-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

GEZANGEN

VOOR DE

VAN DE LEDEN DER

Iwdilliilie MffllC (U

«BLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT

fïgt; utrecht......... .........

«M I *- —-- Sflelpersdn £ Babeliownky Weert, TWOMAAmSPquot;

UTRECHT 1605 3963 ^

-ocr page 4-
-ocr page 5-

I. ^.u öft, Beilijgen Heest.

Kom, keilge Geest, daal in dit uur In onze harten neêr ;

Ontsteek ze in liefdevuur, bis.

1.

Komt Gij ons oog in \'t duister niet verlichten,

Dan dwalen wij van \'t ware levenspad ; Geen raenseh, hoe wijs dan ook, die niet moest

[zwichten,

Als Gij aan hem Uw licht onttrokken hadt. Kom, heilige Geest, enz.

2.

De hel alleen kan niet ons hart vermannen. Zij riep om hulp de list der wereld aan; En meer dan duizend strikken zijn gespannen. Ach God! help ons, opdat wij niet vergaan. Kom, heilige Geest, enz.

3.

Verlicht ons hart door Uwer wijsheid stralen Dan missen wij het ware welzijn niet.

-ocr page 6-

4

Dan nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen, En de oude dag kent kommer noch verdriet. Kom, heiige Geest, enz.

COMMUNIE.

1.

Mijn gastmaul is bereid,

\'k Wensch feest met u te houwen;

Vergeet Mijn majesteit En nader met vertrouwen.

Ik wacht met ongeduld;

Kom, Mijn geliefde, kom;

Beminnen wij elkaar Als bruid en bruidegom.

2.

O kostelijke disch,

Waar \'t Vleesch en Bloed mijns Heeren

Der zielen feestmaal is; .

Wie zou u niet begeeren ?

\'k Ben arm en hongerig.

Mijn ziel vergaat van dorst;

Ach spijs haar, lesch haar toch En druk haar aan Uw borst.

OOR DE

-ocr page 7-

Versterk mijn zw:ik geloof! Wat ook de zinnen tuigen,

\'k Blijf voor hun stemme doof; \'k Moet voor Uw waarheid buigen. Mijn God is waarlijk spijs, In \'t heilig Sacrament:

O liefde niet bemind,

O liefde niet gekend !

4.

Welaan, het uur is daar ;

Mijn Bruidegom gaat komen ;

Hij wacht mij op \'t altaar, ])e hand vol zegenstroomeu.

Hier ben ik, kom, mijn God 1 Maria, sta mij bij,

Ontvlam me in liefdevuur! O englcu schut mijn zij!

jf, gOMMUNIE.

UNA

din

DE

1.

Dp God-Mcnscli woont in mij: Mijn ziel, besef uw waarde,

-ocr page 8-

6

Aanbid uw Bruidegom,

Verhef u boven de aarde;

Keer ganschlijk in u zelf, Venamel hart «n geest,

Dank Jezus, die Toor u ) .. Zoo lieflijk is geweest. ) ls

2.

Een God met mij! kan \'t zijn? Zoo niet \'t geloof mij leerde;

Met mij, die vroeger Hem Zoo stout den rug toekeerde! O Godheid zonder peil. Verheven boven smaad,

Gij haat den zondaar niet: ) De zonde is \'t, die Gij haat )

3.

Ik bid U needrig aan, Vernietigd en verlegen,

Mijn God, mijn Bruidegom ; Vervul mij met Uw zegen! Gij geeft me Uw eigen zelf. Het meerdere, hoe dan Is \'tjmooglijk, dat Uw Hart ) Mij \'t mindre weigren kan ? )

-ocr page 9-

7

4.

Wijk, wereld, zonde, wijk ! Vergeef» komt gij bekoren;

Ik had om u helaas !

Mijn goeden God verloren; Doch van deez stonde af aan Ben ik voor eeuwigheid Geheel en onverdeeld ) yg Aan Jezus toegewijd. )

4. KJEHSTMjMJBD.

1.

O heldre nacht, die ver de schoonste dagen

In hoogen roem en luister overstraalt; O schoone nacht, waarin én rein behagen) En zoete vreugd in onze harten daalt)

2.

Een Moedermaagd, uit Juda\'g stam verkoren.

Vereert ons met een Goddelijken schat; Gods eeuwig Woord, uit haar als mensch)

[geboren, ) his Verschijnt voor ons in Davids oude stad.)

-ocr page 10-

8

3.

O Israi;l met uwe iiageslacliten,

Stuuk uw gezucht; o Jacobs telg, sclic]) moed; Dc Heiland, dien uw vaadren lang )

[verwachten, ) bis Is opgestaan uit Jesses edel bloed. )

4.

Maar neen, de held, tot koning ons geschonken,

Is niet vergund aan Jacobs zaad alleen; Zoover als ooit dc zon en sterren blonken, WordthaastZijn rij k aan ieder volk gemeen, )

O Vredevorst, o Koning aller vorsten!

Dat Satans rijk voor Uw vermogen zwicht\'! U Heiland, laat ons hart niet langer dorsten )^ Naar\'t zoet genot van Uw gcnadclicht. |

6.

O ja, Gods Zoon, doe dc oude boosheid wijken

Voor Godsdienst en voor ware zaligheid: Dus staat Uw rijk tot heil van alle rijken ) En groeit cn bloeit en praalt in eeuwig- ) bis

heid. )

-ocr page 11-

9

KERSTLIEI»,

1.

Plerders! hoe, ontwaakt gij niet? Wat is op dit uur geschied?

Eene stem van luunelingen Klonk door de ongemeten kringen: Gloria! Gloria!

O wat wonder mag deez naeht O]) den aardbol zijn volbracht! Want een vreugdespellend\' glans Straalde van den hemeltrans.

2.

Ach! ik hoorde een englenstem, Zij riep ons naar Bethlehem: Van een Maagd, door God verkoren, Is daar \'t heilig Kind geboren. Gloria! Gloria! O, de Schepper van \'t heelal]

Ligt daar in een beestenstal ;

Laat ons spoeden naar dat Kind, Toonen dat ons hart Het mint.

3.

Wat geschenken neem ik mee ? Denk toch aan geen offervee;

-ocr page 12-

10

.Gij moet een goed hait opdragen) Dit kan \'t Godlijk Kind behagen. Gloria! Gloria!

Ach, welk offer is te groot Voor dat Kind, dat God ons bood! Komt laat ons te zamen gaan, Biddend voor Zijn wiegje staan.

4.

Welkom, Kindje, wees gegroet.

Daar Ge Uw liefde ons quot;blijken doei-. Welkom, dierbaar Kind, in \'t leven. Mogen we U ons harten geven!

Godlijk Kind, dat ons mint,

quot;Voor ons vloeit Uw eerste traan. Neem onz\' harten gunstig aan.

Voor Uw krib, o Opperheer,

Leggen wij deez giften neer.

5.

Lieve Moeder van dit Wicht,

Dat in \'t arme wiegje ligt.

Boven allen uitgelezen,

Moest gij Jezus\' Moeder wezen:

Zuivere Maagd, Moedermaagd! Als ge, in liefd\'gevoel verrukt, \'t Lieve Kind aan \'t harte drukt. Bied Het dan de harten aan. Die voor u en Jezus slaan.

-ocr page 13-

11

DE ZOETE NAAM JEZUS.

1.

O Naam, o zoete Naam van Jezus, Die boven alle namen is ;

O Naam, o zoete Naam van Jezus, Verlosser in beteekenis;

Laat ons U prijzen En eer bewijzen Als kindrea van tien Serafijn,

Die U vereerde,

Van ons begeerde.

Vol ijver voor Uw eer te zijn. bis

2.

O Naam, dien de engel Gods verkondde, Voordat het Woord op aarde kwam;

O Naam, tot boete van de zonde Gegeven aan bet Godlijk Lam, Dat ons besproeide Met bloed, dat vloeide Alreeds uit Zijn Besnijd\'nis wond Tot een zoo kracbt\'ge.

Tot een zoo macbt\'ge Bezegeling van \'t Nieuw Verbond, bis

-ocr page 14-

12

3.

O Naam, die alle knie doet buigen, En boven, op en onder de aard ; O Naam, wien allen dank betuigen. Die voor het leven zijn gespaard; O dat de lielle,

Van schrik ontstelle !

Gij drijft den duivel op de vlucht. Voor al wie strijden,

Voor al wie lijden.

Als hart of mond slechts Jezus zucht.

4.

O Naam, zoo hoog geroemd, gep; ezen

Door God in Zijn geschreven woord, O Naam, o wil met ons steeds wezen, Als onze vijand ons bekoort;

Help ons in \'t leven Naar deugden streven. En heilig ons in dezon tijd,

Om bij ons sterven \' Den hemel te erven.

Aan U zij lof in eeuwigheid,

-ocr page 15-

13

7. der, cwc, van cfczus Qobbclijll Satt.:,

1.

De roode roos van Jezus\' hartewonde,

In geur en kleur verrukkelijk en schoon ; Zij roept ons toe: O kinderen, vlucht de zonde, En zoekt uw heil in Jezus\' liefdewoon. (Bis

2.

De doornenkrans, zoo bloedig afgoteekend

Om \'t open Hart van Christus, onzen Heer, Hij noodigt ons zoo goddelijk welsprekend : Geef Hem uw hart niet heel zim liefdö weer.

[Bis

Het gloeiend vuur, dat oprjjst langs de wonden Van \'t Godlijk Hart, en in zijn volslen gloed Om \'t heilig hout dos kruises staat te branden, Doorvlamt met kracht bet allerkoudst gemoed.

[Bis.

4.

O Jezus lief, aan \'t kruishout weggezonken

Als in een zee van oindelooze smart. Verwarm ons steeds door Uwe liefdevonken, Er sta ons toe te wonen in Uw Hart. (Bis

-ocr page 16-

14

8. BU MT BEELD VAN HET 11. DART VAN MU

1.

O hoe liefderijk en teeder

Ziet dat beeld van \'t Heilig Hart

Van mijn Jezus op mij neder;

In dien blik wat liefde en smart.

Zacht schijnt wel die mond te klagen : Ach, Mijn liefde wordt miskend;

Wederliefde wil Hij vragen,

Oog en Hart naar mij gewend, his

2.

Ziet hoe gloriestralen glanzen Om dat Hart in gouden gloed;

Wreede doornen Het omkransen, Roodgekleurd in \'t Godlijk Bloed ;

Ziet dat reddend kruishout, boven Op het vlammend Hart geplant,

In de vlam, door niets te dooven, Van Zijn feilen liefdebrand, bis

3.

Uit die breede wond ter zijde Druipt de laatste droppel bloed;

O, dat aller hart zich wijde

-ocr page 17-

15

Aan Uw Hart, o Jezus zoet! Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken:

YAe Mijn Hart, dat zoo bemiut, En toch, hoe Ik moge smeeken.

Veel te weinig liefde wint. bis

4.

Godlijk Hart, vol liefde en smarte,

Ik begrijp wat Gij begeert:

Ik zal ijvren, dat Uw Harte

Word\' gekend, bemind, geerd. Harten ga ik voor U winnen,

IJvren voor Uw liefde en eer: Mochten allen U beminnen, U vereeren meer en meer, bis

{Zie verdei\' het aanhangsel n\'. 1 hl. GO,) 9. MARIA O VERGEET ONS NIET.

L

O zaalge Moeder van den Heer, Zie gunstig op uw kindren neer;

Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet;

Marin, Maria, Maria, o vergeet ons niet. Wanneer wij biddend naar omhoog Tot u verheffend oog,

-ocr page 18-

16

Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet,

vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet, vergeet ons niet.

9 _• ■

Wanneer de tegenspoed ons kwelt. Wanneer de droefheid ons ontstelt,

Maria, e;iz.

Wanneer de duivel ons bekoort.

Door zondestorm onz\' zielrust stoort, Maria, enz.

3.

Wanneer ge in ons de zueht naar de aard En \'t seliijnselioon, wat ze biedt, ontwaart, Maria, enz.

Wanneer het vleeseh tot wellust leidt En tot \'t verlies der zuiverheid,

Maria, enz.

4.

Wanneer de godsvrucht ons begeeft, Ons hart niet meer naar deugden streeft, M aria, enz.

Wanneer uw liefde \'t mensehdoin streelt, Uw milde hand genaden geeft,

Maria, enz.

-ocr page 19-

17

5.

Wanneer het leven ons verlaat,

Wanneer het uur des soheidens slaat, Maria, enz.

Wanneer gij tot uw lieven Zoon

Voor de uwen vraagt om \'t eeuwig loon,

Maria, enz.

^RKUGDE VAN ^ARIA\'S ^ART.

1.

Gij slaapt nu, mijn Jezus,

Mijn Kind en mijn God! Gij slaapt, en ik sterve

Van moedergenot! Ave, ave, ave, Maria, bis

2.

Uw blozend gezichtje

Vervoert mij zoozeer. Dat ik als van liefde

Verkwijn en verteer. , Ave, enz.

-ocr page 20-

18

3.

\'t Ontwaakt nu en opent Zijn oogjes zoo zacht,

En staart dan zoo minzaam Naar moeder en lacht,

Ave, enz.

4.

O fonkelende oogen, O lachende mond.

Gij slaat van de liefde Nog dieper de wond !

Ave, enz.

5.

Mijn ziel, hoe, gij gloeit niet Voor Moeder en Zoon?

Gij ziet dan hardvochtig Dat schouwspel zoo schoon?

Avs, enz.

6. .

Wat toeft ge? quot;De schoonheid Der aard is slechts schijn ;

Beslit nu, uw liefde Voor wien zal zij zijn?

Ave, enz,

-ocr page 21-

19

7.

Voor U, o mijn Jezus!

Maria, voor u!

Ja, Gij liebt verwonnen,

Bezit mij dan nu. Ave, enz.

8.

Ja, \'t Kind en de Moeder De Moeder en \'t Kind, De roos eu de lelie

Moest beide bemind ! Ave, enz.

9.

Ik vraag hier op aarde

Geen seliatten, geen kroon, U minnen is alles,

U minnen mijn loon ! Ave, enz.

SALVE REGINA.

1.

Wees, eedle Koningin, gegroet, O Maria!

-ocr page 22-

20

Gij, die zoo macktig zijt en goed, ü Maria!

Jubelt, gij Cherubijn,

Looft haar, gij Seralijn!

Groet uw hooge Koningin.

Salve, salve, salve Regina!

2.

O Moeder, vol barmhartigheid, O Maria!

Die mensch en engel steeds verblijdt, O Maria!

Jubelt, enz.

3.

Tot u, die ons zoo teeder mint, O Maria!

Wendt zich het arme Eva\'s kiud, O Maria!

Jubelt, enz.

4.

Verkrijg voor ons bij Godes troon, O Maria!

Vergiffenis van uwen Zoon, O Maria I Jubelt, enz.

-ocr page 23-

21

Smeek, dut wij ook na dezen tijd,

O Maria!

Eens Jezus zien in heerlijkheid, O Maria !

Jubelt, enz.

. 0.1. V. m BET II. lURT.

i.

O schitterende sterre.

Ons lichtend van verre,

In \'t treuroord van smart; O Maagd, t\' allen stonde, Gevrijwaard van zonde O Onz\' Lieve Vrouwe van \'t Heilige ITai (0 Moeder, hoe praalt gij. O Moeder, hoe straalt gij

In de eeuwige woon ! Wat sehittrende glansen Omringen, omkransen , onz\' Lieve Vrouwe van t Hart van uw Zoo

Wat liei\'de, wat zoetheid, Wat minlijke goedheid

-ocr page 24-

22

Straalt, Maagd, van uw tvoon! Wat vloeit er een zegen, Uw kinderen tegen, O schatteubewaarster van \'t Hart van uw Zoon In zonden verzonken,

In boeien geklonken

Door satans geweld,

Is al ons betrouwen,

O schoonste der vrouwen,

In uw maclit op \'t Ileiiige Marie gesteld.

Blijf immer ons sterken In bidden en werken

Voor \'t Hart van uw Zoon ; Kom eenmaal ons balen In de eeuwige zalen.

Om eeuwig te juublen, o Maagd, voor uw troon. Laat ons dan aanschouwen, O schoonste der vrouwen.

Uw Zoons Heilig flart;

En eeuwig met de englen Ons dankakkoord menglen :

„Gegroet, onze Vrouwe van \'t Heilige Hart!quot;

-ocr page 25-

23

ia. voou maria\'s altaar.

i.

Maria\'s beeld, te midden

Van vroolijk scliittrend licht, Noodt ons te komen bidden

l\'ij \'t altaar, liaar gesticht Kom laat ons tot haar ijlen, Een kleine poos daar wijlen.

Maria, Maria, Moeder zegen ons!

Wij vallen u te voeten,

Neem ons genadig aan ;

Ontvang eerst onze groeten,

Voordat wij huiswaarts gaan; Dan gaan wij blij te moede, Vertrouwend op uw hoede.

Maria, enz.

3.

U wijden we onze harten

Voor quot;t goede, dat ge ons doet; Tn blijdschap en in smarten,

In voor- en tegenspoed Steeds willen we u vereeren En uwen roem vermeeren.

Maria, enz.

-ocr page 26-

24

4.

Stort met uw inoederliamlen

Uw zegen op ons neer ; Vcrfircck des zonrliiars banden,

En breng tot God liem weer. Dim ziet ge ons morgen weder, 0 Moeder, goed en teeder. Maria, enz.

tOc oinaztvollc Sltocict.

1.

Er vloeide langs den krnisstam,

Uit Jezus\' open zij, Een overvloed van leven,

Een hemclselie artsenij ; En aan den voet des kruises,

Uit eindelooze smart, Outsprong een bron van tranen Aan Moeders selireierid hart.

2,

Zij stroomden Iieide samen

Tot eeneu kostbren vloed, Maria\'s zilveren tranen

-ocr page 27-

25

En Je/us\' purper bloed;

Mijn ziel wil zich verliezen

In deze zee van smarf, ])ic gutste uit Jezus\' wonde, Die welde uit Moeders liart.

3.

Ik kniel berouwvol neder

Voor \'t kruishout van mijn lieer, En kus raet Magdalena

Zijn wonden keer op keer, Kn schrijf Zijn bittre pijnen

En ook mijn Moeders smart, Vol dankbre kiuderliefde,

In mijn vermorzeld hart.

15. O Jozef, voedstervader

1.

O Jozef, voedstervader

Van Jezus, onzen Heer,

Eens knieldet gij vol blijdschap

Bij \'t arme kribje neer.

Als gij de traantjes droogdet,

Door \'t Godlijk Kind geschreid, ])an stroomde er door uw ïiele Eeu zee van zaligheid, bis

-ocr page 28-

26

2.

Gij mocht als bruid begroeten Der kecmlen Koningin,

O steun en trouwe leidsman Van \'t heilig huisgezin.

Zij eerden u te zamen,

Maria en haar Zoon,

En beider dankbre liefde

Vlocht u een cerekroon. his

3.

O heiige Voedstervader En kuische Bruidegom ;

Wij zingen uwe glorie In Jezus\' heiligdom.

Zie uit des hemels zalen, Op Sint Franciscus\' kroost;

Bij leven en bij sterven,

Wees onze hulp en troost, bis

16. WEES GEGROET. O JOZEF.

1.

Wees gegroet, o Jozef, voedstervader Van Maria\'s lief en Godlijk Kind! Na uw bruid was niemand Gode nader. Werd ook niemand zoo door IJem bemind.

-ocr page 29-

27

2,

Wees gegroet, o Bruidegom der Moeder, Die door Jezus ons het leven schonk! Waart gij haar op aard een trouwe hoeder, Gansch haar hart was u één liefdevonk, lis.

3.

quot;Vlees gegroet, vermogende Beschermer,

Van de Kerk, op Petrus\' rots gesticht! Bid, o bid, dat de Allerhoogste Öntferraer Yol geua haar zwaren strijd verlicht\', his.

4.

Wees gegroet, Patroon in stervensstonde !

Bij uw dood stond Jezus u ter zij ;

Weer de hel van onze stervenssponde,

In het uur des doods sta ons dan bij, bis.

Wees gegroet, o Jozef, die door de orden

quot;Van Franciscus altijd werd gegroet! Mogen zij uw hulp meer waardig worden, Dan zijn zij van alle kwaad behoed, lis.

-ocr page 30-

28

17. Wij grostea ïïj 0 Ssiafija.

1.

Wij groeten u, o Serafijn,

En treden smeekend nader:

Onschatbare eer, wij noemen u, Prauciscus, onzen Vader, bis.

2.

Is Lucifer om zijnen trots Uit \'t hemelrijk verdreven;

Kranciscus werd op zijnen troon Als Serafijn verheven, his.

3.

De morgenster ligt, lang verbleekt, In \'t eeuwig duister neder.

Gods almacht schonk den Serafijn, Haar uchtendschittring weder. bis.

4.

Ons licht die ster, zoo glorierijk. Met eeuwgeu glans omgeven:

Ons straalt dat licht langs \'t donker pad. Van \'t ondermaanschc leven. lis.

-ocr page 31-

29

Eu waar de geest der duisternis Gods liefde ous wil outrooven,

Daar zendt die ster met grooter kraeht Haar stralen vuurs van boven. his.

G.

Als \'t licht der zon, die ons bestraalt, Voor immer gaat verdwijnen,

Dan blijv\' die ster in \'t doodsuur nog Vertroostend ons besoliijneu. his.

7.

En in liet land, waar vrede en liclit En eeuwge blijdschap wonen,

Daar zal zij ons haar gouden gloed En heel haar pracht vertoonen. his.

18. FRANCISCUS EN KET H HART.

1.

Ilemelsch beeld der schoonste liefde, Ware Seraf, u doorkliefde

\'t Heilig zwaard der liefdesmart; his.

-ocr page 32-

80

Liefde was uw eeuig streven,

Liefde mocht in u ons geven

\'t Evenbeeld van \'t God lijk Hart.

2.

Voor het kruisbeeld neergezonken, Had uw hart de liefdevonken

Uit het Godlijk Hart gegaard. Snellend toen naar dorre streken, Gingt gij \'t liefdevuur ontsteken In het koude hart der aard.

3.

Eikenkruinen, korenhalmen, Luistrend naar uw liefdepsalrnen,

Bogen bij dit hemelseh lied ; quot;Vogels, vissehen stemden mede,

Voor den zondaar was die bede; Hij toch minde Jezus niet.

4.

Liefdezon in \'s werelds duister, Sehittrend was uw glans en luister

In het needrig boetekleed;

Door uw gloed werd \'t dorre teeder, Duizend zondaars knielden neder, Stilden Jezus\' liefdekreet.

-ocr page 33-

31

K

O

his.

bis.

V^ader leer ons \'fc Harte minnen, Koufle harten voor hem winnen,

Gloeien door nw liefdevuur; Ivojii met ons uit Jezvis\' oogen bmarten vegen, tranen drogen, Bij Hem waken in dit uur.

19

1

i\'Vanciscns, o Vader,

Wat zetelt gij hoog!

Duld dat ik u nader,

Met blijdschap in \'t oog. Ave, ave, o Vader ave. bis.

2

Ik hoorde op onze aarde

Den lof uwer deugd; Nu zie ik haar waarde, De hemelsche vreugd. Ave, enz.

-ocr page 34-

32

3.

Ik boorde gewagen

Van cel en van kluis, Van lijden verdragen,

Van liefde voor \'i kruis. Ave, en/,.

4.

En thans is de woning

Der englcn uw woon, \'t Verblijden belooning, liet kruis uwe kroon. Ave, enz.

Ik zag in \'t leven

Vernederd, bespot;

Thans zijt gij verheven,

ISIu heerscht gij bij bod Ave, enz.

6.

Franciseus, zoo heilig. Bij God onze tolk. Bewaar cu beveilig

Eu zegen uw volk. Ave, enz.

-ocr page 35-

33

«O- O FRANCISCBS, O VADER DER ARMEN.

i.

O Franciscus, o Vader der armen,

0 E \'ranciscus, bid voor ons ! O Franciscus, o wil n erbarmen, Heilige Vader, zegen ons!

Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo teeder, Op uwe kindreu uit \'t liemelrijk neder. O Franciscus, bid voor ons ! Heilige Vader, zegen ons!

2.

O Franciscus, in deugden verheven,

O Franciscus, bid voor ons! ü Franciscus, o let op ons streven, Heilige Vader, zie op ons l Help ons èn ons en de wereld verachten; Hoe ons de liefde van Jezus betrachten. O Franciscus, bid voor ons I Heilige Vader, zie op ons!

3.

O Franciscus, verkrijg ons genade,

O Franciscus, bid voor ons ! O Franciscus, bewaar ons voor scltade, Heiige Vader, wees met ons!

-ocr page 36-

34

Machtige vriend van den hemelschen Vader, Wees onze helper, beschermer en rader. O Pranciscus, bid voor onsl •

Heiige Vader, wees met ons l

»1. O Seraf van dit tranendal.

1.

0 Seraf van dit tranendal,

In \'t eeuwig Serafijnenkoor Vereenigd met uw God en al,

Leen onze beê een gunstig oor, bis.

2.

Wij minnen Hem, die u verhief,

Uit alle kracht van hart en geest; Wij hebben Jezus\' Moeder lief;

Ons hart mint u, naast hen, het meest, bis,

3.

Wij volgen u met goeden moed Op \'t doornig pad van boete en deugd ; AVij dragen Jezus\' juk, zoo zoet, En zuchten naar de hemelvreugd, bis.

-ocr page 37-

35

4.

Maar zwakke menschen als wij zijn, Verdooft in ons het liefdevuur; Ontsteek, ontsteek, o Serafijn,

De liefde Gods in ons elk uur. bis.

5.

Het voorbeeld, dat gij aan ons gaaft, Schijnt verre boven onze macht;

Smeek \'t Hart voor ons, dat harten laaft, Smeek Het om liefde, moed en kracht, bis.

6.

Gij zijt de vriend van Jezus\' Hart; Hij zelf heeft het geopenbaard;

Hij gaf u tot patroon in smart Aan Margareta op deez\' aard. bis.

7.

Wij smeeken dan uw bijstand af;

O bid voor ons in smart en strijd.

Leid onze schreden tot aan \'t graf; Wij danken u in eeuwigheid, bis.

-ocr page 38-

36

PRAISCISCUS IS MWN VADEK.

1.

Franciscus is mijn Vader,

Als kind nam hij mij aan; Ik lieb aan licm belofte

Van lieltle en trouw gedaan.

2.

■i Tranciscus is mijn Vader,

Ik draag zijn schouderkleed Met gordel om de lenden, Getuigen van mijn eed.

3.

Eranciscus is mijn Vader,

Hij leidt mij bij de hand, Verklaart mij Gods geboden, Verlicht mijn zwak verstand.

4.

Franciscus is mijn Vader,

Hij leert mij \'t zingenot En \'s werelds roem versmaden, Ter liefde en eer van God.

-ocr page 39-

lt; x\\ ^ b s X V\\v 4\'—r. 4v\'X /_ ■, ■ -lt;rr- \\^VV\\

a7 / 7 / M \\lt;^A

• /lt;:^ /• ■quot;::7 ^ na \\\'lt;I \\

Franciscus is mijn

Zijn voorgang in ilè (fcugd. \'* . ^\'vA / Doet mij de godsvruclit\\^^7p(jrc Beoefenen met vreugd. ^\' :

G.

Franciseus is mijn Vader,

Ik rielit met liem liet oog Tot heil van alle inensclien,

Ter liefde Gods, omlioög.

7.

Franciscus is mijn Vader,

Ik wil een serafijn Met brandend liaii van liefde Gelijk mijn Vader zijn.

23. c/\'aucixud, navolqct van efezm.

1.

Gods eigen Zoon, gedreven Dooi\' liefde zonder maat,

Hij gaf voor ons Zijn leven

Aan \'t kruis in smart en smaad.

-ocr page 40-

38

Zoo wilt gij ganscli u wijden, Frauciscus, aan uw Heer,

Uit liefde met Hem lijden, U oflren Hem ter eer. bis.

2.

Die rijke Hemelkoning

Wordt arm en dienstbre slaaf;

Hij kiest een stal tot woning, En leeft van liefdegaaf.

O armoe, nooit volprezen, Die voor de hebzucht hoet!

Zoo wil \'t Franciscus wezen. En offert al lijn goed. bis.

3.

Het Zoenlam zonder vlekken Kwam \'t offer, dat God vraagt

In maagdlijk vleesch voltrekken. Genomen uit de Maagd.

O reinheid hoog verheven I O maagdlij ke offerstaat!

Zoo wil Franciscus leven

Naar Jezus\' woord en daad. b

, 4.

Deed Adams schuld ons vallen Door lust, dien God verbood;

-ocr page 41-

39

Gods Zoon werd voor ons allen

Gehoorzaam tot den dood. Zoo was Franciscus\' leven:

Nooit eigen wil te doen,

Maar dien geheel te geven Der hoovaardij ten zoen. bis.

Van liefde ganseh verslonden,

Gaf Jezus zich ten dood,

Daar hangend aan zijn wonden.

Zoo bloedig en zoo rood. Franciscus, in zijn liefde.

Smeekt om die. smart er bij. Tot dat zij hem doorgriefde In handen, voet en zij ! bis.

(3.

Aan \'t kruis nu vastgeklonken

Met Jezus, zijnen Heer,

Is hij van liefde dronken,

En kent niets anders meer; \'t Is altijd meer nog lijden.

Meer lijden met zijn God, Met Hem den doodskamp strijden Bij \'s werelds smaad en spot. bis.

7.

O Serafijnsehe Vader,

De liefde was uw dood:

-ocr page 42-

40

O breng\' zc ook ons u nader,

En eens in Jezus\' sclioot; Moog\' zc allen, die n eeren,

Uw dierbaar nageslaclit, Ten offerand verteren,

Met u aan God gebracht, his.

Pj3 p.

1.

Heiland, wie kon zonder smart Aan liet kruisliout U aanschouwen?

Sint Francisous voelde \'t hart Op \'t gezicht Uws lijdena rouwen, Als hij dankbaar, dag en nacht,) Aan Uw liefde en lijden dacht. )

2.

Hij vond zijn geluk cu troost In Uw heilige vijl\' wonden,

Eu dan riep hij onverpoosd: ,,ü ondankbaarheid der zonden ! „Jezus, hoe bemint Ge Uw kind,) „En Uw liefde is niet bemind!quot;)

-ocr page 43-

41

3.

lu de wonde van Uw Hart Rustte Sint Franeiscus veilig,

Overwooe: Uw liefde, en werd

O lt;

Serafijn van liefde en heilig:

Godlijk Hart, Gij waart zijn vreugd ), .g En zijn spiegel voor de deugd. )

4.

Niet in de eer, die de aarde biedt, Maar in U zoelit hij zijn glorie,

Andrc roem voldeed hein niet Dau op \'t kruishout der victorie:

Daaglijks meer aan ü gelijk, ) ^ Werd hij ook Uw gunsten rijk.) \'

5.

Hij zag U, omstraald van lieht, Op Alverne in God verslonden,

Hij wilde ook gekruisigd zijn, Kn ontving de heiige wonden

Aan de zijde, hand en voet, ) ^ In zijn hart een liefdegloed, )

G.

Feller werd zijn liefdesmart,

Liefde en lijden was zijn streven;

-ocr page 44-

42

Met eeu liefdezucht iu \'t hart Nam hij afscheid van dit leven; Thans mint hij in eeuwigheid, ) \'s Hemelsvreugd is hem bereid. )

»5. O ^DeraJijnsehe ader73.

i.

O Scrafijnsche Vader,

Wij minnca u zoo teer:

Van uit uw gloriewoning

Zie op uw kindren neer.

Met uw doorboorde handen (J zegen uwe panden ;

Franciscus, Eranciscus, o Vader, zegen ons 1

2.

De goedren dezer aarde

Vertradt gij als het slijk, ■ Om \'t eeuwig goed te winnen

In \'t hemelsch koningrijk.

Met uw enz.

o

De lieflingsdeugd van Jezus, De vorstelijke vrouw.

-ocr page 45-

43

Die Hij op aarde huwde, Sehenktgij uw hand en trouw.

Met uw enz.

4.

Zij hing om uwe schoudren Een arme, grove pij.

En sloeg een ruwe koorde Om uw verstorven zij.

Met uw enz,

5.

Zij wees u op de kribbe In d\' armen beestenstal,

Op Jezus aan Zijn kruishout Met wonden zonder tal.

Met uw enz,

6.

Daar strekte Jezus teeder Zijne armen naar haar uit,

En schonk ook u, i\'ranciscus, Zijne armoe tot uw bruid.

Met uw enz,

7.

Leer ons, o uierbre Vader, Verheven Seralijn,

-ocr page 46-

44

Ous hart aan de aaïde onfcliccliten,

En ganseli aan Jezus zini.

Geef, dat wij Hem beminnen Eu kruisen onze zinnen. Eranciscus, Fraiiciscus,_o Vader, zegen ons

»6. H. A^TÖXlliS, BID VOÖB mi

i.

Heiige minnaar van den Heer, Laat ons om uw zetel dringen,

Laat uw dienaars u ter eer Voor uw beeld een loflied zingen. O wij smeeken luid en blij : Heilige Antouius bid voor mij!

2.

Rein, onschuldig was uw jeugd, Lissabon kon liet verkonden;

Uwe ziel, versierd met deugd, Prijzen thans ous aller monden. O wij smeeken enz.

3.

Gij bemindet Jezus teêr,

Jezus\' liefde mocht gij winnen;

-ocr page 47-

45

Maak dat wij ook meer eu meer Uwen Jezus hartelijk minnen. O wij smeeken enz.

4.

Ziet, met welke liefde gij \'t Kindje Jezus in uw armen

Mocht aanschouwen van nabij ; Laat zich Jezus ons erbarmen! O wij smeckeu enz.

5.

quot;Voor uw beeld hier neergeknield Op den sehoonen dag van lieden,

Storten wij, met hoop bezield, Voor uw troon de vuurge beden. O wij smeeken enz.

6.

Breng ons hulp in allen nood; Wil ons stce\'ds een vader wezen;

Help vooral ons in den dood. Als wij voor Gods oordeel vreczer. O wij smeekeu enz.

7.

O, als kindren bidden wij. Dat wij, na een Christlijk leven,

-ocr page 48-

46

Eeuwig rleelen aan uw zij In de glorie, u gegeven. O wij smeeken enz.

27- DE H- ANTONIUS VAN PADUA.

1.

Den rozengaard der heilgen,

Door \'s Serafs zorg geplant, Siert eene roos, rijn glorie

In \'t liemelsoh vaderland. Op d\' ademtocht der liefde

Draagt zij haar geuren voort: De rijkdom harer kleuren ) ,. Heeft ieders oog bekoord.)

2\'.

Gepurperd in den bloedstroom,

Die vloeit uit Jezus\' Hart, Stilt zij door honigdrupplen

ün ziels- èn lichaamssmart; Wie is toch wel die Heiige,

Omgord met hooger kracht, Die tranen weet\'te drogen ) .. Die zooveel\'leed verzacht?)

-ocr page 49-

47

3.

Zijn beeltenis, zoo vriendlijk,

Met \'t kindje, dat hem streelt, En \'t Godlijk oog doet scliittren

In \'t zuiver evenbeeld: \'t Is waarlijk een verseliijning,

Die \'t hart met troost vervult, Den duistren nacht des lijdens ) .. In hemelsch daglichtjiult.) IS\'

4.

De Christen heeft in rampen Wj hem zijn hulp gezocht, En roemt verheugd de wondren.

Die de Almacht door hem wrocht. Dien man vol medelijden,

Op zijnen glorietroon,

Antonius geheeten, )

Zij aller eerbetoon, ) lS\'

»8. ANTONIUS, ZOO MACHTIG.

1.

Gij waart Franciscus waardig, In ootmoed hem gelijk,

-ocr page 50-

48

Nu juickt ge, als hij verheerlijkt,

lu Jezus\' koningrijk.

Antonius, zoo machtig )

O hoor ons dankbaar lied;) ^ Gezeteld in Gods Glorie, ) Vergeet uw kindren niet. )

2.

Gij zocht om Jezus\' liefde,

Als de arme Serafijn,

In armoe hier te leven,

Om ecu wig rijk te zijn. Antonius, enz.

Hier schitterde iu uw ziele

De zuivre, lelieglans;

En vormt thans om uw voorhoofd

Den sehoonsten gloriekrans. Antonius, enz.

4.

Daar daalde uit \'s Hemels woning

In \'t midden van de;i nacht De zoete lieve Vrouwe,

Die \'s werelds Licht ons bracht. Antonius, cuï.

-ocr page 51-

49

5.

Zij droeg aan \'t moederharte Het Kind vau Betlielem,

En groette u eindloos minzaam Met wonderzoete stem.

Antonius, enz.

6.

En Jezus, Hij, de oneindge, De onmeetbre Hemelheer,

Zette als lieftallig Kindje Zich op uwe armen neer.

Antonius, enz.

7.

O help ons Jezus volgen In blijdschap en in smart,

Opdat ook wij eens rusten Aau Zijn beminlijk Hart.

Antonius, enz.

-ocr page 52-

50

90. ANTONIUS VAN PADUA.

Antonius van Padua,

Zoo heilig cn zoo goed;

Wij loven God, die door uw hand Zoovele wondren doct.

1.

Geen geur en kleur van bloemen is Zoo aangenaam en fijn,

Als voor eon ziel, die God bemint, Uw schoono deugden zijn.

Antonius enz.

2.

De liefde Gods en Godes eer Bewogen uwe tong,

Waardoor berouw en zaalge vrees In alle harten drong.

Antonius enz.

3.

Gij waart een schild en zijt het nog Voor de onsehuid in gevaar;

Al wie u bidt wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.

Antonius enz.

-ocr page 53-

51

4.

Antonius, gij menschenvriend,

En vriend van God den Heer, Wij smeeken u met vurigheid:

Zie gunstig op ons neer. Antonius enz.

5.

Al komen wij ook telkens weer

Voor vijand, of voor vriend, Of voor ons zelv\', toon dat men u

Niet vruchteloos eert en dient. Antonius enz.

[Zie verder, voor de negen Dinsdagen, het aanhangsel no. 2 en 3 bladz. 63.]

30. ONTVANG, O LUDOVICUS,

1.

Ontvang, o Ludovicus,

Verheven schutspatroon, De hulde, u toegezongen In dankbren jubeltoon. Wij eeren \'t vorstlijk purper,

Üat van uw schoudren daalt, En in den volsten luister Van vorstendeugden straalt.

-ocr page 54-

52

Doch. onder \'t kunstig weefsel

Van \'t koninklijk gewaad Droegt gij een kleed, dat hooger

Bij God in eere staat; Al sierde :t geen borduursel

Van goud en diamant, Dat kleed ontving zijn waarde Uit Sint Franciscus\' hand.

3.

Hij zelf, der quot;armen Vader,

Bezat geen vorstendom,

Toch was hij waarlijk koning

En vorstlijk bruidegom; De bruid, die hem verrijkte, Ten koningstroon verhief, \'t Was de armoe van zijn Jezus, Den Godmensch, eindloos lief.

4.

Hij schonk ook Ludovicus

Bij al zijn majesteit Den koninklijken mantel

Van Christus\' needrigheid. En Erankrijks grootste koning,

Eranciscus\' trouwe zoon, Hij spotte met de wereld,

En droeg dat kleed ten troon.

-ocr page 55-

53

5.

O koninklijke broeder.

Ons voorgegaan langs \'t pad Van serafijnsclie deugden

Naar \'s hemels vreugdestad; Wij smeeken u ootmoedig,

O heiige Lodewijk,

Geleid Franciscus\' kindren Naar \'t hemelsch koninkrijk.

31- DË H. ËLISABËTU VAN HONGARIJE.

l.

Elisabeth, Elisabeth,

Dat ik u heden groete,

U, koningsdochter, Godes kind, U, schoone, teedre, zoete !

Gij zijt des ootmoeds lieflijk beeld En der barmhartigheid.

Elisabeth, groot is de vreugd, ) Die ons deez groet bereid. )

2.

Elisabeth, Elisabeth,

\'k Wil uwe liefde minnen,

-ocr page 56-

u

Uw voorbeeld volgen en oprecht Met de oefening beginnen;

k Wil Jezus minnen boven al, Mijn evenmensch als mij; Elisabeth, \'k vraag n oprecht, ) ,. Dat zoo mijn liefde zij ! )

3.

Elisabeth, Elisabeth,

Hoe treffend was uw sterven,

Toen gij met Jezus opwaarts vloogt, En \'t Paradijs gingt erven,

Toen vooglenzang en bloemengeur U leidden naar uw troon!

Elisabeth, dit bid ik u: ) Zij ook mijn dood zoo schoon.) bis\'

32. ÜARGARETA, eedle vrouwe

1.

Margareta, eedle vrouwe,

Toonbeeld van boetvaardigheid, Welk een vloed van bittre tranen Hebt gij jaren lang geschreidI bis.

-ocr page 57-

55

Wij ook zijn met schuld beladen,

Vraag van Jezus ons genaden;

Dat wij vluchten steeds het kwaad Tot ons stervenuur eens slaat. bis.

2.

Sinds uw hart voor Jezus brandde Door een bovenaardschen gloed,

Werd uw leven enkel lijden,

Bleef het kruis uw hoogste goed. bis. Wij ook enz.

3.

Margareta hoor ons smeeken;

Zuchtend onder \'t zwaar gewicht Onzer overgroote ellenden

Is ons oog op u gericht, bis.

Wij ook enz.

4.

O, gij heilige martelaars ter

Van het innigst naberouw,

Snoer ons hart aan Jezus\' Harte

Door den band van liefde en trouw. bis. Wij ook enz.

-ocr page 58-

56

5.

Glorie zij den lioogsten Vader,

Roem en lof zijn Eengen Zoon, Eu den Geest, die uit Hem voorkomt,

Eeuwig, eeuwig eerbetoon I bis. Ach wij zijn met schuld beladen, Vraag van Jezus ons genaden:

Dat wij vluchten steeds het kwaad Tot ons stervensuur eens slaat, bis.

33. TOT U, O GORKUMS HELDENTAL.

Tot u, o Gorkums heldental,

Weerklinke luid mijn lofgeschal;

Tot u, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankbren jubel overvloeit.

1.

Gedenk ik, hoe ge op onzen grond Uwe onverwelkbre kronen wont, Dan juicli ik bij uw heldenmoed:

Ook ik beu van uw Neerlandsch bloed. Ik juich als ge in den dood niet buigt, Maar trouw voor\'t Hoofd der Kerk getuigt; Dat Pius, die u heilig roemt.

Ook ons zijn dierbre kindren noemt. Tot u, enz.

-ocr page 59-

57

2.

Ik juich als gij \'zoo onversaagd Maria moeder prijst en maagd, En onze en \'s hemels koningin ; Verrukt stemt heel mijn ziel het in. Maar sterft gij voor \'t Geheimenis, Waar Jezus zelf ons^voedsel is, Dan naamloos is mijn ziel verblijd.\' Dat ik het ook met u belijd.

Tot u, enz.

3.

Dat ik met u één God, één Heer, Eén Geest, één lichaam, doop en leer In de ééue Moederkerk beken, En onverdiend haar kind ook ben. Drie eeuwen vloden sedert heen, En ons en uw geloof is één:

O voerquot; het, bij één hoop, één min. Ook ons uw Kerk der glorie in! Tot u, enz.

-ocr page 60-

58

• cBij, fid cinbc bcz tyazyaSczincf.

1.

Wij gaan nu deze plek verlaten,

Zoo dierbaar aan ons minnend hart, Waar wij het aardsche gansch vergaten

Met zijne zorg en bittre smart. Wij gaan nu, Vader, weltevreden.

Wij gaan, Franciscus, welgemoed, O wees, dus sluiten wij ons beden, Wees hartelijk gegroet, gegroet.

3.

Wij kwamen hier u. Vader, eeren,

Ous leven spieglen aan uw beeld: Wij mochten deugden van u leeren.

Uw grootheid heeft ons hart gestreeld. Wij gaan nu, enz.

3.

Wij leerden \'t schuldig vleesoh versterven,

Aan wereld en aan hel weerstaan. En eeuwge schatten ons verwerven,

Door goede werken hier gedaan. Wij gaan nu, enz.

34

-ocr page 61-

59

4.

Des armen droevig lot verlachten

Ter liefde Gods met woord en daad, Den geest van arremoe betraeliten, Was uw gebod voor eiken staat. Wij gaan nu, enz.

Den wil te doen der overlieden, Hoedanig zij ook mogen zijn, Den tijd steeds nuttig te besteden,

Was uwe les voor groot en klein. Wij gaan nu, enz.

6.

Gij hebt ons Jezus leeren minnen,

Die bloed en leven voor ons gaf, Deez liefde boven alle zinnen Beoefnen tot aan \'t kille graf.

Wij gaan nu, enz.

7.

Uw kindren willen zich nu wijden Aan deze plichten, ons geleerd, Om eens met u ons te verblijden

In \'t rijk, waar gij met God regeert. Wij gaan nu, enz,

-ocr page 62-

60

AANHANGSEL,

fi« JER EERE VAN jlEZUS \'ji. JiART. Eereboete voor den zondaar.

1.

O God\'lijk Hart, voor ons aan \'t kruis geklonken,

Door de ijz\'ren speer gewond in euvelmoed; Tot eerherstel voor U in \'t stof gezonken, Ontwelt ons hart een liefde- en tranenvloed. Eefrein O God van liefde!

O God van smart!

Spaar hem, spaar die U griefde,) ,. lu naam van \'t Heilig Hart )

2.

O wreede hand, dia \'t Harte dorst doorsteken,

Dat aan den mensch slechts heil en zegen bood; Doch wreeder hij, aan wien liefde is gebleken. En toch de speer in Jezus\' zijde stoet.

3.

Ja wreeder, die met \'t staal der euveldaden

In \'t teederst Hart nog wonde op wonde boort; Die \'t Bloed veracht, de bronwel van genaden, In eigen hart de stem der liefde smoort.

-ocr page 63-

81

4,

In \'t stof geknield, kom ik mijn schuld belijden

Ook ik, o God: ontzag Uwe liefde niet. Tot eerherstel wil ik voor eeuwig strijden In \'t krijg\'rental, dat U zijn krachten biedt.

5.

Ontferming, Heer! vergeving voor ons allen!

Ontferming voor \'t ondankbaar menschenkind! Laat \'t vaderoog genadig nedervallen,

Geef dat onz\' beö bjj U verhooring vind!

3« Ter eere van den H. Antonius van Padua.

Wijze: Maria s beeld te midden.

1.

Hoe liefdevol en teeder,

O heilige Paduaan,

Slaat gij uw blikken neder Op \'t hart u toegedaan. Wij treden biddend nader,

Ontvang ons als te gader. Antonius, Antonius, u vereeren wij!

2.

Uw beeltenis aanscbouwend Met Jezus, \'t Godlijk Kind,

-ocr page 64-

62

Doet ons, op n betrouwend,

Hem naadren, Die ons mint. Wees gij ons ten verzoener,

O groote Wonderdoener, Antonius, enz.

3.

De christen, die in lijden Dij u zijn hulpe zocht,

Hoemt \'t wondervol verblijden

Dat de Almacht door u wrocht. Wil onzer dan erbarmen,

Die vluchten in uw armen, Antonius, enz.

4.

Dlijf immer voor ons waken, Gij, trouwe schutspatroon,

Opdat wij veilig naken De zaalge hemelwoon.

Daar zullen voor uw voeten Wij eindeloos u groeten. Antonius, enz.

-ocr page 65-

63

Ter eere van dsn H. Antoniui van Padua.

Wijze: Pius Nonm.

1.

Lof u, groote Wonderdoener !

Lof u, trouwe schutspatroon 1 Die thans jubelt in de glorie Van de zaalge hemelwoon.

Door den adel van uw sterven

Mocht gij dra in liooger sfeer \'t Loon ontvangen voor uw arbeid, Juichen met het heilgen heer.

5.

Zie wij naadren tot uw altaar

Door uw heiligheid gestreeld, Ja wij komen deugden leeren,

\'t Leven spieglen in uw beeld. Leer ons allen om Gods liefde

De armoê minnen op deez\' aard, Dat met aardsche grootheid derven Ecuwge schatten gaan gepaard.

3.

Leer uw minnaar», heilig toonbeeld,

Leven in gehoorzaamheid.

Leer ons \'t schuldig vleesch vorster ven, Pal staan in den helschen strijd.

-ocr page 66-

64

Hoe zal onze ziel dan schittren

Hier in zuivicn lelieglaus En omstreuglen onze slapen

Eens de selioonste lamverkians.

4.

Doch sla onze zwakheid gade, O gij, Helper in den nood, Wil ons bijstaan in gevaren

Tot ia \'t ure van den dood. O dan zullen uw vereerders

Hier God dienen ongestoord, Eu u dankend eenmaal juichen In het zalig vreugdenoord.

-ocr page 67-

KLAUWIJZER.

Bladz

1. Tot den Heiligen Geest .... 3

2. Voor de H. Communie .... 4

3. Na de H. Communie.....5

4. Kerstlied.........7

5. Kerstlied.........9

6. De Zoete Naam Jezus.....11

7. Ter eere van Jezus\' Goddelijk Hart. 13

8. Bij het beeld van het H. Hart vau Jezus 14

0. Maria, o vergeet ons niet .... 15

10. Vreugde van Maria\'s Hart . , . 17

11. Salve Eegina........19

12. Aan O. L. Vt. van het H. Hart. . 21

13. Voor Maria\'s Altaar......23

14. De smartvolle Moeder.....24

15. O Jozef, voedstervader.....25

16. Wees gegroet, o Jozef.....26

17. Wij groeten U, o Serafijn ... 28

18. Trancious en het H. Hart ... 29

19. Eranciscus, o Vader......31

20. O Eranciscus, o Vader der armen . 33

21. ü Seraf van dit tranendal ... 34

-ocr page 68-

/ Of 2 if J-

Bladz.

22. franciscus is mijn V ader .... 36

23. Frauciscus. navolger van Jezus . 37

24. De H. Yader Pranciscus ... .40

25. O Serafijnsche Vader.....42

26. H. Antonius, bid voor mij ... 44

27. De II. Antonius van Padua ... 46

28. Antonius, zoo machtig.....47

29. Antonius van P.-iduu.....50

30. Ontvang, o Ludovicus ..... 51

31. De H. Elisabeth van Hongarije . - 53

32. Margareta, eedle vrouM\'e .... 54

33. Tot u, o Gorkums heldental ... 56

34. Bij het einde der vergadering . 58

60- 61 61-62 63 - 64

AANHANGSEL.

1. Ter eere van Jezus\' H. Hart

2. Ter eere van den ET. Antonius

3. Ter eere van den H. Antonius

-ocr page 69-
-ocr page 70-
-ocr page 71-