-ocr page 1-

469

HET

J U B I L È

VAN

i s 8 e

DOOR

P. CHAJGNON, S. J.

G. MOSMANS Senior, \'s Bosch, Zuid Willemsvaart D 147.

IHHG.

Vak 57

-ocr page 2-
-ocr page 3-

W/rPf r\'/

GEMEE^-^fB \'J

ÖNDBRRICIITIMIEr E^\' GEBEDEN

VOOR HET

ONDERRffHTINOEN WAT EEN lUKII.E IS,

IVAT MEN lgt;OEN\' MOET, OM DE AFLATEN EN GUNSTEN BIJ HET JUBILE VAN iSSfi VEHGÜKD. TE VERDIENEN; ALSMEDE

GEBEDEN VAN VERSCHILLENDE HEILIGEN. VQOR DE BIECHT. BEKEEUING DER ZONDAREN KETTERS. ENZ DOOR

P CBAIG\\ON, S. J.

Onilt.

VERMEEEDEED MET DE LITANIE VA N HET H HART, GEBEDEN ONDER DE 1-1 MIS, ENZ. )

lt; \' (Kn-kelijk ^ge.llge.kmrd )

, ® X^nior

S BOSCli, ZÜID WILLEMS VA ART ü. 147,

1886.

-ocr page 4-

IMPRIMATUR.

Bnscoduci J. J- Verstenen. Hector-

hac 3 Februarii 1 886. ad Loc delegatus.

-ocr page 5-

1ste PÜNT-

DE AFLATEN.

Oorsprong. — üilwerksel, — Vereisc/den om de aflaten te verdienen.

Iedere zonde besluit in zich twee zaken.- de beleediging Gode aangedaan — en de verplichting om eene straf te ondergaan, die geëvenredigd is aan deze beleediging: eene eeuwige en tevens tijdelijke straf, zoo de beleediging zwaar, of enkel eene tijdelijke, indien het eene dagelijksche fout is.

Wanneer God in zijne barmhartigheid onze zonden vergeeft, dan scheldt Hij ons niet altijd de straffen kwijt, die wij, door Hem te beleedi-gen, verdiend hebben. Hij neemt wel is waar, als Hij vergeving schenkt, de eeuwige straffen weg, die wij door eene doodzonde verdiend hadden zoodat wij, is de doodzonde vergeven, geen hel meer te duchten hebben ; maar Hij vergeeft niet altijd de tijdelijke straf, \'t Was aldus dat David, na de verzekering te hebben gekregen, dat xijne zonden vergeven waren, niettemin veroordeeld werd ze in deze wereld uit te boeten, door de rampen, die God hem overzond.

-ocr page 6-

Eén Sacrament bestaat er in de Kerk. bet Doopsel namelijk, dat nooit de zonden vergeeft zonder op betzelfde oogenblik de straffen aan de zonden verbonden weg te nemen. Gesteld dat iemand gedoopt wordt op zijn vijftigste jaar. Heeft bij de noodige gesteldheid en een levending berouw over zijne zonden, \'t zij dood- of dagelijk-sebe zonden, dan wordt daarvan de vlek niet alleen, zoowel als die van de erfzonden, nitge-wischt, maar Ood scbenkt bem volkomen vergeving van alle straffen, die bij verdiend had voor zijne verschillende zonden. Zoo is bet niet altijd met het Sacrament van boetvaai digbeid. Gewoonlijk laat dit Sacrament nog de verplichting over om tijdelijke straffen te ondergaan, hoewel bet de Bonden nitvviscbt en de daaraan verbonden eeuwige straffen.

Sterft men zonder voldaan te hebben aan de rechtvaardigheid des Heeren, dan moet men uitboeten in bet vagevuur Wat de middelen aangaat om er ons van te ontslaan in dit leven, deze kunnen wij tot drie terugbrengen: 1° kunnen wij ons zelven straffen door vrijwillige boet-pleging; 2° de straffen, bet verdriet, de tegenspoeden van dit leven het verlies van ouders, goederen enz enz. van Gods hand geduldig aannemen, en 3° aflaten verdienen.

Üm de leer der aflaten goed te begrijpen, moeten wij ons vooreerst herinneren, dat Jesus

-ocr page 7-

Christus, toen Hij tot zijne Kerk zeide „Al

„icat gij op aarde zult ontbinden, zal ontlanden „zijn in den HemeV\\ aan de macht die Hij gaf om te ontslaan, geen grenzen voorschreef. Alle geestelijke banden, die een hinderpaal voor ons geluk zouden zijn, kan zij verbreken. De tijdelijke straf nu, zelfs nadat de zonden vergeven zijn, is een van die banden, omdat W\'j indien wij zouden sterven, zonder daarvoor te hebben uitgeboet, in het vagevuur zouden moeten voldoen, voordat wij den Hemel konden binnen gaan.

V\\ at meer zegt, daar dc kerk een groot gezin is, waarin men gemeenschap heeft van goederen, volgens het geloofspunt van de gemeenschap der heiligen, is zij in 3t bezit van zeer groote schatten, bestaande uit de overvloedige voldoeningen van Jesus Christus, van de H. Maasrd en de Heiligen ; en zij kan de rijkdommen van dien sehat toevoegen aan hare kinderen, om hen aan de rechtvaardigheid des Heeren te helpen voldoen. Dit doet zij, wanneer zij ons aflaten toestaat, door middel van eenige werken, welke zij ons voorschrijft.

Van deze macht heeft de kerk voordurend gebruik gemaakt. Men ziet zulks in al de ecuwen tder kerk.

Laten wij slechts het laaste algemeen Concilie (het Concilie van Trente) aanhalen. „Daar

-ocr page 8-

,cle Kerk de macht ontvangen heeft om aflaten „toe te staan, en daar zij dïe macht van af de „eerste tijden heeft uitgeoefend, besluit en ver-„klaart het Concilie, dat het gebruik der aflaten „voor het volk zeer heilzaam is; dat het gegrond „is op bet gezag der Conciliën, en in de Kerk „moet onderhonden worden. Het spreekt het „anathema uit tegen hen die zeggen, dat zij „zonder nut zijn, of ontkennen, dat de Kerk „de macht bezit om die te verleenen.quot; (Sess iJ5.)

Wat het toevoegen van de overvloedige voldoeningen van Jcsns Christus en van de Heiligen door de Kerk betreft, men heeft daarin verschillende graden. Neemt de aflait alle straffen weg, \'t zij hier \'t zij in het Vagevuur te verduren, dan is het een volle o/fao^; strekt hij zich slechts uit tot een gedeelte dier straffen, dan is het eene gedeeltelijke aflaat.

Dit is eenoeg om de natuur der aflaten te kennen; men kan lich nu ook een juist denkbeeld vormen van de nihrerksels, die zij hebben in eene ziel, welke het geluk beeft ze te verdienen. De aflaat heeft geenszins de kracht om de vlek der zonden, zij mogen dood- of dage-lijksche zonden zijn, uit te wisschen; evenmin kan er de straf door vergeven worden van zonden waaraan men nog verkleefdheid blijft behouden, en die bijgevolg niet vergeven zijn; want eeu aflaat onderstelt altijd de vergeving

-ocr page 9-

der zonden zeiven. — Maar de aflaat lielpt ons voldoen voor de straffen, die ons na de vergeving der zonden ov.erblijven om te verduren ; en — naarmate hij ten volle of slechts gedeeltelijk verdiend wordt, voldoet hij ten volle of slechts gedeeltelijk voor de onvolkomenheid der biecht.

De aflaten hebben nog een ander uitwerksel, dat onzen ijver wel mag opwekken, om ze te verdienen ; zij kunnen voor \'t grootste gedeelte aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. Niet, dat de macht om te ontbinden, welke de Kerk heeft, zich uitstrekt over hen, die niet meer in deze wereld leven, ixiaar vermits zij de macht heeft om te beschikken over de oneindijtfc verdiensten van Jesus Christus, draagt zij die aan God op voor hare overledene kinderen door middel der nog levenden. Zou God nu die voldoeningen kunnen versmaden, of zou hij de aangebodene verdiensten van Christus wel kunnen weigeren?

Maar welke vooricaarden stelt de Kerk, om aflaten te kunnen verdienen? Het spreekt van zelve, dat men, wil men ze voor zich zeiven verdienen, in staat van genade moet wezen, ten minste wanneer men het laatste werk verricht wat is voorgeschreven, want iemand, die nog de eeuwige straf schuldig is, kan niet ontslagen worden van de tijdelijke.

Ik zeg voox zich zeiven, want het is een gegrond gevoelen, dat de aflaten, die toegevoegd

-ocr page 10-

kunnen worden aan de zielen in het vagevuur, en waarvoor het Sacrament der Biecht niet ver-eiBcht wordt (bijv de talrijke aflaten aan de godvruchtige oefening van den H Kruisweg verbonden), verdiend kunnen worden voor de overledenen, zelfs door hen, die het ongeluk zonden hebben in staat van doodzonde te zijn. Wat meer is: de oefening van den Kruisweg voor d]e arme zielen verricht, is een werk van barmhaitig-heid, dat zeer geschikt is om het Hart van God te bewegen en voor de grootste zondaars de genade der bekeering en de eeuwige zaligheid te verwerven,

Ten anderen, om een vollen aflaat geheel te verdienen, moet men vergiffenis bekomen hebben van alle dood- of dagelijksche zonden, zonder eenige gehechtheid aan welke zonde ook te behouden. Schijnt het ons moeielijk daartoe te geraken, verliezen wij daarom toch dun moed niet door te gelooven, dat wij niets doen, zoo wij niet alles doen; de volle, aüaat wordt ons dan gedeeltelijk toegevoegd, dat wil zeggen : wij krijgen er het deel van, dat aan onze gesteldheid geëvenredigd is.

Ook moet men een zeker verlangen of althans eene algemeene intentie hebben om den aflaat te verdienen, \'t Is goed eiken morgen deze intentie te vernieuwen, om daardoor aan God tetoonen, dat men alle aflaten wenscht te verdienen, die er aan de dagelijksche oefeningen van godsvrucht

-ocr page 11-

en aar de werken van liefde zijn verbonden.

De derde voorwaarde eindelijk, die wij te vervullen hebben, bestaa\' daarin, dat wij stipielijü volbrengen al wat tot liet verdienen van een aflaat wordt voorbeschreven, bijv. een of ander gebed knielend, staande , bij hel luiden der klok te verrichten, enz. iets na te laten, ook zonder onze schuld, zou ons de aanspraak op die genade doen verliezen.

Gewoonlijk stelt men 3 vereischten om een tollen ajlaal te verdienen,

1°. De Biechl; maar \'t is niet noodzakelijk, dat men de absolutie ontvange, indien de biechtvader namelijk, geen groote fouten bemerkende, het noodeloos acht ze te geven. Personen, die de gewoonte hebben wekelijks te biechten kunnen al de aflaten verdienen, die in den loop der week voorkomen, mits zij in staat van genade blijven.

2o. T)e 11. Communie. Het is echter zeker, dat men meer dan één vollen aflaat op een dag door eene enkele Communie kan verdienen, mits men- de overige vereischten stipt vervulle.

3°. Hel Gebed, tot intentie der Kerk. Men houdt algemeen, dat 5 maal \'t Onze Vader en 5 maal \'t Wees gegroet bidden voldoende is om deze voorwaarde te vervullen.

-ocr page 12-

VERKLARINGEN.

1ste Vraag. Zsg eens met de meest mogelijke duidelijkheid wat men door aflaten verstaat?

Antwoord. Door aflaten moet men verstaan de volkomen of gedeeltelijke kwijtschelding der tijdelijke straf die verbonden is aan de zonden, zelfs nadat zij vergeven zijn; eene kwijtschelding, die buiten het Sacrament der biecht verleend wordt door hen, die de magt bezitten om over de schatten der Kerk te beschikken.

2de Vr. Waarom zegt gij huilen hst Sicra-ment?

Antio. Omdat het Sacrament dor Biecht, wanneer het met do noodige vereischten ontvangen wordt, ook een gedeelte dier tijdelijke straffen vergeeft, overeenkomstig de gesteldheid van den biechteling.

3de Vr. Blijft er voor de dageüjksche zonden ook nog iets te boeten over, al zijn ze vergeven?

Antw. Ja! want de vergeving, die wij van de dagelijksclie zonden bekomen, vermindert wel de grootheid der straf, welke wij verdiend hadden door ze te bedrijven, maar zij ontslaat ons niet altijd geheel en al; en dan hebben wij zeifs voor de dagelijksche zonden aflaten noodig.

4de Vr. De penitentie, ons door den biechtvader opgelegd, dient om ons van die schuld te bevrijden; is deze dan niet voldoende?

Antio. Deze Penitentie is wel een heijin van

-ocr page 13-

voldoening aan de goddelijke, reclitvaardigheid, maar liet is gemakkelijk hare. onvolkomenheid iian te toonen. Toen de Kerk weleer zoo zware langdurige straffen oplegde, meende zij niet, dat zij daardoor meer eiselite. van de boetvaardige!!, dan zij aan de rechtvaardigheid des Heeren\'verschuldigd waren; zij werd toen bestuurd door dén H. Geest, die haar ook nn bestuurt en altijd zal besturen. De zonde verdient altijd dezelfde straf, want God heeft niets van zijne heiligheid verloren. En kunnen de straffen, die nn opgelegd worden, wel vergeleken worden bij die der eerste Kerk? Het is dus duidelijk, dat de Kerk onze zwakheid in aanmerkingen neemt, en dat zij ons liever lang in het vagevuur dan eeuwig in de hel ziet branden. Gewoonlijk is dus die kleine penitentie, die de biechtvader oplegt, onvoldoende om voor de geheeie strat te voldoen.

5de Vr. Indien nu de absolutie en de penitentie der biecht niet ten volle aan de goddelijke rechtvaardigheid voldoen, hebben wij dan nog andere middelen om haar voidoeninar te verschaffen?

Anlw. Om niet van \'t vagevuur te spreken, waar de voldoening streng zal zijn, volgens het woord des Heeren: dat alles tot de laatste pen-niny zal moeten betaald worden, zoo hebben wij in dit leven nog drie middelen om te voldoen-.

-ocr page 14-

lo Naauwgpzet alles nakomen, wit de godsdienst en de pligten van onzen staat ons opleggen, de deugd beoefenen, inwendige en uitwendige versterving beminnen, enz; want ieder werk waarvan de liefde de drijfveer is, vermeerdert onze verdiensten en vermindert onze schuld fjo Alle straffen en tegenspoeden die ons overkomen, b, v, het verlies van ouders, goederen, gezondheid, enz. van Gods hand gewillig aanvaarden. Wan. neer men die boproevingen met geduld lijdt vergadert men zich zeer groote verdiensten. So Aflaten verdienen.

6de Vr Welke is de schat, waarover de Kerk beschikt, als zij aflaten verleend?

Antw. De schat die de Kerk bewaart, om te voorzien in de behoeften harer kinderen, bestaat uit de overvloedige vuldoeningen van Jesus Christus, van de H. Maagd en van de Heiligen.

Eén enkele druppel bloed van Jesus Christus ware meer dan voldoende geweest, om voor al de schulden van het menschelijk geslacht te voldoen, en nu was geheel zijn leven eene gedurige marteling, en zijn dood de vereeidging van alle versmadingen en alle pijnen. Hoc.veie Heiligen hebben der goddelijke rechtvaardi gheid ook meer betaald dan zij schuldig waren! De H. Joannes de Dooper zij hier slechts aangehaald; hij was geheiligd in den schoot zijner motder, leefde in de woestijn, stierf in de gevangecis

-ocr page 15-

V

13 —

als slagtoffer van zijn ijver voor de dienst des Heeren. En wat te zeggen van die onvergelijkelijke Maagd Maria, die nooit iets aan God te voldoen had. dewi\'l zij zelf de schaduw der zonde niet kende,— die ds Koningin der Marielarun genoemd wordt, omdat zij meer geleden heeft dan alle Heiligen ooit geleden hebben. Ziedaar, waarin de rijke sdiat bestaat, waaruit de Kerk de Aflaten put.

7de Fr. Wie l eeft de magt om over dien schat te beschikken?

Antw. De mngt om over dien schat te beschikken. of om allaten toe te stai.n, behoort den Paus van Rome voor alle geloovigen, en den Bisschoppen voor hunne onderhoorigen, voor zooverre het hun door het H. Kerkelijk regt is toegestaan.

8ste Vr. Is het niet moeijelijk te begrijpen hoe wij onze. schulden kunnen voldoen met de verdiensten der Heiligen; de Heiligen toch worden in den hemel voor al hun verdiensten beloond, hoe kunnen zij ons er nog iets van me-dedeelen?

Antw. Men moet onderscheid maken tusschen twee jeer verschillende zaken, te weten: tusschen verdienste en voldrrving-, de verdienste is een persoonlijk regt op belooning; dat kan men niet afstaan. De voldoening is de betaling eener schuld, en waarom zou men ni\'et kunnen beta-

k

-ocr page 16-

len voor een ander? Ieder werk, dat meu uit een bovennatuurlijk inzigt verricht, bevat verdienste en voldoening te zamen. De Heiligen hebben al hunne verdiensten medegenomen ten hemel, zij worden er eeuwig voor beloond, maar de overvloed hunner voldoening, of liever hetgeen zij meer voldaan hebben aan de rechtvaardigheid des Heeren dan noodzakelijk was, hadden zij voor zich zelve niet noodig; die overvloed is der Kerk geworden, als aan de natuurlijke erfgenaam barer kinderen. En zoo hebben zicli de overvloedige voldoeningeM der H. Maagd en der Heiligen gevoegd als kleinestroomen bij den on-metelijken oceaan der verdiensten van JesusChristus.

9de Fr. Een volle aflaat vergeeft alle straffen, waarom dan meer dan één vollen aflaat verdienen?

Antie. Om een vollen aflaat te verdienen moeten wij ontslagen zijn van alle Joodelijke en da-gelijksche zonden, en niet de minste verkleefdheid aan de een of andere zonde behouden. Daaruit volgt, dat men zeldzaam een vollen aflaat in al zijn uitgestrektheid kan verdienen, en de onzekerheid, waarin wij ons bevinden of wij hem wel verdiend hebben, is reden genoeg, om dikwijls tot die schatten van genade onïe toevlucht te nemen, en zoo ten minste gedeeltelijk de vergeving onzer schulden te bekomen. En moeten wij dan alleen op ons zeiven bedacht zijn? Zijn er in \'t vagevuur geene zielen, die ons dier-

-ocr page 17-

baar zijn; misschien de zielen onzer ouders en vrienden, wier pijnen wij verlichten en verkorten kunnen? Zullen wij haar onze hulp weigeren? Willen wij ons ijverige beschermers bezorgen voor den troon van God; wij kunnen het, zoo wij haar uit de kerker verlossen en haar geluk bespoedigen.

10de Vr. Wat moet men verstaan door een aflaat van 30, 40, 100 dagen, van een jaar, van 7 jaren en 7 quadragenen, enz.

Antio. Die verschillende tijds-bepalingen moet men niet toepassen op den duur van de pijnen in het vagevuur, maar op den tijd, die dooide vroegere kerkelijke wetten tot boeting bepaald was. Een aflaat b. v. van 7 jaren en 7 quadragenen scheldt ons eene schuld kwijt, waarvoor wij 7 jaren en 7 vasten tijden kerkelijke boete zouden moeten doen. Zoo wij stierven na zulk een aflaat verdiend te hebben, dan dan zouden wij in bet vagevuur bevrijd blijven van die pijnen, die dooi eene boete van 7 jaren en 7 quadragenen worden uitgewischt.

11de Vr. Wat verstaat men door een aflaat van 100 jaren; heeft de Kerk ooit iemand zulk eene lange boete opgelegd?

Antw. veronderstel eens, dat iemand 10 of 20 maal een van die groote misdaden heeft begaan,waarvoor de Kerk eene boete van 10 jaren oplegt, dan zou de Kerk tiem natuurlijk verantwoordelijk achten

-ocr page 18-

voor lü of 2 0 boeten ieder van 10 jaren, of voor een boete van 100 of 200 jaren. Verleent de Kerk een aflaat 100 jaren, dan se^t zij als \'t ware: Ik vergeef n door toevoegiiiir van van de overvloediire voldoeninsfen van Jesus Christus en der Heiligen, de boete, die gij gedurende 100 of 200 jaren zoudt, moeten doen, indien gij er vooi in staat waart, of de straffen des vagevuurs, die er aan beantwoorden.

12 Fr Noem eenige aflaten, die wij het gemakkelijkste kunnen verdienen?

Anlw Zoo gij ingtsehieven zijt in het broederschap van den Rozenkrans, dan kunt aij op dijn Ist.en Zondag van elke maand \'S volle afli-ten verdienen; op eiken feestdag der H. Maagd en op de feestdagen der geheimen van den Rozenkrans één vollen aflaat; zijt gij lid tan het broederschap van het II hart of van het broederschap tot bekeeringderzondaren dan kunt gij vooreik broederschap twee volle aflaten in de maand verdienen ookeen voorhet broederschap van een (loeden Dood. van de Voortplanting des Geloofs, enz. Er zijn ook vele aflaten verbonden aan het bidden van van den Rozenkrans, van den Angelus enz En wat den Kruisweg vooial betreft, men kan door die oefening, wanneer wij ze van tijd tot tijd verrichten, veie zielen uit het vügevnur verlossen! De Pausen hebben aan die oefening a/le aflaten verbonden, die zij vtrltend hebben aan hen, die

-ocr page 19-

— 17 —

de H. Plaatsen te Jeruzalem bezoeken. Wij bevelen ook bijzonder aan het Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis, waaraan nog meer aflaten verbonden zijn dan aan den Kruisweg; alsmede het Scapulier van O. L. V. van den berg Car-mel, dat zoo rijk aan aflaten is.

2d6 PUNT,

DE GKOOTE AFLAAT VAN HET JDBILE,

Het Jubilé werd bij de Joden alle 50 jaren gevierd ter gedachtenis hunner verlossing uit de slavernij van Eg3\'pte. Het trompettengeschal, dat dien tijd aankondigde, was het teeken eener groote vreugde; alle schulden werden kwijtgescholden, de slaven herkregen hunne vrijheid, en quot;wie genoodzaakt was geweest, zijn erfdeel te ver-koopen, trad weer in \'t bezit zijner goederen.

De Kerk heeft in navolging dier plechtige kwijtschelding, op zekere tijde haren geestelijke schatten overvloediger willen uitdeelen. Het Jubilé der nieuwe wet is een volle aflaat, verbonden aan eenige voorgescJirevene werken en vergezeld van verscheidene voorrechten, die zijne waarde aanmerkelijk verhooyen. Het aankondiiren van zulk eene gunst moet de vreugde in het hart van elk Christen opwekken; want het is de aankondiging van eene algeheele kwijtschelding, van

-ocr page 20-

eene volmaakte verzoening met God, waardoor, zoo wij Blechts willen, alle banden verbroken, alle schulden betaald znllen worden; waardoor wij in al onze rechten en in het bezit onzer goederen, die wij door de zonden hadden verloren, hersteld worden.

Er bestaan twee soorten van Jubilé; het een noemt men het heilig jaar of het groot Jubilé, het ander het buitengewone Jubilé.

Heilig jaar noemt men het vijf en twintigste, het vijftigste, het vijf en zeventigste en het honderdste jaar van iedere eeuw In die jaren ziet men te Rome een grooten toevloed van ge-loovigen, die uit alle deelen der wereld te za-men komen om de graven der Apostelen te ver-eeren en den aflaat van bet groote Jubilé te verdienen. Het jaar daaropvolgend wordt die gunst verleend aan alle Risdommen der wereld; zoodat men in al de kerken, door den Bisschop daartoe aangewezen, den aflaat van het Heilig Jaar verdienen kan, mits men alles volbrengt, wat hij heeft voorgeschreven.

Voor het buitengewone Jubilé is geen vasten tijd bepaald; de Kerk verleent zulks bij eenige gedenkwaardige gebeurtenissen, zoo als bij de verheffing van een nieuwen Opperpriester, of om de een of andere algemeene ramp af te weeren, f om eene buitengewone gunst van den Hemel te verkrijgen.

-ocr page 21-

— 19 ~

VERKLAEINGEN.

1ste Vraaf/. Heeft het Jubilé der Joden in iets overeenkomst met dat der Christenen?

Antwoord. Het was daarvan een afbeeldsel, zoodat bet Jnbile der Christenen op erne geestelijke wijze datgene uitwerkt in de oide dei-genade, wat het Jubilé der Joden uitwendig uitwerkte. De voile aflaat, dien wij er in verdienen, is eene kwijtschelding van al wat wij aan Gods rechtvaardigheid verschuldigd zijn; hij bevrijdt ons van de slavernij der zonde.u; bij neemt weg wat voor ons het bezit der eeuwige erfenis zou vertraagd hebben.

2de Fr. Waarom moeten de geloovigen zich meer beijveren den vollen aflaat van het Jubilé dan een anderen te verdienen?

Anlw. Hoe uitsiekender eene gunst is, des te meer moeten wij haar trachten te verdienen. De aflaat nu van het Jubilé overtreft alle andere; 1. in zijne uitgestrektheid, omdat hij aan de geheele Kerk wordt toegestaan, de andere slechts aan zekere kerken, broederschappen, personen, enz; 2. in zijne voorrechten, omdat den biechtvaders grootere macht verleend wordt. 3. om de meerdere zekerheid, die wij hebben dien aflaat te verdienen.

3de Vr. Waarin bestaat die grootere macht der biechtvaders?

-ocr page 22-

Jntw. Er bestaan zekere groote misdaden, waarvan op gewone tijden niet alle priesters kunnen absoiveeren, wijl de Paus of de Bhscbop-pen zich voorbehouden hebben die misdaden te vergeven; maar ten tijde van het Jubilé wordt die macht ook verleend aan alle biechtvaders. Eveneens is het met bet opheffen der excommunicatie. Ook wordt hun de macht verleend om alle gedane geloften, slechts enkele uitgezonderd, in andere gemakkelijkere vrome werken te veranderen, in zooverre zij dit voor het geestelijk welzijn des biechtelings beilzamer oordeelen.

4de Vr. Waarom is men tijdens het Jubilé meer zeker, dat men een vollen aflaat verdient, dan op andere tijden?

Antxo. Men denke slechts hoe moeielijk het is de noodige gesteldheid te hebben, om een vollen aflaat in al zijn uitgestrektheid te verdienen. Om nu die gesteldheid te hebben is er geen geschikter tijd denkbaar dan het Jubilé. Want dan is God als het ware bewogen door de gebeden zijner Kerk, al hare kinderen liggen dan geknield voor zijne voeten, dau stort Hij zijne genade om hun vasten, om hunne aalmoezen, om hunne tranen overvloediger over hen uit. Al wat wij in dien tijd zien en hooren sterkt ons geloof, doet onze godsvrucht herleven. Al die onderrichtingen, al die goede voorbeelden, die yver, om de verplichtingen van den

-ocr page 23-

godsdienst te volbrengen, dal alles stemt het hart van den mensch tot een oprechter berouw en het hart van God tot eene grootere barmhartigheid. Wij kannen dus nooit met meer grond vertrouwen, den vollen aflaat in zijne uitgestrektheid verdiend te hebben, dan na een Jubilé, dat men met de noodigegesteldheid gehouden heeft.

5de Vr. AVelke werken zijn gedurende het groote en welke gedurende het buitengewone Jubilé voorgeschreven?

Anlw. De biecht, de H. Communie, het bezoeken van kerken zijn gewoonlijk voorschriften voor beide Jubiiéën; vasten, aalmoezen uitdee-len is meer eigen aan het groote Jubilé. Men moet dus altoos zien wat er wordt voorgeschreven als de Paus een Jubilé toestaat, of de Bisschoppen zulk een Jubilé afkondigen.

3de PUNT.

WAT MEN MOET DOEN VOOB ZIJN NAASTE GEDURENDE HET JÜBILB.

In dien heiligen tijd werkt de genade wonderlijk in de zielen: Het is als het ware eene heilzame verandering, die de zieken geneest, zelfs een groot aantal dooden tot het leven der genade terugroept. Hoeveel onder onze bloedverwanten, onder onze vrienden zijn tot esne beklagenswaardige lauwheid vervallen! Hoeveel hebben de vriendschap Gods en bijgevolg het eenig

-ocr page 24-

— 22 —

wnre leven verloren, en zijn op \'t puut in de hel begraven te worden. De goddelijke barmhartigheid komt bun te hulp, doet meer dan ooit poging om hen te redden; zou het misschien de laatste niet zijn ? Zou misschien ook aan onze vurige gebeden, aan onze stu-htende voorbeelden, aan onze wijze en liefdevolle raadgevingen de genade der bekeering en bijgevolg de eeuwige zaligheid van zoo iemand verbond.in zijn ? Zeker is het, dat wij er veel toe kunne.i bijdragen ; want zoo de verergenis de hel met zielen vervult, de zielenijver bevolkt den Hemel.

Toon dan bij deze gelegeheid uwe liefde voor den naaste. Iemand beminnen is iemands gelnk willen, en dat geluk volgens zijn vermogen bevorderen ; iemand beminnen is medelijden hebben met zijn ongelijk en zijne gevaren. Is er wel een toestand, die meer medelijden verdient, dan die eens zondaars, ingesluimerd aan den rand eens afgronds, waarin hij ieder oogenblik kan nederstorten ? En toch, wij hebben tranen om de minste tijdelijke ramp te beweenen onzer vrienden, en wij blijven ongevoelig, wanneer wij hem het verschrikkelijkste, het onherstelbaars\'e aller ongelukken zien overkomen. Eéne moeder, eene eehtgenoote vergeet haar eigen lijden, en offert zich als het ware op, om een ziek kind of echtgenoot bij te staan. Hoevele nachten brengt zij slapeloos door! wat al geschrei, als het ge-

-ocr page 25-

— 23 —

vaar grooter wordt, en wanneer zij haar clan door den dood ontrukt worden, wat al droefheid, wat al geween! Maar moet men dan zulk eene toegenegenheid laken? Zeker niet! maar laken moet m?n het, dat men alle zorg besteedt voor het lichaam, terwijl men de ziel vergeet. Neen, wij beminnen onze broeders niet, wanneer wij de belangen hunner zaligheid niet behartigen. En wat moet men wel zeggen van onze liefde tot God? Bemint men iemand zonder te verlangen, wat hij verlangt, zonder te wenschen, wat hij wenscht? Zoudt gij hem beminnen, die aan uwen haard gezeten, uw kind in \'t vuur liet vallen, of het ev niet uit zou trekken als het er was ingevallen? Zoudt gij het hem gemakkelijk kunnen vergeven, dat hij niets gedaan had, om u een zoo groote droefheid te besparen ? Bedriegen wij obs derhalve niet, de ijver voor de za-lisiheid der zielen is het wezen des Christendoms; hij is voor de liefde, wat de warmte is voor het vuur. Is er geen warmte, er is immers geen vuur; is er geen ijver, er is geen liefde. En de gelegenheid, die zich nu aanbiedt is zoo schoon, om uwe liefde te toonen. Want in de dagen van het Jublle gaat God kloppen aan de harten zij ner kinderen. En wat zal er van worden als wij niet medewerken om Hem den ingang te openen? Welke een troost zal het voor ons zijn, wanneer wij bij het eindigen van het Jubilé zoove-

-ocr page 26-

— 24 —

le ongelukkige zielen den vrede des harten hebben teruggeschonken ! Welke zalige vreugde, wan- di neer wij tot God kunnen zeggen: Gij hebt be- er loofd, o mijn God, dat hij, die een werk van üj barmhartigheid zal beoefend hebben, barmhartig- ee beid zal erlangen; ik ben barmhartig geweest m voor mijn broeders, Gij zult dan ook mij barbar- ve tigheid bewijzen. wi

verklaringen. 011

ge

Iste Vraag. Wat moet men van hen denken, die

zeggen, dat de zorg voor het heil der zielen al- au leen deu Priesters is opgedragen ?

Aniteoord. Dat zij in eene grove en gevaarlij- te;

ke dwaling verkeeren. De priesters hebben, het di;

is waar, het grootste deel in den apostolisohen de

arbeid. Zij zijn krachtens hun staat verplicht aan ui

het heil der zielen te arbeiden, maar, ieder ge zo

loovige moet hun daarin de behulpzame hand bie- ke

den. Het apostelambt is verschillend, maar ieder du

heeft het zijne. Aan ieder heeft de liter de zory ge

opgedragen vonr etkanden weizijn te waken (Ecel. we

17. 12) Vragen of iemand van die zorg bevrijd zij

is, is hetzelfde als vragen of iemand God en zijn te

naaste en zich zeiven niet behoeft te beminnen ; ge: want onze belangen zijn ten nauwste met die

van onzen naaste verbonden. vo

2de Vr. Bewerken wij ook ons heil door dat ha van anderen te behartigen?

-ocr page 27-

1

/

b- Jnhc. De aalmoes is even voordeelig voor hem

a- die ze uitreikt, als voor hen die ze ontvangen;

e- en dit is bijzonder waar, wanneer wij Geeste-

m lijlce aalmoezen geven. Een stukje brood, een kleed,

y- een glas water, dat men den arme geeft, zal een-

st maal in den hemel heerlijk beloond worden, hoe-

r- veel te meer kunnen wij dan op belooning rekenen,

wanneer wij God doen komen in het hart eens ongelukkigen, wanneer wij aan eene ziel den hemel geven.

e 3de Vr. Hoe kunnen wij de zaligheid van

1- anderen bewerken?

Antw. Door alles wat de heiliging der zielen j- ten doel heeft, te ondersteunen en aan te moe

it digen, bijv. de godsdienstige opvoeding der jeugd,

n de vcortplanting des geloof\'s, de vereeniging ter

n y uitroeing van \'t vloeken en tot bekeering der e zondaren. Deze en dergelijke instellingen oi.truk-

ken duizenden zielen aan de bel. Voor hoeveel r duizenden is de Hemel niet geopend door het

/ genootschap der H. Kindsheid? ül de ijver, de

ware zielenijver is zoo rijk aan middelen! Vooral 1 zijn er\' drie zaken, die wij niet moeten vergeten,

i te weten; het goede voorbeeld, wijze raadgevin-

; gen, vurige gebeden.

ï 4de Vr. Waarom zegt men, dat het goede

voorbeeld zulk een grooten invloed heeft op het t hart van den menseh ?

Antw. Omdat \'s menschen natuur genegen is

-ocr page 28-

tot navolgen. Velen schijnt de beoefening der deugd boven hunne krachten. Zien zij anderen de deugd beoefenen, dan komen zij natuurlijk met den H. Augustinus tot de gevoltrekking; zij kunnen het, waarom zou het ondoenlijk zijn? De kerkelijke geschiedenis quot;leert ons, dat een geheel volk bekeerd is door het goede voorbeeld van één gevangene.

5de Vr. Hoe kan men het beste, goeden raad geven, om iemand tot de deugd aan te zetten?

Antio. Een wijze wenk, een goed woord over bet gelnk van een gerust geweten, over Gods goedheid, die steeds onze zonden wil rergsveri, kan menigmaal iemand brengen tot eene oprechte bekeering. Maar — ontbreekt u dit middel, bid dan. Zou God u niet verhooren, wanneer gij Hem datgene vraagt, wat Hij zelf zoo vurig wenscht?

4de PUNT.

WAT MEN MOET DOEN VOO ft ZICH ZELVEN GEDURENDE HET JÜB1LE.

Van de, vijf voorschriften om den aflaat %an het .(ubilé te verdienen : Biecht. Communie, het bezoeken van kerken, vasten en aalmoezen geven, is zeker de biecht het voornaamste. Heeft men go.:d gebiecht, dan is men verzoend met God, en in staat Hem waardia te ontvangen in de H. Communie en daar doorgroote genaden te verdie-

-ocr page 29-

— 27

nen. Daarom moeten\'wij niets vuriger verlangen dan liet Sacrament der biecht met de noodige gesteldheid te ontvangen. De biecht van bet Ju-bilé moet eene gebeurtenis van ons leven zijn, die nooit uit ons hart wordt gewischt. Wel hem, die daarin, wanneer hij den dood nabij is, een krachtige beweegreden tot vertrouwen mag vinden !

Ieder onderzoeke vooral zijne voorgaande biechten. Konden wij helaas met grond gelooven, dat zij Gods verontwaardiging slechts vermeerderd hadden, o! dan is er geen tijd meer van uitstellen; dan is. hef. oogenblik daar, waarop gquot;ij dat verschrikkelijk juk van uwe schouders moet werpen. Hoe wilt gij nog langer voortleven met eene hel in uwe ziel?

Maar waarin bestaat dan die volmaakte gesteltenis bij het ontvangen van het Sacrament der biecht? De woorden, die Mozes tot het volk van Israël sprak, zijn ook tot ons gericht: Zoo rij den Heer zoekt uit gansclier har te, zult gij Hem vindenquot; (L)eut 4. 29,). Iets uit gnnscher hurle d^en, is vurig verlangen om het goed te doen, en daarvoor alles met oprechtheid in het werk te stellen. Dit laatste zegt alles. Wij moeten opiecht zijn in het verfoeien der zonden, oprecht in de beschuldiging der zonden.

Hechts de berouwhebbende verkrijgt vergiffenis van God. Stellen wij dus alles in het werk,

7

1 £

-ocr page 30-

om met deze gesteldheid voor den bieehtvader te verschijnen. Zij z,al voor ons dat edelgesteente zijn, waarvan het Evungelie spreekt, zij zal ons heil zijn. Laten wij al onze oefeningen, onze gebeden, goede werken, alles daartoe inrichten, om een levendig herouw te verkrijgen. Denken wij vooral hoeveel genade wij van God hebben ontvangen ; aan de groote ondankbaarheid, waarmede wij llem behandeld hebben, toen wij zondigden; aan het smartvol lijden van Jezus Christus, waaivar, wij de oorzaak geweest zijn; want Hij is gestorven voor onze ongerechtigheden. Denken wij toch, dat, zoo wij in staat van zonden sterven, we niet minder tot de eeuwige straf zullen veroordeeld worden, als ware een God voor ons niet gestorven.

Hebben wij een oprecht berouw, dan zal onze beschuldiging ook oprecht zijn. Want eene ziel, die levendig getroffen en afkeerig is van hare zonden, vreest geene vernedering, zoo zij slechts vergeving kan bekomen. En hebben wij eenmaal eene goede biecht gesproken, dan is het gemakkelijk de overige voorschriften van het Jubilé te vervullen.

VERKLARINGEN.

1ste Vraag. Waarom moet zich het berouw ook tot de toekomst uitstrekken ?

Antwoord. Niemand wil nog datgene bedrijven,

-ocr page 31-

— 29 —

wat hem leed is ooit bedreven te hebben. Na berouw volgt bekeering, na bekeering verandering van leven; een vermorzeld hart is een hart, dat veranderd is, dat alles haat, wat het vroeger misdadig bemind had. Die de zonde haat, schuwt de gelegenheden en maakt het vaste voornemen geene zonden meer te bedrijven.

3de Fr. Dikwijls gebeurt het, dat men meer door eenig ander ongeval getroffen wordt, dan door het ongeluk God vergramd te hebben, heeft men dan geen goed berouw?

Antw. Daar do zonde het grootste van alle kwaad is, moeten wij niets zoo verafschuwen als de zonde, als de zonde, maar ik zeg niet, niets zoozeer berceenen. Want hoezeer zij ook al onze tranen verdienen, stelt God toch een vermorzeld en verootmoedigd hart vóór betraande oogen. Hij eischt van ons die gevoeligheid niet, die van ons niet afhangt, maar Hij vraagt van ons een rast besloten wil. Het vast voornemen om alle zouden te vluchten wordt te recht als een der kentee-keneu van een goed berouw aangemerkt.

3de Vr. Zoo men in de onmogelijkheid verkeerde eenige van de in \'t Jubilé voorgeschreven werken te verrichten, moet men daarom de hoop opgeven van Aflaat te verdienen?

Antw. Geenszins, want de biechtvader kan hierin dispenseeren, krachtens de hem verleende macht. Zieken en zwakken kunnen van het vasten en het

-ocr page 32-

bezoeken der kerken, armen van het geven van aalmoezen ontslagen worden, \'t Is evenwel in den geest der Kerk, deze werken door andere te vervangen; bijv. de lichamelijke aalmoes dooide geestelijke; het vasten of het bezoeken der kerk door eenig ander godvmehtig werk.

4de Vr. Welke orde kan men \'t best houden in hetgeen is voorgeschreven?

Anho. De werken, die men sredurende het Jubilé in staat van genade doet, hebben bij God zeer groote verdiensten. Men kan dus niets beteraan-raden, dan eerst te biechten, vervolgens de andere werken te verrichten, en ten Ifatste de H. Communie te ontvangen.

A. M. D. G.

EENIGS GEBEDEN,

DIE MEN MET VRUCHT

GEDURENDE HfcT JUBILÉ ZAL KUNNEN BIDDEN.

(Do volger.de korte gebeden kan men dikwijls gedurende den dag bidden, b. v. vóór of na de predikatie).

ScJiietgebcd lot Jrsiis.

Mijn Jesns, barmhartigheid! (IÜO dagen aflaat.)

-ocr page 33-

— 31 —

Opdracht van zich zeiven aan het H. Hart van Jesus.

(Voor een afbeeldsel van het H. Hart.)

Om ü mijne dankbaarheid te betuigen eu mijne ongetrotiwhcden te herstellen, geef ik NN. ü mijn hart, en wijd mij zeiven geheel en al aan IJ, minnelijke Jesus; met hulp van uwen bijstand neem ik mij voor, niet meer te zondigen. (100 dagen, eens per dag )

Gebed van de gelukzalige Margaretha Maria Alacoque.

Eeuwige Vader, vergun mij, dat ik U het hart van Jesus Christus, Uwen welbeminden Zoon, aanbied, gelijk Hij zelf het U als zoenoffer heeft opgedragen. Aanvaard dit olïer voor mij, zoowel als al de verlangens, gevoelens, neigingen, bewegingen en handelingen van dit heilig Hart. Zij zijn alle de mijne, sedert Hij zich voor mij opofferde, en voortaan wenseh ik geen andere verlangens te hebben dan de Zijne. Neem ze aan in voldoening voor mijne zonden eu als dankbetuiging voor al Uwe weldaden. Verleen mij door Zijne verdiensten al de voor mijne zaligheid uoo-dige genade en, inzonderheid, die van volharding tot het einde. Ontvang ze als zoovele betuigingen van liefde, aanbidding en lof, welk ik Uwer Goddelijke Majesteit opdraag, aangezien het door

-ocr page 34-

— 32 —

het Hart van Jesus is, dat Gij op eene U waar. dige wijze wordt vereerd en verheerlijkt Amen-

L1TANIE

VAN HET

H. HART.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U opzer,

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God hemeische Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser-der wereld,

God H. Geest.

Heilige Drievuldigheid, één God, g5

Jesus wiens liefdevol hart persoonlijk vereenigd g is met Uwe godheid, cj

Jesus, wiens zuiver hart de tempel der H. Drie- 0 vuldigheid is, S

Jesus, wiens hart het begin en middelpunt is

van alle goede neigingen,

Jesus, wiens hart zoo met liefde voor ons vervuld is, dat het \'s menschen begrip te boven gaat,

Jesus, wiens hart zoo van liefde voor ons brandt, dat noch de Engelen, noch de Heiligen het ooit zullen bevatten.

-ocr page 35-

— 33 —

Jesus, wiens hart zoo van liefde voor ons verteerd wordt, dat uwe gezegende Moeder, de H. Maagd Marin, het niet kon begrijpen, Jesus, wiens hart zich liefdevol zelfs over de

grootste zondaars uitstrekt,

Jesus, wiens liefdevol hart de vreugde is dei-

zegepralende Kerk,

Jesus, wiens liefdevol hart de strijdende Kerk

troost en ondersteunt,

Jesus, wiens liefdevol hart de lijdende Kerk

verkwikt en verlost, 2

Jesus, wiens liefdevol hart, alle mogelijke liefde

in zich besluit, g

Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is als dat jh

van een waren en getrouwen vriend,

Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is ds dat g van den edelmoedigsten weldoener, quot;

Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is als dat ~

van een broeder en zuster,

Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is als dat van een getrouwen en rainnenden echtgenoot, Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is als dat

van teederminnende ouders,

Jesus, wiens liefdevol hart voor ons is dat

van een Schepper en Verlosser,

Jesus, wiens liefdevol Hart, voor ons klopt van eene liefde, die alle geschapene liefde oneindig overtreft, ontferm U onzer!

Hart van Jesus, in den Hof van Gethsemane

3

-ocr page 36-

— 34. —

in de diepste droefheid gedompeld bij het zien onzer ondankbaarheid. Wij aanbidden U ! Hart van Jesus, aan het kruis met eene lans

doorstoken, wij aanbidden Ui Hart van Jesns, waaruit voortgekomen is de H. Kerk, Uwe bruid, gelijk Eva uit de zijde van den slapenden Adam.

Hart vau Jesus, het eerst aangebeden door L we

bedroefde Moeder,

Hart van Jesns, aangebeden door Uwe beminde

leerlingen.

Hart van Jesus, aangebeden door Maria Mag-J.

dalena, m

Hart van Jesus, aangebeden door tallooze he- g

Oquot;

melsche geesten, ^ g;

Hart van Jesus, aangebeden door den H.Thomas, g-Hart van Jesns, aangebeden door al Uwe Apos- a telen en Leerlingen, _ S

Hart van Jesus, zegepralend en verheerlijkt aan de rechterhand Uws hemelschen Vaders. Hart van Jesus, aangebeden door geheel het

hemelsei) Hof.

Hart van Jesns, levend en verheerlijkt, ofschoon verschclen, in het H. Sacrament d\'?B altaars, Hart van Jesus, door alle ware vrienden Oods

op onze altaren aangebeden,

Hart van Jesus, op eene onwaardige wijze iu het Sacrament Uwer liefde veracht en ontheiligd,

-ocr page 37-

— 35 —

Hart van Jesus, door joden, ketters, en slechtc christenen grovelijk beleedigd, wij aanbiddeiiTJ!

Hart van Jesus, oceaan van goedheid en afgrond van barmhartigheid, wij aanbidden U!

Hurt van Jesns, onneembare sterkte voor allen, die hiinne toevlucht daarin zoeken,wij aanbidden U!

Hart van Jesus, onuitputbare bron van genade en zegening, wij aanbidden U !

Hartvan Jesus, schitterender dan de zon enschoo-ner dan al het geschapene, wij aanbidden U!

Jesus, door de droefheid van Uw aanbiddelijk hart, verleen ons een volmaakt berouw over onze zonden, verhoor ons!

Jesus, door de wond en het bloed van Uw Goddelijk hart, verleen ons de genade een heilig leven te beginnen en daarin tot ons einde te volharden,

Jesus, gewaardig U door de onuitsprekelijke J3 vreugde van Uw teederrainnend hart ons S-quot; in onze beproevingen bij te staan en te ver- o troosten, _

\' O

Jesus, dnor de eindelooze liefde, waarvan Uw S hart brandt, verleen ons, dat wij in Uwe liefde toenemen tot aan onzen dood,

Jesus, geef dat wij steeds in Uw eindeloos minnend hart mogen verblijven,

Jesus, help ons door uwe macht onze harten gelijkvormig aan het Uwe te maken,

it 1

,s

e e

e

le

o-. ^ 23

is. I

)S- a d

kt

rs,

et

on

rs,

ds

in nt-

-ocr page 38-

— 36 —

Jesus, Tereenig onze harten met het Uwe gedurende dit leven en in de eeuwigheid,

Jesus, versterk den band, die Uw hart met onze harten vereenigt zoodanig, dat wij liever alles zouden willen verliezen en alles lijden, dan U te beleedigen,

Jesus, doe ons branden van een heiligen ijver ^ voor Uwe eer, de zegepraal der H. Kerk g-en de zaligheid der zielen, °

Jesus, geef ons een standvastigen en gematig- o den ijver om het kwaad door het goed te overwinnen.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, vergeef ons, o Jesus,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, o Jesus,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, o Jesns,

Jesus. hoor ons,

Jesus, verhoor ons.

Gebed van den H. Alphonsus de Liguori tot het Heilig hart van Jesus.

Aanbiddelijk Hart van mijn Jesus, Hart opzettelijk geschapen om de menschen te beminnen, tot heden heb ik U niets dan ondank betoond. Vergeef het mij, o Jesus, Hart van mijn Jesus, afgrond van liefde en barmhartig-

-ocr page 39-

— 37 —

held, hoe is het mogelijk, dat ik, hij het zien van Uwe goedheid jegens mii en mijne ondankbaarheid, niet van droefheid sterf? Gij mijn Schepper, hebt, na mij het aanzijn geschonken te hebben. Uw bloed en leven voor mij ten beste gegeven; en daarmede niet tevreden, hebt Gij nog een middel uitgevonden om ü in het H. Sacrament Uwer liefde dagelijks voor mij op te o:fferen; ü blootstellende aan duizend be-leedigingen en versmadingen. Ach, Jesus, verwond mijn hart met een groot berouw over mijne zonden en eene vurige liefde tot ü. Verleen mij door Uwe tranen en bloed de genade om in eene vurige liefde tot U tot aan mijn laatsten zucht te volharden.

Offerande van het dierbaar Bloed van J. C.

Eeuwige Vader, ik offer U het allerkostbaarst Bloed van Jesus Christus, ter voldoening voor mijne zonden, en voor de behoeften der Heilige Kerk. (100 dagen.)

Gebed van den H. Ignatius.

Ontvang, Heer, geheel mijne vrijheid, mijn geheugen, mijn verstand, geheel mijnen wil. Alles wat ik heb of wat ik bezit, heb ik van U ontvangen; ik geef het U geheel terug en stel het volkomen ter beschikking van Uwen H.

-ocr page 40-

wil. Schenk mij uwe liefde en uwe genade, dan ben ik vijk genoeg en vraag U niets anders.

Schietgebed tot Maria.

Zoet Hart van Maria, wees mijne toevlucht! (300 dagen.)

Opdracht aan Maria.

(Des morgens en des avonds met een Wees gegroet.)

O mijne Meesteres^ O mijne Moeder! gedenk dat ik de uwe ben. — Bewaar en bescherm mij als uw eigendom en uwe bezitting.

(100 dagen eens per dag voor deze opdracht en verzuchting,— 40 dagen telkens voor de verzuchting alleen in bekoringen.)

Verzuchting.

O mijne Meesteres, O mijne Moeder! ik offer mij geheel aan u, en om u mijne liefde te too-nen, wijd ik u heden mijne oogen, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, mij zeiven geheel en al toe. Daar ik dus geheel de uwe ben, o sjoede Moeder! bewaar en bescherm mij als uw eigendom en uwe bezitting.

Gehed van den TL Bernardus.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria! dat

-ocr page 41-

— \'i\'J —

het nooit is gehoord, dat iemand die zijne toevlucht tot ti neemt, uwe hulp verzoekt, of om voorspraak bidt, door u is verlaten geworden, met zulk een vertrouwen bezield, neem ik mijne toevlucht tot II, o Maagd der maagden, en zuchtende onder den last mijner zonden, kom ik tot u, en werp mij voor uwe voeten neder. — Ach! wil toch. Moeder van het eeuwig Woord, mijne gebeden niet versmaden, maar hoor die genadiglijk aan, en gewaardig ü die te Terhoo-ren. (300 dagen.)

Gebed tot dm H. Josef.

O Vader en beschermer der Maagden, gelukzalige Josef, aan wiens getrouwheid Jesus, de onschuld zelve, en Maria, de Maagd der maagden, werden toevertrouwd; ik bid u met het vurigste aanhouden, in den naam van Jesus en Maria, dat dubbel pand uwer teederheid, mjj de genade te bekomen, dat ik van alle onzuiverheid bewaard, het geluk moge hebben, met een onbesmetten geest, met een hart zonder vlek van zonden en met een rein lichaam, Ja-sus en Maria altijd waardiger te dienen. Amen.

Aanroeping van Jesus, Maria en Josef.

Jesus, Maria, Josef, ik geef u miju hart, mjjm geest en mijn Isvsn!

-ocr page 42-

— 40 —

Jesus, Maria, Josef, staat mij bij in mijn laatston strijd!

Jesus, Maria, Josef, dat mijne ziel, na mijn dood, in uw gezelschap in vrede ruste! (100 dagen voor elk dezer schietgebeden.)

GEBEDEN VÓÓR EN NA DE BIECHT.

(Men kan deze gebeden ook zeer nuttig alle dagen van \'t Jubilé bidden.)

Gebed van den 11. Thomas van Aquinen vóór de Biecht.

Tot ü, o mijn God! bron van alle barmhartigheid, nader ik arme zondaar. Gewaardig ü dan mij van mijne ongerechtigheden te zuiveren. O zon der rechtvaardigheid, schenk het licht aan een blinde. O eeuwige geneesheer, genees mijne wonden. O koning der koningen, bekleed mij met het kleed der genade. O middelaar tusschen God en de menschen, bewerk de verzoening voor een schuldige. O goede herder, voer een verdwaalde terug op het pad der waarheid. Schenk, o mijn God, barmhartigheid aan een ongelukkige, vergeving aan een zondaar, het leven aan een doode, de -recht-

-ocr page 43-

— 41 —

vaardiging aan een goddelooze, de zalving dei-genade aan een versteende. O God vol van goedertierenheid, breng mij tot ü, die aan de genade weerstand bood; richt mij op van mijnen val, hond mij staande in de genade, blijf mijn leidsman op den weg, dien ik moet bewandelen, vergeet mij niet, die U vergeet, verlaat mij niet, die U verlaat, verwerp mij niet, die tegen ü zondigde. Ik smeek U, wil toeli geen aclit slaan op mijne ongerechtigheden, maar op uwe onmetelijke goedheid, vergeef mij vol goedertierenheid, wat ik misdaan heb, schenk mij droefheid over het verledene en krachtige genade voor het toekomende. Amen.

Gebed van de 11. Catharina van Senen vóór de Biecht.

0 goede Jesus, die nog een zachtmoedig Lam zijt, doch weldra mijn rechter zult zijn, behoud voor mij uwe zachtmoedigheid, wanneer ik voor uwen rechterstoel zal verschijnen. Heer mijn God, straf mij voor mijne zonden in dit leven. Het lichaam, dat ik van U ontvangen heb, breng ik ü heden als een offer, gewaardig liet te aanvaarden. Ik geef mij geheel aan U over, handel met mij volgens uwe rechtvaardigheid. Kap en kerf mij in dit leven, maar spaar mij in de eeuwigheid.

-ocr page 44-

— 42 —

H. Maria, Moeder Gods en mijne moeder, bid voor mij, nu en in liet uur van mijn dood. Amen.

Gebed van de IL Gertruda vóór de Biecht.

O mijn opperste Heer! ik onwaardige zondaar beken met de meeste droefheid, dat ik helaas! door menschelijke zwakheid, zoo dikwijls tegen uwe goddelijke almacht, door onwetendheid tegen uwe goddelijke wijsheid en door boosheid tegen uwe eindelooze goedheid gezondigd heb. Dan, o Vader van alle barmhartigheden, ik bid U, vergeef het mij. Uwe almacht geve mij krachten, om voortaan al de hinderpalen, die ik op den weg der zaligheid zal ontmoeten, uit den weg te ruimen; uwe grenzelooze wijsheid lichte mij voor, om met de meeste zorg alles te vermijden wat aan uwe allerheiligste oogen kan mishagen; en uwe eindelooze goedheid helpe mij, om voortaan met overbreekbare getrouwheid mij aan uwe heilige dienst te hechten, en nooit meer, zelfs het geringste te doen, dat zou strijden met uw goddelijk welbehagen. Amen.

Gebed tot de IL Maagd Maria vóór de Biecht.

i

Heilige Maagd ! ter nedergeslagen over mijne zonden, over mijne zwakheid en over mijne ar-

-ocr page 45-

— 43 —

moede, neem ik mijiie toevluclit; tot u. Verwaardig u mijn gebed aan te liooren. Open uwe ooren voor mijne verzuchtingen, en de bron uwer barmhartigboid voor mijne tranen. Doordrongen van oprecht berouw over mijne gebreken, smeek ik door uwe tusschenkomst, van uwen goddelijken Zoon vergiffenis. Haast u om mij te verzoenen met mijnen Rechter. Maak dat ik door u de nederigheid, zuiverheid, liefdadigheid, zachtmoedigheid en al die deugden verwerve, die in reinheid de leliën over-treffen en den glans der bloemen, die de aarde versieren. Wees voor mij het liefelijk paradijs, Vein waar een stroom des levenden waters vloeit, dat mij kan zuiveren en mij welgevallig kan maken in de oogen des Heeren. O Maria, toevlucht der zondaren, bid voor mij. Anién.

Acte van een volmaakt berouw.

O allerbeminnelijkste G od! neen, niet zoozeer de schrik voor de hel, de vrees van uw schoonen Hemel te verliezen, maar uwe liefde is het, die mijn berouw, mijn leedwezen opwekt. Helaas ! door mijne zonden heb ik uwe goddelijke majesteit beleedigd, uwe beminnelijke goedheid veracht! O allerzachtmoedigste Jesus! vergeef mij, ach, vergeef mij en erbarm U mijner. O mijn God! ik verfoei de zonden, die ik be-

-ocr page 46-

— 44 —

dreven lieb, meer dan de hel zelve; ik verfoei ze allen in het algemeen en elk daarvan in het bijzonder om U. Ach! ondersteun mij door uwe goddelijke kracht, dan zal ik voortaan de zonden, die U mishagen, niet meer bediijven ; dan zal ik, verrezen tot het leven der genade, in nwe liefde volharden. Amen.

Gebed na de Biecht.

Almachtige en medelijdende God, wiens barmhartigheid zonder grenzen is, en wiens goedheid nooit wordt uitgeput, ik dank uwe liefdevolle Majesteit uit geheel mijn hart en iiit alle krachten mijner ziel voor de onschatbare genade, die Gij mij bewezen hebt, door mij al mijne zonden te vergeven, en mij weer in uwe vriendschap op te nemen. Gezegend zij de teeder-heid van uw goddelijk Hart, en gezegend zij de liefde van uwen allerliefsten Zoon, die ons een zoo gemakkelijk en krachtig middel geschonken heeft tot vergeving der zonden. In vereeniging met al de offers van dankbaarheid, die alle ware boetvaardigen U ooit hebben opgedragen, dank ik U, o mijn God, uit al de krachten mijner ziel, in naam van alles wat is in den hemel, op de aarde en onder de aarde, voor nu en voor degansche eeuwigheid. Amen.

Ander gebed na de Biecht.

Hartelijk dank, lieve Jesus, voor de onuit-

-ocr page 47-

— 45 —

sprekelijke genade, die Gij mij hebt bewezen. Ik had gezondigd, ik had dikwijls uwe goddelijke majesteit beleedigd, en Gij lieve Jesus, Gij hebt mij nu in uwe eindelooze goedheid vergeven. O! verleen diezelfde genade, vergeving en barmhartigheid aan allen, voor wie gij den smartelijken kruisdood hebt willen sterven. Ik vraag het ü, goede Jesus, door uwe eindelooze liefde, door uwe tranen, uw zweet en uw dierbaar bloed, ik vraag het U door de verdiensten der H. Maagd Maria en van alle Heiligen. Amen.

GEBEDEN VÓÓR EN NA DE H. COMMUNIE.

(Men kan deze gebeden ook eiken dag van \'t Jubilé verrichten, zoo men dan slechts op een geestelijke wijze communiceert.)

Gebed vóór de H. Communie.

Heer, ik ben niet waardig aan uwe H. Tafel te verschijnen, en ü in mijn zondig hart te ontvangen, maar Gij, o mijn God, Gij wilt ook bij de zondaren uw intrek nemen, en schenkt den ootmoedige genade. Ach! spreek slechts één woord, het troostwoord: Uwe zonden zijn u vergeven, en mijne ziel zal gereinigd wezen. Uwe ontfermende liefde is grooter dan mijne onwaardigheid. Om mij te bewijzen, dat ik

-ocr page 48-

weêr in genade ben aangenomen, noodigt Gij mij aan iiwe H. Tafel, en Gij wilt mij spijzen met uw allerheiligst Vleescli en Bloed, om mij op het innigst met U te vereenigen. Kom goede Jesus, kom; bereid zelf in mij eene woning Uwer waardig. Verdelg door liet vuur uwer liefde al wat in mij zondig is. Vereeuig mij op nieuw met ü. zoodat mij niets in eeuwigheid meer van U scheide. Kom, mijn Jesus, kom, mijn Jesus, kom mijn hart is bereid.

Gebed na de TL Communie.

Neem, goede God! deze H. Communie tot voldoening mijner zonden genadig aan. Zie ontfermend op mij neder! Geef mij kracht tot den strijd tegen de zinnelijkheid en sterkte tegen alle bekoringen. Verleen mij, goede Jesus, uw bijstand, om mijne voornemens getrouwlijk ten uitvoer te brengen, en het werk mijner bekeering standvastig te voltrekken. Zegen mijne voornemens, zegen mijne werken, opdat ik waardige vruchten van bekeering moge voortbrengen!

Verleen mij en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en ware vreugde en den vrede des harten, de verbetering des levens, tijd tot boetvaardigheid, de genade en vertroosting van den H. Geest, de volharding in liet goede, en na dit leven het leven in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 49-

— 47 —

Gebed ter eere de}- U. Maayd Maria,

na de II. Communie.

O allerlieili^ste Moedermaagd, die verdiend hebt den zelfden Jesus, dien ik nu heb ontvangen, in uw «iierzniversten schoot te dragen, en Hem als Verlosser aau de wereld te sehenken; bid voor mij bij uwen Zoon; en verkrijg mij de vergiffenis voor de onachtzaamheid en onwaardigheid, waarmede ik Hem in de H. Communie heb ontvangen. Amen.

GEBEDEN

OM BEN VOLLEN AFLAAT BIJZONDER VAN \'T OUEILÉ TE VERDIENEN.

Voorher eidimjs- Gebed.

Almachtige, eeuwige God, door wiens barm-hartigh eid ik hoop ontslagen ^e zijn van al mijne zonden en van de eeuwige veroordeeling, ik neem mijne toevlucht tot den onuitputbaren schat dei-verdiensten van uw eeniggeboren Zoon Jesus Christus; en van alle Heiligen, omdat mij nog tijdelijke straffen wachten; dat de overvloed van dien schat mijne armoede en behoefte aanvuile: daar ik uit mij zeiven niet in staat ben, die straffen uit te wisschen. Jk verklaar mij bereid,

-ocr page 50-

om alles te doen, wat daartoe vereischt wordt. Gewaardig U, Vader van barmhartigheid, dit alles aan te nemen in vereeniging met het leiden en den dood van uwen Zoon, en mij, hoe onwaardig ook, deelachtig te maken aan dezen folien aflaat.

Onze Vader. Wees gegroet, enz.

Ie GEBED.

Geöecl lot God den Vader, voor de verheffing van onze Moeder de 11. Kerk.

Gedenk, eewige Vader, uwe vergadering, die van het begin de uwe geweest is. Erken de Kerk als de bruid van uwen eeniggeboren Zoon, die zich gewaardigd heift voor Haar zijn bloed te vergieten. Verhef Haar, smeek ik U, dermate door den glans der heiligheid, door den rijkdom der genade en door de voortreffelijkheid van het toekomende erfdeel, dat het \'olijke, datl zij zulk een bruidegom en zoo groot een verossingsprijs is waardig geweest. Zis met goedertierenheid neder op de kinderen dier H. Moeder, en vereenig met hen alle volkeren dei-aarde, opdat alle U, den eeuwigen Vader en Jesus Christus, dien gij gezonden hebt, met een levendig geloof erkennen, met een groot vertrouwen aanroepen en volmaaktelijk beminnen. Amen. Onze Vader, Wees gegroet enz.

-ocr page 51-

— 49 —

v. Bezoek, Hec:-, en beschouw dien wijngaard. e. En volmaak hem, dien uwen rechterhand geplant heeft.

Laten wij bidden.

Zie gunstig neêr, bidden wij ü, o Heer, op deze uwe vergadering, waarvoor Jesus Christus niet geaarzeld heeft in de banden der goddeloo-zen te worden overgeleverd en aan het kruis te sterven. Hij, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

2e gebed.

Gebed iot God den Zoon, voor de uitroei ng der Ketterijen.

O Jesus, waarachtig licht, die eiken mensch verlicht, welke in de wereld komt. maak, bid ik U, door uw onschatbaar lijden en dood, dat de duisternissen en dwaling en ongeloof verdreven worden, dat allen het licht uwer waarheid omhelzen, en dat allen tot den schoot uwer ee-nig ware Kerk terugkeeren. Goede Herder! die uw leven voor uwe schapen hebt ten beste gegeven, beveilig uwe kudde en bescherm baar tegen het geweld en de hinderlagen van hen, die in schaapskleederen zich vertoonen, maar inwendig grijpende wolven zijn. Geef, dat allen

4

-ocr page 52-

sleclits één henler erkennen, en dat allen slcelits ééne kudde nitmaken. Blijf bij ons. Heer, want Gij hebt gezegd; „Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der eeuwen.quot; Toon, dat uwe Kerk op eene steenrots gebouwd is, en dat de poorten der hel niets tegen haar vermogen. Amen. Onze Vader. Wees gegroet, enz. B y. Lever de ziel van hen, die u belijden met aan verseheurei de vijanden over.

K. En vergeet toch niet voor altijd de zielen

uwer arme kinderen.

l.aten wij bidden.

Verhoor, bidden wij U, o Heer, goedgunstig de gebeden uwer Kerk: opdat ïij U, nadat alle tegenstand en elke dwaling vernietigd zijn, in vrijheid en vrede diene. Door Christus onzen Heer Amcu.

3e GEBED.

Gebed tot God den H. Geest, om de eendracht der Chrütene Vorsten te verwerven.

O H. Geest van liefde en vrede, die zoovele en zoo verscheidene volkeren in de eenheid des geloofs vergaderd hebt, verleen aan de Chnste-ne Vorsten en hunne raadslieden den overvloed uwer o-erade en schenk aan hunne harten de

-ocr page 53-

51 —

gaaf uwer liefde, opdat allen daardoor mogen ei kennen, dat zij tot liet getal der uitverkorenen behooren en den naam van Christus waardig zijn. Maak, dat zij door geen begeerlykheid vervoerd, ooit iets bedrijven, wat met «we glorie en de eendracht der H. Kerk in etrijd is; maar dat zij met vereende krachten zich zeiven, en het volk dat hun is toevertrouwd, tot de woningen des eeuwigen vredes en tot bet hemelsei) Jerusalem trachten te leiden. Amen. Onze Vader. Wees gegroet enz.

v. De vrede zij in uwe kracht.

k. En de overvloed in uwe burchten.

Laten wij bidden.

God, van wien de heiligen verlangens, goede raadsbesluiten en rechtvaardige werken voortkomen, geef uwen dienaars den vrede, welken de wereld niet geven kan, ojidat onze harten getrouw zijn aan uwe geboden, en de tijden, nadat alle vrees voor de vijanden is weggenomen, onder uwe bescherming rustig zjjn. Door Christus onzen Heer. Amen.

4e GEBED.

Gebed tot de H. Drievuldigheid, waardoor men alle iverken, die men verricht heeft om den aflaat te verdienen, aan haar opdraagt.

Ik meen, o H. Drievuldigheid, alles ver-

-ocr page 54-

richt te liebbon, wat vereiscM wordt, om de kwijtschelding der verdiende straffen te bekomen. Niet alleen dit, maar nog veel meer moesten wij doen voor uwe goddelijke Majesteit, waaraan wij zooveel zijn verschuldigd. Aan uwe oneindige goedheid en milddadigheid, die Gij ons, schoon alleronwaardigst, betoond hebt, moet het worden toegeschreven, dat Gij de nietswaardige werken, die wij U als uwe dienaars verschuldigd zijn, zoo milddadig wilt beloonen. Ontvang dan, H. Drievuldigheid, van mij deze werken, hoe ik ze dan ook moge gedaan hebben, en maak dat het onvolmaakte er van, door het lijden en den dood van Jesus Christus onzen Heer en door zijn allerkostbaarst voor ons vergoten bloed; wordt aangevuld; maak mij (of de ziel van....) aan dezen vollen aflaat deelachtig, waarvoor U den hemel en aarde lof en dank zullen zeggen met mij, nu en in de eeuwigheid. Amen. Onze Vader. Wees gegroet, enz.

KRUISGEBED.

(Waaraan volle aflaat is verbonden, mits men na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, het voor een kruisbeeld verrichte en bidde tot intentie van Z. H. den Paus. Toepasselijk ook aan de geloovige zielen.)

-ocr page 55-

— 33 —

Geheel.

Zie, o goede en allerzoetste Jesus! ik werp mij op mijne knieën voor uw aanschijn, en bid en smeek U met de grootste vurigheid des harten, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne misslagen en den vasten wil, om die te verbeteren in mijn hart gelievet te prenten; terwijl ik met eene groote aandoening en droefheid des harten, uwe vijf wonden bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw, voor oogen hebbende, hetgeen de profeet David reeds van U, o goede Jesus, zeide; „Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld.quot; Ps, XXI, 17, 18.

Gebed van den II. Paus Pius V voor de Kerk.

Heilige God, die de ongerechtigheden van hen, die zich tot U bekeerd hebben, niet meer indachtig zijt, maar hunne verzuchtingen vol barmhartigheid verhoort, zie opuwe tempels die door de handen der ongeloovigen ontheiligd zijn, en op de verdrukking uwer teêr geliefde kudde goedgunstig neder. Weer uw erfdeel, dat gij door het vergieten van het allerkostbaarst bloed van uwen eeniggeboi\'en Zoon verkregen hebt, gedachtig. Bezoek liefdevol den wijn-

-ocr page 56-

gaard, dien gij met uwe rechterhand geplant hebt, welken een verwoestend dier tracht te vernielen; bekleed zijne bearbeiders met sterkte tegen den haat zijner verwoesters; doe hen overwinnen en geef hun, die hem goed bearbeiden, bezit van uw rijk. Door Christus onzen Heer. Amen.

Geheel van den H. Frandscus Xaverius, voor

de hekeering der heidenen, ketters en zondaars.

O eeuwige God, Schepper van alles, gedenk dat de zielen der ongeloovigen, ketters en zondaren door U zijn voortgebracht en volgens uw beeld en gelijkenis geschapen zijn. Zie, Heer, de hel wordt tot beleediging van uwen H. Naam door deze zielen vervuld. Gedenk, dat Jesus uw beminde Zoon, om hunne zaligheid den allerwreedsten dood heeft ondergaan; duld niet, o Heer, dat uw Zoon door de ongeloovigen, ketters en zondaars nog veracht worde, maar bevredigd door de gebeden der Heiligen en der kerk; de allerheiligste bruid van uwen Zoon; wees uwer barmhartigheid gedachtig; vergeet de afgoderij, ongsloovig^ beid, verhardheid en boosheid dier ongeluk-kigen; maak, dat ook zij eens erkennen, en beminnen, hem, dien gij gezonden hebt, Jesus Christus onzen Heer, die onze zaligheid, ons leven en onze verrijzenis is, door wien wij

-ocr page 57-

verlost en bevrijd zijn, en aan wien glorie zij, gedurende de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed om volharding.

Lieve Jesus! ik heb dan met uwe genade gedurende het Jubile alles verricht, wat Gij van mij verlangd hebt. Ik heb de grootheid uwer liefde en barmhartigheid overwogen ik heb het verschrikkelijke der doodzonde, het Ondankbare der dagelijksche zonde beter dan ooit ingezien; ik heb de zekerheid van den dood, de gestrengheid van het oordeel, het vreeselijke van de hel, maar ook het schoone, het eeuwig gelukkige van den hemel beschouwd. Ik heb na het overwegen van dat alles mijne zonden beweend en verfoeid, ik heb een berouwvolle biecht gesproken, ik heb op eene heilige wijze gecommuniceerd, ik heb voor eeuwig aan ü getrouwheid gezworen. Maar, ach Heer, zal ik volharden? zal ik nooit meer zondigen? schrikkelijke gedachte..... zal ik volharden?...... o Jesus geef mij

bij al die genaden, die Gij mij gedurende het Jubile geschonken hebt, neg de gaaf van volharding; als ik U er om bid, zult gij mij ze geven, dit hebt Gij beloofd. Ach Jesus, geef mij dan volharding, dit vraag ik U door de verdiensten van uw bloed, door de verdiensten

-ocr page 58-

en voorspraak van uwe H. Moeder^ van alle Engelen en Heiligen. Amen.

J. M. J.

Van het begin der H. Mis tot aan het Evangelie.

liet Hart van Jesus hidt en lijdt,

Gij bidt; Gij lijdt^ o mijn dierbare Heiland; terwijl Uw hart van doodelijfce droefheid o-verstelpt wordt^ dnld dat ik mij met Uwe smarten vereenige; en geef mij deel in Uwe diepe droefheid. Alles wat zich aan Uwen geest vertoond; dompelt Uw Hart in eene zee van bitterheid: want Gij zaagt den be-trenrenswaardigen toestand der wereld, al de misdaden en buitensporigheden der menschen en den stortvloed van ongerechtigheden, welke de aarde overdekt, de menigte zielen die verloren zouden gaan en in de hel geworpen worden; de eer Uws hemelschen Vaders geschonden, de nadering van Uw smartvol lijden en de nutteloosheid daarvan voor 200 meni-gen zondaar, die in weerwil van het kostbaar door U voor hen vergoten bloed, voor eeuwig verloren zoude gaan.

0, mijn dierbare Verlosser, ben ook ik

-ocr page 59-

— 57 —

niet eene oorzaak van droefheid voor Uquot;? Gij treurt over mij; Gij ziet den beklagenswaar-digen toestand mijner ziel, mijne lauwheid en nalatigheid, mijne ongetrouwheid en het wederstaan aan Uwe genade; mijne geringe bezorgdheid voor het eeuwige, het weinige werk, dat ik maak om mij te beteren; het gevaar van in zulk een beklagenswaardigen toestand te sterven, waaraan ik ben blootgesteld. Gij weeklaagt daarover, en ik ben niet getroffen; Gij zijt ter neder geslagen, en ik ben ongevoelig. Hart van mijn God, Gij bidt en ik weet niet hoe te bidden. Bijaldien ik bid, dan is het met zoo weinig aandacht, vurigheid en godsvrucht, dat mijne gebeden niet verdienen om tot den troon Uwer barmhartigheid op te stijgen. Mijn God, leer mij bidden. Dat ten minste door de kracht van het offer, dat ik U opdraag, mijn gebed aangenaam moge zijn in uwe oogen. Ja mijn God, in dat vertrouwen, draag ik ü als huldebetoon dit gebed op voor de zaligheid mijner ziel, welker ellende en uiterste behoeftigheid Gij kent.

Ik smeek U ook allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, te willen gedenken, als: bloedverwanten, opdat wij nauwer aan elkander verbonden mogen zijn door de banden der genade, dan door die des bloeds; mijne

-ocr page 60-

vrienden^ opdat gij moogt zijn de band en sluitsteen onzer vriendschap; mijne weldoeners^ opdat Gij hen lionderdvoudig de weldaden moogt vergelden^ die ik van hen ontvangen heb; en de wraak, die ik voor mijne vijanden verlang, is, dat Gij hen met uwe genadebewijzen verrijkt. Ik bid U, o mijn God, ook bijzonder voor de H. Kerk, mijne teedere Moeder, voor den Paus en de geheele geestelijkheid; stort over allen uwen overvloedigen zegen uit, geef ons allen harten, gelijkvormig aan het Uwe, en dat een en dezelfde liefdeband ons allen moge vereenigen.

Hart van Jesus, biddende onder de folte-rendste smarten, ik bid U, mijne gebeden met de Uwe te willen vereenigen.

Hart van Jesus, weeklagende en zieltogende, ik aanbid U, en ik smeek U, dezelfde gevoelens in mijn hart te storten.

Hart van Jesus, U zeiven Uwen hemel-schen Vader als een slachtoffer aanbiedende ik aanbid U en smeek U, bied mij met U als slaehtolfer aan.

Van het Evangelie tot aan de Elevatie.

Het Hart van Jems vernederd en vernietigd.

0 mijn liefdevolle Verlosser! welk eene zee

-ocr page 61-

— 59 —

van bitterheid overstelpt üw heilig Hart. Met welk een stortvloed van vernederingen wordt het niet overstroomd! Geleid of liever gesleurd van het eene gerechtshof naar het andere; de eene verguizing na de andere aangedaan; voor rechters gebracht, die uwe vijanden waren; gebonden en gekneveld als een slaaf, en beschuldigd van misdaad, wordt gij als een boosdoener, verleider en verstoorder der openbare rust veroordeeld.

In het huis van Caïphas wordt G-ij overgeleverd aan de bespotting, beleedingen en hoon van een troep soldaten, die U de onwaardigste behandeling doen ondergaan. Gij ontvangt er op Uw aanbiddelijk aangezicht een kaakslag, hetgeen onder de menschen voor de grofste en onteerendste beleediging die zij elkander kunnen aandoen, gehouden wordt.

Bij Herodes wordt ü uit spot een wit kleed aangedaan. Gij wordt voor geheel zijn hof als een dwaas bejegend, en de achting en bewondering, waarvan gij het voorwerp waart, is in verachting en smaad veranderd.

Door Pilatus wordt Gij met een roover en booswicht gelijk gesteld, en Gij moet zien, dat deze snoodaard boven U wordt voorgetrokken.

Door de straten van Jerusalem gesleurd moest Gij de smaadreden, vervloekingen en

-ocr page 62-

— 60 —

verwenschingen der te hoop geloopen bevolking, die U met de uitdrukkingen harer woede overlaadde, aanhooren. O Koning der eeuwige heerlijkheid, welk een vloed van verguizingen overstelpt Uw Hart! Maar ook welk eene bewonderenswaardige deugd sprei-det Gij ten toon! welk eene zachtmoedigheid geduld en liefde. Gij bidt voor hen, die U beleedigen. Gij draagt Uw lijden op voor hen, die U vervolgen en verguizen.

O aanbiddelijke Verlosser^ dit offer van uw Hart was noodig, om de eer van Uwen be-leedigden Vader te herstellen, om den hoogmoed van onzen geest te vernederen, om de afschuwelijke trotschheid, die onze harten doet zwellen, te beschamen, om ons de onschatbare waarde der vernedering te leeren kennen om ons door Uw lijden een treffend voorbeeld te geven, tegenover hetwelk wij niets kunnen stellen. Tot welk een staat van vernedering hebt Gij U zeiven uit liefde tot ons op onze altaren gebracht! En toch, o mijn God hoe verwonderlijk en betreurenswaardig is het, dat niettegenstaande zulk een verpletterend voorbeeld, de hoogmoed ons nog beheerscht, want helaas! hoe vol ijdelheid, eigenliefde en lichtgeraaktheid zijn wij niet!

Mijn goddelijke Verlosser, hoezeer heb ik mij omtrent dit punt te beschuldigen! Ik

-ocr page 63-

— 61 —

•zoek dloen de goedkeuring en acliting der mensehen, alsof de uwe niet voldoende ware.

Ik kan niets lijden voor U; die zooveel voor mij geleden hebt; de geringste vernedering bedroeft mij en slaat mij ter neder, mijn geest is weerbarstig, mijn hart opgeblazen, mijne gansclie ziel verontrust en geschokt; eene laffe en door niets gewettigde menschen-vrees doet mij mijnen plicht en Uwe belangen verzaken. Ach! hoe kan ik mij Uw leerling noemen en ü als mijn God en Meester erkennen! Moet gij dan alleen, mijn Zaligma ker en Heer, uit den kelk der vernedering drinken? Neen, mijn aanbiddelijke Meester, ik wil dien met U deelen, ik wil hem uit Uwe handen ontvangen, ik wil deelen in Uwe vernedering; en zoo ik al niet den moed heb verootmoedigingen op te zoeken, zoo zal ik ten minste die, welke Gij mij zult gelieven over te zenden, met onderwerping ondergaan. Van nu af breng ik U het offer van mijn hoogmoed en van mijne ijdelheid , ten einde één met U te zijn in uwe diepe vernedering. Of ook de natuur zich verzet en de eigenliefde klaagt, toch wil ik Uw voorbeeld volgen en smeek U om genade daartoe.

Dit goddelijk voorbeeld, mijn hart met het vuur Uwer liefde verwarmd hebbende, zal den kelk van vernedering niet slechts

-ocr page 64-

kostbaar, maar zelfs eene bron van troost voor mij doen zijn; en een druppel van des-zelfs bitterheid zal zoeter voor mij zijn dan al de bedriegelijke en misdadige genoegens dezer blinde en bedorven wereld.

O Hart van Jesus, verzaad van versmaad-lieden; laat mij drinken uit den kelk üws lijdens.

O Hart van Jesus, gedompeld in eene zee van smarten, dompel mijn hart in uwe tranen.

O Hart van Jesus, gestort in een afgrond van vernedering en pijnen, vernietig in mij de eigenliefde en den hoogmoed.

Van de Elevatie tot aan de Communie des Priesters.

Het Hart van Jesus, lijdendende en stervende aan liet kruis.

Was het noodig, o mijn beminnelijke Jesus dat Gij, na uw Hart aan de grootste vernederingen te hebben overgegeven, Uw liihaam aan de vreeselijkste folteringen prijs gaaft? In welk een jammerljjken toestand zijt Gij door de geeseling gebracht geworden! Na U aan eene kolom gebonden te hebben, hebben zij Uw zuiver lichaam door telkens herhaalde geeselslagen op de gruwelijkste wijze gemarteld. Uw lichaam werd verscheurd, vaneenge-

-ocr page 65-

reten en met wouden overdekt. Gij waart als badende in üw aanbiddelijk bloed, en nog kielden zij niet op, de geeselstriemen met verwoedheid op ü te doen nedervallen en ü tot voorwerp te maken van al de woede, haat en razernij, die hen bezielde.

Maar mijn God, wat waren te midden dezer allerhevigste foltering van üw lichaam de gevoelens van Uw hart?

Gij leedt met geduld, dierbare Verlosser, U zeiven aan Uwen Hemelschen Vader overgevende, Hem Uwe smarten opdragende, Hem om vergiffenis voor onze zonden biddende; terwijl Gij U zeiven als het zoenoffer voor onze zaligheid beschouwdet en de stroomen bloeds niet slechts met gelatenheid, maar zelfs met een blijden blik aanschouwdet, omdat onze zonden daardoor werden uitgewischt, en de stem van dit aanbiddelijk bloed, ten hemel roepende, genade en erbarming voor ons zou verwerven.

Gij; aanbiddelijk Hart van mijn Verlosser, hebt alles voor mij geleden, en voor mij is het geringste lijden eene marteling; zelfs de naam er van boezemt mij vrees in. Ik draag zooveel zorg voor mijn licham, door deszelfs gemak te zoeken en het met zulk een nauwgezette angstvalligheid te koesteren, niet bedenkende, dat dit mijn lichaam een werktuig

-ocr page 66-

— Gi-

der zonden is en ik eigenlijk verplicht was tot de strengste boetvaardigheid. Ach, mijn Verlosser, dat ik toch niet inzie, dat ik, door mij aan het lijden te onttrekken, het uwe vermeerder, wijl ik het daardoor nutteloos voor mij doe zijn!

Al uwe smarten gedurende de wreede gee-seling; o mijn Verlosser, waren niets anders dan het begin Uwer marteling, üw bloedig offer moest voltrokken worden. Ik zie U, met Uw kruis beladen, den weg naar den Calvarieberg opgaan. Duld, o mijn God en Verlosser, dat ik U in den geest volge en uwe bloedige voetstappen drukke.. Wat zie ik, groote God! welk een wonderbaar schouwspel vertoont het geloof aan mijn oogen, een lijdenden God, een stervenden God; een God, stervende in de uiterste smarten; een God, stervende uit liefde tot degenen, die Zijn dood veroorzaken! Wat kan ik bij zulk een schouwspel zeggen? Hoe kan mijn hart de gevoelens uitdrukken, waarmede het vervuld is?

Ach; mijn dierbare Verlosser, hoe welsprekend werden aan het kruis door U de groote waarheden des geloofs, die Gij ons hebt doen kennen, aangeprezen! Hoe duidelijk deedt Gij ons de grootheid van Gods onverbiddelijke rechtvaardigheid kennen, de uitnemendheid en hooge waarde onzer zielen; maar vooral de

-ocr page 67-

— fi5 —

snoodheid en afsclmwelijkheid der zonde, de ontzettende gestrengheid der straf, die dezelve in de eeuwigheid verbeidt. En liet zijn mijne zonden, o Hart van mijn God, die Gij aan het kruis beweent en waarover gij weeklaagt. Het zijn mijne zonden, dié ü er oplegden, die U er aan vastnagelden, die Uw bloed hebben doen storten en ü ter dood hebben gebracht; en ik, mijne dierbare Heiland, ik ben niet overstelpt van droefheid aan den voet van Uw kruis, noch was mijne zonden af in Uw bloed en tranen. Moest ik ten minste niet mijn leven doorbrengen in zuchten en geween, uit droefheid dat ik mijn God beleedigd heb, oorzaak ben geweest van Jesus\' smarten, mij verantwoordelijk heb gemaakt voor Zijn bloed, en plichtig ben aan Zijn dood\'? üw Hart, o mijn Jesus, is nog open voor mij aan het kruis. Liefdevol houdt Gij nog Uw armen uitgestrekt om mij te ontvangen, en met een oprecht en van droefheid verscheurd hart, keer ik tot U terug.

Dagelijks hernieuwt Gij op onze altaren op eene onbloedige wijze het bloedige offer, dat Gij eens op den Calvarie-berg hebt opgedragen. Het is deze offerande, die ik opdraag aan U, gelijk Gij ze hebt opgedragen aan Uwen he-melschen Vader. Sta mij toe, dat ik aan Uw offer het offer van mij zeiven en inzonderheid

5

-ocr page 68-

dat van een rouwmoedig en verootmoedigd hart toevoege. Ik vraag van ü, ten einde het U als een offer aan te bieden, een door berouw vermorseld hart om liet offer alzoo Uwer waardig te doen zijn.

Van de Communie des Priesters tot aan het einden der H. Mis.

Het hart van Je.sm in het graf besloten.

Beminnelijke Zaligmaker, Uw lichaam tis in het graf\' gelegd: de laatste vernedering, die Gij hier op deze wereld had te ondergaan, want vernederingen moest gij ondergaan tot aan het graf\'. O mijne ziel, welk , een\'v staat van vernedering voor den menschgeworden God is dit: in de wereld te zijn alsof hij er niet was; in den schoot der aarde bedolven, omgeven door de schaduwen des doods; overgeleverd aan de duisternis; ontbloot van alles, want zelfs het graf\', in hetwelk Jesus rust, is niet Zijn eigendom: aldus werd volkomen bewaarheid, hetgeen Hij zeide, toen Hij deze woorden sprak: . De vogelen des hemels hebben hunne nesten de vossen hunne holen, doch de Zoon des menschen heeft geen steen, waarop Hij Zijn hoofd kan nederleggen.quot;

Nogtans behoudt Gij, dierbare Jesus, in dezen staat van vernedering al Uwe macht.

-ocr page 69-

— 67 —

Mijne ziel, beschouwd dit groote ons ter navolging gegeven voorbeeld. De H. Paulus zegt ons, dat wij dood zijn, en onze lichamen met Christus moeten begraven worden. Ja, mijn Goddelijke Verlosser, in Uw graf wil ik mij de gevoelens van Uw aanbiddelijk Hart eigen maken: onthechting aan de wereld, vergetelheid van de wereld, dood zijn voor de wereld en mij zeiven, het besef der nietswaardigheid der aardsche dingen, de liefde voor de afzondering en eene nauwe vereeniging met God; want Gij, mijn Jesus, zult mij geheel innemen, wanneer ik met hart en ziel alles om U verlaten zal hebben.

Mijn God. gewaardig U deze voornemens te aanvaarden. Ik hernieuw ze bij deze heilige offerande, en draag ze U op. Ik smeek ü, mij de genade te verleenen, om daarin aan mijn dood te volharden.

Aanbiddelijk Hart van mijn Verlosser, niet altijd waart Gij in vernedering, leiden en smart, Na zoo velerlei beproevingen en strijd, zijt Gij ten hemel gestegen als de overwinnaar over Uwe vijanden; zegevierende over de wereld, den dood en de machten der hel; Gij zijt in eere verheven en zit aan de rechterhand Uws hemelschen Vaders

Hart van mijn God, ik neem deel en verheug mij in Uwe glorie en zegepraal. Zal ik eens in den hemel deel hebben in uwe heerlijkheid en geluk? Het is alleen door U en Uwe verdiensten,

-ocr page 70-

dat ik zulk mag hopen en deze genade kan verdienen. Ik smeek U, geef ze mij uit kracht van het offer, dat ik U opdraag. Gij hebt U zeiven op onze altaren geslachtofferd, ontvang mij eenmaal in Uwe eeuwige woonstede, ten einde U daar met Uwe uitverkorenen te kunnen loven en prijzen; gewaardig U tevens, als onderpand dezer gelukzaligheid, in den hemel den zegen te bekrachtigen, welken de priester ons hier op de aarde geeft in den naam des Vader, des Zoons en des heilige Geestes. Amen.

Bepalingen omtrent de vereischten om het Jubilé van 1886 te verdienen

le. Kerkbezoek met gebed. De geloovigen moeten in den loop van het jaar drie kerken, door de plaatselijke ordinarissen aan te wijzen, elk tweemaal bezoeken, of waar slechts twee Kerken mochten zijn, moeten zij deze elk driemaal of waar slechts ééne Kerk is, moeten zij deze zesmaal bezoeken, en daar eenigen tijd godvruchtig bidden overeenkomstig de bedoelingen van zijne Heiligheid.

2o. Vasten. Zij moeten gedurende twee dagen volslagen vasten, daarbij alleen van magere spijzen gebruikmakende (zooals op den goeden vrijdag.) Deze vastendagen mogen niet ge-gehouden worden op de dagen van den veertig-

-ocr page 71-

dfjagschen vasten, die niet in de dispensatie wet zijn begrepen (zooals de goede vrijdag), of op andere dagen, waarop insgelijks de vasten, volgens streng Kerkelijk voorschrift, verplichtend is gesteld.

3o. Aalmoes Zij moeten, ieder volgens zijn vermogen, overeenkomstig den raad van zijn Biechtvader, een aalmoes geven voor eenig goed werk, dat ten doel heeft de voortplanting en den bloei van het Katholieke geloof. Bijzonder worden door zijne Heiligheid aanbevolen: de bi.izox-

deré l.ageue scholen en de pkiestee-Seminakiëx

4o, Biecht ex Commüxie. Zij moeten eens, na hunne zonden in de Biecht behoorlijk beleden te hebben, de H. Communie ontvangen.

-ocr page 72-

— 68 —

dat ik zulk mag hopen en deze genade kan verdienen. Ik smeek U, geef ze mij uit kracht van het offer, dat ik U opdraag. Gij hebt ü zeiven op onze altaren geslachtofferd, ontvang mij eenmaal in üwe eeuwige woonstede, ten einde U daar met üwe uitverkorenen te kunnen loven en prijzen; gewaardig TJ tevens, als onderpand dezer gelukzaligheid, in den hemel den zegen te bekrachtigen, welken de priester ons hier op de aarde geeft in den naam des Vader, des Zoons en des heilige Geestes. Amen.

Bepalingen omtrent de vereiscïiten om het Jubilé van 1886 te verdienen

le. Kerkbezoek met gebed. De geloovigen moeten in den loop van het jaar drie kerken, door de plaatselijke ordinarissen aan te wijzen, elk tweemaal bezoeken, of waar slechts tivee Kerken mochten zijn, moeten zij deze elk driemaal of waar slechts ééne Kerk is, moeten zij deze zesmaal bezoeken, en daar eenigen tijd godvruchtig bidden overeenkomstig de bedoelingen van zijne Heiligheid.

2o. Vasten. Zij moeten gedurende twee dagen volslagen vasten, daarbij alleen van magere spijzen gebruikmakende (zooals op den goeden vrijdag.) Deze vastendagen mogen niet ge-gehouden worden op de dagen van den veertig-

-ocr page 73-

daagschen vasten, die niet in de dispensatiewet zijn begrepen (zooals de goede vrijdag), of op andere dagen, waarop insgelijks de vasten, volgens streng Kerkelijk voorschrift, verplichtend is gesteld.

3o. Aalmoes Zij moeten, ieder volgens zijn vermogen, overeenkomstig den raad van zijn Biechtvader, een aalmoes geven voor eenig goed werk, dat ten doel heeft de voortplanting en den bloei van het Katholieke geloof. Bijzonder worden door zijne Heiligheid aanbevolen: de bijzondere lagere scholen en de PEIESTEB-SbMINAKIÉX

4o, Biecht en Communie. Zij moeten eens, na hunne zonden in de Biecht behoorlijk beleden te hebben, de H. Communie ontvangen.

-ocr page 74-
-ocr page 75-
-ocr page 76-
-ocr page 77-
-ocr page 78-

\\