-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-

Godvruchtige lezingen voor ieclox\'en dag der maand JTnni

Igt;ooè\' een 1U K. Priester, 9

t

TILBURG,

Stoonulniklvcrij van het I?. K. Jongeus-Wecsliuia. 1 8 8 7.

LIEFDE O» LEEFDE.

\'/*

OF

I I

i DE WELDADEN VAN JEZUS H. HART 1 EN ONZE WEDERLIEFDE.

In h J-o

\\

-ocr page 7-

o_^cX2_____________Si_

DÜ\'KIMATUK,

M. ï. DE üEEli, Sup. Geugt; et Dcc.

ad hoc* delegatus.

Datum Tillmvgi 12 Martij 1S87.

------

-ocr page 8-

VOORREDE,

Deze nederige bladzijden behoeven bij den godvruchtigen Jezer geen andere inleiding of aanbeveling dan deze weinige trooxden , die de H. Kerk met een atlaat verrijkt heeft: ,, Bemind zij overal het H. Hart van Jezus.quot; Wanneer zullen do gelukkige dagen eens aanbreken, dat die wensch geschreven staat aan het hoofd d^ir staatswetten, op den titel der boeken, in den gevel der openbare gebouwen , in de wapperende banieren der legers en in.

de paleizen der grooten ?..... Wat bij

de menschen onmogelijk is, is mogelijk bij God , „ en , zoo hoeft Onze Heer gezegd , heerschen zal mijn Hart, ondanks allen tegenstand.quot;

Och , of ten minste die wensch geschreven atond in do harten aller Christenen ! Daartoe het onze bijdragen door aan do geloovigen te doen zien, welke liefde Jezus\' H. Hart, in de Verlossing, in zijn H. Sacrament, in zijn H. Lijden en in

0%:.-

-ocr page 9-

9

TjcVo

ro

1

pl }-IV

duizend andere weldaden betoond lieeft, ziedaar geheel de reden van bestaan van dit werkje; en deze reden zal ons verschoo-ning doen vinden ia het oog des vromen lezers; want wie zijn wij, om zulk een verheven taak met zoo zwakke krachten te beproeven ?

Wat het plan van het werkje betreft, dit is hoogst eenvoudig en ligt geheel en al in den titel: Liefde om Liefde , reeds opgesloten. Wij moeten het H. Hart van Jezus beminnen; doch waarom? Omdat Het ons het eerst bemind heeft en ons daarvan de bewijzen bij menigte gaf. Hoe moeten wij op onze beurt dat H. Hart beminnen? Door aanbidding, eerherstel en navolging. Ziedaar het geheele verloop. Op eenvoudige, duidelijke wijze hebben wij getracht deze gedachte uiteen te zetten. In hoeverre wij daarin geslaagd zijn en eenig vuur van wederliefde in de harten hebben mogen ontsteken, oordeelea

Qj G

n

God en de vrome lezer.

r

0 C

O

J 9 - CiJÜ

-O

-ocr page 10-

of ;

DE WELDADEN VAN JEZUS H. 11AHT EN ONZE WEDERLIEFDE.

Kort Overzicht der (geschiedenis van de devotie tot Jezus H. Hart.

quot;VilVaLs deze devotie nieuw in de II. Kerk\'? Hebben de Heiligen en godvruchtige personen vim vroeger eeuwen haar gekend en beoefend ? Als men bedenkt, welk vooral het doel is vim deze devotie til. zoouls de uitspraken van Home zeggen; « de oneindige liefde te eeren , waarmede «de Zoon Gods zich voor ons, mensehen, » ter dood overleverde en zieh /.elvn aan

-ocr page 11-

cXquot;________ _

M.

« ons in \'i H. Siicriinii\'iit h\'U spijze gai\'1),quot;— «luri J^an uien er niet aim twijfelen, of\'deze ^ndsvruchl is /(«i oud als het christendom zeil\'. Van den II. .loannes Evangelist ai\', die in liet laatste Avoiulinaal dat 11. Hart. van liefde vo/lde kli)|)|)en, tot oji onze dagen, zijn er altijd heilige en uitverkoren zielen geweest, die deze liefde vereerden; zelfs hehhen Kerkvaders van de hoogste oudheid ons in hunne schriften gesproken over de liefde van Jezus II. Hart , zooals een 11. Angustinns, ecu II. Hernardvis, Franciscns van Sales en andere ; - - en Heilige Maagden als Mechtildis, Lutgardi.s, (ierirudis helihen ons de zoetheid dier liefde inc.t de teederste woorden bcschreven. •• Maar.quot; zoo zegt l\'ius 1\\ z. g. in zijne, Imlle van zaligverklaring der Zalige Mar-jxarcta Maria, «de Stichter en Voltrekker igt; van ons geloof, Jezus Christ us, had geen » vuriger verlangen, dan de vlam der » liefde, die in zijn eigen Hart brandde , ;gt;i ook in de harten der menschen te out-ii steken, lieeds in hei Kvaugelie keren

1) Tn iH\'oposilionc cansse Inslit. festi SS. (\'ordis

-ocr page 12-

it wij dit; want, zegt Hij daur, Ik hel) ii oen vuur up de wereld goliraeht en wat «wil Ik anders, dan dat het ontstoken v worde\'? Om echter meer en meer dat »1 vuur der liefde te ontsteken, wilde Hij « in zijne Kerk den eeredirnd run zijn v II. Ihui dom instellen en hevorderen. ii Kn om dien heilzamen eeredienst in te )gt; richten en overal te verspreiden, jgt;vwaar-difïde Zich (Inze Heer zijne eerbiedwaar-ii difi-e dienai\'es Margareta .Maria Alacoijue ii uit te kiezen. . . . Voor het Allerheilijjstc ii Sacrament in gebed verzonken zijnde, ti werd haar door den lieer gezegd, dat ii het Hem alleraangenaamst zou zijn, zoo ii er een bijzondere eeredienst werd inge-ii richt ter cere van zijn II. Hart, dat van ii liefde tot de menschen verteerd wordt, i\' Kn aan haar droeg Hij de zorg hiervoor nop.quot; Uit had plaats op het einde der 17\'le eeuw. lievig was de tegenstand, dien deze godsvrucht in den beginne ondervond, zoowel van wege de godvruchtigen, welke in deze godsvrucht eene tot dan toe ongekende nieuwigheid meenden te zien, als ook van wege de Jansenisten en onn-eloo-

ctL-

o \'o\' V -

-iO-

-ocr page 13-

vigüii , die iiiissc\'liicn iir/.iigcn wilt maclitig-micldcl deze devotie worden zou om geloof en liefde weder in de harten der Christenen te doen bloeien. De eersten waren natuurlijk spoedig tot andere gevoelens gebracht; maar de steeds aangroeiende haat. der laatsten leverde het bewijs, dat deze godsvrucht inderdaad het werk Gods was; hun tegenstand diende slechts om de leer der Kerk aangaande dit punt duidelijker te doen omschrijven en overal te verspreiden.

En thans op de dagen, die wij heieven,, is deze godsvrucht beoefend over gansch de wereld ; uit alle oorden der aarde stijgen1 lofzangen op ter eere van het II. Hart van Jezus. Zoowel de li jnbeschaarde inwoner onzer groote steden, als de half wilde Indiaan van Amerika eeren en aanbidden\' dat Hart. Kn overal ter wereld verkondigen prachtige kerken en hoogc torens aan de wereld de waarheid dezer voorspelling des Heeren ; « Heerschen zal mijn ii Hart, ondanks allen tegenstand.quot; Eu wie zegt ons, waai\' die overwinning des H. Harten eindigen zal\'? Wie zegt ons , dat niet eenmaal, — en och , of de tijd

---J

-ocr page 14-

niet verre meer /.ij ! — de geheele wei-eld terugkeert tot het geloof der vaderen, ei» :dle volkeren en talen van Europa, Azië, Amerika, Afrika, en Australië samenstem-men tot één machtig lollicd, een lotlied ter eere van \'t II. Hart des lleeren

Talrijke hoeken en hoekjes werden geschreven om deze devotie, haren aard . haar voorwerp, hare voordeden, hare beoefening duidelijk voor de geloovigen uiteen te zetten en zoo door meerdere, kennis der godsvrucht, ook meerdere liefde te verspreiden. liet ■waren vooral de leden der doorlucht ige Sociëteit van Jezus, die. het machtige zwaard van hun geschreven en gesproken woord gehruikten, om deze devotie in alle standen der maatschappij eenen weg te lianen en tegen aanvallen te verdedigen. Zij oogstten daarvoor den dank van alle weidenkenden en tevens de belooning, die de wereld niet kent of niet acht nl. lijden en vervolging; maar ook tegelijk den troost , het getal der vereerders en navolgers van dat Allerheiligste Hart ieder jaar te zien aangroeien. Do eerste Vrijdag der maand , de Feestdag

-ocr page 15-

p------^

X

van het. Allcrh. Hart, de Kcrhcrskllcndc Communie, de Kerewacht, het Apostolaat des gebeds en nop: andere oefeningen worden steeds meer verspreid, en /.(.\'U\'s zijn er te Home stajipen gcidaan om Z. If. den Pans te bewegen het feest van het 11. Hart van Jezus te veriieflen tot den hoogsten raiif;\' der kerkelijke feesten. Wij kunnen niet anders dan hopen , dat 11. goed-gunstig op dil verzoek moge beschikken. \\oorwaar, dit zon voor deze zoo heilzame tlevotie een maehtige stoot zijn, en een vermeerdering van eer en lof voor t II. Hart, aan hetwelk glorie en verheerlijking in eeuwigheid toekomt !

cx-U ~

—tb v -iU-O

-ocr page 16-

ïë

AFLATEN

VKKHONDEN AAN J)K

Viering der Jmiiiaanil.

7j. H. Paus Tins IX l)ij Det-reet van ■de 11. Congregatie der Ailaten, 8 Mei 1873, vergunde aan alle geloovigen die in de Junimaand , hetzij in \'t publiek, ot in \'t bijzonder ten minste met een rouwmoedig liart bijzondere gebeden of god-vruclitige akten van vereering ter eere van liet Allerli. Hart van Jezus verrichten :

Een Aflaat mm 7 jaren eens per dag te verdienen.

Kfn vollen ajlaat, op een dag naar verkiezing in gemelde maand, mits men na waarlijk rouwmoedig te Lebben gebiecht en gecommuniceerd eene kerk of openbare bedeplaats bezoeke en daar een tijdlang i auet godsvrucht bidde volgens de meening van Z. H.

-ocr page 17-

Eerste Dag.

Wat vereereu wij als wij het H. Hart vereereu J

|-.VNNKKiidc pelftrini, die dc ovcrbliji-

ïselcn der Scnitijnschc II. Toresia \'vereereu wil, de aloude kerk vmii in Spanje Viinnentreedt en vraagt naar de relilt;iiuecn der Heilige , dan toont men hem eene kristallen vaas. in den vorm van een mensehelijk hart en in die vaas Jiet hart der maagdelijke Te-resia , omringd van doornen. Hij ziet de wonde welke een Serafijn met gloeienden schicht daarin maakte, en zoo het hem toegelaten wordt , drukt de pelgrim zijne lippen op het kristal, om zulk eene kostbare reliquie te vereeren1). —

1) Bouix. Vie de St. \'JYrèsc.

-ocr page 18-

a1

EERSTE DAG. 13

Keu muter feit. — Wnniurr schilders of beeldhouwers den II. Augustinus, dien grooteii bekeerling en Kerkleeriüir, willen voorstellen, ijeelden zij hein nl\', in zijne rechterhand zijn hart dragende, dat vlammen uitslaat. Waarom\'? Heeft (lande H. Augnstinus tijdens zijn leven ooit zijn liart iu zijne hand gedragen\'? Of heeft -ooit op deze wereld zijn hart gebrand\'? Neen , maar schilder- en beeldhouwkunst ;geven daardoor te kennen , dat de liefde des 11. Augustinus bijzonder groot was en om die liefde aanschouwelijk voor te stellen , kenden zij geen beter zinnebeeld dan een hart, dat vlammen uitslaat.

In beide bovenstaande gevallen is er sprake van een hart, maar met een zeer groot onderscheid. Rij de II. Teresia ziet men haar eigen, natuurlijk, vleeschelijk hart, dat tijdens haar leven in haar boezem klopte en haar deed leven en handelen voor God. liij den II. Augustinus echter ziet men niet een hart van vleeseh, •zenuwen en bloed, maar een zinnebeeldig hart, een hart, dat gesteld is in de plaats der liefde en ons aan de liefde doet den-

-ei

gfe

-ocr page 19-

ken. I ti\' lii\'l\'ilc toch is iels oii/.ichi Ijjiiirs rn kim door geen heitel dl\' pciiscci WDnlciv weerjicp\'viMi.

Dit onderscheid nu heelt men ook hij de-vereerinjï van \'r II. Hart niet uit hei, oo^-te verliezen. I\'cschouw t men dat 11. Hart. frelijk hot was tijdens het sterfelijk li\'ven des Heeren, toen Het klopte in de horst des Zaligmakers en in alles fielijk was aan het hart der overige inenschen , hc-scliouwt men het gelijk het nu nog, ol-schoon verheerlijkt, klopt en leeft in den Kemel en in het 11. Sacrament, /.eer zeker dan verdient dat Hart onze diepste verccring en aanhidding ; want het is niet; \' liet Hart van een gewoon nienseh , maar het Hart van een meiisch , die tegelijk\'iod is, dus eeu inderdaad godM-ijk Hart. Kit gelijk w ij ons overgelukkig zouden geacht hebben, zoo het ons gegeven ware geweest, de aanhiddelijke \'Noeten des Zaligmakers te kussen, gelijk de H. Vrouwen, - ol\'ziju U. Aangezicht te mogen afdrogen , gelijk Veronica , zoo ook mogen en moetei wij dat II. Hart veroeren en aanbidden in de-horst des Zaligmakers, als een deel , eigt;

-ocr page 20-

KKRSTK DAQ.

oprso

et

■\\vcl hef edelste deel vim het. J.icliaam des lleeren, waarvan de aanschouwing; de Kngelcn voor eeuwig gtgt;lukkiK tloct zijn.

.Maar nog iets meer vereeren wij in het II. Hart. De licfdr. naiuelijk; de liefde waarmede. de Zoon (lods ons liemind heeft totden dood , ja tot den dood des kruises; de liefde, waarmede Hij zieh aan otis gal\' in zijn 11. Sacrament; de liefde waarmede Hij zich daar liever aan ontclliare heleo digingen wilde blootstellen tot aan het, einde der ecuwen toe, dan ons liet bewijs te onthouden , \'t welk ons toonen moet, tot wat uiterste Hij ons bemint.

.Maar kunnen wij ons die liefde des lleercn wel verbeeldenl)c uitwerkselen dier liefde, ondervinden wij ; maar hoedanig isdi(f liefde zelfquot;? Och, wij stoffelijke menschen, wij hebben in onze voorstellingen altijd j ook iets stoffelijks, iets zichtbaarsnoodig, om , zooals de H. Kerk zingt, door het. j zichtbare, tot het onzichtbare gebracht ter worden\'). Hoe ons dan de liefde des Hee-

1) Pracfatio dn Xativ.: Ut diiiu visibilitor Dcum cognoscimiiJ?, per hunc in iiivisibilimn amo- ■ rem rapinuiur.

-ocr page 21-

ren voorgesteld? Gelijk de liefde des H. August!mis, onder het zinnebeeld zijns Hin ten. Zien wij diit Hart, dan weten wij, dat lt;le Heer ons liemind heeft; zien wij lt;lat Hart, dan aanschouwen wij als in éénen oogopslag geheel die lange rij van weldaden waaruit zijn leven op aarde eenmaal bestond, en nog bestaat in het H. Saerament; zien wij dat Hart, dan weten wij, waarom de Heer van koude wilile schreien in de kribbe van Bethlehem, waarom Hij zich vermoeide en uitputte bij zijne Evangeliereizen, waarom Hij zich bloot gaf aan den haat van Schriftgeleerden en Phariseërs, waarom Hij zich aan eene kolom liet geeselen, aan een kruis lid verheffen en doorsteken, dat Hart zegt u dat alles zonder woorden; omdat Hij ons mensehen beminde.

Kn welk eene liefde ! 0, \'t is eene liefde, die alle tijden en plaatsen en personen omvat en waarop wij de woorden der H. Schrift volkomen kunnen toepassen ; zij it onmetelijk als de zee. En wie overziet de lengte, wie meet do breedte, wie peilt de diepte der zee\'! ïoen de 11. Paulus de

-ocr page 22-

ffquot;

EEllSTE DAG. 17

liei\'dc besclirccf, die de Christenen van fïorinthc moesten hebben, toen liij verkondigde : de liefde is geduldig, de liefde is ■/lichtzinnig, de liefde is niet naijverig, zij praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niet, 7.ij verbittert niet, zij rekent het kwade niet toe, zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid , maar verblijdt zich met de waarheid ; zij verdraagt alles , gelooft alles, hoopt alles, verduurt alles, — wiens liefde zweefde toen als een toonbeeld voor zijnen geestquot;? De liefde van Hem, van Wieu Paulus ook zegde: weest mijne navolgers , gelijk ik het ben van Christus \'i.

Welnu, die liefde, die vlam, dien gloed, vereeren, wij als wij het H. Hart van Jezus vereeren. o Waardig Voorwerp onzer godsvrucht! Wat zullen wij beminnen , zoo wij dat Hart niet beminnen, dat ons aan zooveel liefde doet denken\'? Als een zoon het portret vereert, \'t welk hem aanzijn overleden vader herinnert, — als eene bruid den ring bewaart, die haar een ver

1) 1. Cor. v.

Ö- JIF-I CXilï ^

n

-ocr page 23-

vorwijdmlon bruidegom in het gelicugcit terugroept, ills eene dochter de huarlokkcn (\'ener diepbetreurde moeder lt;gt;[) het hart draagt, — waarom zouden \\vi j dan U niet vcreeren, o (loddelijk Hart, dat voor ons meer zijt dan een kostbare ring, meer dan alle rijkdommen des hemels en der aimle! (lij zijt een (ioddelijke Schat, het zinnebeeld, de gedachtenis eeuer liefde die niet grooter zijn kon! Ontvang dan onze hulde en aanbidding, tegelijk met de hulde en aanbidding, die de Engelen en Heiligen U de geheele eeuwigheid door zulten brengen!

quot;V oornemens.

1° Dikwijls door den dag licrlialcu : Bemind zij overal het H. Hart van Jezus. (100 dagen AH. oens per dag, 23 Sept. 18G0.)

2° Het H. Hart bedanken voor de liefde, die Het ons betoond heeft en nog voortdurend betoont,

3° Een goed voornemen maken, om gedurende geheel deze maand de zonde, zooveel onze zwakheid toelaat, te vermijden.

-ocr page 24-

0_Z|cX2___

EERSTE DAG. 10

VOORBEELD (1).

Eerste verschijning com Jexits 11. Hart aan de gelukzalige Ifargareta-Maria Alacoque.

I)c Gclukz. Margarcta-Maria verhaalt zelve «ildus: Eens lag ik voor het H. Sacrament neergeknield ; ik gevoelde mij geheel doordrongen van de goddelijke tegenwoordigheid, en wel zoozeer, dat ik mij zelve en de plaats, waar ik was geheel vergat; ik gaf mijn hart geheel over aan de werking van Jezus\' liefde. Onze Heer deed mij langen tijd rusten op zijne borst en ontdekte mij alstoen do wonderen van zijne liefde en de onuitlegbare geheimen van zijn H. Hart, welke Hij voor mij tot dan toe verborgen had gehouden. Hij sprak : „ Mijn Goddelijk Hart is zoozeer ver-„ voerd van liefde voor de menschen , dat hel de „ vlammen van zijne liefde niet meer kan inhou-„ den en dezelve door uwe tusschenkomst wil „ verspreiden. Het heeft behoefte, zich aan de „ menschen te openbaren, ten einde hen te ver-„ rijken met zijne schatten, die ik thans aan u „ bekend maak; zij bevatten alle genaden van j, zaligheid, welke noodig zijn, om hen uit den „ afgrond van verderf te trekken ; en u , die een ., afgrond zijt van onwaardigheid en onwetendheid, „ heb ik uitgekozen tot verwezenlijking van dit

1) Vie et Ocuvres de la B. Marg. Mai •ie vol. 11. pag. 379. (cfr. vol. I. 105. Publication du monastère de Paray-le-Monial.)

ffi

-ocr page 25-

.-50°

kXo

CJ

„ grootc plan ; maar alles zal door Mij gedaan wor-den.quot; Daarna vroeg Hij mij mijn hart. Ik smeekte Hem hel zelf te nemen. Hij deed zulks en plaatste het in zijn aanbiddelijk Hart, waarin Hij het mij liet zien als een klein stofje, \'t welk verteerd werd in dat brandend fornuis. Hij nam liet er uit als een vurige vlam in den vorm van een hart en stelde het weder op de plaats, waaruit Hij het genomen had, terwijl Hij zeide : Ziedaar, mijne quot;Welbeminde, een kostbaar onder-„ pand van mijne liefde.... En tot teeken, dat de groote gunst, die ik u bewezen heb . niet „ een spel is der verbeelding, en dat zij «le j, grondslag is van al de gunsten, die ik u nog j, zal betoonen, zal u de smart, hoewel ik de wonóe „ in uwe zijde gesloten heb, er altijd van bij-j, blijven.quot; En inderdaad, zoo gebeurde het. GEBED.

root\' een Beeld van 7 7/. Hart. Ik N. N... om Ü mijne erkentelijkheid te toonen en alle mijne ongetrouwheden te herstellen, sehenk U mijn hart en wijd mij geheel aan U toe , o mijn beminnelijke Jezus: en met uwe hulp neem ik mij voor niet meer te zondigen. (AH. 100 dag. eens per dag ; Pins VIT, 9 Juni 1807.)

Ü9~

-ocr page 26-

¥

Tweede Dag.

Waarom vereeren wij liet H. Hart? (*)

weleer de Egyptenaar zijne ^ ^iiv vclilcn overstroomd zag met het vruehtbare water des Nijls, timi l)likte hij dankbaar op naar de bronnen van dien stroom, die zooveel zegen over •Egypte verspreidde, en die bronnen werden hem een voorwerp van afgodische vereering. Arme heidenen , zij klommen niet op tot de Bron van allen zegen, die God is. —-

(\') Het kan ou/.e mccning niet zijn, hier op pimigerlci wijze eenc vraag tc beslissen, welke de geleerden verdeelt ui.: Is het hart des mcnscheu (en dus ook Jezus\' II. Hart) de zetelplaats , het werktuig der liefde , en is het hart het beginsel of medebeginsel onzer handelingen ? Van weerszijde wordt niet te versmaden gezag aangehaald. Is er dus hier of in het vervolg van dit werkje

-ocr page 27-

m-d

TWEEDE DAG.

i

b.

Diiiir is cl\'ii andere vruchtbare stroom, die niet slechts\' één land besproeit met tijdelijkea zegen , maar geheel de wereld overstroomt met geestelijke zegeningen, \'t Is de stroom der weldaden van Jezus (\'Jiristus. Zie, geheel de wereld geniet van dien zegen, die ons door het Verlossingswerk, door de 11. Kerk, door de 1111. Sacramenten, door de Allerheiligste Maagd Maria geworden is. Zullen ook wij niet dankbaar opzien tot de bron van al die gunsten ? Maar waar die bron te vinden? Christen, /.ie op tot het H. Hart van Jesut; daar is de, bron, waaraan al die weldaden

als een breede stroom ontvloeiden, om | geheel de wereld te overdekken. Met dat Hart heeft Hij ons bemind; zijne liefde schonk ons al die gunsten, waarmede

sprake van de zetelplaats, liet werktuig der liefde, enz., men versta dit dan zoo, dat het hart het eerst en het meest den weerslag aller aandoeningen der ziel gevoelt, iets wat allen toegeven. Wij meenden deze verklaring aan den meer ontwikkelden lezer verschuldigd te zijn, hem voor het overige naar werken van wetensehappelijken aard

verwijzende.

-ocr page 28-

TWK 10 DE DAG.

icdciv voetstap in /.ijti leven geteekeiul was; Wiiar wij dus eene gave zien, waarin zijne liefde bijzonder uitschijnt, daar niugen wij zeggen, dit is eene gave zijns Harten.

In liet hart des mensehen, zegt de II. Fmnciscus van Sales\'), daar zetelt de liefde als eene koningin ; dat hart heeft vele bewegingen , maar de liefde beheerseht die alle. Vandaar dan ook, dat « zijn hart schenkenquot; hetzelfde beteekent als zijne liefde schenken, en als God-zelf in de II. Schrift, onze liefde vraagt, dan doet Hij het met deze woorden: « Mijn kind, geef .Mij «uw hfiil.quot; Inderdaad, wat baten ons alle giften en geschenken, zoo zij niet voortkomen uit het hart, lt;1. i. uit oprechte, liefde en toegenegenheid \'f Wat, baten ons vriendelijke woorden en plichtplegingen, •zoo wij niet weten, dat zij van harte gemeend zijn \'? Welnu , wanneer Jezus Christus ons geschenken geeft, die alle menschel ij ke gaven verre overtreffen, is het dan mogelijk dat zijn Hart, daar niet bij zou zijn? Zijn Hart en zijne liefde zijn één; waar zijne liefde uitschijnt, daar is 1) Directions Spir. Chauinont lom. I.

CU

o ij \'yj

-ocr page 29-

TWEEDE DAG,

^Qc.

TO

zijn Hart liet werktuig, het kimiuil, de bron geweest.

Dut 11. Hart is, om eene aanschouwelijke vergelijking te gebruiken, als het jachtwiel eener groot® machine. Zulk eene machine bestaat uit honderden radertjes, die alle worden in beweging gebracht en gehouden door ecu groot rad, het jachtwiel genaamd. Dit wordt op zijne beurt iti beweging gezet door den stoom, en zoo gaat alle beweging rechtstreeks uit van het jachtwiel bewogen door den stoom. Het H. Hart moge het hedendaagsche de/er vergelijking vergeven, maar Het is ook zulk een jachtwiel. Zijne liefde, aan den stoom gelijk, deelt het eerst en het meest hare werkingen mede aan zijn Hart; dit geraakt in beweging en deelt zijne eigene beweging mede aan de tallooze radertjes, waaruit zijn menschelijk Lichaam zoo kunstig was samengesteld. Ja , dat H. Hart Itewoog \'s Heercn voeten als zij zich voor ons heil voortspoedden over de bergen en vlakten vanJudea; Het bewoog zijne heilige handen, als zij zich zegenend en gene/.end uitstrekten; Het bewoog zijne lippen als zij

£ li/-\'

-ocr page 30-

»-----^

TWEEDE DAG. 25-

lt;lc stroomen zijner vertroosting en onderrichting zoo mild deden vloeien.

Dat Hart was van \'s Hecren Lichaam het eerste deel, \'t welk leefde, zooals reeds de oude wijsgeeren van iedereu mensch leerden\'); het hart ook leeft in den mensch het langste, en houdt het hart op te kloppen, dan staat geheel de werking van het lichaam stil. Kort dus nadat, de Engel aan Maria de Menschwording van-Gods Zoon had aangekondigd, klopte reeds dat H. Hart, en toen aan\'t kruis de uiterste deelen van \'s lleeren Lichaam reeds koud en levenloos werden, toen klopte, ofschoon verzwakt, nog altijd zijn 11. Hart uit liefde tot ons. Welnu al die handelingen van Jezus, welke liggen tusschen die allereerste klopping in Maria\'s schoot, tot aan die laatste klopping aan het kruis, wij danken ze alle aan zijn 11. Hart; dat Hart he-quot;ïïiinde ons, en alles wrt Het deed, of het lichaam deed verrichten, dat deed Het uit liefde tot ons.

Zouden wij dan dat 11. Hart niet ver-

1) Aristotelcs. de Goner, anim. 1. IT. lt;•. (i ; l\'linins J. IX. eau.

-ocr page 31-

TfcXp___n/3j~

20 TWEEDE DAG.

••mm en iiiiiibidclen :ils de zegenrijke liroti vim zooveel goeds? Wij eerni de kribbe, waarop het (ioddelijk Kind te I5ethlehciu neerlag; voel meer dan moeten wij dat Hart vereeren, waarop zijne liefde zetelde als op een troon. Wij eeren Maria, omdat nit haar is opgegaan de Zon van (lerechtiglieid; omdat op haar stam de Itloein van Jesse, Jezus (Ihristus, is ontloken ; omdat uit haar en door haar die stroomen van genade gevloeid zijn, die de wereld hehhen gered; omdat zij de zetel geweest is der Eeuwige Wijsheid. Veel meer reden hebben wij dan, om het 11. Hart te vereeren, omdat daar de liefde des Heeren zetelde. Daar werkte zij, daar verwarmde •en verlichtte zij als eene zon allen mensch, die in deze wereld komt; daar gloeit zij nog als eene vlam, daar is het brandpunt van dat vuur, \'t welk de geheele wereld moet ontvonken van liefde tot God.

Ontvang dan onze hulde, o onuitspre-quot; kelijk Hart, o allerwaardigste zetelplaats » der eeuwige, ongeschapen liefde1)!quot;

1

Excreitiura appiobatmu a .1 tul ice Hoinauo.

-ocr page 32-

TWEEDE DAG.

~V oornemens.

1° Aan de liefde onzes harten dikwijls nieuw j -v oedsel geven door dit sehietgebed te herhalen : „ Zoet Hart van Jezus . maak dat ik TT immer meer en meer beminne.quot; (3()Ü dagen aflaat telkens, 29 Nov. 1870.)

2° Alles vermijden wat die* liefde zou kunnen verflauwen of uitdooven.

VOORBEELD (1).

Tweede verschijning van Jezus\' II. Hart aan de Zalige Mary ar et a Maria.

Dat H. Hart, zoo zegt de Gelukzalige-zelve ,• werd mij vertoond als eene zon schitterend van licht; hare vurige stralen schoten recht op mijn hart neer. Dit voelde zich terstond ontgloeid door een vuur zoo hevig, dat het mij voorkwam, als werd het tot asch verteerd. Bijzonder in die oogenblikken onderrichtte mijn Goddelijke Meester mij in hetgeen Hij van mij wilde en openbaarde Hij mij de geheimen van dat aanbiddelijk Hart. Eenmaal, ouder andere , was het H. Sacrament uitgesteld ; ik was geheel in mij-zelve gekeerd ; toen verscheen mij Jezus Christus, mijn zoete Meester, geheel schitterend van glorie ; Hij droeg

1) Op. cit. vol. II. pag. 381 se(j.

-tb

-ocr page 33-

--------c^n

:2S TWKEDE DAG.

Je vijf Avoudteckeuen als vijf stralende zouiicu; vau alle kanten sloegen de vlammen uit zijn IT. Lichaam, maar vooral uit zijn aanbiddelijke borst, die aan een vuuroven geleek. Zijne borst ontdekkende, toonde Hij mij zijn geheel beminnend en beminnelijk Hart, dat de levende Hron was van al die vlammen. Toen ontdekte Hij mij tot welk uiterste Hij zich nad laten vervoeren in zijne liefde tot de menschen; toch ontving Hij van hen niets dan ondankbaarheid en miskenning, „ en „ dit is, zegde Hij, nog smartelijker dan al het-„ geen Ik in mijn lijden heb onderslaan. Als zij „ maar cc ui ge wederliefde bewezen , dan zou Ik „al wat Ik voor hen gedaan heb, als niets ach-„ ten en , zoo mogelijk , zou Ik nog meer willen „ doen ; maar tegenover mijue ijverige pogingen, om hun goed te doen, betoonen zij niets dan „ koelheid en terughouding ; maar gij ten minste, „ doe mij het genoegen van zooveel gij kunt hun-nc ondankbaarheid te herstellen.quot; En toen ik mijne onmacht betuigde , antwoordde Hij ; ,, Zie-„ daar, waardoor gij kunt aanvullen , wat u ont-„ breekt.quot; Tegelijkertijd opende zich zijn Goddelijk Hart; en er schoot zulk eene vurige vlam uit , dat ik dacht er door verteerd te worden. Ik bad Hem , medelijden te hebben met mijne zwakheid. „Ik zal uwe kracht zijn, sprak Hij, „vrees niet....quot; Hij gaf haar nu onderscheidene bevelen en voorspelde haar vele smarten , mam-voegde er bij : „Doe niets zonder de goedkeuring

-ocr page 34-

TWKEDE DAG.

„ dcrgcncu , die u geleiden , opdat. wanneer hot „ ge/.ag der gelioorzaamheid niet u is, de Satan „n niet kunne bedriegen; want hij heeft geen „ vermogen op de gehoorzame zielen.quot;

GEBED

o Goddelijk Hart van Jezus. o Ikon van zooveel weldaden, stort in ons hart do vurigsto wederliefde, opdat wij I hier en hiernamaals de dankbaarheid betoonen, waarop uwe weldaden U recht geven.

-ocr page 35-

Derde Dag.

Wat voordeel geeft ons de verceriiig: van Jezus H. Hart!

r^vxm-m niogoii wij ons do vraag-VfMstellen ; welk voordeel brengt mij de devotie tot Jezus II. Hart? Voorzeker, dat liet II. Hart een goddelijk Hart is, aanbeden door Engelen on Sera-lijnen, dat Het een zinnebeeld, de zetelplaats, en het wevkluiij is der Goddelijke liefde, moest meer dan genoeg zijn, om ons tot die vereering te brengen; maar hoe zijn wij menschen\'? W ij zijn gewoon de waarde der zaken te beoordeelen naar het voordeel, dat zij om aanbrengen en eene devotie, die slechts eer zou geven aan God , zonder ook aan ons, menschen, voordeelig te zijn, helaas, zou slechts door

dB

-ocr page 36-

DERDE DAG.

weinige uitverkoren zielen beoefend worden. Wij vergeten; dut ook ten opzichte van God-zelf het woord des Heeren waar blijft: )gt; \'t Is beter te geven dan te ontvangen,quot; d. i. \'tis beter (lode lof te geven, dan zijne weldaden te ontvangen. Nu wij menschen eenmaal zoo zijn, is nu niet die devotie de beste, welke aan God de grootste eer en aan ons het meeste geestelijk voordeel bezorgt\'? Eene dier devotiën is do gods-i vrucht tot het 11. Hart van Jezus, ja zelfs, | eene der voornaamste.

Konden wij het eens zien wat zegenrijke vruchten zij reeds in de zielen, die baar i beoefenden, heeft voortgebracht; konden die vruchten eens getoond worden aan ; allen, die nog aarzelen deze devotie aan : te nemen, — dan zou weldra ieder Chris-: ten een vereerder zijn van bet II. Hart, | gelijk thans ieder Katholiek een vereerder ! is van Maria.

Doch geven wij hier het woord aan i iemand, die het Goddelijk Hart in zijn luister aanschouwde en door Jezus Christus zelf met de verspreiding dier devotie belast werd ; « Ik weet niet, zegt de Zalige

7)

3 CIL

o oUamp;

-ocr page 37-

/yrvo

DEKDE DAG

o)

32

Miirgarctii Mariti Ahicoquc of er ócnc godsvrucht i.s, die lictcr geschikt is, om in weinig tijds eene ziel tot de hoogste heiligheid op te voeren en om liiiar de ware vreugde te doen smaken, die aan den dienst van God verlionden is. .la , ik zeg het met nadruk: als men wist, hoe aangenaam deze godsvrucht aan Jezus Christus is, dun zon er geen Christen zijn, die, ze niet volijverig beoefende. De aan God toegewijde personen zullen er een onfeilbaar middel in vinden, om hunne vurigheid to Inhouden , te vermeerderen of terug te bekomen. De personen, die in de wereld leven zullen er al tie genaden vinden, die zij in in hunnen staat noodig hebben, den vrede in hunne huisgezinnen, hulp in hunne werken en den zegen des hemels in al hunne ondernemingen. In dat Hart zullen zij een toevlucht vinden gedurende hun leven, maar bovenal in het uur des doods. 0, wat is het zoette sterven, wanneer men eene standvastige godsvrucht gehad heeft tot het Hart van Hem, die ons oordcelen moet.quot;

amp;■

J

-ocr page 38-

UEHUE DAG. 33

Eeuwen reeds vóór deze dienares Gods had het de II. Petrus Damianus gezegd : « In dat Hart vinden wij wapenen, om x ons te verdedigen, geneesmiddelen voor ii onze kwalen, machtige hulp tegen de » bekoring, de zoetste vertroosting in onze «droefheid en de zuiverste vreugde in » dit dal van tranen. Zijt gij bedroefd\'? )gt; Of kwelt u de gedachte aan uwe zonden ? » Is uw hart bewogen door hevige driften? » 0, werp U in het Hart van Jezus; \'t is «een veilige schuilplaats, de toevlucht c der ongelukkigen en de veiligheid van ii alle Christenen!quot; — Wat kunnen wij nog meer verlangen\'? En welke godsvrucht ter wereld zal ons meer kunnen geven\'?

Het streven van iederen christen moet zijn: steeds meer en meer den aanbiddelijken Persoon van Jezus Christus te leeren beminnen en te vertrouwen op Dieas goedheid. Maar zal er iets beter in staat zijn om die liefde en dat vertrouwen te vermeerderen , dan de godsvrucht tot dat van liefde brandend Hart ? « Uit liefde heeft Hij zijne zijde geopend, zegt de

-ocr page 39-

w---^

i DKR DE D AG.

1[. Hoiiiivi\'iit.urii, om 11 zijn Hart ti\' gevcn\'i ;r en l\'ius l\\. /. fi\'. zegt van deze godsvrucht i » ^\\ i(\' zou zoo ijzerhard en versteend kun-ii nen zijn, dat Hij niet bewogen wordt om » wedcrlietde te betuigen aan dat Hart , » \'t welk slechts doorsUvkeu en doorwond isT ii om aan onze ziel een zekere schuilplaat» ii en toevlucht te verschaffen, waar zij ii zich voor dc aanvallen en liinderlageit ii der vijanden beveiligen kan?quot;2)

Een groot, welsprekend Bisschop onzer dagen zegt: Wilt gij sterkte in uwe. moeilijkheden en strijden\'? Gaat tot het Kart van Jezus; Hij zal u sterkte geven. Hij heeft den kelk (les lijdens gedronken, gedronken tot deu bodem ; de ondervinding onzer smarten heeft Hem geleerd, ze te verzachten. Verlangt gij vertroosting en godsvrucht\'? Gaat tot liet Hart vanJezuSv Welke vertroosting, meent ge, zult gij daar vinden \'? O, ik kan het u niet niet woorden beschrijven, maar neemt er zelf de proef van en gij zult het ondervinden ; of als gij nog twijfelt, gelooft dan de

1) S. Bonav. Stim. amor. ]). I. c. 1.

i) J\'ius IX. In l\'icvi Beiitif. Ven. Marg. Har. amp;---

(

-ocr page 40-

qp-

DKliDi: /)AG. 35 lïr

Heiligen, gcloolt liunnv woorden vol gi\'est-drift cn verrukking, wjiurliij de iaiil der irienschelijkft geestdrift verstomt: «Neen,quot; zoo roept de If. Boimventurii o. ;i. uit, ii neen , ik wil niet vim Jezus geseheideu ji worden ; want het is mij goed liij Ifciu te gt;t zijn en in Hem wil ik drie teuten bou-ii wen ; eeue in zijne handen, eene in zijne ii voeten, maar de zoetste en altijddurende ii in zijne zijde. Daar zal ik tot zijn Hart, ii spreken en al wat ik verlang, zal ik ii verkrijgen, o Beminnenswaardige woude ii mijns Verlossers! o Wonde, die de, ii harten treft eu ze doet overvloeien vau ii liefde ! o Zalige lans, die waardig waart, ii dien sehat der goddelijke Wijsheid te. ii openen cn deze bron der genade, deze ii fontein, waaruit de levende wateren der ii eeuwige, liefde voortkomen, te doen vloei-ii eu ! 0 , was ik in de plaats der lans ii geweest, neen, ik zou niet meer uit de, ii zijde des Heeren hebben willen uitgaan , ii maar ik zou gezegd hebhen: Hier is i) mijne rust voor eeuwig, hier wil ik ii wonen, want deze plaats heb ik uitge-ii kozen !quot; Zoekt gij een schild teji-cu de

ft

-ocr page 41-

DEllDE DAG.

geiTchtigheid Gods\'? \\lucht in het Hurt van Jezus; daar is plaats voor allen, voor zondaren en rechtvaardigen. \\ erlangt gij een toevluchtsoord tegen de verschrikkingen des doods\'? Wel is het vreeselijk te vallen in de handen van den levenden God, maar zoet is het, den geest te geven in het Hart van Jezus; o , dan is het waar, dat de dood maar een slaap is, en men is zeker inden Hemel te ontwaken; want de gansche Hemel rust in het H. Hart van Jezus.1)

De beminnelijke H. Franciscus van Sales wijst ons met deze woorden op het beminnelijkste der harten; «o 11. Hart » van Jezus , o Bron der hoogste helde , » wie kan U genoegzaam zegenen\'? Wie II ii ooit genoegzame liefde voor liefde geven\'? » Gij , Gij zijt de Bron van alle genaden.quot; En elders: » Met de nagelen zijn wij ge-ii schreven in zijne handen, maar met de ii lans in zijn Hart.quot;

De ondervinding komt deze uitspraken ten volle bevestigen. Waar men deze godsvrucht kent, daar plukt men er de gezegende vruchten van, en \'t is dan ook 1) Kardinaal Giraud. Serin, s. Ie S. C. ^

f

-ocr page 42-

orTc^

BEKDE DAG.

niet zonder eeuc blijkbare voldoening des harten, dat de grootc Pius IX voor geheel de wereld getuigt: « Deze godsvrucht is li met groot voordeel voor de zielen in de ii Kerk vermeerderd en verbreid.quot;\') Ailn-fen en gunsten werden er in groote menigte aan verbonden ; en de hardnekkige bestrijding, die zij ondervond van ongeloovigen en ketters zegt meer nog dan de grootste lol\'prijzingen, hoezeer de duivelen haar haten en hoe groot voordeel zij aan de zielen aanbrengt.

quot;Voorn eniens.

1° Het II. Hart bidden om eenc ware godsvrucht en vurige liefde.

2° Binnen den kring onzer omgeving de godsvrucht tot Jezus H. Hart bevorderen en verspreiden.

3° Een beeld van \'t H. Hart versieren of vcreeren.

VOORBEELD (2).

Derde verschijning.

„Op den feestdag van St. Jan Evangelist, zoo schrijft de zalige Margareta Maria, werd het

1) In Brevi beatific, beat. Marg. Mar.

2) Ibid. vol. II. pag. 324 seq. Lettre 130.

37

I

-ocr page 43-

^2

38 DEUDK DAG.

Goddelijk Hart mij vertoond als op een troon van vuur en vlammen , van alle kanten stralen nitseliictend, schitterender dan de zon , en doorschijnend als kristal. De wonde , die Het op het \'j kruis ontving was er duidelijk zichtbaar. Een j kroon van doornen omringde dat H. Hart en een j kruis stond er boven op. De werktuigen van zijn lijden beteekenden, dat zijne onmetelijke liefde j voor de menschen de oorzaak van al het lijden j en van al de vernederingen was, die Hij voor ons ! hecl\'t willen lijden ; dat van het eerste oogenblik i zijner Menschwording at\' al die pijnigingen en ver-| smadingen voor zijnen geest hadden gestaan en ! dat in dit eerste oogenblik, het kruis als \'t ware \' in zijn Hart geplant werd; om ons zijne liefde j te betoonen, aanvaardde Hij van toen af al die I vernederingen, die armoede, die smarten , welke i zijne H. Menschheid gedurende geheel zijn levensloop moest lijden, en de versmadingen waaraan i de liefde Hem tot aan het einde der eeuwen zou ; blootstellen in het Allerh. Sacrament des Altaars. — i Vervolgens deed Hij mij verstaan , dat zijn vurig | verlangen. om van de mensehen volmaaktolijk | bemind te worden , Hem had doen besluiten hun 1 zijn Hart te openbaren , hun al de schatten te openen, die Het bevat, schatten van liefde, van barmhartigheid, van genade, van heiligmaking en zaligheid. Hij verzekerde mij, dat Hij n- een bijzonder genoegen in stelde vereerd te worden ouder de afbeelding van dit lichamelijk Hart;

- C\'.0

-ocr page 44-

DKRDK DAG.

Hij wilde, dat deze afbeelding in \'t openbaar we I\'d teil toon gesteld , om, zoo zeide Hij , het ■ongevoelig hart der mensehen daardoor te treffen. De Verlosser beloofde mij, iu overvloed do gaven, waarmede Het vervuld is , over te zullen storten in het hart van hen, die het vereeren en dat ■overal waar dit beeld is uitgesteld de rijkste zegeningen zouden nederdalen. — Eindelijk zeide Hij mij, dat deze devotie een laatste poging was zijner liefde, waardoor Hij de Christenen in deze laatste «enweu wilde begunstigen....quot;

GEBED.

o Heer Jezus Christus , mijn gekruisigde Meester , Zoon der Allerh. Maagd Maria, open uw Hart, ontvang het mijne en verhoor mij in al datgene , wat ik van U vraag, indien dit het welbehagen is vuil uwen allcrhciligstcu Wil,

-ocr page 45-

Vierde Dag.

ongelukkig was-; menschen toestand! De zondige

Wat liefde liet H. Hart ons betoonde iu liet Verlossingswerk.

mi de schepping der wereld, wierf 0P fin\'df\' een imm rond, die in alles wat hij hoorde en zag tie wraak van God meende te bespeuren; het ritselen van een boomblad, het geloei van den wind , het gezicht zijner mede-menschen, alles deed hem vreczen. \'t Was (\'41111, de broedermoorder.— Gelijk Caïn iu alles de wraak Gods , zoo moeten wij iu alles de liefde Gods zien, niet alleen de liefde, waarmede God ons het aanzijn gaf en ons schiep, maar ook de liefde, waarmede Hij ons van den eeuwigen dood verloste , toen wij in de slavernij des duivels-gevallen waren. 0 hoe toen toch

Éfer

-ocr page 46-

gp-

41

VIKRDE ]gt;A(1.

incnsch wns onljckwaam, om zich zeiven tlt;! redden; de vriendschap met God was verbroken, — dezelve herwinnen kon hij niet; slaaf des duivels was hij, — die slavenketenen verbreken kon hij evenmin als zich zelven vrijkoopen ; de erfenis des Hemels was verloren, die terugwinnen was hem onmogelijk; — de hel stond open, een middel om ze te sluiten had hij niet; Gods vloek rustte op des menschen hoofd, en de mensch was niet bij machte dien vloek weg te nemen, veel minder hem in zegen te veranderen, o Ongelukkige mensch, hoe zult gij zalig worden ? .... En het Woord is vleesch geworden en liet heeft onder ons gewoond1) ; — Hij beminde ons en met zijn eigen bloed heeft Hij ons van onze zonden gezuiverd2), ziedaar het antwoord. God werd mensch, Jezus Christus voldeed voor onze zonden; wat wij niet. konden, dat deed zijne almachtige liefde; dc vriendschap Gods werd hersteld, de slavernij des duivels vernietigd, de erfenis-des Hemels teruggegeven, de hel gesloten

1) Jois I. 14.

2) Vgl. Gal. K. 30.

ölb

-ocr page 47-

VIERDE DAG.

en tic vloek, die op den niciiscli rustte, in zegen veranderd. Hoe deed Hij zulks?... Hoor, daar zucht een Kind, in ecu konden, open stal; ecne arme maagd en een handwerksman zitten naast hetzelve ; het Kind heeft van koude, weent van droefheid, spreekt geen woord, strekt zijne machte-looze handjes uit.. .. Dat Kind zal dit alles bewerken en is er in zijn armen stal reeds mede bezig lie H. Kerk vraagt in hare lofzangen aan haren tioddelijken lirui-degom, die niemand anders is dan dit Kind ; lt;i Hoe licht Gij l vol goedheid laten bewegen, )gt; om onze zouden op U te neinen, onschuldig » voor ons den dood te ondergaan, om ons »van den dood te verlossen ?quot; Als wij diezelfde vraag aan het Kind in de Kribbe gedaan hadden, dan had Het met zijn tee-dcr handje ons op zijne borst kunnen wijzou en ons zeggen : Met eene eeuwige liefde heb H; u bemind; hier klopt een Hart dat de menseben bemint, dat bereid is alles voor hen te doen; één druppel van mijn Woed zou voldoende zijn, om geheel de wereld van alle zonden schoon te wasschen, één zucht mijner borst, één

-ocr page 48-

m

VIERDE DAG.

jrcbcd inijnei1 lippen waren nicer dim toereikend, maar dit Hart wil meer dan verlossen , Het wil ook zijne liefde toonen; daarvoor lijr Ik hier ais een zwak en hulpeloos Kind ; daarvoor heb ik hij inijne intrede in de wereld tot den Vader gezegd: « Slaelitotlers en ofleranden wildet tüj niet, iv maar een lichaam hebt (iij Mij toebereid; )i brandofl\'ers voor de zonden behaagden l! «niet. Toen sprak Ik: zie Ik kom.... « om uwen wil te doen, o (lod1)!quot; Maar, o, wat kwam Hein die aanbieding, die liefde duur te staan! Daarvoor wilde dat Kind steelsgewijze op de armen zijner beangstigde Moeder worden weggevoerd in ballingschap, om te ontkomen aan het. zwaard van een afgiinstigen koning. Door die liefde gedreven, wilde Hij, — de Krf-genaum vnu Davids troon en schepter, werken aan de schaafbank van Jozef en in het zweet zijns aanschijns een karig Ntuk brood, zijn wcrkmansloon, verdienen 1 Door die liefde aangezet , wilde Hij zich onttrekken aan de liefdevolle zorgen eener teedcre Moeder , - wilde Hij, de Gebieder I) I\'s. 39, 7 — 9; Hcbr. X. ö — 7.

ik-

0~ÜSgt;-

-ocr page 49-

■m

41 VrEKDE DAG.

der wereld, l(!veii van aalmoezen op zijne reizen, en, wat vogelen en andere dieren niet missen, dat wilde Hij nog derven; een vaste woonplaats, een steen om zijn vermoeid lioold ter ruste neer te leggen S Ziet Hem Palestina\'s valleien en vlakten doorkruisen, overal het zaad van \'t Goddelijk woord strooiende; ziet Hem omringd van kreupelen en kranken, lastig gevalleiï door de aanhoudende verzoeken van duizenden ongelukkigen; ziet Hem in aanraking met Sehriftgoleerden en Pharizeërs, op wier gelaat nijd en afgunst te lezeu staat; ziet Hem zijne onwetende, onvolmaakte leerlingen onderwijzende, steeds opnieuw beginnende, totdat zij het eindelijk ten halve begrepen hebben; ziet Hem den zondaar en de zondares als verloren schaapjes opzoekende; ziet Hem omringd van tollenaars en zondaars, ziet Hein zweeten en zwoegen onder eene brandende zon, eir vraagt; wat zette Hem tot dat alles aan?, (lelijk eertijds in de kribbe, zoo kan Hij, geheel zijn leven door, U wijzen op zijne borst; want daar klopt en brandt 7.ijn-Hart van liefde tot den mcnsch , dien Hij.

fc

-ocr page 50-

VIERDE I)AG. 3

is komen verlossen; ui die hmidelingen zijn slechts bewegingen, ontleend aan het jachtwiel zijns Harten, dat door liefde wordt in beweging gebracht!

\'t Was de liefde, die Hem voor onze zonden zóó overvloedig deed voldoen, dat de II. Kerk vervoerd van vreugde in hare gebeden uitroept: Gelukkige schuld van Adam, die ons zulk eenen Verlosser Ite-zorgd heeft! als wilde zij zeggen: had Adam niet gezondigd, nooit, zouden wij zooveel bewijzen van liefde ontvangen hebben ; wij zouden God hebben mogen eeren als onzen Schepper, maar niet als onzen liefdevollen Verlosser.

o Goddelijke Zaligmaker, heb dank voor al die liefdebewijzen, die U door uw Hart zijn ingegeven. 0, wat moet dat Hart van liefde gebrand hebben , om zooveel goeds te doen aan menschen, die bij God vergeleken nog minder zijn dan aardwormen ! Voor God toch zijn alle volkeren maar «Is een verloren druppel water, die aan den rand van een emmer hangt\'). Ons

kleed van genade was gescheurd door de 1) Vgl. Isaias, 40, 15.

amp;

O)

e

exil

-ocr page 51-

p-

0

amp;

s

-I I

40 VrEKDE hag.

/.oiido en zit; hot (joddclijkc Hart herstelt niet alleen ilic scIiikIc , maar vereiert dat kleed met al den glans, dien zijne verdiensten aan eene ziel kunnen geven. Ons genadeklecd was bezoedeld; het 11. Hart wiesch het niet alleen in de eerste druppelen van zijn Bloed, vergoten in de Besnijdenis; maar het werd nog versierd door de paarlen van \'s Heereu zweet, die hei in alle eeuwigheid zullen doen glinsteren met een lieht, waarbij alle aardsche luister slechts duisternis zijn zal!

quot;V oornem ens.

1° Bedank Jezus voor de weldaad der Verlossing.

2° Bid daarom met bijzondere vurigheid driemaal daags het Angelus of De Engel des IIeer en.

3° Herhaal met den mond en met het hart: „Hart van Jezus, brandend van liefde tot ons , ?5 ontvlam ons hart van liefde tot U.quot;

VOORBEELD.

Jn het jaar 288 na Christus stond te Homo voor de rechtbank van den Jjandvoogd Chromatins een eerbiedwaardig grijsaard. Xog sleehts weinige dagen geleden was hij gedoopt. Met geestdrift verdedigde hij de leer van Christus en de land-

o

Jcvu

Ö

-ocr page 52-

ggp-;-

^ VFKllDE DAG. 17 ,r,:

voogd luisterde naar zijne woorden. Et\'ne waar-lieid kwam aan Chromatins nochtans onaannemelijk voor en wel: hoe de onsterfelijke God een sterfelijk lichaam had kunnen aannemen, uit liefde voor de menscheu. Toen sprak Tranquillinus,—

want dit was de naam des grijsaards , — terwijl het licht des H. Gcestes hem bestraalde eu welsprekend maakte: Veronderstel, o Landvoogd, dat uw gouden ring, waarin een kostbare diamant gevat is, in een riool viel. Gij zendt uwe dienaren , om hem er uit te halen, maar al wat /.ij kunnen, is: zicli zeiven en hunne kleederen bezoedelen. Alsdan komt gij zelf; gij legt uwe prachtige kleederen af, gij bekleedt u met de kleederen van een slaaf, gij daalt neer in het donkere riool , gij zoekt, gij vermoeit u, maar eindelijk zijt gij zoo gelukkig uw kostbaren ring te v inden; met vreugde stijgt gij op uit de duisternis, en do ring is u nu dierbaarder, naarmate het zoeken u meer moeite en kommer gekost heeft. —

Chromatins luisterde aandachtig. Tranquillinus ging voort: Ziedaar, wat Jezus Christus voor de mcnschen gedaan heeft. Het goud, waarvan ik sprak, is het lichaam des mcnschen; de kostbare diamant zijne ziel. De mensch was gevallen in het slijk der zonde. God zond Engelen en Profeten. Ach , /.ij vermochten niet, den mensch te redden l Toen kwam de tweede Persoon der H. Drievuldigheid, Jezus Christus; Hij legde den luister zijner Godheid voor een wijle af en nam de ge-

---Jl

-ocr page 53-

VIERDE quot;DAG.

daaute aan van ccn slaaf; zoo heeft Hij in deze wereld gearbeid, gebeden, gezucht, om den mensch te redden; daarvoor stierf Hij aan een kruis, tot Hij eindelijk zegevierend ten Hemel kon stijgen, waar de mensch Hem nu des te dierbaarder is, naarmate deze Hem meer arbeid en lijden gekost.

heeft! —

GEBED,

o God, wiens Eengeboren Zoon in de zelfstandigheid van ons vleesch verschenen is, geef, hidden wij U, dat wij waardig worden door Hem, dien wij uitwendig als geheel aan ons gelijk hebben leeren kennen, inwendig naar den geest vernieuwd worden. Die met U leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen,

cv

-ocr page 54-

Vijfde Dag.

St

Hel H. Hart en «le Christelijke (ireloofsleer.

il. Antonius, Kluizenaar, outvinjj; een briel\', aan hem gcriclit lt;loor den keizer en de keizerlijke prinsen. Zijne leerlingen waren uitermate verheugd over de hooge eer, welke de keizer aan hunnen meester bewees ; maar de 11. Antonius zegde hun; «Gij noemt » het ecne eer, dat de keizer, die maar » een sterfelijk mensch is, mij een briel\' «toezendt; verheugt u veeleer, dat God, i) tie Meester der koningen, u van uit den » hemel een brief gezonden heeft; nl. de i\' Christelijke leering, waardoor wij kunnen

i) zalig worden.quot; Waaraan danken wij

ofequot;

-ocr page 55-

O,

rvöT

1

-n.

VIJFDE DA(f.

L

dien brief? Aan de liefde, die Jezus IL Hart ons toedroeg.

Wat was het menschel ijk geslacht, toen onze lieer als een kind op aarde verscheen quot;? Och, de wereld was als eene uitgestrekte woonplaats voor hlinden, niet naar het lichaam, maar naar den geesten liet hart. Duisternis, dikke duisternis bedekte geheel de aarde. En als het Kin-deke, Jezus van uit zijne kribhe, door de wanden van de grot heen, zijn alziend oogje over de bergen, over de zeeën, over de koninkrijken der wereld liet gaan, wat zag Het dan? Ach, dat bijna alle volkeren der aarde de kennis van den waren (iod verloren hadden! Overal ter wereld verrezen afgodenbeelden van hout en steen en tot deze zegde men ; gij zijt mijn God, gij moet mij helpen in den oorlog en in den handel. Ja zelfs, aan nog levende menschen bewees men goddelijke eer, en als was dit nog niet genoeg, ook aan rede-looze dieren bracht men oilers en mea brandde wierook voor hen. Alles werd vereerd als God, behalve God-zelf. o Duisternis veel dikker, dan die, welke eenmaal -gt;

-ocr page 56-

a

jCX3

r.lt;5Y 51 \'

YMI\'DE DAG.

do Egypteiiiireu lioi\'idi\' met onzichtbims kctiüicn1).

Kil wat zag dat Kind in het hart der menschen\'? Niets dan roof en ontucht, liet incnschdom volgde den weg des vleesches en zoover was het gekomen, dat men meende een aan de goden welgevallig werk te doen met verfoeilijke zonden te bedrijven. Wonden en tempels weerklonken meermalen van de smartkreten der menschel ijke slachtollers, en dat de koperen beelden, wier armen werden gloeiend gemaakt, onschuldige kinderen verslonden , is maar één voorbeeld van de duizenden gruwelen, die dagelijks over de wereld plaats grepen! Hoe blind was niet een volk, dat tot zulke dingen in staat was! — Kon het anders ? Onze lieer gevoelde zijn Hart door medelijden bewogen worden met. zooveel ongelukkigen, die hier op aarde leefden, zonder te weten waarvoor zij geschapen M aren, en een nog IJselijker ongeluk in de eeuwigheid te gemoet gingen. Wat zal Hij doen ? Wat zal zijn liefdevol Hart Hem ingeven ■?....

]) Ygl. Sap. XVII. 20.

)L[i)

■sÉ\'

-ocr page 57-

YHFDE Tl\\(l.

5^

Het Kind van Bethlehem groeide op; de inanuelijke leeftijd was daar. leen stond Hij op, verliet tic zoete rust van .Nazareth en het gezelschap van de tee-derste der moeders, om door woord en daad eenc nieuwe leer te verkondigen. Hij doorkruiste Palestina , Hij leerde den mensehen hunne bestemming, Hij leerde hun opnieuw , dat er maar één God is, drievuldig in Personen, hoe zij hunner. God moesten dienen en vereeren, welke weg ten hemel geleidt, wat hen wacht, die deugdzaam leven en sterven, wat straften bereid zijn voor hen, die hunne bestemming missen ; en dat alles vermengde Hij met zoo hartroerende en duidelijke gelijkenissen, van een mostaardzaadje, van een zunrdce-sem , van een huis op de rots gebouwd , van Lazarus en den rijken vrek, van een bruiloftsmaal, van wijze en dwaze maagden , van een onvruchtbaren vijgeboom, dat alles droeg Hij voor met zooveel liefde en nadruk , dat men zich inderdaad vrijwillig een blinddoek voor de oogen moest binden, om het volle licht van zooveel waarheid niet te zien. Die leer prentte Hij met

fa

I -O

cyï

-ocr page 58-

yrJFDE DAG.

pL

.!

moeite en voel zorgen zijnen leerlingen in. Hij gaf hun den last ze over geheel de wereld, tot aan de uiterste grenzen der aarde te verkondigen, Hij beloofde hun zijn H. Geest en aan hunne Opvolgers zijn eeuwigdurenden bijstand, om die leer onge-sehonden te kunnen bewaren, Hij bevestigde haar met verbazende wonderen , dooden verrezen, zieken genazen, brooden werden vermenigvuldigd en stormen bedaard.

En nu\'? Dank aan God, dank aim de liefde van Jezus 11. Hart, dat zich over do scharen ontfermde en medelijden met haar had. Nu weten wij , wie wij zijn , waarvoor wij bestemd zijn , hoe wij God moeten dienennu weten wij, dat het beter is alles te verliezen dan schade tc lijden aan onze ziel ; nu weten wij , wat wij te doen en te laten hebben, om eeuwig zalig te kunnen zijn in den hemel, die voor ons bereid is.

Als in de zee, dicht bij het land een gevaarlijke plaats is, waar dikwijls schepen vergaan , dan richt men op die plaats een vuurtoren op , dat is : een hoogc toren , r) op welks hoogste punt een groot licli\'

-ocr page 59-

K-

VIFJDE DAG.

i

briindt. Uat licht werpt (Uiii zijne stralen, over cle oppervlsikte des waters eu de schepelingen, die er op ietten, kunnen nu weten, waar /.ij varen moeten, om hehonden, zonder ongeluk de haven te bereiken. Heeft nu hij, die zulk een vuurtoren opricht, geen recht op de dankbaarheid van de schepelingen, die andei\'s bijna zeker zonden vergaan zijn\'? Wij allen zijn reizigers naar den hemel. Ue wereld is eene woeste, donkere, gevaarlijke zee , vol klippen en rotsen. Duizenden, die vóór ons die zee bevaarden, zijn vergaan; — maar met ons heeft het li. Hart medelijden gehad , voor ons heeft het een vuurt oren opgericht, die zijn licht verspreidt over lie gcheele zee. Die vuurtoren met dat. licht, \'t is de christelijke leering, de teering, die Jezus ons verkondigd heeft. De II. (quot;iVprianus vraagt ergens; waarom de christenen van zijnen tijd vergaderden niet des daags, maar des nachts ? Het. is, zegt hij, omdat zij Christus erkennen als het. ware Licht, als de Zon, die geen ondergang kent, «want, zoo zegt de Heer, Ik » ben het Licht der wereld en die Mij volgt

amp; iquot;\'

-ocr page 60-

JSj___

VIJFDE DAG. 55

wiuidelt niet in de iluistcnnsseu.quot; ïn iliit licht kunnen wij van verre de haven, d. i. den hemel, zien; in dat licht zien wij de klippen en afgronden, d. i. de hel, die wij te vermijden liehhen; dat licht geleidt en bemoedigt ons, en zonder diit licht gingen wij verloren gelijk duizenden en millioenen vóór ons. 0 Heer Jezus (iliristus, hieraan zien wij, dat uw Hart ons liefheeft. In die goddelijke leer heht Gij ons het hewijs gegeven , dat uw II.

Hart een bron , een rijke schat is van liefde, waaruit gij ons mededeelt, wat wij voor onze zielen noodig helihen. Wees .eeuwig geloofd en geprezen !

Maar wij, wij zijn ook uit dankbaarheid verplicht, die leer aim te nemen , er ons in te doen onderrichten, ze te volgen, koste wat het kost. Wat zal het ons baten, lt;lat het 11. Hart stralen van licht uitschiet, als wij vrijwillig de oogen sluiten ? Eu nu mogen al sommige voorschriften dier leer hard schijnen iiim onze natuur, nog harder zal het zijn, gelijk Thomas a Kempis .zegt, als wij naderhand tot straf onzer ondankbaarheid zonden moeten hooren: ?

ctr____tD

oljt/a - ilj-o

-ocr page 61-

fep--

^ 50 VIJFDE DAG. y

gaat weg van mij, vervlóekten, in het eeuwige vuur!

quot;V oomemens.

1° Het H. Hart bedanken voor de lielcW waarmede het ons zijne leeringen schonk.

2° Met eerbied de onderrichtingen en predikatiën aanhooren; onderdanen ot\' allen op welke wij invloed hebben in die leering onderwijzen of doen onderwijzen.

VOORBEELD (1).

Vierde Verschijning aan de Gclukz. Ifaryareta-]!aria.

„Op een dag onder het Octaaf van het Allerhv „ Sacrament, zoo schrijft de Gelukzalige , liet de „Heer, tenvijl ik voor het altaar lag neergeknield, „mij zijn Goddelijk Hart aanschouwen, en sprak ; ,. Ziedaar het Hart, dat de menschcn zóózeer be-„ mind heeft, dat het niets spaarde en zich uit-., geput en verteerd heeft, om hun zijne liefde „ te betoonen; en tot vergelding ontvang Ik vanr „ het mccrendcel niets dan ondankbaarheden door „ hunne oneerbiedigheden en heiligschennissen, „ en door de koelheid en onverschilligheid , dia j, zij mij betoonen in dit H. Sacrament van liefde. „Maar, wat mij nog gevoeliger treft is, dat har-

^ (1 Gallifet. 2. p. Cap. 1. art. 1. et seq. 0 ib-—-

-ocr page 62-

VIJFDE DAG.

ton , dit; mij zijn toegewijd, mij aldus bejegenen. „ Hierom vraag ik u , dat de eerste Vrijdag na „ het Octaaf van \'t H. Sacrament aan een Lij zo n-„ der feest ter cere van mijn H. Hart zij toegewijd, „ dat men dien dag de H. Communie ontvango „ en aan Hetzelve eerherstel geve ter vergoeding }, voor al de onwaardige bejegeningen, waardoor „ Het beleedigd wordt in den tijd, dat het H. „ Sacrament op de altaren is uitgesteld. Ik be-„ loof u ook , dat mijn Hart zich zal verwijden, „ om iu overvloed de uitwerksels van zijne „ Goddelijke liefde te doen gevoelen aan allen , „ die aan Hetzelve die eer zullen bewijzen, en „ zorg zullen dragen , dat die eer aan Hetzelve „ bewezen wordt.quot;

Ziehier wat het H. Hart aan zijne vereerders belooft:

1. Ik zal hun al de genaden schenken, welke zij in hun staat behoeven.

2. Ik zal vrede brengen in hunne huisgezinnen,

\'5. Ik zal hen troosten in al hunne zwarigheden.

4. Ik zal hun eene veilige schuilplaats zijn in het leven en vooral in den dood.

5. Ik zal overvloedige zegeningen uitstorten over al hunne ondernemingen.

0. 13e zondaars zullen in mijn Hart vinden de bron en den eindeloozen oceaan der barmhartigheid.

7. De lauwe zielen zullen vurig worden.

vo t)

-ocr page 63-

VIJFDE DAG.

8. De vurige zielen zullen spoedig tot eene liooge volmaaktheid geraken.

9. Ik zal zelfs de huizen zegenen , waar de beeltenis van mijn Heilig Hart zal uitgesteld en vereerd worden.

10. Den priesters zal Ik de gave verkenen, om de verstokste harten te treffen.

o

11. De naam van diegenen, welke deze devotie zullen uitbreiden, zal in mijn Hart geschreven en daar nooit uitgewischt worden.

GEBED.

o Allerheiligst Hart van Jezus, Gij zijt niet alleen een Bron van warmte voor het hart, maar ook van licht voor den geest. Yerlicht ons verstand , opdat het onze schreden richte, en verwarm ons hart door het vuur uwer liefde, opdat wij met blijdschap voortgaan op den weg uwer geboden en het einddoel bereiken : de gelukzalige-eeuwigheid. Amen.

-ocr page 64-

Zesde Dag.

Het H. Hart en zijne Voorbeelden.

•vr.vr zon men zeggen van een ge-pineeslieer, die aan het ziekbed van een lijder staande, hem een bitteren

(Iriink toebereidt, maar wetend, dat dc zieke veel tegenzin zal hebben, om dien te gebruiken, zeil\' eerst den drank aan zi jne eigene lippen brengt en zoo tien lijder tot navolging aanspoort\'.\' De toegenegenheid en liefde van dien geneesheer zou groot moeten zijn. Wat geen geneesheer ter wereld doen zal, dat heeft Onze Heer .Iczns Christus gedaan, zegt de II. Augus-tinus. Waarom\'! Omdat de liefde zijns Harten grooter is dan die van alle men-schen. Hij kwam op de wereld, om als een liefdevolle Geneesheer alle kwalen te helen, vooral den hoogmoed des measchen.

-ocr page 65-

m

22_____jvpr

(iO ZESDE DAG.

Als God wist, quot;ij hoe diep de hoogmoed in \'s menschen hart geworteld is ; o, Hij wist, nog veel Vie ter dan wij het ondervinden, hoe afkeerig van vernedering ieder mcnschcnkind is, hoe de racnsch alles doet, wat hij kan om vernedering te ontkomen en hoe hij er altijd en overal op uit is , zelfs zonder dat hij het bemerkt, zich boven zijne medeinenschen te verheffen.. Dien hoogmoed wilde Onze Heer komen genezen. Sinds W00 jaren had die ondeugd vrijelijk wortel kunnen schieten en welig mogen tieren in \'s menschen hart ; ooi-deel daaruit wat pijn het moest kosten, haar te laten uitrukken; wat tegenzin de mensch moest gevoelen, om dien bitteren drank der vernedering te drinken. Wat. zal de Heer doen\'? Zal Hij ons dreigen met zware straffen, zoo wij zijne voorschriften van ootmoedigheid niet opvolgen ? Of zal Hij ons ontheffen van een juk, dat ons ondraaglijk schijnt ? Neen, geheel iets anders geeft Hem de liefde zijns Harten in. Ons dreigen zou de handelwijze zijn van een strengen wetgever, maar de liefde zijns Harten toont Hem den weg aan van den

fe-—--;-

-ocr page 66-

ZESDE PAG. «I f

incdclijtlcnden geneesheer, zij raadt Hein, zelf eerst den bitteren heildrank te drinken, diti zoo ook ons den moed te geven dien kelk aan onze lippen te brengen. Hij heeft hem gedronken en gedronken tot op ■den bodem toe. En met welk gevolg Hij heeft aan de vernedering hare bitterheid niet ontnomen, want dat zou onze verdiensten verminderd hebben; maar, sinds Hij ■ons het voorbeeld gegeven heeft, kunnen wij dien beker ook drinken; dat voor-lie.èld heeft den moed gestort in menige ziel, die eerst de vernedering en ootmoedigheid als onaannemelijk van zieh afstiet. Wat deed Hem zoo\'handelen ? De liefde zijns Harten voor ons. Cwpit facere el docere. Eerst deed Hij en toen leerde Hij. Eerst vernederde Hij zich, gehoorzaam geworden tot den dood , ja , tot den dood des kruises; ook ons leerde Hij daardoor: verneder u onder de machtige hand Gods en neem het jnk der gehoorzaamheid blijmoedig op uwe schouders.

Van koning Alexander den Groote leest men, dat hij altijd de eerste was in den strijd; moest ccne vesting bestormd wor-

a

amp;

CX1

-ocr page 67-

m--

t ZESDE DAG. r

tien , hij was het eerste oj) de ladders eit op di- muren; moesten er lange tochten worden afgelegd door woestijnen, hij ging voor, en klaagden zijne soldaten van honger of dorst, dan legde hij ook zich zeiven. cene vrijwillige vasten op. Daardoor werd de moed zijner soldaten zoo groot, dat zij hem zouden gevolgd hehben tot aan de grenzen der aarde. Wat de eerzucht aan Alexander ingat, dat gaf de liefde aan Jezus Christus in. Ook ons heeft Hij eene stad ter verovering aangewezen, eene stad, geliouwd oj) eenen hoogen berg; kronkelende, gevaarvolle wegen geleiden daarheen ; de voeten worden er gewond door doornen en distels; honger en dorst en allerlei vermoeienis moet er verdragen worden.

Die stad is de Hemel. Wie zal die kronkelende, doornige paden durven he-stijgeu\'? Wie zal voor dien strijd moeds genoeg hebben ? Onze Heer Jezus Christus vond in de liefde zijns Harten het middel om ons dien moed te geven. Als een koning, stelt Hij zich aan het hoofd der zijnen. Hij toont hun de Stad Gods, den Hemel, en al de glorie en het geluk, die

i

D

c/\'J quot;

\\

-ocr page 68-

gp---—Ba

gt; ZESDE DAG. (gt;3

«liiiir genoten worden en Hij roept ons toe ; « Het rijk der Hemelen lijdt geweld en « de geweldigen alleen nemen het in,quot; en vol moed begint hij de steile hoogten te bestijgen met den wapenkreet: « Die zijn » kruis niet opneemt en .Mij niet volgt is ii mijner niet waardig.quot; Wel pijnigen hem de doornen van armoede en versterving; de ontbering, de vernedering, de natuurlijke! zucht om te leven en \'t lijden te ontvluchten, zij trachten Hem den weg te versperren; moeilijkheden van allerlei aard rijzen op; zelfs verlokkingen van zijn vijand, den duivel, die Hem al de koninkrijken der aarde aanbiedt, met alle schatten en wellusten der wereld, moedeloosheid , verdriet, verveling, walging, eu onbeschrijfelijke zielesmarten, vrees en angst bestormen Hem; maar neen, niet voor zich-zelven alleen bestijgt Hij die hoogten , maar ook voor ons; \'t is zijn liefderijk Hart vooral te doen, om ons den moed te geven diezelfde paden te bestijgen, geen doornen van armoede en versterving, geen verlokkingen van den vijand, geen strijd, geen moeite te vreezen, om het rijk

Sfe--ssff1

-ocr page 69-

zijns Vilders te veroveren en eeuwig met Hem t« kunnen heersehen.

Heb diink, o Goddelijk Hart, wij willen l volgen ; o, t rek ons op uwe pilden, wmit ons hart is bevreesd; maar \'t. zou eene lafheid zijn 1 niet te volgen, waar Ciij met zooveel liefde ons voorgaat.

Niet alleen om ons moed in te boezemen, heeft het 11. Hart ons zijne voorbeelden gegeven; maar ook om ons den gemak-kelijksten en veiligstel! weg te toonen, dien wij te volgen hebben. Daar leiden vele wegen tot God; sommige zijn veilig, andere gevaarvol; daar zijn ook vele dwaalwegen, die in het begin tot Golt;l schijnen te voeren, maar eindelijk uit-loopen op den breeden weg des verderfs. Wat doet men hier op de wereld, wanneer verschillende wegen elkander kruisenquot;! Men plaatst er een houten of steenen wegwijzer , die de plaats aangeeft, waarheen de weg geleidt en tevens, hoever men nog van het doel tier reis verwijderd is. Zoo bespaart men aan de reizigers veel moeite en behoedt men hen voor \'t gevaar van verdoold te geraken. Zo» deed ook Onze ,

-ocr page 70-

m*.

ZKSDK DAG.

lieer. Mij ziifgt;\' ons, stervelingen, op de wereld ronddolen. Wij zochten God, maiir wisten niet liings welken weg, het zekerst tot Hem en tot zijne glorie te komen, liet (loddelijk Ilarf lliid niedelijden met ons, en zie, als een wegwijzer aiin een kruisweg, zoo stelde Hij zijne voorbeelden : Volgt dezen weg, roepen zij ons toe, en binnen zeer korten tijd zult gij uwe bestemming bereikt hebben! Dien weg volgden alle Heiligen; de II. Mncentius onder anderen, vroeg zieh steeds al\': Hoe zou Jezus Christus hier gehandeld hebben? Dan deed hij ook zoo als Jezus zou gedaan hebben en daardoor kwam hij tot die hooge volmaaktheid, welke wij in hem bewonderen.

Hoe zullen wij die voorbeelden kennenquot;? Ook daarvoor heelt de liefde van Jezus\' II. Hart gezorgd ; want Hij heelt gelast , die voorbeelden in bijzonderheden op te teekenen en te bewaren voor \'t verste nageslacht in de vier HH. Evangeliën.

Zou het II. Hart van ons nu wel eene andere dankbaarheid verwachten, dan dat wij met moed en volharding die voorbeelden navolgen\'?

m

-ocr page 71-

% 60

quot;Voornemens*

1° Ous zclven eene versterving opleggen.

De vernederingen en moeilijkheden die ons overkomen of door anderen worden aangedaan gelaten verdragen, denkende; Die zijn kruis niet opneemt en Jezus niet volgt, is Zijner niet waardig.

3° Dikwijls door den dag herhalen : Mijn Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte , maak mijn hart gelijk aan het uwe. (Afl. van 300 dagen ecus per dag. Pius IX.25 Jan. 18G8.)

VOORBEELD.

De H. Kerk zegt op den feestdag van St. Jan Evangelist : „ Deze is de leerling, dieu Jezus be-„ minde , en die in \'t Avondmaal op \'sHeeren „ boezem rustte.quot; Het H. Evangelie spreekt insgelijks. Wat deed Joannes op de borst des Heeren ? Hij voelde het H. Hart kloppen en gloeien van liefde en, zegt de H. Kerk, de stroomen des Evangelies heeft hij uit de bron van \'s Heeren borst zelf als gedronken.

Eens verscheen hij aan de H. Gertrudis. Deze vroeg hem, waarom hij, wiens hoofd op de borst des Heeren gerust had, tot onzer onderrichting niet iets over de kloppingen van \'t H. Hart geschreven had. De welbeminde Leerling antwoordde : Mij was gelast de opkomende Kerk te onderwijzen aangaande de leer van \'tOngeschapen Woord, en de waarheid er van aan de volgende eeuwen over te maken ; maar wat de zoete bewegingen

ZKSDK DAG.

-ocr page 72-

ZESDE DAG,

van dat Hart betreft, God heeft zich voorbelioudeu die zoetheid aau de laatste tijden, als de wereld zal afgeleefd zijn, te openharen, om door dat middel de liefde , die dan merkelijk zal bekoeld zijn ; weder te doen ontvlammen.

Ofschoon hij er niet over schreef, gaf hij toch door zijne voorbeelden wel te kennen, wat liefde hij in dat Hart geput had; zoo verhaalt b. v, de H. Hieronymus: toen de H. Joannes reeds hoogbejaard te Ephese verbleef en, door zijne leerlingen geleid , nog maar nauwelijks meer ter kerke kon gaan en geen lange redevoeringen meer kon houden, zegde hij bij iedere vergadering nooit iets anders dan : Mijne kindertjes, bemint elkander. Toen het zijne leerlingen en broeders begon te vervelen altijd hetzelfde te hooren a zeiden zij : Meester, waarom zegt gij altijd hetzelfde ? Hij antwoordde (en dit antwoord was Joannes waardig): Omdat zulks het bevel \' des Heeren is; en, als dit maar geschiedt, is het genoeg.

GEBED.

Geef, bidden wij U, Almachtige God , dat wij, gt; die in het Allerh. Hart van uwen geliefden Zoon onzen roem stellen en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, geef, dat wij ons over het schenken dier weldaden en over hare vruchten mogen verheugen. Door denzelfden Christus , onzen Heer. Amen.

■lt;*■gt; ————

D o

-ocr page 73-

Zevende Dag.

Het H. Hart ons leerenrte bidden.

mikx zijn onirc.lukkigcn, die, ons ^g^jTincdclijdcn ten volle verdienen; nis gi j hen dnnr henen ziet gnnn, tnstende en in een voortdurenden nncht gedompeld, lt;lnn wordt het u leed om het hnrt. Mnnr als zulk een blinde, ook nog de gnve der spraak miste, als hij niet naar den weg kon vragen of zijn nood klagen aan ouders en vrienden , zon hij dan niet dubbel beklagenswaardig zijn \'?

Zoo was het menschdom, toen Onze lieer op de wereld kwam. Blind was de menseh naar den geest, omdat hij God niet kende, en stom naar de ziel, omdat hij niet met God wist te spreken , zijne behoeften niet wist te openbaren, geen hulp ging vragen, zijn

-ocr page 74-

[5x3____quot;.lt;51

ZEVENDE DAG. 69

iiooil niet kou klagen aan zijnen lici\'ilerijkeii Vader in den llumcl. o Droevige tocstaiul!

Van de blindheid genas hein de Heer door zijne Goddelijke leering; ook niet de geestelijke, stomheid had zijn liefde vol Hart medelijden; Hij genas ze door den inensch te leeren hidden.

De liefde is vindingrijk en daalt tot de minste bijzonderheden al\', zij is niet tevreden voordat zij alles gedaan heelt, wat zij kan. Zoo ook de medelijdende lielde van Jezus II. Hart. Gelijk eene moeder, wier klein kind begint te stamelen, aan dat kind met lielde en geduld de wijze van spreken leert, het kind vóórspreekt , het verbetert en opmerkzaam maakt op gebreken, zoo deed ook Onze Heer. Hij leerde de nienschen spreken met God, maar Hij drukte hun op het hart, zoo zij hunne taal aan God behaaglijk willen maken, niet nederigheid tot God te spreken. En als was zijne verzekering uiet genoeg, drong hij daar op aan inde gelijkenis van den tollenaar en den l\'liari-zeër; opdat wij niet tevergeefs zonden bidden, openbaarde Hij ons, dat de tollenaar, die nederig bad en op zijne borst

fc-

-ocr page 75-

ZEVENDE DAG.

klopte, gcriichtvaunligd lumr liuis jiiniJ:, terwijl de Phuri/cër, die ^root ging of) /.ijne goede werken, schuldiger heenging, dun hij gekomen w:is.

Ook door te weinig vertrouwen of ; ui te geringe volharding kon ons gebed | soms zonder uitwerksel blijven. Daarop wijst, ons de liefdevolle Verlosser, en als was Hij beducht , dat wij bij eene niet oogenblikkelijke verhooring het gebed zonden achterlaten, zegt Hij ons: bidt en houdt niet op; slechts voor hem, die blijft kloppen wordt opengedaan ; slechts hij, die blijft zoeken zal vinden, wat hij zoekt. En Hij bevestigt die leer door tal van gelijkenissen , waarbij Hij zelfs niet vreest zich | te vergelijken bij een onrechtvaardigen : rechter, die zich ten laatste laat vermur-I wen door het aanhouden van een arme 1 weduwe; Hij vergelijkt zich bij een vriend, die ook des nachts opstaat om het aanhouden en kloppen van zijn vriend; bij een vader, die zijne kinderen op hiuine-bede geen steen zal geven voor brood en geen schorpioen voor visch.

Omhaal van woorden zou ook in ons

cSfTQ

C,

-ocr page 76-

o -TO.J____-p

iBr ZEVEXUK DAG. 71

gcbi\'d tiiin God kunuen niisliiigcn ; gebruik geen omhaal van woorden , zegt ons aanstonds zijn medelijdend Hart; want de Vader in den Hemel kent heter uwe he-hoeften dan gij zelf; en als gij bidt, doe het dan niet in het openbaar, aan de hoeken der straten, ol\' gelijk de huichelaars in den tempel; want behalve dat het n verstrooien zou , de ijdelheid zou de vrueht van uw gebed verhinderen ; maar als gij bidt, doe het dan in \'t verborgen, in uwe binnenkamer, waar alleen (lods oog u /iet. (ielijk eene moeder haar kind, zoo leerde Onze Heer vol liefde ons , zijne kinderen , spreken met God.

Nog andere middelen gaf Hij aan, om zeker verhoord te worden : Bid, zegde Hij, bid in mijnen Naam en al wat gij dan den Vader vraagt, zal u gegeven worden. Hid niet alleen, maar vereenig u met anderen , en ik beloof u : waar twee of drie in mijnen naam vergaderen, daar zal Ik in hun midden zijn.

Doch eene moeder doet haar kind, dat begint te stamelen ook zelve voor, hoe het spreken moet. Ook daartoe wil de liefde

10)

c±r.________________hd

oxjlV\'\' -\'dL.-ö

-ocr page 77-

ZEVENDE DAG.

c/jpfQ

des Hccrcn iifdaleii. De Apostelen vroegen Mem: Heer, leer ons bidden; nis wilden zij zeggen: hoe zullen wij. zoo tot God

spreken , dat al die eigen.\'

gelied worden iinngetroflen, en God ons geniidiglijk verhoort\'? En zie de Heer opent de lippen , om doortoeht te geven :i!in de woorden, die uitzijn Goddelijk I lilrt ontsproten, en de luisterende Apostelen vernamen dit verheven gebed: Onze Vader, die In df llcniclcn zijl, enz.

Keuwige dank aan de welwillende liefde van \'t Goddelijk Hart! A\'n hebben wij een gebed, dat den Vader behagen moet, omdat het niet ons gebed is, maar \'t gebed van zijnen eenigen Zoon; \'tis niet (m-ii smeeksehrirt, dat wij zeiven hebben opgesteld , maar een smeekschrift, dat Gods Zoon ons in handen gaf en door Hem-zelven is samengesteld 1

De 11. Kerk herinnert ons in iedere 11. Alis aan die weldaad, als /ij het ()in-e Vitdrr {l\'alcr Xosler) met deze. woorden inleidt: « Door heilrijke lessen opgewekt en door igt; goddelijke onderrichting geleerd, wagen » wij het te zeggen ; On:-e Vader.quot; quot;t llt;

in ons

-ocr page 78-

(cKD___

ZEVENDE DAG. 73

nlsof do II. Kerk zegt: 11. Vnder, onze gebeden zijn niet waardig U te worden a angel joden , maar uw Zoon, uw Eenige, heeft ons een lirief in handen gegeven, door Hem zeiven opgesteld en wij, die liet niet wagen zouden, l zoo aan te spreken, wij doen het, omdat Hij ons in zijne medelijdende liefde geleerd heeft, hoe (lij in uw ongenaakliaar licht verlangt toegesproken te worden.

.Niet alleen heelt Hij ons, geestelijk stommen , met God leeren spreken ; ook zeil\' is Hij, vol medelijden voor ons opgetreden hij den Vader. Kon die woestijn, waar Hij 40 dagen vastte en had, ons eens zeggen, wat Hij daar voor ons vroeg; konden die eenzame rotsen, die stille meren van Palestina, de maan, die Hem zoo vaak hescheen , ons eens verhalen , van welke vurige geheden voor ons heil zij in het naehtelijke uur getuigen waren !

Eens, — \'twas kort voor zijn lijden,— stond Hij in \'t midden der zijnen; Hij sloeg de oogen omhoog en had ; « l ader, i) Ik vraag l! ook voor hen, die in Mij ge-looven zullen . . . opdat zij allen één zijn.

-ocr page 79-

7-1 ZKVENDE DAG.

«gelijk (lij, Viiclcr, ii\\ Mij en Ik in 1.... » Vader, Ik begeer, dat waar Ik Ijen, ook «zij, die (lij Mij gegeven hebt, met Mij » zijn , opdat zij mijne heerlijkheid aan-» schouwen, die (lij Mij gegeven hebt ...;

ii dat de liefde. waarmede Gij Mij hebt ii liefgehad in hen zij, en Ik in hen\').quot; Zoo kan slechts een Hart bidden, dat vervuld is van liefde voor den mensch !

Wat deed Jezus in den hof van Olijven en op het smartbed des kruises? Ach,

zijn eigen lijden vergetend, bad Hij voor ons. Zijn Hart was overstelpt van benauwdheid aan het kruis, zijn lichaam bloedde uit duizend wonden ; toen verhief Hij onder veie tranen en met krachtig geroep zijne stemme en door de stilte en de duisternis, die op Golgotha heerschten, klonk het: «Vader vergeef het hun, want ii zij weten niet wat zij doen!quot; o Mensch, o wereld, dat gebed was uw behoud! Dat was eene bede van oneindige waarde ;

Gods toorn was opgewekt, maar dat gebed deed de schaal der barmhartigheid dorr-slaan ; het wi\'s het gebed van een mensch, 1) Jois XVII. 20, 20.

Ut-----ïÈ

rCyn-O

\' IZD

-ocr page 80-

°rr^__________________________________________\'Jigs

ZEVENDE DAG. 75

die te, gelijk Gods eengeboren Zoon was, een goddelijk gebed!

Zoo leerde ons de Heer, aangezet dooide liefde zijns Harten die groote kunst van bidden, zoo gaf Hij ons den sleutel iles Hemels en der henielsche schatten in handen. Ondankbaar zouden wij zijn, zoo wij dien sleutel ongebruikt lieten liggen , en onze geestelijke armoede zouden wij slechts aan ons zclven moeten wijten.

quot;V oorneinens.

1° Niet zoozeer liet getal owzav (jebcdeu vciclul)-belen ; als wel de aandacht en vurigheid, waarmede wij ze doen.

2° Dikwijls door den dag ons hart tot God verheffen ; b. v. bij het slaan der klok , bij het binnentreden eener kamer.

3° Al ons werk doen met een zuiver inzicht, om er zoo doende een voortdurend gebed van te maken.

VOORBEELD.

„ Heden zult gij met mij zijn in \'t Paradijs,quot; zoo sprak de liefdevolle stem des Heeren aan \'t kruis, tot den moordenaar aan zijne zijde. Deze was een man beladen met misdaden; hij had een leven van gruwelen aehter zich. Maar \'t Goddelijk Hart had medelijden met hem en beloofde hem.

-cl

S5r

-ocr page 81-

ZEVENDE DAG.

c/3

rfl-o %

70

na zulk ccu leven op aarde, liet eeuwig leven in Paradijs. „ Maar, vraagt de H. Augustinus , „ Petrus heeft de sleutels van het hemelseh rijk .. en zoolang de Heer niet voor allen gestorven „ is, kan Petrus dat rijk niet openen. Hoe kwam .. er dan de goede moordenaar ? O, zoo antwoordt hij, door de zijdewonde, die Longinus den „ Heere toebracht. Komt allen daarin , gaat de „ Kerkleeraar, tot zijne geloovigen van Hippo ... sprekend, voort, komt allen daarin, gij, die het 3, Paradijs liefheb!. Deze moordenaar toont ons den weg, dien wij moeten inslaan. Hij leert door zijn voorbeeld, dat niemand moet wanhopen. „ Beijvert u, zegt de Heer, om in te gaan door de enge poort. (*) Wat is er enger dan die ., opening, die een soldaat in \'s Heeren zijde ., maakte ? En toch door die enge opening is „ reeds bijna heel de wereld binnen gegaan.\'5

AVeldra ging door die opening ook de soldaat binnen, die ze maakte. Zijn naam was Longinus. Door Pilatus gezonden , doorstak hij de zijde des Heeren. Maar de teekenen ziende, die \'s Heeren dood vergezelden, hoe de zon verduisterde en de aarde beefde, geloofde hij in Jezus Christus en op zijne borst kloppende, riep hij uit: Waarlijk deze is de Zoon Gods ! Hij deed zich door de Apostelen onderwijzen in de leer des Gekruisten en leidde voortaan een boetvaardig leven. — Toen hij den ouderdom van 88 jaren bereikt had, (*) Luc. XIII. 24.

-Ji

-ocr page 82-

CO

ZEVENDE DAG

getuigde hij het openlijk voor de rechtbank van den landvoogd Octavius , dat hij aan die zijdewonde des Heeren zijn geloof te danken had. „Hoe heet gij ? sprak de landvoogd. — „ Ik ben Christen, zegde Longinns ; want ik moet eerst die genadegave verkondigen.quot; — Hoe heet gij nog meer ? — Longinns. — Zijt gij vrij man of slaaf?—• Toen antwoordde Longinns : Vroeger was ik een slaaf der zonde; maar de genadige Heer Jezus Christus heeft mij door het mysterie van zijn H. Kruis en door het bloed en water zijner zijde tweemaal vrijgemaakt: eerst door het water en den H. Geest, en nu, zoo ik volhard, door het vergieten van mijn eigen bloed. . .. Mijn Meester is een meester vol zachtheid, zuiverheid en liefde, nederig en goed, Hij voert naar \'t eeuwige leven.quot;—• Dat eeuwige leven werd hem spoedig gegeven dcor den dood en nu aanbidt hij in eeuwigheid , die gezegende hartewonde , waardoor hij zich .zeiven en millioenen anderen eenen weg ter heerlijkheid baande. (*)

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jezus, dat door woord en voorbeeld ons hebt leeren bidden, om over de gevaren der bekoringen te zegevieren, geef genadiglijk , dat wij altijd biddende mogen zijn en de overvloedige vruchten van \'t gebed genieten. Die leeft en heerseht in eeuwigheid. Amen.

(*) Vgl. Acta Sanct. Bolland, toni. 8. pag. 378.

———BM9c3£ö:e«M--

Jsr- \'

-ocr page 83-

Achtste Dag

— zilt onze Fleer te midden zijner leerlingen , en op liefdevollen toon sprak Hij hun toe: Ik laai u mijnen vredeT llc (jeef u mijnen vrede, niet gelijk de wereld dien geeft, geef Ik u dien.*) Was- i dit nu de vervulling van dien heerlijken wensch , dien de Engelen al jubelend aan het menschdom hadden toegezongen, toen de Heer als een Kind te Bethlehem werd geboren ? Toen klonk door de onmetelijke ruimte der lucht; Glorie aan God in den hooge en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil! —

Kort na zijne Verrijzenis stond dc

Joan. XIV. 27.

ri

-ocr page 84-

ACHTSTE DAG,

Heer wederom in het midden der /.ijnen. Toen geleek Hij aan de, zachte duif, die door Noë uitgezonden , terugkeerde , dragende het olijftakje des vredes. Zoo verscheen nu de lieer, niet met het zinnebeeld des vredes in den mond, maar met den vrede zelf op de lippen, want Hij zegde; Vrede zij aan ulicden1)! Zou onze Heer, wiens Hart zijne leerlingen zoozeer beminde, iets beters hebben kunnen toe- : wenschen\'? Dan zou Hij het ongetwijfeld gedaan hebben. —

Eenige jaren later schreef de H. Paulus,1 i die gloeide van liefde en zich beroemde de navolger te zijn van Christus, zijne \' brieven ; bijna altijd begint bij die met de woorden: Vrede zij u van God, onzen \' Vader.

In het verloop der tijden waren er tal-looze Heiligen, o. a. de H. Franciscus van Assisië en de II. Ignatius, die bij het i groeten altijd den vrede tocwenschten. ! Wanneer wij in eene H. Mis tegenwoordig , zijn, zal de II. Kerk nooit nalaten ons de ! woorden toe te stieren : De vrede des Heereu ;

1) Luc. xxnr, 30.

I

É

-ocr page 85-

0-

?|cKD CX5Y7

s 1

8Ü ACHTSTE DAG.

zij iiitijd, ;iltijd met u. Kn alvorens zij voor goed afscheid neemt van hare overledene kinderen , die onder het lijkkleed rusten of op het punt zijn in het koude graf neergelaten te worden, — rieht zij nog op luiden toon dezen wenseh tot hen : Dat zij rusten in vrede!

Daar moet dus in dien vrede een goed gelegen zijn , dat wij tot nu toe daarin misschien niet zochten. Zeer zeker, daar ligt vooi- ons sen schat in opgesloten, een onwaardeerbare schat, die ons al de liefde van Jezus II. Hart openhaart.

Toen Jezus op de wereld kwam en niet zijn liefdevol Hart de menschen beminde, hoe beschouwde Hij toen God en hoe den mensch \'? Aan den ecnen kant zag Hij , hoe God, zijn Vader, op de menschen rechtmatig vertoornd was en in zijn toorn den Hemel, het Paradijs, voor iedereen gesloten hield. De boetvaardigheid van Adam kon die poort des Hemels niet openen ; noch de heiligheid van een Noë, noeh het geloof van Abraham , noch het geduld van Isaac, noch de deugden van Jacob of David of Elizeüs, of van wie dan

T Ti

1

oJ

üsy-\' cxilij

Ld

-ocr page 86-

Tföo

ACHTSTE DAG.

ook konden de liclooiiing des Hemels ont-vangcn ; die II. Mannen werden verwezen tot liet voorgeborchte der hel, waar zij wel niet ongelukkig waren, maar toch uitgesloten van het aanschouwen Gods. Dat was treurig. De mensch mocht zijn hest doen op allerlei manieren, hij mocht den dood der rechtvaardigen sterven, de Hemel was en hleel\' gesloten 1

Het H. Hiirt had medelijden met ons. Pas dan ook hegou Het te kloppen in de kribbe, oi\' aanstonds liet Het door de Engelen van \'t Hemelsch hol\' aan de wereld verkonden, dat weldra de vrede met God ging hersteld worden; Vrede op aiirde den menschen van goeden wille!

81

De vrede werd volkomen hersteld, toen de Heer op het doodsbed des kruises den duivel verwon, en een laatste lanssteek in zijn H. Hart bewezen had , dat zijn oller voltrokken [en het menschdom dus vrij was van den vloek, die op hetzelve 4000 jaren rustte en de poorten des Paradijzes gesloten hield. Gelijk weleer de regenboog aan Noë verkondigde, dat God de aarde niet meer door water zou verdelgen,

10

n.

\'CyV

-ocr page 87-

-:-

^ 83 ACHTSTE DAG. 6

zoo hc/.itten ook wij ilmiis zulk ecu tcckcii,

iliit de vrede mot (iod is hersteld, \'tls het Goddelijk Hart van Jezus, waar do gerechtigheid en de vrede elkander onf-moetton1) en waarvan de geopende wonde ons zegt: Zoo zeer heb Ik u, o niensch r liefgehad, dat ik om u den vrede te geven,

zeüs mijn Mart liet doorhoren op het kruis. Want , zegt do II. C.vprianus, die geopende zijde is als een zegel op den liriel\' onzer k\\\\ ijtscheUliug2).

Toen onze Heer op do wereld kwam , hoe stond het toen met don vrede der menschen onderlingquot;? Daar was geen vrede, geen liefde moer op aarde. Het recht van den sterkste, dat was de hoogste wet; oen menschenloven hezat geen waar-do ; koningen en meesters vergoten hot bloed hunner onderdanen bij stroomen; wraak , bloedige wraak was geoorloofd , ja eervol; naastenliefde, och, men had er geen begrip van! (I, zegt de H. Gie-gorius do Groote, wat wist de oude mensch anders te doen, dan, als hij kon een

1) Vs. 84, 77.

\'2) Citatus a Bonucci: Anatomc Cordis Chri. ----^

-ocr page 88-

BP2-

ACHTSTE DAG. R3

niKlcniiiins fïocd, (ook vnmwcn en kindc-i\'cii) tc stelen; ol\', kon liij zulks niet, ■/(! (hm te Ijegeeren ? Onze lieer verweet zulks nun de Phnriscëi\'s : uwe ruoroticlcrs hchben u gezegd (en fi\'ij beoefent duti; uwen vriend zuil gij hem innen, maar meen rijand zult gij halen.quot; Wat een akelige toestand , wat treurige samenleving I ....

Zoo zou nog onze toestand zijn , zonder de medelijtlende liefde van Jezus H. Hart. Wat gaf Het ons in de plaatsquot;.\' lie. zoete leer des vredes, der liefde! «Mijne » kinderen , zegde Mij , een nieuw geliod » geef ik u , dat gij elkander lieflieht en «vrede houdt onder elkander. M En als «gij een huis zult Iminentmlen, zegt » dan : vrede zij over dit huis en over al » zijne bewoners. De ouden hebben u ge-» zegd : uwen vijand zult gij haten, maar » ik zeg ii : doet wel aan die u haten, « bidt voor die u vervolgen en vergeldt liet » kwade met goed ; en alles wat gij aan den » minste der Mijnen gedaan hebt, dat hebt. » gij aan mij gedaan. Hebt elkander lief, «alle goed aan elkander wensehende , en 1) Mr. IX, 49.

fe---riEe

J

-ocr page 89-

orvöo #

84

ACHTSTE DAG.

ii ildciulc , wilt gij niiii ii zcIycii iloot cu « wnsclit !quot; Aa» die leering en aiin de voorbeelden door zijn H. Hurt er bijgevoegd, dunken wij het nu, dat de geheele wereld de vruehten plukt van den heerlijken boom der naastenliefde, die geworteld is in liet II. Hart van Je/.ns, de eerste en rijkste liron vim vrede en liefde op aarde.

Nog een andere vrede is er, dien wij aan de liefde van het H. Hart danken; \'t, is de vrede niet ons /.elven , de gerustheid des harten. Die vrede gaat alle gevoel te boven , zegt de H. Paulus\') en de II. Geest getuigt, dat zulk eene gerustheid een voortdurend vreugdemaal is1). De zonde brengt onrust en wroeging , zooals de H. Geest en de ondervinding getuigen; daar is voor den goddelooze geen vrede.2)

.Maar hebben wij dien vrede des harten door de zonde verloren, waar hem terug te vinden quot;? In de stroomen , die aan de geopende zijde des Heeren ontvlieten : in

È? f

1

d) l\'rov. XV, 15.

2

Isaïus. -18, 2:2,

-ocr page 90-

--7®

ACriTSTE DAG. 85

de llll. Sacraiiieuteii en nergens anders. Zoo ontspruit, alle vrede hier op aarde nit liet II. Hart. Het heelt ons door dien vrede, een onschatbare weldaad aangebracht, waarvoor wij Hetzelve wel dankbaar mogen zijn, en waarvan wij in alle eeuwigheid de vruchten nog hopen te genieten in het rijk des eenfrificn vredes, dat ons bereid is in den Hemel.

quot;V oorn ein en s.

1° Al het mogelijke doen, om den vrede met den evenaaste, met ons /.elven, met God te behouden of te herstellen.

2° Te dien einde alle liefde op de liefderijkste wijze betoonen; de doodzonde vermijden, want „ voor de zondaars is er geen vredequot;

VOORBEELD.

Wij lezen in \'t leven van den H. l\'Vaneiseus van Assisic: Daar was eens een jeugdig ridder van hoogen huize getreden in de Orde der franciscanen , die pas ontlook. In de wereld had hij een leven geleid van weelde. Geen wonder dat hem de eenvoudige kloosterkost smakeloos en on verdragelij k voorkwam. Hij besloot in de wereld terug te keeren. Op zekeren morgen verlaat hij zonder gerucht zijn celletje, gaat naar de kapel en stort een laatste gebed aan den voet

OfTV c)o

-ocr page 91-

80 ACHTSTE DAG.

van een kruisbeeld. Daar verscliijnt liciu eensklaps de Heer Jezus, vergeze]d van zijne glorierijke Moeder Maria. „Mijn zoon, zegt de beminnelijke Verlosser, verzaakt gij dan aan uwen roep ?quot; ..Heer, antwoordde de novice , dit leven is al te streng voor mij.quot; Zonder iets te zeggen, nam de Heer een stuk zwart brood , doopte het in de wonde der zijde en zegde: «Eet dit brood.quot; De novice deed liet en vond het brood nu overheerlijk. Het visioen verdween en do jongeling trad welgemoed zijne cel weer binnen. Telkens als hij nu iu het vervolg door den duivel bekoord werd , beschouwde hij in den geest de liefderijke wonde van Jezus H. Hart en aanstonds veranderden zijne kwellingen in vertroosting, en de vrede zijns harten was hersteld.

i De (\'héraucé Vie de St. Franc, d\' Ass. Chap. XIV).

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jezus, o Bron van allen vrede , stort die hemelsche gave in mijn zondig hart, dal door bekoringen en driften geslingerd wordt. Help mij dat hart in vrede te bewaren , — zoo het ooit den vrede verliest, dien zoo spoedig mogelijk te herstellen, — en in den Hemel den vrede te bekomen, die eeuwiir zal duren. Amen.

t?

-ocr page 92-

Negende Dag.

Het H. Hart en do H. Kerk.

sliet). . . . Toen naderde hem ^(lod, de Seheppei\' van alle dinjren. Hij nam ecne i\'iljbe van Adam vormde daaruit Kva , die de moeder

en

werd van alle levenden. —

O. 11. .le/.ns r.liristus sliep aan het kruis den slaap des doods. Zijn hoofd hitijr voorover, zijn oog was gesloten, zijne lippen loodkleurig, zijn lichaam koud. Toen naderde Hem een soldaat, doorhoorde zijne zijde en water eu bloed vloeiden er uit.

Wat, ziett do 1111. Vaders hierin? Zie, zegt de 11. Augustinus, gelijk de ribbe genomen is uit Adams zijde en daarvan Eva werd gevormd, zoo werd hier uit \'s lleeren zijde de Kerk gevormd, die zijne

CO___

o

-ocr page 93-

VeXg__f-SïT

SS NEGENDE DAG.

liruid /.mi /.ijii zoiulcr vlek of rimpel, en (1(ï Moeder zou worden aller levetuleu over de geheelc aarde. « Dat de Bruidegom /.ieh verheffe op zijne legerstede, zegt hij, ilij bestijge de plaats zijner ruste, dat Hij inslape in den dood ; laat zijne zijde geopend worden om doortocht Te geven aan de Maagdelijke Kerk ; zoo kwam ook Eva uit Adams zijde, toen hij sliep\').

II. iverk, o licldevolle gave hij uitnemendheid , voortgekomen uit de zijde des Heeren, hoe zullen wij u prijzen, hoe aan \'t Goddelijk Hart, uwe 1\'ron, genoegzame dankhaarheid toonen ! Wel rijk aan liefde moet het Hart zijn, dat zulke gave weet te schenken !

Men deed eens aan Pius IX z. g. liet voorstel , de 11. Kerk toe te wijden aan het II. Hart van Jezus. Z. 11. wees dit voorstel van de hand, met te zeggen, dat wel de geheele wereld , maar niet dc II. Kerk aan het 11. Hart behoefde toegewijd te worden , wijl de Kerk reeds in eigendom aan Hetzelve toebehoort; zij was er immers uit voortgekomen. De straal 1) De Svmbolo. Ad Cutcchnmenos. Cap. \\ f.

s

-ocr page 94-

NKGKNDE DAG.

C/

9 f

89

lichooi\'t iiiiu de zon, wiiiiruit liij voortkomt , de vrucht aan den boom ; zoo behoort do Kerk aan \'t li. Hart.

Neen, \'taardscho Paradijs is nog niet van de wereld verdwenen; wel dat paradijs, waar Adam en Eva leefden; maar dooide liefde van het II. Hart is op aarde een andere lusttuin ingericht, waarvan de toegang voor allen openstaat; geen Cherubijn niet vlammend zwaard verspert den ingang, zooals de II. Ronaventura zegt: Zie, geopend is de deur des Paradijses en dooide lans van den soldaat is \'t vlammend zwaard verwijderd.

Dat aardsehe Paradijs is de II. Kerk. Heerlijke stroomen besproeien het met het Bloed, dat ons vrijkocht en om genade roept tot den troon van God. Die stroomen /.ijn de HH. Sacramenten. En zie , besproeid door dat Bloed , brengt die, lusttuin de heerlijkste vruchten voort. Hier groeien de leliën der maagden, die bij duizenden de Kerk versieren ; daar bloeien de palmen der ontelbare niartelaren ; ginds ontluiken de rozen van liefde , die de bc-5 lijders in hunne handen dragen; in één

J;

o-Üi/-

-ocr page 95-

NKGJiNDE DAG.

■s Oil

u

woord, ;illo (Icufiilcn Ijloi\'ien en fiTocicn cr ril uoodigcti uit tot navolging. Diuir is geen omtiM\'schcid van rijken en iimien , van slaven en vrijen, van grootcn en kleinen ; neen, allen genieten de vruchten van dien tuin en worden er van verzadigd. W ie hongert naar leering, wordt gespijzigd met het brood van het woord Gods, dat nooit onthreekt en aan allen wrordt uitgedeeld ; wie dorst naar genade en wijsheid, kan zich daar naar hartelust laven aan de wateren des heils.

Hoe zalifgt;\' is het te leven in dat Paradijs, de H. Kerk! Wat is de wereld daarbuiten\'! Eene woestijn, waar niets groeit en waar het koud is voor de ziel , die naar liefde haakt. Zie hen, die buiten dat Paradijs ronddolen, \'t Zijn ol\' wel heidenen, die de behoeften huns harten aan liefde en medelijden zoeken te voldoen met troost en hulp te vragen aan beelden van hout en steen , — of wel \'t zijn vin-blinden , die meenen te zien en toch niet zien, en al hun troost moeten zoeken in een vervalsehten, verminkten bijhei ; zij ^ gelijken aan wolken, die gedreven worden.

Xt)

■ viU o

-ocr page 96-

---—----

NEGENDE DAG. UI \'g

lt;louv iilleu wind, nu rechts, dim links, altijd in i)e\\ve^inji\', nooit in rust.

Miiar in de wure Kerk, tie Kerk van Jezus II. Mart? Daiir spreken l\'clrus en zijne opvojgers niet onleilhaar jrezag; zij bcisiissen en wij, wij zijn gerust, onulal wij weten, dat de II. (leest spreekt door hunnen mond.

Van de wieg tot aan het gral\', ja tot aan gene zijde des g ra I\'s, spreidt die Kerk •de vleugelen harer lietde uit over hare kinderen. Het kind reeds zegent zij ; zij -onderwijst het; zij geleidt het aan de hand door het leven ; zij shut ons dc oogeu als \'tuur van sterven daar is, zij hidt , zij waakt, zij troost, zij lieurt op, zij berispt en vermaant, zij straft ook niet lielde ; en heelt de dood ons de oogeu gesloten , dan nog zal zij voor ons bidden en doen bidden; zij beveelt nog de aarde te zegenen, waarin wij voor altijd sluimeren zullen, en als laatste bewijs harer teederheid plaatst zij het kruis op ons gral\', om ons te, beschermen tot aan den grooten oordeelsdag.

Maar die Kerk heeft, vele vijanden ; zij doen hun best , om dat Paradijs van de

±L___-------------;--tD

-ocr page 97-

ëp-

1 1)3 XICOENDE DAG.

aimli! te doen verdwijnen ; zij zijn nwclitig en talrijk. Kn als zij slagen, wat blijft er dan van deze liefdegave van Jezus\' II. Hart? (ïeen nood. (lok hiervoor heeft Jezus\' liefde gezorgd; de Kerk, die uitzijn Hart voortkwam, zou onvergankelijk zijn. Neen, de. weldaden, die ons van de II. Kerk toevloeien, (en door dc H. Kerk van Jezus Hart) zullen nooit ontbreken !

Zijn woord is ons ten waarborg ; llgt; hen met IJ lol tiun hel einde der lijden ! Vreest niet, de vijanden der Kerk zijn machtig, maar sterker is de liefde van Jezus Hart voor zijne getrouwe J\'rnid , de II. Kerk. Toen die Kerk nog maar een klein vonkje was, konden de hevigste vervolgingen het niet uithlnssehen, zegt de 11. Joannes Cihrysostomus1); hoe dan nu, nu dat vonkje is aangegroeid tot een vuur dat de geheele wereld ontvlamd heeft. Een teeder plantje konden zij niet vertreden ,

veel minder zullen zij een lusthof kunnen vernietigen, die gansch de aarde overdekt. Wel misschien kunnen hunne herhaalde pogingen een hoekje van dien lusttuin 1) Scrnio antcquam in exiliuiu irct.

b- ïis/ï -«sE ï

-ocr page 98-

KEUESDE DAG.

_r/^T-

93

IB

verwoesten , iiiisscliien zelfs een groot gedeelte , iiiaiir toch, zoo zegt diezelfde Heilige2), ui bestond de Kerk ook nog slechts uit één geloovige, toch zou ze nog onoverwinnelijk en onvergankelijk zijn.

Die Kerk, die onvergmikeiijke, onfeilbare Kerk, die Moeder, die zoo bczorgil is voor het heil onzer zielen, zij kwam voort uit Jezus\' 11. Hart; en onze zielen knnnen dat 11. Hart nooit genoegzamen dank daarvoor betuigen. Maar ook op onze Udiamen vloeiden die weldaden neer! Vronw, wat zoudt gij zijn , zoo niet Jezus II. Hart voor n de 11. Kerk gesticht hadquot;? Eeneslavin, cene verstootelinge , een uitgeworpene uit de maatschappij en de samenleving. — Man, wat zoudt gij zijn zonder die liefde van Jezus\' H. HartMisschien waart gij dan in uwe jeugd weggeworpen voor de wilde diereu , gelijk zoovele duizenden kinderen in China en andere afgodische landen ; en zoo dat uw lot niet geweest was, gij zoudt een heiden zijn, verzonken in al de ondeugden, van wreedheid en wellust, aan \'t heidendom eigen. Dienst-

2) Ibid.

1

ley?

-ocr page 99-

JtXs_ rlt;5jT O

OU NEGENDE DAG.

woord, iille deugden bloeien en groeien er en noodigen uit tot uuvolging. Ihinr is geen onderscheid v;in rijken en iirnien , v:m sliiven en vrijen, vim grooten en kleinen ; neen, nlleu genieten de vruchtcii Viin dien tuin en worden er van verzadigd. \\\\ ie hongert naar leering, wordt gespijzigd met het brood van liet woord Gods, dat nooit ontbreekt en aan allen wordt uitgedeeld ; wie dorst naar genade en wijsheid, kan zich daar naar hartelust laven aan de wateren des heils.

Hoe zalig is het te leven in dat Paradijs, de II. Kerk! Wat is de wereld daarbuiten? Kene woestijn, waar niets groeit en waar liet koud is voor de ziel, die naai\' liefde haakt. Zie hen, die buiten dat Paradijs ronddolen, \'t Zijn ol\' wel heidenen, die de behoeften huns harten aan liefde en inedclijden zoeken te voldoen met troost en hull) V1quot;aglt;in nan beelden van hout en steen , — of wel \'t zijn verblinden , die ineenen te zien en toch niet zien, en al hun troost moeten zoeken in een vervalschten, verminkten bijbel; zij gelijken aan wolken, die gedreven worden

---jfB

- -iLto

-ocr page 100-

o-pp^_____________9

KECENDE \'.\'1 amp;

lt;looi\' uilen wind, nu rechts, (Inn links, iiltijd in beweging, nooit in rust.

Maui- in de wave Kerk, de Kerk van Jezus II. Hart\'? Daar spreken Petrus en zijne opvolgers met onl\'eilhaar gezag; /ij beslissen eu wij , wij zijn gerust, omdat wij weten, dat de II. (leest spreekt door liumu\'n mond.

Van tie wieg tot aan het gral\', ja tot ■aan gene zijde des grat\'s, spreidt die Kerk de vleugelen harer liefde, uit over hare kinderen, liet kind reeds zegent zij ; zij onderwijst het; zij geleidt het aan de hand door het leven ; zij sluit ons de oogen als \'tuur van sterven daar is, zij bidt, zij waakt, zij troost, zij beurt op, zij berispt en vermaant, zij straft ook met liefde; en heeft de. dood ons de oogen gesloten , dan nog zal zij voor ons bidden en doen bidden ; zij beveelt nog de aarde te zegenen, waarin wij voor altijd sluimeren zullen, en als laatste bewijs harer teederheid plaatst zij het kruis op ons graf, om ons te besehermen tot aan den grooten oordeelsdag.

Maar die Kerk heeft vele vijanden ; zij doen bun best, om dat Paradijs van de

-ocr page 101-

Too__

92 NEGENDE DAG.

iüirde te doen verdwijnen ; zij zijn inaehtig en talrijk. En als zij slagen, wat blijft er dan van deze liefdegave van Jezus\' II. Hart? (leen nood. (lok hiervoor heeft Jezus\' liefde gezorgd; de Kerk , die uit zijn Hart voortkwam, zou onvergankelijk zijn. Neen , de weldaden , die ons van de II. Kerk toevloeien, (en door de H. Kerk van Jezus Hart) zullen nooit ontbreken! Zijn woord is ons ten waarborg : Ik hen niet U tol aan hel einde der lijden ! Vreest niet, de vijanden der Kerk zijn machtig, maar sterker is de liefde van Jezus Hart voor zijne getrouwe liruid , de H. Kerk. Toen die Kerk nog maar een klein vonkje was, konden de hevigste vervolgingen het niet uitblusselien , zegt de H. Joannes (quot;ihrysostomus\'); hoe dan nu, nu dat vonkje is aangegroeid tot een vuur dat de geheele wereld ontvlamd heeft. Ken teeder plantje konden zi j niet vertreden, veel minder zullen zij een lusthof kunnen vernietigen, die gansch de aarde overdekt. Wel misschien kunnen hunne herhaalde pogingen ecu hoekje van dien lusttuin

1) Sermo antcquam in exilium irct.

t;eB

-ocr page 102-

KEGENDE DAG.

verwoesten , inisseliieii zell\'s een groot gedeelte , niiiiir toeli, /.00 zegt diezeltUe Heilige2), nl Ijestoud de Kerk ook nog slechts uit één geloovige, toeti zou ze nog oiiovenvhnielijk en onvergiinkelijk zijn.

Die Kerk, die onvergnnkelijke, onteilbave Kerk, die Moeder, die zoo bezorgd is voor liet heil onzer zielen, zij kwiun voort, uit Jezus\' II. Hart; en onze delen kunnen diit II. Hart nooit genoegzauien dank daarvoor betuigen. Maar ook op onze Uchamen vloeiden die weldiiden neer ! Vrouw, wat zoudt gij zijn , zoo niet Jezus li. Hart voor n de 11. Kerk gesticht hadquot;? Kene slavin, eeiu verstootelinge, een uitgeworpene uit de iiiaatschappij en de sainenleviug. — Man , wat zoudt gij zijn zonder die belde van Jezus\' II. Hart\'? Misschien waart gij dan in uwe jeugd weggeworpen voor de wilde dieren , gelijk zoovele duizenden kindereu in China en andere afgodische landen ; en zoo dat uw lot niet geweest was, gij zoudt een heiden zijn, verzonken in al de ondeugden, van wreedheid en wellust, aan \'t heidendom eigen. Dieust-üi Jbid.

_C\'3 f-

93

-ocr page 103-

rX^no

NEGENDE DAG.

Iioilcn , wiif zoudf gij /.ijiiShivcn , die niet ;ils redelijke schepselen (iiuls, nuiiir ills liet ver;iehlelijke vee lieluilldeld Averden ; dat w nre uw toestimd zoiulcr die H. Kcvk, uit. Jezus\' Hart gelioren ; want van liaar slechts leerden de meesters hunue dienst-hoden als oelijken te behandelen, van haar leerde de man zijne vrouw heiuinnen als een deel van zieh zeiven ; en leerden de moeders hare kinderen waardeeren als onsehat-liare geschenken des Hemels.

Wat zegt gij dan van die liefde van Jezus\' II. Hart, waarmede Het zulke gaven weet te schenken \'? o 11. Hart , wees eeuwig geloofd en geprezen , dat uwe liefde zulk een Paradijs op aarde heeft aangebracht ; maar ook wijl gij ons onverdiend geroepen licht om het te hewonen en ons alzoo geplaatst hebt in het eenige voorportaal van dat andere Paradijs, waar wij eeuwig uwe liefde zullen kunnen aanbidden en danken.

quot;Voornemens.

1. Bidden voor de uitbreiding der H. Kerk.

3. De geboden der H. Kerk aangaande vasten-cn onthoudingsdagen, het Mis hooren en Zondag- ^

ü-i.

-ocr page 104-

IP

NEGENDE DAG.

vieren allerstipst onderlioutlen cu doen ouderlioudcn.

3. Zoo mogelijk door aalmoezen meewerken tot de uitbreiding der Kerk.

VOORBEELD (1).

In \'t leven der Gelukzalige Reconigi, Dominicanes, wordt verhaald, dat zij dikwijls dit woord van den Koninklijken Profeet David in den mond had: „Schep, o God, in mij een zuiver hariquot; Zij herhaalde al weenend die woorden zoo dikwijls, dat onze Heer haar verscheen , en haar langen ! tijd onderhield over verschillende geheimen , .die Hij haar openbaarde. Toen zegde Hij : „ Ik wil „ uwe verlangens vervullen.quot; Hij opende nu de zijde der Zalige, nam haar hart daaruit, zuiverde het, en stelde het weder op zijne plaats , na er deze drie woorden ingegrift te hebben ; ., -Jezus, ,, mijne hoopquot; Tot driemaal toe herhaalde de Heer dit wonder. Eens zelfs hield Hij dat hart eenigen tijd bij zich zonder het terug te geven. LMaar eindelijk verscheen de Heer haar opnieuw , plaatste met zijne rechterhand haar hart wederom op zijne natuurlijke plaats en zegde haar : „ Gij weet, mijne welbeminde Bruid , dat „Jk do eeuwige Wijsheid ben, die alle dingen uit niets gemaakt heb , en dat Ik naar mijne vcv-„ kiezing liet hart van mijne vrienden kan maken

(1) Vies des Saintes et bienh. filles de l\'ordre de .St. Dominique t I. liv. 3. c. 0. p. 433 — 435. ■?

oU£gt;-

-ocr page 105-

NEGENDE DA (J

m

„ en vermaken. Nu ^eet\' Ik u uw hart terug, dat j, gij Mij zoo dikwijls hebt opgedragen eu toege-„ wijd ; zie , \'t is nu schooner , zuiverder, vuriger 5, dan ooit te voren.

GEBED,

O aanbiddelijk Hart van Jezus , wij danken T\' voor de liefde, die ü ingaf de H. Kerk te stichten. Hervorm onze harten, opdat wij getrouwe kinderen zijn dier Kerk , welke U zoo nauw aan \'t harte ligt en tot welke Gij ons door eene goedheid, die wij niet verdienden, geroepen hebt. o Goddelijk Hart, bescherm de Kerk en haar zichtbaar Opperhoofd den Paus met alle Bisschoppen en Priesters. Amen.

n

fe

-ocr page 106-

Tiende Dag.

Het H. Hart en tie HH. Sacramenten.

^iucimt.viiK stroomen doorsnccleii ) weleer het Aardscli Panulijs in alle richtingen; zij onderhielden daar de frisehheid der lente in geheel hare schoonheid. Die stroomen zijn voorafbeeldingen van de IIII. Sacramenten, o Gaven van Jezus 11. Hart ! o Bewijzen zijner liefde! Iedere druppel van het kostbaar Bloed, dat gij bevat, getuigt het luide : zie , hoezeer Jezus II. Hart den mensch beminde!

Daar was in ons leven een dag, dat wij , nog onbewust van alles, op de armen onzer dierbaren ter kerke werden gedragen. Gods oog wendde zich toen van ons af; want Hij zag zijn eigendom, geschapen

7

-ocr page 107-

gp_

bi US TIBXDB DAG.

uuiir /.ijn beeld cu gelijkenis, In de nmcht des duivels; de duivel heerseht(^ in onze ziel ;ds op zijn troon. Doeli daar vloeide door de hinul des priesters het water over ons hoofd; de duivel vluchtte, Mod daalde neder in onze ziel, de ketenen der orl/.onde werden verbroken, de vlek van Adam uit-gewiseht; Engelen omringden ons, en wij, die als kinderen van gramschap ter kerke waren gedragen , als kinderen des vredes en der zegening keerden wij huiswaarts. \\\\ at heelt die verandering teweeggebracht Ue liefde van ,lezu.s II. Hart. Toen dat Hart doorboord werd aan het kruis, vloeiden daaruit bloed en water, Ier afbeelding, zeggen de llli. Vaders, van dal water, \'t welk in het Doopsel over ons hoofd vloeit; maar ook ter afbeelding van dat bloed, \'t welk tegelijkertijd onze zielen zuivert van allr vlek der erfzonde. Met II. Hart had deernis met onze arme zielen in slavernij en zie, het II. Doopsel was het geneesmiddel, dat zijne liefde Hem ingaf.

Met de heiligmakende genade daalde ook de nooit genoeg gewaardeerde schat van geloof, van hoop en van liefde in onze ziel.

ifc----Jï

-ocr page 108-

T

c/Tf

ÏIEXJ)E LUG,

Tdcn werd de kiem clanvvim gH.-k\'gd in mI-wachtiiifi\', dat /.ij zou opschioien 011 vruclt-tcn dragen.

.Maar storincn zouden die kiem traehten te vernietigen, l)ekoringeii zomlen het mu-Inikend en opkomend gelool\'met ondergang hedreigcn. Heen nood. i)e liefde van Jezusquot; II. Mart kende het middel, om zulks te voorkomen. Mij gal\' ons het II. Vurnisc!, en hiermede de volheid des* II. (leesles, die met zijne gaven nederdaalt en de ziel vooral sterkte geel\'t, om hel geloot\'als een kostbaren schat tegen alle aanvallen te verdedigen. Jlaarom zegt de groote II. Thomas: « I it het overvolle Hart van (quot;.li rist us vloeit pi de olie aller genade tot behoud dei-ziel Kn die t)lie voedt, vei\'lieht en versterkt.

De II. Franciseus van Sales, de beminnelijkste der latere Heiligen, zegt: «l ie cotnntu-» niebank en de biechtstoel zijn geschenken » van Jezus 11. Hart.quot; Zou het waar/.ijn Maakt zich die beminnelijke Heilige hier niet aan ecne godvruchtige overdrijving schuldig? Wat de 11. Communie betreft, daar zal niemand aan twijfelen ; maar de

1) S. Tliom. Aq. Opisc. de SS. Saci\'.

o\'J.9\'

—ElS

ceLXó

\'.l\'J

-ocr page 109-

TrKXDK DAG.

Iticclit •? Itc I\'liccht ecu geschenk van Jezus liefderijk Havt ! De Inechtstod, die ons at\'sclirikt , eene gave zijner liefde! Onmogelijk 1

(lij, die zoo spreekt, zijt gij een zondaar of een reehtvaardige\'? Kon van beiden.

Zijt of waart gij zondaar, herinner n dan eens dat ongelukkig oogenlilik, dat de duivel weer bezit genomen had van uwe ziel en de hei met al hare verschrikkingen al gapende voor u openstond. Angst en onrust en wroeging was in uw hart. \\\\::.ar rust Ie vinden\'? (iij zocht ze misschien in de vermaken der wereld. — Gij vondt ze niet. Toen kwam een hooge feestdag; — een godvruchtig menschelijk opzicht , tegelijk met uw berouw dreef u naar den

biechtstoel, daar knieldet gij neer.....

NVien vondt gij daar\'? Den plaatsbeklerder van Hem , die zegde ; Komt allen tot Mij du\' belust en heiaden zijl, en Ui zal u verkwikken ; — den vertegenwoordiger van Hem, die aan eene overspelige Saniari-taansche vergiffenis schonk, van Hem, die eene onteerde Magdalena ontving, van Hem, die at en dronk met zondaars, — die tot ,j

o til.9-

-ocr page 110-

fBo_____ZS.

TIENDE DAG. 101

cciu! zondige vrouw zoo licl\'dcvol zegde: Ik zul u niet vcroordcelen, ga cu wil voortaan niet meer zondigen, — van Hem, die aan Petrus vergiftenis sclionk en voor een stervenden moordenaar de poorten van het Paradijs opende, — van Mem, die steeds sprak van medelijden jegens den zondaar,— van Hem, aan wiens Hart de zielroerende parabelen ontwelden van een verloren zoon , van een verloren sehaapje, van een zoekgeraakt geldstuk. Diens plaais-bekleedcr vondt gij in de stille en in de duisternis van den hieehtstoel. . . . (lij be-leedt uwe seliuld , hij sprak u moed in ; gij vroegt vergeving; liij hiel\' zijne hand op en seheppend in de milde bron van Jezus H. Hart, wiesch hij uwe ziel met (quot;loddelijk liloed ; wat de heele wereld u niet geven kon , rust en vrede , dat gal\' n ecu enkel woord : Ik ontsla u van uwe zonden. Verlieht stondt gij op; gij waart, een ander inenseh geworden , de hel was gesloten en God verzoend. Zeg ons, was voor u de Bieeht geen weldaad , geen liefdebewijs van Jezus H. Hart, waarin /.ij ontstond\'? Wat zij voor u was, dat was

amp;

-ocr page 111-

fcquot;-)_ nJof^O

103 TIKNDE BAO.

/.[] vooi1 inilliot\'iicii :iii(l(.M-cn : ecu redplank mi do scliipbmjk.

Koch , ^.ij winirt inisschicii een recht,-viinrdiu\'c; jiiisscliicn behoort j^ij tot dc ii\'i\'lnkkiii\'cn. die nooit liunno onschuld vct-lorcn. tlod jreve liet! M:iar ook dim wns dc hicchtstoel voor u ecu fïcschcnk vim .li\'/.ns II. Hurl. Wniir, na de II. Gom-nnmic , vondt gij ooii zooveel sterkte in bekoringen, zooveel troost in het lijden, zooveel opwekking tot deugd .In , liet l\'i\'ovinciniil (\'oneilie vim I tiecht aiirzelt niet Ie zeggen , dut ui het goede . wilt in de II. Kerk gevonden wordt, in stand wordt gehouden door het II. Sacnmient der Üiecht. \\ niiig h(\'t. aim duizenden Zaligen, die er liunne ziiligheid mm danken ; vraag hel aan inillloenen verdocniden, die het versinaadden ; het gejuich der eenen , en het gejaninier en de spijt der anderen znllen ji zeggen, wat weldaad .lezus\' liefde ons bewezen heelt met het II. Sacrament, der lüecht te schenken.

Wat te zeggen van het II. Oliesel\'.\' De uitgestrektheid van dat liefclebewijs zullen wij eerst ten volle begrijpen als wij.

p

-ocr page 112-

-fp--^

TniSDE DAG. 103

kliun Vim het doodzweet , doov dui/.eiul singsteii licunuwd, op ons dootllx\'d liggend, den laidsten snik en - o vreeze! - liet. oordeel (lods verwiiehti\'ii. Als dim de priester, - zelf eene weldnnd van .lezus }[. Hart, —- onze leden zalft, bij onze ■sponde hiddend neerknielt , den halsem y.ijner vertroostende en lieinoedigende woorden in onze ziel stort , o dan zullen wij het aan den vrede, die. in ons heerselit bemerken, dat .lezus II. Hart ons beminde,

toen Het ons dit II. Saerament schonk.

Kn het lluii\'flijko (quot;iod, wat zou de samenleving zijn zonder dit II. Saerament Kene hel hier op aarde, gevolgd door eene hel hiernamaals. Wat zou er geworden van de opvoeding der kinderen\'? Hoe zon het. mogelijk zijn , zonder de genade van dit H Saerament. in liefde en vrede ie leven\'? Hoe zouden de duizenden lasten en pliehten, aan den luiwelijksstaat verhonden, kunnen gedragen worden\'?

Kn zoo de liefde van Jezus II. Hart ons geen PricMerschap gegeven had , wie zou ons onze zonden vergeven, wie het Hoogheilig (Mier der .Mis opdragen, wie ons

a 3©^

-ocr page 113-

.ü^CL?

TIENDE DAG.

cJ

10-t

leercu, ons troosten , ons geleiden en lie-nioedigcn ?

Genoeg, o II. Hart, genoeg! Heb dank voor die vruchtbare stroomeu van uw H. liloed, die den tuin uwer H. Kerk besproeien , cn overal nieuw leven , nieuwe groeikracht en nieuwe vruchten doen verschijnen !

quot;V oorneinens.

1° Het II. Hart voor de instelling der H. Siieraraenten bedanken.

2° Ze ontvangen met allen eerbied, waartoe wij in staat zijn, en , zoo mogelijk aan anderen de groote weldaad er van doen inzien.

VOORBEELD.

Wat liefde bet ontvangen der HH. Sacramenten in \'t hart der heiligen teweegbraeht, kan de H. Agnes ons leeren. De zoon des Stadhouders van Rome dong naar de hand der edele en sehoone maagd. Hij bood haar ten bruidschat goud, parelen , edele steenen en kostbare kleederen en beloofde haar het gansche erfgoed van zijnen vader. Maar de Maagd verwierp alles en zeide : „ Laat af van mij, gij spijze des doods; nooit kan ik de uwe worden, want ik ben reeds aan een ander verloofd!quot; Teleurgesteld antwoordde de jongeling: q j. Gij zijt nog zoo jong, en gij zoudt reeds verloo™

-ocr page 114-

■^9:

TIENDE DAG. 105

zijn? Dat geloof ik nooit. En al ware ilit zoo ben ik niet de zoon van den eerste na den Keizer?

TVie waagt het met mij naar dezelfde Bruid te staan? quot;Wie durft zich met mij vergelijken in afkomst, sehoonheid en rijkdom ?quot; Agnes werd verstoord bij deze woorden en begon haren hemel\'

schen Bruidegom en zijne voortreffelijkheid to prijzen. „ Schoon, zeide zij, is mijn Bruidegom,

veel schooner dan alle sterfelijke jongelingen. Hij is als melk en bloed , aanvallig en heerlijk.

Over zijne schoonheid staat de zonne verwonderd en de maan is verstomd. Mijn Beminde is waarlijk van hooge afkomst. Zijne Moeder is eenc Maagd en zijn Vader kent geene vrouw. Hoo machtig is mijn Bruidegom; voor Hem sidderen de vorsten en de Engelen dienen Hem, dc hemel is zijn troon en de aarde de voetbank zijner voeten. Als Hij de bergen aanraakt dan rooken zij; dreigt Hij de zee, dan leggen zich de schuimende golven te ruste; zijn adem geneest de zieken, zijn woord wekt dc dooden op tot het leven. Spreek mij niet van rijken ; alleen mijn Beminde is rijk; Hem behooren de kostbaarheden der aarde en dc schatten der zee; van Hem is al het goud der bergen, de parelen der vloeden , en alle edelsteenen van den opgang der zon tot aan den ondergang. Alleen mijn Bruidegom bezit ware innige liefde,

want niemand kan hartelijker en trouwer beminnen dan Hij. Alles gaf Hij voor zijne arme bruid. Ter liefde van Mij heeft Hij de vreugde des Hemels

(0| f JS)

o - \'ó

-ocr page 115-

ITi: ND F, DAG.

r /3|71\'9

t-3

opgeofferd en zelfs zijn leven aan den bittersten dood overgegeven. Zie, met een gouden ring heeft Hij zieh aan mij verloofd. Hij tooit mij op met prachtige gewaden, welke kostbaarder zijn dan die welke de dochters der koningen dragen. Ik heb reeds het prachtige bruidskleed van schittrende zijde; Hij heeft mij omkleed met cenen breeden gordel van gond; mijne ooren zijn behangen met onschatbare juweelcn, mijn hals met parelen en mijne handen met sieraden «mi om mijn hoofd is een on verwelk bare bruidkrans gevlochten. Nog grootere schatten heeft Hij mij vertoond, en die alle zal Hij mij geven zoo ik Hem getrouw blijf. Hoe zon ik zulk eenen Bruidegom kunnen verlaten met wien ik voor eeuwig door trouwe liefde vereenigd ben fquot; Zoo loofde de H. Agnes vol geestdrift haren Bruidegom en toonde een hart te hebben vol liefde voor dat Hart, dat haar het eerste beminde.

(Ungues. Levens en daden van Gods Heiligen 31 Januari.)

GE KEI).

o H. Hart des Heeren, o Bron, waaraan de HH. Sacramenten ontvloeid zijn, geef, dat wijde waarde dier weldaden beseffende , ons zeiven dikwijls laven en wasschen aan die heilrijke stroomen , opdat wij, gewassehen door uw Bloed, o Goddelijk Lam , de eeuwige vreugden mogen genieten. Amen.

-ocr page 116-

cxrr

Elfde Dag.

Het H. Hart en het H. Misoffer.

Öla

\'•pljriK kent niet de \'Nnvolging van , :C.liristus dodi\' Tlioniiis ;i Ivcmpisquot;?

quot;Een sdiooncr liock , de II. Sclirit\'t, iiiigc/.ondci\'d, licstaat er niet. Het werd saiiieiigcstelil mi liijna l(tl) janr geleden en liet haudsehril\'t, door Thomas zeil\' ge-sehreven, bestaat no»\'. Maar (laarenlwven zijn duizenden en inillioenen afdrukken daarvan ov.\'r de wereld verspreid in alle landen, in steden en dorpen, in hutten en in paleizen. Als ik nu vrucht wil Trekken uit de leering, die dat boek bevat , is het dan noodig, dat ik het, handschrift, door Thomas zelf geschreven, aandachtig lees\'? (quot;iclukkig neen; want dat is ver van hier ; maar een afdruk is «•ven goed ; die is in mijne nabijheid , de

quot;cxjÊl

aJLls o

-ocr page 117-

---

\'9| 108 Ki/nm dag. ?\'

leci\'ing is juist dezelfde, dezelfde vruehtcit knn ik er uit trekken en op hetzelfde oogenblik kunneii duizenden 011 diiizcndcu luïtzelfdc voordcel genieten.

Zoo is het ook met tie weldaad welke Jezus liefderijk Hart ons geschonken heeft, in het II. Misoffer. I\'jéns stiert Hij voor ons aan \'I Kruis, toen duizend wonde»

zijn gezegend Lichaam bedekten en Hij zijnen geest aan zijnen Vader aanbeval. Toen werd de duivel overwonnen; het. inensclidom was verlost; de vloek in zegen veranderd; strooincn van genaden jiin-gen van Galvarië over lt;le wereld en zalig zij , die gewasschen werden in het Woed van het Lam , dat voor onze zonden geslachtofferd is van het begin der wereld af. Doch wij waren daarbij niet tegenwoordig en zij, die na ons komen zullen ,

zijn er nog verder van verwijderd, /uilen wij nu niet deelachtig worden aan de vruchten van die oneindig heilige Slaclitol-ferande van (lalvarië ? Zullen wij niet besproeid worden met het Bloed van het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt\'?1! 1) Albau Stolz. Die H. Elisabctli. s. 88.

-ocr page 118-

m*-^

ELFDE DAG. 109

Dank zij aau Jezus liel\'dcvijk Hart. Evenals nu iedereen kan plukken van den boom, (li«;ti de vrome Thomas a Keinpis door zijn boekje geplant heelt, evenzoo kunnen ook wij nu genieten van de vruchten des Kruises: want zie, wat Jezus op bloedige wijze op Calvarie deed, dat vernieuwt (lij duizenden malen daags op onbloedige wijze in de 11. Mis. o Onwaardeerbare weldaad, o onschatbare* gave! Zien wij eens waartoe zij ons in staat stelt!

\'t Is voor ons, menschen , een strenge plieht God te nuiihitlden en te danken. Dien plicht gevoelt iedere menseh in zijn eigen hart; zóó zelfs, dat de menseh, die den waren God niet kent, zich neerwerpt voor hout en steen en die aanbidt. Maar hoe dien plicht op waardige wijze te vervullen quot;? l it ons zelveji zijn wij stof en wsch, nietige schepselen en daarenboven vol zonden en gebreken. Al waren wij Engelen, al waren wij in verdiensten gelijk aan de allerh. Maagd Maria, dan nog zou onze aanbidding en dankzegging niet zijn, wat ze zijn moest; want geen schepsel kan den Oneindige vereeren, gelijk Hij

-ocr page 119-

TfèV) r^lt;3f

1 O

Cj

i l

110 Ï:LFI)E DAG.

liet verdient. Uoch de liefde vim Jezus II. Hart stelt er ons toe in sfaiit. Hij stelt zich in de 11. Mis in onze lianden; Hij draagt zieh daar voor onze zonden op aan den Vader; Mij, (lod en nienseh tegelijk. Hij l)idt in onze plaats en geelt aan tlod de eer, die wij niet geven kunnen : oneindige eer, aanbidding en dankzegging.

Ook vildoenhiij voor onze zonden zijn wij aan God verschuldigd. Wij hehhen Ciods oneindige eer gekrenkt; wij hehhen hij Hem eene onmetelijke sehuld aangegaan en wij hehhen volstrekt niets om ze te he-talen. Toch eischr (iod in zijne reehtvaar-digheid voKloening. Arme menseh ! \'Idt-den laatsten penning moet gij voldoen en gij heht niets om te hetalen, niets om de liel ol\' het vagevuur, die u wachten, te sluiten !

Dat zou aldus zijn zonder de liefde van Jezus 11. Hart! Maar zie, in het H. Mis-ollcr stelt Hij zich in onze plaats; zijne eigene verdiensten past Hij op ons toe; Hij draagt zich op aan den Vader als ecu offer van goeden geur. Hij smeekt voor ons met luid geroep en onder tranen. Mij

t T

è

bi

J|cyD cxjjj

-ocr page 120-

j^TTcXj__ 0/3

x ELFDE DAG. Hl

hecht, nis \'t wiiro, opnieuw den sclmld-bi\'icf, (li(^ tegen ons getuigt, umi zijn kruis, Hij biedt zijnen Vader tien prijs imn van zijn vergoten hloed, zijne doorgestane smar-

ten , zijn allerpijnlijksten dood en.....

Ciods gekrenkte eer is hersteld, (iods toorn, die stratlend op ons ging neerkomen , is bedaard; barmhartigheid en reehtvaardig-lieid zijn verzoend en geven elkander den kus des vredes in (\'.hristus\' .lezus , onzen Middelaar 1

Talrijk zijn onze behoeften op deze wereld ; het lichaam heelt er vele ; de ziel nog meer. iloc zullen wij de genaden ter zaligheid noodig verkrijgenquot;? Het staat ons vrij ze aan (lod te vragen. Maar zal ons gebed doordringen tot zijn oorquot;? \'I Is zulks niet waardig, want het is zoo onvolmaakt en komt uit zoo zondige harten. Schep moed, o zondige mensch! Jezus II. Hart heeft gezorgd, dat gij bij God verhooring vinden zult; want in de H. Mis is Hij niet alleen een dank- en zoenofter , maar ook een smeekoffer, dat altijd verhooring vindt. Onze Heer zegde zelf; « Vader, Ik wixl, dal Gij Mij allijd rcr-

ïüyj quot; \'•xlE\'ö

-ocr page 121-

i) na

■m

icr.ftii; dao.

vhourl\'),quot; en dc 11. Geest getuigt vnu Hem: « (hit zijne cerbiediylieid is Hij vei-hoord\'1).quot;

Daar, in het 11. Misoller, bidt nu Jezus Jl. Hurt voor ons, en .... duizenden genaden stroomen als een weldoende regen op ons neer. Het liidt .... en zelfs tijdelijke gunsten worden ons in overvloed geschonken. Het bidt .... cu de duivelen worden verjaagd , de bekoringen verminderd of weggenomen , zieken herstellen , deugden bloeien op, de 11. Kerk breidt zich uit , zondaars bckccren zich , ergernissen worden weggenomen , zielen uit het vagevuur verlost, in één woord alle gunsten en genaden naar ziel en lichaam worden ons gegeven, omdat Deze voor ons bidt, die zonder zofide is en waardig is bij God verhooring te vinden om zijne eerbiedigheid.

Is dan het H. Misoffer niet cene weldaad, die alleen kon voortkomen uit een Hart , dat van liefde overvloeit\'? Moeten wij hef dan ook niet als eene ondankbaarheid en als een onherstelbaar verlies betreuren.,

1) Jois XI. 43.

2} Hebr. V. 7.

ê

-ocr page 122-

__c/rr

r.r.iuE dag. 113

dal wij /.oovclc 1111, .Missen, die wij zoo jrciriiikkclijk hadden kunnen bijwonen, ver/.viiindcn ? Ja , als wij wisten, dat eraan de uiteinden der aarde één priester was, die éénmaal slechts die II. (dlerande kon opdragen, zou ons leven niet goed besteed zijn, zoo wij het geheel en al gebruikten, om naar die plaats te reizen, teneinde ten minste eenmaal^ in ons leven bij zulk een Hoogheilig OlVer tegenwoordig te kunnen zijn ? En nu, nu wij zoovele priesters in onze nabijheid hebben , nu er dagelijks zoovele 1111. .Missen gelezen worden, nu is eene geringe moeite, eene vermeende tijdelijke schade, eene nietige ongesteldheid, ja een ijdel vermaak dikwerf genoeg, om ons de II. Mis te doen verzuimen !. . .

O, beseften wij het wel, wat weldaad het II. Hart van Jezus ons door dit 11. Oftér doet! De boosheid der wereld is groot, grooter wellicht dan ten tijde des zondvloeds; zonder dat Offer zou misschien sinds lang de wereld vergaan zijn door het vuur; maar de 11. Mis houdt den straffenden arm Gods tegen, en \'tis een algemeen gevoelen, dat het eerste werk van

m

-ocr page 123-

Ki.ri)r. DAG.

X?,

den Antichrist , liij liet einde der tijden r zijn zal, dat II. Otter in de wereld te doen ophouden. Op dit Otter zouden Gods. woorden hij Isaïas kunnen worden toegepast: Ik heh gezworen, zegt de lieer, dat Ik over de aarde niet meer vertoornd zal worden, want hergen en heuvelen zullen mijne Gerechtigheid (d. i. .lezus (quot;.hristusi dragen.

quot;Vquot; ooru eniens.

1° Uit dankbaarlieid voor die weldaad der liklis er een veelvuldig gebruik van maken.

2° De H. Mis /00 aandachtig en eerbiedig mogelijk bijwonen en ons vereenigen met bet Offer van lof, dank, verzoening en smeeking, \'t welk bet H. Hart daar opdraagt.

(I)

VOORBEELD.

1\'. Burke verbaalt in zijne preek over (//; I er-horgcu Heiligen van Ierland bet volgende :

Ik bevond mij op de westkust des eilands , te midden van mijn volk, toen het den Almaebtigcn (iod behaagde zijne laatste en vreeselijkste beproeving over ons los te laten; de Engel van hongersnood en sterfte sloeg de vleugelen uit en een donkere schaduw viel over bet land.... o Cod, om uwe barmhartigheid, laat mij nooit nicer zulke dingen zien vóór mijn dood 1 . ...

-ocr page 124-

pp-

ELFDE DAG. 115

Op oen paar mijlen afstauds van Galway woonde eene vrouw, die eiken eersten zondag van iedere maand tot de H. Tafel gin^. Toen de hongersnood kwam, was zij al op jaren. Hare oudere zonen waren heengegaan, om werk te zoeken. Nu leefde zij alleen met haar jongste kind , oen knaap van 14 jaar. De nood steeg zoo hoog, dat het kind om brood schreide en de moeder niets meer te geven had. Zij zag hem wegteren voor hare oogen,— zij had niets, er was niets en de jongen lei liet hoofd tegen de horst zijner moeder en stierf. Zij was zoo uitgeput van honger, en de huren woonden zoo verdat zij niemand kon gaan roepen om haar kind te begraven. Twee dagen lag het lijk op den grond en zij er naast stervend van smarte, stervend van honger en dorst. Op den morgen van den derden dag, hoort zij de klok luiden voor de H. Mis : \'t was zondag. Op handen en voeten kruipt zij uit hare hut, den weg op naar de kapel eene mijl verre. Driemalen bezweek zij onder den weg. Medelijdende voorbijgangers zetten haar met den rug tegen een heg en gaven haar uit de beek te drinken. Zij stond op, en al viel ze telkens, zij kroop voort en kwam eindelijk zoo dicht bij de kapel, dat zij door de geopende deur den priester kou zien aan \'t altaar bij de opdracht der H. Geheimen. Toen sloeg zij hare oogen en handen ten hemel en riep uit: Eeuwigen lof aan den gezegenden Zoon der Maagd! Daarop zonk ze in ecu en stierf. Toen

v-gL_ 2

-ocr page 125-

Tl

^ no

KI/FDE DAG.

het volk uit de Mis kwam , voudcn zij het lijk lt;lciquot; vrouw , wier laatste poiri nir geweest was te kruipen naar liet altaar, dat; God de bee barer stervende lippen mocht verhooren. (W. v. Nienwen-hof. Vijf Levensschetsen, p. 250. cn vlj.)

GEBED.

o Liefdevol Hart van Jezus, dat ons in \'t H. Sacrificie der Mis in staat gesteld hebt aan God waardige hulde te brengen, geef, dat wij de uitgestrektheid dier weldaad beseffende, dagelijks overvloediger deelachtig worden aan de genaden: die Gij door dit middel aan \'t mensehdom wilt doen toekomen. Wij vragen het 1 door de voorspraak van Maria,

-ocr page 126-

CO

Twaalfde Dag.

Het H. Hart en lt;le H. (\'ommiiuic.

^*0E heerlijk Itiocido in het üiirdsche Paradijs de Boom des Levens! Wijd zul hij zijne takken hebben uitgespreid, nis wilde liij aan de geheele aarde zijne vrucht, die onsterfelijk maakte, toereiken. Zulk een boom des levens, maar veel edeler en gemakkelijker te bereiken , verheft zich ook in den lusthof der II. Kerk. \'t Is de il. Communie, die eeuwig, onvergankelijk leven geeft aan de zielen , gelijk de eerste aan de lichamen.

Wie zal naar waarde beschrijven , wat weldaad het 11. Hart van Jezus ons met die gave geschonken heeft\'? Hier, hier heeft zijne liefde de uiterste grens bereikt.

Daaraiin dacht de II. .Vugustiiuis, toen

dl

-ocr page 127-

ver,

118

hij in lirwondrniiji\' lütrit\'[) ; Jezus(ihl\'istus is alniiichtijr, nmar iets grootcvs geven kon Hij niet; Ilij is (inciiulig wijs, maar iels beters kende Mij niet; Hij is oneindig rijk , maar grooter goed hev.at Hij niet\'). Kn de Eerbiedwaardige Kei\'kvergaderiag van Trente bevestigt die uitspraak nset Cioddeiijk gezag, ais zij zegt: «Wanneer ii onze Zaligmaker uit deze wereld naar » zijnen Vadei- zou gaan, stelde Hij dit it II. Saerainent in, waarin Hij de seliatten » zijner (\'iiuldelijke liefde lt;ils uilijèslofl » licfl\'l.quot;\'-)

Wat heelt Jezus Christus ons dan gegeven, toen Hij stralend van liefde neerzat, in het midden der zijnen en op plechtigen toon den Vader dankte, het brood zegende, en zijnen Apostelen overgaf, zeggende: Neemt en eetquot;?

Ik geef n een nieuw gebod. Ik geef n iiiijnen vrede, had Hij kort te voren gezegd; maar nnNu geeft Hij aan hen en aan ons zich u-lren ! Zich zeiven geheel en ganseh , met zijne aanbiddelijke God-

1) S. Aiiir. ti\'. 84 in .Tocm.

w

ri i (\'one. Trui. Sejis. XI11. Cap. 11. „vclut r/fndU.\'\'

TWAALFDE DAO.

oJJiro

-ocr page 128-

cXjYv

[cXD

TWAALFDE DAG.

licid , met zijne allerheiligste Mensclilieid , met zijn innagdelijk Liehaiiui, met zijne goddelijke Ziel! «0,quot; zegt de 11. .loannes (Ihrvsostomas, » hoeveleu \'zijn er, die zeg-» gen : ik zon Jezus Christus willen zien , ii zijn gelaat aanschouwen, zijne kleederen ii aanraken , zijn sehoeisel kussen! .Maar ii gij ziet Hem, gij raakt Hem aan, gij ii nuttigt Hem. . . . Wat de Engelen al ii bevend hesehouwen, ja, waarnaar zij ii niet durven opzien wegens den verlilin-ii denden lichtglans, die het uitstraalt, ii (laannede worden wij gevoed en vereenigd ii tot één lichaam en één vleesch. Waar ii is de herder, die zijne schapen voedt ii met zijn eigen bloed ? Wat zeg ik ; een gt;i herderquot;? Zelfs vele moeders geven hare ii kinderen aan anderen ter voeding ! Niet ii zoo onze Heer; w ant zijn eigen Hloed ii geeft Hij ons tot sterkenden drank1).\'

Wie onzer heeft zijne naaste betrekkingen niet lief, een vader, eene. moeder, een kindquot;? liemint ze zooveel gij wilt , hecht u aan hen met alle mogelijke teeder-heid ; maar altijd aan hunne zijde blijven, I) Hom. GO sul popul. Autiocli.

119

-ocr page 129-

TWAALFDE DAG.

orr^

f

o

meer dan eens uw leven ge ven voor lien die gij lielhebt, dut kunt gij niet. Ze bij ii inlijven, ze doen leven van uw leven , uwe kracht in ben doen overgaan, \'t is ccne onmogelijkbeid, zelfs voor eene moeder! Onmogelijk voor iedere andere liefde, niet voor de liefde van Jezus\' 11. Hart.. Nader tot de 11. Tafel, neem en eet, en onder de gedaante van brood komt het Lichaam en Hloed, de ziel , de (lodheid van Jezus (llmstus in u en leeft in u . zoodat gij zeggen kunt: niet ik leef, maar Christus leeft in niij\').

In welke omstandigheden gaf Hij ons die liefdegave der H. (\'.oinmunie ? Hij deed gelijk een stervende moeder, die met bevende hand aan hare kinderen een laatste gedachtenis uitreikt. Welke waarde wordt daaraan niet gehecht ! \'t\\Vas de vooravond van zijn bitter lijden, de laatste maaltijd dien Hij nemen zou. Ook Judas was daar. Jezus doorschouwde diens hart tot op den bodem ; Hij zag daar de plannen van verraad; Hij wist, dat die ziel

\\) Gal. II. Ié. v\'jjl. P. Monsabré: sermon, s u\'

-ocr page 130-

rpAj__egjv °

TWAAI.l\'DE DAG. 131

ecu iifgroiul van bederf was, waarin Hij /.ou moeten neerdalen. Toch gaf Hij zich zeiven tot spijs. — Petrus zal Hem dien-zelfden nacht verloochenen ; de andere Apostelen /.uilen als kal\' voor den wind uiteen stuiven hij het minste gevaar; — l\'hariseërs en Schriftgeleerden waakten; koorden , lantaarnen , stokken en /.waarden werden in gereedheid gchracht, —-Jezus zag dat niet zijn alziend oog. Toch schonk Hij zich en met de meeste liefde !

(leheel de wereld zag Hij op dat oogen-hlik verzonken in afgoderij en zedeloosheid ; in de toekomst voorzag Hij, dat Hij nog duizend en dui/.endinalen zon moeten neerdalen in de harten van nieuwe Judassen en dat Hij zou worden neergelegd op tongen , die kort te voren nog God lasterden of door onzedige taal bezoedeld werden. Schrikte dat alles Hem niet afquot;? Neen, neen, Hij gaf zich zeiven tot sterkte der zwakken , tot onderpand , ten borg onzer eeuwige glorie ; en dat niet op ééne plaats der aarde of aan zijne Apostelen alleen, ook niet alleen aan den Paus,

zijn plaatsbekleeder, of slechts aan lleili- ^

IjÈya

-ocr page 131-

rlt;3|

1 2-2 TWAALFDE DAG.

gun , neen , ovonil wiiui\' zich een t;il)cr-luikcl zal bcviiulcn on ecu priester, die liet opent, diiiir trecl\'t Hij zijn Ijichauni tor spijs, zijn Jlloed tot drank, ten bewijze, dut Hij ons hemint met onvergelijkelijke lielde.

Noii\' verder gnat Mij. Niet alieeiu/ow///// Hij ons minzaam uil, om deel te nemen aan dien H. .Maaltijd; maar zijne liefde dwiiitjl ons, Hij dreigt ons met eeuwige straffen, zoo wij zijn 11. Lieliaam en Hloed niet nuttigeii. o (iod, was het dan niet genoeg, ons toe te staan 1\' te ontvangen en moesten wij niet in vrede kunneu sterven, zoo wij L\' eens in ons leven ontvangen moehten \'l Neen , want zijne liefde weet welke behoefte wij aan Hem bebben. Eenmaal zelfs herhaalde Hij zesmaal het gebod, die 11. spijze te nuttigen; Indien gij hel Yleesch run den Zoon (led Menschen niet eel, zuil (jij hel leren In n niel heli-hen.

W at is de raenseh, dat (lij hem gedachtig zijt4), zoo bad David tot (iod. Wat

1) .Tois. VI, 54.

3) I\'s. VIII. 5.

-ocr page 132-

LïB2_

TWAAI.rOK 1IAG.

v.ou die grootc Koiiiiifr gezegd Iteblx\'ii, ;ils Hij eens luid kuuneii zien, dat diezelfde (iod eonnuml iiaiii\' de auvde zou afdalen en zicli zeiven den inenschen ten spijs geven\'/ Zonde Hij zijne schoonste psalmen niet hebben doen klinken, om de liefde ie verheerlijken , die zulke weldaden in-gafquot;? .Maar zou hij ook zijne vreeselijkste vervloekingen1) niet hebben uitgesproken teji\'en de ondankbaren, — en och, hoe talrijk zijn ze ! — die weigeren hnn Heer en (iod te ontvangen, of indien zij llem ontvangen, Hem meer beleedigen dan eeren, en zoo d(^ liefde miskennen en verijdelen, waarmede Hij zich gewaardigt tot ons te komen quot;?

En waartoe komt Hijquot;? Om ons te troosten; want, zoo zegt de II. Kerk ; Keu hemelsch lirood hebt gij hun gegeven, een lirood dat alle genoegens in zich bevat; om ons te sterken in den strijd tegen duivel , wereld en vleesch; want het is het lirood der sterken en de \\\\ ijn die maagden voortbrengt; om ons onsterfelijk te maken en eeuwige glorie te doen ge-

1) Vgl. Ps. 48.

123

m

-ocr page 133-

nVAAI/FDI-: DAG.

nieten, wmit ; die Mij eet, :•«/ om .Mij leren, zegt Jezus zelf; en als nu het alge-ineen Oordeel onze lichamen met onze zielen vereenigd zullen zijn en zij deeien in dezer onsterfelijidieid en glorie, waaraan zullen zij dan die onsterfelijkheid danken\'? Aan die goddelijke spijze, die onwaardeerbare weldaad, waarvan de 11. Kerk zingt: o II. Gastmaal, waar Christus genuttigd, zijn lijden herdacht, de ziel met genade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven-wordt !

V oornem ens.

1°. Zoo dikwijls als het ons door den bestierdei onzer ziel wordt toegelaten, naderen tot de II.

Tafel.

2°. Alle zorg besteden aan de voorbereiding-cu dankzegging.

3°. Het H. Hart bedanken voor die onwaardeerbare gave van liefde.

A\'OORBEELD.

l)r taaiste Freeh can Pater Bvrle.

De beroemde lerselie Dominicaan, 1\'. T. Burke, as aan \'t einde zijner dagen. Op een avond p

124

-ocr page 134-

97y\\ o-D CX5]3^

TWAALFDE DAG. 125

was hij zoo uitgeput, dat tot het laatste oog-cu-blik toe, preek en onmogelijk scheen. Toen hij evenwel vernam, dat de kerk vol was en de mensehen hem verwachtten, overwon hij zijne zwakheid. Op den kansel gekomen, moest hij zich vasthouden aan den rand. Bijgekomen stortte hij nn geheel zijne ziel uit in eene roerende opwekking tot geloof in en liefde voor \'tH. Sacrament. „ O,quot; zegde hij , tot in het uur des doods komt Jezus in de H. Teerspijze om onze zielen tot zich te nemen : dan gaat het lichaam geheiligd ten grave, om er te blijven tot den laatsten dag, wanneer Jezus zelf komt om het op te wekken en te drukken aan zijn 11. Hart.quot; Toen hield de redenaar op. Na eene pooze ging hij voort; „ Zijn er hier tegenwoordig, die ons geloof niet deelen in dit aanbiddelijk Geheim ? Ts er een ten minste ? elnu, laat mij hem slechts dit nog zeggen. Geef, bid ik u, acht op hetgeen wij lezen in het 14lt;lc hoofdstuk van den H. Mattheus : De leerlingen waren midden op zee in een schip, door de golven geslingerd. In de duisternis van den nacht zagen zij eene witte, lichtende gedaante wandelen op het water. Niet één van hen kon onderscheiden dat het de Heer was , en zij waren vol vrees. Toen sprak Hij tot hen : Ik ben het, vreest niet. En de moedige, minnende Petrus riep uit; Heer, indien gij het zijt, gebied mij tot U te komen. En Jezus zeide: kom. En Petnis wierp zich uit het schip en wandelde op

Ni. iü

19\'-

-ocr page 135-

TWAALITIE DAG.

tvöquot;,

120

Je golven naar Jczns hoen. -—Xh, binnen weinige oogenbliklcen zult Rij de lichten zien branden op liet altaar; eene witte, lichtende gedaante , van stralen omringd, zal worden opgeheven en al wie gelooft. zal aanbidden. En gij, al wat ik van u vraag, is, dat gij Petrus\' woord nazegt: Heer, indien Gij het zijt, roep mij, cn gebied mij tot 1quot; tc komen. En als gij dan de zoete stom van Jezus in uw hart verneemt, die 11 zegt: Ik beu liet, kom, ■— o, stel dan niet uit. Werp u met Petrus op de wateren en haast u neer tc knielen aan den voet van uwen gezegenden Heer. Hij zal u boven houden, uwe schreden ondersteunen, de golven van twijfel en bekoring doen stollen onder uw voet; en gij zult gelooven en zijne wezenlijke tegenwoordigheid aanbidden gelijk Petrus cn opgenomen worden bij zijne trouwe kudde op aarde en in zijne glorie in den hemel.quot;

Ecne Protcstantsehe Dame had dien avond enkel uit nieuwsgierigheid do godsdienstoefening bijgewoond. Wat zij meende te zien onder den zegen met het Allerheiligste maakte zoo geweldigen indruk op haar, dat zij de kerk verliet met een vast en onwankelbaar geloof in de wezenlijke tegenwoordigheid. Aanstonds liet zij zich ondor-riehten en werd weldra opgenomen in de Katholieke Kerk. (vgl. P. v. Nieuwenhof. Vijf lever,-sehetsen.)

tX2J

-ocr page 136-

______f^ïvrq

TWAALFDE 1IAG, 1^7 ^

GEBfjD M II. Kerl-,

Geef o GoJ , (lat wij vervuld worden met de eeuwige genieting uwer Godheid, waarvan liet tegenwoordig ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed cenc voorafbeelding is. Bic leeft en hcerscht in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 137-

Dertiende Dag.

Het H. Hart en do H. Teerspijze.

\\ xs stervensuur I Wie huivert niet ^g^^als hij aan die beslissende stonde denktWij mogen zondaars zijn of reeiitviiardigen , dut uur is voor allen mensch een uur van vrees en benauwdheid, \'t Is vnn dit uur, dat David ons de beschrijving geeft, als hij zegt: » De pijnen des doods omringden mij; de stroomen der zonde brachten mij in verwarring; de strikken des doods hebben mij omvat1). Het verledene, het tegenwoordige, bei toekomstige, alles, alles zals amenspannen , om ons te beangstigen ; de duivel zal zijne pogingen verdubbelen, om ons in zijne netten te verstrikken , wel wetende, dat 1) Ps. XVII. G. Scqq.

-ocr page 138-

Iff

ItV-)

e.(3|

lao

DEUTIKNDK I)AG.

wij vdor eeuwig zijn eigendom, of het eigendom v;m God worden, o Heer, kom ons te hulp in dut verschrikkelijk oogen-l)lik; red ons, wij vergaan !

Wees gerust, christelijke ziel. Jezus\' waakt over u. Zijn medelijdend Hart dat de nood, waarin gij u bevinden groot is; gij zult Hem aanroepen ten uwer kwelling, en Hij zal tot it neerdalen , om in die. duistere oogenhlik-ken uw lieht, in dien heeten strijd uw bijstaiid . in die smarten uwe verkwikking, in dien nood van ziel en liehaam uwe hulp te zijn.

«Komt allen tot mij, die belast en beladen zijlzoo sprak Hij eertijds en spreekt Hij nog in \'t H. Sacrament. Maar, Heer, zoo mogen wij Hem vragen , hoe zal een stervende, zieke tot U komen om verkwikking bij 1\' te vinden\'? o Liefde zijns Harten! liij zelf zal tot den zieke komen ; gedragen door de hand des Priesters, verborgen onder diens kleed treedt Hij de woning des zieken binnen, terwijl Hij dooiden mond des Priesters zegt: «Vrede zij 1) Mt XI. x\'H.

liefde weel, /ult ,

(liHgt;\'e

9

m

£P

CX2J,

-ocr page 139-

ISO DKliTrKNIli: 7)AG.

ovc,!- dit huis en (ivcr alien, die het hewo-noii.quot; Nu mug dut huis een ne.derip: Imtje zi jti dl\' een armoedig znlderkaincrtjc of een (lonipigi^ kelder, toch imdert Hij tot de (iir/.iiidelijke bedden der urmen en vervult Hij hel woord van den Proleet David : Voor mijne, oogen helit gij een miuiltijil liereid legen hen, die mij kwellen1), o Lieldquot; I o .Nederigheid !

Waar /.ijn op aarde de koningen, die zieli zoo zeer vernederen zullen , dat zij lot. een armen zieke gaan , als deze nic. tot hen kan komen , om zijn nood te kla-gen \'! Ileeds veel is het , zoo zij ook aan linn miu.sten onderdaan goedgunstig gehoor verleenen in hun paleis; maar tot hem gaan , hem liezoeken en troosten in zijne ziekte, dat is ongehoord ! Zoo handelt nochtans .lezus, gedreven door de liefde zijns Harten.

Spoedig is het aan den zieke te zien, dat. de Heer niet te vergeefs genoemd wordt : «(quot;/c (iud mn nlh\' vciinimtwij\'\'-) Kust en verkwikking schenkt. Hij aan de

1) Ps. Wil. o.

■i) -2 Cor. I. 3. fe---^

-ocr page 140-

o^7[c\\D

DEKTIENDE DAG.

ziel, Hij vcr/.iicht huur inwendig lijden, bemoedigt himr door een zoet vertrouwen op de Goddelijke fiiirrnliartiglieid en geelt hiinr kracht en genade, om in die laatste uren nog veel van \'t verledene goed t(! maken, en door gebed en geduld nog veel te verdienen voor de toekomst.

»o Heilzame OlTerandequot;, zoo zingt de II. Kerk , )i(iij opent de deur des Hemels; «zie, de. vijanden di\'inge.n van alle kanten » op ons aan; geef ons kraebt legen hen; «kom ons te hulp1). In die laatste ure zal ons de waarheid dier woorden blijken en die bede. niet onverhoord blijven. Ongelukkige ziel des mensehen, zoo gij in dien laatsten stond alleen gelaten werdt ! Hoe zoudt gij bestand zijn tegen den duivel met zijne duizenden listen en lagen\'? Aeh, tijdens uwe gezonde dagen waart gij zoo zwak , dat gij bijna geen duivel tioodig hadt, om 1 te bekoren, gij zondigde! reeds uit eigen zwakte; hoe zult gij nu staande blijven? Leve Jezus en zijne 1) o Sulutaris hostiu,

(^uae cocli pan dis ostimii:

Bella |)remuut hostilia,

quot;Da robur. ter auxiliinn.

l:\',!

-ocr page 141-

c/ïl

1)KRIKNJ)KK DAG.

Wat dc ziel uit zich /.elvc niet kan, dat. zul zij kuunen door de kracht. Gods; want. Hij die den duivel overwon op het kruis, Hij voor wien de p\'-lieelc hel gedwongen de knie Imigt, als zijn naam wordt uitgesproken , Hij komt. tot de ziel, om haar steun, en hare kracht te zijn. .Nu mag de ziel gerustelijk den duivel tartend uitdagen en met David ait-roe pen : «Al stonden er heirlegers tegen i, mij op , mijn hart zal niet vreezen, » omdat (iij, lleerc, met mij zijt2)quot; ; want, zoo zegt de 11. Joannes Chrysostomus, » ;ils .lezus (Christus in ons is, dan gelij-» ken wij op vuurspuwende leeuwen , die i\' den duivel met schrik en ontzetting i) vervullen3)quot;.

11. Tecmpijz-e of Reisspijzc wordt deze liefdevolle gave van Jezus 11. Hart genoemd. Ja , dat is zij! Zij sterkt ons op de reis van den tijd naar de eeuwigheid; zij geef. ons kracht om den lierg te bestijgen. waarop het llemelsch Jeruzalem gebouwd

li ps. xxvi. ii.

3) IV. XXI1. 4.

133 licl\'di

3) Hom. 01 ud popul. Autioeli.

ife

-ocr page 142-

---------^

DKHTIKSIIK Jgt;Alt;\'r. 1\'!3

is. O Gelukkig uur, waarop ook ons vergund zal worden den God der hemden van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen! o Blijde stond, waarop wij geroepen zullen worden tot de eeuwige Bruiloft van het Lam zonder vlek! Maar zullen wij dat geluk ooit smaken\'! Mijne ziel, nieuwe vreeze vervult u; want gij denkt aan het Oordeel, het schrikkelijk Oordcel, dat LI wacht, (lij zult gewogen worden en zult gij niet te licht zijn quot;? o Schrikkelijke onzekerheid !

Maar bewonder hier de liefde van Jezus II. Hart! Hij komt tot de ziel, om haatte sterken , te bemoedigen, 1c geleiden op den weg, dien zij moet alleggen. Hij zegt haar als \'t ware : « Wat vreest gij , «o zielquot;? Zie, Ik, die u oordeclen moet, » Ik kom tot u om u te troosten. Wat « hebt gij te vreezeu ? Ik , uw Uechter , ii bemin u, Ik geef mij aan u, Ik wil uwe n laatste spijze zijn. Wat zijt gij dan ii kleinmoedig ?quot;

En /.ie, de ziel wordt bekleed met de verdiensten van Jezus Ghristus, zijn Vleesch en Bloed is in haar; nu magzij gerustelijk

-ocr page 143-

p_2___g,gj7 o

134 m:i; rii:m)i; dag.

voor den rcchtevstoel vim (iod vcrscliijncii;

Gods Zoon zul hare verdeeliging: op zich nemen en de Vader zal vergeven ter wille der verdiensten van zijn eenigen Zoon; quot; want, zegt tie II. Kerk, in dit II. (last,-igt; maal wordt Christus gennttigd en aan igt; ons een onderpand , een waarborg gc-)■ geven der eeuwige glorie 1quot;

Wat kunnen wij doen om zeker aan die weldaad van Jezus II. liart deelachtig te wordenquot;? Ueeds gedui\'ende dit leven dat allerminzaamst, Hart vereeren en navolgen;

want Jezus lieel\'l aan de zalige .Margaret a Alaria holoold, dat zij, die eene standvastige godsvrucht tot zijn 11. Hart helilxai betoond, deze wereld niét zullen verlaten, zonder eerst de llll. Sacramenten ontvangen te hebben.

o (ioddelijk Hart, van ganscher harte dank voor zooveel medelijdende lielde !

Sluit ons op in uwe II. Wonde; daar zijn wij veiiiji\' als .Noë in zijne ark; daar zullen w ij den zondvloed ontkomen; want uw Mart is eene ark des behouds. Uwe liefde heeft daarin eene deur gemaakt ;

door die deur , die de wonde is van uw

-ocr page 144-

DERTIENDE D.\\(i.

Mavt, hopen wij Imiiicn te 1 reden in de vreugde der Engelen en Heiligen, om I dniir eeuwig voor uwe liefde te dunken!

\' Voor n e in en s.

1quot; Het H. Hart bcrtanki\'ii voor zijne viucling-vijl;c liefclo , die ons tot quot;t laatste uur iiojj; ver-gczclt.

Het li. Hort bidden, dat wij niet sterven, uio.u;eu zonder de H. Teerspijze ontvangen te hebben.

3° Hid voor »1 degenen , die lieden in doodstrijd zullen komen.

VOORliEELI).

In \'t leven van den II. l\'raneisens van Sales wordt verhaald . dat onder al de bezigheden der H. Bediening er eene bijzonder dierbaar aan zijn hart was, ui. het brengen van de li. Communie aan zieken. Dewijl het in het land van Chablais niet geoorloofd was, het If. Saeiament openlijk te dragen, deed hij het in eene zilveren doos . die hij uil-sluitend daarvoor had laten vervaardigen ; deze hing hij met een lieten van \'t zelfde metaal om zijn hals, wikkelde zieh in zijnen mantel en begaf zieh naar het huis van den zieke met een 1 ernstig gelaat, eene ingetogen houding, zonder iemand te groeten, alleen bezig met zijn Goden Zaligmaker, dien hij het geluk had te dragen. nan vertoonde zieh het vniu- zijns harten op zijn

-ocr page 145-

nKKTriCNHK

gelaat., dat \\ laiumend scheon als quot;t gelaat: vau een Cherubijn: „O mijn Verlosser, zeide hij, heerseli in hel midden uwer vijanden.\'\' Dikwijls ook bracht hem de liefde deze woorden op de lippen : „ Mijn Welbeminde is bij mij , Hij rust „ aan mijn boezem. De musch vindt een toevluelit, „ en de tortel een nest voor hare jongen : o Ko-ningin des Hemels, hoe komt het dan toeh, dat. „ uw Goddelijke Zoon mijne borst tot rustplaats „ verkozen heeft!quot; Het smartte hem bijzonder , verplieht te zijn, dit Sacrament van liefde voor de blikken der meusehen te moeten verbergen, maar om liet gemis van openlijk eerbetoon eenigs-zins it; vergoeden , had hij de geloovigen gewaarschuwd , dat, wanneer men hem diep ernstig;, zonder iemand te groeten en gewikkeld in zijn mantel over straat zag gaan , dat dit een teek en was . dat hij den God van majesteit droeg; zij moesten dan alles verlaten en hem van verre volgen, zonder iets aan de ketters te doen gissen. Zij deden het inderdaad , begaven zich in stilto naar het huis van den zieke en daar aan hunne godsvrucht den vrijen loop latende, boden zij Jezus Christus de vurigste eerbewijzingen aan. iHamon. Vie de St. Fr. de Sales.)

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jezus, Gij hebt ons in uwe liefde het Allerh. Sacrament gegeven, opdat wij daardoor gevoed zoudeu worden in dit leven

-ocr page 146-

OS

dag.

cu gcfitcrkt in den dood: o geef dat «quot;ij door ccn veelvuldig gebruik van die heraelsclie Spijze ons zelveu waardig maken ze in volmaakte gesteltenis te ontvangen in \'t uur van onzen dood en dat wii zoo . gevoed met uw kostbaar Yleeseh. en Bloed, genistelijk hc.t vreeselijk oordeel mogen afwofhteu. Amen.

amp;

iffi

exil

-ocr page 147-

Cr

O

él u

1

|vjtgt;j ey5j^

Veertiende Dag.

Het H. Hart in \'t H. Sacrament omler ons verblijvende.

r\'j \'ü\'\' en verluien iföfZi kerk (hit eenvoudig; Tabernakel ?

Ken llikkerend lichtje brandt er. Stilte hcerseht rondom, (reen sterveling knielt neer. Ituiten woelt en beweegt zieli alles. In de huizen der grooten gaat en komt men, lievindt zich dan wel iemand in die kerk

o .la, daar woont iemand, bij wien vergc.\'leken, de rijkste en meest vereerde koning dezer aarde, slechts een gerinfre «lieniiar is. \'t Is daar in dien tempel, die ons verlaten toeschijnt, niet eenzaam; neen; als de oogen onzer ziel konden opengaan wij zouden daar eenc ontelbare hofhoudmg van hvmelschü geesten zien, tlie aanbiddend

t r

3 ë

G

rgt;

h

b-

-O

-ocr page 148-

VEKirrrKX in-: IIAC.

o-fTfco

.et

13ö

I\'ggt\'ii nciirgcknit\'lil , zich het iiunuiv.ichi met hunne vleugelen bedekken en onoji-houclelijk huu jiihflcnd : llrilia;, Heilig, Heilig herhalen.

Wie is daar dau tegenwoordig\'.\' .le/.us Christus, met Godheid en menschheid, met ziel en liehaatn , gelijk Hij verheerlijkt in den Hemel is 1

.lezus (quot;.hristus onder ons tegeinvoordigV .Iczns (Ihristus dag e.n naeht liij ons omler zoo nederige gedaante\'.\' En waarvoor V o Vereerder van .lezus 11. Hart, waarom verwondert gij n Wat kan n nog bevreemden en wat moogt gij niet verwachten, nadat gij weet, dat de H. (ieest omtrent •lezus (Ihi\'istus heelt doen neerseiirijven : « Daar Hij de zijnen beminde , heelt Hij » hen bemind tot het einde\'l ; e.n

dat de li. Alphonsns en vele andere Heiligen zeggen, dat de Heer .lezus ais dwaas geworden is van liefde lot onsquot;.\' .la, wel groot moest, zijne liefde zijn om zoo onder ons te willen verblijven ! Hier heb-hen wij eene liefdegave zijns Harten bij uit-nemendheid en 1 mag ons niet verwonde-1) Jois, XIII. I.

(cyo

a

-ocr page 149-

VKKRTTKXDK DAG.

c/irro

C\'1 G

ren, dut do. miskenning dier gave zooveel droefheid aan \'t H. Hart veroorzaakt, gelijk Het zelf getuigde.

Is Hij üet de Koiiing tier eeuwige glorie, 1 wiens licht do zalen des Hemels vervult? Is de schoonheid vim zijne H. Menschheid niet zoo groot, dat duizend milliocnen Kngelcu on Heiligen daardoor voor eeuwig gelukkig zijn\'? Waarom is Hij hier dan onder zoo nederige gedaante ? o Mensch , uit liefde tot u. Zoudt gij , die oen zondaar zijt, het wagen oeno kerk hinnen to ; treden, waar gij wist dat uw Hechter in vollen luister zetelde\'! Hij, die zich in zijn sterfelijk leven ontdeed van zijne glorie en zich den kinderen en zondaars allerminzaamst betooiide, Hij wilde zich ook hier ontdoen van allen luister, om u niet af te schrikken en allen tot zijnert troon te zien naderen.

Maar is het mogelijk, dat die groote God daar voortdurend tegenwoordig is\'! Aanbidden en bewonderen wij ! Zoo groot is Jezus\' liefde, dat Hij voor de grootste | wonderen niet terugschrikt, om mogelijk

-ocr page 150-

-^03

i4i ?:

m

§

VKKKTiKNUK DAG.

aarde , onder ons kunne verblijven. Wat in peen menschelijk brein ooit zou /.ijn opgekomen, liet kwam op in /ijn liefderijk Hart. Zijne almacht vereend met zijne liefde bracht het wonder tot stand, dat wij met de 11. Kerk gelooven en belijden, als wij zeggen : Geloofd en gedankt zij te allen tijde Jezus Christus in het H. Sacrament des Altaars.

Wel meent het oog daar brood te zien, maar \'t is slechts schijn , geen werkelijkheid ; ieder deeltje line gering ook bevat geheel dat aanbiddelijk Lichaam ; niet op ééne plaats is Hij tegenwoordig, maar waar een altaar zich verheft en een priester het bestijgt, op duizenden plaatsen te gelijk, daar is Jezus Christus, o Wonder boven alle wonder! o Mirakel grooter dan de verandering van water in wijn te Cana , grooter dan de opwekking van Lazarus of de vermenigvuldiging der brooden ! Ja, zegt de H. Thomas, dit wonder is t grootste mirakel des Heeren1)!

Wat gaf aan \'t Godd lijk Hart die wonderen van vernedering en almacht in\'?

i) S. Thoiii.\'Aq. In opusc. amp;T.

-ocr page 151-

ltgt;o__

i3 Vi;EKTrKMIE DAG.

Zijne liuldi\'. Wel vixirzag Het, dal de ondanklm.\'U\'hoid dei\' nicnschcn iiitdii-wou-dcrbniH! lieldc. aiinlcidiiig zou nemen, om liet op de grievendste wijze te boleedigeu: toch wil liet onder ons wonen, toch hl ij lï liet di\' wooi\'den lierhalen ; « \'t Is mijn igt;\'e-« nocgen met du kinderen der menschen » ie zijn-Vquot; Wie teh de zonden bedreven in zijne II. Tegenwoordigheid \'? Wie teil de gruwelen liegaan in de onmiddellijke nahijlieid zijner tempels\'? Als bergen zoo hoog verlieiliMi zich die zonden ; maaide liefde van .lezas II. Hart steeg hooge.-dan die liergen. Het voorzag dat alles en duizendmaal meer en toeh wil het onder ons blijven tot aan het einde tier eeuwen!

Maar, Heer, zoo zouden wij mogen vragen, waartoe blijft Gij zoo liefdevol onder ons\'? - Kort voor zijn dood gaf Hij ons het antwoord. Hij zat neer te. midden zijner bedroefde Apostelen. Hij had hun gesproken van zijn aanstaand lijden en heengaan tot den Vader. Toen klonk het bemoedigend van zijne goddelijke lippen : « Mijne Ichulrrcn , II,■ :-lt;il n

2) l\'iov. VIIr. :il.

-ocr page 152-

vKT-:i!Tii-:xnK n\\ii. I 13

ii iticl als wcawn itflilerldli\'ii.quot; Lijden cn heengaan tot den Vader, dat moest ge-Ileuren ; sleehts op ilie voorwaarde zou Hij ons vcjrlossen en zaligmaken ; maar zijnr Apostelen verlaten, neen, dat zon niet gebeuren. Maar lux; dit heengaan en dit. Iilijven overeen te hrengen Dat zou voor ons een onoplosbaar raadsel geweest, zijn ; niet zoo voor quot;t üel\'devol Hart van Jezus. Hij stelde hel II. Sacrament des Altaars in en zoo bleef Hij met ons, gelijk Hij voorzegde; Ui :-ti/ inii u :■/ƒ// lui nun he! einde der muren.

Kn nu, zoolang de li. Kerk zal slaan, zoolang er in die kerk nog één priester is, die de II. .Mis zal opdragen, zóólanii\' zal Hij niet ons zijn en blijven , om gelijk een liefdevolle Vader voor zijne kinderen te zorgen. Hier werd Hij wederom alles voor allen, gelijk Hij zulks was, toen Hij al weldoende de vlekken en steden van Palestina doortrok, en allen niet volle handen de vreugde, den vrede en de zaligheid konden putten uit de bronnen des Zaligmakers.

Zijn wij zondaren , —- Hij is daar onze

Jcyj

-ocr page 153-

m*-

-6po

vj^KKTiEXi»; riA(;.

Ui

Middcliiar , die voor ons leol\'t en bij den Vader tiidt met onuitsprekelijke! verzneli-tingen:— zijn wij zwak. Hij is daar onze kracht; — gaan wij gebukt onder den last van moeilijkheden en kruisen, Hij roept, ons toe : » Komt allen tot Mij , die. belast » en beladen zijt.quot; Dat kon ook een ander medelijdend mensehenvriend zeggen; maar Jezus voegt er bij , wat God alleen kan : « en Ik zal u verkwikken.quot; Worden wij bestreden door duivel, wereld en vleesch. Hij heeft de wereld en denduiv \'l overwonnen; zijn wij krank, Hij is de liefderijkste Geneesheer, die met één woord en lichaam én ziel genezen kan. Zijn wij bedroefd. Hij is de Trooster, de beste dei\' vrienden. Is onze geest verduisterd. Hij is het Licht, dat allen mensch verlicht , die in deze wereld komt. — Zijn wij beducht voor den dood. Hij is het Leven; verlangen wij naar den Hemel , Hij is de Weg daarheen, leder uur van den dag is Hij bereid ons te aanhooren en te helpen. Als wij nu nog van armoede en geestelijke ellende verkwijnen, zijn wij dan niet gelijk aan een dorstige, die bij een frissche bron

Si

-ocr page 154-

VEEIITIENDE DAG.

CT

145 %

v:in dorst sterft? Als zulke liefde ons nirt aanspoort tot dankbaarheid , wat zal

dan in staat zijn ons te bewegen ? quot;Vquot; oorneinens.

1° Xooit ccnc kerk voorbij gaan zonder het H. Sacrament te groeten met eene verzneliting; ; des harten of door een kort bezoek.

2° Den grootst mogelijken eerbied voor dat H. Sacrament aan den dag leggen in de kerken. Stipt zijn wat betreft liet jaarlijksch of maande-lijkseh biduur.

3° In moeilijkheden eerst aan Jezus in \'t IT. Saerament hulp vragen, vóór wij andere middelen gebruiken.

VOORBEELD. (1)

„\'tls moeilijk uit te drukken, zegt het Romein-sche Brevier, hoe groot en hoe vurig de godsvrucht was van den H. Paschalis Bay Ion voor dit hoogheilig Sacrament.quot; Inderdaad, niet alleen tijdens zijn leven, maar zelfs , door een voorrecht, dat bijna eenig is in de geschiedenis der Heiligen , ook na zijn dood, gaf hij daar de duidelijkste bewijzen van.

Voor zijne intrede in de Franciscaner-orde, waarin hij als eenvoudig leekebroeder stierf, was hij herder. Zijne meesters maakten hem het

1) Bolland, lom. 17. pag. 9.2. s. 108

10

-ocr page 155-

YKEIMJENDE DAG.

lioorcn dor H. Mis zoo gcmaklcclijk juogclijk. Gretig maakte hij dan ook van de gelegenheid gebruik ; toch speet het hem, dat hij , om niet aan zijn plicht te kort te blijven soms spoedig moest terugkeeren ; soms ook kon hij de H. Mis in het geheel niet hooren; maar dan lette hij zórg-vuldig op \'t luiden der klok bij de Consecratie , en was daarbij dan in den geest tegenwoordig. J)ie godsvrucht wilde God beloonen. Dikwijls verscheen hem in d(! wolken het allerh. Sacrament, door Engelenhanden in een Remonstrans gedragen. Als Pas dialis dat zag , dan kon hij zich niet inhouden van vreugde; hij riep dan de andere herders, om getuigen te zijn van het schouwspel. „ Daar , daar is hetzegde hun Paschalis , en hij wees hun met den vinger de plaats aan den hemel. Zij zagen niets, maar durfden toch geenszins twijfelen aan \'t geeu hij zegde.

Kloosterling geworden zijnde, werd hij aangesteld als portier. Had hij een oogenblik vrij, dan werd hij als met geweld naar het 11. Tabernakel getrokken, duizendmalen spoedde hij er heen, en duizendmalen werd hij er door de gehoorzaamheid en de slem der bel afgeroepen. Uit die godsvrucht kwam ook de eerbied voort, dien hij den priesters betoonde, \'t Was schoon te zien, hoe hij die aan de deur ontving. Op beide knieën knielend nam hij hunne rechterhand, kuste die hartelijk en bracht ze aan zijn gelaat, de oogen en den mond.

-ocr page 156-

0_ 7|CX3 0X579

Vi;i;itTIKNI)K DAG.

Xa zijn heilig afstcivcn wevil hij in een «pen kist gelegd eu de IT. Mis in zijne tcgeuwoordigheiil opgedragen. En zie, o wonder, bij de Conseera-tie opende hij tweemaal de oogen en sloot die weer als wilde hij het H. Sacrament groeten, gelijk hij in zijn leven zoo ijverig gedaan had.

GEBED

dn- U. Krrk.

o God, die ous in dit wondervol Sacrament de gedachtenis van uw Ijijden hebt iichtergelaten; gcof, hidden wij I, , dat ij de HH. Geheimen van uw Lichaam en liloed zoo mogen vcreeren , dat wij de vrucht uwer Verlossing voortdurend in ons ondervinden. Die leeft en hcerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Icya

(«J

oGS

1J-7

-ocr page 157-

Vijftiende Dag.

Het H. Hart, zijiic Verdiensten,

zijn Lijden, zijn Bloed.

1

fej\'x-iv.\'.ii was i\'i\' luKxlig om ons uit de ySamp;n-enni des duivels te verlossen\'?

eens alle nakomelingen van Admn /.ich eene strenge lioete hadden opgelegd , nis zij /.ich allen eene levenswijze hadden voorgeschreven gelijk aan die van .loaimes den Dooper in de woestijn, als zij die levenswijze eens hadden voortgezet ; niet jaren, maav eeuwen door, — zou dat i voldoende geweest zijn , om voor \'s men-schen zonden te voldoen\'? Neen, en ;il hadden inillioeneu menschen, duizendmaal meer gedaan, \'tzou niet opgewogen heb-I)en tegen de schuld , die de mensch hij God had ; \'t zou nog geen druppel geweest

-ocr page 158-

VIJFTIENDE DAG. l-i9

/.ijn , geworpen in de oiuiiutclijkc zee.. . .

Maar als gij eens tegenwoordig waart geweest hij de Besnijdenis van hei Kindje .le/.us in tien stal van Bethlehem, dan/oudt gij dat kleine Kind hehhen hooren weeneu en de eerste druppelen van zijn Bloed hehhen zien storten ; als gij nu eens één traantje, één druppeltje Bloeds hadl mogen opvangen en gij hadt dan gevraagd : welkt; waarde voor de verlossing der wereld heeft deze traan en dit druppeltje Bloed, — dan zou men u hehhen kunnen antwoorden ; zij kunnen meer dan alle hoete-werken van alle mensehen; deze traan en deze hloeddruppel kunnen voor de zonden der wereld ten volle voldoen en aan den oneindig heiligen en rechtvaardigen (lod de overvloedigste voldoening geven.

Verwondert u dit\'? Bedenk dan, dat alle mensehen voor God slechts geringe schepselen , nietige wezens zijn. Gods oneindige eer was gesehonden en een schepsel kon die oneindige eer niet herstellen; dat kon alleen een persoon, die God was. en dat is Jezus, het Kindje in de kribbe; daarom heeft één traan uit zijn oog, één

-ocr page 159-

\\ f.) FTIKNnK DAG,

p

] 50

|i|)cl zijner iidcrcn imciiuli^v krai-lit.\')

Mii:ir verbalen (nis de II. Kviuigeliën niet, (kil .le/,iis niet enkel één traan, één druppel liloed vergoten heei\'t, maar dal Hij slroomen van tranen en liloed stortte. Ja nog oj) liet kruis zijn laatsten druppel gal, toen bloed en water op den lansstool, des soldaals volgden\'? Waartoe dan die mildheid \'?

o lihristene ziel, als gij bedenkt wat Jezus II. Mart is, dan zal 11 die mildheid niet verwonderen, \'t Is iimners eene overvloeiende bron , eene zee , een onmetelijke oeeaan der teederste lielde. Kén traan, één druppel liloed, ja, zij waren genoeg, om u te vei\'lossen en van allen vloek te onthellen , maar niet genoeg voor het II. Hart van Jezus, om u zijne lielde te toonen. Iedere traan van zijn oog, iedere zueht zijner borst, iedere druppel van zijn over-kostbaar liloed, moest oen getuige worden zijner liefde, die \'n onophoudelijk v.on kunnen toeroepen : Met crue ecuwiyc- liefde

1\' Cu jus una stilln salvunv facorc totum mun-duui (juil, al) oinni scclcrc. S. Thomas A(. in H\\ jimo ; Ail(m) to.

Éfer

-ocr page 160-

Q^TjcX?__gx5j:

VIJPïrBNDE DAG. löl

la-li ili u bfininil. ihuinoor leed Hij reeds in zijne wieg, die eene linrde krililie wus; duurvoor leed Hij in zijn lieiiiiiim iloor ;ir-moede en vermoeienis, uiiiiir onzcggelijk veel meer in zijne ziel door de ondunkbaiir-heid, tenenwerking en verachting der nienschen. Wns liet noodig, dut Hij in den Hol\' van Olijven van droefheid overstelpt, door angst neergedrukt, van wal-ginji\' verzadigd werd en den sehrikke-lijksten doodstrijd uitstond , dien ooii een niensch geleden heelt\'? Was het noodig, dat Hij, de üeehtvaardige, verlaten werd door de zijnen , verraden dooi\' zijn leerling, overgeleverd aan zijne felste vijanden, veroordeeld tegen alle recht , met geescls verscheurd , met doornen gekroond , gesleept door de straten , gevloekt door het. volk, geklonken aan het kruisquot;?

Neen, \'twas niet noodig, maar zijne liefde tot ons spoorde, er Hem toe aan !

Als wij op den (ioeden-\\ rijdagavoml door .leruzalems straten gekomen waren , wat zonden wij gezien hebben\'? Keu spoor van Moed op den grond ; dat spoor ging uit van den Olijfhof, het slingerde door

ïj- jlsü cxyï -O

-ocr page 161-

f IP

V r.IFTIENDK DAG

dc strntcn dei- st;ul tot ium het. palci.s viiigt; Amiiis, vandaar naar Uaiphas, van C.aipha» steedsgrootcr wordende naar l\'ilatus\' Iluchthuis ; daar zou een Moedplus u de plaats der wreede geeseling gewezen helilten; vandaar ging het voort, steeds voort, tor dat het eindigde in hreede stroomen op den schandherg (\'.alvariö 1 o Heer, waartoe dit verlies van uw kostbaar lilocdZijne liefde tot ons is er de schuld van.

J Te groot, is die lieldc. waarmede de i) lieer ons bomint, roept de H. I\'ernardus\') uit. « i)(^ Vader spaarde den Zoon niet , )gt; maar ook de Zoon spaarde zich zei ven i) niet, om ons te verlossen ! Ja waarlijk » Ie groot is die lielde; want alle grenzen » gaat zij te buiten. W el zegt de Meer : ii niemiind hecfl eenc ijimicrf liefde, dait ii die z ijn leren fjeefl roar zijne, vrienden , ii maar (jij zeil\', o lieer, (lij hadt eene ii grootere ; (iij gaal\'t uw leven zelfs voor ii uwe rijanden! Vijanden, ja, dat waren ii wij, maar door uwen dood zijn \\\\ij met ii den Vader verzoend ! Waar was. of is, ii of zal ooit eene liefde aan deze gelijk «ni-rno tic Pass. Ier. 4. Hcbdom. Sanct.

G

o

a

-ocr page 162-

IP—--------

A\'fJFTIENDE DAG. 153

»zijn\'? llnwaHiiijlc slcrfl icmiuid voor « renen iiercckle (Uoin. V. 7.1, iiuinr (lij » lecdt voor de ongerechtcn, stervend om «onze inisdadcn; (lij zijt gekomen om ons, » zomhiiirs, recht,vmirdig temnken; (Uit niet. » alleen, maiir van slaven hebt gij ons i) verheven tot broeders, van gevangenen » tot medeërlgenameii, van arme ballingen » tot groote koningen!quot;

Wel dierbaar moot Hem dan onze wederliefde zijn, om ze tot zulk eenen prijs te koopen ! Door dat Lijden en dat lUoed heeft Hij ons eenen schat bezorgd, die zoolang de wereld staan zal, nimmer nit-geput zal wezen , den oneindigen schat zijner verdiensten. Nu hebben wij, al zijn wij de geringsten der aarde, voortaan het recht, met volle handen te putten uit dien schat en die. verdiensten op ons toe te passen. Zijne onmetelijke verdiensten, zijn nn waarlijk voortaan de unie; Hij zelf heeft ze niet noodig, maar ons, behoefti-gen , schonk Hij ze niet vrijgevige liefde; telkens als wij tegenwoordig zijn bij de II. Mis, het 11. Sacrament bezoeken, een H. Sacrament ontvangen, een gebed stor-

\'\'lt;2.1. quot;t

-ocr page 163-

151 VIJITtENDE DAG.

ten , een gewijd voorwerp met eerbied gebruiken, een kruisje met wijwater niiiken, een aflaat verdienen, telkens w ordt ons een dce,l dier onschatbare verdiensten geschonken. Honderden malen mag de 11. Kerk/ich lt;i|) die verdiensten beroepen ; al waren de boosheden der wereld dni/.endmaul grooter dan zij nu zijn, die schat der verdiensten is groot genoeg, om ze uit te delgen; en zoo wij ooit het geluk hebben, om aan de gapende algronden der hel te ontsnappen en zegevierend de zalen des hemels binnen te treden, waardoor zal het zijn\'? Door de verdiensten van Jezus\' Lijden, dat Hij uit liefde tot ons onderstond, en dooide kracht van het liloed, dat Hij tot den laalsten druppel voor ons vergoot!

quot;Voornemens.

1° Het If. Hart Ixuliuikou voor ilicu schat vuu onciiulige waarde, waarover Hij de Kerk als uitdeelster beeft aangesteld.

Dikwijls dat IT. Bloed ter voldoeiüuu; onzer zonden en die der wereld aan den Henielsehen Vader opdragen.

3° Zooveel mogelijk de aJlaten, door de H.

Kerk verleend , verdienen.

amp;-rj-

-ocr page 164-

-

VUFTTENOE DAG. 1.55

VOORBEELD.

Dc Viitlcrs van dc tweede Algeinccuc Kerkvergadering van Nieea liehben in de Aden van liet Concilie liet volgende feit doen opteekenen, waarin de Heer zelfs door de levenlooze stof gelniur-nis aflegt van de liefde zijns Harten.

Te Beyrntli, eene stad in Phenieie , hadden in dc achtste ccnw de Joden eene beeltenis van onzen Heer Jezus Christus gevonden en in liunnc synagoge ten toon gesteld: zij wilden aan lt;iie beeltenis den liaat koelen , dien zij den Persoon des Verlossers niet konden doen gevoelen, /ij schaarden zich rondom de beeltenis en begonnen een voor een al de martelingen te herhalen, dir hnnne voorvaderen onzen gezegenden Heer hadden doen ondergaan. Zij spuwden Hem in het aangezicht, zij sloegen Hem met vuisten, zij gaven Hem een rietstok in de hand en bogen ;il spottend de knie voor Hem. Alles liet zieli do Heer, gelijk eertijds te Jerusalem, welgevallen. Eindel ijk grijpen de ongelul;kigen eene lans en willen, gelijk vroeger Longinns. de borst des Zaligmakers doorboren. Maar toen openbaarde y.ich de macht en dc (lodheid van Hem, dien zij hoonden, niet door vuur dat straalde uit zijne oogeu om hen te verteren , niet door het openscheuren van den grond . niet door het instorten van hunne synagoge; maar.... uit de plaats waar de lans het beeld gewond had , vloeide rijkelijk, evenals vroeger op (\'alvariö , water en

-ocr page 165-

iff-

VI.IFTIENDE DAO.

bloed. Stom van verbazing zicu liet do Joden; maar hun ongeloof geeft zich niet over. Zij nemen van het bloed en brengen het bij zieken, om zijne wonderkracht te beproeven, o Versteendheid van \'tmenschelijk hart! Kon er dan uit het. harde hout bloed en water vloeien ? Waartoe dus een nieuw wonder verlangd ? Waar de hardnekkigheid der menschen overvloedig was, daar was ook de goedheid des Heeren overvloedig bovenmate. Hij bewerkte ook dit wonder. Zoovele zieken er een druppel van dit wonderbloed op hunne tong ontvingen, zoovclen werden obgen-blikkelijk van al hunne krankheden bevrijd. En toen eindelijk openden de Joden de oogen ; zij klopten op hunne borst en riepen : Waarlijk. do gekruisigde was Gods Zoon 1

(Mansi Cone. Item. S. Athanasius, Op.)

GEBED der II. Kerk.

150

Almachtige, eeuwige God, die uwen Eengeboren Zoon tot Verlosser der wereld hebt aangesteld en door zijn Bloed hebt willen verzoend worden. verleen ons, bidden wij U, den prijs onzer zaligheid zoo te vereeren en door deszelfs kracht op aarde tegen de rampen van dit leven zoo te worden beveiligd , dat wij ons in den hemel voor eeuwig over deszelfs vrucht mogen verblijden. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

m

amp;r

-ocr page 166-

Zestiende Dag.

Het H. Hart en Maria.

? het waar is, dat aan con kind

gedachtenis het dierlmarste is, welke het ontvinp; uit de bevende hand van een stervende vader ol\'moeder, hoe dierbaar moet ons dan niet liet geschenk zijn, dat Onze (leer op het doodsbed des kruises nog schonk aan zijne dierbare kinderen. Ilicht uwe blikken naar Calvarië. Daar ziet gij het Lam zonder vlek hangen aan het schandhout des kruises, bloedend uit duizend wonden, gekneusd en verpletterd, den dood nabij. Nog klopte zijn Hart; maar tlauwcr en llauwer werden de slagen. Maar zijne liefdeNeen zij verllauwde niet! Zij dacht er nog ovei ons een geschenk te geven, een aandenken

van onvergelijkelijke waarde.

--^

-ocr page 167-

_ 7jcgt;o_c^51

ZESTIKXDB DAG.

■Mnar \\v;i( zul Hij ons nog kiuuicn geven, nu ftij (liim; van alles ontbloot min het kruis hangt? Zich zeiven heeft Hij reeds gegeven hij \'t laatste avondmaal, in\'t H. Sacrament. Zijne leer, zijne voorlwelden, zijn hloed rit duizend andere weldaden strooide Hij met-kwistige hand over ons uit; wat hlijft Hem nog over \'?....

(huler quot;t kruis met schreiende oogen Stond de Moeder iliephewogen,

Daar de Zoon te sterven hing1)!

Zijne Moeder, die onhevlekt ontvangen was, die als een hlanke lelie in deze wereld van hederf gebloeid had, zijne Moeder, die Hem gehaard, gevoed, verzorgd, verdedigd had, zijne Moeder, die lijden en vermoeienis met Hem deelde en nu nog in dea dood Hem niet verlaten kon, die Moeder zou Hij ook ons tot moeder geven.

«Ik zal u niet als weezen achledalen zeide Hij voor weinige dagen tot zijn Apostelen. Mij zelf zou met hen hlijven als Vader; Maria als liefdevolle Moeder.

Toen opende Hij de stervende lippen en sprak die woorden , welke voor het laatst 1) Stabat Maler dolorosa.

Sfes----

1ÖS

-ocr page 168-

^^

ZKSTIKNllE 1)A0.

ons mtfi\' /,(?ggon, lioc/.ocu\' Mij ons licmiiulc: «Vrouw, ziodiiiir uw zoon; zoon zicdiinr uwe Moeder.quot;

Neen, 11. Joannes, zij is niet iilleen mrc .Vloeder geworden door die woorden, en /;//\'

zijf niet alleen iimi .Maria tot kind gegeven in dat pleelitige oogenltlik; ook oh.Moeder is zij en wij zijn ook hare kinderen; want, gij steldet op Calvarië, «ha-voor, gij waart.

onze vertegenwoordiger, en wat zijne liefde aan a gaf, dat gaf zij ook ons, zoo getuigen de 1111. Kerkvaders van alle tijden.

o Welk eeue weldaad heeft ons het 11.

Hart dooi\' die gave bewezen! Maria,

onze Moeder! Hoe vele liefelijke gewaarwordingen gevoelt de ziel hij dat woord I Wat gaf Hij ons in haar\'? Een seliat, waarop wij met. de II. Kerk ten volle de woorden des 11. (Icestes mogen toepassen; zij is een sehat .... en zij die daarvan gebruik maken, zullen aan de vriendschap Ciods deelachtig worden1), een schat waaruit. wij met volle handen het heil kunnen putten, eeu schat waarvoor wij alles zouden moeten opofferen en verkoopen , om , zoo 1) Sap, VU. 14.

quot; J\'; - êxï

-ocr page 169-

cp---------

? ICO ZESTnCNBE DAG.

hij niet in ons bezit was, hem in ons Imzit te krijgen \'l. Hij gai\'ons in haar tot lie-scherinster, niet alleen eene heilige, verheven hoven Engelen en Seralijnen ensehit-tevend in den glans van nooit overtroffen deugd, niet enkel eene vrouw verheven tot de hoogste waardigheid na die van God ; neen, Hij gal\' ons, in haar eene Moeder.

Wat kan in vergelijking komen met eene moeder, en zulk eene moederquot;? Is er in eene moeder iets, «lat niet aan haar kind behoort? Zij voedt het aan haren hoezen i; hare armen dragen het, hare handen klee-den en streelen het, hare oogen worden nooit moede over hetzelve te waken, haar mond spreekt tot hetzelve de zoete woorden der liefde; hare lippen drukt zij op zijn voorhoofd en zij lachen haren lieveling tegen; hare krachten besteedt zij geheel en al voor zijn welzijn, ja , zij zou zelf der dood willen sterven, om het leven te redden aan de vrucht van haren schoot! Alles wat eene moeder is voor haar kind , dat is Maria voor ons. Wat zeg ik Eene

1) Vgl. Matth. \\lll , U. ^ lis)-\' -xïi quot;o

-ocr page 170-

W2-

*2 ZESTIENDE DAG. 101 G

iiiirdsclu\' itiocdcv kan nooit haar kind l)c-ininncn gelijk Maria ons lifrhucl\'t!

Zij is ouzo schal, waar wij alles vinden wal wij noodig hebben : zij draagt ons in haar hart geschreven, haar oog waakt over ons, haar mond lacht ons toe en liidl onophoudelijk voor ons, hare handen strooien weldaden rondom haar: hnlp in den nood, sterkte in de zwakte, genezing in ziekte,, troost in droefheid en opbeuring hij den val. Die schat staat open voor kleinen en grootrn , voor rijken en annen, voor rechtvaardigen en zondaars. I iel ijk cene lontein hare wateren niet kan inhouden , maar ze in breede stralen rondom zich verspreidt, zoo kan ook Maria de schatten van genaden, die in haar zijn ,

niet hij zich houden; zij verlangt ze rondom zich te verspreiden ; en zoo wij ze niet vragen , dan roept zij ons dringend met de woorden der 11. Schril\'t : « /na icninnil ii klein is in verdiensten en genaden , hij * konic lal mij\'); komt, mijne wclhemin-gt;gt; den , eét van mijn brood en drinkt van ii den wijn , dien ik voor u bereid heb , Ij l\'ruv. IX. 4.

ïÈ

-ocr page 171-

IP

-—--

y

103 /.K.srn-.NDF. uxa. 6

» vomdigt u van mijne vruchten-). Aan i) mij is de rijkdom , aan mij tic wcten-ii schap , aan mij dc glorie , aan mij alle ^ genoegens ! F.n die Moeder is ons door het Cioddclijk Hart. van Jezus geschonken!

Maar vvat zou ons die tcedcrc Moeder iia-tcn , als hare macht niet aan hare goedheid hcantwoorddc\'? Als zij ons wel alle goed zou irillcii doen, maar het niet Icon doen !

(lok daarin heeft de liefde van Jezus II. Mart. voorzien. Hij heelt die goede Moeder machtig gemaakt boven alle andeve Heiligen , ja , volgens de overlickende uitdrukking van een Kerkleeraar , almachtig door haar gebed. Kn om ons daarvan te overtuigen heeft Hij gedurende zijn leven wonderen gedaan op haar verzoek , zelfs eer nog de tijd van wonderen te doen voor Hein gekomen was. Hij heeft haar gesteld tot middelares tusschen Hem en de ineuschcn, tot voorspreekster van geheel het menschelijk geslacht; en als wij door onze zonden zijn toorn hebben gaande gemaakt en wij ons voor Hem niet durven vertoonen, dan heeft Hij ons Maria aan-3) Ibid IX. 5.

-ocr page 172-

/.i:sTii;\\ii): dag.

geWL\'/cn iils ccuc veilige vrijstad , als euuc tocvludit, als «ene verdedigster, die al zijn toorn Ijodareu en geiuidc voor oils venverven kan. Wel mogen wij dan met den II. Thomas van Villanova zeggen: Al » veranderden allo sterren des hemels in » tongen en al tonden alle zandkorrels op ii den oever der zee w oorden voortbrengen, ii\'t zou niet voldoende zijn, om Maria, (die ; ii weldaad van Jezus\' liel\'de), naar waarde j ii te prijzen !quot;

Daaraan zien wij, dat Jezus\' II. Hart i ons lieminde, daar Hij ons op het sterf- I lied zijns kruises met 1 levende en gebroken | stem nog zulk een aandenken wist te geven, o Goddelijk Hart, wij hebben 1 begrepen. Gij verlangt van ons, dat w ij dat geschenk in cere honden al de dagen onzes levens, j totdat de dood onze oogen sluit en wij 1 eerst voor goed gaan inzien, wat weldaad Gij ons gedaan hebt, met ons zulk eeno tecdere en tegelijk machtige Moeder te ge- j ven! o Maria, doordring er ons wel van !

quot;Voornemens.

r/:

103

1° Maria begroeten als onze moeder en met bijzondere aamlaeht het „Wees gegroet5\', bidden.

thT

-ocr page 173-

m,-^

l) 1(gt;I ZESTIENDE DAG. £

2° .Mjiriu vragen, dat zij ons lecrc Jezus H.

Hart te beminnen en na te volden, gelijk zij liet bemind en nagevolgd heelt.

So Haar vragen , dat zij ons opsluite in de wonde van dat H. Hart en ons aldus den Hemel-selien Vader aanbiede.

VOORBEELD.

Ken gouverneur van Avignon lag zwaar ziek in het jaar 1600. Tot dan toe was zijn leven weinig stielitend geweest. Op het punt van te sterven wendt hij zich tot de H. Maagd en belooft zijn leven te zullen beteren , zoo zij li -m de gezondheid temgsehenkt. Daar ziet hij op eens de H. Maagd, maai- met vertoornd gelaat en hem berispend over zijne misslagen. Nu laat hij spoedig een priester roepen en begint te biechten. De ziekte verheft zieh wederom plotseling en belet hem voort te gaan. Nogmaals ziet hij de II. Maagd, hem even ernstig en streng aanziende als den eersten keer. Nu is zij echter niet alleen. Voor haar en haar Goddelijken Zoon die bij haar is ligt een heilige op de knieën; \'t is Ignatius, die toen nog slechts zdalig verklaard was; deze bad;

maar Maria bedekte met hare hand dt\' wonde van Jezttfi\' zijde. Och, dacht de zieke al bevend, zoo wordt dan de bron der barmhartigheid zelve, mij door de moeder der barmhartigheid toegesloten ? Ignatius ging intusschen voort met bidden, stelde zich borg voor den ongelukkige en beloofde voor hem, dat hij voortaan een christelijker leven zou

m

v-X\'

9^ cxil

-ocr page 174-

IB

lcX3

\'s1

105

/KSTrENDK ])A(i.

leiden. Eindelijk liet Maria ziek verbidden, /ij wendde zieli met /achteren blik tol den zieke en . vroeü; liein welk leven hij in\'t vervolg wilde leiden. Bevend en in tranen badend , beloofde hij alles te zullen doen, wat de 11. Ignatius in zijnen naam beloofd had. Nu legde de Moeder Gods hare hand in de open zijde van haren Zoon, nam alsdan een weinig bloeduit het H. Hart van Jezus en besproeide daarmede den armen zieke. Op \'t zelfde oogenblik hield de verschijning op. De zieke was volkomen genezen en , wat meer zegt, voor goed bekeerd. (Bartoli. Vie de St. Jgnace.)

GEBED.

o Allerh. Hart van Jezus, Gij hebt ons in uwe H. Moeder een uwer kostbaarste geschenken gegeven. Verleen ons de genade in alles hare heilige voorbeelden en heilzame inspraken te volgen en zoo deelachtig te worden aan de vrnchten harer voorspraak, die alles op U vermag, dewijl Gij haar de sleutels van de sehatkamer uws Harten hebt in handen gesteld, o Heer, laat \\ te onzen voordeele verbidden dooi* haar, die Gij op deze wereld als uwe Moeder hebt willen gt;

Amen.

»r

-ocr page 175-

Zeventiende Dag.

Hel H. Hart en zijne Belol\'len.

mug di\' II. Kerk dikwijls licr-: « Hid i\'our oii.i, II. Mmhr ■\' \'finds, updal wij waanliri worden der lirldjlrii nan Chrisiux.quot; (lok die bclol\'ti\'U zijn lit\'WJj/.i\'ii der liddr v;m zijn (ioddclijk Hart. \'I W as voor dat Hart niet gciiocfi ons zijni\' liordcvollo leer en voorselirirtcn grfivvrn te liclilion; \'t wiis niet genoeg, dat liet treurde hij het zien van des zondaars ongevoclijiheid en over hein en .lei\'usaleni klaagde: «hoe dikwijls heb Ik n willen ii vergaderen gelijk eene hen hare, k\'ii-ii keus ondei\' hare vleugelen verzamell \'i was niet genoeg, dat Hij uit lielde stre ige straflen vaststelde, om als \'t ware de men-sehen tot het onderhouden zijner heilzame geboden te dwingen en onze zwakheid door

(-

-ocr page 176-

ZKTBSTIBXKK PAG.

■es t!\' hulp te komen ;

coue licftlc.volle moeder kiiul liclooningcn belooft, :ils loert en ijviTig is in ilengd zoo wilde ook liet liefderijk Hurt vuil Jezus te werk gaiin met ons. Kn wat lie.cfl liet ons lieloofd. zoo wij aan de liefde zijns Harten beantwoorden , en kinderen zijn , leerlingen volgens zijn Hart\'?

Leert van .Mij dat Ik zaeliinioedig en ootmoedig van Harte ben en .... gij zult rust vinden voor uwe zielen\'l. Zalig zijt ji:ij, o armen, want aan u is het rijk der lleuielen-). Zalig de zaclitnioedigen , want zij zullen de aarde bezitten. Zalig zij, die weenen; want zij zullen vertroost worden. Zalig de barmliartigen, barinhartiiïheid zullen ook zij ondervinden. — Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen iiod zien. Zalig de vreedzamen, - kinderen Gods zullen /,ij genoeind worden3). Doet wel, geeft ter leen , niets terugverwachtende , en uw loon zal groot zijn en iiij ,

Kn

lt;lr V

gelijk

lll\'l\'ll , iKin h;iar lier vlijtig en g-chcit,

Matth. .VI. 39, Lm-. VI. 20. MnUh. V. :i cu

h

vk\'2

CCL

-ocr page 177-

-^

108 7a:\\i:xi ! i:ndk igt;.vü.

piij zult kiiulcrcn /.ijn des AllcrlKMiji\'stcn.

C.wMt en u zal gegeven worden, uent\'goede en neevgcdnikte lt;\'n geschudde en over-ioopende mnilt zal men in uwen schoot geven. Hij, die alles verlaten hebt, gij zult op tronen zitten en oordeelen dc twaalf stannnen Israels, (laat, verkoopt alles en gij zult een onvergankelijken schat in den Hemel liezitien \') !

Koninklijke beloften voorwaar, die het (ïoddelijke Hart vol liefde ons doet! Hierin verschilt Het van alle vorsten en wetgevers dezer wereld. Als dezen eene wet afko i-digen , dan bepalen zij straffen voor de overtreders, zij houden hunne volkeren slechts in bedwang door de vrees ; maar waar ter wereld vindt men den wetgever of vorst, die aan zijne onderdanen belooft , ben schitterend te zullen beloonen , zoo zij zijne wetten onderhouden? ilaartoe is alleen de liefde van Jezus\'II. Hart in staat;

zijne wet is geene wet van vrees, maar eene koninklijke wel van liefde. « o Liefde-van Jezus dhristus! roept, de welsprekende II. Joannes (Ihrysüstomus uit; \'twas den

Ji Luc. XII. 33.

-ocr page 178-

ëp-

^ ZKV HXTIKNm; DAG. 1ÖU ^

llccrc niet gvnocj!; den dood te ondergnan, en dien te Diidcrjiiinii iüiii her kruis , Hij •wilde in den persoon der linnen noquot;- arm worden, en vnrnidelinp; zijn, zonder onderkomen en niiiikt ; Hij wilde krank en in de gevangenis opgesloten zijn , om n zoo ten minste voor zich te winnen; en Hij Iielool\'t n ; « wat gij nn aan den minste )gt; der mijnen gedaan helit, dat hebt gij » .Mij gedaan, en een glas kond waterzal « niet zonder loon blijven. ... Ik vraag n «geen groote dingen, zegt Mij; Ik bid n » slechts om een bete broods, om een wei-» nig deksel legen de koude en guurheid ; « slechts een paar vi\'iendelijke woorden ii van troost! Laat n dit nog ongeroerd, ii o , laat. n dan treilen door de belooning igt; van t eeuwig rijk, dat. Ik n beloofd ii heb. ... Al hebt gij .Mij duizend en igt; duizend bewijzen van liefde te vergelden,

ii Ik verlang noehtaiis niets van n, alsof gij ii he.t .Mij schuldig zijt; maar Ik beloon n ii voor alles, alsof gij het .Mij nit vrije ii ken/.e gegeven hadt, en voor dingen •gt; zonder waarde geef Ik u het eeuwige ii leven. Ik zen niet: maak aan mijne

tlt;iU-ö

-ocr page 179-

;P \'

ZEVEXTIKMIK DAG.

\'O

S\'.l

uren

l\'lllcl.

iinnocclc een einde, of help mij om rijk t-e worden, maar Ik vraag u slechts een weinig hrood, een kleedingstnk, een verkwikking in mijnen honger. En als Ik in de gevangenis zneht, verlang Ik niet. dat. gij mijne ketenen verbreekt en Mij verlost , maar Ik vraag u slechts, dat bezoekt ; dat is .Mij liefdebewijs en daarvoor schenk Ik u den Ik kon ii ook zonder dal alles de eeuwige kroon geven; maar Ik wil ze ii schuldig zijn, opdat gij ze met grooter vreugde zoudt dragen. Ook daarom gi Ik over de wereld rond en vraag Ik aalmoezen en wacht Ik aan uwe deur en steek Ik bedelend mijne hand uit; Ik kou .Vlij zeiven spijzen, maar Ik wil door ii gespijsd worden; omdat Ik u zoo innig liefheb, daarom kom Ik zoo gaarne bij n ter tafel als bij ecu vriend en Ik ben er trotsch op met u den maaltijd te mogen gebruiken. Ku als eenmaal de geheele wereld rondom .Mij verzameld is, dan verkondig Ik luide voor alle meu-schen, wat gij aan .Mij gedaan hebt, en Ik zal u voorstellen als mijn weldoener.quot;

__4±3

- i\\Xo

ctL

-ocr page 180-

\'/ K V I quot;, N T1J; X I) K l).\\(

»o Christfiuwi, ;iis nn* icinimd oiulcrsteu-ii ning en voedsel vcrsclnilt , dan schiiinnn ii wij er ons over en /ockcn liet /.oovivl gt;| mogelijk ^clicini k\' lioudcn ; maar dr ii Zoon (iods, lt;li(\' ons zoo innip:, inniu\' •i liefheeft, verkondigt eens, al zwijgen » wij er zeil\' van , mei grooten lol\', open-ii lijk alles, wat wij voor Hem gedaan ii liehhen, en Hij sehaaml zieli niet aan » alle Engelen en menselien tt zeggen, dat * wij Hein gekleed lieliben , toen Hij niets \'| had om zich te dekken ; dat inj ilem )i gespijsd helilien , toen Mij geen lirood » had om zijnen honger te stillen\'i. \'

Kn welk loon belooft Hij ons in zijne liefde \'! Mij de mensehen i^ alle loon onzeker en zij , die zich liij hen het verdienstelijkste maaklen , ontvangen dikwijls niets, of slechts ondank tot loon. Niet zoo hij onzen liefderijken Koning Jezus (.hristus. Hemel en narde zullen voorliijgaan , maar mijne woorden zullen niet voorbijgaan, zoo gewaardigt Hij zich geruststellend te beloven; vreest niet, uw loon zult gij niet missen. !)at loon zal groot, overgroot zijn;

1) S. Jues (\'hvvs. Hum. sup. lioin. Vilt. r-\'S—3\'J. ,

-ocr page 181-

173 ZKVKNTIENUE BAG.

\'t /.nl gclt;\'ii ciiulc iicmcu met hot imiuIc dei-ccnwcM, het /.:il niet begrepen kunnen worden door een inensehelijk verstand ; want geen oor heelt gehoord, geen oog heeft gezien en in geen mensehen verstand is het opgekomen, wat (lod hereid iieel\'t voor wie Hem lielheelt.

Verwondert u dit quot;? Maar hedenkt, dan, dat het (ioddelijke Hart vol liefde u zegt: Ik se//\'. Ik, de God van Hemel en aarde , Ik, de Schepper van al het goede en schoone der wereld. Ik :-lt;il mi\' ovci\'ijyiioi hiiiti zijn 1 Saül meende reeds veel te beloven, toen hij aan David tot loon zijner (lap))erhei(l zijne dochter ten huwelijk beloofde. .Maar meer belooft Onze lieer. Mij belooft ons zich zeiven met alles wat Hij is en wat Hij heeft, niet al de schatten zijner eeuwige wijsheid , niet al het licht zijner eeuwige glorie, met al den luister zijner aanbiddelijke schoonheid!

De 11, Kerk erkent met dankbaarueid , dat de Heer ons door die belofte eene weldaad zijner liefde betoond heeft, even groot als door de Menschwording en het II. Sacrament des Altaars. «Ziet, zoo ^

-ocr page 182-

ZE V KNT lEN DE HAO.

juicht/.ij in liarc loizungen\'), in de kribho gill\' Hij zicii ais medegezel aan ons, nien-sclien ; in liet laatste Avoucimaal gal\' Hij zich ten spijs, aan \'t kruis ten zoenoller, en in den Hemel, daar geeft Hij zich zeiven tol helooning.quot;

W ie zal dan het koninklijk Hart niet wederkeerig heininnen, dat zttlke lieloonin-gen helool\'t om onze liefde tot eiken prijs te koopen ? Wie zal kunnen weigeren de les van den Apostel l\'aulus op te volgen : lt;i i)e\\vijl wij dan deze helofteii heiihen , » alleriiefsteu , zoo laten wij ons zeiven » reinigen van alle hesmetting des vleesches »lt;\'n des geestes, onze heiligmaking vol-» tooiende in de vreeze Gods2)?quot;

quot;Voorn eniens.

1° Alet bijzondere aandaeht deze woorden uit-spreken : Bid voor oris. II. Moeder Gods, opdat wij n-aardiy vorden der beloften ran ChrisU\'s.

2° Van onzen kant ons beijveren, om door het beminnen en navolgen van Jezus\' IT. Hart, ons die beloften waardig te maken.

1) Tn Hvmno: Verbum Supernum: Sc nas eens dedit socium , eonvescens in edulium , se moriens in pretium , se regnans dat in pneniium.

J| li

2 Cor. VII, 1.

-ocr page 183-

.2^02

OfTc^

171.

ZE VEX T1 EN DE DAG.

o0 Lees hier uo^* eens aaiulaclilig de bolol\'tcn, welke Onze Heer deed aan de Geluk/.. Margareta Maria. Zie blad/.. 57.

YOORBEELI).

De pastoor ecner kleine stad had ]iiel bewondering bemerkt, dat eene deftige dame, die vroeger weinig in dc kerk te zien was, nu alle dagen twee achtereenvolgende HH. Missen bijwoonde . \'s avonds ecu geruimen tijd voor het H. Saerameui overbracht en dikwijlder dan naar gewoonte tot de H. Tafel naderde. Nieuwsgierig om de oorzaak dezer troostvolle verandering te kennen, verstoutte hij zich die dame hieromtrent te ondervragen. Zij antwoordde: Mijnheer Pastoor, indien ik nu wat meer liefde aan Jezus bewijs, dan ben ik het aan Jozef, den schrijnwerker, verschuldigd. Een maand of drie geleden, ging hij mij voorbij, toeu I ik uit dc Hoogmis naar huis ging. „Wel, Jozef, zegde ik hem, gij ziet er zoo vergenoegd uit 1quot; „ Dat ben ik ook , antwoordde hij; ik heb heden een groot genoegen gesmaakt, dat mij mijn ontbijt heeft doen vergeten.quot; „Wat dan?quot; „Ik heb „ vandaair vijf Missen kunnen hooren. Alle Zon-., dagen , wanneer ik vrij ben . hoor ik er twee : „ de vroegmis, na welke ik ontbijt, en Jan de „ hoogmis; maar vandaag hebben drie vreemde priesters na de eerste Mis het H. Sacrilicie op- | • .. gedragen. Ik kou het niet van mij verkrijgen | 1 „om heen te gaan; ik was er waarlijk blij om; jrgt;

-ocr page 184-

7. K V FAT TEX DE ÜAG.

„ zoo haal ik quot;s Zondags mijne sehudc iu , dewijl „ik in de week moet werken en niet naai* de .. kerk kan gaan. Wat zon het een troost voor mij zijn dagelijks de H. Mis te mogen bijwonen I „Wat zijt gij gelukkig, mevrouw, dat gij over „ uwen tijd vrij kunt heschikkèn 1quot; Deze eenvoudige woorden maakten op mij den levendigsten indruk . zij waren als ecu lichtstraal in mijne ziel. Ik beken , tot mijne schande, dat ik nooit over de verhevenheid van het H. Sacriticie had nagedacht, de geest van geloof ontbrak mij en ik ging in de week zeldzaam ter kerk. Maar van dien dag at\', nam ik mij voor de H. Mis niet meer te verzuimen, Gods weldaden beter op prijs te stellen en aan de eindelooze liefde van Jezus\' U. Hart te beantwoorden.

Ku gij, waarde lezer of lezeres, die tijd genoeg hebt, welk besluit hebt gij gemaakt ?

(1». \\. Loo. Verlangens van het H. Hart.)

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jezus, dat in den schat uwer liefde de schoonste beloften gevonden en aan ons geopenbaard hebt, wij bidden U dooide voorspraak uwer gezegende Moeder, geef dat wij zoo leven op deze wereld , dat wij waardig worden, om de heerlijke vervulling uwer beloften iu den Hemd eeuwig te genieten. Amen.

\'i-

-ocr page 185-

Achttiende Dag.

Wat vcrliinsrt hot H. Hart van ons

dunkt ii, liodvnichtiav vereer-

csi 9 rtcïJ \'i- \'

Vim \'t II. Hurt , is het billijk en reehtvuiirdig, dut wij diinkliuui\' zijn jegens een Hurt, wuuruit 7,ooveel weldaden voor ons ontsproten\'? Ku ini\'g ul hetgeen de ineiischen vun ulle. tijden en pluatsen uil dunkbuarlieid doen kunnen , mug dut in vergelijking komen niet hetgeen wij ontvingen? Leg al de verdiensten der nieiischen tegen deze liel\'dehe-wijzen vun \'t II. Hurt in de weegsciniiil , en \'t is idsof gij een /.iindkorrel legt tegel-over een hemelhoogen berg. Zijn wij daardoor ontslagen van den plieht, om onze dankljiiurheid te betuigen Verre vanduur. Al kunnen wij niet doen , wat dat II. Hart verdient, Het verlangt ten

-ocr page 186-

ACHTTIEXDK DAfl.

minst;-, dat wij ilocn, wat wij kunnen. Kcnc andere eer brengt aan God dc hoogste Se ra lijn , eene andere het kleinste insect; maar alle schepselen moeten doen wat in hunne macht is, om den Schepper te verheerlijken ; zoo ook moeten wij het II. Hart die eer geven, welke in onze macht is, en die Het uitdrukkelijk van ons vraagt. I\'.n wiit verlangt. Het van ons\'? Aanhid-\'lin/i, ■ En-hersld, Navdluimj.

1. AA.NIillllilNC,.

f ielukkige II. Joannes, die in het lamste Avondmaal mocht rusten op het II. Hart viin Jezus! Gelukkige Engelen, die het 11. Hart, thans schitterend van glorie en vervuld met hemclschen luister, mogen aanschouwen ! Waar vinden wij dat Hart, \'t welk de H. Joannes voelde kloppen, en dat de Kngelen aanbiddenNiet alleen in de zaal des laatsten Avondmaals, niet alleen in de ongenaakbare vreugdezalen des Hemels; maar bij ons, in onze onmiddellijke nabijheid ; niet op ééne plaats, maar op zoovele plaatsen, als er taberna-r keis zijn , waar I II. Sacrament bewaard

-ocr page 187-

«Eg

I7S ACIlTTtENDE UA.G. 6

wordt. Dasir klopt ook thans nog dat. Hart; daar zijn nog do blikken van alle koren der Engelen aanbiddend gericht op dien schat, waarin de Godheid woont!

Waarvoor is het H. Hart daar tegenwoordig\'? Is het om daar vergeten en alleen gelaten te worden? Neen, Het is daar tegenwoordig , om onze. bezoeken en onze aanbiddingen te ontvangen en gunsten zoiubr tal over ons uit te storten. Daar zetelt ■lezns als een liefdevolle Koning, die tot zelfs den ininsteu zijner onderdanen uitnoodigt en toeroept: Koml allen lol Mij.

r

Welk een verschil met de koningen dezer aarde ! Hovelingen, edelen en grooten hebben toegang tot hun persoon; maar wil een geringe olquot; arme burger tot hen doordringen, hoeveel offers, moeilijkheden al\'w ijzingen , vernederingen heeft hij zich dan te getroosten ! Hoe lang heeft hij te lt;e wachten, hocvelc anderen zijn hem voor, boe kort moet het onderhoud zijn, daar weer anderen met ongeduld wachten, — hoeveel vormen en plichtplegingen zijn ei-te onderhouden! Alle vertrouwelijkheid is verboden en hij moet zich verwijderen.

amp;

tZ) o

-ocr page 188-

_ exsr-q

ACHTTIUNDK UAG. Iv\'J

misschicu met de gedachte van nooit meer dezelfde gunst te zullen genieten.

Niet zoo het Goddelijk en beminnelijk Hart van Jezus. Overal ter wereld heeft (lij zijn paleis; op ieder uur van den dag verleent Hij gehoor; geen andere plichtplegingen zijn voorgeschreven dan liefde en eerbied in zijne tegenwoordigheid ; geen smeekschrift wijst Hij af; Hij ontvangt ze niet één voor één, maar zelfs duizenden fegelijk, en door Hem r/ehoord worden, is zooveel als door Hem ra\'hoord worden.

Geen wonder. Is in het H. Sacrament niet het Hart van Hem, die tijdens zijn sterfelijk leven al weldoende rondging,

geen enkele bede of verzoek afwees, maar zielen en lichamen genas; ja, van wieu een groot Bisschop en uitstekend redenaar\') zegde: « als in een plaats van Palestina i) geen zieken of gebrekkigen meer waren, »dan was dat een teeken, dat Jezus i) Christus daar voorbij gegaan was ?quot; \'t Is hetzelfde Hart van Hem, die medelijden en liefdevolle woorden had voor de verachte Publikanen, voor de overspelige 1) Bossuct. 0

eb--------------

-ocr page 189-

A C l IT TCKNDK DAC.

S»Tiiiiritauns(;ho, voor do onteerdo Alagda-loiiii, voor zijn verraderlijken leerling Judas, voor den stervenden moordenaar!

Maar geven wij aan dat II. Hart daar al de aanbidding, die Het van ons verwachtquot;? Als Het in de II. Mis onder ons neerdaalt, zijn wij er dan om Het te begroeten bij zijne komst\'? Als Het op het Altaar is uitgesteld, gedurende het Ld\', het Veertig-uren Gebed, zoekt ons Jez\'.is Christus dan niet te vergeefs rondom zijn troon ? Als Hij in plechtige processieu omler ons wordt rondgedragen, zijn wij dan tegenwoordig om ecne eerewaeht te Vormen, die Hein begeleidt of ten minste begroet\'? Maar al te dikwijls is het waar, dat de menschen , en ook wij misschien , aan dien grooten Koning van vrede en liefde zelfs die eer niet geven, welke zij aan huns gelijken bewijzen ! Hij komt ons bezoeken en men verwaardigt zich niet Hem met een tegenbezoek te, vereeren, ecne oplettendheid, die men aan menschen niet weigert! Honderden gaan zijn goddelijk paleis, de kerk, voorbij; zij konden gemakkelijk even binnentreden ; maar zij

\'SI ISO

-ocr page 190-

ACIfTTrr.NDK, lgt;Ai:.

181 1§

vo

t)

groeten /(\'U\'s niet en denken :ian lilies, behalve aim Hem , die uit liefde tot hen op het altaar verblijl\'t, en dien zij toc.li /.ooy.eer noodig liebben.

Is het ii nooit overkomen, als gij de wonderen en weldaden des Heeren tijdens zijn sterfelijk leven laast of hoordet verkondigen en gij daarbij zaagt, hoe koud en onverschillig, hoe weinig belangstellend. Ja hoe; vijandig de .loden bleven , is het u dan nooit overkomen, dat gij verontwaardigd werdt over zooveel ondankbaarheid ? 1 we verontwaardiging was billijk; maar zie wel toe, of gij ze ook niet tegen u zeiven moet keeren; of misschien ook op u deze woorden niet van toepassing-zijn : Daar is cv één in uw midden , dim ijij niet krul\']. Hij kwam in zijn ciyendum igt;ii de zijnen hebben Hem niet onlvannen-)!

Weet gij niet, hoe u te gedragen in de tegenwoordigheid van dit aanbiddelijk Hart\'? Wat doet een arme bij een rijke, een zieke bij een geneesheer, een onwetende bij een raadsman «mi leeraar, een

n Jois. T. 30.

■gt;) Jois. 1. Jl.

oJLLamp;J

-ocr page 191-

ff2-Iris-

m nrriKXDi: d.vg.

vervolgde bij een machtigen verdediger ? Wat is eenvoudiger? (rij aanbidt dat Hart met de Engelen, die het Tabernakel omgeven ; gij offert u /.elven op aan Hem , die zich geheel en al voor n heeft geslachtofferd ; gij dankt Hem voor de liefde ons bewezen, vooral in zijn H. Sacrament ; gij vereenigt u met de oneindig waardige gebeden , die dat Goddelijk Hart onophoudelijk uit alle Tabernakelen der wereld tot den Hemelschen Vader opzendt; gij spreekt Hem in eenvoudige, ongekuiistekle, kinderlijke taal over uwe ellenden van ziel en lichaam, over uwe geestelijke en tijdelijke behoeften, over uwe plannen en onder-jiemingen, over uwe plichten en moeilijkheden , over uwe strijden met de wereld, den duivel en uwe hartstochten. Mijn. fiod, hoe kan ooit de stof om ons met u te onderhouden, ontbreken\'/

Een nieuwe wereld scheppen met zon en maan en millioenen sterren veel schooner dan die wij nu zien, zou aan Jezus Christus slechts één woord kosten; en wat is de bevrijding onzer kruisjes vergeleken bij het scheppen eener nieuwe wereld \'?

-ocr page 192-

0_Q^2.

c/jrro

is;\'.

AcirniKNDi; J)A(;.

Welaan clan, bezoeken, begroeten en ■aanbidden wij het II. Hart zooveel en zoo dikwijls wij kunnen in \'t groot en nooit volprezen Sacrament onzer altaren.

quot;Voornemens.

1. Het II. Huil aanbidden van verre en nabij, in de kerk en daarbuiten. Geene kerk voorbijgaan zonder zoo mogelijk even binnen te treden of althans met het harl Jezus Christns te groeten.

2. Bij \'1;-iO-uren gebed, bij uitstelling van \'t H. Saerament, bij maandelijksehe of jaarlijksehe biduren nooit ontbreken, en in de kerk altijd den grootst mogelijken eerbied betoonen.

VOORBEELD.

Wonderbaar was de godsvrucht der II. llosa van Lima voor dit hoogheilig Sacrament- Geen H. Mis kon in de kerk der Predikheeren , tot wier Derde Orde zij behoorde, worden opgedragen , of zij was er bij tegenwoordig. Daar bleeLquot; zij dan dikwijls den geheelen voormiddag , onbeweeglijk als een beeld. De H. Hostie was haar middenpunt; daarheen richtte zij overal hare blikken; zoodat zij uren kon zitten zonder nauwelijks een enkele maal hare oogleden te bewegen, veel minder haar gezicht van \'t altaar af te wenden. Bekenden en onbekenden gingen haar voorbij, liepen haar als \'t ware in \'t oog, zij zag ze niet; o alleen wat op het altaar geschiedde, dat boeidquot;

-ocr page 193-

MIITTIKSDK DAC.

9jQc^2

G JT^

IS!.

hcirL\' aandacht. V\\ as het H. Sacrament voortdurciul

uitgesteld , zooals met het 40-uren gebed , dan weck zij niet uit de kerk ; zoo bleef /.ij ook geheel de octaaf van Sacramentsdag voor liet H. Tabernakelzonder spijs of drank te nuttigen „ tot groote verwondering van allen, die haar zagen. De laatste 4 jaren van haar leven ging zij nog verder. In de Goede Week bleet\' /.ij dan ook des nachts in do kerk en van de plaats, waar zij mot. TV itten Donderdag was neergeknield , stond zij niet op, voordat op Goeden Vrijdag die Goddelijke Schat in processie naar het Tabernakel terug gebracht werd. Honger, dorst, vermoeienis, alles vergat zij, en uren bleef zij daar in de eerbic-digste houding zonder ook een enkel oogenblik te gaan zitten of tegen den muur te leunen. Hoorde zij den naam van \'t H. Sacrament noemen, dan boog zij vol eerbied het hoofd ; hoorde zij de klok luiden bij do Consecratie, dan werd haar hart vervuld met eene vreugde. die zij kwalijk verbergen kon. Nooit kon zij verzadigd worden van het aanhooren van sermonen over dit Mysterie,, en had /.ij eenmaal eene preek daarover gehoord, dan kon zij deze jaren daarna met wonder ijke. juistheid nog teruggeven. Geen werk was haar aangenamer dan het vervaardigen van sieraden voor \'t altaar, vooral in de Goede Week voor \'t H. Graf. Corporalen, altaarkleeden, kelkdoekjes vervaardigde zij met voorliefde. Met levende bloemen was zij niet tevreden; z\'j ver-

-ocr page 194-

A( IITTIKNDK DAG.

vsiardigdr er nog; andere van zijde in de nicest vcr-schiJlende kienren. Kon zij znlks overdag niet, dan deed zij het «des nachts en zegde dan : \'t 1» voor den Brnidegom mijner ziel : wei mag ik iets voor Hem lijden : want is er wel ééne gehuwde vronw. voor welke het te veel is, dat zij den nacht moet besteden, aan \'t vervaardigen vau sieraden of kleederen, om zoo haren man instaat l.e stellen, \'sanderendaags fatsoenlijk op te treden? (1)

o Liefde der Heiligen I o Koudheid onzer harten !

1) Boll. Act. Sanct. toni. oO. jiau;. Oov.

(, KBEJ).

Ziedaar, geliefde .le/.us, hoever uwe bovenmatige liefde is gegaan. Om 1 geheel aan .mij te schenken . hebt (Jij mij van uw Vleesch en allerkostbaarst Bloed een goddelijken maaltijd aangerecht. Wat toch heeft Ü tol zulke vervoering van liefde gebracht ? Niets anders voorzeker dan uw liefdevol Hart. o Aanbiddelijk Hart vau van mijnen Jezus, brandend fornuis der goddelijke liefde . ontvang mijne ziel in uwe allerheiligsto Wonde , opdat ik in die school van liefde deu God leere wederbeminnen , die mij zoo wondervolle bewijzen zijner liefde schonk. Amen. (100 dagen afl. eens per dag Pins Vil. 0 Febr. 1878),

-ocr page 195-

r_/Sï

Negentiende Dag.

De Eprpwiiclil.

een geëcrliiedigilc koning /.ich ^Ng^gcvvaardigt zijn paleis te verlaten om een bezoek te brengen aan ecne stad van zijn rijk, wat ziet men dan V Aanstonds sluiten zich de voonmaniste ingezetenen der stad aaneen en vormen eene oerewacht , die den koning ontvangt bij zijne komst, hem vergezelt op al zijne gangen, hem bewaakt en alle eer tracht fe bewijzen.

En in de stail waar de koning zijn gewoon verblijf houdt? Daar bestaat eene blijvende eerewacht, die altijd den koning omgeeft en hem de hulde brengt van eerbied en getrouwheid.

Onder ons woont ook een Koning, grooter

- iü-o

-ocr page 196-

XKGKKTrKNDi: U.VC.

en rijker dim Salomon, \'t Is .lczus Christus in \'t H. Sacrament. Hij is omgeven van eenc eerewacht van ontelbare prees ten, die Hem al knielend aanbidden en \'t nimmer eindigend « Heiligquot; toezingen.

Maar die. eerewacht is onzichtbaar. Wat verlangt Hij nu van ons? Dat ook wij ons aaneensluiten tot eene ecrewacht, die Hem nooit verlaat. Ken aardschen koning of keizer zou men geen grootere liclccdi-ging kunnen aandoen, dan hem alleen te laten , als had men hem niet uoodig, als was het zijnen onderdanen li\' vee! door hunne tegenwoordigheid te betuigen , dat xij hein eerbied en liefde toedragen.

Wat men een aardschen koning niet zal aandoen, helaas, voortdurend doet men het den Koning der koningen aan ! Men keert Hem den rug toe, men bewijst Hem geen eerbied, men laat Hein alleen! Nu doet Hij een beroep op zijne getrouwste onderdanen , op hen , die door het vervullen hunner christelijke plichten Heia dagelijks de blijken hunner getrouwheid geven, en Hij zegt hun: « Wilt ook gij -n heengaan\'? De wereld keert Mij den rug

(f)

t)l

-ocr page 197-

Nf.C KNTJKXDJ; J).V(i.

p\'tor; maar gij, mijne getrouwen, komt «gij tot Mij eu geeft gij Mij de eer, die « de wereld Mij weigert; komt en houdt n de wacht rondom mijn troon, waarop Ik » uit liefde tot u in ieder tabernakel zetel.quot;

Verlangt het II. Hurt dan, dat wij niet van zijn altaar wijken (gt;11 hetzelve nooit verlaten? Dit zou voor ons, menschen, onmogelijk zijn, en het II. Hart, dat ons zoovele plichten heeft opgelegd, zou het eerste zijn om eene hulde af te wijzen , die te kort zou doen aan de rechten, welke anderen op ons hebhen. Neen , liet. verlangt, dat wij hetzelfde doen, wat aan de koninklijke hoven geschiedt. Daar lossen de hovelingen elkander van uur tot uur af, maar zoo, dat de geëerbiedigde persoon des konings nooit alleen is en nooit vragend behoeft rond te zien : waar zijn mijne getrouwenZoo kunnen ook wij ons aaneensluiten tot eene blijvende eere-wacht, waarvan de leden elkander ■voortdurend aflossen en waarvan er altijd een voldoend aantal op hun post zijn, om aan den oppersten Koning de rechtmatige hulde bewijzen.

w-

-ocr page 198-

co C/lt;5]

NEGENTIKXDK T)AG. ISO

Doch ook dit zou nog velen onmogelijk 7-ijn. Dagelijks zijne werkzaamheden ondcr-hreken, meennalcn voor liet II. Sacrament, een biduur houden , daar dikwijls tegenwoordig zijn en zorgen, dat de Koning onzer harten nooit oi\' nimmer alleen is, zou dat de eenvoudige werkman, de zorgvolle huismoeder, de met arbeid overladen huisvader, ja zelfs menige priester en kloosterling, die leel\'t voor \'t heil des naasten, altijd kunnen\'? \'t Wit iv weuschelijk , en oprechte , innige toegenegenheid zou in dit opzicht veel verinogen ; maar toch voor velen zou het on-inogelijk zijn.

Welnu luistert dan, getrouwe vereerders van Jezusquot; II. Hart. Voor eenige jaren werd er eene vrome broederschap ingericht, die zich ten doel stelde, eene blijvende e.erewacht te vormen rondom het Mlerh. Hart van Jezus, brandend van liefde tot ons in \'t II. Sac rament. En om het aan geloovigen van allerlei stand en rang mogelijk te maken, aan die eerewacht deel te nemen, werd als cenige voorwaarde vastgesteld : «Du Ifdeii kiezen één uur van den daij als irni\'hlnur uit. In dnl uur Imelden

-ocr page 199-

----------^3

190 XEOEKTIESUE DAG.

zij, zelf* zonder iels in hunne werkzaamheden te veranderen, nu en dan eens te denken aan Jezus Christus, onzen Heer, en dragen aan zijn doorwond Hart op bijzondere wijze al hunne gedachten , woorden , werken en moeilijkheden op.quot; Wat is er i gemakkelijker ?

Jezus Christus is geen koning dezer aarde; koning hen Ik, zegt Hij, maar mijn rijk is niet van deze wereld*). Dat toont, llij allerduidelijkst door de eerewacht waardoor Hij wil omringd zijn.

De aardsche koningen verlangen daarvoor de personen van den hoogsten adel. Jezus Christus ziet slechts op den adel der ziel 1 en al zetelt die ziel in een lichaam, dat door den arbeid met stof en door de armoede met lompen bedekt is, toch roept Hij allen en zegt: Komt tot Mij allen , en aan zijne dienaren gelast Hij : «Gaat spoedig naar de wijken en straten der stad en brengt armen en zwakken en blinden en kreupelen hierheen2).quot; Dat is zijne eerewacht; zij was het tijdens zijn sterfelijk

1) Vgl. Jois. XVIII. 37.

r I 2) Vgl. liiic. XIV. 21.

fe------

-ocr page 200-

rr o I a

rgt;S(

XKGEVmCN\'DK DAR.

11)1

leven; zij is het ook nu nog in\'t.H. Sacni-ment.

De koningen dezer aarde verlangen hunne wacht in hunne onmiddelijke nabijheid;

de gevoe-

och, hun oog reikt niet verder

lens des harten blijven hun onbekend, en een hoveling, die slechts in den geest en met den wil zijne opwachting zou maken, zou den toorn van den vorst beloopen. Niet zoo is onze Koning Jezus Christus. Zijn alziend oog dringt door de lichamen en zelfs op den grootstcn afstand en te midden onzer drukste bezigheden ziet Hij,-waarmede onze harten bezig zijn.

Dat wachtuur nu kan voor den priester het uur zijn, waarop hij het altaar bestijgt, de ÜH. Sacramenten toedient, zijne getijden bidt of zijne zieken bezoekt; —voor huisvaders en huismoeders de tijd van hun dagelijksch werk; — voor den onderwijzer het uur van zijn onderricht, — voor den landbouwer en werkman het uur van zijn zwaren arbeid , — voor den scholier de schooltijd, - voor den zieke het uur van lijden, — voor de ziekenverplegers de tijd van hun nachtwaken. Waarom niet

O Uamp; J

-ocr page 201-

XEGENTIENDK DAO.

I 10:

$

Jezus Christus ziet op verren afstand, Hij •/.iet het hart. Eu wanneer dan op deze plaats voor den eencn het uur van zijn cerepost eindigt, dan begint weer elders voor een ander het vastgesteld wachtuur, zoodat het H. Hart nooit zonder aanbidders is , die aan Hetzelve de hulde hunner getrouwheid cu liefde zonder tussclicnpoo/eu brengen.

Deze eerewacht, de vrucht der liefde welke de getrouwe zielen aan Jezus\' II. Ilarl toedragen, is thans over de gausche wereld verspreid. quot; \'t Is, zooals een klein geschriftje hierover zegt, «geen eenvoudige » wacht meer, maar \'tis een goed geregeld,

een in slagorde geschaard, ontzettend u leger. Zoowel de beschaafde Europeaan, » die zich regelt naar ziju horloge, als de » bekeerde wilde in Canada, die zijn wacht-ii uur bepaalt volgens deu stand der zon , » nemen\' er dienst in. . .. Allen herhalen » het luide door hunne daden en woerden : » komt laat ons in eeuwigheid het Aller-» heiligste Hart van Jezus aanbidden. En v aan de spits van dat ontzaglijk leger - staat als veldheer, maar toch ook ai:

-ocr page 202-

NKGEXTXKNDE DAG.

«gewoon sokliiut, ilc grootc Paus Leo XI11, » die ons (door talrijke aflaten) aantnoo » (ligend toeroept en uitnoodigt: Onk ik » ben lid der Eerewavhl; maande!ijk* unl-)i ra nu ik mijn marindhricjje .... ik hmul » duyelijks trouw mijn wachhinr\').quot;

En wij, zullen wij aarzelen deel te nemen aan die vrome eerewaeht\'? Of zoo wij i leden zijn, en misschien onze ijver verflauwd is, moeten wi j dan , dit alles bedenkend, aan \'til. Hart niet de hulde eener vernieuwde vurigheid en blijvende getrouw-

held brengen?

quot;Voornemens.

1° Trachten een ijverig lid te zijn va» de 1 Aartsbroederschap der Eerewaeht. (Om inlichtin-i geu wende men zich tot een der plaatsen , waar die broederschap is opgericht, of tot den hoofdzetel „Kapel iu \'tZand, bij Roermondquot;.

3° Bij de plechtigheden ter eere van \'t II. Sacrament, zooals bij \'t Veertig-uren gebed , op Witten-Donderdag, bij Processicn enz. altijd eerbiedig tegenwoordig zijn.

VOORBEELD.

Eeuigc jaren geleden ontving de stad Orleans in Frankrijk een nienw regiment soldaten in gar-1) Woorden des II. Vaders.

-ocr page 203-

r

19-Ji NF.OENTIENDE DAG.

nizocu. Sedert ilieu tijd mevkte de Pastoor der Kathedraal met venvondcring op, dat een zekere-soldaat zich geregeld \'s namiddags van één tot drie uur in de kerk bevond. Daar stond liij dan twee uren lang, stil, onbeweeglijk, in ecne militaire, maar tevens eerbiedige houding voor het traliehek van het hoogkoor. — De pastoor verlangde zeer de reden dezer buitengewone handelwijze te kennen. Op zekeren dag kwam ecu kapitein met zijne vrouw de kerk bezi •htigen.-In de sacristij verhaalde hem de pastoor wat hij dagelijks zag en voegde er bij: „AVaeht hier nog even ; het zal zoo aanstonds één nnr slaan, eu dau komt hij altijd.quot; Het sloeg op de torenklok, en oogenblikkelijk was de soldaat op zijd post. Zoodra de kapitein hem zag, zeide hij tot den Pastoor: „Wel, mijnheer Pastoor, dien man ken ik van nabij: het is een uitmuntend soldaat , die al mijn vertrouwen met reeht geniet , een der besten van mijne compagnie.quot; Daarop riep hij den soldaat bij zich en vroeg : „Maar, man, wat doet gij hier toeh ?quot; „ Kapitein , w as het antwoord , ik houd hier een paar uren do wacht voor het H. Sacrament. Schildwachten zijn ei-immers overal: te Parijs heeft er de President wel vier, twee staan er hier bij mijn Generaal, en één bij den Kolonel; bij den Stadsprefect ook

al een schildwacht____ Als ik nu hier in dc

kerk kom, zeg ik bij mij zclven : Is mijn Heer en God , die hier in het H. Sacrament rust, dau | niet duizendmaal meer, dau alle prefecten

-ocr page 204-

NEGENTIENDE DAG.

195 %

kolonels, generaals, ja dan alle koningen en keizers der ganschc wereld ? En met dat al heeft Hij toeh geen enkel man, die de wacht hij Hem betrekt. Zie, kapitein, dat was niet zooals \'t behoorde ; dat kon ik niet hebben. Nu ga ik als ik vrijen tijd heb , hier voor Onzen Lieven Heer op post staan , en ik verzeker u , dat de uren mij niet te lang vallen: want ik bemin God van ganseher harte.quot;

De soldaat groette vriendelijk , liet den pastoor en den kapitein vol bewondering achter en begaf zich naar zijne plaats in de kerk , totdat zijne wacht uren verstreken waren.

GEBED

o Allerh. Hart van Jezus, ik aanbid U van ganscher harte, niet alleen hier, maar in alle tabernakelen en in alle geconsacreerde Hostiën der geheele wereld. Och, waarom kennen en aanbidden II niet alle menschen ! Wat mij betreft ik bedank en aanbid U voor al degenen , die 1\' niet kennen of niet danken, en ik beloofTJ alles te doen, wat in mijn vermogen is , om uwe kennis en uwe liefde te verbreiden. Ontvang mijne hulde; en kan ik niet lichamelijk bij uw H. Tabernakel tegenwoordig zijn, dan draag ik TJ toch al mijne werkzaamheden , al mijne ademhalingen en kloppingen mijns harten op, als zoovele akten van aanbidding en dankzegging!

\'•o

-ocr page 205-

Twintigste Dag.

Wat verlangt Jezus H. Hart van ons J

C^quot;

^9

II. KKHHEUSTFX.

n nu, gij inwoners van Jeruzalem, » gij inannen van Juda, oordeelt nu «tusschen Mij en mijnen wijngaard! «Wat moest Ik meer gedaan hebben aan mijn n wijngaard, dat ik daar niet aan gedaan » heb ?quot; Uch , de Heer verwachtte zoete druiven, maar niets dan bittere vruchten mocht Hij plukken.1) — Wien komt deze klacht niet in den geest, als hij vele eeuwen later Jezus Christus aan eene Bruid zijns Harten lioort zeggen: « Ziedaar het Hart, « dat de menschen zoozeer bemind heeft, gt;1 dat Het niets spaarde, ja, zich beeft » uitgeput en verteerd, om hun zijne liefde ii te toonen.quot; » Maar, zoo voegt de Heer 1. Is. V . 3 CU vk\'.

ffi

v-~,!

Icy-i

-ocr page 206-

m

cX2___quot;

TWINTIGSTE DAG. 197

er klagend bij : «tot vergcldinfï ontvang » Ik van het mcostciidcel niets dan on-« dnnkbaarlicid door hunne oneerbiedig-» luiden en heiligscliennissen, door d«i » koudheid en verachting, die zij voor .Mij » hebben in het Sacrament mijner liefde.quot;

Zijt gij ooit, godvruchtige lezer, tegenwoordig geweest bij de niorgen]ilechtigheden van (loeden Vrijdag\'? Dan hebt gij ook gezien, hoe de priester, het (Irucilix: nam , het onder eene diepe imiging de voeten kuste en ter vereering der bedienaren en der geloovigeu openlijk in het priesterkoor neerlegde. Maar wellicht hebt gij niet de woorden begrepen, die de II. Kerk dan den priester in den mond legt. Hij .spreekt in den naam van Christus: «Mijn volk. Ik voerde I uit Egypte, «maar gij hebt Mij, uwen Verlosser, een )i kruis bereid. Ik geleidde u door do «woestijn, veertig jaren lang; Ik spijsde » ii met manna en bracht u in een goed ii land , en gij quot;? Een kruis hebt gij Mij k bereid. Ik plantte u als een uitverkoren «wijngaard, en gij, gij zijt Mij o zoo bitter « geworden ; want inijii dorst hebt gij met

%

-ocr page 207-

i\'VrNTICSÏE TIAO.

SP--

e,lt;jnro

oT108

» azijn gelaaid en met eene lans hebt gij ,» de zijde nws Verlossers doorstoken! Ik » sloeg om uwentwil Egypte met zijne » eerstgeliorenen en gij li(!l)t Mij gegeeseld )\' en overgeleverd. Ik opende u de zee ii en gij hebt Mij de zijde geopend. Ik igt; voedde n niet manna in de woestijn, en » gij, gij overlaadt Mij met slagen en geesels. i\' Ik laafde n met water des heils nit de «steenrots, en gij hebt Mij gedrenkt met » gal en azijn. Jk sloeg om uwentwil de. » koningen van (Ihanaan, en gij sloegt met. ii een rietstok op mijn hoofd. Ik schonk ii ii een koningsschépter, en gij gaaft Mij ii een doornenkroon. Met groote macht » heb Ik u verheven, en gij , gij hebt Mij ii opgeheven aan den schandpaal deskrnises. » Mijn volk , wat heb Ik u misdaan , of ii waarin heb Ik n bedroefd. Mijn volk , » antwoord Mij -

VN ie wordt niet tot in de ziel getroffen bij het hooren van zulke klachten\'? God, wat spreekt er uit die woorden een droefheid , een pijnlijk gevoel over de ondankbaarheid van \'t uitverkoren volk !

1) Komcinsdi Missaal op Goeden Vrijdag.

-ocr page 208-

TWINTIGSTE DAG.

.Nofgt;: klinkt die stem uit icdercn Tsjljcr-iiiikel! Nog richt zich de Heer tot een uitverkoren volk, dat Hij met weldaden overlaadde, en \'t welk slechts ondank voor vergelding gaf. Mijn volk, mijne Christenen , zoo weeklaagt Hij , — en och , ol\' zijne woorden tot in het diepste onzer zielen doordrongen, - mijn dierhaav Christenvolk , Ik , de Zoon van Cod , ben voor u allen menscli geworden; en gij, gij vergeet de weldaad , die Ik n daardoor bewezen heb. Driemaal daags herinnert de klok aan dat groot Mysterie en wie, denkt er aanquot;? Mijn volk, overal ziet gij mijn kruis: in uwe woning, in de kerk, hoog in de lucht ; en verre van aan mijn lijden dankbaar te denken, onteert men het kruis, en men zou het van de wereld willen verbannen.

In \'t H. Sacrament hen Ik tegenwoordig; mijn volk, \'tis voor n; daar oö\'er Ik Mij in de 11. Mis voor u op aan den Vader, en gij Gij zijt afwezig, of zoo gij er zijt, gij schijnt door uwe lauwheid en oneerbiedigheid , slechts gekomen om Mij te honen en te helccdigen ! — Hier ben Ik

: uii v

J

vLU-O

oXJ.L/J

-ocr page 209-

TWINTIGSTE DAG.

S1 quot;3

(liifï en naclit, om u te ontvangun, te-hooren, te helpen, en gij\'? Gij gaat niijuerï tempel voorbij zonder Mij zelfs te groeten. Ach , de os kent zijnen meester en de ezel de krihiic zijns heeren; maar gij, mijn volk , gij kent Mij niet, gij begrijpt niets van mijne liefde1). Hier hel) Ik voor u een maaltijd aangerecht zoo heerlijken wonder-liaar , dat do Kngelen n haast zouden lie-nijdeii, en gij, gij weigert te komen. Met het Manna des Hemels spijs Ik n, en gij? Met heiligschennis, met het verraad van Judas, vergeldt gij mijne liefde. Is dat, dan het loon voor zooveel toegenegenheid1? Mijn volk, mijn dierbare wijnstok, o, \\vaquot; zijn de druiven die gij voortbrengt bitter !

Ik gaf u mijne leer, als een licht te midden uwer duisternis , en gij, gij versmaadt die leer, gij zijt er onwetend in en gij doet geene moeite om er u in te laten onderrichten. Ik gaf u mijne H. Kerk als eene tcedere moeder, en gij, gif verscheurt haren schoot , gij treedt hare wetten met voeten. Behalve mijn 11. Liefde-geheim gaf Ik ii zoovele andere HH.Sacra-

Vgl. Is. r, 3.

amp;

i

-ocr page 210-

TfcXs

■nvrXlTGSTK BAG.

uuMitun; Ik gaf u do Biccht cm gij ontvlucht ze; Ik gaf n hot H. Oliesol en gij wacht met het te ontvangen totdat het te laat is ; Ik gaf u -den priester als vader , als trooster, als leeraar , als verzorger uwer ziel , en gij, gij eert hein niet en luistert niet naar zijne woorden ! Ik gal\' u mijn Bloed en mijne verdiensten en gij verspilt ze; Ik gaf u mijne voorheelden en gij volgt ze niet na; Ik schonk n mijnen vrede dien de wereld niet kent , en gij , gij wilt den valschen vrede en de genoegens der wereld ; gij jaagt hare ijdele en gevaarlijke vermaken hartstochtelijk na , Ik gaf u mijne .Moeder tot uwe moeder en gij vereert haar zoo Hauw; Ik beloofde u mijn rijk en mijne eeuwige liefde en gij\'? Ach, gij stelt de vergankelijke goederen dezer wereld hoven mijn eeuwig rijk, en gij weigert Mij te erkennen in den arme, die. uw medelijden inroept! Waar hel) Ik het verdiend, mijn volk, of waarin hel) Ik u bedroefd\'? Mijn volk, antwoord Mijlquot;

Wat zullen wij antwoorden\'? Te meer daar het Goddelijk Hart daar nog zou kunnen hij voegen ; niet ketters en onge-

2(11

-ocr page 211-

ÏP-

quot;2(12 TWISTIUSTE BAG.

loovigi\'ii alleen Imiulelen zoo, maar «daar-medf hen //,■ (jewond in hel huis imn hm , die Mij lief hadden \'l.quot; « Had mijn vijand Mij nehoand, //. :im Mij voor hein verhenicn; maai\' ij ij, n inenseh , (jeünd Hel ijk II, .... mijn verlroHirrlinji, ////, die uanfiemtain, mei Mij sjjijsdet-j..... Wat zullen wij antwoorden\'? Oeh, of wij de woorden bedropen, die dat II. Hart tot de Zalige Alargareta .Maria sprak ; «Zal er dan nie-» mand zijn, die medelijden met .Mij heeft, » niemand, die met Mij lijdt en deelneemt » in de droefheid , waartoe de zondaars pi .Mij brengen\'? (iij ten minste verschaf ii .Vlij de vreugde van de ondankbaarheid » der zondaars te herstellen.quot; Kn de Zalige, getroffen door dat woord, deed wat ze kon.

Maar zullen ons die klachten koud laten\'? Kan moesten wij hardvochtiger zijn dan rotsen en steenen; want deze scheurden bij den dood des Ileeren ten tee ken van rouw !

Maar hoe die eer, die gekrenkte eer des II. Harten te herstellen\'? Ze valledig herstellen kunnen wij niet, maar dan ten

1) Zacli. XII.

2) I\'s. 31., li.

fei--oXsS/ -

-ocr page 212-

TWINTIUSTK 11A (.

minste met verdubbelden ijver het il. Sacrament bezocht, de II. Communie ontvangen, de II. Mis bijgewoond, ome gebeden verricht , onze plichten vervuld en dat goddelijk Hart, dat een ghis koud water niet onbeloond laat, /al ons voor dien liefdedienst dankbaar blijven de geheele eeuwigheid door.

*V oomemens.

1° Aan \'t H. Hart dikwijl» ecrlicvstcl aanbieden voor de ondankbaarlieid der wereld; ons daarom wacliten, die ondankbaarheid door onze eigene zonden te vergrooten.

2° Oj) den eersten Vrijdag der maand tot •eerherstel de lï. Communie ontvangen.

VOORBEELD.

Sedert 12 jaar offerde de Geluk/,. Margareta Maria aan haren Godd. Meester de Communie van den eersten Vrijdag op , toen de Eerw. Moe-tier Melin meende haar deze godvruchtige oefening te moeten verbieden. De Overste ondervond weldra, dat zij tegen de inziehten des Heeren handelde. inderdaad een harer jongste Religieuzen, die veel beloofde , zuster Rosalie Verehère, werd ziek en bevond zich na weinige dagen in levensgevaar. Margareta Maria smeekte van Jezus •Christus de genezing der kranke af. Zij kreeg

2ÜS

£3

c \'CAJ-0

-ocr page 213-

IP2-^

-04 TWINTIGSTE DAG.

tot antwoord dat, zoolang dc Overste haar de-Communie van den eersten Vrijdag weigerde, de-de zieke voortdurend zou lijden; zij moest hiervan dc Eerw. Moeder verwittigen. Toen stond deze dc gewcnselite Communie toe, maar op voorwaarde , dat de Golukz. voor de genezing van Zuster Rosalie zou bidden. Zij deed het, en dc zieke, die in hopelóozen toestand verkeerde bevond zich aanstonds buiten gevaar.

Nochtans durl\'dc .Margareta Maria op den eersten Vrijdag niet tot dc H. Tafel naderen, omdat zij dc woorden harcr Overste slechts als ccnc belofte onder voorwaarde had aangezien. ] )aarom ook bleef Zuster Rosalie vee! lijden zoodat dc gcneeshceren er niets van begrepen.

Vijl\' of zes maanden was zij reeds in de ziekenkamer. De Gelukzalige smeekte Jezus H. Hart haar ccnc volkomen gezondheid te vcrlccncii; maar Onze Heer verklaarde haar stellig, dat, indien zij wilde verhoord worden, zij hare Communiën moest hernemen. Nu besloot zij er opnieuw hare Overste over te spreken. Deze wachtte zich wel nog langer Gods wil te wederstaal!; zij gaf aan Margarcta het gevraagde verlof en op hetzelfde oogenblik was zuster Verchcrc genezen.

(Daniel. Vie de la B. Marg. Marie.) GEBED.

Ik aanbid U met den diepsten eerbied, o mijn. Jezus, verborgen in het H. Sacrament; ik erken. 1 voor waarachtig God en waarachtig Mensch ^

i-r ïl

-ocr page 214-

o~

TVco

cjsa

\'9

lt;£ 9

4

TWINTIGSTE DAG.

205

f (j

f

lt;011 met deze akte van aanbidding stel ik mij voor te voldoen voor de koelheid van zoovele Christenen , die wanneer zij uwe HH. Tempels, en soms zelfs het II. Tabernakel voorbijgaan, U niet eens groeten en zich door hunne onverschilligheid, gelijk de Joden in de woestijn, van \'t Hemelscli j Manna afkeerig toonen. Ik offer TJ het allerkostbaarst Bloed, dat Gij vergoten hebt tot eerherstel ; voor eene zoo verregaande lauwheid, en ik herhaal i duizenden en duizenden malen : Ieder oogenblik i zij het allerh. en allergoddelijkste Sacrament 1 .geprezen en gedankt.

-ocr page 215-

cX5

201 TAVINTrGSTE DAG.

tot antwoord dat, zoolang dc Overste haar de (\'ouimnuie van den eersten Vrijdag weigerde, de-de zieke voortdurend zou Jijden; zij moest hiervan de Eenv. Moeder verwittigen. Toen stond deze dc gewenschte Communie toe, maar op voorwaarde , dat de Gelukz. voor de genezing van Zuster Kosalie zou bidden. Zij deed het , en de zieke, die in hopelóozen toestand vei\'kecrde bevond zich aanstonds buiten gevaar.

Nochtans durfde Margareta Maria op den eersten Vrijdag niet tot dc II. Tafel naderen, omdat zij de woorden harer Overste slechts als eene belofte; onder voorwaarde had aangezien. Daarom ook bleet\' Zuster Kosalie veel lijden,, zoodat de genccshecren er niets van begrepen. Vijf of zes maanden was zij reeds in de ziekenkamer. De Gelukzalige smeekte Jezus H. Hart haar eene volkomen gezondheid te verleenen; maar Onze Heer verklaarde haar stellig, dat, indien zij wilde verhoord worden, zij hare Commu-jiiën moest hernemen. Nu besloot zij er opnieuw hare Overste over te spreken. Deze wachtte zich wel nog langer Gods wil te wederstaal!; zij gaf aan Margareta het gevraagde verlof en op hetze]fde-oogenblik was zuster Verchcrc genezen.

(Daniel. Vic dc la 15. Marg. Marie.)

GEBED.

Ik aanbid IJ met den diepsten eerbied, o mijn. Jezus, verborgen in het IT. Sacrament , ik erken. 1 voor waarachtig God en waarachtig Mensch ^

-ocr page 216-

m

7V cv

305 ^

TWIN IIGSTK DAG.

«cu met deze akte vau aanbidding stel ik mij voor te voldoen voor de koelheid van zoovele Christenen , die wanneer zij uwe HH. Tempels, en soms .zelfs het H. Tabernakel voorbijgaan, U niet eens groeten en zich door hunne onverschilligheid, gelijk de Joden in de woestijn, van \'t Hemelscli Manna afkeerig toonen. Ik offer V het allerkostbaarst Bloed, dat Gij vergoten hebt tot eerherstel voor eene zoo verregaande lauwheid, en ik herhaal duizenden en duizenden malen : Ieder oogenblik .zij het allerh. eu allergoddelijkste Sacrament .geprezen en gedankt.

-ocr page 217-

Een en twintigste Dag.

Wat verlangt liot H. Hart van ons J

in. xavoi.um;.

•«\'tl, zoo liidt do II. Kerk oj» (ktuaidii^ vim Driekoningen, «o God, wicüis Kenige Zoon in ons » vlccscli vcrschccn , geel\', sineeken wij l:, » dat wij door Hem, dien wij uiterlijk o|gt; quot; ons zien gelijken , inwendig mogen her-» vormd worclcn.quot; Hiermede drnkt de H. Kerk , die Bi uid van \'t H. Hart, eeit verlangen uit, \'t welk zij in liet Hart vuti | haren Bruidegom gelezen heeft, nl. dat ons hart op het zijne moge gelijken. Inderdaad de eeredienst van \'t 11. Hart hestaat voornamelijk in de navolging van het tl. Hart. In dit punt hedriegen zich vele godvruditige zielen. Zij meenen de godsvrucht tot het

-ocr page 218-

gp-r-m

S ek» en ivrnmosTK J)-va. SOT cT

II. Hart. t(! Iie/.ithüi, onulut zij (rn beeld van liet H. Hart godvruchtig veremHi, omdat zij op den eersten \\ rijdag der inaand de II. (lomraunic ontvangen, omdat zij lid zijn van verschillende Hroederse.happeii: o. a. van V//. I \'iir, dr KctewaM, enz. omdat zij gaarne sernionen hooren, die handelen over het H. Hart, omdatzij gevoelig aangedaan zijn , wanneer zij denken aan de liefde, waarmede, dat Hart zieh heelt, laten doorlioren op het kruis.

Zeker, deze personen bezitten iets, maar niet alles van deze heilzame godsvrucht; als zij nu hij dat alles nog onverstorven /ijii, als zij lastig in den omgang, driftig en opvliegend hlijven , als zij zich nog hoovaardig verhellen op vermeende of wezenlijke goede hoedanigheden , als zij gehecht hl ij ven aan het aardsehe en het juk der gehoorzaamheid hij elke gelegenheid trachten af te schudden, wat is dan hunne godsvrucht quot;? Ken stroovuur , dat geen stand houdt; een boom met rijke bloesems, maar zonder eene enkele vrucht; zij bepalen zich tot middelen en venvaarloozen het doel. Hoort, wat de zachte en beminnelijke

r^3 -it quot;ö

-ocr page 219-

\'208 EEN EX TWINTIGSTE DAG.

H. Kinnciscus v:iii Snlcs tot dezulken zegt\'): JJc II. I\'aulus verrnaaut de geloovigen van l\'hilippi: Broeden, die (jeündheid zij in l , welke ouk in Chrislm Jezus was. Wat wil de groote Heilige I\'aulus met die woorden zeggen Wil hij, dat wij voor onzen Verlosser die teedere cn gevoelige liefde, hebben , die Ilij voor ons gevoelde op het kruis\'? Wil hij dat wij van inedelijden om zijne smarten tranen storten ? Neen , onze Heer vraagt van ons niet die teedere en gevoelige liefde , die ons tranen doe.t storten en in ons zoo vele verlangens zonder gevolgen doet opkomen ! De hel is vol van deze verlangens, en ijdel zijn die teederheden, die wij wenschen te gevoelen, alsof ons heil daarvan afhing. Men moet ze niet verlangen of niet zoeken, want gewoonlijk dienen ze slechts tot vermaak en zijn alleen goed voor zwakke geesten. Maar wilt gij weten, welke gezindheid van Jezus Christus de H. Paulus in ons verlangt te zien\'? De gezindheid, waar-

ij Directions Spir. de S. Fr. lt;lc S. par Chaii-

mont, torn. 11. chap. Xll.

é

-a

-ocr page 220-

cxjr

EKN EX TWINTIGSTE DAG.

d _

cgt; I

20Ö

•\' door de Heer zich vernederd, zich ver-i\' nietigd, zich ontledigd heeft. Met ons » terug te brengen tot ons niet, met ons i\' te ledigen van ons zeiven, dat is: van » al onze driften , neigingen , afgekeerd-»heden en al onzen tegenzin voor het ii goede, niet ons zeiven en onze eigen-« liefde voortdurend te versterven, daar-» door moeten wij komen tot dien toestand igt; waarvan de II. Paulus zegt: ik leef niet n meer, maar Christus Irefl in mij.quot;

.la, zoo moet het zijn, Christus moet in ons leven; de deugden van zijn 11. Hart moeten onze deugden worden. Wat be-teekent anders onze liefde ? Als wij in ons hart do zonde koesteren en de ondeugden ;ils onkruid welig laten tieren, zal dan de Bruidegom van onze zielen met welgevallen in den tuin onzes harten rondwandelen? Daar staat van Hem geschreven, dat Hij slechts weidt ojider de leliën.

» Weest mijne navolgers, gelijk ik het igt; ben van Christus,quot; zegt wederom de groote H. Paulus. En hoe was hij do navolger van C.hristns\'? Dat zegt ons zijn groote bewonderaar, de 11. Joannes Chrv-

iXS

-ocr page 221-

IEP2----%

^ 210 KEN KN TWINTIGSTE DAG. _ g\'

sostoimis; « Kon ik het hart van Faulu* »(\'(Mis zien, dat ruime hart, \'t welk steden, a provinciën en koninkrijken omvatte; dat « wonderbare hart, verheven nis de hemel, » schitterender dan de zon, vuriger dan « vlammen , sterker dan diamant; roor-ii iraar. hel hart van Paulm, was hel har! ii run (Ihristm zelf!quot;

I\'üuIus had dus zijn havt gelijk gemaakt aan \'til. Hart van Jezus. Ue liefde, liet. niedelijden, de ijver, de zachtmoedigheid, de nederigheid, de verachting van taard-sche , het geduld , al die deugden, welke als lichtende stralen het 11. Hart van Jezus versieren, zij waren overgegaan in het hart van Paulas en na dat alles zegt hij ons; 1\' weest mijne navolgers gelijk ik het ben « van Christus.quot; Ons hart moet dus gelijkvormig worden aan \'t H. Hart van Jezus, en zoolang in ons nog ééne ondeugd wortelt , zoolang er ons nog ééue deugd ontbreekt, of er ten minste de werkdadige wil niet is, om die ondeugd uit te roeien en die deugd te verkrijgen, zoolang kunnen wij niet zeggen, dat de waarachtige, wezenlijke godsvrucht tot het 11. Hart in onze ziel is.

êU

-ocr page 222-

HUN EN TWINTIGSTE DAG. 311

()n.s hart, is ons gegeven, y.011 men kunnen «eggen, als een ruwe, ongobeitelde marmersteen, zonder vorm of schoonheid, dan die welke er God-zelf ingelegd heeft bij het II. Doopsel. Het kan een afbeeldsel van \'til. Hart worden, maar \'tis er nog ver af. Wat hebben wij te doen ? Dien steen onophoudelijk te bewerken, met don heitel dei- versterving , der vernedering, des gedulds. Voortdurend moeten wij ons oog gevestigd houden op het voorbeeld, dat ons gegeven is in \'til. Hart, door slag op slag, stuk voor stuk, moet alle ruwheid en oneffenheid verdwijnen totdat eindelijk het heerlijke beeld van Jezus H. Hart met al zijne deugden ook in ons hart zichtbaar wordt. Eu och, of wij dien arbeid voltooid mochten hebben op den dag, dat wij worden opgeroepen tot ons loon en tot de eeuwige onafscheidelijke 1 vereeniging met het H. Hart van Jezus! hit bedoelde de H. Paulus, toen hij uitriep : «Mijne kinderen, andermaal lijd ik » voor u de smarten der baring, tot Christus )gt; in u gevormd zij.\')quot;

11 Gal. TV. 19.

LI f

-ocr page 223-

-^98

quot;p 212 BBS BN TWINTIGSTK IIAU. _ ^

En /.on cr voor ons iets eervoller kun-ncii zijn, dan te gelijken op Jezus Christus, den God der Hemelen ? «Gij zult als « Goden zijnhad eeuuiaal de slang gezegd tot onze eerste ouders, en zij waren dwaas genoeg het te gelooven. Gelijk zijn aan God, neen, die eer is voor een mensch te groot! Wat in het Oude Testament vermetelheid was, dat is in het Niemvc Testament, onder de liefdewet van Jezus Christus , gehod. Hij werd aan ons gelijk. Hij daalde van de hooge hemelen tot ons neer, en wij, wij mogen niet alleen, maar wij moeien tot Hem opklimmen. Hem gelijken in deugd en heiligheid. Welk eene eer,

zegt de H. Cyprianus, aan God gelijk te zijn ! Wat geluk, ais eene deugd te mogen bezitten, wat in God zelf geprezen wordt\'). Tot die eer en dat geluk zijn wij geroepen door de liefdevolle verwaardiging van Hem, die tot ons in het Evangelie zegt: Zm iemand zijn kruis niet opneemt en mij niet vohjt, deie, is Mijner niet waardig!

ctf

O Ui

)) S. (\'ypr. lil), de bono patientiae.

V)

o U5gt;^ o

-ocr page 224-

V.KN KN TAVlNTrOSTK DAO.

U

y

vo

V oo n i om en s.

1° Met kracht; gaan arbeiden aan de gelijk-vonniglieid )nct Jezus door zaehtmoediglicid, notnioedigheid, verdraagzaamteid, versterving, enz.

2° Dikwijls herhalen ; Mijn Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (100 dagen Aflaat, eens per dag.)

VOORBEELD.

PAUA.BKI-.

C\'Naar aenc gedachte v. d. II. Yrojwiswh mn Sates.J

Eene moeder had een kind van enkele jaren; \'t was hare vreugde en zij de vreugde van het kind. Doch zie, daar nadert de tijd der jaar-lijksche aderlating , zooals die vroeger algemeen gebruikelijk was. Op vooraf bepaalden dag treedt de geneesheer binnen. Het kind heeft een appel ontvangen en vermaakt zich daarmede. De geneesheer haalt zijne werktuigen te voorgt;chijn en begint zijne bewerking op de moeder. Het kind ziet toe zonder spreken. Daar vloeit eensklaprt het bloed der moeder en de geneesheer haast zich het in een bekken op te vangen. Dat was te veel voor \'t minnend kinderhart. Het bloed zijner moeder zien stroomen en daarbij ongeroerd blijven , dat was niet mogelijk; tranen vulden zijne te voren zoo glinsterende oogen en luide jammerkreten . als wilde men zijne moeder dooden, weerklonken door het vertrek. — De geneesheer ^

-ocr page 225-

sluit eindelijk liet Woed . verzorgt de wonde cn vertrekt. Bleek cn eenigszins verzwakt, zit de moeder neder; de tranen in\'t kinderoog beginnen te drogen. Toen vroeg de moeder aan \'t kind. den appel, waarmede liet speelde : maar. zijne pas betuigde liefde vergetende, weigerde het kind, en zoodoende deed het de moeder meer lijden door die weigering, dan de goneesheer door zijne Iieilzame wonde. —

.Dat kind, zegt de H. .i\'\'raneiseus van Sales, dat kind zijn wij. Ook wij worden gevoelig getroffen , als wij Louginus zijne lans zien ophcfl\'en, zien tocstooten, .Tezus\' Hart doorboren, en bloed cn water uit dat minnend Hart zien vloeien. Maar ais dat Hart een ofl\'ertje van ons vraagt , een bedwingen van uns ongeduld, eenc vernedering, een kleine versterving, een vurig gebed, waarmede wij Het zouden kunnen vertroosten, dun weigeren wij het eu bedroeven alzoo dat minzaam Hart, dat, zooveel liefde, zooveel dankbaarheid van ons verwachten mocht.

GEJil\'ll).

o llcwondercuswaardig Hart van Jezus, Bron en Toonbeeld aller deugden , o Spiegel, waarin ik mijne eigene gebreken cn onvolmaaktheden zoo duidelijk beschouw, zend een straal van uw licht cn een vonk van uw vuur op mijn hurt, opdat die vlam daar alle roest van zonden mogen wegbranden.

——

-ocr page 226-

Twee en twintigste Dag.

Hel H. Hart van Jezns. ons Voorbeeld van Zaclitmoediarlioirt.

Ik.n schoon gezicht moet het gcwoist ilcn Iwuniiiiclijkon Verlosser fa-zien neerzitten , op de groene heuvelen van Pulestinn , omringd van zijne luisterende leerlingen, op humu! henrt omringd van een talrijke schare, die in steeds tireeder kringen zich uitbreidde, en waarvan zelfs de verstafstaande nog een klank trachtte op te vangen van die hcmelsche stem , die met onweerstaanbare zachtheid en toch met nadruk zoo schoone waarbeden verkondigde. Weer zat Hij neer en schoone gelijkenissen ontrolden zijne lippen. Toen zond Hij twee en zeventig der zijnen naar alle stad en plaats , waar

a 3^73 - jJo

-ocr page 227-

TWKK KN TWIXTtnSTE

Ilij zeil\' zou korncii\'). Geld of goéd gul Hij hun niet mede, maar leermgen zoo schoon en toch zoo eenvoudig, dat goddelijke wijsheid in ieder woord doorstraalt. Hij besloot ze met deze woorden: «Neemt ii mijn juk np u, en leert van Mij, dat Ik ii y.ichtmoedig en nederig van hark hen, en ii gij zult rust vinden voor uwe zielen; want « mijn juk is zoet en mijn last is licht.quot;

Leert van Mij zachtmoedig zijn ! Wat trok die scharen met zoo onweerstaanbare macht tot zijn landelijken leerstoel t Wat trok de zondares Magdalemi tot den Heer, met zooveel kracht, dat zij eene vurige minnares des kruises werd \'? quot;t Was, zegt de H. Augustinus, zijne zachtmoedigheid, die te lezen stond in den blik zijner oogen, in de woorden zijner lippen, in de gebaren zijner hand, in den nooit gestoorden glimlach van zijn mond. Voorwaar, gelijk do

bijen om den honig, zoo verzamelen zich de menschen om de zachtmoedigen.

Wat is zachtmoedigheid? \'t Is die kalme gemoedsgesteldheid, waardoor wij zonder

1) Luc, X, ) et acqu.

wS 1 è

i P-

c^ëtts I bt

-ocr page 228-

TWEK KN TWIUTIOSTE DAG.

_^ng 217 f

, b

onrust al het oniiangename verdragen wat ons overkomt. I):it onaangename mag ons aangedaan worden door onwil of onwetend heid van anderen, of wel worden meegc-hracht door een samenloop van omstandigheden, waaraan de mensch niets veranderen kan , de zachtmoedige blijft kalm , gelijk aan die rotsen in de zee, welke door golf en storm voortdurend worden gegeeseld, tnaar te midden van alle daar staan

Zoo was het Goddelijk Hart. Welk Hart is ooit meer bestormd door allerlei lijden, dat word aangedaan door den onwil der eenen, door de onwetendheid der anderen ? Welk Hart verkeerde, ooit in pijnlijker omstandigheden\'? Als maar de wil zijns llemelschen Vaders geschiedde, dan kon de geheele wereld samenspannen, om Jezus te doen lijden , Hem te beleedigen , Hem het bitterste verdriet aan te doen , — zijn goddelijk Hart bleef kalm, zacht, zonder bitterheid, gelijk aan die parelschelpen in de zee, welke door het zeewater zijn omringd en geslingerd worden naar alle kanten , maar nooit een enkel druppeltje

gewoel rustig als gebeurde, rondom niets.

-Xillo

bG3;

9^

-ocr page 229-

g-TpXj

21S nVKK EX TWINTIGSTK DAG.

van hitter zeewater in zich opnemen1). In de armoede te Betlileheni, in de ont-lieringcu van de bange vlucht naar Egypte, bij het bittere brood der ballingschap in dat land , aan de schaafbank van Jozel\', te midden van ontelbare volksmenigten, omringd door Pharizeëers, gefolterd door beulen, verlaten op Calvarië , altijd was dat Hart even rustig en kalm, als toen Hij Ie midden van storm en onweder in Petrus\' scheepje sluimerend neerlag.

God, welk een verschil met ons gedrag! Wij zoeken ons zelven, ons eigen gemak en voldoening, en wij wenden het oog af van den wil en de glorie Gods. Vandaar onrust , onverduldigheid , driftigheid , die •in ons opkomt en waaraan wij toegeven zoodra de omstandigheden aan ons gemak en onze eigene voldoening in den weg staan, Kn o, wat is er dan weinig noodig, om al onze voornemens van zachtmoedigheid in rook te doen opgaan! Verandering van weer, hitte of koude, regen of zonneschijn, teleurstelling in verwachtingen, ongesteldheid en ziekte, tegenval in den arbeid,

1» IT. Franc. v. Sales.

- y-tLio

-ocr page 230-

TWKK EX \'1\'\\V 1 NTl(iS L K I).Vlt;i.

«•en misstap, een tout , een gebrek, och, hoe dikwijls doen zij in ons hart een storm ontstaan, die wij bij alle pogingen niet kunnen bedwingen en waarvan aanstonds ons gelaat de teekenen draagt 1

Hoe gedroeg /ieli het 11. Hart ten op-/.ichte van anderen? Daar is geen kla^ van personen, mei wie onze Heer meer omging, dan met het geringe volk. Armen omringden Hem , zieken lieten Hem geen rust; de meesten zijner Apostelen waren ruwe, ongeletterde, ja door en door onwetende mannen, goed van bedoeling, maar vol gebreken; Hij wijdde aan hen moeite en zorgen, om ben te onderrichten. Hij herhaalde hun zijne gezegden, kleedde zijne leer in bevattelijke gelijkenissen en wanneer Hij zich aldus vermoeid had, dun loonden zij door hun gedrag en hunne woorden, dat. zij weinig of niets van zijne leer begrepen hadden. Ondank was zeer dikwijls zijn deel , smadelijke behandeling van Schriftgeleerden en l\'barizeërs zijn dagelijksch brood ; de Sunaritanen belee-«ligden Hem zoozeer, dat Joannes en Jacobus vcwmiwimwlim) lilt;.t VUUl\' llil (letl helllel ,

5p

-ocr page 231-

m-

^ 220 TWEK KS TWIJCTrOSTK HiG. * ?

wilden doen neervallen op hunne stad; de schijnheiligheid der Schriftgeleerden, de spotternijen der Sadduceën, de kaakslag hij Caïphas, de pijnigingen der heulen, de veroordeeling door Pilatus, de lasteringen van den moordenaar aan \'t kruis, waren allerbitterst en het duizendste gedeelte zou voldoende geweest zijn, om de zachtmoedigheid van een Heilige aan \'t wankelen te brengen. Maar \'t H. Hart? Kalm verschijnt het overal te midden dier stormen , rustig, zonder wrevel, zonder bitterheid, zacht cn gedwee, gelijk een onschuldig lam tc midden van grijpende wolven, die hét van alle kanten omringen; als een schaap, dat ter slachtbank geleid wordt, zonder zelfs den mond te openen. Ja, zoo groot was die zachtmoedigheid, dat de 11. Paulus de christenen van Gorinthe bad en bezwoer « bij de; zachtmoedigheid ii en goedheid van Christus1);quot; hij veronderstelde , dat zij van die zachtmoedigheid een onuitwischbaar beeld in hunne zielen droegen.

Soms toch zien wij \'s Hecren oog.fonke-1) 2 Cor. X. 1.

£o

ife

-ocr page 232-

TWKK KN TWINTIGSTE DAG. 331

Ion, zijne stem trilde, zijne handen hief Hij op en geesels deed Hij neerkomen op de koopers en verkoopers in den tempel. Waarvoor was hetOm ons te loeren , dat deze les van David zeer goed uitvoerbaar is : Wordt gram en zondigt ui cl\') ; om ons te loeren , dat heilige verontwaardiging geheel iets anders is, dan drift en opvliegendheid.

Dat 11. Hart was zacht, wanneer Jozef en Maria hunne lieftallige bevelen gaven; geen wonder; maar, zegt ge , wolk hart, zou hij zulk een omgang niet zacht zijn \'t Jnist daarom hoeft dat H. Hart ook zacht en kalm willen blijven, toen onrechtvaardige rechters on wreede beulen Hom barsch bevalen het kruis op zijne schouderen te nemen en zich er op uit te strekken, om ons te loeren niet alleen zachtmoedig te zijn ten opzichte van welwillende personen, maar ook ten opzichte van vijanden eu vervolgers, en geen drift te laten blijken, al geeft men ons op barschen toon bevelen, die men misschien het recht niet heeft ons

1) IV. IV, 5.

a JSgt;\'J exit

-ocr page 233-

W2-^3

2^3 TWEE ES TWINTIGSTE DAG.

tc geven, o Wnarlijk goddclijkc z:i(;lu-jnocdighcid !

Hoe gedraagt zich ons hart in den omgang met anderen 1 Waar nienschen zijn. daar zijn menschelijke gebreken te verdragen , daar valt altijd iets te lijden; maar hoe lijden wij het? Hoe dikwijls tooneu wij dan in den omgang, zelfs met onze vrienden, dat het zoo moeilijk is zich /.elven te bezitten en altijd gelaten en kalm te zijn, wat ons ook overkome. Och , ol wij toch eens leerden van het Goddelijk Hart, dat het geene kunst of deugd is, om te gaan met personen, zonder gebreken , maar dat het waarlijk deugdzaam en verdienstelijk is om te gaan met personen, die veel gebreken hebben, die ons doen lijden, en ons tegenwerken , dikwijls zonder dat zij het zelf bemerken. Hoe gerust zouden wij dan ons leven slijten volgens de woorden van \'t H. Hart zelf; Zalig zijn de z-achtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitlen, en : leed ran Mij zachtmoedig en ootmoedig te zijn , en gij zult rust vinden voor uwe zielen\').

1) Mt. XI, 39.

503

4

^lt;2.

-ocr page 234-

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 223

\'Voornemens.

1. Alle ongeduld zorgvuldig bedwingen «mi kwaad niet goed vergelden.

2. Alle hevigheid en onrust, in handelen vermijden.

3. Dikwijls herhalen : Mijn Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (All. 300 dagen , eens per dag.)

VOORBEELD.

Niemand der latere Heiligen heeft het wellicht in de navolging der zachtmoedigheid des Heeren verder gebracht dan de beminnelijke H. Francis-eus van Sales ; men behoeft zijne levensbeschrijving slechts open te slaan , om op iedere bladzijde de bewijzen er van te vinden.

Eens was hij te Geneve en had daar een openbare twistrede over het geloof, welke drie uren duurde, met den predikant Lafaye. Het dispuut liep over de eenheid der Kerk, over het H. Sacrament des Altaars en de H. Mis, over de goede werken, het vagevuur, de vereering der Heiligen cn nog andere leerstukken. De predikant werd op alle punten geslagen. In plaats van zich gewonnen te geven, barstte hij in hevigen toorn uit en begon een stortvloed van scheldwoorden tegen Franciscus uit te braken. Drogredenaar, toove-naar, valsche profeet, die door zijne gladde tong

ife--ii

r

-ocr page 235-

gp-

v 22i TWEE EN TWINTIGSTE DAO. • •,

dc volkeren verleidde, dut alles eu nog meer moest Fr:inciscus hooren. Deze bleef zoo kalm ,

«ilsof die uitbarsting van toorn hem niet in lief-minste aanging. Sommige Katholieken, die er tegenwoordig waren, sehenen echter met deze handelwijze van Franriscus in \'t geheel niet ingenomen en klaagden over zijne bedaardheid; zij zouden gewild hebben, dat hij den predikant; met gelijke munt betaald had en zich zoo jmbliek niet ongestraft had moeten laten beleedigen. Maar l\'raneiscus antwoordde hun : ,, Onze Hei-i-„ heeft immers de ware leer altijd op eene he-^ minnelijke wijze verkondigd, en ik moet toeU „ de bewonderenswaardige en zeer voorziehtigr, „ leerwijze mijns Meesters tot voorbeeld nemen.

Hij toeh is de Opperste Wijsheid, die zich niet „ bedriegen kan. Nooit heb ik mij van s -herpe. n antwoorden bediend , of ik heb er naderhand „ spijt van gehad. Men wint de mensehen veel „ meer door liefde, dan door strengheid; wij j, moeten niet slechts goed, maar zeer goed „ zijn.quot; — Als dan ook de ketters hem op straat nariepen en hem beleedigenue scheldnamen gaven , dan deed hij juist alsof hij het. niet hoorde en antwoordde niet anders dan door minzaam zijn hoed af te nemen of hen , die hem be.cedigdeu ïeer beleefd te groeten. (1)

1) (Itamon , Vie dc St. Kr. de S.)

%

-ocr page 236-

GEBED

der 11. Kerk.

o God , die door het geduld van uwen Ecugeboren Zoon, den hoogmoed van den ouden vijand hebt vernederd , geef ons , smeeken wij , dat wij al hetgeen Hij voor ons verdroeg, waardiglijk mogen overwegen en zoo naar zijn voorbeeld al wat ons tegengaat niet - gelatenheid mogen verdragen. Door dcnzelfden Jezus Christus, uwen Zoon , onzen Heer, die met lquot; leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

i

-ocr page 237-

Drie en twintigste Dag.

Hot H. Hart, ons Toonbeeld van Ootmoedigheid.

f- gt; »8 jE-

is gccuc ondeugd op de wereld ^^^?7.oo algemeen als de hoovaardighcid, \' zegt de 11. Franciscus van Sales.

Alle menschen hebben die overgeërfd van onze eerste ouders, die zich uit. hoovaar-digheid, uit verlangen om aan God gelijk te zijn, tot hunne eerste zonde lieten verleiden. Daarom , zegt die zelfde Heilige , kwam Onze Heer op de wereld, om daar in plaats van den trotschen boom der hoovaardigheid een nederig plantje te zetten; dat plantje heet ootmoedigheid. Hij verzorgde het met teedere oplettendheid , om het wortel te doen schieten en welig te doen groeien; daarom gat\'

gt;1 | W )

quot;3©^ 1

-ocr page 238-

------------

BRIE KN TWINTIGSTE DAG. 237

zijn U. Hart ons dc schoonste voorbeelden en lessen der allerdiepste ootmoedigheid. Leert van Mij dal Ik .... ooimoedig van harte hen.

Ja waarlijk, de Heer mocht zich ten voorbeeld stellen van ootmoedigheid; want gelijk Hij volgens zijne goddelijke natuur verheven was hoven alles, wat geschapen is, zoo heeft Hij zich volgens zijne men-schelijke natuur beneden alle schepsel vernederd door zijne ootmoedigheid. « Hij » heeft zich vernederd, zegt dc H. Pau-» lus, gehoorzaam geworden tot den dood, igt; ja tot den dood des kruises; daarom » ook heeft God Hem verheven en Hem » een naam gegeven , die boven alle namen » is , opdat in zijn naam alle knie gebogen ii worde van die in den Hemel, op de ii aarde en onder de aarde zijn1).quot;

Leert van mij ootmoedig zijn. Hoort gij het? zegt de H. Augustinus; de Heer zegt niet: leert van mij een wereld vormen, en al wat er is, zichtbaar of onzichtbaar , uit niet voortbrengen, — of wonderen doen op de wereld, — of dooden 1) Philip. IT. 9.

-tl?

-ocr page 239-

CÏcVj

228 DUIK BK TWINTIGSTE DAO.

verwekken, maar : leert van mij zachtmoedig en ootmoedig te zijn.

Waar leerde het II. Hart ons die ootmoedigheid Ga naar den stal van Bethlehem en vraag aan dat arme kind, dat daar ligt: o Zoon van (iod, waar is uw troon , uw paleis, uw tempel. uwe. ccrewaeht\'? Het zal u zeggen; De men-schen beroemen zich op hunne geboorte; mijn roem is, door te gaan voor den zoon van ecu armen handwerksman. Mijn troon is eene krilibe; mijn paleis en mijn tempel een stal; mijne eerewacht een os en een ezel! Ga naar den werkwinkel van .lozel\' en vraag daar aan dien Jongeling met heinelsehe gelaatstrekken ; o Zoon van David, waar is uw konings-schepter\'? En Hij zal u eene schaaf of een beitel toonen, zeggende : de menschen beroemen zich op hunne rijkdommen, mijn roem is arm te zijn, zoo arm, dat ik weldra geen steen zal bezitten, om mijn hoofd daarop neer te leggen. • — De meusch beroemt zich op zijn verstand; — Jezus ! verbergt zijne goddelijke wijsheid onder het uiterlijke van een kind; demcnsch

otJë^

-ocr page 240-

ip---------------------^

UKTK KK TWINTIGSTK PAO. ias» quot;

verlangt naar eer en aanzien, en Jezus? quot;ij vlucht als nicn Hem konitig wil maken ; - de rnensch verlangt, dat de heele wereld zijne goede daden kenne, Jezus doet zijne wonderen liefst in stilte; de mcnsch verlangt gediend (c worden door anderen , Jezus zegt luide ; Ik hen niet (jekomen , om uediend Ie worden, waar om. te dienen\'), en Hij liewecs dan ook zijnen Apostelen den allernederigsten dienst der voetwasschiug. He mensclien ontvluchten alle vernedering; zij willen de eersten zijn, de. meest geprezenen ; en Jezus\'? Gelijk de mensclien de eer najagen , zoo betrachtte zijn Hart de vernedering , Hij dorstte er naar, Hij zocht ze overal op, zij was zijne trouwe gezellin tot aan zijn laatsten suik ; want tot op het kruis wilde quot;ij. de Rechtvaardigheid zelve, nog doorgaan voor een misdadiger en hangen tusschen twee boosdoeners, als was Hij de grootste van allen ! « o Laat-» ste en hoogste der menschen! o Nede-» rige en verhevene ! o Schande der men-»schen en glorie der Engelen! Voor-1) Marc-. X , K.

ScA---------------------------dB

-ocr page 241-

33(1

gt;■ waar niemand is zoo verheven en nic-» mand zon vernederd !quot; roept de H. Ber-nardus uit; en de II. Augnstinns zegt: lt;gt; Wanneer ik ftcn naam van Christus »slechts noem, dan beveel ik reeds do »ootmoedigheid aan.quot; Hoe zouden wij dan bij zulke voorbeelden , zijne lesyrn niet aannemen.

« Die z ich verheft, ;■«/ vernederd worden en die zich vernedert, :nl verheven worden \')quot; zoo leerde Hij. En toen zijne leerlingen eens twistten om den voorrang, zeide \'Ui lain : «Indien (jij niet wordt als kleine kin-igt; deren, zult (jij hel rijk der Hemelen niet x ingaan1).quot; Als kinderen moesten zij worden zonder hoogmoed, zonder eigendunk, zonder vrees voor vernedering. En bij eene andere gelegenheid vermaande hij hen dringend; « Dat degene, die de eerste gt;1 wil zijn , de dienaar worde van ( Hen*).quot;

En wat anders zon zijn doel geweest zijn met de parabel van den Pharizeër en den Tollenaar, dan aan zijne leerlingen en

1

31 Vlt;d. Mt. XX. 30.

ni; rgt;, Kquot;N twintigste pao.

-ocr page 242-

cff^--^

imiE K.N TWINTIGSTE BAG. 331 j

aan ons aanschouwelijk voor te stollen,

iliit wij nederig moeten zijn ten opzichte van (tod en van den evennaaste ? Zie?, ■zoo scheen de Heer te zeggen, de Pharizcër verkreeg niets, omdat hij in zich zeiven behagen nam en zich beter achtte dan den Tollenaar. Deze echter erkende voor God («n zondaar te zijn, hij klopte op -zijne borst, vernederde zich en ging gerechtvaardigd heen.

Ootmoedigheid is waarheid , zegt de 11. Teresia. Dat wil zeggen, de ootmoedige behoeft niet blind te zijn voor de goede eigenschappen , deugden en genaden , die hij bezit; neen, ook het Goddelijk Hart erkende in zijne menschelijke natuur eigenschappen en voorrechten, die Hem de achting van Engelen lt;\'11 menschen waardig maakten; maar om ons in alles ten voorbeeld te zijn, zocht dat Goddelijke Hart die achting niet, en als men ze Hem weigerde , beklaagde Hij er zich niet over, maar verdroeg het in stilte; Hij schreel al wat Hij in zijne menschelijke natuur bezat, niet toe aan zich zeiven, maar al di* glorie gaf Hij er van aan God, zijnen Vader.

-F5

IL o

ïfe

-ocr page 243-

DRIE KX TWIXTrGSTK DAG.

■)

En Hij deed dit tot onze. onderrichting. Zoo God ons gaven en genaden schenkt, die ons boven anderen doen uitschi jnen, wat hebben wij dan te doen? Die gaven en genaden bij de menschen te doen gelden\'? Kr de eer en achting voor te eischen, waarop zij ons recht schijnen te. geven? Dat heeft het H. Hart ons anders geleerd door woord en voorbeeld, Ja zelfs door zi jne bedreigingen; want met eene zekerheid, die nooit falen kan, zegt Hij; die zich verheft, :lt;il vernederd worden. Zullen wij ons dan beklagen, als men ons de. eer en achting niet geeft, waarop wij recht meenen te hebben ? Neen , zegt. ons het H. Hart, neen; want. al* ij ij alles :.ull (jedaan hebben, wal (jij moest doen, z-eyl dan nog: wij zijn onnulle dienstknechten, die enkel gedaan hebben, wat wij moesten doen\'). Wat gij ook doet, of wat gi j ook aan deugd bezit, \'tzijn gaven van God, die ze even goed aan een ander hail kunnen geven. Jteroem u er niet op; want heeft een beitel wel het recht zich te beroemen op het beeld, dat de meester door zijn toedoen

1\\ T .... V VTT

-ocr page 244-

iJRri; kn twixmustk u.vo.

^ng

:i;« 3!

ficbecldhouwd heeft; of heeft het penseel reden om groot te gaan op het schilderstuk, dat de hand van den schilder vervaardigde\'? En, zegt de II. Panlus, iral hebt gij, dat (jij niet ontvangen hebt Kn als gij het ontvangen hebt, waarom verheft gij er it dan op, alsof gij hel niet ontvangen hebt ?\' |

Wat vraagt dan het if. Hart van ons? Dat wij de nederigheid liefhebben, niet eehter de nederigheid, die enkel in woorden bestaat, maar in daden, in het beminnen der vernederingen en der berispingen; want zoolang men deze niet bemint en in dank van (Jods hand aanneemt, is men niet waarlijk ootmoedig. En, zegt de II. BiTiiardus, velen zijn nederig in woorden, maar weinigen in het hart. (leef glorie aan God alleen, schrijf aan Hem het welslagen uwer pogingen toe; en erken het in alle oprechtheid, dat gij slechts stof en asch zijt, die geene eer en achting waardig zijt, maar enkel, geli jk de II. Paulas zegt, verdient behandeld te worden als het uitvaagsel der wereld, \'t welk vertreden eu

1 I Cov. IV. T.

-ocr page 245-

^----—^

33-1 DRIE EN TWrNTIGSrj; DAG.

weggeworpen wordt, o Ootmoedig Hart van Jezus, genees door uwe nederigheid , de hoovaardigheid onzer harten !

quot;V oornemens.

Jquot; Nooit zonder noodzakelijkheid van ons zeiven spreken, \'t zij goed of kwaad.

2° Zich in zijne eigene aehting niet op iets verheffen; maar bij voorspoed alle glorie aan God geven en bij tegenspoed alle vernedering kalm aanvaarden.

o0 Vurig bidden om de deugd van ootmoedigheid.

VOORBEELD.

Eens sprak de Gelukz. Margareta Maria van zich zelve en gaf daarbij tot; aan een gevoel van eigenliefde. Toen zij alleen was, verscheen haaide Zaligmaker met een streng gelaat en berispte haar ernstig: „quot;Wat hebt gij, stof en aseh, waarover gij u kunt beroemen ? Gij hebt van u zelve slechts nietigheid en ellende; dit moogt gij niet nit het oog verliezen. Maar opdat gij door de grootheid mijner gaven uzelve niet zoudt miskennen, zal ik u de gesteltenis uwer ziel laten zien.\'quot;

Toen zag zij in een tafereel al hare zonden, gebreken en onvolmaaktheden. Dit gezicht veroorzaakte haar een zoo levendigen afkeer v an zich zelve, dat zij bijna in onmacht viel. Zij riep

£4------fS

ü U 9- - - .\'. Ü O

-ocr page 246-

DKIK EN TWINTIGSTE DAG.

uit: „ o Mijn God doe mij sterven of verberg mij dit gezicht; ik kun bij het zien ev van nint leven/\' Zij giug: zich nn van hare fouten beschuldigen bij hare Overste en verzocht haar om cene penitentie. Hoe streng deze ook was, zij kwam aan Margareta uiterst zacht voor , iu vergelijking met die, welke de Heer haar door dal gezicht had opgelegd. (Vie de la H. M. M. Alae.)

GEB KI).

der 11. Kerk.

o God, die aan de hoogmoedigeu weerstaal-eu uwe genade verleent aan de nederigen , geelquot; ons de deugd eener ware ootmoedigheid : uv\\ cenige Zoon heeft daarvan aan de geloovigen iu zich zeiven een beeld getoond; geef ook, dat wij nooit door onzen hoogmoed uwen toorn gaande maken, maar veeleer door onze nederigheid de gaven uwer genade mogen verwerven. Door denstelden Jezus Christus , uwen Zoon , onzen Heer, die met ü leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 247-

vO c)

Vier en twintigste Dag.

telen; door die woorden gai Hij te ke ■uien, dat zijn Hart te allen tijde bereid was, om allen in alles van dienst, te zijn. Niemand zondert Hij uit, aan allen zal Hij zijne diensten bewijzen; ook geen dienst zal Hem te zwaar, te vernederend of te moeilijk zijn; Hij zal zich geheel tocunjdim aan den dienst van zijnen medeniensch, alle gelegenheden zal Hij zoeken en te baat. nemen, om de meest mogelijke liefde op de liefderijkste wijze te betoenen. Wij , mensehen, wij zien dikwijls op bet uiter-24. scq.

-ocr page 248-

VIER ES TWINTIGSTE DAG. 337

lijkc alleen ; en wij mcenen voor het heil des naasten al veel gedaan te hebben, zoo wij de armen in hun lichamelijken nood bijstaan; voor hunne zielen te zorgen, dat meent men meestal aan priesters en kloosterlingen te mogen overlaten. Maar tot beide, tot ziel en lichaam, strekte zich de medelijdende liefde van Jezus\' II, Hart uit, en daarin was Het ons aller voorbeeld, want, zoo zegde Hij ons : Ucmint elkander, (lelijk Ik ii heli liefgehad.

Welnu, hoe beminde het II. Hart van Jezus den naaste\'? Zonder onderscheid van personen. Daar waren onder degenen aan wie Hij weldeed, armen en rijken, zondaars en rechtvaardigen, wijzen en onwijzen, vrienden en vijanden. Allen beschouwde Hij als kinderen van zijnen Hemelschen Vader, in wier zielen het beeld van God onnitwischbaar gedrukt was. Hij zag door de lichamen heen, en of nu dat. lichaam bedekt was met lompen of met rijke kleederen , of iemands manieren hem deden kennen als van hooge geboorte of wel als behoorende tot de lagere volksklassen , zijne liefde was dezelfde. Ö1--------------LL

-ocr page 249-

VfKR KK TWINTIGSTE DAG.

^ \' 238 t\'

s

Kn wij? Welk groot deel onzer achting •■n liefde wordt ingenomen door stand, r ijkdom en vertoon, terwijl de arme cn geringe zoo dikwijls uit de hoogte wordt tiehandeld, als hij niet wordt veracht!

Op wie daalden de, weldaden des Hoeren in ruime mate neer\'? Op mcnschen van allen stand; maar bij voorkeur op dezulken, van welke Hij geen vergelding verwachten kon. Kreupelen cn lammen en bezetenen ei» mclaatschen waren zijn gewone omgeving. Waar leest men, dat Hij er ooit een enkelen heeft afgewezen ? Verbeeld u dien bemin-nelijken Verlosser, omringd van dat leger van zieken ; zie, hoe Hij voor allen een minzamen glimlach , een troostend woord over heeft; al zijne manieren kenmerken wel een hooger wezen en boezemen eerbied in ; maar niets strengs, niets afschrikkends in zijn wijze van doen; aan niemand laat Hij zijne meerderheid gevoelen. Was het H?,m ooit te veel, wat men Hem vroeg ? Dat zouden ons de Apostelen kunnen zeggen, welke op dien merkwaardigen avond, toen de Heer vermoeid neerzat, de moeders met hare kin-«leren wilden beletten te naderen. •lt; Lnpf

-ocr page 250-

VIEE EN TWINTrOSTE DAG.

da kleinen tot Mij komen,quot; zoo gelastte dc Heer en Hij vergat zijne vermoeienis om hunnentwil.

Kn wat kon Hij voor dat alles terug verwachten \'? Niets , of wel het gewone loon der wereld: ondank. Maar Hij wilde ons di\'ardoor ecu voorbeeld geven van be-Imgelooze liefde. Och, of dat voorbeeld ons leerde, ook in de bewijzen van liefde, die wij den naaste geven, altijd belangeloos te zijn. Wellicht is op ons dikwijls dat woord des Heeren toepasselijk; Als f]ij dan hen weiduet. die n weldoen, wal loon hebt, (jij dan\'\' Dat doen ook de heidenen1).

Dikwijls, zeer dikwijls riep Jezus zijne wondermacht te hulp, om zijne liefde te toonen. Bij den ingang der stad Naïin ziet Hij eene weduwe, die weent over den dood van haar eenigen zoon. Medelijden vervult Jezus\' Hart en zelfs zonder gevraagd te zijn schonk Hij aan den zoon het leven en aan de moeder de vreugde weder. Hij ziet de scharen, die Hem volgen; zij hebben honger en zullen misschien bezwijken...,

1) Mt. V, 47.

amp; quot;3 CX5

-ocr page 251-

l~ ^

i 240 N IKK EN TWrXTIGSTK DACr.

Hi.i doet, vervuld van medelijden, tot tweemaal toe de woestijn getuige zijn van eene wonderbare broodvermenigvuldiging. De opwekking van Lazarus, de verwekking van Jaïrus\' dochtertje, en duizend andere wonderen, die de 11. Scliriltuuv vermeldt, deed Hij, om ons te toonen , dat Hij den cvenmensch beminde, en dat ook wij, in navolging van Hem, onzen cvenmensch beminnen en dienen moeten.

Wat zouden wij zeggen van een koningszoon , die het paleis zijns vaders verliet en zich toewijdde aan den dienst van een doodarm huisgezin\'? Wel groot moet de liefde van dien prins zijn voor die arme lieden. Welnu, dat heeft Jezus gedaan en met de meeste heveidvaardigheid. Zie;, Nicodcmus vraagt, om in den nacht bij Hem te mogen komen: en Jezus was ook des nachts bereid, om Nicodcmus te onderrichten. Ue menigte drong Jezus om Hem te naderen, men liet Hem geen rust, zoodat zelfs zijne dierbare Moeder moeite had, om tot Hem door te dringen2).

Wat de christelijke naasteuliefde ook 3) Jjiic. \\I, 27.

-ocr page 252-

VIKK EX TWI.NTtüSTF. DAG.

g/Sj^-Q

211 T?

lt;loe , wat wonderen zij ook uitwcrkc aan bet zieklied , in de verpeste lucht der gasthuizen, in den rook der slagvelden, altijd zal zij ver beneden die liefde blijven, welke Jezus\' II. Hart den evennaaste bewezen heeft; omdat zijne liefde, zijn medelijden het voorbeeld is, waarnaar alle andere liefde zicli regelt en die wij wel bewonderen en prijzen, maar nooit ten volle evenaren kunnen, al waren wij een H. Vineentinsa I\'aulo of een St. Jan de Deo.

Maar wat te zeggen van zijne medelijdende liefde voor de zielen, voor du zondaars niet alleen die toen leefden, maar voor allen, die in den loop der eeuwen dien ongelukkigen naam zouden drrgen?

Denken wij eens terug aan de dagen, dat de Heer nog op deze wereld van stad tot stad ging en uit zijn Hart zoete woorden op zijne lippen kwamen. Als Hij wandelt over de heuvelen en vlakten van Judea, omringd van zondaars en tollenaars, hoe noemt Hij zich \'? Een herder, die zoekt en roept en zich vermoeit, om het verloren schaapje weer te vinden; een vader, ^ die1 reikhalzend uitziet naar zijn schuldigen, p

cm

ia

-ocr page 253-

VFEIl EN TWINTIGSTE DAG.

maar terugkeerenden zoon ; — eene huls-inoccler, die het verloren geldstuk opzoekt, licht ontsteekt, hare woning uitveegt en zich verheugt, als zij het vindt. Ja zelfs, — igt; wonder der onnitputtelijkste teederheid! —-Hij vergelijkt zich bij eene teedcre hen , die hare. kuikens onder hare moederlijke vleugels wil verzamelen. Ja, het Goddelijk Hart heminde de zondige zielen, Het zocht ze op. Het riep ze, Het belegerde zo als quot;t ware, gelijk een veldheer eene stad, om ze in te nemen en te bezetten; Hij at met hen, overlaadde ze met goedheid, bewoog hun hart, om hun te kunnen zeggen: tiive \'jmde.u worden u vergeven. Dat bewees Hij aan eene onteerde Magdalena, aan verachte tollenaars , aan schuldige vrouwen , aan den moordenaar op\'t kruis; daarvoor stortte Hij zijn zweet, vergoot Hij zijn Bloed, lieklom het kruis en liet ten teeken zijner liefde, nog zijn Hart doorboren, opdat die zichtbare wonde ons ten eeuwigen dage zou leeren, wat onzichtbare liefde tot den mensch in dat Hart besloten was.

Zullen wij dan den evennaaste niet naar c; ziel en lichaam beminnen en belangeloos equot;

f

-ocr page 254-

VrEU EN TWINTIGSTE DAG.

r

243 ^

Iwrcidviiardig hem allo licfdcdicnsteii bewijzen die in onze macht zijn ?

V oornemens.

1° Onze medemcuschen, vooral diegcucu jegens welke wij eenigeu afkeer gevoelen, de grootst mogelijke liefde op de liefderijkste wijze betoenen.

2° In zonde met vertrouwen tot Jezus gaan , vergiflenis verhopen en beterschap beloven.

VOORBEELD.

Hooit, hoe een dichterlijk schrijver uil: onzen tijd (1) de ontmoeting van Jezus en Maria Mag-dalena beschrijft.

Een andermaal is het eene slechte en bekendo zondares, gekomen om Hem te hooren, niet met den wensch om zich te beteren, maar dewijl hare zuster Martha haar daartoe heeft aangespoord. Zij gaat door de straten in de praal en onbeschaamdheid harer schoonheid, met schitterendejuweeleu in het haar. schaamtelooze oogslagen rondom zich werpend, met de zonde in eiken blik en in elk gebaar. Zij is gekomen, om des Nazareners macht te trotseeren. Zij komt binnen het bereik van zijn invloed, hare oogen vestigen zich op Hem en het zoete geluid zijner woorden treft haar oor. (3 , welk eene verandering ondergaat zij ; hare oogen zijn strak op Hem gevestigd,

O! ü

a

1) Dalgairns, Devotie tot het Hart v. Jezus. Hoofdst. II r.

-ocr page 255-

gp.---

ait VIEJl KN TVVINTrGSIF. DAG,

have klem\' komt op en verdwijnt.. .. Verschrikt eu bevreesd door die ongewone ontroering snelt zij naar hnis terug.. .. Maar een onuitsprekolijki!

liefde had zich meester gemaakt van hare ziel, en zij moest die hemelsche gedaante wederzien. Zij wist dat Hij een maaltijd zou bijwonen; hare tegenwoordigheid zou op allen oen indruk maken als die vau eene melaatsche, maar zij bekreunde zich daar niet om. Zij had haar zijden gewaad afgelegd en haar slechtste kleed aangetrokken ; zij nam de juweelen uit de haren ea vertrad ze met den voet. Met loshangende haren en een albasten vaas met kostbaren balsem in hare handen, snelt zij door de straten naar het huis van den Pharizecr. De gasten ïtareu haar met verbazing aan, als zij in die verschijning met bleek gelaat en hangende haren , de „ Mag-dalcnaquot; herkennen. Maar zij ziet niemand dan, Jezus. Aller oogen zijn met nog grooter verwondering op Dezen gevestigd, toen zij op hare knieën achter Hem neerviel, terwijl Hij volgens Bomeinsch gebruik, op het rustbed nederligt.

Allen denken, dat Hij zal temgdemzen; maar zie, zij wordt stoutmoediger, hare lippen naderen zijne voeten. Nu zal Hij stellig opstaan en haar met verachting van zich afstooten 1 Neen, Hij verdraagt de aanraking harer bezoedelde lippen, en het arme verdwaalde schepsel verbreekt haar vaas en stort den balsem op zijne voeten uit, terwijl hare losbarstende tranen ze vrij besproeien

tjq_—-------------df»

cxiECo

-ocr page 256-

VIKR KK TWINTIGSTE D.Vd

cn liaic lange liaarlokkcu zc afdrogen. Zuo liad die Goddelijke Verlosser tot haar hart gesproken I Nu wendt Hij zijne oogen tot haar en temidden van de ademlooze stilte der omstaanders, noodigt het lieftallig geinid zijner stem hen uit, die vrouw te aanschouwen, en verkondigt het luide, dat zij vergiffenis heeft verkregen , omdat zij Hem bemint.

GEBED

o Allerh. Hart van Jezus, dat ons in uw sterfelijk leven de heerlijkste voorbeelden van naastenliefde gegeven hebt, maak dat wij onzen evennaaste beminnen gelijk ons zeiven om God, en dat niets in staat zij die liefde in ons hart te verminderen, opdat wij eeuwig gelukkig mogen zijn met hen, die eenzelfde zaligheid als wij verwaehten. Amen.

C\\ 9

-ocr page 257-

Vijf en twintigste Dag.

Het H. Hart ims voorbeeld iu \'t verachten der aardsche goederen.

wicn is het. best de waarde \'eeiier zaak bekend? Aan hem, 1(li(\' ze maakte. Wie zal dan het ])est de waarde der rijkdommen kennenquot;? Hij, die ze schiep. Onze Heer Jezus Christus, van wien geschreven staat, dat allen door Hem (jemnakl is, lt;;ii zonder Hem niels is gemaakt.\') Hij gat\' dus aan het goud zijne waarde. Hij gelastte aan der. diamant te schitteren en aan den zijdeworm de zijde te spinnen.

Maar toen Hij mensch geworden was , waarop schatte Hij toen in zijn goddelijk Hart dut alles ? Hij wilde ei- niets van

Ï\'

1) Joes. I . 3.

Ifer

- vlö-O

-ocr page 258-

o-ppv;_ -/?nrq

VIJF EX TWINTIGSTE DAG. 247

voor zich, maar gaf het met volle handen aan zijne vijanden , de zondaars, die er zich over verheugen , alsof zij daarmede het geluk veroverd hebben. De vreugd)-werd Hem voorgesteld, zegt de H. Paulas, waar Hij, Hij onderstond hel Inais\'2), het kruis op Calvarië niet alleen, maar geheel zijn leven het zware kruis der ontbering en der armoede O, zijn Hart beminde die ontbering en die armoede! ilij wist, lt;lat de mensch een natuurlijken afkeer daarvan heeft; de erfzonde brengt dien afkeer voort; daarom wilde zijn goddelijk Hart dien staat van armoede omhelzen en beminnen, om ons te leeren, hoe wij dien staat moeten beschouwen. Vragen wij liet niet aan de wereld, wat het is, arm te zijn ; zij zal ons zeggen : « zalig zijn de » bezitters , zalig zijn zij , die het meeste )gt; kunnen genieten , en geld en goed in » overvloed hebben ; ongelukkig is de arme, » die leeft te midden van ontberingen.quot;

Daartegenover stelt het Goddelijk Hart eenc andere zaligspreking, lijnrecht in strijd met de grondregels der wereld; 1) Hcbr. XU,2.

lt;stl--öp\'

-ocr page 259-

VHF KX THtXTIGSTK UAG.

\'—JZD

fl 218

O

/«% ;■//« rff armen ran geest. lt; Ivcreeii-komstig zijn altijd gevolgdc.n rcgtil deed Hij liet voorbeeld aim de leeriiig vooralgaan en begon Hij reeds zijn leven in een armen, verlaten stal, terwijl Hij eene kriblje voor legerstede, een handvol stroo voor bed , schamele doekjes voor deksel had.

Daar in die kribbe vierde Hij als \'t ware met de armoede een geestelijke bruiloft; zij werd zijne bruid, die Hem overal vergezelde , waar Hij ook den voet, zette ; zij was bij Hem in Egypte ; zij verliet Hem niet te Nazareth, zij volgde Hem door Galilea en .ludea , zoodat Hij op zijne reizen in waarheid getuigen kou ; de vossen hebben hunne, holen en de vogelen des Hemels hunne nesten , maar de Zoon des mensehen heeft niets, (zelfs geen steen) om :ijn hoofd daarop le laten rusten\').

Wie volgden Hem en maakten zijn dierbaarst gezelschap uit ? Waren het, rijken dezer aarde\'? \'t Waren twaalf arme, onwetende visschcrs.

quot;ij beminde zeer zeker zijne Moeder, j maar meer nabij, gestadiger bij Hem was

]) I.uc, IX , 58.

9

-ocr page 260-

p

vr.11-\' KN TWIS IIGSTK DAG. - 49

de Arinocdc ; ja , toen die allcrplechtigste ure aanbrak, die over het lot der wereld heslissen zou en de Heer den top van Calvarië bereikt had, wat gebeurde toen\'? Hij bezat nog ééne zaak, die Hem over-dierbaar zijn moest, omdat geliefde handen deze voor Hem gemaakt hadden, \'t Was het kleed zonder naad, vervaardigd door Maria. Ook dat zal Hij uileggen, om ons te leeren , van alles, zcli\'s het dierbaarste wat wij hebben, onthecht te zijn, om de eeuwige goederen te kunnen verkrijgen.

Het kruis werd opgericht. Maria stond aan den voet des kruises. Wie mocht bij Hem komen op dien koninklijken troon\'? Was het zijne Moeder\'? Neen, \'twas de Armoede. Zij was zijne bruid, zij mocht met Hem zegepralen; ontbloot, van alles wilde Hij sterven ; arm was Hij tot in den laatstcn snik, ja nog na zijn dood; want niet in zijn eigen lijkkleed werd Hij gewikkeld, niet zijn eigen graf ontving Hem; maar in geleende doeken en in eens anders graf werd Hij neergelegd.

Zoo waren zijne voorbeelden. Kn zijne

a. • quot;o

-ocr page 261-

c.lt;sprQ

VIJF EX TWINTIGSTE DAG.

^ 250

leering? Zalig de armen van geed. Waarom, o Heerquot;? Want hunner is het rijk der hemelen\') / Zullen de armen dan gemakkelijke)- het rijk der Hemelen verkrijgen Hadden wij onzen Heer eens kunnen zien, toen op een zekeren dag een jongeling bij Hem geweest was, dien Hij voor de Evangelische armoede en de verachting der aard-sche goederen had willen winnen. Die jongeling was rijk, maar gehecht aan zijne goederen; hij ging treurig heen, toe») de Heer hem voorstelde zijne goederen te verkoopen en den prijs aan de armen uit te deelen. Alsdan wendde zich de Heer met bedroefd hart tot zijne leerlingen, zeggende: « o Hoe moeilijk is het voor een «rijke, om zalig te worden. Voorwaar , » ik zeg u , \'t is voor een rijke moeilijk )gt; om het rijk der hemelen binnen te gaan.quot; Zijne leerlingen stonden verbaasd over die woorden. Maar Jezus hernam: « Nog-ii maals zeg Ik n , mijne kinderen, wat ii is het moeilijk voor hen , die op het » geld vertrouwen, den hemel binnen te ii gaan ! \'t Is gemakkelijker voor eenen 1) Mt. V,

-ocr page 262-

VIJF gt;;N TWtKTIGSTK ».V(i

» kameel door het ctog eencr nimlil te giuui, i) clan voor oenen rijke om liet hemelrijk ii te verwervenquot;\')

Maar, Heer , zouden wij hehlien kuuneii zeggen : Waarom is het zoo moeilijk om te midden tier rijkdommen zalig te worden\'? En de Heer kon ons antwoorden: \'t Is zoo moeilijk met slijk om te gaan en er niet door besmeurd te worden ; \'t is zoo moeilijk zijn hart niet aan den rijkdom te hechten ; \'t is zoo moeilijk niet zinnelijk te ■zijn te midden der weelde ; en nochtans het rijk der hemelen lijdt geweld en de geweldigen alleen nemen het in. liet rijk der hemelen is gelijk aan eene stad op een hoogen, steilen berg gelegen. Die stad moet gij innemen , na den berg beklommen te hebben. Kn wie zal hem gemakkelijker beklimmen : hij, die gebukt gaat onder duizend zorgen voor aanzien , stand, landerijen en huizen, - - of hij, die, ontdaan van alles, niets heelt wat hem drukt? Ik ben u voorgegaan op dien berg, zonder rijkdommen, zonder goederen alleen belast met mijne dierbare armoede, 1) Mt. XIX. 24; Mr. X . 25: VUT, 25.

251

m

-ocr page 263-

1

--------

25i vr.i f kx TWrNTrosTK dag.

Zoo had lt;1(! llccr ons kunnun antwoorden. Kn /ic, duizenden Heiligen zijn den lieer op die baan gevolgd; zij verlieten koninkrijken en rijkdommen en verkozen de armoede van Christus tot hun deel , om gemakkelijker, ontdaan van alles , dien berg van \'t hemelrijk te bestijgen en die stad in fa; nemen, welke, alleen door de geweldigen kan genomen worden.

•i Zalig zij, zoo spreekt hun de 11. Ber-« nardus toe, gelukkig zij, die van alles » ontlast zijn en mot vluggen tred , zonder ii belemmering den Heer volgen !quot; « O , zegt diezelfde Heilige, « dat een heiden » naar rijkdom verlangt , verwondert mij » zoozeer niet; hij leeft zonder God ; — i) of dat een .lood verlangt rijk te zijn, ii geen wonder; hij heeft van God slechts aardsche beloften ontvangen ; maar »hoe een Christen nog kan hegeeren, » om uit den staat der armoede to gera-» ken, nadat Jezus Christus door woord i) en voorbeeld gezegd heeft: » zalig zijn » de armenquot; , dat gaat mijn verstand te » boven.quot;

Hoe is hart gesteld ten opzichte

li

cyj cxjJaL

-ocr page 264-

YIJ f .10N TWlNTKrSTK D.VG.

3551

0

rijkdoninieii dezer wereldDe Heer verbiedt ons niet eene behoorlijke zorg te hebben voor huisgezin en toekomst; neen, Hij heeft daar zelfs een plicht van gemaakt ; maar Hij waarschuwt ons tegen al te groote bekommering, en gehechtheid aan het aardsche. Die gehechtheid doet naar rijkdom verlangen als men arm is, en is men rijk, dan wil men steeds rijker worden en vreest men te verliezen wat men heeft. » o Mensch, zegt Hij, wat baat het u toch , dat gij de heele wereld wint, als gij uwe ziel verliest!quot; Het rijk Gods, de zaligheid , de eeuwige goederen, die moeten wij zoeken en najagen; daarvoor zijn wi j geschapen, en de rijkdommen zijn slechts een beletsel, om tot die eeuwige goederen te komen.

Wat verlangen wij er dan naar ? Waarom ze dan gezocht met een ijver, een betere zaak waardig? Och, of wij zooveel voor onze ziel gedaan hadden! In één geval slechts kunnen zij ons helpen om den Hemel te veroveren; \'t is , als wij die les van Jezus\'H. Hart opvolgen; « maakt u vrienden van den Mammon

amp;

-ocr page 265-

-^

\\r.lF 35X TWINTIGSTE D-VO.

i) dor ougorcchtighcid , deel nwc schuttcn » uit aim de armen en fi\'ij zult een schat ii in den Hemel hebben, waar dieven hem ii niet stelen kunnen en de mot hem niet » verteren zal; een glas koud water in ■ii mijnen naam gegeven zal zijn loon niet ii missen.quot; o H. Hart, leer ons uwe lessen begrijpen en help ons uwe voorbeelden op liet pad der armoede volgen!

quot;Voornemens.

1° Tevreden zijn met hetireue God ons geeft, hoe weinig het ook zij.

2° Onzen evennaaste helpen zooveel wij kunnen.

3° Bidden om dien geest van onthechting aan :1 aardsehe. „ Zalig zijn de armen van geest.quot;

VOORBEELD.

Eens stond de II. F ran ei sens van Assisië voor den Paus Innocentins UI. Hij droeg aan Z. H. de volgende parabel voor: Heilige Vader, er was cene allerschoonste, doch arme dochter, die in eene woestijn woonde. Een groot koning bemerkte haar. Hare schoonheid trof zoodanig zijn oog en zijn hart, dat Hij ze tot zijne bruid nam. Eenige jaren verbleef hij met haar en uit die verbintenis werden talrijke kinderen geboren. Dezen hadden al de trekken van den vader en al de schoonheid der moeder. Toen keerde de grooto

Jcy-j

-ocr page 266-

TUF EX TWINTIGSTE DAG.

koning terug naar zijn paleis. Do Moeder nu kweekte hare kinderen met alle zorg op En ais zij opgegroeid waren, sprak zij : „Mijne kinderen, gij zijt de zonen van een groot koning; gaat naar zijn hof en hij zal u ontvangen met al hef, aanzien, dat uwe geboorte vereiseht.quot; De kinderen verlieten dan de woestijn en kwamen naar het hof des konings. De koning zag, hoe sehoon en edel hunne gelaatstrekken waren en hij vroeg hun; „ Wiens zonen zijt gij rquot; „ Wij zijn, antwoordden zij , de zonen dier arme vrouw, die verlaten in de woestijn woont.quot; En terstond omhelsde hen de koning met teederheid, zeggende: „ Vreest niets, gij zijt mijne zonen; indien mijne bedienden van de spijzen mijner tafel eten, hoeveel te meer zal ik zorg dragen voor u , die mijne kinderen zijt.quot; —

Die koning. Heilige Vader, is onze Heer Jezus Christus. Die beminnelijke, schoone maagd is de Armoede. Van alle mensehen verlaten en veracht, woonde zij hier op aarde als in eene woestijn. De Koning der koningen, uit het. hoogste der hemelen op deze wereld nederdalende, werd zoozeer door liefde voor haar bezield, dat Hij ze tot bruid en eehtgenoote nam in de kribbe-Zijne kinderen in de woestijn dezer aarde waren talrijk: de apostelen, de kluizenaars, de monniken en eindelijk in onze ongelukkige tijden uw nederige dienaar en zijne leerlingen. En Hij zelf heeft mij de verzekering gegeven van in ons be-

^55 ^

~^LL

oJj

19^

-ocr page 267-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

staan 1c zullen voorzien, gelijk Hij het geil au u heeft voor onze oudere broeders; Hij heeft mij gezegd: indien ik huurlingen en dienaren spijzig, ja zelfs aan de vijanden van mijnen Naam hun voedsel niet weiger, hoeveel te meer zal ik dan i zorgen voor mijne zonen en mijne erfgenamen. En komen zij eens in zijn eeuwig Paleis, den Hemel, dan zal Hij hen op tronen plaatsen vn hen ter liefde hunner moeder, met eere en glorie | hekleeden.

(De Chéraneé, St. \'Fr. d\'Ass. chap. V.).

GEBED

o Allerh. Hart van Jezus, dat hier op aarde uw behagen naamt in armoede en ontbering en daarvan de schoonste lessen en voorbeelden hebt nagelaten, geef ons de genade, dat wij naar uw voorbeeld, niet alleen de armen en ongelukkigen, maar ook de armoede en onberingen zelve beminnen, wanneer wij deze ondervinden, of ten minste ons hart niet hechten aan de vergankelijke goederen dezer wereld; maak ons rijk in verdiensten en in eeuwige goederen, die alleen onze aehting verdienen. Amen.

q.

-ocr page 268-

Zes en twintigste Dag.

(U

B

Het Itiddcuil Hart van Jezus.

knk onberckenbiiru wekliuul was t/ Jict, dat do Heer ons leerde bidden tot God ; \'t was een onwaardeerbare gave, dat Hij ons zijne leering verkondigde; en wie zal zeggen, wat gunst Hij ons doet met ons zijne leer voortdurend in de Kerk te doen prediken\'? Daar zijn christenen , wien hot vreemd voorkomt, dat de Heer Jezus slechts drie jaren besteedde aan het strooien van het zaad zijns woords, aan de onderrichting zijner leerlingen , aan hot doen zijnor wonderen. Waarom, zoo denken zij, niet eerder dat leven van ijver begonnen, en waarom niet eer aan de wereld die schatten van homel-sche wijsheid medegedeeld, die in zijn

leys

-ocr page 269-

?58 ZES EN TWINTIGSTE DAG.

(loddelijk Hart waren opgesloten? Was (J;in , zoo Yrageu /.ij, dat leven , \'t welk Hij iu de stilte van Nazarcths woning leidde, was dat dan niet voor \'t heil der wei\'eld verloren? Kunnen die 30 Jaren, in vergetelheid doorgebracht, wel in vergelijking komen met de 3 jaren van zijn openlijk optreden ?

Neen , die stille jaren waren voor het heil der wereld niet verloren, en even krachtig, ofschoon niet zoo openlijk, werkte lie! II. Hart aan onze zaligheid te, liethleheiu, in Egypte, te Nazareth, als naderhand in \'t zweet zijns aanschijns op de vlakten en heuvelen van Galilea. en in ile straten van \'t ondankbare Jeruzalem.

Wat schonk ons dan het 11. Hart in dien tijd, behalve de voorbeelden van verheven deugd, die Het ons gaf? Het bad. Des morgens, des middags, des avonds, in \'t midden van den nacht steeg van dat II. Hart als van een reukaltaar, de geu-rigstc wierook des gebeds ten hemel ; en zoo legde Het in de stilte van Nazareth den grondslag van dat leven van wonderen en leering, dat met des Heeren 3()sto

w

I |

-ocr page 270-

-------------------^

ZES EN TWINTIGSTE DAG. 25\'J

jiiai- iiegirmcn moest; de gi\'oiidslsig tocli is voor cea gebouw van evenveel belang, als muren en (l;ik. Daar bad Het reeds voor de toekomstige Apostelen , daar bad Het voor het .loodsebe volk, opdat de blinddoek mocht wegvallen van voor hunne oogen , voor de toekomstige Kerk met al hare Pausen en Hisschoppen en Priesters en gc-loovigeu tot aan het einde der tijden; daar bad Het voor al die iluizeuden belangen, die liet heeft in de zielen, voor de glorie zijns Vaders, voor de uitbreiding van zijn toekomstig rijk. Daar bad Het, geholpen door die twee allerzuiverste zielen, Maria en Jozef; en van die nederige woning te .Nazareth ging eene kracht uit over de aarde, waarvan niemand eenig vermoeden of kennis had , dan God alleen, maar die veel grooter was dan de macht, die op datzelfde tijdstip uitging van het paleis der alvermogende keizers van Rome.

Toen Jezus\' openbaar leven begonnen was, hield dat leven van gebed niet op, maar ondersteunde de bediening des woords, welke nu meer op den voorgrond trad. Hoe dikwijls trok de Heer zich terug in de

-ocr page 271-

cgt;__cxSj

i\'GU ZES EX TWINTIGSTE BAG.

cenzaiiiuhcid, om cou vrijen loop tc geven aim de gevoelens zijns Harten, waarvan iedere zucht, iedere verheffing tot God een oneindige waarde had voor \'t heil der wereld.

Jezus was gewoon eerst te doen en dan te leeren; wanneer Hij ons dus zegt: men moei altijd hidden en nooit ophouden\'), dan moeten wij besluiten, dat Jezus\' 11. Hart altijd hiddende was, zelfs te midden dei-drukste bezigheden ; de scliai en mochten Hem dringen, de Apostelen door hunne onwetendheid Hein steeds nieuwen arbeid verschaffen, altijd was er tussehen zijn luensehelijk Hart en zijne Goddelijke Natuur een voortdurend, nooit onderbroken ver-Keer van aanbiddingen, dankzeggingen en smeekingen; en om zulks aan alle toekomende eeuwen te bewijzen, liet Hij in de H. Evangeliën opteekenen, dat Hij bad bij iedere gelegenheid, zoo wel bij de opwekking van Lazarus, als bij het afscheid van 1 zijne leerlingen , zoo wel in den hof van Olijven , als op Calvarië.

Waarom bad dat Goddelijk Hart aldus 1) Luc. XV JJI , 1.

-ocr page 272-

-Af

/i;s i:x ïwinitostk n vc.

gwlurcnilc zooveel jaren? Niet allooi) om ons tc leercn ootmoedig en v(;rliorgen zijn en in alles het oogenblik der Voorzienigheid al\' te wachten, maar igt;ok om ons te leeren het gebed ten grondslag te leggen aan alle werken van ijver, die wij zeiven of anderen verrichten.

Wat deed het 11. Hart, terwijl de ~-leerlingen zich over Galilea verspreidden en de boodschap des heils in alle vlek en stad verkondigden\'? Het bad eu deed van verre voor de vruchtbaarheid van hun arbeid, meer dan hunne vermoeienis en hun zweet deden.

Wat doet het Goddelijk Hart nog voortdurend in \'t H. Sacrament\'? Daar leeft. Jezus Christus in de stilte en de duisternis van het tahernakel; ijzeren deuren sluiten Hem naar den schijn van de buitenwereld af; maar door dc wanden des tabernakels heen stijgt een voortdurend gebed tot den Hcmelschea Vader; dat gebed vraagt vergiffenis , zeer zeker, voor de nimmer eindigende zonden der wereld; maav ook smeekt het om huil) 0,1 genade voor den priester, die in de stilte van den biecht-

201

• ^

-ocr page 273-

/.KS EX TWrNTtGSTE DAG.

gfaPl o Q PTcV?

si.ocl tot de boetviiardigc ziel spreekt; en /m\' , diens fluisterend woord ontvangt de kracht om steenen harten te verbrijzelen. Het bidt voor den verkondiger der waarheid, die op den predikstoel zich vermoeit i of den kleinen de christelijke leering uitlegt, en diens woorden vinden weerklank tot iti de binnenste schuilhoeken der ziel; Het bidt voor den priester, die zich over het smartbed van den zieke heenbuigt en dezen | gevoelens van gelatenheid en opoffering in het hart stort; Het bidt voor den missionaris, die aan het verre, verre strand van Oost ol\' West aan ruwe heiden n het licht der waarheid aanbrengt, en bij menigten vragen /.ij het 11. Doopsel; in één woord, wat het H. Hart deed tijdens zijn verborgen leven te Nazareth , dat doet Het ook nn nog in het verborgen leven van tien tabernakel : Het bidt en werkt voor het heil der wereld meer dan de menschen het vermoeden, en de laatste dag zal ons toonen , welke vruchten van zaligheid dat. gebed door alle eeuwen heelt uitgewerkt.

Is nooit in ons de begeerte opgekomen, r om evenals de ijverige priesters, de moedige

M

s 7, \'l

(] •C *,1 7 f 1 \\

t

lt;

I

1

ctL.

oll^

-ocr page 274-

Q

ZKS KX TWrNTrGSTK DAG.

203 if

Hiissioniirisscn, de imirtelami in vorn-streken, ook zooveel te doen voor de \'/idigheid der zielen en voor de glorie vim \'t. Goddelijk Hart\'? Maiir misschien maken stand , ramilie , geslacht, plichten of onverhreekbare verbintenissen ons zulks onmogelijk! Hoe dan mede te werken aan dat apostolaat van zoovele moedige \'zielen\'? Door onze aalmoezen in geld\'? tlelnkkig zij, die ailn God dat bewijs van liefde geven kunnen en zoodoende als \'t ware plaatsvervangers stellen, in den dienst, van den oppersten Koning. Maar ook dat kan niet iedereen.

God dank, daar is nog een ander middel, tiet Apostolaat, van het woord of van de daad is niet mogelijk aan iedereen , maar wel het Aposlolaal de* geheds. O, wij kunnen ons vereenigen met het oneindig •waardig, nimmer onderbroken gebed van Jezus\' 11. Hart, dat Het stortte te Nazareth, to Jeruzalem, op Calvarië, in \'t 11. Sacrament. Wij kunnen aan den Hcraelsehen Vader ons lijden, onze werken , onze ge-beden opdragen in vereehiging met de 11. inzichten, waarmede dat 11. Hart voort-

v?.0 O

-ocr page 275-

/ES EN TWINTIGSTE I)ACr.

ovSp) O

tp,

Cl Cj

duvcMul l)iul cn nog bidt, wiianncilc hot leed en werkte, en nog voortchirend nrlieidt voor \'t heil der wereld.

Kn welk gevolg /.al deze vereeniging liehben \'! Pedenkon wij het wel: wij zullen wiire apostelen zijn, niet door het woord of door de daad , maar dooi\' het gebed. Iedere voetstap, iedere hartslag, iedere ademtocht, ieder werk, iedere smart, die anders misschien zonder waarde zijn zouden, worden daardoor als vergoddelijkt; onnuttig stol\'wordt veranderd in \'tzuiverste goud; op de volmaaktste wijze zullen wij het gebod des lleeren volbracht hebben: i.ien moet. altijd bidden; — en, dat de zondaars zich bekeeren , de heidenen in den schoot der Kerk worden opgenomen, dat de Paus in \'t bestuur der II. Kerk verlicht wordt, dat het woord der Bisschoppen en priesters vrucht draagt, \'t zal ons werk zijn, \'t zal ons tot verdiensten w orden toegerekend, omdat wij ons vcreenigd hebben met het, biddend Hart van Jezus ; en , zegt de II. Franciscus van Sales, gelijk een druppet water geen kracht heeft op zich zelf, maar geworpen in een vat krachtigcn wijn, dec1\'

-ocr page 276-

y.r.s kx ïWiNTir.sïB dag.

quot;TT^.

in mI do (ügciischappcn van dien wijn, zoo ook zijn onze geboden en goede werken zonder waarde , op zich zelf beschouwd ; maar geworpen in dien oneindig kostbaren vloed, die aan .lezus II. Hart ontstroomt, doelen zij in de kracht daarvan en werken mede tot bet grootste aller «erken : de zaligmaking der zielen.

quot;Voornemens.

1° Tracliten wij ijverige loden tc zijn van de Vci\'eenigiiig, die zicli noemt: hH Apostolaat ttcs Geheds.

2° Dikwijls door dcu daa; de opdracht vcniicu-wnn van al onze werken ; ze verrichten in vcree-Tiijrin^ niet de inzichten van \'t II. Hart.

VOORBEELD.

\'t Was in den tijd, dat de Spaansche legers» zegevierend de vlakten van Amerika doorkruisten. Hoevele wreedheden het voetspoor van inenigen gelukzoeker ook teekenden, toch moet het tot hunne eer gezegd worden: zij plantten overal liet kruis eu brachten het vurige geloof van \'t moederland naar die verre streken over. Gelijk zaaiers achter den ploeg , die den grond openscheurt , zoo volgden ijverige priesters het spoor der legers, strooiden het zaad van het Evangelie cn maakten van die wilden , die slechts onwillig

-ocr page 277-

ems

to;

f, 360

zes j:n twintigste dag.

het juk v;iii Spanjo droegen. gewillige dragers van \'1 zoete juk van Christus. Menigmaal vonden /ij goed voorbereide harten. Ziehier, wat dienaangaande verhaald wordt iu \'t leven eener Eerbiedwaardige Dienares Gods , Anna Garcias , die als Carmelietes den naam droeg van Anna van Jezus. Zij was eene der eerste en heiligste leerlingen der H. Teresia . die haar als hare eigene xiel beminde. Zij had een verheven trap van frebed bereikt en niet zelden gebeurde hot, dat zij, aan zich zelve onttogen.. geruimen tijd in verrukking doorbracht. Zij verliet nooit de traliën en het slot van haar klooster, dan om noodzakelijke reizen te doen van \'t eene klooster naar het andere : zij leefde in de grootste armoede ofschoon niet altijd hare deugd naar waarde geschat werd ; aan de wereld was zij onbekend. Wat zal zij voor de zielen kunnen doen ? Zij bad. Eens waren kloosterlingen bezig in \'t verre Amerika aan wilde stammen de waarheden des geloofs uit te leggen. „TVij weten dit allesquot;, riepen «lu wilden uit. „Wie heeft het u geleerd ? vroegen do missionarissen. „ Eene vreemde vrouw is ons verschenen, zij heeft ons gezegd, dat wij geloo-ven moesten, al wat ons zou gezegd worden door priesters, die weldra komen zouden.quot; En zij br-dchreven de kleeding, de houding, het gelaat dier vrouw aan de verbaasde Missionarissen. Wie was die vrouw ? Latere onderzoekingen bewezen, dat Anna van Jezus in Spanje in gebed was voor

-ocr page 278-

lt;lc bekceriiiir der hcidcucn : zij geraakte iu verrukking eu God liet door een wonder zonder wederga toe , dat zij tegelijkertijd op zoo verreu afstand den weg bereidde voor de verkondigers der waarheid. Ziedaar het Apostolaat des Cobeds.

GEBED.

Beminnelijke Heer Jezus, uw Hart is een altaar , vanwaar een voortdurend gebed ten hemel opstijgt; wij vereenigen van gauseher harte onze onvolmaakte gebeden met uw allerheiligst gebed ; zij zijn niet waardig den Vader iu den Hemel te worden aangeboden, maar geef Gij bun door die vereeniging kracht en waarde, eu maak ook van ons hart zulk een altaar, waarop zonder tusschen-poozen de wierook des gebeds tên hemel stijgt. Amen.

-ocr page 279-

Zeven en twintigste Dag.

Het H- Hart haat de zoude.

w\' ■

\'■43®ïwkn 11:111 •\'(;zus het kruis werd liiiigc.liodc.n, waarom omhoLsclc Hij hot met liefde, terwijl quot;ij den liitteren drank, die Hem op Galvarië werd gegeven, weigerde\'? Zouden wij hierin niet eene geheimzinnige beteekenis mogen zoeken\'? Het kruis beteekende de straf der zonden van de wereld; en ja, dies/ra/\' nam Jezus blijmoedig op zich: Zie, het Lam, Gods, dat de zonden der wereld weyneemt*) ; daarvoor was Hij gekomen, daarvoor had Hij zich vrijwillig den Vader aangeboden. Maar die bittere drank beteekende de zonde zelve en daarom wilde de Heer er niet van drinken; Hij wilde ons zeggen : gelijk die

1) Jois 1. 20.

Je) j c .J;

-ocr page 280-

ZEVEN EX TWINTIGSTE DAG. 269

drank bitter en walgelijk is voor mijn mond, zoo is de zonde bitter voor mijn Hart.

W aaroin is de zonde zoo bittor voor dat Goddelijk Hart\'? Is het omdat de zonde oorzaak was van al zijn lijden? Zekerlijk, dit vervulde zijn Hart met bitterheid, maar de liefde zijns Harten voor ons was zoo groot, dat Hij volgaarne nog meer zou geleden hebben, als zijn Vader het geëischt had ; ja , Hij verklaarde zelf aan de Zal. Margareta Maria , dat Hij bereid zou zijn om alles, en duizendmaal meer, nog eens te lijden om zoo onze liefde te winnen. Dit lijden dus was niet de eenige oorzaak van die bitterheid. Neen , \'t was , omdat Hij door zijne Goddelijke Natuur wist, wat kwaad de zonde is. Hij zag al de zonden, die er ooit gebeurd zijn van Adams zonde af, en nog gebeuren zouden, totdat de laatste zondaar der wereld bij zijne laatste zonde door het Oordeel zul verrast worden. Zijne Goddelijke natuur deelde aan zijne H. Meiiseliheid verlichtingen aangaande de zonde mede, waardoor zijn Hart ineenkromp van smart. Geen

ir—-

-ocr page 281-

gpJ__ ________________rjif.

f 2-70 ZEVEN EX TWrNTIGSTE DAG.

woniler; nis reeds een II. Stanislaus in oninacht viel op \'I hoorei) alleen van een onbetamelijk woord, als de II. Teresia huiverde van schrik, als zij dacht aan de verschijning eencr ziel in doodzonde, die. zij gezien had, hor moet dan Jezus\'11. Hart te dien opzichte gesteld zijn geweest, daar Hij er al de oneindige boosheid van inzag en de zonde tegen zijne eigene Goddelijke natuur als een moordwapen gericht was!

Wat zag Hij in de zonde quot;? Eene verachting van God, een kaakslag toegebracht aan de Goddelijke Majesteit. Iedere zonde herhaalt, wat de knecht des Hoogepriesters ten aanschouwe van den ganschen Rand Hem deed lijden. Hij zag de zonde als ; een opstand van den inensch tegen God, van den mensch, het eenige schepsel, dat, 1 aan zijn Schepper de eer en onderdanig- i beid weigert, die Hem toekomen. Hij zag de zonde als een zwaard opgeheven tegen God, den Oneindige, en dat door een nieti-gen aardworm, welke door dien zelfden

God met weldaden overladen, met verstand ... , . i en vrijen wil begaafd is, maar juist dat ;

-ocr page 282-

ZEVEN EN TWIKTTGSTE DAG.

p.

to CJ

1

verstand un dien wil gebruikt, om Hod, den onsterfelijke, te dooden. Ja, tedooden; de zondaar doet van zijnen kant genoeg om aan Godsmoord schuldig te zijn; liij kan God niet /.ijiie zonde niet bereiken of schaden ; maar is een zoon niet schuldig , als hij zijn arm opheft togen zijnen vader, of hij dezen treft of niet? Meer nog. God gewaardigde zich eene sterfelijke natnnr aan te nemen. De tweede l\'ersoou der II. Drieëenheid nam een lichaam gelijk aan bet onze; Hij spreidde weldaden bij elke zijner schreden, Hij bood zich aan den Vader aan tot zoenoffer der wereld. Km wat deed de zondige inensch Moeten wij het vragen, terwijl de Heer na nameloos lijden, na verguizing, bespotting en laster eindelijk den (Calvarieberg bereikt heeft, waar een kruis de armen naar zijn slachtoffer uitstak Is het wonder , dat de Heer dien beker met gal en azijn van zich afstiet en er niet van drinken wilde \'t O, zijn Hart gevoelde al de bitterheid dei-zonde, die zulke gruwelen kon uitwerken. Slechts eens in den loop aller eeuwen was

God sterfelijk en binnen het bereik der

Ui/-\'

Cl

Cl i o

-40

CV i 1

HJ o

O

-ocr page 283-

_1/5

ZKVKX EU TWIKlfGSTE I).VO.

mcnschcn, en zio , in dien tijd licbbcn zij Hem door liuniic zonden gedood, gedood

{iari het kruis !.....

Maar ook uit liefde tot ons haat Jezus\' Hart de zonde. Hij kwam op aarde , om \'t beeld van God in vollen luister te herstellen in onze zielen ; — de zonde rukt dat beeld daar wederom uit en werpt het in het slijk. Hij kwam om ons den hemel te ontsluiten en ons het recht te geven op het eeuwig rijk; ..... wij sluiten ons dien Hemel met zooveel grendels, als wij doodzonden bedrijven, llij kwam, om aan onze zielen een schat van verdiensten te bezorgen en ons aan zijne eigene verdiensten deelachtig te maken; doch als een dief vlucht de zonde met die verdiensten weg, ons arm en ontbloot van alles achterlatend, ons zelfs de macht niet latend, om nieuwe verdiensten te verkrijgen. Hij kwam om ons vrij te maken van de slavernij des duivels; —-de zonde legt wederom dc slavenketenen aan onze polsen en de duivel geleidt ons waar Hij wil; want de zondige ziel is zijn eigendom: u Alwie zondigt, is de

ife-

-ocr page 284-

ZKVEN EX TWINTIGSTE DAG.

Ir

slauf\' der zonde*)*.quot; [lij kwam, om voor ons de hel te sluiten en zie, de zonde «pent ze weer voor onze voeten; reeds hoort en ziet Hij in zijne alwetendheid wat droevig lot den zondaren in de toe-lioinst beschoren is; reeds hoort Hij de vlammen der hel onder hen knetteren; de duivelen ziet Hij gereed staan om hen op te vangen bij hun val in de vlammen, gelijk de leeuwen de henijders van Daniël; reeds hoort quot;ij het tandengeknars dei-verdoemden. Hij weet het, wat wanhopige kreten zij zullen slaken, als Hij in den laatsten dag in volle majesteit en glorie op de wolken des hemels verschijnen zal, hoe zij dan zullen roepen; bergen, valt op ons en heuvelen • bedekt ons, want wij kunnen den glans van dat aanschijn niet verdragen; o , Hij weet dat alles, en zijn werk en ons geluk door de zonde ziende verwoesten , zucht Hij medelijdend op den Kruisweg: weent niet over Mij, maar over u zeiven en over uwe kinderen; want indien men zoo handelt met het, groene hout, wat zal er dan van het 1) Jois VJll, 34.

-ocr page 285-

Orp,_1_eXTfTQ

i! 374 ZEVEN EX TWINTIGSTE DAG. . ;

«lorre gewonlcn\'i!quot; Veilig iri«)geri wij dim zeggen : zoo groot «lc li«\'f«le zijner 11. Menschheid a\\:is voor zijne Go«i«lelijkc Nutuur, zoo groot «le lief«le was , die Hij ons rnenschen toe«lroeg en nog toedraagt, zoo groot is ook zijn haat voor de zonde ; /.ij jnoge in ons oog klein zijn of groot, de haat van Jezus\' H. Hart voor dezelve is oneintlig, omdat zij God beleedigt en ons ongelukkig maakt voor tijd en een-wigheid.

« Wie zal Mij van zmidc wertuigen*) 9quot; Vroeg «le Heer in zijn sterfelijk leven en met recht mocht Hij zoo spreken. Mogen wij het Hem nazeggenquot;? Misschien niet wat het verleden betreft. En voor het tegenwoor«lige ? O, de menschelijke zwak-

heid is zoo groot! En voor de toekomst ? i «gt; Goddelijk Hart, deze is nog ongeschon-den ; ik heb ze nog in mijne macht; hoor ^ dan mijn voornemen: Heer, gij haat de zonde , «wk ik wil ze haten ; neen , Heer, geene zonden meer , in eeuwigheid geene zonden meer!

1) Luc. xmi. 31.

2} Jois VIII. 40.

O O

-ocr page 286-

------

ZEVEN EN TWINITGSTE DAG. 275 /

*V oornem ens.

1° De zonden, die wij bedreven, in de bitterheid ouzes harten betreuren.

2° Ons best doen, om onze hoofddrift, — die bron van zoovele zonden, — te bestrijden.

•5° Bidden voor de bekeering der ongelukkige zondaars.

VOORBEELD.

AV at de liefde in \'t hart der Heiligen kan uitwerken, vinden wij verhaald in \'t leven der H, Clara de Montefaleo, door Paus Leo XIIT verklaard.

Na hai •en dood onderzocht men haar hart. Het eerste wat men daarin vond , was een volmaakt afgewerkt kruisbeeld. „ Mirakel, mirakel!quot; was de eerste uitroep, die aan alle aanwezigen ontsnapte. De Viearis Generaal des Bisschops, deze wonderbare zaak vernomen hebbende, begaf zich naar het klooster, waar Clara gestorven was, en, voorbarigheid vreezendc, ging hij tot eene ernstige onderzoeking over.

Nu vond hij behalve het kruisbeeld ook de gceselroede, do kolom, de doornenkroon, drie nagelen, de lans en den rietstok met de spons er op, en zoo duidelijk, dat toeu hij de punt der lans tegen zijn vinger drukte, hij eene scherpte gevoelde als van een ijzeren spits. Elk der genoemde voorwerpen was van vleesch en zenuwen gevormd, doch onderling verschillend van hardheid en kleur.

étl

-ocr page 287-

ZEVEX KN TWrXTIGSIE I)A(1.

Alles zat op zulk eeuc wijze met tijnc vezelen aan de wanden van hot hart vast, dat het stuk voor stuk kou losgemaakt worden en afzonderlijk beschouwd. Het lichaam van liet kruisbeeld, zoo groot als de duim eener kleine hand , was loodkleurig, doch aan de zijdewonde rood getint. De lendenen waren bedekt met ecu weefsel, dat naar linnen geleek.

Dit hart van Clara de Moutefalco wordt nog altijd ongeschonden zonder bederfbewaard, gelijk het was voor 500 jaren. Ieder jaar vertoont men te jVIontefalco deze wonderen van Gods almogende liefde. Dan neemt de priester liet hart der maagd in de handen, opent het en haalt er kruisbeeld en geeselroe uit te voorschijn; en ondanks deze herhaalde behandeling blijven hart en lijdcns-teekenen onverlet in denzelfden staat.

(Vgl P. W. v. Nienwenhof. Vijf Levensschetsen.)

GEBED

o Goddelijk Hart van Jezus, dat de zoude haat, als het grootste kwaad; o, doe ons deelen in dien afkeer, opdat wij , door uwe genade geholpen , in de toekomst de zonde vluchten als eene slang ; en door gestadige boetvaardigheid trachten uit te boeten , wat wij in het verledt ne misdaan hebben. Amen.

-ocr page 288-

SP

Acht en twintigste Dag.

Het H. Hart ons voorbeeld van Boetvaardigheid.

)

6E\\ liccll gc.ze^d , «lat (1lt;\' ili\'votie ptlt;it het (i()«l(lclijk Hurt het senees-! middel beviit voor ;il de kwalen van onzen tijd. Daar is in onzen tijdéene kwaal, waartegen l\'aus en liisschoppen met alle kracht hunne stem verhieven, iiamelijk «le /.ueht naar zingenot en verinaak en de dan ruit volgende veronacht/annng «Ier christelijke deugd van lioet vaardigheid. Stel aan de wereld voor een nieuwen vreugdedag in te voeren , luiden bijval zult gij inoogsten ; spreek echter van hoet-vaardighcid en versterving, en men zal de woorden herhalen der ongeloovige Joden ; « die taal is hard en wie kan ze aanhooren\'?

; lt;J

oquot; :jamp;~

-ocr page 289-

lt;=p~-lt;5 or

378 ACHT EN TWIKIHOSÏE DAG.

W elke zijn de gevoelens Tan Jezus\' 11. Uart hieromtrent\'? Uit kan met één woord gezegd worden ; het 11. Hart van Jezns is een boetvaardig Hart en als zoodanig is liet door zijne lessen en voorheelden het geneesmiddel voor die heersehende kwaal van onzen tijd.

Zijne boetvaardigheid begon reeds inde kribbe te l\'ethlehem; niet voor eigene zonden had Hij te voldoen; «wa.il,quot; zegt de II. l\'aulus, «Hij is geen Hoogepriester )gt; uit de meiischen genomen, die eer dat » Hij aan God voor het volk olïert, eerst ii voor zijne eigene zonden voldoen inoet1),quot; neen, Hij was de Heiligheid zelve; maar onze schulden heeft Hij op zieh genomen en om onz-e zonden heeft Hij geleden. In die kribbe te Kethlehem leed Hij vrijwillig koude, ontbering en de grievendste vernedering, en bereidvaardig onderwierp Hij zieh later aan al de. voorschriften der Mozaïsche wet. Wij zien Hem dan ook de pijnlijke besnijdenis gewillig ondergaan en telken jare optrekken ter 11. I {edevaart naar .leruzalem. Wat zal

1) Hubr. V. vgl. 1 — 3.

-ocr page 290-

____■ \'SjT Q

ACHT EX TWIKTIOSÏE OAO. 2Tlt;.t

Hij ^cdiiiin hebben in het huis van Nazareth\'! Jn \'t zweet zijns iuinschijns verdiende Hij er met Jozef zijn brood. Die zweetdrop-pelen droeg Hij op iiiin den Vader tot boeting der zonden, en de Kngelen maakten er paarlen van , om de hemelzalen te versieren. — De tijd van zijn openbaar leven brak aan. Hij verliet Nazareth , zijne II. Moeder, zijne bloedverwanten. Welken weg slaat Hij in? Den weg, die ter woestijn geleidt. Ziet Hem, die alles weet, hoe Hij die ongekende bergpaden volgt, die Hein voeren naar de plaats, die Hij zich in den geest heeft uitgekozen. Daar verbleef Hij veertig dagen en 10 nachten,

geen voedsel of verkwikking aan zijn lichaam gunnende , geen woord met eenig sterveling wisselend; alleen sprekende met God , zijnen Vader, over het heil en de verlossing van ons, inensehen. Wat moet het een wonderbaar schouwspel geweest zijn voor de Engelen des Hemels, daar hnn God te zien neerliggen ter aarde, biddend en zuchtend; wat zullen zij elkander gezegd hebben : «o wonderbare boetvaardigheid , o gelukkige menseh voor

3______

okjt-j\'ï - vU-j-O

-ocr page 291-

ggcXa_r .ój: o

2S0 ACHT UN TWINTIGSTE DAG.

wiens zonden Gods Zoon voldoening geeft! o Gelukkige schuld, die zulk ccnen Verlosser verdiende!quot; Na die -iO dagen begon (lilt leven van vermoeienis, van reizen en prediken, waarbij Hij zoo dikwijls den nacht doorbracht onder den blootcn hemel en Hij , volgens zijn eigen woord , niets bezat om zijn hoofd daarop te laten rusten. In zijn Hart. droeg Hij al die vermoeienis op aan zijnen Vader, Hij legde-al dat ziel- en lichaamslijden op het altaar zijns Harten neer, waar het eene offerande werd van zoeten geur, die aan God zijnen Vader behaagde.

Toen brak het uur zijns lijdens aan. O, wat heeft dat Hart van Jezus toen vrijwillig voor ons veel geleden ! In den Hof van Olijven werd Het geperst door droefheid, gelijk eene druif in de wijnpers, \'reen zag Het alle zonden, die er ooit bedreven zijn : de zonde van Adam , den broedermoord van Giiïn, de vleeschelijke zonden van diens nageslacht, de misdaad van Cham, het herhaalde afvallen en morren der Israëlieten, het overspel van David, alles, alles wat tot dien tijd misdreven was.

-ocr page 292-

gp.—.-

ACHT EN TWIXTIGSTE DAO. iSl

Hij zag alles wat iu dat uur gebeurde ; de plannen der Joodsche Oversten, het verraad van Judas, de zedeloosheid en algoderij van bijna alle bewoners der aarde. Zijn blik doorschouwde de toekomst: de zonden en ketterijen van alle eeuwen, ook onze zonden lagen als een boek voor Hein open. Van den anderen kant zag Hij al het lijden, dat Hem wachtte; Hij zag de boeien die hem knellen zouden, de geesels, die zijn vleeseh moesten verscheuren , de doornen , die zijn hoofd doorsteken , het kruis, dat Hem dragen, de lans en de nagelen , die Hem doorboren zouden , en daarbij de wreede ondankbaarheid van duizenden , voor wie zijn Bloed verspild , zijn lijden nutteloos zou wezen. Dat alles werd Hem voorgesteld door zijne goddelijke Alwetendheid, \'t Was als een kelk, die vóór Hem werd geplaatst, om hein te ledigen. Was het wonder, dat Hij huiverde\'? Zal Hij den kelk aannemen of weigeren quot;? Zoo Hij hem weigert, wat zal er dan geworden van \'t zondige menschen-geslacht\'? Zoo Hij hem aanneemt en drinkt,

dan zijn wij gered en vrijgekocht en rijk _______

-ocr page 293-

^

§ 283

CV

C.\'

lt;y o

AC HT EX TWINTIGSTE DAG»

tiegiftigd; want, al zijn de zonden der wereld ontelbnav en onmetelijk, talrijker en grootor zijn dan Jesus\' verdiensten, j dan heeft Hij onze schulden geboet en uit-gedelgd door zijne boetvaardigheid van i t\'-intlelooz.e waarde!

Vader, zoo verzucht zijn beklemd Hart, Vader, indien het mogelijk is, laat dan dien kelk van Mij heengaan ! Maar denkend aan de zonden, die Hij moet uitboe-| ten ten koste van zich zelveu, voegt Hij i er aanstonds bij : » Doch niet mijn wil,, | geschiede, maar de uwe!quot; Welnu, de ; wil des Vaders was, dat Hij den kelk zou drinken en ledigen tot op den bodem, liet boetvaardige Hart des Heeren is dan ; lt;x)k bereid; Het stemt toe, overstroomd • te worden door die onmetelijke zee der allerfelste smarten, die eindigen zouden op het kruis met zijn laatsten snik en met de doorboring zijner zijde. 0 gelukkige iKM\'tvaardigheid , die ons den Hemel heeft ontsloten , o zalige boete , waarmee voor oas zulk een verheven plaats in \'t eeuwig Koninkrijk gekocht is! —

Maar \'til. Hart zet dat leven van boet-

ü-

\'cLÜ-O

-ocr page 294-

ACHT EN TWINTKISTE DAG.

v:i!inliglici(l nog immer voort. \\\\ itar In \'t il. Sacnnnt\'iit dos Altaars. Daar, -vergeten wij het niet ! — daar draagt Het zich voortdurend aan den Vader op; daar in dien nederigen verlaten toestand , Iwet Het nog de /onden der wereld in \'t Offer der Mis, en de wereld zou misschien sinds lang door (ïods toorn vergaan zijn , zoo niet die oneindig heilige boete van Jezus\' Hart, dagelijks op zoovele plaatsen den Hemelschen Vader werd aangeboden ï Maar, hoe is het met die deugd van boetvaardigheid in ons hart gesteldJezus hoette voor de zonden van anderen , terwijl Hij zeil\' onschuldig was. Kn wij \'f Ue zouden, die wij bedreven, zijn misschien talrijker dan de haren van ons hoold, van schaamte moesten wij ons aangezicht bedekken, en waar is onze boetvaardigheid O, die vermaken die wij najagen, zullen onze schuld voor God niet verminderen , wel vermeerderen ! Kn wie zal het gerustste kunnen sterven: Hij die volop de wereld genoten heelt, of hij, die de boetvaardigheid van Jezus\' H. Hart nagevolgd\'.\' Och, of wij tenminste

-ocr page 295-

p-

281 ACHT UN TWrNTIGSTE DAG.

uit boctvnardighcid hot lijden aiiiiiianicii ^ dal God ons over/.endt!

quot;Voornemens.

1° I)c vasten- en onthoudiugsdagen der H.

Kerk stipt onderhouden; zoo wij dit niet kunnen, zulks door eene vrijwillige versterving traelilen fe vergoeden.

2° Alle kwellingen en moeilijkheden dos levens met gelatenheid dragen , denkende, dat wij ze verdiend hebben om onze zonden.

VOORBEELD.

Tn het leven van een onzer vaderlandsche-Heiligen, de II. Maagd Lntgardis, lezen wij het volgende in de Acta Sanctorum der Bollandisten (1): De liefde der wereld had eenigermate bezit genomen van Lntgardis\' gemoed en menig lijk jongeling dong naar hare hand. Eens bezig zijnde met een gesprek , dat wereldsche liefde tot onderwerp had, verscheen haar de Keer in de gedaante, waarin Hij eenmaal op aarde rondwandelde. Hij toonde haar de wonde zijner zijde; vcrsch bloed stroomde er uit; tegelijk zegde haar de Heer : „ Zoek niet langer de nietige eer dezer „ wereld; zie hier, wat gij beminnen moet. Ik ... beloof u , dat gij hier de allerzuiverste genoegens

1) Tom. X.XTV. In vita S. Lntg. a Thom. Cantipr.

Efes -lt;aï §

-ocr page 296-

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

„ /.uit vinden.quot; Lutgardis verschrok 5 een licht ging voor huren geest op; zij zag al de duisternis, waarin zij tot nu toe gedompeld was geweest; als eene duif in de spleten der rots, zoo vloog zij met den geest in die hartewonde des Hceren; zij kon er hare blikken niet van afwenden en toen weldra een wereldschgezind persoon hare liefde ilcwani afbedelen, sprak zij als een andere H. Agues : „ga weg van mij, spijze des doods, voedsel der ongerechtigheid, ga weg, wraut een ander heeft al mijne liefde geroofd!quot;

Eens was Lutgardis ongesteld (\'t was ten tijde, dat zij reeds den sluier der bruiden van Jezus Christus in \'t klooster van St. Truiden had aangenomen). Zij meende het bed te moeten houden. Maar weldra vernam zij eene stem, die haar toeriep : „ Sta op, gij moet boetvaardigheid doen voor de zondaren , die in 3t slijk hunner zonden blijven liggen.quot; Verschrikt stond zij op. lleed^ hadden de andere zusters de Metten aangeheven, toen zij aan de kerkdeur kwam. Daar verscheen haar eensklaps dé Heer, bloedend aan het kruis hangend. Hij maakte een arm van het kruis los, en bracht Lutgardis\' mond daarmede aan de wonde der zijde.\' En zooveel zoetheid putte zij daar, dat zij geheel haar leven daardoor sterker en ijveriger in den dienst des Heeren bleef. Zij getuigde zelf, dat nog lang daarna het speeksel van haar mond lt;le zoetheid des honigs verre overtrof. Zoo werd het woord vervuld, dat geschreven staat: Mijne bruid,

285

-ocr page 297-

ACHT KN TWINTIGSTE DAG.

uwe lippen zijn als afdmipendo houigrjuit ott honig en inclk zijn onder uwe tong. (1)

1) Cant. IV. 11.

GEBED.

ÖT

280

o Boetvaardig Hart van mijn gekruisigden Heer,. Gij waart onschuldig en Gij zocht het lijden ; ik hen schuldig en ik vlucht liet. Neem, die tegenstrijdigheid van gevoelens weg, die er bestaat tusschcii uw Hart en het mijne. Geef mij de kracht om alle lijden uit boetvaardigheid te dragen , en, in navolging van U, niet var. het kruis af te komen, voordat de dood mij de oogen gesloten heeft. Die leeft en hecrscht in eeuwigheids Amen.

*sË3

-ocr page 298-

^@g

Negen en twintigste Dag.

Het stervend Hart van Jezus.

* ^ Ezrs was op dn wcvolil gokommi, om al onze ellenden op zich te ne-J men en te verzachten. .Maar is er ééne ellende grooter, ééiie vrucht der zonde bitterder dan de dood? De dood! O, wat al koininer is daarmee verbonden 5 Scheiden van alles wat ons dierbaar is, gefolterd worden door ziekte en lijden, neergeworpen zijn op een smartbed, in den bloei des levens misschien , strijd tusschen ziel en lichaam! De ziel wil zich losmaken van hare banden en opvliegen naar een andere wereld; liet lichaam wil haar niet loslaten, o Droevige toestand ! Het 11. Hart had die smarten voorzien , en zijne liefde beijverde zich om zc te verzachten. Zelf

-P

rT!\'

, w

-ocr page 299-

--^

288 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.

wilde lift ui de bemiuwdhcdcn des doods «nderstaun, om ons de genade van een troostvol sterven te verdienen.

(\'ia naar Calvariö. Wat /iet gij daar\'? Gij ziet het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt, aan het kruis. « Gij hoort den » smaad der scheldwoorden , gij ziet zijn » aanschijn overdekt met walgelijke uitwerp-» selen ; ach, nog kort geleden gaf Hij niet. «zijn speeksel aan een blinde liet gezicht! »Hij is met doornen gekroond „ die de » niartelaren met eeuwige bloemen versiert. «Met gal is Hij gespijsd, die pas een hemel-»spijze had ingesteld , en met azijn is Hij )gt; gelaaid, die ons een zoo heilrijken beker ti hait toegediend. De onschuldige, de »rechtvaardige, ja de onschuld en recht-» vaardigheid zelve, is onder de boos-i) doeners gerekend ; Hij die oordeelen zal, » is zelf geoordeeld en \'t Woord van God gt;gt; is zwijgend ter slachtbank geleid. Bij ii dit. kruis zijn de sterren beschaamd, de « elementen geschokt, de aarde beeft, de ii nacht maakt een einde aan den dag; )i de zon houdt hare stralen in, om geen

» getuige te moeten zijn van zulk eene fe-

-ocr page 300-

NEGEN EN TWINTrOSTE DAG.

m

289 ^

«misdaad; Hij cchtcr spreekt niet, Hij v dreigt niet en vertoont niets van zijne « majesteit.quot; Zoo beschrijft de II. Cypria-nns den dood des Heeren. Was die dood noodzakelijk? Had de Heer hem niet kunnen ontkomenquot;?

Ik neem mijn leren en Ik ley hel wederom (if), had Hij vroeger gezegd. Zoo was liet. Hij zelf had de macht denlmnd tiissclien ziel en lichaam te breken cl\' te behouden en nauwer toe te halen, te leven | of te stervet!, en de dood kon niet tot Hem naderen, tenzij met zijn eigen toelating en bevel. Welnu, dat bevel, die toelating gaf quot;ij, uit liefde tot ons ; niet alleen opdat zijn offer volmaakt zou zijn en bezegeld door den dood; maar ook om voor ons die scheiding van ziel en lichaam dragelijker te maken. De liefde zijns Harten gaf Hem daarbij in, ecu dood te ondergaan, vergezeld van zulke omstandigheden, dat nooit een sterven pijnlijker geweest is | of ooit zijn zal.

Wat maakte dat sterven zoo pijnlijk en

C)

1) Jois. X517.

-ocr page 301-

Wiiiiroiii leed zijn Hart in die ure zoo vreesdij ke smart quot;? Zie , zijne overdierljare Moeder stond l)ij Hem; aan haar hing; gansch zijne ziel. Wie zal voortaan voor haar zorgenquot;? Joannes zal zeker zijn hest doen ; maar wat zullen zijne zorgen betee-kenen in vergelijking met de liefde, dilt;\' .Maria tot nu ondervond ? Die sehcidiiig viel Hem pijnlijk, doch Hij onderwierp zich aan den wil des Vaders. Wat wilde Hij er mede verdienen\'? Dat het u, o ehristen menseh, eenmaal mogelijk zijn zou aan Ciod het oft\'er van uwe dierbaren te brengen. Kenmaal zult gij neerliggen op een smartbed ; de dood zal zich bij u neerzetten ; dan zullen kinderen, eehtgenoot, vrienden, broeders en zusters u omringen. Van hen te scheiden zal u zwaar vallen, omdat zoo teedere banden u aan elkander verbinden. Als gij dan zelf den moed zult hebben hen te troosten en zeil\' uw oll\'er met gelatenheid brengt, aan wien zult gij het dankenquot;? Aan \'tstervend Hart van Jezus, dat voor u die genade verdiende.

Wat moet de menseh nog meer verlaten \'? Zijn geld en goed, die misschien zulk een

-ocr page 302-

pp---

NEGKN EN TWTNTKiSTE DAG. 201 ^

plinits vim zijn lutrt iniieuien. Jezus I icz it. zc niet; uuiitr toch heeft Hij iets vim \'t pijnlijke dier scheiding willen gevoelen , om ons , nienschen , het verlnten vim luiis, van nkker, van werkplaats, van wat ook, te vergeiiiakkeiijken. Alvorens het kruis te, hestijgen, ja, hezat Hij nog ilt;;ts, dat. Hem ovcrdierl)aar was, het kleed zonder naad, door.Maria vervaardigd. Hij scheidde er van en , dat het aan zijne wonden was vnstgekleefd , o, \'t was een beeld van de gehechtheid zijns Harten aan die dierhare gedachtenis; Hij liet het nochtans gewillig over aan de heulen , dit; er het lot om wierpen. — Als gij op uw steri\'hed al het. ijdele van \'t aardsche inziet en de scheiding vim die goederen u niet zoo smartelijk zal voorkomen, als zij u nu toeschijnt, wie heeft het voor u verdiend Het stervend Kart van uwen medelijdenden Verlosser, die eeuwen vooruit uwe moeilijkheden kende en er in voorzag.

Jezus oj) het kruis was verlaten van de mensehen en de tegenwoordigheid van de weinige getrouwen onder zijn kruis, diende slechts, om Hein de afwezigheid van de

quot;JcyS

-ocr page 303-

_cX5r j

292 KKOKN ES TWINTIGSTE DAG.

nndcron levendiger te herinneren. En wat konden die weinige getrouwen nog doen ? Wat men aan de grootste hoosdoeners niet zou geweigerd hehhen, een verkwikkenden drank, weigerde men aan Jezus; gal en azijn kwamen zijne smarten vermeerderen. De doornen staken Hem, zijne wonden hrandden en pijnigden Hem, zijne handen en voeten trokken krampaehtig samen, verlatenheid overviel Mem, zijn sterfbed was het kruis, het harde kruis. Waartoe die liehaams- en die zielesmarten, o Heer ? \'t Was om ons de genade te verdienen, de smarten onzer laatste ziekte met gelatenheid en ond\'Twerping te kunnen dragen. Als gij een priester hij uw sterfbed zult zien staan, die u troost en bemoedigt, uwe zonden vergeeft en de heerlijke gebeden der Kerk aan uwe zijde ten hemel zendt, als bloedverwanten en vrienden u verplegen en duizend zorgen aan r. besteden, gij zult het te danken hebben aan de liefde, van Jezus\' Hart, dat voor u, in awe plaats, aan \'t kruis zooveel leed en verlaten was door de mensehen. Dooi\' die genade gesterkt , zult gij geduldig blijven te midden

---dï

-ocr page 304-

----CD

NKCiKN KN TWINÏtGSTK IUO. 2-03 J

uwer smarten, en het den llccre mot j ondcnveipiiig kunnen nu/.eggen ; \\ ader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.

Ook door God was Jezus verlaten. Wat : moet het pijnlijk indrukwekkend geweest zijn, door de stilte en de duisternis van Calvarië de stem, het klagend geroep van dien stervenden Godmensch, te hooren : Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten \'? o Pijnlijke toestand , veel v\\ reeder dan de dood zelf! Walg en vrees en verveling overviel Hem, veel vrceselijker dan in den Hol\'van Olijven. Maar waartoe leed Hij hef? Omdat Hij voorzag, dat wij in ons laatste uur bestormd zullen worden door allerlei bekoringen ; de duivel wetende, dat «ene ziel op het spel staat, zal zijne, pogingen verdubbelen, en wee ons in die vreeselijke oogenblikken ! Doch geen vrees; Jezus heeft in zijne liefde alle genaden verdiend, die wij dan zullen noodig hebben. Hij zal ons niet verlaten. Hij zal tot ons komen en gesterkt door zijne genade , gevoed met zijn Lichaam, gedrenkt met zijn Bloed, zullen wij de gonsclic hel in bedwang houden; want door zijn dood

v-a

tr

-ocr page 305-

xeokn i;n twintigste igt;\\g.

IPquot;

e/jJquot; _o

liucl\'t Hij den duivel en /.ijii annhiilijj: nver-Avoimen !

IJiui zullen ook wij kuimeii /.eggen, wal Hij zelf eenniüiil zeide vnn zijnen Vilder: Hij hcrfl wij nicl iillmi gelalen, omdul Ui al lijd iluc, mil Hem hehaafilijk is1}. Mijne ziel, doe dim nltijd, wat den lleeve liehiinglijk is, en dan zal dat Hart met \'zijne wonde voor u de deur zijn, waardoor gij de eeuwige glorie lünnengaat.

quot;Voornemens.

1° JJcdank Jezus voor tic liefde, waarmede Hij ouzeu dood heeft willen verzachten.

2° Bid voor al degenen, die op sterven liggen en beveel hen aan \'t stervende Hart van Jezus.

3° Zoo mogelijk, altijd des namiddags te uur. 3 Onze f ut Ier en frees yeyroei voor de stervenden bidden.

VOO]? BEELD.

rarauel.

{^ear eencye(lachte c. d. 11. Joannes Chnjsnslinints) {T\'ffl. Mai/. XIII. 45.)

Jn de verre streken van het zengende Oosten woonde eens een koopman , die handel dreef in 1) Jois. VJJ1. 20.

-ocr page 306-

XEGKN j;N TWINTIGSTE 1)A(J.

kostbare pavelcu. Laugc reizen, vermoeiende tochten ondernam hij, en verlicugd keerde hij huiswaarts , zoo hij eene parel gevonden liad, waarmede hij hoopte later eene keizerskroon te kunnen versieren. AVeer was hij op reis, toen hij in een vreemde stad vernam , dat daar eene parel gevonden was zoo groot, zoo schitterend schoon . dat in zijn hart de vurigste hegeerte ontstond ze te bezitten. Groote schatten nam hij met zich en ging naar de plaats, die men hem aanwees als \'thuis van den bezitter dier parel. Daar uaiurc-komen, verneemt hij tot zijne groote teleurstelling, dat zij daags, te voren verkocht is voor een neringen prijs j eene nietigheid, aan eenen gierigaard der stad. Vermoeid van de reis zijnde, zond hij herhaaldelijk zijne dienaren naar den gierigaard , om over den koop dier parel te onderhandelen : hij deed zich intussehen door den vorigen bezitter het kleinood beschrijven en alles wat hij hoorde vermeerderde zijne begeerte, die parel te bezitten.— Zijne dienaren keerden onverrichter zake terug; lt;le gierigaard wilde de parel niet afstaan. Toen ging de koopman zelf tot hem, bood hem de eene kostbaarheid na de andere, putte de meegebrachte schatten uit, totdat hij eindelijk niets meer over hield dan één allerkostbaarst kleinood, \'twelk hem zoo dierbaar was, dat hij er niet dan in den uitersten nood van zou willen scheiden. Maar de gierigaard gaf de parel niet. Toch wilde de koopman ze bezitten. Toen besloot hij ook nog

-ocr page 307-

Gp-----^05

i\'jö XKGKX EN nVrSTrGSÏE U.\\lt;i.

dit laatste kleinood af te staan : het kostte heui. jnoeite en harteleed ; maar mimsclioots werd hem dit vergoed, toen eindelijk de gierigaard zie.h liet bewegen , hem. de parel ov ergaf, die hij nu met zich voerde naar zijn land en aan al zijne vrienden en bekenden vol blijdschap vertoonde.

Die parel is onze ziel, zegt de H. Joannes Chrys. O. H. Jezus is die koopman, die haar bezitten wilde. Hij verliet zijn land , den hemel ♦:u kwam in den vreemde, op aarde. Daar vond hij die parel, welke hij zocht, maar.... verkocht nan den duivel, llccds had hij vele zijner dienaren gezonden , om ze te koopen, zij bekwamen ze niet; toen ging Hij zelf met den duivel een strijd, aan om onze ziel. Hij bood voor dezelve den oneindig kostbaren prijs van zijn bloed. Eerst gaf Hij een deel in zijne Besnijdenis , een ander deel in den Hol\' van Olijven, eeu deel onder do geesels van Pilatus , eeu deel onder de doornen van zijn hootd, een deel door de wonden der nagelen in handen \'en voeten. Nog sleehts één deel hield hij over; \'t was weinig , maar allerkostbaarst. Toen beschouwde Hij de schoonheid onzer ziel; hij wilde ze koopen tot eiken prijs ,

zijn laatste kleinood er voor geveu , toen.....

nam de soldaat zijne lans, doorstak het Hart des Ileeren en Hoed eu water vloeide:/ daaruit. Do laatste druppel was vergoten eu onze ziel het eigendom van Hem, die haar tot eiken prijs wilde bezitten.

-F3\'

ÏC-O

C)

ïy=~

-ocr page 308-

N EG F.N KX TWINTIGSTE DAG.

cysn Q

~

297 3

GEBE]).

o Stervend Hart mijns Verlossers, om den wreeden doodstrijd, dien Gij onderstondt in den Hof van Olijven en op uw smartelijk doodsbed des krnises, heb medelijden met alle stervenden, maar inzonderheid met mij , opdat ik , uls mijn uur gekomen is, onthecht van het aardsche, mot een gezuiverd geweten en vol hoop op uwe barmhartigheid , den overgang van don tijd naar de eeuwi ghcid moge maken. Amen.

0,

-ocr page 309-

Dertigste Dag.

liet Hceld van \'t H. Hart.

A,,. koniiio- Diivid .Icruznlcin voor «piwrigcn Zoon Alisolom onl-niiimlc, liet hij in hot koninklijk paleis geen bozetting van soldaten achter, maar onverdedigd gaf hij het aan Aliso-lom over. \\\\ aarom deed hij zulks \'? vraagt de II. Joannes (\'.hi-vsostoinus, Opchit, zoo ■zegt die H. I,eeraar, Absolom aanstonds dat. paleis zou binnentreden en door de vele bewijzen van de liefde zijns vaders zou getroll\'en worden. Daar toch was Absolom geboren en opgevoed , daar zag hij de talloozc geschenken, die Davids lielde hem bij iedere gelegenheid gegeven had , alsook de personen, aan welke zijne

%

-ocr page 310-

P*----

DKiirrGSïiï li \\c;. 290 ^

lt;gt;[)Voctliiig vroeger was toevertrouwd.

(lelijk David, zoo deed ook eenigs/.ins. (tu/.c lieer met zijn aanlmldelijk Hart. Dat Mart is een paleis, vervuld van ko-niidvlijken luister. Wijd heelt Hij de deur van dat paleis opengesteld , toen Hij aan het krnis toeliet, dat een soldaat zijne zijde doorhoorde ; Hij verwacht, dat wij dat paleis zullen Immentredeu en ge-trollen zullen worden door de duizenden hewijzen van liefde, die wij daar aanschouwen. De Kerkvaders van alle eeuwen hebben het ons gezegd: daarmede bedoelde de Heer, ons eene toevlucht, eene schuilplaats te openen, waarin wij zonden kunnen vluchten, gelijk Noë in de zijde der Ark en gelijk eene vervolgde duil\' in de spleten der steenrots. Was de stem dier eerbiedwaardige Kerkvaders niet voldoende , om ons van die waarheid te overtuigen\'.\' CU\' was men misschien die stem vergeten\'? Zeker is het, dal onze beminnelijke Verlosser in het midden der iquot;\'\'0 eeuw noodig oordeelde op die waarheid nogmaals te wijzen, aan zijne beminde liruid, de Zalige Murgareta

fc

-ocr page 311-

- \'3 f] O

quot;tR

-n (

£ 300

DERTrOSTK T)A(5.

Maria Alacoquc, zijn (quot;lOtldclijk Hart te vrrtooiicn , de rijkste zegeningen te lielo-ven aan die Hot verecren. zouden, en zelfs zijnen zegen verbond aan iedere plaats, waar het Beeld zijns Hart en zon zijn ten toon gesteld.

Fs het H. Hart zeil\' cene Ark van Noë , waar allen aan den zondvloed der wereld kunnen ontsnappen, - ook het heeld van het 11. Hart gelijkt aan eene andere ark, waarvan de 11. Schrift zoo herhaaldelijk spreekt. Wat deed zoo rijken zegen neerdalen over het huis van Obededoni, den Leviet? Was het niet de Ark des Verhonds\'? Maar wat was die Ark des Verbonds anders dan eene afbeelding, een schaduw van hetgeen ons later in de. Nieuwe Wet gegeven zou worden r wanneer de tweede Persoon der 11. Drievuldigheid de inenschelijke natuur zou aangenomen hebbenquot;? Dat zegt ons de II. Kerk zelf in hare lofzangen: « De »Ark des Verbonds hield de Wet der oude «dienstbaarheid in; maar Gij, o Godde-» lijk Hart, Gij besluit de Nieuwe Wet. » der genade , der liefde en barmhartig-

c\'iJÜ o

-ocr page 312-

DKllTIGSTE DAG.

» hcid\').quot; Maar als die Ark dus Verlionds reeds zooveel zegen aanbracht in het huis van den Leviet, wat zegen mogen wij dan niet. verwachten van het beeld van \'t H. Hart ?

Doch waartoe deze redeneering ? Hebben wij niet de belofte des Heeren, welke uitdrukkelijk luidt: Ik zal de plaatsen zegenen, waar mijn beeld in eere wordt gehouden ? Redenken wij, dat dit niet de woorden zijn van een gewoon sterveling, maar van Hem, die naar waarheid getuigen kan ; « Hemel en aarde zuilen voor-ii bijgaan, maar niijne woorden nooit.quot; hiet Hij ons zeggen, dat na eenige jaren de wereld zou vergaan, gelijk Hij het, van Jeruzalem voorspelde, - wij zouden het onvoorwaardelijk gelooven ; omdat wij weten, dat Hij de Heer is, die zijne bedreigingen kan uitvoeren en met krach-tigen arm de wereldgebeurtenissen regelt ;

1) Cor Area legem coutiiieus,

Non servitutis veteris,

Setl gratiiie , sed veuiae ,

Sed et iDisericordiae.

:i_ r

J__

301

-ocr page 313-

;3(J3 BKliTrCSTE DAG.

wiiiinmi /.lillen wij llciu dan ook nilt;,t. ten volle gelool\' schenken , wanneer Hij ons belooft: Die plaats zal Ik zegenen, waar mijn lieeld in eere is\'? Moet het ons niet verwonderen, dat ons oog niet op alle plaatsen dat heininnelijk beeld ontmoet\'? Kinderen der wereld , gij , die zoo voorzichtig zijt in uwen handel, hoe komt het, dat gij hier blind zijt en een middel ver-! waarloost, dat n met onfeilbare zekerheid | den zegen des Heeren bezorgen kanquot;? Weet gij niet, dat volgens een ander woord van I (iod zelf, niet uwe pogingen, maaralleen de \'■eijcn des Hccmi a kan rijk nidLen ?

Doch, zoo mogen wij vragen, waardoor oefent het beeld van \'til. Hart znlk een weldadigen invloed rondom zich uit ? Onze lieer Jezus Christus verlangt den eeredienst van zijn Hart uitgebreid te zien, en Hij wil, dat niet alleen enkele bevoorrechte personen in kloosters verscholen, maar alle,

alle Christenen die godsvrucht beoefenen. In zijne alwetendheid wist de Heer, dat de zinlijke mensch door niets sterker wordt getrokken, dan door datgene wat zijne oogen zien. .Vanzien toch dóet gedenken,

Eilpj -o

-ocr page 314-

IP---^

2 DERTIGSTE DAG. SOS

cn wn niulcr spreekwoord voegt danrliij ; uit. het. oog, uit het hart,. Welnu, de.

Heer verlangde, dat wij voortdurend dat hceld zijns Harten zouden voor oogenhobhen, om zoo altijd herinnerd te worden aan de onwaardeerbare weldaden, die zijne liefde aan allen bewezen heeft , of, zooals de II. Kerk zegt, door liet ziehtbare tot het onzichtbare gebracht te worden.

Wij zien dit duidelijk aan de wijze, waarop Hij aan de Zalige .Margareta-.Maria.

zijn II. Hart vertoonde: De Heer nam Het niet uit zijne borst , maar toonde Het in zijnen boezem, brandend, omringd van doornen, en dragend een kruis te midden der vlammen. I lit alles had zijne beteekenis.

Itat de Heer het niet uit zijnen boezem nam, beteekenl , dat wij dat Hart niet moeten afscheiden van zijne II. Menschheid ;

maar dat alles wat zijne II. Menschheid verrichtte, werd ingegeven door zijn Mart, de bron van al zijne weldaden en liefde-bewijzen.1) \'t Was omringd van door-

1) Daarom ook heeft cencgcniaklcclijkcrc voorstelling, nl. een enkel Hart, omringd van vlammen enz. te Home lt;le goedkeuring niet mogen verwer-

fe------sdfi

-ocr page 315-

Ic\'J___c/ï

J

301 DKItTIGSTK DAG.

ncn cn droog een kruis , om ons k\', dorn deuken ;iiin nl het lijden, waarinede geheel zijn leven uit liefde tot ons getcekend was. — Het brandde en schoot stralen uit, om de vurige liefde te kennen te geven, waardoor liet voor ons verteerd werd.

Als wij nu dat 11. Hart zien , voortdurend eene afbeelding daarvan onder onze oogen hebben, daarbij letten op al die omstandigheden en onze blikken vestigen op die open wonde, welke de liefde daar in maakte, zullen wij dan niet getroffen wordenquot;? En als wij dan nog daarbij denken, dat onze zonden oorzaak waren van al zijn lijden, en die gapende wonde daarin gemaakt hebben , zullen wij dan de. zonde niet verzaken, ons leven beteren, liefde voor liefde geven, en ons zoo in in staat stellen de zegeningen des Hemels in ruime mate te erlangen\'?

Och, of het Beeld van \'tH. Hart in oils die uitwerkselen mocht teweegbrengen!

1

ven ; wel daarentegen enu\' voorstelling van deu persoon des Zaligmakers , die in zijne borst een vlammend Hart vertoont.

c:f o U\'

-ocr page 316-

DKUTIGSTE DAG.

znii2.

Ook wij zouden (hm ileclcn in de zcjic-ningcn, lt;lic Het beloofd lu-ct\'t en wij \'/ouden de blijde ondervinding opdoen, welke reeds duizenden en duizenden inen-sclien hel)1jen opgedaan , dat nl. de Heer getrouw is in zijne beloften en eerder Hemel en aarde zullen voorbijgaan, dan dat een jota of stip van zijne woorden onvervuld blijft.

V oomomei;

lu Eene afbeelding van \'t H. Hart hebben, /oo mogelijk in ieder vertrek, en aan dezelve de eereplaats geven.

2° Bij het zien van die beeltenis altijd den Heer danken voor de liefdebewijzen zijns Harten, onze goede voornemens van wederliefde hernieuwen en een vurig sehietgebed daarbij voegen.

VOORBEELD.

Or eerste Beeltenis van Jezus\' 11. Hart, Den Vrijdag na \'t octaaf van \'t H. Sacrament van \'tjaar 1685, verstoutte zich de Zalige Mar-garcta Maria voor \'t eerst eene kleine afbeelding van :tH. Hart op te hangen aan \'t altaar van \'t Noviciaat, waarin zij meesteres was. Deze afbeelding was met de pen geteekend ; maar hoe nederig ook deze beeltenis was , de novicen ver-rj eerden ze met vurigheid. Het volgende jaar hail -gt;

-ocr page 317-

DKRTfGSTE DAG.

dc vcrccriug vau de afbeelding van Jezus\' II. Hart een stap verder gedaan, \'t Was den 21 Juni 1680. Deze dag was in de eeuwige raadsbesluiten aangewezen om in de Kerk de groote dag der openlijke aanbidding van Jezus\' Hart te zijn. Des morgens zagen de Zusters der Visitatie te Paray-le-Monial in hunne kapel, midden in het koor, een klein rustaltaar, waarop de beeltenis vau \'t H. Hart te midden van bloemen en kaarsen was uitgesteld. Ken briefje, door de Zalige Margareta-Maria on-derteekend , was aan \'t altaartje geheeht en noo-digde alle Zusters uit neer te knielen voor die beeltenis en zich toe te wijden aan het aanbiddelijk Hart des Heeren. Allen gaven aan die uit-noodiging gehoor en er was in heel het klooster maar éene stem en maar één hart, om het 11. Hart van Jezus te aanbidden en te loven. Met geestdrift werd er besloten een groote en sehoone schilderij van \'t H. Hart te doen vervaardigen en tevens eene kapel te doen bouwen, waar men die schilderij zou ophangen en vereeren.

De zegeningen door den Heer beloofd voor alle plaatsen, waar het beeld zijns Harten vereerd wordt, bleven voor dit klooster niet uit. Het ontving in ruime mate de grootste zegening, die een klooster ontvangen kan, nl. goeden geest en ijver voor de volmaaktheid, die zich openbaarden door het bloeien der verhevenste religieuze deugden (1).

3

|

1) Z. H. Pi us VI. bij Rescript van 2 Jan. 1799 J

c,

ro

o

-ocr page 318-

cp-

I

DOTIGSTi: DAG.

verleende een Aflaat van 7 jaar cn 7 Quadrageneii aan alle geloovigeu, die rouwmoedig en met godsvrucht de beeltenis van het allerh. Hart van Jezus, ter plublieke vereering uitgesteld in welke kerk , bedeplaats of op welk altaar ook , bezoeken en eenigen tijd bidden volgens de mccning van Z. H.

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jezus , ïk offer U door

\'tOnbevlekt Hart van Maria al mijne gebeden, mijne werken en mijn lijden van dezen dag op in vereeniging met de heilige inzichten, waarmede Gij V voortdurend slachtoffert op \'t altaar. Ik offer ze U bijzonder op voor al de noodwendigheden mijner eigene ziel en der zielen, die mij dierbaar zijn , opdat wij hier in liefde verccnigd, begiftigd met uwe zegeningen mogen leven en eeuwig in de glorie onderling mogen verbonden zijn. Amen.

-ocr page 319-

LEZIlSr Gr

VOOR DEN

FEESTDAG VAN TH. HART VAN JEZUS1).

hJB^AAit lifft- over do werken {iiuls ^JS^^tlikwijls een sluier, dien het. geen inenseh gegeven is op te lichten. Treilend om huren eenvoud is daarom de waarschuwing van Thomas a Kempis; « Wacht ii wel voor eene nieuwsgierige en i) nuttelooze navorsching van het ailcrdiep-« ste Geheim des Altaars ... want die de gt;gt; Majesteit wil navorschen, wordt door » den glans verblind. . .. Velen hebben de » godsvrucht verloren, door het zoeken » naar hoogere dingen.quot; Maar van een anderen kant klinkt zijne verzekering geruststellend , waar hij zegt: j Een god-

-ocr page 320-

1=3

FEESTDAG VAN MKT II. HAKT VAN .1 KZI.S. 309

» vruclitig cn ncdovig opzoeken der wani\'-ii heid is geoorlool\'d ; niaui\' men zij bereid ii zich daarin door anderen te laten onder-ii wijzen\').quot; Als daarenboven dat zoeken naar de waarheid ons geloot\' bevestigt, onze hoop versterkt en onze liefde verlevendigt, dan is het niet alleen geoorloofd, maar tevens nuttig en heilzaam.

Beminde Lezer, gij weet, dat de feestdag, dien de 11. Kerk heden viert, door Jezus Christus zeiven is uitgekozen. Eertijds bestond dit feest niet, maar de zalige Margareta Maria heeft in eenc openbaring bevel ontvangen te zorgen , dat het in de II. Kerk werd ingevoerd, o Kracht der genade Gods, die aldus het zwakke (eene nederige, onbekende kloosterzuster, verborgen achter hare tralies en onder haren sluier,) uitkoos, om de grootste dingen tot stand te brengen !

Doch nu rijst de vraag : Waarom koos Onze Heer juist dezen dag uit voor den feestdag van zijn II. Hart? Hier staat het inenschelijk verstand stil en nederig moeten wij het erkennen; wij weten het niet.

1) Imit. dir. lib. IV. cap. 18.

Jl

-ocr page 321-

PTT

^2_

310

rSjt

fkkstjgt;ag van het

Toch zij het ons gcooiioofd re triicliten oen tipje op te liclitcii vim den sluier, die dut geheim bedekt.

Reincrk toch, mmiteer juist deze feestdag gevierd wordt. Let wei, beminde lezer, is het niet hum het einde vim alle feestdagen des Meeren ? Is het niet op een Vrijdag? Is liet niet onmiddellijk na het oetaaf van Sacramentsdag? Al deze omstandigheden zullen u duidelijker worden-,, als gij. ze een weinig nader overweegt.

Die feestdag dan valt iiini 7 einde van alle feenlen des Jleeren , die door he.e jaar gevierd worden. Kerstmis met zijne jubelende Kngelen , in wier midden de Verlosser geboren wordt, is voorbij! De Besnijdenis, waarin de lieer ons zijn eerste Itloed gal\'. Driekoningen, waarop Hij zich aan de heidenen openbaarde, zij zijn voorbij. I\'asehen, waarop Hij vooS ons dood en hel overwon. Hemelvaart, waarop Hij voor ons den Hemel opende, l\'inksteref^ waarop wij den 11. Geest, den Vertrooster ontvingen. -— II. Sacramentsdag, waarop wij de grootste zijner weldaden dankbaar herdenken, zij zijn voorbij. Kn ziet tui, na die alle komt

GX

-ocr page 322-

°Tp_________________

11. HAKT VAX JEZUS. 311 \'\'TÏ-

liet feest van \'t I(. Hurt. [gt;)it is gecM toeval. Dat heeft zijne beteekenis. \'t Is alsof de Heer daardoor al zijne weldaden wilde samenvatten en ons zeggen : « Mijn Hart is de oorsprong van al die weldaden. Hi j hebt. u gelaafd aan den stroom, maar hier is de bron. Hier is het Hart, aan hetwelk gij de kennis van alle christelijke waarheden , die het leven der rnensehen en volkeren in stand honden, te danken hebt. Dit Hart klopte voor n in lt;le kribbe te Itethlehein; aan dit Hart dankt gij de verlossing uit de slavenketenen des duivels ; aan dit Hart zijn de heilzame wateren des Doopsels en alle andere Sacramenten, die kanalen van genade zijn, ontsprongen; dit Hart heeft het grootste geheim der liefde uitgedacht: het H. Altaarsacrament; dit Hart openbaarde u den II. (leest met al zijne deugden en gaven, (ledenk op dezen dag al die weldaden te, zinnen; \'t zijn alle slechts stralen; mijn Hart is de zon, die ze uitschiet!quot; \'t Is dus geen louter toeval , dat die feestdag aan het einde der feestenrij komt. (lelijk liet « Amenquot; aan liet slot van een mebed , alles wat in dat

J

OXICS*

-ocr page 323-

3 cxïTr

izD

•UZ FEESTDAG VAN HET

gebed vervat eu gevraigd is, niet één woord nog eens herhaalt en samenvat, zoo vat dit leest alle; andere nog eens samen en hcriimcrt ons in eens alle feesten onzes Ileeren.

Dit leest vult uji een Vrijdau. Ook hierin zij het ons geoorloold de liefde van Jezus\' 11. Hart aan te toonen. De Vrijdag! O, welke tegelijk zoete en bittere herinneringen zijn voor het H. Hart aan dien dag verbonden. De eerste oogenblikken van den \\ rijdag waren getuigen van dien pijnlijken doodsangst in den hof van Olijven, waar dat Hart geprangd en geperst werd, gelijk, zooals de Profeet zegt, cene druif in de wijnpers. De Vrijdag, dien wij naderhand den « (loedequot; genoemd hebben, zag Jezus geboeid, rondgesleurd van straat tot straat, van reehter tot rechter; gegee-seld , met doornen gekroond , gehoond, verwenscht, gekruisigd tussehen moordenaren en eindelijk , — o liefde des Ileeren ! — - onder \'t schokken cn scheuren der aarde , bij \'t verduisteren der zon en het opstaan der dooden, den laatsten snik ^even. Droevige herinneriiiquot;\' voor \'t H.

t-J

r

-ocr page 324-

11. HAKT VAN JEZUS.

SP2-

313

Ifnrt vim .l(\'7.us ! Muur ook de Vrijdag hoorde, hou Jezus zijne ullerbeiniimelijkste Moeder tot Moeder idler Christenen uiin-stelde, en hoe uit den mond van Hem , die onze verlossing op zich genomen had , de troostende woorden weerklonken ; ii Het is volbracht!quot; Ite Vrijdag zag de zijde des Hoeren openen, toen de Heer, de tweede Adam , den slaap des doods aan \'t kruis sliep en uit zijne geopende zijde de 11. Kerk, de nieuwe Eva, d. i. moeder aller levenden, voortkwam. Zoete herinnering ! Zou ter, oorzake dier herinneringen de Heer niet juist den Vrijdag heli-tien uitgekozen voor den feestdag van zijn HL Hart\'? Wat belet ons zulks te geloo-ven ? Zou dit ook de reden niet zijn, waarom Hij zoo groote gunsten beloofde aan allen, die den eersten Vrijdag van elke maand ter eere van zijn tióddelijk Hart vieren en dan de II. (quot;.oinnmnie ontvangen \'!

Maar nog eene andere omstandigheid is aan dit feest verbonden. Het valt aan \'t einde der feesten rij , op een Vrijdag, maar, let wel, o/i den Vrijda/i, die onmid-

-ocr page 325-

--^

314 l\'EESTDACr VAK HET ^

dcllijk roljjl n/i hel ucUuif rnn Sucmninils-rlaj/. Ook dat heeft zijne reden. Schijnt daardoor Oti/.e Heer niet te willen zeggen, dat. de devotie tot liet 11. Sacrament en tot zijn II. Hart onafscheidelijk zijn van elkander , en dat het doel van dien feestdag en van die. godsvrucht is , ons op te wekken tot frrooter liefde en godsvrucht voor dat verheven geheim? Des morgens nog i)i(lt de l\'riester zijne Getijden ter eere van \'t H. Sacrament, des middags reeds ter eere van \'t Goddelijk Hart. Ja, onafscheidelijk zijn zij van elkander ! Kan toch het Hart gescheiden worden van het Lichaam ? Is het hart niet het middelpunt , het edelste deel van \'t menschelijk lichaam ? Welnu, des Heeren H. Lichaam vereeren wij vooral op Sacramentsdag en onder het octaaf; want de H. Kerk noemt, dit feest : het feest van \'t Lichaam des Heeren. En wat eeren wij op dezen dag\'! Het. edelste deel van dat Lichaam, dat al onze vereering en aanbidding waardig is, het middelpunt van al zijne bewegingen , de bron waaruit al de handelingen der eeuwig geprezene H. Menschheid des ft*

li--------rr

-ocr page 326-

II. IT AIIT VAN JK/.rs.

llecren voortkwamen. Dnt zegt ons de (ioclclelijke Ziilifinniker ze 11\'. De godsvrucht, tot zijn 11. Hart moet de inenschen brengen tot de godsvrucht jegens het H. Suern-ment, gelijk de knop Itrengt tot de liloem.

Waar verscheen Onze lieer aan de zalige Margaret a Was het niet tioveii een altaar, waar het Allerheiligste Sacrament was uitgesteld, als wilde Hij zeggen: mijn Hart en dit 11. Sacrament zijn één\'? Wat vroeg Hij aan de zalige dienares zijns Harten? Dat men Hem eerherstel zou geven voor den smaad aan /.iju 11. Hart in \'t Sacrament van liefde aangedaan! Wat verlangde Hij voor eerherstel\'? Dat men de 11. Communie ontvangen zou op den Feestdag, dien Hij wenschte ingesteld te zien, alsook op den eersten \\ rijdug van iedere maand, en Hij beloofde de onwaar-deerbare genade der eindvolharding aan allen, die Hem negen achtereenvolgende maanden dat bewijs van liefde zouden geven !

Neen, zij begrijpen deze devotie niet , tlie het H. Hart en \'til. Sacrament scheiden; die eene beeltenis van \'til. Hart

\'-V vj O

-ocr page 327-

%

316 FEESTDAG VAN HET

ven ■even cn diiiivdoor niut. worden opgewekt., om diit II. Hart persoonlijk in het. amilnddelijk Sacrament des Altaars tc vereeren en te aanlndden. Zij gebruiken een middel, en verwaarloozen het doel !

p

Heeft nu inderdaad Onze Heer deze lie-doelingen gehad, toen Hij dezen dag voor het feest van zijn H. Hart uitkoos? (iods raadsbesluiten zijn ondoorgrondelijk ! En iii(.\'t alleen de toekomst, maar ook veel van het verledene en tegenwoordige is voor ons oog verborgen. Dit. is zeker; Heeft Onze Heer Jezus Christus bij de keuze van dezen dag bovengemelde bedoelingen gehad, dan moeten wij er Hem voor danken en beantwoorden aan zijne inzichten , erkentelijk dus heden de weldaden der Verlossing herdenken, en steeds toenemen in liefde en vereering van het heilig , ondoorgrondelijk Oeheim onzer Altaren, aan hetwelk eer en glorie in eeuwigheid. H. Hart , geef ons die genade en heersch door de liefde in de harten aller men-schen !

clt;5r

Éi/s

-ocr page 328-

fcX3

IT. HART VAN JEZUS

quot;V oornemens.

1° Dezen dajj; doorbrengen in een blijde stemming:, en dikwijls het H. Hart bedanken voor de weldaden , waaraan deze feestdag ons herinnert.

2° Niet verzuimen de namiddag-oefeningen van dezen dag bij te wonen, en, zoo het H. Sacrament is uitgesteld, Onzen Heer ten minste eenigen tijd gezelschap houden in de kerk.

8° Anderen aansporen, om ook dezen dag godvruchtig door te brengen.

VOORBEELD.

\'t Was in het jaar 1765. Een novice in het klooster der Jezuïeten te Home, met name N. L. Celestini, leed sedert 8 maanden aan eene ziekte, die niet de minste hoop op herstel overliet. Sinds 10 dagen was het hem onmogelijk eeu druppel water door te halen. Sprakeloos en oogenschijn-lijk zonder bewustzijn lag de zieke op zijn smart-bed , alleen de ademhaling verried nog het leven. Eensklaps komt er een frissche blos op zijne wangen. „Ik ben genezen 1quot; roept hij met eene heldere stem, „de H. Aloysius heeft mij genezen 1quot;

De religieuzen, die er tegenwoordig waren vroegen aan den novice, wat er dan gebeurd was. Nu verhaalde hij hun, dat de H. Aloysius van Gonzaga hem verschenen was en hem gevraagd had : „Wat wilt gij; de gezondheid of de dood?quot;— „Den wil Godsquot; antwoordde de novice. — Daarop zegde de H. Aloysius : „Dewijl gij gedurende uwe

oJ , g

O)

iB

-ocr page 329-

lp-

êl5Ql?

tD

t 318 FKESTDAG VAN HET If. HAKT VAN JEZUS.

zicVtc geen aiider verlangen gekoesterd hebt, dau de H. Teerspijze te ontvangen, en dat gij u voor quot;t overige aan Gods H. Wil hebt overgegeven schenkt de Heer u door mijne voorspraak het leven, opdat gij u op de volmaaktheid zondt toeleggen en lot mem dood tor de godsvrncJit tot J exits\' 11. Hart zoudt venspreiden ; viant deze yodsvrucht is den hemel zeer aangenaam.

De herstelde novice was altijd deze aanbeveling indachtig en spande al zijne krachten in, om. gedurende zijne overige dagen . de liel\'dc van Jezus\' H. Hart te verkondigen.

GEBED

Heer Jezus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen r geel\', dat wij aan de liefde van dit allerh. Hart mogen beantwoorden en de versmadingen aan Hetzelve door de ondankbaarheid der mensoheu toegebracht met waardige dienstbewijzen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, God in alle eenwen. der eeuwen. Amen.

■dÊo

-ocr page 330-

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

quot;Vquot; oo i\'bereidin g.

Wanneer gij u naar de H. Mis begeeft, verbeeld u, dat gij den berg van Calvarië bestijgty om met de H. Maagd Maria, met Joannes en Magdalena onder bet kruis to staan.

o Allerheiligste Drievuldigheid , geef mij de genade, dat ik het H. Misoffer eerbiedig en aandachtig bijwone. Ik wil het in vereeniging met den Priester aan uwe goddelijke Majesteit opdragen :

1° Tot verheerlijking van uwen H. Naam;

2° Tot vergiffenis mijner zonden en tot voldoening der straffen, die ik voor dezelve verdiend heb ;

3° Tot dankzegging Vooralle weldaden, die ik van u ontvangen heb ;

4° Tot verkrijging van meerdere genade, hulp en sterkte, om de bekoringen te overwinnen , voornamelijk , deze ... ., om de heilige deugd van zuiverheid onbevlekt

-fe--SjSP

-ocr page 331-

330 OEKEDEN OKDEB

te bewaren en in de heiligmakende genade tot mijnen dood toe te volharden.

Neem, o barmhartige God, dit offer genadig aan en verhoor mijn gebed, door Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H* Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Confiteor.

CSckuldbclijdettis.)

Aan ilcn voet van liet altaar betuigt de priester zijne onwaardigheid om het H. Offer op te dragen. Met den misdienaar doet hij daar een vurig gebed , legt ecne openbare belijdenis zijner zonden af en klopt tot teeken van berouw driemaal oj) zijne borst.

Het is niet noodig, o mijn God, dat ik mijne zonden voor U belijd, om ze U te doen kennen; Gij kent ze veel beter, dan ik ze ooit kennen zal; Gij leest ze in mijn hart. Doch om mij zeiven te vernederen belijd ik dezelve in tegenwoordigheid van hemel en aarde. Ik beken, dat ik ü zwaar beleedigd heb door gedachten, woorden en werken , en uwe verontwaardiging verdiend heb door mijne schuld, door mijne schuld , door mijne allergrootste schuld.

O Maria, die de Toevlucht der zondaren zijt, mijn II. Engelbewaarder, mijne

-ocr page 332-

DE H. MIS.

HU. Patronen , bidt voor mij en verwerft mij de vergeving mijner zonden.

TntroïtuB.

C Tngangsgéhed.)

\\)e pricstcv beklimt het ultaitr, kust hetzelve lot teeken van eerbied voor Jezus Christus , die daarop weldra als Offer zal nederdalen , en ter eere der heilige dienaren en vrienden Gods , wier relikwieën in het altaar bewaard worden. Dan bidt hij het Ingangsgebed of Introïtus.

o God, kom mij te hulp ; Heer, haast U, um mij te helpen. Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel belagen. Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen. Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in het begin en nu en altijd eu in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Kyrie Eleison.

Heer, ontferm TJ onzer. {driemaal.)

Christus, ontferm ü onzer „

Heer, ontferm U onzer. „

Gloria.

i

Het Gloria is de lofzang der Engelen, een vreug-/Sczang. Daarom wordt liet achtergelaten, als de y\' priester ten teeken van rouw of boetvaardigheid een zwart of paars kasuifel draagt.

Glorie aan God in den hooge, en vrede op aarde aan de menscben van goeden will

o) G

n

lU o

cyï

m

-ocr page 333-

gp-

^ :i~2 (IKISivUKS OXDKll

Wij loven TJ; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken U, om nwe groote glorie, Heer God, hemelsehe Koning, God, Almachtige Vader; Heer Jezus Christus, Eeniggeboren Zoon des Vaders. Die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want gij zijt alleen de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus, met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

11 ii gczuiiiren missen kim men vim het Kyrie tot lift Glorin gevoegelijk bidden :

Zondiigs de Litanie der H. Drievuldigheid.

\'sMaaud. „ „ vim den H. Geest.

Dinsdags „ „ van den H. Naam Jezus.

Woonsd. ,, ,, van den H. Jozef.

Honderd, „ „ van liet H. Sacrament.

Vrijdags „ „ v. li. H. Lijden of v. h. H. Hart. Zateidags,, „ van Lorette.)

Gebed.

Als de priester zich tot de aanwezige geloovigcn keert, zegt hij ; IJoniinus vobiscmt (de Heer zij met n). Zij antwoorden door den misdienaar: V.t (■quot;m spiritn Uw (en mei nweu geestj i.i. zon-als de II eer met uiat nidjie icezcn, zko zij Hij r\\ uok met ((.

fc----------Jï

-ocr page 334-

r

DE H. MIS. 333

Laat ons 131011611 :

Geef ons, o lieer , door de voorspraak der II. Maagd en der Heiligen, die wij eeren , al de genaden, welke uw dienaar, de Priester, TT voor ziek zeiven en voor ons vraagt. Mij met hem vereenigende gt; doe ik hetzelfde gebed voor allen , voor wie ik verplicht ben te bidden, en ik vraag U voor hen en voor mij al de genademiddelen , welke gij weet, dat wij noodig hebben, om het eeuwig leven te bekomen» in den Naam van Jezus Christus , onzen Heer. Amen.

S)

Epistel:

Lcos liicv auuilachtig de volgeiulc zinsncdm uit. do brieven (epistels) der Apostelen ; bedenk daarbij, dat de H. Geest die waarliedeu hoeft ingegeven en dat zij gesebieven zijn lot uwe onder-riehting.

„ Gehoorzaamt uwen oversten en woest ,, hun onderdanig ; want zij waken , moe-„ tende rekenschap geven voor uwe zielen ; ,. weest hun onderdanig , opdat zij dit met „ vreugde doen en niet al zuchtende ; want ,, dit is u niet voordeelig. •— Weest niet ,, eigenwijs. — God weerstaat den hoog-„ moedigen, maar den nederigen geeft Hij

,, genade. — Wij bevelen U in den Kaam ■ .....

-ocr page 335-

GEIJEDEN ON DEK

van O. H. Jezus Christus, dat gij TT verwijdert van iedereen , die zich onge-regeld gedraagt. -— Weest matig en .. waakt; want uw vijand, de duivel, gaat „ rond als een brullende leeuw, zoekende ,. w ien hij zal kunnen verslinden. — Indien ,, iemand zegt: ik heb God lief, en zijn ,. broeder (d. i. zijnen naaste) haat, hij is ,. een leugenaar. — Wij hebben van God ,, dit gebod , dat wie God lief heeft, ook „ zijnen broeder (d. i. zijnen naaste) moet ,, liefhebben. — Wie onzen Heer Jezus ...Christus niet bemint, hij zij gevloekt!quot;—■ Hoe goed zijt Gij , o God ! Gij zorgt niet alleen voor ons lichaam , maar ook voor onze ziel. Gij maakt on% uwen wil bekend en toont ons den weg naar den Hemel. Ik dank U voor nwo heilzame onderwijzingen , en maak het voornemen, mijn leven zoo in te richten, gelijk Gij verlangt. Help mij door uwe genade. Geef. dat ik alles beminne , wat Gij gebiedt , en alles hate , wat Gij verbiedt.

Ev.\'ingolie.

Het Evangelie wordt staande aangehoord teu teekeii van eerbied voor het wcord Gods, in \'t Evansrelie vervat. Meu teekent zich met het kruis op het voorhoofd, deu mond en op de borst,; daardoor vragen wij aan God , dat wij zijn H.

L_-------

gt; pKX? f. 324

-ocr page 336-

OTTamp;J___

1)K 11. JUS.

0

325

Woord met het. verstaud begrijpen. met ill u mond belijden on met bet. liart bemimicn mogen.

Lees en overweeg de volgende wonr\'len nit het II. Evangelie.

., Als SÜ liel\' leven wilt ingaan , onder-,, lioud de geboden. — Komt tot mij , al-,, len die vermoeid en beladen zijt., en Ik ,, zal u verkwikken. Keemt mijn juk (d. i. mijne geboden) op u, en leert van „ Mij, dat ik zachtmoedig en nederig van ,. harte ben, en gij zult rust voor uwe „ zielen vinden , want mijn juk is zoet en ,, mijn last is licht. — Wie één van deze ,, kleinen, die in Mij gelooven, ergert, het ,, is hem beter, dat een molensteen aan ,. zijn hals gebonden en hij in de diepte ,. der zee verdronken worde. — Wee den ,. mensch, door wien de ergernis komt. — ,, Wat baat het den mensch , dat hij de ,, geheele wereld wint, maar zijne ziel ,, verliest ?

.. Wie zich over Mij en mijne woorden ,, zal geschaamd hebben, over dien zal „ de Zoon des mensehen zich schamen , ,, wanneer Hij komen zal, in zijne heer-,. lijkheid. — Vreest hen niet, die het ,, lichaam dooden, maar vreest veeleer „ Hem , die ziel en lichaam kan verderven „in de hel. — Vraagt en gij zult ver-

t______

- (isj-ó

-ocr page 337-

GEHEDKN ONDEK

,, krijgen; zoekt en gij zult vinden , klopt „ en ii zal worden opengedaan. — Weest „ bereid , want op een uur, dat gij niet denkt, zal de Zoon des mensclien komen.quot;

Credo,

Dit wordt gebeden of «iczongon o]) alle Zondagen, o)) de feestdagen va» Onzen Heer en de Allerli. Maagd, alsmede op de feestdagen der Apostelen en der Kerkleeraars.

Ik geloof in cénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. — En in éénen Heer Jezus Christus, Gods Eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtig God vau waarachtigen God ; voortgebracht , niet gemaakt, van ééne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons, menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van den Hemel. En is Pleesch geworden door den H. Geest, uit de Maagd Maria en. is Mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder i\'ontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven ; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriften , verrezen ; en Hij is opgeklom-quot;ien ten Hemel; zit aan de rechterhand

-ocr page 338-

sP2--

uu ii. mis. 327 S

des Yaders ; vandaar zal Hij wederkomen in glorie, om te oordeelen de levenden en dooden; wiens rijk geen einde zal hebben. —

Ik geloof in den H. Geest, den Heere en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.

En ééne Heilige , Katholieke en Apos-tolieke Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het leven der toekomende wereld. Amen.

Olïoraii(io van Tiroocl on \\V i j il-

Hier begint het eerste van de Jrie voormnue declen der H. .Mis.

Weldra , o Hemelsche Vader, zal het brood en de wijn , die de Priester U aan het altaar opdraagt, door de woorden der Consecratie veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jezus. Deze, uw welbeminde Zoon, zal zich opnieuw aan U opofferen , om ons aan de verdiensten van zijnen kruisdood deelachtig te maken. In vereeniging met Jezus draag ik U ook mij zeiven op en wijd U mijn lichaam met

-ocr page 339-

iP---^

328 GKBKDKX ÜXDKK

ül zijne zintuigen, mijne ziel met al hare krachten. Ik neem mij voor, vandaag al inijce werken tot uwe eer te verrichten en alles uit liefde tot U te lijden , wat mij heden lastigs of moeilijks zal overkomen. Ik zal ook mijn best doen, om mijne ziel zuiver van zonden te bewaren, vooral van de zonde .... waarin ik reeds te dikwijls gevallen ben. Zegen dit voornemen , opdat ik daaraan getrouw blijve. quot;Vingerwasschi 11 ix-w asch mij, o God , meer en meer van mijne ongerechtigheden en reinig mij van mijne zonden; maak mijne ziel zoo zuiver en schoon als zij onmiddelijk na haar Doopsel was.

Oi-atG Fratres.

(\'Bidt, imjur Broeders.)

De Heer ontvange deze ofterande uit de handen des Priesters tot lof en eere van zijnen ÜSaam, tot voordeel van ons en van zijne geheele H. Kerk.

I V^iiuie.

i)ii is ecu lolliod, welks naam voorrede ol\' voovbc-reidiug betcekcnt, omdat het dc Cousecratic voorafgaat. Aan liet einde van de prefatie bidt de Priester het lollied der Engelen, dat in het Latijn begint met het woord: Sanrtus d. i. hcilitj,

isfe--

-ocr page 340-

quot;ËVJ

------I

UK H. MIS. o2(.gt;

alsmodc het ïczang dei\' sclmi\'c , die Jezus bij zijn. intocht in Jenizalem hcgroctte: Benedictus ca Jliimuina.

liet gelukkig oogenblik nadert, waarop de Koning der Engelen en der menschon op het altaar gaat verschijnen. Vervul mij, o Heer, met uwen Geest, dat mijn hart, onthecht van de aarde , alleen op U zijne gedachten vestige. Welke verplichting heb ik niet, om ü te allen tijde en op alle plaatsen te danken en te loven!

jN\'iets is billijker , niets is voordeeliger, dan dat wij ons met Jezus Christus vereenigen, om ü onophoudelijk te aanbidden. Het is door Hem , dat alle gelukzalige Geesten uwe Majesteit loven; het is door Hem, dat alle krachten der Hemelen, bevangen door eene eerbiedige vrees , zich vereenigen , om ü te verheerlijken.

Gedoog, Heer, dat wij onze zwakke lofzangen met die der hemelsche Geesten vereenigen en dat wij te zamen juichend en met verwondering uitroepen :

Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen! Hemel ea aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna, in den hooge \\ Gezegend Hij , die komt in den naam des Heeren! Hosanna iu den hooge.

c

_____—p:

-ocr page 341-

GEBEDEN ONDEK

Canon (*), (it\'ilcichtcnis der h\'. rend ca.

\'Tl

5 330

\\ iin nu at\' tot het „ Pater nosterquot; (loet dn Priester alle gebeden in stilte. Dit stille bidden heeft iets icehcimvols cu is daarom zeer geschikt om den heiligen eerbied, waarmede de geloovigeii de H. Offerande moeten bijwonen , te verhoogen.

Ik smeek ü , o goedortierenste Vader , door Jezus Christus , uwen Zoon , onzen Heer, de offerande guustig aan te nemen en te zegenen, welke ik U opdraag voor de H. Katholieke Kerk , opdat het U believe haar te bewaren , te beschermen en te besturen, met onzen JET. Vader den Paus, onzen Bisschop en allen, die het ware geloof belijden.

Gedenk , Heer , \\iwe dienaars en dienaressen , bijzonder mijne ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners en allen voor wie ik verplicht ben te bidden. Maak hen gelukkig op aarde en geef\' hun eenmaal deel aan het eeuwig geluk dos Hemels. Ik bid ü ook voor den Priester, die het H. Sacrificie opdraagt, voor allen, die hier tegenwoordig zijn, alsmede voor de bekee-

C) Dit woord betcolcent: Ui-gei\'. Men noemt alzoo dit gebed omdat het geregeld iu elke H. Mi» voorkomt.

-ocr page 342-

de li, .mis. :i:il

ring der zondaars, ketters en ongeloovigen. En opdat mijne gebeden U welgevalliger mogen zijn , vereenig ik ze met die der Allerh. Maagd, der HH. Apostelen i\'e-trus en Panlus en van alle Ileiligen.

Consecratie.

I)c Couseemtii! is lirt jjcwiclitigsto cu liuiligsto lt;lccl van de H. .Mis. Verdubbel dus uwe :iuii-daelit en godsvruebt. bog uw kerkboek neder,

buig met deu diejgt;steu eerbied uw hoofd , deuk, dat do bomel opengaat en .lo/.us (\'bristus in persoon op bet altaar verschijnt. Zog:

Hij de opheffing doi* ïï. Hostie.

Gelooid en gedankt zij te allen tijde het alleraeiligste en goddelijk Sacrament.

llOO dagen all. onder iedere H. .Mis bij du ophelling eens te verdienen. 7 Deo.

Jezus, ik gelooi\' in U , omdat Gij de eeuwige Waarheid zijt. Jezus, ik hoop op TI, omdat Gij de eeuwige Barmhar-hartigheid zijt. Jezus, ik bemin U bovenal, omdat Gij boven alles beminnelijk zijt. o Jezus, vermeerder mijn geloof, mijne hoop en mijne lieide.

Bij de opheffing: van den K clU.

Eeuwige Vader, ik oiler u het allerkostbaarst Bloed van Jezus Christus tot ,

-—-«É

tp-

-ocr page 343-

UKKKDKN ONIIKR

332

voldoening mijner zonden en voor de noodwendigheden der H. Kerk.

(100 dngen all., telkens. 22 Sopt. 1K17.)

jSa (1 o Oonsecr;itio.

(Gedachtenis der overledenen.)

Nu is Jezns Christus wezenlijk op het altaar en offert zieli aan zijnen Hemelschen Vader op , iiin ons aau de verdiensten van yijn Kruisdood drelachtia; te maken.

Zie, o Vader, uit den hoogen Hemel op het altaar neder, waar Jezus, uw teerbeminde Zoon, zich aan U opdraagt voor de zonden zijner broeders — en wees mij om zijnentwil genadig. Gedenk, o goede Vader, de smarten, die uw Zoon voor mij heeft verdragen, de algeheele verlatenheid, waarin Hij aan het kruis gehangen , het Woed, dat Hij tot den laatsten druppel vergoten , den schandelijken dood , dien Hij voor mij onderstaan heeft. Wees mij dus genadig, vergeef mij het kwaad, dat ik tegen IJ begaan heb; heilig mijne ziel en stort uwen overvloedigen zegen over mij uit. Door denzelfden J. C. onzen Heer. Amen.

Ik bid U ook voor de geloovige zielen ;n het Vagevuur, vooral voor N. N. voor

-ocr page 344-

ap-

uk it. mis. 333

degenen, die in mijne gebeden zijn aanbevolen en voor wie ik liet meest verplicht ben te bidden. Genadige God, heb medelijden met haar, verlos haar uit de pijnen, opdat zij in den Hemel met de Engelen en Heiligen eeuwig uwen lof zingen. Amen.

ïpMtor nostei\'.

Almachtige, eeuwige God 1 Gij hebt ons door uwen Zoon geleerd, hoe wij moeten bidden; vol vertrouwen op zijne verdiensten durven wij zeggen : 0//~e Pa-der enz.

o Heer, verlos ons , bidden wij U , van alle kwaad , dat verleden, dat tegenwoordig , dat nog aanstaande is; en verleen ons door de voorspraak van de zalige en roemwaardige Moeder Gods Maria , altijd Maagd , van de HH. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen genadig Trede in onze dagen , opdat wij, door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen , te allen tijde vrij mogen blijven van zonden en van alles wat onzen vrede zou storen. Door denzelfden Jezus Christus, Onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid.

--ys

-ocr page 345-

GEBKUKN ONDEK -Vgnus Dei.

lii.j hot findo vim het voorgaaude gebed breekt dc pi\'ic-lrr do H. Hostie en laat ecu deeltje daarvan in den kelk vallen. Verecnig u in gebed met hem en zeg , driemaal louwmoediü: op uwe borst kloppend :

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dor wereld , geef ons den vrede.

Com in nnie.

Daarna neemt de Priester de H. Hostie en zegt vol nederigheid en vertrouwen, zooals de hoolidmaii van het Evangelie , driemaal; Hner . «/• hun niet waO/hiliy en:. Dan nuttigt hij het Ijichaam des Heercn en vervolgeus ook het H. liloed. Ais ïij niet werkelijk eommnniceert, zult gij op de volgende; wijze eene geestelijke eommunic doen.

It

Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, ik durf tot de H. Tafel niet naderen, om uw H. Liehaam en dierbaar Bloed te nuttigen. Ik bid U evenwel, mij aan de uitwerkseleu der H. Communie deelachtig te maken ; verlos mij, door de kracht dezer hemelsche spijs, van al mijne boosheden en van alle kwaad;

m

amp;

-ocr page 346-

SP2-

^ DK ii. ins. :gt;:i5 ^

geef, dat ik altijd getrouw blijveaanuwe geboden, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.

Lieve Jezus , hoe gaarne zou ik nu zoo zuiver\' van zonde zijn , dat ik U in de H. Communie cioclit ontvangen, om innig met U vereenigd te worden. Mijn hart verlangt vurig naar U ; maar ik ben niet waardig, dat gij onder mijn dak komt, doch spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Heer, ik ben niet waardig enz.

Heer, ik ben niet waardig enz. o H. Maaltijd, in welken Christus genuttigd , de gedachtenis van zijn lijden gehouden , de ziel met genade vervuld en ons het onderpand der toekomende glorie gegeven wordt.

Ziel van Christus , heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, verzadig mij.

Water van Christus\' zijde, reinig mij. Lijden van Christus, versterk mij.

o Goede Jezus, verhoor mij.

Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.

Tegen den boozen vijand verdedig mij. In het uur van mijnen dood , roep mij. Doe mij dan tot ü komen,

Oquot;

-ocr page 347-

--

,quot;33fi GJiJlKDEX ONDEU

Opdat ik met uwe Heiligen U love , In de eeuwen der eeuwen. Amen.

(300 dugen aflaat telkens. 9 Jan. 185-1.)

!Nquot;a. de M. Comtim nie, -

o Heer Jezus Christus, Gij zijt waarlijk de goede Herder en bemint ons , uwe schapen, op de innigste wijze. Gij hebt uw leven voor ons gegeven eu blijft, voortdurend voor ous welzijn bezorgd; Gij Toedt ons met uw eigen vleesch. en drenkt ons met uw eigen bloed in de H. Communie. Wij danken TJ voor uwe groote liefde en smeeken ü , dat Gij ons altijd , vooral in het uur van onzen dood , tegen den helschen wolf\', den duivel, willet beschermen. Sta ons bij, opdat wij ü, onzen goeden Herder, als getrouwe schapen volgen op den weg der deugd , om eens tot het eeuwige leven te mogen geraken. Amen.

Zegen.

Verbeeld u, dat God u zegent door de hand van zijnen dienaar, den Priester; kniel dan eerbiedig, maak godvruchtig liet teoken des H. Kruises en zeg : Mij zegene de almachtige God , de Vader, de Zoon eu de H. Geest. Amen.

Ja, zegen mij, o goede Goi ; zegen mijn lichaam met al zijne zintuigen, mijne ziel

Ui

a

crlt;2J

-ocr page 348-

ip--

J, DE IJ. -MIS. 33* li

met al hare vermogens ; zegen vooral mijnen wil, opdat ik ü bovenal beminne en uwe geboden getrouw onderhoude. Amen.

St. Jans Evangelie.

In den beginne was bet Woord en bet Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn er door gemaakt; en zonder Dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven , en het leven was het licht der menschen ; en het licht schijnt in de duisternissen en de duisternissen hebben het niet begrepen. ür was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis , om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door hem gelooven zouden.

Hij zelf was het licht niet, maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom , doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen ; maar allen , die Hem aan-

oOI

-ocr page 349-

3:18 GKBKDEN ÜNDKl! •

genomen hebben, heeft Hij macht gegeven^ om kinderen Gods te worden ; degenen , die in zijnen Jfaam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wille des mans geboren zijn. A\'s ie( Woord is vleesch geworden en Het heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeboren van den Vader, vol genade en waarheid.

Gebeden na do stille ir. Mis , voor-gesclii\'even door Z. H. IPans Leo XIII.

Driemaal het „Wees Gegroetquot; enz.

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid; ons leven, onze zoetheid en onze hoop , wees gegroet. Tot U roepen wij , ballingen , kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij , zuchtend en wee-

nend in dit dal van tranea.

Daarom dan, onze Voorspreekster, sla

op ons uwe zoo barmhartige oogen. En toon ons, na deze ballingschap, Jezus, de gezegende vrucht uws Ji-chaamg.

O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd, Maria.

o-1

-ocr page 350-

^3

■3_____C.

de ic. 3irs. 330 2quot;

quot;iquot;. Bid voor ons, H. Moeder Gods,

ei;. Opdat wij de beloften van Christus waardig ^vorden.

Laat ons bidden.

O God, onze toevlucht en onze krai-lit, zie genadig neder op het ü roepende volk ; en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Jozef, haren Bruidegom, van uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden, welke wij storten voor de bekeering der zondaren , voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus, onzen Heer.

Amen.

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd, wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des duivels. Wij smeekcn nederig dal God hem geiiede ; en gij, aanvoeder van het hemelsohe heir, drijf den Satan en de andere booze geesten , die ten verderve der zielen in de wereld rondzwerven , door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Z. H. verleent goedgunstig 300 dagen allaat aau hen die deze gebeden, als bovcu, geknield doen.

-ocr page 351-

GEBEDEN ONDER HET LOF.

A k lo van Geloof en Emiltzegsing.

Geloofd en gedankt zij elk oogenblik het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.

Heer Jezus Christus. waarachtig God en Mensch, ik geloof, dat Gij hier onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt, met ziel en lichaam, en ik aanbid U nederig als mijnen Heer en mijnen God. O, mocht ik U aanschouwen, beminnen, loven en verheerlijken, gelijk zoovele duizenden Engelen U met de grootste vreugde aanschouwen, beminnen en loven in den hemel! Hoeveel toch ben ik U hiervoor verschuldigd, dat Gij ter liefde van mij uit den Hemel gedaald zijt, dat Gij U op het kruis voor mij hebt

-ocr page 352-

__________\' gfT Q

GEBEDEN ONDEll II1CT J.OF. 341 g*

opgeoilérd en nog voortdurend in dit E. Sacrament voor mij tegenwoordig blijft tot eeuwig aandenken uwer liefde! A^\'at zou ik ondankbaar en ongelukkig zijn, als ik deze liefde niet met wederliefde vergold !

Eci\'olsoete nuu OTozus Cliristus in.

liet H. Snorament.

O Jezus, mijn God en Zaligmaker, ik aanbid ü met den diepsten eerbied, dien het geloof mij ingeeft, en ik bemin TT uit geheel mijn hart, IT, die in het hoogwaardig Sacrament des Altaars verborgen zijt. Ik verlang vurig al de oneerbiedigheden , onteeriugen en heiligschennissen te herstellen , waaraan ik mij ooit mocht hebben schuldig gemaakt.

Ik aanbid U dan, mijn God , wel niet zooals Gij het verdient en ik het doen moest, maar dan toch zooveel ik in mijne zwakheid kan. O, hoe gaarne zou ik I aanbidden met al de volmaaktheid, waartoe alle redelijke schepselen te zamen in staat zijn !

Ik heb de mcening van U nu en altijd te aanbidden, niet alleen voor die katholieken, welke U hunne aanbidding en liefde weigeren , maar ook voor al de ketters ,

ötïc/\'-

-ocr page 353-

ft----------------

J;|~ GEBEDKX

scheurmakers en ongeloovigen. Mochten zij zich toch bekeeren, mochten ook zij L1 aanbidden! Ach, ja, mijn Jezus, wees door alle nienschen elk oogenblik aanbeden , bemind en bedankt in het heilig en goddelijk Sacrament des Altaars. Amen.

Gebed tot *Tezus.

Ü Heer, zie genadig van uw heilig altaar op mij, ellendigen zondaar, neder. Met een bedroefd hart, maar met groot vertrouwen bid ik TT , vergeef mij mijne zonden: zij zijn mij van harte leed, ik haat en verfoei ze uit liefde tot TT en wil ze nooit meer bedrijven. Maak mij , naar uw voorbeeld , zachtmoedig en ootmoedig van harte , gehoorzaam , kuisch , getrouw aan mijne plichten, geduldig in lijden en aan alles onderworpen aan uwen heiligen wil. Geef mij de volharding in uwe liefde tot het einde mijns levens toe.

Betrouwende op uwe goedheid, o mijn Zaligmaker, bid ik TT ook voor allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Zegen onzen Heiligen Vader, den Paus, de bisschoppen en priesters ; vervul hen met eenen vurigen ijver voor uwe eer en voor de zaligheid der zielen. Ik bid TT in het bijzonder voor mijnen zielbestnurder en

k----

-ocr page 354-

UNIIKU UKT I.OF.

voor hen , die mij in den godsdienst onderwijzen of onderwezen hebben. Gelief heu daarvoor te beloonen , en hunnen arbeid te zegenen , opdat zij ons en vele anderen tot de eeuwige zaligheid mogen brengen.

Ik beveel U , o Heer, mijne ouders, aan wie ik zooveel verschuldigd ben. Geet hun al wat zij voor ziel en lichaam noodig hebben voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor mijne broeders, zusters eu andere bloedverwanten.

Ik bid U ook voor mijne vijanden , indien ik er heb ; voor allen die mij ooit beleedigd hebben , en voor hen aan wie ik ergernis heb gegeven; ik bid T voor allen die voor mij bidden.

Ach, Heer ! mochten toch alle zondaren zich tot U bekeeren ! Geet hun daartoe uwe genade ; ontferm U over hen.

En om niemand in mijn gebed te vergeten , beveel ik ü ook alle zieken , die U in het H. Sacrament niet kunnen bezoeken. Geef hun sterkte , om hunne smarten uit liefde tot U geduldig te lijden en daardoor den hemel te verdienen. Ik bid U voornamelijk voor hen , die in gevaar zijn van sterven. Sta hen bij in dat gewichtig oogenblik, opdat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden.

:!}:!

-ocr page 355-

,cS^-—~

314 GE HEDEN 1

Eindelijk beveel ik tT de zielen dei-overledenen , die nog in het vagevuur zijn, vooral de ziel van.... A\'ervul haar vurig verlangen van zich met U te gaan vereenigen in den Hemel.

Al deze genaden voor mij zeiven en voor anderen hoop ik van uwe goedheid te bekomen . Amen.

ANTIPHONEN DER H. MAAGD,

Dio gezongen worden ouder het Lof\', ï quot;ii Zaterdag vóór den eersten Zondag van de,i Advent tót Kerstmis.

-A-Inia Kedeniptoris Mater.

Verheven Moeder , uit wier schoot, Ons aller Zaligmaker sproot. Gij Hemelpoort, die open staat. Gij, Zeester, die ons niet verlaat.

Breng \'t vallend kroost, dat op wil staan. Breng gij het uwen bijstand aan ; Die, waar natuur verbaasd op staart. Uw heilgen Schepper hebt gebaard.

-ocr page 356-

ox dek het i,of,

Gij, Maagd, zoo voor als na dien stond, Neem \'t „Avequot; uit des Engels mond. En zie, o Moeder van den Heer, Ontfermend op ons , zondaars, neer. \'ir. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.

En zij heeft ontvangen van den 11.

Geest.

Laat oss bidden

Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij , die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus , nwen Zoon , gekend hebben , door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen lieer. Amen.

J an Kersfaroiid taf O. L. V. Licldmis, drzvlf-de Antiphoou , maar Vers cn Grhcd ah volgt r

\'ir. Ka het baren zijt Gij onbevlekte Maagd gebleven.

r). Moeder Gods , bid voor ons.

i.aat ons bidden.

o God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der H. Maria de gaven der eeuwige zaligheid aan het menschelijk ge-

I/

-ocr page 357-

c -bpl 9

^ 340

slacht verleend hebt, laat ons, bidden wij U, de voorspraak van haar gevoelen, door wie wij verdiend hebben, de bron des levens, Onzen Heer Jezus Christus , uwen Zoon , te ontvangen. Amen.

law O. L. Lichtmis, tot IFocitsday in de Goede V eel\\

A v (\' IKeginti Coelorum-

Gegroet, o Hemelkoningin ,

Gegroet, der Engelen Vorstin ;

Heil U, o Spruit, o Zaalge Schoot, Waaruit der wereld \'t Licht ontsproot.

GEI5EÜEX

Wees, glorierijke Maagd, verblijd. Die onder alle \'t schoonste zijt; Gegroet, o Gij , zoo vol van eer, En bid voor ons bij God den Heer. f. Gedoog, dat ik U love, H. Maagd, Rj. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

p

^2

LAAT ONS BIDDEX.

Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij , die de gedachtenis der H. Moeder Gods vieren , door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

li

\'cxxJS/\'-

-ocr page 358-

ÜX DEK 11ET (.OF.

J \'au l\'aasch-Zaierdtig tot /.aUrdug ua Piuksirrrsi.

Kegina Cooli

Verblijd U, \'s Hemels Koningin ! Alleluja. Want dien gij droegt vol moedermin , Alleluja.

Stond naar zijn woord, weer op nit\'t graf\' Alleluja.

Bid God genade voor ons af. Alleluja. f. De Heer verrees ; o wees verblijd , Alleluja.

■ r). Maria , die zijn Moeder zijt! AlleL

LAAT OSS HIDDEN.

o God , die ü gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer •Jezus Christus , de wereld te verblijden , verleen, smeeken wij U, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria , de vreugden van het eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

i\'ati Xatcrduff vóór II. Drievuldilt;jheids-Zondag lot Zaterdag vóór den Advent.

si

■-ViiJLo

Salve Eegina.

Wees gegroet, o Koninginne , Moeder van Uarmhartigheid, Wees gegroet, gij die ons leven, Zoetigheid en hope zijt.

-ocr page 359-

ti lil\'. KI) EN

c.^n0

Tot II roepen wij al klagend ; — Wij, \'t verbannen Evakroost, Smeeken , uit \'dit dal van tranen , Zuchtend , weenend , U om troost.

O welaan dan , Midd\'larosse ,

Sla uw oog op onzen nood ;

En toon ons na \'t ballingsleven : Jezus , vrucht van uwen schoot.

Moeder, zoo vol mededoogen , Wie men nooit vergeefs iets vraagt, Moeder , schat van heilgenaden, o Maria , zoete Maagd !

y. Bid voor ons, H. Moeder Gods. li). Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

LAAT ONS 13IDDEX

Almachtige, eeuwige fiod, die door de medewerking van den I f. Geest, het lichaam en de ziel der roemwaardige Maagd en Moeder Gods Maria , tot eene waardige woonplaats van uwen Zoon bereid hebt, geef, dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden , door hare genadige voorspraak van alle aanstaande kwaad en van den eeuwigen dood bevrijd W3rden. Door «\'enzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 360-

0M£2.

ONDEll MKT LOK.

Magnificat.

Mijne ziel verheft den lieer:

En mijn geest juicht in God, mijn Zaligmaker !

Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijne dienstmaagd ; want, zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.

Dew ijl Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en Heilig is zijn naam :

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte voor degenen, die Hem vreezen.

Kracht heeft Hij geoefend door zijn arm : hoogmoedigen in de gedachten huns harten heeft Hij verstrooid ;

Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en geringen heeft Hij verheven ;

Sooddruftigen heeft Hij met goederen overladen , en rijken heeft Hij ledig weggezonden !

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, en Hij is indachtig geweest zijner barmhartigheid ,

cxrrrg

Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen , met Abraham en zijn zaad in r eeuwigheid.

b U-£gt; ^

-ocr page 361-

fflsB-----------------

f, 350 GEKEDES OUDER HET LOF.

Glorie zij den Vader en den Zoon , en den H. Geest.

Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen^ Amen.

Tantum Ergo.

Knielen wij voor \'t glorierijke Sacrament vol eerbied neer. De oude Godsvereering wijke

Voor den dienst der nieuwe Leer. En hoe \'t zintuig ook bezwijke Ons geloof groei\' meer ea meer.

Aan den Vader, hooggeprezen,

Aan zijn Eengeboren Zoon Macht en zeegning uitgelezen,

Glorie , heil en eerbetoon !

Voor den Geest, van \'t zelfde Wezen, .1 tij ze een loilied even schoon! Amen.

r dj Y-

r

n

6

Jsr-gt;

CX»jJ

O

-ocr page 362-

TOT HET

ALLERHEILIGSTE HART VAN JEZUS.

Litanio vnn het Hquot;. Hart van Jessus.

Heer, ontferm U onzer.

C\'hristuB, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus , hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , verlosser der wereld, ontferm

U onz;er.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid , één God , ontferm U onzer.

Hart van Jezus, Zoon van den eeuwigen

Vader, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, Zoon van de Maagd r Maria , ontferm U onzer.

(V

-ocr page 363-

gpa--

f 952 VERSCUII.t.ENDE (IKBKBEN.

Hart van Jezus, eigene en waardige woonplaats van den H. Geest, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, schatkamer van de

allerheiligste Drievuldigheid .

Hart van Jezus, glorie en vreugd der Engelen ,

Hart van Jezus, oneindig in Majesteit, Hart van Jezus, voorwerp v£,n alle liefde,

Allerootmoedigst Hart van Jezus, Allerzuiverst Hart van Jezus , 2

Allerminnelijkst Hart van Jezus,

Hart van Jezus, vol van zegen en ge- ~ naden,

Hart van Jezus, wellust van hemel c en aarde , g

Hart van Jezus, licht van geheel de S. aarde ,

Hart van Jezus, onverwinnelijke sterkte

tegen onze vijanden,

Hart van Jezus , bron van alle rechtvaardigheid ,

Hart van Jezus, oorsprong ^an alle

goedheid en barmhartigheid ,

Hart van Jezus, vol medelijden en

teederheid,

Hart van Jezus, woonstede aller deugden ,

fes--

-ocr page 364-

VEKSCIIIt.T.ENDE GEBEDEN.

Hart van Jezus, allen lof en eer waardig , ontferm U onzer.

Hart van Jezus, wien alle aanbidding toekomt,

Hart vau Jezus, onpeilbare afgrond

van alle hemelsche gaven ,

Hart van Jezus, zaligheid dergenen

die in u hopen ,

Hart van Jezus, fontein der springende

wateren tot het eeuwig leven ,

Bart van Jezus, verzoening onzer

zonden, p

Hart van Jezus, troost van alle be- — drukte harten, g

Hart van Jezus, hoop dergenen die ^ in U sterven , c

Hart van Jezus, ons leven en verrij- g

O

zema, r»

Hart van Jezus, toevlucht der zondaren ,

Hart van Jezus, met bitterheid voor

ons vervuld,

Hart van Jezus, met versmaadheden

voor ons verzaad ,

Hart van Jezus, om onze boosheden

doorwond ,

Hart van Jezus, om onze zaligheid

gestorven aan het kruis,

Hart van Jezus, met eene lans door-

bi. Jc/j d

-ocr page 365-

V E USCH ILL EN D E GE BEDEN.

stoken, ontferm U onzer.

Hart van .Tezus , levende, heilige en God behagende oli\'erande, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, altaar op welk al de Heiligen opgeofferd worden, ontferm U onzer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons Jezus.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer, Jezus, y. O Koning der glorie, gij zult nooit

versmaden,

r./yryo

l^. Een boetvaardig en vernederd hart.

GEBED,

O aanbiddelijk Hart van mijnen Jezus! gloeiende brandoven der goddelijke liefde, ontvang, bid ik TJ, mijne ziel in uwe allerheiligste wonde, opdat ik in deze school van liefde moge leeren beantwoorden aan de liefde van U , mijn God, die mij zooveel wonderbare bewijzen van uwe liefde gegeven hebt. Amen.

quot;dQ8

0%

-ocr page 366-

i r-

TÏÏI

3oa

V EU SCHILLENDE (ï El! EDEN.

öequot;becleii.

Bet Woord is vleesch geworden en Het heeft onder ons gewoond.

Eeuwig Woord, uit liefde voor ons mensch geworden, nederig aan uwe voeten nedergeworpen, aanbidden wij ü met den diepsten eerbied onzer ziel, en om onze ondankbaarheid jegens eene zoo groote weldaad te herstellen, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen, en oüeren wij ü onzen nederigsten en teedersten dank. Getrolfen door die overmaat van ootmoed, goedheid en teeder-heid, die wij in uw goddelijk Hart erkennen, smeeken wij uwe genade af, om deze U zoo dierbare deugden te mogen navolgen.

Onze Vader, Wees gegroet en Glorie, enz.

Hij is ook coor ons gekruist, heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.

Jezus, onze beminnelijke A^erlosser, nederig aan uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel; en om U een oprecht blijk te geven van de smart, die wij gevoelen over onze ongevoeligheid voor alle versrnadin-gen en smarten, die uw liefdevol Hart U voor onze zaligheid deed verduren in uw

--

a

-ocr page 367-

cp-----------------a,

350 YKRSCHtLLKXDE GEBEDEN.

amartolijk Lijden en in uwen Dood, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen, om U uit geheel onze ziel dank te brengen. Wij bewonderen de ein-delooze lijdzaamheid en edelmoedigheid van uw goddelijk Hart, en wij smeeken U, het onze te vervullen met den geest van christelijke versterving, waardoor wij het lijden met moed omhelzen en onzen grootsten troost en al onze glorie stellen in uw Kruis.

Onze l\'ader. Wees gegroet , Glorie zij den Vader, enz.

Gij hthl hun een brood uit den hemel gegeven , dat alle verkwikking in zich bevat.

Jezus, vol oneindige liefde tot ons, nederig aan uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om ü eenigszins schadeloos te stellen voor de versmadangen , die uw goddelijk Hart dagelijks ontvangt in het allerh. Altaarsacrament, vereenigen wij ons met het hart van allen, dis U beminnen en U den hartelijksten dank brengen. Wij beminnen in uw goddelijk Hart dat onbegrijpelijk liefdevuur jegens uwen he-melschen Vader, en smeeken U, onze

\'fe------J3

-ocr page 368-

vKRScnn.r.BXDK geuedkn.

harten te ontsteken van eene brandende liefde jegens U en onze naasten.

Oaze Vader, Wees gegroet, Glorie :ij den Vader, enz.

Ten slotte, o allerbeminnelijkste Jezus, smeeken wij U bij de teederheid van uw goddelijk Hart de zondaren te willen be-keeren, de bedroefden te vertroosten, de stervenden bij te staan, en lafenis te schenken aan de geloovige zielen in het Vagevuur. Verbind onze harten met den band van waren vrede en liefde , behoed ons voor een onvoorzienen dood, en geef dat wij heilig en in vrede sterven. Amen.

f. Hart van Jezus brandend van liefde tot ons.

\'O

ii;. Ontvlam ons hart van liefde tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Geef, bidden wij U , Almachtige God, dat wij, die in het allerheiligste Hart van uwen geliefden Zoon onzen roem stellen, en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken , ons, over het bewijzen dier weldaden en over hare vruchten mogen verblijden. Door denzelfden

Christus, onzen Heer, Amen.

-ocr page 369-

\\ Kuscim.i.Kxm: gebedkn.

O goddelijk Hart van Jezus! ik aanbid II met alle krachten mijner ziel; ik wijd ze ü voor immer toe, tegelijk met mijne gedachten, woorden en werken en met geheel mij zeiven. Ik neem mij voor, ü akten van aanbidding, van liefd.e en verheerlijking te brengen, voor zoover het mogelijk is, gelijk aan die, welke Gij brengt aan uwen hemelschen Vader. Wees, smeek ik D, de hersteller mijner misslagen , de beschermer van mijn leven ,

mijn toevluchtsoord en schuilplaatsin het uur van mijnen dood. Verleen mij, door de zuchten en bitterheden , waarin Gij , geheel den loop van uw sterfelijk leven door , om mijnentwil gedompeld waart, een waar berouw over mijne zonden , de verachting der wereldsche zaken , een vurige begeerte naar de eeuwige glorie , het vertrouwen op uwe oneindige verdiensten , de eindvolharding in uwe genade.

O Hart van Jezus, geheel liefde, ik draag ü deze nederige gebeden op voor mij zeiven, en voor allen, die zich in den geest met mij vereenigon om U te aanbidden : gewaardig U wegens uwe einde-looze goedheid ze te aanvaarden en te verhooren, vooral voor dengene onder ons r die het eerst dit sterfelijk leven zal afleg- n

6

-ocr page 370-

p---

VKI!SCIIfI,I.E.\\MIK GEDEDKN. 3Ö9 V

gon. Allerzoetst Hart van mijn Zaligmaker.

stort over hem te midden van zijnen doodstrijd uwe inwendige vertroostingen uit,

neem Lem op in uwe HH. quot;Wonden, reinig liem van elke smet in dat fornuis van liefde, om hem zoo de glorie toe te staan,

waar hij bij ü de voorspreker worde van allen, die nog in dit oord van ballingschap achterblijven.

Allerheiligst Hart van mijn beminnelij-ken .Tezus , ik neem mij voor deze akten van aanbidding en deze gebeden voor mij ellendigen zondaar, en voor allen die in de aanbidding van U vereenigd zijn , te vernieuwen en U op te dragen gedurende allo oogenblikken dat ik ademhaal tot op bet oogenblik van mijnen dood. Ik beveel U aan , o mijn Jezus , de H. Kerk , uwe beminde Bruid en onze ware Moeder, de rechtvaardige zielen, alle arme zondaars , de bedroefden , de stervenden en eindelijk alle menschen; laat toch niet toe, dat het voor hen vergoten Bloed hun onvruchtbaar worde. Gewaardig T7 eindelijk ze toe te passen tot lafenis der zielen in het Vagevuur, in het bijzonder van die , welke tijdens haar leven de heilige godsvrucht beoefenden van U te aanbidden. Allerbeminnelijkst Hart van Maria, dat

, „ G)

O- 3^ ^ JLii

-ocr page 371-

WAX sen 11, LKX DE (JK HEDEN.

onder de harten van alle schepselen het reinste zijt, het meest van liefde ontstoken tot dat van Jezus , en tegelijkertijd het meest medelijdend jegens ons arme zondaren , verkrijg ons van het Hart van Jezus, onzen Verlosser, de genaden, die wij van TT vragen. Moeder van Barmhartigheid, eene enkele verzuchting, aen enkele beweging van xxvv brandend Hart naar dat van Jezus , uwen goddelijken i\'oon , kan ons ten volle vertroosten. Sta, ons dan die genade toe, en het goddelijk Hart van Jezus, door die kinderlijke liefde, welke Het U toedroeg en U altijd zal blijven toedragen , zal gewis niet nalaten ons te verhoeren. Amen.

Paus 1\'ius VII, bij Rescript van 12 ïebruari 1S08 , vergunde :

Jüea Aflaat van 300 dagen eens per ilag aau alle geloovigcn, die met rouwmoedig hart eu met godsvrucht genoemde Gebeden bidden met nog 3 Onz*\' Vader, M\'ees gegroet cn Glorie zij den Vader.

Een violen Aflaat, eens in de maand aan hen, die ze op bovenvermelde wijze cene maand lang hebben gebeden, op een dag naar verkiezing, waarop men , na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht eu gecommnnieeerd, bidt voor de behoeften der H. Kerk.

Deze aflaten, de volle en gedeeltelijke, werden door Z. H. Paus Pins IX voor ahijd bevestigd bij de Audiëntie van 18 Juni IS7G.

-ocr page 372-

__CX»

:SG1

v KRSCItrr.r.bn\'de gkbedkx.

1CRA.NSJE

ter eei\'e van het -A.llerli. Hart van J ozus.

I. Mijn liefdevolle Jezus, wanneer ik uw Hart vol goedheid beschouw, en het vol liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik het mijne vervuld van vreugdeen vertrouwen, van gunstig door ü te worden ontvangen. Ach 1 hoevele zonden heb ik bedreven ! Maar thans, op het voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Mag-dalena , beween en verfoei ik ze , omdat ik daardoor U , mijn hoogste Goed , be-leedigd heb. Ja, schenk mij de vergiffenis ervan : en o , moge ik eer sterven , ik smeek het U bij uw liefdevol Hart, dan IT te beleedigen, en moge ik ten minste eenig en alleen leven, om IJ wederliefde te bewijzen.

Men bidt 1 Onze Vader en 5 Glorie zij den Vader, ter eere oan het goddelijk Hart, en zegge daarna:

Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik IT altijd beminne.

BI

II. Ik aanbid , mijn Jezus, uw allernederigst Hart, en bedank U, dat Gij Het mij tot voorbeeld hebt gegeven , niet enkel met de lirachtigste aansporingen om

fe-

-ocr page 373-

c.^ryo

CT

\\ ERSCIIIL LE N DE G E BE DEN.

363

C

Cy

het na te volgen , maar dat Gij mij ook ten koste iiwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare dio ik was! Ach, hoever ben ik afgeweken! Vergeef mij. Geen hoogmoed meer; maar met een nederig hart wil ik TJ te midden van nwc vernederingen volgen , en zoo vrede ©n zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid uw Hart zegenen.

1 Onze Fader en ö Glorie zij den Vader. Zoet Hart. enz.

III. Ik bewonder, o mijn Jezus, uw allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zooveel bewonderenswaardige voorbeelden van onoverwinnelijk geduld, ons door ü nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht tegen mij hot verwijt inbrengen mijner dwaze lichtgeraaktheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach! mijn dierbare Jezus, stort in mijn hart eene vurige en duurzame liefde tot kwellingen, kruisen, versterving en boetvaardigheid , opdat ik , door Ü te volgen op den Calvarieberg, met U kome tot de glorie en de vreugde de hemels.

1 Onze Vader, en 3 Glorie zij den Vader. i Zoet Part enz.

öUs7

-Pb

■iUo

-ocr page 374-

VE U SC li I r, LEN DE GEB EDEX.

IV. Bij het beschouwen van uw aller-.zaclitmoedigst Hart, dierbare Jezus , heb ik een afschrik van het mijne, zoo geheel verschillend van het uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij te verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach \' vergeet\' mij mijne opvliegendheid , en geef mij de genade voor het vervolg in eiken tegenspoed uwe onverstoorbare zachtmoedigheid na te volgen, en aldus een voortdurenden heiligen vrede te smaken.

1 Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader.

Zoet Hart enz.

V. Dat men lof zinge, o Jezus, aan uw allermoedigst Hart, overwinnaar van dood en hel, dat alle onze lofprijzingen over-waardig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd, wanneer ik de kleinmoedigheid van het mijne zie, dat, vol van mensehelijk opzicht , voor het minste woord bevreesd is. Maar dit zal anders worden. Ik smeek U om zoo grooten moed en kracht, dat ik hier op aarde met TT strijde en overwin-ne, en hierna vol vreugde met ü zege-viere in den hemel.

1 Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader.

IP

O

Zoet Hart enz. gt;

-tl!

^VjOLö

-ocr page 375-

CO fjO

V EK S(■ HI r,LK N D E C, E BEDEN.

Wenden wij ons tot Maria, wijclen wij ons steeds inniger aan Haar toe, en zeggen wij vol vertrouwen op haar moederhart:

Door de verhevene voorrechten van uw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijne Moeder, Maria, verkrijg mij eene vurige en standvastige godsvrucht tot het II. Hart van uwen Zoon Jezus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten , alle mijne plichten vervulle, eu altijd , met opgeruimdheid des harten maar bijzonder op dezen dag mijnen Jezus diene.

f. Hart van Jezus, brandend van liefde tot ons ,

* :» t)

IC. Ontvlam ons hart van liefde tot U!

Laat oks bidden.

Wij bidden TJ, o Heer, dat de H. Geest ons ontvlamme door dat vuur, hetwelk onze Heer Jezus Christus uit het binnenste zijns Harten over de aarde h^eft uitgezonden , en dat hij krachtig ontstoken weoscht te zien. Die met U leeft en heersoht in de eenheid van denzelfden H. Ge«st, God. door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 376-

fewew

c^5V

IlSrKCOTJID-

BLAD/.

Voormlc..........in

Kort Overzicht der Geschiedenis van de

Devotie lot Jezus II. Hart. ... v Aflaten verbonden aan de vier inn lt;^\'r

Junimaand.........xi

Eerste Dag. —• Wat vereeren wij, als wij het II. Hart vereeren? . . Tweede Dag. — Waarom vereeren wij het Jl. Hart?.......41

m

amp;

-ocr page 377-

_________

366 rsnotJD. T

HLAKZ.

Derde Ihig. - VV«/ voordeel geefl ons

de vereering van Jezus\' H.Hart? . .\'{(gt;\' Vierde Dag. — Wal. liefde het II. Hart

ons betoonde in het Verlossimjswerk. i-O Vijlde Dag. - Hel II. Hart en de

Christelijke Geloofsleer.....i\'.t

Zesde Dag. — Het II. Hart en zijne

\\oorheelden.........•quot;gt;\'.(

Zevende Dag. - Het 11. Hart ons kerende bidden........68-

Achtste Dag. Het II. Hart, Bron

van Vrede.........7H-

Ncgciide Dag. — Hel II. Hart en de

II. Kerk..........NT

Tiende Dag. - Het II. Hart en de

IIH. Sacramenten.......\'tl

Elfde Dag. - Het II. Hart en het II.

Misoffer..........107

Twaalfde Dag. — Het II. Hart en de

H. Communie........117\'

Dertiende Dag. - - Het H. Hart en de

H. Teerspijze........128

Veertiende Dag. — Hel 11. Hart in \'t

H. Sacrament onder ons verblijvende. 1 -W Vijftiende Dag. — Het H. Hart, zijne

-ocr page 378-

INHOUD. 307

BL.VDZ\'

Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed. I i8 Zestiende Dag. - Hef II. Hart en

Maria..........157

Zeventiende Dag. —■ Hel II. Ilnrl en

zijne Beloften........Kif)

Achttiende Dag. Wat verlangt het

H. Hart van ons\'.\' 1. Aanbidding . 17(i Negentiende Dag. - - De Eerewacht. . 18(gt; Twintigste Dag.- Wat verlangt Jezus

H. Har/ van ons? II. Eerherstel. . I(ttl Ecu en twintigste Dag. — Wat verlangt hel H. Hart min ons? III. Navolging..........2(MÏ

Twee en twintigste Dag. - Hel II.

Hart van Jezus, ons Voorbeeld van

Zaclitinoedigheid.......215\'

Drie en twintigste Dag. - Hel H.

Hart, uns Toonbeeld van Ootmoedigheid...........

Vier en twintigste Dag. - Hel H.

Hart, ons voorbeeld van medelijdende

Naastenliefde........23(» -

Vijf en twintigste Dag. — Het //, Harl ons voorbeeld in \'l verachten der

aardsche qoederen.......

,y amp;

Cl-------

6-Uamp;J

-ocr page 379-

INHOVn.

\'■m

BL.VDZ.

Zes en t wintigste Dag. — Hel biddend

Hart van Jezus.......quot;2~)7-

Zeven en twintigste l)ag. — Het 11.

Hart haal de zonde. . . . . . «. Acht en twintigste Dag. — Het H.

Hart ons voorbeeld van IJoctvaardiij-

heid...........ill

Negen en twintigste Dag. — Het stervend Hart van Jezus...... 287

Dertigste Dag. — Het Heeld ran 7

21)8

3()H

ƒƒ. Hart.

Leziny voor den feestdag van \'t H. Hart

van Jezus.

Gebeden onder de H. Mis......\'M\'.)

Gebeden onder het Lof......:}40

Verschillende gebeden ter eere van het

Allerheiligste Hart van Jezus. . . 351

-ocr page 380-
-ocr page 381-
-ocr page 382-