gorinchem cn s Hertogenhosch (1).

In weerwil dezer overeenkomst, verzekerde Hertog karel spoedig do Friezen, welke
er niet mede ingenomen waren , dat zij op zijne bescherming konden rekenen. En
ofschoon het bestand bij den uitgang, nog voor een geheel jaar verlengd werd, zette
GROOTE PIER Zijne roofloglen op de Zuiderzee tegen de Hollanders voort. Deze on-
versaagde man , te
Kinswerd niet ver van Harlingen geboren , stond aan het hoofd
der Friesche scheepsmagt, en had uit haat tegen de Ooslenryksche heerschappij, zich
aan de belangen der Gelderschen gewyd. Door stoutheid, wreedheid en geluk was
hij de schrik der omliggende volken geworden , en noemde zich den verwoester der
Denen, den wreker der Bremers, den aanhouder der Hamburgers, hel kruis der Hol-
landers , en voerde galg en rad in zijn wapen (2). Vóór hel sluiten van hel verdrag,

lö v.

Lente-
maaud

1518

Boec der Ghescicnissen, bl. 4. van tiiabok, Hist. v. Vriesl. St. 11. bl. 224—228, 230—234.
Aant. bl. 140.
poistus iiectehus, Eer. Austriac. Lib. "VII. ]). 175. pontanus, Hist. Gelr. Lib.
XI. p. 674 , 675.
slicnienuorst, Geld. Gesch. Ii. XI. bl. 348, 349. vewus, Chron. v. Hoorn^
bl. 1Ü3—199. BOOMKAMP, Gesch. ν. Alkmaar, bl. 56—58 , 65—67.

(1) Ï€. v. mv,' Annales, p. 99. v. tuabor, Hist. v. Vriesl. St. II. bl. 234, 235, 236.
PONTOS HEDTERüs,
Rev. Austr. Lib. VII. p. 175. s. benikca, Chron, d. Vr. Land. bl. 311—313.
goutdoeven, Chroti. V. Holland, bl. 576 , 577. pontanes, Hist, Gelr. Lib. XL p. 675 , 676.
sucntennorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 350. scuotancs, Fr. Hist. bl. 593. veliüs, Chron. v.
Hoorn,
bl. 203.

(2) In het opschrift van zeker kreupel versje, -waarin Lij de Hollanders bespot, noemt hij zich
belagchelijk [jenoeg: Ik
croote pier, Koning van Friesland, Hertog van Sneek, Graaf van Slo-
ten,
Vrijheer Aan Hindelopen, Kapitein-Generaal van de Zuidersee." winsemids, Chron, υ.

é Vriesl. B. XIV. bl. 451.

17 r.
Herfsl-
inaand
1517

ocr page 414

414 ALGEMEEJXE GE3GHIEDEI^1S

1482-

1528

had hij verscheiden Hollandsche koopvaardyschepen in de Zuiderzee genomen, en de
steden of dorpen van
fVest-Friesland in gedurige onrust gehouden. Eindelijk was
in
Holland vrye kaapvaart op de Friezen afgekondigd, en onder bevel van Antonie
van den Houte, Heer van Fht er en ^ wien men fäars gobel , Raad van Holland,
had toegevoegd, eene oorlogsvloot tegen hen uitgezonden. Zij waren hierdoor weldra
van de
Zuiderzee verdreven en eenige hunner schepen te Bunschoten verbrand ge-
worden, terwijl vele andere tot aan het verdrag in de Friesche havens bezet gehouden
werden (1). Maar nu moesten de Hollanders , op hoog bevel, sliplelijk het bestand nakomen
en moglen slechts verdedigenderwijze handelen tegen
givoote pier , die hunne schepen
op de
Zuiderzee wegnam en de bemanning, zoo ver zij niet uit vreemdelingen be-
stond , Avien voor groot losgeld het leven en de vrijheid geschonken- werd, zonder ge-
nade over boord wierp, hetgeen hij »voeten spoelen" noemde (2). Voor
Hoorn
verloren zij, na dapperen tegenstand, elf schepen en vijfhonderd man. Later viel
eene gcheele vloot uit de
Oostzee in handen van den gevröesden zeeschuimer. Maar
eene landing des nachts te
Hoorn mislukte. Reeds was do vijand in de stad gedron^
gen, toen de in alleryl gewapende burgers hem noodzaakten, zonder veel schade aan-
gerigt te hebben, terug te trekken. Bij den aflogt maakte hjj zich meester van een
Enkhuizer schip. Een nieuwe aanslag op
Medemhlik, eene maand daarna, was van
oven weinig gevolg. Do Friezen staken eenige huizen in brand, doch eer de ont-
stelde burgers bijeenkwamen, Λvaren zij weder vertrokken (3).

Ondortusschen had Hertog kakel zich met don Ridder οττο sguejs-k van Niddeg-
gen
en eenige andere Oostenrijkschgezinde Edelen verzoend, welke hem trouw zwoe-
ren, en in hunne verbeurdverklaarde goederen hersteld werden (4). Hem wordt, on-
danks zyne tegenbetuiging, te laste gelegd, dat hij om dien tijd de afgedankte benden
of zoogenaamde
Zwarten Hoop uit Friesland, welke stroopende en roovende door
bet
Boveti-Sticht naaf Gelre waren afgezakt, heimelijk in dienst nam, om bij het
einde van het bestand tegen de Oostenrijkschen gebezigd te worden; maar dat zij,
toen dit bestand voor een jaar was verlengd geworden, op zijn bestel zich, lot groo-
ten overlast der ingezetenen, in de omliggende gewesten verspreidden. De vereenigdo

(1) Oude Holl. Όίν. Krön. Div. ΧΧΧ.Π. c. 4δ. hl. 43G. velius, Chron. v. Hoorn, bl.
199—202.

(2) Zie Iiiervoür, 1j1. 297.

(3) GouTiiOEVEK, Chron. v. Holl. bl. 577, 578. wi!N-SE!«n.'s, Chron. v. Friesl. li. XIV. L·!. 452,
453.
ρολτλνϋδ, Hist. Gelr. Lib. XI. p. G80. slicutenhorst , Geld, Gesch. Β. XI. bl. 350, 353.
veliüs, Chron. v. Hoorn , bl. 204—207. , j

(4) romam's, Hi.-it. Gclr. Lib. XI. ρ 077. slicutemiokst , Gt/d. Gesch. Β. XI, hl. 3.>1.

14 V.

Ooi^st-
inaand
1518

28 v.
Herfst-
maand.

ocr page 415

DES VADERLANDS. 2079

magt der Bisschoppen van Keulen ^ Munster en Yan Utrecht ^ der Hèrtogeil vab
Gulik en Kleef en des Stadhouders van Holland had op Paaschdag deze vernielende
menigte aangetast, er eene groote slagting onder aangerigt en haar lot bij
Venlo nage-
jaagd. Hier was zij door het geschut van de wallen beschermd geworden, doch had
spoedig de wapenen van zich geworpen en de vlugt gekozen. De meeslen waren
door de verbitterde landzaten in
Brahand^ Zuid-Holland^ Utrecht en Overijssel
van kant gemaakt. Hertog karel had er eenigen, die zich vroeger in Friesland
aan verraad hadden schuldig gemaakt, met den strop gestraft; doch een gedeelte,
onder belofte van in drie maanden geene wapenen legen hem op te vallen, over de
Zuiderzee naar Friesland^ en van hier naar Denemarken, loen in oorlog met Zwe-
den,
laten vervoeren. Aldus werd de Zwarte Hoop, zoo lang do schrik der Neder-
landsche en naburige staten, verstrooid en ontbonden (1).

Om dien lijd sloot Hertog karel onder toestemming en door lusschenkomst des
Konings van
Frankrijk, met elizabeth , dochter van Hendrik: den Jonge, Hertog
van
Β runswij k-Lunenhurg, een huwelijk, Avaarbij deze Vorstin lot bruidsgave der-
tigduizend Rijnsche goudguldens, behalve do kleinooden, zilverwerk en kleederen,
ten bedrage van tienduizend goudgulden, werden toegelegd. Indien hare broeders
geene wettige afstammelingen nalieten, zouden hare kinderen de naaste tot de vader-
lijke landen zijn. Daartegen zou. zij jaarlijks vierduizend vijfhonderd gulden uit's lands
inkomsten genieten, en op alle plaatsen, waar zulks gebruikelijk was, als Hertogin
van
Gelre gehuldigd worden. Herlog karel zou bewerken, dat de Koning van
Frankrijk met de Hertogen van Lotharingen en Bourbon binnen het jaar na de
voltrekking des huwelijks verklaarden, haar en hare kinderen in voogdij en bescher-
ming Ie willen nemen. Krachtens dit huwelijk, zouden de Hertog van
Brunswijk-
Lunenburg
en zijne erfgenamen gehouden zijn , Hertog karel en zijne nakomelingen
hulp Ie verleenen tegen elk , die hen in hunne regten of landen wilde benadeelen,
en zulks /met alle magt te verhinderen. Hierop bezocht
karel zijne bruid; doch de
genoegens, welke hij met haar deelde, waren van korten duur. Het berigt van het
overlijden des Keizers
maximiliaaw , voerde hem onmiddellijk naar Frankrijk, om
FRANS I, welke den opengevallen rijkszetel voor zich begeerde, met zijnen raad te
ondersteunen. Nog hield hij zich op aan het Franscho Hof, loen de dag tot de hu- 15ly
welijksfeeslviering bepaald, verschenen was, en
elïzabeth mei hare moeder en een

(1) van tiiabor, Utsl. V. Friesl. St. 11. bl. 239—242. e. be^inga, Hist. v. Oost-Fries!, hl.
668. GOüTnoEVEjï,
Chrou, v. Hall. bl. 579. rosros mEüTEitüs, Rer. Justr. Lib. "Vil. p. 177.
postasus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 678. sucht erhörst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 351. schotakcs,
Fr. Hist. Ii. XVIII. bl. 596. Vgl. hiervoor, bl. 332.

ocr page 416

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

luisterrijk govolg zich te Ziitphen bevond, waar men haar, begeleid door een aanlal
Geldorsche Edelen, deftig ontvangen had. Hertog
ka.rel kNvam drie dagen daarna
aan, en de trouwplegtigheid, op welke afgevaardigden uit al de Geldersche steden
genoodigd waren, werd met veel praal gevierd. Inzonderheid muntten de gezanten
der
s\.ïx.{\. Groningen boven do overige uit in kleederpracht, grooten staat en in rijkdom
raa geschenken, welke uit vier zware, vergulde, fraai bewerkte zilveren vazen, vier
van do schoonste paarden en even zooveel vetgemeste ossen van ongemeene grootte be-
stonden (1). Do Hertog bevestigde dan ook kort daarna, overeenkomstig hun verzoek,
op den landdag to
Arnhem, de stad Groningen in hare oude voorregten, welke hij
met eenige nieuwe vermeerderde. Hem Λverd op denzelfden lijd door de Geldersche
steden zekere schattingen en belastingen ingewilligd, waartegen hij moest beloven,
ieder bij zijne land-, leen-, stad- en dijkregten te handhaven; geene vreemdelingen
met ambten of sloten to begiftigen, noch uitgegeven ambten en renten Λveder in te
trekken; de zoodanige, Avelke voor hooger dan zes ten honderd verpand waren,
moest hij lot gelijkmatigheid brengen; de onderdanen lot geene buitenlandsche heir-
vaarten of krygstogten noodzaken, maar hen ook niet van de binnenlandsciie onl-
heffen (2). Do onlangs ingehuldigde Hertogin
ei.izabetii bekrachtigde insgelijks door
een handvest do aloude voorregten van
Nijmegen (3). ïot verzekering van hel han-
delsverkeer sloot Hertog
kakel met den Bisschop van Utrecht eene overeenkomst.
Een weinig te voren iiad liij den Heer van
Keppel, na het opleggen eener gehl-
boele, weder in genade aangenomen (4).

MiddeJerwijl waren in het begin van Lentemaand te Utrecht ten overstaan van den
Fransclien gezant
de la guyche , onderhandelingen over eene verlenging van het be-
stand lusschen do Oostenrijksche en Geklersche zaakgelastigden geopend (5). Kort to
voren had de Landvoogdes aan Graaf
Hendrik van Nassau bevel gegeven, voor de
veiligheid
ikcv Zuiderzee en der Hollandsche kusten te zorgen, dewijl de Gelderschen

23 V.

Sprok-
kclni.

; \

(1) Correspond. do marg, d^ Aiitriche ^ T. II. p. 147. v. thabor , Ilist. v. VriesL St. 11. bi.
243.
Kron, v. Artihevi, bl. 79, 80. s. benihga , Chron. d. Vr. Land. bl. 319, 320. pontus
jiedteiius,
lier. Justr. Lib. VIII. p. 185, 186. pontanus, Jiist. Gelr. Lib. XI. p. 680, 681.
«ucuxENiionsT,
Geld. Gesch. L. XI. bl. 352, 353.

(2) slicotesuorst, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 354.

(3) Chron. V. Nijmegen, bl. 113.

(4) PONTAHüs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 683. sLicnTEnnoRST, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 355.

(5) Correspond. de marg. d'Jutriche, T. II. p. 153—157. Het is opmerkelijk, dat het/ie-
pertoritim der Placaten van Holland, bl. 6, aangehaald bij wagenaar,|D. IV. bl. 420, stellig
zegt, dat het bestand op den 24 van Sprokkelmaand voor een of twee jaar verlengd werd.

li482—
1528
10
v.
Sprok-
kelin.

1519

ocr page 417

DES VADERLANDS. 417

hunne zeerooverijen voortzetten, ofschoon groote pier zich daaraan onttrokken had (1). 1482—
Terstond waren de Staten van
Holland bijeengeroepen en middelen tot bescherming
beraamd, die echter zeer langzaam uitgevoerd werden (2). Slechts zekere
breden-
BAcn , een zeeschuimer in dienst van Oostenrijk, hield de Gelderschen op de Zui-
derzee
in toom en beiemmerde hunne scheepvaart. Doch eens op do Geldersche oi'
Friesche kust strandende , werd hij gevat en te
Sloten met den strop gestraft. Zijne
medgezellen kwamen er te naauwernood met het leven af (3).

Hertog KAREL weigerde ondertusschen in eene verlenging van het bestand voor zes
maanden te treden, hoezeer de Koning van
Frankrijk er, allhans schijnbaar, op
aandrong, zoo lang men hem de grietenycn in
Friesland door de Ooslcnrykschen
bezet, niet weder ingeruimd had. Hij dreigde het slot
Ameroxjen of Amerzoden
met een beleg en had eene genoegzame krijgsmagt bijeen, om Holland^ hetwelk
er geheel van ontbloot was, schrik in te boezemen. De Landvoogdes ontbood der-
halve do Heeren van
Wassenaar en Roggendorp met een gedeelte liunner strijd-
krachten uit
Friesland} maar men behoefde aldaar veeleer zelf ondersteuning, dewijl
Geldersche benden-derwaarts in aantogt waren (4). Door den Heer van
Wassenaar ^
^vien het Hof van Holland den Raadsheer Mr, frahs cobel had toegevoegd, werd
echter te
Amsterdam^ in Waterland en elders bootsvolk geworven, om de schepen,
waaraan men geen gebrek had, te bemannen; doch het blijkt niet, dat er iels van
belaag mede uitgerigt is (5).
Van wassenaar zelfs nam zijn ontslag, dewijl de Heer
Tan Roggendorp tegelijk met hem lot bevelhebber was aangesteld (6). Het bestand Grasni
werd om dien tijd voor eene maand verlengd; maar toen deze voorbij was, weigerde

(1) Correspond. de maeg. d'Autrichc, T. II. p. 152. gouthoeven, Chron. r. IloU, iil. 583.

(2) wagenaak, D. IV. bl. 420, 421. Vgl. Corresp. de iiarg. d'Autr. T. II. p. 159.

(3) PONTANüs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 683. snonTErinousT, Geld, Gesch. Β, XL bl. 355.

(4) Corresp. de marg. d'Autr. T. II. p. 158—185. 187, 190—197. 200—203. 211.

(5) Corresp. de marg. d'Autr. T. II. p. 172,182, 201, 210, 225. wagekaau . Ώ. iV. bl. 420, 421.

(6) Correspond. de maug. d'Autr. T. II. p. 215. Met echt Hollandsche rondheid verkiaarde
vam wassenaau aan de Landvoogdes, dat hij zich terugtrok: »peur que Monsr, de rocendoup èt
ysy (est ici) quar il me samble que ung fera ossy bycn sette serge (charge) que deus et que s'èt
plus Ie profyt du roy d'y lesser ung que deux , quar Monsr.
de rogehdorf et moy ossy se sent
double despans (depenccs), et sous Totre correxsion, Madame, 1'un de noüs exj)lotroyt. byen setie
aöerre et vous supplye, Madame, tros bumblement sy de demen (demain) ou apprèe vous plet
(plait) servyr de moy que il vous plèse me donner serge seul." Even rondborstig schrijven
ook
HENDRIK vttu Nassüu, riORis vati Egmoiid tu andere Grooten aan KKWkmTnL· van Oostenrijk.
Zie bijv. Corresp. de maiig. d'Autr. T. I. p. 96 en de aant. aldaar van den uKgcver,

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 418

ALGEMEEPiE GES Gli I Ε D Ε Pi 1 S

1482— Hertog karel in verdere onderhandeliDgen te treden , zoo lang men zijn wensch
belrekkeJjjk de Friesche grietenijen niet ingewilligd had. Ongetwijfeld door den
Koning van
Frankrijk ondersteund, maakte hij zich tot den oorlog gereed en
nam zevenduizend man te voet en vijftien honderd te paard in dienst. Z,elfs
in
Holland en Brahand poogde hg in het geheim en onder belofte van eene
maand soldy voeruit, volk to werven. De Oostenrijkschen konden hem geene
geëvenredigde magt tegenstellen en
Bolland lag, als het ware, voor hem open.
Hij had echter op dit oogenblik zijne strijdkrachten tot oen ander doel bestemd en
wel, naar men meent, om in vereeniging met de benden des Bisschops van
Mun-
ster
, des Landgraafs van Eesten en der Hertogen van Mecklenhurg, Saksen en
Brandenburg, naar Frankfort op te rukken, om de verkiezing van karel van
Oostenrijk
tot Keizer te verhinderen. Z«eker is, dat de Gelderschen en Lunenburgers
met Hertog
erik van Brunswijk, welke zich voor het Huis Oostenrijk verklaard
had, handgemeen geweest zyn en niet tot voordeel van
erik , te wiens behoeve de
Bisschop van
Utrecht de hulp der Landvoogdes inriep. De Gelderschen trokken eer-
1519 lang weder over den
Rijn terug en men geloofde, dat zij het nu op Utrecht gemunt
hadden (1). Zij logen echter Aveldra, na een vergeefschen aanslag op
Emmerik (2),
andermaal over den Rijn en legerden zich bij fVezel, waar de Kleefschen hun
wenschten slag te leveren, en do Aartsbisschop van
Keulen , de Hertog van Gulik
en do Graaf van der Mark met hunne benden zich begeven hadden (3). Het gevolg
biervan is ons evenmin gebleken, als de uitslag van het vertoog des Hertogs van
Gelre aan de Keurvorsten vóór de Keizerskeuze te Frankfort gezonden, waarin hij
zijn gedrag ten opzigte van den nu overleden
maximiliaan verontschuldigde en be-
tuigde , dat hij alleen uit hoogen nood zijne toevlugt lot den Koning van
Frankrijk
genomen had en niet om zijne erflanden aan dien Vorst op te dragen, zoo als
MAxiMiLiAAN , om hem bij de Keurvorsten verdacht te maken , dikwerf had uitgestrooid.
Thans daar de Keizer overleden was, bood hij hun op nieuw zyne diensten aan,
hen nederig verzoekende , bij het aanstaande Opperhoofd des Rijks te bewerken, dat
hij onder de Rijksvorsten geteld en met zijne vorstendommen beleend wierde, waar-
voor hij hen en het Rijk altijd ten hoogste verpligt zoude zijn" (4).

Indien het bestand tusschen de Oostenrijkschen en Gelderschen middelerwijl weder i&
verlengd geworden, werd het aan de zijde dezer laalsten op nieuw geschonden. lm-

(1) Carrespondance do marg. d'Autr. T. II. p. 21G, 221, 222, 223, 225—227, 230.

(2) pontanus, Ilist. Gelr. Lib. XI. p. 685. teschenmacuer, Annales Cliviae, P. II. p. 528»
Correspondance de^uki^G. d'Autr, T. II. p. 231.

(4)· poktanbs, Jlisi. Gelr. Lib, XL p. 684. slichtenhorst , Geld. Gesch. Β. XL bl. 355.

3 T.

Jlooim.

ocr page 419

DES VADERLAINDS.

419

mers Terrasten , plunderden en Terbrandden zij om dien lijd de stad Nieuwpoort in 1482—

Holland, Men jaagde hen achterna en maakte eenigen, onder T^elke Edelen van ~

^ lo^ü

aanzien waren, gevangen , en strafte hen als verraders (1). Hertog kakel was thans
te zeer in de zaken van het
Β oven-Sticht gewikkeld, om zich vooreerst verder
met de Hollanders te moeijen (2). Ook vernieuwde Keizer
karel het bestand
met do Gelderschen. De Hertog verzocht hierop vrijgeleide voor zijne gezanten 1521
op den Rijksdag te
Worms. Hun hoofdlast wast den Keizer to verzoeken,
)) dat voortaan allo onregt en geweld lot nu toe builen billijkheid en reden zoo
dikwerf tegen hunnen meester gepleegd, een einde mögt nemen, en de Hertog
met zijne erflanden beleend en onder de Rijksvorsten opgenomen worden." Men mag
betwijfelen , of deze wenschen een gunstig gehoor gevonden hebben. Hertog
karel
althans ondersteunde in het geheim robert van der Mark, broeder des Bisschops
van
Luik f in den kryg legen den Keizer (3). Trouwens hij verzuimde nimmer, om
zoo veel mogelijk uit eiken oorlog in welken de Oostenrijkers waren gewikkeld,
voordeel te trekken. Dit jaar ondernam hij wel niets tegen
Holland, maar bespiedde
zelf vermomd do meeste grensvestingen van dat gewest (4). Dit was te meer ge-
waagd , dewijl men daar openlyk had afgekondigd, dat elk op zijne hoede moest zijn
en zich tot tegenweer gereed houden alzoo » Heer
karel van Gelre*"^ Zwol inge-
nomen had (δ).
Enkhuizen, en ongetwijfeld menig andere West-Friesche stad,
werd van eene talrijke bezelling voorzien (6).

De vrees, welke men toen voor eene landing der Gelderschen in deze streken
koesterde , werd in den volgenden Zomer verwezenlijkt. Terwijl het krijgsvolk uit
Noord-IIolland lot onderstand van Bisschop filips van Bourgondië naar Overijssel
was gezonden (7) , kwamen de Geldersche Friezen met twintig schepen onder bevel 1522 '
van
groote weerd , een neef van groote pier , aan Texel en persten het eiland
eene brandschatting van tien duizend Filipsgulden af. Vandaar Iroklücn zij naar
Wleringen^ verbrandden er zestig huizen en vorderden drieduizend vijfhonderd der-

(1) GouxnoEVEN, Chvon. V. Holl bi. 583.

(2) Zie hiervoor, bl. 333—338. gobthoeven, Chron. r. Holl. bl. 584, 585. pomanus,
IlisL Gelr. Lib. XI. p. 686, 680—699, 703—705, 710—715.

(3) PONTAKUS, Jlist. Gelr. Lib. XI. p. 690 ^ 691.

(4) VEMüs, Chron, V. Hoorn. bl. 217.

(5) Rcpert. d. Plak. v. Holl. bl. 8, aangehaald door wagewaak , D. IV. bl. 438.

(6) BRANDT , Hist. V. Enklu bl. 63.

(7) Zie biervoor bl. 336.

53*

ocr page 420

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— gelijke guldens. Kort daarop lasllen zij eene geheele τΙοοΙ koopvaardijschepen uil de
Oostzee, ofschoon onder geleide van eenige oorlogsvaartuigen, sloulmoedig aan en
hragten na een scherp gevecht tien er van te Makkmn op (1). Welligt door den
goeden uitslag dezer loglen aangespoord, trachtte Hertog
karel zijne scheepsniagl
steeds meer en meer uit te breiden. Hy stelde
kornelis de veer , een Zeeuw, lol
oppervlootroogd aan en verkreeg van Koning
fra.ws de vergunning, dal zijne sche-
pen, zoo dikwerf de nood he^t vorderde, de Fransche havens moglen binnenloopen
en steeds van 's Konings ambtenaren langs de kusten de noodige hulp zouden er-
Jangen. Deze
kornelis de veer , welke inzonderheid de Embder schepen bemoeije-
lijkte, werd twee jaren later door Graaf
edzard van Oost-Friesland op zee onder-
schept en als zeeschuimer met zeven zijner medgezellen, ofschoon hij een groot losgeld
aanbood, te
Enibden geregt. De hoofden werden lot afschrik van anderen, aan
den oever der
Eems op hooge slaken ten toon gesteld (2).

Hoewel het geluk de Gelderschen in Friesland^ waar zij met de Ooslenrijkschen
om het oppergezag streden, niet begunstigde en de onlusten met
Overijssel voort-
duurden , leden
Holland en het Sticht veel van hunne strooperijen , niettegenstaande
Sbtioi ADRiAA-Ti VI den Hertog lot vrede met den Bisschop van
Utrecht vermaand

1522 had (3). Zij drongen ruim zevenhonderd man slcrk tot Leiden door. Wassenaar ^
^ Voorsoholen en andere dorpen werden geplunderd of op brandschatting gesteld.

Herfst- Zelfs den Haag bleef niet verschoond. Toen vielen zij in den Dordtschen Waard,

1523 insgelijks alom roovende en brandende, en keerden genoegzaam ongehinderd met
vele gijzelaars in
Gelre terug (4). De sleden aan de Zuiderzee hadden de noodige
zorg gedragen , om de vaart en de kusten tegen den vijand te beveiligen. De Gel-
derschen waagden het dan ook niet iels ter zee tegen de Ooslenrykschen te onder-

1524 wemen, ofschoon zij in het begin des volgenden jaars een aanzienlijk getal oorlogs-
vaartuigen lot dat doel op
de Eem ter beschikking hadden (5). Hunne strooploglen
le lande konde men echter niet overal beletten. Zij Irokken den vijfden van Bloei-
maand bij
Vianen over de Lek en versloegen een hoop krijgsvolk le Ameide. Ver-

(1) vELi«s, Chron. v. Hoorn. bi. 219, 220. pontamus, Hist, Gelr. Lib. XI. p. 701, 702.
si
-icHTERnoRST, Geld. Gesch. Β. XI. hl. 366, 367.

(2) pohtanus, Hist. Gelr. Lib. XI. p, 704, 713, 714.

(3) PONTANUS, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 706.

(4) goutnoeven, Chvon. V. Holl bl. 587. pontanus, Hist. Gelr. Lib, XI. p. 711. Boec der
Ghescienissen
, bl. 5.

(5) vEiius, Chron. v. Hoorn, bl. 221 , 222.

ocr page 421

DES VADERLANDS. 421

nielend voorllrekkende , verbrandden zij Nieuicpoort en zouden het geheele Land van 1482—
Arkel verwoest hebben, indien niet de vrees voor floris van Egniond, welke Ie
Gorinchetn van alle kanten volk bijeen riep, hen tol den aflegt genoopt had (1).
Nu vielen zij in
Brahand en stelden de geheele Meijerij ouder brandschatting.
Hun aanslag op 'j·
Hertogenhosch zelf mislukte; maar het dorp Orten ^ een half uur
van daar, werd in brand gesloken, waarna zij met den buit huiswaarts keerden. De
verbitterde Bosschenaars namen eene geweldige wraak. Niet alleen bezetten zij
de
Maas
met gewapende schepen, maar rukten eerlang in den Bommelerwaard^ er
alles te vuur en te zwaard verwoestende. Schoorvoetend bewilligden zij in het be-
stand , hetwelk weder lusschen Keizer
karel V en kakel , Hertog van Gelre en
Gulik , Graaf van Zutphen en Heer van Groningen ^ zoo als hy in hel verdrag ge- ^ ^
liteld wordt, voor den tijd van een jaar te
Heusden gesloten werd , om middelerwijl Zomer-
over eenen vasten vrede te onderhandelen (2). Men kon zich echter niet op do trouw 1524
van eenen Vorst verlaten , welke dikwerf zijn woord had geschonden en wiens
haat legen het huis van
Oostenrijk zoo algemeen bekend was, dat de Deticn , toen
zij GHRisTiAAN II, 'sKcizers schoonbroeder, verdreven hadden, hem deswege zoo
wel als om zyne dapperheid , de kroon zouden aangeboden hebben , indien
frederik
van Holstein geweigerd had den schepter aan Ie nemen (3). De Hollanders gaven
ook naauwkeurig acht op al de bewegingen der Gelderschen en hielden zich steeds
gereed , hun op den eersten wenk het hoofd te kunnen bieden (4). Te meer
waren deze voorzorgen noodig, daar de benden, welke
karel van Gelre by de
verkiezing eens opvolgers van Bisschop
filips van Bourgondië in het Neder-Stichi
gezonden had, steeds langs de Hollandsche grenzen rondzwierven (5). En 'sliertogs
vriendschapsverbond met Koning
frederik van Denemarken, terwijl de gevlugle
CHRiSTiAAN II zich in do
]Sederlanden ophield , zal in Holland en Zeeland geen
gunstig gevoelen voor den Gelderschen Vorst verwekt hebben (6).

Onderlusschen heerschten onrust en onmin in Gelre zelf. Kasper van Mericijk ,

(1) Boec der Ghescienissen, bi. 6-

(2) GocTiioEVEif, C/irou. V. Holt, bl. 588. rorsTAKCs, Jlist. Geh. JLib. XI. p. 714. slicdten-
noRST, Geld. Gesch. Β. XI. bl. 375, 376. ν. ueübh , Besch, ν, 's IJeriogenb, D. ί. bl. 437,438.

(3) POKTANCS, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 708. sLiciiTENnonsT, Geld. Gesch, B. XI. bl. 371.

(4) vELics, Chron. v. Iloorn. bl. 223.

(5) PONTAKüs, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 715. sucniEKnoRST, Geld. Gesch. B. XI. bl. 377.
Hiervoor bl. 340.

(6) PONTANUS, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 718. Vgl. hiervoor, bl. 304.

ocr page 422

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

11482— een Geldersch Edelman en zeer gezien bij den Hertog, had vóór ruim Iwee jaren een
^^^^ schrifteJijk verzoek bij den Raad van
Nijmegen tegen de Schepenen Hendrik, vijgh ,
joost
van Randwijk ensweder van Salland ingediend. Hierna had vak randwijk
op zijne beurt hem van hoog verraad beschuldigd. Hertog karel , welke geene gelegen-
heid liet voorbijgaan, om zoo mogelijk zijn gezag uit te breiden, verzocht toen de
stedelijke overheid, dat de zaak der beide beschuldigden voor hem mögt bepleit wor-
den , en zond reeds zoo aan
van randwijk als aan van herwijk vrijgeleide. De re-
gering van
Nijmegen wees zulks als eeno inbreuk op hare regten en vrijheden van de
hand en deed zelfs uitspraak, dat geen van beide elkander in eer en goeden naam
verkort hadden. De Hertog konde dit niet verkroppen. Niet alleen had hij
van
randwijk
van zijne bediening onder hem ontzet, waarover deze zich op de hertoge-
lijke ambtlieden in den omtrek wreekte , maar thans gelastte hij den Burggraaf van
Nijmegen joaghim vcjgii , op zijn eed , zoo als toen gebruikelijk was, geene Sche-
penen uit naam van don Vorst aan to stellen of te bevestigen. Hy verbood tevens

den Regler der stad bij Schepenen zitting te nemen of hun de behulpzame hand

«

^ te leenefi, dewijl hij nu niet gezind was overheidspersonen aan te stellen, of
Lomv- hun hot gebruik hunner keuren te veroorloven, wegens het plegen van weder-
™525^ regtelijke daden, waardoor hij oordeelde, dat zij hunne voorregten verbeurd hadden.
Dit doelde op een twist, welke tusschen
Nijmegen en Fenlo ontstaan was , waarin
men, zonder ontzag voor 's Vorsten achtbaarheid of den ouderlingen band van broe-
derschap, wederzijds elkanders goederen met geweld aanhield en de een den ander
menig nadeel toebragt. Na eenige maanden werd het geschil op last van den Hertog
en zijn raad , aan wie do beide steden do zaak gesteld hadden, door den Graaf
van
Meurs
en een paar andere scheidsmannen ten nadeele van Fenlo vereffend (1).
Spoedig ontstond op nieuw twist tusschen den Hertog en
Nijmegen, naar het schijnt
weder over de verkiezing van Schepenen.
Karel trachtte vergeefs de stad aan zich
te onderwerpen; hij sloot den vrede en bevestigde al hare voorregten en oude
herkonisten (2).

Do nederlaag der Franschen bij Pavia en de gevangenneming van frans I hadden
inmiddels
karel van Gelre diep getroffen en hem ongetwijfeld genoopt, het bestand
met den Keizer voor nog een jaar te verlengen. Hij hield zich thans bezig met de
1526' regeling der binnenlandsche zaken en de handhaving zijns gezags, zoowel in
zijne erflanden als in het aan hem onderworpenen
Groningerland. Nijmegen,

(1) poutanus, Rist. Gelr. Lib. Xi. p. 707, 712, 719, 720. slicuteniioust , Geld. Gesch,
B. XI. bl. 370, 375, 379.

(2) Chron. υ. Nijmegen^ bl. 114, en dc aldaar aanfjcliaalde schrijvers.

ocr page 423

1482-

1528

DES VADERLANDS. 423

Zutphen, Doesburg en Fenlo smeekten liem vergiffenis voor al hetgeen zij uit
misverstand of onwetendheid legen zijne hoogheid misdaan hadden, en baden om de
slaking van den Burgemeester
arend slirdewater, belovende voorlaan getrouwe on-
derdanen en leenmannen te zijn. Weinig werd deze belofte nagekomen, waartoe
voorzeker 's Hertogs willekeurig en gestreng bestuur aanleiding gaf. In
Doesburg
verzette men zich eerlang op nieuw openlijk tegen zijn bewind en dreef het krijgsvolk
de poorten uit. Bij verrassing maakte hij zich weder meester van de slad en wierp
er ter beteugeling der inwoners een blokhuis op. Dergelijke sterkten werden ook in
andere steden ter bevestiging van zijn gezag opgerigt (1). Men meent, dat
karel
hierdoor tevens langzamerhand den grond wilde leggen, om den Koning van Frank-
rijk
bij lijd en wijle heer en erfgenaam zijner landen te maken (2). Zeker is, dat
hij ongaarne zijne stalen in het bezit van het huis van
Oostenrijk zag overgaan. Om
dit te voorkomen, trachtte hij eene huwelijksverbindlenis tusschen
frans van Lotha-
ringen j
den kleinzoon zijner zuster, en awna, dochter des Hertogs van Kleef, beide
nog onmondig, te bewerken. Op hen en hunne kinderen, bepaalde hij, zouden zijne
vorstendommen komen, ingeval hij zonder weltig nakroost overleed. Van dit hu-
welijk echter is niets geworden (3). Ondertusschen keerden de omstandigheden zich
te zijner gunste door het verbond der Koningen van
Frankrijk en Engeland tegen
den Keizer, waardoor eene vroegere overeenkomst tusschen
frans I en karel V, ten
nadeele van hem gesloten, van zelf verviel (4). Hy vatte nu weder de wapenen op en
mengde zich in do Stichtsche zaken
(5), Ook Braband bleef niet verschoond. De
Gelderschen bragten verscheidene geladen schepen, die uit
Holland kwamen en te
V
Hertogenhosch te huis behoorden, op en namen vele Brabandsche kooplieden,
welke van de Frankforter mis terugkeerden , gevangen.
Antwerpen en Hertogen-'
hosch
bragten eerlang eene bende volk bijeen, welke in Gelre stroopte en lot aan
Zutphen brandschatting uitschreef. De ^Ιΐίά βommel trachtte met de beide steden een
bestand te sluiten, doch ontving ten antwoord, » dat zij eerst hare vestingwerken en
wallen moest slechten en dan over een bestand onderhandelen," Om voorts de slroo-
perijen der Gelderschen aan dien kant te beteugelen, werd een groot blokhuis te

(1) po?ita>-cs, Hist. Geh-, Lib. XI. p. 722 , 726—730. slichterhoust , Geld. Gcsch. B, XL
p. 381—385, 389. Â»

(2) SLiCDTENHOßST, Geld. Gesch. Ii. Χί. bl. 390.

(3) postasüs, Hist. Geh·. Lib. XL p. 730. slichterhoest , Geld. Gesch. B. XI. bl. 386.

(4) Zie hiervoor bl. 305.

(5) Zie hiervoor bl. 348—356.

1527

2 v.
Sprok-
kelm.

23 V.
Grasm.

1528

ocr page 424

42G ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

Lith op den Kam opgerigt, en eene magt van drieduizend voetknechten en drie-
honderd ruiters onder bevelen des Graven van
Buren gesteld. Maar een genoeg-
zaam gelijk getal Gelderschen viel onder
hendkik van fVisch uit het Over-Kwar-
tier
in de Meijerij van den Bosch. Bij de dorpen Ilesze en Leende geraakten zij
mei den Heer van
Batenburg ^ welke bij afwezigheid des Graven van Buren het
opperbevel voerde, handgemeen en werden met verlies van negenhonderd man en
verscheidene kr^gswagens terug geslagen. Door de Brabanders nagejaagd, verdronken
er velen bg het overtrekken van
de Maas} men meent, dat in het geheel tweedui-
zend van hen op dezen togt zijn omgekomen (1), Om dien tijd sloot
Holland,, niet
zonder veel moeite , een verbond voor drie maanden met
Antwerpen en 'j Hertogen-
bosch
tegen Gelre, hetwelk naderhand nog met twee maanden verlengd werd (2).

Onderlusschon zette Hertog karel den krijg in het Sticht tegen den Bisschop en
de Oostenrijkschen met nadruk voort. Om den Kerkvoogd, die zich met eene kleine
inagt
in Wijk bij Buurstede ophield, te verschalken, vermaande hij hem door eenen
ge waanden keizerlijken bode , » zijn volk bij tweeduizend aanrukkende Ooslenrijkschc
knechten te voegen, om vereenigd in de
Opper-Betuwe te vallen; hel teeken hunner
komst zou eene opgaande vlam zijn." Zooclra dit gegeven was, zond do Bisschop zijne
manschappen over den
Byn, die op de aangewezen plaats komende, door de Gel-
derschen overrompeld en, slechts weinige uitgezonderd die zich door de vlugt
redden, neergesabeld werden (3). Middelerwyl hadden de Oostenrijkschen onder
floris van Egmond het stadje Battem belegerd, waar herman van hall, een man
van bekende dapperheid, het bevel voerde. Meer dan tien uren achtereen waren de
muren uit vijftig groote vuurmonden beschoten , toen de vyanden er binnendrongen ,
doch herhaalde raaien teruggedreven werden. Eene tweede, veel hevigere bestorming,
in welke
ernst schenk, do zoon des Stadhouders van Friesland, bij hel bekhmmen
der muren sneuvelde, dwong de bezetting in onderhandeling te treden. Zij moest
zonder wapenen de stad verlaten , welke den Oostenrijkschen , onverkort het leven en
de goederen der burgers, werd ingeruimd. Het nabijgelegen
Elburg, waarop de
vijand het nu gemunt had, wendde zich om hulp en raad tol den Hertog, die geeu
volk kunnende ontberen, de burgerij vermaande op de best mogelijke voorwaarden zich
over te geven, hetgeen geschiedde. Nu spoedde zich
floris van Egmond naar Har-
derwijk.
Na een vreesselijk kanonvuur van zonsopgang lot des anderendaags morgens
len acht ure, boden de belegerden aan, zich op dezelfde voorwaarden qIs Hatiem te

13 V.
Zomer-
maan fl.

28 V.
Zomer-
maaniJ.

(1) v. irEüRM, ßeschr. ν. 's Hertogenb. D. I. bl. 400—462.

(2) WAGESAAK, D. IV. bl. 489-491. Vgl. hiervoor bl. 307.

29 v.
JJloeim.

1528

(.3) PONTANXJS, Bist. Gelr. Lib, XI. p. 749. siicnTEKHORST, Geld. Gesch. ß. XI. LI. 402.

\ '

ocr page 425

DES VADERLANDS. 425

onderwerpen. Dit word afgewezen en de slorra op nieuw met zulk een geweld 1482—
hervat, dat de geteisterde stad, beroofd van alle hoop op ontzet en door gebrek aan

krijgs- en levensbehoeften tot het uiterste gebragt, zich op genade overgaf. Hel leven 2 v.

Jlooiiu.

en de bezittingen der burgers bleven ongemoeid, de bezetting loog uit als krijgsge- ]528
vangen, en slechts de ridmeester
sruiii vaw schüren werd met sommige Edelen
in hechtenis gehouden, om hen tegen eenige Ridders uit Ie wisselen (1). Het
verlies van
Utrecht^ Rhenen en Wageningen voor de Gelderschen, gaf inzonderheid
FLORis van Egmond de handen ruim om Tiel te belegeren (2). Hg was hiertoe
door
Antwerpen en V Ilertogenhoscli aangespoord, welke teregt begrepen, dal
wanneer
Tiel en Bommel in de magt der Oostenrijkschen waren, Brahand beter
tegen de strooploglen der Geldersclien gedekt zou zijn.
Van EaMOND, doch naar het
schijnt met tegenzin, en
joris schenk trokken met achttien- of twintigduizend, naar
anderen zes en dertigduizend man voor de stad , wier bezetting, over welke
gilles 17 v.
van riemsdijk, ambtman van Maas en Waal, joost van s>yeten, ambtman van de ^
Neder-Betuioe^ en govert sghenkbier het bevel voerden, onlangs nog met achlhon-
(ierd man was versterkt geworden. Hevig was de aanval , dapper do verdediging.
Driemaal werd de slorm met hernieuwde woede hervat, doch telkens met onverzwak-
len moed afgeslagen. Veel leden de belegeraars door do uitvallen der belegerden ,
maar nog meer door ziekte en ongemakken; en de geestelijke gestichten in en om
's Hertogenhosch waren opgevuld met zieken en gekwetsten. Tweedragt lusschen de
beide Oostenrijksche opperbevelhebbers en het verloopen der krijgsknechten, die niet
mogende rooven, voor
Tiel meer verteerden dan hun loon beliep, veroorzaakten
het opbreken van het beleg. Vijftienhonderd man waren gesneuveld, en bij den j() v.
aftogt kwamen er nog velen door het geschut van de wallen om het leven. De
Gelderschen vielen hierop in de
Meijer ij van den Bosch en legden Megen, Osch
en het dorp Nieuwland in de asch, doch werden daar door den Schout van
Hertogenbosch aan het hoofd van honderd ruiters teruggeslagen. Nu drongen de
overwinnaars in den
Bommelerwaard en vernielden hel huis Poederoijen, hetwelk
aan-
maarten van rossem behoorde, terwijl de benden van schenk de omstreken van
Zutphen verwoestten (3).

(1) poNTAMts, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 750, 751. sLicnxEnnoRST, Geld. Gesch. li. XI. bl.
403, 404. Vgl. de schrijvers aangehaald hiervoor, bl. 361.

(2) Zie hiervoor, bl. 361—363. Vgl. pontanus, Hist. Gelr. Lib. XI. p. 751—754. slichten-
HORST, Geld. Gesch. B. XL bl. 404—408.

{Ά) ßoec der Gkescienissen, bl. 7. u. v. erp, Annales, p. 1Ü8. portabcs, Bist. Gelr. *
J.ib. XL p. 754—756. sliciitekhoust , Geld. Gesch. ß. XL bl. 408. wagenaab, D. IV. bl. 497.
v. ueürn, Bist. v. 's Bertogenb. D. 1. bl. 462—464.

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 426

42G ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-

1528

Heizij liet eerste aanzoek tot vrede van den kant des Keizers, of van dien des Her-
togs van
Gelre geschied zij , zeker is, dat men dezen wederzijds wensehte en te Go-
rinchem
gesloten heeft (1). De voorwaarden kwamen hierop neder: Hertog kabel
moest allo verbindtenissen, inzonderheid met den Koning yim Frankrijk, tennadeele
des Keizers aangegaan verbreken, terwijl de Keizer zich ten opzigte van den Hertog
lot hetzelfde zou verpligten. De Hertog moest den Keizer met de wapenen te dienste
slaan; do Keizer zou echter den Gelderschen geene schatting opleggen. De Hertog
zou
Gelre en Zutphen voor zich en al zijne wettige mannelijke en vrouwelijke nako-
melingen van den Keizer, als Hertog van
Brahand en Graaf van Holland, in leen
houden, doch bij ontstentenis van wettige afstammelingen vervielen deze gewesten
aan den Keizer. Op gelijke voorwaarden werden ook
Groningen en de Omme-
landen^ Koeverden
en Drenthe den Keizer afgestaan , welke beloofde de voorregten,
vrgheden, oude gewoonten en herkomsten der ingezetenen te zullen handhaven. In-
dien de Hertog een opvolger naliet, mögt deze buiten toestemming des Keizers in
geen huwelijk treden; bij minderjarigheid zou de voogdij blijven aan dengenen,
welken de Hertog daartoe benoemd had of door de Staten des Lands werd aangesteld.
Jlattem, Harderwijk en Ε Iburg zouden nevens Montfoort in het Ooerkwartier
van Gelre den Hertog ingeruimd worden. Do Keizer zou den Hertog levenslang
jaarlijks zestienduizend gulden uitkeoren en tweehonderd en vijftig ruiters voor hem
onderhouden, van welke altijd vijftig tot 's Keizers dienst gereed moesten zyn;
ook bedong do Keizer in
Gelre vrij te mogen werven. De Hertog zou nog dertig-
duizend gulden van den Keizer ontvangen; wederzyds zouden alle krijgsgevangenen
zonder losgeld ontslagen, allen welke om den krijg uitgeweken of gebannen waren
in hunne goederen hersteld, en alle brandschattingen of dergelijke oorlogslasten van
onwaarde verklaard worden; handel en verkeer der beiderzijdsche onderdanen zouden
vrij en onbelemmerd zijn; en opkomende geschillen lusschen den Keizer en den
Hertog in der minne door scheidslieden beslist worden. Na het beëedigen en beze-
gelen van dit verdrag, in hetwelk ook de verwanten en bondgenooten der beide Vor-
sten en des Bisschops van
Utrecht begrepen waren, zou do Keizer, onverminderd
zijno regten en aanspraken, zich onthouden van het voeren der titels en wapenen van
Gelre en Ziitphen (2), De inhoud dezer overeenkomst werd zeer geheim gehouden.
Toen de Ooslenrijksche en Geldersche vredesgevolmagligden het verbond geteekend en

(1) Zie hiervoor, bl. 36(5.

(2) De Peys ie Gorcum in dodt's Archief voor Kerkl. en IFereldl. Gesch. ν. Vir. J). Ι-
St. II. bl. 31—40. Vgl. PONTANUS, Eist, Gelr, Lib. XI. p. 757 , 758. siicnxERBORST,
Gesch. B. XI. bl. 409, en de schrijvers hiervoor, bl. 366 (,3) aangehaald.

3 y.

Wijn-
maand

J528

ocr page 427

DES VADERLANDS, ' r 427

de bekrachtigiDg hunner meesters daarvan beloofd hadden, zond Hertog earel zyne 1482—
zaakgelastigden te
Gorinchem met maarten van rossem naar Mechelen, waar zg
door de Landvoogdes, welke den Keizer vertegenwoordigde, deftig werden onlvangen
en in naam huns Vorsten het vredesverdrag bezwoeren. De bewuste drie Veluwsche
sleden werden den Hertog in handen gesteld, en 's Keizers afgezant
lourens dublioul
kwam te Arnhem^ om hem den eed af te nemen, waardoor de zaak haar volle beslag
ontving (1). De vrede werd nu in de groote sleden van
Gelre openlijk afgekondigd
en met plegtige omgangen gevierd (2), Alles scheen zich thans tol rust te schikken.
Hertog KAREL was afgestreden en moest geduldig, hoewel met leede oogen aanschou-
wen, dat eerlang het wereldlijk
gezag van het Sticht aan den Keizer overging (3).
In diens
bezit was reeds Friesland geraakt, hetwelk in deze lijden meer dan eenig
ander Nederlandsch gewest ter prooi gestrekt had aan inwendige verdeeldheden en
builenlandsche aanvallen.

Friesland. Groningen. Immers de vrede, welken de landen tusschen de Zuiderzee
en den Dollart op het einde van het vorig tijdperk genoten, werd te spoedig
door hernieuwde onlusten en vijandelijkheden verbroken (4). Do Edelen vatten
weder het eerst do wapenen tegen elkander op.
Eke en botte heslinga te Ter- 6 τ.
zool in Rauwerderhem veroverden en plunderden hel huis van wopko wïgara en maand
zijn zoon οττο, welke zij op het slot van
ids tjallinga te Ferioert voerden en van
hen honderd goudguldens tot losgeld eischlen.
Hessel jomgema. Heerschap 'mSneeker
VijfgO", bragt om hen te bevrijden de landlieden uit den omtrek bijeen, overwel- 2 τ.
digde Heshngahuis te Poppingawier en nam botte heslinga gevangen. Do i^g^j
Leeuwarders, welke ip het geheim de
heslinga's ondersteunden, wier aanhangers
ook elders het onderspit delfden, bewerkten eene verzoening onder bepaling, dat
de gevangenen tegen elkander uitgewisseld en de toegebragto nadeelen onderling
door goede mannen zouden vereffend worden (5). Ook sloten zy een verbond met 21
de kloosters
Klaar kamp, Mari'êngaarde en Haska, belovende deze ^cgen
alle geweld voor den tijd van tien jaren te beschermen (6). Zij zelve evenwel

(1) HORTEifsits, Rer. JJltraj. Lib. VII. p. 172, 180. poutaküs, Hist. Gelr. Lib. XI, p. 760,
761. sLicnTENHORST,
Geld. Gesch. Β. XI. bl. 410.

(2) Kron, V. Arnhem, bl. 90. Chron. v. Nijmegen, bl. 117.

(3) Zie hiervoor, bl. 364, 366.

(4) Zie hiervoor, bl. 246.

(5) occo scAULENsis, bl. 239. BBBO EiBMïcs, Rer. Fris. Eist. Lib. XXIX. p. 442. wiureEwiiis,
Chron. v. Vriesl B. X. bl 303. scnoxAsus, Fr. Hist. B. XI. bl, 369.

(6) Charterb. ν. Vriesl. D, I. bl. 717, 718.

54

ocr page 428

J482-

1528

428 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

geraakten in twist met wilke kisgia , welke eene dienstmaagd, die van kindermoord
beschuldigd ter strafplaats gevoerd werd, hunnen geregtsdienaars had ontweldigd, en
verwoestten zijn huis te
Stiens, Ringia vestigde zich toen op de sterke Juwsmastins
te
Rinsumageest en voerde van daar uit openbaren krijg tegen de Leeuwarders, die
niet bij magte hem door de wapenen te bedwingen, tot list hunne toevlugt namen.
Door omkooping en verraad van den poortwachter
lieuwe rommertsma van Dokkwm,
overrompelden zij ringia en zonden hem gevangen naar Leeuwarden. Men voorzag
de stins van eene bezetting, die veel moedwil pleegde tegen
syds botnia , welke
niet ver vandaar op Tjaardahuis woonde, doch eerlang de sterkte vermeesterde en
met den grond gelijk maakte (1).

De Leeuwarders, welke met Sneek, Bolsward en andere plaatsen in goede ver-
standhouding leefden, sloten ook een verbond voor twintig jaren met sicco
sjaau-
DEMA en do stad Franekor. Deze verbindtenissen der sleden bragten veel toe tot be-
teugeling der woelzieke Edelen. Zoo gelastten onder anderen
Leeuwarden, Sneek en
Bolsward zekeren orck abbezoon, om de stins van ruurd roorda. , Avelke hij had
ingenomen, terug te geven en zich van geweldenarijen te onthouden (2). Zij konden
echter geenszins altijd het plegen van openbare vijandelijkheden voorkomen en niet
verhinderen, dat het huis van
douwe hiddema te Pingjum door seerp lteu\ves beyjia
op last van sicco sjaardema, hoofd der Schieringers, belegerd werd. Gedurende dit
beleg verbrandde
beyisia de stins van epe aylva , een voornaaam Vetkooper te JVit-
marsum,
en roofde in de omstreken. Ondertusschen trokken juw jowgema , ige
galama
met zijne broeders en andere Vetkoopers met veel volk uit Bolsicard, om
Hiddemastins te ontzetten. Spoedig werden zij met
beyma handgemeen, Avelke den
slag verloor en met achterlating van vele gesneuvelden en gevangenen, zich te naau-
wernood door do vlugt redde (3).

Om dien tijd was agge, abt te Hemelufn en van het klooster te Stavoren, met
(ie gebroeders
ige , douwe en nartsiaw galabia in twist geraakt over eenige lande-
rijen en inkomsten, welke
ige aan het Schieringergezinde klooster Hemelum ontno-
men en sinds jaren bezeten had.
Agge , wien zij te maglig waren, maakte gebruik
v;m zijn geestelijk gezag en deed het geheele geslacht der
galama's in den ban. Ige,

(1) occo scABLENsis, bl. 239, 240. UBBO EMiBiüs, Rsr. FHs. Uist. Lib. XXIX. p. 443. wik-
skmiüs, Chron. v. Friesl. B. X, bl. 303, 304. schotanus, Fr. Hist. li. XI. bl. 370. Charterh.
V. Friesl. Ό. l.
bl. 720.

(2) Chartorb. ν. Friesl. D. I. bl. 720, 724,

(3) occo scARLENsis, bl. 240. UBBO EMMiüs, Rev. Fris. Eist. Lib. XXIX. p. 443. ΛνικβΚΜίϋ«,
Chron. V. Friesl li. X. bl. 304. scnoxAifUS, Fr. Hist. B. XI. bl. 370.

J484

24 v.
Lente-
maand,

10 v.
Win-
term.
1485

ocr page 429

1482-

1528

DES VADERLANDS. 2093

deswege verbitterd, sloeg met jüw jokgema en eenig krijgSTolk , hem door den Stad-
houder van
Holland jan van Egmond gezonden, het beleg voor de Spijker, eene
sterkte of slot bij het klooster te Hemelum, vroeger door dè monniken ter verdedi-
ging tegen de
galama's en overige Vetkoopers opgerigt. De abt zocht en vond hulp
bij
pieter harinxma te Sneek, welke bewerkte, dat sicco sjaakdema en andere
Schieringer Heerschappen in
Westergo een grooten hoop gewapenden naar He-
melum
optrokken; doch vóór zij er kwamen, had de bevelhebber hetjwe popkes
ROORDA, geen ontzet verwachtende, de Spijker overgegeven, waarop de bondgenoo-
ten, vertoornd over deze voorbarige daad, terugkeerden.
Ige caïama nam alles mede
wat hij vond, slechtte
de Spijker, betaalde het vreemde krijgsvolk en dankte het af.
Kort daarna bezette hij eene stins te
Bakhuizen in Gaastcrland en voerde vandaar
uit oorlog tegen den abt
aggb en mikke hilles of hillema , Heerschap te Har ich,
PiETER HARiKXMA en EPE TiETES 3IETTI3SGA mct de Sneekejs en het landvolk van
ffijmbritseradeel beproefden over het ijs een aanslag tegen deze sterkte , hetgeen door
de dapperheid der bezetting mislukte. Een of twee Schieringers verloren hierbij hel
leven , en
epe tietes hettikga kwam om te Hommerts in een huis dat door eigen
vuur in brand geraakt was. Na hun aftogl legde
ige galama het dorp Wijckel ge-
deeltelijk in de asch , rigtte alom groote verwoestingen aan en maakte het den abt
zoo benaauwd , dat deze niet wist werwaarts zich te keeren of te wenden (1).

Vruchteloos derhalve hadden de sleden Leeuwarden, Sneek, JSolsward, Franeker
en Sloten, w elke middelerwyl in een verbond van onderlinge bescherming gelreden
waren,
ige galama tot vrede vermaand en getracht de geschillen lusschen hem, den
abt
agge en minse hilles te vereffenen (2). Tol dit zelfde doel vrerd daarna een
landdag te
Bolsward gehouden (3), Hier verschenen de abt agge als aanklager en
ige galasia mct zijne broeders als gedaagden. De galama's verklaarden zich pleglig
legen den ban over hen uitgesproken en dreigden, zich daarover op den Bisschop
van
Utrecht, den Aartsbisschop van Keulen of den Paus zeiven te beroepen.
Wat het innemen en vernielen van
de Spijker betrof, dit zouden zij volgaarne Ier
beslissing van
Leeuwarden, Bolsward tVi twee Friescho Geestelyken overlaten. Maar
dewijl deze sleden hen openlijk ondersteunden, en het geschil over de landerijen en
inkomsten onaangeroerd bleef, verliet
agge do vergadering en verwisselde het mag-

22 V.

Sprok'

keim..

1487

(1) Î½. tiiabor, liist. V. Vriesl. St. 1. bl. 38—41. occo scaüleksis, bl. 241, 242. cbbo ebiiros,
Rer, Fris. Hist. Lib. XXIX. p. 444. wiksemiüs, Chron. v, Vriesl. B. X. bl. 305. schotakids
Fr.
Mist. B. XL bl. 370.

(2) Charterb. ν, FriesL D. I. bl. 732—738.

(3) Charterb. ν, Vriesl D. I. bl. 739.

30 v.
Slagtm.
148ß

21 v.
Win-
term.

ocr page 430

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—telooze geestelyk zwaard τοογ het wereldlijke. Met minne hilles ontbood hij drie-
^^^^ honderd knechten uit
Gelre, om gewapenderhand te herkrijgen, wat hem geweld-
dadig ontnomen was. Zoodra zy gekomen waren, viel
ige galama met de Bolswar-
ders
HiLLïs en de zijnen aan en joeg hen op de vlugt, waarbij eenigen sneuvelden
en anderen in de kerk van het Johannilerklooster naby
Sneek eene schuilplaats
zochten. Doch zij vielen in handen van
ige toen deze de kerk in brand had ge-
stoken , welke met hare heilige overblijfselen in asch verkeerde. Maar bij den aftogt
tastte AGGE met de Geldersche hulpbende, eenige Schieringers en de bijeengebragte
vlugtelingen,
galama zoo geweldig aan, dat hij in zyne stins te Bakhuizen moest
wyken. Daar de abt dit huis niet konde vermeesteren, trok hy af en legerde zich
le
Balk bij Wijokel ^ schrik en verderf in den omtrek verspreidende (1). '

Om galama te ondersteunen en de vreemde knechten uit Friesland te verdryven,
sloten de Leeuwarders met de Bolswarders een afzonderlijk verbond, nadat het onlangs
gemaakte verdrag tusschen de vier steden ten einde geloopen, of meer waarschijnlijk
door de Leeuwarders zelve, die thans meer hun eigen voordeel dan de handhaving der
inwendige rust beoogden, verbroken was. Hierdoor ontvlamde op nieuw en heviger dan
te voren het oude vuur der tweedragt, want do Schieringergezinde steden, Deelen en
Hoofdlingen van
W ester go sloten zich door eene overeenkomst nader aan elkander (2),
28 V Ho Leeuwarders zonden in de laatste helft van Hooimaand een groot aantal gewapen-

Zoiner- ÃŸolswardy welke zich met de burgers aldaar vereenigden en onder bevel van

maand

1487 juw jongema tot hulp van galama optrokken, welke hen met eene weluitgeruste
krijgsmagt te
Noordwolde wachtte. De bondgenooten rukten tegen den abt agge
op, die nog te Balk bij Wijckel gelegerd was, maar toen de vijand in hel gezigt
kwam door de Gelderschen werd verlaten, welke in
Sloten bij eienk harinxma
de wijk namen. Galama en jongema , die hen op den voet gevolgd Avaren en eenige
van de achtersten deels geveld, deels gevangen hadden, vielen terstond het stedeke
aan, hetwelk zich zoo dapper verweerde, dat zij afhouden en zich tot eene insluiting
buiten het bereik van hel geschut der belegerden moesten bepalen. Daar het echter
der bezettiög aan buskruid begon te ontbreken, zond
harisxma zyne echtgenoote,
eene zuster van
juw jokgema , met eenige anderen naar het vyandelijk leger, om
eene verzoening tusschen den abt en zgne bestrgders te bewerken, hetgeen na veel
onderhandelens gelukte onder beding, dat de Geldersche knechten terstond het .land

(1) v. THABOB, Eist, T. Vriest. St. I. bl. 41. occo scarlejisis , bl. 242. ubeo emmics, lier.
Fris. Eist,
Lib. XXIX. p. 444. "winsemibs, Chron„ v. Friesl, B. X. hl. 305. schotamus, Fr.
Eist.
B. XI. bl. 371.

(2) Charlerb. v. Friesl. D. I. bl. 740—742.

ocr page 431

DES VADERLANDS. 431

zouden ontruimen en galama met de zijnen Tan Sloten wegtrekken. Minite hilles 1482—
was, naar het schynt, in dezen zoen niet begrepen, dewijl deSchieringerHoofdlingen
op zijne stins te
Harich worp jukkema Tan Boxum orerreedden, het zwaard tegen
IGE GALAMA op te
Talten, welke hem niet schuldig bleef en waardoor de huislie-
den in
Gaasterland den geheelen zomer en winter door geteisterd werden (1).

Ondertusscben trachtten de Leeuwarders, allengs magtiger maar ook teTens oTer-
moediger en heerschzuchtiger geworden, aan deze zijde der
Lauwer* de rol der
Groningers aan gene zijde te verTulIen , en hun gezag OTer de naastliggende landen
uit te strekken. Onder de wetten en bepalingen, welke bet stedelijk bestuur tot
nadeel en bezwaar van velen uitvaardigde, behoorde onder andoren, dat in de
stad en grietenij
Leeiiwarderade^l geen ander bier mögt verkocht of gedronken
worden, dan hetwelk in
Leeuwarden gebrouwen was. De Edelen en landlieden, over
welke de stad niets te gebieden had, namen dit zeer euTel op, en zelfs eenige bur-
gers Terklaarden er zich legen; niettemin zocht men het op allerlei wijzen door te
drijven. Hierdoor geraakten op zekeren dag eenige boeren, dio in do stad Haar-
lemmer bier gebruikten, met de brouwers , welke dit beletten wilden, handgemeen.
De burgers, welke do brouwers te hulp kwamen, noodzaakten hen in het huis van
piETER GAMMiNGHA, een
Schieringer Hoofdling, do wijk te nemen , hetwelk onmid-
dellijk ingesloten werd, nadat de eigenaar had geweigerd de overtreders van het gebod
uit te leTeren. Het gedrag der Leeuwarders bragt de
Schieringer Heerschappen door
geheel
Oostergo en JVester go in beweging, dio OTeral waar zij invloed hadden het
landvolk bij klokkenslag te wapen riepen en op
Barrahuis, niet ver Tan ff^erdum^
zich met de Sneekers en Franekers Tcreenigden, om den volgenden dag Leeu-
warden
aan te Tallen. De Leeuwarders, die hun Tolk tot bijstand van calama
naar Bolsward gezonden en alzoo hunne eigene stad ontbloot hadden , besloten op
raad
Tan eenige Tredesgezinde mannen, twee edele Trouwen, frouk , weduwe Tan
kempo ukia, en doed , weduwe Tan παυε heringa , die bij de gemeente in groote
achting stonden, des morgens Troeg naar den Tgand af te Taardigen, om hem
Tan zijn Toornemen af te brengen. · Op haar dringend smeeken, dat men,
om alle kwaad en bloedstorting te voorkomen,
Leeuwarden niet zou aantasten,
maar veeleer alles wal men tegen elkander had , aan de beslissing van goede mannen
overlaten, zonden eindelijk de Heerschappen den Pastoor van
Goutum met deze
voorwaarden naar de stad. » De Leeuwarders zouden voortaan geen inbreuk maken

(1) v. xqaboe, Rist. V. VriesL St. L bl. 42—44 occo scarlersis, LI. 243, 244. obboëiuuus,
Her. Fris. Hi&L lAh, XXL\. p. 445. wirsemics, Chron, v. Vriesl. B. X. bJ. 305 , 306. isr,no.
TÄKus, Fr. Hist. B. XI. bl. 371.

ocr page 432

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—op de regten vaa anderen noch afwyken van het verbond vóór zes jaren met de Snee-
kers en Bolswarders aangegaan; elk vrij laten koopen en verkoopen waar en wat hij
wilde; met allen in vrede leven en verkeeren en ieder, naar ouder gewoonte, in
zijne eer, staat en vrijheden ongestoord laten." Wanneer men tegen den middag
deze bepalingen aannam en bezegeld terugzond, zou de stad ongemoeid blijven;
indien niet, dan zou men haar mei geweld tot billykheid noodzaken. In dezeu
hagchelgken toestand waren vele regeringsleden mei den Ouderman
pieter sybiiahds
piNGK geneigd aan dien eisch te voldoen. Maar het gemeen niet duldende, dat de
Westergoëers iets in
Oostergo koopen of verkoopen zouden, dreigde den dood aan
allen, die hieraan hunne toestemming gaven. Niets vermögt de raad van de verstan-
digsten uil de burgerij bij de roekelooze menigte , die elkander opwond en zich gereed
maakte, den vijand af te wachten. De Schieringers , welke op den bepaalden tijd geen
antwoord ontvingen, trokken met hunne geheelc slrijdmagt, die op bijna achtduizend
man begroot wordt, naar
Leeuwarden en tasten hel omtrenl drie uren dés namid -

O '

dags van do Oostzijde aan. De eerste aanval werd moedig afgeslagen, maar bij den
tweeden of derden slorm drongen do vyanden over de wallen naar binnen en maakten
zich meesler van de stad. Vele huizen werden geplunderd, en de aanzienlijkste bur-
gers deels naar
Sneek, deels naar de slinzen der Schicringer Edelen gevangen weg-
gevoerd. Do Ouderman
piä^ck , een wijs, schrander en voorziglig man , welke Leeu-
warden
vele jaren had bestuurd, was gesneuveld, of naar anderen, door zijne ontaarde
bloedverwanten, zoo niet door
epe aylva van/^iiwarjmm, vermoord. Worp jukkema
werd lot sledevoogd over, de deerlijk geteisterde stad aangesleld (1).

Terwijl de vijanden waren binnengedrongen, hadden vele burgers zich door de
vlugt bij IGE GALAMA te
Noordwolde gered. Zij zetten hem op .tegen de Sneekers,
die zij als de hoofdbewerkers van hun ongeluk beschouwden, en ondersteunden
hem in het wegrooven hunner schepen en goederen. In de noodlottige binnen-
iandsche twisten hadden
Leeuwarden en Bolsward zich doorgaans voor de Vel-
koopers,
Sneek en Franeker voor de Schieringers verklaard. Te gewilliger gaven
derhalve thans de Franekers en alle andere Schieringers in
Oostergo en fVester go
aan bokke harinxma en de Sneekers gehoor, om galama en de zgnen te helpen be~
slryden. Zij kwamen in groot getal te
Sneek byeen en trokken straks te zamen naar
Koudum, waar Galamahuis bemagtigd, tot den grond geslecht en de bezetting ge-
vangen genomen werd. Hierop belegerde men de sterke slins te
Noordwolde, Meer

(1) v. τπΑΒοη, Eist. ν. FriesL St. I. bl. 44. occo scaUleksis, bl, 245—247. ubbo emmius,
Her. Fris. Jiist. Lib. XXIX. p. 446-448. winsemiüs , Chron. v. rriesl. B. X. bl. 306, 307.
acHOTAKUS, Fr. Hist. B. XI. bl. 372.

ocr page 433

DES VADERLANDS. 433

dan veertien dagen was zij hevig beschoten en aan de eene zijde bijna geheel ver-
iiield , vóór de verdedigers by gemis van alle hoop op ontzet, zich behoudens lyf
en goed overgaven. Het gebouw werd onder den voet gehaald ,
ige's zoon οττο,
die er het bevel gevoerd had, op de stins van
epe tietes hettisga in do Bommerts maand
gebragt en zijn gevangen volk hier en daar verdeeld. Kort hierna vermeesterden en ^^^^
verwoestten de bondgenooten insgelyks de nabijhggende stinzen van
jarigiisma en
HANS PERKES, wiens zoon zij gevangen met zich voerden. Op den tcriigtogt ver-
sterkten zij het huis van
minne hilies te Rarich en stelden er wijbe jahichs jelkema
tot bevelhebber over aan. Ondertusschen was ige galama mot duizend knechten,
buitenlands door hem geworven, in
de Lemmer aangekomen, doch iiad hen op het
berigt van het verhes zijner stinzen en het aanrukken der Schieringers, terstond afge-
dankt en weggezonden (1). Evenwel zette hij den krijg tegen de Schieringers voort,
bragt hun door rooven en brandstichten groot nadeel toe, en legde des nachts hel26-~27
dorp
Balk met den molen bijna geheel in de asch (2).

Niettegenstaande dit jaar de Schieringers door den dood van pieteu uarinxma te'
Sneek en sikke sjaardema te Franeker, welke door bokke iianmxma en juw uot-
'i iNGA vervangen werden, twee dappere aanvoerders verloren hadden, bragten zij ech-
ter, naar hel schijnt, de Vetkoopers derwijze in de engle , dat de
galama's zich om
hulp])enden naar
Holland begaven. De Stadhouder jan van Egmond verschafte
(lezen zevenhonderd man, met welke zij over de
Zuiderzee naar Friesland terug-
keerden
(3). De Sneekers en de Schieringer huislieden in Oostergo en Westergo
hiervan onderrigt, legerden zich, vierduizend man sterk, langs hel strand tusschen '
TVorkum en Ilindeloopen, om hen het landen te beletten. Galama bleef op eeni-
gen afstand voor anker liggen, overtuigd dat deze menigte niet lang bijeen zou
blijven; en inderdaad, na vier dagen trokken de Schieringers uithoofde van den
oogst- en hooitijd huiswaarts, slechts
seerp lieuwes beijma met zijn volk in
ter bewaking achterlatende. Dien zelfden nacht stapten
douvve , hartman en οττο
galama, die onlangs uit de gevaagenis geslaakt was, bij Uindeloopen aan wal. Maar
bij het overtrekken van eene sloot of gracht, de
Palesloot genoemd, tastte beijma

(1) v. τπΛΒοη vermeldt deze vrij onwaarschijnlijke bijzonderheid niet, Avclke hij occo scauleksh,'
]>l. 248 gevonden -wordt en door emjiids, winsehujs en scnoiARUS opgenomen is,

(2) v. τιιλποβ , Hist. V. Friesl. St. I. bl. 45—47. occo scarleksis, hl, 247, 248. ubbo Esmitjs,
lier. Fris. Hist. Lib. XXIX. p. 447, 448. ΛνιΐίδΕΜίυβ, Chron. v. Friesl, B. X. bl. 307. scno-
TAscs, Fr. üist. B. XI. bl. 373.

(3) e. beninga verhaalt, dat jan van Egmond zelf zich met hen inschee])te, Hist. v. Oosi-
Friesl.
B. II. bl. 352. De Hollandsche en Friesche kronijken maken hiervan geen gewag.

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 434

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

met de Workuramers en Hindeloopers hen onyerwachts aan, versloeg tweehonderd en
vijftig man en nam bij de vijftig gevangen, waarop de overigen in de schepen en naar
. Holland vlugtten (1).

Do nederlaag der Velkoopers herstelde in geenen deelo den hinnenlandschen vrede.
Dikwerf geraakten partijen handgemeen, en in een dezer gevechten werd
gabbe
jaarlAl door do knechten van syds botnia bij het huis van hessel humalda te £Je
in Bongeradeel doodgeslagen. De Schieringer Hoofdlingen zelfs kwelden hunne
eigen aanhangers.
Bokke iiarinxma, Heerschap te Sneeky een man van groot
gezag en aanzien niet slechts in geheel /F"
ester go maar ook te Leeuwarden,
gelastte ποιτε boekes fondens op de huislieden van Gaaster land ^ hoewel
Schieringergezind, te rooven, FojNDEiiS liep met eenige ruiters het gewest
uf, nam weg Avat hem voorkwam en sleepte do gegoedste ingezetenen naar
Sneek, waar zij op losgeld gesteld werden en darinxma den buit met hem
deelde. Hierdoor vervreemdden zij aller gemoederen van zich; en toen later het ge-
luk BOKKE tegenliep, werd hij verlaten door allen, die hem te voren ontzagen en on-
derdanignvaren. Inmiddels kwamen op raad van eenige vredelievende mannen, afge-
vaardigden uit do sleden van
Oostergo en Westergo te Leeuwarden ^ om zoo
mogelijk, aan do geweldenarijen en ongeregeldheden perken te stellen. Men besloot
eenparig, om in vrede en eendragt met elkander te leven, het regt naar eisch te
handhaven, do vreemde knechlen uit het land te verdrijven, en de vrijheden en
voorreglen te beschermen. De ingekankerde partijwoede echter maakte spoedig dit
verbond krachteloos, en do vlam der tweedragt barstte eerlang met onverminderde
hevigheid weder uit (2).

In Groningen en de Ommelanden daarentegen heerschto eene gewenschte rusl,
bovenal sinds in veerlienlionderd vier en tachtig eene bevrediging tusschen den Rid-
der JOHAN RENGERS^ wclke do belangen der Friezen zoo aan deze als gene zijde der
Laiiwars aan het keizerlijk Hof behandeld had, en do stad Groningen, wier mis-
noegen hij in geene geringe mate daardoor had opgewekt, was tot stand gebragt (3).

(1) Î½. TiiABou, Eist. p. FriesL St. I. bl. 47. occo scarlensis , bi. 248. e. bekikga, Hist. v.
Oost-Friesl.
bl. 352. tBBo eudiids, Rer. Fris. Eist. Lib. XXIK. p. 449. -wissemius , Chron. v.
Vriesl.
B. X. bl. 307. scnoiAHts, Fr. Eist. li. XI. bl. 373. .

(2) v. tiiabor, Eist. V. Vriesl. bl. 48. occa scarlensis , bl, 249. e, benixga, Hist. v. Oost-
Friesl.
bl. 352. wiksemiüs, Chron. v. Vriesl B. X. bl. 308. schotanus, Fr. iZ/si.B. XI. bl. 374.

(3) liet Charierb. v, Vriesl, D. I. bl. 720. heeft een brief van rengers opgenomen, in welken
liij den Oostergoörs en Westergoërs een merkwaardig verslag geeft van zijne verriglingen ab ge-
zant bij den Keizer ter bekrachtiging hunner voorregten.

J482-
1528
15
v.
HooiiTi
1488

13 v.
Ooffst-
inaand.

u.

ocr page 435

DES VADERLANDS. ' 435

De KerkToogden en Hoofdlingen der Ommelanden kt^'amen met do Groningers
een, om zonder ^vederzijdsclie toestemming, zich met geene andere Heeren, landen
of steden te verbinden, en geen oorlog Ie beginnen of krijgsvolk aan te nemen (1).
In
Groningen zelf werden vele bepalingen gemaakt tpt handhaving der rust, veilig-
heid en goede tucht. Der stad werd, zeker tegen voldoening eener aanzienlijke som,
het lang begeerde regt, zoowel gouden als zilveren munt te slaan door Keizer
frederik vcrlecud; en uajo addikga van Westerwolde bewilligde in de verpanding
der geregtigheid in
ffesterivolde, haar door den Bisschop van er toegestaan (2).

Niet minder belangrijk was' voor de Groningers het vernieuwen en uilbreiden van het
verbond met
Smallingerland in veertienhonderd vier of vijf en veertig aangegaan (3).
Hierdoor verkregen zij nu aldaar de jaarlijksche verkiezing van den Grietman en der
reglers, benevens de aanstelling van eenen Groninger tot voogd of drost over een
versterkt slot, hetwelk zou gebouwd worden zoodra de nood het vorderde. Men
beloofde elkander hulp legen wederspannigen en allo zoo binnen- als buitenlandsche
vijanden (4). Dit verbond was te gewenschler voor de Groningers, dewijl zij om
dezen tijd met de Hoofdlingen van
Jeve^'land, Kniphuizen en esens in Jlarlinger-
land,
welke inzonderheid op de Hollandsche schepen kaapten, in moeijelijkheden
geraakt waren. Zij hadden namelijk zulk een gewapend roofschip, hetwelk op do
wadden van
Groningen een rijk geladen Hollandschen koopvaarder genomen had,
bemagtigd en de bemanning, ondanks allo voorspraak, het hoofd voor do voeten
gelegd. De verbiUerde Hoofdlingen belemmerden nu geweldig do vaart der Gronin-
gers naar do
Wezer en Elhe, bragten vele bodems op en spaarden evenmin do sche-
pen van al de naburige zeesleden inzonderheid van do Bremers, tegen welke
eseks eene
oude wrok koesterde. Om aan deze rooverijen paal en perk te stellen, slolen do
gevolmagtigden van
Bremen^ Hamburg, Luhek ^ Groningen en der omliggende
landschappen te
Bremen in veertienhonderd acht en tachtig een tienjarig verdrag
van onderlinge hulp en bescherming tegen de drie Hoofdlingen. De belecdiging een
der bondgenoolen aangedaan, zou als aan allen gepleegd beschouwd worden; en indien

(1) e. bemnga., Hi&t. V. Oost-Ftiesl. bl. 349 , 350. Dewijl gccu andere schrijver hiervan gewög
gemaakt, houdt westendorp deze overeenkomst voor bedenkelijk.
Jaarb. v. Gron. D. H. bl. 644.

(2) westendorp, Jaarb. v. Gron. D. Π. hl. 644, 645, 651, 653, 654.

(3) Zie hiervoor, bl. 201.

(4) Ã¼bbo emmics, lier. Fris. llisl. Lib. XXX.. p. 453. De Agro, p. 39. schotikus, Fr. HUt.
B. XI. bl. 376. Tegemc. Staat v. Stad en Lande, D. I. bl, 188. tvEsïEifDORp, Jaarb. v. Gron.
J). Π. bl. 652.

ocr page 436

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482-— minnelijko tusschenspraak niet baatte , zou men zich met do wapenen zoo te land als
te water regt verschaffen. Deze overeenkomst boezemde den Hoofdlingen ontzag en
vrees in. Onmiddellijk trachllen zij in vredesonderhandeling te treden, maar hun af-
gezant te
Bremen gelukte het slechts eene wapenschorsing tot Paschen van het vol-
gende jaar te bewerken. Kort na het eindigen van het bestand en het sluiten van
een afzonderlijk eenjarig verbond lusschen de Groningers en de Oost-Friesche Heer-
schappen, kwamen do wederzijds benoemde scheidslieden in het klooster te Ter mimi m
bijeen , alwaar zij omtrent het midden van Herfstmaand eenen vasten vrede tot stand
bragten, door welken do vrije handel in deze streken hersteld werd. Do
houwerda's ,
welke in hun oud geschil met Groningen over het regtsgebied van Termunten door
ESENS en den Hoofdling van
Jever gesteund geworden waren, moesten nu tegen
eenige vergoeding in geld en landerijen, het bezit daarvan den Groningers overla-
ten (1). Het schijnt alsof om dezen tyd
Acht-Ker spelen, Groningen, Langewold,
Vredewold
en Humsterland een verbond voor twintig jaren met elkander gesloten
hebben (2).

Inmiddels hadden do gevlugto Velkoopers in Holland besloten, onder bevel van
IGE GALAMA eeno tweede landing in
Friesland te beproeven, en M'aren met nieuwe
1489 hulpbenden in zee gestoken. Der Schieringers waakzaamheid belette hen echter bij
Workiim te ontschepen, en onverrigter zake keerden zy terug (3). Do vrees, dat
zij ondanks dozen ongunstigen uitslag, hunne ondernemingen niet zouden staken,
hetgeen dozen of genen vreemden Vorst mögt aansporen, eeno kans op het verdeelde
Friesland to wagon, bewoog do aanzionlijksto Schieringers op eene vergade-
ring der Staten to
Leeuwarden voor te stellen, om van den Roomsch-Koning
MAxiMinAAiT do bovostiging hunner vrijheden en voorregten to verzoeken. Het voor-
stel word hier verworpen, maar op eeno nadere bijeenkomst te
Sneek, hoewel niet
zonder moeite, doorgedreven. Met algemeeno toestemming zond men
benedictus heres,
Prebendaat to Franeker, een welsprekend en in de regten ervaren man, zijn broe-
der
joüKE, Pastoor te Goutufn, en Mr. πεττε jongema , Pastoor te Goynga, in ge-
zantschap naar
maximiliaan in Tyrol met last, om tevens over de verzuimde op-
brengst der schatting en wat men verder schuldig was te handelen. Onder beding,
dat het achterstallige aangezuiverd en do schatting voorts jaarlijks behoorlijk zou op-

(1) UBBO EHMIUS, Rev. Fris. Eist. Lib. XXX. p.'454—456. De Jgra, p. 33. scnoTAiics, Fr.
Hist.
B. XI. bl. 377. Tegemo. Staat v. Stad en Lande, D. I. bl. 188,. 189. weste.noorp,
Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 654—659.

(2) WESTENDORP, Juarl·, V. Gron, I), II. bl. 656.

(3) occo SCARLENSIS, bl. 249. WINSESIIÜS, Chron. v. Vriesl B. X. bl. 308.

ocr page 437

DES VADERLANDS. 437

gebragt worden, werd eindelijk de verzochte bekrachtiging der voorreglen door den 1482-
Koning verleend (1).

Na het vertrek der gezanten genoot Friesland eenige maanden verademing en rust.
Even als in
Holland, werd er op eene vergadering te JVjorkuni de onmatig hoog 1490
opgevoerde munt merkelijk afgezet en bepaald, dat voortaan de waarde van hot geld
zou gelijk zijn aan die in de drie hoofdsteden van
Overijssel (2). Men trachtte hier
en elders de verwoestingen door den binnenlandschen kryg aangerigt Ic herstellen.
De regering van
Sneek eischte lot dat einde den honderdsten penning van do goederen
harer burgers; en in korten tijd waren de versterkte plaatsen voor een groot gedeelte
weder in behoorlijken slaat gebragt (3). Onderlusschen was een pauselijk ge-
lastigde in
Groningen gekomen, om van de Bernardijner monniken door geheel
Friesland de tienden der jaarlijksche pachten af te vorderen. Do abten van Ade-
werd
en van Klaarkamp slemden er in toe, maar de overige verklaarden er zich
togen, waardoor de zaak is blijven steken (4).

Onbevlekt van burgerbloed zou het jaar niet ten einde spoeden. Juw johgema of
wuwiwGA , een wreed en heerschzuchlig Hoofdling te
BoUicard, blies het eerst het
smeulend vuur der tweedragt weder aan. Door een paar bedienden verzeld, vermoordde
hij in het huis van den Burgemeester
jan symens te Bolsward den waardigen Vica-
rius (onderpastoor?) dier stad
goitze hagendoorn, uit wraak dat deze Geestelijke
door
wijts jongema tot voogd over haren zoon goslik was aangesteld en beider be-
langen altijd legen hem, welke als naaste bloedverwant op do voogdij aanspraak
maakte, verdedigd had. Geheel
Friesland stond door dit noodlottig voorbeeld spoedig
in volle vlam.
Epe tietes hettinga en zyn zoon douwe vermeesterden, plunderden

en staken den brand in de slins van foppb sjaarda , een oud, vredelievend Vetkoo- lö v.

ilcrist-

per, welke binnen Aveinig dagen van hartzeer over dit verlies overleed. Later maand

overrompelden zij insgelijks do slins te Oppenhuizen, welke pier of pieter

sjaarda , zoon van foppe, toebehoorde, en legden haar in do ascb. Daartegen 22 v.

Lcnte-

verraslle hartman haarsma van Heeg met negen knechten lo Indijken de slins van maand
epe hettinga's schoonzoon obbe , welke zich met zijn gezin in de kerk bevond. Ter-

(1) occo scarlensis, bl. 250. e. bekikga, Ilist. V, Oost'Friesl. bl. 355. übbo emmUds, Rer.
Fris. Eist.
Lib. XXIX. p. 450. schotakïjs, Fr, Hist. ß. XL bl. 374.

(2) v. tdabor, Eist. V. Friesl. St. L bl. 51. tbbo emmibs. Eer. Fris. Eist. Lib. XXIX.
p. 450. scnoTANüs»
Fr. Hist. ΰ. XI. bl. 374. Vgl. hiervoor bl. 265, 266.

(3) occo scARLEKsis, bl. 250. e. BEKiKGA, Eist. V. Oost-Friesl. bl. 357. wiksejiiüs, Chron, v.
Friesl.
B. X. bl. 309. übbo emmius en scnoxAiuis op de bovenaangehaalde plaatsen·

(4) tBBO EMÏIU38 cn scnoTAHUS als boven.

ocr page 438

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482— stond sloeg hettinga met al zijne magt het beleg voor de stins, waar haarsma zich
nog ophield,
Idzard en jakke douwma rukten onmiddellijk aan, om hunnen vriend
te ontzetten, maar werden door
hettinga teruggejaagd. Ongehinderd zelte men de
belegering voort en teisterde het huis geweldig zoo door schielen en hel werpen
van steenen, als door hooirook en vuur. Toen eindelijk een vijandelijke of verrader-
10 V, lyij^e kogel den wakkeren
haarsma doodelijk getroffen had, gaf zich de bezetting over.

jj kjl11·»*··

j491 Niet minder opzions baarde kort daarna de euveldaad van jarigh en hero ïïottinga.
Verbillerd op den hoogbejaarden agge donia , die zich in den Doniakrijg zoo door
dapperheid als wreedheid had ondersclieiden en thans op de voorvaderlijke stins te
16 V. Oosterend woonde, zonden zij twee gezellen in geestelijk gewaad vermomd, om
Eloeim. door list van hem meesier te maken. Dit gelukte; de grijsaard werd zwaar ge-
wond naar
Hottingahuis te Wommels gevangen gevoerd en zijn slot onder den voet
gehaald
(1),

Belangrijk in de gevolgen was de ondersteuning, welke bokke harinxma en andere
Schieringer hoofdlingen om dezen tyd het Hoeksche opperhoofd
jatï van Naaldwijk
verleenden (2). Juw jongema beschouwde dit als eene geschikte gelegenheid, om·
de Kabeljaauwschen to gunste der Velkoopors te stemmen en tegen de Schieringers
in do wapenen to brengen. Op zijn raad zocht
ige galama , die zich steeds met
zijne medevlugtelingen in
Holland ophield, hulp bij den Stadhouder jau van Eg-
mond^
van wien hy drieduizend man onder bevel van floris van Egmond ontving.
De Schieringers in
Oostergo en ïVestergo hiervan spoedig verwittigd, kwamen
S V. in grooten getale te
Sneek bijeen, en bezeilen den zeekant van Workum tot
inaand" Stavoren. Drie dagen later verschenen do vreemde benden met de vlugtelingen
in negen schepen bij
Hinddoopen. Vóór zij echter nog geland waren , vielen hen do
11V. Schieringers door het water badende, met bijlen, steenen, muskellen en ander
maand" wapentuig zoo woedend en geweldig aan, dat zij do zeilen bijzetten en wegste-
venden. Doch naauwelijks in zee gestoken, verstrooide een zware storm de schepen,
die ontredderd hier en daar in
Holland aankwamen. De Schieringers, welke nog
acht dagen op hun post gebleven waren, keerden op dit berigt naar hunne haard-
steden terug (3).

(1) v. tiiabor., Hist. v. Vriesl. St. I. bl. 50- occo scarlensis , bl. 250—252. cbbu emjiids ,
fier. Frü. Hist. Lib. XXIX. p. 450, 451. winsemivs, Ckron. v. Friesl. li. X, H. 309.
SCHOTANUS, Fr. Hist. B. XI. bl. 375.

(2) Zie biervoor, bl. 271. Vgl. occo scableksis, bl. 252, j

(3) occo scarlensis, bl. 252, 253. e. besima , Hist. v. Oost-Friesi. bl. 360, welke verhaalt,
dat
jan van Egmond zelf zich bij dezen togt Ijevond. wtnsemius , Chron. v. Vriesl. B. X.

ocr page 439

DES VADERLANDS. 439

inmiddels hadden de Velkoopers in Oostergo waar zij de magligsten waren, uit 1482—
vrees dat de Schieringers in hun gewest met die van
fVestergo^ waar dezo het groot-
ste getal uitmaakten, zich tegen hen mogten vereenigen, op eene bijeenkomst te
Dokkmn besloten, een verbond met hel magtige Groningen aan te gaan. De vriend-
schap der Groningers, welke hunne bondgenooten beschermden, rust en vrede onder
hen handhaafden en do woelgeesten breidelden, werd door de bewoners der naburige
gewesten op hoogen prijs gesteld en gezocht. Hoewel zij kennelijk streefden, zich
aan het hoofd der Friescho landschappen tusschen de
Eerns en do Zuiderzee te
plaatsen en hun het aanzoek der Velkoopers alzoo niet ongevallig konde zijn, toonde
echter de regering van
Groningen daartoe in hel begin weinig genegenheid, hetzij
om langs dien weg betere voorwaarden te bedingen, hetzij uit vrees voor botsingen
met do overige deelen van
Friesland, Na een herhaald verzoek sloot zg eindelijk ,
als ware het uit medelijden, met
Dokkmn, de kloosters Foswerd, Mariëngaard en
andere, benevens onderscheidene gemeenten en Edelen in
Dongera- en Ferwer-
deradeel
een verbond voor achttien jaren. Do hoofdbepalingen betroflen, gelijk
in do meeste overeenkomsten van dien tijd, do handhaving der veiligheid van
personen en goederen, van het regt en van het vrije handelsverkeer. Indien een mis-
dadiger niet in regten vervolgd word , mögt de stad
Groningen hem opligten en te

regt stellen. Op*haar konde men van allo onregtvaardige vonnissen beroep instellen, 17v-

Herik-

welke beroepingen aldaar jaarlijks met de gedaagde Grielmans of regters zouden beoor- niaand
deeld worden. Do boeten kwamen moest ten voordeelo der stad. Voormalige eischen ^^^
en verschillen zouden door scheidslieden of door het regt worden vereffend. Men zou
elkander getrouw bystaan tegen allo aanvallen van builen (1). Dit verbond werd door
bezadigde en onbaatzuchtige mannen als
pieter οαμμιναπα , doeke martena , fbikb
kamstra, feije heemstra cu
andcro ten sterksten afgekeurd. Zij beschouwden hot
als de bron veler raoeijelijkheden, beroeringen en rampen, hetgeen de uitkomst heeft
bevestigd. De oorzaak, dat zij er zich niet terstond met nadruk legen verzeilen,
wordt voornamelijk aan de onlusten, die kort daarop in
Westergo ontstonden, toege-
schreven (2).

Terstond stelden de Groningers sybrahd olpharts, een hunner burgers, lot slot-

bl. 310. ubbo emhiüs, Rcv. Fris. Ilist. Lib. XXIX. p. 451, 452. schotakos , Fr. Hist. ΰ. XI.
bl. 375 , 376.

(1) Charterb. ν. Friesl. D. I. bl. 748 cn dc aldaar bl. 750 aangehaalde schrijver«.

(2) s. beisikga , Chron. d. Fr. Land. bl, 14, 15. dbbo emmiïs, Tier. Fris. Hist. Lib. XXXI.
p. 473—476. sciioTAsrs, Fr. Hist. B. XII. bl. 385—387. Tegenw. Staat v. Stad en Lande,
ü. 1. bl. 191—194. WESTESDORP, Jaarb. v. Gron. D. II. bl. 666-669.

ocr page 440

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—voogd in Dokimm aaa (1). Huano heerschzuchtige bedoelingen bleken hieruit te
duidelijk, om niet al de vrees en waakzaamheid der Schieringers op te Avekken;
terwijl daarentegen de overmoed der Vetkoopers zoo in
ff estergo als in Oostergo er
^^^ door werd aangewakkerd. Althans
ige galama verstoutte zich met slechts negen of
Louav- tien gewapenden van
Hoorn over het ijs in Bolsward te komen (2). Van hier, waar
1492^ men onlangs even als to
Hmdeloopen en Koudum door een brand veel geleden
had (3), trok hij eerlang met juw
jongema , diens broeder tjerk \yalta en drie
honderd man naar
Workum, Hel stadje werd in den nacht overrompeld, geplunderd
en een goed deel Schieringers gevangen genomen.
Seerp lieuwe beyma en andere
vlugtelingen ontvingen onmiddelhjk hulp van hunne partijgenooten in den omtrek, die
Louw- ten getale van wel achthonderd man onder bevel van bokke harinxma en de gebroe-
inaant. ^^^^^ ^^^ ^^ nERO HOTTINGA zich in de avondschemering nabij fforkiim vereenigden.
Afgemat van den togt over het ijs, besloot men uit te rusten en het stadje in den
vroegen morgenstond met frissche kracht aan te lasten. Maar
ige galama en zijne
medebevelhebbers vielen straks met zevenhonderd man den vijand aan.
De
Schieringers echter behaalden na een woedend en hardnekkig gevecht de zege.
Vele Vetkoopers werden gevangen genomen, een grooter getal sneuvelde, de
meeste verdronken door de duisternis van den nacht op hunne vlagt over het ijs.
.tongema en avalta kwamen in priestergewaad yermomd met eenige anderen te
Bolsward aan. Ige galama , welke doodelijk gewond den vijand in handen
gevallen was, werd nadat hy gebiecht had, afgemaakt. De Schieringers voorzagen
Workum van eene bezetting onder bevel van .beijma en togen huiswaarts, Onder-
lusschen had
douwe galama op het berigt, dat men zijn broeder wilde bestrijden,
ijlings uit
Akkrmn, Oldehoorn en do Lage TV ouden vijf of zevenhonderd man
l'lniw Ini^ß'^g^'^'^'^g^· ^^y laten avond met hen door
Sneeher Fijfga naar^o/j-

inaaiid. tvard en vond hier, naar afspraak, eene Leeuwarder hulpbende onder den hoofdman
simon reekalp. Doch op het vernemen van ige's dood weigerde hij, ofschoon de
Leeuwarders en Bolswarders dien gaarne wilden wreken, verder voort te trekken.
Op
den terugtogt echter werd hij door de boeren van fVommels, O osterend cn andere
omhggende dorpen ontdekt, welke terstond op het gelui der klokken in groot geta!
bijeenkwamen. Do inwoners van
Sneek , IJshrechtum en geheel Sneeker Vijfgf^
hierdoor gewekt, schoten onmiddellgk het zwaard aan en reeds om tien uren des
27
v. morgens togen zij met de boeren den vijand te gemoet, Nabij Bozmn viel oen hevi^

IjOUW- \
maand. ——--------—

(1) OCCO SCARLENSIS , bl. 259.

(2) V. TüABOR, Eist. V. Vriest, St, I. bl. 52. occo scarlensis , bl. 259.

(3) Ã¼BDo EjiMiüs, lier. Fris, Ilist, Lib. XXXI, p. 476.

■ \

ocr page 441

DES VADERLANDS. 441

gevecht voor. Galama werd geslagen en menig dapper bevelhebber gevangen naar 1482—
Sneek gevoerd ; doch van hen alleen smoif reekalf , als hopman der Leeuwarders
op welke de Sneekers ten uiterste verbitterd Λvaren, in ijzers gesloten.
Dounye galama
zelf geraakte op zijne vlugt in handen eens Sneeker burgers, van wien hij zich voor
een stuk goud geld en zijn zilveren zwaardgordel vrijkocht.
Bokke ηαιιικχμα ver-
toornd, dat hem zulk een voornaam opperhoofd ontsnapt was, dreigde den dood aan den
omkoopbaren burger, welke deswege nimmer in
Sneek is teruggekeerd (1).

Om deze nederlaag te wreken, besloten de Vetkoopers van Weslergo op eene
vergadering te
Bolsxoard ^ het Schieringergezinde en door voorspoed weelderig ge-
worden
Sneek te verrassen. Juw jongema. en tjerk walta sloegen zich met een
goed deel volks des nachts in de nabijheid der stad neder, om er dos morgens bij § y.
het openen der poorten in te dringen. Doch de Sneekers waren op hunne hoede en
de sloutc aanvallers moesten met groot levensgevaar de vlugt kiezen (2). Kort daarna
kwam
bokke πακικχμα met eenig krijgsvolk te Bolsward en ontzette met toestem-
ming der Regering en gemeente , juw
jongema , wiens aanslag legen Sneek hij niet
verkroppen konde , van het bewind over
Bohward ten behoeve van goshk jokgema. 12 v.
Hij liet echler op verzoek der gemeente, aan
jüw hel bezit van Jongemaslins binnen
Bolsward^ waardoor veroorzaakt werd, dat goshk later slechts in naam, maar juw
inderdaad hel hoog gezag in do slad uitoefende (3).

Te midden der inwendige onluslen en beroeringen , en welligt door deze aange-
spoord , eischle ïlerlog
αιβκεοπτ van Saksen, maximiliaaks Algemeene Sledehouder
in de
'Nederlanden, van de gewesten lusschen de Lauwers en het Vlie in naam
des Graven van
Rolland eene schatting af, met de wapenen dreigende, indien'men
haar weigerde. De Friezen antwoordden schriftelijk, »dal zij hora niet schalpligtig
waren; doch zoo hij het anders begreep en aantoonde van wege den Keizer of den
Graaf van
Holland er regt op te hebben, zij - naar reden zouden hooren , gelijk
goede onderdanen betaamde." Hierbij bleef het voor dien lijd (4). Eerlang echler
vorderde hij de schatting in naam des Keizers. De Heerschappen en sleden van
fVestergo ^ waar de Schieringers de meerderheid uitmaakten, en die gedeelten van

(1) v. tiubor, Ilisl. V. Vriesl. St. 1. bl. 52, 53. occo scarlensis , bl. 259—262. bbbo emmiirs,
lier. Fris, lltst. Lib. XXXI, p. 476, 477. vissemics, Chron. v. Vriesl. B. X. bl. 311» li. XI.
hl. 313.
sciioTARcs. Fr. Jlist. li. XII, bl. 387.

(2) CBBO em5uüs, lier. Fris. Hist. Lib. XXXI, p. 477. wiksemius, Chron, v. Friesl. B. XI,
bl. 314.

(3) occo scARLEwsis, bl. 262 en de bovengenoemde Schrijvers t. a. p.

(4) occo scARLEKsis, bl. 262. E. BEMRGA, Hist. V. Oost-Vriesl. bl, 361,

H. Deel. 3 Stuk. . ' 54

ocr page 442

;J84 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—OófZeryo, welke niet in het verbond met Groningen getreden waren, beschouwden
^^^ dit als eene geschikte gelegenheid, om dat verbond te vernietigen. Zij kwamen overeen ,
's Keizers eisch te voldoen en gelastten den bondgenooten der Groningers in
Oostergo,
hun deel in de bewuste schatting op te brengen; en toen deze Aveigerden hieraan te
gehoorzamen , riepen zij hen ter verantwoording naar
Sneek. De Raad van Gronin-
gen
trok zich do belangen zijner bondgenooten, de ingezetenen van Dokkum, Fer-
toerderadeel ^ Dongeradeel, Dantumadeel, Tietjerksteradeel
en Smallingerland,
ernstig aan en verzocht, dat men hen wegens deze schatting niet zou moeijen of
dagvaarden, vóór dat de Keizer, op wien de zaak in beroep was gesteld, uitspraak ge-
daan had (1). De Schieringers in
Oostergo en Westergo en die Vetkoopers, welke
29 V. iiGt verdrag met
Groningen afkeurden , sloten daarop te fVorkum een tegenverbond
^^aa^^V ^^ vereenigden zich, om
Friesland lot den ouden slaat van vrijheid terug te brengen
J492 en de voorregten, door de Keizers en Roomsch-Koningen voorheen verleend, te hand-
haven (2), In eene aanzienlijke bijeenkomst te
Sneek met do Groninger afgevaardig-
den , werd door de zaakgelastigden van
Sneek , Workum, Stavoren^ Bolsward, Fra-
neker
en Leeuwarden op het voorstel ytm^Groningen schriftelijk geantwoord en hel
ongepaste van hel verzoek des Raads, zoo wel als het ongeoorloofde van het sluiten eens
verbonds met een gedeelte van
Oostergo , waar zelfs zeer velen er afkeerig van waren ,
aangeloond; een verhoud dat slechts het werk was van eenigen uit den adel, die regt
deden noch duldden en ongaarne hunne schulden betaalden. Ten slotte werd de stad
Groningen lot vriendschap, regt, billijkheid en vrede aangezocht. Op verzoek der
Groningsche afgevaardigden, om in een mondgesprek te treden ten einde het geschil
in der minne uit den weg te ruimen , werd eene zamenkomst te Bergumer klooster
vastgesteld (3). Maar vóór den daartoe bepaalden dag, ontstak
tjaakd mokkema de
fakkel des krygs. Hij was gedwongen geweest den Groningers zyne slins te
Dokkum
af te staan en had , ondanks eene plegtige gelofte niets tegen hel verbond met hen Ie
ondernemen, zich bij de Schieringers aangesloten. Uit vrees dat het beraamde gesprek
lot eene verzoening mögt leiden , viel hij onverwachts de Dokkumers en de andere
bondgenooten plunderende en verwoestende aan. Nogmaals trachtten de Groningers
eenen krijg te voorkomen, doch door nieuwe beleedigingen van
mokkema getergd,
vallen zij de wapenen op.
Willem frederiks , Kerkheer te Groningen, en wolter ,

(1) ubbo emmius, Rev. Fris. Rist. Lib. XXXI. p. 478. schotanus, Fries. Jlist. B. XII. p..389.

(2) v. thabor, Hist. V. Friesl. St. I, bl. 53. occo scarlensis , bl. 262, 2G3, wiksemius , Chron.
luFriesl.
B. XI. bl.315. Dit is waarschijnlijk hetzelfde verbond van welk ubbo emmius, Rer. Fris.
Eist.
Lib. XXXI. p. 478 spreekt, doch \yaarvan de inhoud naar zijne opgave, eenigzins verschilt.

(3) Ã¼bbo bmmiüs, Rer. Fris, Eist. Lib. XXXI. p. 478. scdotakus , Fr. Hist. B. XH. bl. 389.

ocr page 443

DES VADERLANDS. 443

Abt Tan Adewerd, bewerkten echter op Terzoek Tan botte holding α , een vrede- 1482—

1528

lievend Hoofdling in W ester go, dat zij een stilstand van wapenen en een nieuw gesprek
Ie
Biiweklooster Toorstelden. Intusschen bad tjaard mokkema zich om bijstand naar
Sneeh by kokke iiarinxma begeven , welke hem gewapenderhand in het bezit zijner
slins te
Dokkutn herstelde en te zijner verdediging in de stad eonig krijgsvolk achterliet,
hetwelk er evenwel spoedig door de bondgenooten uitgejaagd werd. Middelerwijl wa-
ren zes duizend Groninger burgers, Oramelanders en Oost-Friezen naar.Z>oÄÄMm op-
gerukt. Zonder slag of stoot geraakten zij er binnen en noodzaakten >veldra door hun
grof geschut do bezetting der stins, op voorwaarde van lijfsbehoud lol do overgave.
Deze slins en nog eene andere van
mokkema te Aalsum werden' vermeld, do goede-
ren der overige Schieringers en vijanden van
Groningen in den omtrek gebrandschat
of geplunderd, en velerlei wreedheden gepleegd.
Sikko wolta of bolta , een nabe-
staande van
mokkema , w^erd op vermoeden van verraad door beulshanden omgebragt;
eene daad, welke onder de Friezen algemeen haat en afkeer voor de Groningers
opwekte (1). . Î¹

TerAvijl het Groningsche leger in en om Dokkum lag, zond do Raad dier stad
eenige benden krijgsvolk uit, om wijd en zijd schrik Ie verspreiden, en trachtte le-
vens door boden en brieven aan anderen het bondgenootschap met
Groningen
lijk te maken (2), Do gemeente en gilden van Leeuwarden^ reeds lang op den
naburigen adel en het landvolk verbitterd en begeerig, hun handel en gezag uit
ie breiden , haakten naar dit verbond. In weerwil der verlogen van
frans miswema ,
pieter cammingua , worp keimpe ukia , doeke martena
cn anderen Edelen of
Hoofdlingen, traden zij in onderhandeling raet do Groningscho bovelhebbers lo
Dokkum, verklaarden zich voor het bondgenootschap en onlvingen de Groningers
binnen hunne muren. Het verbond met hen werd voor den lijd van vier en twintig
jaren aangegaan , en was geheel op dezelfde leest geschoeid als het reeds vermelde
met de Vetkoopers van
Oostergo. Slechts werd er nog bijgevoegd, dat van de
vonnissen, die in geschillen lusschen de burgers van
Leeuwarden onderling geveld waren ,
beroep zou zijn aan den Raad van GröWi/i^m^ maar in zaken lusschen burgers cn vreem-
den , aan de reglbank der Hoofdmannen en de vergadering der bondgenooten aldaar, jy^

De Groningers zouden eenen bevelhebber of drost Ie Leeuwarden aanstellen, die er^^'J"',

maand.

Ouderman en met de magl van den Groninger Raad bekleed zijn zou; de Leeuwar- ]492

(1) V. τπΑΒοκ, liist. V. Vriesl. St. 1, bl. 53—55. occo scAUiEKsis, bi. 2G3, 264. s. bekihga ,
Chron. d, Vr. Land. bl. 17. υοβο emhiüs, Rer, Fris. Hist. Lib. XXXL p. 478 , 479. wirse-
miüs,
Chron. v. Friesl. ß. XI, hl. 315, 316. schotakus, Fr.Hist.Km, bl. 389,390.
Tegemc.Staat v. Stad en Lande. D. I, bl. 195, 196.

(2) tiBBO EMMii's , Rer. Fris. Hist. Lib. XXXI, p. 480.

ocr page 444

14S2-

1528

444 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

■ ders zouden hem lien jaren lang honderd Rijnsche goudguldens jaarlijks uilkeeren. Op
denzelfden dag sloten door beleid der
hottinga's, welke sinds eenigen lijd te Frane-
ker
in het hoog bewind gekomen waren , de steden Franeker en JVorkum , Frane-
keradeel
benevens de Edelen hessel martewa , juw dekema en doeke hemmema , ouder-
man van
Berltkum ^ heimelyk een verdrag Ie Leeuwarden met Groningen, hetwelk
daartoe het eerste voorstel gedaan had , waarbij men beloofde, geen inbreuk te zullen
maken op elkanders regten, maar onderling een vasten vrede te onderhouden (1)

Dit alles was legen den zin van bokke harinxma en de Schieringers van Sneek,
ofschoon zij veinsden tot vrede geneigd te zijn , om te beter de Groningers te ver-
schalken. Spoedig bragten zij len minste twee duizend gewapenden bijéén en
rukten in allerijl naar
Barrahms bij Leeuwarden op, aldaar de beloofde hulp der
iiottinga's afwachtende, wier overeenkomst met Groningen hun nog onbekend was.
De Groningers trachtten den vrede te bewaren , doch
bokke door onruststokers aan-
gezet, WQes hun voorstel daartoe af en liet zelfs den bode in de gevangenis wer-
pen. Nu tastten zij en hunne bondgenooten, zeven duizend man sterk, de Sneekers
aan, die zonder veel tegenstand te bieden de vlugt kozen. In de eerste hitte der
vervolging werden eenigen zoo in kerken als kraamkamers, welke men anders ont-
zag en spaarde, vermoord, alle dorpen lusschen en ^awMJcri geplunderd, de
stinzen der Schieringer Heerschappen in brand gestoken en vele baldadigheden gepleegd.
Omtrent twee honderd vijftig krijgsgevangenen werden naar
Groningen gevoerd en op
zwaar losgeld gesteld , maar zoo wreed mishandeld, dat vyf van hen in den kerker bezvve-
keu. Men wil, dat deze overwinning, welke de Groningers door een plegtigen omgang vier-
den , aan geen van hen helleven of de gevangenschap kostte.
Harikxma en de Sneekers ver-
zochten den vrede , welke hun op harde voorwaarden werd toegestaan. Zij moesten beloven,
zich niet meer legen het verbond van
Groningen met Oostergo te verzetten, noch eenig in-
gezeten van dat gewest te moeijen of in de uitoefening zijner regten te belemmeren;
den Leeuwarders terug te geven, wat zij hun aan geschut en krijgstuig ontnomen
hadden; de
galama's niet lastig te vallen en den doodslag aan ige begaan nevens de
verdere geschillen met dat geslacht aan het oordeel der Groningers te onderwerpen;
niet te verhinderen wanneer ingezetenen van
Westergo zich bij het verbond met Gro-
ningen
wilden voegen, noch de Groningers in den weg te zijn, wanneer zg de ver-
ongelijkingen, hun in
West er go aangedaan , wilden wreken of diegenen straffen,

14 v.

Wijn-
maand,
1492

(1) V. tuabor, Hist. V. Friesl. St. I. bl. 56. occo scarleksis, bi. 265, 266. s. beninga, Chron.
d, Fr, Land.
bl. 17. wbo emjiics , Rer. Fris. Hist. lib. XXXI, p. 480- wiksejiiüs , Chron.v.
Friesl. lï. XI. bl. 316. schotahos , Fr. Hist. 13. XII. bl. 390. Charterb. ν. Friesl, D. I.
bl. 754.

ocr page 445

OES VADERLANDS. 445

welke op het tegenwoordig verdrag inbreuk maakten. Daarenboven moesten zij voor

lo&o

oorlogskosten binnen negen maanden in drie tijdperken den Groningers zeventien dui-
zend vijfhonderd Rijnsche goudguldens opbrengen; en indien zij of hunne nakomelin-
gen de voorwaarden van dezen vrede niet sliptelijk nakwamen, telkens drie duizend
Fransche schilden boele aan
Groningen betalen. De Raad dier stad zou hel regt
hebben, elk die van deze overeenkomst afweek voor meineedig en eerloos te ver-
klaren, en hem en zijne goederen overal in beslag te nemen, tot do breuke geheeld
zou zijn. Eindelijk moesten zij tol waarborg van hun woord stellen al hun regtsge-
bied en tollen. Na het sluilen dezer overeenkomst, welke door
willem frederiks ,
van wien hier boven gesproken is, was opgesteld, lieten de Groningers hunnen drost
met eenig volk te
Leeuwarden en begaven zich naar Dokkum, waar zij de twee hulp-
benden onder
bijleveld en lakgeveld afdankten en de overigen huiswaarts zonden.
Onderlusschen was
oeke juwsha met zijne grietenij Jdaarderadeel lol huühom]genoo[.-
ichap overgegaan. Eerlang volgden doeke marteka, barthold starkenborg en tjallikg
ektes.
Edelen als worp unia , riesk burmakia en pieter gammikgua, welke in het
eerst sterk tegen het Leeuwarder verbond gcyverd hadden, namen er nu niet alleen
deel in, maar beloofden zelfs in geval van krijg of oproer, hunne stinzen binnen
Leeuwarden aan de bondgenooten in te ruimen (1). Eenige Heerschappen, die
zich in het geheim of openbaar tegen dit verbond uitlieten, werden ter verantwoor-
ding naar
Groningen geroepen en in zware geldboeten verwezen (2), Onder schyn
van bondgenootschap, maar inderdaad onder het gebied van
Groningen ^ werd nu
Friesland bij het einde des jaars door vrees en schrik in rust gehouden (3).

Hoewel bokke παειττχμα en de Sneekers het verdrag met Groningen plcgtig be-
zworen , geleekend en bezegeld hadden, waren zij niet gezind, welligt niet bij magie, zich
daaraan te houden en kwamen geeue der vredespunten na. Do Groningers daarente-
gen drongen hier ten sterkste op aan en wilden van geene verzachting der voorwaar-
den hooren; zij namen zelfs dit verzoek zeer euvel op en maakten zich strydvaardig
om do Sneekers, welke inmiddels hunne stad versterkt hadden, tot de stiptsto volvoe-
ring van het verdrag door geweld van wapenen te dwingen. Om dien tijd kwam

(1) v. thabor, Eist. v. Vriesl. St. L bl. 56-—59. occo scarlensis, bl. 267—271. s. bekïkca,
Chron. d. Vr. Land. bl. 18. s. j\Ricns, Corte Chron, bl. 450. ubbo emjiiüs , Rer. Fris. Hist.
Lib. XXXI. p. 480—483. wiksemius , Chron. v. FriesL B. XI. bl. 316. schotawüs, Fr. Bist.
li. XII. bl. 391 , 392. Charterh. v. Vriesl. D. I. bl. 755.

(2) Tegemv. Staat v. Stad en Lande, D. I, bl. 198. Vgl. mbo ejijuüs, Rer. Fris, Hist.
Lib. XXXL p. 483.

(3) OEBO EMiiiDS, Rer. Fris. Hist, Lib. XXXI, p. 483.

ocr page 446

446 ALGEMEENE G Ε S Gill Ε D Ε ΝI S

's Keizers afgezant οττο vaw langen, Domproost te Ment ζ, in Sneek ten gevolge
eener aanklagte der Schieringers, welke in het geheim aan het Keizerlijk Hof de
Groningers van gewelddadige heerschappy over een yry volk en weigering der
Keizerlyke schatting beschuldigd hadden. Toen
van langen in Sneek do noodigc
kennis van zaken had ingewonnen, begaf hij zich naar
Groningen. Hier toonde hij
het besluit des Keizers, waarbij de Friezen tusschen
de Lauwers en de Zuiderzee
in hunne regten en vrijheden werden bevestigdj en gelastte, dat men zich van alh;

geweld onthouden en elk zyn eisch in regten voortzetten zou. Dit werd aan beide

/

zijden beloofd en de gezant vertrok. Juvv hottinga en eenige andere vredesgezinde
mannen trachtten nu eene verzoening tusschen
Groningen en Sneek te bewerken,
vooral nadat op eene bijeenkomst te
Dokkum nog verscheidene voorname Hoofdlingen
als
botte en gerold te Herwey ^ take äeyns , feye heemsta, γεικε kamstra en zelfs
do gebroeders
mokkema , deze laatste echter op harde voorwaarden, in het bond-
genootschap waren opgenomen; doch eene vergadering tot dat doel op aanzoek van
Sneek te Adewerd gehouden, bleef door de terugkomst van den Keizerlykcn
gezant, zonder gevolg. \
Villem fredekiks, die door zijne kennis in regten en
burgerlijke zaken, langdurige ondervinding, scherpzinnig oordeel en welbespraakt-
heid den Groningers in vele opzigten groote diensten bewees, had dien staats-
man onder schijn van oude vriendschap te
Deventer bezocht, maar slechts van
hem de slelÜge verklaring verworven, niels te zullen besluiten dan na weder-
zydsch gehoor. Met genoegzame volmagt voorzien, beschreef derhalve
van langen
terstond do Groningers en hunne bondgenooten te Sneek; maar toen geene of weinige
van hen verschenen, vertrok hij toornig naar
Zwol en gelaslle, hem aldaar van
beide zijden zaakgelastigden te zenden. Zware beschuldigingen van heersch-, roof- en
moordzucht, van weerspannigheid legen den Keizer, aan wien alleen
Friesland ge-
hoorzaamheid en schatting schuldig was, van geweld en knevelarijen werden op
deze bijeenkomst tegen de Groningers ingebragt, wier gemagligden, onder voor-
wendsel van ongelast te zijn , weigerden daarop te antwoorden. De gezant hierover
len hoogste verbolgen, verweet hun op bitsen toon hun gedrag omtrent
Friesland
en zou onmiddellijk hel ongunstig bevelschrift des Keizers uitgevaardigd hebben,
indien
Willem frederiks hem niet weerhouden had. Hij beval den Groningers, zich
binnen vijf en veertig dagen voor het kamergeregt te verantwoorden , en vertrok met
douwe, Pasloor te Itens, den gevolmagligde der Schieringers, naar den Keizer in
Oostenrijk. Het nader onderzoek der Friesche geschillen werd nu den Aartsbis-
schop van
Keulen isn den Bisschop van Munster opgedragen met last-, die te ver-
^ ^ elFénen of daaromtrent hun terigt in te zenden. Tevens ontvingen de Groningers
Honiin, een Keizerlijk bevelschrift waarin zij, na een sterk gekleurd tafereel hunner misdrij-
ven in
Friesland gepleegd, onder bedreiging van den Rijksban, verlies hunner

1482—

1528

1493

28 v.
Blociin.

ocr page 447

DES VADERLANDS. 447

Yoorregten en verbeurdverklaring hunner goederen gelast werden, binnen een bepaal- 1482-—

1528

den tijd de gevangenen onvoorwaardeHjk te ontslaan, de afgeperste schalling terug
te geven en alle Friezen, als zijnde onderdanen des Rijks, bij hunno regten en vrij-
heden te laten. Voorts werd allen bewindsmannen geboden, op verbeurte van hon-
derd pond zuiver goud, aan deze bepalingen do hand te houden, de overtreders
daarvan in hunne personen en goederen aan te tasten en hen als rijksgebannenen te
behandelen. Dit staatsstuk werd zoowel van het raadhuis te
Groningen als in Oos-
ter go
en Waster go openlijk afgekondigd (1).

Ondertusschen had zekere Hendrik πακιττα , van Sneek geboortig, Doctor in de
regtsgeleerdheid en Raadsheer van den Keizer, de Groningers van alles onderrigt en
hun levens de hoop gegeven, het dreigende gevaar door kracht van geld. te zullen
afwenden. Aan het Hof was elk omkoopbaar, bovenal de Rijkskanselier
waldeker ,
van wien de Sneekers, naar het gerucht ging, het handvest der Friesche vrijheid, door
vAii LANGEN te
Zwol vcrtoond, het zoo evengemelde bevelschrift tegen de Groningers,
en het aanstellen der beide Kerkvoogden tot scheiding hunner geschillen gekocht
hadden. De Raad van
Groningen besloot derhalve willem fhedeniks en nog twee
andere Geestelijken naar den Keizer te zenden. De gezanten te
Keulen vernemende,
dat de Keizerlijke brief ten nadeele der Groningers verzonden was, vermaanden op
raad van eenige deskundigen, hunne lastgevers een beroep op den beter te onder-
riglen Keizer in te stellen. De meerderheid van den Groninger Raad en do Vet-
koopers in
Oostergo besloten er toe; waarop de gezanten hun logt voortzetten, 23 v.
doch toen zij in
Oostenrijk kwamen, was de Keizer reeds overleden, flliddelorwyl ji^agj^j
had juw HOTTiNGA nog eenmaal, doch weder vergeefs beproefd, de twistenden te ver-
zoenen; do Sneekers wilden het geschil aan den Keizer of de drie Overijsselsche hoofd-
steden ter beslissing overlaten; en de Groningers weigerden een haarbreed van de gemaakte
overeenkomst af te wijken (2). Op het berigt van 's Keizers dood, ontwaakte do naoed
dezer laatsten, die nu met hunno bondgenooten diegenen in
Oostergo te vuur en te
zwaard vervolgden, welke weigerden in hun verbond deel te nemen (3).

Hierdoor vond maximiliaan , welke zijn vader in het Rijksbestuur was opgevolgd,
aanleiding, diens besluit ten aanzien der Groningers te bevestigen. Hij gelastte hun

(1) v. tiiabor, Hist. V. Friesl. St. I. bl. 59. occo scarlensis , bl. 271—275. e. ιΤενικοα , Ilist.
v. Oost-FriesL bi. 362—365. bbbo esniirs, Rer. Fris. Hist. Lib. XXXI. p. 483—489. wiksemiüs,
Chron. V. Vriesl. B. XI. bl. 317, 318. schotanus, Fr. Ilist. B. XII. bl. 392—397. Charterb.
τ. Friesl.
D. 1. bl. 758—760. Tegenw. Staat v. Stad en Lande, D. I, bl. 198—200.

(2) ÃœBEO EMMius, Rer. Fr, Eist. Lib. XXXII. p, 489—493. schotahus, Fr. Hist. ß. XII. bl.
397-399.

(3) occo scAniENSis, bl. 275.

ocr page 448

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482—binnen zes dagen Oostergo en wat zij verder in Friesland onder zich gebragt had-
den, af te staan en de ingezetenen van alle verbindlenissen met hen, verpligtingen ,
overeenkomsten en eeden te ontslaan , gelyk de Keizer deze daarvan ontsloeg. Binnen
twaalf dagen moesten zij van de uitvoering van dit bevel den Bisschop van
Munster
»hunnen Prince" berigten, op straffe van verlies hunner voorregten, eene boete van
ll^^f^t ponden zuiver goud en den rijksban. Eiken Ryksvorst en gezagvoerder werd

maand, verboden hun alsdan hulp te verleenen of met hen gemeenschap te houden, op verbeurte
1493 ^jjjj honderd pond zuiver goud en der voorreglen, welke hij van het Rijk genoot; ieder
onderdaan des Rijks, welke met hen verkeerde of handel dreef, zou de goederen en dui-
zend ponden zuiver goud (dusent ponden puers goldes) daarenboven verbeuren (1). Tevens
besloot do Keizer in
Friesland den ouden regeringsvorm onder eenen Potestaat Ie her-
stellen , en
otto van langen met drie andere mannen van aanzien werden afgezonden,
om dit plan ten uitvoer te brengen. Inmiddels bewerkte in ^eenen de welsprekendheid
van WILLEM PREDERIKS, ondcrslcund door geschenken aan de hovelingen , zooveel bij
MAxiMiLiAAN, dat de brieven legen
Groningen uitgevaardigd ingetrokken en de Kei-
maand, zerlyke gezanten gelast werden, niet verder met de zaak voort Ie varen, maar beide
partijen te hooren en de voor- en tcgenbewyzen naar het Hof op te zenden, waar
men zou handelen naar gelang het regt en de eer des Rijks het vorderden.
Vax
lawgisn
werd hiervan te Deventer door Willem fredeuiks verwittigd, hetgeen hem
echter niet verhinderde zijne reis naar
Westergo voort Ie zeilen. Hij beschreef hier
Shgtm derligslen van Wintermaand eenen algemeenen landdag der Friezen te iS'/Ji'ßA;,

verklarende, dat hy met veel kosten en moeite, van den Keizer groole voorreglen,
onder anderen kwytschelding van de jaarlijksche schalling en de bevesliging aller reg-
ten en vrijheden sinds
karel den Groote, voor hen verworven had. Hij verbood hcr>
op verbeurte hunner voorregten, den Groningers eenige schalling op te brengen,
schoon zij dit ook onder eede mogten beloofd hebben. Do Groningers en hunne
bondgenooten maakten nu
maximiliaans nadere bevelen aan van langen openlijk
bekend, beschuldigden den gezant Yan ongehoorzaamheid aan het Keizerlijk bevel,
cn beschouwden zijne oproeping als nietig en krachteloos
(2). Van langen begaf zich
Win- jjgj^j,
Q^gnifigen, om de gemoederen te bedaren, maar te vergeefs (3). De bondge-
noolen bewerkten , dat niet alleen
Oostergo, maar ook een gedeelte van fVestergo
op den landdag niet verschenen , en er zelfs op dien tijd eene groote tegenbijeen-

(1) Charterb. ν. Vriesl. Ώ. I, bi. 760—764.

(2) wbbo emmiüs, Rcf. Fris. Eist. Lib. XXXII. p. 493—497. schotancs . Fr. IJist. li. ΧΠ
bl. 399—401.

(3) occo scarlensis , bl. 276. " ,

ocr page 449

DES VADERLANDS. 449

komst te Leeuwarden gehouden werd. De gezant hierover ten hoogste verbolgen, 1482-—

1528

dagvaardde onder goedkeuring der vergadering te Sneek, in eenen dreigenden brief de ^q y

zamengekomenen te Leeuwarden op nieuw tegen den tweeden van Louwmaand naar

Sneek. Vele Edelen en andere ingezetenen van Westergo en Zevenwolden, ook 1493

eenigen uit Oostergo, meest Schieringers en vijanden van Groningen, voegden zich

den volgenden dag bij degenen, welke reeds opgekomen waren. Van langen ontvouwde

hun zijn last, de bekrachtiging hunner voorregten door den Keizer en den wensch van

MAxmiLiAAN, dat het bewind, zoo als voorheen, in handen van eenen Potestaat gesteld

wierd. Hij liet hun de keus tusschen Hertog albreght van Saksen, filips, Heer van

Raveslein, en uke , broeder van Graaf edzard van Oost-Friesland, wanneer zij over

het benoemen van eenen landgenoot tot die waardigheid, waartoe hij hen ten sterkste

aanspoorde, niet eens konden worden. Na rijp overleg, werd 'sanderen daags ge- 1 v·

Louw-

noegzaam met eenparige stemmen juw dekema , Heerschap te Baard, lot Potestaat maand
gekozen. Hy .was een verstandig, onpartijdig en vredelievend man, door huwelyk aan
de
hottikga's vermaagschapt en welke de hem te beurtgevallen onderscheiding, die
hy niet begeerde, overwaardig was.
Van langen bevestigde hem terstond uit naam
van
maximiliaan in zijne nieuwe betrekking. Hierop benoemde men vier en twintig
regters of bijzitters, twaalf uit
PF ester go, zes uit Oostergo en even zooveel uit
Zevenwolden, welke een- of tweemaal 'sjaars met den Potestaat als hoogste Raad de
gewigtigste zaken zouden beregten. Al de aanwezigen ter vergadering legden nu in
handen van den gezant den eed van hulde, trouw en gehoorzaamheid aan den Keizer
als hunnen regten en natuurlijken Heer af, wien zij ook de jaarlijksche schatting be-
loofden op te brengen. De Potestaat en de regters zouden over veertien dagen op den
Landdag den vereischten eed afleggen, en verscheidene thans gemaakte bepalingen
aldaar door een algemeen besluit kracht van wet erlangen.
Bolsward werd tot het
houden dezer bijeenkomst gekozen, om den Vetkooper hoofdlingen, als de
galama's,
koorda's, hettinga's
en anderen, alle reden van wegblijven uit hoofde der onveilig-
heid van plaats te ontnemen, dewgl hun medegenoot
juw jongema aldaar het bewind
voerde. Men verkondigde nu den volke, Λvat men beraamd en verrigt had en 2 τ..
voegde cr bij, dat binnen de twee eerste jaren alle geschillen en twisten geschorst
zouden blijven en elk verpligt zou zijn, wanneer hij vernam, dat do Groningers of
hunne bondgenooten iets tegen do vrijheid des lands of lot kwetsing der Keizerlijke
Majesteit ondernamen, aan
van langen of den Potestaat daarvan kennis te geven, op
straf van voor trouwloos verklaard en gebannen te worden (1).

(1) v. τπαβοβ, Risi. v. Friesl. D. I. bl. 59—61. occo scableksis, bl, 276—278. e. βεμικοα,
Hist. v. Oost'Vriesl. bl. 365, 366. übbo emmiüs, Rer. Fris. Rist. Lib. XXXIIl. p. 493—500.
^vlί^sEmcs, Chron. v. Friesl. B. XI. bl. 318—321. scnoxAiits, Fr. Hist. B. XII. bl. 399—402.

II. Deel. 3 Stuk. 61

ocr page 450

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482— Middeler\yijl had de Tergadering der bondgenooten te Leeuwarden den zaraengeko-
men te
Sneek verwittigd, dat zij al wat door hen verrigt was als krachteloos en van
geener waarde beschouwde, daar
van langen , naar luid Tan 's Keizers bevelschrift
den Groningschen afgezanten gegeven, last had de zaken tot nader bevel uit te stellen.
Met overleg van den gezant werd hierop geantwoord, dat dit bevelschrift alleen, de
Groningers, niet hunne Friesche bondgenooten betrof en daarin aan niemand iets strij-
digs met de oude vrijheid vergund werd. Men had, wel is waar, te
Sneek den eed
aan maximiliaan afgelegd, maar onder voorwaarde van het behoud der aloude
voorregten. Men zou op, den aanstaanden Landdag te
Bolsward nader raadplegen,
en verzocht de vergaderden te
Leeuwarden nadrukkelijk en onder bedreiging van
zware straf wanneer zij weigerden, zich aan deze byeenkomst niet te onttrekken, zoo
zy nog prijs stelden op 'sKeizers gunsl, het behoud hunner vryheden en regten, en
de rust van het vaderland. Maar deze vermaningen vermoglen even weinig als het bij-
gevoijgde bevel van den gezant, dat zij op den bepaalden tyd zeiven of door gevolmagtigden
te
Bolsward zouden verschijnen, ten einde zich over hun gedrag te verantwoorden ,
door raad en daad de bewindslieden, die aangesteld waren of zulks nog moesten worden,
te ondersteunen en de vorige besluiten goed te keuren. Na verscheidene bijeenliom·'
sten en overwegingen, besloten zij op aandrang van
willem frederiks , niet naar
ward te gaan, verklaarden alles wat te Sneek voorgenomen en verrigt was voor
nietig, en dat zij zich met de zaken van
Westergo niet wilden bemoeijen (1).

14 V. Op den bestemden dag kwamen do Schieringer Edelen van dat gewest in grooten ge-
ιηΜίκΓ Bolsward met juw jongema en eenige Velkoopers te zamen, Hoe weinig hier

1494 do burgery den gezant genegen was, bleek genoegzaam als bij zijne intrede met
een aanzienlijken stoet Geestelijken en Hoofdhngen de kinderen op straat zongen:
»Heer οττο
yan langen , nu gevangen, zal morgen hangen." Van langen
veinsde het niet te hooren en reed door naar het Minderbroeder klooster, waar jon-
gema
en do zynen hem opwachtten. Hier ontwikkelde hij uitvoerig voor de talrijke
vergadering alles Avat te
Sneek voorgesteld en verrigt was, en drong op hare bekrachti-
ging daarvan ten ernstigste aan. Juw
jongema antwoordde hierop in naam van al
ifcijne parlygenooten, dat zij de handelingen te
Sneek als tegen hot regt en de goede
gewoonten van een vry volk geschied , afkeurden ; daar immers had eene party naar
eigen goedvinden en bij afwezigheid der tegenpartij, die Avel de helft van het volk
i^itmaakte , besluiten over zaken genomen, >velke het algemeene vaderland betroiTen.
Hij noch do zijnen wilden iets van het kiezen eens Poteslaats hooren, vóór dat geheel

r {\) m^ti mmm, Rer, Fris^ Hist. Lib. ΧΧΧΙΠ, p. 500-503. schotims, Fr. Mist. ^ΛΙ.

ocr page 451

DES VADERLANDS. .451

Friesland hQwQ&ien de Lauwers tot eensgezindheid was gebragt, want de billijkheid 1482—
eischte , dat het Hoofd van een vrij gemeenebest met algemeene stemmen werd aange-
steld ; bovendien wilden zij niet, dat
dekema deze waardigheid zou bekleeden, ver-
mits hy een zwager der
hottihga's was. Terstond vatten de hottisga.'s vuur en
verweten
jongema, dat hij en zijne aanhangers zich steeds als vijanden van het
vaderland, van eendragt, rust en billijkheid betoond hadden.
Jongema en tjerk waï.ta
bleven geen scherp wederantwoord schuldig, en het ware ongetwijfeld tot een gevecht
gekomen , indien niet
van langen allen het zwijgen opgelegd en de vergadering geslo-
ten had. Hij vermaande hen de zaak te huis rijpelijk te overwegen en des anderdaags
middags tegen twee ure zich weder in het klooster te laten vinden, op verbeurte van
een kwartje wijn.
Jongema , walta, do galama's en hun aanhang,'welke de meer-
derheid uitmaakten, verschenen op den bepaalden tyd; maar de gezant het ergste
duchtende, was vóór zonsopgang in stille met
pieter kamstra , de hottinga's en
andere der voornaamste Schieringer Hoofdlingen naar
Sneek vertrokken (X). Hier
ontving hij een in beleedigenden toon opgesteld geschrift van do vergadering te
Leeu-
warden ^
waarin deze zich op den Keizer beriep van alles wat door hem verrigt was,
van wien zij tevens een schriftelgk bewijs der gedane beroeping (appél) verzocht, het-
welk hij weigerde (2).

Jüw jongema en zijne aanhangers, verslagen over het onverwacht vertrek van den
gezant Aviens groote invloed aan het Hof hun bekend was, en voor zijne verbolgen-
heid beducht, overlegden met elkander, hoe zich in deze netelige omstandigheid te
gedragen. Met veel moeite en beleid overreedden zij eindelyk de Schieringers en de
onzijdigen, die in aanzienlijken getale zich nog te
BoUward bevonden, tot een
nieuw besluit en een anderen eedsvorm dan die te
Sneek y daarin verklarende en
belovende, »jaarlijks aan
maximiliaan en zyne opvolgers in het Rijk van elko haard-
stede of tafel eenen penning, van welke zestien een Rijnschen gulden maken, op te
brengen en hem naar de regten, wellen en gewoonten van het land getrouw en ge-
hoorzaam te blijven. Tot het aanstellen van eenen Potestaat echter konden zij hunne
toestemming niet geven, zoo lang geheel
Friesland niet lot rust gebragt zou zyn.".
Men bepaalde voorts, indien
van langen hierin uit naam des Keizers genoegen nam,
terstond het geld der schatting te innen en te
Deventer tegen overgave van '8 Kei«
zers handvesten, den gezant ter hand te stellen, wien men tevens voor zijne bewezene

(1) v. tüabou, niüt. v. Friesl. li. I. bl. GO. occo scarleksis, hl. 278—obbo emsii's, lier.
Fris. Hist.
Lil). XKXIIL p. 503,504. wissemiüs, Chron, v. Vriesl. B. XL bl. 321, 322.
scnoTANBs, Fr. Hist. B. ΧΠ. bl. 403, 404.

(2) Ã¼bbo emmids, BcT. Frts> IHst. Lib. XXXIIL p. 504. scdotarcs ; Fr. Iliat. B. XH. bl. 404.

57

ocr page 452

452 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

1482—diensten en onkosten ziBS honderd Rgnsche guldens zou Tereeren, waartoe Oostergo,
Westergo
en Zevenwolden elk een derde moesten bijdragen. Van langen ont-
bood hierop legen den vgfden
Tan Sprokkelmaand wederzydsche gemagtigden Toor
zich te Deventer, als eene onzijdige plaats legen welke niemand iels konde inbren-
gen (1). De scherpe en norschgebiedende toon der dagvaarding aan de Groningers en
hunne bondgenoolen bragt deze tot het onherroepelyk besluit, beroep in Ie stellen
op den Keizer, hetwelk hunne zaakgelastigden den gezant te
Deventer mededeelden.
En toen
van langen hier weinig acht op sloeg en voortging partijen over en weder te
hooren, ^erd hem door den Deventer regtsgeleerde
jan ostendorp op last van den
Raad van
Groningen, plegtig een antwoord afgevorderd. Hij verklaarde daarop, dat
hij dit beroep als van onwaarde niet aannam en met het begonnen onderzoek zou
voortvaren, den Groningers gelastende, hem binnen eenige dagen te verklaren, of zij
vrede dan krijg begeerden en zich in dien tusschenlijd van alle geweldenarijen te
onthouden. Do Bisschop van
Munster Aviens medewerking men tegen do Groningers
had ingeroepen, hield zich, door hen overgehaald, onzijdig.
Van langen ziende,
dat de zaken Ie
Deventer niels vorderden, vertrok met eenige geestelijke en wereld-
lyke gemagtigden der Schieringers naar
maxiihiliaan te Kempten in Zwahen. De
Groningers begrepen Ie wel hunne belangen, om niet insgelijks een gezantschap van
vier Geeslelyken, welke stand bij den Keizer in hooge achting was, derwaarts te
zenden. Reeds hadden de Abten van
Mariengaarde, Klaarkamp, Dokkum en
Foswert in geschriften bij den Keizer en de Rijksvorsten, het Groninger bondge-
nootschap hemelhoog geprezen en hun verzocht, dit tot behoud en welzijn van
Oos-
tergo
Ie bevestigen. In eene aanzienlyke vergadering van Ryksgroolen onder voor-
zitting des Keizers, bepleitten hot eerst de Schieringers met overtuigende welsprekend-
heid hunne zaak, schetsten de wanbedrijven der Groningers met de sterkste kleuren af

19 v. en drongen krachtig aan op de vernietiging van het bondgenootschap. Willem fre-
Griism

1494* beriks, het hoofd der Groningsche gezanten, antwoordde hun met niet minder klem
van redenen en kracht van taal, wederlegde van lid tot lid hunne aanspraak, verde-
digde het gedrag der Groningers met betrekking tot
Friesland door de wet der nood-
zakelijkheid , en verzocht met nadruk de instandhouding van het verbond , hetwelk
hij als een toom der partijschappen, een pilaar der gehoorzaamheid en als een vast
en eenig middel beschouwde, om zonder verwyl en zwarigheid de keizerlijke schatting
bijeen te brengen. Na het gehoorde Averd aan beide partijen hoop gegeven, en de
beslissing der zaak uitgesteld. Nu werden aan wederzijden kuiperijen noch geschen-
ken gespaard, om de invloedrijkste Grooten van hel Hof, waar alles voor geld veil

(l) occo scAULEJiSis, bl. 280 zegf , dat zij tegen den 3 van Sprokkelmaand gedagvaard werden.

■ (

i

ocr page 453

DES VADERLANDS. 453

was, te winnen. Eindelyk verkregen de Groningsche gezanten tegen voldoening van 1482—·
vierduizend, naar anderen van achtduizend gulden, van den Keizer eene schriftelgke ^^^^
bekrachtiging van hel verbond met
Oost. er go en van al de voorregten van Groningen,
onder voorwaarde, dat zij en hunne bondgenooten het Opperhoofd des Ryks trouw en
gehoorzaamheid zweren, en de verjaagden en gevlugten in het bezit hunner goe-
deren herslellen zouden. De gezanten beloofden al wat men van hen eischte, leg-
den voor zich den gevorderden eed af, en koerden over dezen goeden uitslag verheugd 23 v.
naar hunne meesters terug (Ij.

Terstond na hunne aankomst werd te Leeuwarden een groote Landdag gehouden,
op welken ook de voornaamste GiOningers tegenwoordig waren. Zij gaven verslag van
hunne zending, waarna men over het terugroepen en schadeloos stellen der ballin-
gen en-vlugtelingen handelde, en toen overging tot het bepalen eener heflSng over
Oostergo van een vierde der bezittingen, ter bestrijding van de onkosten des gezant-
schaps zoowel als tot ondersteuning der bondgenooten in
Westergo, Velen echter
weigerden hun aandeel op te brengen, en toen men hen daartoe wilde noodzaken,
bewerkten de beide Heeren
kamstra , Schieringer Heerschappen in Oostergo» die
veel van de Groningers geleden hadden,
take heemstra eniELLE, Pastoor te ÄawMJerci,
bij MAXIMILIAAN in de stad Grave, dat den Groningers bevolen werd, het innen der
schatting te slaken en de komst van 's Keizers zaakgelastigden af te wachten (2).
pieter kamstra is Waarschijnlijk bij die gelegenheid door den Keizer tot Ridder geslagen,
en de Raad van
Groningen gelast, zyne verwoeste stinzen te herstellen en de
schade te beteren. Hiervan kwam echter niets; en toen
eamstba zich deswege op nieuw
tot den Keizer wendde, overleed hy op de terugreize te
Olm (3).

Ondertusschen waren in West er go tusschen juw en goslik jongema, die trouwens
nimmer in de beste overeenstemming met elkander geleefd hadden, nieuwe geschillen
gerezen. Ijverzuchtig op hel gezag, welk zijn neef in
Bolsward voerde, had goslik
op raad en met behulp van zyn zwager bokke hariüxma , zijn stiefvader botte
noLDiNGA, en de gebroeders juw en jarich hottinga, in het geheim Friesche knech-
ten op zijne slins aldaar geplaatst en de poort naar
Hichtum bezet. Juw had zich op
Jongemaslins, zyn broeder
tjerk walta de poort naar Tjerhwert, en doüwe uottiiïga

(1) v. thabor, Ilist. V. Friesl. St. L bl. 61, übbo emmics, Rer. Fris. Jiist, Lib. XXXIIL
p. 504—514. scnoTAKts, Fr. Hist, B. XII. bl. 404—411. Tegenw. Staat v. Stad en Lande.
D. I. hl. 203, 204.

(2) occo scARLENsis, bl. 281—283. CBBO EHnrus, Rer. Fris. Hist. Lib. XXXIV. p. 515.
schotahus, Fr. Hist. B. XII. bl. 411. wiksemids, Chron. v. Friesl. li. XI. bl. 325.

(3) v. thabor, Hist. v. Friesl. St. I. hl. 61', 62.

ocr page 454

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482—een anderen uitffanff Tan jPo/iioari/versterkt. Men waagde het niet elkander aan te vallen,

1528 ^ <~' "

daar beider krachten gelijk stonden j maar toen dit evenwigt door de komst van here

hottoga en schelte liauckema met een hoop volks ten behoeve van goslik , ver-
broken werd, week juw
jongema naar Leeuwarden, walta naar zijne stins te Tjerkwerd,
en doüwe hottinga naar elders. Goslik vernielde terstond Jongemastins en voerde
van daar al de wapenen en tilbare goederen op zijn eigen slot.
Walta roofde op
hem en do Bolswarders niet alleen, maar spaarde onzijdigen noch vreemdelingen. Als
Grietman van
fVonseradeel^ hield hij onder anderen eenige Keulsche kooplieden aan,
welke te
Franeker geld hadden laten munten en voorbij Tjerkwerd trokken, onder
voorwendsel, dat het valsche munt was, en ontnam hun twaalfhonderd gulden met
welke hij zich naar zijn broeder te
Leeuwarden begaf. Verbitterd rukten de Sneekers
en Franekers, door onderscheidene Schieringer Heerschappen en het volk van
goslik.
ondersteund, voor do stins te Tjerkwerd over welke doetze donia , de zoon van
agge dojfia j bij de afwezigheid van walta het bevel voerde. Niet vóór de eene zyde
van het gebouw was nedergeschoten, gaf zich do wakkere bevelhebber over en trok
met de bezetting naar
Leeuwarden, Do slins werd geslecht (1).

Om dien tijd verzoenden zich bokke harinxma en de Sneekers met douwe en
hartman galama en hunne vrienden. Met toestemming van genen wierpen dezen
twee blokhuizen op, een te
Koudum en een te ffarns. Tot bescherming zijner par-
tijgenooten in
Gaasterland^ bouwde harinxma er een bij het Klooster Hemelum.
Misleid door de schijnbare vriendschap der galama's, liet hij het gebouw, evenals
in vredestijd , zonder bewaking verder optrekken en keerde met zijn volk naar
Sneek.
Maar spoedig kwam hij met eene krijgsmagt terug, dewijl de galama's trouweloos en
in spijt der gemaakte verzoening, het blokhuis vernield hadden, om welk hij nu bleef
liggen tot het geheel voltooid was, en er toen
wybe jarichs -jelkema als bevelvoerder
aanstelde. Er konden niet genoeg voorzorgen tegen de stoute aanvallen der Edelen
en Heerschappen in
West er go genomen worden. In de steden zelfs was men daar-
voor naauwelijks veilig. Zoo waagde het zekere
wieger jelksma Rarlingen, toen
nog onversterkt, bij nacht te verrassen; maar
douwe gerbranda , Heerschap al-
daar, er tijdig van onderrigt, verijdelde den toeleg en dreef de aanvallers op de vlugt.
Even weinig slaagde eene poging van juw
jongema , om zich in het verloren gebied
van
Bolsward te herstellen. Ofschoon van daar verdreven, stond hij in verstandhou-
ding met onderscheidene burgers, wolken hg berigtte , dat
tjerk walta heimelijk in

(1) V. τπΑΒΟΒ, Rist. v. Friesl. St. I. bi. 63. occo scAniERsis, bl. 283—285. übbo emhiüs, Rer.
Fris. Rist.
Lib. XXXIV. p. 51G. wiksemiüs, Chron, v. Friesl. B. XI. bl. 324, 325. schotanus,
Fr. Rist. B. XII. bl. 411, 412.

ocr page 455

DES VADERLANDS. 455

den vroegen morgen van den achtsten van Hooimaand met driehonderd gewapenden 1482—
Toor de si ad zou verschijnen. Vele zijner aanhangers zorgden, dat zij dien nacht
waakten, en overreedden legen het aanbreken van den dag de knechten van
goslik,
af te trekken en de v\'acht maar geheel aan hen over tü laten. Hiervan gaven zij een
teeken aan
walta, welke terstond aanviel, de vrienden van goslik, die nog
eenigen tegenstand boden, overvleugelde en hen op Jongemastins , hunne schuilplaats ,
belegerde, waar toen juist
botte holdinga, ηεκό ηοττιιίαλ en eenige andere Edelen
zich bevonden. Op dit foerigt trokken
bokke harevxma van Sneek, juw en jarigh
hottikga, scuelte liauckema, douwe rodmeks
en aesge hoxwier öiet de burgers
van
Franeker , Sneek en Workum, de Schieringer Hoofdliögen en do huislieden uit
de omstreken benevens de knechten, welke uit
Bolsward verjaagd waren, met hun geschut
voor die stad, welke zij geheel insloten. Om
tjerk walta uit -dien benarden toe-
stond te redden, bragt
juw jongema met hulp van epe tietes hottinga, wions zoon
op Jongemastins te
Bolsward gevangen zat, dertien voorname Vetkoopersgezinde Ede-
len , en onder hen do
herema's , galama's , rooïida's en dekema's , tot zijn hgstand
in de wapenen. Zij rukten in twee hoofdafdeelingen op. De eerste onder bevel van
hottisga , bestond uit de ingezetenen van Hommerts, Abhinga en de omliggende
dorpen en trok langs den weg van
Tjerkwert op Bolsward aan. Do laatste aange-
voerd door de overige Edelen, was zamengesteld uit de bewoners van
Tjum, Tjum-
marum, Firdgum, Ruins
en Sehraad, van welk dorp afkomende, zij op de
Franekers aanviel. De Franckers begonnen reeds te zwichten, toen zy door de
komst van
jarigh hottihga met de Nieuwlanders aangemoedigd , het gevecht hervat-
ten en de zege behaalden. Aanmerkelijk was het verlies der aanvallers aan dooden
en gevangenen, onder welke laatste eenige Edelen van naam geteld worden.
Walta,
die nu alle hoop op ontzet verloren had, gelukte het door tusscbenkomst van eenige
Minderbroeders en priesters, eenen wapenstilstand voor zes maanden te sluiten, onder
voorwaarde, dat hij en zijn volk
Bolsward zouden ontruimen, bij noch op den aflogt
gewelddadigheden plegen, en op zijne stins te
Tjerkwerd blijven; do gevangenen aan
wederzijden zouden deze zes maanden ontslagen zijn, maar onder eede beloven, na dien
tijd, ten ware er vrede gemaakt was, zich weder in te stellen; eindelijk zouden de
burgers van
Bolsward, welke het innemen der stad bevorderd hadden, naar het oor-
deel van onpartijdige mannen, het misdrijf geldelijk boeten.
Goslik johgema geraakte
alzoo weder in het bezit van ^o/ircarci, versterkte het en hield op Jongemahuis zyn
verblijf (1). '

(1) occo scarlensis, bl. 285—289. tJBBO EM5IID8, Rer. Fris. IHst. Lib. XXXIV. p. 516—518.
nmnsemiüs, Chron, v. rriesl B. XI. bl. 325, 326. scuotakus, Fr. Hist. B. XII. bl. 412, 413.

ocr page 456

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482— Terwijl dit gedeelte van JVester go nu eenige rust genoot, bragten de woelzieke

1· ■ *

galama's Gaaster land in beweging. Douwe en οττο igeszoow galama sloegen te JVarns

bij Stavoren het beleg voor de slins van jelmer sytzema, welke zich te iS'neeÄ bevond.
Bokke harinxma en de Sneekers, louw bowkiwga, wybe jarichs jelkema en andere
Schieringer Heerschappen waren aanstonds tot zigne hulp gereed. Met eene talrijker magt
dan die der Vetkoopers, tastte
sttzema den vyand aan, doch werd geslagen en zelf zwaar
gewond met een groot getal anderen gevangen genomen; zyn schoonvader
louw bon-
NiNGAwasraet velen gesneuveld; slechts eenigen hadden zich door de vlugt gered. De

moedige echtgenoote van sytzema bleef niettemin de stins verdedigen, tot men eene

!

overeenkomst bewerkte, waarby de gevangenen wederzyds werden losgelaten, doch de
stins in handen der vijanden geraakte, welke haar terstond slechtten.
Bokke ha-
RiiixMA, die geen deel aan den strijd genomen en zich te Hemelum opgehouden had,
was diep getroffen over het verlies van zijn volk naar het huis van
minne hillema
te Harich getrokken (I).

Om dezen tijd kwam bokke ennes, een bejaard, schrander, voortvarend man, door
juw JONGEMA, wien het verblijf in
Leeuwarden verdroot, naar Gelre gezonden om
krygsvolk te werven, met vijf- of zeshonderd man en hun bevelhebber
daam yan tiel
in Friesland, Terstond logen jongema en zyn medeballing enwes met hen in den
nacht naar
Bolsward. Ofschoon de stad kort te voren eene versterking aan man-
I y schappen had ontvangen, werd zy den volgenden morgen te vijf uren door verraad
^yti·^^ van eenige burgers stormenderhand ingenomen. De partijgenooten van goslik werden
1494 deels doodgeslagen, deels gevangen genomen, deels verdreven. Hij zelf had met
zijne moeder de wijk naar elders genomen.
Hero hottiwga , Heerschap van Wom-
mels
, welke in de Minderbroederskerk gevlugt was, moest zich gevangen geven,
lyfsbehoud voor driehonderd gulden koopen en daarenboven Jongemahuis met de
versterkte Tjerkwerder poort overleveren, waarna hij aanstonds ontslagen werd. Juw
joi^gema nu meester van de stad, zond te vergeefs pier ropta uit, om de stins
van
wttze heuwes beima in Pingjum te overweldigen; zijne knechten slaken de
omliggende woningen der Schieringers in den brand , plunderden de kerken en keer-
den met een rgken buit aan goederen en vee terug (2). Hij trachlle met de

(1) v. mabor, Rist. v. Friesl. St. I. bl. 62, istelt den slag bij Warns op den 29 van Uerfst-
maand. occo
scarlehsis, bl. 290, op den 6; en schotakus, Fr. Mist. B. XII. bl. 413, op den
15 dier maand.

(2) v. tiiabor, Hist. v. Friesl. St. I. bl. 64, 65. occo scarlensis, bl. 290, 291. bbbo emmiüs,
Rer. Fris. Eist. Lib. XXXIV. p. 518. "wiksemius, Chron. v, Friesl. B, XI. bl. 327. sodotascs,
Fr, Hist. B. XII, bl. 413.

ocr page 457

DES VADERLANDS. 457

Groningers, wier bondgenoolen hy groote dienslen bewezen had, zich enger Ie verbinden , 1482·—
maar zij wezen zijne voorslagen af van met hem een verbond aan Ie gaan, zgn
kr^'gsvolk over te nemen of hem ter belab'ng daarvan geld voor te schieten; dit laatste
moest hij naar hunne gedachte van zijne vganden afhalen, waarbg hij het tweeledig
voordeel had van deze te verzwakken en zijne vrienden niet te bezwaren (1). Jos-
gema wien geen ander middel overbleef, volgde dezen raad en zond bokke enkes
met het krygsvolk naar Workum, welke do stins van doüwe πακικχμα aldaar in-
nam , do Schieringers verdreef, hunne huizen plunderde , en
Stavoren, Hin-
deloopen
en do omstreken brandschatte. Sneek, Sneeher VÜf^o,, Slooten en
verscheidene dorpen in
Wymhritseradeel besloten weerstand te bieden; en naar
het schynt j waagde men het niet, hen aan te tasten. De Franckers en hunne omlan-
den, welke het nu zou gelden, sloten een verdrag met
jongema wiens zoon tjerk 23 v,
de dochter van ju\y hottikga , Heerschap te Frawe^er, ten huwelijk en Hollingahuis te J^l^j
Workmn tot bruidschat hebben zou. Wie inbreuk op dit punt maakte, zou den an- ^^^^
deren jaarlijks vijftig oude schilden uitkeeren ; en wie de overige bepalingen betrekke-
lijk de brandschatting der dorpen , de wcderzijdsche vrijlating der gevangenen en derge-
lijke overtrad, zou in eene boete van duizend Rynsche goudguldens vervallen. Doch
de spoedig daarop gevolgde dood van juw
hottinga verlevendigde weder de oude
veete. Zijne beide broeders, partijzuchliger dan hij, weigerden hunne nicht aan den
zoon van den bittersten vijand van hun geslacht af te slaan; en
jowgema , die zyne
hulpbenden afbetaald en weggezonden had , was niel bij magie hen te dwingen (2).

Ontzag voor het Opperhoofd des Rijks had de Groningers voornamelgk wederhou-
den, zich met de onlusten in
Westergo te moeijen. In de onzekerheid waarop dejïe
woelingen eindelijk zouden uilloopen, zonden zg
selmer kantek en den Deventer ] v.
Priester
arnoud micdiels naar Brahand ^ om bij μαχϊμπ.ιλαν op do overkomst van
hel beloofde gezantschap aan te dringen. Spoedig kwamen twee Keizerlijke Raadshee-
ren ,
wolpert van gierst , Domheer te Mentz, en de Ridder koewraad van amprin-
gen
te Groningen. Inlusschen waren οττο van langen en klaas ziegler onder den
titel van afgezanten des Keizers weder in
Friesland gekomen. Steunende op de gunst
van eenige Grooten aan het Hof, welke den Groningers niet genegen waren, beraam-
den zij met do Schieringers in
Oostergo en Westergo niel alleen, maar ook met de

(1) Ã¼bbo emmxxjs, Ret. Fris. Ilist. Lib. XXXIV. p. 518, 519. schotarüs, Fi\ llist. B. XII.
bl. 413.

(2) v. τπαεοβ, liist. V. Friesl. St. I. bl. 66. occo scarlessis, bl. 291. ubbo ejimiüs, lier.
Fris. Jlist.
Lib. XXXIV. p. 519. wmsEairs, Chron. v. Friesl. 13, XI. bl. 327. scuotarüs, Fr.
Π ist.
Β. XU. bl. 414.

II. Deel. 3 Stük. 58

ocr page 458

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

naburige Vorsten, inzonderheid Graaf edzard van Oost-Friesland, het plan, de zen-
ding naar
Groningen Ie verijdelen. Hunne pogingen waren vruchteloos. Er verliep
echter geruime lijd, eer do stad
Groningen en daarna hare bondgenooten, op eene
groote bijeenkomst te
Leeuwarden den eed aan den Keizer naar het Kempter voor-
schrift aflegden. Moeyelyker was het de beloofde gelden te verschaffen, waartoe
vele Edelen in
Oostergo, hoezeer aangespoord en bedreigd, hun aandeel weigerden
op te brengen. Terwijl men hierover beraadslaagde, werden
van langen en ziegler
mot eenige zaakgelastigden uit de Schieringers aan het Hof ontboden en bun gelast,
alle handeliogen met
edzard en anderen af te breken. Niettemin verspreidde zich
het gerucht, dat de Keizer bedoelde, dien Graaf of eenig ander uilheemsch Vorst
over
Friesland te stellen; doch een schryven van den Rykskanselier mï Maastricht,
stelde in dit opzigt den Raad van Groningen immers ten deele gerust. De
afgezanten vertrokken daarop met een geschrift, welk het Groninger verbond
bevatte en door
willem fkedeiuks was opgesteld, om dit den Keizer ter be-
krachtiging aan te bieden. Hen volgde
van langen , welke te vergeefs eenige dagen
te
Deventer op de gevolmagtigden der Schieringers, die hem zouden vergezellen,
gewacht had (1).

1482—
1528

18 V.

Sprok'
kelm.^

1495

Inlusschen baarde een ander gerucht ontsteltenis \n Friesland, De Ridder joris van
everstbin ,
beweerde men, zou op last van Hertog albrecht van Saksen met krygs-
volk ia het land komen, om
goslik jongebia en de gevlugte Schieringers in hunne
bezittingen te herstellen. De Groningers hechtten er wel geen dadelijk geloof aan,
maar waren toch niet geheel zonder zorg, dewyl bekend was, dat
goslik zich
naar
Holland begeven, en οττο van langen reeds vóór een jaar verklaard bad,
dat dit wel gebeuren konde. Meer vrees verwekte deze mare in
juw jongema ,
TJERK WALTA en de andere Vetkoopers, welke er trouwens het meeste belang bij
hadden. Zij zonden onmiddellijk do Burgemeesters van
JBolsward en Workum,
om met Groningen een wederzgdsch hulpverbond te sluiten. Het voorstel ont-
moette aanvankelijk vele tegenbedenkingen, doch werd door
willem frederiks
doorgedreven, welke de voorwaarden opstelde, die in eene vergadering van Vet-
koopers te
Bolsward werden goedgekeurd en geteekend. Men verzocht nu den
Groningers, het verdrag door gemagtigden op eene bijeenkomst in
Leeuwarden te la-
ten bekrachtigen. Hiervan kwam echter niets; want hoezeer hunne heerschzucht
door dit verbond gestreeld werd, vreesden zij , dat
maximiliaaw deze nieuwe verbind-
tenis als eene inbreuk op zijne regten zou beschouwen, dewijl hy zich vroeger over

2Gv.
Lente-
maand.

(l) occo scarlensis, bl. 281—283. s. behirfia, Ckron. d. Vr, Land, bl. 18. übbo esijiics, lier^
Fris, Rist.
Lib. XXXiV. p. 519—522. sguotakcs, Fr. Eist. B. XII. bl. 414-416.

ocr page 459

DES VADERLANDS. 459

het bondgeDoolschap met Oostergo in dien loon had uitgedrukt. Spoedig bleek, dat ^
dit vermoeden niet ongegrond ^vas,
Maximiliaah , aangespoord door den Bisschop van
Ments, welke den Groningers het plegen ταη groot onregt en geweld in Friesland
te last legde, ontbood de Friezen, om op den Rijksdag te fVorms hunne belangen en
bezwaren voor te dragen.
Yan lakgen trachtte op zijn bevel hen daartoe over te
halen; maar door den onrustigen en verwarden staat van zaken in
Westergo en
Zevenwolden bleven 's mans pogingen vruchteloos; niemand verscheen en evenmin
ontving hij van de Schieringers do benoodigde gelden, om hunne zaak aan het Hof te
ondersteunen. De Groninger gezant
arnoud siicniels vulde daarentegen de handen
der Hovelingen, en toen hy ook de beloofde schatting met eene toegift opbragt, was
het geen wonder, dat
van langen zyn plan, hetwelk hij zoo rusteloos had voortgezet,
moest opgeven; en het bondgenootschap der zegepralende Groningers met
Oostergo
bleef ongemoeid (1).

Goslib: jongema had zich inderdaad, doch vruchteloos eerst tot Hertog αlbueght
Saksen, welke de zaak, naar het schijnt, nog niet rijp genoeg oordeelde, en later
tot Graaf
edzard te Emhden, die in eenen krijg met Munster gewikkeld was, om
bijstand gewend. Juw
jongema van de pogingen zijns neefs verwittigd, zond bokke
ENNES naar Oost-Friesland, waar inmiddels de geschillen met den Munsterschen Bis-
schop waren bijgelegd, om driehonderd, naar anderen vijfhonderd afgedankte knechten

aan te nemen, welke oy&x Groningen en Leeuwarden Βolsward kwamen. Met hen ^

Herfst-

wachtte hij goslik af, die insgelyks in het land over do Eems eenig krijgsvolk had maand
geworven. Middelerwijl plunderden zijne knechten met do Vetkoopersgezinde burgers ^^^^
het dorp
Heeg en legden de geheele buurt, behalve de kerk en do huizen der 29 v.
priesters, in de asch. Daarop veroverden en bezetten zij do stins van
sïtzb harinx-
ha,
den schoonvader van goslik, te IJ Ist, vernielden het huis van pier bok-
NiNGA in de Morra geheel, en verdeelden onder elkander den rijken buit. Tegen de
overeenkomst met
harinxma en de Sneekers aangegaan, vermeesterden doüwe en
hartman galama de Sterkte der Schieringers te Hemelum, welke slechts met zestien
man bezet was, en voerden den bevelhebber
wybe jarighs jelkema gevangen naar maand
Bolsward. Om dien tyd zond Hertog albregut van Saksen tot hulp van goslik
eene bende knechten, welke onder bevel van zekeren fox, den grooten Kapitein
bijgenaamd, en daam van tiel, die tien maanden geleden onder jüw jongema ge-

(1) v. thabor, Ilist. v. Friesl. St. I. Hl. 62. mbo emmius, Rer. Fris. Hist. Lib. XXXIV.
p. 522—526. SCHOTANUS,
Fr. Hist. R. XII. bl. 416—418. Tegenw, Staat v. Stad en Lande,
1). I. bl. 206, 207. Vgl. de Groningher Passie van Heer mevkert, in het eerste sluk van liet
Archief voor Vaderl. en Vriesche Gesch. bl. 111—113. Oude Holl. Div. Kron. Div. XXXI.
e. 84. Div. XXXII. c. 7.
pokids uecteros , lier, Austriae, Lib. V. c. 3.

58 *

ocr page 460

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482— streden had, Ie Slooten aankwam (1). Fox Irok met een klein gedeelte er van naar
IJ Ist, waar goslik met eenen hoop Schieringers zich bij hem voegde, en sloeg het
beleg voor de stins van
sïtze harinxma welke de Velkoopers vóór eenigen lijd hadden
ingenomen en versterkt.
Juw jopfgema. en tjerk walta rukten terstond met een
groot getal knechten, Vetkoopers en burgers van
Bolsward tot ontzet van het huis
op. Fox nam de wijk in de stins van
doeke tietes hettinga, waar hy zich zoo veel
mogelyk verschanste en dapper verdedigde, maar door het Bolswarder geschut bijna
lot het uiterste gebragt werd.
Bokke harinxma en jarich hottinga ontboden in
alle haast het overige krygsvolk uit
Slooten naar Sneek, alwaar levens eene groole
menigte Schieringers bijeenkwam. - Juw
jongema bewust van de overmagt der vij-
anden, brak in stille des nachts het beleg op en verliet ook de stins van
sïtze ha-

20 v, RijixMA, welke hij reeds bezet had. Fox jaagde hem met de boeren wier vee was
iriaand weggeroofd, ijlings achterna, ontnam hem den buil en dreef zijn volk op de vlugt.

1495 Q-osLiK maakte van den schrik der vijanden gebruik en viel met douwe uarinxma ,
FOX en zyne knechten nevens de vluglelingen uit PForkum, in Jutrijp en Hom-
merts
in Wijmhritseradeel, verbrandde zeventien huizen van hottikga's parlij-

'U V. genoolen en plunderde do omliggende dorpen of eischle zware brandschaliing. Ou-
i^and ^^G'^steund door
iiero iiottijïga en do gebroeders douwe en laas hariiyxma , trok hij

19 V. eerlang met eenige vaartuigen naar PForkum en nam do stad, welke de vijand ont-
Slagtm.
 jjjjj^ zonder moeite in. Het sterke slot van hottinga echter bood een gerui-

men tijd tegenstand; en terwijl het belegerd werd, versterkte Hertog albrecut υαίΐ
Saksen do hulpbenden wier getal thans meer dan drieduizend man bedroeg. Ein-
delijk moest de wakkere bezetting, nadat het huis van alle kanten doorschoten
was en geen ontzei opdaagde, zich als krijgsgevangen overgeven; de Friezen wer-
den aan
hero ποττινοα , en de buitenlanders aan do vreemde hoplieden uitgeleverd.
Laas harinxma was in het beleg doodelijk gewond en overleed kort daarna.
Goslik. stelde geheel f^Fijmhritsei'adeel buitendijks, Stavoren, Hindeloopen , Molk-
warum
en alle dorpen in den omtrek op brandschatting ter bevrediging der uil-
heemsche knechten, welke hij niet by magie was in teugel te houden en die veel
ongeregeldheden bedreven, vriend noch vijand, kerk noch kraamkamer ontziende.

21 y Hunne goheelo bende rukte naar Koudum op, waar de Heerschap hartman galama
Sla{rün. verboden had, de schatting op te brengen. Galama niet bestand tegen deze menigte,

stak zyno eigene stins in brand en verliet met de meeste boeren het dorp,
dat nu uitgeplunderd en aan de vlammen prijs gegeven werd. Hierop daagde men
de Gaasterlanders ter voldoening der opgelegde schatting naar
fforkiwi. Onder-

(1) van xhabor, Eist. v. FHesl S(. I. bl. 67, begroot hun getal op twaalfhonderd; occo scar-
LEnsis, bl. 293, slechts op driehonderd man.

ocr page 461

DES VADERLANDS. 461

ling vereenigd, besloten zij zich gewapenderhand tegen de opbrengst te verzetten
haalden
Zevenioolden over, om met hen ééne lijn te trekken. Weldra kwamen
de bondgenoolen te Wiechel bijeen en maakten zich meester van een schip, hetwelk
de goederen, den huislieden ontroofd en afgeperst,
nv^^x Slooten voerde. Daarop stopten
zij
Takezijl, om het landen van meer vreemd krijgsvolk te voorkomen, hetwelk zij,
door het goed begin overmoedig geworden, voornamen geheel uit het land te jagen
en derhalve op
fVorkum en Slooten los te gaan. Fox wierp zich aanstonds in
stilte met een hoop volks in
Slooten, en liet onder daam vaiï tiel tweehonderd man
tot dekking van
Workilm. Terwijl de Gaasterlanders bezig waren, zich op den
dijk tusschen
Slooten en Wijckel tegen eenen onver\vachlen aanval te verzekeren, 24 v.
zond hij eene bende gewapenden op hunne werklieden af, die uiteengejaagd werden
1495'
en in allerijl naar de legerplaats te Wijekei vlugtten. Fox volgde hen met zijne
geheele magt. De bondgenoolen , die nog niet al hunne strijdkrachten bijeengebragt
hadden, waren tegen hem niet bestand; zij stelden zich echter woedend ie weer,
maar moesten na het verlies van honderd man en een groot aantal gevangenen , zich
door de vlugt redden.
Wijckel en Sondel werden geplunderd en deels verbrand; de
overige dorpen in
Gaasterland en eenige in Zevenwolden gebrandschat, en wie
geen geld had, moest zijn zilverwerk opbrengen , twee lood tegen eenen goudgulden
gerekend (1).

Spoedig noopte eene sterke vorst den Overste fox en goslik jokgema mX Slooten, al- 9 v.

Win-

waar zij tweehonderd man ter verdediging achterlieten, naar Oldeklooster op te term.
trekken, om
Bolsward te belegeren. De Bolswarders verbrandden terstond Oe^e-
klooster met de kerk onder hunne vesten gelegen, opdat do vijand er zich niet in
zou nestelen. Doch
fox bedoelde geheel iets anders dan het vermeesteren hunner
stad. Hij bad het oog op
Sneek, toen de sterkste plaats van Westergo^ gevestigd;
en het beleg van
Bolsward moest slechts strekken, om zyn eigenlijk plan to verber-
gen. Er werden dan ook geene vyandelgkheden tegen die stad gepleegd, maar veel-
eer met juw JOÄGEMA, Hoofdling aldaar, onderhandelingen aangeknoopt en van tijd
lot tijd eenigo onderbevelhebbers met een aantal knechten naar
Sneek gezonden,
welke er door hulp der geringere burgers ongemerkt des nachts binnenkwamen.
Inmiddels maakte
fox eenen invallenden dooi dienstbaar aan zijn doel. Hij ver-
zocht BOKKE HARiKXMA, LOüW DOKiA en den Raad van
Sneek zoo lang een verblyf
voor zich en zijne benden in de stad , tol het weder hem vergunnen zou
Bolsward

(1) v. tiiabor, Eht. V. Vriesl. St. I. bl. 67—81. occo scaklensis, bi. 292—296. übbo emmius,
Rer. Fris. Ilist. Lib. XXXVI. p. 536—538. wiksemujs, Chron, v. Friesl. B. XI. bl. .331, 332.
scnoTAHus, Fr. Eist B. XII, bl. 425, 426.

ocr page 462

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

aan te tasten. Men beloofde onder plegtigen eede den ingezetenen niet tot schade of
last te zijn, alles te betalen wat men rerteerde en te vertrekken wanneer de burgers
zulks verkozen. De gemeente liet zich door deze en andere schoone beloften overha-
Jen; en legen den zin van velen, welke voorzagen, dat dit verkeerd zou afloopen,
rukte het vreemde krijgsvolk in
Sneek. Wel verre van de voorwaarden te onderhou-
den , veroorloofden zich deze bandelooze gasten de grofste buitensporigheden en teerden
den geheelen langen winter door ten kosle der burgers, welke zij op alle wijzen
kwelden en beleedigden (1).

Fox stout geworden op het geluk , waardoor hij in korten tijd bijna geheel fVes-
tergo
aan zich had onderworpen, besloot Leeuwarden te verrassen. Dadelijk bij zijne
komst te
Sneek had hij bruggen en ladders daartoe in gereedheid gebragt, met welke
GOSLiK JONGEMA op Oudejaarsnacht zonder dat iemand het bespeurde voor
Leeuwarden
kwam. Een vreesselijk onweder met stortregens vergezeld, de vermoeidheid der man-
schappen en bovenal het ontoereikende der stormtuigen , die te kort bevonden werden,
om de wallen te beklimmen en de grachten te beleggen, verijdelden don aanslag. Bij
het aftrekken stak men eene molenaarswoning in brand, om zich te droegen en te ver-
warmen. Do vlammen wekten de Leeuwarders op, welke terstond de knechten aan-
vielen , en noodzaakten overhaast naar
Sneek te vlugten. Tot voorkoming van nieuwe
ondernemingen van dien aard, zond
Groningen eene aanzienlijke krygsmagt in Leeu-
tcarden,
welke niets uitrigtte en den burgers tot onlydelijken last verstrekte (2).

Grooter nederlaag Irof de benden van fox in Zevenwolden, waar de onderbevel-
hebber VAN BARNEVELDT met do bezetting van
Slooten het dorp Sint Niholaasga
plunderde. Op het gelui der klokken, kwamen de boeren in menigte uit al de om-
liggende plaatsen bijeen en vielen in
de Lemmer met zooveel geweld op de roovers
aan, dat zij hun den buit weder ontnamen, vijftig man met den bevelhebber dood-
den en de overige op do vlugt joegen, die zich te naauwernood in
Slooten redden.
Hoog zwol do moed der Zevenwolders door deze overwinning en zij besloten eenparig,
eerst
Slooten, daarna Sneek e bestormen , en voorts het vreemde krijgsvolk uit het land
te jagen. Spoedig kwamen achtduizend, naar anderen slechts vierduizend man in
drie afdeelingen te
Tjerkgaast ^ fVijckel en Balk bijeen en belegerden Slooten,
welks grachten terstond met eene groote menigte hooi werden gedempt, om het be-
klimmen der wallen gemakkelyker te maken. Intusschenf zond men boden naar de

(1) v. tiubor, Rist. v. Vriesl. St. I. bl. 71, 72, 79, 82, 87- occo scarleksis, bi. 296, 297.
übuo ehmhjs, Rer. Fris. IJist. Lib. XXXVl. p. 538, 539. winsejiius, Chron. v. Friesl B. XL
bl. 332.
sciioTAKiis, Fr. Uist. B. XII. bl. 426.

(2) v. thador, Hist. v. Friesl St. 1. bl. 83, 84. occo scauiensis, bl. 297, cn verder de bo-
vengenoemde schrijvers, t. a. p.

1482-
1528

21 V.

Win-
term.^

1495

6 V.

Louw-

luaaiid

1496

ocr page 463

D Ε S ν Α D Ε R L Α Ν D S. 463

Groningers \.q Leeuwarden y die aldaar wel vierduizend man slerk lagen, om-hunnen 1482—
bystand tegen den gemeenschappelyken Tijand en ter hevrijding van Friesland in
tö roepen. Hulp werd beloofd, maar niet gezonden. De Groningers beweerden,
dat niet op hen, maar op de Leeuwarders de verph'gling rustic, de Zerenwolders als
eigen landgenooten te helpen; zij zouden intusschen de slad bewaken. De Leeu-
warders namen hierin geen genoegen en de schoone gelegenheid, zich van do uit-
heemsche benden te ontslaan, ging door dezen twist verloren. Fox en
goslik jowgema.
trokken middelerwijl met acht of negenhonderd man over het ys lot ontzet van
Slooten o^. Niet ver van de slad schaarden zij hun volk, meest oude krggslie-v-
den, in slagorde en rigllen hun geschut zoodanig, dat het den vijand in de zijde maand,
moest treffen. De Zevenwolders steunende op hunne overmagt in manschappen,
vielen onverschrokken, ondanks het moorddadig geschutvuur , telkens met vernieuwde
woede aan. Maar de vijanden, hoe ook van allo kanten omsingeld en beslormd,
hielden op bevel van den dapperen
fox, die mannelijke woorden bij mannelijke
daden parende, hun moed inboezemde, de gelederen digt geslolen. Het was den
Zevenwolders, 'die in het wilde en elk op zich zelf alleen vochlen, niet mogelijk
hen te scheiden of te verdeelen; en daar weinig aanvallers terugkeerden, ontzonk
dezen eindelijk de moed. Verstrooid namen zij do wijk naar
Slooten, doch herstelden
zich weldra en tastten omtrent den mond van het meer op nieuw , doch weder on-
geregeld , den hen vervolgenden vijand zoo hevig aan , dat hij reeds begon te wan-
kelen, toen het ijs, over welk zij in digle drommen aanrukten, brak en een groot
aantal volk in het water omkwam. Fox drong nu Ie geweldiger aan en dreef hen, na
een wanhopig gevecht Λvaarin velen sneuvelden, op de vlugt. Ruim zevenhonderd
Friezen waren zoo door het zwaard omgekomen als verdronken, en onder hen eenige
Heerschappen als
tjilke sikkes van lAkkrum, keimpe tjepkes van Ter Räppele,
hoyte bottes van Beetsterzwaag en idts van Tjerkgaast. De overwinnaars telden
slechts negen of tien dooden, maar vele gekwelslen, onder welke
fox zelf. Deze
bevelhebber verklaarde, naar men zegt, dat hij nooit tegen onversaagder en dap-
perder mannen gestreden had, welke hem ongetwijfeld zouden verslagen hebben,
indien zij slechts eenige krijgskundige kennis bezeten hadden. Thans meester van
het slagveld, plunderde en verbrandde hij
Tjerkgaast, liet zijno gewonden op
sleden vervoeren en kwam nog dienzelfden avond met zijn volk zegevierend in
Sneek.
Hier verschenen weder bokke harinxma en louw dohia , die op eene slins te
Woudsend den uitslag van het gevecht hadden afgewacht, met het doel, dadelijk
het land te verlaten, indien de Zevenwolders, welke
Sneek den ondergang gezworen
hadden, de overwinning behaalden (1). ^

(1) v. THABOR Hist. v. Vriesl St. I. bl. 84~-87. occo scarle^sis, LI. 297—300, en na hem

ocr page 464

464 ALGEMEENE GESCHIEDENIS

Goslik joptgema vorderde nu van do Zevenwolders eene zware brandschatting, drei-
gende al hunne dorpen te verwoesten, wanneer zij niet voldaan werd. Men ant-
woordde »liever te willen sterven dan zich daaraan te onderwerpenen zocht weder
hulp bij de Groningers te
Leeuwarden^ die straks tien of elfhonderd man naar
de Lemmer zonden (1). Maar in 'stede van te beschermen, bedreef dit volk veel
moedwil, teerde op de huislieden en roofde weg wat hem voorkwam. De bezettingen
in
Sneek en Slooten, die door grooten toeloop van allerlei gespuis aanmerkelgk
versterkt waren, plaagden niet alleen de ingezetenen, maar .vernielden ook den
geheelen winter door de omstreken, zoodat het ongelukkige
Friesland beide
door vrienden en vijanden onbeschrijfelyk geteisterd en uitgemergeld werd. Do
^a"^ Slooter knechten legden alle woningen tusschen de stad en
Wijckel ^ daarna Balk
1496 en het Westelijk gedeelte van Harich in de asch. De Sneekers verontrustten Oos-
tergo ^
en om hunne uitvallen te beletten, versterkten de Groningers en Leeuwarders
Heringahuis to
Rauwert met eenige knechten, waartegen de Sneekers de stins van
ΛΥΛΤΖΕ HARINXMA. to Goitiga bezetten, die nu elkander lot oogeluk der beklagens-
waardige landlieden beoorloogden. Inzonderheid kwelde
juw jongema te Bohtcard
de omliggende dorpelingen door rooven, branden en moorden, terwyl hij met do bur-
gers en het kr^gsvolk den buit deelde. Inmiddels riglten do Leeuwarder-Groningers te
Takezijl een zeer sterk blokhuis op en bezetten Workum ^ de beste havens destijds
van
Friesland, waardoor zij den aanvoer van vreemde knechten konden verhin-
deren en
Westergo van twee zijden in bedwang houden (2).

Onderlusschen was goshk jongema te Sneek in groote ongelogenheid geraakt. Hij
had den uitheemschen bevelhebbers eene aanzienlijke som ter betaling hunner ben-
den uitgekeerd, doch zij hadden liet geld grootendeels onder zich gehouden. Toen
derhalve het krijgsvolk op drie maanden achterstalh'g loon , onder bedreiging van de
stad en het geheele gewest te verderven , bij hem aanhield, was hij builen slaat hen
te bevredigen. In dezen nood verzocht de regering van
Sneek de sleden en Hoofd-

aviksemics, Chron. v. Vriesl, B. XI. bi. 334, begroeten het getal der omgelioaien Friezen in
dezen slag op vierduizend vijfhonderd man.
Oude Hall. Div. Kron. Div. XXXII. c. 7. s. beninga ,
Chron. d. Vr. Land. bl. 19. übbo emhius, Rer. Fris. HisL Lib. XXXVI. p. 539, 540. scüota-
Kos, Fr. HisL li. XII. bl. 427, 428.

(1) v. tflabob, Hist. v. Vriesl. St. I. bl. 88. occo scarlensis, bl. 300, spreelit slechts van
vierhonderd mauj s.
benikga, Chron. d. Vr, Land. bl. 19, daarentegen van zeven-of achtduizend
knechten.

(2) v. τπαβοβ, Hist v. Vriesl. St. I. bl. 88—90. occo scarlensis, bl. 300, 301. ubbo ewmids,
Rer, Fris. Hist, Lib. XXXVI. p. 540, 541. winsehius, Chron. v. Vriesl. B. XI. bl, 334, 335.
scnoTAKüs, Fr. Hist. B. XII. bl. 428.

ocr page 465

DES VADERLANDS. 465

lÏDgen, eene schalling over Westergo tot voldoening der knechten uit te schrijven. 1482—
Er werd menige bijeenkomst gehouden, maar door de hevige tegenkanting der
Vetkoopers niets uilgerigt. »
Goslik. jokgema zeiden zg, »heeft de vreemdelin-
gen in het land gehaald ; laat hij heia tevreden stellen en betalen," Eindelijk be-
sloten de Schieringers uit de vijf deelen van
Franeker, Wijmhritseradeel en Snee^
her Vijfga
tot hcit heffen van een vuurijzer van eiken gulden en van iedere koe (1),
De Franekers en de hottikga's echter weigerden er in te deelen, zoo lang Bolsward
niet vermeeslerd en goslikl , met wien zij dit overeengekomen waren, in de regering
aldaar hersteld was. Schoorvoetend werd door do anderen do schalling opgebragt en
den bevelhebbers ter hand gesteld. Het kry^svolk met deze gedeeltelijke afbelaling
niet tevreden, en doof voor de slem der rede en billijkheid, zwoer
Sneek niet te zul-
len ontruimen, vóór het achterstallig loon geheel was aangezuiverd, en kwelde toen
dit niet gebeurde , derwijze de ingezetenen, dat do rijkste burgers heimelijk de stad
verlieten.
Bokke hakinxma en louw donia trachtten insgelijks te ontsnappen, doch
werden verraden en in hechtenis genomen. Na eeno vergeofsche poging, om van hen 21 v.
de vereischle gelden te ontvangen, Averd
harinxma door de bevelhebbers gedwongen, ie"m.
zijne stins te Woudsend in hunne handen te leveren, en derwaarts zekere Jonker
FLENS, een Bohemer, met vijf en twintig man gezonden, welke de huislieden in den
omtrek rusteloos plaagde. De overmoed en het geweld der vreemde benden werden
dagelijks ondragelijker. Daar nog
geen geld konde verschaft worden, sloten zij ha-
rinxma
en donia in ketenen en voerden sytze harinxma van IJlst, den schoonvader
van
goslik , gevangen naar Sneek. Goslik zeiven zou een gelijk lot getroffen heb-
ben , indien hy niet door eeno list uit de stad ontkomen ware. Op de pijnbank
werd
bokke do belofte eener opbrengst van tweeduizend gulden, en sttze eene van
vierduizend afgedwongen;
louw dowia moest zich tot hel betalen van zevenhonderd
gulden verpligten (2).

In weerwil der hooge ingenomenheid legen de Groningers, had inmiddels do rege-
ring van
Sneek ^ den moedwil van het krijgsvolk niet langer kunnende dulden, in het
geheim den Deken
agge en eenige leden van den Raad naar Leeuwarden om bijstand
gezonden en tevens verzocht, in het bondgenootschap opgenomen te worden. Hoe gaarne
de Groningers van deze gelegenheid lot uitbreiding van hun gezag zouden gebruik

(1) Een vuurijzer is zeven en eene halve. cent. Zie Aant. op v, toabor's Eist. v. Vric$L
St. I. hl. 81.

(2) v. thabor, Uist, V. FriesL St. I. bl. 89—93. occo scablensis , hl. 301—303, übbo euams,
Rer. Fris. Eist. Lib. XXXVI. p. 541. wiksemiüs , Chron, v. Vriesl. B. XI, hl. 335. schotaïsüs ,
Fr. Eist. B. XII. bl. 429.

II. Deel. 3 Stuk. 61

ocr page 466

^Tfx ALGEMEENE GESGHIEDENIS

1482—gejinaakt hebben, hadden zij echter dit verzoek, naar het schijnt uil vrees voor den
Keizer, afgewezen maar beloofd, met magt van volk te komen, om de vreemde
knechten uit het land te jagen. Fox hiervan verwittigd , had
Sneek uit de omlig-
gende kloosters en landhoeven van levensmiddelen voorzien, en zich lot een krachtigen
tegenstand gereed gemaakt. De burgers stonden nu meer dan ooit ten doel aan het
baldadig krijgsvolk^ en daar de Groningers niet opdaagden, dro*gen zij met hunne
omlanders en de stad
Slooten eerlang op nieuw ernstig bij hen om hulp aan. De
Groningers inmiddels door den Rijkskanselier van 's Keizers gunst en goedkeuring
verzekerd, namen de Sneekers in het verbond op en kwamen te
Leeuwarden met
de uitheemsche bevelhebbers overeen, - dat
Gronhigen tot afbetaling der benden te
Sneek, Slooten en in den omtrek, achtduizend Davidsguldens zou voorschieten,
voor welke
bokke harinxma , zijn broeder sïtze en louw donia lot aan do terug-
gave, als borgen te
Groningen zouden blijven. Het geld werd van de kloosters
in
Oostergo opgenomen en den vreemden knechten uitgekeerd, Avelke den vol-

(5 V. genden morgen, overeenkomstig het verdrag, met hunne roofgoederen van Sneek
Moeiin
1496

Bloeiin. door Slooten uit Friesland trokken (1). Des anderen daags kwamen tweehon-
derd man uit
Groningen te Sneek en zonden zekeren goerts olghers als bevel-
hebber met eene bezetting op do slins van
watse harinxma Ie Slooten, Daarna
werden al do steden, Hoofdlingen en deelen of grietenijen van
Westergo op eenen
algemeenen landdag te
Sneek bijeengeroepen, om over de middelen ter teruggave
der achtduizend guldens te beraadslagen. Vele Velkooper- en Groningergezinde gees-
telijke en wereldlijke Heeren verschenen ; maar de meeste Schieringers, onder ande-
ren
hero en jarich nottinga, HESSEL MARTENA, juw DEKEMA CU de stad Franekcr
met Franekeradeel, welke niet verkozen in het Groninger verbond te treden , bleven
weg. JoHAiT SGHAFFER, Burgemccster van
Groningen, stelde voor, dat geheel Wes-

(1) Even voor hun verlrek hadden zij, den Sneekers tot spot en waarschuwing tevens, aan de
poorleu en huizen liet volgende aangeplakt:

Die vander Sneke synt wel voerdacliticli,
Niet meer knechten in
te laten, sy en syns machtich.
Wat hen van dat is gliecoinen,
Dat salmen weten van hyr loe
Romen,
Want te voeren ghedaeu, ende nae bedacht,
Heeft mennich menschen in lyden ghebracht.
Mer te voeren bedacht, wat nae mach comen,
Heft mennich man seer vaeck doen vromen. /

v. thabok, Jiist. D. Vriesl, St. I. bl. 87.

ocr page 467

DES VADERLANDS, 46^

ter go eene belastiüg zou uitschreven. Door zijne welbespraaktheid had hij by het ^
opnemen der stemmen vele der vergaderden daartoe overgehaald, toen
juw jon-
gema met de Bolswarders, de galama's en anderen zich er tegen verklaarden; zij
toch hadden ook den geheelen winter vreemden in dienst gehad pn zelf voor de be-
taling moeten zorgen; daarenboven was het onbillijk en dwaas van hen te. vorderen,
dat zy de knechten hunner vijanden, die hen reeds genoeg getergd hadden, zouden
helpen bezoldigen. De bgeenkomst liep alzoo vruchteloos af. Tegen Pinkster echter
werd eene andere te
Groningen gehouden, op welke de Franekers en do hottinga's
met hunne vrienden ook niet gekomen waren, maar de galama's , de jokgema's , de
roorda's en die van hunnen rade, alsof zij geheel PFestergo vertegenwoordigden,
in de belasting bewilligden. Blen bepaalde , dat
Westergo van iedere koe een vuur-
ijzer, even zooveel van eiken gulden huurwaarde en van elke twintig gulden aan roe-
rende goederen, maar van iederen gulden jaarlyksche rente anderhalf vuuryzer zou
opbrengen. Het verbond met de Groningers, waarover zoo dikwerf en vergeefs onder·»
handeld was, kwam nu tot stand en werd voor den lijd van twintig jaren aangegaan.
De inlioud was genoegzaam gelijk aan dien van het verdrag met
Oostergo, en
door de stad
Groningen, nevens vier steden, zes Abten en een aanzienlijk getal
voorname Heerschappen uit
Westergo bezegeld (1).

Maar de Franckers, do hottinga's en de andere sleden, Edelen en Abten, die
Keizers vrij wilden zijn, dat is, onder geene andere heerschappy staan, dan die
onmiddellijk uit den Keizer voortvloeide , weigerden zich aan deze overeenkomsten en
bepalingen te onderwerpen. De Groningers besloten, hen door kracht van wapenen
te dwingen. Tegen het midden van Zomermaand zonden" zij negenhonderd of duizend
gewapenden over
Leeuwarden naar Bolsward en van hier, vereenigd met juw jor-
gema, tjeiik walta,
de galama's en de roorda's , naar Harlingen. Aan do
Zuidzijde dier plaats, toen nog onbemuurd, stichtten zy op kosten en met hulp
der omliggende landzaten eene sterke stins, om
Franeker in bedwang te hou-
den en te benaauwen. Intusschen vermeesterden · en vernielden zij de huizen van
epe aïlva te Witmarsum en van sjoeud lieuwes beijsia te