-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

4 639

DE EERSTE HEILIGE COMMUNIE.

Gvsckenk asa de lieve EMdstea,

die zich waardig tot hunne ^ERSTE ^EILIGE f^.OMMUNIE

wensflien voor te bereiden,

van eenen GEESTELIJKEN KINDERVRIEND.

TWEEDE DRUK.

-ocr page 4-

Approhat i e.

Typis mandari permit,titur.

P. J. H. UUSSKL, Can. et Prof., ad hoc rtele^atus.

Rur^mund/E 9 Novembris 1870.

-ocr page 5-

VOORWOORD.

TAeve Kinderen !

Weldra zal voor u de sclioousle en gelukkigste dag van uw geheel leven aanbreken, de onvergetelijke dag namelijk, waarop gij voor de eerste maal aan de heilige tafel het vleesch en bloed van onzen Heer Jezus Christus, uwen Goddelijken Heiland zult ontvangen. Op dezen dag van blijde verwachting gaat gij do heiligste en gewichtigste handeling van uw leven verrichten, van welke handeling dan ook grooten-deels uw eeuwig geluk zal afhangen.

Daar uw jeugdige leeftijd tevens een tijd is van lichtzinnigheid en onbezonnenheid, zoo dient gij terecht met uwe geestelijke Herders, uwe leermeesters en uwe goede ouders bezorgd te zijn en alle moeiten aan te wenden, om u op eene waardige wijze tot uwe eerste h. Communie voor te bereiden. Immers, welke zuiverheid van geweten, welke diepe en oprechte droefheid over uwe zonden, welk levendig geloof, welke vurige liefde, in één woord, welke uitmuntende gesteltenissen vergt de Goddelijke Zaligmaker niet terecht van een hart, in hetwelk Hij zich zelf gewaardigt eene woonplaats te nemen ?

-ocr page 6-

Het is uit warme belangstelling voor uwe zaligheid, uit innige liefde voor uwe zielen, aan welke eene zoo groote gunst van den God-delijken Kindervriend gaat te beurt vallen, dat ik ook dit boekje heb vervaardigd, om u vooral tot handleiding in het verheven en gewichtig werk uwer eerste h. Communie te dienen en tevens om u de verklaringen en vermaningen uwer zielzorgers, ouders en leermeesters, door het dikwerf nalezen dezer bladzijden, in lateren tijd bij uwe voorbereiding tot de h. Communie, levendig te herinneren.

Moge de liefderijke Heiland dezen arbeid zegenen, opdat hij eenigermate bijdrage om uwe verstandelijke begrippen meer en meer nopens het allerheiligste Sacrament van Jezus liefde op te helderen, en uwe harten meer en meer te stemmen tot die gevoelens welke de Zaligmaker, bij Zijne komst, van u verlangt, opdat dusdoende, uwe eerste h. Communie eene waardige zij, en mitsdien voor u de aanvang worde van een heilig leven op deze aarde, alsmede het onderpand van de onsterfelijke vreugden des hemels! Dit is de hartelijke wensch van uwen welmeenenden vriend, den JSchrijver.

-ocr page 7-

I

Verklaring van het Allerheiligste Sacrament des Altaars.

Wij lezeu in liet vi. hoofdstuk van don li. evangelist Joannes, dat de Zaligmaker ons beloofd heeft dit h. Sacrament in le stellen, toen Hij zeide : „Het brood, dal Ik u geven zal, is Mijn vleesch voor het leven der wereld. Die Mijn vleesch eet en Mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig lenen, en Ik zal hem ten jong sten dage opwekkenquot;. Ook bekrachtigde Jezus de waarheid Zijner belofte, toen Hij alsdan sprak: „Voorwaar, Ik zeg u, zoo gij hel vleesch van den Zoon des menschen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, zult gij hel leven in u niet hebbenquot;. (\') Deze belofte werd door den liefderijken Heiland vervuld op Witten-Donderdag, den vooravond van Zijn lijden, nadat Hij het laatste Avondmaal met Zijne leerlingen had genomen. Dit geschiedde op eene zeer plechtige wijze. Jezus nam brood in Zijne heilige en eerbiedwaardige handen, verhief Zijne oogen ten hemel, dankte God, zegende het brood, brak bet en gaf het aau Zijne leerlingen, zeggende:

(\') Jo. vi. 50 en volgende v. v.

-ocr page 8-

6

„Neemt en eet, dit is Mijn lichaamquot;. Insgelijks nam Hij den kelk, zegende hem en zeide: „Neemt en drinkt er allen uit, want dit is de kelk van Mijn bloed, van het nieuw en eeuwig testament, een geheim des geloof s, die voor u en voor velen zal vergoten worden tot vergiffenis der zondenquot;, en Jezus voegde nog hierbij : „Doet dit ter Mijner gedachtenisquot;.

De apostelen ontvingen, aten en dronken nu het waarachtig lichaam en het waarachtig bloed van hunnen Goddelijken Heer en,Meester, Jezus Christus.

Door de woorden : „Doet dit ter Mijner gedachtenisquot;, ontvingen zij tevens de macht cm te „consacreerenquot;, dat is ; door het uitspreken der woorden van de Coniecratie die de Zaligmaker in het laatste Avondmaal uitsprak, het brood en den wijn ce veranderen in het lichaam en bloed van Christus ; daarenboven ontvingen zij het gebod ven de h. Offerande der Mis op te dragen ter gedachtenis van de liefde en het lijden des Zaliguakers, alsook van de h. Communie aan de geloovigen uit te deelen, welke op hunne beurt, door deze zelfde woorden opgewdkt worden om den Heiland in de h. Communie te ontvangen.

-ocr page 9-

7

Wat is nu, volgens deze instelling van Jezus Christus, het allerheiligste Sacrament des Altaars P

Een sacrament van de nieuwe wet, in hetwelk ouder de gedaanten van brood en wijn, Jezus Christus zelf tegenwoordig is met ziel en lichaam, met vleesch en bloed, met Godheid en mensch-heid, gelijk Hij thans glorierijk in den hemel is.

Het allerh. Sacrament des Altaars is een waarachtig sacrament, omdat het de drie stukken, die tot een sacrament gevorderd worden, bevat, namelijk: hei uitwendig teeken, in de gedaanten van brood en wijn; de instelling door Jezus Christus, in het laatste Avondmaal, en de heilig makende genade, het geestelijk voedsel onzer zielen, ouder do gedaanten van brood eu wijn, ons lichamelijk voedsel beteekenend, en ons in den persoon van Jezus Christus, den Gever zelveu van alle genade medegedeeld.

Jezus Christus heeft dit sacrament ingesteld tot eene gedachtenis aan Zijne liefde en aan Zijn lijden, tot eene waarachtige spijs onzer zielen en tot eene gedurige offerande der nieuwe wet in de h. Mis.

Wanneer nu de priester te halfmis de woorden der Consecratie uitspreekt, welke de Zalig-

-ocr page 10-

8

maker het eerst bij de instelling van dit h. Sacrament in het laatste Avondmaal heeft uitgesproken, dan worden door de kracht dier goddelijke woorden het brood en de wijn veranderd in het lichaam en bloed van. Christus. Dan bemerkt men, wel is waar, nog de gedaanten van brood en wijn, dat is, alles wat men uitwendig van brood en wijn ziet, ruikt smaakt of voolt; maar het wezen en de zelfstandigheid van het brood en van den wijn zijn geheel overgegaan en veranderd in het lichaam en bloed van Christus, die tnans onder de gedaanten van brood en wijn, waarlijk, wezenlijk en zelfstandiglijk met ziel en lichaam, met vleesch en bloed, met Godheid eu menschheid, gelijk Hij nu onlijdelijk en onsterfelijk is in den hemel, gelijkelijk en gelijktijdig op aarde in dit aanbiddelijk Sacrament tegenwoordig is.

Deze hier bedoelde verandering wordt door de h. Kerk genoemd „Tramsubstandatiequot;.

Jezus Christus, het Woord der waarheid, de Zoon des eeuwigen Vaders, God, gelijk de Vader eu de H. Geest, die ons niet kan bedr iegen en voor wieu niets onmogelijk is, heeft het duidelijk gezegd ; „ DU is Mijn lichaam, dil is Mijn bloedquot;.

-ocr page 11-

9

zoodat or ua de woorden vau de Consocralio noch brood, noch wijn meer aanwezig zijn. Echter noemt men dit h. Sacrament soms nog „broodquot;, omdat het, na brood te zijn geweest, door de woorden der Consecratie in het lichaam van Christus werd veranderd. Zoo wordt ook de mensch stof genoemd, omdat hij uit stof der aarde door God is geschapen. Dat overigens het geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van onzen Heer Jezus Christus door deze uitdrukking niet wordt gekwetst, blijkt genoeg 1. uit den apostel Paulus (\'), als hij zegt: „ffie dit brood onwaardig eel (namelijk het lichaam en bloed des Eeeren), zal schuldig zijn aan het lichaam, en bloed van Christusquot;; en 2. uit de Handelingen der Apostelen (2) zien wij, dat de eerste Christenen met de apostelen volhardden „in de gemeenschap van het breken des broodsquot;, dat is, in het nutten van het lichaam des Heeren.

Wanneer nu de h. Hostie wordt gebroken, dan wordt enkel do gedaante van brood gebroken en geenszins het lichaam van Christus,

(\') 1 Cor. XI. 27. (a) Act Ap. II, 42.

1\'

-ocr page 12-

10

(lal iliaiis onlijdelijk en onsterfelijk is in deu liemol. Wanneer de h. Hostie wordt gebroken, dan is Christus ook geheel onder alle deelen en stukken daarvan tegenwoordig, en zoo iemand óéne h. Hostie ontvangt en een ander bij vergissing in de h.Communie tweeheilige Hostiën zoude ontvangen, dan ontvangen beide evenveel, namelijk denzelfden Heer Jezus Christus, die niet meer gedeeld kan worden. De Zaligmaker blijft zoolang met Zijne ziel en lichaam, vleesch en bloed. Godheid en menschheid tegenwoordig, tot dat de gedaanten van brood en wijn zijn verdwenen, hetgeen gewoonlijk na een kwartier uurs het geval is (om welke reden men dan ook dezen tijd aan de dankzegging na de h. Communie dient te besteden), terwijl vervolgens Jezus met Zijne genade in de ziel verblijft, zoolang tot zij Hern door eene doodzonde vergramt.

Daar Jezus Christus gezegd heeft: „Dit is Mijn lichaamquot;, zoo is dan ook Zijn heilig bloei ouder de gedaante van brood, want een lichaam zonder bloed zoude een dood lichaam wezen. Christus is echter thans onsterfelijk eu ondeelbaar. Waar Zijn lichaam is, is ook Zijn bloed, waar Zijn bloed is, is ook Zijn lichaam. Van daar dat de h. Kerk, als zij, om gewichtige redenen

-ocr page 13-

11

daartoe aangespoord, het drinken van liet h. bloed uit den kelk aan de geloovigen heeft, verboden, hun nochtans onder de enkele gedaante van brood èn het lichaam èn het bloed van den Zaligmaker toereikt. Onder de vek; redenen, waarom de h. Kerk de Communie, onder de gedaante van den wijn heeft verboden, stippen wij hier slechts aan, dat velo menschen eenen walg zouden hebben uit eeneu gemeenzamen kelk te drinken, dat er bij groo-teu aandrang vau commnnianten al lichtelijk iets van het h. bloed zou kunnen gestort worden, eiudelijk heeft dit de h. Kerk ook willen doen om tegen de ketters te verklaren, dal. Jezus Christus, thans verrezen en verheerlijkt zijnde. Zijn lichaam en bloed niet meer gescheiden kunnen worden, en dat Hij gevolglijk onder elke gedaante geheel en al tegenwoordig is.

Men noemt dit h. Sacrament,:

„Het allerheiligste Sacrament des Altaarsquot;, omdat Jezus Christus op het altaar, onder du gedaanten van brood en wijn, door de woorden van de Consecratie, tegenwoordig komt.

Veelal „de h. Communiequot; of Gemeenschap, Vereeniging der ziel met Jezus Christus.

-ocr page 14-

12

„De Tafel des Heeren\', omdat ouze Heer Jezus Christus aan deze b. Tafel de ziel spijst eu zelf de spijs is.

„De h. Offerandequot;, omdat ook het vleesch en bloed van den Zaligmaker in het h. Misoffer aan God den Vader voor ons worden opgedragen.

Eindelijk „hel h. Viaticumquot;, teerspijs of reispenning op den moeielijken wog naar den hemel. Inzonderheid wordt deze naam gebruikt, wanneer een zieke, die in stervensgevaar verkeert, voor de laatste maal van zijn leven, zijnen Heer en God tot sterking ontvangt op de reis naar de eeuwigheid.

II.

Uitwerkselen der heilige Communie.

Ue zalige uitwerkselen eener waardige h. Communie, zijn vooral deze vier:

1. Zij vereenigt ons innig met Christus;

2. Zij vermeerdert de heiligmakende genade;

3. Zij zuivert ons van de dagelijksche zonden, en

4. Zij geeft ons vele bijzondere genaden om de deugd te beoefenen en ons voor zonde te bewaren.

-ocr page 15-

13

1. üe waardige h. Communie vereenigl om op de nauwste en innigste wijze mei Jezus Christus. Men kan met Jezus Christus vureenigd zijn door het geloof, indien men Hom zijn verstand onderwerpt en aan alle waarheden, die Hg veropenbaard heeft en ons door de h. Kerk voorhoudt, geloof hecht: men kan inet Jezus vereenigd zijn, zoo men Hem zijn hart schenkt en Hem boven al bemint, maar het is vooral door de wezenlijke tegenwoordigheid van Zijn heilig vleesch en kostbaar bloed, dat het nauwst mogelijk verbond op aarde van eene ziel met haren God ontstaat, zoodat de h. Cyrillus dit eng verbond terecht aan de ondereensmelting van twee stukken was vergelijkt. „J)ie mijn vleesch eet, blijft in Mij en Ik in hemquot; zegt de Zaligmaker. (\') Gelijk de gewone voedingsmiddelen, welke wij tot ons nemen, met ons lichaam vereenzelvigd worden, zoo worden ook het vleesch en bloed van Jezus Christus in de h. Communie met ons vereenzelvigd, met dit onderscheid, dat onze gewone spijzen in onze zelfstandigheid overgaan, terwijl wij door de h. Communie in Jezus Christus veranderd worden.

(\') Jo. TI, 57.

-ocr page 16-

14

Wij, geringe en zondige menschen, schier één hart, ééne ziel, één lichaam meet te zijn met Jezus, onzen God, onzen Schepper, en het waardigste voorwerp van onze liefde! Welk geluk, welke eer voor ons! Hoe zoet, hoe aangenaam is het niet voor ons te kunnen zeggen; „Jezus, de welbeminde mijner ziel, behoort aan mij en ik aan Hem. Ik leef niet meer, maar Jezus Christus leeft in mijquot;. Het hart van Jezus klopt in mijn hart, het h. bloed van Jezus doorstroomt mijne aderen, de ziel van Jezus woont in mijne ziel. Wij nemen deel aan de Godheid van Jezus, aan Zijnen roem, aan Zijn geluk, aan Zijn leven. Immers heeft Hij gezegd: „Die Mijn vleesch eet, heefl hel eeuwig leven. Gelijk Mijn Vader leeft, en yelijk Ik leef door Mijnen Vader, zoo zal ook hij die Mij eet, door Mij levenquot;. (\') Is het dan te verwonderen dat de vrome Christenen zoozeer naar de h. Communie verlangen en met David uitroepen: „Mijne ziel, o Heer, versmacht naar U, als een dorstig hert, dat haakt naar de wateren der fonteinen; wanneer zal ik het geluk hebben voor uw aanschijn te komen en neder te zitten aan uwe li. Tafel ? quot;

(\') Jo. vi, 58.

-ocr page 17-

15

L)e brandende liefde van Jezus die liet liefdevuur op aarde is komen ontsteken, doorgloeit hun hart, als zij in de h. Communie met Jezus zijn vereenigd; ja, dan zelfs wordt dit ellendig tranendal voor hen eon ware hemel, vooral, wanneer zij, in hunnen levenswandel de voetstappen drukken van Jezus, die het leven, de ziel, ja, het wezen zelf des liemsls is.

2. De waardiye h. Communie vermeerdert en versterkt in ons de heilig nakende genade, die hel sieraad en hel leven onzer ziel is. Wanneer de Zaligmaker Zijne intrede heeft genomen in de ziel, die Hij bemint, dan spreekt Hij gemeenzaam tot haar hart. Hij leert haar, troost haar en opent haar de hemelsehe schatkist Zijner genaden en verlichtingen. Vaak, wel is waar, lieve Kindereu, zult gij wellicht dezen troost des Heeren niet op eene gevoelige w ijze ondervinden; dit kan zijn, maar dan leeft gij toch van het leven der genade, dat u in de h. Communie ia medegedeeld; gij groeit aan voor Gods oog, evenals de mensch lichamelijk aangroeit, zonder het te weten. En moet dan niet reeds de enkele gedachte, dat men Jezus in het hart bezit, het grootste geluk van een Christen, dir. gelooft, uitmaken ?

-ocr page 18-

16

Dikwerf ook berispt de Zaligmaker ouzo ziel, Hij vernedert hiiar, ja, Hij vernietigt haar, dikwerf zwijgt Jezus en laat Hij zich niet vernemen, maar alles, zelfs Zijne gestrengheid en Zijn stilzwijgen, brengt er toe bij om het geestelijk leven der heiligmakende genade in ons te onderhouden en te volmaken. Van daar de onafgebroken heiligheid en de stichtende levenswandel, welke wij bewondoren iu de zielen die dikwerf en waardig commuuiceeren.

3. J)e waardige h. Communie zaiuert ons van de dagelijksche zonden. „Men kan niet twijfelenquot;, zegt de Catechismus der Kerkvergadering van Trente, „dat de h. Communie de dagelijksche zoudeu uitwischtquot;, en „dit doet zij, zegt de h. Ambrosius, zooals het dagelijksch brood de dagelijksche zwakheden van ons lichaam hersteltquot;. Deze vergiffenis geschiedt door de eigen kracht van dit allerh. Sacrament, zoo men slechts niet aan deze dagelijksche fouten gehecht zij. De h. Communie verwekt ia ons levendige gevoelens van berouw en van liefde tot Jezus Christus, en deze liefde, wanneer zij ook slechts onvolmaakt is, strekt tot vergiffenis onzer dagelijksche fouten. „Zoo iemandquot;, zegt de h. Laurentius Justinian us.

-ocr page 19-

17

„verkwijnt van uitputting; zoo hij, afgemat door den strijd des levens, verlangt wat uit te rusten en zich te versterken, o, dat hij dan met geloof en vertrouwen het lichaam van Jezus Christus ontvange en oogenblikkelijk zal hij nieuwen moed en kracht gevoelen.quot; „Neemt uwe toevlucht tot het h. Altaargeheim; gij zult door die bron van lichtquot;, zegt de h. Joannes Chrysostomus, „verlicht worden, en in u zeiven keeren; gij zult al uwe krachten terugkrijgen en uw hart zal opnieuw in liefde tot God ontvlammen.quot;

4. De waardige h. Communie geeft ons vele bijzondere genaden om de deugd le beoefenen en ons van zonde le bewaren. Een zoo edelmoedige bruidegom als Jezus Christus blijft in zijne milddadigheden niet stil staan. Ja, in dezen hemelschen maaltijd, waarin Hij al Zijne goederen aan de vrome ziel mededeelt, spreekt Hij tot haar als de bruidegom tot zijue welbeminde bruid: „Wat wilt gij dat ik voor u doe? Al het mijne, is ook het uwe!quot; Vreest daa enkel, lieve Kinderen, geen genoegzaam gebruik te maken van de schatten der genade, waarmede Jezus de zielen dio Hem beminnen, wil verrijken. Vraagt hem dan.

-ocr page 20-

18

wat voor uw geluk dienstig is, vraagt Hem wat u zalig is, vraagt Hem met liefde en vertrouwen en gij zult van Hem verkrijgen. L/ieve Kinderen! vraagt Hem een rein hart, eenen ootmoedigen en gehoorzamen zin, eon onschuldig gemoed, een tong zonder valschheid of veiuzerij. Vraagt Hem zonder ophouden. Gij hebt wellicht weinig aanleg voor de studie, weinig zin tot den arbeid, groote hoofdfouten, hevige bekoringen, maar de alwijze, de algoe-de en almachtige God rust in uw hart; Hij zal u helpen en bijstaan op den weg van plichtbetrachting en deugd.

Wij worden, helaas! allen geboren met cene hevige neiging tot het kwaad; deze neiging is als een vergift,- dat zich door de erfzonde in onze geheelo natuur verspreid heeft. Ue h. Communie bevrijdt ons, wel is waar, niet geheel van dit vergift, maar zij vermindert toch de schadelijke hoedanigheden daarvan, en derhalve zegt de h. Kerkvergadering van Treate „dat de h. Communie een tegengift is voor de doodzonde en de genezing der dage-gelijksche foutenquot;. (\')

(\') Sess. 13, 2.

-ocr page 21-

19

De heilige kerkvaders Cyrillus, Cyprianus en Chrysostomua (\') leggen ons uit, hoe door dit heilig Sacrament de ziel wordt afgetrokken van het kwaad en tot het goed aangedreven. „Wanneer Jezus Christus tot ons komt door de h. Communiequot;, zegt de eerste, „dan verzwakt Hij de wreede driften, die in ons heer-schen, en ons tot de zonde doen neigen, en Hij geneest de wonden, die ons door de vorige zonden zijn toegebracht.quot; „Hijquot;, zoo spreekt de h. Cyprianus, „die door de Kerk niet is gewapend, is onbekwaam tot het martelaarschap, en de ziel, die het h. Sacrament des Altaars niet ontvangen heeft, bezwijkt.quot; Eindelijk voegt er de h. Chrysostomus nog bij : „Het goddelijk bloed doet het beeld van Jezus Christus in ons schitteren, het geeft de schoonheid eu den adeldoui aan ouze ziel en belet haar, door haar te voeden, in kwijning te vervallen. Dit goddelijk bloed is de zaligheid der ziel, het zuivert haar, het versiert haar, het maakt haar vurig en glansrijk als het goud en het vuurquot;.

Zelfs zal de Zaligmaker niet dulden dat ook

(\') Apud P. F. Arch. Vendricx, Serm. t. iv, p. 267.

-ocr page 22-

20

oua lichaam — wel is waar, het geringste deel vau ons wezen, maar dat eene eerewoning is geweest voor den Koning van glorie — voor altoos ouder het bederf van het graf verblijve, want de Christenen, die het heilig Lichaam van hunnen Zaligmaker, den Overwinnaar van dood en graf, hebben ontvangen, mogen met alle gerustheid zeggen : ,,Ik weet dat mijn Verlosser leeft, dat ik op den jongsten dag uit de aarde zal opstaan en Hem zien, die mijn God is, in hetzelfde vleesch, dat met Zijn h. vleesch is gevoed geworden. Deze hoop is in mijnen boezem weggelegd en zal met mij slapen in het graf tot den dag der opstanding voor het eeuwig leven en de gelukzalige aanschouwing van Godquot;. De h. Communie is immers, volgens de uitdrukkelijke belofte van Jezus, het onderpand vau de zalige verrijzenis en van het eeuwig leven. Want Hij heeft het gezegd : „Die Mijn vleesch eet en Mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven, en Ik zal hem op den jongsten dag doen verrijzenquot;. (\') „Jaquot;, zegt de h. Cyrillus, „omdat Jezus Christus door Zijn h. vleesch in ons is, zoo is het zeker dat wij eens verrijzen zullen.quot;

(■) Jo. vi, 55.

-ocr page 23-

21

Ziedaar, lieve Kinderen, de voortreffelijke en zalige uitwerkselen der h. Communie in de zielen van hen, die ze waardig ontvangen. Wat is daarentegen eene onwaardige Communie ?

Onwaardig en heiligschendend is de Communie van een kind, dat door gebrek aan genoegzaam gewetensonderzoek of door vrijwillig verzwijgen van eene doodzonde, eene slechte biecht heeft gesproken. Ook wanneer een kind de h. absolutie ontvangt zonder rechtzinnig berouw over zijne zonden of zonder een vast voornemen van zijn leven te beteren.

Eene zulke Communie is 1. De snoodste ondankbaarheid. Het rampzalig kind, dat eene onwaardige Communie doet, wordt een andere Judas; het verraadt gelijk Judas den Zoon Gods door eenen kus, het wordt een beul van Jezus Christus, het verheft in zijn hart eenen Calvarieberg, waarop het Jezus opnieuw kruisigt en doodt. En dat nog wel in den oogen-blik dat het van zijnen teederhartigsten God liet grootste bewijs van liefde ontvangt!... Is er wel schandiger ondank en grootere trouweloosheid denkbaar ?

De onwaardige Communie is 2. Het vree-

-ocr page 24-

22

selijkst ongeluk. Ben kind, dat onwaardig tot de Tafel des Heeren nadert, eet en drinkt zijn eigen oordeel en verdoemenis, het wordt de vijand en verworpeling van God, de slaaf des duivels, verstokt dikwijls in de boosheid en geraakt in groot gevaar, gelijk de verrader Jndas, in wanhoop te vallen en in den afgrond der hel te storten. Is er wel een beklagenswaardiger lot te vreezen ? God behoede u allen, lieve kinderen, voor zulke boosheid en dusdanig ongeluk, die niet genoeg door eeuwige tranen zouden kunnen beweenr! worden. Besluit echter niet hieruit, lieve Kinderen, dat iemand die eene onwaardige Communie zou hebben gedaan, notl wanhopen aan zijne zaligheid ! De barmhartigheid Gods is immers oneindig. Wanneer gij met een waar berouw en een vermorzeld hart uwe zonde belijdt, dan zal het dierbaar bloed van Jezus Christus nogmaals uwe groote boosheid afwasschen. Het blijft echter waar, dat iemand, die zich aan eene heiligschendende Communie heeft plich-tig gemaakt, dikwijls niet in zich keert, waarom gij dan ook de uiterste voorzichtigheid moet gebruiken om deze schrikkelijke euveldaad te

-ocr page 25-

23

vermijden. Dit zal het best geschieden door eene goede voorbereiding tot de b. Communie.

III.

Voorbereiding tot de h. Communie.

Toen de koninklijke profeet David eenen tempel voor God wilde bonwen, zeide bij : „Groot is dit werk, want bet is niet voor oenen mensch, maar voor eenen God, dat wij eene woning gaan bereidenquot;. (\')

De h. Communie is niet alleen een groot werk, maar zelfs liet grootste en heiligste werk dat de monseh op aarde kan verrichten ; er is dus ook geen werk, dat eene naarstiger voorbereiding vereischt. Verder moet er ons zeer veel aan onze voorbereiding gelegen zijn, omdat de genaden, die wij door de h. Communie verkrijgen met deze voorbereiding in evenredigheid staan.

Er is eene verwijderde, eene naaüe en eene onmiddellijke voorbereiding tot de h. Communie noodig.

De verwijderde voorbereiding omvat ons verstand en ons hart. Ten opzichte van het verstand bestaat deze voorbereiding hierin, dat

(\') 1 Paralip. 29, 1.

-ocr page 26-

24

men goed zijnen catechismus kenne en vooral de lessen van de h. Biecht en van de h. Communie grondig bezitte ; en ten opzichte van het hart, dat men zich geheel tot God bekeere, veel en vurig bidde en de oneindige liefde des Zaligmakers, die zich geheel en al aan zijne zondige schepselen wil geven, mef, wederliefde trachte te vergelden. (\')

De naaste voorbereiding moei geschieden naar d.e ziel en naar het lichaam.

De naaste voorbereiding naar ie ziel bestaat hierin: 1. Dat men vrij weze vau doodzonde. C) 2. Dat men geheel doordrongen zij van een levendig geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het allerii. Sacrament, onder de gedaanten van brood en wijn. En om aan de heilzame uitwerkselen der h. Communie meer en meer deelachtig te

(\') Men kan in de negen voorafgaande dagen tot de 1. h. Communie, met veel geestelijk voordeel de bij de uitgeefster dezes gedrukte en alom ; verspreide „Novene voor kinderen die zich waardig tot hunne eerste h. Communie wensche:,! voor te bereiden, door (i. H. Leus, Dir. der Normaalschool te Rolducquot;, 18. druk, gebruiken.

(\') Zie mijn werkje ,,De h. Biechtquot;, bij de uitgeefster dezes, 3. druk.

-ocr page 27-

35

worden, moet men zich 3. Ook trachten te reinigen van de geheel vrijwillige dagelijkache zonden en zijne ziel met deugden versieren.

De naaste voorbereiding volgens het lichaam is hierin gelegen, dat men 1. Nuchter zij van af middernacht, dat heet: men mag van af middernacht noch spijs, uoch drank genoten hebben. Men breekt echter den nuchteren niet door speekselinhaling, door het inhalen van iets met ademschepping, of waaneer men onvrijwillig de overblijfselen der spijs, die in den mond of in de tanden zijn verbleven, doorslikt, of enkele na de mondspoeling overgebleven druppels water met het speeksel vermengd, inneemt.

Ten 2. moet men, volgens zijtien staat, rein en eerbaar gekleed zijn.

De onmiddellijke voorbereiding tot de h. Communie bestaat hierin: 1. Dat men zich \'s avonds van te voren en des morgens vóór de h. Communie ingetogen gedrage ; dat men alsdan slechts bezig zij met de verhevene handeling die men gaat verrichten en met inwendige vreugde het bezoek van den zielenbruide-gom verbeide.

2. Op den dag zeiven der heilige Communie,

2

-ocr page 28-

boude men zich bezig met betrachtingea en oefeningen van geloof, hoop, liefde, verlangen en ootmoed, welke wij hier laten volgen.

Overweging vóór de h. Communie.

1. Vieti ga ik ontvangen? Het is mijn God, de Schepper van het heelal, dien hemel en aarde niet kunnen bevatten, de oneindig Heilige, de oneindig Zuivere, de Almachtige, voor wiens aanschijn de hemelache Geesten zich diep neerbuigen en sidderen ; het ia mijn Verlosser en Zaligmaker, die voor mij is gekruisigd, die Zijn bloed voor mij vergoten heeft en mij zoo zeer heeft bemind, dat Hij heeft willen sterven om mij van de hel, die ik verdiend had, te bevrijden!....

Met welken eerbied, met welke liefde moet ik Hem dan niet ontvangen ?

2. Wie ben ik, die een zoo gr ooien en zoo goeden Ood ga onlvangen ? Ben zwak kind, een ellendig schepsel, een arme zondaar, die den goeden God reeds zoo dikwijls heeft beleedigd. Nochtans wil de liefderijke Jezus zic\'a niet van mij verwijderen, maar mij bezoeken, in mijn hart wonen en mijne ziel met Zijne weldaden overladen I....

-ocr page 29-

27

Met welke dankbaarheid, met welke oolmuf.-digheid moet ik Hem dan niet outvaugon ?

3. Waarom kont die goede God tot mij ? Om mij te heiligen, om mij met Zijne hemelsche gaven te verrijken, om mij te troosten in de rampen des levens, om mij te sterkeu in de bekoringen en de gevaren van mijne ziel. Ik behoef slechts te vragen en Hij zal raij alles geven, daar Hij zich zelven aan mij geeft, zal Hij mij ook niets meer kunnen weigeren.

Hoe vurig moeten mijne verlangens en gebeden dan niet zijn ?

(Lees nu langzaam, met aandacht en godvruchtigheid de volgende)

Oefeningen vóór de heilige Communie.

OEFENING VAN GELOOF.

Thans is het eeuwig gezegende uur geslagen, dat ik zoolang verwacht heb, waarop ik (voor de eerste maal) tot de h. ïafel des Heeren mag naderen, waarop ik het levend brood, dat uit den hemel is nedergedaald, het allerh. lichaam en bloed van mijnen Verlosser Jezus Christus, zal ontvangen. O beminnenswaardige Jezus! Hoe kan ik U genoegzaam danken voor de oneindige en onbegrijpelijke

-ocr page 30-

28

liefde, waarmede Gij mij bemind lieb. Gij zijt, om mijneutwille op de wereld gekomen en mensch geworden; Gij hebt de lasten gedragen van een moeielijk en kommervol leven; Gij hebt den smartelijken dood ondergaan, opdat ik eeuwig zoude leven en eeuwig zoude zalig zijn. Gij hebt mij bemind en U voor mij gegeven, niet slechts tot liet lijden en den dood, maar ook tot spijs mijner ziel en om tot het einde der wereld bij ons te verblijven. Met een levendig geloof herdenk ik Uwe oneindige en teedere liefde, vooral toen de vooravond van Uw lijden en Uw afscheid van deze wereld was aangebroken. Ik zie U in den geest met Uwe leerlingen aan tafel zitten om met hen het laatste Avondmaal te vieren; toen naamt Gij brood, danktet God, zegendet het brood, gaaft het aan Uwe leerlingen en zeidet: „Neemt en eet, dit ia Mijn lichaamquot;, ook zoo naamt Gij den kelk en spraakt: „Drinkt er allen uit, dit is Mijn bloedquot;, en Gij geboodt tevens aan Uwe leerlingen dit te doen te Uwer gedachtenis !... Wie kan de diepte Uwer wijsheid en de verhevenheid Uwer almacht begrijpen? Wie kan de afgronden Uwer oneindige liefda peilen ?

-ocr page 31-

29

Geen meuacli op aarde; inmiddels geloof ik vastelijk aan Uwe goddelijke en onfeilbare woorden.

Ik geloof dat Gij waarlijk Gods Zoon en ons levend hemelsbrood zijt.

Ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars met lichaam en ziel, met vleesoh en bloed, met Godheid en menschheid waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt.

Ik geloof dat uw lichaam waarlijk spijs en Uw bloed waarlijk drank is.

Ik geloof, o Heer Jezus Christus, dat ik (heden, voor den eersten keer) Uw lichaam «n blood aan de h. Tafel zal ontvangen.

Dit alles geloof ik, omdat Gij, die de eeuwige waarheid en wijsheid zijt, zulks gezegd hebt ; Gij hebt de woorden des eeuwigen levens ; Uw woord is oneindige waarheid, het kan mij niet bedriegen en derhalve geloof ik aau Uw woord. O Jezus! Gelief mijn geloof te vermeerderen!

OEFENING VAN HOOP.

Met dit vast geloof nader ik tot uwe h. Tafel, o Heer, waar Gij mij met Uwe genade wilt vervullen, hetgeen ik dan ook met een onwrikbaar vertrouwen van U verwacht. Toen

-ocr page 32-

30

Gij uog op doze aarde vortoefdet, waart gij zoo vriendelijk en goedig jegens de kinderen; Gij liet hen tot U komen en hebt hen gezegend ; Gij waart do liefderijkste Kindervriend on wilt het ook nog heden voor mij zijn. Ik hoop dan ook op Uwe goedheid en Uwe beloften. Ik mag ook alles van U hopen, want Gij zijt do Almachtige; Gij zijt ook de Allergetrouw-ste, want Gij vervult steeds uwe beloften; Gij zijt ook do Allerbeste, want Gij geeft gaarne en met vreugde wat Gij ons beloofd hebt.

O Jezus! bevestig mijne hoop!

Gij hebt gezegd : „Mijn vloesch is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drankquot;. Ik hoop dat Gij door Uw vloesch en bloed mijne zio! tot de uitoefening van het goede znlt versterken !

Gij hebt gezegd : „Wie L\\tijn vloesch eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in heinquot;; ik hoop dat Gij in mij en ik in U zal verblijven !

Gij hebt gezegd : „Wie Mijn vleesch eet en Mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven en Ik zal hem in den jongston dag opwekkenquot;. O Jezus, ik hoop aan de vervulling dezer belofte deelachtig te worden !

I

-ocr page 33-

31

Gij hebt gezegd : „ Die Mij eet zal om mijnentwille leven ; die dit brood eet, zal leven in eeuwigheidquot;. Ik zal steeds deze hoop in mijn hart bewaren, o mijn Heer en God, ik vertrouw op Uwe almacht, getrouwheid eu goedheid, en ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden. O Jezus! gelief mijne hoop te bevestigen !

OEFENING VAN LIEFDE.

Ü Jezus, vermeerder mijn geloof, bevestig mijne hoop, maar ontvlam ook mijn hart met Uwe liefde, opdat ik liefdevol tot U nadere, U boven alles uit geheel mijn hart en uit al mijne krachten beminne; U, die uit liefde tot mij, het bitter lijden eu den schandelijksten dood hebt verdragen. Ik verkondig Uw lijden en dood wanneer ik tot Uwe h. Tafel nader. Gij hebt het h. Sacrament van Uw vleesch eu bloed tot herinnering van Uw lijden en sterven ingesteld en ons vermaand, dat wij het tot Uwe gedachtenis zouden ontvangen. O, mocht ik mij dan op dit oogenblik Uwe liefde en Uw lijden dankbaar herinneren ! Gij hebt mij bemind en U voor mij overgeleverd, ja, overgeleverd aan den doodangst in den hof van Olijven, aan uwe verbitterste vijanden, aan

-ocr page 34-

32

de gevoeligste spotternijen, aan de bloedige geeaeling, aan de wreede kroning met doornen. Ik zie U, minnelijke Jezus, voor mij geslagen, bespot, gewond, verscheurd, met bloed bevlekt, als een ellendige worm verpletterd en vertreden, — en nog is dit alles voor Uwe liefde niet genoeg; Gij hebt U nog vernederd tot den smaad- en smartvollen kruisdood ; beladen met Uw zwaar kruis, gaat Gij als een onschuldig lam ter slachtbank ; Gij wordt met handen en voeten aan het kruis genageld, tusschen hemel en aarde te midden van twee moordenaars opgeheven, met versmaadheden overladen; Gij sterft eindelijk uit liefde tot mij, van God en de menschen verlaten ! En zoude ik U op mijne beurt geene wederliefde schenken ? . ...

O Jezus! mijn God, mijn Heiland en mijn alles ! Ja, ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten.

Ik bemin U, omdat Gij uit liefde tot mij gestorven zijt, en omdat Gij U uit liefde tot mij in het allerh. Sacrament des altaars tot spijs mijner ziel hebt gegeven.

Ik bemin U, omdat Gij uit liefde tot mij altoos in dit heilig Sacrament wilt verblijven.

Ik bemin U, omdat Gij mij, door het

-ocr page 35-

33

waardig ontvangen van Uw vleesch en bloed het eeuwig leven verzekert.

Ik bemin U, omdat Gij mij het eerst hebt bemind, omdat Gij louter liefde, omdat Gij oneindige liefde zijt.

O, Heer Jezus, ontvlam meer en meer mijn# liefde tot U!

OEFENING VAN VERLANGEN.

O Jezus ! mijn Heiland en mijn Zaligmaker ! Hoe groot en onbegrijpelijk is de genade, welke Gij mij heden verleent, daar Gij zelf mij komt bezoeken en Uwe woning in mijne ziel gelieft te nemen. Wel is waar, komt Gij tot mij, verborgen voor mijne oogen, maar zichtbaar voor mijn geloof; Gij geeft U aan mijne ziel tot spijs en drank. Gij wilt in mij wonen en verblijven; Gij komt tot mij gelijk Gij eertijds, den glans Uwer majesteit verbergende, Uwe intrede naamt in de hutten der armen en zieken. Gij komt om aan mijne ziel, die naar hulp en troost versmacht, genade en lafenis te bieden. Ik verheug mij, o Jezus ! over Uw genadenrijk bezoek ; ik verheug mij, dat Gij onder mijn dak wilt inkeeren; ik verlang vurig naar Uwe tegenwoordigheid en naar Uw bezit.

Zoo ik slechts U bezit, heb ik alles ; buiten U

3\'

-ocr page 36-

u

kan ik op aarde en in den hemel niets verlangen; Gij zijt mijn God en mijn alles, mij a Verlosser en Zaligmaker, mijne kracht, mijne hulp en mijn troost. Kom dan tot mij, levend brood dat uit den hemel is nedergedaald ! Voed en sterk mijne hongerige ziel! Heel hare wonden ! Wasoh hare smetten af! Neem de zwakheden mijner ziel weg! Help mij en maak mij zalig! Amen.

oefening van ootmoed.

Hoe durf ik het wagen, o mijn God en Heiland, tot U te naderen? Uw allerwaardigste Voorbode, de h. Joannes De Dooper, achtte zich niet eens waardig Uwe schoenriemen te ontbinden; de Engelen zeiven bedekken uit eerbied tot U hunne aangezichten met hunne vleugels, en ik wil U in mijne ziel opnemen !...

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt! Ja, ik ben niet waardig, ik kou nimmer tot Uwe h. Tafel durven naderen, ware het niet dat Gij het mij beveelt, ja, dat Gij mij van het eeuwig leven wilt uitsluiten, indien ik Uw h. vleeach niet eet an Uw h. bloed niet drink. Ik kom dan tot U, gehoor-

-ocr page 37-

35

zaam aan Uw bevel, gedrongen door de zucht naar het eeuwig leven ; ik nader echter tot U, met het diepste bewustzijn mijner groote onwaardigheid.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt! Gij zijt immers mijn God, ik ben Uw schepsel; Gij zijt de Heer en ik Uw dienstknecht ; Gij zijt de Allerreinste, de Allerheiligste, de Zuiverheid en Heiligheid zelf, en ik ben een zondig mensch, een strafwaardige boosdoener; Gij zijt mijn Heiland, die mij tot den dood toe bemind hebt, en ik ben een ondankbaar wezen, dat U geene wederliefde heeft betoond, maar dikwijls en grootelijks heeft beleedigd.

(Verwek nu nog een Akte van Berouw.)

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt! Wil echter, o Heer, niet nederzien op mijne groote onwaardigheid, maar slechts letten op Uwe oneindige goedheid en barmhartigheid. Ik nader tot U met een kinderlijk vertrouwen, omdat Gij de boetende zondaars in genade opneemt.

Ik kom, daar Gij mij gebiedt te komen en ik zonder U niet zalig wezen kan. Neem mij dan liefderijk op, o Jezus, en wil Uwe beloften,

-ocr page 38-

36

jegens mij vervullen. Ik geloof aan U, ik houp op U, ik bemin U ! Uet lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware mijne ziel tot het eeuwig leven. Amen. (\')

O Heer ! ik ben niet waardig

Tot Uwen diseh te gaan,

Maar, Gij, Heer, maak mij waardig

En hoor mijn smeeking aan !

O stil toch mijn verlangen

Gij, zielen-bruidegom,

Om waardig U te ontvangen ! Lam Gods, o wees welkom !!!

Heilige Moeder Gods, alle Kngelen des hemels, mijn goede Kngelbewaarder, mijn h. Patroon (Patrones) en alle Gods lieve Heiligen, bidt voor mij, opdat ik waardig nadere tot de h. Tafel.

Aanmerking. Houding der kinderen aan de communiebank. Men nadert met neergeslagen oogen en gevouwen handen en knielt op den voet dor communiebank; dan neemt men den communiedoek op de banden, dien men een weinig uiteenvouwt. Vervolgens houdt men het hoofd recht en stil, men opent tamelijk den mond. men

(1) Dit zijn de woorden, lieve kinderen, welke de priester in het latijn spreekt, als tij U de h. Communie geeft.

-ocr page 39-

37

legt de tong op de onderste lip, ontvangt vol eerbied de h. Hostie; men haalt de tong met de h. Hostie langzaam terug en sluit den mond. Men wachte zich te spuwen of de h. Hostie tegen de tanden te stooten; blijft de h. Hostie soms tegen het verhemelte van den mond plakken, dan make men zich niet ongerust, maar rake haar zachtjes aan met de tong, waardoor zij ongemerkt zal los gaan. Men zal de h. Hostie doorslikken, eer ze geheel is vochtig geworden.

Op eenige plaatsen geeft men een teug wijns, na de 1. h. Communie, om de nutting te bevorderen.

Wanneer men nu de h. Communie heeft ontvangen, keert men eerbiediglijk naar zijne plaats terug, alwaar men de dankzegging gaat verrichten,

IV.

Oefeningen van dankzegging na de h. Communie.

Nadat men eeuige oogenblikkon van aanbid-ding en stille betraohtiag aan den liefderijken Jezus, die men heeft ontvangen, gewijd heeft, kan men gevoeglijk de volgende oefeningen tot dankzegging na de h. Communie, met aandachtigheid en godsvrucht lezen.

OEFENING VAN AANBIDDING.

Het lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware mijne ziel tot het eeuwig leven !

Ja, thans bezit ik in mij den Gever en Hersteller van het eeuwig leven; dit geloof ik

-ocr page 40-

38

vastelijk, o Jezus, want Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Uw vleesch, dat ik ontvangen heb, is waarlijk eene spijs. Mijn Heer, mijn God en mijn alles, Gij zijt wezenlijk in mij tegenwoordig, Gij zijt innig met mij vereenigd. Hoe kan ik mij diep genoeg voor U in het stof nederbuigen ! Hoe zal ik U eerbiediglijk genoeg aanbidden !

OEFENING VAN OOTMOED.

Heer, ik ben niet waardig dat ik mijne oogen tot U verheffe. Gij zijt mijn Heer en God en ik ben Uw onwaardig schepsel; \'Gij zijt mijn Heiland en mijn hemelsohe Vader en ik ben Uw zwak en zondig kind. Gij bemint mij nochtans en erbarmt U over mij, omdat Gij vreugde er in schept in mijn hart te wonen. Heden is het huis mijner ziel heil wedervaren.

OEFENING VAN DANK.

Hoe zal ik U, mijn Jezus, voor de onuitsprekelijke genade van Uw heilaanbrengend bezoek, naar behooren danken ; hoe kan ik U alles vergelden, wat Gij aan mij gedaan hebt P Looft den Heer, alle volkeren en alle geslachten ; loof den Heer, o mijne ziel en vergeet nimmer het goede, dat Hij U heeft

-ocr page 41-

39

gedaan. O edelmoedigste Heiland, neem met

t- een genadig welbehagen mijn geringen eu on-

rgt; voldoenden dank aan, dien ik U uit de volheid

k van mijn diepbewogen hart breng, ij Gij hebt mij. Uw ongehoorzaam en zondig

gt;r kind, in weerwil van al mijne zonden en

U trouweloosheden met goedertierenheid aange

nomen, Gij hebt U gewaardigd Uwe intrede in mijne ziel te nemen. Gij hebt mij aan Uwe h. Tafel met Uw vleesch en bloed verzadigd. Gij hebt mij Uw vleesch en bloed tot onderpand der zalige verrijzenis geschonken en mij daardoor het eeuwig leven verzekerd.

JSn daar ik U voor zoo vele en zoo groote genaden niet genoegzaam kan bedanken, zoo verzoek ik alle Engelen en Heiligen des hemels, dat zij U, in mijne plaats, loven en danken in alle eeuwigheid. O liefdevolle Heiland ! Gij hebt mij heden het grootste en beste, wat Gij

it- mij geven kondt, gegeven, gij woont in mij en

id wilt eeuwig bij mij verblijven. Wat zal ik dan

U op mijne beurt aan U scheuken ? Ik bezit

an niets dan mij zelvea, niets dan mijn hart ; ik

11e geef mij dan ook aan U met alles wat ik ben

en en vermag, met geheel mijn hart en mijne

aft zintuigen, met ziel en lichaam, zonder eenig

-ocr page 42-

38

vastelijk, o Jezus, want Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Uw vleesch, dat ik ontvangen heb, is waarlijk eene spijs. Mijn Heer,

mijn God en mijn alles, Gij zijt wezenlijk in mij tegenwoordig, Gij zijt innig met mij vereenigd. Hoe kan ik mij diep genoeg voor U in het stof nederbuigen ! Hoe zal ik U eerbiediglijk genoeg aanbidden !

OEFBNINS VAN OOTMOED.

Heer, ik ben niet waardig dat ik mijne oogen \' ** tot U verheffe. Gij zijt mijn Heer en God en ik ben Uw onwaardig schepsel; \'Gij zijt mijn Heiland en mijn hemelsohe Vader en ik ben tl Uw zwak en zondig kind. Gij bemint mij nochtans en erbarmt U over mij, omdat Gij vreugde er in schept in mijn hart te wonen.

Heden is het huis mijner ziel heil wedervaren.

OEFENING VAN DANK.

Hoe zal ik U, mijn Jezus, voor de onuitsprekelijke genade van Uw heilaanbrengend bezoek, naar behooren danken ; hoe \'san ik U alles vergelden, wat Gij aan mij gedaan hebt P Looft den Heer, alle volkeren en alle geslachten ; loof den Heer, o mijne ziel en vergeet nimmer het goede, dat Hij U heeft

-ocr page 43-

39

gedaan. O edelmoedigste Heiland, neem met een genadig welbehagen mijn geringen en onvoldoenden dank aan, dieu ik U uit de volheid van mijn diepbewogen hart breng.

Gij hebt mij, Uw ongehoorzaam en zondig kind, in weerwil van al mijne zonden en trouweloosheden met goedertierenheid aangenomen, Gij hebt U gewaardigd Uwe intrede in mijne ziel te nemen. Gij hebt mij aan Uwe h. Tafel met Uw vleesch en bloed verzadigd. Gij hebt mij Uw vleesch en bloed tot onderpand der zalige verrijzenis geschonken en mij daardoor het eenwig leven verzekerd.

En daar ik U voor zoo vele en zoo groote genaden niet genoegzaam kan bedanken, zoo verzoek ik alle Engelen en Heiligen des hemels, dat zij U, in mijne plaats, loven en danken in alle eeuwigheid. O liefdevolle Heiland! Gij hebt mij heden het grootste en beste, wat Gij mij geven kondt, gegeven, gij woont in mij en wilt eeuwig bij mij verblijven. Wat zal ik dan op mijne beurt aan U schenken ? Ik bezit niets dan mij zelvea, niets dan mijn hart ; ik geef mij dan ook aan U met alles wat ik ben en vermag, met geheel mijn hart en mijne zintnigen, met ziel en lichaam, zonder eenig

-ocr page 44-

40

voorbehoud; bezit mij, o Jeins, in alle eeuwigheid!

Geen ziulijke lust, geen aardsch goed,

geen schepsel ter wereld zal mij coil, ran U scheiden.

In geluk en ongeluk, in vreugde en lijden, in voor- ea tegenspoed, in leven en sterven,

wil ik U alleen toebehooren. Voor II leef ik,

o Jezus, voor U sterf ik. Amen.

• i •

OEFENING VAN GEBED.

O edelmoedigste Jezus! Gij hebt mij geleerd in mijne noodwendigheden mij lot U te wen- Ji den, bij U hulp te zoeken, aan te kloppen,

en op U te roepen; Gij verzekert mij dat ik door U zal verhoord worden. Gij zult mij dan ook vooral heden (op den dag mijner eerste h. Communie) dat Gij tot mij zijt gekomen,

om mij met Uwe overvloedige genaden en allerrijkste zegeningen te vervullen, gewis ver-hooren. Zonder U ben ik niets en kan ik niets ter zaligheid; blijf dan bij mij, o goede Jezus, met Uwe genade; doe mij getrouw blijven aan de goede voornemens, die ik heden heb gemaakt;

steun mijne zwakheid, neem mijne lichtzinnigheid en mijnen wankelmoed weg, opdat steeds

-ocr page 45-

41

mijn geloof Termeerdere, mijne hoop in kracht en mijne liefde in vurigheid toeneme.

Bewaar mij voor de zonden, verwijder de bekoringen; geef mij en bewaar in mij een rein, schuldeloos hart; laat mij liever alles lijden, ja, zelfs eerder den dood sterven dan mijne onschuld en Uwe genade door eene doodzonde verliezen. Laat mij toch nimmer in mijn leven onvoorbereid of onwaardig tot Uwe h. Tafel naderen en Uw h. Vleeach en Bloed tot mijn oordeel en verdoomenis ontvangen. Dat deze (le) h. Communie mij bestendig aanspore om U nooit te vergeten, om U altoos boven alles te beminueu. Vernietig in mij alle kwade driften, opdal ik door U verzadigd, naar niets anders meer verlange, dan naar wat liemelsch is.

Vervul in mij, o Heer, Uwe beloften; dat Gij in mij blijft en ik in U; dat ik Uw getrouwe leerling en ware navolger moge worden; dat ik door Uwen h. Geest van liefde bezield, U bovenal en mijnen evennaaste gelijk mij zelven om U moge beminnen.

Met een vast vertrouwen beveel ik U, o liefderijke en barmhartige Jezus, alle aangelegenheden van mijne ziel en lichaam aan, mijne

-ocr page 46-

42

hoop en vrees, mijne vreugden en smarten; regel cn beschik alles naar Uwe alwijze voorzienigheid en Uw goddelijk welbehagen, ten beste mijner zaligheid. Vooral beveel ik mij aan U in het uur van mijnen dood ; laat mij deze wereld toch niet verlaten, zonder U nog als teerspijs op mijnen tocht naar de eeuwigheid te hebben ontvangen; o levend Hemelsbrood, reinig en sterk dan mijne ziel, opdat zij niet bezwijke onder de laatste geweldige bekoringen van den boozen geest, maar binnentrede in Uw rijk. Dat ook mijn stoffelijk overblijfsel ruste in vrede en eens met alle uitverkorenen heerlijk uit het graf verrijïe, om U vervolgens in al Uwe volmaaktheid, van aanschijn tot aanschijn te zien, te bezitten, te loven en te danken in alle eeuwigheden der eeuwigheden. Amen.

Verhoor en zegen mij, o Jezus!

Dat ook Uw goddelijke zegen in do ruimste maat nederdale over mijne lieve ouders, familie en weldoeners; over mijne vrienden en vijanden, over de h. Kerk, onzen h. Vader den paus, onzen bisschop, onze geestelijke herders en leermeesters, over alle menschen, zoo levenden als afgestorvenen; zegen hen allen en begenadig hen !

-ocr page 47-

43

Moge Uw goddelijke zegeu over ons allen

komen eu bij ons verblijven, nu en in eeuwigheid ! Amen.

Litanie van het allerh. Sacrament,

ten gebruike van een kind, dal zich tot zijn eerste h. Communie voorbereidt.

Heer, ontferm U onzer !

Cliristus, ontferm U onzer !

Heer, ontferm U onzer !

Oliristus, hoor ons!

Christus, verhoor ons !

God, liemelsche Vader, mijn Schepper en Bewaarder, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

God, de Zoon, mijn Verlosser en Zaligmaker, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

God, de h. Geest, mijn Heiligmaker, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

H. Drievuldigheid één God, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

O Jezus, ons slachtoffer op hel kruis, ons voedsel in de h. Communie, geef, dat ik U in een rein hart ontvange.

-ocr page 48-

u

O Jezus, waarachtig tegenwoordig in het allerheiligste Sacrament, geef dat ik U in een rein hart ontvange.

O Jezus, die het levende brood zijt, dat van den hemel is gedaald, geef dat ik U iu een rein hart ontvange.

ü Jezus, die het voedsel onzer ziel geworden zijt, geef dat ik ü in een rein hart ontvange.

O Jezus, die het brood der Kngeler en de tarwe der uitverkorenen zijt, geef dat ik U in een rein hart ontvange.

O Jezus, die ons, in Uw vleesch en bloed, het onderpand van het eeuwige leven en van eene glorierijke verrijzenis verleent, geef dat ik U in een rein hart ontvange.

U Jezus, die, in dit verheven Sacrament, de bron van alle genaden en hemelsche zegeningen zijt, geef dat ik U in een rein hart ontvange,

O Jezus, die U door de h. Commuuie op liet allernauwst met ons wilt vereen:.gen, geef dat ik U in een rein hart ontvange.

O Jezus, die in het h. Sacrament, eene eeuwigdurende offerande zijt, geef dat ik U in een rein hart ontvange.

O Jezus, die in dit goddelijk Sacrament, de

-ocr page 49-

45

schat der Kerk en vreugde dor brave nien-achen zijt, geef dat ik U iu een rein hart ontvnnge.

O Jezus, die U weldra geheel aan mij wilt schenken, geef dat ik U in eeu rein hart ontvange.

Goede Jezus, door de smarten, die Gij voor onze zaligheid hebt willen ondergaan, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

Goede Jezus, door Uwe wondervolle hemelvaart, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

Goede Jezus, door de heerlijkheid, waarmede Uwe heilige menschheid in don hemel is omgeven, verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

Goede Jezus, door Uwe oneindige barmhartigheid, verlos mij van alle zonden, maar voornamelijk van de doodzonden en verleen mij de genade eene goede eerste h. Communie te doen.

GEBED.

Beminnelijke Jezus, mijn Schepper en Zaligmaker, ik wensch vurig U met zulk eene groote liefde diepen eerbied en oprechte gods-

-ocr page 50-

46

vrucht te ontvangen, als mij maar mogelijk is. Aanvaard mijnen goeden wil en verleen mij de genade, dat ik mij tot deze beslissende daad zoodanig voorbereide, dat ik daarin vinde de bron van mijne volharding in Uwe liefde, tot aan den laatsten snik mijns levens. Ja, lieve Jezus, verhoor mijne bede, dan mag ik met vertrouwen hopen, dat ik U, dien ik weldra ouder de nederige gedaante van brood zal ontvangen, eens in al Uwen glans en al Uwe heerlijkheid onbedekt iu den hemel moge aanschouwen. O Maria, Moeder van Jezus, mijn heilige Bewaar-ilngel, mijne heilige Patronen, bidt voor mij en bekomt mij de genade eener goede eerste Communie. Amen.

GEBED VAN DEN U. CAJEIANUS VAN TRI EN A, TOT HET ALLERH. SACRAMENT.

Zie, Heer ! uil Uw heiligdom en uit Uwe verhevene hemelwoning neder, en aanschouw deze allerheiligste Hostie, die onze Opperpriester, Uw welbeminde Zoon, onze Heer Jezus, U voor de zonden zijner broeders opdraagt : wees ons genadig en wisch onze veelvuldige boosheden uit. Zie, de stem van het bloed van Jezus, die onze broeder geworden is, roept tot

-ocr page 51-

47

ü van het hout des kruises; verivoor die. Fleer! en laai U verzoenen; beschouw mei aandacht dat bloed en handel met ous uaar Ü we barmhartigheid. Vertoef niet, o mijn God, üw eigen glorie vraagt het van U, want men heeft Uwen naam over deze stad en over Uw volk aangeroepen. (100 dagen aflaat.)

VERZUCHTING TOT HET ALLEiUI. HART VAN JEZUS IN HET HOOGWAARDIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.

ü allerzoetste Jezus! hoe verre heeft zich dan Uwe onuitsprekelijke liefde tol mij uitgestrekt ? Om ü geheel aau mij te geven, hebt gij (Jw eigen Vleesch en dierbaar Bloed tot eenen goddelijken maaltijd voor mij bereid. Doch wie heeft U tot zulke overvloedige betuigingen van liefde bewogen ! Inderdaad, niemand anders dan Uw heilig Hart, dat mij zoo teerderlijk bemint.

O aanbiddelijk Hart van mijnen minlijken Jezus ! gloeiend fornuis van goddelijke liefde ! ontvang, bid ik U, mijne ziel in Uwe heilige Wonden, opdat ik in deze school van liefde moge leeren beantwoorden aan de liefde van U, mijn God! die mij, door zoo vele wonderbare bewijzen Uwer liefde overtuigd hebt. Amen.

-ocr page 52-

43

SCHIETQRBRn TOT HET ALLEKItEILTGSTK SACRAMENT.

Geloofd eu gedankt zij te alleu tijde het allerheiligste en goddelijke Sacrament des Altaars. (100 dagen aflaat.)

Nadat men op deze wijze gedurende minstens een kwartier uurs zijne dankzegging heeft verricht en zich uitsluitend met Jezus heeft bezig gehouden, mag men de kerk verlaten, maar men zal ook nog verder zorg dragen den dag der h. Communie te heiligen en in bijzondere godsvrucht door te brengen.

v.

Hernieuwing der doopgeloften. — Opdracht aan 0. L. Vrouw.

Ingevolge de Diocesaan-Statuten van het bisdom Roermond, moeten de kinderen op den namiddag hunner le h. Commuaie hunne doopgeloften, die zij bij het h. Doopsel door den mond van Peter en Meter hebben afgelegd, zeiven plechtig hernieuwen, en vervolgens zich aan de teedere Moedermaagd aanbevelen en opdragen. Wij laten ten gerieve der kinderen de voorgeschreven formulen hier volgen ;

-ocr page 53-

49

HERNIEÜWrXfi PER nOO (\'GELOFTEN.

„Aan uwe voeten neergeknield, o mijn aanbiddelijke Verlosser, wil ik op dozen schoonen dag mijner eerste h. Communie den gelukkigen stond gedenken, waarop mij bet b. Doopsel werd toegediend. Bij bet ontvangen van dat b. Saerament, beb ik mij verbonden om bet geloof in cénen God in drie Personen te belijden ; om den duivel te verzaken; om mij aan Uwe beilige wet te onderwerpen; om Uwe beilige, katholieke, apostoliscbe, rooinsebe Kerk als mijne moeder te eeren, en ijverig de middelen van zaligheid aan te wenden, die zij alleen bezit. Bn Gij, mijn God, Gij bebt mij de erfzonde vergeven; Gij hebt mijne ziel met Uwe kostbaarste gaven verrijkt; Gij bebt mij onder het getal Uwer kinderen en der erfgenamen van Uw rijk aangenomen.

Verbeven oogenblik ! „Onschatbare gebeurtenis ! De oneindig volmaakte, driewerf heilige God sloot toen\'een verbond met mij, ellendig schepsel. En Gij, dierbare Zaligmaker, waart daarvan de Middelaar ; met Uw eigen kostbaar bloed werd het bezegeld, en tot eeuwig bewijs ontving mijne ziel een onuitwischbaar merktee-

-ocr page 54-

50

ken, dat, in Uwe niiverkorenen met, onslerfelij-ken luister zal scliitteren. Tn het, li. Doopsel ia mij een nieuw leven ingestort; ik werd Christen, kind Gods, broeder van mijn Verlosser, tempel van den h. Geest, lidmaat, der Kerk, erfgenaam Gods en mede-erfgenaam van Jezus Christus.

„Groote God, welken dank zal ik U voor zoo vole weldaden bewijzen, vooral op dezen dag, waarop Gij U zeiven voor de eerste maal aan mij gelieft te geven! Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is Zijn heiligen naam loof, mijne ziel, den Heer en wil al Zijne weldaden niet vergeten. Hemelsche geesten, ver-eenigt ü met mij, om Hem de verschuldigde dankbaarheid te betuigen. Ach ware ik altijd erkentelijk geweest, ten minste niet ondankbaar ! Met droefheid en schaamte zie ik thans op mijne vroegere levensjaren, waarin ik mij aan zooveel ongetrouwheden plichtig maakte. Ja, mijn God, menigwerf heb ik de beloften van mijn h. Doopsel geschonden ; ik erken het, en ik vraag U daarvoor ootmoedig vergeving. Gevoed met het brood der sterken, neem ik het besluit om voortaan meer getrouwheid te betoouen, en tegen de vijanden mijner zaligheid

-ocr page 55-

51

dapperder dou goeden strijd des geloofs tc voereu. Het is in Uwe tegenwoordigheid, o üod, die in liet allerheiligste Sacrament des Altaars rust; in de tegenwoordigheid Uwer heilige Moeder, de onbevlekte Maagd Maria, van mijnen Engel-Bewaarder, van mijne h. h. Patronen en van geheel het hemelsch hof, dat ik de heilige verbintenissen bevestig, bekrachtig en vernieuw, die weleer in mijnen naam door Peter en Meter bij mijn h. Doopsel zijn aange-4 gaan. Ik verzaak opnieuw den duivel; Heer, Gij alleen zijt mijn Koning, en U alleen zal ik dienen. — Ik verzaak de ijdelheden des J duivels: weg met de ijdele praal, de valsche vermaken, de schijngoederen en de grondbeginselen der wereld 1 Uwe genade, Heer, Uwe liefde is mij geuoeg. — Ik verzaak de werken des duivels, dat is, alle zonden : ik wil liever sterven. Heer, dan nog eens vrijwillig eene zonde, vooral eenc doodzonde te bedrijven. Uwe heilige wet zal voortaan het eenige richtquot; snoer van mijn gedrag zijn ; met de hulp Uwer genade zal ik die nakomen, zonder hel oordeel der mensehen te schromen; ik zal mij nimmer, noch over U, noch over mijne Moeder, Uwe h. Kerk schamen ; ik zal er mijnen room iu

-ocr page 56-

52

stollen U tc dieueu cu do Kerk te gehoorzamen. Zegen deze heilige voornemens, opdat ik ze tot mijnen dood toe getrouw blijve. Amen.quot;

OPDRACHT AAN O. L. VKOUW.

Heilige Maagd, Moeder van mijnen God en ook mijne Moeder, Koningin van hemel en aarde, op dezen pleehtigen dag mijner eerste h. Communie kom ik U de hulde van mijnen eerbied, liefde en erkentelijkheid aanbieden. Vele, ontelbare gunsten en genaden heb ik sedert mijn heilig Doopsel, door uwe vermogende en barmhartige voorspraak, van den goeden God verkregen. Met moederlijke bezorgdheid hebt Gij mij steeds bewaakt en beschermd. Hoezeer ondervond ik nog, in de dagen der voorbereiding tot mijne eerste h. Communie, uwe krachtige hulp en bijstand. Lieve Moeder, wat ben ik heden een gelukkig kind, nu ik voor de eerste maal van mijn leven het dierbaar Lichaam en Bloed van uwen aanbiddc-lijken Zoon heb mogen ontvangen ! En hoeveel hebt gij daartoe bijgedragen ! Wat zal ik U, o minnelijke Moeder, voor zoovele weldaden wedergeven ! Gedoog; dat ik mij zeiven daar-

-ocr page 57-

53

voor juin U goel\', aau U toewijd. Ik verkies U heden op eeue gelieel bijzondere wijze voor mijne Moeder, voor mijne Patrones. Ik stel mijne ziel met al hare krachten, mijn lichaam met al zijne zintuigen onder uwe bescherming. Verwerf voor mij, dat ik mijne ziel en mijn lichaam in zuiverheid beware, opdat liij, dien ik vandaag heb ontvangen, steeds door Zijne genade in mij moge verblijven. Bescherm mij in allo voorvallen des levens, zoo in voor- als 4 iu tegenspoed, en maak, dat ik getrouw blijve aau de beloften van mijn H. Doopsel. Zegen mij, o heilige Maagd, zegen uw kind op dezen ^ schoenen dag, zegen mij al de dagen mijns levans, en bid voor mij, vooral in het uur van mijnen dood.

NB. Alle geloovigen welke de plechtigheid van het Lof op den dag der 1. h. Communie bijwonen, kunnen 40 dagen aflaat verdienen. (Statut. Dioec. caput x, p. 43.)

VI.

0e Geestelijke Communie.

De h. Kerkvergadering van ïrente (\') zegt :

(\') Sess. 13, cap. 8.

3quot;

-ocr page 58-

54

„dal ook zij, die mot eeu vurig verlangen en een levendig gelooi, dat door de liefde werkzaam is, het Hemelsch brood eten, de vruchten un voordeeion ervan verkrijgenquot;. Deze wijze van den Heiland te ontvangen, noemt men „de Geestelijke Communiequot;.

Deze Geestelijke Communie, lieve kiudoren, beveel ik u dringend aan, vooral ten tijde van ziekte of ander beletsel wezenlijk te conimu-niceeren, en u tevens met den priester te vereeuigen, wanneer gij de h. Mis bijwoont.

üm eeue waardige Geestelijke Communie te doen, moet men een geweten hebben, dat zuiver is van doodzonde en tevens met geloof, liefde eu verlangen jegens den goddelijken Zaligmaker bezield zijn.

Ziehier eene

OEFENING VOOR DE quot;GEESTELIJKE COMMUNIE.

„Almachtige God ! Liefdevolle Jezus ! Ik geloof dat Gij in het aanbiddelijk Sacrament des altaars wezenlijk tegenwoordig zijt! Ik aanbid U, ik bemin U met geheel mijne ziel. Ik wensch vurig U in mijn hart te outvaugen, maar ik kan dit geluk thans

-ocr page 59-

55

wezenlijk niet hebben; gelief dan, o Jezus, ten minste geestelijker wijze niet Uwe liefde, met Uwe genaden en zegeningen tot mij te komen; zuiver mijn hart van alios wat U mishaagt : doe mij dagelijks meer en meer in Uwe liefde toenemen, opdat ik in leven en dood altoos met U vereenigd blijve ! Amen.quot;

VIL

Het Goddelijk en Kerkelijk Gebod der h. Communie. — De Paaschplicht.

Jezus Christus zegt uitdrukkelijk : „Zoo gij het Vleesch van den Zoon des mensehen niet eet en zijn Bloed niet drinkt, zult gij het leven in u niet hebbenquot;. (^)

Wanneer nu iemand het hier bedoelde bovennatuurlijk leven der genade niet in zich heeft noch bewaart, zoo kan hij geen aanspraak op het eeuwig leven, op het hemelrijk hebben, maar hij gaat den eeuwigen dood en de hel-sche verdoemenis te gemoet.

God heeft ons gevolgelijk op de zwaarste straf geboden de h. Communie te ontvangen.

(\') Jo, vi, 54.

-ocr page 60-

5(5

Dit gebod is echter alleeu vour lieu verplichtend, die tot den ouderdom zijn gekomeu, dat zij ouderscheid kuuueu makeu tusscheu doze houiel-seho spijs en het gewoonlijk brood ; het verplicht dezulken, omtrent dien ouderdom, tevens meermalen in het leven en in het gevaar des doods.

De vervulling van dit goddelijk gebod werd nader bepaald door onze Moeder de h. Kerk, in de Kerkvergadering van Lateranen, in het jaar 1215, onder paus Innocentius m. Canon 21 zegt: „dat elke Christengeloovige van beider kunne, nadat hij de jaren van onderscheiding bereikt heeft, ten minste eensin hat jaar aan zijnen priester zijne biecht spreke, en in den 1\'aaschtijd het lichaam des Heeren met eerbied ontvangequot;.

Dit gebod verplicht onder zeer strenge kerkelijke straffen (\') en is door de Kerkvergadering van Trente (ï) nogmaals uitdrukkelijk bevestigd.

De Paaschtijd loopt in onze diocees van Palm-Zondag tot Beloken-Paschen.

Men moet zijnen Pasohen houden in zijne eigen parochiekerk.

(\') Jus Can. Lib. 5, Decret. Tit. 38, cap. 12. O Sess. 13, 9.

-ocr page 61-

57

Mon voldoet niet aau den 1\'aaachplicht door couü onwaardige Communie.

VIII.

Een laatste woord over het dikwerf communiceeren.

Onwaardig tot de h. ïafel naderen is oen zeer groot kwaad en een verschrikkelijk ongeluk ; maar niet communiceeren, wanneer liet gebod daartoe verplicht, is ook eene doodzonde; het een zooals het ander berokkent ons den eeuwigen dood. üe Zaligmaker heeft het immers gezegd : „Zoo gij het Vleesch van den Zoon des menschen niet zult elen en Zijn Bloed niet zult drinken, zult gij het leven in u niet hebbenquot;. (\') Gelijk nu brood en wijn in eenige landstreken het gewoonlijk voedsel van het lichaam zijn, zoo heeft ook Jezus ons onder de gedaanten van brood en wijn, een gewoon, ja dagelijks voedsel gegeven om onze ziel in haar geBstelijk leven te bewaren en te versterken.

üe eerste Christenen begrepen dit zeer wel: velen hunner genoten dagelijks dit hemelsch voedsel en vreesden niets zoozeer dan er van berooid te worden.

(\') Jo. vi, 54.

-ocr page 62-

58

Zoo liet thans auders is, dau is het niet door verandering in de kerkelijke tucht, maar omdat de ijver dor geloovigen is verflauwd.

De h. Kerkvergadering van Trente weuscht niets vuriger dan dat de Christenen, zoo dikwerf zij de h. Mis bijwonen, niet enkel gees-tolijkerwijze, maar ook door het werkelijk ontvangen der h. Communie, aan het üffer der Nieuwe wet deelnemen. „Geen beter middel,

dan de h. Communie dikwerf te ontvangen, is er, zegt de Kerkvergadering vau Rheiras, om * de heerlijke eerste dagen der Kerk wederom 1 onder ons te doen herleven.quot; Men kan met recht zeggen van hen, die slechts eens in het V jaar tot de h. ïafel naderen, dat zij lijden aau geestelijke kwijning der ziel en zich in groot tjevaar bevinden het leveu der heiligmakende genade te verliezen.

Waaneer gij dus den Zaligmaker werkelijk oprecht bemint en prijs stelt op uwe eeuwige zaligheid, dan lieve Kinderen! zult gij u in verdere jaren ook geenszins bepaleu tot de enkele vervulling van uwen Faasohplicht volgens het uitdrukkelijk gebod der h. Kerk,

maar gij zult dan ook, om meer en meer aau de liefde van Jezus te beautwoordeu cn meer

-ocr page 63-

59

en meer vooruitgang te doen in liet. geestelijk lf-ven, volgens dat het uw biechtvader zal goedvinden, dikwijls tot de h. Tafel des TIeeren naderen.

De li. Franciscus van Sales zegt „dal een persoon, die godvruchtig wil leven, maandelijks zal communiceerenquot;. (\')

„Komt allen tot mijquot;, zegt Jezus, „die belast, en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.quot; Geeft dan ook, lieve Kinderen, dikwerf en gaarne gehoor aan die teedere roepstem van uwen edelmoedigen Heiland ! Ik ben uw Vader, zoo zegt Hij in andere woorden, komt dan tot Mij met vertrouwen en zouder vrees; Ik wil n immers de roerendste bewijzen mijner teeder-heid geven. Ik ben uw God en wil u met de kostelijkste hemelgaven verrijken ! komt dan allen tot Mij ! Hoeden wij ons dan wel de minzame uitnoodiging van Jezus te minachten, maar beijveren wij ons om dikwerf het genadenrijk bezoek van den Menschgeworden God, onder de gedaanten van brood en wijn, tot vermeerdering van het geestelijk leven der genade op deze aarde en tot verkrijging van het eeuwig leven der glorie in den schoonen hemel waardig te worden. Amen.

(\') Opusc. p. ?)84.

-ocr page 64-
-ocr page 65-
-ocr page 66-

Bij de l\'itgeefster dezes is mede verschenen:

Novene voor kinderen die zich waardig tot hunne eerste H. Communie wetischen voor te bereiden, door G. H. Leus, 18e druk, 40. c.; - 25 ex. f. 2.25;

- 50 ex. f. 4 25; - 100 ex. f. 8.00.

Geschenken aan de lieve kinderen, van eenen geestelijken kindervriend : De H. Biecht 8 c.; Die hl Beichte 9 c.; De eerste H. Communie 12 c.; Het H. Vormsel 10 c.; Het Kind van het H. Hart 10 c. — Bij 25 ex. 25 c. minder, bij 50 ex. 75 c., en bij 100 ex. f. 2 minder.

Meiliedjes^ op wijzen genomen uit „Choix de can-tiques u 1quot;usage des élêves de Rolducquot;, door een Oud-Professor, 7« druk, 10 c. — Bij 12 ex. wordt de „muziekquot; gratis gegeven.

Het H. Hart van Maria. Handboekje voor Jonge-doebters Congregatiën van O. L. Vr., door H. Welters, 60 c.

Christelijk Huis - en Volksboek voor alle standen. Breedvoerige verklaring van het H. Misoffer, door Pater v. Cochem. vert, door J. De Gruvter pr.. 3e druk, 90 c., in linnen bd. f. 1.20.

Verhalen, Voorbeelden en Gelijkenissen, ten ye-hruike hij het onderwijs van den Catechismus: tevens Handboek voor Christelijke Huisgezinnen ; door H. Welters, f. 2.00. — Met den Roerm. Cathechismus in een linnen bd. f. 2.45. De hedendaagsche Dans, door J. H.^S., pr., 45.c.:

- 25 ex. f. 3.50; - 50 ex. f. 6.50.

I Handboekje over het Onweder. Onderrichtingen, behoedmiddelen en gebeden, door J. Sa uren, vertaald door Pater S. d. M., gecart. 25 c.; — 12 ex. a 23 c., 25 ex. a 20 c.

-ocr page 67-