-ocr page 1-
-ocr page 2-

GUNNING

37

ixmm

-ocr page 3-
-ocr page 4-

quot; quot;v.-.

\\

-ocr page 5-

37. T. hj

J

GEESTELYK

HOUWELYK,

dat is

EEN VERHANDELING

van de

OfflERTROUW DER GELOOVICEN MET CHRISTUS,

DOOR

£ Gr I D IU S FRANCKEN,

Bedienaar des H. Euangeliums tot Maes-Sluys.

MET EEN VOOKWOOED VAN DEN WELEERW. HKEE

E. E. OEWIlsT,

Predikant te Utrecht.

Onveranderde druk volgens de oorspronkelijke nltgave van 1715.

—-— * -tr riyo quot;Tquot;\' i i

UTRECHT, — H. TEN HOOVE. 1888.

-ocr page 6-

Gedrukt ter „Utrechtsche Stoomdrukkerijquot; te Utrecht. — Jeruzalemsteeg.

-ocr page 7-

Gaarne en met alle vrijmoedigheid voeg ik, op verzoek des uitgevers, een woord van aanbeveling hij dit geschrift van Aegidius Francken. De naam van den godzaligen schrijver is echter ook reeds eene aanbeveling. Hij is nog steeds een goede lekende bij de liefhebbers der waarheid, die naar de godzaligheid is; niet het minst door zijn „Kern der Christelijke leerquot;, die nog onlangs herdrukt werd en door velen met vrucht wordt gelezen. Het werkje dat hier aangeboden wordt is geene uiteenzetting van de leer der waarheid, maar beschrijving van het leven, dat God Zijn volk leert kennen, of nog beter gezegd, van \'t geen in dat leven hoofdzaak is; namelijk de nauwe huwelijksvereeniging der geloovigen met Christus, quot;\'t Doel des schrijvers met het uitgeven er van was: vreemdelingen van dien gezegenden ondertrouw begeerig er naar te maken; de ondertrouwde bruid van Christus te\'bevestigen in haren gelukzaligen staat en sukkelende en bekommerde zielen los te maken van hare- ongegronde en

-ocr page 8-

angstvallige gedachten. Dit gezegend doel is tijdens het leven van den schrijver door Gods genade niet onbereikt gebleven.

Geve de Heere dat het ook bereikt worde door de nieuwe uitgave van dit geschrift dat zoo col is van den liefelijken geur der zalving des B. Geestes j opdat daardoor de man, die bij zijn leven een zegen was, cok nog na zijn dood tot een zegen gesteld worde,

Gebruike de almachtige en genadige Verhonds-God het om, in een tijd, waarin zooveel leven gemaakt wordt en zoo weinig waar leven wordt aangetroffen 5 enkelen zijner gunstgenooten weder daartoe terug te brengen en hunne zielen, zoo ver afgedreven te midden van het strijdgewoel, opnieuw zijne liefelijkheden te doen aanschouwen in de binnenkameren.

TJ T B E C HT ,

2 Dec. \'87.

E. B. GEWIN.

-ocr page 9-

OPDRAGHT

Aen myne Veel-geachte Schoon-Moeder

H E N D R I C A Gr O S S Y,

Huysvrouw van de Heer

COENELIS van KLEVEUSKEEK,

BENEFFENS Aen myne seer Waerde Suster

JOHANNA AlSrCKElSr,

Huysvrouw van de Heer

JOHAN de EOO,

7 %

EN

Aen myne Veel-geliefde Swagerinne

AJSnSTA OORISTELIA DE VRIES,

Huysvrouw van de Heer en

Mr. HENEICUS FEANCKEN.

Eerwaerde Moedei1 en Hoocj-gedchte Sus Iers.

Soo verre het licht de duyslernisse overtreft, en de hemel hooger is als de aerde, soo veel munt ook een waere begenadigde boven een natuurlyk mensch uyt; immers de rechtveerdige is Overtreffelijker als synen Naesten, was een van de loffelyke Byspreuken Salomons, Cap. i 2; 20. Wel is waer, dat hy na het uyterlijke in geen meer aensien is als een ander, want dog eenderley wederwaert den rechtveerdigen ende den godloosen, den goeden ende den reynen als den onreynen. Pred. 9:2. Ja veeltyds werden de vroome het minste geëert; de wereld houd hen voor de veragtsten hoop; uytwendig sien sy\'er slegt uyt, schoon sy geheel vereerlykt syn inwendig, als

1 \'

-ocr page 10-

OPDRAGHT.

2

des Konings dochter in den 45 Psalm ons werd vertoont; niet ongelijk den Tabernakel van Moses, welke bedekt was met roodgeverwde ramsvellen, en daer over een deksel van dassevellen, Exod. 36: 19, daer het Heyligdom van binnen van louter goud schitterde; edog hoe veel uyltnunlender fijndewaere geloovige niet als alle andere menschen? hoord dat eens de wyse Prediker bevestigen, Cap. 4:13. Beter is een arm ende wijs jongeling, dan een oud ende sot Koning, die niet en weet van meer vermaent te worden. Seekerlijk in Gods oordeel steekt een god-vrugtig man verre boven een godloose uyt; want die is een cierlijke kroone in de hand des Heeren ende eenen koninklyken hoed in de hand sijnes Gods, Jes. 62: 3. Gelijk hy ook soo heerlijk boven sijn naesten uytmunt in de oogen der vroomen, die sig niet vergapen aen een uyterlyke glans des werelds., maer geleert hebben alle dingen op haer rechte prys te stellen; in suiker oogen sijn de verworpene veragt, maer sy eeren de gene, die den Heere vreesen. Psalm 15:4. Hunne goedheyd raekt tot de heylige, die op der aerde syn, en de heerlyke, in de welke al hun lust is. Psalm 16: 3. Van dal oordeel was de Propheet Elisa, die het aengesigte van den vroomen Koning Josaphat eerde boven dat van den godloosen Koning Joram, en daerotn tot de Koning Israëls seyde, 2 Kon. 3: lé. Soo waeragtig als de Heere der heyrscbaren leeft, voor wiens aengesigt ik sta, soo ik niet het aengesigt Josaphats des Konings van Juda opname, ik en soude u niet aenschouwen, nogte u aensien. Selfs in hun elendigste staet schatten de waere godsalige een rechtveerdige uytmun-tender dan synen naesten; daerom gaf Paulus van de Bloedgetuygen, die bespottingen en geeselen

-ocr page 11-

OPDRAGHT.

beproeft hadden, en ook banden ende gevankenisse, die gesteenigt waeren geworden, in stukken gesaegt, door het swèerd ter dood gebragt. dit loffelyk ge-tnygenisse, dat haerer de wereld niet weerdig was, Hebr. 11 : 36—38. Gewisselyk sal dese waerheyd nog nader sonneklaer doorschynen, soo gy met my eens een vergelyking wild maeken tusschen dese beyde persoonen, die soo onderscheyden van den anderen syn, en tegen malkanderen in de weeg-schaei van een geheyligt oordeel opwegen, yeders afkomst, yeders staet, yeders gedrag en yeders ver-wagtinge.

I. Schat de wereld yemants uytnementheyd boven andere na syn afkomst en geboorte, wie kan dan twyfelen, of een rechtveerdige is uytmuntender dan een ander? Onbekeerde syn van een onedel geslagt, ende moeten hun afkomst rekenen uyt de aerde; die uyt de aerde aerdsch syn; ja hunne geboorte moeten sy afhaelen uyt de Satan, volgens de taele van de mond der Waerheyd Christus, Joh. 8: 44. Gy syt uyt den vader den Duyvel, ende wilt de begeerten nwes vaders doen; \'t welk Johannes bevestigt, i Joh. 3: 8. Die de sonde doet, is uyt den Duyvel; want de Duyvel sondigt van den beginne. Edog een waere geloovige kan syn geslagt rekenen van God, dien Optimus Maximus, den besten en den grootsten,, uyt wien hy op een bovennatuuriyke wyse is gebooren; daerom getuygt Johannes van des Heeren volk, datse niet uyt den bloede, nog uyt den wille des vleesches, nog uyt den wille des mans, maer uyt God gebooren syn. Joh. i : 13. Daerom schaemt hem God niet om hunne God, ja hunne Vader genaemt te werden; maer wil syn kinderen met dese vaderlyke belofte verquikken, 2 Cor. 6; 18. Ik sal u tot quot;een Vader

3

-ocr page 12-

4 OPDRAGT.

sijn, ende gy suit my tot soonen ende dochteren syn, segt de Heere de Almagtige.

II. Maeken wy eens een vergelyking tusschen de Staat van dese beyde, hoe veel overtreffelijker sal niet de staet van een geloovige wesen boven die van een natuurlyk mensch? Syn Natuur getuygt van syn hoogheyd boven andere; een onbegenadigde heelt een bedorve natuur, welkers sielskragten alle verkeert syn; syn verstand is verblind, en niet als duyster-nisse; syn wille is verdraeyd na het schepsel en na de aerde; syn genegentheden syn ongeregelt geworden als hollende paerden, en syn conscientie is ongevoelig; die, in plaets van de heerlyke trekken van Gods beeld, de affschouwelyke trekken van de Satan in syn wandel vertoond; die daerom vuyl en affschouwelyk is; syn arme siel is ontciert en berooft van het eierkleei van Gods gerechtigheyd, en een modderpoel van alle onreyne gedagten en vleeschelyke bewegingen. Maer beschouw ik aen de andere syde de godsalige, die syn van een veel waerdiger en edelder natuur, die syn der Goddelyke natuure deelagtig, gelyk\'er Petrus met sulk een verheffinge van spreekt, 2 Petr. 1 ; 4. Niet dat de genade de geloovige souw vergoden en tot Goden maeken; dat syn dwaese gedagten van een hoogmoedig hert; dat eyndig is blyl\'t altyd onvatbaer van bet oneyndige; edog de geloovige ontfangen door-de genade der wedergeboorte sulk een heylige natuur, welke als een sweem heeft van de Goddelyke natuur, en als een strael is, die van de heylige God voortvloeyd, gelyk het licht of de zonnestraelen van de son voort-vloeijen; ja sy dragen hun Scheppers beeld, en komen hem soo na, als\'er yets onder den hemel is; hoe won-derlyk munten sy niet in waerdigheyd boven andere uyt, die praelen met de cierlyke trekken van Gods beeld.

-ocr page 13-

0 P D R A G T.

5

kennisse en heyligheyd? Mosten de vyanden van Daniël van hem getuygen, dat in hem de Geest der heyliger Goden was, mitsgaders licht, ende verstand ende wysheyd, gelyk de wysheyd der Goden is, Dan. 5 : 11, \'12. Dat getuygenisse past ten vollen op het nieuwe schepsel, die het licht der wereld syn, Ephes. 5:8. In wien de Geest van wysheyd en verhorgentheyd woond; die kend de verborgent-heden van Gods koningryk en van syn weg in syn heyligdorn, de verborgentheden van syn eyge herte; daer de grootste wereldkundige, die al de geheymen van de natuur en staet doorkropen heeft, nog onkundig blyl\'t in de verhorgentheyd van syn boos en verdorve herte, daer kend een begenadigde syn hert-verdorventheden, en de plaegen van syn siele, welk onkruyd hy door geduurige bekeeringe en doodinge soekt uyt te wieden; ja die kent de verborgentheden der tyden; als de kinderen Issaschars is hy ervaren in het verstand der tyden, om sig voor Gods nakende oordeelen te konnen verbergen. Spr. 22: 3. Een kloeksinnig mensche siet het quaed, ende verbergt sig; maer de slegle gaen henen door, ende worden gestraffet. Wat steekt een waer kind Gods niet hoog boven anderen uyt in heyligheyd, en vertoont daer in ook niet het uytmuntent beeld van God? Gelyk God, die hem geroepen heeft, heylig is, soo is hy ook een heylige der hooge plaetse, die sig sbekt te reynige van alle besmettinge des vleesches en des geestes. 2 Cor. 7:1. In wien niets laeg, gering en veragtelyk is, gelyk in een ongeheyligde, in wiens niets is dan het gene laeg, gering\', nietig en ydel is; alles is in hem voortreffelyk en heerlijk; daerom werd hij genaemt een heerlijke op aerde. Psalm 16: 3. Des Konings dochter, die aen de

-ocr page 14-

OPDRACHT.

6

regterhand van Christus staet in het fijnste goud van Ophir; die God een suyvere en onverdeelde liefde toedraegt; en als syn heylige quot;Vader sulk een glans van heyligheyd van sig verspreyd, dat hy ontsagge-lijk en eerbied waerdig voor andere werd; daerotn werd\'er gevraegt, Hoogl. 6: 10. Wie is sy die daer uyt siet, als de dageraed; schoone gelijk de maene, suyver als de sonne, schrikkelijk als slagordens met banieren? En draegt de naem van het peerd van Gods Majesteyt in den strijd Zach. 10:3. Dat maekt syn geestelyke schoonheyd uyt, welke de Bruydegom Jesus in verwondering wegrukt, en dat konstig borduursel en werk des Heyiigen Geests doet roemen, Hoogl. 4: 7. Geheel sijt gy schoone, mijne Vrien-dinne, ende daer is geen gebrek aen u. Hoe veel voortreffelyker is ook niet de Geest, die een geloovige besielt, als die der godloosen? Dese syn van een laege onedele geest; dewyl sy de dingen, die des Geestes zijn, noyt hebben gesmaekt, en van de hemelsche dingen onkundig zyn, soo bedoelen sy niets boven dit leven, kruypen gelyk de slangen op de aerde, en voeden hen met stof; sy maeken veel gewoel in de wereld om te bejagen een weinig rook, en ydele lofluyting en eere, ongestadige rykdommen, en sondige jagt-geneugten, die sy niet als loopende konnen smaeken, in placts dat sy soude behertigen dat groote eynde, waer toe sy in de wereld syn voortgebragt, namelyk Gods onmiddelyke gemeynschap in den hemel; Paulus beschryft dese aerdsgesinde kragtig, Phil. 3:18, 19. Veele wandelen anders; van dewelke ik u dikmael gesegt bebbe, ende nu ook weenenende segge, datse vyanden des kruyces Ghristi sijn. Welker eynde is \'t verderf, welker God is de buyk, ende welker heerlykheyd is in haere schande, dewelke aerdsche dingen bedenken.

-ocr page 15-

OTDRAGHT.

7

Edog des Heeren gunstgenooten werden door een hooger en edelder Geest gedreven; gelyk sy edel en moedig syn in Gods saek, want elk rechtveerdige is moedig als een jonge leeuw, Spreuk. 28 : 1. Soo syn sy ook van een held-agtige geest in hunne be-öogingen en betragtingen, dewyl sy een smaek gekregen hebben van het hemelsche Manna, soo willen sy hen niet laeten genoegen met swynen-draf; dewyl sy hebben gekregen verlichtende oogen des verstands, om te weten, hoedanig de hoope van Gods roepinge sy, ende de rijkdom der heerlijkheyd van sijn erle-nisse in de heyligen, soo sweven sy met hunne ge-dagten en begeertens hooger, en hygen na een uytnemender en grooter heerlykheyd als de wereld yemant schenken kan; sy verwagten een stad, die fondamenten heeft, welkers konslenaer en bouwmeester God is. Is dat een edelder oogmerk een koningsschepter over een volk te mogen swayen dan te spelen met kinderen om vodderyen? Hoe veel voor-treffelyker is dan niet het eynde, welke sig de ge-loovige voorstellen boven al de hoogste deffeynen van een wereldling, die een hemelsch koningrijk soeken, daer sy met Christus sullen sitten op synen throon. Beschouwt gy de Bedieninge der geloovige, die getuygt opk van hun uytmuntentheyd boven hunne naesten. a. Onbegenadigde dienen de ver-agtste Heer, en syn elendige slaven en Dienstknégten van de Satan, van wien sy gevangen werden gehouden na sijnen wille; niet alleen toovenaers, die een uytdrukkelyk verdrag met de Duyvel aengaen, sy syn rampsalige-dienstknegten, maèr ook alle onbekeerde, die genoegen vinden in sijn slavernye; die snoode slaven sijn van hunne boose lusten, van hunne gierigheyd, gramschap, wellust, hoovaerdye

-ocr page 16-

0 P D R A G T.

8

of staetsugt; daerom vraegde Paulus, Rom, 6: 16. Weet gy niet dat wien gy u selven stelt tot dienst-knegten ter gehoorsaemheyd, gy dienstknegten sijt des genen dien gy gehoorsaemt, ofte der sonde tot de dood, ofte der gehoorsaemheyd totgerechtigheyd. Maer hoe veel voortreffelijker Meester dienen de ge-loovige niet, die dienstknegten sijn van die groote Hemelkoning; daer op droegen de Tempel-bouwers hun roem, als sy door de Beiimpten van de Koning Darius na hun naemen wierden gevraegt, seggende, wy sijn knegten van den God des hemels en der aerde, Ezra 5; 10, 11. Al is een kind Gods inde armste staet, al gaet hy met gescheurde kleederen, al bewoond hy het veragtste hutje, soo is hy grooter als de grootste Monarch van de wereld in al sijn wereldsche pompe en luyster, omdat hy met waerheyd een knegt van de God des hemels genaemt mag werden, b. Ja de waere begenadigde sijn gesalft tot bedieninge van drie Ampten, die hen voortreffelijker maeken als hunne naesten. 1. Sy sijn gesalft tot Propheten, die ontdekkinge gekregen hebben van de geheymen van het koninkrijk der hemelen, en gemeysaem van God werden onderwesen, volgens des Heeren troostrijke toesegginge door de Propheet Je-saias, alle uwe kinderen sullen van den Heere geleert sijn. Gap. 54: 13. 2. Hoe sijn de geloovige ook niet verheven tot de Priesterlijke waerdigheyd? Naest de Koninklyke heerschappye was het Priesterdom de hoogste bedieninge wel eer by Gods volk, en andere volkeren; in de dagen van het Oude Testament was het Priesterdom voortreffelijk en eerwaerdig; des Konings dochter was.de huysvrouwe van de Priester Jojada. 2 Gron. 22: 11. Die onder de Wet de Hoo-gepriester eens met sijn Priesterlijk gewaed had uyt-

-ocr page 17-

0 P D R A G T.

9

\'• gedost gesien, omgord mei den Ephod van hemels-blaeuw, purper, scharlaken en fijn getwernt linnen, t dragende op sijn voorhooft die goude plate, waer in t gegraveert waeren die uylmunlende woorden, de Heyligheyd des Heeren, op syn borst de borstlap des Gerigtes, omset met de naemen van de twaelf stammen Israëls, en de Urim en Thummim, en met sijn andere Priesterlyke kleederen toegerust, die souw daer uyt hebben konnen lesen de uytmuntentheyd van die waerdigheyd; als Alexander na hel beleg van Tyrus en Gasa op de Jooden was vergrimt, en een voornemen had\' genomen om Jerusalem aen sijn woede en wraeke op te offeren, wierd hy op het gesigte van de Hoogepriester Jaddua, in sijn ont-saggelijk Priesterlijk gewaed toegerust, in een oogen-blik met sulk een ontsag en eerbied voor dien Hoo-genpriester getroffen, dal hy hem alie eer bewees, en sijn bloed-dorstig voornemen slaekte, gelijk ons den Joodsche Historieschrijver Josephus verhaelt; in geen minder aglinge was hel Priesterschap by de Heydenen; de yEgyplenaeren hadden een gewoonte om hunne Koningen uyt hunne Priesters te verkiesen; en Julius Caesar seyde lot syn moeder op den dag der verkiesinge, dal hy sig getroost souw houden, soo hy\' of Aerds-priesler of Balling wierd; edog de geloovige sijn door een doorluglige salvinge en inhuldiging tot Priesters Gode den Vader gemaekt; immers daer was al van hen voorsegt, dat sy Priesters des Heeren souden heeten, Jes. 61. Die even als eertijds de Priesters Gode als syn eygendom sijn loegeweyd, volgens des Heeren gunstige loesegginge. Mal. S: 17. Sy sullen, seyd den Heere der heyrschaeren, te dien dagen, dien ik maeken sal, my een eygendom sijn; gemeensaem met God verkeeren, en vrymoedigheyd

-ocr page 18-

OPDRAGHT.

hebben om in te gaen in het heyligdom door het bloed van Jesus, op eenen verschen en levendigen weg, welke hy ons ingeweyd heelt door het voorhangsel, dat is door sijn vleesch. Hebr. 10: 19. En den Heere tegengaan met geestelijke offerhanden, die hem aengenaem sijn door Jesum Christum, 1 Petr.

5. 3. Dat meer is des Heeren gunstgenoolen sijn verheven tot Koningen; het hoogste doelwit, waer na eersugtigtige herten jagen, is een Koningskroon; si violandum est jus, regnandi gratia violandum est, seyde Caesar; soo men oyt het recht mag krenken, so souvv het moeten wesen om de schepter te swaeyen. Maer sijn de geloovige niet lot die waerdigheyd gevor-dert? Sijnse niet een Koninklijk Priesterdom na de uytdrukkinge van Petrus? Heeft Christus ons niet gemaekt tot Koningen......Code den Yader? volgens de roem van Johannes, Openb. 1 : 6. Novarinus verhaelt van een seeker Koning, die voor een deel armé Christenen een groote maeltijd aenrigtede, en gevraegt sijnde, waerom hy soo veel eere bewees aen luyden van sulk een geringe en leegen staet, antwoorde, dese moet ik eeren als kinderen van den hoogen God; sy sullen sijn Koningen en Princen met my in de andere wereld. Seekerlijk sulke groote Vorsten sijn des Heeren lievelingen, die in weerdig-heyd andere te boven gaen; die als koningen, hunne geestelijke vijanden, de Satan, de wereld en haer eyge vleesch bestrijden; die de strijd niet en hebben tegen vleesch en bloed, maer tegen de overheden, tegen de magten, legen de geweld-hebbers der wereld, der duysternisse deser eeuwe, tegen de geestelijke boosheden in de lugt. Ephes. 6: 12. Die trium-phantelijk over die vyanden segenpraelen, en meer als overwinnaers over hen sijn door Christus die

10

-ocr page 19-

OPDRACHT.

11

hen heeft lief gehad. Rom. 8: 37. Die de wereld te onderbrengen, want al wat uyt God gebooren is, overwind de wereld. 1 Joh, 5: 4. Den Satan doen vlieden; ja die sells gesag voeren over sig selven, en de oproer in hun eyge gemoed stillen. Gal. 5: 24. Die Christi sijn, hebben het vleesch gekruyst met de bewegingen ende begeerlijkheden. Immers dat is de heerlijkste segeprael, sijn eyge ongeregelde driften en lusten te dempen; daerom seyde seer wel Salomon, Spreuk. 16: 32. De lankmoedige is beter dan de sterke; ende die heerscht over sijnen geest, dan die eene stadt inneemt. Ja die sullen hier namaeis als Koningen eeuwig met Christus regeeren en heerschen, volgens de siels-verrukkens-tnaglige belofte van Christus, Openb. 3: 21. Die overwind, ik sai hem geven met mij te sitten in mijnen throon, gelijk als ik overwonnen hebbe, ende ben geseten met mijnen Yader in sijnen throon. De Voorrechten, die de geloovige genieten, wat maeken die hun staet niet veel voortreffelijker als die der wereldlingen? a. Daer God de godloosen, die in hunne sonden sterven, van eeuwig-heyd heeft voorby gegaan, in de Swarte Rolle der verdoemenisse opgeschreven, en lot vaten des toorns heeft gestelt, ten verderve toebereyd, daer heeft de salige God van voor de grondlegginge der wereld een oog van gunst op hen wille slaen, gedagten van vrede over hen willen nemen, en hen als vaten van sijn barmhertigheyd, bereyd tot heerlijkheyd, willen opschrijven in de rolle en het Boek des eeuwigen Levens; met dat overgroot voorrecht vertroostede de Heere Jesus sijn Discipelen, Luc. 10: 20. Verblijd u daer in niet, dat de geesten u onderworpen sijn; maer verblijd u veel meer dat uwe naemen geschreven sijn in de hemelen, b. Daer de godloosen een

-ocr page 20-

0 P D R A G T.

12

voorwerp sijn van Gods Haet, want hy haet alle werkers der ongerechtigheyd, Ps. 5: 6. Daer staen des Heeren gunstelingen in sijn teedere Liefde, aen wien hy heelt een hysonder welgevallen, dewijl hy hen aensiet als die gene, die hy van eeuwigheyd aen sijn Soon als Berge heeft geschonken, die vrygekogt sijn door sijn bloed, en door de stempel van sijn Geest versegelt sijn tot den dag der verlossinge; seyde eens de Koning Ahasueros, wat sal men dien man doen, tot wiens eere de Koning een welbehagen heeft? Esth. 6: 6. Iloe veel gelukkiger is een kind Gods niet, in wien de Koning des hemels een behagen heeft, en van wien hy segt, mijn lust is aen hem. Jes. 62: 4 c. Onbegenadigde lyden honger en Gebrek, de verloorene soon, soo lang hy afswerfde van de «overvloed des hemels, verging van honger, niet konnende sijn hongerigen buyk met swynen-draf vullen; die sijn in de grootste rijkdom na de wereld arm, dewijl sy ontberen liet hoogste goed, en \'t gene God hen in dese wereld bedeelt heeft, bezitten als goederen van Gods slinkerhand, niet in sijn gunst, maer in sijn toorn, en als een roof-goed, en als een Heyden in Gods erfdeel gevallen; edog des Heeren volk sijn in de grootste armoede van de wereld Ryk, en konnen met David als dan nog seggen, mijn beker is altijd overvloeijende; die hebben recht en eygen-dom aen de dingen deser wereld, al hebben syrer veelsins het daedelijk besit niet van; en \'t geen sy besitten, genieten sy in de gunste Gods, welke beter dan het leven is; daer van daen is het weynige, dat een rechtveerdige heeft, beter dan den overvloed der godloosen. Psalm 87 : 1ö. hen versaedigt de Usere met het goed van sijn buys, en met het heylige van sijn palleys; de wederkeerende verloorene soon wierd

-ocr page 21-

0 P D R A G T.

13

in sijn Vaders armen omhelst, en het gemeste kalf wierd voor hem geslagt. d. Onbekeerde hebben alle schepselen tot hun Vyanden, dewijl de lleere alles geschapen heeft tot dienst van sijn vrienden, en niet voor sijn vyanden, als de godloosen sijn; edog alle schepselen staen ten Diensten van de geloovigen, die hun welstand bevorderen; son, maen en sterren werden door des Ileeren hand bestiert t\'haeren beste; selfs de salige Geesten, de Engelen, die Gods aenge-sigt geduurig in de salige heerlijkheyd aenschouwen, passen op de geloovige, Hebr. 1 ; 14. Sijnse niet alle gedienstige geesten, die lot dienst uytgesonden worden om der gene wille die de saligheyd beërven sullen. e. Daer de onreyne en godloose geen ding reyn is, maer alles tot hun Quaad strekt, selfs des Ileeren segeningen hen tot een vloek werden, volgens des Ileeren rechtveerdige bedreyginge, Mal. 2 : 2. Indien gy het niet en suit hooren, ende indien gy het niet suit ter herte nemen, om mijnen naeme eere te geven, seyd de lleere der heyrschaeren, soo sal ik den vloek onder u senden, ende ik sal uwe segeningen vervloeken; ja ik hebbe ook aireede elk een der selver vervloekt, om dat gy het niet ter herten neemt; daer is alle dingen reyn de geloovige; het quaed word voor hen Goed; de vloek verandert God voor hen in een segen, gelijk hy weleer de vloek van Bi-leam, tegen sijn volk voorgeschikt, verwisselde in een segen; Deut. 23: 5. De lleere uwe God heeft u den vloek in een segen verandert. Immers daer mede vertrooste Paulus de geloovige, Rom. 8: -28. Wy weten dat den genen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk den genen die na sijn voornemen geroepen sijn. f. Godloose sijn noyt Veylig, en leven in een rusteloose slaet, waer in sy

-ocr page 22-

OPDRACHT.

u

door allerhande ontroerende gedagten werden geslin- v gert; Jes. 57: 20, 21. De godloose sijn als eene d voortgedrevene zee, want die en kan niet rusten, s ende haere wateren werpen slijk ende modder op. £ De godloose, seyd mijn God, en hebben geenen vrede. 1 Edog hoe Seeker woonen de geloovige niet, die ner- lt; gens voor behoeven te vreezen, met wien het gaet 1 als met de JEgyptenaeren, die boven de Moerasschen lt; woonden en op torens slaepende, volgens het verhael van Herodotus, bevrijd wierden van de muggen, die door de wind belet wierden soo hoog te vliegen; sy die in de hoogte woonen en sweven met hun gedagten, sijn boven alle beroeringe en ontrustinge van schepselen hier beneden; dewijl sy in de schuyl-plaetse des Allerhoogste sijn geseten, vernachten sy in de schaduwen des Almagtigen, sonder dat sy behoeven te vreezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die \'sdaegs vliegt; voor de pestilentie, die in de donkerheyd wandelt, voor het verderf dat op den middag verwoest. Psalm 91 ; \'1, 5, 6. Beschouwt gij Gods volk in betrekkinge op andere, wat invloed sy op die hebben, steekt hun uytmuntendheyd boven andere nog meer uyt; godloosen sijn voor hun naes-ten niet Voordeelig maer seer schadelijk, die des Heeren oordeelen over een land verhaesten door be-smettinge yan andere met hunne sonden; om den godloosen Achas des Konings Israëls wille vernederde de Heere eertijds Juda; want hij hadde Juda afgetrokken, dat het gantsch seer overtrad tegen den Heere. 2 Cron. 28: 19. Edog hoe wonderlijk Voordeelig syn de godsalige niet voor andere? Die sijn immers het bolwerk en de sterktens, die een volk staende houden, en de uyterste oordeelen en ver-woestinge van een land afschutten; seekerlijk sijn de

-ocr page 23-

OPDRAGHT.

15

vroome de schraegen en steunsels van Land en Kerk; dat gaf de Heere duydelijk te kennen in sijn voor-segginge, Jes. b; 13. Alsoo sal het heylige saed het steunsel daer van sijn, gelijk de boomen, die van beyde sijden in een Dijk geset sijn, het steunsel van de opgeworpene aerde aen de selve sijn, en den Dijk ondersteunen, versterken en houden; even soo onderschragen en houden de heylige gemeenelijk nog een sondig volk op, indien\'er binnen Sodom maer tien rechtveerdige geweest waeren, de Heere soude die gantsche landstreeke verschoont hebben; daerom seyde God, Jes. 5: 1. Gaet om door de wijken van Jerusalem, ende siet nu toe, ende vernemet, ende soeket op haere straeten, of gy iemant vindet, of\'er een is die recht doet, die waerheyd soekt; soo sal ik haer genadig sijn. Gelijk ook Ezech. 22:30. Als Elia met vuyrige wagens en vuyrige peerden ten hemel opvoer, noemde hem Elisa wagen Israëls en fijne ruyteren, 2 Kon. 2: 12. \'t Geen die twee be-faemde kopere pilaeren in den Tempel waeren, ge-heeten Jachin en Boas om het voorhuys te onderschragen, dat sijn de godsalige aen Land en Kerk, die dat gebouw van den Staet en van Gods Kerk ondersteunen; de Heydenen sell\'s hebben dat, konnen sien, want wanneer het regiment der Christenen in het leger van Marcus Antoninus door hunne gebeden\' regen had verworven voor het dorstend leger, wierden sy als behouders van het gantsche leger van hen geëert, en kreeg de naem van het blixem-schietend-regiment, om dat sy met eenen van God op hunne gebeden verworven hadden donder en blixem tot ver-schrikkinge van hunne vyanden; daerom seyden de Heynenen ook, dat een goed man een gemeen goed was, nuttig voor het gemeene best; en verheften

-ocr page 24-

0 P D R AG T.

uil dien hoofden seer den Trojaenschen Hector, aen s wien sy de behoudenisse van Stad en Staet hebber toegeschreven.

III. Het Gedrag der geloovige geeft ook blijken j. van haer voortreffelijkheyd boven die van andere; j onbekeerden gaen den breeden weg na de helle; ^ stellen sig op een weg, die niet goed en is, welkers v treden de eeuwige verdoemenisse vast houden; edog de geloovige wandelen op de smalle weg, welke ten leven leyd; strijden om in te gaen in de enge poor-te; beneerstigen hen om in de salige ruste in te gaen, volgens de ernstige opwekkinge van Paul us, Hebr. 4: 11. Laet ons dan ons beneerstigen om in die ruste in te gaen; op dal niet yemanl in dat selve exempel der ongeloovigheyd en valle.

IV. Kort om hun quot;Verwagtinge is veel uytstekender als die van wereld-lingen; immers de verwagtinge der huychelaeren sal vergaen, van welke sijne hoope walgen sal, en sijn buys sal wesen, als het buys van een spinnekop; immers sal het slegte voor de god-loose op \'t laelste komen; stervende in een onbekeei\'de staet, slaen sy dien ongelukkige weg ter verdoemenisse op, en hebben niet anders te wagten, als dat sy alle vleesch een vervloekinge sullen wesen, en dat hen die swarte keursteen van eene naere veroordeeling sal toegewesen werden, gael weg van my gy vervloekte in hel eeuwige vuyr, dat voor de Duyvel en sijne Engelen bereyd is. Malth. 25: 44. Daerom vraegde Paulus, Rom. 6: 21. Wal vrugt dan had gy doe van die dingen daer over gy u nu schaemt? want het eynde der selver is de dood. Edog hoe heugelijk is niet de verwagtinge der geloovige, die na veel strijd en worstelinge de haven der saligheyd sullen beseylcn? Soo als sy sterven, werden hunne

16

-ocr page 25-

OPDRAGHT.

sielen gedragen in Abrahams schoot, en werden toe-gelaeten tot het genot van Gods onmiddelijke ge-meynschap, en leven in die verwagtinge, dat sy eens in hun gantsche menscheyd sullen verheerlijkt werden in gene dagen na de opstandinge des vleesches, en dat hen dan die witte keursteen van een genadige ei t vryspraek sal toegewesen werden, komt gy gesegende 0§ mijns Vaders beërft het koninkrijk, \'t welk voor u hereyd is van voor de grondlegginge der wereld, Matth. 25: Met die verwagtinge versterkte de Propheet Maleachi het volk des Heeren, Cap. 3: 17,18. Sy sullen, seyd de Heere der heyrschaeren, te dien dage, dien ik maeken sal, my een eygendom sijn; ende ik salse verschoonen, gelijk als een man sijnen soone verschoont, die hem dient. Dan suit gylieden wederom sien, het onderscheyt tusschen den recht-veerdigen ende den godloosen, tusschen dien die God dient, ende dien die hem niet en dient. En Paulus volgt dat eyge voetspoor, Rom. 2: 9,10. Verdrukkinge jnde benauwtheyd over alle siele des menschen die het quaed werkt, eerst des Jooden, ende ook des Grieken. Maer heerlijkheyd, ende eere, ende vrede een yegelijk die \'t goede werkt, eerst den Joode, ende ook den Griek.

Om UE. Eerwaerde Moeder en Seer Geliefde Susters lot behertiging van deze Overtreffelykheyd boven uwen naesten op te wakkeren. Dragen wy dese weynige bladeren aen ÜE. uy t genegentheyd Op; hier in kond ïy de uytmuntentheyd van een rechtveerdige boven syn naesten wonderlijk sien afsteken, daar de god-loose ondertrouwt sijn aen de Wet, de wreedste man, die ben niet anders als met geduurige vreese en angst bevangen houd; als een bedieninge des loods en der verdoemenisse niet anders als schrik-celijke vloeken over hen uytdonderde, en toorn werkte,

17

aeri ben

ken re; 11e; ers

ten or-te

us, in ve

Ier ige pe an id-de le-lat !at ;e-

gy

rei im ad t? oe lie fd ie

2

-ocr page 26-

OPDRAGHT.

18

en seer straf en stuurs met hen leeft, daer vertoonei wy hier een geloovige ondertrouwt aen de grootst( Hemel-vorst Jesus, die alle volmaektheden besit, ei in hoogen afkomst, schoonheyd van gedaente, rijk dom, wijsheyd, staet, magt, deugden, goed-aerdig heyd, lieltalligheyd en trouwe alle vryers en manner oneyndig overtreft; die sijn Bruyd door dit geestelijl Kouwelijk recht geeft aen alles, wat sijnes is, haei rijkelijk versorgt als een liefdragende man van alles tot haer verquikking, wat sy noodig heeft, in allf ongelegentheden de sterkste vertroostingen inboesemt tegen alle belediging het kragtigste beschermt, en ii alle gevaeren haer verbergt in het verborgen vai sijn aengesigt voor de hoogmoedigheden des mans en versteekt in eene hutte voor de twist der tonge ja hier toonen wy de uytmuntentheyd der rechtveer digen boven sijnen naesten, door sijn weergaloo; geluk van de In komste van Jesus tot haer, en haei onderlinge Avondmaelhouding met Christus, daer on bekeerde sijn sonder Christus, de eenige springbfoi van alle heyl en saligheyd, in wien de Satan in plaet van Jesus sijn wooninge heeft genomen, hunne sinnei verblindende, op dat haer niet en bestraele de ver lichtinge des Euangeliums der heerlijkheyd Christi die het beeld Gods is; daer suit gy hier konnen be schouwen de groote eere der geloovige, dat die Koninj der Koningen, en die Heere der Heeren sijn Intredi in de herte van de sijne doet, en met sijn genad daer wil logeren, \'t welk wel eer was een kooye vai onreyne geesten en bewegingen; daer de godloose die sijn aengebodene gemeynschap hebben verworpei en verwaerloost, voor eeuwig van sijn Avondmae sullen uytgesloten werden, volgens des Heeren recht veerdige bedreyginge, aen de versmaeders van siji

-ocr page 27-

OPDRAGHT. 19

gunstige aenbiedinge, Luc. 14: 24. Ik segge ulieden, dat niemant van die mannen, die genood waeren, mijn Avondmael smaeken en sal. Daer kond gy hier een kind Gods sien toegelaeten tot een onderling soet Avondmael houden met Jesus, dien Opper-gesaghebber van hemel en van aerde, die haer niet van honger en dorst laet sterven, of alleen als de honden een brokje van sijn genade tal\'el toewerpt, maer overvloed van sielen-spijs en drank tot verquikking opdist; ja haer op sulk een spijs en drank wil onthaelen, welke haer van de eeuwige dood bevrijden kan; om ÜE. dese voortreffelijkheyd te verseekeren, soo ge-bruyk dese bladeren; agt die staet van een Christen hoog, even als de Keyser Theodosius, die meer agte, dat hy een Christen dan een Keyser was; heeft de Heere ÜE. tot die voortreffelijke staet verheven, en kond gy u op goede gronden verseekeren van u Houwelijk-sluyten en vriendelijk Avondmael houden met Jesus, soekt dan weerdig die salige staet te wandelen met veragting van de laege dingen deser wereld, en besor-ging van hooger dingen, u doorlugtige staet passende.

De Heere wil UE. met hem ondertrouwen in ge-loove, liefde, barmhertigheyd en goedertierentheden, doe u smaeken sijn verborgene liefde, en de siels-verrukkens-magtige omhelsinge van sijn vriendelijk aengesigt, en doe UË. dan eens eyndelijk plukken de volmaekte vrugten van dat gesegend Houwelijk, leyde u in sijn hemelsche Bruyloftsael, om u daer te doen genieten de drukkende kussen van sijn hert-vervoerende liefde. Dit wenscht en bid

Eerwaerde Moeder en seer Waerde Susters,

UE. Liefdragende Schoon-Soon en Broeder, iEGIDIUS FRANCKEN.

Maes-Sluys den 1 Mey 1715.

-ocr page 28-

AENSPRAEK

AEN DEN

GOD-VRUGTIGEN LEESER.

De Waarheyd en Godsdienst sijn de twee voor-naemste suylen, welke Kerk en Land onderschragen; gelijk de Waerheyd beminnelijk is voor die gene, die haer kennen, soo is die ook van het grootste aenbelang; de Waerheyd des Euangeliums welke God aen ons uyt den hemel heeft geopenhaert, is voor ons verstand, \'t geen de sonne is voor onse oogen; sy is de leyd-sterre van ons leven die ons hewaert van valsche bevattingen, die wy anders van God en sijn wegen maeken, en opleyd tot een rechte kennisse van God en van de weg langs welken wy tot de besitlinge van de eeuwige saligheyd konnen geraeken; en daerom maekt sy een Land gelukkig, daer sy gekoestert werd, dewijl God meest genegen is tot die gene, die de aldersuyverste en heyligste gedagten van hem en van sijn wegen maeken; soo soo als de Waerheyd bewaerd of bedorven werd, soo groeyen of verwelkeren de Rijken of Burgerstanden; de Waerheyd en des Heeren Woord maekte eertijds Israël groot; de Heere hadde lust aen hem, om sijner ge-rechtigheyds wille; hy maekte hem groot door de Wet; en hy maekte hem heerlijk; door de Waerheyd

-ocr page 29-

AENSPRAEK.

overwonnen de Jooden alle die magtiger waeren dan sy; daerom singt\'er David van Psal. 76: 2—4. God is bekent in Juda; sijn naem is groot in Israël. Ende in Salem is sijne hutte; ende sijne wooninge in Sion, Aldaer heeft hy verbroken de vijerige pijlen van den boge; den schild, ende het sweerd, ende den krijg. Dat was hun waere Palladium, om welkers wille God hen soo lang verschoonde en spaerde, maer als sy de leugen boven de Godheyd geloofde, en afgodische gedagten van de waerheyd gingen smeeden, en valsche Goden nagingen, wierden sy vernedert. Hos. 13: i. Als Ephraim sprak, soo beefde men; hy heeft sig verheven in Israël; maer by is schuldig geworden aan den Baal, ende is gestorven. En gewisselijk de Hervormde Waerheyd heeft ook Nederlands volk tot een groote hoogte doen groeyen; die wortel der Waerheyd heeft Nederlands boom geen minder sap dan segen toegebragt als eertijds de Arke aan het buys van Obed-Edom.

Maer van geen minder gewigt is de Godsdienst en Godvrugt, welke by een volk de overhand heeft; daer de Heere suyverst werd gediend, daer drukt hy de meeste voetstappen van sijn goedertierentheyd, en bekroond sulk een volk met overvloedige sege-ningen; daerom seyde David tot sijn soon Salomon, 1 Cron. 22: 13. Dan suit gy voorspoedig sijn, als gy suit waernemen te doen de insettingen en de rechten, die de Heere Mose geboden heeft over Israël; om dat Josaphat wandelde in de voorige wegen van sijn vader David, en de Balim niet en sogt, soo bevestigde de Heere het koninkrijk in sijne hand. 2 Cron. 17 : 3—5. Selfs de Heydenen, die door het schemerlicht der natuur wierden geleyd, konden sien, dat van de dienst Gods al hun wel-

21

-ocr page 30-

AENSPRAEK;

22

vaeren en voorspoed afhing, maekte daerom meer werk van die als van eenig ander ding, hoewel sy P onwetende waeren, wie de suyverste Godsdienst oefende; doe Romen tot een groots hoogte was ge-steygert, wierden door besluyt van den Raed 10 Princen-soonen gesonden door gantsch Ethurien, om y te leeren de seden der Godsdienst; want onse stad (segt een van hunne Schrijvers) heeft altijd geoor-deelt, dat alle dingen minder waeren, dan de religie; ook die dingen, in de welke de luyster en de majesteyt meest uytblonk; en daerom heeft se niet ^ getwijfeld ook de hoogste officien het lleyligdom | dienstbaer te maeken, vertrouwende, dat sy meester soude werden van de menschelijke saeken, indien sy 1 de Goddelijke majesteyt godvrugtig en stantvastig gedient hadden; Cicero schrijft daerom aen de Godsdienst der Romeynen toe hun geluk, heerschappye en overwinningen, gelijk wy (segt hy) alle volkeren in vroomigheyd en religie overtreffen, soo overtreffen wy ook haer alle in overvloed; en daerom wanneer sy te velde trokken, soo lokte sy alvoorens de Rescherm-goden uyt dese of gene stad, die sy wilde belegeren door seekere formulieren van aenspraeken en gebeden, en beloofde hen beter onthael te Romen, denkende, dat die onwinbaer waeren, soo lang sy die Bescherm goden nog binnen hunne muuren hielden; Overtreders van Godsdienst en Vadermoord wierd even swaer daerom gestraft; soo dat Romen wies met het hoog-agten van de Godsdienst, gelijk het daer na afnam met veragten van dien; als of de waere God beliefde eeniger wijse tijdelijk voorspoedig te maeken, die den onsienlijken God onbe-kent diende, ook onder de naem van valsche gemaekte Goden.

-ocr page 31-

AENSPRAEK.

23

eer

sy

nst ge\' 10 3tn Lad Drie; de iet )m er

sy

tig Is

ye

en en

er de de ;n

a,

;y

i ■c m k of r-

Edog wat is het niet te beklagen, dat die twee )ilaeren van Kerk en Land soo geschud en ondermijnt werden in ons Nederland! Wat leyd de Waer-leyd, die door het goed en bloed van soo veel lelden hier is geplant, en tot nog toe Nederlands volk heeft staende gehouden, geen groote last? Wel is waer dat de Waerheyd uyt Nederland nog niet jeheel is vervlogen, maer dat die onder ons nog suyver werd beleden en gepredikt, en dat \'er in de verk nog Leeraeren en in Nederlandsche Hooge Schooien nog Professoren sijn, die de Waerheyd iefhebben, die door een heylig yver-vuur aenge-ilasen, die met allen ernst beschermen, en als getrouwe wachters op Zions muuren wagthouden tegen de inkruypende Dwaelingen, en uyt een innig en oprecht medelijden met de Worstelingen van Nederlands Zion de Gemeyntens waerschouwen tegen het bederf, \'t geen door de ydele Philosophie dreygt door te breken; edog wat wort aen die wortel niet maer als al te veel geknaegt ? Hoe werd die niet opentlijk na het hert gesteeken? Getuygen sijn daer van die deerlijke mishandelinge van de Waerheyd door een Godvergetene Spinosa, een van Hattem, een Bekker, een Leenhof, een Deurhof en de Hebreen; ja tot een waerborg van mijn seggen neem ik de openbaere bestrijdingen en tegenspraek van de aenbiddelijke verborgentheden van het Christen geloof (als daer onder andere is de generatie van Christus, en de uytgang van den Heyligen Geest) door de Professor Roel en andere Rationalisten, die sijn voetstappen na volgen, en schijnen toe te leggen, of om wederom op nieuws een ander Heydendom, het veel-Godendom in te voeren, of om het schadelijke gevoelen van den heylloosen Socinus en sijn aenhang het Christendom

-ocr page 32-

AENSPRAEK.

op te dringen; ook is daer van een sprekende tonge is dat schadelijk onkruyd van Libertinisterye, welke ;e haer soo wijd in Zeeland heeft verspreyd, dat het dreygt den geheelen Akker van des Heeren Kerk te overrompelen; hoe werden de dierbaerste Waer- ie heden, in welke de geloovige leven, en het leven s van haer siele met Jehiskia vinden, niet agter de bank geworpen, door openbaere schenschriften niet dooi\'gestreken en ten spot gestelt, terwijl men wonderlijk veel kan ophebben met hersenschimmen en ve ydele uytvindingen van dertele verstanden, die de no minste grond in Gods Woord niet hebben, nog de lii siele voeden konnen; om dat veele de liefde der Waerheyd niet aengenomen hebben om salig te werden soo heeft de lleere over hen uytgestort een si kragt der dwaelingen, om de leugenen te gelooven; si en geen wonder; de wonderen des Alderhoogsten v heeft men vergeten; men heelt in sijn herte niet e gelegt, wat moeyte, sorge en bloed het ai gekost heeft, eer de Heere het licht op dese kandelaer stelde, en bevestigde; en daerom soo laet men de liefde der Waerheyd soo ligt vaeren. (

En daer de wortel der waerheyd soo verswakt, 1 kan dan de andere Suyl van de Kerk, de Godsdienst en Godsaligheyd wel staende blijven? immers waer de waerheyd niet en is, daer kan geen waere God- i vrugt sijn; waer die niet vernacht, daer kan de waere dienst Gods niet vernachten, want gelijk Waerheyd sonder Godvrugt niet meer is als een soo genaemde wetenschap, soo is ook Godvrugt sonder Waerheyd niet anders als enkele bygeloovigheyd; Edog wat groot verval van de waere godsaligheyd is\' er onder ons niet gekomen? Wel is waer dat de waere Godvrugt nog niet geheel en al uyt ons land

24

-ocr page 33-

AENSPRAEK. 25

s verbannen; de Heere heeft nog in ons fand overgelaten een getal oprechte Nathanaëls, in welkers ieest geen bedrog en is, wyse lieden, die den toorn te jfkeeren, en die geduurig met hunne gebeden in ie bresse staen, om die toe te muuren; edog hoe s het Wesen van het waere Christendom in Neder-ands Kerk niet vervallen? Hebben wy wel meer als iet de naem dat wy leven met die van Sardis, daer wy len dood sijn? Waer toont men de heerlijkheyd en kragt en van onse Protestantsche Religie? Is\'er onder ons wel meer overgebleven als een uytwendig dood en stinkend ichaem, schoon de beiijdenisse van het waere geloove nog onder ons is overgebleven? Ja het is soo verre daer van daen, dal de wortel van de waere God-saligheyd in Nederland ongeschonden souw bewaert sijn, dat veele haeten de innige en geestelijke God-vrugt, die vloeyd uyt een wedergeboren beginsel en een geheyligde natuur, om dat sy de kragt daer van niet hebben gesmaekt en ondervonden, soekende een leydensche Zeden-kunst in te voeren; en dewijl het icht van hunne eonscientie hen niet toelaet, om de iodsaligheyd onder haer eyge naem te haeten en te bestrijden; hebben sy van den Aerds-vyand van godvrugt de Satan allerley scheld-naemen geleerd, om die haetelijk te maeken, die bekladdende met de naem van geveynstheyd, stijfhoofdigheyd en eygen-sinnigheyd; ja ontsien sig. niet om yverige Leeraers, (ie op teedere Godvrugt geset sijn, te brandmerken met de naem van Wet-predikers en Tugt-meesters, (ie de geloovige in een tugt-school en onder de plak willen houden; ja zelfs de waere geloovige, hoe weynig vertoonen die in hun gedrag dat aensienelijke en verhevene van het inwendig Christendom, \'t welk men voor een merk van Gods volk souw houden.

nge ilke het

er \'en de

-ocr page 34-

AENSPRAEK.

en waer aen sy sig bekent maeken als een saed, dat de Heere gesegent heeft? Hoe dor en doodig sijnse niet doorgaans? Hoe schijnt de kragt van het geestelijk leven niet te versterven? Veele hebben haere eerste liefde veriaeten, en sijn onder de naem van Christelijke vryheyd de wereld allesins geiijkformig geworden.

Om verval van Waerheyd en Godvrugt te herstellen hebben al lang wakkere mannen sig in ons Nederland opgemaekt, gelijk wy ook, om die breuke te helpen genesen, het onse hebben soeken by te brengen, en daer toe voor eenige weynige jaeren ontworpen hebben een Stellige Godgeleertheyd in 3 deelen, en daer na de Kern van Christelijke Leere, in welke beyde Werkjes wy de Waerheyd van onse Christelijke Leere nevens de waere Godvrugt hebben soeken te bevorderen , en de Heere heeft dese onsen geringen arbeyd niet onbeantwoord gelaeten; om de waere Godsaligheyd voort te planten, siet dit Tractaetje het licht, waer in wy vreemdelingen van dese gesegende Ondertrouw, onder des Heeren medewerkinge, hebben soeken be-geerig te maeken, om dit heylrijk Houwelijk met die groote Hemel-koning te mogen sluyten, als ook om des Heeren ondertrouwde Bruyd in haer gelukkige staet te bevestigen, en op te wakkeren haer weerdig sulk een gesegend Houwelijk te dragen, gelijk wy ook twijfelmoedige en bekommerde sielen uyt haer ongegronde angstvallige gedagten hebben soeken te ontwarren; dit selve oogmerk hadden wy ook in het uytgeven van de Predicatie uyt Openb. 3: 20. Waer in wy voor hadden die gene, die dese bladeren mogten lesen, uyt haer sluymer-slaep wakker te maeken, en aen te setten, om des Heeren kloppinge en roepende stemme in al sijn handelingen met Nederlantsch volk

26

-ocr page 35-

AENSPRAEK.

eerdig gehoor te geven en op te volgen; soo de isere over desen onsen-arbeyd eenige schijnsel gelieft e geven, wy sullen\'er Gode voor dank-segginge toe-rengen, en hem alleen de eere geven; hetragt de quot;aerheyd, gelijkse in Christus Jesus is.

Uwer aller Heylsoekende Dienaer in Christus,

ügidius Francken,

27

Maes-Sluys den 1 Mey 1715,

-ocr page 36-

A

tC

V

V

I. AFDEELINGE.

INLEYDING.

van de Nauwe Vereeniging der Geloovigen met Chrislus.

Daer is geen nauwer vereeniging als die der ge^ loovigen met Christus. Immers Chrislus werd gesegt in haer te sijn. 2 Cor. IS: 5. Ofte en kent gy u selven niet, dat Jesus Christus in u is? En sy werden wederom gesegt in Chrislus te sijn. Rom. 8: 1. Soo en is \'er dan nu geen verdoemenisse voor den gene, die in Christo Jesu sijn; Ja om dat die onderlinge vereeniging soo innig en soo naeuw is, soo werden de geloovige gesegt een met hem le sijn. Joh. \'17: 11. Bewaerlse in uwen naeme, die gy my gegeven hebt, op dat sy een sijn, gelijk wy een sijn. Mitsgaders Christus werd gesegt in haer te woonen. Ephes. 3: 17. Op dat Chrislus door het geloove in uwe herten woone. Hierom behaegt het des Heeren Geest die nauwe vereeniging door kragtige gelijkenisse uyt te drukken.

1. Nu stelt hy ons die vereeniging voor onder de gelijknisse der levenloose dingen, als daer is de vereeniging van een kleed met het lichaem; de geloovigen doen Jesus aen als een kleed om haere geestelijke naektheyd te bedekken. Rom. 13; 14 Doet aen den Heere Jesum Christum, Gelijk hy sig

-ocr page 37-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER GELOOYIGEN, ENZ. 29

tok bedient van de vereeniging tusschen een huys, velke de geloovige sijn, en tusschen het fondament, velke Christus is. Ephes. 2: 22. Op welken ook y mede gebouwt werd tot een woonstede Gods in en Geest.

2. Nu vertoont hy die nauwe vereeniging onder e gelijkenisse van redeloose dingen; waerom die ms voorkomt onder de vereeniging, welke daer is usschen een boom en sijn ente, tusschen de wortel m de takken; Paulus merkt daerom Rom. 11 : 47 e geloovige aen als ingeëntet Christus de waere 2 )lijfboom, en deelagtig geworden der selven wortels in vettigheyd. En Christus merkt Joh. 15: 5 sig ien als de wijnstok, waer mede de geloovige als anken sijn vereenigt, ik ben de wijnstok en gy de anken; die in my blijft, en ik in hem, die draegt reel vrugt. Immers soo nauw sijn de geloovige met hristus vereenigt, datse als een ente van de boom ran hem moeten afhangen, op hem door den ge-oove leven, en invloeden en sap des levens en der cragt uyt hem suygen.

1. Dan werd wederom die vereeniging ons afge-)eeld onder redelijke dingen, en werd vergeleken by e vereeniging die \'er is tusschen het hoofd en de eden. Ephes 1 : 22, 23. Heeft hem der gemeynte gegeven tot een hoofd boven alle dingen, welke sijn ichaem is, en de vervullinge des genen, die alles n allen vervult. Immers alle de invloeden van leven, werkinge, beweging en gevoelen komen in de ge-oovige van Christus als hun Hoofd, die haer besielt en bestiert; maer voor al werd die nauwe vereeniging ons in de heylige Bladeren voorgestelt onder de gelijkenisse van een houwelijk, waer in een man seer nauw met sijn vrouw werd vereenigt; dat gelijk

y

\'er-: 1 ien ei

300

Jn

«y

)n,

;n in en ise

er ie e-quot;e l.

ë

-ocr page 38-

30 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

man en vrouw door een houwelijk een vieesch we et den, dat alsoo Christus en de geloovige door e( P houwelijk een geest werden. Ephef. 5; 30—32. W ie zijn leden sijns lichaems, van sijnen vleescli A ende van sijne beenen. Daerom sal een mensel sijnen vader ende moeder veriaeten, ende sal sij wijf aenhangen; ende sy twee sullen tot een vleesc wesen. Dese verborgentheyd is groot; dog ik seg{ i dit, siende op Christum, ende op de gemeynt Daerora komen de geloovige meermael in het Hoo| lied Salomons voor onder de naem van sijn Bruyc van dese aldersoetste houwelijks-vereeniging der g( ( loovigen met Christus sullen we in de volgende A lt; deelingen breeder handelen.

II. AFDEELINGE.

OVEREENKOMST

tusschen de nauwe vereeniging der Geloovige mi Christus en tusschen het Houwelijk.

Gelijk God niets te vergeefs heeft geschapen, mae alles heeft voortgebragt om aen sijn hoogste eynd te beantwoorden, soo schijnt God de aerde gefor meert te hebben, om daerop plegtelijk een houwelij tusschen Christus en sijn gemeynte te sluyten, ei die te gebruyken voor een Palleys om daer in d ondertrouw te solemniseren, gelijk hij den hemel dat schoone opperhuys daer toe soo heerlijk schijn verciert te hebben, om daer op in dien grootei dag die houwelijks-vereeniging te voltrekken. He

-ocr page 39-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

we eerste Kouwelijk wiert selfs van God gemaekt in het Paradijs; gewisselijk om een hoogere verborgenlheyd te vertoonen, namelijk het houwelijk van den tweeden Adam met sijn Bruyd, welke uyt sijn bloedige zijde genomen is; welk houwelijk niet anders uytdrukt als die alderinnigste en nauwste vereeniging tusschen de de Heere Jesus en sijn uytverkorene; en seekerlijk niet te onrecht werd die onderlinge vereeniging der geloovige met Christus afgebeeld onder een houwelijk; want die geheele vereeniging van yder geloovige met God in Christus, en met Jesus in \'t bijzonder, heeft de volle hoedanigheden van een houwelijks-vereeniging en tusschen die is een juysle overeenkomst.

1. In een houwelijk komen wederzijdse persoonen voor, welke een houwelijks-verbond met malkanderen opregten; Even soo gaet het in dese houwelijkse vereeniging. Die hier aen de eene zijde een houwelijk sluyt is geen bloot schepsel, maer de waeragtige en algenoegsame God; die wil sig in een huwelijksverbond aen sijn volk verbinden; Door wien wy in \'t gemeen verstaen konnen alle Drie de Persoonen in de aenbiddelijke Drie-eenheyd, 1. dewijl alle de werken Gods na buyten de drie Persoonen in het Goddelijk Wesen gemeen sijn. 2. De geheele Drie-eenheyd werd in \'t gemeen ook de Man van de Kerk genaemt. Jes. 54: 5. Uwe Maeker is uw Man, Heere der heyrschaeren is sijn naem, na de kragt van de grondtael staet \'er, uwe Maekers sijn uwe Mannen; in het veelvoudig getal, om af te beelden, dat de Drie-eenigen God de Man van de Kerk was. 3. Yeder Persoon heeft ook in dit Geestelijk houwelijk sijn byzonder opsigt en betrekkinge; De Vader heeft van eeuwigheyd al besig geweest om dit houwelijk met de uytverkorene te beschikken; die gaf doe de uyt-

31

-ocr page 40-

32 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

verkorene al als sijn Bruyd aen sijn Soon, om hae: mei hem soo nauw te vereenigen; daerom seyd( Christus Joh. \'17 : 6. Sy waeren uwe, ende gy heb my de selve gegeven. De Soone Gods ondertrouw sig de uytverkorene met hem, als hy haer door eei waeragtig gelóove met hem vereenigt, datse eei geest met hem werden. De Heylige Geest komt in dat houwelijk voor, voor soo verre hy de uytverkorene als Christi Bruyd toerust en hereyd om in gestikte kleederen tot de koning gehragt te werden, en voor soo verre hy dat houwelijk daedelijk door sijn heyligende kragt begint uyt te voeren. Mser in \'t bysonder is onder de Goddelijke Persoonen dit houwelijk sluyten eygen aen de tweede Persoon, de Heere Jesus Christus, die de Bruydegom en Man eygentlijk van de Kerk is; daer op siet Johannes, Joh., 3: 29. Die de Bruyd heeft is de Bruydegom, maer de vriend des Bruydegoms, die staet en hem hoord, verblijd sig met blijdschap om de stemme des Bruydegoms. Soo is dan dese mijne blijdschap vervult geworden. Het sijn ook de geloovigen die voor Christus werden toebereyd, om als een reyne maegt hem voorgestelt te werden als een Man, 2Cor. 11 :2. En daerom werden de geloovige genaemt de Bruyd en hel Wijf des Lams. Openb. 19: 9. Salig sijnse, die geroepen sijn tot het Avondmael van de bruyloft des Lams. Aen de andere zijde sijn hel de uytverkorene, die dese Hemel-vorst wil verweerdigen tot sijn Egtgenoot aen te nemen, en een houwelijk met haer te sluyten; daer op sag Gods troostrijke belofte, Hos. 2 : 18. Ik sal U my ondertrouwen in eeuwig-heyd, welke belofte niet enkel hel Joodsche volk, het Israël na den vleesche raekt, gelijk de Joodsche Meester Abarnabel voorgeeft, maer die betreft alle

-ocr page 41-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

aytverkorene, soo wel uyt de Heydenen als uyl de looden, die in dese tijd, waer in de belofte haer rervullinge souw krijgen, met de Jooden vereenigt, n den waeren Olijfboom Christus Jesus werden in-eëntet.

2. Eer een houwelijk werd aengegaen, soo heeft een Man sig alvoorens een Vrouwe uytgesien en veroren, met wien hy een houwelijks-verbond wil

sluyten. Soo heeft ook dien Hooge en Koninklijken Man van eeuwigheyd uyt het gevallene raenschdom sig selven een Bruyd verkoren, met wien hy sig soo nauw wilde vereenigen. Joh. 15: 16. Gy en hebt my niet uytverkoren, maer ik heb u uytverkoren.

3. Na de uytkiesing van een seekere Vrouwe moet volgen een beraeding met de Ouders, of met die gene die hunne plaets bekleeden, mitsgaders hunne toestemminge; even soo heeft dese grooten Hemel-vorst dit houwelijk niet aengegaen sonder daer over met sijn Vader raed te houden; daerom werd hy gesegt door den bepaelden raed en voor-kennisse Gods overgelevert te sijn, souw hy sig sijn Bruyd verwerven. Actor. 2: 23.

4. Voor een houwelijk gaet een versoek en vryagie; een Bruydegom verkeerd alvoorens by sijn Bruyd,

geeft haer sijn teedere liefde en genegentheyd t\'haer-waerts te kennen, spreekt na haer herte, soekthaer genegentheyd t\'sijnwaerts in te winnen door schoone beloften en vertooning van de groote voordeden van sijn houwelijk, en soekt soo alles te bereyden tot een dadelijke toestemming tot een houwelijk-sluyten met hem; is het een vryer van hooge staet en aen-sien, die Vryd niet in eyge Persoon maer door Afgesanten; Abraham souw hy voor sijn Soon een houwelijk maeken, soo sond hy Eliezer na Mesopo-

3 i

33

-ocr page 42-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

tamien, om een Vrouwe voor sijn Soon Isaac uyt sijn maegschap te haelen. Gen. 24. Even soo komt ook dese groote Monarch, de Heere Jesus, den uyt-verkorene sondaer vryen en noodigen, dat sy toe-steraminge souw geven aen sijn aenbiedinge, om haer met hem te laeten vereenigen. Hy soekt een sondaer aen in sijn Woord, waar hy synbeminnelijkheyd, sijn schoonheyd, sijn hoogen adeldom en weergaloose schatten\'aen een sondaer voorstelt, en hem soo soekt te lokken en te spreken na sijn herte; soo komt hy ons voor Jes. 55: 1—3. O alle gy dorstige, komt tot de wateren, ende gy die geen geld en hebt, komt koopt ende eetet, ja komt koopt sonder geld, ende sonder prijs wijn ende melk. Waerom weegt gylieden geld uyt voor \'t geene dat geen brood en is? ende uwen arbeyd voor \'t geene dat niet verzadigen en kan? Hooret aendagtelijk na my, ende. eetet het goede, ende laet uwe ziele in vettigheyd haer verlusten. Neygt uw\' oore, ende komt tot my, hoort, ende uwe ziele sal leven; want ik sal met u een eeuwig verbond maeken, ende u geven de gewisse weldadigheden Davids. Soo souw hy de Heydenen vryen volgens Jes. 65: 1. Ik ben gevonden van die, die na my niet en vraegdea; ik ben gevonden van de geene, die my niet en sogten, tot het volk dat na mijne naeme niet genoemt en was, hebbe ik geseyd, siet hier ben ik, siet hier ben ik. Dese Hemelsche Majesteyt vrijd ook een uytverkoren sondaer door sijn Afgesanten, sijn Dienaers, die in sijnen naem een sondaer aensoeken tot inwilliging van dit segen-rijke houwelijk; die hem gaen aenprijsen sijn heerlijke hoedanigheden; die als Gesanten van Ghristi wegen sijn, als of God door hen bade, wy bidden van Christi wege, laet u met God versoenen, 2Gor.

-ocr page 43-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

35

5: 20. Maer bysonder vrijd dese siel-minnaei; sijn uyt-verkorene om aen hem het ja-woord te geven door sijn Geest, die de siel inwendig, kragtdaedig en onweder-standelijk overreed, en genegen en gewillig maekt om met desen Siel-bruydegom in een houwelijks-verbond te treden; de Heere Jesus doet door sijn Geest een uytverkorene sien sijn elendige en rampsalige staet onder de magt van haer eerste Man de Wet; dat de bedieninge des Wets niet anders voor een sondaer is als een bedieninge des doods en der verdoemenisse, 2 Cor. 3: 7, 9. Dat haer eerste Man haer niet anders als schrik en vreese kan aenjagen, dewijl die haer sonde vertoont, en de vloek over haer uyt-donderd; sonder dat die het minste middel aenwijst om verlost te konnen werden, en datse daerom in een geduurige vreese des doods by haer voorige Man moet woonen. Joh. 16: 8, 9. Die gekomen sijnde sal de wereld overtuygen van sonde. 0 hoe kragtig werkt dat op een siel om na die heerlijke, heylige en hemelsche staet des houwelijks met Christus de Siel-bruydegom van sijn Kerk begeerig te werden; door sijn Geest doet hy aen de andere sijde een siel ook sien dien siel-lievende Minnaer in sijn volmaekt-heden; hy doet haer beschouwen sijn verrukkens-magtige schoonheyd, dat hy blank en rood is, en dat hy de baniere draegt boven tien duysende; en dat alles wat aen hem is gantsch begeerlijk is, ja dat hy alles besit, dat haer staet kan gelukkig maeken, en haer gebrek vervullen; hy doet haer een rijk uytbod van een aensienelijke Douarie en houwelijks-gifte; als die sig selven in sijn algenoeg-saemheyd en in alle sijne goederen in de tijd en in de eeuwigheyd aen haer aenbied. Qpenb. 21 : 7. Die overwint sal alles beërven, ende ik sal hem een

-ocr page 44-

36 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

God sijn, en hy sal ray een Soone syn. Door sijn Geest vrijd hy soo een siel, dat hy haer genegequot; maekt tot Christus, en dat hy haer heyliglijk op desen herainnens-weerdigen Bruydegom doet verlieven; dus maekt hy haer dan gewillig om hem tot haer deel te hebben, en met hem in een houwelijks-verbond te treden, seggende in een ge-heyligde beweginge met Jeremia, Gap. 20: 7. Heere gy hebt my overredet, en ik ben overredet geworden, gy sijt my te sterk geweest, en hebt over-mogt. Sulks datse soo verheft op Christus desen Koninklijken Bruydegom werd, datse een vol genoegen en volkomen behagen in hem schept, en wel wenscht op \'t spoedigste het houwelijks-verbond met hem te sluyten, \'tis dan, waer is uw liefste heenen gegaen, ó gy schoonste onder de wyven ? waer heenen heeft uw liefste het aengesigte gewend, op dat wy hem met u soeken? Hoogl. 6: 1. Dan werd de siele eerst krank van liefde. Gap. 2: 5.

5. In een houwelijk sijn houwelijkse voorwaer-den, die alvoorens werden bedongen, eer de Vryer en Vryster haer aen malkanderen verloven; even soo maekt dese Siel-bruydegom alvoorens houwelijkse voorwaerden, die hy met haer hert wil onderteekent hebben, eer hy in ondertrouw met een uytverkoren sondaer wil komen; en de voorwaerden, waar in dese gesegende Immanuël wil, dat wy met hem sullen overeenstemmen , sijn dese volgende : Dat wy met onse siele afsweeren het houwelijks-verbond met de Satan, de wereld en ons eyge verdorve vleesch, en dat wy alle voorige boelen, hoe kleyn of hoe groot, hoe voordeelig en bevallig datse ook mogten geweest hebben, als een snood geboefte uyt drijven, sonder die meer te willen te spraek staen of buys-

-ocr page 45-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

37

vesten, seggende tot elk een van dien heenen uyt, torn dese beminnelijke Immanuël alleen totonseBruy-degom, Heere en Hooft te verkiesen, hoe sielroerende en overtuygende dringt de Heere op die houwelijkse voorwaerde aen. Jer. 3:1. Men seyd, soo een man sijne huysvrouwe verlaat, ends sy gaet van hem, enda werd eens anderen mans, sal hy ook tot haer nog wederkeeren ? en soude dat salve land niet groo-telijks ontheyligt werden ? gy nu, hebt met veele boelearders gahoaraert, keert nogtans weder tot my, spreekt de Haare. En vs. 14, Bekeert u, gy afkea-rige kinderen, spreekt de Haere, want ik heb u ge-trouwt; ende ik sal u aannemen, eenen uyt eene stadt, ande twee uyt aan geslagte, ende sal u brengen te Zion. Dat wy tot hem komen met aen klaere overtuyginge van ons allenthalvige gebrek, soo arm, soo naekt, soo schuldig, soo onreyn, mismaakt, blind en raedeloos als wy sijn, met varoordealing van ons salven, met haylige droafheyd en schaamte over ons selvan; Hy bedingt, dat wy niet eerst moeien kleederen van elders opsoeken om onse naektheyd te bedekken eer hy ons aendoet dielt; cierlijke wisselkleederen van sijn heyl en suyvere gerechtigheid; dat wy niat eerst rijk moatan willen wesan, eer hy ons verrijke met dat wesentlijk goed, en onse schatkameren vervulle; dat wy niet eerst moeten denken geld genoeg by ons selven te sullen vinden, eer hy onse schuld-eysschers te vrede stelle met sijn genoegsaem schuld-offer; nog hy wil, dat wy ons selven schoon en bevallig souden soeken te maeken, eer hy ons wassche in die geopende fonteyne van sijn Geest en Bloed, an sijn heerlijkheyd en beeld in onse siale drukt; neen soo ontbloot, soo berooyt, soo doodschuldig en vuyl als wy sijn, begeert dese gese-

-ocr page 46-

38 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

0

gende Bruydegom dat wy ons aen hem souden overgeven, dewijl hy niemant minder kan verdragen als een arm en hovaerdig sondaer. Dat wy met al ons gebrek geduurig na hem sullen gaen om dat by hem vervult te krijgen, dat wy in onse onkunde hem ge-bruyken sullen tot onse groote Propheet, om onse ooren te neygen na sijn wijsheyd en raed; in de belasting met onse sonden tot hem sullen loopen, om die sonden door den geloove op hem te werpen, dat waere Lam Gods, dat de sonde der wereld wegneemt; in de beschuldiginge en aenklagte des Satans of van ons boos herte, dat wy het dan in sijn handen souden overgeven als onse groote Voorspraek. Hebr. 7: 25. Als wy overdwarst werden van onse sonden en begeerlijkheden, en voor onse vyanden schijnen te beswijken, wil desen gesegende Bruydegom dat wy by hem door den geloove kragten haelen, als die een magtig Koning is. Phil. 4.; 13. Ik vermag alle dingen door Ghrislum die my kragt geeft. Desen gesegende Immanuël bedingt ook, dat wy hem altijd getrouw sullen blijven aenkleven, sonder hem immermeer te verlaeten; want een regt-aerdige Vrouw blijft haer Man altijd aanhangen. Openb. 2 ; 10. Sijt getrouw tot de dood, en ik sal u geven de kroone des levens. Het moet met een ondertrouwde siele met Christus gaen als het ging met Ruth, die haer Schoon-moeder Naomi vast aen-kleefde. Ruth Gap. 4:16. Ruth seyde, en valt my niet tegen, dat ik u soude veriaeten, om van agter u weder te keeren; want waer gy suit heenen gaen, sal ik ook heenen gaen, ende waar gy suit vernachten, sal ik vernachten; u volk is mijn volk, ende uwe God mijn God.

6. Daer op volgt een onderlinge toestemminge en

-ocr page 47-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

39

verkiesinge van malkanderen voor de sijne. Een uytverkorene stemt die rijke^aenbiedinge van desen Hemel-vryer Christus toe; in een lichaemelijke ondertrouw gaet het soo toe, dat een Dochter, wetende, dat haer geluk en welwesen in de gemeynschap van soo een Jongman bestaet, ook toestemt, dat die Jongman de haere, en dat sy de sijne sal wesen, en hem kiest voor haer, en geelt haer weder aen hem over, om geheel de sijne te werden en altijd te blijven; even als ■Rebecca, als sy gevraegt was, of sy met Eliezer trekken souw om Isaac ter quot;Vrouwe te werden, soo antwoorde sy ja, ik sal trekken. Gen. 24: 58. Even soo segt de siele op sijn aenbiedingeja, siende dat al haer geluk bestaet in de gemeynschap en vereeniging met desen sielen-vriend, soo stemt sy sijn aenbiedinge toe, kiest hem tot haer deel en eygendom; sy siet nu sulk een schoonheyd en rijkdom in Christus, datse met hem nu kan te vrede sijn sonder eenige voorwaerden ; o segtse laet ik hem maer hebben, schoon ik met hem souw bedelen en met hem gaen in gevankenisse, in verdruk kinge en in doodbenauwtheden. Met Moses kan sy de ver-smaedheyd Christi nu meerder rijkdom agten dan alle de schatten der wereld. Hebr. H : 26. Ja sy geeft haer selven ook aen desen beminnelijken Bruy-degom over tot sijn eygendom. Jes. 44: 5. Dese sal seggen, ik ben des Heeren, ende die sal sig noemen met de naeme Jacobs, en gene sal met sijne hand schrijven, ik ben des Heeren, ende sig toenoemen met de naemen Israëls. Wy lesen 2 Cor. 8: 5. dat die van Macedonien haer selven eerst gaven aen den Heere. Welke heylige verloovinge aen desen bemin-nensweerdigen Immanuël een uytverkorene siel bevestigt met een Eed; gelijk wy lesen van gantsch

-ocr page 48-

40 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

Israël, dat sy door eedsweering haer aen God verbonden, en verblijd waeren over haeren Eed. 2 Gron. ■15: 14, 15. Soo geeft ook een uytverkorene in dit houwelijks-verbond aen Christus de hand, gaet over in den Eed, en verbind haer in afhanginge van sijn invloed om altijd sijn eygendom te blijven. Psalm 119: 106. Ik hebbe gesworen, ende sal \'t bevestigen, dat ik onderhouden sal de rechten uwer gerechtig-heyd. En Christus aen sijn sijde stemt dat ook toe, dat hy de haere sal werden, ende sy sijn Bruyd. Psalm 50: 7. Hoort mijn volk ende ik sal spreken; Israël, ende ik sal onder u betuygen, ik God ben uwe God. En Hos. 2 : 22. Ende ik salse my op der aerden zaeyen, ende sal my ontfermen over Lo-Ru-chama; ende ik sal seggen tot Lo-Arami; gy sijt mijn volk, ende dat sal seggen, ó mijn God. Hy doet aen sulk een verliefde Bruyd de heerlijkste beloften be-halven de eerstgemelde, en neemt aen, dat hy haere naektheyd sal overdekken met reyn, fijn en blinkend lijnwaet; dat hy haer geheel verheerlijken inwendig, en haere kleederen sal maeken van goudene borduursel; dat hy haer voeden sal met het Manna, dat verborgen is, en van den boom des levens, welke in het midde van het Paradijs Gods is; dat hy haer geven sal die witte keursteen, en eenen nieuwe naem, welke niemant kent, dan diese ontfangt; dat hy haer hier sal geleyden door sijn Geest, bewaeren, beschermen en vertroosten, soo dat niets haer van sijn liefde sal konnen scheyden; en dat hy haer eyndelijk eens sal overbrengen tot sijn Wooning daer boven, tot die Stadt, die fondamenten heeft, waer van hy de Konst-meester is, sijnde dat Nieuwe Jerusalem, welkers poorten sijn van peerlen, haere straeten van goud, en haer licht als den aiderkostelijksten steen Jaspis.

-ocr page 49-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 41

Welke trouwbeloften desen gesegende Bruydegom ver-segelt door syn onveranderlijken Eed in sijn Woord. Hebr. 6; 17, 18. Waer in God willende den erfge-naemen der beloftenisse overvloedelijker bewijsen de onveranderlijkbeyd sijnes raeds, is met eenen eed daer tusschen gekomen; Op dat wy door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroostinge souden hebben, hebben wy namelijk die den toevlugt genomen hebben om de voorgestelde hoope vast te houden. Door sigtbaere panden en segelen in het Bondsegel des Doops en des Avond-maels; bysonder verstrekt hy sijn trouwbelofte door de trouwring van sijn Geest, die hy haer aendoet; daerom werd die Geest genaemt een segel en onderpand of aerts-penning. Ephes. 1 : 13, 14. In welken gy ook, na dat gy gelooft hebt, sijt versegelt geworden met den Heyligen Geest der beloften, die het onderpand is van onse erfenisse.

7. In een houwelijk sijn er Schrijvers, diedehou-welijkse voorwaerden schrijven; dal waeren onder het Oude Testament, de Propheten, en onder het Nieuwe Testament de Euangelisten en Apostelen, die dat houwelijks-verdrag, het Euangelium, volgens welkers inhoud het houwelijk met dien grooten Hemels-vorst werd aengegaen, hebben beschreven.

8. In een houwelijk komen Getuygen voor, die dat houwelijks-verdrag onderteekenen; en dat is Christus, die getrouwe getuyge, die dat houwelijks-verbond met sijn Bloed heeft bevestigt; dat sijn alle de Bloed getuygen, die dat houwelijk met hun bloed hebben versegelt; bysonder den Heyligen Geest, die met onsen geest getuygt, dat wy door ondertrouw met dien hoog-geboorene Jesus kinderen Gods sijn geworden. Rom. 8: 16.

-ocr page 50-

VAN DE NAUWE quot;VEREENIGING DER

9. Yan ouds pleeg men ook de Bruyd Speelnooden toe te voegen, die de Bruyd bystaen, op haer passen, en de Bruyd den Bruydegom te gemoet leyden; en dat sijn hier de Heylige Engelen, die de Bruyd omringen, Psalm 34: 8. De Engel des Heeren legert sig rondom de geene, die hem vreesen, ende ruktse uyt; Op de geloovige passen en haer ten dienst staen. Hebr. 1 : 14. Sijnse niet alle gedienstige Geesten, die tot dienst uytgesonden werden om der geher wille, die de saligheyd beërven sullen. Ja sy sullen eens de Bruyd Christus te gemoet voeren in de lucht, om die ondertrouw op dien groeten trouwdag te voltrekken; gelijk Lasarus van de Engelen gedragen wierd in den schoot Abrahams, Luc. 16; 22.

10. Een Bruydegom ondertrouwt sijnde met sijn Bruyd beschenkt- haer wel met kostelijke Juweelen en Kleederen; als de Heere Jesus de Jonkvrouwe Israels door een volk of staet verbond met sig ondertrouwt had, verrijkte hy haer met allerhande ciera-sien. Ezech. 16: 10—14. Ik bekleede u ook met gestikt werk, ende ik schoeyde u met dassenvellen, ende omgorde u met fijn linnen, ende bedekte u met zijde. Ook vercierde ik u met eieraet, ende dede armringen aen uwe handen, ende een keten aen uwen hals. Desgelijks dede ik een voorhooft ciersel aen u aengesigte, ende oor-ringen aen uwe ooren, ende eene kroone der heerlijkheyd op u hooft. Soo waert gy verciert met gout, ende silver, ende uwe kleedinge was fijn linnen, ende zijde, ende gestikt werkt; gy aet meelhloeme, ende honig, ende olie, ende gy waert gantsch seer schoone, ende waert voorspoedig, dat gy een Koninkrijk wierdet. Daer toe ging van u eenen naem uyt onder de Heydenen om uwe schoonheyd; want die was volmaekt door

42

-ocr page 51-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

mijne heerlijkheyd, die ik op u geleyd hadde, spreekt de Heere Heere. Soo omhangt ook dese rijke Siel-bruydegom sijn ondertrouwde Bruyd met de cier-kleederen van rechtveerdigmaekinge en heyligmae-kinge, datse juychen kan met de Kerk. Jes. 61: 10. Ik ben seer vrolijk in den Heere, mijne siele verheugt haer in mijnen God, want hy heelt my bekleed met de kleederen des heyls, den mantel der gerechtigheyd heeft by my omgedaen, gelijk eenen Bruydegom sig met Priesterlijken cieraet verciert, ende als een Bruyd haer verciert met haere gereetschap. Hy schenkt haer de dierbaerste Juweelen van een geheyligde wijsheyd, van een glansige en blinkende heyligheyd, en van allerhande genade-gaven van sijn Geest; hy doet haer aen een kostelijke keten van allerhande Christelijke Deugden, waer door sy het herte van haer hooge Bruydegom kan wegsteelen. Hoogl. 4; 9. Gy hebt my het herte genomen, mijne Suster, o Bruyd, gy hebt my het herte genomen, met eene van uwe oogen, met een kelen van uwen hals.

11. Op den ondertrouw-dag houd men ook wel vrolijke maeltijden, waer op het delicaetste werd opgedist, en de Bruydegom en Bruyd nevens de aensittende Gasten met eet en en drinken hen lustig vermaeken; als desen edelen Jesus sig de geloovige heeft ondertrouwt, soo houden sy met malkanderen maeltijd, onthaelen malkanderen op het vriendelijkste, en nemen genoegen in het genot van malkanders goederen; dat beloofde de Heyland aen die gene, die de deure voor hem soude opendoen. Openb. 3: 20. Indien yemant mijne stemme sal hooren, en de deure opendoen, ik sal tot hem inkomen, ende. ik sal met hem avondmael houden, ende hy met my. Dien over-vriendelij ken Immanuël onthaelt sijn onder-

43

-ocr page 52-

lik VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

trouwde Bruyd met sijn hemelsche lekkernyen; soo komt de Opperste Wijsheyd Spreuk. 9: 25. voor, als die haer slagtvee heeft geslagt, haere wijn heeft gemengt, en haer tafel heeft toegerigt; en die roept kornet, eetet van mijn brood, en drinket van de wijn, dien ik gemengt hebbe; Hy doet haer smaeken de geestelijke vrede met God en met haere conscientie. Hy onthaelt haer vriendelijk, als hy haer schenkt een vrymoedigheyd en roem des geloofs, waar door sy als geestelijke Priesters door het Bloed van Christus ingaet in het heyligdom. Hebr. 10: 19. quot;Vrymoedig met God pleyt over de Offerhande van Christus, en met een vrage van een goede conscientie alles goeds van God afeyscht uyt kragt van de bloedige Offerhande van haeren Bloed-bruydegom; Ja hy onthaelt sijn ondertrouwde Bruyd op de soete kussen van sijn mond, tot bewijs van de innerlijkste en hoogste, hert-liefde t\'haerwaerts, daer de Bruyd om wenschte Hoogl. 1 : 2. Hy kusse my met de kuséen sijnes monds. Dan onthaelt hy haer op sijn liefde-kussen, als hy haer meerder blijken en gevoelen geeft van sijn liefde in haer herte uytgestort door den Heyligen Geest. Bom. 5 : 5. Haer leyd in sijn hinnekameren. Hoogl. 1: 4. en sijn genade aen haer herte op ver-scheydene wijse versegelt; \'t sy op een gewoone wijse, als hy die hebbelijke genade, welke andersins met veel duysternisse was bewonden, in haer siele •overvloedig doet blinken; als hy door sijn Geest haer loome siele opwekt tot een verstandige aglge-ving op die geestelijke gestalte haerer siele, dat sy nu by de toestraeling des Heyligen Geestes onderkent die genade welke te vooren als onder de assche was verborgen; als hy onder of na het hooren en lesen van het Houwelijks-verdrag haer te binnen brengt

-ocr page 53-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

sijn onfeylbaere trouw-beloften; als hy doet sien, dat de stemme, welke sy dikwils in sijn Woord hoeren, de stemme van haer liefste is, die de waer-heyd is. Hoogl. 2: 8. Als hy onder het hooren en beschouwen van sijn trouwbeloiten haer siele aandoet met sulk een verrukkende vreugt, en met sulk een hemels licht beschijnt, datse wel eens schijnen eer in den hemel met Paulus als op aerde te sijn; \'t sy Christus sijn ondertrouwde Bruyd soo kust op een buytengewoone wijse, als hy haer soo onmidde-lijk aendoet, datse niet noodig heeft de sekerheyd van haer ondertrouw met Christus, uyt Gods genadewerk in haer herte, op te maeken, en door een soete en stille inluystering in haer siele segt, dat hy haer Bruydegom is; daerom had David, Ps. 35: 3. Segt tot mijne siele, ik ben u heyl. De Bruydegom Jesus houd maeltijd by sijn ondertrouwde Bruyd door een eeten van haere hemelsche delicatesse, en door het scheppen van volkomen genoegen en welgevallen in haer, en in het gene sy hem voor set. Hy vind genoegen in haer persoon; gelijk een Bruydegom sig verlustigt in sijn Bruyd, soo heelt ook Jesus aen sijn ondertrouwde Bruyd lust; daer op sag des Heeren Geest, Jes. 62: 4, 5. Gy suit genoemt werden, mijn lust is aen haer, want de Heere heeft een lust aen

u;...... want gelijk een jongeling een jonkvrouwe

trouwt, alsoo sullen uwe kinderen u trouwen; en gelijk de Bruydegom vrolijk is over de Bruyd, alsoo sal uw God over u vrolijk sijn. Hy vind sijn ver-maek in het werk der wedergeboorte, Christus siet in haer sijn heerlijk beeld, een weerschijn van sijn heyligheyd, dewijl sy der Goddelijke natuure is deel-agtig geworden,\' 2 Petr. i : 4. Hy schept genoegen in haere genade gaven; die daerom vergeleken

45

-ocr page 54-

46 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

werden by de reuk der olyen, Hoogl. 4: 10. Hoe schoone is uwe uytnemende liefde, mijne Suster, 6 Bruyd? hoe veel beter is uwe uytnemende liefde, dan wijn? ende de reuk uwer olyen, dan alle spe-ceryen ? By de voornaemste speceryen, vs. 4. Nardus, ende saffraen, calmus, ende caneel, met allerley hoornen van wierook, myrrhe, ende aloë, mitsgaders alle voornaemste speceryen. By edele vrugten, waer op de Bruyd haer Bruydegom noodigde, vs. 16. O dat mijn Liefste tot sijnen hof quame, ende ate sijne edele vrugten; Bysonder vind hy vermaek in haer geloove; hoe losser sy is van haer selven, en hoe geruster sy haer op hem. verlaet, hoe hy meer vermaek in haer schept; o dat oog des geloofs doet hem geweld aen, dat hy uytroept, Hoogl. 4: 9. Gy hebt my het herte genomen mijne Suster, ó Bruyd; gy hebt my het herte genomen, met eene van uwe oogen, met een keten van uwen hals. En Gap. 6: 5. Wend uwe oogen van my af, want sy doen my geweld aen. Het geloove verheerlijkt dog God in sijn volmaektheden, in sijn magt, wijsheyd, waerheyd, gerechtigheyd en barmhertigheyd; ja dat oog is een tolkenaer van haer siel, en daer uyt kan hy lesen die liefde en hoogagting, welke sy voor haer Siel-bruydegom heeft. 1 Petr. 2: 7. U dan, die gy gelooft, is hy dierbaer. Hy schept genoegen in de dienst, welke sy hem opdraegt; dat was al van de Bruyd onder de dagen des Nieuwen Testaments voorsegt, Mal. 3: 4. Dan sal het spijs-offer van Juda ende Jerusalem den Heere soet wesen, als in d\'oude dagen, ende als in de voorige jaeren. In \'t bysonder vind hy welgevallen in haer selfsverloochening. Ps. 45:12. Soo sal de Koning lust hebben aen uwe schoonheyd; dewijle hy uwe Heer is, soo buygt u voor hem neder.

-ocr page 55-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

47

In haer kinderlijke vreese omtrent God. Psalm 147: 41. De Heere heeft een welgevallen aen die hem vreesen; In haere offerhanden, diese hem opdragen. 1 Petr. 2: 5. Soo wordet gy ook selve, als levende steenen, gehouwt tot een geestelijk huys, tol, een heylig priesterdom, om geestelijke offerhanden op te offeren, die Gode aengenaem zijn door Jesum Christum. In de offerhanden van haere gebeden; Actor. 10:4. Uwe gebeden ende uwe aelmoesen sijn tot gedagtenisse opgeklommen voor God. Daarom was Davids gebed , Psalm 141. 2. Mijn gebed worde gestelt als reukwerk voor u aengesigte; de opheffmge mijner handen, als het avond-offer. Gelijk hy hen ook laet welgevallen haere offerhanden van mildaedigheyd. Hebr. 13:16. En vergeet der weldaedigheyd ende der mededeelsaem-heyd niet; want aen soodanige offerhanden heeft God een welbehagen. Phil. 4:18. Ik hebbe alles ontfangen, ende ik hebbe overvloet; ik ben vervult geworden, als ik van Epaphrodito ontfangen hebbe, dat van u gesonden was, als eenen welriekenden reuk, een aen-gename offerhande, Gode welbehaegelijk. Ja dese koninklijken Bruydegom is wonderlijk opgenomen met haeren heyligen wandel, en de betragtinge \\an allerhande Christelijke deugden ; dat betuygde de Bruydegom Jesus selve. Hoogl. 7:1. Hoe schoon zijn uwe gangen in de schoenen, gy Princen dochter! de om-draeyingen uwer heupen, zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eenes konstenaers.. De Bruyd houd ook Avondmael met haere vriendelijken Bruydegom. Sy onthaelt hem wederom; Hem onthaelt sy op geestelijke lekkernyen, dat betuygde de Bruydegom Jesus, Hoogl. 4:1. Uwe lippen, ó Bruyd, druypen van honigzeem, honig ende melk is onder uwe tonge, ende de reuke uwer kleederen

-ocr page 56-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

48

is als de reuke van Libanon. En dat beloofde dese ondertrouwde Bruyd. Gap. 8:2. Ik soude u leyden, n ik soud u brengen in mijnes moeders buys, gy soud my leeren; ik soud u van specerye wijn te drinken geven, ende van het sap van mijne granaet-appelen. Sy onthaelt bem op een werksaem geloof, God dankende en verheerlijkende over de gerecbtigheyd van Gbristus; daer toe wekte de Bruydegom sijn Bruyd op. Gap. 2: 14. Mijne Duyve zijnde in de kloven der steenrotzen in bet verborgene eener steyler plaetse; toont my uwegedaente, doet my uwe stemme hooren; want uw stemme is soete, ende uwe gedaente is lief-felijk. Hem ontbaelt sy op een brandende liefde, bem betuygende, dat sy krank van liefde is. Gap. 2: 5. Sy onthaelt hem op een levende hoope, waerdoorsy de vervullinge van sijn trouw-belofte haer levendig voorstelt, en met seekerheyd verwagt. Sy kuét ook haer siels-verrukkens-magtige schoone Bruydegom; daerom wenschte sy, Hoogl. 8:1. Og dat gy my als een broeder waert, zuygende de borsten mijner moeder! dat ik u op straete vonde, ik soude u kussen, ook en souden sy my niet veragten. Sy kust bem met een kus van afhanginge, lieffelijk op hem leunende, en alles wat se heeft hem toevertrouwende; sy kust hem met een kus van homagie en eerbiedigheyd. Psalm 45 : 12. Soo sal de Koning lust hebben aen uwe schoon-heyd; dewijle hy uwe Heer is, soo buygt u voor hem neder. Als ook met een kus van onderwerpinge en gehoorzaemheyd. Psalm 2; 12. Kusset den Soone, op dat hy niet en toorne, ende gy op den weg vergaet. wanneer sijn toorn maer een weynig soude ontbranden ; welgeluksalig zijn alle, die op hem vertrouwen. Sy heeft ook genot van Jesu oversoet onthael. Sy eet van syn geestelijke lekkernyen en weldaeden, welke

-ocr page 57-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 49

ieseliy voor haer heeft verworven; daer toe noodigde en .Immers dese hemelsche Bruydegom sijn ondertrouwde oudBruyd, Hoogl. 5:1. Eetet vrienden, drinket, en kentordet dronken, ó Liefste. En Jes. 55: 2. noodigt Icn-liy daer toe den afgevallene sondaer, seggende, eetet an-Biet goede, ende laet uwe siele in vettigheyd haer \'aniverlusten; sy eeten van het goede en vettigheden \'ydivan sijn huys door aendagtige overdenkinge van Jesu ierlvolheyd en algenoegsaemheyd; door een geloovige ie; itoepassing en aenneming van sijn verdiensten en in;lheylrijke weldaeden, Openb. 22: 17. Die dorst heeft, ef-lliorae, en die wil, neme het water des levens om ™ iniel; Door een vrolijke verweydering en uytbreyding 5. Ivan haer herte over haer gemeynschap aen sulk een sy Idierbaeren Bruydegom, soo dat de gordijnen van haer iglherte daer over werden opgeschoven, Psalm 119: 32. \'S Ilk sal den weg uwer geboden loopen, als gy mijn Iherte verwijdet suit hebben. Sy set haer ook ver-\'s I genoegt op haer geluk neder, en vind het grootste

I •\' 1 welgevallen in hem. Hoogl. 2 : 3. Als een appelboom

II 1 onder de hoornen des wouds, soo is mijn Liefste on-1 Ider de soonen; ik hebbe grooten lust in sijne scha-1 iduwe, ende sitter onder; ende sijne vrugt is mijn 1 1 gehemelte soete. Sy vind vermaek en genoegen in •\' ■ sijn Persoon, als .die in heerlijkheyd, schoonheyd en be-• I minnelijke hoedanigheden alle andere vryers overtreft;

1 I daerom seyde Johannes in sijn Euangelium, Gap. 1:14. I Het Woord is vleesch geworden, ende heeft onder ons I gewoont (ende wy hebben sijne heerlijkheyd aen-I schouwt, eene heerlijkheyd als des eeniggebooren van I den Vader) vol van genade ende waerheyd. Sy vind I volkomen behagen in sijn goederen; datse met David | moet uytroepen. Psalm 36: 10. By u is de fonteyn I des levens; in u licht sien wy het licht. Wat vinden

-ocr page 58-

50

-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

sy geen verlustiging in sijn verlichtende genade! d seyde Salomon, dat het licht soet is, en dat het del v oogen goed is de sonne te aenschouwen, Pred. 11: l \\ O hoe soet is het voor haer geopende oogen del 1 verstands te krijgen om Jesus in sijn overklimmendl 1 schoonheyd te sien? Wat baert het in haer geel i genoegen de heyligende kragt van haer BruydegoiJ lt; te ondervinden tot onderbrenginge van haer sondel lt; en verdorventheden, en tot bewerking van allerhandl i vrugten des Geestes? Wat vinden sy geen verlustil ging in sijn soete ontmoeting en openbaering vail hem selven aen haer, als haer eenigste deel en hoogi ste goed? 1 Petr. 1 : 8. Den welke gy niet gesieJ en hebt, ende nogtans lief hebt; in den welken gl nu, hoewel hem niet siende, maer geloovende, 1 verheugt met eene onuytsprekelijke ende heerlijk! vreugde. Wat vergenoegt sy haer niet in het anti woord, welke hy haer vergunt op haere gebeden! dan kanse wel met David seggen. Psalm HG; 7,1 Mijne siele, keert weder tot uwe ruste, want de Heerel heeft aen u wel gedaen. Selfs kan de Bruyd ver-I raaek vinden in de slagen van haer Bruydegom, datsel met Paulus kan juychen, Rom. 5: 3—5. Ende nietl alleenlijk dit, maer wy roemen ook in de verdruk-l kingen; wetende dat de verdrukkinge lijdsaemheydl werkt; ende de lijdsaemheyd bevindinge, ende del bevindinge hoope; ende de hoope en beschaemt niet,l om dat de liefde Gods in onse herten uytgestort isl door den Heyligen Geest, die ons is gegeven. Enl 2 Cor, 7:4. Ik hebbe veele vrymoedigheyd in \'t 1 spreken tegen u, ik hebbe veel roems over u; Ikl ben vervult met vertroostinge, ik ben seer overvloe-| dig van blijdschap in alle verdrukkinge. De natuur-1 kundigen verhaelen van den distelvink, dat hy onder 1

-ocr page 59-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

de doornen levende soet singt; een regt sinnebeeld van de Bruyd van Christus, die onder de doornen van wederweerdigheden verkeerende nog vrolijk singen kan. Hab. 3; 17, 48. Al hoewel den vygeboom niet bloeyen en sal, ende geen vrugt aen den wijnstok sijn en sal, dat het werk des olijfbooms liegen sal, ende de velden geen spijse voortbrengen; dat men de kudde uyt de koye afscheuren sal, ende dat \'er geen runt in de stallingen wesen en sal. Soo sal ik nogtans in den Heere van vreugde opspringen; ik sal my verheugen in den God mijnes heyls. 1 Den Martelaer Laurentius leggende op een Rooster te braden, konde met een lachende mond sijn Beulen bespotten, seggende keert mijn lichaem om, \'t is aen dese kant al genoeg gebraden.

42. Een Bruydegom met sijn Bruyd ondertrouwt sijnde, voorsiet sig by tijds van een bequaame woo-ninge, waer in hy met sijn Bruyd verkeert en verblijft; soo sorgt ook Christus voor een schoone woonplaets, die wonderlijk verciert is, om met sijn ondertrouwde Bruyd voor eeuwig sijn verblijf daer in te nemen, \'t welk is den Hemel der Hemelen, welke schittert van glans en heerlijkheyd; Dat was de verrukkens-magtige belofte van Christus aen sijn Discipelen, Joh. 44: 2, 3. In \'t huys mijns Vaders sijn veele wooningen; andersins soo soude ik het u gesegt hebben; ik ga beenen om u plaetse te be-reyden. Ende soo wanneer ik heenen sal gegaen sijn, ende u plaetse sal bereyd hebben, soo kome ik weder, ende sal u tot my nemen, op dat gy ook zijn meugt daer ik ben.

43. Uyt kragt van ondertrouw en een opgerecht Kouwelijk soo werd de Bruyd na de naeme des Bruydegoms genaemt; om dat het volk Israëls by

54

-ocr page 60-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

manier van een Houwelijks-verbond aen God ondertrouwt was, soo wiert dat volk na sijn naerne ge-noemt. Deut. 28 : 10. Alle volkeren der aerde sullen sien, dat den naem des Heeren over u genoemt sy. De Bruyd van Koning Jesus wjerd ook na sijn naem genoemt, en pronkt met die cierlijke naem van

Christenen; Actor. 11: 26. Het is geschiet dat......

de Discipelen eerst te Antiochien Christenen genaemt wierden. Dit was immers al van de ondertrouwde Bruyd uyt de Heydenen voorsegt, Jes. 44: 5. Dese sal seggen: Ik hen des Heeren, ende die sal sig noemen met den naeme Jacobs; ende geene sal met sijne hand schrijven. Ik ben des Heeren, ende sig toenoemen met den naeme Israëls.

14. Op de ondertrouw van twee Persoenen volgt het daedelijk trouwen; immers dese twee dingen sijn van malkanderen onderscheyden; want de ondertrouw is een onderlinge verbintenisse van Bruydegom en Bruyd aen malkanderen door verlovinge; daer het trouwen segt de voltrekkinge van die verbintenisse en belofte; door de ondertrouw krijgen die twee aen malkanderen recht, daer door het trouwen de Bruydegom en Bruyd tot een daedelijke gemeynschap van malkanderen komen; soo sal ook op de ondertrouw van dese koninklijke Bruyd met die vorstelijke Bruydegom Christus volgen een volkomen trouw in den hemel, alwaer dit Houwelijk eerst volkomen sal voltrokken werden; Hier is het nog maer als een ondertrouw: hier werd de Bruyd voor Christus als haer Man toebereyd en verciert, eer se hem volmaekt schoon in den hemel sal werden voorgestelt: deer toe arbeyde Paulus, 2 Cor. 11:2. Ik ben yverig over u met eenen yver Gods. Want ik hebbe u lieden toebereyd om u als een reyne maegt eenen manne

5.2

-ocr page 61-

DER GELOCTVIGEN MET CHRISTUS. 53

Ivoor te stellen, namelijk Christo. Hier woond de IBruyd nog uyt van haer Siel-bruydegom. 2Cor. 5:6. iHier mist sy nog sijn onmiddelbaere gemeynschap; Imaer hier namaels sal sy altijd by den Heere in den 1 hemel wesen. 1 Thess. 4: 17. En std aldaer volmaekt jen onmiddelijk hem genieten; Openh. 21: 22,23. Ik jen sag geenen Tempel in deselve; want de Heere, Ide Almagtige God, is haeren Tempel, ende het Lam. Ende de stadt en behoeft de Sonne, nog de Maene niet, dat sy in deselve souden schijnen; want de heerlijkheyd Gods heeftse verlicht, ende het Lam is haere keerse. Daer sy dan met haer koninklijken Bruydegom sal aensitten aen die vrolijke bruyloft des ! Lams, in die groote saele des hemels, suygen sal de volle borsten sijner vertroostingen, tot versaediging toe eeten sal van dien Boom des levens, in het midden van het Paradijs Gods geplant, drinken sal die nieuwe wijn van dien alle liefdeweerdigen Bruydegom, welke van alle eeuwigheyd bereyd is voor dese gekroonde Bruyd.

15. Op de trouw-dag van een groot Koning is alles op het heerlijkste uitgedost, om de heerlijkheyd van de Koning te vergrooten; want dan sijn niet alleen de Vorst en sijn Bruyd nevens sijn ganlsche Hof bekleed met haer cierhjkste kleederen, en opgepronkt met haer kostelijkste juweelen, maer de knechten en dienstboden selfs sijn op het pragligste uytgedost; het Palleys des Konings is verciert met alles wat men kostelijkst vinden kan, behangen met kostelijke tapijten en andere cieraeden; ja ook de\' ganlsche plaets, daer die solemniteyt gepleegt werd, heeft mede als deel aen die vreugde; men verciert die plaelse met verscheyde cierasien, men rigt eenige triumph-bogen op, men ontsteekt vuyren en toortsen, en daer is niets by na dat niet eenig teeken van

-ocr page 62-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

openbaere vreugde draegt; alles daer toe gerigt, om de iuyster des Konings op sijn trouw-dag te ver- e\' meerderen; even soo sal het ook gaen, als Jesus sal \'ri wederkomen op de wolken des hemels om sijn Hou- la welijk met sijn Bruyd te voltrekken; want dan sal hy niet alleen verschijnen in sijn grootste Heerlijk-heyd en voortreffelijkste pragt, en sijn Bruyd toegerust met kleederen van gouden borduursel, blinkende met de schitterende straelen van Gods beeld als het fijnste Goud van Ophir; maer ook het Paradijs Gods, welke als het Palleys des Bruydegoms en sijn Bruy-lofs-kamer is, sal verciert en verrijkt sijn met een onuytsprekelijke heerlijkheyd; ja dan sal het gantsche schepsel vermeerderen de luyster van desa groote Koning en koninklijke Bruyd; haer oude kleederen sullen haer dan werden uytgetrokken, en sy sal met nieuwe cierlijke pronkkleederen werden omhangen, en sal over al merkteekenen dragen van de heerlijkheyd van desen hoogen Bruydegom Psalm \\ 02 : 27. Die sullen vergaen, maer gy suit staende blijven, ende sy alle sullen als een kleed verouden, gy sultse veranderen als een gewaed, ende sy sullen verandert sijn. Dat is de hoope van het gantsche schepsel, welke op baere wijse daer na met opgesteekene hoofde verlangt. Rom. 8: 21. Op hoope dal ook het schepsel selve sal vry gemaakt worden van de dienstbaerheyd der verderffenisse, tot de vryheyd der heerlijkheyd der kinderen Gods.

16. Een soete overeenkomst tusschen die beyde vind men ook in de gevolgen van een Houwelijk. Door ondertrouw en opregting van een Houwelijk krijgen de twee Egtgenooten gemeynschap aen malkanderen, en aen den een des anderens goederen; even soo gaet het hier, alles dat Christus heeft, al

54

-ocr page 63-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

55

omlijn genade, Geest, rijkdom en heerlijkheyd is de haere ver-leworden, en dat mag se als haer eygendom ge-sallruyken. 1 Cor. 3: 21—23. Alles is uwe: Het zy [ou-faulus, het zy Apollos, het zy Cephas, het zy de sajlvereld, het zy leven, het zy dood, het zy tegen-ijli-iyoordige, het zy toekomende dingen, sy zijn alle uwe. \'ge-lDog gy sijt Christi. En door de sleutel van sijn rijke ideïchatkist het geloove mag sy uyt het kabinet sijner hetKenade aquot;es haelen, \'t welk haer gebrek vervullen ds,pan; en dese Siel-bruydegom krijgt deel aen al het jy-Biaere, schoon hy door de hand sijner genade haer lenldat eerst heeft geschonken; dat betuygde de Bruyd, hellloogl. 2;\'16. Mijn Liefste is mijn, ende ik ben sijn, )teldie weydet onder de leiien. Daer uyt vloeyt een geen imeensaeme ommegang met malkanderen als van twee iet iEgteluyden; dese Siel-bruydegom ontdekt aen sijn n, iBruyd sijn hertgrondige liefde, openbaert haer sijn k-lverborgentheden; dat beloofde de Saligmaeker aen 7,1 sijn Discipelen. Joh. 15: 15. Ik en heette u niet meer i idienstknegten; want de dienstknegt en weet niet wat se I sijn Heere doet, maer ik hebbe u vrienden genoemt, -tl want al wat ik van mijnen Vader gehoort hebbe, dat |? I hebbe ik u bekent gemaekt. De Bruyd laet haer e I suyvere liefde tot hem uyt, datse met David seggen )1 I kan, Psalm 18: 2. Ik sal u herlelijk lief hebben, J I Heere, mijne sterkte. Sy legt voor desen haer sielen-1 I vriend haer herte open. Psalm 119: 26. Ik hebbe u I mijne wegen vertelt. Sy pleegt met hem in alle duys-; I tere ontmoetinge raed als met haer Man. Spreuk. 3 : 6. . I Kent hem in alle uwe wegen. Sy stort alle haere I bekommernissen in sijn ontfermende schoot uyt, en | gaet in alle haere nooden vrymoedig tot hem, als tot | haer Bruydegom en Man. Ephes. 2: 48. Want door | hem hebben wy beyde den toegang door eenen Geest

-ocr page 64-

56 VAN DE NAUWE VEREENIGING

tot den quot;Vader. Daar is ook tusschen Christus e sijn Bruyd een gevoeligheyd over malkanders weder vaeren, als tusschen vreedsaeme Egteluyden. Gelij Christus sig verheugt over de welstant van de Bruy over de voorspoed Van sijn Kerk, en haer aenwas i geloove, liefde en hoope, soo gevoelig is hy ook ove de verdrukkinge, die sy lijd, en trekt het aen, als o hem dat lijden selfs wierd aengedaen; die haer aen raekt, die raekt sijn oog-appel aen. Zach. 2: 8 Daerom riep Jesus tegen Paulus, als hy moord e vervolginge tegen sijn gemeynte blies, Saul, Saul wat vervolgt gy my, Actor. 9: Op de selve wijs is de Bruyd ook begaen met het onthael, \'t gee haer Hemel-bruydegom op dese wereld vind; rijd hj voorspoedig op het woord der waerheyd, worden he veel onderdaenen gehooren, daer over springt sy o van vreugde; daer toe wekte God sijn Bruyd op, Jes. 66: 10, 11. quot;Verblijd u met Jerusalem, ende verheugt u over haer, alle haere liefhebbers: wees\' vrolijk over haer met vreugt, gy alle die over haer sijt treurig geweest. Op dat gy moget suygen, ende versaedigt worden van de borsten haerer vertroos-tinge; op dat gy moget uytsuygen, ende u verlusten met den glans haerder heerlijkheyd. Word hy ont-eert en gestnaed in hem selven of in sijn leden, soo werd sy daer over levendig in haer herten doorwond; met den rechtveerdigen Lot quelt sy haer siele over den godloosen wandel van andere. 2 Petr. 2 : 8. Dat waeren die gene, die in Jerusalem een teeken kregen op haer voorhoofden, oir. dat sy sugteden en uytriepen over alle die grouwe-len, die in het midden der selve gedaen wierden. Ezech. 9: 4.

-ocr page 65-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

III. AFDEELINGE.

VAN DE GELUKSALIGE STAET

der gener, die met Christus in een Houwelijks-Verbond komen.

Als ik nu mijn selven eens inlaet in een nauwkeurige beschouwinge van de voortreffelijkheyd van dit segenrijk Houwelijk; wal vind ik dan geen overvloedige sloffe, om de Geluksaligheyd van des Heeren gunslgenoolen le verheffen, die in ondertrouw met desen Hemelvorst sijn opgenomen; immers geloovige sijn u de snoeren in een lieffelijke plaetse gevallen, en gy sijt wonderlijk verheven dooiquot; dit Houwelijk; seekerlijk soo wy gadeslaen de Persoon, met vvien de geloovige in ondertrouw komen, de staet, waer in sy sijn als haer desen Vorst des Hemels lot dit houwelijk komt aensoeken; soo wy beschouwen dese salige ondertrouw selve., en de manier op welke sy met hem een houwelijk aengaen, vinden wy overvloedige sloffe, om in een verbasende verwondering weg te sinken over het geluk van des Heeren volk.

1. Hoe gelukkig is dese Bruyd, soo wysien op de Persoon, met wien sy werd ondertrouwt! Die is immers Gods Soon; wat tonge is oyt bequaem, om de beminnehsweerdige volmaektheden van desen Hemel-bruydegom uyl te drukken! Hy besit dog alles, dat bequaem is het herte van een sondaer in te nemen; is dat niet aenlokkelijk voor een Vrijster, om het versoek van een vryende Jongman toe le slaen, en tot een houwelijkse verbintenisse met hem te komen.

57

-ocr page 66-

58 VAN DE NAUWE VEREENIGING

soo dese Vryer is van hoogen afkomst, schoon van gedaenle, rijk van goederen, wijs van verstand, hoog van staat, en magtig om sijn Raed uyt te voeren, en deugsaem in sijn daeden; soo hy van natuur goedaardig, van spraak lieftallig en van trouwe onwan-kelbaer is; maar wie sag dat alles in een Man onder da menschen by malkanderen? Edog dit vind men alles op de aldarvolmaaksta wijse in Christus de Bruidegom van sijn Kerk. 0 verheerlijkte geesten der volmaekte rachtveerdigen, triumpheerende Bruyd des Lams, stelt nieuwe Psalmen en Lofliederen in van de siels-verrukkans-magtige schoonheyd van dien noyt genoeg verhoogden Prins der eeuwen 1 0 alle geschapene wesens binnen den schoot van den uyter-stan Cirkel van desa wijde wereld, komt en helpt ons den lof van dien noyt genoeg met verwondering ba-schouwde en gepresane Bruydegom verhoogan! Immers dese Hemel-bruydegom is van de alderhoogsten Adel; die na sijn menschelijke natuur niet alleen is uyt koninklijken saede, maer die na sijn Goddelijke natuur sijn afkomst uyt de groote God rea-kent; want hy is de natuurlijke Soone Gods, van eeuwigheyd van ham gagenereert. Rom. 1; 3, 4. Het uytgedrukte beeld van \'s Vaders selfslandigheyd; Hebr. 1:3. En die daerom is de waeragtige God selve;\' wat geluk da aiganoegsaeme, de alleen salige God tot sijn Man te krijgen! Kond gy wel weerdiger Persoon bedenken, als dat dese hooge God met een sondaar wil trouwen? en dat is evenwel waer. Jes. 54: 5. Uw Maeker is uw Man, Heere der heyr-schaera is sijn naam, an da hayliga Israëls is sijn verlosser; by sal de God des gantschen aerdbodems genaemt werden, \'tls de Immanuël God-mensch; ó aenbiddelijke verborgantheyd, dat de eeuwige God

-ocr page 67-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

59

van |jg in houwelijk vereenigt met een tijdelijk schepsel, 50S te opperhoofdige God met de alderlaegste worm, de en Iveerdige God met een veracht mensch, die alderhey-ed* ligste met een sondig wanschepsel, de Almagtige met ,nquot; leen broos en swak menschen-kind, ja de onveran-\'er Iderlijke Heere met de onbestendigheyd selve; was en Ihet veel voor Ruth, dat Böas sijn vleugel over haer luythreyde, en haar tot sijn Vrouw nam; ja was het eQ leen groote eere voor de gevangene Esther, datsede yd lEgtgenoot wierd van Ahasuerus, en voor de wijse ln lAbigaël, dat se de quot;Vrouw van David wiert? Is het in Iniet onvergelijkelijk grooter eer voor een mensch, \'e i dat hy aen de God des hemelsch werd ondertrouwt ? v~ I Schoonheyd van een Jongman neemt een Dochter in; 18 I maer wie is schoonder dan Christus desen hemelsche | Bruydegom ? ik sou hem niet te hoog opsetten, soo H ik seyde, dat pennen van Engelen, tongen van Enge-n H len, wat seg ik zoo veel werelden van Engelen als\'er 1 I santjes sijn aen den oever van de Zee, niet in staet ■ | sijn om de weergaloose schoonheyd van die witte en quot; I roode-banier-drager boven tien duysende af te schil-1 I deren; hy is het, die se alle op hem doet verlieven, • I die hem maer in het oog krijgen, ja die het oog en | hert van menschen en Engelen voor eeuwig na sig | trekt; soo dat wy hem wel mogen toejuychen uyt | den 45 Psalm vs. 3. Gy sijt veel schoonder dan de I menschen-kinderen; Hij is immers de schoonste onder I alle schepselen wegens sijn Goddelijke natuur, van | wiens aengesigte een oneyndige glans en luyster af-I straelt, als sijnde het beeld des onsienlijken Gods, en 1 het afschijnsel van \'s Vaders heerlijkheyd. Hebr. I : 3. | Als mensch is hy de schoonste wegens sijn vol-| maekte heyligheyd, die sonder sonde was. Hebr. I 7: 26. Soodanig een Hoogepriester betaemde ons,

-ocr page 68-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

60

heylig, onnoosel, onbesmet, afgescheyden van de son daeren, ende hooger dan de hemelen geworden. Di daerom genaemt werd dat onstraffelijk- en onbevlek Lam, 1 Petr. 1: 49. Hy is de schoonste als Midde laar wegens die genade gaven, waer mede sijn men schelijke natuure wierd overstort met een overvloedig maete; soo was \'er al van hem voorsegt. Psalm 45 8. Gy hebt gerechtigheyd lief, ende haetet godloos heyd; daerom heeft u, ó God, uwe God gesalft me vreugdenolie boven uwe medegenooten. En Johanna segt, dat God hem de Geest geeft niet met maete Joh. 3; 34 Wegens die heerlijke mengeling va couleur, welke haer in Jesus vertoont; blankhey met roodheyd gemengt maekt de aengenaemste verwe en levert de grootste schoonheyd uyt; maer dieaen genaeme mengeling vind gy in dese Middelaer, di blank en rood is, en de baniere boven tien duysende draegt. Hoogl. 5; \'10. Die blank is wegens syn on bevlekte heyligheid; die ook rood is wegens sijn bloedig lijden, waermede hy sig sijn Bruyd heeft ver worven; ó geschapene schoonheyd aller schepselen wordet schaemroot voor sijn ongeschapene schoon heyd! O son in uw schijnende schoonheyd bedekt u met een dek-kleed van schaemte voor het klaerst blinkende aengesigt van u onvergelijkelijke Heere en Meester! Als by een hooge geboorte en schoon heyd in een Jongman nog komt Rijkdom, sal een jonge Dochter haer nog soo veel te eerder laeten he wegen tot een Houwelijks-verbond met hem; maei waer vind gy yemant soo rijk als Christus, die erf-genaem is van al des Vaders goederen. Hebr. 1: 3 De wereld is hel sijne en alle haere volheyd, en de beesten op duysent bergen, Psalm 50. Dat betuygde hy selve. Spreuk. 8: 18, 19. Rijkdom ende eere is

-ocr page 69-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

61

/lek dde-Hen

45

)0S-

me

s?.n )y my; duuragtig goed, ende gerechtigheyd. Mijne ^rugt is beter dan uytgegraven goud, ende dan digt oud; ende mijn inkomen, dan uytgelesen silver. De wijsheyd van een Man maekt de staet vaneen Vrouw gelukkig; maar dese Hemel-bruydegom is de alder-^ wijste, als sijnde de wesentlijke wijsheyddes Yaders. Spreuk. 9:1. In wien alle schatten van wijsheyd en kennisse verborgen sijn. Col. 2: 3. Het vergroot \'niet weynig het geluk van een Vrijster, als sy mag ^ltrouwen met een Yryer hoog van staet, die een e ®|volmagtig gebied over een volk heeft, en een ko-va|lninklijke schepter swaeyt; edog wie heeft een onbe-^jpaelder gebied als Christus, die op sijn deye geschreven heeft de naem van Koning der Koningen ende Heere ™lder Heeren. Openb. 19: 46. Die hooger is dan de J^hooge, dewijl hy magt heeft ontfangen in hemèl en ■ op aerde. Matth. 28: 18. Die de sleutel der helle \'.quot;l en des doods heeft. Openb. 1: 18. Magt en sterkheyd •Jquot;! maekt een Jongman ook beminnens-weerdig; edog ^■hoe magtig is dese Hemel-bruydegom niet, wiens 3nl hand niemant. kan afkeeren; wie kan dog den donder n\'l sijner mogentheyd verstaen? Job 26: 14 Is een quot;l Vrouw gelukkig als sy met een deugtsaam Man een 1 Houwelijks-verbond mag sluyten; hoe gelukkig moet !I1I men dan dese Bruyd niet schatten, die door onder-\'quot;i trouw vereenigt werd met de heyligheyd selve, wien de Engelen gestadig toejuychen, Heylig, Heylig, ^\'l Heylig is de Heere der heyrschaeren. Jes. 6: 3. Dat l\' I een Vryer goedaerdig is, vermeerdert het geluk van \'1 haer Houwelijken-staet; wat gelukkige Bruyd dan, \'I die tot haer Bruydegom krijgt de aldergoedaerdigste e 1 en sagtmoedigste, die soo veel gebreken in sijn Bruyd verdraegt, en gunstelijk oversiet; immers hy is de s I goedheyd selve, want niemant is goed dan een,

-ocr page 70-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

namelijk God, Matth. 19: 17. Lieftalligheyd en vriendelijkheyd maekt ook een vryende Jongman beminnelijk; maar wie is lieftalliger als Christus, op wiens lippen genade is uytgestort, Psalm 45: 3. Die soo lieffelijk een sondaar kan lokken, en na sijn herte spreken, roepende komt tot my alle die ver-moeyt en belast sijt, Matth. 11: 28. Dat yemant getrouw in sijn woorden en beloften is, dat maekt een Jongman ook aengenaem by sijn Vryster; edogh soo getrouw is Christus, die het houwelijks-verbond noyt in het allerminste verbreekt, maar sijn liefde tot sijn Bruyd onkreukbaer bewaert; al sijn wy van onse kant al ontrouw, Christus blijft evenwel getrouw, hy kan sig selven niet verloochenen, 2 Tim. 2: 13. Soo werd hy geroemt wegens sijn getrou-wigheyd. Psalm 89; 6—9. Dies loven de hemelen uwe wonderen, ó Heere, ook is uwe getrouwigheyd in de gemeynte der Heyligen. Want wie mag in den hemel tegen den Heere geschattet worden? wie is den Heere gelijk, onder de kinderen der sterken? God is groolelijks gedugt in den raed der heyligen; ende vreeslijk boven alle die rondom hem sijn. 0 Heere, God der heyrschaeren, wie is als gy, groot-magtig ó Heere ? ende uwe getrouwigheyd is rondom u. Gelukkig dan sulk een sondaer, die sulk een vol-maekte Hemel-vryer lot haer Bruydegom krijgt immers alles dat aen hem is, dat is gantsch begeerlijk, sulk een is u Liefste, ja sulk een is uw Vriend, gij Dochters van Jerusalem.

2. De weergaloosheyd van u geluk geloovige sa kragtiger doorschijnen, als gy met my eens wilc overwegen, wie en in wat staet Gy waerd, doe dese Siele-vriend u quam vryen, en met hem in sulk een salige ondertrouw opnam; gelijk sijn hoedanigheden

62

-ocr page 71-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 63

beminnelijk sijn, soo ongesien was u staet, en ver-agtelijk, haetelijk, ja walgelijk waeren uwe hoedanigheden; dat een Man sijn oog laet vallen op een Vrouw, die van hooge staet en afkomst, rijkdom, wijsheyd en schoonheyd is, ja die deugtsaem, goed-aerdig en vriendelijk van bevalligheden is, dat is niet te verwonderen; maer geloovige heel anders waert gy gestelt, als dese beminnelijke Immanuël na u om-sag, en met u een Kouwelijk sloot. Gy waert van de onedelste op de gantsche wereld, als dese hoog-geboorene Vorst u tot dese ondertrouw aensogt; gy sijt van een seer geringe en slegte afkomst; u Vader was een Amoriter, ende u Moeder een Hetitische; gy waert gebooren uyt de aerde aerdsch. 1 Gor. 15: 47. Gij had doe begaen schrikkelijke Egtbreuk met de Duyvel, hem toevallende, en komende als met hem in een Houwelijks-verbond; en daerom wierd gy gesegt uyt de Vader den Duyvel te sijn. Joh. B: 44. En waert alle kinderen der hoererye die buyten Egt waert geteelt; Hos. 1: 3. noemtse God selve kinderen der hoereryen; en na het lichaem soo sijt gy meest van een seer slegte en geringe staet, dewijl dese Vorst des hemels de groote en edele van dese wereld meest voorby gaet. 1 Gor. i : 26—29. Gy siet uwe roepinge, broeders, dat gy niet veele wij se en sijt na den vleesche, niet veele magtige, niet veele edele. Maer het dwaese der wereld beeft God uytverkoren, op dat hy de wijse beschaemen soude; ende het swakke der wereld heeft God uytverkoren, op dat hy het sterke soude beschaemen. Ende het onedele der wereld, ende het veragte, heeft God uytverkoren, ende het gene niet en is, op dat hy \'t gene yet is te niete soude maeken. Op dat geen vleesch en soude roemen voor hem. Gy waert van

-ocr page 72-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

64

de veragtste staet; geen vrye kinderen, maer eyge slaven der sonde, des werelds en des Satans; daer geen Koning met een onedele Dochter mag trouwen, daer wil dese Hemel-koning trouwen met geboeyde misdaedige, en met elendige dienstknegten des Duy-vels. Gy sijt doodelijk arm, en berooyd, en schandelijk naekt, die niets had om als een Bruydschat ten Kouwelijk te brengen, geen kleedje om de schande van uwe naektheyd te bedekken, die buy ten \'s lands most gaen bedelen, en by het arme schepsel hulpe sogt in uwe armoede, en u most versadigen met de draf des werelds, dat de swijnen eeten, even als de verloorene Soon. Luc. 15: 16. Hy begeerde sijnen buyk te vullen met den draf, die de swijnen aeten; ende niemant en gafse hem. Daer en boven laegt gy onder oneyndige schulden, welke gy noyt kondet be-taelen; gy waert meer als tien duysent talent-ponden schuldig, waer tegen gy niets had om te betaelen; gy waert schuldig aen de quetsing van Gods Majes-teyt en Heyligheyd, aen een verloochening van Gods volmaektheden, aen de verbreeking van Gods Wet, aen een veragting van sijn Hoogheyd, aen een tegenkanting tegen sijn Eer, ja aen een betwisting van sijn Regeeringe; en deswegens sijt gy schuldig geworden aen Gods eeuwige vloek en toorn, dat gy met David moest uytroepen. Psalm 143: 2. En gaet niet in het gerichte met uwen knegt; want niemant die leeft sal voor u aengesigte rechtveerdig sijn. quot;Wie moet niet in verwondering wegsinken, dat dese rijke Vorst sulk een dood-arme Vrouw in ondertrouw met sig opneemt! Als dese Hemel-bruydegorn u aensogt, waert gy de alderdwaeste en onwijste; die niet kende de kostelijkheyd van u siel, de dierbaerheyd van Gods gunst, het gevaer waer in gy waert, om eeuwig

-ocr page 73-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

verlooren te gaan, nog de weg om u siel als een )uyt daer uyt te dragen. 2 Cor. 4: 4. In de welke ie God deser eeuwe de sinnen verblind heeft, na-nelijk der ongeloovige, op dat haer niet en bestraele de verlichtinge des Euangeliums der heerlijkheyd Christi, die het beeld Gods is. Gy waert de lee-ijkste en mismaekste, een swartinne, in wiens siele gedrukt was het eyge beeld en afdruksel van de lelie; ja gy waert vol van alle geestelijke gebreken, )lind, doof, stom, en kreupel, en melaets; van het icoft aen tot de voetsole toe waert gy vol wonden, triemen en etterbuylen, Jes. 1: 6. Daer en boven ag gy vertreden in u onreynigheid, en weggewor-)en in uwen bloede, dat yeder een sijn aangesigt voor u verbergde, sonder dat yemant medelijden met u had. Gy waert ook de alderondeugenste, vol sonden en grouwelen, wiens herte was een moord-cuyl van alle onreyne gedagten en quaede bewe-jinge. Tit. 3: 3. Wy waeren eertijds onwijs, onge-icorsaem, dwaelende, menigerley begeerlijkheden ende wellusten dienende, in boosheyd ende nijdigheyd evende, haetelijk sijnde, ende malkanderen haetende. iy waert de alderquaedaerdigste, vol vuyligheyd en overvloed van boosheyd. Jac. 1: 21. Droeg in u een wortel der bitterheyd, die gal en alsem draegt; gy waert waenwijs, laetdunkende, koppig, ongeseggeiijk, wederhoorig, trots en hoovaerdig, en stijf van herte. \'es. AQ: i. Hoort na my, gy stijve van herten; y die verre van der gerechtigheyd sijt. Ja gy waert de ontrouwste, die door schrikkelijke en ver-oeyelijke Egtbreuk en overspel u eerste Kouwelijk met den algenoegsaemen God had verbroken; gy liet verontreynigen van den Satan, die het Egte bed van God beklommen heeft, die u als sijn eyge Vrouw

5

65

!yge

laer ren yde uy an hat nde nds Ipe de de len jn;

len

in;

es-

•ds

et,

m

an

[8-gy

iet nt rie ke et

ie in

ig

-ocr page 74-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

op het aldernauwste met hem vereenigde, in u woonde, en werkte, en u beheerschte als uw Man en Hooft; 0 wie moet niet in een diepe verwondering vervoert werden, dal dese beminnelijke Hemelvorst na sulk een raismaekte, veragte, en swarte siel omgesien heeft, en met sulk een trouwloose Overspeelster wederom op nieuws een Houwelijk wil sluyten! Wei mag God seggen Jer. 3: 8. Men seyd, soo een man sijne huys-vrouwe verlaet, ende sy gaet van hem, ende word eens anderen mans, sal hy ook lot haer nog weder-keeren ? en soude dat selve land niet grootelijks ont-heyligt worden? gy nu, hebt met veele boeleerders gehoereert; keert nogtans weder tot my; spreekt de Heere.

3. Sien wy eens op dese ondertrouw en dit geestelijk Houwelijk selve, wat sal dan u geluk, geloovige, nog niet meer afsteeken? Immers door dit Houwelijk met desen gesegende Immanuël word gy verlost van uw eerste Man, de Wet, onder welkers magt gy stont in de staet voor uw Wedergeboorte en ondertrouw met Christus; Rom. 7: 4. Soo dan mijne Broeders, gy sijt ook der Wet gedoodet door het lichaem Ghristi, op dal gy soudet worden eens anderen, namelijk des genen, die van den dooden opgewekt is, op dal wy Gode vrugten dragen souden. 0 wat is hel niet over-elendig onder soo een Man en sijn heerschappye te slaen, gelijk de Wet is! De bedieninge des Wets is voor een sondaer niet anders als een ^bedieninge des doods en der verdoemenisse. 2 Cor. 3: 6. Dese uw eerste Man konde niet anders als u met geduurige vreese en angst bevangen houden ; die openbaerde uw sonden, en donderde daerom eeuwige vloeken over u uyl; Soo lang de Wel uw eerste Man met u als gelrouwt was, wat een on-

66

-ocr page 75-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

67

vruglbaer Houwelijk was dat niet? gy teelde geen een Geestelijk kind, geen een goed werk bragt gy voort; de Wet leerde u wel, waer toe gy verpligt waert, en waer mede gy God kondel behagen, raaer sy gaf u geen kragten, om het minste Gode-welbe-hagelijk werk te betragten; wat seg ik van een on-vrugtbaar Houwelijk tusschen u en de Wet ? Vrugtbaar is dit Houwelijk genoeg geweest; maer ó beklaege-lijke en beweenens-weerdige vrugtbaerheyd; gy waert vrugtbaer in het quaede; boe meenige boose vrugt van onreyne gedagten, vuyle en onnutte woorden en sondige werken hebt gy by u voorige Man niet voort-geteelt; Maer ó gesegent Houwelijk! 0 heuchelijke ondertrouw, die ons van de banden van sulk een rampsalig Houwelijk ontbind! Onder de magt van uw voorige Man de Wet staet gy nu niet meer; gy sijt dien gedood; een Vrouwe draegt rouwe na bet overlijden van haer voorige Man, om dat sy een Weduwe geworden is; maer geloovige, gy hebt in tegendeel stoffe van blijdschap om dat u Man dood is, dewijl hy heel straf en stuurs was, en seer wreed met u leefde; die niet als toorn en vervloekinge werkte. Ja tot wat voor een vry heerlijker en segen-rijker Houwelijk bent gy niet overgegaen, als u voorige Man gestorven was? Immers daer door werd de eeuwig-levende en algenoegsaeme God u Vader, en gywerd sijn kind. 2 Gor. 6: 18. Ik sal u tot een Vader sijn, ende gy suit my tot soonen en dochteren sijn, segt de Heere de Almagtige. O wat is dat geen ge-luksalige staet de verhevene God, de Koning der eeuwen, tot sijn Vader te hebben! daer over riep Johannes uyt, l Joh. 3: i. Siet hoe groote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wy kinderen Gods genaemt souden werden. Dan geniet gy

-ocr page 76-

68 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

de heerlijkste voorregten, krijgt die heerlijke nieuwe naetn van Soonen en Dochteren des Allerhoogsten, Jes. 62: 2. Gy suit met eenen nieuwe naem ge-noemt werden, welke des Heeren mond uytdrukkelijk noemen sal; daer door werd gy met die groote God vermaegtschapt, en kond uw alkomst van die groote Koning der eeuwen reekenen met meerder waerheyd als Alexander verwaendelijk roemde uyt Jupiter gesproten te sijn, die genoegsaem wierd overtuygt van sijn sotte inbeelding door sijn bloedende wonde; word als Gods Dochter van een hooge en verhevene natuur, want gy werd daer door de Goddelijke natuur deelagtig, 2 Petr. 2: 4. Gy word dan besielt met een voortreffelijke en koninklijke Geest, die u niets laegs en veragtelijks doet soeken, maer die u doet betragten hooger dingen, die in den hemel sijn. Phil. 3: 20. Onsen wandel is in de hemelen; hier door werd gy dan erfgenaemen van alle Gods goederen, Rom. 8: 17. Indien wy kinderen sijn, soo sijn wy ook erfgenaemen; erfgenaemen Gods ende mede-erfgenaemen Christi. Gy geniet nu Gods Vaderlijke voorsorge, bescherminge, bewaeringe, barm-hertigheyd, sijn Vaderlijk hert en Vaderlijke ingewanden, welke alle tederheyd van de lief\'dragenste Moeder omtrent haer kind te boven gaet. Psalm 103: 13. Gelijk hem een vader ontfermt over de kinderen; ontfermt hem de Heere over de ge ene, die hem vreesen. Jes. 49: 15, 16. Kan ook eene vrouw haeres suygelings vergeten, dat sy haer niet en ont-ferme over den soone haeres buyks? Of schoon dese vergaten, soo en sal ik dog uwer niet vergeten: Siet, Ik hebbe u in de beyde handpalmen gegraveert ; uwe muuren sijn steeds voor my. Moogt alle schepselen met een goede conscientie gebruyken, dewijl

-ocr page 77-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

69

alle dingen reyn fijn den reynen. Tit. 1: 15. Hebt een kinderlijke vrymoedigheyd tot hem, om in alle u nooden tot sijn Vaderlijke schoot te loepen, Ephes. 3: 12. In den welken wy hebben de vrymoedigheyd, ende den toegang met vertrouwen door het geloove aen hem. Gy moogl in een vrage van een goede consciëntie tot God gaen, om hem te sommeren op sijn Vaderlijke beloften, en van hem alles in den geloove te eysschen uyt kragt van u ondertrouw met sijn Soon. Gy moogt met een volkomen recht in den gebeden door den Geest der aenneminge tot kinderen God als uw Vader aenspreken, roepende Abba Vader. Rom. SrlS. Wiens herte souw niet in verwondering wegsinken in de beschouwinge van sulk een onbedenkelijke geluksaligheyd ? Gy krijgt, geloo-vige, nu recht aen alles wat sijne is, gelijk een Vrouw deel krijgt aen alles wat de Man besit, en word met sijn volheyd, en heerlijkheyd vervult; hebt in uw siele gedrukt sijn beeld en gelijkenisse, soo dat gy sijn naem, dat by is genadig, barmbertig, langmoedig, en groot van goedertierentheyd en waer-heyd, als op u herte kond lesen. Ja het is al te weynig ondertrouwde Bruyd van den grooten Imma-nuël, dat gy hier de goederen van uwen hemelschen Bruydegom geniet; als u ondertrouw hier namaels eens in den hemel sal voltrokken werden, soo suit gy deel krijgen aen de luyster, kroon en throon van uwen Siel-bruydegom, 0penb.\'3: 21. Die overwint, ik sal hem geven met my te sitten in mijnen throon, gelijk als ik overwonnen hebbe, ende ben geseten met mijnen Vader in sijnen throon. Daer suit gy in volle heerlijkheyd, met u koninklijke Bruydegom triumpheren, in gestikte kleederen suil gy als dan tot den Koning geleyd werden onder het geley van

-ocr page 78-

70 quot;VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

koninklijke Staet-dochters, en suit ingaen in des Konings palleys. Psalm -45: 10, 16. Alwaer gy dan voor eeuwig suit versadigt werden met sijn hemelsche wellusten, dronken werden in sijn over*-soete liefde en geestelijke omhelsingen. Gy word door uwen Bruydegom en Man van alles versorgt; is het de pligt van een Man sijn Vrouw te voeden, te onderhouden, en van al het noodige le besorgen, selfs van dat gene, dat haer verquikken kan, soo veel in sijn vermogen is; O salige Bruyd wat geniet gy onder de schaduwe van u Siel-bruydegom niet de alderteqderste besorging, die u alles rijkelijk en in overvloed toedient, dat gy noodig hebt; lot u dekking en verciering, schenkt by u kleederen des Heyls en den mantel der gerechtigheid, Jes. 61: 10. Tot u schat geeft hy u gout, beproeft komende uit het vuyr, Openb. 3; 18. Tot u voedsel dat brood uyt den hemel nedergedaelt; tot u verquikking besorgt hy u van de wijn sijner genade, van die most, die de Jonkvrouwe spreekende maekt. Zach. 9: 17. Dat beloofde God, Jes. 25: 6. De Heere der heyrschae-ren sal op desen berg allen volken een vette maeltyd maeken, een maeltijd van reynen wijnen die gesuy-vert sijn. Gy geniet onder dese ondertrouw met desen grooten Hemelvorst de soetste vertroostinge, en de kragtigste bescherminge; \'t is de pligt van een recht aerdig Bruydegom en Man sijn Bruyd of Vrouw in ongelegentheden te vertroosten, en tegen de beledigers haer saek op te vatten, haer te beschermen, en soo tot een deksel der oogen te sijn. Gen. 20,16. Dat neemt seer trouwhertig geloovige uwen sielen-vriend waer, in alle ongelegentheden giet hy als uw ontfermer balsem van verquikkinge in uwe geopende wonde, en vertroost u treurige siele volgens

-ocr page 79-

I

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

ijn troostrijke belofte. Jer. 31 : 13. Ik salse troosquot; uen, en salse verblijden na haere droefenisse; Jadese uwe ondertrouwde Bruydegom handhaeft u saek tegen tswe wederpartijders, en beschermt u tegen alle overlast uwer vyanden; Jes. 54: 17. Alle instrument dat tegen u bereyd word, en sal niet gelukken, ende alle tonge die in \'t gerichte tegen u opstaet, snit gy verdoemen: Dit is de erve der knegten des Heeren, ende haere gerechtigheid is uyt my , spreekt de Heere. Die u aanraekt, die raekt dog sijn oogappel aen. Hoe seeker en veylig is ook u staet niet onder suik een gesegent Kouwelijk ? Immers nu gy uw hertevriend hebt gestelt tot u rotssteen en toevlugt, soo dekt hy u met sijn vlerken, en onder sijn vleugelen moogt gy vertrouwen; hy verbergt u in het verborgen van sijn aengesigt voor de hoogmoedigheden des Mans, en versteekt u in eene hutte voor de twist der tonge. Psalm 31: 21. Daerom segt Salomon, Spreuk. 18: 10. De naem des Heeren is eene sterke tooren; de rechtveerdige sal daer heenen loopen, ende in een hoog vertrek gestelt werden. Onder dit Kouwelijk werd gy ook vrugtbaer gemaekt, om Gode vrugten te dragen; want dewijl gy door dese ondertrouw met hem op het aldernauwste sijt vereenigt, maekt by u overvloedig sap des le ens deelagtig, dat gy in hem groenen, bloeyen en vrugten dragen kond. Psalm 92: 13—15. De rechtveerdige sal groeyen als een palmboom, by sal wassen als een cederboom op Libanon. Die in \'t huys des Heeren geplant sijn, dien sal gegeven worden te groeyen in de voorhoven onses Gods. In den grijsen ouderdom sullen sy nog vrugten dragen; sy sullen vet ende groene sijn.

4. Soo wy onse gedagten laeten gaen over de wijse, op welke de Heere Jesus de geloovige met

71

-ocr page 80-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

72

hem door een Kouwelijk soo nauw vereenigt, soo vinden wy nog meer stoffe, om ons over haer gelukkige staet te verwonderen; Immers hy belooft Hos. 2: 18, 19, dat hy sig sijn Kerk methemsouw ondertrouwen in eeuwigheyd, in gerechtigheyd, en in gerichte, in goedertierentheyd, in barmhertigheden, en in geloove. Dat vergroot geweldig u geluk, koninklijke Bruyd, dat hy met u sulk een heyl-rijk Kouwelijk sluyt. Voor eeuwig! de Keere had eens het geheele volk van Israël met hem in ondertrouw opgenomen, en by wegen van een volk of staet-ver-bond getrouwt en voor syn Vrouw aengenomen; dat betuygde God, .Ier. 2; 2. Ik gedenke der weldaedig-heyd uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouwe, doe gy\'my nawandeldet in de woestijne, in onbesaeyden lande. En Gap. 3: 14. Bekeert u, gy afkeerige kinderen, spreekt de Keere, want ik heb u getrouwt, ende ik sal u aennemen; waer in God haer geen heyligende en versterkende genade beloofde; maer dat was maer een tijdelijke trouw; door haerongeloovig en afgodisch herte verbrak Israël dat Houwelijk; waarom de Keere ook dat volk een scheyd-brief gaf, en haer niet langer voor sijn volk wilde erkennen, maer overgaf aen haer vyanden, die haer onderdrukten en mishandelden; edog Jesus ondertrouwt sig sijn Bruyd voor eeuwig; want hy rigt met haer een Kouwelijk op by wegen van het Genade-verbond, welke aen haer volherdinge in haer genade-staet belooft; immers met die troostrijke belofte onder-schraegde de Keere sijn Bruyd, Jer. 32: 39, 40. Ik sal hen eenderley herte ende eenderley weg geven, om my te vreesen alle de dagen, hen ten goede, mitsgaders haeren kinderen na hen. Endeik sal een eeuwig verbond met hen maeken, dat ik van

-ocr page 81-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

73

soo ge-ooft

)UW

i in len. ko rijk

ens

iUW

eerdat iig-doe ien ;in-wt, een dat

vig ik; ;af, en, ik sig ien d, be-er-10. \'eg ,en ik an

igter hen niet en sal afkeeren, op dat ik hen wel doe, ende ik sal mijne vreese in haer herte geven, datse niet van my af en wijken. Dese Bruydegom verlaet noyt syn Bruyd, of geeft haer oyt een scheyd-brief, maer hy blijft onveranderlijk in sijn liefde; dat mogt eertijds Israël doen, die haere Vrouwen, als sy die moede waeren geworden, een scheydbrief ;aven; edog die scheyd-brieven hebben noyt goed-ieuring in den hemel gevonden; de hertnekkigheyd van het volk van Israël hadse Moses opgedrongen, dat hy haer, sonder die egter goed te keuren, toeiet, dat sy haere Wijven een scheyd-brief gaven, om door een minder quaed een grooter onheyl voor le iomen; maer hoe kan dat vallen in dese grooten jod, die in sijn liefde onveranderlijk blijft. Joh. 13: 1. Alsoo hy de sijne, die in de wereld waeren, lief gehad hadde, soo heeft hy se lief gehad tot den eynde; daer de ongestadige sinnen van ons menschen op geringe tegenheden en verongelijkingen konnen veranderen, daer blijft Christus wegens sijne oneyn-dige tederheyd en barmhertigheyd altijd de seive \'iefdragende Bruydegom omtrent sijn Bruyd. Hebr. 13: 8. Jesus Christus is gisteren en heden de selve, en in der eeuwigheyd; Scheyd-brieven waeren altijd op haer gegrond. Mal. 14 maer hoe kan Jesus sijn Bruyd haeten, daer hy de liefde selve is ? loe kan hy die het verlaetene haet. Mal. 2: 16. dat selfs doen ? En wat aengaet de Bruyd, die gaet noyt haer Bruydegom door geestelijke hoe-■erye geheel af, maer blijft hem altijd in suyvere \'iefde aenkleven; en al word gy al ontrouw, en wijkt agterwaerts van u Siel-bruydegom, gy behoeft egter niet te vreesen, dat daarom dit Kouwelijk sal verbroken werden, en sijn liefde t\'uwaerts sal werden

-ocr page 82-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

74

uytgeblust; neen dese gesegen^e Immanuël blijft even 3i onkreukbaer in sijn genegentheyd jegens u; al sijl fj gy ontrouw, hy blijit getrouw, hy kan sijn selveii niet verloochenen. 2 Tim. 2: 13. Dat beloofde God, Jes. 54: 10. Bergen sullen wijken, ende beu velen wankelen, maer mijne goedertierenheyd en sal van u niet wijken, ende het verbond mijnes vredes en sal niet wankelen, seyd de Heere uwe ontfermer. De dood selfs sal geen indragt in dit Houwelijk mae-ken; die mag Man en Vrouw hier van malkanderen scheyden, maer die kan u noyt van Christus schey-den; ja, om eygentlijk te spreken, soo sal in de dood de voltrekkinge van u Houwelijk beginnen, daer andere Houwelijken eyndigen, en die sal een weg baenen om u Houwelijk te volmaeken in die Bruyloft-sael daer boven, alwaer u Houwelijks-feest sal geviert werden, en toegerust dat lieffelijk bedde der heerlijk-heyd, welkers binnenste gespreyd is met de liefde en innigste omhelsingen van desen bevalligen Siel-bruy-degom; immers gy moogt met Paulus roemen, Rom. 8: 35—39. Wie sal ons scheyden van de liefde Christi? Verdrukkinge, of benauwtheyd, of vervolginge; of honger, of naektheyd, of gevaer, of sweerd? (Gelijk geschreven is. want om uwent wille worden wy den gantschen dag gedood; wy sijn geagt als schaepen der slagtinge.) Maer in desen allen sijn wy meer als overwinners, door hem die ons lief gehad heeft. Want ik ben verseekert, dat nog dood, nog leven, nog Engelen, nog Overheden, nog Magten, nog tegenwoordige, nog toekomende dingen, nog hoogte, nog diepte, nog eenig ander schepsel ons sal konnen scheyden van de liefde Gods, welke is in Christo Jesu onsen Heere. De grondslag van dit Houwelijk is gerech-tigheyd, sijn volmaekte voldoeninge, welke hy met

-ocr page 83-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

75

en ler, ae ren

ey

)OCl

an ien ae ert jk-en

\'y-

m, ti? of ijk en en ils nt og r-e, jn ;n liet

!V^ sijn gehoorsaemheyd en voldoeninge voor sijn uyt-sy1 ferkorene Bruyd heeft te wegen gebragt; gy had in ven den eersten Adam overspel met het schepsel hegaen, en daer door u wettige Man afgegaen; en daerora kon\'er geen Houwelijk met Christus werden gesloten, vaifof die sonde most alvoorens versoent werden door een enoegsaeme offerhande; dies heeft dese liefdragende Üeyland het rantsoen-geld voor u, overspelige Vrouw, opgehragt, en het recht der Wet volkomen voor u voldaen, en u onder de vleugelen van sijn gerech-tigheyd genomen; gelijk wy van Ruth lesen, die tot Boas seyde, hreyd dan uwen vleugel uyt over uwe dienstmaegt, want gy sijt de Losser. Gap. 3:9. Ja dit Houwelijk gaet gy ook met Christus aen betae-melijk de Goddelijke voimaektheden, want hy heeft ii met hem ondertrouwt in gerichte; daer de Wet u veroordeelde ende ter eeuwige verdoemenisse verwees, daer heeft God de Yader u toegewesen het recht tot de gemeynschap met Christus en tot die nauwe vereeniging met hem door Houwelijk, om dat u Bruy-degom het recht der Wet voor u heeft vervult, {om. 8: 3, 4. Het gene de Wet onmogelijk was, dewijle sy door het vleesch kragteloos was, heeft God, sijnen Soone sendende in gelijkheyd des sondigen vleesches, ende dat voor de sonde, de sonde veroordeelt in \'t vleesch. Op dat het recht der Wet vervult soude worden in ons, die niet na den vleesche en wandelen, maer na den geest. Dat u nog meer stoffe van roem geeft, is dat dese Siel-bruydegom u met lem ondertrouwt heeft in goedertierentheyd, uyt een suyvere liefde en toegenegentheyd; gy waert immers ;eloovige onweerdig om met suik een grooten Hemel-(oning sulk een salig Houwelijk te sluyten, en om de Gemalinne van dese groote quot;Vorst der eeuwen te

-ocr page 84-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

76

werden; nog schoonheyd, nog rijkdom, nog lieftal-ligheyd, nog hoogheyd, nog aensienelijke maagschap was\'er by u te vinden; ja in tegendeel alles, dat\'er in u was, konde dienen, ora hem met afkeer tegen u te ontsteeken; \'t was enkel goedertierentheyd, sijn vrye genade, welke u daer toe verweerdigde; hy nam u wyt genade tot sijn Vrouw aen, en had u vrywillig lief. Hos. 1.4: 5. Dat nog meer is, hy wil met u een Kouwelijk sluyten in barmhertigheden, uyt de innigste ontferming; van natuure waert gy elendig na siel en lichaem, en waert gesonken in een ondoorgrondelijke kolk van ratnpsaligheyd; maer daer uyt heeft dese gesegende Heyland u verlost, u met hem ondertrouwende in barmhertigheden; soo betoont hy sig tegen u rijk te sijn in barmhertigheden. Ephes. 2: 4. Besoedelt gy nog meenigtnael u ondertrouw met Christus door al te veel met u oude vryers op hebben, hy wil barmhertigheyd omtrent u oefenen, uw afwijkingen genadelijk oversien, en medelijden met allé uwe swakheden hebben. Psalm 103:\'13, 14 Gelijk hem een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt hem de Heere over de gene, die hem vree-san. Want hy weet wat maaksel dat wy sijn, ge-dagtig sijnde dat wy stof sijn. En of dat nog te weynig was, soo belooft desen weergaloosen Hemelvorst, dat by u met hem ondertrouwen souw in ge-loove; had gy niets om als een Houwelijks-goed of Bruyd-schat mede te brengen, hy was te vrede, dat gy u soo naekt en berooyd aen hem maer overgaf, om al u gebrek by hem vervult te soeken, en alleen maer toestemminge wilde geven om sijn eygendom te werden, en ja seggen op sijn rijke aenbiedinge. Joh. 6 : 40, Dit is de wille des gene die my gesonden beert, dal een yegelijk die den Soone aenschouwt, ende in

-ocr page 85-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; ende ik sal hem opwekken ten uytersten dage.

IV. AFDEELINGE.

VAN DE MERKTEEKENEN

77

Van hel Houwelyk-sluyten met Christus.

Maer is dat sulk een weergaloos geluk met Koning Jesus in Kouwelijk te staen, wat was het dan niet wenschelijk, dat yeder, die de naem van een Christen draegt, in sulk een Trouw-verbond met dien gese-gende Vorst was gekomen? Maer helaes hoe veelè sijn\'er niet onder ons, die van sulk een wesentlijke onderhandeling en ondertrouw met Christus niet weten, schoon sy met de dwaese rnaegden hen al inbeelden, dat sy in een Houwelijks-vereeniging met Jesus staen? hoe veele willen geen toestemminge geven aen Jesu rijke aenbieding, om in ondertrouw met hem te komen? Hoe meenigmael sent hy niet sijn Gesanten uyt, om u tot dit segen-rijk Kouwelijk uyt te noodigen? Wat werd u, verdwaesden son-daer, niet meenigmael die beminnens-weerdigen Bruy-degom aengepresen? Wat werd hy niet dikwils aen ■41 afgeschildert in sijn siels-verrukkens-magtige schoon-heyd, in sijn hoogen Adeldom, in sijn verhevene staet, in sijn minsaeme lieftalligheyd, in sijn oneyndige wijsheyd, om u te soeken te ontvonken in liefde tot desen Heyl-Bruydegom, en te overreden, dat gy het ja-woord aen hem soud geven; maer hoe weynig

-ocr page 86-

78 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

ingang vind sijn aenbieding? men wijst sijn rijk aenbod van de hand al\', als eertijds de .looden, Joh. i : il. Hy is gekomen tot de sijne, maer de sijnel hebben hem niet aengenomen; Met de genoodigde tot de lioninglijke Bruyloft, wende sy dan de eene uytvlugt voor, en dan de andere, gelijk ons vertoont werd Luc. H : 17—20. Hy sond sijnen dienstknegt uyt ter uure des avondmaels, om den genooden te seggen, komet, want alle dingen sijn nu gareel. Ende sy begonden alle haer eendragtelijk te ont-schuldigen. De eerste seyde tot hem, ik hebbe eenen akker gekogt, ende het is noodig dat ik uytga, ende hem hesie; ik bidde u houd my voor verontschuldigt. Ende een ander seyde, ik hebbe vijf jokossen gekogt, ende ik ga heenen om die te beproeven; ik bidde u houd my voor verontschuldigt. Ende een ander seyde, ik hebbe een Wijf getrouwt, ende daarom en kan ik niet komen. En wilt gy welen mensch, waar uyt het blijkt, dat gy nog in ondertrouw mat Christus niet gekomen sijt, soodaelteens in u eyge her te, en ondersoek t daer eens, ofgydaer vind de gestalte van de Bruyd van Christus, en weest getrouw ontrent u selven, daer wy getrouw met u. handelen willen, en gereed sijn om u in dat ondersoek behulpsaem te sijn, en u het licht uyt Gods Woord voor te dragen.

MERK TEEKENEN.

1. Die met Christus in waerheyd ondertrouwt sijn, die sijn inwendig overtuygt geworden, dal sy van natuure staen onder dat rampsalig Houwélijk met da Satan en de sonde, dat sy wegens haer sonde t\'eenemael verdoemens-weerdig sijn; dat sy geheel jammerlijk, elendig, blind en naekt sijn; en

-ocr page 87-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

79

njk loh, ijne gde ene ont egt te iet, nt len ide ul-;en ik jen ide :en

3r-

sns ter

3St U 3r ds

daerom vervreemd van de vriendschap en gemeenschap van desen gesegende Immanuël; die hebben haer selven magteloos en raedeloos leeren sien, om door haer selven of door een ander uyl de banden van dit onsalig Houwelijk ontbonden te werden, dat sy seggen met die twijfelmoedige schaere, wat moeten wy doen, mannen broeders ? Die hebben haer leeren vrywillig veroordeelen, dat sy haer selven uyt dat segen-rijk Houwelijk met de Drie-eenigen God hebben uytgeworpen, en daerom weerdig waeren voor eeuwig overgelaeten te werden aen die rampsalige Houvve-ijks-vereeniging met de Satan en de sonde; gelijk de verloorene soone seyde, Luk. 15; 18, 19. Ik sal opstaen ende tot mynen vader gaen, ende ik sal tot lem seggen, Yader ik hebbe gesondigt tegen den lemel, ende voor u. Ende ik en ben niet meer weerdig uw soone genaemt te worden; maekt my als eenen van uwe huurlingen. Die hebben gehad een geduurige bekommering en verlegentheyd, nevens een geduurige wensch en omsien, hoe sy van haer eerste en wreede Man ontslagen, en tot de Vrouw en Egt-genoot van desen beminnelijken Hemel-vorst sullen aangenomen werden, gelijk de Slokwaerder. Actor. 16: 30. Ende hy seyde, lieve Heeren, wat moet ik doen, op dat ik salig worden? Immers soodanig een moet den mensch hem selven bevinden, indien hy op een verstandige wyse, overeenkomende met de staet waer in hy is, van Christus sal soeken uyt dese banden van dit elendig Egt-genoodschapt vrygemaekt te werden; want anders sal dese hemel-sche Bruydegom hem niet dierbaer wesen, soo lang iy daar van niet levendig ovartuygt werd; en daerom can hy soo lang ook niet willig wesen om dit Houwelijk met hem te sluyten.

-ocr page 88-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

80

2. Die met desen Siel-bruydegom ondertrouwt is, die heeft opregtelijk aen sijn rijke aenbiedinge toe-stemminge gegeven, en in waerheyd hem verkosen voor haer Hooft en Man; Want die heeft die toe-stemminge en keure gedaen met haer harte; \'t is geen enkel mond-werk, want dan is het geveynst-heyd; een Houwelijk sonder hertens-toestemminge eyndigt gemeenlijk qualijk; neen hier is een herte-werk; O nu het herte door de hertveranderende genade des Heyligen Geestes de beminnelijkheyd en schoonheyd van Christus heeft leeren sien, neemt sy uyt een suyvere liefde hem aen voor haer Heer en Hooft, en geeft haer selve als sijn eygendom over. Rom. 40; 10. Met het herte gelooft men ter rech t-veerdigheyd; Immers de Heere segt. Spreuk. 23: 20. Mijn soone, geeft my u herte. Daer een rechte Ondertrouw geschiet, daer is de toestemminge en keure tot sulk een Egtgenoodschap vrywillig; daer een Houwelijk uyt dwang werd aengegaen, daer kan sulk een Houwelijk geen stant grijpen, om dat de herten der Gebouwde gescbeyden en afkeerig van malkanderen geworden sijn; even soo gaet het ook in dese Houwelijks-vereeniging; O een sondaer, die sig met Jesus in een Houwelijk vereenigt, die stemt vry willig sijn heylrijk versoek toe; nu sy heeft leeren sien dat ongelukkig leven onder haer eerste Man de Wet, en hoe noodig dat sy heeft dit elendig Houwelijk met de Satan en de sonde te breeken, en met desen be-minnelijken Bruydegom een Houwelijks-verbond aen te gaen, kan sy niet anders als een hoogagtinge voor hem in haer herte ontsteeken krijgen, een begeerte na die salige vereeniging met hem, en dus vrywillig en blymoedig hem het ja-woord geven; sulk een kan dan niet anders, nog wil niet anders, als haer soo

-ocr page 89-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

gerust op dat Houwelijks-verbond .neder te leggen, en sijn uytbod te omhelsen. Openb. 22: 17. Die dorst heelt, kome, en die wil, neme het water des levens voor niet. De toestemminge, welke een siele geeft tot dit Kouwelijk is ook om de Persoon van Christus selve; een Houwelijk, \'t welk om andere insigten voornamelijk geschiet, namelijk om rijkdom, of eere, of om een aensienelijk geslagt, is geen recht Houwelijk; even soo hier; die oprechtelijk in dit Houwelijk met desen groeten Immanuël heeft bewilligt, die beeft bet voor al gedaen om de Persoon van Christus selve, om datse in hem soo veel schoonheyd, beminnelijkheyd en lieffelijkheyd siet; dat sy met sijn gemeynschap alleen ten vollen te vreden is; sy is met haer liefde meer geset op Christus selve, als op segen-rijke goederen; sy souw haer niet konnen vergenoegen met deel te hebben aen sijn onvergelijkelijke heerlijkbeyd en oneyndige schatten en rijkdom sender sijn gesegende Persoon. Psalm 73: 25. Wien heb ik neffens u in den hemel ? neffens u en lust my ook niets op der aerden. Ja die opregt in dit hemels Houwelijk heeft bewilligt, die doet dese toestemminge onbepaelt, sonder eenig uyt-beding; sy is gereet haer aen de bestieringe van dese Bruydegom over te geven, om haer langs die weg, welke hy goedvind, tot de Bruyloft-sael daer boven te laeten overbrengen; sy bedingt er geen sonde, geen beminde boesem-sonde uyt, om die vryelijk aen de hand te mogen houden; neen sy is gewillig alle sonden om sijne liefde een scheyd-brief te geven, en te seggen beene uyt, heene uyt; sy bedingt er ook geen vleescbelijk gemak uyt; neen sy is gereet Jesus soo wel door kruys te volgen, als hy gaet na Golgotha, als in voorspoed, als hy op Thabor werd verheerlijkt; sy wil het suur van

6

81

-ocr page 90-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

lijden soo wel als het soet van blijdschap met dese Siel-bruydegom sraaeken; even als dat tol roem van Moses werd aengeteekent, Hebr. H : 24—26. Door \'t geloove heeft Moses, nu groot geworden sijnde, geweygert een soone van Pharaos dochter genaemt te worden; Verkiesende liever met het volk Gods quaelijk gehandelt te worden; dan voor eenen tijd de genietinge der sonde te hebben. Agtende de versmaetheyd Ghristi meerderen rijkdom te sijn, dan de schatten in Egypten; want by sag op de vergel-dinge des loons.

3. Die in waerheyd met Christus in ondertrouw is opgenomen, die heeft al haer voorgaende mede-vryers en boelen versaekt; de Kouwelijks-band weten wy dat seer teer en nauw is, waer geen derde van de Houwelijks-liefde kan deelen; een Bruyd en Vrouw mag wel buyten betrekkinge van haer ondertrouw en houwelijks-gemeenschap met haer Man, haer Vrienden en bekende beminnen, maer onder en tot dienst van haer Man; maer in \'t Houwelijks-bedde raag niemant onder de Bruydegom of Man, nog benevens hem bemint werden; even soo hier, die met Christus ondertrouwt is, die heeft in de uytgang van haer herle tot Jesus, en in die innigste liefde nie-raant nevens of onder Christus; in vertrouwen baeres herte heeftse ook niemant nevens of onder Christus, dewijl hij de eenigste naem is, onder den hemel, waer door wy konnen salig werden. Act. -i: 12. In ver-genoeginge en roem van haer siele plaets sy niemant of niets nevens of onder Jesus. Psalm 73: 23 Sulk een ondertrouwde siele met Christus heeft geleert alle heymelijke en openbaere correspondentie met haer voorige minnaers af te snijden, en haer nauw en digt by de Heere Jesus te houden als haer wet-

82

-ocr page 91-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

83

tige Man, Hooft en Koning. Sulk een heeft de dienst aen de Satan opgesegt, dewijl sy nu ontwaekt is uyt sijne strikken, waer onder sy te vooren gevangen was na sijnen wille. 2 Tim. 2: 25, 26. Sulk een boeleert niet meer met haer eyge gerechtigheyd, om daer mede voor God te willen bestaen; die rust niet meer op uyterlijke pligt-plegingen, maer agt met Paulus alle dingen schade en drek. Phil. 3: 7—9. Het gene my gewin was, dat hebbe ik om Christi wille schade geagt. Ja gewisselijk ik agte ook alle dingen schade te sijn, om de uytnementheyd der kennisse Christi Jesu mijns Heeren; om wiens wille ik alle die dingen schade gerekent hebbe, ende agte die drek te sijn, op dat ik Christum moge gewinnen, ende in hem gevonden worde, niet hebbende mijne rechtveerdigheyd die uyt de Wet is, maer die door het geloove Christi is, namelijk de rechtveerdigheyd die uyt God is door het geloove. Sulk een ondertrouwde Bruyd heeft geleert de wereld en haer liefde te versaeken. Hos. 2: 6. Sy sal haere boelen naloo-pen, maer de selve niet aentreffen; ende sy salse soeken, maer niet vinden; dan sal sy seggen, ik sal henen gaen ende keeren weder tot mijnen voorigen man; want doe was my beter dan nu. Daerom wierd\'er met verwondering gevraegt, Hoogl. 3: 6. Wie is sy, die daer opkomt uyt de woestijne als rook-piiaeren ? Ja haer eyge selve is sulk een niet meer, om haer eyge sondige driften op te volgen; door de kragt sijner genade wil sy geern afstaen van haer eyge hoofdigheyd, trotsheyd, waen-wijs-heyd, eygensinnigheyd, en wil gewillig sterven aen eygen-liefde, om alleen na hem te mogen luysteren, als haer wettige Man, Hooft en Koning, die oneyn-dig wijs en goed is, en best weet, hoe sijn Bruyd

-ocr page 92-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

in haer staet moet bestiert werden; daer toe wiert de Bruyd opgewekt, Psalm 45: H. Hooi\'t, ó dochter, ende siet, ende neygt uwe core; ende vergeet u volk, ende uwes vaders huys.

4. Die met dese groote Hemel-koning dit segenrijk Kouwelijk heeft gesloten, die heelt dese beminnens-weerdige Bruydegom opregt lief; welke liefde tot haeren overschoonen Bruydegom sig openbaert in een onversaedelijk verlangen na hem; amor currit per desiderium, de liefde loopt door begeerte, seyde soet een van de Oude; Augustinus noemde de liefde tot God, pondus anima, het gewigt der siele, \'t welk de siele beweegt, en na God door haer verlangens doet voortgaen; de liefde der geloovige tot haer Siel-bruydegom sijn de rechte vleugelen van haer siele, waer op sy met haer begeertens na Jesus opvliegt. De verliefde Bruyd van Koning Jesus halsrijkt na een nauwer vereeniging met hem; dat is dog den aerd van waere liefde, dat men na vereeniging met het beminde voorwerp wenscht; even soo gaet het ook met dese ondertrouwde Bruyd; die siet soo veel be-minnelijkheyd, soo veel goedheyd, soo veel rijkdom en geluksaligheyd in Sijn gemeynschap, dat haer siele na hem uytgaat, en datse sonder hem niet kan genoegt syn; met dat verlangen ging David swanger, Psaim 42 : 2, 3. Gelijk een hert schreeuwt na de waterstroomen, alsoo schreeuwt mijne siele tot u, ó God. Mijne siele dorstet na God, na den levendigen God; wanneer sal ik ingaen, ende voor Gods aenge-sigte verschijnen? Gelijk hy ook die begeerte uytede. Psalm 63: 2. O God, gy sijt mijn God, ik soeke u in den dageraed, mijne siele dorstet na u, mijn vleesch verlangt na u; in een land, dor ende mat, sonder water. Sy strekt haer sterk verlangen na sijn

84

-ocr page 93-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

85

genadige tegenwoordigheyd uyt, om haer Sicl-bruy-degom in nabyheyd le mogen sien; sy wenscht dat hy by haer wil komen, of door mededeeling van sijn genade aen haer, haer verrijkende met meerder wijs-heyd, meerder leven, meerder heyligheyd en sterkte, \'t sy door meerder ontdekkinge van hem selvoi in sijn beminnelijkheyd en weergaloose volraaaklheden; dat beloofde de Saligmaeker aen sijn verliefde Bruyd, Joh. 14: 21. Die my liefheeft, ik sal hem liefhebben, ende ik sal mijn selven aen hem openbaeren. Ja als haer geloove behoorlijk werksaem is, wenscht sy sterk na de voltrekkinge van haer Houwelijk in den hemel; dewijl sy haer Siel-bruydegom in al sijn voortreffelijkheden, en beminnens-weerdige volmaektheden hoopt te genieten, soo wenscht sy, dat de dag nadere, waer in sy sal ontbonden werden, om voor altoos met haeren Sielen-vriend te mogen wesen. Phil. 1 : 23. Dat de eeuwigheyd snel aenkome, waer in hy haer tot hem sal overhaele; sy kan dan seggen met die verliefde siele, ego vidua infimis moror, aut descende me consolari, aut da alas ad te volare. Ik weduwe sijnde verkeere hier in de leegte, of daelt neder om my te troosten, of geeft my vleugelen om tot u te vliegen; soo roeptse (als Jesus segt, ik kome haeste-lijk) Amen. Ja komt Ileere Jesu. Met die begeerte was Paulus bevangen, 2 Cor. 5 : 2. Want ook in desen sugten wy, verlangende met onse woonstede, die uyt den hemel is, overkleed te worden. Haer liefde jegens haeren hemelschen Minnaer openbaert sy in haer poging na meerder gelijkformigheyd met hem; sy beschouwt sulk een beminnelijkheyd in sijn schoon-heyd en goedheyd, dat haer herte daer na uytgelokt werd, om hem meer en meer daer in gelijk te wesen; de natuur en kragt der liefde leert by onder-

-ocr page 94-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

vinding, datse de mensch verandert na de gelijkenisse van het beminde voorwerp, daer na hy in liefde uylgaet; men volgt gewillig en geern na, \'tgeen men beminnelijk agt in een die men lief heeft; even soo is ook de liefde van Christus hel werkend beginsel van gelijkformigheyd met Jesus, dat de Bruyd de heerlijkheyd des Heeren Jesu met ongedekten aenge-sigte als in een spiegel aenschouwende, na het selve beeld in gedaente word verandert van heerlijkheyd tot heerlijkheyd, als van des Heeren Geest. 2 Cor. 3:18. Dese door liefde doorwonde Bruyd maekt ook van haer lieve Bruydegom veel werk. Sy denkt veel aen hem; de gedagte van een mensch gaen uyt na dat gene, dat hy lief heeft; al waer yemants schat is, daer is ook sijn herte. Matth. 6: 11. Nu is yemants schat dat gene, \'t welk hy boven alle andere dingen bemint; de siel is meer daerse lieft, als daerse leeft; Christus is nu de schat van haer herte, het voorwerp van haer blijdschap en verlustiging; dies moet sy met haere gedagten steeds by hem verkeeren, dat sy met David seggen kan, Psalm 16: 8. Ik stelleden Heere geduuriglijk voor my; sy vind een wonderlijk genoegen in de beschouwinge van sijn schoonheyd, en siels-verrukkensmagtige volmaektheden, datse seggen kan, hoe kostelijk sijn my uwe gedagten, hoe magtig veele

sijn hare sommen.....word ik wakker, dan ben ik

nog by u. Christus seyde eens, Matth. 24: 28. Alwaer het doode lichaem sal sijn, daer sullen de arenden vergadert worden; dat doode lichaem is Christus; en daerom moeten de geloovige als geestelijke Arenden derwaerts steeds met haer gedagten uytgaen. De verliefde Bruyd van Christus spreekt ook veel van hem; gelijk haer herte vol van hem is, soo spreekt sy ook uyt de overvloed van haer herte dikwils met

86

-ocr page 95-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 87

vermaek van hem; yemants spraek maekt dikwils bekent, waer sijn liefde gehuysvest is; ó soo open-baert de Bruyd dikwils door haer lippen, die sijn als een scharlaken snoer, wie haer herte besit, datse haer dikwils niet kan inhouden ^ rnaer met den Psalmist seggen moet, Mijn herte geelt een goede reden op, ik segge mijne gedigten uyt van eenen Koning; mijn tonge is de penne eenes veerdigen schrijvers. Psalm 45; 2. Hoe heerlijk roemde de Bruyd niet de beminnelijke volmaektheden van haeren Bruydegom; als de Dochteren Jerusalems haer hadde gevraegt, wat haer Liefste meer was als een anders Liefste? Wat sprak sy daer niet van met een grooten ophef? Hoogl. 5: 10—16. Mijn Liefste is blank ende root, hy draegt de baniere boven tien duysent. Sijn hooft is van \'t fijnste gout; van \'t digste gout; sijne hayr-lokken sijn gekrult swart als een rave. Sijne oogen sijn als der duyven by de waterstroomen; met melk gewasscben, staende als in kaskens der ringen. Sijne wangen sijn als een beddeken van specerye, als welriekende torenkens, sijne lippen sijn als lelien, druppende ^an vloeyende myrrhe Sijne handen sijn als goudene ringen, gevult met torkoys; sijn buyk is als blinkende elpenbeenen overtogen met saphiren. Sijne schenlelen sijn als marmerpilaeren, gegrondet op voeten van het digste gout; sijne gestalte is als de Libaron, uytverkoren als de cederen. Sijn gehemelte is eikele soetigheyd, ende al wat aen hem is, is gantsch begeerlijk; sulk een is mijn Liefste, ja sulk een is mijn Vriend, gy dochters van Jerusalem. Dese koninklijke Bruyd is veel in sijn geselschap; dié wy op net innigste liefhebben, diens geselschap soeken wy ook dikwils; even soo verkeert ook de Bruyd vee by haer Siel-bruydegom, en is veel by hem in-

-ocr page 96-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

88

sijn-Woord, in den gebeden, in verborgene t\'samen-spraeken, en in het bywoonen van sijn buys, datse met David seggen kan, Heere, ik bebbe liet de woo-ninge uwes buyses, ende de plaetse des Tabernakels uwer eere. Psalm 26 : 8. Ja een dag in uwe voorhoven is beter dan duysent elders: ik koos liever aen den dorpel in bet buys mijnes Gods te wesen, dan lange te woonen in de tenten der godloosheyd. Psalm 84\'; 11. Dese ondertrouwde Bruyd wil uyt liefde tot baer hetnelsche Bruydegom veel voor hem doen, en hem in alles welbehagelijk sijn; daer is een soort van dwang in de Helde, waer door een verlieft berte kragtig werd voortgedreven alles by de hand te nemen, waer door men het beminde voorwerp kan behagen; soo tragt ook de Bruyd van Koning Jesus hem in alles ten dienst te slaen; ontsag Jacob ter liefde tot Bachel geen swaeren arbeyd en moeyte, nog een moeyelijke sevenjaerige dienst, in vorst en sneeuw, in hitte en koude, by daeg en by nacht; soo tragt ook de Bruyd in alles sijn wil te geboorsaemen, en sijn geboden uyt te voeren, hoewel swaer Toor.het vleesch; dat merkteeken sette Christus op de liefde van sijn Bruyd jegens hem. Joh. 14: 21. Die mijne geboden heelt en deselve bewaert, die is het, die my lief heeft. En vs. 23. Soo yemant my lief bedt , die sal mijn woord bewaeren. Seekerlijk die met Christus ondertrouwt is, tragt baer wille in de sijne te smelten, en conscientieuselijk sijn welbehagen uTt te voeren, sonder sig moetwilliglijk in de sonde tae te geven, of baer pligt te versuymen; word de Bruyd geroepen om sijn naem te verheerlijken, en de kagt van haer liefde jegens hem te openbaeren door valies van haer goederen, daer toe toont sy baer bertyd-.willig; \'t was uyt liefde tot desen beminnelijken \'m-

-ocr page 97-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

89

manuël, dat Abraham Ur der Chaldeen sijn vaderland verliet; dat Lolh dat vleeschelijk Sodom ruymde; \'t sproot uyt liefde tot haer hemelsche Bruydegom, dat de geloovige Hebreen de beroovinge van haere goederen met blijdschap aensagen, wetende, dat sy in haer selven een beter en blijvend goed by God in den hemel hadden. Hebr. 10: 34. In soo verre, dat de Bruyd ontvonkt door de vlamme van desa Goddelijke liefde niet schroomt voor sijn naeme smaetheyd te dragen, maer midden in de alderheftigste benauwt-heden en smaetheden doet de liefde aldermeest haer kragt uytblinken; ontsag Sichem niet ter liefde tot Dina sig het smertelijke mes der Besnijdenisse te onderwerpen, om haer tot sijn Vrouwe te krijgen; even soo is ook de liefde der geloovigen tot Jesum sterk als de dood, haer yver hard als het graf, haere kooien sijn vuurige kooien, vlammen des Heeren; veele wateren van wederweerdigheden konnen dese liefde niet uytblussen, ja de revieren soudense niet verdrenken. Hoogl. 8 : t), 7. En daarom roept haer Jesus tot lijden, of het afleggen van haer leven voor hem, dat ontrekken sy haer niet; tien duysent levens oordeelt sy te weynig om haer lieve Bruydegoms wille, die sijn dierbaer leven voor haer afleyde; en daerom agtede Paulus sijn leven niet dierbaer, maer konde betuygen, Phil. 2: 17. Indien ik ook tot een drank-offer geoffert werde over de offerhande, ende bedieninge uwes geloofs, soo verblijde ik my, ende verblijde my met u alle. De Bruyd van de Heere Jesus, die haer Gemael lief heeft, die heeft ook lief sijn Discipelen, dewijl die sijn beeld dragen; dewijl sy lief heeft die gene, die gebooren heeft, heeft sy ook lief den genen die uyt hem gebooren is; die stempel setter Johannes op, 1 Joh. 3; 14. Wy weten

-ocr page 98-

90 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

dat wy overgegaan sijn uyt de dood in \'t leven, de-wijle wy de broeders liefhebben. Die sijnen broeder niet lief en heeft, blijft in de dood. En Gap. 4: !20. Indien yemant segt, ik hebbe God lief, ende haet sijnen broeder, die is een leugenaar. Want die sijnen broeder niet lief en heeft dien hy gesien heeft, hoe kan hy God lief hebben dien hy niet gesien en heeft.

V. AFDEELINGE.

VAN DE ONTDEKKINGE

der gener, die de Proef van Jesu Bruyd niet konnen uytstaen.

Soo veele onser haer nu eens in dese weegschaele des heyligdoms opwegen, sullen sy niet te ligt bevonden werden ?

1. Immers veele sijn nog noyt inwendig overtuygt geweest, dat sy van natuure staan onder dat ramp-salig Houwelijk met de Satan en de sonda, en dat sy des wegens soo doemweerdig sijn; hebt gy oyt sondaer uwe armoede, naektheyd en gabrek wel leeren sien? Sijn veele van u niet als dat geslagte, dat reyn is in sijn eyge oogen, maer nog niet eens van sijn drek is gewassen? Spreuk. 30:12. Salomon segt, dat er een is die hem selven rijk maekt, en nogtans niets en heeft; en een die ham selven arm maekt, en hy heeft veel; soo sijn \'er bahoeftigesielen, die meenen dat \'er geen verwagtinge voor haer is, dat Christus haer met hem sal willen ondertrouwen.

-ocr page 99-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

91

en meenen, dat sy niets hebben, en ondertusschen sijn sy rijk, dewijl Jesus haer met hem al heeft ondertrouwt, en hy dus selve met alles, wat hy besit, haer ten erve is geworden; maer de meeste menschen maeken haer selven rijk, en hebben niets: Wat sijn \'er niet al hoogmoedige Phariseen, die hen selven bédriegen door ydele inbeeldinge van geestelijke rijkdommen te besitten, even als de Kerk van Laodicea, daer over Jesus klaegde, Openb. 3: 17. Gy segt, ik ben rijk, ende verrijkt geworden, ende en hebbe geens dings gebrek; ende gy en weet\' niet dat gy sijt elendig, ende jammerlijk, ende arm, ende blind, ende naekt. Waer is men verlegen met sijn ramp-salige staet buyten dese ondertrouw met Christus? Waer verneemt men dat uytroepen, ó God, weest ray soo een groot sondaer dog genadig? Wat sal ik doen om met Immanuël in een Houwelijks-verbond te raeken? Ja wat kan my alles baeten, soo ik blijve onder de wreede magt van mijn eerste Man, en moet missen de reyne liefde van desen beminnelijke Bruyde-gom, die beter dan het leven is? Vele heeft een diepe sorgeloosheyd bevangen, die van der jeugt aen gerust blijven leggen in haer vervreemdinge van desen segen-rijke Bruydegom; waer werd men raedeloos by hem selven, en waer veroordeelt men sig selven? Weynige weten van dat wanhoopen van alles buyten Christus; veele weten nog altijd raed. Jes. 57 : 10. Gy sijt vermoeyt door. uwe groote reyse, maer gy en segt niet, \'t is buyten hoope; gy hebt het leven uwer hand gevonden, daerom en word gy niet siek. Die daerom op haer eyge vermogen gaen bouwen. Hab. 1:16. Daerom offert hy aen sijn gaeren, ende rookt ien sijn net; want door deselve is sijn deel vet geworden, ende sijne spijse smoutig. Waer is men

-ocr page 100-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

begeerig -om met desen Sielen-vriend in ondertromi te komen? Veele sijn nog met geen begeerte n; desen Hemel-vryer bevangen; want op sijn aenbiedingi weygeren sy de koop toe te slaen, en hem het ja woord te geven. Joh. 5 : 40. Gy en wild tot ra niet komen, op dat gy \'t leven moogt hebben. Ji die wat anders doen, als dese Hemel-vorst in siji beminnelijkheyd, schoonheyd en rijkdom werd aen gepresen, dan konnen gaen slaepen, en met hae gedagten gins en herwaerts konnen vliegen; seeke het is een blijk, datse geen begeerte hebben om me desen Vorst des hemels in Houwelijk te komen; kin deren, die liever speelen als aen tafel komen, hebbei geen groote trek en begeerte na spijse; soo ook, di( haer herte elders hebben, als desen beminnens weerdige Heyland werd voorgestelt, geven een bewijs dat haer herte in begeerte na hem niet bevangen is dat berispte eertijds God in sijn volk, Ezech. 38; 31 Sy komen tot u, gelijk het volk pleeg te komen, endi sitten voor u aengesigte als mijn volk, ende hoorei uwe woorden, maer sy en doense niet; want s raaeken liefkoosingen met haeren mond, maer haei herte wandelt haere gierigheyd na.

2. Hoe weynige hebben opregt Jesus op sijn rijk aenbiedinge het ja-woord gegeven! Veele hebben we uyterlijk met de mond in haer belijdenisse Jesus he ja-woord gegeven, maer niet met haer herte; dii met de mond Jesus verkiesen, maer met haer herti de wereld; de mond seyt meenigmael ja, daer hei herte neen roept, dewijl sy geen sin hebben in suil een heyligen Bruydegom, die soo geset is op heylig heyd; daer over klaegde God, Jes. 19: 13. dat siji volk tot hem naderde met haeren monde, en hen met haere lippen eerden, dog haer herte verre vai

92

-ocr page 101-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

93

iii ing( ; ja. m Ji

aen hae eke me kin )bei dii ens

i is

31 ;ndi jrei

t S\'

•ijki

he

di erli he

tien vai

ouv iem dede. En als sommige nog al eens schijnen Jesu ijke aenbiedinge in te willigen, soo doen sy dat niet rywillig uyt een dwang van liefde tot Christus, maar ikwils uyt nood en bedwang, als hun krankheden entasten, gevaeren dreygen, quaeien drukken, of het leschuldigent geweten wakker werd; de ervarentheyd siji 3ert dat dagelijks in kranke menschen, als sy leggen nder de schrik van een knagende conscientie, en nder de vreese van de aennaderende dood, die ko-ing der verschrikkinge, en van het daer op volgende ordeel; 0 wat doet men dan niet al beloften aen hristus, die men niet en meent van herte; ja dan erkiest men wel met het herte, het welk het herte erwerpen soude, indien het buyten nood was; gelijk harao sulk een gedwongen ja-woord gaf, als hij de

vijs lank der Vorschen niet konde verdragen, of de dood oor oogen sag; doe riep hy om Moses en bad om enade; doe was het, och spreekt een woord voor ly by den Heere, ik hebbe tegen hem gesondigt, mer het was maer om het tegenwoordig gevaer te ntgaen; want soo ras was de plaege niet van hem :iaei eweken, of sijn herte was even verhard; hel gaet iet sulke als met de Zee-siekte, die haest overgaet, )o haest men aen land is; of als de Godvrugligheyd welan veele Bootsgesellen in eene groote storm, die met et leggen van de wind ook afneemt en leggen gaet; is maer om sig van Christus in dese nood te belenen ; even gelijk een Zeeman in een storm op zee sijn lading buyten boord wil werpen, om hem sdftlven te behouden ; even soo een sondaer in het

tiweder van Gods oordeelen, of van een beangste iji i pijnigende conscientie kan gewillig schijnen om jn hert voor Jesu rijke aenbiedinge open te setten, om hom voor sijn Bruydegom aen te nemen; maer

-ocr page 102-

VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

94

\'t is niet om Christus te genieten , maer alleen maei ra om verligting van Gods slaende hand, of om vred( 10 on gerustheyd in sijn conscientie te verkrijgen; wan ie soo haest is dat onweder van Gods oordeelen of vai f sijn pijnigende conscientie niet gestilt, of hy toon \'c sig afkeerig van Christus, en dat herle, dat haer t( 13 vooren van Christus hadgedient, kant haer wederom tegen Christus aen, en verwerpt hem; gelijk die vai Athenen, die in tijden van gevaer, voor de overva van hunne vyanden haer toevlugt naemen tot dappen Krijgsoversten, om hen uyt hunne tegenwoordige noo( te verlossen; maer die soo haest niet verlost waeren of sy waeren die moede, en onder een uylgesogtf twist dreven sy die uyt; soo willen sommige Jesui wel aennemen voor hun Man, als sy gedreygt werdea van het gevaer van de eeuwige verdoemenisse; maei soo ras schijnt dat gevaer niet geweken, of Jesu; vind geen genegentheyd by haer, en men sluyt Jesus buyten .sijn hert. Waer verkiest men dese beminne lijken Heyland om hem selven? Hoe veele verkieseii Jesus voor haer deel, maer niet om hem selven, maer om andere dingen, uyt wereldsche beooginge, als \'er by hem winst te doen is; als een stegelreep om tot eere en rijkdommen te komen; als de schaere, Joh. 6 : 26. Jesus seyde, voorwaer, voorwaer segge ik u, gy soekt my, niet om dat gy teekenen gesien hebt, maer om dat gy van de brooden gegeten hebt, ende versaedigt sijt. Saul vraegde sijn dienaers, ol sy van David Akkers, Wijnbergen en hooge Ampten verwagteden, om tot Oversten van honderden en van duysende géstelt te werden, 1 Sam. 22: 7. Soo vind men \'er nu ook al, die den soone Davids uyt sulk een insigt wel willen hebben ■ tot hun Egtgenoot; \'t gaet met die, als met die kinderen, die op hoop

-ocr page 103-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

95

aei ei an m on

/81 ■va

en

30C

en

gte

SUI

lea aei

SUi

sus ne-sen sn

?e,

iep re,

van eeten te sullen krijgen, haer gebed doende, haere \'jj\' wgen houden op de spijse, die voor haer staet, hae-tende die te mogen na haer nemen, sonder dat sy sens met aendagt letten op de woorden, die sy voor quot;od brengen; soo hebben ook veele Mond-chrislenen quot;\'t\' aer oog en hert op haer tijdelijk voordeel, dat sy on )y een uyterlijk aennemen van dese Bruydegom mogen Tiaelen, en niet op sijn beminnelijkheyd en sijn troost-ijke aenbiedinge, of soo sy al schijnen eenige be-weginge en uytgangen van liefde na desen Bruydegom le hebben, het is niet om de persoon van desen Jesus ie doen, om datse in hem sulk een volheyd sien, naer \'t is hen alleen om sijn goed te doen, om door lem vergevinge van sonden, ja de eeuwige saligheyd krijgen; en soo hebben sy Jesus niet lief, maer laer eygen selven; als yemant de medicijne lief heeft rai de gesontheyd, soo heeft hy de medicijne niet ief, maer de gesontheyd; ja dese toonen hier door, latse Jesus niet beminnen als sijn kuyse Bruyd, maer ils hoeren, die brasseletten, oorringen, ringen aen le vinger, en andere kleynodien, meer beminnen dan den minnaer, die haer daer mede beschenkt. Waer verkiest men Jesus sonder eenig uytbeding? Veele willen dese Bruydegom wel hebben om hen tot le bruyloft des Lams daer boven te brengen, maer niet door de weg van heyligmaekinge; daer is haer hert afkeerig van; de sonde hebben sy nog al te lief, daer konnen sy soo nog niet van scheyden; en soo willen sy scheyden, dat God heeft t\'samengevoegt, want sonder heyligmaekinge sal niemant God sien, Hebr. 12: i-i. Wilde Christus met hem accorderen, half en half, en elk een wat wils geven, hem sijn sondige sinnelijkheyd laeten volgen, en hem dan nog in den hemel brengen, dan souw hy sig daer niet

-ocr page 104-

96 VAN DE NAUWE VEREENIGING 0ER

eens op beraeden, .maer aenstonts de koop toeslaen; maer hy siet nu veele dingen in desen heyligen Bruydegom, daer hy geen sin in heeft, maer die hem daer van te rug houden; sijn sondig tijd-verdrijf, ydel geklap, sondige piasieren en spelen te moeten veriaeten, dat staet hem niet aen; oiquot; soo sy hem het ja-woord al willen geven, het most wesen alleen in voorspoed, als \'er voor hen niet te lijden souw wesen; anders staet hen desen gesegende Immanuël soo dier niet aen ; sy willen op droog land wel ten hemel gaen, maer houden van die zee-stormen niet; dat sy om sijn lieide smaet, hespottinge en vervol-ginge soude uytstaen, soo hoog weegt desen Siel-bruydegom hy hen niet; daer van daen komt het, dat sy agter uyt deynsen, en Jesus een scheyd-hrief geven, als \'er verdrukkinge ofte vervolginge komen. Matth. 13: 20, 21. Die in steenagtige plaetsen he-saeyt is, dese is de gene die het woord hoord, ende dat terstont met vreugden onlfangt. Dog hy en heeft geen wortel in hem selven, maer is voor eenen tijd; ende als verdrukkinge of vervolginge komt, om des woords wille, soo word hy terstont geërgert. Ge-wisselijk sulke geven een blijk, dat sy de wettige Bruyd en Vrouw van Christus niet sijn, maer dat sy de hoeren gelijk sijn; want daer een eerlijke Yrouw, een trouwe metgesellinne, met haer Man te vreden is, soa als hy is, soet en suur met hem wil dragen, en sijn droefheyd soo wel als sijn vreugde heeft ge-trouwt; daer siet een Hoer alleenlijk op geld en lust ;: en daerom is het geld van haer Pollen verteert, soo houd haer liefde op, en sy laetse loopen; even soo houden dese op om Jesus aen te hangen, soo ras als sy by hem geen voordeel konnen behaelen, en dat hy berooyt werd.

-ocr page 105-

GELOOVIGEN MET CHRISTÜS.

97

3. Hoe weynige hebben haer voorgaende mede-vryers versaekt; O veele verkiesen nog andere min-naers nevens desen Vorst des hemelsch, daer evenwel niemant twee heeren dienen kan. Matlh. 6: 24. Niemant en kan twee heeren dienen, want of hy sal den eenen haeten ende den anderen lief hebben, of hy sal den eenen aenhangen, ende den anderen ver-agten. Gy en kond niet Gode dienen ende den Mammon, \'tls een monstreuse saek een Vrouw getrouwt te sien met twee Mannen t\'seffens; hoewel het nog wel te verdragen is, dat een Man twee of meerVrouwen te gelijk heeft gehad; evenwel is het noyt gehoort, dat eenige Vrouw op een tijd twee Mannen heeft gehad; is het dan ook niet een ongehoorde schennis, dat wy ons uytgeven voor de egte Vrouw van Christus te sijn, en egter onse genegentheden aen andere Mannen verhouwelijken, door die na te hoereren. Den eenen boeleert nog met de Satan, na wien men luystert; die wandelen na de eeuwen deser wereld, na den oversten des magts des lugts, die werkt in de kinderen der ongehoorsaemheyd. Ephes. 2: 3. Die uyt de vader de Duyvel sijn, en sijn begeerte doen. Joh. 8 : M. Hoe veele boeleren nog met eyge gerechtigheyd; die denken, dat sy met sulk een uytwendig borgerlijk leven voor God konnen bestaen; even als dien opgeblasene werk-heylige Phariseer. Luc. 18: 11, 12. De Phariseus staende bad dit by hem selven, 0 God, ik danke u, dat ik niet en ben gelijk de andere menschen, roovers, onrechtveerdige, overspeelders; ofte ook gelijk dese Tollenaer. Ik vaste tweemael ter weeke, ik geve tiende van alles wat ik besitte. Die hooveerdig sijn op haer eyge kragten, vol en rijk sijnde van haer selven; die niet konnen verdragen de leere van de uyterste onmagt des men-

7

-ocr page 106-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

98

schen; maer elendige boeleerders met eyge gerech tigheyd, die u van de Satan met hooveerdye lael ojjblasen! gy sijt dik en opgeswollen in u eygeinbeel ding, kond u verwonderen over u eyge gaven, sede lijkheyd en deugtsaemheyd; maer denkt vry, datuw( opgeblasentheyd is als het opsweilen van watersugtige welkers dikkigheyd haer siekte is. Hoe veele boeleerei nog met de wereld; die de dingen van de werek meerder liefde toedragen als desen Heinel-bruydegom den eene bedrijft overspel met de rijkdommen desei wereld, set daer sijn hert op; als by die maer ma£ vergaderen en besitten, dan is hy te vrede; die toi het gout segt, gij sijt mijn vertrouwen, en tot hel fijnste gout, gy sijt mijn hoope; even als die jongeling die sijn goederen liever had dan Christus-en sijn ge-meynschap. Matth. 19: 21, 22. Jesus seyde tot hem, soo gy wilt volmaekt sijn, gaet henen, verkoopt wal gy hebt, ende geeft het den armen, ende gy sul eenen schat hebben in den hemel; ende komt her-waerts, volgt my. Als nu de jongeling dit woon hoorde, ging hy bedroeft weg; want hy hadde veelf goederen. Den andere besteed sijn Egte liefde aer de wereldse eere, die alleen maer beoogt en najaegl het gestoelte van eere te beklimmen, al moet hy\'ei sijn conscientie al om kreuken, hebbende met d( overste onder de Jooden de eere van de menschet lief meer dan de eere Gods. Joh. 12: -43. Een derd» set sijn innigste genegentheden op sijn wellusten, om sijn vleesch wel deeg te doen; die van sijn buyk sijn God maekt, en door overdaed, brasseryen en dron kenschappen de gaven Gods misbruykt; geen een over-daedige teug souw hy ter liefde tot Christus laeten; 0 arme en verblinde sielen, die hoererije begaet met desen leemen afgod, met verwaerloosing van de gunsl

-ocr page 107-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

van onsen hemelschen Bruydegom, wiens een gesigt. van sijn soet en aentrekkelijk oog, en wiens eene kus van sijn schoonste aengesigt waardig is tien duysenl werelden van sulk een verrotte stof, waer aen gy u vergaepl! Hoe veele sijn liefhebbers van haer eyge selven; die haer eyge liefde, waen-wijsheyd en koppigheyd niet willen afsterven, maer haer eyge selven soeken te behaegen.

-4. Waert gy met Jesus ondertrouwt, soo soud gy hem ook als uw Bruydegom en Man opregt lief hebben; edog soo wy veele eens aen die gemelde proef souden toetsen, wat souw \'t niet sonneklaer blijken, dat veeier herten met de liefde tot desen beminnelijken Bruydegom nog niet vervult sijn; die ais de Heere Jesus hem eens ondertastede, en vraegde, hebt gy my lief? en sy dagten, dat sy met een alwetend God te doen hadden, die het verborgene des herten ondersoekt, die vrypostige betuyginge met Petrus niet soude derven doen, Heere gy weet alle dingen, gy weet dat ik u lief hebbe. Want was dat desen heylrijken Hemel-vorst lief te hebben na hem te verlangen; sijn dan veele niet ontbloot van de liefde tot Jesus, die soo weynig begeerte en trek toonen na vereeniging en gemeynschap met hem, als die sijn gemeynschap een last agten, en van hem het hoogste goed afvlieden; en daerom sig weynig bekreunen, om hen selven op onbedriegelijke gronden te ondersoeken, of sy aen desen alle liefde-weerdigen Bruydegom ook deel hebben, maer die sonder die verseekering vrolijk en wel gemoed konnen heen gaen. Die daerom ook niet halsrijken na een nadere openbaeringe van Jésus; want hoe soude sy wenschen na meerder mededeelinge syner genade, daer sy niet eens levendig overtuygt sijn, dat sy licht, leven en heyligheyd ontbeeren?

99

-ocr page 108-

■100 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

Hoe souden sy heygen na grooter ontdekkinge van sijn beminnelijkheyd, daer sy sijn berainnelijkheyd nog niet eens kennen, maer met de speelnooten van de Bruyd wel soude vragen aen die gene, die daer soo breed van sprak, wat is uw liefste meer dan een ander liefste, dat gy ons soo beswooren hebt? Hoogl. 5: 9. Hoe weynige verlangen na Jesu gemeynschap in den hemel, om met hem haer ondertrouw te voltrekken? Veele hebben hun herte aen dedingen op dese wereld vast gemaekt, als die rijke Man, die tot sijn siele seyde, siele gy hebt veele goederen, die opgelegt sijn voor veele jaeren, neemt ruste, eet, drinkt en weest vrolijk. Luc. 12; 19. En daerom verlangen sy na Jesus in den hemel nie\'t; of soo sy eens na sijn gemeynschap daer boven verlangen, soo is het alleen by vlagen, als sy eens sijn onder een sielroerende Predicatie, daer se beweeglijk van de hemelsche Bruyloft des Lams hooren spreken, dan wenschen sy wel daer te mogen wesen, en schatten met de Man in het Euangelium die gene geluksalig, die met Christus brood mag eeten in het Koninkrijke Gods; dan vliegt het herte wel eens boven de wolken; maer helaes al die lust laeten sy in de Kerk, en vervliegt, soo ras als dat woord gehoord is; en soo sommige hier in nog wat gestadiger willen wesen, die wenschen na de gemeynschap van desen Siel-bruydegom in de Bruyloft-sael daer boven, even als de Man in de Fabel om de dood riep, als haer de aerde tegen valt, en niet meer toelagt, en sy het pak van wederweerdigheden moede werden langer te dragen; O als sy gesolt werden in de perse der ver-drukkinge, en met traenen-brood werden gespijsigt, dan willen sy wel by onsen lieven-Heere sijn, en met hem daer boven trouwen; waeren sy dan wel ge-

-ocr page 109-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 401

van

eyd van aer

sen

storven, en hadden sy haere sielen aen Jesus als hun Bruydegom overgegeven (seggen sy) sy waeren \'er gelukkig aen; in dese wereld is dog niet anders als veel strijds en swaerigheyd te behalen. Was dat een teeken, dat men Jesus lief had. als men hem sogt gelijkformig te werden, hoe veele konnen dese toets niet uytstaen, als die de minste gelijkenisse met Jesus niet vertoonen, maer onheylige Ësauws sijn; en in plaets van Jesu beeld uyt te drukken, vertoonen sy het beeld des Satans, die uyt de vader de Duyvel sijn, dewijl sy sijn begeerte doen. Joh. 8: M. Was het een bewijs, dat men Jesus lief had als men veel werk van hem maekt, soo betoonen immers veele, dat hun herte van de liefde jegens Jesus ledig is. Die soo weynig om Jesus denken; hoe veele, die noyt of selden ernstig haer gedagten over Jesus en sijn beminnelijke hoedanigheden laeten gaen; die gedagten souden dog al te vroeg hun blijdschap in de dingen op dese aerde uylblussen; of soo sy al eens om Jesus denken, soo sijn het maer vliegende gedagten, die in het herte geen lang verblijf hebben;, ja het sijn gantsch onvrugtbaere gedagten, die geen werkingen van liefde, hoogagtinge of verlangen omtrent Jesus desen hoog-geëerden Bruydegom op haer siele hebben, of eenige heylige indrukselen in haer lerten laeten; of sy denken om hem eens in tijd van krankheyd, of van wroeginge in haer conscientie, als hunne sonden op haer herte beginnen te wegen, en de helle haere kaeken schijnt te willen opensparren om hen levendig te verslinden; ó dan komt \'esus wel eens in hun gedagten, wilde hy hen \'dan met hem ondertrouwen, en tot de Bruyloft des Lams overbrengen, dan waeren sy gerust; maer soo ras is men niet wederom gesont, en de conscientie aen

-ocr page 110-

402 VAN DE NAUWE VEREENIGING

het swijgen, of de gedagten van Jesus sijn wederom d gedaen. Hoe weynig spreeken veele van Jesus? Waer d spreeken dog de meeste menschen van? is het van t( de Bruydegom Jesus en van sijn siels-verrukkens- 11 magtige schoonheyd en aenminnelijke volmaektheden? g O niet minder als dat; hun spreken is uyt de aerde s en van aerdsche dingen; spreekt gy met hen van de e dingen deser wereld, dan hebben sy praets genoeg; 8 maer wild gy met hen spreeken van desen Hemel- s vorst, hoe hy sig sijn Bruyd heeft verworven, en hoe vriendelijk hy haer vrijd, daer van sijn sy sulke vreemdelingen, dat sy nauwelijks andere daer van konnen hooren spreken; sy denken, dat dat alleen het werk is van de Leeraers, de taaie Canaans te spreken, en houden het selve voor schande in geselschappen van desen beminnelijken Heyland op te heffen; weet iemant een aerdig praetje of een ge-neugelijke geschiedenisse op de baen te brengen, die heeft van yeder een dank; maer begint het yemant op een andere boeg te wenden, en wil hy uyt de overvloed van sijn herte Jesu beminnelijkheyd en weergaloose gaven en volheyd gaen uytmeeten, ó dan is de fleur van het geselschap gedaen; men werd dan melancholijk; dan souw men wel wenschen, dat men met eere die plaets mogt verlaeten; men denkt, dat het niet te pas komt om van sulke ernstige dingen te spreken, als men by malkanderen is om vrolijk te sijn. Hoe weynig verkeeren veele by Jesum, om sig in sijn geselschap te laeten vinden? Hoe weynig verkeert men by hem in sijn Huys, om hem in sijn heyligdom aen te schouwen, siende sijn sterkte en sijn eere? Wat een walge toonen veele niet van dat Manna van sijn Woord, dat hy in sijn Huys laet opsaemelen, om dat door den geloove te eeren, en

-ocr page 111-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 103

daer in Jesu soeligheyd te smaeken? Hoe weynig doet men om Jesus, en soekt men hem welbehagelijk te wandelen ? Wereltling, is het wei u geduurige toeleg u gedrag na Jesu voorschrift te rigten? soud gy sijn geboden dan wel soo reukeloos in de wind slaen? soud gy dan de sonde wel plegen met sulk een vreugde, en met een opgehevene hand allerley godloosheyd bedrijven ? Had gy Christus lief, soo soud gy ook sijn kinderen liefhebben, ja sijn Bruyd; edog wat werd hier uyt niet klaer ontdekt, dat gy nog geen liefde hebt tot Christus, dewijl gy de vroome niet lijden moogt; die kostelijke Koninks kinderen, boven het fijn gout te schatten, sijn een voorwerp van u haet, afkeer, bespotting begoocheling, lastering en vervolging; en was het in uwe magt, gy soud haast Gods Kerk van dat volk ontheffen, en laeten alleen de wereld ter heyliger plaetse ingaen; gewisselijk een klaer blijk, dat gy nog van de liefde tot Jesus sijt vervreemt; immers dat getuygt Johannes uytdrukkelijk, \\ Joh. 4: 20. Indien yemant segt, ik hebbe God lief, ende haet sijnen broeder, die is een leugenaer. Want die sijnen broeder niet lief en heeft dien hy gesien heeft, hoe kan hy God lief hebben dien hy niet gesien en heeft?

5. Ja waeren \'er niet onder ons, die geen begeerte hebbende tot dese segenrijke ondertrouw, ook dat in andere verhinderen; als yemant op het ernstig gevry van Christus voornemens werd om het Kouwelijk met Christus te sluyten, dan soeken veele hem dat af te raeden; sijn nabestaende of bekende beginnen hem wel te bespotten, als ofhy onsinnig was, dat hy na die rijke aenbiedinge van Christus begon te luysteren, en sulk een Kouwelijk wil aengaen, welke van hem vorderen souw een manier van leven,

-ocr page 112-

—-;--

I \'■■ ■ I ■

Iw ■■ ■\'■ \'

\\M VAN DE NAUWE YEREENIGING

geheel van sijn voorige onderscheyden, en het welk s( de geheele wereld in \'t oog loopt; die hem dan wel wijse na een hoop van het geringste en veragtste volk, en seggen, siet dat is dat volk, dat soo veel opgeeft en praets heeft van soo een Houwelijk, als u in \'t hooft hangt; wie souw dan soo dwaes wesen, dat hy onder voorwensel van sulk een Houwelijk sig soo veragt en bespot voor de geheele wereld souw maeken ? Schreyd yemant over de verbreeking van sijn eerste Houwelijk met God, dat maeken sy voor dwaesheyd uyt; die sig de Philistijnen gelijk maeken, die de putten, die Abraham had laeten graven toestopten. Gen. 26. Soo soeken dese de putten van een heylige droefheyd over haere vervreemdinge van dit Houwelijk toe te stoppen; wat is dit anders als den Geest der genade tegen te staen, dewijl sulk een heylige droefheyd over sijn boeleringe met andere Minnaers, een vrugt van de Geest is; wal doet gy anders werellling, als dat gy tragi het waere saed der genade in sijn gunstgeriooten uyt te blussen, en het rijk des Satans voor te staen; op wien met regl past de scherpe tael van Paulus tot Elymas de Tovenaer, Actor. 13:10. 0 gy kind des Duyvels, vol van alle bedrog, ende van alle arglistigheyd, vyand van alle gerechtigheyd, suit gy niet ophouden te verkeeren de rechte wegen des Heeren?

En waer komt het dog van daen, dat\' er soo veele nog met Jesus sig niet laeten ondertrouwen, en datse weygeren dit segen-rijk Houwelijk met hem te sluyten? Het spruyt uyt onkunde; veele sijn vreemdelingen in dit Houwelijks-verbond, die niet eens weten, wat een geluksaligen staet daer aen vast is; en die ons, daer van met sulk een verheffinge sprekende, wel als die van Athenen voor een klapper

-ocr page 113-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

105

soude aensien, en voor een, die vreemde Goden verkondigt, en wat nieuws voor den dag brengt. Act. 17: 18, 20. En soo sommige al eenige herssen-kennisse hebben van dit segen-rijk Verbond des Hou-welijks, soo berusten sy in die kennisse in haer versland, als sy Gods bondgenooten soo wat konnen napraeten, en soo wat klappen konnen, hoe dese Siel-bruydegom sijn Bruyd vrijd door sijn Geest en haer gewillig maekt, om daedelijk dit Houwelijk door den geloove met Christus te sluyten, dan sijn sy te vrede; sonder dat sy eens bekommert sijn om dese ondertrouw met desen hoog-geboorene llemel-vorst ook voor haer selven aen te gaen; en daer van daen komt het, dat sy nog buyten dit heyl-rijk Ilouwe-lijks-verbond blijven. Veele ontstaet het daer uyt, dat sy aen de Wet getrouwt blijven; sy blijven aen de Wet verbonden als aen baer Man; sy weten van geen andere weg oiri te werken, als die de Wet haer Man haer voorschrijft, en die Adam voor de Val heeft betreden; sy handelen enkel Wettisch, en nemen in al hun belangens toevlugt tot de Wet; sy sijn ook seer vast gehegt met hun hert aen die Wettische weg, om daer door salig te werden, gelijk in een Houwelijk de alderteederste liefde werd gevonden; en die weg, om op een Wettische wijse door sigselven de saligheyd te soeken, is onder verscheydene vermommingen hen soo aengenaem en aenlokkelijk, dat sell\'s de kragtigste overtuygingen, eer men recht vernedert en verslagen van geest is, die wettische handelingen meer voeden en versterken, als datse die soude vernietigen en verbreken; dewijl desieleonder hun hevigste aenvegtingen en swaerigheden veel ge-reeder na binnen keert om het in haer selven te willen soeken, als datse met verloochening en ver-

-ocr page 114-

■106 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

saekinge van alles by haer selven uyt haer selven souw gaen; ó dat pleyten op de offerhande en vol-maekte voldoeninge van Jesus, en dal geloovig inroepen van Jesus in sijn herte blijft voor haer een vreemd werk, tot dat de Geest door sijn oogen-salve haer de oogen op een saligmaekende wijse opend, en hen leert door de weg des gelool\'s uyt haar selven te gaen, een bedelend leven te leyden, en aen de voeten van sijn souveraine en vrye genade neder te leggen en te wagten, om maer de kruymelen van onder sijn genade-taiel te mogen opsamelen; daerom soeken dese, die aen de Wet getrouwt blijven al haer troost ook in dat Wettisch werk, gelijk de gehuwde in de grootste swaerigheden malkanderen vertroosten, al werden sy van de geheele wereld verstooten; komen hen swaerigheden op \'t lijf vallen, \'t sy van uytwen-dige oordeelen, scherpe overtuyginge, \'tsy van eea levendige opwaeking van een beschuldigende cqps-cientie, sy soeken daedelijk verligting in dat Wet-, tisch werk, in eenig gewaend goed in haer herte of in hun gedrag; en kan haer dat nog niet gerusl stellen, dan willen sy dat gebrek volmaeken met eenen Christus en met een geloof van haer eyge maeksel; even als Paulus dat de Jooden te last leyde. Rom. 9: Sd, 32. Israël, die de Wet der rechtveer-digheyd sogt, en is tot de Wet der rechtveerdigheyd niet gekomen. Waerom? Om datse die sogten niet uyt den geloove, maer als uyt de werken der Wet. Want sy hebben haer gestooten aen den steen des aenstoots. Geen wonder dan, dat sy aen die Mar, de Wet, getrouwt blijvende, geen sin hebben met Jesus in een Houwelijks-verbond te komen, waer in sy in alle haere belangen tot hem als haeren Man toevlugt souden moeten nemen als arme bedelaers,

-ocr page 115-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

107

n onder allerley swaerigheden tot God in Christus wn solaes en genesing moeten vlieden, als de eenige ,pnnkader van vertroostinge onder het drukkend [ruys. Het komt veele van haer aerdsch-gesinlheyd; ly maeken haer soo veel te doen met de bekommer-aisse van de wereld, dat sy hen niet verledigen [onnen, om met bedaertheyd op dit Houwelijk te letten, om Jesus alleraennemens-weerdig versoek door r te iijn Gesanten eens te overwegen, en dit heyl-rijk llouwelijk eens te vergelijken met dat rampsalig louwelijk met de Satan, de sonde en de wereld, ivaer onder sy van natuure staen; welke aerdsge-sinde menschen Jesus onder een gelijkenisse levendig afschildert. Luc. 14: 17—20. Hy sond synendienst-megt uyt ter uure des avondmaels, om den genooden le seggen, komet, want alle dingen sijn nu gereet. ünde sy begonden alle haer eendragtelijk te ontschul-digen. De eerste seyde tot hem, ik hebbe eenen akker gekogt, ende het is noodig dat ik uytga, ende mm besie; ik bidde u houd my voor verontschuldigt. Ende een ander seyde, ik hebbe vijf jok ossen gekogt, ende ik ga heenen om die te beproeven; ik bidde u houd my voor verontschuldigt. Ende een ander seyde, ik hebbe een Wijf getrouwt, ende daerom en kan ik niet komen. Gelijk ook Matth. 13: 22. Die in de doornen besaeyd is, dese is de gene die \'t Woord hoort, ende de sorgTuldigheyd deser wereld, ende de verleydinge des rijkdoms verstikt het Woord, ende het word onvrugtbaer. Het ontstaet in veele uyt een verkeerde inbeeldinge, datse al in een Houwelijks-verbond met Christus staen; om datse uyterlijke gemeenschap met de Kerk hebben, denken sy, dat sy al een geestelijk Houwelijks-verbond met Christus hebben gesloten, en aendeel aen dese Sielbruydegom hebben.

-ocr page 116-

108 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

Ach dat de Geest Gods eens de rampsaligheyd van u staet, dat gy u met Jesus nog niet hebt laeten ondertrouwen, op u herte drukte! *

1. Soo lang gy met Jesus geen Houwelijksver-bond hebt gesloten, soo sijt gy nog in ondertrouw met u eerste Man de Wet; en soo lang gy onder de Wet sijt, legt gy nog onder de schuld der sonde, en onder een verbintenisse tot het dragen van tijdelijke en eeuwige straffen; werwaerts dan versmaeders van Jesus rijke aenbiedinge in de uure des doods, ja in den dag van het groote oordeel, als al uw sonden op Gods reekenboek sullen openstaende gevonden werden? als gy soo swaer beladen met schulden voor Gods vreeselijke Richterstoel suit verschijnen; suit gy dan niet veroordeelt van voor sijn aengesigt moeten uytgaen, als die niet een op duysende hem suit konnen antwoorden? Soo lang gy onder deze Man staet, soo sijt gy onder het recht der sonde, welke over u. recht heeft om over u te heerschen, en gy sijt elendige slaven en dienstknegten der ongerechtig-heyd; want die de sonde doel, is een dienstknegt van de sonde; de sonde beheerscht u als haer slaef, «n de Satan, als den overste des magts des lugts werkt in u als in kinderen der ongehoorsaeraheyd.

2. Hebt gy nu soo dikwijls sijn dierbaer aensoek tot dit gesegent Houwelijk afgeslagen, en hem het ja-woord geweygert, het staet te dugten, dat gy ook eens roepen suit, maer dat hy u dan afkeerig sa), weg senden; soo bedreygde de Opperste Wijsheyd de versmaeders van sijn gunstige aenbiedinge. Spreuk. 1: 24—28. Dewijle ik geroepen hebbe, ende gy -lieden geweygert hebbet, mijne hand uytgestrekt hebbe, ende daer niemant en was die opmerkte; Ende hebbet allen mijnen raed verworpen, ende

-ocr page 117-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

mijne bestraffinge niel gewilt; Soo sal ik ook in iilieder verderf lachen; ik sal spotten, wanneer uwe creese komt. Wanneer uwe vreese komt gelijk eene rer-lrerwoestinge, ende u verderf aenkoml als een wer-)uw \'elwind, wanneer u benauwtheyd ende angst over-p de tornt; Dan sullen sy tot my roepen, maer ik en sal liet antwoorden; sy sullen my vroeg soeken, maer m sullen my niet vinden. O de deure des Hemels ;ult gy dan voor u gesloten vinden, als die dwaesen maegden, die dit segenrijk tlouwelijk soo lang van ie hand hebbende gewesen, met de Bruydegom tot ie Bruyloft-sael meende in te gaan, maer buy ten nosten blijven staen.

3. En wat sal die liefde van desen beminnelij-ien Bruydegom, welke gy soo dikwijls versmaed lebt, dan voor u niet verandert werden in haet, m dit Lam u niet aenvallen als een Leeuw; volgens les Heeren rechtveerdige bedreyginge, Hos. 5: 14 k sal Ephraïm sijn als een felle leeuw, ende den myse Juda, als een jonge leeuw; Ik, ik sal ver-icheuren ende henen gaen; ik sal wegvoeren, ende laar en sal geen redder sijn.

?!

tig. egt iel\', gts yd

)ek liet iok sal

yd

ik.

:y-ikt e; de

\\l AFDEELINGE.

VAN DE WEG

109

van ;ten

, en ijke van in den den )or 3ull iten suil lan ilke

Langs welke yemant komen kan tot een Hou-welyk-sluyten met Christus.

Ach dat gy, overspelige sondaers, de geur van sijn iefde maer eens riekte! Dat gy dwaese Adams kin-

-ocr page 118-

HO VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

deren eens saegt, dat gy u liefde hebt verguist en n doorgebragt, en uw genegenlheden verslingert om w trent swarte Rofflanen, sonder u liefde en hert be steed te hebben aen dien grooten en noyt genoej over-verwonderden Heere Jesus! Dat gy eens uyt s; waert op dit groot Houweiijk met desen hoogen ei d Koninklijken Salomon, en dal gy, op sijn vryen ei v aensoeken van u tot sijn Bruyd. begeerig wiert, on a op die Konings-liefde, als op een lieffelijk bedde nede s te leggen, en sitpiaets te hebben in sijn koetse, wel li kers vloer is van gout, \'t gehemelte van purper, ei g \'t binnenste is bespreyd met de liefde der dochterei Jerusalems! Ach wat waert gy gelukkig, indien g; van het schepsel u verkogte en verloorene liefde kondi weder winnen en intrekken, en dat gy die mog stellen op dien soo liefde-waerdigen Heere! Gy sor geloosen sondaer, word dog eens wakker; hartslae pende, die sijt als een die in \'t herte van de ze slaept,, en gelijk een, die in het opperste van dl mast slaept, ontwaekt dog eens uyt uwe sonden slaep; weest dog niet langer weygeragtig, om di Houweiijk met Jesus te sluyten; daer toe

1. Soekt wel te bedenken en te kennen; Da gy van natuure buyten dit segenrijk Houweiijk me Christus sijt, onder die elendige ondertrouw met di Satan; immers soo werden alle natuurlijke menschel beschreven. Tit. 3; 3. Wij waeren eertijds onwijs ongehoorsaem, dwaelende, menigerley begeerlijkhede ende wellusten dienende, in boosheyd ende nydig heyd levende, haetelijk sijnde, ende malkanderei haetende. Dat gy die weergaloose genade onweerdij syt; dat gy sulk een gering schepsel, een aerdworm ja een hellewigt en doemens-weerdig sondaer, dii soo mismaekt sijt en gebrekkelijk, in ondertrouw

-ocr page 119-

GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 111,

mei dese hooggeboorene Koning soud komen, en dat wel op sulk een vrymagtige, betaemelijke en genadige wijse; segt als de verloorene Soon, Luc. 15: 18,19. Ik sal opstaan ende tot mijnen Vader gaen, ende ik sal tot hem seggen, Vader ik hebbe gesondigt tegen den hemel, ende voor u. Ende ik en ben niet meer i ei weerdig uw soone genaemt te werden; Maekt my als eenen van uwe huurlingen. O saegt gy, sondaer, soo u eyge rampsaligheyd buyten dit Hemels-houwe-lijk, en uwe onweerdigheyd, wat souw dat u niet genegen maeken om alles te doen wat in u vermogen was, om desen Hemel-vorst tol dese Houwelijks-vereeniging te bewegen.

2. Soekt een recht gesigle le krijgen van het overgroot geluk van die gene, die lot dese segen-rijke ondertrouw met Jesus werden verweerdigt. Welgeluksaiig is hel volk dien hel alsoo gael; wel-geluksalig is hel volk, wiens God de Heere is, mogt David wel uytroepen. Psalm 144: 15.

3. Tragi desen Siel-bruydegom eens recht te beschouwen, en hem te kennen in sijn aenminnelijke volmaektheden, in sijn hoogen afkomst, siels-verruk-kensmagtige schoonheyd, onvergelijkelijke rijkdom, oneyndige wijsheyd, en aentrekkelijke lieflalligheyd; o dat gesigle sal u op hem heyliglijk doen verlieven, dal gy wenschen suil hoe eer hoe liever met hem dit Houwelijk le sluylen; immers men kan van dese kennisse van desen beminnelijken Bruvdegom seggen, \'l geen Jesus eens seyde tot de Samaritaansche Vrouwe. Joh. 4; 10. Indien gy de gave Gods kendel, ende wie hy is, die tot u segt, geeft my drinken, soo soud gy van hem hebben begeert, ende hy soude u levende water gegeven hebben.

4. En onder een gesigte van u magleloosheid,

t ei om be noe uyt i ei

on ede we , ei erei i gi 3nd( nog sor slae ze i d den i di

Da

me t d 3hei svij: gde dig ei-ei irdi| )rni di om

-ocr page 120-

H2 VAN DE NAUWE VEREENIGING DER

om op Jesu rijke aenbiedinge toestemminge te geven met versaekinge van u voorgaande medevryers, so( vrijd hem tot dat gy u siel aan hem, als een kuysehe maagt, verlooft krijgt; valt hem te voet, en smeakl dasen Siel-bruydegom, dat hij u hier in wil voor komen, en door sijn Geest u herta wil neygen en gewillig maeken, om hem het ja-woord te gaven, dewijl het geloova, waar door wy desa ondertrouw sluyten, een gave Gods is. Ephas. 2 : 8. Uyt genade sijt gy salig geworden door het geloove; ende dat niet uyt u, het is Gods gave. Dringt aen op de belofte van het genade-verbond, waer in God belooft heeft ons willig te sullen maeken tot dit Uouwalijks-verbond.

5. Maer siet toe, dat gy desa toestemminge tol dase ondertrouw doet op een behoorlijke wijsa; namelijk : Gy moet dit Kouwelijk aangaan personeel; gy moet u niet te vrede houden, dat gy staet onder een gemeen Houwelijks-verbond met de sigbaere Kerk; maer gy moat tragtan in eyge persoon een Kouwelijk met Christus te sluyten, en hem voor u Hooft en Man aen te nemen; de rachtveerdige sal door sijn geloova laven, betuygde immers God. Hab. 2; 4 Doet het oprecht; verdeelt u hert niet tusschen desen beminnensweerdigen Bruydegom en tusschen uw voorgaende Boelen en medevryers; dat gy aan de eene sijda hem soud willen aennemen voor u Hooft en Man, en genieten sijn salige goederen, maer aen de andere sijde soud blijven hunkeren na de Satan, de wereld en de sonde, waarmede gy te vooren in ondertrouw slont; ó dan soud gy de kragtomJesus lief ta hebban kwyd raeken; het valt gemakkelijk een pijl la bestieren en recht te setten, eer de paese getrokken is, maer als sy eens in de lugt is ge-

-ocr page 121-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 113

schooien, is die geheel buiten u magt om die in het vliegen te bestieren; soo moet u liefde alleen op dien verrukkens-magtigen schoonen Jesus als een doelwit mikken; want als gy u liefde uyt de handen laet, en die laet heenen vliegen om een Afgod in te haaien, en om vreemde Minnaers te soeken, dan hebt gy geen kragt om die liefde te bestieren en te vermeesteren; de pijl sal buyten u bedwang wesen, en gy sultse aen Jesus niet konnen besteeden, *t geen gy in uw hand niet en hebt; neen u herte, u egte-liefde moet gy onverdeelt voor desen llemel-bruyde-gom bewaeren, met afsweeringe van alle andere voorige Minnaers; maekt dan van u siele een kuysche maegt; en hebt Christus alleen lief, die alleen alder-waerdigst is al de liefde van u siel, al was die hooger dan de hemelen; sweert alle voorige Boelen oprech-telijk af, en tragt in waerheyd te seggen in een ge-heyligde beweginge van u herte met de Kerk, Jes. 26: 13. Heere, onse God, andere heeren behalven u, hebben over ons geheerscht; dog door u alleene gedenken wy uwes naems Antwoord alle onwettige aensoekers, ik ben alre\'ets aen Christus verlooft; de ondertrouw is gesloten met de schoonste onder de kinderen der menschen; mijn siele heeft alreets een Bruydegom; en sy kan geen twee Mannen hebben. Geeft aen dese vryende sielen-vriend het ja-woord wel-beraeden; die een Kouwelijk aengaet sonder een bedaert overleg, die handelt onvoorsigtig: een Dochter, die gevryd werd, moet alvoorens rijpelijk overwegen, of de staet van sulk een vryende Jongman haer wel aenstaet, of sy haer met hem en sijn gedrag s\'ouw konnen vergenoegen, of haer en sijn naturel wel met malkanderen souden overeenstemmen; ja of sy genegen is al de droevige gevolgen van het Houwelijk,

8

-ocr page 122-

\'114 VAN DE NAUWE VEREENIGING

het suur en het soet, met hem gewilliglijk te dragen, sonder dat haer liefde onder al die moeyelijke bejegeningen soude verflauwen; soo moet gy ook son-daer tot dit Houwelijk komen; gy moet niet reukeloos, of alleen in soo een schielijke vlaeg, onder dese of gene besoekinge tot dese ondertrouw toestemmen, maer met een heylige besetheyd en rijp oordeel moet gy u tot dese segenrijke ondertrouw laeten overhaelen; gy moet alvoorens bedenken, of gy wel sulk een heyligen Bruydegom souw konnen blijven lief hebben, oi en of gy hem daer in wel soud gelijkformig willen werden, om u liefste sonden te dooden en aen die af te sterven; dit gaf Josua aen de Overste van Israël te bedenken. Jos. 14: 19. Gy en suit den Heere niet konnen dienen, want hy is een heylig d God; hy is een yverig God, by en sal uwe over- v tredinge nog uwe sonden niet vergeven. Soo gy dit 1\' bedenkende evenwel uyt een heylige liefdedwang segt c ja daer toe wenschte ik dese Bruydegom te hebben, I soo is uwe toestemminge goed; bedenkt ook wel, of ( gy genegen sijt u Bruydegom in alle ongemakkelijke ^ ontmoetinge te volgen, u kruys op te nemen, en met 1 hem het suur van Kfjden te smaeken, wetende, dat lt; hy de sijne door kruys wil oefenen, sijn beeld ge-lijkformiger maeken, en van de wereld afspeenen; even als David dede, 2 Sam. 15: 26. Indien hy alsoo sal seggen, ik en hebbe geene lust tot u; siet hier ben ik, hy doe my, soo als het in sijne oogen goed is.

-ocr page 123-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 115

YII. AFDEELINGE.

VAN DE BEWEEGREDENEN

Tot hel ingaen van dit segen-rijk Houwelyk.

En soud gy sondaer hem u hert niel inruymen, om hem het ja-woord te geven.

1. Daar hy u soo ernstig vrijd, en uop \'t beweeg-lijkste tot dit heyl-rijk Houwelijk met hem soekt uyt te lokken; die u sijn voortreffelijkheyd en beminne-lijkheyd soo gaet aenprijsen, en die als wel eer tot de Bruyd roept, doet my open mijn vriendinne, want mijn hooft is vervult met dauw, enmijnhayr-lokken met nachtdruppen, Hoogl. 5; 2. Uy sent daer toe nog Gesanten uyt, die als de vrienden des Bruydegoms u op allerhande wijse vlyen, en smeeken om dese Hamel-vorst sijn versoek in te willigen; wel daer dese hoog-geboorene Koning soo laeg gaet bukken, en soo verre sijn straelende kroon gaet ne-derwerpen om met u in ondertrouw te komen, souw dat niets op u herte vermogen? Souw dat u niet begeerig maeken om sijn aensoek ingang by u te laeten krijgen; sal dan de vleyerye van de Satan, het aensoek van de sonde en van u verdorve vleesch, de betooverende en bedriegelijke wereld, meer gehoor bij u vinden als het begeerlijke aensoek van desen Hemel-koning, in wien een volmaekte schoonheyd voor u is, om u in verwondering te verrukken; liefde genoeg, om u herte weg te steelen, en een algenoegsaemheyd, om al u gebrek volkomen te vervullen? En waerom soud gy dan u geld uytgeven

-ocr page 124-

-116 VAN DE NAUWE VEREENIGING

voor dal gene, dat geen brood en is, en uwen arbeyd voor dat gene, dat niet versaedigen kan?

2. Soud gy dese vryende hemel-vorst het ja-woon niet geven, daer dil Uouwelijk soo heylsaem vooi u is; behalven dat goed, dat gy uyt dese ondertrouw suil trekken, \'t welk wy boven hebben vertoont; soo hebt gy te wagten, dat alles \'t welk in hemel en op aerde is, ja selfs in de helle, u sal moeten ten goeden medewerken; dat getuygtPaulus, Rom. 8: 28. O weergaloos geluk, dat alle schepselen voor u sijn als des Konings garde om u op te passen, en dat alles moet bevorderen uwe geluksaligheyd! Engelen en menschen, goede en quaede, kruys en voorspoed moet hier toe alles dienen; de Duyvel selve moet tegen sijn oogmerk, tegen sijn wil en dank, de welstant van sijn Bruyd bevorderen; O soo sal men de Bruyd doen, tot wiens eere en welstant de Koning Jesus een welgevallen heeft 1 Komt gy met hem in ondertrouw, soo sal by by u woonen, als een Man by sijn Vrouw samen woond; dat was de siels-verquikkens-magtige troost-reden van Christus, Joh. 14: 23. Soo yemant my liefheeft, die sal mijn woord bewaeren; ende mijn Vader sal hem lief hebben, ende wy sullen tot hem komen, ende sullen wooninge by hem maeken. O wonder, dat dese groote Monarch onder hel dak van u herte wil ingaen, om by u te woonen! Dan sal dese Bruy-; degom sig in en over u verheugen, gelijk een Bruy-degom vrolijk is over sijn Bruyd, ó soo haest gy u hert op Jesus suit setten, sal hy op u ook verlieven, en vermaek nemen in die schoonheyd, die hy in u door de hand sijner genade sal gelegl hebben; dat word ons soet vertoont onder de gelijkenisse van de vreugde, welke de Vader schepte over het weder-

-ocr page 125-

DER GELOOJIGEN MET CHRISTUS.

beyd ceeren van sijn Soon. Luc. 15: 23, Brengt het :eraeste kalf, ende slagt het; ende laet ons eten ende oordfrolijk sijn. Want dese mijn soon was dood, ende vooifs weder levendig geworden, ende hy was verlooren, der-lende is gevonden. Ende sy begonden vrolijk te sijn. verJHy sal uwe swakheden bedekken; geen sonde of c inlswakheyd sal sijn vuyrige liefde jegens u uitblussen. sailPsalin 89: 33. Mijne goedertientheyd sal ik van lusjhem niet wegnemen.

lenl 3. De nood sondaers is u opgeleyd; buyten dit senJHouwelijk sijt gy sonder Christus; en sijt gy sonder yd iChristus, soo sijt gy sonder hel hoogste goed,\'t welk enlu alleen gelukkig maeken kan; even als de Heydenen, ?vel|die beschreven werden sonder God, en sonder hoope e.nlin de wereld te leven. Ephes. 2: 12. En daerom soofsoud gy nog langer dese gesegende Immanuël afslaen , ant|«n niet veel liever hem op sijn aenbieding ant-gylwoorde, ó Heere Jesu, gy sijt de mijne en ik ben enjde uwe?

rasF

VIH. AFDEELINGE.

VAN DE VERPLIGTINGE

Der Geloovigen, die met Jesus in Houwelyk syn gekomen.

Geloovige, die dit gesegent Kouwelijk met desen Igrooten Immanuël hebt mogen sluyten.

1. Yerontweerdigt u dan over dese overgroote [gunst en eere, en schat u duysentmael te gering sulk een weergaloos geluk, om de Bruyd van sulk

117

-ocr page 126-

118 VAN DE NAUWE VEREENIGING

een hooge Koning te mogen sijn; agtede David hel sulk een groote eere en gunst, dat hy Sauls Dochtei mogl trouwen, dat hy seyde, is dat ligt in uiiedei oogen des Konings schoonsoon genaemt te werden? i Sarn. 18: 23. daer hy die Dochter nogtans ver diend en sig met hondert voorhuyden der Philistijnen verworven hadde; aenbid vry geloovige dese hoogere gunst, dat dese hoog-gedugte Hemei-koning op u de alderonweerdigste sulk een gunstig oog heeft willen slaen, dat hy u tot sijn Egtgenoot heelt verkoren,

2. Segt desen beminnelijken Siel-bruydegom eeuwig dank voor die onverdiende gunst, die door sijn dood u van u voorige Man, die eeuwig over u siel souw gedwingeland en geheerscht hebben, verlost heeft, en de Wet de dood-steek heeft gegeven; 0 gunstgenooten Gods, soo gy u onder den drang van Engelen en Seraphim en de nieuwgekroonde Bruyd konde inschikken, en dan alle uwe beenderen in soo veel tongen wierden verandert, soo soud gy nog in staet niet wesen, om na weerde liefde-roemingen en hooge lofsangen op te senden, en te vermelden den oneyndigen lof van die plante van naem, die u tol sulk een toppunt van eere heeft willen verheffen; immers was \'er niets in u, om u van u voorige Man de Wet te verlossen, en met hem selven voor eeuwig te ondertrouwen; die walgelijk, naekt en be-rooyt, ja een trouweloose overspeelster waert; en nogtans soodanig sijnde heeft Christus u tot sijn Trouw willen aennemen, en niet alleen u maeken tot des Konings Dochter, maer selfs tot sijn Koningin, staende als sijne Bruyd aen sijn regterhand, in \'t fijnste gout van Ophir. Psalm 45: 10, 14. 0 wonder aller wonderen! waer sag oyt de wereld diergelijk een Houwelijk; en daerom onder een die

-ocr page 127-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

wegsinken en verliesen van u selven in u walgelijk niet, en onder een verbaesende verwondering van sijn suyvere en vrye liefde, sonder dat \'er yets aen-trekkelijks in u was, soo verkondigt met vrolijk-singende lippen sijn onverdiende goedheyd.

3. Soekt u daer van op allerhande wijse te ver-sekeren; brengt u menigmael te binnen de tijd der minne, als gy het aldereerst u Siel-bruydegom begon lief te krijgen; gedenk geduurig uwe ondertrouwdag, waer in gy Christus verkoos -H u Bruydegom, en u selven ook aen hem overgaf tot sijn Vrouw; verseekert u daer van uyt die overtuyging die gy had van u ongeluk onder dat eerste Kouwelijk; uyt het opregl versaeken van u oude Minnaers; uyt die hertelijke, vrywillige, onbepaelde toestemminge tot dit Kouwelijk, ja uyt die stantvastige aenkleving aen hem, als u Man; berhaelt ook dikwils die verloovinge aen uwen alderbeminnens-weerdigsten Bruydegom; vernieuwt uwe geloofs-toestemminge aen sijn rijke aenbiedinge, om meer en meer in dat gesegent Kouwelijk bevestigt te werden.

Springt \'er over van vreugden op, dat die aenbiddelijke Kemel-koning op u, sulk een walgelijk niet, sijn oog heeft laeten vallen, en u willen verheffen tot sijn Koninklijke Bruyd en Vrouw, met eene u mededeelende allerley verciersels, waer door gy in sijn oog kond welgevallig werden; singt \'er dan over met blymoedigheyd des herten uyt Jes. 61 : 10. Ik ben seer vrolijk in den Keere, mijne siele verheugt haer in mijnen God, want by heeft my bekleed met de kleederen des heyls, den mantel der gerechtig-beyd heeft by my omgedaen; gelijk eenen Bruydegom sig met Priesterlijken cieraed verciert, ende als een Bruyd haer verciert met haere gereetschap.

119

-ocr page 128-

quot;120 VAN DE NAUWE VEREENIGING

5. Erkent hem voor u Hert-bruydegom en Man, In en draegt u weerdig als sijn ondertrouwde Bruyd en Vrouw. Yerlaet om uw Hemelsche Bruydegom alles; een Vrouw verlaet om haer Man alles, haer da huys, haer maegschap, haer lant, en volgt hem al- h£ waer hy heenen trekt, gelijk men leest van Rebecca. Gen. 24. De Heydensche geschiedenissen verheffen geweldig de beproefde getrouwigheyd van eenen Che-lonis, die haer verdrevene Man Gleombrotus naging, g( en van Hipsicre^a, die haer Gemael Mithridates in ei den strijd, en in sijn vlugt volgde; dus moet gy st ondertrouwde Bruyd van Christus alles gewillig om sijnen t\'willen afslaen, dat tegen sijne liefde soude strijden; daer toe wekte de Koning Jesus sijn Bruyd v op, Psalm 45:11, 12. Hoort, o dochter, ende siet, ende neygt uwe oore; ende vergeet u volk, ende uwes Vaders huys. Soo sal de Koning lust hebben aen uwe schoonheyd; dewijle hy uwe Heere is, soo buygt u voor hem neder. Immers dat is het levrey van de Koninklijke Bruyd van Christus, Matth. 10: 37. Die vader of moeder lief heeft boven my, en is mijns niet weerdig; ende die soone ofte dochter lief heeft boven my, en is mijns niet weerdig. De sulke dede Christus een rijke belofte. Matth. 19: 28. Voorwaer ik segge u, dat gy die my gevolgt sijt, in de wedergeboorte, wanneer de Soone des menschen sal geseten sijn op den troon sijner heerlijkheyd, dat gy ook suit sitten op twaelf throonen, oordeelende de twaelf geslagten Israëls. Soekt uw Siel-bruydegom hertelijk lief te hebben; doet als de Bruyd, die aen haeren lieven Bruydegom haere uytnemende liefde wilde geven. Hoogl. 7:12. Immers al had gy een zee vol liefde jegens Jesus, die noyt konde droog-loopen; nog soud gy te weynig liefde aen dien overschoonen

-ocr page 129-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

421

Immanuël besteden. Hebt hem lief met een liefde van aenldeving; een liefhebbende Vrouw hangt haer Man seer sterk aen, maelt geduurig met haer ge-dagten op hem, is seer geern in sijn tegenwoordig-heyd, en gaet met haer liefde-uytgangen, geduurig lot hem uyt; even soo een Egt-genoot van dese groote Hemel-vorst hangt hem vuyriglijk aen. Psalm 63 : 9. Mijne siele kleeft u achter aen. Verlustigt u selven geduurig in de beschouwinge van sijn schoonheyd en beminnelijkheyd; \'t is immers soet Christi agter-ste deeien te beschouwen; wat soetigheyd is dan niet in sijn aengesigt te aenschouwen ? en daerom al waer Christus is, de schat uwer siele, laet daer u herte Wesen; laet hy geduurig het voorwerp van uwe overdenkinge wesen. Psalm 139: 17,18. Daeromme, hoe kostelijk sijn my, ó God uwe gedagten! hoe magtig veele sijn haere sommen! Soude ikse tellen? haerder is meer, ais des sands; worde ik wakker, soo ben ik nog by u. Gewennet u aen hem, om in sijn nabyheyd veel te verkeeren; met hem te wandelen, t\'samenspraek met hem te houden, en hem soo gemeynsaem in de weg der gerechtigheyd en des geloofs te ontmoeten; dat was de betrachtinge van Asaph in den 73 Psalm vs. 28. seggende, maer my aengaende hel is my goed na by God te wesen. Laeten uwe suyverste genegentheden gestadig na hem uytgaen, dat u herte geduurig als in een vuyr-vlamme van brandende liefde staet, dat gy met de Bruyd kond seggen, Hoogl. 2: 5. Ondersteunt gylieden ray met de flesschen, versterkt my met de appelen; want ik ben krank van liefde. Bemint u Siele-vriend met een liefde van verlangen, dat gy met David kond seggen uyt den Psalm 42; 2, 3. Gelijk een hert schreeuwt na de waterstroomen, alsoo schreeuwt

-ocr page 130-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

m

mijne siele tot u, ö God. Mijne siele dorstet na God, na den levendigen God; wanneer sal ik ingaen, ende voor Gods aengesigte verschijnen? En Psalm 63: 2. 0 God, gy sijt mijn God, ik soeke u in den dage-raed, mijne siele dorstet na u, mijn vleesch verlangt na u; in een land, dor, ende mat, sender water. Gaet uw Siel-bruydegom van u weg, trekt hy de gevoelige invloed sijner genade in, schreyd hem als agter na, en sugt om sijn voorgaende gunstige tegen-woordigheyd, en segt met David, verheft gy Heere Jesu over my het licht uwes aanschijns. Psalm A: 7. Hebt hem lief, met een liefde van genoegen; toont dat gy met hem en sijn gemeynschap ten vollen te vrede sijt, en rust in hem als in het voorwerp van u hoogste blijdschap; soo wonderlijk was de Bruyd met haer beminnens-weerdige Bruydegom opgenomen, datse seggen konde, Hoogl. 2: 3. Als een appelboom onder de boomen des wouds, soo is mijn Liefste onder de soonen; ik hebbe grooten lust in sijne schaduwe, ende sitter onder ; ende sijne vrugt is mijne gehemelte soete. Bemint hem met een liefde van welwillentheyd, dat gy in alles uwe beminnelijken Bruydegom Christus soekt te behagen; een recht-aerdige Vrouw soekt over al haer Man in te believen, 1 Cor. 7 : 34. Die getrouwt is, bekommert haer, hoe sy den Man sal behagen; sy schikt haer na sijn sin op, om in sijn oog soo veel te bevalliger te sijn; sy wagt haer te doen, \'t geen hem reden van ongenoegen souw geven, en doet dat gene sy denkt m sijn sin te sijn, en bequaem om sijn liefde- t\'haer-waerts nog meer te ontsteken; sy bereyd hem spijs en drank, daer hy het meeste smaek in vind, en onthaelt hem op het kostelijkste datse heeft; Cleopatra tracteerde haer Minnaer Antonius op een van

-ocr page 131-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 123

haer dierbaerste peerlen, en gaf hem die te drinken, schoon die op twee hondert en vijftig duysent kroo-nen wierd geschat; soekt even soo u Bruydegom in alles welbehagelijk te sijn, en als van sijn wenk af te hangen; tragt u meer en meer voor u Bruydegom op te eieren; pronkt het overspeelig hert van een natuurlijk mensch haer voor haer selve, en voor de wereld op; verciert sig dat dan eens met wijs-heyd van natuurlijke dingen, of met een gantsch t\'samengestel van Goddelijke Waerheden, sonder de levendigmaekende kragt, of met burgerlijke gerech-tigheyd en uyterlijke deugden: dost dat haer uyt met veele Godsdienstige pliglen sonder geest en leven; ciert gy u voor u Siel-bruydegom op met inwendige schoonheyd; tragt u voor hem uyt te dossen met het pronk-cieraed van een geheyligde wijsheyd om de veelvuldige wijsheyd Gods meerder na te speuren, en dieper in het cabinet van sijn verborgentheden in te dringen, en door een suyverder oordeel het goede van het quaede beter te onderscheyden; pronkt u voor hem op met hel pronk-cieraed van nederig-heyd en ootmoedigheyd, van dien gebrokene en ver-slagene geest; Psalm 51 : 19. De offerhanden Gods sijn een gebroken geest; een gebroken ende verslagen herte en suit gy, ó God, niet veragten. Doet aen het cierkleed des geloofs. soekt dat geduurig te oefenen; ciert u op met het pronk-kleed van allerhande Christelijke deugden, om het herte van u Hemel-bruydegom nog meer wTeg te steelen. Hoogl. 4:9. Gy hebt my het herte genomen, mijne Suster, ó Bruyd; gy hebt my het herte genomen, met eene van uwe oogen, met een keten van uwen hals. En Gap. 7:1. Hoe schoon sijn uwe gangen in de schoenen, gy Princen dochter! de omdraeyingen uwer heupen, sijn als

-ocr page 132-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

124

kostelijke ketens, sijnde het werk van de handen eenes konstenaers. Maekt dat Christus sig niet genoeg kan vermaeken in u aen te schouwen, soo heerlijk uyt-gedost met uwe cierlijke kleederen; en dat de Koning als gebonden is op de galeryen; om aengenaem in sijne oogen te wesen, soo bekleed u met den verborgen mensche des herte, het onverderfelijk ver-«iersel eens sagtmoedigen en stillen geests, die kostelijk is voor God. 1 Pelr. 3: 4. Wagt u van yetstedoen, \'tgeen gy weet hem te mishagen; hoed u herte van moedwillige sonde, die hem smerte aendoen, en de oogen sijner heerlijkheyd verbitteren; even ais David, Psalm 18: 24. Ik was opregt by hem, ende ik wag-tede my voor mijne ongerechtigheyd. Onthaelt hem met geestelijke iekkernyen; noodigt hem tot den hof uwer siele, om hem voor te setten de aengenaeme vrugten van u opregt geloove, brandende liefde en levendige hoope; geeft hem specerye wijn te drinken, «n het sap van uwe granaet-appelen; gelijk de begeerte van de Bruyd was, als sy hem in haer moeders huys soude hebben gebragt, Hoogl. 8:2. . Ik soude u leyden, ik soud\' u brengen in mij nes moeders buys, gy soud my leeren; ik soude u van specerye wijn te drinken geven, ende van het sap van mijne granaet-appelen. Laet u herte beset werden met een heylige vreese voor u ondertrouwde Man; Paulus segt, Ephes. 5: 3. De Vrouwe sie dat sy den Man vreese. Koninginnen selfs hebben een diep ontsag voor haer Getnaelen, tot wien sy niet naderen als met een hooge eerbiedigheyd; Bathseba hoe eerbiedig-was sy niet,, als sy tot David haer Man inging, sy neygde haer hooit, en boog haer neder voor den Koning, en bleef als een ootmoedige suppliant staen, tot dat de Koning haer vryheyd gaf te spreken, met

-ocr page 133-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

haer te vragen wat is u? en die daer op doe soo eerbiedig antwoorde, mijn Heer gy hebt uwe dienst-

maegt by den Heere uwen God gesworen.....Hoe

bekommert en bevende stond Esther niet in den voorhof, die tot haer Man de Koning niet dorste naderen, voor dat hy haer de goude Schepter had toegereykt, Esther 5: 1, 2. Wat past het u dan niet veel meer, geringen aerdworm, voor desen uwen ondertrouwden Man met een heylige vreese aenge-daen le wesen, dewijl hy is de Heere der heyrschae-ren, en de God des gantschen aerdbodems; ais gy dan voor hem verschijnt, smelt dan als weg voor de glans van Gods hoogheyd; daer toe wekte David de geloovigen op in den 2 Psalm vs. 11. Dient den Heere met vreese, ende verheugt u met bevinge. Met wat diepen indruk van Gods ontsagchelijke Ma-jesteyt, en beseffen van eyge onweerdigheyd en nie-tigheyd, sprak Abraham niet al bevende God aen, Gen. 18: 27. Siet dog ik hebbe my onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en assche ben ; met wat heylige eerbiedigheyd voor Gods hoogheyd was het gemoed van den Tollenaer niet beset, als hy, met een heylige neerslagtigheyd en schaamte bekleed, ook selfs sijn oogen niet dorst opheffen na den hemel, maer op sijn borst sloeg, seggende, ó God sijt my sondaer genadig, Luc. 18: 13. Vreest en sijt bekommert om uwen heyligen Bruydegom door sonden niet tot toorn te verwekken; wapent u met sijn vreese, als de Satan en de sonden op haer luymen leggen om uwe siele te verstrikken, en van de liefde van uwen beminnelijken Bruydegom te vervreemden, en wijst daer mede alle lief koosingen des werelds af, gelijk dien vroomen jongeling Joseph, die met de vreese Gods gewapent, onbeweegelijk als

4S25

-ocr page 134-

126 VAN DE NAUWE VEREENIGING .

een steenrotse in \'t midde van de baeren slont, als de onluglige Vrouwe van Potiphar hem met haer hoeragtige vleyerye aenviel, om hem tol onkuysheyd te brengen, seggende, hoe soude ik dan dit een groot quaed doen, en sondigen tegen God? Gen. 39: 9. Vreest de oogen sijner heerlijkheyd te verbitteren niet alleen in de tegenwoordigheyd der menschen, maer ook daer buyten, en verbeeld u selven altijd, dat gy staet voor de alsiende oogen van u hemelsche Bruydegom; laet met Job het verderf Gods u een schrik wesen, en vermag niet tegen hem te sondigen van wegen sijne hoogheyd. Job 31; 23. Bewijst aen u Man ook gehoorsaemheyd; Vrouwen sijn haefe Mannen onderdaenigheyd schuldig. Ephes. 5: 22. Gy Vrouwen weest uwe eygene Mannen onderdaenig; hoe veel te meer sijt gy dan ondertrouwde Bruyd van Christus niet verpligt u selve sijn geboden te onderwerpen, en u eyge wille te vermeesteren om die onder sijn wille te stellen; daer hel wel gael in een Houwelijk, daer heeft de Vrouwe haer wille gesmolten in de wille haers Mans, en maekt dat hy geern in sijn buys by haer is, om dat hy daer meester wesen mag; anders daer des Wijfs wille die van haer Man vermeestert, daer is de Man selde t\'huys, maer dat huys valt hem soo verdrietig, als een plaets van een geslaedig druypen; laet alsoo de wille van Christus in u alleen leven, en laet die al u daeden bestieren en gebieden; soo sal Christus geern in u siele als in sijn buys blyven, en u met sijn genadige tegenwoordigheyd vertroosten; hoe troostrijk was niet de belofte van Christus, Joh. 14: 23. Soo yemant my lief heeft, die sal mijn woord bewaeren; ende mijn Vader sal hem lief hebben, ende wy sullen tot hem komen, ende sullen wooninge by hem maeken.

-ocr page 135-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 127

Gy suit daer by een dubbelde winst doen; gy suit een boose wille verwisselen voor een goede wille, en gy suit hem en sijn genegentheyd winnen en opwekken, die u alleen gelukkig maeken kan. Blijft ook u ondertrouwde Man getrouw, en houd hem alleen voor u Man; een kuyse Vrouwe bewaert de Egte-liefde van het Houwelijks-bedde alleen voor haer Man, sonder die met anderen te deelen; de geschiedenissen roemen seer de kuyse lielde van sommige Vrouwen, die liever de dood hebben verkoren, dan toe te laeten de schending van haer Houwelijks-trouw, of op een schrikkelijke wijse sig van haer verkragters hebben gewroken; O Christenen, laet Christus al uwe Houwelijks-liefde hebben sonder die te deylen of halveren; swerft heen onder wat boelen dat gy wilt, u siele sal niet gerust slaepen, dan in u Egt-minnaers schoot; bewaert dan u siele voor uw Siel-bruydegom reyn, sonder andere boelen nog na te wandelen, of yets boven en benevens Christus lief te hebben; speelt de hoer niet met u selfs-liefde ontrent de ledig-Ioopende fonteyne, en gebrokene bakken van schepselen; laet uw liefde nietopdejagt gaen, maer toont, dat in u bewaerheyd werd de taele des Heeren, Hos. 3:3. Gy en en suit niet hoereren ; nog eenen anderen manne geworden. Soo getrouw kleefde de Kerk haer Bruydegom aen. Psalm 44: 18—22. Dit alles is ons overgekomen, nogtans en hebben wy uwer niet vergeten, nogte valschelijk gehandelt tegen u verbond. Ons herte en is niet agterwaerts gekeert, nog onse gang geweken van u pad. Hoewel gy ons verplettert hebt in eene plaetse der draeken, ende ons met eene doods schaduwe bedekt hebt. Soo wy den naem onses Gods hadden vergeten, ende onse handen tot eenen vreemden God

-ocr page 136-

1 ■ ■ ■-

■128 VAN DE NAUWE VEREENIGING

uytgebreyd; Sonde God sulks niet ondersoeken? want hy weet de verborgenlheden des herten. Ach dat gy, t\'sedert hy u de Houwelijks-kus heeft gegeven, soo oneens wierd met andere Minnaers of partuure voor uwe siel, dat gy \'er van dagt, gelijk een rey-siger van een dronk-waters, \'t welk geen deel van sijn schat is, maer hy gaet heen met des selfs ge-bruyk. Drinkt dan geen water dan uyt u eyge bornput, vreemde pulten sijn vergift; vleyen u oude boelen u listelijk om u hert en innige liefde, denkt aen u Houwelijks-belofte, waer door gy alle andere vreemde liefde des werelds, des Satans en des vleescbes hebt afgesworen, en segt, gy komt al te laet, braverende en bedriegelijke wereld, ik heb my al aen een ander verlooft, namelijk aen Christus, dien noyt genoeg verwonderde en beminde Bruydegom, en het Ilouwelijks-verdrag is met Jesus al ondergeschreven, wien ik getrouw moet sijn; ik heb mijn mond tot mijn weerde Bruydegom opgedaen, en daerom ik kani het niet te rug haelen; vallen sy u hart en moeye-lijk, leveren sy u nieuwe aenvallen met haere bespot-tinge, lasteringe, bedreyginge en vervolginge, soekt de versche revieren dan gelijk te wesen, die haer soete smaek houden in de soute see; klaagt het aen uwe liefdragende Man, stelt hem voor het gevaer, waer in u siele is gekomen door de versoekinge van uwe oude Medevryers; smeekt hem om sijn verster-: kende genade, dat gy meugt staende blijven in desen dag der aenvegtinge, en weest verseekert, dat dese mededogende Bruydegom u aengesigt sal aennemen, dat hy u sal raed geven, hoe gy u tegens dese aan-soekingen van u oude boelen moet dragen; by sal u openbaeren de listen uwer vyanden, en leeren hoe gy die moet verydelen, en sal u maeken meer ais

-ocr page 137-

s

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 129

overwinnaer door hem, die u heeft lief gehad. Rom. 8: 37. Wilt ook suur en soet gewillig met uw heyl-rijke Bruydegom uytstaen; de oude geschie-lenissen setten seer hoog op verscheyde Vrouwen, lie haere getrouwigheyd in de uyterste nood ontrent laere Mannen dede blijken; den beroemde Hr. Heienbroek haelt in sijn 4 deel over Jesaias, pag. 451. uyt de oudheyd op eene Triate, die haeren Man .ucius Vitellius in het heetste van den strijd te hulp juam, en haer leven in haer hand nam; de Huys-ïrouw van een seekere Gonsales, en de Vrouwen \'an de Minyae binnen Lacedemonien, die door een iefde-vond haere Mannen, door middel van de ver-visseling haerer kleederen, uyt hunne gevankenisse erlosten, en daer selfs in bleven; nevens eene Portia, lie haer Man Brutus, eene Paulina, die haeren Man leneca in de dood volgden; de Huysvrouw van de toning Admetus, die door haer eyge dood het leven ■an haer Man vrykogt; O soo groot moet ook u iefde, gunstgenooten Gods, wesen jegens u Siel-bruy-legom; gy moet. hem volgen soo\'\' wel als hy met loornen gekroond werd, dan als hy met een lauwe-ier krans van heerlijkheyd op sijn hoofd werd ge-et; laet dan nog felle dreygementen, nog schimp, log laster, nog roeden, nog banden, nog sweer-en, nog vlammen uw Helde jegens uwen weer-aioosen Bruydegom in het minste verdooven of lytblussen; ó gy moet u leven niet lief hebben tot e dood toe; van sulk een sterke liefde ging de iruyd swanger, Jloogl. 8: 6, 7. Set my als een egel op u herte, als een segel op uwen arm; want liefde is sterk, als de dood; de yver is hart als et graf; haere kooien sijn vuurige kooien, vlammen es Heeren. Veele wateren en souden dese liefde

ant dat

\'en, ure ■ey-van

ge-yge ude nkt ere hes ra-len oyt het en, tot Lan

fe-ot-ikt ler len er, an

3r-

icn ise ;n, n-sal ,oe

JiS

9

-ocr page 138-

430 VAN DE NAUWE VEREENIGING

niet konnen uytblusschen; ja de rivieren en soudenst niet verdrinken; al gave yemanl al het goed van sijn huys voor dese Helde, men soude hem t\'eenemae veraglen. Soo lief had dien vermaerden Schotsen Leeraer Samuel Rhelorfort sijnen beminnelijken Bruy-degom, dal hy betuygde ter liefde van Jesus niet alleen gereed te wesen door een zee van uytwendigf swaerigheden te willen swemmen, maer selfs te willen gaen door den poel van vuyr en sulpher, als h\\ maer van Jesus selfs beseten mogt werden, en ondei de lommer van sijn verkoelende en verquikkench genade mogt sitten. Al de handelingen en daeder van Christus neemt die wel op; houd hem noy verdagt van lieldeloosheyd, als hy juyst altijd u ver soek en gebed niet schijnt in te willigen; ó denk Christen-siele, dat hy best weet, wat u noodig is, ei dat alle sijne wegen, sijn getrouwigheyd. Sijt gy ii nood, klaegt het u Siel-bruydegom, even als eei Vrouw in swaerigheyd het haer Man klaegt; stor soo uw klagten uyt voor sijn aengesigte, als Hanna 1 Sam. 1:15. Hanna antwoorde ende seyde, nee; mijn Heere, ik ben een vrouwe beswaert van geeste ik en hebbe nog wijn nog sterken drank gedronken maer ik hebbe mijn siele uytgegoten voor \'t aengesigt des Heeren. En de Kerk. Jes. 26: 16. Heere, in be nauwtheyd hebben sy u besogt; sy hebben haer still gebed uytgestort, als uwe tugtinge over hen was Vraegt u Hemel-bruydegom in alle uwe ongelegent heden om raed, als de wijste Raedsman. Ps. 119 : % Ook sijn uwe getuygenissen mijne vermaekingen ende mijne raedslieden. Beveeld al uwe saeken ae de wijse bestieringe van u Bruydegom; werpt all uv/e sorge op hem, vertrouwende, dat hy het wf sal maeken. Psalm 37; 5. Wentelt uwen weg o

-ocr page 139-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 131

den Heere, ende vertrouwt op hem, hy sal het maeken. Weest met sijn leydinge- te vrede, door wat weg hy u tot hem in sijn wooning; daer boven wil overbrengen; op wat wijse hy u siele wil bewerken; met wat mate van genade hy u wil overstorten, en met wat voor lichaemelijke weldaeden hy u wil begunstigen, sonder te murmureeren, of misnoegt op hem te werden over het weynig genot des sells; word ook niet mismoedig als Christus u Siel-bruy-degom soo dikwils u met sijn gevoelige tegenwoor-digheyd niet komt besoeken, als gy het we! wenschen soud; de pleysteringen van een Reysiger vallen kort, en sijnen weg valt lang; de Heere heeft sijn wijse redenen, waerom hy op de weg en reyse na den hemel u soo weynig met sijn gevoelige genade be-soekt; gy soud op dese volheyd en satheyd mogelijk daer van walgen, en daerom moet gy te vrede wesen met dese wissel-beurten van het gaen en komen uwes Bruydegoms, en met de korte maeltijden van sijn geestelijke kussingen, van sijn siel-verquikkende wijn, en van de gevoelige vervoeringen sijner vereeniging, en met de lange en moeyelijke reyse na het hemels Bruyloft-feest; mogelijk hebt gy ook u siele niet behoorlijk bereyd en het bedde der liefde voor hem gespreyd tegen sijn vriendelijk besoek en aenkomst; gy houdt dikwils sijn liefde verdagt, om dat hy u niet soo gevoelig besoekt; daer gy sijn liefde t\'uwaerts soo wel moet gelooven, en u selven daer in gerust stellen, als gyse niet en gevoelt, als dat gyse gevoelt, dewijl wy hier moeten wandelen door geloove, en niet door aenschouwen. 2 Cor. 5:7. En dat de grootste eygenschap van het geloove is te gelooven \'t geen wy niet en gevoelen; hy had mogelijk ver-wagt dat u geloove door de oude verseekeringen van

w

-ocr page 140-

i32 VAN DE NAUWE VEREENIGING

sijn liefde t\'uwaerls in die soete besoekingen en naderingen uwes Bruydegoms soo souw bevestigt sijn geworden, dat gy soo dra geen lielde-teekenen en nieuwe smaek sijner genade soud van nooden gehad hebben; gy sijt ook mogelijk maer kinderkens in Christus; men geelt nu selden veel wijn aen kinderkens, om dat die haer te kragtig is; Christus heeft u door sijn Geest herschaepen, kent u gebouw, en \'t geen met u ouderdom in genade best overeenkomt, en wil u do vreugde sijnes Geestes geven, na dat gy die dragen kond, en na dat die gevoelige vertroostingen u siele kennen heyligen, kleynder en nederiger voor God konnen maeken, en dankbaerder aen hem u Sielen-vriend; de Heere wil eerst hebben dat gy in het weynige getrouw sijt, eer dat by u wat grooters toebetrouwt; bedenkt eyndelijk, dat de Heere de gevoeligste verrukkingen, en de troost-rijkste besoekinge gemeenlijk vergunt aen die gene, die hy de grootste verdrukkingen toesent, om de siel in gelijk gewigt te houden, dat sy nog door tegenhe-den, nog door vertroostingen tot sorgeloosheyd of opgeblasentheyd te veel nederwegen.

6. Sijt gy ondertrouwt met desen grooten Im-manuël, soekt u selven dan altijd, verhevene Bruyd van Koning Jesus, weerdig u hooge staet en segenrijk Kouwelijk te dragen, en omsigtig besorgt te wesen voor uwe waerdigheyd, een Konings Bruyd en Vrouw houd haer na haer staet, en kan \'er beswaerlijk toekomen, om haer daer in te verkleynen; gy sijt des Konings Bruyd, en daer door de Dochter van den eeuwigen Hemelkoning; toont dan ook een hooger hart te hebben dan andere menschen, die nog aen de Wet sijn ondertrouwt, en andere boelen nahoe-reren, en laet u gemoed haer verheffen in uwe Siel-

-ocr page 141-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 133

bruydegom; Soude een Man, als ik vlieden, was de kloekmoedige tael van den dappere Nehemias, Gap. 6: 11. Soo bloohertig mogt een gemeen Israëlijt sijn, maer die paste geensins sulk een Held en Vorst als Nehemias; Bruyd van Koning Jesus soud gy u niet grootmoediger toonen als andere? Soud gy soo laeg kruypen als Belials kinderen, die aen de wereld en de Satan sijn verhouwelij kt? Schuwt dan sorg-vuldig de sonde als de pest, als u hooge staet minst passende; een Heyden wist te seggen, in maxima l\'ortuna minima licentia, by de hoogste voorspoed voegt de minste ongebondentheyd; waerom Seneca seyde, dat magna fortuna magna servitus, groot geluk groote dienstbaerheyd was; aan een Man van staet schreef die Wijsgeer, veele dingen sijn u niet geoorloft, die geringe lieden hier of daer in eenen hoek verschoven leggende, vry staen. Immers die boven andere hoog-opgetrokken sijn, loopen meer dan andere in \'t oog; alle oogen sien op de Koning, die soo weynig verholen kan blijven als de albestraelende son; soo is de minste vlek in een wit kleed aenstonts kenbaer; dewijl gy soo hoog uyt het stof sijt opgekropen, en tot een Koninginne van Koning Jesus door sijn ondertrouw met hem sijt gemaekt, soo is bysonder Gods oog op u geslagen, nevens de oogen sijner Engelen en sijner kinderen, en een groote wolke van getuygen, die rontomme u is leggende; en des wegens sijn uwe sonden dies te sigbaerder en te swaerder. Spreuk. 25: 26. De rechtveerdige wankelende voor het aengesigte des godloosen is een beroerde fonteyn en bedorven sprink-ader; want be-halven dat gy dan maekt, dat de godloose Gods naeme en hel werk van sijn Geest lastert, soo beklad gy uwe siele met een smette van snoode ondank-

-ocr page 142-

134 VAN DE NAUWE VEREENIGING

baerheyd legen uw beminnelijke Bruydegom, die u tot sulk een hernelsche luyster heelt opgetrokken; wat waert gy dog buy ten dese ondertrouw met Christus? anders niet als een arme aerdworm, nietig stof en assche, in het stof kruypende, die voor het gehlaes van Gods adem in een oogenblik soud moeten verstuyven; over wiens gantsche siele sig een groote mismaektheyd had gespreyd: die ontciertwas door geestelijke dwaesheyd en onkunde van. Jesu siel-versaedigende gemeynschap, beswaddert met on-geloove, verrot van eyge-liefde, om haer eVge netten te rooken, ja slinkende door vuyle lusten en begeerlijkheden; en dal nog meer is, buyten dit hernelsch aensoek van desen Heyl-bruydegom slont gy onder een rampsalig Kouwelijk met de Wet en de Salan, die over u hart en streng heerschte; daer hy u nu soo vertrapt vond, gewentelt in uwen bloede, soo walgelijk en mismaekt, sonder de minste schoonheyd, en evenwel uil een suyvere liefde door een genadig Houwelijks-verbond sig aen u heeft verlooft, dal ver-eyscht immers in u schuldige dankbaerheyd; kon den groote Ahasueros een onvermaerde Esther, of Evil-merodach den gevangene Jojachin, of Pharao Joseph soo hoog uyl het slof opheffen als Christus sijnBruyd verheft uyt de banden van dat rampsalig Houwelijk met de Wet? wel souw het u dan passen koninklijke Bruyd dese oneyndige goedbeyd sooondankbaerlijk te beantwoorden met de oogen sijner heerlijkheyd te verbitteren; was dal niel te sondigen tegen de hoogste genade en goedbeyd, als of gy de genade, was het mogelijk, tol gramschap wilde tergen? Leeft verloochent en afgespeent van de dingen deser wereld. Magnam forlunam magnus animus decet, by een groote stael past een groot gemoied; het was groolhertig

-ocr page 143-

DER GELOOVIGËN MET CHRISTUS. d35

geantwoord van dien grooten Vellheer Themistocles, als yemant wilde, dat hy souw opraepen de buyt van sijnen verslagenen vyand, neemt gy dat op, gy sijt Themistocles niet; wapent u ook Bruyd van Christus met dese gedagten, u past niet gerings; desen leeraen Afgod, de wereld is maer voor bastaerden, daer gy wettig geboorene kinderen sijt, ja sijn egte Bruyd; wel soud gy dan soo kinderlijk, soo laeg van geest wesen, dat gy u daer aen soud vergaepen; soud gy dan niet dwaeser en onsinniger wesen als een groot en wijs Koning, die sig ging vermaeken met het poppen-goed van bedelaers-kinderen 7 Laeten die wereltse menschen hen ophouden met de begeerlijkheden der oogen, de begeerlijkheden des vleesches en de grootsheyd des levens, om die gretig te soeken, en daer in te eyndigen, maer dit past u niet Egtge-noot van Koning Jesus; laet aerdsgesinde menschen die leuren opnemen, dewijl sy lieden van dese wereld sijn, welker deel in dit leven is; dat is niet vreemd; sy kennen dog geen beter goed; de God deser eeuwe heeft hunne sinnen verblind, als eenen andere Nahas, laetende hen het slinker oog houden, maer hun rechter oog steekt hy uyt, dat sy geen dierbaerder goederen in \'t oog hebben, maer in het beseffen van degeluk-saligheyd van dit segenrijk Kouwelijk steekeblind blijven; ó het is dese noyt gegeven te smaeken de goederen van dit verborgen Houwelijk, en de vriendelijke kussen en omhelsinge van desen Siel-brüyde-gom; en geen wonder dat sy hen dan met swijnen-draf v^n de wereld genoegen; het is dese noyt gegeven te weyden op die suyvere en onvermengde vermaeke-lijkheden van dit gesegent Houwelijk, die een ondertrouwde siele kan doen singen in \'t midden van een stortregen van somervlaegen van swaerigheden; geen

-ocr page 144-

■136 v VAN DE NAUWE VEREENIGING

wonder dan, dat sy sig met asse voeden, en haeren buyk met de oosten-wind vervullen; maer sulk een wroeten in de aerde voegt u niet koninklijke Bruyd; gy sijt \'er al te groot en al te edelmoedig toe, met een princelijke geest beschonken, als dat gy ugroot-hertig hert van yets hier beneden soud laeten be-sitten en beheerschen; u goed en capitael is niet onder het dak van dese sigtbaere hemelen; ó de ondermaenige dingen sijn al te laeg voor sulk een Juysterijke Bruyd als gy sijt, uyt Goddelijke saede gebooren; die konnen u het duysenste deel van soo veel goeds niet geven, als gy door Gods gunste aireede hebt verworven; gy sijt tot een Vorstin in het rijk van uw Bruydegom verheven; soud gy dan u kroon besoetelen of wegwerpen om het onseker en raee-nigmael sondig genot van vergankelijke en geringe dingen? soud gy soo walgen van het hemels banquet van u Siel-bruydegom, dat gy liever met swijnen-draf u souw laelen voeden? en wilt soo u selven niet vergeten, en verkleynt, nog doet soo u edele siele te kort, dat gy met de vervloekte slange in het stol\' soud kruypen; neen behertigt hoogere dingen, dewijl gy van een hooger afkomst door dese ondertrouw sijt geworden; hoe nader de vogelen haer nest by den hemel maeken, hoe minder sy van de benedenste dingen versameien, Matth. 6 : 26. Den arent, de koning der vogelen, vangt geen vliegen, was het oud spreekwoord. Gelukkige Egtgenoot van Koning Jesus, die soo veel nader sijt gekomen aen den hemel, alwaer u Houwelijk sal voltrokken werden; soekt u geen groote dingen hier beneden, en swoegt het al-derminst om het aerdsche; laet vry de vettigheden der aerde voor een Esau, een aerdworm, die sijn herte aen dese aerde vast gemaekt heeft, en leeft als Jacob

-ocr page 145-

DER GELOOYIGEN MET CHRISTUS. 137

liever1 by den dauw des hemelsch, by de genade van u Siele-vriend, welke het her te versterkt; verheft gestadig uwe siele op de vlerken van hemelsche be-geertens na de onmiddelijke gemeenschap van u Brny-degom boven de wereld, stelt uwe wandel in den hemel, Phil. 3: 20. volgt na het voetspoor van de Kerk, verbeeld onder een Yrouwe, die met desonne was bekleed, en met een kroone van twaelf sterren was verciert, welke grootmoedig de maen, dat is al het ondermaensche, nog ongestadiger als de maen, onder haer voeten trad. Openb. 12: 1. Alexander, als hy de Persianen souw beoorlogen, deelde al sijn goederen aen sijn vrienden om, en behield voor sig de hoope van beter goederen; soekt dan den hemel, die stadt die fondamenten heeft, welke konstenaer en bouwmeester God is. Hebr. 11 :10. Voert een hemelsche spraek, overeenkomende met uwe voortreffelijke staet; Salomon segt Spreuk. 17 : 7. Een voortreffelijke lippe past eenen dwaesen niet, veel min eenen Prince een leugenagtige lippe; spreekt ook soo de taele Canaans. Ephes. 4: 29. Geen vuyle reden en ga uyt uwen mond; maer soo daer eenige goede reden is tot nuttige stigtinge, op dat sy genade geve dien diese hooren. Spreekt altoos niet tot verhelfinge van de wereld en van de aerdsche ydelheyd, maer liever van yets groots, van heerlijke en vorstelijke dingen, die u staet voegen; gewaegt veel van de beminne-lijkheyd van u Siel-bruydegom, van sijn groote rijkdom, en van de voltrekkinge van u ondertrouw in het hemelsche palieys. Verkiest aensienelijk geselschap; gelijk soekt sijns gelijken. Vorsten verkeeren met geen bedelaeren of slaeven, maer met Princen en Graven of lieden van staet; Alexander wilde niet spelen als met Konings-soons; Bruyd van Vorst

-ocr page 146-

138 VAN DE NAUWE VEREENIGING

Immanuël verkeert niet gemeensaem buyten noodsaeke by godloose menschen; want haer omrnegang is ge-vaerlijk, de Salan spreyd daer sijn netten; sy sijn beneden u weerdigheyd, als Paulus segt van sommige Heylige. Hebr. H : 38. Welker de wereld niet weerdig en quot;was. Siet dan toe, dat gy met genadeloose menschen niet te gemeynsaem omgaet tot verkleyning van u hooge staet. 2 Cor. 0: 17. Gaat uyt het midden van haer, ende scheydet u af, segt de Heere, ende en raekt niet aen het gene onreyn is, ende ik sal ulieden aennemen. Gaet liever om met de heylige der hooge plaetse; met sijn vrienden, vereenigt u met hen, en leeft in onderlinge vriendschap en liefde t\'samen, lot onderlinge stigtinge; die sijn. als gy van een hoogen adeldom, als David, Psalm 16; 3. Maer tot de heylige, die op der aerden sijn, ende de heerlijke, in dewelke al mijn lust is. Houd u op met hooge gedagten, u koninklijke Bruyd-staet weerdig; sweeft met uwe overdenkinge om hoog na dingen van de andere wereld, die onsieneiijk en die eeuwig sijn. 2 Cor. k\\ 18. Dewijle wy niet en aenmerken de dingen die men siet, maer de dingen die men niet en siet. Want de dingen die. men siet sijn tijdelijk, maer de dingen die men niet en siet sijn eeuwig. Klimt soo met Moses geduurig met vermaek als op den berg Nebo, om van verre te beschouwen de siels-verrukkens-magtige omhelsinge en streelinge van uwen lieven Hemel-bruydegom, en weyd veel met uwe overdenkingen door de ruyme saelen des hemels, als dat heerlijk palleys, alwaer u bruyloft-feest met Christus sal geviert werden. Col. 3: 2. Bedenkt de dingen die boven sijn, niet die op de aerde sijn.

7. Tragt in het Houwelijk met Christus ook vrugt-baer te sijn, over het eerste Houwelijk sprak God

-ocr page 147-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

139

sijn segen, Gen. 1 : 28. Weest vrugtbaer, vermee-nigvuldigt en vervullet de aerde; geen min segen is uytgesproken over het Kouwelijk tusschen Christus en sijn Bruyd. Hoogi. 7 : 2. Uwen buyk is als een hoop larwe, rondom heset met lelien; soekt dan op allerhande wijse geestelijke kinderen te teelen. Draegt vrugten van goede werken, welke als geestelijke kinderen uyt het Kouwelijk met Christus voortkomen, die sonder toedoen van de Man Christus niet konnen voortgehragt werden; dat heluygde immers Christus. Joh. 15: 5. Ik ben de wijnstok, ende gy de ranken; die in my blijft, ende ik in hem, die draegt veel vrugt; want sonder my en kond gy niets doen. Ja vertoont een gelijkenisse na Christus en sijn beeld, als kinderen na haer Yader gelijken. Matth. 3: 8. Brengt dan vrugten voort der bekeerigen weerdig. Draegt vrugten in u gedagten, laeten die met we-sentlijke, met geestelijke en hemeische dingen vervult sijn, volgens de ernstige vermaeninge van Paulus, Phil. 4; 8. Toorts, broeders, al wat waeragtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtveerdig is, al watreyn is, al wat lieflijk is, al wat wel luyd, soo daer eenige deugd is, ende soo daer eenige lol\' is, dat selve bedenkt. Weest vrugtbaer in uwe woorden; laeten uwe woorden met sout besprengt sijn, datse genade en stigtinge geven konnen de gene, diese hooren; ja draegt Code u Man vrugten in uwen gantschen wandel, en vertoont de vrugten des Geestes, van Paulus opgetelt Gal. 5: 22. De vrugt des Geestes, is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheyd, goedertie-renheyd,. goedheyd, geloove, sagtmoedigheyd, maetig-heyd. Brengt dagelijks kinderen voort met andere te bekeeren; soo meenig een als gy door u god-vrugtig voorbeeld en godsaligen wandel wind, soo

-ocr page 148-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

meenig geestelijk kind baert gy voor Christus u Man; daer toe arbeyde Paulus soo Gal. 4; 19. Mijne kin-derkens, die ik wederom arbeyde te baeren, tot dat Christus een gestalte in u krijge. Daerom segt hy, 1 Cor. 4: 15. Al haddet gy tien duysent leermeesters in Christo, soo en hebt gy dog niet veele vaders. Want in Christo Jesu hebbe ik u door \'t Euange-. lium geteelt. Tragt gy ook soo andere tot sijn ge-meynschap te brengen; prijst haer degeluksaligheyd van dese ondertrouw aen; ontdekt hen de siels-ver-rukkens-magtige schoonheyd van Christus; Immers dat is een heerlijk werk. Jac. 5: 19, 20. Broeders, indien yemant onder u van de waerheyd is afge-dwaelt, ende hem yemant bekeert, die wete, dat de gene, die eenen sondaer van de dwaelinge sijnes wegs bekeert, sal een siele van den dood behouden, ende sal menigte der sonden bedekken.

8. Sijt gy hier met Christus ondertrouwt, bereyd u dan tegen de voltrekkinge van u Houwelijk in den hemel; tegen dat een Bruyd sal werden ingehaelt van haer Bruydegom, gaet sy haer bereyden en vercieren; het was van ouds de gewoonte, dat\'de Bruyds, om haer schoonheyd te vergrooten, en by de eerste Ilouwelijks-vereeniging hem bevalliger voor te komen, en sijn liefde-drift te sterker uyt te lokken, haer op die tijd op het alderkostelijkste oppronkte met allerhande cieraed van kleederen en juweelen; daerom vraegt ook de Heere, Jer. 2: 32. Vergeet ook eene jonkvrouwe haeres verciersels, ofte eene Bruyd haerer bindselen? Johannes ontleent daerom die gelijkenisse, als hy het nieuw Jerusalem sag ne-derdaelen, uit den hemel, dat het toebereyd was als een Bruyd, die haere Manne verciert is. Openb. 21; 2. Bereyd u dan tegen de komste uwes Bruy-

440

-ocr page 149-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 141

degom om u in sijn hemelsche wooninge in te voeren. Doet alles uyt de weg, dat u Bruydegom onaenge-naem is; legt af die oude, vuyle verscheurde vodden van sonden; als eens de Heere voor de oogen van al het volk op den Berg Sinai souw afkomen, wilde God, dat haer dat volk daer toe souw bereyden, en haere kleederen souden wasschen, Exod. 19: 10,\'H. Soo moet gij u ook van uwe onreynigheyd suyveren daer op sag Pauli vermaeni\'nge, 2 Tim. 2: 21. Indien dan yemant hem selven van desen reynigt, die sal een vat sijn ter eeren, geheyligt ende bequaem tot gebruyk des Heeren, tot alle goed werk toebereid. Gelijk gy u lampe als de wyse maegden met Olie van waere genade, van een waeragtig geloove, brandende liefde, levende hoope en ongeveynsde heyligheyd hebt voorsien, als gy dit Kouwelijk met Jesus hebt gesloten, soo moet gy die ontfangene genade niet ledig laeten leggen, als kleederen in de kasse, maer brengt die tot de oefening. Matlh. 24: 46. Salig is de dienstknegt, welken sijn heere komende sal vinden alsoo doende. Even als yemant die sijn cie-raed aendoet. Gen. 41: 14. Esth. 2: 13. Maekt veel werk van hem door de oogen des geloofs te )eschouwen; daer toe wierd de Bruyd opgewekt, Hoogl. 3: 11. Gaet uyt, ende aenschouwt, gy doch-teren Sions, den Koning Salomo, met de kroone daer mede hem sijne moeder kroonde op den dag sijner bruyloft, ende op den dag der vreugde sijnes herten. Weest altijd voor God met ootmoedigheyd bekleed, volgens de vermaeninge van Petrus, sijt met de ootmoedigheyd bekleed, want God wederstaet de hoo-veerdigen, maer de nedrige geeft hy genade. 1 Petr. 5:5, 6. Weest werksaem in Christus u liefde te )ewijsen. Bekleed u met heyligheyd als Job, Gap.

-ocr page 150-

442 VAN DE NAUWE VEREENIGING

29: 44. Ik beldeede my met gerechtigheyd, ende sy bekleede my; mijn oordeel was als een mantel, ende vorstelijke hoed. Dat was dat cieraed, \'t welk Josua wierd aengedaan, als hy voor het aengesigte des Engels stond met vuyle kleederen bekleed, Zach. 3: 3—5. Oefent u hoope; hegt dat anker hoe langer hoe vaster in Christus, en in den Hemel, alwaer u Bruydegom voor u als u voorlooper is ingegaen, en stelt de vervuliinge van sijn trouw-belolte n selve hoe langer hoe levendiger voor. Rom. 8: 24. In hoope sijn wy salig geworden. Weest overvloedig in allerhande Christelijke deugden, volgens de vermae-ninge van Paulus. 1 Tim. 4: 7. Oeffent u tot de godsaligheyd. Doet u werk af, \'tgeen God u gegeven heeft alhier te volbrengen, voor dat gy door de swarte Jordaene des doods suit seylen; laet niet een sonde of begeerlijkheyd ongedood, nog met een deugt ongedaen; wild goeddoende niet vertragen; ■want te sijner tijd suit gy maeyen, soo gy niet en verslapt. Gal. 6: 9. Tragt in staet te wesen om eyndelijk met Paulus dit triumph-lied te mogen opheffen uit. 2 Tim. 4: 7, 8. Ik hebbe den goeden strijd gestreden, ik hebbe den loop geeyndigt, ik hebbe het geloove behouden. Voorts, is my wegge-legt de kroone der rechtveerdigheyd; welke my de Heere, de rechtveerdige Rechter, in dien dag geven sal; ende niet alleen my, maer ook allen die sijne verschijninge lief gehad hebben. Maekt u reekening alle dagen met u Koninklijke Bruidegom effen; vernieuwt dagelijks u geloove; werpt u alle dagen neder op de verdiensten van Jesus, en vertrouwt hem het geheele werk van uwe saligheyd; Immers, de rechtveerdige sal door sijn geloove leven. Hab. 2: 4. Hervat geduurig uwe bekeeringe; betreurt, belijd dage-

-ocr page 151-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS,

lijks uwe sonden, sweert al\'uwe dagelijksche struyke-lingen; behertigt de opwekkinge van Petrus, Actor. 3: 19. Betert u dan, ende bekeert u, op dat uwe sonden mogen uytgewist worden; wanneer de tijden der verkoelinge sullen gekomen sijn, van \'t aengesigt des Heeren. Soekt gewillig gemaakt te werden tot sterven, om u Kouwelijk met dien grooten Plante van naetne in den hemel te voltrekken; de dood sal u ontbinden van alle die overblijfselen van die hoer-agtige liefde tot u doorgaende medevryers, van die dochteren Hets, ik meen de overgeblevene verdor-ventheden, die u beininnens-weerdigen Bruydegom soo veele smerte en bitterheyd aendoen; dat ver-Iiuysen uit de wereld sal u stellen in de onmidde-lijke omhelsinge van uwen overschoonen Immanuël; soud gy dan schoorvoetende sijn om die weg des doods te betreden, en niet veel eer met Paulus seggen, 2 Gor. 5: 4. Want ook wy, die in desen tabernakel sijn, sugten beswaert sijnde; nademael wy niet en willen ontkleed; maer overkleed worden, op dat het sterflijke van het leven verslonden worden.

9. Verlangt ook na u trouw-dag daer boven; hoe verlangt een verloofde Bruyd niet na de bruy-lofts-dag, waer op baer Kouwelijk werd voltrokken; send ook soo uwe watertandende en liefdesieke begeer-tens na de voltooyinge van u Kouwelijk na den hemel op, alwaer gy volmaekt sijn soete kussen suit genieten; laeten uwe nieren seer verlangen in uwen schoot na die tijd des Bruylofts, waer in gy met volle triumph in het hemels palleys suit ingehaelt werden; hebt gy geproeft en gesmaekt de oversoete omhelsingen van u Siel-bruydegom, hoe soud gy dan konnen nalaeten na sijn onmiddelijke Kouwelijks-gemeenschap te halsrijken, om te sijn aen de over-

143

-ocr page 152-

iM VAN DE NAUWE VEREENIGING

sijde van uwe swakke begeertens, daer gy voor eeuwig mogt versaedigt werden met de overklim-mende soetigheyd van sijn onvergelijkelijke liefde in die groote sael daerboven, vervaerdigt voor dese groote Hemelkoning en het Wijf des Lams; ontsteekt de smaek van vleeschelijke vermaekelijkheden meerder trek na de selve; souw het niet veel meer soo gaen met een verliefde siele, welkers piasieren, gelijk sy geestelijk sijn, soo behooren sy ook met ongelijk grooter vuyrigheyd des Geestes van haer te werden begeert; maekt u dan vleugelen, om tot uwen hertlieven en gesegenden Egtgenoot op te vliegen, en segt met de Bruyd, Iloogi. 8: 44 Komt haestelijk, mijn Liefste, ende weest gy gelijk een rhee, of gelijk een welp der herten op de bergen der speceryen. Als Sifera vertoefde weder te keeren uyt den strijd, drukte sijn Moeder haer. verlangen na sijn weder-komste dus uyt, waerom vertrekt sijn wagen te komen? waerom blijven de gangen sijner wagenen agter? Richt. 5: 28. Segt ook soo, koninklijke Bruyd van Christus, waerom vertrekt sijn Koninklijke koetswagen te komen, om my tot de Bruyloft-sael daer boven over te voeren? waerom blijven de gangen sijner wagenen agter, dat by my nog niet uyt dit traenendal tot de hemelsche vreugde daer boven komt overhaelen? O hemelen beweegt snel! ó tijd loopt te post en snel als op raderen, en doet aenbreken dien houwelijks-dag, waer in de schaduwe sullen wegvlieden. Houd het niet voor een groote trap van volmaektheyd, dat gy uyt een voorwense van liefde tot u Siel-bruydegom, soo geern nogmee-nige jaeren op dese weereld in u ondertrouwde staet wilde blijven (soo het was het welbehagen van u hemelsche Bruydegom) als dat gy aenstonts in den

-ocr page 153-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 145

hemel u Kouwelijk soude mogen voltrokken sien; neen uytverkorene Bruyd van Christus, sulk een voorgewende selfs-verloochening souw wederspreeken de waere liefde tot u hemelsche Bruydegom; want die men boven alles bemint, diens gemeynschap moet men boven alles wenschen; Ja sulk een bereydwil-ligheyd om de onmiddelijke omhelsinge van u Siele-vriend een geruyme tijd soo lief te willen missen (indien het soo van sijn goedvinden was) als aen-stonts tot desselfs genot daer boven te werden toe-gelaeten, souw benadelen de groote beminnelijkheyd en wenschelijkheyd van de vrolijke voltoyinge van u Kouwelijk met dien schoonste onder de kinderen der menschen; want dat boven alles wenschelijk is, moet men voor alles begeeren, of men versaekt de uyt-nemende wenschelijkheyd van een saek; dies kond gy begenadigde Bruyd van Immanuël niet anders als u toekomende trouw-dag boven alles, en hoe eer hoe liever wenschen, soo gy anders de groote liefdens-waerdigheyd van u hemels Ilouwelijk niet wild verloochenen; en daerom verwagt vry met opgestekene hoofde u lang verwagt Bruyloft-feest; segt u Bruydegom, siet ik kome haestelijk, soo segt gy met de Bruyd, komt Heere Jesu, Openb. 22; 17. Ja gaet hem te gemoet met de wijse maegden, Matth. 25: 26. Send hem tegen gesanten van verliefde sugtingen om verhaesting van den dag uwer blijdschap; smeekt hem dat hy wijde schreeden wil maeken, en de Hemelen saemen als een oud kleed in een rollen, om dien gelukkigen trouw dag te doen opgaen; en verwagt dan in een liefdragende lijdsaemheyd af de bestemde tijd van u Ilouwelijk-vol trekking in de Hemelsche Bruyloft-sael; immers die gelooft, en sal niet haesten.

10

-ocr page 154-

146 VAN DE NAUWE VEREENIGING

IX. AFDEEL IN GE.

VAN DE MOEDGEVING

Voor Twyfelmoedige Sielen.

1. Maer my dunkt, dat ik hier een kleyn-ge-loovige hoor klaegen, en segge, ik vrees dat ik in een phrenesye geweest ben, wanneer ik dagt, dat dese siel-vernoegende Bruydegom met my in ondertrouw quam; ol\' dat my een tovergeest, dien grooten bedrieger de Satan misleyd heeft, die dat Houwelijk, als reets voltrokken, soo in mijn hooft heeft gehangen, op dat hy my, in soo een aengenaeme droom geworpen hebbende, soo veel te soetvoeriger en geruster tot sijn prooye in het eeuwig verderf souw wegslepen. Maer kleyn-geloovige waerom wankeld gy? Is het niet buyten reden, dat gy u selvengaet verdenken van phrenesye, als gy meende, dat Houwelijk met Christus gesloten te hebben, daer gy in die onderhandeling met Christus door wel overwogene redenen u tot dese gesegende ondertrouw liet over-haelen, en uyt een gesigte van u mismaektheyd en rampsalige staet onder het elendig Houwelijk met u voorgaende Man de Wet, en uyt een volle overtuy-ginge van de beminnelijkheyd van Immanuel en van sijn aller-aennemensweerdig aensoek en vryagie, sijn rijke aenbiedinge hebt toegestemt, en met een rijp en bedaert overleg van de Houwelijk se voorwaerde van dese ondertrouw het Houwelijks-verdrag met hem hebt gesloten; gelooft dan niet dat Christus sijn amen en sijn segelring op een inbeelding sal stellen. Het heeft ook geen grond, dat gy denken soud, dat gy u dese salige ondertrouw met Christus soud ver-

-ocr page 155-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

147

beeld hebben door bedrog van den eerste bedrieger, hoewel het waer is dat hy \'er dagelijks soo veele duysende door sijn svvarte toverkunst droevig mis-leyd, en met dese leugen in haer regterhand na de eeuwigheyd doet heen gaen, dat sy met dese groote Hemelvorst in ondertrouw sijn opgenomen. Want dese bedrieger is de grootste vyand van Immanuël; die daerom noyt yemant tot dese ondertrouw sal raeden of helpen, maer die liever sulke, die het hooft daer na begint te hangen, op allerhande wijse dat soekt te ontraeden, en hen voorstelt dat droevig en naar-geestig leven, dat sy met desen Man soude moeten leyden, in versaeking van haer voorgaende manier van leven, waer aen sulke soo seer vast sijn. Daer en boven is niemant van dit Kouwelijk ver-vremt, als die niet gesint is sijn rijke aenbiedinge aen te nemen, op die voorwaerden, die hy aen sijn uytverkorene in sijn minne-brief, sijnde sijn woord, voorstelt; dewijl sijn aensoek door dese segenrijke ondertrouw met hem algemeen is, Openb. 22: 17. Die dorst heeft, kome, ende die wil, neme het water des levens om niet; soud gy nu wel konnen seggen, dat gy dit Houwelijk met hem op sijn voorwaerde niet hebt ingewilligt ? hebt gy niet toegestemt, dat gy al uwe voorgaende medevryers, de Satan, de wereld en u eyge verdorve vleesch een schreydbrief soud geven, en dese gesegende Immanuël alleen met een kuyse liefde soud aenkleven? sijt gy tot desen beminnelijke Hemel-vryer niet gekomen met een ge-sigte van uwe behoeftigheyd, als een arme, naekte, schuldige, mismaekte en vuyle overspeelster, en soo raedeloos en Veroordeelt als gy sijt by u selven? hebt gy niet amen gesegt op sijn aenbiedinge om met al u gebrek geduurig tot hem toevlugt te nemen,

-ocr page 156-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

148

en dat by hem vervult te soeken? hebt gy niet belooft, dat gy met hem wilde het selve belang hebben ? dat gy willig waert om de welstant van sijn Huys te besorgen, en de eere en luyster van sijn geslagt ter herte te nemen, dewijl sy nu alle Immanuëls huysgenooten sijn, uw broeders en susters ? hebt gy hem op sijn aenbiedinge niet aangenomen gelijk hy sig aenbood, als sulk een heylige Hemel-vorst, wien gy in heyligheyd wildet gelijklbrmig worden ? Ja hebt gy hem geen houw en trouw gesworen, om hem noyt te veriaeten, maer hem altijd te blijven aenhangen? Ja soud gy wel konnen seggen, dat gy sijn ondertrouw op dese voorwaerde voor als nog niet soud willen aennemen? hebt gy dan sijn versoek soo aengenomen, en soud gy nu nog op sulke billijke voorwaerden dit gesegent Houwelijk met hem willen sluyten, soo gelooft vryelijk, dat dese uwe gedagten geen werk van phrenesye of van een tovergeest geweest sijn, maer dat dese hoog-geboorene Koning sig met u ondertrouwt heeft; want daer kan geen seekerder bewijs van een bevestigt Houwelijk en ondertrouw wesen als de vrywillige toestemminge en aenneminge van des selfs voorwaerden. Als dese Hemel vryer u eerst met sijn liefde bewijsen voor-quam, en u aenbood uyt sulk een laeg stof tot sulk een Koninklijke luyster te verheffen, wiert doe u herte niet in wederliefde na hem uytgelokt ? dat is immers geen bedrog; want u liefdeloos hert, nog een verbysterde phrenesye, veel minder die swarte Geest sal u herte in liefde tot desen vryende Vorst wonden en ontvonken; wegens de overgroote onkunde van Jesu verrukkens-magtige schoonheyd, en natuurlijke af keerigheyd, waer mede door het eerste overspel en sonde met de Satan het herte des men-

-ocr page 157-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS.

schen tegen de heyligheyd van dese Bruydegom is vervult, heeft nog kan niemant genegentheyd voor hem hebben, om op soo een wijse sijn Egtgenoot te werden, of sijn Hemelsche Vader moet sulk een overspelige door een verborge trekkinge, onder een inwendige bestraelinge van haer verstand, tot bekenning van sijn aenminnelijkheden, en buyging van haer wederstrevende wil, ter toestemming aen sijn heylrijk aensoek, na sijn Soon uitlokken; dat. heeft immers desen waeragtige getuyge selfs soo verklaert. Joh. 6: M. Niemant kan tot my komen, het en sy dat de Vader, die my gesonden heeft, hem trekken. Wel is dese kragtdaedige trekking des Vaders niet een daedelijke inbrenginge in het Houwelijks-verbond met sijn Soon?

2. Ja, segt een kleyn-geloovige siele, ik ben sulk een geluk onweerdig; hoe souw ik konnen denken, dat dese Hemel-vorst sijn oog op my souw hebben laeten vallen, om my in ondertrouw met hem op te nemen, daer ik soo veragtelijk, sondig, mismaekt en doemweerdig ben ? Maer beladene siele. Wy sijn allen, de beste onser, sulk een groote eere onweerdig; de aldervolmaeksle Heylige moet sig veront-waerdigen, en seggen met een nederigen David, wat ben ik, groote Immanuël, een doode hond, dat gy na my hebt omgesien! dat gy my uyt sulk een gering stof verheven hebt tot de grootste eere, om u Koninklijke Bruyd te mogen wesen? Weet gy wel dat Christus belooft heeft, dat hy de sijne wil ondertrouwen in goedertierentheyd en in barmhertig-heden, sonder eenige van haere verdienste; hy wil u vrywillig liefhebben. Hos. 14: 5. Hy wil u uyt sijn vrye welbehagen en genade tot sijn egte Vrouwe aennemen; wel daer dese salige Hemel-vryer u van

-ocr page 158-

■150 VAN DE NAUWE VEREENIGING

sijn Egtgenoolschap niet wil uytsluyten, maer u voor sijn Bruyd wil aennemen, waer toe soud gy dan u selven uytsluyten ? Uw onweerdigheyd moet u niet te rug houden van Jesus, om hem op sijn rijke aenbiedinge aen te nemen, soo weynig als een kranke om sijn krankheyd van den Medicijnmeester moet blijven; heel anders dede den verloorene Soon, wien het gesigte van sijn onweerdigheyd niet dede aerse-lem, om na sijn Vader te gaen, Luc. 15: 17—49. Tot hem selven gekomen sijnde, seyde hy, hoe veele huurlingen mijns Vaders hebben overvloed van brood, ende ik verga van honger? Ik sal opstaen ende tot mijnen Vader gaen, en ik sal tot hem seggen, Vader ik hebbe gesondigt tegen den hemel, ende voor u. Ende ik en ben niet meer weerdig uw soone ge-naemt te worden; Maekt my als eenen van uwe huurlingen. Even soo liet de Samaritaensche Vrouwe haer niet afsetten door overtuyginge van haere onweerdigheyd; vergelijkt haer Christus by een hond, die men het brood der kinderen niet mag voorwerpen, sy versoekt maer met de hondekens de kruymkens onder sijn genade-tafel te mogen opsaemelen. Matth. 45: 27. Sy seyde, ja Heere; dog de hondekens eeten ook van de brokskens, die daer vallen van de tafel haerer Ileeren. Ja daerom moet gy dies te meer u door den geloove met desen grooten Imma-nuël ondertrouwen; want dan suit gy door die ondertrouw met hem weerdig in hem werden, dat hy seggen sal, mijn lust is aen u, Jes. 62; 4. Gy suit hem soo veel te aengenaemer wesen, hoe meer gy uwe onweerdigheyd siet en beklaegt; sulke laet hy tot sijn Bruyloft noodigen, Luc. 44: 24. Gaet haes-telijk uyt in de straeten en wijken der stadt, en brengt de arme, ende verminkte, ende kreupele, ende

-ocr page 159-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 151

blinde hier in. Dan sal sijn genade in u meer openbaar werden, en hooger \\an u geroemt werden. Rom. 5: 20. Waer de sonde meerder geworden is, daer is de genade veel meer overvloedig geweest.

3. My dunkt, dat ik een swakke siele wederom hoor klagen, dat sy vreest, dat sy niet opregt in dese ondertrouw met Christus heeft te werk gegaen; die wel niet ontkennen kan, dal sy op sijn rijke aenbiedinge hem het ja-woord heelt gegeven, en hem voor haer Hooft, Heere en Man verkosen heeft; maer die bekommert is, dat sy dat niet opregt heeft ge-daen, maer wel met een hoeragtig herte haer aan Jesus mogt hebben overgegeven, om dat sy haere rampsalige staet onder haer voorgaende Kouwelijk niet genoeg op haer herte heeft gedrukt, en dal sy haer selve buylen die ondertrouw doe soo niet beschouwt heeft als de alderelendigsle, armste, mis-maekste, schuldigste, veragtste en ondeugenste; en om dat haer herte na dit weergaloos geluk, om mei desen groolen Immanuël ondertrouwt te werden niet ernstig genoeg is uytgegaan, nog na weerde omtrent sulk een segenryk Houwelijk werksaem is geweest. Maer kleyn-geloovige siele, dese voorgeworpene swae-righeyd neemt niet weg de seekerheyd van u ondertrouw, want merkt in \'t gemeen aen. Dal dese uwe bekommeringe over de opregtigheyd van u ondertrouw mei Christus veel eer een bewijs is van uwe opregle toeslemminge aen Jesus aen soek; daer is geen baerblijkelijker bewijs van een opregle onderhandeling met Christus over dit Houwelijk, als dal yemanl niet anders by sijn selven bewust is, of hy heeft opregt Jesu aenbiedinge omhelst, en hy wil hel nog opregl doen, en dal sulk een nog in geduurige vreese over sijn overspeelig herte is, en bekommerl over

-ocr page 160-

152 VAN DE NAUWE VEREENIGING

sijn opregtheyd in desen, ja wenscht, dat het dog-ernstiger en opregter mogt sijn; wel ik vrage u wankelmoedige siele, sijt gy na een nauwkeurig ondersoek wel by u selven anders bewust, als dat gy desen grooten Immanuel hebt aengenomen op sulk een voorwaerde als hy sig selven aen u aenbood, en dat gy hertelijk, met blijdschap, vrywillig, om hem selven, en onbepaelt sonder eenig beding, u selven als sijn eigendom hebt overgegeven; en soo gy het al niet wel gedaen had, dat gy het nog wilde doen, om op die boven-gemelden voorwaerden, en op geen andere, met Jesus ondertrouwt te werden; ja is dat niet u geduurige sugt en bede, dat u uw elendige slaet onder dat rampsalig Houwelijk onder de Wet, buyten dese heylrijke ondertrouw, meer op u herte mogt wegen, u herte in vuyriger liefde-driften na desen beminnelijken Bmydegom mogt uytgaen, en dat gy meer werk van hem maekte, om hem als u Man veerdiger te gehoorsaeraen, en hem hertelijker op u liefde-maeltijd mogt onthaelen? wel dit is een gewisse blijk van u opregte ondertrouw met desen Hemel-koning; noyt gaf David seekerder preuf van de opregtigheyd van sijn genade-staet, als dat hy bekommert was over de bedriegelijkheyd van sijn herte, dat hem dat wel mogt misleyden, hoewel hy waerlijk met de Borge ondertrouwt was; die daerom sijn herte voor den Heere openleyde, en smeekte, dat hy het anders opregt wilde maeken. Psalm!\'19: 80. Laet mijn herte opregt sijn tot uwe insettingen, op dat ik niet beschaemt en werde. Gelijk hy ook daerom by den Heere aenhield, Psalm 139: 23, 24. Doorgront my, ó God, ende kent mijn herten; beproeft my, ende kent mijne gedagten. Ende siet of by my een schadelijke weg sy, ende leyt my op den

-ocr page 161-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 153

eeuwigen weg. In het burgerlijke geeft yemant door sulk een bekommering het seekerste bewijs van de opregtigheyd van sijn handel; als by voorbeeld, die een stuk geld heeft, dat by wel niet anders kan oordeelen, of bet is van goed aloy, maer niet uyt vrees, dat hy yemant daer mede mogt bedriegen, dat niet derft uytgeven, om dat hy bekommert is, dat het soo swaer of soo suyver niet en is, als het wesen most; en die daerom wenscht, dat het mog getoetst werden; soo gaet het hier ook; het suyverste bewijs van uwe opregte toestemminge aen Christi aenbieding is, dat gy niet beter weet, of gy hebt Jesus opregt voor de uwe gemeynt; maer dat gy egter nog in bekommering bent, of gy dat wel opregt hebt gedaen, en dat gy niet liever wenscht, als dat God de gestalte uwes herte toetse, en be-driegelijk en geveynst werk vindende, dat hy het in waerheyd opregt maeke wilde. Dat uwe toeslem-minge op Christi vryagie opregt is, blijkt daer uyt, dat gy (al waert gy al verseekert van u opregte ondertrouw met Christus) evenwel met die opregtigheyd in \'t Kouwelijk sluyten met Jesus niet voldaen sijt, sonder te wandelen als een die waerlijk uyt sulk een gering stof tot sulk een groote luyster, en tot sulk een hoog Kouwelijk is verheven; dat gy nog wenscht Christus alleen en in alles te behagen,, en geduurig als sijn eygendom in sijn nabyheyd soekt te leven, om met hem op te staen en te gaen nederleggen; dat gy geensins tragt gelijk te wesen die klapagtige wijven, die ledig by de buysen om-gaen, maer dat gy sulk een Vrouw wenscht gelijk te wesen, die in den morgenstont opstaet, en wiens hand de spinrokken vat, haer buys met dubbelde kleedinge voorsiet, en maekt, dat haer Man ge-eert

-ocr page 162-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

454

werd in de poorle; Ja dat gy wenschl soo le leven, dat alle uwe daeden, soo wel verborgene als open-baere getuygenisse mogtén geven van de waerheyd deses ondertrouw; 0 hoe cierlijker gy u als sijn ondertrouwde Bruyd met heyligheyd voor u Siel-bruydegom kond opdoen, hoe verootmoedigder en nedriger, hoe levendiger in u geloofs-oefening omtrent hem, hoe hrandender in Helde lot hem, hoe loffer van u selven om u alleen aen sijn leydinge en he-stieringe over te geven, hoe liever het immers u is ? Wat in \'tbysonder belangt, dat gy klaegt, dat u niet genoeg na haer gewigt klemt u rampsaligheyd buyten dit Houwelijk met Christus, en dat u herte overeenkomende soo een gelukkige staet daer over niet genoeg werd aengedaen en in begeerte werk-saem is, daer moet gy op aenmerken; Dat het onmogelijk is, dat yemant souw konnen verlegen wesen over sijn elendige staet, en werksaem en begeerig na dat geluk, na het waere gewigt van sijn rampsaligheyd buyten dese ondertrouw, en na mate van de uytmuntentheyd van dese Houwelijks-vereeniging, om dat de allerheyligste maer ten deeie kent. Christus heelt ook noyt het deelgenootschap van dese ondertrouw vastgemaekt aen sulk of sulk een mate of trap van verlegentheyd over onse staet en werksaemheyd in dese geestelijke Houwelijk-staet, maer allijd aen de waerheyd daer van. Psalm 72. Hy sal sig wenden tot het gebed des genen, die gantsch ontbloot is. Gelijk Christus in sijn veelvuldige salig-spreekinge alleen de waerheyd der genade vordert. Matth. 5: 4—6. Salig sijn die treuren; want sy sullen vertroost worden; Salig sijn de sagt-moedige, want sy sullen-\'t aerdrijk beërven, Salig sijn die hongeren ende dorsten na de gerechtigheyd,

-ocr page 163-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 155

want sy sullen versaedigt worden. Alle deelgenooten aen dese segen-rijke ondertrouw sijn in het soeken van dit Houwelijk, alle niet even verlegen met haer rampsalige staet, en even ernstig; een Zaccheus, een Lydia de Purperverkoopster had in ver na sulk een groote bekommering en ernst niet, als had een Asaph, Heman, David, Paulus, als sy met Immanuël hen lieten ondertrouwen, of immers die ondertrouw vernieuwden; daer de eerste soo seeker met Jesus in Houwelijk waeren vereenigt als de andere; en daerom hebt gy geen reden, om u opregtigheyd in het ver-kiesen van Jesus tot u Man te verdenken, schoon gy soo verlegen niet geweest sijt over u vervremdinge van Jesus, en soo arbeydsaem na dit Houwelijk niet als de bekommering en yver van anderen.

4. Maer sal mogelijk een wankelende siele seggen, hoe souw ik derven vast stellen, dat ik met dien heyl-rijken Immanuël sulk een gesegent Houwelijk had gesloten, daer hy soo straf\'met my handelt; hy schijnt een droog blad en stoppel te vervolgen; ik sit, in duysternisse, en sie geen licht; daar hy my te vooren soo vriendelijk besogt (soo my toescheen in het begin van mijn ondertrouw met hem) en met sulke overstroomende vertroostingen van sijnen Geest verquikte, daer sijn die goudene dagen weg-gevlogen; Christi honingraeten druypen niet meer van honing en van stroomen van vertroostinge op mijn siele neder; wat hadde Christus en ik geen schoonefeestdagen in sijn wijnhuijs ? hoe meeninge fles van lief-felijken Nardus heeft hy niet wel gebroken en over mijn hooft gegoten? maer nu laet hy my in mijn druk sitten, met mijn oude banden en boeyen van verdorventheyd beswaert sonder een opslag van een vriendelijk oog meer aen my te geven; sit ik onder

-ocr page 164-

156 VAN DE NAUWE VEREENIGING

de middelen der genade, daer vind ik hem niet; ben ik onder het Euangelium der genade, hy past dat Woord niet bysonder toe op mijn siel; hy doet my daer als in sijn heyligdom niet eens aenschouwen sijn sterkte en sijn eere; nog hy versegelt die Waer-heden aen mijn siele, maer hy laet my dat Woord aenhooren sonder smaek, sonder lust, sonder liefde in die Waerheden, sonder blijdschap en verlustiging, en sonder dat ik daer behoorlijk voedsel uyttrek; want al eetende teer ik uyt, en moet uytroepen myn magerheyd, mijn magerheyd! Sit ik onder sijn gunst-genooten aen sijn ronde tafel, alwaer hy sijn liefdepanden aen sijn Bruyd toereykt, haer f\'eesteert met de kussen sijnes monds, ja haer wel armringen en kleynodien send, en haer siele wel eens optrekt voor den witten throon des Lams, in haer Vaders binnenhof, in de groote Konings-bruyloftsael, soo gaet hy my voorby, en laet my ledig heen gaen, sonder my de beteekende saek van die uyterlijke trouw-panden te doen genieten, en sijn liefde te doen smaeken, die honing uyt de steenrotse Christus; daer sterkt hy my niet door het gevoele van Gods gunst, nog voert my in sijn geestelijk wijnhuys, nog laet sijn liefde-baniere over my sijn; daer doet hy my de hand des geloofs niet uytsteeken in de rijke schatkist van de Goddelijke genade, nog doet my door den geloove daer loopen tot de wonden van Christus, als tot een veylige schuyiplaetse, om in die klove der steenrotse my te verbergen voor den bloed-wreeker, daer hy andere aen die verborgene tafel wel met liefde-visiten besoekt, en nu en dan wel eens een dronk geeft uyt de beeke, die gaet door de straeten van het nieuw Jerusalem; hoe souw ik dan konnen of derven ge-looven, dat hy waerlijk my voor sijn Bruyd had

-ocr page 165-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 157

uytgekosen? Soo hy een regte Houwelijkse liefde voor my had, souw hy sig dan soo vreemd van my houden? Souw hy, die een onuytputlelijke springbron van licht, genade, geest en leven is, my dan soo sober en schrael houden, en soo dor en mager laelen heengaen, sonder my de minste verquikking van sijn volle tafel, van sijn soete liefkosinge en omhelsinge toe te senden? Ja sie ik eens na desen Siel-bruyde-gom uyt, gae ik hem soeken op de voetstappen der schaepen, in het geselschap van sijn vrienden, daer ontmoet ik hem niet, maer gae al even duyster en ongevoelig wederkeeren; schrijf ik hem een minnebrief, en send ik mijn verliefde sugtingen en gebeden tot hem boven de wolken heen om een aenblik van sijn gunst en goedertierentheyd, hy laet die onbeantwoord, nog send my een briefje van sijn eyge hand of sijn hertelijke gebiedenisse wederom; nog bestraelt my eens, om hem in sijn algenoegsaemheyd tot mijn siele-troost te beschouwen, nog segt eens tot mijn siele, ik ben u heyi, u schild, u loon seer groot, ja u deel in eeuwigheyd, als of ik hem niet aenging; luyster ik na sijn kloppingen en beweegingen, soo worde ik hem niet gewaer; versoek ik andere hunne tusschenspraek en gebeden, om voor my by hem aen te houden, dat hy my in sijn gunst en genade wil komen besoeken, soo sie ik daer geen goed gevolg van, nog verneem hem niet; och hoe was het mogelijk, soo hy mijn ondertrouwde Bruydegom was, en soo hy my tot sijn wettige Vrouw had opgenomen, dat hy soo stuurs en nors met my souw handelen! Maer bedaertu een weynig, bedrukte en door onweder en twijfeling voortgedre-vene siéle; wagt u, om oyt uwen gesegenden Bruydegom met quade nagedagten te beledigen, of hem

-ocr page 166-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

158

van liefdeloosheyd of ongevoeligheyd te verdenken, die de goedheyd selve is, en onveranderlijk blijft in de liefde tot de sijne: De sijne, die hy lief gehad hadde, heeft hy lief gehad tot den eynde. Joh. 13:1. Wat u klagte belangt, die spruyt uyt een verkeert begrip van Immanuëls wegen, welke gy na uw ge-dagten afmeet, daer gy most denken, dal sijne ge-dagten niet sijn als onse gedagten, nogte sijne wegen als onse wegen; daerom brengt gy in, dal dien liefdragende Bruydegom sijn lieve Bruyd soo hard niet souw handelen, nog u soo swaer souw besoe-ken, soo hy u met sig had ondertrouwt: daer gy moest denken, dat u schuym van sonden en verdor-ventheden dese heete smeltkroes van nooden heeft, en dat uwen alderverwonderlijkslen medicijnmeester, die volmaektelijk alle uwe doodelijke qualen kent, en weel, wat gesonlst voor uwe siele is, yeder beker van verdrukkinge selfs mengt, en met sijn eyge hand aen u mond houd, om u van uw gebreken te genesen; \'t is ook maer voor een korte tijd, dal u Bruydegom sig soo bars schijnt aen te stellen; denkt dat gy hier op aerde een vreemdeling sijt; een vreemdeling in een vreemt land moet sig genoegen met een rookige herberg, slecht onthaelt, een hard bed en een bars-sprekende Waerd; \'t sal met u niet lang aenloopen, of de morgenstoni sal opdagen, waer in gy aen de zijde van u Bruydegom suit slaen, om met hem gekroont te werden aen de Bruyloft des Lams daer boven; en daerom wat is \'er aen gelegen, dat gy slegl onthael vind in de rookige herberg van dit leven; door dese weg van wederweerdigheden, welke uwen beminnens-weerdigen Bruydegom u doet betreden, wil hy u van de ongeoorloofde liefde lot andere Boelen en vreemde Minnaers speenen, om hen

-ocr page 167-

DER GELOOYIGEN MET CHRISTUS. 159

uiet na te gaen; soo handelde de Heere immers met het overspeelig Juda, Hos. 2; 5, 6. Daerovn, siet ik sal uwen weg met doornen betuynen; ende ik sal eenen heyningmuur maeken, dat sy haere paden niet en sal vinden. Ende sy sal haere boelen naloopen, maer deselve niet aentreffen; en sy salse soeken, maer niet vinden; dan sal sy seggen, ik sal heenen gaen ende keeren weder tot mijnen voorigen Man; want doe was my beter dan nu. De Satan, de wereld met haere begeerlijkheyd, ja de Afgod van u eyge selfs liefde, sijn de boelen, die gy van natuure Heft nevens u Man Christus; de doorn-heg en de muur, welke God op u weg maekt, om u te beletten van dese boelen na te gaen, sijn de wederweerdigheden, waer mede u leven werd doorweven; wat verliest gy dan, als u Bruydegom door sulk een doornheyning van allerhande ongemakken u belet de paden van uwe voorgaende boelen te vinden? Dat gy klaegt, dat gy in langen tijd sulke hooge springvloeden van vertroostingen niet hebt ondervonden, als voor desen, ja dat dien vriendelijken Jesus u niet meer besoekt met sulke gevoelige omhelsingen sijner liefde als in u eerste tijd der minne, doe gy hem op sijn rijke aenbiedinge het ja-woord had gegeven; die klagte komt my niet vreemt voor, dewijl men niet wel kan missen de ontrekkingen van een lieftallige Bruydegom, die ons hert door liefde-pijlen heeft gewond, en daer mede geheel is doorgegaen; egter, behalven dat wy boven al hebben aengeroert, soo bedenkt wankelmoedige siele, dat het gedrag van uwen siels-beminde prijselijk is, ja meer wijs dan vriendelijk om soo te spreken; want door het schuyven van een voorhang voor sijn liefde, en het intrekken van sijn liefkozingen wil hy uwe sielen laeg houden, dat gy u over

-ocr page 168-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

160

sijn vriendelijke omhelsingen niet te veel soud verheffen ; even als Paulus, wanneer hy in den derden Hemel was opgenomen geweest, een scherpe doorn in sijn vleesch kreeg, op dat hy over die verhef-finge sig niet souw verhooveerdigen. 2 Cor. 12: 7. Op dat ik my door de uytnementheyd der openbae-ringe niet en soude verheffen, soo is my gegeven een scherpe doorne in \'t vleesch, namelijk een Engel des Satans, dat hy my met vuysten slaen soude, op dat ik my niet en soude verheffen. Even soo handelt de Ueere Jesus met sijn Bruyd in het inhouden van de verheugende straelen sijnes aengesigts; dewijl hy weet dat gy mogelijk niet souw konnen verdragen een top-zeil, een schoone voorwind, een hooge springvloed, van sijn gevoelige kussinge, of een geduurige helderen somersen dag, en een flikkerende somer-son van sijn soet-streelende omhelsingen, maer dat gy gevaer soud loopen om u daer op te verheffen, soo wil hy de revieren van sijn drukkende liefde-kussen op u niet uytlaeten, maer wil dat hemelsch banquet liever voor u bewaeren voor de presentie-kamer, alwaer volheyd van vreugde en lieffelijkheden voor eeuwig aen de Bruyloft des Lams sal genoten werden. Gelijk de nacht en schaduwen goed sijn voor bloemen; gelijk ook het maenlicht en den daauw beter sijn dan een geduurige sonneschijn; soo is ook het intrekken van Christi vriendelijke gedaente en soeten invloed bysonder voor sijn Bruyd heylsaem, en heeft een voedende kragt in sig, en geeft sap aen de heyiige nedrigheyd; daerenboven houd hy sijn streelende kussingen en drukkende omhelsingen voor u in, om u hooft geen andere peuluwe te geven, voor dat gy binnen de poorten des hemels sijt, daer gy tusschen sijn borsten eerst suit leggen, en in de

-ocr page 169-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS, 461

schoot van sijn lieffelijke omhelsingen suit rusten; hy wil u leeren, dat gy geen afgod van sijn soete gevoelige vertroostingen en tegenwoordigheyd moet maeken, dewijl die alle maer schepselen sijn, en niet anders dan het koninglijke kleed, de goude ring en armringen van de Bruydegom Jesus; de Bruydegom Jesus selve is veel beminnelijker dan alle de vercier-sels, die aen hem sijn; ja daer door wil hy u leeren, dat gy meer op sijn trouw-beloften dan op sijn aen-gesigt moet vertrouwen; en daerom laet hy u hier altijd niet weyden op het Manna, de spijs der Engelen en op sijn liefde-leesten; denkt ook, dat het u moet genoeg wesen een voorsmaek van sijn soete omhelsinge te hebben mogen genieten in u eerste ondertrouw, al kreeg gy noyt daer van een tweede proef, voor dat gy dat gesegende Kouwelijk in den hemel suit voltrekken; gelijk het eertijds in een wedloop de loopers genoeg was, dat sy het gout sagen ter plaetse daer men de loop begon, al kregen sy daer noyt meer een gesigt van, voor dat sy de loopbaane hadden ten eynde geloopen; sijn \'er, die dese beminnens-weerdigen Bruydegom met liefde-banquetten feesteert, die hy het brood der Engelen voorset, als sy in hunne binne-kameren met hun Siel-bruydegom verborgene gemeynschap oefenen, of onder de middelen der genade hunne dorstige en begeerige siele voor sijn verwarmende straelen hebben open gelegt; die hy wel eens geeft sulk een opgehoopte, nedergedrukte en overloopende maete van vertroostinge en gevoelige uytlaetingen van sijn liefde-besoekingen, dat sy nauwlijks dragen konnen, dat sy ontfangen; dat doet u souveraine Bruydegom na sijn volmagtig gesag en vrye bedeelinge; niet, om dat hy met u niet ondertrouwt is, of dat hy u minder en

41

-ocr page 170-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

162

flauwer liefde souw toedragen; maer om dat hy wil toonen, dat hy na sijn onbetwiste magt beschikkinge van sijn goederen maekt; sijn \'er, die wegens sijn liefde-uytgangen in verbaestheyd en als buyten hen selven werden weg-gerukt; daer sijn \'er aen de andere kant meenige, die dat gelukkig Houwelijk al met hem hebben gesloten, en door het geloove sig opregt aen dien groote Plante van naem hebben verlooft, en egter geduurig moeten klagen met een Asaph, Psalm 77: 8—10. Sal dan de Heere in eeuwigheden verstooten; ende voortaen niet meer goedgunstig sijn ? Houd sijne goedertierenheyd in eeuwigheyd op? heeft de toesegginge een eynde, van geslagte tot geslagte? Heeft God vergeten genadig te sijn? heeft hy sijne barmhertigheden door toorne toegesloten? Ja met een Heman moeten sy wel die naere klagten uytboesemen, Psalm 88; 15—18. Heere, waeromme verstoot gy mijne siele? ende verbergt u aenschijn voor my? Van der jeugd aen ben ik bedrukt ende doodbraekende; ik drage uwe ver-vaernissen; ik ben twijffelmoedig. Uwe hittige toornigheden gaen over my; uwe verschrikkingen doen my vergaen. Den gantschen dag omringense my, als water; t\'samen omgeven sy my. Daer en boven, die hy boven u vriendelijk ontmoet, en hunne siele lief-felijk omhelst, die geeft hy ook wel eens wolkige dagen, die het vrolijk licht van sijn vriendelijk aenschijn eclipseren; die reviere Gods, die vol waters was, en hunne siele overvloeyde en verquikte, loopt wel weder in de zee, van waer sy quam, dat sy dan in een laege ebbe wel heygen na sijn vcorgaende gevoelige tegenwoordigheyd; en daerom, kleyn-geloo-vige, legt liever in het toekomende u verstand voor sijn voeten neder; geeft het gantsche bestel, hoe u

-ocr page 171-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 163

Bruydegom met u leven wil, geduurende dat gy van hem uylwoond, gewillig in sijn handen over, om u op sijn trouw-beloften gerust te veriaeten; neemt nauwe kennisse van het Houwelijks-verdrag; verkeert veel by sijn ondertrouwde Bruyd, daar hy veeltijds in \'t midden komt; houd nauwe correspondentie met hem; komt meenigmael in gesprek met uwen koninklijken Bruydegom, wiens lippen sijn als de lelien, druypende van soet-riekende myrrhe; verkeert veel in sijn huys, want dat is het wijnhuys, alwaer gy u liefste ontmoet, en den lieffelijken reuk sijner kleederen riekt; send hem geduurig een bode, en schrijft hem meenigmael een liefde-brief, of hy u mogelijk een buy-ten-gewoon antwoord van boven sond, en gy na veel worstelens mogt geraeken in des Konings wijn-huys, daer by u een dronk van sijn siels-verrukkens-magtige liefde wilde gunnen; maer mag het u niet gebeuren, terwijl gy sijt sugtende in dit leeme buys, dagelijks vernieuwde leesten van liefde met Christus te genieten, en nu of dan u honger te lesschen met een kus van dat schoonste aengesigt, welke is als de son op de middag in haer kragt; gedenkt, dat \'er reets een antwoord van u Siel-bruydegom leyd in het Houwelijks-verdrag, ik en sal u niet begeven, ik en sal u niet veriaeten, en dat Christus vast besig is, om voor hem selven en voor u een groen-bedde van liefde te maeken, daer by u een volle dronk sal geven uyt die hemelsche bron, en tot dronken wordens toe u sal drenken uyt de suyvere reviere van het water des levens, welke voortkomt van den throon Gods en des Lams. Openb. 22: 1. daér u Bruydegoms liefde-blikken u vermoeyde siele sullen vet maeken: beswijkt maer niet, de mijlen ten hemel sijn maer weynig en kort; O u ruym en rijkelijk avondmael

-ocr page 172-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

daer boven sal dobbel over vergoeden u mager mid-dagmael en sobere portie in dit leven.

5. Ja maer, denkt mogelijk een sukkelende siele, ik hebbe meenigmael trouwloos geweest, verbree-kende de trouw-belofte aen hem gedaen; ik heb soo dikwils na vreemde vryers omgesien en na mijn eyge hooft soeken te leven; ik wierd knorrig, als ik mijn eygen sin niet mogt volgen; die daerom niet waerdig ben een sitpiaets te hebben in des Konings bruyloft-sael, ik laet staen, dat ik hier namaels dat heyl-rijk Kouwelijk met dien hoogsten koninklijken Prins souw mogen voltrekken; en daerom vrees ik, dal ik met hem nog niet ondertrouwt ben, of dal desen Hemel-bruydegom mijn wangedrag siende, mijn hoeragtige neygingen, mijn korsel-hooft, en hoogmoedig herte, berouw van de opreglinge van dit Houwelijks-ver-bond mogt hebben gekregen, en daerom my als een overspeelige Yrouwe voor altoos heeft veriaeten, en een scheyd-brief gegeven? Maer weet gy wel kleyn-geloovige, dat gy u onweerdig dragende in dit Kouwelijk, dal Houwelijks-verbond niet verbreekt, maer alleen maer de houwelijkse voorwaerden; want dat Kouwelijk is onverbreekelijk, om dat Christus sijn Bruyd sig ondertrouwt in eeuwigheyd; dat was immers de onfeylbaere belofte van de Bruydegom, Jer. 32 ; 40. Ik sal een eeuwig verbond met hen maeken, dat ik van agler hen niet en sal afkeeren, op dat ik hen wel doe; ende ik sal mijne vreese in haer herte geven, dalse niet van my af en wijken. Jes. 54: 10. Bergen sullen wijken, ende heuvelen wankelen, maer mijne goedertierenheyd en sal van u niet wijken, ende hel verbond mijnes vredes en sal niet wankelen, seyd de Keere uwe ontfermer. Als een Man of quot;Vrouw in een Kouwelijk eens haer pligt te buy ten gaen,

104

-ocr page 173-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 165

twijfelen sy dan wel oyt aen haer trouw? immers neen? 01\' word buyten overspel het Houwelijk tus-schen liefhebbende gebouwde wel gebroken? immers neen? Wel waerom soud gy dan denken, datgy door sondigen dat Houwelijk met desen Ilemel-koning kondet verbreeken, daer gy immers u hert-liefde voor Jesus bewaert? Daer en boven onse Houwelijks-voltrekkinge in den hemel rold niet op de raderen van ons eyge maeksel, nog wy sijn in ondertrouw opgenomen met een Bruydegom van ons eyge toestel, die soo licht in sijn genegentheyd souw veranderen; hy heeft soo los en onvast met ons niet gehandelt, dat hy ons soo ligt souw konnen veriaeten, of dat wy na ons welgevallen van hem souden konnen afloopen; Al die Christus met hem ondertrouwt heeft, geeft hy noyt een scheyd-briel\', dewijl hy die lief heeft met een eeuwige liefde. Jer. 31 : 3. De Heere ia my verschenen van verre tijden; ja ik heb u lief gehad met eene eeuwige liefde, daerom hebbe ik u getrokken met goedertierenheyd. En geen wonder; want eer hy sijn trouwe aen u heeft aengeboden, wist hy al, hoe gy u in \'t vervolg dragen soud; en soo het voor een dwaese onder de menschen soude gehouden werden, die sig ging ondertrouwen met eene, welke hy seekerlijk wist, dat met andere hoereren en weg loopen soude; soud gy u dan niet schaemen sulke gedagten te maeken van \'desen Hemelvorst, dat hy sig met yemant in ondertrouw souw begeven, die hy wist, dat hem eerlang moetwillig souw veriaeten? Ook weet u Siel-bruydegom, dat gy niets van u selven hebt, of yets welbehaegelijks voor hem kond uytvoeren, sonder dat hy dat alvoorens door de hand sijner genade in u her te heeft gelegt, en dat hy door sijn kragt en levendige invloed doet

-ocr page 174-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

166

uytvoeren,quot; waer toe u de houwelijks-band en liefde verpligt; waerom hy uytdrukkelijk in sijn Houwe-lijks-verdrag dese voorwaerde daar by doel, dat hy sijn vreese in uwe herte souw geven, en maeken, dat gy in sijn wegen wandelde, en van hem niet afweek; denkt gy dan, dat hy u het noodige om hem met een kuyse liefde aen te kleven soude wey-geren, en dat hy sijn eyge toesegginge, niet souw vervullen? te meer, om dat \'er in u als sijn ondertrouwde Bruyd een geduurige sugt is en blijft, om hem als u Man in alles welbehagelijk te mogen sijn, en daer toe van hem door sijn Geest bequaem ge-maekt te mogen werden; gy hebt immers geen reden om hem van ontrouw en verandering in liefde te beschuldigen, als of hy min barmhertig en liefdra-gende soude sijn, als menschen van een laeger geest, die diergelijken trouwe en liefde aen haere ondertrouwde niet weygeren te bewijsen; is \'er wel een rechtaerdige Bruydegom, die de gebreken van sijn ondertrouwde Bruyd konde verhelpen, en die sy wenschte dal van hem verbetert wierden, en die haer die trouwe en liefde soude weygeren? Hoe veel minder hebt gy dan grond om u Siel-bruydegom van die onbeschoftheyd en onbeleeftheyd te verdenken, dat hy niet gereed souw wesen u gebreken door sijn genade te verhelpen, daer hy in liefde en trouwe alle menschen oneyndig overtreft. En vreest gy voor verleydinge tot overspel, dat gy u voor-gaende boelen wel wederom mogt gaen nahoereren, smeekt u mededogende Heyland om hulpe, dat gy door dwang van sijn liefde bewaert mag werden, om noyt tot die dwaesheyd weder te keeren, van u oude boelen weder na te gaen; segt, ontfermende Immanuël, gehengt dog niet, dat mijn voorgaende

-ocr page 175-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 167

mede-vryers, door hunne vleyeryen my wederom mogen aenvallen, of soo gyse toelaet op my aen te komen met hunne versoekingen, laet ik hen noyt het oore lenen of\' te spraek staen, maer laet ik die daedelijk met afkeer afwijsen; laet ik dog u alleen in reyne liefde soo aenkleven, en al mijn genegent-heden inruymen, dat in al mijn gedrag blijke, dat ik u alleen voor mijn Bruydegom en Man heb ver-kooren, en dat al mijn vermaek is, u te behagen, en in alles u sin alleen te doen, met versaekinge van mijn eygesin; En gebeurt het, dat gy wegens u byblijvende hoeragtige neyging u laet afleyden, en dat gy u voorige minnaers nog al te veel lielde toedraegt, klaegt dat aen u Siel-bruydegom; als een maegt verkragt wierd, en sy riep, soo was sy onschuldig; werd gy van de Satan, de wereld en u eyge verdorve vleesch overweldigt en verkragt, klaegt het u liefdragende Bruydegom, en toont, dat hel met u sin niet en is; bekleed u over u byblijvent overspeelig herte met beylige schaemte en ootmoedigheyd; smeekt hem, dat hy u struykelende knyen weder wil vast setten en oprigten, sonder in die boeleringe voort te gaen, en dat by u wederom in sijn nabyheyd wil brengen. En blijft \'er in u herte nog eenige dubbinge en twijfelinge over, gaet na u Bruydegom toe, en smeekt hem, dat hy u die alle gunstelijk wil ontwinden, en u soodanige bewijsen van u ondertrouw doen voorkomen, dat gy u vrymoedig van uwe opregte liefde tot hem, en van sijne genegentheyd tot u moogt verseekeren, en sonder eenige twijfelinge in u trouwbelofte ineugt berusten.

-ocr page 176-

VAN DE NAUWE VEREENIGING

X. AFDEELINGE.

VAN DE TROOST,

168

Welke uyt dit Houwelyk voor de Druyd vloeyd.

Als gy u dan, koninglijke Bruyd, weerdig u ondertrouw met dien grooten Immanuël gedraegt, soo kond gy daer in veel moedgeving vinden in allerhande ongevallen; ontbreekt u meenigmael wijsheyd,, dat gy door dé duysterste saeken niet kond doorsien, hy sal u tot oogen sijn; pleegt met u ondertrouwde Bruydegom raed, hy sal u in de alderduysterste saeken een heylsaemen raed geven, en op de rechte weg bestieren, gelijk het hooft het lichaem bestiert; word gy aengevallen van u geestelijke vyanden, braekt de Wet of de Satan haere beschuldiging tegen u uyt; O de Heere Jesus u ondertrouwde Man sal uwe twistsaeke twisten; soo lang de Man leeft, kan een Vrouw in rechten niet betrokken werden; even soo kan de Satan nog de Wet eenige vat op u hebben; u liefdragende Man Immanuël sal u saek aentrekken als de sijne, en die voor u goed maeken; siet gy tegen u wensch en begeerte nog al te veel om na u voorgaende minnaers, na een vleeschelijk genoegen en ydele wereld, sijt verseekert, dat u liefdragende Man u om uwe swakheden geen scheyd-brief sal geven, maer dat sijn liefde die struykelingen sal over-sien en bedekken; want hy een God is, die niet aenschouwt de ongerechtigheyd in Jacob, de overtredingen in sijn Israël; word gy hittelijk van u vyanden vervolgt en onderdrukt, sijt getroost, dat hy

-ocr page 177-

DER GELOOVIGEN MET CHRISTUS. 169

u sal nemen onder de vleugelen van sijn bescher-minge, en verbergen in \'l hol van sijn hand; troostrijk was Gods belofte, Psalm 91: 4—6. Hy sal u dekken met sijne vlerken, ende onder sijne vleugelen suit gy betrouwen; sijne waerheyd is een rondasse ende beukelaer. Gy en suit niet vreesen voor den schrik des nachts; voor den pijl die des daegs vliegt; Voor de pestilentie die in de donkerheyd wandelt; voor het verderf dat op den middag verwoestet. Ontbreekt u yets na lichaem of na siel, gy kond gerust wesen, dat hy u gebrek met sijn algenoegsaetn-heyd vervullen sal, en dat gy met David suit konnen seggen, mijn beeker is altijd overvloeijende; immers al het sijne is het uwe door dit Houwelijk geworden; wel wat souw dan u liefdragende Bruydegom u konnen weygeren? Sijt gy swak, by sal u sterken, dat was sijn hert-sterkende moed-geving, Jes. 40: 29. Hy geeft den moeden kragt, ende hy vermee-nigvuldigt de sterkte dien die geene kragten en heeft. Sijt gy gevallen, by sal u wederom als sijn ondertrouwde Bruyd opregten, Mich. 7: 8. Verblijd u niet over my, ó mijne vyandinne; wanneer ik gevallen ben, sal ik weder opstaen; wanneer ik in duysternisse sal geseten sijn, sal my de Heere een licht sijn. Kond gy niet gaen, hy sal u dragen, Jes. 40: 11. Hy sal sijne kudde weyden .gelijk een herder; Hy sal de lamraerkens in sijne armen vergaderen, ende in sijnen schoot dragen; de soogende sal hy sagtkens leyden. Wandelt gy in duysternisse, u Bruydegom sal u, als de wolk-colpmme Israël voorging, voorlichten. Psalm 27 : 1. De Heere is mijn licht, ende mijn heyl, voor wien soude ik vreesen? De Heere is mijns levens kragt, voor wien soude ik vervaert sijn ? Sijt gy in nood, wat vind gy dan

-ocr page 178-

170 VAN DE NAUWE VEREENIGING E«Z.

geen vrymoedigheyd om tot u Bruydegom te gaen, en tot des Konings binnen-kamer ? Wat heeft een Vrouwe geen vrymoedigheyd om in verlegentheyd tot haer Man te gaen, haer nood aen hem te klagen, en sijn hulpe van hem te eysschen, ja sig verseekert te houden, dat hy haer hikkende smeekingen en biggelende traenen langs haer wangen sig sal laeten welgevallen? Wat u quell koninklijke Bruyd, gaet vry gemeensaem tot uwen ontfermenden Bruydegom, stort u klagte voor hem uyt, en maekt u begeerlens aen hem bekent, en sijt vergewist, dat by u smeekingen met segen in u boesem sal doen wederkeeren, gy sijt dog hel vermaek en lusl van sijn oogen, en hy vind genoegen in u smeekinge, u stemme is hem soet, en u gedaente lieffelijk, Hoogl. 2: 14. Schrikt ook niet voor de dood; die sal u niet scheyden van u over-soete Hert-bruydegom, maer sal u in de armen van u Bruydegom overgeven, en brengen tot vol-trekkinge van u lang gewenschle trouw; als gy den dorpel der heerlijkheyd suil overgestapt sijn. dan suil gy eerst de volmaekte vruglen plukken van u gesegent Houwelijk; u schoonheyd volmaekt opge-luyslert, en u cieraed en vorstelijk gewaed verdubbeld hebbende, sal u gegeven worden voor eeuwig by hem in te woonen in sijn hemels palleys. om in die bruyloft-sael daer boven volkomen te genieten sijn over-soele liefde-toelacchingen, bel glansrijk licht van sijn beminnelijk en siel-vermaekend aengesigt, de hert-verrukkende omhelsingen van sijn onmiddelijke gemeynschap, en de drukkende kussen van sijnesiel-streelende liefde. Vertroost malkanderen met dese woorden.

AMEN.

-ocr page 179-

INHOUD.

Bladz.

OPDKAGHT Aan myne Veel-geachte Schoon-Moeder Hendrica Gossy, Huysvrouw van do 11 oor Cornelia van Kleversksrk, beneffens Aen myne seer Waerde Suster Johanna Francken, Huysvrouw van de Heer Johan de Koo, en Aen myne Veel-geliefde Swagerinne Anna Cornelia de Vries, Huysvrouw van de Heer en Mr. Henricus Francken. 1

Aenspraek aen den God-vrugtigen Leeser......23

I. AFDEBLINGE.

Inleyding. Van de Nauwe Vereeniging der Geloovigen met Christus...............^

II. APDEELINGE.

Overeenkomst tusschen de nauwe vereeniging der Geloo-

vige met Christus en tusschen het Kouwelijk ... 30

III. AEDBELINGE.

Van do geluksalige staet der gener, die met Christus in een Houwelijks-Verbond komen.......57

IV. AFDEELINGE.

Van de merkteekenen van het Houwelijk-sluyten met Christus................^

-ocr page 180-

IKHOUD.

Blaflz. :

V. APDEELINGE.

Yan de ontdekkinge der gener, die de Proef van Jesu Bruyd niet konnen uytataen.........90

VI. APDEELINGE.

Tan ^e weg langs -welke yemant komen kan tot een Houwelyk-slnyten met Christus........109

VII. APDEELINGE.

Van de beweegredenen tot het ingaen van dit segen-rijk Houwelijk................115

VIII. AFDEELINGE.

Van de verpligtinge der Geloovigen, die met Jesus in Houwelyk syn gekomen...........117

IX. APDEELINGE.

Van de moedgeving voor Twyfelmoedige Sielen . . . 146

X. AEDEELINGE.

Van de troost, welke uyt dit Houwelyk voor de Bruyd vloeyd.................168

-ocr page 181-

sn Jesu

• • . 90

tot een

• • .109

\'en-rijk

■ • ■ 115

, • LV

sus in

■ . .117

. . 146

i

3ruyd . . 168

-ocr page 182-

1

-ocr page 183-