-ocr page 1-

■ ■ ■ ■■■\'•; .......

•■■■■.■ ■ ■ ■ - \' ■.........■■ ■■ ,

- • ......... • -i ............

. .

■■ ■ ■ ......\' — -\'........■ ■■ ■ ■■••■■ ■ .............. ■ ..... -• ■■■

■ ■ ■ ■ ............. . ,...-- ....... ............, - ..... .,...... ......... . . ,....... ..... ., „,

■• • \' ■ ........ ■ ■ ■ , - ■ ......

1 -- • ................ .......... ..... ...... • ,

/. *9i) \'r famp;Jt* O1 f 1

.....:;•:••;•lt;•\' - . ......■■-- \'• : : -•■■gt;.-lt;■ ■., - ■ . r :..... . , . , , ..... «, : . .. - .

•v.\' . •. .■■■■,■;. -. . :;■ : •... ■■. ..........;.j-.• . ,........................ ...- - ...

.............*gt;tgt; .. ■ . I.. ,,.....................................................................;..........

■ . .... ...... ........

* ^ Vr*#,WH«fSfW*!W,»*\'\'«Wlt;M6ar1i lt;41 ^Wirw^-si. • W \'

•.....,.....,. .... ........ , . ...,. i ..,,.■,......

.. , :. ..,-,.. ... .,

....

.......

.... . . j:-\'!.,,..,.,: . , ,.. ..........^

■ ■ Mr-\'\'\' ■ • : ^ ■ ................. . ,.. . . . ...

i -... ... .......... ......... ..... ........ ........ ....

.

■■■ . ■ ■ -■ ........■ • ...... ........quot;

■ - ^e\'il •

......... • ■ .- ...

....

#i| -• «hi» i-# ■■ - .v, n-t-\'fiiM

■- ...... .....

...............

...... -..;.... . . . ...:..... ...... .. . . ......

.i.y-K. ....

\' \' ■■■■\'■quot; \' \' • quot; ............. . . .-. . \' . ... .......... .............. ............ .. .................

..... ..... .... ......... ......

,.-■.. m;,.. ... ■,.■ •!.,•

.... .....

:- ■ - ■ \' ........... ................. ....

............• ■ ■ i-j?;.; ■ ......- ....... .... -r*-..

• ■.■•\' ..., ,...,...

■ ......\' ..... ..... ....... ■ ..... ... : ................

■ ■ ....... ■ ■ • ■■•••.- •■■ ■ • . ■■« .............

.,.\'.. ......

■ ■ ■ ■ ■ ■ ....... ...

■\'.■-■■■quot; ■ ■■ . ■ . ............. .,. ............ ........ ....... .- . ■, . ■ . .................. .....,.,.

— .... - - $$$ gt; quot;v »■*amp;*!** . .... ■ -. , - ^ ■ t quot; $téf MlCfHlSi

....... \'......... ■ ■ ■ ■ - ..... ■ ■ ■ ■ ■

■■ • ■■..■\'■■■gt; ■ ■ ■ . ■ ■ ■■ ■ .................... ...........

.... .... ■ - - ■ . ■ - ■ •......

■ ■ ■ ......... ... , . ... ....... ,. , ..... ...

■■■■■■ ■■■■ ■• • ■ • ■ - ■ .............

. ........ . . , .

«■ ■ ■ . . ........ ... . ............ . ....... ................................

.......... ...

........ ...... ........ .... . .

...

• ■..... ............ ■ ..... . . ,..... ......... . .......................... ...... .,. ...... .•.....,, .................... -.•.,. .... .. ■ ,, .,■ .......

- - • ■ .....

■ ■ • ......... ■

• ■ ■ .-,.... . . ■. ... ........................i-V\'y; • ■ ■■ !■; - ........ . .. .,....gt;. ...

......... • ..... \' .•....- ..,.-.. . ■ . ..... ■.. -.-■...

... . . . . . . \'Wf4. , ,. .. . ........ ........

-

......•■ ■■ ■ . . . ... ...... . . ... .......... .....

.... .i,,.^

!j,^ . . ■ .................. :.,.•

.... . .... . ...... ....

............ •■........ ■■ ■ ........... ....... ........ ... ....... . .

,,..,... .... ..... ................ wjit

.......- ........................... ............ v.^j . .

.... ^k- ■ .

........ ...... . ...:., .,.gt;...

\'•*\'- \' ........ ...... ... . . .......... ...

.... ...........

.....;■,... . . ......

■ ■ ■• ■ • •quot;■.■.......... ..... ■ ■...... ........... ..... ...................... ......

• ........ .... ... ... ......... ... ...... ,.....,. ..... ..... ,...,.

- ■ ■• ...... ..... , ....... ... ........... ....

........ ■ ........ . . ... ... . . , . . ., ..... .......

■ • ■ . .■■. .\'lamp;4. ■■■- . . ■ ■ •■-Vf-.. .............. .. . . .... ..... ,. \'. .. ....................

......... ...... . , . . . . . . .

. . . . ......■ \' . ....... . . • . . . . .... ... ..... .......... ....... .. ... .

: . ..! . ..\' . .;...,. ...... ..... ...... . ... ........., ....... ...... .... .... ... .. ...... . ...

. f-t \'- quot; «1

-ocr page 2-
-ocr page 3-

Uitgave van W. C. DE GRAAFF, te J^Ia^ ^ v

f* • - ^

Prospectos

v u uf^\'

^ gt;\'. gt; •- \' --

van y

m tuieReii ifseijït

IN DE 18E EEUW,

EENE BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS DER HAAGSGHE CENSUUR.

Naar een Boekverkoopers Gildeboek, de Resolutieboeken van Schout

en rurgemeesteren, en tal van andere registers en stukken, berustende in \'t Oud-Archief der Gemeente \'s-Gravenhage, bewerkt en toegelicht; en met Inleiding, Bibliographische en Historische Aanteekeningen, en Alpkabetische Registers voorzien,

HOOR

A. J. SERVAAS VAN ROOIJEN.

---

In den Inventaris van het Oud-Archief van den Haag ï), wordt op bl. 92, onder de rubriek ; „Gilden, Corpo.iitien, Neringen, Bedrijvenquot;, bij liet „St. Lucas- of Verwers- en Glazenmakers-gildequot;, genoemd: „Register van notulen en inschrijving, 1630, 1702, 1744.quot; Dat van 1702 is slechts met min of meer recht, onder dat gilde gebracht, want het is een „Boeckverkoopers Gilde boeckquot;, aanvangende met dat jaar, en loopende tot 1796. De boekverkoopers toch, eertijds onder het St. Lucas-Gilde behoorende, hadden een eigen gild gevormd, en staat dat gilde van 1702 dus geheel op zich zelf.

Om verschillende redenen trok dat register onze aandacht.

Behalve een groot aantal zeer belangrijke gegevens omtrent den Haagschen Boekhandel 2), vonden wij daarin genoemd, dikwijls slechts even aangewezen, de titels der werken en geschriften, waarvan de verkoop in den loop der 18° eeuw, hetzij op gezag van den Magistraat van den Maag, of wel op hooger last, was geïnterdiceerd.

Het feit o. a., dat op 27 Februari 1787, werd verboden een „Vervolg op Willem Leevend door juffrouw Wolff Wed. Bekkerquot;, spoorde ons aan tot een nauwgezet onderzoek naar den aard der gecensureerde ge-

\') Inventaris van liet Oud-Arcliief der gemeente \'s Gravenhage, iSC8.

-\'1 De uitgave van dat Gildeboek is in voorbereiding. Hoewel wij eerst plan hadden, de „Verlroden boekenquot; in die uitgave uit te werken, begrepen we, dat uitvoerigheid, en daardoor kostbaarheid, een struikelblok voor het debiet zou worden, liovendien zijn die twee uitgaven zeer gemakkelijk te scheiden. De geschiedenis van den Haagschen Boekhandel in de achttiende eeuw heeft op zich zelf reeds groote waarde voor dien tak van handel.

-ocr page 4-

schriften, en zoekende naar de resolutie, op dit verbod betrekkelijk, kwamen wij tot de overtuiging, dat vele bronnen meerdere gegevens zouden leveren, en dat het voor de geschiedenis en de bibliographic geen overbodig werk mocht heeten, om al de titels bijeen te brengen in één werk, en daaraan toe te voegen eene inleiding, houdende de geschiedenis der censuur in Nederland, en bij elk geïnterdiceerd geschrift mede te deelen het resultaat der opsporingen daaromtrent gedaan, en zoo veel mogelijk het waarom van het verbod te vermelden.

Dit laatste vonden wij slechts een enkele maal uitgedrukt. Zoo vindt men in de resolutie betreffende het vervolg van Willem Leevend, de qualificatic van „godslasterlijk werkquot;, maar deze qualificatie, cn zoovele andere, zijn zoo vaag, dat het ons scheen, alsof zoo\'n enkele vermelding weinig kracht en kleur aan de zaak gaf, en dat, wilden we iets degelijks geven, wij in een ontleding van\'t werk moesten treden.

De goede wil daartoe leed tot heden wel eens schipbreuk, want hoe gaarne wij het ook wenschten, niet altijd konden we het verboden boek in handen krijgen; iets dat uit den aard der zaak wel begrijpelijk is, wijl de exemplaren dikwijls met zorg werden opgehaald en zeer zeker vernietigd, maar ons in het voorgenomen plan zeer bemoeilijkte.

Niettemin deden wij wat wij konden. Door veler hulp \') brachten wij het zoover, dat wij een begin konden maken met ons werk, waarvan de titel uitvoerig is vermeld, en daar wij blijven rekenen op de medewerking van velen, hopen wij dit resultaat te verkrijgen, dat w:j aan \'t einde gekomen van onze taak, desnoods door middel van een supplement, al de titels gegeven zullen hebben der boeken in do .i8c eeuw in den Haag verboden.

Om het bewijs te leveren, dat wij geene moeite noch arbeid ontzagen, om volledig te zijn, maar vooral ook om anderen den weg te wijzen, waar zij te zoeken zullen hebben, zoo bij hen de lust mocht ontwaken om een dergelijk werk over de Censuur eener andere stad tot stand te brengen, noemen wij de registers die op het archief der gemeente \'s-Gravenhage, voor zoo verre zij voorhanden waren, en de jaren in de i8e eeuw vielen, door ons gelezen zijn, en dan eens weinig, maar dan ook weer veel leverden. Zij zijn, naar de titels in genoemden Inventaris :

Resolutien van den magistraat van \'s Gravenhage, St. Catharina, 1Ó21 —1794, n0. 1—22. 22 deelen.

Notulen van conferentien gehouden tusschen het hof van Holland en den magistraat van \'s Gravenhage, 1670—1798. 10 deelen.

Notulen van het collegie van de wet, 3 Februarij 1670 tot 25 November 1794, 11°. ia, c en 2 — 10. 12 deelen.

Registers van appointementen van burgemeesteren, 1614—1795, no. 1—21. 21 deelen.

gistr

de „ allen

Wij 1 toch

dan

Register van uitgaande missiven van den magistraat, wethouderen, kamer van politie, burgemeester en wethouders en maire van \'s Gravenhage, 1746—1813. 16 deelen.

lj Reeds nu zouden wij gaarne namen noemen. Wij wachten daarmede echter liever to de laatste aflevering.

-ocr page 5-

Minuut missiven als voren in opgernelde registers niet gere-eerd zijnde, 1669—1802. 5 portefeuilles.

Uit het „Grcot Placaet boek,quot; vulden wij, voornamelijk wat betreft eerste kwart der i8e eeuw, onze aanteekeningen aan.

Deze arbeid, waarbij het doorzien van allerlei andere losse stukken, zoeken in een tal van Catalogi, enz., moet gevoegd worden, is niet ig. Wij volbrachten dien echter met lust en ijver, omdat wij repen, dat ons werk, kwam het goed tot stand, zoowel voor geschiedenis als voor de boekenkennis, een legger kon zijn, die ten

tijde met vrucht kon worden geraadpleegd.

Wij zijn dan ook niet karig geweest in onze aanteekeningen, daar gelooven, dat het beter is te veel dan te weinig te geven, maar hebben wij ons dikwijls moeten onthouden van afschrijven, daar, wij, om de zeldzaamheid van het geschrift of het libel, gaarne meer len gegeven. Wij moesten toch ook rekening houden met den om-; van het werk, dat in ons vaderland geen winstgevende onderne-r is, en meer tot eer kan verstrekken van schrijver en uitgever, hun finantieele vruchten aanbiedt.

Wij zoeken die dan ook niet. Wij zullen ons reeds gelukkig ïntn, dat deze eerste aflevering in zulk een mate steun erlangt van openbare bibliotheken, genootschappen en instellingen, van onze ographen, historici, letterkundigen, boekenkenners en boekenlief-icrs, dat de uitgave verzekerd wordt, en wij onafgebroken kunnen tgaan, om het werk die waarde te geven die het onderwerp verdient. Een boekin den geest als de werken van Peignot gt;) en Drujon, 2) herhaaldelijk door ons, even als zoovele andere dergelijke werken, ardpkegd, is in ons vaderland een te zeldzaam verschijnsel, dan wij niet rekenen durven op aller steun, maar daarbij ook op aller revendheid. Juist omdat we iets nieuws geven, was onze taak niet lakkelijk. We zullen ons echter reeds voldaan rekenen, wanneer ; arbeid leidt tot een uitgebreid werk, dat de geheele Censuur in erland omvat, en waartoe het onze eene bijdrage levert.

Over de inrichting van deze uitgave behoeven wij niet veel te zeggen, de ie afl. zal die voldoende blijken. Voor hen aan wie de chronolo-re volgorde, welke wij bewaard hebben, een bezwaar schijnt, meenen te moeten mededeelen, dat een uitvoerig, tweevoudig alphabetisch ster van titels en namen aan het slot zal worden geleverd, terwijl op de binnenzijde van den omslag der afleveringen, de daarin indelde titels en namen alphabetisch zullen opgeven.

n Haag, Juni 1881. A. J. SER VAAS VAN ROOIJEN.

G. Peignot, Dictionnaire critique, littéraire et bibliographique des principaux livres eon-és au feu, supprimés ou censurés: précédé d\'un discours sur ces sortes d\'ouvrages. 1806. 2 vol.

Fi-rnand Drujon, Catalogue des ouvrages, écrits et dessins de toute nature poursuivis, imés ou condamnésdepuis le 21 Octobre 1814 jusqu\'au 31 Juillet iSyy.Kdition entièrement ïlle, considérablement augmentée, suivie de la table des noms d\'auteurs et d\'éditeurs et npagnée de notes bibliographiques et analytiques. Paris. 1879.

-ocr page 6-

^li

^Ci r

van

cjciue.

VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, ENZ.,

Ilsr ÜS 18E EEXTW.

lt;§ene oBijJtacjc tot dc SescfiicSeuio dct JCaagocfie (Bcnsum,

VOOR

A. J. SER VA AS VAN ROOIJEN,

zal uitgegeven worden in ongeveer G afleverinffen van 3 vel druks, in roy. 8° formaat, tegen den prijs van f 1,2** de aflevering.

Een naamlijst van inteekenaren zal bij het werk gevoegd worden, waarom men verzocht wordt naam en woonplaats duidelijk op te geven.

Uc ondergeteekende teekent in door tusschenkomst van den

Boekhandelaar

te

op Ex. VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, enz., in

de IS* eeuw. Eene Bijdrage tot de Geschiedenis der Haagsche Censuur, door A. J. Servaas van Rooijen.

Uitgave van W. C. DE GRAAFF, te Haarlem.

NAAM.

WOONPLAATS

-ocr page 7-

\'0lk l©:i \'ïir^S

wmm®

sm

mm

mm

vt

y^iifva «• . \'i

9

•.Ai,

gt; quot;quot;iw \'T\',

SiÖ

mim i

ipA

:;vkB

■ gt; ; yilt;

|^É ;;\'.iï:. quot;

wmêêm\'m amp;ï\' : i quot;\'■gt; tóitó

Kv.\'-K

wïïïïiïïmmamp;iiü.

t\'k

il^EE^ISS liscSl

mwmt- wfr- ■ mmr fM^v\'v;\' ?■ :♦\'•

\' \'\' ^ ;

GESCHRIF\'TEN, GOURANTEN, ènz. ■

\'•■■ , quot; ; ■\' ;

, m Dl: -T f?E F.KIJW.

a^mwmêm*skjsiêê!t9l^^

M:;\';;v\' -■■■quot;\'\'\'\'^r\':■■ v.i;\' -\'0■\'\'h\'V^y:\'\'quot;**

At j. SERVAAS VAN ROOIJEN.

\'ij./, :^i ■gt;gt; •./\'• ■,■■/lt; \\ :. i\\ \'\'■ , ■;■ .\'v \' :\'^v/\'^ ■; amp;, •, i .\' .

, .IN DE l8K EEUW. ; m m*s ■ |

,-;■: ^ ^ . ,.; ■ ■■;• p-v \' . •\' ■■■ ■\'. ;^V , ^

; ■ ■■■■quot; , r , ^ gt; .;

\' ^V\'\'.\' \' - */ t 1 \'•» !,

\'\'w \'.\'-hmk :*■amp;:, v«w. V-\' ■ \'■\'v\' V- -■■■\'■■ \'A =. S:.ï gt;\'fl ■\'f.V^ . . -!iV I^JSC^/ -i; V\' ■ quot;• :,•:? ■

Mfii»

lo

?\'$$$$ m ¥mii t\'\' yï$j«;: Wv-v-y.*ïw«-^

-ocr page 8-

^ l ^ i j óc oa 11 ^ l\' i I cj a lv .

VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, ENZ,

lasr X33 18F EEXJW.

c\'3 i j i? tct C| c lot\' Sc li iiiJcii ii ?ci Jl a a ji .\'icfi c

1quot; quot;IK

A. J. SE RVA AS VAN R 00 IJ EN,

zal uitgegeven worden in ongeveer ({ a/fciwfinf/cii \\an .7 vel druks, in roy. 8° formaat , tegen den prijs van /\' /„?.gt; de aflevering.

Ken naamlijst van inteekenaren zal l^ij het werk gevoegd worden, waarom men verzocht wordt naam en woonplaats duidelijk op te geven.

De ondergeteekende teekent in door tusschenkomst va» den Boekhandelaar

te

op Kx. VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, enz., in

de 18* eeuw. 1 .ene Bijdrage tot de Geschiedenis tier 1 laagsche Censuur, door A. J. Sek\\\'aas \\a\\ Rhoiiiix.

l\'ilgave van \\\\quot;. C. DK (iKAAT\'l\'. tu llanrlem.

.Wl.l.)/.

n-oo.\\r/.AA\'j\\s

-ocr page 9-

/ 6-

-J:\'\'

ÏJ ;,:\'ii^ . \'I \' t /li,;1 i. :l..ir 11 ^ ■;:i^,i\'lil\' :,,.|lu^,l^!r. I;1.|..:\' ,\'i \' -u M ri-:,i\'--.^l1

1®-

T •X-?™T-Tquot;?—i?—?—r-rquot;T^m@m*rr~r~T~r quot;T -T~r ~7 r Y~ tt

\' \\

»

VERBODEN BOEKEN,

i

ESCHRIFTEN, COURANTEN, ENZ.

IN DE l8\' EEUW.

I?

EF.N1C HIJURACK TOT DK (JKSCItlKDKMS DKR 1 lAACSf.l IK Cl\'.NSUUK,

A. J. SERVAAS VAN ROOIJEN.

r

I

Jis»

I

I . r

w.

IN

i\' Aflevering.

Uito-ave, der Vcroeni^in^: ,,DIK HAGME.quot;

i öyO.

_i__A A A A \\ A A A . A :a A .\'a A A A A A_i__AA_lt;L,

SgEliSB^SEiigEESgiSffiEglllllSMglBl B S SgiBSSi

¥ tygt; ^ ^ # \'tf lt;*:gt; C$2 4-quot; ■gt; *p

Zie Ommezijde.

|V-

-ocr page 10-

I N H O U D.

HIz.

Argus (den Amsterdamse) van H. A. v. d. Burg..........................................38

Copie d\'une I^ettre du Roy Catholi(|ue au Roy tres Chrétien....................23

Copio d\'une Lettre du Roy d\'Espagné au Parlements de France..............23

Gueudevillo, Esprit des cours de TEurope....................................................x

Leenhof (Fredericus van), Den Hemel op aarde............................................6

Id. Id. Den Hemel op aarden opgeheldert....................6

Id. Id. Korte Antwoord....................................................6

Libel contineerende veele saaken en injurien teegens den persoon van

Godfried Henrici, enz....................................................................................12

Manifesto du Roy Catholique addressé aux trois Etats de France............23

Noumeistern (Erdman), tegens het loffelijke Werk der vereeniging van

de Gereformeerde en Luthersche, enz............................................................31

Papokost, opgedist in Geuse Schotelen.. . .•....................................................25

Requeate presentée au Roy Catholique au nom des trois Etats de France 23 Sontontie tegens Gotfried Henrici te Copenhagen, uytgesprooken den

21 Februari 1705, enz. (Zie ook Libel enz.)..........................12

Vertoog of de verdeediging der Predikanten te Hamburg, aangaande de

bewoordingen en spreekwysen van gemelden (Erdman) Noumeistern.. . 31 Wijsgerige Twistredeneringh over de natuur van Godt (Geschrift tegen

Jacobus Wittichius).....................................................15

Blz. Noot.

Blz. Noot.

Andala (Ruardus)......... 17

Avaux (Jean Antoine de Mesmes Graaf van)......... 2 4

Bayle (Pierre)............. 2 1

Beaumont (Simon van)..... 8 i

Breuil (Cesar Tronchin du). 44 1

Catharina I van Rusland... 42 2 Cellamare (Antonio Guidice,

hert.v.Giovenazza,Prinsv.) 24 2

Clerc (Jean le)............ 4 1

Coelman (Ds____) voorganger

van de secte der Hebreen

in den Haag........... 10 1

Driessen (Anth.)........... 17 1

Eyl (Hendrik van)......... 44 3

Forbin (Claude de)........ 5 1

Garél (Hermanns van)..... 13 2

Goeree (J.)............... 46 1

Honert (Taco Hajo van den) 11 1

Klaas (Meester), Lystemaaker 41 1

Kourakin (Le Prince Boris

Ivanovitch)............. 42 1

Lamberty (G. de)......... 2 3

Lassenius (Johan).......... 13 3

Lenglet du Fresnoy (Nicolas) 4 2

Marais CMatthieu)......... 2 2

Mesmes, graaf van Avaux

(Jean Antoine de)....... 2 4

Morville (Charles Jean Bap-

tiste Fluriau, Comte de) 22 1

Paauw (Antony)...\'........ 23 1

Pasquino (Maestro)........ 48 1

Peter de Groote........... 42 2

Ratelband (Johannes)......44 2

Septeren (Johan van)...... 31 1

Thol (Pieter of Petrus van). 44 4

Vivie (Johannes de)........ 29 2

Weyerman (Jacob Campo). 39 Wittichius (Christophorus). . 16

Wolffers (Jacobus)......... 34 2


-ocr page 11-

In het jaar 1701 werd in den liaag verboden:

I \'-Sprit des cours do I\'luirope, par (lucudcvillc. 1699- 1710, 19 vol. in-12.

I latin, die in zijn belangrijk werk : „Bibliographic historique et critique de la presse pcriodique francaise, etc. Paris. i(S6\'\')quot; 1), den titel als boven verme! It, noemt dit geschrift een ,,1\'etite ga/.ette qui dut une certainc vogue a sa méchanceté, a ses attaques contre les ininistres de France. Suppriméc sur la deniande de notre ambassadeur, ellc reparut bientót sous Ie titre de iVomw/lfs t/is cours de /V;«gt;vyV.quot;

Uitvoeriger is die Bibliograaf in een tweede werk, in den zelfden geest geschreven, getiteld : „Les gazettes de I lollaiule et la presse clandestin.; aux XVI f et XV]lll- siècles. I\'aris.

1) Catalogue systLiiiatiquo el rnisonnc tic Imis los écrits |)êri»lt;li\'|iics lt;lc i|uellt;|tic valcui pulilius ou ayaiit circulc cu i\'rancc tlopuis luri^ino du journal iusiiu\';! nos jours, avco oxtrails, notcgt; liistoi\'ii|uus, criliijuus c-t morales, imlieatiou des prix que les prineipaux jouruaux out alteiuls lt;laus les veilles puhliques. ele., précéclé il\'un essai liistoi i.|Ue el stalisti.|iie sur la naissaneo ei les proxies de la presse périodic|ue dans les deux momles par Kuyène I [alii\'.

II

0755 1462

-ocr page 12-

I

MélÉÉÉÉiiÉa^ÉéiikMriÉÉÉÉÉÉamp;ÉriÉtilÉ — «itf T- n

I N H OUD.

Argus (den Amsterdam^) van H, A. v/d. Burg ^Ó\' \' j

-^0^6 j\'Uquot;e Léttre du Roy (^atholique a« Roy tres ehrétien ! \'. / f,

Cop^dune Lettre du Roy d\'Espagné au Parléments de France, 2l \'H

aueudevill©,, Ésprit des cours de l\'Europe ..

•Leenhof (Fredericus van), Den Hemel op aanie. ^ ü quot; \' quot; quot; \' quot; \' quot; \'\'\' I

TH ,,, „ 1 ................... 6

:J S\' Hemel 0P aarden opgeheldert.......... 6

ld. Korte Antwoord.. ..............c 1 \'

S

M.

Jaj quot;\'C*

1#

i ld. Korte Antwoord.... gt; gt;

Manifeste du Roy Catholique addressé aux trois Etats de France !?

Neumeptern (Erdnlan). tegens het loffelijke Werk der vereeniging\'van de Gereformeerde en ■iLuthefsche* \'enz...........

, Papekost, opgedist in Geuse Schotelen.. - \' ................ quot; 31

Be^ueste presentée au Roy Catholique au noih des trois Etais de France S Se.te.tt, t^e»; Gotfried H.n.ici « Copenhagen,

Zï Februari 1705, enz., (Zie ook Ubel eh?.)/....

VertooB Wde ve,deed,ei„6 de. Predikanten te Hanibu^ aahgaande de quot;

^teu.ootdtneen en spreek,„sen van gemelden (Erdman) Nenmeistern.., ,, .

\'• MMM !Gesch\'if, \'e8en

IMHHk

Bli. Noot.

Andala (Ruardus).17 Avaux (Jean Antoinc de Mesmes Graaf van)......... 2 4

fiayle (Pjerrè)._____________ 2 ï

Beaumont (Simon van)..... 81

Breuil (Cesar Tronchin du). 44 1 Catharina I van Rusland... 42 2 Cellamare (Antpnio Guidice,

hert. v. Giovenazza, Prins v.) 24 2 Clerc Qeaii le)....: J.. 4 t

Coelmah (I)s....) voorganger

van de secte der Hebreen in den Haag 10 ,

Driessen (Anth.)........... I7 t

Eyl (Hendrik van);.,...... 44 j

Forbin (Claude de)........ 5 ,

GaréI (Hermanus van)..... 13 2

Göeree (J.).........,.. 46 ,

Honert (Taco Hajo van den) 11 i

- i,v

rw/yo*\':

Klaas (Meester), Lystemaaker 41 * \' ï

Blz. Nóót. ,

Kourakin (te Prince Boris

Ivanovitch) ______42 1

Lamberty (G. de)!........ 2 3

Lassenius (Johan).......... 13 3

Lenglet du Fresnoy (Nicölas) 4 2

Marais (Matthieu)......... 2 2

Mesmes, graaf van Avaux

. (Jean Antobe 4^). •..... 2 4

Morville (Charles Jean Bap- \'

tiste Fluriau, Comte de) 22 1;

Paauw (Antony)..33 I

Pasquino (Maestro)........ 48 1

Peter de Groote... ........ 42 3

Ratelband (Johannes)...... 44 2

Septeren (Johan van) ...... 31 l

Thol (Pieter of Petrus van). 44 4

Vivië (Johannes de)...... . 29 2

Weyerman (Jacob Campo). 39 Wittichius (Christophorus) .v. 16

m

II

\'rif\'4 i

■Sm


dk

-ocr page 13-

09$ ^z, 611)

Tzr c, /7

lt;rr/%- ^ J?e

-Z. z

In het jaar 1701 werd in den Haag verboden;

Esprit des cours de l\'Europe, par Gueudcville. 1699—1710, 19 vol. in-12.

Hatin, die in zijn belangrijk werk : „Bibliographie historique et critique de Ia presse périodique frangaise, etc. Paris. 1866quot; 1), den titel als boven vermel.lt, noemt dit geschrift een „1\'etite gazette qui dut une certaine vogue a sa méchanceté, a ses attaques contre les ministres dc France. Supprimée sur la demandc de notre ambassadeur, elle reparut bientót sous le titre de Nouvdlcs des cours dc l\'Europe.quot;

Uitvoeriger is die Bibliograaf in een tweede werk, in den-zclfden geest geschreven, getiteld: „Les gazettes de Hollande et la presse clandestine aux XVIIU et XVIII^ siècles. Paris.

1) Catalogue systómatique ct raisonné de tous les écrits périodiques de quelque valeur publiés ou ayant circule en France depuis l\'origine du journal jusqu\'d nos jours, avec extraits, notes historiques, eritiques et morales, indication des prix que les principaux journaux out atleints clans les ventes publi(|ues, etc., précédé d\'un essai historique et statisticiue sur la naissance et les progrès de la presse périodique dans les deux mondes par Kugëne llalin.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

0755 1462

2

-ocr page 14-

2

1865,quot; dat met het reeds genoemde als \'t ware een geheel vormt. Op de bladz. 190—192 deelt hij ongeveer het volgende mede: „L\'Esprit des cours de l\'Europe, oü l\'on voit ce qui s\'y passé de plus important sur la politique, et en general ce qu\'il }• a de plus remarquable dans les nou-velles, par Gueudeville. La Ilayc et Anistcrdani, juin 1699 — avril 1710, 19 vol, m-12.—Supprimé en 1701, ce recucil, qui fit un certain bruit, fut continué pendant quelque temps sous le titre de Nouvcllcs des cours dc VEjiropc; on trouve même les deux titres concurremment, ce qui produit une certaine confusion. Bayle 1) nous domic l\'explication de cette anamolie dans une lettre a Marais 2), du 6 mars 1702.

dès Ie mois suivant (Juin 1699) il publia, sans y mettre son nom, un petit livre intitule VEsprit des cours dc rEurope, ce qu\'il a continué de faire chaque mois jusqu\'a présent, hormis que 1\'an passé il cessa pendant trois mois. Ces trois mois furent remplis par le sieur Lamberty 3), Grison de nation, mais, au lieu dc F Esprit des cours de VEurope, il prit pour titre Nouvelles des cours de EEurope. Notre ex-bénédictin, s\'étant remis sur les rangs quelque temps après le départ de M. d\'Avaux 4), a pris le même titre de Nouvciles.quot; quot;

1) Pierre Bayle, de bekende schrijver van den Dictionnaire historique et critique (zie over hem Peignot, Dictionnaire des livres condamnés au feu. Paris. 1806), overleden in 1706.

2) Matthieu Marais. 1664—1737. Ami de liayle, il collabora au Diet. Ilist et rédigea quelques articles. II est aussi auteur de Mémoires intéressants sur les premières années du règne de Louis XV. (Didot, Biogr.)

3) Wellicht G. de Lamberty, die in 1731, \'s Hage, Henri Scheurleer, een 2cn druk uitgaf van Mémoires pour servir a Vhistoire da l8c siècle, contenant les négocinlions, etc. Brunet, 1843, zegt: .,Cetouvrage, peurecherché, esttombóAtrés bas prix.quot; Het werk is opgedragen: „Aux tres-illustres, tres excellens et hauts souverains. Messeigneurs les avoyers, petit et grand Conseil de la Republique et Canton de Berne. Volgens zijn: „Mon dge avancé m\'a fait resoudre A sou-haiter du repos,quot; moet hij toen op hoogen leeftijd zijn geweest. In zijn „Au lecteur,, zegt hij: „J\'ai eu pendant une longue suite d\'années l\'occasion d\'être occupé aux Affaires Politiques.quot; De drukker verkreeg Privilegie 25 Aug, 1729.

4) Jean Antoine de Mesmes, graaf van Avaux en markies van Givry, was buitengewoon fransch gezant te VenetiC, teekende als plenipotentiaris den

-ocr page 15-

3

In het Biogr. woordenboek van v. d. Aa i) lezen wij in voce, het volgende: „Nicolas Guedeville, zoon van een geneesheer te Rouaan, werd aldaar omstreeks 1654 geboren, begaf zich, na het voleindigen zijner studiën, in de orde der Benedictijnen en onderscheidde zich als kanselredenaar. Zijne bijzondere gevoelens en de stoutmoedigheid, waarmede hij ze opuitlijk uitsprak, haalden hem het ongenoegen zijner oversten op den hals. Hij vlugtte uit het klooster en vestigde zich te Rotterdam, (1690) huwde aldaar en gaf onderwijs in het Latijn. Doch daar zulks hem spoedig verveelde, besloot hij van zijne pen te leven en vestigde hij zich te \'s Hage, waar hij „IJEsprit des Cours dc I\'Europe,quot; „Journal qui dut Coute La Vogue aux traits Sateriques, qu\'el contenait contre les ministres de Francequot; uitgaf. Dc graaf d\'Avaux, toen gezant in Holland, wist te bewerken, dat het verboden werd; doch 3 maanden later vervolgde hij het onder den titel van Nouvelles des Cours de VEurope. Hij hield zich overigens bezig met het schrijven van verschillende werken en het vertalen van klassieke schrijvers, die hem een schamel stuk brood en weinig roem bezorgden. Hij stierf in armoede te \'s Hage omstreeks 1720. Bayle, die hem gekend heeft, schreef dat hij aangenaam in gezelschap was en een liefhebber van het vermaak. Zeer

vrede van Nijmegen, was vervolgens ambassadeur in Holland, Engeland en Zweden, en stierf op 69-jarigen leeftijd, 1709. Reeds vroeger, 13 Sept. 1679, had zich deze gezant te beklagen over uittreksels in de Pranschc Amsterdam-sche Courant, van libellen in Frankrijk gedrukt, „notamment (zie Hatin, les gazettes, etc.) contre un arrêt du Parlement, et contre im des prélats les plus éminents du p.iysquot;, trouwens de geheele Hollandsch-Fransche pers lokte allerlei correspondenties, nota\'s en decreten uit. Dit behoort echter gedeeltelijk tot de verboden boeken, enz. der 17e eeuw. Zoo zij den I laag en de 18e eeuw betrelTen, vallen zij in ons kader. Zie over d\'Avaux in betrekking tot Holland ; Négocia-Hom de Uons. Ie comle d\'Avaux en Hollande.

1) li. W. der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige Personen, die zich op eenigerlei wijze in ons Vaderland hebben vermaard gemaakt, door A J. van der Aa, voortgezet door K. J. R. van Harderwijk, vervolgd door Dr. G. D. J. Schotel, onder medewerking van eenige vaderlandsche geleerden. Haarlem, J. J. van Brederode,

-ocr page 16-

4

ongunstig is het getuigenis van Jean le Clerc i) en L\'englet 2) ten zijnen aanzien.quot;

V. d. Aa schijnt voornamelijk zijne aanteckeningen ontleend te hebben aan den geciteerden brief van Bayle. Het ongunstige getuigenis van le Clerc komt daarop neer, dat hij hem „un libertin declarequot; noemt, „qui, sur la fin de sa vie, s\'enivrait d\'eau-dc-vie, comme il avait fait de vin quand il en avait eu.quot; Men dicht dan ook Gueudeville toe schrijver te zijn van een Eloge dc Vivresse. Dit werkje, en Maximes du Pape Paul III, alsmede zijne vertaling van Erasmus\' lof, komen voor in den Cat. libr. prohib. Vienna;, 1776.

Dat dit periodiek geschrift een zekeren opgang maakte had het, volgens Hatin, ook grootendeels te danken, aan de omstandigheden die den schrijver in dc gelegenheid stelden om de publieke kwaadwilligheid te voldoen. Tot proeve geven wij het door Hatin aangehaalde: „Le 17° de mai (1703), jour que les chrétiens célébraient en mémoire de la triom-phante entrée du Sauveur dans le ciel, le sérénissime doge se remaria, suivant la coutume, avec la mer, et les noces furent d\'une magnificence proportionnce a la dignité des époux. Cette cérémonie, pesée a la balance de la saine raison, n\'a rien que d\'absurde et que de choquant. . . . En effet, quel rapport de l\'union conjugale avec la puissance que les Vénitiens s\'arrogent sur un espace de mer? La mer, je Tavoue, tient assez du naturel qu\'on attribue aux femmes, avec plus de malignité pourtant que dc justice: inconstante, perfide, orgucilleuse, emportée, insatiable; mais en est elle plus habile et plus propre a la generation humaine? Je ne crois pas que le doge s\'avise jamais de caresser sa chère

1) Beroemd criticus, geb. 1657 te Geneve, overleden 1736 te Amsterdam. O. m. schreef hij Bibliotheque ancicnne d moilcme. Zie aldaar over G.

2) V. d. Aa bedoelt met hem zeker Nicolas Lenglet du Fresnoy, franseh schrijver, 1674—1755, die herhaalde malen in de Bastille gekerkerd werd onder I.odewijk XV, wegens de vinnigheid, waarmede hij de pen voerde. Hij gaf onder meer in 1731 de werken van de Marot\'s uit bij Gosse in den Haag. Eene editie, welke bij Morgand et Fatout 300 frank gold, en in Nquot;. 126 Cat. Scheible staat genoteerd voor 80 Mk.

-ocr page 17-

5

moitié: la copulation scrait mortelle ct la couche nuptiale serait infailliblement le tombeau du mari. . . . Les seuls Vénitiens sont épris et touchés de tendresse pour cette prostituee, et, i\'aimant en tout bien et en tout honneur, ils contractent avec elle une alliance monstrueuse et l\'épousent dans toutes les formes. Encore si cette bizarre cérémonie se proposait comtne un divertissement et comme un jeu, Ton n\'aurait rien a dire: il faut amuser les peuples, et la politique leur coüte assez cher pour les repaitre de spectacles confor-mes a leur faible portée. Mais ce n\'est pas cela; on agit très-sérieusement. . . Après tout, le mariage est d\'une teneur bien fragile, et je ne m\'étonne point qu\'on le renouvelle tous les ans. L\'épouse ne fait pas grand cas clu marché, et, sans avoir égard a la persévérance inimitable de monsieur son mari, elle est toujours prête a se donner au premier venu. Cette coquette achevée ne s\'abandonne pas au plus riche; non, sa galanterie n\'est pas mercenaire, et l\'intérèt ne la domine point, mais le plus fort l\'accommode, et celui chez qui la munition se trouve la plus copicuse jouit de cette lubrique sans qu\'clle fasse la moindre résistance. Les Frangais, non moins grands perturbateurs du repos conjugal quo de la tranquillité publique, fournissent actuellement des preuves de ce que je dis; la mariée se divertit impunément avec eux a la barbe de son époux, et le chevalier de Forbin i) a déja fait, je ne sais combien de fois, le sérénissime doge cocu. Qu\'il est bon ce mari, non-seulement de nc se point rebutcr des fréquentes infidélitcs de sa femme, mais menie de resser-rcr tons les ans avec elle le noeud de la conjonction matrimoniale

Onder meer werken en vertalingen, bij v. d. Aa van Gueu-deville genoemd, schreef hij ,,Le Censeur, ou Caracteres des Moeurs de la Haye. Ibid, 1715 in 12quot;.quot;

-ocr page 18-

6

Omtrent het antwoord op dc vraag of hij de schrijver is, van dit periodieke geschrift, dat in den Haag verschenen is, bij Henry Scheurleer, van 12 Maart 1714—31 December van dat jaar, in 43 nommers, heerscht verschil van meening. Op den titel wijst een: „Par Mr. dc Gquot;***quot; op Gueudeville, hoewel Hatin, les gazettes, etc. vermeldt, dat La Barre de Beau-marchais het aan Rousset (Jean Rousset de Missy), — over beiden later, — toeschrijft. Hatin kent het niet 1), maar citeert de woorden van La Barre: „premier ouvrage do 1\'auteur de la Quintessence, ouvrage malin s\'il en fut jamais, et qui ne fut pourtant pas goüté, paree qu\'il était aussi sot que malin.quot;

quot;De Staatcn van Hollandt ende West-Vrieslandt, allen den 1706 geencn die desen sullen sien ofte hooren leesen salut: Alsoo tot Onse kennisse gekoomen is, dat uytgegeeven, ende door den druck gemeen gemaackt zijn gewerden, seekere drie Boeckjens, het eene geintituleert

Den Hemel op Aarden,

het andere

De Ophelderingh van den Hemel op Aarden,

ende het derde

Korte Antwoordt, alle geschrceven door Fkedkkicus van Leenhof, Predikant tot Swol 2),

1) Twee exemplaren berusten\' in cle Koninklijke Bibliotheek. Een derde Exemplaar bevindt zieli in de Boekerij der Gemeente \'s Gravenhage.

2) Volgens het werkje van Dr. A. van der Linde, Benedietus Spinoza. Bibliografie, \'s Grav. 1S71, zijn de titels als volgt:

onder n0. 224, Den hemel op aarden; Of een korte en klaare Besehrijvinge Van de Waare en Stantvastige blydsehap: Zoo naar de Reden, als de li. Schrift, voor alle slag van Menschen, en in allerlei voorvallen. Zaamen-getselt [sic | door Eretlericiis van Leenhof, Predikant te Zwolle, Te Amsterdam, By Jacobus Lan-

-ocr page 19-

7

inhoudende verscheyde gruwelijckc ende lasterlijckc opinien, directelijk strydende tecgcns Godts hcylige Woordt, ende de ware Gereformeerde Christelijcke Religie, streckende tot groote ergernisse van der selver Ledematen, ende voortsettinge van valsche ende ergeriijcke Leeringen, tot schade ende nadeel van de Ingezeetenen der voorschreeve Landen, ende dat derhalven daar aan voor de eere Gods ende den dienst van het publieq geleegen is, dat de selve niet verder gedivulgeert (verbreid) maar gesupprimeert werden. SOO 1ST, Dat Wy daar teegens willende voorsien, de selve Boeckjens verklaart hebben, ende verklaaren de selve bij deesen te weesen Godtloos, ende te tenderen omme de Ingezeetenen deeser Landen, ende allen anderen van de waare gronden ende fondamenten van de Christelijcke Religie af te leyden; verbiedende daaromme allen Boeckdruckers, Boeckverkoopers, ende alle andere 1\'er-soonen, van wat qualiteyt of conditie de selve souden moogen zijn, de voorschreeve Boeckjens alhier te Lande te drucken, herdrucken, verkoopen, of inne te brengen, ofte oock in andere Talen over te setten, distribueeren, ofte uyt te geeven, maar ter contrarie lasten en bevelen Wy alle de selve Boeckdruckers ende Boeckverkoopers, dat sy aanstondts, na dat deesen tot hare kennisse gekoomen sal zijn, alle soodanige Exemplaren als sy van de voorschreeve Boeckjens onder haar souden moogen hebben, overleveren ende behandigen

gcnbergli. 1704 [1703] 8vo, 4 bil. (152) pp. — Oiulcr n0. 225 vermeldt Dr. v. d. Linde: „Duitsche vertaling. Cf. Temiemaims GeschielUe der PhilosOphie-X. p. 4^5;

onder n0. 236, Den hemel op aarden opgeheldert van de Nevelen van Misverstand, en Vooroordeelen. Eerste deel. Waar in de Gronden en gemeene Aan inerUingen ter Verdediginge voorkomen, met nadere rellexien op de Brieven en Sehriften daar tegen. Dienstig, om alle argwaan en twijfelingen weg te nemen. Door Fredericus van Leenhof, Predikant te Zwolle. Te Zwolle, Hy li. Hakvoord, Hoekverkoper aan de Koorn-Markt. 1704. 8vo, 1 bl. (108) pp.;

en onder n0. 241, Korte Antwoord op de Brief van de lieer T. H. van den llonert wegens de Redenkundige Aanmerkingen, enz., door F. van Leenhof. Te Zwolle by G. Tydeman. 1704. 8vo. Dit laatste boekje schijnt de lieer v. d. Linde, naar zijn minder uitvoerige beschrijving Ie oordeelen, niet in handen gehad te hebben.

-ocr page 20-

8

sullen aan de Officicrcn ende Magistraten van de Steeden ende Plaatsen daar sy vvoonachtigh zijn, op poene van dat contrarie bevonden werdende gedaan te hebben, te sullen vervallen in een boete van ses hondert guldens, booven de verbeurte van de Exemplaren ende verdere arbitrale (door scheidslieden beslecht of te beslechten) correctie, soo als na gelegenthcyt ende exigentie van saaken (eisch van zaken) bevonden sal werden te behooren: Lastende ende bevelende Onsen Procureur Generaal, Onse officieren in de Steeden, ende allen anderen, de voorschreeve Boeckjens ende Exemplaren op te haaien, te supprimeeren, ende teegens de Contra-venteurs van deesen te procederen als na behooren. Ende ten eynde niemandt hier van ignorantie pretendeere, nemaar alle ende een yeder weeten mooge waar na hy hem hebbe te reguleren, ordonneeren Wy dat deesen alomme gepubliceert ende geaffigeert sal werden daar het behoort, ende te geschieden gcbruyckelijck is. Gedaan in den Hage onder het kleyne Zegel van den Lande den aghtienden December seventien hondert ses. Onder stondt, Ter ordonnantie van de Staaten. En was geteekent, Simon van Beaumont.\'quot; i) (Groot Placaet-Boeck. Vijfde deel. Placaat tegen de drie Boeckjes van Leenhof, den 18. December 1706.)

V. d. Aa, die onder de werken van Frederik van Leenhof, geboren in 1647 te Middelburg, cn achtereenvolgens predikant bij het gezantschap van den Staat te Abbeville, 1670; te Nicuwvliet in Vlaanderen, 1672; te Velzcn, 1680; en te Zwolle, 1681, en aldaar 1712 overleden, niet het Korte Ant-ivoonlt vermeldt, zegt over deze boekjes het volgende: „Hij

i) Secretaris der Stalen. Wel te onderscheiden van, misschien, zijn grootvader, den Pensionaris, van wien Anna Roemers Visscher zong:

....................... een man.

Die staech met sorgen is belaen,

Aleen niet hoe \'t syn huys mag gaen,

Maer die de lasten van \'t gemeen,

Noch boven die torst op syn leen quot;

V. d. Aa vermeldt geen Simon van ]}., die in 1706 griffier of secretaris was.

-ocr page 21-

9

bad zich reeds door verschillende godgeleerde werken naam gemaakt, toen hij in 1703 te Zwolle een werkje in het licht gaf, dat aanleiding gaf tot groote twisten, getiteld: Den hemel op aarde, of eene korte en klare beschrijving van de ware en standvastige blijdschap, zoo naar de reden als naar de H. Sehrijt van allerlei slag van menschen en in allerlei voorvallen. De grondstelling in dit geschrift was, dat de ware godsdienst den mensch moet opleiden tot een rein genot van waar geluk, en in het uitzigt op zoodanig genot, tot ware en zuivere blijdschap. Waarschijnlijk zou dit minder opmerkzaamheid verwekt hebben, indien Leenhof niet bekend ware geweest als Cartesiaansch-Voetiaan, doch nu achtten zich beide Coccejanen en Voetianen geroepen, \'s mans werk naauwkeurig te beoor-deelen. En vreemd genoeg, Leenhof\'s stelling oordeelden zij goddeloos, Spinosistisch, Athc\'istisch. De blijdschap die hij bedoelde was niets anders dan blinde onderwerping aan een onverbiddelijk noodlot, de leer van Spinoza.

„De hoofdstelling van een zoo geruchtmakend werk was geenszins nieuw, en ook in die dagen niet vreemd, en werd in den grond ook door hen, die als bestrijders van Leenhof optraden, uitgesproken. Het was het volgende: „„dat de ge-heele godsdienst alleen in een blijde gerustheid des gemoeds bestond, geboren wordende uit de beschouwing der eeuwige en onveranderlijke orde, welke in de natuur der dingen is, terwijl men de H. Schrift aan hen moest overlaten, die, aan inbeeldingen gewoon, zich door deze moesten laten leiden.quot;quot; „„Voor wie (schrijft Glasius) 1) Leenhof\'s geschrift gelezen heeft, is het blijkbaar dat men in deze opgave van \'s mans woorden misbruik gemaakt en zijne meening niet naar waarheid opgegeven heeft. Men begreep hem niet, of wilde hem niet begrijpen, wat wij te meer betreuren, wanneer wij den Zvvolschen leeraar bij herhaling hooren verklaren, dat hij de formulieren van eenigheid, door hem in opregtheid onderteekend, heiliglijk wilde onderhouden, alles verwerpende, wat daartegen streed, zooals hij altijd gedaan had: en hem

1) Godgeleerd Nederland.

-ocr page 22-

IO

in zijtic afscheidspredikatie hooren zeggen: „\'t waren voorleden kerstijd zeven jaeren, dat er tegenpartijders zijn tegen mijn geapprobeerd boekje: Den Hemel op aarde, dat ik wen-sehe (nu ik al \'t gewoel er tegen aanschout hebbe tot nu toe), dat het nooit van mij geschrceven was, waarvan ik echter dit vrijmoedig zeggen moet, dat ik in \'t zelve te schrijven een goet oogmerk heb gehad, en dat, (als voor Gods aanschijn betuig ik het) mij zeiven op huyden niet bewust ben, dat ik er iets in hebbe wille lecren en voortplanten, dat strekken kan tot nadeel van God en zijne waarheid, en strijden zou tegen een goeden en stigtelijken wandel. En ik verklaar mids deeze, dat ik wil leven en sterven in de ware gereformeerde leere, van mij over de 40 jaaren onderteekent, en hier (Zwolle) van den 22stcn Febr. o, s. desjaars 1681 aangevangen te prediken, en dus omtrent 30 jaaren onder u ge-leert, verkondigt en toegepast, en zoo wij vertrouwen met veele overtuiging aan uwe conscientiën.quot;quot;

„De eerste die hem bestreed was Florentius Bomble, eerst predikant te Zwolle, later te Amsterdam. {Brief aan van Leenhof, 1703 , hem volgde: J. Creyghton, predikant te Franeker, {De Hemel op aarde, geopend voor alle ware Christenen), de Dortsche predikant d\'Outrein, {Noodige aanmerkingen op een boekske, genaamt de eenige Gereformeerde Waarheid, uitgegeven door de sogenaamde Hebreen 1) met een narede tegen F. van

1) Wat den Haag betreft, vonden wij zeer belangrijke bijzonderheden omtrent deze seete en haar voorganger Ds. Coelman, „geweese Predicant tot Sluis in Vlaenderen,quot; op 16 Juli 1678, in Resolutien Wet, 1670 — 1790. Vergaderingen door hem gehouden worden verboden; de luiden, die hunne huizen daartoe hadden geleend, worden gelast zich daarvan in \'t vervolg te onthouden; de heer Schepen van der llaer verzocht aanteekening, dat hij zich in het geresolveerde „niet hadde gelaten, noch daer in eenigsints getrampeert (deelgenomen).quot; Op 1 Mei 1694, zelfde register, wordt besloten de hoofden der Hebreün : Jacob Verschoor en Andries Marechal, te gelasten binnen den tijd van acht dagen de stad te verlaten, terwijl 12 April 1690, in Resolutien van Burgeineesteren 1680 — 90, Ds. Coelman zich andermaal in den Haag bevindende, wordt geresolveerd met eenparige stemmen, hem een biljet toe te zenden, waarin hem wordt gelast binnen een uur na de insinuatie de stad te ruimen, en in gevalle C, daaraan niet voldeed, hem te vatten en in hechtenis te stellen. De bontwerker 1 .e Sage, bij wien hij zich bevond, kreeg tevens order hem niet meer te logeeren.

-ocr page 23-

11

Leenhof, Dordr. 1704), M. Lcydekker, hoogleeraar te Utrecht {De ingebeelde hemel op aarde van D. F. L. verdweencn voor den waaragtigen hemel op aarde, Utr. 1704, — F. Leenhofs boek, strijdende tegen het Christendom en in het bijzonder tegen den Gereformeerden godsdienst ontdekt, — F. I.eenhof nader ontdekt, Amst. 1705), Petrus Hamer, predik, te Numaiii-dorp [Missive over den Hemel op aarde van den Heer F. van Leenhof: Met eene kleine reflectie op de zoogenaamde Hebreen. Vooraf is een Extraet uit de Synodus van den Br iele, 1704. Aehter aen een Klaeg- en Fwist-lied van Jesu kerke, Dordr. 1704) en anderen, doch niemand was hem een gevaarlijker vijand dan Taco Hajo van den Honert, x) die hem in zeven brieven, in den tweeden druk zijner Waaragtige Wegen en op de Noord-Hol land.sche Synode bestreed. 2)

„Hij verklaarde opentlijk; dat, wat het zakelijke aanging, er in de Hemel op aarde geen twintig regelen voorkwamen, die niet uit Spinoza\'s schriften waren ontleend, en noemde Leenhof een godverzaker.

„Het ontbrak van Leenhof niet aan verdedigers, en onder deze de schrijver van Redekunstige Aanmerkingen ter zueder-legging van v. d. Honerts brief, een boek dat inderdaad, hoe zeer zijne verdediging bedoelende, spinozistisch was, en door sommigen, schoon ten onregte, aan Leenhof zeiven werd toegekend. Doch in weerwil daarvan, werd niet alleen in Holland het verkoopen zijner schriften door staatsbesluit verboden, maar hij zelve in 1708, door de Overijsselsche Synode van zijne dienst ontzet, en buiten de gemeenschap der kerk gebannen. De kerkeraad te Zwolle bekreunde zich niet aan dit besluit en liet hem in dienst; doch Leenhof achtte het zelf beter om, tot behoud van rust en vrede, van de dienst

1) T. II. v. d. Honert leefde van 1666—1740, en was hoogleeraar le Leiden. Hij wikkelde zich niet enkel in den twist van Leenhof, maar ook in dien met Wittichius, zie Verbod van 16 Deo. 1718.

2) V. d. Aa, aan wien wij deze titels ontleenen, geeft daardoor slechts een zeer klein gedeelte van de vele geschriften, die in zake Leenhof verschenen zijn, en welke wij onder de Nrs. 224—253, in rubriek 12, Frederik van Leenhof, in v. d. Linde\'s liibl. Spinoza-literatuur, uitvoerig beschreven vinden, alleen met uitzondering van de door v. d. Aa geciteerde Missive, enz. van Petrus Hamer.

-ocr page 24-

12

af tc scheiden, en sprak den istequot; Jan. 1711 eene afscheidsrede uit, die in het volgende jaar, schoon door een ander, werd in het licht gegeven, onder den titel van; Wel door-wrogtc 01 aanmerkelijke af scheidspredikatie, Amst. 1712.

„Leenhof zelve heeft in eene breede lijst van geschriften zijne zaak verdedigd, en ook na zijn dood (1712) bleef zijn aanhang, onder den naam van Leenhovisten of Leenhovianen bestaan, tegen wier dwalingen de Synode tot het laatst der vorige eeuw meende te moeten waken.

Nog één titel willen wij van de van Leenhofs-zaak noemen, namelijk N0. 246 uit de Corrigenda van v. d. Linde\'s Bibliografie, zijnde: „Artikelen tot Satisfactie van de Eervv. kerken-Raad van Zwolle, voorgcstelt aan Dn. Fred, van Leenhof, en by syn E. ondertekent. Wegens zyn uitgegeven Boeken, gc-naamt den Hemel op Aarden, desselfs Opheldering, en Korte Andwoord. Tc Zwolle, by Gerrit Tydeman. 1704. 4to. 20 pp. Zeer vreemd is het, dat liij na dit-geschrift nog uit de ge meenschap der kerk gebannen is.

„Den Pracsident en Raaden over Hollandt, Zeelandt en Vrieslandt, den eersten Deurwaarder, hier op vcrsocht, salut: Alsoo tot kennisse van den Hoove van Hollandt is gekoomen, dat nu seedert eenigen tydt is gedruckt seecker fameus

Libel, contineerende veele saaken en injurien teegens den Persoon van Godfried Henrici, Predikant van de Gemeente van de Aughsburghsche Confessie alhier,

concerneerende de selve injurien niet alleen sijn Persoon in het particulier, maar oock des selfs voorschreeve bedieninge: luide dcwyle in gevolge van de Placaten van den Landede Autheursen Druckers van fameuse Libellen strafbaar zijn, ende de Justitie daar aan gelegen is, dat soodanige Autheurs en Druckers werden ontdeckt, Soo 1st, dat wy u committeercn by deesen naar voorgaande kloeken geslagh te publiceeren en affigeeren daar men gewoon is sulcks te doen, dat soo wie weet aan

Oct. 1717

-ocr page 25-

13

tc wyscn den Autheur of Drucker van het sclve Libel, sal werden vereert met een somme van een hondert guldens, ende sal des Ontdeckers naam werden secreet gehouden. Gedaan in den Raade den vyfden October seventien hondert seventien. Onder stondt, In kennisse van My. Ende was geteeckent, Joan Thie fry.quot; i) (Groot Placaet-Hoeck. Vijfde deel. Publicatie teegens het Libel teegens den Predikant Godfried Henrici, den 5. October 1717.)

Omtrent dezen Hoogduitschen predikant vinden wij eenige bijzonderheden in de Geschiedenis der EveingeHeseh Lnihersche Gemeente te \'s Gravenhage, door F. J. Domein Nieuwenhnis, Amsterdam, 1854. „De rust, die thans heerschte, duurde niet lang, daar men bij het vertrek van Ds. Johann Gerard Meu-schen eenige predikanten op nominatie liet prediken (hetgeen het eerst bij het beroep van Ds. van Garél 2) schijnt ingevoerd tc zijn), en dit aanleiding tot grootc oneenigheid gaf. Een lid der gemeente had namelijk aan Burgemeesteren be-rigt, dat men plan had Ds. Godfried Heinrici van Purmer-end te beroepen. Dezen ontboden daarop den 25 Augustus een lid van den kerkeraad, om dit beroep te ontraden. Den 27sten werd hij echter op het drietal gebragt, waartegen één lid protesteerde, waarschijnlijk door invloed van Ds. van Garél en wegens het vroeger gebeurde.

„H. had ook een ongunstige vermaardheid. Hij was in 1667 tc Berlijn geboren, te Leipzig geordend en hoogduitsch predikant te Koppenhagen geweest, alwaar hij wegens een proces over het ontvreemden van een zilveren pokaal en 50 exemplaren der Postillen van Dr. Lassenius 3) van deszelfs weduwe, in 1705 van de predikdienst was ontslagen. Daarna in ons vaderland gekomen moet hij te Harderwijk den graad van Medicinae Doctor verkregen, en later te Zaandam in het

1) Griffier der Stalen.

2) Hermanns van G., 1681 — 1771. Hij studeerde te Rostock, was predikant in Edam, 171)(), Den Haag, 1708, en Amsterdam, 1719.

3) Johan L. 1636 - 1692. Zie o. a. over hem Luisctus en Jöclier; zij zwijgen over de Postillen. In zijn Perlen-Schatz, Leipzig 1712, komt een uitvoerige levensbeschrijving van L. voor. Wij konden daarmede geen kennis maken.

-ocr page 26-

u

hoogduitsch gepredikt hebben. Toen het Amst. Consistorie hem den 5den September 1708 den predikstoel had geweigerd, trachtte hij te Buiksloot of aan den Overtoom eene predik-plaats in te rigten en predikte ook in November van dat jaar in een huis op de Lindengracht in het hoogduitsch, volgens berigt, wel voor driehonderd personen van geringen stand. Den 5dei1 December voor het Consistorie ontboden, beloofde hij zich van prediken te zullen onthouden, en het volgende jaar, 1709, werd hij te Purmerende beroepen. In 1716 te \'s Hage ter nominatie gebragt, voldeed hij vrij algemeen, en de brieven, over hem uit Erfurt en Koppenhagen ontvangen en den 30^quot; Augustus in de kerkeraadsvergadering voorgelezen, gaven geen grond om hem te weren. Paulus Smits-bergen en Mr. Jacob de Meijer protesteerden echter, ook namens anderen, den 5(len September door een deurwaarder. Er werd een stukje in druk gegeven: Sententictegens G.Hcn-rici te Copenhagen, uytgesprooken, den 21 Febr. 1705, waar by den voorsz. H. zvcgens dievery van het Predikampt aldaar gere-moveert word, waartegen een vriend van H. de vertaling van zijne laatste predikatie, te Koppenhagen gehouden, de gevallen maar niet weggeworpen Aaron. Over Exod. XXXII: 1—28, en hij zelf een Beseheyden verantwoordinge op seeker geschrift, genaemt: Sententie, enz., \'sHage, 1716, uitgaf.quot; — Daarin komen gunstige getuigenissen aangaande zijn gedrag voor, afgegeven door den Raad van Purmerende, zijnen kerkeraad en de Gereformeerde predikanten aldaar. Er bleef echter oppositie tegen hem in den kerkeraad en men stelde voor twee predikanten te beroepen om beide partijen te bevredigen. Alle pogingen tot verzoening waren echter te vergeefs en eerst na een sententie van het Hof van Holland, kon de Kerkeraad hem op 8 November beroepen op een tractement van ƒ 1000, en een pastorie. De gemeente leed groote schade, doordat de ontevredenen zich afscheidden en onder voorgang van zekeren Minder in het huis van den overleden heer Klinkgraaf vergaderden, dat echter verboden werd. H. deed zijne intrede met D\' eerste Vrecdengroet aan de Gemeynte Jesu Christi in \'s Grav. Uit het Hoogd., \'s Hage 1716, naar aanleiding van den brief van

-ocr page 27-

15

Judas, vs. i en 2. Hij vierde in 1730 bet tweede eeuwfeest der overgang van de Augsburgsche confessie op een plechtige wijze en overleed den 7c\'en Maart I742\'

Het libel, waarvan hier sprake is, bestaat uit 3 bladz. in 40, en bevindt zich ten onrechte in deel 1 van het jaar I705 der Bibl. Duncanniana ter K. 13. Het is namelijk in 1716, Uyt het Hoogdnyts Vertaalt, in \'s Gravenhage uitgegeven. De hoofd.

zaak van den diefstal is in het voorafgaande medegedeeld,

waarmede wij meenen te kunnen volstaan.

„Alsoo den Hoove van Hollandt is ter handen gestelt 16 Dec. seecker Pasquil, hebbende den Titul van 1718

Wijsgerige Twistredeneringh over de natuur van Godt, vveleke onder des Heeren bystandt onder de beschermingh van Jacobus Wittichius,

Doctor in de Philosophic, en ordinair Iloogh-leeraar der selve, gelijck oock der Wiskunde in de Koninghlijcke Academie van Duysburgh, op sich neemt in het openbaar te verdeedigen in Julii seeventien hondert elf ter gewoner tydt en plaatse Gerhard Nicol. Brouwer, Middelburger, Beweerder. Hier is tot een toegift bygevoeght het oordeel van den Heere Ruardus Andala, Professor in de Philosophic en H. Godtsgeleert-heyt te Franekcr, over het disput van den Heere Wittichius, alles uyt het Latyn vertaalt door A. W. T., ende door den selve uyt-gegeeven.

zijnde het Pasquil en toegifte van seer injurieuse inhoudt

-ocr page 28-

i6

ende aanmerckinge jeegens vcrscheyde Professoren en Godts-geleerden binnen de -se Provincie en elders ; cnde gemerekt soodanige saaken zijn van secr pernicieuse (verderfelijke) ende dangereuse gevolgen, ende soo na rechten ende Placaten deeser Landen ten hooghsten strafbaar, ende de Justitie daar aan geleegen is, dat de Autheuren, üruckers en Dissemi-nateurs (verbreiders), van soodanige injurieuse Libellen bekoo-men, ende anderen ten exempele gestraft moogen werden. Soo 1st, dat het voorschreeve Hof goetgevonden heeft te belooven, gelijck het solve belooft mits deesen, een praemie van drie hondert guldens aan die geene dewelcke den Autheur, Drucker ofte Disseminateur, van het voorschreeve injurieus Libel weet aan te wysen, soodanigh dat de selve in handen van de Justitie koomen te geraaken, ende dat daarenbooven des selfs Aanbrengers naame sal werden gesecreteert. Las-tende dat deese gepubliceert cnde alomme sal werden geaffigeert, daar men gewoon is publicatie ende affixie (aanplakking) te doen. Gedaan in den Raade, den sestienden December seeventien hondert aghtien. Onder stondt, My present. Was geteekent, Joan Thierry.quot; (Groot Placaet-Boeck. Vijfde deel. Placaat, teegens het Pasquil geintituleert de Wysgerige Twistredeneringe over de natuur van Godt, den 16. December 1718.)

Wij zullen beginnen met het een en ander mede te deelen omtrent de namen in dit plakkaat genoemd.

Eerst dan Wittichius, Van der Aa noemt er twee. Chris-tophorus W., den 7lten October 17(6)25 te Brieg in Nc-der-Silesien geboren, die in 17(6)42 de hoogeschool te Bremen bezocht, later hooglccraar in de Wiskunde werd te Herborn, kort daarna benoemd werd tot hoogleeraar in de Godgeleerdheid en Predikant te Duisburg, en in 1687 overleed. -— De tweede is Jacobus W. Te Aken in 1671 geboren, studeerde hij te Leiden, en verdedigde aldaar in 1711 onder T. A. (H) van den Honert eene verhandeling de Natura Dei, welke later, toen hij te Groningen als Hoogleeraar in de Wiskunde in aanmerking kwam, aanleiding gaf tot hevige twisten tusschen A.

-ocr page 29-

17

Driessen l), Van den Honcrt en Wittichius. Later werd hij hoogleeraar in de Wiskunde. Hij overleed in 1739. Deze laatste wordt bedoeld.

Ruardus Andala werd geboren in 1665 te Andlahuizen, een gehucht onder Burgwerd (Friesland) behoorende. Eigenlijk heette hij Ruurd Ruurds, maar de manie van het deftige verdoo-pen der namen met Latijnsche uitgangen had ook hem te pakken. Hij studeerde te Franeker, en verwierf in 1684 den doctoralen graad in de wijsbegeerte. Te Utrecht, Leiden, Middelburg en Dordrecht laafde hij zich ook aan de bron der wetenschap. In 1688 werd hij candidaat in de godgeleerdheid, en achtereenvolgens was hij predikant te Arum, te Makkum en te Bolsward. Van daar werd hij in 1701 tot Hoogleeraar te Franeker aangesteld, met eene rede Over de voortreffelijkheid, het nut en het vermakelijke van de Natuurkunde. Elf jaar latei-werd hem het onderwijs in de Godgeleerdheid opgedragen, hetwelk hij op zich nam na het uitspreken van eene redevoering Over de vreese des li eer en als het beginsel der Wijsheid. Hij stierf in 1727. V. d. Aa zegt verder van hem: „Hij was buitengemeen werkzaam, ijverende voor de regtzinnigheid van de aangenomen leer der Hervormde Kerk, een groot voorstander van de Cartesiaansche wijsbegeerte, en is de laatste Cartesiaansche Wijsgeer aan de Franeker Hoogeschoolgeweest.quot;

Hij heeft vele werken en verhandelingen in het licht gegeven, waaronder vele twist- en wederlegstukken, als tegen Leibnitz, Clericus, Deurhoff, Gulichius, Bekker enz. Reeds door zijn strijd tegen den laatste, Balthasar Bekker, den bekenden schrijver van de Betoverde Wereld, is hij de vermelding waard. Bij v. d. Linde komt hij voor onder de Nrs. 303, 304 en 314 noot.

Wij komen nu op Jacobus Wittichius terug.

Bij de vermelding onder N0. 254 van Jacobi Wittichii, Prof. Mathes. in Academia Duisburgensi, Disputatio philoso-

1) Anthonius 1). leefde van 1684—1748. Zijn al te groole rechtzinnigheid berokkende hem een zeer onrustig leven. Met verschillende hoogleeraren, waaronder W., en predikanten was hij in strijd. Gelukkig was het geen twistgierigheid, die hem dreef, maar al te groote ijver. Hij was hoogleeraar te Groningen.

2

-ocr page 30-

i8

pliica de natura Dei. Duisburg. 1711. 4\'°, in de Bibliografie der Spinoza-literatuur, geeft Dr. v. d. Linde de volgende aanteekening: „Respond. Gerhardo Nic. Brouwer, Medioburgo Zeelando. Cf Bibliotheca hist.-philol.-theologica Bremens. I p. 550 e. v. amp; 939 e. v. B. Glasius: Godgeleerd Nederland. III (\'s Hertogenbosch, Gebr. Muller. 1856. 8V0) pp. 619,620. Deze Jacobus Wittichius werd gewoonlijk (ook door mij in 1861) verward met Christophorus Wittichius, den bestrijder van Spinozaas Ethica 1) en toen reeds lang overleden. Mijn fout werd sedert dikwijls nageschreven.quot;

Daarom meenden wij ook gerechtigd te zijn de beide W\'sen te noemen en naast elkaar te stellen.

Volledigheidshalve voegen wij er nog bij, dat de Nrs. 25S — 270 bij v. d. Linde betrekking hebben op de onder Nquot;. 254 geciteerde verhandeling de Natura Dei. De namen van Driessen en van den Honert ontbreken daarbij niet.

Het „Pasquilquot; zelf, is voorhanden in de Koninklijke Bibliotheek en is gebonden in het 2= deel van het jaar 1711, — waarom zooveel jaren later verboden vragen wij? —- van de Bibliotheca Duncanniana. Het is 4 -f 62 bladz. in 40 groot, en draagt geen naam van uitgever of plaats van uitgave. De titel is behoudens eenige wijzigingen in de spelling getrouw in het plakkaat overgenomen. „De Vertalerquot; schrijft het volgende „aan den lezerquot;. — „Hier ziet gy het berugte Dispuit van den Heer Jac. Wittichius, tegenswoordig Hoogh-leeraar in de Wysgeerte te Leiden, in onze Nederlandsche taaie overgezet, tot verstand en begrip van onze landgenoten, tot de welke de Aansprake van den Heer Ant. Driessen, Professor der H. Godgeleertheid tot Groningen, gericht is, en door een ander in onze moederspraak tot algemeener gebruik ook vertolkt is. Over desselfs waarschouwing voor groot gevaar, \'t welk ruim zoo veel des lands ingezetenen, in de opvoeding van hunne kinderen tot dienst van des Heeren Kerk, als de Geleerden betreft, is licht te voorzien, dat het niet stil zal blyven, maar dat daar voor of tegen de penne

i) Zie in die Bibliografie de Nquot;. 384 en 385.

-ocr page 31-

*9

zal opgevat worden, en daarom hebbe ik gemeint, dat ik het gemeen geen ondienst zou doen, als ik deze wysgerige Redeneringe over de natuur van Godt in onze moedertaal deed te voorschyn komen, op dat een iegelyk in staat zy, om daar over te konnen oordelen, en de aangehaalde plaatsen met de woorden van den Autheur te kennen vergelyken. Doch dewyl de Uitgaaf daar van, door den Boekverkooper Reinier van Doesburg, die een begin gemaakt had met dezelve in \'t Nederduits te drukken, niet heeft kunnen geschieden, wegens zekere Wet onder de Boekverkoopers in gebruik, die dezelve een recht van Kopy noemen, \'twelk Samuel Luchtmans, als Drukker van het Latynsche Dispuit, sustineerde te hebben, (gelyk dan daar op Reinier van Doesburg aanstonts daar mede opgehouden en den voortgang werkelyk afgebroken heeft,) zoo hebbe ik, als aan\'zoodanig een Wet niet gebonden zynde, goetgevonden, dezelve op myne koste te doen drukken, en voor myne rekening uitte-geven, niet uit eenige winzucht of om iemant zyn voordeel te benemen; gantsch niet: maar om dat ik de overzetting aan den Schryver van het Dispuit zelf niet toevertroude, wel wetende, hoe men in diergelyke omstandigheden, woorden en uitdrukkingen kan buigen zoo als ze best in de kraam te passé komen; daarenboven, om dat ik klaar zag, en in myn gemoet overtuigt was, en andere geleerde Mannen met my, dat \'er met de Kantteekeningen in den tweeden druk niet ter goeder trouwe was gehandelt, maar, om eenvoudigen te misleiden een geheel andere draai daar aan gegeven was, als het oogmerk van den text medebraght; gelyk onder anderen blyken zal uit het oordeel van den Heere Andala, Professor te Franeker, hier tot een Toegift bygevoegt; om die reden dan hebbe ik op den kant doorgaans de korte inhouden van de behandelde stoffen geplaatst naar de zuivere en onvervalschte meening van de woorden in den text, gelyk een onverschillig en oneenzydig Lezer zal kunnen gewaar worden uit de woorden zelfs, zoo als ze in hun verband en samenhang met de voorgaande en volgende leggers, voorts hebbe ik in de Vertaling naaukeurig gelet (i) op de eerste en eigent-

-ocr page 32-

20

lykste bctcckenis der woorden, (2) op de samenschakeling der zaken, en \'t verband dat zy hebben met de voorgaande en volgende, (3) op het beleit van liet gansche Dispuit volgens het gene de wiskunstige naaukeurigheit ons telkens recht uit in \'t ooge bragt, en dan (4) op de klare en duide-lyke meening van den Heere Auteur, zoo als zyne li. Epist. Mnt. p. 14 zelf erkent van hem ter nedergestelt te zyn; en of dat noch niet genoeg ware, zoo hebbe ik, daar het raat-zaam scheen, of daar de rechte zin niet wel moght getroffen zyn, de spreekwoorden, aan de kunst eigen, in den text tussen twee haakjes ingelast. Dus géve ik het stukje aan uwe bescheidcnheit over, lees het, beproef het, en oordeel of het eene valsche Vertaling zy, waar voor het reets van zekeren Gr. V. in een openbaar Schrift, uitgemaakt is, eer het nog in de weerelt was. — Vaarwel. A. W. T.quot; 1)

Het Toegift eindigt aldus:

„Ondertussen, goetgunstige Lezer, zyn myne uitdrukkingen hier en daar wat sterk, gelyk ze zyn, daar ontrent verzoeke ik verschooning, en bidde dat my deze uitstap niet qualyk genomen worde; de yver over den aangedanen hoon aan eerlyke luiden heeft my den mondt geopent; ik sluite hem nu toe, en wensche eindelyk, dat Jehova Godt zyn Kerke wil bewaren by de zuivere waarheid en Godtvrugt, hy bevestige zyne kinderen door de Genade zynes Geestes, bcschame den Ongodist, verydele de Raadslagen der ver-derflyke Spinozisten, beware de jeugt daar voor op alle hooge Schooien, en make zyne ernstige Wagters getrouw om dag noch nagt te zwyge, tot dat Zion gestelt worde tot een Lof op aarde. Dit wordt gewenscht en gebeden van

Arat Ille Deo.

Hij arbeid voor Godt.quot;

In de Bibl. Duncanniana, deel H van 1719, bevindt zich ter

1) Wij hebben nog bij v. d. Aa op de letter T nagegaan of wij de initialen konden ontsluieren, maar geen A. W. T. gevonden. Volgens diens woord aan den lezer rekent hij zich onder de geleerde mannen. Wij spatieerden die woorden aldaar.

-ocr page 33-

21

K. 15. de Hollanclschc vertaling van Wittichius\' dc Natura Dei, onder den titel: „Wijsgerige verhandeling van denatuure Gods, welke Jacob Wittieh, Thans Phil. Doet. en Professor Ord. te Leiden; in den Jare MDCCXI. te Duisberg uytgegeven en verdedigt heeft sijnde deselve Nu door den A.ucteur in het Nederduyts vertaalt, met aanmerkingen, tot oplossing van des Heeren Driessens beschuldigingen, verrijkt, en voorsien met een Voorreden en Byvoegsel waar in, tot een proevje, eenige stukken worden bygebragt, tot ontdekking van des Heeren Driessens lasterlijke wijse in het behandelen van Goddelijke saken. Te Leiden, By Samuel Luchtmails 1719.quot; Aan de achterzijde van het titelblad vindt men do handteekening van J. Wittieh, die „gene oversetting van sijn Dispuut voor de sijnequot; erkent, dan die door hem onderteekend is. Onder staat: „Een voornam Man heeft al voor eenigen tijd het Character van den Heer Driessen aldus opgegeeven; Juvcnis stupendae audaciac, tmac is memoriae, amp; protervi ingenii.quot;

In zijn voorrede schrijft hij, wat betreft het hiervoren geciteerde verboden „Pasquilquot;, nadat W. gezegd heeft, dat het Driessen niet gelukt was hem te verketteren, het volgende: „Dog het sy hiermede, hoe het wil: dit nogtans heeft hy uyt-gewerkt, dat deesc sijne nieuwe vrunden, met welke hij nauwe gemeenschap gemaakt heeft, en die ook hier in met hem overeenkomen, dat sy niet wacrdig syn onder eerlijke luyden genaamt te worden, dit myn Dispuit op eenc quaad-aardige en gansch trouwelose wijse overgeset hebben: gelijk ook die oversetting door een Publicatie van den Kd. Hove van Holland den 16 December MDCCXVIH. voor een Pasquil verklaardt is, als blijkt uyt deselve Publicatie, die hier agter van woord tot woord te vinden is. Kunsjes, welke die doorknede Roervink, die onder het bekende Anagramma Arat Iu.e Deo meent te schuylen, op eene godlose wijse heeft aangeregt, om door die valsche vertaling de gemoederen der ongeletterde menschen tegen my intenemen.quot;

De eigenlijke vertaling is 59 bladzijden groot, en dan volgt een Bijvoegsel van vijf bladzijden, dat aldus eindigt: „Ver-

-ocr page 34-

22

wonder u dan niet, Leser, dat ik op sulk eene verfoejelijke wijse van desen Man ben aangetast, en dat te meer, soo het waar is, dat hier op goede gronden verhaalt wordt, dat hy geene swarighcid maakt om de hoogste verborgentheden onses allerheiligsten geloovs in de openbare Predication aan te tasten, en de veroordeelde stellingen tegen de besluyten van het Christelijke Synodus te verdedigen. De Wel Eerw. Leeraren, van Groningen sullen hier van getuygen konnen sijn. Ik voor my, segge; Welgduksalig is de Man, die niet en wandelt in den raad der Godlosen, nogt staat op den weg der sondaren, NOGT SIT IN HET GESTOELTE DER SPOTTEREN, maar syn lust is in des Heeren Wet, en hy overdenkt sijne wet dag en nagt.quot;

3oJan. „Is geexhibeert (overgelegd) de onderstaande missive van jyig haar Eed. Mo. de Hiequot; Gecommitteerde Raade.

„„Erntfeste, vroome, discrete goede vrunden, door de Heer de Morville i) Ambassadeur vaïï Coning van Vraukrijkaan deesen Staat aan ons zijnde gedaan voorstellen dat hij te gemoet sag dat seekre vier fransche Stukken, geintituleert als die in de hier neevensgaande memorie genieit, gedescribeert ende ge-noemt werden, in de Couranten en andere nouvelles gedrukt en allerweegen gedebiteert stonden te werden, en vervolgens versoght weesende dat wij daar teegens wilde voorsien, hebben wij hem het selve niet moogen weijgeren en daarom UL. moeten versoeken dat UL. binnen \'s Gravenhage soo-danigen ordre gelieven te stellen dat de voors. stukken aldaer niet naagedrukt noghte daar binnen ofte buijten gedebiteert noghte versonden werden veel min in \'t geheel ofte ten deelen in de Couranten of andere geschriften van die natuijr ge-insereert (ingevoegd) werden, waar meede wy UL. beveelen de bescherminge Godes. Geschreeven ih hage den 28 Jan.

1) Charles Jean liaptiste Fleuriau, comte de Morville, diplomate francais, 16S6—1732. En 1718 il remplasa M. de Chdteauneuf dans l\'ambassade de Hollande; il sut tellement se coneilier l\'estime et la confiance des ctats généraux de ce pays, qu\'il les détermina A consentir i la quadruple alliance (Biogr. de Didot).

-ocr page 35-

23

1719- f\'-\'1\' ordonnantie van Gecommitteerde Raade (was gc-teekent) Simon van beauinont.quot; quot;

„de memorie daar inne geslooten luyd als volglit: „„L\'011 veut faire imprimer quatre pieces qui ont pour titre

Copie d\'une Lettre du Roy Catholique au Roy tres Chrétien.

Copie d\'une Lettre du Roy d\'Espagne au Parlements de France.

Manifeste du Roy Catholique addressé aux trois Etats de France.

Requeste presentée au Roy Catholique au nom des trois Etats de France.

„ „Monsr. Ie Pcnsionaire est prié d\'empecher cette impression, et de faire deffendre aux gazetiers d\'enserer dans Leurs gazettes des Ecrits injurieux a la France.quot; quot;

„Waar op ontbooden zijn den Haaghse Courant-Schrijver A. Paauw 1) en den Deeken van het Boekverkoopers gilde alhier, aan welke de voors. missive is gecommuniceert ende hen gerecommandeert naar den Inhoude van deselve sigh te reguleeren, \'t welk bij haar is aangenomen, ende belooft sorge te draagen, dat over het boekverkoopers gilde dien aangaande geen klaghte sullen comen.quot; (Resol. boek van Schout en Burgem. der stad \'s Hage, deel 12. 28 October 1709—Ultimo April 1721. Den 30 dito (Januarij 1719).)

1

Deze Antonij P. had met Meijnderd Uytwerft, Burgers en Boekverkopers, op zijn request (Appointement-boek, deel 8, van 9 October 1701 —14 December 1714), op 9 Maert 1708 vergunning verkregen, omme drie maal per weeke te drucken inde nederduijtze talc een ordinares Courante van alle voorvallende zaken, en tijdingen, gelijk voor desen aan Crispijn Houkwater, en nog naderhand aan Jokan Ramosin.quot; Overigens zie men over de lotgevallen van dien drukker en zijn Courant, en alles wat Haagsche couranten betreft, Mr. Sautijn Kluits Studie daarover in Handel. Maatsch. Letterk. 1875. Later zullen wij, wegens een verbod van de Haagsche courant, gelegenheid hebben daarop terug te komen.

-ocr page 36-

24

Door het Journal du Marquis de Dangcau i), krijgen wij eenige nadere toelichting. Wij lezen daar o. m. op 3 en 4 Februari 1719: ,, Vendrcdi 3. — II paroit un imprimc qui conticnt quatre articles différents et qui est signé du roi d\'Espagne. On dit que eet écrit est venu en France par un courrier arrivé de Barcelone; ceux qui ont regu ici ces paquets — la, les ont portés a M. Ie due d\'Orléans; maison en a envoyé d\'Espagne plusieurs exemplaires dans les pro-vinces. Le parlement de Bordeaux a déja fait son devoir la-dessus en condamnant eet écrit dans toutes ses parties. Le parlement doit s\'assembler demain, et apparemment il en usera dc mème. On soupgonne quelques gens de France d\'avoir eu part a ces écrits, qui sont très-offensants contre la personne de M. le due d\'Orléans; cependant il est si mo-déré qu\'il n\'en paroit pas plus irrité.quot; — „Samedi 4. — Le parlement donna un arret qui ordonne la suppression d\'un imprimé contenant quatres pieces; la première intitulée: Copic d\'unc leitrc du roi catholique, écrite dc sa mam, et que le prince de Ccllamare 2), sou ambassadeur, avoit ordre dc presenter au roi trcs-chréticn, datée du 3 Scptembre 1718; la deuxième jntitulée: Copic d\'unc lettre ciradaire du roi d\'Espagne que le prince dc Ccllamare, sou ambassadeur avoit ordte d\'envoy er a tous les parlcmcnts dc France, datée du 4 Septembre 1718; la troisième intitulée: Manifeste du roi catholique adressé aux trois Etats dc la France, daté du 6 Septembre 1718; la quatrième intitulée: Requite prêsentéc au roi catholique au nom des trois Etats de la France. Get arret fait defense a tous imprimeurs, libraires, colporteurs, et a toutes autres personnes dc l\'im-

1) Public cn enticr pour la première fois p.n M. M. Eud. Soulié ct L. IDus-sieux tivec les additions inédites du Due de Saint-Simon, publiées par M. Feuil-let de Conches. 19 vol. Paris. i860.

2) Antonio Giudice, hertog van Giovenazza, Prins van C., 1657—1733, werd in 1713 benoemd tot gezant van Spanje aan liet fransehe hof, en werd daar de ziel van de samenzwering, gesmeed tegen Fillps van Orleans, die het regentschap in Frankrijk bekleedde, gedurende de minderjarigheid van LodewijkXV; het doel der samenzwering was, om het regentschap te doen opdragen aan Filips V van Spanje; docli dc zaak werd ontdekt en de gezant Frankrijk uit gezet.

-ocr page 37-

25

primer, vendre, dcbiter, ou autrement distribuer, sous peine d\'etre poursuivis comme perturbateurs du repos public et criminels de lèse-majesté.quot; (Tome XVII, 1717—1719,472,73-)

In een Portefeuille „Gildenquot;, N0. 8, vonden wij in \'t oud-archief der Gem. Den Haag een gedrukt stuk in folio, getiteld: „Korte Memorie, Dienende tot nader adstructie van het verzoek by Requeste van wegens de Magistraet van \'s Graven-hage aen Haer Edele Groot Mogende gedaen, en aen Haer Edele Mogende de Heeren Leeden van het Besoigne over-gegeeven.quot;

Die Memorie zegt niets omtrent den inhoud der verboden stukken, maar dient om aan te toonen, dat het Hof eigenmachtig gehandeld had om den Courantier en den Deeken te ontbieden, en de Magistraat er op staat niet verkort te worden in zijne rechten. Wij zullen later eenzelfde quaestie eenigszins breeder behandelen.

„Alsoo tot kennisse van den Hoove van Hollandt is 24 Oct.

cckoomen, dat seeker Boeckje alomme alhier in den Hage quot;quot; h J 1720

werdt verkocht, hebbende tot Opschrift ofte Titul —

Papekost, opgedist in Geuse Schotelen, ge-druckt tot Blockziel,

en dat het selve Boeckje is contineerende seer vuyle lasteringen teegens de Opsienders en Leeraars van de Roomsche Kercke, mitsgaders veele scheldtwoordige expressien, ende dat de gemelde lasteringen ende scheldtwoorden in druck te dissemineeren is strydigh aan de Wetten ende Placaten teegens de Pasquillen geëmaneert (afgekondigd), ende niet anders kan opereeren (bewerken), als verbitteringh uyt te wereken, soo tusschen Ingezeetenen van deesen Staat onder den anderen, als elders; soo heeft het selve Hof noodigh geacht het selve Hoeckje te verklaren te zijn een fameus Libel, ende wyders wel scherpelijck te interdicceren ende te verbieden, gelijck het doet by deesen het verkoopen en dissemineeren van het selve Libel alomme door den Lande van Hollandt, ordon-

-ocr page 38-

26

neert ende beveelt den Advocaat Fiscaal ende Procureur Generaal, mitsgaders alle Officieren van de respective Steeden van don selven Lande, het selve Libel van onder de Boeckver-koopers, daar het selve onder soude moogen bevonden werden, te laaten ophaalen, mitsgaders aan deselve Boeckverkoopers te verbieden, geene onder hun te houden, alles op poene, soo aan de selve, als alle andere Persoonen, die na de Publicatie decses bevonden sullen werden het gemelde Libel te verkoopen ofte te dissemineeren, te ncurreeren de straffe, by de Placaten teegen fameuse Libellen geëmaneert.

„Ordonneert verders den voornoemden Advocaat Fiscaal ende Procureur Generaal, en alle gemelde Officieren sich te infor-meeren op den Autheur en Drucker van het selve Libel, ende teegens de selve te ageeren, ende te procedeeren tot executie van de straffe by de gemelde Placaten geordonneert.

„Ende ten eynde niemandt hier van ignorantie en preten-deere, ordonneeren wy den eersten Deurwaarder, die deese behandight sal werden, hier van na voorgaande klockgeslagh te doen openbaare, publicatie ende affixie, daar ende soo het behooren sal.

„Gedaan in den Raade den vier en twintighsten October seeventien hondert twintigh. Onder stondt, In kennisse van my. Was geteekent, Joan Thierry.quot; (Groot Placaet-Boeck. Vijfde deel, fol. 712. Publicatie teegens seeker Boeckje gcintituleert Papekost opgedist in Geuse Schotelen, den 24 October 1720.)

Peignot 1) citeert in het 2c deel: „Papekost opgedist in geuse Schotelen, handelende van de Pausselyke opkomst, in Niederduitsche dichtkonst gebraght. Tc Blockziel, 1720, 2\'«-8. Fig., „alsook de hierna te noemen Geuse kost en Jesnitenkost. Hij voegt er bij: „Ces trois satyres sont dirigées contre le pape, contre les jésuites, et contre d\'autres ordres religieux

1) Dictionnairc critique, littéraire ct |)ibliographique Des principaux Livres condamnés au feu, supprimés ou censures: préeéclé d\'un discours sur ces sortes d\'ouvrages. Par G. Peignot, Bibliotliécairo de la liaute-Saóne, etc. 2 vul. Paris, 1806.

-ocr page 39-

27

dont on attaque les moeurs et la conduite; elles ont été sévè-rement prohibées en Hollande.quot;

In het straks te citeeren pamflet: Gctise Oogcn-Salvj, vinden we in een „Aan den Geusen Leserquot;, het een en ander omtrent het verboden boek, waarom wij die voorrede afschrijven;

„Voor eenige Jaren schaften Uw-Lieder Koks een Papen-Kost in Gensc Schotelen. Maar die was soo bitter toegemaakt, dat het de Wyze Overhelt self verdroot, en daarom van de selve verboden wierd, als Uw-Lieden nog wel suit geheugen. Nu (want de eene Vriendschap is de andere waart) ver-eeren onse Apotheekers Uw-Lieden beleefdelyken wederom eene Oogen-Salfske, dog niet bytende, of scharp, maar voor Catho-lycke O ogen selfs gekookt, en daarom sagt en seer goed tot versterking van Uw-Lieder Gesigte tegen alle Vlakken, Perels ofte Vliesen, die eenige Jesuitische Wind in dit Meerdsehe Saysoen door ingewaayd Stof of Vuyligheyt daar op mogte willen brengen, om Uw-Lieden dan wys te maken, dat een Paussclyke Vicaris voor dit ons Lief Vaderland, also wel een Getrouw Mede-Patriot, en voor Onsen Goede Overheyt een Wei-menend Onderdaan kan wesen, als dat een Moord-Priem des Doods een Olyf-Tak van Vreede is, of dat een Geswoo-ren Slaaf van een Tyran soude zyn een Voorstander van de Lieve Vryhcit. Strykt dan dit Fraye Salfke dunnekens op Uw-Lieder Gesigte. Het sal Uw-Lieder helder worden, als een Christalyne Glas. Of zoo dit Uw-Lieden niet batet, moogt Uw-Lieden vry Besluyten, dat Gy-Lieden Uw-Lieder Gesigt kwyd zyt,quot;

Als vervolgschriften of tegenhangers van den Papekost, enz. vernielden wij de volgende geschriften, waarvan die, welker titels door ons door streepjes, in den geest van de Bibliografieën van Dr. v. d. Linde, zoo getrouw mogelijk zijn weergegeven, voorhanden zijn in de Kon. Bibliotheek:

1. Vervolg of tweede deel v. d. Papenkost; hier is byge-voegt de rymende Roomze echo. \'s Hage, 1743.

2. Dominikaansche pasteyen opgedischt in miraculeuse schotels of brief van D. D. Hollander aan de paters-predikheeren,

-ocr page 40-

28

Beide komen voor onder N0. 231 in den Catalogus Kin-dermann, ie ged. Utrecht, 1877.

3. Geuse-kost; 1) | Opgedist in | Paapse Sciiotelen; ( Handelende van de | Souvereine Oppermagt, | en Heerschap-pye der | Roomsche | Pausen, | Aangetoond uit hare eigen Schryvers, | Met Figuren. | (Vignet) | Gedrukt, | En te saamen gesteld op de Grond van het Klooster | der Gefalyde Begynen, voor Reekening | van den Schry-ver, Ao. 1725 I ,

waarachter is gebonden:

4. Papen Raad, | Niet altyd Kwaad. | Ofte | Eens oud Leeraars | Waarschuwing | tegen alle | oproerig prediken I Aan alle Predikanten tot opmerking voor- | ge-stelt, by gelegentheyt van eene Vrund- | Nabuurlyke Vermaning aan Haar opent- | lyk gedaan, door Roomsche Priesters, | in der zelver zoo genaamde Verant- | woording op dc Lasteringen, ver- | vat in de Remon-strantien van | de Predikanten van Leyden | en Rotterdam. I Onthoud U van allen Sehyn des Quaad. | 1 Ihess. V: 22. I M.D.CC. XXXIII. |

5. Jesuiten-Kost; 2) | of dc | Maaltyd der Jesuiten. | Op de welke verschelde Vaaderen der | voorsz. Societeit; niet alleen heb- | ben koomen te noodigen de | Roomse Pausen; | Maar ook | Keiseren, Koningen, Princcn \\ en Vorsten. | Mitsgaadcrs ook alle Soorten van Menschen | van minder Rang, Waarde en Aansien; | Maar de Geu-sen (die Lekker Tanden) soo haast | als sy uit de Gaar-of Kook-Keuken ( der voorsz. Jcuiten [sic) de verfoeje-lyke Stank | en Reuk die sommige Schootclen opgaa-ven I in haar Neus-gaaten kreegen; soo heb- | ben sy de voorsz. Jesuiten met | haar Hoog Aansienelyk {sic) Geselschap | laaien sitten, en haar selven | Vrolyk maa-

1) Hiervan is in 1869 een herdruk verschenen legen een gulden.

2) Blij kous de „Voor-reden\'\', waar de schrijver zegt: „maar soo den Leezer nieuwsgierig is, die leeze maar myn Ganse-Kost, opgedist in Paapse Sc/wo-telcn. Nu nog geen Jaar geleeden by my iiitgegeeven,quot; zijn de ycsniten-Kost en dc Geuse-Kost van dezelfde hand.

-ocr page 41-

29

ken. I Seer nut en noodig om van alle Rooms-gesinden, maar ook van | de Jansenisten en Geusen geleesen te werden. | (Vignet.) | Gedrukt, | In de Kook-Keuken der Jesuiten, | A0. 1726. |

Daarachter zijn gebonden :

6. Vervolg 1) | op de [ Jesuiten-Kost, | of de | Maaltyd [ der I Jesuiten; | Bestaande in eene Uitlegging | Van de 663 Stellingen, of Leerstukken ] van hunne Religie, | Waar onder de meeste ten hoogsten ver- ] foeylyk en seer Godloos syn. | Seer dienstig en noodig, om van alle ! Menschen geleezen te werden. | Gedrukt te Leiden I By Johannes de Vivie 2), Boekverkoper | A0. 1728 I ; en

7. Geuse | Oogen-Salve 3) | in [ Paapsche Potten, I of | Kort en klaar bewys | van de nakende | ondergang | Van der Gereformeerden | Staat en Kerk | door een | Pauselyke Vicaris, | Aan alle goede Patriotten voorgedragen tot I een derde, en mogclyk laaste | Waarschouwing. I Door een Vrind van de bekende | Cornells Regthart en Joan Waarmont. | Belgium Cave Tibi. |

In den Catalogus Kindermann, reeds genoemd, vindt men nog onder Nquot;. 229 vermeld een

8. „Vervolg v. d. geuse Oogen-Salvequot;; verder in de K. 15.

9. Nieuwe-Kost, | Of Verandering van Spys; | in een seer oude Tyd, in de ( Vlaamsche Taaie Beschreeven, en Nagelaaten | onder den Naam van den | Troost der Sielen in \'t Vagevuur, | door den Heer | Columbanus Vrancx, | Licentiaat in de Godheid; | Mitsgaders | Abt

-ocr page 42-

van St. Pieters Klooster; | geleegcn digt by de Stad Gent; j Handelende van | de Pelgrimagien, | Beedevaar-den, I van het Vasten, | van verschelde Geesten, | als van | Piertje Sand-Uyl, | Arent en Hend. Bosman, | verschijningen van verschei- | de Menschen na hun Dood, | Saamen Spraaken | door den selven gehouden. | Van Miraculen. | En een wonderbaare | Poenitentie voor de | Sonden. amp; amp; | En vervolgens veel Wonderbaare Geschiedenissen ( voorgevallen in \'t Pausdom. | Met Figuren en Annotatiën. | (Vignet). | In \'s Gravenhage, i Gedrukt by Nicolaes Pieter Blommendal, | Boekverkooper in de Boekhorst-Straat. 1728 l) | ,

waarachter:

10. Vervolg I op de | Nieuwe-Kost, ) of | Verandering van Spys; I In een seer Oude Tyd beschreven en nagelaten door den | Hr. Columbanus Vrancx, Licentiaat in de Godheid; | Mitsgaders | Abt van St. Pieters Klooster, I Gelegen digt by de Stadt Gent: | Handelende van I veelderhande verschyningen | Van overleeden Menschen na hun Dood; | Als mede hunne Saamenspraa-ken, gehouden met sommige | leevendige Personagiën en bekende Familiën, zo in | \'s Hertogenbos, Tertho-len, I en Andere Plaatsen, etc. etc. | Met Figuuren. | Tweede druk. 2) | (Vignet) j Gedrukt voor Reckoning van den Uitgeever, | en zyn te bekoomen tot | Amsterdam j By A. de Winter en G. de Groot, | Boekver-koopers 1736. |

Joh. van Abcoude 1743, ie deel op Kost vermeldt:

Paapse Kost opgedist in Geuse Schootels | 8. 1720 met pl. 2 gl.

Geuse Kost opgedist in Paapse Schootels | 8. 1723 met pl.

-ocr page 43-

31

Jesuite Kost of de Maaltyt der Jesuiten | 8. 1726, nu te Leyden, 16 st.

____dito vervolg | 8. Antwerpen 1727.

Nieuwe Kost of verandering van Spys | 8. 1727, nu \'s Gravenh. Blommendaal. 16 st.

____ idem vervolg op deselve | 8. Amst. G. de

Groot. 14 st.

„Is na voorgaande deliberatie goedgevonden en verstaan, dat aan de Heeren Staaten van de Provintien van Holland en Westvriesland en van Utregt, by Missive sal werden ge-repraesenteert, dat seedert weinig daagen in verschelde Couranten, en namentlijk nog in de Leidsche van huiden, bekend werd gemaakt, dat tot Amsterdam by Johan van Septeren 1) werd uitgegeven, het berugte Werk van

Erdman Neumeistern, Pastor tot Hamburg, tegens het loffelijke Werk der vereeniging van de Gereformeerde en Luthersehe, als meede

het vertoog of de verdeediging der Predikanten te Hamburg, aangaande de bewoordingen en spreekwysen van gemelden Neumeistern,

15 Juli

1722

en dat tot Utregt ook is gedrukt het voorschreeve laatstge-melde Werk; dat aan hooggemelde Heeren Staaten niet onbekend kan weesen, dat wanneer de Geschriften van gemelden Erdman Neumeistern, vervuld met seer veele haatelijke en ergerlijke stellingen tegen de leere der Gereformeerden, te Hamburg in het ligt zyn gegeeven, haar Hoog Mog. neevens de Gereformeerde Princen in Duitschland, en speciaalijk den Koning van Pruissen en Landgrave van Hessen-Kassei, aan de Magistraat van Hamburg geschreeven, en haar beswaart

/

l) Volgens Ledeboer: Johannes v. S. 1722—1729, wonemie Leydsche Straat tusschen de Heere- en Keyzersgracht.

-ocr page 44-

32

hebben over het schryvcn, drukken en uitgeeven van de voor-schreeve ergerlijke Geschriften, tendeerende om de animositeit van die van de Augsburgsche Confessie, tegens de Ee-lyders van de Gereformeerde Religie op te maaken, en dat versogt hebben, dat den autheur van die schandelijke Geschriften na behooren gecorrigeert mooge werden; dat het tegenwoordig aan alle de weereld vreemd sal moeten voorkoomen, dat deese selve Geschriften, waar over haar Hoog Mog. neevens andere Gereformeerde Mogentheeden, haar met reeden beswaard hebben, en waar in de Gereformeerde Religie, die hier te lande in de publicque Kerken geleert werd, op een haatelijke wyse werd aangevogten, alsnu hier te Lande selfs, onder het ooge van de hooge Regeeringe, door eenige Boek-verkoopers, apparent uit eene vuile baatsugtigheid, of uit andere verkeerde insigten werden gedrukt in de Neederduitsche Taaie, en alomme ge-debiteert, en dat daar van tot een vilipendie (geringschatting) van de hooge Regeeringe, by de Couranten aan alle de weereld kennisse werd gegeeven, dat haar Hoog Mog. het selve niet anders kunnen aansien, als een gantsch onbetaa-mclijke en onbehoorlijke onderneeminge, en dat de Hoeren Staaten van Holland en Westvriesland en van Utregt, sullen werden versogt, daar tegen de noodige voorsieninge te doen, het uitgeeven en debiteeren van de voorschreeve Geschriften mct\'er daad te beletten, en de Exemplaaren in haare Provin-tien gevonden werdende, te doen ophaalen en vernietigen ; dat ook hier van kennisse sal werden gegeeven aan de Hoeren Staaten van de andere Provintien met versoek, om in den haaren meede ordre te stellen, dat de voorschreeve Geschriften aldaar niet gedebiteert mogen werden.quot; (Groot Placaet-Boeck. Zesde deel. Resolutie tegens de ergerlijke Geschriften van Neumeistern, den 15 July 1722.)

Den 23 Juli 1722 volgde reeds een Publicatie tegen het geschrift van Erdman Neumeister, (zie Gr. Placaet-boeck VI, bl. 625), waarin o. a. wordt gezegd, „dat deselve Geschriften zyn contineerende verschelde ergerlijke en haatelijke expression en stellingen, waar door niet alleen de Gereformeerde Religie op een haatelijke wyse werd aangevogten, maar ook ten-

-ocr page 45-

33

deerende om de animositeit van die van de Augsbürgsche Confessie tegen de Belyders van de voorsehreeve Gereformeerde Religie op te wekken, en devvyl liet debiteeren der selver hier te Lande onder het oog van de hooge Regeeringe bij publicque Couranten niet alleen is gantsch onbetaamelijk en onbehoorlijk, maar. ook aan de Geallieerden en geconfedereerde Princen en Mogentheeden van deesen Staat, van deselve Gereformeerde Leere zynde, moet voorkoomen aan-stootelijk en offensant, en sulks den dienst van den Lande vereischt, dat soodanige en diergelijke Geschriften hier te Lande niet verder werden gedivulgeert.

„SOO IS T, dat wy daar inne willende voorsien, geinter-diceert hebben, gelijk wy interdiceeren by deese alle Boekdrukkers, Boekverkoopers en alle andere Persoonen, het selve of diergelijke Geschriften in eenigerley Taaien te drukken, na te drukken, verkoopen of divulgeeren.quot; Bovendien moesten „de voorsehreeve Geschriften alomme binnen deese Lande by de Drukkers en Boekverkoopers werden opgehaald.quot;

In eene „Resolutie tegens de ergerlijke Geschriften van Neumeistern, en Missive aan de Magistraat van Hamburg, den 3 January 1722quot; (Gr. Placaet-boeck, VI. bl. 347) leeren we genoemden N. kennen als „pastoor van de St. Jacob Kerke aldaarquot;, — dat „aldaarquot;, niet vooraf genoemd, beteekent Hamburg, — terwijl overigens dit uitvoerige stuk niet veel nieuws mededeelt. Op ld adz. 349 van hetzelfde Gr. Placaet-boeck, deel VI, vinden we eene andere Resolutie over dezelfde zaak, en „antwoord aan den Koning van Pruissenquot; van denzelfden datum, 3 Jan. 1722. Beide stukken geven te weinig licht over de geschriften zelve, dan dat wij ze hier zouden overnemen.

De advertentie is van den volgenden inhoud; „Te Amsterdam by JoJi. van Scptcren, Boekverkooper in de Lcydsc straat, word uytgegeeven het alom beruchte Werk van Erdman Neumcistcr, Pastor tc Hamburg, tegens het loffelyke Werk der Vereeniging van de Gereformeerde en Lutherse, als mede het Vertoog of de Verdeediging der Predikanten te Hamburg, aangaande de bewoordingen en spreekwysen van de

3

-ocr page 46-

34

gemelde Neiwieister en Haan, en betreffende haare approbatie; met een nodig Voorbericht, betreffende de reden dezer uyt-gifte, in 8. Binnen weinig dagen staat daar op te volgen het geleerde Gereformeerde Geschrift, genaamt Eenpaarige cn Iroostelyke Grontleeringen der Protestantse Kerken, benevens een Vennaaning en Gebed; als meedc het geen de voor-gemelden Neumcister, op den naame van de Calvinisehe Arglistigheid etc. daar tegen geschreeven heeft, in 8. i)

In diezelfde courant, waarvan ook een Exemplaar berust op de Kon. Bibl., lezen we, wat het Utrechtsche geschrift betreft: „Tc Utrecht is gedrukt na de Copy van Hamburg, een Vertoog van de Heeren Predikanten te Hamburg, ten opzicht der bewoordingen en spreekwyzen, zederd cent»en tyd zoo in Geschriften als Kerkredenen, by hen gebruikt in \'t wederleggen van de Leeringen der Gereformeerden: dienende voor-nainelyk tot verydelinge der ongegronde beschuldigingen, in verscheide Couranten en andere Schriften tegens hen uyt-gestroit. Dit vertoog is te bekoomen te Utrecht by W. Kroon.quot; (Verder worden eenige andere boekverkoopers op verschillende plaatsen genoemd.)

Twee Nos. later vonden wij geadverteerd: „Te Amsterdam by Jacobus Wolffers, Boekverkoper in de St. Lucie-Steeg, 2) word gedrukt Geezel der Hamburgsehe Pasquillen-Schryvers, of verdediging van de luaare Ckristelyke Gereformeerde Godsdienst, tegen de Lasteringen, die Erdman Neunteister en anderen tegen dezelve van tyd tot tyd uytgebraakt hebben, uyt het I loog-duyts door C. Petzold, in 8.quot;

Geven wij nu eenige levensbijzonderheden van dien Neu-meister.

1) Afschrift uit lt;lc T.eydse Woensdagse Courant van 1722, Nquot;. 84, Ook wordt de geheele zaak aangestipt door Mr. S. KI. in zijne studie: De hollnnd-sche lfulsc/ic courant, in Hand. Letterk. 1871 .

2) liij hem moet een maand te voren het ic nommer van het V\' deel van den Amsterd. Argus zijn uitgegeven. (Zie verbod van 4 Sept. 1722). Echter in geen zijner advertenüiin, die wij vonden, aangekondigd.

-ocr page 47-

35

Mcrzog\'s Real-Encyklopadie, in vocc, schrijft door de hand van C. F. Gösclicl over N.; „Erdmann Neumeistcr, gcb. am 12. Mai 1671 zu Uechtritz bei Wciszenfels als der Sohn eines Schulmcisters, war zu Pforta auf der Schule und sechs Jahre zu Leipzig auf der Universitat. Im Jahre 1697 hat er zu Bibra in Thüringen sein erstes geistliches Amt ange-treten und ist dann von Amt zu Amt iiber Eckartsberga, Wciszenfels, Sorau nach Hamburg gewandert, wo er als Pastor zu St. Jacob am 30. Juni 1747 sein funfzigjahriges Amtsjubilaum gefeiert hat und am 18. August 1756, 86 Jahre alt, verstorben ist. Als eifriger Orthodox kann er uns an den Hamburger Pastor Gotze erinnern, der, ein geborener Halberstadter, seit einem Jahre nach Hamburg gekommen war, als Neumeister starb. Als Liederdichter könnte er uns an einen viel alteren Hamburger Pastor erinnern, namlich an Dr. Phiiipp Nikolai, der, aus der Graffschaft Waldeck gebürtig, ebenfalls in Hamburg starb, nur dasz freiiich Nikolai\'s wenige Lieder im höhercn Chor sind, als Neumeister\'s vverthc treue Stimmc reicht. Die Gabon sind verschieden; cs ist einc Gabe wie die andere wohl zu achten, so sie nur treu gepflegt wird. Die Treue im Bekenntnisse ist audi hier die eigcntliche Kraft des Liedes. — Neumeister hat auszerdem nicht allein in polemischen Schriften, sondcrn audi in Liedern gegen den Pietismus geeifert; er war ein Zeit- und Kampfgenosse Valentin Löscher\'s, der auch, gleich ihm, Glaubenslieder gesungen hat. So hat er audi gegen den Petersen\'scheii Chiliasmus ernstlich gekampft; er besorgte die Gefahrdung des einfaltigcn Glaubens unter den wechselnden Neuerungen des Tages. Aber seinen Namen haben doch allein seine

Lieder fiir die Nachwdt erhalten.....Neumeister hat sicli

übrigens auch um die Geschichte der deutschcn Poesie bektimmert und hiermit leise eine Saitc beriihrt, die erst jetzt zum volleren und nachhaltigerein Klange kommt. Sein Versuch heiszt: Specimen dissertationis historico-criticae de poctis germanicis.quot;

Brockhaus Conversations-Lexicon, in voce, zegt vrij wel, doch zeer verkort, hetzelfde. Daarin wordt Erdmann Neu-

-ocr page 48-

36

meister een man genoemd: „als geistlicher Liederdichter zugleich aber auch als intoleranter Theolog bekannt.quot;

Wat het eerste betreft, leven zijne gezangen in een paar vertolkingen ook bij ons voort. Volgens v. Doorninck, A. en I\'s., N0. 1755, bl. 179—180, en Nquot;. 2421. bl. 249— 250, is het 39stc onzer Evang. Gezangen door Jan Scharp, naar Zimmermann of naar Erdmann Neümeister gedicht, en zoo ook N0. 43 der Christelijke Kerkgezangen der Vereen. Doopsgez. Gem. te Haarlem, door K, Sybrandi, naar den laatste.

In Joh. van Abkoude\'s Naam Register, 1640—1741. Leiden 1743, vonden wij vermeld: E. Neumeester, Kort Bewijs dat het tegenwoordige Werk der Vereeniging met de Gereformeerden tcgens de X geboden strijdig is / 8. Amst. 1723.quot;, en het doet ons leed genoeg, dat we alleen door eene critiek eener brochure over dat pamflet, dus uit de derde hand, daaromtrent het een en ander kunnen geven.

In het September-nummer van de Boekzacl der geleerde werelt, 1722 komt op bladz. 352 e. v. eene beoordeeling voor van: „Gedachten over de Vereeniging der Reformeerden met de Lutherschen; en der zeiver onderlinge verdraeg-zaemheit: van den eenen aen den anderen Vriendt en nu aen het Protestantsche Christendom medegedeelt. Te Dordrecht by Fred. Ontman; 1722. In Oktavo groot 174 Bladz. behalve eenen voorgaenden Brief.quot; — P. P., de schrijver der recensie, besluit die aldus: „In deezer voege is ons de penne van Philerenus i) met zyne vredelievende gedachten recht tydigh voorgekoomen, en geen ondienstigh onderwerp geoordeelt, om in onze Boekzaele der Geleerde werelt geplaetst te worden.quot; Enkele malen roert hij den naam van Erdman Neümeister aan. Eerst op bladz. 353, waar hij zegt: „Want het staet ook aen ons niet .... 7x\'lfs ook quaede scheldingen met meldingen beantwoordenquot; ; waarbij als noot is gevoegd; „Dit zy gezeit op Neümeisterquot;, en later, bl. 355: „Hoe verre

1) lilijkens den inhoud iemand, „die voor oenen Luthersehcnquot; wil gehouden zijn en „moogelyk zynen naem om Neumeisters gecsselioede hebbe verzweegen.quot;

-ocr page 49-

37

en hoe quaelyk de Pastoor Erdman Neumeister de middelen hebbc vervvaerloost en zyn oli in het vuur geworpen, is voor het tegenwoordige, ter onzer zyde, eene zaek, dacr wy geene woorden over maeken zullen, anders dan uit het vervolg zal blyken. Op hl. 360 heet het: „de buitenspoorige vinnigheden of vinnige hairtrekkingen van den overdriftigen Aerdman Nieuwmeister.quot;

Meer in betrekking tot het verbod dient in die critiek het volgende: „Voor dat dit Boekje ons in de handen quam, waeren wy bynae heel gercedt, om met zoo eige kleuren; als wy immer kosten, af te schilderen dat vuil geschrift (waervan ieders ziel een gruwel hebben moet) albereets, wegens zyne gedaene overzetting by Plakkaet verbooden; ge-lyk bekent is.

„Een verbodt van die natuure (hunne Ed. Moogendheden moeten \'er lof en dank van hebben!) verplicht ons, zelfs niet by wederlegging, geen eenigh dingh van des Hamburgers draeien en wringen, rekken en trekken, schreeuwen en raezen, schelden en vloeken, noemen en doemen, aen tc roeren.quot;

Ten slotte wordt tot aanprijzing gezegd: Leest nu. Hamburgers! leest en herleest hot geen u t\' over most bekent, of nimmer vergeeten zyn : opdat en het Acnhangscl uwer belyde-nisse, en de Christelijke Voorbeelden van Augustus en Frcderik Wil/iehn, en de vermaening des H. Pauwels op uwe gemoederen dien vat moogen krygen, dat ook uwe oogen blykelyk zien, hoe uwe drift vooruit en te verre geloopen zy. Al de werelt moet zeggen, hetgeen ons Ekl. Moog. Hof van Hollant en Zeelant Enz. by verbodt van uwe Geschriften gezeit heeft.quot;

Hij Wagenaar, deel XVIII, bl 261, lezen wij omtrent deze geschiedenis het volgende: „Verscheiden\' gemaatigde Godgeleerden, onder de Gereformeerden en Lutherschen, in Duitsch-land en Zwitserland, hadden, al sedert eenige jaaren, gearbeid, aan eene vereeniging tusschen deeze twee hoofdgezindheden onder de Protestanten. Eenige Protestantsche Mogendheden, met naame de Koning van Pruissen en de Vereenigdc Staa-ten, begunstigden hunne poogingen. Doch \'t ontbrak, aan sommige oorden, niet aan hevige dryvers, die dit werk van

-ocr page 50-

38

vrede tegenhielden, en den arbeid der gemaatigden vrugte-Ioüs maakten. Erdman Neiinieistern, Pastoor in de Jakobi-kerke te Hamburg, schreef niet slegts openlyk, tegen de vereeniging; maar voer hevig uit van den predikstoel tegen de Gereformeerden, welken hy zogt te doen versteeken van de vryheid, die v.y, tot hiertoe, daar ter Stede, genooten hadden, om de preeke en dienst by te wooncn, in \'t Huis van den Resident der Staaten. Zyne vinnigheid werdt bekend by de Staaten, die eenen uitvoerigen brief lieten afgaan, aan de Regeering van Hamburg, waarby zy verzogten, dat men hunnen Geloofsgenooten de gewoone vryheid wilde laaten behouden. Hun Resident van den Bosch hadt, reeds te vooren, ten zelfden einde, Vertoogen gedaan aan de Wethouderschap. Doch Neumeistern hadt het gemeen op zyne hand, en werdt zeer ontzien van de Regeeringe. Zyn Werk tegen de Vereeniging werdt, eerlang, te Amsterdam, op de drukpers gelegd. Doch het Hof van Holland droeg zorg dat het verbooden werdt. De vereeniging hadt, midlerwijl, geene voortgang, en daar verliep een geruime tyd, eer de gistende gemoeden te Hamburg, wederom aan \'t bedaaren raakten.quot;

Van Wijn in zijne Naleczingen voegt hieraan toe: „Veel beter dan hy (E. N.) gedroeg zig de beroemde Matthias Phaff, wiens werk, ter aanraadinge dier vereeniginge, in \'t jaar 1723, te Halle, in Saxen, gedrukt, hier te lande veel lof verkreeg, en onder de beste Stukken kon gereekend worden, die over deze stoffe, geschreven zyn.quot;

4 Sept. „Ontfangen een missive van de Ed. Groot Moog. de Heeren Staten van Holland en West Vriesland omme te doen op halen, seeker gedrukt papier:

den Amsterdamse Argus

genaamt, ten eynde het dissemineren (verbreiden) van dien sonde werde belet en tegens den aucteur, drukker en disse-minateur geprocedeert als naar behoren.quot; (Resol. boek, 13.

-ocr page 51-

39

i Mcy 1721 tot 9 Jan. 1736. Don 4 Sept. Ao. 1722. O. Archief Den Haag.)

v. Doorninck in zijn Anon, en Pseud. 1), 38. No. 345 geeft den titel als voltrt: Amsterdamsche Argus achtgevende op alle voorkomende zaken en gevallen .... (Door Jacob Campo Weijerman.) Amst. 1719—1721. 4 din. 40. Hij was schilder en schreef o. m. enkele kluchtspelen, zooals: Besweering van den desperaten Antwerpschen Courantier Brugghe 1705, De gehoornde Broeders ofte vrouwelijk bedrog, t\' Abdera, op kosten van de Confrerie z. jr. (171 ?), Democritus en Heracli-tus, Brab. voyage. Gent. 1701 ; de Holiandsche Sinnelykheid Amst. 1713 en 1717, alle geciteerd bij v. d. Marck onder Nquot;. 345. (Zie v. Doorn. 5833, 5924, 5997 en 6298), en den Maagdenb. alchimist of de gewaande Baron van Syberg ontmaskert, 1723.

Ofschoon door den Heer Mr. VV. P. Sautijn Kluit in zijne studie „Jacob Campo Weijerman als journalistquot; in Nij-hoff\'s Bijdragen. N. R. deel VII, voldoende is aangetoond, dat deze schilder-journalist-pamflettist niet de schrijver is van den A. A,, maar zekere Hermanns van den Burg, of van Burg, zooals o. a. J. van Abkoude en K. Arrenberg, Naamregister van boeken, 2a druk, aantoont, en naar mondelinge mededeelingen door den Heer Kluit, in de Handel. Maatschappij Letterk. 1870—71, alsook door den Heer v. Doorninck abusief is medegedeeld, meenden we toch \'t een en ander omtrent VV. te mogen mededeelen, vooral omdat, door het sprekend naast elkaar stellen, de misschien reeds ingewortelde meening omtrent „den verboden Argus van VVeyer-man,quot; daardoor uitgeroeid kan worden. Overigens verwijzen wij, wat betreft de werkelijk door VV. geschreven periodieken naar de genoemde studie, zullende wij wat de Heer KI. over den Argus zelf geeft, in de aanteekeningen over dit verboden geschrift, verkort inlasschen.

Eerst dus \'t een en ander over dezen Jacob Campo VVeyer-

O Bibliotheek van Ncclerlandsche Anonymen en Pseudonymen, door Mr. J. I. van Doorninck quot; Een nieuwe druk is van dit werk in voorbereiding.

-ocr page 52-

man, om dan straks op den eigenlijken schrijver terug te komen.

Hij was de zoon van een lakei. Zijne moeder had als tamboer dienst genomen en het tot sergeant gebracht. Toen zij bij \'t beleg van Bonn in 1673 gewond was ontdekte men dat het eene vrouw was, waarna zij hersteld zijnde met een jaargeld van / 200 ontslagen werd. Hij werd in 1677 te Breda geboren en was een man met een zeer gelukkigen aanleg, maar die door zijne losbandige levenswijze genoodzaakt werd het land te verlaten. Hij zwierf door Zwitserland, Duitschland, Frankrijk en Engeland, waar hij zich eenigen tijd in de geneeskunde oefende. In 1737 liet hij zich op 60 jarigen leeftijd als student in de geneeskunde te Leiden inschrijven. Daar wonende schreef hij Amsterdamsche Hermes, 1) Rotterd. Hermes, Ontleeder der gebreken, Echo des Waerelds, vrolijke Courantier, De vrolijke Tugtheer, en de naakte Waarheid, schotschriften, zegt v. d. Aa, om welke hij tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld werd. Peter de Groote stelde hem voor mede naar Rusland te gaan, maar W. weigerde. Op de Voorpoort in den Haag overleed hij waarschijnlijk in 1747. Zijn levensbeschrijvingen der Nederl. konstschilders, enz. met „konterfeytsels\' van J. Houbraken, staan gunstig bekend.

In den „Catalogus libr. prohibitorum, 1776quot; komt o. a. voor; „Levensbeschreibung von Jacob Campo Wyermann, aus dem Hollandischen von W*. Frankf. und Leipzig 1764 in 8,quot; terwijl in de „Catalogue des Livres défen-dus par la Comm. Impériale et royale, jusqu\'a l\'année 1786. Bruxelles, 1788,quot; deze titel eveneens voorkomt. Dit werk is de vertaling van de bekende Biographic: Avontuurlijk leven, enz.

In het reeds vermelde werk van Eugène Hatin, Les gazettes etc. wordt opgegeven: „l\'Argus de l\'Europe, ouvrage historique, politique, critique etc. par M. G. de F____ (Forget), docteur en medicine. 1741, 30 numeros ou coups d\'oeil, in-12. In zijn Bibl. etc. verschilt hij in deze opgave. Volle-

1) V. d. Aa, is met den A. H. in dwaling. De Heer S. KI. citeert, dat hij verscheen van 30 Sept. 1721 tot 21 Sept. 1723.

-ocr page 53-

41

digheidshalve meenden wij dezen Franschen Argus te moeten vermelden.

Zeer eigenaardig is ook datgeen wat we op de 1° bladzijde lazen van eenige folio\'s geschreven adversaria, onder den titel: Collectanea etc. Extracten uit boeken door van Zeelhem,quot; welke wij in een doos op het gemeentearchief vonden en dat we hier reproducecren. Boven staat het jaartal 1739; dus 17 jaren later als het verbod dagteekent.

„Bij rapport van Campo Weijermans, teegenwoordigh gevangen op de Poort van den Hove, soo over maeken van pas-quillen, als soo men segt, ook uytgeschreevene soo genoemde brand brieven of eygentlyk bedreygingen, van indien men, om hem af te koopen hem niet een seekere somme geldts beschikte, hij alle de gebreeken en bedekte fouten soude publykelyk aen den dagh brengen, hetwelck rapport heeft, met sijn Print gedruckt voor sijn boek van het Leeven der Schilders, waer in hij sigh heeft laeten afmaelen met een papier in de hand, waer op staet Ontlccdcr der Gebreeken Viel mij in het klugtige grafschrift voor deesen gemaekt op Pietro Aretino beginnende

„Qui giace il Aretino Poeto Tosco (Toscano), etc.quot;

Als kantteekening staat geschreven, naast den regel waarin \'t woord „bedreygingenquot; voorkomt:

„Welke bedreygingen hij niet doende als om den Broode.quot;

Verder leest men ;

„eeven soo, als den genaemde M1quot;. Klaas, 1) nae sijn seggen de schilderijen van Paulo Veronese en Erasmus Quellinus mishandelde om den Broode. Pag. 81 van het ic deel, schijnt Weijermans aldaer, sijn eygen vonnis uyt te spreeken Scg-gende dat het seggen otn den broode, soo wel de Galg, als een Huysbraek het Radt verdient. Het Hoff heeft sigh ver-genoeght hem tot Gouda te confineeren.quot;

In een Register, zich bevindende in Portef. 5 der Insol-

1

„Zeker Lijstemaaker, ecu konst koopemie (niyt, Meester Klaas genaamt in de wandelingquot;, die de schilderijen der te noemen meesters, „7.0 schelmachtig schoon gemaaktquot; had, dat men paneel en doek op onderscheidene plaatsen zag doorblinken.

-ocr page 54-

42

vente Boedels, oud-archief der Gem. \'s Hage, waarin ook wel iets anders ligt dan uitsluitend insolvente boedels, berust de Inventaris van den boedel van Ary Spijkerman, gedateerd 3 Febr. 1702. Op bl. 69 onder boeken in 4U staat onder Nquot;. 519: „Weijerman, Heremietquot;. Hiermede wordt wellicht bedoeld de „Doorzigtige Heremiet. Amst. 40quot;, door v. d. Aa in voce vermeld.

Nog ver Jicnt het opmerking, dat v. d. Aa, die overigens nog al getrouw is in het overnemen van titels, het verboden boek noemt Academische Argus, terwijl v. Doorninck en de verbod-schrijver gelijkluidend zijn in Amstcrdamschc Argus.

Op J. C. Weijerman komt nog voor in den Catal. der Bibl. Maatsch. v. Lett, te L. „üe Sch. Dwaalster of de vereenigde gelieven. Blijspel opgestelt in 1704 en 2 andere blijspelen. De Wandelende Jood e. a. stukken in vertoogen door denzelfden schrijver. 13 bladen h. c. b. folio.

Over zijn leven zie men verder zijn biographic in 1756 en te \'s Hage in 1767, verschenen.

De resolutie van de Staten, waardoor de missive aan den Magistraat van den Haag, betreffende het verbod, werd gezonden, ■ geeft omtrent die zaak wat meer licht. Zij is van 28 Augustus 1722, en luidt als volgt:

„De Raadpensionaris heeft ter Vergaderinge gecommuni-ceert, dat heeden nog staande deese Vergadering ter Generaliteit was gerapporteert, dat den Heere Prince Kurakin 1), extraordinaris Ambassadeur en Plenipotentiaris van sijne Keiserlijke Majesteit van Rusland 2), in eene conferentie, by hem versogt, op speciale ordre hadde voorgedraagen, dat in seeker gedrukt Papier, Amstcrdamschc Argus genaamt, van den 10 Juny deeses jaars, was geinflueert (invloeien) een seekere periode, waar by op de Persoonen van sijne Keiserlijke Majesteit van Rusland en van de Keizerinne Sairrile (sic) 3) injurieuse reflec-

1) Le prince Boris Ivanovilch Kourakin, diplomate russe, 1677—1727. li fut successivemcnt ministre piénipotentiaire A Lomlres, La Ilaye, etc. (Didot).

2) Peter de Groote, gehuwd met Catharina I, die hem in 1725 opvolgde.

3) De Heer Sautijn Kluit heeft in zijn Studie over Weyerman „seunilequot; (vuile), dat wel zoo duidelijk is.

-ocr page 55-

43

tien waaren gemaakt, en dat gelast was daar over justitie te versoeken, ten einde den Autheur en Drukker na behooren gestraft moogen worden, en eenmaal afgeschrikt om soodanige Pasquillen door den druk te verspreiden; dat daar op ter Generaliteit was goedgevonden, haar Edele Groot Mog. te versoeken, dat teegens den Autheur en Drukker van het voor-schreeve Libel na behooren geliefden te doen informeeren en procedeeren, ten einde eenmaal de Autheurs en Drukkers, van soo licentieuse (teugellooze) Geschriften, waar door aan gekroonde Hoofden, Vrunden en Geallieerden van den Staat, offensie gegeeven wierd, andere ten exempel gestraft mogten worden, ende dat haar Edele Groot Mog. kennisse wilden geeven, wat daar inne souden weesen ondervonden en gedaan, en wat aan den gemelden Prince Kurakin daar op soude konnen worden geantwoord.

„Ende is daar beneevens vertoond het voorschreeve Geschrift, by den gemelden Prince Kurakin overgegeeven, en by .summiere (volgens de hoofdzaken) reflectien op het hoofd en slót van het selve bevonden, dat wel den Drukker en Autheur tot Amsterdam t\'huisbehoorden, maar het selve ook in verschelde Steeden te bekoomen was, en verders meede, dat immediatelijk na de periode, haare Keyserlijke Majesteiten van Rusland raakende, volgde een odieuse reflectie op een andere Mogentheid.

„Waar op gedelibereert zynde, is goedgevonden ende verstaan, dat aan Burgermeesteren en Regeerders van de respective Steeden hier van by Missive kennisse sal worden gegeeven, met bevel van ieder in den haaren soodanige ordre te stellen, dat het voorschreeve Geschrift mooge worden opgehaald, hot dissemineeren van dien belet, en teegens den Autheur, Drukker en Disseminateuren werde geprocedeert als na behooren.

„En dat bysonderlijk den Autheur van den Amsterdam-schen Argus mooge werden verbooden, dat werk eenigsints te continueeren; Plet geene bij de Heeren Gedeputeerden der stad Amsterdam ook is aangenoomen te besorgen.

„En zyn de Heeren Gedeputeerden ter Generaliteit geau-

-ocr page 56-

44

thoriscert en gelast, om van deese Resolutie openinge te geeven, ten einde het selve vervolgens in substantie tot antwoord aan den gemelden Prince Kurakin soude moogcn dienen.quot; (Groot Placaet-Boeck. Zesde deel, bi. 545.)

In hetzelfde jaar, 1722, teekent Hatin, Les gazettes, etc., aan „le prince Kourakin, se plaint de divers articles du journal francais d\'Amsterdam. Les Etats généraux s\'occu-pent de cecte plainte les 10 et 17 juin, et la renvoient aux Etats de Hollande, qui, le 20 juin, après en avoir délibéré, chargent une commission d\'instruire l\'affaire. Le 17 septembre, rapport des commissaires: ils ont mandé devant cux Du Breuil 1), l\'imprimcur dudit journal, et, après, 1\'avoir admonesté, ils lui ont enjoint de se rétracter et d\'etre plus réservé a l\'avenir.quot;

De juiste titel van dit verboden werk, is, volgens een Exemplaar der Koninklijke Bibliotheek, als volgt: „Amster-damsche Argus, Acht gevende op alle voorkomende zaken en gevallen; ten voornaamste gerigt om de wanstallig-heden der menschelyke bedryven aan te wyzen, en hunne gebreken op enen vermaaklyken en luchtigen trant te hekelen.quot; Het werd als wekelijksch tijdschrift, in N1S van acht bladzijden in 40, uitgegeven te Amsterdam, eerst bij Johannes Ratelband 2), Boekverkoper by \'t Stadhuis, aan den Dam, en later, met het tweede deel te beginnen, bij Hendrik van Eyl 3), van 25 Meij 1718, toen het ie Nr. verscheen, tot 3 Junij 1722, voor rekening van den autheur, en was bij verschillende boekhandelaars in de steden verkrijgbaar, zoo o. a. in den Haag bij P. van Tol 4). Onder N1\'. 51 van 27 Meij 1722 staat een N.B., waarbij is geschreven; „De Amsterdanische Argus sal, tc beginnen met

1

Cesar Tronchin lt;lu lireuil, zoon van Jean Tronchin do Breuil, 1641 — 1721. Deze kreeg in 1690 verlof lot het uitgeven der Fransche Courant.

-ocr page 57-

45

het vyfde deel, werden uitgegeven by Jacobus Wolffhrs, die woont in de Sant Lucie Steeg hy de Pypmarkt, daar de Argus vier Deden Compleet zal zyn te bekomen.quot; i)

Reeds in het Nr. van 6 May 1722 was van die verandering kennis gegeven, en wordt daarbij gevoegd: „\'t welk niet roekeloos geschiet, maar om rede van Staat, en om wat dichter in de buurt van de Hel te komen, ten einde den Duivel blyke, hoe bang wy voor hem zyn.quot; Daarin wordt ook gesproken „van hoe vele exemplaren zy (de buiten bock-verkoopers) tegens den tienden Juny gelieven te zyn gedient,quot; en wordt „dezen jongen Boekverkoperquot; aanbevolen om „den penning te willen gunnen.quot; In al de daarna verschenen Nls. van het TVe deel, wordt ongeveer hetzelfde gezegd, en in N0. 50 wordt bij \'t adres van Jac. Wolffers, bijgevoegd „in Voet his en Coeceus 2); die zckerlyk aanstoot zullen lyden naa hun doodquot;.

We weten niet of dat Ve deel, of enkele Nrs. van dat deel, het licht zagen, en toch moeten wij dit aannemen. Immers, in de Resolutie van 28 Aug. 1722, hier voren geciteerd, wordt gesproken van „seeker gedrukt Papier, Am-sterdamsche Argus genaamt, van den 10 Juny deeses jaarsquot;, en het vierde deel eindigt met \'t nonimer van 3 Juni, zoodat het N1\'. van 10 Juni, ongetwijfeld het Ic nommer van het 5c deel is, dat dan zeker rarissime zal voorkomen. Nu lezen wc wel aan \'t slot van het laatste Nr., dat van 3 Juni, een N.I?., van den volgenden inhoud: „Argus neemt met het besluit van V vierde deel de vryheit, van zynen Lezer te bedanken voor de attentie, van vier jaren, met verzoek van zo wel te continueren nis de Keizei inne van geheel Rusland, met het lezen van het vyfde deel, dat haar Majesteit ongetwyfelt zal

1

Den prijs lecrcn wij kennen uit een N.B. achter N0. i van het 4e deel; „De Amstcrd. Argus, drie delen Compleet, is alom hy de Boekverkopers le bekomen voor 12 guldens 15 Stuivers contant; en elk deel bezonder, voor 4 guldens 5 stuivers, gebonden.quot;

-ocr page 58-

46

doen, want zc heeft door haren Gezant, den /\'rinse Couraquin, Argus doen verzoeken, zyn weeklijks Papier te continueren, dat hy doen zal met Inst en yver, en te meer, omdat ik voel, niet van natuur te zyn gelyk de Slangen, want ik kan niet merken dat de stemme des faamrovenden Bezweerders de minste vat op my heeft; maar de Argus zal met duhle naarstigheit voortaan werden uitgegeven by den Boekverkoper Jacobus Wolffers, die woont in de Sant Lucie Steeg, bij de Pijpmarkt, daar de Argus vier delen Compleet, zo wel als allerlei Comptoirgoederen zyn te bekomen: de buiten Boekverkopers werden noehniaals verzocht te dier plaatse he aansehryvens te doen van hoe vele exemplaren zy weeklyks willen zyn gedient.\'\'

Omtrent Prins Kourakin lezen wc in het 52c nommer niets, tenzij het N.H., dat we afschreven, het verbod heeft uitgelokt. Dit is cchtcr niet denkbaar. Wel vinden we verband in het noemen van zijn naam en van dien van Zijne Keizerlijke meesteresse met het verbod, maar dat kan niet het geincrimi-neerde artikel zijn, zoodat het nommer van 10 Juni 1722, het ie van het vijfde deel, bepaald het licht moet hebben gezien, maar tot zoo lang, dat wij een exemplaar in handen krijgen, moeten we zwijgen over den inhoud.

Om de algemeene strekking van den A. A. te doen kennen, geven wij de „Uitlegging van den Tytelplaetquot; voor het 1c deel gevoegd en door J. Gocree 1) geteekend en in staal gebracht.

„Zie Argus luistren, nacr \'t verhael van \'t snel Gerucht, Dat hem, den Scorpioen aemvyzende in de lucht,

Vertolkt hoe Misverstand elks hart heeft ingenomen? Hoe Eigeliefde, nooit gewoon de straf te schromen. Met Scorpioenen dient gegeseld, voor al \'t quaed.

1) Was schilder, graveur en dichter; hij leefde van 1673—1751. Als graveur muntte hij uit. Op zijn afbeeldsel vervaardigde hij deze regels:

„Wie vragen mogt naar Jan, na dat hij was verdweenen.

En in een geest herschept, die spieren heeft nog beenen;

Dus was hij van postuur, van oogen, neus en mond.

Gelooft dit schilderij — l is of hij voor u stond.quot;

-ocr page 59-

47

Dat die Misleidster van de zinnen steeds begaet,

Gewoon den menschen schyn voor waerheit op te dringen, En hen tot snood bedryf en gruwelen te dwingen.

Hij rust met d\' elboog op een Sphinx, deze op een steen, Waer in de Waerheit staet gebeiteld, doch in \'t kleen ; Om uit te drukken dat hy Raedslen zal verhalen Doch altoos zyn bestek naer Waerhcits Wet bepaelen. En niet zyn rechter hand houd hy de afbeelding, van Den grooten Phylosooph Pythagoras, een man,

Wiens hoofd van Kettery en Fablen pleeg te kriellen ; Dit beeld betekend hier \'t verhuizen van de zielen.

Want, Argus ziel, wiens lyf zig jeugdig hier vertoont, Is menigmael verhuist, en heeft wel eer gewoont In Philosophen, ook in Schilders en Poëten,

In Wichlaers, Zieners, en in schrandere Schynprofeten:

Voor hem legt Rabelais, Boileaux, en Juvenael Drie menschenrossers, stout en scherp in hekeltael,

Dees zyn de baken en drie vuren die hem lichten. Zyn vaste fondament zyn hunne Hekeldichten,

Het ware voetspoor, daar zyn geest naer heeft getracht. En hy opstreven wil, ontbreekt zyn wil geen kracht. Zie hem eens letten op \'t geen hem de Faem ontdekt, Terwyl een Sater vast het narrendekkleed trekt Van \'s Werelds opper deel, verbaest, en als verslagen. Om dat niets van al \'t geen hy ziet, hem kan behagen, Staroogende met ernst en aendacht op elk oord; Het Wichtje dat een gat door de oppervlakte boord,

Draeit yvrig de Avegaer i), en scherpt met ernst de zinnen, Om \'s Werelds eigenschap, aerd en gestel van binnen,

Regt te beschouwen, en te kennen, of \'t kon zyn. Dat Waerheit wierd ontrukt de slaverny van Schyn : Een ouder Sater, die grimlachend\' schynt te spotten Met hun nieuwsgierigheit, wyst op die kooi vol zotten. Hij kokermuild 2), hij scherst, maakt grap en gril op gril. En steekt den draek met hem die haer verbeetren wil. Zie hoe hier Venus \'t schoon bedekt. Cupied\' verlegen.

1) Een groote boor.

2) Glimlachen. Kil.; den mond in plooijen trekken, in den vorm van geopenden koker (Weiland.)

-ocr page 60-

48

By moeder heul zoekt, ter verschuilinge genegen,

Omdat Pasquin i), die niets ooit onbesproken laet.

Met open oor en oog zo digte by hen staet,

Omtrent de aenplakplaets van zyne Hekeldichten,

Die in \'t gemeen veel meer vermaken dan zy stichten. Wat d\'Uil en \'t Ezel mag beteeknen in dees Prent,

Zal elk best weten, die zig zelf een weinig kent;

Want zy die ernstig op hun doen en laten letten.

Zien licht hun beeltenis in een dier twee Portraittcnquot;

Die titelplaat heeft een heelc geschiedenis. Reeds in N0. 49 wordt in het bericht van de verandering van uitgever vermeld: „De Lezers zullen in \'t kort kennen bekomen, bij Joiian-nes Ratklband, en gemelte van Eijl, gelyk by alle de verdere boekhandelaars, die zig met den welstand van Argus Amuseren, een geplaatdrukt Tytelblad, dat zal werden gere-kent, tegens twee exemplaren; die zig van het zelve ter ver-zendinge als anders, gelieft te dienen, kan verzekerd zyn, dat in \'t kort zal werden gespecificeerd, wanneer men den Titel zal kennen krygen; want. Argus heeft al zeer lang gewacht naar den Etser, en deze naar Gezontheit, die door Ziekte werd belet hem de visite te komen geven, waar toe ze enigsins schynt geinclineerd, doch ze marc he erd zeer traag amp; a petit pas.quot; Achter N0. 14 van 13 Sept. 1719, heet het: „Argus adver-teerd den Liefhebberen van zyne Waterbellen, dat den meester Etser hem heeft geinformeerd, dat hy door my, over een maand \'t gemeen zal berigten, tegens wat tyd den tytel zal zyn te bekomen, met verzoek dat ik hem geen fixe tyd voor als noch wilde vergen, ter oorzake zulks noodzaaklyk zouvv contribueren tot den groten bondel der Logenen, waar mede

1) Een aartsschalk; een bijtend, scherp vernuft; eigenlijk en oorspronkelijk de naam van een schrander en spotziek schoenlapper te Rome: Maestro Pas-quino; hier de naam van een verminkt standbeeld op een zijkant van het paleis Braschi, waaraan men schimp- en spotschriften placht vast te hechten; vandaar fiisquil, schot-, schimp-, lasterschrift, en andere afgeleide woorden met gelijke beteekonis. Betrekkelijk M0 P. en de lotgevallen van zijn beeld is bij vele Italiaansche schrijvers en ook in Fransche, b. v. Lc Magasin fittoresque, année 1836. Tom. 15, pag. 17 etc., nog al wat te vinden.

-ocr page 61-

_

-ocr page 62-

WIJZE VAN UITGAVE.

VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, enz. in de i8e eeuw. Ei)ie bijdrage tot dc gcschicdcnis der hangschc censuur, door A. J. Servaas van Rooijen, zal uitgegeven worden in ongeveer 6 afleveringen van 3 vel druks, in roy. 8°. formaat, tegen den prijs van ƒ 1.25 de aflevering.

Een naamlijst van inteekenaren zal bij het werk gevoegd worden, waarom men verzocht wordt naam en woonplaats duidelijk op te geven.

Stoomdiukkeiij — Rohlokfzk.n amp; IliUiXKR. •gt;- Amslerdam.

-ocr page 63-

ÉslJtS-^-^t-jfe-^L .?gt;CLJamp;U. ïfe-ïéS^at^

■db cfa èfa

*3i„\'amp;V.Jti jh

T ~Tquot;1 ? r~7 T\' 7 Y ¥ V. ï —rquot;quot;? \' T ; f~T—y—quot;i—f quot;■;-quot;-7

VERBODEN BOEKEN,

GESCHRIFTEN, COURANTEN, enz.

IN DE l8E EEUW.

EENE BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS DER IIAAGSCHE CENSUUR,

K

- • H

A. J. SERVAAS VAN ROOIJEN.

2\' Aflevering.

I Él -i tei

-quot;1

Uitgave dor V\'ereeniuino-: ,,l)|li HAG1IK.\'

1 ücjO.

-ocr page 64-

I N H OUD.

Biz.

Argus (den Amsterdarase) van H. A. v. d. Burg..................... 49

Beurssostrijd tusscbcn Galemis eh Baldus.......................... 70

Critique desinteressée des Journaux l.itieraires, el des Ouvrages des Savans par nne Societé de Gens de l.ettres, Juillet, Aout en Septem-

bre 1730..................................................... 57

Farguó (J. F. la), de Hollandse Staatsman.......................... 85

Intentie van \'t Hof om Libellen etc. aen de Boekverkopers gezonden,

door hun aen het Hof te deen overgeeven......................... 68

Keurdichten (Latijnsche en Nederduitsche) 8e deel.................. 64

Lettres serieuscs et badines sur les Ouvrages des Savans, et surd\'autres

matieres. Tome Second, première partic........................... 57

Merkwaardige Geschiedenissen van Anna Maria de Mailly, Hcrtoginne van Chateauroux, en minnaresse van Lodewijk de XV, Koning van

Vrankrijk..................................................... pt

Placaat teegens eer- en faamroovende Lasterschriften, Libellen of Pas-

qnillen......................................................... 53

Poslillon gedrukt in Duytsland.................................. 84

Besolutie, geen Missivens van de Ministers in de Couranten, enz...... 51

Resolutie, weegens de klagten van de Ministers van den Staat over het divulgeeren van haar Brieven etc................................ 8!

Armand de la Chappclle.. Barre de lieauniarc\'aais ., .

Bidloo (Govert)..........

Boetzelaer (Jacob Godefroy

Baron van den)........

Bruvs (Francois de)......

en

Burg (Hermanns van den)

(Joenr (J. de)............

Camusat (Denis Francois).

Duuren (Jan van)........

Fagel (Francois).........

Fargue (J. Thomas la)... .

Joly (Philippe Louis).....

Jong (Jacobus de)........

Kanneman (Joh. Wilh.)... Kinschot (Mr. Gijsbert van)

Lom (Christiaan van).....

Mailly (Diane Adelaide de) Hertogin van Lauraguais Mailly (Hortense Félicité) Markiezin de Flavacourt

Jgt;lz. Noot.

63

61

69 3

64 i

59 i

^5 5°

88 6T

58 51

s?

60 81 92

65 57

95 1 95 2

Mailly (Louise Julie de)

Gravin de Mailly.......

Mailly (Maria Anna de) Hertogin van Chateauroux.. . .............

Mieden (Mr. Adriaan v. der) Nesle (Mesdemoiselles de).

Nierop (Aelbracht)....... 69

---- 69

51

68 62

78

51 6S

52

Pauw (Hadrianus)........

Pesters (....) resident der

Staten ...............

Rosa (....) Burgemeester

van den Haag.........

Sanrin (Jacques).........

Slingerland (van) Raadpensionaris ...............

Ta\'njé (Pieter)............

Thol (Otto van)..........

Townshend (Charles, Yi-

comte)................

Uytwerf (Meyndcrt)....... 66

Vreedeconricr........... 88

A\\\'eycrman (JacobCampo) 80 en 88

Blz. Noot.

96

93 r\'5 93


-ocr page 65-

h) zyne ziele da^clyks bezondigt: \\ at de rcdi; zy dat het zo lang duurd, \\rolyke Lezer, kan ik niet wel weten, maar ligt gissen, om dat my in de Schetse een Uil en een l\'.zel y.yn voorgekomen, en die wil noch kan een verstandig man niet alle dagen maken; of moogiyk is hy bezig mei\' te over-\'•-\'yS1-\'11. onder welk van deze twee dieren hy mynen lU\'am ofte de zyne zal plaatsen: maar rail/cnc apart, de Man is instaat om ii le konnen voldoen, gelyk h\\- my reeds heeft gedaan.quot;

I\'.en maand later wordt opnieuw beloofd: „de Tytelplaat zal binnen .icht a tien dagen by de Boekverkopers zyn te De-komen, ze is ge-etst door J: Goeree, en Argus twyfelt niet of ze zal den Liefhebberen genoegen geven; \'k verzoek dat je niet schrikt, als ze u voorkooml, want men stroopt \'er de weield den narrenhuit af, en boord er een gat in, om ze in haar binnenste te zien.quot; Alweder uitstel, want eerst X». 24 van 22 X\'ov. 1719 brengt de blijde tijding; „De Tytelplaat, met ene Uitlegginge en Opdragt, om voor \'t eerste deel van tie Aigus te plaatsen, zal .... aanstaande Woensdag .... zyn te bekomen. Xadere berichten vinden wij dienaangaande niet; in elk ge\\al de plaat is gekomen!

Karakteristiek is t slot van Nquot;. 1 : „Argus, verzoekt met diepe reverentie, en verplichte beleeftheit, dat men zyne sehrilluuren niet gelieve naa te drukken, alzoo hy, pay ucccssitc, zoude zyn gedwongen, te resolveeren, van mondje toe te speelen, en zoo vaardig te eindigen, als zyne naadrukkers begonnen. Ook adverteert hy een yder, dat hy door zyne behandelinge zal trachten te doen blyken, dat hy het vulgair 1) niet poogt te behaagen, en over zulks bv den weg zal werden getrokken. Liever heeft hy op deze wyze beleefdelyk willen verzoeken, dan zig door zyne privilegie dekken, onder belofte, dat, zoo men hem zyn verzoek toestaat, hy voor het intrest van zodanige, zyne geaffectioneerde, zal zorgen, met op deeze en geene gevallen iets te maaken, dat hen voordeeliger zal zyn, en in hun kraam, veel beter

li I gt;,U is eciiu ijdelc hulofie, want er komen o. a. versjes in ........ die wel

degelijk der plaiie gemeenle welkom ziilleu zijn geweest.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

0755 1470

4

-ocr page 66-

.ï:-!

....................... ■. .-r ^

üiBiSÜ

-ocr page 67-

J 8 00,8 [Hamp;j 2. buj

/

J

\\v\'

P.ECHTSGFS1\'quot;,

\\

JJ.

hy zyne ziele dagelyks bezondigt; wat de rede zy dat he?w quot; zo lang duurd, vrolyke Lezer, kan ik niet wel weten, maar ligt gissen, om dat my in de Schetse een Uil en een Ezel zyn voorgekomen, en die wil noch kan een verstandig man niet alle dagen maken; of mooglyk is hy bezig met te overleggen, onder welk van deze twee dieren hy mynen naam ofte de zyne zal plaatsen: maar raillcric apart, de Man is in staat om u te konnen voldoen, gelyk hy my reeds heeft gedaan.quot;

Ken maand later wordt opnieuw beloofd: „de Tytelplaat zal binnen acht a tien dagen by de Boekverkopers zyn te bekomen, ze is ge-etst door J; Goeree, en Argus twyfelt niet of ze zal den Liefhebberen genoegen geven; \'k verzoek dat je niet schrikt, als ze u voorkoomt, want men stroopt \'er de wereld den narrenhuit af, en boord \'er een gat in, om ze in haar binnenste te zien.quot; Alweder uitstel, want eerst N0. 24 van 22 Nov. 1719 brengt de blijde tijding: „De Tytelplaat, met ene Uitlegginge en Opdragt, om voor \'t eerste deel van de Argus te plaatsen, zal.... aanstaande Woensdag.... zyn te bekomen,quot; Nadere berichten \'vinden wij dienaangaande niet; in elk geval de plaat is gekomen!

Karakteristiek is \'t slot van N0. 1 : „Argus, verzoekt met diepe reverentie, en verplichte beleefthcit, dat men zyne schriftuuren niet gelieve naa te drukken, alzoo hy, pay ncccssitc, zoude zyn gedwongen, te resolveeren, van mondje toe te speelen, en zoo vaardig te eindigen, als zyne naadrukkers begonnen. Ook adverteert hy een yder, dat hy door zyne behandelinge zal trachten te doen blyken, dat hy het vulgair 1) niet poogt te behaagen, en over zulks by den weg zal werden getrokken. Liever heeft hy op deze wyze beleefdelyk willen verzoeken, dan zig door zyne privilegie dekken, onder belofte, dat, zoo men hem zyn verzoek toestaat, hy voor het intrest van zodanige, zyne geaffectioneerde, zal zorgen, met op deeze en geene gevallen iets te maaken,

dat hen voordeeliger zal zyn, en in hun kraam, veel beter

49 M

utrech

1) Dat is eene ijdele belofte, want er komen o. a. versjes in voor, die wel degelijk der platte gemeente welkom zullen zijn geweest.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

0755 1470

4

-ocr page 68-

So

te passe koomt. En in hoope dat men hem niet zal dwingen in de geboorte te moeten verstrikken, belooft hy, heden veertien i) dagen zig weder, in deze ofte diergelyke Equipage te vertoonen, en wenst vooral wel te worden gcrccipiccrt.\'\'

„Elk is nieuwsgierig,quot; zoo zegt de Argus in zijn nommer van 22 November 1719, zijnde N0. 24, „om te weten wie Argus doch mag zyn, elk raad, en niemant bcgrypt dat de Persoon tot de zaek niets doet; dan is het eens een Advo— kaat, dan een Doctor, dan wederom een Poëet, insomnia elk meent het te raden en niemant weet het, en vermits dat onderzoek van Duidschen en Walen, Zeeuwen en Vlamingen my verveeld, ben ik te rade geworden de nieuwsgierige wereld uit den droom te helpen, en te informeren dat Argus een Schipper is.quot;

Een schipper zeker niet, maar dat het een Poëet was had men niet zoo heel ver mis. Arrenberg-Abcoude vermeldt het, en Mr. Sautijn Kluit toont het nader aan, dat de schrijver was een zekere van den Burg. Deze, geboren tc Amsterdam 14 December 1682, en aldaar overleden 10 Februari 1752, wordt door v. cl. Aa een brood-poëet genoemd, die het publiek met bruilofts- en verjaargedichten geriefde, en overigens eene vroolijke, zorgelooze, losse ziel, liefhebber van Wijntje en Trijntje was, even als zijne tijd-en stadgenooten Jan Goerce en Robbert Hennebo. Dat Goeree, de graveur-dichter, de titelplaat maakte is een bewijs tc meer, dat deze v. d. B. den Argus schreef.

Jeron. De Vries, in zijn Proeve enz. zegt van v. d. B., dat de Mengeldichten, met de meeste levensgeesten voorzien waren. Zelfs vertoonen zich deze hier en daar in een luchtig en bevallig gewaad.

Onze Argusschrijvcr schijnt zich ook zoo wat op allerlei gebied te hebben bewogen en gewaagd. Een kluchtspel: de gehoornde Schout, Klinkdichten, Minnezangen, Zedige bijschriften, een Bloemhof van Gebeden, Nagedachten op Joost van den Vondel, ja, zelfs eene berijmde vertaling van Justinus volgden, of

1) Tot aan 3 Aug. verscheen de A. A. om de 14 daag.

-ocr page 69-

gingen zijn Argus vooraf, en hem viel zelfs de eer te beurt dat zijn beeltenis door Tanjé i) werd vereeuwigd, Niettemin is de Argus het eenige geschrift wat zijn naam doet leven, en vooral in een werk als dit niet onvermeld mag blijven. Immers werd,—zie weder Sautijn Kluit, en Weijerman vermeldt ook \'t feit, ofschoon niet geheel juist, — het nommervan lojuni niet alleen verboden, maar ook verbrand. Men vergenoegde zich dus niet alleen met interdiceeren en ophalen, maar het werd zelfs, zooals Weijerman het uitdrukt: „opgtoffert aan het element des vuursquot;. Dit geschiedde te Muiden, wijl „de autheurquot;, volgens mededeeling der Gedeputeerde Staten van 17 September 1722, „te Muiden woonde en men dus niets tegen hem had kunnen beginnen.quot; De drukker was echter gestraft met „suspensie van zijne drukkerij voor den tijd van zes weken.quot; De Staten begrepen toen hiervan kennis te moeten geven aan den Drost van Muiden, en dezen te gelasten tegen den auteur te procedeeren overeenkomstig de plakkaten van den lande.

„En zoo is het dan ook geschiedquot;, zeggen wij ten slotte met den Heer Sautijn Kluit.

„De Raadpensionaris heeft ter Vergadering gerapporteert, 16 Oct.

de consideratien en het ad vis van de Heeren haar Edele T „ „ „

1723

Groot Mog. Gecommitteerden, hebbende, in gevolge en tot voldoeninge van de Resolutie commissoriaal van den 13 deeses, geëxamineert en overwoogen het geen is vervat in de Missive van den Heer Pesters 2) van den 5 deeses, geschreeven aan den Heer Griffier Fagel 3): te weeten, dat den Lord Towns-

1) Pieter Tanjé, voornaam plaatsnijder, 1706-1761. Hij volgde Houhraken n\'\\, waarin hij zoo goed slaagde, dat alleen de naamteekening hun werk onderscheiden kan.

2 )....... Pesters, Resident der Staten aan het Hof van Brussel. Zie over

hem nader Wagenaars Bijv. deel XVIII, hl. 92.

3) F ran go is F.igel. 1659—1746, Van Haren zong van hem in zijn Geuzen

Dit \'s Fagel, kunstig uitgehouwen.

Met list in wit albast gevat;

Die man, die zestig jaar \'t vertrouwen Van Neêrland en Euroop bezat.quot;

De beroemde beeldhouwer Xavery heeft die beeltenis vervaardigd.

-ocr page 70-

hend i) hem nogmaals hadde versogt, dat het geene sijne Majesteit hem in vertrouwen hadde believen te antwoorden op het subject van sijne commissie, niet mooge werden rugtbaar gemaakt, gelijk sijne Majesteit met onaangenaamheid hadde geremarqueert uit sommige publique Nouvelles, in het reguard van de eerste audiëntie van hem heer Pesters, het welk hy hoopte dat voortaan sonde konnen werden belet, alsoo een Minister door diergelijke divulgeering seer wierde gediscrediteert.

„En hebben de gemelde Heeren Gecommitteerden voor-namentlyk gereflecteert op hetgeen by haar Hoog Mog. Resolutie van den 9 deeses by deese occasie is gerequireert.

„Waar op gedelibereert zynde, is goedgevonden en verstaan, dat Burgermeesteren en Regeerders van de respective Steeden deescr Provintie sal werden aangeschreeven, ten einde op de wyse die sullen oordeelen de efficacieuste (meest afdoende) te zyn, aan de Courantiers en Nieuwschry vers, nu aldaar zynde, en die sig na. deesen mogten opdoen, te verbieden, over het formeeren van haar Couranten of Nouvelles, op wat naam deselve ook mogten werden uitgegeeven, te correspondeeren met eenige Ministers van deesen Staat buiten \'s Lands, of met der selver Secretarissen, Amanuensen, Klercquen of andere Bedienden, directelijk of indirectelijk: nog ook in der selver Couranten of Nouvelles te insereeren eenige Missiven van de gemelde Ministers, in het geheel of ten deele, alschoon sy soodanige Missiven door andere weegen als van de Ministers, der selver Secretarissen, Amanuensen of andere Bedienden mogten hebben verkreegen. En voorts aan deselve Courantiers en Nieuwsschrijvers wel strictelijk te beveelen, dat, in gevalle bevonden mogte werden den teneur van soodanige Brieven in het geheel of ten deele in der selver Couranten of Nouvelles gebragt te zyn, en sy souden sustineeren niet geweeten te hebben, dat het waaren Copien of Extracten

1) Charles, vicomte Townshend, homme cl\'Etat anglais, 1676—1738. II se rendit avec des pouvoirs extraordinaires d la Haye, et attacha son nom A un traité secret (banier treaty). II fut un ministre capable, et surtout un habile diplomate. (Didot, Biogr.)

-ocr page 71-

53

van soodmigc Missiven, sy den aiithcur souden moeten bekend maaken, sonder liet op eenig pretext te moogen difficul-teeren: En voorts generalijk sig te wagten van in haare Couranten of Nouvelles eenige saaken te brengen, of expres-sien te gebruiken, die offensie buiten of binnen \'s Lands souden moogen gecven.

„En dat Burgemeesteren en Regeerders van de respective Steeden wyders suilen verbieden, en met\'er daad beletten, dat geene Missiven van Ministers van deesen Staat, nog Resolutien, nog Acten van Staat in Koffyhuisen en andere publicque plaatsen te leesen werden gegceven, of voor de bant gelegt.

„En eindelijk, dat de Heeren Burgemeesteren en Regeerders de Heeren haar Edele Groot Mog. Geconiniiteerde Raaden sullen adverteeren, als aan haar over eenige van de voor-schreeve pointen, binnen haar Stad, iets van importantie sal voorkoomen.

„En werden de Heeren Gecommitteerde Raaden versogt en geauthoriseert, om, als haar deesen aangaande ietwes sal voorkoomen, dat tegen de gemelde ordres komt aan te loopen, daar van aanstonds kennisse te geeven, aan de Magistraat van de Plaatse daar het voorvalt, met bevel van weegen haar Edele Groot Mog., van daar tegens convenable ordres te stellen, of ook wel na geleegentheid der saake tegen de schuldige te doen procedeeren, en in allen gevalle de Heeren Gecommitteerde Raade te berigten, wat daar van sal zyn voorgekoomen, en wat daar tegen sal zyn gedaan.quot; (Groot riacaet-Boeck. Zesde deel. Resolutie, geen Missivens van de Ministers in de Couranten, myden van offensien, geen Resolutien in Koffyhuisen te laaten leesen, den 16 October 1723.)

„Den Praesident en Raaden over Holland, Zeeland en Vriesland, Alsoo tot kennisse van den Hove is gekoomen, dat seedert een geruimen tyd herwaards, en wel bysonderlijk in deese tyden de licentie op een seer vuile en exorbitante wyse wederom is toegenoomen, in het maaken, uitgeeven,

21 Jan.

-ocr page 72-

54

drukken on dissemineeren van eer- en faamroovende Lasterschriften en Pasquillen, daar inne selfs niet ontsiende, de saaken van Religie, nog hun ook onthoudende van aan te tasten en te publiceeren saaken van Staat en van Regeeringe, niettegenstaande daar tcgens by soo meenigvuldige Placaaten van haar Edele Groot Mog. de Heeren Saaaten [sic) van Holland en Westvriesland, en ook van ons met de alder-uiterste ernst is voorsien, en dat vervolgens deese stoute ondernecmingen niet anders konnen werden aangemerkt, als voor seer verregaande Actens van vilipendie (geringschatting), quetse en veragtinge, de Hoogheid van den Lande raakende.

„SOO IS \'T, dat wy nogmaals daar over den yvervande Justitie willende doen sien, waar van de prompte poursuite en executie, sonder oenige conniventie of agterlijkheid sal werden betragt, uilgevoert en te werk gesteld, hebben goedgevonden wederom op nieuws te interdiceeren en te verbieden, soo als wy interdiceeren en verbieden by deesen, het maaken, uitgeeven, drukken, divulgeeren en dissemineeren van eenige eer- of faamroovende Lasterschriften, Libellen of Pasquillen, als meede het drukken en publiceeren van Geschriften over saake van Religie cn Staat, die deselve in eenige respecten souden konnen chocqueeren, hinderlijk of nadeelig zyn, en ten dien einde wel expresselijk te beveelen, soo als wy or-donneeren en beveelen by deesen, dat niemand wie het ook zy sig sal hebben te verstouten, eenige Geschriften van wat natuur deselve ook moogen zyn, uit te geeven, of te doen drukken, ten zy dat het Origineel door den Autheur of Uit-geever, die ook bekent moet zyn, is geteekent, en voor soo veel die Geschriften, saaken van Religie, of van Staat en Regeeringe betreffen, daarenboven gemunieert (voorzien) met de permissie of authoriteit daar omtrent na de ordre van den Lande vereischt.

„Dat niemand van de Drukkers binnen deese Landen, sig sal onderwinden eenige Geschriften te drukken, ten zy geteekent en gequalificeert als boven, welke teekeninge en quali-ficatie syluiden altoos sullen moeten bewaaren, en gehouden zyn, sulks gerequircert werdende, te exhibeeren.

-ocr page 73-

55

„Dat ook gecne van de Drukkers hun sullen hebben te vervorderen eenigc gedrukte Papieren, var; wat natuure die ook inoogen zyn, uit haare Drukkeryen te voorschyn te brengen, min te debiteeren, versenden of te verkoopen, ten zy voor deselve gesteld en gedrukt zyn haare naamen en plaatse haarer wooninge, sullende by manquement van dien, de Drukkers als Autheurs daar van worden geconsidereert.

„Dat een iegelijk sig ook sal hebben te wagten, eenige gedrukte of ongedrukte Libellen van buiten koomende te ontfangen, of by inadvertentie (nalatigheid) ontfangen hebbende te debiteeren of te divulgeeren.

„Dat ook niemand, wie het zy, sal hebben te bestaan, eenige gedrukte Papieren van natuure als boven, en waar voor de naam en woonplaatse van den Drukker niet sullen weesen gesteld, te koopen, te handelen, in het openbaar of bedekte-lijk te hebben, te houden of te vertoonen, en nog minder te dissemineeren en verspreiden, of te doen dissemineeren en verspreiden, alles directelijk of indirectelijk.

„Maar dat in tegendeel een iegelijk sal gehouden zyn, wanneer tot syne kennisse koomen, eenige van de voorschreeve verboode Geschriften of Libellen, gedrukt of ongedrukt, het zy binnen of van buiten deese Landen, deselve aanstonds aan te geeven, of bekent te maaken, mitsgaders indien hy deselve magtig is, over te geeven, beneffens de denunciatie (aanwijzing) van den Autheur of Houder van deselve, indien hy sulks weet, aan den Procureur Generaal of aan de respective Officieren van de Plaatsen alwaar sulks sal koomen voor te vallen.

„Lastende en beveelende hier meede den Procureur Generaal, mitsgaders de respective Officieren binnen deesen Lande wel scherpelijk te letten, dat de voorschreeve beveelen in het generaal of in eenige pointen van dien niet werden overtree-den, nemaar in alles stricktelijk en preciselijk werden agter-volgt en nagekoomen, sonder daar van te blyven in gebreeken, en sulks tegens de Overtreeders niet alle rigeur te procedeeren, niet alleen tot de straffen by de voorige Placaaten i) daar

i) Zij zijn van 20 Dec. 1581, 21 Nov. 1584, 9 April 1587, 27 Nov. 1587,

-ocr page 74-

56

tegens gestatueert, maar ook ter oorsaake van dc opiniatriteit en hartnekkigheid, waar meede (niettegenstaande soo veele geëmaneerde Plaeaaten) in deese quaadaardige en crimineelen handel daagelijks werd gecontinueert, scifs tot hooger straffen, het zy van bannissement of aan den lyve, en ook tot confiscatie van Goederen, soo als na exigentie (naar eisch) van saaken, bevonden sal werden te behooren, blyvende den Procureur Generaal wel specialijk gelast tegens de nalaatige Officieren in dit stuk het regt van de hooge Overigheid alomme binnen deese Provintie ten uitersten te behertigen en waar te neemen.

„Gedaan in den Raade den 21 January 1726. Onderstond, My present. Geteekent, Joan Thierryquot; (Groot Placaet-Boeck. Zesde deel. Placaat teegens eer- en faamroovende Lasterschriften, Libellen of Pasquillen, den 21 January 1726.) 1)

„Den President en Raaden over Holland, Zeeland en Vriesland. Alsoo tot kennisse van den Hoove is gekoomen, dat seekere Francois dc Brnys, geboortig van Macon in Bour-gongne, en sig eenigen tyd alhier in den Hage onthouden hebbende, in den voorleeden jaare 1730 heeft onderstaan uit te geeven en niet den druk gemeen te maaken een seeker Boekje in duodecimo in de Fransche Taaie, en geintituleert,

27 Aug. 1608, 19 Juni 1618, 16 Mei 1619, 4 Mei 1624, 18 Oct. 1646, 17 Jan. 1650, 22 Maart 1651, (Groot Placaet-Boeck I); van 18 Mei 1657, 29 Sept. 1660, (G. ]gt;. 15. 11); Resolutiün van 9 April 1675, 4 Sept. 1659, 22 Maart 1661, Tiac. van 9 Maart 1669, Publicatie van 6 (Jet. 1672, 1\'lac. van 26 Sept. 1675,

28 Nov. i68i, (G. P. li. III); van 24 Juni 1684, Res. van 28 Febr. 1686, Plac. van 29 Dec. 1688, 18 Jan. 1691, 27 Jan. 1691, (G. P. IJ. IV), en van 9 Dec. 1702, (G. P. B. V.)

1) Zonder daarvan een regel te willen maken, meenden wij een paar plakkaten, tegen het in het algemeen bekend maken in couranten van Staatsstukken er het drukken of verspreiden van Libellen, te mogen inlasschen. Uit de noot op de vorige bladz. kan men zien, dat telkens nieuwe plakkaten en resoluties noodig waren, om daaraan paal en perk te stellen, niettegenstaande zelfs bij elk verbod van een bepaald geschrift, daarop werd gewezen. Slechts dan, wanneer zij ons om de een of andere reden belangrijk voorkomen, zullen wij die stukken overnemen, vooral ook om herhalingen te vermijden. Wij zullen later nog wel gelegenheid hebben om de datums dier plakkaten en resolutiün nA 1726, te noemen, terwijl wij in onze inleiding daarbij in het bijzonder zullen stilstaan.

26 Jllll

I73I

-ocr page 75-

57

Critique desinteressée des Journaux Litte-raires, et des Ouvrages des Savans, par une Societé de Gens de Lettres, Juillet, Aout et Sep-tembre 1730, Tome troisième, gedrukt in den Hage by Christiaan van Lom 1),

en daar innc te doen insereeren een Articul, geintituleert. nouveaux eclaircisscmcnts sur l\'affaire de Mr. Saurin, waar by niet alleen op een seer vuyle en lasterlijke vvyze werden getradu-ceert (doorgehaald) de proceduuren en Deereeten van de VVaische Synode, soo tot Campen in dc maand Mei 1730, als naderhand in de maand Augusty des selven jaars alhier in den Hage gehouden, aantastende niet alleen dc saaken en materien van Religie daar by verhandeld en afgedaan, maar ook chocqueerende de Persoonen, die als Leeden van die Kerkelijke Vergaderingen deselve hebben geassisteert, en over de afgedaane pointen aldaar hebben geoordeeld, behalven nog andere passages, waar by met den dienst en Bedienaars van het Predikampt opcntlijk werd de spot gedreeven, en waar by wyders pagina 150 werden gevonden deese navolgende stellingen en proposition: l\'Ecriture nous apprend, que Dien a loué ct recompense quehjucs saints Personnagcs, qui ont deguisé la verité pour de bonnes fins ; d\'on 1\'on peut conclnre evidenunent, que Dien appronve ees petits artifices, sil les appronvc il seroit contradictoire de supposcr, qiiils npugnent a Sa Saintetéquot;; en al verders, „d\'ailleurs il est incontestable, que lc niensonge ojfieieux est de droit naturel, done il n\'est point contraire a la Saintcté de Dien d1 ordonner aux Homines de s\'en servir. Dat meede in een seeker Boekje, geintituleert;

Lettres serieuses et badines sur les Ouvrages des Savans, et sur d\'autres matieres, Tome

1

1700—1735. Volgens de opgave van Ledeboer in zijn: Dc Boekdrukkers, enz , een beroemd boekverkooper-uitgever, drukker en auctionator.

-ocr page 76-

58

Second, première partie, gedrukt alhier in den Hage by Jean van Duuren i),

waar van eene Barre dc Beau Marchais en onlangs zynde geworden Lidmaat van de Universiteit van Leiden, gesegt word den Autheur te 7.yn, en aldaar pagina 21 gevonden word deese uitdrukkinge: Ces lllnstres sauront done que s\'i/ est permis en eertains cas aux Hommes dc rnentir, eonime on le prouve dans Ia dissertation sur le mensongc, il faut qu en certains cas rnentir nc repugne point a Ia Saintcté de Dieu, puisque ce qui y repugne ne peut jamais devenir legitime: En nademaal de voorsclirceve stellingen en propositien niet anders kunnen werden aangemerkt als te weesen ten uitersten schandaleus en strydig met de Heiligheid en Eigenschappen van God Almagtig, en ten uitersten gevaarlijk voor dc Mensche-lijke saamenlecvinge, welkers fundamenten zyn de waarheid en de goede trouw, en vervolgens die niet kunnen werden getolereert in een Land van Justitie, en waar in de suyvere Christelijke Gereformeerde Religie geleerd wordt.

„SOO IS \'T, dat Wy daar over met een regtveerdige indi-gnatie zyn aangedaan, en den yver van de Justitie daar omtrent willende doen sicn, lasten en bcvcelen bij deese Onse Publicatie den Procureur Generaal van den Move, alle do Exem-plaaren van het voorschreeve derde Deel van de Ciitique des-interessee, als meede van de Lettres scrieuses et badincs, Tonic 2, première partie, te doen ophaalen en onder den Hove te doen brengen, om te werden gesupprimeert; interdiceeren voorts alle Boekverkoopers en Drukkers, eenige Exemplaaren daar van te verkoopen of agter te houden, alles op poene van arbitrale correctie.

„Verbiedende verders wel cxpresselijk allen en een iegelijk, do Saaken, by de respective Synodes of andere Kerkelijke Vergaderingen deeser Landen verhandelt en geregulecrt, het

i) 1717—1770. Een kloek drukker. Zie vooral over hem Lcdehoer, de Boekdrukkers, enz.

-ocr page 77-

59

zy by de reeds gehoudene, of dc in het toekoomende te houden Synodus of Vergaderingen, door eenige Geschriften aan te tasten, of de Persoonen, gemelte Synodus en Kerkelijke Vergaderinge gecomposeert hebbende, over hare conduites of advisen te traducceren of te carpeeren (laken) in eeni-gerlei manieren, sulke Geschriften te dissemineeren, veel minder deselve te drukken of doen drukken, op poene dat soo wel teegen de Schryvers als Drukkers sal werden gepro-cedeert tot het infligeeren (opleggen) van soodanige straffe, als teegen Pcrturbateurs (verstoorders) van de gemeene ruste der Kerke deeser Landen, by den Hove of andere Justiciercn bevonden sal werden te behooren.

„Lastende en ordonneerende by decsen den eersten Deurwaarder van den voorschreeven Hove, decse ter Puye /an den Hove te publicecren en affigeeren daar sulks van noodtn weesen sal, en men gewoon is te doen.

„Gedaan in den Raade den 26 July 1731. Onder stond. In kennisse van my. Was geteekent, Jodii Thierry.quot; (Groot Placaet Boek. Zesde deel. Publicatie, raakende seekere aan-stootelijke Boeken, den 26 July 1731-)

Matin noemt in zijn Bibl. de la presse, etc. de beide werken en voegt bij de Critique dósintéressée etc. de volgende regelen: „Par Frangois Bruys 1), auteur famélique, principale-ment connu par une Histoire des papes 2) qui eut a son apparition un succès de scandale. Fut suppriméc par arret de la cour de Hollande pour avoir pris avec trop de vivacité le parti de Jacques Saurin contre Armand de La

1) 1708—1738. 11 ctudia les humanités chez les moines dc Cluny, et la losophie chez les pères de l\'Oratoirc A Notre-Dame-des-Gn\\ces, en Forez. A la Ilayc, on il alla en 1728, il se fit protestant. En 1736 revenu en France il y abjura le protestantisme. Didot, Biogr.

2) 11 is/oirc des papes dep nis s. Pierre jnsqti a Be noil .Y///, laliaye 1732—34, 5 vol, in 40, volgens Decreet van 11 September 1758 verboden, volgens den Index librorum prohibitornm sanetissimi domini noslri PU IX. Romae 1877. Barbier zegt, dat de eigenlijke auteur is, „un bénédictin de le congregation de St. Maur.quot;

-ocr page 78-

6o

Chapelle i) en faveur du mensonge officicux. Obligo de quitter la HoIIande, Bruys alia fonder a Utrecht un Postillon que nous retrouverons parmi les journaux politi-ques 2). L\'abbé Joly 3) a publié en 1751 des Mémoires, historiques, critiques et littéraires par feu M. Bruys, avec la vie de l\'auteur et un catalogue de ses ouvrages.quot; In de Nouvelle Biographie générale de Didot, lezen wij daaromtrent nog; „Et cependant il fut abandonné dans cette affaire (qu\'il avait pris le parti de Saurin) par celui qu\'il défendait: dans une lettre adressée aux gazettes le 7 October 1730, S. dé-clarait formellement n\'avoir aucune part a l\'ouvrage de Bruys. Dien brief vinden wij in de „\'s Gravenhaegse Maendagse Courant A». 1730 Nquot;. 121quot;, in \'t Fransch, en de vertaling daaronder: Comme dcpuis Vimpyession de mes Discours sur r Histoire Semite, il a para divers lie rits sous les no nis de Lettres Serieuses et Badines; Critique Desinteressée des Journaux, et autres, dans lesquels on a entrepris 1\'apologie de via Doctrine; je crus devoir prier Mr. Bonvoust, Pasteur de VEghse Iraneoise d* Utrecht, d\'assurer le Synode tenu èi la Haye au mots d\'Aout 1730, que je lïavois aucune part directe ui indirecte aux susdits Eer its. Je reit ére ici la même declaration, nonseulcinent a 1\'égard des Ecrits qui out etc publics avant la tenue de ce Synode, inais niême a l\'égard de eeux qui out etc publics dcpuis cc tcmsla, nommenient le tioisieme Volume ^\'/«Critique Desinteressée des lournaux,1^/// vient deparoltre, et qui avoit i\'té annoncé dans les Gazettes. A la Haye ley Octobre 1730. Saurin.quot;

1

Zie over dezen predikant de levensbijzonderheden van J. Saurin in den tekst. Wij voegen er naar 1 latin liij, die hem een „eélèbre ministre de la religion réfonnéequot; noemt, dat hij de „liibliothéque anglaisequot;, vervolgde, door Michel de Ia Roche op touw gezet. Hij was ook een ijverig medewerker aan andere recueits littéraires.

-ocr page 79-

6i

Wat aangaat de Lettres Sérieuses et badines sur les ouvrages des savants et sur d\'autres matières, par La Barre de Beaumarchais, Canuisat, etc. La Haye, 1729,8 vol. in-8; 1740, 12 vol. in-12, schrijft Hatin : „Ces lettres ,,composées, dit le Gla-ncur historiquc du 2 Aout 1731, par un certain qui se fait appeler Barre de Beaumarchais, cidevant chanoine de Saint Victor a Paris, a présent écolier en médecine dans l\'académie de Leyde, quoique marié et agé de plus de trente-cinq ansquot;, étaient dirigées contre les faiseurs de rapsodies politiques et littéraires dont la Hollande abondait. Elles furent supprimées par arrèt de la cour suprème de Hollande du 26 juillet 1731, en mcme temps que la Critique dèsintéressée de Frangois de Bruys, „etudiant de Genève demeurant a La Haye pour avoir soutenu des propositions scandaleuses au sujet du mensonge officieux.quot; On doit encore a la Barre de Beaumarchais: „Amusements littéraires, ou Coirespondance politique, historique, philosophique, critique et galante. Franc-fort, 1739, 3 vol. in-12.quot;quot;

Eenigszins uitvoeriger is Hatin, in les gazettes etc., waar hij spreekt van 5 vol., en Camusat 1), etc.quot; niet noemt. Hij schrijft daar; „„On s\'efforce, disait la Critijuc cUsintércssic, de faire passer ces Lettres pour un journal littéraire, paree que les auteurs joignent a plusieurs reflexions énigmatiques des extraits de quelques livres nouveaux; mais eet ouvrage roule presque tout sur des démêlés de particu-liers a particuliers ; on n\'y trouve que des particularités inju-rieuses qui servent a caracteriser certains auteurs.quot; quot; Le Nou-vellistc du Parnassc, sous ces mêmes réserves quant au fond, mais des deux premiers volumes seulement, oü il n\'est guère

I) Denis Francois C. — L\'auteur principal du journal Mémoires historiques et critiques, est auteur d\'une histoire ou plutót d\'un projet d\'histoire des journaux. 11 en avait publié une ébauche en 1716, i peine dgé de 22 ans. Son projet était de faire 1\'histoire de tous les journaux depuis leur origine, avee un abrégé de la vie des auteurs de chaque journal, etc. etc. Mais, absorbé par d\'autres préoccupations, et prévenu par une mort prematurée, il n\'alla pas plus loin cjue 1\'histoire Ju Journal des savants et quelques notes sur cinq ou six autres ouvrages périodiques, imprimé ii Besanfon en 1719. Nouv. Edition. Amsterdam 1734. (Hatin.)

-ocr page 80-

62

parló, cn effet, que des aventures secrétes des écrivains hollandais et de leurs querelles particulières, et oü les faiseurs de rapsodies politiques et littéraires sont accablé de railleries, n\'hésitc pas a reconnaitre le mérite de ce recueil, écrit avec feu, bien que le style se sente un peu de terroir. L\'auteur, dit-il, a du talent pour railler agréablement et pour traiter avec succes les matiéres serieuses.quot;

Hij La Quintessence, waaraan hij eenige bladzijden wijdt, schrijft hij nog; „L\'auteur de ces Lettres {Lettres sérieuses et badines, avait été le collaborateur de Rousset au Mereure historique, et en avait regu, parait-il, d\'importants services; mais la jalousie les avait ensuite brouillés, et on les vit bientót se jeter mutuellements a la tète les plus violentes injures.quot;

Over Jacques Saurin, tegen wien voornamelijk deze verboden geschriften liepen, zouden wij bladzijden kunnen schrijven. Tot beter begrip van het verbod is het echter genoeg te vermelden, dat deze begaafde kanselredenaar, van wien Prof. Oosterzee een beeld ontwierp, den 6 Jan. 1677 te Nismes werd geboren, en met den grootsten bijval, van 1705 tot aan zijn dood, 30 Dec. 1730, het predikambt bij de Waalsche gemeente te \'s Gravenhage vervulde. Wat aangaat de quaestie, waaromtrent de geschriften handelen, ontleenen wij aan v. d. Aa het volgende: „Ten allen tijde scheen er tusschen Saurin en de overige Haagsche predikanten, zoo al geen verwijdering, ten minste een zekere afstand bestaan te hebben. Intusschen bleef het bij dezen meestal stilzwijgenden en verborgenen tegenstand niet. Men bracht tegen zijn verhandelingen: Discours historiques, eritiques, theologiqucs et inoraux, sur les événernents les plus mê mor able s, du Vieux et du Nouveau Testament, bekend onder den naam van den bijbel van Saurin, in, dat hij vele proeven van belezenheid, maar weinig van zelfstandig onderzoek gaf, en wel verschillende gevoelens van anderen over betwiste punten vermeldde, maar zich vaak met de meeste zorgvuldigheid wachtte om beslissend zijne meening te zeggen, en de verkettering van Saurin over een vraagpunt der zedeleer verbitterde zijn laatste

-ocr page 81-

63

levensjaren. T-5ij de behandeling van Davids zalving door Samuel, beantwoordde hij de bedenking, hoe het mogelijk was, dat de Heer, behoudens de waarheid, aan dezen zijnen dienaar gelasten kon de eigentlijke reden zijner komst te verbergen, en enkel te zeggen, dat hij verscheen om te offeren. Hij lostte die zwarigheid op in een afzonderlijk onderzoek: Dissertation sur Ic mmsonge. 2e Kd. La Haye, 1730, 8quot;, waarin hij naar het scheen de noodleugen niet onvoorwaardelijk afwees, en opzettelijk aanwees hoe de Allerhoogste, zonder Zijne aanbiddelijke volkomenheden in eenig opzicht te kort te doen, de waarheid in dit geval kon verbloemen. Zijn ambtgenoot Armand de la Chapelle zocht in een tal van fijne sophismen Saurins verhandeling over dei; leugen te doen voorkomen als een hoogst lichtzinnig geschrift, dat den godsdienst aan den spot der ongeloovigen blootstelde, en Saurin zelven als een godlasterlijk mensch, die God tot een leugenaar maakte. De zaak kwam voor de Synode te Kampen en te \'s Hage, en eerst nadat de Synode een wenk van hooger hand had ontvangen om aan dien twist een einde te maken, ontving hij, vier maanden voor zijn dood, een schriftelijke eerherstelling.quot;

Tot de leugen-quaestie behooren nog de volgende geschriften:

Lettre circulaire du Consistoire de Leide en date du 14 Juillet 1730, concernant la Dissertation de M. Saurin sur Ie Mensonge. Extrait du Régistre des Resolutions de la Cour de Holl., Vendredi 27 Juillet 1731 sur la Requête d\'Armand de la Chapelle (concernant la mème affaire) en Holl. et Franc. 40; Apologie pour les Synodes et pour Mr. Saurin, etc. par Jer. Frescarode, Past. et Prof. a Rotterdam. Rott. J. D. Beman. 1731. Verdediging van d. VV. Synode en van d. Hr. Saurin, etc. Rott. 1731. Reflexions sur la Declaration Mr. Saurin a donnèe au dernier Synode ; et idéé juste qu\'on doit avoir de l\'Apologie pour ce Pasteur, composée par Mr. Jer. Fr., par un des pasteurs de l\'Egl. Wal. de Leide, Leyden 1731.

V. d. Aa roemt Saurin omdat hij, als ministrc des nobles aangesteld zijnde, niettemin ijverig was in het vriend en

-ocr page 82-

64

helper zijn der armen. Hij gaf het voorbeeld van onbekrompen weldadigheid, en achtte het zich geen last maar een lust om als pleitbezorger der behoeftigen bij de rijken en aanzienlijken op te treden. Wij vermelden dit, omdat een schandaal-proces aanhangig is geweest over een erfenis, die aan S. was toebedeeld, ten nadeele van een broeder, van zekeren rijken koopman Lambert. Aan die zaak hebben wij \'t volgende geschrift te danken: Réponse au Factum du Sieur Vincent Lambert. Rott. 1726. La Haye 1727. Hoewel S. het proces won, verdeelde hij de erfenis tusschen de betrekkingen en geloofsgenooten van den gestorvene.

V. d. Aa citeert onder de werken, waaraan hij zijn levensbericht van S. heeft ontleend, ook Lettres Sinenses et bad in es sur les ouvrages des Savans, een der verboden geschriften. Hij wijst echter aan Tome IV p. 605. Verder noemt hij als ongedrukt: La vie et 1c portrait de Mr. Saurin par l\'auteur de la Bibl. dedié a Mr. Chion; Histoire des Saurinistes, par l\'auteur des lettres badines, dedié a Mr. Ie Comte d\'Obdani^ Discours sur la charité et l\'amour du Prochain, dedié a Mr. Huet; Question si un pasteur, quelque éloquent qu\'il soit, peut bien édifier ses ouailles, quand on est convaincu qu\'il possède lui-même tons les défauts et tous les vices, contre lesquels il déclame en chaire, par A. de la Chapelle.

IO Jan. ,.IS door den Heer Bailliu van den Boetzelaer 1) gecommu-ni-eert de Missive van Aenschrijvinge van haer Edele groot Mogende van den 28e November 1733 over het

achtste deel van de Latijnsche en Neder-duitsehe Keurdichten;

waer voor zijn Hoog Edelheit is bedankt, en is het zelve bij provisie voor notificatie aengenomen.quot; (Conferentien Mof en

1) Jacob Godefroy Baron van den li., 1680—1736, in 1720 lot Baljuw van \'s (Jravenhage benoemd, die zich in vele Staats-Commissifin beroemd heeft gemaakt.

-ocr page 83-

65

Mag. 1720 —1744. Den toe Januarii 1734. Oud-Archief \'s Hage.)

Omtrent dit 8e deel lezen we verder in het zelfde register op 23 Jan. 1734: „Is gerapporteert, dat de Boekverkoo-per Otto van Thol 1) eenige weinige dagen gcleeden was ont-booden ten huise van de Raetsheer van der Mieden 2) als bij provisie waerneemende het Officie van Fiscael van Hollant, en aldaer door den zeiven Heer was ondervraegt, onder anderen, of niet verkocht hadde de onlangs verboode Keurdichten, dat hij daar op geantwoort had geen aenbrenger van zich zelfs te konnen weesen, en dat de Heeren van den Haege zijne competente Rechters waeren; dat de voorn. Heer van der Mieden verder zoude hebben gezegt, dat hij hem zulks wel zoude doen zeggen voor commissarissen van het Hof, dat hij dat onder Eede zoude moeten verklaeren, en dat hij wel crimineel teegens hem zoude konnen procedeeren, doch, indien hij zulks wilde zeggen, dat hij hem beloofde acte van impu-niteit; dat hij van Tol zeide daer van niets te weeten :

„Dat hij van Thol voorn1, op gisteren door een geschreeven en gecachetteert billietje, van den Deurwaerder Groneman onderteekent, was verzocht ten twaelf uuren op het Hof te willen koomen, dat den Heer van der Mieden hem daer verlangde te spreeken, dat hij daer van kennisse had gegee-ven aen de Heer Praesident Burgermeester van Kinschot 3) en andere Heeren; dat vervolgens in Burgermeesters kamer in bedenkinge was genoomen of een notoir (bekend) Burger op die wijse ter eerster instantie voor het Hof zoude moeten te recht staen; dat den Heer Bailliu van den Boetzelaer daer present zijnde had gedeclareert van gedagten te weesen, dat de Magi-straet zulks voor als noch niet konde verhinderen; dat daerop

5

1

Volgens Lede\'ioen Alf.ib. Lijst: „1732—1763. IVooiip/. in 1753 Oostzijde van de Tweede Wagenstraat. Ledeboers beide werken leveren belangrijke gegevens over deze Haagsche boekverkoopers-familie.

-ocr page 84-

66

verzocht was convocatie van de Wet te beleggen om de sentimenten van de andere Heeren daer omtrent meede te ver-neemen, dat de Heer Bailliu hadde aengenoomen zulks te bezorgen, doch dat zelfs niet konde present zijn maer ver-klaerde bij zijn geuitte sentiment te persisteeren :

„Dat verder waeren nagezien de retroacta (terugwerkende stukken) van voorige tijden, en bevonden, dat in den Jaere 1692 een diergelijk voorval was gebeurt met den Boek-verkooper Meyndert Uitwerf 1), die over het verkoopen van een pasquil door het Hof was geapprehendeert (gevangen genomen) en gelogeert in de Casteleny 2) van den Hove; dat de Magistraet, daer van kennisse hebbende gekreegen, aenstonts had verzocht een Conferentie met het Hof, doch dat zulks tot twee reisen was gedeclineert; dat daer op wel getracht was de Heer Raetpensionaris van Hollant in der tijt te spreeken, maer dat men dien Heer niet had konnen aantreffen ; dat vervolgens geresolveert was, een ample Missive aen den Heere Prince van Orange als Stadhouder van Hollant te schrijven, en dat den uitslach van die zaek was geweest, dat dezelve was geaboleert (opgeheven) en niet verder vervolcht, zijnde de voorn. Uitwerf inmiddels uit zijn detentie ontslaegen, als apud acta te zien is.

„Vervolgens in omvrage zijnde gebracht wat in deese behoorde te werden gedaen, en geconsidereert zijnde, dat het voorval van den Jaere 1692 in sterker termen was als het Jeegenwoordige, daer men noch niet weet wat de intentie van den Hove of het Officie Fiscael kan zyn om teegens den voorn, van Thol te entameeren, is met pluraliteit van stemmen geconcludeert, den Secretaris Ten Hove te gelasten daerover aenstonts den Praesident van \'t Hof te gaen spreeken,

1) Uytwerf. Werkzaam van 1686—1702. Lecleboer maakt geen melding van deze quaestie.

2) „De Kaslelenye legt tusschen de uiterste of achter Poort ten Oos/cn en de binne Poort, waardoor men aan die kant op het Binnen Hof komt aan de Noordzyde ter plaatse daar of daar omtrend wel eer de Knnónezie van het Kapittel ten Hove geslaan heeft.quot; (Leidsman Den /lang.)

-ocr page 85-

6;

om te verneemen wat de intentie van den Hove in deese mochte zijn.

„Hetwelk aenstonts geeffectueert zijnde, heeft den gemelde Secretaris gerapporteert, dat de Heer Praesident hadde gede-clareert, daer niet verder van te weten als dat de Heer van der Mieden gelast was in het generael te informeeren en inquireeren na den Auteur van het verbooden boek van neederduitsche Keurdichten, ingevolge van de aenschryvinge van de Heeren Staeten: Dat daer op verder geavanceert zijnde, dat den gemelde Heer van der Mieden den zeiven van Thol zoude bedreigt hebben crimineel teegens hem te procedeeren, hel welk niet zonder voorgaende Ordre van het Hof konde geschieden, den Heer Praesident geantwoort had, dat het Hof daer geen ordre toe hadde gegeeven: üat hij Secretaris Ten Hove wijders hadde gezegt, dat de intentie van den Haege was, alle misverstant tusschen haer en \'t Hof voor te koomen, dewijl deese persoon was een notoir Burger; en dat, indien het Hof zoude meenen op die wijse teegen een notoir Burger crimineel te mogen ageeren, de Magistraet daer over alvoorens eerst liever een minnelijke conferentie zoude willen hebben om alle verweideringe voor te koomen; Dat daer op de Heer Praesident hadde geantwoort, dat hij ook daer voor zoude weesen dat men een conferentie had, liever als differenten te hebben, en dat hij daer van kennisse zoude geeven aan den Raed. Waer op geresolveert is bij provisie stil te staen, om te zien wat verder bij het Hof zal worden ondernoomen.quot;

Voor wij iets over het verboden boek in quaestie willen zeggen, mogen we, als zijnde die zaak genoemd, wel vooraf laten gaan de geschiedenis van 1692 omtrent den boekhandelaar Meyndert Uitwerf. Het daarbij behandelde verboden libel valt wel buiten het kader der i8c eeuw, maar het jaar 1692 ligt er zoo dicht bij, dat we meenden hierin te mogen afwijken, vooral daar die zaak overeenkomstig die van van Thol, uitvoeriger werd behandeld, en ons een blik doet slaan in de geschiedenis der Haagsche Censuur, die wij ons voorstellen, door dit werk te leveren.

-ocr page 86-

68

Hoofdzakelijk putten wij in deze zaak uit de conferentiën gehouden tusschen Hof en Magistraat (Register 1670—17\'S)» Oud-Archief den Haag), en willen om volledig te zijn nog het verslag invoegen eener conferentie over censuur, die in 1672 tusschen Hof en Magistraat werd gehouden en waaruit blijkt, dat de Haagsche Magistraat niet spoedig er toe overging om den verkoop van \'t een of ander werk of geschrift te verbieden, en vooral niet genegen was dit heft uit zijne handen te geven.

Wij citeeren.

Conferentien Hof en Mag\'. 1670—1719. (Register van de Conferentien gehouden tusschen \'t Hof van Holland en de Magistraat van \'s Gravenhage.) Gecxcerpeert uit de registers der resolutien zo van de Wet als van Burgemeesteren van \'s Gravenhage voorn\' bij mij Johan Steenis, Secrets. Fol. 6. Intentie van \'t Hof om Libellen etc^ aen de Boekverkopers gezonden, door hun aen het Hof te doen overgeeven. Den 27e September 1672.

„De Heeren Balliu en Burgermeesteren bericht hebbende bekomen, dat de Heeren van den Hove van Hollant van intentie waren zeker placaet te formeeren en te doen publi-ceeren, concerneerende de gesamentlijke Boekverkopers alhier, ten einde zijlieden alle besloten pacquetten van libellen, henluiden toegezonden, aenstonts aen den gemelde Hove zouden hebben over te leveren, omme aldaer te werden geopent ende geexamineert, of niet ietwes in de zelve gevonden mocht werden strijdig tegens het laeste en andere placaten op het stuk van fameuse libellen geëmaneert, is bij Balliu, Burgermeesteren en Schepenen na deliberatie goetgevonden, dat de Heeren Burgermeester Rosa 1) en Schepe Dedel met haren Pensionaris van der Houk zig aen den Raets-

I) In lt;le Bibl. Duncanniana, 1689, le deel, komt een „Lyck-elichf voor „Op den Bailliu Rosa Gestorven in den Hage op Sondag den 6 February, 1689.quot; in plano, waaronder een „Grafschriftquot;, dat als volgt begint: „Hier legt den Bullebak, dien vetten llaagschen Drommelquot;, enz.; bet „Lyck-diehtquot; is in denzelfden toon.

-ocr page 87-

69

heer Nierop i) zouden vervoegen, en den zeiven te gemoet voeren, dat zodanige Resolutie strijdig zoude zijn tegens de Jurisdictie van de Magistraet van den Hage, en te gelijk verzoeken, dat bij haer Edele Mogende daer inne niet prac-cipitantelijk (overijld) zonder voorgaende communicatie van de gemelde Magistraet mochte werden getreden.

„Achtervolgende welke Resolutie de voorn. Heeren Rosa en Dedel met den gemelden hunnen Pensionaris ten huise van gemelden Raetsheer Nierop zijn geweest, en den zeiven het gene voors. is hebbende geremonstreert (onder \'t oog gebracht), heeft genoemde Raetsheer tot antvvoort gegeven, dat van alles rapport zoude doen aen den Raed, en zoeken te effec-tueeren, dat op het voors. subject niets mocht werden gesta-tueert bij den Raed, zonder alvorens daer op met de Heeren van den Haeg conferentie te hebben gehouden; daer van daen zijn meergenoemde Heeren Rosa en Dedel met den Pensionaris gegaen naer het huis van den Heer Praesident Paeuw 2), Heer van Bcnnebroek, en hebben den selven aentreffende het gene voors. is mede te gemoet gevoert, die insgelijks aennam, gelijk de Raetsheer Nierop had gedaen, alles aan den Raed te rapporteeren.quot;

Volgt nu eerst de quaestie Bidlo-Uitwerf.

Conferentien Hof en Magt. 1670—1719 Fol. 113 tot 116.

Den 19° April 1692. „Gerapporteert zijnde, dat het Hof van Hollant in zijn huis hadde doen bewaeren Govert Bidlo 3),

1) Aelbracht Nierop, i» 1672 oudste raad in den Hove van Holland, was een der rechters van C. de Witt.

2) Hadriantts Pauw, ridder, heer van Hennebroek. Volgens v. d. Aa moet over hem op de K. 13. een vrij belangrijk handschrift van Wegener, Kopenhagen, Januar 1852, berusten; dit is echter niet zoo, volgens ons aldaar gegeven inlichtingen.

3) Govard of Godefried li., 12 Mei 1649 te Amsterdam geboren. Na zijne promotie vestigde hij zich in zijne geboortestad en werd in 1688 Lector in de ontleed- en heelkunde te \'s Hage, alwaar hij zich de gunst van den Prins van Oranje wist te verwerven. In 1694 werd hij hoogleeraai te Leiden, ging in 1701 naar Londen als lijfarts van Koning Willem, welke vorst in zijn armen stierf, waarna hij weder het hoogleeraarsambt opvatte. V. d. Aa maakt geen melding van zijne politieke geschriften, maar roemt hem als een geleerd man.

-ocr page 88-

/O

mcdicinae doctor en Lector alhier, vermits de zelve zich vrij indispoost (ongesteld) bevond, hebbende den zelve door den doctor van de gevangepoort doen visiteeren, en de welken zij ongetwijffelt anderzints meede zoude hebben gelogeert in de Castellenije van den zelvcn Hove, gelijk zij hebben gedaen den boekverkooper Meyndert Uytwerf, op praetext dat dezelve zoude zijn den drukker, gelijk zij Eidlo waeren houdende voor den maeker van zeeker blaeu boekje, onlangs onder den naem van BEURSSESTRIJD i) uitgekomen, en

die onvermoeid werkzaam was, en citeert zijne wetenschappelijke werken. Dr. li. overleed te Leiden 30 Maart 1713. In 1689 werd hij zeer gevierd in den Haag, getuige het volgende, ontleend aan het Resolutieboek van Burgem. van den Haag, deel IX, houdende de jaren 1683—1692. Daarin lezen wij: Den XXI April 16S9 Synde de dagh van de kroninghe van syne Hoocht den Heere prince van Orange tot Coninck van Engelandt, hebben Burgemn niet minder als andere steden of collegies mede vreuehde teeckenen met branden van peck-tonnen ende andersints gedaen bethoonen; doch in jïlaetze van aen de particulieren peoktonnen thuys te senden voor de peuye van het Stadthuys een groote staeck met flambouwen en ter zijden laughs het kerkhoff verscheyde met pecktonnen doen oprechten, enighe oxhoofden wijn doen kopen ende oock vier-wereken op den eersten trans van den groeten tooren doen stellen en aen-steeckcn; houdende des avondts een macltijdt op het Stadthuys daartoe de vroedtschappen, Weesmn en noch enighe buyten de regeringh genodicht waeren.

Des morgens ten elff nyren haddc de frofessor anatomie (Covert) Hidlo cenc oratie in Je groote kerk in de nederduytse tale gedaen, ende in dnick sijnde aen IIeer en Burgemrn gedediceert, sijn hem daervoor bij ojygemelte Btirgemm twee silyere kandelaeren mei een snuyler en snuyterback ter -waerde zan houdert vijf ende V sestich guldens vereert:

Ook wierden drie salvos des avonds de kloeke vijff uyren ter zijden het Stadthuys door drie gelederen van yder compagnie schutters geschoten en aldus dese statie met een goedt gedeelte vande nacht geeyndieht.

I) In de resolution van \'t Hof van Holland, deel 1689—93, wordt de „lieursse-strijtquot; betiteld : Beursestrijt tusschen Galemis en Ttaldns, en er wordt ook verzekerd dat M. Uytwerf de drukker was, „bij examina tie zulks geeonfesseerd hebbende.quot; In het Resolutie-boek deel io, oud-archief van den Haag, lezen we op den 19 April 1692 omtrent den inhoud van het boekje nog het volgende:

„Enighe tijdt geleden bij den hoogen rade in Hollt een nader reglement op \'t stuck vant\' salaris van advten en proers sijnde gedaen emaneren, en daer door groote alteratie, en commotie onder de voorsehr. suppoosten sijnde ontstaen, was in \'t licht gecoomen seecker satljrycq, doch aerdigh traktactje, daerbij niet alleen meergemelte suppoosten, maar noch d\'een, en d\'ander van meerder eha-rakter, seer spottelijck cn injurieuselijck afgeheelt en ten thoon wierden gestelt.quot;

-ocr page 89-

71

in hetwelko verscheide suppoosten en andere oersoonen op eene spotlelijke wijze wierden behandelt, en vervolgens in achtinge zijnde genomen, dat de voorn, twee persoonen buiten allen twijfel zijn burger en inwoonder respective van deeser stecde, en bij gevolge ter eerster instantie voor ordinaris Rechter alleen hebben de Schepensbank deeser steede, i s na deliberatie eenpaerlijk geoordeelt, dat zulks bij den Move niet heeft kunnen geschieden zonder in dracht te doen aen deeser stecde Jurisdictie;

„En weiders gcdclibcrcert zijnde, op wat wijse zulks zoude konncn werden geredresseert, en door een van de Heeren zijnde gerapporteert, dat hij was bericht dat zijne Maijesteit van het Loo, alwaar hij zich was bevindende, aen den Hove haddc geschreeven, dat hij, de zaeke van Bidlo hebbende geëxamineert, hadde goetgevonden, dat de zelve uit zijne detentie bij provisie zoude werden ontslaegen, en dat, eerstdaags staende in den Haege te koomen, zich daer omtrent naeder zoude doen informeeren, zijnde in de voors. Missive ook geinflueert, dat Bidlo was Secretaris van zijne Maijesteits ambassadeur aan deesen Staet, i s goetgevonden en verstaen, aenstonts door een bode te doen verneemen of het de Heeren van den Hove zoude geleegen koomen ten eerste met de Heeren van den Haege te koomen in conferentie, en, dien bode hebbende gerapporteert, dat de Heeren van den Hove waeren in zwaer-wichtige besoignes, en dienvolgende jeegenwoordig tot de verzochte conferentie niet konden vaceeren, maer daer toe op morgen waeren bereid, is hij nochmaels derwaerts gezonden, met last om te zeggen, dat de Heeren van den Haeg de Heeren van den Hove niet lange zouden ophouden, maer kort zijn in het voordraegen van het geene weegens den Haege was te zeggen, en derhalven nochmaels verzochten, dat zij daer toe ten eerste wierden geadmitteert, en heeft gerapporteert, dat na lang wachtens aen hem was gezeid, dat verscheide Heeren Raeden reeds waeren afgegaen, en de noch overige zich niet in staet bevonden tot het houden der verzochte conferentie, doch dat zij daer toe de Heeren van den Haeg des anderen daegs zouden verwachten.

-ocr page 90-

72

Den 20c April 1692. „Is gerapporteert, dat doctor Bidlo uit zijn arrest ten zijnen luiise en Meyndert Uitwerf uit dat in de Castellenye respectivelijk waeren ontslaegen, en gede-libereert zijnde wat verders in deese zaeke zoude werden gedaen, is goetgevonden en verstaan, de voors. Uytwerf aen-stonts te ontbieden, om uit den zeiven te verstaen, hoedanig en over wat subject hij bij den Hove was behandelt, en, naer dat de bode, aldaer aen huis geweest zijnde, hadde gerapporteert, dat hij zoo eeven uit de castellenye was t\'huis gekoo-nien, en zich zoude gereet maeken, om voor haer Edele Achtb. te compareeren, heeft de zelve door een persoon, die verzochte den Secretaris De Veer te spreeken, doen zeggen, dat hem door de Heeren van den Hove scherpelijk was belast in huis te blijven, en is naer het rapporteeren van dien den bode nochmaels aen hem Uytwerf gezonden, met ordre om den zeiven aen te zeggen, dat hij zo aenstonts voor zijne wettige Magistraet zoude hebben te compareeren, of dat bij faute van dien zodanige middelen zouden werden gebruikt om hem de voors. ordres te doen gehoorsaemen, als haer Edele Achtb. zouden vinden te behooren:

„Waer op dezelve, nochmaels hebbende aengenoomen te zullen compareeren, ook effectivelijk is verscheenen, en, vervolgens gehoort zijnde ten overstaen van den Heer Bailliu en Scheepenen, heeft de vraegen aen hem gedaen ordentelijk beantwoort.quot;

Den 2« Mei 1692. Missive aen Zijn Maj\'. van Gr. Brittquot;. over de voors. proceduren van \'t Hof. „Geproponeert zijnde of het niet nodig was, over de bovengemelde proceduuren van den Hove teegens twee Burgers van den Haege te schrijven aen zijne koninglijke Maijesteit van Grootbrittannien als Stadhouder van deese Provincie, is goetgevonden en verstaen, zulks nodig te zijn, en is vervolgens een missive opgestelt en aen den Heer Raetpensionaris overhandigt met versoek van de zelve onder zijn Ed. couvert te willen zenden als volcht.

„ „Doorluchtigste en Grootmachtigste Koning. Het heeft de Heeren President en Raeden van den Hove van Hollant gelieft over eenige dagen voor den Raede te ontbieden

-ocr page 91-

73

Doctor Govert Bidlo en Meyndert Uytwerf boekverkoper alhier, zijnde beide onse Burgers en inwoonders; en, dewijie de eerste, door een zwaere ziekte verhindert, aldaer niet konde verschijnen, heeft het gemelde Heeren (alvoorens door den doctor van de gevange poort zich weegens de voors. ziekte hebbende gedaen informeeren) gelieft den zelven Bidlo eenige dagen door twee dienaers van de Justitie in zijn huis te doen bewaeren, en te doen houden buiten alle acces, en den voorn, boekverkoper (alvoorens gevraegt zijnde over het drukken van zeeker Libel) te doen logeeren in de casteilenye van den Hove en aldaer op gelijkewijse te doen bewaeren.

„ „Wij hebben geduurende de detentie van gemelde persoonen maer alleen kunnen gissen, over wat zaeke met zodanigen rigueur teegens de zelve wierde geprocedeert, en uit de publijke geruchten verstaen, dat zulks geschiede weegens zeeker Satiric geschrift, onlangs uitgekoomen ter occasie van het emaneeren van zeekere ordonnantie, wacr bij de practisijns meinden gegraveert te zijn, en hebben getracht met de Heeren van den Hove te treeden in conferentie, en aldaer de zeiven te doen begrijpen, dat, indien door de voors. gedetineerdens, als maeker en drukker respective van het voors. libel ietwes was gepexeert (bezondigd), die geheele zaeke was spectee-rende (behoorde) tot onse kennisse; doch hebben wij, het ongeluk gehad, dat, de verzochte conferentie tot des anderen daegs zijnde uitgestelt, de gedetineerdens ondertusschen uit hare detentie zijn ontslaegen, en wij alzo te leur gestelt: Wij hebben vervolgens den voors. Uytwerf voor ons ontboo-den, en uit den zeiven (hoewel hij in den beginne zwaerig-heid maekte vermits de Heeren van den Hove hem hadden geordonneert in huis te blijven, en teegen niemant te spreeken van het geene hem in zijne respective examina was bejeegent) verstaen, dat in effecte de reede van de voors. detentie dezelfde was dewelke wij uit het publijk gerucht hadden geleert, en hoorden wij ook tot onse groote verwonderinge, dat de zelve persoon hadde moeten betaelen voor de koste zijner detentie een somme van hondert neegen en zestig guldens ;

„„En dewijie wij, onder referentie en het diep respect het

-ocr page 92-

74

welke wij aan Uwe Maijesteit schuldig zijn, niet anders kunnen zien, of de voorn, persoonen zijn privative onse Jurisdictie subject, dewijle niet alleen generaclijk bij resolutien en placaeten van den lande de kennisse over dc maekers en drukkers van pasquillen en andere diffamatoire (eerroovende) libellen aen de Magistraeten van de Steeden is gedemandeert, maer ook wel speciaelijk bij resolutie van haer Edele groot Mogende in date den 22 Maart 1661 tot de calange over zaeken van die natuur den Bailliu van den Haege, als zulks alhier werd gepleecht, is geauthoriseert, en aen den Hove alleen bij de zelve resolutie aanbevoolen, dc Officiers in het gcnerael en die van den Haege in het bijzonder hier omtrent te houden in hun devoir, hebben wij getracht, ons zeiven te informecren, op wat fundament de Heeren van den Hove hadden konncn goetvinden, zodanige proceduuren teegens onse burgers te entamceren, en hebben alleen konncn hoeren, dat zulks zoude werden genomen op de woorden van het achtste artieul der instructie van den gemelden Hove, daer bij de kennisse over injurien, gedaen aen geestelijke, officieren, of andere gepriviligeerde persoonen ook den Hove werd aanbevoolen; doch, als daer jeegens in achtinge vvert genoo-men, dat, zo wanneer eenige pasquillen werden gemaekt, wacr in op eene seditieuse (oproerige) en onbetaemclijke wijse van dc hooge regeeringe van den Staet, en Uwe Maijes-teits geheiligde persoon, of eenige hooge geallieerden wert gesprooken, de kennisse van die zaeke is aenbevoolcn en dagelijks wert geexcrccert bij dc Magistraten in de respective Stecden, meenen wij, dat ten klaerstcn is gcdecideert, dat zodanige fundamenten op de woorden van het voors. achtste artieul niet konnen werden gemaekt;

„ „En, dewijle wij derhalven van de gewoone billijkheit en rechtmatigheit van Uwe Maijesteit verhoopen, dat dezelve zal gelieven, als Stadhouder deser Provintie en zulks te gelijk zijnde het hooft van het Hof, en conservateur van de rechten en privilegiën der Steeden in Hollant, de Heeren van den Hove te ordonneeren, de indracht, door de voorsz. proceduuren teegens onse burgers in onse jurisdictie gedaen, kost en

-ocr page 93-

75,

schadeloos te repareeren, en aen ons de informatien, teegens de zelve persooncn genoomen, ter handen te stellen, om bij Scheepenen van den Haege daaromtrent te disponeeren, zo de zelve zullen bevinden in goede justitie te behooren.

„ „Wij zullen hier alleenlijk bijvoegen, dat wij hebben ver-staen dat Doctor Bidlo zoude zijn in eed en dienst van Uwe Maijesteits ambassadeur aen deesen Staet, hetwelk zo zijnde, wij de kennisse over een zaek, die een persoon aen Uwe Maijesteit behoorende zoude moogen hebben begacn, ons geensins zullen onderwinden.

„Waer meede, etca.quot; quot;

Den 7c October 1692. Nacdere Missive dacr over aen Zijne Maij1. „Is na deliberatie goetgevonden over de voors. zacke nochtnaels te schrijven aan Zijne Maijesteit, en is gear-resteert een missive als volcht:

„ „Doorluchtigste Grootmachtigste Koning. Wij hebben de vrijheit gebruikt, van ter occasie, dat de Heeren van den Hove twee burgers deeser Steede hadden gelieven te saij-seeren, aen Uwe Maijesteit te laeten afgaen de missive, waer van wij alhier een dubbelt hebben ingeslooten, en, nademael Uwe Maijesteit, door de zo menigvuldige occupatien ten dienste van het gemeen 1) verhindert zijnde, op ons verzoek, bij dezelve Missive gedaen, niet heeft gedisponeert, ncemen wij de vrijheit om ons verzoek nochmaels met schuldig respect te reitereeren (herhalen), en als noch onderdaniglijk te verzoeken, dat Uwe Maijesteits geliefte zij, de Heeren van aen Hove te ordonneeren, de calange over de zaek, in de Missive geroert, aen den Officier deeser Steede, en de Jurisdictie aen Scheepenen te laeten, en, zo wanneer Uwe Maijesteit bij continuatie zich niet mochte bevinden in staet, om op ons voors. gedaen verzoek te disponeeren, verzoeken wij, dat U we Maijesteit gelieve het crimen, het welk Doctor Covert Bidlo en den boekverkoper Meyndert Uytwerf zouden moogen hebben begaen, en waer over dezelven in voegen voors. zijn geaccuseert, te aboleeren, in welken gevalle wij Uwe Maijes-

1

Algemeen; gemeen nog over in gemeenebest, gemeen zelfst. n.w., e, a.

-ocr page 94-

76

teit goctvinden claor omtrent, gelijk in alle andere zaeken ons zullen onderwerpen,

„„Waer meede, etca.quot; quot;

„Staet te letten dat hier op abolitie is gevolcht, waar van een copie te vinden is onder de bijlagen van dat register dato uts.quot; i)

Spreken wij nu over het verboden werk.

Het 81-\' deel der Latijnsche Keurdichten, dat verboden was, en over den verkoop waarvan onze eerzame Pieter van ïhol was gehoord, maakt met 9 andere deelen of „Vervolgenquot;, zooals op den titel staat, het niet zeldzaam voorkomende en vrij wel bekende werk uit van den Rotterdamsehen boekverkoo-per, — uitgever zeker, schrijver misschien, — Pieter van der Goes, dat tot titel voert; Latijnsche en Nederduitsche Keurdichten, en waarvan een exemplaar op de Kon. Bibl. ter onzer beschikking werd gesteld. Niet alleen historisch en letterkundig achten wij dit werk eene curiositeit, maar vooral op het gebied van bibliographic. Daar de verbodsbepaling het 8e deel geldt, namen wij alleen kennis van ctlaf vervolg; ook van het 7° dat daarbij is gevoegd, en van een hveede 8e vervolg, dat geheel afwijkt van het vorige; en verder, om het slot te kennen, van vervolg 9 en 10, welke ook in één bandje zijn gebonden. Het 7e vervolg is van 1733, het 8e van 1734, het tweede 8e vervolg, echter met een geheel andere voorrede, eveneens van 1734, het 9e vervolg weder van 1734, allen bij Pieter van der Goes te Rotterdam, het ioe vervolg echter zonder jaar, bij denzelfden te Utrecht. Nu vinden wij op den titel van het 9e vervolg, waarop een vignet voorstellende een „fijne kamquot; met het devies Pnrgat amp; Omat, in een krans van bloemen, een verdacht „Nooit voor dcc zen gedruktquot;. Verdacht zeker, want wanneer men spreekt van een vervolg van gedichten, behoeft men geene aanwijzing te doen, dat zij niet reeds gedrukt zijn. Op dat nooit voor dezen gedrukt is echter toepasselijk het spreekwoord qui s*excuse s\'aeeuse, want minstens zestien gedichten vindt men terug, die men in vervolg 7 en 8 reeds heeft genoten (?),

1

j De bijlagen van da! register tot nog niet in het oud-archief gevonden.

-ocr page 95-

77

terwijl in het ioe een paar kleine stukjes heenwijzen naar een vroeger vervolg; ja zelfs heeft de drukker-schrijver-uit-gever zich niet ontzien om een prozastuk, getiteld: „Regels voor het onbekent spel, genaamt Dominium Eminens, super-Eminentissimum, in superlative Gradu, nieuweling in Holland uytgevonden en voor de eerste maal in Zeeland gespeeld, Suxcpit Plebcm Sectantem Qd. Prohtberet! Juvenalquot;, dat in het eerste 8e vervolg bl. 86 e. v. is opgenomen, te herdrukken op pag. 14 e. v. van het tweede Se vervolg, en het nog eens op te disschen in het 9e deel, — notabene: „nooi!: voor deezen gedruktquot; 1) —, op bl. 60 c. v., in den titel hier en daar spelfouten verbeterende of ze er in brengende.

Dat het 8e deel censuur uitlokte kunnen wij ons best begrijpen. Er komen gedichten in voor, die wat platheid en onkieschheid aangaan beneden alle kritiek zijn, terwijl verschillende personen, soms even aangewezen door enkele letters, dan weder door duidelijke aanwijzingen bijna genoemd, niet alleen in hun openbaar, maar ook in hun bijzonder leven, worden aangevallen en door het slijk gesleurd, op een toon, die de libellen uit den patriottentijd bijna in de schaduw stelt. Nu bij besluit van 10 Jan. 1734 alleen het debiet van het 8e deel, - vervolg, — wordt verboden, en er twee verschillende 8C vervolgen in het exemplaar der Kon. Bibl. zijn, kunnen wij niet beslist zeggen, wat de doorslag zal gegeven hebben tot het verbod, maar leveren liever een proeve uit beide.

Daar de bailluw van Boetzelaer tegenwoordig was bij de conferentie (zie bladz. 64 en 65), willen wij het vierregelig versje uitschrijven, op een persoon van dien naam:

,,Di.t \'s Velsens smerig hooft, dit \'s Boetslaars norse kop, Den enen voegt het rad, den anderen voegt de strop,

Wilt gij die leer onderst\' boven stellen.

So vind g\' een wrede Wolf, en Vos in schape vellen.quot;

Uit het tweede 8e vervolg geven wij de eerste regels van

1) Deze zin komt ook voor op het eigenlijke werk.

-ocr page 96-

78

de „Uytlegging der Prent, op het tweede verzoek van een pausselijke Vicaris, Hoogloffelijk den eersten maal afgeslagen. En nu aan \'t waggelen door \'t aiverwinnend geld.quot;

„Dit kunsttaf\'reel vertoond naar \'t leeven,

Hoe dat de Heer van Slingerland i),

Door \'t geld vervoerd, hier leend de hand Om zo het mog\'lijk was te geven Dit land in Paapsche slavernij.

Waar voor hier Geestelijke Heeren,

En veele die dit Land regeer en,

Te zamen roepen nevens mij;quot; enz. enz.

Onder n0. 515 komt in de Catalogue Bibl. de Visser, Amsterd. Fred. Muller. 1881. voor: „Nederduitsche en Latijnsche Keurdigten, bij een verzamelt door de Liefhebberen der oude Holl. Vrijheit. 1710—1734. Met 10 verv. 4 vol. av. pl. d. veau. 8°.quot; Er is bij aangeteekend : „Ree. curieux de poésies et de satires sur les hommes et les événements de l\'Epoque. Avec planches.quot;

Het ie deel bevat 581 bladz. buiten voorwerk en bladwijzer. Het Xe vervolg (ie) draagt het jaartal Rott. 1717, het 2e Rott. 1724, het 3e Utrecht 1728, het 4e Utrecht 1729, het 5e Utrecht 1729 en het 6e Rott. 1729. (zie ook bl. 76.)

In het Groot Placaet-Boek, zesde deel, lezen we op bladz. 565 over de Keurdigten de volgende

Resolutie, raakende de Keurdigten, den 1 July 1735. „De Raadpensionaris heeft ter Vergadering voorgedraagen, dat haar Ed. Groot Mog. Resolutie van den 28 Nov. 1733. authoriseerende den Procureur Generaal van den Hove, en de Officieren van de Justitie, soo in de Steeden als ten platten Lande, om tot seekerder ontdekking van de Autheurs ofte Uitgeevers mitsgaders van den Drukker of Drukkers van twee onderscheide Collecticn gedrukt, soo voorgegeeven word, te Rotterdam bij Pieter vander Goes, 2) onder de naam van

1) Raadpensionaris van dien tijd.

2) Ledeboer noemt in zijn Alf. lijst der Hoekdr. enz. alleen l\'ieter van der Goes 1710 Rotterdam.

-ocr page 97-

79

agtste Vervolg van de Latynsche en Neederduitsche Keur-digten in welke Collectien verscheide vuile Pasquillen en Lasterschriften gevonden worden, te moogen belooven tot twee duizend guldens toe aan die deselve of eenige van haar sal aanbrengen, soodanig dat sy in handen van de Justitie geraaken, met belofte van Secretesse, en van impuniteit, en de ontdekkingen, welke daar op gevolgt zyn, niet belet hebben het drukken en dissemineeren van een neegende Collectie waar in niet minder vuile Pasquillen en Lasterschriften gevonden worden, als in de voorige, exhibeerende een Exemplaar, welk hem Raadpensionaris gisteren was ter hand gesteld.

„Waar op gedelibereert zynde is goedgevonden en verstaan, by vernieuwing der voorschrceve Resolutie van den 28 November 1733, wel ernstelijk te lasten den Procureur Generaal en alle verdere Officieren van de Justitie, soo in de Steeden als ten platten Lande, elk soo veel haar aangaat, niet alleen in het generaal dat sy, in conformiteit van de Placaaten süccessivelijk ten dien einde geëmaneert, met alle behoorlijke naerstigheid en applicatie vigileeren teegens het drukken en divulgeeren van Pasquillen en fameuse Libellen, en sonder conniventie procedeeren teegen de geenen, die daar aan schuldig of meedepligtig zyn, maar ook in het bysonder, dat sy sig bevlytigen, om te ontdekken de Autheurs of Uitgeevers, mitsgaders de Drukker of Drukkers van de voorschreeve neegende collectie der soogenaamde Latynsche en Neder-duitsche Keurdigten, met authorisatie om te moogen belooven tot vier duisend guldens toe aan de geenen, welke de voorschreeve Autheurs, Uitgeevers of Drukkers, ofte eenige van hen, sullen weeten aan te brengen, soodanig dat sij geraaken in handen van de Justitie, welke Praemie uit kragte deeses sal betaald worden door de Heeren Gecommitteerde Raaden, met belofte, dat de naam van den Aanbrenger sal worden gesecreteert, en van impuniteit, indien hij daar aan mogt meede-pligtig weesen, alles onvermindert het geen dat de Officieren souden moogen bevoegt zyn te declareeren ten laste van den Lande, weegens haar aan te wenden devoiren ter executie deeses.quot;

-ocr page 98-

8o

De Navorscher VI, bl. 256, geeft nog het volgende:

„De uitgever der Ned. en Lat. Keurdigten (P. v. d. Goes) zegt in zijne voorrede, dat ze vroeger het licht zagen bij Johannes de Raat, maar door zijne zorg zoo veel vermeerderd zijn, dat ze „het vroegere in geenen deele gelijkenquot;. Aan Joachim worden de meeste niet toegeschreven, gelijk J. L. A. I. meent, terwijl hij vraagt op welken grond dit geschiedt, maar de meeste gedichten van den eersten bundel zijn uit drukkelijk met zijn\' naam onderteekend, gelijk onder andere gedichten den naam staat: S. van Til, D. van Hoogstraten, G. Bidloo, J. van Bolkenstein, F. van Boekhoven, Petrus Bunnanus. Soms vindt men alleen initialen, die echter gemakkelijk zijn aan te vullen, b. v. A. B(ake/), T. v. Hoogstraten), P. D. G(root), J. B(roncahovius), A. P(els), allen gelijk de titel zegt: Liefhebberen der oude Hollandsche vrijheidquot;.

Ook van Jacob Campo Weijerman (zie over hem in dit werk bladz. 39 en volgende) komt in de Keurdichten werk voor. De Heer Sautijn Kluit, — in Nijhoff\'s Bijdragen

N. R. VHI, bl. 212 en 213,— schrijft: .......Zoo blijkt

uit de Memorie van verdediging van Weijerman, dd. 10 Juni \'/SP. toch, dat in „de Keurdichten.quot; — waarin onderscheidene schimpschriften tegen hem waren geplaatst „gedicht bij Huvbekt Cornelisz. Poot, op het verzoek van zeker Hoogduytscher, bij Jan van Hoogstraaten, ende meer anderenquot; — van hem waren opgenomen „twee maatelooze gedichten tegen den Ant-werpschen courantier, geschreevenquot; in „zijn eerste Jeugd en in de Keurdichten geplaatst bij den komies Jan van Hoogstraten buytenquot; zijn „weeten; die twee gedichten — vervatten eenige satyrieke aanmerkingen op de Antwerpsche Courant, welke Courant zo schandaleus van stijl was in den laatsten oorlog, dat er de Brabanders zelve over waren geergert.quot;

Hoe door tijdgenooten over de Keurdichten werd gedacht, blijkt uit bl. 124 van La Fargue\'s Krcekel (zie verbod van 27 Aug. 1742), waar hij betuigt: „üp zodanigen wyze, zoude men zelve wel konnen insinueeren, dat ik, voortyds of in het toekoomende, wel Deelachtig aen eenige Nciem-loozc Geschriften, aen Pasquillen, ja aen de Keurdichten, zoude

-ocr page 99-

81

weezen : waervooren Godt, my niet alleen een Afgryzen tot nu toe heeft gegeeven, maer mij ook in \'t Vervolg wel zal bewaeren.quot;

Den 12 Maart 1734. I2 Maart

„Sijn ter Camere van Burgemeesteren ontbooden ende gecom-pareert: Johannes van Ecrbeeck, Jean Wels, de Wed« Rot-termont. Anthoni Berkhuijs, Bernard van Santen, Thomas Maroquin, Isaacq Morin, Theodorus van Lorve, Marijtje Kint,

zijnde alle Coffijschenckers alhier, en Jacobus de Jong 1),

Courantier, aan welke is voorgeleesen de Resolutie van haar Eed. Gr. Mo: van 26 Februar: 1734, raakende het divul-geeren van de missiven van de Ministers van Staat, en hebben alle aangenoomen haar daar naa te reguleeren, luy-dende de voors. Resolutie als volgt: „Extract uyt de Reso-lutien van de Heeren Staaten. van Holland ende West-Vriesland in haar Eed. Gr. Mo; Vergaaderinge genoomen op Vrijdag den 26 Februari 1734: „„De Raadpensionaris heeft ter vergaadering voorgedraagen, dat van tijt tot tijt geklaagt werd door de Ministers van den Staat aan Vreemde Hoven resideerende, dat haar missiven, en selfs de Secrete missiven,

welke geaddresseert worden aan den Griffier van haar Hoog Mo: niet soodanig worden gemenageert, als voor den Dienst van den Staat, en voor het credit van haar Ministers behoorde,

en dat het selfs soo ver gaat, dat daar van Copien, of extracten, ter plaatsen haarer residentie vertoont werden, en dat die self nu en dan gevonden worden in de publicque Couranten, en in andere nieuwspapieren, in voegen dat ten hoog-sten noodig is, dat nader en efficacieuselijk daar teegen voorsien worde.

„„Waar op gedelibereert zijnde is goetgevonden en verstaan dat haar Eed, Groot Mog: resolutie op het voors. subject van den 16 October 1723 sal worden vernieuwt, en dat dien-

1) Zie Nieuwsbl. v. d. Boekhandel, 1882 van 20 Jan. bl. 42, en de Studie van den Heer Sautijn Kluit over de Haagsche Courant in Handel. Maatseh. v. Lett. 1875, 0P bladz. 30 e. v.

6

-ocr page 100-

82

volgende van nieuws aan Burgemcesteren en Regeerders van de Respective Steeden deeser Provincie sal worden aangeschree-ven, dat Sij op de wijse, die sij sullen oordeelen de effica-cieustc te sijn, aan de Courantiers en Nieuws schrijvers, nu aldaar zijnde, en die sig naa deesen mogten opdoen, verbieden over het formeeren van haar Couranten, of Nouvelles, op wat naam deselve ook mogten werden uitgegeeven, te corrcspondeeren met eenige Ministers van deesen Staat buyten \'s Lands, of met derselver Secretarissen, Amanuensen, Klercken of andere bedienden, directelijk of indirectelijk, nog in derselver Couranten, of Nouvelles te insereeren eenige missiven van deselve Ministers in het geheel of ten deelen, alschoon sij soodanige missiven door andere weegen als van de Ministers, derselver Secretarissen, Amanuensen of andere Bedienden mogten hebben verkreegen.

„„En voorts aan deselve Courantiers en Nieuwschrijvers wel strictelijk te beveelen, dat, ingevalle bevonden mogte werden de teneur van soodanige brieven in het geheel of ten deelen in derselver Couranten of Nouvelles, gebragt te sijn, en sij souden sustineeren niet geweeten te hebben, dat het waaren Copien of Extracten van soodanige missiven, sij den autheur zullen moeten bekent maaken, sonder het op eenig pretext te moogen difficulteeren, en voorts generalijk sig to waghten van in haare Couranten of Nouvelles eenige saaken te brengen, of expressien te gebruyeken die offensie buyten of binnens lands souden moogen geeven: En dat Burgemeesters en Regeerders van de respective Steeden wijders sullen verbieden, en metter daad beletten, dat geene missiven van Ministers van deesen Staet, nog resolutien nog acten van Staat in Coffijhuisen en andere publicque plaatsen, te leesen werden gegeevcn of voor de hand gelegt: en Eynde-lijck dat Burgemeesters en Regeerders de Heeren haar Eedele Gr. Mo: gecommitteerden Raaden sullen adverteeren als aan haar eenige van de voors; poincten binnen haer stad iets van importantie sal voorkoomen.

„„Dat voorts de Heeren Gecommitteerde Raaden sullen worden versogt en geauthoriseert om, als haar deesen aan-

-ocr page 101-

83

gaande ietwes sal voorkoomen, dat teegen de gemelte ordres komt aan te loopen daar van aanstonts kennisse te geeven aan de magistraat van de plaatse daar het voorvalt, met bevel van weegen haar Eed. Gr. Mo; van daar teegens con-venable ordre te stellen, of ook wel naa geleegentheyd der saake teegen de schuldige te doen procedeeren er. in allen gevallen de Heeren Gecommitteerde Raaden te berichten, wat daar van sal sijn voorgekoomen en wat daar teegen sal sijn gedaan.

„ „Wordende niet alleen bij deesen wel expresselijk gerecom-mandeert; soo aan de Heeren Gecommitteerde Raaden, als aan de Magistraaten van de respective Steeden, elk soo veel haar aangaat, door alle convenable middelen de daadelijke hand te houden aan de executie der boovenstaande ordres, maar boovendien de Heeren van de Ridderschap, en verdere haar Eed. Gr. Mog: gecommitteerden tot de buytenlandsche Saaken, om te overleggen, en vervolgens te adviseeren aan de Vergadering of eenige, of hoedaanige middelen ten dien eijnde souden connen en behooren te worden bij de hand genoomen. En sal hier van ter Generaliteyt opening werden gedaan, en versoght dat ook aan de andere Provinciën mooge werden aangeschreeven, yder in den haare gelijcke of equi-pollente (eensluidende) ordres te stellen, en sal ook daar en booven de saake daar heenen werden gedirigeert ten eynde dat serieuselijk mooge werden gebesoigneert op middelen om het elimineeren van secreeten te prevenieeren.quot;

„„Dat ten dien eynde het Concept Placaat teegen het divul-geeren der Secreten van Staat, geinsereert in de notulen van haar Eed. Gr. Mo; van den 21 November 1730, en in die van haar HoogE Mog. van den 27 derselver maandt, sonder langer uytstel mooge werden gebraght tot Conclusie, en dat aan de Ministers buyten \'s Lands mooge werden bevoolen, naauwkeurig aght te geeven, dat geen Copijen of extracten van de missiven, bij haar geschreeven, aan Courantiers of andere Nieuwschrijvers werden gecommuniceert, of eenigenderley wijse met deselve werde gecorrespondeert, en dat sulkx bevonden wordende bij den Secretaris, Amanuensis of

-ocr page 102-

84

andere bedienden geschied te sijn, sij deselve sonder conni-ventie (toegeeflijkheid, oogluiking) sullen licentieeren (ontslaan).

„„Alles onvermindert de straffe die naa geleegentheyd der saake sal werden bevonden te sijn gemeriteert.

„ „Accordeert niet de voors. Resolutien. Was geteekent Willem Buys.quot;\'quot; (Resol. van Schout en Burgem. Mei 1721— Dec. 1735. Oud-archief van \'s Grav.)

12 Dec. Maandag 12 December. Was o. m. de volgende missive j-t - ingekomen:

„Erntfeste, vroome, discrete, goede vrunden. Ontfangen hebbende een missive van de Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden geschreeven alhier in den Hage den 8e deeser loopende maand, waar bij deselve versoeken dat wij in deese Provincie willen beletten het debit van seeker nieuwspapier onder de naam van

Postillon, gedrukt in Duytsland,

waar bii aan het Hof van Vrankrijk groot ongenoegen werd gegeeven; hebben wij goedgevonden UL. bij deese te gelasten, het debit van het voors. nieuwspapier, dat buyten \'s Lands gedrukt word, binnen \'s Gravenhage te verbieden ofte beletten op soodanige wijse, als UL. best sullen oordeelen. Waarmede wij UL. de bescherminge Gods beveelen. Geschreeven in den Hage den 12 December 1735. Ter ordonnantie van Gecommitteerde Raaden. Was geteekent Willem Buys.quot; (Resol. als voren.)

De titel: Postillon, gedrukt in Duytsland is zeer vaag, vooral wanneer we bij Hatin in zijn Pres se pcnodiquc drieentwintig geschriften onder dezen titel vinden aangewezen. In de eerste plaats noemt Hatin Le Postillon met de aanwijzing van het jaartal 1733. Er is reden om dezen „Postillonquot; voor den ver-bodene te houden, vooral daar hij in zijn Gazettes de Hollemde, pag. 198. den titel als volgt omschrijft: Le Postillon ouvrage historique, critique, politique, moral, litteraire, et galant par Francois Bruys. Utrecht, Cologne et Neuwied, 1733—1736,

-ocr page 103-

85

4 vol. in-12. Op bladz. 58 van zijn eerste werk vermeldt hij „Cologne et Neuwiedquot; niet, maar die toevoeging in zijn laatste werk geeft ons de overtuiging, dat daardoor de verboden Postillon, die in „Duytslandquot; gedrukt heet te zijn, wordt bedoeld,

en dus een tweede werk van Frangois Bruys, den schrijver der Critique dcsititercssée 1), door een verbod werd getroffen.

Omtrent Fran?. Bruys hebben wij slechts naar het eerstgenoemde periodieke geschrift in dit werk te verwijzen en voegen wat betreft den Postillon er aan toe wat Hatin in zijn Gazettes etc. op pag. 198 schrijft: „Les peregrinations de cette feuille prouvent son peu de consistance. Son auteur,

pauvre diable pressé par la misère, s\'etait mis aux gages d\'un libraire, pour lequel il composa divers ouvrages qui se res-sentent tous de l\'aiguillon du besoin. II avait fini par devenir secrétaire du comte de Neuwied.quot;

Maandag den 27 Aug. 1742, 27 Auof.

„J. F. (T.) La Fargué ter camere van Burgemeesteren ly.j,-» ontbooden zijnde, en aldaar gecompareert, is aan denselven geinterdiceerd het schrijven en uytgeeven van seeker geschrift geintituleert

de Hollandse Staatsman,

\'twelk bij hem is aangenoomen.quot; (Ontleend aan het Resol.

boek, deel 14, 1736—1748. Oud-archief van \'s Hage.)

Het werk zelf hebben wij tot heden niet ontmoet; trouwens het schrijven werd aan La Fargue geinterdiceerd, en dus kan het zijn, dat het werk in de pen is gebleven.

Gingen wij alleen op Van der Aa af, dan zouden wij niet veel omtrent den schrijver kunnen mededeelen. Immers bij het vermelden, dat hij den naam ook wel eens J. F. de la Fargue vond opgegeven (hij noemt hem voortdurend J. F?), deelt hij tevens mede, dat levensbijzonderheden hem niet bekend zijn.

Hij weet alleen te zeggen, dat hij verzen van weinig betee-

1) Zie verbod van 26 Juli 17,31, op bladz. 56 c. v. van dit werk.

-ocr page 104-

86

kenis maakte, cn noemt achtereenvolgens de 15 door hem geschreven werken, welke alle tusschen de jaren 1740 en 1770 zijn uitgegeven en op twee na te\'s Hage zijn verschenen. Merkwaardige titels in verband met het verboden werk zijn: „Kerkelyken (?), (Kreekel), in \'t Visier of den opdrachtmaker beschaamt. 1741quot;; „Kallistratus ontmaskerd en voor de voeten van Leonidas, 1742quot;, en „Staatsspiegel voor den Nederlanderen tegens uytheemsche kunstenarijen en verkeerde bevattingen des tijds, 5 dln.quot; Ten opzichte van het tweede dei-opgenoemde werken, mogen we wel de aanteekening overnemen, welke in den Cat. d. M. v. L. te Leiden, I bl. 257, bij dezen titel is geschreven: „Met een prozastuk, veclligt van den selfden van en over dien tijd, en den strijd over den Leonidas van Jkhr. Willem van Haren, aan wien ook het dichtstukje is opgedragen. 8°,quot;

Daardoor toch wordt eene gedeeltelijke opheldering verkregen omtrent den geest, die bij La Fargue voorzat. Door partij te trekken voor Willem van Haren, en den Kallistratus aan de voeten van dezen dichtlievenden Frieschen edelman neder te leggen, bewijst hij wars te zijn van alle Fransch-gezindheid, en Dr. J. van Vloten (in zijn „Leven en Werken van W. cn O. Zwier van Harenquot;) kon op bl. 143 dan ook terecht van hem getuigen: „Buiten een beter gemeend, dan geslaagd dichtstuk van langen adem, waarin „Kallistraat ontmaskerd, en voor de voeten van Leonidasquot; gelegd werd, door zekeren La Fargue, die ook buitendien zijn dichtpcn 1) reeds herhaaldelijk in den strijd gemengd had, verscheenquot;, enz.

Brengen wij het jaartal der uitgave van La Fargue\'s verboden geschrift, 1742, in verband met hetzelfde jaar, waarin zijn Kallistratus ontmaskerd enz. verscheen, dan zou het ons niet verwonderen, dat de verboden; „Hollandse Staatsmaiiquot;

1) Eigenaardig is de betuiging van L. F. op bl. 122 van „Hen Kreekel, enz.quot;: „Want niet alleen, dat ik nooit eenig Liedje of Gedicht voor of tegens eenigen

Prins.... hebbe gemaekt; maer ik verklaere hier, op hetAllersolemneelste.....

dat ik niet weete ooit eenig Liedje,,oy eenig onderwerp gemaekt, veel min op eenige wijze onder den Man gebragt te hebben.quot;

-ocr page 105-

«7

doelde op Willem van Haren, en te brengen valt onder de uitdrukking van Dr. v. Vloten, als hij zegt: ,,die ook buitendien zijn dichtpen reeds herhaaldelijk in den strijd gemengd had \'. Dat reeds herhaaldelijk kunnen we echter slechts onder voorbehoud overnemen, want volgens v. d. Aa gingen maar vier geschriften den Kallistraius ontmaskerd vooraf.

Opmerkelijk is het, dat, waar v. d. Aa steeds spreekt van J, F. La Fargue, hij op hetzelfde dwaalspoor is als de schrijver in het resolutieboek. Wel degelijk was die La F., J. T. (Thomas) La F., zooals hij in den aangehaalden Cat. Letterk. Leiden genoemd wordt, en kunnen wij dan ook nog het volgende omtrent dien J. Thomas La Fargue mededeelen.

Behalve \'t bekende Haagsehe schildersgeslacht van dien naam (zie ons artikel Kunstbode 1881, Nquot;. 19), vonden wij ook den naam Jan Thomas La Fargue in de niet geregistreerde minuutmissiven van 1765, in het Oud-archief der Gem. \'s Gravenhage. Van dien persoon, die toen reeds door een zijner crediteuren ten stadhuize in gijzeling was geplaatst, wordt aan den Hoogen raad in dato 23 September 1765 bericht, dat Burgem. en Regeerders van \'s Gravenhage er geen bezwaar in zien om den requestrant brieven van cessie te verleenen. Uit dat concept leeren wij Jan Thomas La Fargue kennen als een Hagenaar van geboorte, die „poorterquot; dier stad is, en als notaris, — wij onderstrepen, — geadmitteerd zijnde, een jaar of twee in de voorschreven qualiteit gefungeerd heeft en na dien tijd zijn protocol ter secretarie heeft overgegeven. Hij was door continueele fataliteiten, werkelijke verliezen en het groot brengen van zijne nombreuse familie in verval van zaken geraakt, maar op zijne levenswijze en zijn gedrag viel niets te zeggen. Dit alles gebeurde drie en twintig jaar na de dagteekening van het verbod, en daaruit blijkt dus, dat Jan Thomas La Fargue zich wijselijk zal onthouden hebben van boeken te schrijven of uit te geven, die der Magistraat onaangenaam konden zijn en in den geest waren geschreven van den verboden Hollandschen Staatsman.

De veronderstelling, dat deze Jan Thomas La F. de persoon

-ocr page 106-

88

is, waarvan in het verbod wordt gesproken, krijgt kracht door den titel van één zijner werken, waarvan de Kon. Bibl. een ex. bezit, en dat uitgegeven is in 1741. Het oudste dus zijner bij v. d. Aa geciteerde geschriften. De titel luidt: „Den Kreekel in \'t vizier of, den opdragtmaeker beschaemd. Zynde, het Onderzoek en de Verhandeling\' van de Onge-bondene en Schendige Voorgeevingen, gedaen en voortgebragt, in den Opdragt van zeker Doekje genaemd Styl der Notarissen, tegens het Leeven van Willem den I; en byzonderlyk, tegens de Geslacht schetsse van den Huize Nassau. Waerin ook, des Opdragtmaekers vorderc Vuilaertige Redeneeringen, ontdekt en ontzénuuwd zyn. door J. T. La Fargue. In \'s Gra-venhaege. By Gerard Block, MD.CC.XLI.quot;

Twee zijner werken: Leeven van Wil/cvi /en Geslachtschetsse van den Huize Nassau, beide bij v. d. Aa geciteerd, zijn dus door een ongenoemde 1) aangevallen, waarbij in den titel wordt gedoeld op het beroep (notaris) van La Fargue. 2)

1) Ongenoemd, maar toch aangewezen. Op blaclz. 2 van zijn Voorreden spreekt La Fargue van den „Vrede-Courier, A0. 1733, N0. 45. waarin zijn aanvaller „20 elegantelyk uitbazuindequot;, en dat diens blad wordt genoemd. De naam komt echter niet voor in La Fargue\'s boek, „dewijl (hij) dit Papier met dien naem, niet begeere te bezoedelenquot;. Bij Hatin, Presse Périodique, vonden wij vermeld ; Courrier de la paix, passe-temps utile et a^réable, par J. de Coeur. La Haye, l73i —1732, in 40. Dat is het blaadje, dat door La F. Vreede-Courier wordt genoemd. Van der Aa zegt van hem „was waarschijnlijk Notaris te \'s Graven-hage en schreef Slijl der Notarissen in 1740, vermeerderd en verbeterd door Mr. D. Eversdijk in 1744.quot; Nog een paar werken worden bij v. d. Aa van hem genoemd. La Fargue dicht hem toe de „Maekerquot; te zijn „van deez bekenden Straetdeun: „ Wat zegt men in den Haag van de Prins, Wat heb ik hoor en melden, enz.quot; (zie daarover mijn vraag in „de Navorscherquot; 1882), en noemt hem notaris, zoodat \'t „waarschijnlijkquot; van v. d. Aa vervalt. Verg. verder over de Vreedecourier Bibl. Adversaria, dl. 2, bi. 106 en 125. Aldaar, bi. 106 e. v., wordt voldoende aangetoond, dat dit geschrift tot de door Weijerman. — zie over hem bl. 39 e. v. van dit werk, — geschreven weekbladen behoort, hoewel de heer Sautijn Kluit, en o. i. terecht, veronderstelt, „dat de Vreedecourier „behoort, zoo niet geheel dan voor een deel althans, tot de door Weijerman „vertaalde periodieke stukken.quot;

2) In zijn voorrede zegt hij ook nog : „Mijne penne, geschikt en belast met nuttere Bezigheeden.quot;

-ocr page 107-

89

St ij! der Notarissen i) heette liet teegenschrift en dc opdracht schijnt voornamelijk als plaats gekozen door den „ Opdragt-maekerquot; om er zijn pijlen uit af te schieten.

Wanneer het verweerschrift in onmiddellijk verband stond met het verboden geschrift, zoo zouden wij den gedachtegang van den schrijver mededeelen. Nu zij \'t genoeg te vermelden, dat de opdracht geldt „den doorlugtigen Vorst, Willem Karei Hendrik Frisoquot;, en dat die opdracht beslaat 60 bladzijden. Als proeve van La Fargue\'s stijl geven wij eene aaneengeregen bloemlezing. Hij nadert den Doorluchten Vorst niet „om den vunssen Stank van eenen vuilen-wierook aen Haer toe te zwaeijenquot; Zijn vrijmoedigheid om den vorst te naderen „Strekt enkelyk om de ongcblankette Gevoelens (z)ynes Hurts, voor de gantsche wereld, ten toone te stellen.quot; Hoewel hy niet veronderstelt, „dat de zo Wanstallige als Schenzieke Opdragt van mynen onmagtigen Aenschouwer, het Keurig Gezigt uwer Hoogheid heeft mogen verdienen, en (hij zich) met geen zekerheid kan vleijen, dat deev:e (z)yne Toeeigc-ning\', hoe vlak daertegens-over gesteld, onder het heuchelijke oog\' uwer Hoogheid zal kunnen naderenquot;, zoo schrijft hij er niettemin maar lustig op toe.

Die opdragtmaeker zat hem dwars in de maag, want nadat hij hem een pluimstrijker van Willem Karei Hendrik Friso heeft genoemd, en den Vorst zelf met Boileau aldus toespreekt:

„Que si quelquefois las de forcer des muraillcs,

Le sein de tes Sujets Te rappelle Versailles,

Tu viens m\'embarrasser de mille autres vertus,

Te voyant de plus prés, je T\'admire encor plus

1) „Zynde een Verzameling van Aetens, enz. Ende laatstelyk noch een Korte Examen der Notarissen enz. Volgens La Fargue werd zijn boek alleen in de „Opdrachtquot; aangevallen. Die opdracht bedroeg 38 bladzijden, „waarin namelyk alles aangerand word, \'tgecn in onze Landhistoriün van zoo velerly\' Schrijveren en onderwerpen, het allerzekerste en \'t onloochenbaerste, met opzigt op de ver-kreege en vastgestelde vrijheid waerbij elk Lid\' deezer Republique, en byzonder-lyk onze Hollanders en Zeeuwen, \'t wezenlijkst geinteresseerd zijn, le vinden isquot;.

-ocr page 108-

Dans les nobles douceurs d\'un sejour plein de charmes, Tu n\'ès pas moins Heros qu\'au milieu des alarmes.

De ton thróne agrandi portant seul tout le faix,

Tu cultives les arts, Tu répans les bienfaits.quot;

zegt hij: „Met het duistere gordijn eener rechtvaerdige ver-achtenisse, zal ik ook het Bedriegelijk Bedrijf des verfoeije-lijken Opdragtmackers en zijnes Walgelijken Opdragts, van voor Uwe Hoogheid aftschuiven.quot;

Voornamelijk hindert hem (La Fargue) dat de opdragtmaekcr niet zooals hij zelf „betere grondregelen hebbequot;, waarop hij zijne vereering steunt. Het is niets als „uw\' vermogenden Standquot;, welke hij aanbid; het is alleen „Uw Hoogheids Doorlugte naem en Hoog Fortuin, waarvoor hij te knielen koomtquot;, terwijl hij voor uw persoon, „nog de minste genee-genheid, nog den minsten eerbied heeftquot;.

Uit den verderen inhoud blijkt \'t overigens, dat La Fargue door den schrijver van de „Vreede-Courriersquot; werd beschuldigd „de onheilen welke onder het stadhoudersschap van Prins Maurits ons Vaderland troffen, hem schendig te last te leggenquot;; dat hij daardoor „de wonden die bijna geneezen waren, op nieuws, wreedelijkquot; heeft opengekrabt; dat zijn (La Fargues) bock was „een ontaart geschrift, ver-foeielijker dan \'tgeen ooit voorheen het licht zagquot;; dat hij (La F.) geen ander oogmerk heeft, „dan om die van den Huize van Nassau-Oranje, schendig over den Heekcl te haelcnquot;; dat La F. eertijds „de Glorie van den Doorlugten Huize van Nassau en Oranje (had) gezongen, dog dat (hem) nu gal op de tong legtquot;; terwijl hij hem ten slotte „eenen rijken oogst beloofdquot; van „Schimp, Hoon en Lasterquot; welke hij hem beticht te zaaien.

Wij hadden gaarne even uitvoerig geweest over het verboden boek, maar meenden, met het oog daarop, dat de gegevens daartoe ontbreken, op een ander werk van La Fargues hand \'t licht te mogen laten vallen.

-ocr page 109-

9i

,,De Raadpensionaris heeft uit den naam en van weegens 20 Dec. de Heeren Gecommitteerde Raaden aan Haar Edele Groot 1746 Mog. kennis gegeeven, dat de Heeren Gecommitteerde Raa-den vernomen hebbende, dat door den Courantier alhier in den Hage, Anthony de Groot en Zoonen was gedrukt zee-ker Boekje, genaamt

Merkwaardige Geschiedenissen van Anna Maria de Mailly, Hertoginne van Chateauroux, en Minnaresse van Lodewijk de XV, Koning van Vrankrijk,

waar in verschelde zeer aanstootelijke passagien van hoogst-gedachte Zyne Majesteit wierden gevonden; en dat daar van een advertentie in de Haagsche Couranten was gesteld, en dat het zelve ook in de Fransche Taaie zoude worden uitge-geevcn, zy Heeren Gecommitteerde Raaden op heeden hadden gcresolveert, dat het voorsz. Boekje, zoo by den Drukker als by alle andere Boekverkoopers alhier in den 1 lage zoude worden opgehaalt, en dienvolgens twee Boodens van Haar Ed. Mog. hadden gelast zich aanstonts te vervoegen bij de Boekdrukkers Anthony De Groot en Zoonen alhier in den Hage, en van dezelve in den naam van Haar Edele Mog. af te vorderen alle de exemplaaren van het voorsz.

Boekje, beneevens de copie onder hen berustende, zonder eenige van dezelve ter quaader trouwe achter te houden,

directelijk of indirectelijk; als meede van haar te vergen opgaave van alle zoodanige Boekverkoopers, zoo alhier in den Hage als elders, aan dewelke zy eenige exemplaaren van het zelve hebben afgeleevert, met byvocging van het getal der afgeleeverde Exemplaaren aan een ieder van dezelve,

en voorts den voornoemden Anthony de Groot en Zoonen te interdiceeren, om met het afdrukken van het zelve Werkje in het Fransch voort te gaan en van haar verders af te vorderen dat geen dat zy daar van reeds in het Fransch afgedrukt hebben, als meede de copie, en eindelyk haar uit naam van

-ocr page 110-

92

Haar Edele Mog. te ordonneeren, om in liaare Couranten achter te laaten de advertentie aangaande het voorsz. Boekje in liaare Haagschc courant geplaatst, en in plaatse van dezelve in haare Couranten te stellen de hier navolgende advertentie: „„Anthony de Groot en Zoonen adverteeren een ieder door dceze, dat het Werkje, genaamt Merkwaardige Geschiedenissen, (enz.) niet verder te bekoomen is, en dat den druk daarvan in de Fransche Taal niet zal voortgaan.quot;quot;

„En dat de voornoemde Bodens het gunt voorsz. is by den voornoemden de Groot verricht hebbende, zich verder zouden vervoegen by alle de Boekverkoopers alhier in den Mage, die haar door de voornoemde de Groot zouden weezen opgegee-ven als zodanige aan wien hy eenige exeniplaaren van het voorsz. Werkje afgeleevert heeft, en van dezelve Boekverkoopers in den naame als vooren afvorderen alle zoodanige exeniplaaren als onder haar van het voorsz. Werkje waaren berustende, zonder eenige achter te houden of te verbergen directelijk of indircctelijk; dat die Resolutie door twee Boodens van Haar Edele Mog. ter executie gelegt zynde, de voornoemde Anthony de Groot en Zoonen acn haar hadden opgegeeven, dat zij van dat Boekje hadden verzonden te Dordrecht aan J. van Braam 20; te Rotterdam aan *Hester Hofhout 1) 40; te Middelburg aan P. Gillissen 25; te Vlissin-gen aan P. (de) Paayenaar 6; te Delft aan C. van Graauvven-haan 20; te Breda aan *Gerard van der Poel 12; te Alkmaar aan Jacobus Maagh 12; te Maassluis aan Nicolaas van der(n) Burg 6; te Haarlem aan P. van Assendelft 20; te Utrecht aan C. Kribbc(r) 40; te Leyden aan Johan Hasebroek 25; te \'s Hertogenbosch aan H. van Irhoven 12; te Bommel aan J. W. Canneman 62); te Amsterdam aan de *vveduwe

1) Bij Ledeboer zijn de met een * geteekende niet genoemd.

2) Ledeboer noemt: Joh. Willi. Kanneman 1760—1761, met deze Aant.: „Gedeputeerden van Overijssel werden 2j Sept. 1701 op instantie van den fran-schen ambassadeur d\'Aiïry aan den griffier Fagel, in navolging van Holland, de Magistraten van de 3 steden en Hasselt en Steenwijk, verzocht te zorgen, dat het bij J. \\\\\'. K. tc Zalt-Hommel gedrukt boekje: Historie van Mevrouw de Hertoginne van Pompadour bij de boekverkoopers opgehaald en de verspreiding er van verhinderd zou worden.quot;

-ocr page 111-

93

Weggerts 50; aan R. en J. Ottens 50; aan ;,:Nicolaas Wil-kens 50 en aan Theodorus Craajenschot 50 exemplaren.

„Waar op gedelibereert zynde, hebben Haar Edele Groot Mog. geapprobeert het geene in deezen door de Heeren Gecommitteerde Raaden is gedaan, en voorts goedgevonden en verstaan, de Heeren Gedeputeerdens van de respective Steden van deeze Provincie, werwaards eenige exemplaaren van dit Boekje zyn verzonden, te verzoeken om ieder in den haare zorge te draagen, dat hoe eerder zoo beeter de noodige ordres worden gesteld, dat de exemplaaren, welke aldaar zullen worden gevonden, van gelyke moogen worden opgehaalt, zoo als de Heeren Gecommitteerde Raaden meede verzocht worden te doen ten opzichte van de exemplaaren die te Maas-landsluis zullen worden gevonden; dat wyders de zaake ter Generaliteit daar heen zal worden gedirigeert, dat de Heeren Staaten van de respective Provinciën moogen worden verzocht, meede te doen ophaalen de exemplaaren van het voorsz. Boekje die in haare Provincie worden gevonden; en dat gelyke ordres door Haar Hoog Mogende moogen worden gesteld, omtrent het District van de Generaliteit; en dat eindelyk de Heeren Gecommitteerde Raaden zullen worden verzocht en geauthoriseert zoo als verzocht en geauthoriseert worden, by deezen, om ingevolge van Haar Edele Groot Mog. Resolutie van den 5e Juny 1744, jeegens den Opstelder, Drukker en Uitgeever van het voorsz. Hoekje te doen informeeren, en daarteegens zoodanig te procedeeren, als zy in goede justitie zullen bevinden te behooren quot; (Groot Placaet-Boek-deel VII.)

Maria Anna de Mailly, een der vijf zusters uit het oud adellijk en beroemd geslacht van dien naam, die, (de zusters), aan het hof van Lodewijk XV eene weinig benijdenswaardige vermaardheid verwierven, daardoor een smet op de eer van dat geslacht wierpen en door de Goncourt\'s, (Edmond et Jules), in hun les Maitresses dc Louis XV (Jucttrcs et Doen ments vu\'dits) 2 vol. Paris 18Ó0, als mesdemoiselles de Nesle worden aangeduid, was de jongste in de rij dier dames, werd in wijnmaand van 1717 geboren, huwde den 19 Juni 1734

-ocr page 112-

94

met Jean Louis, markies de la Tourneile, zag zich in Maart 1744 tot hertogin van Chateauroux verheven 1) en stierf den 28ste11 December van datzelfde jaar.

Toen Lodevvijk XV madame de la Tourncllc ontmoette, — zij was toen weduwe en twee harer zusters hadden reeds deelgenomen .in zijne minnarijen, — riep dc Koning uit: „Mon Dien! qu\'elk est belle!quot;

Haar schoonheid en haar lichtzinnigheid tevens, daar zij zich niet ontzag om de twee andere zusters ook in hare minnarijen te mengen, nadat reeds een tweetal als zoodanig heurc diensten hadden gepresteerd, worden door dc Goncourt\'s als volgt geschetst: „Madame de la Tournelle avait aupres d\'elle deux soeurs qui l\'aidaient a plaire au Roi. Peu ja-louse, et soucieuse avant tout de distraire son amant, elle le laissait prendre plaisir aux méchancetés et a l\'esprit emporte-

n „Louis, par la grdcc de Dien.....Le droit de eonférer des litres d\'honneur

et de dignité étant un des plus sublimes attributs du pouvoir suprème, les rois nos prédécesseurs nous out laissé divers monuments de 1\'usage qu\'ils en ont fait en faveur des personnes dont ils ont voulu illustrer les vertus et le mérite..., Considérant que notre très-chère et bien aimée eousine, Marianne de Mailly, veuve du sieur marquis de la Tournelle, est issue d\'une des plus grandes families dc notre royaume, alliée A la nótre et aux plus anciennes de PEurope; que ses ancêtrcs ont rendu depuis plusieurs sièclcs de grands et importants services A notre couronne ; qu\'elle est attachée A la reine, notre très-chère compagnc, commc dame du palais, et qu\'elle joint A ces a vantages toutcs les vertus et les plus excellentes qualités du coeur et de l\'esprit, qui lui ont acquis une juste estime et une consideration universelle, nous avons jugé A propos de lui donner par notre brevet du 21 Octobre dernier, le duché pairic de Chdteauroux, ses appar-tenances et dépendances, sis en Berry, que nous avons acquis par contrat du 26 Septembre 173^ c^e notre trés cher et trés amé cousin, Louis de liourbon, comte de Clermont, prince de notre sang....quot; (Mémoires du comte de Maurepas. Paris, Buis son, 1792, vol. IV.)

Deze schenking, besloten in eene prachtige cassette deed de Koning vergezeld gaan van een vurig billet-doux en de toezegging van een rente van 80.000 livres De kuischheid (?) en de deugd (?) van de weduwe van den markies Tournelle waren dus gebrevetteerd, „et quelques jours après, la duchesse de Lauraguais présentait au Roi, A la Reine, A la familie royale, la duchesse de Chdtcauroux.quot; Wat zal de Koningin zich gelukkig gevoeld hebben in de nabijheid van zoo\'n deugdzame Hertogin! — Barbier, in zijn Journal I listor ique vol. II, spreekt van 21 Oct. 1743 als de dUum, dat te Fontainebleau de verheffing plaats had.

-ocr page 113-

95

pièce de sa soeur, madame de Lauraguais i) que le Roi, appelait la ruc des Mauvaiscs Paroles; elle le laissait s\'amu-ser des naïvetés et des enfantillages de cette autre de ses soeurs, madame de Flavacourt 2), que ses effarouchements, ses émois, ses terreurs et ses piailleries de petite fille avaient fait surnommer la Poule. Elle avait avec raison toute con-fiance dans la supériorité de sa beauté, que les graces lour-des et vulgaires, la grosse santé des charmes de madame de Lauraguais faisaient si bien valoir, et qu\'elle savait encore, comme madame de Mailly, relever et ennoblir par de gran-des parures qui lui donnaient une majesté presque royale. Klle ravissait les yeux par une peau d\'une blancheur éclatante, un port léger, un geste volant, le regard enchanteur de ses grands yeux bleus, un regard dont la finesse était voilée de sentiment, par un sourire d\'enfant, des lévres hu-mides, 1111 sein haletant, battant, toujours .agité du flux et du reflux de la vie, par cette physionomie passionnée tout a la fois et mutine, ardente et malicieuse 3), dont Nattier a essayé de fixer et d\'immortaliser la jeunesse et le doux éclat dans l\'allégorie du Point du jour 4).

„Cette beauté de madame de la Tournelle, son enjouement sans fatigue, son esprit doucement railleur, cette ironie délicate, si habile a amener le sourire sur les lèvres du Roi, ce manége enfin plein d\'adresse et si opposé aux tristesses et aux tendresses larmoyantes, aux résignations et aux jalousies de madame de Mailly, surmontaient bientót les der-nières resistances du Roi et triomphaient de son caractére

1) 3e dochter van Louis cle Mailly. Zij heette Diane Adelaïde, werd genoemd Mademoiselle de Montcarvel, zag in 1714 \'t levenslicht, huwde Louis hertog van Braneas, gezegd hertog de Lauraguais en stierf 30 November 176^.

2) IIortense-Felicité de Mailly. 4e dochter; geboren 11 Febr. 1715» huwde zij 21 Jan. 1739 Frangois-Marie de Fouilleuse, markies de Favacourt.

3) Mémoires historiques de M. de B... Jourdain, 1.S07. — Fragment des mémoires de la duchesse de Braneas. Lettres de Lauraguais. Buis son, an X. — Mémoires du Maréchal due de Richelieu, vol. VI.

4) Mémoires inédits sur la vie et les ouvrages des membres de 1\'Académie royale de peinture et de sculpture, 1854, vol. II.

-ocr page 114-

96

même. Le Roi, sortant de sou économie, se décidait a lui monter unc maison, a lui donner des diamauts, des chevaux: madame de la Tournelle avait ap\'pris a Louis XV a payer l\'amour en Roi.quot;

Voorloopig bleef het echter bij ontmoeten, want madame de Mazarin, eene vriendin van de koningin bij wie zij inwoonde, was des Konings vriendin niet, en zelfs de kuiperijen van Richelieu konden niet bewerken, dat Lodewijk zich in hare armen wierp. In 1742 werd dit anders. Madame de Mazarin stierf en Maria Anne de la Tournelle stond alleen. Zij miste de middelen, om de levenswijze welke zij leidde, te blijven volgen en verzocht Maurepas) die erfgenaam van madame de Mazarin werd, om haar aan \'t hof te brengen. Eene andere lezing is deze, dat èn madame de la Tournelle en hare zuster de Havacourt, wat men noemt op straat gezet zijn, en nu uit eigen beweging haar toevlucht tot het hof namen. De Goncourt\'s denken aan de koningin zelve, Deze vrouw niet wetende, dat Maria reeds eene plaats in het hart van Lodewijk had gekregen en nog minder gissende, dat Richelieu die schoonheid voor Lodewijks minnarijen bestemd had, noodigde haar uit om deel uit te maken van haar gevolg en ... , na vele kuiperijen werden den 2isten September 1742 madame de la Tournelle en madame de Flavacourt aan de Koningin voorgesteld, „et madame de la Tournelle pre-„nait possession du logement de l\'évèque de Rennes que Richelieu lui obtenait du Roi.quot;

Daar hare zuster madame de Mailly 1), die de eer had

1) Louise Julie de Mailly, geboren 16 Maart 1710, gehuwd 31 Mei 1726 met Louis Alexandre graaf de Mailly en overleden 5 Maart 1751, was de oudste der zusters, „que le Roi avait aimées,quot; en de eerste „qui avait mêlé le sang des

Nesle au sang royalquot;.....„ce sang vers lequel un penchant singulier et comme

une fascination d\'habitude semblait porter le Roi.quot; Hoewel de Goncourt\'s haar geboortejaar als 1710 stellen, zeggen /.ij toch elders: „Madame de M. était en 1737 une femme de trente ansquot;. Zij, vooral was eene vrouw, die indruk op den lichtzinnigen Lodewijk moest maken, eene vrouw, „dont les beaux yeux, noirs jiisqu\'il la dureté, ne gardaient, aux moments d\'attendrissement et de passion, qu\'un éclair de hardiesse fait pour encourager les timidités de l\'amour. Tout, dans sa physio-nomie, dans 1\'ovale maigre de sa figure brune, avait ce charme irritant et sensuel

-ocr page 115-
-ocr page 116-

lt;/gt;

inèmc. I ,e Roi, sortant de son óconomic, sc dccidait a lui monter unc maison, a lui donncr des diainants, des chevaux: madame de la lOurnelle a\\ait ap\'pris a I.ouis XV a pa)-er ramour en Roi.quot;

Voorloopig bleef het echter bij ontmoeten, want madame tie Mazarin, eene \\\'riendin van de koningin bij wie zij inwoonde, was des Koninys vriendin niet, en zelfs tie kuiperijen van Richelieu konden niet bewerken, dat 1 .odewijk zich in hare armen wierp. In 1742 werd dit anders, Madame de Mazarin stierf en Maria Anne de la Tournelle stond alleen. Zij miste de middelen, om de levenswijze welke zij leidde, te blijven volgen en verzocht Maurepas die erfgenaam van madame tie Mazarin werd, om haar aan \'t hof te brengen. Kene andere lezing is deze, dat èn madame de la Tournelle èn hare zuster tie 1 lavacourt, wat men noemt op straat gezet zijn, en nu uit eigen beweging haar toevlucht tot het hof namen. De Goncourt\'s denken aan tie koningin zelve. Deze vrouw niet wetende, dat Maria reeds eene plaats in het hart van I,odewijk had gekregen en nog minder gissende, dat Richelieu die schoonheid voor I.odewijks minnarijen bestemd had, noodigde haar uit oir. deel uit te maken van haar gevolg en..., na vele kuiperijen werden den September

1742 madame tie la Tournelle en madame de Klavacourt aan de Koningin voorgesteld, „et madame de la Tournelle pre-„nait possession du logement tie I\'eveque tie Rennes que Ri-„chelieu lui obtenait du Roi.quot;

Daar hare zuster madame tie Mailly 1), die tie eer had

li Louise Julk\' «Ie Mailly, gehoren 16 Maart 17Ilt;», gehuwd 31 Mei 172611101 I ouis Alexandre graaf de Mailly en overleden 5 Maarl 1751. was de oudste der zusiers, „(|ue le Roi avail aimées,\'quot; en de eersle ,,lt;|ui avail mèlé le sang des

Nesle au sang royalquot;..... ,,eu sang vers lelt;|uel un [)cnehanl singulier el e«)inine

une faseinalion d\'hahilude semhlail poller le Roi.\' Hoewel de Cjoneourl\'s haar gelloorlejaar aU 1710 stellen, /eggen /ij loeh eldergt; : ,,Madame de M. étail t-n 1737 une femnie de treiite angt;quot;. Zij, vooral was eene vrouw, die indruk op den liehlzinnigen f-odewijk moesl maken, eene vrouw, ,,donl Iesi)eau.\\ yeiix, noirs juM|ii\'a la dureté, ne gardaient, aux moments d\'altendrissement el de j»assion, qu\'un éclair lt;le hardiesse fail pour eneourager les timidité^ de ramour. lont, dans saphydo-uoinie, dans Ton ale maigre de sa ligure hrune, avail ee charme irritant et sensuel

-ocr page 117-

Voorloopige Naamlijst van Inteekenaren.

Z. K. H. DEN PRINS VAN ORANJE.

Wijlen Z. K. H. PRINS FRKDKRIK DER NEDERLANDEN. PROVINCIAAL GENOOTSCIIAl\' VAN KUNSTKN ]lt;;N WETENSCHAP-Pl\'.N IN NOORD-]]RAUANT.

Amsterdam.

TEN BRINK amp; DE VRIES.

BRINKMAN amp; VAN DFR MEULEN. JAN D. BROUWER.

J. CASPARUS DRECKMEIJF.R. J. H. amp; G. VAN HETEREN. D. R. IIINSE.

Mr. W. P. SAUTIJN KLUIT.

B. VAN DER LAND.

JOH. MULLER.

M. M. OLIVIER.

SCIIALEK AMP, V.D. GR AMPEL amp; BA K KEU. SCHELTEMA amp; HOLKEMA. J. C. SCHRODER.

Antwerpen.

LCD. JANSSENS.

Arnhem.

J. W. A. E. FROWEIN.

P. GOUDA QUINT.

71 re it a.

G. G. DE VOOGT,

Dordrecht.

BLUSSÉ amp; VAN BRAAM.

Enschede.

j. TEN CATE r/.

Gorivchem,

J. A. VISSER.

V Gravenhage.

C. VAN DOORN amp; i*.

A. VAN HOOGSTRATEN amp; ZN.

Haarlem.

CORN8. M. BRACK.

H. M. VAN DORP.

erven i.oosjes.

j. j- c. munk.

\'j\' Ilcrtogenhosch.

t. l. van ammers.

gebr. muller.

Leiden.

s. C. van doesburgh.

gebr. van der hoek.

j. w. van leeuwen.

Maastricht.

w. rozenkranz.

Dr. l. }. surixgar, Leeraar aan liet Gymnasium.

Nijmegen.

h. C. a. th1eme.

Rotterdam.

j. elias.

van hengel amp; keltjes,

j. van der hoeven.

h. a. kramers amp; zn.

d. j. p. storm lotz.

Utrecht.

j. l. beijers.

j. bijleveld.

j. g. broese.

j. greven.

kemink amp; zn.

j. de rruvff.

j. w. leeflang.

Zvtfen.

j. a. willemsen.

Zwolle.

p. molenaar.


-ocr page 118-

WIJZE VAN UITGAVE.

VERBODEN BOEKEN, GESCHRIFTEN, COURANTEN, kxz. \'in de 18e ef.uw. Ecuc bijdrage tot de gcsddcdcnis der heiagsche eensuur, door A. J. Servaas van Rooijen, zal uitgegeven worden in ongeveer 6 afleveringen van 3 vel druks, in roy. 8quot;. formaat, tegeii den prijs van ƒ 1.25 de aflevering.

Een naamlijst van inteekenaren zal bij het werk gevoegd worden, waarom men verzocht wordt naam en woonplaats duidelijk op te geven.

t

Stoonidiukkerij — Roei.oit/.kn amp; llilnNKii. — Amstentam.

-ocr page 119-

\'

fff • : \'

-ocr page 120-

f

.

1