---
Jrektisctie Handleiding
I NAT, BEHKENS.
fl
onder de Ieidiii2r van
IN HET
a iV-S^sSlÖ
É
m
m
4
m
i
.P,
temmen en africhten f
______^
Wilde en Bijtende Paarden, |
*
Ziooais 3it ondtzzivzamp;e-n wozdt 3obgt;t g\'?
.NORTON B.SMlTHi
\'«G :
\'■\'\'•■ n e d
jH
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2427 043 5
Uw dienaar,
PROFESSOR NORTON B. SMITH.
JTRECHT
PROF. NORTON B. SMITH,
Keizer der* Paardentemmers,
Uir dienaar, NAT. BEHRENS,
tot wicn allo brieven over zaken gericht moeten worden op do plaatsen der Voorstellingen of aan het adres van üeoruk \\V. van Biene, te Botterdam.
/€y£/?!lt;(■£
Professor SMITH\'S
TEUGELGEBIT.
Professor SMITH\'S
VOLLEDIGE HANDLEIDING
voor de behandeling van wilde en ktmudaordioe Paarden.
Professor SMITH\'S Boek:
vactxamp;c\'i}e ^anbreibing
— IN HET -
temmeo e^frichten van Paarden.
\'■S \' - ■
Professor SMITH\'S
v : tings-Teugels.
quot; ^ •\'_
Allen of een der hovenstaanden hinnen verkregen worden in de plaatsen waar ik Voorstellim/en yeef of hunnen per hriëf ivorden aangevraagd hij
NA T. B E HRE N S
Adres: GEORGE W. VAN BIENE, ROTTERDAM.
Norton B. Smith\'s
Practische Handleiding
— IN HBT —
temmen en africhten
— VAN —
WILDE EN KWAADAARDIGE
PAARDEN.
Hie! meer ï)au 40 Jllustraticn.
Het Autenrsrceht is verzekerd bij
^dt ï§ehrmê cn Jfjorian Mmith,
EIGENAARS.
IILEIDIIG.
Het is voor icclereon, die met succes paarden wil behandelen, noodig, dat hij zelt\'boheersching bezit, ondernemend is en aandachtig voor do gebreken en gewoonten van het paard. Ik geloof niet te veel te zeggen als ik beweer, dat bij het gebruik van mijn systeem, elk paard gedwee zal worden gemaakt en volkomen tam en veilig voor een familiepaard.
Volgens mijn plan handelende, behoeft gij niet te vree-zon mot een of ander geheimzinnige truc te doen te hebben, waarmede zoovelen reeds bedrogen zijn door geweten-looze lieden, die geen hart hebben voor mensch of paard. In mijn boek zult gij de grondbeginselen vinden voor een algemeen bevattelijk systeem om paarden goed af te richten voor menschelijk gebruik, zoodat zij zoo tam zijn als nooit te voren gevonden werd. De drie hoofd-grondbegin-selen mijner theorie zijn: Ten eerste onderwerping en gewilligheid leeren. (Dit, de eerste les voor een paard, is van het grootste belang, en is hetzelfde in zijne opvoeding als het abc voor een kind en moet volkomen geleerd worden voor het goede succes in latere lessen.) Ten tweede; Laat vriendelijkheid bij al uwe handelingen met het paard doorschijnen. Ten derde : Maakt dat het paard u begrijpen of verstaan kan, voorzichtig uw meesterschap met de vriendelijkheid tezamen verbindende; bestraft het kwade en beloont het goede.
Daar het paard eenige den mensch eigen eigenschappen bezit, verstaat het ook do macht; het paard heeft van na-
6
ture een vriendelijk karakter en is gehecht aan dengene, die hem vriendelijk behandelt. Het denkt niet aan ongehoorzaamheid, uitgezonderd wanneer men onvoorzichtelijk de wetten zijner natuur zou willen tegenwerken, in welk geval hij niet de schuldige is maar de mensch. Gij zult later zien dat het geleerd kan worden zich volkomen aan alles te onderwerpen, hoe afschuwelijk het hem in den beginne ook geweest mocht zijn.
Daar de waarde van het paard dagelijks grooter wordt, moet men een systeem volgen om het in gezondheid te behouden en alle storingen te voorkomen.
Het is zeker dat in geen tijdperk der historie het paard in zoo groote achting stond en de verschillende diensten die het bewijst maken het tot een onderwerp dat onze beschouwing verdient.
Het doel van dit geschrift is een onderwerp, dat zoo lang onbekend was, zoo algemeen en bevattelijk mogelijk voorgesteld, te verspreiden. Do behoefte aan een werk, dat practische wenken en illustratiën gaf, is reeds lang gevoeld en erkend.
In deze overtuiging ben ik besloten mijn hulp te ver-leenen om dit boek zamen te stellen, met al zulke op- en bemerkingen als een langdurige ondervinding mij heeft geleerd.
Om ingewortelde vooroordeelen te bestrijden, ik erken het, is een moeilijke taak; doch ik hoop, dat een nauwlettend lezen dezer bladzijden do gevoelens der menschelijk-heid zullen opwekken in verband met de vele martelingen, waaraan het edelmoedige dier dikwijls is blootgesteld door onverdiende wreedheid of onverstandige behandeling, en dat de menschheid zijn lijden met een oog van sympathie en teederheid zal aanzien en een practische methode bij de hand zou hebben wanneer het vereischt wordt.
Het is mij niet bekend, dat er in eenig land een werk door den druk is verschenen, dat de paardrijkunst in zulke bevattelijke woorden heeft verklaard. Het tegenwoordige boek is zoo eenvoudig en helder geschreven, dat het voor iedereen belangrijk en leerzaam is.
Het is thans een tijd van vooruitgang. De menschen worden geacht naar gelang de opvoeding die zij genoten, naar hun verstand en bekwaamheid; regeeringen worden geacht naar de degelijkheid hunner constituties, rechtvaardigheid hunner wetten en de grootte en weerbaarheid hunner legers. De soldaat, die een zorgvuldige opvoeding in de krijgskunde ontvangt, en zichzelf goed gedraagt, wordt
7
geacht en bevorderd. Ik beweer, dat de opvoeding van een soldaat niet voltooid is voordat hij een degelijke kennis bezit van de groote kunst om paarden af te richten en zijn paard te oefenen, omdat dit zijn dagelijksche medgezel is. Door een volledige kennis dezer kunst, is hij in staat het verstandigste, gehardste en boste paard voor zijn dienst te kiezen. Hoe nuttiger het dier zijn meester is, hoe meer deze het op prijs stelt. Hoe beter het paard is, hoe meer de meester waard is. Daarom heb ik dit boek geschreven, door eene ondervinding van meer dan 6 jaren studie in de africhtirg en opvoeding van het paard, en wanneer deze instructies in praktijk worden gebracht, zullen zij de militaire dienst, waarbij paarden gebruikt worden, zeer verbeteren.
Het is mijn doel mijne methode aan het volk van dit land kenbaar te maken, daar ik overtuigd ben, dat hierdoor een groote weldaad zal worden bewezen aan het arme, redelooze dier; en daar zij nooit het goede zullen kennen wat ik hen bewezen heb, zullen hunne meesters dit te meer op prijs stellen wanneer zij mijne methode leeren en verstaan.
Vergun mij u te zeggen, dat ik geheel de Vereenigde Staten en Canada bereisd heb, waaraan ik de beste jaren mijns levens heb besteed. Ik heb openbare voorstellingen gegeven in de voornaamste steden. Ik heb meer dan acht duizend der wildste, slaande, bijtende, springende, schichtige en met andere mogelijke kwade gebreken behept zijnde paarden behandeld, maar ik moet nn nog hot eerste paard vinden, dat door mijne methode niet wordt overwonnen, tam gemaakt binnen korten tijd. En in al dozen tijd heb ik geen enkel beest benadeeld, noch was het mij noo-dig wreed te zijn, hetwelk is toe te schrijven aan de eenvoudigheid en volmaaktheid van mijn systeem.
Met een gevoel van trots want ik heb mijn succes te danken aan een edel doel, degelijke handelwijze, hard werken en diepe studie — zeg ik, dat de huizen waar ik voorstellinuen gaf, steeds volgepropt waren met menschen, terwijl ik bij lieden van den eersten stand geroepen werd, hetwelk hot beste bewijs is, dat mijne werkzaamheden op prijs gesteld worden en dat mijne methode succes heeft.
Alle illustratiën in dit werk zijn oorspronkelijke ideeën van mij en door het auteursrecht verzekerd.
Het is iedereen verboden dit boek uit te geven evenmin als de houtsneefiguren daarin.
Ik heb getracht dit boek zoo eenvoudig en duidelijk
8
mogelijk te maken, daar het mij niet te doen was een dik boek op te vullen met onbeduidende zaken. Alle wetenschappelijke opmerkingen betreffende de paardrijkunst eijn er in besloten en kunnen zelfs door een jongen van twaalf jaar begrepen worden. Het heeft veel geld gekost de verschillende houtsneden te vervaardigen en volkomen te maken, zoodat zij door don lezer gemakkelijk begrepen kunnen worden.
Een volgend hoofdstuk bevat voornamelijk de afdeeling hoefbeslag ; ik ben daarin niet in détails getreden, maar heb alleen den lezer eenige feiten genoemd die voor elk ruiter duidelijk zijn; door dit onderwerp uit te breiden zou te veel ruimte vereischt worden.
Het daarop volgende hoofdstuk bevat de afdeeling geneeskunde, die eenige wenken inhoudt van oen geneeskundig college, gedurende een tijdvak van dertig jaren opgedaan en iets over het gebruik der geneesmiddelen hierin genoemd. Daar ik dezelve alle in mijn praktijk gebruikt heb kan men ze veilig toedienen. Ik raad echter ieder, die een ziek paard heeft, aan een arts te halen en nooit te luisteren naar de raadgevingen die velen geven zullen. Wij kunnen geen te hooge schatting betalen aan het goede werk, dat de veeartsenijkundige college\'s voor ons doen en ik ben verzekerd, dat het altijd het veiligste is zich deze te benutten. In geval eene operatie noodig is ben ik er voor zoo spoedig mogelijk een veearts te roepen, dit is in twijfelachtige gevallen altijd het raadzaamst. Hopende en geloovende, dat ieder die dit werk onderzoekt, indien zij de daarin neergelegde grondregelen betrachten, die om ze te verkrijgen een menschenleeftijd hebben gekost (ongeacht de duizenden dollars er aan besteed) er nut en zegen uit zal trekken, verblijf ik,
Achtend,
Uw dienstwillige dienaar,
Prof. NORTON B. SMITH.
OORDEEL VAN DE VEREENIGDB STATEN VAN AMERIKA TEN OPZICHTE VAN PROFESSOR SMITH\'S METHODEN.
Cleveland, Ohio, 26 Maart 1892.
Prof. Norton B. Smith, Akron, Ohio.
Waarde Heer. — Daar ik tijdens uw verblijf in onze stad de laatste veertien dagen verschillende voorstellingen heb bijgewoond, doet het mij genoegen U te zeggen dat zij mij zeer veel genot hebben verschaft. De wijze, waarop gij onwillige paarden zonder eenig nadeel behandelt is waarlijk wonderlijk en volgens mij zijn zij een ieder den toegangsprijs ten volle waard. En voor alle eigenaars van paarden is uw geschrift daarover bepaald onbetaalbaar en wanneer elke stad voortdurend iemand als gij in hun midden had zou dit een groote winst voor het publiek zijn en veel menschenlevens sparen, die nu in menig geval verloren gaan door de schuld der voerlieden zeiven, die nog niet zooveel verstand hebben als het redelooze dier. Daar gij nog een jong man zijt hoop ik, dat uw toekomst schoon moge zijn en dat gij in al uwe ondernemingen zult slagen. Ik blijf, mijnheer
Met de meeste Hoogachting G. K. Carpenter.
Omaha, Neb, 1 October 1891.
Aan wien het moge aangaan: —
Daar ik alle publieke voorstellingen en vele der private lessen, door Prof. N. B. Smith gegeven, gedurende de twee weken dat hij in Omaha vertoefde, heb bijgewoond, en de resultaten zijner methoden op verschillende paarden heb gadegeslagen, die ik voor hij ze behandelde als mijn eigen kende, kan ik zeggen, dat ik Prof. Smith\'s methoden beschouw als de allerbeste voor de opvoeding van het paard en de resultaten zelfs wonderlijk noem.
Zijne methode is zacht maar tevens flink, geen misleiding maar degelijkheid en het paard schijnt zelfs in eens te zien dat hij zijn vriend is maar ook zijn meester. Ik beveel zijne methoden dringend aan alle eigenaars van paarden aan.
Uw dienstwillige,
Curtis L. Day.
10
Coldwater, Mich., 2 Maart 1S92.
Aan wicn het moge iiangaan: —
Verleden week gaf Prof. Norton B. Smith in onze stad vijf wonder-tare voorstellingen. Hij behandelde menig wild en kwaadaardig paard, welke alle binnen enkele minuten tijds aan zijn wil waren onderworpen.
Hij behandelde er twee van mij, waarvan het eene in meer dan een jaar niet bereden was. Zij werden beide ten hoogste geholpen door de lessen die zij van Prof. Smith ontvingen. Het spijt mij nog dat ik ze niet reeds den eersten avond bij hem bracht.
Hij mag waarlijk den titel: „Keizer aller paardentemmersquot; dragen en ik vertrouw dat hij waar hij komt zal slagen.
Met achting,
J. C. Ives,
Veearts te Coldwater, Mich., reeds 30 jaren.
Cleveland, 23 Maart 1892.
Aan wien het moge aangaan:
Daar ik bij een van Norton B. Smith\'s voorstellingen tegenwoordig was en de wijze gezien heb, waarop hij elk soort van paarden dresseerde, besloot ik hem twee vier- en vijf-jarige hengstveulens die ik bezat, te laten behandelen. Het spijt mij dat ik ze niet reeds vroeger aan Mr. Smith heb gegeven, daar ik overtuigd beu dat zijne behandeling hen goed zal doen en de vijf-jarige de africhting zal geven die hij reeds lang had moeten bezitten.
Deze brief is onpartijdig en ik beveel Mr. Smith gaarne aan alle paardenhouders aan, overtuigd dat hij het goed zal doen.
Achtend,
S. M. Strong.
Cleveland, Ohio, 29 Maart 1802.
Prof. N. B. Smith, Akron, Ohio.
Waarde Heer. — Het spijt mij zeer dat gij Cleveland zoo spoedig verlaten hebt. Ik geloof dat hier een goede oogst voor U zou zijn als gij besloot terug te keeren, ik hoor hier vele aanvragen naar U. Ik was van plan mijn paard door U te laten behandelen toen gij hier waart, maar gij waart reeds vertrokken voor ik het wist. Ik hoop dat gij Cleveland zeer spoedig weder zult bezoeken.
Uw dienstwillige, C. H. Seymour.
Atkins, Ark., 20 Juni 1891.
Aan wien het moge aangaan: —
Deze dient te verklaren, dat Prof. Norton B. Smith, paardentemmer op den lt»en dezer in onze stad kwam en binnen den tijd van tien uren, een merrie, die nooit gevangen kon worden, zoo gewillig en kalm leerde werken als een oudgediend paard. De informatie die ik van hem ontving betreffende zijne methode van africhten stel ik zeer hoog. Ik beveel hem aan het publiek in het algemeen gaarne aan.
G. \\V. Nease, livereibediende.
11
Springfield, Mo., 19 Augustus 1891.
Aan liet publiek: —
Ik was eigenaar van het kwaadaardigste paard in de stad Springfield, Mo. Het was een drie-jarig hengstveulen en was totaal bedorven door lieden die zich ruiters noemden. Hij sloeg, ging liggen, holde weg als hij de kans schoon zag, zoodat ik na veel gold voor hem uitgegeven te hebben, bepaald wanhopig was. Prof. Smith kwam in de stad en kwam bij mij ter zake eener advertentie. Ik vertelde hem de geschiedenis met mijn paard en hij nam aan het wel klein te krijgen. Het is mij aangenaam te kunnen zeggen dat hij geheel slaagde en nu heb ik een goed, lief dier en nu heb ik het drie a vier weken gebruikt en het toont geen lust om tot zijne oude gebreken terug te keeren; ik kan dus niet anders zeggen dan dat ik denk dat Prof. Smith een paardenkenner van bijzondere bekwaamheid is; hij gebruikt geen geweld, geen wreedheid is ooit op zijne voorstellingen te zien: ik recommandeer hem dus aan allen die een kwaadaardig paard bezitten. Mijn hengst is nu zoo lief en gewillig als een paard maar zijn kan.
A. Z. Chambers,
Bestuurder, Springfield Leader.
Aurora, LU.
Prof. Smith,
Mijn paard wordr. dank zij u, met den dag beter, en vreest nu niet meer voor electrische of stoomtrams, hetwelk naar mijne gedachten voor ieder paard menig dollar waard is. Ik ben u grooten dank verschuldigd voor hetgeen gij voor mij gedaan hebt. Met achting heb ik de eer te zijn
Eigt;. C. Pratt.
Durant, Miss.
Aan wien het moge aangaan :
Deze dient te verklaren, dat Prof. Norton B. Smith voor een vijftigtal personen dezen avond hier eene lezing hield over de behandeling van wilde en kwaadaardige paarden. Zijne methoden zijn zeer eenvoudig en volkomen onschadelijk. Ik zou voor geen geld zonder zijne methoden willen zijn: hij behandelde voor mij twee ondeugende beesten, zij sloegen steeds, maar na de eerste les kunt ge hen niet meer tot slaan krijgen. Er is niemand, die van paarden houdt cn zonder Prof. Smith\'s handleiding voor paarden zijn kan.
Achtend,
E. B. Bargek.
Chicago. 7 November IS90.
Laatstleden Dinsdagavond woonde ik een voorstelling bij, gegeven door Prof. Norton B. Smith. Ik heb menig dergelijke voorstelling bijgewoond, maar zoo iets zag ik nimmer. Ik zal geen beschrijving geven van de onmenschelijke en wreede methoden (of zoogenaamde methoden) die door vele zich noemende paardentemmers gebruikt worden. Het is bewezen dat zij daardoor de paarden juist bedorven hebben. Op de voorstelling die ik bijwoonde, waren twee zeldzame schoone paarden,
doch zooals zij daar liepen, waren zij geheel onveitrouwbaar en waardeloos. Prof. Smith was beide dieren binnen een ongelooflijk korten tijd geheel meester. De slaande, springende, onwillige beesten werden gehoorzaam en gevaarloos en bij nog een of twee lessen zullen het kostbare familiepaarden worden. Prof. Smith leest en ziet in het binnenste der hem voorgebrachte paarden. Is hij een gedachtenlezer? Heeft het paard verstand? Zeker heeft het instinct, dat hem op oogenblikkf-n hooger doet staan dan menigeen die hem wil overmeestereD. De verecniging tot bescherming van dieren moest Prof. Smith ondersteunen en haar invloed gebruiken om de kennis der grondbeginselen te verspreiden, die in zijn handlcidiug voor het temmen en behandelen van paarden gevonden wordt.
E. V. Chapin,
Four River Stock farm.
H. N. Leadbetter, eigenaar der Broadway stallen, 53e straat, nabij de Sixth Avenue, New-York City; —
„Mijne lange omgang met paarden van goed ras stelt mij in staat beroepshalve in aanraking te komen met iemand, die in New-York City welbekend is. Zijn dikwijls schijnbare wreedheid en hardheid zijn alleen wreed voor den oningewijde. Het is een welbekend feit, dat wildheid bij dieren moet gekeerd worden door koelheid en moed in de hoogste mate, gepaard met strengheid van gedrag om tot de overwinning te komen.
Prof. Smith bezit deze karaktertrekken in de hoogste graad en zijn meesterschap over de wildste en onwilligste beesten is bepaald wonderlijk en kan slechts de bewondering en toejuiching van ieder verwekken. Het welopgevoede paard is meestal moedig en vriendelijk, maar er zijn uitzonderingen op dien regel en die uitzonderingen verschaften ons zulke onhandelbare beesten dat het onbegrijpelijk is. Zij zijt dan nog moeilijker te behandelen dan gewone paarden. Het schijnt echter dat dit voor Prof. Smith niets onoverkomelijks ts, zoowel wél- als onopgevoede paarden worden gelijk slaven onder zijn wondervolle macht.
In betrekking tot het overmeesteren van elk soort der nietteregee-ren paarden, is hij zeker de gelukkigste en beste opvoeder.
Ik zou kunnen doorgaan tot in het oneindige om de methoden en verdiensten van den professor op te sommen, maar ik vrees te veel van uw geduld te vergen en ben bang zelf door te „hollenquot; zooals men zegt wanneer men van paarden spreekt.
In de hoop U niet te lang opgehouden te hebben, noem ik mij uw vriend
H. N. Lead?3Etter.
Het volgende getuigschrift spreekt voor zichzelf:
Prof. N. B. Smith,
Waarde Heer. — Ik geloof in uwe methode van paardendressuur n ben zeker dat het een degelijke is, en door deze te volgen, de beste esultaten zal opleveren. De tien weken onafgebroken succes die gij u Boston behaalde door de practische voorstelling van wetenschappelijke rondregels en de algemeene klacht van paardenkenners over alle ndere systemen bij het zien ^van uw werk, heeft mijne bewondering pgewekt.
Rijkunst is evenals generaalskunst eene natuurlijke gave. Sommige lenschen zijn geboren om te gebieden, anderen hebben geen magne-
13
tische kracht om ziciizelf of anderen moed en vertrouwen in te boezemen. Gij hebt een zenuwachtig, levendig gestel en klimt instinctmatig op tot een punt dat schijnbaar buiten het bereik ligt. Uw vertrouwen in uwe bekwaamheid om elk paard in een onbegrijpelijk korten tijd te bedwingen is een wonder voor elk paardenkenner. Wanneer paarden zoo verraderlijk waren als menschen zoudt gij uwe behandeling niet tot 6000 hebben kunnen opvoeren cn gij waart heden geen levend getuige meer van uw groot succes. Velen hebben getracht dat volkomen meesterschap te verkrijgen, sommigen door buitengewoon wreede middelen, anderen alleen door vriendelijkheid. Al deze methoden zijn slechts gedeeltelijk geslaagd. Vriendelijkheid is noodzakelijk, maar moet den vreesindruk volgen, die het beest onuitwischbaar moet worden ingeprent: dan zijn vertrouwen\'tc winnen, terzelfder tijd hem de teekens voorhouden waardoor hij getemd is en het paard wordt een gewillige gehoorzame dienaar. Ik geloof dat deze grondregelen ten volle in uwe methoden besloten zijn. Karey, Magner, Pratt of Kock-well hebben geen van allen de hoedanigheden bezeten die u zoo onderscheiden.
Achtend,
S. Baird Wolfe, M. D.
St Joseph, Mo, 10 September 1S91.
Mr. N. Behrens,
Waarde Heer, — In antwoord op uw geëerde van heden, deel ik u mede, dat mijn paard zeer schichtig en bevreesd was voor elk voorwerp op de straat en niet als veilig kon beschouwd worden. Om hem van zijne slechte gebreken alsook zenuwachtigheid te genezen, gaf ik hem onder behandeling van Prof. N. B. Smith en hij gaf mij een geheel ander beest terug. Ik rijd hem nu in enkel tuig, zonder blinddoeken of ophoudteugels en onderwerp hem aan gewone en buitengewone proeven en gevoel mij veilig waar ik met hem ga.
Het doet mij genoegen te zeggen, dat Prof. Smith alles ten uitvoer brengt wat hij zegt te zullen doen.
Achtend,
James H. Mc Cord.
14
Grand Rapids, Mich., 28 Januari 1892.
Aan wien het moge aangaan; —
Vier weken geleden _ maakte ik een contract met Mr. N. Behrens, bestuurder voor Prof. Norton B. Smith, de paardentemmer, voor het gebruik van mijn lokaal gedurende acht avonden. Ik deed zulks met eenig wantrouwen, maar nu de voorstellingen gesloten zijn ben ik zo» vrij te zeggen, dat ik blij zal zijn hem op elk oogenblik het lokaal weder te kunnen geven, daar zij aan alle overeenkomsten en bepalingem voldaan hebben, en het lokaal zeer net verlaten hebben.
Achtend,
C. S. Hartman.
Inwendige van het gebouw, hef welk plaaisridnt\'e hevaf voor 3000 personen.
Sioux City, Iowa 21 October IS UI.
Aan wien het moge aangaan: —
Wij, ondergeteekenden. Directeuren van het Sioux City Corn. Palace, bevelen gaarne de voorstellingen van Prof. Xorton B. Smith aan het publiek aan, daar zij hoogst interessant en leerzaam zijn, en in alle kleinigheden van den eersten rang.
De voorstellingen van den Professor in ons Corn. Palace in 1891, bewezen groote attractie te hebben en goede vruchten te dragen. De professor is een ruiter van zeldzame bekwaamheid en verdient den steun van het publiek. Wij beschouwen hem als een weldoener voor het pu-t
bliek en zijne methoden zullen het nut van het edele dier, het paard, verhoogen, waar hij ook zijne voorstellingen moge geven.
J. R. Katrens. Secretaris. E. C. Palmer, Majoor. J. E. Booge. L. L. Kellogg. E. P. Stone.
G. P. King.
Hessant S. Bakeb. C. G. Culver. C. A. Demun.
Zena R. Brown. Geo. A. Mead. C. M. Swan. n. Desparois. James P. Wall. Robert Fowle. Jas. V. Mahony. J. P. Martin.
Behandeling van Paarden.
Dc eerste les dio men een hengst geven moet, is hierin gelegen dat men hem in een kleine stal of schuur van omstreeks twintig voet in het vierkant moet brengen, in de rechterhand oen zweep neemt en hem dan nadert. Wanneer hij wegloopt geeft gij hem een zweepslag op de achterste leden en herhaalt dit tot hij den kop naar u toewendt;
alsdan bergt gij de zweep onder uw linkerarm weg, de rechterhand uitstrekkende en spreekt de woorden: „Kom hierquot;. Wanneer gij dan den hengst nadert en hij loopt weder weg dient gij hem nogmaals een zweepslag toe. Indien hij tot U komt geeft gij hem een appel. Binnen dertig Jof veertig minuten zult gij hem aldus leeren dat hex verkeerd is U zijnen rug toe te keeren; maar wanneer hij ziet dat hij beloond wordt, zal hij spoedig inzien dat het beste is ü zijn kop toe te wenden.
Wanneer men met een hengst werkt is het beste geduld te gebruiken: ga langzaam, gemakkelijk en vriendelijk met hem te werk en doet alsof gij een kind het A. B. C. leert.
Paarden verschillen in aanleg evenals de menschen. Sommigen zijn zenuwachtig, terwijl anderen verraderlijk en boosaardig zijn. Wanneer het paard groote ooren en lange manen heeft, smal tusschen de ooren en oogen is, een klein
17
ingezonken oog hoeft en een klein, dik neusgat, is het oen dier dat weinig verstand bezit en van een zeer traag karakter is. Hebt gij integendeel een paard met kleine ooren, ruige manen, brood tusschon do ooren en oogon, mot eon vol bruin oog en een groot, dun neusgat, is het een vlug, gespierd, verstandig dier, gereed om alles to gehoorzamen wat gij hom gebiedt; maar gij moet hom niet slaan of sporen.
Grcdurende mijn moor dan zesjarigen loopbaan, waarbij ik meer dan zesduizend paarden behandelde, bevond ik dat de gedweeste paarden waren van de volgende kleuren: zwart, donkerbruin en kastanjebruin. Paarden van grauwe, licht kastanje en lichtbruine kleur zijn in het algomeon beesten die weinig aanleg bezitten on onwillig zijn.
Volbloed paarden veroischen moor werk en langere lessen dan gewone paarden, maar wanneer zij eenmaal good geloerd zijn, zullen zij nooit vergoten wat hen eenmaal is ingeprent.
HOE MEN EEN HENGST LEERT U TE VOLGEN.
Vat zijn teugel met de eone hand (do linker), neemt in do rechter een zweep, laat hem het einde der zweep op den rug gevoelen, zooals in de onderstaande plaat is te zien; raakt hem licht met de zwoop aan en zegt: „Kom hierquot;.
18
DE BESTE WIJZE OM EEN HENGST TE BESLAAN.
Om een hengst in een hoefsmidswinkel te behandelen, doet men een gordel om zijn lichaam, dan neemt men èen strop van omstreeks tien duim lang en bindt de voorste voet aan den gordel. Hoe dikwijls hebt gij niet gezien dat men te vergeefs beproefde den poot van oen hengst op te lichten ? Nn, gij logt de linkerhand op den schouder van het paard en legt de rechter op den enkel. Wanneer gij nu -wilt dat het den poot opheft, dan drukt gij met de linkerhand op den schouder van het paard, dit doet het zijn evenwicht verliezen en gij kunt gemakkelijk den poot van den grond lichten. Wanneer uwe sterkte die van het beest niet evenaart moet gij andere middelen zoeken om het te overmeesteren. Wanneer gij nu den voet aan de gordels gebonden hebt is het voor het dier onmogelijk die terug te trekken en zoodra hij voelt dat hij gevangen is geeft hij het op.
Gij kunt dan gerust alles weder losmaken; met de andere pooten handelt men eveneens.
HOE MEN EEN HENSST ONDER DEN MAN LEERT RIJDEN.
Legt hem eerst den teugel aan en het zadel op. Laat iemand naast het paard staan met de rechterhand aan den teugel en een ander aan de andere zijde met de linkerhand
19
aan den teugel. Neemt dan een jongen en laat hem opstijgen. Op het oogenblik dat deze op den rug van den hengst is grijpen beide mannen den jongen vast. Wanneer nu de hengst wil gaan doorslaan of springen, zijn er twee die hem en tegelijk den jongen houden en het is voor den hengst onmogelijk hem af te werpen. Leidt hem aldus tien of vijftien minuten op deze wijzo rond. Dan kunt gij den jongen loslaten en één man kan den hengst leiden. Weest voorzichtig dat gij den berijder waarschuwt het beest niet in de zijden te treffen met de hakken. Laat de berijder afstijgen en weder opstijgen. Dan brengt gij de hengst naar stal. Na twee of drie uur haalt gij hem weder en bestijgt hem zelf. Wanneer hij mocht probeeren den rijder nog af te werpen dan maakt gij de linkertoiigel vier duim korter dan de andere. Dit maakt het beest aan het draaien Dit maakt hem een weinig duizelig. Gij kunt dan de teugels gelijk maken en zeggen : „Stijg opquot; en hij zal gewillig voortgaan. Gij kunt zoo gemakkelijk mogelijk met hem werken.
OVER DE BEHANDELING EN BESTURING VAN
EEN HENGST.
Leert hem niet voor allo voorwerpen bevreesd te zijn. Neemt eerst een gewonen teugel, een strak gebit en een gordel (singel) of tuig en brengt de lijnen door het tuig; gaat dan achter het beest, grijpt de teugels en begint hem te leeren naar het gebit, links of rechts, te luisteren. Leert hem nooit iets meer dan een ding tegelijk. Aldus zal hij spoedig naar rechts en links luisteren. Wanneer gij hem voor een wagen spant, moet gij steeds zorgen dat het gebit goed in orde is en hem vooraf de bovenstaande regelen geleerd hebt. Alsdan moet gij hom gewennen aan alle voorwerpen die hem wellicht bevreesd konden maken, zooals papier, parapluies, afschieten van vuurwapenen, stoomtrams, in één woord alles wat onze paarden op hol kan doen slaan. Gij moet hem leeren dat dit alles onschadelijk is en wel op de volgende wijze:
Gespt een gewone hennepstrop om elke voorste poot even boven den hoef, neemt dan een touw van twintig voet lengte en steekt dit door den ring die aan den gordel onder den buik is aangebracht (zooals op de plaat is aangeduid) ; gaat dan achter het paard, neemt de teugels in de rechter- en het touw in de linkerhand, geeft het paard het commando voort te gaan; als gij wilt dat het stil staat.
20
dier gedwongen wordt op de knieën te vallen. Wanneer gij dit gedaan hebt neemt gij een jongen, die met een pa-rapluie het paard tegemoet loopt, iaat hem dit voorwerp over zijn kop werpen, slaat op blikken pannen, schellen, in een woord neemt alles te baat, wat het paard schrik kan aanbrengen. Wanneer hij wil gaan loopen, laat gij hem terstond op de knieën vallen en leert hem aldus dat hij niet voort mag gaan. Deze lessen mogen niet langer dan een uur duren en moeten tweemaal daags gegeven worden. Binnen vijf dagen is het beest dan goed om bereden te worden.
OM EEN PAARD HET SLAAN AP TE LEEREN.
Als het paard ligt, zooals in de volgende illustratie is afgebeeld, dan maakt gij hem vertrouwd met de schellen, trommen, en het klappen der zweep, altijd in acht te nemen dat gij het dier geen pijn doet. Maakt het meest mogelijke leven rond hom en gij zult spoedig zien dat hij het opgeeft en geheel stil blijft liggen tot gij hom gebiedt op te staan. Wanneer hij is opgestaan moet gij hom lief kozen door hem op den nek te strooien, oen appel te geven enz.
Geeft hot paard dan eiken dag deze les gedurende drie of vier dagen en gij zult spoedig het practisch nut daarvan ondervinden als gij hem afrijdt; hot beest zal zich de les altijd herinneren.
21
De bovengenoemde instructie is ook goed voor een slaand paard, maar dit zal meer lessen vereischon voor liij de kwade gewoonte heeft afgeleerd. Vriendelijkheid en een weinig geduld zullen echter de beste uitwerking doen.
OM EEN PAARD AAN HET HALSTER TE GEWENNEN.
Neemt een touw van twintig voet lengte, maakt aan het eene einde een schuif knoop en bevestigt dit om de achterzijden van het paard, met den knoop direct onder den buik; het andere eind wordt over de voorzijden gebracht en aan don halster vastgemaakt; leidt hem dan naar den voerbak en houdt de halster strak naar achter. Neemt vooral een halster met een sterk hoofdstel. Gaat dan voor het dier staan en toont het een parapluie, slaat op een trom of doet iets anders wat hem aan het schrikken kan brengen, zorgdragende hem geen pijn te doen en herhaal deze les eiken dag gedurende eenige dagen en gij zult hem geheel genezen hebben.
EEN GOEDEN REGEL BIJ HET KOOPEN VAN EEN GOED PAARD.
Het paard moet zestien handbreedten hoog zijn, de ooren zeer klein, gepunt en naar binnen staand; een groot, bruin oog; de neusgaten moeten groot en dun zijn, de nek lang,
20
roept gij „hoquot; en trekt tegelijk aan het touw, waardoor het dier gedwongen wordt op de knieën te vallen. Wanneer gij dit gedaan hebt neemt gij een jongen, die met een pa-rapluie het paard tegemoet loopt, iaat hem dit voorwerp over zijn kop werpen, slaat op blikken pannen, schollen, in een woord neemt alles te baat, wat het paard schrik kan aanbrengen. Wanneer hij wil gaan loepen, laat gij hem terstond op de knieën vallen en leert hem aldus dat hij niet voort mag gaan. Deze lessen mogen niet langer dan een uur duren en moeten tweejnaal daags gegeven worden. Binnen vijf dagen is het beest dan goed om bereden te worden.
OM EEN PAARD HET SLAAN AP TB LEEREN.
Als het paard ligt, zooals in de volgende illustratie is afgebeeld, dan maakt gij hem vertrouwd met de schellen, trommen, en het klappen dor zweep, altijd in acht te nemen dat gij het dier geen pijn doet. Maakt het meest mogelijke leven rond hom en gij zult spoedig zien dat hij hot opgeeft en geheel stil blijft liggen tot gij hem gebiedt op te staan. Wanneer hij is opgestaan moet gij hem liefkozen door hem op den nek te streelen, een appel te geven enz.
Geeft het paard dan eiken dag deze les gedurende drie of vier dagen en gij zult spoedig het practisch nut daarvan ondervinden als gij hem afrijdt; het beest zal zich de les altijd herinneren.
21
OM EEN PAARD AAN HET HALSTER TE GEWENNEN.
Neemt een touw van twintig voet lengte, maakt aan het eene einde een schuifknoop en bevestigt dit om de achterzijden van het paard, met den knoop direct onder den buik; het andere eind wordt over de voorzijden gebracht en aan den halster vastgemaakt; leidt hom dan naar den voerbak en houdt de halstor strak naar achter. Neemt vooral een halster met een sterk hoofdstel. Gaat dan voor het dier staan en toont het een parapluie, slaat op een trom of doet iets anders wat hem aan het schrikken kan brengen, zorgdragende hem geen pijn te doen en herhaal deze les eiken dag gedurende eenige dagen en gij zult hem geheel genezen hebben.
EEN GOEDEN REGEL BIJ HET KOOPEN VAN EEN GOED PAARD.
Het paard moet zestien handbreedten hoog zijn, de ooren zeer klein, gepunt en naar binnen staand; een groot, bruin oog; de neusgaten moeten groot en dun zijn, de nek lang,
22
good gevormd onder don kaak en gespierd. Hot bovenste gewricht van de schoft moot hoogor zijn dan de heupen, breede rug en lange heupen. Koopt altijd oen paard met fijn kort haar; hoe fijner hot haar,\' hoe langer het paard zal leven. Een goed paard langs don weg moet precies zoo-voel meten tusschen do ooren en den schoft als tusschen don schoft en de verbinding dor heupen. Van den punt der schoft naar den schouder moet even lang zijn als van de verbinding der heupen naar den punt bij de staart. Hot paard moet meten van den punt der schoften naar het plat der voorste poot 57 duim en van den punt der schouder naar den punt der heup, of de geheole lengte van hot paard, 62 duim. Wanneer iemand volgens deze regelen koopt zal hij goed uitkomen.
24
lang- cu een duim middellijn; legt die kruiselings direct over het haar der staart en legt daar ceu lus in; maakt dan een schuifknoop in het eene einde van het touw en brengt die aan het einde der staart en de pen, trekt nu naar omlaag en houdt het touw vast, direct achter het paard staande en zegt: „Licht op don pootquot;, terwijl het touw aantrekkende zooals in onderstaande afbeelding te zien is. Na op deze wijze den poot vier of vijfmaal te hebben opgelicht, kunt gij hem gerust bestaan.
Ilv VEROORDEEL DE OPHOUDTEUGELS.
Ik geloof dat de ophoudteugels, die door veel eigenaars van paarden worden gebruikt, een wreedheid voor de de dieren is. Ik wil u mijne gedachte over de ophoudteugels zeggen en hoe ik donk dat zij moeten gebruikt worden.
25
gevormd geboren dan kunt gij de natuur niet dwingen door het gebruik van stroppen of touwen of gij martelt het arme beest.
Ik merk terloops op, dat de ophoudteugels alleen gebruikt moeten worden om te voorkomen dat het paaad den kop laat hangen als hot stilstaat. Velen gelooven dat bij het gebruik van een strak gespannen ophoudteugel, waardoor den kop in de hoogte wordt geheven, zij gemakkelijker rijden en dat het oen voorbehoedmiddel is dat het dier op hol zou slaan. Dit is onwaar. Naar mijne meening is geen paard zoo handig, vrij en gemakkelijk dan zij die met losse teugels gereden worden. Geeft het werk- en rijpaard het vrije gebruik van den kop evenals gij dit zelf wenscht; niet alleen zullen zij beter rijden maar langer en vijf percent minder voedsel behoeven.
Er moest een wet worden geheven die [het gebruik van strakke ophoudteugels verbood.
Het paard, dat een der schoonste dieren is die bestaan, is dit juist om zijne fijne evenredigheden en gracieuse vormen.
De schoonheid van het paard komt het best uit in zijne vrijheid, daarom moest men zoo min mogelijk, als de veiligheid het toelaat, gebruik maken van stroppen, touwen, enz.
DE STAL.
Dit is een zeer belangrijk deel van het onderwerp en een dat te dikwijls verwaarloosd wordt door eigenaars van paarden, die in het algemeen de behandeling overlaten aan stalhouders of bedienden, die dikwijls onwetend of non- « chalant zijn. Menig paard sterft jaarlijks door devcrwaar-loozing van zijn eigenaar om de gewone gezondheidswetten in den stal te beoefenen. De ligging moet evengoed of beter nog zijn dan de woning en de stal moet zoo mogelijk afgescheiden en verwijderd zijn van de schuur. Verberg de stal als gij wilt achter boomen, maar sluit nooit af
DE LUCHTVERVERSCHING.
Een voldoende hoeveelheid versche lucht is voor het paard zoowel als voor den mensch onontbeerlijk. In me-nigen stal wordt do lucht zorgeloos toegevoerd en blaast over den kop van het paard op zoodanige wijze dat verkoudheid het onvermijdelijk gevolg is. De gevolgde praktijk om hooi te voeren door een luik boven den kop van het paard, veroorzaakt de nadeeligste gevolgen van het
26
vatton van koude, om niet te spreken van de mogelijkheid dat hooizaad in de oogen der dieren kan vallen wanneer het naar boven naar het voedsel ziet. Aan de andere zijde is het een dwaling om elke luchtstroom af te sluiten en de atmospheer der stal heet en ongezond te maken.
Wanneer verscheidene paarden in een stal opgesloten zijn, zal de lucht onaangenaam en vuil worden. Wanneer iemand uit de open lucht binnenkomt, kan hij niet ademen. In deze temperatuur moet nu oen paard uren lang, dikwijls nog met een dek om, staan. Plotseling wordt het dek afgenomen on hot dior in de open lucht gebracht, een verschil van vele graden tusschen de temperatuur in den stal. Het is waar, zoolang het werkzaam is, behoeft het geen bescherming, maar ongelukkiglijk moet het te dikwijls op zijn meester staan wachten on dit misschien na een stevigen rit, waardoor de poriën geopend zijn en de vatbaarheid voor kou vatten het grootst is. Bij het ventilecren van stallen moet men vooral niet vergeten, dat do gezondheid van een paard afhangt van een voldoende hoeveelheid versche, droge lucht, op zulk een wijze aangevoerd, dat er geen kans bestaat voor tocht of dergelijke. Vele stallen verbeteren door het aanbrengen van een raam of ramen, die slechts weinig uitgaven voreischen en veel geld aan paardonvleesch besparen.
HOOI-ÏHEE.
Dit is zeer verfrisschend voor een vermoeid paard. — Vul een emmer met het beste zuivere hooi en werp er zooveel kokend water op als de emmer kan bevatten. Houdt dit warm en bedekt gedurende een kwartier, laat dan het water in een andere emmer overloopen en voeg er wat koud water bij; wanneer het koud is geworden laat het dan het paard drinken.
ALTIJD VOLDOENDE LICHT HEBBEN.
Menig paard staat in een stal waar een raam drie of vier voet boven hun kop is aangebracht. Dit is niet onbillijk, daar het paard altijd zal trachten door een raam te zien: doch wanneer het raam zoo hoog boven den kep is, zal dikwijls het gezicht van het paard benadeeld worden. Ik zou de ramen alle aan een zijde wenschen, of liever achter het paard. Men moet daaglijke den stal een paar uren laten uitluchten.
27
GOEDE LIGGING.
Het best is stroo, waarvan gemiddeld vier pond daags moet gebruikt worden. De eerste ligging vereischt tien pond. Moer dan twee derde hiervan kan eiken morgen bespaard worden en in de zon geplaatst om te drogen, en is dan goed voor de ligging van den volgenden nacht. Er kan in de ligging van het paard veel bespaard worden; zaagsel of schaafsel keur ik af, daar het dikwijls de poo-ten benadeelt en ontsteekt. Als gij geen stroo voor uw paard kunt bekomen, neemt dan liever runschors in den zomer. En als gij een paard met krampachtige of zeere pooten hebt, plaats het dan in een stal met niets anders dan runschors tot ligging en gij zult zien dat binnen eenige dagen genezing intreedt.
GEEBT UWE PAARDEN GOEDE OEFENING.
Er sterven heden ten dage veel meer paarden door gebrek aan oefening dan aan eenige andere oorzaak. Honderden en duizenden paarden worden door welgestelde lieden gehouden, die het geschikte werk voor hun dieren niet hebben, waardoor deze van de eene in de andere week in den stal moeten staan, zeer goed gevoed worden; het gevolg is dat het paard stijf, lui en koppig wordt. Om een paard goed gezond te houden moet het minstens daaglijks vijf mijlen loopen. Het doet er niet toe of dit voor het rijtuig of onder den man geschiedt. Verschillende organische sto-ringen ontstaan dikwijls door overvoeding en uit gebrek aan oefening. Dolheid en stuipen ontstaan door overvoeding.
Het is overbodig hierover verder uit te wijden, ik geef U alleen oen goeden raad. Wanneer ge zelf geen gelegenheid hebt uw paard af te rijden, laat het dan een ander doen.
HET VOEREN VAN EEN ZEMELMENGSEL.
De paarden moeten tweemaal \'s weeks een zemelmengsel hebben. In de lente des jaars moeten de paarden een weinig aardappelen of wortelen hebben, daar het algemeen bekend is, dat beide bijdragen tot de sterkte en duurzaamheid van het gezonde paard en tot het spoedig herstel van het zieke. Wortelen en aardappelen moeten het paard tweemaal per week gegeven worden gedurende de lentemaanden.
28
MIJNE MEENING OVER HET VOEDEN DER PAARDEN.
Ik wil beginnen U mijne zienswijze mede te deelon over de wijze waarop paarden gedurende den dag moeten gevoed worden. Deze regelen hebben betrekking op rij- en trekpaarden.
Geeft hot paard des morgens een emmer vol water; geeft hem dan wat haver, daarna wat hooi, zeer weinig, niet meer dan een armvol. Nadat hot paard zijn haver en hooi gegeten heeft, leidt men het buiten den stal, wascht en kamt het en geeft het daarna zooveel water als het verkiest. Nu is hij klaar voor hot werk. Het is de gewoonte van velen om onder hot rijden het paard gedurig water te geven op een warmen dag; dit keur ik niet goed; neemt alleen een emmer mede en geeft het dier \'s morgens te 9 of 10 uur een halven emmer water. Te 12 uur, voor gij het dier zijn middagmaal geeft, moet het een derde emmer water hebben, daarna haver, maar geen hooi. Juist voor gij hem optuigt voor den namiddagdienst, laat gij hem zooveel drinken als hij wil en volgt dan denzolfden regel als des morgens. Als het dagwerk is gedaan en gij het paard naar stal brengt, moet gij eerst naar de ligging omzien en of uw paard niet verhit is; plaatst hem dan in den stal, geeft hem zijn haver, en daarna zooveel water als hij behoeft. Terwijl hij drinkt plaatst gij het voor den nacht noodige hooi in den ruif — een goede hoeveelheid. Dan is uw paard verzorgd en kan gedurende den nacht ruston.
Onder geen voorwaarden mag men hooi voor de haver geven of tegelijk, maar steeds het hooi na de haver. Ik ben een groot voorstander van goede haver en deze moet zuiver en zonder stof of vuil zijn. Het hooi moet met den vork uit den baal gehaald en goed geschud worden, opdat stof en vuil verwijderd wordt. Op deze wijze krijgt uw paard heldor en gezond voedsel en hij zal het altijd eten als het voor hem staat.
Er zou een geheel boek over de voeding geschreven kunnen worden, maar ik geloof\' dit hier niet noodig; slechts de algemeene grondregelen wil ik noemen en de rest aan u en uw goed oordeel overlaten.
HOE MIJN OPHOUDERS GEBRUIKT MOETEN WORDEN.
De ophouder die ik altijd gebruik is acht voet lang en om het lichaam vier duim breed met een gesp van drie duim en het gedeelte van den ophouder dat door den gesp
29
g-aat twee en een half duim breed. De gesp komt rechts aan do zijde van het dier, een aan elke zijde, een beneden en bovenop oen ring. Doze ringen onder het lichaam van het paard worden gebruikt voor de werking van mijn double safety rope; do ringen aan de zijdon worden gebruikt om do tougols door te laten gaan; de ring van boven wordt gebruikt om den snoei\' door te halen. Hot is zeer handig voor ieder die er een heeft on iemand die veel paarden hooft kan or niet buiten.
Zij zijn ook zeer bruikbaar in don stal wanneer men eon ziek paard hooft of oenige operatie gedaan moet worden
Zij kosten ongeveer f 12.—, naar gelang dor kwaliteit.
HOE MEN PAARDEN LEERT, NIET VAN EENIG VOORWERP TB SCHRIKKEN ONDER HET RIJDEN.
Hot is onmogelijk de waarde te overschatten van do onderstaande gegevens betreffende zenuwachtige en schichtige paarden, daarom zal ik op dit punt klaar en duidelijk zijn. De lozer moet weten, dat paarden voor voorwerpen bevreesd zijn omdat zij denken dat deze hen kwaad zullen doen, en wanneer gij nu een paard aan het verstand kunt brengen en gerustellen, dat het geen leed gedaan zal worden, hobt gij uw dool bereikt. En daarom moet gij uw paard meester zijn. Ik bedoel niet dat gij zooals zoovelen doen moot en hot onderwerpen met do zweep of andere harde middelen, die, op een enkele uitzondering na, het dier vrees aanjagen in plaats het gebrek weg te nemen. Dus, wanneer een paard schrikt, moot do voerman beginnen aan den teugel te trekken naar de zijde van het voorwerp
30
en tegelijk de zweep gebruiken, volkomen overtuigd zijnde net paard meester te zijn. Beiden, man en paard, worden geprikkeld, en het paard komt overwinnend te voorschijn omdat het zich de gebruikte middelen niet kan begrijpen en het gevolg is dat wanneer bij een volgende keer het paard schrikt, het een tweeledig karakter heeft, het is bang voor het voorwerp en voor do zweep.
Het is een wreede gewoonte van vele personen wanneer men met een paard voorbij een voorwerp rijdt, waarvan het schrikt, te beginnen met uitroepen als;. Vort, jongen! v ort, jongen! en als het beest het voorwerp voorbij is do zweep er over te leggen en te zeggen: „ik zal je\' leeren schrikken!\' enz. Bij deze behandeling denkt het dier juist, dat het voorwerp waarvoor hij bang was hem de pijn veroorzaakt heeft, en natuurlijker wijze wordt het hier eerder slechter dan beter. Het is mijn theorie om do zweep zachtjes te gebruiken als men zulk een voorwerp nadert en het beest recht op dit af te sturen, stil te houden en hem er aan te laten ruiken, alzoo toonende dat het hom geen kwaad zal doen. Gebruikt alleen de zweep als gij gebiedt en spreekt krachtig en beslist en ik geloof dat ei-negen van de tien paarden op hol slaan door de schuld van den voerman dan door het beest zelf. Als het paard bemerkt, dat zijn voerman bang voor hem is, trekt het er zijn voordeel uit en loopt weg. Als mijne voorschriften door den lezer worden opgevolgd ben ik zeker dat er geen paard weg zal loepen.
31
HOE MEN EEN PAARD TOT OPVOEDKUNDIGE DOELEINDEN KAN LATEN LIGGEN.
Doet uw paard eon flink sterk halster om; neemt een strop met een ring er in en gespt die om de voorpoot; neemt oen touw van acht voet lengte en knoopt dit in
deze strop; doe een gordel om het lichaam van het paard en plaatst u aan do linkerzijde vau het beest, brengt het touw over den rug van het dier naar de andere zijde en neemt het touw in uw rechter hand, trekt dan de poot op tot het lichaam en houdt die in deze positie; dan neemt men de halster in de linkerhand, draait zijn kop naar u toe en drukt met den elleboog tegen zijn lichaam, de woorden sprekende: „gaat liggenquot;. Sommige paarden gehoorzamen binnen een minuut, anderen verzetten zich drie a vier minuten, maar gij zult hen spoedig meester zijn en zij zullen gaan liggen. \' Zoodra het paard ligt, neemt gij het touw dat onder hem is, brengt het onder den gordel en dooi\' den ring van den halster, weder terug onder den gordel en nu moet gij den kop naar den schouder brengen; laat hom den kop dan op den grond nederleggen en gij kunt als gij wilt, dan eenig geraas om hem heen maken en als hij aanstalten maken wil om op te staan, trekt gij
32
den kop onmiddellijk op, hetgeen hem verhindert dit te doen; dan neemt gij een zweep en klapt daarmede, het dier alzoo te kennen gevende dat gij zijn meester zijt.
GIJ MOET UW PAARD OPVOEDEN.
Voedt hot op en onderwijst het als een kind en maakt het daardoor meer waard voor den mensch. Het paard is een dier van geen klein verstand, leerzaamheid en trouw, hoedanigheden die meer zouden uitkomen werd het niet zoo dikwijls wreed behandeld. Hebt geduld met hem, en gebruikt uw goed verstand en oordeel als gij hem behandelt Begrijpt van te voren dat het een redeloos dier is en daar het niet praten kan let het op elk uwer bewegingen. Een goed opgevoed paard is even gevoelig als een goed opgevoed mensch en gij moet het niet jagen, slaan of sporen zooals gij een gemeen oud dier zendt doen.
De zweep is een zeer goed ding maar moet alleen op
33
den rechten tijd gebruikt worden, zooals ik U hier zal aan-toonen. Als gij langs den weg rijdt cq uw paard schrikt voor een wagen, vélocipède of een hond, of iets anders dat hem schrik kan aanjagen, wacht dan niet tot hij doorgegaan is en slaat hem daarna een kwartier, maar als hij het voorwerp ontdekt, neemt gij do teugels in de linkerhand en de zweep in de rechter en als hij de eerste zijsprong maakt geeft gij hem een duchtigen zweepslag in de rechterzijde, zeggende: „pas op, vrind, wat wil je?quot; Spreekt niet alsof gij half slapende waart maar alsof gij meent wat gij zegt. Houdt beide oogen open en slaat hem niet alsof gij hem wildet vermoorden. Gebruikt de zweep nooit zonder de stem er bij te gebruiken; het woord en een goed gebruik van de zweep moet te zamen gaan.
Een gebrek dat eigenaars van paarden aankleeft is, dat zij niet genoeg tot hunne beesten spreken. Als het paard voortgaat en loopt moet gij in het rijtuig blijven en den mond niet openen, maar de teugels goed hanteeren. Als het paard voor iets bang is zegt gij „weest gerustquot; enz., „het zal je geen kwaad doenquot;, terzelfder tijd de zweép latende klappen om zijn opmerkzaamheid te trekken. Daar een paard niet aan twee dingen tegelijk kan denken, is de zamenhang hiervan duidelijk.
KWADE BIJTERS.
Als een paard de kwade gewoonte heeft te bijten of te slaan, zijt gij altijd in levensgevaar daar gij op zulk een dier geen staat kunt maken. Als een merrie of ruin mijn africhtteugels aan heeft en gij bewaakt hem voorzichtig, niet latende bemerken dat gij hem bewaakt en hij tracht dan te bijten geeft hem een paar stevige slagen op de teugels. Doet dit op zulke plaatsen waar hij gewoonlijk bijt en na eenige malen zult gij het dier leeren inzien dat zijne tanden niet gemaakt zijn om zijn meester te bijten. Om te voorkomen dat een paard zijn metgezel bijt, als hij in tweespan loopt, bevestigt men een losse lijn aan de buitenste ring van zijn gebit, het slap latende hangen, het eind bij
34
(Ion voerman plaatsende. Als liij wil bijten trekt gij er Lard aan en slaat hem mot de zweep.
HOE MEN EEN KWAADAARDIG, BIJTEND PAARD BEHANDELT.
Het eerste wat ik doen zou is liem een keer of vijf te doen nederligg-en. Als liet paard ligt, behandelt gij den kop, doet den bek open enz. Doet mijn africhtteugels aan, neemt de zweep in de rechterhand, het touw in do linker en geeft hom oen les met deze teugels, loerende dat hij stilstaat als gij „ho!quot; roept en laat hem naar rechts en links loopon op uw commando. Ik heb vele kwaadaardige en bijtende paarden behandeld door het gebruik van buskruit, daarbij revolvers gebruikende, die 38 patronen bevatten. Op het oogenblik dat het paard naar u toekomt of wil bijten, schiet gij de revolver voor don kop in den lucht af hetgeen hom verschrikt on waardoor hij wordt afgeschrokken U te bijten. Alle kwaadaardige en bijtende paarden moeten streng bewaakt worden en nooit vertrouwd, daar ik geloof dat een oud bijtend paard nooit zoo getemd kan worden dat ieder het behandelen kan.
HOE MEN EEN PAARD LEERT ACHTERUIT TE LOO-PEN MET BEN WAGEN ACHTER ZICH.
Doet mijn dubbele veiligheids lijn aan, tuigt uw paard voor den wagen op, gaat daarin zitten, neemt de lijnen in de rechterhand en do veiligheidslijn in de linker en zegt „terugquot;. Als hij zoover achteruit geloopen is als gij verkiest zegt gij „hoquot; en trekt aan do veiligheidslijn, hetgeen voorkomt dat hij nog meer achteruit zet. Na drie of vier lessen op deze wijze zal het paard verstaan wat gij bedoelt met „terugquot; en als gij ,.hoquot; zegt zal het terstond stilstaan.
OM EEN HOLLEND PAARD TOT STAAN TE BRENGEN.
Men moet onder het rijden altijd de teugels flink vasthouden, of het paard kwaadaardig is of niet; gij moet altijd op uw hoede zijn daar zij nooit te vertrouwen zijn. Als uw paard bang is en tracht weg te loopen, neemt gij de linksche teugel flink in de linkerhand, trekt met de rechter sterk aan de rechterteugel en roept hard „hoquot;; de linker-teugel moet gij niet bewegen; dit zal den kop van hot paard terstond naar eene zijde keeren en zal in negen van de tien gevallen onmiddellijk tot stilstand dwingen. Springt nooit van de kar af, want de meeste menschenlevens gaan verloren en de meeste ledenmaten worden gebroken door liet bevreesd zijn en het afspringen van de kar als het paard •op hol slaat. Houdt ü koelbloedig, en gij zult door de boven beschreven regels te volgen het dier meester worden.
34
den voerman plaatsende. Als hij wil bijten trekt gij er hard aan en slaat hem met de zweep.
HOE MEN EEN KWAADAARDIG, BIJTEND PAARD BEHANDELT.
Het eerste wat ik doen zou is hem oen keer of vijf te doen noderliggen. Als het paard ligt, behandelt gij den kop, doet den bek open enz. Doet mijn africhttengels aan, neemt de zweep in de rechterhand, het touw in de linker en geeft hem een les met deze teugels, loerende dat hij stilstaat als gij „ho!quot; roept en laat hem naar rechts en links loopen op uw commando. Ik heb vele kwaadaardige en bijtende paarden behandeld door het gebruik van buskruit, daarbij revolvers gebruikende, die 38 patronen bevatten. Op het oogenblik dat het paard naar u toekomt of wil bijten, schiet gij de revolver voor den kop in den lucht af hetgeen hem verschrikt en waardoor hij wordt afgeschrokken U te bijten. Alle kwaadaardige en bijtende paarden moeten streng bewaakt worden en nooit vertrouwd, daar ik geloof dat oen oud bijtend paard nooit zoo getemd kan worden dat ieder het behandelen kan.
35
HOE MEN EEN PAARD LEERT ACHTERUIT TB LOO-PEN MET EEN WAGEN ACHTER ZICH.
Doet mijn dubbele veiligheids lijn aan, tuigt uw paard voor den wagen op, gaat daarin zitten, neemi de lijnen in de rcchterliand en de veiligheidslijn in de linker en zegt „terugquot;. Als hij zoover achteruit geloopen is als gij verkiest zegt gij „hoquot; en trekt aan de veiligheidslijn, hetgeen voorkomt dat hij nog meer achteruit zet. Na drie of vier lessen op deze wijze zal het paard verstaan wat gij bedoelt met „terugquot; en als gij „hoquot; zegt zal het terstond stilstaan.
OM EEN HOLLEND PAARD TOT STAAN TE BRENGEN.
Men moet onder het rijden altijd de teugels flink vasthouden, of het paard kwaadaardig is of niet; gij moet altijd op uw hoede zijn daar zij nooit te vertrouwen zijn. Als uw paard bang is en tracht weg te loopen, neemt gij de linksche teugel flink in de linkerhand, trekt met de rechter sterk aan de rechterteugel en roept hard „hoquot;; de linker-teugol moet gij niet bewegen; dit zal den kop van het paard terstond naar eene zijde keeren en zal in negen van de tien gevallen onmiddellijk tot stilstand dwingen. Springt nooit van de kar af, want de meeste menschenlevens gaan verloren en de meeste ledenmaten worden gebroken door het bevreesd zijn en het afspringen van do kar als het paard op hol slaat. Houdt U koelbloedig, en gij zult door do toven beschreven regels te volgen het dier meester worden.
36
HOE EEN WILD, SLAAND PAARD GETEMD WOEDT ZOODAT HET GOED RIJDT EN VOOR FAMILIEÖEBRUIK PAST.
In do eerste plaats leidt gij uw paard naar buiten op een zachten grond of een beploegden grond en laat het daar nederliggen door aldus te werk te gaan: Doet een gordel om zijn lichaam, neemt een strop en gespt die aan de voorste rechterpoot; neemt een touw van acht voet lengte en bindt dat aan den strop, doet dit over den rug van het paard; gij staat aan do linkerzijde van hot paard en houdt de lijn met de rochtörhand vast en trekt de poot tot den buik op; dan vat gij de halster mot de linkerhand en trekt den kop naar u toe, do rechter elleboog in de zijde van het dier drukkende en zegt: „Gaat liggenquot;. Hij mag drie of vier minuten tegenstribbelen, maar hij zal op het laatst moeten toegeven. Als het dier ligt dan neemt gij de lijn en doet het door den ring aan don gordel op den rug, door don halster, terug door don ring aan don gordel en houdt dan den lijn vast, en als hij op wil staan trekt gij daaraan en brengt aldus don kop togen don schouder, waardoor hot dier niet oprijzen kan; neemt dan tinnen pannen, bellen, ratelt daarmede: dan kunt gij hot op laten staan en noemt een losse gewonen teugel, een sterk gebit en tuig; laat de ringen door de lemoenstroppen loo-pen; neemt dan mijn eenvoudige voetstroppen on gaat aldus te werk:
37
Gespt de strop om de linker voorpoot; neemt een twintig voet lange lijn, doet die door den ring aan den gordel onder den buik van het paard, naar beneden door den ring aan den poot, terug door denzelfden ring aan den gordel en knoopt vast; gaat achter het paard staan, neemt de teugels in de rechter en do lijn in de linkerhand. Neemt iemand die u helpt en een staartriem aanbrengt waaraan bellen, pannen, bundels stroo bevestigd zijn en laat die tegen de hielen van het paard slingeren, hem aldus gelegenheid gevende om te slaan; dan begint gij de proef, als hij slaat trekt gij aan den lijn in uw linkerhand, terwijl hard roepende „Pas op jongen daarquot; op een gebiedenden toon. Dan neemt uw helper een stok en slaat op do bellen en pannen en slingert die links en rechts langs do zijden van het beest; door deze methode eiken dag tweemaal een uur lang te herhalen, zal uw paard binnen vijf dagen getemd zijn en goed om voor den wagen te spannen. Als gij met het paard werkt moet gij altijd een zachten grond kiezen, waar geen steenen zijn.
HOE MEN BEN KOPPIG PAARD TEMT.
Er zijn drie of vier soorten van koppige paarden; sommige zijn zenuwachtig en prikkelbaar, terwijl anderen nergens geen lust in hebben. Ken levend-dood paard is niet waard getemd te worden. Alle wilde koppige paarden kunnen volkomen getemd worden.
Brengt het beest naar buiten en laat het vijftien tot twintigmaal nederliggen; doet dan de teugels on het tuig aan, de lijnen door de lemoenstroppen doende en gebiedt hem op te staan. Leert hem dit zorgvuldig voordat gij hem voor den wagen spant. Als hij niet voort wil op [uw commando, neemt gij een lijn van twintig voet lengte, bindt die om den nek, en haalt die door den ring aan het gebit, een uwer mannen voor het paard plaatsende met de lijn in de hand. Als gij zegt „vortquot; laat gij hem tegelijk aan de lijn trekken hetgeen het paard noodzaakt voort te gaan. Doet aldus twee dagen, de les niet langer dan een uur volhoudende, tuigt het beest dan voor een licht wagentje. Hebt altijd veel geduld en gij zult overwinnen.
HOE PAARDEN TE GEWENNEN AAN WAGENS OF STOOM.
Neemt hot paard en doet het mijne africhtingsteugels aan, neemt de lijn in uw linkerhand en de zweep in uw
38
rechter, laat het paard uw volgen en leidt het regelrecht op de karren aan en laat hot daar blijven. Het is onmogelijk voor hem weg te loepen met deze teugels. Gij moot hem dan liefkozen en hem toonen dat de karren hem geen kwaad doen. Gij moet het beest leeren dat gij zijn vriend en beschermer zijt; het moot vertrouwen in u krijgen en het zal met u door het vuur gaan.
Om een paard tegen den stoom in te leiden, raad ik aan mijn dubbele veiligheidslijn te nemen en de teugels door den lemoenstrop van het zadel te doen en hem dan naar den stoom te leiden. Als hij weg wil loopen laat gij hem op de knieën vallen. Gij moet een touwstrop hebber, en een man die deze vasthoudt, maar gij moet voorzichtig zijn dat gij het paard niet laat branden of op andere wijze benadeelt, maar hem leeren dat stoom hem geen kwaad doet. Zoodra het paard dit bemerkt, zal het bij de derde of viorde les regelrecht op den stoom afgaan. Maakt uwe lessen kort maar flink.
HOE MEN EEN ZENUWACHTIG PAARD OPVOEDT.
Plaatst eerst mijn dubbele veiligheidslijn om en maakt het paard gewoon aan het slaan op trommen, geratel van pannen, het afvuren van vuurwapenen, muziek enz , door het daar regelrecht op af te sturen en hem leerende dat dit alles onschadelijk is. Door deze les eiken dag te herhalen, zal uw paard volkomen vertrouwd worden. Gij moet
39
altijd bodonkcn dat geon uwer middelen hem pijn mogen veroorzaken.
HOE MEN EEN PAARD LAAT OPSTAAN ALS HET UIT ZICHZELF GAAT LIGGEN.
Blaast in zijn oor; als hij hierdoor niet opstaat, neemt gij oen glas of een pot water en werpt dit in de neusgaten en het zal zeer spoedig opstaan. Bij hengsten zal dit middel dikwijls niet helpen, en zal het noodig zijn een zweep te gebruiken en daarmede op den neus te slaan. Zij zullen spoedig leeren dat als zij uit zich zelf willen gaan liggen zij gestraft worden en als zij het niet doen beloond.
40
HOE MEN EEN PAARD TEMT DAT BANG IS VOOR EEN HOND OF EEN VARKEN.
Dezelfde behandeling als bij schichtige paarden. Houdt een oog op het varken en een op hot paard gevestigd. Vijf of zes lessen zult gij moeten gebruiken.
Handelt met lossen teugel maar weest voorzichtig en gebruikt mijn veiligheidslijn. Als het oen hond is waarvoor het dier bang is, laat deze dan rond hem loopen en laat het paard aan den hond snuffelen. Dan laat gij uw paard nedorliggen en zet de hond er op. Als gij zoodoende twee of drie dagen werkt met het dier, korte lessen gevende, zult gij het dier genezen hebben.
HOE DE ZWEEP GEBRUIKT MOET WORDEN.
Geen dame of heer behoort te rijden zonder een goede zweep. Op zijn plaats gebruikt is de zweep een goed ding, maar zij wordt dikwijls misbruikt. Hoe dikwijls ziet men niet lieden door de straat rijden, die als het paard schrikt voor eenig voorwerp, het dier eerst voorbij laten gaan en dan geducht afstraffen met de woorden: „ik zal je loeren.quot; Het paard dat niet zooveel verstand als de mensch heeft, zal geloovon dat de pijn is veroorzaakt door het voorwerp waarvoor hij bang was.
HOE MEN EEN PAARD HET SLAAN IN DEN STAL AFLEERT.
Neemt een stuk elastiek van tien duim lengte en bevestigt dit aan een der achterpooten. Het elastiek verhindert het beest te slaan en spoedig zal de kwade gewoonte afgeleerd zijn. Gebruikt nooit een strop of touw, als gij dit doet wordt de bloedsomloop gestremd; dus altijd elastiek.
HOE MEN EEN PAARD BIJ DEN STAART LAAT DRAAIEN.
Als gij een paard hebt dat lastig is op te tuigen of niet wil blijven staan bij het opleggen van het zadel, neemt gij do halstorstrop in uw linkerhand en neemt den staart in de rechter en laat hem aldus een keer of tienmaal ronddraaien. Dan wordt het dier duizelig en op het oogenblik dat gij het loslaat, zal het vallen. Zegt dan
41
doen en het dier zal stil blijven staan. Het is een gemakkelijk en goed middel.
HOE MEN EEN PAARD AFLEERT MET DEN
STAART TE SLAAN.
Doet het paard een strik en kniebanden aan en houdt den staart vast. Neemt een houten pen van vijf duim lengte,.
42
een duim middellijn, legt die op de haren van den staart en bindt die er aan; neemt dan een lijn van acht voet lengte, in het midden een schuifknoop en bindt dit over den staart en pen; brengt dan den staart over den rug door den ring en trekt dit aan, aan beide zijden; het touw verhindert den staart heen en weer te gaan; neemt een gewonen gordel en doet die het paard om, laat den staart aldus zes uren zitten; in een kwaad geval herhaalt gij dit driemaal. Dit is de beste methode die ik ooit gebruikt heb en zal zeker slagen.
HOE MEN EEN PAARD HET SCHRIKKEN VOOR PAPIER OF PARAPLUIES AFLEERT.
Doet mijn dubbele veiligheidslijn aan; neemt uw paard
43
naar buiten in het veld waar jongens zijn mot vlaggen f papier, parapluies en leidt het dier daar recht op aan; als het weg wil loopen laat gij hot op de knieën vallen; als het noodig is geheel neerliggen, de jongens moeten hunne voorwerpen over het paard heenzwaaien, in een woord loert het dat deze voorwerpen geheel onschadelijk zijn. Een paar dagen twee lessen gevende, die een uur duren, zullen het paard geheel temmen.
OM EEN PAARD AF TE LEEREN DEN TONG FIT DEN BEK OVER HET GEBIT TE LATEN HANGEN.
Men neemt een stuk leder.
Logt oen sterk gebit in het midden van het leder, de punten van het leder beide naar boven.
Bevestigt dit aan het gebit zoodat het niet kan draaien. Doet het paard het gebit aan over de tong. Hij kan zijn tong niet ver genoeg terugtrekken om die over het leder te steken. Het is zeer eenvoudig en kost hoogstens 30 cent. Het is het boste middel dat ik ooit heb gebruikt.
42
een duim middellijn, lej# die op de haren van den staart en bindt die er aan; neemt dan een lijn van acht voet lengte, in hot midden een schnifknoop en bindt dit over den staart en pen; brengt dan den staart over den rug door den ring en trekt dit aan, aan beide zijden; het touw verhindert den staart heen en weer te gaan; noemt oen gewonen gordel en doet die hot paard om, laat den staart aldus zes uren zitten; in een kwaad geval herhaalt gij dit driemaal. Dit is de beste methode die ik ooit gebruikt hob en zal zeker slagen.
HOE MEN EEN PAARD HEÏ SCHRIKKKN VOOR PAPIER OF PARAPLUIES AFLEERT.
Doet mijn dubbele veiligheidslijn aan; noemt uw paard
43
naar buiten in het veld waar jongens zijn met vlaggen, papier, parapluies en leidt hot dier daar recht op aan; als het weg wil loopen laat gij het op de knieën vallen; als het noodig is geheel neerliggen, de jongens moeten hunne voorwerpen over het paard heenzwaaien, in een woord leert het dat deze voorwerpen geheel onschadelijk zijn. Een paar dagen twee lessen gevende, die een uur duren, zullen het paard geheel temmen.
OM EEN PAARD AF TE LEEREN DEN TONG UIT DEN BEK OVER HET GEBIT TB LATEN HANGEN.
Men neemt een stuk leder.
Legt een sterk gebit in het middou van hot leder, de punten van het leder beide naar boven.
Bevestigt dit aan het gebit zoodat het niet kan draaien. Doet het paard het gebit aan over de tong. Hij kan zijn tong niet ver genoeg terugtrekken om die over het leder te steken. Het is zeer eenvoudig on kost hoogstens 30 cent. Het is het boste middel dat ik ooit heb gebruikt.
44
EEN MIDDEL OM EEN SLAAND PAARD TE TEMMEN ALS ALLE ANDERE MIDDELEN FALEN.
Plaatst een voetstrop om eiken poot beneden, bindt daar lijnen aan vast en haalt die door den ring aan den gordel zooals boven aangeduid en geeft het zoo eiken dag gedurende een week een uur les.
HOE MEN EEN BIJTEND PAARD NADERT.
Doet dit altijd met een geladen revolver in do rechterhand. Steekt die uit naar den bek van het paard, den loop van hem afhoudende opdat het niet gewond worde. Als hij U bijten wil lost gij een schot en herhaalt dit telkens als hij wil bijten. Dit doet het dier donken dat het bijten de ontploffing veroorzaakt; dit zal hem waarschuwen en spoedig met bijten doen ophouden. De andere manier om
een paard met een knuppel te slaan is verkeerd. Het is een oorspronkelijke methode van mijzelf, die ik met succes heb gebruikt bij de behandeling van vele wilde en bijtende paarden.
HOE MEN EEN PAARD AFLEERT OM OVER EEN HEINING TE SPRINGEN.
Gespt om het lichaam een gordel met een tweeduimsring direct onder den buik; neemt twee stroppen met een een-duims ring aan elk einde en gespt die om de voorste pooten boven de knie. Neemt dan een touw van dertien duim lengte, met een strop aan elk einde, de een daarvan vasthechtende in den ring van den rechter voorpoot; brengt deze door den ring aan den gordel en hecht deze dan aan den linker voorpoot. Het paard kan loopen en draven, gaan liggen en opstaan, maar hij kan niet springen, daar hij beide pooten niet tegelijk kan opheffen.
45
Hecht ccn stuk leder van vijf duim breedte aan elke zijde van den halster ter hoogte van den bek; als hij in den deken wil bijten zal hij dit in hot leder doen.
44
EEN MIDDEL OM EEN SLAAND PAARD TE TEMMEN ALS ALLE ANDERE MIDDELEN FALEN.
Plaatst oen voetstrop om eiken poot beneden, bindt daar lijnen aan vast en haalt die door den ring aan den gordel zooals boven aangeduid en geeft het zoo eiken dag gedurende een week een uur los.
HOE MEN EEN BIJTEND PAARD NADERT.
Doet dit altijd met een geladen revolver in do rechterhand. Steekt die uit naar den bek van het paard, den loop van hem afhoudende opdat het niet gewond worde. Als hij U bijten wil lost gij een schot en herhaalt dit telkens als hij wil bijten. Dit doet het dier denken dat het bijten de ontploffing veroorzaakt; dit zal hem waarschuwen en spoedig met bijten doen ophouden. De andere manier om
een paard met een knuppel te slaan is verkeerd. Het is een oorspronkelijke uiethode van mijzelf, die ik met succes heb gebruikt bij de behandeling van vele wilde en bijtende paarden.
HOE MEN EEN PAARD AFLEERT OM OVER EEN
HEINING TE SPRINGEN. J
Gespt om het lichaam een gordel met een tweeduimsring direct onder den buik; neemt twee stroppen met een een-duims ring aan elk einde en gespt die om de voorste pooten boven de knie. Neemt dan een touw van dertien duim lengte, met een strop aan elk einde, de een daarvan vasthechtende in den ring van den rechter voorpoot; brengt deze door den ring aan den gordel en hecht deze dan aan den linker voorpoot. Het paard kan loopen en draven, gaan liggen en opstaan, maar hij kan niet springen, daar hij beide pooten niet tegelijk kan opheffen.
45
HOE MEN EEN PAARD AFLEERT DE DEKENS STUK TE BIJTEN.
Hecht oen stuk leder van vijf duim breedte aan elke zijde van don halster ter hoogte vau den bek; als hij in den deken wil bijten zal hij dit in het leder doen.
46
HOE JiEN EEN PAARD VERHINDEEï HET VOER DOOR DEX STAL TE WERPEN.
Doet het paard een halster aan; bevestigt een ring in het halster over den kop ; boven don krib slaat gij een spijker met een ring er aan; aan de zijdon eveneens; neemt ecu lijn van tien voet lengte en voert uw paard van de vloer met een weinig haver. Als de kop van het dier naar boneden is, doet gij het touw door den ring van boven en aan de zijden en hangt er een gewicht aan. Het is nu onmogelijk dat het dier don kop hoon en weer kan bewegen, (zie de afbeelding).
HOE EEN PAARD SCHOONGEMAAKT WORDT.
Als gij een paard schoon maakt moet gij bedenken, dat paarden zijn als menschen, sommigen hebben een dunnen huid en zijn zeer teer. De meeste onzer tegenwoordige bedienden wrijven met den roskam en borstel zoo hard mogelijk, het gevolg is, dat een dun gehuid paard dit niet kan en wil verdragen. Ik heb paarden gezien die door zulk onverstand wild en bijtend geworden zijn. Als gij nu een paard vindt met een dunnen huid gebruikt dan de roskam licht en gemakkelijk en zoo zacht mogelijk, het stof meest met een goede borstel uitwrijvende, direct na de borstel moet stroo worden gebruikt waarmede het paard zorgvuldig wordt afgewreven. Neemt daarna een wrijflap en poetst
47
daarmede. Een van de beste methoden om paarden, die lang geloopen hebben en in den warmen stal komen, helder te maken en te verzorgen, is een meelzak te nemen, draai die binnenste buiten, wrijf het meel in het haar en zoo droog mogelijk. Als hij droog is kunt gij de roskam gebruiken; het meel zal het haar glanzend maken.
Een paard moet maar eenmaal daags worden schoongemaakt en wel des avonds na het afgedane dagwerk; des morgens neemt gij alleen het vuil weg dat hij \'s nachts in den stal heeft opgedaan. Met het paard moet men hetzelfde doen wat een monsch \'s avonds doet als hij hard gewerkt heeft: een goed bad nemen waardoor gij wonderlijk ver-frischt wordt.
Deze methode bedoel ik alleen bij werkpaarden.
r* V
HOE MEN EEN EENVOUDIGE EIJTEUGEL MAAKT.
Neemt een touw van acht voet lengte; plaatst hot midden daarvan boven op den kop van uw paard, brengt het naar omlaag langs de zijden van het gelaat, elk eind dooiden bek brengende, de einden daarvan naar den rug en de rijteugel is gereed.
48
HOE MEN EEN PAARD LEERT OP COMMANDO
TE GAAN LIGGEN.
Neemt het naar buiten naar het veld of zachte plaats
■
49
■en laat het tien a twaalf maal gaan liggen door de woor-dcn „gaa,t liggen\' te gebruiken, vol en duidelijk sprekende. Nadat gij hem hebt laten nederliggen moet gij hem stil laten liggen gedurende vijf minuten, streelt hem dan en geeft hem een appel. Maakt uwe lessen niet langer dan een uui. Den dorden dag neemt gij een kleine rijzweep, raakt het paard daarmede tegen de knieën aan en beveelt „gaat liggen en het zal onmiddellijk gehoorzamen.
MIJNE MEBNING OMTRENT HET HAARSNIJDEN VAN HET PAARD.
schoeren aan, want het paard kan zich dan gemakkelijker bewegen en vindt er zich goed bij. Maar in alle gevallen moet gij als gij de natuurlijke bedekking wegneemt voor een andere zorgen en wel door warme dekens enz. daar hot dier anders licht vatbaar is voor het vatten van kou. Als het dikke haar dat alle vuil in zich opneemt, verwijdert en het beest zorgvuldig gedekt wordt kan de huid mot weinig
50
arbeid fraai worden gehouden en het paard zal ook gezonder blijven. Men kan werkpaarden ook zoo behandelen.
PROF. NORTON B. SMITH\'S APRICHTINGSTBUGEL.
Deze teugel is gemaakt van drie stukken touw, door ringen verbonden.
Het kortste stuk (of bit) is zes duim lang; hieraan is een achttien duim lang eind bevestigd, met ringen aan het buiteneind.
Aan de tegenovergestelde zijde van het bit is een ander stuk touw van acht voet lengte, dat gebruikt wordt om te sturen.
VOORSCHRIFTEN HOE DE TEUGEL AAN TE BRENGEN.
Plaatst het bit in den bek van het paard, hat ISduims lange eind touw aan de rechterzijde van den kop, brengt danquot; de ring van dit eind over don kop van rechts naar links en houdt het naar beneden.
Neemt de lange stuurlijn, brengt die naar achteren onder den kinnebak door den ring aan de rechterzijde van het bit doet dezelfde lijn over den nek aan de rechterzijde, terug door den ring van het bit aan de linkerzijde; neemt nu dezelfde stuurlijn en doet deze door den ring aan het
51
T
i- 18 duims eind onder het linker oor, dan terug weder door
den ring van het bit aan de linkerzijde, de lijn aldaar doortrekkende; hetgeen U de macht geeft om het wildste paard te behandelen en het schrikken te beletten vooralle | voorwerpen.
r De voorgaande afbeelding vertoont den teugel zooals die
bij het paard is aangebracht.
s ! Wie zulke teugels wil bezitten, zendt mij ƒ 1.25 toe. t Aan het gebouw der voorstellingen is de prijs / 1.20.
r HET GEBRUIK VAN MIJN TOUWLIJN.
i
De volgende illustratie toont het gebruik van mijn touwlijn aan, zooals die wordt gebruikt bij koppige paarden en bij het onderwijs in het naar rechts of links wenden. Een i man staat direct voor of aan de rechter- of linkerzijde van het dier en is geheel onder toezicht van den voerman, die op den wagen zit en naar wiens bevelen hij moet luisteren, opdat de werking van beiden in overeenstemming zij. Wan-
52
neer men het paard korte lessen geeft gedurende drie dagen, eiken dag niet langer dan een uur, zal liet paard volkomen
gedwee en handelbaar zijn. -i i 4. i,--
Het is ook goed voor een hardnekkig paard, dat bijv. de eene straat in wil als gij dc andere in wilt.
Om een paard te leeren dat in het tuig loopt te rukken, neemt gij do reep in de linkerhand en trekt daar hard aan als hij \'voortloopt, dit zal hem de borst beklemmen. Ik veroordeel alle optoomtuigen. Het is wreed die voor de dieren te gebruiken. Het is een misplaatst idee dat men de natuurlijke vormen zou kunnen veranderen.
HOE MEN EEN WILD EN SCHICHTIG PAARD MOET BEHANDELEN, DAT U NIET VERGUNT HET TE NADEREN OM HET MIJNE TEUGELS EN STROPPEN AAN TB DOEN.
Bij do behandeling van wilde of schichtige paarden zijn deze dikwijls zoo gevaarlijk, dat het onmogelijk is hen veilio- te naderen. Ik wil hier oen regel aangeven om zuU een quot;dier te behandelen. Werpt eerst een lasso over zijn kop neemt dan een half duim dikke reep van vijftig voet lengte, maakt een schuifknoop in het eene einde legt dit op den grond, een breede kring van drie en een halt duim makende zooals in bovenstaande plaat is te zien, dan legt gij de knoop er in zoo dat zijn voorpooten m den kring
komen. Op dit oogenblik trekt gij aan den lijn, waardoor de twee voorpooten naar elkander toegetrokken worden; gij trekt aan de linker en de man die het paard vasthoudt trekt aan de rechter en gij znlt het dier plotseling op het achterste doen zitten, zooals in de afbeelding te zien is. Nu kunt gij het dier de teugels aandoen en behandelen zooals omschreven met wilde paarden in het algemeen. Met hengsten werkende moet gij dit gemakkelijk en listig doen, de lessen mogen niet langer dan een half uur duren. Herhaalt ze tweemaal per dag en in een week is het paard gereed. Gebruikt altijd veel overleg cn geduld; houdt uwe
T
I i
bedaardheid; wat zij ook doen, het is niet uit kwaadheid, maar omdat zij bevreesd zijn dat gij hen pijn zult doen en
54
hun natuur is wild. Een vriendelijke en edele behandeling
is het beste.
De bovenstaande plaat toont den lezer de houding van man en paard, met den voorpoot van het dier in de lus; nu moet de lijn vlug aangetrokken worden en gij stopt met de rechter omdat uw helper met de linker stopt en de onderstaande figuur toont het liggende paard. De man die den halsterstrop houdt, trekt die vlug onder den rug van
het paard door naar de heupen en trekt den kop van het dier naar zijn schouder, daardoor verhinderende dat het opstaat. Nu legt gij den rijteugels, gordel enz. op. Begin het africhten met hem te laten opstaan en behandelt hem daarna op dezelfde wijze als een hollend of slaand paard.
VRAGEN EN ANTWOORDEN.
Kan een stalziek paard genezen worden? Neen.
Kunnen ringbeenen genezen worden ? Neen.
Kunnen spatten genezen worden ? Niet nadat zij gezet zijn. Kunnen brakingen genezen worden. Neen.
Kan blindheid genezen worden? Neen. Kan zenuwverlamming worden genezen? Niet na lang te zijn verwaarloosd.
Kunnen splinters genezen worden? Neen.
Keurt gij het gebruik van poeders goed? Ja, indien elke lente versch gemaakt volgens do in mijn boek beschre-
55
ven recepten. Poeders, die vijf of tien jaren in de kast gelegen hebben, zijn niet veel waard. De kracht der medicijn is vervlogen. Ik raad elk eigenaar van paarden aan zijn geld daar niet aan uit te geven.
Kunnen krampvoeten genezen worden? Niet altijd.
Kunnen gesprongen knieën worden genezen? Neen.
Kan hoefgezwel genezen worden? Neen.
Kunnen lang verwaarloosde likdoorns genezen worden? Neen.
DE DAMES-RIJKUNST.
Het zadel voer het gebruik van dames is in hoofdzaak gelijk als dat wat door heeren gebruikt wordt, met dit onderscheid, dat het bit en de teugels lichter zijn en het zadel zelf is opgevuld voor het zachte rijden; de teugels zijn nauww dan die voor heeren. Het zadel moet goed aan het paara bevestigd worden en een derde kruk bevatten, waarvan het gebruik hierna uitgelegd zal worden. Er is een extra buikriem aan, die het zadel op de juiste plaats houdt. De stijgbeugels kunnen zijn als die voor mannen. Do dames-zweep is licht maar dient meer tot bedreiging als tot bestraffing. Do sporen mogen er aan toegevoegd worden daar somtijds noodig is die op het rechte oogenblik te gebruiken. In het gebruik worden zij aan den voet geschroefd en een kleine opening in de japon gemaakt. Een springriem wordt gewoonlijk voor sieraad aangebracht.
Het is een soort verontschuldiging die heeren dikwijls maken, dat hunne paarden nooit geen dame gedragen heb-
56
ben; maar als zij een heer veilig dragen zullen zij dit ook een dame doen ofschoon zij niet gewend moeten zijn aan hot zitten of aan de hand. Het gebruik der teugels blijft hetzelfde, het eenig onderscheid is dat de knieën de hand verhindert lager naar het zadel te zakken. Dit is een reden waarom den nok beter geschikt is voor daiuesgebruik, daar de handen hoog gehouden worden en de kop daardoor meer in do lucht steekt. De dame moet den teugel in de rechterhand houden, die is geplaatst op den middelsten zadelknop; dan met de linkerhand op den schouder van den heer en haar voet in zijn hand, springt zij van don grond en is nu licht in den zadel te worpen. Als zij opstijgt houdt zij de hand nog om do zadelknop, waardoor het lichaam zijwaarts in den zadel komt en dan werpt zij de rechterknie over den middelston knop. Hierna richt zij zich op en de heer schikt haar kleed in orde, plaatst haai\' linkervoet in den stijgbeugel en zij is gezeten, noemt de teugels en hanteert die zooals een heer.
Algemeen veronderstelt men dat hot zitten der dames gemakkelijk is en alleen op hot evenwicht steunt, maar dit is een groot abuis en twijfel kan er niot zijn na wat zoowel in hot particulier als in den circus gezien wordt, dat het voor het paard even moeilijk is een goede rijdster als een goed ruiter af te worpen. Bij het afstijgen leidt men het paard naar een muur en laat den kop door oen helper vasthouden. De dame draait dan haar knie weder terug uit de houding tusschon don buitonsten zadelknop, neemt den voet uit don stijgbeugel en zit geheel zijwaarts. Dan legt zij de linkerhand op don schouder van don heer, die zijn rechterarm om haar middel slaat en op lichte wijze raakt zij don grond weder.
57
IETS UIT VELE ONGEVRAAGDE GETUIGSCHRIFTEN BETREFFENDE PAARDEN, DIE IK IN ENGELAND HEB BEHANDELD EN GETEMD.
SI Pari: Road, Forest Hill, S. E., SO Juni 1892,
Mr. N. Smith.
Mijnheer. — Daar ik vele uwer voorstellingen heb bijg-ewoond, zoowel in het publiek als in privaat moet ik bekennen, dat zij mij gunstig gestemd hebben ; in het bijzonder deed het mij genoegen, dat de methoden zoo menschelijk worden toegepast. Ik heb nooit iets gezien dat naar wreedheid of ruwheid geleek. Laat mij U danken voor het goede dat gij aan mijne merrie, een onhandelbaar dier, gedaan hebt.
De uwe
Ernest C. Arnold, M. B. F. R. C. S. Eng.
„White Swanquot; Yard. Vpptr Norwood, S. E., 4 Juli 1893.
Mr. Norton B. Sm th.
Waarde Heer. — Daar gij nu vier mijner paarden onder uwe handen hebt gehad, neem ik deze gelegenheid waar om U te danken voor uwe welgeslaagde behandeling van hen. Ik heb de methoden gezien die gij gebruikt bij uwe publieke voorstellingen en ook door uwe vriendelijkheid ook sommige private lessen en ik ben zeer voldaan dat niets geen wreedheid wordt beoefend, maar uwe lessen zijn veel vriendelijker dan de daarbij veelal gebruikte regelen door paardentemmers of handelaars in dit land. Daar ik een lange ondervinding van paarden in dit land en in Afrika bezit, ben ik in staat een goede meening uit te spreken.
Als ik gedurende uw verblijf nog bezitter wordt van eenig paard jnet kwade gebreken, zal ik het zonder aarzelen naar U toezenden.
Geloof mij, mijnheer
uw onderdanige
F. C. Wilson.
P. S. Ik geef U de vrijheid iedereen aan mij te refereeren. F. C. W.
120 Falmouth Road, New Kent Road, S. E. 28 Juni 1892.
Prof. Norton B. Smith.
Waarde Heer. — Ik dank u voor wat gij aan mijn paard hebt gedaan, en ik zeg alleen dat gij het volkomen genezen hebt. Het was een kwaadaardig beest en ik kon hem nooit rijden en dus was hij waardeloos voor mij. De twee lessen door u gegeven hebben het een kostbaar paard gemaakt en dit alles werd gedaan in het openbaar zonder het dier te benadeelen. Ik zal mij altijd aan u verplicht houden en zal gaarne aan ieder informatiën omtrent u geven; ik ben overtuigd, dat zij nooit geen spijt zullen hebben u hunne paarden te hebben toevertrouwd. Ik besohouw u als de beste paardentemmer die ik ooit zag.
De uwe Thomas Rüssell.
68
Highstreet, Sydenham 7 Juli.
Prof. Norton Smith.
Waarde Heer. — Ik ben zeer verheugd over uwe behandeling mijner paarden; zij zijn beide veel beter, stil en leerzaam. Ik zou gaarne uwe methode aan iedereen aanbevelen.
De uwe J. Nalson.
5 New Croxted Road. West Duhvich, S. E. 5 Juli 1892
Prof. Norton B. Smith.
Waarde Heer. — Sinds uwe aankomst in het Cristal Palace, ben ik dikwijls toeschouwer geweest uwer voorstellingen en heb gezien dat gij verschillende paarden behandelt. Uwe methoden hebben altijd het grootste succes. In mijne meening is uw systeem volkomen menschelijk en doet het beest niet physiek lijden.
Uw dienstwillige Major J. W. Telfer.
37 Hawthorn Grove, Penge, 8 Juli 1892
Aan Prof. Norton Smith.
Waarde Heer. — Ik dank u hartelijk voor de wijze waarop gij mijn paard hebt behandeld. Voor ik naar u toe kwam kon ik er niets mede beginnen, daar het zoo wild was en sloeg, doch nu werkt het dat het een lust is en taalt er niet meer na om te slaan.
Ik hoop dat velen die slaande paarden hebben, ze bij u zullen brengen zoolang gij in Engeland zijt.
Uw onderdanige J. M. Thody.
Van Rev J. G. Filkingston, vicaris van St. Mark\'s, Dalston N. E.
Mr. Pilkingston heeft het genoegen te zeggen, dat het zenuwachtigste zijner paarden geheel genezen is door Professor Norton Smith\'s behandeling. Bij twee lessen was Mr. Pilkingston tegenwoordig en zag niets om op de methode af te dingen.
59
WAT DWALINGEN BJJ DE VOEDING KUNNEN DOEN EN HOE MEN STORINGEN DER SPIJSVERTEERINGSÜRGANEN KAN VOORKOMEN.
Mot zeor woinig uitzonderingen zijn storingen van de spijsverteeringsorganen Lot gevolg van verkeerde voeding en alle waarnemingen toonen aan, dat bij hot paard de ingewanden moer onderhevig zijn aan storing dan de maag. De maag van oen paard is een eenvoudig orgaan, klein in verhouding tot de grootte van hot dier ou in contrast mot hot volume dor ingewanden. Zij neemt slechts een klein aandeel in hot spijsvortearingsproces, on, aangenomen dat het voedsel goed gekauwd is en genoegzaam door de spoeksolklioron gezuiverd, blijft het een korten tijd slechts in de maag, maar wordt spoedig in het darmkanaal gevoerd, waar het verteeringsproces voltooid wordt. Aldus zijn de darmen daartoe meer bevorderlijk. Het is ook een opmerkenswaardig feit, dat licht te verteeren voedsel, als het te overvloedig wordt gegeven, in staat is de kleine darmen te storen: zooals voedsel dat te veel houtvezels bevat, zooals grof stroo enz, Het is ook een feit waarop dient gelet, dat kunstmatig bereid voedsel, door kooken of stoomen, in do maag achterblijft en bij te groote hoeveelheid gegeven uitzetting, ontsteking, verlamming en zelfs breuken veroorzaakt.
Het paardenvoodsel bevat een groote hoeveelheid stijf-selachtige bestanddeelen en het proces waardoor deze oplosbaar worden begint in den bek, niet alleen door de speekselklieren, maar door een chemische verandering waardoor de niet oplosbare stijfsel wordt omgezet in dextrine en druivensuiker en gereedgemaakt voor de darmen. Om dit proces te bespoedigen is het paard voorzien van vior-en-twlntig molensteenen, in den vorm van maaltanden, die den macht hebben het hardste voedsel fijn te malen, en van een uitsluitend systeem van speekselorganon die zeer werkzaam zijn. Daarom zal als een paard behoorlijk en niet overmatig met droog voeder gevoed wordt, de maag zelden ziek zijn. Een verkeerd dieet echter of een plotse-Jinge verandering van het eene voedsel op het andere, zal lt;le maag niet alleen storen, maar ook het darmkanaal.
Uitzetting der maag ontstaat door overlading van degelijk voedsel. De inkrimping der maag ontstaat door gebrek aan behoorlijke vorteering van het in te groote hoeveelheid gegeven voedsel of het onvoldoende kauwen. In plaatsen waar de gewoonte bestaat het paardenvoodsel te
60
koken, komt hot dikwijls voor dat oen beest sterft aan storingen in de spijsvertcering. Daar het noodig is, dat het voedsel het maalproces door de tanden ondergaat en dat het chemisch wordt bereid door het speeksel, is het begrijpelijk, dat voedsel op eene andere wijze bereid, zooals door kooken of stoomen, niet goed is voor de maag en er in zal achterblijven en het paard dat voortgaat te eten zal ongesteld worden. Sommige soorten van voedsel, op zichzelf voedzaam en theoretisch als goed voor het paard beschouwd, worden in de praktijk dikwijls zeer gevaarlijk. Weit, bijvoorbeeld, dat zeer voedzaam is, wordt als ongeschikt voedsel beschouwd, daar het de maag van streek helpt, purgeering en den dood veroorzaakt. Gerst heeft dezelfde uitwerking. Wanneer men gedwongen is gekookt voedsel te gebruiken moet het met de grootste voorzichtigheid en in kleine hoeveelheden gegeven worden. Een mengsel van kaf of iets anders, slecht hooi of te vroeg afgesneden, groen voedsel of tarwe, verwekt niet alleen gulzigheid maar ook gisting in do maag.
MEN MOET HET PAARD GOED VERZORGEN ALS HET VERHIT IS.
Het is de gewoonte van vele menschen als hun paard verhit is het met een dikke deken te bedekken. Dit is verkeerd. Men moet het paard niet dekken alvorens het vijf minuten te laten uitdampen. Legt dan een lichte deken op en vergunt het aldus een half uur te staan, dan neemt gij de deken af en legt er een dikkere voor in de plaats. Dit geeft hot beest een warme, droge dekking, nadat gij de lichte hebt weggenomen, die nat van den damp is. Volgt deze regel op en het zal voorkomen dat uw paard kou vat. Ik ben er voor het paard eerst flink af te wrijven.
PAST OP UW PAARD IN DE LENTE.
Men moet in do maanden April en Mei grooten zorg dragen voor het paard, om hot voor te bereiden voor het warme weder. Zoodra het gras uitkomt moet uw paard dagelijks dertig tot veertig minuten grazen en liefst \'s morgens in de vroegte. Groen gras zal uw paard goed doen, zijn bloed zuiveren en het graan vervangen dat hij gedurende Je wintermaanden heeft moeten eten. Terzelfder tijd als gij hem laat grazen moet gij hem een mengsel van kaf
61
voeren en gedurende een dag of tien geen graan geven, totdat hij aan het nieuwe voeder weder gewoon is. Ik zou ook aanraden om paarden die aanlog hebben tot pooten die zich zamentrekkcn gedurende de zomermaanden eiken morgen in de dauw te laten loopen. Dit is het beste middel om den voet zacht en lenig te maken en goedkoop tevens.
Op plaatsen waar geen gras groeit, geeft gij afgesneden gras.
BEHANDELING VAN PAARDEN.
In de behandeling of mishandeling van paarden ligt de helft van hun leeftijd besloten. Mishandeling heeft haar oorsprong in het verkeerd idee, dat ondeugd in dieren erfelijk is. Dus, als een veulen geestig, speelseh en vol levenslust is, wordt er gezegd dat het kwaadaardig is en hot noodzakelijk wordt den duivel te bannen. Als het tegenovergesteld stil en stomp is, wil men het opwekken en kwaad maken. Dagelijks wordt deze verkeerde behandeling gevolgd en in de meeste gevallen is het gevolg, dat het paard in plaats zijn meester te leeren liefhebben en gehoorzamen, hem haat en dit gevoelen aanleiding geeft tot menig ongeval. Een aldus getemd paard wordt in het gestel verzwakt, krijgt een luimig karakter en kan nooit meer goed worden. Een andere praktijk, waardoor de nuttigheid van rijpaarden bedorven wordt, is het gedachtelooze gebruik van den zweep bij hot beklimmen van hollen of heuvels. Het zou merkwaardig zijn te weten hoeveel kostbare paarden onbruikbaar gemaakt en goedkoop verkocht zijn moeten worden door dergelijke handelwijze. In zulke gevallen moet een paard nooit aangezet worden tot uiterste krachtsinspanning; wanneer het een hol bestijgt moet het nooit de zweep voelen, maar de stem van den voerman moet het dier voorbereiden. Een plotselinge zweepslag, zonder de minste waarschuwing, en het driftige paard dwingt zich tot de uiterste inspanning; een ingewandsbreuk, een verstuiking dor peezen, en de eigenaars verwonderen er zich nog over hoe het nadeel is ontstaan. Een zorge-looze zweepslag kan honderden guldens kosten. — Door de vriendelijke vergunning van den uitgever van het „Live Stock Journalquot; hier opgenomen.
62
HOE MEN EEN PAARD BEOORDEELT.
Gebruikt in do eerste plaats uw eigen oordeel en luistert niet naar wat uw buurman zegt. Als gij in een plaats zijt waar gij een goed veearts kunt krijgen om het paard te onderzoeken, zou ik u raden dit te doen of gij moet u zelf geheel bevoegd vinden.
Leidt het paard uit den stal, daar alle paarden in do open lucht mooten worden beoordeeld. Ziet het eerst naar zijn ouderdom. Om do juiste ouderdom van het paard vast te stellen zult gij op een andere plaats in dit boek gegevens vinden. Opent den bok van het paard, ziet naar zijn maaltanden of die in goeden toestand zijn. Onderzoekt daarna do oogen, dan de ooren, uwe vingers er zorgvuldig instekende om to voelen of er geen onnatuurlijke gezwollen, wratten of bulten in zijn, daar vele paarden hierdoor doof worden. Neemt uw rechterhand, plaatst die boven op den kop en voelt of daar geen zwoeren of andere achterhoofdskwalen bestaan. Trekt dan uw hand terug naar de schoft en onderzoekt of er geen litteekens zijn; doet dit ook als gij den bok beziet en ziet of gij geen sporen van het gebruik van het mes kunt vindon. Laat uw hand nu over don rug van het beest gaan naar de nierstreek en overtuigt u, dat daar geen zachte plekken zijn. Nu staat gij vlak voor hot paard en ziet of het een volle borstkas hoeft en of de beide schouders gelijk zijn. Daarna kijkt gij of de beide voorpooten dezelfde maat hebben.
Alsnu licht gij don poot op en ziet of de hoefholto zacht is. Let op of het dier geen ontstoking aan de pooten, geen beenspatten, kromheid enz heeft. Daarna laat gij het paard zacht en ook vlug stappen en beziet den gang van torzijde en van achteren ; laat het kort wenden on let goed op oenige afwijking, die het toont door een der leden te laten sloepen. Beziet ook don keel en de neusgaten of daar eenige onnatuurlijkheid is.
De ooren van het paard moeten klein zijn, breed van binnen; breed tusschen de oogen, die groot en bruin moeten zijn; een breed, vol on dun neusgat. De afmeting van het paard verschilt naar het doel waarvoor gij het wenscht te gebruiken.
De lezer moge geholpen worden door een overzicht van de gebruikelijke termen om de ongezonde toestanden van het paard uit te drukken:
Zamentrekking of Kramp in de pooten . Ongezond. Ontsteking der pooten....... „ geneeslijk.
65
Teenspleet...........Ongezond.
Hielsplect..............
Likdoorn ............ „
Platvoeten........... „
Kwade droes of\' andere ontsteking. . . „
Eelt op de knie, veroorzaakt door vallen of anderszins, is
oen bewijs van ongezondheid.
Als de knie gezwollen is, doch niet van een eeltig of uitpuilend karakter, gezond.
Als het oog ontstoken is, door kouvatten, enz. kunt gij het paard totaal als ongezond bestempelen zoolang het niet is genezen of tot totale blindheid is overgeslagen. In het kort, als het oog van het paard niet geheel zuiver is, is het dier ongezond.
Ringbeenen.............Ongezond.
Kanker in den voet.......... „
Gallig beschouw ik niet zoozeer als ongezond dan wol als een gevolg van overwerken.
Hoefgezwel............Ongezond.
Eiken soort Spatten.......... „
Bedekte Kniehoog........... „
Rhumatiek............. „
Ontsteking van het oogvlies....... „
Aderspatten......-....... „
Mank gaan............. „
Lage heup of uitpuiling der heup..... „
Smeerhielen............. „
Gespleten hielen........... „
Verlenging van den achterpoot, dat met een technische term „Elephantinequot; genoemd wordt „
Zwakken rug............ „
Knokkelen van hot hielgewricht...... „
Struikelen, dat algemeen wordt veroorzaakt
door zwakte der peezen 1........ „
Elke vergrooting der peeszenuwen..... „
Braking of winderigheid......... „
Hoest ............... „
Kribbijten.............. „
Windsnuiven............. „
Braking komt meer voor door zenuwachtigheid.
Vraatzucht of Schurft......... „
Droes............... „
Verkoudheid en onpasselijkheid...... „
Vergrooting der gewrichten....... „
Kleine uitzettingen aan de schoft..... „
64
Zweercnde schouders of rauwe plekken . . . Ongezond. Paarden, wier scliouders gekrompen zijn; dit is ontstaan door ontsteking der peezen en heeft zijn oorsprong in do pooten; zij zijii ... „
Stijve kniehoog............ „
Wonden van eiken aard......... „
Litteekens van elke soort, zoo zij goed geheeld „
zijn en geen opening achtergelaten hebben zijn gezond.
Paarden, die aanslaan als zij hard loopen of in don stal liggen, zijn ongezond zoolang zij niet genezen worden.
Glasoogige en maanblinde paarden, acht ik gezond zoolang zij niet geheel gezichteloos zijn.
Alle luimen of grillen, ontstaan door onzuiverheid van het bloed of anderszins aeht ik een bewijs van ongezondheid.
Kikvorschgezxvél. — Dit is een volheid van het gehemelte in don bek en wordt dikwijls onder paarden gevonden.
Behandeling. — Snijdt de eerste rand in het gehemelte door, laat het bloed uitloopen en doet dan een weinig zout in de wond. Gij moot de paarden nooit branden, zooals men vroeger deed. Het is geen bewijs van ongezondheid en het middel is eenvoudig en goed.
Wolfstanden zijn te kleine tanden en worden gevonden aan elke zijde van do bovenkaak naast de maaltanden. Als zij te dicht bij de maaltanden zitten levert het gevaar op voor oogaandoening. Zij moeten nooit worden uitgeslagen zooals zoovelen doen, maar met een tang worden verwijderd. Jonge paarden of hengsten bezitten ze veel, doch nadat ze verdwenen zijn is het paard gezond. Als men do hier opgenoemde oorzaken van ongezondheid zorgvuldig onderzoekt, geloof ik wel den lezer geholpen en het edole paard gered te hebben.
-- ■1 W\'Samp;i —
DE TANDEN.
Bij do geboorte heeft het veulen drie maaltanden, even door het tandvleesch, aan beide zijden van de boven- en onderkaak. Gewoonlijk heeft het geen snij- of voorste tanden, maar is het tandvleesch ontstoken en altijd bij het doorbreken. De onderkaak lijkt zeer dik, stomp en rond.
Nauwelijks zijn 24 uren na de geboorte verloopen of twee paar zeer witte voortanden verschijnen in den bek. Zij hebben het eigenaardige aanzicht, dat de zoogenaamde melktanden bij de meeste dieren hebben.
In de volgende maand, als het veulen zes weken oud is, verschijnen meer tanden. Het vlies zal na verloop van tijd meer van zijn scharlaken kleur verliezen. In den tijd die verliep sinds de eerste tanden uitkwamen, gaat ook dc wanverhouding in de grootte verloren. De twee voorsten zijn nu volkomen en meestal gelijk in grootte. Als de twee paren snijtanden later uitkomen, kan men nog geen berekening maken op hunne toekomstige vorm. Zij gelijken op de hoek-melktanden en hebben geen overeenkomst met de later te vormen snijtanden, die zij worden zullen.
Er verloopt nu een langen tijd eer meer tanden verschijnen. Het kleine dier leeft nu hoofdzakelijk zuigende en blijft aan moeders zijde. Na do eerste maand, zelden vroeger, bemerkt men het den kop naar den grond brengen en het jonge gras afbijten. Vanaf de derde maand echter groeit deze gewoonte aan, totdat in de zesde maand de maaltanden geheel gereed zijn voor hunne functie.
Dc hoek-snijtanden komen uit omstreeks de negende maand, de vier paar snijtanden zijn dan spoedig geheel ontwikkeld.
Vanaf dit tijdstip wordt het tandvleesch geleidelijk bleek, tot aan het einde van het eerste jaar het vlies bijna zijn geheele wasdom heeft verkregen. Bij de eerste
66
geboortedag heeft het dier al zijne snijtanden. De maaltanden, die in den bek zijn als het veulen geboren wordt, zijn van een tijdelijk karakter.
De verwisseling der tanden na het eerste jaar, heeft plaats na het langer tijdsverloop dat hen scheidt. Maanden verschilt dit soms tusschea enkele paren; maar van dien tijd af kan men bij jaren gaan rekenen.
Als zij drie jaren oud zijn worden de meeste veulens ter markt gebracht. Het bit hebben zij dan reeds in den bek en zij worden van het veld gereden.
Bij het vierde jaar heeft het paard alle tanden, doch het proces der tandvorming is daarom niet geëindigd, er zijn er die nog volmaakt moeten worden.
De aanwijzingen voor den uitersten leeftijd zijn altijd aanwezig, en ofschoon gedurende een tijdperk van ouderdom de tanden niet letterlijk worden gebouwd, zou het niettemin onniogclijk zijn die voor een „eerwaardig strijdrosquot; als voor een dier in zijn veulentijd juist aan te geven.
HOE MEN DEN OUDERDOM VAN EEN PAARD ZEGGEN KAN.
Er zijn vele manieren waarop men den ouderdom van paarden zeggen kan, maar ik heb een nieuwe methode, en een waarop gij altijd op twee a drie jaren den juisten leeftijd kunt zeggen. Het is de volgende:
Een paard heeft veertig tanden — vier en twintig maaltanden, twaalf voorste en vier slagtanden. Een merrie heeft zes en dertig tanden — vier en twintig maaltanden, twaalf voorste en somtijds slagtanden, maar meestal niet. Als een veulen veertien dagen oud is heeft het vier melktanden; wanneer het vier maanden is vier middentanden, bij de zes maanden oud heeft het vier hoektanden; bij het jaar valt de schaal van de molk-, bij twee jaar die van de middentanden; bij twee en een half jarigen leeftijd werpt het de melktanden uit, bij de drie jaar heeft het volkomen nieuwe melktanden: drie en een half jaar oud laat het de middentanden vallen, en bij het vierde jaar heeft het volwassen middentanden.
Wanneer het dier vier en een half jaar oud is laat het de hoektanden vallen; vijf jaar ond heeft het volwassen hoektanden; zes jaar oud breede schalen in de hoek-, kleine in de midden- en nog kleinere in de melktanden; zeven jaar oud vallen do schalen van de melktanden; acht jaar oud van de middentanden; negen jaar van de hoek-
67
tanden; op tienjarigen leeftijd verschijnt een donkere groef op de bovenste hoektanden; bij vijftienjarigen ouderdom is de groef half onderaan den boven hoektand te zien; bij twintig jaar zullen de groeven geheel omlaag verschijnen. Op dezen leeftijd moet gij uw paard afdanken en zijn volgende dagen in rust laten doorbrengen.
De bedoelde groef wordt gevonden op den hoektand van de bovenkaak, door het midden van den tand loopende.
Wanneer een paard van veertien dagen tot zes jaar oud is. oordeel ik naar beide kaken; van zes tot tien jaar naar de onderkaak en van tien tot twintig jaar naar de bovenkaak.
HOE MEN EEN PAARD BESLAAT.
Knipt den voet volkomen gelijk; neemt nooit iets meer aan den teen dan aan den hiel weg en snijdt op geenerlei wijze in de hoefholte. Als er lappen aanhangen laat die er gerust blijven. Laat de hoefsmid zooveel van de zool van den paardenvoet afnemen dat het ijzer niet drukt tegen de zool.
Laat een ijzer maken dat hol is van het derde nagel\' gat in de rondte tot aan het andere derde nagolgat; van het laatste nagelgat terug naar den hiel van het ijzer; maakt het ijzer schuin buitenwaarts, zoodat het naar buiten dunner is aan den hiel dan naar de binnenzijde.
Mijn reden hiervoor is dat daardoor de hoefholte gelijk met het ijzer komt, zoodat wanneer het dier den voet op de grond zet, het hielleer gelegenheid heeft om uit te zetten.
Gij zult weten, dat de tegenwoordig vervaardigde hoefijzers in de geheele rondte hol gemaakt worden ; het gevolg is dat het ijzer naar binnen scheef wordt en als de voet van het paard op hot ijzer wordt geplaatst, mot vier nagels aan elke zijde, hebt gij den voet vastgeschroefd en is het onmogelijk dat die kan uitzetten, omdat het ijzer naar binnen scheef wordt en maakt dat de voet zamentrekt. Ik zou aanraden om alle rijpaarden slechts zes nagels in den voorsten voet en vijf in den achtervoet moesten hebben, die goed door het midden van den voet moeten worden gedreven en zoo laag mogelijk in het hoorn uitkomen. Vijlt nooit een paardenvoet aan de buitenzijde boven den kop der nagels. Gij zult don groei van hot levende hoorn tegenhouden en den voet droog en broos maken, en als de oude ijzers afgeno-
68
men worden zult gij zien dat groote stukken tegelijk met de oude nagels zullen afbreken.
Plaatst nooit een gloeiend ijzer onder den voet van het paard. Dit trekt het vocht en de olie uit den hoef en maakt dat die droog en broos wordt. De natuur heeft nooit bestemd, dat men een paardenvoet mot een gloeiend ijzer zou branden — warme ijzers echter zullen niet hinderen.
Maakt altijd het ijzer naar den voet en niet omgekeerd, zooals vele hoefsmeden gewoon zijn.
Geen onkel vakman zal bovengenoemde feiten tegenspreken.
Eenige goede aigcmeene punten betreffende de Rijkunst.
Renpaarden worden beoordeeld naar afmeting, beweging en de kleur.
Bij dubbel span moeten do binnenste teugels lang en de buitenste kort zijn.
Beteugelt een paard niet als gij liet lang wilt laten loopen.
Voeder nooit uit een krib. Laat het paard van den grond eten. Vele paarden lijden aan indigestie en worden stijf en lam door uit ruiven en kribben te eten, hetgeen onnatuurlijk voor het beest is.
Water en haver moet eerst gegeven worden, daarna hooi. Als uw paarden hard hebben gewerkt, geeft ze dan \'s nachts zeer weinig water.
Laat altijd bovenaan een hol stoppen en uw paard tot adem komon evenals gij zelf zoudt doen.
Maakt altijd het hoefijzer naar den voet en niet den voet naar het ijzer.
Snijdt de kin van een paardenvoet nooit door
Voor een hoestend paard moet men het hooi nat maken en niet de haver.
Plaatst uw paard nooit tegen een kouden wind in.
Voedert altijd licht bij verwisseling van voedsel.
Als gij een paard in de schuur oefent verwijdert dan alle wagens en voorwerpen behalve die gij zelf gebruikt.
Gebruikt zeer weinig woorden met een paard, maar maakt ze duidelijk.
70
Zijt ernstig en bedaard, maar niet barsch.
Nadert een vreemd paard altijd naar den schouder.
Strijkt of liefkoost een paard nooit op den kop, maar op den schouder. Denkt eens dat iemand u op het hoofd streelde. Wat zou gij dan doen?
Leert uw paard voor dat gij het slaat; als gij het slaat doe het zoo dat gij het niet verbittert.
Springt nooit van een wagen af als uw paard op hol slaat.
Beoefent altijd een gezond oordeel bij het africhten van een paard tot het verlangde doel. Sommige paarden zijn goed onder den man doch niet geschikt voor den wage .
Als uw paard stalziek is verkoopt het dan.
Hij, die een paard koopt, moet honderd oogen hebben.
Uw eerste gedachte is altijd de beste.
Bezint eerst voor gij koopt.
Gebruikt altijd uw eigen oordeel en neemt de meemng van oen ander niet over.
Spaart nooit tijd of arbeid om een lijdend Paard te genezen. Denkt er aan dat het een redeloos beest is en met tot u kan spreken.
Als aü oen gebrek dat uw paard bezit wilt verhelpen spaart niet! om uw werk getrouw te doen voor het
edele dier.
Laat een hoefsmid nooit de hoefijzers gloeiend onder den voet van uw paard plaatsen.
Begunstigt altijd den besten hoefsmid uwer stad. Het is oen der grootste beroepen in onzen tijd.
Overlaadt uw paard niet.
Ziet de voeten van een paard elke vier weken na en
en herstelt ze.
Weekt den voet van het paard nooit.
Scheert nooit een tam paard. Trekpaarden kunnen geschoren worden als de eigenaars hen gaarne net willen laten voorkomen, maar ik houd evenveel van het scheren als dat ik mijn overjas in den winter zou willen missen.
71
Het beste voedsel voor paarden is — goede haver, goed hooi, goed zuiver water.
Als gij uw zadel in den regen gebruikt, moet gij toezien dat de dekens goed droog zijn voor gij ze weder gebruikt.
Zijt in den winter altijd zorgzaam en doet geen koud ijzeren bit in den bok van bet paard. Denkt aan u zeiven en hebt modelijden met het arme dier.
Rijdt langzaam bij het omslaan van hoekon.
Slaat oen paard niet met de zweop alvorens het weet ; waarvoor gij het slaat.
Gebruikt zoo weinig geneesmiddelen als mogelijk is, maar voorkomt do ziekte uwer paarden door goede zorg en op-\' lettondheid.
Een paard dat op den dag hard werkt moet een goed bed om te slapen hebben.
De roskam en borstel tweemaal daags gebruikt is evengoed als drie schepels graan.
Voedt uwe paarden geregeld. Laat hen dikwijls drinken als zij bij warm weder hard moeten werken.
Geeft tweemaal per week een mengsel van kaf.
Gebruikt slechts het beste hooi. Het is op het laatst het goedkoopste.
Beslaat uw paard zoo licht mogelijk. Gebruikt nooit meer dan zes nagels voor en vijf nagels achter aan don voet voor paarden die licht werk verrichten of onder den man worden gereden.
Maakt uwe lessen kort.
Verliest nooit uw geduld maar behoudt dit altijd in groote mate.
Rijdt nooit hard een heuvel af.
Laat uw paard een hol op stappen.
n ge_ Laat het op een gelijken weg draven.
laten Als gij van een rit thuiskomt en uw paard is zeer warm, in als laat het dan vijf minuten staan en uitdampen, voordat gij de deken oplegt.
.a en
72
Voor gij hem voor den nacht verlaat legt gij een droge in de plaats van de natte deken op. Negen van de tien ziektegevallen van paarden werden veroorzaakt door gebrek aan de noodige zorg.
Laat een paard nooit voor zijn vijfde jaar hard werk doen.
Laat nooit aan de buitenzijde van den hoef olie of dergelijke smeeren, daar dit de poriën sluit. Om een paardenvoet goed in orde te houden neemt gij een emmer zout water en wascht hem daarmede, van de knie af naar beneden, driemaal per week.
Als den voet van uw paard krampachtig, hard en droog is, gebruikt dan verzachtende pleisters. (Zie de afdeeling artsenijkunst in dit boek.)
73
MIJNE MEENING HOE PAARDEN MOETEN BETEUGELD WORDEN.
Zoowel bij trek- als bij andere paarden, keur ik bepaald de te strakke teugel af; het lijdt geen tegenspraak dat het eene wreedheid is die voor de dieren te gebruiken. Het eenige nut dat ik ontdekken kan is het paard te verhinderen met den neus naar don grond te buigen als het stilstaat en als do opzetteugels worden gebruikt, plaatst dan de llussen boven aan het hoofdstel, daar hot paard in dit geval het vrije gebruik van den kop heeft en zichzelf gemakkelijk kan bewegen. Voor renpaarden kan hot noodig zijn in enkele gevallen de opzetteugels te gebruiken, maar men moet wel verstaan, dat ik vasthoud aan mijn idéé omtrent hot practische van het algemeen gebruik.
HET ZWANGER ZIJN VAN TREKPAARDEN EN DE ZORG EN VROEGE AFRICHTINNG VAN HET VEULEN.
Het is oen dwaling van velen te donkon, dat een merrie het voulon altijd goed ter wereld zal brengen. Duizenden waardelooze paarden bewijzen hot tegendeel. Wij wenschen dat hot veulen zoo worden zal als de moeder is. Bovenal moet zij gezond zijn in allen deele. Zij moot ruimte hebben voor den groei dor vrucht en wijdte in de heupen om een gemakkelijke baring te vergunnen. De hengst moet steviger gebouwd zijn dan de merrie. „Een korte rug en een lange buikquot; is een oude en ware regel voor oen dienstpaard. Het moet goede schouders, goede schoften, goeden rug on krachtige zijden hebben. De opvoeder moet donlien aan don regel, die vele uitzonderingen heeft, dat het mannetje de uiterlijke en het vrouwtje de innerlijke bouw geeft; dat de vader do plaatsverandering en de moeder de levens-
74
organen, dat is de constitutie vormt. De muilezel en het hinneken zijn treffende illustraties op dezen regel.
Ik ben meer voor herfstveulens. Het drukke werk op de hoeve in de lente vraagt meer diensten van de veulen-dragende merrie dan zij kan doen. Do zomervliegen kwellen en verslinden het jonge dier half. Beide, moeder en veulen lijden dikwijls aan onvoldoend voedsel bij droogte en ten slotte wordt het veulen gespeend als het gras zijn voedzame kracht heeft verloren en de invallende koude overvloedige voeding eischt. Do eerste winter is de lastigste tijd met veulensen velen komen er nooit bovenop wat zij dan dikwijls moeten lijden. Met een warme en gemakkelijke stal kan het herfst-veulen in den winter de weldoorvoede merrie zuigen en gespeend worden als het jonge frissche lentegras komt; gebruikt nooit teugels in zijne groei. Het is oud en sterk genoeg om do zomervliegen af te weren en do koude van zijn tweeden winter te verduren. Het moet regelmatige rantsoenen haver hebben en geweekt kaf zoo gauw het geleerd heeft met de merrie te eten als deze haar voedsel neemt. Dit kan hem ook op een kleinen afstand van de merrie gegeven worden als deze met een halster op haar plaats verzekerd is. In het eerste jaar mag hot dier tweemaal per dag vrij over het voedsel beschikken, met zooveel hooi en gras als het nemen wil. Dit met lijnmeel moot hot dier krachtig doen opgroeien. Dit voedsel is rijk aan bestanddeelen voor don groei benoodigd en zonder dit kan men geen paard volkomen maken. Koren moet nooit gegeven worden uitgezonderd in kleine hoeveelheid in den winter, wanneer warmte van koolhydraten ver-eischt wordt. Als koren gevoerd wordt moet men dit altijd vermengen met fijn gesneden klaver, even vochtig gemaakt. Dit bevordert de spijsverteoring. Men moet er altijd aan donken, dat hot paard maar een kleine maag heeft. Daar deze aan den oenen kant natuurlijk niet genoeg onvoedzaam voedsel, zooals stroo of slecht hooi, kan ïbevatten, om aan de waag voor het bestaan en don groei te voldoen, zoo moet aan de andere zijde het voedsel groot genoeg zijn om do spoedige spijsverteerings-bewerkiug to kunnen onder-
75
gaan. Als men veel koren voedt, wordt het bloed te veel verhit en slaat spoedig over in ongezondheid. Haver is alleen gegeven een gezond voedsel omdat twee derde der hoeveelheid schillen zijn, welke de massa in de maag poreus als een spons maken. Ik herhaal, dat gemengd hooi, met een goede portie klaver, haver, geweekt kaf en lijn-meel, hetwelk alle bestanddeelen bevat voor don groei bevorderlijk, een trekpaard maakt zooals het werkelijk moet zijn.
Het moet nooit honger kennen, en nooit een uur op zijn voedsel behoeven te wachten. Terwijl aan den eenen kant een stal te warm kan zijn, is aan den anderen elke winterstorm te koud voor een geregelde en goede groei. Eene blootstelling aan koude, die een werkzame circulatie op het bloed uitoefent en jongens en meisjes rozen op de wangen toovert, is gezond; maar elke blootstelling aan koude die het bloed verstijft werkt nadcelig op de levenskrachten en ondermijnt het gestel. Het kost meer tijd en geld om een pond verloren gewicht terug te bekomen dan om vijf pond toe te doen bij een geregelde groei..
Ik ben er sterk voor om veulens in den winter goed schoon te houden. Het heeft twee goede zijden, oen gezonde prikkeling der huid en het gewonnen van hot dier aan deze behandeling.
Op eiken leeftijd moeten veulens overvloedige oefening hebben. Het weiland in den zomer en goed afgesloten banen in den winter leveren hiertoe do beste gelegenheid. Zij moeten in het begin kalm en oordeelkundig worden behandeld. want evenals wij zolven kunnen zij slechts een letter van het alphabet tegelijk leeren. Elk veulen, van welk geslacht, moet onder het zadel geloerd worden, omdat het soms later bereden moet worden en men dit dan niet zoo gemakkelijk aanleert. Het paard dat tot trekpaard wordt afgericht kan de stappende tred gemakkelijker onder het zadel aanloeren dan op oenige andere wijze.
Ik wil hier alleen lij voegen, dat de kosten om een trekpaard to leeren minder zijn dan van eenig ander, daar hot spoediger werk verricht dan een ander. Als hot oud
76
genoeg is voor de markt vindt het gereeder kooper dan een ander dior en worden voor meer geld verkocht dan eenig ander paard.
HOB MEN EEN SCHICHTIG PAARD DRESSEERT.
Om een schichtig paard te leeren kiest men een zachte plok grond, doet het beest mijne dubbele veiligheidslijn aan, een gordel om het lichaam, knoopt een strop om elke voorste poot boven den hoef; neemt dan een lijn van twintig voet lengte, bindt het eene einde in den ring aan den rechter voorpoot, brengt de lijn door tien ring aan den gordel onder het lichaam van het paard naar den ring aan den linker voorpoot, terug door den ring in den gordel. Doet het dier een losse tengel en sterk bit aan, laat de lijnen door den ring aan de zijde van don gordel loopen, dan leert gij het dier zorgvuldig het woord „Hoquot; en „voortquot; op commando evenals het „terugquot;; werpt dan papier naar het dier, dekens enz., rol tonnen om hom heen en wuift met vlaggen over zijn kop. Als het tracht weg te loopen trekt gij aan de veiligheidslijn en laat hem op de knieën liggen en houdt hem zoo. Zoo gauw hot paard gerust is laat gij het opstaan, klapt met de zweep en geeft hem alzoo ie kennen, dat al deze voorworpen onschadelijk zijn. Na twee lessen is hot beest goed om op straat gereden te worden.
HOE MEN EEN PAARD LEERT, DAT DIKWIJLS OP HOL SLAAT.
Dezelfde behandeling als bij schichtige beesten, alleen iets strenger.
77
HOE MEN EEN PAARD TEGEN VOORWERPEN INDRIJFT, WAARVOOR HET BANG IS.
Een practische manier om paarden in te drijven tegen voorwerpen, waarvoor het bevreesd is, is deze: Neemt de zweep in uw rechterhand, de teugels in de linker; als gij tien of vijftien voet van het voorwerp af zijt, moet gij hard en flink tot uw paard spreken, bijv. zeggende: „Vooruit, jongen, wat is dat niet je, dat zal je geen kwaad doenquot; ; op hetzelfde oogenblik geeft gij hein een zweepslag, doch slaat niet meer als noodig is om hot op zijn plaats te houden. Op het oogenblik dat gij hera bij het voorwerp gebracht hebt, staat gij stil, stijgt uit den wagen en streelt hot dier, leert hot dat het geen leed zal geschieden en als gij wegrijdt moet gij ,dit altijd stappende doen.
Dezelfde regel geldt voor gezadelde paarden.
OM EEN KOPPIG DIER AAN HET BIT TE GEWENNEN.
Ik zon een sterk vol gebit willen gebruiken met india-rubber of leder, de opzetteugels weglatende. Het is nood-eakolijk het dier drie of vier lessen te geven met de woorden „hoquot; en .,vortquot;; onderwijst het dat met het woord „vortquot; bedoeld wordt in draf te gaan en met het woord „hoquot; om stil te blijven staan. Men moet altijd bij zulke dieren een zoo zacht mogelijk gebit gebruiken.
HOE MEN KWAADAARDIGE PAARDEN TEMT. Er zijn drie a vier soorten van kwaadaardige paarden;
78
sommige zijn zenuwachtig en prikkelbaar, terwijl andere nergens lust toe schijnen te hebben. Een levend-dood paard is volgens mij niet waard getemd te worden. Alle andere kunnen op deze wijze tam gemaakt worden:
Neemt uw paard naar buiten en laat het vijftien of twintig malen achtereen nederliggen ; doet dan de teugels en het tuig om, de lijnen door de strop en gebiedt het op commando op te staan. Leert hem dit goed alvorens hem voor den wagen te spannen. Als hij niet op uw woord vooruit wil gaan, neemt gij een lijn of strop van twintig voet lengte, knoopt dit om zijn nek en doet het dan door den ring van het gebit, terwijl een uwer helpers voor het paard staat met deze lijn in de hand. Als gij zegt „vooruitquot; laat gij hem aan de lijn trekken hetgeen het paard spoedig voort zal doen gaan. Verstaat wel dat de ruk aan de- lijn en het commando tegelijk moeten gaan om succes te hebben. Herhaalt dit een paar dagen, de lessen niet langer dan een uur makende, dan rijdt gij hem met een licht wagentje, eerst rustig doorrijdende en naderhand het paard te kennen gevende wat gij van hem hebben wilt. Verliest nooit uw geduld en gij zult do overwinning behalen.
SOORTEN VAN KWAADAARDIGHEID.
Mij is dikwijls gevraagd: „Kunt gij een kwaadaardig paard temmen?quot; Ja. „Kunt gij een kwaadaardig paard temmen waarmede niemand rijden kan?quot; Neen. ,.Waarom niet?quot; Omdat hot voor mij en iedereen onmogelijk is alle kwaadaardige paarden in het land te temmen. Er zijn vele soorten van kwaadaardige paarden. Het is een gewoonte van vele personen als zij een veulen temmen om het eerst te rijden naast een oud paard dat lam, blind aan een oog en doof is. Als gij het prikkelbare veulen tuigt naast het oude, langzame paard, neemt gij daarna de-lijnen op en wilt vooruit gaan. Het veulen springt in de
79
hoogte, hot oude paard, dat zoolang in tuig geloopen heeft, gaat langzaam vooruit. Het veulen loopt achteruit, het oude paard houdt stil en op het volgende oogenblik zit het veulen op zijn achterste titsschen het lemoen. „Ha! ha!quot; roept uw buurman, „welk een kwaadaardig beest is dat.quot; In het geheel niet. Het zal het wel worden als gij op deze wijze voortgaat. Neemt het uit het dubbel tuig, leert het enkel te rijden en gij zult geen last met hem hebben in enkel of dubbel tuig.
Een kwaadaardig paard dat in do behandeling verknoeid is, laat men eerst vier of vijfmalen nederliggen. Dan doet gij het tuig aan met losse teugel, de lijuen door de lemoen-stroppen stekende, dan gaat gij achter hem staan met een goede zweep en leert hem de woorden „Sta op!quot; Op hetzelfde oogenblik dat gij dit zegt, geeft gij hem een zweepslag, het dier leerende dat het moet opstaan. Geeft hem op deze wijze drie a vier lessen. Dan bindt gij een touw aan den reep en draait dit om uw lichaam, het dier, terwijl gij achter hem loopt, aldus uw gewicht latende gevoelen. Als gij hem zoover geleerd hebt dat hij naar rechts en links keert, stopt op het commando ..hoquot;, kunt gij hem voor een licht wagentje spannen en gaat daarin zitten waarop gij zegt „vooruitquot;. Mocht het dier weigeren te gaan, dan laat gij uw helper een lijn nemen. Laat hem voor hot paard gaan staan, de lijn slap. Houdt uw zweep in de rechterhand, als gij gereed zijt het commando te geven, dan trekt de helper aan de lijn en gij gebruikt, de zweep op hetzelfde oogenblik. Wil hij dan nog niet voort, dan laat gij uw helper naar rechts en links loopen, den kop daarheen trekkende tot het dier zich beweegt, gij gebruikt intusschen steeds het woord „vooruitquot;. Geeft het paard op deze wijze gedurende drie of vier dagen eenige lessen en in de meeste gevallen zal het U gelukken.
Er zijn andere kwaadaardige paarden, die het noodig is te laten nederliggen. Deze zijn van een lui karakter en de eenigste manier om hen bang te maken is het gebruiken der zweep.
Er zijn nog andere paarden, die op rustiger manier be-
80
handeld kunnen worden, doch in sommige gevallen de zweep moeten gevoelen om hen te loeren dat als gij spreekt zij vooruit moeten gaan. Als gij met een paard werkt moet gij het niet verlaten voor gij het overwonnen hebt, al duurt het vier en twintig uren. Maar verstaat mij goed, verliest uw geduld niet, gebruikt geen stok, slaat het niet ; gebruikt oen goedo zweep. Past op dat gij hem niet op hot lichaam of in do oogen slaat maar om do pooton. Ik heb vele paarden geloerd door hen met do zweep om do voorpooton te slaan.
Dit doet niet veel kwaad en zij kunnen de kastijding\' daar niet verdragen. Bewaart altijd veel geduld en denkt niet dat gij in een paar uren klaar zult zijn. Op het oogon-blik dat hot paard doet wat gij zegt, moet gij hot boloonen met een appel.
MIJNE MEENING OMTRENT HET WOORD „HOquot;.
Het is het grootste bevel dat er in de rijkunst bestaat; het is de gewoonte van vele personen als zij rijden dit woord herhaaldelijk te gebruiken. Laat mij U zoggen, dat gij hot nooit moet gebruiken dan alleen als gij uw paard of paarden laat stilstaan. Als gij op don weg rijdt en gij komt aan een kruispunt of een slechte plek en gij wilt uw paard langzamer laten loopen, zegt dan: „Langzaam, mijn jongenquot;, maar als gij wilt stilhouden zegt dan flink on hard „hoquot;. Als gij dit bij hot rijden in practijk brengt, zult gij uw paard in twee weken zoo ver hebben, dat het elk bevel van u zal verstaan.
Gebruikt nooit een woord mot te veel beteokonisson. Gij moet nooit tegen uw paard liegen of valseho bewegingen maken; zoodoende maakt gij er nooit een goed paard van.
De menschen zijn te gewoon om te bogen op hun eigen kracht om het paard te kunnen slaan en in vele gevallen
81
prent zulke tyrannie bij hot dier eon weerspannige geest in. Daarom moet gij uw kracht laten rusten en uw verstand gebruiken. Woest bedaard en geduldig. Niemand kan een goed ruiter worden als hij niet eerst zichzclt\' meester is geworden. Leert hot dier te verstaan wat gij verlangt en brengt het niet in de war door verschillende uitleggingen aan oen zelfde woord te geven. Het is dikwijls een gewoonte „hoquot; te zoggen als alleen bedoeld wordt wachter te gaan. of om hot paard uwe tegenwoordigheid te laten bemerken; en als gij dan werkelijk ,.hoquot; wenscht, als uw leven afhangt van het goed verstaan van dat „hoquot;, zult gij zien dat het verkeerd uitkomt. Gij hebt er mede gespeeld. Zegt dus nooit „hoquot; of gij moet willen ophouden. Spreekt onder alle omstandigheden op een natuurlijkon toon.
Loert uw paard door oefening en ondervinding, dat dingen waarvoor hij bevreesd is, onschadelijk zijn en slaat hem vooral niet omdat hij bevreesheid toont. Laat uw paard altijd regelrecht op het vreesaanjagend voorworp afgaan en als het bang is, herinnert u dan, dat hoe langzamer gij uw paard voortdrijft, hoe meer macht gij over hem hebt. Er zijn tijden dat het even kwaad is een paard te laten draven als dat het op hol slaat.
Vrees is iets dat een ruiter nooit in zijn stem mag laten blijken, daar het paard een goed opmerker is en spoedig partij leert te trekken van onachtzaamheid. Laat uwe lessen nooit te lang zijn. Woest goed en geduldig met het veulen, maar laat het koppige, stugge paard het volle gewicht uwer macht gevoelen tot het onderworpen is. Als het paard te verhit en geprikkeld is, is het voorzichtig stil te houden en de les oen volgende keer te herhalen, doch herhaalt die tot het volkomen onderworpen is. Laat uwe behandeling door edelmoedigheid gevolgd worden.
82
OM EEN KWAADAARDIG PAARD MET DUBBEL SPAN TE RIJDEN.
Nadat gij uw paard naar buiten geleid en eeno zorgvuldige behandeling gegeven hebt, plaatst gij het naast oen eerlijk, trouw paard, dat elk oogenblik trekt als gij het vraagt. Noemt eon halfduims dikke lijn on bindt die om hot lichaam van het kwade boost, recht om de heupen met een gewono schuifknoop; laat deze knoop direct aan de zijde van hot paard komen; dan bindt gij do lijn over de wagenas en daarna aan hot halsijzer van het trouwe paard. Graat in uw wagen, neemt de teugels ter hand en geeft het trouwe paard een zweepslag en zegt „vooruitquot;. Als gij het zegt zal het paard het doen en de lijn medetrekken, hot kwade paard moet dan van zelf volgen.
OM EEN PAARD TE VERHINDEREN IN DEN STAL MET DEN VOORPOOT TE SLAAN.
Neemt een stuk ketting ter lengte van zeven duim, geen ploeg- maar een spoorkotting; bindt aan hot eeno einde een stuk hard hout van vijf duim lengte en een duim middellijn ; dan noemt men een strop en bindt die om den poot boven de knie, de ketting en het hout aan de strop latende hangen. Telkens als het paard do poot oplicht zal het stuk hout tegen zijn poot aanslaan en daar het dier niet aan twee dingen tegelijk denken kan, zal het op zulk eon wijze zijne opmerkzaamheid trekken, dat het hem verhinderen zal racer te slaan.
83
HOE MEN EEN STOETENT PAARD TEMT.
Doet mijne dubbele veilighoidsliju aan en als hij stort trekt gij de lijn aan als hij op de knieën wil gaan liggen. Na drie of vier malen zal hij niet meer storten. Dan gewent gij hem aan trommen, tinnen pannen, bollen, in een woord geeft hem dezelfde behandeling als bij hetgeen ik zcide over op hol slaande paarden. Na twee lessen zal hij .genezen zijn.
HALSIJZERS, TUIGEN EN ZADELS.
Tuigen, in gebruik bij werkpaarden, moeten elke week zorgvuldig worden schoongemaakt. Halsijzers moeten dagelijks worden gezuiverd en zorgvuldig alle korsten er af geschrapt, ontstaan door het zweeten van het paard, voor men het do volgende maal gebruikt. Hot tuig moet altijd zuiver .geolied en buigzaam zijn, zoodat het een paard past als een raensch de schoen.
Zadels vereischen dezelfde zorg en opmerkzaamheid, opdat op den rug, waarop het zadel ligt, geen zweren of korsten /ouden ontstaan. Dit wordt in het algemeen verwaarloosd.
HOE MEN EEN PAARD LEERT ACHTERUIT LOOPEN.
Doet mijne africhtingsteugols aan, de strop in de rechterhand nemende en gaat dan naast den schouder van het paard staan; drukt uw linkerhand op zijn nek; gebruikt het woord „terugquot; en trekt tegelijk aan don strop. Dit zal het paard een ruk in den bek geven en het zal vier of vijf duim achtornit gaan. Op het oogonblik dat hot dit doet, jnoet gij het paard liefkozen en aan het verstand brengen
84
dat het goed gedaan heeft. Dan herhaalt gij de les weder en weder, totdat het paard op eiken afstand teruggaat op uw commando. Sommige dieren zijn zeer stug en zullen gedurende vijf of tien minuten tegenstribbelen; maar houdt vol, hebt altijd veel geduld en op het laatst zult gij uw doel bereiken.
^{emembev ÏEIna.
TO TELL THE AGS OF HORSES.
To toll the age of any horse,
Inspect the lower jaw, of course.
The six front teeth the tale will tell, And every doubt and fear dispel.
Two middle „nippersquot; you behold Before the colt is two weeks old.
Before eight weeks two more will come; Eight months, the „cornersquot; cut the gum
•
Two outside grooves will disappear From middle two in just one year.
In two years from the second pair; In three the corners, too, are bare.
At two, the middle „nippersquot; drop; At three, the second pair can \'tstop. When four years old, the thud pair goes; At five a full new set he shows.
The deep black spots will pass from view At six years from the middle two. The second pair at seven years;
At eight the spot each „cornerquot; clears.
86
From middle „nippersquot;, upper jaw, At nine tbo black spots will withdraw. The second pair at ten are white; Eleven finds the „cornersquot; light.
As time goes on, the horsemen know, The oval feetii three-sided grow;
They longer get, project before,
Till twenty, which wo know no more.
Prof. Norton B. Sjutu.
AFDEELING ARTSENIJKUNST.
De schrijver van dit bock beroemt zich niet oen veearts te zijn, maar wel hierop, dat hij een volledige practische kennis bezit omtrent de behandeling van de meest gewone ziekten der paarden, en streven wil eenige wenken te geven ten einde de eigenaars van paarden in staat te stellen om het dier te genezen van do vele storingen waaraan het onderhevig is. De meeste dezer in deze afdeoling vermeld, zijn gemakkelijk te ontdekken, en de beschreven geneesmiddelen goed en practisch.
Eenige meer gewone ziekteverschijnselen zullen beschouwd worden, doch vooral moet opmerkzaamheid geschonken aan de verschillende bijzonderheden die besproken worden en de oorzaak en de gevolgen der ziekte aangeven.
Het algemeene voorkomen en de daden van het paard moeten zorgvuldig worden nagegaan. De wijze waarop het paard ademhaalt verschilt zeer bij die in staat van gezondheid. Het beste kan men de ziekteverschijnselen waarnemen in hot oog, do neusgaten, de ooren en zijden; als het oog dof, tranig en ontstoken is, geeft het dier dan verkoelende medicijnen voor de koorts; als [de oogen glazerig zijn of uitpuilen is dit een slecht teeken en een bewijs dat het einde nadert. Als do neusgaten uitgezet zijn, do borst werkt en de ooren druipen en koud zijn is dit een ernstig geval dat onmiddellijke zorg vereischt.
Het paard kan ons zijne ziekte niet beschrijven, maar
88
hot is jiiet moeielijk die na te gaan bij ecno aandachtige beschouwing.
Als een paard naar lucht snakt, moet het in een ruime, heldere en droge stal worden geplaatst. Tenminste eenmaal por dag moot de krib uitgewasschon worden met sterk zout wator; do rloor met helder stroo bedekt; do gooton eiken dag mot oen weinig koporroodwator begoten. Bon ziek paard moot rust hebben. Overtuigt u goed van de ziekte en past vooral op dat do geneesmiddelen het dier geen kwaad kunnen doen, want er sterven meer paarden door hot gebruik van verkeerde middelen dan uit een natuurlijken dood.
Als gij een oogenblik wacht zult gij zien, dat het dier den neus brengt naar de pijnlijke plaats.
Als het lamheid is, zal het de aangedane zijde laten rusten. Zorgt voor de verandering van temperatuur. Storingen in het gestel ontstaan hoofdzakelijk door storingen in de spijsvertoering; daarom behoort men zorg te dragen slechts zuiver en goed voedsel te geven in matige hoeveelheid. Een paard moet nooit met een volle maag hard loopen. !Na afgedaan werk behoorde het voedsel zorgvuldig te worden nagezien of er geen steenen of spijkers in zijn; hot stof moet van de oogen, bek en neusgaten geveegd worden, want het is gemakkelijker ziekte te voorkomen dan te genezen.
De volgende recepten zijn alle gekeurd en beproefd, en gekozen uit voorschriften, in gebruik bij de beste veeartsen aller landen; de meeste daarvan zijn gemakkelijk verkrijgbaar en juist die waarmede alle paardenkenners vertrouwd zijn.
PNEUMONIA (Longkoorts).
Begint met huiverigheid en gaat vergezeld met koorts; de ooren en pooten zijn koud; ademhaling verstoord; voorste
89
pooton van elkander; oogen ontstoken en druipend; borst zeer heet; het paard wil niet liggen en gromt bij aanraking. Geeft tien druppels tinctuur van vergiftwortel elk uur, gedurende vijf uren. Wrijft de borstkas met mosterd en azijn. Den volgenden dag mengt men een half ons (ininine op een kan brandewijn en geeft daarvan elke drie uur twee eetlepels vol in. Windt de pooten met flanel om; als zij erg koud zijn wrijft ze dan eerst mot droge mosterd in. Herhaalt dit wrijf- en bindmiddel zoolang tot zij warm zijn.
PLEURIS.
Gaat vergezeld met korte ademhaling en inwendige pijn; de pooten zijn krampachtig; het dier is zeer gevoelig bij de aanraking der zijden. De behandeling is dezelfde als bij longkoorts, mot dit onderscheid dat men in plaats van mosterd dekens neemt, die in heet water gedompeld en uitgewrongen zijn en geeft dan tweemaal per dag twee eetlepels zoete geest van salpeter in een halven emmer water.
GRAVEEL OF STEEN IN DE BLAAS,
De verschijnselen zijn bijna dezelfde als bij koliek. Als het paard in beweging is heeft het een sleepende gang: moeielijkheid met waterloozing; de urine is donker en heet. Logt heete dekens om de lenden en geeft tweemaal per dag tien druppels zoutzuur in een hal ven emmer water.
90
KREUPEL.
Het paard ademt moeielijk, staat op de hielen, met de voorste pooten en zijden uitgestrekt, het geheele gewicht op de achterpoot latende komen en als het zich beweegt geeft het teekens van inwendige pijn.
Béhandéling: Neemt de voorste hoefijzers af; geeft om de drie nren tien druppels aconiet-tinctuur; weekt de voorste voet in heet water met een handvol gewasschen soda vermengd, tweemaal per dag een uur lang; na elke kuur legt men pleisters van koud water en kaf op; geeft het dier een warm mengsel van kaf en als do ingewanden stijf zijn geeft dan een pint lijnzaad-olie en een half ons sassafras-olie.
HET SCHUREN DER STAART.
Als het paard geplaagd wordt door wormen, spuit het om den anderen dag in mot acht ons lijnzaad- en twee ons terpentijn-olie; wascht do staart met sterk zout water. Eene inspuiting van sterk zout water verdrijft ook dikwijls de wormen.
ONZUIVER BLOED.
Er bestaan veel storingen in het bloed, de algemeenste echter zijn jeukte en huiduitslag. Neemt een gelijke hoeveelheid slangenwortel, sassafraswortel en rabarberwortel en kookt hiervan een sterke thee. Geeft gedurende een week lang eiken avond oen halve pint hiervan door het voedsel gemengd. De beste tijd om dit toe te dienen is de lente, als het paard begint te vervellen.
91
NADEEL DOOR DE HOEFNAGELS.
Na den nagel tc hebben verwijderd, weekt men deil voet in heet soda-water, zuivert de opening goed en legt er dan pleister van vlaszaad of uien op.
KLOVEN.
Mengt een drachme kwikzilver met oen ons spek. Wrijft een gedeelte van deze zalf op de kloof. In vier en twintig uur smeert gij met spek en in het uur wascht men het af met warm water en zeep.
Als hot niet helpt herhaalt gij het over tien dagen.
BRANDWONDEN EN SCHURFT.
Geeft oen bad van gelijke hoeveelheid lauw water en lijnolie en sprenkelt hiervan ook wat op den vloer om de lucht te zuiveren.
STEKEN OF MUSKIET-BETEN.
Baadt de aangetaste deelen met verdunde geest van hertshoorn of een sterk mengsel van hyposulphaat van soda.
SLEEPENDE AFGANG VAN HET PAARD.
Mengt gelijke deelen blauwsteenpoeder en gentiaanwortel; geeft daarvan dagelijks driemaal een theelepelvol in het
92
voeder en berookt het paard met een weinig tabak over heete kolen.
KUIKBNLUIS.
Stampt een ons bitterhout fijn en maakt dit zacht in lauw water; nadat het een dag gestaan heeft, wascht gij het paard hiermede en laat hot in de zon staan tot het droog is, dan borstelt gij het met een harden borstel uit. Helpt het niet dan herhaalt gij het nog eens na eenige dagen.
AANGEWASSEN EN DOOD VEL.
Geeft een eetlepel vol jimpsonzaadpoeder eiken avond door het voedsel gemengd gedurende vier avonden en lioudt dan vier avonden op, waarna gij het weder als tevoren herhaalt.
ZWAKHEID OF ONTSTEKING DER OOGE.X.
Als de oogleden zijn gezwollen en rood van binnen, neemt men drie eieren, mengt die dooreen, wit en dooier, werpt dit in warm water en laat het een uur staan; dan voegt gij er een half ons zinksulphaat bij, laat dit staan tot het koud is en perst hot dan. Legt de pap op oen pleister en deze op het oog on laat die er twee uren op liggen. Wascht hot oog met dit vocht twee a driemaal per dag.
93
KRAMP IN HET MIDDENRIF.
Het middenrif is de spier die de borstkas van het onderlijf scheidt. Voor deze kramp geeft men tien druppels aconiet-tinctuur in een weinig water; baadt den kop en de neusgaten met koud water, en geeft het dier om het half uur een flesch ale of porter.
VERSTUIKING.
Bij elke verstuiking heeft men min of meer uitzetting. Weckt of baadt de deelen eerst in heet water met een handvol soda er in. Doet dit een half uur lang, daarna wrijft gij droog.
GEKNEUSDE HIELEN OF LIKDOORNS.
Neemt het hoefijzer af, weekt den voet in heet sodawater en legt dan een pleister of van vlaszaad of van uien. Als er een likdoorn is, snijdt die uit, doet in de holte wat tinctuur van iodine en droogt het met een heet ijzer uit. Beslaat het paard zoo, dat hot ijzer niet op den likdoorn komt.
DIARRHAE OF STERKE PURGATIE.
Brandt een half pond rijst evenals men koffie brandt. Maalt dit in oen koffiemolen en kookt dit met water; voegt er twee ons laudanum bij en geeft dan daarvan een theelepel twee a driemaal daags.
94
CHRONISCHE HOEST.
Twee ons teer van pijnboomen, vier ons honing, en een ons poeder van lersche mos; mengt dit dooreen en geeft des avonds en \'s morgens een theelepel vol op den tong.
SLOBBEREN.
Ziet naar scherpe kanten aan de tanden; als zij ruw zijn maakt gij ze glad met een tandenvijl ; dan maakt men een sterke saüethee, met honing verzoet en wascht daarmede den bek twee a driemaal daags uit.
BLOEDSTORTING OF BLOEDEN VAN WONDEN.
Als het bloed lichtrood of bleekrood is en uitspuit, is het van een slagader; vindt deze zoo mogelijk en bindt ze af met een sterke draad; waarna op den wond een pleiste van spinrag gelegd wordt. Als het slechts een ader is die gesprongen is, legt er dan alleen het spinrag op. Als it niet stelpt raakt gij de wond met een heet ijzer aan en legt daarna het spinrag weder op.
DUIZELIGHEID.
Duizeligheid ontstaat algemeen doordien de maag niet in orde is of door gesloten en slecht geventileerde staUen Als het paard op den weg ophoudt en duizelig is, neemt gij uw pennemes en prikt het in de bovenkaak Baadt den kop en de neusgaten met koud water en laat het dier lustig
95
huiswaarts loopon, voort het dan met oen mengsel van kaf of met afgesneden gras. Een paard dat duizelig is moet men niet in het land laten grazen.
WORMEN.
Mengt een handvol gesneden en droge tabak onder het voedsel, tweemaal per week.
TE LANG STALLEN.
Te groote en te veel waterloozing wordt hersteld door het eiken avond toedienen van een theelepel half vol potassium door het voeder gedurondc veertien dagen.
GEZWOLLEN\' OF ONTSTOKEN ULIERS.
Lost een stuk kamfer, ter grootte van een hazelnoot, op in twee eetlepels warm spek. Baadt do uijer hiermede tweemaal daags; geeft de merrie een mengsel van kaf en matige beweging.
RECEPT VOOR ADERSPATTEN, UITZETTING DER RUGZENUWEN.
Neemt vier drachmen potassium, twee ons olie van dolle kervel, drie ons terpentijn, twee ons oliesteen, een ons al-semolie; mengt dit alles met acht ons alcohol en twee ons tinctuur van Spaansche vliegen.
96
Gebruik. — Wrijft de deelen eiken dag negen maal tot gij de medicijn gebruikt hebt; wascht dan de deelen af met warm water en smeert gedurende een week. Dit zal het beest zeer goed doen.
BLOEDZUIVERING,
Dit behoort een paard tweemaal \'sjaars gegeven te worden, in de lente en in den herfst. Dit zal uwe paarden behoeden voor ziekte, hoest, kou, en in goede gezondheid houden.
Neemt twee en een half ons fijne gentiaanwortel; twee ons kinabast; twee ons alantswortel; een ons koolgewas; een ons wijnsteenschuim; twee en een half ons salpeter; twee ons gember; zes ons sulfer; een ons bloedwortel; mengt dit alles goed dooreen. Als uw paard niet wel is geeft gij het tweemaal per dag een theelepelvol hiervan in een mengsel van kaf, of geeft voor alle zekerheid in lente of herfst eens per dag een eetlepel vol gedurende vijftien of zeventien dagen.
VOOR SCHRAMMEN.
Een ons loodsuiker, een ons gebrande aluin, een half ons zinksulphaat, een kwart regenwater. Wascht de schram met water en zeep uit. Laat dit drogen en dient hot vocht een dag of drie toe. Het is een zeker middel.
MIDDEL VOOR KOLIEK OF BUIKPIJN.
Neemt een en een half ons laudanum, twee ons peper-muntextract, twee ons zoete salpeter, een ons guineapeper
97
en tien druppels aconiet-tinctuur. Mengt dit door een kan brandewijn on geeft het dier er de helft van in. Als het binnen tien minuten nog niet hersteld is geeft gij de andere helft. Bedekt het paard met dekens en houdt het rustig.
WORMEN.
Oorzaal,-. — Storing in de spijsverteeringsorganen.
Verschijnselen. — Vreeselijke vraatzucht, vermagerering en algemeene ongezonde toestand, dikwijls gepaard aanbeen droge hoest. De uitwerpselen zijn bedekt met slijm, en de anus is do zetelplaats van een ziekelijk afgescheiden vocht van witte kleur.
Behandeling. -- Zevenboom-olie, geeft daarvan driemaal per week tien druppels. Dit is een kostbaar middel tegen de wormen. Terzelfder tijd moet men ook het bloedzui-veringsmiddel geven, doch geeft het niet aan drachtige merries.
MIDDEL OM VERSCHE WONDEN, SNEDEN, SLAGEN ENZ. TE GENEZEN.
Neemt een en een kwart ons loodsuiker, een kwart ons zink-sulphaat, een en een kwart ons salpeter, een kwart ons ammoniac, een half ons koperrood. Mengt dit alles door een halven kan alcohol en twee vierden lauw water. Bet de wonden daarmede drie of viermaal daags. Dit zal ontsteking voorkomen en zeker en spoedig genezen.
96
Gebruik. — Wrijft de deelen eiken dag negen maal tot gij de medicijn gebruikt hebt; wascht dan de deelen af met warm water en smeert gedurende een week. Dit zal het beest zeer goed doen.
BLOEDZUIVERINGr.
Dit behoort een paard tweemaal \'sjaars gegeven te worden, in de lente en in den herfst. Dit zal uwe paarden behoeden voor ziekte, hoest, kou, en in goede gezondheid houden.
Neemt twee en een half ons fijne gentiaanwortel; twee ons kinabast; twee ons alantswortel; een ons koolgewas; een ons wijnsteenschuim; twee en een half ons salpeter; twee ons gember ; zes ons sulfer; een ons bloed wortel; mengt dit alles goed dooreen. Als uw paard niet wel is geeft gij het tweemaal per dag een theelepelvol hiervan in een mengsel van kaf, of geeft voor alle zekerheid in lente of herfst eens per dag een eetlepel vol gedurende vijftien of zeventien dagen.
VOOR SCHRAMMEN.
Een ons loodsuiker, een ons gebrande aluin, een haif ons zinksulphaat, een kwart regenwater. Wascht de schram met water en zeep uit. Laat dit drogen en dient het vocht een dag of drie toe. Het is een zeker middel.
MIDDEL VOOR KOLIEK OF BUIKPIJN.
Neemt een en een half ons laudanum, twee ons pepermuntextract, twee ons zoete salpeter, een ons guineapeper
97
en tien druppels aconiet-tinctuur. Mengt dit door een kan brandewijn en geeft het dier er de helft van in. Als het binnen tien minuten nog niet hersteld is geeft gij de andere helft. Bedekt het paard met dekens en houdt het rustig.
WORMEN.
Oorzaal-. — Storing in de spijsverteeringsorganon.
Verschijnselen. — Vreeselijke vraatzucht, vermagerering en algemeene ongezonde toestand, dikwijls gepaard aan |een droge hoest. De uitwerpselen zijn bedekt met slijm en de anus is do zetelplaats van een ziekelijk afgescheiden vocht van witte kleur.
Behandéling. - ■ Zevenboom-olie, geeft daarvan driemaal per week tien druppels. Dit is een kostbaar middel tegen de wormen. Terzelfder tijd moet men ook het bloedzui-veringsmiddel geven, doch geeft het niet aan drachtige merries.
MIDDEL OM VERSCHE WONDEN, SNEDEN, SLAGEN ENZ. TE GENEZEN.
Neemt een en een kwart ons loodsuiker, een kwart ons zink-sulphaat, een en oen kwart ons salpeter, een kwart ons ammoniac, een half ons koperrood. Mengt dit alles door een halven kan alcohol en twee vierden lauw water. Bet de wonden daarmede drie of viermaal daags. Dit zal ontsteking voorkomen en zeker en spoedig genezen.
98
SMEERSEL VOOR KNEUZINGEN BIJ MENSCH OF DIER.
Neemt twee ons alcohol, twee ons wilde mariolein-olie, twee ons dolle kervel, twee ons opodeldoc, twee ons armca-tinctuur, een half ons chloroform. Mengt alles dooreen. Dit is ook goed voor rhumatiek.
HOEFZALF.
Deze zal de hoef sterk maken en is goed voor kramp. Het moet tusschen den hoef en het haar gebruikt worden.
Dennenbalsem, dolle kervel-olie, witte pijnboompikhoning, Venctiaansche terpentijn en beetwortel, van elk drie kwart ons- een half pond spek, drie kwart ons bezinksel van kopergroen. Laat dit alles dooreen over een zacht vuur sudderen. Als het gesmolten is neemt gij het van het vuur af en roert het om tot het koud is.
EEN SMEERSEL VOOR MENSCH EN BEEST.
Een kan terpentijn, een kan ossengal, een kan hertshoorn, twee ons sassafras-olie en twee ons zoete olie. Voor uitwendig gebruik.
KOLIEK EN VERSTOPPING DER WATEBLOOZING.
Verschijnselen: Herhaalde aandrang totloozing, rondzien, gaan liggen, rollen en uitrekken.
Genezing: Een ons chloroform, een kan lijnzaad-olie, twee ons zoete geest van salpeter, vermengt en maakt dit vochtig.
99
BEN ALGEMEEN SMEERSEL.
Een halve kan terpentijn, een halve kan lijnzaad-olie, vier ons aqua ammonia, een ons iodine-tinctuur. Dit middel is goed voor versche zweeren, zwellingen, kneuzingen enz. Tweemaal per dag te gebruiken.
WITTE ZALF.
Twee pond versche boter, een ons iodine-tinctuur, twee ons wilde mariolein-olie. Binnen vijftien minuten voor gebruik gereed.
GEELZUCHT—GEEL WATER.
Verschijnselen. — Het haar in de manen en staart valt uit; het wit van het oog wordt geel evenals de kin van den bek. Het weigert te eten cn gaat gewoonlijk mank in den rechter voorpoot.
Genezing. — Geeft het dier eiken morgen zeven drachmen Barbados aloë, een drachme calomel, vier drachmen gember, vermengd met melasse. Voert het gebrande kaf en haver of gras. Stopt er mede als de ingewanden gaan werken en geeft dan een ons geest van kamfer eiken dag gedurende twaalf dagen.
ZWEETPLEISTER.
Laudanum, kamfer, geest van terpentijn, Mirretictuur, Castilezeep, origanumolie en een weinig salpeter bevattende ether, van elk een ons, benevens een kwart alcohol. Dit
100
voor hot gebruik good vermengd. Twee a drie maal per dag te gebruiken.
EEN PLEISTER VOOR GEZWOLLEN KLIEREN.
Arnicatinctuur, chloroform, ammoniac en zoete olie, van elk vier ons, good vermengd. Wrijft dit tweemaal daags goed over den keel van het paard.
POEDERS.
Fenegriek, wijnsteenschuim, gentiaan, sniphor, salpeter, hars, zwarte spiesglans en gember, van elk gelijke hoeveelheid, een ons bijv., alles fijngestampt; een half ons fijne Cayenne. Dit wordt gebruikt bij geelzucht, hoest, kou, onpasselijkheid en alle andere storingen waarbij poeders worden voorgeschreven. Het zuivert het bloed.
Dosis. — In gewone gevallen geeft men eens per dag twee theelepelfi vol in het voeder; in buitengewone twee. Als dit middel niet evengoed voldoet als andere die meer dan het dubbele kosten, dan beteekenen arbeid en studie niets meer.
ZWEEREN IN DEN BEK OF OP DEN TONG.
Oorzaak. — Slecht droog voeder en misbruik bij het rukken aan de teugels.
Neemt eerst het graan weg, dan vermengt men oen half ons aluin en twee drachmen loodsuiker met oen kan azijn en een halve kan water. Opent den bek en wascht
101
dien niet dit mengsel eiken ochtend en avond uit. Binnen vijf of zes dagen zal genezing volgen.
OM HET J\'.LOED TE STEEPEN. Wascht de wond met Monscl\'s ijzeroplossing.
STERKE BLAARZALF.
Vier ons varkensspek, een ons terpentijn en een ons Spaansclie vlieg ; vermengt dit.
ZIEKTEN IN DEN BEK OF KIKVORSCHENGEZWEL.
Verschijnselen. — Opzwelling van het tandvleesch, de kir. en het gehemelte. Bij vele paarden veroorzaakt dit slechts lichte ongesteldheid, terwijl bij andere do pijn zoo groot is. dat zij niet kunnen eten.
Béhandéling. — Sommige barbaren branden met een heet ijzer, doch men moet menschelijk handelen. Prikt de kin door of gebruikt uw zakmes als gij niets beters kunt krijgen. Gebruikt uw oordeel en binnen weinige dagen zal het dier weder als gewoonlijk eten.
MIDDEL OM HET HAAR TE DOEN GROEIEN.
Voegt zooveel sulpher bij zoete olie voldoende om het zoo dik als room te maken ; wrijft hiermede minstens tweemaal per week de manen en staart in. Zooals gezegd, zal dit het haar spoedig doen groeien. Voor men deze zalf
102
gebruikt moet men de deelon goed met water en Castile-zeop zuiveren.
KAUWE PLEKKEN, SNEDEN EN ZWEEKEN.
Rauwe plekken, sneden en zweeren moeten zoo dikwijls mogelijk gezuiverd worden met Castilezoep en water en als zij geschaafd of gewreven worden door het tuig, moet ook dit telkens worden gezuiverd. Gebruikt daarna een pleister zooals volgt vervaardigd: Vier ons fijne aluin; vier ons fijnn bloedwortel; vier ons witlood ; twee ons calomel. Dit, vermengd met glycerine, zoete olie of spek, wordt tot een zalf bereid. Nooit faalt dit middel.
Men kan ook nemen vier ons fijne Castilezeep ; vier ons kamfer en twee ons calomel. Dit wordt ook, vermengd met glycerine, zoete olie of spek, tot een zalf gemaakt. Ik heb zelfs gezien dat de wonden onder de behandeling genazen, hoofdzakelijk als het bloed van het paard zuiver is.
ONTSTEKING AAN DE POOTEN.
De oorzaak en de verschijnselen der ontsteking aan de pooten zijn gewoonlijk wol bekend; ik zal ze als volgt beschrijven : Eerstens koorts in den voet, slechte stalling en behandeling, vochtige ligging enz. enz.
Behandeling. — Zuivert do aangetaste deelen goed met Castilezoep en water; opent de spieeten en bet die zorgvuldig met zinkchloride of gecrystalliseerd karbolzuur ; herhaalt dit eiken dag tot het genezen is. Zuivert altijd goed voor de behandeling. Laat het paard altijd droog staan. Vermengt het zink of karbol mot lauw water voor het gebruik.
103
OM OUDE ZWEEREN TE DOEN OPDROGEN.
Een kwart pond witlood, tweemaal per dag op de plek gelegd. De paarden kunnen blijven werken. Dit is eenvoudig en goed.
OM DE EETLUST WEDER OP TE WEKKEN.
Gebruikt vier ons lijn karweizaad en vier ons gekneusde rozijnen ; twee ons gember en twee ons palmolie; in hoe groote hoeveelheid gij het ook gebruiken wilt, neemt altijd van het eerste tweemaal zooveel als van het laatste. Ver-, mengt dit en geeft er olken dag een klein balletje van in tot de eetlust hersteld is; terwijl moet men ook dun voeder geven.
RECEPT VOOR GEZWELLEN.
Twee handen vol wolkruidbladeren, dezelfde hoeveelheid meiappelvvortel, een kan water; kookt dit met twee handen vol zout; gebruikt het zoo warm als uw hand het verdrageti kan. Goed en goedkoop.
ZUIVERINGSPOEDERS.
Twee uus fenegriekpoeder; een ons zwarte spiesglans; een ons sulpher; een ons salpeter; twee ons gentiaanpoeder; twee ons glauberzout; twee ons gember; twee ons hars en een ons assafoetida. Dit middel is goed voor hoest, V9r-
104
koudheid, onpasselijkheid, kwaad bloed, geelzucht, gebrek aan eetlust enz.
Dosis. — Eiken dag een eetlepel vol in geweekt voeder.
PLEISTERS.
Weinig ruiters of paardenliouders zijn bekend met de waarde van deze eenvoudige toebereidingen om ontstekingen weg te nemen en pijn te verminderen, wonden te zuiveren en te genezen. Zij zijn de beste broeimiddelen, duren lang en houden de poriën open. Bij elke ontsteking van den voet zijn zij zegenrijk evenals bij kramp. Een pleister, die de warmte en vochtigheid hot langst bewaart is de beste. Zij zullen gezwellen genezen, de zweerkracht uit de poriën wegnemen en onnatuurlijke substantiën verwijderen. Lijnzaadolie maakt de beste pleister; zij zal de genezing van elk open gezwel bespoedigen en elk oud gezwel zuiveren. Een pleister moet nooit gespannen opgelegd worden. Wortelen zijn zeer goed in een fijn mengsel na langzaam gekookt te hebben. Ook houtskool mag hierin worden gebruikt als de deelen nadeelig rieken.
HEILZAAM VOEDSEL VOOR PAARDEN EN VEE.
Neemt lijnkoek en stampt die fijn of maalt ze in de meelmaat; bij elke vijftig pond hiervan voegt men tien pond maïs, twee pond gezwavelde spiesglans, twee pond bezinksel van gember, een en drie vierde pond salpeter en twee pond sulpherpoeder. Vermengt alles zorgvuldig dooreen. Pakt dit in bussen of doozen en gij hebt een artikel dat gelijk is aan Thor-ley\'s voeder of elk ander preparaat, dat in alle gevallen gezond en heilzaam is. Dit artikel kan gevoerd worden in elke verlangde hoeveelheid, te beginnen met een paar eetlepels vol tegelijk
105
voor een paard, onder het gewone voeder gemengd, en naar dezelfde mate aan kleinere dieren, de dosis verminderende.
ZWERENDE BEK EN TONG.
Gelijke deelen mirretinctuur en water, waarmede tweemaal daags den bek wordt gewasschen.
ONPASSELIJKHEID.
Kleine oogen, catarrh, bronchitis en droes en meest alle storingen die gepaard gaan met sterke ontlasting door de neusgaten, worden als onpasselijkheid of ziekelijke gesteldheid aangemerkt. De behandeling daarvan is dezelfde en de gevallen moeten worden behandeld naar de verschijnselen. Ten eerste: Geeft de geneesmiddelen tegen de koorts (tien druppels aconiettinctuur, een ons zoete geest van salpeter of vlaszaadthee); hot dier moet warme slobber hebben en in een goed geventileerde stal staan, niet al te droog. Wascht de keel tweemaal daags met hertshoorn en zoete olie (twee deelen zoete olie tegen oen deel hertshoorn). Ais de keel gezwollen is en ettervorming vertoont, wrijft die dan met vlaszaad en wascht hem daarna uit met warm water en Castilczeep. Zoodra do koorts vermindert geeft gij de volgende poeders: Twee deelen fijn gentiaanwortel, twee deelen salpeter, een deel gemberwortel en een deel Pernviaanbast. Alles lijn gestampt en dooreengemengd. Driemaal per dag hiervan een theelepel vol. Als het paard niet binnen een paar dagen beter is zendt men om een veearts, daar de ziekte ernstiger worden kon. Men moet het paard vooral rustig houden en als het zomer is snijdt dan wat gras en geeft het hiervan drie a viermaal daags, een paar handen vol.
106
REUMATIEK.
Maakt een sterk afkooksel van brandewijn en zwarte bessen en geeft hiervan \'s ochtends en \'s avonds twee eetlepels vol in.
FISTEL OF ACHTERHOOFDSZIEKTE.
Als het gezwel zich hot eerst vertoont, neemt dan oen hopzak, doopt die in kokende azijn en bindt hem goed dicht. Legt deze op het gezwel. Herhaal dit om do vijftien minuten een uur lang tweemaal per dag, gedurende drie dagen. Daarna neemt men een ons corrossivc-subblimaat enquot;een ons kamfer in een kan terpentijn en legt deze zalf eiken dag versch op de plek. Als dit niet geneest en ei komt van de binnenzijde etter uit, opent dan het gezwel met een scherp mes en wascht het uit met een deel kaï-bolzuur en acht deelen glycerine. Beide deze middelen (karbol en glycerine) zijn zwaar vergif en moeten met groote zorg gebruikt worden.
ZONNESTEEK.
Als ecu paard zeer verhit is, zot het dan als het mogelijk is in de schaduw en doopt den kop en de pooten met koud water; bet den bek met een spons gedoopt in brandewijn met koud water en geeft het dier een paar maal tien druppels aconiettinctuur in. Als de pooten koud zijn, wrijft ze dan met brandewijn en Spaansche peper en wikkelt ze in rood flanel.
Paarden, die goed doorvoed zijn en niet genoeg beweging hebben, toonen veel aanleg tot verlamming. De achterste deelen zijn hiertoe het meest geneigd. Tracht het paard op zijn voedsel te houden, als het reeds gaat liggen, maakt men een broek van zakken en Iaat hot weder opstaan, daar het staan beter is. Doopt nu dekens in heet water en wringt ze droog uit en logt die zoo heet mogelijk op den rug. Na een paar uren neemt men de dekens af en wrijft het paard droog; daarna wascht men den rug flink met warme azijn en zout en dekt daarna weder met een deken. Om do twee a drie uren geeft men een halve kan kan ale of porter in en zendt intusschen om een veearts.
KRAMPEN EN KRAMPACHTIGE KOLIEK.
Het paard weigert zijn voedsel; slaat met den voorpoot; tracht met den achterpoot tegen don buik te slaan; ziet gedurig om zich hoen; is zeer prikkelbaar, slaat en gaat op den grond liggen; zweet zeer en heeft blijkbaar pijn. Geeft het dier een halve kan warme ale of porter met een theelepel gember, of een halve kan brandewijn en een theelepel vol pepermuntextract; als dit niet helpt, geeft dan een ons laudanum, twee ons zoete geest van salpeter iu een halve kan water en herhaalt dit elk half uur.
ONTSTEKING DER INGEWANDEN,
De verschijnselen zijn zoo wat gelijk aan die van krampachtige koliek, het eenige onderscheid is, dat daar geen teekenen van pijn worden gezien. Het paard rolt, slaat en is onrustig, heeft hevige koorts, heete adem en is zeer
108
geprikkeld. Ten eerste moet men de pijn stillen door tien druppels aconiettinctuur en twintig druppels belladonna-tinctuur te geven in twee eetlepels met water om het uur. Legt in heet water gedompelde en uitgewrongen dekens op den buik; na twee uren wrijft gij het beest droog; als dit niet helpt legt men een mosterdpleister, gemaakt van heet water met azijn en sterke mosterd, door elkaar geroerd tot het zoo dik als room is, op den buik. Dit is een gevaarlijk geval dus zendt terstond om uw veearts.
WINDERIGHEID.
Dit gelijkt op de beide voorgaande ziekten, uitgezonderd dat de buik gezwollen is door gassen, veroorzaakt door de gisting van het voedsel. Geeft een theelepel vol harde soda in een halve kan water; spuit het dier in met warm zeepsopwater; als de winden met het water uitkomen kunt gij uw paard voor buiten gevaar beschouwen. Als het niet helpt geeft dan een ons hyposulphaat van soda, een ons laudanum en een ons assafoedita-tinctnur in een halve kan water.
BEENSPATTEN.
Als zij geheel ontwikkeld zijn is er geen genezing voor. Als er koorts in de gewrichten is, wascht die dan met warm sodawater en legt dan windsels met koud water op de deelen totdat de knieboog even kool is als de andere deelen van de poot. Gebruikt dan een trekpleister van biniodide van kwikzilver evenals bij splinters gebruikt wordt Deze behandeling zal eene spoedige genezing aanbrengen.
109
BLOEDSPATTEN OF ONTSTEKING VAN HET OOGVLIES.
Is ongeneeslijk, maar kan verbeterd worden door broeiing en bet gebruik der biniodidc-trekpleister.
DRUK OP DE URINE OF MOEIELIJKE WATERLOOZING.
Het paard tracht bot water te loozen. maar slecbts een paar druppels komen tegelijk te voorscbijn. Onderzoekt de scbcede en zie of daar geen verstoppingen cn alle declen zuiver zijn. (De scbeede van een paard beboort met warm water en zeep minstens eenmaal per maand te worden uit-gewasscben.) Legt een warme deken op den rug bij de nieren; maakt een sterke tbee van watermeloenzaad en geeft daarvan om de twee uren een theekop vol in. Als dit de eerste dag niet helpt, geeft men twee ons zoete geest van salpeter in een halve kan water.
RAUWE PLEKKEN DOOR HALSIJZER OF ZADEL VEROORZAAKT.
Gebroken jimpson bladen met een gelijke hoeveelheid beet spek dooreen gemengd, geeft een goede heelende zalf.
BRAKEN OF AFGEBROKEN WINDBRlüHEID.
Misselijkheid of braking kan niet genezen worden. Zorg voor de voeding en bet water is bet beste hulpmiddel. Geeft bet voedsel en water in kleine hoeveelheden. Het
110
voedsel met kalkwater vochtig maken en eenmaal per dag een theelepelvol pijnboomteer op den tong geven.
DIAERHEE OF BUIKLOOP.
Brandt een half pond rijst zooals men koffie brandt. Maalt dit in een koffiemolen en kookt het in water; voegt er Mvee ons laudanum bij en geeft hier twee of driemaal per dag een theekop vol van in.
HOE MEN HEÏ TUIG ZUIVERT EN OLIET.
Neemt elk deel van het tuig afzonderlijk en wascht het in warm zeepsop uit. Als het zuiver is maakt men het zwart met de volgende verf: Een ons Braziliehoutextract, twaalf grein bichromaat van potasch, beide fijngestampt; werpt dit in twee kwart kokend regenwater en roert tot het goed vermengd is. Als het kond is, is het voor het gebruik geschikt. Men kan hot in flesschen doen en voor een volgende gelegenheid bewaren. Het moet met een schoenborstel of zoo iets worden ingewreven. Als de verf is ingetrokken moet men elk stuk met runderolie insmeeren. Voor de tweede maal gebruikt men een derde riciveolie en twee derden runderolie dooreengemengd. Na een paar uren wrijft men het tuig uit met een wollen lap, waardoor het begint te glanzen.
Deze behandeling maakt het tuig zacht en buigzaam; •en spaart het tevens.
LIKDOORNS.
Oorzaak. — Bij een vlakke voet, drukt de hiel der hoef
Ill
de gevoelige zool tegen het ijzer aan. Het gevolg is, dat het bloed naar buiten gedrongen wordt en op de hoornachtige zool loopt, dit veroorzaakt likdoorns, die meestal aan de voorpooten gevonden worden.
Verschijnselen. — Als de vlek donker is en met het mes kan verwijderd worden, duidt dit aan, dat daar een likdoorn was maar niet langer bestaat. Een kleine scharla-kenklcurige vlek toont het bestaan aau van een nieuwen likdoorn. Er zijn vier soorten van likdoorns, oude, nieuwe, sappige en ottering bevorderende. De oude en nieuwe komen uit het bloed en worden herkend door de scharlaken of donkerkleurige vlek. De oude zit gewoonlijk aan de oppervlakte, de nieuwe dieper naar binnen. De sappige herkent men alleen als de kneuzing groot genoog is om serum uit te storten. De nieuwe likdoorn veroorzaakt alleen lamheid. Zij veroorzaken inwendige pijn en acute lamheid.
VOORSCHRIFT OM DEN GROEI VAN BEENSPATTEN
RINGBEENEN EN HOEFGEZWELLEN TE STUITEN; ALSOOK OM SPLINTERS VAN PAARDEN AF TB NEMEN.
Neemt een kwart ons corrosiefsubliraaat; een half\' ons wijnsteen; een half ons Euphorbiagom: een kwart ons Spaansche vlieg; twee ons spijkerolie; oen kwart ons fijn bezinksel van kopergroen; een half ons alsemolie; twee ons terpentijnolie; een half ons crotonolie; driekwart ons kwikzilverzalf; een en half ons iodinetinctuur ; vier ons ruwe olie of alcohol; een ons Guineapeper; en een ons zwavelzuur; vermengt dit alles.
Behandeling-. — Scheer eerst het haar af; neemt dan warme zeepsop, een emmer driekwart vol, en doet er een kan oude Walschotolie in; laat daar de poot tien minuten in staan en legt er dan zooveel van het geneesmiddel op
112
als or in wil doordringen; wrijft het er met den vinger in; doet dit om de drie dagen tot de lamheid over is. Altijd eerst weeken voor het middel te gebruiken en laat het paard werken, dit is beter dan dat het stil staat. De spieren blijven daardoor lenig.
VOORSCHRIFT VOOR BLOEDSPAÏTEN, GEZWOLLEN RUGZENUWEN, GALLEN.
Neemt vier drachmen potassium; twee ons dolle korvel-olie; drie ons terpentijn; twee ons steenolie; een ons al-semolie; vermengt dit alles met acht ons alcohol en twee ons Spaansche vlieg.
Behandeling. — \'Wrijft de doelen goed om den anderen dag zoo lang gij het middel gebruikt; wascht daarna de doelen af. Twee tot vier malen gebruiks zal voldoende zijn Eerst met heet water weeken.
SCHOUDER, HEUP OF KNIESCHIJF LAMHEID.
Neemt een half ons onkruidolie; een half ons alsemolie; twee ons ammoniac; een ons mirretinctuur; een en drie kwart ons spijkerolie; een en drie kwart ons Spaansche vlieg; drie ons alcohol; vermengt dit alles dooreen.
Behandeling. — Weekt eerst de deelen drie tot vijf minuten in heet water; wrijft het middel er dan goed in en bedekt daarna de schouders of heupen met zooveel dekens als gij kunt en laat die er acht uren op. Doet dit eens om de drie dagen, tot gij hot viermaal hebt gedaan; daarna eens om de zes dagen, tot gij drie of viermaal go-daan hebt. Altijd eerst de schouders en heupen met heet water weeken.
113
VOORSCHRIFT OM SMEERHIELEN OF DIKKE POOTEN TE GENEZEN.
Noemt twee ons Spaanschc vlieg, twee ons ammoniac-water, twee ons terpentijnolio, een ons laudanum, en drie ons alcohol. Mengt dit alles dooreen.
Behandeling. — Weekt de hiel of poot eerst met lauw zecpsopwater gedurende vijf of zes minuten, en wrijft het geneesmiddel dan goed in. Doet dit eens in de zes dagen tot gij het vijfmaal hebt gedaan. Als het geen ernstig geval is, kan tweemaal voldoende zijn. In geval van boosaardige schrammen geeft men het paard ook hot bloedzuive-ringsmiddel.
VOORSCHRIFT OM UITGEBROKEN ACHTERHOOFDSKWALEN OF 1USTULA TE GENEZEN.
Neemt een ons lobeliatinctuur; een ons Spaansehevlieg: een kwart ons crotonolie; een kwart ons corrosiofsublimaat; een kwart ons euphorbiura; con half ons kwikzalf; een achtste ons wijnsteen; terpentijn en spijkerolie; van elk een en drie kwart ons; een ons zwavelzuur; een en een half ons alcohol.
Behandeling. — Pijlt mot een sonde en gaat na welken weg zij loopon; dan doet gij een kleine spons aan do sonde en doet er zooveel van hot middel in als het kan eens por dag gedurende tien dagen. Dit zal alle vertakkingen wegnemen. Neemt dan een ons potasnitraat doet dit in een kan lauw water en gebruikt dit mot een spuit. Dit zal in-en uitwendig genezen. Houdt do doelen met lauw zeepsop-water zuiver on geeft hot bloedzuivoringsmiddel in.
114
VOORSCHRIFT VOOR NIET UITGEBROKEN ACHTERHOOFDSKWALEN OF FISTULA.
Neemt drie ons iodinetinctuur; drie ons terpentijn; twee ons ammoniacwater; twee ons Spaansche vlieg; twee ons spijkerolie; zes ons keroseneolie. Mengt dit alles dooreen. Wrijft de deelen gedurende tien dagen eens per dag goed in en geeft het paard het bloedzuiveringsmiddel No. 7 in beide gevallen.
LIKDOORNS.
Oorzaalc. — Kramp in den voet en kneuzing der zool.
Verschijnselen. — Pijn en lamheid, kenbaar in een of beider voorpooten. Door een paar schilfers van den zool weg te nemen aan den binnenkant van den voet, zal een donkere vlek zichtbaar worden. Dit wordt de likdoorn vlek genoemd.
Behandeling. — Neemt twee drachmen corrosief sublimaat; twee drachmen kwikzalf; een drachme kopergroen; drie drachmen crotonolie. Vermengt dit en smeert dit heet op den voet als het paard wordt beslagen/
OM SCHURFT TE GENEZEN.
Verschijnselen. — Het haar valt uit en van de huid vallen korsten af.
Neemt twee ons Spaansche vlieg; twee ons spijkerolie; èen en driekwart ons ammoniakwater; een en een half ons terpentijn; een half ons chloroform; een ons amberolie en vier ons alcohol. Mengt alles dooreen en wrijft er de huid mede in.
115
GENEESKRACHTIGE PILLEN VOOE PAARDEN.
Neemt drie tot vijf of zes drachmen Barbados aloë (naar de afmeting van het paard); een drachme wijnsteenzuur zout; gember en Castile zeep, van elk twee drachmen; twintig druppels anijs- of pcpermuntolie. Stampt dit fijn dooreen en maakt er een pil van met een dikke gomachtige oplossing.
BORSTKREUPEL.
Verschijnselen. — Niet ongelijk aan koorts. Het paard is stijf, maar heeft geen koorts in den poot. Zeer pijnlijk in de borst; geneigdheid om met de voorpoot en zeer wijd van elkander af te staan.
Geneeswijze.
Aderlaten juist boven elke hoef, en de pooten met haver-stroo omwinden en gedurende een half uur met warm water weeken; dan met warme doeken droog wrijven en op de voeten een eetlepel terpentijn gieten. Geeft inwendig een eetlepel vol fijne aluin. Neemt gelijke hoeveelheden gekookte knollen en kaf en voegt daarbij vier ons bezinksel van vlaszaad om als zalf voor den voet te gebruiken.
SLOBBERVOER.
Ik heb in dit werk dikwijls gewezen op het gebruik van slobbervoer voor zieke paarden. Het is onschatbaar, let dus op hoe dit zamengesteld wordt. Het volgende is de regel: De zemelen (kaf) moeten zuiver en glanzend zijn; in den reuk moeten zij zoet zijn; zeer fijne zemelen zijn niet geschikt voor zieke paarden. Do gewone praktijk is om een zekere hoeveelheid zemelen in een emmer te doen, dan daarop heet water te gieten, om te roeren en dit terstond aan het paard te geven. Om een geschikt mergeel
116
te maken doet men aldus; Werpt eerst de zemelen in een zuiver heldere emmer en voegt er een eetlepel vol zout bij; doet er dan do noodige lioeveclheid kokend water op; daarna werpt op do massa een dunne laag havermeel en, daarover weder een laag droge zemelen; dan bedekt men de emmer mot een heldere zak of een dikke wollen doek en zet dit oen half uur op een koolo plaats, dan neemt men do bedekking wog en roert de inhoud zachtjes om; dan is het klaar voor den patient, üeze wijze van bereiding zal de zemelen zorgvuldig woeken en tegelijk de aroma doen behouden.
OM GEZWOLLEN OF STIJVE POOTEN TE BROEIEN.
Neemt een pond onkruid; doet dit in een aehtkans ketel met vier kan lauw water; hangt de ketel over een zacht vuur en laat het verkoken tot twee kan; doet daarna de oplossing in een andere ijzeren of tinnen schotel; neemt een pond aluin, doet dit in een vijzel en stampt hot fijn; doet de aluin bij het vocht en hangt dit weder over het vuur en roert het om tot alles gesmolten is. Omwindt nu de poot met hooi en werpt daar een kan van de oplossing bloedheet boven in. Herhaalt dit elk uur gedurende acht en veertig uren. Dit is de beste manier van broeiing. Het zal alle ontstekingen en gezwellen binnen twee dagen wegnemen. Als er na het broeien een wond mocht ontsxaan zijn, gebruikt dan witte zalf tot het genezen is. Ingeval van schrammen of kneuzingen gebruikt men do algemeene zalf.
Oordeel der Engelsche Pers.
The Standard, 10 Jnni 1893.
Gedurende de drie weken welke Professor Norton B. Smith in de arena in het Crystal Palace gewerkt heeft, heeft zijn systeem om wilde en kwaadaardige paarden te temmen niet alleen populariteit verkregen, maar ook gediend om de waarde en de resultaten daarvan aan te toonen. Paarden van elke soort zijn door hem mot ongekend succes behandeld; maar het grootste was hetgeen hij Donderdag en gisteren verrichtte. Vier paarden werden Donderdag door hem getemd; twee daarvan waren schoone zwarte volbloed dieren doch zij sloegen en beten, een was een ellendig klein dier maar zeer kwaadaardig en werd voorgesteld als een Arabische hengst en het vierde een grijze ruin, wiens eigenaar, een dokter, het beest beschouwde als zeer gevaarlijk om mede te rijden omdat het niterst zenuwachtig was. Alle ondergingen de eerste les met veel succes doch de hengst niet dan door groeten strijd om het meesterschap. Gisteren werden alle bij de tweede les volkomen onderworpen.
118
Het eerste, welk aan de behandeling van den beroemden Professor Smith onderworpen werd, was het grijze wagen-paard, hetwelk, alhoewel hot de ondervinding der voorafgaande dag nog niet vergeten was, toch onwederlegbaar groote teekenen van vrees gaf, toen hom de groote Trommel en andere goruischmakondo instrumenten werden aangehangen. Na korte behandeling verliet het echter rustig en volgzaam de manege.
Daarop volgde de kleine Mustang welke door de eigenaar als waardeloos werd betiteld wegens slechte behandeling. Volkomen moest men met deze benaming instemmen daar uit al zijn doen en laten volkomen de ongeschiktheid van : het paard bleek. »
Onmiddellijk na te zijn binnengebracht maakte het van I zijn voor en achterpooten hetzelfdejgcbruik. Den eersten dag v moest hot togen don grond geworpen worden, alvorens iets ■ met hem was aan te vangen. Na een tweede los gelukte \' het reeds een zadel op to loggen, teneinde hem te berijden. *
Hierop werd binnengebracht een zwart, merkbaar eigenzinnig, vurig paard.
De Professor doelde mede dat zijn fouten waren: slaan, bijten, stooten enz., in een woord een algemeen gevreesd, zenuwachtig en schichtig paard. Na enkele proefnemingen volgde het dier zoo getrouw als een hond zijn Operateur, terwijl het op commando stilstond. Hierna werd het dier mot een riem door een ring gebonden en hom het slaan afgeleerd, door het been op te trokken, waardoor het zich in gevaar waande. Vervolgens bracht men hot dier voor een toestel met bellen, trommen enz. en onbeweeglijk bleef het staan. Tot op dit oogenblik was het, zooals men zeide, niemand gelukt op den rug van \'t paard te komen. Nu echter liet het zich zonder wederstreven berijden door den Professor die zelfs eenige pistoolschoten loste, staande op den rug van hot zoo onhandelbare dier.
In de vorige en volgende voorstellingen werden paarden opgevoerd, die met de meest mogelijke gebreken behept waren; alle werden echter door de methode van den professor binnen enkele lessen gedwee en tam gemaakt. Het gevolgde
119
systeem is een mengsel van vriendelijkheid en kracht, zonder wreede behandeling-.
The Mohnixg Post, 7 Juni 1892.
... De wetenschappelijke en opvoedkundige voorstelling door Prof. Norton B. Smith gegeven of hoe men wilde paarden moet behandelen en temmen. l)e Professor beroemt er zich op in staat te zijn het wildste en kwaadaardigste paard dat hem gebracht wordt, vrij en voor iedereen zichtbaar te temmen en naar de gisteren gehouden voorstelling te oordeelen is de daad werkelijk volgens zijne belofte.
The Daily Telegraph, 7 Juni 1892.
Eene nieuwigheid was het opvoeden en temmen van paarden door Norton B. Smith, de jonge Canadees, die hier verschenen is met zijn „fldus Achatesquot;, Nat. Behrens, om ons iets te leeren betreifende het paardentemmen. Twee bekende slaande dieren, een aan een bakker te Norwood en het ander aan Messr. Taylor behoorende, werden met zulk succes behandeld dat zij geheel stil stonden met een aantal tinnen pannen en slaande bellen om de zijden gehangen en een schichtige grijze merrie werd een trom op den kop geplaatst, een stroom stoom tegen den kop ingelaten en vuurwapenen tusschen hare pooten afgeschoten.
The Dailï Chronicle, 7 Juni 1893.
In de arena heeft Prof. Norton B. Smith eene wetenschappelijke voorstelling gegeven in de behandeling en het
116
te maken doet men aldus: Werpt eerst do zemelen in een zuiver heldere emmer en voegt er een eetlepel vol zout bij; doet er dan de noodige hoevcollieid kokend water op; daarna werpt op do massa een dunne laag havermeel en, daarover weder een laag droge zemelen; dan bedekt men de emmer met een heldere zak of een dikke wollen doek en zet dit een half\' uur op een koele plaats, dan neemt men de bedekking weg en roert de inhoud zachtjes om: dan is het klaar voor den patient. Deze wijze van bereiding zal de zemelen zorgvuldig weeken en tegelijk de aroma doen behouden.
OM GEZWOLLEN OF STIJVE POOTEN TE BROEIEN.
Neemt een pond onkruid; doet dit in een achtkans ketel met vier kan lauw water; hangt de ketel over een zacht vuur en laat het verkoken tot twee kan; doet daarna de oplossing in een andere ijzeren of tinnen schotel; neemt een pond aluin, doet dit in een vijzel en stampt het fijn; doet de aluin bij het vocht en hangt dit weder over het vuur en roert het om tot alles gesmolten is. Omwindt nu de poot met hooi en werpt daar een kan van de oplossing bloedheet boven in. Herhaalt dit elk uur gedurende acht en veertig uren. Dit is de beste manier van broeiing. Het zal alle ontstekingen en gezwellen binnen twee dagen wegnemen. Als er na het broeien een wond mocht ontstaan zijn, gebi\'uikt dan witte zalf tot het genezen is. Ingeval van schrammen of kneuzingen gebruikt men de algerneeno zalf.
Oordeel der Engelsche Pers.
The Standaed, 16 Jnni 2893.
Gedurcndo do drio weken welke Professor Norton B. Smith in do arena in het Crystal Palace gewerkt heeft, heeft zijn systeem om wilde en kwaadaardige paarden te temmen niet alleen populariteit verkregen, maar ook gediend om de waarde en de resultaten daarvan aan te toonen. Paarden van elke soort zijn door hem met ongekend succes behandeld; maar het grootste was hetgeen hij Donderdag en gisteren verrichtte. Vier paarden werden Donderdag door hem getemd; twee daarvan waren schoone zwarte volbloed dieren doch zij sloegen en beten, een was een ellendig klein dier maar zeer kwaadaardig en werd voorgesteld als een Arabische hengst en het vierde een grijze ruin, wiens eigenaar, een doktor, het beest beschouwde als zeer gevaarlijk om mede te rijden omdat het niterst zenuwachtig was. Alle ondergingen de eerste les met veel succes doch de hengst niet dan door grooten strijd om het meesterschap. Gisteren werden alle bij de tweede les volkomen onderworpen.
118
Het eerste, welk aan de behandeling van den beroemden Professor Smith onderworpen werd, was het grijze wagen-paard, hetwelk, alhoewel het de ondervinding der voorafgaande dag nog niet vergeten was, toch onwederlegbaar groote teekenen van vrees gaf, toen hom de groote Trommel en andere geruischmakende instrumenten werden aangehangen. Na korte behandeling verliet het echter rustig en volgzaam de manege.
Daarop volgde de kleine Mustang welke door de eigenaar als waardeloos werd betiteld wegens slechte behandeling. Volkomen moest men met deze benaming instemmen daar uit al zijn doen en laten volkomen de ongeschiktheid van het paard bleek.
Onmiddellijk na te zijn binnengebracht maakte het van zijn voor en achterpooten hetzelfdelgebruik. Den eersten dag moest het tegen den grond geworpen worden, alvorens iets met hem was aan te vangen. Na een tweede les gelukte het reeds een zadel op te leggen, teneinde hem te berijden.
Hierop werd binnengebracht een zwart, merkbaar eigenzinnig, vurig paard.
De Professor deelde mede dat zijn fouten waren: slaan, bijten, stooten enz., in een woord een algemeen gevreesd, zenuwachtig en schichtig paard. Na enkele proefnemingen volgde het dier zoo getrouw als een hond zijn Operateur, terwijl het op commando stilstond. Hierna werd het dier met een riem door een ring gebonden en hem het slaan afgeleerd, door het been op te trekken, waardoor het zich in gevaar waande. Vervolgens bracht men het dier voor een toestel met bellen, trommen enz. en onbeweeglijk bleef het staan. Tot op dit oogenblik was het, zooals men zeide, niemand gelukt op den rug van \'t paard te komen. Nu echter liet het zich zonder wederstreven berijden door den Professor die zelfs eenige pistoolschoten loste, staande op den rug van het zoo onhandelbare dier.
In de vorige en volgende voorstellingen werden paarden opgevoerd, die met de meest mogelijke gebreken behept waren; alle werden echter door de methode van den professor binnen enkele lessen gedwee en tam gemaakt. Het gevolgde
119
systeem is een mengsel van vriendelijkheid en kracht, zonder wreede behandeling.
The Mobning Post, 7 Juni 1893.
... De wetenschappelijke en opvoedkundige voorstelling door Prof. Norton B. Smith gegeven of hoe men wilde paarden moet behandelen en temmen. De Professor beroemt er zich op in staat te zijn het wildste en kwaadaardigste paard dat hem gebracht wordt, vrij en voor iedereen zichtbaar te temmen en naar de gisteren gehouden voorstelling te oordeelen is de daad werkelijk volgens zijne belofte.
ïhk Daily Telegraph, 7 Juni 1893.
Eene nieuwigheid was het opvoeden en temmen van paarden door Norton B. Smith, de jonge Canadees, die hier verschenen is met zijn „fidus Achatesquot;, Nat. Behrens, om ons iets te leeren betreifende het paardentemmen. Twee bekende slaande dieren, een aan een bakker te Norwood en het ander aan Messr. Taylor behoorende, werden met zulk succes behandeld dat zij geheel stil stonden met een aantal tinnen pannen en slaande bellen om de zijden gehangen en een schichtige grijze merrie werd een trom op den kop geplaatst, een stroom stoom tegen den kop ingelaten en vuurwapenen tusschen hare pooten afgeschoten.
The Daily Chronicle, 7 Juni 1892.
In de arena heeft Prof. Norton B. Smith eene wetenschappelijke voorstelling gegeven in de behandeling en het
120
temmen van wilde en kwaadaardige paarden. De professor behandelt zenuwachtige, schichtige, slaande, op hol slaande, vechtende en grillige paarden en de gisteren door hem behandelde mogen tot een welgeslaagde proef gesteld worden.
Daar de door hem behandelde dieren niet aan hem maar aan ingezetenen van Londen toebehooren, kan er geen twijfel bestaan over de echtheid zijner methode.
The Morning Advertiser, 7 Juni 1893.
Een der belangwekkendste nieuwigheden in het Palace is nu de voorstelling door Professor Smith van wat hij juist noemt zijne wonderlijke, wetenschappelijke en opvoedkundige behandeling en temming van wilde en kwaadaardige paarden. De professor is ontegenzeggelijk een meester in zijn vak en hij toont aan hoe flinkheid en vriendelijkheid het weerspannigste dier kan onderwerpen. De behandeling van een schichtig paard, dat laatstleden Zaterdag op de London bridge een kar omverwierp, had een wonderlijk succes en de professor verhaalde den verwonderde toeschouwers dat het dier bij de derde of vierde les geheel zou genezen zijn. Het is een kolossale vertooning en wel waard bezien te worden.
Sporting Life, 34 Juni 1894.
Ondanks het ongunstige weder van gisteren, trok een dichte menigte naar het Crystal Palace om getuige te zijn van Prof. Norton B. Smith\'s werkzaamheden in hot temmen van oen paar menschenschuwe en bijtende paarden. De voorstelling was niet alleen in elk opzicht een buitengewoon succes, maar hoogst belangwekkend en de „professorquot; werd dan ook luide door het publiek toegejuicht; volen daarvan waren veeartsen en paBrdenkenners.
121
Mr. Smith heeft hot plan om binnen eenige dagen een wilde broncho te temmen. Dit dier behoort aan Charles Webater, van Chigwell, Essex.
Bij do voorstellingen waren tegenwoordig Messrs. Carter, Patorson amp; Co., veeartsen, do jonge Mr. Paterson en de Eev. D. B. Montiforo van Spaxton, Bridgwater, die bekend staat als eon menschlievend man zoowol als een liefhebber van paanion. Hij zoido tot Mr. Nat. Bohrons, dat goen enkel paard oene uitzondering zou maken bij Prof. Smith\'s methode.
The Sportsman, 18 Juni 1893
Paardontemmen is een kunst, die vele jaren in bijna elk deel der beschaafde wereld wordt bonefend. Het is bekend, dat geen paardentemmer in dit land zooveel belangstelling wekte als Professor Rarey, de Amerikaan, wiens voorstellingen veel publiek trokken. Raroy\'s succes dood andere navolgers opstaan en hoewel zij niet zooveel belang wekten waren sommigen toch in enkele punten bekwaam in het vak te noemen. Op dit oogenblik hebben wij twee temmers in ons midden, Prof. Norton B. Smith, die nu zijne voorstellingen in liet Crystal Palace geeft en Prof. Loon (niet de Mexicaan van dien naam) dio onlangs in hot Royal Aquarium is verschenen. Beantwoordende aan de uitnoodi-ging om do Donderdagavondvoorstelling in het Palace bij te wonen, trok een verslaggever van do Sportsman daarheen en oven na vijf uur trad Prof. Smith do arena binnen waar zich roods een talrijke menigte bevond. Zijne sujetten waren drie in getal, t svee volbloed Belgische paarden, die wel voor lijkwagens gebruikt worden en een iets valsch uitziende hengst van Zuid-Amerika, Het eerste paard werd beschreven als oen bekend slaand beest en van zeer zenuwachtige natuur. Na door twee helpers in het midden te zijn gebracht werden stroppen met lijnen om de voorste pooten gedaan on do africhtingsteugels van den professor in de
123
plaats van de gewone. Het paard werd daarop rondgedreven en bij do eerste poging tot slaan bracht een ruk aan de lijnen het op de knieën. Daarna kwamen drie mannen met trommen, muziek, bellen enz. en maakten een helsch leven voor het paard. Toen werd hot dier voor een licht wagentje opgetuigd, dat de professor besteeg en waarmede hij eenige malen rondreed. Het paard was geheel kalm en gedwee. Daarna volgden de beide andore paarden, die met hetzelfde succes gedresseerd werden.
Messrs. Nodes van Church Street, Edgward Eoad, dc eigenaars der Belgische paarden, hebben gepubliceerd dat Prof. Smith de dieren niet gezien had voor zijne voorstelling begon. Dagelijks worden dergelijke voorstellingen gegeven en Prof. Smith zal blij zijn als hij eenige dieren met een kwaadaardige natuur ontvangt om die gratis te behandelen.
The Wobld, S9 Juni 1892.
Zooals vele anderen, was ik nieuwsgierig om te weten of den naam die Prof. Norton Smith zich gaf dat hij de kwaadaardigste paarden kon temmen, verdiend was. Zien is gelooven en na getuige geweest te zijn van de voorstelling in de arena van het Crista] Palace, ben ik gedwongen te zeggen dat zijn systeem inderdaad uitnemend is cn volstrekt geen wreedheid bevat. Dc wijze waarop hij paarden het slaan afleert is tegelijk eenvoudig en vol uitwerking, en ik geloof dat als oen paard aan zijn eigenaar is teruggegeven na dc behandeling door Prof. Smith, dat het dier dan bepaald bang is weder tot zijne kwade gewoonten torug te keeren. Prof. Smith zegt dat bij eene goede behandeling het dier daarin niet meer zal vervallen. In een woord, hij oefent een wonderlijke macht uit over het paard en dc vertooning, die eiken middag te vijf uur plaats heeft, is zeer bezienswaardig.
123
The Vegetarian, 9 Juli 1893.
Van alle voorstellingen, die in hot Crista! Palace worden gegeven, is er niet een belangrijker dan die welke Norton Smith dagelijks geeft op het gebied van paarden-dressuur. Wie houdt niet van dit dier en wie weet niet uit ondervinding hoe wijs en trouw hot is voor hen die het vriendelijk en goed behandelen?
Er zijn geschiedenissen in overvloed om te bewijzen dat paarden dikwijls vernuftiger zijn dan de\' voerlieden die er achter zitten en hoe meer deze dieren tot vriend en kameraad van den niensch gemaakt worden, hoe meer zij aanleg zullen toonen om nuttig te zijn.
Mr. Smith behandelt een paard inderdaad; hij weet wat hij doet en meent wat hij zegt en laat dit het paard ook weten, niet door geweld — want hij gebruikt de zweep den geheelen namiddag niet zooveel als een koetsier in vijf minuten, ofschoon hij met onhandelbare dieren werkt — maar door het paard te behandelen als een redelijk schepsel en overtuigd dat het spoedig zal leeren wat verlangd wordt als het dit slechts duidelijk gemaakt wordt.
Alle eigenaars van kwaadaardige paarden mogen die aan Mr. Nat. Behrens zenden om gratis gedresseerd te worden, en alle paarden die kwaadaardige bezitters hebben, kunnen zich om bescherming en raad wenden tot The Ve-getarian.
Prof. SMITH\'S bock over het Paardcntcnimeu ............................
Patent Ritten in drie afmetingen en drie soorten /
Kinkettingen........
Zweepen..........
Prof. SMITH\'S „Zekere Genezingquot;, prijs: Prof. SMITH\'S Poeder „Ons eigendom . prijs
Al het bovenstaande wordt verkocht op de plaats onset Voorstellingen of lam besteld wo\'den door te schrijven aan
NAT. BEUKENS, Directeur,
ADRES: GEORGE W. WAN B1EHE, Binnenrotte 156, Rotterdam.
BBHRENS amp; SMITH, Eigenaars.
. / 0.50 . 1-20
Mijne eerste verschijning in Europa na mes jaren onafgebroken Succes in AMERIKA en CAN AD A. was in hel
cmm mamp;cs
te Londen, op Maandag 30 Mei 1892,
alwaar ik voor een on bepaalden tijd verbleef en de hoogste lof verwierf van
de Pers en de Publieke Meening
der Stad Londen,
ten opwekte mijner humane handelwijze in de behandelrng van
ffildq cn ^WHdddnrdige
PAARDEN.
Aan het Publiek!
Zij, die mijn Boek, Teugels of Gebit
per post willen bestellen, of eenige inlichting verlangen, gelieven s. v. p. alle brieven enz. te wenden aan
Bestuurder voor
Prof. NORTON B. SMITH.
ADRES;
^IV. van. aBicne-,
Binnenrotte 156, fL O T T £3 n ü IVt.
A, b