-ocr page 1-

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

Verzameling tooncelstukken uit de nalatenschap van

Prof. Dr. J. te WINKEL tio.222 _

-ocr page 2-

»

r*.:% ■

... ■ m * X\' •

: •• ■• w; . ...

- -■ ■\'■quot;■ . ^ •■ \' lt;•

Wquot;

/5-

■.•• • - .... \' 1 ■$amp;■-. ■ -v^\'\'\' -%-.■ /■■■

. ■\'■.gt;;lt;;\'

quot; *

v •lt;;.•; ^ ;Hgt;

;N,.

if •\'■

abw

é .:

■ * ■\'. ~

I ::. \'

quot;x.; ■ ^

.■■ -4.-

JS#f

quot;-r.

quot;. • ... a - vquot;:;_

•-■•\' quot;S®

wik\'

- ; ^r ■

J\' 14

JrfV t\'-\'-

\'■\'f ,V, -\' \'■\'■amp;*gt;,, \'■

■■sj.C ■. W\'.^k

Vfe-,,

: «« v

\' %

^L:

■•-.

-ocr page 3-

/)

jlyVULE ^tUGlER

H[I POSI-SCfilPTy

TOONEELSTUK IN ÉÉN BEDRIJF.

naar het franseh

PR. J. DE JONG

AMSTERDAM — A, RÓSSING. — 1887.

-ocr page 4-

K

ncJJ^usc VAN

,, Uitgave van A. Róssing te Amsterdam.

rgt;L?UCA7t IHACt J

DE LANTAARN.

Derde Jaargang.

Verschijnt den Isten en 15(1cii van elke mannd.

Prijs per 3 maanden ƒ 1.25, fr. p. p. f 1.37.

Jn de Jaargangen van 1885186 leverden bijdragen: H. J.

SCHIMMEL, Prof. Dr. JAN TEN BRINK, Cd. BUSKEN HUET,

ENG ELBERT DE CHATELEUX, A. W. STELWAGEN, JANG.

DE VOS, H. L. BERKEN HOEF, J. A. BI ENTJES, F. SMIT KLEINE, F. ROSENSTEIN, J. VAN REN NES, W. G. VAN NOUHUYS, WILLEM HOLLANDER, J. H. RöSSING, G. WAALNER, F. NETSCHER, M. CO ENS, enz.

DE LANTAARN veroverde zich reeds in het eerste jaar van haar bestaan eene niet te miskennen plaats, door frischheid van inhoud, strijdvaardigheid tegen den Hollandschen Jan Saliegeest in kunst en letteren en vooral door het besteden van zorg aan den vorm.

Ook vonden de geestige krijtteekeningen, waarmede J. Hols-■vvilder ieder No. opluistert, zeer veel waardeering.

Alle maandschriften, dag- en weekbladen beweren eenstemmig, dat DE LANTAARN eene eigen en eenige plaats onder onze Tijdschriften inneemt.

Proefnummers worden op aanvraag gratis toegezonden.

Van den Isten en 2den Jaargang zijn nog enkele exemplaren verkrijgbaar a f 5.—

-ocr page 5-

HET POST-SCBIPTUM.

TOONEELSTUK IN ÉÉN BEDRIJF.

-ocr page 6-

Uitgave van A. Róssing te Amsterdam.

DE LANTAARN.

Derde Jaargang.

Verschijnt den Isten en 15den van elke maand.

Prijs per 3 maanden f 1.25, fr. p. p. f 1.37.

Jn de Jaargangen van 1885186 leverden bijdragen: H. J.

SCHIMMEL, Prof. Dr. JAN TEN BRINK, Cd. BUSKEN HUET,

ENG ELBERT DE CHATELEUX, A. W. STELWAGEN, JANG.

DE VOS, H. L BERKENHOFF, J. A. BI ENTJES, F.SMIT KLEINE, F. ROSENSTEiN, J. VAN REN NES, W. G. VAN NOUHUYS, WILLEM HOLLANDER, J. H. RöSSING, G. WAALNER, F. NETSCHER, M. CO ENS, enz.\'

DE LANTAARN veroverde zich reeds in het eerste jaar van haar bestaan eene niet te miskennen plaats, door frischheid van inhoud, strijdvaardigheid tegen den Hollandsehen Jan Saliegeest in kunst en letteren en vooral door het besteden van zorg aan den vorm.

Ook vonden de geestige krijtteekeningen, waarmede J. Hols-wilder ieder No. opluistert, zeer veel waardeering.

Alle maandschriften, dag- en weekbladen beweren eenstemmig , dat DE LANTAARN eene eigen en eenige plaats onder onze Tijdschriften inneemt.

Proefnummers worden op aanvraag gratis toegezonden.

Yan den Isten en 2den Jaargang zijn nog enkele exemplaren verkrijgbaar a, ƒ5.—

-ocr page 7-

HET POST-SCEIPTUM.

TOONEELSTUK IN ÉÉN BEDRIJF.

-ocr page 8-

Rederijkerskamers en Familiekringen is het recht van vertooning vergund.

-ocr page 9-

•pAIILE jk

HET POST-SCRIPTUM,

TOONEELSTUK IN ÉÉN BEDRIJF.

naar het fransch

Pb. J. DE JONG

AMSTERDAM — A. RÖSSING. — 1886.

iïet recht van opvoering voorbehouden volgens de Wet van 28 Juli 1881 (Staatsblad No. 124

bibliotheek der

rijksuniversiteit

UTRECHT.

UGIERi

-ocr page 10-

PERSONEN:

Mijnheer De Lancy. Mevrouw De Verlière.

Het stuk speelt te

P a r ij s in onzen

-ocr page 11-

HET P0ST-SCR1PTÜM,

Het tooneel stelt een sierlijk boudoir voor. Twee deuren op den achtergrond. Rechts een schoorsteen. 171 het midden een tafel.

EERSTE TOONEEL.

Mevrouw De Verlière, in huisgewaad, het haar gepoederd. Zij is bij den haard gezeten in een bergère en snijdt een boek open. De Lancy treedt binnen door de deur rechts.

Lancy, bij de deur.

Neem het niet kwalijk, waarde buurvrouw, ik ben het. Knor niet op uw kamenier, ze heeft gedaan wat ze kon, om mij te beduiden, dat u voor niemand thuis waart, maar ik bracht haar aan het verstand dat een huisheer niet iemand is : dat was haar. te machtig. Moet ik nu heengaan ?

Mevr. De Verlière.

Nu het is goed, dat u het is.

-ocr page 12-

6

L a n c y.

Uw boek is dan wel interessant?

Mevr. De Verlière.

Ik weet er niets van: ik ben bezig het open te snijden. Nu u er eenmaal is, waarde Lancy, kunt u me helpen wachten, want ik wacht.

Lancy, die naar haar gepoederd hoofd ziet.

Wat, het Carnaval?

Mevr. De Verlière.

O, neen. Zoo vroeg zou ik mij niet voor het bal gepoederd hebben.

Lancy.

Wat dan?

Mevr. De Verlière.

Niet waar, wat is dat voor een geheimzinnige zaak? Nu ik zal geen geheimen voor u hebben; men heeft mij van morgen eau athénienne op het hoofd gedaan en men heeft mij gepoederd om het haar te drogen. Zijt ge nu tevreden? — O, ik vergat bijna u te bedanken voor uw korf met wild. U is de prins der jagers en het model der huisheeren.

Lancy.

Het eerste compliment laat ik me welgevallen, met het tweede treft u het niet.

Mevr. De Verlière.

U maakt me bang. Het is toch niet bij geval uw plan mij op te slaan.

Lancy.

Erger nog. Ik kom u de huur opzeggen.

-ocr page 13-

Mevr. De Verlière.

Is dat een grap ?

L a n c y.

Helaas, als man van de wereld had ik het niet gewaagd tot u door te dringen; zulk een stoutheid kon zich alleen de man van zaken veroorloven.

Mevr. de Verlière.

En kon de man van zaken niet wachten tot morgen?

L a n c y.

Onmogelijk. Volgens ons contract, moeten we elkaar zes maanden te voren waarschuwen; de termijn verstrijkt heden nog, morgen zou de nieuwe termijn zijn ingegaan, hetgeen mij geweldig zou spijten.

Mevr. De Verlière.

Dat is spreken als oprecht jagersman.

L a n c y.

Als een man der bosschen, zoo u wil.

Mevr. De Verlière.

U gebruikt geen omwegen, ten minste.

Ij a n c y.

Men kan niet weten!

Mevr. De Verlière.

Nu nog mooier! En mag ik weten waarom u mij de huur opzegt? Want ik veronderstel\'dat u een reden hebt.

L a n c y.

Een zeer goede reden zelfs. Heeft u den tijd naar mij te luisteren?

-ocr page 14-

8

Mevr. De Verlière.

Al zou ik dien moeten stelen, zou ik den tijd daarvoor nemen. Ik beken dat het mij pleizier zou doen als u een gegronde reden hadt, want het zou mij spijten als u niet meer in een goed blaadje bij mij stondt.

L a n c y.

Maar het is een heel verhaal, ik waarschuw u te voren.

Mevr. De Verlière.

Nu doe maar zooveel mogelijk af, morgen het slot als men ons komt storen.

li a n c y , zet zich bij de tafel.

Ik begin. Wees op vier en twintigjarigen leeftijd....

Mevr. De Verlière.

Ei, ei, de geschiedenis van uw leven? Waarom springt u uwe jeugd over?

L a n c y.

Och, als u er op gesteld is, dan zal ik de zaken hoo-ger ophalen, ab ovo, evenals Tristram Shandy ... temeer omdat een klok bij mijn geboorte een rol speelde evenals bij de zijne.

Mevr. De Verlière.

Neen, dank u wel.

L a n c y.

Wees maar niet bang. Mijn moeder vertelde mij dikwijls dat in hare kamer een oude klok stond en dat, op het oogenblik dat ik ter wereld kwam, de klok mij verwelkomde door vroolijk twaalf te slaan, hetgeen ieder der aanwezigen als een gelukkig voorteeken beschouwde. En inderdaad, van mijn geboorte af, was ik van een op-

-ocr page 15-

9

gewektheid, die het leven nog niet heeft kunnen onderdrukken. Het is waar, dat ik ijzersterk ben en dat stemt niet tot melancholie.

Mevr. De Verlière.

Maar wel tot egoïsme: wees op uwe hoede!

L a n c y.

Geloof dat toch niet. Alleen, zij die gezond zijn, zijn werkelijk goed. Zelfzuchtig als een zieke .... U weet daar alles van, gij, die uw overleden echtgenoot zoo uitstekend hebt opgepast.

Mevr. De Verlière.

Helaas, dat is waar.

L a n c y.

Op vier en twintigjarigen leeftijd dan, meester over een groot fortuin en drager van een eervollen naam....

Mevr. De Verlière.

Haasttet ge u het eerste te doen slinken ....

L a n c y.

En den anderen in opspraak te brengen ? Wel neen ! De hartstocht voor de jacht heeft mij voor andere dure passies behoed. Ik heb altijd een afschuw van het spel gehad en zonder mij te willen uitgeven voor zoo kuisch als de schuwe Hippolytus, kan ik mij er op beroemen ....

Mevr. De Verlière.

Ik bid u, geen bijzonderheden.

L a n c y,

Alleen het hoog noodige. — Kan ik mij er op beroemen mijn leven lang naar achtbare vrouwen te hebben gezocht. Ik begon, zooals alle beginners, te zoeken in-

-ocr page 16-

10

het kamp der gevallenen, en ik moest mijn manie van te willen opheffen duur betalen. Maar na voor eenige honderdduizenden francs aan gevallen engelen te hebben losgekocht, merkte ik dat de dwaze maagden zoo mogelijk nog minder dwaas dan maagden zijn, en dat hij, die haar loskoopt, voor haar slechts iemand is die ze koopt, maar naïever nog.

Mevr. De Verlière.

Hoogst interessant!____Maar ga voort.

L a n c y.

Toen ik genoeg had van deze beminnelijke neringdoenden, zette ik mijn onderzoekingen in het andere kamp voort. O, mevrouw, welk een zaligheid voor iemand, die pas aan veile minnarijen is ontkomen, een hart te bezitten dat zich overgeeft en daarbij al zijn plichten verzaakt! Het ongelukkige was, dat ik mij ten slotte altijd aan den man begon te hechten, dien ik oneindig achtenswaardiger vond dan de vrouw, en ik zag dan in dat er geen breede kloof is tusschen haar, die ons voor een ander bedriegt, en haar, die een ander bedriegt voor ons.... En zij, die zoo hoog opgeven van het offer, dat zij brengen , door haar plichten te verzaken, zijn meestal slachtoffers, die volkomen vertrouwd zijn met de slachtbank. — Ik verveel u toch niet al te erg?

Mevr. De Verlière.

Nooit te erg.

L a n c y.

Maar genoeg. Nu ik zal het korter maken. Het resultaat van mijne ervaringen was deze waarheid: dat de eenige kans op het bezit van eene fatsoenlijke vrouw is haar te trouwen. — Ongelukkig genoeg had ik den

-ocr page 17-

11

leeftijd overschreden, waarop men blindelings in het bootje stapt; er bleef mij slechts een mariage de raison over, en het is erg moeilijk een vrouw te vinden, met wie het verstandig is te trouwen. Maar ik meen eindelijk te hebben gevonden wat ik zocht.

Mevr. De Verlière.

Zoo? Des te beter!

L a n c y.

Wacht eventjes. Ik ben nog niet aangenomen.

Mevr. De Verlière.

O, dat zult u wel worden, dat kan niet anders, want u is een charmant mensch, ondanks dat leelijk opzeggen van de huur .... dat we een beetje uit het oog verliezen.

L a n c y.

Integendeel, we komen er juist op terug. Ongehuwd kon ik tevreden zijn met mijn entresol; nu ik een trap ga stijgen, moet ik ook een verdieping hooger gaan.

Mevr. De Verlière.

Begrepen. U wilt mevrouw De Lancy dit appartement doen betrekken.

Lancy, staat op.

Zooals u zegt.

Mevr. De Verlière.

Ik vergeef u om de reden, hoewel ik het vervelend vind te moeten verhuizen. Ik was nu eenmaal gewoon hier en de woning beviel mij best; Ik wil het wel weten.

Lancy, tegen de leuning van mevr. De Verlière\'\' s stoel leunende.

Nu, het hangt slechts van u af om te blijven.

-ocr page 18-

12

Mevr. De Verlière.

En mevrouw De Lancy?

L a n c y.

O, zij zal zich daarin heel gaarne schikken mits.... Mevr. De Verlière.

Mits?

Lancy.

Mits u slechts van naam verandert....

Mevr. De Verlière.

AVat bedoelt u?

Lancy.

En ophoudt mevrouw De Verlière te heeten, om den naam te dragen van mevrouw De Lancy.

Mevr. De Verlière.

De Lancy? Ik geloof waarachtig dat u mij daar een huwelijksaanzoek hebt gedaan!

Lancy.

Oprecht gesproken, dat geloof ik ook.

Mevr. De Verlière, staat op.

En met wat omwegen, lieve hemel!

L a n c y.

En u die mij verweet geen omwegen te maken! Mevr. De Verlière, staande voor den schoorsteen.

Het is waar, ik deed u onrecht. — Derhalve ben ik het die de onschatbare eer heb voor u een mariage de raison te verwezenlijken? AVeet u wel dat uniet beleefd is? Lancy.

Met uw permissie, laten we elkaar goed verstaan. Wat de wereld noemt een mariage de raison, dat is een

-ocr page 19-

13

huwelijk, waarbij het hart evenmin als de oogen wordt geraadpleegd, waarbij men een vrouw neemt, die men in de meeste gevallen niet tot maitres zou willen hebben, en wier bézit men slechts duldt op voorwaarde, dat het voor altijd is; zulk een huwelijk noem ik een huwelijk voor gekken.

Mevr. De Verlière.

Ei zoo, maar beken dat die toelichting niet overbodig was. U is een fameuse zonderling!

L a n c y.

Waarin dan toch?

Mevr. De Verlière.

In alles, en dan in uw manier van het hof te maken.

L a n c y.

Wat weet u daarvan? Ik heb u nooit het hof gemaakt.

Mevr. De Verlière.

Dat is al origineel. Maar zelfs thans, nu u op zoo\'n zonderlinge wijze mijn hand hebt gevraagd, heb ik alle mogelijke moeite in u een zuchtend minnaar te zien.

L a n c y.

Zuchten is niet in mijn aard. Als men mij slechts een gegronde reden tot zuchten geeft, zal ik het evengoed doen als ieder ander.

Mevr. De Verlière.

Maar is u er wel zeker van dat u mij lief hebt?

L a n c y.

Zoo zeker als van mijn bestaan.

Mevr. De Verlière.

Nu, dat is een liefde waarvan ik het bestaan in het geheel niet vermoedde.

-ocr page 20-

14

L a n c y.

En ik dan? Als men mij een maand geleden er van gesproken had zou ik zeer verbaasd hebben gekeken.

Mevr. De Verlière.

Hoe is dat zoo bij u opgekomen? Want ik was toch niet koket.

L a n c y.

Neen, zeker niet! — Het is deze schoorsteen, die de oorzaak is van al het kwaad, indien het een kwaad is.

Mevr. De Verlière.

Waarlijk ?

L a n c y.

Ik kende u slechts van aanzien, dat is al wat, maar ik liep groot gevaar het daarbij te laten, want door uw rouw zou uw huis voor mij gesloten zijn geweest als voor ieder ander, indien die goede schoorsteen het niet had geopend door te gaan rooken.

Mevr. De Verlière.

Bij westewind rookt hij nog, dat zeg ik u.

L a n c y.

Ik neem er nota van. Van dien dag af droomde ik slechts van reparaties .... vreemde droom voor een huisheer, en die mij had moeten doen inzien op welke helling ik mij bevond. Om kort te gaan, het kwam van het een op het ander, van den schoorsteenveger op den slotenmaker, en zoo vond ik mij op een goeden dag opgenomen onder uwe intieme kennissen, met eerbiedigen weemoed vervuld over uw onopgesmukt verdriet, doordrongen van uw loyauteit, en overtuigd dat ik mij onschuldig overgaf aan de zoete geneugten der meest belangelooze vriendschap. Hoe en wanneer verkeerde die vriendschap in

-ocr page 21-

15

een warmer gevoel? Ik zou het niet kunnen zeggen en ik zou de metamorphose misschien nog niet hebben bemerkt, indien mij niet verleden week een zeer aannemelijke partij was voorgeslagen. Alles wat men maar wenschen kon, er viel niets op aantemerken. En daarbij stond het besluit bij mij vast niet langer ongetrouwd te blijven; ik had dus dadelijk . moeten toehappen. Maar aan ik weet niet welken tegenzin merkte ik, dat mijn hart reeds vergeven was, dat het u geheel behoorde, en reeds acht dagen draai ik met een declaratie om u heen, met een beschroomdheid een jeugdiger leeftijd waardig. Eindelijk is de operatie gedaan, en ik verzoek u te gelooven, dat ik er niet rouwig om ben.

Mevr. De Verlière, achter de tafel.

Best vriend! Ik houd werkelijk heel veel van u, u is de fatsoenlijkste man, dien ik ken.

L a n c y.

Ai, ai, dat begint slecht!

Mevr. De Verlière.

Ik ben dupe geweest van uw vriendschap, evenals gij zelf, en ik heb het bewustzijn niets te hebben gedaan om een gevoel aan te wakkeren, dat u slechts onaangenaamheden kan berokkenen.

L a n c y.

Ik val niet in uw smaak .... ik vreesde het wel! Ik had beter gedaan te zwijgen. Nu, doe alsof ik niets gezegd had, en houd een plaats voor mij open bij dezen rookenden schoorsteen.

Mevr. De Verlière.

U zult er steeds welkom zijn, zoolang u die wilt innemen.

-ocr page 22-

1

16 L a n c y.

Dan altijd!

Mevr. De Verlière.

Ook wanneer ik hertrouwde?

L a n c y.

Neen, waarachtig niet, maar u denkt daar toch niet aan ?

Mevr. De Verlière.

En wanneer ik er nu aan dacht?

L a n c y.

Zeg dat toch niet.

Mevr. De Verlière.

U moet het toch den een of anderen dag weten.

L a ii c y.

Is het heusch?... Maar neen, het is onmogelijk! Ik zag niemand bij u, die iets van een pretendent had.

Mevr. De Verlière.

Bij me neen; maar ik zeide u immers dat ik vandaag iemand verwacht.

L a n c y.

Nu dat tref ik! .. . Ik was op alles verdacht behalve dat.

Mevr. De Verlière.

Kom, zet niet zoo\'n wanhopig gezicht. U hebt van mijn hart alles wat er van overbleef, dat verzeker ik u, en ik zou tegen uw aanzoek geen groote bezwaren hebben als ik niemand lief had. Kan ik u meer zeggen?

L a n c y.

Waartoe die balsem op mijn eigenliefde? Zij heeft dien niet noodig. Ik had duizendmaal liever dat ik u

-ocr page 23-

17

ten eenenmale mishaagde en dat niemand u behaagde. U hadt uw geheim best kunnen bewaren. Als u denkt mij daarmede te troosten!

Mevr. De Verlière.

Neen, maar te genezen. In zulke zaken is er niets beters dan een fiksche snede in de wond.

L a n c y.

Mij genezen. Een doktersleugen dus. Wat was ik onnoozel! Aan uw kapsel alleen had ik het moeten raden.

Mevr. De Verlière.

Maar ik verzeker u ....

L a n c y.

Dat u een afwezigen geliefde verwacht? En u zou juist dien dag hebben gekozen om uw haar te poederen ?

Mevr. De Verlière.

Laat mij u op mijn beurt een geschiedenis vertellen. Zij gaat rechts van de tafel zitten.

L a n c y, zet zich links.

Twee als u wilt. U kunt u er op beroemen mij geducht bang te hebben gemaakt.

Mevr. De Verlière.

Kent u mevrouw De Valincourt?

L a n c y.

Haar man is een van mijn goede vrienden.

Mevr. De Verlière.

Na drie jaren getrouwd te zijn geweest, kreeg het allerliefste vrouwtje, zooals u weet, typhus, en toen ze hersteld was werd haar haar grijs.

2

-ocr page 24-

18

L a n c y.

Welnu?

Mevr. De Verlière.

Haar man aanbad haar. Zoolang zij in gevaar verkeerde was hij zoo wanhopig, dat men dacht dat hij haar niet zou overleven. Door een wonder bleef zij gespaard ....

L a n c y.

Haar haar werd grijs ....

Mevr. De Verlière.

Haar haar werd grijs en sedert dien is mijnheer eiken nacht uit. Wat zegt u daarvan?

L a n c y.

Wel!

Mevr. De Verlière, van haar stoel

oprijzend.

Wat, u vindt hem verschoonlijk ?

L a n c y, lachend.

Tot op zekere hoogte ja. De brave man betwistte een aanbiddelijke brunette aan den doodj men gaf hem een peper en zoutkleurige Eurydice terug! Dat is klaarblijkelijk verwisseling van persoon. Zelfs het wetboek houdt daar rekening mede. Waarom zouden wij strenger zijn dan het wetboek?

Mevr. De Verlière, bij den schoorsteen.

Ge zijt toch allen dezelfden. Wees goed, verstandig, oprecht, beijver u uw toekomstigen meester waardig te zijn, een gezellin vol toewijding, een getrouwe hoedster van zijn eer. Arme dwaze! Dat alles kan hem niet schelen, wel de kleur van uw haar, of de kromming

-ocr page 25-

19

van uw neus. Word koket, beuzelachtig, zelfzuchtig, zijn liefde zal niet afnemen; integendeel. Maar wee, zoo ge een grijs haar of een putje van een pok krijgt, uw geluk zou instorten en uw man zou u dood kalm zeggen; „Het spijt me wel, maar er heeft verwisseling van persoon plaats gehad.quot; En ik, die naïef genoeg was u straks te beklagen!

L a n c y.

Met uw permissie. Er was geen sprake van mij, maar van Valincourt.

Mevr. De Verlière, de tafel weer naderende.

Dien u verontschuldigt, wiens gedrag u goedkeurt, dien u, als u in hetzelfde geval verkeerde, zoudt navolgen. Heb tenminste den moed van uw overtuiging.

L a n c y.

Laten we elkaar trachten te verstaan. Tegen wien trekt u te velde, tegen mij of tegen Valincourt?

Mevr. De Verlière.

Tegen hem, tegen u, tegen uw sekse, tegen die vernederende wijze van beminnen, die ons gelijk stelt met luxe-dieren, een beetje boven de jachthonden en renpaarden. Is dat duidelijk genoeg? Zij gaat weer zitten hij den schoorsteen.

L a n c y, staat op.

Zeer duidelijk. Elke vrouw, die aanspraak maakt op beschaving, vindt het verschrikkelijk om haar schoonheid te worden bemind. Zij wil alleen om haar gemoed bemind worden. Dat weten we.

Mevr. De Verlière.

En die pretensie is heel gek, niet waar?

-ocr page 26-

20

L a n c y.

Dat zeg ik niet, maar de man is nu eenmaal een ruw wezen, tot wien de liefde door de oogen komt.

Mevr. De Verlière.

Dat is juist wat ik hem kwalijk neem.

L a n c y.

Ongelukkig genoeg is dat een natuurwet, waaraan beide seksen zijn onderworpen, de uwe evengoed als de onze, al houdt u ook het tegendeel vol.

Mevr. De Verlière.

Wel verschrikkelijk!

L a n c y.

Kom, mevrouw, de hand op het hart; als u iemand lief hadt, en hij keerde op zekeren dag met éen oog of éen arm tot u terug, zou die beschadiging niet een beetje koud water op uw genegenheid werpen?

Mevr. De Verlière.

Wat kent u de vrouwen slecht! Weet dat, wanneer wij een man liefhebben, wij alleen letten op zijn hart en verstand. Wij weten ternauwernood of hij blond of bruin is, en, zoo hij beschadigd is, zooals u dat noemt, neemt onze teederheid nog toe, om hem te troosten en gerust te stellen.

L a n c y.

Ja, acht dagen.

Mevr. De Verlière.

Geheel het leven.

L a n c y.

Nu, ik zou u wel eens op de proef gesteld willen zien.

-ocr page 27-

21

Mevr. De Verlière.

Als ik zoo zeker was dat hij de proef, die ik hem bereid, zegevierend zou doorstaan!

L a n c y.

Wie?

Mevr. De Verlière.

Hij dien ik wacht.

L a n c y.

U wacht dus heusch iemand?

Mevr. De Verlière, staat op.

Wel, juist daarom ben ik gepoederd. Ik zal hem zeggen dat ik gedurende zijn afwezigheid grijs ben geworden, en dat ik mij moet poederen om te verbergen dat ik ... . hoe noemt u dat ook weer ? ,... peper ....

L a n c y.

En zout.

Mevr. De Verlière.

En zoutkleurig ben. — En als ik in zijn oogen de minste aarzeling lees, dan is alles tusschen ons gedaan. L a n c y.

Is u daar zoo zeker van?

Mevr. De Verlière,

Ik geef u er mijn woord op.

L a n c y.

Nu dan heb ik nog niet alle hoop verloren.

Mevr. De Verlière.

Och, het zou u niet veel baten! Ik zou afstand doen van de wereld en mij op mijn landgoed gaan begraven.

-ocr page 28-

22

L a n c y, glimlachend.

Hebt u daar niet een goeden kelder voor de vrienden ?

Mevr. De Verlière.

Scherts niet, wat ik u bidden mag. Als ik bedenk, welk gewaagd spel ik ga spelen.

L a n c y.

Waarom speelt u het dan?

Mevr. De Verlière.

Waarom stak Psyché haar lamp aan?

L a n c y.

O, dochter Eva\'s! Wilt u mij vergunnen naar den afloop van uw onderhoud te komen vragen, als ik er den moed toe heb? Want zoo ik geen andere rechten kan krijgen, die der vriendschap wensch ik althans te behouden.

Mevr. De Verlière.

Ik zal mij die hartelijke woorden herinneren, wat er ook gebeure. {Zij reikt hem de hand). Heb dank daarvoor.

Een bediende, doet de deur links open.

Mevrouw, mijnheer De Mauléon is er.

L a n c y, ter zijde.

De Mauléon?

Mevr. De Verlière,

Het is goed, ik kom dadelijk. Bediende af.

L a n c y , zeer koel.

O, was hij het? Waarom zei u dat niet dadelijk? Ik zou mij dadelijk hebben teruggetrokken, zonder een woord te zeggen.

-ocr page 29-

Mevr. De Verlière.

Waarom voor hem eer dan voor een ander? Kent u hem?

L a n c y, 7ieemt zijn hoed van de tafel.

Ter nauwemood. Ik weet alleen, dat hij sedert tien jaren consul is, ergens in Indie.

Mevr. De Verlière.

Welnu?

L a n c y.

En daar u eerst sedert viertien maanden weduwe is . ..

Mevr. De Verlière.

Heb ik hem bemind, toen mijn man nog leefde? Bedoelt u dat?

L a n c y.

Vergeef mij zoo ik u lastig viel, mevrouw, en geloof mij steeds uw dienstvaardige dienaar. Hij gaat naar de deur rechts.

Mevr. De Verlière.

Mijnheer De Lancy. {Hij blijft staan.) Ik kan u toch niet in een dwaling laten. Ik hecht aan uwe achting.

Lancy, bij de deur.

U is al te goed mevrouw, maar men wacht u.

Mevr. De Verlière.

O, ik kan kort zijn. Ik zelf was het, die den Minister verzocht mijnheer De Mauléon te benoemen, om een gevaar af te wenden, waarmede een fatsoenlijke vrouw nimmer moet spotten.

L a n c y.

Ezel, die ik ben! U hebt wel reden mij niet lief te

-ocr page 30-

24

hebben , ik ben u niet waardig. Ik heb u allerdwaast beleedigd.

Mevr. De Verlière.

Ja, en toch beviel mij dat. De eerste de beste zou niet zoo hebben gesproken. Het bewijst dat mijn eer u ter harte gaat.

L a n c y , naderbij komend.

Uw geluk ook, wees daar zeker van.

Mevr. De Verlière.

Daar twijfel ik niet aan.

L a n c y.

Vergun mij dan een vraag: Is het u bekend dat De Mauléon, nauwelijks in zijn functie geïnstalleerd, de hand vroeg van de dochter van een rijk koopman.

Mevr. De Verlièreï

Ik weet dat. — En dan?

L a n c y.

Als u dit weet, heb ik niets meer te zeggen.

Mevr. deVerlière.

Ik was toen niet vrij. Moest mijnheer De Mauléon zijn geheel leven opofferen aan een hopelooze liefde? Hij heeft geen fortuin, in zijn carrière moet men getrouwd zijn en ik ben er zeker van dat het huwelijk, waarvan u sprak, zou zijn doorgegaan, wanneer hij er wat meer werk van had gemaakt.

L a n c y.

Komaan. Ik begrijp niet hoe u zoo toegevend kunt zijn.

Mevr. De Verlière.

En ik begrijp maar al te goed waarom u zoo streng zij t.

-ocr page 31-

25

L a n c y.

Het is waar, mijn onpartijdigheid is niet boven verdenking. Wel, ik zou er heel wat voor willen geven om voor vijf minuten uw broeder of uw oom te wezen.

Mevr. De Verlière.

Maar u is het niet.

L a n c y.

Daarom zwijg ik ook. — Vaarwel mevrouw, wees gelukkig.

Mevr. De Verlière.

En ik wil dat u zult spreken! Wat beteekent die geheimzinnigheid ten aanzien van een man, dien u nauwelijks kent?

L a n c y.

Nauwelijks, maar door en door. Ik ben getuige geweest van zijn tegenpartij in een duel, dat op het terrein zelf werd geschikt, en ik verzeker u dat wij het niet waren , die zoete broodjes bakten.

Mevr. De Verlière.

Was u getuige van mijnheer Saint-Jean?

L a n c y.

Is u ook met deze zaak bekend?

Mevr. De Verlière.

Volkomen. Het onrecht was volkomen aan den kant van mijnheer De Mauléon, maar hij wilde dat niet erkennen en ik alleen kreeg van hém gedaan, dat hij excuses maakte. Dat is niet het geringste bewijs van liefde dat hij mij gaf. Ik was daardoor dan ook zoo

-ocr page 32-

26

getroffen, dat ik toen juist inzag dat het tijd werd dat hij heenging. U is niet gelukkig in uw aanvallen, arme vriend.... maar u hebt gelijk, ik laat hem wachten. Adieu. Af.

TWEEDE TOONEEL.

L a n c y , alleen.

Zij bemint hem blindelings, dat is duidelijk, en de zaken zullen nu als volgt toegaan: De minnaar zal bij de vernuftige proef beginnen met een leelijk gezicht te trekken en de arme vrouw zal dan bevend uitroepen: „Stel u gerust, het is nog altijd gitzwart!quot; Maar wat doe ik dan hier te wachten? Op een huwelijksbekendmaking? {Hij gaat bij het vuur zitten?) Welk een flauwe hoop bindt mij hier aan deze plaats ? Is het zoo moeilijk zich overwonnen te verklaren ? — Het is waar, deze schoorsteen rookt nog.... maar de duivel hale mij als ik hem laat repareeren ! Hij is goed genoeg voor dien gunsteling der dames .... want deze kamer zal hij waarschijnlijk tot rookkamer inrichten, boven de mijne. Ik\' zal eiken dag zijn verwenschte laarzen hooren kraken; de plafonds zijn zoo dun in die satansche nauwe huizen! {Hij staat oJgt;) Maar, het is waar ook, de twee appartementen zijn precies op dezelfde wijze ingericht! En zij heeft nog huur voor zes maanden ! Ik zal de wittebroodsweken boven mijn hoofd hebben. Een verfijnde Tantalus-kwaal! — JEr blijft mij niets over dan die zes maanden op mijn landgoed te gaan doorbrengen. — Ik tref het niet; er was slechts éen vrouw op de wereld die mij leek en zij bemint een ander! Zoo gaat het altijd! — Komaan, ik zie van het huwelijk af. Ik heb

-ocr page 33-

27

getracht mijn schuld aan het vaderland te betalen, men weigert mijn offerande, nu goed, ik behoud die. — O, die vrouwen, te zeggen dat zij de voorkeur geeft aan zoo\'n.... zoo\'n.... wat eigenlijk ? Hij is niet minder dan een ander. Hij is geen held, dat is zeker, maar eigenlijk weet ik daar ook niets van. De verklaring van mevrouw De Verlière stelt de zaak in een geheel ander licht. — Komaan, ouwe jongen , heb den moed de waarheid te bekennen; je hebt louter uit spijt De Mauléon afgebroken. Dat was heel min van je. Dat geen verstandig man dat zou gedaan hebben, dat kan je weinig schelen. Maar dat geen fatsoenlijk man het zou hebben gedaan, dat kan je wel degelijk schelen. Nu, dat is een mooie geschiedenis, genoeg om je nog ontevredener met je zelf dan met de anderen te maken. Ga maar in je bosschen met je honden en kom er niet van daan.

DERDE TOONEEL.

Lancv , links; Mevromv De Verlière, Zij treedt binnen, zonder hem te zien, loopt door de kamer, werpt in het voorbijgaan ee7i kistje op tafel en gaat in den leuningstoel zitten.

L a n c y , ter zijde.

Zij, en zoo peinzend .... Hij hoest.

Mevr. De Verlière, keert zich om.

O , is u daar ?

L a n c y.

Al terug ! Zou mijnheer De Mauléon bij geval... . ?

-ocr page 34-

28

Mevr. De Verlière, verstrooid.

Integendeel, hij was al wat men verlangen kon. Geen seconde aarzeling; hij vindt zelfs dat grijs haar mij beter staat.

L a n c y.

En ging hij daarom zoo spoedig heen!

Mevr. De Verlière.

Ik was het, die hem verzocht mij alleen te laten. Hij komt van avond op theetijd terug. Ik had na zulk een veelbewogen morgen waarlijk behoefte aan rust.... Het doet mij genoegen u weer hier te vinden.

L a n c y.

En ik laat mij hangen als ik weet wat ik hier uitvoer. Vaarwel, mevrouw.

Mevr. De Verlière.

Ik jaag u niet weg.... integendeel.

L a n c y.

Zou uw zegepraal onvolkomen zijn als ik niet hier was?

Mevr. De Verlière.

Mijn zegepraal! .... Ja, eigentlijk moest ik volkomen gelukkig zijn, en toch .... ben ik bijna droevig gestemd.

L a n c y.

Men zegt dat groote vreugde neerdrukt evenals groote smart.

Mevr. De Verlière.

Neen dat is het niet; het is.... uw schuld.

L a n c y.

Mijn schuld ?

-ocr page 35-

29

Mevr. De Verlière.

Al wat u van mijnheer De Mauléon zeide komt mij weer voor den geest en verontrust me.

L a n c y.

Wel mevrouw, het verontrust me meer dan u. Juist, toen u binnen kwam, onderzocht ik mijn geweten en verweet ik mij zelf de lichtvaardigheid van mijne beschuldigingen.

Mevr. De Verlière.

Waarlijk! Nu, breng mij dan een beetje tot kalmte, u bewijst mij daarmede een dienst. Zet u. {Lancy gaat zitten aan den anderen kant van den schoorsteen, de rug half aan het publiek toegekeerd^) Ik geef te veel om u, om met volle gerustheid een man te kunnen achten, die uw achting niet ten volle bezit.

Lancy, met gelatenheid.

Ik heb geen reden om die aan mijnheer De Mauléon te weigeren.

Mevr. De Verlière.

Ik heradem. Dat huwelijk in Indië dus... ?

Lancy.

U zeide het immers zelf; hij kon toch niet...

Mevr. De Verlière, levendig.

Wat ik zeide komt er niet op aan, wel wat u denkt. Zeg slechts, dat u zou gedaan hebben als mijnheer De Mauléon , dat is mij genoeg.

Lancy.

Ik zou precies zoo gedaan hebben.

-ocr page 36-

30

Mevr. De Verlière.

Na drie maanden?

L a n c y.

Och de tijd doet er niets toe.

Mevr. De Verlière.

Met uw permissie; een van twee: óf mijnheer De Mauléon vergat mij al heel gauw, wat niet erg ridderlijk zou zijn....

L a n c y.

Zijn terugkeer bewijst het tegendeel.

Mevr. De Verlière.

Of, wat nog minder ridderlijk zou zijn, hij bood een jong meisje een hart aan , dat nog geheel vervuld was van een ander.

L a n c y.

Het is niet aan u hem daarvan een verwijt te maken. Bovendien, o-p het laatste oogenblik begaf hem de moed, daar het huwelijk niet doorging.

Mevr. De Verlière.

Was hij het wel, die zich terugtrok ?

L a n c y.

O, in het terugtrekken....

Mevr. De Verlière, lachend.

Daarin is hij sterk, he ?

L a n c y.

Dat meende ik niet. Integendeel, juist op dat punt ben ik hem in gedachten herstel van eer schuldig.

Mevr. De Verlière.

U had toch geen hoogen dunk van hem na dat duel.

-ocr page 37-

31

L a n c y.

Ik wist ook niet dat hij handelde naar uw bevelen. Dat maakt een groot onderscheid en ik ben thans geheel van uwe meening.

Mevr. De Verlière, spijtig.

Dat verheugt me. Zoodus, mijn waarde, als ik u gelastte op het terrein excuses te maken, zou u dat doen ?

L a n c y.

Wel zeker.

Mevr. De Verlière.

Ja maar, zou u het er naar maken dat u dergelijke bevelen kreeg ? Zou u , daags vóór een duel, komen vertellen dat u gaat vechten?

L a n c y.

Lieve hemel, mevrouw, ik zou wel hier vandaan willen.

Mevr. De Verlière.

Neen, neen , antwoord mij.... ik bid u er om.

L a n c y , verlegen.

Mijnheer De Mauléon verpraatte zich een beetje, dat geef ik toe; misschien wilde hij in uw oogen pronken met een gevaar dat hij ging loopen; dat is geen misdaad; maar ik kan niet aannemen dat hij een uitweg zocht, om zich aan het gevaar te onttrekken.

Mevr. De Verlière.

Hij kon toch wel voorzien wat er gebeuren zou.

L a n c y , zoekt naar zijn woorden.

Welnu, dan wenschte hij ongetwijfeld een ofter te brengen, het grootste dat een man aan een vrouw bren-

-ocr page 38-

32

gen kan. Er zijn zoo van die menschen, wier hartstocht hun de bittere kelken doet zoeken.

Mevr. De Verlière.

Houdt u hem voor zoo hartstochtelijk?

L a n c y.

Wel, de proef, die u zooeven met hem hebt genomen, was overtuigend genoeg.

Mevr. De Verlière.

Overtuigend? Vindt u dat?

L a n c y.

Wel zeker.

Mevr. De Verlière.

Maar tracht dan toch ten minste een eigen meening te hebben, beste Lancy. U draait als een weerhaan.

L a n c y.

Waaruit maakt u dat op ?

Mevr. De Verlière.

Is u al dan niet van meening, dat de mannen een heel andere manier van beminnen hebben dan wij — een geheel andere manier, dat houd ik vol —.maar dat zij er slechts éen hebben ?

L a n c y.

O, ik , u weet ik ben een ruwe bonk.

Mevr. De Verlière, staat op.

Maar dat zijn alle mannen min of meer, en indien zij inderdaad alleen op die manier beminnen en mijnheer De Mauléon mij niet op die manier bemint, bemint hij mij in het geheel niet. Wees toch logisch.

-ocr page 39-

33

L a n c y.

U is wat haastig in uw conclusies.

Mevr. De Verlière, beziet zich in den spiegel.

Is die volkomen onverschilligheid voor mijn.... hoe zal ik het noemen ?

L a n c y.

Uw schoonheid.

Mevr. De Verlière.

Nu ja, is die onverschilligheid niet een beetje bevreemdend? Als er iets dragelijks aan mij is, dan is het mijn haar. Men zou zeggen dat hij daar nooit op gelet heeft.

L a n c y , lachend.

Het is uw gemoed, dat hij bemint.

Mevr. De Verlière.

Scherts toch niet, wat ik u bidden mag. En als hij mij werkelijk niet bemint, tot welke afschuwelijke onderstelling zou ik dan niet moeten komen !

L a n c y.

En die is u?

Mevr. De Verlière, gaat weer zitten, tegenover Lancy.

U schijnt heel onbegrijpelijk van daag! Heb ik u niet gezegd dat hij geen fortuin heeft?

Lancy.

U doet hem onrecht.

Mevr. De Verlière.

Och, hemel, mijn hoofd loopt om ! Wie zal mij uit den brand helpen ? Beste Lancy, straks betreurde u het

3

-ocr page 40-

34

dat u niet mijn broeder zijt; stel u voor dat u het wèl zijt, en geef mij raad , toe !

L a n c y.

Mijn raad zou niet belangeloos genoeg zijn.

Mevr. De Verlière.

Neen, u is de rechtschapenheid in persoon: ik zal u blindelings gehoorzamen.

L a n c y.

Welnu, ik raad u met mij te trouwen.

Mevr. De Verlière.

Dat vraag ik u niet.

L a n c y.

Toch is dat alles wat ik u zeggen kan.

Mevr. De Verlière.

Op uw eer en geweten, gelooft u dat hij mij bemint ? L a n c y.

Ik bemin u zelf te zeer, om daaraan te twijfelen.

Mevr. De Verlière, staat ongeduldig op, loopt heen en weer en gaat dan voor Lancy staan; op beslisten toon.

Welnu, als hij mij bemint, des te erger voor hem, want ik zal zeker niet met hem trouwen. Het spijt me dat ik u moet teleurstellen....

Lancy, staat op.

U weet wel beter. Ik ben overgelukkig.

Mevr. De Verlière.

Daartoe hebt u weinig reden, want uw kansen staan niet beter omdat ik niet met hem trouw. Zoo zwaar

-ocr page 41-

35

valt mij de weduwstaat nog niet. Indien u mijn vriend wilt blijven dan.,..

L a n c y.

O, gaarne. Het is tenminste een wijziging van straf. Maar indien ik geheel buiten dezen onverhoopten omkeer sta, wat heeft De Mauléon dan misdaan ?

Mevr. De Verlière.

Ik heb u alles gezegd.

L a n c y.

Alles? Is er geen post-scriptum? De vrouwen hebben er altijd een.

Mevr. De Verlière.

Volstrekt niets. {Zij gaat zitteii). Maar nu, hoe de zaak af te maken? Ik vraag uw raad niet, want u is vandaag onuitstaanbaar.

L a n c y.

Een vrouw heeft altijd het recht haar woord terug te nemen.

Mevr. De Verlière.

O, ik gaf hem nooit mijn woord.

L a n c y.

Zelfs straks niet?

Mevr. De Verlière.

Neen. Ik weet niet welke instinktmatige voorzichtigheid mij een beslissend antwoord deed ontwijken.

L a n c y.

Niets is eenvoudiger. Hij komt van avond thee drinken.

Mevr. De Verlière.

Maar ik had liever dat hij niet kwam.

-ocr page 42-

36

La n cy.

Welnu, schrijf hem dan.

Mevr. De Verlière.

Ik heb hem al te veel geschreven.

L a n c y.

Heeft hij brieven van u?

Mevr. De Verlière.

O, niet vele en niet compromitteerend; u zou ze

gerust kunnen lezen; brieven van een weduwe.....

maar brieven,

L a n c y.

Zend hem zijn brieven, dan zal hij de uwe terugzenden.

Mevr. De Verlière.

En als hij dat niet doet?

L a n c y.

Hebt u geen vriend, die zich met de onderhandeling zou willen belasten? Ik geloof dat als men maar een beetje diplomatiek te werk ging....

Mevr. De Verlière.

Ja, maar ik houd u voor een middelmatig diplomaat.

L a n c y.

U kent me niet.

Mevr. De Verlière.

Hoe zou u het aanleggen?

L a n c y.

Ik zou hem zeggen: Mijnheer, zie hier uw brieven aan Mevrouw De Verlière; ik ben belast die van haar aan u terug te brengen.

-ocr page 43-

37

Mevr. De Verlière.

Ja, als u hem met zulke oogen aanziet, zal hij wel niets te antwoorden hebben. [Zij haalt uit de lade der tafel een pakje te voorschijn). Ziedaar zijn brieven.

L a n c y.

Waar woont hij?

Mevr. De Verlière.

Hij liet zijn kaartje achter. Zij wijst op de tafel.

L a n c y, neemt het kaartje op, doei eenige schreden naar de deur en keert zich dan om.

Wanneer mag ik terugkomen ?

Mevr. De Verlière.

Wilt u bij mij komen theedrinken ?

L a n c y, met een hdging.

Gaarne. [Ter zijde?) De thee van De Mauléon. Dat is al vast zooveel gewonnen.

Mevr. De Verlière, nog in een laae snuffelende.

O, ik vergat dit medaillon. {Zij staat op en reikt Lancy een doosje toe. Voeg dat bij het overige.

L a n c y.

Is het een portret?

Mevr. de Verlière.

Neen.... haar dat hij mij zond, toen hij in Indië was. Hij zal er niet rouwig om zijn het hier terug te vinden.

-ocr page 44-

38

L a n c y.

Heeft hij er geen meer?

Mevr. De Verlière. Zoo kaal als een knikker.

L a n c y , ter zijde. Dat was het postscriptum. Af.

-ocr page 45-

Uitgaven van A. Róssing /c Amsterdam.

F. M. Dostojcwsky, Schuld en Boete, vertaling

van Petros Kuknos, 3 dln. gr. 80......../7,1

Graaf Leo Tolstoï, De Kozakken, Tafereelen uit het beleg van Sebastepol. Vertaald door F. van

Burchvliet, gr. 80.................quot; 3gt;25

Julius Stindc, „Schrijver van de familie Buchholz.quot;

Woudnovellen. Vertaald door Antonia, gr. 80. -1,50

gebonden -1,90 Fritz Mauthner, Een Aturiër op de Bovenwereld.

Vertaald door W. G. van Nouhuys, in gelll. omsl. -1,90 E. Alilgren, Geld, Roman uit het Zweedsch door

Ph. Wijsman, gr. 80...............- 2,90

Jules Claretie, Zijn Excellentie de Minister, door

A. Ising Jr., 2 dln. gr. 80............-4,—

Hermann Heiberg, De gouden slang, vertaling van

Anna Róssing—Sablairolles...........- 2,50

gebonden - 2,90 Jonas Lie, De Rutland. Een zeemans vertelling uit het Noorsch door F. J. Arntzenius. In geïll.

omslag........................-2,50

Mevrouw (inarlès, De ruiter met het rosse paard.

Historische roman.................- 2,75

Bret Harte, Jeff Brigg\'s Roman, vertaling van

J. L. Wertheim. In geïll. omslag........-1,25

A. van Berkel, Utrechts Hoogeschool vijftien jaren na het begin en vijftien jaren voor het einde der XlXe eeuw. 1814 en 1886. Roy. 80., in

geïll. omslag....................-1,50

M. A. Perk, De tooneelarbeid eener Non uit de

tiende eeuw. Post 80...............ƒ 1^0

-ocr page 46-

ED I

Mr. Wi G. F. A. van Sorgcn, De Tooneelspeel-quot;HucAttMACt B kunst in Utrecht en de Utrechtsche Schouwburg, j mMp Met illustratiën van A. G. A. van Rappard en

L. W. R. Wenckebach, i deel 40., in geïll. omsl. / 2,50 J. H. Róssing, Geschiedenis der stichtingen feestelijke opening van den Schouwburg op het Leidsche

plein te Amsterdam, roy. 80...........- 1,—

De vernieuwde Amstcrdamsche Schouwburg. Eene

herinnering aan het verleden...........- 0,20

Mr. de V., In en om den Schouwburg......- 3,—

Mr. I. N. van Hall cn C. N. Wijbrands, Het Tooneel, met bijdragen van Dr. A. Pierson, Dr. A. H. G. P. van den Es, Dr. J. H. Gallée, Aem. W. Wijbrands, Dr. H. Kern, A. C. Loffelt, M. A.

Perk, Dr. J. van Vloten etc., 1 deel roy. 80. -7,50

thans - 5,—

Mr. II, Cosman, JVosca. Een gedicht in vijf zangen -1,90

gebonden - 2,50 Mr. H. Cosman, Wilde Halmen, Een bundel

Vaerzen....................ing. - 1,40

gebonden - 1,95 Louis Couperus, Een lent van Vaerzen, in geïll.

omslag.......................-

gebonden -2,25 Louis Couperus, Orchydeeën. Een bundel poëzie

en proza, opgedragen aan Prof. Dr. Jan ten Brink -1,90

gebonden - 2.50

Albert Verweij, Persephone en andere gedichten -1,25

gebonden - 1,90

Francois Coppée, De Schipbreukeling, door A. B. Jr. - 0,35

Ter Perse:

M. Horn, Catharina Beersmans. Met portret en een afbeelding van Mevr. Beersmans als Medect,

Zwarte Griet en Deborah............- 0,60

-ocr page 47-

Uitgaven van A. Róssing te Amsterdam.

D. M. MAALDRINK.

JAF MASSEUE,

TOONEELSPEL IN 5 BEDRIJVEN.

Prijs f 1.

D. M. MAALDRINK.

HIST. DRAMA IN 4 BEDRIJVEN, MET EEN VOOR- EN NASPEL, f 1,40 geb. t 1,90.

M. HORK MET PORTRET

en

Afbeeldingen van Mevr. Beersmans,

als: ME DE A, ZWARTE GRIET en DEBORAH.

Prijs t 0,35.

Dramatische Schetsen.

No. 1.

Ill WI1T1EATO1MPB001J1

van WILLIAM SHAKESPEARE.

Prijs f 0,10.

-ocr page 48-

Mr. VVi G. F. A. van Sorgcn, Dc Tooneelspcel-kunst in Utrecht aw de Utrechtsche Schouwburg. Met illustratien van A. G. A. van Rappard en L. W. R. Wenckebach, i deel 40., in geïll. omsl. ƒ 2,50

J. II. Kilssing, Geschiedenis der stichting en feestelijke opening van den Schouwburg vp het Leidsche

plein te Amsterdam, roy. 80...........- 1,—

De vernieuwde Amsterdamse he Schouwburg. Eene

herinnering aan het verleden...........- 0,20

Mr. de V., In en om den Schouwburg......-3,—

Mr. I. N. van Hall en C. N. Wijbrands, Het Tooncel, met bijdragen van Dr. A. Pierson, Dr. A. H. G. P. van den Es, Dr. J. H. Gallée, Aem. W. Wijbrands, Dr. H. Kern, A. C. Loffelt, M. A.

Perk, Dr. J. van Vloten etc., 1 deel roy. So. -7,50

thans - 5,—

Mr. II, Cosman, Nosca. Een gedicht in vijf zangen -1,90

gebonden - 2,50 Mr. II. (\'osman, Wilde Halmen, Een bundel

Vaarzen . ...................mg- \' I

gebonden - 1,95

Louis Couperus, JSen lent van Vaerzen, in geïll.

omslag.......................-1,60

gebonden - 2,25 Louis Couperus, Orchydeccn. Een bundel poezie

en proza, opgedragen aan Prof. Dr. Jan ten Brink -1,90

gebonden - 2.50

Albert Verweij, Persephone en andere gedichten -1,25

gebonden - 1,90

Francois Coppee, De Schipbreukeling, door A. B. Jr. - 0,35

Ter Perse:

M. Hom, Catharina Bcersmans. Met portret en een afbeelding van Mevr. Beersmans als Medea,

Zwarte Griet en Deborah............- o^o

-ocr page 49-

Uitgaven van A. Róssing te Amsterdam.

D. M. MAALDRINK.

JAN MASSEUE,

TOONEELSPEL IN 5 BEDRIJVEN.

Prljn f 1.

D. M. MAALDRINK.

M. HORN. MET FORTRET

en

Afbeeldingen van Mevr. Bëersjians,

als: ME DE A, ZWARTE GRIET en DEBORAH.

Prljn f 0,75.

Dramatische Schetsen.

No. 1.

EEK WIITTllAYOylBBPBOOlJl

van WILLIAM SHAKESPEARE.

rrijs f 0,10.

-ocr page 50-

T

Uitgaven van A. RÓSSING te Amsterdam,

W. Shakespeare, Hamlet, Treurspel in 5 bedrijven, vertaald door Dr. L. A. J. B u r g e r s d ij k ƒ!,— geb. fl.öO W. Shakespeare, Macbeth, Treurspel in 5 bedrijven, vertaald door Dr.quot; L. A. J. B ur g e r s d ij k ƒ 1.— geb. -1.50 „Sophokles, I\'hiloktetes, Treurspel naar liet Griekscb,

Metrisch overgebracht door Mr, S. J. E. R a u . . . - 0.70 Ernest Legouvé, Medea, Treurspel in 3 bedrijven, Metrisch overgebracht door J a n (1. de Vos. In geïll. omslag met een afbeelding van „Medeaquot; . . . -0.90 Louis Couperus , Orchideeën, Een bundel poëzie en proza,

opgedragen aan Prof. Dr. Jan ten Brink . fl,90 geb. -2,50 Louis Couperus, Een Lent van Vaersen, in geill. omsl. - 1,60 Mr, H. Cosman, Rosea, Een gedicht in 7 zangen met een

Lyriscb intermezzo.........f 1,90 geb - 2,50

Mr. H. CosmaA, Wilde Halmen , Een bundel vaerzen . . - 1,40

geb. - 1,95

Albert Yerwey, Persephone en andere gedichten f 1,25 geb. -1,90 M. A Perk . De Tooneelarheid eener non uit de tiende

eeuw....................- 1,90

Mr. W. G. F A. van Sorgen, De Tooneelspeelkunst in Utrecht en de Utrechtsche Schouwburg, met ill. van A. G. A. van Rappard en L. W. R. Wenckebach, lo in

geill. omslag...........,.....\' 2,50

J. H. Róssing, Geschiedenis der stichtiny en feestelijke opening ran den Schouu-hurg op het Leidscheplein te

Amsterdam.................- L-

J. H. Róssing, De vernieuwde AmsterdamscheSchouwburg.

Een herinnering aan het verleden........- 0,20

Mr. de V., In en om den Schouwburg........-3,—

Mr. J. N. van Hall en C. N. Wijbrands, Het Tooneel, met bijdragen van Dr. A. Pierson, Dr. A. H. G. P. van den Es, Dr. J. H. Gallée, Aem. W. Wijbrands, ür. H.

Kern, A. G. Loffelt, M. A. Perk, Dr. J. van Vloten, etc., 1 deel roy. 8o. ƒ7,50, tijdelijk verkrijgbaar voor -5,00 Een coinplcete Catalogus mijner tooneel en andere uitgaven i» op franco aanvraag gratitt verkrijgbaar.

Snelpersdruk van P. Beitsmaj^ ( |yip|j

lodsl iii Oude Eieieo ei:

Kerkstraat bl, b. ü, Leids /.dvsrtsctie-.v

-ocr page 51-