-ocr page 1-

1 \\

y.

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

3088 830 3

-ocr page 5-

VEKSliiG aan Zijne Excellentie, den Minister van Oorloff door den Kiipitein K. D. IMM van het 2e Ileo-t. Veld-Art. uitgebracht, omtrent een reis naar D n i t s c h I a n d van 28 Mei — 17 Juni 1804 tot liet bestudeeren van de paardenfokkerij . van de remouteerinn- en de dressuur der militaire paarden en van die van den Keizerlijken Marstall door een bezoek aan:

1°. de staatsstoeterijeu te Gr a cl i t z en B e b e r-b e c k eu de Hertogelijk Brvrnswijkscbe stoeterij te Har z b u r g.

2». de groote paardententooustelling te B e r 1 ij u van de Deutsche Laudwirtsebaftliche-Gesell-scbaft.

3°. liet remoute-depót te Barenklau.

40. de stallen van het 1« Garde Feld-Artillerie Regiment te B e r 1 ij u, en

5°. door liet nagaan van het systeem van dressuur van den Heer Paui, Plinznkh,, Leibstallmeister van den Keizer van D u i t s c h 1 a n d, bij de paarden van den Keizerlijken Marstall ie P o t s d a m. (\')

Vóór den aanvang der reis werd door mij met de directeuren der stoeterijen en den Heer Plinznkr gecorrespondeerd omtrent het meest geschikte tijdstip voor mijn bezoek. De directeur van het Landgestüt te Geile (dr. Ghabknsiok)

(\') De met een f gemerkte gedeelten kunnen voor ons land van belang zijn.

1

-ocr page 6-

2

verzocht mij de reis tot het najaar uit te stellen, daar bijna alle dekhengsteu naar de dekstations waren, en hij bovendien zelf op inspectiereis moest gaan, mij echter voorstellende hem te B er lij n te ontmoeten, om gezamenlijk de tentoongestelde paarden na te gaan.

Vermeenende dat het tegenwoordige Holsteinsche paard door meer adel en minder weekheid met toch voldoende massa, meer in aanmerking komt voor kruising met onze paarden dan de Oldenburgsche hengsten, die meestal voor dat doel worden gebruikt, zoo stelde ik mij om meer gegevens te verkrijgen, schriftelijk in verbinding met den voorzitter van de vereeniging tot bevordering der paardenfokkerij in de Holsteinsche Marschen, den Premier-Liente-nant a. d. G. Ahsbahs.

Ik werd daarop door die vereeniging nitgenoodigd om op 3 Juni te E 1 m s h o r n, een station ten noorden van H a ra-burg, de collectie in oogenschouw te komen nemen van ruim 80 paarden, die door haar naar de Berlijnsclie tentoonstelling zou worden gezonden. Daar dit echter te ver buiten mijn reisroute was, en de Heer Ahsbahs mij tevens welwillend aanbood te B e r 1 ij n alle mogelijke inlichtingen te verschaffen, besloot ik van een bezoek aan deze voor-tentoonstelling af te zien.

Na aankomst te B e r 1 ij n op 28 Mei begaf ik mij onmiddellijk naar den Nederlandschen Gezant, die met de meeste welwillendheid alles voor mij had voorbereid, zoodat ik dadelijk mijne opwachting kon maken bij de Ministers van Oorlog en van Landbouw, bij den Oberlandstallmeister, Graaf Lehndorff, bij den Kolonel, Inspecteur van het remonte-wezen en verschillende andere autoriteiten.

Overal, waar ik met paarden-antoriteiten over lersche paarden sprak, bleek het mij, dat het lersche paard voor militair gebruik zeer hoog staat aangeschreven, en vond men den prijs van /570, in Rotterdam bepaald laag.

-ocr page 7-

3

Graaf Leundorff noemde de lersche paarden zelfs de beste militaire paarden der wereld.

Hoewel Graaf Lkhnijorff den vooruitgang van liet paardenras in D n i t s c h I a n d voor een groot deel toeschrijft aan de staaishengsten, zoo zeide hij toch, dat het Landge-stüt in H o 1 s t e i n weinig floreert, omdat men daar van hengsten honden eene zaak maakt, daarom tegen staatshencrsten

~ lt;j o

is, en een kwaliteit van staatshengsten vergt, die niet bestaat.

Van de zijde der Holsteinsche fokkers werd mij echter medegedeeld, dat het Landgestiit te veel in de richting van de remonte wil werken, en niet kan concnrreeren met de bepaald le klasse particuliere hengsten.

Den 29sten Mei bezocht ik de kazerne en de stallen vau het le Garde-Feld-Artillerie Regiment. Na mijne opwachting te hebben gemaakt bij den Kolonel Regiments-Oommandant, werd ik voorgesteld aan de Officieren, die bijna allen verzameld waren bij de kazerne, om nog het een en ander voor de Kaiserparade te bespreken. Verder werd de Lnite-nant Von Anken aan mij toegevoegd, die mij op de meest welwillende wijze alles liet zien. Eene Kaiserparade veroorzaakt veel drukte bij een Garde-Feld-Art. Regiment; alle affuiten en voorwagens werden geheel nieuw opgeverfd; bij de eerste Veld-batterij (de Leibbatterie des Keizers) en ook bij de l£te rijdende batterij werden bovendien nog de staarten en manen allen gevlochten, om ze den volgenden dag mooier golvend te hebben, waardoor echter volgens mijne meeaing de paarden in plaats van beter er veel minder edel uitzagen. De 11 batterijen (3 afdeelingen van 3 Veld batterijen en 1 rijdende afdeeling van 2 batterijen) zijn in 2 kazernes gelogeerd. De kazerne en stallen zijn afzonderlijk ; beiden zijn zeer ruim gebouwd en vrij nieuw nl. van 1881 en 1887.

f De kamers der manschappen bevinden zich op de le étage slechts enkele treden hoog en uitkomende op een breedeu, ruimen, frisschen corridor.Op de tweede verdieping bevinden zich

-ocr page 8-

4

rustkamers enz.; iu het sous-terrain keukens, eetzalen, can-tines enz. De kamers zijn slechts voor één compleet stuk, de bedden staan twee hoog, de stukscommandant logeert in een afgesloten kamertje bi] zijn stuk; elk man heeft een staande, groote, afgesloten kast, zoodat de kamer een zeer net aanzien heeft, doordat men geen kleedingstukken ziet hangen of liggen. De manschappen eten met ongeveer 50 man bij elkaar, gekleed in huu linnen pakken; f het linnen buis, dat met taille is gemaakt met 5 knoopen tot boven aan dicht, staat veel beter dan onze stalkiel. Ook de linnen broek is beter gemaakt. Een bereden soldaat ziet er dan ook in Duitschland in zijn linnen stal- en kazernetenne zoo goed gekleed uit, dat men zelfs op de Landbouwtentoonstelling zeer dikwijls militairen in dit tenue paarden en rundvee in den ring voor de tribune zag voorbrengen. De rustkamers, met een stel nieuwe kleeding voor elk man, zagen er keurig uit; al bet schoeisel (ook de lange rijlaarzen der stukrijders) heeft niet alleen hoefijzers onder de hakken, maar ook de zool is geheel beslagen met enkele rijen spijkers met breede koppen.

De 25 jongste ongetrouwde Luitenants moeteu (als er zooveel zijn) in de kazerne wonen, waar zij twee goede kamers hebben en een poetskamer voor den oppasser; het zeer jong trouwen schijnt weinig voor te komen, zoodat er steeds een groot aantal Luitenants in de kazerne woont. Dit is voor die Officieren niet alleen een groote économie, maar het is tevens oorzaak dat er een groote band onder de Officieren van elk Regiment bestaat. Het casino met receptiekamers, eetzaal, biljart en speelzaal, leeskamer, grooten tuin enz. was practisch en met zeer veel smaak ingericht.

Nn ook de reserve-officieren voor oefening ouder de wapens waren, aten dagelijks 50 Officieren in het casino. Sedert enkele jaren wordt door de Officieren om 5 a 6 uur gegeten en niet zooals vroeger om 1 uur.

-ocr page 9-

5

De veld- en rijdende artillerie hebbeu dezelfde uniform met slechts een zeer kleiu verschil in ornament op de schouder-passanten.

De stallen ziin zeer ruim en hoog; de paarden zijn iu 2 rijeu geplaatst met een tusschengang van 3 M. Iu elkeu stal was aan het eind een box en eene verdiepte standplaats, die mon vol water kon laten loopen; deze laatste bestemd voor paarden, wier beenen uatgehouden moeteu worden; dit geschiedde echter bijna nooit, daar de paarden er zeer moeilijk in wilden gaan. Tusschen 2 stallen is een koelplaats, die \'s winters tevens gebruikt wordt voor het hoeven wasschen. De paarden stonden op een vaste stroomatras, die over het algemeen in een toestand verkeerde, waaruit bleek boe moeilijk het ook daar is, die des zomers goed te houden.

De paarden waren, naar mijne meening, over het algemeen te groot, waardoor velen er zeer dun uitzagen. Over te logge beweging valt echter niet te klagen, doordat zij nog al veel bloed hebben. De rijdende afdeeling had hare paarden uit Oost-Pruisen, de Veldbatterijen voornamelijk uit Holst ei n en Hannover.

De remontepaarden worden bij de batterijen afgericht, waaraan, naar men zeide, evenwel bezwaren waren verbonden, daar niet bij elke battery een Officier aanwezig is, die voldoende met paardendressuur is vertrouwd. Bij de schietoefeningen werden de remontepaarden aan de hand meêgenomen om hun daar wat beweging te geven. By de najaarsmanoeuvres, na 14 a 15 maanden dressuur, worden ze aangespannen en komen daarna weêr gedurende den winter in dressuur; de dressuur duurt er dus ruim l\'/2 jaar.

De bediening leert nu, bij den tweejarigen diensttijd, geen rijden meer, en heeft dan ook geen sporeu.

Er is luxe in rijbanen, 3 overdekte en 3 buitenmauèges. De tuigen komen in hoofdzaak met de onze overeen; het hoofdstel bestaat echter uit een afzonderlijk stang- en trens-

-ocr page 10-

6

hoofdstel, zoodat het ook als vvatersnaffel kan gebruikt worden ; eeu afzonderlijke watersnaffel bestaat dan ook niet. Op de hakstukken van de trens zijn vertinde passanten aangebracht en op de zelfde hoogte aan de stangbakstnkken haken, die in de passanten worden gehaakt, zoodat de trens- en stangbakstnkken steeds op denzelfden afstand van elkaar blijven; van boven houdt een breede stoot met gat en lederen knoop de kopstukken bij elkaar, f De teugels zijn veel dunner en zachter dan de onze, trouwens de onze zijn ook veel te zwaar; \'t is bijna onmogelijk om met één hand met overgeuomen trensteugels te rijden. De teugels van de stang zijn met gesp en stoot bevestigd, die van de trens zijn aan de ringen vastgenaaid, waarvan ik het voordeel evenwel niet inzie. De stang heeft rechte scharen, en een zeer dik mondstuk met weinig tongvrijheid, de kinkettinghaken zijn zoo naar achteren gebogen dat het trensgebit of de trensringen onmogelijk daarin kunnen grijpen. Bij het vandehandsche paard is de rechter trensteugel bijzetteugel; deze wordt door eeu lossen ring op het haam eu door de lederen lus voor de paktasch op den voorkant van de steeg gestoken en aan een kap met gesp bevestigd; de linkerteugel dient den stukrijder als handtengel. De stangteugels van het V. H. paard worden door de op-hanglis van het zadel gestoken, en het uiteinde met een platten halven slag daaraan bevestigd; de ophanglis is daartoe in het midden met een paar steken vastgenaaid; door de hierdoor gevormde, onderste lus wordt de stangsteugel gestoken.

f Het bokzadel is bijna geheel als het onze maar met koordsingel van breed gevlochten leder en een glad zitkussen ; op den voorkant der stegen komen de paktasschen, van achteren de mantel en de haver.

Op de weuschelijkheid, om ook bij ons den mantel niet op den voorkant van het zadel te bevestigen, zoodat de stukrijder de linkerhand lager kan houden, is reeds meermalen gewezen.

-ocr page 11-

7

Over de zadels bij V. eu B. H. paarden is een ledereu oversiugel, die wel is waar zorgt dat de kap van de rijlaars niet ouder het zijblad kan komen, eu het slaan van de zijbladeu der V. H. paarden belet, maar dien ik voor ons als onnoodige ballast beschouw. Hoefijzerzakjes heeft men aan het zadel niet. üe sabels vau de stukrijders zijn achter aan het zadel bevestigd. De dekeu is van witgele, wolleu stof ongeveer van de afmeting van onze groote deken.

f De karwats is als de onze en hangt in gewoue omstandigheden aan de handlis om de pols tusschen de 2 paarden af en wordt dus niet recütop gehoudeu, ook niet bij het defileeren; na het gebruik, waarbij de handteugel in de linkerhand wordt overgeuomeu, laat de stukrijder de karwats weer dadelijk uit de haud vallen.

f De overige trektuigen zijn tot het hoognoodige beperkt. Zooals bekend is, zijn de middeupaardeu aan een trekkuup-pel bevestigd van ongeveer 1.8 M. lengte, die aan een oog aan het uiteinde van den disselboom hangt. Door deze wijze vau aanspannen kan korter worden gewend en kunnen de middeupaardeu in de wending steeds meetrekken zonder gevaar, zooals bij ons, van bet achterspan om te trekken; de wendingen geschieden dan ook rustiger dan bij ons en steeds met gestrekte strengen. Op de landbouwtentoonstelling zag men een stuk van de rijdende artillerie in den ring in draf\' meermalen een oo rijden, en daarna in gestrekten galop de vrij scherpe hoeken van den ring omgaau, en in een gewonen langen galop verscheidene kleine voltes rijden, waarbij de strengen steeds gestrekt bleven.

Het haam is geheel zooals het onze, maar zonder om-loophaken eu zonder teugel- en karwatshakeu ; in de plaats van deze laatsten is in de nok een gewone losse ring bevestigd, waardoor de rechter trensteugel (eigenlijk bijzetteugel) van het V. H. paard wordt gestoken.

Strengkoker, buikriem, haamstrengophouder en trekriemen

-ocr page 12-

8

bestaan uiet; de vaste strengeu hebben ook van voren enkele schakels, waarmede ze aan liet haam worden vastgemaakt. Door het gemis van den buikriem zag men ook hier bij korte wendingen meermalen de bnitenstreugen der voorpaar-den op het kruis komen.

Kruisriemen (evenals de onze) hebben alleen de achter-paarden. De voorpaarden hebben dus feitelijk niets als het haam met een paar vaste strengen en strenglissen, die aan een kram achter op de stegen van het zadel bevestigd zijn; die aldus vastgemaakte strenglissen hebben ook de midden-en achterpaardeu met nog een passant tusschen de 2 strengen.

De ophangriemen van de broek, die aan de kruisriemen zijn bevestigd, loopen door een vertinden passant 15 cM. lang en 2 cM. hoog, die op de broek is aangebracht; daardoor kunnen die ophangriemen steeds loodrecht blijven, al wordt de omlooper enkele gaten korter of langer gegespt. Eigenlijk kan men niet van een omlooper spreken, maar heeft men alleen een broek van dun, breed, zacht leder, die aan weerszijden langs de geheele lengte van het paard gaat, en aan beide einden verscheidene gaten heeft en een opgenaaide kap met gesp; die broek wordt door het trekoog aan het haam vastgegespt. In die trekoogen wordt door 2 haken met ring een dubbele breede riem van 4 dM. lengte gehaakt, die den dienst doet van het gedeelte van deu omlooper, dat bij ons vóór de borst van het paard uitsteekt. In die riemen worden een paar korte, sterke dissel-boomriemen gegespt, die verder aan de disselboomkettingen vastzitten, welke iu een ring 2 dM. van het uiteinde van deu disselboom zijn vastgemaakt. Deze afzonderlijke broek en riem voor den disselboomriem hebben het voordeel, dat de achterpaardeu steeds even kort zijn aangespannen en men de broek steeds zoo lang kan maken, dat die de beweging der achterbeenen niet kan hindereu; schavingen worden door het dunne, zacbte leder van de broek geheel

-ocr page 13-

O

voorkomen. De broek lianyt aauiuerkelijk layer dan bij onze paarden, u. 1. de onderkant gericht met de achterknie van het paard. Aan de broek is ter hoogte van de achterkuie van het paard nog een strengophouder.

f Het reglementaire bijzetten en liet besturen van het V. H. paard acht ik eenvoudiger, en daardoor wellicht ook praetischer dan de nieuwe methode, die eerstdaags bij ons zal ingevoerd worden, terwijl de kosten voor verandering geringer zoudeu zijn.

Ik kan mij o. a. niet voorstellen, dat bij het laten door-schietan van den bestnringstengel de stang- en trensteugels goed gespannen blijven. De stukrijder kan met de tegenwoordige dikke tengels met overgenomen trenstengels rijdende, reeds de 4 teugels bijna niet gespannen blijven houdeu; dit wordt hem onmogelijk, als hij nog 2 teugels er bij krijgt; nn reeds ziet men gewoonlijk na den draf dat 1 of meer teugels hem door de hand zijn geschoten. Heeft men 1 of 2 tengels, die niet door ringen op het haam gaan, dan kan men dikwijls een paard dat struikelt, behoeden voor vallen, gaan de beide tengels echter door ringen op het haam, dan kan men het paard onmogelijk helpen.

Ook de karwats hulpen vlak achter den singel acht ik bepaald beter dan de voorgestelde vóór den singel of op den hals, welke laatste bijna elk paard onaangenaam zijn en

o

die ik daarom bepaald verkeerd vind. Het trekpaard toch heeft in dressuur op den druk op of achter den singel leeren gehoorzamen, maar kent geen tikken vóór den singel of op den hals.

De Duitsche reglementaire hulpen voor het nageven, aanhouden, rechts en links wenden zijn (bl. 88. Exerzir reglement für die Feld-Artillerie):

Nageven: Nageven van den handtengel, zoonoodig opheöen der karwats, of slay; achter den siiigt;;el.

\' D O

Aanhouden: de vuist gaat rechts zijwaarts, spant den handteugel in de richting van het kruis vau het V. H. paard en herhaalt dit tot het doel bereikt is.

-ocr page 14-

10

Rechlsivenden: Aanrijden met het B. H. paard tegen den schouder van liet V. H. paard.

L inks wenden \' Vooruitdrijven en tevens met den handteugel meer naar zich toenemen van het V. H. paard.

Het Duitsche reglement verbiedt het slaan op hoofd, hals en kruis, waarmede ik mij zeer goed kan vereenigen.

Kaiser parade.

30 Mei woonde ik de Kaiserparade bij van alle Berlijn-sclie Garde regimenten. ( 20000 man).

f Het defileeren der Veld- en rijdende artillerie (ook van de Cavalerie) geschiedde in stap en in draf, in colonne van batterijen met 5 pas ouderlingen afstand tusschen de stukken in eenigszins sterker tempo dau bij ons, nl. in draf 240 Meter in de minuut; het smigr zeer o-eregeld en rustig.

7 O O O O O

Ook de prachtige uniformen maakten een overweldigenden indruk; toch is van vele regimenten, o. a. bij de artillerie, het daagsch tenue zeer eenvoudig.

Waarom ook niet bij ons aan de officieren een werkelijk goed groot- en gala tenue gegeven, wat men dan toch eigenlijk voor zijn geheele leven heeft, als het niet anders dau in groot tenue wordt gebruikt? Alle officieren droegen verlakte laarzen, zonder het riempje van achteren, wat ook geheel overbodig is, door niemand wordt gebruikt, en alleen onkosten geeft door beschadigen door de gesp van zadel, stoelen eu knieën van de pantalon.

Alle officieren hebben een harnachement, dat zij alleen voor parades gebruiken, en dat er dus steeds als nieuw uitziet. Daarenboven hebben de meeste regimenten (o. a. ook de artillerie) in groot tenue nog den waltrap.

Stoeterijen.

Alvorens eene nadere beschrijving te geven van de bezochte stoeterijen, zij opgemerkt, dat in het Koninkrijk Pruisen

-ocr page 15-

u

de bevordering der paardenfokkerij door den staat behoort tot het Ministerie van Landbouw, terwijl de leiding is opgedragen aan een Oberlandstallnieister (thans Graaf Lehndorff).

Behalve dat de staat de paardenfokkerij bevordert door: 10. prijzen voor wedrennen eu harddraverijen.

2°. premiën bij paardenkenringen.

3°. verplichte hengsteukenringen.

4quot;. afstaan van goede fokraerries uit de remontedepots.

heeft de Staat ook nog eigen stoeterijen. Die staatsstoete-rijen onderscheidt men in Hanptgestüte en Landgestüte; in de laatste, hoewel den naam van Gestut dragende, wordt niet gefokt; het zijn hengstendepóts, waar de staatsheng-sten, die Landbeschaler worden genoemd, buiten den dek-tijd zijn opgestald. Die hengsten worden tegen een laag dekgeld van 6—15 Mark voor alle fokkers op de verschillende dekstatious disponibel gesteld. Door den invloed van de staatshengsten kan Duitschland zijn 10,000 remontepaarden jaarlijks iu eigen land aan-koopeu.

Voor een klein deel ( \'/s) worden de Landbeschaler in de Haüptgestüte gefokt, de rest ( ^\'j) wordt in het land of bij uitzondering in het buitenland aangekocht.

Aan het hoofd der Haupt- en Landgestüte staat eeu Land-stallmeister, een gewezen officier of paardenarts. Elk jaar worden officieren, die zulks wenschen, voor een jaar bij de verschillende Haüptgestüte gedetacheerd; voldoen zij daar goed, dan komen zij bij eene eveutueele vacature in aanmerking voor Landstallmeister en moeten dan uit den dienst tredeu; ze komen daarna geheel onder het Ministerie van Landbouw. De Haüptgestüte zijn eigenlijk groote laudbouw-ondernemingen, die aan den staat behooren en speciaal voor de paardenfokkerij worden geëxploiteerd. Het hoofddoel er van is, het fokken van hengsten voor de Landgestüte en zoo mogelijk voor de Haüptgestüte. De totale kosten van de

-ocr page 16-

12

Huupt- eu Laudgestüte bedragen ua aftrek vau de iukomsten 1,220,000 Mark.

De in de Haupfcgestüte gestationeerde hengsten heeten Hanptbeschaler en beliooren tot liet beste materiaal, wat in het binnen- of buitenland kan verkregen worden, zoodat daarvoor somtijds enorme prijzen worden besteed, zelfs tot 150,000 gulden toe. Zi] dekken in hoofdzaak alleen merries van het Hanptgestüt, maar worden ook tegen een hoog dek-geld gebruikt voor edele merries van particulieren; die merries worden dan eenigen tijd in de stoeterij opgenomen, (zoo zendt o. a. de Ritmeester Mutjslerkamp sedert enkele jaren 2 volbloedmerries ter dekking naar Beberbec k).

Pruisen heeft 3 Hauptgestüte (Trakehnen, het grootste met 1200 paarden, Graditz en Beberbeck) met 28 Hanptbeschaler en 17 Landgestüte met 2527 Land-beschaler.

Elk Hanptgestüt staat onder leiding van een Landstall-meister. De Hanptbeschaler zijn voor het meerendeel vol-bloediiengsten van de beste klasse, dat wil zeggen, paarden, die groote prijzen op wedrennen hebben gewonnen, een goed exterieur hebben, en meestal blijken hebben gegeven zich goed te vererven. In Graditz is speciaal de volbloedfokkerij geconcentreerd, ofschoon men er ook een halfbloedstoeterij aantreft; in Trakehnen en Beberbeck wordt alleen halfbloed gefokt. Elk Hanptgestüt heeft voor zijne paarden een eigen stoeterij merk op de linker- of rechterbil.

Trakehne n fokt licht eu zwaar ry- en wagenslag, Beberbeck en Graditz alleeu het eerste.

-ocr page 17-

13

Beberbeck.

Stoelerijmerken.

G r a (l i t z.

\\

Hauptgeslüt Beberbeck ■

Beberbeck ligt ongeveer een half uur vau liet station H o f g e i s m a r in de provincie Hessen, ongeveer uur sporens ten Noorden van Cassel, iu liet ruwe, koude Rein-hardswond. Het voorwerk Sababurg, waar vroeger de stoeterij was, ligt op een uur afstand van Beberbeck op eene hoogte. De bodem van Sababurg is door zijn sterk kalkgehalte bijzonder gunstig voor de paardenfokkerij, beter nog dan Beberbeck zelf, dat meer een zandachtigen bodem heeft, met een klei- en ijzerhoudenden, ondoordring-bareu ondergrond zonder kalkgehalte.

Beberbeck is ongeveer 828 HA. groot, waarvan 179 HA. bouwland zijn, 579 HA. hooi- eu weiland en 52 HA. bosch en boombeplanting.

Bij bet kasteel, waar de Landstallmeister, Ritmeester Von Okïtingkn, en bijna al het personeel woont, zijn alle paaiden behalve de jaargangen jonge merries. De veuleumerries, ongeveer 100 in getal, zijn reeds allen in Beberbeck zelf gefokt en van het edelste half bloeduiateriaal; ware het niet dat zij wat zwaarder waren, dan zon men meen en enkel vol-bloedmerriën te zien. Gewoonlijk rekent men op ongeveer 80 percent venlens van de gedekte merriën; het grootste

-ocr page 18-

14

getal is geweest 92 vealeus vim 105 merriëu, uog ina;ir weinige jareu geledeu.

Door verwerpen en stei veu van enkelen waren er bij mijn bezoek nog (5G veulens over. De veulens worden hier in het voorjaar geboren ongeveer van Maart tot Juni. Zij zijn bij gunstig weer allen bij elkaar met de moeders, onder toezicht van een wachter, buiten op eene heuvelachtige weide van 30 HA. (waarvan er verscheidene zijn, zoodat dikwijls verwisseld kan worden), gaan \'s morgens tegen 9 uur uit, en komen tegen 4 a 5 uur op stal, waar haver en groen voer of hooi wordt bijgevoerd. Het stalvoer if hier de hoofdzaak, het buiten in de weide loopen voornamelijk gezondheids-maatresrel. Bij ert; koud of regenachtig weer wordt de lt;gt;\'e-

O Cj C7 O O

heele koppel weer op stal gehaald; zij staan dan allen in eene dubbele rij iu een zeer langen, hoogeu, ruimen stal, elke merrie met veulen iu een zeer ruime box, ruim 1 M. hoog van hout en verder met ijzeren staven, zoodat de paarden elkaar steeds kunnen zien. De middelgang is 4 M. breed, bestraat, maar met een dimne laag zand bedekt; de weiden zijn vlak bij den stal, zoodat de merries en veulens weer dadelijk kunnen buiten gebracht worden, als het weer gunstig is geworden. De Landstallmeister zeide, dat, naar zijne meeniug, de jonge veulens eerst meer regen goed kunnen verdragen, als ze geheel verhaard zijn. Juist bij mijne aankomst regende het sterk, en kwamen allen op stal, elk in zijn eigen box, waarboven op een plaat de naam van de merrie met hare afstamming, de datum van dekking, de datum van treboorte van het veulen en de vader daarvan is vermeld. Wil men alles weer naar buiteu laten, dan schuiven 2 man opvolgend alle boxen open en zoo rustig mogelijk draaft jong en oud door den middelgang naar buiten. Opvallend was het hoe mak en met menschen vertrouwd veulens en moeders waren. In de boxen was een frische, overvloedige stroomatras, die elke 4 weken wordt vernieuwd. Driemaal daags wordt

-ocr page 19-

15

haver gevoerd; verder krijgen de psiardeu klaver, lucevne en gewoon grashooi. De veulens eten zoo hpoedig mogelijk in een klein voederbakje haver mede.

f Daar de bodem alleen te S a b a b u r g veel kalk bevat, wordt bij het kasteel niet alleen door kunstmest kalk bijgebracht, maar krijgen de veulenmerries een eetlepel kalk en de veulens een theelepel over elk vóer haver. Dat is wat veel, maar het schijnt de gezondheid nooit te schaden; wat niet wordt opgenomen, wordt weer in de mest verwijderd. Koemelk krijgen de veulens tegenwoordig niet meer. Als de veulens ongeveer 4 maanden oud zijn, worde-.! zij gespeend en blijven dan spoedig, evenals de jaargangen 1, 2 en 3 jarigen, nacht eu dag buiten, ook \'s winters; zij komen alleen 3 maal op stal om gevoerd te worden. Het \'s nachts buiten laten geschiedt eerst sedert een jaar, nadat de Heer von Oetïingen dit in de Amerikaansche stoeterijen heeft gezien.

In ecue overdekte manége bij den stal voor de Hunptbe-schaler wordt 2 maal per dag van Februari tot 15 Juni gedekt, wat ook door mij verscheidene malen werd bijgewoond. Alle merries worden daarbij van achteren gespannen, om het slaan van den hengst te beletten. De hengsten worden bij het dekken geleid aan den halster of trens met longe of 2 louges door 1 of 2 man. In Graditz geschiedt dit door 2 man, daar men met deze dure mannelijke fok-dieren zeer voorzichtig is. Doordat enkele merries leelijke, groote hangende ooren hebben, vindt men dit bij het jonge materiaal ook nog al terug.

o n

De 4 Hanptbeschaler zijn; Mephisto, Weltmann, Le Bu-tard, (allen volbloed) en Optimus (halfbloed).

Het best beviel mij Mephisto, eeu Robert the Devil zoon, een hoogst elegante, in Engeland aangekochte, donkere vos, waarvoor het hoogste dekgeld, 200 Mark, wordt ge-eischt, evenals ook voor Weltmann; voor le Butard slechts 100 Mark. Le Butard, in \'t vorige jaar in F r a n k r ij k

-ocr page 20-

16

gekocht, is voor een volbloed eeu merkwaardig zwaar gebouwd, elegant paard, met zeer zware beeuen, met echter veel te rechten stand achter. De jonge hengsten zijn niet meer zooals vroeger in Saba b u r g, daar zij door het rotsachtig bergachtig terrein daar dikwijls accidenten opliepen, die hen somtijds zoo weinig rein in de beenen deden schijnen, dat de keuringscominissie ze voor Landbeschaler afwees; ook deden zij meermalen door hun overmoed meer werk dan voor de beeuen dienstig was. Nu zijn daar alle jonge merriën, omdat over het aanhouden als fokmerries of verkoopen de Landstallmeister alleen beslist.

Waar ia en buiten de stallen overal de grootste orde, kalmte en netheid heerschen, trekt speciaal nog de aandacht de prachtige staat, waarin alle tuigen worden gehouden, iets waarvoor de Heer von Oettingen bekend is; zadels, hoofdstellen en ijzerwerk, alles zag er uit alsof het nieuw was. Dagelijks wordt het lederwerk goed schoongemaakt, en de geschuurde plaatsen met zadelzeep gepoetst, wat \'s Zaterdags middags met alle tuigen geschiedt.

f Voor de rijpaarden worden gebruikt: een enkele dikke trens, (watersuaffel niet een kinriempje om desvereischt eene longe te kunnen aangespen) en Engelsch zadel met vilten dek. Doordat er afzonderlijke zadelkamers zijn, kan men de zadels zoo prachtig in orde houden, maar vooral ook omdat de kwaliteit van het leder zoo uitstekend is; zadels, die 10 jaar waren gebruikt, hadden behalve kussenopvulling nog geen reparatie noodig gehad. De Heer von Ouïtingkn zeide mij, dat nieuw overtrekken van een zadel nooit noodig was, tenzij er een accident mede was gebeurd. Als zitting en zijbladen van best varkeusleder zijn, dan is dit niet versleten vóór dat het geheele zadel versleten is. De zadels te Beberbeck wegen ongeveer 5 kilo, worden gemaakt door den zadelmaker Eeb (Behrenstrasse Berlin) en kosten compleet met koordsingels, stijgbeugels en stijgriemen

-ocr page 21-

17

75 Mark dus 45 gulden. Naar ik vermeen, kosten de Enlt;felsche zadels, die bij ons voor de remonte worden gebruikt, /\'23 zonder singels, stijgbeugels! en riemen, terwijl de zij bladen niet van varkensleder zijn; dit is te weiuig om zeer solied werk te hebben; wanneer uien echter nagaat, dat bij vele zadels na een paar jaar gebruik zeer groote reparaties noodig zijn, bij verscheidene zelfs nieuwe zittingen, dan is het zeker, dat het op den duur veel voordeeliger zonde zijn, in liet vervolg de zadels van Erb uit Berlijn te laten komen. Ik heb mij persoonlijk bij dien zadelmaker overtuigd, dat hij ook voor 75 Mark dezelfde zadels naar Holland wil leveren. Ook zon een dergelijk zadel als model kunnen dienen voor nieuw aan te besteden zadels hier.

De fourage moet grootendeels door den Landstallmeister worden aangekocht, daar alleen eerste kwaliteit wordt gevoerd, en die niet genoeg in de stoeterij zelf wordt verbouwd. Natuurlijk vindt men geen enkel jong of oud paard ouder een dek.

De veulenmerries worden vrij jong weg gedaan, tenzij ze bijzonder goede veulens afwerpen, omdat het jongere geslacht beter is dan het oudere. De oudste merrie was 18 jaar. Van den beroemden volbloedhengst Chamant, die nog in (i r a d i t z dekt, stammen ongeveer 40 venlenmerries af. Alleen de merries, die geen veulen te verwachten hebben, en de jonge driejarige merries, die aangehouden worden voor de stoeterij, (einrangirt) zijn op de weide en krijgen geen voeder bij; alle andere jonge en oude paarden komen op stal om 3 maal per dag haver en hooi bijgevoerd te worden. In B e-b e r b e c k evenals in H a r •/. b u r g wordt ook Esparzet, groen en als hooi gevoerd; dit is een soort fijnere klaver, tusschen klaver en lucerne in; men schijnt voor het verbouwen er van een kalkhoudenden bodem noodig te hebben.

De gespeende veulens gaan in 1 of 2 koppels in de weide. Reeds als jaarlingen worden de hengsten en merries geschei-

2

-ocr page 22-

18

deu, en wordt bepaald welke hengsten voor Landbeschaler, en welke merries voor yenlenmerries zullen worden aange-houden; de overigen worden later op hun 4de jaar publiek verkocht. De slechte venlens eu de jaarlinghengsten, die men niet voor Landbeschiiler wil aanhouden, worden gecastreerd. Waar meu, zooals hier, de gelegenheid daartoe heeft, zou het naar raiine meeniug beter zijn, slechts bij uitzondering uit hoofde van bepaalde gebreken hengsten voor hun 3ile jaar te castreeren, daar somtijds uit een min veulen of jaarling nog een zeer goed paard groeit. Bij de keuze van het aanstaand fokmateriaal wordt bijzonder gelet op: harmonisch geheel, zuiver vierkante beweging, correcten stand, sterke, breede beenen, eu goeden bovenbouw. Fok-paarden met slechten rug, of slechte schouders of lendenen ziet men er in \'t geheel niet, wel nog enkele met wat lichte beenen. Veel knieactie hebben ze door hun na verwantschap met het volbloed bijna geen van allen. Het viel mij op, dat zeer streng gelet werd op zuivere, goed gevormde sprong-gewrichten en op goeden stand; paarden, die hierin maar iets te wenschen overlaten, (vooral bij Franschen stand) worden onherroepelijk verkocht. Men vreest bij Franschen stand het strijken der voorkogels.

Om zwaar beenwerk te houden, heeft men steeds als Hauptbeschaler een zwaren halfbloedheugst er bij, ter dekking van merries, die wat licht van beenen zijn.

De jonge paarden, die bestemd zijn om als fokmateriaal aangehouden te worden, worden zwaar gevoerd en krijgen 2 ïi 3 kilo haver per dag meer dan de paarden, die later verkocht worden. De 3 jarige hengsten, bestemd voor Landbeschiiler, worden in Mei opgestald en gereden, in Juli ingedeeld eu een paar maanden later naar de Landgestüte gezonden. De commissie, die nagaat of de jonge hengsten geschikt zijn voor Landbeschiiler, en bepaalt naar welk Landgestüt zij zullen gaan, bestaat uit den Oberlandstall-

-ocr page 23-

19

meister, 2 Landstallmeister van Landgestüte, een remonte aankoop-voorzitter en een gedelegeerde van de Landwirt-scbaftliche Central Vereiu. B eb er beek levert jaarlijks 15 a 20 Landbesclialer. Schimmels worden alleen goedgekeurd, als zij bepaald uitmunten.

Bij uitzondering worden sterk ontwikkelde 2 jarige hengsten tegelijk met de 3 jarigen gereden. De Heer von Oettingen beschouwt dit voor zware, sterke 2 jarigen bepaald noodig ten einde hun een even lichten, gemakkelijken gang te bezorgen als de lichtere paarden. Het rijden geschiedt op trens met licht Engelsch zadel door jongens, die 40 a 45 kilo wegen, op hun a jaar worden aangenomen

en meestal blijven tot aan hun militairen diensttijd. Het zijn bijna allen zoons van boeren uit den omtrek. De nieuw aankomenden krijgen bijna geen rijlessen, wat ik bepaald verkeerd acht en waardoor zii ounoodig aan gevaren worden

~ o

blootgesteld. Die jongens zadelden de 3 jarige hengsten alleen op, stegen in den stal alleen op, zonder dat een dei-paarden eenig verzet toonde, ofschoon zij eerst sedert 14 dagen werden gereden. Het rijden geschiedt iu een der groote weiden \'s morgens van 6 tot S\'/j uur, (\'s Zondags van 6—7 uur) terwijl paarden die wat erg dik zijn, \'s middags nog een uur ouder den ruiter worden gestapt. De flauw hellende grasbaau van 1200 Meter wordt telkens opgedraafd of op gegaloppeerd, terwijl naar beneden gestapt wordt. Nu de paarden eerst sedert 14 dagen gereden werden, werd 2 maal opgedraafd en 2 maal op gegaloppeerd, de 2cle galop wat sneller dan de eerste. Het steeds stijgen bij de versnelde gangen schijnt voldoende oefening voor spieren en longen te zijn, zoodat wel meer wordt gedraafd, maar nooit verder dan 1200 M. wordt gegaloppeerd. Door deze vrij sterke eischen aau zulke jonge (3 en 2 jarige) paarden kwamen nooit beengebreken te voorschijn, als nu en dan een hazen-hak; dit schijnt volgens den Heer von Oettingen een ken-

-ocr page 24-

20

merkend verscliijnsel te zijn bij entraineeren op stijgend terrein.

In Newmarket met stijgend terrein en Doneaster met vlak terrein, waar op beide plaatsen zeer veel volbloed paarden in training zijn, komen op de eerste plaats zeer veel, op de laatste bijna nooit liazenhakken voor.

f De ruiters hebben geen sporen aan; iu het algemeen is het aan te bevelen in het begin van de dressnur die nooit aan te doen; hoe menig ruiter is niet in den zadel kunnen blijven, hoe menig paard angstig gemaakt, doordat de ruiter het onwillekeurig met den spoor aanraakte op een oogenblik, dat het paard zich verzette, of uit stalvroolijkheid eenige sprongen maakte. Praktischer zou het daarom zijn, als de remonteberijders losse sporen hadden, die alleen werden aangegespt, als de paarden reeds eenigen tijd zijn gereden.

Ook de Hauptbeschaler worden enkele uren per dag gereden, alleen de volbloedhengst Weltmann wordt gelongeerd; destijds als Sjarige op de renbaan met een zeer zware stang loopende, heeft zijn jockey hem het kaakbeen gebroken; door de hevige, hierdoor ontstane ontsteking is de hengst zoo lastig en angstig geworden in den mond, dat hij niet meer is te berijden.

-j- Aan bet goed verzorgen en geheel poetsen van de paarden dadelijk na het rijden wordt terecht zeer sterk gehecht. Kan 7Ailks bij onze remontepaarden bijna altijd geschieden, te wenschen ware het, dat het ook bij de batterijen zooveel mogelijk plaats vond. Indien de manschappen in het garnizoen daaraan weiden geweud, zouden zij het onwillekeurig bij de manoeuvres ook doen.

Door de enorme beweging eu het vele krachtvoeder blijven de Beberbecker paarden langen tijd eenigszins smal en hoekig eu vertoonen eigenlijk pas op hun 6de jaar hunne volle breedte.

Sedert enkele jaren worden in Oost-Pruisen, en sedert het vorige jaar in K a n n o v e r, wedrennen op de vlakke baan gehoudeu door 4jarige halfbloed Landbeschaler; in

-ocr page 25-

21

Haunovev wordeu zi] daarbij gereden door Officieren van de Rijschool. De Oberlandstallmeister Graf Lemndorïf beveelt deze rennen ten sterkste aan, maar wil ze niet bepaald gelasten, daar niet in elk Landgestüt iemand aanwezig is, die iu staat is het entraineeren der paarden goed te leiden.

De verkoopspaarden worden reeds als jaarlingen bij elkaar gevoegd; als 3\' /, jarigen worden ze opgestakl in ruime stallen met standplaatsen lang 4 M. en breed 1,8 M. Men begint ze dan te rijden, of liever veel beweging te geven onder den ruiter buiten (op dezelfde wijze als de jongste beugsteu) te gelijk met de merries die voor de stoeterij worden aangehouden. Veel meer dan den ruiter instap, draf eu\'galop rustig te dragen eu teugelwijs te worden leeren de paarden niet. Begin Mei beeft de publieke verkoop plaats, tegelijk met die van oude of minder bruikbare veulenmerries eu gebrniks-paarden. Dit jaar werden 38 paarden verkocht, die gemiddeld 1272 Mark opbrachten. Vóór den verkoop worden eerst nog enkele paarden (dit jaar 4) voor den Keizerlijken Marstall uitgezocht.

f De Beberbecker paarden worden door hunne deugdzaamheid overal in Duitschland zeer geroemd; voor Officiersdienstpaarden zijn zij bijzonder geschikt. Wanneer bij ons tot aankoop van Charge-paarden voor de Kapiteins en Luitenants der Veld-Artillerie werd besloten, dan geloof ik dat jaarlijks aldaar te Beberbeck wel 5 a 10 zeer goede, 4 jarige dienstpaarden zouden kunnen gekocht worden voor ƒ GOO a /quot;lOOO die onmiddellijk in dressuur zonden kunnen komen en na 1 jaar konden africhten.

In het geheel zijn in Beberbeck ongeveer 40ü paarden, die voor het landbouwwerk mede gerekend; voor dit laatste worden minder goede veulenmerries, enkele ruins en ook enkele zwaardere, Belgische paarden gebruikt. Alle paarden zijn op niet meer dan 1li uur afstand van liet kasteel, behalve de jaargangen, 1, 2 eu 3jarige merries, die in Saba-

-ocr page 26-

22

burg ziju; de stallen, waarin de jonge paarden alleen komen om gevoerd te worden, zijn ingericht als ouze stallen in het remontedepot. f Voor het schoonmaken van wonden zag ik een zeer eenvoudig raiddel toepassen ; aan een groote trechter was van onderen een caoutchouc slang van 2 Meter leno-te

o --~

bevestigd, de trechter werd gevuld met water, door een man omhoog gehouden, en het andere eind der slang meer of minder dicht gehouden naar gelang van de breedte van den straal, dien men op de wond wilde hebben.

De Heer Von Oettingen wordt in Duitschland als eene autoriteit op het gebied van paardenfokkerij beschouwd, en ik geloof dat men hem wel als een model Landstallmeister kan aanhalen, die groote kennis aan niet te overtreffen activiteit paart; \'s morgens half zes tot \'s avonds na het afvoeren kon men hem steeds bij de paarden zieu; daarenboven is hij een zeer aangenaam persoon, steeds bereid om alle mogelijke inlichtingen te geyeu. Zijne betrekking wordt goed betaald: behalve vrije v/oning heeft hij een traktement van 6600 Mark eu 2000 Mark receptiekosten. Hij draagt de ge-heele verantwoordelijkheid der inrichting, heeft echter voor het landbouwbedrijf iemand aan wien hij bijna alles kan overlaten. Aan veeteelt wordt in Beberbeck niet gedaan, alleen hebben de directeur en velen der beambten het recht om 1 of meer koeien te weiden en te stallen.

Hauplgestüi Graditz.

G r a d i t z ligt met 3 voorwerken R e p i t z, D ö li 1 e n en N e u Bleesern links en rechts van de Elbe op ongeveer 1 uur van T o r g a n (een nader klein station op 1/j uur afstand is Z s c h a k a u). In Graditz worden volbloed en halfbloed paarden gefokt; de volbloedfokkerij is in zijn geheel te Graditz dicht bij het kasteel; de halfbloedfokkerij is in li e p i t z, alwaar de dekhengsten, merries met veulen en de 3 jarige eu oudere guste merries

-ocr page 27-

23

zich bevinden, terwijl men in Döhleu alle jongere jaargangen halfbloed merries en ruins, in NeuBleesern alle jaargangen halfbloed hengsten aantreft.

Vooral dicht aan de Elbe te R e p i t z, waar vele weiden \'s winters overstroomd worden, bestaat de grond uit vrij zware klei.

Een Laiulstallmeister heeft Graditz niet; de Oberland-stalhneister Graai Lehndorfï heeft bij zijne benoeming tot die betrekking dit aan zich behouden, daar hij als schepper van de volbloedfokkerij steeds daarop van nabij toezicht wilde houden; hij woont in het kasteel te Graditz. Be-imlve dat hij hier het toezicht houdt op de stoeterij en ook op het entraineeren der volbloed paarden te Graditz en te H oppegarten (bij B e r 1 ü n), heeft hij ook zijn bureau aan het Ministerie van Landbouw te Berlijn, is belast met het toezicht op de beide andere Hauptgestüte en op de Laudgestüte, wijst alle Lanclbeschiiler mede aan, completeert die door aankoop van 250 per jaar sn zorgt verder voor aankoop van eerste klasse volbloedfokmateriaal in het buiten- of binnenland. Door hem uitgenoodigd om op het kasteel te logeeren, had ik aldaar en later te H o p-pegarten en op de tentoonstelling ruimschoots gelegenheid om van dezen, op paardengebied in Duitschland de grootste specialiteit, alle mogelijke inlichtingen te ontvangen.

Halfbloedfokkevij te Repiti.

Het doel van het fokken van het halfbloedmateriaal is hetzelfde als te B eb er beek, de resultaten zijn echter op het oogenblik op verre na niet zoo goed, daar het gehalte der veulen merries nog al wat te wenscheu overlaat en uien ten gevolge van proeven met verschillende dekhengsten zeer verschillende types er aantreft. Zoo had er nu o. a. gedurende een jaar een Oldenburgerhengst gedekt, waarvan ik enkele veulens zag, die door de weeke, weinig zuivere beeuen on-

-ocr page 28-

24

gunstig uitkwamen bij de andere veel edeler veulens. Die hengst was dan ook reeds weder verdwenen. Voor het dekken der 150 halfbloedmerries, zijn er 5 Hauptbeschaler (2 volbloed en 3 halfbloed) waarvan de volbloed ook nog gebruikt worden voor vreemde eu volbloedmerries van Graditz zelf.

Het raerriemateriaal laat nog al veel te weuschen over, doordat er voor 3 jaar zeer hevig de influenza geheerscht heeft, waaraan vele paarden zijn gestorven of ongeschikt zijn geworden voor de fokkerij; uit de andere Hauptgestüte en door aankoop beeft men zich toen moeten corapleteeren, waardoor men veel middelmatig materiaal heeft gekregen. Ook moeten te R e p i t z veel paarden verkocht worden wegens maanblindheid, wat men ten deele toeschrijft aan de overerving dier kwaal, raaar wellicht ook te wijten is aan het gras van de jaarlijks ouderloopende Elbeweiden; men onderstelt de mogelijkheid, dat in het achterblijvende rivierslijk bestanddeelen zijn, die deze oogziekte veroorzaken. Op onze uiterwaarden langs de rivieren, waarop toch ook veel paarden loopen, hoort men vau die kwaal evenwel niet. Ook te Re pit z rekent men op 80 percent veulens van de gedekte merries. De jonge paarden worden minder gehard opgevoed dan te Beberbeck eu komen \'s nachts steeds op stal.

f Op de weide bij de znigveulens zag men steeds de mest der veulenmerries dadelijk wegnemen, daar men opgemerkt had, dat de veulens van de warme mest eten en daarvan na-deelige gevolgen oudervinden. Ook te Graditz frappeerde weder de zachte omgang met de paarden waardoor allen, jong en oud, even mak waren en men veel moeite had, ze van zich af te honden.

f Vele personen in Beberbeck en Graditz gelooveu aan overerving vau kribbijten; op het oogenblik was er geen enkel paard dat het doet, wel een paar vreemde merries.

Het bestemmen tot Landbeschaler, het aanhouden eu het verkoopen der jonge paarden geschiedt evenals te Be bei-

-ocr page 29-

25

beck. Te G r a d i t z worden in het voorjaar de gereden, tot verkoop bestemde 4 jarige halfbloed paarden, publiek geveild, en iu het najaar (Oct. of Nov.) de S\'/j jarige volbloed. Bovendien is er half Juni nog eene zoogenaamde Krüppelauction, waarop alles wordt gebracht, waarvan men onderstelt, dat het de moeite en kosten van het aanhouden tot het na- of voorjaar niet zal heloonen. Paarden met te lange of lage ruggen zag men hier volstrekt niet, noch bij volbloed, noch bij halfbloed, zelfs niet bij de oude veulen-merries. Voor de merries en ruins wordt bij de halfbloeds, bij duurte van de haver, ook maïs en boonen bijgevoerd; opgestald zijnde, wordt 4 maal, in de weide 3 maal bijgevoerd, waarvoor de paarden op stal komen.

De hoeven waren ook hier zeer goed.

Onder de jonge hengsten zag men zeer zwaar gebouwden met sterke beeneu maar met weinig adel. Dit jaar waren 26 Landbeschaler door de Commissie aangenomen.

De uitstekende volbloed Hauptbeschalers (te G r a d i t z) zelf zouden zeker meer voor de halfbloedfokkerij worden gebruikt, daar sommigen (o. a. diamant) zich daarbij ook uitstekend vererven, zij zijn echter te veel noodig voor vreemde en eigen volbloedmerries.

Door gebrek aan personeel worden de toekomstige Landbeschaler niet gereden, maar alleen gelongeerd.

Dit voorjaar werden 35 een weinig aangereden halfbloed paarden verkocht (ausrangirt) voor gemiddeld 1355 Mark.

f Ongeveer 15 jaar geleden heeft men te Repitz ook een proef gedaan met Normandische paarden. Twintig prachtige merries en een zeer goede hengst werden toen aangekocht. De resultaten zijn echter treurig geweest; meu verkreeg bijna niets als slechte afstammelingen, ook nog toen men die beste merries door halfbloed hengsten uit Repitz en later ook door volbloed hengsten liet dekken, zoodat men moest eindigen met de merries te verkoopen. In D u i t s c h-

-ocr page 30-

20

land kan men van staatswege een proef met Normandische paarden als voor goed geëindigd beschouwen.

f Ook von Oeïtingen zegt: „Opvallend is het gemeener worden der paarden bij kruising met Normandische hengsten, de hengsten van dit ras, die ik zoowel te Chicago als in vele stoeterijen aan het Erie meer en in Californië zag, waren opvallend schoone en edele dieren, die er als sterke volbloed paarden uitzagen; toch waren de afstammelingen leelijk en gemeen met een bijna kondbloed uiterlijk met dikwijls lichte en weinig sterk geteekende (ausdrucks-lose) beenenquot;. Waar men zooveel hoort vau bet slecht overervingsvermogen van deze paarden, is dit eene waarschuwing voor ons land, waar de laatste jaren nogal veel Normandische hengsten zijn ingevoerd, om niel hiermede voort te gaan, alvorens blijkt, dat zij voor kruising met onze paarden op onzen bodem geschikt zijn. Mocht men eventueel tot aankoop van staatshengsten overgaan, dan zou daarop zeker moeten gelet worden.

Volbloed fokker ij te Grudilz.

Zoodra men de stallen binnenkomt valt het oog op de spreuk:

Blut ist der Saft,

Der Wunder schafft.

Aan alles kan men hier zien, dat Graaf Lehndokff sedert 28 jaar daaraan zijn beste krachten heeft gewijd. In 1860 werd hij Landstallmeister van G r a d i t z (voor enkele jaren tevens Oberlandstallmeister) met de opdracht om uit de volbloedmerries van de 3 Hauptgestüte een volbloedstoeterij te vormen. Hoe hij daarin geslaagd is, getuigen de prachtexemplaren, die men te 6 r a d i t z ziet; de grootste tegenstander van volbloed zal daar zeker bekeerd worden. Daar deze staatsvolbloedstoeterij ten doel heeft, het geheele paardenras in Duitse hl and te veredelen en te verbeteren, is

-ocr page 31-

27

niet alleen naar het verkrijgen vau de grootste suellieid gestreefd, maar is bij het fokmateriaal ook streng gelet op goeden, sterken bovenbouw, correcten stand en gang en op sterke beenen. Hengsten voor Hauptbeschiiler, die aan al deze eischeu voldoen, zijn zeer zeldzaam, zij zijn daarom in Graditz zelf nog weinig kunnen gefokt worden, maar zijn meestal voor zeer hooge prijzen van/■ 50000 tot/\'150000 in het buitenland aangekocht. De resultaten op de renbaan en in de halfbloedfokkerij hebben getoond, dat Graaf Lehn-dorfï bij dien aankoop bijna altijd eene gelukkige keuze heeft gedaan.

Men ziet te Graditz volbloed paarden, die men voor sterke half bloedpaarden zou houden. Behalve de beste dekhengsten zijn ook verscheidene eerste klasse veulenmerries in het buitenland aangekocht tot prijzen van zelfs 20000 a 30000 gulden. Alle jonge en oude volbloedpaarden zijn in stallen en op weiden vlak bij het kasteel; de stal van de Haupt-beschaler, de renstal, een groote overdekte rijbaan en een buitenmanège zijn bij elkaar; in een ander gedeelte zijn de stallen met loopplaatsen voor de merries met veulen, en voor de jaargangen gespeende veulens en eenjarigen. Behalve groote stallen met ruime boxen voor de vreemde en eigen veulenmerries zijn er ook in de weiden nog boxen gebouwd. Op elk stuk afgescheiden weiland loopen 2, 3 of 4 merries met veulen rond die daar ook hun boxen hebben. Totaal zijn er nu 58 veulenmerries, waarvan het grootste gedeelte in G r a d i t z is geboren ; deze merries worden gedeeltelijk gedekt door de Hauptbeschaler te Graditz, te B e b e r-beck en Trakehnen en de rest tot verandering van bloed door privaatbengsten. Voor deze laatste categorie moet men zich somtijds zeer hooge dekgelden getroosten: o. a. werden een paar merries gedekt door den hengst Cha-ribert bij D ü s s e 1 d o r f tegen een dekgeld yan 2000 Mark. Een 2 jarige merrie van dien hengst uit eene dure, geim-

-ocr page 32-

28

porteerde merrie, wordt uog dit jaar verkocht. Zij werd niet eens in training genomen; ofschoon geheel gaaf van beenen en goed gevormd zijnde, was zij te licht om voor venlenmerrie aan te houden.

De gespeende venlens zijn in een koppel op de weide bij elkaar, evenals de jaarlingmerries, en komen op stal om bijgevoerd te worden (alleen beste haver en hooi, klaver of liicerue). De jaarlinghengsten hebben alle afzonderlijke boxen, die op grasloopplaatsen uitkomen, welke onderling door latten zijn gescheiden.

Voor de 4 kostbare Hanptbeschaler is een nienwe, zeer practische stal gebouwd met zeer groote boxen ; van boven met tralies, zoodat de hengsten elkaar kunnen zien en beruiken. De vier Hanptbeschaler zijn: Flageolet (Fransche hengst 24 jaar oud) Chamant, (Fransche hengst 20 jaar), Dandin (Fransche hengst 15 jaar) en St. Gatien (Engelsche hengst, 13 jaar), de laatste gestationneerd teHoppegarten Deze 4 hengsten hebben op de renbaan geschitterd en zijn bijna onberispelijk in hun exterieur. Alleen Dandin heeft op de baan in een voorbeen geleden, de anderen hebben nog een zeer correcten stand en zijn geheel zuiver gebleven. Zij worden dagelijks gereden.

f Wanneer men nu hier een hengst van 24 jaar en een van 20 jaar ziet, die beiden als l\'l2 jarigen in training zijn genomen, van af hun 2lt;Je jaar veel op de renbaan hebben geloopen, en 15 a 20 jaar als dekhengst gebruikt zijnde, uog zoo flink en krachtig er uitzien, dan beseft men nog meer het groote gewicht van dagelijksche beweging om dekhengsten lang goed te honden en krachtige nakomelingen te verkrijgen. Dit wordt helaas in ons laud door de heng-stenhouders nog bijna niet erkend; om deze reden acht ik het ook bepaald noodzakelijk, wanneer de Btaat tot aankoop of opfokken van dekhengsten over mocht gaan, zij die ook blijft verzorgen, dus alleen stationneert en niet aan particu-

-ocr page 33-

29

liereu verkoopt; dit toch alleen waarborgt bi] ons het lang goed houden van dekhengsten.

Het maxitnnra dekgeld der volbloedhengsten bedraagt slechts 500 Mark, waardoor zij ook zeer veel merries van particulieren dekken.

Beengebreken ziet men in Graditz bij bet fokmateriaal volstrekt niet; ook hier weert men streng paarden met minder goed gerormde spronggewrichten of met Fransehen stand; hoewel dit laatste, als het in geringe mate voorkomt, de snelheid niet vermindert, wil men paarden die dit gebrek hebben, toch niet aanhouden, daar de volbloedfokkerij voornamelijk aan het fokken vau goed halfbloed ten goede moet komen.

De veulens worden hier en te Repitz allen in het voorjaar geboren. Als If jarigen in het najaar worden alle volbloedpaarden in training genomen, wanneer men meent, dat er een fokpaard of een goed verkoopspaard uit kan groeien. Elk najaar heeft men dus eene lichting If jarigen en eene lichting 2^ jarigen in training; de jarigen zijn dan verkocht of tot fokmateriaal bestemd ; bij uitzondering zijn nog een paar 3^ en 4 jarigen in training.

Graditz heeft zijn eigen, trainer (Mr. Waugh), zijn eigen jockey (Ballantine) en een 20 staljongens voor het rijden en verzorgen der renpaarden. De trainer en jockey krijgen geen vast traktement, maar worden betaald naar liet aantal startende en winnende paarden; de jockey krijgt 50 Mark voor elk paard, dat hij op de baan rijdt en 100 Mark als hij wint, daarbij nog 1000 Mark als hij de Duitsche Derby wint. Hij mag ook voor particulieren rijden, als er geen paard van zijn stal loopt.

In den aanvang van 1894 waren er 52 paarden in training, thans nog 48 waarvan 19 (de beste) in Hoppegarten en 29 te 6 r a d i t z.

Te G r a d i t z heeft men voor het entraiueeren twee zand-

-ocr page 34-

30

bauen, een van 2400 M. en een vau 1000; de laatste voor het probeereu van de li jarige paarden. In Hoppegarten is een zeer groote grasvlakte tot publieke entraiueerbaan ingericht. De trainer en jockey gaan daar iu het voorjaar met de beste paarden heen. Op den duur zou de zandbaan de paarden een te hoogen galopsprong geven eu daardoor hunne snelheid verminderen.

Zoowel te Graditz als te Hoppegarten woonde ik \'s morgens om 6 uur den morgenarbeid bij. De meeste 3 jarigen zagen er als volwassen paarden uit.

De paarden, die in training en op de renbaan slecht voldoen of minder geschikt zijn voor fokmateriaal, worden iu het najaar publiek verkocht, tenzij men meent, dat zij zich uog zullen verbeteren. In het najaar van 1893 werden 13 van deze volbloedpaarden verkocht voor gemiddeld 4290 Mark; de merries mogen niet naar het buitenland uitgevoerd worden.

In den renstal zag ik o. m. 2 practische tuigdeelen; om te voorkomen dat de zeer jonge paarden de deken verscheuren, gebruikt men bij paarden, die dit probeeren, een breed stuk leder met ongeveer in \'t midden een kap en stoot; dit stuk leder sluit achter otn den mond tot aan de neusgaten, en wordt met de kap eu stoot vau voren vastgemaakt aan den neusriem van den halster; het paard kan er mede eten, maar kan niet bij de deken komen; verder staat het geheel vrij, wat niet het geval is bij een stok, die men aan den dekeu-singel en den halster vastmaakt. Om het lostrekken of verscheuren van zwachtels aan de beenen te voorkomen, had men daarover een leeren lap, met kleine spijkertjes er op bevestigd ; na een paar maal den neus gestooteu te hebben tegen die spijkertjes geneest eeu paard van die verkeerde gewooute.

In het geheel zijn in de stoeterij te Graditz (volbloed en halfbloed te zamen) gemiddeld 600 paarden.

-ocr page 35-

31

Hertogelijk Brunswijksch Hauptgeslüt.

Deze stoeterii ligt op eeu kwart uur afstaads vau liet station Harzburg aau den voet van het Harzgebergte. De stoeterij behoort aau den Regent van Brnnswijk, thans Prins Albrecht van Pruisen. Het geheel is ongeveer 100 HA. groot, bijna geheel — een klein deel is bestemd tot park — uitstekend weiland met kalkachtigen bodem.

De Oberstallmeister van den Prins is tevens belast met het toezicht op de stoeterij; deze woont er echter slechts een paar maanden in het jaar, zoodat de Gestütmeister Hofjsi.te er bijna alles regelt.

Er worden volbloed- en halfbloedpaarden gefokt, de halfbloed voor den Marstall van den Prins; voor dit doel worden ook nog veulens of jaarlingen in üui tsch lan d aangekocht, daar men de opvallend groote paarden, die de Prins als rijpaarden voor zijn taille noodig heeft, daar niet genoeg kan fokken. Voor de halfbloedfokkerij heeft men 3 halfbloed-hengsten en 15 halfbloedmerries. Een 24jarige halfbloed-hengst Exellenz, bewijst er nog zeer goede diensten. Van veel beteekenis is de halfbloedfokkerij er niet. Van des te meer belang is er echter de volbloedfokkerij. Op het oogen-blik heeft men daarvoor 2 zeer kostbare dekhengsten; Kisber 21 jaar oud, maar nog in zeer goede conditie, die voor 500 Mark dekgeld ook nog verscheidene vreemde merries dekt, en Gouverneur, een \'t vorige jaar in Frankrijk aangekochte dekhengst, die zoowel op de vlakke als op de hin-dernisbaan uitgemunt heeft. Beide hengsten zija sterk gebouwd en hebben een zeer goed exterieur. De dekhengsten

d o

worden dagelijks gelongeerd, door gebrek aan geschikt personeel echter niet gereden.

Verder heeft men er 34 volbloedmerries, waaronder verscheidene van hooge waarde, de meeste in het binnen- en buiten land aangekocht, slechts weiuige in de stoeterij geboren. Dit

-ocr page 36-

32

komt doordat, er geeu volbloedpaarden wordeu opgefokt, maar alleu als jaarlingen publiek wordeu verkocht; alleen als een in de stoeterij geboren merrie getoond beeft een renpaard van goede klasse te zijn, wordt zij later somtijds terug gekocht. Een uitzondering is de beroemde merrie Kupiua, die uooit op de baan geloopeu heeft, en in haar exterieur niets bijzonder aantrekkelijks heeft; een kleine, diepe bruine merrie met steile achterbeenen ; door het zeer sterk doortreden in de kooteu, wat zonder bekende reden langzamerhand is gekomen, zijn de spronggewrichten geheel recht geworden. Die merrie is een goudmijntje voor de stoeterij, jaarlijks brengt zij een prachtig veulen ter wereld ; ook nu weer zag ik er een uitstekend voshengstveulen bij (het 7lt;1|!) en verder nog een even goeden jaarlingheugst; van de 7 veulens was er slechts één merrie. Totaal brachten haar 5 veulens bij verkoop al meer dan 100,000 Mark op, en \'t is zeer waarschijnlijk, dat voor de 2 nu oog aanwezige ook 15,000 a 20,000 Mark zal betaald worden.

Daar de veulenmerries steeds worden aangekocht zal men in deze stoeterij nooit eenzelfde type krijgen; goede afstamming en eene goede rencarrière leggen meer gewicht in de schaal, dan het exterieur.

De inrichting der stallen en weiden en de opvoeding is ongeveer als die van de volbloedstoeterij te G r a d i t z, maar op veel eenvoudiger, hoewel toch practischen voet. Gehard wordeu de jonge paarden niet veel, ze komen \'s nachts alleu op stal. Daar geheel gewerkt wordt op den verkoop der jaarlingen, wordt aan deze en aan de veulens sterk haver bijgevoerd; bij eene uitstekende weide, waarop de jaarlingen om beurten de helft van den dag rondloopen, krijgen zij dagelijks nog zes Kilo haver. Zij zagen er allen zeer edel uit en waren in uitstekende conditie. Men had dit jaar en \'t vorige jaar weinig merries drachtig gehad, zoodat er nu van de 34 mirries slechts 16 veulens

-ocr page 37-

33

en 17 jaarlingen waren, van de laatste echter 13 hengsten.

Als volbloedstoeterij voor bet fokken vau renpaarden zal Harzbnrg steeds een eerste plaats blijven innemeu.

Remonteering en remonte depot le Barenklau.

In Duitschland heeft men voor toezicht op de remonteering en op de remonte-depots een kolonel of Generaal, die deu titel van Remonte-Inspecteur draagt, en rechtstreeks onder het Ministerie van Oorlog staat. De aankoop van reinontepaarden geschiedt door 5 remoute-commissiën, voornamelyk op de remonte-markten en bij groote fokkers, ook wel bij hen aan huis. Bijna alle paarden worden thans op 3 jarigen leeftijd gekocht en gaan dan 1 jaar naar de remonte-depots; dit zijn evenals de Hauptgestüte groote landbonw-inrichtiugen, die gelegenheid geven tot doelmatige opvoeding van paarden. Aan het hoofd staat een burger met den titel van Amtsrath, terwijl behalve de remonte-inspecteur op elk remonte-depot ook een der presidenten van de aankoopscommissiën het toezicht heeft. Die presidenten zijn echter allen buiten den aankooptyd in Berlijn, en hebben dus een gemakkelijk leven.

Tegen het einde van Juni gaan alle paarden naar de regimenten y en vóór liet einde van Augustus moeten alle nieuwe remontepaarden zijn aangekocht. Wanneer mettertijd een grooter aantal remontepaarden in ons land kan gekocht worden en het ras constant genoeg is, dat men in \'t voorjaar 3 jarige paarden kan koopen, zal het wenschelijk zijn ook bij ons den najaarsaankoop te staken; alsdan kunnen tegen liet einde van Juli wel alle paarden zijn gekocht, dus kunnen ze allen ongeveer 1 jaar in het remonte-depot blijven. De gemiddelde remonteprijs in Duitschland is nog geen 900 Mark ; daar echter vele kleine cavaleriepaardeii worden gekocht voor 500 a 600 Marlt, kan voor de beste artillerie- en kurassiers-paarden tot 1500 a 1(300 Mark worden besteed.

3

-ocr page 38-

34

Het remonte-depot Barenklau ligt op ruim l uur vau het station Orauiënburg, 1 uur sporen ten Noorden van B e r 1 ij n aan den spoorweg naar Stralsund.

Er zijn ongeveer 600 paarden ia 5 verschillende voorwerken. De bodem is vruchtbare zandbodem, en hier en daar wat lichte kleigrond. De inrichting voor de stallen met de daaraan verbonden loopplaatsen is ongeveer als in Mill i-g e n, echter met veel minder zorg onderhonden. In eiken stal is een afdeeling van slechts 15 paarden, die ook bij het voeren losloopen; beter ware het zeker ze alsdan vast te zetten. Het stroo en hooi worden meestal geheel door de 2000 Hectaren groote boerderij geleverd, haver moet veel aangekocht worden. Op de weide komen alleen reconvalescente-paarden, trouwens zonder bijvoeren zijn de weiden aldaar niet voldoende. Wel krijgen de nieuw aankomende remonten, op eene kleine weide loopende, de eerste weken groen voer; ook worden veel gewone en gele wortels bijgevoerd.

Sedert een paar jaar heeft men bij alle remontedepots dicht bij de stalleu ovaal- of cirkelvormige loopplaatsen gemaakt zonder scherpe hoeken.

Te Barenklau had men bij elk voorwerk van -j- 120 paarden zulk een omheinde grasbaan 12 Meter breed en 800 Meter lanac met eeu kleine hoogte- en een breedtehindernis er in. Telkens wordt eene afdeeling van 15 te gelijk in die loopplaats gelaten; de paarden verdringen elkaar al om er in te komen, en vliegen in sterken galop achter en naast elkaar de geheele loopplaats eenmaal om, eu worden daarna dadelijk ongeveer \'/j uur op stal gebracht. In Barenklau wordt door de paarden 750 Meter in de minuut afgelegd. Jageu is geheel onnoodig, van het begin tot bet eind trachten alle paarden zoo hard mogelyk te gaan, meestal met dezelfde paarden aan het hoofd. Kwetsuren door optrappen of vallen komen bijna nooit voor, ook lijden de beeneu dei-paarden er niet door. Driemaal in de week doen de paarden

-ocr page 39-

35

dezeu galop; of het raadzaam zou ziju het elkeu dag te doeu, betwijfel ik. De paardeu waren iu eeue goede, harde conditie. Het dagelijks, een paar uur iu stap en in draf drijveu, wat hier niet geschiedt, acht ik echter uoodig. f Naar mijne meeniug, zou het aanbeveling verdienen ook te M i 11 i g e n dergelijke loopplaatsen met sterk afgeronde hoeken voor het galoppeeren der paarden te maken; de galop is toch ontegenzeggelijk de beste oefening voor longen en spiereu. 800 Meter schijnt my lang genoeg te zijn; bijna alle paardeu proestten onmiddellijk na den galop af ten teekeu, dat zij juist genoeg gedaan hadden. Men zorge vooral, dat zij na den galop niet dadelijk kunnen drinken.

Het gehalte der paardeu was in dit remonte-depot bepaald minder dan dat der onzen, alleen zalt;gt;quot; ik enkele zeer goede

- o o

Holsteinsehe en liannoversche artilleriepaarden; de meeste paardeu waren in P o m m e r e n en Brandenb u r g gekocht, waar de paardenfokkerij nog pas iu haar opkomst is; vooral de lichtere rijpaarden waren erg min.

Onze tegenwoordige opvoeding der nieuwe remonte, nl. een paar maanden op goede weiden en daarna te M i 11 i g e n, acht ik beter dan de Duitsche.

.Een aanbevelingswaardige maatregel schijnt mij de bepaling toe, dat de remonteafdeeliug op verzoek uil de remonte-depots 3| jarige merries aan particulieren kau afstaan voor lokmerries; de kooper betaalt alsdan deu inkoopsprijs j trans-port- eu voederkosten, en moet de merrie 6 jaren achtereen aan de remonte-aaukoopscouimissie vertoonen, zoo mogelijk met bijloopend zuigveulen. De merrie moet door een volbloed-of edelen half bloedheuijst worden gedekt, eu worden de af-

O o lt;

stam melingen niet voor de fokkerij bestemd, dan moeten zij op hun S*!quot;5 jaar aan de remontecommissie te koop worden aangeboden.

Waarschijnlijk door al te veel bezwarende voorwaarden, wordt van dezeu maatregel weinig gebruik gemaakt, f Het

-ocr page 40-

36

schijnt mi] toe, dat op deze wijze voor billijken prijs door fokkers hier te lande uit de in I e r 1 a n d aangekochte ar-tilleriepaardeu goede fokinerries zouden kunnen uitgezocht worden. Maakten de fokkers hun verlangen hiervoor kenbaar, dan zonden de paarden met die bestemming gekocht kunnen worden eu op wat hooger drafactie en goede afstamming meer speciaal gelet kunnen worden.

Keizerlijke Mardall te Potsdam.

Na voorafgaande correspondentie had de Heer Punznkk, Leibstalimeister ties Keizers, mij uitgenoodigd de paarden des Keizers te P o t s d a m te komen zien, waaraan ik volgaarne gevolg heb gegeven. De Heer Plinznkr is belast met de dressuur, verzorging enz. van alle rijpaarden, zoowel te P o t s-d a m als te B e r 1 ij n; tot het vorige jaar was met de rijpaarden te Berlijn een Majoor belast. De Oberstallmeister, Graaf Wkokll, heeft het toezicht over alle paarden, totaal 300 (ry- en tuigpaarden).

De stallen zelf zijn ruim en practisch ingericht.

De Heer Plinzneu reed mij zelf een drietal paarden buiten voor, en vertoonde mij daarna in de binnenmanege nog eeue klasse van G jonge paarden (één jaar in dressuur), en eene klasse van 6 afgerichte paarden. De paarden gingen bepaald zeer rustig eu goed; het viel mij op, dat de jonge paarden bij zeer lage stelling met het hoofd, allen met het hoofd achter de loodlijn liepen, ééu zelfs bijna met den mond tegen de borst; de paarden waren echter goed aan denteugel, hadden goede beenzetting en kwamen van achteren goed mede. Ook van de afgerichte paarden zag ik bij geen enkel paard de hoofdstelling van het verzameld rijpaard; zij gin-geu niet hooger dan met den mond ter hoogte van het midden van den schouder. Toch waren die paarden zeer licht wendbaar, gingen allen met eene lichte aauleuniug aan den teugel en goede rugwerking, een zeer korten verheven galop

-ocr page 41-

37

en met lichte hulpen eeu balauceerdraf. N.i dit gezieu te hebben, geloof ik dat, het beter is, dat wij niet trachten om voor onze artillerie-rijpaardeu eene hoogere hoofdstelling dan de hiergenoemde (overeenkomende niet die bij ons verzameld trekpaard) te verkrijgen.

De Heer Pi.inzner zeide mi), dat hij zeer veel succes had niet zijn bijbrengen der paarden en bewerking van de ach-terhand in opgewekten stap met als \'t ware drafachtige passen der achterbeeueii (hij bespreekt dit o. a. op bl. 48 van zijn laatste werk. »Wie ist die Beizanniung des Pferdes zn erhalten,quot; de 2 daarin voorkomende moment photographiën stellen den Heer Plinzneu voor).

Op mijne vraag, of het voor ouze weinig geoefende ruiters geen gevaarlijk werk was, en licht den stap der paarden kou bederven, antwoordde hij, dat hij het tegenovergestelde dacht, dat het juist het verkrijgen van een mimen stap zeer bevorderde.

Zijne resultaten met volstrekt niet uitstekend materiaal zijn ongetwijfeld zeer groot; men vergete echter niet, dat bij niet eeu tiental door hem zelf opgeleide, zeer goede ruiters 2 jaar dressuur voor zijne paarden rekent; aan zijne ruiters kan hij het overlaten, dat elk geheel individueel in den (jany en hel tempo, dat zijn paard het best past, geleidelijk voortwerkt. Commando\'s hoort men dan ook niet, alleen het van hand veranderen wordt aangegeven.

Waar men, zooals bij ons, zeer weinig goed bruikbare re-luonteberijders heeft en groote klassen, moet men wel de geheele klasse in den/elfden gang en hetzelfde tempo laten rijden, en zal men zich steeds met veel bescheidener eiseheu moeten tevreden stellen.

Tenloondelling van de Deutsche Lcuulwiiischajtikhe Gesellschaft te Berlijn van (3-11 Juni

Voor 10 jaar werd de groote Duitsche Landbouwnmatschappij die nu reeds ruim 10,000 ledeu telt. opgericht met het doel

-ocr page 42-

38

werkzaam te ziju voor tie belangen vau deu landbouw in geheel Duitschlan cl en jaarlijks eene groote nationale teatoonstelllug te honden. Dit jaar had deze van 6—11 Jnni plaats in het Zuid-Oosten van Berlijn in het Trepowerpark, eeue uitstekende gelegenheid met groote grasvlakten en mooi hout. Zij werd geopend door den voorzitter, Prins Heinrich van Pruisen.

Ongelukkig werkte het weêr het succes der tentoonstelling sterk tegen ; dug op dag regen, waardoor het terrein de paar laatste dagen hier en daar op een modderpoel begon te gelijken. Hoe groot de belangstelling ia Dnitschland is voor alles wat landbouwzaken betreft, blijkt tiib het enorme bezoek van de tentoonstelling; niettegenstaande het zeer ongunstige weêr, en het ver afgelegen tentoonstellingsterrein (20 minuten sporen van het midden der stad) bezochten haar op Zaterdag 9 Juni ruim 38000 en op Zondag 10 Juni rnim 51000 betalende personen, de andere dagen was het minder, maar toch nog een onverwacht groot getal.

Wat de afdeeling paarden aangaat, zoo was het fokmateriaal hoofdzaak, en waren daarvoor aan premiën ruim 30000 Mark uitgeloofd, terwijl voor de gebruikspaarden (concours voor rij- en tuigpaarden) alleen medailles waren te verkrijgen. Dit concours van gebruikspaarden kan buiten beschouwing worden gelaten, daar behalve een 30 paarden van een paarden-haudelaar, die volstrekt niet uitblonken, bijna geen paarden waren ingeschreven. Des te belangrijker was echter het ingezonden fokmateriaal ten getale van ruim 500 paarden. Deze waren verdeeld in 2 hoofdgroepen: a; edel, warmbloedslag tot gebruik in snelle gangen, b: zwaar koudbloedslag.

Groep Cl was weder verdeeld in c: licht rij- en wagenslag, en d: zwaar rij- en wagenslag, welke beide categorieën weer in klassen voor hengsten en merries van verschillenden leeftijd waren gesplitst,tr#\'oe/} b was nog verdeeld in e: Belgisch-Fransch slag en /quot;: alle overige zware werkpaarden (Sleeswijksche,

-ocr page 43-

39

Norische, Olydesdaler, Shires, Snffolks, Lgt;euen euz,) welke beiden ook weer in verschillende klassen waren gesplitst.

Verder waren door het Ministerie van Oorlog ingezonden 16 reniontepaarden uit de remonte-depots, 24 afgerichte rij-paarden, eu een met 6 paarden bespannen stuk van eeue rijdende batterij, en door het Ministerie van Landbouw, 4 driejarige hengsten uit het Landgestüt Celle, in Hannover van particulieren aangekocht, 5 idem, uit het Landgestüt te G u d w a 11 e n, aangekocht in O o s t-P r u i s e n, en 4 koudbloedhengsten uit het Landgestüt te W i c k r a t h, aangekocht iu de K, ij n p r o v i n c i e.

Uit liet tentoongestelde uit bijna alle deelen van D u i t s c h-1 a n d zoowel van de edele paarden als van de zware werkpaarden, bleek hoe systematisch de laatste jaren in D u i t s c h-1 a n d, de paardenfokkerij plaats heett.

De paarden waren geplaatst in goede, overdekte, houten stallen met boxen eu standplaatsen. Op het gras voor de tribunes was een groote afgeheinde ring ( 60 M. lang en 25 M. breed) eu daarnaast een paar kleinere; allen voorliet voorbreugen eu het keureu van de paarden; in den kleinen ring werden de collecties reeds bij elkaar gesteld, die daarna in den grooten ring voor het publiek voorgebracht werden. Het keureu was den 2den dag \'s morgens geheel afgeloopen men begon daarmede reeds \'s morgeus om 7 uur : het geschiedde zeer kalm, zonder eenig opmonsteren , zoodat men de natuurlijke gangen goed kon beoordeelen, door 2 keurmeesters met een derden als reserve; nooit mocht er een zweep meegebracht worden in den ring, eu alleen indien een paard iu \'t geheel niet wilde loopen, mocht het wat aangejaagd worden. Dit kwam trouwens bijua uiet voor, daar blijkbaar paarden en geleiders te huis goed geoefend waren iu het monsteren. De Oost-Pruisische en Holsteinsche knechts waren werkelijk meesters in hun vak. Voor gemakkelijk overzicht had elke vereenigiug of groot fokker, die meerdere paarden

-ocr page 44-

40

had ingezoudeu, den geleiders een kenmerkend pak of sjerp en baud om de pet van bepaalde kleuren aangedaan.

Op den adem werd niet anders gekeurd dan door aan de de band mousteien, dit was dus zeer onvoldoende

®en vii] gioot aantal militairen was de keuringsconimissie behulpzaam en traden ook als geleiders van paarden en rundvee iu den ring op, wanneer geheele collecties moesten voorgebracht worden, waarvoor de inzenders geen personeel genoeg hadden; dit laatste geschiedde dagelijks gedurende enkele men alsook het voorrijden der afgerichte troepenpaarden en het aangespannen stuk.

De conditie der tentoongestelde paarden was zeer goed; doordat in de voorwaarden der keuringen er op was gewezen, dat opgemeste paarden ongunstig zouden beoordeeld worden, zag men die ook in \'t geheel niet.

Van de categorie a: edel, warmbloedslag tot gebruik in snelle gangen, zullen wij alleen de inzendingen uitHolstein, Hannover en O 1 d e n b u r g meer uitgebreid beschouwen, zijnde die voor het grootste gedeelte van ons land van het meeste belang, daar in die streken een sterk edel tnig-paard gefokt wordt, dat voor zoover de beide eerste landstreken betreft somtijds ook nog geschikt is als rijpaard voor zwaar gewicht. Wel waren de groote inzendingen uit O os t-Pruisen zeer belangrijk, maar zelfs in het zwaardere slag miste men door de sterke kruising met volbloed de knieactie, die voor ons handelspaard bepaald noodzakelijk is. De inzendingen uit West-Pr nisen, Brandenburg en P o ra m e r e n, waar de laatste jaren veel fokmateriaal uit Holsteiu wordt ingevoerd, getuigden van de ernstige pogingen, die men aldaar in het werk stelt, om het paardenras te verbeteren. In liet zuidwesten van Holstein en Hannover legt men zich speciaal toe op het fokken van een edel, krachtig tuigpaard met sterke beenen en, ruime gangen, dat zoo mogelijk tegelijk in zich de eigen-

-ocr page 45-

41

schappen van een zwaai\' rijpaard vereenigfc; in Oldenbnrg fokt men in hoofdzaak (alleen tuigpaarden) in dezelfde richting; door bodem en opvoeding zijn die paarden echter minder edel en weeker. Waar in H o 1 s t e i u eu Hannover aan inschrijving in de stamboeken de grootste zorg wordt besteed en nifn streng toeziet, dat met opgaaf van afstamming geen bedrog kan gepleegd worden, is het in 0 1 d e n-b u r g volstrekt geene uitzondering, dat men bij aankoop van veulens mag kiezen uit de verschillende geboortebewijzen, zoodat men weinig of niets aan de opgegeven afstamming vao het jonge fokiuateriaal kan hechten. Gelukkig is sedert een paar jaar hierin verbetering gekomen. Ook moet men het toejuichen, dat sedert dit jaar de hengsten bij de verplichte keuring streng op cornage worden onderzocht, wat hoog noodig was, daar dit gebrek in O 1 d e n b n r quot;• veelvuldig voorkomt.

O O

Te Rode u k i r c h e n is voor dit onderzoek een groot steenen gebouw (zoogenaamde Longirhalle) gesticht.

De Holsteinsche paarden hadden van de paarden uit de

3 genoemde streken op de wereldtentoonstelling te Chicago verreweg het meeste succes. Ook nn te Berlijn verwierven zij wederom de meeste premies eu onderscheidingen: 81 tentoongestelde paarden toch kregen niet minder dan 4(5 prijzen en aanbevelingen; waaronder 4 siegerprijzen (het beste paard in eenige klassen te zamen) 15 eerste, 12 tweede,

4 derde, 4 vierde prijzen en 7 aanbevelingen.

Voor kruising met ons Nederlandsch paard (behalve het zware werkpaard) geloof ik dat het Holsteinsche paard zich beter eigent dan liet Hannoversche (dat in model veel overeenkomst er mede heeft, wellicht nog meer constantheid heeft maar door veel kruising met volbloed wat minder hooge knieactie) en veel beter dan het tegenwoordige Oldenburgsche paard, dat te week en over het algemeen ook te groot is. Eene reis in Juli naar Holstein en in Auaustus naar

-ocr page 46-

42

Oldenburg gemaakt tot aankoop van fokmuteriaal voor de provincie Groningen, heeft mi) nog meer in deze meening versterkt. Toch moet ik erkennen, dat ik nog nooit zulk eene goede collectie van 30 Oldenburgsche paarden bij elkaar gezien heb, als hier te B e r 1 ij u. Wijseliik had men de zeer grocte, zware paarden thuis gelaten en het edelste middelslag gezonden. Toch gaven vooral de beenen een veel weeker indruk dan die van de Holsteinsche en Hannoversche paarden en dit gebrek zal, vrees ik, voortdurend blijven bestaan, al kan men van de sedert 2 jaar ingevoerde harddraverijen van fokmateriaal eenige verbetering verwachten. De zware kleibodem, waarop de jonge paarden zonder eenigea arbeid (men heeft er bijna geen bouwland, het grootste gedeelte is weiland) worden groot gebracht, zal wel steeds zijn nadeeligen invloed op de deugdzaamheid der paarden doen gelden.

De 81 tentoongestelde Holsteinsche paarden waren allen geboren in het gebied van de Vereeuiinng ter bevordering

cj o n o cj

der paardenfokkerij in de Holsteinsche Marschen, behoorden aan leden dezer vereeniging en waren door liet bestuur uitgezocht. Alle driejarige en oudere hengsten en merries waren door de Rijks- en vereenigingskeuringsconunissiën voor fok-paarden geschikt verklaard en in het Holsteinsche stamboek ingeschreven; de jongere waren afkomstig van goedgekeurde en ingeschreven ouders.

Deze groote collectie uit H o 1 s t e i n vertegenwoordigde bijna geheel eenzelfde type, een zeer edel tuigpaard (sommigen ook zwaar rijpaard) met zeer ruime gemakkelijke gangen en vrij veel knieactie. De 2 collecties (elk van 6 paarden) 3 jarige paarden, die mededongen als aanstaande remonte-paarden en daags na de tentoonstelling aan de remontecommissie te koop moesten aangeboden worden, muntten ook bepaald uit; gemiddeld is daarvoor ruim 1200 Mark betaald. Verreweg do meeste en de beste artilleriepaarden worden in Holstein en Hannover gekocht, totaal zt 1200; prijzen

-ocr page 47-

42

van 1000—1500 Mark /ijn daar volstrekt geen uitzonderingen.

[li Hannover speelt het Landgestüt Celle met zyn 235 staatshengsten (waarvan 17 volbloed) die meer dan 12000 merries dekken, een hoofdrol. In de Regiernngsbezirke L line b u r g en Stade wordt verreweg het meest gefokt en ook ongeveer het soort wat voor ons land zou passen (iets meer knieactie is gewenscht); in het eerste zijn alleen 70, in het laatste 120 staatshengsten nit Celle gestationneerd; in Oost-Friesland (district Au rich) 7 in Oldenburg (als niet behoorenda tot het koninkrijk P r u i s e n) rjeen. In de Holsteinsche Marschen, die zich uitstrekken van W e-del bij Hamburg in het zuiden, tot de monden van de Eider in het Noorden (dus de Zuidwestkust van Holstein) fokt uieu bijna geheel met hengsten van particulieren en vereenigingen. Het fokken wordt zeer systematisch bedreven Behalve de voorgeschreven verplichte rijkshengstenkeuring heeft men er nog merriekeuringen, keuringen voor jonge hengsten en merries voor aanhoudingspremiën, en keuringen voor het stamboek, waarvan dit jaar de 3l\'e aflevering met ISo. 4140 als laatst ingeschreven paard is verschenen. Men is niet van plan het stamboek ooit te sluiten, zooals dat voor volbloed, hackneys enz., steeds zal elk paard op zijn jaar gekeurd moeten worden voor opname; alleen bij uitvoer naar het buitenland kan bij nitzondering een paard jonger opgenomen worden; men heeft dit bepaald met het oog op den handel met A m e r i k a, waar men zeer sterk aan deze stamboekbewijzen hecht.

Behalve de genoemde groote Vereeniging in de Holsteiner Marschen bestaat er nog eene oiuler-vareeniging tot aiinhou-ding der beste hengsten; die vereeniging krijgt jaarlijks 2000 Mark subsidie van den Staat en koopt verder uit eigen middelen enkele uitstekende hengstveulens, jaarlingen of 2 jarigen, fokt die op en stationneert ze later als dekhengsten; voor de allerbeste heugstveulens wordt 500 - 1000 Mark be-

-ocr page 48-

44

tuald, voor dezelfde kwaliteit eenjarige hengsten 1000—1500 Mark. Het bestuur sprak als zijne lueening uit, dat uit 10 beste hengstveulens in H o 1 stei n 5 goede dekhengsten groeien ; als dat waar is, dan zijn de prijzen der veulens en jaarlingen niet te hoog. Voor de provincie Groningen /Allien dit jaar voor het eerst in Holstein een drietal hengstveulens of jaarlingen worden gekocht, om later publiek geveild te worden ; brengen zij voldoende op, dan zou men er no»*

1 r?

meer kunnen koopen.

Alle fokmerries worden in Holstein voor het iandbouw-werk of het rijtuig gebruikt, terwijl de veulens op hun 2i|3e jaar ook beginnen lichten veldarbeid mede te doen; uit deze goede opvoeding, gepaard met strenge keuze van edel fok-materiaal verklaart men de constantheid, die men iu een betrekkelijk kort tijdsverloop iu dit ras heeft verkregen.

Jammer dat de keuringen op cornage nog alleen in twijfelachtige gevallen plaats hebben; het schijnt dat dit gebrek er bijna niet voorkomt. Toch zeide mi) de actieve en bekwame president van het bestuur, de Heer G. Ahsbahs, dat ook daaromtrent spoedig wel bepalingen gemaakt zouden worden Het genoemde bestuur regelt niet alleen de geheele fokrich-ting, maar heeft zich ook gevormd tot permanent bureau voor verkoop van fok- en gebruiksmateriaal. Richt men zich tot hen, dan wordt steeds van te voreu nagegaan waar het gewenschfe te koop is, eu gaat desgevraagd een lid van het bestuur mede, om alle mogelijke inlichtingen omtrent afstamming enz. te geven ; commissieloon of reiskosten worden daarvoor nooit in rekening gebracht.

Ten einde het jongere geslacht nog meer tot bekwame paardennienschen te vormen, is te Elmshorn (een uur sporens ten Noorden van Hamburg) een Pahr-nnd Reit-schule met stallen in aanbouw; deze inrichting kost ongeveer 90000 Mark, waarvan de stad Elmshorn de helft heeft bijgedragen, terwijl de rest door leden is bijeengebracht.

-ocr page 49-

45

Het, doel is bet geveu vim een clrieraaandeliikschen cursus nan zoons van leden, in het paard- en van den bokrijden, in paardenkennis en verzorging van paarden. Tevens wordt bet een verkoopplaats voor paarden van leden, die voor li Mark per dag. fonrage er ouder begrepen, er bun paarden knn-nen been zenden, om daar aangereden te worden onder den zadel en in bet tuig. De leerlingen wonen in de stad, maar moeten zelf de gebeele verzorging der paarden op zicb nemen, zoodat men raet een niiuimnm van stalknecbten meent te kunnen volstaan. Een paar geschikte Instructeurs (stallmeister) is ongeveer alles wat men aan personeel denkt noodig te hebben, daar het bestuur van de vereeniging de gebeele leiding op zich neemt.

De president, de Heer G. Ausbaus, is door eigen jarenlange ondervinding een groot voorstander van de behandeling van ziekten en kreupelheden bij paarden zonder andere geneesmiddelen dan zuiver water tot opwekking van voch-tiyre warmte door vochtige linnen zwachtels met wol over-

o o

dekt, in de meeste gevallen gepaard aan massage. Na deze zoogenaamde ,,Naturgemasse Heilung ohne Anwendung von Arzneiquot; bij verwondingen ot kreupelheden bij mijn eigen paarden sedert 8 jaar steeds te hebben toegepast, geloof ik er ook onvoorwaardelijk aan. Deze geneesmethode nu zal ook aan die nieuwe inrichting te Elmsborn worden toegepast en daardoor zeker nog grooter toekomst krijgen dan zij nu al bad.

Na al bet hier aangevoerde vermeen ik, dat mocht men in ons land tot aankoop van staatshengsten overgaan men in de eerste plaats aan Holstein zal moeten denken, om aldaar te trachten lste klasse fokmateriaal te koopen.—■

Ook ouder de 100 paarden vau zwaar kondbloedslag, zooals bij ons in een deel van Zeeland en in Limburg worden gefokt; waren op de tentooustelliug zeer schoone exem-

-ocr page 50-

46

plareu, die aantoouden, dat ook in deze richting Duitsch-laud reeds in zijn eigen behoefte kan voorzien.

Voor do remonte paarden uit de depots had men natuurlijk goede uitgezocht; zij werden door militairen aan de hand iu stap en in draf voorgebracht. De 24 paarden van verschillende Garde cavalerieregimenten werden uitstekend voorgereden, eu werden, zoowel als de bespanning rijdende artillerie, dagelijks luide toegejuicht, De cavaleriepaardeu gingen in stap, draf en galop in colonne en afzonderlijk rijdende, zeer kalm in een goed tempo eu waren ook na het uitstrekken van den galop zeer gemakkelijk te pareeren. Het moesten nog niet geheel afgerichte paarden voorstellen, ook werd één er van nog op trens gereden; het bevreemde mij echter, dat de meesten ouder dan 6 jaar waren, enkelen zelfs 9 en 10 jaar.

Uit vorenstaande korte beschrijving blijkt voldoende dat deze tentoonstelling zeer leerzaam was voor een ieder, die iu de paardenfokkerij belang stelt, en f dat het zeer nuttig is, wanneer velen onzer fokkers eu personen, die zich ambtshalve met onze paardenfokkerij moeten bemoeien, de tentoonstellingen der Duitsche Laudwirtschaftliche Gesellschaft bezoeken. De negende tentoonstelling wordt iu het volgende jaar te Keuleu gehouden, zoodat de afstand dan weiuig bezwaar oplevert; voor het jaar 1894 —1895 is de Prins von WiJiu tot voorzitter van de vereeniging benoemd.

f Dit jaar heeft zich te \'s G r a v e n h a g e eene vereeniging gevormd tot bevordering van de paardenfokkerij iu het geheele land, met het plan jaarlijks eene internationale tentoonstelling van fokmateriaal en gebruikspaarden te houden te Scheveuiugeu ; door onvoldoenden tijd van voorbereiding kon in 1894 daarmede nog niet begonnen worden. Het is te hopen, dat \'t volgende jaar de eerste tentoonstelling zal plaats hebben, ruim gesubsidieerd door de regeeriug boven de ƒ 40,000 die nu reeds jaarlijks tot bevordering van de paardenfokkerij

-ocr page 51-

47

worden gegeven en die hoog noodig ziin. Wanneer dan alle provinciën eene collectie van hare beste paarden wilden inzenden, dan zon men misschien uit die betrekkelijk weinige exemplaren nog p;een getrouw beeld krijgen van den toestand der paardenfokkerij, maar men zou tocli kunnen nagaan in welke richting men wenscht te fokken. Ook zou er veel leering zijn te trekken uit de vergelijking van ons paardenras met dat in andere lauden en zon men tevens gelegenheid hebben goed buitenlandsch fokmateriaal aan te koopen.

Schier monn ikooy.

f Op de tentoonstelling te Berlijn maakte ik kennis met den tegenwoordigen eigenaar vau hel eiland Schiermonnikoog, een zekeren Graaf Bkrnsïorff, die te W e h-ningen in het district Lüneburg woont, en aldaar voorzitter is van de Landbonwmaatschappij.

Graaf Beukstokïf was te B e r 1 ij n keurmeester in de af-deeling paarden, en laat zich in zijn district zeer veel aan de paardenfokkerij gelegen liggen. Hij vroeg mijne meeuing of hij op Schier monnikoo g paarden zou gaan opfokken voor onze remonte, of jonge hengsten opbrengen tot dekhengsten. Veel merries naar liet eiland overbrengen om zelf te fokken, was zijn plan niet; op zijn landgoed te Wehningen fokt hij ook ni t meer dan hij noodig heeft voor eigen gebruik en voor zijn landbouwbedrijf. Hij koopt echter vele veulens, en weidt jaarlijks nog een 100 tal veulens van anderen. Tot mijn leedwezen kon ik door gebrek aan tijd geen gevolg geven aan zijne nitnoodigiug om te Wehningen de jonge paarden te komen zien.

Op Schiermonnikoog is een vruchtbare strook, ongeveer even groot als men die op Ameland vindt, zeer waarschijnlijk geschikt voor het opvoeden van een sterk ras paarden. Op dit oogenblik zijn er zeer weinig paarden, en die er zijn, nog van zeer inférieure kwaliteit.

-ocr page 52-

48

Mocht Graaf Bernstorvf zijue plannen tot liet breng-en van beste jonge heugstvenlens op S c li i e r m o n n i k o o g\', ten uitvoer brengen, dan zouden wellicht over 3 jaar op dit eiland goede dekhengsten, geschikt voor een groot deel van ons tand, kunnen gekocht worden.

Hoewel de duur van mijn verlof wat kort was, om sommige zaken meer in bijzonderheden na te gaan, zoo werd ik toch in de gelegenheid gesteld meer oudervinding vooral op paardengebied oj) te doen eu zulks zoowel ten gevolge van de aanbeveliug mij van regeeringswege bij de Dnitscbe regeering verstrekt, als door de zeer groote welwillendheid, waarmede Harer Majesteits Gezant te 13 e r 1 ij n mijn studiereis heeft voorbereid en de groote moeite, die hij zich gegeven heeft, om die reis zoo nuttig mogelijk te doen zijn.

\'s Gr a ven hag e, 27 Juni 1894.

Punt.

-ocr page 53-
-ocr page 54-
-ocr page 55-
-ocr page 56-