B. oct.
2887quot;
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT
2958 313 9
ONTWERP-WET
van het
Utrecht, J. DE KEUTPF. 1892.
UTRECHTSCH
STUDENTEN-CORPS.
ONTWERP-WET
VAN HET
ÜTRECHTSCH STUDENTEN-CORPS.
TITEL I.
Van het Utrechtsch Studenten-Corps,
Art. 1. Er bestaat eene vereeniging onder den naam van „Utrechtsch Studentencorps.quot;
Art. 2. Deze vereeniging stelt zich ten doel:
1°. De behartiging van de gemeenschappelijke belangen harer leden als Studeerenden.
•2». De bevordering der onderlinge kennismaking, omgang en ontwikkeling harer leden.
Art. 3. Ter bereiking van het eerste doel treedt zij, waar zij dit noodig oordeelt , als lichaam op en erkent zij in haar midden vijf Faculteiten: de Theologische , de Juridische, de Literarische , de Medische en de Philosophische Faculteit, aan welke zij op wetenschappelijk gebied een betrekkelijk zelfstandig bestaan toekent.
Ter bereiking van het laatste doel stelt zij zich in
6
begunstigende betrekking tot bijzondere vereenigingen barer leden.
Art. 4. De Dies Annalis van het Corps is 22 Mei.
Deze wordt op feestelijke wijze gevierd , tenzij bet Corps anders beslisse. De aa rd van dit feest wordt op eene Corps-vergadering vastgesteld.
TITEL II.
Van de Leden.
Art. 5. Leden van bet Utrecbtscb Studenten-Corps zijn zij, die volgens art. 63 van de wet op bet Hooger Onderwijs, ten minste éénmaal bij den Rector Magnificus van een der door den Staat erkende Nederlandscbc Universiteiten zijn ingescbreven en op wettige wijze in bet Corps zijn opgenomen.
Art. 6. Men wordt in het Corps opgenomen door installatie.
Art. 7. Ieder die lid is geweest van eene met het Utrecbtscb Studenten-Corps bevriende Studenten-Yereeniging, is verplicht, met inachtneming van art. 15 sub cl, een bewijs aan den Senatus Vete-ranorum over te leggen , dat hij van de vereeniging, waarvan bij lid is geweest, niet is geroyeerd noch geld aan haar verschuldigd is.
Ieder, die als lid wenscht geïnstalleerd te worden, moet voor den Senaat de volgende belofte afleggen : „Ik beloof op mijn woord van eer, dat ik, zoolang ik lid ben van het Utrecbtscb Stu-
7
den ten-Corps, de wetten van liet Corps zal gehoorzamen en helpen handhaven , en dat ik naar mijn beste weten de belangen van het Utrechtsch Studenten-Corps zal behartigen.quot;
Art. 8. Ieder, die als lid van het Studenten-corps geïnstalleerd wordt, ontvangt als zoodanig een diploma.
TITEL III.
Tan het novitiaat.
Art. 9. Zij, die lid wenschen te worden van het Utrechtsch Studenten-corps, moeten hun verlangen daartoe te kennen geven aan den Rector van het Corps , met overlegging van een diploma van het gymnasium of van een bewijs van voldoend afgelegd ad-missie-examen , of van een der getuigschriften, bedoeld bij art. 4 der wet van 25 December 1878 (Stbl. n0. 222).
Art. 10. Behoudens de uitzonderingen in art. 15 te vermelden, moeten zij, die in het Utrechtsch Studenten-corps wenschen opgenomen te worden, een tijd van novitiaat of voorbereiding doorloopen , ten einde vooraf kennis te maken met de leden van het Corps.
Art. 11. Het novitiaat begint zoo mogelijk op den derden Woensdag van September. Het staat den Rector vrij ook op andere tijden novitii aan te nemen.
Art. 12. Ieder novitius ontvangt bij zijne inschrijving een exemplaar der Corps-wet.
8
Art. 13. Het is deu novitius verboden in het publiek een ander hoofddeksel te dragen, dan een zwart zijden pet, tenzij hij nitdrukkelyk door den Senaat van deze bepaling wordt vrijgesteld.
Art. 14. In buitengewone gevallen kan de Senaat den novitius op diens verzoek geheel of gedeeltelijk van zijne verplichtingen vrijstellen.
Art. 15. Van de verplichtingen van dit novitiaat zijn vrijgesteld;
a. Zij , die den leeftijd van 23 jaar hebben bereikt;
h. Zij , die aan een der door den Staat erkende Nederlandsche Universiteiten den graad van Candidaat hebben verkregen ;
c. Officieren in \'s lands dienst;
d. Zij , die lid zijn geweest van een bevriend Studenten-corps en aan hunne verplichtingen ten opzichte van dat Corps hebben voldaan ;
e. Zij , die aan eene buitenlandsche Hoogeschool eenen graad verkregen hebben.
Art. 16. Het novitiaat duurt minstens 14 dagen.
Art. 17. De novitius moet vóór zijne installatie kennis gemaakt hebben met de leden van den Senatus Veteranorum en bovendien met minstens 1li dergenen, die laager dan 6 maanden leden van het Corps zijn.
Art. 18. Yoor zijne installatie moet de novitius de handteekeningen der in art, 17 bedoelden en het bewijs van de inschrijving bedoeld in art. 5 aan den Senaat vertoonen.
Bij zijne installatie worden door den novitius de entree gelden bedoeld in art. 33 gestort.
Art 19. Een novitius mag zich in geen geval
9
onbetamelijk jegens een lid van liet Corps gedragen.
Art. 20. Hij mag de stad niet verlaten , zonder toestemming van den Senaat.
Art. 21. Hij is verplicht te voldoen aan de uit-noodiging om voor den Senaat te verschijnen behoudens wettige verhindering , ter beoordeeling van den Senaat. Deze zal de novitii echter in geen geval langer dan tot \'s nachts 1 uur bij zich mogen houden.
Art. 22. De novitii zullen zich , zonder uitdrukkelijke toestemming van den Senaat, van het bijwonen van openbare vermakelijkheden enz. onthouden.
Art. 23. De novitii zijn verplicht zich te onderwerpen aan de straf, die de Senaat hun voor eventueele overtreding dezer bepalingen zal meenen te moeten opleggen , en welke bestaat in het vermeerderen van het aantal door den novitius voor zijne installatie te vertoonen handteekeningen.
Art. 24. Op Zondagen en Godsdienstige feestdagen is de novitius vrijgesteld van alle verplichtingen ten opzichte van het novitiaat.
Art. 25. De novitius heeft het recht om het lid van Corps , dat naar zijne meening hem beleedigd of in zijne persoonlijke vrijheid aangerand heeft, bij den Senaat aan te klagen.
Art. 26. Met schorsing van ten hoogste 3 weken zal het Corpslid gestraft worden, dat den novitius in zijne persoonlijke vrijheid aanrandt, hem beleedigt of tegen diens wil na 10 uur \'s avonds houdt.
Art. 27. De Corpsleden zullen aan de novitii alle door hen aangerichte materieele schade moeten ver-
10
goeden. Bij gebreke hiervan worden de verschuldigde gelden uit de Corpskas voldaan en als aan het Corps verschuldigde gelden ingevorderd.
Art. 28. Een Corpslid mag zich niet in \'t bezit bevinden van het naamboekje van een novitius, tenzij deze in zijn gezelschap is.
TITEL IV.
Van de vechten en verplichtingen der leden.
Art. 29. Recht van stemming, a. by verkiezingen van leden van den Senaat en van Praesides en Secretarissen der Faculteiten ; h. bij de behandeling van verandering van bestaande of vaststelling van nieuwe wetsbepalingen ;
c. bij rechtspraak ;
hebben alleen zij, die gedurende een vol jaar lid geweest zijn van het Utrechtsch Studenten-corps.
Art. 30. Ieder lid heeft het recht om het medelid , dat naar zijne meening een novitius beleedigd of in zijne persoonlijke vrijheid aangerand heeft, bij den Senaat aan te klagen.
Art. 31. Ieder lid is verplicht aan den Senaat de door dezen ter uitvoering der wet gevraagde hulp en bijstand te verleenen.
Art. 32. Ieder lid is verplicht op schriftelijke nit-noodiging van den Senaat voor dezen te verschijnen op eeno boete van f 2.50. Yerschijnt de aldus
11
uitgenoodigde niet, dan wordt hij ten tweeden male op dezelfde wijze uitgenoodigd. Voldoet hij ook dan niet aan de uitnoodiging, dan vervalt hij in eene boete van f 10. Indien hy ten derde male aldus uitgenoodigd niet verschijnt, wordt liij geschrapt van de lijst der leden van het Corps.
Art. 33. Ieder lid, van wien de Senaat tot handhaving der wet getuigenis der waarheid vordert, is verplicht, nadat hy door den Rector herinnerd is aan het gewicht der belofte door hem afgelegd bij zijne opneming als lid van het Corps, die getuigenis ten volle te geven en daarin de volle waarheid en nieU dan de waarheid te spreken.
Overtreding van dit artikel is strafbaar met vervallen verklaring van het lidmaatschap.
Art. 34. De entreegelden mogen de som van f 2.50 niet te boven gaan, tenzij daartoe op eene Corpsvergadering met eene meerderheid van minstens 2/3 der uitgebrachte geldige stemmen besloten worde.
Art. 35. Ieder lid moet zijn aandeel dragen in de algemeene uitgaven van het Corps (vgl. art. 131.)
Art. 36. Ieder lid geeft bovendien jaarlijks eene bijdrage van f 1.— ten behoeve der feestviering bij de lustra der Hoogeschool.
Art. 37. Tot het betalen der contributie in art. 35 en 36 vermeld, is ieder verplicht, die niet voor 1 October heeft opgehouden lid te zijn van het Stu-denten-corps.
Art. 38. Ieder, die lid is van het Studentencorps op den dag, waarop de Corps-vergadering tot
12
het heften eener buitengewone contributie besluit is verplicht die te betalen.
Art. 39. De leden zijn verplicht hunne contributiën en boeten telkeujare uiterlijk vóór 1 Mei aan den Fiscus te voldoen.
Hij, die deze, na schriftelijk door den Fiscus te zijn aangemaand, niet vóór 1 Juni met eene verhooging van f 5.— betaald heeft, wordt door den Senaat van de lijst der leden geschrapt.
Art. 40. Zij , die reeds hebben opgehouden lid te zijn van het Studenten-corps, zijn verplicht hunne nog verschuldigde contributiën en boeten uiterlijk vóór 1 Juni te voldoen. Zoo de betaling vóór dien dag niet heeft plaats gehad, wordt de naam van den nalatige bekend gemaakt door aanplakking in de Studenten-sociëteit.
Art. 41. Ieder, die tot lid van den Senaat, tot Praeses of Secretaris eener Faculteit of tot lid van eene van het Corps uitgaande commissie is gekozen, is verplicht binnen 2 X 24 uren, nadat hij van zyne benoeming schriftelijk kennisgeving van den Ab-actis heeft ontvangen, aan dezen zijne beslissing met betrekking tot die benoeming schriftelijk mede te deelen, op eene boete van f 2.50; hy, die binnen vier dagen niet geantwoord heeft, wordt gerekend de benoeming niet aan te nemen.
Art. 42. Men houdt op lid te zijn van het Corps : a. Indien men zijn verlangen daartoe schriftelijk kenbaar maakt aan den Ab-actis van den Senaat; h. Door vervallen verklaring van het lidmaatschap. Art, 43. Hij , die volgens art. 39 zijne rechten
13
heeft verloren, wordt, indien hij binnen zes maanden na de dagteekening der ontneming van het lidmaatschap aan de verplichting in de bedoelde artikelen voldoet, in zijne rechten hersteld; na afloop van dien termijn is daartoe de toestemming der Corpsvergadering noodig.
Art. 44. Zoodra hij, wiens naam overeenkomstig art. 40 in de Studenten-sociëteit is bekend gemaakt, het door hem verschuldigde heeft voldaan, zal daarvan door aanplakking aldaar mededeeling worden gedaan.
TITEL V.
Yan de rechtspraak.
Art. 45. De rechtspraak binnen het Corps geschiedt door den Senaat. De Corpsvergadering heeft het recht zijne vonnissen te casseeren, wanneer zij in strijd zijn met de wet. Cassatie heeft de werking van vrijspraak.
Art. 46. Een lid van het Corps, na schriftelijke aanklacht, door den Senaat schuldig bevonden aan het overtreden der wetten of besluiten, het verstoren der inwendige orde of het schenden der uitwendige eer, wordt gestraft met de volgende straffen gezamenlijk of afzonderlijk op te leggen:
1°. eene geldboete van ten hoogste 25 gulden;
2°. vervallen verklaring van het lidmaatschap van den Senaat, van een Faculteitsbestuur of van eene commissie bedoeld in Tit. XIII;
14
3°. schorsing in zijne rechten als lid van het Corps voor den tyd van ten hoogste zes maanden;
4e. vervallen verklaring van zijn lidmaatschap.
Art. 47. De Senaat is verplicht binnen 3 dagen, nadat hij het vonnis heeft geveld, aan den veroordeelde een afschrift daarvan te doen toekomen.
Art. 48. Het vonnis door den Senaat geveld , wordt in eene publieke Senaatsvergadering uitgesproken, uitgezonderd bij oplegging van den straf genoemd in art. 46.Ie.
Art. 49, Hij, wien door den Senaat een straf is opgelegd, kan zich binnen 5 dagen , nadat hij zijn gemotiveerd vonnis van den Senaat heeft ontvangen, zoo daar termen voor zijn, wenden tot de Corpsvergadering, die alsdan binnen 10 dagen samengeroepen moet worden.
Art. 50. Alle vonnissen van den Senaat, treden in werking 8 dagen, nadat het betrokken Corpslid het vonnis van den Senaat ontvangen heeft. In het geval in het vorig artikel vermeld, geldt dit van de beslissing der Corpsvergadering, zonder verdere kennisgeving.
Art. 51. Alle vonnissen, die in werking treden , worden aangeplakt in de Studenten-sociëteit P. H. R. M. en in het Universiteitsgebouw.
TITEL VI.
Van de Corps-vergaderingen.
Art. 52. De Corps-vergadering is de wettige vergadering van het Utrechtsch Studenten-corps.
15
Art. 53. De Corps-vergadering beveelt of geeft verlof in een besluit, en legt haar gevoelen bloot in eene motie.
Art, 54. Over alle zaken mag zij besluit nemen, voor zoover deze niet in strijd zijn met de wet.
Art. 55. De Corps-vergadering mag in eene motie haar gevoelen uitdrukken over alles, wat het belang van het Corps meebrengt.
Art. 56. De Corps-vergadering kan eene commissie benoemen tot uitvoering van een besluit.
Art. 57. Alle stemming geschiedt in persoon j schriftelijk over personen, mondeling over zaken.
Art. 58. Over alle zaken, niet uitdrukkelijk uitgezonderd , wordt beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen.
Bij staking der stemmen, wordt de vergadering\'
\' O o
van 1 tot 3 dagen verdaagd; bij herhaalde staking wordt het voorstel beschouwd als verworpen.
Art. 59. Ieder lid van het Corps heeft het recht van initiatief en het recht van amendement.
De Senaat, de Faculteitsbesturen , de commissies bedoeld in titel XIII en de besturen der Corpsgezelschappen hebben deze rechten als lichaam.
Art. 60. Greene zaak mag op de Corpsvergadering worden behandeld , tenzij daarvan vooraf op de convocatie-biljetten is melding gemaakt.
Art. 61. Een voorstel tot wetsverandering kan slechts in behandeling komen , zoo het 8 dagen te voren aan de leden is bekend gemaakt, en zoo \'j,-der stemgerechtigde leden op de vergadering aanwezig is. Zoo na twee vergaderingen het vereischte
16
aantal stemgerechtigde leden niet aanwezig is geweest, zal op de derde aan de dan aanwezige stemgerechtigde leden het recht toegekend worden een besluit te nemen.
Een voorstel tot wetsverandering, dat verworpen is, kan niet dan na verloop van 6 maanden weder worden voorgesteld.
Ieder stemgerechtigd lid, dat op de vergadering over een wetsvoorstel, waarbij hoofdzakelijk gestemd wordt, wegens afwezigheid zijne stem niet kan uitbrengen , wordt met met f 0.25 beboet.
Op eene zelfde vergadering kan een lid slechts eens beboet worden wegens afwezigheid.
Art. 62. Van de bepaling van art. 60 kan worden afgeweken, indien quot;\'/s der aanwezige leden van den Senaat en % der aanwezige leden van het Corps dit wenschelijk achten.
Deze beperking op de bepaling van art. 60 geldt niet bij voorstellen tot wetsverandering en bij rechtspraak .
Art. 63. De leden teekenen bij het verschijnen in de vergadering hunne namen op een presentielijst.
Art. 64. De Rector verleent het woord naar orde van aanvraag; zij evenwel, die het erlangd hebben, mogen aan elkander hunne beurt afstaan.
Art. 65. De Rector behoeft aan niemand over dezelfde zaak meer dan driemalen het woord te verleenen.
Hij ontneemt hem, die buiten de orde gaat, het woord.
Art. 66. Bij stoornis waarschuwt de Rector de leden, die haar verwekken; by herhaalde stoornis
17
legt hij hun een boete op van f 0.50; by de derde maal kan hij hen doen verwijderen.
Art. 67. De volgorde der op eene Corpsvergadering te behandelen zaken wordt door den Rector geregeld.
In die volgorde kan de vergadering elk oogenblik, wanneer zij wil, verandering brengen door een besluit van orde.
In een besluit van orde mag niets voorkomen, dan eenvoudig een vaststellen van de volgorde dei-te behandelen zaken.
Art. 68. Een voorstel tot een besluit van orde moet terstond , als het is voorgesteld, worden behandeld , welke zaak ook aanhangig zij.
Met het voorstel tot eene motie is dit niet het geval; hierop is art. 67 toepasselijk.
Art. 69. De Rector heeft het recht discussiën over eene zaak te sluiten ; dit kan ook plaats hebben door een besluit van orde.
Art. 70. In de vacantiën en 8 dagen vóór en na dien tijd mogen geene Corpsvergaderingen gehouden worden.
In dringende gevallen kan hiervan afgeweken worden. Voor de geldigheid van een op eene dergelijke vergadering genomen besluit, is de aanwezigheid van Yi der stemgerechtigde leden vereischt.
Art. 71. Over een bij den Senaat ingekomen voorstel, door ten minste 5 leden onderteekend, moet binnen 10 dagen een Corpsvergadering belegd worden.
Art. 72. Corpsvergaderingen moeten ten minste 2 X 24 uren te voren bekendgemaakt worden door aanplakking in de Studenten-Societeit, in het üni-
18
versiteitsgebouw en op de door den Rector aan te duiden colleges, die zooveel mogelijk alle Faculteiten moeten omvatten. De aanplakbiljetten moeten de reden van byeenroeping vermelden.
Art. 73. Van de bepaling, dat de Corpsvergadering 2 X 24 uren te voren moet bekend gemaakt worden , raag de Rector in dringende omstandigheden afwijken ; de overige bepalingen blijven in zulk een geval geldig: tevens mogen op een dusdanige vergadering geen wetsvoorstellen in stemming gebracht en geen rechtspraak uitgeoefend worden.
TITEL VII.
Van het bestuur van het Utrechtsch Studentencorps.
Art. 74. Het bestuur van het Utrechtsch Studenten-corps is opgedragen aan een lichaam, dat den naam draagt van Senatus Veteranorum.
Art. 75. De zinspreuk van den Senaat is:
„Amicorum consensus virtutem alit gaudiumque.quot;
Art. 76. Dc Senaat bestaat uit vijf leden, nl. een Rector, een Ab-actis, een Fiscus, een Prorector en een Vice-ab-actis.
Art. 77. Ieder , die gedurende drie jaren lid geweest is van het Corps, is verkiesbaar tot lid van den Senaat.
Art. 78. De Rector en Ab-actis worden gekozen uit en door de stemgerechtigde leden van het Corps.
Dr drie overige Senaatsleden worden als volgt gekozen : één Senaatslid uit de leden, die behooren tot de Juridische Faculteit; één uit de leden, die behooren tot de Medische Faculteit en één uit de leden, die
19
behooren tot de Theologische, Litterarische of Phi-losophische Faculteit.
Tot de verkiezing van een Ab-actis wordt niet ■ overgegaan dan nadat die voor oen Rector heeft plaats gehad en de verkozene de benoeming heeft aangenomen. De verkiezing der drie overige Senaatsleden heeft eerst plaats, nadat een Ab-actis gekozen is en de benoeming heeft aangenomen.
Terstond na de installatie van nieuAve leden in den Senaat kiest deze onderling een Fiscus, een Prorector en een Vice-ab-actis.
Art. 79. De Senaat treedt jaarlijks af vóór de wintervacantie. De verkiezingen , die hierdoor noodzakelijk worden, beginnen na 1quot;. November. De aftredende leden zijn herkiesbaar.
Art. 80. Zoo dikwijls in den Senaat binnen tij ds een vacature ontstaat, moet de verkiezing zoo spoedig mogelijk na het ontstaan der vacature plaats hebben.
Art. 81. Ieder lid van den Senaat is, tenzij hij mocht ophouden lid van het Studenten-corps te zijn, gerechtigd en verplicht zijne functiën waar te nemen, totdat zijn opvolger in zijne plaats is getreden.
Indien zes weken na den dag, waarop hij voor zijn lidmaatschap heelt bedankt, nog geen opvolger is geïnstalleerd, kan hij zich van de verplichting, in dit art. vermeld, ontslagen rekenen.
Art. 82. De keuze voor een lid van den Senaat geschiedt met gesloten briefjes in eene gesloten stembus , waarvan de sleutel van den aanvang der stemming af tot de opening der stembus toe, bij den Rector berust. Hiertoe houden minstens twee leden van den
20
Senaat, door den Rector aan te wijzen, op twee achtereenvolgende dagen, en wel minstens éénmaal in de Studenren-societeit zitting. De Rector bepaalt hiertoe minstens één uur op iederen dag, en zorgt, dat van de voorgenomen stemming den leden van het Corps, op straffe van nietigheid, ten minste 24 uren te voren worde kennisgegeven op de Avijze in art. 72 omschreven.
Art. 83. De in liet vorig art. vermelde leden van den Senaat hebben het toezicht over de stemming en dragen zorg , dat ieder, die stemt, zijn naam op eene daartoe bestemde lijst schrijve, welke lijst terstond na afloop van elke stemming door hen moet worden onderteekend. Onmiddelijk na de opening der stembus moet deze lijst op de Studenten-sociëteit ter inzage worden gelegd. Tusschen de twee stemmingen moeten stembus en stemlyst op de Senaatskamer bewaard worden.
Art. 84. Na afloop van de stemming op den tweeden dag worden de stembussen binnen 24 uren geopend en de uitslag terstond aan de leden medegedeeld.
Art. 85. De stemming is nietig, wanneer het getal der briefjes, die in de bus worden gevonden , niet overeenkomt met het getal der leden, die gestemd hebben, en wanneer het tevens blijkt, dat dit verschil invloed kan gehad hebben op den uitslag der stemming.
Art. 86. Tot de geldigheid der briefjes wordt vereischt;
a. dat zij ongeteekend zijn,
h. dat er duidelijk blijke, welke persoon bedoeld is, c. dat die persoon benoembaar zij.
21
Blanco briefjes tellen mede tot het vormen der volstrekte meerderheid behalve in geval van herstemming.
Art. 87. Wanneer binnen 24 uren na het openen der stembus geene schriftelijke bezwaren tegen de stemming bij den Senaat zijn ingekomen, wordt de uitslag van de stemming, zooals die door den Rector is medegedeeld, als wettig aangemerkt.
Indien er schriftelijke bezwaren tegen de geldigheid der stemming inkomen, worden die door den Senaat beoordeeld.
Zoo die bezwaren door den Senaat worden geldig gekeurd , is de stemming nietig, tenzij het Corps anders beslisse.
Art. 88. Indien bij eene stemming niemand de volstrekte meerderheid der in geldige briefjes uitgebrachte stemmen op zich vereenigd heeft, zorgt de Rector , dat er uiterlijk binnen 8 dagen eene herstemming plaats hebbe.
Zoo iemand vóór de herstemming aan den Ab-actis schriftelijk kennis geeft, dat hij niet in aanmerking wenscht te komen, houdt dit de herstemming niet tegen.
Art. 89. Ieder , die voor \'t eerst tot lid van den Senaat is verkozen, wordt als zoodanig op een plechtige wijze door den Senaat geïnstalleerd na het afleggen der navolgende belofte:
„Ik beloof op mijn woord van eer , dat ik de wetten handhaven en voor hare uitvoering zorg dragen zal; ik beloof in alles naar mijn beste weten de belangen van het ütrechtsch Studenten-corps getrouw te zullen behartigen ; ik beloof geheimhouding omtrent alles wat in den
22
Senaat vóór den IB110quot;\' October 1857 is behandeld , en verder omtrent datgene, waarover geheimhouding by Senaatsbesluit is bevolen.quot;
Zoo hij vroeger lid van den Senaat is geweest, wordt dit laatste weggelaten.
Art. 90. Gedurende de vacantiën en 8 dagen vóór en na dien tijd mogen geene stemmingen worden gehouden.
TITEL VIII.
Yan de algemeene rechten en verplichtingen van den Senaat.
Art. 91. De Senaat beoordeelt of de novitii aan hunne verplichtingen hebben voldaan en besluit tot hunne installatie.
Art. 92. De senaat legt aan ieder, die als lid van het Corps geïnstalleerd wordt, de lijsten van de door het Corps erkende vereenigingen ter onderteeke-ning voor.
Art. 93. De Senaat is verplicht zorg te dragen voor de behoorlijke uitvoering van de wettige besluiten der Corps-vergadering, voor zooverre die uitvoering-niet aan eene bijzondere commissie is opgedragen.
Art. 94. De Senaat is verplicht, zoo dikwijls dit noodig is, hetzij in zijn geheel, hetzij door een of meer zijner leden , het Corps te vertegenwoordigen.
Art. 95. De Senaat is verplicht de belangen der leden van het Corps met betrekking tot den schouwburg te behartigen.
23
Hij maakt de bepalingen dienaangaande bekend door aanplakking in de Studenten-sociëteit en het Universi-\\ teits-gebonw.
Art. 96. De Senaat houdt toezicht op de bijzonquot; dere verplichtingen zijner leden en is aansprakelijk voor de eigendommen van liet Corps.
Art. 97. De Senaat heeft het recht om bij de installatie, de serenades en het feest van 22 Mei toestemming te verleenen tot liet introduceeren van oudleden van het Corps, die de Universiteit voor goed hebben verlaten , en van leden van andere met het Corps bevriende Studenten-corpsen.
Art. 98. De Senaat heeft het recht om aan een afgetreden lid van den Senaat het honoraire lidmaatschap te verleenen. Hiertoe is vereischte, dat dit besluit met een meerderheid van 2/3 der uitgebrachte stemmen genomen worde.
De Senaat is verplicht aan de honoraire leden als zoodanig een diploma te doen uitreiken.
Art. 99. De honoraire leden hebben het recht Senaats-vergaderingen bij te wonen, in welk geval zij eene raadgevende stem hebben, en aan dezelfde bepalingen van orde zijn onderworpen als de gewone leden.
Art. 100. De honoraire leden, die de Universiteit verlaten hebben, zijn gerechtigd tot het bijwonen der feesten, vermeld in art. 97, en tot het bijwonen van Corps-vergaderingen , waar zy een raadgevende stem ( hebben , en aan dezelfde bepalingen van orde onder
worpen zijn als de gewone leden.
Art 101. De Senaat heeft het recht aan de honoraire leden met hun goedvinden commissiën op te dragen.
24
Art. 102. Het honoraire lidmaatschap houdt op , zoolang de honoraire leden vervallen zijn verklaard van het lidmaatschap van het Corps.
Art. 103. De Senaat regelt zijn huishoudelijk beheer en, met inachtneming van de bepalingen van Titel IX, de verdeeling zijner werkzaamheden bij een reglement, waaraan de leden van den Senaat onderworpen zijn.
De Senaat is verplicht de leden van het Corps met dit reglement bekend te maken, en daarvan een exemplaar te deponeeren in de Studenten-Societeit en de Universiteits-bibliotheek.
Art. 104. Het insigne der leden van den Senaat bestaat in een zilveren penning aan een fluweelen lint.
Art. 105. De gewone leden van den Senaat dragen den penning aan een fluweelen lint, het eigendom van het Studenten-corps ; de honoraire leden aan een lint van de kleur hunner Faculteit.
Art. 106. De kosten voor het aanschaffen der insignia worden gedragen door de kas van het Corps ; ieder lid van den Senaat stort daarvoor bij zijne intrede f 7.50 in de algemeene kas.
Art. 107. De Senaat is verplicht, bij de lustrumfeesten toegangskaarten tot de dan van wege de leden van het Studenten-corps te geven feesten, aan reünisten uit te reiken.
25
TITEL IX.
Van de bijzondere rechten en verplichtiugen der leden van den Senaat.
A. Van den Rector.
Art. 108. De Rector is de voorzitter van den Senaat en als zoodanig hoofd van het Corps.
Art. 109. Hij moet Corps-vergaderingen beleggen krachtens besluit van den Senaat en heeft het recht zulks te doen, wanneer hij het noodig acht.
Art. 110. Hij is belast met de leiding der Corpsvergaderingen.
Art. 111. Hij is belast met de leiding der verkiezingen , met het openen der stembussen , en moet volgens art. 84 den uitslag der stemming mededeelen.
Art. 112. Hij draagt zorg, dat de serenades en de publieke Senaats-vergaderingen aan de leden van het Corps worden bekend gemaakt, op de wijze in art. 72 omschreven.
Art. 113. De Rector is verplicht jaarlijks op de Corps-vergadering , die op den Dies Annalis van het Corps gehouden wordt, een schriftelijk verslag uit te brengen over het afgeloopen jaar, welk verslag in het archief wordt bewaard.
Art. 114. De Rector is verplicht hen, die zich als novitii bij hem aanmelden , met hunne verplichtingen en met den geest der wetsbepalingen aangaande het novitiaat bekend te maken.
Hij is verplicht hen eenige dagen voor de installatie te wijzen op den zin en het belang van de af
\'20
te leggen belofte eu bekend te makeu met den aard der door het Corps erkende vereenigingen.
Art. 115. De Rector installeert lien, die aan de voorwaarden om in het Corps te worden opgenomen , voldaan hebben , en neemt hun de in art. 7 vermelde belofte af.
B. Van den Ab-actis.
Art. 124. De Ab-actis is belast met het houden van de notulen der Corps-vergaderingen en met het voeren der correspondentie , van welke laatste hij afschrift moet houden.
Hij is verplicht in overleg met den Senaat het verslag bedoeld in art. 180 op te maken en tijdig by de Almanak-redactie in te zenden.
Art. 117. Hij houdt een nauwkeurige lijst van de leden van het Corps.
Hij draagt zorg dat er een afschrift van deze lijst zij in de Stud.-Sociëteit en op elke Corps-vergadering, op boete van f 1.
Art. 118. Hij draagt, onder toezicht van den Senaat, zorg voor het archief en houdt eene nauwkeurige lijst van alles , wat zich daarin bevindt.
Art. 119. Hij geeft aan een lid, gekozen inden Senaat, of tot praeses of secretaris eener Faculteit , of tot lid van eene commissie van het Corps uitgaande, binnen 24 uren , nadat het blijkt dat hij wettig gekozen is , schriftelijk kennis van zijne benoeming, op eene boete van ƒ 2.50.
Art. 120. Hij draagt zorg, dat er in de Studenten-
27
sociëteit een volledig exemplaar der wot aanwezig zij, op eene boete van f 2.50.
Art. 121. Hy moet van alle bij hem ingekomen stukken van eenig belang binnen 2 X 24 uren aan den Rector mededeeling doen.
Art. 122. Hij brengt den uitslag der verkiezingen voor den Senaat, voor een praeses of secretaris eenei Faculteit, het bedanken van een lid van den Senaat, van een praeses of secretaris eener Faculteit, het bedanken van een lid van het Corps, het ontnemen van rechten aan een lid van het Corps, de antwoorden, die bij hem inkomen volgens art. 41, de inschrijving van novitii en de installatie van nieuwe leden van het Corps, kortelijk ter kennisse van de leden van het Corps binnen den tijd van 4 dagen door aanplakking in de Studenten-sociëteit en het Universiteitsgebouw; bij elk verzuim hierin vervalt hij in boete van f 3.—.
Art. 123. Hij draagt zorg, dat in de maand Juni van elk jaar, de sedert de maand Juni van het vorige jaar vastgestelde veranderingen in en bijvoegselen tot de wetten gedrukt zijn en aan de leden van het Corps uitgereikt worden.
Art. 124. De Ab-actis is verplicht de hem door de iieunie-commissarissen toegezonden lijsten binnen 14 dagen aan hen terug te zenden op boete van f
Art. 125. De Ab-actis is verplicht nauwkeurig aanteekening te houden van de telken jare gekozen Reünie-commissarissen op boete van \'f 1 -•
28
C. Van den Pro-rector.
Art. 126. De Pro-rector vervult by ontstentenis van den Rector diens plaats.
Art. 127. De Pro-rector vervult bij ontstentenis van den Ab-actis diens plaats.
D. Van den Fiscus.
Art. 128. Aan den Fiscus is, onder toezieht van den Senaat, het beheer over de gelden van het Corps opgedragen.
Art. 129. De Fiscus neemt bij zijne administratie in acht, dat het fiscale jaar loopt van 1° Oct. tot 1° Oct.
Art. 130. Onder zijn bestuur bestaan twee kassen ,
a. eene algemeene kas ,
b. eene feestkas.
Art. 131. De algemeene kas dient tot bestrijding van :
a. kosten van serenades ,
h. kosten van installatiën,
c. kosten van huur van lokalen , waar de Corps-, Senaats- en Faculteits-vergaderingen gehouden worden ,
d. verdere uitgaven bij de C orpswet bepaald, uit haar voortvloeiende, of door de leden van het Corps op wettige wijze goedgekeurd of bekrachtigd.
Art. 132. De feestkas dient tot het bijeenbrengen van gelden voor de feesten , door het Studenten-corps te geven bij gelegenheid van de lustra der Hoogeschool.
Art. 133. In de feestkas worden gestort de gelden vermeld in art. 36.
29
Alle andere gelden komen in de algeraeene kas, waaronder ook alle wegens overtreding der Corpswet opgelegde boeten.
Art. 134. De Fiscus moet hun , die in eenige boete vervallen zijn, hiervan binnen eene maand schriftelijk kennis geven met verzoek om de gemelde boete zoo spoedig mogelijk te voldoen.
De boeten echter vermeld in art. 61 worden geïnd by de inning der jaarlijksche contributiën.
Art. 135. De Fiscus maakt jaarlijks eene nauwkeurige begrooting van ontvangsten en uitgaven voor het volgende fiscale jaar op , welke begrooting, na door den Senaat goedgekeurd te zijn, vóór 1 October aan het Corps op eene Corpsvergadering ter beoordeeling wordt voorgedragen.
Deze begrooting wordt acht dagen te voren op de Studenten-sociëteit ter inzage gelegd.
Art. 136. Zoo de bij de begrooting toegestane gelden niet voldoende zijn , draagt de Fiscus eene door den Senaat goedgekeurde subsidiaire begrooting voor.
Art. 137. Bij eene buitengewone contributie begint de Fiscus de invordering zoo spoedig mogelijk, nadat de contributie door de Corps-vergadering is vastgesteld.
Art. 138. De Fiscus is verpligt hen, die nalatig zijn in het voldoen hunner contributiën en boeten vóór 15 April en, zoo het noodig is, nogmaals vóór 15 Mei aan hunne verplichting te herinneren, na hen volgens art. 39 beboet te hebben.
Art. 139. De Fiscus doet jaarlijks vóór zijn al-
30
treden in een Corpsvergadering rekening en verant-■woording van de in het afgeloopen fiscale jaar door hem beheerde gelden. Deze rekening en verantwoording moet vooraf door den Senaat goedgekeurd zijn en bovendien gedurende 8 dagen ter inzage gelegen hebben in de Studenten-sociëteit.
TITEL X.
Van de Senaatsvergaderingen.
A.rt. 140. De vergaderingen van den Senaat zijn privaat of publiek.
Art. 141. Tot de publieke Senaats-vergaderingen die 2 X 24 uren te voren den leden moeten bekend gemaakt zijn , hebben behalve Honorair-Senatoren alleen leden van het Corps toegang. Uitzondering hierop maakt hierop art. 97.
Art. 142. De Senaats-vergaderingen kunnen publiek gehouden worden , zoo dikwijls de Senaat dit wensehelijk oordeelt.
Art. 145. De Senaats-vergaderingen moeten publiek gehouden worden:
a. bij de installatie van de novitii na de zomer-vacantie,
b. bij de installatie van de leden van den Senaat,
c. bij de opening der stembussen ,
d. als de Senaat recht moet spreken. Hiervan is uitgesloten de rechtspraak by de straffen van finantieelen aard.
31
TITEL XI.
Van de Faculteiten.
Art. 144. Het Utrechtscli Studenten-corps erkent in zijn mi delen vijf Faculteiten : de Theologische, do Juridische, de Litterarische, de Medische en do Philosophische Faculteit, opdat de belangen van het onderwijs naar de behoeften van iedere Faculteit kunnen worden behartigd.
Art. 145. Ieder aanstaand lid van het Corps geeft bij zijne inschrijving op, tot welke Faculteit hij binnen het Corps wenscht gerekend te worden.
Blijkt het ondubbelzinnig , dat iemand van studie verandert, dan is de Senaat bevoegd hem bij eene andere Faculteit in te deelen.
Art. 146. Medici en Theologen , die hun eerste
O 7
natuurkundig of propaedeutisch examen nog niet hebben afgelegd , hebben het recht de vergaderingen respectievelijk der Philosophische en Litterarische Faculteiten bij te wonen.
Na dit examen te hebben afgelegd, hebben zij het recht die vergaderingen dier Faculteiten bij te wonen, waarop het eerstvolgend Faeulteitsverslag behandeld wordt.
Zij hebben op die vergaderingen dezelfde rechten als de leden dier Faculteit.
Art. 147. De werkkring der Faculteiten is geheel en al beperkt tot zaken , die op het onderwijs betrekking hebben.
Art. 148. Aan het hoofd van iedere Faculteit staat een praeses , bijgestaan door een secretaris.
32
A.rt. 149. Tot praeses der Philosophisehe, Medische , Juridische of Theologische Faculteit is slechts hij verkiesbaar, die in de Faculteit, waartoe hij behoort , Candidaats-examen of het tweede natuurkundig examen heeft afgelegd en twee jaren lid is van het Utrechtsch Studenten-corps. Opdat iemand tot secretaris benoembaar zij, is alleen het laatste een vereischte. — Tot praeses der Literarische Faculteit is hij verkiesbaar , die gedurende drie jaren lid dier Faculteit en van het ITtrechtsch Studentencorps is geweest. Voor den secretaris zijn een tweejarig lidmaatschap van het Corps en van de Faculteit ver-eischten.
Art. 150. De praeses en secretaris van elke Faculteit worden beide uit en door de stemgerechtigde leden dier Faculteit bij volstrekte meerderheid van stemmen gekozen.
Art. 151. De verkiezing voor een praeses or secretaris eener Faculteit geschiedt, evenals ook het aftreden van den praeses of secretaris , op dezelfde wijze als bij de leden van den Senaat.
Art. 152. De praeses eener Faculteit kan , zoo dikwijls hij het noodig acht, de leden tot eene vergadering bijeenroepen; wanneer 5 leden verlangen , dat er eene Faculteits-vergadering gehouden worde , en den praeses van dit hun verlangen met opgave van redenen schriftelijk kennis geven , is hij verplicht binnen 5 dagen de leden samen te roepen.
Art. 153. De praeses is bij het samenroepen eeuer faculteits-vergadering verplicht de bepalingen van art. 72 na te komen; van de colleges echter worden
33
slechts die voor kennisgeving bestemd, die worden bezocht door de leden der Faculteit, welke ter vergadering worden opgeroepen.
Art. 154. De praeses is met de leiding der Faculteits-vergadering belast, op welke, wat de orde betreft, de bepalingen van Titel VI toepasselijk zijn , voor zooverre deze niet in strijd zijn met art. 147.
Art. 155. De praeses is belast met de zorg voor de onverwijlde uitvoering van de wettige besluiten der Faculteits-vergadering.
Art. 156. De secretaris is belast met bet houden der notulen, en is verpligt den praeses, zoo dikwijls deze het verlangt, ter zyde te staan en zoo noodig te vervangen.
Hij is verplicht vóór November het verslag bedoeld in art. 180 gedurende eene week in de Stu-denten-societeit en op eene plaats, door de Faculteiten te bepalen , ter inzage te leggen ; welk verslag, na bespreking en goedkeuring in eene vergadering der Faculteit onveranderd in den almanak wordt opgenomen.
TITEL XII.
Tan de Corpsgezelschappen.
Art. 157. Corpsgezelschappen zijn vereenigingen van leden van het Utrechtsch Studenten-corps door dit laatste als zoodanig erkend.
Art. 158. Eene vereeniging, die als zoodanig
34
wenscht erkend te worden , moet haar verlangen daartoe kenbaar maken aan den Senaat.
Art. 159. Over het al of niet toestaan van dit verlangen beslist het Corps;
Art. 160. Iedere door het Corps erkende vereeni-ging , die als zoodanig alleen leden van het Corps mag opnemen , is verplicht degenen, welke tot haar wensc\'hen toe te treden zonder ballotage op te nemen.
Art. 161. Zij is gehouden ieder jaar voor November aan de Almanak-redactie het verslag bedoeld in art. 180 te zenden.
Art. 162. Iedere door het Corps erkende ver-eeniging moet, indien zij ophoudt te bestaan , haar archief aan den Ab-actis van den Senaat doen toekomen.
Art. 163. Zij is gehouden zich te onderwerpen aan de bepalingen der Corpswet en de besluiten der Corpsvergadering te haren opzichte.
Art. 164. Het Corps kan besluiten de toegestane erkenning weer in te trekken.
Art. 165. Eveneens heeft de vereenigiug van hare zyde het recht, om aan het Corps mede te deelen, dat zij de erkenning als vervallen wenscht te zien beschouwd. In dit geval, evenals in dat, in\'t vorige art. vermeld , houden terstond de uit de erkenning voortvloeiende wederzijdsche rechten en verplichtingen op te bestaan.
Art. 166. Van de erkenning eener vereeniging, even ids van de intrekking of het ophouden dier erkenning, wordt den leden van het Corps op de gebruikelijke wijze mededeeling gedaan.
35
TITEL XIII.
Van Corps-commissies.
Art, 167. Corps-commissies ziju commissies, die krachtens besluit en met een opdracht van de Corpsvergadering voor een bepaald doel zijn aangewezen.
Art. 168. Hare werkzaamheid wordt zoo noodig door een reglement geregeld. Het reglement van de Almanak-redactie en dat der Reunie-commissie maken deel uit van de Corpswet.
Art. 169. In de gegeven opdracht kan zonder goedkeuring van de betrokken commissie geen verandering worden gebracht.
Art. 170. De Corpscommissie is aan den Senaat verantwoordelijk voor de behoorlijke vervulling harer opdracht. Haar archief moet zij terstond na hare ontbinding aan den Senaat doen toekomen.
TITEL XIV.
Reglement van de Almanak-redactie.
Art. 171. Van wege het ütrechtsch Studenten-Corps wordt jaarlijks een almanak in \'t licht gegeven, waarvan de Redactie aan eene commissie van 5 leden is opgedragen , die gedurende twee jaar lid van het U. S. C. geweest zijn.
Art. 172. Deze commissie wordt jaarlijks vóór den 1°quot; April door de leden gekozen.
De aftredende leden zijn herkiesbaar.
Art. 173. De keuze van een lid der Redactie
36
geschiedt op dezelfde wijze als die van een lid van den Senaat.
Praeses en ab-actis worden als zoodanig door de Corpsleden gekozen. De drie overige leden der commissie worden gekozen door de leden Van liet Corps en wel één lid uit de leden, die beliooren tot de Juridische Faculteit, één lid uit de leden , die behooren tot de Medische of Philosophische Faculteit en één lid uit de leden, die behooren tot de Theologische of Litterarische Faculteit.
Art. 174. De Redactie is verplicht te zorgen, dat de Almanak vóór de Kerstvacantie uitkomt.
Art. 175. De Redactie zorgt, dat gedurende de maand October in de Societeit en in de Bibliotheek lijsten liggen voor de veranderingen in de naamlijst en in de lijst der gezelschoppen.
Art 176. Vóór 1 October moet de Redactie in de Societeit en in het Universiteitsgebouw aanplakken, dat zy vaceert tot het ontvangen van bijdragen voor den Almanak , met opgave tevens van den door haar gestelden termijn van inzending.
Art. 177. Ieder lid van het ü. S. C. kan stukken, uit proza, poezie, teekening of muziek bestaande, bij de Redactie anoniem ter plaatsing inzenden.
Art. 178. De Redactie maakt haar oordeel over ingekomen stukken bekend door aanplakking in de Societeit en het Universiteitsgebouw. Zij verzoekt daarbij eiken inzender van aangenomen stukken, zijn naam aan de Redactie bekend te maken , ten einde verzekerd te zijn , dat de inzender lid van het Corps zij.
Art. 179. Oudleden van het Corps kunnen stuk-
37
ken tev plaatsing inzenden, zoolang zij nog bij den Rector Magnificus dezer Rijks-Universiteit zijn ii.-geschreven.
Art. 180. De Redactie zorgt voor een verslag, bevattende eene korte geschiedenis der Rijks-Universiteit in \'t afgeloopen jaar.
De Redactie noodigt terstond na de groote vacantie de besturen der Faculteiten uit, een verslag te schrijven van het onderwijs, door de hoogleeraren hunner respectieve Faculteiten gegeven, welk verslag, na besproken en goedgekeurd te zijn op eene Faculteitsvergadering , door de Redactie onveranderd moet worden opgenomen.
Ter verkrijging van de verslagen der lotgevallen van het Corps en der door het Corps erkende vereen igingen wendt de Redactie zich tot de betrokken besturen.
Art. 181. De Redactie is verplicht de opgaven en officieele stukken, die haar van wege den Senaat ter plaatsing worden toegezonden, onveranderd in den Almanak op te nemen.
Art. 182. Overigens is alleen de Redactie bevoegd om te oordeelen wat wel en wat niet in den Almanak moet worden geplaatst.
Art. 183. De Redactie maakt met een uitgever een contract, dat door den Senaat moet worden goedgekeurd.
Art. 184. De Almanak wordt bekostigd door de leden van het Corps.
Alleen zij , die als inzenders van het mengelwerk een present-exemplaar ontvangen , benevens de Redacteurs , behoeven geen exemplaar te betalen.
38
Art. 185. Acht dagen vóór de uitgave van den Almanak doet de Eedactie aan den Senaat eene opgave van den omvang van den Almanak , van de onkosten, alsmede van de namen der inzenders en de andere personen , die present-exemplaren ontvangen , op boete van f 12.50.
Art. 18G. Naar aanleiding van die opgave wordt de prijs van den Almanak door den Senaat bepaald.
De prijs raag de som van f 2.50 niet te boven gaan.
Art. 187. De contributie voor den Almanak wordt geïnd door den Fiscus van den Senaat. Hiertoe zal hij van af 1 Januari de quitanties laten rondgaan.
Art. 188. Door de Redactie zal gedurende twee dagen zitting worden gehouden tot uitreiking van den Almanak , den ls,lt;\'n dag in de Studenten-Societeit, den 2e\'1 dag in een lokaal toegankelijk voor alle Corpsleden.
Voor de tehuisbezorging der niet afgehaalde exemplaren draagt de Almanak-Redactie zorg, waarvoor haar een door den Senaat aan te wijzen persoon ten dienste zal staan.
Art. 189. Zij, die met 1 November lid zijn van het Corps , zijn verplicht hunne contributie voor den Almanak telken jare vóór primo April aan den Fiscus van den Senaat te voldoen. Hij, die deze, na schriftelijk door den Fiscus te zijn aangemaand, niet vóór 1 April betaald heeft, wordt door den Senaat van de lijst der leden geschrapt.
Art. 190. De Redactie is verplicht dezen titel in den Almanak te doen afdrukken.
39
TITEL XV.
Reimie-reglement.
Art. 191. By gelegenheid van elk lustrum der ütrechtsche Hoogescliool wordt eene Reünie gehouden. Art. 192. Aan deze Reünie kunnen deelnemen: 1° zij die lid van hét (J. S. C. geweest zijn, en a. de in art. 1 der wet van 28 April 1876, Stbl. 102 bedoelde wetenschappelijke opleiding verkregen hebben en voor goed van het plan hebben afgezien om examens aan de Ütrechtsche Universiteit te doen of aldaar te promoveeren, h. die voor goed hebben afgezien van het plan om de bij het boven aangehaalde art. bedoelde wetenschappelijke opleiding te voleindigen , c. die hun ai\'ts-examen hebben afgelegd ; 2° zij , die lid zijn geweest van Matua Fides. Hiervan zijn uitgezonderd zij, die van het lidmaatschap van het Corps vervallen verklaard en niet gerehabiliteerd zijn.
Art. 193. De oproeping tot elke Reünie zal geschieden door Reunie-commissarissen.
Art. 194. Uit en door hen, die in elk nieuw ingetreden Academiejaar als leden van het corps zijn ingeschreven, worden twee Reunie-commissarissen gekozen.
Art. 195. De Reunie-commissarissen zijn verplicht terstond na hunne benoeming een volledige lijst op te maken van hen, met wien zij in hetzelfde jaar het lidmaatschap van het Corps hebben verkregen. — Tevens zullen zij genoemde lijst binnen drie weken
40
door den Ab-actis van den Senaat moeten laten nazien en goedkeuren , op boete van f 2.50.
Art. 196. Zij zijn verplicht in de maand September van liet jaar volgende op den datum hunner benoeming de namen in te vullen van hen, die lid van het Studenten-corps zijn geworden, nadat de lijst in het voorgaande art. bedoeld is opgemaakt. Zij zullen deze aanvulling door den Ab-actis van den Senaat moeten laten goedkeuren, op boete van f 2.50.
Art. 197. De verkiezing van de Reunie-commis-sarissen zal plaats hebben gelijktijdig met de periodieke verkiezingen van den Senaat.
Art. 198. De Reunie-eommissarissen van ieder lustrum kiezen, in de maand Januari van het jaar, waarin de reünie zal gehouden worden, uit hun midden een bestuur bestaande uit; een praeses, vice-praeses , ab-actis, vice-ab-actis en fiscus.
Art. 199. Indien een der titularissen in het vorige art. genoemd , verhinderd is zijn werkzaamheden te vervullen, geeft hij daarvan zoo spoedig mogelyk kennis aan den praeses, die een ander in zijn plaats aanwijst. — Indien de praeses zelf verhinderd is , zal hij vervangen worden door den vice-praeses, en bij ontstentenis van dezen, door het oudste lid der commissie naar rang van benoeming.
Art. 200. De ab-actis der commissie zal in Februari voor elke lustrumviering eenige malen in de meest gelezen dagbladen eene oproeping doen plaatsen aan hen, die vallen in de termen van art. 192 van dit reglement, en genegen mochten zijn aan de Reünie deel te nemen, met uitnoodiging om hun verlangen
41
daartoe vóór 1° Mei aan een der commissarissen te kennen te geven.
Art. 201. Hiertoe zuilen de namen van alle leden der eommissie met vermelding van hunne qualiteiten en woonplaats onder bovengenoemde oproeping geplaatst worden.
Art. 202. De commissarissen zullen vóór den 5den Mei aan den Ab aetis opgave doen van de namen van hen , die zich bij hen opgegeven hebben.
Art. 203. Aan de commissarissen zal de areheele regeling der feestviering worden overgelaten. Daartoe zullen zij , op uitnoodiging van den ab-actis, te Utrecht vergaderen op een tijd, die hen daartoe het meest geschikt zal voorkomen.
Art. 204. De dag en plaats der feestviering zal ten spoedigste , op de in art. 200 vermelde wijze bekend gemaakt worden.
Art. 205. Vóór den aanvang der feestviering zal de fiscus der commissie van ieder, die aan het feest deelneemt, het verschuldigde invorderen.
Hieronder is ook begrepen het aandeel in de voor-loopige uitgaven.
TITEL XVL Over den Romv.
Art. 206. Bij overlijden van een der leden van het Corps, een der Curatoren , Professoren of Kerkelijke Hoogleeraren neemt het Corps den rouw aan voor den tijd van 1 week.
42
Art. 207. Bij overlijden van een der leden van het Koninklijk Huis neemt het Corps den rouw aan voor eenen door den Senaat te bepalen tijd.
Art. 208. Het uiterlijk kenteeken van den rouw bestaat uit het wapen der Universiteit vastgehecht op eene gekleurde kokarde en daarmede bevestigd op een kokarde van zwart krip gedragen aan het hoofddeksel.
De kleur der kokarde is in geval van art. 207 oranje, in geval van art. 206 die der Faculteit, waartoe men behoort.
Art. 209. Gredurende den rouwtijd mogen het Corps en de Corpsgezelschappen geen uitvoeringen enz. geven.
Art. 210. Zoo de begrafenis der in art. 206 genoemde personen in de stad plaats heeft, zal eene commissie uit den Senaat daarbij tegenwoordig zijn.
-
.
v
■ \'■
.
_
B 2