-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

■ /•

V

I; . . ilt; ■

O

-ocr page 5-

iLGiii mmimi ïai m iiira

---

LEERBOEK

TEN GEBHUIKE BIJ HET

ONDERWIJS AAN DE SCHOOL

TOT OPLEIDING VAN

1NLANDSCHE GENEESKUNDIGEN.

SAMENGESTELD DOOR

J- W, IP, «J. quot;VAJM £!EOK:E3.

A.RTS,

UERAAK, PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR DER SCHOOL.

BATAVIA LANDSDRUKKERIJ 189».

-ocr page 6-
-ocr page 7-

INLEIDING.

4. Pathologie lieteekenl ziektebeschrijving, ziekteleei of pathologie,

ziektekunde. ziekteleer,

n ii.. ziektekunde.

2. De pathologie is de leer van het zieke leven. Zij onderzoekt beteekenis.

de ziekteverschijnselen in verhand met den vorm, de physische eigenschappen en de scheiknmlijie samenstelling der zieke deelen. Zij beschouwt deze in hunne alliankelijklieid van uit- en inwendige voorwaarden. Zij tracht tot den oorsprong van het zieke leven door te dringen.

3. De pathologie vervalt in de algemeene- en de bijzondere of specieele pathologie.

In de algemeene pathologie maken wij kennis met dealgemeene algemeene ziekteverschijnselen, zooals zij in de verschillende weefsels en organen vati hel lichaam kunnen voorkomen bij verschillende ziektetoestanden.

De bijzondere pathologie daarentegen brengt de ziekteverschijnselen bijzondere

in verband mei de afzonderlijke organen en stolsels van organen en ver- l,al,lolo8ie-eenigt ze tol afzonderlijke ziekten.

4. Voor het goede begrip der pathologische verschijnselen zijn onontbeerlijk de kennis verband mei

der normale anatomie, der histologie, der physiologie, maar ook die van de natimrkniide anatomie,

in het algemeen, van physia en chemie in het bijzonder. physiologie en

natnnrknnde.

5. De algetneene pathologie dient ons als inleiding lol de verband beoefening der klinische wetenschappen. inel klirlis(:lquot;\'

weten-

6. Wij verdeden de algemeene pathologie in: schappen.

a. de algemeene ziekteleer of nosologie;

b. de leer der ziekteoorzaken of aeliologie;

c. de algemeene ziektekundige anatomie of algemeene pathologische anatomie;

d. de leer der ontwikkeling van de algemeene ziekteverse hijnselen of de algemeene pathogenese,

ALGEMEENE ZIEKTEKUNDE. j

indeeling.

-ocr page 8-

EERSTE AFDEELING.

ALGEMEENE ZIEKTELEER (NOSOLOGIE).

gezondheid. 7. Zoo lang het mensclielijk organisme leefl en zich bevindt in den toestand, welken wij gezondheid noemen, zijn de levensverschijnselen van zeer bepaalden aard en binnen zekere grenzen bij alle individuen dezelfde.

Zoo is hv. de licliaamstempcralimr nagenoeg constant, onafhaiikclyk van den warmtegraad der omgeving, gelegen tussehen 3ö0r) C. en 3705 C. Zoo blijft liet aantal liarlslagen, algezien van kleine schommelingen, afhankelijk van leeftijd, geslacht, gemoedstoestand enz., ongeveer 80 in de minuut, enz.

ziekte. 8. Onder ziekte verstaan wij dien toestand van het lichaam, waarbij eene of meer verrichtingen van het organisme niet meer plaats hebben op de normale wijze, d. w. z. zooals die bij alle menschen van denzelfden leeftijd en hetzelfde geslacht onder gelijke omstandigheden steeds geschieden.

In hei nauwste verband met de verrichtingen (functies) van hel organisme slaan de physische en chemische samenstelling, de houw (structuur). Elke afwijking in de functie van een orgaan of weefsel beantwoordt aan eene verandering in den bouw. Hierom hebben wij ons bij elke stoornis in de verrichtingen van het lichaam of een zijner deelcn steeds voor te stellen de daaraan beantwoordende veranderingen in den bouw dier zelfde doelen. Welke veranderingen in den bouw beantwoorden aan bepaalde veranderingen in de functie en omgekeerd leert ons de ervaring, opgedaan uit het onderzoek dier deelcn.

Daar elke stoornis een oorzaak hebben moet, is voor het goede begrip dier stoornissen ook noodig de kennis van den aard en de wijze van inwerking dier oorzaak.

ziekiebegrip. Wij vatten thans onder het begrip ziekte samen, behalve een groep van stoornissen in de normale verrichtingen van het organisme, ook die in den vorm, in de physische en chemische eigenschappen der aangedane deelen. In vele gevallen voe^t zich hierbij de voorstelling van den aard en de wijze van inwerking der ziekteoorzaak.

zikteoorzaken. 9. De ziekteoorzaken kunnen zijn;

functies, structuur.

-ocr page 9-

3

K uitwendige (causae externae) d. z. die, welke in de omgeving uitwendige van liet lichaam aanwezig zijn en dit gedurende zijn bestaan kunnen aantasten;

2°. inwendige (causae internae) d. z. die, welke aangeboren zijn, in inwendige het lichaam zelve zetelen en afkomstig zijn van sloornissen in de samen-stelling der kiem. Zij kunnen als spontane veranderingen optreden of overgeërfd worden.

10. De ziekteoorzaak kan het geheele lichaam als hel ware gelijktijdig algemeene aantasten of zich bepalen lot een meer of minder groot of belangrijk deel. of In het eerste geval spreekt men van eene algemeene- of constilu- ziekten, tioneele-, inliet laatste geval van eene plaatselijke- of locale ziekte,

Eene algemeene ziekte kan met plaatselijke verschijnselen beginnen, ziften. Bij de meeste conslitutioneele ziekten is dit werkelijk het geval. Omgekeerd kan eene algemeene ziekte locale aandoeningen voorafgaan.

\\\\. Eene plaatselijke ziekte kan algemeen worden doordat de verbreiding ziekteoorzaak zich uitbreidt: . 1,,cr

zieklo per

le. per continuitatem, d. i. door geleiding in gelijksoortige weefsels; ™ntinniiaiem. 2C. per con li gui la tem, d. i. door aanraking van op, onder of naast pet-elkander gelegen weefsels of organen. contipnitatem.

Zonder dat de ziekte algemeen wordt, kunnen op deze wijze ziekelijke verbreiding

toestanden van de eene plaats van het licliaam op eene andere worden

overgebracht. blijvende

ziekten.

12. Wordt een lichaam gemakkelijk door een ziekteoorzaak aangetast,

dan noemt men dat lichaam voor die ziekte gepraedisponeerd. Hier pmedisposiiie. bestaat praedispositie van dat lichaam voor die ziekte.

13. Wekt daarentegen een bepaalde ziekteoorzaak in een lichaam nimmer.

of slechts zeer moeielijk eene ziekte op, dan is dit lichaam immuun immuniteit, voor die ziekte of wel het lichaam bezit immuniteit voor die aandoening.

14. Eene ziekte kan kort of lang duren. duurder

ziekten.

Is de lijd, welke verloopt tusschen het begin en hel einde eener ziekte, acute ziekten, niet langer dan enkele weken (zes), dan noemt men de ziekte eene acute.

Duurt eene ziekte daarentegen langer, dan is de ziekte eene chrnniscbe chronische. ziekten.

-ocr page 10-

verloop der 1b. Vele ziekten veiloopen typisch of regelmatig, d. w. z. de ziekten.

typische verschijnselen der ziekte zijn, behoudens geringe afwijkingen, steeds dezelfde, ziekten.

atypische Is dit niet het geval dan is de ziekte eene atypische o( onregel-zieklcquot;\' matige.

period ische en 4fgt;. Perlodisch of cyclisch is eene ziekte, wanneer in haar verloop quot;\'\'zhk\'ien\'\'1 lijdperketi zijn te onderscheiden. Ontbreken dergelijke perioden

dan is de ziekte aperiodisch of acyclisch.

koortsvrije, 17. Ziekten, waarbij zich geen koorts voordoet, noemt men koorts-vrije, lt;lie waarbij koorts gewoonlijk voorkomt koortsachtige ziekten, complicatie. 18. Onder eene complicat ie (morbns com p 1 icatns) verslaat men

het toevallig samentrellen van verschillende ziekten.

dyscrasien. li». Dyscrasieën noemt men die algemeene ziekten, waarbij eene verandering in de samenstelling van hel bloed wordt aangetroffen. liet woord is echter nagenoeg geheel in onbruik geraakt.

20. Worden vergiften in hel lichaam opgenomen, dan zijn de hieruit intoxicatie- voortvloeiende ziekten intoxicatie-ziekten, wanneer het virus alkom-

en iniLctie- . . van (|e j00je naiuur, i n fee t i e-z iek t en, wanneer de smetstof is ziekten. quot;

een levend organisme.

zware ziekten. 21. Zwa re ziekten zijn die, waarbij blijvende stoornissen in gewichtige

organen optreden, ot met den dood eindigen kunnen.

lichte ziekten. 22. Lichte ziekten zijn zulke, waar zonder bijkomende omstandig-heden genezing regel is.

begin 23. Eene ziekte begint plotseling of langzamerhand. In liet laatste der ,\'lekte. |1(,( eenigfin tijd alvorens de verschijnselen zoo duidelijk zijn

dat de geneesheer de ziekte herkent. De aan het uitbreken der kenmerkende verschijnselen voorafgaande stoornissen noemt men de voorboden prodromi. (prodromi) der ziekte. Het tijdperk, waarin deze voorkomen, heet het stadium stadium pro drom orum.

prodiomoriquot;quot;. ^ jj.enc vermin(]ering 0f afneming der ziekteverscbynselen noemt men

remissie, remissie, eene vermeerdering of toeneming exacerbatie.

20. Bij tusschenpoozende ziekten noemt men het tijdperk van den paroxysmus. aanval paroxysm us.

Bij tusschenpoozende koortsachtige ziekten noemt men het koortsvrije apyrexie. tijdperk a p y r e x i e.

-ocr page 11-

5

26. Men ondorscheiclt aan eenc ziekte ile volgende tijdperken: tijdperken

dei ziekte.

a. het tijdperk van toeneming der ziekteverschijnselen (stadium stadium incrementi); incremcquot;li-

b. het tijdperk, waarin de ziekte hel hevigst is (stadium acmes); stadium aemes.

c. het lydperk van afneming der ziekleverscliijnselen (stadium stadium

dccrcmouti.

d e c r e m e n 11;.

27. Ook het einde of de uitgang der ziekte kan verschillend zijn. derzfekten

a. Eene ziekte eindigt door crisis (per crisin), wanneer hel herstel crisis. 4—36 uren duurt. Hiermede gaal in den regel gepaard eene snelle daling

der lichaamstemperatuur, eene vermindering van hel aantal polsslagen, eene ruimere zweetafscheiding, een rustiger slaap en het ontstaan van een overvloedig bezinksel in de urine.

b. Eene ziekte eindigt door lysis of per lysin wanneer hel herstel \'ysis. binnen 2—3 dagen intreedt en langzaam maar regelmatig voortgaal.

28. De tijd, welke verloopt tusschen hel begin der genezing totdat

het lichaam weder zoo krachtig en goed gevoed is geworden als vóór de

ziekte, heel hel reconvalescentie stadium. Gedurende dit tijdperk rccouvalcs-

ccnlic

wordt hel algemeen gevoel van den lijder heler, keerl de eetlust weder en is de geslachtsdrift verhoogd. Overigens bestaat zwakheid en bloedarmoede, wisselt hel aantal hartscontraclies snel bij rust en beweging. De bloedsverdeeling is zeer veranderlijk. De lichaamstemperatuur is normaal, kenmerken Er bestaat neiging tol zweelen. Het onderhuidsche celweefsel is arm aan \' ^sceiltioquot; vet. De spieren zijn slecht gevoed en de lijder beeft bij geringe inspanning. Hel donkvermogen is verminderd en bij de minste werkzaamheid van den geest ontstaat hoofdpijn. De slaap is goed.

De reconvalescentie duurt lang na acute, algemeene, koortsachtige ziekten.

29. Eene ziekte herkent men aan hare verschijnselen.

De afwijkingen van den gezonden toestand zijn de symptomen der ziekie-ziekte. Deze verschijnselen zijn deels subjectieve, deels objectieve. symptomen.

De subjectieve symptomen kunnen door den zieke zei ven worden subjectieve

, , . . ... verschiinselcn.

waargenotnen, zonder dal zij voor een ander waarneembaar zijn.

De objectieve verschijnselen daarentegen worden door anderen nbjectievc

waargenomen, terwijl de zieke, hoewel niet altijd, ze vaak ook zelf waar-quot;1\'

nemen kan.

-ocr page 12-

6

bctcekonis der Beiderlei symptomen zijn onmisbaar voor de herkenning der ziekte — ^quot;vooiquot;0quot; \'iet stellen der diagnose, zonder hiervoor echter van gelijke de diagnose, beteekenis te zijn. De objectieve verschijnselen hebben voor ons meestal de grootste waarde.

sympionm- De leer der ziekteverschijnselen noemt men symptomatologie

lologie. , ...

of semiologie.

diagoustiek. 30. De kunst om de ziekten te herkennen, heet diagnostiek.

31. De ziekteverschijnselen worden door den geneesheer zei ven opgespoord physisch (physisch onderzoek) en laat hij zich die door den lijder mededeelen. mulei zoek. on(]erzoei{ naar (]e ziekteverschijnselen omvat:

anamnese. a. de anamnese, d. i. hel onderzoek naar het ontstaan der ziekteen naar alles wat in het vroegere en tegenwoordige leven van den patient met de ziekte in verband kan staan. Men vraagt in den re^el de patiënten zelve af, of, indien dit niet goed mogelijk is, de verwanten of omstanders.

Hiertoe behoort ook het onderzoek naar den naam, stand, ouderdom en landaard van den lijder.

status pracsens. b. de status praesens (tegenwoordige toestand). Hierbij moet men de objectieve en subjectieve verschijnselen, die de zieke vertoont, systematisch onderzoeken door middel van onze zintuigen en met behulp van alle ons ten dienste staande middelen van onderzoek.

historia morbi. Hieraan sluit zich gevoeglijk aan de ziektegeschiedenis (hisloria inorbi), d. i. bel nauw

keurig aaneengeschakeld verhaal der gedurende bet verloop der ziekte waargenomen verschijnselen en der veranderingen, welke hierin bobben plaats gegrepen.

32. Ter herkenning der ziekte uit de opgespoorde verschijnselen vereenigt men deze, beoordeelt de waarde van elk symptoom op zich zelf en alle in verband met elkander ten opzichte hunner beteekenis voor de zieke deelen

combinatie, of voor het geheele organisme (combinatie).

Tot het oordeel over de juiste waarde dier gegevens moet ons leiden onze kennis van den normalen bouw en de normale verrichtingen van de weefsels en organen, waaruit het menschelijk lichaam is opgebouwd en van hunne beteekenis voor de instandhouding en voortplanting van het organisme.

De vergelijking van de aldus gecombineerde verschijnselen met bekende groepen van ziektesymptomen bevordert de herkenning der ziekte.

Het besluit, dat men op de boven aangegeven wijze trekt uit de waar-

-ocr page 13-

I

\\

genomen ziekleveiscliijnselen lot hel beslaan eener bepaalde ziekle, is de diagnose. diagnose.

Niet altijd is het mogelijk uit de aanwezigheid van zekere .ziekteverschijnselen reciitstreoks de ziekte te herkennen. In zulk een geval kan reciu-

slrccksclie

ons de ui tsluiting van andere ziekten goede diensten bewijzen (diagnosis tlingnose.

diagnose door

per exclusionem). uitsluiting.

In verband met het vroeger omschreven begrip van ziekle moeten wij steeds trachten uit de gevonden symptomen te geraken tot eene juiste voorstelling van de anatomische en physiologische sloornissen in het lichaam van den lijder. Soms is dit niet goed mogelijk en moeten wij ons, doch slechts lijdelijk, vergenoegen met eene symptomatischb symptoma-diagnose, d. i. met het vaslslollen van de meest in liet oog vallende diagnose verschijnselen.

33. Eene ziekte kan overgaan in genezing (sanatio) o( eindigen genezing, met den dood (exitus letalis).

De genezing kan intreden wanneer de oorzaak der ziekle ophoudt te werken of verwijderd wordt en hare gevolgen verdwijnen, d. w. z. wanneer de zieke weefselelemenlen door nieuwe gezonde worden vervangen en de ziekteproducten hel lichaam hebben verlaten.

34. De volkomen genezing (sanatio completa) wordt symptomatisch daardoor gekenmerkt, dat de verrichtingen der aangedane organen meer en meer tot den gezonden toestand naderen en ten slotte in geen enkel opzichl hiervan verschillen. Het gevoel van welbehagen vervangt hel gevoel van ziek zijn.

De afneming der ziekteverschijnselen valt samen met eene herstelling (restitutio) der weefsels. De chemische processen in hel lichaam worden weder normaal. De beschadigde cellen herstellen zich. De verloren gegane worden vervangen door nieuwe met dezelfde eigenschappen als hare voorgangsters.

Het geheele weefsel kan op deze wijze teruggebracht worden in den toestand, zooals die vóór de ziekte was (restitutio nd integrum).

Bij zware ziekten hebben de weefsels vaak zulke veranderingen ondergaan, dal een volkomen terugkeer tot den normalen toestand niet meer mogelijk is. Er blijven defeclen beslaan of wordt hel verloren weefsel

volkumcne genezing.

rcstilulio.

reslilulio ad intrgnim.

i

-ocr page 14-

8

restiiuiio door aiiderc van mindere waarde of beteekenis vervangen (restitutio

cum defeclo. , „ . .

cum defecto).

In deze gevallen kunnen tocii de functies overanderd blijven. Dit

vloeit voort uit de omstandigheid dat de aangedane deelen zulk een

overvloed aan fnnctioneerend weefsel bezitten, dat het verlies van enkele

celgroepen niet merkbaar wordt. Bovendien bestaat de mogelijkheid

dat de functies van het verloren gegane weefsel worden overgenomen

door het overblijvende, doordat dit in grootte toeneemt en sterker

functioneert. Dit kan zelfs plaats hebben bij verlies van geheele organen.

compensee- Men spreekt in deze gevallen van eene compenseerende of vica-rende werking. .

neerende werking van weefsels of organen. Blijvende stoornissen in de functies kunnen dus alleen optreden, wanneer het aangetaste orgaan geen overvloed van gezond weefsel bezit en andere organen zijne functie niet kunnen overnemen of wel wanneer de overblijvende cellen zich niet kunnen vergrooten.

onvolkomen 35. De genezing is in deze gevallen onvolkomen (sanalio genezing. . i . \\

incompleta).

Dit gebeurt ook, wanneer, niettegenstaande het verdwijnen der ziekteverschijnselen, de ziekteoorzaak toch niet geheel is verwijderd, zoodat de mogelijkheid bestaat, dat vroeg of laat de ziekte weder uitbreekt. Van genezing kan hier feitelijk geen sprake zijn, maar hebben wij te doen latente ziekte, met een zoogenaamde verborgene of latente ziekte, d. i. eene ziekte, welke gedurende eenigen lijd of gedurende haar geheele verloop voor den geneesheer verborgen blijft.

immuniteit 36. Hel met goed gevolg doorslaan eener ziekle maakt hel lichaam

doorsiaaiT van so,ns V001 Sorteren of langeren tijd immuun voor eene herhaalde inwerking ziekten, der ziekteoorzaak.

praedisjiositie In andere gevallen daarentegen wordt hierdoor het lichaam gepraedisponcerd

doorstaan van voor (\'ezequot;\'\'e of andere ziekten.

na\'zicktcii Naz\'e\'lt;tei1 z\'jn ziekelijke toestanden, welke zich ten gevolge

eener voorafgaande ziekte ontwikkelen.

goed-en ^ Goedaardig noemt men eene ziekte, waarbij zich gewoonlijk geene

kwaadaardige ernstige verschynselen voordoen; kwaardaardig daarentegen wanneer ziekten.

dit wel het geval is.

-ocr page 15-

9

31). Komen, nadat het herstel reetls is ingetreden of min of meer gevorderd, de ziekteverschijnselen op nieuw te voorschijn, dan spreekt men van een recidief. recidief.

40. Wanneer alle functies van het organisme ophouden, treedt de dood in. De volgorde, waarin de afzonderlijke organen ophouden te functioneeren en afsterven, is in do verschillende gevallen verschillend en hangt van den aard der ziekte af.

De leer der verschijnselen van den dood heet thanatologie. ihanaiologie.

41. Het leven kan na hel ophouden der functies van hart en longen niet lang bestaan. Bij den stilstand der functies van andere organen kan het gedurende eenigen lijd worden bewaard. Dit hangt af van de beteekenis dier organen voor het leven.

Sommige weefsels in het gezonde lichaam hebhen slechts eenc passieve functie te vervullen.

De teekenen van den dood zijn de volgende: teekenen van

den dood.

1°. de on t bin dings vlek ken. Zij verschalïen ons de grootst mogelijke ombindings-zekorheid omtrent den dood, omdat zij eerst voor den dag komen als deze vlukkequot;\' reeds gedurende eenigen tijd is ingetreden.

Zij heslaan in vlekvormige, groenachtige verkleuringen der huid. Deze treden het eerst op aan de zydelingsche gedeelten van den buik, daarna in va» de tusschenribsruimlen, enz. Men vindt ze het eerst op al zulke plaatsen, voorkomu1-waar groole bloedrijke organen dicht bij de lichaamsoppervlakle liggen.

In het algemeen ontwikkelen zij zich snel bij hooge temperatuur en ontwikkeling groole vochtigheid van de omgevende lucht, bij krachtige en vette personen ombfndings-en bij kraamvrouwen, vooral na zeer acute besmellelijke ziekten; langzaam vlekken, bij lijken van grijsaards, magere menschen en van hen, die aan uitterende slepende ziekten of aan alcoholismus zijn gestorven. De ontbinding wordt voorts gekenmerkt door de zeer eigenaardige lijklucht en de gas- lijklucht, ontwikkeling in verschillende deelen van het doode lichaam. gasontwikkc-

2«. de doodsvlekken (livores mortis) licht-, donker-, vuil- of iloodsvlckken. ^lauwroode vlekken, die het eerst zichtbaar worden aan de laagst gelegene deelen van het lichaam, mils niet aan groole drukking bloolgesleld. Ze vormen eerst afzonderlijke vlekken, doch kunnen later door samenvloeing geheele lichaamsvlakten bedekken.

-ocr page 16-

10

wijze van Zij kunnen op tweederlei wijze ontstaan n. m. door eenvoudig naar ontsidan. ^ iaagte zinken van het bloed in de vaten (hypostatische vlekken valsche ol\' valse he doods v lekken) of\' door diflusie van de bloedskleur-doodsvlckkcu. sjoj. ^ vaten jn jiet omgeven(] weefsel (di ll\'u sie vlekken of

ware ware doods vlekken). De ware doodsvlekken zijn daarom niet, de (IooJsn lekken. vajsc|le wei Wpg te Jrukken.

De ware doodsvlekken doen zicli soms voor als vuilblauwroode strepen in plaats van bel verloop der groolere huidaderen van bet lichaam. Dij de gewone vooikomen. ]jggjng jgj. ijj^en zijn zij bet eerst en hel duidelijkst aan den rug en den nek zichtbaar. De doodsvlekken puilen nimmer boven de oppervlakte tairijklieid. der huid uil. De talrijkbeid der doodsvlekken hangt van de meerdere tijd of mindere vloeibaarheid van het bloed der lijken af. De tijd, wanneer \\an ontslaan. ^ ontslaangt; i,angt at van je temperatuur der omgeving en van de oorzaak van den dood. Hier, komen zij spoediger te voorscbijn dan in kleur. koude landen. De kleur der doodsvlekken hangt af van de kleur van hel bloed.

lijksiijfheid. de lijkstijfheid (rigor mortis). Deze begint hel eerst aan de

wijze kaakspieren en gaat geleidelijk van boven naar beneden voort om later in opiicdui. (je2e|((je V0|g0r(]e te verdwijnen. De lijkstijflieid is het duidelijkst zichtbaar bij krachtige personen eu bij korten ziekteduur. Het snelst verdwijnt zy bij cacheclische personen. Is zij eenmaal overwonnen, dan keert zy niet weder.

hypothosu. De lijkstijflieid lierust volgens soinmigeii op stolling van de contractiolc spierzelf-

standigheid, volgens anderen is zij eene laatste maximale spiercontractie.

tijd De tijd, wanneer de lijkstijfheid optreedt, slaat in verband met de vaquot; 0|,llcJlt;n oorzaak van den dood. liet vroegst ontstaat zij bij lijken, waar de spierkracht vóór den dood sterk is uitgeput door hevige samentrekkingen even voor het sterven, bij hoogbejaarden, bij lieden mei een sterk ontwikkeld spierstelsel en na vele acute ziekten. Hier is zij vaak binnen het uur duidelijk waar te nemen, doch verdwijnt gewoonlijk reeds binnen de 24 uren. Ook de gladde spieren verslijven. De lijkstijfheid komt nagenoeg constant en in zeer verschillende graden voor, ontbreekt alleen by de lijken van te vroeg geboren kinderen en van bevrorenen, die weder ontdooid zijn.

-ocr page 17-

11

4C. de afwezigheid van ademhalings- en hartsbewegingen; afwezigheid

van ademha-

bc. het ontbreken van hel gevoel, van de spierprikkel- lings-er.

hartsbewegin-

baarheid en van de gevoeligheid der zintuigen voor hunneg»». «quot;H\'reken

van hel

prikkels; gevoel, van de

spierprikkel-

6C. de daling der lichaamstemperatuur, doodskoude (algor baarheid cn

van de

mortis). De temperatuur van het lichaam wordt van lieverlede gelijk gevoeligheid

der zintuigen.

aan die van de omgeving. Bij sommige ziekten stijgt zij onmiddelijk na doodskoude, den dood eenige tiende deelen van graden. De uitwendige deelen van stijging van de het lichaam koelen het snelst af, de inwendige organen blijven het llchaasquot;

o o j lemperotuur

langst warm. na den dood.

lüj schijndood door verdrinking en bevriezing en in hel stadium algidum van cholera kan de huid op hel aanvoelen zeer koel zijn. Gedurende hel leven daall de temperatuur van hel lichaam, in de okselholte gemeten, zelden tol 33° C. Alleen bij krankzinnigon daall do temperatuur wel eens tol 25° C.

7C. Voorts gehoorzaamt het lichaam aan de wetten der zwaartekracht invloed der

. • , i , i , i . zwaartekracht,

en neemt het eene kenmerkende bonding aan. kenmerkende

De buigspieren hebben na den dood de overhand over de strekspieren houding.

(de armen zjjn naar binnen gedraaid, de handen en vingers gebogen, de

duim is naar de handpalm gekeerd). De onderkaak hangt naar beneden.

De sphincter ani slaat open;

8°. de huidskleur verandert. De deelen, waarop hel lichaam ligt, platten verandering

der huidkleur.

af. De cornea wordt min of meer troebel, droog (of zonder glans), gevoelloos afplatting.

troebeiing van

en de oogbol minder gespannen. De pupil is onbewegelijk cn bijna de cornea.

onbcwegelijk-

allijd verwijd. held en

verwijding van

42. Alle functies van weefsels en organen kunnen tijdens het leven de pupil, reeds zoo gering zijn, dat het lichaam reeds dood schijnt (schijndood), schijndood.

43. De overgang van het leven in den dood kan plotseling zijn. In vele gevallen treedt de dood langzaam en geleidelijk in en gaan er verschijnselen vooraf, die zijne nadering aantoonen. Dit tijdperk noemt men doodstrijd of agonie. agonie.

44. De directe oorzaken van den dood zgn zeer verschillend, oorzaken

In het algemeen teil men de volgende: ,\'quot;1 \'\'tn (lü0(1\'

1°. hel ophouden van den bloedsomloop door verschillende ophouden

van den

ziekten van het hart en der groole vaten; bloedsomloop.

-ocr page 18-

12

stilstand van 2C. hel ophouden van de ademhaling door long/iekten, slik-

dc ailcinlialing.. .

Uing, enz.;

gebrek 3e. onvoldoende voeding, vooral gebrek aan water en voedsel;

pan voedsel

en drank. 40. h o o b e ouderdom;

nooge

ouderdom. 50. sterke en langdurige verlaging van de li c h a a m s-verlaging

iMiaams temperatuur met gelijktijdige afwijkingen in de warmteregeling;

temperatuur. ge. zware physische en chemische inwerkingen;

geweld. J

gemoeds- 7e. hevige gemoedsaandoeningen.

aandoeningen.

K. Virchow heeft een stelsel van doodsoorzaken voorgesteld, welke men Ier wille der gelijkvormigheid wel zal doen te raadplegen.

atria mortis. 43. Men spreekt nog wel eens van de poorten van den dood (atria

mortis). Hiermede worden bedoeld de organen, die tot de gewichtigste

voor het leven behooren, zoodat stoornissen daarin hel snelst den dood

te weeg brengen.

In verband hiermede spreekt men nog wel van:

mors per je, j00(i joop stoornissen in de hersenen (mors per apoplexiam); apoplexiam.

mors per 2°. dood door stoornissen in de ademhalingsorganen (mors per

as|ihyxiani. aSp||yXiam 0f per s u f foe a t io ne m);

mors per 3e_ JqqJ door stoornissen in de hartsbeweging (mors per syncopen).

syncopen.

opsporing der 46. De oorzaak van den dood is soms gemakkelijk, soms zeer moeielijk doodsoorzaak. ^ le Sporeni jn ve|e geva|ien jjiijn zij ons onbekend.

dood 47. Van de tien menschen sterven er ongeveer negen aan ziekten en \' n ^iclae Vaquot; hiervan evenveel aan acute als aan chronische ziekten.

48. De kunst om liet vermoedelijk verloop, den duur en den uilgang prognostiek, der ziekten in elk bijzonder geval te voorzeggen heet prognostiek en prognose, de voorzegging zelve de prognose (prognosis). De prognose kan in het algemeen zijn:

prognosis goed (prognosis fausta), slecht (prognosis infausla) en twijfel-

infaustTdubia.301\'1^ (prognosis anceps s. dub ia).

therapie. 4!). De kunst om de ziekten te bestrijden noemt men therapie, prophylaxis. Die van ziekten le voorkomen heet prophylaxis.

KOORTS.

begrip. bO. Onder koorts (febris) verstaat men dien toestand van het lichaam,

Hi v.

-ocr page 19-

13

waarbij in hoofdzaak de warmteregeling zoodanig is gewijzigd dat de

lichaamstemperatuur boven de normale stijgt. In tegenstelling met de

physiologische vertoonl deze verhooging der lichaamswarmte weinig ondersclipiil

mcl Jn

neiging om spoedig tot de normale hoogte te dalen. Mei deze stijging physiologische

ti\'iupcraUiurs-

der temperatuur gaat gepaard een groep van meer of minder con- verheffing.

koorts, een

stanle ziekteverschijnselen, die mei elkander geen op zich zelve staand symptomen-

groep.

ziektebeeld vormen, doch vaak als zoodanig bij verschillende ziekten voorkomen.

51. De koortsaanval begint gewoonlijk met een sterk gevoel van algemeen onwelzijn (gestoorde euphoric), lusteloosheid, hoofdpijn, pijnen in p^ltmaal den rug en in het kruis, gevoel van vermoeidheid, zwaarte in de stadium, beenen, enz.

In dit stadium is de hoeveelheid ureum in de urine reeds ver-meerderd.

In den regel duurt dit tijdperk slechts enkele uren.

Ui2. Terwijl de lichaamstemperatuur stijgt en reeds eenige graden stadium toegenomen kan zijn, treedt koortskoude (frigor) op. Gedurende hel stadium frigoris blijft de inwendige lichaamstemperatuur hoog.

terwijl die van de uitwendige oppervl.iktc van hel lichaam daalt. De huid voelt hierdoor koud aan en beeft het aanzien van kippevel of ganzenluiid (cutis an serin a). Het gelaat wordt evenals de overige cutis anserina, huid bleek, blauwachtig. De lijder heeft een sterk gevoel van koude of overvallen hein koude rillingen. Hij gaapt dikwijls. De harlsactie verschijnselen is frequent, de pols klein en hard. De ademhaling is versneld, maar oppervlakkig. Hoofdpijn, benauwdheid, angst en het gevoel van onwelzijn duren voort.

b3. Dan beginnen gezicht en extremiteiten te gloeien. De hoofdpijn neemt toe. De ademhaling blijft matig versneld. Het dorstgevoel wordt sterker. De warmtegraad\' der uitwendige deelen wordt hooger, hel gevoel van koude wordt vervangen door dat van warmte (calor). De inwendige lichaamstemperatuur klimt sleeds en schommelt tusschen de 38° tot boven de 40° (stadium ca lor is). De hartswerking wordt levendiger,

de pols frequenter en grooter, doch blijft meestal hard. Hel warmte verlies is i\'/, tot 2 maal grooter dan in normale omstandigheden.

van hel stadium frigoris.

stadium caloris.

-ocr page 20-

u

De eetlust is sterk verminderd, de tong beslagen. De secreties, behalve de uitscheiding van koolzuur en ureum, zijn grooter geworden. De psychische functies zijn gestoord. Er bestaat eene zekere mate van onrust, vcracbijnselcii De lijder is niet geschikt tol denken. Gedurende den slaap of in half stmlilim wakenden toestand verschijnen deliriën. Dit stadium kan slechts eenige caloris. uren, doch ook weken duren. De huid blijft gedurende dit tijdperk lieet en droog, waardoor op den tastenden vinger den indruk ontstaat van brandende hitte.

stadium 54. Gaal de koorls in liet zweetstadium (stadium sudoris) squot; 0quot;s\' over, dan daalt de temperatuur en begint de huid vochtig te worden. Eerst op enkele plaatsen, dan over de geheele oppervlakte wordt zij met zweet bedekt, dat steeds overvloediger vloeit. De pols blijlt versneld, maar wordt vcrschijnsden weeker. De subjectieve ziekteverschijnselen nemen af. De ademhaling staililini wordt rustiger. Het heftige gevoel van dorst blijft bestaan. Dikwijls sudoris. treedt rustige slaap in en komt, niettegenstaande het meestal eerst thans sterk op den voorgrond tredende gevoel van uitputting, dat van welzijn weder terug. De koorts kan critisch of lytisch verdwijnen.

55. De lichnamstcmpcratuur van gezonde mensclien van alle leeftijden vertoont dagelijks periodieke schommelingen, \'s Nachts legen ongeveer 2 uur is zij liet laagst, slijgl van af dat oogenhlik langzamerhand tot In den voormiddag tegen 10 a 11 uur, daalt dan weder, stygt in den namiddag op nieuw, bereikt togen 5 uur in don namiddag haar maximum om daarna weder langzaam te dalen. Deze dagelijksche physlologische temperatuurschommelingen zijn altijd gering en bedragen nooit meer dan één graad Celsius, nl. tusschen 36.5° en 37.5° C. De kennis der dagelijksche schommelingen van de lichaamstemperatuur Is van het hoogste belang voor de bcoordeeling van bet ziekteverloop en vaak onontbeerlijk voor de diagnose der ziekte. Deze kennis verkrijgt men door op bepaalde tijden met vaste tussciienpoozen de temperatuur van het lichaam op te nemen.

De temperatuur van het lichaam wordt gemeten met behulp van thermometers, welke In de mond- of okselholte, in de vagina of In den endeldarm worden geplaatst en daar gedurende eenlgen tijd verblijven.

Algemeen wordt de warmtegraad van bet lichaam aangegeven In graden van de lionderddeellge schaal van Celsius.

56. Een overzicht van hel verloop der lichaamstemperatuur verkrijgt men temperatuurs- Joq,. je graphisclie voorstelling. Aldus ontstaat de temperatuurscurve.

periodieke dagelijksche schommelingen van de

lichaamstemperatuur.

grenzen der dagelijksche temperatuurs-schoimne-llngen.

bepaling van de lichaamstemperatuur.

-ocr page 21-

4b

Wanneer koorlsteiniperaluren op deze wijze worden voorgesteld, lieel zij ook wel koortscurve.

b7. De eenvoudigste wijze om de verschillende lemperaUiurshooglen bonocming le benoemen, is die in subnormale, beneden 36.5°, normale tusschen 36.5°—37.0°, subfebriele, tusschen 37.5quot; en 38°, febriele lusschen 38° en 40° en hyperpyretiscbe boven de 40°.

58. Men onderscheidt bij do verschillende koortsvormen de volgende tijdperken van het lemperatuursverioop:

a. het pyrogenetisch of initiaal stadium, waarin de temperatuur pyrogcnetisch van het lichaam van de normale hoogte stijgt tot den voor de ziekte in \'

volle ontwikkeling kenmerkenden warmtegraad.

liet knn kort, cenige uron, iluren en gnal dan gewoonlijk mei kooiiskonde gepaard,

of lang (ecnige dagen) en Is dan gewoonlijk hiervan vrij. Wel kunnen er dan locli koude rillingen optreden;

b. het fastigium, waarin de koorts hare volle ontwikkeling bereikt, fasiigium.

De dunr van dit stadium en het maximum, dat de lichaamstemperatuur bereikt, verschillen naar den aard der ziekte, waarvan de koorts slechts een symptoom is.

Van het temperotuursmaximum en van den duur van dit stadium hangt hel af of men

de koorts eene zware of eene lichte noemt. zware en

lichte

In het fastigium vindt men gewoonlijk de dagelijksche periodieke schommelingen der koortsen.

deze niet regelmatig plaats, dan zijn er bijzondere stoornissen in het spel. Hoe grooter de sc\'l0quot;lnIquot;\'\'\'quot;quot;

lichaamstemperatuur lenig n. m. exaccrhaties des nachts en remissies des morgens. Ilehlien periodieke

ommi gen.

remissies hoe gmistiger, hoe langer dit stadium duurt hoe ongunstiger het koortsverloop.

Men spreekt van een acmeachtigen gang der temperatuur, wanneer zij na eene acmeachtige

korte stijging spoedig daalt; van een continuen, wanneer zij nagenoeg op dezelfde Kaquot;8\'

hoogte blyft en van een discontinuen gang, wanneer meerdere sterke dalingen met coutinue-

sterke verheffingen afwisselen. equot; t\'\'scoquot;\'\'nquot;lt;\'

gmig.

c. hel defervescentiestadium. Hierin daalt de temperatuurdefervescentie, van het lichaam.

Niet zelden gaat aan deze daling eene stijging der tempcratunr (perturbatio critica) perturbatio

critica

vooraf of heeft de overgang van liet fastigium tot de defervescentie plaats door een

tijdperk van onbestemdheid, waarin de temperatuur belangrijk schommelt (amphibole stadium

stadium). amphibolis.

(1. het reconvalescentiestadium, waarin de temperatuur van rcconvales-• centie

het lichaam tot de normale hoogte terugkeert, dikwijls zelfs hier beneden daalt.

-ocr page 22-

16

Soms stijgt Je lichaamstemperatuur des avonds gedurende eenigen tijd nog boven de normale. Zij stijgt ook gemakkelijk do ir geringe invloeden. Krachtig inwerkende prikkel» veroorzaken licht collaps door uitputting.

59. Collaps noemt men eenedoor plotseling intredende hartszwnkte veroorzaakte daling van de lichaamstemperatuur met helnngrijke algemeene stoornissen In de circulatie van hel bloed.

Er bestaan vele overgangen tusschen de lichte en de zware collapsen.

In de lichtste graden daalt de temperatuur der periphere lichaamsdeelen, soms zelfs, zonder dat de lijder hel bemerkt, terwijl in de sterkste graden de zieke met een bleek ingevallen gezicht bewegingloos ligt, het lichaam ijskoud, de pols nauwelijks voel-, de ademhaling nauwelijks merkbaar is; kond, klam zweet de huid bedekt en haast geen teekenen vau het leven zichtbaar zijn.

Collapsaanvallen kunnen zich zoowel hij hooge als bij lage temperatuur voordoen. Niet zelden treden zij op als een gevolg van sterke temperatuursstijging of als dat van eenc belangrijke temperatuursdaling, vooral hij ziekelijke toestanden van hel hart. Ook ontstaan zij na hevige bloedingen, sterke diarrheeën, heftig braken, enz.

Hoewel collapsaanvallen doorgaans slechts in de agonie rechtstreeks den dood veroorzaken kunnen, blijven zij toch verschijnselen van het hoogste gewicht.

e. het praemortale stadium. Een tijdperk zonder regelmatigen temperatuursgang.

Er komen praemortale temperatnursverheflingen voor, waarbij de temperatuur binnen enkele uren voor den dood de hoogste waargenomen hoogten bereikt (■\'i\'i3 en hooger). In andere gevallen vertoont zij buitengewoon groote onregelmatige schommelingen, waardoor zeer hooge temperatuursgraden met even lage afwisselen. In dit stadium behooren de collapsaanvallen tot de vaak voorkomende verschijnselen.

60. Naar de menigvuldigheid, den duur der aanvallen en naar hunne min of meerdere regelmatigheid onderscheidt men typische en atypische koortsen.

Tot de typische brengen wij de ephemera, de c o n t i n u a, de remittens en de intermittens.

ephemera. Ephemera noemen wij een korten koortsaanval van enkele uren tot hoogstens twee dagen. De lichaamstemperatuur kan hierbij eene aanzienlijke hoogte bereiken. Zij komt voor bij weinig beteekenende ziekteprocessen van gevoelige individuen, zooals kinderen, vrouwen en reconvalescenten.

Zijn de dagelijksche temperatuurschommelingen tijdens het fastigium

Collaps.

lichte en zware collaps.

verschijnselen.

voorkomen.

beteekenis.

praemortale stadium.

typische en atypische

koortsen, koortstypen.

-ocr page 23-

17

der koorts niel grooler dan de normale, dan heeft men een fe b r i s febris continua. conlinua voor zich.

Zijn de dagelijksche schommelingen grooter, bedraagt dus het verschil tusschen morgen- en avoiullemperatuur meer dan 1°C., dan spreekt men van een febris remittens of van een febris intermittens.

Dij de febris remittens bedraagt hel, verschil tusschen dag- en fobr\'s nachtlemperatuur meer dan één graad, zonder dat echter de remissie zoo groot.wordt dal de normale lichaamstemperatuur wordt bereikt.

Dit koortstype komt bij chronische, etterige ontstekingen voor. Onder deze verdient bijzondere vermelding do hectische koorts der lijders heciischc aan tuberculose. De avondtemperaturen bereiken hierbij eene aanzienlijke hoogte, 39°—44°, terwijl de remissies 2° en meer kunnen bedragen.

Een eigenaardige plaats neemt de febris recurrens in. Zoo heet febris eene infectie-ziekte, waarbij eerst een Iebris continua of remittens r(\'c,irrequot;s\' optreedt met een kort initiaalstadium, vergezeld van hevige koude rillingen.

Ue eerste aanval duurt ongeveer 8 dagen. In liet fastigium bereikt de lichaamstemperatuur de hoogste waargenomene graden, 42°—42.5° C. De defervescentie heeft snel critisch plaats, waarbij de temperatuur tot de normale hoogte en zelfs daar beneden daalt. Hierop volgt een meestal koortsvrijtijdperk van ongeveer ééne week. Op deze apyrexie volgt eene tweede aan den eersten gelijken aanval, meestal van korteren duur, om na eene koortsvrije periode in enkele gevallen weder gevolgd te worden door een derden- en als zeldzaamheid door een vierden aanval. De achtereenvolgende aanvallen verminderen in duur en in hevigheid. Do apyretische perioden worden tevens korter.

Bij de febris intermittens wisselen perioden van apyrexie af met febris tijdperken van hooge temperaturen. Iedere paroxysmus hoeft hierbij interiniltcns-een initiaalperiode, een fastigium en een defervescentie-stadium. De paroxysmen koeren na gelijke tusschenruimten weder.

Komt de koortsaanval binnen elke 24 uren terug, dan heeft men te febris doen met een febris intermittens quotidiana. quotidiana.

Zijn zij door een koortsvrije periode van 24 uren gescheiden, keeren febris zij dus eiken derden dag terug, dan noemt men de koorts een febris ,,\'rquot;\'\',na-intermittens tertiana.

ALGEMEENE ZIEKTEKUNDE. j

-ocr page 24-

lt;8

iWn-is Duurt (lo koortsvrije periode daarentegen 2 x 24 uren. herhaalt de quariana. kooi.lsaanvai zj,;!, glken vierden dag, dan is de koorts een febris

intermittens quariana.

Hierbij dient vermeld dal de febris inter mi liens quo lid ia na beslaan kan uit een dubbele febris int ermittens tertiana of een drievoudige febris intermittens quartana. Zelfs kunnen door gecombineerde verschillende combinaties dezer intermitteerende koorts vormen de febris vormen. COiltinuagt; je febris remillens en de onregelmatige koortsen

worden gesimuleerd.

Bij de regelmatige intermittensvormen treden de koortsaanvallen vaak op den zelfden tijd op. In andere gevallen kunnen de achtereenvolgende posiponeeren. paroxysmen telkens iels later verschijnen (po sip on eer en) of iels vroeger anteponeeren. terugkomen (a n I e p o n eer en).

atypische Atypische koortsen kunnen, behalve door de hierboven genoemde koortsen. co,nijinaties van regelmatige vormen, nog optreden bij verschillende ziekten, waarbij de koorts onderhonden wordt door onregelmatig verloopende processen.

circulatie- 01. Naast de stijging van de licbaamstemperatiuir bebooren lol de stoornissen. ITieesl cons|anip koorlssymplomen de sloor nissen der circulatie, hariswerking. üe hartsbeweging wordt versneld, de harlsloot versterkt Hierdoor wordt hel aantal polsslagen in de minuut grooter. Dit aantal is niet altijd evenredig aan de verhooging der lichaamstemperatuur. Ook komt de toeneming van hel aantal polsslagen dikwijls vóór de lemperatuursstij-gin«. De koortsoorzaak moet alsdan ook onafhankelijk van de temperatuur van bet lichaam invloed uitoefenen op de polsfrecinentie.

pols. Van belang voor de koorts zijn de verdere eigenschappen van den pols. Hij is groot (magnus), vol (plenus), bard (durus) en snel (celer) in hel stadium caloris, klein (parvus) en hard in hel stadium frigoris; week (mollis) bij langeren duur van het fastigium en in de defervescentie.

Soms wordt bij toenemende verslapping der spieren van den vaatrok bet dicrotisme van den pols voor den tastenden vinger voelbaar.

Zoolang de hartsactie goed blijft, is de puls groot, d. w. z. de slappe arteriewand wordt gemakkelijk door de krachtige bloedsgolf opgelicht. Mei toenemende verzwakking van de hariswerking wordt de pols kleiner,

-ocr page 25-

1!»

zwakker, — de arterie wordt minder gevuld —, en kan ten slotte geheel onvoelbaar worden. Onder zulke omstandigheden wordt soms de rhythmus van den pols onregelmatig (irregulair) en zijne frequentie geringer, zonder dat dan elke polsslag op zich zelve krachtiger wordt.

62. Voorts wordt de koorts vrij regelmatig vergezeld door amp; to o r n i s se n spijsverteringsin de spijsvertering. *1001 nissen.

Meestal neemt met de koorts de eetlust sterk af, verdwijnt niet zelden verminderde geheel en al. fciiusi.

Er onstaat nagenoeg gelijktijdig hiermede een beslag van de long door beslagen tong. vermeerderde vorming en verminderde afstooting van het tongepithelium.

Bij zware en langdurige koortsen wordt de long zeer droog, rood, sehenrt licht in cn wordt met dikke korsten bedekt, welke vaak door uilgetredcn bloed rood gekleurd zijn (ruligineiise fnligineuse long). De droogheid van de long is vooral slcrk hij ademhaling mei open mond. Zij K-

ontslaat ten gevolge dor verminderde secretie van speeksel en door de bij de hoogere tomperatniir vermeerderde verdamping.

De verminderde eetlust wordt veroorzaakt deels door den onaangenamen smaak door de spijzen op de beslagen long teweeggebracht, deels is zij een gevolg van de verminderde secretie der spijsverteringsvochten.

Hij booge koortsen houdt soms de speekselafscheiding geheel op. Mei de toenemende verminderde

slijging van de licbaamstemperatnur neemt de diastatische werking van liet speeksel af. secretie

van speeksel.

De toeneming van hel dorstgevoel hangt voor een groot deel af van den dorst, graad van de keelcalarrh en van de hoogte van de lichaamstemperatuur.

Het maagslijmvlies is tijdens de koorts meestal droog, rood en Kevoeli\'\'. toestand

van hel

De secretie van maagsap is gering. Het maagsap zelf is zuurarm en zonder n\'^sslijm-

werking. De gevoeligheid van het maagslijmvlies leidt niet zelden tol venninderde

braken, zooals dikwijls hel geval is bij kinderen. Ook bij volwassenen bij

sterke koortskoude en gevulden maag.

De galafscheiding schijnt doorgaans verminderd. De gal zelve is armer gat en

aan specifieke bestanddeelen. gjiseueiie.

Zoo ook het pancreassap. snccus

pancreatiens.

Men vermoedt dat ook de darmsappen in geringer hoeveelheid tijdens verminderde

de koorts worden gesecerneerd. ii-.dn iding van

0 dannsappen.

De trage stoelgang, niettegenstaande de meer dan overvloedige toevoer nage van water, moet toegeschreven worden aan de verminderde voeding, aan

-ocr page 26-

20

de vrrmindering van alle spijsvorleringssappon en bij zware koortsen

wellicht ook aan verminderde werking van de darmspieren.

sionrnissoii 63. De stoornissen in de ademhaling bij koorts bestaan in ilcr

ailcmhalmg vermeerdering van het aantal in- en uitademingen. De verhoogde lichaamstemperatuur schijnt op zich zelve voldoende om de ademlialingslrequentie te bevorderen.

Bij goeden vocdingstoesland is de inadeiningsdiepte in den beginne vergroot. Later wordt de ademhaling meestal oppervlakkiger.

sloornissen 64. Afhankelijk van de koortsoorzaak en van don toestand van het lichaam

van het i ■.. i ■ i • •

sensorinm. van (\'e11 \',jl\'er kunnen de sloor nissen van liet sensor mm zeer

verschillend zijn. Zij bestaan in: hoofdpijnen, grootere gevoeligheid voor indrukken, ongeschiktheid tot geestesinspanning, onrustigen slaap, angstige droomen, lusteloosheid en zwakte. In hoogere graden vindt men duizeligheid, suizingen in de ooren, flikkeren voor de oogen, apathie, deliriën en in de ergste gevallen sopor, peeslmppelen, krampen in enkele spieren, algemeene krampen, onwillekeurige ontlasting van urine en drek-statns stoffen en eindelijk reageert de lijder niet meer op prikkels (status tj phoM\'s. typhosus).

De hoogte van de lichaamslemperatuur en dc duur van de koorts spelen, behalve de reeds genoemde omstandigheden, hierliij slechts eene kleine rol.

veranderingen 65. Zeer belangrijke veranderingen hebben in de urine plaats, m di mme. (|en overvloedigeii watertoevoer wotdl in het begin der koorts

toeneming de hoeveelheid urine minder. De kleur is donkerder, geelrood, dooi nroliillne (\'e vermeerderde hoeveelheid urobiline. liet soortelijk gewicht is hooger. hooger gehalte De urine is meer geconcentreerd, hoofdzakelijk ten gevolge van de aan uunm. vermeer(|er(je noeveellieid ureum. Deze toeneming van liet gehalte der pis aan ureum is reeds vóór het stadium frigoris, zelfs vóór de stijging der lichaamstemperatuur aan te toonen. De hoeveelheid ureum in de urine blijft niet alleen gedurende den geheelen duur der koorts ver-postfchrlele meerderd, doch neemt zelfs nog na haren alloop toe (postfebriele meerdering 0\' epikritische) vermeerdering of blijft, althans nog 2 tot 3 dagen bestaan.

-ocr page 27-

21

Voorts zijn in de urine toegenomen ile andere N-iioudende bestanddeelen, vermecrde-

ring der

piszuur enz. en de kalizoulen. Vcnninderd zijn daarentegen liet chloor- siiksiofiion-

dendc

natrium en het phosphorzuur. bosianddcelon,

. f vermindering

Weinig of in t geheel niet veranderd, is de hoeveelheid der urine- van chlooi-

nalrium en

sedimenten. JJe oplosbaarheid dezer zouten is niet bijzonder groot en phospiiorzuur. 11. . urinc-

daar de urine gedurende de koorts reeds als \'t ware met piszurenatron sedimenten.

is verzadigd, blijkt eene geringe afkoeling reeds voldoende om aanzienlijke

neerslagen (e vormen. Vooral tijdens de overvloedige zweetafscheiding in

liet stadium sudoris, wanneer het watergehalte der pis nog meer afneemt,

is de hoeveelheid van het neerslag groot.

()6. Ook de andere secreties schijnen gedurende den koortsaanval vermindering _■ 1 i , .. der secreties.

verminderd te zijn.

De melk secret ie bij zogenden houdt bij eene matige koorts geheel melksecreiie. op of wordt belangrijk minder. ,

Aan de verminderde secretie der ^yreeiklieren dankt de huid secretie der

, , , . , \' smcerklicren.

hare droogheid.

l)e vermindering der sec re to rise be functies der maag- en darm- verminderde * functie

sappen zagen wij reeds uit bet hierboven medegedeelde. van maag-en

darmkliercn.

Zoo lang de temperatuur boog blijft, is niet alleen de zweetsecretie vermindering

der

verminderd, maar is deze zelfs niet zoo licht te voorschijn te roepen zweetsecretie. als by gezonden.

De wateruitscheiding door de ademhaling en door ins en-wateruitscheiding dour

sible perspiratie is toegenomen. ademhaling

en persniratio

67. Men heelt dikwijls bij koortsen anatomische veranderingen insensibilis.

anatomische

in de weefsels en organen aangetrodén. Deze bestaan in eene korrelige veranderingen, degeneratie der parencbymcellen, waardoor het protoplasma rijk wordt aan ondoorschijnende kleine korrels, die uit eiwit bestaan.

Zij zijn oplosbaar in azijnzuur eu in bijtende kali, onoplosbaar in aether en alcohol.

Niet zelden vindt men ook eene verandering van het protoplasma der cellen in vet (vettige degeneratie) of verandert dit in een detritusmassa. parenchyma-Alsdan heeft men de lever, milt, nieren, speekselklieren, enz, maar ook de willekeurige spieren, veranderd gevonden. Terwijl de dwarse streping verdwijnt, verandert de contractiele zeli\'slandigheid der spiervezelen vaak spieren.

-ocr page 28-

22

op de reeds liierboveu genoemde wijzen ol\' klonlerl zij le zamen lot kloinpcn en schollen van een wasachtig aanzien (wasachtige degeneratie).

veranderingen Doch ook dc chemische veranderingen in de samensleliing van de chcrni\'chc spiel\'011 hewijzen het in sterke male betrokken zijn van dit weefsel hij de

samenstelling koorts. Spierzwakte en vermeerderde gevoeligheid der spieren komen hij

der snieren.

koorts vaak voor.

bcicckenis. Deze veranderingen zijn van groot gewicht omdat zij een weefsel betrellen,

dat de helft van het lichaamsgewicht inneemt en, voor zoo verre liet hart

en de ademhalingsspieren aangaat, van rechtstreekschen invloed is op

het leven. Zoo vindt men niet zelden in gevallen, waarin de doodsoorzaak

onbekend is geüleven, een slap, week, gemakkelijk verscheurbaar hart van

bleekgramvê, gele of door pigmentafzetting roodbruine kleur.

neiging lot De stoornissen, door de koorts in de voeding der weefsels veroorzaakt,

wec^lvervnl\' bunnen ook nog blijken uit de groote neiging tot ontsteking en lot

mocilyk her- weefselverval. Niet alleen doen zich herhaaldelijk ontslckingsprocessen in stel van

weefsclverlies. verschillende organen voor, maar ook weefsel verlies wordl niet gemakkelijk

wccfscldooil.

hersteld en licht ontstaat weefseldood door oorzaken van weinig belang.

fgt;8. Ten gevolge van den vet minderden aanvoer van voedingsstollen (gebrek aan eetlust) en de door de verminderde secretie der maag- en darmsiippen afneming van bemoeilijkte spijsvertering, in verband met het grootere stofverbruik in ^gewicht\'quot;*quot; het lichaam van den koortslijder, neemt hel lichaamsgewicht van den

febrielc patient aanmerkelijk af (febriele consumptie).

cnnsumptic. i)0 retentie van water in hel lichaam (in de eerste stadia) en dc terughouding van iiremn

en chloornalrium zijn niet voldoende om dit verlies te dekken.

uitgangen der 69. De koorts kan eindigen mei genezing of met den dood. kooits. i3e|laive van je oorzaak der koorls en van dun toestand van het lichaam van den lijder hangt dit nog af van den duur der koorts en de hoogte der lichaamslemperatuur. Voor de prognose van waarde is daarom dc • sthcnischc onderscheiding in sthenischc en asthenische koortsen. equot; \'knl\'i-ir\'öo asthenische veroorzaken in die gevallen, waarin de primaire anatomische stoornis niet tol den lelalen uitgang leidt, uil zich zelve door hartszwakte, bovenmatig hooge en langdurige temperaturen den dood of leiden in minder ernstige gevallen tot een gerekt verloop der koorls zonder ware crisis en cene langdurige reconvalescentie.

-ocr page 29-

23

Een regelmatig vcrlooi) met duidelijke crisis kenmerkt de sthenische koortsen.

70. Alle oorzaken van koorts kennen wij nog niet. In hel algemeen oorzaken van

koorls.

moet do koorls worden opgeval als hel gevolg der opneming van een schadelijk agens in den vochtslroom van hei organisme (pyrogene pyiogcnc

slolVen.

slofien). Vaak zijn deze schadelijke sloden alkomstig van een plaatse-

lijken haard en treedt de koorls als begeleidend verschijnsel bij outstekings- sympioma-

lische koorls.

processen op (symploinalische koorls).

I\'rocrumlcrviiidinglijk kan koorts worden lowccggobraclil op vcrscliillcndc wijzen,

zooals door inspiiiling van water en van vreemd liloed in het vaalstclsel van een die?-, door experimen-het bloed uit de vena jugidaris met dat uit de arteria jugulans In gemeonschap tc\'quot;\'L 11001 tscn-brengen, door inspuiting van rottende plantaardige en dierlijke, sloll\'en, enz.

Bij den mensch zijn hei vooral de mei koorls gepaard gaande infectie-ziek len, welke wij als de gevolgen van een hacleriëninvasie in het lichaam beschouwen (essenlieele koortsen). Waarschijnlijk brengen hierbij de in het organisme zich snol vermenigvuldigende lagere organismen deels direct, deels indirect door vorming van vcrgilten, den weefseldood teweeg en ontslaan gelijktijdig stollen, welke op hei zenuwstelsel inwerken. Deze inwerking kan men zich zoo voorstellen, dal de spieren en klieren lol vermeerderde funclie en daardoor lol meerdere warmteproductie worden geprikkeld. Welk aandeel ieder barer toekomt is niet met zekerheid te bepalen.

Dat veranderingen in liet zenuwstelsel ook zonder verontreiniging der lichaamssappen koorts na

veiiiooging van de liehaamstemperatunr veroorzaken kunnen, vloeit voort nit hetoptreden ^iandeiingen

in nel

van koorls na epileptische aanvallen, na hevigen schrik, na de invoering van een catheter zenuwstelsel in de pisblaas, enz.

Voorts is men in slaat door een steek door hersenschors en corpus striatum en experimen-evenzoo door eleclrische prikkeling dezer dcelcn de lichaamstemperalnnr te doen stijgen,

zenuwkoorts.

terwijl levens de gaswisseling in de longen toeneemt en de stikstofnilscheiding vermeerden.

De koortsen, ontslaan ten gevolge van eenvoudige zenuwaandoeningen,

blijven echter zeldzaam tegenover die door verontreiniging der lichaamssappen voortgebracht.

Verhindering of bemoeielijking van hel warmteverlies alleen veroorzaakt bemoeilijking een reeks verschijnselen, welke die der koorls nabij komen, deze verdwijnen ^Ming van echter spoedig, zoodra de warmte weder vrij bel lichaam kan verlaten. warmtoverlles.

csscnliecle koortsen.

-ocr page 30-

24

opvatting der 74. üc koorts heefl men na het bovenstaande aldus op te vallen als kooquot;s\' eene zoodanige sloornis in de wannleregeling, dal de temperatuur van het lichaam slijgl boven de normale hoogte mei weinig nijging lol daling. Bij koorts is dus de lichaamstemperatuur op een hooger gemiddelde ingesteld dan in gewone omstandigheden. Deze sloornis in de warmte-regeling bestaal in eene vermeerderde warmteproductie met daaraan niet geëvenredigd en onregelmatig warmteverlies, verminderd in het stadium frigoris, vermeerderd in de hierop volgende [koorlslijdperken.

De vermeerderde warmteproductie is een gevolg der verhoogde slol-wisseling, hoofdzakelijk in de spieren.

Hel gedurende de koorts vermeerderd warmteverlies blijkt uit recht-streeksche bepalingen.

De wisselende \'onderlinge verhouding lusschen warmteproductie en warmtc-verües in de verschillende stadia der koorts, veroorzaakt hel eigenaardige verloop der lichaamstemperatuur. •

ineclianisine Op de vraag miildcls welk mechanisme ilo zoo zeer uileeiiloopcnde oorzaken koorts

dei koorts tc wecg i,rcl)gcn moeten wij liet antwoord nog selmldig Idiiven.

onbekend.

72. Men kent aan de koorts niet alleen een nadceligc doch ook een nuttige werking op het lichaam toe. Tot de laatste rekent men de zoo-dcpurntorischegenaamde depuratorische werking d. w. z. het vermogen aan de werkmg. toegeschreven om hetzij middels de verhooging der lichaamstempe

ratuur, hetzij door .middel van de zweelsecrelie, enz. de in het lichaam ingedrongen schadelijke stoiren te verwijderen.

koorts een Dij de infectieziekten heeft men de koorts wel eens opgevat nis de reactie van de

rcactic tegen weefsels van het lichaam tegen de binnengedrongen levende microorganismen.

ingedrongen

microben. ___

TWEEDE AFDEELING.

ALGEMEENE AETIOLbGIE. (LEER DER ZIEKTEOORZAKEN).

73. Wanneer een mench gemakkelijk ziek wordt heefl zijn lichaam een zickteaanieg. aanleg tot ziekte. Deze ziekleaanleg (dispositie) kan zijn aangeboren of eerst later ontslaan.

-ocr page 31-

25

De aangeboren dispositie kan reeds oorspronkelijk in de kiem aangeboren

aanwezig of tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder verkregen zijn. kl\'g\'

Beide kunnen de mogelijkheid om te leven geiieel uitsluiten of laten het ahvijkingen

voortbestaan slechts toe onder verzwarende voorwaarden. Zij gaan soms llw samen met afwijkingen in den normalen lichaamsbouw.

Aangeboren lichaamszwakte komt echter ook voor zonder aantoonbare lichnams-.... , . zwakte.

morphologische veranderingen.

Hierdoor kan het leven onmogelijk worden of vermindert het indivi- vcrminileriiig dueele weerstandsvermogen zoodanig, dat invloeden, die voor „Jlrsmnds-krachtige personen geen gevaar opleveren, aanleiding kunnen geven tot vermogen, ziekte. De aangeboren lichaamszwakte kan, doch behoeft geen eigenschap van het geheele lichaam te zijn. Bij meercellige organismen kan zij zetelen in enkele of meerdere cellen, in geheele weefsels of organen of wel deze zwakte treedt slechts in bepaalde richtingen op.

ïusschen eene hooge mate van aangeboren zwakte en den besten aanleg verband , , , . , .... „. . . . lusscben aan-

voor hel leven, als uitersten, bestaan talrijke overgangen. Hieruit vloeien gBi,ore,i

zeer uiteenloopende verschillen voort ten opzichte der ontwikkeling van de vuur

ziekte 011

persoonlijke geschiktheid tot hel leven en van hel weerstandsvermogen der jriukicoo^aak. afzonderlijke weefsels en organen. Of een organisme al dan niet door bepaalde invloeden benadeeld zal worden, hangt aldus mei den aangeboren aanleg in menig opzicht samen.

Uit ervaring zijn ons de voor de goede functie der weefsels en organen van het menschelijk lichaam noodzakelijke voedingsvoorwaarden bekend. Wal voor de weefsels en organen geldt, is in meer eenvoudigen vorm ook van toepassing op het eleinenlair-organisme, de cel. In het kort komen deze hierop neer, dal de cel goed gevoed moet worden, maar zich passieve en zelve ook goed moet kunnen voeden. Voor de goede voeding is onontbeerlijk ÏOCnj^Vjer doelmatige aanvoer van voor de cel geschikte voedingsstoiren in voldoende c,!l-hoeveelheid. Hiertoe behoort ook de aanwezigheid van de noodige zuur- zuurstof, stof in den gewesten vorm. Bovendien moeien de slofwisselingsproducten verwijdering gemakkelijk en tijdig worden verwijderd. Zal echter de cel voordeel JisLlhquot;^. trekken uil hel haar op deze wijze aangeboden materiaal, dan is hiertoe producten, onmisbaar hot vermogen van de cel om deze stollen in zich op te nemen, te verwerken en de verbruikte uil te scheiden, liet celprotoplasina

-ocr page 32-

i26

moet in slaal zijn de voedingsslolïen Ie assimileeren. Dit assimilalie-vermogon is voor een groot deel aangeboren. De geschiktheid lot aangeboren assiiiiilalio hangt aldus van den aangeboren aanleg hiertoe af. Voor een

aanlep van hel , , , , ■ , . i i • i •

assimilatie- ailtler echler heelt zich dit vermogen eerst later ontwikkeld. Men

vermogen. we(?i (jai j,, cei V001. |iai.e functie prikkels bohoelt. Deze prikkels oefenen invloed uit op hel assimilatievermogen tier cel. Geleidelijke toeneming dezer prikkels vermeerden haar arbeidsvermogen. Uil is alleen mogelijk locnoinmg bij levendiger slol\'wisseling. Hiertod is noodig meerdere aanvoer van

\'an hel . , . ■ ■

assimilatie- voedingsstolleu, verhoogd assitmlalievermogen en htermede m overeenstem-

vermogen. inïng zijnde afvoer van verbruikte stollen.

aanhondende Aanhoudende werkzaamheid zonder de noodige rust pul de cel uil

zaamheid 0\' niaakl haar op andere wijze tol arbeid ongeschikt. Plotseling loe-

ploiseling nemende en overmatige arbeid leidt lol vermindering van het arbeids-

10o^nna\'iRc\'1 verinogen- Zal de cel op den duur meer arbeid kunnen verrichten dan

arbeid. zal haar massa moeten toenemen. Dit kan slechts geschieden, wanneer

toeneming van behalve voor de aanvulling van tie verbruikte benoodigde voedingsstolleu

^vermogen IIlüCr worc^ aangevoerd, dal zich ophoopen kan als celzell\'slandigheid. Zoo

der cel. kan door eene geleidelijke toeneming van tien arbeid onder den invloed van

prikkels en bij hieraan beantwoordende voorwaarden van aan- en alvoer

vergrooiing van stollen en van de noodige rust hel arbeidsvermogen der cel toenemen.

weersta\'iids- ^e\'ij\'ten tred hiermede houdt het weerstandsvermogen tegenover deze

vermogen, prikkels.

werkeloosheid. Aan den anderen kant leidt werkeloosheid lot de omgekeerde gevolgen.

Eene geschikte samenwerking dezer verschillende factoren is onontbeerlijk

zickteaanleg voor de goede functie. Geldt tlil reeds van de enkele cel, voor tie meercellige

quot;toi\'\'ie\'quot;1 organismen zijn deze voorwaarden uit den aard tier zaak veel meersamen-

voc.dingsvoor- gesteld. Voor hel menschelijk lichaam is zelfs eene bloote opsomming waarden van , , „ . , , . ■ . . lt; gt; ,

hei lichaam van a\' quot;eze \'actoren ondoenlijk. Wordt hieraan met voldaan, dan kan

hel lichaam niet beantwoorden aan de eischen, welke vaak worden gesteld

en spruit hieruit rechtstreeks of middellijk aanleg tot ziekte voort.

De stofwisselingsprocessen staan in nauw verband mei tie uitwendige omstandigheden, waarin hel menschelijk lichaam verkeert. Deze hebben betrekking deels op de physische eigenschappen (warmte, lichl, vochtigheidstoestand, dampkringsdrukking), deels op de chemische samenstelling

-ocr page 33-

27

der middenstüiïeii, waarin (ie menscli leefl. Voor elke soort van levende

wezens bestaan zekere grenzen, binnen welke deze verhoudingen hel

gunstigst zijn en waar buiten liet voortbestaan slechts mogelijk is onder uitwendige

•li invloeden,

afneming van bel weerstandsvermogen. IJeze vermindering kan deels dooi

negatieve- (koude, droogte, geringe luchtdrukking), deels door positieve

invloeden (booge temperatuur, groole vochtigheid, booge dampkrings-

drukking) ontstaan. In dit opzicht beeft men met de geschiktheid van

het menschclijk lichaam tol gewenning aan minder gunstige omstandig- accomodatie-

vermogen.

lieden 1c rekenen, welke vooral dan lol sland komt, wanneer de ver-

andering der levensvoorwaarden geleidelijk plaats heeft. In den giond

der zaak valt dit accomodatievormogen samen met de versterking

der organen door doelmatige oefening.

Afhankelijk van bet groote getal der afzonderlijke factoren en hunne

veelvuldige combinatie moet de geschiktheid van den tnensch om zich in

gezonden toestand te houden eene wisselende zijn. Deze wisselingen zijn wisselingen

in hel

te grooler naarmate de lichaamsbouw samengestelder, de levensfuncties wcersiands-wisselender en de uitwendige levensvoorwaarden meer van elkander ver- vcl\'m080quot;-schillen. Hierdoor is hel verklaarbaar, dal juist bij den mensch betrekkelijk zulke groote ongelijkheden in hel individueele en lijdelijke weerstandsvermogen voorkomen.

74. Evenmin als de ziekteaanleg is de ziekteoorzaak eene absolute grwi/.cn der

, zieklc-

groolheid. Er bestaan schadelijke invloeden, die zoo sterk en zoo lang oorzaken.

kunnen inwerken, dal de individueele verschillen van het weerstandsvermogen hierbij niet in aanmerking komen. Voor schadelijke invloeden van algemeenen aard is bet niet goed mogelijk de grenzen van de stellig ziekteverwekkende werking in beide richtingen te bepalen.

Hel individueele weerstandsvermogen bestaat: a. uit de passieve ver- actieve cn dedigingsmiddelen van het organisme tegen de ziektewekkende oorzaak \'\'^edjghigquot; en b. uil de actieve tegenwerking van hel schadelijke agens door middelen van

het lichaam.

de cellen van de weefsels van hel lichaam.

«. Bij de eerste spelen de physische eigenschappen eene groote rol. physischo

Zoo is bv. de aanwezigheid van een ongescbondene en krachtige laag 11

dekepithelium op de oppervlakte van het lichaam een krachtig beschut- als passieve

verweer-

tingsmiddel tegen schadelijke agentia van verschillenden aard. Een biologische midtlelcn.

-ocr page 34-

28

factor is hipiiii echter ook in het spel. Immers het hehoiul dezer beschuttende laag wordt gewaarborgd door den levendigen groei der cellen, waardoor hel verlies door afsterving en afstooting wordt gedekt. Dit is ook het geval bij den zoogenaamden uitwendigen weerstand der weefsels, waarover later nader. Waar chemische beschultingsmiddelen in hel spel zijn, blijven deze afhankelijk van de werkzaamheid der cellen of weefsels, waardoor zij worden voortgebracht.

Strijd van h. Aan den strijd van het lichaam togen schadelijke invloe-hel lichaam

iepen den nemen wederom meerdere factoren deel nm. de gewenning aan en schadelijke

inwerkingen, de verwijdering van schadelijke stoffen, welke willekeurig en onwillekeurig

de actieve col-zyn kan. Hiertoe behoort ook do actieve bewegelijkheid der witte bloed-

bij de acUove lichaampjes en die van sommige andere jonge cellen, haar vermogen om

tegenweer, vreemde lichamen in zich op te nemen, om te zetten en te verwijderen

voorwaarden of l,e isoleeren. Schadelijke agentia kunnen aldus alleen ais ziekteoorzaken voor de

schadelijke gelquot;engt; wanneer zij noch door de passieve beschuttingsmiddelen, noch door

inwerking der de actieve tegenwerking van het lichaam onwerkzaam worden gemaakt, ziekteoorzaken. De verschillen in liet individueeie weerstandsvermogen hebben aldus

pathologische grooten invloed on het tol stand komen der pathologische laesie,

laesie.

pathologische welker directe en indirecte gevolgen in vereeniging met de pathologische

leactie. reactie het wezen der ziekte uitmaken.

de infectie- Voor de infectieziekten zijn deze voorwaarden nog meer samengesteld.

su\'ijd\'tussehen ^001 \'a8ere organismen veroorzaakte ziekte doet zich voor als een

levende voortdurende strijd tusschen tweederlei soort levende wezens, nm. de wezens. • •

microorganismen, die het lichaam rechtstreeks of middelijk door hunne

stofwisselingsprpdukten benadeelen en de cellen van het lichaam met de

van haar afhankelijke vochten.

ziekte- Elke overmatige prikkel, welke eene door de regelende inrichtingen oorzaken •

niet verelïenbare laesie teweeg brengt, kan als ziekteoorzaak dienst doen. Wanneer het weerstandsvermogen verminderd is, kunnen zelfs normale of nog zwakkere prikkels ziekten veroorzaken.

spontaan Hierop berust het spontaan ontstaan van ziekten. Dit vloeit 0quot;S:an V001\'1 u\'t eene dispositie, die zoo groot is geworden, dat eene anders onbeteekenende aanleiding voldoende is om de ziekte uit te doen breken. Bij nader onderzoek blijkt echter meestal, dal deze ziekteaanleg in den regel

-ocr page 35-

29

liet gevolg eonor voorafgegane ziekelijke verandering is Hieruit lilijkt hoe samengesteld hot verband der dispositie tot de ziekteoorzaak en hoe groot liet aantal van verschillende invloeden zijn kan, welke tot hel onlstaan eener ziekte medewerken.

De mogelijkheid van het latent 1)1 ij ven van ziekelijke ver- laient blijven an der in gen berust deels op het vermogen der ziekelijk veranderde Vim z,eklequot;-weefsels om, niettegenstaande de vermindering van hun weerstandsvermogen, nog in zooverre aan de physiologische eischen te voldoen, dat hierdoor hel uitbreken der pathologische sloornissen wordt voorkomen.

Voor een ander deel vloeit zij voort uit het feil, dat in de meeste organen de gevolgen zelfs vun belangrijk verlies gedekt kunnen worden door de verhoogde werkzaamheid der nog overige tot arbeid geschikt gebleven compensatie, deden en dal op overeenkomstige wijze gelijksoorlige organen elkander kunnen com penseeren. Zelfs kan hel voorkomen dat een orgaan door meerderen arbeid de verminderde functie van ongelijksoorlige deelen aanvult.

Hierdoor wordt hel begrijpelijk, dat het begin der ziekle niel altijd latent blijven samenvalt mei het begin der ziekelijke verandering, maar aanduidt het tijdstip, waarin een mogelijker wijze reeds lang bestaande verandering zi,!k,e-zulk een omvang bereikt, dal eene compensatie niet meer op voldoende wijze plaals kan hebben. Pathologische laesie en ziekte dekken elkander dus niel volkomen. Toch wordt door de inwendige stoffelijke veranderingen de zetel der ziekle bepaald en hiermede de ware inwendige ziekteoorzaak zetel der vastgesteld. ziekte.

Daar hel lichaam slechts door invloeden ziekelijk veranderd worden kan, waarvoor zijn beschultende middelen le kort schieten, treden de gevolgen der stoffelijke veranderingen slechts dan voor den dag wanneer deze niet meer gecompenseerd kunnen worden. De ziekte kan hierom worden opgevat als de ten gevolge van stoffelijke veranderingen ingetreden ziekte sloomis in hel evenwicht der physiologische functies der lichaamsdeelen \'\'ls Squot;|gt;Iquot;quot;quot;S en der organen. De verschijnselen der ziekle beslaan niet alleen uit de pliysiologische directe en indirecte gevolgen der pathologische laesie, maar ook uit de op \'u\'quot;quot;lcl11-vereffening gerichte veranderingen der physiologische functies der afzonderlijke deelen d. w. z. al wat medewerkt om het gestoorde evenwicht te herstellen

-ocr page 36-

30

nitlilijvcn van Het iiilblijvon der ziekteverschijnselen, niettegenstaande de aanwezigheid vcrschljnsi\'iiMi v\'\',n zakelijke veranderingen, liangt aldus v;in verschillende omstandigheden bij aan- af. In dit opzicht heelt de jihysiologische beteekenis van het aangetaste orgaan of weefsel groot gewicht. Zoo ook de uitgebreidheid der stoornis veranderingen. en je omstandigheid of de laesie plotseling dan wel geleidelijk zicli heeft ontwikkeld.

invloed op den Ook voor den uitgang der ziekte zijn de genoemde omstandigheden van de\'r\'zk\'kL beteekenis. Het komt voor dat eene plotseling optredende acute ziekte afloopt met achterlating van blijvende, de lichaamsfuncties voortdurend belemmerende stoornissen. In zulk een geval bestaat geen volkomen genezing, overgang van maar slechts een overgang van den eenen ziektetoestand in een anderen.

den eenen

ziekteioesiand Voorts kunnen de ziekteverschijnselen verdwijnen door het lot stand

iquot; J0quot; . , i •

anderen, komen van eenen voorloopigcn evenwichtstoestand zonder verwijdering overgang

van «ene van de laesie, zelfs bij nog aanwezige ziekteoorzaak. Hier is de ziekte

notorische- in , ,

eene aldus nog wel aanwezig, maar zij is latent geworden. Er beslaat dus

latente ziekte.

schijngenezing. slechts schijugenezing.

In de derde plaats kan de ziekte geheel afgeloopen zijn. maar zij heeft zulke defecten achtergelaten, dat alleen door de werkzaamheid dei-voor de vervanging en compensatie dienende inrichtingen de mogelijkheid van een ongestoorden afloop der physiologische functies verzekerd is. Na de ziekte is hier een werkelijk herstel van het evenwicht, zij het ook slechts een labiele, ingetreden en is hierom de uitdrukking van genezing genezing met defect passend. Dat bij de volkomene genezing niet alleen met defect, 0pi10u(jen jer inwerking der ziekteoorzaak noodzakelijk, maar ook volkomen een volkomen herstel der stoflelijke veranderingen onontbeerlijk is, behoeft gene/.mg. wej geen na,|er IjetOOg.

Wanneer men de ziekte opvat als het gevolg van door stoffelijke veranderingen voortgebrachte abnormale levensvoorwaarden, voor welker vereffening de regelende inrichtingen van het organisme niet voldoende zijn, dan is hiermede uitgesproken, dat de factoren, welke men in den regel als ziekteoorzaken beschouwt en waarmede zich de aetiologie patliologis«:tie bezighoudt, niet de naaste ziekteoorzaken zijn. De ware ziekteoorzaak is

laesie als naaste

de pathologische laesie van het lichaam. liet abnormale verloop der ziekteoorzaak, levensverschijnselen, die hel wezen der ziekte uitmaken, is steeds hiertoe

-ocr page 37-

31

lerug te brengen. Hel tot stand komen der laesie is afhankelijk van de samenwerking

van

samenwerking van de directe ziekteoorzaak en van tien ziekteaanleg. Hel .

0 D dispositie en

aandeel van heide factoren aan het ontstaan der ziekte is zeer wisselend. In ziekteoorzaak, het algemeen kan men zeggen dat hoe machtiger do ziekteoorzaak is, hoe minder hel aandeel in de dispositie in het lol slandkomen der ziekle en omgekeerd.

7S. Wanneer wij hier hel begrip ziekteoorzaak in den gangbaren aeliolo- vcnlceting der gischen zin opvallen en niet in dien van hierboven, dan is hel zonder meer duidelijk dal verschillende invloeden als ziekteoorzaken dienst kunnen doen.

Schadelijke invloeden, tegenover welke de beste beschuttingsmiddelen ai»soluie en de krachtigste tegenweer van hel organisme niets vermogen, noemt men ^1quot; absolute ziekteoorzaken.

Relatieve ziekteoorzaken zijn dan dezulke, welke ter voort- relatieve

• • • zieklcoorzakei:

brenging der ziekle de medewerking van den ziekteaanleg behoeven.

Als wezenlijke ziekteoorzaak (causa essenlialis) geldt de aanstoot, cai|sa waaraan de hoofilheteekenis voor het ontstaan van eene bepaalde ziekle moet worden toegekend. Deze kan dus zoowel een uitwendig schadelijk agens als een disponeerende oorzaak zijn.

Inwerkingen, waarvan het ontstaan der ziekte niet onvoorwaardelijk causa afhangt, die echter de invloed van de essentieele ziekteoorzaak kunnen quot;ml\'quot;ls-bevorderen of versterken, noemt men hnlpoorzaken (causae auxiliares).

Gelegenheidsoorzaak (causa occasionalis) noemt men die, welke hij causa voorhandene belangrijke ziekteaanleg de ziekle doet uiihieken. Hieronder \'H\',asioii:\'lk brengt men ook zulke aanleidingen, die eene latente ziekte in eene nolorische veranderen. Voorts rekent men hiertoe die oorzaken, welke door een toevalliger wijze gevormde laesie de inwerking van een tweede oorzaak mogelijk maken.

Alle aanleidingen, welke hel weerstandsvermogen van het lichaam causa praedis-verminderen en het geschikt maken voor de inwerking eener ziekteoorzaak,

noemt men praedisponeerende oorzaken (causae praedisponenles).

De lot ziekle voerende schadelijkheden kunnen van positieven positieveen of negatieven aard zijn, d. w. z. zij kunnen direct nadeeien na zich slepen of wel de ziekelijke stoornissen zijn bel gevolg van de onttrekking lieden.

-ocr page 38-

32

of vormindering van noodzakelijke levensvoorwaarden. De laatste komen

hoofdzakelijk als causae praedisponenles in aanmerking.

physischc- cn Het lichaam kan ziek worden door physische- en chemische beleedi-clicmisclii\'

beleedigingon. gingen. Ook levende organismen doen niet zeiden als ziekteoorzaken dienst, levende

organismen. Behalve de genoemde oorzaken, welke, van bniten af inwerkende, ziekelijke stoornissen kunnen teweegbrengen, al is hel voor een deel noodig dat zij eerst in het lichaam opgenomen zijn, beslaan er andere, wier werkzaamheid berust op eene door de functies van het lichaam zelve veroorzaakte fnnctionede afwijking, welke rechtstreeks eene laesie voorbrengt (functioneele quot;\'rtl/a\'quot;\'ziekteoorzaken). Hiertoe hehooren hoofdzakelijk psychische en in -het algemeen nerveuse invloeden.

Uit het bovenstaande blijkt, dat talrijke en verschillende zaken als disponeerende ziektefactoren kunnen werken. In het algemeen vallen dispositie, hieronder alle oorzaken, die het weerstandsvermogen van het lichaam drie groepen kunnen opheffen of verminderen. Deze kan men gevoegelijk tot drie ponocremle 8roePftn terugbrengen, nm. n. de aangeboren ziekteaanleg, met inbegrip der ziektefactoren. overerfelijke eigenschappen; h. de uit de stoornissen in de voedingsprocessen en uit de werkzaamheid van het lichaam voortspruitende dispositie en ten slotte c. de van uitwendige levensvoorwaarden afhankelijke ziekte-aanleg.

76. Het pasgeboren kitid kan reeds met eene ziekte ter wereld komen,

congenitale welker verschijnselen duidelijk herkenbaar of latent zijn (congenitale ziekte.

ziekte) of wel slechts de ziekteoorzaak, welke eerst later eene ziekte te

voorschijn roept, is reeds vóór de geboorte in het kinderlijk lichaam

aangeboren geraakt, (aangeboren ziekteoorzaak). Voorts kan slechts de dispositie ziekteoorzaak. .1111

tot een vroeger ot later zich ontwikkelende ziekte voor de geboorte

congeniiale hi) het kind voorhanden zijn (congenitale ziekteaanleg).

ziekteaanleg.

herediteit. Wat aangeboren is, kan overgeërfd zijn. Van overerving (heriditeit) in natuurwetenschappelijken zin is slechts dan sprake, wanneer de bij het kind aanwezige eigenschappen, ook de pathologische, voortvloeien uit de voor den aanleg der kiem van het vaderlijk of van het moederlijk lichaam afkomstige stollen. Voor bepaalde pathologische processen is de waarde ontogenetisciie dezer ontogenetische overerving door de ervaring bewezen, voor een oveiervmg. aantal andere is de medewerking hiervan waarschijnlijk.

-ocr page 39-

33

De overerving van palhologische eigenschappen geschiedt op dezelfde ovorming van

palliologischc eigenschappen.

, igt; i i • i • i natliologisclie

wijze als die der physiologiscne. 1

Nieuwere onderzoekingen liebhen aan liet licht gebracht, dat bij de bevruchting zich de eikern vereenigt met de spennakern tol een lichaam,

waarvan alle celkernen van het wordende organismus, d. w. z. die der voor de typische ontwikkeling van het individu meest gewichtige beslanddeelen,

afstammen. Uit het product dezer vereeniging en hel proloplasma van do eicel ontslaat een nieuw individu mei eigenschappen, welke die der ouders zeer nabij komen. Daar nu in do bevruchle eikein zoowel van liet vaderlijk als van het moederlijk lichaam afkomstige sloffen aanwezig zijn, vloeit hieruit voort, dat wij de geslachtskernen hebben te beschouwen heteekenis dn-als de draagters der van den vader of van de moeder op het kind (|(.

overgaande eigenschappen. In hel bevruchte eilje doel hel protoplusma quot;vererving, dienst bij de voeding en de aanpassing aan uitwendige voorwaarden. Hierin moeien zoowel de soorls- als de individueele eigenschappen opgesloten liggen, want al kunnen door latere oefening eigenschappen verworven worden, zoo bepalen deze zich toch slechts lot die, welker aanleg reeds in de kiem voorhanden was. Ware overerving van ziekten door een enkel individu verworven, heefl men nimmer waargenomen. Wel kan de toestand vau het organisme invloed hebben op de ontwikkeling der geslachlscellen, maar de veranderingen hierdoor teweeggebracht op het latere product der kiemcel behoeven niet overeen le stemmen mei de pathologische toestanden van de lichamen der ouders. Zoo ontstaan de variaties der kiem van variaiies (lei-verschillenden aard. Veranderingen der kiemcellen van individuen uil latere geslachten kunnen dan ook worden overgeërfd.

Is de verandering der kiem eene belangrijke, dan wordt zij kenbaar als helangrijke eene verandering in den anatomisehen bouw, als eene misvorming der \'\'

vrucht of wel, indien zij in mindere mate aanwezig is, als abnormale zwakte, gebrekkige functie of als eene dispositie van het betreffende orgaan of van hel geheele lichaam voor deze of gene ziekte.

Bij de overerving van misvormingen treden de aangeboren abnormale eigenschappen bij het pasgeboren kind oiimiddelijk voor den dag. Anders is hel in den regel met de geërfde ziekleaanieg.

Met gioote waarschijnlijkheid spruiten bepaalde vormen van den ziekte-

AUiHMEENU ZIICKTKKUNÜE. 7,

-ocr page 40-

34

erfelijke aanleg voort uit erfelijke zwakte van sommige weefsels of organen. Er zwakte. . .

overerving \'quot;,ir aldus een overgang van negatieve eigenschappen van de

van negatieve ouders op liet kind. Bij de liierbedoelde ziekten verdient het opgemerkt eigen-

scliappen. le worden, dat over het algemeen bij de vroegtijdige ontwikkeling en den

ernst van het lijden eene rechtstreeksclie overerving door de aangetaste

leden van de belaste familie niet plaats heeft. Derhalve moet hier de overbrenging van den ziekteaanleg van het eene lid op het andere

latente geschieden door leden, die zelf op den duur verschoond blijven van de

overerving. • i . /1 . , • \\

ziekte (latente overerving).

De geërfde ziekteaanleg kan zich bepalen lot enkele weefsels of speciale organen (specieele dispositie) of kan hel geheele lichaam eigen \'disposme\'0 (algemeene dispositie). Afhankelijk van den zetel dezer speciale dispositie kunnen de gevolgen zich bepalen lol de gedisponeerde weefsels invloeden of organen of wel een algemeenen invloed uitoefenen op het geheele ze uil quot;stelsel organ\'sme. Dit geldt vooral van de ziekelijke toestanden in hel zenuwstelsel.

De overgang van eene infectieziekte van de ouders op het kind is geene

overerving in den door ons aangenomen zin. De aangeboren infectieziekte

congenitale ontstaat door de overbrenging van palhogene organismen van de ouders

ziekten\' 0I) \'lel kind. Deze kan geschieden, doordat de parasieten aan het

sperma (sperma log ene-), aan het ei (ovogene-) kleven of van de

placenta uit (place nt ai re-infectie) in het kinderlijk lichaam dringen.

accidenteele Zulke aangeboren ziekten stellen eene uitwendige (accidenteele) soort overbrenging. .

van overbrenging voor.

De erfelijke pathologische eigenschappen behoeven niet gelijkmatig over

de verschillende takken van een stamboom verdeeld te zijn. Het komt voor

verspreiding dat slechts bij enkele of meerdere leden eener generatie de op gronJ der din* orfeliiko .

pathologische er\'el\'j\'lt;e dispositie ontstane ziekte optreedt, terwijl de meerderheid of een eigenschappen, grooler of kleiner deel verschoond blijft. Voorts kan de ziekelijke aanleg der familie zich afwisselend in de op elEander volgende generaties openbaren. In dergelijke gevallen is een zekere gelijkmatigheid in het type der overerving niet te miskennen.

directe Directe overerving is aanwezig wanneer bij den vader of hij de

overerving.

moeder of bij beide ouders de erlelijke ziekteaanleg bij de geboorte of in hel latere leven door hel uitbreken van typische ziekten blijkt.

-ocr page 41-

35

Latente overerving heefl plaats, wanneer de kinderen der zieke latente

ouders verschoond blijven, terwijl bij hunne naaste afstammelingen de ziekte mm,|Vquot;\'6\'

weder te voorscliijn komt.

Eene overheersching van den invloed van den vader of van de moeder is overheer-

over het algemeen niet bewezen, hoewel vaak beweerd wordt, dat bv. de

D invloed van

dispositie tot zielszieklen vaker van de moeder wordt overgeërfd. Dikwijls vader Ireedt evenwel da pathologische gelijkenis tusschen moeder en zoon en vader en dochter, evenals bij de overerving van physiologische individueele eigenschappen, op den voorgrond. Wordt in eene familie de ziekteaanleg hoofdzakelijk in de mannelijke lijn overgeërfd, dan kan het normale type gekmisdc der gekruisde overerving hier zoo zijn, dat de ziekte van den vader door de dochter op het kleinkind wordt overgebracht.

Soms maakt de overerving van den ziekteaanleg groote en onre- overerving in

gelmatige sprongen. Geheele normale geslachten kunnen tusschen de \'llt;! ........!\'

gedisponeerde individuen worden aangetroffen (overerving in de z ij 1 i n i e).

Van polymorphe overerving spreekt men, wanneer wel aan|elkander polymorplie verwante, docli geene gelijksoortige ziekten als de uiting eener gemeen- quot;U!quot;\'mquot;K-schappelijke erfelijke belasting in eene familie voorkomen. Hier bestaat dan een algemeen door ziekteaanleg verminderd weerstandsvermogen (erfelijke erfelijke degeneratie). degeneratie.

De ervaring, dat bij afstammelingen uit een huwelijk tusschen bloedver- hloodvenvant-

wanten zekere abnormaliteiten en ziekten veelvuldig voorkomen, berust op e.quot;

D 1 ziekteaanleg.

de toeneming der dispositie van vaderlijke of moederlijke zijde.

De meening, dat bloedverwantschap van ouders bij hunne kinderen den

ziekteaanleg begunstigt, is nimmer bewezen.

De erfelijkheid liiat zich niet alleen in ongunstigen zin gelden, daar ook vermindering

voordeelige eigenschappen op dezelfde wijze kunnen overgedragen worden. Zou Il0\'sl|\'|l|(.(|\'.|\'lquot;lgs

kan de aanleg lot ziekten in den loop van verschillende generaties afnemen iieriditairen

weg,

of zelfs immuniteit de plaats der dispositie innemen.

77. De verschillen in de verhoudingen van sommige groepen van levende ziekteaanleg wezens tut algemeene schadelijke invloeden kunnen, afgezien van de

schommelingen van het individueele weerstandsvermogen, voortspruiten uit \'\'is1\'quot;-

de physiologische eigenschappen dier groepen. Zoo beslaan zelfs \' quot;

-ocr page 42-

36

bij zeer nauwverwanle diersoorten soms aanzienlijke verschillen ten opzichte

der oorzaken van infectieziekten.

vcmliillcu Uit de slerlle- en ziektecijfers van onder gelijke of overeenkomstige

... voorwaarden op denzelfden bodem levende Individuen van verschillende dispositie IMJ r

verschillende rassen is het verband tnsscjien het ras en de dispositie hor-\'quot;rissenquot;\' lgt;\'ialdelijk gebleken. Waarschijnlijk berusten deze verschillen op de verschillende physiologische eigenschappen der menschenrassen.

78. De ziekteaanleg staat ook in betrekking tol het geslacht, den leeftijd en de constitutie van den mensch.

invloed van De door het geslacht op de dispositie uitgeoefende invloed hernst deels Iiet «esiuchi. rechtstreeks uit den verschillenden lichaamsbouw voortvloeiende eigenaardigheden, deels op de hiermede in verband staande verschillen in de leefwijze en de uitwendige levensvoorwaarden.

in de vroegste kindscliheid blijkt reeds de grontcre levenslanilieid van het vrouwelijk gesliiclil. In den eersten tijd na de geboorte sterven er meer knapen dan meisjes. Daarentegen worden er meer jongens geboren, zoodat de grootere sterfte onder de jongens bet grootere aantal der mannelijke individuen spoedig doet afnemen. In b-latere kinderjaren tot aan de puberteitsperiode is de mortaliteit bij beide geslaebten even groot. Gedurende den huwbaren leeftijd is liet aantal der sterfgevallen onder lie vrouwen grooter dan dat onder de mannen, terwijl tusseben bet 50slc tot bet SO\'quot; levensjaar de sterftekans der vrouwen veel gunstiger is dan die der mannen.

Ongelijk is ook de aan beide geslaebten eigene dispositie voor bepaalde abnormaliteiten. Zoo komen vooral dubbelmisvormingen veel meer bij vrouwen dan bij mannen voor. Daarentegen komt de situs transversus vaker bij de mannen voor. Zoo ook de progressieve spieratropbie, de haemophilie, enz., dus speciaal die ziekten, welke zich ontwikkelen op grond van een bijzonderen overgeërfden aanleg.

Over het algemeen bezit de vrouw teerder weefsels, zijn bij baar de willekeurige spieren, bet hart en de vaten minder ontwikkeld, is de hoeveelheid bloed geringer en bet gebatte hiervan aan ronde bloedlichaampjes kleiner, terwijl de vetvorming o\\er-vloedigcr is dan bij den man. Hieruit verklaart zich bet meerdere voorkomen van bloedarmoede en van ziekten van bet hart bij vrouwelijke personen.

Het is bovendien duidelijk dal de ziekte- en sterftekans der vrouwen belangrijk vergroot worden door de met de zwangerschap, de bevalling en het kraambed in rechtstreekscb verband staande ziekten, voornamelük infectieziekten.

Onverklaarbaar daarentegen is voor ons het feit, dat de vrouwen eene grootere dispositie hebben voor krop en voor boosaardige gezwellen van de schildklier dan de mannen. Dat bet zenuwstelsel bij de vrouwen op eene eigenaardige wijze ziekelijk aangelegd

wisselingen der mortaliteit.

ongelijke dispositie voor abnormaliteiten, situs transversus, progressieve spieratropbie, liaemo-pliilie, enz.

bloedarmoede, bartsziekten.

ziekten tijdens bet kraambed en de bevalling.

krop en boosaardige schildklier-tumoren.

-ocr page 43-

37

is, besluiten wij lit hot veelvuldig voorkomen van hysterie, luorlms Hasedowi, chorea en zenuwziekten, van nenralgiën. Hier tegenover slaan andere zenuwziekten, welke juist hij mannen veel voorkomen, zooals hypochondrie, epilepsie, tetanus, cerehrale verlammingen, tahes dorsalis,

ile progressieve paralyse der krankzinnigen, enz.

Voorts verschilt hij beide geslachten ook de dispositie voor gezwellen, liet vrouwelijk maligne geslacht schijnt, volgens statistieken, meer hiertoe gedisponeerd te zijn dan het mannelijke. \'quot;moren. Dit feit vindt eene verklaring in de omstandigheid, dat kankerachtige gezwellen hij voorkeur in de vrouwelijke geslachtsorganen zetelen. Laat men dit feit huilen beschouwing,

dan is het mannelijk geslacht meer voor carcinoom gedisponeerd dan de vrouwelijke sexe.

Voor eene andere reeks van ziekten berust de overwegende dispositie van het mannelijk andere

• • ziekten

geslacht ontwijfelbaar op de meerdere eischen, welke uit de levens- en herocpsvcrnch-

tingen van den man voortvloeien. Hierbij moet dan de invloed van slechte gewoonten

niet worden voorbijgezien.

79. De af hankelijkheid van den zioklcaanleg van den leeftijd heeft zijnen betrekking

grond in verschillende oorzaken. Zij kan het gevolg zijn van de wisselingen zJktcaan\'i\'cg

van liet weerslandsvermogen in verschillende ontwikkelingsperioden, doch cquot; \'ceftijd.

kan ook voortkomen uit den aard der bijzondere schadelijke invloeden,

welke in verschillende leeftijden het meest op den voorgrond treden.

I)c kindersterfte is in het eerste levensjaar het grootst en bedraagt ongeveer een vierde sterfte

van alle sterfgevallen. Zwakte en slechte verzorging zijn hier de voor de hand liggende . 1\'n

ln levensjaar

oorzaken. Statistieken bobben geleerd dal onder de doodsoorzaken der eerste levensmaanden zwakte (atrophic) en ziekten van de spijsverteringskanalen de hoofdrol spelen.

Hierna komen de ziekten van de ademhalingswegen en van het zenuwstelsel.

Van hel ï11\' tot liet löiic levensjaar laten de infectieziekten haren invloed op hel kinderziekten, nmrlnliteils- en niorhidileitscijfer gelden, pokken, mazelen, kinkhoest, enz. heelcn te recht kinderziekten. Dal zij op gevorderden leeftijd minder vaak voorkomen, kan,

behalve op eene geringere dispositie, berusten op do omstandigheid, dat door het éénmaal doorstaan dier ziekten eene immuniteit voor het leven is verkregen.

In vele gevallen is de grootere dispositie der eerste levensjaren voor sommige infectieziekten slechts een: schijnbare. Dit blijkt o. a. nit waarnemingen betreirende de algcmeeue verspreiding over de bevolking van alle leeftijden op |ilaatscn, die vrij afgezonderd liggen en waar zulke zoogenaamde kinderziekten uilbreken. Voor de diphthcritis moet men eene diphtheritis. bijzondere dispositie van de kinderlijke slijmvliezen toegeven.

De dispositie in de puberteitsperiode berust gedeeltelijk op den invloed der sexticele zenuwziekten

ontwikkeling. Nervense aandoeningen en ziekten van de hloedhereidende organen komen cn s\'quot;quot;rquot;

nissen in de

bij de vrouwen in de;en lijd menigvuldig voor. bloedsbereiding

Dij beide geslachten komen tol nu toe latent gehlevcne ziekten le voorschijn of ver- gedurende ergeren reeds in geringe male zich geopenbaard hebbende ziekteprocessen, zooals harts- ^ Pu\',cllci\'-ziekten, verkrommingen van de wervelkolom, enz.

-ocr page 44-

38

Nil de puberteitsperiode lot aan de |iciiode van nclilcrnilgang is ile niensch liet mccsl gedisponcord voor tuberculose. In de kindsclibeid kiest /.ij baren zetel bnord/.akclijk in de lympbeklicren en in de beenderen, Inssehen liet 20\'ln en -iOquot;1quot; levensjaar overweegt de lonjUering. Ook de buiktypbns maakt in dezen leeftijd vele slaebtoflers.

In den praescnieleii tijd beslaat een dniiielijke aanleg tot voedingsstoornissen, vooral tot abnormale vet vorming en tot ziekten, die baren grond hebben in het verlies of de vermindering van de elasticiteit der weefsels, zooals de arteriosclerose, de vorming van aneurysmata der hersenvaten, enz. Ook het longcmpbyseem treedt tusscben liet iOslc en SO»10 levensjaar vaak op.

liet betrekkelijk boogc ziektecijfer van deze levensperiode is niet zon zeer het gevolg van de natuurlijke teruggaande verandoringeii dan wel dal der slechte gewoonten, van de inspanning en van do doorgestane ziekten uit vorige Iccflijilen. Voor hel vrouwelijk geslacht geldt dil niet in dezelfde mate, daar hierbij in bet tijdperk van do ophoudende geslachtsfunctie (klimakteriiim) ecne meerdere dispositie voor gezwellen met hel natuurlijke regressieve procos gepaard gnat.

Oniniskcnbanr is voorts de verhoogde dispositie voor carcinomen, welke reeds na bel ^Üslc levensjaar optreedt. Ilc oorzaak biervan ligl nog volkomen in hel duister, hoewel naar alle waarscliijnlijklieid de vermindering van bel weerstandsvermogen der weefsels hierbij ccnc voorname rol speelt.

De ouderdom wordt gekenmerkt door den geleidelijken teruggang der organen (seniele atropine) en door lt;lc vermindoring van hel regeneratievermogen der weefsels. Hel lichaam reageert op dezen leeftijd minder op pbysiologiscbe prikkels en kan de reactie op pathologische invloeden ook verminderd zijn. Hiermede hangt de ervaring samen dat op boogen li\'rflijd soinmige ziekten langzamer en in zekeren zin ook goedaardiger ver-loopen dan anders. De in deze periode meest veelvuldige doodsoorzaken zijn de acute ontstekingen der adcmbalingsorganon, bartszvvakte en aandoeningen der vaalwanden.

80. Hel verband lusschen dispositie en conslitulie werd eertijds van veel meer gewicht geaclit dan thans.

constitutie. Onder constitutie verslaat men den indruk, dien het lichaam in zijn geheel maakt, niet alleen dus door zijne massa, maar ook door de hoeveelheid en geaardheid zijner eigenschappen met inbegrip van zijne prikkelbaarheid en het passieve weerstandsvermogen.

Men kan in dezen zin spreken van weelderige en armoedige, krachtige en zwakke, prikkelbare en trage constituties.

habitus. De uitwendige verschijselen met elkander vormen den habitus, terwijl de wijze, waarop het lichaam op prikkels reageert, hel temperament bepaalt.

tuberculose.

typhus abdominalis.

votziiebl. arteriosclerose. aneurysmata.

long-emphyseem.

klimaklerum. dispositie

voor gezwellen, dispositie voor carcinoom na het 40quot;quot; levensjaar.

seniele atropine, vermindering

van bet regeneratie-vermogen en van de reactie op prikkels, doodsoorzaken.

-ocr page 45-

39

Van beteukenis voor ileu habitus zijn de lengle en liel yewiclil van liet lichaam, de ontwikkeling der beenderen, van de spieren, het vet, de hoeveelheid bloed, de krachtige ontwikkeling van den thorax, de capaciteit der longen in verband met de lichaamslengte, de uitzeUing der buikstreek ten gevolge van vetophooping of door uitzetting door gassen van de hollen van liet spijsverteringskanaal.

Van oudshor heeft men een phlegmatisch, cholerisch, sang ui- tefliporamcni. niscii en melancholisch temperament onderscheiden.

Kentncrkeml voor hel phlcgniütisch temperament zijn do langzame reactie, phicgmatisch zoowel in lichaniciyk als physisch opzicht, cene zekere traagheid der stofwisseling hij \'i:mPciamo11\'\' langzame circulatie en het verdragen van zelfs zeer sterke indrukken zonder veel uiting van pijn of van toorn en cene duidelijke neiging tot vetafzctling.

liet cholerische temperament daarentegen uit zich juist door cene sterkere cholerisch reactie op indrukken, geringe neiging tot vetvorming, krachtige bewegingen, cene snelle, lemPeriin!eMl-gemakkelijk veranderlijke pols en cene levenJige stofwisseling.

liet sanguinisch temperament reageert eveneens gemakkelijk op psychische en sanguinisch lichamelijke prikkels, waarbij evenwel graad cn duur- der reactie evenredig zijn aan den loml,uram(\'111-aanstoot. De stemming cn do lichamelijke en geestelijke werkzaamheid wisselen vaak.

liet sanguinisch temperament is dal van den gewonen tnenscli.

Bij het melancholische temperamenl overweegt de neiging tol cene gedrukte melancholisch stemming. temperament.

Hieruit moge genoegzaam blijken hoe weinig scherp de verschillen en hoe vele de

overgangen tusschen de verschillende temperamenten zijn. Over het algemeen zou men,

ook in pathologisch opzicht, slechts ecu onderscheid tusschen do beide uitersten der

suel reageeiinde of eretische naturen en der langzaam reageerende of tor pi de crethische-

na turen kunnen doorvoeren, daar zij niel geheel van gewicht ontbloot zijn bij de cn lorl,\',\'c

naturen.

beoordeeling van het ziekteverloop.

Ook in den habitus heeft men vaak do uitdrukking van eenc bepaalde pnthologische

dispositie willen zien. Zoo vond men in den door korten bals, brcede schouders, gedrongen

lichaamsbouw en lood gekleurd gezicht gokenmerkton habitus apoplectictis de habitus

apoplecticus.

uiting van een aanleg tot hersenbloedingen. Zoo zag men inden habitus pbtisicus, habitus

welke door magerheid, tcedere huid, smalle en vlakke borst gekenmerkt wordt, eenc l,\'ll\'siclls-

neiging Ht tubcrculeuse longaandoeningen. Zoo sprak men nog van een habitus habitus

scrophulosus.

scrophulosus, vaneen habitus carcinomatosus, enz. habitus

carcinoma-

81. Het behoud van de samenstelling van het lichaam hangt onder meer losus-af van de aanvulling der verbruikte stollen en deze oefent omgekeerd invloed uit op zijne verhouding tot schadelijke invloeden. Dit is in overeenstemming

-ocr page 46-

40

vwilini,\', sioi\'- met de ervaring dal lid wccrslamlsvermogon van ccn goed gcvoeden menscli wisseling en

lichnmclykcn voor de groote meerderheid der ziekteoorzaken groot genoeg is.

arbeid

in betrekking De invloed van onvoldoende of ondoelmatige voeding is

tol den

zicktcaanleg. reeds in de prilste jeugd merkbaar uit het optreden van ontwik-rachitis. ke 1 ingsziekten (rachitis) en uit de ontvankelijkheid voor ver-iiibcrciilose. schillende- ook infectieuse ziekteoorzaken (tuberculose). Meerdere groepen van factoren zijn hierbij in het spel. Zoo kunnen voedingsstoornissen te kon en\' ontstaan ten gevolge van een te kort en ook door een overmaat van \'quot;vo\' dt\'igs- \'\' voedingsstoffen, uil de al-of niet aanwezigheid van een voldoende hoeveelheid stollen. water en uil het gebruik van genotmiddelen. Van overwegend belang is genotmiddelen, hierbij de geschiktheid van hel lichaam om de aangevoerde voedingsstoffen te verwerken. Immers goede voeding is alhankelijk zoowel van de assimilatie, assimilatie der aangevoerde voedingsstoffen als van hare hoeveelheid en hoedanigheid. Groote geschiktheid tot assimilatie kan binnen zekere eomiieiisatie. grenzen de ongunstige samenstelling der voedingsstoffen compenseeren. Dit wordt bevorderd door de omstandigheid, dal sommige voedingsstoffen door andere kunnen worden vervangen. Van belang is hierbij de vorm, onder welken zij zich voordoen.

onbruikbare Dikwijls zijn de voedingsstoffen zoodanig met onbruikbare stoffen vermengd, dat slechts een krachtig organisme de geschikte hieruit kan afzonderen. De laslige en schadelijke invloeden der mede opgenomene onbruikbare stollen is een factor, waarmede, ook bij de physiologische voorwaarden der voeding, gerekend moei worden.

Vat men de voor de voeding schadelijke omstandigheden samen, dan is na het bovenstaande duidelijk dal hare invloed dikwijls invloed van rechlslreeks van de functies van hel lichaam afhangt. Daar de wijze van \'\'\' licid \'anquot;1quot; ver\')ruik der afzonderlijke lichaamsdeelen afhangt van de hoeveelheid het lichaam, verrichte arbeid en de krachtige ontwikkeling van weefsels en organen onder den invloed van de geregelde werkzaamheid dier organen staal, volgt hieruit dat de arbeidzaamheid van hel lichaam ook in verband staal met de opneming en de verwerking der voedingsstoffen en met de mogelijkheid tol overwinning der hierop betrekkelijke schadelijkheden.

Alle mogelijkheden te bespreken, waarbij voeding, stofwisseling en licha-melijken arbeid in verband kunnen slaan met den ziekleaanleg zou hier

-ocr page 47-

41

lot tc groolo uitvoeriglieid leiden. Wij zullen ons daarom lol enkele hoofdzaken bepalen.

De inanilie, voortvloeiende uil den gebrekkigen toevoer van voedings- iuaniiic.

stollen, neemt als causa disponens deel aan hel groole sterftecijfer der arme

bevolking. De meest gewichtige gevolgen dezer inanilie doen zich voor als

eene vermindering van het weerstandsvermogen tegenover infectieziekten,

vooral tegenover tuberculose.

De ondoelmatige samenstelling van het voedsel, in verband met bijzondere omloelmaiigc

samen-

schadelijke sloffen, leidt tot eene dispositie voor ziekten van het spijs-

verteringskanaal in den vorm van chronische ontstekingen met neiging chronische 0 ontstekingen

tol atropine. , vanI hcl,

r darmkanaal.

De onvoldoende toevoer van voedingsslollèn oefent ten slotte invloed onvoldoende

toevoer

uit on de bloedsbereidinc. Uit de chronische inanilie spruiten daarom van voedings-

1 _ stollen

al die disposities voort, welke door gebrekkige bloedsmenging begunstigd onvoldoende r toevoer van

worden. Wellicht is het geringe weerstandsvermogen tegenover hel tuber- kaiiumzonicn.

scorbuut.

culeuse gift hieruit le verklaren. Volgens sommigen disponeert de

onvoldoende toevoer van kaliumzouten lot scorbuut.

Menig pathologisch feit uit de ervaring pleit voor de waarschijnlijkheid

van overmatige, eenzijdige en ondoelmatige voeding als oorzaak eener ziekelijke éénzijdige en

„ , i- . I,- ondoelmatige

dispositie. Overvoeding heeft plaats, wanneer de toevoer van voedmgsslollen V0C()ing.

het verbruik overtreft. De pathologische gevolgen van langdurige overvoeding overvoeding.

berusten gedeellelijk op de onvolkomene omzeiling en de ophooping der onvoikomcne

.... , . . ii-i omzeiling

toegevoerde stollen, welke onder omstandigheden de lunclies van het lichaam en 0pi10nping

benadeelen kunnen, hoofdzakelijk door de vermeerdering van de hoeveelheid \'lcr vo\';-

dingsstoflen.

vet in het lichaam.

Door overmaligen toevoer van vlocistollen kan bij weinig lichaamsarbeid overmatige

/li toevoer van

een abnormaal groot gehalto aan water der weefsels ontstaan (plethora vlociston(,n-

serosa). Deze voedingstoestand, welke vooral bij eene zittende levenswijze in plethora

serosa.

eene gelijkmatig verwarmde omgeving door toevoer van aan water rijker,

daarentegen aan eigenlijke voedingsstoffen armer of onder bepaalde omstandigheden slecht te verteren voedsel (gevangeniskost) begunstigd gevangenis-wordt, schijnt over het algemeen hel weerstandsvermogen legenover schadelijke agentia belangrijk le verminderen.

Of door de samenwerking van ruimen toevoer van voedingsstoffen met

-ocr page 48-

42

plethora eene overmatige opneming van vloeislollen eene ware, door overmatige sangumi a. |jioe(]gvorming gekenmerkte plethora sanguinea ontstaan kan, is twijfeiaehlig.

In elk geval schijnt onder zulke omstandigheden (bv. bij goed gevoede hypoitrophic bierdrinkers) eene arbeidshypertrophie van het hart en de nieren lot stand nieren Vij \'e \'t0,nen\' lot ziekten dezer organen aanleiding geefl. Onder den

bierdrinkers, invloed der in verhouding tol den liehaamsarbeid al te rijke eitwitvoeding

overmatige

ciwitvocding. ontstaat die stoornis in de stofwisseling, welke gedeeltelijk aan de jicht der

jicht. rijken ten grondslag ligt.

dierlijke voe- Dikwijls wordt nog de vraag geopperd naar de voor- en nadeelen (mg,toUui. (jjer|yke voedingsstoffen. De vleeschvoeding heelt ongetwijfeld hel vleesciivoedsel vool\'(l(:e\' eener gemakkelijker verteerbaarheid. Dit is ook het geval met melk, eieren, andere voedingsstoffen van dierlijken oorsprong, zooals eieren en kaas. Van de melk is bewezen dat zij door hel kinderlijk lichaam op bijzonder voordeelige wijze wordt verbruikt. Bij volwassenen geschiedt dit niet in dezelfde mate. De bewering, dal bel gebruik van vleesch schadelijk voor het menschelijk organisme is, mist allen redelijken grond. Ook de dikwijls geuite meening over de moeielijke verleerbaarheid dor afzonderlijke vleeschsoorten evenals die over het verband hiervan tot do dispositie voor bepaalde ziekten, is nimmer bewezen. Wij zien hier natuurlijk af van hel gebruik van dierlijke voedingsmiddelen, die bedorven of in het algemeen voor de gezondheid schadelijk zijn.

toebereiding De invloed der toebereiding en de onderlinge verhouding der afzon-du spij/.cn. (|ei.jyke beslanddeelen in het voedsel is betrekkelijk gering. Het gezonde darmkanaal kan zich gemakkelijk aan de gewijzigde omstandigheden gewennen. Oefening speelt hierin eene voorname rol. Hierdoor wordt plotselinge het verklaarbaar dat plotselinge overgang tol eene betere, doch ongewone eene quot;betere1 V0l\'(\'\'nD sloornissen kan veroorzaken. Zwakke en door ziekten der spijs-doch ongewone verteringsorganen verzwakte personen worden uit den aard der zaak door dezelfde oorzaken veel gemakkelijker ziek.

plantaardige De plantaardige voedingsmiddelen stellen hoogere eischen aan de spijs-midlwen verleringsorganen, omdat zij moeielijker te verwerken en met eene groolere hoeveelheid onbruikbare stollen vermengd zijn. Dal de uitsluitende voeding met plantaardige stollen zeer goed kan samengaan mei hel behoud van een gezond en krachtig lichaam leert de ervaring. Hel gunstigst voor hel

-ocr page 49-

43

behoud van een krachlig en legen sclmtlelijke agenlia weerslantlbiedend lichaam zal een doelmatig samengestelde gemengde kost zijn.

Uil het bovenstaande moge voldoende blijken dal de voedingsvoorwaard en, waarvan hier sprake, slechts relatief van beteekenis zijn voor den zickleaanleg, afhankelijk van den toestand en den arbeid van hel lichaam en van de overige levensomstandigheden.

82. Uit de ondervinding is de invloed van schadelijke genotmiddelen op den ziekleaanleg gebleken. Zoo weten wij dal hel overmatig gebruik van alcohol den levensduur aanzienlijk verkort, heizij dit geschiedt door hel gebruik van groote hoeveelheden geconcenlreerden alcohol, hetzij door het overvloedige regelmatige genot van dranken met geringer •alcoholgehalte. Hel regelmatige alcoliolgebmik is vooral nadeelig bij onvoldoende voeding. Hel begunstigt bet ontstaan van ziekten der spijsverteringsorganen. Carcinoom van den slokdarm komt in overwegende hoeveelheid onder drinkers voor. De pernicieuse invloed van den alcohol op hel liart, de bloedvaten en de nieren staal boven twijfel. Bewezen is ook hel verband lusschen alcoholmisbruik en de dispositie lot zielsziekten, Acute ziekten van verschillenden aard verloopen bij alcoliolislen ernstiger dan bij andere personen. Bekendis bet ongunstige verloop van verwondingen en wondzieklen bij drinkers en hunne grootere sterfte bij de acule longontsteking.

Op overeenkomstige wijze werken dc narcotische genotmiddelen als opium, morphine en tabak. Deze schijnen hoofdzakelijk hel zenuwstelsel tol ziekten te disponeeren. Moeielijker te bepalen is de invloed door thee, kotlie, enz. uitgeoefend.

83. Een overwegend aandeel in de werkzaamheden van bel lichaam heefl hel spierstelsel. Aan massa overtreltdil weefsel alle andere. De stofwisseling is hierin liet levendigst. In hel spierstelsel ligt de voornaamste warmtebron van hel organisme. Bovendien staal hel voor een zeer grool deel onder den invloed van den wil, zoodal door middel der spieren de stofwisseling willekeurig kan worden geregeld, Hieruit volgt dat de functies der overige organen van hel spierweefsel uit kunneii worden bevorderd of vertraagd. De snelle en diepe ademhalingen ter opneming eener grootere benoodigde hoeveelheid zuurstof en ter verwijdering van het meerdere uitgescheiden koolzuur werken hier samen mei de versterkte bloedsbeweging, welke in

dnolmatig gemengde kost.

schiiilelijke

gennt-middelcii.

alcoholgebruik.

carcinoom van ilen slokdarm, ziekten van hart, bloedvaten en nieren, dispositie lot zielsziekten.

verwondingen, wondzieklen en pneumonie.

apiiim, morphine, tabak, thee en koflic.

beteekenis van het spierstelsel.

regeling van de functies

van het lichaam door het spierstelsel.

-ocr page 50-

H

dil geval dieasl dool a!s verbindingskelcn üisschen adcnilialingsorganen en spierstelsel. De vervanging der in de werkzame spier verbruiklo stollen steil hoogere eischen aan de spijsverleringsorganen. Er moet meer worden opgenomen en meer omgezet, krachtiger verleerd. Hiertoe werken dc versterkte gaswisseling en bloedbeweging voordeelig mede. Door dc verbeterde voeding wordl de regeneratie van bet bloed begunstigt en oefent omgekeerd deze wederom een goeden invloed op bet darmkanaal uit. Zulke omstandigbeden zijn ook voor bet zenuwstelsel van geen verhand geringe beleekenis en blijkt hieruit reeds bet verband tusscben spieren spiemi en e11 zenuwe,lgt; Men zou het spierstelstel kunnen opvatten tils de uiteinden zenuwen, van bepaalde zenuwen. Daarom kan de spierwerkzaambeid een alleidings-middel wezen voor de functies der overige deelen van het zenuwslelstel. oefening De verkrijging van meerdere energie en volharding door oefening der \' \'zcnuwln\' quot; motorische zenuwen door krachtige spierinspanning kan ook op andere onvoldoende onder zenuwinvloed slaande functies inwerken. Onvoldoende spierarbeid spieiaibdd. ^ jus ^ dispositie tot ziekten verboogen.

Het lichaam, dat bet minste noodig beeft, is legen schadelijke negatieve

invloeden het best bestand. Hieruit is wellicht dc groolere taaiheid van

bel vrouwelijk geslacht voor ontberingen le verklaren.

vermijding Op hoogen leeftijd is de voorraad van arbeidsvermogen verminderd en vflii sterke

inspanning moet sler\'ie inspanning worden vermeden.

Een ander gevolg van onvoldoende spierwerkzaamheid bij krachtige vetafzeuinp. constituties en rijkelijke voeding is wederom de afzetting van vel. Waar-jicht en schijnlijk hangen rok jicht en suikerziekte met eene onvoldoende oxydatie in

suikerziekte. .

de spieren samen.

overmatige Nadeelen uit overmaligen spierarbeid kunnen voortvloeien uil plotseling spieiarbeid. le gr00(e spierinspanning, welke dan rechtslreeksche oorzaak van ziekten worden kan. De werkzame spier kan ook indirect gevolgen opleveren voor sommige organen (hart, zenuwen, ademhalingsorganen).

geleidelijke Maar ook de geleidelijke vermeerdering van den spierarbeid is begrensd, -rtr Hierbuiten kan hierdoor ziekleaanleg ontstaan. De door geleidelijke ver-spierarbeid. hooging van den spierarbeid bij goeden aanleg en normale ontwikkeling habiins der organen geboren wordende habitus alhleticus is geen ideaal van aquot;quot;\' tquot;een gezond lichaam. De hyperlrophische spieren hebben groolere behoeften,

-ocr page 51-

4b

waardoor een to korl spoediger voelbaar wonll. Van liier de dikwijls opgedane ervaring, dal menschen met bijzondere krachtige spieronl-wikkeling gedisponeerd zijn lot ziekten der ademhalingsorganen, der sereuse holten, van liet hart, van het vaatstelsel, enz. Uit den aard der zaak komen deze sloornissen meestal in de praeseniele periode voor den dag.

Ook uit de verhoogde werkzaamheid van het zenn wstelstol kan aanleg zenuwstelssl.

tot ziekle voortspruilen. In dit opzicht is van belang de verhouding

tnsschen den wakenden toestand en den slaap. De behoefte aan rust is Miocfte aan

slaap.

hij verschillende menschen verschillend. In hel algemeen heeft een volwassen meiisrli per etmaal 7 A 8 uren nachtrust noodig; een kind, al naar den leeftijd, 1 a 2 uren meer. Tc weinig slaap verhoogt de dispositeln weinig rust. tol zenuwziekten, doch oefent ook invloed uit op den algemeenen voedings-toestand van het lichaam.

Werkzaamheid bevordert het arbeids- en weerslandsvermogen van het zenuwstelsel. Dit geldt zoowel van den arbeid van den geest gwsiesavbeiil. als van dien van hel gemoed en van de periphere zenuwen. Aanhoudende geestesinspanning kan zells tot op hoogen leeftijd met een goeden gezondheidstoestand samengaan. Dit vindt men bewaarheid hij individuen, die zich aan inspanning van den geest hebben gewend, productieve

geeslcsarbeiil.

Produclieve geestesarbeid schijnt gunstiger te zijn dan reproduclieve en ,-epro(|iictievigt; meer mechanische arbeid. Eenzijdigheid disponeeil lot ziels- en zenuw- gees|cs«i\'beid. ziekten.

Ook gemoedsindrukken kunnen, wanneer zij niet te lang en te

sterk inwerken, gunstig voor het lichaam zijn. Een psychisch reaclieloze

toestand leidt lot achteruitgang, welke onder bepaalde omstandigheden de

basis kan vormen voor pathologische toestanden. Tol de gemoedsindrukken,

die een ongunstigen invloed uitoefenen, bebooren kommer, zorg, berouw,

nijd, geschokte eerzucht, naijver, enz. Deze deprimeerende gemoedsloe-deprimeerende

standen oefenen niet alleen invloed uit op hel zenuwstelsel, maar werken

ook mede lol hel ontslaan van andere dan zenuwziekten. Zoo wordt

beweerd, dat verdriet de werkzaamheid der ademhalingsorganen vermindert,

toorn stoornissen der spijsvertering veroorzaakt, enz. Zoo verklaart zich inberculeuse

Inngonlsteklng.

wcllichl de gemakkelijkheid van hel ontslaan van tuberculeuse longontsteking

gemoeds-inilnikken.

-ocr page 52-

40

éénzyilige on hy door leed neergedrukle individuen. Dal éénzijdige en buitengewone buiteiigewoiiu

inspanning inspanning der peripherisclie zenuwen tol zieklcloeslanden aanleiding kan

del\' periplieri-

sche zenuwen geven, bewijst hel veelvuldig voorkomen der korlzicbligheid bij menachen, kortzichtigheid. die veel van hunne oogen vergen.

scxnecle Groolen invloed op den ziekteaanleg hebben de sexueele tiilspat-mtspattingi n. |jnj,en jjjj vr0UWelijk geslacht openbaren de gevolgen zich in eene disposilie voor sommige ziekten van iiel gunilaalapparaal, in stoornissen der zwangerschap en der bevalling. Bij het mannelijk geslacht begunsligen zij het optreden van chronische ruggemergszieklen, algemeene zenuwzwakte en hypochondrie Voor den invloed van volkomene onthouding pleiten de veranderingen van hel lichaam der castraten.

spccicole Voor het nauwe verhand tusschen arbeid en ziekteaanleg spreken organen\'fil vnn ^ovenlt;l\'®n vele voorbeelden, waaruil blijkl hoe specieele arbeid van sommige hei lichaam, organen of eigenaardige arbeid van hel geheele lichaam leiden kan tol hel ontstaan van verschillende ziekten. Zoo komt het longemphyseem veelvuldig voor hij bespelers van blaasinstrumenten, ontslaan bij lastdragers vaak aneurysmen (zoogenaamde heroepsaneurysrnen), spreekt men van schoen-makersborsten, bakkersbeenen, enz.

uitwendige 84. Tot de uitwendige levensvoorwaarden, welke van invloed zijn op den waarden\' z\'^teaanlog behoort in de eerste plaats hel klimaat.

klimaat. Onder klimaat verstaat men het geheel van alle voor een bepaalde plaats of streek eigenaardige metereologische en tellurische verschijnselen. Men veronderstelt hierbij een lypischen gemiddelden gang der weersveranderingen, waardoor het klimaat gekenmerkt wordt.

meteieolo- Tot de meteorologische verschijnselen, welke hiervoor van

tnschc

verschijnselen. belanS zijn. rekenen wij de atmospherische invloeden, zooals de temperatuur de drukking en de beweging der lucht, de vochtigheidstoestand van den dampkring, de bewolking en de atmospherische neerslagen. Deze factoren slaan in verband met den toestand der aardoppervlakte van eene bepaalde plaats of streek, de hoogte boven het oppervlak der zee, de verhouding ligging, tusschen land en water (insulaire- of continentale ligging), de ligging ten

opzichte van bepaalde zeestroomen, de besclmlling door bergen, enz. liiologische Tot de biologische factoren, die invloed uitoefenen kunnen op den

factoren. # 1

vegetatie, toestand vnn dedampkringshicht boven zekere plaats, behoort de vegetatie.

-ocr page 53-

47

wier ontwikkeling omgekeerd verband houdt met de mefereoiogische factoren en den toestand van den bodem. Neemt men in aanmerking dat ook de vermenigvuldiging en de verspreiding van de kleinste plantaardige organismen,

welke wij als de oorzaken van vele infectieziekten kennen, voor een deel afhangen van de bovengenoemde atmospherische en tellurische invloeden,

dan blijkt hieruit aanstonds de invloed van het klimaat op bet voorkomen van sommige ziekten. Dit geldt mutatis mutandis ook van de dierlijke parasieten, die eveneens infectieziekten kunnen te voorschijn roepen.

Noemen wij de bovengenoemde pliysische en geographische factoren, de directe, integenstelling van de biologische of de indirecte factoren, diroctc dan is het zonder meer duidelijk dat de Juist in geneeskundig opzicht belangrijkste invloeden van de indirecte factoren uitgaan. Veel minder waarde voor de beteekenis van het klimaat voor de gezondheid hebben de op zich zelve belangrijke levensvoorwaarden als de voeding, de woning, de heerschende gewoonten, enz. welke als de meer accidenleele factoren accidcnteelis van het klimaat te beschouwen zijn. De individueele verschillen van het weerHandsvermogi ii laten zich hier natuurlijk evenmin onbetuigd. Het best worden verdragen die klimaatsveranderingen, waarbij de verschillen in de levensvoorwaarden en de gewoonten tusschen de vroegere en de nieuwe verblijfplaats het geringst zijn.

De vraag naar de geschiktheid lol gewenning aan klimaalsin-vloeden (acclimalisatie) is een zeer samengestelde en de beantwoording ncclimaiisatie. niet voetstoots mogelijk door de vergelijking van bewoners, die eerst zeer onlangs hunne tenten in eene bepaalde streek hebben opgeslagen en van die, welke reeds gedurende ettelijke generaties daar hebben vertoefd. Evenmin mag men uit de ervaring van hel al of niet aanwezig zijn van afstammelingen van geslachten, die sederl geruimen lijd zich elders hebben neergezet, zonder meer besluiten dat het voortplantingsvermogen in dergelijke slreeken verandert. Afgezien van den invloed der onder dergelijke omstandigheden zeer uileenloopende gewoonten, waaraan de vreemdeling zich heeft te onderwerpen, moei hierbij in aanmerking worden genomen de aanwezige ziekteaanleg en bel weerstandsvermogen voor de in de bedoelde streken inheemsclie ziekten. Niet alleen de individueele, maar ook de raseigenaaidigheden spolen hierbij eeno groots rol. Deze ondervinden

-ocr page 54-

48

wederom den invloed van hel klimaat. Hoe beter dus in dit opzicht de hygienische omslandiglieden zijn, hoe beter men den invloed van het klimaat verdraagt.

koude, Men onderscheidt op grond der temperatuur van de lucht in koude, gematigde en warme klimaten, Het verschil berust deels op den klimaicn. absoluten warmtegraad, deels op de temperatuursbeweging. De gemiddelde temperatuur hangt af van de geographiscbe breedte, de hoogte boven liet oppervlak der zee, van den toestand der aardoppervlakte en van de aanwezigheid van andere voorwaarden, welke invloed uitoefenen op de lucht-warmta, zooals bossclien, de nabijheid van gvoote waterplassen, enz. Zoo klimaaisiypcn. spreekt men van bepaalde k limaals typen als het bergklimaat, dat \'alphlquot;quot;quot;quot;1 wetler verdeeld wordt in een alpine en subalpine, in de gematigde

sulialpiiie luchlstreek boven de 500 meter boven den zeespiegel, terwijl boven de 1000 bergklimnnl.

meter het alpine-karakter optreedt. In warme landen liggen de grenzen natuurlijk hooger. Over het algemeen daalt de luclitlemperaluur met de toenemende boogie, doch hebben plaatselijke omstandigheden vaak een overwegenden invloed hierop. De berglucht is in den regel minder vochtig. De luchtdrukking neemt voor elke 1000 meter hoogteverschil met (11 mM. af, zoodal eerst bij belangrijke verschillen in hoogte bate invloed merkbaar wordt. Bij zeer groote hoogten komen directe ziekle-limgzicktf verschijnselen voor den dag (bergziskte, puna), welke bestaan in adembalings-bezwaren, zwakte, bemoeilijking der bewegingen, hoofdpijn en neerdrukking der psychische (undies, welke tol plotselinge bewusteloosheid kunnen leiden, waarbij niet zelden bloedingen in hel oogbindvlies, in hel tandvleesch en uil de luchtkanalen zich voegen. Deels berusten deze symptomen op de verminderde luclildrukking, deels vloeien zij voort uit de verminderde gunstige zuurslofopname. In hel algemeen oefent hel bergklimaat een gunsligen mvio(!c| van jnvjoe(| 0p je ontwikkeling van het lichaam, welke verklaard kan bergklimaat worden uit de verhoogde werkzaamheid der ademhalings- en der circulalie-\\vikkcihigquot;vaii wg311quot;11. l\'er spieren en der huid. Deze moeten door hunne terugwerking hei lic.liaam. 0p t]e stofwisseling gunsiig op de licliaamsontwikkeling inwerken. Dovendien is d« berglucht zeer zuiver. Boven de 2000 meter is zy nagenoeg vrij van bacteriën. Do krachtige lichaamsbouw der bergvolken vindt in hel bovenstaande opheldering. Maar de opwekkende invloed van het bergklimaat

-ocr page 55-

49

op de functies van hel liclmam en de stofwisseling kan ook ongunstig zijn. Zwakke, prikkelbare, tol liarlsziekten gedisponeerde individuen ondervinden nadeelen van een lang verblijf op de bergen.

Het zeeklimaat kenmerkt zidi door liooge dampktingsdrukkiiig en groole vochtigheid bij malige, vrij standvastige temperatuur, voortvloeiende uit den regelenden invloed van het water. Van beteekenis zijn voorMs de levendige beweging en de groole zuiverheid der lucht. Er bestaat niettegenstaande deze verschillen toch veel overeenkomst tusschen het berg- en het zeeklimaat in hunnen invloed op de gezondheid van den mensch.

Het woud klimaat vertoont eene grootere standvastigheid in de lemperatuursschommelingen onder den regelenden invloed der bosschen. Ten gevolge hiervan worden de zomers relalief koeler, de winters betrekkelijk warmer.

Het gunstigst voor de goede ontwikkeling van het menschelijk lichaam is het gematigde klimaat, terwijl dat der koude, maar vooral dal der tropische luchtstreken in velerlei opzicht nadeelig op de gezondheid in kan werken. Toch vindt men in alle streken der aarde menschen wonen, die daar leven en gezond blijven. Dit vermogen, dankt de mensch aan het groole accomodatievermogen van zijn organisme aan minder gunstige uit- en inwendige levensvoorwaarden.

In het tropische strand klimaa l is de gemiddelde temperatuur der lucht hoog en de vochtigheidstoestand van den dampkring groot. Hieruit volgt de nadeelige invloed, die deze factoren op het lichaam van den van de gematigde luchtstreken af komstigen mensch uitoefenen, althans in den eersten lijd. Aan de warmleregeling van het lichaam worden hooge eischen gesleld, omdat het warmteverlies door straling en door geleiding wordt verminderd en de begunstiging hiervan door de verdamping van het zweel door hel groole vochtigheidsgehalte der lucht wordt bemoeilijkt. Deze theoretische warmtestuwing is echter geldeken niet in overeenstemming te zijn met de door rechlslreeksche bepalingen vastgestelde feilen. In elk geval schijnen de middelen Ier compensatie, waarover hel menschelijk lichaam beschikt, althans voor vrij geruimen tijd, voldoende om tie directe uit deze omstandigheden voortvloeiende nadeelen te voorkomen.

AI.GKMKKNH ZIKKTKKUNDU. 4

Oügiinsligu invloed van

het bergklimaat.

zeeklimaat.

wouilklimaat.

gernatigil klimaat.

tropisch klimaat.

warmte-st inving.

-ocr page 56-

80

Mi\'erdere nadoelen voor de gezondheid spruiten voort uit de in de

malaria, tropische landen endemische ziekten, zooals malaria, dysenteiie en cholera.

\'(•holiTii1 Berucht zijn voorts de tropische leverahscessen Van belang zijn daaren-

Ifiverabscesscn. |j0ven nog de door dierlijke parasieten veroorzaakte ziekten, zooals de chylurio,

haematurie, tropische chylurie, haematurie, anchylostomiasis, enz., hoewel dezu laatste

anchy os- aHn [)tl|)aai(|e localiteilen gebonden zijn.

lomiasis, enz. 1

jaargeiyden en De beteekenis van de jaargetijden en de weersgesteldheid

gcsiililMd voor l\'(!a aan\'e(? lo1 ziekten vloeit gedeeltelijk voort uil hetgeen omtrent

het klimaat reeds weid medegedeeld. Voor een ander deel blijkt zij uil

wisselingen het wisselende sterftecijfer bij verschillende ziekten. In plaatsen, in de

sieifi\'tquot; ijflr in \'iOII,\'e 0\' gematigde luchtstreek gelegen, waar geene bijzondere ziektefactoren

de ver- werkzaam zijn, is hel sterftecijfer hel laagst in den zomer en in de herfst, schillende ... . , ... , .. . .

jaargetijden, l16\' hoogst in den winter en in het voorjaar. Dit verschilt eemgszins al

naar gelang deze cijfers zijn opgemaakt voor de groole steden of voor hel platteland. Voor de tropische gewesten beschikken wij lot nog toe niet over statistieken betreffende de verdeeling van het aantal sterfgevallen over de verschillende moesons.

bodem. f)e bodem kan van veel belang zijn, vooral ten opzichte van de dispositie lol bepaalde infectieziekten, omdat de lagere organismen, die deze ziekten veroorzaken, hierin kunnen zetelen en van hieruit zich in de omgeving kunnen verspreiden. De meer of mindere geschiktheid van den bodem voor de ontwikkeling der parasieten, zoowel plantaardige als dierlijke, bangt behalve van de eigenschappen dezer organismen van die van den grond gehalte aan al. In hoofdzaak komen deze neer op het gehalte van den bodem aan vm iliiX\'i\'i a^va\'s\'0quot;en van organisohen oorsprong, op de vochtigheid en de temperatuur, temperainnr. De vochtigheid van den bodem hangt af van zijne geologische samenstelling en van zijne ligging ten opzichte van andere aardlagen, Hel water dal zicli in den bodem ophoopt boven een hiervoor ondoordringbare aardlaag en de poriën der boven liggende lagen geheel opvult, noemt men grondwater, grondwater. Het grondwaterpeil hangt af van de ligging der ondoordringbare at mos- aardlagen, van de hoeveelheid atmospherische neerslag (regen, sneeuw, enz.) neerslaquot;\' 011 vaquot; van den bodem, waardoor de afvoer meer of minder

veranderingen bevorderd wordt. Op sommige plaatsen is het samenvallen van sommige \'\'\'wltviNhiui\'1\'quot; epidemiën met het dalen van den grondwaterspiegel waargenomen.

-ocr page 57-

Ö1

He invloed van tie woning op de gezoiicllieid van den mensch slaat woning, in nauw verband mei dien van den bodem. De ongunslige invloed van vocblige woningen berust grootendeels op de door verstopping der muurporiën door vocht uil den bodem gestoorde ventilatie en ook op de onttrekking van warmte door den voclili^en wand. Kheumatismus, scro-ilieumatismus, phulose en anaemie komen in vochtige huizen menigvuldige!\' voor dan anaemU*\' elders.

Omgekeerd moet de gunstige werking van de vrij in de menschelijke

woning tredende zonnestralen niet alleen toegeschreven worden aan de uit- ................

drooging hierdoor veroorzaakt, maar ook aan den weldadigen invloed van hel zonnelicht en de zonnewarmte, welke voor verschillende parasieten, die infectieziekten kunnen veroorzaken, dikwijls verre van voordeelig is. Van groote beleekenis voor de waarde van de woning is ook de hoeveelheid lioeveelheid en daarin aanwezige lucht en bare samenstelling. Deze wordt beoordeeld ™rquot;luol!\'iquot;r naar de hoeveelheid van het daarin aanwezige koolzuur, niet omdat hieruit de nadeelen voor de gezondheid rechtstreeks voortspruiten, maar omdat hel koolzuurgehalte een quantitatief nauwkeurig te bepalen indicator is voor koolzunr-de in de expiratielucht aanwezige nadeelige sloll\'en, welke reeds in kleine quot; \'\'innhi.\'\' \' hoeveelheden slechte gevolgen na zich kunnen slepen. Per uur en per hoofd heeft men 60 M3 lucht noodig. Het koolzuurgehalte mag i per mille niet te boven gaan.

Het spreekt wel van zelf dat tal van bijkomende omstandigheden invloed andere

kunnen uitoefenen op de beleekenis der woning voor de gezondheid, zooals

de reinheid van hel buis, de geschiktheid van wanden en huisraad om zi.iM 0P

tic gezondheid.

infecliekiemen te berbergen, enz.

Van veel belang is ook de kleeding, waarmede de mensch zich tracht Weeding, te vrijwaren legen den schadelijken invloed van te snelle temperatuurswisselingen. Men beoogt hiermede het warmteverlies, de doorstraling en gelei\'Jing le verminderen door middel van uil onvolkomen de warmte geleidende

en poreuse stollen vervaardigde kleedingstukken. Tevens wordt hierdoor warmte-

. geleidingsver-

gelijktijdig eene verwarmde luchtlaag lusscnen liet lichaam en de builenlucht mogen en

onderhouden, welke de rechlslreekscbe inwerking der tempcraluursscbom- l,,)mlsi\'lt;\'il llei\'

klcederen.

melingen op de huid verhindert. Dit doel wordt bet best door wollen wollen kleederen bereikt. Door de keuze der stof en de dikte der bekleedende klc\'\',,eiei1\'

-ocr page 58-

B2

lagen wordt men in slaat gesteld het waruitevorlies tot het gewensclite bedrag te heperken. De gezonde krachtige mensch kan üicii echter door doelmatige oefening gewennen aan de nadeelige inwerking der temperatuurs-schommelingen, doch altijd slechts binnen zekere grenzen. Pathologische nmloclinaiigfi toestanden kunnen ook op andere wijze geboren worden uit ondoelmatige kleeding. Vrouwen, vooral in de Europeesche maatschappij, maken zich vaak schuldig aan bet dragen van te nauwsluitende kleedingsstnkken, zooals nauwe corsetten, ceintures, enz. Deze drukken de daaronder geplaatste organen en bemoeilijken de normale functiën van de dealen in de naaste omgeving of van die, welke met de gedrukte in verband staan.

Iiiaaischappe- Ook de maatschappelijke stand, waarin de mensch verkeert, heeft

lijko sland.

zijne voor- en nadeelen voor de gezondheid. Eene groots menigte factoren spelen hierbij eene rol. Zoo vindt het dikwijls vastgestelde oorzakelijk verband inkomen, tusschen het inkomen en den ziekteaanleg eene verklaring in de hiermede samenhangende verschillen in de voeding, de woning, de bescherming tegen besmettelijke ziekten, de ongelijkheid der lichamelijke inspanning, enz. bcroi\'p. Ook de nadeelen, welke direct voortkomen uit het beroep, dat men uitoefent, laten zich gelden. IS\'iet minder doen dat vaak ook de indirecte met bet ambl verbondene schadelijke agentia. Zelfs persoonlijke aangelegenbeden blijven niet geheel buitenspel. Bekend is het feit dat de levenskansen Imwclijli. van gehuwde personen gunstiger zijn dan die van ongebuwdon. Dal wij hier een zeer samengestelde ziektefactor voor ons hebben, behoeft geen nader betoog.

DERDE AFDEELTNG.

ALGEMEENE MORPHOLOG1E DETl ZIEKE-L1JKE VERANDERINGEN.

INLEIDING.

verhand 81). Daar de bouw en de functie van weefsels en organen in nauw quot;(mi i\'unri\'iTquot; V(!r\')ant\' met elkander slaan, beantwoordt aan eene stoornis in de functie eene stoornis in den bouw en omgekeerd. Hiertoe brengen wij ook die in

-ocr page 59-

5:5

de clicmisclie smnenslelling. Wij zijn thans echter nog niet in slant in

elk geval eener functionecle stoornis de daaraan beantwoordende afwijking runctiniicclc

in den bouw of in de chemische samenstelling aan te loonen. stoornissen.

Ue weefsels en organen danken hunne eigenschappen aan den aard en

de rangschikking der cellen, waaruit zij zijn opgebouwd. Veranderingen in

deze weefsels of organen zullen dus haren grond hebben in de cellen en

hare onderlinge plaatsing en in al datgene, wat met de eigenschappen

dier cellen in betrekking staat. Daarom oefenen de hoedanigheden van

het bloed, van de lymphe en van hel zenuwstelsel hierop grooten invloed

uit. Ilovendien bestaat er een nauw verband tusschen de ziekteoorzaak

en de ziekelijke stoornis. Terwijl echter de ziekteoorzaken eene grooto relatieve

verscheidenheid aan den dag leggen, is dit met de door haar teweeggebrachte dcllvniglli:\'(l

morphologische veranderingen niet in gelijke mate het geval. Integendeel is iiatlmioglsch

hier eene zekere éénvormigheid niet te miskennen. anatomische

^ veranderingen.

He pat hologische anatomie leert ons de veranderingen in den vorm pathologische en den bouw der cellen en in hare onderinge plaatsing kennen in verband anatomit!-met de ziekteverschijnselen en met den aard en de inwerking (lei-ziekteoorzaak.

Deze afwijkingen stellen wij vast door vergelijking der ziekelijke methodu van met de gezonde deden. Zonder bijzondere hulpmiddelen zijn wij in 0lquot;l(\',\'Z0ck-staat de veranderingen te bepalen in de ligging, de grootte (afmetingi \'tl inacros-en gewicht), den vorm, de onderlinge plaatsing, do kleur, do hardheid (consistentie) en in de teekening der organen. Niet zelden gelukt het nnderingen. bovendien met het blootc oog de aanwezigheid van vreemde stollen aan te toonen. Bij de vloeistoffen hebben wij ook te letten op de ligging (in- of buiten de natuurlijke holten), de hoeveelheid, de kleur,

de al- of niet aanwezigheid hierin van vasle lichamen, hunne hoeveelheid en eigenschappen en op de doorschijnendheid. Met behulp van microsden microscoop kunnen wij echter eerst de hiermede overeonkomstiKe cquot;liquot;scllc

0 kingen in

afwijkingen der cellen opsporen, terwijl voor de veranderingen in de lt;len houw. chemische samenstelling daarenboven reagentia onontbeerlijk zijn. Binnen verband zekere grenzen worden wij in staat gesteld uit de macroscopische lot de \',\'ii

hieraan beantwoordende microscopische stoornissen te besluiten en omge- microscopische koerd; hoewel ten slotte eerst het microscopische onderzoek ons een juistvura^1\'eih||1g(,ll

-ocr page 60-

54.

inzicht verschaft in den aard en hiermede in de beteekenis der ziekelijke veranderingen.

nveieensiem- Welke uiteenloopende eigenschappen de verschillende celsoorten, waaruit

rond trek ken ,,el mensc,ieliJk organisme is opgebouwd, wat betreft hare grootte en

van baren vorm, ook bezitten, zij stemmen toch in de grondtrekken van

denceUcn \' haren bouw en in de wijze barer afhankelijkheid van uit- en inwendige

levensvoorwaarden met elkander overeen. Deze overeenstemming in de

celreactie, reactie der cellen van verschillende weefels tegen schadelijke inwerkingen

algemeenc maakt eene a I g e m e e n e morphologic der z i e k e 1 ij k e v e r a n d e-pathologischc . .... ....

anatomie, ringen mogelijk. Zij omvat:

A. DE PATJIOLOGISCHE ACHTERUITGANG EN DEN DOOD DER WEEFSELS (REGRESSIEVE METAMORPHOSE EN NEKROSE).

necrose. 86. Onder necrose verstaat men een plaalselijken dood, het afsterven van enkele cellen of celgroepen.

I)il afsterven der cellen gaal niet altijd onmiddellijk gepaard mei veranderingen in den bouw. Deze volgen soms eerst na eenigen lijd np den reeds ingetreden dood, zoodat het niet mogelijk is in elk geval en ten allen tijde nit Ie maken of cellen leven dan wel afgestorven zijn.

Het ophouden der functie alleen laat evenmin het besluit toe dat een lichaamsdeel, een orgaan, een weefsel of eene cel afgestorven is. Immers al functioneeren doode cellen of celgroepen niet meer, zoo kan de opheffing der funclie slechts lijdelijk zijn.

herkenning Anatomisch kan het bestaan der necrose slechts dan worden aangetoond, der necrose. wa|ineer gelijktijdig mei |!ei afsterven veranderingen in den bouw der cellen te voorschijn komen of wel deze op den celdood zijn gevolgd. Met de afwijkingen in de structuur der cellen worden hier uit den aard der zaak bedoeld die, welke voor den celdood kenmerkend zijn.

Het eerste geval doel zich slechts voor bij de inwerking van een bepaald aantal schadelijke agentia, terwijl het laatste na zeker tijdsverloop constant wordt aangetroffen.

oorzaken der , De algemeenc oorzaak der necrose ligt in de physische en

necroso. 1 t t , u i. • • i i

physische- en jchemisclie veranderingen der cellen, die het leven dezer laalsle vernie-chemische I • . # i r • u i

inwerkingen J li gen. Verschillende inwerkingen, welke van builen al komen ot in nel

-ocr page 61-

h1)

lichaam zeil ontslaan, kunnen reclilslreeks necrose der cellen veroorzaken ol slechts langs indireclen weg den celdood teweegbrengen. Hoe uiteenloopend deze schadelijke agentia, wat aard, oorsprong en graad sloornissen in van inwerking betreft, ook zijn kunnen, alle stemmen zij hierin overeen tmnvatr\'leii dat zij de uilwisseling van stollen lusschen de col en hare omgeving ,,cl\' cel-onmogelijk maken. In dit opzicht zijn zoowel de bemoeilijking ol\' de

geheele belemmering van den toevoer als die van den afvoer van anaemischo

nccrosc

beteekenis. De hierdoor teweeggebrachte necroso wordt, bestempeld met 0f lncaie den naam van anaemische necrose of locale asphyxie. Velen asphyxie. onderscheiden bovendien eene neuropathische necrose. Hieronder ncuro-verstaan zij den celdood, welke na laesies van hel centrale of peripherische zenuwstelsel ontslaat. Sommigen nemen een rechUlreekscben invloed der beleediging van trophische zenuwen aan. Anderen brengen deze necrose lerug lol stoornissen der circulatie, lol aanhoudende drukking en lol mechanische beleediging der bü deze toestanden dikwijls anaeslhelischo en veilamde lichaamsdcelen. De laatste oorzaken spelen, zooals waarnemingen bij mengchen en dieren en hiertoe opzettelijk ingestelde proeven hebben geleerd, zonder twijfel eene groole rol.

Men spreekt voorts van eene direct e necrose, wanneer de weefseldood diiccic m snel na de inwerking van een schadelijk agens, van eene indirecte necrose of necrobiose, wanneer zij langzamerhand optreedt en ver- nccrobiose. schillende degeneratievormen haar voorafgaan.

Mechanisclie of chemische noxen of anaemie kunnen haren schadelijken invloed gelijktijdig of na eikander uitoefenen. Hij de beleediging van weefsels door de eerstgenoemde oorzaken treden dikwijls levens veranderingen van hel bloed op, waardoor slase en stolling in de

haarvaten, aderen of slagaderen, en dientengevolge de circulatie wordt opge- opheliing dor

circulatie.

heven.

Of door eene bepaalde noxe al dan niet necrose zal worden veroorzaakt,

hangl niet alleen van den aard en de inlensiteil der inwerking dier

schadelijke oorzaak af, maar ook van den oogenblikken toestand van hel locstnnd van

hot wccl\'scl.

weefsel. Onder gelijki\' omstandigheden slerll slecht gevoed weefsel gemakkelijker dan gezond weefsel af. Zoo treedl bij grijsaards dikwijls reeds na seniele necrosc. geringe beleedigingen necrosc der exlremileilen op.

-ocr page 62-

stoornissen i Ook stoornissen der vaatinnervatie kunnen, door circulatiestoornissen tc

vnatiiilicrvaiic] veroor/a\'ten\' eene (\'\'SP0S\'\'\'0 teweegbrengen tot necrose. Bij verzwakte | typhuslijders is dikwijls een lichte vingerdruk op sommige plaatsen (tro-maiBniischc dianier, elleboog, sluit) voldoende om gangraen van de huid en van het (iccubiins subcutane bindweefsel te doen ontstaan (marantische necrose, decubitus,

decubitaal gangraen).

verloop der Het verloop der necrose hangt van eonc menigte omstandigheden at.

Van invloed op de met de necrose gepaard gaande weefsel veranderingen zijn de hoedanigheid en de ligging van hel weefsel, de wijze van afsterven, de oorzaak der necrose, het bloeds- en vochtgehalte, liet toetreden van lucht en rottingsfermenten, de aan de necrose voorafgegane weelselver-anderingen, enz.

reaciieve De necrose veroorzaakt steeds eene meer of minder sterke ontsteking 01 on?pcving!C\' \'n (\'e omgeving, welke het krachtigst optreedt bij aanwezigheid van rottings-demar- processen. Wordt een necrotisch deel door een ontstoken weefselrand van k\'^;t-0f de omgeving afgegrensd, dan is de ontsteking eene demarkeerende of

ircercmlc sequestreerende en het afgesloten weefselstuk noemt men een

ontsteking.

sequester.

uitgangen ilcr Afgezien van bijzondere bijkomende omslandigheden pleegt men vier necrose, vormen in den uitgang der necrose te onderscheiden. Bij den lequot; vorm wordt het doode stuk gerosorbeerd of van de oppervlakte afgeslooten en regeneratie, door normaal weefsel, aan het vorige gelijk, vervangen (regeneratie). Bij den 2(len vorm wordt het afgestorven weefsel eveneens verwijderd, doch litteeken- vervangen door bindweelgel (litteekenweefsel), dat het defect geheel of vmgejegiigjjjk aanvuli. Bij den S\'1\'\'quot; vorm wordt het necrotisclie weefsel sleclits gedeeltelijk geresorbeerd, het overige deel blijft als eene gesenuestreerde verkalking ei inassa liggen, welke later dikwijls verkalkt en door bindweefsel wordt ingekapseld. Bij den 4llen vorm wordt het doode weefsel ook geresorbeerd. doch slechts voor een klein deel door bindweefsel aan de peripherie vercysten- vangen. De overige ruimte wordt door vloeistof aangevuld (cystenvorming).

De veranderingen in den bouw, in de overige physische en chemische

vormen der eigenschappen der afgestorven . deelen bepalen den vorm der necrose.

necrosc.

Hierop hebben aard en ligging van het weefsel meer invloed dan de bijzondere uitwendige oorzaak. Men spreekt van;

inkapseling.

-ocr page 63-

a. Kenvoudigc nccrose, wanneer dc afgeslorvcn declen vorm, eenvoudige

• necro^c

aanzien en consistentie van de gezonde hebben beiiouden. Deze vorm wordt aangetroffen bij vaste weefsel soorten als kraakbeen, been, elastisch weefsel, enz. Men herkent hierbij de afsterving meestal eerst door de afslooting van liet doode weefsel uil zijne omgeving. Soms kunnen zulke arstooling van deelen tevens eene vermindering hunner massa ondergaan. Eenvoudige nccrose van enkele cellen komt voor bij die, welke mechaniscii uit hare omgeving zijn losgerukt, indien de voorwaarden gunstig zijn voor het behoud van vorm en structuur. Ook bij de inwerking van sommige vergiften kunnen enkele afgestorven cellen langen tijd nagenoeg onveranderd blijven.

b. Necrose met uitdrooging (mummificatie, drooge versterving) mummiiicaiie

treedt op bij belangrijk vochtverlies der afgestorven deelen. Dit heeft vererving.

hoofdzakelijk plaats in weelsels of lichaamsdeelen, die met de buitenlucht

in rechtstreeksche gemeenschap staan.

Het afgestorven deel wordt droog en zwarlrood (zwarte versterving) of

blijft de kleur van het normale weefsel behouden (witte versterving). Zjj witte

versterving.

komt voor bij grijsaards, voornamelijk aan voeten en teeneu (seniele necrose seniele necrose

der

der extremiteiten) en bij bevriezing. In het eerste geval ligt de oorzaak extremiteiten.

bevriezing.

der necrose in de onvoldoende circulatie ten gevolge van te zwakke harts-werking of ten gevolge van plaatselijke vaatveranderingen. In het laatste geval wordt zij door de afkoeling teweeggebracht. De kleur van het necro-tische stuk hangt af van den bloedrijkdom van het weefsel, lydens het Wuedrijkdom intreden van den weefseldood en van de latere dillitsie van bloedskleurstof.

Afwezigheid der epidermis bevordert de verdamping en de celveranderingen, weefsel. Het necrotische deel wordt achtereenvolgens lederachtig, hard, bros en zwart.

Hij het mieoscopische onderzoek blijkt liet weefsel geschrompeld en zijn de cellen meestal verdwenen.

i Pbysiologisch komt de mummificatie voor aan den navelstreng van hel mumtnificatic , i . i van de

■pasgeboren kind.aVcisir.ng.

De drooge versterving kan voorts door uitdrooging uit de vochtige ontslaan.

/c. Necrose met stolling, (coagulatienecrose) is gekenmerkt door congnlatie-c. Necrose met stolling, (coagulatienecrose) is gekenmerkt door congnlatie-

• nccrose

de stolling van een eiwitlichaam in de afstervende cel. Dikwijls gaat

-ocr page 64-

S8

liiermcde gelijk tijdig gepaard stolling der lymple uit de omgeving. Deze ophefling neerosevorm komt meestal voor als gevolg der ophefling van den bloeds-bloeilsiócvocr ,0,!V0e1\'- Iquot; verband hiermede treedt zij dikwijls op als scherp begrensde haarden, die een bepaald vaalgebied insluiten. Zulke afgestorvene weefsel-iiirarctcn. deelen noemt men int\'arclen.

De coagulalieni\'crose komt echter ook voor bij voedingsstoornissen van

(anderen oorsprong, zoo aan de oppervlakte van lichaamsdeelen na schadelijke

infectiu, inwerkingen van verschillenden aard (inleclie, giftwerking) en aan alzonder-

\'ijkc, weefselbestanddeelen, welke aan do voeding onttrokken zijn (ophefling

van den 0f verbreking van den samenhang der weelsels).

samenhang. , , . .....

De op deze wijze afgestorven deelen zien er homogeen uil, zijn harden

stijf. Het volumen is toegenomen (uitsteken boven de oppervlakte der

organen). Do kleur is bleekgrauw tot vaalgeel. Aan de oppervlakte van

vlies- ol liuidvorinige organen maken zij niet zelden den indruk van stijve,

psciulo- stevig met de ondervlakte verbondene alzetsels (pseudomembranen). membranen.

Hij microscopiscli onderzoek blijken de cellen mceslnl vergroot. Haar |iroto|ilasma is homogeen, malglanzend (hyalien). De celkernen zijn onduidelijk, gezwollen of reeds verdwenen. Naderhand versmelten de kernloozc celresten tot homogene schollen, welke nog later lot eene strnclimrlooze massa sainenklontcren, die ten slolte in onregelmatige korrelige lichamen kan uiteenvallen. Pigmentkorrels en vetdriippels komen bierbij niet zelden voor. •

Door deze veranderingen verkrijgt het weefsel eene grauwwitte tot gele

verkazing. kleur en wordt vrij vast (ver ka zing). Verbrokkeling en verweek ing verbrokkeling, . . . .

verweeking. kunnen hleroP voloequot;-

De verkazing is slechts eene bijzondere vorm der coagulatienecrose.

De stollingsnecrose komt voornamelijk in celrijke, lymphatische en klierachtige organen (lympheklieren, milt, nieren, lever) voor. Voorts in do wasachtige spieren (wasachtige degeneratie), in de placenta, in den vaatwand, in het \' \',\'ow\' (\',ya\'inc degeneratie der roode bloedcellen), in gezwellen en in speci-degeneratle der (leke weefselaandoeningen (tuberculose, syphilis, actinomycosis, enz), bloèdcelien afgestorven doelen werken als vreemde lichamen op hunne omgeving in

reactie- en roepen eene reactie te voorschijn, welko zich uit in circulatiestoornissen, vnscliijiiM\'lcquot;. ontsteking en hare gevolgen. Hierdoor kunnen de necrolische deelen worden afgestooten of algekapseld of nieuwgevormd weelsel doorwoekert de afge-

-ocr page 65-

90

slorvene weefsels (zoogenaamde organisatie). Na gedeeltelijke of algeheele organisatie, resorptie kan het verlies worden hersteld door gelijksoortig of door lil-teekenweefsel.

d. Necrose met, verweeking (vervloeiing»- of colliquatienecrose) coili(|uaiic-ontstaat primair onder soortgelijke voorwaarden als de coagulalienecrose quot;(lt;ros\'-in weefsels, die arm aan stolbare eivvitstolTen zijn en waarin daarentegen veel vet en vetachtige lichamen voorkomen. Deze primaire verweekings- primaire necrose wordt, hoofdzakelijk in de hersenen als gevolg van circulaliestoor- quot;,quot;^0\'^ \' nissen aangetroifen. Hel afgestorven weefsel verandert in eene weeke,

hreiige massa, welke in den beginne uit uitgetreden myeline, weefselstukken en cellen bestaat. Naderhand nemen de verweekte gedeelten verschillende kleuren aan door bijvoeging van bloed en pigment, uit de kleurstof der roode bloedlichaampjes afkomstig, en door de vervetting der cellen (roode, mode, bruine bruine, gele verweeking). Ten slotte wordt door voortschrijdend verval van het zenuwmerg en de overige bestanddeelen de necrotische mnssa hersenen, omgezet in eene vetemulsic. De verdere lotgevallen loopen zeer uiteen.

Dikwijls wordt het afgestorven deel algekapseld onder vorming van een membraan door reactieve weefselvorming in de omgeving (verweekingscyste). verweekings-Zelden wordt de vloeibare, gedeeltelijk ook de vaste massa geresorbeerd, C)sl(\' ingedikt en afgekapsel of wel er ontstaat litteekenweefsel.

Bij zware voedingsstoornissen ontstaan in het vetweetsel soms kleine veinecrose bij verweekingshaarden (vetnecrose). marasmus.

Secundaire verweeking komt in aansluiting aan de coagulatie- sccnndairc necrose niet zelden vuor in kaasachtige haarden van infectieusen oorsprong. 1\'riquot;,\'\'l|,|(||,quot;8squot; Hier berust de .verweeking op eene chemische verandering door stollen,

afkomstig van de in het lichaam gedrongen microorganismen. Secundaire infeciieuse verweeking van afgestorven massa\'s komt ook bij niet infectieuse processen ,crquot;c\'\'kins voor onder den invloed eener doordrenking met sereuse vloeistof, hier dikwijls ook in verbinding met eene vettige ontaarding der ingesloten cellen.

Er ontstaat alsdan eene melkachtige of op etter gelijkende emulsie (melk- melkachtige-achtige-, puriforme smelting). Dit is bet geval bij verschillende ontstekings-processen, die gepaard gaan met de vorming van gestolde exsudaten en stollingsnecrosen in de weefsels Evenzoo is het een gewoon verschijnsel dat thrombi verwecken.

-ocr page 66-

f.(gt;

necroso mol c. Noor o sc mei uil gang in gangraen (vochligo verslerving, in quot;anTacn spliacelus, vochtig gangraen) is eenc necrose, welke gekenmerkt wordt door onthinding cn rotting der afgestorven weefsels. De hiertoe aanleiding gevende microben kunnen of rechtstreeks vaQ„l)UÜSÜ \'n 0PPei,v\'akkige doode weefselstukken geraken pl worden door hel bloed en de lymphe van elders hierheen gebracht. Is het necrotische deel bloed- of vochlrijk, dan vormt het een uitstekenden voedingsbodem voor de ontwikkeling dezer tnicroorganismen cn treden daarom spoedig ontbindings-en rottingsprocessen op. BlooUiggende, bloedrijke deelen vertoonen ecne zwartroode kleur door dilliisie der veranderde bloedskleurstof. Dikwijls ontstaan er ook gassen, die de epidermis van hare bndervlakte opheffen en deze niet zelden doen scheuren. Bepaalt zich de versterving tot dc uitwendige huid, dan is de zieke plaats warm, nl. wanneer de omgeving ontstoken is, en spreekt meu hwlii daarom van heete versterving. Zijn echter de dieper gelegene deelen ann-vcrsimmg ge(,aan Z0CK|at |iel i,^ g0iieci stilstaat, dan wordt hel aangetaste deel koiidvimr. koel op het aanvoelen en spreekt men van koude versterving ol koudvuur.

Dc zich ontwikkelende gassen verspreiden een onaangenamen stank, het weefsel wordt geheel verkleurd, er ontstaat door sterke gasontwikkeling brandig een zoogenaamd brandig emphyseem.

Met het gewapende nog ontdekt men in het gangracnense deel velerlei in in-en oxtensiteit zeer mteenloopende veranderingen. Vooreerst treft men er eenc menigte shizomyceten aan. Igt;c hlocdlichaamiijos verdwijnen al zeer spoedig*cn veranderen in korrelige pigment-massa\'s. I»c overige cellen worden troebel, verliezen hare kenmerken cn vervloeien. Dc spiervczelcn raken hnnne dwarse streeping kwijt cn vallen in kleine homogene stukken uiteen, lie mergseheedc der zenuwvezelen stolt tot drnpvorniige lichamen. Do vetcellen gaan ti! gronde en hel vel vermengt zich niet dc brciige, doode, rottende massa. Dc bindwccfsclvezels zwellen op, worden troebel, verliezen hnnne scherpo omtrekken en lossen zich op. Pezen en kraakbeenderen bieden wei lang weerstand, maar gaan ten slotte toch onder. In het algemeen kan men zeggen dat bij gangraen dc vaste wecfsel-bestanddcclen langzamerhand worden opgelost onder vorming van eene vuilgramve, grauwzwarte en grauwgele massa, waarin nog vloeibare weefselslnkken.

Terwijl do normale bestanddeclen achtereenvolgens verdwijnen, treden gevormde, kristal-lijne prodneten der chemische omzettingen op, zooals vetznrcnaalden, kristallen van tyrosine, kogels van leucine, doodkistvormen van tripelphosphaat, zwarte cn bruine pigmcntkorrols en haematoidinc kristallen. Dc doode aan dc lucht blootgestelde deelen beschimmelen dikwijls.

emphyseem.

oplossing der vaste wcefsclbe-standdeeleu bij gangraen. kristallijne producten.

-ocr page 67-

fil

Pi\' clioinische cimlprniliictcn der gangraonciisc onlliiiuling der weofsels zijn koohvater-ciiulproducten. slollon, zwavelammonium, zwavelwaterstof, vetzuren, enz. en ten slotte koolzuur, ammuniak eli water.

87. Worden organen, stelsels van organen of geiteele lichaamsueelen door verhindering van den normalen groei ten gevolge van in- of uitwendige oorzaken achterlijk en zijn zij hierom kleiner dan onder gewone omstandigheden, dan beslaat er hypoplasie. Ontbreken sommigedeelen geheel liypoplasie.

en al dan heeft men te doen met a pl as ie of a ge nes ie. «plasic

of agenesie.

IJeicle toestanden komen meestal aangeboren voor, kunnen echter ook eerst na de geboorte ontstaan.

Hiervan moet de atrophic scherp worden onderscheiden, daar hierbij atropine. ! slechts sprake is van achteruitgang van normaal aangelegde en goed ontwikkelde organen. Macroscopisch wordt zij gekenmerkt door verkleining der afmetingen, microscopisch door het kleiner worden en het ten slotte geheel verdwijnen der samenstellende deelen, meer in het bijzonder der specifieke bestanddeelen.

Physiologiscb komt de atropine voor bij grijsaards. physlologlsclie

Ook in vroegere levensperioden atropbieeren sommige organen en stelsels \'\'Uol\' Ie\' van organen. De vrouwelijke geslacbtsklieren worden reeds tot verdere fnnclie ongeschikt lang voor het lichaam sterft. De Ibytnusklier verdwijnt zelfs voor het organisme volwassen is, enz.

Pathologisch komt de atrophie dikwijls voor. Heeft hierbij eene gelijkmatige vermindering van het volumen plaats, dan behoudt het deel zynen vorm. In het andere geval kunnen zich velerlei vormveranderingen voordoen. Sommige bestanddeelen van het weefsel kunnen zelfs geheel verdwijnen. Bij dichte parenchymatense organen springt allereerst de ver- verseliijnselen kleining in het oog. Atrophie van een been is herkenbaar aan de uitwendig lly v.\'rsi\'h\'ii\'-zichtbare vermindering der beenzelfstandigheid of aan de verdunning der \'«kI® afzonderlijke beenbalkjes en aan de verwijding der mergruimten. In de wp\'-\'ms quot; longen kenmerken de vergrooting der luchtholten en het ontbreken van een deel der septa de atrophic. De dikwijls bierbij waarneembare kleursverandering is, naast de verkleining en het schraler worden der kleurs-weefsels en organen, een begeleidend verschijnsel van minder belang. Zij ontslaat of door hel meer op den voorgrond lieden van liet normale pigment

-ocr page 68-

rgt;2

door de verkleining der organen of door de vorming van nienw pigment of\' door de gelijktijdige verandering van hel bloedsgehalie.

Na:tr de wijze van ontstaan verdeelt men de atropliiein eene passieve en in eene actieve.

De actieve atrophie ontstaat doordat de cellen het in voldoende mate aangevoerde en geschikte voedingsmateriaal niet behoorlijk verbmiken kunnen.

l)e passieve atrophie daarentegen komt tot stand wanneer de voedingstoevoer niet meer op de goede wijze plaals heeft, hetzij omdat het voedsel zoowel qnantilatief als qualilatiel veranderd is, hetzij omdat schadelijke bestanddeelen zich daarin bevinden. In de praktijk heeft eene andere verdeeling meer ingang gevonden. Men spreekt daar van seniele atrophie, van atrophic door gestoorde voeding, van drukatropliie, van inactiviteitsatropliie en van neiirothische atrophic.

Ue seniele atrophie is deels eene actieve, deels eene passieve, omdat zij ontslaat niet alleen door de verminderde energie der cellen, maar ook ten gevolge van vernauwing of afsluiting der toevoerende bloedvaten. Zij kan in alle organen opl reden.

De atrophie door gestoorde voeding wordt teweeggebracht ol door gebrekkigen voedingstoevoer of door overmatigen voedingsafvoer.

Drukatropliie ontslaat door eene voortdurende doch matige drukking op hel weefsel, waardoor het weefsel helzij rechtstreeks lijdt, hetzij eerst secundair wordt aangedaan door belemmering der circulatie.

Inaclivileitsatrophie komt niet alleen voor in spieren en klieren, maar ook in de beenderen, in de huid en in de andere weefsels, wanneer zij geen dienst doen.

nclicve atropliie.

passieve atrophie.

seniele ntropliie.

voedings-atrophie.

ilrukatropliie.

inactiviteits-alropliie.

neurolisclie atrophie.

De neurotische atrophie is een gevolg van pathologische loestander. in het zenuwstelsel en is gekenmerkt door een snellen ondergang van zenuwen en spieren, zonder dat evenwel veranderingen in andere weefsels zijn uitgesloten.

Ook bij dezen vorm van atrophie treden allerlei degeneratieve veranderingen op, die Je zuivere, enkelvoudige atrophie kunnen vergezellen. Deze worden veroorzaakt door vaso-motorische stoornissen, door scheiding der weefsels van de zenuwcentra en door opheffing der functie ten gevolge van ziektetoestanden in de innerveerende zenuwen.

-ocr page 69-

03

88. Rij tie vettige degeneratie wordt in tegenstelling met de vettige

vetinfiltratie (lipomatosis, obesitas, adiposis) vel in de cellen gevormd

uit en ten koste van liet celprotoplasma. De vetholletjes blijven een

lijd lang in de cellen liggen, worden later geresorbeerd en ontleed of elders

als vel afgezet. Omdat bet eiwitverlies niet terstond wordt aangevuld,

gaat deze vetvorming steeds met atropine v:in bet protoplasma der cel vergezellende

atropine.

gepaard.

In de vettig gedegeneerde cellen vindt rnon meestal kleinere of grootere, kleurlooze, inwerking vim

sterk glinsterende, donker begrensde druppels, welke in azijnzmir onoplosbaar, in alcohol , quot;\'\'J1\'\'quot; ■

alcohol, aether

en aether gemakkelijk oplosbaar zijn. Mei osminnizinir kleuren zij zieli zwart. Aantal oll osmiuui-

en grootte dezer vetbollen loopen zeer niteen, zelfs de grootste echter verkrijgt geene\'•nul\' op vettig

aanzienliike afmetingen. Is de degeneratie belangrijk, dan laten de cellen van bare

J 0 0 J reerde cellen.

omgeving los en vallen in een uit korrels en druppels beslaande vettige massa uiteen.

Vettige degeneratie komt vooral voor in epithelium en in bindweefsel. ♦

Wanneer gelijktijdig gebeele celgroepen veilig zijn gedegenereerd, is bet macroscopische

verande-

proces meestal reeds met bet bloole oog Ie berkennen. üe macroscopiscbe ringen.

herkenning wordt te gemakkelijker des Ie aanzienlijker de vervetting en

des te geringer de eigene kleur en bel bloedsgebalte van bel weefsel is.

Kleurloos, doorscbijnend bindweefsel, zooals bet endocardium en de intima W1\'1quot;\'-

der vaten worden dofwil, de bastzelfstandigbeid der nieren grauwwit

of inalgeelwit, de barlspier geelacblig en de willekeurige spieren geelacblig-

brnin. Overigens neemt de bardbeid (consistentie) der vettig gedegenereerde hardheid.

in den beginne vergroole of normaal groole, later snel alropbieerende

organen af en wordt de leekening dezer deelen onduidelijk of geheel icekening.

onherkenbaar. Is de degeneratie niet gelijkmatig, algemeen verspreid,

doch slechts onregelmatig of plaatselijk, dan treden er baardvormige gele

strepen en vlekken op. Niet zelden veroorzaken talrijke, kleine bloedingen, bijkomende

die in de vettig ontaarde organen voorkomen, eene bonte verkleuring der lliquot;g quot;

aangedane gedeelten. Overigens is bet bloedsgebalte der vettige gedegene- bloedgebalie.

reerde weefsels gering.

Ook de cellen in vloeislolïen en in gestolde exsudaten ondergaan dikwijls vettige eene vettige degeneratie, welke met den dood dezer vormelementen \'

eindigt. gelegen cellen.

De oorzaak der vettige degeneratie moet gezocht worden in eene veran- oorzaken dei

... ... i I i i i 1 veldegeneralie.

denng der santienslelhng van lid MolmI in. a. w. van het loegevoenle

-ocr page 70-

64

voedingsmateriaal en in eene vermindering der levensfuncties der cel. Ken hoofdrol speelt hierbij eene voortdurende vermindering van den zuurstof toevoer, eensdeels omdat zij leidt tot eene vermeerderde omzetting van eiwit in vet, anderdeels omdat het gevormde vet niet verder wordt ontleed.

vettige Vettige degeneratie treedt daarom zoowel plaatselijk als algemeen op in

—2al die omstandigheden, waarhij locale of algemeene anaemic ontstaat, nl.

l«uoaeinic, hij anaemie, leucaemie, kooloxydvergiltiging (verminderde zuurstofopname),

toxtaik\'iia na hloedingen, hij stuwingen, enz. Ook in organen, die niet werkzaam

bloedingen cu /ijn en waarin de stofwisseling eene geringe is, zoowel als in cellen, die bij stuwing.

van haren voedingsbodem beroofd zijn en na haren dood in het lichaam blijven liggen, komt vettige degeneratie regelmatig voor.

vettige Veilige degeneratie ontstaat voorts door de inwerking van verschillende \'vmtich\'niemie^ vei\'8\'ften\' (\'\'e \'Iel eiwitverval bevorderen, als phosphorus, chloroform, jodoform, intoxicaties en arsenik, alcohol, zwavel en salpeterzuur, enz.

\'quot;iiettcnquot; bij langdurige verhooging van de lichaamstemperatuur treedt vettige

degeneratie in de parenchyinateii.se organen op. Hierom mede bij verschillende infectieziekten.

vetzure Waar vet in groote hoeveelheden aanwezig is, scheidt hel zich dikwijls quot;aa\'1in den vorm van naalden af, die zich bosgewijze verzamelen. Deze vetzurenaalden kunnen zich afzeilen zoowel in vettige afvaisproduklen als binnen normale vetcellen. In het laatste geval ontstaan zij eerst na den dood.

Zijn iu vettig ontaarde massa\'s klmrloozc or ronde Itloedlicliaanipjes te giomle gegaan, cliolestearine. dan bevallen /.ij dikwijls clioleslearine in den vorm van dunne, doorziclitige, rhombiselje reacties op philen mei vaak argebroken boeken. Deze plaatjes zijn oplosbaar in wannen alcohol, cliolestearine. aetber, vetten en de nalronverbindingen der beidi! galznren. Met jodium en zwavelzuur beliandeld, worden de kristallen indigoblauw en later geelachtig bruin.

parenchyma- 81). Parencbymateuse of korrelige degeneratie en troebele korrelige z welling noemt men een vorm van degeneratie, waarbij onder zwelling der degeneratie en cellen korrels in het protoplasma ontstaan. Hierdoor verandert het uiierliijk zwelling ce\'- Zij ziet er als met stofdeeltjes bestoven uit, terwijl de normale

vorm en bouw tevens verloren gaan. De korreltjes in het protoplasma bestaan, blijkens bare reacties, nil een eiwitachtig lichaam.

-ocr page 71-

«5

Zij zijn oplosbaar io azijnzuur, onoplosbaar in aether en alcaliën cn laten slechts weinig verhouding

liohl door. Daarom doen zij zich als donkere puntvormige lichaincn voor. Dezeverande- tegenover , , . . ■ . azijnzuur,

ring moet worden opgeval als eene desorganisatie van het protoplasma, waarbij ouder aetiie|.

opnaming van water eene gedeeltelijke scheiding van zijne vaste en vloeibare bestand- alcaliën.

deelen plaats heeft.

Nadat dit proces eene /.eken\' hoogte beeft bereikt, kan de cel weder ad integrum worden vergezellende

hersteld. In andere gevallen gaat zij te gronde eu valt in eene korrelige massa uiteen. vettige ..... , , degeneratie,

ilikwijls gaal hiermede eene vettige degeneratie gepaard.

De Iroebule zwelling Ireedl op in paroncliymalcuse organen als de voorkomen

lever, de nieren, hel hart, onz. hij de meeste infectieziekten. bj inienie-

^ ziekten.

De ziekelijk aangedane organen zien er troebel, mat en grauw uil. Dij macros-hooge graden der degeneratie schijnen zij gekookt, zijn deegachtig van J^i-kï\'ii consistentie, is hel bloedsgehalte verminderd, terwijl de fijnere houw onduidelijk wordt.

DO. Nauw. verwant aan de troebele zwelling is de hydro pi se he hydropische

degeneratie. Ook hij dezen vorm van ontaarding nemen de cellen in ..........quot;

omvang toe. De celinhoud echter wordt bier helder door het verder uil- overeenkomst eengaan der korrels van bet protoplasma, die zich niet zelden aan den omtrek ophoopen. Er ontstaan somwijlen vacuolen in het protoplasma en de kern zwelt hlaasvormig op. Igt;e zwelling kan zoover gaan dat de cel bersting van berst en daarna goresorbeerd wordt.

Hydropische degeneratie komt voor in hydropische weefsels, ontstekings- voorkomen, baarden en gezwellen, hoofdzakelijk in epilbeliaalweefsel.

Kleurstoflèu worden door de gedegenereerde cellen minder goed of In hel geheel niet verhouding

opgenomen. lc8enover

kleurstoflen.

91. Ontaarding met vorming van hyaline lichamen (slijm-of mttcine-, colloid-, amyloid, hyalinedegeneralie en pathologische glyco-geenvorming). Hiertoe worden verschillende degeneratievormen gebracht,

die met elkander het optreden van hyaline lichamen in de cellen en in bet grondweefsel gemeen hebben. Chemisch is eene scherpe begrenzing noch van de groep in haar geheel, noch barer afzonderlijke deelen mogelijk,

allhans op dit oogenblik. Toch bestaat zoowel chemisch als morphologisch veel overeenkomst tussclien de afzonderlijke vormen, daar alle hyaline verwantschap zelfstandigheden als aan de eiwitlichamen verwante ontledingsprodukten moeten worden opgevat. eiwitlichamen.

AI.ÜEMEKNH ZlKKTUKUNUt;. »

-ocr page 72-

66

slijmigi\' a. 11« mucinc- of si ij in i ge degeneratie bestaat in hel optreden ili\'gonciaiii. |van hyaline, halfvioeibare, dradentrekkende, doorschijnende zeKstandig-lieid in het grondweefsel ot in de cellen. Door azijnzuur wordt hieruit mucine. hel iTiucine in den vorm van vlokken of fijne diaden neergeslagen.

Deze slof is In kmul water, alcohol en aether onnplosbiinr en zwelt In worm water sterk op. Evenals onder physiologlsche voorwaarden het slijm voorkomt In het grond-weefsel (foetaal slijmweefsel, glasachtig lichaam) en in cellen (cylinderepitheliën van vele slijmvliezen), zoo treft men liet ook pathologiscli aan hij verschillende regressieve veranderingen bij ouderen van dagen (seniele ontaarding van het kraakbeen, seniele

verandering van het vethoudende beenmerg in slijmweefsel) en in gezwellen (myxoma).

\' De slijinige degeneratie van cellen doel zich soms voor als eene versterking der physiologische slijmafscheiding. De meest voorkomende oorzaak hiervan is de ontsteking (slijinige catarrh). Men treft haar ook aan in lumor-cellen, die voortgesproten zijn uil het cylinderepilheiiutn der slijmvliezen.

i

macros- Slerke graden van slijinige ontaarding herkent men met hel hloote oog I O|quot;mIquot; aan de zwelling en hel slijmerig aanzien der deelen. Door de aanwezigheid van gedegenereerde epilheliön en van witte bloedlichamen wordt liet afgezonderde slijm dikwijls troebel en verkrijgt het eene witte of geelwitte kleur.

In de eerste stadiën der slijinige ontaarding verschijnen in de naaste omgeving der kern kleine doorschijnende druppels, welke zich van lieverlede vergrooten, zich naar den vrijen rand der cel begeven om ten slotte als slijuikogeltjes op te treden of vereeuigd zich als slijmklompen voor te doen. Soms kan de geheele cel slijinig degenereeren. Ook de kern verandert alsdan in eene hyaline massa.

beteekenls. / De slijinige degeneratie kan voor hel lichaam van nul zijn doordat ten gevolge der vermeerderde afscheiding van slijm onlslekingsoorzaken verwijderd, palhologische weefsels door omzeiling in slijm geresorbeerd ol gemakkelijker verwijderd kunnen worden. Aan den anderen kant treedl als gevolg hiervan niet zelden atropine van gewichtige deelen op.

/j. Colloïddegeneralie noemt men dien vorm van ontaarding, waarbij een op gestolde lijm gelijkende slof optreedt.

De chemische processen, welke hierbij eene rol spelen, zijn niet nader bekend. Het colloid onderscheidt zich van de mucine hoofdzakelijk doordat azijnzuur het colloid oplost en alcohol en cliroomzunr geene ti\'uebeling veroorzaken. De colloïde zelfslandighedeu zijn nauw aan de eiwitliclianieii verwant.

cliemische eigBnschapppii.

voorkonten.

herkenning.

imcros-copische lierkeiining.

colloid-

degeneratie.

onderscheid\' van muoiiie.

-ocr page 73-

()7

De oollouldegeneratie komt dikwijls voor in de schildkliei\', maar ook in voorkomen, andere klieren, zooals de lipklieren, die van den cervix uteri, van de macros-prostala, van de lever, in nierencysten en in tumoren. Hierdoor worden de klierruimten verwijd.

Oorspronkelijk is de colloïde zelfstandigheid vrij vast, zelfs kraakbeenhard,

naderhand kan zij echer vervloeien.

In ile cellen bespenrl men in het begin der ontaarding sterk glinsterende kogels, micros-welke nilgcstooten kunnen worden, maar dikwijls ook liggen lilijven en zieli vermeer-

eigenscbiippen.

deren, waardoor de cel te gronde gaat. colloïdkogels.

Het colloid kleurt /.icli levendig met dillnnsklenrende klenrstoll\'en, maar ook het kern- reactie, kleurende llismarckbniin wordt gretig opgenomen.

De pathologische beteekenis der colloïdontaarding staat in verband met beteekenis. de hierdoor veroorzaakte vergrooting en cystenvorming en met het feit dat zij optreedt in snel groeiende gezwellen der tot colloidvorming gedisponeerde organen.

c. Amylo\'ide degeneratie (spekkige ontaarding) en amyloïde con- amyloïde

degeneratie.

crementen.

De amyloïde degeneratie vertoont morphologisch veel overeenkomst met ..........

lo^isclie

den vorigen ontaardingsvorm. Hardheid, glans en doorschijnendheid der colloïde- en amyloïde zelfstandigheid zijn dezelfde. Zij verschillen echter in de chemische reacties.

Overgiet men de sneevlakte van organen, die in belangrijke male amyloid ontaard zijn met eene oplossing van jodium in joodkaliumoplossing (Lucoi.\'sche vloeistof), na vooraf het bloed te hebben afgespoeld, dan nemen de amyloïdgedegenereerde gedeelten eene brninroode kleur aan. Behandelt men ze hierna met eene f)—lOquot;/,, oplossing van zwavelzuur, dan worden de bruinrood gekleurde dealen groenzwart, terwijl de niet amyloid ontaarde gedeelten een granwgeelaclitigen tint aannemen.

Onder den microscoop zijn na behandeling met Lucoi.\'sche oplossing de amyloid micros-gedegonereerde gedeelten mahoniebrnin, welke klenr na inwerking van zwavelzuur verandert culquot;sche in groenachtig blanw lot zuiver blauw. Deze reactie is meestal onzuiver.

I/

fleurt men de coupes gedurende enkele minuten met gentiaan- ol\' nog beter met niethylviolet en spoelt men deze daarna in met azijnzuur verzuurd water al\', dan kleurt liet amyloid zich robijnrood, terwijl het gezonde weefsel blamvviolet wordt.

macrosco-pisclie reactie met jodium

en met zwavelzuur.

realties.

-ocr page 74-

68

macros- Deelon. welke in itelangi ijke male amyloid ontaard zijn, nemen in omvang h.\'ri\'onni\'np loe\' z\'-i11 \'iai\'(\' en ^roos, de sneevlakte is droog en glanzend.

De amyloïddegeneralie kan zicli bepalen lot kleine haarden, die dan liet sogokorrels. uiterlijk van gekookte sagokorrels verkrijgen, men spreekt alsdan van een sagomill, sagonier, enz. Zij kan echter ook meer difl\'uus verbreid voorkomen en schenkt dan aah het weefsel of orgaan een spekachtig aanzien spekkige (spekkige degeneratie).

In nog andere gevallen zijn de ontaarde deelen zoo weinig omvangrijk, dat zij met hel hloote oog niet zijn te herkennen.

zetel en Hd amyluïd hoopt zich op ol wordt gevormd in hel lol de vaten be-hoorend bindweefsel, voornamelijk in den wand der kleine bloedvaten. Oil is vooral hot geval in de lever, in de nieren en in de darmen. Tn de lympheklieron en de milt worden hoofdzakelijk de Irabekels aangedaan en r . \' in de dwarsgeslreepte spieren zetelt het proces bij voorkeur in het perimysium

inlernum en in de spierscheede.

karaM«i. De amylo\'ide ontaarding draagt een duidelyk vernielend karakter. Hel bindweefsel wordt hierdoor blijvend veranderd. Het moeilijk oplosbare gevolgen, amyloid verdwijnt niet meer. De in de omgeving gelegen deelen worden gedrukt en atrophieeren of ondergaan eene vettige degeneratie. De ontaarding van den vaatwand veroorzaakt belangrijke sloornissen in de circulatie en hiermede in de voeding der betrokken weefsels met alle gevolgen, welke deze na zich slepen kunnen. In de spieren verdwijnt in dezelfde male als hol intramusculaire bindweefsel in omvang toeneemt de contractiele spierzelfstandigbeid.

algemeen en De amyloüle degeneratie kan gelijktijdig in zeer vele deelen van hol lichaam aangetroffen worden, maar kan ook als een locaal proces voorkomen. Deze plaatselijke amyloïdvormingen treden op in celrijk granulatieweefsel, in chronisch ontstoken deelen, in litteekens, in hypor-plaslische bindvveefselwoekoringen en in tumoren. Hierbij ontslaan slechts kleine haarden of grootore kogels, die vrij hard zijn. Zij komen verder voor in do ontstoken ronjnnctiva, in syphilitisclie litteekens der lever, van de tong, van liet slrottenhoofd, in lympheklieron, beenzweren, in larynx-en maaglumoien.

Uil haeinorrhagische exsudalen vormen zich vaak homogene ol laagsgewijs

■■l\' ,U4

,■ 1 L\' C\'

1

Y

voorkoiiion.

-ocr page 75-

01)

gebouwde lichfflnon, dio met jodium de amyloïdreaclic geven. In bloed- iimyloiile uitslortingen lieed men wel eens lichamen aangelrollen, welke in |,unquot;quot;quot;quot;I,UI11quot;1 centrum vreemde stollen insloten (bv liaemaloldinekrislallen) en waarvan de rest eveneens de amyloïdreaclie mei jodium opleverde. Men noeml zulke kenmerken, laagsgewijs gebouwde vormsels amyloïde concrementen (corpora amylacea).

Normaal (relt men deze lichamen in het ependym der hersenventrikels iilaotsen van aan. In ziekelijk veranderde hersenen of hersentumoren komen zij dikwijls u,quot;lkquot;nquot;quot; in grooten getale voor. In de prostata vindt men ze niet zelden in den vorm van grootere of kleinere in het lumen der klieren gelegene bruine korrels.

Over oorzaak en wezen der amyloïdontaarding is weinig bekend. oorzaak en

In verreweg de meerderheid der gevallen treedt de amyloïdontaarding secundaire secundair op als gevolg van met zware voedingsstoornissen verloopende algemeene infectieziekten of van ziekten, welke deze zeer nabijkomen. Zij treedt vooral dikwijls op bij tuberculose (chronische), bij chronische ette- primaire ringsprocessen, bij syphilis, bij chronische dysenterie en hoewel zelden ook bij leucaemie en bij carcinoom. Soms komt zij ook zonder voorafgaande ziekte voor.

d. In menig opzicht komt met de amyloid de hyaline degeneratie hyaline

(\'(quot;\'(MllT)) 110

van het bindweefsel overeen. Plaats van voorkomen en physischeeigenschappen zijn nagenoeg dezelfde. Slechts de chemische reactie verschilt in zooverre dat de amyloïdreacties hier negatief uitvallen. De groole overeenkomst overeenkomst tusschen het amyloid en de hyalinezelfstandigheid blijkt ook uit het feit ,\'quot;\',^1 dal de hyalineschollen in amyloid kunnen overgaan. Volgens sommigen wordt ook het omgekeerde waargenomen. Door de toeneming in volumen dér ontaarde deelen alrophieeren de specifieke bestanddeelen en de bindweefselcellen, worden zij in voor den groei en hel bestaan ongunstige heieckenis. voorwaarden gebracht en verdwijnen van lieverlede.

Bij ouderen van dagen komt dikwijls ecne aandoening voor der intim» van de klep- Vmcnow\'s

vliezen van hel hart en der slagaderen, waaraan Vincnow den naam sclerose heeft gegeven. slt;\'\'l!rosc \'\'Ö

grijsaards.

Het weefsel wordt hierbij homogeen en neemt in massa toe. In den heginne zijn de cellen nog behouden, later vervetten zij en gaan le gronde. Deze toestand wordt nok aangetrofibn hi strumous ontaarde schildklieren, in litteekens en in het stroma der tumoren.

-ocr page 76-

70

plicogoon- r. De pathologische slycogeenvormiiig (koolhydrnatonlaanliiip, \' \' glycogpeninlillralio) doet zich voor als eenc afzetting van groole iioeveeilieden glycogocn op verschillende plaatsen, zooals in de nieren en in de hersenen, voorkomen. Zij komt meestal voor bij diabetes mellitus en meer plaatselijk in liet macro- en weefsel der sarcomen. Macroscopisch is de abnormaal rijke afzetting van ropischc glycogeen of hel voorkomen hiervan in weefsels, waar het anders niet wordt eigenschappen, aangetroffen, niet aan te toonen.

Microscopisch treedt het glycogeen in de cellen op in den vorm van malgllnsterende korrels en schollen, die mei jnod-joodkalinmoplossing eenc lirninroode kleur aannemen, welke na toevoeging van zwavelzuur niet verandert, tu de jodiumoplossing lost het glycogeen spoedig op.

pigment- !»tgt;. Pi gm enldegen era t ie en pigme n li n fi 11 ra tie komen onder degenerniu. pa(i10|0gisc|lc voorwaarden op verschillende wyzen tol stand. De weefsels kunnen eenc abnormale kleur verkrijgen door opneming van buiten het lichaam afkomstige stoffen, hetzij deze opzettelijk in hel organisme worden gebracht, hetzy zij onwillekeurig hierin geraken. Hel eerste geval doel zich voor bij de lattoweering der hnid, een gebruik bij verschillende onbeschaafde volken en bij de uitoefenaars van sommige beroepen bij beschaafde naties in zwang. Het laalsle is doorgaans het gevolg van bijzondere levensvoorwaarden of van persoonlijke gebruiken (mijnwerkers, opiumschuivers, lijders aan chronische darmcatarrhen en aan sommige ziekten van hel argyrose. ruggemerg, die met zilverzouten worden behandeld (argyrose). Hierbij geraken de kleurende stoffen door de luchtwegen of door hel spijsverteringskanaal in de inwendige weefsels of organen.

ontstaan van De pigmenten kunnen echter ook iti hel organisme zelf ontslaan en wel: ^iiiTcTquot;1 ^c- rechtstreeks uit veranderde bloedskleurstof (metamorphose van hel organisme, haemoglobine), 2°. in de lever met medewerking der levercellen uil de gal kleurstof, 3°. in andere cellen als produkl van haar proloplasma (gezwellen, normale weefsels) en 4C. uil velachtige lichamen (lipochromen).

wording nil a. De vorming van hel pigment uit de kleurstof van hel bloed hloedki in t r. binnen de bloedsbaan plaats hebben als gevolg van verschillende schadelijke inwerkingen. De roode bloedlichaampjes sterven af en worden uitgeloogd

chloras kalicus, (vergiftiging met chloorzure kali, arsenikwaterstof, enz). (Iel haemoglobine

arscni k~

waterstof ^311 \'n 0Pgel0slei1 v0™ ol als neerslag optreden en als zoodanig in de

afkomst van hel pigment tatloweeren.

-ocr page 77-

wjeisels (mill, lever, nier) worden afgescheiden. In sommige gevallen wordl

hel haemoglobine omgezet in itielhaemoglobiue. herkenbaar aan de bruine «icihamn.

| verkleuring. Ook bij sommige infectiezieklcn gaan roode bloedlichamen

onder vorming van pigment te gronde (septische geelzucht, moeraskoorts).

Bij den septische icterus worden huid en slijmvliezen helder geelachtig pcpiisclie

icterus

gekleurd door een in hel weerselvoclit opgelost derivaat der bioedskleurstof,

bij de malaria onlslaat een korrelig bruinzwart pigment in de roode bloed- malaria.

cellen onder den invloed van do malariaparasiet.

Uit de bioedskleurstof kunnen tweederlei pigmenten ontslaan n. m. ijzerhoudende haemosiderine en ijzervrijc haematoïdine. De haemosiderinen haemosiderine.

, . , . , , . , hncmaloiilinc.

treden op in den vorm van grootore of kleinere korrels van goudgele

of bruine kleur. Het haematoïdine daarentegen vormt bruinroode rhom-bische plaatvormige kristallen of dikwijls lot regelmatige bundels vereenigdc naalden.

Bovendien heeft men in sommige bloedhaarden bruine uit zuiver ijzeroxyde ijzcroxyde.

beslaande schollen aangetoond en in de weefsels klcurlooze amorphe massa\'s klcurloozc

... .. amorphe.

gevonden, welke eerst door hare reacties ijzerhoudend bleken te zijn. ijzcrhomlcndc

Hel onder den naam melanine bekende bruinzwarte of zwarte uil bloeds- schollen.

mclatilne.

kleurstof gevormde pigment schijnt niet altijd dezelfde samenstelling tc bezitten.

b. Pigmenleering door galkleurfftof heeft plaats wanneer de wording van afvoer van do gal bemoeilijkt of geheel verhinderd wordt. Door resorptie \' \'„\'[jquot;\' hoopt zich de opgeloste galkleurstof in hel bloed op en ontstaat gele galWeurstof. verkleuring der huid, van de intima van den vaalwand, van het bindweefsel

van verschillende organen. Behalve deze diffuse verkleuring (icterus) heeft icierus, onder deze omstandigheden ook afzetting van korrels of schollen van lichtgele,

geelgroene lot donkerbuine kleur in de weefsels plaats. In de lever hoopt zich dit pigment op in de levercellen en vormt in sterke graden afgietsels der galcapillairen. In de nieren liggen de pigmentkorrels gedeeltelijk in de epilheliën, gedeeltelijk vrij in het lumen der nierbuisjes (pigmentinfarct),

c. Pathologische pigmentvorming, overeenkomende met de plgmcntvnr-

physiologische, treedt op bij verschillende ziekten. Bij de bronsachtige quot;quot;quot;8

verkleuring der huid als gevolg van ziekelijke aandoeningen der bijnieren

(morbus A ddisonii) vindt men het pigment deels ingesloten in op witte morbus 1 Addisonu.

-ocr page 78-

flu-

/ lt;■

ir

k

H--\' . . ; 72

t\' 1 \' iUt

wT

chroma- blocdlicliaampjcs gelijkende cellen (cliromiiloplioren), deels in de cellen van inctabolischc \'lcl ro,e Mai pig hi. In melanotische gezwellen wordt goudgeel, brnin of

pigment- zwart pigment door de cellen gevormd (metabolische pigmentvorming). Ook vorming.

bij atropine der spiercellen (bruine atropine van de hartspier) hoopt zich pigment meestal om de spierkernen op.

lipoch romen. De vorming van li poch romen als groengeelachtige kleurstoffen

zoo innig met vet verbonden, dal hot vet en de kleurstof niet van elkander corpus luienm. gescheiden kunnen worden, komt physiologisch voor in hel corpus luleum, . pathologisch in vettig gedegenereerde haarden van verschillende organen, bij de gele vlekvormige verkleuring van sommige verhevenheden van de i vanihelasma. huid (xanthelasma) en bij de groene verkleuring van sommige sarcomateuse ^ ,-^hloromen. tumoren (chloromen).

verhoorning. 1 93. De verhoorning komt physiologisch voor in do epidermiscellen der opperhuid. Terwijl de kernen te gronde gaan, veranderen de epilhe-liumcellen in vaste homogene plaatjes. Pathologisch, als eene toeneming van het normale verhoorningsproces onder den invloed van voortdurende drukking, treedt zij op bij de vorming van eksteroogen, bij eene eigenaardige diffuse huidziekte (keratosis) en in den form van scherp begrensde keraiomcn, uitwassen van de huid (keratomen). Voorts bij verschillende epitlieliale lumorcn. gezwellen niet alleen van de huid maar ook v«n de slijmvliezen en bij de ontstekingsachlige verdikking van met plaatepithelium hekleede slijmvliezen

stricturen van (verhoorning van stricturen van de urethra).

de urctlira.

verkalking. \'J4. Verkalking en co ncrem ent vorming. Pathologisch treedt de verkalking op geheel aan de physiologische van het beenweefsel gelijke wijze op in afgestorvene of in slecht of gering functioneerende deelen en micros- hierin zoowel in de cellen als in de grondzellstandigheid. Door de afzetting kenmerken van ^alkzoulon noemt de hardheid van het weefsel toe en verandert de kleur in eene gele of geelwitte. Hel. kalk kan zich haardsgewijze afzetten iOf is diffuus over hel geheole weefsel verspreid. In hel laatste geval wordt pctriflcatic. hel weefsel kraakbeen- lol steenhard (petrificatie).

micros- Microscopisch herkent men de beginnende verkalking aan het optreden van fijne, ronde

copische of liockige glinsterende korrels, die bij doorvallend donker, hij opvallend licht melkwit

kenmerken.

zijn. Naderhand versmelten deze korrels dikwijls tot eene homogene massa. Soms zandkorrels. vormen de kalkzoulen kogels en trossen (zandkorrels van vele gezwollen). Microchcmisch

eksteroogen keratosis.

-ocr page 79-

73

1

zijn ilc, kiilknfzcllingcn pokcnmcrkl door hare oploshnarheid in zonlzmir (bi) koolzure kalk onder ontwikkeling van gasbellen) en door de vorming van gipskristallen bij aanwending van zwavelzuur.

Verkalking van het grond weefsel heeft bij voorkeur plaats in vaalarmo bindvveefselvvoekeringen (verdikkingen van tie pleura na pleuritis, verdikte hartskleppen, vaalwaiulen, kapsels van parasieten). Kalkafzetting in doode dealen treft men aan bij parasieten, in ingedikte etter, verkaasde tleeli\'n ivan tumoren, enz. liij extrauterine zwangerschap in tie buikholte geraakte vruchten veranderen door afzetting van kalk in zoogenaamde lithopaediën. liUiopadicn. [Dikwijls verkalken ook vaatthrombi.

Door de verkalking worden tie betrokken doelen aan tie stofwisseling onttrokken. Zij moeten daarom worden beschouwd als dootle lichamen, met geringe prikkelende eigenschappen voor de omgeving.

\\ Onder concrementvorming verstaan wij het ontstaan van vaste lichamen J in de vochten van het lichaam. De kalkzoulen spelen hierbij bijna altijd eene groote rol. Ook andere zouten kunnen hieraan deelnemen. De concrementvorming wordt begunstigd door; 1«. de stuwing van se-of excreten in de ruimlen en kanalen, waarin zij bevat zijn, ten gevolge van stoornissen in den afvoer, 2quot;. de chemische ontleding tier vloeistollen, waardoor onoplosbare verbindingen ontstaan of de oplossingsmiddelender moeilijk oplosbare stollen verminderd worden, 3°. de abnormale samenstelling der vloeistof,

welke ontlast dient Ie worden, ten gevolge van stoornissen in de stofwisseling, waardoor eene vermeerderde vorming van slecht oplosbare stollen, 4°. de tegenwoordigheid van vreemde lichamen of van in het lichaam zelf gevormde stollen, welke als bodem voor de kalkafzetting kunnen dienen.

De meest voorkomende concromcnten zijn:

a. do gal steen en, meestal in de galblaas, doch ook in degalkanalen galsteenen. en in de galgangen voorkomende. Zij bestaan in den regel grootendcels

uit cholestearine met meer of minder aan kalk gebonden galklenrstof en dikwijls veel koolzure kalk.

b. de blaassteen en. Zij ontstaan door het neerslaan der pisbestand- blanssieenen. deelen uit de urine en afzei ting hiervan in eene colloïde zelfstandigheid,

die het grondweefsel van den steen vormt.

clicmisclip renclie.

verkalking van hot gronilwccfsel.

beteckenis.

concromenl-vorming.

begiinsligende factoren.

I

-ocr page 80-

74

c. de (Inrmstconen, opgebouwd uit lagen van ingedikte faeces en kalkzouten (meestal phosphorzure kalk).

(I. dc speekselslccnen in do afvoersbuizon der speekselklieren, ook in die van het pancrcas, enz.

De pathologische beleekenis der concreinenten, verschillende naar de plaals van voorkomen, de chemische en physische samenstelling, dc bijkomende schadelijke inwerkingen enz., hangt in het algemeen samen met de hierdoor veroorzaakte vernauwing, sluiting of verplaatsing van kanalen en de dientengevolge leweeggebrachle bemoeilijking of verhindering van den afvoer ;ler secreten, maar ook van de mechanische beleediging van de binnenvlakte van kanalen en hollen, waarin zij gevormd worden.

95. Cystenvorming. Is eigens in een weefsel eene holle aanwezig, door bindweefsel of ander weefsel van de omgeving gescheiden en gevuld met een van dezen wand verschillenden inhoud, dan spreekt men van eene cyste.

Bestaat de cyste uil slechts ééne holte, dan is zij eene enkelvoudige of uniloculaire, beval zij meerdere hollen, dan is zij meerhokkig oi mulliloculair.

Het veelvuldigst komen voor de relenliecyslen, d. z. die, welke onlslaan door opbooping van secreet in klieren ol klierbuizen of in praeexisleerende kanalen. Zij \'zijn gekenmerkt door een inwendig bekleedsel van epithelium of endothelium.

Eene andere soort zijn de verweekingscyslen, d. z. die, welke onlslaan ten gevolge van verweeking en vervloeiing van weefsel.

Eene derde soort ontstaat door de vorming van een bindweefselkapsel om vreemde lichamen.

B. PATHOLOGISCHE WEEFSELWOEKERINGEN (PROGRESSIEVE METAMORPHOSEN).

96. Zoowel de grootte van het lichaam als die zijner afzonderlyke deelen en organen beweegt zich binnen bepaalde grenzen. Onder normale omstandigheden worden deze niet overschreden. Ook lusschen de massa en het volumen van hel lichaam en die zijner deelen beslaat bij goed gebouwde

ilarmslcpiicn.

speeksel-stee lien.

beleekenis.

cyslen-vorming.

nni- en multilociilairc cysten.

retcntiecyslen.

verwcekings-cysten.

vreemde lichamen.

-ocr page 81-

75

organismen eene zekere, nagenoeg standvastige verhouding. Komt ten gevolge der ecne of andere omstandigheid eene verandering in deze verhouding ten voordeele van het orgaan of lichaamsdeel, wordt het grooler zonder hierbij eene verandering in den bouw te vertoonen, dan bestempelt men dezen toestand met den naam hypertrophie hypcrtrophie.

De oorzaken dezer hypertrophie zijn ons in vele gevallen bekend, in andere kunnen wij deze slechts vermoeden, terwijl wij van die eener derde groep niets weten. Treedt eene abnormale weefselvermeerdering op gedurende het embryonale leven of gedurende de ontwikkeling van het individu buiten de baarmoeder en zijn er geene invloeden bekend, welke eene toeneming hyporiroiihic

van het weefsel veroorzaken kunnen, dan spreken wij in zulk een geval

1 ^ congcmtalcn

van eene hypertrophie uit congenitalen aanleg. aanleg.

Betreft de vergrooting hel geheele lichaam, dan noemt men haar a 1 ge-aigeinecnc-en

meene reuzengroei. Zijn slechts enkele lichaamsdeelen vergroot dan P81\'1\'™10

rcuzcngroci.

heeft men met een gedeeltelijken of partieelen reuzengroei te doen.

Hypertrophie der huid en van het onderhuidsche celweefsel, waardoor een toestand dezer dealen ontstaat, welke aan den bouw der huid der dikhuidige dieren (pachydermen) doet denken, kent men onder den naam van elephantiasis. Alle bindweefselachtige bestanddeelen kunnen in gelijke elephantiasis, mate hierbij gewoekerd zijn of wel slechts met die van enkele gedeelten is dit het geval. Op grond hiervan onderscheidt men eeneelephan t i asis soorten van neuromatosa, cleph. angiomatosa, eleph. lymphangiectatica illl\'in,laslh-en eene eleph. lipomatosa.

Een andere vorm van partieelen reuzengroei, welke voornamelijk de extremiteiten betreft, en meestal op jeugdigen of middelbaren zelden op meer gevorderden leeftijd optreedt, is de acromegalic. Deze patholo- acromegalic, gische toestand berust hoofdzakelijk op eene hyperlrophie der beenderen De aetiologie van dit lijden is nog duister, doch moet hier vermeld, dat deze ziekte bij meerdere leden van een zelfde gezin is waargenomen, zoodal het verband met een abnormalen aanleg waarschijnlijk wordt.

Onder de verworvene hypertrophiën bij normalen aanleg staat de arbeidshypertrophie bovenaan. Deze ontwikkelt zich wanneer organen arbeids-onder gunstige voedingsvoorwaarden langen tijd achtereen meer arbeid l|ïPortroPhie\'

-ocr page 82-

76

verrichten dan gewoonlijk. Onder deze omslandigheden hyperlrophleeren

de willekeurige spieren, hel hart en de gladde spieren der pisafvoerende

wegen, van den uterus en van het darmkanaal. Zij doet zich verder voor

hij vele klierachtige organen. De met de toeneming in massa gepaard

gaande vermeerdering van den arheid van het orgaan kan dienen voor de

verelïèning van eene pathologische vermindering der functie en pleegt men

compciisn- in dergelijke gevallen te spreken van compensatorische hypertro-

rn phie. Hiertoe hehoort feitelijk ook de vicarieerende hypertrophic,

vicnriccremle welke ontstaat, wanneer hij het Ie gronde gaan van een gepaard orgaan, iiypcrlropliic.

het overblijvende door vermeerdering zijner functies het tekort dekt. Ook wanneer een gedeelte van een orgaan door pathologische processen verloren gaat, kan het overige gedeelte vicarieerend hypertrophieeren.

In organen en weefsels van samengestelden houw kunnen alle bestand-

deelen in gelijke male aan de vergrooting deelnemen. Dikwijls komt het

echter ook voor dat slechts één weefselsoort hypertrophisch is. In zulke

gevallen nu, waar de vergrooting van het orgaan alleen het gevolg is van

de vermeerdering van het stroma of van die weefsels, welke niet specifiek

pscmln- zijn voor dal orgaan (velvveelscl), noemt men het proces pseudohyporti vpeiiroiitiie. , . .

1 \' trophie.

Telkens terugkeerende circulatie- en voedingsstoornissen, die gedeeltelijk

tot de onlstekingsprocessen behoor en, veroorzaken niet zelden hyperlrophie.

invloed vnn Herhaalde niet le sterke beleedigingen der huid kunnen aanleiding geven

CiToniins\'s-11 ^ ecne verdikking van hel epitheel, tot eene vergrooting en verbreeding

sioomisscn. der huidpapillen, tot eene toeneming van hel geheele corium en van het

subculane bindweefsel. Wat men gewoonlijk onder het begrip elephantiasis

abnormale samenvat, hangt niet altijd mei een abnormalen aanleg samen, doch is nrikkcls

veelal hel gevolg van herhaalde en voortdurende prikkeling van normaal aangelegd weefsel.

invloed van De opbefling van een op een weefsel uitgeoefende drukking of eene en\'rckki\'uf! abnormaal sterke rekking kan onder zekere omstandigheden plaatselijke hypertrophic veroorzaken, iiij iveefsels, die ann slijting onderhevig zijn, kan

verminderd een verminderd verbruik, eene vermindering der afslijting, hyperlrophie ten

verbruik. , , , ,

gevolge hebben.

zenuwinvloed. Daar de werkzaamheid van alle organen onder zenuwinvloed staat, zoo

-ocr page 83-

77

is liet zonder meer duidelijk dal hij de arbeidsliyperlropliie zenuwen eene rol spelen. Hierbij kan men zich voorstellen een invloed uitgaande van de motorische zenuwen ol\' van de vasomotorisclic, banen. De doelmatigheid der hypertrophies, welke hierbij op den voorgrond treedt, kan bij andere onder zenuwinvloed staande hypertrophiën geheel ontbreken. Ilieitoe behoorende hypertrophiën komen soms voor aan het hart en aan de spieren en waarschijnlijk moeten ook gedeeltelijk de hi j gebreke van eene bekende csseiuieetc directe oorzaak zoogenoemde essentieele ol idiopathische hypor-trophiën hiertoe worden gerekend.

Dij infectieziekten komen soms hypertrophiën in celrijke deelen voor, infcciiense waarhij de medewerking van bijzondere formatieve prikkels waarschijnlijk is. quot;\'quot;\'quot;\'\'b ■

Ü7, Een orgaan kan in massa toenemen hetzij doordat de cellen, waaruit hel orgaan is opgebouwd, in omvang toenemen, hetzij doordat de cellen grooter in aantal worden. Het eerste geval doel zich voor bij de hyper-trophie in engeren zin of eenvoudige hypertrophie, het laatste hij de numerieke hypertrophie of hyperplasie. Beide processen liyiwiplasic. kunnen in hel zelfde weefsel gelijktijdig of na elkander voorkomen. Ilyper-plasie zonder voorafgaande hypertrophie is zells moeilijk denkbaar. De celwoekering, celvermeerdering of celproliferatie is een proces, dal steeds celprotiieraiic. met morphologische veranderingen der cel gepaard gaal. Zij berust op de celdeeling. celdeeling.

Dozc liecfl in [iallmlo};iscli(! toeslnndcn geheel plaats volgens het type iter pliyslologisclie. lype iler

Cellen ontstaan altijii nit nniler» cellen (omnis cdlula e cellula). De deeling geschiedt c\'\'\'\'quot;quot;\'\'quot;S-

direct ol\' indirect. De eenvoudige ol directe celdeeling komt in het licliaam van den directie

incnscli slechts als hooge uitzondering voor, wellicht in het geheel niet. \' quot; \'ni\'\'luc,e

celdeeling.

Van overwegend belang hij de celvermecidering is daarentegen de indirecte ccldceling.

Deze wordt ingeleid door veranderingen in den bonw der kern (kerndeelingsfigiiron), welke

tot deeling der kern voert, welke op den voet gevolgd wordt door de deeling van het knrndeeting.

protoplasnia en hiermede der geheele cel. Dit is althans hij de meerderheid het geval. Illl1,0l)lasm\'1-

deeling.

Kerndeeling zonder daarop gevolgde deeling van het protoplasnia geeft aanleiding tot de

vorming van meerkernige of renzencellen. De veranderingen die de kern hij de celdeeling renzencellen.

vertoont, hesUmipelt men niet den naam van karyokinesis of karyomitosis. karyokinesis ol\'

Ken eigenaardig uiterlijk verkrijgt liet proces der celdeeling hij de vorming van cel- \'u1\')nn|itosis.

celsprnitjes ol

sprnitjes of celknoppen, die zich ten slotte van de moedercel afscheiden, zooals hij de teiknoppgn nieuwvorming van vaten. Het eigenaardige van deze wijze van celdeeling komt neer op nieuwvorming hel feit, dat door de zelfstandige beweging van het protoplasnia dor cel uitspruitsels quot;

-ocr page 84-

78

onlstaan en dal de kernen, welke, zooals altijd, door de deelinp van de moederkern zijn gevormd, eerst secundair in de jonge cel geraken.

celdeeling liij De vorming van jonge cellen vormt het eerste stadium bij de hyperplasie

en\'T-egenèratie.zoowel als bij de regeneratie.

08. Heeft in een orgaan of lichaamsdeel weefselverlies ten gevolge van een pathologisch proces plaats gehad en wordt dit verlies aangevuld door eene woekering van liet nog voorhanden weefsel, dan bestempelt men dit proces regeneratie, met den naam regeneratie. De jonge cellen vormen hel kiem weefsel,

kiemwrprsel « lt;

waaruit later het definitieve weefsel zich ontwikkelt. Hierbij geldt steeds wet der de wet der weefselspecificiteit. De afstammelingen der verschillende

weefsel-

specificiteit embryonale kieinbladen kunnen alleen weefsels vormen, die aan hel kiemblad, waaruit zij voortgekomen zijn, eigen zijn, d. w. z. nit epithelium ontslaat alleen epithelium, uil spierweefsel spieren, uil zenuwweefsel zenuwen, enz.

oorzaken. Wanneer een weefsel of lichaamsdeel gedurende de ontwikkelingsperiode aanleg. abnormaal sterk groeil, dan is óf reeds de aanleg van dat deel abnormaal groot óf hebben de cellen, waaruil dat deel beslaat eene abnormaal levensenergie, sterke levensetiergie óf zij hebben gedurende den groei onder gunstige voBliilgsvoor- voetl\'ngsvoorwaart\',,n verkeerd of wel de vermeerdering der cellen heeft waarden, abnormaal geringen tegenstand ontmoet. Welke van de bedoelde momenten

geringe

tegenstand \'n een \',ePaal(l geval de oorzaak der celvorming is, kunnen wij niet met zekerheid uitmaken, doch zal in de meeste gevallen de reden gezocht moeten worden in den aanleg der cellen.

Bij de hypertrophie, hyperplasie en regeneratieve woekeringen, die zich

eerst in het latere leven onder den invloed van uitwendige prikkels

ontwikkelen, aldus niet in den aanleg van het weefsel zetelen, moeten wij

aannemen óf eene versterking van de levensenergie óf eene vermeerdering

uitwendige van den voedingstoevoer óf eene vermindering van den weerstand. De prikkels en . •

verhooging derooraa\'1 (\'er verliooging der levensenergie kan in uitwendige prikkels

levensenergie, gelegen zijn.

chronische Een dikwijls voorkomende aanleiding tol hyperplasie van hel bindweefsel quot;processquot;^3 \'lunnen chronische ontstekingsprocessen geven.

geschiktheid De regeneratie van een verloren gegaan deel kan onvolkomen zijn. De tquot;\'rcgci\'tialie\'geschiktheid lot regeneratie der weefsels en organen van het menschelijk

-ocr page 85-

79

lichaam is beperkt. Groote weefselslukken, zooals een extremiteit, een

vinger, een stnk hersenen, die verloren zijn gegaan, herstellen zich niet

meer. Bovendien weet men dat de meerdere of mindere specificiteit van

het weefsel in verband staat met hel regeneratievermogen. Hoe specifieker weefsel-

dé celfuncties, hoe geringer hel regeneratie vermogen. In zulke specilieke

weefsels kan bij een groot defect slechts een deel van het verlorene door vermogen.

weelsel van dezelfde soort worden vervangen of kan dit in het geheel niet

plaats hebben. Nieuwgevormd bindweefsel vult bet ontbrekende alsdan

aan (litteekenweefsel). liiieekeu-

• wpcfs^l

99. Wanneer de cellen van een door celwoekering nieuwgevormd weefsel in vorm met die van het moederweefsel overeenkomen, doch hel weefsel in type hiervan verschilt, bestempelen wij de celwoekering met den

naam he t erop la si e. Dit proces komt dikwijls voor hij de vorming van heteropbsie. tumoren. In engeren zin verstaan wij onder een tumor een woekerend lumoren. weefsel, hetwelk wel gelijken kan op het moederweefsel, waaruit het is ontstaan, doch altijd zekere eigenaardigheden bezit, welke hel van de daar ter plaatse voorkomende weelsels onderscheiden. Hierom spreken wij dikwijls van een gezwel als van eene heleroplastische woekering.

100. Onder metaplasie van een weefsel verstaal men een proces, meiaplasie. waardoor een reeds volkomen ontwikkeld weefsel zonder tusschenkomsl

van kiemweelsel in een ander weefsel overgaat. Zulk eene verandering komt alleen bij onderling zeer nauw verwante weefsels voor. Meestal dus doet zij zich voor bij de verschillende bindweefselsoorten. Dij uitzondering ook kan cylinder- in plaatepitbelium overgaan.

De metaplasie verschilt van de degeneratieprocessen doordat bij deze geen verschil mei

nieuw weefsel ontstaat, integendeel weelsel verloren gaat. Zij wijkt ook \'l\'gquot;l®^lquot;\'u

van de woekeringsprocessen af, omdat hierbij wel een nieuw weefsel woekerings-

processen.

ontstaat doch de celvermenigvuldiging geheel op den achtergrond treedt.

C. PLAATSELIJKE STOORNISSEN DER BLOEDSBE-W EG ING EN HARE GEVOLGEN (CIRCULATIESTOORNISSEN).

101. Pathologische schommelingen van de plaatselijke bloedshoeveelheid.

-ocr page 86-

80

Inleiding. In hel gezonde lichaam verandert hel bloedsgehalle der organen dikwijls.

In het algemeen is lijdens de werkzaamheid van een orgaan hel bloeds-fmiciiniu\'i\'lc gehalte vermeerderd (funclioneele hyperaemie). Daarenboven oefenen tempera-li\\(quot;i,Klim. lluirswjsgeiingen hierop invloed uil en is de drukking hiervoor van heteekenis. Ook zenuwinvloeden spelen hierbij eene niet te miskennen rol. Daar de totale bloedshoeveelheid van het lichaam nagenoeg constant blijft en niet voldoende is om alle bloedvaten gelijitlijdig te vullen, moei bloedsovervulling in sommige organen leiden lol bloedsarmoede in de liliysiologiscln; overige. De regeling dezer schommelingen van bet bloedsgehalle geschiedt \' linpnT ^001\' (\'ft wisselingen in den weerstand der afzonderlijke stroomgebieden door verwijding en vernauwing der bloedvaten. Hiervoor zijn de elasticiteit van den vaatwand en de samentrekking en verslapping der gladde spiervezelen der media van het vat van het meeste gewicht.

patliologisclii! De pathologische schommelingen in het bloedsgehalle der organen \'lingi ii\' komen op overeenkomstige wijze lol stand. Hare oorzaken onderscheiden zich van die der physiologische hoofdzakelijk door den graad, soms zelfs alleen doordal zij als gevolgen van weerstandsveranderingen, door pathologische toestanden teweeggebracht, optreden.

De pathologische natuur eener vermeerdering der plaatselijke bloedshoe-liyporao.mii) veelheid (hyperaemie) en der vermindering daarvan (locale anaemie, anaemifi\'of \'sc•\'a^m■ e) herkent men daarom of aan haren graad of aan haren duur isclmcmic. of daaraan, dal zij door pathologische oorzaken worden voortgebracht.

a. De hyperaemie kan alle vaten van een orgaan of lichaamsdeel betrellen of kan zich bepalen lot bepaalde gedeelten van hel vaatgebied. Men onderscheidt hierom eene arlerieele, capillaire en veneuse hyperaemie.

ortericele of d. De arlerieele ol actieve hyperaemie berust op eene ver-

8Cti6VC • •

liypDiaemii\' m\'n(\'er\'n8 V!111 weerstand, dien hel bloed ondervindt. Deze kan verschillende oorzaken hebben. Vooreerst kan zij bet gevolg zijn van zenuw- zennwsloornissen, zooals verwondingen en drukking op den n. sympathicus stooinissen. ^ (neur0pa[.q|ygeije congestie) en prikkeling van

neurolotiisoln liyporaomie.

nenropara-

lyiische en sommige cerehrospinalezenuwen (neurotoniscbe hyperaemie). Ook kan zij teweeggebracht worden dour physische invloeden (warmte, belee-diging van den vaatwand, vermindering van drukking). Voorls kunnen

-ocr page 87-

81

biologische veranderingen der vaatspieren den weerstand verminderen. Zoo biologische weel men dal na tijdelijke onderbreking van den bloedstroom, wanneer deze ,eiaquot;^quot;quot;gequot; zich weder herstelt, hyperaemie ontstaat. Zoo ook na het ophouden van de vaatspieren kramp der vaatspieren. Hiertoe behoort verder de vaalverwijdende werking van vajtver-sommige geneesmiddelen en de door verschillende schadelijke invloeden J*!!™1\'

aJtyllcLS*

veroorzaakte veranderingen van den vaalwand, welke men vooral bij de acuie middelen.

. veranderingen

ontsteking kan waarnemen (congestteve hyperaemie). van den

Met den naam van collaterale hyperaemie bestempelt men de ver- vaalwand-

collaterale

meerdering van het bloedsgehalte, welke ontstaat in een vaatgebied, dat gelegen hyperaemie. is in de nabijheid van een ander, waarin de bloedstoevoer geheel is opgehouden of aanzienlijk verminderd. Vicarieerend is de op gelijke wijze vicarienrende verwekte hyperaemie, welke in meer verwijderde stroomgebieden optreedt.

Hiertoe is de medewerking van vasomotorische zenuwen noodig.

De anatomische verschijnselen der deelen, waarin arterieele hyperaemie verschijnselen, beslaat, kan men alleen bij levende personen waarnemen. Zij beslaan in roodheid, welke bij gelijktijdige belangrijke verwijding der haarvaten zich als eene dillüse, lichtroode verkleuring voordoet, zwelling (vermeerderde Iranssudalie), welke, al naar de meer of mindere rekbaarheid der weefsels,

nu eens meer dan eens minder op den voorgrond treedt en verhooging der temperatuur van hel hyperaemische deel.

2. De passieve of veneuse hyperaemie (stuwing) is het gevolg passieve of van bemoeilijkten of geheel verhinderden bloedsafvoer uit de aderen. hyperaemie

Sommige vormen der passieve hyperaemie berusten op vermindering of stuwing, verdwijning der voortstuwende krachten van den veneusen bloedstroom, voortstuwende De bloedsovemilling treedt vooral daar op, waar de zwaartekracht den ader- \'

lijken bloedstroom tegenwerkt (hypostatische hyperaemie). Hiervan hypostatische moet wel onderscheiden worden het zakken van het vloeibaar gebleven h!\'\'ua\' mil bloed der lijken naar de het laagst gelegen deelen (lij ken hypostase). lijken-

De stu winghyperaemie in engeren zin berust op de aanwezigheid llv\')0Slasl-van abnormaal groote weerstanden in de aderen onder voorwaarde eener voortdurende toostrooming van slagaderlijk bloed. Üe meest voorkomende oorzaken zijn vernauwing of sluiting van de ader door uitwendige drukking oorzaken, of vernauwing van hel lumen door inwendige veranderingen. Eene be- jn!^ndige langrijke oorzaak van de sluwingshyperaemie, welke zich dikwijls over AI.GEMEENE ZIEKTEKUNDE. li

-ocr page 88-

82

ziekten der een groot deel van hel lichaam uilstrekl, zijn de pathologische verande-klepvliezen r\'n8en Jer klapvliezen, die deels door vernauwing der hartsostiën (stenose), sienose. deels door de lerugslrooming van hel bloed bij onvolkomene sluiting der insufiicicniie. kleppen (insufïicienlie) abnormale weerstanden voor de ontlasting van het bloed der groote aderen scheppen. Hier wordt de stuwing begunstigd door de vermindering der bloedsdrukking in de slagaderen der betroffen gedeelten, verschyuselcn. De veneuse hyperaemie herkent men aan de donkerblauwe verkleuring oyanose. der (fcelen (cyanose), aan het optreden van slangvormig gekronkelde ader-netten en aan de zwelling. Duurt de stuwing eenigen tijd, dan kunnen drukatrophie, vervetting, afzetting van pigment, hydrops en dikwijls ook verdikking van het stroma der organen optreden.

loealc anaemie. b. Locale anaemie kan veroorzaakt worden door buiten en binnen de vaten of in den vaatwand zelf en in de beheerschende zenuwen zetelende oorzaken, voorwaarden. Hierdoor kunnen de toevoerende bloedvaten geheel of gedeeltelijk verstopt worden.

gevolgen. De gevolgen voor het gebied, dat door de arterie van bloed wordt voorzien, verschillen al naar gelang de slagader of hare vertakkingen anaslo-mosen achter de vernauwde of verstopte plaats bezitten of niet; hangen voorts af van den duur der stoornis en van de mate der vernauwing. Van invloed hierop is voorts ook de aard van het weefsel, dat door de bedoelde slagader van bloed wordt voorzien.

verschijnselen Men herkent de anaemie in het levende lichaam aan de bleekheid, de lieMcven ^a\'\'n8 ^er temperatuur en aan de verminderde spanning (turgor) van het turgor. weefsel. In het lijk zijn de anaemische deelen verkleind, slap, bleek, Ve\'^\'\'\'iieTi\'1\' lreet\'1 e\'8en van \'iet weefsel meer op den voorgrond, zijn de

dood. fijnere vaten minder goed zichtbaar en vloeit bij het doorsnijden weinig of geen bloed uit de sneevlakte.

102. Uittreding van bloed en van vloeibare bloedsbe-liaemorrliagie. standdeelen (haemo rrhagie en transsudatie).

a. Onder bloeding of bloeduitstorting (haemorrhagie) verstaat men extravasatie. het uittreden van bloed uit de vaten (extravasatie). Dit kan op tweederlei wijzen geschieden. Verlaat het bloed het vat door cene scheur in den vaatwand, haemorrhagia dan noemt men de bloeding eene haemorrhagia per r hex in of per

per rhexin diabrosin. Geschiedt dit zonder dat eene scheur in den vaatwand aanwezig s. diabrosin.

-ocr page 89-

83

is, dan spreekt men van eene haemorrhagia per diapedesin, zooals liaembrliagia nil de haarvaten en de kleinste aderen meermalen plaats heelt. Uit de1quot;quot;\' \'l\'ilPtl,\'Mquot;-slagaderen kan het bloed slechts door eene scheur naar buiten treden.

Al naar de soort van vaten, waaruit het bloed stroomt, ondersdieidt arterieele-,

, • 11 • / i . gt; veneuse- en

men arterieele-, veneuse- en capillaire (parenchymateuse) oapii|airc

luiemorrhagién. bloedingen.

Het uil de vaten getreden bloed heet extravasaat. Naar den vorm, extrnvasaat. dien hel extravasaat aanneemt, benoemt men de bloedingen. Treedt het extravasaat op in den vorm van kleine streep- of puntvormige haarden,

dan spreekt men van capillaire bloedingen, petechiën of punt- petechiên. vormige ecchymosen. Neemt het grootere ruimten in en zijnde

haarden niet scherp begrensd, dan geeft men daaraan den naam s ugu 1 a t ies sugulaties of

p pc . sulfticies.

of sullusies.

Een haemorrh agisch infarct noemt men eene bloeduitstorting in haemor-de weefsels, waarbij het weefsel met bloed is doordrenkt, zonder dat het \'nXc,1\' echter hierdoor verscheurd of vernield is geworden. Is dit wel het geval,

heeft het bloed zich opgehoopt in eene door verscheuring of vernieling van het weefsel gevormde ruimte, dan is er eene bloedsbuil of haematoom liaematoom. ontstaan.

De verschillende bloedingen dragen voorts verschillende namen al naar liet weefsel of het orgaan, waarin de bloeding plaats heeft. Zoo noemt men e pis tax is eene bloeduitstorting uit het neusslijmvlies, haemop- epistaxis. tysis of haemoptoë eene bloeding uit de longen, haematemesis hacmopioê. het bloedbraken, metrorrhagie eene haemorrhagie uit den uterus, ook wel menorrhagie, wanneer zij plaats heeft gedurende de menses, haemalurie eene bloeding uit de pisbereidende organen. Eene bloeds- liaeniaturie. ophooping in den uterus draagt den naam haematomelra, tusschen dehaematomctrn.

pleurabladen haemothorax, tusschen de balbekleedselen haema tocele, haemoihorax.

, -vilt ■ i • haematoccle.

in de pencardiaalzak haemqpencardi um. hiemo-

Eene haemorrhagie per diapedesin kan plaatshebben zoowel pericardium, bij verhooging van de bloedsdrukking in de haarvaten en in de aderen bloedsdruk-als bij vermeerdering van de doorgankelijkheid van den vaatwand. Doo\'^ioórg^nkeip-algeheele verhindering van den veneusen bloedsafvoer kun men haar spoedig beid van

■ ..r ■ , , . , , .. . don vaatwand.

te voorschijn roepen. Wal er m den vaatwand plaats heeft bij de ver-

-ocr page 90-

84

meerdering der doorgankelijkheid welen wij niel. Zeker is echter dat deze toestand kan ontstaan ten gevolge van voedingsstoornissen, na recht-streeksche heleediging van den vaatwand, bij aanwezigheid van vergiften, bij verschillende infectieziekten, enz.

vermeerdering Ten gevolge van plaatselijke vermeerdering of vermindering van druk mindering\'iler \'cunnen kleine puntvormige bloeduitstorlingen ontstaan. Hiertoe behooren uitwendige onder meer de bloedingen onder de pleura, welke bij pasgeborenen ten iii nkking. gevo]ge van at]emhalingsbe\\vegingen bij verhinderde toetreding van lucht optreden.

gemengde Hiertoe behooren ook de bloedingen uit de luchtwegen bij verminderde lilncdingen. ajmogpjlerjsc|le drukking. In deze gevallen is het niet mei zekerheid uil , te maken of wij hier met eene haemorrhagia per rliexin of per diapedesin te doen hebben. Waarschijnlijk kunnen de bloeduitstortingen hierbij op beiderlei wijzen plaats hebben.

oorzaken van Verscheuring van den vaatwand kan hel gevolg zijn van beleedigingen van „loedingen verschillenden aard en van ziekten. Bij alle spontane arterieele bloedingen moeten wij eene ziekte van den vaatwand aannemen. Verhooging van de bloedsdrukking begunstigt wel de bersting van een ziek val, is echter niel voldoende om eene gezonde slagader le doen scheuren. Nieuw gevormde vaten daarentegen bersten gemakkelijk.

geèrfde of Raadselachtig, wal de oorzaak betreft, zijn die bloedingen, welke op aanlegToquot; grond eener geërfde of verworven aanleg optreden. Hiertoe behoort de bloedingen, bloederziekte (haemophilie), eene erfelijke dispositie tol spontane quot;\'quot;P1quot;1quot; 0f (joor geringe uit- of inwendige aanleidingen te voorschijn gebrachte, moeilijk stilbare bloedingen. Deze geschieden uit meestal kleine vaten van verschillende organen (huid, slijmvliezen der luchtwegen, piswerktuigen, hel spijsverteringskanaal, de hersenvliezen, enz.).

hacmor- Eene verworvene haemorrhagische dial hese komt voor bij morbus rhagischo II)acuiosus Werlhofii, scorbuut, vele infectie- en intoxicaliezieklen.

dialnese.

haemophilia Bij haemophilia neonatorum, endocarditis, enz. heeft men de oorzaak der

neonalonim, , ■ . ......

endocarditis gevonden in eene baclenoninvasie.

Tot de anatomisch niel voldoend opgehelderde bloedingen behooren ook neuropathischede zoogenaamde neuropathische haemorrhagiën. Hiertoe rekent rhagiènquot; Inequot; J*3 meestal bij hysterische vrouwelijke individuen spontaan optredende

-ocr page 91-

bloedingen nit dn huid en slijmvliezen (neus, hronchiën, maag), welke soms de uitblijvende menstruatie schijnen te vervangen. Flet voorkomen van long- en maagbloedingen na hersenlaesies kan ten gunste bloedingen na van den neuropathischen oorsprong van deze bloedingen worden aan- ^ ,l,quot;quot;sins gevoerd.

De gevolgen eener bloeding hangen af, behalve van haren zetel in meer gevolgen, of minder levensgewichtige organen, van de hoeveelheid van bet verloren bloed en van de verdere veranderingen van het extravasaat. Flet onmiddelijk gevaar bij veel bloedverlies vloeit voort uit de bierdoor teweeggebrachte daling van de bloedsdmkking, welke den dood kan veroorzaken (dood door ilwid door verbloeding). Een verlies van meer dan 30/0 van bet geheele lichaamsgewicht lcrl1 quot;quot;\'\'quot;\'K wordt in de meeste gevallen als levensgevaarlijk beschouwd. Snel bloedverlies snel uit groole slagaderen kan reeds beneden deze grens den dood veroorzaken.

Overigens zijn de leeftijd, liet geslacht en de persoonlijke bloedrijkdom hierop van invloed. Voorts staat de gevaarlijkheid der bloeding in verband regeneratie-mét het regeneratievermogen. ^quot;quot;woequot;quot;

Na bloedverlies wordt het volumen van het bloed spoedig hersteld door meerdere opneming van water. Het herstel der verlorene bloedlicbaampjes gaal echler veel minder snel, hiertoe heeft bel lichaam weken, zelfs maanden noodig. Vooral door herhaald bloedverlies kan het regeneratievermogen van hcrliaaid bet bloed belangrijk vertraagd worden en hieruit eene doodelijke anaemie )nc\'ugt;M(s-worden geboren.

De lotgevallen van het uitgetreden bloed verschillen al naar gelang het bloed vloeibaar blijft of stolt. In sercuse hollen uitgestort bloed kan vloeibaai-gedurende geruimer. lytl geheel of althans voor het grootste gedeelte vloeibaar blijven en geresorheerd worden. In de verschillende sereuse resmpiie. hollen verhoudt het bloed zich in dit opzicht verschillend. Het langst blijft, hel bloed vloeibaar in de peritoneaal-en in de pleuraholte, gemakkelijker stolt bel in de gewrichtsholten en in hel pericardium. Tegenwoordigheid invloed van van afgestorvene weefseldeelen bevordert de stolling. Het gestolde bloed ondergaat veranderingen, onder welke het uiteenvallen der roode bloedlichaampjes en de metamorphose van de bloedskleurstof van belang zijn. De kleurlooze bloedlichamen degeneeren vettig en wanneer gelijktijdig met de fibrine de afgestorvene weefseldeelen uiteenvallen, kan onder toetreding van

-ocr page 92-

86

haeinoi- serum uit dn omgeving hel extravasnal weder vervloeien (haem or rha-

rhagischc . . i • \\

verweeking. 8,scl,e verweeking).

Het uit de vaten getreden bloed prikkelt de omgeving tol ontsteking en react leve tot reactieve weefselwoekering. Do reactieve ontsteking herkent men aan opbooping\'van rootquot;le\'c\' en (\'e zwelling der omgeving en aan de ophooping van witte witte bloed- bloedlichaampjes om en in het extravasaat. De weefsel woekering gaal van

licliaamDics

organisatie het bindweefsel uit en leidt, afhankelijk van de meerdere of mindere

van hei vastheid van het extravasaat, tot afkapseling of doorwoekering hiervan extravasaat. .

(zoogenaamde organisatie der extravasaten). 1 reedt na de al kapseling vervloeiing op, dan kan een groot deel van den kapselinhoud weder cystevorming, geresorbeerd worden en er blijft eene met sereuse vloeistof gevulde holte over, welke door een bindweefselmembraan is afgesloten, waarin nog apoplcctische pigment ligt opgehoopt (apoplectische cyste in de hersenen). Wordt rys,P\' hel extravasaat geheel door bindweefsel vervangen, dan ontslaat een vast pigmenthou- pig ment houdend lilteeken.

dend litlceken. . n . • .. i , i .• ■ ■ i ■ i u .

b. Het uittreden van waterachtige bestanddeelen van hel

bloed (transsudatie, oedeem, hydrops).

transsndaai. Het vocht, dal de weefsels drenkt, de lymphe, is een transsudaat lymphc. uil het bloed mei slofwisselingsprodukten uit de weefsels. De lymphe wordt uit het bloed gevoerd naar de weefselspleten en van hier naar de lymphevalen om ten slotte door den ductus lboradcus zich weder in den veneusen bloedstroom te ontlasten. Vermeerdering van transsudatie leidt lot vermeerdering van do hoeveelheid vocht in de weefsels. De hierdoor teweeggebrachte druksverhooging veroorzaakt binnen zekere grenzen vermeerderden afvoer van lymphe. Zoolang aan- en afvoer elkander in evenwicht houden, hoopt zich hel vocht niet in de weefsels op. Is dit echter niet het geval, overtreft de aanvoer den afvoer, dan neemt het oedeem, weelselvocht toe. Hoopt zich dit in de weefsels op, dun ontstaat oedeem;

verzamelt het zich in de sereuse hollen, dan noemt men dezen toestand hydrops, hydrops (waterzucht).

Soms beperkt zich de vochtophooping lot een bepaald weefsel, orgaan of lichaamsdeel, in andere gevallen kan zij zich over het geheele lichaam

plaatselijke uitstrekken. Men onderscheidt hierom in plaatselijk of locaal en

en algemeenc . o • i i p i i

hydrops algemeen of universeel oedeem ol hydrops.

-ocr page 93-

87

Hol zich in dn vnjliggeiule lichaamsileelen opiiuopeiulrt Iranssiulaal draa^l de» bijzonderen naam van anasarca. Ophooping van vocht inde Lmikholte miasnrca. noemt men ascites. ascites.

Het voornaamste verschijnsel van het oedeem is de zwelling. De male zwelling, der zwelling hangt af van de hoeveelheid opgehoopt vocht en vun de eigenschappen van het weefsel, dat owlemalens is. Ook de klenr van hel verschijnselen, oedemaleuse weefsel verandert. Met wordt hleek en voelt meestal tevens deegachtig aan. Bij drukking met den vinger ontstaat een groefje, dat slechts langzaam verdwijnt. Snijdt men het oedemaleuse weefsel in, dan ontlast zich eene groote hoeveelheid helder vocht en wordt hel sterk mei vloeistof over vu ld weefsel zichtbaar. In de long, een orgaan, dat zich door longoedeem, de omgevende borstkas niet vrij kan uitzetten, hoopt het vocht zich in de luchtholten op, na de gassen er uil gedrongen te hebben. Bij druk ontlast het zich mei luchlblaasjes vermengd en vloeit als schuim over de snee-vlakte. Veel minder vocht kan de nier bevatten. Bij het doorsnijden van nierocdeem. dit orgaan zal er daarom slechts weinig of in het geheel geen vocht over de sneevlakle vloeien. Het oedeem der nieren herkent men aan de groote vochligheid der sneevlakle en den glans van het ingesneden orgaan. Hoopt het vochioii-oedemateuse vocht zich in eene lichaamsholle op, dan wordt deze geheel of gedeeltelijk gevuld met een meestal lichtgeel gekleurde, zelden geheel liolten. kleurlooze, alcalische, heldere vloeistof, waarin soms eenige fibrinevlokken aanwezig zijn. Dikwijls worden deze holten door het vocht uilgezel en de deelen in de omgeving samengedrukt.

Het eiwitgehalte van het transsudaat is niet altijd en overal even eiwiigehalic groot, liet neemt toe wanneer de transsudatie onder hooge drukking plaats heeft. Dit is ook hel geval bij groote doorgankelijkheid van den vaatwand. Van de bijkomende bestanddeelen verdienen hier vermelding liijkomemle ureum bij nierlijders, galkleurslof en galzuren bij icterus, suiker bij lijders aan diabeles en vet en choleslearine in oude Iranssudaten. Constant komen hierin ook leucocylen voor, wier aantal echter zeer verschillend zijn kan.

Naar de genese onderscheidt men vier vormen van hel oedeem n l. het stuwingsoedeem, hel ontstekingsoedeem, het hydraemisch oedeem en het oedema ex vacuo.

-ocr page 94-

SK

1. Hel stuwingsoedeem ontstaat ten gevolge van circulatiestoornissen in de aderen. Bemoeilijking of verhindering van den afvoer der lymphe door de lymphevaten alleen is niet voldoende om oedeem te doen ontstaan, omdat de lyphevaten zeer vele anastomosen bezitten en omdat het bloed zelf in staat is het vocht op te nemen en verder te voeren. Slechts bij verstopping van den ductus thoracicus pleegt ascites te ontslaan. Delymphestuwing doel daarom veelal slechts als eene begunstigende omstandigheid dienst.

Onder de oorzaken van het stuwingsoedeem behooren in de eerste plaats genoemd te worden de ziekten van de klepvliezen van hel hart, die, bij onvolkomene compensatie, de ontlasting van het bloed uil de holle aderen zoodanig bemoeilijken, dal ten gevolge der stuwing in de oorsprongsplaatsen der groole aderen van den grooten bloedsomloop algemeene waterzucht ontstaat.

Plaatselijk oedeem ontslaat na sluiting of vernauwing van groole ader-stammen, wanneer er geen collaterale banen bestaan of deze onvoldoende zijn voor den afvoer van het bloed.

ontstckings- 2. Het ontstekingsoedeem treedt zelfstandig op als eene beperkte, oednm. plail(seljjke of meer uitgebreide, algemeene aandoening en koml als verschijnsel voor bij vele ontslekingprocessen. In hel laatste geval wordt collateraal het vaak aangeduid met den naam van collateraal oedeem, liet oedeem. onf8tekingsoedeem onderscheidl zich van hel stuwingsoedeem door het grooter gehalte van hel vocht aan eiwit en witte bloedlichaampjes. Daarenboven treden in hel transsudaat grootere stolsels op.

hydraemisch 3. Het hydraemisch of caclieclisch oedeem dankt evenals het

of cacheclisdi , i • i.. j .. . . i . i

oedeem oedeem der nierlijders zijn ontstaan aan eene verandering van den vaat-

wand, welke veroorzaakt wordl door den hydraemischen toestand van hel bloed of door de aanwezigheid hierin van een gift (lymphdrijvende stollen), hydraemie. Proeven hebben geleerd dal noch hydraemie, d. 1. verarming van hel bloed hydraetnische aan vaste beslanddeelen, noch hydraemische plethoi a, d. i. waterretentie in plethoia. bloed, rechtstreeks tot oedeem leiden. Pelde werken slechts begunstigend evenals al die veranderingen, ten gevolge waarvan de elaslicilell dei-weefsels afneemt. Hel hydraemische of cachectische oedeem onderscheidt zich van het ontstekingsoedeem, doordat het transsudaat veel armer is aan eiwit en aan gevormde beslanddeelen.

sluwings-oedeem.

klepvlies-gebreken.

-ocr page 95-

89

4. Het oedema ex vacuo komt hoofdzakelijk in de schedelhoiteen het nedema ex

VACUO»

ruggemergskanaal voor en ontstaat in al die gevallen, waarb|j een deel der hersenen of van het ruggenterg verloren gaal en niet door ander weefsel wordl vervangen.

De gevolgen der waterzucht verschillen naar den aard der oorzaken en sevolgcn. naar de plaats van voorkomen. De slechte prognostisclie beteekenis der waterzucht berust op den ernsligei). aard van bet lijden, waardoor zij wordt veroorzaakt.

103. Verstopping van bloedvaten (thrombose en embolie). a. Ontslaan gedurende hel leven in hel hart of in de vaten uil de hestanddeelen van hel bloed proppen (thrombi) dan spreekt men van ihmmliosr thrombose.

Thrombi kunnen ontslaan dour eene veranderde samenslelling van hel wyzc van

bloed, door ziekten van de binnenvlakle van den vaalw.md en door stoor- quot;

nissen in de circulatie vun het bloed of door de combinatie van twee of

meer der hier genoemde factoren.

Het ontslaan van thrombose door eene primaire verandering in de samen- pHuiairo

vernnderiiiti in

stelling van hel bloed heell men door proeven kunnen aantoonen. Zoowel (1(1 samen.

door inspuiting van fibrineferment bevallende vloeislollen, als door hel filing van

in het bloed brengen van leucocytenvernietigende zelfstandigheden kan formenicn.

thrombnsvorming op uitgebreide schaal worden teweeggebracht. Iletzellde \'««cocytcn

vernieligendr

kan men bereiken door de inspuiting van emulies van verschillende paren- Zh|fstandig-chymen (hersenen, bijnieren) en door hel weefselvochl van sommige organen

emulsies van

(testikels, schildklier). De in bel verloop van zware infectieziekten op- parenchy-

Iredende thrombose en ook die, welke voorkomt na hel geraken van doode malei,zc

organen.

weefselstukken in den bloedstroom, berust op eene soortgelijke oor/.aak. tliromhose

Deze door primaire bloedstolling bewerkte thrombose (fermenlthrombose)

komt zelden voor. ferment-

•i i . • • , • • ■ • ■ i i thrombose.

Hel verband tusschen de veranderingen in de intirna der valen en de V0l.aniier|n,(.

thrombnsvorming, blijkt uit het feil, dal thrombi dikwijls gevonden worden V1,n \'\'e

der vaten.

op plaatsen, waar ziekelijke veranderingen in hel endothelium van den vaatwand beslaan.

Men zon op grond hiervan kunnen vermoeden, dat de levende celten van de intima eene de stolling verhinderende of bemoeilijkende zelfstandigheid voortbrengen, terwijl

-ocr page 96-

i)()

uil de afstervende cellen een lermenlvormend lichaam onlslanl. ICvcn goed /.on men de verklaring van hel bovengenoemde l\'eit knmien zoeken in de veranderde adhocsie lusschen vaalwand en bloed (adhaesielbrombose).

De verliingzaming van den bloeJslroom begunsligl de thrombose doordal hierdoor liet vasthechten der gevormde bloedsbestanddeelen aan den vaalwand wordl vergemakkelijkt en aldus de eersle aanleg van den thrombus voor het meerendeet der gevallen wordt bevorderd. De stolling treedt eerst als een secundair proces hierbij op.

Naar de samenstelling onderscheidt men de volgende soorten van thrombi;

1. De witte thrombus is geelachtig wit van kleur, in den regel vrij week en, in tegenstelling mei de spekacblige lijkstolsels, niet elastisch. Hij bestaat uil bloedplaaljes, witte bloedlichaampjes en fibrine met enkele roode bloedcellen. Witte thrombi kunnen alleen bij nog aanwezigen, doch vertraagden bloedstroom ontstaan.

2. Do hyaline thrombus is doorschijnend en heeft, eene grauwe ol\' lichtgele kleur. Er komen microskopisch kleine hyaline thrombi in de haarvaten en kleine aderen voor in de lijken van aan brandwonden overleden personen, na vergiftigingen en in necrotische haarden van verschillenden oorsprong. Zij bestaan waarschijnlijk uil hyalien-gedegenereerde roode bloedlichaampjes.

De groolere, zoogenaamde gel al ine use thrombi bestaan hoold-zakelijk uil bloedplaaljes en fibrine. Men treft deze aan op de oppervlakte van ziekelijke klepvliezen van bet hart en op die van oudere thrombi. Zij wijzen op eene versche afzetting der genoemde sloffen uit het bloed.

3. De roode thrombus beval alle beslanddeelen van hel bloed door fibrine vereenigd in de verhouding zooals zij daarin gewoonlijk worden aangetroffen. De roode thrombus ontstaat bij snellen stilstand van het bloed met opvolgende stolling. Roode thrombi ontslaan primair in onder-bondene of plotseling afgesloten vaten of secundair op de oppervlakte van andere thrombi.

4. De laagsgewijze gebouwde thrombus bestaal uit afwisselende lagen van witte en roode thrombusmassa\'s, welke dikwijls in de vaat-doorsnede regelmatige concentrische ringen vormen. Dij hunne wording

ailhaesie-Ihrombnso.

verlangzaming

van (lün lilacdstroom.

suorlcn van Ihrnmbi.

wille Ihromlms.

hyaline Ihromlms.

gelatinensR lliromhi.

ronde Ihrombiis.

laagsgewijs gebouwde thrombus.

-ocr page 97-

91

moeien aldns de voorwaarden voor de vorming der roode en witte thrombi afwisselend in hel spel geweest zijn. Zij komen meestal voor in grootere aderen met vertraagden bloedstroom ten gevolge van gelijkmatige en voortdurend aanwezige groote weerstanden.

5. De gemengde thrombus onderscheidt zich van de vorige slechts gemengdn

. tlirmnbiis.

door de onregelmatige plaatsing van roode en witte en soms ook van hyaline gedeelten. Zij komt voor bij verstopping van groote aderlijke stroomgebieden.

Het meest komen thrombi voor in die gedeelten van het circulatiestelsel, plaatsen van

voorkomen.

waar sloornissen in den bloedsomloop hel gemakkelijksl optreden nm. in

de aderen van den grooten bloedsomloop en in de uitbochtingen der

bartsholten (hartsooren, nissen tusschen de trabekels). Op deze plaatsen

worden zij bij een derde der aan chronische ziekten gestorven personen

gevonden. In de slagaderen treft men hen het menigvuldigst aan in

zakvormig verwijde gedeelten (aneurysmen) en op zweeren der intima. De

klepstandige thrombi van het hart komen op necrotische en ontstoken

klepvliezen voor (thrombose door endocarditis).

De vaatproppen, welke in het begin der thrombose ontstaan, noemt men

primaire (autochtone) thrombi, die, welke zich later hierop afzetten primaire-en , . „ li. secundaire

zijn secundaire of voortgezette thrombi. thrombi.

De thrombus groeit in de richting van den bloedstroom, dus in de wijze van

i i •• i • i • i . uitbreiding

aderen naar het centrum toe tot aan den naastbijgelegenen zijtak, waarin het vaI1 (j(,n

bloed nog circuleert. Zet zich hier uit het voorbij stroomende bloed een thrombus.

secundaire thrombus af, dan kan de monding van den zijtak verstopt raken

en ontstaat hierin een thrombus in periphere richting. De vorming van

uitgebreide voortgezette thrombi wordt begunstigd door hartszwakte. Daarom

ziet men bij maranlische personen thrombi, die in kleine periphere vaten

ontstonden, zich dikwijls voortzetten tol in de groote aderstammen.

De kleppen der aderen begrenzen niet zelden de secundaire thrombi. Bij klepstandige

verlangzaamden bloedstroom ontstaan dikwijls thrombi in de zakjes der

klepvliezen (klepstandige thrombi).

Op deze wijze kunnen in het gebied van eene ader discontinue discontinue

i.i.i. thrombi, thrombi gevormd worden. In de slagaderen zet de thrombus zich in

den regel slechts tot aan den eersten collateraaltak voort om daar met

-ocr page 98-

Jgt;2

gladden rand te eindigen. Naai de peripherie toe hangt, de uitbreiding van den thrombus a( van liet voortbestaan der circulatie in de collateraal beneden de verstopte plaats. Door samentrekking van den slagaderwand wordt het volumen van den arterieelen thrombus meestal verkleind, wandstandigc Wanneer een thrombus het vaatlumen niet geheel verstopt, noemt men hem een wandstandigen thrombus. In hel andere geval spreekt men obtiieicercnde van een oblitereerenden thrombus. In het hart en in de groote slagaderstammen kunnen zich gedurende het leven nimmer oblitereerendc thrombi vormen.

Door voorlgezetten groei van thrombi, in de hartsooreu ofin de recessim tusschen de trabekels ontstaan, vormen zich stolsels, die verschillende hartspolvpeni gedaanten kunnen aannemen en hartspolypen worden genoemd. Vormen klepvlies- zulke massa\'s zich op ontstoken klepvliezen, dan heeten zij klepvlies-pniypen. ■ p0) ypen_ Heide kunnen zeer groot worden en dan een groot gedeelte der hartsholte opvullen.

(lirccto. De rechtstreeksche gevolgen der thrombose hangen zoowel van den aard \'ihroml\'ns!\'\' equot; omvan8 (\'ei\' aangedane vateti als van de uitgebreidheid der

thrombi af. Over het algemeen zijn in de aderen de voorwaarden voor het tot stand komen van eenen collateralen bloedsomloop gunstig. Deze collaterale banen kunnen de uit de thrombose voortvloeiende circulatiestoornissen voorkomen, indien haar gezamenlijk lumen even groot is als dat van de verstopte ader of indien door vermeerderde hartswerking door eene kleinere vaatdoorsnede in gelijke tijden evenveel bloed wordt gedreven.

Ook bij de thrombose der slagaderen kunnen de gevolgen gecompenseerd worden door aanwezige collaterale banen, die aatistonds of eerst van lieverlede eene voldoende hoeveelheid bloed naar het verstopte vaatgebied voeren, artericele Gebeurt dit niet, dan ontstaat arterieele anaemie der deelen, welke door de quot; arterie van bloed worden voorzien. Indien deze voor het leven onontbeerlijk

itood. zijn, kan de dood onmiddellijk intreden of ontstaan voedingsstoornissen van

vocdings- verschjllen(len aar()

stoornissen.

indirecte De indirecte gevolgen der thrombose hangen grootendeels af van de ^thrombose81quot; van den thrombus. In witte thrombi kan door de vetmeta-

morphose der witte bloedlichaampjes en het gelijktijdig uiteenvallen in korrels van de fibrine en der bloedplaatjes verweeking intreden onder

-ocr page 99-

93

vorming van eene elleraclitigc emulsie (puri forme smelting). Op deze pnrjforme

wijze kunnen deelen van dun Ihrombus van den vaalwand losraken of kan in Mnp|tin^-

hel midden van de prop eene holte ontstaan, waardoor hel. bloed onder

gunstige omstandigheden weder stroomt (canalisatie van den throm- canalisatie.

bus). Voorts kan de thrombus werkelijk in etter veranderen (etterige etterige • . • , , vor weeking.

ver wee king, verettering) ol in eene putride, vloeibare massa omgezet

worden (septische verweeking). De roode bloedlichaampjes van den septische

verweekiiic

thrombus ondergaan de vroeger reeds beschrevene pigmentmetamorphose.

Overigens worden de roode gedeelten vast en droog, terwijl tevens de verandering

vaatprop schrompelt. Hierdoor kan een oblitereerende Ihrombus in een

wandstandigen veranderd worden en de circulatie geheel of gedeeltelijk llen- in eequot;

wandstandigen

worden hersteld, thromlvis

De thrombus werkt op den levenden vaalwand als een vreemd lichaam in thrombus als

en kan zoo aanleiding geven tot ontsteking. Uit de vasa vasorum dringen lol \'n,Peking

leucocyten in de weeke gedeelten, de endotbeliumcellen der inlima en

de weefselcellen van den vaalwand woekeren, gaan van de peripherie

uit in de vaatprop, vormen onder medewerking van uit de kleine vaten

van den vaalwand nieuwgevormde vaten jong bindweefsel, dat de

Ihrombus limgzamerhand geheel doorwoekert en zich naderhand samentrekt organisatie

(organisatie van den Ihrombus). De doode gedeelten van den thrlmlms

thrombus kunnen na vervloeiing geresorbeerd worden of lusschen de

bindweefselvezelen blijven liggen en naderhand verkalken (verkalking verkalking.

van den thrombus). Ook pigment komt in den georganiseerden thrombus

dikwijls voor. Organisatie en canalisatie van den thrombus kunnen geza-combinatie van

menlijk voorkomen. In dit geval kan het bloed zich door de mazen van organisatie

het nieuwgevormde bindweefel een weg banen en aldus de bloedstroom van den

. thrombus,

hersteld worden. Door de verandering van den thrombus in straf bind-

weefsel zonder bijkomende canalisalie wordt de vaalwand blijvend gesloten, blijvende

De Ihrombus kan alleen georganiseerd worden, wanneer de vaalwand, \'l,\',!\'quot;v:i) quot;

waarmede hij in aanraking is, niet te veel geleden heeft. Hierom blijft de

organisatie in den regel uit bij sterk uitgezette vaten (aneurysmata,

varices). De thrombus kan soms geheel verkalken en zoo arteriolithen artciioiitlien

en phebolithen.

of phlebolilhen vormen.

b. Wordt een geheele thrombus ol\' een deel daarvan weggeslagen en

-ocr page 100-

94

met den bloedstroom medegevoerd, dan zal hij of geresorbeerd worden of in het andere geval zieb elders vastzeilen en leiden tot de verstopping van vaten, waarvan hel lumen kleiner is dan de grootte van den eniliolus. thrombus, üe thrombus is dan een embolus geworden en heeft er embolie. ein bol ie plaats. Uit den aard der zaak zijn hel de pas gevormde, nog niet vast met den vaatvvand verbondene en de met hunne uiteinden in de bloedsbaan uitslekende, voortgezette thrombi, welke gemakkelijk met den bloedstroom naar elders kunnen worden medegevoerd. De loslating kan worden teweegnebracht door allerlei mechanische invloeden (vermeerdering loslaiing van van de bloedsdrukking, bewegingen van het lichaam, enz.). Ook de ver-ilen ,lquot;omlmgt;-van (jen thrombus kan hiertoe medewerken. Op deze wijze ontstaan embolien uit de thrombi aan den hartswand of van de harlskleppeh, uil die der aderen der onderste extremiteiten, uit de venen der vrouwelijke genitaliën (van kraamvrouwen) en uit de aorta bij arteriosclerose. Voorts kunnen velemboli ontstaan door vernieling van velhoudend weefsel en door traumata en kan leverweefsel in den vorm van afzonderlijke cellen of celgroepen in de leveraderen geraken en aldus de oorzaak parenchym- worden van zoogenaamde pa renchym emboli. Weefselelementen uil de placenta vormen wel eens emboli bij eclampsie in het puerperium.

De bij het te gronde gaan der bloedcellen in hel bloed gevormde over-capillnire bljjfselen geven niet zelden aanleiding tot capillaire emboliën. Zoo embollen. jn jg bloedlichamen levende parasieten, die na hel afsterven dezer

cellen vrij geworden zijn (malaria).

Cellen van tumoren, hoofdzakelijk van sarcomen en carcinomen, kunnen embolische met den bloedstroom worden medegevoerd en aldus medewerken tol de \'quot;gezweNeiTquot; ver\'3re\'ding dezer gezwellen (e m b o 1 i sc li e melastase van gezwellen), parasieten als Minder dikwijls kunnen op gelijksoortige wijze ook emboliën door para-emboli. gjgten worden teweeggebracht, die in vaten zijn doorgebroken (echinococ-cusblazen in de leveraderen).

Door het intreden van lucht in bij verwondingen geopende aderen of door de \'inspuiting van met lucht vermengde vloeistoffen in den uterus van pas luchteraboli, gebaard hebbende vrouwen kan luchtembolie ontstaan. De ophooping der luchlblaasjes in het rechterharl en in de harlsaderen verklaart den \\ vaak onder deze omstandigheden plotseling oplredenden dood.

-ocr page 101-

95

De plaats, waar de Ihrombus, bij wegvoering door den liloedslroom, zicli vastzet, hangt in liet algemeen af van den oorspronkelijken zetel van de vaatprop, van hare afmetingen en van hare meer of mindere samendrukbaarheid. Thrombi uit de aderen van den grooten bloedsomloop en uit het rechter hart blijven gewoonlijk in het gebied der longarterie zitten. Die uit de wortels van de vena porta verstoppen bij voorkeur de lever-takjes van den poortader (veneuse e mbo lie), maar ook thrombi uit de onderste holle ader kunnen in deze venen geraken. Deze worden dus voortbewogen in eene richting tegengesteld aan die van den normalen bloedstroom (retrograde embolie). In het linkerhart en inde aorta gevormde thrombi geraken in de peripherisclie gedeelten der verschillende arterieele stroomgebieden van den grooten bloedsomloop (hersenen, nieren, mill). Onder bijzondere omstandigheden kunnen ook vaatproppen uil het aderlijk gebied in de arteriën van den groolen bloedsomloop geraken, wanneer zij uit de rechter voorkamer door het openstaande foramen ovale in de linker voorkamer geraken (paradoxe embolie). Ook de hoek, waaronder de zijtakken der bloedvaten van den stam ontspringen, oefent invloed uit op de plaats, waar de thrombi vaslgeraken. Van hel rechlerharl afkomstige stolsels, vet- of luchtbellen, enz., geraken vaker in de rechter- dan in de linker longarterie, gemakkelijker in de linker arteria carolis en even zoo in de linker arleria iliaca dan in de rechts gelegene vaten van denzelfden naam.

Soms blijft de embolus op de verdeelingsplaats der vaten hangen, terwyl hij gedeeltelijk in beide takken dringt (rijdende embolus).

üe gevolgen der embolie hangen deels af van de grootte van het verstopte vat, deels van de beteekenis van het deel, dat door het vat van bloed wordt voorzien. Van groolen invloed hierop is ook de vaatverdeeling. Wordt een slagader totaal verstopt, dan worden de vóór de verstopte plaats gelegen zijtakken uitgezet, terwijl in het afgesloten deel het bloed tot aan den naastbijgelegenen zijtak stilstaat en dikwijls coaguleert onder vorming van een rooden thrombus. Bezit de verstopte arterie arlerieele verbindingstakken, dan kan het daar aciiter gelegen deel hierdoor van liet noodige bloed worden voorzien. In het andere geval, n. in. wanneer de slagader geen arterieele collateralen bezit, is zij eene eindarterie, zooals er

plaatsen va» voorkomen.

reti\'ugi\'aile eü.boli.

jiarailoxe embolie.

rijdende embolus, gevolgen der embolie.

invloed der vaatverdeeling.

arterieele colln teralen.

eindarterie.

-ocr page 102-

96

• I

in de milt, de nieren, de longen, de hersenen en in de relina voorkomen, dan staat de circulatie stil. Voor het herstel van den bloedstroom in dergelijke gevallen onvoldoende slagaderlijke verbindingstakken bezitten de arteriën van een gedeelte van den hartswand en de aileria spermalica circulatie- interna. In deelen, die door slagaderen met talrijke anastomosen van bloed iDormssni. wonjen voorziengt; kan (ocij de circulatie stilstaan, wanneer talrijke slagaderen gelijktijdig worden verstopt. Capillaire emboliën kunnen ook alleen in hel geval dat zij in groot aanlal gelijktijdig voorkomen tot belangrijke circulatiestoornissen aanleiding geven.

voedings- De als gevolg van embolische circulatiestoornissen optredende voedings-sionrnissen. sioornigse|, jogu jn iwee hoofdvormen voor n. m. als witte- of als witte infarcten, haemorrhagi sc he infarcten. Het witte infarct ontstaat door net optreden van eene coagulatienecrose in het bloedarm vaatgebied. Is de gedaante van verstopte slagader eene eindarterie, dan neemt het infarct eene kegelvormige quot;l lquot;raquot;t- gedaante aan. In den top van den kegel zit de embolus, terwijl de basis naar de peripherie is gekeerd. De ten gevolge van capillaire emboliën ontstane haarden vormen kleine onregelmatige vlekken, welke dikwijls

kleur van onderling samenvloeien. De kleur der versche infarcten is bleekgrauw

hel infarct. . . .

tot matgeel, later worden zij, terwijl de consistentie toeneemt, geelachtig

wit, soms gelijkend op kaas. Zij ondergaan overigens het lot van alle

litteekenvor- necrotische weefsels. Het einde kan hier zijn de vorming van een samen-ming bij , ,

infarcten, getrokken litteeken.

Bestaat bg verstopping van eene eindarterie de mogelijkheid van bloeds-toevoer in het bloedarm geworden deel uit haarvalen en aderen, dan haemorr- ontstaat voorbij de plaatsder versloppingeen haemorrh agisch infarct, iiagi^ch infarct. De capillairen van het door de verstopping van de slagader anaemische vaatgebied vullen zich langzamerhand weder met bloed, dat deels van de aangrenzende haarvalen, deels uit de aderen van het verstopte

terugloupende deel afkomstig is (terugloopende aderstroom). Dit bloed staal onder uderetroom. . j i i • • ■ , . ,

geringe drukking en is de hierdoor veroorzaakte stroom niet voldoende om het door het verstopte vaatgebied heen in de aderen le drijven. Daarom hoopt het bloed zich hierin op, worden de haarvaten steeds sterker gevuld en onstaai diapedese van roode en witte bloedlichaampjes. Deze wordt begunstigd door de gebrekkige voeding van den vaalwand

-ocr page 103-

97

en door hot niet zelden voorkomen van stolsels in de aderen, die den afvoer van het bloed bemoeilijken. Het haemorrbagische infarct ontstaat aldus door eene haemorrhagia per diapedcsin in anaemisch necrotisch haemorrhagia

weefsel, dat eene kegelvormiue aedaante en eene roode kleur bezit. Later .

0 uiapedesin m

verandert deze kleur door veranderingen der bloedskleurstof, wordt een anaemisch-gedeelte geresorbeerd, schrompelt het geinfarcteerde weefsel samen en daalt \'\'

het niveau beneden dat der omgeving. Daar ook het haemorrbagische hot hacmor-infarct op de nahijoelegen weefsels prikkelend inwerkt, kunnen hier woeke-\'linf\' \' lquot;quot;\'\',,lfl

\' J° D r als vicciml

ringsprocessen optreden en jong bindweefsel worden gevormd, dat in het lichaam.

infarct dringt. Later trekt dit weefsel zich te zamen en ontstaat aldus

ook een litteeken. Opmerking verdient dat het centrum doorgaans niet litieeken-

door het woekerend bindweefsel wordl verdrongen. Hier blijven dus de

doode massa\'s bestaan en vormen eene geschikte plaats voor do afzetting

van kalkzouten. Terknlking.

c. Wordt door de eene of andere aanleiding de afvoer van bet bloed bemoeilijkt, dan kan de bloedstroom in de capillairen en kleinere venae en ten slotte ook in de kleinste arteriën stilstaan. Deze toestand noemt men stase. Met elke contractie van het hart wordl door de slagaderen stasigt;. meer bloed aangevoerd, dat op zijne beurt tracht in de haarvaten te dringen. Capillairen en venen worden uitgezet, de bloedsdrukking stijgt hierin voortdurend tot zij de hoogte bereikt heeft van die in de opene slagaderen. Ten gevolge hiervan wordt een groot deel van hel bloedsvocht uit de aderen en haarvaten geperst, rukken de roode bloedlichaampjes steeds dichter aan elkander en verdwijnen hunne omtrekken, totdat ten slotte de vaatinboud op eene homogene roode bluidzuil gelijkt. De bloedlichaampjes smelten echter niet met elkander samen. Dit blijkt uit hel feit, dat bij wegneming van het beletsel, waardoor de afvoer weder mogelijk wordl gemaakt, de circulatie zich herstelt, de roode bloedlichamen weder vrij worden en hunnen vroegeren vorm hernemen.

Stase is niet alleen het gevolg van stuwing, maar kan ook worden oorzaken dei-veroorzaakt door tal van omstandigheden, waarbij vaatwand en bloed worden aangedaan, zooals koude, warmte, zuren, alcaliën, chloroform, gecon- inwerking centreerde oplossingen van keukenzout en van suiker, alcohol, enz. \'

Deze brengen stase teweeg hoofdzakelijk omdat zij aan den vaatwand en venlamping.

ALGEMEENK ZIEKTEKUNDE. i

*

-ocr page 104-

98

het bloed water onttrekken. Misschien veranderen zij ook de roode bloedlichaampjes en het bloedplasma, waardoor gene minder bewegelijk worden, oorzaken. Vele chemische sloll\'en veranderen ook de vaten zoodanig, dat de wrijvings-weeratand wordt verhoogd en de doorgankelijkheid vermeerderd, lyuiphonliagie. 104. Lymphorrhagie noemt men de uitstorting van lymphe uit een lymphevat in hel omgevende weefsel. l)e drukking in de lymphevaten is gering, niet grooter dan in de omgevende weelsels. Lymphe kan daarom alleen uit een lymphevat Ireden, wanneer het vat verloopt aan de oppervlakte, in eene bestaande holle ol\' wanneer de oorzaak, die het lymphevat doel scheuren gelijktijdig eene holle in de omgeving verwekt, ülijft eene opening in een lymphevat bestaan, zoodat de lymphe voortdurend naar buiten of in eene holte kan afvloeien, dan ontsta\'at een lymphetlsiel. lymphefistel. Van het meeste belang is natuurlijk de verscheuring van den ductus thoracicus. De lymphe stroomt alsdan in de borst-of buikholte en vormtéén chyleuse hydro thorax of chyleuse ascites.

D. DE ONTSTEKING.

ontsteking.| d03. Onder ontsteking vat men samen eene menigle processen, die \'deels in liet circulatiestelsel, deels in de weefsels zetelen en zich op verschillende wijzen met elkander combineeren. Wanneer de ontsteking volkomen ontwikkeld is, kan men in oppervlakkig gelegene deeleti meestal

cardinaal- vier hoofd verschijnselen, de zoogenaamde cardi naalsymptomen der svmptomen der

quot;ontsteking, ontsteking, waarnemen n. m. de roodheid (rubor), de zwelling (tumor), de pijn (dolor) en de verhoogde temperatuur (calor), waarbij zich gewoonlijk nog voegl de functio laesa d. i. de verandering der lunclie. In vele gevallen echter ontbreken een of meer der boveninvloed van genoemde symptomen of wel Ireden zij niet op den voorgrond. Van invloed ligging quot;van \'1\'erüI) zijn behalve het verloop vati hel proces, de ligging en de hoedanig-het weefsel, heid van het weefsel, waarin de ontsteking optreedt.

Men heelt steeds te vergeefs getracht de ontstekingsverschijnselen af te leiden uit eene bepaalde verandering in het weefsel, in de vaten of in den vaatinhoml. De onder den naam ontsteking vereenigde processen hebben met elkander gemeen, dal zij uilgaan van eene door verschillende

-ocr page 105-

99

oorzaken voortgebrachte plaatselijke beleediging van het organisme. Deze plaatselijke

geelt aanleiding tot eene reactie van het levende weefsel, welke bestaat in eene

verbitiding van meerdere door de primaire laesie verwekte veranderingen. 1|el levende

weefsel.

Deze vormen eene stoornis in de bloedsbeweging (liyperaemie met ver- |1Vp,,ra(.niie

langzaming van den bloedstroom). Hierdoor treden bloedsbestanddeelsn nicl verllll|B-

zaming

m de weelsels (exsudatie van plasma, soms met passieven doorgang van den

van roode bloedcellen door den veranderden vaatwand). Voorts in actieve l\'loeJsll\'ooin-

exsudatie.

uittreding (emigratie) en het voortdringen in de weefsels van witlo bloed- emigratie van

lichaampjes. Eindelijk in woekering van cellen door deeling der gezonde lwi1Ut! l,lu.L\'\'quot; ,J0 co lieliaampjes.

uit de omgeving. De primaire laesie kan het gevolg zijn van tallooze celwoekering, oorzaken, welke bovendien nog in aard en graad kunnen verschillen. Hieruit wordt het verklaarbaar, dat men zoo velerlei vormen der ontsteking kent.

Hoofdzaak zijn hierbij de roodheid en de zwelling, daar onder de overige cardinaalsymptomen de verhoogde temperatuur uit de byperaemie kan worden verklaard en de pijn een gevolg der zwelling wezen kan. üe rubor en de tumor kunnen in hare wording worden nagegaan aan het blootgelegde mesenterium van den kikvorsch (proef van Coiimieim), waarin proef van eene ontsteking ontslaat als gevolg der veranderde omgeving (lucht) en in de ■quot;IISquot;quot;M-uilgespannen long van heizelfde dier na mechanische of chemische prikkeling.

In den regel ontstaat in deze deelen eerst eene verwijui g der slagaderen met versnelling van den bloedslroom (actieve byperaemie). Zij kan echter onlbreken. Langzamerhand worden ook de aderen wijder. Hier sluit zich eene verlangzaming van den bloedstroom aan. Ook de haarvaten zijn tlians verwijd eu ziet men hierin verschillende circulatiestoornissen optreden, üe afzonderlijke bloedliebaampjes, in den beginne door de snelle beweging van hel bloed onzichtbaar, worden duidelijk te herkennen. Met de vermindering van de stroomsnelheid neemt het aantal wille bloedlichamen in den randslroom, welke breeder is geworden, toe (wandslandigheid). In wamlstandig-sommige capillairen vindt men-uilsluilend wille bloedcellen en plasma, in andere zijn roode en wille bloedlichamen innig vermengd. De wandslandig- liloedlicluuncn. beid der leucocyleri is eene voorbereiding lol het verlaten van het vat.

üe aan den vaatwand klevende wille bloedlichamen zenden uitsteeksels uit, die zich in de vaalrokken boren. Na eenigen tijd ziet men buiten bet vat de uiteinden dezer uitsteeksels zicb tot knopvonnige lichamen ver-

-ocr page 106-

100

dikken Ion koste van do overige massa iler wille bloedcel. Van lieverlede nemen de knoppen in omvang loc en schijnl liet kleurlooze bloedlichaampje door een steel aan don vnatwand verbonden. Eindelijk wordt ook deze ingetrokken en is hiermede de doorgang door den vaatwand (emigratie) voltooid. De geëmigreerde bloedcellen bewegen zich verder voort en dringen de weelsels binnen. Haar aantal neemt meer en meer toe en schijnt reeds na vrij korten tijd de omgeving van capillairen en venen met deze elementen bezaaid (kleincellig infiltraat). Bovendien ziet men dat op verschillende plaatsen ook roode bloedlichamen de wanden der haarvaten hebben verlaten. Daar deze geen eigenbeweging bezitten, moeten zij er passief door geperst zijn (diapedesis) en zich ophoopen in de onmiddellijke nabijheid der vaten, welke zij zooeven hebben verlaten. Gelijktijdig met de vormbestanddeelen van het bloed verlaat ook vocht het vaatlumen. Meestal is de uitvloeiing van dit vocht niet rechtstreeks waarneembaar, doch wel tmiddellijk door de ophooping in het parenchym of aan de oppervlakte. Het vocht, dat onder deze omstandigheden den vaatwand verlaat is zeer rijk aan eiwit.

De gevolgen dezer veranderingen liggen voor de hand. Door de vermijding der slagaderen ontslaat dc hyperaemie en hiermede de roodheid van het ontstoken deel. De meerdere uittreding van bloedsvocht brengt de zwelling teweeg, welke bovendien wordt bevorderd door het groofe aantal witte en door de roode bloedlichaainpjes, welke het vaatlumen hebben verlaten. De grootere hoeveelheid naar de peripherie toegevoerd arterieel bloed leidt tot de verhooging der temperatuur, terwijl de rekking van hel weefsel door de ophooping van hel exsudant de pijn veroorzaakt. De beschreven circulaliestoornissen brengen afwijkingen in de voeding teweeg, welke op de functies der organen invloed uit moeten oefenen (functio laesa).

De verwijding der slagaderen en de hiermede samenhangende congestieve hyperaemie kunnen zoowel door rechtslreeksche beleediging der slagader-wanden als door eene prikkeling der vaatverwijdende zenuwen worden veroorzaakt. De naderhand optredende verlangzaming van den bloedstroom, de emigratie uit aderen en haarvaten der witte bloedlichaampjes, de diapedese der roode bloedcellen uit de haarvaten spruiten voort uit eene verandering van den vaatwand.

klciiicellig

iiinilriuil.

iliaimilcsis.

gcnesn dei\' ontstckings-vcrscliijnselcn,

oorzaken van de hypcraomic

vernmlcring

van ilen vaatwnnil als oorzaak van ilo verlangzaming van den hloed-slrooni, enz.

-ocr page 107-

lOi

De oorzaken der vaatverandering vallen samen met die der ontsteking d. w. z. de vaatverandering is het directe of\' indirecte gevolg van den schadelijken invloed, welke de ontsteking doet ontstaan. Elke oorzaak, die de oorzaken der bloedvaten op bepaalde wijze veranderen kan, is in staat ontsteking te quot;quot;W\' lilquot;r\' verwekken.

liet aantal der ontstekingsoorzaken is groot, nagenoeg onbegrensd.

Allerlei mecbanisebe en chemische noxen kunnen ontsteking veroorzaken, niechiinischc \'■ [)e laatste vooral spelen hierbij eene groote rol. quot;

Do ontstekingsoorzaak kan hierbij eerst de vaten alleen treffen. Dit heeft plaats wanneer de noxe door het bloed naar de vaten wordt, gevoerd. Het aangrenzend weefsel lijdt alsdan secundair.

In andere gevallen worden vaten en weefsel gelijktijdig aangegrepen, combinniie vmi terwijl in nog andere eerst alleen het weefsel wordt aangedaan en de vaten secundair lijden. Vaat- en weefselveranderingen kunnen in het zelfde veranderingen, geval zich op verschillende wijzen en in verschillende lijden comhineeren.

Zal een prikkel eene ontsteking te voorschijn roepen, dan moet hij met in- en exien-zekere kracht inwerken op eene zekere uitgestrektheid, moet hij m. a. w-^1^,,^quot;^. eeue bepaalde in- en extensiteit bezitten. oorzaak.

Eene ontsteking kan genezen ot voortduren. Het herstel der ziekelijk niigans der veranderde vaatwanden heeft door het bloed zelf plaats. Voert het den quot;quot;s ( uquot;r\' vaatwand de voor het herstel benoodigde slollen toe, dan houden de stoornissen op en het proces gaat in genezing over (resolutie). Blijft daaren- resolutie, tegen de ontstekingsoorzaak nawerken of kunnen de gevolgen niet aanstonds verschillende opgeheven worden, dan blijven de ontstekingsverschijnselen bestaan en kunnen allerlei pathologische toestanden hieruit geboren worden. quot;a onuteking.

Onderzoekingen hebben geleerd, dat hij heftige ontstekingen steeds een | zeker aantal cellen Ie gronde gaat en dat de ontstekingsprikkel direct !] geen woekering maar celdegeneralie of celdood veroorzaakt. Hoe geringer celdegeneraiic de ontstekingsprikkel is, des Ie geringer is de cellaesie. Bij de lichtste vormen der ontsteking is deze zeer gering en dikwijls anatomisch niet aan te toonen.

De vorm der necrose of der degeneratie bij ontsteking hangt af deels van den aard der ontstekingsoorzaak en van de mate barer inwerking,

deels van het verloop der circulatiestoornissen en van de hoedanigheid van

Él

.

-ocr page 108-

102

liet weefsel. Alle degeneralieve en necrolisclie processen kunnen in liet

verloop der ontsteking voorkomen. Eene algemeene regel voor het optreden

van elk hunner is niet op te geven.

plaats van Hel ontstekingsproces kan, met uitzondering van ecnige epidermoïdale voorkomen. • n i ■. i

gedeelten, in alle weelsels van het lichaam voorkomen, die vaathoudend zijn

of met vaten in verbinding slaan.

oppervlakkige Men onderscheidt oppervlakkige ol superficieele en paren-of snperlicioelp , • r. • •

ontsieking. cnymateuse ontstekingen. Superficieel is de ontsteking, wanneer zij

parenchyma- zetelt in de huid en de slijm-of weivliezen. Parenchymateus daaren-

lense

ontsteking. ,08en wanneer zij voorkomt in de inwendige organen. Bij de eerste wordt

hel exsudaat aan de oppervlakte van het lichaam of in de lichaamsholten

cxsndaai in uitgestort (exsudaat in engeren zin), bij de laatste doordrenkt het de cngcren zin. .

iniiliraat. weelsels en heel dan meer bepaald infillraat. Een principieel verschil

bestaat er lusschen heide niet, omdal het ontstoken weefsel bij do

oppervlakkige ontstekingen, meestal ook geintiltreerd is. Hel ecnige

verschil, dat lusschen deze bestaat, is dat bij de superficieele ontsteking

het exsudaat aan de oppervlakte kan treden, bij de parenchymatense niet.

De parenchymatense ontstekingen heelt men nog verder verdeeld in

parenchyma- parenchymaleuse ontsteking in engeren zin en in intersti-tonscquot; en t t

interstiiieele ,lce\'e ontsteking. Onder de eerste verstaat men dan de aandoening ontsteking, van de specifieke bestanddeelen, onder de laatste die van het bindweefsel-stroma. Een doorslaand verschil bestaat ook lusschen deze vormen nieten hebben deze namen thans alleen nog waarde, omdat hierdoor op korte en gemakkelijke wijze de zetel der ontsteking wordt aangeduid.

benoeming clft| Hel is gebruikelijk om de ontsteking te benoemen door achter den |jgriekschen naam van hel aangedane orgaan den uitgang ilis te voegen of men bezigt hiertoe afzonderlijke namen (pneumonie, coryza, angina). Wenschl men de ontsteking van hel serense bekleedsel van een orgaan aan le geven dan zet men peri, wil men te kennen geven dat bel proces zetelt in bet omgevende bindweefsel, dan plaatst men para er voor. Uil wordt echter niet immer consequent doorgevoerd.

kleinccllig Dikwijls wordt de uitdrukking kleincellig infillraat gebezigd ter 1,1 quot;flil1, aanduiding eener beslaande ontsteking, omdat de eigenschappen van het infillraat den aard van het proces het best weergeven.

-ocr page 109-

103

Ü Hisfologiscli wordt de ontsteking gekenmerkt door do hoedanigheid van hisiologische

(. kenmerken. kenmerken

het exsudaat eenerzijds, door de weefselveranderingen anderzijds. Men heed dan ook beide benul ter onderscheiding der verschillende vormen,

waarin de ontsteking zich kan voordoen.

Op grond der hoedanigheden van hel exsudaat onderscheidt men:

1. liet se ren se of sero-fibrineuse exsudaat. Het sereuse semis-of exsudaat is arm aan cellen en herinnert hel meest aan liet stuwingstrans-

sndaal. Het onderscheidl zich echter hiervan door een grooter gehalte aan wille bloedlichaampjes en aan eiwit en doordat het gemakkelijker stolt. Waar hel zich in grootere hoeveelheden ophoopt, schijnt hel meer of min Iroebel door hierin aanwezige draden en vlokken van fibrine. Ver-zamell hel zich in sereuse hollen dan noemt men hel een sero-fibrineus exsudaat. Zit daarentegen hel exsudaat in het weefselparenchym,zoodat de cellen met vocht doordrenkl zijn, dan geeft men hieraan den naam van ontsickings-onlstekingsoedeem. Wordt daarentegen dit exsudaat afgezet aan de sereuse oppervlakte van slijmvliezen, dan spreekt men van sereuse catarrh. catarrh.

2. Hel fibrineuse of croupense exsudaat is een aan fibrinevor- übrincus of mende beslanddeelen of aan fibrine rijke vloeistof, waarin meestal exaudaat vele lencocylen. Men noemt aldus de exsudaten in de lichaamsholten,

waar de librine vrij taaie, geelwitte aan de oppervlakte klevende massa\'s vormen.

De gestolde exsudaten in de long of aan de oppervlakte der slijmvliezen worden zoowel croupense als fibrineuse genoemd.

1 f quot; -

De croupense sI ij m v 1 i esmembra n en zijn geelachtig witte afzetsels croupeuse en beslaan uit korrelige fibrinebalken en tibrinedraden, lusschen welker ,nena)ranen netvormige mazen etterlichaampjes op verschillende wijzen ingesloten liggen.

Bovendien zijn hierin korrels en schollen van librine niet zeldzaam,

Versche croupeuse exsudaten in de longalveolen beslaan mecslal uit een netwerk van dunne tibrinedraden, waartusschen epitheliumcellen en rooile en witte hloedlichamen zijn ingesloten.

3. liet cellig inliltraal. Is hel parenchyin van een orgaan slechts cellig hier en daar door geëmigreerde witte bloedlicliamen geinfillreerd, zonder

dal deze infiltratie belangrijk is en gaat hiermede geen verandering van het aangedane weefsel gepaard, dan noemt men dit een cel 1 ig infiltraat.

-ocr page 110-

-

Lichte acuto zoowei als chronische ontstekingen worden heel dikwijls hierdoor gekenmerkt.

4. Het etterig en etterig-fihrineus exsudaal. Zijn de leu-cocylen in grooten getale uit de vaten gewandeld en heelt er levens geen stolling plaats, dan verkrijgt hot exsudaal oen witachtig, melkachtig- of roomachtig aanzien en bestaat alsdan alleen uit vluoislof en kleine ronde, meestal meerkernigo cellen. Zulk een exsudaal noemt men oen etterig oxsudaat of kortweg etter (pus). Het ontslaat meestal ten gevolge der inwerking van bacteriën. lt; .

Bevat de etterige vloeistof bovendien nog witte, door etterlichamon gescheiden fibrinevlokken, zooals bij do ontsteking van sereuse vliezen dikwijls wordt waargenomen, dan bestompell men haar mot don naam ette-rig-fibrineus exsudaal. Breidt zich oen etterig of ettorig-librineus phlcgmonc. oxsudaat in een weefsel uit, dan noemt men hot een phlegm one.

s Leidt een etterig inliltraat lot vervloeiing en oplossing van een gedeelte iVan het weefsel, zoodat hierin een met etter gevulde holte ontslaat, dan Bpreokt men van eon a bso es (abscossus).

s Ontslaat verlies van weefsel aan do oppervlakte van het lichaam en word! Iiieibij etter gevormd, dan is er oen zwoer (ulcus) aanwezig.

Secretie van otter door een slijmvlies of door een synoviaalmembraan noemt men etterige catarrh (catarrh us purulent us). Een woel-selinfiltratio, welke deels een etterig, deels een serens karakter draagt, noemt men purulent oedeem.

K. Het haemorrliagisch exsudaat. Mengt zich bloed met sereuse, librineuse o( etterige exsudaton, zoodat deze in meerdere of mindere male roodgekleurd wonion, dan is er een haemorrliagisch exsudaal aanwezig.

6. Putride exsudaton ontstaan door de inwerking van rottings-bacterion uit sereuse-, librineuse- of etterige exsudaton onder vorming van vuilgrauwo, grauwgroene, vuilgele of bruine massa\'s.

Naar de verhouding der betrokken weefsels onderscheidt men de volgende vormen van ontsteking:

ilosfiunmniiovo De desquamatieve catarrh. Kenmerkt zich eene ontsteking van huid-, slijm- of wei vlies door eene vermeerderde afstooting van epilho-lium of ondolheliumcellen, zoodat deze in hel exsudaal in grooto boeveel-

ctlcrig- cn cltcrig-nbrincus exsudaal.

cllcr.

abscct

cllcrigc catarrh.

puriilent

oedeem, haetnor-rhagisch

exsmliiat.

pulried oxsiulnnt.

-ocr page 111-

los

lieid aanwezig zijn, dan spreekt men van epilheliaal of desqnamatief niiithclinnl

catarrh. Een bijzondere vorm hiervan is de s lij mi ge catarrh.,.

voor in organen met gemakkelijk afstervende cellen. Da^degeneratieve processen, welke meestal hierbij voorkomen, zijn de troebele zwelling, de vervetting en de hydropische degeneratie.

3. De verettering. Heeft er bij eene etlerige infiltratie van bet vcruiierir^. parenchym eene vervloeiing van het weefsel met absces- of zweervorming

plaats, dan spreekt men van ve ret tering.

4. De necrotiseerende ontsteking. Sterft bij eene ontsteking nccroiison-bet weefsel op znlk eene groute schaal af, dat de necrotische deelen met

het ongewapende oog Ie zien zijn, dan geeft men hieraan den naam van

necrotiseerende ontsteking. De vorm der necrose kan hierbij

zeer verschillend zijn.

b. De veel gebezigde uitdrukking diphtberi tische ontsteking diiilitmiisclii;

wordt bij voorkeur gebruikt voor necrotiseerende slijmvliesontstekingen.

Doorgaans heeft hierbij eene coagulatie necrose plaats, waarbij de cellen

kernloos worden en hel weefsel nu eens uit korrelige massa\'s, dan eens

uit hyaline schollen is samengesteld. Ter juistere plaalsbepaling spreekt

men wel eens van eene diphtberitis superlicialis en eene diph- diphilicriiis

theritis profunda. In het eerste geval betreft do necrose slechts hot l\'\'11-

Ciitinrh. \' slijmi;; catarrh.

1 D cn prolunun.

akkige epitheel, in het laatste sterft bovendien nog bindweefsel af. Voor de intrede der necrose is bet weefsel slechts in geringe mate veranderd of dicht geinfiltreerd. Het infiltraat is bierbij zuiver cellig of celligfibrineus of cellighaemorrbagisch. De afgestorven slijmvliezen vormen meestal witte of grauwwitte, door bijmenging van bloed of door verontreinigingen groen tot zwart of vuilrood ot groenachtig gekleurde vlek-vormige verhevenheden, die in den eersten tijd aan de ondervlakte vastgekleefd zijn en slechts met achterlating van eene bloedende wondvlakte kunnen worden verwijderd. Zij kenmerken steeds eene ernslige ontsteking, waarbij de circulatie in bot weefsel belangrijk gestoord, gedeeltelijk zelfs

-ocr page 112-

iOC)

geheel opgeheven is. Hel necrolische weefsel wordt na eenigen tijd afge-slooten, hol snelst het necrolische epithelium, langzamer het doode bindweefsel. Hierna bedekt zich de oppervlakte van het defect meestal met (lililiilicritisclio d i p h t li e ri t i sc he p se u d o in em 1) ra ne n, welke uit draderige ol schollige memi\'i\'rmicn 0\' korrelige massa\'s bestaan, die niet zelden een eigenaardig, netvormig balkennet vormen. De diphtiieritische ontsteking is meestal hel gevolg van sterk inwerkende chemische zelfstandigheden of van bacteriën.

icmgkcer loi Du terugkeer tol den normalen toestand begint van het oogenblik af, ilcii normnlcn , , , , , , , , , , , .

locsiaiuI (\'e bloedslroom den vantwand de voor het herstel benoodtgde stenen

toevoer!. Was de ontsteking slechts licht, de aandoening van den vantwand geiing en de hoeveelheid van het exsudaat niet groot, dan kan in zeer korten lijd het aangedane weefsel lot den normalen toestand terug-keeren. Zoodra de bloedvaten normaal lunctioneeren, houdt de exsudaal-genczing. vorming op en het reeds aanwezige wordt deels door de lymphe-, deels door de bloedvaten geresorbeerd. liet gemakkelijkst worden sereuse exsudaten door den lymphe- en bloedslroom opgenomen, doch ook cellige elementen in niet te groolen getale bemoeilijken de resorptie niet. De door de ontstekingsoorzaak niet al Ie zeer benadeelde cellen herstellen zich en na korten lijd kan het laatste spoor van de ontsteking verdwenen zijn.

hersicl na Was daarentegen het proces heviger, meer exsudaat aanwezig en boven-oiiisie\'ki\'iig lt;\'\'cn W(!e\'S(\'l gedood, dan heefl liet herstel aldus plaats. Nadat de circu-laliesloornissen verdwenen zijn, wordt eerst hel exsudaat geresorbeerd. Vloeistof en cellen worden door do lymphe- en bloedvaten opgenomen en de gestolde massa na eerst door verval en vervloeiing hiertoe voorbereid te zijn langs dezelfde wegen weggevoerd. Op dezelfde wijze als de vaste beslanddeelen van hel exsudaat verdwijnen ook de afgestorvene weefsel-bestanddeelen, indien zij namelijk niet aan de oppervlakte liggen en door afstooling worden verwijderd. Is bet hierdoor gevormde defect niet grool en liet overgebleven weefsel nog krachtig, dan wordt dit aangevuld door regeneratie, woekering van het laatste. Na zekeren tijd is het weefsel verlies aangevuld, hel verloren weefsel door een ander van dezelfde eigenschappen vervangen. Soms gebeurt het zelfs, dut liet door regeneratieve woekering gevormde liypcrjilasie en weefsel het afgestorvene in massa overtreft, dat eene hyperplasie of i\'j onilcking l\'yperlrophie zich aan de ontsteking aansluit. Hoe grool hel defect zijn

-ocr page 113-

107

kan, dal door do weefselwoekering wordl hersteld, en hoe de graad van volkomenheid der vervanging hangt in hoofdzaak af van de bij de verschillende weefsels zeer uiteenloopende geschiktheid tot regeneratie.

Bij,de tot nu toe behandelde regeneratieve woekeringen, is de ontsteking een voorbijgaand proces en treedt zij tegenover de weefselwoekering meer op den achtergrond, is zij meer bijzaak. Er zijn daarentegen andere pathologische processen, waarbij de ontsteking langen tijd duurt en de répara-torische weefselwoekering voortdurend vergezelt. In tegenstelling van de vroeger besprokene bestempelt men deze met den naam ontsteking- ontsicking-achtige weefselvorming, üe reden, waarom in vele gevallen Je ontstekingsverschijnselen langen tijd blijven liestann, ligt in de meeste quot;wzokon lt;lcr

chronische,

gevallen of 111 de aanwezigheid van parasieten, die zich in het weelsel p„|ticiiiiig. steeds op nieuw vermeerderen óf in de aanwezigheid van necrotisch weefsel en van niet geresorbeertle exsudaten. Bij opene wonden kunnen ook de aanraking met aan de lucht verdroogde exsudaat.massa\'s of met hot verbandmateriaal of verontreinigingen steeds op nieuw vaatveranderingen te voorschijn roepen en aldus de ontsteking levendig honden. Indien nn cene dergelijke chronische ontsteking binnen zekere grenzen blijlt en niet in verettering of rotting overgaat, schaadt zij niet aan het regeneratieproces. Beide processen verloopen alsdan na elkander en combineeren zij zich op verschillende wijzen en juist deze combinatie kenmerkt de ontstekingachtige weefselwoekering,

Zoo kunnen niet alleen plaatselijk, doch ook tijdelijk exsudatie en weefselwoekering met, elkander gepaard gaan, zoodat de geemigreerde bloedcellen in vereeniging met de woekerende afstammelingen der vaste weefselcellen een weefsel voortbrengen, dat over eene grootere of kleinere uitgestrektheid het zieke deel doordringt en niet zelden den normalen bouw hiervan verandert. Ontstaan hierbij mot het bloote oog zichtbare haarden, dan noemt men deze granulaties. Het granulatieweefsel heeft de beteekenis van iimnilaiics. kiemweefsel, doordat het in staat is nieuw bindweefsel te vormen. Deze beteekenis heeft het doordat een deel zijner cellen kiemcellen zijn en wordt inderdaad ook, mits het proces niet van karakter verandert, hieruit steeds nieuw weefsel gevormd. Jonge, uit de oude voortgesprotene, vaten dringen hel jonge kiemweefsel binnen en zorgen voor voldoenden voedingsloevoer.

-ocr page 114-

108

Uil hel granulalicweefsel ontslaat bindweefsel, dal gewoonlijk verscliill van het normale van hel ontstoken orgaan, meestal veel vaster en als litteekonweefsel bekend is. Tevens kunnen ook specifieke cellen gevormd worden. liet jonge bindweefsel is in den beginne zeer vaatrijk. Naderhand trekt liet zich samen en schrompelen vele vaten in. Nog lang hierna vinden veranderingen plaats, ten gevolge waarvan hel nieuwe weefsel meer en meer verdwijnt of hel karakter van het grondweefsel aanneemt, waardoor het steeds moeilijker wordt hel lilteekenweefsel van liet normale weefsel te onderscheiden.

In het lichaam van den mensch komt ontslekingachlige weefselvorming dikwijls voor na acute ontstekingen, zoowel ten gevolge vau infecties als van traumata en bij ischaemische weefselnecrosen. De hierbij optredende veranderingen kunnen gemakkelijk vervolgd worden bij opene gesneden wonden en bij ontstoken sereuse vliezen, waarbij door de aanwezigheid van fibrine de onlsleking wordt onderhouden en tevens do aanleiding aanwezig iullincsicvc is tot de vorming van nieuw weefsel. In den vorm van verdikkingen Miè\'inhi\'ni\'ic\'i! ei1 verbindingsstrengen of vliezen brengen zij dikwijls vergroeiingen van tegenover elkander liggende weefsels teweeg.

Dij een open wond zijn na vier en twintig uren de randen en de bodem sterk womlhccling. jrood gekleurd en min of meer gezwollen. De afzonderlijke wcefselbcstand-\'deelen zijn nog gemakkelijk le herkennen. Hier en daar bevinden zich quot;necrolische massa\'s. Vier en twintig uren later is de kleur veranderd in eene grauwroode. Do grenzen der afzonderlijke weefsels zijn onduidelijk geworden. Op de wondvlakte bevindt zich een roodachtige vloeistof. Van den tweeden dag af komen op den bodem roode punten le voorschijn, die snel in aantal en groolle toenemen en samensmelten. Na 2—3 dagen is de geheele wondvlakte veranderd in eene korrelige, roode vlakte, de granulatie- granulalievlakle. Meestal is deze bedekt met vocht, dal een grauw-^\'lla(quot; geleiachtig, later meer geel, roomachtig beslag vormt. Dit vocht bestaat uil een eiwitrijk, gemakkelijk slolbaar exsudaat en tallooze ronde cellen met meestal 2—3 ronde kernen, de bekende ellerlichaampjes. De met hel bloole oog aan den wond zichtbare veranderingen worden aldus veroorzaakt deels door de nilzetting en overvulling der vaten, deels door de ophooping dor geëmigreerde wille bloedlichaampjes, deels door weefsel en vaalwoekering.

litlcelicn-wccfscl. vorming van spccilickc cellcii.

-ocr page 115-

109

Indien goen sloremle invloedon aanwezig zijn, l)lijrt hel grannlaticweefsel zoolang bestaan lol de wond door uit de opithelinmcellen der wondranden zich regenereerend epithelium is gedekt.

Genezing van wonden onder vorming van met hel hloote oog zichtbaar genezing per granulatieweefsel bestempelt men met den naam van genezing per secundam intentioncm.

De genezing van wonden per primarn intentioncm geschiedt genezing per feitelijk op dezelfde wijze, met dit onderscheid evenwel dal hierbij zoowel ;le j,,!1,\'.,,™,\'quot;!,,, ontsteking als de weefselwoekering mindei sterk op den voorgrond treden, deels omdat zij meer in do diepte plaats hebben, deels van wege hare geringere in- en extensiteit.

VIERDE AFDEELING.

ALGEMEENE PATHOGENESE.

INLEIDING.

10(i. Onder pat hoge nese (ziektewording) verstaan wij het ontstaan paihogcncse. en de ontwikkeling der ziekelijke veranderingen. Wij leeren in dit hoofdstuk het oorzakelijk verband kennen tusschen de patliologisch-analomische verband veranderingen (de pathologische laesie), als naaste of inwendige en de \'lu

D v 1 0 \' p ^ i w unasl(, CI1 mpci.

meer verwijderde ziekteoorzaken. verwijderde

De ziekte doet zich als een voortschrijdend proces voor, deels als gevolg „Órzak,.,, van de voortdurende inwerking der ziekteoorzaak, deels van eene reeks van uit elkander voortspruitende, van de laesie uitgaande stoornissen.

Wij hebben hier dus het ontstaan en de ontwikkeling der ziekte doel. te vervolgen vooral met het oog op de bijzondere eigenschappen, welke de afzonderlijke ziektefactoren eigen zijn.

De specilieke ziekteoorzaken van sommige groote en gewichtige groepen morplmlogisch van ziekten kunnen wij morphologisch aantoonen, zoodat haar verband met bepaalde ziekelijke veranderingen patliologisch-anatomisch kan worden na- oorzaken, gegaan. In andere gevallen is het nog niet gelukt morphologisch de ziekte-

-ocr page 116-

110

eigenaardige oorzaak in lid lichaam op le sporen, doch de aard der schadelijke inwerking

inwlrkhigen \'s Z00 eigenaardig en zoo duidelijk herkenhaar, dat hare betrekking tot

de anatomische veranderingen niet twijfelachtig en dikwijls door proeven

vcrgirtigingen. te bewijzen is. Dij andere ziekten (vergiftigingen) kan de oorzaak ook langs

chemischen weg worden aangetoond. Bij nog andere groepen van ziekten is

pliyslsch noch noch direci, noch indirect uit de morphologische- of chemische bevindingen

aantoonbare l\'e vlt;iststelling van den aard der ziekteoorzaak mogelijk. Maar ook hierbij

ziekte- hlijkl uit hel pathologisch-anatomisch onderzoek in overeenstemming met oorzaken.

hel ziekteverloop, dal zonder twijfel bepaalde pathogenetische factoren in hel spel zijn.

positieve-en Deze factoren kunnen van positieven en negatieven aard zijn.

negatieve n» i • • i ,

ziekiefacioreu. quot;ü positieve onderscheidon wij physische, clieinische- on goor-

physlsche-, ganiseerde ziekteoorzaken. Hier sluiten zich de als gezwellen cheniisclie- cn

georganiseerde bekende ziekieprocessen van duisteren oorsprong aan. De physische (vooral

ziekte- (|e mechanisChe) en ook de chemische zijn niet uilsluitend van de builen-oorzaken.

wereld afkomstig, maar kunnen ook in het lichaam ontslaan. Hiertoe gestoorde behooren ook die ziekelijke stoornissen, welke voortvloeien uil eene ge-

wisselwerking i • i •

lusschen de slooi\'ue wisselwerking lusschen de functies dor afzonderlijke organen.

functies der organen.

A. ZIEKELIJKE VERANDERINGEN DOOR PHYSISCHE OORZAKEN, DOOR ONTTREKKING VAN NOODZAKELIJKE LEVENSBEHOEFTEN EN DOOR FUNCTIONEELE STOORNISSEN.

107. I. 11 el ontslaan van pathologische veranderingen mechanische- door mechanische oorzaken en door elektrische invloeden, quot;quot;oorzakenllC ^eze zieklefactoren kunnen lol drie groepen worden vereenigd nm. de taesio continni. sloornissen in den normalen samenhang (laesio continui, wond, trauma

trauma. in uitgebreiden zin); weefsellaesie, zonder directe conlinuileitsopheflinft

weefsellaesie

zonder directe en de door mechanische invloeden verwekte laesies, welke zonder aan-

continnileits-

ophelling. toonbare anatomische veranderingen uit zware functionecle stoornissen

fnnctioneele herkenbaar zijn.

stoornissen.

directe-en De traumatische laesies kunnen door direct of indirect uitwendig indirecte

inwerking van gevyeld ontstaan. De inwerking van hel geweld kan plotseling of geleidelijk.

-ocr page 117-

eens of meerdere mailen na elkander plaats hebben. De sloornis in den samenhang der weefsels kan ecliter ook worden teweeggebracht door mechanische oorzaken, die van binnen het lichaam uil inwerken (func- functioneel tioneel ontslaan der mechanische laesie), liet weerslandsvennogen der weefsels blijkt in deze gevallen onvoldoende tegenover de eischen, welke liiesie, ontstaan uit bepaalde functies der organen. Komt hierbij de medewerking van drukkingsverhoogingen, die de physiologische overtreffen, al in aanmerking, zoo is toch de vermindering van den elastischen weerstand der weefsels, ten gevolge van pathologische veranderingen beslissend. Zulke stoornissen in den samenhang, ten gevolge van pathologische toestanden der weelsels, kent men onder den naam van spontane rupturen. spontane

I. Stoornissen der continuiteit door uitwendig geweld. Inl)lmei1-

Wonden (traumata in engercn zin) zijn door uitwendig geweld traumata In

teweeggebrachte stoornissen in den samenhang met verscheuring der Zlquot;■

uitwendige bekleedselen (huid, slijmvliezen) van het lichaam. Zij ontstaan wonden.

meestal door het indringen van vreemde lichamen, die of door hunne

physisclie eigenschappen (rechtstreeksche verwonding door puntige en verwonding

scherpe werktuigen) of door de groole kracht en snelheid, waarmede zij

inwerken, rekking en scheuring van het weefsel veroorzaken (verwondingen werktuigen.

verwonding

door stompe wapens, schotwonden). (lnor sloinp(,

Op grond der anatomische kenmerken onderscheidt men: wapens,

schotwonden.

a. gesneden wonden. Zij worden teweeggebracht door het indringen gesneden van harde, scherpe lichamen, die wigvormig indringen en tevens door het quot;\'l)lquot;l\',M-weefsel getrokken worden. De wond is meestal rechtlijnig, bezit scherpe randen en spitse hoeken. Op doorsnede is hij in den regel driehoekig.

Alwijkingen dezer eigenschappen spruiten voort uil veranderingen in de ligging dor doorgesneden deelen of uit de bijzondere eigenschappen van het snijdende werktuig ol uit de richting, waarin het heefl ingewerkt.

De gehouwen wonden kenmerken zich bij aanwending van scherpe gehouwen werktuigen hoofdzakelijk door de sterkere inwerking van het geweld, door de grootere diepte en door de hierbij teweeggebrachte verbrokkeling van de sterk weerstandbiedende weefsels, bv. de beenderen. Al naar de richting van het inwerkend geweld ontstaan loodrecht indringende wonden, lapwonden lapwonden. en uithappingen (tangentiale richting van tien houw). Hoe grooler de massa

-ocr page 118-

112

van hot gebruikte werktuig, des te meer overeenstemming vertoont de wond met door stomp geweld verwekte beleedigingen. Stompe lichamen kunnen ook, wanneer zij door de wijze van inwerking rekking of spanning der weelsels boven een harde onderlaag bewerken, rechtlijnige wonden veroorzaken.

gosioken b. gestoken wonden. Zij ontstaan door de inwerking van puntige woiquot; cn voorwerpen, waarbij dikwijls, ten gevolge der scherpe randen der

steekwapens, tevens een gesneden wondrand voorkomt (messteek). Hij ingangsopciiingdeze in den regel diepere wonden onderscheidt men eene ingangsopening quot;i\'-inliii\'\' en een steekkanaal. De vorm der steekopening hangt niet alleen af van dien van het werktuig, waarmede de wond is toegebracht, maar ook van eliisticitcii en de elasticiteit en de spanning der huid, welke overigens ook voor het gapen (lor\'luiM (\'er oeslllt;!den wonden van belang is. Door proeven op lijken kan men zich overtuigen dat ook door steken met ronde puntige wapens spleet-vormige ingangsopeningen ontstaan, waarvan de richting voor de verschil-spljjUiiinrhcid lende lichaamsdeelen eene constante is. Dit hangt van de splijtbaarheid \' quot; der huid af op de verschillende met huid bedekte deelen van het lichaam.

Ook slechts aan eenen kant scherpe werktuigen veroorzaken wonden, die aan beide zijden spits toeloopen. Deze zijn kleiner dan de breedte der steekwerktuigen, waarmede zij worden toegebracht, omdat de huid zich verloop van van wege hare elasticiteit samentrekt. Omtrent het verloop van bet steek-stcckkmaiil \'ianaa\' va^ in \'iet algemeen niets te vermelden. Hel wordt beheerscht zoowel door de beweging van het werktuig en de hiermede verbonden verplaatsing der weefsels, als door de op het oogenblik der verwonding door den getroll\'ene gemaakte bewegingen.

gescholen c. geschoten wonden. Hierbij is het grootere geweld van het vonnquot;vai\'i de meesla\' 00\'t ^P61quot; indringende projectiel overheerschend. Het uiterlijk van iiisangs- de ingangsopening hangt at van den afstand, waarop hel schot wordt afge-opvquot;\'quot;,,. vuurcj) van vorm en g,.00ne van t]en kogel en van de sterkte der lading, sctioton uit ile 0ij schoten uit de nabijheid is do ingangsoponing gekenmerkt door het H\'1quot;\'1quot;\'\'\' grootere substantievorlies, omdat buiten de inwerking van don kogel ook ;nog de invloed der uit het ontstoken kruid zich ontwikkelende gassen zich voegt. Do opening wordt hierdoor grooter en vaak ook onregelmatiger. De wondranden zijn in meerdere mate gekneusd, bij lijken meestal

-ocr page 119-

113

verdroogd en. indien zij boven iiarde deelen gelegen zijn, niel zelden ondermijnd. Voorts is de omgeving van de ingangsopening dan dikwijls omgeving van

zwart gekleurd, vindt men onvolkomen verbrande k ruil korrels in de huid \'lc

opening.

gedrongen en zijn wel eens versehroeide haren iu de buurt aangetroffen. Bij schoten op groolen afstand gelost, worden vorm en grootte der scholen uit ingangsopening door die van Let projectiel bepaald. Ronde kogels ver-wekken meestal ronde ingangsopeningen met smallen, gekneusden zoom. ronde kogels. Puulkogels daarentegen spleetvormige openingen, die op gestoken wonden pumkogels. gelijken. Hierbij hebben natuurlijk de rekbaarheid en het verloop dei-vezels van de huid ook invloed. Rij scholen uit de verte is gewoonlijk de ingangsopening kleiner dan de kogel.

Hel kanaal van de geschoten wond ontstaat door het indringen van hel sclioikannal. projectiel. Zijne richting hangt af van den hoek van inval, van de snelheid rleliiiiiK. van den kogel en van den weerstand door de getrolfen weefsels geboden en kan hierom zeer verschillend zijn. Over hel algemeen richten scholen uil de nabijheid ook grooler verwoesling aan dan zulke uit de verte.

Schoten in de onmiddelijke nabijheid gelost, kunnen zelfs door de gassen werking der eene volkomene verbrijzeling van hel getroffen lichaamsdeel bewerken (scholen in den schedel, in den mond). Treft de kogel een been, dan kan hij daarin een rond gat slaan of wel een kanaal met scheuren en barsten of meerdere onderling samenhangende spleten vormen (splinters) been wonden. Hierbij spelen ook invalshoek, grootte, vorm, vaart en hardheid van hel projectiel eene groote rol. De gescholen wondkanalen kunnen blind blind eindigen. Bij versche wonden zit de kogel alsdan aan het binnensle

D scliolwonden.

uiteinde. Doorboort hij het lichaam dan heeft men nog eene .uit^angs- nitgangs-

opening le onderscheiden, welke hij schoten uit de nabijheid van geringeren (3rborend(!

omvang dan de ingangsopening, bij schoten uit de verte daarentegen meeslal ^houvonden.

grooler dan de laatste is. Dit is vooral het geval wanneer beenderen

getroffen zijn en de afgeplatte kogel mei de beensplinters de uitgangsopening

doen ontstaan. Door matte, onder slompen hoek indringende kogels kunnen

meer of minder uitgebreide vernieling van weefsel en zelfs beenbreuken

zonder scheuring der huid of, bij eene langentiale richting van hel

projectiel, oppervlakkige ontvellingen of gleufvormige kanalen ontstaan

(schampschoten).

ALGI\'MUl.NI-: ZIHKIKKUNDU. 8

-ocr page 120-

m

(l. Door slomp geweld en zonder dat hel werk In ig in hel lichaam dringl, kunnen scheuren van de huid voorlgobracht worden, kneuzing. Hierbij Ireedl vooral de kneuzing op den voorgrond. Diep indringende gcscheurde gescheurde wonden, welke op deze wijze worden toegebrachl, hebben wnquot;quot;quot;\' meeslid een zeer onregelmaligen vorm. Dikwijls blijven alsdan de meer weerslandbiedende deelen (bloedvaten, zenuwslammen) ongeschonden, vernieling van Sterkere kneuzingen in vveeke deelen gaan dikwijls gepaard mei vernieling btocii- cn bloeduilslorlingen uit kleine gescheurde bloedvaten, waardoor hel bloed niisioriingen. zich gelijkmalig over hel weefsel verdeelen kan (sullusies der wondranden en der gescheurde weefsels). VVcrkl hel geweld langenliaal in dan worden excoriaiics. Je oppervlakkige bukleedselen geschuurd en komen op deze wijze exoorialies van de epidermis en zelfs van de cutis lol stand. Gaan hierdoor alleen verhoornde opperhuidcellen verloren dan vonnl zich een bruine korsl, wordt; echter ook de culis blootgelegd dan ontstaan aan randen en bodem der wond haemorrhagieën.

e. Traumatische beschadiging van inwendige organen zonder wonden aan de builen- of binnenvlakte van hel distocaiie van lichaam komen dikwijls aan het beenderenstelsel voor, deels als dislocaties licuidcien. ^ bewegelijk met elkander verbondene beenuileinden met gelijktijdige luxaüo. verscheuring der verbindende weefsels (luxatie), deels als beenbrenken door frac.inur. direct of indirect geweld (fractuur). Uitgebreide verscheuringen van weeke iranmaiischej\'deelen (traumatische ruptuur) zonder beleediging van de huid komen niet zelden voort uil sterk inwerkend slomp geweld (overrijden, val van eene groole hoogte), liet meest komen dergelijke rupturen voor in de lever, de mill, tie nieren, de maag, den darm, de pishlaas, den zwangeren uterus, scheuren De scheur treedt bij voorkeur op bepaalde plaatsen in deze organen op, namelijk daar, waar zij van wege hunne bevestiging hel meest aan rekking zijn blootgesteld (in de maag in de buurt van den pylorus, in den darm in het begin van hel jejunum of aan hel onderste uileinde van hel ileum) Soms gaan de scheuren slechts door een gedeelte van den wand, bij de snbeapsniaire klierachtige organen zonder de kapsel aan te doen (subcapsulaire quot;ipinnr. Van de borslorganen komen, na inwerking van sterk geweld

rupturen van op den borslwand, rupturen voor in de wanden van hel hart en der groole

hart, groole

vaten vaten (voornamelijk van de aorta adscendens), zelden der longen. Werkl en longen.

-ocr page 121-

113

slomp geweld op hel hoofd in, J.in kunnen scheuren der periphere deelen der hersenen onlslaan door schuring der beenfragmenlen Viin den scliedel.

Maar ook zonder schedelfracluur, door samendrukking van den schedel en de dientengevolge verhoogde drukking op de hersenen (cu n t us i o cerebri), coniusio 2. Krnslige gevolgen van de inwerking van uilwendig ,:(\'rc,quot;\'l• geweld zonder aantoonbare opheffing der conlinuileil der weefsels komen in tweederlei vormen voor: eerstens wanneer hel geweld op den schedel inwerkt, tweedens wanneer hel den huik of enkele onderbuiksorganen treft. In beide gevallen spruiten de gevolgen niet rechtstreeks uit het mechanische schadelijke agens voort, maar ontslaan door de mede- medewerking

werking van hel zenuwstelsel. Men kan deze natholoaische toestanden als vquot;quot;

1 quot; zenuwstelsel bij

functioneele stoornissen van t ran m a lis c hen oorsprong Ciiiictioiieele

opvallen, doch mag mei recht onderstellen, al kan men het niet zeker 1 u traumatischoii

bewijzen, dal daarbij ook stollelijke laesies voorhanden zijn. oorsprong.

a. De hersenschudding (commotio cerebri) ontstaat meestal door commotio de inwerking van slomp geweld op den schedel, doch ook op andere quot;lcquot;1-wijze. Traumata, die geen schedelbreuk veroorzaken, geven meestal aanleiding lol de hevigste hersenschuddingen. Symptomatisch kenmerkt zich de hersenschudding door do onmiddellijk na de inwerking der oorzaak optredende bewusteloosheid, met hiermede gepaard gaand braken en ver- liewiMietoos-langzaming van den pols. De bewusteloosheid kan spoedig weder verdwijnen,

maar ook gevolgd worden door den dood. In doodelijk verloopende polsverlaug-

,i i i •• i ■ ■ i . . zaming.

gevallen vond men hij de seclie niets karakteristieks. In enkele gevallen

zag men anaemie der hersenen en der hersenvliezen, in andere daarentegen veneuse hyperaemie, soms ook kleine haemorrhagieon in de hersenen.

I). Van ruggemergschudding (commotio medullae spinalis)spreekt conmiolio men, wanneer op de inwerking van geweld op de wervelkolom volgt eene min quot;^,quot;[1quot;\' of meer duidelijke beiderzijdsche verlamming der extremiteiten (paraplegie) paraplegie met verlamming van de spieren van de pisblaas en van den endeldarm, litaas-welke na eenigen lijd zonder achterlating van fnnclioneele stoornissen weder

J verlamming

verdwijnt of overgaat in den dood. Zoowel macro- als microscopisch van don vindt men in het laatste geval bij de seclie dikwijls geen laesie ol wel men \' quot; quot; treft scheuren of kneuzingen in het ruggemerg aan, soms ook bloedingen in hol merg zelve of lussclien zijne vliezen. Bij spoorwegongelukken treedt

-ocr page 122-

nr.

(lo/o sloornis nog al pens op on wordI zij naar hel voorbeeld dor Engelsche railwiiy-spinr. geneoskiindigen Rail way-spine genoemd.

siini-.li. r. Mei den naam Shock (wondstupor, Iraumatische reflex-paralyse) beslempell. men na verwondingen oplredende levensgevaarlijke toevallen, waarbij verval van krachten, harlszwakle, onregelmatige adem-^ympiomi\'n. baling, daling der lichaamslemperatuur, vermindering der reflexprikkelbaarheid en der sensiliilileit bij ongestoord bewustzijn zich voordoen. Zonder aantoonbare oorzaak kan deze toestand snel of na eenige uren met den dood eindigen. Hoewel het niet Ie ontkennen is dal vaak bol woord shock wordt misbruikt in na verwondingen en operaties voorkomende riiiuhelncluig^ raadselachtige gevallen van plotselingen dood (votemholie, chloroformna-werking, capillairembolie, fulminante septische intoxicatie), zoo kan loch

ilnoil. lust beslaan eener traumaliscbe rollexparalyse niet worden ontkend. Men vftlembolie, _ , , t i • n

chloroform- ^e(^1 nni umvv bovengenoemde verscliijnselcn waargenomen gevallen van

iiawiükiiig, plotselingen dood na stoot of slag legen den buik, na wervelfractuiir, na capillair-

cmholie, kneuzing on afscheuring van ledematen, na inwerking van gewold op de

iiilminaiiic |(.s|iiu)]s cn na inwendige beklemming van buikorganen.

snpsis. _____

olecirisclic il. De inwerking van sterke el eet rise he ontladingen op oniliMlingcn. |iel ijc|ianm iieeft ve(,] overeenkomst met de gevolgen der hierboven besprokene inwerking van mecbanisch geweld op het zenuwstelsel.

hlilisnn. Lieden, die door den bliksem gelrofl\'en worden, sterven in den regel onmiddellijk. Zelden volgt do dood eerst na eenigen tijd onder voortdurende nTscliijnsclen. Iiowusleloosboid en slijfkrampachtige verschijnselen of eerst voel later na net ongeval onder verlammingssymptomen. Sterven zulke personen niet, jlan herstellen zij meestal spoedig en herinneren zich alsdan niels van het gebeurde. Soms blijven maanden lang verlammingen van enkele zintuig-oomak van zenuwen achter. Do dood na bliksemslag wordt klaarblijkelijk veroorzaakt

........ door de plotselinge verlamming van het zenuwstelsel. Teokenen van mechanisch

geweld kunnen hierbij geheel ontbreken of zijn onbeduidend en doen zicli mmaiios, voor als rondo of slreepvormige ontvellingen en sugillaties dor buid. In \'quot;de inwendige organen komen ook wel kleine bloeduitstortingen voor Wooilniisior- (hersenen, longen, net).

ih\'Opvallend is de niet zeldzame vondst van boomvormig vertakte roodo organen, groepen, welker verloop tiiet met dat der vaat- en zontiwvorlakkingon

-ocr page 123-

117

samenvalt (bliksemfiguron). In vele gevallen becü in(Mi ook brandwonden Miksem-

dcr huid op de door den bliksem gelroil\'en plaatsen waargenomen, soms

ook etdiele of meerdere galen in de huid, in vorm overeenkomende met de lli;l\' \'quot;\'i\'1-

galen in do

door een eleclrisclio ontlading leweeggebrachlo. Slechts zeidon heelt men |iu|(i

kneuzingen en versclienringen der inwendige organen bierbij aangetoond. De

sectiebevindingen bij door den bliksem gedoode personen leveren overigens scciic-

i . , i • ■ gt; i boviiidingcn.

niets kenmerkends op. De 1 ijkstij Ihei d treedt in den regel spoedig ipsiyn,,,!,)

op. Ook de ontbinding schijnt snol in te treden. oiubinding.

3. Spontane ruptuur.

a. Verscheuring van weefsel zonder medewerking van uitwendig geweld, berust op de vermindering van het physische weerstandsvermogen der weefsels ten gevolge van pathologische veranderingen, waardoor zij niet meer aan do functioneele eischen kunnen beantwoorden. Spontane rupturen komen het meest voor aan de vaten, spniiiiinn soms ook aan het hart. Meestal vermindert de weerstand, dien de vaatwand quot;n\'v,,!,,quot;, aan de bloedsdrukking biedt, door chronische voedingsstoornissen (vetdege-

neratie) der elastica en der muscuiaris, zelden door acute aandoeningen (ontsteking, verweeking van necrotische plaatsen), zooals bij de ruptuur van bet hart in aansluiting aan emboliscbe infarcten in den hartswand. Berstiug iiersiing van van kleine vaten heeft meestal pla.its iit organen, waarvan het weeke klquot;quot;t ^11quot;1 weefsel den vaatwand weinig steun verleent, vooral in de hersenen. De medewerking der verhooging van de bloedsdrukking kan iu vele gevallen worden aangetoond (hersenbloeding bij bypertrophie van den linker ventrikel). Op zich zelve is echter geen pathologische verhooging der bloedsdrukking in staat den wand eener normale arterie of zelfs dien eener vena te doen scheuren. Dikwijls scheurt onder de genoemde omstandigheden van de weefsellagen van den vaatwand de elastica en een deel van de muscuiaris in. liet bloed kan alsdan lusscben deze deelen geraken en deze

uit elkander woelen (disseceerende vaatruptuu r). Meer komt. voor ilisseciwiiiic

• i i •. . • i mi vaalnipliiur.

eene scherp begrensde uitzetting van het vat, welke later tot

ruptuur leidt (anenrysmen en varices). aiicurysincn,

b. Ziekelijke veranderingen door abnormale drukking zonder rechtstreekscbe inwerking van geweld komen veelvuldig voor. Mechanische bcleedigingen, in of buiten bet lichaam ontstaan, kunnen

-ocr page 124-

118

cene slerke drukking op dc weefsels uitoefenen en reclilstreeks of door drukgangraoii. zware circulaliesfoornissen te bewerken necrose te voorscliijn roepen (druk-gangraen).

In het licliaam gedrongene of daarin zelf gevormde harde vreemde lichamen

(concremenlen) spelen in dit opzicht eene groote rol, doordat zij aanleiding

pcrforntics geven lot jierforaties van sommige organen door laagsgewijze voortdrin-

coiicremcntcn. 8en^e quot;ecrose, welke ontstaat door geleidelijke doorsclturing der weefsels.

Iicrfomiic Hiertoe behoort de perforatie van den processus vermiformis door het

processus t\'aa1\'\'11 geraken van ingeslikte voorwerpen of door de vorming van

vermiformis, darmsteenen; de perforatie van den bronchiaalwand door in do luchtwegen van lt;lcii

bi\'onchiaal- gedrongene vreemde voorwerpen, enz. Dikwijls komt voor het ontstaan

wand, enz. jgp Jmknecrose niet zoozeer de grootte als wel de aanhoudendheid der

drukking in aanmerking. Zoo brengt aanhoudende drukking op bepaalde

scherp omschreven deelen van de huid en der slijmvliezen de bekende

dcciibiiaal- decubitaalzweercu voort. Deze drukking kan uitgaan van verbanden, toe-zwccrcn. .. , ■ , . , . . . , .

stellen, enz., maar vloeit ook voort uit het gewicht van het lichaam, dat

op do deelen, waarop het ligt, inwerkt, zooals bij aanhoudende ligging in bed (doorlig^g). Het eerste gevolg is necrose van het gedrukte deel, van waar uit verdij snel zich uitbreidende zweeren kunnen uitgaan.

Zujke d^fcjihitaalzw\'öeren ontwikkelen zich dikwijls bij verzwakte zieken, voor wic eene herhaJMe^liggingsverandering moeilijk ol lastig is. Soms ontstaan zij bij krachtige uidividucn reeds na kortstondige bedlegerigheid (decubitus acutus). Deze vorm komt vooral voor bij ziekten vau hel zenuwstelsel (hers^nparalyse, myelitis transversa, enz.) en bij suikerziekte. Door verlies van hel gevoel van de gedrukte plaatsen gaat ()c prikkel tot eene liggingsverandering verloren en wordt hierdoor het (instaan van den decubitus bevorderd.

Aanhoudende, doch gerfj)^e N^Jrukking kan al naar den aard der betrokkene deelen verschillende gevolgen hebben. Zoo kan zij aan dc uit-

é

hypcrirophic wendige huid of aan de slijmvliezen hypertrophie ut hyperplasie van het lf va\'rhe\'rquot; d^kcpithelium veroorzaken. Aanhoudende druk oj) het intermusculaire dckepiiheüiini. bindweefsel, voornamelijk boven beenderen of in dc nabijheid van pezen slijmbciir/.cn. leidt tol de vorming van de zoogenaamde slymbeurzen. Druk op bepaalde spieren of spiergroepen brengt soms verkalking in het intermusculaire

doorligging.

decnbiliis acutus.

-ocr page 125-

110

bindweefsel te weeg (exerceerbeentjcs). Hier hebben wij feitelijk eenu exerccer-

liecnljcs.

myositis iiiterstilialis ossiQcans voor ons, dus do gevolgen van eene door myos|lis

de afwisselende, meer slootsgewijzo inwerkende drukking voortgebracht iutcrsiitialis

ossilicans.

onlstekingsi)roces. Op soortgelijke wijze ontslaan de oksteroogon, ten gevolge eksteroogen.

der drukking van het scnoeisol. Dal de door drukking uitgeoefende prikkel

gemakkelijk ontsteking kan verwekken, blijkt ook uit de inllammalie met onisicklng,

blaarvorming door druk veroorzaakt van de met weeke epidermis bedekte blaarvorming.

huid, uit de ontsteking der bovengenoemde slijmbeurzen, enz. Zelfs kan

ontsteking in beenweefsel door druk te voorschijn worden geroepen

(usuur der wervelkolom door aneurysmen, van den schedel door gezwellen).

Deze druk-usuur wordt ingeleid door hyperaemie en woekering van iliuk-usuur

van beenderen.

het beenmerg met opvolgende versmeiling dor beonlamellen, vmgaaiule van de verwijde mergruimten. Op deze wijze kunnen uitgebreide defecten ontstaan, in welker omgeving dikwijls eene ontstekingachtige beenwoekering aingetrollen wordt (osteophytenvorming om hot defect). osicoptiyten-

vorraing.

Hieraan sluil zich deels de ontsteking aan, door in de weefsels gedrongene

vreemde lichamen verwekt, in zooverre hun geeno bijzondere prikkelende

werking eigen is. Het nadeel, dal hieruit voor de weefsels voortvloeit, onisicklng

. door vreemde

richt zich naar de grootte en de hardheid, den vorm en de hoedanigheid iic|iameI1,

der oppervlakte der vreemde lichamen en hangt mede van de eigenschappen

van het weefsel af. Naar den aard der reactie kan men eene exsudalieve cxsudaiieve

en [H\'uducticve

en eene productieve ontsteking, door vreemde lichamen verwekt, onder- nmsieklng.

scheiden. De exsudatieve ontsteking bewijst dat het vreemde lichaam eene

bijzondere prikkelende eigenschap bezit of dat hot in do omgeving eene

weefsellaesie te voorschijn roept, die dan als ontstekingsprikkel werkt.

In dit qeval hoopen zich leucocyten om het vreemde lichaam op. De

productieve ontsteking leidt al naar gelang van de uitgehreidheid en den

aard van het mechanische insult lot verschillende gevolgen. Aan eene

sterkere laesie beantwoordt eene levendigere woekering van vaathondend

granulatioweefsel om het vreemde voorwerp, welke zich dikwijls met do

exsudatieve reactie combineert. Om kleine en niet sterk irrileerende vreemde

lichamen vormt zich een omhulsel van nieuw gevormde bindweelselcellen, bindweefsel-

woekering.

welke met het vreemde lichaam als centrum een klom knobbeltje vormen,

welke in den beginne uit libroblastcn (ook wel rouzencellen) bestaat en

-ocr page 126-

120

later in een fijne bindweefselkapsel verandert. Feitelijk hebben wij in deze gevallen met eene vacaatwoekering te doen. liet vreemde lichaam geelt aanleiding tot necrose der omgeving, hierdoor tol drukvermindering door snbslantieverlies, dal aangevuld wordt door hel woekerende hind-\\weefsel. Dal ten gevolge van het voortdurend indringen van zulke kleine, \'zuiver mechanisch werkende, vreemde lichamen belangrijke veranderingen lt;der organen ontstaan kunnen, bewijzen de, ten gevolge van voortgezette

pncumono- Inademing van fijne stofdeelen teweeggebrachte, longonlslekingen (inieuniono-

coniosis. 1 ...

boniosis).

Bij weeke klierachtige organen leidl aanhoudende, doch matige drukking

verdwijning lol verdwijning van het parenchym. Zoo kan door verhindering van de

parcncliym. afvloeiing der urine in het nierbekken door drukking op of verstopping van

(Irukairopliic tle nreteren eene belangrijke eenvoudige atropine van de nier ontstaan, van de nier. k , i

zoo zells dal deze als een vlakke, platte rest op de, door uilzelling van

hel bekken en de kelken gevormde, wijde zak zit.

Eene scherp omschrevene drukalrophie door van builen inwerkende snoerlevcr. aanhoudende drukking vindt men bij de snoerlever.

(irukliing gpreeki wej van j,e|f (]ai (Jrukking een biizonderen invloed op

(ip groeiende

organen, groeiende organen moet uitoefenen. Duidelijk zijn de gevolgen hij hel beenderstelsel. Pathologische sloornissen in den vorm der beenderen kunnen reeds ontstaan door zekere eenzijdigheid in de houding en de bewegingen van het lichaam. Hiertoe behoort de zijdelingsche ruggegraatsver-kromming (skoliose). Men boude hierbij echter in het oog dal dezevorm-skoliose. veranderingen ook het gevolg kunnen zijn van eene voorafgaande vermindering van het weerstandsvermogen der beenderen en der banden (rhachitische misvormingen).

rhaeliiiische j Drukvermindering leidt tol vermeerderden groei, zooals blijkt uil de misvoniiiiigent , . . . ....

géwriehts- flllkylüse van gewrichten m buiging. ■

ankylose. ])(. Invloed van mechanische factoren bij palhologische processen is

algemeen

voorkomen der200 algemeen, dal er nagenoeg geen ziekteproces te vinden is, waarbij

mechamsclie ^eenu mechanisclie invloeden in meerdere of mindere male in hel snel factoren bij

pathologische zijn. Hier zijn daarom slechts zulke veranderingen besproken, waarbij processen. m(;chai)isClio invloeden als wezenlijke ziektefiicloren dienst doen.

d08. 11. Hel ontslaan van ziekelijke veranderingen door

vacant-woekering.

-ocr page 127-

»21

tlicrmische invloeden. Er beslaat eene jiroole overeenslomtning in thermischc

de palhologisclie invloeden ilonr leniperaluursuilersten op hel licliaain van

den niensch uitgeoefend. Dil is anders hij de inwerking van geringe quot;quot;\'quot;S \'»

• ■■■ i. i • i /.i quot;\'o uilwcrking

leniperaluursvorsciullen, die wel geen directe laesie der weefsels ver- (looi. tem,ic. oorzaken, doch onder zekere voorwaarden ziekelijke stoornissen kunnen ratuurs-

uilcrsten

teweegbrengen. Bovendien speell hel weerstandsvermogen van hel lichaani uitgeoefend.

in de laatste gevallen eene groote rol, terwijl hel hij de eerstgenoemde illvloC(1 vai1

liet

nagenoeg van geen beteekenis is. De laatste doen hierom slechts als relatieve wccrsiamlsver-

ziekteoorzaken dienst. mogen.

1. De verbranding (comhustio). Hieronder verslaat men zoowel verbranding.

de inwerking van hooge temperaturen als de hierdoor teweeggebrachte

veranderingen der weelsels. Verbranding kan ontstaan door stralende

warmte, door rechtslreeksche inwerking der vlam, door aanraking van

warme lichamen in verseliillende aggregaatsloestaiulen. De mate der hieruit

voortvloeiende stoornis hangt af van de lemperaluurshoogte en van den invloed van

duur der inwerking, gedeeltelijk ook van hel weerstandsvermogen van hel

gelrollén deel. Palhologisch-analomisch onderscheidt men v ier graden en van den , ,. , duur der

van verbranding en wel: inwerking.

a. Hel brand-eryllieem (erythema caloricum), een door sterke p™icquot; vai1

verbranding.

roodheid hij matige zwelling gekenmerkte ontstekingachtige reactie, welke braml-zich aan eene eenvoudige, door verwarming verwekte hyperaeinie aansluit. cl\'.vl,u\'cni-Deze hyperaeinie is echter sterker, duurt langer en gaat bovendien steeds byperacmie. gepaard met eene emigratie van wille bloedlichaampjes. Naderhand worden emigratie de oppervlakkige cellagen afgestooten, bij sterke inwerking der hooge temperatuur zelfs in den vorm van samenhangende lagen. Deze oppervlakkige vervelling wordt dikwijls te voorschijn geroepen door langdurige vervetting, inwerking van direct of diffuus zonlicht (erythema solare), waarbij hel echter eryihema nog twijfelachtig is of deze verandering uitsluitend aan de warmtestralen sulart\' der zon moet worden toegeschreven, en door lichte verbranding der huid of der slijmvliezen door heele vloeistoffen.

van Icucocylen.

t.^JÜj langdurigere of sterkere inwerking der warmte wordt de rcaclieve üdc graad van ontsle^ng ook heviger en leidt tol ophooping van sereuse, cellenbcvallende vquot;\'quot;a,quot;\'lquot;?-^vloeistof in de diepere lagen der epidermis. Hierdoor worden de cellen van hel rele Malpighii uil elkander gedrongen en zwellen zij op, de ver-

%

-ocr page 128-

122

hoormlc bovenste cellagen worden opgelicht en ontslaan aldus de bekende brandblaren] brandblaren, welke dikwijls reeds korten tijd na de verbranding te voorschijn komen. In den beginne bevatten zij een heldere, later door lenco-cyten troebele vloeistof, welke hierna veretteren kan. Verwijdert men do blaar, dan komt hel rood gekleurde, niet resten van hel rele Malpighii bedekte, papilliiirlichaam bloot, dal onder gunstige omstandigheden van uil de gezonde wondranden met nieuwe epidermiscellen kan worden overdekt. Bij sterkere inwerking der warmte kan bet ontstekingsproces ook in de cutis zetelen. In dit geval heelt de brandwond meestal onder levendige vorming van granulatieweefsel.

In de slijmvliezen komt het meestal niel tot blnarvorming. Dodekcellen stooten zich lap- of vliesvormig af en vertoont zich aan de oppervlakte fibrineus een laag fibrinens exsiulaat. In hel slijmvlies der aileinhalingswegen kan

oxsudaat op . . . , . . .

slijmvliezen quot;a inademing van heete dampen eene croupense ontsteking ontslaan.

crouiioiise i)oor sterkere inwerking der warmte worden de wanden der bloed-

ontsteking iter

adembalings- vaten aangedaan, er ontstaat stase, het bloed in de capillairen stolt en

wegen. worden belangrijke circnlatiestoornissen geboren, in wier gevolg necrose 3,l,! graad van

verbranding, optreedt. Genezing gesciiiedt hier onder litteekenvorming.

necrose. ^ Do sterkste inwerking van hooge temperaturen veroorzaakt eene \'i\'lc grand van 1

verbranding, rechtslreeksche vernieling der weefsels, welke alsdan in eene zwarte massa verkoling. worden veranderd (verkoling), waarin van den vroegeren bouw weinig of niets meer te herkennen valt.

Dikwijls vindt men uit den aard der zaak meerdere graden der verbranding naast elkander.

De verdere gevolgen der verbranding onderscheiden zich overigens niet van die

der met substantieverlics gepaard gaande verwondingen door andere oorzaken.

atgemcene Van belang is de al gem eene werking van uitgebreide verbrandingen werking van , , . ,

uitgebreide t\'er \'IU,lt;\' v\'\',n quot;en eersten ol den tweeden graad, welke veel gevaarlijker

verbranding ^ tian jig van diepe, doch weinig uitgestrekte brandwonden zelfs van der huid.

{ den hoogsten graad. De ervaring leert dat vlakke brandwonden, die zich

iover meer dan de helft van de oppervlakte van het lichaam uitstrekken,

zonder uitzondering doodelijk verloopen, terwijl verbranding van meer dan

dood onder een derde der lichaamsoppervlakte dikwijls den dood veroorzaken. Niet collaps-

verschijnselen. zeWcn treedt de dood in dergelijke gevallen reeds in do eerste uren na de

-ocr page 129-

123

verbranding in onder coUapsverschijnselon. Een tweede groep van sterfgevallen komt voor in de eerste dagen tot het einde der eerste week na het ongeval. Teekenen van collaps komen ook hierbij kort na de verbranding voor, doch de patiënten herstellen hiervan om eenigen tyd later toch te bezwijken, ineestal onder de verschijnselen van pneumonie en pneumonie en longoedeem. Een derde groep omvat de na weken nog optredende doods- \'0quot;B0U,ccm\' gevallen, meestal onder do symptomen van koorts en van plaalstlijke koorts, aandoeningen van verschillenden aard Inleclie der brandwonden is hierbij infectie, verre van zeldzaam.

2. Zonnesteek en warm te beroer te. Men duidt met het woord zonnesteek, in so la lie (zonnesteek) de inwerking aan van de directe zonnestralen op het hoofd. Hiervan kan plotselinge dood het gevolg zijn, maar ook een ernstig lijden, dal met hersenverschijnselen gepaard gaal (krampen, opge- heramp;en-wondenheid, soms zelfs razernij) en niel zelden ontaardt in eenc chronischeVclSLl1\'\'quot; meningitis cerebralis. De waarschijnlijke oorzaak is eene paralytische meningitis verwijding van de vaten der hersenvliezen en van de hersenschors.

De warmleberoerl e (Hilzschlag der Duitschors) kan zich mol den warmte-

zonnesteek combineeren maar ook afzonderlijk voorkomen. Zij wordt ,L 00

gekenmerkt door snel intredende bewusteloosheid, meestal voorafgegaan bewuste-

door motorische zwakte en ademnood, welke dan meestal in plotselingen nintoriS|,.he

dood eindigt. In niel zoo snel verloopendc gevallen bemerkt men stijging zwakte

en ademnood.

van de lichaamstemperatuur, toeneming van hel aantal polsslagen en koorts.

dikwijls onregelmatige harlswerking. Meestal onder collapsverschünselen onregclmaiige

hartswerking.

treedt hierna de dood in. Deze symptomen spruiten voort uil de inwerking collaps, van eene hooge temperatuur der lucht, welke niel het gevolg van verwarming door de zon behoeft te zijn. Begunstigd wordt dat uitbreken dezer begunstigende aandoening, vooral door aanhoudende spierbeweging, door bemoeilijkte ,nomcnlcn\' ademhaling en waarschijnlijk ook door verhindering der perspiratie tier huid.

De sectie levert in deze gevallen niels karakteristieks op. De lijkstijfheid seetie-treedt spoedig op, het bloed blijit vloeibaar, terwijl de linker harlsventrikel ,)CV\'quot;,||quot;6quot;\' meestal samengetrokken, de rechter verslapt is. De longen zijn bloedrijk,

oedemaleus, in de plourabladen en in het hartezakje komen kleine bloeduitstortingen voor. De klierachtige organen der buikholle verloonen veneuze

-ocr page 130-

m

liypcraemie, ook de meningen zijn zeer bloedrijk, terwijl tie hersenen weinig bloed bevallen, evenals bij den dood door slikking.

bevriezing. 3. Bevriezing (congelalio) is de door onllrekking van warmte veroorzaakle opheffing der levensfuncties. De warmteproductie is niet voldoende om bel warmteverlies te dekken. Het gebeele lichaam, maar ook enkele zijner deelen, kunnen bevriezen. De warmte kan om hel lichaam worden onttrokken door koude lucht, koud water, sneeuw en ijs. Hel verlies van warmte veroorzaakt eerst een gevoel van koude, dan moeheid en neiging tol slapen. Langzamerhand verdwijnt bel bewijstzijn, pols en ademhaling worden trager, de temperatuur van bel lichaam daalt en ten slotte kan vroeger of later de dood intreden. Opmerkelijk is dat bevroren individuen, die gedurende dagen buiten bewustzijn zijn geweest en bij wie de lichaamstemperatuur belangrijk is gedaald, mits niet onder SOquot; C., door geschikte verpleging nog in bel leven kunnen worden teruggeroepen.

sceiie- De sectie levert ook hierbij niets kenmerkends op. Opvallend is de groote imtingen. jer ingewandsorganen.

locale Bij locale inwerking der koude ontstaan weefselveranderingen, die met

......quot;quot;die, door de plaatselijke inwerking der warmte veroorzaakte in velerlei

opzicht overeenkomen. Het eerste verschijnsel, dal bij afkoeling ontstaat, is bleekheid ten gevolge der vaatsamentrekking en plaatselijke gevoelloosheid locale (locale anaeslhesie). Heelt de koude niet te lang en niel Ie heftig verschtnsdcn quot;gfwerkt dan volgt hierop hyperaemie, welke in dit geval spoedig weer verdwijnen kan. Anders houdt zij aan, de bloedstroom wordl trager, er ontstaat ontsteking welke in de lichtere graden door zwelling en roodheid, peruioncs. vooral aan banden en voeten (pe mi on es), in zwaardere graden blaar-blaasvonning. voriT),ng |)cvve|,kL |aats(e verschijnsel treedt echter niel zoo gemakkelijk als bij verbranding op. Is de inwerking der koude nog sterker geweest, dan nocrose. ontstaat necrose, waardoor aan de extremiteiten dikwijls gebeele oppervlakkige weefsellagen of gebeele lichaamsdeelen kunnen worden al\'gestooten. Niel zelden kan van door bevriezing necrolisch geworden weefsels een snel gangraen. \'voortschrijdend gangraen mei septische algemeene infectie uitgaan.

scpiische 0i;jur lu!l ))koluie vanenquot; verstaan wij eene lichte algemeene

algemeene

infectie, of plaatselijke afkoeling ten gevolge waarvan op de plaats der inwerking knnih, vatten. ^]vc ^ |ü nr,],, 0f me()r verwijderde organen ziekteverschijnselen

Mgcinevnn cn pla.\'ilsclijki bevriezing.

verschijiiscleii.

herstel na bevriezing.

-ocr page 131-

i\'ir)

van verschillenden aard optreden. Reohlslreeks ontslaat noch door do al^emeene- noch door de locale inwerking der afkoeling weefellaesie. Wij hebben hier te doen mei een empirische ziekteoorzaak, welke in hare empirische

ziekteoorzaak

werkzaamheid en beteekenis niel scherp tc begrenzen is. De ervaring

heeft geleerd dat, hel individneele weerstandsvermogen op de gevolgen van overwegende

hel koude vallen een overwegenden invloed nitocfenl. Begunstigd wordl quot;■m\'héi

bovendien de inwerking dezer ziekteoorzaak door algemeene- cn plaatselijke weerstands-

vermogen.

verhoogde lemperalunr, door hyperaomie en door zweelafsclieiding Van i,|.g,lnstig|.Mii,.

belang is voorts hel plotseling optreden der afkoeling. Uit de bij ervaring factoren.

plotselinge

bekende feiten moet men afleiden dat de gevolgen van hel koude vatten optred\'mg der

voortvloeien uit eene sloornis in de vasomotorische prikkelbaarheid der llfknelmK-

vasomotonselie

afzonderlijke \\voef»els en organen. Dikwijls doen zich onder deze omstan- piikkel-digheden snel voorbijgaande en wisselende ontstekingen voor, waarop vaak ^1quot; quot;quot;,-de benaming «rheumalische ziektenquot; wordl toegepast,. Uil het rlioumatisclie

zicKieii.

feit dal de door afkoeling veroorzaakte stoornissen der circulatie gunstige

voorwaarden in bet leven kunnen roepen voor de ontwikkeling van

palbogene micro\' en kan het optreden van plaatselijke infectieuse aandoe- plaatselijke

infectieuse

ningen worden verklaard. aandoeningen.

100. III. Pathologische veranderingen door onttrekking nmtrekking

van noodzakelijke uitwendige levensbehoeften. Hiertoe ho- „omJakelijke

liooren de sloornissen der ademhaling len g(!volge van verhindering of levensbehoeften.

bemoeilijking van den zunrstoftoevoer naar de longen en de stoornissen der voeding door onllrekking of onvoldoende aanvoer van de voor het leven noodzakelijke vaste en vloeibare zelfslandiglieden.

■1. Slikking (suffocatio) ontslaat door vermindering van hetzuur- stikking. slofgehalte van het bloed. Mei dezen hemoeilijklen zuurslofaanvoer gaat in den regel samen eene verminderde uitscheiding van koolzuur, daarom beval hel bloed bij stikking naast eene te kleine hoevcellieid zuurstof eene fflootwe- amrstof- «n iKJCveelheid koalzuur. De stoornissen in de functies der organen bij slikking kunnen van beide omstandigheden afhangen. Verschillende in-en lll!l uitwendige oorzaken kunnen slikking teweegbrengen. Tol de eerste behooren hel ademen in irrespirabele gassen of in gesloten ruimten, oorzaken, waarvan de zuurstof geleidelijk door de ademhaling wordl verbruikt, de verstopping der ademhalingswegen door vloeistoffen (venlnnking) of door verdrinking.

-ocr page 132-

12«

bedelving. vaste lichamen (bedelving), de afsluiting der bovenste einden der luchtwegen ophanging, door uitwendig mechanisch geweld (ophanp;ing, wurging), door het binnen-verslikken. dringen van vreemde lichamen (verslikking). Het uitwendig geweld kan stikking in ook door samendrnkking van den horstwand stikking veroorzaken (suiTocatie gedrang. ^ gedrang).

inwendige De inwendige pathologische oorzaken, die stikking teweegbrengen,

oorzaken. |[unnen 0p jen jngang of op het bovenste deel der luchtwegen inwerken

door samendrukking van het strottenhoofd of van de trachea (tumoren van

de schildklier, van den thymus), zwelling van de mucosa en submucosa

glotiisoKdeem. van bepaalde gedeelten van den larynx (nlotlisoedeem). In het lichaam

zelve gevormde of aanwezige stollen kunnen het ademhalingskanaal afsluiten

aspiratie van (aspiratie van bloed, bloeduitstorting direct in de luchtwegen bij bersting

k\'0®\'1\' van aneurvsmen). In de longen kunnen de alveolairruimten grootendeels hersting van ^ \'

anenrysmen. opgevuld worden door ingeademde of ter plaatse uitgetredene vloeistoffen

pneumonie, (oedemateus vocht, bloed, nxsudaat) of door groote pleuraexsudaten, groote

pleuritische tl]moren jg,. horstholte, sterke welving van het middenrif, enz. voor lucht cxsudaten.

afsluiting van ontoegankelijk worden. Door afsluiting van den stam der pulmonaalarterie

den stam oj. |iarer Rr00ie takken wordt de zuurstofopneming in de longen bemoei-der pulmonaal- 0

arterie. lijkt, evenzoo door alle omstandigheden, die de ademhalingsbewegingen

vernauwingen verhinderen of minder volkomen maken. Ook door de zenuwen kunnen

de\'en\'joor \\vernauwin8en «l®1quot; luchtwegen worden teweeggebracht (laryiigospasmus,

zenuwinvloed, ibronciiiaalasthma). Veranderingen der eigenschappen van het bloed, waar-

\'igenseliappen*^oor (\'e geschiktheid lot opneming van zuurstof verminderd of opgeheven

van het wordt, werken eveneens hiertoe mede. Hieruit blijkt dat direct of indirect

veelvuldig slikking bij de meeste ziekten met doodelijken alloop in het spel is,

voorkomen Sulï\'ocatie in ruimeren zin is de meest voorkomende doodsoorzaak, van stikking.

meest voor- Wordt de toegang van de lucht tol de luchtwegen plotseling afgesloten

komende voj . (je (j00(j gne| on(]er krampen en verlies van het bewustzijn.

doodsoorzaak.

verseiiijnseleni Geschiedt de verhindering van den zuurstoftoevoer langzamer dan ontwikkelt zich eerst dyspnoe. De harlswerking wordt levendiger, de pols versneld en de kleine arteriën trekken zicli samen. Het bewustzijn blijft behouden terwijl een sterk gevoel van angst op den voorgrond treedt. Bij toenemende zuurstofarmoede (hel zuurstofgehalte van het bloed kan bij slikking dyspnoe. jvau ISquot;\',, tot 20/0 dalen) wordt de ademhaling onregelmatig, nemen de

-ocr page 133-

427

ademlialingsbe wegingen een expiralorisch karakter aan, alle hulpspieren

voor de ademhaling komen in functie, klonische krampen treden op, wordt

de pols langzamer (vagusprikkeling), gaat het bewustzijn le loor en treedt vagus-

prikkeling.

cyanose op van het gezicht, van de nagels en van de slijmvliezen. Blijft Cyanose-

lt;le hindernis bestaan dan gaat deze toestand plotseling in verslapping over.

De ademhalingsbewegingen houden op of vati tijd tot tijd heeft er nog

eene diepe inademing plaats (terminale ademhalingsbewegingen), de pols terminale

wordt onregelmatig en zwak, de bewusteloosheid wordt volkomen, de

krampen eindigen met stootsgewijze samentrekkingen der ruggespieren

(opisthotonus). Dit stadium (asphyxie) gaat in den regel snel in den dood opisthotonus.

over. liet behoeft geen nader beloog dat duur en intensiteit der ver-

schillende stadiën zeer niteenloopen kunnen en het lethale einde niet

zelden reeds vroeger intreedt.

Met deze verschillen hangen de in de onderscheidene gevallen van stik-

kingsdood met elkander niet overeenstemmende sectiebevindingen samen.

Uitwendig vindt men vele, meestal vroeg optredende doodsvlekken, blauwe scctie-

... ..... . . , ,, . bevindingen hij

verkleuring van net aangezicht, injectie van de conjunctivae bulbi, soms stikkingsdooil.

hierin ook haemorrhagieën. Deze uitwendige verschijnselen komen het

sterkst voor den dag hij plotselinge stikking van eertijds gezonde personen,

wanneer het krampstadium der dyspnoe lang duurt. Voor de bevindingen in

de inwendige organen geldt hetzelfde. De verdeeling van hel bloed loopt

in de verschillende gevallen zeer uileen. In den regel zijn de longen zeer

bloedrijk, hel sterkst wanneer de contracties van hel rechter hart langer

dan die van den linker ventrikel aanhouden. Hierdoor ontslaat ook hel

longoedeem. Bloedingen in de pleurabladen, in het pericardium, in liet longoedeem.

maagslijmvlies en in hel inlerlobulaire longweefsel zijn geene zelzaamheden. hlocdingen.

Zelden treft men petechiën in het peritoneum aan. Hoe sterker de circu-

latiesloornis in den kleinen bloedsomloop, hoe sterker ook in hel algemeen

de acute veneuse hyperaemie in de wortels der aderen van den grooten acute vencuse

hvperncmic

bloedsomloop is. Opmerking verdient dat de acute stuwingshyperaemie ^ (le a(1(.ri.n

in de nieren meestal sterker uitgesproken is dan die in de lever en in hel 1,311 Je\'\'

grooten

darmkanaal. bloedsomloop.

2. De verhongering (i n a n i l i e) is volgens hel tegenwoordig spraak- verhongering, gebruik die toestand van hel lichaam, welke ontstaat door volkomen gebrek

-ocr page 134-

128

zeldzaamheid ann voodsel. Volkomen opheffing van don voodingstoevoer koml onder der inamiie. pal|10i0gisc|ie omstandigheden liijna nooit voor. In dit geval tcerl hel lichaam oen tijdlang op zijne eigene bestanddeelen. In do eerste plaats wordt het vet, dan de eiwilhondende weefsels, voornamelijk do spieren en verscliijnsclen. de klieren, verbruikt. Het lichaamsgewicht neemt snel af. liet minst verliezen de hersenen, het hart en het bloed. De. chemische omzettingen der stollen in het lichaam, thans ten koste zijner bestanddeelen, blijven ■in het begin onveranderd, doch nemen geleidelijk qnantitatiel af. Bij invloed van Bvoortdnreiulen watertoevoer kan de mensch den honger langer verdragen, \' jko dagen en langer, dan bij gelijktijdige onthonding van water. In het flaatste geval treedt de dood binnen enkele dagen in. Kinderen verdragen lllonger slechter dan volwassenen. Bij de lijken van uitgehongerde individuen vindt men het vet nagenoeg\' geheel verdwenen, de spieren in belangrijke sectie- mate geatrophieerd, evenzoo de onderlijfsorganen. De milt kan tot op de lievnidingen. v,m |laai, normaai gewicht teruggebracht zijn, do lever is verkleind, de nieren zijn vettig gedegenereerd, do darmen zijn gecontraheerd en hebben opvallend dunne wanden, terwijl de inhoud uit taaie slijmigo massa\'s met veel afgestooten epithelium hestaai.

onvolkomene Onvolkomene inanitie komt daarentegen in hel verloop van verscheidene quot;iaquot;ltlc\' ziektetoestanden, doch bijna nimmer zuiver voor, omdat onder zulke omstandigheden ook verlies van sloffen, ten gevolge van andere oorzaken, inauiiie- plaats heeft. In deze gevallen is de inanitie-anaemie geen zeldzaamheid, anaemie. terwjj| ijjj (|e volkomene verhongering mot algemeene vermagering (slrict\\iur van den oesophagus door litteekens) geene verandering in de samenstelling van bet bloed voorkomt.

IDe geschiktheid tot gewenning aan abnormale omstandigheden is bij slecht gevoede personen verminderd en er ontwikkelt zich bij zulke individuen eene neiging tot ziekten (hongertyphus).De geschiktheid tot gewenning aan abnormale omstandigheden is bij slecht gevoede personen verminderd en er ontwikkelt zich bij zulke individuen eene neiging tot ziekten (hongertyphus).

IV. Pathologische veranderingen door functioneele invloeden ontslaan doordat er te veel van bel weefsel of orgaan gevergd aanhoudende wordt. Elke aanhoudende arbeid leidt tot vermoeienis, welke hel gevolg is

arbeid. van stofverbruik of van onvolkomen afvoer van stofwissolingsproducten. vermoeiRms.

Worden de verbruikte stoffen niet tijdig en in voldoende mate aangevuld, doordal te weinig rust genoten wordt of door bemoeilijkten aanvoer van

waU\'rtoevofti*.

-ocr page 135-

129

voedsel, dan ontstaat de mogelijkheid dat bij voortgezetten arbeid het orgaan uit zijne eigene beslanddeelen het te kort aanvult, zoolang lot het geheel is uitgeput. Is deze vermoeienis of uitputting niet Ie ver voortgeschreden, dan kan de physiologische toestand van voorheen weer worden hersteld door de noodige rust. Hoewel nu de vermoeienis, binnen zekere grenzen blijvende, vermoeienis niel als een pathologische toestand kan worden opgevat, wordt hierdoor het ills

10 |)imoereiiile

weerslandsverniogen toch in belangrijke mate verminderd en is zij hierom zioktefacior.

eene disponeerende ziektefaclor. Aan den anderen kant kan niel worden

betwijfeld dal het functioneele stofverbruik, dal hoogere dan de normale I\'mictioneW

eischen aan de weelsels stelt, aanleiding kan worden van eene langdurige gt;lohquot;ljU1\'\'4

D D D als oorzaak

materieele laesie. itpr laesie.

Daarbij leert de ondervinding dat aan de organen reeds groot nadeel kan

worden toegebracht door een enkele, kort durende, en vooral door plotse- plotseling

ling inwerkende functioneele invloeden. Algemeen bekend is bv. bet \'quot;quot;eik\'Mquot;\'\'\'

D ® liinclioiiecle

feit dat gemoedsindrukken invloed kunnen uitoefenen op de werkzaamheid invloeden, der ademhalingsorganen, van het hart, van het spijsverteringskanaal, enz. ni\'ini\'iiueii Zoo kun ook overmatige inspanning van het hart tot ernstige algemeene spierzwakte leiden, zelfs den dood na zich slepen. Geleidelijke vermeerdering van den arbeid kan onder gunstige omstandigheden leiden tot eene groote geschiktheid tot meerderen arbeid door hypertrophie van het weefsel of orgaan. Aldus kunnen geruimen tijd de gevolgen der overlading worden gecompenseerd. Maar deze kan zulke afmetingen aannemen dat ten slotte het orgaan toch uitgeput wordt en aldus ziektetoestanden ontstaan.

B. ZIEKELIJKE VERANDERINGEN DOOR CHEMISCHE

STOFFEN.

110. Bij de meeste ziekten zijn ziekelijke veranderingen, door chemische

stollen veroorzaakt, in hel, spel. Hier echler hebben wij alleen die ver- chemische

anderingen op hel oog, wier primaire en uitsluitende oorzaak gelegen is quot;,^,quot;,1

in de inwerking van chemische noxen. Hoofdzakelijk zijn het van zickicoorziiuk

buiten toegevoerde vreemde zelfstandigheden, terwijl de tijdens eene ziekte van hui ten in het lichaam gevormde schadelijke stollen slechts in aanmerking komen

wanneer zij eene zelfstandige pathologische beteekenis bezitten. De chemische chemische

ALGEMEENE ZIEKTEKUNDE. !» \'~luquot;\',quot;É

-ocr page 136-

130

I sloffen door microben voortgebracht, worden in liet volgende hoofdstuk \' behandeld.

locale en De schadelijke gevolgen door chemische stoffen verwekt, kunnen van gevolgequot;6 ,ocalen or a\'aemeenen aard zijn, of dikwijls beide gelijktijdig. De plaatselijke gevolgen ontstaan door rechtstreeksche aanraking der weefsels met de liliiatselijke schadelijke stof. De algemecne stoornissen ontslaan door de opneming der ^ aatraking01 sc\'iat\'e\'y\'ie stor den vochtstrooin (vergiftiging, intoxicatie). Alle vergiften

vergiftiging, hebben met elkander gemeen, dat zij in betrekkelijk kleine hoeveelheden in het vergiften. . .

bloed of in de overige weefsels veranderingen te voorschijn roepen, waardoor

de physiologische processen in het lichaam ernstig benadeeld worden. De chemische werking, waarop deze veranderingen berusten, is ons slechts van verreweg het kleinste aantal stoffen bekend. Van de andere moeten wij deze afleiden uit de symptomen en uit den zetel der stoffelijke veranderingen. Deze handelswüze leidt veelal niet tot de gewenschte uitkomst omdat juist de zwaarste, snel doodelijk veiioopende vergiftigingen veranderingen geene karakteristieke veranderingen te voorschijn roepen, vaak zelfs geene bij intoMMtKs. ^.chtbare veran(]eringen bij de sectie opleveren. Voor deze laatste kunnen wij onze kennis slechts pulten uit proeven en klinische waarnemingen, specifieke De verschillende vergiften oefenen specifieke werkingen uil op bepaalde quot;sommigequot; weefsels en organen of stelsels van organen. Gemakshalve deelen wij vergiften, hierom de vergiftigingen in naar do anatomische veranderingen, welke zij veroorzaken.

Door locale inwerking van chemische zelfstandigheden voortgebrachte veranderingen (vergiftiging door etsende plaatselijk iriteerende en door etsende vergiften). Deplaalse-vergiften. veranderingen door een chemisch lichaam leweeggebrachl, hangen af van

zijnen aard, van zijne concentratie (sterkte) en van den duur der inwerking, weerstandsver-Van invloed hierop is ook het weerstandsvermogen der weefsels. Van derquot;weefslt;\'is oppervlakkige lichaamsdeelen biedt de huid den meeslen weerstand, hierop volgen de met plaatepilhelium bekleede slijmvliezen, Het minst weer-slandbiedend zijn de met enkelvoudig cylinderepilhelium overdekte mucosae, overeenkomsi De plaatselijke gevolgen der inwerking van chemische stoften komen in

met de

inwerking van velerlei opzicht met die van hooge temperaturen overeen.

temperaturen. Chemische stollen, die het weefsel, waarmede zij in aanraking komen

-ocr page 137-

131

rechtstreeks vernielen, noemt men etsende of Injtenile middelen etsende (caustica). Ilierby grijpen chemische veranderingen van verschillenden of biJtende

sloften.

aard plaats, voornamelijk coagulatie van eiwitlichamen onder vorming vernieling van van alhuminaten der etsende stollen. Bovendien wordt tevens water aan wee\'\'ie\'

sii uouin r.

de aangedane weefsels onttrokken. De uiteenloopende eigenschappen der coa8quot;lal\'c

door de verscliillende bijlende chemische lichamen bewerkte genecrotiseerde lichaml,\'

deelen staan deels in verband met de consistentie dier deelen, deels hangen ininK vaquot;

/.ij af vau de veranderingen der blowlkleurslof. Uit deze laatste moeten iLe^Tw^Hde

voor het grootste gedeelte de kleursveranderingen worden verklaard. 8evo|Bequot; r, ..... . J\'T causticn.

Sommige chemische zelfstandigheden veroorzaken necrose der weelsels, klenrs-

zonder hunnen vorm of hun verband tot andere weefsels te veranderen. verande,\'ingequot;\'

necrose.

zoodat de eerst na eenigen tijd hierop volgende afstooting der doode alsuioting gedeelten ons in staat stelt over de diepte te oordeelen tot welke de ™èel°ïf schadelijke werking is doorgedrongen.

Wordt de inwerking der etsende middelen niet onmiddelijk door den dood gevolgd, dan komen er andere veranderingen voor den dag, die deels zwakkere voortgebracht worden door de zwakkere werking van het gill in de om- 1,verk.iquot;g T

D D het gift in de

geving der direct genecrotiseerde deelen of wel voortspruiten uit de reactie omgeving.

der nabijgelegene weelsels (ontsteking), Teefllt*

Bij de plaatselijke inwerking der bijtende middelen op de huid komt het, werking op

behoudens eenige uitzonderingen (carbolzuur, arsenik, sublimaat), in den rLqnie

regel niet tot resorptie van het vergift. Zonder eene dergelijke intoxicatie

kan daarom toch wel eene algemeene stoornis optreden, welke overeen- algemeene

komen met die bij uitgebreide brandwonden. gevolgen bij

inwerking

De plaatselijke werking is ook hoofdzaak bij de opneming van etsende op ile huid. stoffen in hel darmkanaal, hoewel de door resorptie der giftige stoffen plaatselijke voortgebrachte algemeene stoornissen niet ontbreken. Het duidelijkst openbaart zich de locale werking in deze gevallen aan hel slijmvlies van de middelen in maag en aan dat van het bovenste deel der dunne darmen. Gewoonlijk vindt .lariilr-in iai men ook . sporen der inwerking van de schadelijke stof aan de lippen, de randen van de tong en in den slokdarm. Deze zijn bier echter meestal minder sterk en minder uitgebreid omdat de bijtende stoffen op deze plaatsen niet lang liggen blijven en de bedekkende epilheliuinlaag meer weerstand biedt. Eene plaatselijke werking aan den ingang van de adem-

von eiwit-

vor-

-ocr page 138-

132

locale werking halingswegen kan bij liet hierin geraken der ingeslikte scliadelijke stollèn

aan den vool.|lt;ümen. Düor daiimvornijffe eisende zelfslandiglieden kan zelfs eene ingang der 1 ^

ademliRliugs- diepgaande inwerking tol in de lijnere vertakkingen van den luchtpijp niet .linnpvorrnige gelijktijdige longveranderingen (oedeem, haemorrhagieën) worden teweeg-elsende gebracht.

middelen. . , i i • i

minerale \'l\'ol l\'e bijlende middelen behooren in de eerste plaats de minerale zuren

zuren, (zwavelzuur, zoutzuur, salpeterzuur), sommige organische zuren (azijnzuur, orgnnisclie

zuren. carbolzuur, oxaalzuur), de bijlende alcaliën (kali- en natronloog), sommige

bijlende ./üulei, (kalisalpeler), de bijtende ammoniakvei bindingen, een aantal metaal-alcaliên.

zonieu. verbindigen e. a. m. (salpeterzuur zilver, chroomzuur en de cbroomzure inmoniuk-vfrbiiuiingcn.

het bloed, circnlatie-stoornissen. weefselaan-doeningen.

zouten, kopervitriool, arsenik, sublimaat). Voorts bestaan er nog organische vergiften met eene plaatselijke irriteerenden en niet zelden necro-tiseer end en invloed. Van al deze bijlende stollen verdienen bijzondere zwavel/uur, aandacbl. deels omdat zij dikwijls voorkomende vergiftigingen veroorzaken, laiiiol/iini. ] j om imnne kenmerkende gevolgen, het zwavelzuur, bet carbolzuur.

oxaalzuur. ^ ^

kaliloog. en/. i1(.i oxaalzuur, de kaliloog en hel kalisalpeter.

Woed vergillen. 2 Vergiften, die veranderingen van liet bloed veroorzaken. Veranderingen van het bloed door opneming van vergiften in den bloedstroom kunnen op verschillende wijzen totstandkomen. Eerstens veranderingen kunnen er veranderingen in de samenstelling van hel bloed optreden zonder samenstelling aantoonbare morphologische verandering der cellen, ten gevolge waarvan van het bloed niet in staal is op normale wijze te fnnctioneeren. Tweedens

\'aanioonban\' veroorzaken vele vergillen vernieling der vorm besta nddeelen van het bloed, morpholo- waarbij bloedskleurslof vrijkomt en veranderd wordt, en een fermentachtig veranderingen, licha.mi ontstaat uil de afstervende bloedlichaampjes. In de derde plaats

vernieling van (]ou,- j(i (gt;iliweiking hoofdzakelijk zware circulatiestoornissen ge-

vormbcstand-

deelen van boren worden door de gemakkelijkere stolling van bet bloed. Deze laatste kan zich met de in de tweede plaats genoemde combineeren, zij behoeven echter niet noodzakelijk sanieu te vallen. De meeste vergiftigingen, waarbij wij bloedsveranderingen kunnen aantoonen, veroorzaken weefselaandoeningen, waarvan de genese ons voor een deel onbekend is. Wij weten namelijk veelal niet uit te maken of de weefsellaesie een gevolg is van de verandering van het bloed of wel door de inwerking van het vergift op bet weeisel zelf werd voortgebracht. In de meeste gevallen zullen beide wel in het

-ocr page 139-

133

spel zijn. Praclisch vhu liolang zijn de hiertoe belioorentle vergiHigingen knoloxyilc, door kooloxyde, door blauwzuur, ciiloorzure kali, kwik en door in hel \')lauwzuul\'\'

chloras kalicus,

lichaam zelf gevormde stollen (auto-intoxicatie). Tol de laatste vergilli- kwik. gingen behooren de uraemie, de eclampsie, de cholaemische intoxiciitie, de zelfvergiftiging door resorptie van in den darminhond gevormde vergiften quot;laemic,

en door toxische produklen, afkomstig nit degeneratieve of necrotische choiai\'m^ii,\' haarden. inioxicaiie,

•J V T. II 1 ■ . . vergiftiging

Vergiften, welke veranderingen der vaste weefsels ,ioor sioile» veroorzaken. Hiertoe worden gehracht die vergiltigingen, waarhü waar- \'le\'

darmkanaal

schijnlijk de anatomisch aantoonbare weefsel laesies hoofdzakelijk door gevormd, enz.

rechtstreeksche inwerking van het vergift worden veroorzaakt.

De door duidelijke stoornissen in den bouw der weefsels gekenmerkte

vergiftigingen verloopen deels acuut, deels chronisch.

Hij de acute ontstaan regressieve metamorphosen, in de eerste plaats in

de parenchymcellen der klierachtige organen, doch ook in de spieren en in

den hartswand (parcnchymglffen). Bij de chronische daarentegen treedt (Mimichym-

v eel al eene woekering van het hindwecfselstroma meer op den voormond. ,sllten\'

1 n woekering van

Deze tegenstelling is vaak slechts een schijnbare. Berust de chronische hei siroma.

vergiftiging op een voortgezetten toevoer van kleine hoeveelheden van het

vergift dan doen zich de genoemde veranderingen der parenchymcellen even

goed voor, doch ontslaan alsdan langzamer en treden meer haardvormig haardvormige

op. Hieraan sluit zich dan de bind weefsel woekering aan, zoodat hij langeren \'le6eneratles-

duur dezer vergiftigingen ten slotte de gedegenereerde parenchymcellen

verdwenen kunnen zijn en de zoogenaamde productieve ontsteking over- overwegende

weegt. Ite localisatie dezer veranderingrn loopt in de verschillende gevallen

nog al uiteen. Hiertoe behooren de phospborusvergiftiging, de phosphorus-,

arsenikvergiftiging, de chronische loodi ntoxicatie en de loof\'\'

arsemk- en

chronische alcoholvergiftiging. alcohol-

wecl\'sel-vergiflen.

Vergiftigingen zonder aantoonbare veranderingen van

intoxicalie.

4.

het bloed en van de weefsels. Bij de inwerking van sommige vergiften doen zich slechts functioneele afwijkingen voor, welke daarom echter fnnctionecle van niet minder belang zijn. Bij de reeds beschrevene intoxicaties is dit naast de anatomisch aantoonbare afwijkingen ook in meerdere of mindere mate werking op het geval. Deze vergiften zijn meestal gekenmerkt doordat zij reeds in kleine

-ocr page 140-

i:u

hoeveelheden hel leven door hunne Inwerking op het zenmvslclsel in zenmvgificn. gevaar brengen (zenuwgiflen). Zoowel de wijze als de plaats der inwerking zijn bij de verschillende hierloe belioorende vergilten niet dezelfde. De ervaring leert dal sommige bjj voorkeur de ganglioncellen der zenuwcentra, andere de periphere zenuwen aandoen en met deze niet zelden hel spierstelsel benadeelen. [let blijft overigens twijfelachtig of in het laatste geval de stoornis der spierfunctie een gevolg is van de aandoening der periphere zenuwen dan wel van hel spierweefsel zelf. De toxische prikkelings- en nerveuse sloornissen zijn deels prikkelings-, deels uilvalsverschijnselen.

quot;iivals- Dikwijls gaan de eerste aan de laatste vooraf. Zij verschillen in duur rerschijnselen. D

en in hevigheid al naar gelang van de eigenschappen en van de doses der gillen, doch oefent hel individueele weerstandsvermogen hierop ook psychische invloed uit. Tol de psychische prikkelingssymplomen behoort de opge-sympiomcii. won(ieri|iei(|t Welkc tot volkomen razernij kan stijgen; verder de bij verschijnselen, verschillende vergiftigingen optredende krampen, welke op prikkeling der motorische cenlra van de hersenschors berusten, lerwijl andere vergiften ze door inwerking op hel verlengde of op het ruggemerg voortbrengen.

invloeil op .Ie Door de aandoening der zenuwcentra kunnen storingen der harlswer-zenuwcenira. van (jen yaattonus en van de ademhaling ontstaan. Vooral de

laatste komt bij doodelijk alloopende vergiftigingen niet zelden voor. Hier zijn het hoofdzakelijk uitvalssymptomen, welke echter meeslal door prikkelingsverschijnselen worden voorafgegaan. Op psychisch gebied be-narcolica. werken zij verlies van het bewustzijn (narcotica). Vergiften, die het anaesihctica. pijngevoel doen verminderen, heeten anaesthelica. Hiertoe brengt men het chloroform, hel chloraalhydraat, de aether en de alcohol planten- (acute vergiftiging). Tol de narcotica rekent men de plantenalkaloïden, alcaionlen. zooa|s ( rnorphine, hyoscyamine, atropine, coniine, strychnine,

digitaline, nicotine, enz. Verlamming der willekeurige spieren door werking op inwerking op de motorische zenuweindapparaten bewerkt hel curare, eindapparaten ,ei\'wij\' c\'e \'n hel moederkoren aanwezige vergiften hoofdzakelijk de

curare. gladde spiervezelen lol samentrekking brengen. Hierbij is het nog Hiocdcrkoron •

twijfelachtig cl zij de spieren zelve dan wel de zenuweindplaten aantasten.

-ocr page 141-

135

C. ZIEKELIJKE VERANDERINGEN, VEROORZAAKT DOOR LEVENDE WEZENS (PARASIETEN).

I. DIERLIJKE PARASIETEN.

Inleiding,

Hl. De hiertoe behooiende dieren houden zich gedurende hun geheelc leven of slechts gedurende een gedeelle van hun bestaan, dus slechts tydelijk, op of in liet lichaam van andere dieren op en vinden daar voedsel en woning (ware parasieten). Hierdoor onderscheiden zij zich ware van de schijn hare of valsche parasieten d. z. dieren, welke l\'i,ras\'et\'quot;\' slechts toevallig op of in de lichamen van andere worden aangetiollén (p s e u d o-p a r a s i e t e n). pscmln-

Er bestaat eene groole verscheidenheid in het leven der waro parasieten Iquot;ir!,slcU!quot;-(graden van parasitismus). graden van

Parasieten komen in bijna alle klassen van het dierenrijk voor, zonder 1,8ri,slllsmus-echter overal even talrijk te zijn. Enkele aideelingen worden geheel door parasieten gevormd, andere bevatten slechts enkele soorten, in nog andere komen zij alleen bij liooge uitzondering voor.

Er is bijna geen dier, dat geen parasieten herbergt. Zelfs de kleinste talnjkheici .lei-éóncellige dieren huisvesten dikwijls parasitische dieren of planten. Hoewel zelden, kunnen parasieten door andere parasieten worden bezocht.

De deelen van hel inenschelijk lichaam, welke door deze organismen wooiiplaat.«cn. kunnen worden bewoond, zijn zeer verschillend. Bij voorkeur houden zij zich op in de uitwendige huid en in de slijmvliezen, of hebben zij hare verblijfplaats in de licliaamsholten, die met de oppervlakte van het lichaam in verband staan.

Sommige blijven steeds op de lichaamsoppervlakte (epizoen), andere opizoën. bewonen uitsluitend de lichaamsholten (entozoën), terwijl een derde groep cntozoên. in de organen leven (organozoën). Enkele beperken zich tot hel bloed organozoen. (h a e m a t o z o ë n). hacmatozofin.

Vele parasieten brengen hun geheele leven bij den mensch door. Andere vertoeven slechts gedurende bepaalde ontwikkelingsperioden in bel men- lijdeiykc schelijk organisme en zoeken ia andere tijdperken van hun bestaan andere

-ocr page 142-

13«

lusschcn- dieren (lusscliendieren) op of moeien op deze overgwlragen worden.

Ecnige hebben liet lichaam van don mensch slechts noodig om hunne eieren af te zetten.

Vele parasieten kunnen actiefin het lichaam van den mensch dringen, andere missen dit vermogen en kunnen slechts passief van plaats veranderen, invloed der [)e invloed door deze wezens op liet lichaam van den mensch uitgeoefend, loopt zeer uiteen. Verschillende omstandigheden kunnen hierbij

actieve en passieve bevvc petijkhcu).

cbaauit reactie van kinderen.

parasielcn op het

mensctielijk jn |ie| spei zijn z00als leeltijd, geslacht, toestand van liet aangetaste lichaam, zitplaats, aantal en levenswijze van de parasieten, enz. Zoo reageeren kinderen dikwijls zeer sterk op sommige darmparasieten, die door volwassenen slechts bij toeval in hun organisme worden opgemerkt. Verscheidene plaatselijke veroorzaken zeer heilige plaatselijke veranderingen, andere zijn of worden verandaing quot;• gevaarlijli\' door bet orgaan, dat zij bewonen.

De dierlijke parasieten van den mensch hebooren tot de oerdieren (protozoen), de wormen (vermes) en de gelede dieren (arthropod e n).

protozoen. H2. l91quot; afdceling. Protozoen (oerdieren) zijn écncellige organismen. Zij zijn de laagst gebouwde dieren. Bij den mensch worden aangetroffen: rhizopoden, sporozoën en infusoriën.

rliizopodcii. I»quot;\' klasse. Rhizopoden. De eenvoudigste vormen dezer levende wezens zyn con-

psendopodiën. traetiele protoplasmaklompjes, die uitsteeksels (pseudopodièn) knnnen uitzenden en intrekken, waardoor zij zich voortbewegen.

amoeba coli. De rhizopoden zijn slechts vertegenwoordigd door amoeba coli, welke chronische werd aangetroffen in de ontlasting en in tien dikken darm bij chronische Icverabs\'cessrn dysenterie en ook in de pus der hierbij optredende secundairerleverabscessen.

sporozoën. 2J\'\' klasse. Sporozoën (gregarincn) zijn protozoen met cuticnla en kern, zonder

sporen. bewegingswerktnigen (psendopodien, wimpers, ciliën). Zij planten zich voort door sporen,

welke in het lichaam ontstaan. ,

Bij den mensch meent men ze aangetrotlen in contagieuse gezwellen

mollnscnm van de huid (molluscum con tagiosum), in de PAOKT\'sche borst-contaglosum. — _ , . gt; i • j i i

l\'AOAT\'sdcseasc. tepelaandoening, voorts in het darmkanaal, in de lever, in de pokken-darmkanaal, . .

lever. lymphe, in het bloed van lijders aan roodvonk en volgens sommigen ook

pokkenlymnhe. , .

roodvonk, in de epitheliumcellen van carcinomen, liet is echter nog aan gegronde

carcinoom.

(liciTIl

-ocr page 143-

137

twijfel onderhevig of de hier bedoelde eigenaardige lichamen werkelijk parasieten zijn

Bij hel zwijn, het rund, hel schaap, de hoenderen, hier vooral hij

karbouwen en in enkele gevallen bij den inensch konien de zoogenaamde

Miescher\'sche buizen (psorosperm ionbn izen) in de spieren voor. MikschkbVIic

. buizen.

Zij zijn lang ovale, cylindrische lichamen, waarin tallooze staaf-, nier- ol

halvemaanvormige lichaampjes.

Tot de sporozoën behoort wellicht ook het plasmodinm (haema- Plasmodium \' maliiriai\'.

moe ba, amoeba. La v era n ia) malariae, de oorzaak der moeraskoorts.

Dit organisme vertoont amoeboïde bewegingen, is in den beginne klein en pigmentloos, dringt in de roode bloedcellen binnen, jjroeil voort onder pigmentvorming en gelijktijdige ontkleuring van liet roode bloedlichaampje en neemt hierbij verschillende gedaanten aan. Na eenigen tijd wordt hel ouiwikkding. plasmodium onbewegelijk en deelt zich in een aantal kleinere lichamen.

die hel roode bloedlichaampje verlaten, zich een tijd lang in het bloed-plasma ophouden en van hier uit in andere roode bloedcellen dringen.

Er beslaan geringe verschillen in den ontwikkelingscyclus der parasieten der verschillende malariavormen. Sommigen achlen het beslaan van verschillende soorten van malariaparasieten waarschijnlijk. I5ij de chronische vorschillemln

, soorten

malariacachexie heeft men halvemaanvormige lichamen, mol en zonder van niement, in het bloed gevonden. Ciliëndragende vormen komen ook voor. parasieie».

1 0 \' 0 halvemaan-

3,,c klasse. Infusoriën (afgictseldicrtjes) bczillcn wimpers en ciliën of beide vormige

en ook wel zuigbnizen. Zij zijn samengeslelder van bouw dan de vorige prolozocn. lichamen.

ciliëndragende

Bij den mensch treft men als vertegenwoonligers dezer klasse\'aan: vormen.

Cercomonas inleslinalis, peervormig lichaam, 0008 tol O.Ot mM.

lang met een cilie aan hel stompe en een stijve punt aan het toegespitste iuicstinalls.

lichaamsuileinde, komt in hel darmslym of in de ontlasting voor bij

catarrhale toestanden van het darmkanaal.

Trichomonas vagi na lis, ei- of peervormig lichaam, 0.008—0.018 trichomonas

.... • i • vaginalis.

mM., aan hel eene uiteinde 2—3 draadvormige cihën, aan wier basis

nog korte wimperharen, komt voor in hel vaginaalslijm, ook in normalen toestand.

Trichomonas inleslinalis, met eveneens peervormig lichaam, trichomonas • i i- i inleslinalis.

0.001b—0.01 mM. lang, met vier ciliën, twee derde van hel lichaam

-ocr page 144-

138

zijn bedokt met een uit 10—120 haren beslaamlo wimperkleed, komt voor in de onllasling van lijders uan diarrhee.

2J« afdocling. Ingewandswormen (helm inllies). Do wonnen (verines) zijn skeletlooze dieren met zydelings synimelriseh, plat of cilindrisch lichaam, zonder hewegingswerklnigen, deels met horstels, haken of znignappen hezet. De inwendige organisatie dezer dieren is zeer ntteenloopend. heels hezitlen zij een hoog ontwikkeld darmkanaal, circulatie- en zenuwstelsel, deels missen zij deze geheel. Beiderlei geslachtsorganen zijn bij sommige in óén en hetzelfde dier vereenigd, hij andere zijn deze gescheiden. Tot de wormen hehooren de meeste en gevaarlijkste parasieten van den mensch. De minderheid brengt het gcheele leven in hetzelfde dier door. De meesten huizen gedurende hnnnen ontwikkelingstijd, welke door vaak zeer afwijkende vormen wordt gekenmerkt, in de buitenwereld of in een ander dier dan dat, hetwelk de volwassen vormen herbergt. De wisseling van woonplaats geschiedt actief of passief.

Iquot;11\' klasse. Plat wormen (platodcs), plat, meestal kort lichaam van blad- of tongvormige gedaante, zelden van ringen voorzien. Aanhangselen, indien aanwezig, meestal hechttoestellen (zuignappen, haken). De parasitische platwormen zijn alle hermaphrn-dieten. Dikwijls treedt generatiewisseling op.

l8tc orde. Lintwormen (cestodes), platwormen zonder mond en darmkanaal. Bij de ontwikkeling heeft generatiewisseling plaats. Zij blijven in den regel met het moe-derdier, waaruit zij door knopvorming ontstaan, verbonden. Dit moederdier blijft geslachtloos en doet, behalve als vormer van nieuwe leden, dienst als bechtloestel voor de geheele colonic. Hel is van haken of znignappen voorzien en vormt den zoogenaamden kop of scolex. Het grootste gedeelte van den lintwurm bestaat uit do tot eencn hand vereenigde geledingen (p r o g I o tl i d e n), de eigenlijke geslachtsdieren, welke een platte, vierhoekige gedaante hebben en nu eens smaller, dan weder breeder zijn kunnen. Klke progliltis . bezit bare eigen voortplantingsorganen, is een diertje op zich zelf. De onderste geslachtsrijpe geledingen laten van de colonic los en worden met dc ontlasting uit het lichaam verwijderd. Zij geraken met hunne eieren op planten, in hel water, op mest, enz. Van hier kunnen zjj in haar geheel of wel de eieren alleen in het darmkanaal van een ander dier geraken. In dc maag wordt dc eischaal opgelost en komen de jonge dieren vrij. Dc embryo\'s doorlioren den maag- en darmwand en dringen in het bindweefsel j#of geraken in dc vaten, worden in verschillende organen afgezet en ontwikkelen zich ^fin tot een blaasvormlge larve, den blaasworm. Door knopvorming van uit den wand dezer blaaswormen ontstaan de geslachtslooze tusschenvormen (voedsters of mocderdieren). Behalve deze bevat het blaasje eene sereiise vloeistof (cysticercus) of wel ontbreekt deze (cysticercoïd). Dc kopaanleg kan zich direct uit dc blaas ontwikkelen. (Jelijktijdig kunnen er meerdere ontstaan, of er ontwikkelen zich eerst broedknoppen, die een aantal scolices vormen (echinococcus). Met het voedsel

ingewatids-wormen.

vorm. houw.

ontwikkcliii);.

plRtwortnen.

lichaamsvorm.

ücnciatic-wisscling. linlwormcii.

niowlerdicr.

haken, zuignappen.

scolex. proglottiden. vorm.

Ihiiiw.

wijze van infcclic.

hlaasTvorm.

cyslicercus. cysliocrcuïd.

broedknoppen.

-ocr page 145-

130

geraken de Maaswnrmen ojt passieve wijze in het darmkanaal van een nieuw dier en ontwikkelt zich hier de als lintworm hekende colonic.

Het pamichym der cesloden bcstuat uit twee hoofdlagen. Ite middelste laag bevat de geslachlsorganen, de hnitenste is hoofdzakelijk van spierachtigen aard, zij bevat bovendien rondachtige kalkcnncrenienten. Het lichaam is bekleed mei een homogeen, chilineachtigc enticnia. De haken ontwikkelen zich uit iiitstnlpingen dezer cnticnla. Itannkananl en bloedvaten ontbreken. Daarentegen beslaat een excrelioapparaat, het walervaalsietsel, dat van den kop tot in de onderste geleding vervolgd kan worden.

Klke rijpe proglottis bevat eon mannelijk en een vrouwelijk geslachtsorgaan. Het mannelijke beslaat nil talrijke blaasvormige leslikels, die met een geineenschappelijken nilvoerbnis in verband staan. Het gekronkelde uiteinde hiervan ligt in een spierachtigen buidel (cirrhns) eu kan uil de geslaclitsnpening gestoken worden. Aan de vrouwelijke geslachtsorganen onderseheidl men een ovarium, een uterus, een zaad blaas en eene vagina,

welke onder de mannelijke geslachtsopening uitmondt. De geslachlsorganen, maar vooral de uterus, zijn bij de geslachtsrijpe geledingen als verschillend vertakte blinde buizen zichlbaar. Vóór de bevruchting zijn de eieren bleek en dnnwandig. Hierna verkrijgen eieren, zij dikke wanden en sluiten ecu kogelvormig lichaam, bet zeshakige embryo in.

Taenia solium. In ontwikkelden toestand 2—3 meier lang. üeT»™» 80l\'m|1-rijpe proglottiden zijn ca. 10 mM. lang en 6 mM. breed. De kop is proglotiiden.

1 # kop.

kogelvormig en heeft ongeveer de grootte van een «peldeknop. l)e top is dikwijls zwart gepigmenteerd, draagt een rostcllum meteen liaken-krans van 26 haken. Do geledingen van den hals zijn voor hel ongewapende oog niet zichlbaar. De proglotiiden nemen langzaam in omvang toe. Op 1 meter onder den scolex hebben zij den vorm van een quadraal. De geslachlsopening is zijdelings geplaatst, onder het midden. De uterus heeft 7—10 groole zijtakken, welke in een wisselend aantal kleinere overgaan. De eieren zijn rond, hebben een dikke schaal, welke uit radiair «ieren. geplaatste dichl aaneengesloten lagen bestaal. De eieren hebben eene doorsnede van ongeveer 35 micron.

De blaasworm (cysticercus cellulosae) is een wilachlig gele of cysticcrtus

. • • . i ■ i • cellulosae.

blauwachtig grauwe, meestal aanzienlijke blaas, ter grootte van een kleine hagelkorrel tol eene groole erwt van ronden of ovalen vorm mei meestal inge-slulpten kop. In de weefsels is het blaasje meestal door een bindweefselkapsel omgeven. Op sommige plaatsen (pia mater, hersenvenlrikel) ligt hel ontwikkeling, vrij. Proeven hebben geleerd dal de blaaswurm ongeveer twee maanden voor zyn ontwikkeling noodig heeft, na 3—6 jaren afsterft en hierna

lintworm.

himw.

geslacht s-org»iu:n.

rostcllum. hakeukrans.

geslachts-opening. uterus.

-ocr page 146-

110

iiliiaisni vim verkalkt. Bij den menscli komt de cyslicercus ccllnlosae meeslal voor in vnorkomnn liij . . . i . . . .

den inensch. ll(ïl subculaiie en iiilennusculaire bindweefsel, voorts in de hersenen, in hel oog, in het hart, in de longen, in de lever, zelden in de milt en in de beenderen.

De Taenia solium bewoont de dunne darmen van den menscli. Niet

aauiiit. zelden zijn er meerdere gelijktijdig voorhanden. Deze lintwurm groeit zoo

snel dat hij in 3 maanden eene lengte van 2—3 meter bereikt. De

lusschcmticr. cysticercen komen dikwijls in het intermuseulaire bindweefsel van het

zwijn voor, maar ook in de hersenen, de lever, het hart, enz. van dit

peographisciic dier. De taenia solium komt daarom hel meest voor in streken, waar verspreiding. ■ , . .

varkensvleesch m rauwen ot half rauwen toestand door de bevolking wordt

genuttigd.

taenia medio- De Taenia me(1 iocane 11 a ta s. sagi nat a is langer en breeder dan canetlala. . m .

scolex. \'lieilia solium. Hij wordt tot (i meter en meer lang. De kop is

groot, bezit geen hakenkrans en geen rostellum en heeft vier krachtige proglotiiden. zuignappen, gewoonlijk door een pigment-zoom omgeven. De geledingen uterus van den hals zijn met het bloote oog te herkennen. De uterus is gekenmerkt door zijne talrijke primaire zijtakken, welke zich niet tandvormig (dendri-tiscb), zooals bij Taenia solium, maar vorksgewijs (dichotomiscli) deelen. De Roslachis- geslachtsopening is zijdelings geplaatst en ligt ver onder het midden van Jen zywand. De geslachtsrijpe proglottiden zijn 18—20 mM. lang en eieren. 7—1) mM. breed. De eieren zijn ovaler dan bij Taenia solium en hebben een dikke schaal. Terwijl de Taenia solium dikwijls in gtootere samen-afstooiing van hangende stukken uitgestooten wordt, laten de geledingen hier dikwijls afzonderlijk los en vertoonen na de ontlasting voortkruipende bewegingen, infectie. De Taenia mediocanellata komt dikwijls bij den inensch voor. De infectie komt tot stand door hel gebruik van rundvleesch, dat de blaaswormen beval. Deze zijn kleiner en bevatten minder vloeistof dan de cyslicercus cellulosae.

taenia Taenia ech i nococcus wordt hoogstens 4 mM. lang, bezit een kleinen

echinococcns. . , ... .....

koil ronden kop, een dik cylmdrisch rostellum met 28—46 kleine haken, welke

fiats. in twee rijen in de hakenkrans zijn geplaatst. Aan den hals zet zich

proglottiden. eene uit drie, hoogstens uit vier geledingsn bestaande colonic vast. Alleen uterus eieren.

tusscheiidier. (le ,aa,ste proglottis bevat in een onregelmatig gevonndeti uterus ovale eieren.

-ocr page 147-

HI

De Taeni.i pchinococciis leeft in de dunne darmen van den hond. Dikwijls komt deze worm hierin in groolen getale voor. Bij den mensch komt alleen de bluasworm voor. De overdraging op den mensch geschiedt lilnasworin. door hut geraken der eieren in de maag. De hieruit vrij gewordene iuicciie. embryo\'s doorboren na eenigen tijd den darmwand en geraken dan in verschillende organen, waarin zij zich verder ontwikkelen. Meestal quot;kiezen zij de lever lot verl)lij(plaats uit. Zij worden dan door een bindweefselkapsel omgeven en veranderen slechts langzaam in de door een laagsgewijze gebouwde cuticula omgeven blaas, kortwegeciiinococcusgenoemd, .■.•hjnbcocci.s Na 5 maanden komen aan den binnenwand broedkapsels te voorschijn,

waarin de seolices zich ontwikkelen. De buitenste laag van de moederblaas beslaat uit chitineachtige lagen (cuticula), die door haren lamelleusen omwikkeling.

liirnelleusf

houw gekenmerkt zijn. De hieraan grenzende parenchymlaag vertoont i,onw. eene korrelige structuur en bezit spaarzame spiervezels en vaten. De broedkapsels, aan wier wand men eveneens een cuticulair- en een paren- hrowlkapwi, chymlaag kan onderscheiden, ontwikkelen zich in den vorm van korrel-vormige uitsteeksels der parenchymlaag. In elk hunner ontstaan meerdere scolices. Deze zijn ongeveer 0,3 inM. lang en mei concentrische gebouwde scolices. kalklichaampjes bezet. Zij dragen een rostellum, dal door 2 rijen fijne fostellmn. haakjes is omgeven. Deze hebben ongeveer \'/e g\'ootte van die haken, van den cysticercus cellulosae. Nabij den top zitten vier zuignappen, zmgimppen. Aan de achlervlakle zit een spierachtige steel, die met de broedkapsel in verbinding slaat. Dikwijls is de voorste belli van den kop in de achterste gestulpt. In afgestorven blazen zijn de broedkapsels meestal gebarsten,

zoodal de scolices vrij worden en op den blaaswand zitten. Niet zelden laten zij geheel van den wand van de hoofdblaas los. De echinococcns enkelvoudige

. , , ii i echinococcns.

kan enkelvoudig blijven, aan de binnenvlakte zitten de broedkapsels

of deze ontbreken geheel en al (steriele blaas, acephalocyste).

Deze vorm is bij den mensch zeldzaam. Vaker ontstaan door knopvorming

in- ol uitwendige dochter- en kleindocliterblazen, uil wier binnenvlakte

wederom broedknoppen zich vormen kunnen. Soms slerlt de moederblaas

af en verdwijnt, tie dochterblazeii liggen alsdan schijnbaar vrij in de

bindweefselkapsel. De inhoud der blazen bestaat uit eetie heldere, eiwilvrije inhoud der

i Mans.

vloeistol, waarin barnsleenzuur, soms ook suiker en overblijlselen der

-ocr page 148-

142

scolices. De echinoccus groeil langzaam, maar kan toch eene enorme grooite. groolte bereiken. Soms wordl de groei plotseling gestuil, de echinococcus verkalkt dan en schrompelt ineen. Zulke blazen verliezen haren inhoud, afkapseling. in de bindweefselkapsel zet zich kalk af. In den regel blijven eenige resten van den wand van de moederblaas bestaan. De inhoud bestaat uit eene dikke, brokkelige, door vet geelgekleurde, cholestearine-houdende brij, waarin meestal veel kalkzouten.

echinococcus Dijna uitsluitend in de lever komt de ech i nococcus multilocularis al^ een ze|(jzame vo,.nl voop, De blaasworm bestaat alsdan uit tallooze blaasjes, niet grooler dan een erwt, waarvan slechts het kleinste deel scolices bevat. Hij ligt in een bindweefselkapsel ingesloten.

pathologische De pathologische beteekenis van den echinococcus hangt af van zijne ^Uplaai\'-T zitplaats en zijne grootte. Hel vaakst wordt hij aangetrolfen in de lever, in hel peritoneum, zeldzamer in de milt, de longen, de pleurae, de nieren, de spieren, de hersenen, de beenderen, de schildklier en de mamma, geographische De geographische verspreiding van den echinococcus hangt samen verspreiding. ^ gewoonten der bewoners der verschillende hemelstreken. De blaasworm. blaasworm komt dikwijls bij het varken, hel rund en hel schaap voor.

Daarom worden honden door het vreten van afval van deze dieren niet zelden geinfecteerd. Menschen, die voor hun levensonderhoud honden er op na houden en veel met deze dieren in aanraking komen, zijn uit den infectie, aard der zaak hel meest aan eene inlectie door middel van de eieren van den worm blootgesteld. Mier vandaan het menigvuldig voorkomen dezer parasieten in IJsland.

hothriocepha- Botliriocephalus la lus, de grootste lintworm van den mensch, wordl geledingen ^® meter lang en bezit 3—4000 korte maar breede geledingen. De geledingen zijn zeer breed (10—12 mM. breed en 5—8 mM. lang), de laatste hebben nagenoeg den vorm van een quadraat. De proglottiden kop. nemen van hel midden naar de randen in dikte af. Voorste licliaamseinde zuignappen, dun. De kop is ongewapend, lang ovaal en bezit twee diepe spleetvormige gesiachis- zuignappen. De geslachlsopening zit aan de buikvlakle. De uterus is een opening, enkelvoudig gekronkeld kanaal, hetwelk in hel centrum van voren naar

lllcrllS*

eieren. achteren verloopt. De eieren zijn ovaal en bezitten een eenvoudige bruine embryo, schaal met kapvormig deksel. Het embryo ontwikkelt zich in zoet water.

-ocr page 149-

143

De blaasworm leefl in het lichaam van sommige riviervisschen. De blaas worm, Bothriocephalus lalus komt hool\'tlzakelijk in noordelijk Europa voor. veisprculing.

Zeldzamer bij den meilscb voorkomende lintwormsoorlen zijn: I. nana, (. flavo-puncialn en t. enenmerina, de laalsle nog al eens bij kinderen.

211quot; orde. Znlgwormen (trematodes) hebben een tong- of bladvormige gedaante, zuigwormen.

een mond, een vorksgewijs vertakten darm, geen aarsopenitg, meestal bnikstandigc ronde ^\'daanli\'.

znignapi)quot;)).

zuignappen, soms ook heehttoestellcn. De meeste Irematoden zijn tweeslachtige dieren. becht-

l)e ontwikkelingsgescblodenis der hiertoe behoorende distomeen, welke hij den inenlt;ch toestellen.

voorkomen, is samengesteld. De uit de eieren getreden embryo\'s ontwikkelen zich in quot;quot;\'wikkeling.

waterdieren (slakken en mosselen) tot kiembuizen (sporocysten), waarin kleine, sporocysten.

gestaarte dieren met zuignappen en een darmkanaal ontslaan (eercariën). De vrij cercariën.

geworden cercariën zwemmen eenigen tijd in bet water rond en zoeken dan waterdieren

op, waarin zij zich inkapselen (ingekapselde distomeen). Passief geraken zij van hieruit inkapseling.

in de m iag van een ander dier, waarin zij zich lot geslachtsrijpe individtiën ontwikkelen.

Sommige cercariën geraken rechtstreeks in het lichaam van den gastheer. De by den

inensch voorkomende trematoden bebooren tot de familie der distomeae. Endo- distomeae.

parasietische trematoden met een enkelvoudigen kop, een zuignap, de innndopening kop.

omgevende, naar achteren eeue grootere buikzuignap, liet darmkanaal meestal eenvoudig zuignappen.

vertakt. De litems beval ovale eieren, waarin dikwijls reeds in het moederlijk lichaam t\'quot;quot;n\'\'aquot;aal.

uterus.

een bewimperd embryo zich ontwikkelt. embryo.

Distomum hepalicum, de leverbot, met een kort kegelvormig distomum voorste en bladachtig, lang ovaal achterste deel van bel lichaam, quot;lMhuquot;quot; heeft eene lengte van 1b—40 mM. en eene breedte van 12 mM. De zuignappen staan vrij dicht bij elkander en zijn klein. Tusschen hen zuignappen, in bevindt zich de geslachtsopening, waaruit niet zelden een dikke ge- gesiachts-wondene cirrhus steekt, üe ovale eieren zijn 0.13—0.14 mM. groot,

(.I V I quot;ll •

Gewoonlijk leefl deze parasiet in de galgangen en in de galblaas. Bij den woonplaats, menscb komt deze trematode slechts in enkele exemplaren voor. Zy veroorzaakt verstopping en ontsteking der galwegen. In een enkel geval nam ziekte-men waaiquot;Hlcbratie en stenose van den ductus hepaticus door de leverbot quot;\'\'equot;\' teweeggebracht. In de verwijde en verdikte galblaas en in de dunne darmen vond men toen vele distomeneieren. Soms geraken de dislomen in de bloedvaten van de lever en kunnen op deze wijze in verwijderde organen komen.

Distomum lanceolatum heeft een dun, gestrekt lancolvormig distomum lichaam, dat tol 10 mM. lang en 1—3 mM. breed kan worden. Het

-ocr page 150-

144

tusschen de zuignappen gelegen deel van liet licliaam gaal geleidelijk in

voorkomen hij het overig deel over. Dij den inensch heeft men dezen parasiet eveneens

quot;quot; quot;quot;nM \'\' in de galwegen gevonden, doch zeldzamer dan de voorgaande.

disiamum Dis to m u m haematobium. Het mannetje heelt een afgeplat en tot een hacmntobiiim. . . i i i .

buis opgerold achterlyl, waarin hel cilindervormige wijfje besloten hgl. Mond-

kleur. en buikzuignap liggen dicht bij elkander aan het voorste lichaamseinde. De

kleur is melkwit. De mannetjes zijn 12—14 mM. lang, dikker dan de wijfjes.

liciinninsvorm. Het voorste deel van het lichaam is plat. liet achterlijf bezit aan de buik-

vlakte een sleufvormig kanaal voor de opneming van het wijfje bestemd.

eieren. Hel wijlje is 16—li) mM. lang. De lang ovale eieren zijn 012 mM. lang

embryo, en zijn aan het eene uiteinde toegespitst. Het embryo is rolrond. Deze

geograpliische parasiet komt veelvuldig in Egypte voor. Door de eieren, welke zij in verspreiding. . .

liet slijmvlies der pisleiders, van de pisblaas en van den dikken darm afzet,

liaemor- bewerkt zij ontslekingsprocessen (haemorrhagieën, dysenterieachtige aandoe-rliagien,

ilysenierie- quot;quot;lo6\'1\' concrementvormmg, pyelitis). De omwikkelde dieren heeft men

achüge in de takken van de vena porta, de aderen der milt en van het net aandoeningen,

pyelitis, gevonden. Volgens sommigen veroorzaakt distoinum haematobium ook iiaematnrie. haematurie en komen de eieren soms in de prostata, de nieren en in de lever voor.

distomum spathnlalum.

Hoogst zelden heeft men in hel menschelijk lichaani nog andere distomumsoorten aangetrolTen. Een daarvan, distomiim spalhulatura, veroorzaakt ernstige, met cholaemie gepaard gaande leveraandoeningen.

ronde wormen. 2\'le klasse. Ronde wormen (nemanthelmintcs). Wormen met een rolrond, buis-of draadvormig lichaam. Zij vertoonen eene ringvormige teekening, zijn echter niel geleed en bezitten soms papillen of haken aan het voorste uiteinde, geen bloedvaten en ademhalingswerktuigen. De geslachten zijn gescheiden. „

De parasitische ronde wormen van den menscb behooren tol de orde der draadwormen nematoden. (nematoden).

ascaris Ascaris i \'mbricoides komt zeer dikwijls bij den mensch voor. gedaante ^el \'\'c\'iaam \'s cilindi isch, aan beiüe zijden spits toeloopend, met vier over-langsche en talrijke dwarse strepen. Het mannetje wordt 230 mM. langen kleur. 3 mM. dik, hel wijlje wordt 400 mM. lang en mM. dik. De kleur is bleekrood. De kop gaal zonder scherpe grens in het lichaam over. liet lichaamsbouw, darmkanaal doorloopt het geheele lichaani. Het staarteinde van het wijfje eindigt stomp. De sterk gekronkelde dubbele uterus beval ontelbare

-ocr page 151-

US

eieren. Deze zijn 0.05 inM. lang, ovaal en door eene dikke schaal om- eieren, geven, welke buitenwaarts nog bekleed wordt door eene helderen eiwit-mantel, welke de eieren zelfs in gedroogden toestand zeer lang levensvatbaar houdt. De ontwikkeling der eieren is nog niet rechtstreeks vervolgd, omwikkeling. Waarschijnlijk hebben de embryo\'s een tusschendier noodig. insschcndier.

De gewone spoel worm is een der meest voorkomende darmparasieten van den mensch. Hij bewoont hoofdzakelijk het jejnniim en kan in grooten ziiplnats. getale daarin voorkomen. Zij veroorzüken catarrh van het spijsverterings- vcrsdiijnselcn. kanaal en prikkelingsverschijnselen van het zenuwstelsel. Zelden leiden zij tol perforatie van den darmwand en tot de vorming van zoogenaamde wormabscessen van den buikwand. Soms geraken zij in de galwegen en in de afvoerbuis van het pancreas.

Oxyuris vermicularis (aarsmade) bezit een witachtig draad- oxyurU vormig lichaam, liet mannetje is 3—4 mM. lang en heeft een opgerold, priemvormig nitloopend staarteinde. De kop is knopvormig met driehoekigen, gedaanie. door drie lippen omzoomden mond. Het wijfje is dikker en grooter dan hel mannetje, 8—12 mM. lang. De mannelijke geslachtsopening ligt dicht bij hel staarteinde, die van bet wijfje in de voorste lichaamshelft. Het houw van

darmkanaal bevindt zich juist in het midden van het lichaam. De ovale 1101 .............

eieren zijn circa 0.05 mM. lang en bevatten een embryo met priemvormig eieren, uilloopend achterlijf.

De aarsmade is de meest voorkomende darmparasiet van den mensch en komt zoowel bij volwassenen als bij kinderen voor. Zij bewoont den zitplaats, gebeelen dikken darm, zelden den dunnen darm. Dikwijls geraakt zij van uit den aars in de vagina. Zij veroorzaakt jeuk aan den anus, catarrhen vcrscliijnselen. van den dikken darm en soms zenuwstoornissen. De infectie heeft inCccile. waarschijnlijk plaats door het gebruik van spijzen of dranken, waarin embryohoudende eieren voorkomen.

Anchylostomum du ode na Ie s. Doch mi us duodena lis s. anchylo-Slrongylus du oden al is heeft een cilindrisch lichaam. De kop is naar de rugvlakte, omgebogen en bezit een hoornachtige mondkapsel, aan den bovenrand twee klauwvormige haken, aan de rugzijde een kleinere, lichaamsvorm. Hel darmkanaal is wijd, dikwijls niet bloed gevuld, liet achtereinde van het lichaam vormt bij het mannetje een breeden drielappigen zak met

ALGKMEËM-: ZlliKTEKÜlNUE. UJ

-ocr page 152-

146

eioron. Iwee spicula, bij liet wijfje loopt het puntig toe. De ovale eieren zijn 0.044 mM. lang en 0.023 mM. breed en hebben eene dunne enkelvoudige schaal. De mannetjes worden lot 10 mM. lang en I mM. dik. de wijfjes woonplaats, iels grooter. Deze parasiet bewoont het duodenum en jejunum en wordt ook veel in het coecum aangetroffen, nu eens afzonderlijk, dan verschijnselen.eens in groolen gelale. Hij bijt zich in liet slijmvlies vast en voedt zich met hel bloed vati het door hem bewoonde dier. Wanneer het diertje afvait, blijft een ecchymo.se met een klein gal in bet centrum, waaruit bloed vloeit, achter. \' Anchyloslomum duodenale kan ook in het submuceuse bindweefsel van den darm voorkomen. Door de aanwezigheid van een groot aantal dezer wormen in bet darmkanaal van den mensch kan eene ernstige, zelfs doodelijke anaemie ontstaan. De met de faeces ontlaste ontwikkeling, eieren geraken in den modder lol ontwikkeling. De levendig bewegelijke larven groeien in het menschelijk darmkanaal binnen den lijd van ïi—(i weken lol geslachtsrijpe individuen uil.

irichocephalus T r i c h o c e |) h a 1 u s dis par, ongeveer \'t cM. lang. De voorste lichaams-

dispar. |iui(| is |ail{, draadvormig. Het achterste deel van het lichaam is bii liet

licnanmsvorm. o o j

mannetje spiraalvormig opgerold, hij hel wijfje gestrekt. De lang ovale eieren. eieren zijn door een dikke bruine schaal omgeven, welke aan de polen twee woonplaats, tapvormige hyaline aanhangels verlootten. Deze worm bewoont, dikwijls in grooten gelale, het coecum en het colon ascendens, doch schijnt geene stoornissen Ie veroorzaken.

trichina Trichina spiralis komt als geslachtsrijpe parasiet (dartnlriihine)en in s1quot;1,1 ls\' ottonlwikkelden toestand (spiertrichine) voor zoowel bij den mensch, als bij vele zoogdieren.

ilarmtrichine. De darmtrichine is een fijne, draadvormige worm met dunneren aCmetirigen. kop en afgerond slaarteinde. De mannetjes zijn 1.5 mM., de wijfjes 2—3 mM. lang. Uil de in den uterus in grooten getale voorhandene eieren. eieren van 0.02 mM. doormeier ontwikkelen zich de 0.1 mM. lange ontwikkeling, embryo\'s, welke de dunne eischaal reeds in den uterus doorbreken en den vijfden tot zevenden dag na het eten van het Irichineuse vleesclt levend geboren worden. Waarschijnlijk kan de ontwikkeling van embryo\'s, wellicht door hel achtereenvolgens rijp worden der verschillende eieren, weken lang aanbonden. De embryo\'s worden niet met de faeces ontlast, maar doorboren

-ocr page 153-

147

weldra den darmwand en begeven zich naar de willekeurige spieren. De verbreiding wegen, welke hierbij ingeslagen worden, zijn nog twijfelachlig. üe meeslen (1,inn||lilt;c\'||ini,n nemen aan dat de embryo\'s den darmwand doorboren en van de buikholle uit actief in de willekeurige spieren geraken. Na de geboorte der jongen sterven de vrouwelijke trichinen af of worden zij uit hel darmkanaal verwijderd. De mannelijke individuen zijn reeds 14 dagen na de infectie verdwenen.

In de dwarsgestreeple spieren dringen de trichinen in de spiervezels spicrtricliinen. binnen, waar men haar reeds 12—14 dagen na de infectie vinden veranderingen

kan. De rontracliele spierzelfslandigheid degeneert korrelig of wasachtig. Na s^Trirl,\'.....

ö—(i dagen rolt de trichine zich spiraalvormig op. liet sarcolem wordt vemorzanki. uitgezet en verdikt zich. Aan zijn binnenste vlakte treedt vermeerdering der kernen op. Boven en onder den parasiet schrompelt de spiervezel samen. Op deze wijze ligt de spiraalvormig opgerolde parasiet, circa 2 maanden na haar binnendringen, in een spoelvormige, aan de uiteinden afgeronde kapsel. De spiertrichinen bereiken in ongeveer H dagen levensbare volle grootte (0.7—1 niM.). Na nog circa \'/•.—\'A begint de kapsel te verkalken. De verkalkte ondoorschijnende kapsels herkent men met hel bloofe oog als fijne witte punten in de spier. In de verkalkte kapsels kunnen de spiertrichinen nog verscheidene jaren geschikt tol ontwikkeling blijven. Zoodra zij in het darmkanaal van een ander dier overgang in geraken, ontwikkelen zij zich weder tot geslachtsrijpe darmtricbinen. iy[et\'1,111111 hel afsterven van hel door haar bewoonde dier gaan de spiertrichinen niet aanstonds Ie gronde, doch blijven nog weken lang in hel in ontbinding verkeerende vleesch in bet leven, liet aantal der in de spieren aange- aaniat. trollen trichinen loopt in verschillende gevallen zeer uiteen. Gelijktijdig kunnen millioenen exemplaren zich in een lichaam bevinden, soms vindt men er slechts enkele.

In hevige gevallen gelijkt de trichinosis op den typhus. Zij is eene tricliinnsi*. koortsachtige mei hoofdpijnen en gestoord bewustzijn verloopende ziekte. Het doorboren van bel buikvlies door de trichinen veroorzaakt een prikkelingstoestand van hel peritoneum. In den dunnen darm bestaat eene calarrhale ontsteking, terwijl de follikels en de mesenleriaalklieren gezwollen zijn. Hierbij voegt zich, op den 7acn dag gewoonlijk, een fersctiijnselen.

-ocr page 154-

148

karakteristiek oedeem (collateraal) van het aangezicht, vooral der oogleden en der extremiteiten, eene dill\'use bronchitis en soms broncho-pneumonie. Verder moeilijkheid bij het slikken, hel kauwen en de ademhaling, een gevolg van de aandoening der spieren. De dikwijls vreeselijke spierpijnen vinden hierin eveneens eene verklaring. In de lijken van aan trichinosis overleden personen vindt men dikwijls vetlever, zelden vettige degeneratie van het hart en van de nieren, vaak hypostatische pneumonie.

sectie-bevindingen

infectie. De infectie heeft zonder twijfel plaats door het gebruik van rauw of haifrauw trichineus vleesch, meestal varkensvleesch. Ueeds beneden kookhitte sterven de trichinen.

Fit ar ia inedincnsis s. il raciinculus (Guinea worm) heeft een draadvormig licln.am (I M. lung en \'2 inM. dik), met afgerond voorste uiteinde en eindstandigen ronden mond. Uezu parasiet komt in tropische gewesten bij den mensch voor, is hier te lande echter nog niet aaiigetrolleii. Hij bewoont het ondeihuidsche celweefsel, voornamelijk dal der onderste extremiteiten en veroorzaakt daar ontsteking.

illaria sanguinis F11 ar ia sanguinis hominis vindt men in de tropen bij lijders aan chylinie chylnrit en haematurie in de bloed- en lymphevaten. Zij is het embryo haematnrie. van eene filariasoort, 0.35—1 rnM. lang en 0.006 mM. breed. Het kop-voiwassen dier. einde is stomp afgerond, het staarteinde toegespitst. De volwassen worm heeft hel aanzien van een dunnen, witten draad van 8 cM. lengte met elephantiasis, ongewapetiden mond, en komt in elephantiatische deelen voor. De uteruseieren. buisjes zijn vol van talrijke eieren, welke dikwijls de in hunne weeke omhulsels levendig bewegelyke embryo\'s bevatten. De muskieten zijn waarschijnlijk do tusschendieren.

lilariu ineilineiisis.

H4. 3\'10 afdeellng. Parasitische arthropoden (gelede dieren). De bijden mensch voorkomende parasitische arthropoden behooren tot de spinachlige dieren en de insekten.

Spinachtige dieren.

Pentastomum taenioides. Het geslachtsrijpe wijfje 20—130 mM. lang, vóór 8—10 mM. breed, mannetje \'20 mM. lang, vóór 3—4 mM, breed, achter beide slechts 1—\'2 mM. breed, met circa \'JU ringen. De geelbruine eieren (tut 500000 in één wijfje) schemeren door. Komt een enkele maal in de nensholte van den mensch voor.

arthropoden.

pentastomuin taenioides.

voorkomen.

pentastomuin denticulatunj.

Pentastomum denticulatum, de geslnchtslooze larvenvorm, komt in uitwendige gedaante met de vorige overeen, de pooteinden bezitten nog bijhaken en de ringen stekelkranzen. Lengte 5 mM., breedte 1.5 mM. De larve beweegt zich aanvankelijk vrij in een huidachtige cyste, welke later verkalkt, ttij den mensch komt deze parasie

S-l

-ocr page 155-

uo

meestal voor \'n de lercr en de milt, minder dikwijls in de longen, de nieren en in hel zilplaats, peritoneum zonder stoornissen te veroorzaken.

Acarus folliculorum hominis. s. desmodex fol liculoruni acanis (haarzakmijt). Mannetje 0.3 inM. lang, 0.04 niM. breed. Wijfje\'/4 grooler.

Eieren spoel- of slijpsteenvorniig. Aan het voorlijf vier paren korte, dikke poolen met vier klauwen. Aan den kop een snuit en vier voelhorens. Ontwikkeling onbekend. Komen dikwijls in de huid van den neus en in zitplaats, het uitwendig oor voor.

Sarcoptes hominis (schurftmijt). Wijfje 0.3—0.5 mM. lang, sarcoptcs

0.2—0.3 mM. breed, mannetje 0.25—0.3 mM. lang en 0.11)—0.2 mM. ,lominis-

\' breed. Schildvormig lichaam met vier paren groote poolen, die van borstels gndaante.

voorzien zijn en meerendeels hechtschijven bezitten, Ue kop is kogelvormig

met krachlige gelande kaken. Op den rtig stekels, in 4 in de lengte ver-

loopende rijen geplaatst, en een groot aantal chitineschuhben. De schurflmyt veranderingen

boort zich in de opperhuid in, graait gangen in de epidermis tot aan het

corpus papillare. In de gangen legt hel wijfje eieren. De gangen bevatten lichaam.

fransen

bovendien de excrementen dezer dieren en ingedrongen vuil, waardoor zij zich dikwijls als zwarte streepjes voordoen, die 3 cM. lang zijn, meestal gebogen verloopen en twee uiteinden bezitten: K hel kopeinde mei de ingangsopening, de plaats, waar de mijl zich in de huid heeft geboord en waar gewoonlijk een klein blaasje of puistje ontstaat, dat spoedig indroogt,

en 2e. een blind eindigend slaarteinde, dal dikwijls als een klein wit puntje zichtbaar is. Hierin zit de mijt. Vaak ziet men in plaats van de donkere streep van den gang eene even lange roode zwelling. De schurflmijt plaats van houdt zich bij voorkeur op in de huid van de zijvlakten der vingers, van het hand- en ellebooggewricht, van de voorste okselplooi, van den navel, van de roede en by zaciite opperhuid ook van de handvlakte en van de voetzool. De schurflmijt veroorzaakt hefligen jeuk, die door krabben tol eczeem leidt, verschijnselen, dat dikwijls ontaardt in eene pustuleuse ontsteking.

Leptus autumnalis (oogst mijt) 0.35-0.58 mM. lang, rood. De Icptns larven op grassen, graansoorlen, struiken, enz. dikwijls in groolen getale voorkomende, boren zich soms, meestal meerdere gelijktijdig, in de huid van den mensch in en veroorzaken hefligen jeuk en ontsteking der huid. verschijnselen. In sommige streken hebben zij endemieën veroorzaakt.

-ocr page 156-

1B0

liisekicn. In sekt en.

Ue hoofd luis bewoonl uilsluitend den behaalden schedel. Door hare verschijnselen, beten ontstaat heftige jeuk en ten gevolge van het krabben dikwijls eczeem, klcedcrluis. Ue kleederluis bewoont de plooien van de kleedingstukken en zoekt slechts tijdelijk het menschclijk lichaam op om zich met bloed Ie voeden. Hierdoor ontstaat eveneens jeuk, dat men door krabben tracht le verdrijven verschijnselen, en ten gevolge heefl het ontstaan van excoriaties der huid, welke tol de vorming van puisten en abscessen disponeeren, en pigmenteeringen en phtiiiriask kleine litteekens achterlaten. Dij de phthiriasis komen deze dieren in papels, puisten en soms op zweeren voor.

i\'lailuis. De platluis huist gewoonlijk op de behaarde schaamdeelen, komt soms in de okselhollen en in de wenkbrauwen en op den behaarden schedel voor. verschijnselen. l)e jeuk door de beten van dit dier veroorzaakt is niet hevig en leidt slechts zelden tot eczema.

vlooien. Vlooien Hiertoe behooren de gewone vloo (putex irrilans).

gewone vloo. . . n. , i i .

//ij veruorzaakt door haren beet eene zwelling mol centrale haemorrhagie;

zandvloo. de zandvloo (p. penetrans). Hel wijlje boort zich soms in de huid

en veroorzaakt door Imre eieren zweervorming.

vliegen. Vliegen. Hiertoe behooren de grauwe vleeschvlieg, de blauwaars, de

aasvlieg, de huisvlieg, de paardenvlieg. Zij leggen hare eieren dikwijls in

groolen getale in wonden en zweren alsmede in de uitwendige openingen van

verschijnselen, slijmvlieskanalen van menschen en dieren. Uit deze eieren ontwikkelen

zich de maden, welke meestal groepsgewijze, met den kop in de diepte en

hef. achtereinde naar buiten gekeerd, aangelrolïen worden. Ook in de

neusholte worden zij gevonden.

II. PLANTAARDIGE MICKO-ORGANISMEN ALS ZIEKTEOORZAKEN.

Inleiding.

11b. Tol de planten, welke op of in en ten kosle van het menschelijk-of dierlijk organisme leven, behooren drie groepen der door sporen zich cryptogamen. vermenigvuldigende Cryplogamen, nl. de schimmels, de s-ftottl-z wam men en de splijtzwammen.

Verreweg van bet grootste belang als ziekteverwekkende organismen zijn

-ocr page 157-

181

ile splijtzwammen, ook wel in het algemeen bacteriën genoemd, In de splijt-aeliologie der infectieziekten spelen zij de grootste rol.

116. 1. Schimmels (hyhpomyccten) als ziekteoorzaken. SchiinineU bestaan nil lunge, al of niet verlakte draden (hyplien), die zich door lopgroci verlengen. Zij hyphen.

zijn ai of niet geleed en dikwijls mei het hloote nog zichtbaar. Men onderscheidt tweederlei gelede draden. De eerste vormen het mycelium, hel vegetatieve deel, een uit mycelium, een vlechtwerk gt;an hyphen bestaande massa, welke tot oorsprong en s\'teun strekt aan de generatieve deelen, welke hieruit op bepaalde plaatsen oprijzen. Onder bijzondere omstandig- generatieve heden kan het mycelium gedurende langen tijd voortgroeien en in ontwikkeling toenemen deelen. zonder generatieve deelen voort te brengen. Deze laatste /.ijn de voor de sporeuvormillg sporeuvorming. bestemde draden, de vruchthyphen. De sporen ontslaan of in de moedercellen of aan vruchthyphen. de toppen dezer draden door afsnoering. sporen.

Behalve door sporen kan het organisme zich voortplanten door sommige mycelinm-draden, welke met elkander copuleeren. Op beide wijzen kan aldus de schimmel worden copulatie, overgeplant. Zij kunnen naasl elkander voorkomen. De wortelhyphen zijn meestal wortelhyphen lange, smalle draden; de vruchthyphen zijn doorgaans breeder en geleed.

Aan de afzonderlijke geledingen vindt men gewoonlijk een buitenste cellnlosemembraan en een binnenste stikstof houdend vlies. In de cel bevinden zich soms vetachtig glinsterende druppels, die wellicht de bcteekenis van kernen hebben. Ook bij de sporen kan men bouw. een buitenste cellnlosemembraan en een binnenste stikstofhoudende laag onderscheiden.

Zij beslaan uit kleine, ronde, ovale of cilindrische cellen, waaruit de kiembnizen out- kiembuizen. spruiten. Deze groeien tot het mycelium uit.

De sporen hebben een zeer groot weerstandsvermogen en kunnen lang onveranderd voortleven. Enkele bezitten ciliën, waarmede zij zich kunnen voortbewegen en heeten dan zwermsporen. zwermsporen.

De schimmels worden bijna uitsluitend aan de oppervlakte! van bet lichaam (huid, spijsverteringskanaal, ademhalingswegen, uitwendig oor, enz.) aangetrollen. Zij schijnen, zitplaats, uil hoofde barer groote behoelte aan zuurstof slechts onder bijzondere omstandigheden in de inwendige organen voor te komen

l\'athogeen zijn eenige soorten van mucorineën n.m. mncor corymbifer en mucorineën. mucor rhizopodi form is en eenige soorten aspergillen en wel: aspergillus aspergillen. flavescens, aspergillus fumigatus en aspergillus niger.

De mucorineën hebben rechte, enkelvoudige of gelede vruchthyphen en dragen aan den top op een gewelfd gedeelte (columella) bet sporangium, een kegelvormige sporen-moedercel.

Mucor corymbifer vormt een sneeuwwit mycelium. Mucor rh izopod i for m is mncor

is door groote, zwarte sporangiën gekenmerkt. corymbifei.

mucor rhizo-

Bij de aspergillen zwellen de vruchthyphen aan den top kogelvormig op en zijn pojiformis

-ocr page 158-

1Ö5J

licdükl met cpii groot aantal kloinc, fijne, rcclile, nagenoeg railiair geplaatste sterigmen, van welke de sporen zich afsnoeren.

Aspergillus fiimigatns vormt een groenachtig grauw mycellnm. De sporen zijn rond of ovaal, meestal kleurloos.

Aspergillus flaveseens heeft een geelachtig of geelgroen mycelium. De sporen zijn geelbruin.

Aspergillus niger hezit een ehoeoladckleurig mycelium eu zwarte sporen.

De palhogene mucorineên en aspergillen heeft men tot heden alleen gevonden bij pnenino-nische processen en ontstekingen van het midden- en van het nitweudig oor. Zij groeien bij ongeveer 30°—40° C.

I$ij den menscli komen \'t menigvuldigsl voor de ondervolgende schimmels, welke üich alleen door sporen voortplanten.

a. Acliorion Schönleinii, de oorzaak van de Favus. Door hel indringen van de schimmel in de huid ontslaat in de epidermis een vlechtwerk van draden, dat, indien het zich in de vlakte uitbreidt, aan een honigraat herinnert. De schimmel verwekt eene ontsteking der omgeving, dringt in de haarschacht en verleent hieraan een eigenaardig mat voorkomen. Hierdoor worden de haren broos en breken gemakkelijk af. Zoo kan vlekvormige kaalhoofdigheid ontstaan.

Kenmerkend voor de Favus zijn de gele, schotelvormige schubbetjes (scntula), welker centrum door een haar wordl ingenomen. Door het afslooten dezer scutnla ontslaat eene matte roode vlakte, welke weder door verhoornde epidermiscellen bedekt worden kan of in een litteeken verandert. Soms komt de Favus in de nagels voor, welke daardoor verdikt worden en losraken. Op de onbehaarde huid brengt de schimmel meer vlakke vlekken voort met kleine blaasachtige verhefTrngen.

b. Trichophyton tonsurans brengt op den behaarden schedel de als Herpes tonsurans bekende ziekte le weeg, welke gekenmerkt is door het optreden van kale, met afgebroken haren en fijne schubben en korslen bezette vlekken, die door een rooden of zwak gepigmenteerden bof omgeven zijn. Dezelfde schimmel veroorzaakt in den baard harde infiltraties en verellering (puistvorming), sycosis parasilaria. Ook het eczema marginatum, voornamelijk op plaatsen waar twee huidvlaklen tegen elkander aanliggen, wordt door deze parasiet le voorschijn geroepen. Hierbij ontslaan roode, verhevene vlekken, die met blaasjes en korsten bedekt zijn, zich in de peripheric

asperglllu* fiimigatns.

asperpilliis Qavesceiis.

aspcrgilliis

iiigpr. voorkoraeii.

acliorion Schönlcinii. I\'avus.

knallinofilig-hcid. sctitiila.

Irichophylon tonsurans.

verscliijnsclen

sy,:osis parasilarin.

cczcma marginatum.

-ocr page 159-

183

uitbreiden en in liet cenlnmi onder pigmenlvorraing in genezing overgaan.

Op de niel lieiiaarde lichaatnsdeelen ontslaan roode vlekken mei kleine blaasjes, die spoedig verdrogen en korslen vormen. De ontstoken plaatsen herpes zijn gewoonlijk scbijl- of cirkelvorming (Herpes circinnatus).

c. Microsporon furfnr veroorzaakt de pityriasis versicolor, een mic,.osl)oron zuiver plaatselijk schubbig exantheem der huid met gele of geelbruine

pityriasis

ondervlakte. versicolor.

117. tl. Spruit- of gistzwa m ra en (blnstoraycetes s. sacchnromycctes) spruit-zijii (iéiiccliigc planleii, die nn eens alzondcrlijk, dan weder tot snoeren verbonden, \'wsromen. voorkomen en zich vermenigvuldigen door uitspruitsels, welke door afsnoering van de vermenig-moedercel gescheiden worden. Zij kuimen ook sporen vormen in bepaalde moedercellen. De huldiging, doorgaans ovale cellen bowegen zich niet, zijn ook niel in slijm gebuid en veel groeier dan die der splijtzwammen. De meeste spruilzwmnmen veranderen suiker in alcohol en koolzuur. gisting. Aan de oppervlakte bij overvloedige lucbttoetreding kunnen de ketens dersprnitzwammeu soms hypheuaebtige draden vormen. Van lagere schiramels weet men, dat zij insuikerhou-dende vloeislofï\'en gistcelaclitige vormen aannemen. Hierdoor verkrijgt de mcening dat spruitzwammen lagere vegetatieve vormen vmi schimmcls zijn, groote waarsehijniijkbeid.

Sommigen brengen hiertoe de:

Saccharomyces s. Oïdium albicans, welke als de oorzaak van oïdium

albicans

de mondspruw der kinderen wordt beschouwd (aphthae). Deze ziekte .

komt hoofdzakelijk voor bij zuigelingen, grijsaards en door langdurig mondspruw. lijden zeer verzwakte personen. Zij komt ook voor op andere slijmvliezen, die zitplaats, een laagsgewijs plaveiselepithelium bezitten, zooals in den pharynx, den oesophagus en in de vagina. Door de woekering der parasieten ontslaan kleine puntvormige, vaste geelachtig witte vlekken, welke voortdurend in verschijnselen, omvang toenemende, dikwijls mei elkander samenvloeien en eene soort pseudomembraan kunnen vormen, welke in zijn geheel kan worden afgestooten, Van groote beteekenis kan deze aandoening worden, wanneer beteekenis. het lumen van den oesophagus hierdoor geheel wordt verstopt of wanneer bij kinderen in de maag zure gistingsprocessen ontstaan, welke een ernstige darmcatarrh na zich kunnen slepen. De aphthenzwam vindt men soms op den bodem van zweren, vooral tuberculeuse. Hier heeft zij echter eene secundaire beteekenis en kau slechts bij hooge uitzondering door aspiratie in de longalveolen aanleiding geven tot pneumonische processen. Zij vormt vertakte, dikwijls gebogene. lange draden, welke eigcnscbappDu,

-ocr page 160-

154

uit afzonderlijke, aan elkander geregene, verschillend lange cellen bestaan. In de draden zitten glinsterende korrels. De uiteinden der draden zijn afgerond. Hierin zitlen dikwijls sporen, waaruit nieuwe draden kunnen ontslaan. Op een suikerlioudenden voedingsbodem gedraagt dit organisme zich als een spruilzvvam.

118. III. Splijtzwammen of bacteriën (scb izomycetes) zijn do laagst georganiseerde planten en danken den naam van splijtzwammen aan hare eigenschap om zich door splijting te vermenigvnldigen. Men verdeelt de splijtzwammen naar den vorm der alzonderlijke cellen en naar dien der groepen, waartoe deze zich kunnen vereeiiigen. Men kent: kogelvormige bacteriën (m icrococcen), staafvormige bacteriën (bacillen) en schroefvormige bacteriën (sp i rillen).

Het lichaam der bacterie hestaai uit ééne enkele cel met een cellichaam van protoplasma (bactericplasma) en een celhuid (celmembraan). Het proloplasma heeft dezelfde eigenschappen als dat der andere planten. De celhuid bestaat uit eene celluloseachtige zelfstandigheid, welke aan den buitenomtrek meeslal overgaat in een in water opzwelbaar vlies, de kapsel. In de meeste gevallen bezit deze laatste slechts geringe afmetingen en valt alsdan niet in het oog, in andere daarentegen ovcrtrelfen zij die der cel ettelijke malen (kapselbacteriënj.

Hel proloplasma is meeslal kleurloos, slechts dat van enkele soorten bevat chlorophyl of eene hieraan in samenstelling verwante kleurstof. Andere kleurstoffen worden door de baclerien (chromo gene) geproduceerd en moeten deze daarom als slofwisselingsprodukten der splijtzwammen worden beschouwd. In het protoplasma van verschillende schizomyceten komen voorts zetmeel, zwavelkorrels, enz. voor. Iti de celmembraan van enkele soorten heeft men ijzeroxyde aangetoond.

De splijtzwammen vermenigvuldigen zich in de meesle gevallen door deeling van de moedercel in twee dochtercellen. Onder sommige omstandigheden treedt sporenvorming op.

Dij de bacillen en spirillen geschiedt de deeling dwars op de lengterichting. Bij de micrococceu geschiedt, zij in den regel evenwijdig aan de vorige deeling. Echter niet altijd. Er komen namelijk micrococcen-soorten voor, die na eene plaats gehad helibende deeling zich splijten in eene richting loodrecht op de votige. Hierdoor ontslaan vlakke groepen

bacteriën.

vcrincmg-vulüiging. indonling. inicrococccn. bacillen, spirillcn. bouw.

kapsel.

kapscl-baclericn.

klciirstnlVon.

cliromogcne bacteriën.

zetmeel, zwavclkoriels. ijzeroxytlc.

sporenvorming

deelings-richting.

-ocr page 161-

1S8

van vier niicrococcen, (micrococcus lelragenus). In andere gevallen

heeft er hierna nog eene deeling plaats in eene richting loodrecht op de

beide vorige. Op deze wijze ontslaan baalvormige groepen -van cocccn

(sarcina). sarcinen.

Na de deeling kunnen de jonge dochtercellen uit elkander gaan of

verbonden blijven en aldus ketenen vormen, welke eerst uit twee, daarna

uit vier, acht, enz. individuen beslaan. Micrococcen, die dergelijke ketens

vormen, noemt men streptococcen. Zijn zulke ketens slechts kort, strcptococcen.

bestaan zij uil niet meer dan twee cellen, dan spreekt men van diplococcen. diplococcen.

Gaan de dochtercellen uit elkander en boopen zij zich op, zooals hel

toeval medebrengt, dan spreekt men van staphylococcen, naar destaphylococcen.

overeenkomst in vorm met een druiventros.

De slaafvormige bacteriën worden, al naar gelang der onderlinge

verhouding van hare lengte- en dikteafmetingen, onderscheiden in plompe-

(bacterium in engeren zin) en slanke bacteriën (bacillus). Ook hier bacl(!riuin cn

bacillus.

kunnen de dochtercellen na de deeling zich van elkander verwijderen of tol

kelens vereenigd blijven. Toevallige uitwendige omstandigheden spelen hierbij

meestal eene overwegende rol. Er komen evenwel slaafvormige microben

voor, die steeds tot lange draden (schijndraden) vereenigd worden aange- schijndradcn.

trollen. Tot de spirillen bebooren ook de v i b riones of kommabacillen, komma-

bacillcn.

d. z. kromme staafjes, welke niet slechts in éóne vlakte gekromd zijn,

dus een gedeelte van een schroefgang vormen. Onder bepaalde voorwaarden blijven deze kommabacillen na de deeling aan elkander hangen en vormen dan lange schroefdraden, spirocbaelen. spiroohaoten.

Vooral in waterige vloeistoffen, waarin splijtzwammen leven, vindt men niet zelden de bacteriën lot vaak omvangrijke, betrekkelijk taaie, slijmige massa\'s vereenigd. Deze zijn ontslaan uil de samensmelling der slijmkapsels,

de cellen worden hierdoor van elkander gescheiden en meeslal zeer regelmatig in de slijmige massa verdeeld (zoogloëa). Sommige schizomyceten zoogloca. bezitten eigen beweging, andere niet. Algemeen wordt dit vermogen eigclll,cwcfgt;in8-aangetioflen bij de spirillen. Zij komt ook voor bij een groot aantal staalvormige splijlzwammen. De micrococcen missen de eigenschap

om zich zelve te verplaatsen, met eene enkele uitzondering (micrococcus micrococcus

agilis.

agilis).

-ocr page 162-

1KB

hiionmieii der De intensiteit der beweging is niet lüj alle soorten dezelfde. Hij

beweging. . . , ,

sominige is de beweging zeer levendig (spirillen en sommige bacillen), bij andere is zij zeer traag, soms nauwelijks merkbaar. De samenstelling der middenstof, de temperatuur en wellicht nog lal van andere omstandigheden hebben op de levendigheid der beweging invloed.

De voortbeweging van het lichaam der bacterie schijnt in de meeste, zoo al niet in alle gevallen, veroorzaak! te worden door zvveepvormige ciücn. draden (ciliên).

physiologische Evenals alle andere organismen kunnen de schizomyceten zich slechts voorwaarden.

vermenigvuldigen en voortleven, indien de omstandigheden, waaronder zij verkeeren, voor dal leven gunstig zijn en blijven, anders worden zij ziek en gaan te gronde. Dit is b. v. het geval wanneer de middenstof waarin de bacterie leeft, niel tijdig wordt ververscht; de daarin voorhanden voedingsstoffen worden dan ten slotte opgebruikt, o( het komt tot een ophooping van slofwisselingsproducten, die schadelijk zijn voor het leven der splijtzwammen.

Onder dergelijke, voor elke bepaalde soort verschillende voorwaarden sporen. bezitten sommige schizomyceten het vermogen sporen te vormen. Hierdoor worden zij in staat gesteld aan de meergenoemde en andere schadelijke invloeden het hoofd te bieden.

Het vermogen om sporen te vormen bezitten hoofdzakelijk sommige bacillen-, enkele spirillensoorten en naar het schijnt ook sommige sarcinen.

sporen- Bij de vorming der sporen begint in het algemeen het bacteriënlichaam vorming. bepaalde plaatsen korrelig te worden en zich daar ter plaatse te verbreeden. De bewegelijke bacteriën komen eerst gewoonlyk tot rust, de korrelige plaats wordt omgeven door een eigen membraan, waardoor deze van het overige lichaam wordt gescheiden. Hierna wordt de korrelige massa weder helder en krygt de spoor het aanzien van een bij eene bepaalde instelling van den microscoop sterk glinsterend, meestal ovaal lichaam, dat door een duidelijk vlies omgeven is.

Korteren of langeren lijd na de vorming van de spore begint hel overige deel der bacleriëncel te vervallen en wordt de spore vry. Deze blijft onveranderd totdat zij op een gunstigen voedingsbodem geraakt en een

-ocr page 163-

«87

nieuwe bacterie hieruit ontkiemt. De sporen zijn reproductieve vormen, reproductieve-in tegenstelling van de vegetatieve n. 1. die, welke zich deelen. \' quot;vormtr™

De splijtzwammen, hebben behalve water en zouten, in den regel nog water, bovendien hoogere organische verbindingen noodig, ten einde hieruit de orgiinische voor het lichaam noodige koolstof zich toe Ie eigenen. Door genis van \' quot;

chiorophyl kunnen zij aan het koolzuur der lucht de koolstof niet koolzuur, onttrekken. Slechts enkele soorten maken hierop eene uilzondering. Zij kunnen met behulp van hare kleurstollen, het koolzuur en de caibona\'.en ontleding van ontleden. Alle bacteriën hebben stikstof noodig, welke zij ontleenen aan de stikstofhoudende verbindingen, die zelfs van zeer eenvoudige samenstelling stikstof, kunnen zijn, zooals bv. salpeterzuur en ammonia.

Men onderscheidt de splijtzwammen in p a I h o g e n e of p a r a s i t i s c h e en paihogenc en niet palhogene of saprophytische. Pathogeen noemt men eensalquot;0^|\'^S(-lie organisme, dat levende op of in en ten koste van een ander organisme, zwammeti. ziekte van dit laatste kan veroorzaken. Sommige onder deze kunnen slechts uitsluitend in of op levende organismen voortleven (obligate obligate parasieten), andere vinden bovendien ook buiten het levende lichaam 1,arjslULn-de voorwaarden voor haar bestaan (facultatieve parasieten). Sommige facultatieve obligate parasieten kunnen echter op hiertoe geschikte kunstmatige voedings- p\'\'raslULquot;\' bodems worden voortgekweekt. By andere is dit lot heden toe nog niet gelukt. Ook de chemische reactie van den voedingsbodem is voor de cliemische schizomyceten van groot belang. De meeste pathogene bacteriën leven het vóedings-best bij zwak alcalische reactie. Eene zure reactie is voor hel meerendeel bodem, schadelijk, voor de schimmels en spruitzwammen daarentegen gunstig.

Tegenover de zuurstof verhouden zich de bacteriën verschillend. Kr zijn er, die buiten vrije zuurstot niet kunnen bestaan (obligate aërobiën). aërobiën. Voor andere daarentegen is de geringste hoeveelheid vrije zuurstof noodlottig (obligate an aërobiën). auaërobiên.

Een derde groep kan onder beide omstandigheden groeien en zich vermenigvuldigen, slaat dus tusschen beide genoemde in (facultatieve aërobiën en anaërobiën).

Ten aanzien hunner verhouding tot de temperatuur der omgeving valt temperatuur, het volgende op te merken. Elke soort heeft eene bepaalde hoogste en laagste grens van temperatuur, waarbuiten groei niet meer mogelijk is

-ocr page 164-

158

tcmperatimrs-(temperatuursmaximum en -miiiimum). De voor de vermcnigvul-

inaxiinmu jj -, (.unsijae temperatuur eener bacteriesoort noemt men lempera-en minimum, p o d o i

optimum, tuursoplimum. Bij vele saprophyten ligt dit om en bij de 2b° C., bij invloed van de de parasieten nabij de lichaamstemperatuur. Lage temperaturen zijn in temperniuir. jen rtlj,ei min(ier nadeelig dan hooye. Tot heden toe is het niet gelukt zelfs door de allerlaagste temperatuur, welke wij kunnen teweegbrengen, alle bacteriën te dooden, terwijl bij een warmtegraad boven de 55°—60° C. weersiuiids- meestal de vegetatieve bacteriënvormen spoedig afsterven. Sporen kunnen VeTpOTi\'n \'lei vee\' \'100oere temperaturen gedurende veel langeren tijd verdragen.

gewenning. Vele bacleriëusoorten kunnen zich gewennen aan eene omgeving, die oorspronkelijk voor haar minder gunstig is. Hiermede gaat in den regel gepaard eene vermindering of algeheel\'! verdwijning van sommige eigenschappen der microben, welke tot de voor de soort, zeer gewichtige kenmerken kunnen behooren.

Men kan, zooals wij reeds hierboven zagen, «le bacteriën dooden door

middel van tiooge temperaturen. Hetzelfde doel kunnen wij ook bereiken

door verschillende voor hel leven der bacteriën schadelijke chemische

desinfeciantia. stollen (desinfectanlia). bij voorkeur in waterige oplossingen.

omzeiling van De bacteriën zetten de samengestelde chemische verbindingen, welke in

samengestelde (jen V0e()jngSi30(]em voorhanden zijn in eenvoudigere om. Elke soort heeft in chemisclie

verbindingen, dit opzicht hare eigenaardigheden. Als stofwisselingsprodukten kunnen de

stofwissciings- eeilV0l|jjn,S|e chemische verbindingen ontslaan, zooals koolzuur, waterstof, producten. D

methiKui, zwavelwaterstof, ammonia, en/,. Voorts kunnen bij deze omzetting fermenten, verschillende fermenten (enzymen) gevormd worden. Sommige bacteriën quot;izymen. [mengen diastatische fermenten voort. Door andere ontstaan peptoniseerende fei meuten, weer andere leveren inverteerendo fermenten, terwijl daarenboven splijtzwammen vooi komen, die melk door middel van lebferment doen stollen, gisting. Verschillende gistingsprocessen zijn eveneens het werk der bacteriën. Zuo bewerken eenige soorten de gisting van suikeroplossingen onder vorming van melkzuur (melkzure gisting). Andere zetten het gevormde, melkzuur om in boterznur (boterzure gisting). Dij deze processen ontstaat tevens koolzuur, bij het laatste bovendien waterstof.

rolling. Nauw verwant aan de gisting is de rotting, d. i. de omzetting vau stik-stofhoudende organische stollen onder vorming van stinkende produkten.

-ocr page 165-

459

Eene bijzondere plaats onder de produkten der bacteriën nomen de spiijt-zoogenaamde roltingsalkaloïden of plomainen, zeer samengestelde stikstof-houdende i)ases, in. Gedeeltelijk zijn deze voor mensch en dier

sterke vergiften en heeten d.m toxinen. Zij spelen eene voorname rol loxinen, bij de door bacteriën veroorzaakte infeclieziekten. Hiertoe belmoren

voorts nog de zoogenaamde toxalbuminen (giftige eiwitachlige stollen), loxalbumincn.

Sommige bacteriën brengen kleurstoll\'en voort (chromogene of pigment- pigment-

bacteriën), anderen doen den voedingsbodem lluoresceeren, nog andere \',il(

brengen in bet duister lichtverschijnselen voort (phosphoresreerende bacteriën), iiliosphorcs-

Wanneer levende microorganismen in hel lichaam van planten of dieren (Celeiquot;le D 1 narlerieti.

dringen (invasie) en zich ten koste van dit laatste voeden, groeien en zich invasie, vermenigvuldigen, kunnen zij ziekten van het aangetaste individu veroorzaken (infectieziekten), liet aangetaste lichaam doet alsdan dienst als infcciic/iokten. voedingsbodem voor de parasieten, liet lichaam ondergaat door de levensfuncties der bacteriën veranderingen evenals de natuurlijke of kunstmatige voedingsbodem, waarop zij anders plegen te leven. Deze veranderingen kenmerken de ziekte, die zij veroorzaken. Omgekeerd wordt elke bepaalde spüji-infëctieziekle voortgebracht door ecu bepaald microorganisme, dat dus de specifieke oorzaak van die ziekte is. ziekteoorznak.

Niet alle splijtzwammen vinden in de boogere organismen de voorwaarden voor haar bestaan. Bepaalde pathogene microben kunnen alleen bij bepaalde soorten van planten of dieren ziekten teweegbrengen. Ook de aard der ziekteverschijnselen door eene bepaalde bacleriesoort veroorzaakt, is bij ziekic-een en\'het zelfde organisme niet in elk geval en ten allen tijde dezelfde. VP\' i:\'quot;quot;\'quot;se\'en\' Wij weten reeds dal hierop verschillende omstandigheden, zooals leeftijd,

geslacht, enz. invloed hebben. Door de hier bedoelde factoren, worden slechts geringe variaties van liet type der ziekte veroorzaakt. variaties van

De infectie kan op verschillende wijzen plaats hebben nl. langs natuurlijken-\' z\'\' ktely\'\'lt;\'\'

en langs kunstmatigen weg. Dij de natuurlijke infectie kunnen de palhogene uaiimrlpc

microben hel lichaam binnendiingen door den mond met spijs ofdrank,ol.. quot;ir\'\'?,le\'

0 r j » binnendringen

met de ingeademde lucht in de longen geraken, of door opene wonden van iquot; \'iet huid en slijmvliezen en op nog andere wijzen, welke echter tot de uit-zonderingen behooren. Bij de kunstmatige inleclie, d. i. die met opzet, kunsimaiige voor proefneming geschiedt, staan natuurlijk verschillende wegen open.

-ocr page 166-

460

Van de infectie door pathogeno microben heeft men eene intoxicatie door de stofwisselingsprodnkten dezer organismen wel te onderscheiden, hoewel beide processen bij de ons bekende infectieziekten bijna altijd samengaan.

Bij de verschillende infectieziekten vertoonen de specifieke microörganismen eene verschillende localisalie. Zelfs bij dezelfde ziekten kan deze verschillen met de wijze van infectie (modus infcclionis). Verbreiden zich porie a\'eiitrde bacteriën van de plaats, waar zij in bel lichaam gedrongen zijn (porte

locus d\'enlrée, locus infeclionis) uitsluitend in hel bloed en vermenigvuldigen infect ionis. . • . i

septichaemic. ZÜ z*cquot; quot;aar» quot;an nooml men ziekte eene septichaeime. Hierbij

ontbreken, afgezien van den locus infeclionis, ziektehaarden en melastasen.

In andere gevallen veroorzaken de door het bloed meegevoerde bacteriën in

verschillende organen metaslalische etterhaarden. Een dergelijk ziekteproces

pyaemie. noemt men pyaemie.

plaatselijke Tegenover deze gevallen van algemeene verspreiding van bacteriën in verspreid ine.

hel lichaam slaan andere, waarbij zij zich tot bepaalde weefsels of organen

algemeene beperken. De algemeene ziekleverschijnselen moeien dan worden toege-ziektever-

schijnseten schreven aan de stofwisselingsprodnkten der bacteriën (diphtherie, tetanus

door stofwisse- a m ^

lings-

produkten. De meeste kans tot genezing bieden de locale inleclies, terwijl de algemeene genezingskans. zeijzamer in genezing eindigen.

Als specifieke microben in het lichaam zijn gebracht, behoeft niet altijd eene infectie lot stand te komen. Hiertoe werken verschillende factoren voorwaarden mede. In de eerste plaats moet het lichaam vatbaar zijn voor de ziekle, TaTba-irheid w6quot;46 eeiie bepaalde bacterie kan veroorzaken. Bij beslaande immuniteit kan deze een eigenschap zijn van de soort of van het individu. Men individiieele spreekt van individueele immuniteit, wanneer enkele individuen eener voor immuniteit. uene i^.pagijg infectieziekte vatbare soort immuun zijn voor deze ziekte, oorzaken. Deze individueele immuniteit kan onbekende oorzaken hebben of kan op quot;knnstlnaUge\'naluur\'\'j\'\'e 0\' kquot;iislmalige wijze verworven zijn. De natuurlijke individueele Immuniteit, immuniteit kan hel gevolg zijn van het doorstaan der ziekte. Zij kan echter ook kunstmatig worden teweeggebracht. In het algemeen noemt vaccin. men een vaccin een voor de verschillende infectieziekten verschillende stof, welke in hel lichaam wordt gebracht om het immuun le maken voor eene

Infectie en Intoxicatie.

localisatle.

modus liirectlnnis.

-ocr page 167-

161

ziekte. Bü de inenting wordt liet lichaam ziek Deze ziekle beschut ineniing. echter het ingeente wezen tegen de veel zwaardere ziekle, waarlegen het vaccin was beslemd. De immuniteit is hier aldus ontstaan door het doorstaan eener lichtere ziekle.

Pasteur leerde liet lichaam le imimmisecren door daarin de specillcke ziekteoorzaak le brengen, doch zoodanig verzwakt, dat eene gevaarlijke infectie niet kon plaats hehhen. verzwakking

Vermindering der virulentie (giftigheid) heeft hij bacteriën op verschillende wijzen vaquot;

het virns,

plaats, door langdurige kweeking op kunstmatige voedingsbodems, door temperatnurs-invloeden, door inwerking van sommige chemische stoflen, door het samenleven met van andere schizomyceten in dezelfde middenstof, enz. virulentie.

In het algemeen kan men zeggen, dat vermindering van virulentie optreedt bij bacteriën,

wanneer men deze plaatst onder omslandigheden, die voor haar nndeelig zijn.

Worden bacteriën in het lichaam van een dier gebracht, welke voor dat dier niet te gronde pathogeen zyn, dan verdwijnen zij zeer spoedig. Zij gaan in hol dierlijk lichaam te

der bacteriën.

gronde.

De in virulentie verzwakte bacteriën gaan in het lichaam ook t« gronde, ovenzoo de virulente baclericn, die iu een gevaccineerd lichaam worden gebracht.

Welke veranderingen het lichaam bij immuniseering ondergaat en welke wezen der ten slotte de oorzaak is, dat hel lichaam na de vaccinatie de infectie mei virulente smetstof met goed gevolg doorstaat, is nog niet voldoende bekend.

D. GEZWELLEN.

119. , Eertijds noemde men uit een practisch oogpunl gezwellen al zulke pathologische produkten, die met eene blijvende toeneming van het volumen van het een of ander deel gepaard gingen. Tegenwoordig ligt meer bepaald aan hel begrip gezwel (tumor) ten grondslag eene nieuw- tumor, vorming van cellen (neoplasma) als oorzaak der zwelling. Thans vatten wij een tumor op als een schijnbaar spontaan ontstane, zoowel anatomisch ontstaan, als physiologisch van het normale weefsel verschillende, uit de cellen van het organisme voortspruitende nieuwvorming met onbepaalden groei

De ervaring leert dal de vorming van gezwellen zich niet zelden aansluil meclianische aan mechanische ol\' chemische beleedigingen; deze hebben echter slechls waarde als gelegenheidsoorzaken. De wezenlijke oorzaak der gezwellen is essentieele ons nog onbekend. Men kan denken aan een van builen alkomstigen •

prikkel of aan eene der cellen van het lichaam eigene disposilie. dispositie.

ALGIiMEENE ZIEKTEKUNDE. II

-ocr page 168-

162

Beide kunnen nit den aard der zaak ook gelijktijdig met elkander voorkomen.

Het lioslaaii eoner uitwendige oorzaak wordt in den jongsten tijd vooral voorgestaan

p:irasitaire door lien, die in parasitaire plantaardige of dierlijke organismen de oorzaak dergezwellen

quot;nrail|k ineenen gevonden te hebben. In dit geval zon er actiologische overeenstemming bestaan

inleelicuse Insseiien de tumoren en de infectieuse granulatiegezwellen. Tot nu toe heefl menecbter

grannlatii\'- V00|. (|fi gBnoei|1(]c ineening geen enkel voldoend bewijzend feil aangevoerd.

gezwellen.

liet aannemen van inwendige disponeerende factoren boiidt verband met de stoornissen

in liet evenwicht der afzonderlijke weefselsoorten onderling (overwicht van de epitbeliën

bypolliese van over bel bindweefsel op ver gevorderden leeftijd, enz.) en mei de hypothese van Cohniirim.

I\'Ouniik\'m. volgens welke alle ware gezwellen nit stoornissen in de ontwikkeling der weefsels voorl-

verdwaling van spruiten {verdwaling van embryonale weefselkiemen). Hoewel eene dergelijke genese voor

embryonale sommige soorten van gezwellen waarschijnlijk geacht moet worden, mag zi) toch niet zonder kiemen.

meer op alle tnnioren worden toegepast.

morpholo- l»e morpliologische afgrenzing tegenover het normale weefsel is niet bij alle \' quot;quot;quot;s\' tumoren even scherp. Deze hangt behalve van de eigenschappen van het gezwel af van die zijner naaste omgeving en van den invloed door den tumor hierop uitgeoefend.

vorm. I\'e tumor kan door zijnen vorm zich kenmerken.

Aan de oppervlakte van het lichaam gezeteld, kunnen zij zicli voordoen als afzonderlijke knobbels of knobbeltjes of als groepen hiervan van ver-tnbera. schillende grootte. Knobbels (tubera) Ier grootte eener gierstkorrel noemt miliaire en men miliaire, zijn zij kleiner submiliaire. Steekt het gezwel als een ^\'tnmoren\'\' kogelsegment builen de omgeving uit, dan spreekt men van een tubereusen mliereuse tumor. Is de basis biervan smaller dan de top dan is bel fungeus; fungènse en I)0\'ype,ls \'s \'iel gezwel, wanneer het door een steel met hel lichaam

polypense verbonden is. Komen meerdere aan de huidpapillen gelijke uilsteeksels

gezwellen.

dicht naast elkander op een gemeenschappelijken steel voor, dan heeft papillens.\' en men Ie doen met papilleuse of verruceuse tumoren. Zijn de papillen lang

ven license ei) (|all jg |iel ae/xvel een tumor villosus.

tumoren. D

innior villosus. in het parenchym der organen vormen de gezwellen grootere of kleinere klompen, welke scherp van de omgeving afgegrensd zijn of Infllirniie. zij infiltreeien deze en veroorzaken eene toeneming van volumen van het weefsel of orgaan met behoud der gedaante. De tumor is alsdan niet scherp van de omgeving afgegrensd en gaat geleidelijk hierin over.

-ocr page 169-

163

Dr vorming van klompen o( knoppen en de inlillratie sliiitquot;n elkaiuler

niet uit. Heide kunnen gelijktijdig voorkomen of de eene vorm gaal iu

den anderen over. Dit hangt hoofdzakelijk af van de groeiwijze van het groei van het

neoplasma en van de eigenschappen dor omgeving. De tumor kan groeien quot;00l,ll,sina-

door inwendige, interstitieele toeneming der massa (centrale of expansieve ccnirale of

groei) of wol dit geschiedt aan de peripheric (peripherische groei). In

hel eerste geval wordt het weefsel der omgeving door don tumor weg- periphcrisclu\'

groei.

gedronnon, in het laatste dringen tumorcellen Insschen die der omgeving in en overwoekeren deze ten slotte geheel. Hierbij kunnen weefscldeelen nit de buurt bij hel gezwel worden getrokken (excentrische groei).

Do gezwellen kunnen van de omgeving verschillen door hunne hardheid. Iwidheid.

Sommige kunnen zeer hard, andere zeer week zijn. Tusschen beide

uitersien der consistentie komen alle denkbare overgangsvormen voor.

Zeer weeke gezwellen, die op doorsnede voel overeenkomst vertoonen met

horseuwoefsel en van wier sneevlakte een witachtige, op room gelijkende

vloeistof gemakkelijk kan worden afgeschraapt, noemt men modullairc

gezwellen of mergzwammen (fungi medullares). fungi

Ook de kleur der tumoren kan van do omgeving verschillen Deze

hangt samen, behalve mot hot bloodsgehalle, met de eigen kleur van hel

tumorwoefsel (pigmentgehallo enz.).

De bouw van don tumor kan in verschillende opzichten van dien der

weefsels in de bunrt afwijken. Wij komen daarop aanstonds terug.

Door drukking van den tnmor op do omgeving kunnen hierin regressieve regressieve i. • , i \'.I i i i ■ ■■ slonrnissen.

voedingsstoornissen optreden van verschillenden aard. De het naast bij

het gezwel gelegene celion kunnen passief atrophisch worden of op de

eene of andere wijze degenereeren. Hierdoor wordt het tumorwoefsel door

een strook ziek weelsel van meer of minder uitgebreidheid van het

gezonde gescheiden. Voorts werkt de tumor op de omgeving in als

een vreemd lichaam, ten gevolge waarvan ontsteking ontslaat. Dit vreemd

proces treodl meer of minder op den voorgrond al naar gelang de van

den tumor uitgaande prikkel eene grootere of geringe intensiteit vertoont.

Meestentijds is de reactieve ontsteking niet herkenbaar mot hot ongewapende rcociievc

oog. Zij kan echter somwijlen met grooto heftigheid optreden. Niet 0lll^\'l^-kquot;lr

cxccntrisclic groei.

-ocr page 170-

m

kapsel. zelden leidt zij lol de vorming van een bindweefselkapsel, welke den tumor naar buiten begrenst. In dit geval is de grens tnsschen liet tumorweefsel en dat der omgeving scberp.

physiologisch In physiologisch opzicht onderscheidt zich het weefsel der gezwellen mèibypcr- vai1 \'\'el overeenkomstige normale weefsel, doordat het geen deel neemt aan de

trophic cn functies van het lichaam. Hierin ligt hel onderscheid met de hypprplasie hvperplasic.

ZBlel \' en hyperlrophie. bovendien kunnen de gezwellen reeds door hunnen zetel de functies der weefsels en organen en hiermede maar al Ie vaak die van invloc.lcn op het gfheele lichaam op ernstige wijze storen. Voorts zijn vele gezwellen

\'regressieve reSress\'eve metamorphosen gedisponeerd (vei weeking, vervloeiing, zweer-

raeto- vorming, enz.), ten gevolge waarvan zoowel locale als algemeene sloornissen

morphosen, . . , • gt;

locale en kunnen optreden (infectie, intoxicatie, cacliexie).

algemeene Berust de klinische boosaardigheid der gezwellen groolendeelsop de

stoornissen.

klinische reeds genoemde eigenschappen, de nadeelen, uit de gezwellen voortvloeiende, boosaardigheid, 110g vergroot worden door de verbreiding der tumoren langs de

meiasiasen. bloed- en lympliebanen (metaslasen). Hierdoor kunnen gelijklijdig of kort na elkander in verschillende gedeellen van het lichaam secundaire of dochter- docblergezwellen onlstaan, van geheel gelijken bouw als het moedergezwel, ve^breldlngs- ^ezc verbreidingswijze komt overeen met die der infeclieuse granulatiegezwel-wijzc. I,.,). Hel belangrijkste verschil is echter gelegen in de omslandigheid dat bij deze de oorzakelijke micro-organismen met hel bloed of de lymphe worden medegevoerd en elders eene aan de oorspronkelijke gelijke weefsel reactie te voorschijn roepen; bij gene daarentegen worden kleine gedeelten van den tumor zelf verplaatst, waaruit de, geheel aan de oorspronkelijke gelijke, secundaire gezwellen onlstaan.

De gelijkwaardigheid der lumorelementen met de cellen van hel lichaam blijkt uil den microscopischen bouw der gezwellen en uil hunne wordingsgeschiedenis (histogenese). Bij eene groole groep van in hel algemeen goedaardige tumoren vertoont de bouw in hoofdzaak het lype van eene hisioïde enkelvoudige weefselsoort (histoïde tumoren). Eene Iweede groep tumoren. je g(ruciuur van ^ orgaan, d. w. z. beslaat uil parenchym en

organoulc stroma (organoïde gezwellen). In de derde plaats komen er tumoren

gezwellen

teratoïdc v00^, Ult meer(\'ere orgaanachlige doelen zijn opgebouwd (leraloïdo tumoren, gezwellen).

-ocr page 171-

165

Hel weefsel der tumoren kan in vorm en rangschikking der cellen geheel overeenstemmen met dat der overeenkomstige normale deelen. Hierom noemt men ze typische gezwellen. Zij kunnen echter toch in bouw van het omgevende weefsel verschillen, omdat zij opgebouwd zijn uit cellen, welke daar ter plaatse niet thuis behooren of in het normale lichaam in dezen tijd niet voorkomen (heteroplasie).

Bij eene andere groep van gezwellen bestaat ook wel overeenstemming met de cellen van normale weefsels, maar er bestaan in den vorm «n in de rangschikking zulke belangrijke afwijkingen van het normale type, dat men ze als atypische gezwellen van de vorige afscheiden kan. Beide soorten kunnen gezamenlijk voorkomen. De atypische weefselwoekering kan uit de typische ontstaan, doordat de oorspronkelijk normaal gerangschikte cellen met toenemende ontwikkeling de weelselgrenzen doorbreken en op onregelmatige wijze in de richting van den geringsten weerstand verder groeien. De atypische gezwellen zijn dus kwaadaardige gezwellen, die zich door infiltratie in de omgeving uitbreiden.

Dikwijls vertoonen de gezwellen in verschillende gedeelten een ver- verschillen In schillenden bouw. Deze ontstaat doordat óf van den aanvang af twee d0n bouw\' verschillende weefselsoorten aan den vorming van den tumor deelnemen, óf doordat de eene weefelsoort in de andere overgaat (gemengde gezwellen).

De neoplasmata ontstaan gewoonlijk als afzonderlijke kleine tumoren, zij zijn meestal solitair, zelden treden zij multipel, d. w. z. in grooten solitaire getale over groole uitgestrektheden verbreid, op. In tegenstelling met \'^upiè de metastatische, secundaire gezwellen, zijn de multiple niet uitgegaan gezwelten. van een oorspronkelijk solitair, primair gezwel, doch onafhankelijk van elkander ontstaan en wel meestal nagenoeg gelijktijdig of zeer kort na elkander. Hunne verspreiding is voorts niet aan den loop der bloed- en verspreiding, lymphevaten gebonden.

De tumoren groeien nu eens snel, dan weder langzaam, soms met tusschenpoozen van rust. Begrensd is de groei eens tumors niet. Jaren lang «roei. kunnen zij in rust blijven om dan plotseling op nieuw voort te woekeren.

Gewoonlijk treft men in het menschelijk lichaam slechts ééna soort van tumoren aan. Het kan evenwel als uitzondering gebeuren, dat meerdere gezwellen van verschillenden bouw toevallig gelijktijdig bij hetzelfde individu voorkomen.

typisuhe gezwellen.

heteroplasie.

atypische gezwellen.

-ocr page 172-

dC6

Bij de systematische indeeling der tumoren gaan wij uit van de overeenstemming in den bouw van het gezwel met dien der verschillende normale weefsels. De typische histoïde en organoïde tumoren kunnen aldus gemakkelijk worden overzien. De atypische gezwellen kunnen wy in twee hoofdgroepen verdeelen, n. in de bindweefselgezwellen en de epitheliale tumoren, üe teratoïde tumoren sluiten zich aan de misvormingen aan.

De atypische, tot de bindweefselgroep behoorende gezwellen, welke zich van de typische histoïde tumoren onderscheiden door overwegende omwikkeling der cellige elementen en hierom een embryonaal karakter bezitten, noemt men sarcomen.

Met den naam van carcinoom bestempelen wy al de gezwellen, welke samengesteld zijn uit samenhangende epitheliale oelmassa\'s en een bindweefselstroma, doch waarbij de scheiding dezer beide soorten van weefselelemenlen niet zoo typisch is als bij de met epithelium bekleede huid en slijmvliezen, by de klieren en bij de typische organoïde tumoren.

Over het algemeen groeien de sarcomen snel, hebben eene sterke neiging om zich in de omgeving uit te breiden en vormen dikwyls metastasen, behooren aldus evenals de carcinomen, die eveneens de genoemde eigenschappen bezitten, lot de boosaardige gezwellen (maligne tumoren).

Het volgende lijstje verschaft ons een overzicht over de verschillende tumoren.

indeeliiig

bindweefselen epithelinle tumoren.

carcinoom.

boosaardige gezwellen.

«verzicht. I. GEZWELLEN, BESTAANDE UIT WEEFSELS DER

BINDWEEFSELGROEP.

a. GEZWELLEN, DIE UIT BINDWEEFSEL BESTAAN.

Physiologische Type. Typische gezwellen. Atypische gezwellen.

1. Fibrillair bindweefsel.

2. Slymweefsel (embryonaal).

Fibroma. Myxoma.

Fibrosarcoma (spoel-

cellensarcoma). Myxosarcoma.


-ocr page 173-

1\'67

Physiologische Type. Typische gezwellen. Atypische gezwellen.

3. Velweefsel.

4. Kraakbeen.

5. Been.

6. Lymphadenoid weefsel.

7. Bloedvaten.

8. Lymphevaten.

9. Endothelium.

10. Pigmentweefsel.

\\\\. Bijnierweefsel.

gezwel). Lymphangioma. Endothelioma.

Melanoma.

11 ypernephrora n.

drom a).

Endot heel sarcoma (sarcoma alveolare).

Me la no-sarcoma.

Sarcoomachtig liijnicrgezwel. (Hypernepliroma malignum).

Lipoma. rSarcon^a lipomatostim.

Chondroma. Chondrosarcoma.

Osteoma, Osteosarcoma.

Lymphoma. Lymphosarcoma, mye-

logeen sarcoma (rond-cellen-sarcoom). Angioma (caverneus A ngiosarcoma (cylin-


b. GEZWELLEN, WELKE UIT SPIERWEEFSEL BESTAAN.

d2. Dwars gestreepte Rliabdomyoma. spiervezelen.

i3. Gladde spiervezelen. Leiomyoma.

Myosarcoma (spoelcel-lensarcoom met embryonale spiercellen).


c. GEZWELLEN, WELKE UIT ZENUWWEEFSEL BESTAAN.

14. Zenuwsleunweefsel (neuroglia).

15. Zenuwweefsel.

Glioma (neuroglioma). Gliosarcoma.

Neuroma

Maligne neu roma (neurosarcoma).


-ocr page 174-

168

II. ORGANOÏDE GEZWELLEN, BESTAANDE UIT WEEFSELS DER EPITHELIUMGROEP.

Physiologische Type.

Typische gezwellen. Atypische gezwellen.

1. Dekepithelium,

2. Klierepithelium der verschillende klierachtige organen.

(Eenvoudige hypertrophic van epithelium, eelt, Clavus, Cornu cutaneum). Epithelioma papil-lare (papillair gezwel, wrat); naar den zetel en den vorm van het epithelium: hard en week papilloom (pla-veiselepithelimn, ciliiv derepithelium). Adenoma (der zweel-klieren, smeerklieren, mamma, nieren, lever, enz.). Der schildklier: Struma.

Vlak plaatepithelium-carcinoom (plaveiepi-theliumkanker, Cancroid).

i Papillair cilindercel-

I

lencarcinoom van vele slijmvliezen.

Carcinoma glandulare (klierkankerder verschillende organen, diepe huidkankers.


III. TERATOIDE GEZWELLEN.

— Dermoïdcysten.

E. MISVORMINGEN.

misTormingen. i20. Onder misvormingen verstaan wij afwijkingen (anomalieën) anomalieën. ^ vorin van |iel lichaam oi in de gedaante zijner deelen.

Hier bespreken wij alleen de aangeboren misvormingen.

monstruosi- Belangrijke misvormingen noemt men monstruositeiten en de monstra a\'^us mi8V0rmcle deelen monstra.

-ocr page 175-

IfiO

Do misvormingen onderscheidt men in twee groolc groepen, ni. de «nkelvoudigc-....... cn dubbele

enkelvoudige en de dubbele misvormingen. misvormingen.

Bij de enkelvoudige misvorming hebben wij Ie doen met een

aangeboren afwijking in de gedaante van oen enkel individu, welke door

bemoeilijking of stilstand der ontwikkeling van enkele of meerdere deelen

van bet organisme ontstaan, waardoor deze gebrekkig worden (monstrum monsimm per

per defectum), of wel doordat de vorming en ligging der deelen van den

normalen toestand verschillen (m on struin per fabric am a 1 i e n a m). monstrum per

• fabricain

of eindelijk doordat het geheeie licbnam of enkele zijner deelen bovenmatig ai|(.ilam

groot worden of in buitengewoon groot aantal aanwezig zijn (monstrum monstrum per

, excessum.

per excessum).

De dubbele misvorming (monstrum duplex) is gekenmerkt door monstrum

de ontwikkeling van twee ongeveer gelijke individuen, die een ol meerdere

deelen geineensebappelijk bezitten öl doordal een goed ontwikkeld individu

een tweede slecht ontwikkeld organisme als aanhangsel draagt of doordat

slechts enkele deelen van het lichaam verdubbeld zijn

Misvormingen kunnen ontslaan, 1°. door inwendige oorzaken, dus genese.

die in de kiem zelf gelegen zijn (bv. erfelijkheid) en2e.door uitwendige

invloeden op den normalen aanleg der kiem, waardoor deze zich op oorzaken.

abnormale wijze ontwikkelt.

blen deel der misvormingen is typisch, d. w. z. zij keeren altijd in lypische en

dezelfde vormen weer. Het overige deel is atypisch. Hierbij kunnen

de wonderlijkste vormen optreden. Zij zyn meestal het gevolg van

secundaire uitwendige invloeden, terwijl de typische misvormingen in den

regel door inwendige oorzaken worden teweeggebracht.

De misvormingen door verhindering of bemoeilijking van misvormingen

den groei kunnen zoowel door primaire, inwendige als door secundaire, i)emoeiHikiiMi

uitwendige invloeden worden teweeggebracht. Zij ontstaan meestal door- quot;f verhin-■ ■ ■ • i. gt; * . , . i i . derden groei,

dat het geheeie lichaam of enkele of meerdere zijner deelen klein

blijven, aldus bij de geboorte hypoplaslisch waren, of doordat zü in

meerdere of mindere male defecten bezaten. Dikwijls ontbreken enkele

organen of geheeie lichaamsdeelen geheel; zulke misvormingen zijn, indien

het ontbrekende nimmer aanwezig is geweest, eigenlijk agenesieën agencsie en , ... aplasie.

of aplasieen.

-ocr page 176-

170

Ontstaan luïpaaldc declen of organen door do vorecnijjing van oorspronkelijk gescheiden hellten en hl ij I I len gevolge van primairo of secundaire

splcei- invloeden de vereeniging achterwege, (hm ontslaan blijvende spleelvor-vormingcn. . „ , . ■ ..

mingen ol verdnhbeluigen.

misvorniingpn Zijn twee organen oorspronkelijk in elkanders nabijheid aangelegd, dan

niau\'vn ^i\'wi kunnen zij onder bepaalde omstandigheden niet elkander vergroeien.

Misvormingen door over matigen groei zijn gekenmerkt ói

door de abnormaal groote afmetingen ol door een abnormaal groot

misvurinirigen aantal der afzondei lijke deelen (algemeene en partieele reuzengroei, bij-iloor

verkeerden Olgiinen).

aanleg. ,|e misvormingen door verkeerden aanleg beliooren

niisvomiiiigen uitsluitend de anomalieën der borst en buikorganen (situs transversus, weefselver- r^hi\'^keu ;\'ai1 het hart en der grooie vaten, enz.).

plaaising. Misvormingen door w eel se 1 verplaatsing en door het voort be slaan van foetale vormingen geven aanleiding lot

misvormingen het oiilstaan van accessorische organen en van eigenaardige tumoren

door

vermenging (teratomen).

der geslachts- Misvormingen door vermenging der geslachtskenmerken kenmerken.

henna- brengen waar ol valsch hermaphroditisme teweeg. Ware her-plirodiiisme. mapii|0tileten bo/,illen zoowel een mannelijke als een vrouwelijke ge-slachtsklier. Valsche hermapbrodieten bezitten slechts één geslacht, doch het geslachtsapparaat is niet in overeenstemming met den aard

ilnbltei- der geslachtsklier of de organen der beide geslachten ontwikkelen zich misvormingen. .... .....

tweelingen, gehjkl.jdlg.

De dubbel misvormingen zijn dezulke, waarbij het geheele lichaam of een deel hiervan verdubbeld is. In hol eerste geval heelt men tweelingen van hel zeilde geslacht, die meestal aan gelijksoortige deelen van het lichaam met elkander verbonden zijn. De in dubbelen getale aanwezige deelen zijn nu eens gelijk dan eens ongelijk ontwikkeld. In hel laatste parasitair geval is het eeno deel verschrompeld en doel zich dan als een parasitair nanli.mgsel. aanj,angsel van het goed ontwikkelde individu voor.

afkomst uit A|ie dubbelmisvormingen zijn alkomstig uit één ei en vormen zich in

6én ei.

één kiemblaas.

-ocr page 177-
-ocr page 178-

• ......

.... . .v. ■■, M

j

..... i

.....

■ ■ :

ift .........•

I .

- ■ .....■■........- ••

.

-ocr page 179-

\'

\' \'V v-l

.

■ • : \'Vv yi

.

.

•- quot;

i

;

*

•V

. \'V:.

_

______

-ocr page 180-
-ocr page 181-
-ocr page 182-