-ocr page 1-

BPv. qu. U, 24-^

-ocr page 2-

r

-ocr page 3-

.7 //

F. Sano en G. Schameihout

VLAAMSCHE GENEESKUNDIGE LITERATUUR VOOR DE XIX^ EEUW

ANTWERPEN

J.-E. BUSCHMANN, RIJNPOORTVEST M.DCCC.XC.VIII

-ocr page 4-
-ocr page 5-

.

-ocr page 6-

VAN NU EN STRAKS

TWEEMAANDELIJKSCH

TIJDSCHRIFT ; BESTUUR,

DELINSTRAAT 60 ANTWERPEN

DIT tijdschrift beoogt de vereeniging aller ernstige krachten der vlaamsche letterkunst. Tevens wijdt het een ruime plaats aan het behandelen van intellectueele vraagstukken en het bevestigen van het vlaamsch volkseigen.

De ondergeteekende verlangt te ontvangen abonnement

VAN NU EN STRAKS

ten prijze van 8 frs. (voor N. Nederland /. 5 ; voor het buitenland 10 frs. .quot;)()) per jaargang van (1 afleveringen van circa 4 vel druks op hollandsch Van Gelder-papier niet houtsneê-versieiingen.

Woonplaats Handteeken

-ocr page 7-

F. Sano en G. Schamelhout

VLAAMSCHE GENEESKUNDIGE LITERATUUR VOOR DE XIXe EEUW

ANTWERPEN

J.-E. BUSCHMANN, RIJNPOORTVEST M.DCCC.XC.VIII

-ocr page 8-
-ocr page 9-

Vlaamsche geneeskundige Literatuur voor de XIXe eeuw

N de middeleeuwen, alhoewel het Latijn de alge-meene wetenschappelijke taal was en de nog vor-melooze volkstalen de vakwoorden niet bezaten, welke het Latijn en het Grieksch zoo overvloedig aanboden, werden natuur- en geneeskundige werken ook in de landstaal geschreven. Zich uitdrukken in de spraak die de menschen verbond waarmede zij dagelijks verkeerden, was voor de geneesheeren toch natuurlijker dan woorden te gebruiken waardoor de wetenschap zich afzonderde van de samenleving die toen opgroeide. Waar de onbewuste drang naar die natuurlijker uiting niet sterk genoeg was, deed zich de noodwendigheid gelden om nuttig te zijn voor de onmiddellijke omgeving. Zoo werd de nog gebrekkige volkstaal tusschenbeide boven de geleerde wereldtaal verkozen. Wanneer dit voor het eerst geschiedde, is niet mogelijk vast te stellen daar van de oudste handschriften betrekkelijk zoo weinig tot ons is gekomen. Een vlaamsch handschrift (*) uit het midden der XIVe eeuw wijst reeds op zulk een uitgebreide medische literatuur, dat het geen bloot vermoeden is, wanneer men beweert dat Vlaanderen in dit opzicht de overige landen wellicht vooruit was. Hippokrates, Aristoteles, Nicolaus van Alexandrië, Theophilus, Avicenna, Ysaak, Aegidius Salernitanus waren reeds in het Middelnederlandse!! overgezet. Dat zelfde handschrift bevat ook oorspronkelijke west-vlaamsche handboeken over heel- en genees-

3

-ocr page 10-

kunde: de Cirurgie en het Medecine bouc (**). De schrijver, meester Jan Yperman, was een jongere tijdgenoot van Jakob van Maerlant, die door Der Naturen Bloeme de eerste beginselen der natuurkunde onder het volk verspreidde.

Yperman studeerde aan de parijsche hoogeschool bij Lanfranc van Milaan; hij was de voornaamste vlaamsche heelmeester van zijnen tijd. Zijn werken getuigen niet alleen van een groote belezenheid, maar leveren ook een doorslaand bewijs dat de geneeskunde toen verder gevorderd was, dan men vroeger vermoedde. Hij bezat eene anatomische kennis die men vóór Vesalius onmogelijk achtte en beschreef kunstbewerkingen die eerst later in zwang geraakten. Vóór Ambroise Paré onderstak en bond hij de doorgesneden slagaders en beval zelfs het verdraaien der arteriën aan om het bloed te stelpen. In nadere bijzonderheden treden over zijn werken ligt buiten ons bestek, alleen zij aangemerkt dat hij een zelfzoeker was, die zijn heldere en eenvoudige taal wist vrij te houden van al die schoolgeleerde spitsvondigheden, welke de lezing der geneeskundige schriften van dien tijd zoo onverkwikkelijk maken.

Zijn Cirurgie schreef hij in « vlaemschen talen om dat hi begeerde dat sijn soen profiteerde dair mede ende hem bleve van synre leringe die men zeer prisende is.» Bij gebrek aan oorkonden is het niet mogelijk den invloed na te gaan dien Yperman noodzakelijk op den stand der geneeskunde in de Nederlanden moet uitgeoefend hebben. De eenige behouden gebleven afschriften van zijn werken bewijzen dat deze invloed niet onbeduidend moet geweest zijn. Maar de tijd dat men zich van het wetenschappelijk dogmatisme zou losscheuren, was nog niet aangebroken en Yperman had geen opvolgers die de stellingen der Grieken en der Arabiërs aan de werkelijkheid van hun eigen waarnemingen durfden toetsen.

4

-ocr page 11-

In de XVI* eeuw werden de eerste geneeskundige schriften in het Nederlandsch gedrukt : volksboeken, die reeds in handschrift bestonden (8,37,49) of dan uit andere talen overgezet werden (10, 11, 28), werken over kruidkunde en geneesmiddelleer (1,2,7,12), vertalingen van boeken die de algemeene belangstelling opwekten (4, 15), strijdschriften tegen astrologen en kwakzalvers (9), tractaten over de besmettelijke ziekten die toen de bevolking van Europa verdunden. Vooral de laatste waren talrijk en kwamen de waarschuwingen en instructiën aanvullen, die het magistraat in de voornaamste steden bij raad der geneesheeren uitvaardigde om den voortgang dier ziekten tegen te gaan. Het was of de nood de medici tot het gebruik der landstaal dwong om de voorbehoedmiddelen en de therapie der zweetziekte (3), der pest (16, 17, 19, 23, 24), der syphilis (12) nader bekend te maken onder het volk en onder de vakgenooten die in \'t Latijn minder bedreven waren. Welhaast zouden nieuwe drijfveeren zich doen voelen.

De invloed der italiaansche Wedergeboorte, gesteund door de uitvinding der boekdrukkunst, die naar onze gewesten de menigvuldige grieksche en latijnsche uitgaven bracht welke in het Zuiden tot stand kwamen, wekte de weetgierigheid en den geest van onderzoek op en deed weldra naar echtere uitingsmiddelen zoeken dan de uitgeleefde vormen der scholastiek. Om oorspronkelijke gedachten te vertolken behoefde men geen vreemde woorden en vermits men Aristoteles en Galenus verbrandde, kon men ook de taal verstooten waarin dezen eeuwen door nagepraat en misvormd waren geworden. Het zelfbewustzijn groeide bij de europeesche volkeren te natuurlijk op, dan dat zij in de volkstaal niet den sterksten hefboom der opstijgende hervormingskracht zouden erkend liebben.

Vesalius, Dodoens, van Helmont, Palfijn zijn de vier namen die in Zuid-Nederland boven alle andere uitblinken op het gebied

5

-ocr page 12-

der medische wetenschappen. Onder hen was Vesalius (22) de eenige die altijd het Latijn in zijn schriften bezigde. Door zijn herhaaldelijk en langdurig verblijven in het buitenland, zijn gestadig verkeeren met geleerden uit alle landen, zijn doceeren in Padua, heeft hij minder den invloed zijner eerste omgeving ondergaan en voelde hij zich genoopt Latijn te schrijven,waardoor hij in onmiddellijke betrekking stond met zijn leerlingen en zijn bestrijders. Waar hij zich ook ophield, bleef hij naar Italië verlangen, naar het land waar hij de ontleedkunde van den mensch schiep, zijn uitstekendste leerlingen vormde en waar hij lijken zou vinden om zijn studiën voort te zetten.

Eerst na zijnen dood werd zijn Epitome in het Nederlandsch door Jan Wouters van Vieringen overgezet. Plantijn had in 1568 de door hem aangekondigde vlaamsche uitgave van Vivce imagines partium corporis humani van Vesalius en Valverde in het licht kunnen geven en bewijzen dat voor de ontleedkunde het Nederlandsch de gepaste vakwoorden kon vormen.

David van Manden (27) was de eerste Vlaming die een oorspronkelijk wetenschappelijk werk over de ontleedkunde naar de leer van Vesalius, Fallopius, Arantius, enz. in zijn eigen taal schreef. Hij voegde daarbij wat zijn ervaring hem geleerd had en verbeterde o. a. grootendeels het boek der spieren. Als prolector in de heelkunde te Antwerpen wilde hij zijnen leerlingen nuttig zijn : « Tot desen arbeyt t\'ondergaen, hebben wij oock grootelick verweckt de Nederduytsche Anatomie boecken, die onse neerstighe, ende gheenen cost aenziende, ChristofielPlantijnghedruckt hadde, met de figueren ende hen characteren.Waer deur mygoet ghedocht heeft, dese onderrichtinghe om t\'anatomizeren, ook in Neder-duytschtemaecken,op dat onse diligente Chirurgijnen d\'Anatomie eens mochten perfect in hun ghemeyne tael hebben : ende hun also niet en ghebraeke om perfecte Chirurgynen te worden. »

De nederlandsche taal in de XVIC eeuw is rijker aan werken

6

-ocr page 13-

over kruidkunde en geneesmiddelleer dan over ontleed- en heelkunde (19, 20, 21). De eerste Herbarii (1, 7) waren algemeene geneeskundige boeken voor « personen / die op dorpen / en de casteelen woonen / verre van die Meesters / » op last van de uitgevers « gecopuleert wt veel eerweerdighe meesters in mede-cynen als Salige Avicenna/Serapis/Diascorides / Pa...ca/Plateario/ en wt meer ander. » De eerbied voor de oude schrijvers over-heerscht er dan ook alles en zoo treft men op iedere bladzijde, den gewonen tekst afbrekend, majestatisch groote letters aan : Diascorides seyt, Plinius spreekt, enz. Latere uitgaven werden in een wetenschappelijker zin opgevat en zoowel voor genees- en heelmeesters als voor leeken vervaardigd. De geneesmiddelleer onderging weldra den herscheppenden invloed derWedergeboorte; de kruidkunde werd als een afzonderlijke wetenschap behandeld. De historia stirpium van Leonhard Fuchs (6) werd in 1543 in het Nederlandsch te Bazel gedrukt en kwam de belangstelling opwekken voor een nauwkeuriger beschrijving van de gedaante der planten. Het ontstaan der nieuwere kruidkunde had den zelfden oorsprong als de grondlegging der ontleedkunde, doch de strijd was minder hevig en de tegenstand lichter te overwinnen. Ook zijn Dodoens en de Lobel meer gematigd in hun taal, onpartijdiger in hun oordeelvellingen dan de stichters der anatomie. Voornamelijk voor Dodoens (13) geldt deze opmerking. Hij hield zijne voorgangers in eere en kloeg zelfs dat het lezen van hun boeken verwaarloosd werd, maar wist tevens op al wat hij beschreef den stempel van zijn eigen opvatting te drukken en het bekende door zijn eigen navorschingen te vermeerderen. Niet minder oorspronkelijk was hij in zijn geneeskundige verhandelingen te werk gegaan ; met recht heeft Calmeil er op gewezen dat, in een tijd van bijgeloof en inkwisitie, toen men overal kwade handen, tooverijen en bezetenen zag, hij de eerste is geweest, die de epilepsia als een ziekte behandelde en ze physiologisch trachtte te

7

-ocr page 14-

verklaren, zonder het zelfs noodig te achten de heerschende voor-^ oordeelen te bekampen. De reden dat hij zijn Cruyde Boeckin het Nederlandsch schreef, legt hij aldus uit: « Om welck te doene ons oock boven die andere redenen/ghemoveert ende beweecht heeft/die vierighe liefde ende sonderlinghe afFectie/die no ter tijt veel eerlicke treffelicke ende rijcke persoonen tot deser scientie ende speculatie draghende sijn/alzoo dat wy daer om oock desen onsen Cruydeboeck niet in Latijn/maer in ghemeyne Neerduytsche tale hebben willen scrijven ende wtgheven/op dat hy alle cruyt-liefhebbers/ende alzoo wel den leeckcn van der Latynscher sprake ignorant/als den gheleerden dienstelick ende oorboorlick soude moghen wesen/... »

Matthias de Lobel, van Rijsel, (26) was door hetzelfde gevoelen gedreven toen hij aan het Kmydtboeck, zijn hoofdwerk, arbeidde : « Ende beweghen wesende duer de liefde die ick altyt ghehadt hebbe, omme naer myn vermoghen den ghemeynen oirboir te voirderen, en hebbe ick niet connen onderlaten eenige voorgaende iaeren daer toe te arbeyden, dat eene bequaeme ende volmaeckte beschrijuinghe der cruyden in dese spraecke int licht ghebracht mocht worden. » Van het Dispensatorium van Valerius Cordus door Peter Coudenberg (25), het meest verspreide handboek over artsenijbereidkunde, gaf hij een nieuwe bewerking die vijftig jaren later nog herdrukt werd in Amsterdam.

Het brandpunt der nederlandsche beschaving verplaatste zich langzamerhand naar het Noorden; de leidsche hoogeschool dankte grootendeels haren luister aan Vlamingen en Brabanders welke door de geloofsvervolging uit het Zuiden werden gedreven. Dodoens stierf te Leiden waar hij het hoogleeraarsambt aanvaard had, de Lobel verliet Antwerpen en vestigde zich eerst in Middelburg.

Ook andere geleerden dan geneeskundigen, die naar het

8

-ocr page 15-

Noorden uitgeweken waren, verkozen de volkstaal. Zoo doceerde Simon Stevin te Leiden de vestingbouwkunde in \'t Nederlandsch, werd hoofdinspecteur van den waterstaat en kwartiermeester-generaal bij het leger der Unie; hij is de grondlegger der neder-landsche wiskundige taal. Hardnekkiger voorstander van het gebruik der landstaal in het hooger onderwijs dan Stevin zal er wel nooit geweest zijn. Hem is het niet louter te doen om door zijn omgeving beter begrepen te worden, de wetenschap moet in levende betrekking staan met de ontwikkeling van gansch het volk en de voertaal van het onderwijs moet goed geschikt zijn tot het aanleeren der « consten ». Stevin — en Hugo de Groot volgde ook hierin zijn denkbeelden — vermoedde het bestaan van een voorhistorischen VVysentijt, een wetenschappelijke Gulden Eeuw, en de vernieuwing van dien tijd wilde hij voorbereiden. In het Eertdootschrifl ( **) zette hij uiteen hoe men de zaak moest aanleggen « om allencx weerom te gheraken an sulcke groote wetenschappen alsser inden VVysentijt geweest sijn.

« Ten eersten ghebreken ons seer veel dadelicke ervaringen daermen de consten een vasten gront op gheeft. Om tot sulcke ervaringhen te gheraken, soo souden hun seer veel menschen t\' samen daer toe moeten begheven.

« Om te gheraken tot soo grooten menichte van menschen als hier toe noodich sijn, soo souden de voorschreven ervaringhen en oeffeningen der consten ghehandelt moeten worden by een geslacht in sijn eyghen angeboren tael, welcke om wat besonders daer in uyt te rechten, besonderlick goet soude moeten wesen, t\' welck ick sedert den Wysentijt niet en merck gheschiet te sijn, uytghenomen byde Griecken, maer dat alleenlick int stick der Meetconst, want de rest en treft niet.

« Na dien goede talen noodich sijn, men soude om na goede talen te connen trachten, voor al moeten weten waer in talens goetheyt bestaet, want die rechte kennis nu by soo weynich

-ocr page 16-

menschen is, datse met d\'ander wetenschappen des Wysentijts verloren schijnt. »

Een gemeente moet de wetenschap in hare eigen taal aan-leeren, voegt hij verder bij : « want hoe wel ettelicke ouders hun kinders t\' Latijn doen leeren, waer in men de vrye consten nu meest handelt, de selve sijn weynich int ansien van de gemeente ».

Het derde lid van zijn bewijsvoering had hij reeds in de Uyt-spraeck vande Weerdicheyt der duytsche tael behandeld ;

« T\' einde der spraken is, onder anderen, te verclaren t\' inhoudt des ghedachts, ende ghelijck dat cort is, also begheert die verclaring ook cortheyt, de selue can bequamelicxt gheschien, duer ynckel saken met ynckel geluyden te beteekenen ; Oock soo-danighe, dat se oueral de T\'saemvoughing bequamelick lijden ; Datse de Consten grontlick leeren ; Ende den Hoorders heftelick beweghen tot des sprekers voornemen. » (****)

Die vier eigenschappen treft hij bij de « duytsche spraeck » in hooge mate aan. Zelfs het hooggeschatte Grieksch moet voor \'t Nederlandsch onderdoen.

« Het Griecx dan sulcx wesende dattet de wisconsten leeren can, is voor een goe tael te houden. Maer waer in bestaet dese goetheyt, wat verschil heeftse van d\'ander, deur t\' welck sy ver-mach dat d\'ander niet connen ? Voornamelick de t\' saemvouging, daerse rijck af is, want daer me goe constwoorden ghemaeckt worden, deur t\' welck het uytspreken der evenredenheden cort en verstaenlick valt, en alle ontmoetende swaricheden licht. Maer sijnder gheen ander goe talen dan Griecx ? Jaet noch een die veel beter is, namelic het Duytsch, om dattet de t\' saemvouging corter en ghewisser heeft. » (***)

Stevin weet geen taal te noemen even rijk aan korte grondvormen, even natuurlijk in haar samenstellingen, even helder en geschikt om de wetenschappen aan te leeren. Geene bezit de (( beweechlicheyt der duytsche woorden », noch haar zeggens-

10

-ocr page 17-

V

kracht. Het is a de weerdicheyt deses taels bonen al d\'ander » die hem zoo voor \'t Nederlandsch inneemt. In meest al zijn boeken komt hij op die voortreffelijkheid terug en vaart uit legen de arme latijnsche taal en de hulpbehoevende romaansche spraken : « Want dit moet ghy weten dat de sprakens goetheyt niet alleen voorderlick en is om de Consten bequaemlick daer duer te leeren, maer ook den Vinders in haer soucking. » (****)

In heel zijn bewijsvoering geen vaderlandsche sentimentaliteit, alleen wetenschappelijke gronden. Overal hoort men de stem van een sterkwillenden en zelfbewusten mensch, die zijn waarde en de waardigheid van zijn taal kende. Hij voelde dat het Nederlandsch geene grens zou wezen voor zijn schriften en dat zijn invloed nog dieper zou zijn wanneer hij de volksspraak gebruikte. Zijn kloeke geest, zijn helder inzicht in de dingen spreekt ook uit zijne leus « Wonder en is gheen wonder ».

Men hoort hem nog waar Hugo de Groot in zijn Parallelon Rermnpublicarum zegt: « Wij intusschen, aan welken de Natuur, of,\'t geen meer met de waarheid overeenstemt, het doorzicht onzer Voorouders eene taal gegeeven heeft, die in rijkheid en in \'t gebruik dat men \'er van maaken kan, zonder weergaa is, zoeken ons zeiven, waarlijk als ondankbaare en verachtende bedillers van zulk een voorrecht, wijs te maaken, dat al wat wij in \'t Hol-landsch te boek zetten, verlooren gaat ; en terwijl wij vreezen van slechts door weinigen geleezen te zullen worden, verliezen wij de schoonste gelegenheid van onze spraak uit te breiden. Het was evenwel aan \'t Vaderland niet onverschillig, dat het getal der geenen, die door cierlijke Werken wierdeu uitgelokt om onze taal zich eigen te maaken, zoo veel mogelijk aanwies : in welk opzicht men den vlijt der Franschen niet anders dan zeer kan goedkeuren. Ook schaam ik mij met rede over deeze onze nalaa-tigheid. Zoodanig heeft die verdwaazing zich van alle gemoederen

11

-ocr page 18-

meester gemaakt, dat zij het vreemde bewonderen, terwijl zij het geen hunzelven toebehoort, verwaarloozen. »....

«Indien wij nu allen het voorneemen hadden om liever in eene allernuttigste, en, \'t geen ons ten prikkel moest strekken, in onze eigene taal zaaken van algemeen belang te boek te stellen, dan, door het vernis van vreemde welspreekendheid, ik weet niet wat voor een\' schijn van geleerdheid na te jaagen ; zoo zouden wij onze eeuw, de geletterdste, die er bij mogelijkheid kan uitgedacht worden, ook tevens voor de wijsste kunnen verklaren. Want alle kundigheden hebben dan de grootste vorderingen gemaakt, wanneer ze in de dagelijksche Landstaal voor allen zijn bloot gelegd. Dit heeft den Grieken, dit den Romeinen behaagd, en ter zeiver tijd dat wij ons van hunne taal bedienen, verachten wij evenwel hunnen grondregel. »....

« Vreezen wij misschien, dat de Weetenschappen te gemeen worden, en zoeken wij de geringeren onder onze Landsgenooten, door dit afweeringsmiddel, van den toegang tol dezelven terug te houden? doch dit zou zijn een weldaad waar ieder recht op heeft, aan verscheidenen misgunnen : daar men liever den weg, en wel een koninklijken, baanen moest, om alle verstanden hunne offerhanden te doen samenbrengen, ten einde de algemeene som van wijsheid te vermeerderen. » (*♦♦♦♦)

Is het niet kenmerkend voor de hechtheid van het streven naar een volkomen opleiding van het volk bij middel van zijn eigen taal dat de denkbeelden van den Latijnschrijvenden Grotius en die van den Latijnhater Stevin van elkander onafscheidbaar zijn ? Hunne namen duiden ook aan hoe kunstmatig alle afzonderlijke behandeling der beschavingsgeschiedenis in Noord- en Zuid-Nederland moet wezen. Voegen wij hier van Helmont bij, dan zien wij hoe in alle vakken der wetenschap, de uitstekendste geesten de kloof trachtten te dempen welke tusschen de officieele

12

-ocr page 19-

geleerdheid en de landstaal tot in onze eeuw bleef bestaan en dan slechts in het Noorden verdween.

In het tijdperk van rust en heropbeuring, dat op de verdelgende godsdienstige burgeroorlogen volgde, staat J.B. van Helmont(30) vooraan, als de machtigste onder de vlaamsche geneeskundige schrijvers. Doordrongen van wat hij zijn zending noemde, schreef hij zijn Dageraet in die kernachtige taal, welke dat boek boven zijn latijnsche werken verheft.

«lek schrijve dit in mijn vaderlandtsche tael, op dat mijnen naesten in \'t gemeyn daer af geniete, verstaende dat de waerheyt nergens naeckter en verschijnt, dan daer sy van alle cieraet ontbloot is. Andersins schrijvende alleen voor de Geleerden, staet te beduchten, dat naedemael de letter opblaest, mijnen arbeydt mocht gedyen als in menige andere, alwaer de strijdt-reden alles verstroyt. Andere der Geleerde niet goet vindende, \'t welck by haeren toedoen niet en is ter werelt gekomen, veroorsaecken dat groote verborgentheden, hooge nootsaeckelijckheden, en veel wetentheden vereyscht, ten welstandt en welvaert, blijven ten onderen verdruckt. Maer dewijl dese sieckten voor den meesten handt der gemeynte eygen zijn, soo heeft het my goet gedacht te schrijven in een spraecke, waer in de gemeynte my ten besten verstonde. »

Zijn inleidingswoorden «Aan de oeffenaers der Geneeskonst » zouden in hun geheel hier moeten overgeschreven worden om aan te toonen hoe onafhankelijk en eigenaardig zijn standpunt was. « De kennis der natueren wordt alleen genomen uit \'t gene dat in der daet is, en niet uyt verdichte beschouwingen. » Zijn innigste overtuiging lag in die woorden en hij trachtte alle voorgaande systemen te vermijden en te vergeten, om tot een eigen oordeel te komen. Uit hel aangehaalde, evenals uit elke bladzijde van zijn werk, blijkt duidelijk dat hij alle schoolvaste geleerden ontweek

\\

13

-ocr page 20-

en zich tot de primitieve onbevooroordeelde geesten richtte, die hij uit het volk zag opstijgen en die hij in hun eigen taal aansprak. Groot was zijn invloed, niettegenstaande de verloochening der officieele wetenschap en de vervolging der Kerk. De Wedergeboorte had den strijd aangegaan tegen het geloof aan de verstijfde stelsels van Aristoleles en Galenus. De ontleding der werkelijkheid verdreef wat de verbeelding uit de lucht had gegrepen en de redeneerkunst met grooten omhaal van woorden samenhield. Vesalius en zijn opvolgers hadden door het aanschouwelijk onderwijs der ontleedkunde den stevigsten grondslag gelegd voor eene verdere ontwikkeling der wetenschap. Alle ontdekkingen der XVI1\' eeuw rusten op een morphologischen grond. Het was vooral te doen om de gedaante der dingen te bepalen. Eerst nadien men ervaren had, dat het anatomisch onderzoek niet toereikend was om alles uit te leggen, kon een dynamische opvatting ontstaan en een nieuwe synthesis opgericht worden. Van Helmont bezielde de vormen door Vesalius aan het licht gebracht.

Nevens hem rees de nog duistere gestalte op van zijnen zoon Franciscus Mercurius, die een nieuwen druk van den Dageraad bezorgde ; uit de nagelaten schriften bearbeidde hij de latijnsche uitgave onder den titel Ortus medecina;, en vertaalde die in het Hoogduitsch. F. M. van Helmont, die sterk neigde tot wijsgeerige bespiegeling en door Leibniz niet onder den vader geschat werd, was de eerste die het mechanisme der spraak volledig uiteenzette en een wetenschappelijke opleiding der stomdooven trachtte in te voeren (46).

Buiten aanteekeningen op Hippokrates (29), algemeene trac-taten over ziekenverpleging (39), verhandelingen over therapeutische strijdpunten (38, 45) kwamen ook omvangrijke werken over artsenijbereidkunde uit (41, 44). Onder den invloed van Cartesius schreef R. Maes een Tractaet vande voorlkomsle des

14

-ocr page 21-

mensch (45). De tusschenkomst der wethouders ten gunste der volkstaal liet zich weieens bemerken wanneer de besmettelijke ziekten het hevigst woedden (31). Menigvuldig waren de instructiën en inlichtingen van stadswege, toen de pest in de XVIIe eeuw weder uitbrak. Over deze « haastige ziekte » verscheen een uitgebreide vlaamsche literatuur (32, 33, 34, 55, 36, 40). Ook het brusselsche magistraat drong bij Overdatz aan dat hij zijn Kort verhael van de peste niet in het Latijn, maar in het Nederlandsch zou laten drukken (42).

Het feit moet hier weder aangestipt worden dat de meeste schrijvers noodig oordeelden te verklaren waarom zij geen Latijn gebruikten. De redenen die zij inbrachten klinken dikwijls als een verontschuldiging. In de Medecina pharmaceutica was het de zorg naar een betere bereiding der geneesmiddelen die den schrijver het Nederlandsch deed aannemen, alhoewel hij beweerde dat hij zich veel gemakkelijker in het Latijn kon uitdrukken. Uit zijn voorrede blijkt duidelijk dat het vooroordeel tegen de volkstaal ook bleef bestaan uit vreeze dat de wetenschappelijke werken dan door iedereen zouden kunnen gelezen worden. Alleen de sterkere vernuften, die door de eischen van het akademisch onderwijs niet gebonden waren, achtten deze bezwaren gering en voerden andere dan nuttigheidsredenen ten voordeele van het Nederlandsch uit.

Zoo voltrok zich het schitterendste tijdvak der vlaamsche geneeskundige literatuur. Door de drie uitgaven van den Dageraad, de acht uitgaven van den Ortus, de fransche, engelsche, duitsche overzettingen werden de denkbeelden van J. B. van Helmont over heel Europa verspreid. Zijn krachtdadig optreden was de dood van het Galenisme en zijn onafhankelijke houding een spoorslag voor velen tot het opbouwen van stelsels, als de Chemiatrie van Sylvius Deleboe, het latro-mechanismc van Borelli, het Animisme

15

-ocr page 22-

van Stahl, die alle ten deele uit zijn opvatting sproten. Den z

grootsten opgang maakte Stahl met zijn Animisme, waarin de 1;

meer orthodoxe anima in de plaats trad van den verdachten ar- g

cheus. Het opdagen van zoo vele tegenstrijdige systemen verwek- o

te mistrouwen. In het vervolg bepaalden de vlaamsche genees- f en heelmeesters zich meer bij het opnemen van de feiten welke

zij dagelijks ontmoetten ; zij mengden zich niet meer in de einde- s

looze theoretische twisten, welke die verwarring van begrippen, g

door het eenzijdige beschouwen der levens- en ziekteverschijnse- s

len, te weeg bi-achten. h

In de plaats van den invloed dien Vlaanderen op de naburige b

landen uitgeoefend had, liet zich voortaan een tegenovergestelde g

werking bespeuren. Alhoewel Bacon\'s gedachten eerst later v

door Baglivi op de geneeskunde toegepast werden, drong zijne n

methode reeds vroeger in Nederland met de werken van Harvey, L

Willis, Sydenham, Locke en Newton. Dan kwam de Leidsche L

School, en vooral Boerhaave die door zijn klinisch waarnemings- n vermogen de waarde der dadelijke opmerking in het volle licht

stelde. n

Het was de richting van Vesalius en Dodoens, toen door d

Engelschen en Hollanders hernomen, welke dan gevolgd werd. v

Petrus Lanbiot bevestigde door eigen proefnemingen Harvey\'s n

ontdekking van den bloedsomloop, bijzonder bij den foetus, en z

G. Aselli en Pecquet\'s beschrijvingen van de melkvaten en van d

den loop van den chijl (43). b

De werking van het buitenland kan men \'t best nagaan in de k

Anatomia C. H. van Ph. Verheyen, een der beste handboeken uit v

dien tijd en rijk aan oorspronkelijke navorschingen (51). De aan- o

dacht was toen op de bloedvaten gevestigd en, als Ruysch, be- K

schreef Verheyen tot hun fijnste vertakkingen ; voor het zenuw- F

stelsel ontleende hij veel aan Willis en aan Leeuwenhoek, en van 6: Newton\'s Optice gaf hij een overzicht in de volgende uitgave van

16

-ocr page 23-

\'en zijn Anatomia. Hij stierf een jaar vóór het verschijnen der neder-

de landsche bewerking van zijn boek door A. D. Sassenus, zijn ambt-

ar- genoot te Leuven. De brieven waarin hij aan zijn vriend Palfijn

ek- over heelkunde schreef, werden in \'t Fransch overgezet en te

:es- Parijs gedrukt.

Ike Deze, een der uitstekendste heelmeesters van zijnen tijd,

de- schreef zijn werken in zijn eigen taal. Dit feit is van des te

en, grooter gewicht, daar Palfijn zich niet in zijn geboortestreek op-

se- sloot, maar menigmaal de naburige landen bezocht. Alhoewel hij en zijn gezin soms gebrek leden en zijn geldtoestand altijd

\'ige bekrompen bleef, kon de zorg om zijn huishoudelijke aangele-

1de genheden te verbeteren, hem van zijn reizen niet terughouden,

iter wanneer hij dit nuttig achtte voor zijn wetenschappelijke vor-

jne ming. Te Parijs verkeerde hij vriendschappelijk met J. Devaux,

ey, Duverney, J. Méry e. a. ; in Holland met Albinus, Boerhaave,

che Leeuwenhoek, Ruysch ; hij was in betrekking met Woolhouse,

igs- met Haller en Heister welke hij te Leiden had leeren kennen,

cht Ofschoon in \'t Nederlandsch geschreven maakten zijn werken niet minder opgang. Zijn Waere, en zeer nauwkeurige beschrijving

oor der beenderen beleefde vier uitgaven, werd tweemaal in hetDuitsch

d. vertaald en hij zelf bewerkte eene fransche overzetting die eerst

ïy\'s na zijnen dood verscheen. Van andere ontleedkundige werken

en zag ook eene fransche bewerking het licht. De Verhandeling van

van de voornaamste werken der heelkonsi werd tweemaal gedrukt en tweemaal in het Duitsch overgezet. De besonder e heel- en genees-

i de konst der oog-siekien van Maitre-Jean, door Palfijn vermeerderd,

uit was het volledigste handboek over oogziekten. Zijn Heelkonstige

an- ontleding werd zoo gunstig onthaald, dat het ook tweemaal in het

be- Hoogduitsch en in het Italiaansch uitkwam en driemaal in het

uw- Fransch. De laatste italiaansche vertaling dagteekent van 1792, van 62 jaar na den dood van den vlaamschen heelmeester ! (48)

van Het is niet mogelijk in bijzonderheden te treden over al de

17

-ocr page 24-

werken na Palfijn geschreven. De talrijke drukken van zijne boeken, de vertaling van het hoofdwerk van Verheyen, de twee uitgaven van het Tooncel der chirurgie van Martinus van Hille(50), die « leer-meester » aan de heelkundige school van Antwerpen was, de latere bewerkingen uit het Latijn, het Fransch, het Duitsch duiden genoegzaam aan dat men belang stelde in dergelijke uitgaven (57, 63, 66, 70). Niet minder dan over heel- en ontleedkunde werd er over vroedkunde geschreven (47, 59, 65,68). De zoo werkzame J. B. Jacobs, hoogleeraar in de heelkunde te Leuven, leverde een Vroedkundige oeffenschool, die onder de meest uitgebreide handboeken kon gerekend worden en ook in het Fransch en in het Duitsch uitgegeven werd (63).

De Verhandeling over de heelkundige berigten van C. J. Huart (59) verdient ook eene bijzondere melding. Het was het volledigste werk over gerechtelijke geneeskunde (55, 61, 82). dat toen in België bestond. Buiten de vertalingen van werken over vroedkunde (62, 63, 72, 78, 79) over venerische (81, 84, 90) en inwendige ziekten (66, 74, 87) gezondheidsleer (54, 58), verschenen oorspronkelijke schriften over die vakken (53, 56, 73, 75, 81), over geneesmiddelleer (52,64,76,86), over beroepsaangelegenheden (83,85)en andere vraagstukken (61,67,80,89); maar de zuivere theoretische stellingen werden nog in het Latijn behandeld. Van de werken van H. J. Rega, den vermaarden leuvenschen hocgleeraar, werd enkel De urinis Iractaius duo vertaald (71). De voorbehoedmiddelen der besmettelijke ziekten, die onder het volk besproken werden, als de pokinenting (60, 69), de therapie van den rooden loop en de rotkoorts (65, 77, 88), de vraagstukken, welke de geneesheeren in onmiddellijke betrekking met de wethouders brachten, werden meestal in de landstaal behandeld. In de Verhandeling over de koortsen in \'t algemeen uitte zich P. J. van Baveghem voor het onderwijs der geneeskunde in die taal.

Tot op het einde der XV11IU eeuw stond de geneeskunde onder

18

-ocr page 25-

den invloed der Leidsche School. De censuur weerde minder onverbiddelijk de medische schriften dan de overige hoeken die in de Vereenigde Gewesten gedrukt werden. Deze invloed deed zich ook op de geschreven taal gevoelen ; het gebeurde zelfs dat de vlaamsche medici de hollandsche spelling overnamen. Zij beantwoordden somwijlen de prijsvragen door noord-nederlandsche genootschappen gesteld of werkten aan hollandsche tijdschriften mede (64, 73, 85). Het eerste belgisch tijdschrift over geneeskunde was een vertaling van het Geneeskundig Journael van Londen dal in 1786 te Brugge uitkwam (81).

De merkwaardigste geneeskundige gebeurtenis, die tevens de XVIII0 eeuw sloot, was in 1797 de oprichting te Antwerpen van het Genootschap ter be.voordering van Genees- en Heel-kunde, het eerste dat Verhandelingen uitgaf (91). Die jaarboeken, welke van 1798 tot 1800 verschenen, zijn belangrijk voor de geschiedenis der geneeskunde in Zuid-Nederland. Het Genootschap ging weldra uiteen onder een regeering die de veroverde gewesten alle zelfstandigheid ontnam. Dat de geest, welke deze vereeniging tot stand bracht, weinig strookte met dien welken het fransch bestuur zou invoeren, is gemakkelijk op te maken uit de Voor-rede aan \'t hoofd van het eerste deel der Verhandelingen :

« Onze Verhandelingen zullen dus in de Nederduitsche Taal het licht zien. Waarom zullen misschien andere vragen, niet in het Fransch, het welk thans gemeener dan ooit is. Hier tegen zeggen wy, dat onze Taal door geene Wet vernietigt is : dus dat zy moet als alle andere in stand blyven ; zy is immers even ryk in haar zamenstel en heeft de bevallykste uitdrukkingen, die men in een ander Taal kan aantreffen : wat reden van die te verwerpen? De beroemde Haarlemsche Maatschappye, het berugt Bataafs-Genootschap der Proef-ondervindelyke Wysbegeerte tot Botterdam, het keurig Zeeuwsche te Vlissingen, het nyverig Pro-vinciaale te Utrecht, de uitgebreide Correspondentie-Societeyt in

19

-ocr page 26-

den Haag, het schrander Amsterdams enz., zyn immers van het zelve gevoelen geweest, en zyn het nog heden : dus schaamt nooit uwe eige Taal, ten waar gy die gebrekkig kende, beschaaft ze veel liever, want wy gelooven, dat niemand een vremde Taal volmaaktelyk bezit als hy de zync niet grondig kent. »

F. Sang en G. Schamelhout.

AANMERKINGEN

*) Aloude belgische natuerkunde van den mensch, in de dertiende en viertiende eeuw, door J. F. Willems, in Ca tal. Bibl. Ilnllheiniana\', VI, 45-50. — Handschrift, Brussel, Kon. Bibl.

**) La Chirurgie de Maitre Jean Ypertnans, le père de la chirurgie ilatnande (1295-1351) mise au jour et annotée par M. le Dr J. Carolus. Gand, 1854, in-8quot;. Ook in Aim. de la Soc. de Méd. de Gand, XXXII, 19-158.

La Chirurgie de Maitre Jehan Ypennan, chirurgien beige (XIII^-XIVquot; siècle) publiée pour la première fois d\'après la copie flamande de Cambridge, par M. C. Broeckx. Anvers, J. E. Buschmann, 1863, in-80. Ook in Ann. de l\'Ac. d\'Archéol. de Belg., XX. — Deuxième edition. Anvers, 1866, in 8quot;.

Traité de Médecine pratique de Maitre Jehan Yperman, médecin beige (XlIIe-XIVc siècle) publié d\'après la copie flamande de la Bibl R. de Brux. par M. C. Broeckx. Anvers, J.-E. Buschmann, 1867, in-80. Ook in Ann. de la Soc. de Méd. d\'Anvers, XXVIII.

***) Simon Stevin (1548-1620), Tweede deel des weereltschrifts, vant eertcloolschrifl, 17, 18, 20 en 24, in Wlsconslige gedachtenissen. Leyden. Jan Bouvvensz, 1605-8, 2 d. in-fol. — Bibl. Belg. quot;) S. 140.

**quot;) Simon Stevin, De beghinselen des waterwichts... Leyden, Fr. van Raphelinghen, 1586, in-40, 5 en 9. — Bibl. Belg. S. 131.

♦♦♦♦») Hugonis Grotii Batavi (1583-1645) De lingua in Parallelon rernmpu-blicarum, L. Ill, Cap. XXV, 55-56, 69-70. Vertaling van Mr Johan Meerman, Haarlem, A. Loosjes Pz., 1802, in-80, 111, 83-84, 104-105.

a) Bibliotheca Belgica. Bibliographic, génerale des Pays-Bas, par le biblio-thécaire en chef et les conservateurs de la bibliothèque de l\'üniversité de Gand. Gand et La Haye, 1880 et sq.

Buiten een gansch nauwkeurige bibliographische opgave, duidt F. van der Haeghen voor elk boek de plaatsen aan — openbare bibliotheken enz. — waar het zich thans bevindt. Hier en daar hebben wij bij de vermelde verzamelingen er andere kunnen voegen. De werken die wij niet hebben

20

-ocr page 27-

teruggevonden en die in de liibl. Belg. nog niet behandeld werden, hebben wij volgens Dr C. Broeckx of Dr de Meyer opgegeven.

Dr C. Broeckx (1807-1869), Essai sur l\'histoire de la médecine beige. Gand, 1837, in-8u.

Documents pour servir l\'histoire de la bibliographic médicale beige avant le XIX0 siècle. Anvers, 1847, in-80 in Ann. de l\'Acad. d\'Archéol. de Belg., IV, 125-185.

Premier supplément. Anvers, 1858, in-80. — Ibidem, XV, 141-160.

Zie de volledige lijst der werken van Dr C. Broeckx, waaronder veel levensbeschrijvingen, in Ann. de la Soc. de Méd. d\'Anvers. Anvers, 1870, XXXI, 509-516.

c) Dr de Meyer, Analectes médicaux. Bruges, 1851, in-8u. — Suite aux Analectes médicaux, (zonder jaartal), in-80.

Notice biographique sur Francois Rapaert et ses descendants. Bruges, 1844, in-80.

\') Den groten herbarius met al sijn figueren, die Ortus sanitatis ghenacmt is... Antwerpen, Claes de Graue, 1514, in-4lt;\'. — Anlw., Mus. Plantijn; Brussel, Kon. Bibl.

2) Jheronimus Bruynswyck, Die distillacien der wateren... Brussele, 1517, in-fol. — Broeckx. b)

\') Reqimente der ghenen dye... in der... plaghe der sweetender siecten beuallen... Antwerpen, (A. van Bergen), 1529, in-80. — B. B. B. 96.

4) Jan THiBAüLTjDen tresoor van den preseruatyue remedien ende cure... vande peste... enz. Antwerpen, M. de Keyser, 1531, in-40. (Uit het fransch vertaald.) — Catalog., M. N ij ha ff, 1893.

6) Petrus Sylvius, Tfundament der medecinen ende chirurgien... (Antwerpen, W. Vorsterman, 1540), in-fol. — B. B. S. 23.

0) Leonhaert Fuchs, Den nieuwen herbarius, dat is dboeck van den cruyden... Basel, M. Isingrin, 1543, in-40. — Brussel, K. B.

7) Den groten herbarius... metter anothomie der menscheliker ghebeen-ten... Antwerpen, Simon Cock, 1547, in-4u. — Antw., Stadsbibl. en M. PI.

8) Dat profyt der vrouwen... Hantwerpen, Jan van Ghelen,1550,in-16o.— Broeckx.

quot;) Franc. Rapaert (gest. 1587), Den grooten ende eewigen almanach... Hantwerpen, Hans de Laet, (1551), in-12o. — Uitgegeven in 1844 door Dr de Meyer. — De Meyer. c)

10)Franc. Henrici, Den troost der cranckermenschen...Yper,JoosDestree,

1552, in-80. — Eerst gedrukt te Campen, S. Joessen,1551, in-8u; uit het duitsch door Simon Andreoe. — B. B. H. 212 en 213.

11) Joh. Schoover en L. Burres, Medicinael bouc... Yper, Joos Destree,

1553, in^quot;.—Ook gedrukt te Campen, S. Joessen, 1551 en P. Warnerssoen, 1566, in-80; uit het duitsch door S. Andreoe, die nog andere werken overzette

21

-ocr page 28-

welke door Joos Destree moesten uitgegeven worden : 1quot; Lanfranc,Remedie curatiue van wonden ; 2quot; J. Cahethanus, Cortc instructie... vanden aderlaten ; 3° Jan vak Parisus, Een nieu wondt boeck; enz. — li. B. S. 119-121.

1S) Philippus Hermanni, Een constich distileer boeck... Hantwerpen, G. van Parijs, (1552), in-120. — Anlw., M. PI.

Een exellent tractaet... der pocken... ende bynae alle siecten... (Naar Paracelsus). Hantwerpen, J. Roelants, 1557, in-40. — B. B. H. 215.

15) Remberï Dodoens (1518-1585), Cruijde Roeck... (Antwerpen, J. vander Loe, 1554), in-fol. — B. B. D. 107 en Antiv., M. PI.

Almanack ende prognosticatie... 1558. Antwerpen, J. van Loe, in-160. — B. B. D. 102.

Cruijde Roeck.. van nieuws ouersien.(Hantwerpen, J. van der Loe, 1563), in-fol. — B. B. D. 109 en Anlw., M. PI.

Een fransche vertaling door C. Clusius. Anvers, J. Loë, 1557, in-fol. — B. B. D. 109.

Vijf engelsche uitgaven. London, G. Dewes, 1578, in-fol. — 1586, 1595, 1600 en 1619. — B. B. D. 110.

Gruydt-Roeck..., volgens sijne laetste verbet er in ge... Leyden, Fr. van Ravelingen, 1608, in-fol. — B. B. D. 118 en Anlw., M. PI.

Grvydt-Doeck... Ib., 1618, in-fol. — B. B. D. 1!!0 en Anlw., M PI.

Crvydt-Roeck... Antwerpen, R. Moretus, 1644, in-fol. — B. B. D. 121 en Anlw., Sladsbibl. en M. PI.

Arsmedica, ofte ghenees-kunst...(Met annotatien van Sebastiaen Egbertsz en door Nic. üWassenaer vertaald uit Praxismedica. Amst., 1616). Amsterdam. H. Walscharl, 1624, in-4o. — B. B. D. 126.

ll) Van dwonderlijck nyeu water dwelcke- alderhande siecten ende ghebreken gheneest. Hantwerpen, Jan Van Glielen, 1556, in-8quot;.— B. B. W. 73.

,5) Ph. A. Th. Paracelsus (1493-1541), Die groote chirurgie... ghetrans-lateert... duer M. Pietcr Volck Holst. (Antwerpen, Gillis van Diesth), 1556, in-fol. — Gent, Hoogeschool.

Labyrinthus ofte Doolhof vande dwalende medecijns... ouerghesedt door M. E. R. Hantwerpen, Jan van Waesberghe, 1558, in-8quot;. — B. B. P. 49.

ïgaslhuys boec... ouergheset duer M. E. R. Hantwerpen, Hans de Laet, 1567, in-8quot;. — B. B. P. 50.

De cleyne chirurgie ende Tgasthuys boeck... ouergheset duer M. Eueraert R. Hantwerpen, W0 Hans de Laet, 1568, in-80. — B. B. P. 51.

1(!) Gheeraert van Kuck, Een cleyn tractaetken van die epidimia ofte van die pestilentie... Hantwerpen, Wc Jacob van Liesveldt, (1558), in-80. — Antw., B. S. B.

17) Jacobus Gheeris (Gherinus), Een excellent boeexken vander pesten... Hantwerpen, Jan van Ghelen, (1559), in-80. — B. B. G. 70.

22

-ocr page 29-

Een seer excellent tractaetken teghen dese contagieuse sieckte der pestilentiën... Antwerpen, H. vander Loe, 1571, in-8ü. — B. B. G. 72.

Een fransche uitgave. Anvers. Ch. Plantin, 1567, in-80. — B. B. G. 71.

Excellent tractaet... Antwerpen, Peeter van Tongeren, 1597, in-S». (Her druk met een anderen titel der uitgave van 1571.) — B. B. G. 73.

j8) Warachtige historie ghebeurt in onsen tijde... Brugge, Hubrecht Goltz, 1565, in-120. — Dc Meyer.

,9) Jan Pelsers (gest. 1581), Examen chirurgorum inhoudende claer ondervviis... Brugghe, Hubrecht Goltz, 1565, in-80. — De Meyer.

Herdruk. Dordrecht, N. Vincenten, 1612, in-80. — De Meyer.

Van de peste... Brugghe, Pieter Declerck, 1569, in-80. — De Meyer.

ï0) Hippocrates, Van die wonden int hooft... overgheset door M. Peeter Hassardus. Antwerpen, W. Silvius, 1565, in-80. — B. B. H. 74.

Derde druk met bijvoegsels. Rotterdam, Jan van Waesberge, 1629, in-8quot;. - B. B. H. 75.

quot;) Een wonderlic, vremt, ende warachtigh monster, van twee meyskens aen een gheboren. (Ghendt, Ghileyn Manilius, 1566), in-80. — B. B. M. 236.

quot;) Andreas Vesalius (1514-1564) en Jan de Valverde, Anatomie, oft levende beelden des menschelicken lichaems ; met dc verclaringhe van dien, inde neder-duytsche spraecke. Antwerpen, Ch. Plantijn, 1568, in-40. (Vertaling van Viva: imagines parliam corporis hnmani. Antv., 1566.) — B. B. V. 103.

A. Vesalii en ValuerdaAnatomie,ofte af-beeldinghe... Amstelredam. Corn. DanckerU, 1647, in-fol. (Herdruk der uitgave van 1568.) — B. B. V. 104.

Dat epitome ofte cort begrijp der anatomien, Andr. Vesalii... ouer-ghestelt door M. Jan Wouters. Brvgghe, Pieter de Clerck, 1569, in-40 (Vertaling van A. V. B. Suoriim de hnmani corporis fabrica librorum epitome. Basilece, 1543.) — B. B. V. 184.

23) Jacob Godevaerts (J. Godefridi van Hakendover), Een boeexken van die furieuse ende quade contagieuse sieckte der pestilentie... Hantwerpen, Jan van Ghelen, 1571, in-8quot;. — Antw., S. B.

M) Gilissen Goethals (1500-70), Der siecken schat... Brugghe, 1573, in-120. — Broeckx.

Remedien teghen pestilentiele siecten... Brugghe, 1574, in-12quot;.— Broeckx.

Nog twee naamlooze werken, over remediën voor arme zieken en over rotkoorts, te Antwerpen gedrukt en die wij niet hebben teruggevonden. — Broeckx.

quot;) Petrus Coudenberg (1528-94), Dispensatorium van Valerius Cordus... overgheset duer Marten Everaert B. Amsterdam, Corn. Claesz, 1592, in-8ü. (Naar de latijnsche uitgave van 1590, Lugd. Bat., apudPr. Raphelengium.)— B. B. C. 300.

23

-ocr page 30-

M) Matthias de Lobel(1538-1616), Kruydtboeck...Antwerpen,Ch.Plantijn, 1581, in-foi. — B. B. L. 119, ook Antw. S. B., en M. PI.

Den leytsman ende onderwijser der medicijnen... Amsterdam, H. Laurentsz, 1614, in-8u. (Nieuwe bewerking van Disp. van Val. Cordus van Petrus Coudenberg.) — B. B. C. 301.

Nog drie andere uitgaven door P. T. Med. Doet.; 1° Amsterdam, H. Laurentsz, 1632, in-80; 2° Rotterdam, Pieter van Waesberge, 1656, in-80 ; Anistelredam, Joh. vau Ravesteyn, 1662, in-8quot;. — B. B. C. 302-3-4.

quot;) David van Mauden, Bedieninghe der anatomien... Antwerpen, Ch. Plantijn, 1583, in-4u. — Antw., M. PI.; Brussel, K. B.

Herdruk. Amsterdam, Corn. Danckertsz, 1647, in-fol. — B. B., V. 104. M) Jacob Ruffen, T\' boeck van de vroet-wyfs... overgheset uytten hoochduytsehe... door Martyn Everaert B. Amsterdam, Corn. Claesz, 1604, in-4u. — Nog vroegere drukken. — De Meyer.

Een uitgave : Amsterdam, 1668, in-40. — Broeckx.

29) David ïheodoor Plaseer, Translatie, ende explicalie der eersten bouex aphorismorum hippocratis... Antwerpen, Jacob Mesens, 1604, in-40. — Broeckx.

31)) J. B. van Helmont (1577-1644), Dageraet oft nieuwe opkomst der geneeskonst in verborgen grontregelen der nature. Leyde, 1615, in-4quot;. — Idem. Amsterdam, 1659, in-40. — Broeckx.

Dageraad ofte nieuwe opkomst der geneeskonst... Noit in \'t licht gesien, en van den autheur zelve in \'t nederduits beschreven. Rotterdam, Joannes Naeranus, 1G60, in-4quot;. — Brussel, K. B.; Gent, H. S.

Acht latijnsche uitgaven door Fr. M. van Helmont: 1° Amstel., ap. Lud. Elzevirium, 1648, in-4ü; 2° Venet., ap. Juntas et J. J. Herts, 1651, in-fol. ; 3quot; Amstel., ap. Lud. Elzevirium, 1652, in-4quot;; 4quot; Lugduni, J. 13. Devenet, 1655, in-fol.; 5° Lugd. J. Anthenius Huguetan, 1667, in-fol.; 6quot; Leyde, 1667, in-fol. ; 7quot; Franco!quot;., ap. J. J. Erythropilum, 1682, in-4quot;; Hafnise, ap. H. Ch. Paulli, 1707, in-4quot;. — Broeckx.

In het engelsch vertaald. London. 1662, in-4quot;. — Broeckx.

In het fransch vertaald. Lyon, 1671, in-4o. — Broeckx.

In het duitsch vertaald door F. M. v. Helmont. Sultzbach, 1863, in-fol. — Antiquar. Kat a log No. 39. Fr. Deuticke in Wien.

^) Alphons van deu Plancke, Over de pokskens, spotten en mazelen. Brugge, 1616, in-Squot;. — De Meyer.

32) Lazarus Mauquis (1571-1647), Cort advys der doctoren van Antwerpen teghen de peste. Antwerpen, G.Verdussen, 1624, in-120. — Idem. (Vermeerderd door Regnier Bruitsma). Mechelen, 1625, in-12quot;. — In \'t fransch vertaald door Sasbaert de Varech, van Rijsel. Lille, 1625, in-8quot;. — Broeckx.

Cort advys... (Herziene en vermeerderde herdruk). Antwerpen, G. Verdussen, 1634, in-8quot;. — Broeckx.

24

-ocr page 31-

Volkomen tractaet van de peste... Antwerpen, C. J. Trognesius, 1636, in-8°. — Brussel, K. B. ; Anhu., S. B.

3J) Jan de Raet, Gort verhael oft tractaet van de haestige sieckte... Antwerpen, G. Verdussen, 1625, in-80. — Uroeckx.

34) Remedien tegen de peste... Brugghe, Nic. Breyghel, 1632, in-8° — De Meyer.

35) Wouter vanden Pehre (1574-1652), Pest-boeck... Antwerpen, H. Aertsens, 1633, in-80. — Brussel, K. B.

36) Jan vander Linden (gest. 1638), Gort verhael oft tractaet vande... peste. Antwerpen, Godtgaf Verhuist, 1634, in-80. — Brussel, K. B.

37) Heym. jacobi,Den kleynen herbarius.. van nieus oversien. Antwerpen,

G. Verhulst, 1640, in-12ci. — Antw., M. PI.

Den nieuwen kleynen herbarius... Gend, J. Gimblet, in-8u. — Antw., S. B. — Nog veel vroegere en latere drukken.

Van den schat der arme... Antwerpen, G. Verhulst, 1641, in-120. — Antw., S. B. — Nog veel vroegere en latere drukken.

38) Willem Margqcis (1604-77), Van d\'ophoudinghe der urine... ende sommighe remedien tegen het graveel... enz. Antwerpen, M. Binnart, 1646, in-8». — Broeckx.

59) Michiel Boudewuns (1591-1681), Dienstich ende ghenuchelyck tyt-verdryf voor siecken... Antwerpen, Pr. Fickaert, 1654, in-80. — Antw., S. B.

Strydt tusschen de genees-konste ende sieckte... (Een gedicht). Antwerpen, M. Parijs, 1659, in-40. — Antw., S. B.

^) J. B. van Mülem, Den kleynen pestverdryver. Brugge, P. Van Pee,

1666, in-8quot;. — De Meyer.

quot;) Pharmacia galenica et chymica,... enz. Antwerpen, R. Sleghers,

1667, in-8u. (Geschreven door Jan Bisschop; zie Medicina Pharmaceatica, Voor-reden). — Antw., M. PI.

4i) Lowies Overdatz (1617-82), Kort verhael van de peste, met hare geneesmiddelen. Brussel, Jan Mommaert, 1668, in-80. — Brussel K. B.

quot;) Peter Lanbiot (1649-1730), Kort verhael van den loop soo vanden chyl als van \'t bloet... enz. Brugghe, Pieter Van Pee, 1688, in-120. — Gent,

H. S.

Een tweede uitgave : Brugghe, Verhulst, (zonder jaartal). — De Meyer. 44) Medicina pharmaceutica, oft drógh-bereydende ghenees-konste.... Brussel, Fr. Foppens, 1682, in-fol. — Antw., S. B.

u) Robertus B. Maes (gest. 1700), Tractaet van de voortkomste ende generatie des mensch... Brussel, Jan de Grieck, (1689), in-8». — De Meyer.

Dispuyt tusschen de oude ende nieuwe schryvers over het ghebruyck van het ader-laeten... Brugghe, Joos van der Meulen,1695, in-80. — De Meyer. *e) Franciscüs-Mercurius van Helmont (1614-99), Een zeer korte afbeel-

25

-ocr page 32-

ding van het ware natuurlyke hebreuwse A. B. C... Amsterdam, P. Rotterdam, 1697, in-120. — Antw., S. B.

Ook in het latijn, het duitsch en het engelsch uitgegeven. — Broeckx.

Aanmerkingen over den mens en desselfs ziekten ; alles op gewisse en onfeilbare gronden so van de natuurlyke reden als ervarentheid gevestigd, Amsterdam, P. Rotterdam, 1692, 2 deelen in-120. — Broeckx.

Latijnsche vertaling door J. C. Amman. Amsterdam, J. Wolters, 1692, 2 d. in-120. — Broeckx.

47) Cornelis Kelderman (1632-1711), Onderwys voor alle vroed-vrouwen raeckende hun ampt ende plicht... Brugghe, Ign. Van Pee, 1697, in-12ü. — Nog twee drukken : Brugghe, Jac. Beernaerts en Brugghe, J. Van Praet. — De Meyer.

w) Jan Palfijn (1650-1730), Nieuwe osteologie, ofte waere, en zeer nauwkeurige beschry ving der beenderen van\'t menschen lichaem... Ghendt, Jan Danckaert, 1701, in-80. — B. B. P. 64.

Tweede druk. Leiden, Joh. du Vivie, 1702, in-8u. — B. B. P. 65.

Derde druk. Leyde, Jan Vander Deyster, 1727, in-80. — B. B. P. 66. en Antw., S. B.

Vierde druk. Amsterdam, Jan Morterre, 1758, in-80. — B. B. P. 67

Twee duitsche vertalingen. Bresslau, Michael Hubert, 1730, in-80; ib., 1740, in-8quot;. — B. B. P. 68-69.

Een fransche vertaling. Paris, G. Cavelier, 1731, in-120. — B. B. P. 70.

Anatomycke of ontleedkundige beschryving... van... kinderen... mons-treuselijck... geboren... enz. Ghendt, Max. Graet, 1703, in-8u. B. B. P. 71.

Tweede druk. Leiden, Joh. du Vivie, 1714, in-80. — B. B. P. 72.

Fransche uitgave. Leide, Vü B. Schouten, 1708, 3 d. in-40. — B. B. P. 73.

Ontleed-kundige beschryving, van de vrouwelyke deelen, die ter voort-teeling dienen. Leyden, Joh. du Vivie, 1724, in-40. — B. B. P. 74.

Fransche uitgave. Leide, Ve B. Schouten, 1708, 3 d. in-40. — B. B. P. 73.

Nauwkeurige verhandeling van de voornaemste handwerken der heel-konst... Leyden, Chr. Vermey, 1710, 2 deelen in-4o. — B. B. P. 75.

Tweede druk. Leyden, J. en H. Vander Deyster, 1734, 2 deelen in-40. — B. B. P. 76.

Twee duitsche vertalingen. Nürnberg, J. Albrecht, 1717,2 deelen in-4u en Franckfurt u. Leipzig, J. J. Wolrab, 1717, 2 deelen in-40. — B. B. P. 77-78.

Heelkonstige ontleeding van \'s menschen lighaam... Leyden, Jan vander Deyster, 1718, in-S». — B. B. P. 79.

Tweede druk. Leyden, J. en H. vander Deyster, 1733, 2 deelen in-80. — B. B. P. 80.

Drie fransche uitgaven. Paris, G. Gavelier, 1726, 2 deelen in-8u. — Ib., 1734, 2 deelen in-80. — Paris, V« Cavelier et fils, 1753, 2 deelen in-8u. — B. B. P. 81-2-3.

26

-ocr page 33-

Twee duitsche vertalingen. Nürnberg, Joh. M. Seligmann, 1760, 2 deelen in-4lt;gt;. — Frankfurt u. Leipzig, 1760, 2 deelen in-4lt;gt;. — B. B. P. 84-5.

Twee italiaansche vertalingen. Venezia, N. S. Remondini, 1758, 3 deelen in-40. — Ib., 1792, 3 deelen in-40. — B. B. P. 86-7.

De besondere heel- en genees-konst der oog-siekten... door Mr. Antoine. (Vertaald en vermeerderd door J. Palfijn). Leiden, Chr. Vermey, 1714, 2 deelen in-4n. — B. B. M. 219

In het duitsch vertaald. Bremen, Erben Saurmann, 1731, in-8u. — B. B. M. 220.

w) Willem Simons, Den troost der arme... Den XLI druk. Gend en Antwerpen, 1702, in-120. — Broeckx.

50) Maktinus van Hille (1633-1706), Tooneel der chirurgie... Antwerpen, 1706, in-80. — Broeckx.

Tweede druk. Antwerpen, M. Verdussen, 1726, in-80. — Gent, H. S.

51) Philippus Verheven (1648-1710), Anatomie oft ontleed-kundige be-schryvinge van het menschen lichaem... uyt het latyn vertaelt door A. D. Sassenus. Brussel, T\'Serstevens, 1711, in-80. — Gent, H. S.

b2) Clarius et majus lumen pharmacopoeorum, dat is claerder en meerder licht der apothekers... Antwerpen, J. F. Lucas, 1723, 111-8quot;. — Antw., M. PI.

Idem. W0 J. F. Lucas, 1725, in-8quot;. — Antw., M. PI.

Idem. Vander Hey, 1750, in-Squot;. — Broeckx. — Nog andere uitgaven.

M) Enchiridion medicum oft medecyn boecxken... Antwerpen, J. F. Lucas, 1723, in-80. — Antw., M. PI.

Idem. Vander Hey, 1757, in-80. — Broeckx. — Nog andere drukken.

m) Copie van het ghevoelen... van eenen doctoor nopende eene sieckte de welcke... regneert in de stadt Ryssel... Brugghe, A.Wydts, (1740), in-40.— De Meijer.

^5) J. L. van de Walle (1696-1770), Queritur ofte het geraedsaem is... de dooden voor den derden daege te begraeven ?... Brugghe, 1749. — De Meyer.

^0) Hendrik Vleys (1701-1759), Reglement der gezondheyd raekende de spyse en drank om gezond te leven. Brugge, 1754, in-40. — De Meyer.

s\') Korte voorstellinge van verscheyde aenmerckingen aengaende de voornaemste hooftwonden... voor het grootste deel getrocken uyt de ver-maerde Kon. Acad. der Chirurgie van Parys... Loven, W0 Vanderhaert, 1760, in-8o. — Broeckx.

58) Tissot (uit het fransch vertaald, met aanteekeningen van L. Bicker), Raedgevinge voor de gezondheid van den gemeenen man... Brugge, J. Van Praet, 1765, in-80. — Antw., S. B.

Tweede druk. Ib., 1783, 2 d. in-Squot;. — Brussel, K. B.

Tractaet der inenting van de kinderpokjes en mazelen. Brugge, J. Van Praet, 1782, in-80. — De Meyer.

27

-ocr page 34-

69) C. J. Huart (1750-1826), Enchiridion artis obstetricandi of kort begryp der vroed-kunde... Mechelen, J. P. van der Eist, 1770, in-8u.— Gent, H. S.

Korte verhandeling over de heelkundige berigten... Mechelen, J. P. van der Eist, 1774, in-80. — Broeckx.

Tweede druk. Gend, E. J. t\'Servrancx, 1794, in-80. — Gent, H. S.

Supplement op de heelkundige berigten... Mechelen, J. P. van der Eist, 1777, in-8ü. — Broeckx.

Tweede druk. Gend, E. J. t\' Servranex, 1794, in-811. — Gent, H. S.

60) Ferd. Hendrik Cremers, Ontleding der ware kinderpokjes... S\'Bosch, 1771, in-80. — Broeckx.

ei) J. H. Matthey (1742-96), De behulpzaeme hand aen de verdronken toegebragt... Antwerpen, J. J. G. De Marcour, 1771, in-80. — Brussel, K. B.

62) Rauun, Kort-bondige onderwyzingen op de kinderbaeringen... Brugge, J. Van Praet, 1771, in-80. (Vertaald door de Burck.) — De Meyer.

03) J. B. Jacobs (gest. 1791), M. Raulin, Kort-bondig onderwijs aengaende de vroed-kunde... uyt het fransch door J. B. Jacobs. Gendl, J. Begyn, 1771, in-12o. - Gent, H. S.

M. Lassus, Nieuwe wyse om de beenbreuken ende ontledingen te behandelen... uyt het fransch door J. B.Jacobs. Gendt, J. Begyn, 1772, in-120. — Broeckx.

J. J. Gardane, Berigt aen het volk, aengaende de asphyxia... in het vlaemsch vertaelt door J. B. Jacobs. Gendt, J. Begyn, in-12\'gt;. — Brussel, K. B.

Kort onderwys hoe dat men de breuken ofte scheursels alsmede den voorval der lyfmoeder ende arsdarm kan voorkomen en genezen. Gend, Jan Meyer, in-12o. — Gent, H. S.

Vroedvrouwen handboeksken... Gendt, J. Begyn, 1777, in-120. — Broeckx.

D. A. G. Richters Heelkundig boekzaal... uit het hoogduitsch vertaald, met aanmerkingen van J. B. Jacobs. Gend, J. P. Vander Schueren, 1780, in-80. — Broeckx.

Vroedkundige oeffenschool... Gend, J. P. Vander Schueren, 1784, in-40. — Gent, H. S.

Een fransche uitgave. Gand, J. P. V.d. Schueren, 1785, in-8quot;. — Gent, II.S.

Een duitsche vertaling. Marburg, 1787, in-Squot;, — Broeckx.

H. Callisen, Onderwyzinge der hedendagsche oeffende heelkunde... uyt het latyn door J. B. Jacobs (en P. E. Wauters). Brussel, A. De Bel, 1790-92, 2 d. in-8». — Gent, H. S.

w) J. B. de Beunie, Antwoord op de vraege : welk zyn de profytelykste planten van dit land, ende welk is hun gebruyk, zoo in de medicynen als in andere konsten. Brussel, A. D\'ours, 1772, in-40. — Mém. cour. de /\'Ac. de Br.

Wonderbaar geval nopens eene subite genezinge van een vallende ziekte

28

-ocr page 35-

door koudwater. Vlissingen, 1778, in-80. — Verft. v. h. Zeeuwsch Gen. der Wet. te VI., deel VI.

6S) Pieter Jozef van Baveghem (1745-1805), Tractaet... over de beruchts keyser-snede... Dendermonde, J. du Gaju, 1773, in-121\'. — Brussel, K. B.

Verhandeling over de koortsen in \'t algemeen, dog bezonder over de rotkoorts en roodeloop... Dendermonde, We du Gaju, 1788-89-90,3 d. in^quot;.— Brussel, K. B.

60) In- en uitlandschegenees-enheelkundige boekzaal...Antwerpen, 1774, in-8o _ Broeckx.

67) Hulpmiddelen om de versmoorde en de verdronken persoonen tot het leven te verwecken. Brussel, Fr. t\' Serstevens, 1774, in-8u. — Broeckx.

^8) Franc. Don. van Daele (1737-1818), Onderwys voor de leerlingen in de vroed-kunde... Yper, J. F. Moerman, 1775, in-80. — De Meyer.

60) P. C. de Brabant (1740-1790), Antwoorde... op het gerucht van weder-gekomene pokskens naer de inentinge. Gend, J. Begyn, 1777, in-8quot;. — Brussel, K. B.

70) Gompendium anatomicum... getrokken uyt de geleerde schriften van J. D. Schlichting en J. B. Winslow. Antwerpen, J. B. Cartstiaenssens, 1777, in-80. — Gent, H. S.

quot;) H. J. Rega (1690-1754), Redenvoering waerin... ondersogt word ol\' iemant... soude konnen alleenelyk door besigtinge des pis den aert der siekten onderscheyden... uyt het latyn door P. J. Delava. Brugge, M. de Siovere, 1777, in-80. — De Meyer.

72) N. P. J. Eloy (1714-1788), Grond-beginzelen der vroed-konst... van het fransch... vertaelt doorGh. Bradechal. Brugge, J. Van Praet, 1778, in-80. — De Meyer.

quot;) Petrus Walckiers, Antwoord op de vraag: In hoe verre kan eene longteering geneeslyk zyn... Amsterdam, Gonradi, 1780, in-8ü. — Broeckx.

74) De Frenne, Vereenvoudigde geneeskunde ofte handboek van huys-lyke genees- en heelkunde. Brussel, 1785, in-8o. (Uit het fransch vertaald.) — Broeckx.

n) J. A. Roselt, Natuur- genees- heel- en geboortskundige waernemin-gen en mengelschriften ten diensten van het landvolk. Gend, J. P. Vander Schueren, 1781 en 1783, 2 d. in-80. — Broeckx.

7e) Prosper Florisoone, Nieuwen geneesmiddel...Brugge, J. DeBusscher 1781, in-120. — Tweede druk. Ib., 1783. — De Meyer.

77) Petrus van Elsacker, Verklaring ende raedgeeving over de dysenteria ofte loopziekte... enz. Antwerpen, P. J. Parys, (1784), in-12u. ■— Antw., S. B.

78) A. J. Rechberger, Bekendmaeking van eenen bezonderen hefboom, en des zelfs aenlegging, gebruyk ende nut in baerens nood... uyt het hoog-duytsch vertaeld door J. A. Roselt. Gend, Gebr. Gimblet, (circa 1785), in-120. — Brussel, K. B.

29

-ocr page 36-

79) B. B, Coppens (1756-1801), M. Lauverjat, Toets eener werkje v. d. H. Sigault... (over) sehaambeens-doorsnyding... uit het fransch door B.Coppens. Gend, J. P. Vander Schueren, in-80. — Gent, H. S.

Redenvoering over de voordeden van de doorsnyding der schaembeens-vereeniging in de moeylyke baeringen... uit het fransch met aenteekeningen van B. Coppens. Gend, J. P. Van der Schueren, in-80. — Broeckx.

80) J. Debuck, Verhandeling over het misbruik der loonvoedsters. Gend, 1786, iii-80. — Broeckx.

Fr. A. van Zandycke, Het Geneeskundig Journael van Londen, door Samuel Foart Simmons, uyt het engelsch vertaeld door F. A. v. Z. Brugge, J. Bogaert, (1786), 111-8°. — De Meyer.

Waernemingen op het genezen van de gonorrhoea... de tweede uytgaeve door S. Foart Simmons, overgestelt en met aenmerkingen door F. A. v. Z. Brugge, J. Van Pract, iii-80. — De Meyer.

Korte beschryving en geneeswys der venus-ziekten... Brugge, J. Bogaert, in-8quot;. — De Meyer.

Dictionaire der gezondheyd... Brugge, J. Bogaert, 1786, in-80. — De Meyer.

8!) Gedenkweerdige consultatie... of een kind, het gene geboren word in de elfste of twaelfste maend naer de dood van zynen vader, voor wettig kan verklaerd worden Brugge, F. Van Eeck, 1786, in-80. — De Meyer.

83) Hendrik vander Stadt, Eenigen middel voor den medecyn om de geneeskunde met eer en gemak te oefïenen. Gend, 1787, in-80. — Broeckx.

84) P. J. van thente(gest. 1824), Korte onderrigting op de behandeling der venus-ziekte... uyt het frans (van De Lassone et Horne) met aenteekeningen. Gend, L. Le Maire, (1788), in-80. — Gent, H. S.

Herdrukt achter: Verhandeling over de venus-ziekten, door don heer Plenck... Botterdam, 1792, in-80. — De Meyer.

81!) J. B. van Mons, Schets van eigenschappen, de welke in een waar apotheker vereischt worden. Amsterdam, 1788, in-4o. — In het Nieuw Geneeskundig Tijdschrift.

8quot;) P. E. Wauters (1745-1840), Gekroonde verhandeling, tot antwoord op de vraeg: aente toonen de inlandsche gewassen, bekwaem om oliën te maeken... Brux., Typis Regiae Acad., 1788, in-40. — In Mém. cour. de VAc.

Huys en reys apotheek van... Bosen van Rosentein, uyt het hoogduytsch vertaeld... Gend, B. Poelman, 1790, in-80. — Broeckx.

87) Josephus Quarin, Nieuwe, zekere en gemakkelyke genees-wyze der koortzen... na de latynsche uytgaeve van 1790. Oostende, Scheldewaert, 1793, in-8ü. — De Meyer.

Nieuwe... genees-wyze der ontstekingsziekten... na de latynsche uytgaeve van 1790. Oostende, Scheldewaert, 1793, in-80. — De Meyer.

30

-ocr page 37-

88) J. P. van Dorpe(?), Algemeene raedgevingen... tot den rooden loop. Aelst, 1794, in-12quot;. — Broeckx.

M) Joannes van Herck, Derde uitgeevinge der beschryvinge.. van de waters van de fontyne kort bij de stad van Tongeren... Maastricht, G. B. van Gulpen, 1796, in-40. — Broeckx.

0) Benj. Bell, Verhandeling over den druiper en pokziekte, uit het engelsch vertaald voor J. P. Kluyskens... Gend, A. Colier, 1797, 2 d. in-80. — Brussel, K. B.

Verhandelingen van het Genootschap ter bevoordering van Genees-en Heel-kunde opgeregt tot\'Antwerpen, onder de zin-spreuk Gccidit, qui non servat. Antwerpen, J. S. Schoesetters, (1798, 1799 en 1800), 3 deelen in-80. Antio. K. B.; Gent, H. S.

31

-ocr page 38-

■ quot;

• • -

■• ■ ■ *Mf\' - üMp

• • Wmamp;\'ï ■

- -

. ■■ ^ ■\'-quot; ■ * ■ ■\' .....

■ ,

-ocr page 39-

1 \' ■

-ocr page 40-
-ocr page 41-

.

.

s

.

•-

_

-ocr page 42-