-ocr page 1-

rOy

9}

Sdjmibt amp; ömmiunn, £cip3lfligt;l{eubnit

-ocr page 2-

OPENINGSWOORD

den 1™ November 1893 uitgesproken

DOOR

l»r. J. II. GÜNMNG J.Hz.

V. D. M.

■iij in mmlva„ UtWi^ctouiv

„PNJELquot;

te l e i id e isr„

-ocr page 3-

GEDRUKT BIJ J. .1. GROEN TE LEIDEN

-ocr page 4-

G o z o n g o ii:

Gezang 2:1.

Gezang 52 : 9, 13.

Psalm 72 : 11.

Woest mij hartelijk welkom, vrienden en belangstellenden! dio deze stille, maar toch zoo verblijdende ure komt bijwonen, nu wij dit tweede wijkgebouw binnen Leidens veste aan zjjue bestemming gaan toewijden. Wij, Protestanten, kennen geono „inwijdingenquot; onzer gebouwen, door priesterlijke handen onder gehoirnzinnige ceremoniën verricht — wij komen hier eenvoudig te zameu om te verklaren dat dit gebouw gereed i s voor het gebruik, en allermeest om den Heer een zegen te vragen over al wat hier verder geschieden zal. En daar wij ons in alles begeeren to onderwerpen aan het Woord, en aan het Woord onzes Gods altijd on overal de eereplaats wonschen toe te kennen, lees ik u aanstonds een Schriftwoord uit dezen Bijbel voor, die — God gevo het! — tot in lengte van dagen hier verklaard en gehoorzaamd mogo worden, liet woord, dat zoo geheel en al uitdrukt wat thans in mijn harte is voor deze jeugdige Stichting, vindt gjj in het wijdingsgebed, waarmede koning Salomo den Jeruzalemschen tempel in gebruik stelde , en wel 1 Koningen 8 : 29, do eerste woorden van dat vers.

„Dat Uwe oogen open zijn, nacht en dag, over dit huis.quot;

Laat mij nu over „dit huisquot;, dit „Pniëlquot;, dat thans voltooid is, een en ander mogen zeggen, en wilt mij eenige oogonblikken gednldiglijk aanhooren wanneer ik tot u spreek over:

1) do geschiedenis van „dit huisquot;; daarna over

2) onze plannen met „dit huisquot;; eindelijk over

3) onze bode Voor „dit huisquot;.

-ocr page 5-

4

I.

De geschiedenis van dit Huis.

Laat mij hier een enkel woord over mijzelven mogen spreken. Gij vergunt mij dit bij uitzondering wel, al zal daardoor mijne rode veel meer het karakter van een gelegenheidswoord, vol cijfers en dorre medodeelingen, dan wel dat van een warm geloofsgetuigenis hebben, geljjk ikzelf er veel liever aan gegeven had. Maar ik heb nu eenmaal een en ander op het hart, dat ik tooh het best bij deze gelegenheid zeggen kan. En dan is het dit: dat allen die meenden dat ik voor mijn eigen genoegen deze zaak begonnen ben, zicli danig vergisten. Want ik verzeker u: zoo iets doet men niet voor zijn pleizier! Toen ik in Gouda predikant was, en daar eene uitgebreide christelijke werkzaamheid aantrof, door kerkelijke en onkerkelijke krachten in liefelijke zamenstemming ondernomen, was er geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht een wijklokaal te gaan bouwen. Mn toen ik nu voor bijna drie jaren alhier den herderstaf opnam, had ik gansch andere wenschen en droombeelden, dan de lieer mij weldra als mijne roeping aanwees. Ik hoopte in dit Leidsche Athene eens wat rustig te gaan studeeren, om do vele, vele gapingen in mijne kennis hier aan te vullen. Leiden was voor mijne fantasie altoos eensluidend geweest mot deftige geleerdheid, en ik meende dat zelfs do kleine burgerij hier ton nauwste met de Hooges\'chool verbonden was. Vooral door mijn lieven vader dacht ik mot de Academie in aanraking te zullen komen, en heel veel aan de voeten der Hooggeleerden te zullen zitten. Maar... God heeft het anders beschikt! Dagen en weken achtereen zat ik of stond ik (als er geen bruikbare stool disponibel was) in allerlei sloppen en stegen, gelijk ik ze mij in mijn stoutste verbeelding niet had durven voorstellen (want de „woningenquot; van velen z ij n hier toch inderdaad menigmaal allererbarmelijkst); ik zag de armoede, vooral ook de armoede door don d rank veroorzaakt, in tal van huizen, en dat gepaard met eene onkunde omtrent de eeuwige dingen, die aan het ongeloofelijke grenst. Ik merkte spoedig op dat honderden uit mijne wijk nimmer naar Gods

-ocr page 6-

5

huis komen, die wclliclit door eenvoudige Bijbellezingen, waarvoor geon korkekaartjes en geon kerkekleeren vereisclit worden, nog te bereiken zouden zijn, en dat alleen oene geregelde bearbeiding mijner wijk, zoo mogelijk met behulp van bezoekbroeders en -zusters, kon hot zijn ook met den steun van oone diakones en een godsdienstonderwijzer, haar naar beboeren kon voorzien van hetgeen zij noodig had. Want dat op den duur onmogelijk een predikant alles af kan, en dat met name in ziekenbezoek eu catechisatie hulp racet worden verschaft door anderen, is zonneklaar. Ach, men is in onze dagen gewoon geraakt alles van do leeraars te verlangen, en daaronder dan liefst de jongsten en die op bet oogenblik het meest in de onbetrouwbare en holle volksgunst staan, zoodat men er in korten tjjd „onderquot; zou raken wanneer men niet op zijne hoede was, en niet beslist een deel van den arbeid op de schouders van anderen overbracht. Nu, ik verzeker u dat ik niet rusten zal voordat dit — wat mijn persoon aangaat - geschied is, en met name mijne jongste leerlingen door een helper of helpster onderwezen worden. Ook leg ik bij deze gelegenheid de vraag aan belangstellende vrienden op het hart: is er geen broeder of zuster in hot geloof die, uit liefde tot don lieer, mij helpen wil in het wijkbezoek? Zoo gaarne zond ik, twee aan twee, eenige broeders of zusters van huis tot huis rond, om door woord on vermaan te vergoeden wat ik, ook bij don besten wil, slechts éénmaal in do twaalf ii twintig maanden in ieders woning persoonlijk doen kan, en wat ook de mij toegevoegde ouderlingen, wegens hunne drukke beroepsbezigheden, slechts zeer weinig en ongeregeld kunnen verrichten.

Voor allen arbeid nu, die vanzelf uit do behartiging eenor wijk voortvloeit, ontbreekt hier in Leiden, met uitzondering van het bevoorrechte Levondaal, de wijk van onzen in den arbeid vergrijsden Brooder de Wolff, de plaats ton eenenmale. Hoewel hot kleinste dorp in Nederland een eigen catechisatiekamor bezit, en zich schamen zou een leoraar te beroepen wanneer daarvoor niet gezorgd was, beroept do doorluchtige Academiestad Leiden van jaar tot jaar hare predikanten, zonder hun éénige behoorlijke lokaliteit daarvoor aan te bieden, zoodat dezen van hunne bezoldiging, (die hen

-ocr page 7-

6

waarlijk hier niet weelderig zal maken!) maar zion moeten hoo zij zich roddon. Ik weet het, Iloeren Kerkvoogden! het ligt niet aan uwen goeden wil dat zulk een catechisatielokaal hier nog niet is, maar mij dunkt het moet u toch een gevoel Tan rust geven dat dit gebouw er thans staat, want eigenlijk.... was het uwe taak geweest het te bouwen! Wij, predikanten, zijn altoos de gewilligste schepselen van de wereld geweest, vooral hier in Leiden, en als men dit soms later eens betwijfelen mocht, moot het nageslacht maar eens nagaan hoe zij hier, tot aan het jaar 18!)3 toe, hebben gecatechiseerd! Tot op den huldigen dag toe trekt do een, niet zonder bezwarende kosten, naar een Militair Tehuis, een ander op de bovenverdieping van een oud hofjo, een derde naar eene particuliere woning, een vierde weer behelpt zich in hot koldorgedeelte van zijn eigen huis — een toestand die noch waardig noch behoorlijk heoten kan. Mn toen ik eenmaal do noodzakelijkheid van een ferm catechisatie-lokaal had ingezien, dat dan, gelijk mij van don aanvang af vaststond, voor goed in de behoeften ook van mjjne medebroeders voorzien zou, sloog ik dadelijk do banden aan den arbeid. Ik richtte den 2\'quot;.Januari 1892 een weekblaadje op, waarvan do aanhef luidde; „Dit eerste blaadje is een bedelbriefquot;. En tot dusverre heb ik gebedeld, rechts on links, tijdig en ontijdig, bescheiden en... missobien ook wel eens een enkele maal onbescheiden, gewis tot verveling van sommigen, en tot ergernis van anderen.... maar we zijn er dan toch, en nu staat „Pniëlquot; er, en ik herhaal nog eens dien regel, dien we zoo aanstonds te zamen hebben gezongen: „Den beogen God alleen zij eer!quot;

Over dat blaadje nog een enkel woord! Velen verkeeren in den waan dat dit een uiterst winstgevende zaak is geweest, en in zekeren zin w a s het dat ook, namelijk indirect, voor ouzo Wijkvereeniging, waarmede het echter vorder niets hoegenaamd te maken heeft. In den beginne heb ik gemeend dat zoo iets groote winsten zou opleveren, zoodat ik, door het aan haar te verbinden, aan ouzo Wijkvereeniging al spoedig oen groot batig saldo uit de exploitatie zou kunnen aanbieden, en daarom heb ik ook wol oen en andermaal gezegd dat hot p a-

-ocr page 8-

7

pieren „Pniëlquot; ton bate van hot steonen „Pniëlquot; zou verschijnen. Aiaar nadorhand hob ik dat wel anders leeron itizion, en ter juister tijde dien band losgemaakt, die een drukkende last dreigde te worden, zoodat het weekblaadje nu geheel en al mijne zaak is, waarmede noch do Wjjkvoreeniging noch iemand mijnor medebestuurders, on evenzoo niemand nwor iets te maken hoeft, maar... waarbij ik dan nu ook uit mijn eigen zak, evenals mijn vriend Los, de uitgever, uit den zijnen, een groote som golds heb moeten bj)passen! Als ook dat niet weder zijn bezwaren had, koos ik voor het weekblaadje een anderen titel, om duidelijk te doen uitkomen dat de twee Pniëls voortaan niets dan den naam met elkander gemeen hebben. Dit alles vertel ik u nu óók maar eens, omdat menigeen het zich wellicht heel anders heeft voorgesteld, en het zijn nut kan hebben zulke, dingen eens open en rondweg mede te deelen.

Schonk het blaadje „Pniëlquot; mijzei ven dus niets dan drukte en kosten, aan ons Gebouw bezorgde het week aan week een milden regen aan inkomsten, die mijn ijverige rechterhand, onze Penningmeester Foxtuin\', met klimmend genot naar de spaarbank bracht. Mij dunkt de lleeren van het Nut, daar op den Ouden Rijn, zullen wol eens gedacht hebben: „die orthodoxe Christenen weten toch aardig te offeren!quot; Want van 1 Januari 1892 tot 1 October 1893 hebben wjj niet minder dan /\' 14250.32\'/., ontvangen — in deze gedrukte tijden, met hunne vele en velerlei nooden, waarlijk eene prachtige, eene beschaniend-verrassende som!

Wilt go nu eens enkele cijfers vernemen \'r Gij zult daaruit tweeërlei kunnen opmerken: ten eerste— hoe voel de kleine, de zoogenaamd „mindere manquot; hiertoe heeft bijgedragen, en ten tweede — hoe veel er van vrienden buiten Leiden ontvangen is. Vooral ook op dit laatste moet gij goed letten! Hot stemt ons tot innige dankbaarheid aan de bui ten wonenden, en .... geeft ons. Bestuurders, veel vrijmoedigheid tegenover de binnenwonenden, die nu zeker heel spaarzaam zullen wezen mot kritiek en oordeelvellingen, bedenkende : „hetmeerendeel hebben we gekregen, en dat maant ons dubbel tot bescheidenheid aan!quot;

Vóór alle andere giften vermeld ik de drie koninklijke bij-

-ocr page 9-

8

dragen, die wij ontvingen, namelijk eono van onze beminde Koningin, eene van onze altoos hulpvaardige Regentes en cene van Prinses Sophie van Saksen-Weimar, die ook daar in don vreemde haar Hollandsch hart behouden heeft. Wij zullen het nooit vergeten dat aan dit Huis ook deze vorstelijke handen hebben mede gebouwd. God zegene ons dierbaar Vorstenhuis, en lang leve onze lieve Koningin!

Nu ga ik ii nog eenige bijzonderhedeu opnoemen omtrent onze inkomsten, want het is mijn vaste stelregel dat hot publiek weten mag en weten moet hoe het met het geschonken geld staat. Wij houden elk jaar rekening en verantwoording voor al de leden onzer Vereeniging, maar ook tusschentijds kan elk belangstellende inzage van de boeken verkrijgen.

De busjes in de huizen hebben tot 1 Oetober 1893 opgebracht f 470.(JO, en bijna zonder uitzondering zijn dat penningen door armen en geringen naar de wereld bijeengezameld. Hoe liefeljjk was het mij wanneer deze of gene werkvrouw, of een bescheiden naaistertje, et een jeugdig catechisant, zulk een busje kwam leegen, en met blijde oogen opmerkte hoe verrassend hunne spaarpenningen waren aangegroeid. Hartelijk dank lieve busjesvrienden! Wij hebben u van avond allen uitgenoodigd, en zijn recht bljj u hier te zien. Op uwe blijvende hulp mogen wij zeker wel rekenen ? Gij hebt nooit zuchtende gegeven, geljjk ik dat wel eens een enkele maal ondervinden moest bij menschen, die het duizendmaal breeder hebben dan gij. God zegene u voor \'t geen gij ook in dezen gedaan hebt! Ik wenschte wel dat allen, die zulk een busje nog niet bezitten, er een aanvroegen! Hiermee kan de schuld aan rentelooze aandeelen, die nog op ons drukt, het spoedigst worden afgelost. Trouwens ... ook het terugzenden der aandeelsbewijzen is daartoe een zeer practische weg, en wij zijn heel dankbaar dat ons tot heden op deze wijze reeds f 150 is geschonken. Ter navolging!

Aan giften beneden een rijksdaalder, meestal aan dubbeltjes en kwartjes, kwam eene som in van f 535.12. Ook hierbij vaak de liefelijkste ervaringen. Eene huismoeder, die \'t heusch niet ruim Tieeft, zond mij elke week 20, 30 of 40 cent, al naar zij missen

-ocr page 10-

kon, en altoos mol oen blijilcn liriut\' ot\' 0011 bomoodigond vorsjo er hij. Van andovon hlovon mij do namon onbekend, maar iioo-volon wiorpon niet in Imisbus ol\'kerkozakje al\'on toe hun stoentje! Velen hunner zijn van avond niot hier, omdat ik hun namen niet kende, maar ook zij bobben den wannen dank van mijn hart.

Aan grootore git\'ton braeht Leiden in het gohool / 1576.33 bij elkaar, waaronder éóne gift van /\' 400. Ook die vermelden wij met groote erkonteljjkhoid, al zou hot waarlijk niet noodig geweest zijn buitonat\' t(! gaan bodelen, wanneer allo gogoc^den, die het konden, ons ook haddon willen stounen. Maar het zijn altoos niet vele rijken, niot volo inaehtigeu, niet vele edelen geweost, die hunne schatten voor den dienst van het ouderwetsche Evangelie over haddon, en .... zoo schoot mij niets over dan ook buiten de Sleutelstad duchtig don collectant te gaan spelen.

Nu, dat heb ik dan ook gedaan! Behalve mijn blaadje, heb ik zeker wol oen 200 brieven verzonden, daarin door eenigo vriendinnen getrouweljjk bijgestaan, onder welke ik alleen de eene. die roods voor den troon is opgeroepen, met diepen weemoed mol name noem: Helena Sonnnoi., do ISjarigo, die don 18on September in den lleere ontslapen is. Wij honden haar liefelijk beeld iu dankbare nagedachtenis.

Mijne menigvuldige aanvragen waren niot zonder vrucht. Ik ontving toch van buiten do stad niet mindei\' dan /\'OüOT.iST\'uaarbij nog te voegen zijn /\' 2020 aan rontolooze aandeolon, terwijl Leiden zelf ons aan zulke aandeeltjes do somma van /\' 1480 bezorgde. Kon extra-woordje van dank aan de vriondiuiioti, die de straten onzer goede stad hebben afgoloopon, om die impiertjes geplaatsl te krjjgen, en die haar afmattend werk met zoo verrassend succes bekroond zagen! Eigenaardig is het hoeveel men soms op de moest onverwachte wijze on uit do moest ongedachte plaatsen ontvangt Zoo collecteorde oen predikant uit Lübeck, mij volkomen onbekend, onder eenigo vrienden in zijne woonplaats teu behoeve van „l\'niolquot; 25 Mark bijeen; uit Toronto in Oanada, uit Hatavia, Ainboina, l\'adang en andere steden van onze Oost-Indiën, uit Stuttgart, uit Engeland, ja uit Jeruzalom kreeg ik geldelijke lijj-dragen, terwijl hondorddnizondon postzegels mij worden toogezon-

-ocr page 11-

Ill

den, die dan, met onbegrijpelijk geduld door verschillende dames afgeweekt en gesorteerd, óók hnn welkom aandeel tot do noodige inkomsten opbrachten.

De lozingen, door mij georganiseerd, - en die tol mijn leedwezen dit jaar minder schijnen bezocht te zullen worden dan de vorige jaren — brachten, na aftrek van alle kosten, f 569.75 op, terwijl ons een legaat van /\'100 te beurt viel. Hartelijk hoop ik dat velen uwer dit goede voorbeeld van Mejuffrouw Eo-iïertina van dkn Bkhg zullen volgen en „Pniölquot; óók in hun testament zullen schrijven, want de loffelijke praktijken onzer voorouders, die op deze wijze instellingen die hnn lief waren bedachten, verdienen alleszins navolging, óók onder ons. Aan jaar-lijkscho bijdragen ontvingen wij in deze twee jaren /\' (590.95, aan driemaandelijksche f 10.75, en /\' 13.75 als vergoeding voor het gebruik van „Hulp-Pniëlquot; door anderen. Enkele collecten door mij gehouden wanneer ik het Evangelie verkondigde buiten Leiden (steeds vrijwillig aangeboden, nooit door mij gevraagd) brachten op /\'45.08, do rente van bet gold, door ons op do Spaarbank belegd, bedroog /131,49, en eindeljjk brachten do bussen in Hulp-Pniël aan den wand de niet onaardige som van /quot;98.03 op, zoodat wij alles en alles to zamen ontvangen hebben/\'14250.32\';.,. (Alles tot den 1\'quot; October).

Daarvan werd nu echter nog heel wat meer gedaan dan don duren bouwgrond koopon on dit „Pniölquot; oprichten. Wij haddon in deze anderhalf jaar verschillende uitgaven. Zoo maakten wij „Hulp-Pniëlquot;, ons mot zoo onwaardeerbare vriendelijkheid door do firma Gebr. van Wijk amp; Cie afgestaan, tot eone bruikbare zaal in orde, zorgden voor gas en lampen, kachels ou kasten, stoelen en banken, brachten de bibliotheek op gang, waarbij ouzo vrienden Vkuwek, van Hei sdk en van dun Os zich moor dan vordionslolijk maakten - kortom bekostigden alles wat noodig was om anderhalf jaar lang fatsoenlijk voor den dag te komen. Welk oen bartel jjklioid ondervonden wij reeds toon, bjj hot aankleeden van dat lokaal, gelijk thans weer bij hot meubileeren van dit nieuwe gebouw!

Wien der aanwezigen kan ik nu wel mot meer warmte bedanken dan den bekwamen ontwerper van dit gansche Huis?

-ocr page 12-

11

Waarde uivliitokt Foxthix! ontvang onzen innigon dunk voorliet vele goede dat wij u versclmldigd zijn. Uw tijd, uw gaven, gij schonkt ze zonder aarzelen aan onze jonge Vereeniging, en dat zonder óónige vergoeding, en dat op de welwillendste wijze, üaanie had ik n non godeukstecn opgerielit, die nwen naam voor hot nageslacht bewaarde — maar neon, ik weet dat zon niet in aller geest zijn geweest, en het schoonste gedenkteeken hebt gij u trouwens door dit gebouw zo 1 f gesticht. God zogone u in uwen arbeid, en make dien voorspoedig, on ondervind bij allo plannen en bestekken, dio gij ontwerpt, dat de eeuwige iiouw-meester dos Iloelals ook n in Zijn groot (üi heerlijk l\'lau beeft opgenomen, dat naar Zijn vast bestek in eeuwigheid zal rijzon!

Mn wat hebben wij verder hier niet oone lange rij van vriendelijke geschenken te noomen, die ons niet alleen vele uitgaven bespaard hebben, maar vooral ook als zoovele blijken van hartelijke toegenegenheid zoo innig welkom waren. Twee orgels worden ons geleend (men gal\'ze aan mij persoonlijk, mot de uitdrukkelijke bepaling er bij dat ze mijn eigendom moesten blijven). Voorts verraste men ons mot drie fraaie klokken, mot twee feestelijke vlaggen, mot de marnieren plaat in don gang, met een kachel, mot eon twintigtal van die makkelijke vouwstoeltjes dio ons vergunnen, gelijk heden avond, nog hooi wat plaats buiten onze vaste banken te vinden, mot tal van fraaie muur-toksten en platen (die, om de natheid der muren, nog wat opgeborgen moeten worden), mot drie keurige Bijbels en —- tal van andere zaken, te veel om op te noemen, maar alle even wolkom, bovenal als bewijzen van ongovoinsde, verkwikkende vriendschap ons o zoo liefelijk.

Uwe tegenwoordigheid aan deze plaats, zoor geachte Dr. Dek-iidmzex. Wethouder van onderwijs, stellen wij op hoogen prijs, en wij danken U harteljjk dat gij in ons midden hebt willen verschijnen. tiod zogene U in Uwen gewichtigen werkkringI

Medeloden van hot Bestuur 1 ik dank u voor de hartelijkheid waarmede gij mij met raad on daad ter zijde stoiult. O ij licht allerminst uwe gaven cn krachten teruggehouden, en mij do taak

-ocr page 13-

12

even gomakkeljjk als aangenaam gemaakt. Een bijzonder woord nog van dank aan u, mijn onvermoeide penningmeester Koxteix \' Twee jaren lang zijl gij elke week eens ot\' tweemalon tot mij gekomen, om do ingekomen giften te ontvangen en over te boeken, en geen arbeid was n ooit te zwaar ot\' te lastig, wanneer hij ten nutte van „1\'niëlquot; kon strekken. Als do inkt in deze maanden was opgeslagen, zoudt gij zeker voor een aanzienlijk deel de oorzaak zijn van deze duurte! Wat al eijfers hebt gij in uwe uitgebreide administratie geboekt, en dat op zulk oene wijze, dat zelfs oen zoo onhandig finantior als ik, er alles van begreep. Blijf\'ons nog menig jaar met uw accurate pen en uw warme hart diefioi\'i, on moogt gij nooit van te korten, maar vaak van goede en bemoedigende saldo\'s hebben te gewagen! Vooral hoop ik dat uw wensch vervuld wordt, en gij nog oen goed getal j a ar I ij k s ch e bij lragen zult mogen inboeken! Want inderdaad, willen wij ons behot^üjk kunnen blijven bewegen, dan moeten we nog minstens /\'200 \'sjaars er bij krijgen.

.Mijnen warmen dank aan do Firma öobr. Van Wuif en C\'ie voor al do hulpvaardigljoid en vriendolijkhoid mij in „Hulp-Pniëlquot; bowezen-Tk spreek zeker uit veler naam wanneer ik haar onze diepge. voelde erkentelijkheid betuig voor de royale manier waarop de geëerde firmanten ons uit don nood hielpen, en ons vergunden menig goed (schoon wel eens al te warm) avondje in hun pakhuis door te brengen. Waarde lieer Couts! wat zon uw beste vader zich verheugd hebben wanneer bij eerst in de Vestostraat, en nu hier op de Middelste gracht, dezen arbeid bad mogen beleven, hij die op hot Schachtenhof zoo menig woord van vermaan on van stichting gesproken heeft, waarvan eerst do eeuwigheid don vollen zegen zal doen kennen, en hoe zou hot hem niet minder verblijden, wanneer hij had mogen zien dat zijn zoon en opvolger zoo blijmoedig de oudo tradition helpt voortzetten. God zegenen en uwe mede-firmanten, en geve dat op uwe fabriek nog menig jaar zulke goede liederen weerklinken mogen, als ik ze 21jaar lang van uit do breikamer in mijne woning vernomen heb. Waar zulk oen geest heorscht, daar is nog wat goeds te verwachten! En ik dank die zanglustige breistertjes óók meteen, die zoo geregeld een

-ocr page 14-

13

busje voor „Pniölquot; on on/,o Christelijke Scholen onderhouden, een busje welks inhoud mij elke drie maanden eene nieuwe verrassing is.

Ik kan u onmogelijk allen toespreken, geëerde aanwezigen! Maar toch moot ik ééno uitzondering maken voor «, hooggosoKfttte ambtgenoot de Wolfk! Wanneer er thans te Leiden niemand meer is die twijfelt aan het nut eener Wijkvereeniging; wanneer de harten en de beurzen van velen ontsloten worden toen de jongere medebroeder uw voetspoor wenschte te volgen, dan danken wij dat aan uwen onverdroten arbeid in uwe wijk— oen arbeid waartoe do lieer u krachten en middelen blijve schonken! En gij. Gemeente van Leiden, voorzoover gij ook hier vertegenwoor digd zijt: vergeet do nooden van het Wjjkgebouw op \'t Leven-daal toch nooit! liet zou mij waarlijk de lust voor mijn arbeid hier benemen, wanneer ik ooit moest vreezen dat hot ton koste zou gaan van het werk daarginds. Wat ons betreft, geachte medebroeder! gij zijt even overtuigd als ik dat in dezen nooit van éénigen andoren ijver tusschen ons gesproken raag en zal worden, dan van een vurigon wedijver om zielen te wjjzen op den lieer, op Jezus en dien gekruist als den oonigon Heiland voor arme zondaren.

Ten slotte ook aan u, waarde Aannemer Boom! een woord. Als lid vau het Bestuur hebt gij eerst niet willen mededingen, toen dit gebouw word aanbesteed. Maar toen wjj verschillende inschrijvingen ontvingen, allo verre boven de begrooting van onzen Architekt, hebt gij aangeboden hot voor die som te bouwen, en daarmede aan onze Wijkvereeniging eene aanzienlijke uitgave bespaard en een groeten dienst bewezen. Klachten heb ik van niemand over uw werk vernomen, en zoo blijft m ij slechts over, ook uit naam van mijne medebestuurders, u onze volkomen tevredenheid en onzen hartelijken dank te betuigen. En tevens óók een woordje aan /(., mijn blinde vriend! zoon van onzen Aannemer, die ons heden avond met uw gevoelvol spel wildot verheugen. Gij kunt van al deze blijde gezichten en van heel dit gebouw niets zien, maar uw geestesoog is aanvankelijk geopend. Ood doe het u meer en meer opengaan voor de heerlijkheid van Jezus

-ocr page 15-

14

Christus, en geve u straks in het verheerlijkte lichaam, dat wij wachten, mot straloiulo oogen don Koning\' in /ijno schoonheid aan te schouwen!

En wie nu nog vorder op con woord van crkontoljjkhoid aanspraak heelt, wie (nis geholpen hooft door gavo ot\'raad, door gebed ol\' aansporing van anderen, wie op eenigerloi wijze getoond hoel\'t deze Stichting wol gezind te zjjn, hij zij verzekerd dat wij hom met dankbaarheid gedenken. God vorgeldo aan oen iegelijk wat hij goeds en vriendelijks ook in deze zaak aan deLeidscheGemeente bewezen hooft! En zoo heb ik u dan de geschiedenis van dit Wijkgebouw verhaald, on ga ik thans over tot onze plannon met dit Huis.

-ocr page 16-

il.

Onze ]gt; la ii ui\'ii met dit Huis.

Gij liolit iu ilnn gaiiR\' do inarniorou plaat golozon. mot dat rijmpje er in :

1)1/ J\'nil\'t hl jn\' Ie nllifii lijd Den drii\'inanl lii iVgeii (rad (j( irrjd.

Di\'.s llecrcn llToord t\'n Jezus1 kruis,

Zijl/ de. (\'i\'n\'r/c wpII/ui van dit Huis.

11lt; stond or op dat dit m jj n gosehonk /ou wczon, opdat dit geliou w, dat ilc toch modo hel) holpon oprichten, tot in longte van dagen zijne, bosfceraming duidelijk ou onmiskenbaar zoude aanwjjzen. In die weinige regels vindt gij ons gelieele programma blootgelegd !

Wat mijzolven betreft; ik hoop hior mijne catochisatiën en verdere lessen te gevon. Op mijnen voortiendaagschen Cursus zag\' ik gaarne nog eenigo jonge dames verschijnen; ik vind het alleraangenaamst mot enkele moer ontwikkelde gemeenteleden op deze wijze zamon te komen, en ons wat moer in de Schrift te kunnon verdiepen, dan dit bij gewone stichtelijke Bijbelverklaringen mogelijk is. Vorder wenseh ik zoo mogelijk, eiken Dinsdagavond eone lïijbellezing te houden, die voor elkeen openslaat. De oude toegangskaartjes van „Uulp-Pniölquot; zijn nu afgeschaft ; voortaan zal hier, als „het nieuwtjequot; er maar eerst af is, gemakkeljjk plaats in overvloed zijn voor ieder en belang-slellendo. Maar tot die wekeljjksche Bijbellezing zal ik nu nnjii extra-work dan ook in hoofdzaak bepalen! Hoort eens, lieve vrienden! er zjjn in ons land tal van overspannen, overwerkte? jonge predikanten, die zich maar voor eiken arbeid lieten vóórspannen, die op alle mogelijke meisjes- en jongelingsveroenigin-gen kwamen sproken, Zondagscholen, Kabnekscholcn. Jaarfeesten en wat al niet bijwoonden, en dat spreekt voor oen domino haast vanzelf! — bjj al die gelegenheden ook hot woord voorden.... en het einde was dat ze niet meer voort konden, en met een moe, zenuwachtig, afgetobd hoofd daar nu machteloos nederzitten. Ik gevoel volstrekt geen roeping dat getal te vei1-

-ocr page 17-

K!

moerderGU, vooral daar ilc zolf roods oonigo jaron geleden ondervonden heb hoe gevaarlijk hot. is meer te willen doen dan men kan; en nu ik deze 1\'/;gt; jaar waarlijk niet hoh stil gezeten, on van alles on allerlei aan mijn hoofd heb gehad, moot men mij oens wat rustlaten, om mijn gewonen arbeid te verrichten! Dus van eone moedervoreoniging, soepcomnussie, work-verschafting, knapen- en jongelingsvereeniging voor bewoners van mijne wijk, eone inrichting om volwassenen te loeren le/.on, openbare voordrachten over do vaderlandsche historie, kinderkork. Zondagschool, Zang-klasse, cursus voor Zondagschoolonderwijzers, Oo-hoel-onthoudings- en afschaffingssamonkomsten, voordrachten voor werklieden ovor do sociale kwestie ofik ril al bjj do gedachte! over de politiek, en \'k weet al niet wat mon mij nog moer hooft aangeraden, — men is hier te Leiden met raadgevingen altoos bijzonder mild! — van dat alles komt vooreerst niets, voor zoover dit van mij zou moeten uitgaan, want één mensch kan onmogelijk alles, en wie alles wil doen, doet niots goed.

Maar — anderen kunnen dc handon uitstekon zooveel zij willenI Dit gebouw is waarlijk niet alleen voor mij opgericht — heusch, dan was ik hot nooit begonnen! Allereerst voor mijne hooggeschatte ambtgenooten, die met mij den Christus naar de Schriften belijden, staat „Pniölquot; op do minst bezwarende voorwaarden open. Op \'t oogonblik zijn allen geholpen voor hun verschillende belangen, maar wanneer zij later voor eenigo goede zaak deze lokalen noodig hebben — ze staan hun ten dienste. Willen nog meerdere Meisjcsvereenigingen hier komen werken en zingen, gelijk ééne, die ons óók reeds twee jaren gesteund heeft, reeds eene afspraak daaromtrent met. ons Bestuur gemaakt heeft; wil men (wat zou d Ti t nuttig (gt;11 noodig zijn!) voor dienstmeisjes op haar uitgangsavond een lokaal gezellig inrichten, zoodat zij met breikous of plaatwerk, onder aangename gesprekken of goede liederen, (en als-\'t-u-blioft zonder langgerekte preekjes!) haar vrije uren hier mogen komen doorbrengen, wanneer zjj goon vriendelijk tehuis bij kennissen of bloedverwanten hebben; willen christelijke onderwijzers hier vergaderen, onderlinge voordrachten houden of andere sprekers voor zich uitnoodigen - zoolang er plaats is, en de aanvragers binnen

-ocr page 18-

17

do gronzen onzer Vereoniging blijven, zullen zij hartelijk wolkom zijn, wanneer zij do zoor geringe vergoeding betalen, die daarvoor bepaald is, en kunnen zij zich tot ons Bestuur wenden, dat — natuurlijk vrjj blijft toe te staan of te weigeren naar z ij n goedvinden.

Met bescheidenheid draag ik u de belangen onzer Bibliotheek op. Wij hebben een eigen kamer in dit gebouw er voor ingericht, en wij kunnen van goede, frissche jongens- en meisjesboeken nog heel wat gebruiken. Leerredenen hebben wjj genoeg, en oude, gereformeerde theologie eveneens. Maar die plank blijft veelal onaangeroerd, naar liet schijnt. Naar boeken voor de jeugd echter is altijd veel navraag. Wanneer soms een of meer jonge mannen lust hebben de belangen onzer Bibliotheek te helpen bevorderen, dan zullen zij gewis onzen beiden bibliothecarissen hartelijk welkom zijn. Vooral in den eersten tijd, nu het echte leesseizoen weer is aangebroken, zullen een paar gewillige helpers stellig wel nuttig en gewenscht wezen. Men spreke daarover maar eens met onzen conciërge die, gelijk voor alle verdere inlichtingen, allereerst door belanghebbenden worde aangesproken. Ik zal het zeer waardeeren wanneer men niet met allo kleinigheden terstond tot m ij komt.

Wat nu den geest betreft waarin wij hopen dat,,l\'iiiëlquot; gebruikt worden zal, mij dunkt, daarover behoef ik u thans niet verder in te lichten. Maar dit wil ik toch ten overvloede nog eens verzekeren: wij zullen ons niet achter onoverkomelijke kerkmuren verschansen. Wol is „Pniëlquot; allereerst een wijkgebouw, en wol voor eeno wjjk der Ned. Ilerv. Kerk. Die Kerk dus wenschen wij in het bijzonder te dienen, omdat wij gelooven dat zij nog altoos ile van God geplante en bewaarde Kerk onzer Vaderen is, wier belijdenis door genade ook do onze en in die Kerk de éénig-reehthebbende is. Maar wij zien niet voorbij dat God, in onze verwarde dagen, nog iets anders werkt dan kerkherstel en kerkhervorming; dat Hij bezig is Zijne kinderen tot elkander te brengen, waar zij nu ook kerkelijk logeeren, opdat zij in don boozen tijd dio nadert, gezamenlijk den Vorst dezer eeuw mogen bekampen. Wanneer dus een lid van eene andere

-ocr page 19-

18

korkafdeeliug dan do onze, voor con of andoro goodo zaak hot gebruik dezer zaal aanvroeg, zou ik voor mij (maar \'k weet niet hoe mijne medebestuurders er over zouden donken, on natuurlijk beslist men zulke zaken gezamenlijk!) den zoodanige antwoorden: „als ge nu maar bedenkt dat ge hier gast zijt van eene Vereeniging ten nutte der Ned. Herv. Kerk, en dus don kinderen dos huizes billijken aanstoot bespaart, kom dan gerust binnen, en zeg wat gij te zeggen hebt, en God geve er Zijnen zogen op!quot; Nooit van mijn leven vergoot ik de kermis-samenkomsten van Gouda, waar wij destijds met een afgescheiden predikant, en met Darbystische broeders, en met geloovigen uit drie, vier afdeelingen, mochten vergaderen gelijk ik nimmermeer heb bijgewoond. Wij gevoelden werkelijk de gemeenschap der heiligen, waarvan wij gewoonlijk niet veel meer te weten komen, dan dat or ons in de Twaalf Artikelen des Zondags van wordt voorgelezen. Wie ooit het kerkelijk getwist en gekijf onzer dagen in deze muren zal pogen binnen te loodsen, ik verzeker u die za! in mij een boslisten en lastigen tegenstander hebben!

En nu heb ik geenszins do moening dat allo menschen altijd good znllon vinden wat hier geschiedt, en ik zal daar ook volstrekt niet naar jagen! Koeds nü heb ik allerlei op- en aanmerkingen gehoord; de een vond deze zaal te groot, een ander te mooi, een dorde vond den gedenksteen niet goed — maar ik verzeker u, zulke vitterijen gaan spoorloos aan ons voorbij! In den regel komen dergelijke hoogwijze aanmerkingen uit don mond van hen, die zeiven hun beurs stevig gesloten houden, en niets doen om de noodon van kerk en gemeente te lenigen. Hen noodig ik eens voor al vriendelijk uit; „ach, gaat, zoolang gij in zulk eeno stemming zijt, liever ons „Pniëlquot; wat voorbij! Do straat is wel niet breed, maar toch breed genoog om langs ons Wijkgobouw hoon te wandelen; en niemand dwingt u binnen te treden.quot; Maar wie een woord verlangt van stichting en vrede, van waarschuwing en van opbouwing in den goloove, die kome, en God zegene zijnen ingang en zijnen uitgang!

-ocr page 20-

10

Onze bedo voor dit Huis.

Zoo zijn dus ouzo plannen met dit huis. Mn wat is nu eindelijk onze bedo voor dit huis?

Ik las u zoo straks uit onzen Hijbei de woorden van Salomo voor; „dat Uwe oogen, o God! open zijn, dag eu nacht, over dit huisquot;. En dat is onze vurigste wensch on bode voor dezo Stichting. Wij hopon on vertrouwen in het gezin Vkuwkk goede en trouwe huisbewaarders gevonden te hebben, en bevelen hen ook in do vriendolijko beoordeeling van allen aan; ook een conciërge moet allengs in zijn nieuwen werkkring groeien. Maar •wij weten hot: „Zoo de Heer hot huis niot bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zoo de Hoer de stad niet bewaart, tevergeefs waakt do wachterquot;. Aan Zijne hoede en bewaring zij dus allereerst on allermeest dit huis opgedragen! Tot dusverre ondervonden wij niets dan hoschamonden, milden zegen Oods. Juist toon wij grond konden koopen, hadden wij ook do hoogo koopsom bijeen; bij do aanbesteding hadden wij voorspoed, en hot werk ging geregeld on zonder ongelukken voort. Wat heb ik menigmaal met zorg naar hot afbreken van don fabrieksschoorsteen staan kijken, of do werklieden do hoogo, zwiepende ladder naar do bovenverdieping zien opklouterön. Maar God bewaarde hen voor rampen, on zonder tegenspoed werd alles voltooid. Hom zij voor alios ootmoedig do dank on do eere gebracht! Ook u, werklieden! betuig ik oen woord van dank voor uw vlijtig en over \'t algemeen ordelijk gedrag. Ik heb nimmer ernstige klachten over u vernomen, on hot verheugt mij dat wij aan enkele handen maandenlang arbeid bobben kunnen verschaffen. Moogt gij dien blijvend vinden!

Aan de liefde en aan het gebed onzer medechristenen hebben wij groote behoefte. Een arbeid als dezo kan best buiten lof on bewondering; waarschijnlijk is er dat zelfs zeer goed voor, en ééns voor al vraag ik dat men hom niot vorbinde aan mijn persoon, en dus niot sproke over „\'t Wijkgebouw van Ds. Gunninoquot;.

-ocr page 21-

20

maar eenvoodig over „Pniël op do Middelste grachtquot;. Hoe moer in onze benepen, vaak zoo kleinzielige toestanden de p e r s o n e n van stichters en bestuurders op den achtergrond geraken, hoo beter. Maar zulk een arbeid kan o n m o g e 1 ij k buiten liefde en vertrouwen. Mogen die ons geschonken worden! Liefde die zich krachtig openbaart op allerlei manieren. Doordat men ons helpo hoo eer hoe liever onze ƒ 3400 geleend geld af te lossen, want zoolang die schuld er nog is, is mijne blijdschap nog maar gedeeltelijk. Liefde niet het minst door ons met vertrouwen en sympathie te bejegenen. Liefde allermeest door ons gedurig voor Gods troon te gedenken. Een werk als dit gaat to gronde wanneer het niot door do gebeden der kinderen Gods wordt gedragen, al had hot ook duizenden op het Grootboek, en nimmer gebrek aan inkomsten.

Eëne vraag wensch ik hier nog te beantwoorden, omdat ze mij meer dan ééns gedaan is. „Waarom maakt gijquot; zoo vroeg men mij herhaaldelijk „toch geen gebruik van de Zaal-Noordeinde ? Dio staat zoo dikwijls leeg, en daar zijn toch zulke liefelijke herinneringen aan verbonden.quot;

Ik antwoord: had ik die zaal kunnen koopen, dan ware ik stellig niet zoo spoedig hier gaan bouwen, al zou op den d vi u r, naar mijne vaste overtuiging, een of ander lokaal in dit stadsgedeelte toch noodig zijn geweest. Maar do Zaal-Noord-einde was niet te koop. Ik heb hot officieel beproefd, maar do broeders-Bestuurders meenden, om allerlei gewichtige redenen, haar voor andere mogelijke on hoogstbelangrijke werkzaamheden te moeten beschikbaar houden, terwijl aan oen geregeld huren der /aal reeds om do enorme kosten, daaraan verbonden, niet; to denken viel. Elk gebruik zou ons op ver over de /\'10 zijn gekomen! En ik ben waarlijk geen Du. van Ronkej,, met zijne geheel-éénige gaven, om te durven hopen, evenals hij, zulk oen zaal geregeld vol volks te zullen hebben, en na aftrek van alle onkosten nog eeno groote som voor weldadige doeleinden over te houden! Ik ben een dood-eenvoudig leeraar, dio al meer dan dankbaar wezen za! wanneer deze zooveel kleiner zaal op den duur niet veel te groot blijkt! Maar dit hoop en bid ik

-ocr page 22-

21

van God: dat hior dezelfde rijke, milde zegen mag worden genoten, dien velen in vroegere jaren daarginds mochten ontvangen! Ach, dat was oen benarde tijd, twintig, dertig jaren geledon, toon het Evangelie bijkans geheel van onze kansels vordrovon was, on men in die zaal kwam zoeken (en zoo mildelijk vond!) wat in de bedehuizen tevergeefs gezocht werd. Gij, mijn lieve vader! zijt toen zoo vaak uit den Haag niet uwe frissche, jeugdige kracht overgekomen, en gij weet ook hoe liefelijk die oude samenkomsten waren. Ach, toon was er waarlijk nood, toen was or schreiende behoefte aan voedsel! En nu? Nu is do orthodoxie ton troon verheven, nu heeft zij bijkans allo plaatsen in onze verschillende colleges ingenomen — blijve de vroegere nederigheid, do oude, ootmoedige dankbaarheid voor de prediking des Evangelies ons allen nu maar bij, en worde de overvloed van spijze toch nimmer aanleiding tot eigenwijze en hooghartige beoordeeling en keuring! God geve ons ook hier te ervaren wat vele ouderen in ons midden in de Zaal-Noordeindo hebben gesmaakt, en Hij schenke ook hier aan menige hongerige en dorstige ziel levensmoed on stervenskracht!

Gedenkt onzer dus in liefde, o Christenen van Leiden en daarbuiten. Als God onzen wensch vervult, blijven wij nog langen tijd mot u en voor u werken, met onze hooggescliatto medebroeders, on met allen wien do Heer aan deze plaats iets te doen zal geven. O, dat de staf „Samenbindingquot; meer dan tot dusverre hier heerschte, ook onder ons, medebroeders in de heilige bediening, waar wij nog veel te veel elk op onszelf staan. Dat ook van u af en toe een woord van vermaning en vertroosting binnen deze wanden weerklinke! Maar ook wij zijn sterfelijk, en vroeger of later worden onze plaatsen weer ingenomen door anderen. Wat nood ook: de boodschappers veranderen, maar de boo d scha p blijft! B1 ij v e zij ook binnen deze wanden weerklinken. ü geliefden! dat gij of uwe kindoren mogen p r o t e s t e e r en als echte protestanten, (dat is: moedig en ootmoedigI) wanneer men ooit de bestemming van dit Huis zou pogen te veranderen; wanneer ooit deze plaats, aan de aanbidding en verheerlijking des drieëenigen Gods gewijd, mocht worden gebezigd

-ocr page 23-

22

tot aanprijzing van ongeloof of bijgeloof; wanneer ooit dit heilige Woord onzes Gods hier niet richter eu toetssteen van allo handelingen en gedragingen zij en blijve! God verhoede dat genadig om Jezus\' wil !

En nu, wjj eindigen. Wellicht hebben oen of meer medebroeders, nadat wij eerst oen versje gezongen hebben, nog een woord op hot hart, wij zullen blijde zijn als zij hot uitspreken, mits — allo menschverhoerlijking buitengesloten blijve; terwijl ik zokor mijn geliefden vader wel zal mogen uitnoodigen met dankzegging aan den Heer te eindigen? Gods oogon mogen dag en nacht open zijn over dit Huis! Wjj heffen onze oogon op tot Hem, van wien alle zegen komen kan en komen zal. En zoo dragen wij dan „dit huisquot;, dit „Pniëlquot; den God van Pniël eerbiedig en ootmoedig op. Hij die Zijnen dienstknecht Jakob aan den Jabbok ondersteunde, en maakte tot een Israël, een worstelaar die zich vorstelijk gedroeg mot God en met de menschen, bekraehtige ook allen die hier zullen bidden en smeeken met den Heiligen Geest, en drijve uit ons midden alles weg wat niet overeenkomt mot do majesteit van Zijnen volheerlijken Naam. Hem den Drie-eenige, Vader, Zoon en Heiligen Geest, zij do lof, do dankzegging on de aanbidding, van nu aan tot in eeuwigheid! Amon.

Komt, laat ons samen de eenheid van ons geloof en van onze hope uitspreken in ons lied!

Gez. 52 : 9 en 13.

Gebed.

Slotzang Psalm 72; 11.

-ocr page 24-