CATALOGUS
dkr
BOEKEN EN STUKKEN,
voor kkn ai-komstk;
vax dl
VOORMALIGE COMMISSIE VOOR DE STATISTIEKE BESCHRIJVING
dkr
Provincie Cjroningen^
die zich ukvindkn in i)k f.()1\'.k t\'.rij \\\'krh()ni)k.\\r
aan hi:t
BUREAU VOOR STATISTIEK
ter
PROVINCIALE GRIFFIE
van
griroibtiibto-ie: ist.
1. oct.
—
Ir
1
/ ^I SS
CATALOGUS
EER
BOEKEN EN STUKKEN,
VOOR EEN DEEL
AFKOMSTIG VAN DE
VOORMALIGE COMMISSIE VOOR DE STATISTIEKE BESCHRIJVING
DER
Provincie Groningen,
DIE ZICH BEVINDEN IN DE BOEKERIJ
VERBONDEN AAN HET
BUREAU VOOR STATISTIEK
TER
PROVINCIALE GRIFFIE
VAN
CtZkozestzzentci-IE: nsr.
Stoomdruk vau E. Verwer amp; Co., Winschoten, 1895.
TT-OOIK-WOOISID-
Deze catalogus beleeft thans zijn derden druk.
In 1861 voor de eerste maal gedrukt, verscheen in 1863 een supplement; in 1878 herdrukt, werd in 1887 daaraan opnieuw een supplement toegevoegd.
Sedert is de boekerij zoo aanzienlijk vermeerderd, dat een nieuwe druk noodzakelijk werd geoordeeld, te meer daar de voorraad exemplaren van den laatstelijk in 1878 gedrukten catalogus geheel uitgegeven is.
Deze aan het bureau voor Statistiek verbondene boekerij — een uitvloeisel van het Koninklijk besluit van 5 November 1858 (Stbld. iVo. 76) — dagteekent van 1 Januari 1859 en zeer zeker zou zij thans niet zulk eene uitgebreidheid bezitten, als waarvan deze catalogus blijkt geeft, ware zij niet reeds van den aanvang af vereenigd geworden met de boekerij der toenmalige — in 1884 opgehevene — Commissie voor de Statistieke beschrijving dezer provincie, die èn door geschenken èn, daartoe in staat gesteld door de jaarlijks van de provincie ontvangene subsidiën, door aankoop, langzamerhand in het bezit is gekomen van eene uitgebreide boekenverzameling, die sedert in omvang is toegenomen en nog jaarlijks toeneemt, dank zij de daarvoor ontvangene toelage uit de Provinciale fondsen en niet minder dank zij heeren Bibliothecarissen der Rijks- en gemeentelijke universiteiten en Bestuurders van verschillende genootschappen, maatschappijen en instellingen, die de boekerij jaarlijks met Academische proefschriften, jaarverslagen, enz. verrijkten.
Juli 1895.
BEPALINGEN,
BETREFFENDE
HET GEBRUIK DOOR BIJZONDERE PERSONEN
VAN
HEÏ AKCHIEF (1) EN I)E BOEKEKIJ
VAN HïT
Bureau voor Statistiek aan de provinciale Griffie van Groningen
EN VAN DIE
DER VOORMALIGE COMMISSIE VOOR DE STATISTIEKE BESCHRIJVING
DER PROVINCIE GRONINGEN,
vastgesteld door Gedeputeerde Staten overeenkomstig art. 6 van het Kon. besluit van 5 November 1858 (Stbld. no. 76).
Art. 1.
Stukken eu boeken uit de boekerij kunnen op aanvrage aan het Hoofd van het bureau voor statistiek, eiken werkdag tusschen 10 uur des vóór- en 3 uur des namiddags, ten gebruike aan huis worden bekomen.
Art. 2.
Ieder aan wien het gebruik, bedoeld in art. 1, vergund wordt, verbindt zich stilzwijgend om de bepalingen van dit reglement na te komen, met uitdrukkelijke bijvoeging, dat hij het Hoofd van \'t bureau of die hem vervangt, machtigt, om, voor het geval hij eenig uit de boekerij ten gebruike ontvangen stuk of boek niet op den gestelden tijd, of wel beschadigd, terug bezorgt, ten zijnen aanzien te handelen zoo als dit reglement voorschrijft; hij verbindt zich buitendien, om, wanneer hij een werk uitgeeft, waartoe hij van een of meer der stukken of boeken uit de boekerij zal hebben gebruik gemaakt, van dat werk een exemplaar ten geschenke aan te bieden aan gezegde boekerij.
Art. 3.
Niemand zal eenig stuk of boek bekomen, dan na een bewijs van ontvangst geteekend en afgegeven te hebben, welk bewijs bij de teruggaaf van het geleende, hem weder ter hand zal gesteld worden.
Art. 4.
Indien het uit te leenen stuk of boek niet in behoorlijken toestand mocht zijn, zal zulks op het bewijs van ontvangst bij de afgifte aangeteekend moeten worden; bij gemis van zulk eene aan-teekening zal do gebruiker aansprakelijk zijn voor den gebrekkigen toestand, waarin hij het stuk of boek terug geeft.
Art. 5.
Geen stuk of boek wordt voor onbepaalden tijd afgegeven, tenzij
1
Het archief is in 1870 overpt\'brarht naar het provinciaal archief en daarmee vcreenig\'l.
5
het Hoofd van \'t bureau daartoe schriftelijk door den Voorzitter van Gedeputeerde Staten is gemachtigd.
Art. 6.
De stukken of boeken worden voor niet langer dan vier weken ten gebruike uitgeleend, en moeten derhalve binnen dien tijd terug bezorgd worden. Indien echter een uitgeleend stuk of\' boek gedurende dien tijd door niemand aangevraagd mocht zijn, zal het aan den tijdelijken gebruiker nogmaals uitgeleend kunnen worden, mits op een nieuw bewijs van ontvangst.
Art. 7.
Allo uitgeleende stukken of boeken, zonder eenige uitzondering, moeten telken jare den 1 Juni terug bezorgd en in de boekerij aanwezig zijn.
Art. 8.
Het Hoofd van \'t bureau is bevoegd om gedurende de eerste helft van Juni het uitgeven van stukken of boeken te schorsen, indien hij dat noodig acht.
Art. 9.
Indien aan artt. 6 of 7 niet voldaan wordt en de nalatige binnen veertien dagen na schriftelijke aanmaning van het Hoofd van het bureau geen nieuw stuk of boek levert, wordt het uitgeleende stuk of boek door het Hoofd van \'t bureau voor rekening van den nalatige aangekocht. Indien het uitgeleende stuk of boek niet te verkrijgen is, alsmede indien een geschreven stuk verloren is gegaan, moet de schade, volgens taxatie van het Hoofd vau \'t bureau, die daarmee den Voorzitter van Gedeputeerde Staten in kennis moet stellen, aan de boekerij vergoed worden.
Art. 10.
Indien een uitgeleend stuk of boek beschadigd wordt terug gebracht, zal het Hoofd van \'t bureau beslissen of de gebruiker in plaats van bet beschadigde een nieuw exemplaar zal moeten leveren, dan wel of hij de schade volgens taxatie zal hebben te vergoeden.
Art. 11.
Iemand die schadevergoeding schuldig is, niet berustende in de uitspraak van het Hoofd van \'t bureau nopens het bedrag der verschuldigde vergoeding, kan het oordeel van den Voorzitter van Gedeputeerde Staten inroepen en moet zich, zonder verder beroep, onvoorwaardelijk aan diens oordeel onderwerpen.
Aldus vastgesteld door Gedeputeerde Staten, in hunne vergadering van 12 Juli 1895, no. 74, 3e afd.
De Voorzitter: GEERTSEMA.
De Griffier: VAN LOON.
1.
Statistiek, Staathuishoudkunde en Folitieke Wetenschappen, enz.
1 A. L. von Sehlözer, Theorie der Statistiek of Staatskunde; le stuk; Groningen en Amsterdam, 1807.
2 Michaëi Q. Mulhail, The dictionary of statistics ; 5 deelen (1891.)
3 W. E. A. von Schlieben, Ansiciiten iib. Zweck und Einrich-tung statistischer Sammlungen oder Bureau\'s; Halle, 1830.
4 Dr. J. E. Woerl, Erliluterungen zur Theorie der Statistik in naherer Rücksicht für Staatszwecke; Freiburg i/B. 1841.
5 Dr. E. A. Jonak, Theorie der Statistik in Grundzügen;Wien, 1856.
6 W. Lexis, Einleitung in die Theorie der Bevölkerungsstatistik; 1875.
7 Daadzaken betrekkeljjk de Graanwet en aanteekeningen uit Statistiek en geschiedenis, graanbouw en graanhandel betreffende; Groningen, 1847.
8 J. P. Suszmilch, de Goddelijke Orde, heerscbende in de veranderingen van het menschelijk geslacht, uit de geboorte, het sterven en de voortplanting van hetzelve bewezen; 2 deelen, in 4 stukken; Amsterd. 1770—1772.
9 M. T. Laurman Museum van Kerkelijke geschiedenis en oude letterkunde, Groningen, 1825.
10 Maurice Block. Handbuch der Statistik, Leipzig, 1879.
11 M. Lortet. Des fleuves et de leur influence, Lyon, 1847.
12 Prof. Dr. J. E. Wappaus. Einleitung in das Studium der Statistik; Leipzig, 1881.
13 P. H. Hugenholtz, Jz. Levenslicht, Amsterdam, 1886, 2e druk.
14 Mr. G. Wttewaall, Bijdragen tot de Staathuishoudkunde en Statistiek; II deelen; Utrecht en Leiden, 1836 en 1838.
15 Mr. G. Wttewaall, Bijdragen tot de Staathuishoudkunde en Statistiek ; nieuwe uitgaven ; Amsterdam, 1843.
16 J. Stuart Mill\'s, Staathuishoudkunde door Mr. Jacques Oppen-heim, 1875, le en 2e deel.
17 F. Domela Nieuwenhuis, Algemeen stemrecht; Haarlem, 1879.
18 Karl Marx, Kapitaal en Arbeid, bewerkt door F. Domela Nieuwenhuis; \'s Gravenhage, 1881.
19 Mr. J. Ackersdijck, de Statistiek. (Overdruk uit het Staatk. en Staathuishoudk. Jaarboekje); 6e jaarg.
20 A. Moreau de Jonnès, Elements de Statistique. 2e édition; Paris, 1856.
21 G. Fr. Kolb, Handbuch der vergleichenden Statistik der Völ-kerzustands- und Staatenkunde ; 2e umgearb. AuHage ; Leipzig, 1860 en 8ste uitgaaf; Leipzig, 1879 (2 deelen).
22 Dr. M. Haushofer, Lehr- und Handbuch der Statistik in ihrer neuesten wissenschaftlichen Entwickelung; Wien, 1872.
23 Dr. A. van Oettingen, die Moralstatistik in ihrer Bedeutung für eine christliche Socialethik; Erlangen, 1874.
24 L. Del Baere, De invloed van opvoeding en onderwijs op de criminaliteit; Amsterdam, 1891.
25 Dr. R. Jannasch, Abhandlungen über Nationaloeconomie und Statistik; Bazel, 1875.
7
26 Achille Guillard, Elements de Statistique humaine, ou Dénio-grapliie comparée eet.; Paris, 1855.
27 Dr. L. I. Gerstner, Die Grundlehren der staatsverwaltung, AVürzburg, 1864.
28 M. H. de Bonvoust Beeckman, Arbeid van gevangenen en vrije arbeid (1892).
29 A. Wagner, Die Gesetzmassigkeit in den scheinbar willkühr-lichen menschlichen Handlungen vom Standpunkte der Statistik; Hamburg, 1864, 2 d.
30 G. Pr. Kolb, Grundriss der Statistik, Leipzig, 1865.
31 Plarald quot;VVestergaard, Die Grundzüge der Theorie der Statistik, 1890.
32 Mr. O. van Rees, Redevoering over de Wetenschap der Statistiek; Utrecht, 1860.
33 Th. Wittstein, Mathematische Statistik und deren Anwendung auf National-oekonomie und Versicherungs-wissenschaft; Hannover, 1867.
34 Dr. W. Gleuns, Over levensduur en levensverzekering.
35 L. S. Louwers, Iets over volkliuisvesting en de middelen tot verbetering, 1894.
36 G. P. Knapp, Theorie des Bevölkerungs-wechsels. Abhandlun-gen zur angewandten Mathematik. Braunschweig, 1874.
37 O. Hlbner, Statistische Tafel aller Lander der Erde.
38 A. Hartleben, Statistische Tabelle über alle Staaten der Erde, 1893 en volgende jaren.
39 O. liübner. Die Zolltarife aller Lander. Zweite Autt. Iserlohn, 1866.
40 W. J. Geerling, Beknopt statistisch handboek nopens de voornaamste staten; Gouda, 1872.
41 S. H. ten Gate, Handboekje der statistiek van de Staten en Rijken der aarde ; Zwolle.
42 Dr. H. F. Brachelli, Dreissig statistische Tabellen üb. alle Lander u. Staaten der Erde, u. s. w.; Leipzig, 1862.
43 Pr. Kreüsser, Chronologisch-statistische TJebersichtstafel des Bevölkerungs-Zuwachses der Welt- und Gross-Machte; Mün-chen, 1860.
44 Dr. J. E. Wappiius, Allgemeine Bevolkerungsstatistik; Vor-lesungen ; 2 deelen, Leipzig, 1859 en 1861.
45 L. Ali Cohen, Statistiek der Doofstommen en Blinden in eenige landen van Europa (Afdrukken uit het Ned. Tijds. v. Geneeskunde, 1859, no. 45 ; 1860, no. 13 en no. 30.)
46 D. Budding, Algemeene Statistiek voor Handel en Nijverheid. Een Handboek, enz.; Haarlem 184Y--1858 ; 5 deelen.
47 R. Simson, zur Reform der Handels- und Verkehrs-Stastistik; Breslau, 1859.
48 Dr. Schumacher, Erschöpfung und Ersatz bei dem Ackerbaue, Versuch einer Statik des Ackerbaues, Berlin, 1866.
49 Compte rendu des travaux du congres general de Sta-tisque, réuni a Bruxelles les 19—22 Sept. 1853, Bruxelles, 1853.
8
J. M. v. d. Star, Militaire Statistiek van de Europeesche Staten, \'s Gravenh., 1866.
Congres de Statisque, réuni a Bruxelles les 19, 20, 21 et 22 September 1853; Compte rendn par M. Xav. Heuscliling; Paris, 1853.
H. A. Wynne, het Congres van Statistiek te Brussel; Zwolle, 1854. (Overdruk uit Sloets\'s Tijdschrift deel IX.)
Congres de Statistique, réuni a Paris du 10 au 15 Sept. 1855 ; par M. Xav. Heuschling; Paris, 1855.
Adolf Pieker, die dritte Versainmlung des Internationalen Congresses für Statistik zu Wien im September 1857 ; Wien, 1857.
Compte rendu general des travaux du congres international de statistique dans ses séances tenues a Bruxelles, 1853, Paris, 1855 ; Vienne, 1857 et Londres, 1860, publié sous la direction M. Ie Dr. Engel; Berlin, 1863.
Solutions arrêtées dans la session du congres international de statistique, réuni a Florence en 1867 et recommandées par la junte organisatrice aux différents états.
Programme de ia cinquième session du congres international de statistique a Berlin du 6 au 12 Sept. 1863; Berlin, 1863. M. M. von Baumhauer, Idées-mères ou plan motive d\'un pro-gramme pour Ia septième session du congres internat, de statist, la Haije, 1868. (3 stuks).
Projet du programme de la septième session du congrès internat. de statistique a la Haije. (4 stuks).
Congres internat, de statistique a la Haije. Septième session du 6 au 11 September 1869. Progamme. (3 stuks).
Compte rendu des travaux de la septième session du congres international de statistique a la Haije, publié par les soins de M. von Baumhauer. (1869 et 1870). 2ième et 3ième partie. Resolutions du congrès internat, de statistique arrêtées dans la septième session, tenue a la Haije en 1869.
Rapport du délégué officiel du gouvernement Roumain au septième congrès internat, de statist, sur les progrès statistiques, accomplis en Roumanie depuis le dernier congrès de Florence jusqu\'a celui de la Haije, 1869.
Rapport au congrès internat, de statist, a la Haije sur 1\'état actuel de la statistique officielle de l\'empire d\'Autriche. Rapport sur l\'état de la statistique en Finlande.
Rapport sur certaines branches dos statistique officielles du Roy-aume-uni, tenu par M. Valpij, London 1869.
Congrès international d\'agriculture tenu a la Haije du 7 a 13 Septembre 1891, faisant suite a celui de Paris en 1889; compte rendu 1892. (2 stuks).
H. Storch, Cours d\'économie politique, ou exposition des principes qui déterminent la prospérité des nations; St. Peters-bourg, 1815. (6 deelen).
Adam Smith, Recherches sur la nature et les causes de la richesse des nations. Traduction du comte Gr. Garnier, revue
9
cet. par M. Blanqui, avec les coinnientaires de Buchanan eet., II vol; Paris, 1843.
70 J. B. Say, Cours complet d\'economie politique cet. 3e edition augmentée de notes, par Horace Say; II vol; Paris, 1852.
71 J. Stuart Mill, Principles of political economy; London 1872.
72 Fred. Bastiat, Oeuvres completes; VI torn.; Paris, 1855.
73 H. P. Buckle, Geschiclite der Civilisation in Engeland ; Leipzig und Heidelberg, 1860. (3 deelen).
74 Dictionnaire dc I\'Economie politique cet. cet., par M.M. Pr. Bastiat, H. Baudrillart cet., public sous la direction de M.M. Ch. Coquelin et Guillauinin; II Tom.; Paris, 1854.
75 Reutzsch, Handwörterbuch der Volkswirthschaftslehre ; Zwoite Ausg.; Leipzig, 1870.
76 Rob. von Mohl, Encyklopadie der Staatswissenschaften ; Tübin-gen, 1859.
77 Hugo Schober, Katechisinus der Volkswirthschaftslehre; Leipzig, 1859.
78 Antonin Rondelet, du Spiritualisme en économie politique; Paris, 1859.
79 K. Marx, zur Kritik der Politischen Oekonomie, Heft I; Berlin, 1859.
80 K. Marx, Das Kapital, Kritik der Politischen Oekonomie, 3 bande.
81 Dr. J. W. E. de Man, de Staathuishoudkunde; Amersfoort, 1849.
82 P. de Hamal, Beginselen der Staatshuishoudkunde, enz.; Deventer 1850
83 E. van Voorthuijsen Hz., Staathuishoudkunde ; Amsterdam, 1856.
84 Joseph Garnier, Beknopte Verhandeling over de beginselen der Staathuishoudkunde ; vert.; Rotterd., 1859.
85 Mr. J. L. de Bruijn Kops, Beginselen van Staathuishoudkunde; 3e herziene en vermeerderde druk, 2 deelen; tVinst., 1859.
86 Mr. S. Vissering, Handboek van praktische Staathuishoudkunde, 3 stukken ; Amsterdam, 1860—1862 en 1865.
87 ■ Mr. N. Gr. Pierson, Leerboek der Staathuishoudkunde, 2 dee
len 1884 en 1890.
88 Mr. S. Vissering, Handleiding tot wetenschappelijke waarnemingen, ten behoeve van reizigers, enz., uitgegeven door het Aardrijkskundig genootschap. IX Handleiding tot het statistisch onderzoek.
89 Mr. O. van Rees, Overzicht der Staathuishoudkunde; Utrecht, 1861.
90 Dr. K. H. Rau, Grundsatze der Volkswirthschaftslehre; 6to Ausgabe ; Leipzig u. Heidelberg, 1855.
91 Dr. K. H. Rau, Grundsatze der Volkswirthschaftspolitik; H Abth., 4te Ausg.; Leipzig u. Heidelberg, 1854 u. 1858.
92 Dr. K. H. Rau, Grundsatze der Plnanzwissenschaft, Ie Abth., 4o Ausg.; Leipzig u. Heidelberg, 1859 en 1860.
93 Willi. Roscher, System der Volkswirthschaft, zweiter Band ; Stuttgart, 1865.
10
94 Wilh. Roscher, Die Grundlagen der Nationalökonomie ; Stuttgart, 1866.
95 Staats- und socialwissenschaftliche Forschuugen. Ilerausgege-ben von Gustav Smoller, Leipzig, 1879 en volgende jaren.
96 H. J. Doorman, Financiëele beschouwingen. Het op beleening of prolongatie uitzetten van gelden, \'s Gravenh., 1866.
97 J. J. Weeveringh, Financieel statistisch overzicht van de voornaamste staten der aarde, Jaarboekie voor 1871; Amst., 1871. (bis).
98 Mr. H. Goeman Borgesius, Schulze Delitzsch en zijne crediet-vereeuigiugen, Arnhem, 1872.
99 Schulze-Delitzsch, Jahresbericht für 1871 über die auf Selbst-hilfe gegründeten deutschen Erwerbs- und Wirthschaftsge-nossenschaften ; jjeipzig, 1872.
100 Prince Adam Wiszniesvski, La méthode historique appliquée a la réforme des banques et des crcdits mobiliers ; Paris, 1865.
101 N. G. Pierson, Twee adviezen over muntwezen ; Amsterdam, 1874.
102 J. Meijer, Das Münzvvezen auf einheitlicher Grundlage ; Berlin, 1875.
103 O. Hübner, Petit manuel populaire d\'Economie politique, traduit de FAllemand avec 1\'autorisation de 1\'auteur par Ch. Ie Hardy de Beaulieu; Bruxelles et Paris, 1861.
104 B. Waree, Répertoire bibliographique des ouvrages de Legislation, de droit et de jurisprudence etc.; Paris, 1863.
105 Dr. W. Hecker, Het Staatsleven der volken ; Groningen, 1856.
106 H. H. L. Heeren, Ideën over de staatkunde, onderlinge verkeering en den handel van de voornaamste volken der oud-beid. Vertaald enz. door Mr. G. Dornseiffen; 6 deelen; Rotterdam, 1825.
107 Mr. O. van Rees, Geschiedenis der Staathuishoudkunde in Nederland, tot het einde der achttiende eeuw, 2 deelen; Utrecht, 1865 en 1868.
108 M. A. Legoijt, La Prance et l\'étranger études de statistique comparée ; Paris et Strasbourg, 1864.
109 F. Guizot, Algemeene geschiedenis der beschaving in Europa, enz.; Leiden, 1843..
110 H. J. Scheuer, Insubordinatie en militair tweegevecht, 1893.
111 Dr. H. I. Nassau, Historische proeve over den gunstigen invloed, dien de opvolgende oorlogen der oude geschiedenis op den trapswijzen vooruitgang en de uitbreiding der beschaving hebben uitgeoefend; Groningen, 1834.
112 P. J. G. Cabanis, Rapports du Physique et du moral de Thonime. Nouvelle édition eet. par le Dr. Cerise, II tom.; Paris, 1855.
113 M. Blanqui ainé, Histoire de l\'Économie politique depuis les anciens jusqu\' a nos jours; eet. 3e édition II tom.; Paris, s. a. (1855).
114 E. W. de Rooij, Geschiedenis der Staathuishoudkunde in Europa, van de vroegste tijden tot op lieden ; Amsterdam, 1851.
115 H. A. Wijnne, Geschiedenis der staathuishoudkunde in Ne-
11
deland tot het einde der achttiende eeuw door Mr. O. van Rees, le deel. Oorsprong en karakter van de Nederl. nijver-heidspolitiek der zeventiende eeuw ; (Overdr. uit de Nieuwe Bijdragen voor R. en W. Dl. XVI, st. 1. bl. 133),
116 P. I. Mone, Beitrage zur Geschichte der Volkswirthschaft aus Urkunden ; Karlsruhe, 1859.
.117 Emile Worms, 1\'A.llemagne économique ou histoire du Zoll-verein Allemand ; Paris, 1874.
118 Mr. A. R. Arntzenius, De staatsleer van J. J. Rousseau, 1847.
119 S. van Houten, Verhandeling over de Waarde ; Groningen, 1859.
120 Mr. H. P. G. Quack, Studiën op sociaal gebied, 1877.
121 Mr. H. P. G. Quack, De socialisten, personen en stelsels, 1S75. (4 deelen.)
122 H. A. Wjjnne, Waarde, geld en crediet in den wereldhandel volgens de beginselen van John Stuart Mill; Groningen, 1854.
123 H. A. Wijnne, Middenpnjzen. (Overdruk uit do Volksvljjt, 1859).
124 Th. ïooke u. W. Newmarch, die Geschichte u. Bestimmung der Preise wahrend der Jahre 1793—1857; Deutsch und mit Zusatsen versehen vou Dr. C. W. Asher; II Th., Dresden, 1862.
125 Mr. J. Heemskerk Az., Voordrachten over den eigendom van voortbrengselen van den geest; Haarlem, 1856.
126 Mr. J. A. Molster, Voorlezingen over de neutraliteit vooral in verband met de scheepvaart der onziidio-e volken ; Haarlem, 1856.
127 Mr. W. H. Suringar, Beknopt verslag over de Hulpbanken of vereenigingen tot het geven van voorschotten, naar De-bouteville.
128 Mr. J. T Buijs, Voorlezingen over Circulati-banken, enz.; Haarlem, 1856.
129 Over voorschotten op hypotheek in het Buitenland ; Amsterdam, 1864.
130 H. A. Wijnne, Het konsignatie-stelsel
131 Mr. A. M. Pareau, Oktrooijen; 1861. (Overdruk uit het Bij bl. v. d. Economist, 1861).
132 E. Star Busman, Octrooijen van uitvinding; Groningen, 1867.
133 H. A. Wijnne, Verzekerings-statistiek; 1861. (Overdruk uit de Volksvlijt, 1861).
134 M. A.H. L. van Lier, Afbetalings-contracten (1892).
135 H. A. Frégier, des Classes dangereuses de la population dans les grandes villes et des moyens de les rendre meilleures. Ouvrage recompense en 1838 par ITnstitut de France, eet. II torn.; Paris, 1840.
136 L. M. Moreau-Christophe, du problème de la Misère et de sa solution chez les peuples anciens et modernes; III torn.; Paris, 1851.
137 Mr. I. A. van Roijen, Wetgeving en armoede beschouwd in betrekking tot het misdrijf. Redevoering, uitgesproken den 10 Febr. 1846 ; Zwolle, 1846.
138 Dr. P. Hofstede de Groot, de voorname bron van maatschappelijke ellende in onzen tijd; Groningen 1854.
12
139 A. A. Cadèt-de-Vaux, Moyens de prévenir le retour des diset-tes ; Paris, 1812. (2 stuks.)
140 Dr. Burggraeve, Amelioration de la vie domestique de la classe ouvrière ; Grand 1864.
141 Dr. E. van Voortlmijsen, Voorlezingen over de duurte dor levensmiddelen ; Haarlem, 1856.
142 F. le Play, les Ouvriers européens. Etudes sur les travaux, la vie domestique et la condition morale des pojmlations ouvrières de l\'Europe; Paris, 1855.
143 M. C. Question ouvrière, patrons et ouvriers, participation aux benefices.
144 Dr. Bernhard Heszlein, Volkswirthschaftlioher Arbeitcr. Ka-techismus; Leipzig, 1865.
145 Dr. R. .Tannasch, Die Trades\' unions oder (xewerkvereine; Basel, 1870.
146 L. d\'Andrimont, Des institution set des associations ouvrières de la Belgique ; 13ruxelles, 1871.
147 Leroy-Beaulieu, het arbeidersvraagstuk der negentiende eeuw met voorrede en aanteekeningen van N. Gr. Pierson; Haarlem, 1874.
148 K. Wachtler, Onze werklieden, bewerkt door Dr. M. Nie-meijer, Groningen, 1874.
149 Verslag aan den Koning over de vereischten en inrichting van Arbeiderswoningen, door eene Commissie uit het Kon. Instituut van Ingenieurs; \'s Gravenhage, 1855.
150 Dr. B. Becker, Wie Arbeiterwohnungen gut und gesund einzurichten und zu erhalten seien. Preisschrift; Basel u. Biel, 1860.
151 W. Baring, Wie Arbeiterwohnungen gut und gesund einzurichten und zu erhalten seien. Preisschrift; Basel u. Biel, 1860.
152 Th. Meyer-Merian und J. J. Balmer-Rinck, sicherer Weg-weiser zu einer guten und gesunden Wohnung. Zwei Preisschriften. Bazel, 1860.
153 Congres international de Bienf\'aisance de Bruxelles. Session en 1856 ; II tom ; Bruxelles, 1856.
154 Congres international de Bienfaisance de Francfort s/M. Session de 1857 ; II tom.; Francf. s/M., 1858.
155 Programme de la session du Congres international de Bienfaisance et de l\'Association nationale (Anglaise) pour l\'avance-ment des Sciences sociales, a Londres, le 4 Juin 1862, a l\'occasion de l\'Exposition universelle ; 1862.
156 II. Visser, de Brusselsche Anti-slavernij-conferentie, 1889 — 1890 (1893).
157 A. Bourguignat, Legislation appliquée des établissements in-dustriels , eet. Traité complet etc.; II tom.; Paris, 1859.
158 M. F. Laferrière, Cours de droit publique et administratif mis en rapport avee les lois nouvelles eet.; 5e edit; revue eet.; II tom.; Paris, 1860.
159 Robert Cremer, Concessionirung derj. gewerbliehen Anlagen, welche in den Königl. Preussischen Staaten . . . einer be-
13
sondern polizeilichen Genelnnigung bedürfen. Eine Sannnlung aller dahin einschlagenden Gresetze, Verordnungen und Instruc-tionen n. s. w. Mit 89 Holzschnitten; Braunschweig, 1859.
ICO J. A. Uilkens, Inwijd.-Redevoering over den invloed der Limd-huishoudkunde op liet bestaan cn de welvaart der burgerlijke Maatschappij; Groningen, 1810.
lül H. de Thünen, Recherches sur l\'influence que le prix des grains, la richesse du sol et les impots exercent sur les systeines de culture. Trad. par J. Laverrière ; Paris 1851.
162 M. L. de Lavergne. 1\'Agriculture et la Population ; Paris, 1857.
1G3 Dr. F. G. Schulze, Volkshuishoudkunde voor allen, die in Landbouw en Nijverheid belang stellen. Pewerkt door E. C. Enklaar ; Zwolle 1858.
164 F. Bülau, Der Staat und der Landbau, Heitrage zur Agri-culturpolitik; Leipzig, 1834.
165 Dr. C. F. W. 1. Haberlin, Lehrbuch des Landwirthschafts-rechts; Leipzig, 1859.
166 B. Hildebrand, Die statistische Aufgabe der Landwirthschaft-lichen Vereine. Ein Vortrag am 1 Juni 1863 in der Ver-sammlung thüringischer Land- und Forstwirthe zu Jena gehalten; .Jena, 1863.
167 Justus von Liebig, Naturwissonschaltliche Briefe über die moderne Landwirthschaft; Leipzig und Heidelberg, 1859, 2e Abdruck.
168 Dr. W. Löbe, die Landwirthschaft und ihr EinHuss auf d. sociale u. materielle Wohl der Staaten und Völker ; 3 Th.; Leipzig, 1853—1854; met portretten en afbeeldingen.
169 Dr. P. J. Otto, Lehrbuch der rationellen Praxis der land-wirthschaftlichen Gewerbe, u. s. w. ; 5te umgearb. u. vermerhte Aufl. mit zahlreichen Holzschnitten ; Braunschweig, 1859— 1860 seq.; II Th.
170 Eiiiil Perels, Ifandbuch zur Anlage und Konstruction land-wirthschaftlicher Maschinen und Geriithe für Maschinenfabri-kanten, gebildete Landvvirthe u. s. w. ; mit 97 lithograpliir-ten Tafeln, I und II Band ; Jena 1860.
171 Dr. W. F. Dünkelberg, Der Wiesenbau in seinen landwirth-schaftlichen und technischen Grundzügen u. s. w., mit 97 in den Text eingedruckten Holzstichen und zwei farbigen Kar ten ; Braunschweig, 1865.
172 G. Abel, Die Pflege der Wiesenbewasserungs-Anlagen, u. s. w., mit 12 Tafeln in Steindruck; Karlsruhe, 1805.
173 Nieuwen atlas ofte quot;Werelt Beschrijvinghe, in 5 deelen.
174 G. Fr. Kolb, Statistik der Nenzeit u. s. w.
175 Der Landwirth d. XIX. Jahrhunderts, od. das Ganze d. Landwirthschaft; mit 2500 Abbild.; von einem Vereine praktischer Landwirtlie Frankreichs, dirigirt von Dr. Alex. Bixio ; — I. Abschnitt, Alg. Landwirthtschaft, 10 T., Sf.uttgart, 1846; II. Abs., Handelsgewachse und die Hausthiere, 10 T. aid., 1846 ; III. Abs., die landwirthschaftliche Technologie, 10 T., aid., 1846; IV. Abs., die Forstwirthschaft u. landwirthschaft-
14
liche Gesetze und Verwaltung, 10 T., aid., 1847 ; V. Abs., die Gartnerei; 10 T., aid., 1847.
176 Dr. R. Wagner, Die chemische Technologie u. s. w.; 2teumgearb. und verm. Auflage ; init 154 Originalholzschnitten ; Leipzig, 1853.
177 L. Walkhoff, der praktische Rübenzuckerfabrikant u. s. w.; mit einem Vorwort von Dr. Pr. Jul. Otto ; \'ie Aufl.; Braunschweig, 1858.
178 Hetzelfde werk ; Braunschw., 1867 ; Zweite Halfte.
179 Dr. F. E. J. Crüger, de Natuurkunde in de Volksschool naar het Hoogduitsch. Naar den derden Hoogd. druk vertaald door Dr. D. J. Steyn Parvé ; Leiden, 1854.
180 J. H. G. van Justi, Volledige verhandeling der Manufacturen Fabrieken, met verbet, en aanmerk, van J. Beckmann, naar de 2e uitgave uit het Hoogduitsch vertaald door J. v. M., Az.; Utrecht, 1782.
181 F. Verdeil, de l\'Industrie moderne; Paris, 1861.
182 Dr. L. Ali Cohen, Mededeelingen uit het gebied van natuur, wetenschap en kunst; 2 deelen in 3 stukken, m. pl.; Gron., 1844—1846.
183 Een woord over den in Arkadiê in 1859 nieuw ontdekten Den, Abies reginae Amaliae, enz. (Overdruk uit de Landbouwcourant, 1861, no. 29.)
184 Dr. Lorenz von Stein , Lehrbuch der Finanzwissenschatt, Leipzig, 1875.
185 Menier, l\'Avenir économique ; tome I partie politique; Paris, 1875.
186 Dr. Karl. Andree, Geographic des Welthandels mit geschicht-lichen Erliiuterungen, 5 deelen ; Stuttgart, 1867.
187 Dr. J. Wernicke, das verhalfcnis zwischen Geborenen und Gestorbenen in Historischer Entwickelung und fur die Go-genwart in Stadt und Land; Jena, 1889.
188 Dr. Ernst Hasse, die Organisation der Ambtlichen Statistik ; Leipzig, 1888.
189 N. Mulerium, Hemelsche trompet Ende Morgenwecker ol\'te komeet met een Lange baert, verschenen in 1618.
190 Dr. M. v. Pettenkofer. Voordrachten over rioleering on afvoer; 1877.
191 Dr. A. Schaffle, Die Quintessenz des Socialismus ; Gotha, 1878.
192 Verhandelingen rakende de natuurlijke en geopenbaarde Godsdienst, uitgegeven door Teijlers godgeleerd genootschap.
193 Dr. A. G. Fr. Schattle, Bau und Leben des Socialen Kör-pers, 4 deelen ; Tübingen, 1878.
194 Jo. Eberhardi Rau, S. theol. prof. p. Monunienta Vctustatis Gennanicae ut puta de Ara übiorum in C. Corn. Taciti I annalium libri duo tum de Tumulo Honorario Caji et Lucii Caesarum in Confinio Ubiorum ac Preverorum liber Singularis cum figuris aeri incisis ; Utrecht, 1738.
195 Paul Lerojj Beaulieu, Le collectivisme, examen eutique du nouveau socialisme, 2e edition ; Paris, 1885.
15
196 Rébus sur la lumière l\'image et les couleurs pris mutiqies (1888).
197 H. J. D. D. Easchedé, de hoofdbeginselen van het zeeassurantie-recht, historisch toegelicht; 1886.
198 G. C. Everwijn Lange, Iets over goederenvervoer op dek en in open spoorwagens, 1883.
199 H. C. Hacke, eonige opmerkingen over het politietoezicht op zee, in verband met do zeevisscherij-conventie van 6 Mei 1882.
200 J. R. M. Hertzog, De incomebond, zijn rechtskarakter en de waarde zijner economische en juridische beginselen, 1892.
201 S. J. Hogerzeil, aanvaring in het internationaal privaatrecht, 1888.
202 E. J. Korthals Altes, internationale rechtsconflicten op het gebied van het zeerecht 1891.
203 J. P. A. van Limburg Stirum, bescherming van onderzeesche telegraafkabels.
204 J. F. Muyskon, preferente aandeelen en actions de jouissance, 1891.
205 J. van Scheevickhaven, wettelijk karakter van het contract der levensverzekering, 1888.
206 J. G. Schölvinck, invloed van oorlog en oorlogsmolest op de overeenkomsten van bevrachting en zee-assurantie, 1889.
207 G. M. R. Testa, de inhoud der overeenkomsten in het internationaal privaatrecht, 1886.
208 C. A. Vernjn Stuart. Ricardo en Marx, 1890.
209 L. G. A. Vos de Wael, de consulaire oonventiën in be-betrekking tot het zeerecht, 1886.
210 C. D. Asser, Jr., internationaal goederenvervoer langs spoorwegen, de Bernsche conventie van 1886, (1887.)
211 Brieven over Duitschland en Holland (2 deelen) in den zomer van 1809 geschreven op eene wandeling door een gedeelte van Duitschland en Holland.
2. BIJZONDERE.
Staats-geneeskundige onderwerpen, geneeskundige statistiek en dergelijke.
212 A. Mühry, klimatologische Untersuchungen, oder Grundzüge der Klimatologie in ihrer Bezieliung auf die Gezundheits-Verhaltnisse der Bevölkerungen ; Leipzig u. Heidelberg 1858.
213 Mr. quot;VV. R. Boer, De Arbeid. Handboek voor volkshuishoudkunde ten dienste voor het Middelb. ondw.; Amsterdam, 1865.
214 M. Baehr, Note sur une question de géométrie de l\'espace.
215 F. V. Engelenburg, Het internationaal krankzinnigenwezen, 1887.
216 M. Schoock, Exerciationes variae, de diversis materiis,; Utrecht, 1863.
217 H. AVitte, Handboek voor den bloementuin ; Gron., 1866.
218 R. W. Boer, Bijdragen tot de kennis der houtteelt; Zwolle 1857, (2 deelen.)
219 Theodor Risch, Bericht über Sehlachthauser und Viehmarkte
13
in Deutschland, Frankreich, Belgien, Italien, Engeland und der Schweiz; Berlin, 1866.
220 Dr. Ed. Hantstein, l)er Londoner Viehmarkt und seine Be-deutung fiir den Continent., insbesondere Deutschland; Bonn, 1867.
221 Mr. N. G. I\'ierson, Grondbeginselen der staatluiishoudkunde ; 1875, 1876 (2 doelen).
222 A. Quetelet, iiber den Mensclien, und die Entwicklung seiner Piihigkeiten, Deutsche Ausgabe cet. von Dr. V. A. Riecke ; Stuttgart, 1838.
223 Jules Gavarret, Algemeine Grundsatze der medicinischen Statistik; iibertragen aus d. Franz, in\'s Dents, von S. Land-mann; Erlangen, 1844.
224 Dr. J. L. Casper, Beitriige zur niedicin. Statistik u. Staats-arzneikunde (entli. die wahrscheinliche Lebensdauer des Men-achen u. s. w.); Berlin, 1835.
225 Dr. J.L.Casper, Denkwiirdigkeiten zur medicinischen Statistik und Staatsarzneikunde, fiir Crimminalisten und Aertze.; Berlin, 1846.
226 Dr. J. L. Casper, üb. die wahrscheinliche Lebensdauer des Mensclien. Eine Vorlesung. l^erlin, 1843.
227 J. Ch. M. Boudin, Traité de Géographie et de Statistique médicales eet., avec 9 cartes et tableaux ; II Tom.; Paris, 1857.
228 Mare d\' Espine, Essai analitique et critique de Statistique mortuaire comparée cet.; Genève cet. 1858.
221) P. Plourens, de la Longevité huniaine et de la quantitó de vie sur le globe ; 3e edit.; Paris, 1856.
230 L. Moser, (lie Gesetze der Lebensdauer cet., Ein Lehrbuch ; Berlin, 1839.
231 J, E. Wappiius, über den Begriff und die statistische Bedeu-tung der mittleren Lebensdauer ; Gottingen, 1860.
232 Fr. d\' Ivernois, sur la Mortalité proportionelle des peuples, considerée comme mesure de leur aisance et de leur civilisation ; Geneve et Paris, 1833.
233 G. C. B. Suringar, Onderzoek naar de doelmatigste inrichting van sterftelijslen, enz. (Bekroonde verhandeling). Amsterdam, 1831.
234 Mr. J. Aokersdjjk, Iets over de aanwending dor sterltetafels voor de kennis van den Levensduur. (Overdr.)
285 Dr. A. H. Israels, De verdiensten der Nederlanders in het verspreiden en uitbreiden der Harveyaansche ontdekking.
236 Ph. Patissier, Traité des maladies des Artisans, et de celles qui résultent des diverses professions, d\' après Ramazzini; Paris, 1822.
237 A. L. Fonterot, Hygiene physique et morale de Touvrier dans les grandes villes en général et dans la ville de Lyon en particulier cet. ! Ouvrage couronné); Paris 1858.
238 Dr. L. Ali Cohen, beschouwing van S. Sr. Coronel\'s werk : de Gezondheidsleer toegepast op de Fabrieknijverheid (behande-liiiquot;- van de vraag betreffende hot regelen van den fabriek-
17
arbeid, inzonderheid van kinderen, door het openbaar gezag; (Afdruk uit het Tijds. van het Armwezen, 1863).
239 J. B. Monfalcon et A. P. J. de Polinière, Traité de la Salu-brité dans les grandes villos; Paris 1846.
240 E. Salomon, Welches sind die Ursachen d. in neuester Zeit so sehr überhand nehmendeu Selbstmorde, und welche Mittel sind zur Verhütung anzuwenden ? u. s. \\v. Mit statistischen Tabellen im Anhange ; Bromberg, 1886.
241 A. Heynsius, de vertering van weelde in de dierlijke huishouding ; Amst., 1858.
242 De stofwisseling van het menschelijk lichaam, volgens het tijdschrift; „der Naturarztquot;, voorafgegaan door eene voordracht over Ozon en Autozon, alsmede iets over de oorzaken en gevolgen van cholera en veepest; Zutphen, 1867.
243 Bertillon, Conclusions statistiques contre les dótracteurs de la Vaccine, précédees d\'un Essai sur la méthode statistique appliquée a l\'étude de l\'homme; Paris, 1857.
244 A. Tardieu, Dictionnaire d\' Hygiëne publique et de Salubrité eet.; Repertoire de toutes les Questions Relatives a la Santé publique ; III tom.; Paris, 1852—1854.
245 Dr. Eusebe de Salie, Coup-d\'oeil sur les Révolutions de 1\'Hygi-ène, ou Considérations sur l\'histoire de cette Science et ses applications a la morale, eet.; Paris, 1825.
246 Dr. E. Reich, zur Staats-Gesundheidspflege, eet.; Leipzig, 1861, Ernste Worte an die bürgerliche Gesellschaft.
247 Dr. L. Ali Cohen, Handboek der openbare gezondheidsregeling en der geneeskundige politie; Groningen, 1869.
248 Dr. Max. Yernois, Traité pratique d\'Hygiène industrielle et administrative, comprenant l\'étude des établissemonts insalubres, dangereux et incommodes ; II tom.; Paris, 1860.
249 Dr. C. Vogel, de geneeskundige Politie-wetenschap, theoretisch en praktisch beschouwd ; naar het Hoogduitsch met de Nederl. wetgeving in verband gebracht door Mr. L. G. Verneé ; Tiel, 1854.
250 Dr. A. quot;Wurtz, sur l\'Insalubrité des résidus provenant des distilleries et sur les moyens proposés pour y remedier ; Rapport eet.; Paris, 1859.
251 Dr. L. Ali Cohen, Algemeene gezondheid en Pabrijk-Nijverheid. Het verband tusschen beide, en de wijze waarop beider strijdige belangen kunnen worden overeengebracht, in een tweede Rapport aan Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Groningen ontwikkeld ; 2 stukjes ; Groningen, 1860.
252 Dr. S. Sr. Coronel, Beschouwingen over het eerste van vorenstaande Rapporten ; October 1860. (Afdruk uit de Gids, November 1860; pp. 4).
253 Dr. L. Ali Cohen, Hygiëne en Economie. (2 stukjes. Jan. en Dec. 1859; — afdruk uit de Economist, 1859). Hoe verbetering van Stadswateren zonder opofferingen, ja „Met geldelijk voordeelquot;, voor dc gemeenten kan plaats hebben.
254 M. de Proijcinet, Rapport sur l\'assainissement der fabriques
2
18
ou des procédés d\'industries insalubres en Augleterre, dans Belgique et la Prusse-Rhénane et en France; Paris, 1868.
255 Dr. S. Sr. Coronel, de Gezondheidsleer toegepast op labrijk-nijverheid ; een Handboek voor industriëlen, Genees- en Staathuishoudkundigen ; Haarlem, 1861.
256 Laman Trip, Beschouwingen over het toezicht op inrichtingen van nijverheid, Acad. proefschr. ; Gron. 1868.
257 Dr. L. AU Cohen, Handelingen der Nederl. Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst in 1857 en 1858; 2d.; Amst., 1857, 1858.
258 Dr. F. X. Metzier, Versuch ei nes Leitfadens zur Abfassung zweckniassisrer medizinischer Toposraphien. Freyb. u. Kon-stanz, 1814.
269 Dr. L. Ali Cohen, de Cholera is eene ziekte, die in verreweg de meeste gevallen zeker eu vrij gemakkelijk genezen kan worden. 1 Januari 1856 ; Afdruk uit het Repertorium, 1856).
260 Dr. L. Ali Cohen, het verband tusschen de gesteldheid van den Bodem en liet heerschen van Cholera. (Afdr. uit het Ned. Tijds. voor geneeskunde, 1862, blad 5).
261 Maatregelen, strekkende om het ontstaan en de verbreiding van den aziatischen braakloop tegen te gaan en den lijder, daardoor aangetast, een spoedige en doelmatige hulp te ver-leenen. (Losse vellen).
262 Cholera-regalatief, aanbevolen aan geneeskundigen, gezond-heidscommissiën en het publiek door de hoogleeraren dr. W. Griesinger te Berlijn, Max. von Pettenkoffer te München en C. A. quot;Wunderlich te Leipzig. Gron., 1866.
263 D. de Niet, beschouwingen aangaande de oorzaken van de aziati-sche Cholera en hare verspreiding ; Veenendaal, 1893.
264 W. de Sitter, Gezondheids-commissiën ; Groningen, 1857.
265 Dr. S. Sr. Coronel, Plaatselijke gezondheids-com missiën ; Leeuw., 1867 ; (een afdruk).
266 Fr. Oesterlen, Handbuch der medicinischen statistik ; Tubingen, 1864, le en 2e afl.
267 J. M. Korver, besmetting met syphilis door middel van de vaccinatie (syphilis-vaccinita), 1880.
268 S. A. Norden, over het vervoer van zieken en gekwetsten te water, 1883.
Handel, Scheepvaart, Statistiek, enz,, vreemde landen betreffende.
BELGIË.
279 Tarif complet des Douanes de Belgique, au 5 Janvier 1858, eet.; Bruxelles, 1858.
270 Recueil Consulaire, contenant los rapports des Consuls de Belgique, public en execution d\' un arrèté du Roi, T. L, années 1839—1855; T. II—XII, années 1856 en volg.
271 J. E. Horn, Statistisches Gemaelde des Koenigreichs Belgien ;
19
Nach der gleichzeitig erscheinenden „Statistique générale de la Belgiquequot; u. andern Quellen. Mit einer einleitung von X. Heuschling Dessau 1853.
272 J. E. Horn, Bevölkerungswissensclmftliche Studiën aus Bel-gien, mit durcligehender vergleichender Erforschung der ent-spreehenders. Verhaltenisse in Oestenreich, Sachsen, Preus-sen, Frankreieh. England, Holland und andere Staaten. Leipzig, 1854.
273 L. van de quot;VValle, Schets van Belgie\'s toestand, met betrekking tot de Staatkunde, de zedelijke en stoffelijke belangen des lands; Gent 1854.
274 H. A. quot;Wynne, eenige mededeelingen betreffende Belgie\'s landbouw. (Overgedrukt uit de Boeren-Goudimjn, 1855 ; no. 4.
275 Dr. A. Scheler, Annuaire Statistique et Historique Beige, pour 18C2 ; Bruxelles, 1862.
276 Statistique Générale de la Belgique. Exposé de la situation du royaume. Période décennale de 1841 a \'50 et de 1851 a \'60 et 1861 a \'75.
277 Statistique de la Belgique. Population. Mouvement de l\'Etat civil pendant les années 1831 a 1840, 1841 et 1842 a 1850.
278 Documents statistiques, publiés par le département de 1\'inté-rieur, avec le concours de la commission centrale de statistique. Tome I—XII, Bruxelles, 1867—1868.
279 Statistique de la Belgique. Population. Kecensement Géné-ral (31 Decb. 1856/31 Decb. 1866, 15 Oct. 1846). Bruxelles, 1870.
280 Royaume de Belgique. Bulletin de la commission centrale de statistique. Tome I—XV. Bruxelles, 1883.
281 Statistique de la Belgique. Agriculture, Kecensement géné-ral. (31 Decb. 1856, 31 Decb. 1866, 15 Oct. 1846—1880). Bruxelles 1885.
282 Statistique de la Belgique. Industrie. Kecensement général. (15 Oct. 1846). Bruxelles 1851.
283 Annuaire Statistique de la Belgique.
284 Ch. M. A. Bijleveld. Het le hoofdstuk van het Belgisch wetsontwerp op de kinderbescherming. Leiden 1894.
285 Dr. August Droite. Das Irrencursystem des Collectiven Pa-tronatasyles „Gheel und Umgegendquot; im Regierungs Bezirke. Antwerpen. Osnabrück, (1861).
286 Tableau général du Commerce les pays étrangers, pendant les années 1843, 1858, 1859, 1886. Bruxelles, 1887.
DUITSCHLAND (Rijken tot den Duitschen bond behoorende).
287 Beleucbtung der Denkschrift über die Verhiiltnisse des Deut-schen Zollvereins zur Schweiz ; Bern, 1851.
288 Drei Anlagen. Anlage a. Verzeichnisz der mit dem Isten Marz 1853in Kralt tretenden Erhöhungen der in Steuervereine bestehenden Eingans- Abgabesasze unter Hinweisung aul die betreflenden Ordnungsnummern u. Unterabtheilungen der zweiten Abtheilung der Zollvereins-Tarifs. Anlage b. Verzeichnisz der
\'20
Gegenstande, welcher Keiner Abgabe unterworfen sind. An-lage c. Zolltarif für die Zeit von Isten Oct. 1851.
289 Roessingh amp; Mummy. Die Baumwoll-Spinnerei im Zollvereine, Bremen, Jan. 1858.
290 Alphabetiches Waaren-Verzeichniss mit den im Steuervereine und im Zollvereine beim Ein- und Ausgange zu entrichtenden Abgabe-Siitzen ; Hannover, 1853.
291 Statische Uebersichten über Waaren-Verkehr und Zoll Ertrag im Deutschen Zoll-Vereine für das Jahr 1847; Berlin, 1847.
292 Hamburg\'s Handel 1851, 1853—1854.
293 Hamburg\'s Handel und Schiffahrt en verschillende andere stukken betreffende Hamburg\'s Handel en Scheepvaart 1855 en volg.
294 Ubersicht des Bremischen Handels im Jahre 1850.
295 Tabellarische Uebersicht des Bremerschen Handels im Jahre
1851 —1864, zusammengestellt durch die Behörde lür die . Handels-Statistik ; Bremen, 1865.
296 Andere stukken betreffende de Handels-Statistiek van Breinen, 1847 en volg.
297 Tabellarische Uebersichten des Lübeckschen Handels imJahr 1858—1872, Lübeck 1859 en volg.
298 Andere stukken betreffende den Handel en de Handelsstatistiek van Lübeck, 1849 en volg.
399 Lübeck\'s Nordischer Handel unter Berücksichtigung Seiner Bedeutsamkeit für die deutsche Fabrication ; 2te Aufi.; Lübeck 1849.
300 Heinrich Rau, Vergleichende statistik des Handels der Deutschen Staaten ; Wien, 1863.
301 Stukken betreffende de Handels-Statistiek, enz., van Stettin, 1849 en volg.
302 Stukken betreffende de Handels-Statistiek der havens over verschillende jaren.
303 Gesetz-Sammlung fur das Königreich Hannover; Jahrgange 1852—1859, verschillende No\'s, betreffende Handelswetgeving, enz.
304 Gesetz-Sammlung für das Königreich Hannover, 1860, no. 26, enthaltend das Gesetz und die Bekanntmachung betreffend die Einführung eines Lootszwengs auf der Ems.
305 Gesetz-Sammlung für das Königreich Hannover, 1861, no. 10, enthaltend : Bekanntmachung den Tarif für das auf der Ems zu entrichtende Zwangslootsgeld betreffend.
306 Statistische Verkehrs-üebersichten des Hafens Leer für die Jahren 1859—1864. Veröffentlicht von der Handels-Deputa-tion im Mai 1860, u. s. vv.
307 Statistische Notizen über Rheiderland nebst Uebersicht des Handels-Verkehrs zu Weener im Jahre 1859, Weener, I860.
308 Stukken betreffende de Handels-Statistiek enz. van Mannheim,
1852 en volg.
309 Statistische Jahresbericht über den Schiffs- und Güterverkehr auf dem Rhein, im Jahre 1864 en volg.; Mannheim.
21
310 J. Rigaud, Die Frankfurter Fruchthalle.
311 J. Rigaud, Missive van den Nederlandschen Resident te Frankfurt betreffende vorenstaand werkje, d.d. 19 Nov. 1851.
312 Ambts Blatt der freien Stad Frankfurt, 9 Aug. 1855, betreffende de „Fruchtbörscn Ordnung.quot;
313 Dr. W. C. do JNeufville, Lebensdauer und Todesursaeben ver-scliiedener Stiinde und Gewerbe; nebst vergleichender Stati-stik der Christlichen und Israelitisclien Bevölkerung Frankfurts, Frankfurt a/M, 1855.
314 C. Doehl, Das Meliorations-Wezen des Preuszichen-Staaten, oder die Wasser-Gesetzgebung mit Bezug auf Bewiisserung und Entwasserung des Gr und und Bodens im Interesse des Lan-deskultur ; Brandenburg, 18G8.
315 Dr. H. Grouwen, Erster Bericht über die Arbeiten der Agri-cultur-cheniischen Versucbsstation des landwirthschaftlichen Centralvereins der Provinz Saehsen, eet., zu Salzmiinde ; Halle, 1862.
316 Dr. Mcolaus Hooker, Die Groszindustrie Rheinlands und Westphalens, ihre Geographic, Geschichte, Production und Statistik ; Leipzig, 1867.
317 Dr. F. W. Bencke, Mittheilungen uud Vorschliige betreffend die Anbahnung einer wissenschaftiich brauchbaren Morbilitiits-und Mortalitats-Statistik fiir Deutschland, als eines Mittels zur wissenschaftlichen Begründung der Aetiologie der Krankheiten; Oldenburg, 1857.
318 G. Behm, Statistik der Mortalitats, Invaliditats- und Morbi-litatsverhaltnisse bei dein Beamten personaal der Deutschen Eisenbahnverwaltungen ; Berlin 1876.
319 Dr. Escherich, Hygienisch-Statistische Studiën über die Lebensdauer in verschiedenen Standen, auf den Grund von 15,730 nach den Geburtsjahren registrirten gleichzeitig Lebenden öffentliehen Beamten des königreiches Bayern nach dem Status 1852; Wurzburg, 1854.
320 Dr. M. E. v. Bulmerincq, Das Gezetz der Schutzpochen-Imp-fung im Königreiche Baijern in seinen Folgen und seiner Bedeutung fiir andere Staaten ; Leipzig 1862.
321 Recueil des travaux du Conseil departemental d\'Hygiènepu-blique et de Salubi ité du Bas Rhin de 1849 a 1858 ; Strasz-bourg, 1858.
322 Dr. Ludwig Formeij, Versuch einer medicinischen Topogra-phie von Berlin; Berlin, 1796.
323 Dr. Phil. Jos. Horsch, Versuch einen Topohraphie der Stadt Wurzburg in Beziehung auf den allgemeinen Gesundheitszu-stand und die dahin zielenden anstalten-Amstadt und Rudol-stadt, 1805.
324 Dr. J. H. Kopp, Topographic der Stadt Hanau in Beziehung auf den Gesundheits- und Krankheitszustand der Einwohner. Frankfurt a/M 1807.
325 Dr. E. J. J. Meijer, Versuch einer medicinischen Topographie und Statistik von Dresden ; Stolberg und Leipzig, 1840.
22
326 Dr. H. Wollheim, Versuch einer medicinischen Topographie und Statistik voa Berlin ; Berlin, 1844.
327 Dr. J. Gratser, Beitriige jzur Bevölkerungs-armen-krankheits-und Sterblichkeits-Statistik der Stadt Breslau; Breslau, 1854.
328 Dr. L. Krahmer, Die Mortalitats verhaltnisse der Stadt Halle in der ersten Hiilfte des 19. Jahrhunderts, mit Riicksicht aut den Einfluts welcben Jahreszeiten und epidemische Ver-haltnisse auf die Mortalitatsgezetze, auf wahrscheinliche und durchschnittliche Lebensdauer ausiiben; Halle, 1855.
329 Dr. R. Koliler, Das gesunde und kranke Leben in der Stadt Thübingen. Rede, eet. ; Thiibingen, 1860.
330 Dr. Georg von Vrebahn, Statistik des Zollvereinten und Nörd-lichen Deutschlands; Berlin, Is. Th. 1858, Hr. Th. 1862.
331 Dr. Friedricb Amlauft, Deutsche Rundschau für Geographic und Statistik, unter mitwirkung hervorragender Fachmiinner.
332 Statistiek des Deutschen Reichs, Band XXXT und XLIV, Abtheilung 1 und 2 ; 1878—1880.
333 Statisches Jahrbuch für das Deutsche Reich. Esster Jahrgang, 1880.
334 G. T. J. de Jongh, De verzekering van werklieden tegen ongelukken in Duitscliland ; Groningen, 1887.
335 P. Polvliet, Zelfbestuur en Kreis-organisatie in Pruisen; Haag, 1890.
336 Pk. Boon, Bijdrage tot de kennis van Duitsch landbouwcre-diet; Groningen, 1890.
337 R. van Breugel Douglas, jjHet conflict tusschen Zwitserland en Duitschland in 1889; Leiden, 1891.
338 H. v. d. Vegte, De verzekering der arbeiders tegen invaliditeit en den onderslag in Duitschland, 1893.
349 L. H. Teschotte, De vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Gesollschaften mit beschriinnkter Haftung) naar de Duitsche Rijkswet van 1892 ; Amersfoort, 1892.
340 Ludwig Triest, Beitrage zur deutschen Criminal-Statistiek, nach amtlichen Quellen bearbeitet; Leipzig, 1861.
341 Dr. C. F. quot;VV. Dieterici, Statistische Uebersicht der wichtig-sten Gegenstando des Verkehrs und Verbrauchs im Preuss. staate und im deutschen Zollverbande, im dem Zeitraume von 1831 —1845, 4 Theile ; Berlin u. s. w., 1838—1848.
342 Dr. T. H. üngewitter. Die Preussische Monarchie nach den zuverlassigsten Quellen geographisch, statistisch, topographisch und historisch ausführlich und ubersiehtlich dargestelt; Berlin, 1859.
343 C. F. W. Dieterici, Plandbuch der Statistik des Preussischen staats. Heft 1-8 ; Berlin, 1858—1861.
344 C. F. W. Dieterici, Über den Begriff der Mittleren Lebensdauer und deren Berechnung für den Preussischen staat: Berlin, 1859.
345 Dr. C. F. W. Dieterici, Mittheilungen des Statitischen Bureau\'s in Berlin ; Berlin, 1859.
346 Dr. A. van Lengerke, Entwurf einer Agricultur-Statistik des
23
Preussischen Staates naoh dem Zustanden in den Jahreu 1842 und 1843; Berlin 1847.
347 Preussische Statisfcik. Herausgegeben in zwanglosen Heften vom Königl. Statistischen Bureau in Berlin ; I—III, Verglei-chende Uobersieht dos Ganges der Industrie, des Handels und Verkehrs iiu Preussischen Staates 1859, 1860, 1881.
348 Jarhbuch fur die Amtliche Statistik des Preussischen Staats; herausgegeben von Königl. Statistischen Bureau ; Ie, He und IHe Jahrgang 18i)2—1863—1S67 und 1869 ; Berlin, 1862 u. s. w.
349 Leon Puslowski, Has Königlich Preussische Statistische Bureau und seine Dependentien, Greschichte Organisation und Ver-waltung; Berlin 1872.
350 Pr. V. Jaeobi, Landwirthschaftliche und nationalokonomische Studiën in der Niederrheinischen Heirnath, Leipzig, 1854.
351 Dr. Engel, Beitrage zur Statistik des Unterrichts^Yesens im Preussischen Staates und seinen alteren Provinzen. Die Zeit von 1818 bis 1864 resp. 1867 uinfassend. Berlin, 1869.
352 E. Marcard, Ueber die Kanalisirung der Hochmöre im mitt-leren Emsgebiete; Osnabruck, 1871.
353 Rudolf Gneift, Zur Venvaltungsreform und Verwaltungsrechts-püege in Preussen ; Leipzig 1880.
354 Pr. Karl Heinrich Ludwig Politz, Handbuch der Statistik des Königreiches Sachsen für Selbstbelehrung im Jugendunter-richt; Leipzig, 1810.
355 Dr. H. Lange\'s Atlas von Sachsen. Ein geographisch-phy-sikalisch Statistisches Gemalde des Königreichs Sachsen, in zwölf Karten mit erliiuterndem Texte; le und 2e Heft, Leipzig, 1860.
35G Dr. P. B. W. von Hermann, Beitrage zur Statistik des Königreichs Bayern ; VHI: Bevölkerungs-Staüstik u. s. \\v. ; aus ambtlichen Quellen ; München, 1859.
357 Ludwig Hoffman, Geschichte der direkten Steuern in Baiern vom Ende des XIII bis zum beginn des XIX Jahrhunderts; Leipzig, 1883.
358 Otto Krauske, Die Entwickelung der Standigen Diplomatie vom fünfzehnten Jahrhundert bis zu den Beschlüssen von 1815 und 1818; Leipzig, 1885.
359 Beitrage zur Statistik der inneren Verwaltung des Groszher-zogthums Baden; Heft 1 (die Volkszahlung von December 1858); Karlsruhe, 1859.
360 Eeitrilge zur Statistik Hamburg\'s. (Mit besonderor Riicksicht auf die Jahre 1821—1852). Hamburg, 1854.
361 Statistische Tabellen zur Kenntniss der Zustande Hamburg\'s 1816—1852.
362 Erster Jahresbericht über die Wirksamkeit des Nachtweisungs-bureau der Auswandererbehördo in Hamburg van 1 Mai bis 31 Dec. 1855; Hamb., 1856.
363 Beitrage zur statistiek des vormaligen Königreichs Hannover, herausgegeben vom Königlichen Statistischen Bureau, lltes.
24
12tes u. 13tes Heft; Heft, Hannover, 1865, 1866 en 1867.
364 Dr. Bruno Ilildebrand, Statistik Thüringens, Mittheilungen des statistischen bureaus vereinigter Thüringischer Staaten, Band 1 : Jena, 1866 en 1867.
365 Historisch tafereel vau de Hamburgsclie instelling tot ondersteuning der behoeftigen, voorkoming der verarming en afschaffing der bedelarij, 2 stukken ; Amsterdam, 1805.
366 Zur Statistik des Konigreichs Hannover. Aus dem Statistischen Bureau, VII Heft. Hannover 1860, fol. (Resultaten van de Volksstelling op 3 December 1858, van de algemeene Vee-telling; in December 1857, enz,),
367 C. A. Boeles, Grondeigendom en Erfrecht in verband met de Hannoversche wet van 2 Juni 1874, gewijzigd 24 Februari 1880.
368 Das Ostfriesische Land-recht, etc.; Aurich, z. j. (2 ex.)
379 J. Gr. Hoche, Reise durch Osnabrück und Niedermünster in das Vaterland, Ost-friesland und Groningen, 1800.
370 P. van Meusschenbroek, Dat Oostfriesche Landrecht, Utrecht, 1810.
371 Eggerik Beninga\'s volledige Chronyk van Oostfrieslant; vermeerdert in druk uitgegeven door E. F. Harkenroht; Emden, 1723.
372 J. I. Harkenroht, Oostfriesche oorsprongkelijkheden van alle Steden, enz.; 4 deelen ; 2e druk; Gi-on., 1731.
373 J. C. Freeze, Ostfriesz- und Harrlingerland; nach Geographi-scher, enz., Verhaltnissen ; 1 bd., Aurich, l796.
374 F. Arends, Ostfriesland und Jever in geographischer, Statistischen und besonders landvvirthschaftlicher Hinsicht; Emden, 1818, 1819 ; II Bde.
375 F. Arends, Gemalde der Sturmfluthen vom 3 bis 5 Februar 1825; Bremen, 1826.
376 W. J. Barghoorn, Tabelle der hydrologischen und meteorologi-schen Beobachtune-en zu Nesserland, im Monat August. 1858.
377 Statistische jSTotizen zur Beurtheilung der Bedeutung der Stadt Leer mit Bezug auf die Frage wo die Holliindische Nordbalm am vortheilhaftesten in die Westbahn einmiindet; Oct. 1860.
878 (Der Deutsche) Nationalverein in seinem Entstehen und seinem Fortgange ; Emden, 1860.
379 Dr. Ernst Friedlander, Ostfriesisches Urkundebuch Erster Heft 787—1400 ; Zweiter Heft 1400—1435 ; Dritter Heft 1436— 1500; Emden, 1874 en volg.
880 J. E. Harkenroht, Oostfriesche watersnood van het jaar 1717 en kort verhaal van den nieuwjaarsvloed, 1720.
OOSTENRIJK.
381 Der allgemeine österreichische Zolltarif für die Ein-, Aus-und Durchfur ; AVien. 1851.
882 Movimento della navigazione e commercio in Trieste nell\' anno solare 1857—1859 ; Trieste, 1858 a 1860. H A. quot;VVijnne, Oostenrijk. (Overdr. uit Sloet\'s Tijdschrift, XVIII, stuk 3).
25
384 Dr. A. Ficker, Bevölkerung der Oesterreiehischen Monarchie, in ihren wiclitigsten Momenten statistisch dargestelt; Gotha, 1860.
385 F. Schmitt. Statistik des Oesterreichischen Kaiserstaates; 2e Aufl.; Wien, 1860.
386 K. Freih. von Czoernig, Statistische Darstellung der Verthei-lung des Grundbesitzes im Bezirke Windischgratz. Naeh den Beschlüssen der Wiener Versammiung des Internationalen Statistischen Congresse ; Wien, 1860.
387 Statistische Jahrbuch der oesterreichischen Monarchie für das Jahr 1863 ; Wien, 1864.
388 Mitfcheilungen aus dem Grebiete der Statistik, Herausgegeben von der K. K. Statistische Central Commission neunter und vierzehnter Jahrgang; Wien, 1860 a 1867.
389 Charles Keleti, Sfcatistique officielle de la Hongrie, Rapport préntenté au XII congres international de statistique a la Haye en 1869. Pesth, 1869.
GROOT-BRITT ANJE en IERLAND.
390 Tables of the revenue, population, commerce eet. of the United Kingdom, and its Dependencies. Supplement to part XVIII (Sect. A.) Statements relating to Foreign Countries; London, 1851.
391 Statistical abstract for the United Kingdom In each Year from 1840 to 1853.
392 Statistical abstract for the United Kingdom in each of the last 15 Years, from 1843—1857 ; no. V; Loud., 1858, no. VIII 1846 to 1860 ; London, 1861.
393 Résumé des principaux faits statistiques du Royaume-TJni pendant lea 15 dernières années 1847—1861, finissant le 31 Décembre; traduit de l\'édition Anglaise ; Londres, 1862.
394 Mercantile Marine Bill (No. 2) for Improving the condition of Masters, Mates and Seamen, and maintaining discipline in the Merchant service ; 25 July 1850 ; 13 and 14 Vict.
395 Statistieke overzichten van den Handel en de Scheepvaart in Groot-Brittanje en Ierland enz., over de jaren 1850 en volg.
396 Reports by the Commissioners for the British Fisheries, cet. Being Fishing 1849—1858; VII parts; London, 1850—1859. (Ontbreken de rapporten over 1853— 1855 en 1864.)
397 Leone Levi, History of British commerce 1763—1870; London, 1872.
398 J. van der Willigen, de herziening der York-Antwerp Rules in 1890; (1892).
ENGELAND.
399 Verschillende stukken, de Income-taxe en andere belastingen betreffende.
400 Verslag over de lichting van het in Januari 1886 op de Theems gezonken stoomschip Edward Eccles, groot 841 registerton, enx. Haag, 1886.
401 R. Maleasster Loup, Geschiedenis van het Engelsche kiesrecht; Leiden, 1879.
26
402 J. L. A. Salverda de Grave, Het lager onderwijs in Engeland; Haag 1886.
408 R. Grneist, Das Engelische Verwaltungsrecht der Gegenwart in Vergleichung mit den Deutsclien Vervvaltungssustemen ; Berlin, 1883.
404 A. E. Bles, de local Gouvennent act 1888, schets van het En-gelsche Graafschapsbestuur; Leiden, 1889.
405 Hedendaagsche historie of\' tegenwoordige staat van Groot-Brittan ie ; Amsterd., 1754 (2 deelen).
406 J. G. J. Toutenhoofd, de lersche Landwetten ; Leiden, 1893.
407 Jaarverslagen van Nederlandsche kamer van koophandel te Londen vanaf 1891.
408 Verslag der vergadering van belanghebbenden bij den zuivelhandel tusschen Nederland en Groot-Brittanie, gehouden te Winchester House op 24 Juni 1891.
409 Agricultural Stastic\'s Ireland general abstractsthowing the acreage under the Sevesal crops and the number of live stoch in each county and Province fort the year 1869.
410 Dr. S. Sr. Coronel, De arbeid van vrouwen en kinderen in Groot-Brittanie.
410« G. A. Wendeborn, Staat van Regeering godsdienst, geleerdheid en konsten in Groot-Brittanje, omtrent het einde van de achttiende eeuw; 4 deelen; Kampen, 1790—1792.
ZWITSERLAND.
411 G. Pr. Kolb, Beitrage zur Statistik der Industrie und des Handels der Schweiz ; Zürich 1859.
412 Uebersichts-Tabelle der ini Jahre 1851 —1864 in der Schweizer-ischen Eidgenossenschaft zur Ein-, Aus- und Durchfuhr ver-zollten Waaien.
413 Loi fédérale sur les péages eet. du 30 Juin 1849.
414 Loi fédérale sur les péages eet. du 27 Aoüt. 1851.
415 W. E. J. van Balveren, het Referendum in Zwitserland (1888).
416 Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van Zwitserland en Italië (1760), 2 deelen.
RUSLAND.
417 Manuel du Tarif des douanes Russes de l\'année 1850 compare a celui de 1841 ; St. Petersbourg, 1851.
418 Tarif général des douanes de l\'empire de Russie etdu royaume de Pologne, pour le Commerce Européen. St. Petersbourg, 1851.
419 Tableau des Marchandises étrangères, d.d. 23 Juin 1854.
420 E. v. Olberg, Statistische Tabellen des Russischen Reiches für das Jahr 1856. In ihren allgemeinen Resultaten zusam-mengestellt und hetausgegeben auf Anordung des Kaiserlich Russichen Ministeriums des Innern dur das Statistische Central • Comité ; Berlin, 1359.
421 Statistiek der productiven Krafte Russlands; Berlin, 1878.
422 J. B. Loman, Russische Economische toestanden ; A\'dam, 1886.
423 II. A. Wynne, de voortbrenging van granen in Rusland ; Gron., 1856.
27
SPANJE.
424 Aranceles de Aduanas para la Peninsula e islas Baleares; Madrid, 1849.
425 Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van Spanje en Portugal ; Amsterdam, 1759.
T U R K IJ E.
42G Tarif de douane pour le commerce Néerlandais dans l\'empire Ottoman, d.d. 30 Nov. 1850; Constantinople 1851.
427 Tarif de douane atracté de commerce entre les Pays-Bas amp; la Turquie ; Constantinople, 1862.
428 Dr. E. Testa, notice statistique et commerciale sur la régence de Tripoli de Barbarie ; la Haye 1856.
CHINA.
429 (Offic.) Bericht uit Canton, Mei 1851, betreffende den Neder-landschen Handel enz. in en met China, over 1849 en 1850.
430 (Offic.) Bericht betreffende den In- en Uitvoer onder Neder-landschen vlag in China, over 1851 ; d.d. Canton, Aug. 1852.
AMERIKA.
431 Informes consulares, Revosta en cargada al sub Director de estadistica Ricardo Villafranca. Informes harta 31de diciem-bre de 1894, San José de Costa-Rica A.merica central, 1895.
432 Anuario Estadistico de la Republica de Costa-Rica correspondente: ano de 1893 tom Decimo San José 1894.
433 Resumenes Estadistico\'s, 1 Seccion Dernografica, 1883—1893 (1895).
434 Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van Amerika; (Amsterdam 1766) 3 deelen.
F R A N K R IJ K.
435 Dr. Rougier, Hygiëne de Lyon, Compte rendu des travaux des Conseil d\'hygiène publique et de salubrité des département du Rhone, du 1 Juin 1851 en 31 Dec. 1859.
43G Audin-Rouvière, Essai sur la Topographic physique et medi-cale de Paris; Paris an II de la Republique Erangaise.
437 M. Block, Statistique de la Erance comparée avec les autres états de 1\' Europe ; II tom.; Paris, 1860.
438 Dr. M. E. Levasseur, Histoire des Classes ouvrières en France depuis la conquête de Jules Césarjusqu\'a la revolution (ouvrage couronné par l\'Academie de Science et moralité politique); II toni.; Paris, 1859.
439 M. Er. du Cellier, Histoire des Classes laborieuse en France depuis la conquête de la Giiule par Jules César jusqu\' a nos jours; Paris, 1860.
440 Statistique de la France Mouvement de la population pendant les années 1855, 1856 et 1857 ; Strasbourg, 1861.
441 Annuaire pour Fan 1853, publié par le Bureau des Longitudes. (Hevat vele statistieke opgaven.)
442 Bulletin annuel de l\'institution imperiale des sourds-muets. Année scalaire 1865—1866; Paris, 1866.
28
443 Pr. E. Glasson, Elements du droit Prangais Consedéré dans ses rapports avec le droit naturel et 1\'economie Politique; Paris, 1875.
444 Conseil Général du Departement de la Seine, session ordinaire de 1871 — 1878—1890—1891.
Idem session de Mai—Juni 1878.
445 Assainissement de la Seine, 1\' épuration et utilisation des eaux d\'égout, tome I en II, enquête et annexes, 1876.
44G Assainissement de la Seine, épuration et Utilisation des caux d\'égout, documents administratifs et anglais, 1876 et 1877.
447 Assainissement de la Seine, Commission d\'études, 1878.
Idem. Mémoire au conseil municipal, 1878.
Idem. Rapport de la commission d\'enquète de 8eine-et-Oise sur Tavant projet d\'un canal d\'irrigations de Clichy a la forêt de Saint-Grermain, 1876.
Idem. Avant-projet d\'un canal d\'irrigation a laide des eaux d\'égout de Paris entre Clichy et la partie Nord-est de la forêt de Saint Germain, 1876, Rapport de la première sous commission chargée d\'Etudier.
Idem. Commission d\'études, 1878, les procédés de culture holticole a l\'aide des eaux d\'égout.
448 Catalogues Général de l\'exposition Spéciale de la Ville de Paris et du departement de la Seine, 1878—1884, et de la Bibliothèque municipale de lecture sur place 1881 et de la bibliotlièque administrative- (section étrangère) dressé par A. Canot, le92.
449 Departement de la Seine, Compte et recettes et des dépenses. Excercice 1876 tot 1892. Project de budget des recettes et des dépenses ordinaire et extraordinaires, Publié en exécution de l\'article 25 de la loi du 10 Mai 1838.
450 Préfecture de la Seine, Service des enfants assistés, inspection departementale. Rapport de l\'inspecteur principal A. M. Ie Prefect de la Seine, pour l\'annces 1876 a 1884.
451 Prefecture de la Seine, Rapport sur le Service des alliénés du Departement de la Seine pendant l\'années 1876—-1877, 1879—1880 en 1884.
452 Notices sur les objets et documents exposés par les divers services de la Ville de Paris et du departement de la Seine, 1878.
453 Lois, arrètés, instructions. Extraits du bulletin de l\'instruc-tion primaire du departement de la Seine, 1866 a 1871, Paris, 1878.
454 M. Gérard, L\'instruction primaire a Paris et dans le département de la Seine, en 1875. Mémoire adressé aM. lePréfet de la Seine, Paris, 1877.
455 O. T. Lefevre, Atlas cantonal du departement de la Seine, 1872, 1873.
456 Bulletin des Lois de la république Pran^aise, 1 Semèstre de l\'an VII.
457 Préfecture du departement de la Seine. Rapport Presenté par
29
M. Marié-Davy, Directeur de l\'observatoire do Montsouris, a la Commission Chargée de surveiller i\'eniploi de la subvention municipale applicable a Tetude de 1\' hygiene de Paris. (Séance du mardi 10 Decembre 1878). Paris 1878.
458 Prefecture du departement de la Seine. Rapport Présenté par Marié-Davy, Directeur de l\'observatoire de Montsouris, a la Commission Chargée de surveiller 1\'emploi de la subvention municipale accordée a eet établissement.
4ö9 Prefecture du departement de la Seine, Rapport de M. Marié-Davy, directeur de l\'observatoire de Montsouris, a la Commission permanente du Service municipale de climatologie appli-quée a I\'liygiene de la ville de Paris (Séance de 5 Juin 1880).
460 M. Marié—Davy. Prefecture de departement de la Seine, Présenté a la Commisson rn anicipale de 1\' observatoire de Montsouris, Paris, 1882.
401 D. R. de Marees van Swinderen. De Pransche wetten van 27 Mei 1885 en van 14 Augustus 1885 ter beteugeling en voorkoming der recidive.
462 M. Belgrand, Institut de France, académie des sciences de 10 Novb 1873.
463 Tegenwoordige staat van Frankrijk; Amsterdam, 1756.
464 J. G. W. Tijnje, Nota over de boschbeplanting op de duinen langs de golf van Gascogne; Haag, 1889.
465 A. C. H. Geukama Eahher, De militaire rechtbanken in Frankrijk, Beijeren en Rusland.
466 Is. Teisceira d\'Andrade, de Fransche wet op de vakvereeni-gingen (ia loi los syndicats professionnels du 21 Mars 1884).
467 Fr. Coenen Jr., de Fransche wet ter bescherming van verwaarloosde en mishandelde kinderen ; Amsterdam, 1892.
AFRIKA.
468 Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van Afrika. (Amsterdam 1763.)
VERSCHILLENDE ONDERWERPEN, HANDEL en SCHEEPVAART BETREFFENDE.
469 Verzameling der konsulaire berichten en verslagen over nijverheid, handelen scheepvaart; \'s Gravenhage, 1865 en volg.
470 F. v. d. Tuuk, Iets over averij-grosse en hare internationale regeling; Groningen 1882.
471 H. de Ranitz, de Rijnvaartacte; Leiden, 1889.
472 J. C. M. Bley, Beitrag zur Handelspolitiek der Niederlande und die Behandlung deutscher SchifFe in Hollandischen Hafen; Oldenburg, 1860.
473 Overzicht van den fondsenhandel ter beurze van Amsterdam, 1850 en volgende jaren.
474 Overzicht van den Amsterdamschen handel in 1860 en volg.
TIJDSCHRIFT EN.
475 Journal de la Société de Statistique de Paris, le a 5e anneé, 1860 etc. Paris et Strasbourg,, 1860 etc.
30
476 Journal of the Statistical society of London.
477 Dr. T. H. C. Dieterie, Mittheilungen des statistischen Bureau\'s in Berlin ; Berlin, 1860.
478 Dr. Ernst Ilelwing, Mittheilungen des statist., XVII Jahrgang (Der neuen Polge I); Berlin, 1860. Thans vervolgd als:
479 Dr. E. Engel, Zeitsehrift des Königlich Preussischen statistischen Bureau\'s I; Berlin, 1860.
480 Dr. E. Engel, Zeitsehrift des statistischen Bureaus des Königlich Sachsischen Ministeriums des Innern. I—VI, 1855—1860; Leipzig, 1855 u. s. w.
481 II. Glogau, Der Compass; Archiv fiir das gesammte Gehiet der Volkswirthschaft mit besonderer Beriicksichtigung Deutsch-lauds und deutscher Interessen; le Jahrgang 1858, lie en Hie 1859—1860 ; Frankfort a/M., 1858—1859 en 1860 , 3d. (Meer zal hiervan niet verschijnen.)
482 Dr. L. Stein, Dr. M. v. Stubenrach und Dr. II. Fr. Brachelli, Jahrbuch für Gesetzkunde und Statistik; herausgegeben vom Centralarchiv für Gesetzgebung, Verwaltung und Statistik; Wien. 1862.
483 B. W. A. E. Sleet tot Oldhuis, Tijdschrift voor staathuishoudkunde en statistiek.
484 B. W. A. E. Sloet tot Oldhuis, Algemeen register op den inhoud der 20 eerste jaargangen van het Tijdschrift voor staathuishoudkunde en statistiek; Zwolle, 1862.
485 J. L. de Brujjn Kops, de Economist, Tijdschrift voor alle standen, tot bevordering van volkswelvaart, door verspreiding van eenvoudige beginselen; Amsterdam, 1852 en volg.
486 J. Stoffel, de Grond aan allen; propaganda-tijdschrift voor gemeenschappelijk grondbezit, uitgegeven vanwege den Neder-landschen bond voor Landnationalisatie.
487 Mee Block et Guillaumin, Annuaire de 1\'Economie politique et de la Statistique pour 1858 etc.
488 J. E. Horn, Annuaire international du Crédit public pour 1859—1861 ; Paris, 1859 etc.
489 Louis Figuier, 1\'Année scientifique et industrielle; Paris, 1857—1866.
490 John Timbs, The Year-book of Facts in Science and Art. eet.; London, 1860—1865.
491 Pr. J. B. E. Ilusson, Revue populaire d. Sciences principale-ment dans leurs rapports avec la production agricole, la santé de 1\'homme et des animaux et 1\' économie domestique, eet; Tom I—V, avec. pl.; Bruxelles, 1858 - 1862.
492 Dr. quot;VV. Löbe, Jahresbericht üb. die Fortschritte der gesam uiten Land- und Hauswirthschaft u. d. eindschlagenden techni-schen Gewerbe eet. des Jahres 1857; I Jahrg.; Leipzig, 1858; des Jahres 1858; II Jahrg.; Leipzig, 1859; III Jahrg.; Leipzig, 1860.
493 C. v. Salviati, Annalen der Landwirthschaft in den Kön. Preussischen Staaten ; Wochenblatt eet.; 20er Jahrg.; Berlin, 1862, 21e Jahrg.; Berlin 1863.
31
494 Rob 8cott Burn, Year-book of Agricultural Pacts lor 1861; Ediub. and London. 1862.
495 The Companion to the Almanac or year-book amp; general in formation for the year of our lord 1859 ; Lond., i860.
496 Dr. Fr. Oesterlen, Zeitschrif\'t far Hygiene, medicinische Stati-stik u. Sanitatspolizei I; Tiibingen, 1859 u. i860.
497 Dr. L. Pappenheim, Monatschrift für exacte Forschung auf dem Grebiete der Sanitatspolizei, I, 1859,11, 1860—1!?62 Berlin.
498 Dr. L. Pappenheim, Beitrage zur exacten Forschung auf d. Grebiete der Sanitatspolizei, les Heft (Heft 4 u. 5 der Monatschrift u. s. \\v., l!-\'60); Berlin, 1860.
499 Do Volksvlijt, Tijdschrift voor Nijverheid, Landbouw, Handel en Scheepvaart; Amsterdam, 1855 en volg.
500 Dr. J. C. Ballot, Magazijn voor Landbouw en Kruidkunde, 1857 en volg., nieuwe reeks 1859 en volg.
501 Dr. J. C. Ballot, Landbouwkundige werktuigen ; 3 platen met 46 afbeeldingen.
502 Tijdschrift ter bevordering van Nijverheid, uitgeg. door de Ned. Maatschappij t. Bevord. van Nijverheid vanaf 1843.
503 S. Blaupot ten Cate en quot;VV. de Sitter, Tijdschrift voor het Armwezen ; Eerste reeks, 5 deelen ; Groningen 1852—1857 ; Tweede reeks, 5 d.d.; Groningen, lö58—! 863.
504 Repertorium der verhandelingen en bijdragen, betreffende de geschiedenis des vaderlands, in mengelwerken en tijdschriften tot op 1860 verschenen; Leiden, 1871.
50.5 Bibliotheca historico-Neerlandica, Catalogus van boeken en handschriften betreffende Nederlandsche geschiedenis en plaatsbeschrijving ; \'s-Gravenhage, 187).
506 Register op de veertig eerste jaargangen van de Gids 1837— 1876.
507 Register op de Gids, 2e gedeelte inhoudende tien-jarig systematisch register, 1877—1886, enz.
508 Dr. H. Blink en A. Winkler Prins, Vragen van den dag ; Populair tijdschrift.
509 Verslag van het 5e internationaal congres voor binnenscheepvaart te Parijs in 1892.
510 Reglement van het Nederlandsch aardrijkskundig genootschap.
511 Nomina Geographica Neerlandica, geschiedkundig onderzoek der Nederlandsche aardrijkskundige namen, uitgegeven door het Nederl. aardrijkskundig genootschap.
512 Tijdschrift van het Aardrijkskundig genootschap vanaf 1876 en volg.
2.
Nederland in het algemeen
A. AFZONDERLIJKE WERKEN.
513 2«.
1. OUDERE EN LATERE GESCHIEDENIS.
Een band bevattende :
Supplication im Jar LXX zu Speir vor Key. Ma. Chur und
32
Fursten, sampt allen Reichs Stenden, wegen der hochbenot-trangten geweichnen und vertriebenen aus der Stat un Lant-schafft Groningen eet. eet. Met vele bijlagen. „Gedruckt aussen Franckfurt am Main im Jhar 1573, dem 4 Septem-bris.quot;
2°. Königlicher Maiestat zn Hispanien eet. allergnadigste Er-klerung des guten willens vnd der Vatterliclien neigung zu seinen Nidderlandischen Vasallen vnd vnderthanen der Kays. Maiest. Commissariën auff der Staten Proposition, den ersten July, dises M. 1). LXXIX Jars zu Cölln ubergeben eet. Ge-druckt zu Cöllen .... in Jar 1579.
3°. Religions Vrede. Ghedruckt iut Jaer ons Heeren .... anno M. D. LXXIX. den xij Junius.
4°. Auszug Ettlicher Zeitungen, was sich zum anf\'ang des jetzi-gen Türckenkriegs, an etliehen or ten iu Vngeru, verloffen vnd zugetragen hat, in dises M. D. LXVI. Jar. Gedruckt zu Franckfurt am Mayn, 1566.
5°. Beweisunge, das die Commission, die der Hertzoch von Aiba . . . bat lassen auszgehen, sampt dem Bapst vnd seinen Rotten vnd Tyranniscben bauffen, ira namen des Kö-ninges von Spangen, Sey obnwissend des Köninges erdiebtet eet. S. L. 1570.
6°. Beweisunge das im gantzen Nidderlande keine Bepstlebre noeb Catbolisebe Persone sey, nacb Aussagung der Spanis-scben Inquisitionen vnd dem Tridentiscben Concilium. Met bijlagen. S. L. 1570.
7°. Placcaet ende ordinantie gbemaect by onsen gbenadigben Heere den Coninck, opt stuck vande brandtstiebters, moor-denaers, eet. gbepubliceert van wegen dor Maiesteyt, tot Antwerpen den 24 Meerte An. 1562. styl van Brabant.
8°. Listen vande generale middelen gberesolveert by zijn Alteze, mijn Heere den Prince van Orangnien, den Raedt van State, ende generale Staten. T\' Antwerpen 1578.
9° Des Duca van Alba, vnd seiner verordenten zwelftquot; Retbe erklerung. Welcber balben einer Leibs vnd Guts in den Ni-derlanden verlustig. S. L. Anno 1569.
10°. Een waraebtigb cort Verbael van die wonderbaerlicke Mira-culeuse Veranderingbe ende verscbeyden Acten, die den 23. 24. 25. Xovembris Anno 76 binnen de stadt Groningen zijn toegedragen.
11°. Newe quot;VVarbafftige und mannigerley Zeytung. So von etlicben Fürstlicben Gesanten von itzicbem Reicbsztag zu Augspurg, ibren Gnedigen Fürsten vnd Hernn uberscbickt eet. S. L. et. A
12°. Ordinantie inhoudende de nieu Poincten van den Heyligen Besnijdenis Ommeganck, der stadt van Antwerpen, gescbiet in den Jare 1564. Gbeprint Tbantwerpen .... by Hans de Laet. S. A.
514 Een ex. van de te Haarlem (ter drukkerij van Job. Enschedé en Zonen) in 1778, met de oude letteren, welke Aelbert
33
Hendricxz in 1578 te Delft gebruikt heeft, gedrukte verzameling van stukken, uitmakende de op last van de heeren Raaden van Staate der Vereenigde Nederlanden (resolutie van 28 Aug. 1777) in druk uitgegeven en met alle mogelijke zorg naar de originele stukken afgeschrevene, gedrukte en gegraveerde verzameling van de originele stukken betreffende de nadere Unie van Utrecht, geteekend 6 December 1578,— die onderteekend 23 Januari] 1579, — de akte van submiss e, van 13 Julij 1579, — benevens de bij het tweede stuk behoorende ampliaties eet. 1 Pebruarij 1579 — 11 April 1580.
515 Apologie, ofte Verantwoordinghe des Doerluchtighen ende Hooghgeborenen Vorsts ende Heeren, Heeren Wilhelms van Godes gheuade Prince van Orangien eet. eet. Teghen den Ban ofte Edict by forme van Proscriptie ghepubliceert by den Coningh van Spaegnien teghen den voorsz. Heero : eet. Grhepresenteert aen Myne Heeren de Generaele Staeten van de Nederlanden ... [Tot Leiden] By Charles Silvius, ghesworen Drucker der Staten s\'landts van Hollandt. 1581. (Met bijlagen).
516 Een band waarin :
lo. Verhandelinghe vande Unie, Eeuwich Verbondt ende Eendracht .... Binnen der Stadt Vtrecht ghesloten, ende ghepubliceert va-den Stadthuyse den 29 January, anno 1579; Tot Delft.
2o. Nieuwe, vermeerde druk daarvan; In \'s Gravenhaaghe, 1631.
3o Tractaet van t\' Bestant, ghemaeckt ende besloten binnen de Stadt en Cité van Antwerpen, den 9 Aprilis 1609, voor den tijt van 12 twaelf Jare .. .; In s\' Graven-Haghe.
4o. Verdraeh gemaeekt ende besloten inden Haghe in Hollandt, den 7 January 1610... op eenige swaricheden enz. uyt den Tractate van den Trefne den 9 Aprilis 1609... ghemaeckt; In \'s Graven-Haghe, 1610.
5o. Puncten ende Articulen verdraghen en de geaccordeert inden Hage in Hollandt, den 24 Junij 1610, enz. In\'s Graven-Haghe, 1610.
6o. Waerschouwinge Nopende de betalinge van den gheaccordeerden Tol inden Orizont enz. In \'s Graven-Haghe, 1646.
7o. Aceoort tusschen den Coningh van Denemarcken en de Staten-Generael Yan de Geünieerde Nederlanden, Den 13 Augusti 1645; te Amst. 1645.
8o. Articuli pacis, unionis, et confoederationis perpetuo duraturae, inter.... Olivarium, Dom. protect. Reipubl. Angliae eet. et Celsos Protentesque Dominos Ordines Generales Foederat. Belgii Provinciarum ab altera parte conclusae; 1654.
9o. Articvlen Yande Vrede iu Italien Tusschen den Keyser, Coningh van Vranckrijck enz. beraoint ende afgehandelt binnen Cherasco, op den 6 Aprilis, Ar.no 1631 ; t\' Amst., 1631.
lOo. Versoeek Vande Heere Appel-Boom Resident vande Koninck van Sweden In \'s Graven-Haghe.. . over de geruchte van een machtighe Vloot Oorlogh-Schepen ter Zee te zenden amp; c.; Anno. 1656.
34
llo. Verbont tusschen den Coninck van Sweden ende den Keurfurst van Brandenbvrg, besloten den 11 January 1656 ; In \'s Graven-Hage.
12o. Tol-Rolle inden Oresondt voor d\' Onderdanen der Gheunieerde Nederlandsche Pro vintien ; 13 August! 1645.
13o. Tractaten, gesloten tusschen do Staten-Generaal der Vereenigde provinciën en verschillende Mogendheden, 1585—1634.
517 Commissien te velde 1706, alsmede resolutie van de H. M. Heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden.
518 Verhandelinge van de Unie, Eeuwich Verbout en do Eendracht : Tusschen die Landen, Provinciën, Steden ende Leden van dien biernae benoemt, binnen die Stadt Utrecht gesloten, ende ge-plubiceert van den Stadthuijse den 29 Januari, Anno 1579.
519 Verzameling van 109 Autentijke Copien van Tractaeten enz. tusschen verschillende regeringen gesloten, 1660—1683 ; I Band.
520 Verzameling van Tractaten, 1672—1693.
521 Verzameling van Tractaten, loopende van 1694 tot en met 1713, gesloten in dien tijd tusschen de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden en verschillende Mogendheden van Europa.
522 lieceuil van de [73] tractaten gemaekt en gesloten tusschen de Hoogb Mog. Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden ter eenre, ende versebeyde Koningen, Priucen en Potentaten ter andere zijde; 1576—1701 ; \'s-Gravenbage, s. a.
523 Hollands opkomst, oft bedenkingen, opjde schaadelijke schriften, genaamt Graafelijke regeeringe en Interest van Holland, uitgegeven door V. D. H., vergadert door J. C.; Leijden, 1662.
524 Anthonium Hoveum, Chronyck en de Historie van het Edele ende Machtige Gheslachte van den Huyse van Egmondt ghelegen in Noordt-Hollandt. Tot Alckmaer, 1603.
525 E. van Meteren, Nederlandsche Historie en haar naburen oorlogen; \'s-Gravenhage, 1614.
526 E. van Metereu, Historie der Nederlanden en haar naburen ; Amsterdam, 1663.
527 Gulielmus Baudartius, Memorijen ofte cort verhael der gedenck-weerdichste so kercklicke als wertlicke Gheschiedenissen van Nederland, Vranckryck, Hoogduytscbland, Groot Brittannyen, Hispanyeu, Italyen, Hungaryen, Bohemen, Savoyen, Seven-burghen ende Turkyen; 2 dd.; Arnhem, 1624—1625.
528 Saecken raeckende den Staet van Oostvrieslandt beginnende metten jare 1630 ende eyndigende metten jare anno 1631.
529 Stucken raeckende den Staet van Oostvrieslant niette uijtspraken ende Resolutien bij haer ho. Mogen op deselve gedaen ende genomen. In de Jaeren 1631 ende 1632.
530 Verbael van d\' Heer G. van Vosbergen van sijne ambassade hem bij harer Ho : Mo : opgeleijt aan Hartoch Ferdinand van Beijeren, Churvorst van Geulen, enz.; anno, 1633.
531 Resolutien raeckende de beveilinge vande Zee, beginnende met January 1627 ende eyndende met April Anno 1632.
532 Verbael van de Ambassade nae Polen, Sweden, Denemarken
35
ende elders verricht door de lieren van den Honaerfc, Bicker ende Andree ; anno 1635.
533 Verzameling van Stukken rakende het Houwelijck van Prince Wilhelm van Orangen met de dochter van Engelant; anno 1641.
534 Resolutien van haer Ho. Mogen Rakende do vredenhandel tot Munster, beginnende den 1 Februari] totten lesten Junij 1647.
535 Handelingen met den Coninch van Denemarken over de Toll in den Orisond ; anno, 1641.
536 Verbael gehouden bij de heeren de Witt enz. van de besoignes bij deselve als Excraordinaris Ambassadeurs aan Croonen van Sweeden ende Denemarcken gedaan ; 1645.
537 Tractaat met Denemarken van 13 Augustus 1645; 7 stukken.
538 Besoignes bij de heer Jacob de Witt als extraord. ambassadeur gedaan en gesonden bij de Croonen Sweedeu ende Denemarcken; sedert 8 December 1644—21 October 1645.
539 Acten ende Resolutien van de Hoogh Mog. Heeren Staten Ge-nerael der V. N. genomen in Saeken van Sweden ende Denemarcken t\' sedert 21 Oct. 1644 tot 10 January 1646.
540 Tractaet met Denemarcken den 12 February 1647; 5 stukken.
541 Placcaet (van de Staten Generael d. Vereenigde Nederlanden), inhoudende Verbodt, dat geene Jesuiten, Priesters, Papen enz. in dese Landen en zullen mogen comen ofte verblijven, eet.; d.d. 14 Aprilis 1649.
542 Verzameling van 15 Tractaten, Traités, Articuli pacis etc. tus-schen de Staten-Generaal en buitenlandsche vorsten; 1650— 1757. (Allen te \'s Gravenhage gedrukt, 1651 —1758).
543 Remonstrantie Aen Haere Hoogh.-Mog.: Inhoudende Gronde-lijck Bericht van het Guarnisoen in der Stadt Embden ; Geex-hib. 10 Febr. anno 1655; In \'s Graven-Hage, 1655.
544 Articuli tractatus confoederationis et amicitiae inter Magnae Britanniae Regem et Ordinis Generalis Foederatarum Belgii provinciarum initi; Hagae Comitis, 1663.
545 Tractaet van de Marine, gedaen, besloten ende gearresteert in den Hage in Hollant den 17 Dcc. 1650 tusschen den .. . ambassadeur ord. van den H. Coningh van Spaigne en de H.H. Gedep. vande Hoog Mog. H.H. Staten Generael d. V. N.; \'s Graven-Hnge, 1663.
546 Tractaet van Vreede, den 18 Aprilis 1666 binnen de Stadt van Cleve ghemaeckt ende gheslooten, tusschen de H. M. H. Staten Generael d. V. Ned., ter eenre; ende den H. Bisschop van Munster, ter andere zijde; \'sGraven-Hage, 1666.
547 Een paket bevattende 92 Tractaten en andere politieke stukken (originelen en kopijen), loopende van 1678 tot 1718.
548 Tractaet van Vroede en Coiniuercie, gesloot, tusschen S. M. den Keizer van Marocco en de Hoog Mog. H.H. Staaten Generael d. V. N., 1752; \'s Gravenhage, 1777.
549 Traite de Paix entre S. M. Ie Uoi de la Grande Bretagne et L. IJ. P. les Etats Generaux des Provinces Unies des Pais-Bas ; la Haye, 1784.
36
550 Geheime Conventie tusschen Frankrijk en Pruissen, van 5 Aug. 1796.
551 Traité de Paix conelu a Luneville, le 20 Pluviose an IX (9 Febr. 1801); \'s Qravenhage, 1801.
552 L. V. A., Herstelde Leeuw, of discours over \'t gepasseerde in de Vereenigde Nederlanden, in \'t Jaer 1650, ende 1651 ; \'s Gravenhage, 1652.
553 Hugonis Grotii, Annales et historiae do liebus Belgicis; Am-stelffidami, 1657.
554 Hugo de Groots Nederlandsehe jaarboeken en historiën ; Am-sterd., 1681.
555 Dr. J. Hartog, do spectatoriale geschriften van 1741 —1800; bijdrage tot de kennis van het huiselijk, maatschappelijk en kerkelijk leven onder ons volk in de 2e helft der 18o eeuw; 2e druk 1890.
556 Aanwijzing der heilzame politieke gronden en maximen van de Kepublike van Holland en West-Vriesland; Leiden en Kottere!., 1669.
(Daarachter zijn bijgebonden 40 stuks politieke pamfletten uit het begin der 18de eeuw, uitmakende den Esopus in Nederland, gedrukt na de liomeiusche Copy ; Amst., 1701 —1702).
557 P. C. Hoofts\'s Nederlandsehe historiën, seedort de ooverdraght der Heerschappye van Kaizer Kaarel den Vijfden op Kooning Philips zijnen zoon, tot de doodt des Prinsen van Oranje ; Amsterd., 1677.
558 M. Alting, Notitia Germaniae inferioris antiquse qua hodie est in dicione VII. Foederatoruin; Ainstelasdatni, 1697.
559 Verzameling van stukken, behelzende de rapporten van der Hoog Mogenden ambassadeurs enz. in verschillende rijken van Europa over hetgeen in die rijken omging; anno, 1701.
560 liomijn de Hooge, Spiegel van Staat des Vereenigde Nederlands; Amsterdam, 1706: VI din. in 1 band.
561 Extract uit de resolution van de. Edel Mogende Heeren Raaden van Staate der vereenigde Nederlanden; 1777.
562 A. Matthaei, Veteris aevi Analecta; 10 dn. : Lugd. Batav., 1698—1710.
563 M. Brouërius van Nidek, Analecta Medii aevi. Ofte oude en nooit voorheen gedrukte Nederlandsehe Geschiedenisboeken ; le deel; Aliddelburgh, 1725.
564 Rousset, Recueil historique d\' actes, negociations, memoires et traitez; 19 vol. avec 2 suppl; La Haye, 1728 —1748.
565 Frans van Mieris, Histori der Nederl. Vorsten, uit de Huizen van Beyere, Bourgonje on Oostenrijk, eet. ; 3 deelen ; \'s Graaven-haage, 1732—1735.
566 Gerard van Loons, Aloude Hollandsche Historie derKeyzeren, Koningen, Hertogen en Graaven ; welken, sedert de komst der Batavieren in het thans genaamde Holland. . . aldaar het Hoog-gebied gehad hebben ; 2 doelen ; \'s Graavenhaage, 1734.
567 Mr. Gerard van Loons Hedendaagsche Penningkunde enz. ; \'s Graavenhaage, 1732.
37
568 Mr. G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche Historipeu-ningen, enz.; 4 deelen ; \'s Graavenhaage, 1723—1731.
569 Mr. Gr. van Loon, Geschioht-historiaal rym, of Rymchronyck van deu heer Klaas Kolyu enz. enz. \'s Graavenhaage, 1745.
570 Verzameling van (gedrukte en gesehrevene) rapporten vau hunner Hoog Mogenden ambassadeurs enz. in verschillende landen in Europa, betreffende deu staat van zaken in die landen; anno 1743 en 1744.
571 Mr. P. van der Schelling, Hollands Aloude Vrijheid, Staatsregering en Wetten der Batavieren, eet. ; Rotterdam, 1746.
572 Recueil van verschelde Placaaten, Ordonnantiën, Resolutien, Instruetien, Orders en Lysten etc. Betreffende de saaken van den Oorlog, soo te water, als te lande. Het 5e deel. \'s Graven-hage, 1754.
573 Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland van de vroegste tijden af. Met konstplaaten en kaarten opgehelderd ; 21 d.d. ; Amst., 1752—1759.
574 S. Stijl, de opkomst en bloei van de republiek der Vereenigde Nederlanden, enz. ; Amsterdam en Harlingen, 1774.
575 Mémoires histor. et politlq. des Pays-Bas autrichiens. Dédiés a 1\' Empereur (Josel II); Neuchatel, 1784.
570 Verbaal van de lieeren ... gecommittoerdeu tot bijlegging en vereffening der geschillen tusschen de meerderheid der Ridderschap en Steden van Overijssel, raakende het recht van overstemming; anno 1784.
577 A. Kluit, Historie der Hollaudsche Staatsregering, tot aan hot jaar 1795; 5 dl.; Amsterdam, 1802 -1805.
578 Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland; een Woordenboek tot de biographische kaart vau dieu naam ; 3 deelen; Amsterdam, 1805—1806.
579 Capitulatie opzichtelijk de 25000 man Pransche troupes, in dienst van de Republiek overgegaan, gearr. by besluit van H.H. H.Ii. M.M. van 17 Julij 1795.
580 Naamlijst van de uitgeweeken geweest zijnde [424J Nederlanders, bekend onder den naam van Bataven, die zich, ingevolge der Publicatie van May [...], bij Requesten aau de Nationale vergadering hebben geadresseerd.
581 Verzameling van stukken betreffende het Bataafseh gemeene-best en het Koninkrijk Holland; 5 Junij 1806 en vervolgens.
582 Reglement sur les revues, 1\' administration, la solde et la comp-tabilité de l\'armée de terre p. Ie royaume de Hollande, d.d. 24 Julij 1807; met de Staten en Modellen; (Pr. en Neder-landsch.)
583 Verzameling van stukken uit den tijd van en rakende het Koninkrijk Holland ; 1805—1809. (Bijgevoegd : eenige stukken betreffende het bestuur der gemeenten enz. onder het Bataafseh gemeenebest.)
584 Louis Bonaparte, ex roi de Hollande, Documens historiques et
38
Reflexions sur le gouvernement de la Flolliinde, III Tom.; Paris, 1820.
585 Instructions sur le service dos Commissaires de Police (Pr. en Nederd.) d.d. 10 Julij 1811.
586 Circonscription des arrondissements, cantons et communes, qui composent les departements de la Hollande; décret imperial du 21 Oct. 1811.
587 Stukken betrekkelijk de organisatie van verschillende provinciale en gemeentebesturen, van 1803, 1815—1818.
588 De grondlegging van Neêrlands onafhankelijkheid, in de vestiging van de Republiek der Vereenigde Nederlanden, in het jaar 1572, enz.; Amst., 1814.
589 Stukken betreffende de O. I. Compagnie; 1795.
590 W. P. Verhoeven, bekroond antwoord op de Prijsvraag : Hoe-daenig was den Staat van de hand-werken, en van den koophandel in de Nederlanden ten tyde van de derthienste en veer-thienste eeuwe ? (Mémoires de 1\'Académie imp. et royale de Bruxelles, prix de 1777 ; Bruxelles, 1778).
591 N. Briavoinne, Mémoire (couronné le 7 Mai 1840) sur l\'état de la Population, des Pabriques, des Manufactures et du Commerce dans les provinces des Pays-Bas, depuis Albert et Isa-belle jusqu\' a la fin du siècle dernier (ïom XIV des Mémoir. couronnés de 1\'Académie royale de Bruxelles).
592 Dr. Et. Laspeyres, Greschichte der Volkswirthschaftlichen An-schauungen d. Niederlander und ihrer Litteratur zur Zeit der Republik; gekrönte Preisschrift; Leipzig, 1803.
593 O. van Rees, over P. H. Engels werk, de belastingen en de geldmiddelen van den aanvang der Republiek tot op heden; Utrecht, 1862. (Afdruk.)
594 H. A. Wijnne, De restauratie; Groningen, 1866.
595 Jan Orlers, quot;Warachtige Beschryvinghe van alle de Belegeringhen ende Victorien, Te Water ende te Lande. Die God Almachich, tot welvaren der Vereenichde Nederlanden te wege gebracht ende gegeven heeft.... Den tweeden druck: vermeerdert met verscheyden Nassauschen Oorlochsdaden. Verciert mette figuyren van de voornaemste Belegheringhen, ende eenighe Nassausche Graven ; Leyden, 1619.
596 M. B. van Nidek. Analecta Medii aevi, ofte Oude en nooit voorheen gedrukte Nederlandsche Geschiedenisboeken, eerste deel, waarin gevonden worden : Chronikel der Vriescher Landen en der Stadt Groningen; Corte Cronyck, tracteerende van de hercoraste der Vreesen, ende oer Vrijheijt; Cleyne Cronica van de Groninger Omlanden en Cronyxke van de Ommelanden. Amsterdam en Middelburg, 1725.
597 P. Bor Cz., Nederlantsche oorloghen, beroerten ende Borgerlycke oneenicheyden ; 6 dd.; Leyden en Amsterd., 1621 —1626.
598 L. Smids. Emblemata Heroica of de Medalischo Sinnebeelden der 36 Graven van Holland, Amsterdam 1712.
599 Mr. H. O. Peith. Geschiedkundig betoog, dat de priesteren, reeds vóór de 15e eeuw, in de Vriesche Landen, tusschen het
39
Vlie en de Wezer, zooals overal elders, leefden in den onge-huwden Staat, Groningen 1846.
600 De Luxemburgsche kwestie beschouwd door een Nederlander; Amsterdam, 1857.
601 R. P. Famiani Stradae, Romani e S. J. de Bello Belgico Decas Ia; Antverpise, 1649: — Decas Ha; ibid., 1648.
602 E. van Reyd, Historie der Nederlandsche Oorlogen, begin ende voortganck tot den jaere 1601 ; Leeuwarden, 1650.
603 L. van Aitzema. Yerhael van de Nederlandsche Vredehandeling. Op nieuws gecorrigeert en met eenige stucken vermeerdert; Arasterdam, 1653.
604 L. van Aitzema. Historie of Verhael van saken van Staet en oorlogh, in ende omtrent de Vereenigde Nederlanden ; 13 deelen; \'s Gravenhage, 1657—1671.
605 L. Sylvius. Historiën onses tijds, behelsende saken van staat en oorlogh; 1669—1679; Amsterdam, 1685.
606 L. Sylvius. Vervolgh van saken van staat en oorlogh ; 1679— 1687 ; Amst., 1688.
607 Henry Havard. La Hollande pittoresqué, les frontières menacées, voyage dans les Provinces de Vrise, Groningue, Drenthe, Grueldre et Limbourg ; Paris et Amsterdam, 1876.
608 John Bowring. Brieven geschreven op een reis door Friesland, Holland en Groningen, voorafgegaan door iets over de Friesche letterkunde en gevolgd door iets over de Hollandsche taal- en letterkunde ; Leeuwarden, 1830.
609 Lammert van den Bosch. ïooneel des oorlogs, opgericht in de Vereenigde Nederlanden door de wapenen van de Koningin van Vrankrijk en Engeland, Keulsche en Munstersche Bisschoppen, tegen de Staten der Vereenigde Nederlanden en hare Geallieerden ; Amsterdam, 1675.
610 Mr. B. Coster us. Historisch verhaal, ofte een deductie van zaaken, raakende het formeren van de Republique van Holland ende West-Vriesland, de veranderinge in de Regeringe, met den gevolge van dien, zedert den jaare 1572; Leiden, 1737.
611 P. de Raadt. Nassau-Siegen. (Overgedrukt uit de Recensent, Alg. Lett. Maandschrift.)
612 J. Kuiper. Nederlands toestand ; Eerste jaargang ; Rotterdam, 1877.
613 Bentivoglio. Historie der Nederlandsche Oorlogen, sedert het vertrek van Filips de II, Koning van Spanjen, uit de Nederlanden, tot aan het twaaltjarig Bestant; beschreven in 3 deelen ; 1 band; Amst., 1674.
614 P. Bor Cz. Oorspronck, begin en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten en borgelijke oneenigheden; 4 dl.; Amst., 1679.
615 P. Valkenier, \'t Verwerd Europa ofte Polityke en Historische Beschryvinge der waare Fundamenten en Oorsaken van de Oorlogen en Revolution in Europa, voornamelijk in en omtrent de Nederlanden zedert den jaare 1644 enz.; Amsterdam, 1688.
616 P. Valkenier. Vervolg van \'t Verwerd Europa, of Polityke
40
en Historische beschryving vau alle gedenkwaardigste Staats-en Krygs-Voorvallen, zoo binnen als buyten\'t Christenrijk, voor-namentlyk in en omtrent Hoog- en Neder-Duytsland en derzelver aangrenzende Ryken en Staten, zedert den Jaare 1672 tot 1675 ; Amsterdam, 1688.
617 M. W. L. van Alphen. Nieuw Kerkelijk handboek, omvattende al de door den staat gesubsidieerde protestantsche kerkgenootschappen ; 1878 en volgende jaarg.
618 Verklaring der kaart van den tiendaagschen veldtocht, 1831 ; Amsterdam, 1832.
619 De nieuwe rarekiek, vertoonende de weergalooze daden van den fameuzen Daine en 200 veel andere Belgische helden in de roemachtige 10 dagen van 2 tot 12 Augustus 1831, Amsterdam, 1831.
620 Dr. Hess. Hollandia Regenerata.
621 S. van Leeuwen. Batavia Illustrata olte oud Bataviere vervattende de verhandelinge van den Adel en regeering van Hollandt, 2 d.; Haag, 1685.
2. Oudheden.
622 Lud. Smits Schatkamer der Nederlandsche Oudheden; 2e druk; vermeerdert met Aanteekeningen door Pieter Langendijk ; Haarlem, 1737.
623 Beschrijving van vroegere Nederlandsche gemeentezegels in het Rijksarchief bewaard ; 1875.
624 Catalogus van geslachtkundige werken, wapens enz.; Oosterwijk, 1893.
625 Mededeelingen van de Rijks-adviseurs voor de monumenten van geschiedenis en kunst.
626 N. Westendorp. Verhandeling over de hunnebedden ; Gron., 1822.
627 Oud-Nederlandsch Letterschrift.
628 F. Arends. Natuurkundige geschiedenis van de kusten der Noordzee en van de veranderingen welke zij sedert den Cym-brischen vloed tot op heden door watervloeden ondergaan hebben, met voorrede en aanteekeningen van Dr. R. Westerhoff, 2 deelen; Groningen, 1835.
629 P. Arends. Geschiedenis der watervloeden aan de kusten der Noordzee, sedert den Cymbrischen vloed tot eu met 1880; Groningen, 1837.
630 H. Wester. Merkwaardige bijzonderheden uit de vroegere en hedendaagsche gebeurtenissen van ons vaderland; Groningen 1814.
631 Verslagen omtrent \'s Rijks oude archieven; Haag, 1880 en volg.
632 Overzicht van de inventarissen der oude Rijks-archieven in Nederland ; Haag, 1884.
633 .1. H. Veenendaal. Nederland in 1880; Tiel, 1881.
634 Joh. A. Leopold en L. Leopold. Van de Schelde tot de Weichsel. Nederduitsche dialecten in dicht en ondicht, 2 deelen (Neder-Duitschland-Priesland) Gron., 1882.
635 E. M. Engelberts. Aloude Staat en geschiedenissen der Ver-eenigde Nederlanden; 4 dn.; Amst., 1784—1799.
686 Dr. G. Acker Stratingh. Aloude Staat en geschiedenis des
41
Vaderlands; II din. in 3 stukken; Groningen, 1847—1852. (Met kaarten en platen).
637 Verhandelingen ter nasporinge van de wetten en gesteldheid onzes Vaderlands door het genootschap Pro Exolendo Jure Patrio te Groningen, 4 dd., Groningen 1774—1794.
638 J. D. quot;Westerwout. Beschrijving der 17 Nederlandsche provinciën; Nijmegen, 1781.
639 Het Vaderland met vaderl. afbeeldingen; Amst., 1791.
640 Dr. G. Acker Stratingh. Over eenige wilde dieren, welke vroeger in ons Vaderland geleefd hebben. (Eene voorlezing geh. in het Gen. t. bev. d. Nat. Wet. te Groningen.) Gron. 1844.
641 Mr. E. van Loon. Prijsantwoord omtrent de Sagen dat de eerste bevolking van Friesland afkomstig zou zijn uit Phrygie. (Afdruk uit de Handd. van het Genoot, t. bev. van Nijv. te Onderdendam, 1850/51.)
642 Dr. N. Westendorp. Antiquiteiten. Een oudheidkundig tijdschrift; 3 dn.; Groningen, 1819—1820.
643 Dr. N. Westendorp en C. J. C. Reuvens. Antiquiteiten. Een oudheidkundig tijdschrift; 2e deel; Groningen, 1822.
644 Dr. N. Westendorp. Verhandelingen over onderwerpen uit het gebied der oudheidkunde en godenleer; Delft, 1826.
645 Circulaire vanwege de Kon. Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, dd. Sept. 1860, betreffende de overblijfsels der Nederlandsche kunst van beschaving uit vroegere tijden.
646 Verslag van de Commissie der Kon. Akad. v. Wetens, tot het opsporen, het behoud en het bekend maken van Overblijfsels der Vaderlandsche kunst uit vroegere tijden; Amst., 1861 en 1862.
647 Nader Verslag dier Commissie; Amst., 1863 en 1872.
648 Dr. J. G. de Hoop Scheffel. Inventaris der archiefstukken, berustende bij de vereenigde doopsgezinde gemeente te Amsterdam. Tweede stuk, eerste afdeeling. Archief der gemeenten te Amsterdam, tweede afdeeling. Archief van doopsgezinde gemeenten buiten Amsterdam. Uitgegeven en ten geschenke aangeboden door den Kerkeraad dier gemeente ; 1884.
649 Catalogus der verzameling van kaarten van het Ministerie van Marine.
3. Topogeaphie.
650 Meetkundige beschrijving van het Koningrijk der Nederlanden, bevattende de getallenwaarde, gebruikt bij de zamenstelling van de topographische en militaire kaart van het Rijk, uitgegeven op last van het Ministerie van Oorlog, door het topographisch Bureau; \'s Gravenhage, 1861.
651 J. Knijper. Natuur- en Staathuishoudkundige Atlas van Nederland ; in 15 kaarten, met tekst; Leijden, 1862.
652 A. J. van der Aa. Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van het Koningrijk der Nederlanden enz.; Gorinchem, 1841.
653 S. H. Hertzveld. Handleiding tot de kennis van de geregtelijke, burgerlijke en finantiële indeelingen des Rijks enz.; \'s Gravenhage, 1846.
42
654 J. J. Grosselin. Alphabetische naamlijst der gemeenten en der-zelver onderhoorigheden, uitmakende het koningrijk der Nederlanden ; Amsterdam, 1826.
655 P. H. Witkamp. Aardrijkskundig woordenboek van Nederland 2 dl.; Amsterdam, 1877.
656 Afstandswijzer v. d. Stations der K. Nederlandsche Paarden-posterij enz Met eene Itineraire kaart;\'s Gravenhage, 1834.
657 J. Blaeu. Novum ac magnum Theatrum urbium Belgicae regiae ad praesentes temporis faciem expressum, 2 deelen.
658 Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, vervattende een Algemeene Beschrijving des lands, enz. Met een nauwkeurige Landkaart enz.; 2e druk; Amst., 1794.
4. Statistiek.
659 Statistiek van de huisgezinnen, huizen en inwoners van de gemeenten, van het Rijk en hare voornaamste onderdeden, 1873.
660 A. Quetelet. Recherches statistiques sur le royaume des Pays-Bas; Bruxelles, 1829.
661 Volks-tellinge in de Nederlandsche Republiek ; uitgegeven op last der commissie tot het ontwerpen van een plan van Constitutie voor het volk van Nederland ; 1796 ; in den Haag ; z. J.
662 Opgave der bevolking van het Koningrijk der Nederlanden, ge-gedurendedejaren 1815—Mei 1824 ;\'s Gravenhage, 1827,3deelen.
663 Tweede verzameling van Staten, uitgegeven door de commissie voor de Statistiek; \'s Gravenhage, 1829.
664 Derde verzameling van Staten, uitgegeven door de commissie voor de Statistiek, ingesteld bij Kon. besluit van 8 Julij 1826, No. 52; \'s Gravenhage, 1843. (Nederd. en Fransche tekst.)
665 Bijdragen en Mededeelingen voor de Statistiek van het Koningrijk der Nederlanden ; (Verslag over den Staat der Gestichten voor Krankzinnigen in de jaren 1827—1863); \'s Gravenhage, 1861 en volg.
666 Dr. A. v. d. Swaline. Yerslag omtrent den toestand van het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen, genaamd het St. Joris Gasthuis te Delft.
667 Verslag omtrent den staat der zeevisscherijen vanaf 1857 en volg.
668 Staten van de bevolking der steden en gemeenten van het koningrijk der Nederlanden, op 1 Januari 1840; Haag, 1841.
669 Uitkomsten der 3e Tienjarige Volkstelling in het Koningrijk der Nederlanden; \'s Gravenhage, 1852; 12 stukken.
670 Idem der 4e tienjarige volkstelling in het Koningrijk der Nederlanden op den 31 December 1859, 3 dln.;\'s Gravenhage, 1863 en 1864.
671 Idem der 5e tien jarige volkstelling in het Koningrijk der Nederlanden op den 1 Dec, 1869 ; 2 dln.; \'s Gravenhage, 1873 en 1875.
672 Uitkomsten der 6e tienjarige volkstelling in het Koningrijk der Nederlanden, op 1 December 1879; Haag, 1881.
673 Uitkomsten der 7e tienjarige volkstelling in het koningrijk der Nederlanden op 31 December 1889; Haag, 1891.
674 Uitkomsten der beroepstelling in het Koningrijk der Nederlanden op 31 December 1889 ; Haag, 1894.
43
675 Bevolkingstafelen; twaalfjarige Staten der levendgeborenen en sterfgevallen, enz.; \'s Gravenhage, 1856.
676 Sterfte-atlas van Nederland, uitgegeven door de Nederl. maatschappij tot bevordering der geneeskunst
677 Mr. H. Jacobi. Een pluiswerk, beschouwingen naar aanleiding der volkstelling van 1869.
678 W. C. H. Staring. Missive aan de Chefs van de afdeeling Statistiek over de inrichting van het 13e hoofdstuk der provinciale verslagen, 1875.
679 J. de Bosch Kemper. Statistiek van Nederland; 2e druk ; Amst., 1858.
680 Mr. J. Ackersdijck. De statistiek.
681 Algemeene statistiek van Nederland. Beschrijving van den maatscbappelijken toestand van het Nederl. volk in het midden der XlXe eeuw. Uitgegeven door de vereeniging voor de statistiek in Nederland, Leiden, 1869 le aflevering, 1870 2e tot 4eafl., 1871, 5e tot 8e afl., 1872, 9e tot 10e afl., 1873, 11e en 12e afl.
682 Statistieke bescheiden voor het Koningrijk der Nederlanden; \'s Gravenhage, 1867 en volgende jaren.
683 Statistiek van den loop der bevolking van het Koninkrijk der Nederlanden over 1875 en volgende jaren.
684 Statistiek der ligting voor de Nat. Mil. in het Koninkrijk der Nederlanden over 1872—1875, Haag 1877.
685 Schets eener algemeene statistiek van het Koningrijk der Nederlanden, met toelichting; Leiden, 1867.
686 Bijdragen tot de algemeene statistiek van Nederland.
687 Jaarcijfers over 1881 en vorige jaren, omtrent bevolking, landbouw, handel, belastingen, onderwijs, enz.
Hetzelfde werk over 1882—1893 en vorige jaren.
688 Vijfjarig overzicht van de sterfte naar den leeftijd en de oorzaken van den dood in elke gemeente van Nederland, gedurende 1875—1880 en volgende jaren.
689 Dr. I. C. G. Evers. Bijdrage tot de bevolkingsleer van Nederland, Haag 1882.
690 Naamlijsten der gemeenten enz. in Nederland.
691 Overzicht der Naamlooze Vennootschappen volgens de patentregisters over de jaren 1861—\'62,—1880—\'81, Haag 1882.
692 H. A. Wijnne, Statistische studiën over Nederland. (Overgedrukt uit het Staatk. en Staathuishoudkundig jaarboekje.)
693 Bijdragen van het Statistisch Instituut, 1885 en volgende jaren.
694 Maandcijfers en andere periodieke opgaven, uitgegeven door de centrale commissie voor de statistiek, beginnende mot de eerste maanden van 1893.
695 Verslag van de werkzaamheden der centrale commissie voor de statistiek over de jaren 1892 en 1893, enz.
696 Rapport van de Rijkscommissie voor Statistiek, d.d. 29 Mei 1860, aan den Minister van Binnenl. Zaken, betreffende de wijze, waarop inkomstig de Verslagen van den toestand der provinciën zouden behooren ingerigt te worden.
44
697 Verslag van de werkzaamhedeu der Rijkscommissie voor Statistiek, 1859 en 1860; \'s Gravenhage, 1861.
698 Tweede Verslag, 1861; \'s Gravenhage, 1862.
699 Laatste zitting van voorn. Commissie, d.d. 10 Dec. 1861 ; verslag.
700 Dr. J. Zeeman, Rapport namens do Commissie voor Statistiek, voorgedragen op de algemeene vergadering te Amsterdam, 22 Junij 1853.
701 Mr. J. F. B. Baert, de Rijks-Commissie voor Statistiek ; 25 Dec. 1861. (Overdruk.)
702 Besluit van den 29 September 1828 (Stbl. No. 57), houdende bepalingen nopens een nieuwe en algemeene volkstelling.
703 Kon. besluit van 26 September 1859 (Stbl. No. 101), betrekkelijk de 4de algemeene tienjarige volkstelling.
704 Concept-besluit omtrent het vernieuwen en bijhouden der Bevolkingregisters ; October 1860.
705 J. B. H. H. M. Kellenaers, Handleiding voor de geregelde bijhouding der Bevolkingregisters, voorafgegaan door een beschouwing over de belangrijkheid der Statistiek in het algemeen en der Bevolkiugstatistiek in het bijzonder;\'s Hertogenbosch, 1863.
706 H. Schultze, Wetgeving op de Nationale Militie; Leeuwarden, 1825.
707 H. Schultze, Reglement op de Nationale Militie ; Leeuwarden, 1829.
708 H. Schultze, Vervolg op het voorgaande; Leeuw., 1839.
709 Statistiek van het Koningrijk der Nederlanden, behelzende de uitkomsten der herziening van de belastb. opbrengst der gebouwde eigendommen 1876.
710 Bijdragen tot de Statistiek van Nederland, uitgegeven door de Centrale Commissie voor de Statistiek, onderzoek naar het verbruik van sommige voeding en genotmiddelen. Haag 1895.
5. Natuurlijke Gesteldheid.
711 Dr. W. C. H. Staring, de Aardkunde en de Landbouw van Nederland ; Zwolle, 1844.
712 Dr. W. C. H. Staring, Voormaals en thans. Opstellen over Neerlands grondgestelclheid ; Zwolle, 1858.
713 Dr. W. C. H. Staring, de Bodem van Nederland. De zamen-stelling eu het ontstaan der gronden in Nederland enz.; II dn.: Haarlem, 1856—1860; met kaart en platen.
714 Dr. L. AU Cohen, Bijdragen tot de geologie van ons Vaderland.
715 A. A. Beekman, De strijd om het bestaan; Geschiedenis en tegenwoordige staat vau de lage gronden van Nederland voor niet-technici ; Zutphen 1887.
716 J. \\V. Gunning, onderzoek naar den oorsprong en de scheikundige natuur van eenige Nederlandsche wateren ; Utrecht, 1853.
717 C. H. van Ankum, over de aanwezigheid van Jodium in het drinkwater en den dampkring van Nederland; \'s Gravenhage, 1855. (Afdruk.)
718 Dr. G. A. Venema, nieuwe en eenvoudige verklaring van de ver-
45
anderingen, die de kusten van ons land langs de zee, de wadden, de zeeboezems en groote stroomen ondergaan ; Gron. 1849.
719 Dr. G. A. Venema over het dalen van de noordelijke Kusten van ons land ; Gron., 1854.
720 Verslag aan Z. M. den Koning, uitgebragt door de commissie tot onderzoek over den verhoogden waterspiegel op de rivieren de Waal en Merwede, ingesteld bij \'s Konings besluit van den 29 October 1856, no. 71 ; \'s Gravenhage 1858.
721 Waarnemingen der waterstanden langs de kusten der Noordzee, Zuiderzee, de Wadden en de hoofdrivieren des Rijk\'s oflic. staten over 1856 en volgende jaren.
722 Graphische voorstelling der waterstanden in de Zuiderzee in het IJ voor Amsterdam enz., van 1 Juni tot 28 September 1872.
723 Prof. J. H. van Swinden, Observations sur le froid rigoureux du mois de Janvier 1776 ; Amsterdam, 1778.
724 E. H. Greve. Verklaring der Verhevelingen of korte Meteorologie, voornamelijk betrekkelijk tot deze gewesten; 2 stukken ; Haarlem, 1816.
725 Prof. W. A. Enschedé, Bijdrage ter beantwoording der vraag: „Heeft de doorgaande luchtsgesteldheid sedert historische tijden eonige merkbare verandering ondergaan?quot; Voorl., den 10 Jan. 1844 gehouden. (Afdruk.)
726 Dr. G. Acker Stratingh, over don Veendamp. (Overgedrukt uit den Vriend des Vaderlands. Voorl. in Nov. 1839 gehouden.)
727 Dr. G. A. Stratingh, Naamlijst van werken over de Veenen enz., met een verslag van een paar dier werken. (Afdruk.)
728 Dr. G. A. Venema, de haas, de ritnaald, de hamel, de aardvloo, de graauwe akkerslak en de muizen. (Overdrukken uit de Booren-Goudmijn, 1856—1858.
729 G. Outhof\'s verhaal van alle hooge Watervloeden in Europa, van Noachstijd af, tot op den tegenwoordigen tijd ; Emden 1720.
730 Korte beschrijving van alle plaatsen en polders, die ingebroken zijn door den watervloed van 26 Januari 1682; Kotterdam 1687.
731 Historisch tafereel van den zwaren watersnood op 3, 4 en 5 Febr. 1825, een groot deel van ons Nederland hebbende getroften ; Amst., 1826.
732 Geschiedkundig verslag der dijkbreuken en overstroomingen langs de rivieren in het Koningrijk Holland, voorgevallen in Louwmaand 1809 ; 2e dl.; Amsterdam, 1809.
6. Staatsrecht en Administratie.
733 Briefwisseling van eenige Regtsgeleerden (Mr. J. D. Meijer, Mr. H. W. Tydeman enz.), over de aanstaande Nederlandsche wetgeving; Leijden, 1819.
734 Hetzelfde werk; 6de stukje of 5de vervolg; Leijden, 1819.
735 ■ Mr. H. Krabbe, De werkkring van den Staat. Redevoering
bij den aanvang van het Hoogleeraarsambt aan de Rijks-Universiteit te Groningen, den 10 Februari 1894. Groningen 1894.
736 Mr. J. de Bosch Kemper, de richtingen en partijen in het staatkundig leven, enz. ; Amsterdam, 1857.
46
737 Mr. J. de Bosch Kemper, Open brief aan Mr. Gr. Groen van Prinsterer; A.msterdani, 1857.
738 Mr. J. R. Thorbecke, Parlementaire redevoeringen, 4 du.; Deventer, 1856 —1870.
739 Mr. J. R. Thorbecke, Historische Schetsen ;\'s Grraveahage, 1860.
740 Mr. S. Van Houten, Staatkundige brieven 1—20; Haarlem, 1886 en volgende jaren.
741 Handleiding tot kennis van het Staatsbestuur in het Koningrijk der Nederlanden, 7 deelen; Dordrecht, 1826—1835.
742 Mr. H. Y. v. Hamelsveld, Nederlandsche pandecten of verzameling van wetten in het koningrijk der Nederlanden, 10 deelen ; Delft, 1827.
743 G. K. Grave v. Hogendorp, Bijdragen tot de huishouding van Staat in het koningrijk der Nederlanden, verzameld ten dienste der Staten-Generaal. Tweede verbeterde uitgave onder toezigt van Mr. J. R. Thorbecke, 10 dln., 5 banden; Zalt-Bommel 1854.
744 Staatkundige brieven aan een lid van de tweede kamer der Staten-Generaal, 1—5; \'s Gravenhage, 1844—45.
745 Een waarschuwend woord voor de toekomst, naar aanleiding der jongste beraadslagingen in de tweede kamer over de be-grooting van 1848—1849, door den schrijver der Staatkundige brieven; \'sGravenhage, 1847.
746 Dr. B. Eekma, Bijdragen tot de huishouding van staat; 1840.
747 De aangekondigde Grondwets-Herziening; Amsterdam, 1847.
748 J. H. Goudsmit, Verlies en vernietiging van toonderpapier; Leiden, 1886.
749 J. v. Raalte, de Reclame van verkochte goederen ; Leiden, 1886.
750 J. L. W. C. von Weiier, Een paar vragen over de bewijskracht van koopmansboeken ; Leiden, 1886.
751 R. J. H. Patijn, De geschillen van bevoegdheid ; Leiden, 1886.
752 Mr. E. van Loon, De procesvorm der administratieve rechtspraak van Gedeputeerde Staten; Groningen 1875.
753 G. Brouwer Jzn., Armenrecht; Leiden 1885.
754 A. M. D. Sweerts de Landas VVijborgh, Het belangrijkste trac-taat van 26 Pebr. 1885; Haag, 1886.
755 lt;T. Paul us. De Hoogerhuizen in Europa; \'s Graveuhage, 1886.
756 O. J. E. van Wassenaer, Het onderzoek van de geloofsbrieven der volksvertegenwoordigers ; Leiden 1886.
757 J. Z. Mazel, De verdediging der rivierdijken bij de ijsgang en hoog opperwater; Leiden, 1886.
758 H. Vos, Publiekrechterlijke Geschillen; Leiden, 1886.
759 M. T. Boonzager M.Fzn., Levering van onroerende zaken naar Nederlandsch recht; Leiden, 1886.
760 T. J. H. G. Spiering, Eenige opmerkingen over uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen ; Leiden, 1886.
761 A. Burger C.Pzn., Het recht van den verhuurder na vervoer der aan zijn voorrecht onderworpen goederen ; Leeuwarden, 1886.
762 L. J. A. van Lidth de Jeude, De terugwerkende kracht van het vonnis van scheiding van goederen ; Leiden 1886.
47
763 L. W. van Gigeh, het onderzoek van strafzaken op de terechtzitting, aanteekeningen op de artikelen 149 tot 169 van het Wetboek van Strafvordering; \'s Gravenhage 1886.
764 S. J. L. van Aalteu Jr., Historische-Critische beschouwing van de leer der Frias Politica; \'s Gravenhage, 1886.
765 J. D. Pasteur, Jr., Iets over beperkte handlichting ; Leiden 1886.
766 W. H. van Nes van Meerkerk, Opmerkingen over art. 778— 785 wetboek van koophandel, Leiden, 1886.
767 A. van der Goes, Handels- en fabrieksmerken ; Leiden, 1886.
768 E. H. K. J. ter Kuile, De doorhaling van Hypothekaire inschrijvingen ; Leiden, 1886.
769 H. B. v. d. Eist, De failliet na het ontslag der curators ; Leiden 1886.
770 T. M. Vester, Handelsleverantie; Leiden, 1886.
771 IT. W. A. Dijckmeester, Aanbod van gereede betaling, gevolgd van consignatie, artt. 1440—1448, B. W. Leiden, 1886.
772 J. A. G. de Vos van Steen wijk. Art. 156 der grondwet; Leiden 1885.
773 A. D. T. Gevers. Art. 44 der gemeentewet; Leiden, 1883.
774 M. P. H. Wiercx. De voogdij vun regenten; Leiden, 1883.
775 W. J. P. J. van der Duijn. Ecnige beschouwingen naar aanleiding van art. 116 der provinciale wet; Leiden 1883.
776 P. H. J. J. Bas. Eenige opmerkingen over art. 23 der gemeentewet; Leiden, 1882.
777 A. C. Visser. Geschiedenis en beginselen van hot onteigenings-recht; Leiden, 1884.
778 A. E. J. vau Voorts tot Voorts. Aardhaling; Leiden, 1884.
779 W. Tli. Gevers Deynoot. Inkwartieringen; Leiden, 1878.
780 A. A. Mol. liet toezicht van Gedeputeerde Staten op de burgerlijke rechtshandelingen der gemeentebesturen ; Leiden, 1884;
781 F. J. G. vanïricht. De rechtstoestand der stichtingen ; Leiden, 1884.
782 M. M. de Lange Boom. De Duitsche wetgeving op den burgerlijken stand, vergeleken met het Nederlandsch burgerlijk wetboek ; Leiden, 1883.
783 G. L. C. van Rossen Hoogendijk. Avis du Conseil d\'Etat du 30 Mars 1808, sur les cas dans lesquels la rectification des Begistres de l\'Etat Civil par les Tribunaux n\'est pas nécessaire en art. 1 der wet van 16 Mei 1829 (Stbl. no. 33); Leiden, 1884.
784 G. Heijmans. Karakter en methode der Staathuishoudkunde ; Leiden 1880.
785 Mr. C. F. van Maanen. Aanteekeningen van het verhandelde over de grondwet van 1814; Dordrecht, 1886.
786 Mr. J. A. Levy. Antirevolutionair Staatsrecht; \'s Gravenhage 1886.
787 C van Lookeren Campagne. Opmerkingen over de overeenkomst van levensverzekering; ïiel, 1885.
788 L. J. Veeuing. Eenige opmerkingen over de artikelen 149 — 165 der provinciale wet; Leiden, 1885.
48
789 Gr. M. Slothouwer. De staatsman Sicco van Goslinga, grietman van Franekeradeel; \'s Gravenhage, 1885.
7 90 H. Zillesen. Over administratieve rechtspraak; Leiden 1880.
791 L. H. L. J. van der Maesen de Sombreff. Over den aanvang van het lidmaatschap der Staten-generaal; Leiden, 1879.
792 A. C. van Daalen. Artt. 121 en 122 der gemeentewet; Leiden 1880.
793 Gr. Pekelharing. Opmerkingen over den onderhoudsplicht van bijzondere personen ten opzichte van wegen en andere ten openbare dienste bestemde werken; Leiden, 1880.
794 J. H. J. Quarles van Ufford. Algemeene maatregelen van inwendig bestuur; \'s Grravenhage, 1881.
795 E. de Vries. Het toezicht van hooger gezag op de waterschappen, volgens hunne reglementen; \'s Gravenhage, 1880.
796 J. H. van Meurs. Persoonlijke dienst en belasting in natura (artt. 192 en 239 Gemeentewet); Leiden, 1881.
797 J. H. Fransen van de Putte. Beschouwingen over art. 3 van de additionele artikelen der grondwet; Leiden, 1881.
798 J. W. H. M. van Idsinga. Geschiedenis en beginselen van art. 91 onzer grondwet; Leiden, 1880.
799 A. A. van Doorn. De hoofdelijke omslag. Beschouwingen over art. 243 der gemeentewet; Leiden, 1881.
800 A. Pekelharing. Opmerkingen naar aanleiding van de wet van 10 April 1869 (Stbl. no. 65); Leiden, 1880.
801 D. Fock. Iets over art. 23 der wet van 12 Juli 1855 (Stbl. no. 102); Leiden, 1880.
802 J. F. Pennink. Eenige opmerkingen naar aanleiding van het achtste hoofdstuk der grondwet; Groningen 1885.
803 A. M. Pleijte De rechtstoestand der Marken in Nederland; Leiden, 1879.
804 F. D. Schimmelpenninck. De beteekenis van hoofdverblijf en verblijf in art. 245 der gemeentewet; Leiden, 1879.
805 F. C. W. Stork. Over het domicilie van mindeijarigen; Amsterdam, 1878.
806 W. Koëll. De inrichting dor Algemeene Rekenkamer; Leiden, 1885.
807 H. A. Hooft. De rechten en loonen van art. 238 der gemeentewet; Zwolle, 1885.
808 D. J. A. A. van Lawick van Pabst. Eenige beschouwingen over de artt. 229—^231 der gemeentewet; Utrecht, 1885.
809 W. II. J. Roijaards. Veranderingen in de gemeentelijke indeeling des Rijks. (Beschouwingen naar aanleiding van art. 2 der grondwet); Utrecht, 1884.
810 L. Boekhoudt. Voetpaden, dreven of wegen aan verscheiden geburen gemeen; Groningen, 1880.
811 E. E. Sickenghe. Het verzuim der huwelijksafkondigingen bij huwelijken in het buitenland voltrokken ; Utrecht, 1878.
812 0. C. W. Vis. De Eerste Kamer der Staten Generaal in de praktijk ; Utrecht, 1885.
813 P. H. W. van Alphen. Eenige opmerkingen over de kiezerslijsten , in verband met het onderzoek der geloofsbrieven; Haag, 1880.
49
814 O. J. H. van Limburg Stirum. De bevoegdheid van den ingezetene om namens de gemeente te procedeeren; Leiden, 1880.
815 N. J. E. de Voogt. Bijdrage tot de kennis van art. 192 der grondwet; Leiden, 1880.
816 J. A. Beijnen. Art. 188 der grondwet. (Schutterij); Leiden, 1880.
817 C. Th. van Deventer. Zijn naar de grondwet onze koloniën deelen des rijks?; Leiden, 1879.
818 E. Kruseman. Moet, in art. 339 B. W., de toestemming der Moeder tot de erkenning door den Vader, beschouwd worden als erkenning van hare zijde?; Leiden, 1884.
819 M. van Reenen. De ontbinding van provinciale staten en ge
meenteraden ; Leiden, 1883.
820 H. Krabbe. De burgerlijke staatsdienst in Nederland ; Leiden, 1883.
821 quot;W. K. G. Dittlinger. De zin der woorden : Ambt en Ambtenaar ; \'s Bosch, 1885.
822 G. P. M. van Hugenpoth tot Aerdt. De bevoegdheid van den Raad van State ; \'s Bosch, 1885.
823 J. Pijls. Het begrip van provinciaal- en gemeentebelang naar het Nederlandsche Staatsrecht; Leiden, 1879.
824 Mr. J. R. Thorbecke. Aanteekening op de grondwet, 1841. (2 doelen); Amsterdam, 1843.
825 Mr. J. T. Buijs. „ De Grondwetquot;; 1883.
826 T. Gatsonides. Opmerkingen over art. 2 der patentwet en art 61 der kieswet; Groningen, 1880.
827 L. J. Toxopeus. Wat zijn algemeene maatregelen van inwendig bestuur; Groningen, 1881.
828 P. D. de Boer. Eenige opmerkingen naar aanleiding van artt. 17. en 18 dor onteigeningswet; Groningen, 1883.
829 W. W. Feith. Eenige opmerkingen naar aanleiding van titel 3 der onteigeningswet; Groningen, 1884.
830 H. N. Addens. Delegatie van wetgevende macht; Groningen, 1884.
831 B. Ten Bruggen Cate. De verhouding van den Burgemeester tot het Staatsgezag; Groningen, 1884.
832 J. E. Huijdecoper. Eenige opmerkingen over den ambtseed; Utrecht, 1879.
833 H. van Woede. De benoeming van den burgemeester ; Utrecht. 1880.
834 A. Nilant. Art. 9 van de wet, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk; Arnhem, 1880.
835 A. J. van Volleuhoven. Eenige opmerkingen over naturalisatie ; Utrecht, 1880.
836 J. M. G. D. van Slingelandt. Het domicilie; Haarlem, 1880.
837 J. TT. Caspers. Eenige opmerkingen over den ambtenaar van den burgelijken stand; Utrecht, 1888.
838 R. E. W. van Weede. Eenige opmerkingen over de vereenig-de zittingen van de beide kamers der Staten-Generaal; Utrecht, 1883.
50
839 J. N. Basterfc. De provincie in Nederland in haar financiewezen en als wetgeefster beschouwd ; Urtecht, 1882.
840 H. Kuipers. Het initiatief der volksvertegenwoordiging inzake van wetgeving, volgens de Nederl. Grondwet; Dockum, 1885.
841 P. J. Seijdlitz. Opmerkingen over de wet van 19 Aug. 1861 (Stbl. no. 72), in verband met hoofdstuk 8 der Grondwet; Groningen, 1885.
842 J. D. Wichers. Opmerkingen over de artt. 54— 57 der gemeentewet; Groningen, 1886.
843 quot;W. C. Lohman. Opmerkingen over de leggers der wegen; Groningen, 1886.
844 L. B. Lohman. Opmerkingen op de wet van 8 Nov. 1815 (Stbl. no. 51); Groningen, 1886.
845 W. B. Buma. Artt. 148—146 wetboek van strafrecht; Utrecht,
1887.
846 H. H. Strik van Linschoten, eenige opmerkingen over desertie ; Utrecht, 1887.
847 I. F. C. Meijer. De aard van het recht van den Legitimaris; Alfen a/R., 1887.
848 A. M. M. Montijn. Aanteekening op de leer van het Internationaal privaatrecht bij Bartolus; Utrecht, 1887.
849 P. L. Moens, Verantwoordelijkheid voor schade door andoren veroorzaakt; Zwolle, 1886.
850 P. van der Crab. Persoonlijke dienst ten behoeve der gemeente, artt. 192 en 193 der gemeentewet; Utrecht, 1887.
851 W. L. de Vos van Steenwijk. Staken van stemmen naar het Nederl. Staatsrecht; Leiden, 1886.
852 A. J. van der Hein. Het budgetrecht; Leiden, 1884.
858 J. A. Loeff. Publiekrecht tegenover privaatrecht; Leiden, 1887.
854 P. F. L. Verschoor. Opmerkingen over de staatsloterij en haar regeling bij de wet van 28 Juli 1885 ; Leiden, 1887.
855 W. J. van Boneval Faure. Het forum-privilegatum van art. 161 der grondwet; Leiden, 1887.
856 Th. Lorentz. Eenige opmerkingen over art. 84 gemeentewet ; Leiden, 1887.
857 F. E. Pels Rijcken. Art. 180 der gemeentewet; Leiden, 1887.
858 S. Mulder Hz. Onze wijze van grondwetsherziening ; Leiden,
1888.
859 J. J. Tilanus. Evenredige vertegenwoordiging; Utrecht, 1888.
860 A. J. M. Vos de Wael. De Commissaris des Konings in de provincie; \'sBosch, 1888.
861 G. C. von Weiier. De voorloopige regeling van het kiesrecht onder de nieuwe grondwet; Utrecht, 1888.
862 J. W. C. Milders. Leggers van openbare wegen en voetpaden ; Leiden, 1888.
868 A. J. Heshuyzen. Werkstaking van Gemeenteraden; Leiden,
1887.
864 J. H. de Vries. Gemeentegrenzen; Leiden, 1888.
865 G. J. Suermondt. De Burgemeester-Strandvonder; Haarlem,
1888.
51
866 A. v. (louiicp. Staat van oorlog en staat van beleg; Leiden, 1888.
867 Mr. S. P. Lipman. Nederlandsch constitutioneel archief van alle Koninklijke aanspraken, parlementaire adressen enz. verzameld en uitgegeven ; \'s Gravenhage, 1846.
868 W. J. Quintus. Specimen Juridicum inaugurale de questione constitutionis nostrae post annum MDCCXCX intellecerint vocem, „uitvoerende magtquot;; Groningen, 1863.
869 A. H. Koning. Over testamentsvormen; Groningen, 1864.
870 W. H. de Savornin Lobman. Over art. 131 der Grondwet; Groningen, 1866.
871 A. O. H. Tellegen, Bzn. Successio hypothecaire; Groningen, 1880.
872 N. van Hasselt. Eene opmerking naar aanleiding van art. 27 der grondwet; Groningen, 1883.
873 J. Q. Cleveringa. Staat van oorlog en beleg ; Groningen, 1884.
874 C. H. Gockinga. Eene opmerking over art. 57 der grondwet in verband met art. 44 van het Reglement op het beleid der Regering van Ned. Indië; Groningen, 1884.
875 I. A. van Roijen. Defictie der exterritorealiteit; Groningen, 1885.
876 Chr. Swaving. De invloed van het oorlogsrecht op vroeger gesloten tractaten; Rotterdam, 1888.
877 L. Offerhaus, Jz. De rechtstoestand van kerkelijke goederen bij de Hervormden; Leiden, 1888.
878 J. J. Moll. Onbevoegde uitoefening der geneeskunde; \'s Gravenhage, 1889.
879 J. C. Creutz. De onteigening in de grondwetten van 1848 en 1887; Leiden, 1889.
880 H. M. J. quot;Westeroweu van Meeteren. Art. 144, 4e lid der grondwet; Leiden, 1889.
881 A. Lens. De rechtstoestand in Ned. Indië van vereenigingen in Nederland, als rechtspersonen erkend; Leiden, 1889.
882 H, J. A. Mulder. De Raad van State, historisch staatsrechterlijke proeve van vergelijkende rechtsstudie ; \'s Gravenhage, 1889.
883 W. F. van der Mandele. Art. 152 der grondwet, onteigening; Leiden, 1889.
884 W. B. R. van Weideren Rengers. De artt. 24 en 26 der gemeentewet ; Leiden, 1889.
885 A. Menalda, Hzn. De behandeling van bezwaarschriften, betreffende Rijks directe belastingen door Ged. Staten; Amsterdam, 1888.
886 F. Fockens. De zondag in het Nederl. privaatrecht; Leiden, 1888.
887 P. J. A. A. M. van Nispen tot Sevenaer. De invloed der aannemers op de Rechtspersoonlijkheid; Arnhem, 1888.
888 M. B. H. Salomonson. De strafbepaling der jachtwet; Leiden, 1889.
889 A. F. L. van Rechteren Limpurg. De plaatskaartjes op spoorwegen ; Leiden, 1889.
52
890 C. Koest. Opmerkingen naar aanleiding van de wet, houdende bepalingen omtrent den doortocht en het vervoeren van landverhuizers; Leiden, 1889.
891 A L. C. Pabst. Staatstoezicht op levensverzekering; Leiden, 1889.
892 J. Duparc. Het beding van artt. 1340—1348 B. W. ; Leeuwarden, 1888.
893 P. Hofstede Crull. De concessionuaris, krachtens do wet van 2 Juni 1875 (Stbl. no. 95), tegenover dorden; Assen, 1888.
894 H. C. van Kleffens. Maakt de verzekeringssom een deel uit der nalatenschap van hem, die een verzekering op zijn leven heeft gesloten ? ; Grorinchem, 1888.
895 D. van der Goot. De verhouding tusschen Hypotheek en later gevestigde rechten ; Groningen, 1888.
896 P. C. Klaasesz, Jz. Opmerkingen over het Wetsbegrip ; Groningen, 1888.
897 W. F. van Mours. Het recht omtrent oprichting van stichtingen hier te lande, historisch beschouwd; Groningen, 1888.
S98 D. van Houten, Sz. Het stemrecht in naamloo/e vennootschap ; \'s Gravenhage, 1889.
899 H. Haitzema Victor. Opmerkingen over de voogdij, krachtens art. 32 der grondwet; Groningen, 1889.
900 E. J. Dorhout Mees. Over beschikkingen van den niet ge-autoriseerden voogd : Groningen, 1889.
901 J. Tonckens. Artt. 747 en 748 van het Burgerlijk Wetboek ; Groningen, 1889.
902 J. Aikes van Kregten. Het contract tusschen schrijver en uitgever; Groningen, 1889.
903 J. M. Boudewijnsc. Regeering en Stateu-Generaal tijdens de grondwet van 1848, feiten en cijfers ; \'s Gravenhage, 1890.
904 J. M. J. van Kossem. Over de berechting van geschillen tusschen patroons en werklieden; Rotterdam, 1889.
905 J. Kalff. Spoorwegkaartje, bagage, recu; Utrecht, 1888.
906 C. F. Pahud de Mortanges. Strafbare uitoefening van het beroep van geneeskundige; Haarlem, 1889.
907 J. J. Koning. Eenige opmerkingen over art. 4, alinea 2 der grondwet; Groningen, 1891.
908 Joh. G. Holthuis. Opmerkingen over artt. 8, 138 en 148 der grondwet; Groningen, 1890.
909 A. Idzerda. Art. 1 der kieswet; Groningen, 1890.
910 Mr. J. ï. Bmjs. Studiën over staatkunde en staatsrecht, uitgegeven onder toezicht van mr. W. H. de Beaufort en mr. A. R. Arntzenius; Arnhem, 1894.
911 Mr. A. R. Arntzenius. Handelingen over de herziening der grondwet 1884—1888, 10 doelen.
912 A. Aletzino. Eenige beschouwingen over don beroepseed der artsen ; Amsterdam, 1889.
913 H. L. Asser. De buitenlandsche betrekkingen 1860—1889; Haarlem, 1889.
914 F. Beudeker. Met recht van den naam ; Amsterdam, 1890.
915 C. .T. J. de Joncheero. Het roclitskaraktcr dor onderteokoning ; Amsterdam, 1892.
916 J. B. Boerlage. De rechtstoestand dor voroenigingen in het Nederlandsch publiekrecht; Amsterdam, 1884.
917 C. L. Botha. De uitvoerende macht in do republieken ; Leiden, 1893.
918 A. W. M. Cramer. De veroenigde en dubbele vergadering der Staton-Generaal; Amsterdam, 1891.
919 F. Ch. N. Dammers. Grondslag der schadeborekening bij brand-assurantie. (Aanteekeningen op artt. 288 en 289 W. v. K.); Amsterdam, 1886.
920 U. J. Heerma van Voss. Defloratie en onderzoek naar het vaderschap in liet oud-vaderlandscli recht; Amsterdam, 1889.
921 J. B. v. Houten. Eenige beschouwingen over het Jachtrecht; Amsterdam, 1891.
922 Ij. M. de Jong Schouwenburg. De overeenkomst van onder-lingen waarborg; Haarlem, 1892.
923 H. J. Koenen. Beschouwingen over rechtsgemeenschap; Amsterdam, 1,891.
924 D. E. v. Lonnep. Civielrechterlijke verantwoordelijkheid van Ingenieurs en Architecten ; Amsterdam, 1889.
925 E. v. Noël. Do practijk inzake drukpersdelicten sedert 1 Sept. 1886 ; Leiden, 1890.
926 V. K. L. van Os. Aanteekening op art. 180 der Gemeentewet ; Amsterdam, 1887.
927 J. E. van Someren Brand. Opmerkingen over de rechtspleging bij de schutterijen ; Amsterdam, 1885.
928 J. H. ïasset. De gemeente-ontvanger; Amsterdam, 1892.
929 H. J. C. van Tienen. Het dwangrecht van het Centraal gezag tegenover de gemeente als onderdeel van den staat; Amsterdam, 1885.
930 A. H. Walkate. Eigendom van brieven ; Kampen, 1893.
931 H. Wiegman. De plaatselijke bevoegdheid van den notaris; Amsterdam, 1884.
932 quot;NV. A. van Woudenberg Hamstra. De waarneming van het koninklijk gezag door den Raad van State; Amsterdam, 1891.
933. A. J. M. J. van Wijnbergen. Onze marken onder de werking der wet van 10 Mei 1886 ; Arnhem, 1893.
934 J. L. N. van IJsselstein. Eenige aanteekeningen omtrent do voogdij over den minderjarigen koning; Zierikzee, 1884.
935 H. Philips. Opmerkingen naar aanleiding van artt. 184—187 der gemeentewet; Leiden, 1892.
936 G. M. W. Jellinghaus. De staat tegenover de landverhuizing ; den Haag, 1894.
937 G. M. van Voorthuisen. Het notariaat bezoldigd staatsambt; Leiden, 1893.
938 B. Hexjman. Verantwoordelijkheid van logementhouders voor goederen van reizigers; Leiden, 1893.
54
939 P. Tjeenk Willink. Publiekrechterlijke geschillen in de Ver-eenigde Nederlanden ; Haarlem, 1893.
940 P. A. V. van Harixma Thoe Slooten. De gemeente-verorde-ning tegenover de persoonlijke vrijheid en het recht van eigendom ; Leiden, 1894.
941 J. B. Grorsira. Toelating en uitzetting van vreemdelingen; den Haag, 1894.
942 C. J. van ïuyl van Serooskerken. Opmerkingen over de verhouding der publiekrechterlijke lichamen tegenover concessionarissen ; Leiden, 1894.
943 J. Acquoy. Rechtsgeschiedenis van den adel in Nederland; Leiden, 1893.
944. A. J. Cnoop Koopmans. Het geheim der stemming ; Leiden, 1894.
945 G. M. Doornbos Jr. Art. 2 der patentwet en art. 1.35 der gemeentewet; Groningen, 1894.
946 De ontbindbaarheid der Tweede Kamer van de Staten-Generaal op zich zelve en in verband beschouwd met directe verkiezingen en een verantwoordelijk ministerie; \'s Gravenhage, 1848.
947 Stukken, betreffende de Amstelsocieteit te Amsterdam en de benoemingen van kiezer in 1847 ; Amsterdam, 1847.
948 Mr. O. van Rees. Redevoering over de staathuishoudkundige geschiedenis van Nederland; Zuthpen, 1858.
949 Pr. J. Achusdyck. Mouvement des idees éconotniques. Progrès des réformes. État de la question coloniale et de Fesclavage en Hollande. ( Extract du Journal des Economistes Nov. et Dec. 1860); Utrecht, 1861.
950 Mr. J. de Bosch Kemper. Handleiding tot dc kennis van het Nederlandsche staatsregt en staatsbestuur; Amsterdam, 1853.
951 Mr. J. de Bosch Kemper. Handleiding tot de kennis van het Nederlandsche staatsregt en staatsbestuur. Vermeerderde uitgave, 1 deel; de wetenschap der zamenlcving; le stuk : inleiding tot de wetenschap der zamenleving; Amsterdam, 1860; 2e stuk Leiddraad bij het geschiedk. onderzoek naar de ontwikkelingsperioden der zamenleving in de oude wereld ; Amsterdam, 1861.
952 Mr. J. de Bosch Kemper. Handleiding enz. 3de stuk. Leiddraad bij het geschiedk. onderzoek naar de ontwikkelingsperioden der zamenleving in de nieuwe geschiedenis; Amsterdam, 1861 ; 4e stuk : Leiddraad bij de beoefening der speciale wetenschappen, enz. aid. 1862; 5e stuk: de bijzondere levensbetrekkingen onder de beschouwing van het regtsgezag; aid. 1863.
953 Mr. J. de Bosch Kemper. Staatkundige geschiedenis van Nederland tot 1830 ; Amsterdam, 1866 en volg. (3 deelen.)
954 J. Plet. Opmerkingen over art. 145 der grondwet, junctoart. 150 der gemeentewet; Groningen 1888.
955 R. P. Dorhont Mees. Opmerkingen over de artt. 116 cn 117 der provinciale wet, in verband met art. 129 der grondwet; Groningen, 1887.
55
956 G. M. Doornbos. Aanteekeningen op art. 61 der kieswet; Groningen, 1888.
957 J. R. de Koning. Opmerkingen over art. 194 der gemeentewet ; Groningen, 1888.
958 G. W. v. d. Feltz. Opmerkingen over art. 97 der Grondwet; Groningen, 1888.
959 D. Hoen. Aanteekening op art. 56 der Grondwet; Groningen, 1887.
960 J. G. Jaxon Deelman Wz. Het recht van Dispensatie; Groningen, 1887.
961 H. E. Waalkens. Iets over de inschrijving van geboorteakten volgens art. 29 B. W.; Groningen, 1887.
962 H. H. A. van Royen. Opmerkingen over het wetsontwerp tot wijziging der gemeentewet; Groningen, 1886.
963 A. J. Carsten, Bzn. De waarborgen voor de bescherming van het vermogen der vrouw in het huwelijk; Groningen, 1888.
964 A. v. d. Ley. Eenige opmerkingen over het recht van verloren en gevonden goederen; Groningen, 1888.
965 P. H. Scholten. Overmacht, hare beteekenis en hare werking in het Romeinsche recht en in de hedendaagsche rechten, his-historisch, critisch beschouwd ; Groningen, 1886.
966 U. J. A. Stoop. Art. 56 der grondwet; Leiden 1889.
967 H. G. P. Mock. Regeling van het staatsburgerschap; Leiden, 1890.
968 W. A. van Ittersum. Het recht van voet- en jaagpad; \'s-Gravenhage, 1889.
969 D. van Houweninge. De strafwetgevende macht der waterschappen; Leiden, 1890.
970 J. B. Teilegen. Met recht der kroon tegenover de provinciale
en gemeente-verordeningen ; Groningen, 1890.
971 J. P. Cleveringa. De onteigenende partij tegenover de politieverordening ; Groningen, 1889.
972 Mr. S. J. Hingst. Het plaatselijk burgerlijk recht in Nederland (afzonderlijke afdruk van de rechtsgeleerde bijdragen en bijblad III afdeeling A ); Amsterdam, 1889.
973 J. G. Gratama, Wz. Het recht van vereeniging en vergadering; Groningen, 1890.
974 J. Gelinde van Blom. Onbepaalde verbintenissen ; Leiden, 1890.
975 H. P. de Wilde. Beschouwingen over het begrip en de uitoefening van souvereiniteit; Groningen, 1889.
97ü C. A. Bergsma. Art. 895 B. W.; Leiden, 1890.
977 J. J. Hagen. Twee vragen betreffende stichtingen; Leiden, 1890.
978 J. N. J. E. Thijssen. Het geheim van den Medicus; Leiden, 1890.
979 M. A. de Savornin Lohman. De strafwet ten opzichte van de verkiezingen; Leiden, 1890.
980 C. W Schlingeman. Het warrantstelsel; Leiden, 1890.
981 H. R. van Maasdijk. Eenige opmerkingen over valschheid naar aanleiding van authentieke akten; Leiden, 1890.
56
982 H. C. Hagen. Eene bijdrage tot de leer van den genuskoop ; Leiden, 1891.
983 J. Hanegraaff. Opmerkingen naar aanleiding van art. 435 van het wetboek van strafrecht; Rotterdam, 1891.
984 C. W. Maris tot Sandelingen Ambacht, üe exceptie van onbevoegdheid; Leiden, 1891.
985 H. G. van Veldhuijsen. Eenige vragen naar aanleiding voor erkenning van natuurlijke kinderen door de moeder; Leiden, 1890.
986 A. Gr. N. Swart. Opmerkingen betreffende auteursrecht op werken van beeldende kunst; Leiden, 1891.
987 D. A. van Eek. De dwangmiddelen van den staat tegenover de gemeente ; \'s Gravenhage, 1890.
988 J. D. van der Plaats. Eenige opmerkingen naar aanleiding van de macht der Ged. Staten, ten opzichte van het budgetrecht der gemeenten ; Leiden, 1891.
989 G. C. Thooft. Bijdragen tot de toelichting van art. 238 gemeentewet ; Leiden, 1890.
990 D. W. K. de Roo de la Faille. Aanteekening op artt. 86— 89 W. v. K.; Leiden, 1890.
991 S. J. Blaupot ten Cate. Opmerkingen op het budgetrecht in den constitutioneelen staat; Groningen, 1891.
992 A. W. de Pauly. Art. 17, no. 3 der wet op de nationale militie; 1892.
993 C. van Nijmegen Schonegevel. Art. 136 B. W. in verband beschouwd met art. 449 strafwet; Groningen, 1892.
994. F. van der Poll. Tijdelijke waarnemingen van het Koninklijk gezag; Utrecht, 1891.
995 D. van Gelder de Neufville. Opmerkingen naar aanleiding van art. 1183 B. W.; Utrecht, 1890.
996 W. Ingenhousz. Art. 151 gemeentewet in verband met het strafwetboek; Utrecht, 1889.
997 L. Oh. Besier. De stichtingen en het ontwerp tot herziening van het Burgel. Wetboek; Utrecht, 1891.
998 J. Luyke Roskott, iets over de strafrechterlijke aansprakelijkheid van ouders en voogden voor de strafbare feiten door hunne minderjarige kinderen en pupillen gepleegd ; Utrecht, 1887.
999 J. G. L. Nolst Trenité. Publiek recht en rechtspraak; Rotterdam, 1888.
3 000 F. J. O. Verhoelf. De voor de nachtrust bestemde tijd; 1889.
1001 W. H. Nolens. De leer van den H. Thomas van Aquino over het recht; Utrecht, 1890.
1002 J. G. C. Joosting. Onuitgegeven oorkonde, betreffende het zeventuigsrecht; Nijmegen, 1890.
1003 J. P. Hooft Graafland. Het gewestelijk bestuur als uitvoerder van de wil v. h. centraal gezag; Utrecht, 1890.
1004 K. H. Beijer. Het Nederlandschap in verband met het Internationaal recht ; Utrecht, 1890.
1005 R. F. van Heekeren van Wassenaar. Nederlands plichten als nationale mogendheid; Utrecht, 1891.
57
1006 W. J. van Overbeek de Meyer. Eenige opmerkingen over octrooijen en octrooi wetten; Utrecht, 1891.
1007 J. P. Hooft Graafland. Eenige opmerkingen omtrent den koop en verkoop van effecten; Utrecht, 1891.
1008 Rh. Feith. De decisoireed ; Leiden, 1892.
1009 P. W. de Koning. Reglement van orde ; Dordrecht, 1892.
1010 H. V. Monsanto. Iets naar aanleiding van de toepassing van art. 121, gemeentewet; Leiden, 1892.
1011 H. de Stuers. Eenige opmerkingen over de onteigening par zóne; Leiden, 1892.
1012 Tj. Dijkstra. Iets over zaakwaarneming ; Leiden, 1892.
1013 J. JE. A. Lisman, liet wetsontwerp ter uitvoering van art. 187 der grondwet; \'s Hage, 1891.
1014 Th. P. Pleijte. Verkoop van geneesmiddelen; Leiden, 1891.
1015 J. Bake. Eenige opmerkingen van de artt. 678—690 B.W. ; Leiden, 1892.
1016 D. S. Spanjaard. Over vergunning tot bouwen in plaatselijke verordeningen; Amsterdam, 1891.
1017 J. W. v. d. Pool. De artt. 50 en 51 gemeentewet; Leiden, 1892.
1018 L. H. M. van Kruijne. Art. 140 der grondwet; Leiden, 1892.
1019 Ph. II. S. de Laat de Kanter. De bevoegdheid van den burgemeester om gemeenteraadsbesluiten ter vernietiging voor te dragen, art. 70 gemeentewet; Leiden, 1892.
1020 M. P. Sipkes. De toestand van den bevoorrechten schuldeischer na homologatie van het accoord; Leiden, 1892.
1021 P. TT. P. v. Marle. Het wetsontwerp tot regeling der militaire inundatiën ter uitvoering van art. 152, 2e lid, der Grondwet; \'s Gravenhage, 1891.
1022 H. G Derx. Bijdrage tot de verklaring van art. 59 G. W.; Leiden, 1892.
1023 A. van Dedem. Eenige opmerkingen over art. 46 gemeentewet; Leiden, 1891.
1024 C. Wegener Slees wijk. De regeling van het bouwen op of langs dijken; Deventer, 1891.
1025 S. J. Blaupot ten Gate. Opmerkingen op het budgetrecht in den constitutioneelen staat; Groningen, 1891.
1026 J. Bolt. Opmerkingen over de vraag, bij welke macht het onderzoek der geloofsbrieven moet berusten; Groningen, 1892.
1027 K. H. Lubach. Opmerkingen over het ambt en den werkkring van don burgemeester; Groningen, 1892.
1028 A. Rietema. Art. 245 der gemeentewet; Groningen, 1892.
1029 W. Dicke. De vaccinatie; Amsterdam, 1892.
1030 J. H. Boudewijns. Do coöperatieve vereeniging naar Hederl. recht; \'s-Gravenhage, 1892.
1031 H. L. Hemsing. Het afbetalingscontract; Dordrecht, 1892.
1032 W. H. A. Elink Schuurman. De berekening en liet bewijs van brandschade ; Leiden, 1893.
1033 E. A. Hoeffelman. De belastingheffende gemeente, tegenover uitwonenden en naamlooze vennootschappen ; Leiden, 1893.
1034 J. Salomonson. Initiatief inzake wetgeving; Leiden, 1893.
1035 Eduard S. Hollander. Uefc brievenvervoer uit een privaat rechterlijk oogpunt beschouwd ; Leiden, 1893.
1036 J. van Rhede van der Kloot. Art. 228 der gemeentewet; Leiden, 1892.
1037 J. B. Peijrot. Onteigening en publiek rechterlijke lichamen ; Zwolle, 1893.
1038 J. C. van TIeuven. Het regentschap in verband met artt. 196 en 19 van de Grondwet; Amsterdam, 1893.
1039 J. Gr. Westra van Holthe. De Gemeentebesturen tegenover de artt. 7 en 9 van de grondwet; Leiden, 1893.
1040 J. P. de Maak. Iets over art. 8 der grondwet; Haag, 1893.
1041 H. Ligtenberg. De exhebitieplicht in het Xederl. Recht; Leiden, 1893.
1042 A. Pronk. De handhaving van het meerderheidsstelsel en de voorgestelde uitsluitingen van het kiesrecht; Schoonhoven, 1893.
1043 H. W. B. Thomas. De wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 Dec. 1892 (Stbl. no. 168); Haag, 1893.
1044 W. H. Moquette. De artt. 19 en 20 van de invoeringswet van 1886, in verband met de algemeene maatregelen van het bestuur; Groningen, 1893.
1045 D. H. Bosch. Souvereiniteit in den Nederlandschen staat; Groningen, 1892.
1046 J. H. C. Busing. Het Truck-stelsel; Groningen, 1892.
1047 G. T. Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Beperking van den eigendom door plaatselijke bouwverordeningen; Utrecht, 1892.
1048 C. G. J. Byleveld. Het rechtsgeding door en tegen de gemeente ; Leiden, 1890.
1Ü49 J. C. H. Prikken. Bescherming van woning; Utrecht, 1892.
1050 L. J. Rietberg. Het recht van voreeniging en vergadering in het Nedorlandsch staatsrecht; Utrecht, 1893.
1051 P. I. J. Jorissen. Het recht van vergadering in het Neder-landsch staatsrecht; Heerlen, 1893.
1052 J. C. M. W. Roosenbuig. De invloed van de artikelen 24, 27 en 28 der invoeringswet op de strafwetgevende bevoegdheid der gemeentebesturen; Groningen, 1891.
1053 W. de Sitter Jzn. Eenige opmerkingen over art. 73 der provinciale wet; Groningen, 1894.
1054 R. A. Vogelsang. Het stemrecht in onze waterschappen ; Leiden, 1889.
1055 C. B. L. Fr. v. Ewijk. De beteekenis van het woord „geestelijkenquot; in art. 91 der Grondwet; Arahem 1884.
1056 S. Boetjes. De bewijskracht van oorkonden naar het Oud-Friesche recht; Leiden, 1885.
1057 J. G. Wurfbain. De openbaarheid der gemeentekohieren; Leiden, 1884.
1058 Mr. L. E. Lenting. Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche bezittingen ; Amsterdam, 1870.
1059 Mr. L. de Hartog. De gronden der staats-, provinciale en gemeente-inrichting van Nederland; 2e dr.; Leiden, 1871.
59
1060 Eenige vertoogen op wetboeken, als burgerlijk wetboek, wetboek van burgerlijke rechtsvordering, van strafvordering, enz., alsmede eene aanspraak in zake het beklemrecht.
1061 Jhr. E. van Citters en J. C. A. van Roosendaal. Verzameling van wetten, besluiten, enz., betreffende de spoorwegen in Nederland; Haag, 1860—\'66.
1062 Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lobman. Staatsblad van het
Koninkrijk der Nederlanden; Groningen, 1873 en volg.
1063 Alphabetische lijst der ambtenaren en autoriteiten aan welke vrijstelling van port voor hunne briefwisseling is toegestaan.
1064 David J. A. Samot, F I A. Het vraagstuk van de pensioenen voor rijksambtenaren.
1065 Inkwartieringstafelen, houdende opgaven van de gelegenheid tot inkwartiering en stalling.
1066 G. H. Betz, 1. A. Fruin en P. F. Hubrecht. Bijdragen tot de kennis van het Staats-, Provinciaal en Gemeentebestuur in Nederland; Rott., 1858 en volgende jaren.
1067 Staatsblad van Nederlandsch-Indië voor het jaar 1854 en vervolgens.
1068 Verslag van het beheer en den staat dor Nederl. koloniën over 1858 en volg. jaren.
1069 Lijst van boeken en geschenken, uitmakende de bibliotheek van het Departement van Koloniën; \'s-Gravenhage, 1858.
1070 Beraadslagingen in de zittingen der Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15, 16 en 17 Oct. 1860, aangaande de suikercultuur op Java enz.; \'s Gravenhage, 1860.
1071 Hartelijke toespraak aan de E. M. H. Leden der Staten-Gene-raal bij de plegtige opening en aanvaarding hunner werkzaamheden op den 19 Oct. 1835.
1072 Jhr. prof. Van der Wijck. Nederland en Oranje, feestrede van 30 Nov. 1888 te Groningen gehouden volgens opdracht van den Acaderaischen Senaat; Groningen, 1888.
1073 Verslag der Staats-Commissie, benoemd bij Kon. besluit van 3 Mei 1852, tot het doen van onderzoek naar en het uitbrengen van verslag over een aan de tegenwoordige staatsinrigting en wetgeving meest passend stelsel van Policie-wet, enz.; \'s-Gravenhage, 1853.
1074 Drankpolitie en gemeentebesturen ; Amst., 1862.
1075 \\V. C. D. Olivier. Proeve over de beperkingen van den eigendom door het Politieregt; Leijden, 1847.
1076 B. Cohen. Over lijfsdwang in handelszaken ; Akadem. proefschrift ; Leiden, 1859. (Hierin een Statistiek van gijzeling.)
1077 Ontwerp van Staatsregeling voor het Bataafsche volk ; door de Coustitueerende vergadering, ter goedkeuring of afkeuring aan hetzelve volk voorgedragen; Amst., 1798.
1078 R. A. Baron van Hoövell Nijenhuis. Nota betrekkelijk het fonds. .. ten name van den Hoogen Raad van Adel; (1851).
1079 J. H. G. Boissevain, Staatsregt van Nederland enz.; Arnhem, 1855.
1080 De Grondwet van 1848 met alphabetisch register.
60
1081 Mr. C. van Bell. De Grrondv\\ot met aaiiteekeuingen ; Amsterdam, 1854.
1082 De kieswet van 1850.
1083 De Provinciale Wot van 1850.
1084 De Gemeentewet van 1851 met alph ibetische registers.
1085 Volksuitgave der Grondwet van 1848 en alphabetiscli register.
1086 J. Iluizinga. Wet op het gemaal, bijgewerkt tot op den laat-sten December 1846; Groningen, 18 47.
1087 J. Huizinga. Wetten op de persoueele belastingen, het geslagt en het gemaal; Groningen, 1847.
1088 Handleiding tot do kennis van de bestaande bepalingen opliet lager schoolwezen; 2e druk; Gouda, 1842.
1089 G. Diephuis. Handleiding tot de kennis der wetgeving op het lager onderwijs ; Groningen, 1859.
1090 Vrije practische blik op het ontwerp van wet voor \'t lager-en middelbaar onderwijs; Gron., 1854.
1091 Voorschriften van den Min. v. Binnenl. Zaken, van 8 Jan. 1855, no. 241, 7de afd., betreffende liet opmaken dor Tabellen voor de onderscheidene soorten van instellingen van weldadigheid.
1092 H. Verweert. Wet tot regeling van het armbestuur in hot Koningrijk dor Nederlanden; Amsterdam, 1857.
1093 H. J. Smidt. De wet tot regeling van hot armbestuur, met aanteekeningen ; Winschoten, 1861.
1094 L. li. Oldenbandringh. Aanteekeningen op de armenwet met bijlagen; Nijmegen, 1880.
1095 J. F. Boogaard. Wetten, decreten, besluiten en tractaten op den Waterstaat in Nederland, met aant. en alphab. register; \'s Gravenhago, 1859.
Eerste vervolg op dit werk; wetten enz. 1858—1860 ; bijlagen en uadere aanteek. op wetten, 1669—1857 ; Vervolg van het alph. register ;\'s Gravenhago, 1861.
1096 Methodique verzameling der wetten, decreten enz. betrekkelijk het Cadaster van het Fransehe rijk enz. (Fransch en Nedor-landsch); II deelen ; Amsterdam, 1812.
1097 A. A. Brendonck. Kadaster en grondbelasting, beschouwd in hunne onderlinge betrekking, naar aanleiding der vigerende wetten, enz. ; Amst. , 1858.
1098 Staat van het getal pereeelcn, het getal zielen en het getnl artikelen van den legger, nagenoeg overeenkomende met het getal eigenaren, de grootte en de belastbare opbrengst (na aftrek van dijk- en polderlasten) dor ongebouwde en gebouwde eigendommen, per kadastrale gemeente, op het t jdstip van de afsluiting der kadastrale leggers van het dienstjaar 1871.
1099 Statistiek van liet Koninkrijk der Nederlanden. Berekening van de waarde der onroerende goederen (gebouwde en ongebouwde eigendommen) in het Rijk; den Haag, 1880.
1100 O. Gleuns. Archief voor het kadaster, le jrg., all. 1 en 2; Groningen, 1874.
1101 L. Ali Cohen. Korte beoordeeling van de voornaamste bedenkingen, die tot dusver in het midden zyn gebracht tegen de
61
op 20 Junij j.1. door do Regering bij do Tweede Kamer der S. Gr. ingediende 4 ontwerpen van wet betreffende de genees-knndigc aangelegeidieden ; I)ec. 1862 en Januari 1863. (Overdr).
1102 Alg. en beredeneerd Register op alle de publikatiën en Ordonnantiën y. d. gemeeno middelen, bij de verg. van H. H. M., vertegenwoordigende het Bataafsche Gemeenebest, gearresteerd ; onbesclirevene middelen; \'s Hage en Amsterdam, 1806.
1103 Alg. en beredeneerd Register op alle de publikatiën on ordonnantiën v. d. gomecne middelen, voor liet Koningrijk Holland, voormaals liet Bataafsche Gemeenebest gearresteerd; II dln. ; \'s Hage en Amsterd., 1807.
1104 Wederlegging door Fabrijkanten van de vertoogen over de (z. g.) belangen van den Koophandel, bij gelegenheid der aanst. veranderingen in de inkomende en uitgaande regten, No. 1 ; \'s Gravenhage, 1816.
1105 J. Hora Siccama van Slochteren. Beantwoording van eenige voorname tegenwerpingen tegen eono beperking van don invoer van vreemd graan in hot Koningrijk der Nederlanden; Groningen, 1824.
1106 Betoog wegens het hoogst noodige en allezins nuttige tot daar-stelling eener doelmatige wet tegen de toelating van vreemde granen op de Nederlandsche consumtic-markten, en zulks zoowel in de belangen van den graan-, wijn- en koloniaalhandel, als in die van den landbouw in Nederland ; Amsterdam, 1835.
1107 Adres aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, inhoudende bezwaren tegen het aangeboden wetsontwerp op den waarborg, enz.; Nov. 1851.
1108 J. L. de Bruin Kops. Over indirecte belasting als middel van plaatselijke inkomsten; eene Staathuishoadk. proeve ; Amst., 1851.
1109 II. A. Wijnné. De Wet op het regt van patent uit een handels- en staathuishoudk. oogpunt beschouwd ; Groningen, 1853.
1110 H. A. Wijnne. De voorgestelde herziening van het Tarief van regten op den in-, uit- .en doorvoer, en hot oordeel onzer Kamers van Koophandel en Fabrijken ; Groningen, 1857. (Afdruk uit öloet\'s Tijdschr., 15e deel, 5e stuk.)
1111 H. A. W ijnno. Onze veer- en beurtschepen ; 1855. (Afdr.)
1112 De herziening van het Tarief der in- en uitgaande regten in Nederland, door de redactie van het dagblad F Intelligence; Maastricht, 1857.
1113 Do beetwortelsuiker-fabricatie, in verband tot den accijns; Dordrecht, 1863.
1114 P. Regout. De bezwaren van Handel en Nijverheid tegen het Wetsontwerp tot herziening van het tarief van in-, uit-en doorvoer ; 5de verzamel.; \'s Gravenh., 1862.
1115 P. Regout. Adres aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (over de Maas-kwestie), d.d. 2 October, 1862.
1116 P. Regout. Adressen aan don Koning en aan de Eerste Kamer over Handelswetgeving, d.d. 28 Julij, 1862.
1117 B. Cohen. Eenige opmerkingen betreffende de vraag, of de lijfsdwang in Nederland moet worden behouden of afgeschaft.
62
1118 Jhr. Mr. C. J. van Nispen tot Panncrden. Ue afschaffing van Fransch Keizerlijke decreten.
1119 L. Ali Cohen. De inhoud van den open brief van Prof. F. C. Donders aan de leden van de Tweede Kamer der S. Gr., van 12 November 1864, aan de werkelijkheid getoetst; Groningen, 1864.
1120 Register der wetten en besluiten betreffende het openbaar bestuur in de Nederlanden door Gr. Luttenberg, van 1796 —1838.
1121 Rapport aan den Koning nopens het verleenen van pensioen aan weduwen en weezen van \'s Rijks burgerlijke ambtenaren en omtrent het weduwenfonds voor de ambtenaren van het algemeen bestuur.
7. Openbare werken, waterstaat en dergelijke.
1122 Verslag aan den Koning over de openbare werken in 1850 en volg. jaren.
1123 H. P. Berdems van Berlekom. Het onderhoud van gemeentewerken door de gemeente; Zwolle, 1886.
1124 L. Cohen Stuart, H. G. van de Sande Bakhuizen en G. van Diesen. Uitkomsten der Rijkswaterpassing 18 75—1885 ; Haag, 1888.
1125 Verslag aan den Koning over den toestand der Posterijen en Telegrafen in Nederland, 1854 en volg. jaren.
1126 J. A. Th. Duijnster. Schending van het brieven en telegrammen geheim door Post- en Telegraafbeambton ; Haag, 1891.
1127 Rapport over de verbetering van den waterweg van Rotterdam naar Zee, uitgebragt door een Raad v. Waterstaat, enz.;\'s Gra-venhage, 1858.
1128 Verslag over de verbetering van den waterweg van Amsterdam naar Rotterdam.
1129 C. Schiffer. De verbetering onzer rivieren en bedijkingen enz. ; \'s Gravenhage, 1851.
1130 Nota over de waarneming van het slibgehalte in de Nederland-schc rivieren en stroomen, gedurende het jaar 1881 en 1882.
1131 Verslag van de werkzaamheden tot samenstelling der groote kaart van de hoofdrivieren in Nederland, op last van den Minister van binnenlandsche zaken verricht door de Ingenieurs en Landmeters bij de algemeene dienst van den waterstaat, onder de leiding van den Inspecteur van den waterstaat L. J. A. van der Kun (1855), met een bijvoegsel uit dat verslag; 1860.
1132 Verslag der commissie, benoemd bij kou. besluit van 21 Mei 1886, no. 12, tot onderzoek naar de vereischten van een haven voor visschersschepen te Scheveningen, met de kosten daaraan verbonden, enz.; 1887.
1133 C. Lely. Nota over de uitkomsten der waarnemingen van het slibgehalte der Nederlandsche rivieren; 1887.
1134 Verslag aan den Minister van Binnenlandsche Zaken overeene verbinding van Amsterdam met de Noordzee, door middel van een kanaal door Holland op zijn smalst, uitgebragt door den Raad van den Waterstaat, enz.; \'s Gravenhage, 1859.
63
1135 Verslag betreffende het Noordzee-kanaal, 1876.
1136 Eapport der commissie, benoemd tot het instellen van een onderzoek, omtrent het ontwerp voor een nieuwen waterweg van Amsterdam naar den Rijn en van Amstr. naar Rotterdam; 1877.
1137 Vervolg van dat rapport; 1878.
1138 Rapport omtrent een verbetering van de bestaande Keulsche vaart van Amsterdam langs Utrecht enz. ; 1878.
Nader rapport daaromtrent; 1880.
1139 Overzicht der scheepvaartkanalen in Nederland op 1 Januari 1878 en volgende jaren.
1140 Voorloopig verslag van de Staatscommissie, benoemd bij koninklijk besluit d.d. 4 December 1877, no. 1, tot het instellen van een onderzoek omtrent de verbetering van den waterweg langs Rotterdam naar zee; \'s Gravenhage, 1879.
1141 Eindverslag van die Staatscommissie; \'s Gravenhage, 1880.
1142 Voorwaarden der verleende Concessie tot doorgraving van Holland op zijn smalst; 1862.
1143 Verslag aan Z. M. den Koning, uitgebragt door de Commissie tot onderzoek omtrent de droogmaking der plassen, beoosten de Vecht, ingesteld bij \'s Konings besluit van 1 Junij 1858; \'s Gravenhage, 1860.
1144 Droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee, Verzameling van officiëele bescheiden, uitgegeven door de Ned. maatschappij voor grondcrediet; \'s Gravenhage, 1868.
1145 De indijking der Zuiderzee, volgons den heer Beijerinck, en hare gevolgen voor de niet ingedijkte kusten, vooral met het oog op de afwatering van Frieslands boezemwater; St. Anna-Parochie, 1867.
1146 Mr. P. J. G. van Diggelen. Beschouwingen naar aanleiding van het wetsontwerp tot bedijking en droogmaking van het zuidelijk gedeelte van de Zuiderze; Zwolle, 1877.
1147 Open brief omtrent de droogmaking der Zuiderzee; Amsterdam, 1877.
1148 Verslagen enz. over den toestand en de werkzaamheden der Zuiderzee vereeniging.
1149 Enquête gehouden door de staatscommissie, benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. no. I, 3e afd.) Los- en laad werk bij zeeschepen te Rotterdam en Amsterdam, 1890.
1150 J. A. Beijerinck. Verslag aan den Minister van binnenl. zaken over een onderzoek van het afsluiten, indijken, droogmaken en in cultuur brengen van een gedeelte der Zuiderzee; \'s Gravenhage, 1868.
1151 Onderzoek omtrent de afsluiting en de droogmaking van de Zuiderzee, de quot;Wadden en de Lauwerzee.
1152 Verslag der staatscommissie, benoomd bij K. B. van 8 September 1892, no. 21, tot het instellen van een onderzoek omtrent een afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, 1894.
1153 J. H. Lugt. De oprichting van waterschappen ; 1892.
1154 T. Mulder Jzn. Het aan de waterschappen toekomend privilegie van de polderlasten der ingelanden ; 1885.
64
1155 J. M. J. v. d. Minne. De strijd van publieke belangen bij uitvoering van werken van algemeen nut; Leiden 1894.
1156 L. J. Plemp v. Duiveland. Het waterschap tegenover zijn schuldeischers ; Leiden, 1893.
1157 Mr. H. Jacobi. Het privilegie voor waterschapslasten, volgens de wet van 9 October 1841 (Stbl. no. 42) 5 Haarlem, 1885.
1158 P. H. Kemper. Beschrijving van het kanaal van Amsterdam nnar de Merwede, op last van den Min. van Waterstaat, Handel en Nijverheid ; \'s Gravenhage.
1159 Jhr. mr. ïeding van Berkhout. De landaanwinning op de Friesche wadden, in haar noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en voordcelen beschouwd ; Zwolle, 1867.
1160 Rapport betreffende een aanvraag van den heer J. G. Jager te Amsterdam, om concessie voor den aanleg van een kanaal door de Geldersche vallei.
1161 Rapport der Hoofd-Ingenieurs en Ingenieurs van den quot;Waterstaat in het 9e, 5e en 8e district, omtrent een nader onderzoek van het ontwerp van een kanaal door de Geldersche vallei.
1162 A. Huët. De Noordzee vóór Amsterdam, eene memorie over de afdamming van Pampus en de indijking van hetY; Amst., 1868.
1163 J. L. Schneitter en G. v. Diesen. Verslag eener reis, gedaan in Oct. 1859, op last van den Min. v. Binnenl. Zaken, tot onderzoek naar de inrigting van eenige bruggen in Duitsche en Zwitsersche Spoorwegen; \'s Gravenhage, 1860. — Bijvoegsel tot dit verslag; aid., 1860.
1164 U. Bernelot quot;Moens en Nolthenins. A\'erslag over de waarne-niingcn in do Noordzee, omtrent do stroomen langs de Neder-landsche kust, in de jaren 1880—1882.
1165 J. G. W. Fijn je en G. v. Diesen. Verslag eener reis, gedaan in January 1862, op last van den M. v. B. Z., tot onderzoek naar de inrigting van de Spoorwegbrug over den Rijn bij Mainz; \'s Gravenhage, ,1862.
1166 H. F. Fijnje. Verslag over het Stoomwerktuig iu den polder van Wamel, Dreumel en Alphen ; Nijmegen, 1849.
1167 Rapport der Inspecteurs v. d. Waterstaat, naar aanleiding eener beschikking van den Min. v. Binnenl. Zaken van 27 Maait 1861, no. 123; \'s Gravenhage, 1861. (Over de overstroomingen in ons land in den winter van 1800—1861 en de middelen om zulke onheilen te voorkomen).
1168 Aanteekeningen betrekkelijk Ijsbezettingen en Overstroomingen langs de Nederl. rivieren (bijlage no. 5 van vorenstaand rapport, afzonderlijk uitgegeven); \'s Gravenhage, 1862.
1169 Verslag der staatscommissie omtrent de regeling van de zaak der calamiteuse polders in Zeeland; \'s Gravenhage, 1869.
1170 R. van derMeulen. Bibliographie van ïechnische kunsten en wetenschappen 1850—1875.
1171 Verslag over het voorgevallene tijdens het hooge opperwater en den ijssraiiu\' op de Nederlandsche rivieren in den winter van 1875 op 1876.
65
1172 A. A. Beekman. Nederland als polderland. Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de Topografie van dat gedeelte met de voornaamste détails, toegelicht door kaarten en teekeningen; Zutphen, 1884.
1173 P. Galand. Verslag over den stormvloed 30/31 Jan. 1877 en van 9 Pebr. 1889.
1174 Statistiek van de schulden der polders en waterschappen in het Koninkrijk der Nederlanden ; \'s Gravenhage, 1879.
1175 J. v. d. Toorn. Ontwerp van een kanaal van Amsterdam langs Utrecht over Wijk bij Duurstede naar Tiel, en van een kanaal van Amsterdam over Gouda naar Rotterdam.
1176 Stroomsnelheidsmetingen op den Boven-Ryn en zijne takken, (1875—1879) en op de Boven-Maas (1877).
1177 Verslag der Staatscommissie, benoemd by Kon. besluit van 21 April 1878, no. 10, tot het instellen van een onderzoek omtrent de verbetering van het Zwolsche diep.
1178 Rapport der commissie van Hoofdingenieurs, betreffende het plan eener Rijnvaart tusschen de Waal en het Noordzeekanaal, van den Directeur der publieke werken te Amsterdam, 1880.
1179 Nota der Commissie van Iloofdingenieurs, betrekkelijk den brief van het Amsterdamsche Rijnvaart-comité aan den Minister van Waterstaat enz., d.d. 26 November 1880; \'s Gravenhage, 1881.
1180 Beantwoording door de Staatscommissie benoemd tot het instellen van een onderzoek, omtrent de verbetering van den waterweg langs Rotterdam naar zee, 1880.
1181 Verslag over het voorgevallene tijdens het hooge opperwater en den ijsgang op de Nedcrlandsche rivieren in den winter van 1879 op 1880 en volgende jaren.
1182 Waarnemingen van de waterbeweging en de waterverdeeling op den waterweg van Rotterdam naar zee en de daarmede in verbinding staande rivieren, in 1885.
1183 Gemeenschappelijk rapport en voorstel der samengestelde commissie in de Staten der provinciën Friesland en Groningen, inzake de gedeeltelijke inpoldering der Lauwerzee (met bijlagen); 1854.
1184 J. G. W. Fijnje. Beschouwingen over eenige rivieren, waaronder Nedcrlandsche, in verband met de handels- en scheep-vaartbelangen en met enkele vraagstukken, die in de laatste jaren zijn voorgekomen ; 3 deelen, 4 stuks.
1185 Tienjarig overzicht der waargenomen waterhoogten van de hoofdrivieren ; 1860 en volgende jaren.
1186 L. J. A. van der Kun. Memorie over de Spoorwijdte der IJzeren wegen; \'s Gravenhage, 1847.
1187 P. C. Gevers. Aansluiting en doorsnijding van spoorwegen; Leiden, 1889.
1188 John Dixon. Spoorwegen. Nieuw stelsel van vertakkingen; Amst., 1847.
1189 Bestek en Voorwaardcui voor den aanleg van den Aken-Maastricht-schen Spoorweg op Nederlandsch grondgebied; Maastricht, 1847.
66
1190 Verslag van de directie der Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij over het jaar 1853 ; Maastricht, 1854.
1191 M. X. Tarte. Chemin de fer de la Mer du Nord a la Mer Baltique; Bruxelles, 1848. (Bijgevoegd is een prospectus en eene missive daaromtrent.)
1192 GL H. van Soest. De Ncderlandscho Spoorwegen; \'s Graven-hage, 1858.
1193 J. d. L. Spoorwegen in Nederland; Arnhem, 1858.
1194 C. A. Duijvis. Eerste hulp bij spoorwegongelukken ; Leiden, 1890.
1195 Enquête gehouden door de staatscommissie, benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. no. 1), 1ste afdeeling, openbare middelen van vervoer A spoorwegen ; \'s Gravenhage, 1890.
1196 Verslag van de eerste afdeeling der staatscommissie van arbeida-Enquête, aangaande de spoorwegen.
1197 G. Vissering. Personentarieven van spoorwegen, stelsels en kritiek; Leiden, 1890.
1198 W. J. M. Westerwoudt. De Staat en de spoorwegmaatschappijen ; Amsterdam, 1882.
1199 Aanvrage van concessie tot het aanleggen van Spoorwegen in de Noord- en Noordoostelijke provinciën van Nederland ; \'s Gravenhage, 1858.
1200 J. quot;Willink. Ontwerp locaal-spoorwog, Groningen—Zwolle met zijtak Ommen—Neede ; Zwolle, 1889.
1201 Op welke wijze kan een goed Spoorwegnet in Nederland tot stand komen ? Amsterdam, 1858.
1202 Onze Spoorweg-leening; beschouwingen van Oeconomus; Amsterdam, 1858.
1203 M. de Brouwer van Hogendorp. Eenige teregt wij zingen betreffende mijne aanvrage tot concessie der Noord- en Noordooster Spoorwegen ; \'s Gravenhage, 1858.
1204 M. Simon, Gzn. Eenige bedenkingen tegen de bestrijding der Spoorweg-Concessie van do heeren Sloet en Reuchlin ; Leeuwarden, 1858.
1205 J. G. W. Fijnje. Bijdrage tot de kennis van het belang der Nederlandsche Spoorwegen; Dordrecht, 1858.
1206 J. G. W. Fijnje. Bijlagen behoorende bij de Bijdragen tot de kennis van het belang der Nederlandsche Spoorwegen ; Dordrecht, 1858.
1207 J. P. Bredius, Mr. W. S. van Reesema en E. Riche. Memorie van vergelijking met het wetsontwerp tot den aanleg van Staatsspoorwegen met de aanvrage om concessie.
1208 Nederland in deze eeuw van vooruitgang, onderworpen aan stelselloosheid, aan bekrompenheid van inzigt en aan het toeval. Beschouwingen over den gang van zaken in Nederland ten aanzien van .... den aanleg van spoorwegen; Amst., 1858.
1209 J. G. W. Fijnje. Bijdrage tot de kennis der verschillende voorgestelde of ontworpen Nederlandsche Spoorwegen, bevattende tevens algemeene beschouwingen over de voorwaarden van concessie en van vervoer; Gorinchem, 1859.
1210 Verslag der Maatschappij tot exploitatie van staatsspoorwegen over het jaar 1868 en volgende.
67
1211 Verslagen door den Raad van toezicht op de Spoorwegdiensten aan deo heer Minister van Binnenl. Zaken uitgebracht over het jaar 187(3 en volg. jaren.
1212 Verslag betreffende don aanleg der Staatsspoorwegen over 1876 en volg. jaren.
1213 Statistiek van het vervoer op de Spoorwegen en tramwegen over 1878 en volg. jaren.
1214 Willem van Rappard. Iets over de regeling der tramways; Leiden, 1882.
1215 C. B. Menalda. Iets over den aanleg van tramwegen ; Leeuwarden, 1887.
1216 Verslag der le afdeeling der Staatscommissie van arbeid. Enquête aangaande do tramwegen.
1217 H. A. van den Wall Bake. Eenige opmerkingen over art. 49 der wet van 9 April 1875, S. 67 (Spoorwegen); Utrecht, 1893.
1218 U. G. Schilthuis, Jz. Toelichting van de belangrijkheid en de rigting der Noordelijkste Spoorwegen in Nederland ; Groningen, 1859.
1219 Ueber den A nschlusspunkt der Hollandischen Nordbahn an die Hannoversche Westbahu; I. und II Heft; Osnabrück, 1861 en 1862.
1220 Die Hollandische Nordbahn und ihre östliche Portsetzung; mit 2 Karlen eet.; Leer, 1862.
1221 J. C. II. Bloij. Beitrag zur Anschlussfrage der Niederlandischen Nordbahn an die Hannoversche Westbahu; Oldenburg, 1862.
1222 Wet houdende bepalingen omtrent het gebruik der Spoorwegen ; Schiedam, 1859.
1223 A. de Lavelye. Notes pour servir a 1\' histoire financière des chemins de fer; Bruxelles, 1858.
1224 A. Biirkli. Ueber Strassenbahneu und Eisenbahnen in Stadten, Zweite Aufl.; Ziirich, 1865.
1225 C. Soetens. Asphalt-sporen door geheel Nederland enz. ; 1 Dec. 1847.
1226 C. Soetens. Railroutes; Amst., 1861.
1227 Dr. R. Westerhof. Twee hoofdstukken uit de geschiedenis van ons dijkwezen; met oudheidkundige aanteekeningen, inzonder-lieid betrekkelijk de prov. Groningen en Friesland ; Gron., 1865.
1228 P. Regout. Peut on se servir en toute securité, de la iigne du chemin de fer de l\'état; Maestricht, 1865.
1229 Noord-IIollandsch-Priesche spoorweg. Verbinding van Leeuwarden langs Hoorn met Alkmaar en Amsterdam.
1230 Noord-llollandsch-Friesche spoorweg. Is geldbelegging in spoorwegen raadzaam over het algemeen en in het bijzonder in de evengenoemde ?
1231 J. J. Ermerins. Het Koninklijk besluit van 17 Dec. 1819, houdende overdragt van het beheer en de bekostiging van waterstaatswerken aan de Staten der provinciën. Acad. proefschr.; Gron., 1869.
1232 Charles T. Liernur. De rioolquestie; \'sGravenh., 1867.
68
1233 P. Maas Geesteranus. Het rioolstelsel van Ch. T. Liernur toegelicht en aanbevolen ; \'s Gravenb., 1868.
1234 Ch. T. Liernur. Het pneumatisch rioolstelsel nader beschouwd en toegelicht in zijn technische bijzonderheden en werking, benevens het advies, daarover uitgebracht door F. W. Conrad; \'sGravenh., 1868.
1235 A. E. A. S. van Stralen. Wet van den 28 Februari 1891 (Stbl. no. 69), tot vaststelling van bepalingen betreffende \'s rijks waterstaatswerken ; Haarlem, 1891.
1236 E. v. Lennep. De tolheffing op do openbare wegen in Nederland ; Amsterdam, 1884.
1237 Dr. Reinhold. Beschreibung nebst Abbildung einer Hollandi-schen Klinkerstrasse, mit bemerkungen über den Bau von Kunststrasson deren Fahrbahn mit Ziegelsteinen befestigt ist.
1238 A. J. I. M. Smits. Iets over jaagpaden; Utrecht, 1886.
8. Volk en Volksleven.
1239 D. Lubach. Grondtrekken eener Ethnologic van Nederland; Haarlem, 1861 ; met platen.
1240 A. Esquiros. Nederland en het leven in Nederland; naar het Fransch door N. S. Calisch ; Amsterdam, 1858.
1241 H. J. Koenen. De Nederlandsche boerenstand historisch be-beschreven; Haarlem, 1858.
1242 Emile de Laveleije. Etudes d\'économie rurale de la Neêrlande; Paris, 1865.
1243 P. P. Eoorda van Eysinga. Voorlezing over kolonisatie door Nederlanders in Nederlandsch-Indië enz.; Haarlem, 1856.
1244 Ontwerp ter bevordering van meerdere bestaanmiddelen in Nederland; \'s Gravenhage, 1847.
1245 G. J. Mulder. De voeding in Nederland, in verband tot den volksgeest; Rotterdam, 1847.
1246 J. J. Rinkel. Bijdrage tot de kennis der voeding van den Nederlandschen soldaat der landmacht in tijd van vrede, 1891.
1247 G. J. Mulder. De voeding van den Neger in Suriname; Rotterdam, 1847.
1248 G. J. Mulder. De voeding van de Nederlanders ; Rotterdam, 1854.
1249 S. C. M. Soer. Over bier en de kunstmatige spijsverteering; Utrecht, 1887.
1250 C. Grebe de Haan. De noodzakelijkheid van wettelijke en internationale maatregelen tegen vervalsching van voedingsmiddelen ; Utrecht, 1887.
1251 De arbeiderswoningen in Nederland.
1252 Leiddraad voor de inrichting van volksbanken, opgesteld door de commissie uit het hoofdbestuur der Maatsch. tot Nut van het Algemeen.
1253 A. Roëll. Wetgeving op de huisvesting van arbeidende klassen, 1892.
1254 G. A. M. Kallenbach. Over de pogingen, in het werk gesteld tot verbetering der arbeiderswoningen, 1892.
1255 J. H. C. Busing. Het Truckstelsel, 1892.
69
1256 Verslag van de eerste afdeeling der staatscommissie van ar-beidsenquête aangaande de verzekering of andere voorzorgen bij ongevallen, ziekte, oyerlijden of ouderdom van werklieden, voorzoover die maatregelen niet in verband staan met eenige bepaalde inrichting van Nijverheid, (fondsen-enquête.)
1257 Bijlagen, beboerende bij bovenstaand verslag.
1258 II. S. Veldman. Verplichte verzekering van arbeiders, 1894.
1259 Stukken en verslagen der eerste Nedorl. verzekering-maatschappij op het leven, tegen invaliditeit en ongelukken.
1260 C. H. A. Bom. De onderlinge waarborgmaatschappijen, 1882.
1261 Verslagen der maatschappij van levensverzekering en lijfrente, gevestigd te Amsterdam.
1262 1. J. van den Bosch. De Oorzaken, voorbehoeding en genezing der Ziekten onder de menschen, voortvloeijende uit de natuurlijke gesteldheid van het Vaderland enz.; Amsterdam, 1794.
1263 Dr. L. Ali Cohen. Handboek der openbare gezondheidsregeling en der geneeskundige politie met het oog op de behoeften en de wetgeving van Nederland, met bijdragen van anderen.
1264 B. Snellen. Iets over internationale maatregelen tot wering van epidemische besmettelijke ziekten ; Utrecht, 1887.
1265 B. W. Siemens. Infectie door drinkwater, 1880.
1266 Voorschriften bij \'t heerschen der Cholera asiatica in 1832 door de regering aan de bevolking gegeven, ten einde de uitbreiding der epidemie enz. tegen te gaan; 1832.
1267 Dr. Zeeman. Geschiedenis van de Cholera gedurende 1859 in Nederland; 1860. (Afdruk.)
1268 De Cholera-epidemie in Nederland in 1866 en 1867, uitgegeven door het departement van binnenlandsche zaken \'s Gra-venhage, 1872.
1269 H. van Cappelle. Bijdrage tot de geschiedenis d. epidemie van Diphteritis in Nederland, gedurende de jaren 1859, 1860, 1861 en 1862 ; Amst, 1862. (Afdruk.)
1270 Rapport der commissie belast met het onderzoek naar den toestand der kinderen in fabrieken arbeidende; \'s Gravenhage, 1870 en volg. jaren.
1271 Verslagen aan den Koning van de bevindingen en handelingen van het geneeskundig staatstoezicht, over de jaren 1866 en volg.
1272 Bijlage van de Circulaire van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 27 Junij 1843, no. 110, 7e afd., betreffende den treurigen toestand van de behandeling der Krankzinnigen hier te lande.
1273 De begrafenisfondsen in Nederland. Rapport, uitgebracht door de commissie van onderzoek uit het Nut.
1274 Verslagen over den staat der Gestichten voor Krankzinnigen over de jaren 1848 en volgende.
1275 J. v. Deventer Szn. Verslag betreffende het gesticht Meeren-berg over het jaar 1894, ingezonden aan de commissie van toezicht over genoemd gesticht.
1276 Dr. L. Th. Pompe en F. J. v. d. Kroon. Verslag van het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen „Coudewaterquot; te Ros-
70
malen, over het 15-jarig tijdvak van 187-—1885; Bosch, 1887.
1277 S. J. M. van Q-euns. Het staatstoezicht op de krankzinnigen ; Leiden, 1888.
1278 Verslag betreffende het geneeskundig gesticht voor Krankzinnigen te Delft, over de jaren 1860 en 1861; Delfc 1862.
1279 Stukken betrekkelijk een tot stand te brongen patronaat ton behoeve van herstelde behoeftige krankzinnigen; Circnl. van den Min. van Binnl. Zaken, d.d. 30 Oct. 1860, no. 170, 7e Afd.
1280 Dr. J. N. Ramaer. De ontwikkeling van het krankzinnigengesticht in deze eeuw; Amsterdam, 1886.
1281 Dr. L. Ali Cohen. Het Nederl. Gasthuis voor behoeftige en minvermogende oogbjders, gevestigd te Utrecht. (Afdruk uit het Ned. Tijds. v. Geneeskunde 1861, blad 42.)
1282 T. C. Donders. Derde, vierde en vijfde jaarlijksche verslagen betrekkelijk de verpleging en het onderwijs in het Nederland-sche Gasthuis voor oogbjders; uitgebragt in Mei 1862, 1863 en 1864 ; Utrecht, 1862 - 1864.
1283 Historie en gedenkschriften van de Maatschappij tot redding van drenkelingen, opgerigt binnen Amsterdam ; 3 dn., 1 st.; Amst., 1767.
1284 J. A. Kool. Verslag omtrent de Maatschappij tot redding van drenkelingen enz., 1854—1862 ; Amsterdam, 1862.
1285 J. Bosscha. ITet roode kruis; \'s Gravenhage, 1867.
Verslag der verrichtingen van het hoofdcomité der Nederl. Vereeniging tot liet verlecnen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog; Den Haag, 1871 en volgende jaren.
1286 Handelingen van het Nationaal Congres tegen de prostitutie te Amsterdam op 20 April 1889.
1287 M. A. J. W. Farncombe Sanders. Note sur les dispositions legislatives qui régissent les Sociétés de secours mutuels dans les Pays-Bas; \'s Hage, 1878.
1288 Verslag over den toestand der afdeeling Nederland van de Internationale vereeniging tot verbetering van het lot dei-blinden, 1882.
1289 Verhandlungen des Ve Blindenlehrer-cougresses in Amsterdam, Augustus 1885.
1290 Nederlandsche Vereeniging tot afschaffing van sterken drank.
1291 De Sterke drank als Volksdrank veroordeeld door circa 500 Nederl. Geneeskuiistoefeuaren; Amsterdam, 1861.
1292 Dr. L. Ali Cohen. Over de nuttigheid, de noodzakelijkheid en het eigenlijke doel van Afschaffingsgeuootschappen; voorgedragen in de openlijke vergadering van de afd. Groningen der Ned. Vereeniging ter Afschaffing van den sterkon drank als Volksdrank, gehouden den 24 Maart 1862. (Afdruk uit het Tijds. v. h. Armwezen, 1862.)
1293 Stukken, verslagen, reglementen enz., betreffende de vereeniging tot bevordering van het herstel van Drankzuchtigen.
1294 De pokken-epidemie in Nederland in 1870—1873.
71
1295 Cornelus Broeksmit. De geschiedenis der pokken in Nederland van 1865—1885; Rotterdam, 1887.
1296 H. A. Wijnne. Is er strijd tusschen de gelijkmatigheid der verschijnselen op maatschappelijk gebied en den vrijen wil van het individu ?
9. Financiën en Welvaart.
1297 C. Zillesen. Onderzoek der oorzaaken van de opkomst, het verval en herstel, der voornaamste en hedendaagsche Volken ; 6 deelen (in 3 banden); Utrecht, 1781—1782.
1298 C. Zillesen. quot;Wijsgeerig onderzoek wegens Neerlands opkomst, bloei en welvaard ; het daarop gevolgd verval, enz.; Amst., 1796.
1299 C. Zillesen. Wijsgeerige Staathuishoudkunde, bijzonder voor het thans vergroot Koningrijk der Nederlandeu; Rotterdam (s. a.) [Bevat o. a. eene „Concept tafel van jaarljjks te doene waarnemingen .... om daar de bijzondere en algemeene staat des rijks uit te kunnen opmakenquot;, enz.]
1300 La richesse de la Hollande; 11 toni.; Londres, 1778.
1301 Memorie, houdende het generaal rapport van de Personeele Commissie van het Finaucie-weezen, met Bijlaagen. In dato 21 Mei) 1790. Ten gevolge van haar Hoog Mogende Resolutie van den 4 Meij 1785. — Met de Resolutie van haar Hoog Mogende daarop genomen, op den 21 Meij 1790.
1302 Missive van het Uitvoerend Bewind aan de le Kamer van het Vertegenwoordigend Ligchaam, d.d. 23 Nov. 1800, omtrent het leggen van belastingen op den uitvoer van levensmiddelen.
1303 Compte général du Trésor public pour I\'an 1806, rendu au Roi par le Ministre des Finances; 1808; — Alg. rekening over de geldmiddelen van het Koningrijk voor het jaar 1807, aangeboden aan den Koning door den minister van Finantiën ; 1809. (In één band.)
1304 Algemeene begrooting der Staats-behoeften voor de Bataafsche Republiek, over het jaar 1804; in den Haag.
1305 Compte de Tadministration des Finances en 1809 et 1810; Paris, 1811.
1306 Compte du Trésor de 1\'Empire pour 1\'année 1809—1811; Paris, 1811 en 1813.
1307 Tableaux annexés a 1\' exposé de la situation de 1\' Empire eet. ; d.d. 25 Février 1813.
1308 Compte Rendu rélativement aux Budgets généraux des recettes et dépenses des exercices 1813, 1814, 1815, 1816 et 1817; contenant un état général de la situation du Trésor a l\'époque du 1 Janvier 1818.
1309 Compte Rendu des recettes et dépenses du Royaume des Pays-Bas, pendant l\'année 1817.
1310 Calculs servant de base au Budget général de l\'Etat pour l\'année 1819.
1311 Iets over Volksverbetering en vermeerdering van Volkswelvaart in Nederland enz.; \'s Gravenhage, 1843.
1312 Ph. Falkenburg. Bijdrage tot de leer van het arbeidsloon; Rotterdam, 1890.
72
1313 D. A. Ribbe. Het spaarbankwezen in Nederland ; Haarlem, 1890.
1314 J. Vrolik. Overzicht van het Muntvraagstuk; Leiden, 1889.
1315 Enquête, gehouden door de Staatscommissie, benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Staatsbl. no. 1) 2e afdee-ling, Groningen, enz.
1316 H. T. Schimmel. Geschiedkundig overzicht van het muntwezen in Nederland; Amsterdam, 1882.
1317 J. T. Buys. De Nederlaudsche Staatsschuld sedert 1814; Haarlem, 1857.
1318 E. Prak. Opmerkingen over het beheer en de verantwoording der Rijksgeldmiddelen ; Groningen, 1889.
1319 H. A. Wijnne. Gelijk de welvaart van het eene land afhankelijk is van die van het andere, zoo moet het ware en duurzame welzijn van het moederland gepaard gaan met dat der Koloniën. Eene voorlezing ; Groningen, 1860.
1320 H. A. Wijnne. Do Nederlandsche bank en de provinciën ; Groningen, 1863.
1321 J. de Bosch Kemper. Inkomsten en uitgaven van den Staat. (Volksbibliotheek, no. 59.) Amst., 1860.
1322 J. P. Amshoff. De grondslagen van het personeel; Leiden, 1891.
1323 H. Rahder. Belasting op het roerend vermogen in Nederland ; Utrecht, 1892.
1324 Stukken, betreffende de Nederlandsche Hypotheekbank, gevestigd te Amsterdam, gocdgekGurd bij Koninklijk besluit van 24 Nov. 18C0, no. 33.
1325 A. M. de Lange. Een beginsel van bankbeheer ; Alkmaar, 1887.
1326 H. M. A. Savelberg. De crediet-Hypotheek; Heerlen, 1885.
1327 Nederlandsche bank. Verslagen van den president en verslagen van do Commissarissen, uitgebracht in do algemeeiie vergadering van stemgcregtigde aandeelhouders in 1865 en volgende jaren.
1328 Amsterdamsche bank. Verslag over het jaar 1872 en volg.
1329 Statistiek van hot Koningrijk der Nederlanden. Bescheiden, betreffende de geldmiddelen. Overzicht van de opbrengst der dir. belastingen, indirecte belastingen en accijnsen gedurende 1846—1859 en volg. jaren. Uitgegeven door het departement van Financiën, met medewerking der Rijkscommissie voor Statistiek. \'sGravenhage 1861 en volg.
1330 A. v. Gijn. Herziening van de belastbare opbrengst van ongebouwde eigendommen ; Leiden, 1892.
1331 Statistiek van het grondcrediet in Sederland over 1879 en volg. jaren. Uitgegeven door het dep. van Financiën.
1332 Opbrengst der directe belastingen in iedere gemeente in 1877 en 1878, uitgegeven door de vereeniging voor de statistiek in Nederland.
1333 Opgaven betreffende de verdeeling van het grondbezit.
1334 Chronologische tafel der stukken, vervat in de verzameling der wetten, besluiten en aanschrijvingen, betreffende de Directe belastingen en de in- en uitgaande rechten en accijnsen, over de jaren 1823—1859.
73
1835 H. Hesse. Beschouwingen over de middelenwet; Groningen, 1879.
1336 F. A. I. A. H. M. Hengst. Wie moeten in de Directe gemeentebelastingen bijdragen? \'s Bosch, 1884.
1337 M. W. F. Treub. Ontwikkeling en verband van de Rijks-, Provinciale en Gemeentebelastingen in Nederland, 2 deelen ; Leiden, 1885.
1338 Dr. W. P. J. Bok. De belastingen in het Nederlandsch parlement van 1848—1888; Haarlem, 1888.
1339 A. H. J. Heynsius. De inkomsten-belasting in de Nederland-sche en in de Pruissische gemeenten ; Leiden, 1888.
1340 Verslagen van de hoofd-commissie voor de herziening der belastbare opbrengst van de ongebouwde eigendommen (1890) 2 deelen
1341 Mr. J. P. Sprenger v. Eyk. De rijks- en gemeentebelastingen in Nederland; \'sGravenhage 1891.
1342 K. Mesdag. Heffingen voor rijkswerken en rijksinrichtingen onder de grondwet; van 1887 ; Groningen, 1891.
1343 N. A. Tonkens. Het recht van belastingheffing der plaatselijke besturen ; Utrecht, 1893.
1344 A. J. Cohen Stuart. Bijdrage tot de theorie der progressieve inkomsten-belasting; \'s Gravenhage, 1889.
1345 J. L. Gunning. Aflossing en conversie van obligatie-leeningen ; Amsterdam, 1887.
1346 H. J. Pasman. Afwenteling van belastingen ; Amsterdam, 1889.
1347 C. P. Donker. Iets over dijk- en polderlasten; Amsterdam, 1886.
1348 C. J. Geertsema. Beschouwingen over de herziening van de belastbare opbrengst der ongebouwde eigendommen volgens de wet van 25 April 1879 (Staatsblad no. 89); Groningen, 1886.
1349 A. C. D. de Graetf. Art. 120 dor Grondwet; Leiden, 1894.
1350 G. W. Th. van Deden. Hot 2e lid van art. 174 Grondwet; Leiden, 1893.
1351 L. R. van Sloterdijck. De Condictio ludebiti in belastingzaken ; Leiden, 1893.
1352 J. H. Geertsema. De geldleeningen der Gemeenten; Groningen, 1895.
10. Armwezen.
1353 Berigt v. d. werkzaamheden d. Algemeone Armen-Commissie v. h. Departement Holland in het beramen van eene nieuwe Armen-inriehting, zooals dezelve hier te lande uitvoerlijk is; In \'s Haage, 1806.
1354 Tafereel der Nieuwe Armen-inrigting in den Haag ; (In \'s Haage) 1807.
1355 Js. van den Bosch. Verhandeling over de mogelijkheid, de beste wijze van invoering, en de belangrijke voordeden eener Algemeene Armeninrigting in het Rijk der Nederlanden, door het vestigen eener Landbouwende Kolonie in het Noordelijk gedeelte; Amst., 1818.
1356 Ontwerp tot verbetering van den toestand der noodlijdenden.
74
gevangenen, bedelaars enz., door middel van den landbouw» enz.; Amsterdam, 1818.
1357 Verzameling van reglementaire en organieke Wetten en Verordeningen der Maatschappij van Weldadigheid, enz,; Amst., 1820.
1358 Algemeene Verslagen van de Maatschappij van Weldadigheid over 1837, en volg. jaren.
1359 Reglement voor de Maatschappij van Weldadigheid; \'s Graven-hage en Amst., 1818.
1360 Reglement van beheer der Maatschappij van Weldadigheid, vastgesteld d.d. 23 April 1859.
1361 Begrooting der Inkomsten en Uitgaven van de Maatschappij van Weldadigheid over 1860.
1362 Voorstel-Löhnis tot wijziging der statuten en adviezen daarover; Steenwijk, 1893.
1368 Algemeen verslag der Provisioneele Commissie ter vergadering van de Commissie van Weldadigheid, voorgedragen binnen \'s Gravenhage op den 22 Juni 1818.
1364 Rapport gedaan aan de Staten-Generaal op den 9 Maart 1818, overeenkomstig art. 228 van de Grondwet.
1365 Jaarverslagen der Maatschappij tot opvoeding van weezen in het huisgezin, vanaf 1875 en volg. jaren.
1366 Verslagen over den staat van het Armwezen in het Koningrijk der Nederlanden, in 1826 en volg. jaren.
1367 Statistiek der philantropische spaar- en leenbanken in Nederland, over 1880—1882 en volg. jaren.
1368 Rapport van de commissie tot het instellen van een onderzoek naar spaarbanken, spaarkassen, hulp- en beleenbanken aan het Hoofdbestuur der Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen ; 1873—1874.
1369 A. J. van Citters. De rechtstoestand van de banken van leening ; Leiden, 1886.
1370 Instructie voor de Plaatselijke besturen met het inwinnen der berigten omtrent de huiszittende armen belast (Commissie van 5 Jan. 1822, uo. 36 ; Not. van 15 Aug. 1822, no. 3 ; no. 10.)
1371 W. de Sitter. Korte verhandeling over het Pauperisme in Nederland; Groningen, 1850.
1372 W. de Sitter. De armenverzorging in Nederland en het verschaffen van werk aan behoeftigen; Groningen, 1851.
1373 W. de Sitter. De wet tot regeling van het armbestuur door aanteekeuiugen; Gron., 1854.
1374 W. de Sitter. Iets over de werking der wet tot regeling van het Armbestuur; Groningen, 1861. (Afdruk uit het Tijds. v. h. Armwezen.)
1375 I. J. Blaupot ten Cate. De Regeeriug en de Armwet; Gron., 1861.
1376 W. T. Sandberg. Een Woord over de werking en uitvoering der Wet van 28 Junij 1854 (Stbl. uo. 100), tot regeling van het Armbestuur; Zwolle, 1862.
1377 H. J. Trip. Het Domicilie van onderstand volgens de wet van
75
28 Junij 1854 (Stbl. no. 100), toegelicht en verdedigd; Groningen, 1862.
1378 C. de quot;Witt Hamer JGz. De verplegingskosten van behoeftige krankzinnigen; Leiden, 1891.
1379 I. J. Blaupot ten Gate. Verhandelingen over het Domicilie van onderstand; Groningen, 1860.
1380 Dr. L. Ali Cohen en Mr. W. de Sitter. Verslag van het Eerste Congres over het Armwezen, gehouden te Groningen, den 26 en 27 Junij 1854; Groningen, 1854.
1381 Mrs. J. Heemskerk en Aug. Philips. Verslag van het Tweede Congres over hei Armwezen, gehouden te Amsterdam, den 27 en 28 Mei 1856 ; Groningen, 1856.
1382 Algemeene verslagen der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo in Nederland, over 1855, 1857, 1858 en 1859; met een algemeen statistiek overzigt over 1846—1859 ; \'s Graven-hage, 1856 en 1861.
1383 Verslag der Gominissie v. h. district Zalt-Bommel t. onderstand der noodlijdenden door den Watervloed van 1861 ; Zalt-Bom-mel, 1862.
1384 J. C. W. Quack. Kort verslag der werkzaamheden door de Comm. v. onderstand v. noodlijdenden tengevolge van Watersnood in de dorpen Brakel enz.; Dordrecht, 1861.
1385 M. J. Pauw van Wieldrecht. Beoordeeling van het werk van den socialist Henry George, „Vooruitgangen Armoedequot;, Utrecht, 1885.
11. Politie, Justitie, Gevangeniswezen, Openbare veiligheid.
1386 Statistiek van het gevangeniswezen in Nederland, over 1854 en volgende jaren.
1387 Joan van den Honert THz. Verzameling van arresten van den Hoogeu Raad der Nederlanden ; Amsterdam 1840, voortgezet door Mr. C. C. E. d\' Engelbronner.
1388 Joan van den Honert THz. Geschiedenis en beginselen der Neder-landsche wetgeving, betrekkelijk de onteigening ten algemeenen nutte; Amsterdam, 1841.
1389 Joan van den Honert THz. Geschiedenis en beginselen der Nederl. wetgeving, betrekkelijk de macht der hooge en andere heemraadschappen, dijk- en polderbesturen enz., 1842.
1390 Circulaires van den Minister van Justitie en statistische Tabellen betretfeude het Politiewezen, over het jaar 1853 en volg.
1391 Verslag der staatscommissie benoemd bij kon. besluit van 3 Mei 1852 (Stbl. no. 99), tot het doen van onderzoek naar en het uitbrengen van verslag over een aan do tegenwoordige staatsinrichting en wetgeving meest passend stelsel van politiewet ; uitgebracht 18 September, 1852.
1392 T. J. D Egter van Wissekerke. De Maréchaussée, 1892.
1393 Geregtelijke Statistiek vau het Koningrijk der Nederlanden ; 1847 en volgende jaren.
1394 Statistieke tabellen van de bevolking der Gevangenissen in Nederland, over 1844 tot en met over 1853 ; 10 stukjes.
1395 Inleiding tot de eerste beginselen der Groninger rechtskennis.
76
1396 Verzameling van reglementen enz. betrekkelijk het provinciaal en stedelijk bestuur van Groningen, 2 dl. Gron. 1828 en 1840.
1397 Rapport van den Inspecteur der Gevangenissen betreffende zijn inspectiereis, gedaan in 1857 uit liet oogpunt van cellulaire opsluiting; \'s Graveuhage, 1857.
1398 Rapport aan Z. E. den Minister van Justitie van Mr. P. W. Alstorphius Grevelink, J. A. H. Ketscher en A. C. Pierson, omtrent eenige buitenlandsche Gevangenissen, enz. met bijlagen en platen; \'s Gravenh., 1858.
1399 Vaucher-Crémieux. Système préventifdes délits et des crimes; Laussanne, 1872.
1400 Beschouwingen van de regterlijke collegien, de commissien van administratie enz. over de eenzame opsluiting van gevangenen, vergeleken met de gemeenschappelijke gevangenisstraf; \'s Gra-venhage, 1857.
1401 J. S. v. d. Aa. De rijksopvoedingsgestichten in Nederland; Amsterdam, 1890.
1402 W. H. Suringar e. a. Ontwerp tot oprigting van een Neder-landsch Genootschap ter zedelijke verbetering der Gevangenen ; Leeuwarden, 1823.
1403 Verslagen door Hoofdbestuurders van het Nederlandsch Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen, gedaan in 1827 en volgende jaren.
1404 Algemeene verslagen van het verhandelde op de algemeene vergaderingen van het Hoofdbestuur enz. van het Fonds ter aanmoediging enz. van de gewapende dienst, gehouden te Amsterdam, in 1827 en volgende jaren.
1405 J. F. Ingeuhousz. Beschouwingen over onteerende straffen.
1406 F. L. J. G. Dikema. Over de bevoegdheid van de Rechterlijke macht om te vonnissen in zaken betreffende vereenigingen en haar leden.
1407 J. J. A. Quintus. Ue cellulaire gevangenisstraf in N-edcrland, sinds hare invoering bij de wet van 28 Juni 1851 (Stbl. no. 68); Groningen, 1887.
1408 J. van Loon. Interlocutoir; Joure, 1888.
1409 M. Bleeker Czn. Schadevergoeding bij doodslag en verwonding ; Groningen, 1888.
1410 T. W. ter Spill. Het algemeen strafminimum volgens het wetboek van strafrecht; Alkmaar, 1887.
1411 L. Meijer. Eenige beschouwingen over art. 449 strafwetboek in verband met de artt. 199 en 200 van de Code Pénal; Groningen, 1887.
1412 P. J. Troelstra. Art. 165 van het wetboek van strafvordering ; Leeuwarden, 1888.
1413 J. A. Schaaf. De lijfstraf als disciplinaire straf; Groningen, 1886.
1414 H. I. Schonfeld. Klachtdelicten ; Groningen, 1886.
1415 J. Bool. De politie, haar wezen en organisatie in Frankrijk, Engeland en Nederland; \'s-Gravenhage, 1887.
1416 Mr. A. E. J. Modderman. Straf — geen kwaad. Redevoering
77
bij de aanvaarding van het Hoogleeraarsambt in de Rechtsgeleerdheid aan het Atheneum Illustre te Amsterdam ; Amsterdam, 1864.
1417 H. Boelmans ter Spill. Beschouwingen over de wet van 9 November 1875 (Stbl. no. 201); Groningen, 1882.
1418 W. Alberda van Ekenstein. De huisvrede in het strafrecht; Groningen, 1883.
1419 C. B. de la Faille. Strafbare schending van geheimen ; Groningen, 1889.
1420 L. H. J. M. van Asch van Wijck. Strafbaarheid en strafvervolging van Juridieke personen ; Utrecht, 1885.
12. Onderwijs.
1421 Stukken betreffende het Lager onderwijs in de Bataafsche republiek; 1801 en 1802.
1422 Reglement op de inrichting van hot Hooger onderwijs in de zuidelijke provinciën van het Koningrijk der Nederlanden; \'s Gravenhage, 1816.
1423 Verslag aan de Edelm. H.H. Staten-Generaal van \'t Koningrijk der Nederlanden, op den 28 December 1816, gedaan door den Minister van Binnenlandsche Zaken, omtrent het Armbestuur en de opvoeding der armenkinderen ; gedrukt op bevel van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; Brussel.
1424 Stukken betreffende de reorganisatie der Godsd. Scholen voor de Nederl. Israëlieten, in 1817.
1425 S. Blaupot ten Cate. Subsidiën aan Israëlitische scholen; Rotterdam, 1861.
1426 Verordeningen voor hot Israëlitisch Kerkgenootschap, Iste en Ilde deel, le en 2e st.; \'s Gravenh., 1822.
1427 Uittreksel uit de jaarlijksche Verslagen en aanmerkingen nopens den staat der Gymnasiën ; 1828—1829. (Fr. en Nederd )
1428 Memorie aan den Min. van Binnenl. Zaken van het Genootschap van Leeraren aan de Nederl. Gymnasiën, betreffende het examen t. toelating t. d. academische lessen ; dd. Amst., 17 Sept. 1842.
1429 J. R. van Eerde. Redevoering ter viering van den vijfentwintigsten verjaardag van de eerste bemoeijingen van den Staat met het lager onderwijs, uitgesproken den 15 Junij 1826; Groningen, 1830.
1430 Verslagen nopens den staat der Hooge, Middelbare en Lagere Scholen in 1880 en volgende jaren.
1431 Overzigt van den toestand van het L. O. in het Koningrijk der Nederlanden op 31 Dec. 1869 vergeleken met dien op 31 Dec. 1857 ; \'s Gravenh., 1872.
1432 T. M. C. E. Koksma. Het karakter van het openbaar lager onderwijs; Utrecht 1888.
1433 Jhr. Mr. F. H. van Beijma thoe Kingma. Volksonderwijs in 1872. Open adres aan de leden der Staten-Generaal; Heeren-veen, 1873.
1434 Verslagen der commissiën, belast met het afnemen der eindexamens voor de hoogere burgerscholen in 1872 en volgende jaren.
78
1435 Die Elementar- und Mittel-Schulen im Konigreiche der Nie-derlande uud derea Entwickelung nach der Einfuhrung der Gesetze vom 13 August 1857 (Eleraentar-schule) und vom 2 Mai 1863 (Mittel- und technische Schulen); Leiden, 1873.
1436 Verslag aan den Koning betreffende den tegen woordigen toestand der Kon. Akaderaie van Beeldende Kunsten te Amsterdam en voorstellen naar aanleiding van dien. (Nov. 1860.)
1437 Rapport der commissie door de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst, benoemd om een antwoord te geven op de vraag; welke eischen dient men te stellen aan een goede regeling van vakonderwijs voor handwerkslieden in de bouwambachten ; Amsterdam, 1886.
1438 Praktische opmerkingen in Lagere Scholen, naar aanleiding van art. 23, lid 1, der wet van 13 Aug. 1857. Medegedeeld door een Schoolopziener in een onderwijzersvereeniging; 1860.
1439 Model-Staten betrekkelijk do Statistiek van het Lager onderwijs ; 1862-
1440 Statistiek van het onderwijs (overgedrukt uit het staatkundig en staathuishoudkundig jaarboekje 1877, verslag bladzijde XXXVII.)
1441 Een ernstige vraag in een gevaarvolleu tijd over do ministe-riëele circulaire betreffende het onderwijs; Rotterdam, 1850.
1442 Geschiedenis van het onderwijs in Nederland ; Amsterdam.
1443 Verslag omtrent de invoering van leerplicht, uitgebracht door eene commissie uit het Ned. schoolverbond.
1444 C. J. Everdingen. Iets over over liet voormalig Forum Privi-legiatum van Professoren en Studenten ; Utrecht, 1879.
1445 J. Esser. Leerdwaiig; Amsterdam, 1888.
1446 Wenschen en Voorstellen van het Nederlaudsche Onderwijzers Genootschap, betreffende eene herziening der wet op het lager onderwijs, 1895.
1447 H. A. Wijnne. Het middelbaar onderwijs en de hoogere burgerscholen in Nederland; Gron.
1448 Dr. A. W. Alings. Het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs, beoordeeld door — Gron., 1862.
1449 Verslag van de commissie der Koninklijke Akademie van wetenschappen, tot het opsporen, het behoud en het bekend maken van overblijfsels der vaderlandsche kunst uit vroegere tijden; Amsterdam, 1863 en volg.
1450 Nieuwe bydragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, Aug. 1863; \'s Gravenh., 1863.
1451 Openbaar Jaarverslag v/d Inrichting voor spraakgebrekkige of achterlijke kinderen te Amsterdam.
1452 Mr. P. J. Hubrecht. Jaarboek van het onderwijs in Nederland ; jaargang 1889 en volg.
13. Handel en Scheepvaart.
1453 Statistiek van den Handel en de Scheepvaart van het Koningrijk der Nederlanden, over het jaar 1846 en volg.
1454 Statistiek der scheepvaart, 1877 en volgende jaren. Eerste ge-
79
deelte : Staten betreffende strandingen, schipbreuken enz. Tweede gedeelte: koopvaardijvloot enz.
1455 J. H. Rovers. Onze scheepvaart. Onze zeelieden en passagiers, 1876.
1456 Jaarboekje voor de schippersverocniging „Schuttevaerquot;, voor het jaar 1875 en volgende jaren.
1457 J. H. Rovers. Onze volkswapening te land en ter zee; Utrecht, 1878.
1458 Statistiek der scheepvaartbeweging op de rivieren en kanalen in Nederland in 1877 en volgende jaren.
1459 Overzicht dor scheepvaartskanalen in Nederland, met overzichtskaart en schetskaarten: uitgegeven door het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, 1888 en volgende jaren.
1460 H. A. quot;Wijnne. Do scheepvaart van het Koningrijk der Nederlanden gedurende de jaren 1846—1860, vergeleken met die van eenige andere landen; Amsterdam, 1864.
1461 M. M. Brouwer Ancher. Eenige rechtsvragen [betreffende den afstand van schip en vracht.
1462 P. G. A. Dop. Do lading, eigendom der reederij; Zutphen, 1887.
1463 D. A. Kool. Vrachtvoorschot en vooruitbetaling van vracht; Amsterdam, 1889.
1464 H. A. quot;Wijnne. Do handel van het Koningrijk der Nederlanden gedurende de jaren 1846—1860, vergeleken met dien van eenige andere landen ; Amsterdam, 1863.
1465 Gr. F. de Bruijn Kops. Statistiek van den handel en de scheepvaart op Java en Madura sedert 1825; TI deelen; Batavia, 1857 en 1859.
1466 J. L. de Bruijn Kops. Handelcijfers, overzigt van den in-, uiten doorvoer der Ned. handelsartikelen in elk der jaren 1846 tot en met 1855 ; Amst., 1857.
1467 J. G. W. Fijnje. Beschouwingingen over eenige rivieren, waaronder Nederlandsche in verband met de handels- en scheep-vaartbelangen en met enkele vraagstukken, die in de laatste jaren zijn voorgekomen ; \'s Gravenhage, 1884.
1468 H. A. Wijnne. Handel\' en Scheepvaart in Nederland (afdruk uit het Staatk. en Staathuishoudk. Jaarboekje; 1862.)
1469 Neerland\'s handelspolitiek, hare strekking en hare gevolgen.
1470 A. J. L. Baron v. d. Bogaerde de ter Brugge. Essai sur l\'importance du commerce, de le navigation et de l\'industrie dans les provinces, formant le royaume des Pays-Bas, depuis les temps les plus reculés jusqu\' en 1830; 111 torn.; La Haye et Bruxelles, 1845.
1471 Verslag over de vermoedelijke gevolgen der doorgraving van de Landengte van Suez voor den Handel en de Reederijen van Nederland. (Door de Commissie benoemd bij Kon. besluit van 10 Julij 1856, no. 61) ; \'s Gravenhage, 1850. (2 ex.)
1472 Felix Meritis. Werkzaamheden van de Afdeeling Koophandel, 1852- 1853, en volg jaren.
1473 E. W. de Rooij. Geschiedenis van den Nederlandschen Handel ; 4 gedeelten; Amsterdam, 1854—1856.
80
1474 Verslag der Vereeniging tot Behartiging der Stoomvaart-belan-gen in Nederland ; Rotterdam, 1894.
1475 quot;Willem de Veer. De firma als naam waaronder Handel gedreven wordt; Amsterdam, 1889.
1476 Handel en Nijverheid, Het Belgische tractaat en het archief; \'s Gravenhage, 1858.
1477 Staat der Nederlandsche Koopvaardijvloot, in 1845 en in 1849 ; (2 staten.)
1478 Neêrlands vloot en reedenjen over 1858 en volg.
1479 Internationaal seinboek ten dienste van alle natiën, uitgegeven op last van Hunne Excelentien de Ministers van quot;Waterstaat, Handel en Nijverheid en van Marine, 1884.
1480 Répertoire General de la marine marchande a voiles et a va-peur, public par Tadmiuistration du bureau-veritas ; Paris, 1870.
1481 J. J. F. Noordziek. Geschiedenis der beraadslagingen, gevoerd in de Tweede kamer over het quot;Wetb. van Koophandel; I dl.; \'s Gravenh., 1872.
1482 J. de Sitter. Over beurtveeren, Acad. proefschrift; Groningen, 1868.
1483 S. B. W. van Limburg Stirum. Overmacht in verband met tardieve levering bij vervoer van goederen ; Leiden, 1891.
1484 H. J. Bool Jr. Benige opmerkingen naar aanleiding van de verhouding tusschen den vervoerder en den geadresseerde hij het vervoer op binnenwateren.
1485 D. J. H. Haakman. De gewone commanditaire Vennootschap ; Haarlem, 1892.
1486 C. L. Modderman. Artikel 791 quot;W. v. K. en het wetsontwerp op het Faillissement en de Surséance van Betaling; Haag, 1892.
1487 U. Stheeman. De makelaanj, Acad. proefschrift; Groningen, 1869.
1488 T. G. H. Reitsma. De nationaliteit van koopvaardijschepen, Acad. proefschr. ; Gron., 1868.
1489 R. de Jong Posthumus. De vergelijking van geldschulden, inzonderheid bij faillissementen, volgens Nederl. Recht; Groningen ; 1885.
1490 C. Vermeer. De gevolgen verbonden aan het niet nakomen van een gehomologeerd accoord, 1886.
1491 G. N. Manger Cats. De beteekenis van staken in art 771 § 1 wetboek v. koophandel, 1886.
1492 L. A. M. do Bruijn. De werking van het accoord ten opzichte van de borgen van den failliet, 1887.
1493 J. L. Prima. Eenige opmerkingen over de bevoegdheid van den gefailleerde, 1887.
1494 A. J. v. Slooten. Opmerkingen over de strafbaarstelling van het sluipaccoord in art. 345 v. h. wetboek van strafrecht, 1887.
1495 W. v. Heulst. Het bevrachtings- en assurantie contract in oorlogstijd, 1887.
1496 P. L. ïonckens. De rechten der schuldeischers van een insolvent verklaarden koopman na ontslag der curators, 1887.
81
1497 Verslag van de commissie belast met een onderzoek naar den toestand van het reddingswezen hier te lande, 1890.
1498 T. Gr. H. Reitsma. Het wetsontwerp op de zeebrieven in zijn hoofdstrekking beschouwd; Groningen, 18G9.
1499 Concessie tot het graven en exploiteeren van het Noord-Willemskanaal, 1855.
1500 De Haarlemmermeerpolder.
Bedenkingen tegen het rapport der Commissie tot onderzoek naar de middelen ter verzekering eener behoorlijke wateront-ontlasting van den Haarlemmermeerpolder, door een niet-ingeland. Febr. 1859.
1501 J. B. Boeke en Dr. J. M. van Bemmelen. De verbetering der onvruchtbare zure gronden in den Haarlemmermeerpolder ; 1859.
1502 E. J. H. Dull. Verzoekschriften omtrent den aanleg van spoorwegen, aan Z. M. den Koning enz. ; 1858.
1503 Gr. Reinders. Afsluiting van het Reitdiep en eene verbetering der afwatering- en scheepvaartkanalen in bet algemeen, 1856.
1504 J. J. Barnet Lyon. De quarantaine wetgeving ; \'s Gravenhage, 1887.
14. Landbouw.
1505 Wetten van de Nationale Nederl. Huishoudelijke Maatschappij, 1800 en 1806 ; — verbalen van het verhandelde in de Alg. verg. van afgevaardigden uit de Commiissiën van Landbouw, in 1806, 1808, 1809; — Handd. der. Alg. verg. v. d. Hol-landsche Huish. Maatsch., in 1814, 1815, 1816, 1817, 1818, 1819, 1820; — Berigten derz. Maatschappij, in 1811 —1812, 1813—1815; — Uittreksels uit de Berichten in 1817—1820; — Verhandd. van E. G. W. Cohen, 1817 ; van H. N. Kemp, 1818 en E. W. J. Bagelaar, 1817; — Prijsvragen, 1815— 1820; — Modellen-kabinet, 1815; — Tentoonstellingen van planten en gewassen, 1818 en 1820.
1506 Uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den landbouw in Nederl., ingesteld door de landbouw-commissie, benoemd bij K. B. van 18 Sept. 1886, no. 28, 4 deelen, 1890.
1507 Over de uitkomsten van het onderzoek nnar den toestand van den landbouw in Nederland door eenen onderpachter, (eene bijdrage tot Lumbav\'s verval), overgedrukt uit de Grensbode, van 11 en 15 April 1891.
1508 Verzameling van adviezen door de landbouw-commissie, ingesteld bij K. B. van 18 Sept. 1886, no. 28, aan de Regeering uitgebracht, voorzoover deze in de verschillende nummers van de Staatscourant zijn gepubliceerd, 1891.
1509 J. Br. Westerdijk. Coöperatie op het gebied van den landbouw c.a.; Appingedam, 1891.
1510 P. B. Löhnis. Landbouw en regeering; geschiedkundig overzicht van de maatregelen in den loop dezer eeuw in Nederland genomen, ten behoeve van den landbouw.
1511 Rapport omtrent de landbouw-statistiek, overgedrukt uit de mededeelingon der Holl. Maatsch. van landbouw, 1852, No. 4.
82
1512 Dr. W. C. Staring. Landbouw-statistiek.
1513 Mededeelingen en berichten van het hoofdbestuur en van de afdeelingen der Hollandsche maatschappij van landbouw, jaarg. 1858—1862, 1866, no. 1 en 1869 no. 1—3; Schiedam.
1514 Netlerlandsch Lnndbouw-comité. Mededeelingen en berichten, 1884 en volgende jaren.
1515 Verslag van den landbouw over het jaar 1808 en volg.
1516 H. C. van Hall. Landbouw in 1870. (Overdr, uit het tijdschr. ter bevord. van nijverheid, St. 7, Dl. XII.)
1517 Gr. Reinders. De stand der gewassen op de door zeewater overstroomde polders, 1877.
1518 Gr. Reinders. Beitrag zur kenntniss der Einwirkung des Heerwassers auf den Bodem ; Warfum, 1876.
1519 Jan Kops. Magazijn van Vaderlandschen Landbouw ; 6 deelen ; Haarlem, 1803—1814.
1520 Jan Kops. Verhand, bevattende een overzigt van den staat der voornaamste gewassen in Nederland geteeld en van de gesteldheid van het weder in de jaren 1806—1828 ; Utrecht, 1841 ; 2 stukjes.
1521 Ontwerp van een Landelijk Crcdiet-systema voor het Koningrijk der .Nederlanden, met adstructie.
1522 H. de Visser. Oogstverband en Landbouwcrediet; Groningen, 1893.
1523 Verslagen van het verhandelde op de Landhuishoudkundige congressen vanaf 1847.
1524 Programma\'s van verschillende Nederl. Landhuishoudk. congressen.
1525 Dr. R. Westerhotf. Tweetal Redevoeringen, uitgesproken bij de opening en bij de sluiting van het XXVe Ned. Landhuish. Congres te Winschoten; Groningen, 1860.
1526 N. B. Boschdijk. Adressen met Bijlagen ter bevordering eener verpligtende afkoopbaarstelling der Tienden in Nederland ; Amsterdam, 1859.
1527 Mr. G. A. de Meester. Bedenkingen tegen het voornemen om de heidevelden door de overbevolking te doen ontginnen; Arnhem, 1847.
1528 H. Dijkema. Antwoord op de prijsvraag over het verbouwen van vlas, bekroond 30 Mei 1839; Groningen.
1529 R. J. van dor Ley. Antwoord op de prijsvraag : hoedanig moet de mesthoop ingericht zijn? enz bekroond 26 Mei 1842; Gron.. 1842.
1530 Stukken betreffende het nieuwe werktuig om boter te karnen, uitgevonden door P. K. Kuipers te Ten Boer; Gron., (Mei en Junij) 1834.
1531 H. C. van Hall. Neérlandsch l\'lantenschat of Landhuishoudkundige Flora enz., met 288 afbeeldingen; Leeuwarden, 1855.
1532 Bulletin du congrês international de botanique et d\' horticulture réuni a Amsterdam les 7, 8, 10 et 11 Avril 1865; Rotterdam, 1866.
1533 H. Ponse. Leerboek over den [Nederl.] Landbouw, in Zamen-
83
spraken; uitgeg. op last van den Min. van Binnenl. Zaken, ingevolge het Staatsbesl. van 4 van /oincrmaand 1806, no. 5; I stukje, 2e dr.; Leiden, 1827; II en III aldaar, 1810.
1534 E. C. Enklaar. Handboek voor den landbouw; Nijmegen, 1855.
1535 E. C. Enklaar. quot;Wat de landjeugd behoeft; een boek ten dienste van den dorpsschoolonderwijzer en den landbouwer, met een voorbericht van prof. C. A. J. A. Oudemans; Amst., 1866.
1536 Dr. W. C. H. Staring. Huisboek voor den landman ia Nederland; Haarlem, 1960—1861.
1537 Dr. W. C. H. Staring. Zakhjst van Nederlandsche landbouw-planten en dieren; Haarlem, 1861.
1538 Dr. W. C. H. Staring\'s Almanak voor den Landman 1860 ; Zwolle, 1960. (Bodem statistiek van Nederland, bl. 52 en volg.)
1539 Verslagen der commissie, belast met het afnemen van het eindexamen der afdeeling B van de Rijkslandbouwschool, vanaf 1888 en volg. jaren.
1540 Program mas van het onderwijs aan de Eijkslandbouwschool te Wageningen. 1884—1885 en volg.
1541 M. D. van Otterloo en J. H. Veenendaal. Landhuishoudelijk Rekenboek voor de Lagere scholen ten platten lande, bekroond en uitgegeven door de Afd. Nijmegen der Greldersche Maatsch. v. Landbouw; 3 stukjes; Nijmegen, 1851.
1542 E. C. Euklaar. Landhuishoudelijk Leesboek, bekroond als-voren ; 3 stukjes; Nijmegen, 1854.
1543 De natuurkundige grondslagen van den landbouw; openbare voordrachten voor landbouwers vanwege Z. M. den Koning, in den winter van 1853—1654 ; Schoonhoven 1858.
1544 U. Gr. Schilthuis Jz. De verhouding van den landbouw tot den bodem en de bevolking. De toestand van de landbouwende klasse in Nederland en de verbeteringen daarin mogelijk en wenschelijk ; Haarlem, 1853.
1545 J. Wttewaall. Kort verslag aan den Jlinister van Binnen-landsche Zaken van het onderzoek in betrekking tot de schadelijke insekten, over 1860.
1546 Verbetering van het paardenras in het Koningrijk der Nederlanden; Nijmegen; 1861.
1547 Exposition universelle d\'horticulture, au printemps de l\'an 1865, dans le palais de Findustrie, a Amsterdam.
1548 I. J. Ellerbroek. Die Hollandische Rindviehzucht und Milch-wirthschaft, u. s. w.; 2 Aufl. Br;iunschw., 1866.
1549 Dr. L. AH Cohen. Een woord over den in Arkadië in 1859 nieuw ontdekten den „Aries Reginae Araaliaequot;, zijne bijzondere eigenschap en de pogingen om hem ten onzent inheemsch te maken, 1861.
1550 Beraadslaging in de Tweede kamer in I860, betreffende de conclusie van het verslag der Commissie omtrent de stukken en mededeelingen betreffende de regeling van de Gouverne-ments-suikercultuur op Java en de dading met den heer Van Vloten ter beeindiging van procedures nopens de onderneming Pangka in het bijzondere, 1860.
84
1551 Supplement-reglement en programma der in 1865 te Amsterdam gehoudene algemeene tentoonstelling van voortbrengselen van tuinbouw.
1552 R. W Boer. Bijdragen tot de kennis van den houtteelt, (1857) 2 deelen.
1553 R. \\V. Boer. Praktische handleiding voor den houtteelt, (1862).
1554 H. J. Doude van Troostwijk. De landbouw als tak van Staatszorg.
1555 Werkzaamheden van onderscheidene geconstitueerde machten in hot Koninkrijk Holland tot nut van den landbouw.
1556 Mr. M. H. Hartos. De paardenfokkerij als tak van staatszorg, 1843, 2 stuks.
1557 Verslaeren van de landbouwkolonie .Nederlandsch Metravquot;, vanaf 1852.
1558 Reglement der landbouwkolonie „Metray.quot;
1559 J. P. Adelink. 2 overdrukken uit het jaarboekje „Ned. Metray.quot;
1560 J. P. Adelink. Zonnige dagen op „Nederl. Metray.quot;
1561 J. P. Adelink. Eene belangrijke datum in de geschiedenis van Metray.
1562 Verzameling van verslagen betrekking hebbende op het landbouwonderwijs, de vanwege hot Rijk gesubsidieerde proefvelden, de Rijkslandbouw-proefstations, hot veeartsenijkundig onderwijs en de paardenfokkerij als tak van staatszorg, 1891—1893 en volg. jaren.
1563 Instructie voor Rijkslandbouwleeraren; \'s Gravenhage, 1895.
Ziekten van het Vee.
1564 Stukken over veeartsenijkundige zaken; 1802, 1819 enz.
1565 Verslag van de bevindingen en handelingen van het veeartsenijkundig staatstoozigt in 1871 enz. ; \'s Gravenhage 1872 en volg.
1566 De keuring van vee en vleesch in Nederland. Rapport uitgebracht door het Hoofdbestuur van de Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland, inhoudende de resultaten van het onderzoek naar den toestand der keuring van vee en vleesch hier te lande ; Utrecht, 1894.
1567 Dr. A. Numan. Over den nadeeligen invloed van den zieken veestaat op den landbouw ; Zwolle, 1847.
1568 Dr. A. Numan. Veeartsenijkundig magazijn ; 3e deel; Gron., 1837; 4e deel, Gron., 1844, (Hierin Numan\'s Verhandelingen, Verslagen enz. over de Longziekte van het Rundvee.)
1569 Dr. A. Numan. Adres aan het Vijfde Landhuishoudk. Congres betreffende de Longziekte; Leiden, 1850.
1570 Dr. A. Numan. Handboek der genees- en verloskunde van het vee, 4e druk; Gron., 1844.
1571 Dr. A. Numan. Aanwijzing ter genezing van de schurft der schapen en ander vee; Utrecht, 1847.
1572 Dr. A. Numan. Over de inenting van het mondzeer er. klauw-ziekte aan runderen en schapen ; Utrecht, 1842.
1573 J. van Hertum. Verhandelingen over de besmettelijke Longziekte van het Rundvee enz.; Zierikzee, 1839.
1574 Hetzelfde werk, 2e druk; Zierikzee, 1842.
1575 J. van Hertum. Een woord over de Oorzaken van het voort-
85
durend heerschen der besmettelijke Longziekte onder het Rundvee, enz. (In vriend van den Landman, IX (1845), no. 4.)
1576 Mededeelingen omtrent gedane proeven van inëntiug der Longziekte op runderen in de pruv. Friesland, benevens geschiedk. aanteek. nopens het ontstaan enz. der ziekte in dat gewest, van 1852 ; Leeuwarden, 1853.
1577 Tweede Verslag van de Commissie ter opsporing der middelen tot geuezing der Longziekte onder het rundvee in de prov. Friesland enz.; Leeuw., 1854.
1578 Derde verzameling van verslagen, betreffende gedane proeven van inenting dor besmettelijke longziekte op runderen in de provincie Friesland ; Leeuw., 1855.
1579 Vierde verslag van do uitkomsten der iu de prov. Friesland verrigte inentingen tegen de Longziekte onder het rundvee (uitgegeven op last der Staten dier prov.); Leeuwarden, 1858.
1580 Derde Verslag der proefnemingen met de inenting als voorbehoedmiddel tegen de Longziekte van liet rundvee; \'s Graven-hage, 1855.
1581 Instruetie voor de agenten en correspondenten der Nederl. Maatschappij van Vee-Verzekering (28 Dee. 1835).
1582 Reglement ter onderlinge verzekering van rundvee tegen de verliezen door Longziekte en brand veroorzaakt, in de provincie Groningen ; 1840.
1583 Rapports et Documents officicls relatifs a 1\' Inoculation de la Pleuropnoumonie exsudative d\' après Ie procédé de M. Ie Doc-teurs Willems; 6e Rapport de la Commission iustituée pres du Ministère de 1\' Intérieur; Bruxelles, 1860.
1584 Chr. S. Fuchs. Der Kampf mit der Luugenseuche des Rind-viehes, eet.; Leipzig, 1861.
1585 Reglement der Ned. Maatsch. van Vee-Verzekering, gevestigd te Middelburg.
1586 Dr. L. Ali Cohen. Vergiftiging van paarden door met kryptoga-men verontreinigd voeder; 1862. (Afdruk uit het Ned. ïijds. van Geneesk. 1862.)
1587 F. Nühsen. Verhandelingen over den kolder der paarden, met een voorrede van Dr. A. Nuinan ; Breda, 1841.
1588 Instructie ter regelmatige waarneming van den vétérinairen dienst bij het leger, in tijd van vrede.
1589 Dr. 1. iJ. Ileije. Veepest bedwang, een woord in \'t bijzonder ook gericht tot gemeentebesturen.
1590 Mr. J. W. Staats Evers. Hoe werd in de vorige eeuw de veepest in ons vaderland bestreden? 1867.
1591 Het Nederl. Rundvee-stamboek; 1875 en volg.
1592 Idem (Duitsche vertaling).
XV\'. Fabrieks- en andere Nijverheid.
1593 Rapport der Hoofd-Commissie ter beoordeeling der voorwerpen van Nationale nijverheid, tentoongesteld te Geut, in de maand Augustus 1820, aan Z. Exc. den Minister voor het Publieke Ouderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën ; \'s Gravenh., 1820.
1594 Catalogus, aanwijzende de namen en woonplaatsen van de
86
Fabrikanten van het Koningrijk, met een korte opgave der voortbrengselen hunner nijverheid; opgesteld door de Kommissie, belast met de directie der Algemeene tentoonstelling, te Gent den 1 Augustus 1820; Gent, 1820.
1595 S. Laman Trip. Beschouwingen over het toezicht op inrichtingen van Nijverheid ; 1808.
1596 F. Faber Beukema. Wet op het stoomwezen ; 1892.
1597 Tlapport de la Commission supérieure sur les produits de 1\' industrie nationale exposés a Harlem, dans les mois de Juillet et Aoüt 1825 ; La Haye, 1825.
1598 Voorloopig verslag van de Connnissie, belast met de regeling en leiding van de uit Nederland naar de Londensche Tentoonstelling gezonden voorwerpen; Haarlem, 15 Julij 1851.
1599 Catalogus der voorwerpen ingezonden op de Tentoonstelling van voortbrengselen der nationale nijverheid van Nederland en zijn Overzeesche Bezittingen, te Arnhem, in 1852 ; Arnhem, 1852.
1600 Staat van de Nederlandsche Fabrieken volgens de verslagen der Gemeenten, die aan het Ministerie van Binnenl. Zaken worden gezonden ; uitgegeven door de Nederl. Maats. t. Bev. v. Nijverheid; Haarlem, 1859. (2 ex.)
1601 Statistiek van het Stoomwezen in Nederland op 1 Januari 1880—1881 en 1883.
1602 Administratie over do Nationale Nijverheid : Catalogus der Modellen over Bouw- en Werktuigkunde, voorhanden in de Rijksverzameling te \'s Gravenhage; \'s Gravenhage, 1835.
1603 Catalogus der Werktuigen en Gereedschappen van \'s Rijks kabinet van Landbouw te Utrecht; \'sGravenhage, 1840.
1604 Vervolg en Tweede vervolg van den Catalogus der Werktuigen en Gereedschappen van \'s rijks kabinet van Landbouw te Utrecht; \'s Gravenhage, 1844 en 1846.
1605 Catalogue des instruments et machines a 1\' usage del\'agriculture, réunis au cabinet de 1\' état de 1\' agriculture a Utrecht; La Haye, 1846.
1606 Seconde suite du Catalogue des instruments et machines a 1\'usage de 1\' agriculture, réunis au cabinet a Utrecht; La Haye, 1847.
1607 Catalogus der voortbrengselen van de Nationale Nijverheid, toegelaten ter 3de alg. Tentoonstelling te Brussel, in de maand Julij 1830; Brussel, 1830.
1608 Stukken betreffende de nijverheids-tentoonstellingen te Londen 1851 en te Parijs 1855.
1609 Stukken betreffende do Algemeene Nationale Tentoonstelling van Nijverheid in 1861, te Haarlem te houden.
1610 D. Cordes. Redevoering bij gelegenheid van do uitreiking der bekroningen aan de Nederlandsche inzenders op de Internationale-, Koloniale- en Uitvoerhandel-tentoonstelling; Amsterdam, 1883.
1611 Stukken betreffende de Internationale Tentoonstelling van voortbrengselen van Nijverheid en Kunst te Londen, in 1862.
1612 M. H. de Graaft\'. Landbouw, Fabrijkwezen en Koophandel iu Nederland; Leeuwarden (1846); 2e druk.
87
1613 A. F. C. Hupkens van der Eist. De Nederlaudsche mijnwet, 1888.
1614 Verslagen van do Inspecteurs van den arbeid in het koninkrijk der Nederlanden, over 1890, le jaargang (uitgegeven vanwege het Departement van Justitie) en volg. jaren.
1615 Euquote gehouden door de staatscommissie benoemd krachtens de wet van J!) Januari 1890, Stbl. uo. I, 2e afdceling Twente, 3e afdeeling Leiden.
1616 Enquête door de staatscommissie, benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. no. 1), betreffende onderscheidene takken van bedrijf in de eerste arbeidsinspectie, (vervolg.)
1617 Verslag der Ie afdeeling der commissie, ingesteld bij K. B. van 29 Sept. 1892, uo. 50, over het onderzoek aangaande onder-cheideue takken van bedrijf.
1618 Eindverslag dor commissie ingesteld bij K. 13. vau 29 September 1892, uo. 50, aangaande de werkzaamheden der staatscommissie, bedoeld bij do wet van 19 Januari 1890 (Stbl. uo. 1), zooals die gewijzigd is bij de wot van 28 December 1891 (Stbl. uo. 243), tevens behelzende de voorstellen tot het doen waarvan het door die staatscommissie gehouden onderzoek aanleiding heeft gegeven.
1619 Verslag omtrent het onderzoek, ingesteld door de derde afdeeling der staatscommissie vau arbeidseuquète, benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. uo. 1).
1620 Verslag vau de eerste afdeeling der staatscommissie van arbeidseuquète, aangaande onderscheidene takken vau bedrijf, gehouden te \'s Gravenhage van 13 Januari tot en met 19 Maart 1892.
1621 Verslag vau de tweede afdeeling der staatscommissie van arbeidseuquète.
1622 Enquête door de staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. no. 1), 3e afdeeling, bedrijven in onderscheidene gemeenten der derde arbeidsinspectie, 1892.
1623 Enquête enz. (zie 1622) (2e afdeeling), veouderijeu, 1891.
1624 Enquête enz. (zie 1622), 2e afdeeling; Groningen, 1891.
1625 Enquête enz. (zie 1622) (tweede afdeeling); Groningen, Veen-kolonien, 1890.
1626 Enquête enz. (zie 1622) (tweede afdeeling); Friesland, 1892.
1627 Enquête euz. (zie 1022) 2e afdeeling); Zwolle, Deventer, Kampen, 1892.
1628 Verslag vau de enquête, aangaande ouderscheideue takken van bedrijf in de eerste arbeidsinspectie, gehouden te Nijmegen, door de 1ste afdeeling der staatscommissie van arbeids-enquête, 1891.
1629 Enquête euz. (zie 1622) (derde afdeeling); Leiden, 1890.
1630 Enquête enz. (zie 1622) (eerste afdeeling), openbare middelen van vervoer A spoorwegen, \'s Gravenhage.
1631 Enquête euz (zie 1622) eerste afd. openbare middelen van vervoer B spoorwegen (vervolg) stoom- en paarden-tram-wegen.
1632 Enquête enz. (zie 1622) (eerste afdeeling). De maatschappe-
88
lijke toestanden der arbeiders in verband met zieken- begrafenis- en andere verzekerings- en onderstandsfóndsen, niet aan eenige onderneming of inrichting van nijverheid verbonden. (Deel I, II, III), \'s Gravenhage.
1633 Enquête enz. (zie 1622) (3e afdeeling). Los- eu laad werk bij zeeschepen te Rotterdam eu Amsterdam.
1634 Enquête enz. (zie 1622), (3e afdeeling), Amsterdam.
1635 Enquête enz. (zie 1622), (3e afdeeling), Haarlem.
1636 Enquête enz. (zie 1622), 3e afdeeling), de Zaankant.
1637 E. H. von Baumhauer. Voorlezingen over de Nederlandsche nijverheid en de middelen om haar te ontwikkelen ; Haarlem, 1856.
1638 H. J. Koenen. Yoorlezingen over de geschiedenis der Nijverheid in Nederland ; Haarlem, 1856.
1639 Stuk betreffende het Kon. besluit van 12 Mei 1823, no. 105, waarbij aan W. F. üorn Seiffor [Seiffen?] de som van f 9000 is vereerd wegens zijn uitvinding van een molen met horizontale wieken.
1640 J. Vegelin van Claerbergen. Vertoog over de Veengraverijen ; Leeuwarden, 1766; benevens Verzameling van drie diverse stukken over het recht van vergraving der laage veenlanden, enz. Met 1 kaart; Leeuwarden, 1766.
1641 H. L. Stemfoort. Handboek voor veengraverij en landontgin-ning in de hooge veenon; Assen, 1847.
1642 Gr. H. Venema. Over den Turfaccijns, de Veenderijen, de Statistiek der verveeningen zelve. (Afdruk uit het Staatk. en Staathuishoudk. Jaarboekje 1862.
1643 Handleiding tot de kennis dor Graan- eu Aardappelstokerijen, ten behoeve van Ambtenaren en Branders, door een hoofdambtenaar bij de administratie der accijnsen; Gro;i., 1858.
1644 Verslag omtrent de ïentoonstelling van Visschenjgereedschap, gehouden te Amsterdam in September en October 1861 ;\'s Gravenhage, 1862.
1645 Verslagen van de jaarlijksche algemeene vergaderingen van de vereeniging ter bevordering van de Nederlandsche visscherij, vanaf 1887 eu volg. jaren.
1646 Catalogus der inzeudingen uit Nederland naar de internationale ïentoonstelling van visscherij-voortbrengselen, gereedschappen, enz. te Bergen in Noorwegen, Aug. 1865 ; liotterd., 1865.
1647 R. ï. Mees. Staatstoezicht op de fabrieksnijverheid in het belang der openbare rust, veiligheid eu gezondheid ; Leiden, 1881.
1648 S. Gratama Jzn. De verantwoordelijkheid der herbergiers en logementhouders in artt. 1746 en 1747 en 1748 B. W.; Zwolle, 1885.
1649 Jhr. Rochussen. Nijverheid en overheid. Proeve van onderzoek op het gebied van bestuursrechtspraak ; \'s Gravenhage, 1887.
1650 Dr. L. Ali Ooheu. Algemeene gezondheid en tabrieknijverheid ; Groningen, 1860.
1651 A. v. d. Goes. Handels- en Fabrieksmerken; Leidon, 1886.
89
1652 A. W. P. Sanger. De artt. 12 en 17 der fabriekswet; Groningen, 18gt;2.
1653 C. A. Elias. Het leerlingeont ract; Amsterdam, 1891.
1654 H. P. van Heukelom. Arbeidsraden; Amsterdam, 1892.
1655 M. P. Gr. Kappeyne van de Copello Jz. Overzicht van de geschiedenis en jurisprudentie der Nederlandsche wetgeving op de Handels- en Fabrieksmerken ; \'s Grravenhage, 1886.
1656 Dr. Sr. Coronel. Prospectus en inhoud van een werk getiteld : De gezondheidsleer, toegepast op de fabrieksnijverheid; Haarlem, 1861.
1657 De belangen van groothandel en nijverheid, getoetst door een Amsterdammer; Amsterdam, 1858.
B. Jaarboeken en Dergelijke.
1658 Bericht wegens do gesteltenis der hooge vergaderingen en col-legiën, in \'s Gravenhage, met de benaamingen der leden, daar in sessi hebbende, enz. Voor de jaren 1771 en 1778; 2 stuks.
1659 Naamregister der heeren militaire officieren .... over de troupen der Yereenigde provintiën, enz. Voor den jaare 1779 ; Leijden.
1660 Naamboekje van WEd. Heeren der Hooge Indiesche Regeeringe gequalificeerde Persoonen, enz. op Batavia, enz. Alsmeede alle de Gouverneurs-Generaal zedert het jaar 1610, enz.; Amst., 1795.
1661 Koninklijke almanakken over de jaren 1807 en 1808 ; Den Haag en Amsterdam.
1662 Almanach imperial, pour les années 1810 et 1811 ; Paris.
1663 Almanach du Commerce du Koyaume des Pays-Bas, et des principales villes du monde, pour 1826 ; 2 torn., Bruxelles.
1664 Staatsalmanakkeu over de jaren 1815 tot en met 1829 ;\'s Grav. en Amst.
1665 Staatsalmanak voor het Koningrijk der Nederlanden, 1860.
1666 Idem; 1861 en volg. Met magtiging van de Regering uit offic. opgaven zamengesteld.
1667 Residentie- en stadsalmanak voor het jaar 1859 ;\'s Gravenhage, 1859.
1668 Jaarboekjes over 1827 tot en met over 1838; uitgegeven op last van Z. M. den Koning ; \'s Gravenhage, 1827—1837.
1669 Statistisch Jaarboek voor het Koningrijk der Nederlanden, uitgegeven door het Departement van Binnenlaudsche Zaken; \'s Gravenhage, 1851 en volg.
1670 Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje voor 1849 en voig.
1671 Jaarboekje voor het Lager- en Middelbaar Onderwijs in Nederland voor 1858 en voor 1859 ; Nijmegen, 1858 en 1859.
1672 Mr. P. F. Timmers Verhoeven. Handboek voor alle standen, bevattende aanwijzing van alle de in het Rijk bestaande m;nis-teriën, regerings-departementen, hoogere en lagere regtbanken, raden, commissariaten, coliegien, lands- en provinciale besturen, enz.; Dordrecht, 1840.
1673 J. H. Swildens. Naamregister van de Onderwijzers in het
90
Koningrijk der Nederlanden enz., met aanteek. enz. 1; Amsterdam, 1861.
1674 Jaarboekje van de Societeit tot aanmoediging der verbetering van het Paardenras in het Koningrijk der Nederlanden over 1845—1850; 6 jaargg.; Haarlem.
1675 Jaarboek der Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, voor 1856—1862; 6 stukken.
1676 Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak, van 1833 en volg.
III.
Provincie en Stad Groningen.
A. PROVINCIE GRONINGEN IN HET ALGEMEEN, EN DE GEMEENTEN, BEHALVE DE STAD GRONINGEN.
1. Geschiedenis {meer in het algemeen).
1677 Ommelander, Provinciale Groninger en Groninger couranten over de jaren 1796 tot en met 1802, 1814 en 1815, in 5 banden.
1678 Staatkundig dagblad van het Departement van de Wester Eems en advertentiebladen van Groningen over de jaren 1812, 1813 en 1814, in 4 banden.
1679 A. J. de Sitter. Voorloopig register van charters, privilegiën, placaten enz. Stad en Lande betreffende, loopende tot het jaar 1594; Groningen, 1789.
1680 Register van hooge en lage ambtenaren, vanaf 1594—1784.
1681 Mr. J. E. Heeres. Stad en lande, tijdens het erfstadhouderschap van Willem IV.
1682 Opkomsten en pachten van de gerechte van Sol word.
1683 E. P. Smit. Instructie voor de Reekencaiuer der Provincie van Stad Groningen en Ommelanden.
1684 Mr. J. A. Feith. Het gericht van Selwerd, bijdrage tot de Vader-landschc rechtsgeschiedenis; Groningen, 188.5.
1685 Mr. H. O. Feith. Nobiliarium Groninganum van Wilhelm Coenders van Helpen, uitgegeven en met eeuige aanteekeningen voorzien ; \'s Gravenhage, 1886.
1686 Mr. J. E. Heeres. Iets naar aanleiding van contracten van correspondentie.
1687 Ubbo Emmius. Twee werken in 1 band; als; Rerum Frisica-rum historiae decas la; Arnhemii, 1605; — de Agro Frisiae eet., Groningse Frisiorum, 1605; — benevens Series Consvlvm enrunq. qui ante eos consvlari potestate fvere in civitate Gro-ningana, ab ao. 1260 ad praesens hoe tempus digesta; eet.; Groning., 1605.
1688 Ubbonis Emmii. De agro Frisiae inter Amasum et Laurica fl. deque urbe Groningae eet. ; Groningae, 1646.
1G89 Een band, waarin :
lo. Sententie van Borgemeesteren en Raedt In Groningen,
91
Tegens Sebo Hvninga Wt de Beerta ia den Oldambte. Tot Groningen Godruckt by Hans Sas, s. a. (De sententie is van 22 November 1639.)
2o. Proevratie Ende daer op gevolgde Reraonstrantien ende
Protest Enz. (Als lo op de volgende bladz.) 8o. Bewys vande Vryheyt ende Independence Der Vrije Old-
ampten Enz. (Als 2o op de volgende bladz.) 4o. Extract Wt het eerste Capittel vanden Eysch van de Heeren van de Ommelanden, ende van de Antwoorde van de Heeren van de Stadt Groeninghen, enz. S. 1. et a.
1690 Anteikeningen over het Ommelander Landregt, mitsgaders over D\'instructie van Lieutenant en Hoofdmannen.
1691 Annotation, specterende de Groninger Landregten, 2 deelen.
1692 Een band, waarin :
lo. Proevratie Ende daer op gevolgde Remonstrantien ende Protest, By d\' Oud-Ampten .... aen hare Hoog-mog: ende derzelver gedelegeerde Rechters respectivelick overgegeven, neffens eenige Omlander Resolution ende Acten. Get. Gedruckt in \'s Graven-Hage 1640.
2o. Bewys Yande vrijheyt ende independence Der Vrye Oldampten. Cet. Rotterdam 1640.
1693 Extract van eenige articulen soo uit het Stadts-boeck; Als Oldamster, Ommelauder, ende Gorechter Lantrechten ; benevens de ordonnantiën van d vnjwillighe vercopinghen Collaterale succession als anders.
1694 H. Alting. Narratio historica de ortu, vitae curriculo, rebus gestis, et morte . . . Abeli Conders ab Helpen, Domini in Eusum : cet.; Groniug., 1629. (Met bijlagen enz.)
1695 H. Alting. Levensbeschrijving van Jhr. Abel Koenders; geslachtslijst der Koenders. Leevensbericht van Jhr. Erederik Koenders enz. enz.; Groningen, 1775.
1696 Landt-recht des gerichts van Selwerdt, begrijpende de Oudeen Nieuwe Landrecten ende Constumen van voorschreven Gerichte, soo als deselve op \'t nieu zijn gerevideert, gearresteert ende gepubliceert; Groningen, 1673.
1697 S. A. v. Idsinga. Bedenkingen over de lezingen, het verstand en den zin van het Selwerder Landrecht.
1698 Vertoog behelzende eenige bedenkingen, over den oorsprong en oorzaak der Groninger wet nopens de verdeeling der ouderlijke nalatenschap tusschen zoons en dochters, van T. van Zwane-veld, met bijvoeging van een vertoog over het Ommelander Landrecht van Mr. E. Ippius.
1699 Regering van Stad en Lande, beginnende van 1594, le deel; 2e deel beginnende 1750.
1700 Conditiën en register van eenige der Provinciale Landerijen, welke verkocht staan te worden in het Provinciehuis binnen Groningen op den 27 Januari en 3 Februari 1784.
1701 H. H. Brucherus. Geschiedenis van de opkomst en de vestiging der Kerkhervorming in de provincie Groningen. 1821.
1702 Repertorium Synodate. Groningo Omlandicum.
90
Koningrjjk der Nederlanden enz., met aanteek. enz. 1; Amsterdam, 1861.
1674 Jaarboekje van de Societeit tot aanmoediging der verbetering van het Paardenras in het Koningrijk der Nederlanden over 1845—1850; 6 jaargg.; Haarlem.
1675 Jaarboek der Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, voor 1856—1862; 6 stukken.
1676 Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak, van 1833 en volg.
III.
Provincie en Stad Groningen.
A. PROVINCIE GRONINGEN IN HET ALGEMEEN, EN DE GEMEENTEN, BEHALVE DE STAD GRONINGEN.
1. Geschiedenis {meer in het algemeen).
1677 Ommelander, Provinciale Groninger en Groninger couranten over de jaren 1796 tot en met 1802, 1814 en 1815, in 5 banden.
1678 Staatkundig dagblad van het Departement van de Wester Eems en advertentiebladen van Groningen over de jaren 1812, 1813 en 1814, in 4 banden.
1679 A. J. de Sitter. Voorloopig register van charters, privilegiën, placaten enz. Stad en Lande betreffende, loopende tot het jaar 1594; Groningen, 1789.
1680 Register van hooge en lage ambtenaren, vanaf 1594—1784.
1681 Mr. J. E. Heeres. Stad en lande, tijdens het erfstadhouder-schap van Willem IV.
1682 Opkomsten en pachten van de gerechte van Selwerd.
1683 E. P. Smit. Instructie voor de Reekencamer der Provincie van Stad Groningen en Ommelanden.
1684 Mr. J. A. Eeith. Het gericht van Selwerd, bijdrage tot de Vader-landsche rechtsgeschiedenis; Groningen, 188.3.
1685 Mr. H. O. Eeith. Nobiliarium Groninganum van Wilhelm Coenders van Helpen, uitgegeven en met eeuige aanteekeningen voorzien; \'s Graveuhage, 1886.
1686 Mr. J. E. Heeres. Iets naar aanleiding van contracten van correspondentie.
1687 Ubbo Emmius. Twee werken in 1 band; als: Rerum Erisica-rum historiae decas la; Arnhemii, 1605; — de Agro Erisiae eet., Groningse Erisiorum, 1605; — benevens Series Consvlvm eorunq. qui ante eos consvlari potestate fvere in civitate Gro-ningana, ab ao. 1260 ad praesens hoe tempus digesta; eet.; Groning., 1605.
1688 Ubbonis Emmii. De agro Erisiae inter Amasum et Laurica fi. deque urbe Groningae eet.; Groningae, 1646.
1689 Een band, waarin :
lo. Sententie van Borgemeesteren en Raedt In Groningen,
91
Tekens Sebo Hvninga Wt de Beerta in den Oldambte.
O O
Tot Groningen Gedruckt by Hans Sas, s. a. (De sententie is van 22 November 1639.)
2o. Proevratie Endc daer op gevolgde Reraonstrantien ende
Protest Enz. (Als lo op de volgende bladz.) 3o. Bewys vande Vryheyt ende Independentie Der Vrije Old-
ampten Enz. (Als 2o op de volgende bladz.) 4o. Extract Wt hot eerste Capittel vanden Eysch van de Heeren van de Ommelanden, ende van de Antwoorde van de Heeren van de Stadt Groeninghen, enz. S. 1. et a.
1690 Anteikeningen over het Ommelander Landregt, mitsgaders over D\'instructie van Lieutenant en Hoofdmannen.
1691 Annotation, specterende de Groninger Landregten, 2 deelen.
1692 Een band, waarin :
lo. Proevratie Ende daer op gevolgde Remonstrantien ende Protest, By d\' Oud-Ampten .... aen hare Hoog-mog: ende derzelver gedelegeerde Rechters respectivelick overgegeven, neffens eenige Omlacder Resolution ende Acten. Get. Gedruckt in \'s Graven-Hage 1640.
2o. Bewys Vande vryheyt ende independentie Der Vrye Oldampten. Cet. Rotterdam 1640.
1693 Extract van eenige articulen soo uit het Stadts-boeck; Als Oldamster, Ommelander, ende Gorechter Lantrechten ; benevens de ordonnantiën van d vrijwillighe vercopinghen Collaterale succession ais anders.
1694 H. Alting. Narratio historica de ortu, vitae curriculo, rebus gestis, et morte . . . Abeli Conders ab Helpen, Domini in Ensum: cet.; Groning., 1629. (Met bijlagen enz.)
1695 H. Alting. Levensbeschrijving van Jhr. Abel Koenders; geslachtslijst der Koenders. Leevensberieht van Jhr. Frederik Koenders enz. enz.; Groningen, 1775.
1696 Landt-recht des gerichts van Selwerdt, begrijpende de Oudeen Nieuwe Landrecten ende Constumen van voorschreven Gerichte, soo als deselve op \'t nieu zijn gerevideert, gearresteert ende gepubliceert; Groningen, 1673.
1697 S. A. v. Idsinga. Bedenkingen over de lezingen, het verstand en den zin van hec Selwerder Landrecht.
169S Vertoog behelzende eenige bedenkingen, over den oorsprong en oorzaak der Groninger wet nopens de verdeeling der ouderlijke nalatenschap tusschen zoons en dochters, van T. van Zwane-veld, met bijvoeging van eeu vertoog over het Ommelander Landrecht van Mr. E. Ippius.
1699 Regering van Stad en Lande, beginnende van 1594, le deel; 2e deel beginnende 1750.
1700 Conditiën en register van eenige der Provinciale Landerijen, welke verkocht staan te worden in het Provinciehuis binnen Groningen op den 27 Januari en 3 Februari 1784.
1701 H. H. Brncherus. Geschiedenis van de opkomst en de vestiging der Kerkhervorming in de provincie Groningen, 1821.
1702 Repertorium Synodate. Groningo Omlandicum.
92
1703 Mr. H. O. Feith en Mr. J. S. G. Koning. Selwerder Landrecht van Karel van Gelre, van Louwmaand 1529, met aan-teekeningen en een geschiedkundig overzicht van Selwerd en diens rechten, alsmede Landrecht des Oldenampter met aan-teekeningen.
1704 Dr. N. Westendorp. Bijzonderheden uit de geschiedenis der Hervorming in de provincie Groningen, 1832.
1705 Aanwijzingen van de grootte der Twaalf Schepperijen, onder Winsumer en Schaphalsterzijlvest.
1706 Landrecht van quot;Wedde Ende Westerwoldinge-Landt, 1677.
1707 R. Fruin. Geschiedenis van Westerwolde, 1886.
1708 Mr. J. A. Feith. Inventaris van het huisarchief van de Nien-oord, gedeponeerd in het oud archief te Groningen, 1890.
1709 H. H. Brucherus. Gedenkboek van Stad en Lande; Groningen, 1792.
1710 Placcaat Resolutie. Generale Ordonnantie. Mitsgaders ordre van Verpachtinge enz. betreft\', de generale middelen van Stadt Groningen ende Ommelanden; Gron., 1717. (Bijgebonden vroegere resol. enz. aangaande deze onderwerpen.) [2 Ex.]
1711 Reglement van zijne doorluchtigste hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassau enz. enz. enz. om te dienen tot een fundamenteele en onverbrekelijke wet, waar na alle zaken, zoo van politie als justitie, daar in vervat, voortaan in de stad Groningen en in de Ommelanden zullen worden beleid en behandeld, mitsgaders instructie voor de hooge justiüe-kamer in do Provincie van Stadt Groningen en Ommelanden ; Gron., 1761.
1712 M. ü. Teenstra. Krouijk of breedvoerige tijdrekenkundige tafel inzonderheid voor de prov. Groningou, Friesland en Drenthe waarin tevens voorkomt een chronologisch overzigt van de vaderl. geschiedenis met enuige bijlagen; 2 deelen; Uithuizen, 1859.
1713 Dr. G. I. G. Bagot. Verzameling van stukken ter verdeedi-ging zijner eer en onschuld vooral op het grievendate beleedigd door de Staaten van Stad Groningen en Ommelanden, 1789.
1714 Mr. R. K. Driessen. Monumenta Groningana veteris aevi inedita of verzameling van onuitgegevene oude charters en stukken betreffende de provincie Groningen, aanvang nemende met de vroegste tijden en eindigende met hot laatste van de 14de eeuw, bijeengebracht en met eenige aanmerkingen, 1824 ; in drie deelen.
1715 Prof. P. J. Blok, Mr. J. A. Feith, Mr. S. Gratama, Prof. J. Reitsma, Mr. C. P. C. Rutgers. Oorkondenboek van Groningen en Drenthe; Groningen, 1895.
1716 M. D. Teenstra. Chronologisch overzigt van gebeurtenissen die in ons vaderland en elders hebben plaats gehad en wel inzonderheid in de prov. Groningen, Friesland en Drenthe, van 1795—1845 met 2 bijlagen; 1862.
1717 Echt verhaal van de onlusten, voorgevallen in de Provintie Groningen sederd de verkiezing van zijn Doorluchte Hoogheid W. K. H. Frizo, Prinse van Oranje, enz., als Stadhouder van
93
de Unie, tot de vaststelling van het erf-stadhoudersschap aldaar; Amsteldam, 1748.
1718 E. Feith. Bijdrage tot de geschiedenis der omwenteling van 1795 in de provincie Groningen.
1719 W. Febens. Kronyk van Groningen en de Ommelanden, m. pl.; Groningen, 1743. (2 ex.)
1720 Beknopt kronijkje van Groningen en de Ommelanden enz.. 1727\'
1721 M. B. van Nidek. Kronijk van Groningen en Ommelanden, 1725.
1722 Oudheden en gestichten van Groningen en Groningerland enz., 1724.
1723 H. van Berkum. Kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta, 1856.
1724 Kronijk van do Friesche landen en den Staat van Groningen.
1725 Vervolg van die kronijk.
1726 Reglement op de administratie der kerken, pastorien enz., in de Ommelanden, 1773.
1727 Mr. G. R. Voormeulen van Boekeren. Hoe de voorgenomen stichting eener burgerlijke gemeente Stadskanaal kan worden verdedigd.
1728 Mr G. R. Voormeulen van Boekeren. Feestrede, ter viering van het honderdjarig bestaan der Koloniën ; Stadskanaal. 1865.
1729 Programma van do gecostumeerde optocht te houden bij gelegenheid van het eeuwfeest te Stadskanaal, 1865.
1730 P. Boelens Jr. Het 250-jarig bestaan van de gemeente Noorddijk.
1731 Verslag van de werkzaamheden der commissie in zake het monument te Heiligorlee, 1869.
1732 Mr. H. O. Feith. Redevoering over onderscheidene takken van nijverheid, wat de provincie en stad Groningen betreft.
1733 P. Abresch. Leerrede op den bijzonderen dank- en bededag in de stad Groningen en do Ommelanden, 1780.
1734 J. Sannes. De opkomst van Veendam. Een drietal voorlezingen gehouden voor het aldaar gevestigde zeemansgenootschap en met eenige aanteekeningen vermeerderd, 1830.
1734« Gedenkboek ter herinnering aan het vijfentwintig-jarig bestaan der Rijks Hoogere Burgerschool te Warfum.
1735 Leerrede ter inwijding van de Nieuwe Kerk te Solwert, 1783.
1736 J. Nanninga Uitterdijk. Geschiedenis der voormalige Abdij der Bernardijnen te Aduard, 1870.
1737 Leerreden van waarde voor de geschiedenis, vooral van Groningen.
1738 Mr. J. J. Oremers. liet jachtrecht in de provincie Groningen, 1856.
1739 Conclusion bij Stadt ende Lande respective genomen, met die decision daarop gevallen ende uitgegeven bij d\'Hoch Mog. H.H. Staten-Generaal der Vereenichde Nederlanden, den 24 Juljj 1640.
1740 Clara ïeyvena van Sijtzama. Bellingeweerder uitspanningen, behelzende eenige geestelijke en mengelstoffen, in rijm, benevens eene voorrede en aanhangsel, betreffende het doorluchtigs te Huis van Oranje en Nassau etc., 1746.
1741 S. J. Rutgers. Beschrijving van Kolham met eene kaart der plaats, 1849.
94
1742 H. A. Benit. Redevoering over het 200-jarig bestaan der Kolonie Wildervank, 1850.
1743 S. Blaupot ten Cate. Voorlezing over de opkomst van de Yeenkoloniën, Hoogezand en Sappemeer, 1854.
1744 F. Koppius. De duizendjarige vestiging der christelijke godsdienst in Ham en Pransum.
1745 C. Adami. Naamlijst der predikanten in de Provincie van Stad Groningen en Ommelanden \'t sedert de Reductie, 1745.
1746 Mr. H. O. Peith. Kronijk van Eggerik Eggens Phebens, van 1565—1594, naar een handschrift uitgegeven.
1747 Een drietal van uitgebreide leerredenen op de verlossing en vrede betrekkelijk, 1749.
1748 H. Janssonius. Een vijftal van leerredenen, betrekking hebbende op de inwijding van de Veendammer kerk enz., 1772.
1749 J. Heeres. De Bellingerwolderschans en derzei ver oorsprong en lotgevallen.
1750 Reise durch Osnabrück und Niedermünster in das Vaterland, Ostfriesland und Groningen, 1800.
1751 Gedenkboek van Heiligerlee.
1752 Dr. AV. Zuidema. Kroniekje van Groningen uit de 16e eeuw.
1753 Rome en Ulrum of Piers en quot;VVoudsma als herders, in verband met tijdgeest en zeden.
1754 De blokkade van Delfzijl.
1755 Het leven van Menso Alting, door Ubbo Emmius, (1728).
1756 J. Suringa. Herinnering aan het bezoek van H.H. M.M. de Koningin en de Koningin-Regentes, gebracht aan stad en provincie Groningen, (1892).
1757 J. A. G. C. Trosée. Het verraad van George van Lalaing, Graaf van Rennenburg ; 1894.
1758 P. Penon. Rede ter herdenking van het honderdjarig bestaan van het Kerkgebouw der Hervormde gemeente te Wester- en Heiligerlee, uitgesproken 20 Mei 1877 en geschiedkundige aan-teekeningen.
1759 Korte Schets der Regeerings-form van Stadt en Lande; Groningen, 1777.
1760 Aanleiding tot de eerste beginselen der Groninger Regtskennis; 3de druk; Groningen, 1778. (In vragen en antwoorden, 506 bladz.)
1761 Informatie van en omtrent het proces van den Burgemeester VV. Siccama en Cons, in qlte, tegen H. L. Bonman en Cons, in qlte, over \'t uitzetten v. d. Dollartdjjk; 1785.
1762 H. L. Wichers. Verklaring van het tractaat van de reductie der stadt Groningen aan de Unie van Utrecht; 2 stukken; Groningen, 1794 en 1798.
1763 II. H. Brucherus Jr. Geschiedenis van de opkomst der Kerkhervorming in de prov. Groningen, tot aan het jaar 1594 ; gevolgd door de geschiedenis van de vestiging der kerkhervorming in dezelfde Prov., tot aan de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619; Groningen, 1821.
1764 H. Kremer. Beknopte aardrijks- en geschiedkundige beschrijving der provincie Groningen; 2de dr.; Gron., 1839.
95
1765 Mr. H. O. Feith. Verslag van de Commissie ter verzorging van de door den veenbrand, op den 11 en 12 Junij 1833, ongelukkig geworden ingezetenen van de Prov. Groningen, met een geschiedk. aanteekening; Groningen, 1835.
1766 Mr. H. O. Feith. Het Muntregt der Ommelanden; Groningen, 1857.
1767 Mr. H. O. Feith. Werken van den Ommelander edelman Johan Rengers van ten Post; deel I en II Kronijk; deel III „de standt en politie der Ommelandenquot;, en „Brieven van Ubbo EmmiusGroningen, 1852 en 1853.
1768 Liste des Maires et des adjoints de Maire dans le departement de l\'Ems Occidentale, 1812.
1769 Groninger Yolksalmanakken ; 15 Jaargangen ; Groningen, 1837 —1851. (Compleet.)
1770 Groningsche volksalmanak 1890 en volgende jaren.
1771 Groninger Jaarboekje I, 1862; II, 1863.
1772 A. Smith. Geschiedenis der Provincie Groningen van het begin onzer tijdrekening tot 1848.
1773 A. Winkler Prins. Beschouwingen uit de veenkoloniën, 1866.
1774 De oude staatsman in conferentie met zijn aanhang in \'t jaar 1785.
1775 M. G. de Boer. De woelingen in Stad en Lande in het midden der 17e eeuw, 1893.
1776 Kronijk van Groningen en Ommelanden; Eerste ged.; 1726.
1777 H. W. Wierda. Vijftig jaren 1835—1885 ; (1887.)
1778 G. Acker Stratingh, H. O. Feith en W. B. S. Boeles. Bijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde, inzonderheid voor de provincie Groningen. lOdl. Gron., 1863.
1779 Geschiedenis van Groningen en Ommelanden; 1 deel. Handschrift.
1780 Vervolg der geschiedenis van Groningen en Ommelanden. (Handschrift.)
1781 Decisie, Reglement en de Wett by de Hooch Mogende Heeren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden den 19 Aprilis Anno 1659, gearresteert, waarop voortaan onverbreekelyck de Regeringe van de Ommelanden tusschen Eems en de Louwers sal werden besteld, ende gereguleert, ende waarna sich yder Jonc-ker, Hovelingh, Eygen-Erfde, ende Volmacht in deselve Ommelanden praeciselyk sal hebben te reguleeren ende gedragen; 1659.
1782 Redger Egbert Dercksens. Remonstrantie aan de Edele Moo-gende Heeren, mijn Heeren de Gecommitteerde Raden der Ommmelanden tusschen de Eems en de Lauwers, overgegeven In Haer Ed. Moog. Vergaderinge, binnen Groningen, in het Ommelander Huys, op den Eersten Marty 1660.
1783 Accusatie ende conclusie overgegeven aen syn Furstlyke Door-luchticheydt den Heere Prins Wilhelm Friderich van Nassauw amp; c. Stadt-houder van Stadt en Lande, ende de H. Heeren Gedelegeerde Richteren van beijde Leden deser Provincie. Door d\' Advocaten Fiscael by welgemelde Provincie geconstitueert, op ende Tegens Den gewesenen Staet Generael Johan Schulen-borch, wegen desselfs verscheydene Crimes geduyrende syn
96
Ampt, ende tegrena de Provintie begaen; Groningen, 1662.
1784 Criminele proceduiren door het Hoog-Edel Gerichte van Oos-terdeel Langewold, in d\' Ommelanden tusschen d\' Eems en de Lauwers, tegens vierentwintig sodomiten uitgevoert op Maandag den 24 Septemb. Anno 1731.
1785 Memorie van Jonkeren, hovelingen, eigen-erfden enz. in proces tegen den heer van Faan; 6 Mei 1734.
1786 Missive van Burgemeesteren en Raad in Groningen aan de Staten der respectieve Provinciën, d.d. 31 Mei 1734, waarin gededuceerd wordt de oorsprong en hun aanbelang nopens de zwevende differenten in de Prov. van Stad en Lande.
1787 Missive van de Staten van Stad en Lande aan de Staten van Gelderland enz. over de ontstane differenten met de Staten van Holland en West-Friesland; 1759.
1788 Rapport van Gecom. tot het overleggen, welke voorzieningen behooren te worden gedaan in geval van overlyden van Hare K. H. Erfstadhouderesse; 1755.
1789 Sententien of desicieu op diverse differenten tusschen de Stad Groningen, Ommelanden en Oldambten ; 1649.
1790 Onderscheidene gelegenheidsgedichten.
1791 Een pakket, bevattende brieven en stukken van verschillenden aard, als wapenkorpsen, leessocieteiten enz.: 1786.
1792 Een band, bevattende:
a. Sententiën bij Burgemeester en Raad in Groningen gepro-nuncieerd tegen G. H. Warendorp.
b. tegen J. van Emmen.
c. tegen Johan van Oldenbarneveld.
d. tegen G. van Levenberg.
e. tegen G. H. ten Berge en anderen.
1793 Procesorde van civiele zaken in de Ommelanden, door Princes Anna.
1794 Procescrimineel van B. Conders tegen B. Hamer, 1660, over het maken van valsche munten.
1795 Eenige jaargangen van „de Ommelandaquot;. Tijdschrift ter bevordering van het maatschappelijk welzijn.
1796 J. Zijlma. „De Marnequot;, een geschiedkundige beschrijving van de Ommelanden in het algemeen en van het westelijk gedeelte van Hunsingo in het bijzonder.
2. Oudheden.
1797 T. Borgesius. Geschiedenis van de gemeenten Oude-en Nieuwe-pekela; 1877.
1798 Het huis Nienoord en de graftombe te Midwolde.
1799 L. van Bolhuis. Tweetal van plechtige redevoeringen, over Jez. LXVI: 1, 2 — en Hagg. I: 14 (waarin vele bijzonderheden uit de oudheden dezes lands); Gron., 1778.
1800 N. Westendorp. Eerste leerrede gehouden in de nieuwe kerk te Sebaldeburen, benevens een oudheidkundige verhandeling; Groningen, 1809.
1801 N. Westendorp. Jaarboekje van en voor de provincie Groningen ; Groningen, 1829—1832.
97
1802 A. Ypey en H. O. Feith. Oudheden van het Goorrecht en Groningen ; Groningen, 1836.
1803 Eonige zedige bedenkingen over hot geschrift oudheden van liet Goorecht en Groningen.
1804 Catalogus der letter- en oudheidkundige nalatenschap van Mr. A. J. de Sitter, overleden 17 Jumj 1814; verkocht te Groningen den 10 Febr. 1863.
1805 Tengnagel. Handleiding tot do kennis der prov. Groningen, met een voorbericht van A. Winkler Prins ; Oude Pekela, 1868.
1806 Mr. A. J. de Sitter. Adversarie-boek. Annatata speciatim ad Historiam Provinciae Groninge, Omlaudiae ; Handschrift in vijf deelen.
1807 Mr. J. A. Feith. Inventaris der Rechterlijke archieven berustende in het oud archief in de prov. Groningen ; 1894.
3. Kaarten en Atlassen van de provincie en stad Groningen.
1808 C. Fehse. Gemeente-Atlas van de provincie Groningen, in 62 kaarten; Groningen, 1862.
1809 Kaart van de stad Groningen, 1652.
1810 J. Kater ïz. eu J. C. Hazewinkel. Wegkaart van de provin-Groningen met de handleiding daarvoor.
1811 G. A. Venema. Alphabetische tafel van de geographische ligging d. getrianguleerde punten in de prov. Groningen; 1861. (Overdruk uit de Bijdragen d. Comm. v. d. stat. beschr. d. prov. Gron.)
1812 Lijst van kaarten in de provincie Groningen.
1813 De Gros. Kaart van de Prov. en Ommelanden; 1792.
1814 Beschrijving, behoorende tot de Hydographische kaart der monden van de Eems; 1859.
1815 Tegenwoordige Staat van Stad cn Lande; Amst. enz., 1793; 20ste deel en 21ste deel; (4 exemplaren).
4. Statistiek {meer in het alyemeen.)
1816 Statistique personelle des arrondissemeuts Appingedam et Gro-ningue, 1811.
1817 T. Venema, Az. Statistiek betreffende de plaatselijke indeeling van de gemeenten ia de provincie Groningen.
1818 Antwoorden van de gemeentebesturen, voorzoover die ingekomen zijn op de vragen vanwege de Commissie voor de statistieke beschnjving dor provincie, huu in 1855—1856 gedaan.
1819 Bijdragen tot do kennis van den Tegeuwoordigen staat der provincie Groningen. Uitgegeven door de commissie voor de statistieke beschrjjving der provincie Groningen.
1820 Korte statistieke mededeelingen ontleend aan de verslagen van eenige gemeenten in de provincie Groningen, nopens haren toestand iu 1858. (Afdruk.)
1821 Mr. J. A. van Roijcn. Afscheidsrede, uitgesproken in de zitting der Provincieale Staten van Groningen.
5. Natuurlijke Gesteldheid.
1822 K. A. Venhuis. Natuurlijke Geschiedenis der provincie Groningen ; Gron., 1829.
98
1823 R. quot;Westerhoff en G. Acker Strafcingh. Natuurlijke Historie der provincie Groningen; I, 1 stuk; Groningen, 1839.
1824 Mr. W. W. Bunia. Schiermonnikoog, de Lauwers, de Scholbalg ; Oct., 1872.
1825 Dr. G. A. Venema. Schets van den natuurlijken toestand van Westerwolde. (Overgedrukt uit de Boeren-Goudmijn, 1857, No. 7.)
1826 Dr. G. A. Venema. Over den bodem van liet Oldambt en Westerwolde, 11de ged.
1827 S. J. Brugmans. Natuurkundige Vorhandeling over een zwavelachtige nevel, den 24 Juni 1783 in de provincie van Stad en Lande, enz. waargenomen ; Gron., 1783
1828 Dr. H. C. van Hall. De plnnton der provincie Groningen ; 1859. (Afdruk uit de Bijdragen der Commissie voor de statistieke beschrijving der provincie Groningen.)
1829 J. Braak. Rcsponsio ad quaestionem „Quaeritur catalogus avium, in provincia Groningana indigenorum eet. ; Gron., 1821.
1830 G. A. Yenema. Do barnsteen in het oostelijk gedeelte der provincie Groningen, met een naschrift van F. A. W. Miquel. (Afdruk uit het 2e dl. der Yerh v. d. geol. Commissie.)
1831 P. J. van Kerkhoff. De Hondsrug in de provincie Groningen bevat mergel. (Afdruk uit de Boeren-Goudmijn, 1855, no. 12).
1832 Bijdrage ter aanmoediging der beoefening van de kennis der gronden in de provincie Groningen, 1826.
1833 N. Engelhard. Natuurkunde enz., 1733.
6. Staatsrecht en Administratie.
1834 Benoemingen der leden van de (36) gemeentebesturen in het Departement Groningen, dd. Utrecht, 19 Oct. 1808.
1835 Tabellen betreffende do inrigting der Besturen in het Departement Groningen, in 1809 en 1812.
1836 Reglement omtrent de zamenstelling der Staten van de prov. Groningen ; — id. op hot bestuur ten platten lande in de provincie Groningen, van 30 Mei 1825 en 23 Jubj 1825.
1837 Statistiek van de Mairies in het Depart, van de Wester-Eems, in 1811 (en later.)
1838 Statistiek van het departement der Wester Eems, 1812.
1839 C. Yerwer. Noodig bericht aan het volk van Stad en Land, inhoudende een plan van de regeering over de geheele Provincie, 1797.
1840 Memorie instructief betreffende de bevolking, 1807.
1841 Regeering van Stad en Lande, beginnende 1759. (Clauwboek).
1842 Yerzameling van Reglementen enz. betreffende het bestuurder stad en prov. Groningen; II dln.; Gron., 1828, enz.
1843 Yerzameling van verschillende Resolutiën, Publicatiën enz. van het bestuur dezer provincie; van 1814—1852.
1844 Yerzameling van 85 publicatiën der Provinciale Besturen van Stad en lande eu van Groningen; 21 Junij 1802—12; April 1815.
1845 Publicatie van de Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van den 3 Januari 1816, houdende bepalingen ter betere executie
99
van het 13o artikel van het huishoudelijk schoolreglement voor departement Stad en Landen van Groningen, van den 23 Februari 1807.
1846 Bericht van hot Oollegic der Gedeputeerde repraesentanten van het volk der Stad Groningen en de Ommelanden over een propositie gedaan door den burger H. J. van Bolhuis.
1847 Eerste brief over de recommandatiën in de Ommelanden, aan den heer A. B. C., Lid van de Burger Societeit binnen Groningen enz.
1848 Tweede brief over do approbatie van de Gecommittteerde en Extra gecommitteerde Raden in de Ommelanden, aan den heer A. B. C., Lid van de Burger Societeit binnen Groningen enz.
1849 ÏVIemorie aan Tlun Edel Mogenden, do Hoeren Staaten van Groningen en Ommelanden, van Jan Pred. Schaeffer Hzn.
1850 Instructie voor de Gedeputeerden der Stad Groningen en Ommelanden, waarna zij haar zullen hebben te reguleeren.
1851 Mr. D. P. J. van Halsema. Oordeelkundige verhandeling over de staat- en regeeringsvorm dor ()mmelanden tusschen Eems en de Lauwers, van derzelver allereerste en vroegste opkomst tot deze tijden enz.
1852 Publicatiën der prefecture van het departement van de Wester-Eems. Publicatiën van het bestuur der provincie Groningen 1811—1831; Groningen; 3 dln.
1853 Publicatiën van het bestuur der provincie Groningen, gedurende de jaren 1832 tot en met 1S4S; Groningen (de eerste vijfjaren zonder datum), 1843, 1849; 4 dln.
1854 Repertorium voor bepalingen omtrent het Lager onderwijs, inzonderheid voor de provincie Groningen ; sedert 1 January 1817 ; Groningen, 1830.
1855 Verordeningen omtrent het Middelbaar en Lager Onderwijs, uitgevaardigd voor de provincie Groningen ; 4 dln., in 2 stukken ; Gron., lS4(i en volg.
1856 Reglement op do zamenstelling on het ijken der Botervaten enz. in de provincie Groningen; Gron., 1841. (Ex. waarin de bouwstoffen voor hot nieuwe Reglement zijn opgeteekend.)
1857 Reglement houdende verordeningen van policie op het gebruik van alle voor de scheepvaart bestemde en bevaren wordende rivieren enz. enz. in de provincie Groningen ; Gron., 1845.
1858 Eeglemont van oen societyt opgesteld ten nutte voor Weduwen, door 11.11. Staten gcoorrohorconi 20 Mei 1754.
1859 Oprechte Groninger Almanak op do jaeren 1711, 1714, 1734, 1753, 1754, 1756, 1758, 1760 -1765, 1768 — 1788.
1860 Regerings Almanach voor do provintie Stad en Lande voor de jaren 1789—1793, 1797; G stuks.
1861 Politieke Almanakken, bestellingen en bedieningen dor ambten in Stad en Lande; 1701 —1710, 1708—1717, 1722—1750, 1761-1780.
1862 Bestel lingo der Genoralitoyts, Provinciale, ende voor yder Lidt Particuliere Ambten van do provincie van Stadt en Lande, Yoor don Jaere 1755.
100
1863 Wacht Almanach des Borgelyken Regiments der Stadt Groningen, voor de jaren 1767—1777 ; 11 stuks
1864 Naamregister der leedon van llegering en verdere ambtenaren, zederd het begin dor Revolutie, en over het Jaar 1796, van de Provincie Stad en Lande, enz.
1865 Groninger Zak Almanach voor de jaren 1804 en 1807, 1814 ; 3 stuks.
1866 Regcringsalmanak van de provincie Groningen, 1809, 1810, 1813, 1817, 1824, 1828, 1830, 1832; 8 jaarg.
1867 Regeringsalmanakken van en voor de provincie Groningen, 1835 en volg.
1868 Nieuwenhuis en Onnekes. Register voor de periodike en andere werkzaamheden der gomeentebesturen in de provincie Groningen, 2o uitg. door Onnekes; Groningen, 1868.
1869 Doede van Amsvveer. De praepositures reformatis, eet.; Ghe-druckt int Jaer 1611.
(Bijgebonden : 1) Christelyke undo truhartighe vermaenschriften, an de ghemene Collatoren undo Prediger, in de Provintie van Stadt vndo Omlanden van Groningen: Handelende van den Jure patronatus eet.; tot Praneker, ghedruckt, bij Abbe Wybes; 1597 ; 2). Erinneringe van do Heropinge der Prediger, woda-nich, vnde dorch wehn desulve geschen sal eet. ; Gedrucket tho Grooningen, bij Gerhard Ketel. Anno 1604.
1870 Doede van Amseer. Spieghel der Aenvechtingho des Sathans en ware proeve des gheloofs: daer in ons de strijdt des vleesches teghen den gheest, die alle christen in tijde van cruijce ende teghenspoet in sick gevoelen levendich wordt voor oogen ghe-stelt. Allen entvoldigen ende swackgeloovighen herten die onder dat cruijtze suchten ende door dese nu nieulyck opgeresen Euangelischer kereken-strijdt in argernisse mogen vallen. — Tot troost ende sterekignhe des gheloofs. Nu andermael weder revideert ende in don drncg verveerdighet.
1871 Missive van eenige heeren predikanten in de provincie Groningen aan 11.11. Gedeputeerde Staten dier provincie, betreffende de inkomsten der Kostenjgoedereu enz. ; Groningen, 1859, 7 Junij.
1872 De Gedeputeerde Staten, de Kosterijgooderen en hot Kollegie van Toezigt in de provincie Groningen; Groningen, 1859.
1873 H. Piccardt. De Kosterijgoederen der Hervormde geineen:en in de provincie Groningen; Groningen, 1859.
1874 13e Predikants-beroeping in de Hervormde Gemeente te\'t Zandt. Uitgegeven door het Provinciaal kerkbestuur te Groningen; Groningen, 1860.
1875 W. B. S. Boeles. De geestelijke goederen in de prov. Groningen, van do vroegste tijden tot op heden ; een geschiedkundig onderzoek; Groningen, 1860.
1876 J. Boeles. Collatierecht en landstractemont, beschouwd naar aanleiding van een over die te Warfhuizen gevoerd geding, 1856.
1877 J. P. Hofstede. Het Ommelander Collatierecht; Leeuwarden, 1886.
101
1878 J. J. Cremers. Memorie van Kegte, rakende de Ommelander kas ; uitgeg. door de Commissie uit gecommitteerden van de gemeentebesturen in de Ommelanden ; Groningen, 1861.
1879 T. Ilaakma Tresling en H. O. Peith. Memoire de droit rec-fermant les principes sur lesquels se fondent les propriétaires des terres sises dans lo Départomeut de TEms-Ocoidental et affermces sous une Beklemming fixe et perpctuelle (ainsi nominee), lesquels propriétaires sond d\'avis que, ex vertu de la loi du 18 Décembre 1790, lours dits biens ne sont point racheta-bles, et que, pour leur conservation, ils ne doivent point être inscrits aux registres des hypothèques; Groningen, 1813.
1880 Memorie van liegt, inhoudende do gronden, waarom de eigenaren van landen, in het depart, van do Wester-Eems gelegen,.... van oordeel zijn, dat deze hunne goederen niet afkoopbaar zijn ; (Groningen, 1813.)
1881 T. Haakma Tresling. Verhandeling over het recht van beklemming in het departement van Stad en Landen ; Groningen, 1805.
1882 Mr. T. Haakma Tresling. Verhandeling over het recht van beklemming, 1819.
1883 Eenige resolution, raekende landerijen ende geebruikers daarvan.
1884 Mr. T. Haakma Tresling. Bcrigt betrekkelijk het regt van beklemming; Groningen, 1819.
1885 Mr. T. Haakma Tresling. Memorie van Kegte, over de ontzetting van eigendom bij beslag op een ondeelbaar vast goed, en wel bijzonder op een beklemde plaats ; Groningen. 1823.
1886 A. P. Driessen. Verhandeling over het regt van beklemming of overdragt in de provincie Groningen; 1ste, 2de en 3de hoofdstuk; Groningen, 1824, 1826. (2 ex.)
1887 D. do Iluiter Zijlker. Hot recht van beklemming uit een staathuishoudkundig oog beschouwd.
1888 Mr. A. Oudeman. Rechterlijke uitspraken over het Groninger beklemrecht.
1889 Mr. H. O. Peitli. Memorie van Regte, over eenen eisch tot afscheiding van een deel eener beklemming, bij saisie-immobilière, gearresteerd ten laste van den te boek staanden meijer; Groningen, 1824.
1890 Mr. H. O. Peith. Groninger Beklemregt, 2 dln.; Groningen, 1828—1837.
1891 Memorie van regte over bet erfpachtregt, ingevoerd bij de wet van den 10 Januarij 1824, betrekking tot de Groninger vaste beklemming; Groningen, 1831.
1892 Mr. H. O. Éeith. Handboekje over het Beklemrecht, ten dienste van eigen en beklemde meijers ; Groningen, 1848.
1893 Mr. H. O. Feith. Handboekje over het beklemrecht, ten dienste van eigen en beklemde meijers, 2e druk, 1851.
1894 Mr. S. Gratama. Het boklemrecht in zijne geschiedkundige ontwikkeling, 1893.
1895 J. Heros Diddens. Het recht van den huurcerter, 1893.
1896 G. Fontein. Rechterlijke uitspraken over het beklemrecht 1861—1892 ; Groningen, 1894.
102
1897 Kort berigt van do voorwaarden, waarop Landeigenaren, alsook. ... vaste beklemde meijers in de provincie Groningen zich in Maatschappij kunnen veroenigen, en gezamenlijk verbinden voor de kapitalen, welke door hen zullen worden opgenomen, enz.; z. j.
1898 Adres van de Provinciale Staten van Groningen aan Z. M. den Koning, betreffende de vorderingen van het domeinbestuur tegen do bezitters van aanwassen en polderlanden ; op voorstel van R. T. Mees en H. de Ranitz, vastgesteld in de zitting dier Staten, 19 Juljj 1842.
1899 R. Westerlioff. De Kwelderkwestie nader toegelicht, enz. Met eene Wadkaart: Groningen, 1844.
1900 Landrecht des gerigts van Selwerdt, 1673.
1901 Idem van Hunsin^o, Fivelingo en het Westerkwartier, 1631 bis en 1679.
1902 Aanleiding tot de eerste beginselen der Groninger regtskennis, 1738.
1903 Idem, 1778.
1904 Corpus der Groninger regten, 1735.
1905 Reglement betreffende de zijlvesterzaken in de Ommelanden, 1783.
1906 Mr. VV. B. S. Roeles. Bijzondere financiele regtsbetrekking tusschen een aantal kerkel. gemeenten in de provincie Groningen en den staat, 1866.
1907 Verzameling van reglementen enz., gestatueerd door W. C. H. Priso enz. voor Stad en Provincie.
1908 Yerkooping der Nijenoortsche veenen, 1815.
1909 Handelingen van de Representanten van het volk van Stad en Lande, 6 deelen, 1795—1798.
1910 Decisie reglement en wet, waarnaar de Ommelanden zullen worden geregeerd, 1659.
1911 Verzameling van reglementen, instruction en dispositiën, gesta-tueert door Zijne Doorluchtigste Hoogheid W C. H. Priso, Prince van Orange en Nassau enz. enz. enz. en vervolgens door Hare Koningljjke Hoogheid, Mevrouw de Princesse Gouvernante, enz. enz. enz. Glor. gedachtenis, strekkende tot onverbrekelijke wetten voor de Provincie van Stadt en Lande, 1761.
1912 Copie van de consideration door eenige gevolmachtigden van erf- en ingezetenen in de Ommelanden op den 18 October 1754 en vervolgens overgegeven aan haar Ed. Mog. de heeren wegens haar Koninkl. Hoogheid ter Examinatie der Zylveste-niën en Dijkrechten van de Ommelanden. Extra ordinaris ge-committeert op de publication hier annex, met bijvoegingen der wetten, waarin haar funderen en de projecten, zoo door dezelven worden verantwoordet, eu verdere bewijzen. Herdrukt en uitgegeven op last van Hoeren Gedeputeerde Staten der provincie Groningen ; 1891.
7. Openbark Werken, vooral Waterstaat en Wegen.
1913 Dr. G. Acker Stratingh en G. A. Veuema. De Dollard enz. Met 3 kaarten ; Groningen, 1855.
103
1914 G. A. Venema. Het afbakenen van lange rechte lijnen op het veld ; Gron., 1847.
1915 Gr. A. Venema. Proeve eener nieuwe en eenvoudige methode voor het verdeelon van regt en kromlijnige stukken grond enz.; Gron., 1852.
1916 G. A. Venema. Over de nauwkeurigheid, waarmede men lijnen op do kaart kan uitpassen.
1917 G. A. Venema. Bijdrage tot de Hydograpliie van de provincie Groningen; 1859. (Afdruk uit de Bijdr. v. d. Comm. v. d. statist, besehr. d. prov. Groningen).
1918 G. A. Venema. l\'roevc van een ontwerp voor het waterpassen van en het waarnemen der waterstanden in de provincie Groningen ; Gron., 1855.
1919 Hoogte van verkenmerken volgens N. A. P. gevonden bij de nauwkenrigheidswaterpassingen en de waterpassingen van den algemeenen dienst van den waterstaat, \'s Gravenhage, 1893.
1920 Lijst van de werken voorlangs de zeekust ten Zuidoosten van Delfzijl, 1809 ; 2 staten.
1921 Stukken betreffende de werken ten N. \\V. en Z. O. van Delfzijl ; 1815 en 1818.
1922 Stukken betreffende de afsluiting van het lleitdiep ; 1833 en volg.
1923 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Groningen, ter zake van de afsluiting van het lieitdiep.
1924 Beschouwing van do afwatering op en van het Reitdiep; 24 Febr., 1842.
1925 Mi\'. A. J. van Roy on. De Voordeden der geprojecteerde Inpoldering van een gedeelte der Lauwerzee ; Gron., 1858.
1926 Gemeenschappelijk rapport en voorstel der zamengestelde Commissie uit de Staten der provinciën Friesland en Groningen, in zake de gedeeltelijke inpoldering der Lauwerzee; en bijlagen ; Groningen, 1854.
1927 N. J. van der Lee. Üe afsluiting van liet Reitdiep b|j Wetsinge, in verband met de verbetering van die rivier voor de groote scheepvaart, naar aanleiding van het verhandelde in de voor-en najaarsvergaderingen der Staten van Groningen, in 1854; Groningen, 1855.
1928 G. A. Venema. Aan den heer N. J. van der Lee, over de kanalen in de provincie Groningen, 20 April 1856.
1929 Verzameling van stukken betreffende de verbetering der af-waterings- en scheepvaartkanalen in de provincie Groningen:
1. Scheepvaartkanalen in de provincie Groningen: Rapport der Commissie aan de Staten ; 2e druk; Groningen, 1858.
2. Missive van 27 Aug. 1856 van de Kamer van Koophandel aan de Staten der provincie Groningen.
3. Rapport der Staatscommissie belast met het doen van voorstellen enz. enz., opzigtelijk de waterschappen Hunsingo, Oldambt en Fivelingo.
4. Plan eener nieuwe indeeling der waterschappen in de provincie Groningen.
5. Verslag der centrale afdeeling betrekkelijk het rapport der
104
Staatscommissie voor eene verbetering enz.; 7 Oct., 1856.
6. Mededeeling van de Staatscommissie over oen verbetering enz.; 15 October 1856.
7. Eapport der Commissie ter zake de indeeling der provincie in nieuwe waterschappen, opzigtelijk de grenzen van \'t waterschap Reiderland; Winschoten, 1857, 13 Julij.
8. Idem opzigtelijk de bezwaren tegen de daarstelling van het waterschap Oldambt en Fivelingo, 15 Julij 1857.
9. Idem ten opzichte van de aan haar gerenvoijeerde stukken, betrekking hebbende tot het geprojecteerde waterschap Oldambt en Fivelingo.
10. Nader rapport van de Commissie belast met het onderzoek van de plannen ter verbetering, en wel speciaal nopens het nieuw op te richten waterschap Westerkwartier, 5 Junij 1857.
11. Yerslag van de centrale Afd. omtrent het rapport enz. van de Commissie ter verbetering enz. ter zake Westerkwartier, ingediend 5 November 1857 ; 8 Dec., 1857.
12. Tabel betreffende de bedenkingen tegen \'t nieuwe waterschap Westerkwartier.
13. Nadere toelichting van de beschouwingen enz. van den heer H. Oortwijn, door de Staatscommissie ter zake van de verbetering enz.; Grron., 1857.
14. Rapport van de Commissie der Staten van 15 October 1856.
15. Eenige opmerkingen betreffende dit Rapport, 15 October, 1856.
16. Een paar aanteekeningen, door den heer W. de Sitter, 16 October, 1856.
17. Tabel, inhoudende opgaven opzigtelijk de strooming met de Zijlen te Delfzijl; 20 October, 1856.
18. Rapport van de Commissie uit den Raad der gemeente Groningen en missive van de Kamer van Koophandel en Fabrijken, betreffende de verbetering, enz.
19. Verslag aan den Raad van de centrale Coininissie, waarin is onderzocht enz. het rapport van 11 Julij 1857 ; Groningen, 1857.
20. Verslag der centrale Afd. of het 2de rapport der Staatscommissie betreffende het waterschap llunsingo en dat van Oldambt en Fivelingo; 6 Oct., 1856.
21. Rapport en bijlagen betrekkelijk het geprojecteerde waterschap Westerk war tier, (34 ingediende adressen); Grron., 1857.
22. Staten der molenkoloniën, gelegen tusschen het Reitdiep en het Damsterdiep, in de vier Kerspelen-, Bellingewolder-, Termunter-, Oterdummer- en Driedelfzijlen-Zijlvestenjjen en bezuiden het Winschoterdiep en den Astroom ; Gron., 1857.
28. Kaart vau het Waterschap Oldambt en Fivelingo ; 1858.
1930 H. Beekhuis Damstc. Denkbeelden over de scheepvaartkanalen, enz.
1931 C. J. Geertsema. Beschouwingen over het waterschap Oldambt,
mede naar aanleiding van het ongunstig rapport van de Com-
105
missie uit het hoofdbestuur over een stoomgemaal; Grou., 1867.
1932 T. van Balen. Eenige beschouwingen over het waterschap Westerkwartier; Groningen, 1872.
1933 Staat van de molenpolders of molenkolouiön en de uitgestrektheid der landerijen, die door derzelver molens bemalen Jwordea in de verschillende gemeenten der provincie Groningen, in 1856.
1934 G. A. Venema. De nota\'s van den heer Commissaris .des Konings in de provincie Groningen, betreftende de verbetering der scheepvaartkanalen enz. ; Groningen, 1856.
1935 De verbetering der scheepvaartkanaleu en de drie ton ; Groningen, 1857.
1936 U. G. Schilthuis, Jz. Redevoering over eene algemeene verbetering der scheepvaartkanalen in de provincie Groningen, gehouden bij het Genootschap ter bevordering der Natuurkundige Wetenschappen te Groningen, den 4 Maart 1857 ; Groningen, 1857.
1937 H. A. Wijnne. Iets over de scheepvaart- en afwateringskanalen in do provincie Groningen (twee Voorlezingen gehouden in Felix Meritis te Amst.); Haarlem, 1857.
1938 Verslag over de Kanalisatie-plannen aan de Staten der provincie Groningen door Gedeputeerde Staten ; vastgesteld den 29 October 1859, en uitgegeven den 14 Dec. 1859.
1939 Mededeelingen van Gedeputeerde Staten aan do Staten van do provincie Groningen, rakende \'de verbetering der scheepvaart-kanalen in dat gewest; Grou., 1860 (Aug.)
1940 K. van Itijn. De algemeene waterpassing der provincie Groningen. (Afdr. uit de liijdr. v. d. Comm. v. d. stat. beschr. d. prov, Groningen; met kaart.) 1860.
1941 B. Prakken. Beschouwingen over de wenschelijklieid en uitvoerbaarheid van eene kanaalverbinding tusschen Blokzijl en Groningen, (met een schetskaart) ; Steenwijk, 1867, 2e dr.
1942 F. O. van Sleeswijk en K. S. van Andringa. Beschouwingen over het belang van eene kanaalverbinding Groningen—Gorre-dijk—lleerenveen—Lemmer, naar aanleiding van een ontwerp kanaal-verbinding Blokzijl—Groningen van den heer B. Prakken; Amst., 1868.
1948 K. van Bijn Beschrijving van de molenpolders in het Westerkwartier der provincie Groningen en de daardoor uitwaterende in de provincie Drenthe ; Groningen, 1862.
1944 Generale profielen van Alle Dijken, horende onder de Provincie, van Stad Groningen en Ommelanden, geapprobeert en vastgesteld door de Ed. Mog. Heeren Gecommitteerden van Stad Groningen en Ommelanden. Tot de Dijken cum pleno den 8 Augustij 1720.
1945 Memorie van toelichting en omschrijving van het plan vaneen internationalen waterweg tusschen Nederland en Hannover, Junij 1865.
1946 Memorie over het nadeelige van het maken eener communicatie tusschen de Nieuwe Pekel en V.eendam door de Zuidwending, 1817.
106
1947 Verzameling van stukken rakende het Winsummer en Schaphalster Zijlvest; Gron , 1821.
1948 Rapport van de commissie uit het collegie van overste scheppers, zijlvesten en scheppers van hot Termunterzjjlvest over het verbeteren van den waterstaat in dat zijlvest; Groniügen, 1857.
1949 Plan van indijking, negotiatie en bestuur voor den Oostpolder in de provincie Groningen, goedgekeurd bij Kon. besluit van den 2 November 1839, no. 4 ; Gron., 1839.
1950 De rekening van het Generale Zijlvest der 3 Delfzijlen, van het Dorpster-, Slochter- en Scharnier Zijlvest, van Mei 1848 tot Mei 1849, met aanmerkingen en aanteekeningen over de Zijlvestemjen in de provincie Groningen ; Gron., 1850.
1951 Memorie betrekkelijk do zaak der Djjkregten Wieruin, Hooge en Lage l\'addepoel, Schilligeham en Klein-Garnwerd, opgemaakt enz. door het Lid der Staten H. \\V. Wierda, 10 Nov. 1857.
1952 Dat nije Landrecht van Hunsingo, Fivelingo eude het Wester-quartier, op einen Gemeinen Landtdach van den Staten der Stadt Groningen ende Orablanden gearrettirt, geconfirmeert ende an-genomcn: Nu överst op het nije weder overgesien, oek met Boem des Sibtals, un einen bequamon Register, daer in alle materiën ordentlijk te vinden, verbetert uu verzieret.
1953 Rapport der Commissie ter zake van de indeeling der provincie in nieuwe watersciiappen, opzigtehjk de tegen de daarstelling van het waterschap Oldambt en Fivelingo ingebrachte bezwaren, enz.; 15 Julij 1857.
1954 Rapport der Staatscommissie, belast met het doen van voorstellen, betrekking hebbende tot de verbetering der scheepvaartkanalen en tot eene indeeling der provincie in waterschappen, opzichtelijk de grenzen van het waterschap Hunsingo en van het waterschap Oldambt en Fivelingo.
1955 Rapport van de commissie uit het Collegie van overste Schepper, Zijlvesten en Scheppers van het Termunterzijlvest, benoemd op hunnen gewonen waarsdag van den 5 November 1856, over het verbeteren van den Waterstaat in dat Zijlvest.
1956 Voordracht van de Gedeputeerde Staten der provincie Groningen aan de Staten eu twee rapporten van de Commissie voor de verbetering en vereeniging der scheep vaartkanalen en de verdeeling der provincie in nieuwe waterschappen, allen betrekking hebbende tot de oprichting van hot waterschap Westerwolde.
1957 Rapport van de Commissie voor de verbetering en vereeniging der scheepvaartkanalen en de verdeoling der provincie in nieuwe waterschappen, ter zake de oprichting van het waterschap Westerwolde, uitgebracht aan Gedeputeerde Staten der provincie Groningen.
1958 Plan eener nieuwe indeeling der waterschappen in de provincie Groningen.
1959 Plan van inpoldering of\' daarstelling van een waterschap achter den Finsterwolderpolder,
1960 D. R. Mansholt. De kanalisatie van Westerwolde, Winschoten 1894.
107
1961 Rapport der Commissie ter zake de indeeling der provincie in nieuwe waterschappen, opzigteljjk do grenzen van het waterschap Reiderlaud en de aldaar uitte voeren werken, 13 Jaljj 1857 ; Winschoten.
1962 H. W. Willemsen, grondeigenaar en landbouwer te Warffumer-klooster. Adres aan Z. M. den Koning, tegen het reglement voor liet waterschap Hunsingo.
1968 Adres van Gredcp. Staten der provincie Groningen aan de Eerste Kamer dor Staten-Generaal, van 1 December 1859, betreffende het toen aanhangige wetsontwerp op de Xoorder- en Zuider-Spoor wegen.
1964 G. A. Venema. Kunstwegen in de prov. Groningen, met eene kaart; 1861. (Overdruk uit de Bijdragen der Comm. v. d. statist, beschr. der prov. Groningen)
1965 Verslag aangaande de Stoomtramweg-maatschappij Oldambt— Pekela over 1885 en volg. jaren.
1966 Verslag aangaande de 1ste Groninger Tramway-Maatschappij over 1881 en volgende jaren.
1967 Verslag aangaande de Tramway-Maatschappij Zuidlaren—Groningen over 1892 en volgende jaren.
1968 Rapport du Conseil d\' administration Socióté anonym des tramways de Groningue et de la Province sur 1\' exersice 1891 — 1892 en volgende jaren (vóór 1892 werden deze verslagen niet in druk uitgegeven).
1969 Verslagen van de Directeuren der Xoord-Wille ma-Kan aal-Maatschappij, nopens den staat der Maatschappij en hare werken over 1857 en volg.
1970 Stukken betreffende de gesteldheid der Zeeweringen enz. in de provincie over 1884 —1844 en half 1845.
1971 ï. Venema. Kadastrale indeeling der gemeenten in de provincie Groningen, 1868.
1972 Rapport betreffende de watertolheffingen in de provincie Groningen van den Griffier der Staten aan Gedeputeerde Staten dier provincie en tabellarisch overzigt.
1973 Stukken betrekkelijk de afsluiting van het Reitdiep, 1835, 1840, 1845.
1974 Rapport, memorie en adres door den Raad der gemeente Winschoten, ingediend aan den Raad der gemeente Groningen, over de opruiming van den dam te if.-Pekela, 1857.
1975 Register van Schouwbare Objecten onder het Winsumer en Schaphalster Zijlvest, zullende strekken tot een Richtsnoer voor de Respectieve Scheppers en Zijlrechteren, om diensvolgens hunne schouwingen te exerceeren, 1783.
1976 Rolle van de Humsterdijken enz., 1620.
1977 H. Schenkel. Korte beschrijving van den watervloed, voorgevallen 13 November 1686, te rijm gesteld.
1978 Reglement van Hare Koninklijke Hoogheid Princes de Douairière Nassau, om te strekken tot wet voor alle Schepperijen, Dijken Zijlvesten in de Ommelanden, 1755.
1979 Clauwboek van de Gerechtigheden in de Ommelanden.
108
1980 Orde van procederen voor de gerichten der Heerlijkheid quot;Wedde enz., 1784.
1981 Mr. C. C. Geertsema. De Zijlvestenijeu in do Groninger Ommelanden.
1982 Gravamina en salvation in casu revisionis ingedient in de procedures tusschen Swyko Einmen en consorten in qlté, de post volgens acte in dato den 8 Nov. 1779 Ajold Tonkes, als deze procedures hebbende gereassumeert in die qualiteit, in welke deselve op de naam van Swyko Einmen hebben geloopen.
1983 D. E. Zuidhof. Geschiedenis van het oude dorp llottmn, 1857.
8. Bevolking en Volksleven.
1984 Staten der bevolking over 1850, 1853 —1872.
1985 H. A. quot;Wijime. Huishoudelijke toestand der arbeidende klassen in de provincie Groningen; over 1855. (Afdruk uit de Bijdragen der Comm. v. d. Statist, beschrijving d. prov. Groningen.)
1986 II. A. Wijnne en G. J. Weijland. Bijdrage tot de kennis van de instellingen tor voorkoming van schade in do provincie Groningen. (Afdruk uit de Bijdragen van de Comm. v. d. statist, beschrijving der provincie.)
1987 Reglement voor de Provinciale Groninger Societeit (1853).
1988 S. Treslingen A. Numan. Bekroonde geneesk. prijsverhandelingen behelzende 1) de beschrijving der zenuwkoorts, welke gedurende de jaren 1808 en 1809 te Peize geheerscht heeft, — en 2) waarnemingen omtrent den persloop, welke in den nazomer van het jaar 1810 in de Kiel heeft plaats gehad; Groningen, 1812.
1989 Circulaire van den Gouverneur der prov. Groningen, d.d. 10 Mei 1832, betreffende maatregelen te nemen bij het naderen en het heerschen der Cholera; met 1 bijlage.
1990 Aanschrijving van den Commissaris des Konings in Groningen, van 29 Sept. 1854, en Circulaire van den Minister van Binnen-landsche Zaken, van 20 Sept. bevoren, no. 102, 9e Afdeeling, betreffende de Cholera asiatica.
Opgave der personen in 1848 en 1.S49 door de Cholera aangetast, daaraan overleden of hersteld ; 1849.
1991 Armen-apotheek voor de prov. Groningen; Gron., 1831.
1992 Pharmacopoea pauperum provinciae Groninganae; goedgekeurd 13 Julij 1859; uitgegeven 17 Sept., 1859.
1993 L. AU Cohen. Beknopt overzigt van den Gezondheids- en Ziektetoestand in do verschillende gemeenten der provincie Groningen, over het jaar 1858. (Adnik.)
1994 L. Ali Cohen. Statistiek overzigt van den toestand der Gezondheid en Ziekte van menschen en vee enz. in de verschillende gemeenten der provincie Groningen, over het jaar 1859. (Afdruk.)
1995 L. Ali Cohen. Overzigt van den toestand der prov. Groningen en van hare verschillende gemeenten, over het jaar 1860, met betrekking tot hetgeen onder de rubriek „Medische politiequot; pleegt gebragt te worden; 1862.
1996 Staat, aantoonende de voornaamste bijzonderheden betreffende den algemeenen Gezondsheids- en Ziektetoestand in de ver-
109
schillende gemeenten der provincie Groningen, over 1860, opgemaakt door de provinc. Commissie van geneeskundig Onderzoek en ïoevoorzigt in Groningen ; 1861.
Idem over 1861 ; Gron., 1862.
1997 Staat der sterften in de verschillende gemeenten over de jaren 1839—1860.
1998 J. Zeeman. Rapport van de Commissie voor Statistiek der Maats. t. bev. d. Geneeskunst, over de lotelingen uit de provincie Groningen, van 1836—1861.
1999 Reglement op de administratie der kerkelijke fondsen van de eeredienst bij de Hervormde gemeente in de provincie Groningen, 1830.
9. Financiën.
2000 Stukken betreffende den lOOsten penning, genegocieerd anno 1672, en loopende over vele jaren der 18de eeuw.
2001 Extra Capitaal en Heerdsteden over den jare 1697.
2002 Gemaal over anno 1697 ; 2 stuks.
2003 Gemaal over anno 1698 ; 2 stuks.
2004 Opbrengen van d\'Extraordin. Zeep en Asijn over dese provincie 1698, 1699.
2005 Redres van de provinciale Finances; 1720—1724.
2006 Rapport der H.H. Gecommitteerden van Stadt en Lande, tot hot Redres en Verbeteringe van deese provincie Finances. Actum Groningae Mercury den 12 Junij 1720.
2007 Placcaet, resolutie, Generale ordonnantie, mitsgaders Ordre van verpachtingen en de procederen. Idem particuliere ordonnantiën ende instructiën op \'t collecteeren ende innen van de Generale middelen van Stadt Groningen ende Ommelanden, 1661, 1676, 1697, 1717.
2008 Offic. (en belangrijke) gegevens betreffende de finantiën van Stadt en Lande, 1752—1787.
2009 Verkoopingen van de provinciale landen, 1764—1773.
2010 Middelen van Consumtie over de geheele provincie Groningen voor de jaren 1750 tot en met 1801 (ontbreekt 1792); — 49 Rekeningen. (Behelzen : Staat van de Seep, Azijn, wollen Lakenen en Manufacturen, Zout, Aardappelen, de Wage, Torf, Spilsluizen, Coftij, Thee eet., Uitheemsche bieren. Wijnen, Brandewijn, Tabak, Extra Gemaal, Bcestiaal, Enz., ook Drooge gest sedert 1783.)
2011 Quitantie Boeken van Ifoorngeld, Capitaal, Heerdsteden en oude Lompen, van de jaren 1758 tot en met 1801, over de provincie van Stadt en Lande; 44 Boeken.
2012 Recueil der ordonnantiën op het stuk der Gemeene middelen over de Heerlijkheid Wedde en Westwoldingerland.
2013 Stukken betreffende de Verponding in dit Departement in 1811.
2014 Verzameling van stukken betreffende finantiële aangelegenheden van de provincie, opbrengst van belastingen enz., 1806—1817.
2015 Stukken betreffende de Rekening en Verantwoording wegens de enkel provinciale en huishoudelijke inkomsten en uitgaven
110
van de provincie Groningen over het dienstjaar 1857, 1858, 1859, 1860—1871.
2016 Rekening wegens do enkel provinciale en huishoudelijke lu-komsten en Uitgaven, dienstjaren 1857 en volg.
2017 Begrooting der kosten van het provinciaal bestuur van Groningen, voor zooveel het rijksbestuur is voor de jaren 1861 en volg.
2018 Begrooting der enkel Provinciale enz. Inkomsten en Uitgaven, voor de jaren 1859 en volg., met de Memoriëu van toelichting.
2019 J. Nieuwenhuis. Beknopt overzicht van de geldmiddelen der provincie Groningen, volgens de rekeningen over de jaren 1851 tot 1890 in rechten van 10 jaren, gevolgd door eene memorie van toelichting en een zestal tabellen van de middelen en kosten enz ; Groningen, 1894.
2020 Stukken betreffende de zaken van het Kadaster in de provincie, over 1844.
2021 Verzameling van stukken betreffende de invoering van den provincialen hoofdeljjken omslag van 1868—1875
2022 l\'unten van bezwaarnis en conclusie ten laste van G. H. ten Berge als gewezen lientmeestcr der vaste goederen van de Provincie, 1687.
2023 Rapport van Gecommitteerden van Stad en Lande tot redres van verbetering van do tinantien der Provincie, 1720.
2024 Placaat Resolutie enz. order van verpachting enz. instructie op het collecteeren en innen van generale middelen in de Stad Groningen en Ommelanden, 1717.
2025 ï. Venema, Azn. (Burgemeester van Sappemeer.) Staat van door de gemeenten in de provincie Groningen gedane uitgaven over de jaren 1850, 1860, 1870, 1880 en 1882 ingevolge goedgekeurde rekening enz., 1885.
10. Armwezen.
2026 Rapport betreffende de watertolheffingen in de provincie Groningen van den Griffier der Staten aan H.H. Gedeputeerde Staten dier provincie, 1871.
2027 Mr. J. J. Cremers. Memorie van regte, rakende de Ommelan-derkas ; Groningen, 1861.
2028 Reglement van de spaarkas te Aduard. 1838.
2029 Gewone begroot!ng, no. 21, kosten, vallende op de Perceptie en Recherche der Nationale, voorheen Gewestelijke .Middelen en Impositiën, in het Departement Stad en Lande van Groningen ; 5de somme.
2030 H. A. Wijnne. De heffing der provinciale opcenten op de grond- en personeele belasting in de provincie Groningen, 1865.
2031 Reglement op het armwezen in de provincie Groningen, van 6 Nov. 1832.
2032 Rapport der Commissie, aan welke door het Genootschap van Nijverheid te Onderdeudam de beantwoording der vraag was opgedragen : „Hoedanig is de toestand der dienstbaren enz. ?quot; (Overdruk uit de Handelingen des Genootschaps, 1851).
2033 W. de Sitter. Bijdrage tot do kennis van den Tegemvoordigen
ill
staat van het Armwezen in de prov. Groningen, over 1855. (Afdruk uit de Bijdr. v. d. Comm. der Stat. beschr. d. prov. Groningen).
2034 Verslagen van de algemeene vereeniging tegen het Pauperisme, 1851—1861.
2035 J. Busch Keiser. liet Bestuur over de zorg voor armen en verwaarloosden; Groningen, 1853.
12. Onderwijs.
2036 Th. van Swinderen. Ontwerp van eene geschiedenis der school-verhetering in de prov. Groningen ; Gron., 1821.
2037 H. Wester. Redevoeringen over de alg. en bijz. Schoolorde in het depart, der Wester-Eems ; Gron., 1813.
2038 Ter Gedachtenis van Hendrik Wester; Gron., 1821.
2039 Klassificatie der scholen in de provincie Groningen, opgemaakt in 1807 door de Commissie van Onderwijs. Nu herzien in 1823; Groningen.
2040 G. A. Vcnema. Over het ter school gaan der kinderen in het 7e schooldistrikt van de provincie Groningen, in 1858; Groningen 1859. (Afdruk uit de Bijdr. v. d. Comm. v. d. Statist, beschr. d. prov. Groningen.)
2041 Reglementen van liet Weduwen- en Weezenfonds en van het Ondersteuningsfonds, beide voor de onderwijzers in de provincie Groningen, goedgekeurd bij besluit van Gedep. Staten der prov. Groningen, van 28 April 1853, no. 78, en van 19 Augustus, 1858.
2042 Ilandelingen der Alg. Verg. over het Weduwen- en Weezenfonds voor Onderwijzers in de provincie Groningen ; 1852,1853, 1855 en volg.
2043 Jaarlijksch verslag van den staat van het gesticht voor bejaarde, hulpbehoevende onderwijzers en derzelver nagelaten betrekkingen over 1844—1845.
2044 Verslag van den Staat van het Onderwijzers Weduwen- en Weezenfonds in do provincie Groningen, over de jaren 1864 en volg.
2045 Staat der gewestelijke vereeniging, Groningen van het Neder-landsch Onderwijzers Genootschap; in 1850.
2046 Mr. J. II. Trip. Rede bij de inwijding van de Zuiderbewaarschool te Groningen.
2047 S. Blaupot ten Cate. De school-bibliotheken, inzonderheid n de Provincie Groningen.
2048 Antwoord van de afdeeling Appingedam van het Genootschap van Nijverheid, op de vraag: Welke middelen kunnen in het algemeen, of door het Genootschap ter bevordering van Landbouw en Nijverheid te Onderdendam in het bijzonder, worden aangewend, om het geregeld schoolgaan der kinderen op de lagere school te bevorderen ?
2049 S. Blaupot ten Cate. Het schoolverzuim in de provincie Groningen, in betrekking tot het schoolverbond.
2050 Tabellarisch overzicht van de regeling van het lager onderwijs in de provincie Groningen, 1862.
112
2051 Verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar den toestand der bewaar- en kleinkinderscholen in Friesland en Grroningen, ingesteld door leden, plaatsvervangende en correspondeerende loden van den geneeskundigeu raad voor Friesland en Groningen, in 1882.
2052 Verslag der Commissie van Toezicht op de gemeentelijke kweekschool voor onderwijzeressen, te Grroningen over het jaar 1885.
13. Handel en Schekpvaart.
2053 Verslag van den staat van den Ge westelijken Koophandel, Scheepvaart en Visscherij, in 1841.
2054 G. J. Weijlaud. Staat van den Scheepsbouw in de prov. Groningen, over 1860—1861. (Overdruk uit de Bijdragen d. Comm. v. d. stat. beschr. d. prov. Groningen).
2055 Statuten der Provinciale Groninger scheepsbouw- en scheepvaartmaatschappij.
2056 Statuten van de Alg. onderlinge Zee-verzekerings-Maatsch. de Goede Trouw, gevestigd te Sappemeer; 1858 en 1860.
2057 Statuten der onderlinge Zee-assurantie-maatschappij Concordia, gevestigd te Delfzijl.
2058 Jaarverslag der Kamers van Koophandel en Fabrieken in de prov. Groningen.
2059 Ordre op de ingeslapene misbruiken bij de Provinciale trek-veeren. — Gearresteerd 11 Februari 1773 (benevens 3 andere stukken).
2060 Algemeen aangenomen Taxatie-tabel voor Zeeschepen der Zee-assurantie-3Iaatschappijcn in de provincie Groningen ; Wilder-vank, 1860.
2061 Reglement voor do Vereeniging tot hulp in nood en fot bevordering van den bloei der zeevisscherijen van die op de wadden te Zoutkamp; 1889.
2062 H. A. Wijnne. Handel en ontwikkeling van Stad en Provincie Groningen, geschiedkundig beschouwd; Groningen, 1865.
2063 Briev aan een koopman in de Ommelanden; Waar iu uit Oude Historiën, Echte Stukken en Bewijzen, het recht des Stapels voor de Stad Groningen ten klaarste werd bewezen en uit Origineele stukken voldongen, door een negotiant in Groningen 1787.
2064 De zandgronden van het stapelrecht, ontdekt en aangewezen en door vernietiging van hetzelve de vrijheid der Ommelanden hersteld, 1787 en nota.
2065 K. Meyer Wiersma. Bijdrage tot de geschiedenis der bepalingen aangaande in- en uitvoer in de prov. Groningen 1795 —1802; Groningen, 1888. (2 exempl.)
2066 Mr. E. van Loon. Tabellarisch overzicht der watertolheffingen in de provincie Groningen.
14. Landbouw.
2067 H. Dijkema. Proeve van een Geschiedenis der Landhuishouding en Beschaving in de provincie Groningen ; 2 stukken; Groningen, 1851.
2068 H. C. van Hall. Mededeelingen omtrent den statistiek van den
113
Landbouw in de provincie Groningen; I860. (Overgedruktuit het Tijdsch. d. Maatsch. t. Bevord. v. Nijverheid, 1860; I, stuk 3).
2069 Rapporten van de Commissie v. Landbouw wegens den staat van den Landbouw en der Laudhuishouding in 1818—1821.
2070 Staat van den Landbouw en der Landhuishoudiug enz. iu de prov. Groningen, in den jare 1818, opgemaakt en uitgegeven door de Commissie v. Landbouw in dezelfde provincie; Gron., 1821.
2071 Staat der gewassen en van het vee, als voren, over 1860.
2072 Mr. B. D. H. Tellegen. Het verbruik van tarwe en rogge in de stad Groningen, in de jaren 1821 en 1822 en in de jaren 1827—1856.
2073 C. J. Geertsema. Beschrijving van den landbouw in de districten Oldambt, Westerwolde en Fivelingo, in de prov. Groningen ; Haarlem, 1868.
2074 P. Heidema en E. Dijkema. Beschrijving van den landbouw in het district Huusego : Haarlem, 1871.
Opgaven dat er geene ziekte onder de varkens heerscht; 1830.
2075 Reglement ter voorkoming van het overbrengen en voortplanten der heerschende Longziekte ouder het rundvee in de provincie Groningen, 25 April 1848.
2076 Reglement op het bestuur dor stichting, genaamd „Fonds voor den Landbouwquot; in de provincie Groningen.
2077 H. C. van Hall. Geschiedenis van de verwoestingen door de rupsen, in het jaar 1820, aangerigt in de prov. Groningen; Gron., 1829.
2078 Statistieke opgave omtrent schapen, 1833—1852.
2079 J. C. Bilroth. Verslag over den veestapel in het Westerkwar-tier der provincie Groningen.
2080 Over den uitvoer van mest uit Friesland ; 1805.
2081 Missives van den Gouverneur en van de Comm. v. Landbouw over den invoer van buitenlandsch rundvee; 11 en 12 Maart 1817.
2082 Rapporten over inculte gronden, toemaking en bemesting in deze provincie, Groningsche stratendrek enz.; 1808—1810.
2083 Rapport van Gedeput. Staten aan den Min. v. Binnenl. Zaken over de bevordering van de afgraving der hooge veenen, d.d. 15 April 1818.
2084 Rapport van don Gouverneur aan den Min. v. h. Publiek onderwijs, de Nationale nijverheid en de Koloniën over de ontginning van woeste gronden, d.d. 3 Nov. 1819.
2085 Information gegeven aan don heer T. Sypkens, over de ter ontginning geschikte afgeveende gronden in deze provincie ; d.d. 27 April 1818.
2086 Stukken betreffende do Dallanden in do gemeente Wilder-van k, 1818.
2087 Over woeste gronden in Groningen; over de Veenkoloniën, enz.
2088 T. Borgesius. Landontginning en landbouw in de Veenkoloniën der provincie Groningen ; Haarlem, 1856.
114
2089 Rekwest en Inlichtende memorie, namens een aanzienlijk aantal voorname Landbouwers in de prov. Groningen, ter erlanging van tijdelijk verbod van en voortdurend bezwaar op jden invoer van granen en peulvruchten, aan Z. M. den Koning der Ned., in de maand Dec. 1823 ingediend; Gron., 1823. (Het stukis gesteld door J. R. Modderman.)
2090 Handelingen van het Genootschap ter bevordering der Nijverheid, gevestigd te Onderdendam ; 1837—1860.
2091 Terslag van de Maatschappij van Nijverheid in het Westerkwartier der provincie Groningen, over 1880, en rundveestamboek voor het Westerkwartier.
2092 Handelingen van het Genootschap van Nijverheid in de provincie Groningen, 1878/79 en volgende jaren.
2093 Verslag van de proefvelden van het Genootschap van Nijverheid in de provincie Groningen. Oogst van 1885 en volg. jaren.
2094 Plan betrekkelijk de zamenstelling, de benoeming, enz. van eene Commissie van Landbouw in de provincie Groningen, 22 Julij 1851.
2095 Stukken betreffende de Maatschappij van Landbouw in Groningen, 1853—1800.
2096 Mr. E. van Loon. Verslag, ingezonden door de Afd. Appinge-dam van het Genootschap van Nijverheid, gevestigd te Onderdendam, over de Landbouw-statistiek.
15. Fabrieks- ex ook andere Nijverheid.
2097 Nijverheidsstatistiek in de provincie Groningen, 1816—1829.
2098 Stukken betreffende de ambachts- en fabrijknijverheid van Groningen, over 1859 en 1860.
2099 Provinciale opgaven der fabrieken en werkwinkels in de prov. Groningen, op 31 Dec. 1819.
2100 U. G. Schilthuis, Jzn. Statistiek van de Ambachts- en Pabnjks-nijverheid in de provincie Groningen; 1856 vergeleken met 1819. (Afdruk uit de Bijdragen der Comm. v. d. stat. beschr. d. prov. Groningen.)
2101 H. A. AVijnne. Bijdrage tot de kennis van de Nijverheid in de provincie Groningen. (Overgedr. uit hot Tijdschrift v. Staathuishoudkunde en Statistiek; XIII d.; 6 afl.)
B. STAD GRONINGEN.
1. Geschiedenis.
2102 Verzameling van Ordonnanties, Resoluties, Keuren, enz., van de jaren 1601—1799.
2108 Verzameling van reglementen en instruction van de Stad Groningen.
2104 Als boven.
2105 Series consulum eorurnque qui ante eos consulaire potestate fuêre in civitate Groningana ab anno MCCLX ad praesens hoe tempus digesta, 2 deelen.
2106 Instructie voor die Secretarien van Borgemesteren en Raadt in Groningen, enz.
115
2107 Platte Grond der Stad Groningen, 2 verschillende exemplaren.
2108 Gilderolle van de brouwers.
2109 A. J. de Sitter. Voorloopig register van chartes, privilegien, plaeaateu, ordonnantieu, enz. Stad en Lande betreffende, loopen-de tot aan het jaar 1594; Gron., 1789.
2110 Yerzamding van 40 Advertentiën, Notification, Puhlicatiön, enz. van Burg. en Raad van Groningen; 17 Oct. 1809—30 Dee. 1816, in portef.
2111 Verzameling van Publicatiën, enz. der Stad Groningen, van 1851—1860.
2112 Verzameling van Publicatiën, Notificatiën, enz., van de regeering der Stad Groningen, uitgekomen in 1811—1814—1821 1827—1833.
2113 Verzameling van Resolutiën van de provisionele Munieipaiiteit der Stad Groningen.
2114 Verzameling van Resolutiën van de Munieipaiiteit der Stad Groningen.
2115 Reglement voor de Gewapende iiurgermagt der Stad Groningen ; Gron., 1806.
2116 Reglement voor het bestuur der Stad Groningen, van 5 January, 1824.
2117 Registers van de Publicatiën enz. van Burg. en Raad der Stad Groningen van 1806—1810.
2118 Notificatie van de Munieipaiiteit der stad Groningen, van 7 Oct. 1796, betreffende de herziening van alle Stads-Ambten en derzelver Tractementen.
2119 Brandordre, gearresteerd bij Burg. en Raad der stad Groningen, 16 April 1804 ; benevens andere stukken van dat jaar.
2120 Placcaet, Resolutie, Generale ordonnantie, mitsgaders ordre van Verpachtingen ende procederen itim particuliere Ordonnantiën ende Instruction op \'t collecteeren en innen van de generale middelen van Stad Groningen ende Ommelanden ; 1707.
2121 Voorstel door de Munieipaiiteit der Stad Groningen, gedaan aan de onderscheidene Kerkgenootschappen aldaar, betreffende het plan van schikking nopens de Kerkgebouwen, alsook het plan van schikking zelve, en project nopens de graven, met de resolutie en bijlagen daartoe betrekkelijk.
2122 Voorstel van Munieipaiiteit en Kiezers, uitmakende de representatie van de Stad, aan het vrije volk van Groningen.
2123 Noodige Verantwoordinge Ende Bericht Op ende tegens het Ommelander Vertoogh Mitsgaders Cort ende waeraehtigh ver-hael van eenige notable veranderingen ende Onlusten, in die Regieringe van Stadt Groningen endo Ommelanden zedert eenige oude tijden tot nu toe . . . voorgevallen ; Wegen Borg. ende Raadt in Groningen overgegeven in die Vergaderinge van haero Hog. Mog. 9 January anno 1645; Groningen, 1645.
2124 Conclusien mitsgaders decision ofte sententien definitive op ende over verscbeyden differenten een tijdlanck gesweeft hebbende tusschen de stadt Groningen, Omlanden ende d\'Oldampten, ge-preuuncieert ter vergaderinge ende op de naem van de Hog.
116
Mog. Heeren Staten-Generael der Vereenigde Nederlanden, den 7 Aug. 1649.
2125 Corpus der Groninger Reg ten. Verfattet in 4 deelen, rakende het eerste de maniere van Procederen in Stadts Saaken, het tweede het Regt van Persoenen en Saaken, het derde Misdaden, het vierde het Oldambt en Sapmeer enz.; Groningen, 1725.
2126 Handelingen van de representanten van hot Volk van Stad en Lande, mitsgaders het rapport over het Concept-plan van oproeping tot eene nationale Conventie ; 6 d.; Groningen. (2de deel ontbr.)
2127 Prothocol en Wetten van de Commissie tot de Correspondentie met alle gewettigde Genootschappen en Yaderlandsche Sociëteiten zoo binnen als buiten deze provincie; 11 Sept. 1786 en 6 Aug. 1787.
2128 Quintijn Pabus. Lof der stad Groningen, 1741.
2129 Groninga\'s Adelaar, of de gedachten van L. Gockinga, 1699.
2130 De persona van Groningen.
2131 B. H. Lulofs. Nog een woord over Groningen\'s alouden toestand.
2132 Over de ligging en aloude onafhankelijkheid der stad Groningen.
2133 Mr. II. O. Feith. Groningen veroordeeld door het Veemgericht te Wunnerberg in 1456.
2134 G. J. G. Bacot. Opwekking tot de wapenoefening aan de Burger-Schutterij te Groningen, 1784.
2135 Naamlijst der burgers, aangeteekend om den plaatselijken dienst tot maintien van rust en veiligheid in de stad Groningen waar te nemen.
2136 Antwoord op de briev van Benjamin aan den besten en belanghebbenden burger in Groningen, door zijn meede broeder Joseph.
2137 Tweede samenspraak tusschen drie Groninger burgers over de noodzakelijkheid, dat ouzo regeeringsvorm, niet aristocratis, noch democratis maar democratis bij representatie, moet zijn. Gehouden den 26 Junij 1786.
2138 Derde samenspraak tusschen drie Groninger burgers enz. Gehouden den 2 November 1 7S(k
2139 W. Zuidema. Wilhelmus Frederici, persona van Sint-Maarten te Groningen (1489—1525) en de Groninger staatkunde van zijn tijd; Groningen, 1888.
2140 B. Alting. De pilaren ende peerlen van Groningen, enz.; Groningen, 1750. (Bijgebonden andere stukken, ook van B. Alting, als: zijn historische Lofrede ter eere van Groningen ; Groningen, 1710).
2141 J. Alstorphii. Conjectanea philologica super numrao cuso in memoriam obsidionis et liberationis urbis Groningae anno 1672 ; ed. auctior; Gron., 1719.
2142 Verklaring van het Tractaat van de reductie der Stadt Groningen aan de Unie van Utrecht; Groningen, 1794.
2143 S. H. van Idsinga. liet Staats-recht der Vereenigde Nederlanden vertoond volgens de geschiedenissen der Stad Groningen onder
117
de Bisschoppen van Utrecht en volgende Princen; I en II, le verdeeling, in 1 band; Leeuw., 1758, 2 exempl.
2144 T. Brunsveld de Blau. Groningens oudsten predikant niet kerkelijk noch rechterlijk, maar bij politieke resolutie der Stadsregering zijn ambt opgezegd, enz. ; Amsterdam en Groningen, (1788); le st. 2 exempl.
2145 J. R. Modderman. Iets over de te dezer dagen door de Stad Groningen op nieuw, over het Oldambt, Westerwoldingerland, liet Gorecht en Sappemeer gepraetenteerde superioriteit; Groningen, 1816.
2146 ï. P. Tresling. De Warven en de Hoofdmannenkamer enz. binnen de stad Groningen ; Groningen, 1839.
2147 H. O. Peitli. Korte schets van de oude gewoonte, om in houten gebouwen te wonen, enz. voornamelijk in Groningen ; (afdruk, s. 1. et. a.)
2148 H. O. Feith. Dissertatie de Gildis Groninganis ; Gron., 1838.
2149 H. O. Peith. Register, voor zoover het is uitgegeven, van het Archief van Groningen; chronologisch en alphabetisch gedeelte.
2150 H. O. Peith. Het Oldermansboek (1434—1770); Gron., 1850.
2151 H. O. Peith. Hot Regt der stad Groningen op het klooster Ter Apel; Gron., 1851.
2152 Stukken betreffende de Pinantiën der stad, 1812—1820.
2153 Kort overzigt van het voornaamste, \'t welk is voorgevallen in de stad Groningen, gedurende den jaro 1835—1844,1846—1852.
2154 Stadsboek van Groningen.
2155 Het nieuwe gecorrigeerde stadsboek van Groningen.
2156 Een band, bevattende het stadsboek, keurwet, gilderechten, enz.
2157 Brief van een Groninger burger aan den heer S. A. van Idsinga over zijn nieuwelijk uitgegeven boek tegens die van Groningen.
2158 Groningens rust geboren uit onrust; 1748.
2159 E. Meter. Geschiedenis van het beleg van Groningen, 1839.
2160 A. Trommius. Groningen verlicht in duisternis, 1744.
2161 ü. Lents. Gedenkwaardigste voorvallen omtrent de belegering van Groningen ; Groningen, 1839.
2162 Stukken en bescheiden, rakende de procedure tegen den heer Mr. 0. Geertsema, 1753.
2163 Memorie van den Rentmeester van de Stadsveenen en Ter Apel, 1871.
2164 Verschillende stukken betreffende de instelling der Regeering van de Stad Groningen, 1795 enz.
2165 Mr. W. de Sitter. Beschouwing van den financieelen toestand der gemeente Groningen, 1870.
2166 Plan van oproeping, alsmede voorschriften voor de regering der Stad, enz., 1798.
2167 A. Hoetink. Het beleg der Stad Groningen in den jare 1G72. Geschiedkundig tooneelspel in drie bedrijven.
2168 Eeuwzang op het verlaten beleg van Groningen.
2169 Geschiedkundige aanteekeningen omtrent het beleg van Groningen in 1594, benevens het uitvoerig programma van den
118
gecostumeerden optocht, te houden in Groningen door het studentencorps in de maand September 1850.
2170 Installatie van Dr. Jacob Rosenberg tot opper-rabijn van de provincie Groningen, op 24 Mei 1853.
2171 Verzameling van stukken betrekkelijk Groningen en Coevorden in 1672.
2172 C. H. van Herwerden C. Hzn. Jubelrede op het tweede eeuw-getjjde van Groningen\'s bevrijding, den 28 Augustus 1872.
2173 A. van der Horst, nu Roelfzema. De belegering van Groningen in het jaar 1672, door sprekende personen uitgebeeld, 1772.
2174 M. A. Amshoff. Gedachtenisviering van de vestiging der kerkhervorming binnen Groningen, in 1594.
2175 M. Corstius. Jubeljaars-predikatie ter gedachtenis van de hervorming in de Stad Groningen, uitgesproken den 27 van. Hooimaand 1794.
2176 R. Bennink Janssonius. Gruno\'s zegefeest (28 Augustus 1838.)
2177 A. Trommius. Bevindingen van hem zeiven gedurende zijn levensloop, 1720.
2178 De belegering van Groningen in 1672.
2179 P. Boeles. Het beleg en de bevrijding van Groningen in 1672.
2180 P. Hofstede de Groot. Groningen\'s bevrijding in 1672.
2181 Gezangen, welke gezongen zullen worden den 28 Augustus 1847 op het Volksmuziekfeest in de Martinikerk te Groningen.
2182 Historisch verhaal van \'t leven en oorlogsbedrijf van den heer C. B. van Galen, Bisschop van Munster, enz.
2183 De Groninger kermis, dichtstuk door Hilarides, 1826.
2184 Feesttoonen op de vernieuwde feestelijke herdenking van het beleg en ontzet van Groningen in 1672.
2185 C. P. Sander. Brief aan den WelEd. Zeer Gel. Heer U. E. van Berchuijs over de Consubstantiatie in het Leerstuk van het Heilige Avondmaal. 1786.
2186 H. Trip Gockinga. Brief over den Godsdienst.- Begin der XlXe eeuw.
2187 De 300-jarige herdenking van de reductie van Groningen in 1594. (1894).
2188 Prof. P. J. Blok e. a. Gedenkboek der reductie van Groningen in 1594 ; Groningen 1894.
2189 Dr. S. D. van Veen. Uit drie eeuwen ; zes jubeljaars predica-tiën, gehouden door Ds. J. Martinus e. a.; Groningen, 1894.
2190 Programma van den Historisch Allegorischen optocht, te houden op het derde eeuwfeest van de reductie van Groningen ; Groningen, 1894.
2191 Album van den Historisch Allegorischen optocht.
2192 Plaat ter herdenking van de reductie van Groningen.
2193 J. Suringa. Herinnering aan het 2e eeuwfeest van Groningen\'s bevrijding, 1873.
2194 Aanmerkingen op een leerrede van Ds. Blaauw, 1770.
2195 Een Patriotsch regent geschetstin een Landdagspredikatie, 1785.
2196 T. B. de Blau. Herstelde predikdienst van Groningen\'s oudsten predikant, 1795.
119
2197 Wat te doen in een bozen tijd, 1788.
2198 Adressen van de Kamer van Koophandel en Fabrijken te Groningen tegen de bepalingen over het Handelzegel enz., aan de Tweede Kamer der S. G., d.d. January 1843, en aan de Eerste Kamer, d.d. April 1852.
2199 Adres van dezelfde Kamer aan de Tweede Kamer der S. G., over het ontwerp van wet houdende het Tarief op den In-, Uit- en Doorvoer; d.d. Nov. 1844.
2200 Dr. M. Westendorp. Algemeen overzicht der Komeiusche oudh. in de Nederlanden.
2201 Een pakket, bevattende verschillende stukken van de munici-paliteit der stad Groningen.
2202 1\'. J. Beukema. Beknopte plaatselijke en geschiedkundige beschrijving der stad Groningen.
2203 Redevoeringen bij plegtige gelegenheden.
2204 J. B. Schepers. Groningen als Hanzestad; Groningen, 1891.
2205 Programma van het 2o eeuwfeest van het ontzet van Groningen, 1672.
2206 J. Oomkens Jz. Bouwstoffen tot eene geschiedenis van de boekdrukkunst en den boekhandel in Groningen, 1864.
2207 Rekening, reglementen enz. van het Burgerlijk regiment in Groningen, 1725.
2208 L. P. Popta. Dissertatie Historico, medica Inauguralis de morbis epidemicis. Qui in urbe et Regione Groningana tractuque Prisico Vicino, a Saeculo XIII ad Saeculum XVIII Tinim Grassati Sunt.
2209 Feesttoonen op de feestelijke herdenking van het beleg van Groningen in 1672.
2210 Ordonnantie omtrent het dragen van de rouw in Groningen, 1738.
2211 Resolutie van de raunicipaliteit omtrent de trouwplechtigheden en het formulier, 1796.
2212 Caerte van de Belegeringe en opbrekinge der Bisschoppen van Collen en Munster voor de stadt Groningen. Aangevangen den 9 July geeyndieht den 16 Augusty. En in deze proportie gebracht door J. Veldman amp; H. Boerum, Ingenieurs.
2213 Korte opgaaf der veranderingen, welke Groningen ondergaan heeft sedert het begin dezer eeuw ; Gron., 1830.
2214 E. J. Diest Lorgion. Geschiedkundige beschrijving der stad Groningen, met platen en kaarten ; II dl. ; Groningen, 1852— 1857.
2215 P. Hofstede de Groot. Geschiedenis der Broederenkerk te Groningen; Gron., 1832.
2216 P. Hofstede de Groot. Groningens bevrijding in 1672; rede den 28 Aug. 1838 uitgesproken, met aanteek.; Gron., 1838.
2217 J. Oomkens Jzn. Voorafspraak bij het feest ter viering van de 50ste verjaring der oprigting van het Boekverkoopers-Collegie binnen Groningen op den 29 Dec. 1860 ; Gron., 1861.
2218 S. Gratama. Dissertatie de locis in urbe Gron.: juridicundo et rei publicae administrandae olim dicatis.
120
2. Biographiën.
2219 P. Hofstede de Groot. Hulde aan T. A. Clarisse; Qron., 182S.
2220 Adres (met bijlagen) van Roelof Schenkel, commies 3de klasse bij de In- en Uitgaande rechten, gestationeerd op Ameland, aan Z. M. den Koning, om te worden benoemd tot commies visiteur of als ambtenaar bij een der Entrepots in een der steden van Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen.
2221 L. Ali Cohen. Aantcekening over Volcher Koyter; een beroemd Groninger uit de 16e eeuw. (Afdruk.)
2222 8. Strating Ez. Redevoering ter plegtige nagedachtenis van wijlen den Hoogleeraar J. A. Uilkens, met portret; Groningen, 1825.
2223 De nagedachtenis van S. Strating Ez., gevierd in het Genootschap ter bevordering der Natuurkundige Wetenschappen te Groningen, 1841 ; Gron., 1841.
2224 J. A. van Rojjen. Korte biographic van U. G. Schilthuis Jz.; Julij 1860. (Afdruk.)
2225 T. P. ïresling. Vita et merita Rudolphi Agrieolae; 1830.
2226 G. H. van Senden. Nagedachtenis van T. A. Clarisse, gevierd den 12 Nov. 1828.
2227 Mr. B. H. Lulofs. Gedenkrede op H. D. Guyot, 1828.
2228 Mi\'. J. Potter v. Loon. Berigten nopens Doede van Amsweer, 1842.
2229 Tjassens Keiser. Toespraak gehouden in de kerk der Hervormden te Helium, op Donderdag den 2 Maart 1865 bij de begrafenis van den Heer De Haan.
3. Administratie en Dergelijke.
2230 J. Baart de la Faille en A. Modderman. Ter nagedachtenis van Mr. H. do Ranitz.
2231 Toespraak van P. Hofstede de Groot, omtrent L. G. Pareau als man der wetenschap.
2232 C. Laats. Geboorteplaats van Abel Jansz. Tasman. (Leiden, 1846 uitgegeven).
2233 Mr. H. A. Spandaw en Mr. C. Star Numan, Tammo Sijpkens, tot aandenken voor zijne vrienden.
2234 Dr. H. J. Nassau. Levensschets van Mr. C. Pothoff.
2235 Mr. H. O. Peith. Levensschets van Dr. R. Westerhoflf, 1875.
2236 J. Hofstede. Het leven van Sicco Tjaden.
2237 Ter gedachtenis van Jan Jacob Modderman, door zijn vrienden Theodorus van Swinderen en Barthold Hindrik Lulofs, 1809.
2238 Mr. A. Modderman. Dichtregelen voor het declamatorium, ter gedachtenis van den Hoogleeraar Mr. B. H. Lulofs.
2239 C. Star Numan. Schets van het leven en karakter van Alexander Numan.
2240 Mr. J. H. Philipse. Levensberigt van Mr. C. Star Numan, 1858.
2241 J. Adriani en Mr. H. A. Spandaw. Hulde aan de nagedachtenis van Graaf Adolf van Nassau.
2242 S. Winkler Prins. Willem Albert Scholten, herinneringen uit het leven van een industrieel; 2e druk 1892.
2243 J. J. Diest Lorgion. Verhandeling over Regnerus Praedinius, 1862.
121
2244 Verslagen van den toestand der gemeente Groningen, 1851 en volg. jaren.
2245 Verslagen der raadsvergaderingen van Groningen, vanaf 1 Sept. 1876.
2246 Reglementen van politie voor de gemeente Groningen, van 11 Nov. 1822 en van 7 Junij 1856.
2247 Stukken betreffende het belastingstelsel en de belastingen in de stad Groningen, in de jaren 1823, 1833 en 1852.
2248 Verzameling van Publicatiën, Reglementen enz., betreffende beurtschepen en derg. van Groningen up andere gemeenten in de provincie of in andere provinciën, (26 stuks).
2249 Ontwerp-Reglementen en Instruetiën tot regeling van de dienst der opruiming en den verkoop van de vuilnis vanwege de gemeente Groningen, met toelichtingen; Groningen, 1858.
2250 Stukken betreffende de Veenen der stad Groningen.
2251 Convenant tusschen de Stad Groningen en de Drentsche veengronden van Eext tot Valthe ingesloten.
2252 Stukken betreffende het Vlotgeld en vervoer van de Stads-stratendrek; 1684, 1694, 1782, 1784, 1800, 1807,1818 en 1819.
2253 Opgaaf van de zuivere opbrengst van de Stads-stratendrek, van 1810—1821.
2254 B. D. H. Tellegen. De Mest-Inrichting der stad Groningen ; Groningen, 1851.
2255 Jhr. Mr. H. J. Trip. De reiniging der Stad Groningen, in verband met de Veenkoloniën in hare voormalige jurisdictiën van \'t begin der 15e eeuw tot op den tegenwoordigen tijd, 1880.
2255a Voorstel van de municipaliteit der stad Groningen, gedaan aan de onderscheidene Kerkgenootschappen aldaar, betreffende het plan van schikking nopens de kerkgebouwen, enz.; Groningen, 1800.
2256 Reglement voor het Begrafenisfonds, opgerigt door het Alg. Collectanten-Gezelschap der Ned. Ilerv. Gemeente te Groningen ; d.d. 10 Dec. 1860.
2257 In memoriam festi secularis alterius Academiae Groninganae donavit societas cui symbolum : Veritas et officium.
4. iNRICHTINGEif VOOR ONDERWIJS.
2258 Th. v. Swinderen. Beschrijving van de plegtigheden bij den 200sten verjaardag der Gron. akademie; Gron., 1815.
2259 Het voormalig en tegenwoordig Academiegebouw, 1850.
2260 T. C. de Greuve. Nagalm der feestviering te Groningen, bjj gelegenheid der inwijding van het Academiegebouw, 1850.
2261 Acta saecularia Academiae Groninganae complectentia orationes et carmen in natali ei us ducentesimo publico dicta die 10 Octobris 1814, Edidit A. Muntinghe ; Groningae, s. a. (1816.)
2262 Dr. W. J. A. Joncbloet. Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen, ter gelegenheid van haar vijfde halve eeuwfeest; Groningen, 1864.
2263 W. J. Wendel. Groningens Akademiefeest van September 1864.
2264 Beschrijving van de maskerade, welke door de H.H. Studenten, leden der vereeniging „Vindicat atque Politquot; den 12 October 1854 te Groningen zal gehouden worden.
122
2205 Reünie en Akademiefeest. Schetsen en mededeelingen door den schrijver van Ons Dorp, 1851.
2266 J. Ruardi. Gedicht aan Z. K. H. de Souvereinen Vorst dei-Nederlanden, Willem den Eerste, op den 10 October 1814, wanneer het 200jarig bestaan der Groningsche Academie gevierd werd, 1816.
2267 Album van en voor do deelgenooten der verecniging van Oud-Studeuten, bij de viering van liet 250-jarig bestaan der Akade-mie te Groningen, 1864.
2268 Feestzangen, ter gelegenheid van do inwijding van het Nieuw Akademiegebouw te Groningen.
2269 Dr. L. S. P. Meijboom. Feestrede uitgesproken den 12 Sept. 1860, ter gelegenheid van de reünie te Groningen.
2270 Mengelingen door de Groninger Studenten, 1816.
2271 P. Hosstein. Aanteekeningen op de blijde dagen van 30 September en 1 October 1831, bij do terugkomst der Groninger en Franeker Studenten binnen de stad Groningen.
2272 Aanspraak van mr. T. A. ten Berge, voorzitter-curator indertijd, aan de Heeren Professoren.
2273 Waarachtig verhaal van hetgene omtrent het hoogleeraarsambt van Mr. Fred. Adolf van der Marck, in het Staats-, Natuur-en Volkenrecht op de lloogeschool der Stad Groningen en Ommelanden is voorgevallen, 1775.
2274 H. T. T. Fockens. Akademia Groningana, diinidio Seculo XIX.
2275 Effigies et Vitae professorum Akademiae Groningae-en Omlandiae.
2276 M. O. Gratama en J. A. Feith. Geschiedkundige aanteekeningen by en uitvoerig programma van den optocht, voorstellende den intocht van , Grave Edzard I den Grote, tho Oost-freeslantquot; 1 Mei 1506 binnen Groningen te houden door de leden van het Groninger Studentencorps „Vindicat atquePolitquot; 24 September 1879.
2277 Dr. M. J. Baart de la Faille. Toespraak aan de Oud-Studenten der Groninger Hoogeschool bij hunne reünie, gehouden den 27 Augustus 1872.
2278 Korte beschrijving van het 45jarig herinneringsfeest van den uittocht der vrijwillige fiankeur-kompagnie Groninger en Franeker Studenten, 1876.
2279 Vindicat atque polit. Mengelingen door de Groninger Studenten, 1816.
2280 B. H. Lulofs. Loflied van Groningen\'s Studenten aan de muze der toonkunst.
2281 Dankbetuiging aan de Groningsche jufterschap bij het omkransen van het vaandel, uit naam der terugkeerende Studenten, 1831.
2282 Mr. J. A. van lioijen. Openingsrede tot het feest, gevierd te Groningen, den 19—23 Juni 1844, ter herinnering aan den Akademischen leeftijd over de jaren 1820—1£30.
2283 Groninger Studenten-liederen, 1816.
2284 Krijgsliederen.
2285 L. D. Poitevin. Hommage aux étudians, fiangueurs volontaires de Groninque et de Franeker.
123
2286 J. J. L. P. Morchant. Le chant du depart, dedie aux corps patriotiques des univorsités do Groningue, de Leijde et d\'Utrecht.
2287 Mr. A. quot;W. Eugelen. Lied voor de uittrekkende Grrouingsche Studenten, 1830.
2288 Triumph-zang aan de Groninger Hoogeschoolgenoten, 1830.
2289 Welkomsgroet aan de tehuis komende vrijwillige flankeurs uit de Groninger Hoogeschool euz. na een zegevierenden veldtocht.
2290 Aan Nederlands dappere jongelingschap bij haren zegevierenden terugtocht uit het leger naar de onderscheidene hoogescholen.
2291 Mr. B. H. Lulofs. Krijgslied voor Grouiugen\'s uittrekkende Studenten.
2292 O. Q. I. J. van S. Idem.
2293 F. C. de Greuve. Juichtoon en zegezang bij den plechtigen intocht van de vrijwillige üankeur-compagnie der Studenten van Groningen en Franeker, in de stad Groningen, den laatsten van Herfstmaand, 1831.
2294 Reglement op het Beurzenfonds aan de Rijks-Universiteit te Groningen, opgericht door de Vereeniging van Burgemeesters in de provincie Groningen.
2295 Stukken betrekkelijk op de Academiefeesten in September 1889.
2296 Dr. W. M. H. Siingor. Het Groningen der toekomst; de hoop harer Universiteit; 1876.
2297 Officieele feestwijzer voor de viering van hot 56ste Lustrum der Groningsche Hoogeschool van den 17 tot den 22 Sept. 1894.
2298 E. J. Diest Lorgion. Gedenkschrift der inwijding van het nieuwe Akademiegebouw te Groningen in Sept. 1850; 2de druk; Groningen, 1851.
2299 H. O. Feith. Over den grond, waarop thans een nieuw Akademiegebouw voor \'s Rijks Hoogeschool te Groningen wordt opgerigt; Gron., 1846. (Afdruk).
2300 Gedenkboek of verzameling van stukken, betrekkelijk den uit-togt der Studenten van Groningen en Franeker ten strijde voor het Vaderland in 1830; Gron., 1831.
2301 B. H. Lulofs. Aan de dappere Studenten van Groningen en Franeker; Gron., 1831.
2302 Album der H.H. Officieren, Onder Officieren en Manschappen, uitmakende de Compagnie vrijwillige Flankeurs der Groninger Hoogeschool en van het Franeker Athenaeum; Groningen, 1830.
2303 Handteekeningen der Deelgenooten van het Feest ter herdenking van den Akademischen leeftijd, te Groningen gevierd in 1844; Groningen, 1844.
2304 Mr. B. H. Lulofs. Feestrede uitgesproken op den 1 Julij 1830, in de Nieuwe Kerk te Groningen (Reünie studenten).
2305 Mr. A. L. Wichers. Academie Groningana, Dimidio Seculo XIX. Getal der inschrijvingen als student sedert de oprigcing der Hoogeschool te Groningen.
2306 Het voormalige en het tegenwoordige Akademiegebouw te Groningen en derzelver plegtige inwijding op 23 Aug. 1614 en 25 Sept. 1850, met afb.; Groningen, 1850.
124
2307 Annales Acadeiniae Groninganae 1815, Groningae, 1817 en volg. jaren.
2308 Almanak der Akademie van Groningen ; I—XVIII, 1813—1830.
2309 Jaarboeken der drie Rijk-Universiteiten, der gemeentelijke universiteit van Amsterdam, en der Vrije Universiteit te Amsterdam.
2310 Catalogus librorum bibliothecae universitatis quae Groniuguae, est secundum seriem literarum alphabeti digestus, 3 deelen.
2311 Index rerum naturalium in Museo Academico Groningano; Gron., 1822.
2312 Verzameling van stukken betrekkelijk do Academie van Teeken-Bouw- en Zeevaartkunde (Minerva) iu Groningen; 1798.
2313 Schets van het onderwijs, hetwelk door den instituteur K. J. Koers aan de Academie van teeken-, bouw- en zeevaartkunde te Groningen gegeven wordt; Grou., 1798.
2314 Programma van het Stedelijk Gymnasium te Groningen, 1863 en volg. jaren.
2315 Programma van het onderwijs to geven in de Eijks-hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus te Groningen, gedurende het schooljaar 1892/93.
2316 Memorie betretfende Akademie van ïeeken-, Bouw- en Zeevaartkunde, 1812.
2317 Stuk over do Academie Minerva (1829 i\')
2318 Verslag omtrent den staat enz. der Akademie Minerva te Groningen, sedert derzei ver oprigting tot 1 Jan. 1837.
2319 H. T. Roskes en J. W. Ermerins. De Akademie Minerva aangeprezen, in twee voorlezingen; Gron., 1845.
2320 Staat van do Akademie Minerva in 1861 en J862.
2321 Concept van een op te rigten Instituut van opvoeding ; z. j. (Fransche memorie.)
2322 Bepalingen der Landhuishoudkundige School te Groningen, 1845, 1850—1861.
2323 Bepalingen d. Landhuishoudk. School, 1861—1862; metafb. van de Boerderij der school te Haren, Reglement van orde voor de school, enz.
2324 Adres aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal over de Landhuish. School te Groningen, April 1851.
2325 Verslagen der Landhuishoudkundige school te Gron., 1848—1861.
2326 II. C. van Hall. He Landhuishoudkundige School te Groningen ; Gron., 1844.
2327 J. Boeke. Waaraan heeft de Landhuishoudk. School te Groningen nog behoefte? 1860. (Afdruk).
2328 Dr. W. C. H. Staring. Verslag over de Landhuishoudkundige school te Groningen en het Landbouwonderwijs in naburige rijken ; \'s Gravenhage, 1861.
2329 Archief der Maatschappij „de Landhuishoudkundige schoolquot; te Groningen.
1. Gedrukte stukken en dubbelden ;
2. Notulen van het bestuur, 1861 —1871 ; (2 stuks).
3. Notulen van de vergadering van Aandeelhouders;
125
4. Presentielijsten en andere bijlagen bij de notulen der vergaderingen van aandeelhouders ;
5. Inhoudsopgave van ingekomen en afgezonden stukken ;
6. Ingekomen stukken, 1801 —1871 ;
7. Afgezonden stukken 1861—1871 ;
8. Bewijzen van overdragt van aandeelen;
9. Overeenkomsten, Reglementen enz.
10. Model van een diploma der Landhuish. school;
11. Teekening en bestek van het vernieuwde gebouw te Haren ;
12. Journalen, veeboeken, mclkboeken, kasboeken, grootboeken, enz.
2330 Reglement voor de winterscholen.
2331 Programma van liet onderwijs aan de winterschool te Groningen, 1893/94 en volgende jaren.
2832 Adres van het Depart. Groningen der Ned. Maats, ter Bevord. van Nijverheid aan den Minister van Binneulandsche Zaken, (Maart 1860), aandringende op het tot stand brengen der nieuwe wet op het middelbaar en, zoodoende op het industrieel onderwijs.
2333 Dr. P. G. Groneman. Gedenkboek van de Rijks-hoogere burgerschool te Groningen, zamengesteld en uitgegeven bij de sluiting van haren vijf en twintigsten cursus, 1889.
2334 Reglement voor de Kweekschool voor Zeevaart te Groningen ; 27 Februarij 1858.
2335 Verslagen van de Kweekschool voor Zeevaart te Groningen; 1858—1860.
2336 Het vijftigjarig bestaan der Kweekschool voor Onderwijzers te Gronjngen op den 19 Junij 1847 plechtig gevierd ; met Bijlagen enz. betreffende de geschiedenis dier school; Gron., 1847.
2337 Kweekschool voor onderwijzeressen te Groningen, 1878.
2338 Bijzondere school-ordre voor de scholen ten platte lande in het Departement Groningen, 1808.
2339 Wet van liet Gesticht voor bejaarde Onderwijzers, enz.; 24 Sept. 1848.
2340 Berigt over de Normaalschool voor Gymnastiek, opgerigt door het Depart. Groningen der Maatsch. tot Nut van \'t Algemeen (in 1844 opgericht) ; Gron. 1855.
2341 Th. van Swinderen. Het 25jarig bestaan van hot Natuur- en Scheikundig Genootschap te Groningen, plechtig gevierd op den 1 Maart 1826.
2342 Verslagen enz. van het Natuur- en Scheikundig Genootschap te Groningen, van de oprichting (1801) af tot 1860, tusschen beide onder verschillende benamingen, laatstelijk „ter bevordering der Natuurkundige AVetenschappenquot;.
2343 Hot vijfenzeventigjarig bestaan van het Natuurkundig Genootschap te Groningen, feestelijk herdacht op 25 en 26 February 1876.
2344 Wet van het „Natuurkundig Genootschapquot; te Groningen ; 29 October 1862.
2345 H. O. Feith. Redevoering, ter gelegenheid van het vijf en
126
twintigjarig feest der Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, uitgesproken den 16 van Slagtmaand 1809; Grron., 1809.
2346 H. O. Faith on B. H. Lulofs. Redevoering en Dichtregelen, uitgesproken ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig feest van het Departement Groningen der Maatschappij tot Nut van quot;t Algemeen, den 8sten van Louwmaand 1817, met aanteek.; Groningen, 1819.
2347 Mr. A. Modderman. Bijdrage tot de kennis van het Departement Groningen der Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen.
2348 Concept-plan ter oprichting van een Scheikundig-oekonomisch Instituut voor de Fabrijken in het Gemeenebest en wel te Groningen (onder prof. P. Driessen); z. j.
2349 C. Guyot en E. T. Guyot. Beschrijving van het Instituut voor Doofstommen te Groningen, ten geleide van eene systematisch gerangschikte lijst der werken en geschriften over Doofstommen en het onderwijs aan doofstommen; Gron., 1824.
2350 Beschrijvingen van het Instituut voor Doofstommen te Groningen aan de leden en oud-kweekelingen aangeboden, tot het aandenken aan de viering van het 75jarig en het lOOjarig bestaan der inrichting, in de jaren 1865 en 1890.
2351 Verslag van de commissie voor de practische ambachtschool, opgericht door de Yereeniging van Industrieelen en quot;Werkbazen te Groningen, over 1878 en volg. jaren.
2352 Verslag van het congres van ambachtsonderwijs, tijdens de tentoonstelling van ambachtsscholen te Haarlem gehouden, 8 Augustus, 1891.
2353 Algemeen verslag en reglement van hot Instituut (Tiphereth Bacharium), ter onderwijzing van de Israëlitische jeugd te Groningen, en deszelfs plechtige inwijding op den 1 Augustus, 1815.
2354 Verslagen van het Instituut voor Doofstommen te Groningen.
2355 D. T. Guyot. Dissertatis de jure Surdo-Mutorum, 1824.
2356 A. W. Alings. Auszug aus dem Berichte d. ïaub Stummen-Anstalt zu Groningen vom Jahre 1860; Jahrg. 1862, van het Organ der ïaubt. u. Blinden-Anstalten in Deutschland eet.
2357 Wetten van het Instituut voor Doofstommen, 1798 in H. S., 1817, 1825, 1846, en veranderingen in de wet van 1846 gemaakt in 1856.
2358 H. O. Peith. liedevoering uitgesproken op het feest, gevierd bij het vijftigjarig bestaan van het Instituut voor Doofstommen te Groningen op den 22 van Hooimaand 1840 ; met aanteek.; Gron., 1841.
5. Inkichtingen van Weldadigheid.
2359 Het weldadig Groningen, of opgave en bestrijding van de nuttige inrigtingen te Groningen, in liet bijzonder van die ten behoeve van armen en ongelukkigen ; Gron., 1844.
2360 Twintigjarig Verslag van het Genootschap der Moederlijke Weldadigheid te Groningen ; Gron., 1845.
2361 Verslag van de Vrouwen-Vereeniging te Groningen enz., over 1848 en 1849 ; Groningen, 1850.
127
2362 Verslagen van den toestand en verrichtingen der afdeeling „Groningenquot; van den bond van Orde door Hervorming over het tijdvak van 5 Oct. 1893 — 1 Nov. 1894 cn volgende jaren.
2363 P. Hofstede do Groot. Over armenverzorging door vrouwen, volgens eene twintigjarige ondervinding. Eedevoering ter viering van het twintigjarig bestaan der vrouwenvereeniging ter bevordering van werkzaamheid en wolstand onder de geringe volksklasse te Groningen, den 23 Febr. 1858.
2361 Berigt over het gesticht voor pleegzusters en toevlugtsoord voor verwaarloosde meisjes te Groningen, van de oprichting af tot nu toe, bijzonder over jaar 1858; Gron., 1859.
2364a Reglement voor de luilpkas voor Israëlieten te Groningen, opgericht 1 Juni 1850.
2365 Verslagen van de verceniging het kinderziekenhuis van A. Scholten te Groningen, 1893 en volg. jaren.
2366 Algemeen Reglement voor het Gesticht voor Pleegzusters enz. ; Gron., 1856.
2367 Stukken betreffende de Vereeniging tot onthouding van sterken drank te Groningen ; 1843.
2368 Stukken betreffende do Vereeniging voor dienstboden te Groningen.
2369 Verslag van de Vereeniging Nut en Genoegen te Groningen ; 1849—1850.
2370 J. A. Wijnne. Programma van het Stedelijk Gymnasium te Groningen, waarbij gevoegd is eene verhandeling, ontleend aan de Geschiedenis der oudheid en tot onderwerp hebbende: Macedonië tot don dood van Alexander den Groote; Gron., 1864 en volgende jaren.
2371 Bericht betreffende het fonds, waaruit algemeenc nuttige inrichtingen kunnen worden gesticht of ondersteund, te Groningen; 1854.
2372 Reglement voor eonc Maatschappij van lijfrenten, te Groningen, opgericht den 17 Februanj 1854.
2373 Verslag van het /eemans-Collcgie „de Groninger Eendragtquot; over 1860.
2374 Openbaar verslag van den staat des Nederlandschen Bijbelge-nootschaps in het Algemeen, on van dien der Groninger Afdeeling van hetzelve in het bijzonder, namens het Bestuur gedaan den 26sten Mei 1818.
2375 Verslagen van het Algemeen Diakengezelschap der Ned. Herv. Gemeente van Groningen over de jaren 1846 tot en met 1872 en van 1887 en volgende jaren, benevens eene circulaire van 1846.
2376 Circulaire aan de leden der Ned. Hervormde Gemeente te Groningen, 14 December 1857.
2377 Reglement voor de Nederlandsche Israëlitische Hoofdsynagoge te Groningen.
2378 Dr. A. lleitsma. Geschiedkundige beschrijving van het Diaconie Gasthuis te Groningen; 1852.
2379 U. G. Schilthuis. Vereenigingen tot weldadigheid in de gemeente Groningen bestaande.
2380 Staat, aanwijzende hetgeen in de Stad Groningen thans jaar-
128
lijks door elkander betaald wordt voor hier ter stede of voor elders bestaande nuttige of weldadige instellingen
2381 Hofstede de Groot. Rekenschap van de benoeming van het Kerkelijk Kiescollege in 1867.
2382 Mrs. v. H. Bosch en Trip. Geschiedkundige schets van het Anthouy-Gasthuis; 1851.
2383 O. P. L. Rutgers. De Groene Wees ; Schetsen en mededeelingen betreffende het Diakonie-Kinderhuis der Xed. Herv. Gemeente te Groningen.
6. Topooraphie er natuurlijke gesteldheid.
2384 J. P. Beukema, Beknopte beschrijving der Stad Groningen, m. pl.; Gron , 1821.
2385 Korte handleiding voor vreemdelingen, die het merkwaardigste in de stad wenschen te zien; Gron., 1825.
2386 M. Beekhuis. Proeve eener naamlijst van versteende koralen en schelpdieren, welkeinden Hondsrug gevonden worden; Gron., 1833.
2387 Dr. L. Ali Cohen. De Hondsrug en deszelfs versteeuingen, en geognostische beschrijving van deu Honsdrug; 2 stukjes, met eene kaart; 1841 en 1842. (Afdruk.)
2388 P. Roemer. Die Versteinerungen der silurischen Diluvial-Geschiebe von Groningen in Holland; 1858. (Afdruk).
7. Geneeskundige Topographie en Epidemiologie.
2390 S. E. Stratingh. Groningen als woonplaats beschouwd; eene bijdrage tot de geneeskundige plaatsbeschrijving van deze stad; Gron., 1858.
2390 H. J. Berghuis van Woortman. Dissertatie de ratione qua medicina turn vcteriori, tum recentiori tempore in civitate Groningana factitata est; Gron., 1839.
2391 L. Ali Cohen. Bijdrage tot de geschiedenis van de prostitutie en hare regeling in de stad Groningen, van 1425 tot heden ; 1860. (Afdruk.)
2392 A. A. Sebastian. Geneeskundige bijdragen; Gron., 1839. (Daarin: Statistiek van de sterfgevallen in de stad Groningen, gedurende het jaar 1838.
2393 E. J. Thomassen a Thuessink. Algemeen Overzigt der epidemische ziekte, welke in het jaar 1826 te Groningen geheerscht heeft; Gron., 1827.
2394 Jhr. Mr. H. J. Trip. Geschiedenis der ziekten in de 17e, 18e en 19e eeuw geheerscht hebbende te Groningen, 1867.
2395 G. Acker Stratingh. Diss, de cinchonio etc.; Gron., 1828. (Hierin : De cinchonini, chinini etc. efficacia et usu in febr. intermitt., habita praesertim ratione epidemiae Groningae anno 1826—1827 observatae.)
2396 N. Nauta Peterts. Spec. med. inaug. exhibens collectanea epi-demium anni 182G et 1827 Groninganam spectantia ; Gron., 1828.
2397 G. Bakker. Bijvoegsel tot den 2en druk van de Volksziekte, welke in het jaar 1826 te Groningen geheerscht heeft; Groningen, z. j.
2398 M. J. Keiser. Dissertatie continens annotationes quasdam in febr.
129
intermittentem, durante epidemia, praecipue Groningana 1826 et 1827, cum lienis morbo eopulatum; Groningen, 1830.
2399 L. T. Schleurhoïts. Diss, de effluviorum paludosorum, in regione inprimis Groningana, origine, natura eet.; Groningen, 1830.
2400 Verslag van de commissie tot ondersteuning eet., bij de heer-schendc ziekte (van 1826 en 1827) te Groningen; Gron., 1828.
2401 D. de Vries Eeilingh. Kort overzigt van do Koortsepidemie, welke in 184-6 in de provincie Groningen geheerscht heeft; Gron., 1847.
2402 H. Reilingh Dz. Verhandeling over de in de prov. Groningen epidemisch geheerscht hebbende Tusschenpoozeude koortsen, sedert de elfde eeuw ; Gron., 185S.
2403 J. W. van Peyma. Diss, sistens brevem conspectum epidemiae variolosae quae anno 1840 Groningae grassata est; Gron., 1841.
2404 H. Wichers. Verhand, over de Itoodvonk-epidemie, die in het jaar 1855 te Groningen gebeerscht heeft; Gron., 1856.
2405 D. de Vries Reilingh. Over liet ontstaan en de verbreiding der cholera te Groningen, in 1858 en vooral in 1854. (Overgedr. uit het Repertorium, ISquot;. R., deel I.)
2406 Verslag van de Vereeniging tot bevordering van de volksge-gezondheid te Groningen; 8 jaargangen.
2407 Verslag van de Commissie voor cholera-zieken te Groningen omtrent hare werkzaamheden gedurende het heerschen dier ziekte aldaar in het iaar 1849; Gron., 1849.
2408 D. de Vries Reilingh. GeschiedIviindige aanteekeningen over de epidemiën, welke van het iaar 1806—1866 te Groningen geheerscht hebben; Groningen, 1869.
2409 W. Gerhards. Verslag van de werkzaamheden der Commissie voor Cholera-zieken te Groningen in het jaar 1854 ; Groningen, 1855.
2410 W. Gerhards en J. Eaart de la Faille. Verslag van de werkzaamheden der Commissie voor Cholera-zieken te Groningen, in het jaar 1855; Groningen, 1855.
2411 Verslag betreffende het heerschen der cholera te Groningen in 1859.
2412 Eenige mededeelingen omtrent de Cholera-epidemie en de werkzaamheden der Cholera-commissie te Groningen in het jaar 1866.
2413 Herinnering aan den jare 1826, of alphabetische naamlijst der overledenen te Groningen, sedert den 1 Januari 1826 tot 31 December 1826.
2414 Verslag van de Commissie voor Cholera-zieken te Groningen in 1849.
2415 W. van Doeveren. De gunstige gesteldheid van Groningen voor de gezondheid, af te leiden uit de natuurlijke historie der Stad; 1771.
2416 Verslag van de in het jaar 1826 te Grouingen waargeuomene ziekten.
2417 H. J. Kremer. De oogen van de leerlingen der Rijks-Hoogere-burgerschool en van het Gymnasium te Groningen; 1884.
2418 Verslag van de werkzaamheden aan de koepokinenting over 1890.
130
2419 Lijst van geneeskundigen, tandmeesters, apothekers, drogisten en vroedvrouwen, gevestigd in de prov. Groningen op 1 Januari 1871 en volgende jaren.
2420 Prof. M. E. Mulder. Verslag van de inrichting tot behandeling en verpleging van behoeftige en minvermogende ooglijders te Groningen over 1893 en volgende jaren.
2421 Verslag van de werkzaamden der Typhus-Commissie, gedurende de zomermaanden van 1856, te Groningen; Gron., 1856.
2422 Bijdrage over de voedingsmiddelen in de stad Groningen gebruikelijk, door een commissie uit de Afd. Groningen van de Ned. Maats. t. Bev. d. Geneeskunst; 1855.
2423 B. D. TI. Tellegen. Het verbruik van Tarwe en Rogge in de stad Groningen in de jaren 1821 en 1822, en in de jaren 1827—1856. (Afdruk uit het Staatk. en Staathuishoudk. Jaarboekje.)
2424 Geneeskundige Armen-verpleging te Groningen; Bijlade, beboerende bij een missive van de Afd. Groningen der Nederl. Maats. t. Bevord. der Geneeskunst, aan den Raad der gemeente Groningen en aan de onderscheidene Diakenieën in die gemeente aangaande dit onderwerp, d.d. 16 Februarij 1855.
2425 Rapport van eene Commissie uit de afd. Groningen der Ned. Maatsch. ter Bevord. der Geneeskunst, uitgebragt 21 Dec. 1854. (Behoort bij vorenstaande Bijlage.)
2426 P. Driessen. Verslag aan den Secretaris van Staat voor de Binnenl. Zaken, van eenige proefnemingen betreffende het gewone zout, ten einde de deugdzaamheid van dit zout ten beste der ingezetenen te verzekeren ; 31 Maart 1815.
2427 Prof. Dr. W. M. H. Sanger. Verslag van de verloskundige kliniek aan de Hoogeschool te Groningen, gedurende het jaar 1868.
2428 Handelingen van het Geneeskundig Staatstoezicht voor de provincie Groningen enz., vanaf 1893 eu volgende jaren.
2429 J. Baart de la Faille. Advies over het rapport der raadscommissie omtrent een voorstel van het gezelschap Groningsche Geneeskundigen ter oprigting eener Gezondheidscommissie.
IV.
De andere provinciën des rijks.
1. Noord-Brabant.
2430 Statistisch Tafereel der provincie Braband .... op primo January 1815; op last der Heeren Staten van Braband gedrukt; \'s Kei\'togenbosch, 1815.
2431 Tabellarisch overzicht betrekkelijk de regeling van het Openbaar Lager onderwijs in de gemeenten van Noord-Brabant; 1861 en 1877.
2432 Staat der onroerende goederen, der inschrijvingen op een der Grootboeken van de N. W. S., der rentegevende schuldbrieven en andere bezittingen van de gemeenten in Noordbrabant, alsmede der schulden ten haren laste, op 1 Jan. 1861.
131
2433 Verslag wegens hei: Instituut voor Doofstoirimen, te St. Michielsgestel, over het jaar 1862, 1863; St. M.-Gestel, 1863 en 1864.
2434 A. C. Bondam. De Ortensche verwikkelingen.
2435 Verslag van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Eindhoven, 1889.
2436 W. Bezemer. Bijdrage tot de kennis van het oude cijns en grondrentereeht in Brabant, 1889.
2437 ür. L. Th. Pompe c.s. Verslag van het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen „Coudewaterquot; te Rosmalen, over het vijfjarig tijdvak van 1886—1890, uitgebracht 1892.
2437a Almanak 1889* (Landbouw.)
24376Tegenwoordige staat van Brabant; Amsterdam, 1740.
2. GELDERLAND.
2438 A. van Slichtenhorst. 14 Boeken van de Greldersse Geschiedenissen, van \'t begin af vervolghd tot aen de afzweeringh des Konincx van Spanien ; waervan \'t eerste Deel verhandeld de Landbeschrijvingh. Verciert met alle siju Landkaerten, Steden ende Forten, benevens de wapenen der Voogdhden, Graven en-de Hertoghen ; Arnhem 1654.
2439 J. Schrassert. Commentatio ad lieformationem Velaviae, eet; Hardervici, 1719.
2440 Is. An. Nijhott\'. Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegevene oorkonden opgehelderd en bevestigd ; deel 1 — 3, 4, 5, 6, lo st.; Arnhem, 1830—1859.
2441 Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, III, vervattende de beschrijving der provincie Gelderland ; met naauw-keurige Landkaarten enz.; Amsterdam, 1741.
2442 Statistieke opgaven betretfende deze provincie; 1810—1812?
2443 Statistieke beschrijving van Gelderland, uitgegeven door de Commissie van Landbouw in dnt gewest; met pl. en tab.; Arnhem, 1826.
2444 L. A. J. W. Sloet. Bijdragen tot de kennis Gelderland ; Arnhem, 1855.
2445 De eer en liet fatsoen van den Magistraat der stad Harderwijk opgehouden en verdedigd door J. L. Boesinck, tegen zeker lasterschrift van A. Lobedanius.
2446 Mr. G. A. de Meester. Het St. Jans Dal of \'s Heeren Loc, 1847.
2447 Mr. G. A. de Meester. Chronologische opgaven der perkamenten der 13e en 14e eeuw, berustende in het archief der stad Harderwijk.
2448 Mr. G. A. de Meester. Register van losse brieven enz. van 1500—1543 of het tractaat van Venlo, berustende op het archief der stad Harderwijk.
2449 Mr. G. A. de Meester. Register van losse brieven enz. van September 1843 tot October 1855, zijnde gedurende de regering van Karei V in Gelderland, berustende in het archief der stad Harderwijk.
2450 Mr. G. A. de Meester. Register van losse brieven van October
132
1555 tot 1568, gedurende de Fhilips-regeering tot Alba, berustende in het archief der stad Harderwijk.
2451 Geraerds Thesing. De ontwikkeling van de veluwe in verband met de verdediging des lands; Arnhem, 1867.
2452 J. L. Berns. Het Landrecht van Veluwe en Veluwezoom van 1593.
2453 A. Roeloffs. Bijdrage tot de geschiedenis der grondrenten op de Veluwe.
2454 L. H. Ris Lambers. De kerkhervorming op de Veluwe, 1523—1578, bijdrage tot de geschiedenis van het Protestantisme in Noord-Nederland, 1890.
2455 Jhr. C. A. E. A. van Panhuys. Proetblaadje eener Agrono-mische Kaart der gemeente Vorden iu Gelderland ; 1855. (De kaart zelve is niet in \'t licht gekomen.)
2456 Catalogus van de Openbare bibliotheek te Arnhem ; Junij 1858; Arnhem, 1858.
2457 Staat der Bevolking en van het Vee, op January 1846, en van de opbrengst der Gewassen gedurende 1846 in Gelderland. Uitgegeven door de Geldersche Maatsch. van Landbouw ; Arnhem, 1847.
2458 Verslag betreffende het Gesticht voor Krankzinnigen te Zut-phen, over het jaar 1858 ; Arnhem, 1859.
2459 Dr. T. Seelheim. Verslag omtrent het onderzoek der grondsoorten in de Betuwe, 1883.
2460 Tabellarisch overzigt betrekkelijk de regeling van het openbaar lager onderwijs in de gemeenten van Gelderland.
2461 Opmerkingen der waterschaps- en andere belanghebbende besturen en van een aantal grondbezitters, omtrent het ontwerp-reglement op het beheer der rivierpolders in de provincie Gelderland (Herziening 1876—1878.)
2462 Catalogus van de bibliotheek der Rijkslandbouwschool te Wa-geningen, 1877.
2463 Eerste vervolg op dien Catalogus.
2464 Rijkslandbouwschool te Wageningen. Programma van het onderwijs.
2465 P. A. N. S. van Meurs. Geschiedenis en rechtsontwikkeling van Elburg.
2466 H. A. Lamping. De Lingequaestie; Rotterdam, 1889.
2467 Enquête gehouden door de Staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890 (Stbl. I), 2e afdeeling, Gelderland benoorden den Rhijn.
2468 O. F. H. v. Nispen tot Zevenaar. Het waterschap van den ouden IJssel, 1892.
3. VOORMALIGE PROVINCIE HOLLAND.
2469 Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, IV, V, VI, VII en VIII, behelzende de beschrijving van Holland ; met Landkaarten enz.; Amst., 1742, 1744, 1746, 1749 en 1750.
2470 J. Le Prancq van Berkhey. Natuurlijke historie van Holland; 3 deelen, met afb.; Amst., 1769—1776.
2471 J. de Gelder. Tableau alphabétique des villes, villages ot communes des départemens de la Hollande, indiquant auquel
133
canton de justice de paix auquel arrondissements ils appartien-nent; Amsterdam et La Haye, 1811.
4. Züid-Hollakd.
2472 Tabellarisch overzigt betrekkelijk de regeling van het Openbaar lager ouderwijs in de gemeenten van Zuid-Holland, 1862.
2473 Idem op 1 Januari 1872.
2474 Verzameling van Plaatselijke verordeningen der gemeente Rotterdam ; Rotterdam, 1857—1859.
2475 Jaarlijksche verslagen door de Hoofd-commissie aan de leden van de Vereeniging tot daarstelling van eene Algemeene Openbare Bibliotheek en van een daaraan verbonden Leeskabinet te Rotterdam, medegedeeld in de Algemeene vergaderingen vau Pebruarij 1860 en volg. jaren.
2476 Catalogus van de bibliotheek der polytechnische school te Delft, 1867.
2477 Eerste vervolg op den catalogus van de bibliotheek der polytechnische school te Delft, 1873.
2478 Verzameling van Plaatselijke verordeningen der gemeente Schiedam ; Schiedam, 1858.
2479 Verslagen van de Noord- en Zuid-IIollandscho Redding-Maatschappij over verschillende jaren.
2480 Verslag aan Heeren Ged. Staten van Zuid-PIolland over de gedane inëntingen op het rundvee enz., in 1855, met 7 bijlagen.
2481 Verslagen betreffende de Kweekschool voor zeevaart te Leyden ; 1858, 1859 en volgende.
2482 Gr. de Lang. Bijdrage tot de kennis van do sterfte, geboorten en andere bijzonderheden, betreffende den gezondheidstoestand der gemeente Hellevoetsluis. Gedurende het 50-jarig tijdvak van 1814—1863 ; Hellevoetsluis, 1865.
2483 Verslag van de Medische politie over het jaar 1863, te Rotterdam.
2484 Schoollokalen, uit het oogpunt van gezondheidstoestand van de leerlingen. (Overgedrukt uit de Nieuwe Bijdragen ter bevordering van het Onderwijs en de Opvoeding, van Febr. 1860.)
2485 Kaartje (plattegrond) van Rotterdam, 1873.
2486 Sterfte-cijfers van de stad \'s-Gravenhage; over de jaren 1866— 1884, met eene sterftekaart, uitgegeven door de vereeniging tot verbetering van den gezondheidstoestand, 1889.
2487 Mr. M. Dozij. De oudste stadsrekeningen van Dordrecht, 1284—1424; 1891.
2488 Verslagen, reglement, enz., der vereeniging tot verbetering van armenzorg te Rotterdam.
248SaC. P. Pons Koolhaas. Middelen tot verbetering van den gezondheidstoestand in steden en meer bijzonder in \'s-Gravenhage, 1862.
5. Noord-Holland.
2489 Staat van de kermissen en markten in de provincie Noord-Holland, 1 Jan. 1870.
2490 Bijdragen tot de geneeskundige plaatsbeschrijving van Nederland, 3e stuk. Geneeskundige plaatsbeschrijving van het Gooiland.
2491 Sterftestaten enz. van Amsterdam, over 1874 en volgende jaren.
2492 Mr. G. de Vries, Az. Het Dijks- en Molenbestuur in Holland\'s
134
Noorderkwartier onder de Grafen-Regering en gedurende de Republiek.
2493 E. C. Buchner. Bijdragen tot do Statistiek der sterfte in de gemeente Amsterdam, gedurende de laatste twaalf jaren ; Amsterdam, 1852.
2494 S. Sr. Coronel. De bevolking van Hilversum in verband tot hare Industrie: eene statistische studie; 1862. (Afdruk.)
2495 Verslag, uitgebragt in da 28ste openbare vergadering van het Ned. ïsr. Armbestuur te Amsterdam, op 31 Julij 1861, door den Vice-president, I. T. Philips ; Amst., 1861 en volg. jaren. (Met afb. van het Ned. Isr. geneesk. gesticht voor Krankzinnigen te Amsterdam.)
2496 Stukken betreffende de verkoopingen van afdeelingen in den drooggemaakten Haarlemmermeer-polder, met kaarten; 1854 en 1855.
2497 Verslagen van den Handel, Scheepvaart en Nijverheid van Amsterdam over 1862 en volgende jaren.
2498 ïabellarische overzitten der regeling van het openbaar lager onderwijs in elke gemeente der prov. Noordholland.
2499 Maatschappij voor gemeente-crediet te Amsterdam over 1875.
2500 O. Commelin. Beschrijvinge van Amsterdam, zynde een nau-keurige verhandelinge van deszelfs eerste oorspronk uijt den Huyse der Heeren van Amstel en Amstellant, Haar Vergrootingen, Rijkdom, on Wijze van Regeeringe, tot den jare 1091 ; Amsterdam, 1704.
2501 Mr. A. J. Enschedé. Inventaris van het archief van Haarlem, 3o Afdeeling; Haarlem, 1867.
2502 Dr. P. Scheltema. Inventaris van het archief en catalogus der onde bibliotheek van Alkmaar; Alkmaar, 1869.
2503 Dr. P. Scheltema. Inventaris van het provinciaal archief van Noord-Holland; Haarlem, 1873.
2504 Catalogus van de bibliotheek der stad Amsterdam, zesde gedeelte ; 1876.
2505 Maatschappij tot opvoeding van weezen in het huisgezin, gevestigd te Amsterdam.
2506 De oploop te Amsterdam op Vrijdag den 24 Maart 1848.
2507 N. de Roever Az. De Amsterdamsche Weeskamer. Akade-misch proefschrift.
2508 Dr. A. H. Israels. Over de sterfte dor kinderen in de drie eerste levensjaren, gedurende de laatste dertig jaren te Amsterdam. (Afdruk.)
6. Zeeland.
2509 Tegen woord i gen staat van Zeeland; 2 dn.; Amst., 1751.
2510 Dr. S. Sr. Coronel. Middelburg voorheen en thans ; bijdrage tot de keunis van den voormaligen eu tegenwoordigen toestand van het armwezen aldaar ; Middelburg, 1859.
2511 Statistiek van Middelburg; 1889 en volgende jaren.
2512 K. Broes van Dort. Bijdrage tot de kennis van de sterfte der gemeente Goes en van den gemiddelden en waarschijnlijken
135
levensduur barer inwoners, gedurende het 30-jarige tijdvak
(1830—1859); Goes, 1861.
2513 Dr. ,1. C. de Man. Over do statistiek der maandelijksche sterfte of over den invloed der jaargetijden op dezelve; Middelburg.
2514 Statistieke Tabellen betrekkelijk don algemeenen Gezondheids-en Ziektetoestand in de gemeenten der provincie Zeeland, gedurende het jaar 1859; ingediend door de Prov. Commissie van Geneesk. Onderzoek en Toevoorzigt in Zeeland.
2515 Reglement op het gebruik van de Provinciale Bibliotheek van Zeeland; vastgesteld d.d. 18 ISTov. 1859.
2516 Catalogus van de Provinciale Bibliotheek van Zeeland ; Middelburg, 1860 en 1869 ; (zie ook No. 2522.)
2517 Jb. Boeke. Bezoek der leden van het 17de Ned. Landhuis-houdk. Congres in den Wilhelmina-Polder, den 21 Junij 1862. (Afdruk.)
2518 Tabellarisch overzigt betreffende de regeling van het Openbaar lager onderwijs in de provincie; 1863.
2519 J. P. van Visvliet. Inventaris van het oud-archief van Zeeland. Kaarten en teekeningen ; dl. I; Middelburg, 1874; (zie volgend No.)
2520 Idem, vervolg; dl. II en III; Middelburg, 1876.
2521 Bijdragen tot de geneeskundige plaatsbeschrijving van Nederland ; le stuk; natuurkundige plaatsbeschrijving van de prov. Zeeland.
2522 Nieuwe catalogus van do Provinciale Bibliotheek van Zeeland (1876); (zie ook No. 2516.)
2523 A. J. P. Fokker. Het Bestuur van het Waterschap Schouwen.
2524 J. AV. J. Pornpe van Meerdervoort Reglement op de bevis-sching der Schelde en Zeeuwsche stroomen ; 1891.
2525 J. Broekema. Geschiedenis der Zeeuwsche munt enz.; (1881).
2526 J. Broekema. Catalogus van de Panfletten, tractaten, enz., aanwezig in de provinciale bibliotheek van Zeeland, le deel 1568—1795; (1892).
7. Utrecht.
2527 Tegenwoordige staat van Utrecht, met platen; Amsterdam, 1758.
2528 Tegenwoordige staat van Utrecht, vervolgende de beschrijving van de Provincie Utrecht, met plat. en aanteek.; Amst., 1772.
2529 J. de Hullu, bydrage tot de geschiedenis van het Utrechtsche schisma; (1892).
2530 Mr. Joh. v. d. Water\'s. Groot Plakkaatboek \'s lands van Utrecht. Aangevuld en vervolgd tot het jaar 1810, door C. W. Moorrees en P. J. Vermeulen; I deel; aflev. 1—9; Utrecht, 1857—1859, 2e deel, III aflev.
2531 Tabellarisch overzigt van de regeling van het Lager onderwijs in de prov. Utrecht; 1861.
2532 Staat aantoonende de voornaamste bijzonderheden betreffende den Ziektetoestand over 1861 in de prov. Utrecht; Utrecht, 1862.
2533 Verslagen van den toestand der gemeente Utrecht, oyer 1851 en volgende jaren.
136
2534 Eapport betrekkelijk den toestand der hulpmiddelen voor het ratuur-geneeskundig onderwijs, enz., enz., aan de Hoogeschool te Utrecht aanwezig ; aan Zijne Exellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken, aangeboden door Curatoren der even-gemelde Hoogeschool; Mei 1849.
2535 Jhr. Mr. W. H. de Watteville. Plaatselijke verordeningen der gemeente Utrecht bijeenverzameld, le ged. Politieverordeningen, Utrecht, 1860; — 2e ged. Belastiugverordeningen, aid. Ï860; — 3e ged. Huishoudelijke verordeningen, aid. 1860.
2536 Jhr. Mr. J. Koëll. tiet reglement op het onderhoud en gebruik der wegen in de provincie Utrecht met geschied- en regtskuudige aanteekeuingen ; Utrecht, 1872.
2537 P. J. Vermeulen. Inventaris van het archief der Prov. Utrecht van den vroegstcn tijd tot en met 1810 ; 1875. Idem tot en met het jaar 1300.
2538 Catalogus dor Tentoonstelling van voor Nederland belangrijke Oudheden en Merkwaardigheden in de stad en provincie Utrecht voorhanden ; Utrecht, 1857.
2539 Verslag omtrent den toestand der vereenigde Gods- en Gasthuizen in de gemeente Utrecht, d.d. 31 Maart 1862.
2540 Verslag van den toestand der gemeente Amersfoort, over het jaar 1861 en volgende jaren.
2541 Verslag omtrent de gemeente- eu waterschapsarchieven in de provincie Utrecht, over 1884/1885 en volgende jaren.
2542 Verslag van den toestand der gemeente Zeist over 1886.
2543 H. A. Ameshoff. De (Jtrechtsche Gasfabriek, 1886.
8. Friesland.
2544 Ubbonis Emmii rerum Frisicarum historia, eet; Lugd. Bata-vorum, 1616.
2545 Mr. M. Hettema. Het Emsiger Landrecht van het jaar 1312. Naar een oorspronkelijk oud frieseh perkamenten handschrift uitgegeven en met eene Nedcrduitsche vertaling eu ophelderende aantoekeningen voorzien, 1830.
2546 J. J. Kiestra. Bijdrage tot do levensgeschiedenis en verdiensten van H. van Deventer.
2547 ï. J. Los. Wilhelmus a Brakel, 1890.
2548 D. J. A. van Harinxma thoe Slooten. Verhandeling over het stemrecht in Friesland in de 17e en 18e eeuw, 1894.
2549 W. Wiersma. Verhandeling over de Friesche leening, 1894.
2550 P. Camper. liecueil van stukken tot de V deolen dijken van Friesland betrekkelijk, waarin de nieuwe ordonnantie, endo instructie op don Binnen- en Buytendijk onder zijne G. den Graave Wilhelm Ludwich Als Stadholder van Friesland enz. enz. den 9 April van den jaare 1614 gemaakt, ten nutte der Dijkgenooten van deeso Contributie bijeen verzameld ; Franeker, 1779.
2551 J. Dating. Het verward Frieslandt of omstandig berigt vervattende in zich, beroerten oneenigheden en verwarring ontstaan onder de Ingezetenen van voornoemde Provincie enz., 1749.
137
2552 Mr. W. J. Baron d\' Ablaing van Giessenburg. Nederlandsche gemeentewapens, of wapenboek der gemeente-heerlijkheden, waterschappen en corporation, welke sedert 1815 deel hebben uitgemaakt of behoord hebben tot het Koninkrijk der Nederlanden, zoowel noordelijk als zuidelijk gedeelte der Provincie Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel.
2553 1\'. Winsemius. Chronique ofte Historische geschiedenisse van Vrieslant, Beginnende van den jaere nae des Werelts schep-pinghe 3635 en de loopende tot den jaere nae de gheboorte Christi 1622. Met schoone figuyren ende een Landts ende Steed-Caerten verciert; Praneker, 1622.
2554 C. Schotanus. Beschrijvinge end Chronijck van deHeerlickkeijdt van Frieslandt tusschen \'t Plie end de Lauwers enz.; Praneker, 1655.
2555 C. Schotanus. De geschiedenissen kerckelijk ende wereldljick van Priesland Oost en de West; Beginnende van \'d eerste Goheuchenis ende vol-trocken tot op het jaar na Christi Geboorte 1583; Praneker, 1658.
2556 It aade Priesche Terp, vertoonende De Prije Priezen, in haar oorsprong, opkomst en voortgang. Als Landbestiering, Waapen-handel, Krijchsdaaden, Weeten schap. Vreemde voorvallen, Yver voor de Yryheit, Afgooderijje, Godsdienst en Landstreek. In \'t gemeen bijeen gehoopt, voor de liefhebbers der vrijheit. Naa de wijze van een korte jaarteller, off (Chronologie) tezaamengesteld ; Leeuwerden, 1677.
2557 Een band, waarin:
1. Joannis Caroli, de liebus Casparis a Robles Billaei in Prisia gestis Commentariorum Libri IV eet. Leovardiae 1731. (Met een geschreven Index.)
2. Naamrol der Edele Mogende Heeren Kaden \'s Hoffs van Priesland, Sedert de aanstelling van \'t zelve in den Jare 1499 tot heden, eet. Waar achter gevoegt zijn verschelde Gedichten van Priesche Edelen; Leeuwarden, 1742.
2558 G. P. Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Groot Placaat- en Charterboek van Vriesland, 2 dd.; Leeuwarden, 1768, 1773.
2559 G. P. Baron toe Schwartzenberg en Hohenlandsberg. Groot Placaat- en Charter-boek van Vriesland, 5de deel; Leeuwarden, 1793; benevens een gedeelte van het 3do deel (dat „om redenen door de Staten is ingehouden.quot;)
2560 Register der Resolution en Placaaten van Hun Edel Mogenden en de Heeren Staaten van Priesland, beginnende met hot jaar 1570 en eindigende met 1780 ingesloten ; 2 deelen ; Campen 1784.
2561 P. O. van der Chijs. De munten van Priesland, Groningen en Drenthe (der Hoeren van Koevorden), van de vroegste tijden tot aan de pacificatie van Gend ; Haarlem, 1855.
2562 J. H. D. Munnik. Verzameling van provinciale reglementen euz. van politie en oeconomie, 1845.
2563 Suffridus Petrus. De Scriptoribus Prisiae, decades XVI et semes. 1099.
138
2568a Suffridus Petrus. De Frisiorum Antiquitate et origine, libritres, 1698.
25636 Suffridus Petrus. Appologia. 1699.
2564 W. W. Wichers Wiersema. Geschiedenis van het administratief toezicht op de lage verveningen in Friesland.
2565 A. Telting. Het oud Friesch Stadsrecht.
2566 Verslag aangaande een onderzoek naar Archiefstukken voor de geschiedenis van Friesland, uit het tijdperk der Saxische Hertogen, op last der Regeering ingesteld door Mr. J. L. Berns, 1891.
2567 Analeeta of eenige oude ongedrukte schriften van diversen inhoud tot Friesland alleen specterende, 1750.
2568 üe lex Frisorum, uitgelegd en toegelicht door dr. Karl Frei-herr von Richstofen, naar pertz. Monumenta Germaniae, bezorgd door het Friesch genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde, gevolgd door eene verhandeling over de zamenstel-ling van de lex Frisorum van mr. B. J. Lintelode Geer, 1866.
2569 C. J. Prakken. Proeve van een Historisch-Staatsrechtelijk onderzoek naar do wetgeving der provinciale Staten van Friesland, ten opzichte van do zeewaterkeerende waterschappen na 1850; \'s-Gravenhage, 1883.
2570 Tegenwoordige staat van Friesland; 4 dn.; Amst., 1788.
2571 J. V. Coulon. Statistiek en geneeskundig berigt wegens de geborenen en gestorvenen iu de provincie Vriesland, in de jaren 1815 tot 1828 ingesloten, enz.; Leeuwarden, 1831.
2572 Statistieke tabellen betrekkelijk den algemeenen Gezondheids- en Ziektetoestand in de gemeenten der prov. Friesland, ge-gedurende het jaar 1860, ingediend door de Prov. Comm. v. geneesk. Onderz. enz.; Leeuwarden, 1861.
2573 Hetzelfde werk over 1861 ; Leeuwarden, 1862.
2574 Verslag van den Geneeskundigen raad voor Friesland en Groningen, gehouden 17 Juni 1875.
2575 Friese plaatsnamen (tegelijk een bijdrage tot de oude aardrijkskunde van de provincie Friesland.)
2576 Bijdragen tot de geneeskundige plaatsbeschrijving van Friesland.
2577 Jhr. J. A. Lijcklama a Nijeholt. Vrijmoedige beoordeeling van de „Bijdragenquot; tot do geneeskundige plaatsbeschrijving van Nederland; 2e stuk; natuurkundige plaatsbeschrijving van de provincie Friesland. 1879.
2578 A. A. F. van Panhuijs. De landgemeente in Friesland. Aka-demisch proefschrift, 1869.
2579 S. A. Gabbema. Verhaal van de Stad Leeuwarden, 1701.
2580 Mr. Jan Willem de Crane. Letter- en geschiedkundige verzameling van eenige biographische bijdragen en berichten.
2581 Geschied- en rechtskundige nota over de voormalige pastoriegoederen van de dorpen IJsbrechtum, Tjalhuizen en Tirns in de Grietenij Wijmbritseradeel.
2582 Missive en voorstel van Gedeputeerde Staten tot wijziging en aanvulling van het reglement tot voorkoming van de overbrenging van de runderpest, 1867. gt;
2583 Mededeelingen van de bevindingen en handelingen van het
139
geneeskundig Staatstoezicht, voor zooveel betreft de provincie Friesland, le halfjaar 1885.
2584 Herinneringen uit 1815, door eenen Frieschen vrij willigen jager, 1866.
2585 Rouwklacht op den ontijden dood van den Hoog Wel. Geboren Heer Jhr. Hessel Douwe Ernst van Aylva, 1777.
2586 S. Feddema. Statistiek van liet gebruik van sterken drank in de prov. Friesland in 1853; inet toelichtingen ; Leeuwarden, 1856.
2587 J. Boeke. Een blik op den Frieschen landbouw; eene Voorlezing, gehouden in Sept. 1860. (Afdruk uit den Vriend van den Landman 1861.)
2588 W. Eekhof. Korte beschrijving van de provincie Friesland, toegelicht door statistieke berichten omtrent handel, inijverheid, scheepvaart enz.; Leeuw., 1864.
2589 J. van Leeuwen. Itjade Friesche Terp ot Kronijk der geschiedenissen van de vrije Frieschen met bijvoegsels en aantee-keningen ; 1854. (2 stuks.)
2590 Foeke Sjoerds. Algemeene beamp;chrijvinge van oud en nieuw Friesland, 1765—1768. 4 deelen.
2591 Gr. Acker Stratingh. Marken in Friesland ; Amsterdam, 1865.
2592 Foeke Sjoerds. Historische Jaarboeken van Oud en Nieuw Friesland van de vroegste geheugenissen tot op den tegenwoor-digen tijd, 1768. 5 deelen.
2593 T. Buitenrust Hettema. Bijdragen tot het Friesch woordenboek; Leiden, 1888.
2594 S. D. van Veen. De Gereformeerde kerk van Friesland in de jaren 1795—1804; Groningen, 1888.
2595 K. Heeringa. Het oude Staveren, 1893.
9. Overijssel.
2596 Tegenwoordige staat van Overijssel, 3 dn. en 1 stuk ; Amst., 1803. (Compleet voor zoo ver verschenen.)
2597 Schets eener statistieke beschrijving voor de gemeenten in Overijssel. (Uitgegeven door de Overijsselsche Vereeniging tot ontwikkeling van Provinciale Welvaart.) Zwolle, 1854.
2598 Algemeen jaarlijksche verslag van de Directie der Overijsselsche Vereeniging tot ontwikkeling van Provinciale welvaart, over het jaar 1863, 1864, 1865 ; Zwolle, 1864, 1865, 1866.
2599 Statistieke tabellen betrekkelijk den algemeenen Gezondheids-en Ziektetoestand in de genieenten der prov. Overijssel, gedurende het jaar 1860 ; ingediend door de prov. Commissie van Geneesk. Onderzoek en Toevoorzigt; Zwolle 1861.
2600 Hetzelfde werk over 1861 ; Zwolle, 1862.
2601 W. C. H. Staring. De Aardkunde van Twenthe. Eene voorlezing. Zwolle, 1845.
2602 W. C. 1L Staring. De Aardkunde van Salland en het land van Vollenhove. Eene voorlezing. Zwolle, 1846.
2603 Proeftuin te Deventer; 1862.
2604 Reglement op het beheer der djjken, polders en waterleidingen in de provincie Overijssel. Met aanteckeningen en bijlagen ; Zwolle, 1836.
140
2605 J. van Deventer, H.Az. Memorie met bijlagen betreffende de geldmiddelen der sremeenten in de provincie Overijssel in 1857; Zwolle, 1857.
2606 J. van Deventer, H.A.z. en W. T. Sandberg. Memorie betreffende de dijk- en polderdistricten in do provincie Overijssel: Zwolle, 1858.
2607 D. P. de Cocq van Nerejjnen. Verzameling van Verordeningen der gemeente Zwolle, door den Raad vastgesteld sedert de invoering der wet van 29 Junij 1851 ; Deventer, 1859.
2608 Gr. Dumbar. Verhandeling over het graafschap Groor en beschrijving van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. (Twee onuitgegeven hoofdstukken van den tegenwoordigen staat van Overijssel); Deventer, 1859.
2609 Bijdragen tot de Geneeskundige plaatsbeschrijving van Nederland, 4e stuk ; Natuurkundige plaatsbeschrijving van de provincie Overijssel.
2610 Van Doornink en Nanniuga Uiterdijk. Bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel, in afleveringen.
2611 Catalogus van de bibliotheek der Overijsselsche Vereeniging tot ontwikkeling van provinciale welvaart.
2612 G. I. Dozij. De oudste Stadrechten van Zwolle.
2613 T. A. Ebbinge Wubben. Plaatsbeschrijving der gemeente Staphorst, provincie Overijssel, met eenige oudheidkundige bijvoegselen.
2614 J. W. Mulder. Bijdrage tot de kennis van den Rechtstoestand der Marken, in het bijzonder van die in Overijssel, (1885.)
2615 Mr. J. J. van Doornick. De Cameraars rekeningen van Deventer, eerste deel 1837—1347, (1887.)
2616 C. H. Th. Bussemaker. Geschiedenis van Overijssel gedurende het eerste stadhouderlooze . tijdperk, 2 deelon, (1888 en 1889.)
2617 P. Goldenberg. Eenige opmerkingen over de oude wijze van rechtspleging in \'t bijzonder in hooger beroep in Overijssel (1891.)
10. Drenthe.
2618 J. Picardt. Korte beschrijvinge van eenige vergetene en verborgene antiquiteiten der provintien en lauden gelegen tnsschen de Noordzee, de IJssel, Emse en Lippe, waarbij gevoegt zijn Annales Drenthiae; 2e druk; Groningen, 1731.
2619 Nederlandsche gemeentewapens ; (zie Friesland).
Echte stukken, rakende de Oostermoersche zeevaart van ouds het Schuitendiep genaamd, gelegen in het landschap Drenthe. Bijeenverzameld door de volmagten van de markt- en veenge-nooten als eigenaren enz.; Gron., 1795.
2620 J. S. Magnin. Overzigt der kerkelijke geschiedenis van Drenthe ; Groningen, 1855.
2621 J. S. Magnin. De voormalige kloosters in Drenthe, geschiedkundig beschouwd.
2622 Mr. J. de Wal. Bijdragen tot de geschiedenis en oudheden van Drenthe, 1842.
2623 De Hunnebedden in Drenthe.
141
2624 Dr. H. J. Nassau. Beschrijving van Beilen.
2625 Dr. H. J. Nassau. De miniatuur-provincie Drenthe.
2626 A. L. Lesturgeon. Feestrede, uitgesproken te Koevorden op het tweede eeuwfeest van het ontzet dier stad, den 7 Augustus 1872.
2627 A. L. Lesturgeon. Meindert vau der Thijnen, of de verrassing van Koevorden in 1672.
2628 P. S. van der Scheer. De Valtherbrug, haar Germaansche oorsprong ; 1855.
2629 J. Michgorius. Do ware troostgrond der geloovige zielen. (Gedaan en beschreven over het overlijden van C. Rabenhaupt.)
2630 Dr. H. J. Nassau. Mr. Petrus Hofstede in zijn leven en werken, 1839.
2631 P. Oosting. Dissertatie de Proviucia Drenthiua ab ordinibus generalibus provinciarum Belgariun Saeculo XVII exclusa (pars prior), 1835.
2632 W. H. Hofstede. Dissertatie de Regiminis in Drenthina regioue forma, cum autiqua tuin nova, 1821.
2633 H. Vos. Dissertatie de judiciis Drenthinorum antiquis, 1825.
2634 J. Tonckens. Dissertatie de escis Drenthinis et servitutibus earum, 1837.
2635 Menno O. Gratama. Het Landrecht van Drenthe van 1608 ; 1883.
2636 Seerp Gratama. Een bijdrage tot de rechtsgeschiedenis van Drenthe; 1883.
2637 C. L. Rahder. Eenige aanteekeningcn op het Landrecht voor Drenthe van 1412; 1879.
2638 E. Pelinck. Geschiedenis van het huwelijksgoederenrecht in Drenthe; 1879.
2639 Verslag van de commissie van bestuur van het museum van oudheden in Drenthe, aan Gedeputeerde Staten over 1887.
2640 Verslag, uitgebragt bij de 2de klasse van het K. Ned. Instituut wegens de Brug of het houten voetpad, ontdekt op de grenzen van Drenthe en Westwoldingerland ; Amsterdam, 1816. (Afdruk.)
2641 J. W. Karsten. Verslag van het oude planken voetpad tus-schen Ter Apel en Valthe; 1819; met een kaart. (Afdruk.)
2642 Dr. G. Acker Stratingh. Bijdrage over de Hunebedden enz. Eene voorlezing.
2643 Dr. L. Ali Cohen. De Hunebedden uit een oudheidkundigen geologisch oogpunt beschouwd. Eene voorlezing; Nov. 1843. (Met afbeeldingen.)
2644 Tegenwoordige staat van Drenthe ; Amst., 1792.
2645 Apercu statistique du Departement de Drenthe; 1809.
2646 Specifieke begroting van de gelden, die de Landdrost van het Departement Drenthe over 1810 zai behoeven, voor zoo verre die het Ministerie van Eeredienst en Binnenlandsche Zaken concerneeren.
2647 Tabellarisch overzicht der regeling van het gewoon en meer uitgebreid lager onderwjjs in de gemeenten van Drenthe op 31 Dec. 1866.
142
2648 Statistieke opgaven becreffende deze proviDcie; 1810—1812 ?
2648a K. Lijndrager. Drenthe\'s recht op sessie ter generaliteit, 1893.
2649 Bevolkingsstatistiek en bestuur van het arrondissement Assen, in 1811 en 1812.
2649a Staat van de sterfte in het arrondissement Assen in 1812 (naar maanden, geslacht, leeftijd en gemeenten); opgemaakt door den toenmaligcn onderprefect, later Gouverneur, Mr. P. Hofstede.
2650 Beschouwing van den tegenwoordigen toestand van Drenthe, in gemeenzame brieven ; Amsterdam, 1818.
2651 J. W. Alstorphius Grevelink. Statistiek van de provincie Drenthe. Met 2 kaart, en tabellen. Assen, 1840.
2652 Rapport van Gedep. Staten der provincie aan den Min. van Binn. Zaken. d.d. 25 Fobruarij 1818, betreffende de aanmoedigingen, welke van \'s Kijks wege tot afgraving van Hooge veenen zouden kunnen verleend worden.
2653 A. Kommers Pz. De ontworpene kanalisatie van Drenthe uit het ware oogpunt beschouwd en in hare waarde geschetst; Groningen, 1847.
2654 S. J. van Roijer. Specimen continens quaedam de chemica constitutione terrarum noniiullarum provinciae, Drenthe ; Gronin., 1850.
2655 S. J. van Roijen. De aard van de gronden van Drenthe; Gron., 1852.
2656 F. K. Amshoff. Specimen exhibeus collectanea quaedam Topo-graphiam medicam provinciae Drenfhinae spectantia; Gron., 1848.
2657 P. L. de Boer. Spec. Complectens Topographiam et statisticen medicam provinciae Drenthinae; Gron., 1848.
2658 Reglement voor het Genootschap ter bevordering van den Landbouw in de provincie Drenthe; Assen, 1852.
2659 Staat aantoonende de voornaamste bijzonderheden betreffende den algemeenen Gezondheids- en Ziektetoestand van Drenthe over 1861, in verband tot andere maatschappelijke toestanden en de gesteldheid van den grond; 1862. (Afdruk uit het Verslag van Ged. Staten over 1861 )
2660 H. G. van Holthe tot Echten. Benige opmerkingen over de concessie tot vervening in de prov. Drenthe, 1887.
11. Limburg.
2661 Limburg\'s verval gedurende de laatste halve eeuw 1840—1890, door eenige Nederlandsche Limburgers, 1891.
2662 P. Regout. La Navigation sur la Meuse et le Canal de Maestricht a Bois-le-Duc; 2 Recueils de documents relatifs aux entraves de cette navigation internationale; Maastricht, 1857 en 1858.
2663 Tabellarisch overzigt betrekkelijk de regeling van het openbaar lager onderwijs in de gemeenten van Limburg.
2664 Statistische tabellen betrekkeljjk den algemeenen gezondheids-en ziektetoestand in de gemeenten van het Hertogdom Limburg, ged, 1863, Maastricht.
2665 Bijdragen tot de Geneeskund:ge plaatsbeschrijving van de provincie Limburg, 1881.
143
2666 Losse bijdragen tot de geschiedenis der beweging ter bescherming der landbouw-nijverheid in Limburg.
2667 C. J. Luzac. De landen van overmase, inzonderheid sedert 1662;1888.
De Nedeklandsche bezittingen in Oost- en West-Indië.
2668 R. H. Kleijn. Het gewestelijk bestuur op Java, 1889.
2669 J. W. C. Cordes. De privaat rechterlijke toestand der vreemde oosterlingen op Java en Madoera, 1887.
2670 De tabakscultuur in Deli, 1890.
2671 Gr. D. Willink. Het Nederlandsch-Indisch Muntwezen, 1889.
2672 I. Mendels. Herman Willem Daendels vóór zijne benoeming tot Gouverneur-Generaal van Oost-Indiö, 1762—1807, 1890.
2673 E. Zorab. De publiek rechterlijke toestand der vreemde oosterlingen in Neêrlandsch Oost-Iudië, 1890.
2674 C. F. Schoch. De Heerendiensten op Java en Madura, volgens het Regeerings-reglement van 1854; 1891.
2675 C. J. Schüssler. Eenige opmerkingen naar aanleiding van art. 223 van het Inlandsche reglement, 1892.
2676 Dr. J. J. M. do Groot. Over het belang der kennis van China voor onze koloniën uit een politiek cn wetenschappelijk oogpunt, 1891.
2677 Algemeen verslag van den staat van het middelbaar en lager onderwijs voor Europeanen en met dezen gelijk nestelden in Ned. Indië, 1873.
2678 Algemeen vijfjarig verslag van het Inlandsch onderwijs in Ned. Indië, loopende over de jaren 1873- 1877, 1878—1887, 1883 tot en mot 1887.
2679 Algemeene verslagen van den staat v/h schoolwezen in Ned. Indië, ultimo Dec. 1848 en volgende jaren tot 1864.
2680 Verslagen van het Inlandsch onderwijs in Ned. Indië, over 1863—1872.
2681 Algemeen verslag van den staat van het lager onderwijs van Europeanen en met dezen gelijk gestelden in Ned. Indië, over 1865 tot en met 1869.
2682 T. W. Juijnboll. De hoofdregelen der Hjafittische leer van het pantrecht met een onderzoek naar haar ontstaan en naar haren invloed in Ned. Indië, 1893.
2683 Th. Thomas. Eenige opmerkingen naar aanleiding van het pachtstelsel op Java, 1893.
2684 J. H. W. B. Visser. Eenige opmerkingen over eeden in den Ned. Ind. archipel, 1893.
2685 F. C. Hekmeijer. De rechtstoestand der Inlandsche christenen in Ned. Ind., 1892.
2680 T. A. W. Miquel. Flora van Ned. Indië, 1858 en volg. jaren.
2687 Verslag van het centraal comité voor de noodlijdenden , door de uitbarsting op Krakatau, 1884.
2688 Periodieke volkstelling op Java, 1862.
2689 T. J. Wilier. Volkstelling in Nederl.-Indië ;\'s-Gravenhage. 1861.
2690 F. de Bas. De Residentie kaarten van Java en Madoera, 1876.
144
2691 J. Schouw Santvoorc. Plan van een onderzoekingstocht in Midden-Snmatra, 1876.
Aardrijkskundige en andere beschrijving, enkele
landen betreffende.
2692 Beknopte beschrijving van eenige voorname steden en belangwekkende plaatsen ; enz. met platen ; Amst. 1847.
2693 Spoorwegkaart van geheel Europa ; Amst., 1856.
2694 T. Salmon. Tegenwoordige Staat van alle Volkeren. Vert. en vermeerdert door M. van Goch ; Amsterdam, 1729—1803; 43 deelen. (Met vele kaarten en platen.)
(Deel 1—5 bevat: Azië en de eilanden van den Archipel.
6 „ Turkije en Polen.
7 v Rusland en de Staten van het Noorden.
8—9 „ Duitschland.
10—33 n de Nederlanden ; — zie deze nader onder de resp. provinciën.
34—43 „ Groot-Brittanje; Frankrijk; Spanje en Zwitserland; Afrika en Amerika.
2695 Etude sur Smyrne, 1868.
2696 Dr. Bern. Altum. Die Silugethiere des Miinsterlandsch in ihren
Lebensverhiiltnissen; Münster, 1867.
2697 A. Biirkli. Anlage and organisation stadtischcr Wasserver-sorgungen; Zurich, 1867.
2698 D. Mulder Bosgoed. Bibliotheca ichthyologica et piscatoria: Haarlem, 1874.
2699 R. Ludwig. Die Meeresströmungen in ihrer geologischen Be-deutung; Darmstadt, 1865.
2700 Dr. E. Rückert. Die Pfahlbauten und Völkerschichten Osteuro pa\'s, besonders der Donaufürstenthümer; Würzburg, 1869.
2701 Rudolph Gyszen. Der Tori, seine Biklung und Eeigenschaftcn, wie seine beste, billigste Bereitungsweise u. s. w. für Torfland besitzende Gemeinden und allen Industrieüen ; Weimar, 1864.
2702 Dr. E. Schenck zu Schweinsberg. Rationclle Torf\'verwerthung ; Ein Leitfaden für die Anlage von Torfdarr und Torfverkhoh-lungs öfen und für die Construction von Torfverdichtungs-Maschinen ; Braunseh., 1862.
2703 C. Schlickeijsen. Mittheilungen über die Fabrication von Press-Torf durch die Patent-Universal-Ziegel- und Torf-Presse ; Berlin, 1864.
2704 C. Schlickeijsen. Die Maschinen zum Pressen von Ziegeln, Rohrer, Torf und Kohle u. s. w.; Berlin, 1866.
2705 Citta de Milano Bagionema-Sezione statistica Anno VlIAprile, 1891.
2706 R. de Marees van Swinderen. Het Suezkanaal, 1886.
2707 N. C. de Gijselaar. Het Pannamakanaal, 1891.
2708 C. W. Kernkamp. De sleutelts van de Sant,\' 1890.
2709 L. P. Koolemans Beijnen. De reis der Pandora naar de Noordpoolgewesten in den zomer van 1875 ; 1876.
Jacht en Visscherij.
2710 E. Blanchard. Des poissons des eaux dornis de la France; Paris, 1866.
145
2711 J. G. Bertram. The harvest of the sea, A contribution to the natural and economic history of the british food fishes; London, 1865.
2712 J. J. Sturz. Der Fischfang auf hohen See und rationell be-triebener Küstenfischfang; Berlin, 1862.
2713 Dr. G. M. Klotke. Die Pischerei-Gesetzgebung im Preuszi-schen Staate ; Berlin, 1868.
2714 Baron von Ehrenkreutz. Das Ganze der Angelfischerei und ihrer Geheimnisse u. s. \\v. Qucdlinb. u. Leipzig, 1857.
2715 P. L. 11. d\'Alquen, Yollstandiges Handbuch der feinem Angelkunst ; Leipzig, 1862.
2716 Dr. H. Schlegel, Nederl. tijdschr. voor jachtkunde, le en 2e jaarg.; Arnhem, 1851 en 1852.
2717 Verster van Wulvenhorst, Xederl. tijdschr. voor lief hebbers der jacht en visschcrij, 3e, 4e, 5e en 6e jaarg.; Arnh., 1855—1858.
2718 P. A. Verster. Vervolg op het voorgaande, 7e jaargang; Arnhem, 1859.
2719 Vademecum op jacht en visschenj ; Amst.
2720 Magazijn voor jachtliefhebbers ; Arnhem 1850 (zie ook No. 2698.)
Kerkgeschiedenis.
2721 A. J. van \'t Hoofd. De theologie van Heinrich Bullinger in betrekking tot de Ncderlandsche Reformatie, 1888.
2722 W. H. de Savornin Lobman Az. De kerkgebouwen van de Gereformeerde (Hervormde) kerk in Nederland, 1888.
2723 B. van Meer. De Synode te Emden, 1892.
2724 J. H. de Muinek Keizer. Henricus Geldorpius, 1893.
2725 H. D. Hellema. Kritische beschouwingen over de Keizerlijke verordeningen aangaande do Christenen van Tiberius tot Decius, 1893.
NAGEKOMEN WERKEN.
Eerste supplement.
NEDERLAND IN HET ALGEMEEN.
6. Staatsrecht en Administatie.
2726 H. A. E. Modderman. Internationaal erfrecht; Den Haag, 1895.
2727 L. Ph. J. quot;Wüppermann. Het Buitrecht in verband met art. 71 van het ontwerp van een Wetboek van Militair Strafrecht; Leiden, 1895.
2728 J. Ij. C. van Essen. Opmerkingen over de Drankwet; Utrecht, 1894.
2729 G. J. Nolst Trenitc. Het recht van dispensatie; Gouda, 1894.
2730 J. P. van Limburg Stirum. Iets over de volkenrechtelijke interventie; Leiden, 1895.
2731 J. R. Th. Philippi. Iets over de voogdij in het Oud-Hol-landsch recht; Leiden, 1895.
2732 E. J. Philips. Het Recht van ontbinding; Leiden, 1895.
2733 G. J. Bisschop. Opmerkingen naar aanleiding van de wet tot verevening van pensioenen; Delft, 1895.
2734 W. L. Luijken Glashorst. Het onderzoek der geloofsbrieven Leiden, 1895.
146
2735 P. C. Andreae. Eenigo opmerkingon over art. 1122 Burgerlijk Wetboek; Groningen, 1895.
2736 S. K. Thoden van Velzen. Meervoudig Stemrecht; Groningen, 1895.
2737 Tj. Sleeswijk. De overeenkomst van levensverzekering: Leiden 1894.
2738 Tj. A. M. A. Humalda van Eijsinga. Gemeenschappelijke regeling tusschen gemeentebesturen ; Leiden, 1894.
2739 L. den Beer Poortugael. Ilet noodonteigeningsrecht;\'sHage, 1895.
2740 G. H. Murman. Eonigo opmerkingen over de uitvoering van art. 191 der Grondwet; Leiden, 1894.
2741 M. Mendels. Do aansprakelijkheid van den staat voor onrechtmatige handelingen zijner beambten ; Leiden, 1894.
2742 C. Plate. De autonomie en het zelfbestuur der provincie volgens de Grondwet; \'s Ilage, 1894.
2743 Mr. L Heemskerk, Az. Do praktijk onzer Grontwet; Utrecht, 1881.
2744 H. W. B. Thomas. De wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap; \'s Ilage, 1893.
2744a F. Kranenburg. Eonige opmerkingen over het begrip „Publieke ordequot;; Groningen, 1895.
9. Financiën en Welvaart.
2745 J. J. Rochussen. Rechtspraak in geschillen tusschen belastingschuldigen en administratie bij de heffing van \'s rijks directe belastingen; Den Haag, 1895.
2746 J. H. Geertsema. De geldleeningen dor gemeente Groningen, 1895.
2747 J. H. Jansen. De muntkwestie; Heerlen, 1895.
2748 Mr. N. K. F. Land. Leening voor buitengewone uitgaven der gemeenten; Haarlem, 1887.
10. Armwezen.
2749 H. Smissaert. Het aandeel van den staat in de verzorging der armen ; Utrecht, 1893.
2750 C. C. D. Ebell. De strijd tusschen de gemeente Opsterland in het hooger gezag van de middelen tot werkverschaffing van gemeentewege; \'s Hage, 1895.
2751 A. Anema. Het begrip „onderstandquot; in art. 80 der Grondwet; Leiden, 1894.
13. Handel en Scheepvaart.
2752 H. C. Dresselhuis. De wet op de Handels- en Fabrieksmerken ; Utrecht, 1894.
2753 H. J. Romeijn. Eenige opmerkingen naar aanleiding van de „arbeidswetquot;; Leiden, 1895.
2754 J. F. de Booij. Eene korte beschouwing naar aanleiding van ISTeerland\'s handelspolitiek en de werkeloosheid in Nederland, hare strekking en hare gevolgen ; Maastricht, 1895.
2755 E. H. T. Mens Fiers Smeding. Hot recht van abandonnement; Leiden, 1895.
2756 P. L. M. Driebeek. Eenige opmerkingen omtrent de binnenvaart: Leiden, 1894.
147
De andere Provinciën des Rijks.
Gelderland.
2757 M. J. Thooft. Opmerkingen over onderhoud en afkoop van dijk-, krib- eu waterwerken in Gelderland ; Zalt-Bommel, 1895.
Priksland.
2758 P. J. Grébol. Twee uitzonderingswetten ; Leiden, 1895.
De Nederlandsche bezittingen in Oost- en West-Indië.
2759 C\'. H. van Delden. Arbeidswetgeving in Nederlandsch-Oost-Indië; \'s Hage, 1895.
2760 A. Ueijman. De Tiiuor-tractaten ; Leiden, 1895.
2761 11. J. E. Tendeloo. Over de wenschelljkheid dor invoering vau het torrenstelsel in Nederlandseh-Indië; Leiden, 1895.
Vreemde Staten. Frankrijk.
2762 H. E. Oving. Iets ever Vennootsehappen van Koophandel in Frankrijk; Amsterdam, 1895.
Tweede supplement.
NEDERLAND IN HET ALGEMEEN.
6. Staatsrecht en Administratie,
2768 C. Schimmelpenniek. De overdracht van den Nedeilandsehen Rijnspoorweg aan den Staat (art. 1670 B. W.) Leiden. 1895.
2764 H. G. I. Boekholdt. Opmerkingen over de artiken 271eii272 der gemeentewet; Leiden, 1895.
2765 J. J. van Riensdijk Kreenen. Het venten van drukwerk op de openbare straat; Leiden, 1895.
2766 W. van Everdingen. Het leven van mr. Paulus Buys, advocaat van den lande vau Holland; Leiden, 1895.
2767 J. Teding van Berkhout. Eenige beschouwingen over het stelsel van meervoudig kiesrecht; Haarlem, 1895.
2768 N. A. M. van Aken. Verboden vereenigingen; Leiden, 1895.
2769 J. Wiarda. Schets van den rechtstoestand der gehuwde vrouw, volgens het ontwerp tot herziening van het Burg. wetboek ; Leiden, 1895.
2770 C. J. H. Schepel. Wegenrecht in Nederland ; Groningen, 1895.
7. Openbare werken, waterstaat en dergelijke.
2771 N. Th. Michaëlis. Spoorwegbruggen over do hoofdrivieren, le afdeeling.
lo. Brug over het Hollandsche diep; 2o. Brug over den Neder-Rijn, bij Arnhem; 3o. Brug over de Waal bij Nijmegen, uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid ; \'s-Gravenhage, 1895.
8. Volk- en volksleven.
2772 De ziekenfondsen in Nederland ; rapport uitgebracht door eene commissie van onderzoek, bestaande uit de heeren prof. W. Stroeder, dr. C. J. Snijders, dr. G. V. van Tienhoven en mr. D. A. Ribbe, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen; Amsterdam, 1895.
2773 De arbeiderswoningen in Nederland ; beoordeelend overzicht, samengesteld door de commissie van onderzoek, bestaande uit de
148
heeren J. van Hasselt, civiel-ingenieur en mr. L. Verschoor, advocaat, naar hetgeen in verschillende gemeenten des lands gedaan is ter verkrijging van verbeterde arbeiderswoningen, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen ; Amsterdam, 1890.
2774 Persoonlijke bemoeiingen van meer ontwikkelden in \'t belang van minder ontwikkelden (Toynbee-werk); rapport uitgebracht door eene commissie van onderzoek, bestaande uit de heeren mr. A. Bloembergen, Ezn., W. J. Blijdenstein, mr. F. N. Sickeuga, dr. W. Pleyte en mr. A. van Gijn, uitgegeven dooide Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen ; Amsterdam, 1893.
2775 Begrafenisfondsen in Nederland; rapport uitgebracht door de commissie van onderzoek, bestaande uit de heeren prof. mr. W. L. P. A. Molengraaff, prof. dr. G. J. Legebeke en J. L. Huysingh, civiel-ingenieur, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen ; Amsterdam, 1891.
2776 Het vraagstuk der volkshuisvesting in opdracht van de Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, bewerkt door prof. mr. H. L. Drucker, mr. H. B. Greven en mr. J. Krusema; 1896.
10. Armwezen.
27-^7 Het vraagstuk der armverzorging, in opdracht van de Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, bewerkt door mr. H. Goeman Borgesius, mr. A. F. K. Hartogh, J. F. L. Blankenberg, dr. H. J. de Dompierre de Chaussepié en mr. R. J. H. Patijn ; 1895.
12. Onderwijs.
2778 Jaarverslagen van de vereeniging voor Hooger onderwijs op gereformeerden grondslag.
ÏÏL
Provincie en stad Groningen.
a. PllOVINCIE GRONINGEN IN T ALGEMEEN EN DE GEMEENTEN. BEHALVE DE STAD GRONINGEN.
7. Openbare werken, vooral waterstaat en wegen.
2779 R. Reijnders, civiel-ingenieur, ingenieur der Stadsvenen. Beschouwingen over kanalisatie van quot;Westerwolde ; Groningen 1895. Op dit nummer liggen tevens: er. Verslagen der vereeniging ter bevordering der kanalisatie van het landschap Westerwolde over 1893 en b. de brochure: een en ander naar aanleiding der bovenvermelde brochure van den heer Reijnders.
2780 R. Reijnders, civiel-ingenieur, ingenieur der Stadsvenen. Kanalisatie van Westerwolde; repliek aan het bestuur en den deskundige der vereeniging tot bevordering der kanalisatie van Westerwolde; Groningen, 1896.
b. Stad Groningen.
1. Geschiedenis.
2781 J. Keuning. Frans Schreur van Loppersum, een verhaal uit
149
de geschiedenis van Groningen en Ommelanden; Groningen, 1894.
2782 J. Keuning. De paardenkoopor van Helpman, een verhaal uit de hervormingsgeschiedenis van Groningen ; Groningen, 1894.
2783 J. Keuning. De zonderling, een verhaal uit den tijd van het beleg van Groningen, 1594; Groningen, 1895.
3. Administatie en Deeg.
2784 Prof. dr. P. J. Blok. Rekeningen der stad Groningen uit de 16e eeuw ; \'s-Gravenliage, 1896.
IV.
De andere Provinciën des Rijks.
4. Zuid-Holland.
27C5 Mr. Ph. Falkenburg. De armenzorg in Nederland; in opdracht der vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek ; 2de deel — gemeente Rotterdam ; Amsterdam, 1896.
5. Noord-Holland.
2786 Statuten van het Genootschap „Liefdadigheid naar Vermogenquot; te Amsterdam.
2787 Verslagen van bovengenoemd Genootschap over 1885 en volgende jaren. f,
2788 Statistische maandberichten over 1895 en volgende jaren, gepubliceerd door het Bureau voor Statistiek der gemeente Amsterdam.
2789 Mr. Ph. Falkenburg. De armenzorg in Nederland (zie no. 2785) Iste deel — gemeente Amsterdam ; Amsterdam, 1893.
9. Overijssel.
2790 J. van Deventer H.A.zoon en Jhr. quot;W. T. Sandberg. Memorie betreffende de geldmiddelen der provincie Ovenjssel (gedrukt ingevolge besluit der Staten van Overijssel van 8 November 1861, no. 3); Zwolle, 1862.
DE NEDERLANUSCHE BEZITTINGEN IN OOSTEN WEST-INDIË.
2791 W. van Geer. De opkomst van het Nederlandsch gezag over Ceylon. 1ste gedeelte ; Leiden, 1895.
Derde supplement.
STATISTIEK, STAATHUISHOUDKUNDE en POLITIEKE WETENSCHAPPEN, enz.
2792 Verslag van het verhandelde op de zesde bijeenkomst van het Internationaal Statistisch Instituut, gehouden te Bern van 26 tot 31 Augustus 1895.
Nederland in het algemeen,
6. staatsrecht en A d m i n i s t rati e.
2793 Bibliotheca Juridica. Catalogus van alle boeken, sedert 1837 in het koningrijk der Nederlanden verschenen, over staatswetenschappen, wetgeving en rechtsgeleerdheid, met alphabetisch zaakregister; \'s Gravenhage, 1874.
150
14. Landbouw.
2794 Verzameling van adviezen door de Landbouwcommissie, ingesteld bij Kon. besluit van 18 September 188G, no. 28, aan de regeering uitgebracht, voor zoover deze in do verschillende nummers van de Staatscourant zijn gepubliceerd ;\'s Gravenhage, 1891.
III.
Provincie en stad Groningen.
A. PROVINCIE GRONINGEN IN HET ALGEMEEN EN DE GEMEENTEN, (BEHALVE ÜE STAD GRONINGEN).
1. Geschiedenis (meer in het algemeen.)
2795 Drie ordonnantiën van Borgemeesteren en de Raadt op het Zjjl-Vest van Termunter-Zij 1; gerevideert ende gearresteert den 20 ende 21 May 1G97, 29 November 1731 en 21 Februari 1735.
2796 Ordonnantie van gecommitteerden wegens de Buir- en de Dijk-Richters en ordre op de schouwing van wegen, dijken en voetpaden, gearresteerd Groningae, 21 Februari 1735.
HL
Provincie en stad Groningen.
B. STAD GRONINGEN.
4. Inrichtingen voor onder w ij s.
2797 J. G. Brugmans. De eerste eeuw van het Instituut voor Doofstommen te Groningen ; Groningen, 1896.
Vierde supplement.
II.
NEDRLAND IN HET ALGEMEEN.
A. AFZONDERLIJKE WERKEN.
5. Natuurlijke gesteldheid.
2798 Uitkomst van het onderzoek of de schelpvisscherjj langs de Noordzeekust nadeelig kan zijn voor het weerstandsvermogen van het strand en het behoud der duinen als zeewering; uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid ; \'s-Gravenhage 1896.
B. STAATSRECHT EN ADMINISTRATIE.
2799 Mededeelingen van de Nederlandsche vereeniging voor gemeentebelangen, jaar 1895, 1ste stuk (examen-verslag).
10. Armwezen.
2800 Jaarverslag van den Oranjebond van Orde, 1895.
12. Onderwijs.
2801 Jaarverslag der gemengde commissie voor onderwijsbelangen OAer 1890 en volgende jaren.
I HST HO TT HL
I.
Statisxiek, staathuishoudkunde en andere politieke wetenschappen in het algemeen.
AFZONDERLIJKE WERKEN.
1. Algemeene............pag. 6 en 149.
2. Bijzondere:
Staats-geneeskundige onderwerpen, geneeskundige
statistiek en dergel............ri 15.
Handel, scheepvaart, statistiek, enz., vreemde landen
betreffende............................18.
België................quot; 18.
Duitschland.
(Rijken tot den Duitschen bond behoorende.) . . , 19.
Oostenrijk..............^ 24.
Groot-Brittanje en Ierland.........„ 25.
Engeland..............v 25.
Zwitserland..............n 26.
Rusland...............J 26.
Spanje................^ 27.
Turkije..............................27.
China...............^ 27.
Amerika............................27.
Frankrijk..............^ 27 en 147.
Afrika.................29.
V erschillende onderwerpen handel en scheepvaart
betreffende...............)) 29.
Tijdschriften..........................29.
II.
Nederland in het algemeen.
A. AFZONDERLIJKE WERKEN.
Oudere en latere geschiedenis.......pag. 31.
Oudheden...............^ 40.
Topographic.............quot; 41.
Statistiek..............................42.
Natuurlijke gesteldheid..........„ 44 en 1 öO.
Staatsrecht en administratie........„ 45, 145,
147, 149\'en 150.
Openbare werken, waterstaat en derg.....pag. 62 en 147.
Volk en volksleven...........v 68 en 147.
Financiën en welvaart..........„ 71 en 146.
Armwezen..............73, 146,
148 en 150.
Politie, justitie, gevangeniswezen, openbare veiligheid. „ 75.
Onderwijs..............b 77, 148 en
150.
Handel en scheepvaart..........„ 78 en 146.
Landbouw..............pag. 81 en 150.
Ziekten van het vee...........n 84.
Fabriek^- en andere nijverheid.......v 85.
B. Jaarboeken en dergelijke........„ 89.
III.
Provincie en stad Groningen.
A. PROVINCIE GRONINGEN IN \'t ALGEMEEN EN DE GEMEENTEN, BEHALVE DE STAD GRONINGEN.
Geschiedenis meer in \'t algemeen......pag. 90 en 150.
Oudheden..............n 96,
Kaarten en atlassen van de provincie en de stad. „ 97.
Statistiek (meer in het algemeen.).....v 97.
Natuurlijke gesteldheid..........v 97.
Staatsrecht en administratie........„ 98.
Openbare werken, vooral waterstaat en wegen. . „ 102 en 148.
Bevolking eu volksleven.........„ 108.
Financiën..............^ ]09.
Armwezen..............«110.
Onderwijs.............. Hl.
Handel en scheepvaart..........»112.
Landbouw..............»112.
Fabrieks- en andere nijverheid........»114.
B. STAD GRONINGEN.
Geschiedenis.............png. 114 en 148.
Biographiën.............n ]20.
Administratie en derg.......... „ 120 en 149.
Inrichtingen voor onderwijs........„ 121 en 150.
Inrichtingen voor weldadigheid.......„ 126.
Topographic en natuurlijke gesteldheid. ... v 128. Geneeskundige topographie en epidemiologie. . „ 128.
IV.
De andere Provinciën des Rijks.
Noord-Brabant............png. 130.
Gelderland............. „ 131 en 147.
Voormalige provincie Holland.......„ 132.
Zuid-Holland............ n 133 en 149.
Noord-Holland............133 en 149.
Zeeland..............„134.
Utrecht..............„135.
Friesland..............^ 136 en 147.
Overijssel..............^ 189 en 149.
Drenthe..............v 140.
Limburg..............v 142.
Nederlandsche bezittingen in Oost- en West Indië. „ 143, 147 en
149.
Aardrijkskundige en andere beschrijving enkele
landen betreffende...........„ 144.
Jacht en visscherij..........„ 144.
Of -4- / r7\'
V