-ocr page 1-
-ocr page 2-

/ \\

quot;A- ^ j-4lt;

S ~- ^quot;\\

✓ - f .\'

\'A quot; t|

i M

/\'\'w^: . V\'■ • quot;i ^TX^T

V. v

\'h* V :/ 1 / s-Y ^ \' \' j « ,\'■

j ^S ; \' ^ -gt;*■,»,■-lt; v ^ XA/ v ,lt;•

V ,1 , UJ\'i.\'f1

,^V\'^ryHN^

—quot; V ^ \\ )s

r /. lt; v gt; ^.\' /

T \'S

lt; ^ /Srquot; ƒ /quot; V\' gt;tó f■ -A-tóv v-fv •Vs-. .V/^-H-*. ^

-..-■ X^. •,., .•# I: ^ ■—\'

,v\\^-

quot; V;

V-N gt; S\' . 1

■ lt;

V-\' fó.,\' *

vi_

\' ,

K ♦ J-

-(

X

\\ - .ygt; \' ^ 4 . -.\' ■

^ eiVr.K^*

^ Xw

\\-v\\

\\

i

H

j . .%■

k

^t\\

u ^

\' V\' ^ •

I / ïsM . -CPvi^t r^

K-v? x ^lt;A s^gt; vr

\'■\'„wy D\'■-..,\'.v ^

M f - - - - ■■

.kJv gt;x ,--, N -» \' gt; y- -i v\' , ^V\'

,- JrS^ rCS AS ï . \'l , ^

J r-^Jl --. / V- •4.. lt;\' r^Ygt; \' ^-vjt

\'•V T ■./ rgt; ilt; : . I K

/t lt; •■ ■

^ .. \\

4 ^A.. /-T^MTquot; \\ cKt!; /gt;•

^ mamp;U

A\\ / quot;quot; ■..\'*quot; \\ \'

-ocr page 3-

^ ; \'x /

r 1 ■ \'vfT., -V-r\\ r.» v» j

\'■.■gt; V \'v Joïr\'v \' -■/ -•■

y ; :i. -A^i A 1./W \\gt;--: W\'-t ;

-.- •quot; -lt; ; ^i\'i \'vlt; \' V^.- • .-^4 *

r \' ^ \'-l quot;i 3

r f quot;•: i ^ gt;»

, , \\ -(. \\ x

^ s.^\' -\'A gt;YJ ■ •quot; v\'-NcY

y ^%rf ^

r®^

v*- ^

gt;r.

J

■ . / \\ j

« ■ ;. x- •7^quot; •gt;- ■

-k\'X/:^-. Z4) ; Xr«!:-quot;

. KVV-Tf\' \'r ^ ■ r n

J^VV quot; I\' \'*? ; \'\\ ^ru^S- .■-- \' \'* )

r7lt;r\' i /x ^ VT^f\'y-- \\jJ quot; ^ - c

rv-4 \' ^\' Vgt;^-

^ v. r-wA ^ • \' X ^^\\r- \\ 2-fr • ^

r ^

S?\' •/lt;\'/

\\

X

s~

t-^r gt;«•% •, j -i \'M ■ Y| -^v^ ^ -

t*\' - f\'ju^- r ^ ■

!■•\' gt;v-lt;. L rTT- J-\\\\ - V/ \'W- / j quot; • L —

•v - \'w •■Tw

). vgt;, ■!:gt; ~lt;7f t k v\'.^gt; A\'^ ~ d

; \\ - ;: rx- v ^ ^.-gt; ■ -px:

quot;\'^i \' . t -f i ■! ^ \'

■ x- - V-Y v ^J\'\'^..-^ ■

; . .•••„\' 1Ai • r K ^ \\ w-

^ i

K-rCuv/H .vV jt/ - :v

-ocr page 4-

BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT

3088 823 8

-ocr page 5-

D. r. van Esvsld.

RAPPORT aan Zijn Excellentie den Minister van Oorlog van de Commissie belast met het bezoeken van de Internationale beng-sten-tentoonstelling te Weenen. Aanschrijving Departement van Oorlog van 8 October 1803, IT Afd. No. 94. (Kouinkliik Besluit van 6 October 1892, No. 24.)

Aan Zijn Excellentie den Minister van Oorlog.

Do ondergeteekenden, Jhr. M. Van Reigersberg Versluus, Majoor der Hu/,aren en Directeur van bet Remonte-depot te Milligen, en J. H. Knel, Kapitein voor speciale diensten bij het le Regiment Veld-Artillerie te Utrecht, uitmakende de Commissie, aan wie bij het Kouinkliik Besluit van ü October 1892, No. 24, is opgedragen de Internationale ten-tooustolling van hengsten, die te Weenen van 15—18 October jl. zou worden gehouden, te bezoeken, hebben de eer Uwe Excellentie aangaande hun reis in O os t eu r ij k-H o n-garije het volgende te berichten. Zij nemen de vrijheid bij hun verslag een 11-tal teekeuingeu te voegen, (\') waarvan één de snelscheer-machine voorstelt, die later wordt besproken, een ander wel is waar een Russisch stoeterijpaard afbeeldt, dat echter volkomen gelijkt op een der stamhengsten te Ba bol na, terwijl de overige platen alle Oosten rij ksche en

(\') Deze teekeuiugeu zijn uiet gedrukt.

Mil. Vcrsl. XXII.

1

-ocr page 6-

2

Hougaarsche paarden voorstellen. Van deze moeten wij echter opmerken, dat de ,,Neapolitaner a. d. Gestiit Kladrnbquot; te fijn van beenen en wat zwak van rug is geteekend; dat de „Pinzgauerquot; wat licht van achteren en te goed in de voor-beenen is afgebeeld, om als type te dienen; en eindelijk dat bet „Ungarisches Gestütspferd Noniusquot; te edel en met een te goed gevonnden hals is voorgesteld.

Den 15™ October kwamen wij te Weeuen aan. Spoedig daarna werden wij door den Regeerings-Commissaris Baron Vom Schloszkr voorgesteld aan Zijn Excelleutie den Minister van Landbouw, aan den president van bet tentoonstellings-comité en aan verschillende andere autoriteiten. De Comuiissie werd door Zijn Excelleutie voornoemd uitgenoodigd zich op het tentoonstellingsterrein in zijn nabijheid te plaatsen, zoodra de paarden werden voorgebracht; zij was daardoor uitstekend in de gelegenheid het aangevoerde materiaal van nabij te bezichtigen.

Er werden onderscheidene goede paarden voorgebracht, ■ doch aangezien, om redenen van verschillenden aard, noch de staats- noch de particuliere stoeterijen van Hongarije waren vertegenwoordigd, was het aantal niet zeer groot. De klasse der Norische paarden was intusschen uitstekend, zoodat dit overoude ras, dat gefokt wordt in eeu groot deel van Salzburg (aldaar ook wel Pinzgauer ras genaamd), Stiermarken. Karinthië, Opper-Oostenrijk, enz., zeer goed kon worden waargenomen en in alle bijzonderheden nauwlettend gadegeslagen.

Het Norische paard behoort tot de koudbloedige rassen, is een bergras en heeft eenige overeenkomst met het Ardenner paard, zoowel iu bouw als anderszins; de nals is echter minder grof en breed. Hoewel stand en vorm der beenen, vooral der voorbeenen, dikwijls te wenscheu overlaten, zijn de Norische paarden, in de bovengenoemde streken, toch van groot belang voor landbouw en handel.

-ocr page 7-

3

Men tracht dit ras met half bloedhenssten, zoowel van

O 7

Norfolk ras als met exemplaren afkomstig vau volbloedheng-sten, te verbeteren en te veredelen; in sommige streken bezigt men daartoe ook Ardenner paarden en Oldenburgsche hengsten.

De laatsten hebben echter volstrekt niet aan de verwachtingen beantwoord, de drie eerstgenoemde rassen wel. De op een warmen stal als het ware vetgemeste Oldenbnrger verliest door het krachtig voeder, de hooge Alpenweide en de vele beweging, zijn vet, en de dikke, ronde paarden veranderen weldra in smalle, hoogbeenige, weeke dieren. Ongelukkigerwijze legt men zich tegenwoordig in Oldenburg uitsluitend toe op het fokken van zeer groote paarden, die voor het oog vau den niet-kenner aangename vormen hebben en bij het monsteren voordeelig uitkomen (Ziich-tung auf Exterieur), doch waarbij de werkelijk goede vorm, het beeuwerk, de geoefendheid van de longen en de ademhalingsspieren, eu dus ook het volhardingsvermogen schade lijden. De slechte gevolgen dezer broeikas-opvoeding kunnen later slechts zelden worden afgeweud; gewoonlijk treden reeds vroegtijdig belaugrijke gebreken te voorschijn.

De volbloedhengsten op de tentoonstelling behoorden tot de klasse der zeer gewone course-paarden; iets uitstekends was hier niet bij, noch wat uiterlijk, noch wat afstamming betreft. Slechts twee hengsten, afkomstig van den bekeudenquot; Kisbérschen pépinière-heugst Verneuil, die ongelukkigerwijze gestorven is, maakten in dit opzicht een gunstige uitzondering.

Onder de halfbloedhengsten, afkomstig van de paring van volbloed met halfbloed, muntten er twee uit, één Engelsche eu één Arabische, paarden die zeker uitnemend voor de rijschool geschikt geweest zoudeu zijn, indien de ééne niet te klein eu de andere niet te jong was geweest. Slechts weinig hengsten waren ouder dan 3 jaar en ouder deze oudere waren er geen die ous geschikt toeschenen om later tot school-paard te worden afgericht.

-ocr page 8-

4

De Oberst Hitter Franz von Kunz, chef van de stoeterij te Fiber, had de beleefdheid cms voor te stellen, om in het volgend voorjaar op zijn reizen door Oostenrijk en Hongarije te informeeren naar een hengst voor de rijschool, en indien hij een geschikt exemplaar aantrof, zon hij, na persoonlijk onderzoek, ons daarvan kennis geven.

Bood de tentoonstelling dus het middel aan om ons vertrouwd te maken met enkele exemplaren van de verschillende, zoo terecht bekende Oostenrijksche rassen, en om een algemeen denkbeeld te krijgen van de richting, waarin in sommige streken wordt gefokt, zij verschafte ons tevens de gelegenheid om kennis te maken met vele fokkers en autoriteiten op hippologisch gebied.

Van dezen vernamen wij veel belangrijks omtrent de fok-keri] in Oostenrijk, het deugdzame van de verschillende rassen, hun volhardingsvermogen, vroegere of latere rijpheid voor den dienst, enz.

Vele fokkers in Oostenrijk behooren even als zulks in Engeland het geval is, tot dehoogere klassen der maatschappij; zij hebben gezonde, logische denkbeelden omtrent het fokken en weten in welke richting zy willen gaan. Zeer veel waarde wordt terecht gehecht aan de afstamming der paarden en aan het bloed. Zelfs van de zware koudbloedige paarden is de afkomst gewoonlijk bekend; van de beste dekhengsten kennen de fokkers de ouders en de voorouders, en niet alleen hun namen, doch ook hun goede en minder goede eigenschappen en vooral hun overervingsveruiogen.

Het beoordeeleu der paarden gaat zeer kalm ; geen opzwee-pen of opmonsteren wordt toegelaten, terwijl men verlangt, dat de dekhengsten niet vet ziju, doch harde, goed ontwikkelde spieren hebben, en in zulk een toestand verkeeren, dat zij onmiddellijk arbeid kunnen verrichten.

Deze zaken verdienen zeker op alle tentoonstellingen en keuringen navolging, daar de werkelijke vorm van een vet

-ocr page 9-

paard moeielijk kan wordeu waargeuoiuea eu de mouster-gaug eeu onnatuurlijke is, zoodat bij zulke paarden noch de vorm nocli de gangen met zekerheid kmineu worden beoordeeld, en de schijn maar al te veel de plaats van de werkelijkheid inneemt.

De inrichting der stallen eu standplaatsen, zoowel als die der boxen, was zeer goed; de stallen waren ruim, licht, luchtig en met flinke breede middengangen.

Door de commissie werd bij herhaling een bezoek gebracht aan de Spaansche rijschool. Deze keizerlijke school is de eeuige, waar nog de traditiën bewaard wordeu van het vroegere schoolrijden, zooals dit in de vorige eeuw werd beoefend. lu het „Hofgestütquot; Lippiza bij Triest wordeu de Lippizaners gefokt, bestemd om tot schoolpaard te worden aangereden. Dit ras is van Spaansch-Italiaausche afkomst eu mag als een constante soort worden beschouwd; wel hebben ook iu Lippiza kruisiugeu plaats met hengsten van Arabi-schen oorsprong, doch de afstammelingen hiervan wordeu slechts gebruikt als „Juckersquot; voor de lichte keizerlijke rijtuigen, terwijl de echte Lippizaners voor de Spaansche school wordeu gebezigd. Deze paarden hebben geheel het type van de figuren, die men vindt afgebeeld in de oude werken over rijkunst, doch bezitten meer adel. Huu vormeu zijn zeer fraai, de beenen zeldzaam droog eu zuiver, het hoofd is dikwijls eeuigs-zius gebogen eu de aanzetting van deu hals zeer zwaar; deze zelf is breed en zwaar, doch goed gebogen, terwijl rug en kruis krachtig zijn eu de borst breed, lu de gewone gangeu hebben vele dezer paarden iets waggeleuds in de achterhand, terwijl ook de beweging der voorbeenen zelden recht is; bij hun goede eu hooge kuiebewegiug neemt men namelijk dikwijls zij het ook slechts iu geringe mate, een naar buiten werpen der ouderbeeuen, zoogenaamd maaien, waar.

Op 4 a 5-jarigeu leeftijd komen de Lippizaners vau de stoeterij naar de school, worden aldaar eeu jaar gelongeerd

-ocr page 10-

6

eu een weinig gereden, eu dan gedurende twee jaar verder gedresseerd voor de hooge school. Zij komen nimmer bniten de manege en blijven dikwijls 6 jaar eu langer aan de Spaansche school. Bij de hoogste autoriteiten informeerden wij of het niet mogelijk was, om — desnoods door tusschen-komst van onze Regeering — voor de Nederlandsche rijschool zulk een voortreffelijk schoolpaard uit de Hofstoeterij te Lippiza aan te koopen; het antwoord luidde echter, dat dit nooit werd toegestaan.

Nimmer zagen wij een Spaanschen draf, uitgevoerd met zulk een gelijk, overeenstemmend en krachtig oplichten van voor- en achterbeenen, met de hoeven even hoog van den grond, waardoor de rug bijna horizontaal kwam. De arbeid tusschen de pilaren was prachtig om te zien en de hand-dressunr ongeëvenaard. De Oberbereiter Gebhardt vertoonde ons een paard, dat hij, terwijl hij naast een achterbeen liep en de rechterhand (waarin een gewone teugel) op het kruis hield, liet piaffeeren, zijgangen maken in draf en in galop, changementen in galop deed verrichten, enz., in één woord, waarmede hij alles doorliep, wat een goed schoolpaard onder een geoefend schoolruiter te aanschouwen geeft.

Aan de Spaansche school worden thans weder officieren gedetacheerd; er waren op dat oogenblik een Oostenrijksch luitenant der huzaren en een Saksisch ritmeester, die een cursus zouden doorloopen ouder den Oberbereiter.

Ook aan het „Reitlehrer-Institutquot; te W e e n e n werd door ons een bezoek gebracht eu daarvan niet alleen de ge-heele inrichting gade geslagen, doch wij woonden ook enkele lessen bij.

In verschillende deelen van Oostenrijk wordt een zeker aantal officieren (meestal luitenants) eener brigade van October tot Mei vereenigd ; zij volgen gedurende dien tijd een cursus in het rijden, ouder leiding van een instructeur, meestal gevormd aan het „Institntquot;. Hun dagelijksche dienst bestaat

-ocr page 11-

7

in liet rijden van vier paarden, het bijwonen van één uur theorie over rijkunst en het beoefenen van het schermen, waaraan in Oostenrijk zeer veel wordt gedaan. Deze ,,Bri-gadeschnlequot; wordt door dezelfde officieren, zoo noodig, tweedrie- of meermalen bijgewoond. Een gedeelte, bestaande uit de beste élèves van dien cursus, gaat daarna naar het ,,Reit-lehrer-Institutquot;. Hiervan blijven de besten, meestal de helft, na afloop van het eerste jaar, ten einde nog een tweeden cursus van een jaar te doorloopen, en uit hen, die in dit tweede jaar voldoende bewijzen van bekwaamheid geven, worden gewoonlijk de instructeurs voor de brigadeschool gekozen.

Het eerste jaar worden schoolpaarden en remontepaarden gereden, en ontvangt men onderwijs op een gelongeerd paard en in het longeeren; bovendien worden in Augustus en September van dat jaar de paarden der jachtafdeeling (waarop wij later terugkomen) in training gebracht. De instructeurs hebben echter tegen dit laatste veel bezwaar, daar zij het voor de officieren in deze periode nadeelig achten om veel terrein- en jacht te rijden, namelijk voordat zij een geheelen cursus aan het „Institutquot; hebben doorloopen. Zij vinden dat deze officieren niet voldoende zijn voorbereid, zelfs al hebben zij twee cursussen aan de brigadeschool bijgewoond. Door verschillende omstandigheden kan hierin echter voorloopig geen verandering worden gebracht.

De chef der jachtafdeeling gaat in Augustus met de paarden, bestemd voor de jacht, van de rijschool naar Holicz en blijft aldaar met de officieren van het tweede jaar, totdat de grond door den vorst te hard en voor den galop onbruikbaar is geworden. In Holicz worden voornamelijk terreinen jachtrijden achter de honden beoefend ; de officiereu hebben aldaar hun eigen paarden en bovendien komen er jaarlijks van de verschillende stoeterijen 20 merriën en 40 hengsten. Deze worden eerst aangereden, daarna in training gebracht, om dan te dienen als jachtpaarden voor den cursus in het tweede jaar.

-ocr page 12-

8

De heugsten zijn 4 a 5 jaar oud, de merriëu somtijds iets ouder, daar men vau de stoeterijen liefst de zoodanige zendt, welke „gustquot; zijn gebleven. Elk jaar stuurt de stoeterij andere paarden, en liefst ook van een andere afstamming; dit geschiedt met het doel om de officieren, door eigen ondervinding op het jachtveld en de hindernisbaan bekend te maken met de meer of minder goede eigenschappen van de verschillende paardenstam-men, en hen een zelfstandig oordeel te doen verkrijgen over de pépinière-hengsten, welke de beste afstammelingen voortbrengen.

De 4-jarige hengsten jagen evenveel malen als de 5-jarige; in het algemeen bewijzen de hengsten meer volhardingsvermogen te bezitten dan de merriën. De halfbloed Engelsche en lersche paarden, in Hongarije gefokt of aldaar van elders ingevoerd, voldoen het best. Onder de Arabieren of halfbloed Oosterscheu heeft men ook zeer goede paarden, doch ze zijn niet zoo snel in hun bewegingen, kunnen niet zooveel gewicht dragen, en zijn geschikter voor gebruikspaar-den onder licht gewicht dan voor jachtpaarden.

Toen de Oostenrijksche officieren (welke in de meening verkeerden, dat wij naar Hongarije kwamen, om aldaar aankoopen voor ons leger te doen) dan ook vernamen, dat wij ons in den laatsten tijd grootendeels in Ierland hadden geremonteerd, gaven zij hun verwondering te kennen, dat wij Hungaarsche paarden kwamen koopen, terwijl wij lersche konden krijgen. Zoowel door oudere als jongere of-fiicieren werd het halfbloed Engelsche en lersche paard als het beste officiers-, soldaten- en jachtpaard beschouwd. Ook op de keizerlijke stallen vindt men als rijpaarden bijna uitsluitend halfbloed Engelsche en lersche en enkele volbloed paarden. Gedeeltelijk worden deze te Klad rub gefokt of uit Groot-Brittannië ingevoerd.

Na afloop van het jachtseizoen keert de chef der jacht-afdeeling met de officieren van den tweeden jaarcursus naar de

-ocr page 13-

9

rijschool te Weeneu terug; de officieren doorloopen dan verder deu cursus aan het „Institutquot;, terwijl de door de stoeterijen gezonden hengsten eu merriën weder naar hun standplaatsen terngkeereu.

Het terrein te H o 1 i c z is geomluleerd eu afgescheiden door breedte-hindernissen, zoodat de „pacequot; vrij snel is. Eeu der officieren deelde ons mede* dat iu de laatste week eeu „ruuquot; was voorgekoaien van 37 mimiten, zoodat ongetwijfeld van de paarden veel wordt gevergd. Het door Ivisber verschafte halfbloed materiaal voldoet iu Holicz beter dan al wat uit de andere stoeterijen wordt gezonden. Hengsten en merriën gaan te zamen op jacht, zonder dat hieruit eenig bezwaar voortvloeit.

De officiereu, die aan het „Institutquot; zijn gedetacheerd, rijden eu longeeren \'s morgeus tot 121/2 uur, en hebben \'s middags theorie, onderricht iu het schermen eu iu de stuk-rijderschool. Zij wonen in het gebouw en hebben elk eeu kamer voor zich, en een kamertje voor hun oppasser, terwyl zij te zamen eeu uitstekende wachtkamer hebben met cantine eu aangrenzende eetzaal, waar, voor / 1, tweemaal daags warm wordt gegeten. Alle gedetacheerde officieren diueeren hier, terwijl de commandant van de rijschool aan de tafel voorzit; de overige getrouwde instructeurs eten eenmaal \'s weeks aan tafel.

De rijschool remonteert zich zelf; de chef is bevoegd paarden te koopen en te verkoopeu, zooals hij dit het best acht, en voor deu prijs, dien hij goed oordeelt, met dien verstande dat de regeering hem slechts laat beschikken over den gewonen remoutepri js.

Voor de beide jaarcursussen komeu reuiontepaarden van de regimenten. Hierbij waren verscheidene niet goede. Zoo o .a. waren van de 12 paarden, die wij in een remonteles zageu, er 4 bepaald slecht (ook naar het oordeel van deu instructeur) eu 8 goed of redelijk; van deze laatste haddeu enkele een verkeerden hals. Deze hals komt zoowel bij de Hou-

-ocr page 14-

10

gaarsche paarden als bij verscheideue pépiuière-hengsten voor.

Bij de remonteles werden geen commando\'s gebezigd; er werd zooveel mogelijk individueel gereden. De maneges \'zijn zeer rnim en licht, de kleine manege was 60 M., de groote 70 M. lang. de breedte van beide was 20 M. Verder waren er nog buitenmaueges en een groote ingesloten ruimte, waaromheen een ruime springtnin met sloot, lersche wal, enz., alsmede een ongeveer 5 M. hooge op- en afrit, onder een helling vau 35°; deze werd ook met aangespannen voertuigen bereden.

De stallen aan de rijschool zijn zeer ruim en luchtig, de standplaatsen tusschen latierboomen ongeveer 1.80 M. breed en 3 ti 3.50 M. diep; ruiven boven de paarden zijn niet aanwezig. De vaste paillasse was in zeer goed onderhouden staat; naar onze meening hebben de ruime en lange standplaatsen hierop grooten invloed. Achter elk paard hangt een bordje, waarop zooveel mogelijk zijn afstamming vermeld is. Aldaar zagen wij, evenals op veel andere plaatsen in Oostenrijk, de paarden machinaal scheren, wat zeer voldeed, omdat iedereen dien arbeid goed en snel kan verrichten. Eén man scheert een paard in 30—40 minuten. De kosten van een machine bedragen ongeveer 140 Mark.

Aan de rijschool kunnen officieren uit andere landen worden gedetacheerd, mits zij hun eigen paarden medebrengen; thans waren er twee Bulgaarsche officieren en één uit Rumenië.

De algemeene indruk, dieu wij kregen, zoowel aan de rijschool en elders als by een officiersrennen, dat wij bijwoonden, was, dat de Oostenrijksche officiereu uitstekend rijden, hun paarden zeer goed dresseeren, en zoowel op het jachtterrein en de renbaan, als in de manege geheel op hun plaats zijn.

Nog zagen wij te Weenen een recrutenles; op een vrij groote, doch zeer modderige ruimte werden 12 paarden ge-longeerd; ze waren bijgezet. De recruten zaten zonder teugels en beugels, terwijl de longe door één man en de zweep door een ander werd vastgehouden. Zij, die de zweep hielden, waren

-ocr page 15-

11

afgerichte luansehappeu of korporaals; twee wachtmeesters en een officier hielden het toezicht, en maakten aanmerkingen, waar dit noodig was.

De keizerlijke stallen en de daarbij behoorende manege zijn eveneens groot, rnira en luchtig. Zooals wij reeds zeiden, zijn hier ook van elders ingevoerde Engelsche eu lersche paarden. De overige zijn, op enkele bergponies eu de Lip-pizaner „Juckersquot; na, gefokt in de hofstoeterij te KI ad rub. Deze stoeterij en de aldaar behoorende paarden zullen nog nader worden besproken.

De Spaansche rijschool, de keizerlijke stallen en de stoeterijen te L i p p i z a eu K1 a d r u b staan onder het beheer van den opperstalmeester.

De Hougaarsche stoeterijen staan onder het Hongaarsche Ministerie van Landbouw en een ,,Ministerialrathquot;, welke functie thaus door Vos Schmidt wordt bekleed, is belast met het beheer en de geheele leiding daarvan. De Oosteurijksche stoeterijen worden beheerd door het Oostenrijksch landbouw-ministerie. Bovendien zijn de generaals Von Gbaevejjiïz en Von Horvath respectievelijk belast met den aankoop van hengsten en „Landbeschalerquot; voor Oostenrijk en Hongarije.

Het doel van de groote Hongaarsche stoeterij te Kisber is het fokken van volbloed en van edele half bloedpaarden. Alle hier aanwezige paarden zijn Engelsch volbloed of halfbloed, ten deele van elders ingevoerd, ten deele in Hongarij e gefokt.

Wij zullen thaus een korte beschrijving van de stoeterij geven, doch het „Arbeitsgestütquot; buiten bespreking laten.

Reeds bij den eersten aanblik krijgt meu de overtuigiug, dat Kisber zich niet alleen ten doel stelt om goede veulens gebo-

O O

reu te doen worden; doch ook, om deze door een rationeele, krachtige voeding, gepaard met oefening van spieren eu longen, tot schoone, volhardende dieren te ontwikkelen.

-ocr page 16-

12

Als dekheugsteu staau te K i s b e r uitsluitend Eugelsche volbloedpaarden, die zoowel de volbloed- als de halfbloed uierrien moeten dekken, en verder ook tegen verschillende prijzen, ƒ 50 tot ƒ 500, ter beschikking zijn voor merriën van Hongaren; ook buitenlanders kunnen hier laten dekken, doch moeten dan /quot;100 meer betalen.

Thans zyu er 14 volbloed als pépinière- of stamhengsten; 12 hiervan behooren aan den Staat en zijn gekocht voor verschilleude prijzen, van ƒ10.000 tot ƒ84.000, terwijl de twee andere aan particulieren behooren en van deze door 11 o n ga r ij e worden gehuurd. De Staat namelijk tracht op alle wijzen de paardenfokkerij te bevorderen. Hij koopt of huurt de beste hengsten, die hij voor zijn pépinières kan vinden; hij importeert, koopt van particulieren, zorgt voor „Landbeschalerquot; (hengsten, die gedurende den dektijd worden gestationneerd om op het platte land dienst te doen, en na dien tijd in depots vereenigd worden), hij verhuurt hengsten aan gemeenten en aan vereenigingen, steunt de hengsten-tentoonstellingeu, enz., enz.

yVan de éénjarige volbloed-paarden, gevallen van de 28 volbloedmerriën van Kisbér, worden alle hengsten en bijna alle merriën (van deze laatste wordt wel eens een veelbeloo-vende voor de fokkerij gehouden) in Mei publiek verkocht, ten einde zooveel mogelijk volbloedpaarden in het Rijk te verspreiden. Bij den verkoop worden de éénjarige veulens, één voor één, in de galoppeerbaan in galop gedreven, ten einde den koopers beter in de gelegenheid te stellen om over hun gang te oordeelen; gedurende eenige weken te voren worden zij hierin geoefend,

Kisbér is, zoover wij weten, wel de eenige plaats, waar dit geschiedt. Ook konden particuliere personen hun éénjarigen naar deze verkooping zenden, welke dan te voren met de Kisbérsche veulens de geheele training doorliepen; dit bracht aan het personeel een groote uitbreiding van werk-

-ocr page 17-

IB

zaamheden en Is daarom nu voorloopig afgeschaft. Merriën, aan Hongaren toebehoorende, worden aan de stoeterij ter dekking aangenomen; zij worden afzonderlijk gestald, doch overigens wat behandeling, beweging, voeding en het brengen bi] den hengst betreft, op nagenoeg dezelfde wijze behandeld als de merriën der stoeteri].

De halfbloedveulens blijven in Kisbér. Jaarlijks worden hiervan diegene verkocht, welke blijken niet geschikt te zijn voor de fokkerij; eveneens is dit geval met de twee- en driejarige paarden en met de dekhengsten en veulenmerriën. De aanstaande veulenmerriën worden gekozen uit de driejarige, terwijl zij, die daarna overblijven, eveneens worden verkocht.

Dit classificeereu der paarden tot verkoop en aanhouding in de stoeterij geschiedt geheel door den „Ministerialrathquot;, die alle paarden uit de verschillende stoeterijen, één voor één laat voorbrengen en beoordeelt; ook de paringen worden door hem vastgesteld. Met het oog op de grootte en uitgebreidheid van de Hongaarsche stoeterijen is dit een reuzentaak, waarvoor slechts weinig personen berekend zijn.

Daar nog altijd gebrek bestaat aan goede dekhengsten, worden jonge hengsten, alleen dan „ausrangirtquot;, wanneer zij ongeschikt geacht worden voor de fokkerij; zij worden dan vooraf gecastreerd.

De driejarige merriën komen in Juli in dressuur; zij worden in een prachtige conditie gebracht, en brengen op de ver-kooping, die in October te B n d a-P e s t h plaats vindt, doorgaans hooge sommen op. De gemiddelde prijs is ongeveer /quot;1000.

De tot veulenmerriën bestemde paarden moeten in de maand April, volgende op hun classificatie, aan een proefrennen deelnemen over een afstand van 3000 M. Zij komen daartoe in October in dressuur en worden in het volgend voorjaar verder getraineerd. In Mei komen zij in de stoeterij, en dan wordt er een aanvang gemaakt met de dressuur der jonge hengsten.

-ocr page 18-

14

Deze heeft zoowel plaats iu de manege als op liet terrein. Door een even doelmatige als i-ationeele training worden de jonge hengsten langzamerhand zoover gebracht, dat zij, zonder bijzondere inspanning en zonder te zweeten, gedurende GO a 80 minuten een vlot draf-tempo kunneu gaan, terwijl zij bovendien twee- a driemaal \'s weeks in den galop worden geoefend. De tijd van dezen galop wordt geleidelijk tot 12 a 15 minuten uitgestrekt. Alle dressuur en training is in bevoegde

O O O

handen. De paarden zijn natuurlijk niet vet, doch hebben harde, goed ontwikkelde spieren; het haar heeft een heerlijken glans en de beenen, vooral de kogels, wijzeu op de nauwlettendheid waarmede elk paard afzonderlijk door den trainer in observatie is gehouden.

In October worden de jouge hengsten uitgezocht en bepaald waar zij dienst zullen doen; öf zij worden bestemd tot „pépinière-quot;, d. z. stamhengsten, öf tot „Landbeschalerquot;, d. z. gestationneerde hengsten, die voor zeer lagen prijs ter dekking staan. Deze dekgelden bedragen somtijds slechts ƒ!,— en bijna nimmer meer dan /quot;15. Na den dektijd komen deze „Beschalerquot; weder in de depots en worden aldaar dagelijks l\'/j a 2 uur in stap en draf gereden.

De pépinière-heugsten zijn, zooals wij reeds zeiden, volbloed, of uit Engeland geïmporteerd, óf in Hongarije gefokt, hetzij in de stoeterij zelve, hetzij bij particulieren, en dan later aangekocht. Terecht let men bij den aankoop, evenals in alle landen waar de volbloedfokkerij wordt gedreven, niet enkel op het uiterlijk, (daar dit een zeer be-driegelijke maatstaf van beoordeeliug is), doch meer uog op de afstamming, en vooral op hetgeen de hengsten op de renbaan hebben gepresteerd. Hoe toch kan beter worden geoordeeld over het volhardingsvermogen en de constitutie van een hengst (twee hoofdzaken bij de fokkerij aan wier erfelijkheid niemand twijfelt) dan door datgene, waartoe het paard, ua voorafgaande training, op de renbaan of in

-ocr page 19-

15

het jachtveld achter de honden, bewijst in staat te zijn.

De training is reeds eeu strenge proef, waaraan de pezen, handen,gewrichten, de gezondheidstoestand en de ademhalings-werktuigen werden onderworpen; blijkt het nu bovendien, dat het paard op de baan goed voldoet, dus in het bezit is van krachtige longen, energie en moed, van een goede gezondheid en een zuiver beenwerk, dan is het toch zeker, dat zulk een hengst meer waarborg zal geven van een goed stamvader te worden, dan het fraaiste, doch opgepapte paard, waarvan men nimmer iets anders heeft gevergd, dan zich bij het monsteren mooi voor te doen en zich op stal dik en vet te eten.

Hetgeen een hengst op de baan heeft gepresteerd, moet dan ook niet worden afgeleid uit het winnen van één „racequot;, waarbij hij wellicht slechts middelmatige paarden als mededingers had, doch wel of hij in meerdere rennen heeft bewezen, een in elk opzicht goed en krachtig paard te zijn. Komt hij na het afleggen van deze proeven zonder gebreken te voorschijn, dan wordt het tijd hem naar de stoeterij te zenden. Ongelukkigerwijze geschiedt dit wel eens te laat; men wil eerst zooveel mogelijk geld verdienen en misbruikt de krachten van den hengst, zoodat men, met hem niet begint, te fokken vóór hij reeds half versleten is. Een gebrek, ontstaan door een of ander accident of door een buitengewone inspanning, zal een paard niet minder geschikt maken voor de fokkerij, doch wel het meer of minder algemeen versleten zijn.

Het ware te wenschen, dat ook al het halfbloed materiaal aan zulke proeven als in Kisbér werd onderworpen, en dat men nimmer met andere paarden fokte, dan met die, welke of op de renbaan, of in het jachtveld, of op da lange harddraversbaan hebben getoond, dat zij zich boven het middelmatige verheffen.

Wat in de hedendaagsche maatschappij voor de mensehen

-ocr page 20-

16

het examen is, is voor de paarden de baau of het jachtveld. Wel is waar vindt uieu eukele uitstekende exemplaren, die zulk eeu proef uiet noodig hebben gehad, evenals men zeer geleerde personen aantreft, die uimmer eeu examen hebben afgelegd, doch dit zijn uitzonderingen op den regel, die dezen uiet verzwakken, doch integendeel bevestigen.

Van de jaarlijks naar de jachtafdeeling te Holicz gezonden paarden voldoen die uit Kis hér het best, en ouder deze inuuteu vooral uit de afstammelingen van den bekenden, in Frankrijk aaugekochten volbloedhengst Verneuil, van den uit Engel au d geïmporteerden Craig Millar en van den in K i s b é r zelf gefokten en naderhand ternggekochten Pasztor. De meeste van Verneuil en Pasztor gefokte veulens hebben een eenigszins zwaren en verkeerden hals, evenals hun vaders.

Een der hengsten, die ons het minst beviel, te oordeeleu naar zijn progenituur, was een volbloedhengst, die de training uiet had kunnen doorstaan, doch zeer veel goeds in zijn exterieur had, namelijk Kisbér-öcsce.

In Kisbér zijn de pépinière-hengsten gehuisd in een uitstekenden ruimen, luchtigen stal vlak bij bet slot gelegen. Naast dezen stal bevindt zich de plaats waar gedekt wordt, terwijl men aldaar ook de ommuurde loopplaatsen aantreft, waarin de hengsten dagelijks l1/^ a 2 uur worden gereden. Gedurende den dektijd worden de hengsten krachtiger gevoed, doch krijgen dan ook meer beweging; zij wordeu nu tweemaal daags, \'s morgens en \'s middags, ll/2 uur gereden. Als ruiters bezigt men jougens, die slechts ongeveer 50 KG. wegen.

De hengsten komen van den stal rechtstreeks op de dekplaats. Om na te gaan of de merrie zich wil laten dekken en den hengst niet zal afslaan, en om de pépinière-heugsten niet ounoodig te vermoeien bij merriën, die het dekken niet toelaten, hezigt men een probeerhengst, die zelf niet

-ocr page 21-

17

dekt. Wil de merrie dezen toelaten, dan wordt de werkelijke dekhengst binnen geleid. De merrie wordt niet gespannen, docli haar achterhoeven worden voorzien van een soort pantoffels van dik vilt; de eeuige dwang die ooit, zoo noo-dig, bij de merrie wordt toegepast, is een praam. De bodem van de dekplaats is hellend, de helling begint zeer flauw eu wordt langzamerhand sterker ten einde hengsten en merriën van verschillende grootte gemakkelijk te laten pareu.

De volbloedmerriën zijn in een afzonderlijk gedeelte vau Kisber gestald, met haar tweeën in één paviljoen. Naast elk paviljoen is een kleine loopplaats, eu daarachter een ruime paddock.

De halfbloedmerriën met hare venlens bevinden zich op de zoogenaamde Puszten, P a 1 a en Batthyan, terwijl in Parragh de jonge merriën, in Mittelhof de eenjarige en in Tares de tweejarige halfbloedheugsten en alle hengstveulens, zoodra ze van de merriën worden afgenomen en dus ongeveer 5 maanden oud zijn, worden aangetroffen.

De dekking van het halfbloed begint met 1 December, omdat men zoowel hier als in enkele andere stoeterijen heeft waavgeuomen, dat de veuleus, die in den winter worden geboren, minder aan ziekte onderhevig zijn en deze beter kunnen doorstaan. Bijna alle Oostenrijksche en Hongaarsche fokkers hebben gaarne dat de venlens eenige maanden oud zijn alvorens zij naar de weide gaan, omdat zij dan meer weerstandsvermogen bezitten.

De dekking van het volbloed heeft plaats na 15 Februari; het doel hiervan is om de veulens zoo kort mogelijk na 1 Januari geboren te doen worden. Het volbloed paard verjaart op 1 Januari; wordt het dus in December geboren, dan is het hoogstens één maand oud, wanneer het op 1 Januari daaraanvolgende, officieel reeds als éénjarig te boek wordt gesteld, en dit is later bij het rennen naar leeftijd natuurlijk een groot nadeel.

Mil. Ver si. XXII. 2

-ocr page 22-

18

Alle andere paarden worden gerekend op 1 Mei in een volgende jaarperiode over te gaan.

De veulenmerriën quot;zijn in de weide zoolang het weder dit toelaat, doch worden \'s nachts in ruime stallen gebracht, waar zy vri] knnnen rondloopen. Gedurende het slechte jaargetijde worden zij in loopplaatsen gedreven, \'s morgens en \'s middags telkens gedurende twee unr. Dit beeft dus veel

O O

overeenkomst met de behandeling der jonge paarden in het remonte-depot te Mill i gen.

De paarden der overige jaarperiodén vertoeven eveneens des nachts, op het midden van den dag, bij groote hitte en felle koude, in gelijksoortige stallen en krijgen dan \'s middags en \'s morgens gedurende een uur, in verschillende gangen, vrije beweging in de drijfplaatsen.

Nog bij de merrie zijnde, krijgt het veulen reeds enkele weken na de geboorte gekneusde haver, terwijl het, na het verlaten der merrie, per dag 2,5 KG. haver, 4 KG. hooi, het noodige stroo eu 5 liter melk bekomt.

Flet zon ons verslag te uitgebreid doen worden, wanneer wij de geheele inrichting, de \'voeding, de behandeling dei-verschillende jaarperioden en denverderen gang van zaken in Kisbér in détails wilden beschrijven, eu toch is geen dezer détails van belang ontbloot, daar elke maatregel ten doel heeft het fokken en voordeelig opgroeien, zoowel van een uitstekend soort half bloedpaarden, die het volbloed zeer nabij komen, als van goede volbloed paarden zelve. Dat de behandeling uitstekend is, blijkt zoowel uit de goede conditie, waarin de paarden verkeeren, als uit de zeldzame makheid en het vertrouwen dat alle, tot dé veulens toe, tegenover den mensch toonen.

Het fokmateriaal in Kisbér maakt een heerlijken indruk; vooral munten de halfbloedmerriën uit, die men door hun adel en diepte voor volbloed zou aanzien. Tn het algemeen zijn de paarden edel, krachtig en groot, doch wat fijn van

-ocr page 23-

19

onderbeenen, doordien zij zoo lioog in liet bloed, zoo dicht bij volbloed zijn.

De groote strijd, welke steeds bij do paardenfokkerij zal blijven bestaan, is die tnsschen adel en massa; of de afstammelingen zijn edel, doch worden te fijn, of zij zijn zwaar maar verliezen allen adel. Om hier het juiste midden te bewaren is moeielijk; dit kau de fokker alleen dan, wanneer hij een ontwikkeld, kundig en practisch man is, die veel heeft gezien, goed en nauwkeurig weet op te merken en somtijds zelfs vooruit kan zien.

Om te veel verfijning tegen te gaan, wil men thans zware volbloed paarden voor Kisber koopen, hengsten, die nog geen bewijzen van deugd op de renbaan hebben geleverd. Hiertegen is veel, zeer veel te zeggen; wat men wellicht aan zwaarte zal winnen, zal men verliezen aan energie, volharding, zuiverheid van beenen en capaciteit der longen. Konden deze hengsten vooraf in het jachtveld worden beproefd, dan zou tegen hun gebruik als dekhengst minder bezwaar bestaan.

Om een juist oordeel te kunnen vellen over een stoeterij als Kisber, en over de bijzondere waarde van eiken pépi-nière-hengst voor de volbloed- en de halfbloedfokkerij, zou een langdurige studie en een maandenlang verblijf aldaar noodig zijn. Men zou dan alle familiën, stammen en individuen moeten leeren kennen, en kunnen nagaan uit welke ouders en paringen die afstammelingen zijn voortgekomen, welke het best voldoen op de baan, het jachtveld en in de fokkerij. De hierboven gegeven beschouwingen berusten groo-tendeels op een bezichtiging van de pépinière-heugsten, van de merriën met haar veulens en van de jonge halfbloedheng-sten (zoowel gemonsterd als in verschillende gangen gereden) en op mededeelingen, ontvangen van het „Reithlehrer Institutquot;, waar mon nauwlettend aauteekeninjr houdt omtrent de o-e-bruikswaarde der paarden, die van de stoeterij bij de jacht-afdeeling worden gedetacheerd.

-ocr page 24-

20

Toen wi] eeu bezoek brachten aan de stoeterij Babolna had aldaar juist de iudeeliug plaats van de jonge lieugsten, die naar de Hongaarsche depots en ook naar andere deelen der Oostenrijksche monarchie werden gezonden. Deze indeeling geschiedde door den „Ministerialrathquot;, in tegenwoordigheid van den generaal Vox Horvaïh, de commandanten der hengstendepots, enkele vertegenwoordigers uit streken, waar men Arabische hengsten wenscht te hebben, o. a. Bosnië, en ook van een vertegenwoordiger van Bulgarije.

De hengsten worden door Hongarije tegen vooruit vastgestelde prijzen aan die landen afgestaan, of ook wel aan veveenigingen verhuurd, terwijl tevens wordt bepaald hoeveel er naar de hengsten-depots worden gezonden.

Onder de jonge hengsten vonden wij zeer veel schoons, doch slechts enkele zagen wij draven, daar het weder buitengewoon slecht was. De actie vau die enkele was goed, ofschoon veel Arabieren een zuiver vierkanten draf missen. Merkwaardig is het, dat de jonge hengsten bijna alle grooter zijn dan hun moeders en hun vaders, de pépimère-hengsten.

Tn het algemeen zijn in Hongarije, èn door de goede, krachtige weide, èn door de rationeele opvoeding, de veulens der ingevoerde Arabische of vreemde hengsten (de volbloed Engelsche uitgezonderd) grooter dan hun vaders; zoo zijn b. v. de meeste afstammelingen van den eenigen geïmporteer-den Arabischen volbloedhengst één decimeter grooter dan deze.

Het doel van Babolna is het fokken van Arabisch volbloed en halfbloed. Behalve den zooeven bedoelden geïmpor-teerden hengst, bezit B a b o 1 n a twee aldaar gefokte vol-bloedhengsten, één dito in H o n g a r ij e aangekocht, en een viertal half bloedhengsten. De geïmporteerde, O, Bajan geheeten, is eeu buitengewoon schoon, goed en krachtig ontwikkeld dier, doch zeer klein, hij meet slechts 1.47 M. Ook van de andere pépinière-hengsten zijn de vormen bijzonder fraai en aantrekkelijk voor het oog, doch op den stand en den vorm

-ocr page 25-

21

vau Je voorbeeueu, vau de knie uaar beueden, zijn met recht vele aaumerkingeu te maken.

Enkele Hongaarsche vakmannen willen de gelieele fokkerij met Arabisch ras afschaffen en deze vervangen door het fokken met Eugelsch bloed, doch de meesten komen hiertegen op, daar men in 0 o s t e n r ij k het Oostersch bloed volstrekt niet kan missen. Zoo bijv. in Bosnië, Croatia, het „Hofgestütquot; L i p p i z a, M id d e u-H o ug ar ij e, enz. Het Arabische paard komt in bouw, grootte en vorm zeer veel overeen met de daar gefokt wordende paarden. De Oostersche paaiden hebben niet de snelheid van de Engelsche, doch zijn uitstekende rijpaarden ouder licht gewicht, terwijl zij zeer matig zijn en met weinig voedsel in een goeden toestand kunnen worden gehouden. Dit blijkt ook uit de waarnemingen in liet jachtveld te Plolicz. Voor middelbaar en zwaar gewicht, alsmede voor groote snelheid, zijn de Engelsche halfbloed paarden te verkiezen.

Ouder de 150 veuleunierriën zijn een dertigtal volbloed, waarbij een paar geïmporteerde. Eén der half bloedhengsteu, heeft een prachtige robe met een goudglans overtogen; dezen glans erven al zijn veulens, onverschillig oi zij vos-, bruin-of schimmelkleurig zijn.

Daar veel merriën weinig adel hebben, missen de meeste halfbloed-afstammelingen het type van den Arabier; wij zagen o. a. eeu paar Czikó\'s-paarden, die groot, breed en sterk waren, doch niet de minste overeenkomst met of familietrek van den Arabier bezaten. Ook aan eeu der halfbloed Oosterlingen, die den afstandsrit van Weeneu naar Berlijn had medegemaakt en ons op de tentoonstelling werd getoond, kon men geen spoor van Arabisch bloed ontdekken.

In B a b o 1 n a wil men thans meer adel verkrijgen en wenscht men daarom zeer uaar eeu importatie van nieuw bloed. Hier nu staat men voor een moeielijk op te lossen vraagstuk, daar iu de laatste jaren alle pogingen om

-ocr page 26-

22

goede, edele Arabische paarden te koopeu, zijn mislukt.

Volgens sommigen is dit het gevolg vau de outaardiug vau het Arabisch paard, doch volgens anderen vindt het daarin zijn oorzaak, dat men zich moet vergenoegen met de paarden uit de kuststreken, terwijl de edele dieren uit steenachtig Arabië niet te verkrijgen zijn.

In B a b o 1 n a staan de gebouwen en zijn de puszten veel dichter bij elkaar dan in Kisber, zoodat dit het toezicht gemakkelijker maakt en minder officieren vereischt. De pépinière-hengsten en de veulenmerriën bevinden zich in Biibolna zelf, de jonge hengsten in Ritter-Major, de jonge merriën en de gespeende veulens in Csikótelep. De voor de stoeterij bestemde merriën worden, evenals in Kisber, in training gebracht en de jonge hengsten aangereden. De merriën doen in het voorjaar een proefren over een afstand van 3000 M. Vergelijkt men den tijd, benoodigd tot het afleggen van die 3000 M. lange banen door de Kisbérsche en de Babolnasche paarden, dan wordt door de laatste nimmer de snelheid der eerste bereikt; het verschil in tijd is vrij groot en bedraagt gemiddeld 20 a 30 seconden.

Ook bij den verkoop te Bu da-Pesth brengen de Arabische merriën minder op dan de Engelsche; gemiddeld is dit verschil ƒ 300 a ƒ 400.

De stal der pépinière-hengsten in Babolnais, wat ruimte, licht en lucht betreft, niet te vergelijken met dien te Ki sbér; hij is daarentegen vrij warm en klein. De overige stallen zijn iu beide stoeterijen tamelijk gelijk.

De behandeling, voeding en beweging der verschillende jaarperioden zijn in alle Hongaarscbe stoeteryen ongeveer dezelfde, met eenige kleine wijzigingen, ais gevolg van plaatselijke omstandigheden en het soort van paarden, dat gefokt wordt.

Het drijven der paarden op de groote open vlakten geschiedt in B a b o 1 n a door bereden Czikó\'s, die op vlugge en nitste-

-ocr page 27-

23

kende paarden gezeten, en voorzien van eeu zweep met korten steel en langen slag, de koppels paarden, iu de verschillende gangen, over de uitgestrekte vlakten drijven. Tot onze groote spijt was het weder zoo slecht, dat het drijven niet kon plaats hebben, waardoor wij niet in de gelegenheid waren de vaardigheid der Czikó\'s te bewonderen, speciaal wat betreft de handigheid, waarmede zij de koppels, door hun snel en uitstekend rijden en het vlugge en juiste gebruik der moeielijk te hanteeren zweep, bij elkander weten te honden.

Even als in K i s b e r begint de dek tijd iu December, daar men zoodoende minder veulans verliest. Vooral vroeger heeft Babolna iu dit ojDzicht, door longaandoening, enz., groote verliezen geleden; dit jaar was de sterfte nog vrij groot geweest, zij bedroeg 8 0;\'o- De ziekten, die iu de meeste stoeterijen voorkomen, bepalen zicli grootendeels tot veulenziekten, een enkele epidemie, als influenza, uitgezonderd.

Jaren laug heeft men in Babolna getracht de paarden op te voeden door ze tegen alle weer en wind te harden en slechts zeer matig, zoo niet te weinig, te voederen; de gevolgen hiervan zijn niet uitgebleven, en de paarden werden steeds zwakker eu nietiger. Eenige jaren geleden is hierin verandering gebracht toen de overste J oseï Païsolt aan het

O O

hoofd der stoeterij is gekomen. Het hardingssysteem wordt thans niet meer overdreven eu de voeding is verbeterd, waardoor het ras weder zeer vooruit is gegaan, terwijl de jonge paarden grooter en sterker zijn geworden dau hun ouders en de sterfte ouder de veulens belangrijk is verminderd. Wauneer het geluk uu uog wil, dat meu eeuige edele volbloedheugsten krijgt, dan gaat Babolna een schoone toekomst te gemoet.

Zoowel de overste Patzolt als de majoor Kolosvaky, de commandant van Kisber, die kort geleden is gestorven, hebben onnoemelijk veel gedaan voor de stoeterijen ouder hun beheer. Onder hun leiding zijn Babolna en Kisber dan ook met reuzenschreden vooruitgegaan.

-ocr page 28-

24

De comuiaudaut vau Babolua gaf ons met de meeste welwillendheid alle geweiischte mlicbtiiigeu eu deelde ous bovendien veel belangrijks mede.

Wat ous bij het bezoek aan de beide stoeterijen verwonderde, was, dat de subalterne officieren zoo dikwijls een anderen werkkring krijgen, waardoor zij hun onderhebbend fokmateriaal niet altijd nauwkeurig kennen.

Wel is waar heeft de „Ministerialrathquot; de geheele leiding der fokkerij in handen, en zijn de officiereu eu ook de ,,Ge-stntscommandautenquot; slechts beambten, die daarop geen on-middellijken invloed uitoefenen, doch enkel toezicht houden op en verantwoordelijk zijn voor den goeden gang van zaken, ook wat de administratie betreft. Toch is het ondoenlijk, dat zelfs een zoo buitengewoon eu talentvol man, als de „Ministerial-rathquot; Von Kozma, die „the right man on the right placequot; mag worden genoemd, alles zelf kon beslissen, weshalve hij veel waarde hechtte aan het oordeel van enkele commandanten en hun raad dikwijls opvolgde. Een voortdurende dagelijksche waarneming van het oudere eu jongere materiaal, het opsporen van de goede en slechte eigenschappen van elk individu en het nauwlettend gadeslaan van het al of niet gelukken der verschillende kruisingen, van de training, enz., — dit alles is noodig, om een juist oordeel te kunnen vellen over de meest gewenschte pariug, eu zulk een kennis kunnen alleen de „Gestütsofiiziereuquot; hebben, indien zij zeer bekwame, talentvolle mannen zijn, en hun niet telkens een andere werkkring wordt gegeven.

Zelfs een man als Vox Kozma, van wien algemeen gezegd wordt, dat hij behooi-de tot die persouen, waarvan er in eiken tak van wetenschap slechts één per eeuw wordt aangetroffen, raadpleegde dikwijls enkele cominaudauteu. Wanneer zulk een man dit uoodig oordeelde, dan kan men nagaan voor welke reuzentaak zijn opvolger thans staat.

Natuurlijk hangt de invloed, dien de commandant op de

-ocr page 29-

25

fokkerij zijner stoeterij heeft, grooteiideels vau zijn persoon-lijkheid af, on is het uoodzakelijk dat er een algeuieene leiding in één richting bestaat, doch wellicht ware het beter om de détails aan de comuiandanten over te laten, en in verband daarmede de voor hun betrekking geschikte personen, zoowel commandanten als subalternen, zoo lang mogelijk te handhaven.

Bij een classificatie van te behouden of te verkoopen paarden behoort bijv. een zeer groote kennis, niet alleen van elk individu, doch ook van eiken stam, waartoe het behoort. Zoo kunnen sommige ouders venlens hebben, die fraai en goed schijnen, doch op vier- en vijfjarigen leeftijd geheel ontaarden en hoe langer hoe slechter worden, terwijl ook het omgekeerde voorkomt, zoodat de veulens oogenschijnlijk weinig beloven eu later toch goed terecht komen.

Ongelukkigerwijze ontbrak ons de tijd om de stoeterijen te Radautz, Mezöhegyes, Fog ar as, Fiber, enz., te bezoeken, doch wij bezichtigden nog een post van het heng-sten-depot te Stub 1 weissen burg, waar 200 hengsten waren gehuisvest. Dit depot heeft vijf posten en in elk daarvan zijn ongeveer 200 hengsten ondergebracht. Hier waren exemplaren uit Mezöhegyes, van den grooten eu den kleinen Nonius- en van de Gidran-stammen, die alle voor ons buiteu werden gebracht en afzonderlijk gemonsterd. Hierdoor maakten wij kennis, al was het ook eenigzins oppervlakkig, met de voornaamste paardenrassen en stammen in Hongarije en Oostenrijk, wat later nog werd aangevuld door een bezoek aan het „Hofgestütquot; te Klad rub in Bohemen.

Wat ons bijzonder trof, was, dat in het heugsten-depot, zoowel-^als in Holicz, de hengsten iu gewone stallen, tus-schen latierboomen staan, terwijl de meeste zoo mak en zoo vertrouwelijk tegenover den mensch zijn, dat men gerust tusschen hen kan gaan en ze aan den halster iu den stal

-ocr page 30-

2(5

kan rondleiden. Ook in de stallen, waar de inerriën met haar veulens roudloopeu, wordt meu door deze besnuffeld eu op den voet gevolgd. Die groote vertrouwelijkheid en makheid der hengsten kunnen zonder twijfel worden toegeschreven aan de zachte behandeling door zaakkundig personeel en aan den verstandigen maatregel, om ook de hengsten dagelijks te doen berijden. Dit geschiedt gedurende llj2 a 2 uur, door het personeel, dat de hengsten oppast, en steeds in de buitenlucht, tenzij het weder dit onmogelijk maakt; alsdan wordt de besloten manege gebruikt. Dat gebeurt echter slechts zelden, daar ook hier, evenals in de stoeterijen zelfs met vorst buiten wordt gereden, wanneer het ten minste niet glad is.

De depothengsten worden in stap en draf gereden; velen echter beschouwen dit niet als voldoende en zouden meer beweging wenschen, vooral een proefrennen en jachtrgden met alle halfbloedpaarden, alvorens in aanmerking te komen voor iulijving bij het depot.

Achter eiken hengst is ook hier een bord gehangen, waarop naam, ouderdom en afstamming vermeld staan.

Van een hippologisch standpunt beschouwd, is de hofstoe-terij te K1 a d r u b in B o h e m e n zeker een der meest belangwekkende inrichtingen, die men vinden kan. Niet alleen treft men aldaar nog een ras aan dat elders nergens meer bestaat, doch bovendien heeft deze stoeterij het fokken van verscheidene soorten van paarden ten doel. De leiding moet dan ook in zeer bevoegde handen zijn, zullen er goede uitkomsten worden verkregen.

In K1 a d r u b worden gefokt:

1°. De rij-, dienst- en campagnepaarden voor Z. M. den Keizer en de Heeren van Z. M. gevolg, en in vereenigmg met Lippiza, tevens de schimmels voor \'s Keizers lijfwacht. Behalve voor deze laatste paarden is men aan geen bepaalde robe gebonden.

-ocr page 31-

2°. De carossiers voor de keizerlijke stalleu, die alle bruiu moeten zi]u, weiuig of geen afteekening mogen hebben, en in liet span goed moeten stalen; de gewenschte kleur is die der Bagelsche, zoogenaamde „Cleveland baysquot;. Zij moeten bovendien groot zijn, vlot gaan, fraaie gaugeu hebben en een schoon exterieur bezitten.

3°. De hengsten, bestemd voor de keizerlijke staatsierijtuigen; deze moeten schimmels en zwarten van het Kladruber ras zijn.

De taak van den Directeur is dus stellig geen sinecure, doch gelukkig heeft men in den Heer Rudolï Moïloch, die ook als hippologisch schrijver een goeden naam verworven heeft, een hoogst talentvol en bekwaam man gevonden. Met de meest mogelijke welwillendheid wei\'den wij door hem ontvangen en verschafte hij ons alle mogelijke inlichtingen. Ook hier was een langer verblijf voor ons weder zeer gewenscht geweest, doch de tijd ontbrak.

Wijl de eischen, die men aan de te fokken paarden moet stellen, zoo verschillen, is het natuurlek uootlig dat er in Klad rub verschillende hengsten zijn; op het oogenblik vindt men er:

2 volbloed,

2 bruine Lippizauers,

1 schimmel Lippizauer,

1 Norfolk,

2 Kladruber schimmels, eu 2 Kladruber zwarten.

Voorts ongeveer 120 veulenmerriën, behoorende tot genoemde rassen of kruisingen daarvan, en tot de Engelsche half bloedpaarden.

Aan de rijpaarden worden eveneens vele eischen gesteld, als; fraai exterieur, goede robe, vlotte en goede gangen, middelmatige grootte, aangenaam temperament eu veel vol-nardingsvermogen, daar HH. MM. de Keizer eu de Keizerin steeds veel dienst van hun paarden hebben geëischt. De stoe-

-ocr page 32-

28

terij is dau ook uiet altijd by machte het jaarlijks beuoodigd aantal aau deii ,, Mars tallquot; te zenden, zoodat bovendien nit Engeland en Ierland volbloed- en halfbloedpaarden tot dit doel worden geïmporteerd. Dit wekt te minder verwondering, wijl de in Klad r n b gefokte Engelsche paarden in het algemeen neiging hebben om eenigszins hoogbeeuig en fijner van onderbeenen te worden dan de geïmporteerde. De Directeur schrijft dit vooral toe aau het ruwere klimaat, waardoor de paarden niet zoo lang in de weide kunnen vertoeven als in Engeland en vooral in Ierland, waar dit dikwijls gedurende het geheele jaar kan geschieden, terwijl ook de Meiden in Boheinen uiet zoo kalkhondend zijn en de vergelijking met de Engelsche en lersche uiet kunnen doorstaan.

De rijpaarden worden verki\'egen door de volbloedheugsten te paren met volbloed- of half bloed-merriën, die bijna alle in het jachtveld zijn gereden door den Keizer, de Keizerin of door de Heeren van H. M. gevolg. Wij zagen zeer fraaie jonge paarden met uitstekende gangen; alle worden dagelijks gereden. Hieronder waren er ook, verkregen door verkeerde kruising, d. w. z. door het paren eener edele merrie met een minder edelen hengst. De Norfolkhengst dekt volbloed of edele halfbloed merriën, en de daarvan gefokte exemplaren blijken uitstekend geschikt, zoowel voor zware rijpaarden, als voor tuigpaarden, mits de merriën edel genoeg zijn. Een enkel exemplaar, gefokt bij een zeer goede merrie, die ecbter weinig of geen adel had, was te grof en te onedel uitgevallen. De Norfolkhengst, de ééne volbloedhengst en de beide Lippi-zaners, die alle bruin zijn, worden bovendien gebezigd tot het dekken van bruine merriën, ten einde bruine carrossiers te verkrijgen ; do hierbij gebezigde merriën zijn zware, breede, doch edele half bloedpaarden.

Men heeft helaas! de bruine Kladrubers in bet begin dezer eeuw gekruist met hengsten en merriën vau verschillende rassen, waardoor deze kleur geheel verloren is gegaan. De

-ocr page 33-

29

echte Kladrnbevs toch zijn zeker de carossiers bij uitnemendheid. Hun sierlijke hals, die goed gedragen wordt, hun statige grootte (zij meten gewoonlijk 1.70 a 1.80 M.) eu hun verheven gangen stempelen hen hiertoe. Daar echter tegenwoordig de fokdieren alleen zwarten en schimmels zijn en het ras overigens nergens meer te vinden is, zoo is de kans om bruine te fokken volkomen verloren gegaan.

Zoowel de zuivere Lippizaners als de Kladrubers worden verkregen door bepaalde familie-, ja zelfs incestteelt, reeds sedert 70 a 80 jaren. Dit is dus wel een bewijs, dat de theorie, die dat ten strengste veroordeelt, niet geheel juist is. Deze toch leert, dat, tengevolge van nauwe verwantschap bij het fokken, de afstammelingen nietiger eu fijner van beenen worden, minder diepte, doch meer gebreken hebben, eu tevens dat de vruchtbaarheid vermindert.

Beide rassen, zoowel de Lippizaners als de Kladrubers, weerspreken dit eu bewijzen dat, zoo slechts uitstekende individuen met elkaar worden gepaard, de afstammelingen ook goed zullen blijven, natuurlijk wanneer bodem, opvoeding, leefwijze en gebruik hiertoe blijve medewerken.

De Lippizaners toch zijn paarden niet alleen met een fraai uiterlijk, goede gangen en zeldzaam zuiver beenwerk, zoodat beengebreken bijna niet voorkomen, doch zij zijn bovendien breed ea diep gebouwd, op korte beenen, en hebben bewezen een zeldzaam volhardingsvermogen te bezitten, zoowel in het tuig als ouder den ruiter. Hun vruchtbaarheid is 72 0/0. Waren zij wat grooter (gewoonlijk meten zij niet meer dan 1.60 M.), dan zouden ook zij uitstekende carossiers opleveren.

De vruchtbaarheid der Kladrubers is iets minder, ongeveer 67,doch zeker ook nog voldoende, wanneer men die vergelijkt met de Engelsche halfbloedfokkerij in K la drub, die slechts G2 0/0 vruchtbaarheid aanwijst. Zij zijn ontstaan uit vier verschillende stammen; de Lippizaners daarentegen uit vijf.

-ocr page 34-

30

De schimmels zijn de grootste (1.80 M.) eu krachtigste; de goed gebogen, lauge hals, de fraaie rug, het krachtige kruis, de goed gedragen staart, gepaard aau do breede, goed ontwikkelde beenen eu de schoone, verheven gaugeu stempeleu hen tot koetspaard bij uituemeudheid, dat zoowel parade kan maken, als volhardingsvermogen bezit. De zwarte zijn iets minder forsch, en grijpen minder vooruit met de voorbeeneu hoewel ze zeer veel kniebeweging bezitteu. Alle paarden hebben aan hun zwaar hoofd, eeu min of meer, sommige zelfs een sterk gebogen profiel lijn, terwijl de stand der voorbeeneu dikwijls dusdanig is, dat de meeste paarden een weiuig maaien eu schommelen; de zwarten wat meer dan de schimmels. Niettegenstaande deze gebreken, die, vooral wat het hoofd betreft, een raseigenschap zijn, levert zulk een span paarden voor eeu rijtuig eeu fraai gezicht op, eu dat zij een snellen gaug hebben, bewees ons het span, waarmede wij naar het station werden gebracht.

Alle voor den „Marstallquot; bestemde paarden en ook die uit Lippiza, bestemd voor de Juckerspannen, wordeu in K1 a d r u b aangereden. Het heuvelachtig, rotsachtig terrein om en in Lippiza maakt het aanrijden daar ter plaatse onmogelijk.

Wanneer de paarden vol 3 jaar oud zijn, begint de dressuur; eerst op hun jaar wordeu zij, geheel aangereden en volwassen zijnde, naar Weeneu gezonden. Men vergt vóór het 6e of 7e jaar niet veel dienst van de paarden, die uit de stoeterijen komen, en dit, gevoegd bij het zaakkundig aanrijden door ervaren personen, is oorzaak, dat de paarden vele jaren voor den dienst geschikt blijven.

De tot veulenmerriën bestemde jonge paarden worden op hun 4e jaar gedekt; bovendien wordeu zij in het domein of ook wel als koetspaarden gebezigd.

De voeding, de uoodige lichaamsbeweging, het drijven, enz., geschieden ongeveer op dezelfde wijze als in de Hon-gaarsche stoeterijen.

-ocr page 35-

31

De commissie werd alzoo door de welwillende beschikking van Zijn Excellentie den Minister van Oorlog in de gelegenheid gesteld om op het punt van paardenfokkerij, dressuur, enz. veel wetenswaardigs te leeren, want ongetwijfeld staan al deze zaken in O os te n r ij k — H o n ga r ij e op hoogen trap.

Ook de afstandsrit van Weeuen naar Berlijn, die in het algemeen door Oostenrijksche oöicieren niet gunstig werd beoordeeld, daar er geen voorwaarden van conditie aan het winnen verbonden waren, heeft de superioriteit van het Hongaarsche paard en het rationeele van zijn opvoeding bewezen ; en al moge bet te bejammeren zijn, dat zooveel arme dieren de slachtoffers zijn geworden van hun energie en hun goeden wil, toch zijn de gevolgen leerrijk, vooral ook voor hen, die een vergelijkende studie wenschen te maken van de rassen der paarden, him voorafgaande training, de wijze van berijden, de marscbindeeliug, enz. Het oordeel van één der autoriteiten in Oostenrijk was: ,,Die Herren haben nicht genng mit dem Kopfe geritten und die Pferde waren zu viel trainirt; Distanzreiten ist kein Rennreitenquot;.

De regeering in Oostenrijk—Hongarije steunt de paardenfokkerij door krachtige en weldoordachte maatregelen, die wij nog even willen resumeeren.

1°. De hengsten, aan particulieren toebehoorende, worden aan een keuring onderworpen, alvorens zij mogen dekken.

2°. De regeering tracht voor dekhengsten het beste materiaal te krijgen dat te vinden is, betzij door importatie of door aankoop, huur, enz. terwijl die, welke niet voldoen als pépinièrehengsten, hoe duur zij ook bij inkoop mogen geweest zijn, onherroepelijk worden verkocht.

3°. Zij stelt deze hengsten ter dekking in die streken, waar zij het meeste nut kunnen stichten eu het best op hun plaats zijn.

4°. Zij zorgt na de stationneering voor goede stalling en verzorging in de depots.

-ocr page 36-

32

5°. De dekgelden zi-in laag.

6°. Bi] den aankoop wordt niet alleen gelet op exterieur, doch ook op afstamming, eu, wanneer dit mogelijk is, op bewezen diensten.

7°. Zooveel doenlijk traclit men zich te overtuigen, dat het fokmateriaal werkelijk goed is door het eerst voor verschillende diensten te gebruiken. Dit is een uitstekende maatregel, die ook hier te lande aanbeveling verdient, daar bij ons dikwijls hengsten worden gebezigd, die wel voor een enkel ooo-enblik een fraaien monstergang kunnen aannemen, doch

O O

die overigens, zoodra men eenige diensten van hen vergt, blijken geven vau weeke, slechte dieren te zijn, zonder goede saneen en zonder energie. Nog andere middelen dan de ren-

o O o o

baan kunnen tot dit doel worden gebezigd.

8°. In de stoeterijen krijgen de dekhengsten behoorlijk beweging, in overeenstemming met het krachtige voeder.

9°. Men tracht de veulens en jonge paarden (evenals tegenwoordig ook met de kinderen geschiedt) door rationeele voeding, gepaard aan behoorlijke oefening van longen eu spieren, en een zachte behandeling, tot krachtige diereu te ontwikkelen.

10°. De paring geschiedt niet op goed geluk af, doch op gronden, aan wetenschap en ervaring getoetst.

II0. Het beste materiaal wordt voor het fokken bewaard. 12°. De geheele leiding der paardenfoTvkerij is in één hand, eu wel in die van een man, uitnemend voor zijn taak berekend ; hij wordt door kundige en speciaal daartoe opgeleide personen in dit omvangrijk werk bijgestaan.

13°. Men fokt met een vast doel voor oogen, dat verschillend is, naarmate van de streek waarin en het ras waarmede men fokt of kruist; men tracht niet het onmogelijke vraagstuk op te lossen, om één soort paarden te fokken, dat zoowel voor den militairen dienst als voor koets- en laudbouwpaard lt;reschikt is, eu dit doel boveudien in alle deelen van liet

O 7

land op een eu dezelfde wijze te bereiken.

-ocr page 37-

Ofschoon al deze maatregelen in ons land wellicht niet van onmiddellijke toepassing kunnen zijn, meent de commissie evenwel, dat vele daarvan ook hier een uitstekend resultaat zouden opleveren. Zi] raadt daarom de fokkers en allen, wien de fokkerij ter harte gaat, dringend aan, om zoo zij meer wen-schen te weten van een rationeele en verstandige fokkerij zich op de hoogte te stellen van ilie in O o s t e n r ij k-11 o n g a r ij e. Deze heeft aldaar in betrekkelijk korten tijd zulk een verbetering ondergaan, dat zij of onmiddellijk op die van E n g e 1 a n d eu I e r 1 a n d volgt, of althans die eer met F r a n k r ij k mag deelen.

Niettegenstaande de groote zorg, welke de Oostenrijksche regeering aan de paardenfokkerij besteedt, is men daar te lande met het soldatenpaard lang niet onverdeeld ingenomen. De redenen hiervan zijn:

lu. De hoogst gebrekkige wijze, waarop vele fokkers de veulens opvoeden, terwijl zij ze te vroeg arbeid laten verrichten, het gevolg van den geringen welstand van den boer.

Wel tracht men door het aantal remonte-depots langzamerhand te vermeerderen, vele paarden een betere jeugd te bezorgen, doch het aantal paarden van 4 jaar en ouder, dat men uog gedwongen is te koopeu, is veel te groot. 2». De zeer lage remonteprijs, en 33. De enorme uitvoer van goede jonge paarden.

Ten slotte nemen wij de vrijheid Uwe Excellentie dank te zeggen voor de gelegenheid ons geschonken, om onze kennis in dit opzicht te verrijken.

Die meerdere kennis zal ongetwijfeld te stade komen, wanneer ons als voorheen, weder wordt opgedragen om het leger grootendeels te remonteeren. Het zal wel ffeen uitvoerio-

o

betoqg behoeven, dat men voor deze zeer moeielijke taak nimmer ervaring genoeg heeft en dat vermeerdering hiervan ten slotte ons leger ten goede moet komen.

-ocr page 38-

*7}

u

Voorts zij liefc ons vergund de aandacht van Uwe Excellentie te vestigen op de belangrijke hulp ons geschonken door ïlarer Majesteits Gezant te Weeuen; hoofdzakelijk door diens welwillende tusschenkomst werden wij in de^ gelegenheid gesteld om zóóveel in zulk een korten tijd te zien. Met gepasten eerbied nemen wij mitsdien de vrijheid aan Uwe Excellentie in overweging te geven, om dezen Gezant een woord van dank te willen doen toekomen.

Milligen, 29 December 1892.

De Commissie voornoemd,

De Directeur van het Remonte-depot De Majoor

Van Rkigeusbkug Vrksluijs.

De Kapitein voor Speciale diensten bij het \\e Regiment Veld-Artillerie,

J. H. Knel.

-ocr page 39-
-ocr page 40-

/\\

lt;. r ^ . r ^

•■-r -i.^;

-ocr page 41-

r ^ ^ -, l

■...■quot;\' \'• A

p. ■\'■\'■•. ^.r

?\' i\' ■lt;gt;lt;\'-

A

—-i

V

■/ .7

^ 4^-

1

/ ..

• \\ -- A

, V quot;S ,-

.v ^ r\'

n-3;

^ y

c v\\ A gt;* ■ i

V ^ V

lt;?* c ^ s.

1 - \'t - L

■lt;v

/ ^ ^

f \'•\' . \' ^ v^- A-.

quot;\'V i : V\'

r--quot;V. quot;tj gt;s

;i-r. ■\'-x ^ ü A \' r

/- r - gt; ^ \'

vV^

-r/ \\ v T X~ \'■ .-\' \'

; 1 ¥

\\ \' y- ■. }■ /\'f VV c

^ „ A A ( ■ v ^

v\' S. gt;\'cv gt; -^-vX- ^■- lt;/

^O,

* gt;. gt;.\'S«rW v.-.\' . ■\'

. gt; I y ^ .. ,^7 gt; gt; 1- - ■

: ^ \' -1 -1 l ^ quot; V

gt; 1 lt; V■■\' ^ ^■- 7 i ■ \' 1

w - V-» ■quot;•\'k^ ■• JiU ÏX ■ - \' • V-

rrquot;^ r I ^-; 7\'^rquot;Av r A

7quot; \' S

. ■ V

5

^ gt;

WjOT

„r

.

v- -i s

; y VWA- i. i . . .

Ma 7f\\

y\'\' ^

- \'* : \'

f ^ •iSgt;^

% \\ L \' \'quot;7\\

[

r \'TL \'T. vf

lt;s -i ( \\ v .-t--

. X \' v

/ ■lt; ■ - gt; \\ .i . rgt;

X ^ y-7

\'V\' quot;7quot; -\'

^ 7 quot;i

i

Yquot; \\

-ocr page 42-