-ocr page 1-
-ocr page 2-

sij :

-ocr page 3-

1/^4

Korte OiJerriclitlieii, Owffiiei

EN

GEBEDEN

bij het toedienen der H.H. Sacramenten

volgens het Bitaale Homanum. het Pontificale Bomanum

KN

andere goedgekeurde werken

DOOR

W. B. M. CRAMER S. J.

Amsterdam. — G. BOUG. — 1882.

Provincisbibli ?v\'!: :derbroeders

ALVEi^A ■■ GLD

-ocr page 4-

I M PRI M ATU R.

Amstelodami , BERNSEN,

die 30 Maji 1882. Librorum Cen*or.

-ocr page 5-

IN L EIDIN G.

Vol troost en opwekking, maar ook tegelijkertijd rijk aau lessen, zijn de gebeden, die de H. Kerk hare Bedienaren voorschrijft bij de toediening der HH. Sacramenten.

Veel, zeer veel nuttigs eu schoons is er door meerdere ijvervolle Priesters omtrent deze zeven Heilbronnen verklaard en uitgegeven. Maar steeds scheen het mij toe, dat eene vertaling der gebeden bij de toediening der HH. Sacramenten niet anders dan allerheilzaamst kon werken, om in de schatting van allen de hooge waarde der HH. Sacramenten te bevorderen.

De Priester toch ondervindt het dagelijks in zijn h. bediening: wel letten de omstaanders godvruchtig op, wel bidden zij — maar mede bidden met den Priester, zicb vereenigen met Hem om in één gebed zegeningen en gunsten, kracht en sterkte, geduld en barmhartigheid af te bidden; — dat kunnen zij niet, omdat zij geen handboek hebben, waarin die zoo schoone en indrukwekkende gebeden vertolkt zijn.

Mijn verlangen was, door eene zooveel mogelijke letterlijke vertaling in deze behoefte te voorzien.

-ocr page 6-

I M PRI M ATU R.

Amstelodami, M. BERNSEN,

die 30 Maji 1882. Librorum Censor,

-ocr page 7-

INLEIDING.

Vol troost eu opwekking, maar ook tegelijkertijd rijk aan lessen, zijn de gebeden, die de H. Kerk hare Bedienaren voorschrijft bij de toediening der HH. Sacramenten.

Veel, zeer veel nuttigs eu schoons is er door meerdere ijvervolle Priesters omtrent deze zeveu Heilbronnen verklaard eu uitgegeven. Maar steeds scheen het mij toe, dat eene vertaling der gebeden bij de toediening der HH. Sacramenten niet anders dan allerheilzaamst kon werken, om in de schatting vau alleu de hooge waarde der HH. Sacramenten te bevorderen.

De Priester toch ondervindt het dagelijks in zijn h. bedieuiug: wel letten de omstaanders godvruchtig op, wel bidden zij — maar mede bidden met den Priester, zich vereeuigeu met Hem om in ééu gebed zegeningen en gunsten, kracht en sterkte, geduld en barmhartigheid af te bidden; — dat kunnen zij niet, omdat zij geen handboek hebben, waarin die zoo schoone eu indrukwekkende gebeden vertolkt zijn.

Mijn verlangen was, door eene zooveel mogelijke letterlijke vertaling in deze behoefte te voorzien.

-ocr page 8-

Ik spreek uiet van het H. Sacrament des Priesterschaps; dit lag niet op mijn weg; daar de o-ebedeu van dit II. Sacrament, boe ver-heven ook. slechts door betrekkelijk weinigen zullen gezocht worden, en ik mij zooveel rao-gelijk beperken wilde, om dit des te gemakkelijker in veler handen te doen komen. V\\el echter voegde ik er hier en daar gebeden aan toe, die bij bijzondere omstandigheden van nut

kunnen zijn. -

Waar het dienstig scheen, trachtte ik in weinige woorden de leer der H. Kerk betrekkelijk het verhandelde Geheim aan te geven, en voegde daarbij een zeer beknopte uitlegging der ceremoniën of plechtigheden, die ingesteld zijn om de Sacramenten met groote eerbiedigheid te bedienen, en om hunne kracht voor oogea te stellen. Zeer dienstig daartoe, waren mi] de verschillende goedgekeurde werken die over deze belangrijke stof bestaan. - , •

Kan ik alzoo geen aanspraak maken iets nieuws aan te bieden, toch durf ik vertrouwen dat onder Gods zegen en onder de bescherming van de Allerheiligste Maagd Maria, dit boekje waarlijk nut kan en zal stichten.

Dat Jezus meer en meer verheerlijkt worüe, die door de HH. Sacramenten ons aan zijn oneindige verdiensten deelachtig maakt.

Amsterdam, Pinkster Zondag, 188u.

-ocr page 9-

INHOUD.

Het H. Doopsel van kinderen . . Het H. Doopsel van volwassenen . Het H Sacrament der Biecht . . Het H. Sacrament des Vormsels. . Het H. Sacrament des Altaars

De H. Communie.......

Het communiceeren en bedienen

zieken..........

Het H. Oliesel........

Litanie van de H. Maagd Maria. . Litanie van alle Heiligen .... Litanie van den zoeten Naam Jezus Ps. 50. Ontferm n mijner .... Ps. 129. üit de diepten .... Wijze waarop de Pauselijke zieken in het stervensuur

zegen aan wordt ore-

O

Blz. 1 15 42

45

52

56 61

67

68 73 75 77

de

82

Gebeden der stervenden. ...... 85

De kleine litanie van alle Heiligen. . . 92 Eenige verzuchtigen, om den zieke in

het stervensuur voor te zeggen ... 93

-ocr page 10-

INHOUD.

Biz.

Gebeden als de ziel van het lichaam gescheiden is..........^

De Beaarding der dooden......\'

Het H. Sacrament des huwelijks ... 107

Formulier om de doopbeloften te ver- _

nieuwen.......... 1 \'

Geloofsbelijdenis der H. Katholieke Kerk. 110 Toewijding aan de Allerheiligste Maagd

Maria...........119

-ocr page 11-

HET H. DOOPSEL.

Kort onderricht.

Het H. Doopsel is het eerste en noodzakelijkste der zeven H. Sacramenten, in hetwelk de mensch, door de uitwendige wassching en de aanroeping der heilige Drievuldigheid, van de erfzonde en van al zijne zonden, vóór het Doopsel bedreven, gezuiverd wordt.

Het H. Doopsel drukt een eeuwigdurend ruerk-teeken in de ziel en kan niet meer dan eens ontvangen worden: het schenkt den mensch de heiligmakende genade en hiermede het recht op het Kijk der hemelen, maakt ons lidmaat van de H. Kerk, en geeft ons toegang tot de andere H. Sacramenten.

De Priester is uithoofde van zijn ambt, de bedienaar van dit sacrament; doch in tijd van nood mag en moet een ieder doopen; ouders echter doopen hunne kinderen alleen bij afwezigheid van andere geschikte jjersonen.

Het is dus van het hoogste gewicht te weten, wat er gevorderd wordt om in tijd van nood het H. Doopsel geldig toe te dienen. De persoon, die het H. Doopsel in uitersten nood toedient, moet eene oprechte meening hebben, om te doen het-

1

-ocr page 12-

2

geen Christus heeft ingesteld, of om te doen hetgeen de Heilige Kerk doet: die persoon moet een weinig zuiver water uitgieten over het voorhoofd van het kind, zoo dat het water vloeit, en terwijl die persoon dat doet, tegelijkertijd zeggen: »Ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.quot;

De Peter of Meter, of beide, moeten Katholiek zijn, onderricht in de punten van ons H. Geloof en van goede zeden.

Korte opmerkingen.

De eerste ceremoniën of plechtigheden wijzen op den treurigen toestand, waarin zich de menscl in staat van erfzonde bevindt; daarom draagt de Priester de paarsche stool.

Men geeft aan den doopeling den naam van een Heilige, opdat hij in dezen een Voorspreker bij God, en een voorbeeld ter navolging vinde.

Nadat de Priester in enkele woorden gezegd heeft, dat de vereeniging der werkdadige liefde met het Christelijk geloof noodzakelijk is, blaast hij den doopeling driemaal in het aangezicht; deze drievoudige ademhaling beteekent, dat de geest der duisternis door den H. Geest uitgedreven , en den doopeling een nieuw leven medegedeeld wordt.

Het teeken des kruises op voorhoofd en borst, duidt aan dat de doopeling, den Gekruiste toe-behoorende, de leer van het kruis in zijn hart

-ocr page 13-

3

bewaren , en door woord en daad met vrijmoedigheid belijden moet.

Door de oplegging van de hand op het hoofd van den doopeling, wordt aangetoond, hoe hij aan de heerschappij van God, en tevens dus ook aan Zijne vaderlijke bescherming onderworpen wordt.

Het gewijde zout, dat den doopeling in den mond wordt gegeven , is het zinnebeeld der Christelijke wijsheid en van den geest van boetvaardigheid , welk elk Christen beoefenen moet. Het beteekent dat de doopeling zich zal moeten behoeden van het bederf der zonde, dewijl het zout het bederf belet.

De oplegging der stool op den doopeling, is het zinnebeeld, het teeken der kerkelijke macht, krachtens welke de Priester hem den toegang tot de kerk verleent.

Het bestrijken der ooren en van den neus met speeksel, beteekent dat door de genade van het H. Doopsel de geest geopend wordt voor de leering der goddelijke waarheden, en herinnert ons ook , hoe Jezus eens aan eenen doofstomme het gehoor en de spraak terugschonk.

De eerste zalving met de sH. Olie der doope-lingenquot; beteekent en deelt mede ware kracht om de vijanden van het menschelijk geslacht te bestrijden.

De verwisseling van de paarscbe stool tegen de witte, duidt de vreugde aan bij den overgang van den staat van vervloeking tot den staat van zegening.

-ocr page 14-

4

De zalving met het H. Chrisma of balsemolie op het hoofd vau deu gedoopte, geeft aan dat bij als Christen, als gezalfde des Heeren, geheel aan Christus toebehoort. «Dewijl wij van een koninklijk en priesterlijk geslacht zijn, ontvangen wij de zalving na het H. Doopsel, opdat wij onze waardigheid hoogschatten volgens den naam van Christen, dien wij dragen.quot; (H. Isidorus)

Het witte kleed, hetwelk den gedoopte wordt opgelegd, beteekent de reinheid en vlekkeloosheid der ziel, die hem door het H. Doopsel geschonken is, en herinnert hem, dat hij deheiligmakende genade, dat kleed der onschuld zuiver en rein moet bewaren geheel zijn leven.

De brandende kaars is het zinnebeeld van het licht des Geloofs en van de vlam der goddelijke liefde.

Niet genoeg kan en moet het geprezen worden, als Katholieken op hun geboortedag niet slechts de H. Offerande der Mis bijwonen, maar ook op dien eigen dag of ten minste op deu eerstvol-genden Zondag tot de HH. Sacramenten naderen, om God te bedanken voor de vele weldaden, en vooral voor de nooit genoeg te waardeeren weldaad van de gave des geloofs, ons zoo goedgunstig geschonken; en tevens door de vernieuwing der heilige doopbeloften ons op nieuw, en levendiger nog bij het klimmen der jaren, voor den geest te roepen, de verplichtingen, die wij als Katholieken, als kinderen van Jezus te vervullen hebben. De hernieuwing dezer beloften staat achteraan,

-ocr page 15-

GEBEDEN- \')

P r i e s t e r N. Wat begeert gij van de Kerk Gods?

A ii t w. Het geloof.

Pr. Wat geeft U het Geloof?

A n t w. Het eeuwig leven.

Pr. Wilt gij dan ingaan tot liet leven , onder-lioud de geboden: Gij zult den Heer uwen God liefhebben uit geheel Uw hart, en uit geheel uwe ziel, en uit al uw verstand, en uwen naaste als u zeiven.

Dan blaast de Priester driemaal zacht in het aangezicht van het kind, en zegt;

Vertrek uit hem (haar) onreine geest, en maak plaats voor den H. Geest, den Vertrooster.

Dan maakt de Priester met zij n duim het teeken des Kraises op het voorhoofd en op de borst van hetkind, zeggende:

Ontvang het teeken des Kruises; zoowel op liet voorhoofd als op de borst; neem aan het geloof aan de hemelsche voorschriften, en wees zoodanig van levenswandel, dat gij voortaan Gods tempel moogt zijn.

\') De gebeden wordeu hier gegeven, gelijk ze in \' het Romeinsch Ritueel vooi- het Doopsel de\'r kinderen zijn voorgeschreven.

-ocr page 16-

(j

Laat ons bidden.

Wij smeeken ü, Heer! verhoor genadiglijk onze gebedi.-n: en bewaar dezen Uwen uitverkoren N. met het merk van het Kruis des Heeren getee-kend, door altijddurende kracht, opdat hij (zij) de leerstellingen van Uwe grootmachtige heerlijkheid ter harte nemende, door de onderhouding Uwer geboden tot de glorie der wedergeboorte verdiene te geraken, door Christus onzen Heer, Antw. Amen.

Vervolgens de hand op het hoofd van het kind leggende, zegt de Priester:

Laat ons bidden.

Almachtig eeuwige God, Vader van onzen Heer Jezus Christus: ge waardig u neder te zien op dezen üwen dienaar N. (dienaresse N.), dien Gij U gewaardigd hebt tot de grondstellingen des geloofs te roepen: verdrijf alle blindheid des harten uit hem (haar): verbreek alle banden van den duivel, met welke hij (zij) gebonden was: Heer open hem (haar) de deur van Uwe goedertierenheid, opdat hij (zij) met het teeken Uwer wijsheid verrijkt, van de onreinheid aller begeerlijkheden bevrijd blijve, en getrokken tot den zoeten geur Uwer voorschriften blijmoedig in uwe Kerk U diene, en van dag tot dag voortgang make. Door denzelfden Christus onzen Heer. Antw. Amen.

-ocr page 17-

7

Daarna bezweert de Priester het zout, indien dit niet reeds vroeger geschied ware.

De zegening van het zout.

Tk bezweer u, o zout schepsel (Gods), in den naam van God den almachtigen Vader, en in de liefde van onzen Heer Jezus Christus, en in de kracht van den H. Geest. Ik bezweer u door den levenden God, door den waarachtigen God, door den heiligen God, door den God die u tot bewaring van het menschelijk geslacht geschapen heeft, en bevolen dat gij voor het volk, dat tot het geloof komt, door zijne dienaars zult gewijd worden, opdat gij in den naam der H. Drievuldigheid een heilzaam teeken zoudt worden om den vijand te verdrijven. Daarom vragen wij U, Heer onze God, dat Gij dit zout, het maaksel Uwer handen wilt heiligen door Uwe heiliging, en zegenen door Uwe zegening, opdat het voor allen die het ontvangen een heilzaam geneesmiddel worde, blijvende in hunne zielen, in den naam van denzelfden Onzen Heer Jezus Christus , die zal komen oordeelen levenden en dooden, en de wereld door het vuur. Antw. Amen.

Daarop legt de Priester een weinig van dit gewijde zout in den mond van het kind, zeggende:

N. ontvang het zout der wijsheid: het zij u tot voordeel ten eeuwigen leven. Antw. Amen.

-ocr page 18-

8

Priester. Vrede zij met u.

Antw. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

God onzer Vaderen, God oorsprong aller waarheid, ootmoedig bidden wij LT, dat Gij goedgunstig op dezen uwen dienaar N. (dienaresse N.) wilt nederzien, en niet toelaten dat liy (zij) dit eerste voedsel ran het zout smakende, langer honger lijde, maar met de hemelsche spijze vervuld worde, opdat hij (zij) altijd ijverig van geest blijve, blijmoedig in hoop, volstandig Uwen naam dienende. Geleid hem (haar). Heer, wij smeeken het, tot het bad der wedergeboorte, opdat hij (zij) met Uwe geloovigen den eeuwigen prijs van Uwe beloften verdiene te verkrijgen. Door Christus onzen Heer. Antw. Amen.

Ik bezweer u, onzuivere geest, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, dat gij uitgaat en terugwijkt van dezen dienaar Gods N. (dienares Gods N.); want Hij zelf gebiedt u vervloekte, verdoemde, Dié met zijne voeten over de zee wandelende, en aan Petrus toen hij zonk, de rechterhand toereikte.

Zoo dan, vervloekte duivel, onderga op nieuw uw vonnis, en geef eer aan den levenden en waren God, geef eer aan Jezus Christus Zijnen Zoon, en aan den H. Geest, en vertrek van dezen dienaar Gods N. (van deze dienaresse Gods N.), want God en onze Heer Jezus Christus

-ocr page 19-

9

heeft zich gewaardigd hem (haar) tot den zegen zijner heilige genade, en tot het bad des Doopsels te roepen.

Hier teekent de Priester het voorhoofd van het kind, zeggende :

En wacht n, gij vervloekte duivel, dit teeken des H. Kruises, hetwelk wij op zijn (baar) voorhoofd drukken, ooit te schenden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Antw. Amen.

De Priester legt het kind de baud op, en zegt:

Laat ons bidden.

Uwe eeuwige en rechtvaardigste goedertieren-beid bid ik, Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwig God, bron van alle licht en waarheid, voor dezen Uwen dienaar N. (dienaresse N.), dat Gij U gewaardiget hem (haar) te verlichten met het licht Uwer kennissen; reinig en heilig hem (haar): geef hem (haar) de ware wijsheid, opdat hij (zij) de genade van uw Doopsel waardig geworden, de vaste hoop, den rechten raad, de heilige leer behoude. Door Christus Onzen Heer. Antw. Amen.

Nu legt de Priester het uiterste deel van de stool op het hoofd van het kind, en geleidt bet in de kerk, zeggende:

N. Treed binnen in den tempel Gods, opdat gij deel moogt hebben met Christus in het eeuwige leven. Antw. Amen.

-ocr page 20-

10

lu de kerk gekomen, bidt de Priester met de Doopborgen met luider stemme:

Ik geloof in God, den Vader Almachtig, Schepper des hemels en der aarde:

En in Jezus Christus, Zijnen eenigen Zoon, Onzen Heer;

Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria;

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven;

Die nedergedaald is ter helle, ten derde dage verrezen van den dood;

Die opgeklommen is ten hemel, en zit ter rechterhand Gods Zijns Vaders Almachtig;

Van daar zal Hij komen oordeelen levenden en dooden;

ik geloof in den Heiligen Geest;

De Heilige Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen;

Vergiffenis der zonde;

Verrijzenis des vleesches;

En het eeuwige leven. Amen.

Onze Vader, die in de Hemelen zijt! Geheiligd Zij U vv naam! Laat ons toekomen Uw Rijk: üw wil geschiede op de aarde als in den Hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeve:a onze schuldenaren; en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.

-ocr page 21-

11

Bezwering.

Ik bezweer u, alle onreine geest, in den naam van God den Vader almachtig, en in den naam van Jezus Christus Zijnen Zoon, onzen Heer en Hechter, en in de kracht van den H. Geest, dat gij terugwijkt vau dit beeld van God, hetwelk God zich gewaardigd heeft tot Zijn heiligen tempel te roepen, opdat het een tempel worde van den levenden God, en dat de H. Geest daarin wone. Door denzelfden Christus onzen Heer, die zal komen oordeelen levenden en dooden, en de wereld door het vuur. Antw. Amen.

Hierop bestrijkt de Priester de ooren en den neus van het kind met wat speeksel uit zijn mond; de ooren aanrakende zegt hij;

Ephpheta, dat is: open U.

Daarna raakt hij den neus aan, zeggende:

Tot zoeten geur. En gij, satan, vlucht, want Gods oordeel nadert.

Daarna vraagt de Priester den doo-peling uitdrukkelijk af:

N. Verzaakt gij den duivel?

De doopborg antwoordt: Ik verzaak.

Priester. En al zijne werken?

Doopborg: Ik verzaak.

Priester. En al zijne ijdelheden?

Doopborg: Ik verzaak.

-ocr page 22-

12

Vervolgens zalft de Priester het kind met de olie der doopleerlingen op de borst en tusschen de schouders, en zegt:

ik zalf u met de olie des heils in Christus Jezus onzen Heer, opdat gij het eeuwig leven moogt hebben. Antw. Amen.

Nu verwisselt de Priester de paar-sche stool tegen de witte.

Opnieuw ondervraagt de Priester den doopeling, voor wien de do opborg antwoordt:

N. Gelooft gij in God, den Vader almachtig, Schepper van hemel en aarde ?

Antw. Ik geloof.

V. Gelooft {gij in Jezus Christus, zijn eenigen Zoon, onzen Heer, die geboren is en geleden heeft ?

A. Ik geloof.

V. Gelooft gij ook in den H. Geest, de heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, de vergiffenis der zonden, de verrijzenis des vleesches en het eeuwig leven?

A. Ik geloof.

Nu vraagt de Priester den doopeling aansprekende:

N. Wilt gij gedoopt worden?

De doopborg antwoordt: ik wil.

Hierop houden de doopborgen het kind vast, en de Priester doopt het, gietende het water driemaal kruis-

-ocr page 23-

13

gewijs op het hoofd, deze woorden sprekende:

N. Ik doop u in deu naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.

Hierop volgt de zalving met het H. Chrisma bovenop hethoofdvanhet kind in den vorm van het kruis, onder de woorden:

De almachtige God, Vader van Onzen Heer Jezus Christus , die u heeft doen herboren worden uit het water en den Heiligen Geest, en die u de vergiifenis van alle zonden geschonken heeft, zalve u met het Chrisma der zaligheid in denzelfden Christus Jezus onzen Heer ten eeuwigen leven. Antw. Amen.

De Priester. De vrede zij met u.

Antw. En met uwen geest.

Nu legt dePriester een witten doek op het hoofd van den gedoopte, en zegt:

Ontvang het witte kleed, hetwelk gij onbevlekt moet dragen voor de rechterstoel van onzen Heer Jezus Christus, opdat gij het eeuwig leven moogt erlangen. Antw. Amen.

De Priester geeft dan den doope-ling of zijn doopbor gee neb randende kaars in de hand, zeggende:

Ontvang de brandende kaars, en bewaar Uw Doopsel ongeschonden; onderhoud Gods geboden, opdat, als de Heer tot de bruiloft zal komen, Gij Hem moogt te gemoet loopen

-ocr page 24-

14

met al de Heiligen in de bruiloftszaal, en gij het eeuwig leven moogt genieten en leven in alle eeuwigheid. Antw. Amen.

Priester. N. Ga in vrede, en de Heer zij met U.

Antw. Amen.

-ocr page 25-

GEBEDEN BIJ DE TOEDIENING VAN HET H. DOOPSEL VAN VOLWASSENEN.

De Priester begint met Gods bij-zonder zegen af te smeeken, en bidt;

O God kom mij te hulp.

Heer, haast U om mij te helpen.

Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. A.men.

Anfciphoon. Ik zal zuiver water over u uitstorten, en gij zult van al uwe ongerechtigheden gezuiverd worden, zegt de Heer.

Psalm 8.

o God, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam op de gansche aarde !

Want Uwe majesteit schittert aan den hemel!

Uit den mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij een lofspraak bereid, ter oorzake van uwe tegenstrevers om den vijand en den wraakgierige te niet te doen.

Wanneer ik uwen hemel aanschouw, het werk uwer vingeren, maan en sterren, die Gij geschapen hebt, dan zeg ik:

-ocr page 26-

16

Wat is de raenseh dat Gij zijns gedacht 1 of wat des menschen kind, dat Gij acht op hem gaaft!

Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, met eer en heerlijkheid hebt gij hem gekroond, en hem gesteld over de werken uwer handen;

Alles hebt gij aan hem onderworpen: schapen en runderen, altegader, alsmede het gedierte des volks.

Het gevogelte des hemels en de visschen der zee, die de paden der zee doorwandelen.

o God, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam over de gansche aarde.

Eere zij den Vader enz.

Psalm 28.

Geeft den Heere, gij zonen Gods, geeft den Heere jonge rammen!

Geeft den Heere roem en eer, geeft den Heere den roem die toekomt aan zijnen naam; aanbidt den Heer in zijn heilig voorhof.

De stem des Heeren klatert over de wateren . de God der heerlijkheid dondert, de Heer, over de groote wateren!

Des Heeren stem schalt met kracht, des Heeren stem met majesteit.

Des Heeren stem breekt de cederen, de cederen Libonons verbreekt de Heer.

Hij doet hen als een kalf opspringen; den

-ocr page 27-

17

Libanon en Sirjon als het jong van den eenhoorn.

De stem des Heeren splijt vlammen vuurs: de stem des Heeren doet de wildernis beven; en beven doet de Heer de woestenij van Kades.

De stem des Heeren bereidt de hinden, en ontbladert de wouden; en in zijnen tempel verheffen allen zijne majesteit.

De Heer deed den zondvloed komen, en de Heer zal tronen als Koning in eeuwigheid.

De Heer zal kracht verleenen aan zijn volk, de Heer zal zijn volk met welvaart zegenen.

Eere zij den Vader enz.

Psalm 41.

Gelijk een hert naar waterbronnen smacht, zoo smacht mijne ziel naar U, o God!

Mijne ziel dorst naar den machtigen, den levenden God: wanneer zal ik komen en verschijnen voor Gods aangezicht!

Mijne tranen zijn mijne spijs geworden dag en nacht, daar men, dag aan dag, tot mij zegt: Waar is Uwe God?

Daaraan gedenk ik — en mijn hart smelt er bij weg, — hoe ik opging naar de plaats der heerlijke tente, naar het huis van God.

Onder gejuich en lofgezang, een feestvierend gedruisch.

Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel, en waarom ontrust gij mij ?

-ocr page 28-

18

Betrouw op God 1 want ik zal Hem nog loven: Gij zijt miin heil, en mijn God!

Mijne ziel in mij is neergeslagen: daarom gedenk ik aan U van uit het land der Jordaan en der Hermonen, uit het klein gebergte.

De eene vloed roept den anderen op bij het gedruisch uwer watervallen.

Alle uwe hooge baren en uwe golven zijn over mij heen gestroomd.

Des daags gebiedt de Heer zijne goedertierenheid, en des nachts is zijn lied bij mij,

Een gebed tot den God mijns levens. Ik zeg tot God: Gij zijt mijn bijstand!

quot;Waarom hebt gij mij vergeten, en waarom ga ik droevig daarheen onder mijns vijands verdrukking !

Met verbrijzeling mijner beenderen, hooren mij mgne vijanden, dag aan dag tot mij zeggende: Waar is uw God?

Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel, en waarom verontrust gij mij?

Betrouw op God, want ik zal Hem nog loven: Gij zijt mijn quot;heil en mijn God!

Eer zij den Vader enz.

En men herhaalt de antiphoon: Ik zal zuiver water over u uitstorten, en gij zult van al uwe ongerechtigheden gezuiverd worden, zegt de Heer.

Heer! ontferm U onzer. Christus ontferm U onzer.

Heer ontferm U onzer. Onze Vader.

-ocr page 29-

19

Eu leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die aan uwe dienaren verleend hebt in de belijdenis van het\'ware Geloof, de glorie der oneindige Drieeenheid te erkennen, en in hare machtige heer-lijkheid de Eenheid te aanbidden; wij smeeken ü, dat wij door de bevestiging van dat H. Geloof, altijd tegen alle rampspoeden mogen beveiligd blijven.

Almachtige God! wil onze gebeden verhooren, en hetgeen door onze ootmoedige dienst gedaan wordt, door het uitwerken van uwe kracht vervullen.

Wij bidden U, Heer, schenk aan onzen uit-verkorsne, dat hij nu in Uwe Heilige Geheimen onderwezen, door bet water des H. Doopsels herboren, onder de ledematen der H. Kerk moge geteld worden. Door Christus onzen Heer. Amen.

De Priester gaat nu naar de deur der kerk% en vraagt aan den doope-ling, die zich nog daar buiten bevindt:

Hoe is uw voornaam?

-ocr page 30-

20

Antw. N.

Priester. N. Wat vraagt gij van de Kerk Gods?

Antw. Het geloof.

Priester. Wat verleent u het geloof?

Antw. Het eeuwig leven.

Priester. Wilt gij het eeuwig leven hebben T onderhoud de geboden; Gij zult den Heer uwen God liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uwe ziel, en uit al uw verstand, en uwen naaste als u zeiven. Aan deze twee geboden hangt geheel de wet en de Profeten. Het gelöof nu is, dat Gij één God in de Drievuldigheid, en de Drievuldigheid in de Eenheid vereert, zonder de personen te vermengen, noch de zelfstandigheid te verdeelen. Want een ander is de persoon des Vaders, een ander des Zoons, een ander des Heiligen Geestes; doch deze drie hebben ééne zelfstandigheid, en maar ééne Godheid.

Opnieuw ondervraagt de Priester: N. Verzaakt gij den duivel?

A. Ik verzaak

V. En al zijne werken?

A. Ik verzaak

V. En al zijne ijdelheden

A. Ik verzaak.

V. Gelooft gij in God, den Vader almachtig, schepper van hemel en aarde,

A. Ik geloof.

Vr. Gelooft gij in Jezus Christus, zijn eeni-

-ocr page 31-

21

gen Zoon, onzen Heer, die geboren is engeleden heeft?

A. Ik geloof.

Vr. Gelooft gij ook in den Heiligen Geest, de Heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, de vergiifenis der zonden, de verrijzenis des vleesches en het eeuwig leven?

A. Ik geloof.

Dan blaast de Priester den doope-ling driemaal in het aangezicht, en zegt:

Vertrek uit hem (haar) onreine geest, en maak plaats voor den H. Geest, den Vertrooster.

Nu ademt de Priester hem in het aangezicht in den vorm van het kruis, zeggende:

N. Ontvang door deze ademing den goeden Geest, tegelijk met den zegen van God.

De vrede zij met u.

Daarna met den duim het teeken des Kruises op het voorhoofd en op de borst makende, zegt de Priester:

Ontvang het merk des Kruises, zoowel op het vporhoofd als op de borst; neem aan het geloof aan de hemelsche voorschriften, en wees zoodanig van levenswandel, dat gij voortaan Gods tempel moogt zijn: erken ook in blijdschap , dat gij door binnen te gaan in Gods Kerk, aan de strikken des doods ontkomt.

Is de doopleerling een heiden of afgodendienaar, dan zegt de Priester:

-ocr page 32-

22

Verafschuw de afgoden, verwerp den beeldendienst.

Behoort hij tob het Jodendom: Verschuw de joodsche trouweloosheid, verwerp de bijgeloovigheid der joden.

Is hij een Mahomedaan:

Verafschuw de trouweloosheid van Mahomed, verwerp de hooze sekte van het ongeloof.

Behoort hij tot de ketters, die bij het toedienen van het doopsel eeu veroordeelden vorm bezigen:

Verafschuw de boosheid der ketters, verfoei de schandelijke sekten der goddelooze N. Dan vervolgt de Priester:

Eer den almachtigen God en Jezus Christus, zijn eeniggeboren Zoon, onzen Heer, die zal komen oordeelen de levenden en de doodenr en de wereld door het vuur Amen.

Laat ons bidden.

U smeek ik, heilige Heer, almachtige Vader, oneindige God, dat Gij aan dezen Uwen dienaar N. onzeker en twijfelend ronddwalende in den nacht dezer wereld, den weg Uwer waarheid en Uwer erkenning wilt aanwijzen: zoodat hij, bevrijd van de verblindheid zijner ziel, U erkenne één God, den Vader in den Zoon, en den zoon in den Vader, met den heiligen Geest, en zoowel in dit als in het toekomende leven de vrucht van deze belijde-

-ocr page 33-

23

nis moge verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.

Nu teekent de Priester met den duim liet voorhoofd van den uitverkorene, onder de woorden:

Ik teeken u het voorhoofd, opdat gij het kruis des Heeren moogt aannemen.

De ooren. Ik teeken uwe ooren, opdat zij luisteren naar de eeuwige waarheden.

De oogen. Ik teeken uwe oogen, opdat gij de heerlijkheid Gods moogt aanschouwen.

De neusgaten. Ik teeken uwe neusgaten, opdat gij.den zoeten geur van Christus moogt genieten.

Den mond. Ik teeken uwen mond, opdat gij de woorden des levens moogt spreken.

De borst. Ik teeken uwe borst, opdat gij in God moogt gelooven.

De schouders. Ik teeken uwe schouders, opdat gij het juk van zijnen dienst zult opnemen.

Het geheele lichaam, zonder het aan te raken.

Ik teeken u geheel en al, in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes, opdat gij het eeuwige leven moogt verwerven, en leven in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons bidden.

Wij smeeken U, Heer! verhoor genadiglijk onze gebeden: en bewaar dezen Uwen uitver-

-ocr page 34-

24

korene N. door de kracht van \'s Heeren Kruis, waarmede wij hem geteekend hebben, opdat hij de leerstellingen van Uwe grootmachtige heerlijkheid ter harte nemende, door de onderhouding Uwer geboden tot de glorie der wedergeboorte verdiene te geraken. Door Christus onzen Heer. Antw. Amen.

Laat ons bidden.

God niet alleen Schepper van het menschelijk geslacht, maar tevens ook zijn Redder, zie goedgunstig neder op de volkeren die gij als uw eigendom hebt aangenomen, en prent in hen door het nieuwe verbond het kenmerk van het vrijgekocht geslacht; opdat zij in blijdschap als kinderen der belofte door de genade verkrijgen hetgeen zij door de natuur niet konden verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.

Dan de hand op het hoofd van den uitverkorene leggende, zegt de Priester:

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, Vader van onzen Heer Jezus Christus; wil goedgunstig nederzien op dezen uwen dienaar, dien Gij ü gewaardigd hebt tot de grondstellingen des geloofs te roepen ; verdrijf alle blindheid des harten uit hem; verbreek alle banden van den duivel, met welke hij gebonden was. Heer open hem de deur van

-ocr page 35-

25

uwe goedertierenheid , opdat hij met liet teeken uwer wijslieid verrijkt, van de onreinheid aller begeerlijkheden bevrijd blijve, en getrokken tot den zoeten geur uwer voorschriften, blijmoedig in Uwe Kerk U diene, en van dag tot dag voortgang make, opdat hij na het geneesmiddel genomen te hebben, waardig zij tot de genade van het H. Doopsel toegelaten te worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Daarna zegent de Priester het zout.

Ik bezweer u, o zout schepsel (Gods), in den naam van God den almachtigen Vader, en in de liefde van onzen Heer Jezus Christus, en iu de kracht van den H. Geest. Ik bezweer u door deu levenden God, door den waarachtigen God, door tien heiligen God, door den God die u tot bewaring van het menschelijk geslacht geschapen heeft, en bevolen dat gij voor het volk, dat tot het geloof komt, door zijne dienaars zult gewijd worden, opdat gij in den naam der H. Drievuldigheid een heilzaam teeken zoudt worden om den vijand te verdrijven. Daarom vragen wij IJ, Heer onze God, dat Gij dit zout, het maaksel uwer handen wilt heiligen door uwe heiliging, en zegenen door uwe zegening, opdat het voor allen die het ontvangen een heilzaam geneesmiddel worde, blijvende in hunne zielen, in den naam van denzelfden onzen Heer Jezus Christus, die zal komen oordeelen levenden en dooden, en de wereld door het vuur. A n t w. Amen.

-ocr page 36-

26

Is de doopleerling heiden of afgodendienaar geweest, dan spreekt de Priester het volgende gebed vóór hij hem het gezegende zonfc aanbiedt.

Laat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, die zijt, die waart, en tot in eeuwigheid zijn zult, van wien geen oorsprong te kennen, geen einde te achterhalen is: ootmoe-diglijk smeeken wij U voor dezen Uwen dienaar N. dien Gij uit de dwaling van het heidendom, en uit de ellendigste slavernij gered hebt; ge-waardig (J hem te hooren, die allernederigst zijn hoofd buigt tot het bad der wedergeboorte, zoodat hij, die naar uw beeld geschapen en herboren is uit het water en den H. Geest, den ouden mensch aflegge en zich met den nieuwen be-kleede, en het ongeschonden en vlekkelooze kleed ontvangende, IJ onzen God moge dienen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Daarop legt de Priester een weinig van het gewijde zout in den mond van den doopleerling, zeggende:-

N. Ontvang het zout der wijsheid: het zij u tot voordeel ten eeuwige leven. Antw. Amen.

Priester. Vrede zij met u.

A n t w. En met uwen geest.

Zijn er zoowel mannen als vrouwen onder

-ocr page 37-

27

de doopleerlingen, dan gaan deze nu ter zijde.

De Priester zegt dan in het enkelvoud of meervoud tot de mannen:

Bid, uitverkorene, buig de knieën en zeg liet Onze Vader.

Deze bidt nu tot en met: »maar verlos ons van den kwade.quot;

De Priester. Sta op, eindig uw gebed, en zeg: Amen.

Antw. Amen.

De Priester zegt dan tot^ den doop-borg:

Teeken hem.

En tot den uitverkorene.

Kom nader.

De doopborg maakt dan op hetvoor-hoofd van den uitverkorene een kruis met zijn duim, zeggende:

In den naam des Vaders, en des Zoons eu des Heiligen Geestes.

Dan teekent de Priester hem ook, insgeliiks zeggende:

In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes.

En hem de hand opleggende, zegt hij: Laat ons bidden.

God van Abraham, God van Izaak, God van Jacob, God, die aan uwen dienaar Mozes op

-ocr page 38-

28

deu berg Sinai zgt verschenen, en de kinderen Israels uit het land van Egypte hebt geleid , terwijl Gij in Uwe goedertierenheid eenen Engel zondt, die hen dag en nacht zoude beschermen; wij smeek en ü, Heer, dat Gij Uwen heiligen Engel uit de hemelen wilt afzenden, opdat Hij ook zoo dezen Uwen dienaar N. beware, en hem geleide tot de genade van het Doopsel. Door Christus onzen Heer. Amen.

Bezwering.

Zoo dan, vervloekte duivel, onderga op nieuw uw vonnis, en geef eer aan den levenden en waren God, geef eer aan Jezus Christus Zijnen Zoon, en aan den H. Geest, en vertrek van dezen dienaar Gods N., want God en onze Heer Jezus Christus heeft zich gewaardigd hem tot den zegen zijner heilige genade, en tot het bad des Doopsels te roepen.

En wacht u, gij vervloekte duivel, dit tee-ken des H. Kruises, hetwelk wij op zijn voorhoofd drukken, ooit te schenden.

Door denzelfden Christus onzen Heer, die zal komen oordeelen de levenden en de dooden, en de wereld door het vuur. Amen.

Nu zegt de Priester voor de tweede maal:

Bid, uitverkorene, buig de knieën en zeg het Onze Vader.

-ocr page 39-

29

Deze bidt tot en met: maar verlos ons van den kwade.

De Priester. Sta op, eindig uw gebed, en zeg: Amen.

Antw. Amen.

De Priester zegt nu tot den doop-borg: Teeken hem.

En tot den uitverkorene: Kom nader. t En de doopborg teekent hem op het voorhoofd, zeggende;

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

Dan teekent de Priester hem ook, i n s g e 1 ij k s zeggende;

In den naam des Vaders, enz.

En hem de hand opleggende, zegt hi]:

Laat ons bidden.

o God, onsterfelijke hulp voor allen die U inroepen, die kwijtschelding verleent aan de ootmcedigen, vrede geeft aan die hem vragen, het leven aan die gelooven en de verrijzenis schenkt aan de dooden: ik smeek U voor dezen Uwen dienaar N., die de gave van Uw doopsel verzoekt en door die geestelijke wedergeboorte de oneindige genade hoopt te ontvangen: neem hem aan, Heer, en dewijl gij zoo liefdevol gezegd hebt, dat zij die vragen, verkrijgen; die zoeken, vinden zullen, en dat aan den kloppende, open gedaan zal worden ; -— reik

-ocr page 40-

30

daarom aan dezen smeekeling de beloouiug uit en open hem op zgn verlangen de deur; opdat hij de eeuwige zegeningen van dit liemelsch heilbad ontvangende, van Uwe goedgunstigheid het ons toegezegde rijk verwerve.

Gij die met den Vader, en den heiligen Geest leeft en regeert God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Bezwering.

Luister, vervloekte satan, dien ik bezweer bij den naam van den eeuwigen God, en onzen Zaligmaker Jezus Christus, zijnen Zoon, ga van hier, bevend en kermend, trots uwen nijd: niets gemeens bestaat er tusschen u en dezen dienaar Gods N., die reeds op het hemelsche bedacht, u eu uwe bedrijven verzaakt en zich voor de gelukzalige onsterfelijkheid gewonnen geeft. Geef derhalve eer aan den heiligen Geest die gaat komen, en uit het hoogste der hemelen nederdalende, nu hij uwe bedriegerijen verijdeld heeft, deze door het goddelijk heilbad gezuiverde ziel, als een voor God geheiligde tempel en woning zal volmaken: en dat aldus deze dienaar Gods ontslagen van alle straffen en verwijtingen van de bedrevene misdaden, hij eeuwige dankbetuiging aan God brenge, zijnen H. Naam in de eeuwen der eeuwen ze-gene. Amen.

-ocr page 41-

31

Nu zegt de Priester voor de derde maal:

Bid, Uitverkoreue, buig de knieën en zeg het Onze Vader.

Deze bidt tot »en verlos ons van den kwadequot; ingesloten.

De Priester. Sta op, eindig uw gebed en zeg: Amen. Antw. Amen.

De Priester zegt dan tot den doop-borg: ïeeken hem. En tot den uitverkorene: Kom nader

En de doop borg teekent hem op het voorhoofd, zeggende:

In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.

Dan teekent de Priester hem ook, insgelijks zeggende:

In den naam des Vaders enz.

En hem de hand opleggende, zegt Hij:

Bezwering.

Ik bezweer u, onzuivere geest, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, dat gij uitgaat en terugwijkt van dezen dienaar Gods N.; want Hij zelf gebiedt u, vervloekte, verdoemde, Hij, die met zijne voeten over de zee heeft gewandeld, en aan Petrus, toen hij zonk, de rechterhand toereikte.

Bezwering.

Zoo dan, vervloekte duivel, onderga op nieuw

-ocr page 42-

32

uw vonnis, en geef eer aan den levenden en waren God, geef eer aan Jezus Christus Zijnen Zoon, en aan den H. Geest, en vertrek van dezen dienaar Gods N., want God en onze Heer Jezus Christus heeft zich gewaardigd hem tot den zegen zijner heilige genade, en tot het bad des Doopsels te roepen.

En wacht u, gij vervloekte duivel, dit tee-ken des H. Kruises, hetwelk wij op zijn voorhoofd drukken, ooit te schenden.

Wanneer er onder de doopleerlingen zich ook vrouwen bevinden, dan treden deze nader, terwijl de mannen zich ter zijde begeven.

De Priester. Bid, Uitverkorene, buig de knieën, en zeg het Onze Vader.

Deze bidt tot sen verlos ons van den kwadequot; ingesloten.

De Priester. Sta op, eindig uw gebed en zeg: Amen. Antw. Amen.

De Priester zegt dan tot den doop-borg: Teeken haar; en tot de uitverkorene; Kom nader.

En de doop borg teekent haarophet voorhoofd, zeggende:

In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.

Dan tee kent de Priester haar ook, insgelijks zeggende:

In den naam des Vaders enz.

En haar de hand opleggende, zegt Hij:

-ocr page 43-

33

Laat ons bidden.

God des hemels, God der aarde, God dei-Engelen , God der Aartsengelen, God der Aartsvaders, God der Profeten, God der Apostelen, God der Martelaren, God der Belijders, God der Maagden, God van alle menschen die goed leven, God voor Wien alle knieën zich buigen, van die in den hemel, op de aarde en ouder de aarde zijn, en alle tong belijdt: ik smeek U, Heer, voor deze uwe dienares N., dat Gij haar wilt bewaren en tot de genade van het Doopsel wilt geleiden. Door Christus onzen Heer. Amen.

Nu zegt de Priester

De Bezwering.

Zoo dan, vervloekte duivel, onderga op nieuw uw vonnis, en geef eer aan den levenden en waren God, geef eer aan Jezus Christus Zijnen Zoon, en aan den H. Geest, en vertrek van deze dienaresse Gods N., want God en onze

Heer Jezus Christus heeft zich s\'ewaardiard • •

haar tot den zegen zijner heilige genade, en tot het bad des Doopsels te roepen.

En wacht u, gij vervloekte duivel, dit tee-ken des H. Kruises, hetwelk wij op haar voorhoofd drukken, ooit te schenden.

Nu zegt de Priester voor de tweede maal:

3

-ocr page 44-

34

Bid, Uitverkorene, buig de knieën en zeg het Onze Vader.

Deze bidt tot »en verlos ons van den kwadequot; ingesloten.

De Priester. Sta op, eindig uw gebed en zeg: Amen. Antw. Amen.

De Priester zegt dan tot den doop-borg; Teeken haar; en tot de uitverkorene: Kom nader.

En de doopborg teekent haar opliet voorhoofd, zeggende:

In den naam des Vaders enz.

Dan teekent de Priester haar ook, insgelijks zeggende:

In den naam des Vaders enz.

En haar de hand opleggende, zegt hij:

Laat ons bidden.

God van Abraham, God van Izaük, God van Jacob, God, die aan uwen dienaar Mozes op den berg Sinaï zijt verschenen, en de kir deren Israels uit het land van Egypte hebt geleid, terwijl Gij in Uwe goedertierenheid eenen Engel zondt, die hen dag en nacht zoude beschermen; wij smeeken U, Heer, dat Gij Uwen heiligen Engel uit de hemelen wilt afzenden, opdat Hij ook zoo deze Uwe dienaresse N. beware, en haar geleide tot de genade van het Doopsel. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 45-

35

Dan zegt de Priester voor de derde maal;

Bid, uitverkorene, buig de knieën , en zeg het Onze Vader.

Deze bidt tot »en verlos ons van den kwadequot; ingesloten.

De Priester. Sta op, eindig uw gebed en zeg: Amen. Antvv. Amen.

De priester zegt dan tot den doop-borg: Teeken haar; en tot de uitverkorene: Kom nader.

En de doopborg teekent haar op het voorhoofd, zeggende:

In den naam des Vaders enz.

Dan teekent de Priester haar ook, insgelijks zeggende:

In den naam des Vaders enz.

En haar de hand opleggende, zegthij:

Ik bezweer u, onzuivere geest, door den Vader, den Zoon, en den Heiligen Geest, dat gij uitgaat en terugwijkt van deze dienaresse Gods, N. Hij toch gebiedt, gevloekte en vloekwaardige, die aan den blindgeborene het gezicht, terugschonk en den reeds voor vier dagen begraven Lazarus uit het graf opriep.

Bezwering.

Zoo dan, vervloekte duivel, onderga op nieuw uw vonnis, en geef eer aan den levenden en waren God, geef eer aan Jezus Christus Zijnen

-ocr page 46-

36

Zoon, en, aan den H. Geest, en vertrek van deze dienaresse Gods N., want God en onze Heer Jezus Christus heeft zich gewaardigd haar tot den zegen zijner heilige genade, en tot het bad des Doopsels te roepen.

En wacht n, gij vervloekte duivel, dit tee-ken des H. Kruises, hetwelk wij op haar voorhoofd drukken, ooit te schenden.

Nu komen al de doopleerlingen te zamen, en nadat de Priester op elk afzonderlijk de hand heeft opgelegd, zegt hij:

Laat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, bron van alle licht en waarheid, ik bid uwe eeuwige en rechtvaardigste goedertierenheid voor dezen Uwen dienaar N. (dienaresse N.), dat Gi] U gewaardiget hem (haar) te verlichten met hét licht van Uw verstand; reinig en heilig hem (haar): geef hem (haar) de ware wijsheid, opdat hij (zij) de genade van uw Doopsel waardig geworden, de vaste hoop , den rechten raad, de heilige leer behoude, opdat hij (zij) geschikt moge zijn Uwe genade te ontvangen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Nu geleidt de Priester den uitverkorene in de Kerk terwijl hij zegt:

N. ïreed in de heilige Kerk Gods binnen,

-ocr page 47-

37

opdat gij van onzen Heer Jezus Christus de hemelsche zegeningen moogt ontvangen en met Hem en zijne Heiligen deel moogt hebben. Amen.

In de Kerk gekomen, buigt de uitverkorene de knieën en aanbidt God. Als hij opgestaan is, legt de Priester hem de hand op en bidt met hem de twaalf artikelen des Geloofs, en het Onze Vader.

Ik geloof in God, den Vader Almachtig, Schepper des hemels en der aarde:

En in Jezus Christus, Zijnen eenigen Zoon, Onzen Heer;

Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria;

Die geleden heeft onder Pontias Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven;

Die nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van den dood;

Die opgeklommen is ten hemel, en zit ter rechterhand Gods Zijns Vaders Almachtig;

Van daar zal Hij komen oordeelen levenden en dooden;

Ik geloof in den Heiligen Geest;

De Heilige Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen;

Vergiffenis der zonden;

Verrijzenis des vleesches;

En het eeuwige leven. Amen.

Onze Vader, die in de Hemelen zijt! Geheiligd Zij Uw naam 1 Laat toekomen üw Rijk; Uw

-ocr page 48-

38

wil geschiede op de aarde als in den Hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood, en vergeef ons onze schulden , gelijk wij ook vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.

Na nogmaals de hand op het boofd van den uitverkorene gelegd te hebben, zegt de Priester

De Bezwering.

Ah satan, \'t is u wel bekend, wat straffen u toegerekend, wat pijnen u bereid zijn; dat de dag des oordeels u dreigend wacht, die dag van eeuwige wraak: die dag, die komen zal als een brandend vuur, waarin u en al uw volgelingen een altijddurend sterven voorbereid is. Daarom gevloekte en vloekwaardige, geef eer aan den levenden en waarachtigen God, geef eer aan Jezus Christus , zijnen Zoon , geef eer aan den H. Geest in wiens naam en kracht ik u gebied onreine geest, wie gij ook zijt, dat gij uitgaat en terugwijkt van dezen dienaar Gods N. dien dezelfde God en onze Heer Jezus Christus heden tot den zegen zijner heilige genade en tot het bad des doopsels heeft willen nitnoodigen; opdat hij door het water uit de heilbron afgewasschen van alle zonden, eert tempel Gods moge zijn. In den naam van denzelfden Heer Jezus Christus , die de levenden en de dooden zal komen oordeelen en de wereld door het vuur. Amen.

-ocr page 49-

39

Hierop raakt de Priester de ooren en den neus aan van den uitverkorene; de ooren aanrakende zegt hij:

Ephpheta, dat is: open u.

En de neus aanrakende: Tot zoeten geur. En vervolgt dan: En gij, satan, vlucht, want Gods oordeel nadert.

Hierop ondervraagt de Priester: Hoe is uw voornaam.

Antw. N.

Vr. N. Verzaakt gij den duivel?

A. Ik verzaak.

Vr- En al zijne werken?

A. Ik verzaak.

V r. En al zijne ijdelheden ?

A. Ik verzaak.

Nu zalft de Priester den uitverkorene eerst op de borst en dan tusschen de schouders met de Olie der doopleerlingen, onder de woorden:

Ik zalf u met de Olie des heils in Christus Jezus onzen Heer ten eeuwige leven. Amen.

Pr. Vrede zij met u.

A. En met uwen geest.

Ga uit onreine geest, en geef eer aan den levenden en waarachtigen God. Vlucht, onreine geest, opdat Jezus Christus zijn Zoon uw plaats inneme. Wijk terug onreine geest, en maak plaats voor den H. Geest, den Vertrooster.

Nu verwisselt de Priester de paar-sche stool tegen de witte, en de Uit-

-ocr page 50-

40

verkorene wordt naar den doopvont geleid. De Priester ondervraagt hem nog eens:

Hoe is uw voornaam?

A. N.

Vr. N. Gelooft gij in God den Vader almachtig, Schepper van hemel en aarde?

A. Ik geloof.

Vr. Gelooft gij in Jezus Christus, zyn eeni-gen Zoon, Onzen Heer, die geboren is en geleden heeft?

A. Ik geloof.

Gelooft gij ook in den Heiligen Geest, de Heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap dei-Heiligen, de vergiffenis der zonden, de verrijzenis des vleesches en het eeuwige leven?

A. Ik geloof.

Nu vraagt de Priester voor de laatste maal:

N. Wat vraagt gij?

A. Het Doopsel.

Vr. Wilt gij gedoopt worden.

A. Ik wil.

De doopborgen houden nu den uitverkorene vast, terwijl de Priester hem in den naam der H Drievuldigheid doopt, onder de woorden: N. Ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes.

Onmiddelijk volgt de zalving met het H. Chrisma.

-ocr page 51-

41

De Almachtige God, Vader vau onzen Heer Jezus Christus, die u heeft doen herboren worden uit het water en den Heiligen Geest, en die u de vergiffenis van al uwe zonden geschonken heeft, zalve u met het Chrisma des heils ten eeuwige leven in denzelfden Christus Jezus onzen Heer. Amen.

Pr. Vrede zij met u.

A. En met uwen geest.

Nu legt de Priester een witten doek op het hoofd van den gedoopte, en zegt: Ontvang het witte kleed, hetwelk gij onbevlekt moet dragen voor den Rechterstoel van onzen Heer Jezus Christus, opdat gij het eeuwige leven moogt erlangen. Amen.

Hem de brandende kaars gevende, zegt de Priester:

Ontvang de brandende kaars, en bewaar uw Doopsel ongeschonden; onderhoud Gods geboden, opdat, als de Heer ter bruiloft zal komen, gij Hem met alle Heiligen te gemoet moogt snellen in het hemelsch hof en het eeuwige leven bezitten. Amen.

Ten slotte zegt de Priester: N. Gain vrede en de Heer zij met u. Antw. Amen.

-ocr page 52-

H. SACRAMENT DER BIECHT.

Wanneer de biechteling na zich goed en ernstig tot het ontvangen van dit zoo gewichtig Sacrament voorbereid te hebben, den biechtstoel is binnengetreden, vraagt hij met het hart of met den mond den zegen van den Priester:

»Eerwaarde Vader, geef mij Uwen zegenquot;, en dePriester zegent den biechteling, zeggende:

»De Heer zij in uw hart en in uw mond, opdat gij al uwe zouden behoorlijk moogt biechten, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Daarop spreekt de biechteling devoor biecht:

Ik belijd aan God Almachtig, aan de Heilige Maria altijd Maagd, aan den Heiligen Michaël Aartsengel, den Heiligen Joannes denDooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en U Vader: dat ik zeer gezondigd heb door gedachte, woord en werk: door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.quot;

De biechteling zegt dan, wan-

-ocr page 53-

43

neer hg bet laatst heeft gebiecht en belijdt zijne zonden op behoor-lyke wijze, en sluit bijv. met de volgende:

Tïabiecht.

Van deze en alle andere zonden, die ik nu niet indachtig ben, beken ik ootmoedig mijne schuld. Ik bid God om vergiffenis door het dierbaar Bloed van Jezus Christus, en vraag U, Vader, om een zalige penitentie en Heilige Absolutie, als ik het waardig ben.

Wanneer nu de Priester tot het geven der H. Absolutie kan overgaan, zegt hij, na een penitentie te hebben opgelegd;

De almachtige God ontferme zich over u, en vergeve al uwe zonden, en geleide u tot het eeuwige leven. Amen.

Dan heft Hij zijne rechterhand omhoog naar den biechteling, en zegt:

Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zonden verleene u de almachtige en barmhartige Heer. Amen.

Onze Heer Jezus Christus ontsla u: en ik, krachtens Zijne volmacht, bevrijd u van alle banden van excommunicatie en interdict, voor zoover ik zulks kan en gij het noodig hebt. Daarop: ik ontsla u van uwe zonden, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

-ocr page 54-

44

Het lijdea vau Onzen Heer Jezus Christus, de verdiensten van de H. Maagd Maria en van alle Heiligen; al het goede, dat gij gedaan, het kwaad, dat gij geleden hebt, strekke u tot vergiffenis der zonden, tot vermeerdering van genade en tot vergelding van het eeuwige leven. Amen.

-ocr page 55-

HET H. SACRAMENT DES VORMSELS.

Kort onderricht.

Het H. Vormsel is een Sacrament, dat door den Bisschop aan de gedoopten wordt toegediend, iu hetwelk door handoplegging, zalvingen heilige woorden, genade en sterkte wordt gegeven, om het Geloof standvastig te belijden.

Men mag maar eens gevormd worden, omdat dit Sacrament, even als het H. Doopsel en het H. Priesterschap, een eeuwigdurend merkteeken in de ziel indrukt.

De noodzakelijke vereischten voor het H. Vormsel zijn: dat men gedoopt zij en zuiver van doodzonde; goed onderricht in de grondwaarheden des h. Geloofs, vooral in hetgeen het H. Vormsel betreft. Ook behoort men zich door gebeden en goede werken ijverig voor te bereiden, hierin het voorbeeld volgende van de heilige Apostelen, die met Maria, Jezus\' Moeder en ook onze Moeder, in afzondering bleven bidden , totdat de H. Geest op hen nederdaalde. Men verzuime ook niet dien zoo gewichtigeu dag, op welken de H. Geest met zijne zeven gaven over ons nederdaalt, te heiligen, door het godvruchtig naderen tot de tafel des Heeren.

-ocr page 56-

46

Men lette er vooral op zeer tijdig in de kerk te zijn, en men wachte zich de kerk te verlaten , voordat de Bisschop, nadat allen gevormd zijn, den zegen heeft gegeven.

Korte opmerkingen.

Dit H. Sacrament wordt het Vormsel genoemd, omdat wij door het te ontvangen tot volmaakte Christenen gevormd worden.

Door de eerste handoplegging drukt de Bisschop den vnrigen wensch nit, dat de H. Geest op zijne smeekingen en door zijne tusschenkomst moge nederdalen op al diegenen, die het H. Vormsel gaan ontvangen.

De tweede handoplegging, op den oogenblik dat de Bisschop het voorhoofd zalft, zegt dat de H. Geest op den vormeling nederdaalt en hem met Zijne gaven vervult.

De zalving met het H. Chrisma, hetwelk uit olijfolie en welriekenden balsem bestaat, moet de menigvuldigheid en volheid der genaden be-teekenen, welke door het H. Vormsel worden medegedeeld. De olijfolie doet denken aan de inwendige versterking voor den strijd tegen de vijanden onzer zaligheid; en de welriekende balsem herinnert de vormelingen aan den plicht die op hen rust van zich te vrijwaren tegen het bederf der wereld, en door een ongeschonden levenswandel den aangenamen geur van Christus te verspreiden.

-ocr page 57-

47

Het kruisteeken met het H. Chrisma op het voorhoofd, duidt aan dat de gevormde zich nooit door vrees of schaamte mag laten weerhouden, om door woord eu werk het Geloof van Christus vrijmoedig te belijden.

De lichte kaakslag, welken de Bisschop op de wang van den gevormde geeft, terwijl Hij hem toevoegt: »Vrede zij uquot;, beteekent, dat al wie Christus wil volgen, bereid moet zijn smaad en oneer om Christus\' naam te verdragen, en wijst tevens op den zoeten vrede, die voor des Heeren trouwe volgelingen is weggelegd.

Een Patroon-heilige wordt ons gegeven, opdat wij door Zijn voorbeeld en door Zijne smeekingen opgewekt worden, als goede strijders van Christus den palm der overwinning te bevechten.

-ocr page 58-

GEBEDEN.

De Bisschop op zijn zetel neerzittende, wascht dehanden,1egt den Mijter af, staat op en spreekt, gekeerd tot de vormelingen, die met gevouwen handen liggen neergeknield, het volgende gebed:

Dat de H. Geest over u dale, en dat de kracht van den Allerhoogste u van alle zonden beware. Amen.

Zich daarna teekenende met het teeken des H. Kruis es, zegt de Bisschop:

Onze hulp is in den naam des Heeren.

A n t w. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, verhoor mijn gebed.

A n t w. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

A n t w. En met uwen geest.

Dan strekt de Bisschop zijne handen over de vormelingen uit, en zegt:

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God! die ü gewaardigd hebt, deze uwe dienaren uit het water en uit

-ocr page 59-

49

den H. Geest te doen herboren worden; en die hun de kwijtschelding van al hunne zonden hebt verleend; zend uit de hemelen in hen Uwen heiligen Geest den Vertrooster, zevenvoudig in Zijne gaven. Antw. Amen.

Den Geest van;wijsheid en verstand.

Antw. Amen.

Den Geest van raad en sterkte. A. Amen.

Den geest van wetenschap en godvruchtigheid. A. Amen.

Vervul hen met den Geest van Uwe vreeze, en merk hen met het teeken van Christus\' kruis, en geleid hen goedgunstig ten eeuwige leven. Door denzelfden Heer Jezus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid van denzelfden Heiligen geest, God in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

Thans gaat de Bisschop met den Mijter op het hoofd, hetzij in zittende, hetzij — indien de vormelingen op de trappen van het altaar in rijen geschaard zijn — in staande houding, de zalving met het H. Chrisma verrichten. Den rechter duim in het H. Chrisma doopende zegt Hij:

N. Ik teeken u met het teeken des Kruises, en ik bevestig u met het Chrisma des heils. Tn den naam des Vaders, en des Zoons , en des H. Geestes. A. Amen.

Daarna geeft de Bisschop een

4

-ocr page 60-

50

lichten kaakslag aau den Vormeling, enzegt:

De vrede zij met u.

Als allen nu gevormd zijn, wascht de Bisschop zijne handen.

Middelerwijl wordt de volgende Antiphoon gezongen, of door de Bedienaren gelezen.

Bevestig, o God! wat Gij in ons bewerkt hebt, van uit uwen heiligen tempel te Jeruzalem.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest, gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

En men herhaalt: Bevestig, o God, wat Gij in ons bewerkt hebt, van uit uwen heiligen tempel te Jeruzalem.

Daarop legt deBisschopdenMij-ter af, keert zich opstaande naar het Altaar e n b i d t m e t g e v o u w e n handen:

Toon ons, Heer, Uwe barmhartigheid.

Antw. En geef ons Uwe zalige hulp.

Heer, verhoor mijn gebed.

Antw. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

Antw. En met uwen geest.

De Bisschop houdt zijne handen gevouwen, de Vormelingen knielen allen godvruchtig neder.

-ocr page 61-

51

Laat ons bidden

0 God, die den Heiligen Geest aan Uwe Apostelen gegeven hebt, en gewild, dat Hij door Hen en Hunne Opvolgers aan de overige geloovigen medegedeeld zoude worden: zie goedgunstig neder op het werk van onze geringheid, en verleen, dat dezelfde H. Geest, nederdalende op hen, wier voorhoofden wij met de heilige balsemolie gezalfd, en met het merk van het heilig kruis geteekend hebben, hunne harten volmake, en zich gewaardige ze als den tempel van zijne glorie te bewonen. Die met den Vader en denzelfden H. Geest leeft en regeert God, in de eeuwen der eeuwen. Antw. Amen.

Daarna zegt de Bisschop;

Zoo zal elk mensch gezegend worden, die den Heer vreest.

Zich tot de Vormelingen keerende, maakt de Bisschop over hen het\' teeken des H. Kruises zeggende:

Uit Sion zegene U de Heer, opdat gij de goederen van Jeruzalem moogt aanschouwen alle de dagen van uw leven en gij het eeuwig leven moogt verkrijgen. Antw. Amen.

-ocr page 62-

HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.

DE H. COMMUNIE.

Kort onderricht.

Communiceeren of tot de H. Tafel des Hee-reu naderen is wezenlek het waarachtige Lichaam en Bloed van Jezus Christus nuttigen tot voedsel en sterkte der ziel.

Dit allerheiligste Sacrament, het waardigste der zeven H. Sacramenten, moet in staat van genade worden ontvangen, dat is met een ziel zuiver van doodzonde; wat het lichaam betreft, men moet eenvoudig maar net gekleed zijn, en nuchter van af middernacht.

De woorden vóór het uitdeelen der H. Communie onder het maken van het kruisteeken over het volk uitgesproken, zijn een gebed en geen sacramenteele absolutie; zij geven te kennen, dat wij allen door den kruisdood van Christus de vergiffenis onzer zonden te hopen hebben.

Hetgeen de Priester verder bidt: sZietdaar het Lam Godsquot; enz. dient om ons op te wekken tot een acte van geloof in de lichamelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus:

-ocr page 63-

53

en wanneer Hij tot driemaal toe verzucht: sHeer ik ben niet waardigquot; enz., worden wg vermaand om in de gevoelens der diepste ootmoedigheid tot de H. Tafel te naderen.

G-ebeden.

Als de Priester de H. Communie gaat uitreiken bidt de bedienaar in naam van allen die tot de H. Communie willen naderen den Confiteor of algemeeneschuldbe-lijdenis der zonden, zeggende:

Ik belijd aan God almachtig, aan de Heilige Maria altijd Maagd, aan den Heiligen Michaël Aartsengel, den Heiligen Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en U Vader: dat ik zeer gezondigd heb door gedachte, woord en werk: door mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld. Daarom smeek ik de Heilige Maria altijd Maagd, den Heiligen Michaël Aartsengel, den Heiligen Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en U Vader, voor mij tot den Heer onzen God te bidden.

De Priester volbrengt de gevorderde kniebuiging, ontdekt de Ciborie, waarin de geconsacreerde Hostiën bewaard worden en waaruit de H. Communie wordt uitgedeeld, knielt eerbiedig en zich

-ocr page 64-

5-1

tot de Communicanten keerende, z e g t h ij :

s De almachtige God ontferme zich over u, vergeve al uwe zonden en geleide u tot het eeuwige leven.quot;

A n t w. Amen.

Nu heft hij de rechterhand op, en maakt het kruisteeken over het volk, biddende:

»Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zonden verleene u de almachtige en barmhartige Heer.quot;

A n t w. Amen.

Dan vertoont de Priester detL Hostie aan het volk en zegt:

»Zietdaar het Lam Gods, zie Hem die wegneemt de zondeu der wereldquot; en herhaalt dan driemaal: »Heer, ik ben niet waardig, dat gij onder mijn dak ingaat, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden.quot;

Wanneer nu de Priester ons de H. Communie geeft, zegt hij: Het Lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware uwe ziel ten eeuwige leven. Amen.

Mid deler wijl nadert men met saam gevouwen handen, neergeslagen oogen en langzamen tred in den diepsten eerbied tot de Tafel des Heer en, zich wel wachtende met eenig ongeduld, door de groote

-ocr page 65-

55

menigte heen, naar de Oommunie-b a n k te dringen.

Zoo ooit, dan moet men op dezen plechtigen oogenblik met deu grootsten en diepsten eerbied voor Gods Tegenwoordigheid zijn bezield. D aar om ook zal men altijd trachten minstens een kwartier nurs in dankzegg\'ing door te brengen.

Nadat de Priester de H. Communie heeft uitgedeeld, zegent hij het volk, onder deze woorden:

De zegen van den almachtigen God, den Vader, en den Zoon en den H. Geest dale over u en blijve altijd met u.

A n t w. Amen.

-ocr page 66-

DE H. COMMUNIE TOEGEDIEND AAN ZIEKEN OF AAN HEN DIE IN GEVAAR VAN STERVEN ZIJN.

Korte opmerkingen.

Als de Christen in gevaar van sterven komt, moet hij het Allerheiligste Lichaam en Bloed van Christus ontvangen. De H. Communie wordt dan genoemd: Viaticum, Teerspijs of Reispenning , dewijl dat Goddelijk Voedsel aan den zieke tot kracht, en hulpe dient in den zoo gevaarvollen en allergewichtigsten overtocht van den tijd naar de eeuwigheid. De ziekenverzorgers moeten er daarom op bedacht zijn, den Priester tijdig te waarschuwen, en niet den allerlaatsten oogenblik afwachten, opdat de zieke niet verstoken blijve van zulk een onwaardeerbaar en ontzachelijk groot Goed.

Dikwerf ook kan het voorkomen, dat de Priester aan een zieke, die nog niet in stervensgevaar verkeert, de H. Communie brengt.

In beide gevallen lette men op het volgende:

Men zorge dat de kamer, voor deze plechtige gelegenheid zooveel mogelijk zij toebereid: dat de tafel door een schoon wit kleed zij gedekt, en een kruisbeeld tusschen twee bran-

-ocr page 67-

57

deude kaarsen daarop niet outbreke. Daarbij behoort een glas met gewijd water en een palmtak, alsook een weinig gewoon water, hetwelk den Priester dient om de vingeren te reinigen, en daarna aan den zieke te drinken wordt aangeboden. Men vergete ook niet een schoonen witten doek op de borst van den zieke uit te spreiden.

-ocr page 68-

gebeden.

De Priester ter plaatse komende, waar de zieke ligt, zegt:

Vrede zij dezen huize.

A n t w. En allen die er in wonen.

Dan het Allerheiligste Sacrament op de tafel plaatsende, knielt de Priester ter aanbidding neder, en o- e wij d water nemende besproeit hij den\'zieke en de plaats zeggende:

Gij zult mij met hijsop besproeien, o Heer, en ik zal gereinigd worden, gij zult mij was-schen, en ik zal witter worden dan de sneeuw.

Ontferm U mijner, o God! volgens Uwe groote barmhartigheid.

Eere zij den Vader enz.

Gij zult mij met hijsop besproeien, o Heer, en ik zal gereinigd worden, Gij zult mij was-schen, en ik zal witter worden dan de sneeuw.

P. Onze hulp is in den naam des Heeren.

Die hemel en aarde gemaakt heeft.

P. Heer, verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot ü.

P. De Heer zg met u.

A. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Verhoor ons , Heilige Heer, Almachtige Vader,

-ocr page 69-

59

eeuwige God; en gewaardig Uwen H. Engel uit de hemelen af te zenden, opdat hij alle inwoners dezer plaats beware, begunstige, be-scherme, bezoeke en verdedige. Door Christus onzen Heer. Amen.

De Priester onderzoekt nu o f d e zieke goed gestemd is, en bereidt hem voor, waarna de algemeene schuld belijdenis gezegd wordt;

Ik belijd aan God almachtig, aan de heilige Maria altijd Maagd aan den heiligen Michaël Aartsengel, aan den heiligen Joannes den Doo-per, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen, en U Vader; dat ik zeer gezondigd heb door gedachte, woord en werk; door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria altijd Maagd, den heiligen Michaël Aartsengel, den heiligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen , en U Vader, voor mij tot den Heer onzen God te bidden.

Dan zegt de Priester: De Almachtige God ontferme zich over u, vergeve al uwe zouden, en geleide u ten eeuwige leven. Amen.

Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zouden verleene u de almachtige en barmhartige Heer. Amen.

De H. Hos tie aan den zie ke t oo nende, zegt H ij; Zie, het Lam Gods, zie Hem die wegneemt de zonden der wereld; — en dan

-ocr page 70-

60

driemaal: —- Heer, ik ben niet waardig dat onder mija dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

Nu biedt de Priester den zieke de H. Teerspgs aan, onderdewoorden;

Ontvang Broeder, (Zuster) tot Teerspijs het Lichaam van Onzen Heer Jezus Christus, die u beware van den boozen vijand, en u geleide tot het eeuwige leven. Amen.

W anneer de H. Comnunie niet als H. Teerspijs wordt gegeven, zegt de Priester: «Het Lichaam van Onzen Heer Jezus Christus beware uwe ziel ten eeuwige leven. Amen.

De Priester reinigt de vingers, en geeft dat water aan den zieke om het te nuttigen. Hij vervolgt:

De Heer zij met u.

A n t w. En met uwen geest.

Iiaat ons bidden.

Heilige Heer, Almachtige Vader, Eeuwige God; wij bidden ü met vertrouwen, dat het Hoogheilig Lichaam van Onzen Heer Jezus Christus, Uwen Zoon , aan onzen broeder (zuster) die Het nu ontvangen heeft, moge strekken tot een onvergankelijk geneesmiddel, zoo voor het lichaam als voor de ziel. Die met U leeft en regeert in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 71-

Het H. OLIESEL.

Kort onderricht.

Het H. Oliesel is een Sacrament, in hetwelk de zieken door de heilige zalving en het gebed des Priesters in hunne ziekten en hunnen uitersten nood verlicht en geholpen worden.

De groote waarde van dit H. Sacrament blijkt ten duidelijkste uit de uitwerkselen die het bewerkt: Het vermeerdert de heiligmakende genade, vergeeft de dagelijksche zonden, neemt de vergeten doodzonden weg, versterkt den zieke in het lijden en in de bekoring, maar voornamelijk in den doodstrijd.

Wat het voordeel betreft door dit H. Sacrament aan het lichaam toegebracht, leert onder anderen de H. Thomas van Aquinen, dat het H. Oliesel in zooverre er geen beletsel bestaat van wege dengene die het ontvangt, de genezing des lichaams bevordert, indien deze aan het heil der ziel voordeelig is.

Het H. Sacrament des Oliesels mag maar ééns in ééne ziekte ontvangen worden, en dus niet herhaald, tenzij men opnieuw in ziekte hervalle.

-ocr page 72-

62

Korte opmerkingen

Uit liet gezegde begrijpe men, dat het de plicht der huisgenooten is, den Priester tijdig te roepen; hem terstond te waarschuwen, wanneer de ziekte gevaarlijk wordt, ook al mocht er nog geen onmiddelijk gevaar van sterven zijn.

Ook bij het toedienen van dit H. Sacrament moet de kamer waar de zieke zich bevindt, behoorlijk net zijn.

Men spreide over de tafel eenen schoonen witten doek, en plaatse het kruisbeeld, wat toch in geen enkel huisgezin ontbreken mag, tusscheu twee brandende kaarsen op de tafel. Daarbij behoort een kom of glas met gewijd water en een palmtak.

De eerbied voor dit H. Sacrament vordert dat het aangezicht, de handen en voeten van den zieke zoo rein mogelijk zijn.

Wordt ook tegelijkertijd het Viaticum aan den zieke gegeven, dan lette men daarenboven op hetgeen vroeger voor de toediening van dit H. Sacrament gezegd is.

-ocr page 73-

GEBEDEN.

De Priester ter plaatse komende, waar de zieke ligt, zegt:

Vrede zij deze liuize.

Antw. En allen die er inwonen.

De Priester plaats de H. Olie op de tafel, na de paarsehe stool te hebben omgehangen laat hij den zieke met eerbiedigheid het Kruis vereeren, en besproeit hem, als ook de plaats en de om staanders, kruisgewijs met gewijd water, zeggende:

Heer, Gij zult mij besproeien met hij sop, en ik zal gereinigd worden; Gij zult mij wasschen; en ik zal witter worden dan de sneeuw. Ontferm ü mijner, o God! naar Uwe groote barmhartigheid.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer! Gij zult mij besproeien met hij sop, en ik zal gereinigd worden; Gij zult mij wasschen en ik zal witter worden dan de sneeuw.

Verlangt de zieke te biechten, dan geschiede dit. Nu spreekt de Priester den zieke eenige woorden van troost toe, onderwijst hem in het kort, vol-

-ocr page 74-

64

gens de omstandiglieden aangaande de kracht en de uitwerksels van dit Sacrament; Hij tracht hem te verster-ken, zijn hart tot de hoop des eeuwigen levens op te wekken — en zegt dan:

Onze hulp is in den naam des Heeren.

Antw. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Heer, verhoor mijn gebed.

Antw. En mijn geroep kome tot U.

Pr. De Heer zij met u.

Antw. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Verleen, o Heer Jezus Christus, dat met mgn binnentreden, Uwen geringen dienaar, tegelijk altijdblijvende gelukzaligheid, goddelijke zegen, heilzame blijdschap, vruchtbrengende liefde en voortdurende gezondheid in dit huis mogen komen; dat alle booze geesten van deze plaats zich verwijderen; dat de Engelen des vredes hier verblijven, en dat alle boosaardige tweedracht dit huis verlate. Verheerlijk, o Heer, Uwen heiligen naam onder ons, en zegen onzen handel en wandel; maak heilig onzen nederigen ingang, Gij die heilig en goedertieren zijt, en met den Vader en den H. Geest vereenigd blijft, in de eeuwen der eeuwen. Antw. Amen.

Laten wij bidden en onzen Heer Jezus Christus smeeken, dat Hij door zijnen zegen deze woning, en allen die er wonen, zegene en hun

-ocr page 75-

65

den goeden Engel tot Beschermer schenke, dat Hij kracht biede om Hem te dienen en de wonderen van zijne wet te betrachten; dat Hij alle vijandige machten afwere, hen van alle angst en benauwdheid bevrijde en genadiglijk in deze woning in gezondheid beware; die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons bidden.

Verhoor ons, heilige Heer, Almachtige Vader, eeuwige God; en gewaardig uwen H. Engel uit de Hemelen af\' te zenden , opdat hg alle inwoners van deze woning beware, begunstige, bescherme, bezoeke en verdedige. Door Christus onzen Heer. Amen.

Laat de toestand van den zieke niet toe, al deze gebeden te verrichten, dan kunnen deze of geheel of gedeeltelijk weggelaten w orde n.

Nu zegt men de a Igemeene schuldbelijdenis in het latijn of in het hollandsch:

Ik belijd aan God almachtig, aan de heilige Maria altijd Maagd, aan den heiligen Micbaël Aartsengel, aan den Heiligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen, en U Vader: dat ik zeer gezon -digd heb door gedachte, woord en werk: door

-ocr page 76-

66

mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.

Daarom smeek ik de heilige Maria altijd Maagd, den heiligen Michaël Aartsengel, den heiligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen, en ü Vader, voor mij tot den Heer Onzen God te bidden.

Dan zegt de Priester:

De almachtige God ontferme zich over u, vergeve al uwe zonden, en geleide u tot het eeuwige leven. A n t w. Amen.

Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zonden verleene u de almachtige en barmhartige Heer. A n t. Amen.

Nu spoort de priester de omstaande rs aan, den zieke door huune gebeden te ondersteunen; deze nu bidden volgens omstandigheden van plaats, tijd en personen, de zeven boetpsalmen met de Litanie, of andere gebeden, terwijl de Priester het H. Oliesel toedient.

Hier volgen eenige gebeden, die men nu gevoegelijk kan verrichten.

-ocr page 77-

Litanie ter eere van de allerheiligste

maagd maria.

Heer ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H Geest, ontferm u onzer.

H, Drievuldigheid, één God,

ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden, ^ Moeder van Christus, £ Moeder der goddelijke ge- lt; nade, §

Allerreinste Moeder, o

Allerzuiverste Moeder, g Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder,

Zeer minnelijke Moeder,

Zeer wonderbare Moeder, Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat.

Eerwaardig vat,

Schoon vat van godvrucht. Geestelijke roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis.

Ark dea verbonds,

Deur des Hemels, Morgenster,

Behoud der kranken. Toevlucht der zondaren, Troost der bedrukten,

Hulp der Christenen, Koningin der Engelen, Koningin der Aartsvaders, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen ,

Kouingin zonder vlek ontvangen, bid voor ons. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer! Lam Gods, dat de zanden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer! Lam Gods, dat de zanden der wereld wegneemt, ontferm U onzer Heer! Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm ü onzer. Onze Vader. enz.


-ocr page 78-

66

mgne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.

Daarom smeek ik de heilige Maria altijd Maagd, den heiligen Michaël Aartsengel, den heiligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen, en U Vader, voor mij tot den Heer Onzen God te bidden.

Dan zegt de Priester:

De almachtige God ontferme zich over u, vergeve al uwe zonden, en geleide u tot het eeuwige leven. A n t w. Amen.

Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zonden verleene u de almachtige en barmhartige Heer. A n t. Amen.

Nu spoort de priester deomstaan-ders aan, den zieke door hunne gebeden te ondersteunen; deze nu bidden volgens omstandigheden van plaats, tijd en personen, de zeven boetpsalmen met de Litanie, of andere gebeden, terwijl de Priester het H. Oliesel toedient.

Hier volgen eenige gebeden, die men nu gevoegelijk kan verrichten.

-ocr page 79-

Litanie ter eere van de allerheiligste

MAAGD MARIA.

Heer oatferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm ü onzer God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm u onzer.

H. Drievuldigheid, eeu God,

ontferm ü onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden, ^ Moeder van Christus, £ Moeder der goddelijke ge- ^ nade, 8

Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moeder, g Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder,

Zeer minnelijke Moeder,

Zeer wonderbare Moeder, Moeder des Schepjiers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat.

Eerwaardig vat,

Schoon vat van godvrucht, Geestelijke roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis.

Ark des verbonds.

Deur des Hemels, Morgenster,

Behoud der kranken. Toevlucht der zondaren. Troost der bedrukten,

Hulp der Christenen, Koningin der Engelen, Koningin der Aartsvaders, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heili-gen,

Koningin zonder vlek ontvangen, bid voor ons. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer! Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm IJ onzer Heer! Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Onze Vader. enz.


-ocr page 80-

68

Antiph. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke eu gezegende Maagd! onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoou, beveel ons aan Uwen Zoon.

V. Bid voor ons H. Moeder Gods.

R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Heer God! wij bidden U, stort uwe genade in onze harten , opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensch-wordiug van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden , door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Litanie van alle heiligen.

Heer ontferm U onzer, Christus, ontferm ü onzer. Heer, ontferm U onzer, Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons. God, Vader in den hemel,

ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, heilige Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid, één

God, ontferm U onzer, H. Maria, bid voor ons, Heilige moeder Gods, — Heilige Maagd der Mtng- £ den, lt;

Heilige Michaël, §

Heilige Gabriël, o

Heilige Raphaël,

Alle heilige Engelen eu

Aartsengelen,

Alle heilige Koren der zalige

Geesten,

Heilige Joannes de Dooper, Heilige Jozef,

Alle Heilige Aartsvaders en

Profeten, 33

Heilige Petrus, ^

Heilige Paulus, g

Heilige Andreas,

Heilige Jacobus, g

Heilige Joannes, quot;

Heilige Thomas,

Heilige Jacobus,

Heilige Philippns,

Heilige Bartholomeus, lt; Heilige Mattheus,

Heilige Simon ,

Heilige Thadeus,


-ocr page 81-

69

Heilige Mathias,

Heilige Barnabas,

Heilige Lucas,

Heilige Marcus,

Alle heilige Apostelen en

Evangelisten,

Alle heilige Leerlingen des

Heereu,

Alle heilige Onschuldige

Kinderen,

Heilige Stephauus,

Heilige Laurentius,

Heilige Vincentius,

Heilige Fabianus eu Se-

bastianus,

Heilige Joannes en Paulus, Heilige Cosmas en Darai- W anus, ^

Heilige Gervasius en Pro- o tasius,

Alle heilige Martelaren, g Heilige Sylvester, quot;

Heilige Gregorius,

Heilige Ambvosius,

Heilige Augustiuus,

Heilige Hieronymns,

Heilige Martinus,

Heilige Nicolaas,

Alle heilige Bisschoppen en

Belijders,

Alle heilige Leeraars der

Kerk,

Heilige Antonius,

Heilige Benedictus,

Heilige Bernard us.

Heilige Dominicus,

Heilige Franciscus,

Alle heilige Priesters eu Levieten,

I AUe heilige Monniken en Kluizeuaari,

Heilige Maria Magdalena, j Heilige Agatha,

Heilige Lucia,

Heilige Agues,

, Heilige Cecilia,

Heilige Catharina ,

Heilige Anastasia,

Alle heilige Maagden en

Weduwen,

Alle Heiligen Gods,

Wees genadig, spaar ons. Heer!

Wees genadig, verhoor ons, H eer!

Van alle kwaad, verlos ons.

Heer!

Van alle zonden,

Van uwe gramschap, Van een haastigen en on-

voorzienen dood, Vau de listen des duivels ,

Van gramschap, haat en

allen kwaden wil, Van den geest van on-

kuischheid, Van schadelijk onweer, \\ Van pest, hongersnood en

oorlog,

i Van den eeuwigen dood. Door het geheim uwer

menschwording,

I)oor uwe komst.

Door nwe geboorte,

Door uw doopsel en heilig : vasten,

; Door uw kruis en lijden,


-ocr page 82-

70

Door uwen dood en uwe ^ begrafenis, ?

Door uwe opstanding, g Door uwe wondervolle he- o liielv;.:.rt, \'J-

Door de komst van den Hei- K ligen Geest, den Trooster, 2 Op deu dag des oordeels, \' Wij zondaren, wij bidden

U, verhoor ons.

Dat Gij ons wilt sparen. Dat Gij ons tot ware boetvaardigheid wilt brengen, Dat Gij uwe heilige Kerk wilt besturen en beschermen, Dat Gij den Paus eu alle kerkelijke overheden in den H. Godsdienst wilt ^ bewaren, •=-\'-

Dat Gij de vijanden der ET heilige Kerk wilt verne- amp; deren, 3

Dat Gij deu Christen Ko- d ningeu en vorsten vrede en eendracht wilt verkenen, 2 Dat Gij ons in uwen heiligen o dienst wilt bevestigen en quot;■ bewaren, §

Dat Gij onze harten totquot; hemelsche begeerten wilt opwekken,

Dat Gij al onze weldoeners met de eeuwige goederen wilt vergelden.

Dat gij onze zielen, en de zielen onzer broeders,

vrienden en weldoeners voor de eeuwige verdoemenis wilt behouden,

Dat Gij de vruchten der aarde wilt geven ,

Dat gij aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons gebed wilt verhoeren, wy bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat dc zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U ouzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm TJ onzer,

Onze Vader, enz.

En leidt ons niet in bekoring,

Maar verlos ons van den kwade. Amen.


-ocr page 83-

71

Psalm 69.

Ü God! Kom mij te hulp. Heer! haast U om mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen. Dat zij terstond terugwijken, en zich schamen die mij zeggen : zeer wel! zeer wel!

Dat allen, die U zoeken, zich in ü verheugen en verblijden, en dat zij, die uwe hulp liefhebben, gedurig zeggen, hoog geprezen zij de Heer!

Doch ik ben ellendig en arm, o God! help mij —

Want Gij zijt mijn helper en Verlosser, Heer! toef niet. Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest: gelijk het was in den beginne, en nu en altoos, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Maak uwe dienaars zalig.

Mijn God! die in U hopen.

Heer! wees ons een sterke toren,

Tegen onzen vijand.

Laat de vijand niets tegen ons vermogen ,

En laat de zoon der boosheid ons geen nadeel toebrengen.

Heer, handel niet met ons naar onze zonden.

En vergeld ons niet naar onze boosheden.

Bidden wij voor onzen Paus...,

De Heer behoede hem, spare hem in het leven, make hem zalig op aarde en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

Laat ons bidden voor onze weldoeners.

Heer! gewaardig u, allen, die ons weldoen, om uwen naam, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.

Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zjjn: Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlickte hen.

Dat zij in vrede rusten,

Amen.

Voor onze broeders, die afwezig zijn.

Mijn God, maak uwe dienaren, die op U hopen, zalig!

-ocr page 84-

72

Zend hun hulp uit de heilige plaats.

En uit Sion bescherm hen,

Heer! verhoor mijn gebed.

En mijn geroep korae tot Ü.

Laat ons bidden.

O God! wien het eigen is, altijd barmhartig te zijn en te sparen, verhoor onze bede, opdat wij, en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebondeu zijn , door de ontferming uwer goedertierenheid genadig ontbonden worden.

Wij bidden U, Heer! verhoor de gebeden der ootmoedigen, en spaar degenen, die hunne zonden belijden, opdat wij èn vergeving èn vrede van uwe goedertierenheid mogen erlangen.

Heer! verheerlijk aan ons genadig uwe ontnitsprekelijke barmhartigheid: maak ons van alle zonden vrij, en scheld ons tevens de straffen kwijt, die wij door dezelve hebben verdiend.

O God, die door de zonden beleedigd, doch door de bcet-vaardiglieid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van uw volk, hetwelk zich voor U verootmoedigt, en wend de geesels uwer gramschap van ons af, die wij door de zoi-den verdienen.

Almachtige, eeuwige God! ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N. ..., en geleid hem volgens uwe goedertierenheid , op den weg des eeuwigen levens; opdat hij door uwe hulp begeere hetgeen U behaagt, en hetzelve met alle kracht volbrenge.

O God, van wien de heilige begeerten, de goede voortemens , en alle rechtvaardige werken voortkomen, geef uwen dienaren dien vrede, welken de wereld niet kan geven, opdat onze harten genegen mogen worden tot het volbrengen uwer geboden, en wij van de vrees des vijands ontslagen, onder uwe bescherming in vrede mogen leven.

O Heer! ontvonk onze nieren en harten door het vuur van den H. Geest: opdat wij U met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.

O God! Schepper en Verlosser vau alle geloovigen, verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen vergeving van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij altoos

-ocr page 85-

73

verlangd hebben, door godvruchtige smeekiugen mof\'ea verwerven.

. Wij bidden U, o Heer! voorkom onze werken door den invloed uwer genade en voltrek die door uwe medewerking opdat al onze gebeden en handelingen altijd van U bcinnen en eenmaal begonnen zijnde, ook door U voltrokken worden\' Almachtige, eeuwige God! die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen, die Gij te voren weet dat door het geloof en de goede werken de uwen zullen zijn-wij bidden U ootmoedig, dat zij, voor welke wij ons hebben voorgenomen te bidden, hetzij ze nog in deze wereld leven, ot reeds door den dood van hier zijn weggevoerd op de voor-spraak van al utve Heiligen, naar uwe barmhartigheid vergeving van al hunne zouden mogen verkrijgen, door ónzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht

Amen eenheid ^ Heil\'Sea Geestes. God quot;He eeuwigheid.

Heer! verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot ü.

Ue almachtige en barmhartige Heer verhoore ons! Amen.

. El1 de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rasten Amen.

Litanie van den zoeten naam jezus.

Heer, ontferm u onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God H. Geest, ontf. U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Jezus, bestralend licht des

Vaders,

Jezus, glans van het eeuwige „ licht, =

Jezus, Koning der glorie, ïT I Jezus, zon der rechtvaar- 3 digheid, 0

Jezus, Zoon van de iMaagd £ i Maria, quot; |

| Jezus, sterke God,

, Jezus, Vader der toeko-1 mende eeuwen,


-ocr page 86-

74

Jezusa Verkondiger van Gods

verheven raad,

Almachtige Jezus,

Allersterkte Jezus, Allervolmaakate Jezus, Wonderdoende Jezus, Allerzoetste Jezus,

Allerliefste Jezus,

Jezus, klaarder dan de zon, Jezus, liefelijker dan de maan,

Jezus, glansrijker dan de

sterren,

Wonderbare Jezus, Vriendelijke Jezus, Eerwaardige Jezus, Allerootmoedigste Jezus, § Armoedigste Jezus, g*

Goedertierendste Jezus, B Allerverduldigste Jezus, -h Allergehoorzaamste Jezus, 0 Allerzuiverste Jezus, S

Jezus, minnaar der zuiver-^ heid,

Jezus, minnaar des vredes, Jezus, onze liefde,

Jezus, oorsprong des levens,

Jezus, voorbeeld der deugden,

Jezus, sieraad der zeden, Jezus, onze God,

Jezus, onze toevlucht,

Jezus, Vader der armen, Jezus, Vertrooster der bedrukten,

Jezus, schat der geloovigen, Jezus, goede Herder,

Jezus , waarachtig licht,

Jezus, eeuwige wijsheid, Jezus, oneindig goed,

Jezus, onze weg en ons leven,

Jezus, blijdschap der En-§ gelen, _ g;

Jezus, Koning der Aarts- 3 vaders^ Jezus, Ingever der Profeten, 0 Jezus, Meester der Apos-g telen, 2

Jezus, Leeraar der Evange listen,

Jezus, sterkte der Martelaren,

Jezus, licht der Belijders, Jezus, Bruidegom der Maagden ,

Jezus, kroon van alle Heiligen, ontferm ü onzer, Jezns.

Wees genadig, spaar ons, Jezus!

Wees genadig, verhoor ons, JezusI Van alle kwaad, verlos

ons, Jezus!

Van alle zonden, ^

Van uwe gramschap, g Van de listen en lagen des gquot; duivels, 3

Van pest, oorlog en hon-S gersnood, ^

Van de overtreding uwer S geboden, S_

Van alle ongeluk.

Van den geest der on-kuischheid,

i Van den eeuwigen dood.


-ocr page 87-

75

V an het veronachtzamen,

uwer inspraken,

Door het geheim uwer

menschwordiiig,

Door uwe geboorte.

Door uwe besnijdenis.

Door uwen arbeid.

Door uwe smarten.

Door uwe geeseling,

Door uwen dood.

Door uwe begrafenis,

Door uwe verrijzenis.

Door uwe hemelvaart,

los ons, Jezus!

Door uwe vreugde.

Door uwe glorie.

Door de voorspraak uwer

allerliefste Moeder,

Door het voorbidden van al uwe Heiligen, verlos ons. Jezus!

{ Lam Gods, dat de zouden \' der wereld wegneemt, spaar ons, Jezus! ^ j Lam Gods, dat de zonden 2 der wereld wegneemt, f j verhoor ons! Jezus!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer, Jezus! Jezus Christus, hoor ons. Jezus Christus, verhoor ons. Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm ü onzer. Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

V. De naam des Heeren

zij geloofd,

R. Van nu af tot in eeuwigheid.


Laat CUB bidden.

O God! die den glorierijken Naam van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Chnstus, in overzoete begeerte aan uwe geloovi-gen zeer liefelijk, en voor de booze geesten zeer vreeselijk en schrikkelijk hebt gemaakt, verleen genadig, dat allen die dezen H. Naam Jezus op de aarde godvruchtig eeren, in dit tegenwoordig leven de zoetheid der heilige vertroosting, en iu het toekomende leven de blijdschap, vreugd en zaligheid des hemels mogen ontvangen. Door denzelfden onzen Heer Jezus Christus uwen Zoon, die met U leeft in de eenheid van den H. Geest, God in alle eenwen der eeuwen. Amen.

Psalm 50.

Ontferm u mijner, o God, naar uwe groote goedertierenheid.

-ocr page 88-

76

En naar de menigte uwer ontfermingeii, delg mijne boosheid uit.

Wasch mij volkomen van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonde.

Want, ik erken mijne ongerechtigheid; en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.

Voor U alléén heb ik gezondigd, voor uw oog deed ik het kwade. Gij wordt in uwe raadsbeslniten rechtvaardig bevonden, en behoudt recht, als Gij geoordeeld wordt.

Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonden heeft mijne moeder mij ontvangen Zie, Gij bemint de waarheid. De verborgensle geheimen uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Besproei mij met hysop, en ik zal gereinigd worden: wasch mij af, en ik zal witter worden dan sneeuw.

Doe mij de blijde boodschap hooren, dan zullen al mijne beenderen, hoe verbrijzeld zij nu ook zijn, wederom van vreugde opspringea.

Wend uwe oogen van mijne zonden af, en delg al mijne euveldaden uit.

Schep in mij, o God! een rein hart, en vernieuw in mij den rechten geest.

Verwerp mij niet van uw aanschijn, en versterk mij met eenen geest, die ten goede bereid is.

Dan zal ik den goddeloozen uwe wegen leeren, dan keeren de zondaren tot U terug.

Verlos mij, o God, van de bloedschulden, God, Gij God mijns heils, mijne tong zal uwe rechtvaardigheid verheerlijken.

Ontsluit, o Heer! mijne lippen, en mijne mond zal uwen lof verkondigen.

Bijaldien Gij offeranden gewild haddet, hoe gewillig zou ik U die opgedragen hebben: in brandoffers, hebt Gij geen behagen.

Het offer, dat U aangenaam is, is een verslagen geest; een verbrijzeld en rouwbetoonend hart zult Gij, o God! nimmer versmaden.

Doe naar uwe goedgunstigheid Sion weder wel, opdat de muren van Jeruzalem opgebouwd worden.

Dan zult Gij wederom in schuldelooze offers uw welbehagen vinden, in dank en brandoffers: dan zullen er weder op uw altaar offerdieren rooken.

-ocr page 89-

77

Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest, gelijk het was in den beginne, en nu en altoos, en in alle eeuwen der eeuwen, Amen.

Psalm 129.

Uit de diepten heb ik tot U geroepen, o Heer, Heer! verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren opmerkzaam zijn op de stem mijner smeekingen.

Zoo Gij, Heer! de misdrijven gadeslaat, wie zal dan bestaan ? —

Omdat er bij ü genade is, en om uwe wet, o Heer, heb ik ii verbeid.

Mijne ziel heeft zich op zijn woord verlaten: mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope van den morgenstond af tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Eer zij den Vader, en des Zoons, en den H. Geest; gelijk het was in den beginne, en nu en altoos, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Zich tot den zieke k e e r e n de, zegt de Priester:

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes, worde in u alle macht des duivels vernietigd door het opleggen onzer handen en door de tusschenkorast van alle heilige Engelen, Aartsengelen, Aartsvaders, Profeten, Apostelen , Martelaren , Belijders, Maagden en van alle Heiligen te zamen. Amen.

Dan zalft de Priester de lichaams-

-ocr page 90-

78

deelen bieronder genoemd, kruisgewijs, de volgende woorden sprekende.

De oogeu.

Door deze h. Zalving, en door Zijne goeder-tierene bannhartiglieid, vergeve u de Heer, al wat gij door het gezicht misdreven hebt. Amen.

De ooren.

Door deze b. Zalving, en door Zijnegoeder-tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gij door bet gehoor misdreven hebt. Amen.

Den neus.

Door deze h. Zalving, en door Zijne goeder-tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gij door den reuk misdreven hebt. Amen.

Den mond (de lippen sluitende).

Door deze b. Zalving, en door Zijne goeder-tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gij door den smaak en door de spraak misdreven hebt. Amen.

De borst (bij personeu v. b. maun. geslaebc). Door deze h. Zalving, en door Zijne goeder-

-ocr page 91-

79

tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gij door de gedachten en de begeerten des harten misdreven hebt. Amen.

De banden (van binnen).

Door deze h. Zalving, en door Zijne goeder-tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gij door het gevoel misdreven hebt. Amen,

De voeten.

Door deze h. Zalving, en door Zijne goeder-tierene barmhartigheid, vergeve u de Heer, al wat gg door den gang misdaan hebt. Amen.

Daarna zegt de Priester:

Heer ontferm ü onzer! Christus ontferm ü onzer! Heer ontferm U onzer. Onze Vader, hetgeen

in stilte gebeden wordt tot:

En leid ons niet in bekoring,

Antw. Maar verlos ons van den kwade. P. Maak zalig uwen dienaar (uwe dienares) A. Mijn God, die in U hoopt.

P. Zend hem (haar) hulp, o Heer, uit de heilige plaats.

A. En uit Sion bescherm hem (haar)

P, Wees hem (haar) o Heer een sterke toren. A. Voor het aanschijn van den vijand.

P. Laat de vijand niets tegen hem (haar) vermogen.

-ocr page 92-

80

A. En laat de zoon der boosheid zich niet verstouten, hem (haar) te schaden.

P. Heer, verhoor mijn gebed A. En myn geroep kome tot U P. De Heer zij met u A. En met uwen geest

Laat ons bidden.

Heer God, die door uwen Apostel Jacobus gezegd hebt: Is iemand onder u ziek? dat hij de Priesters der Kerk bij zich roepe, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den naam des Heeren, en het gebed des ge-loofs zal den zieke behouden, en de Heer zal hem verkwikken; en zoo hij in zonden is, ze zullen hem vergeven worden; wij smeeken ü, Gij die onze Verlosser zijt, genees door de genade des H. Geestes de zwakheden van dezen (deze) zieke, en heel zijne (hare) wonden en vergeef de zonden en verdrijf van hem (haar) alle smarten van ziel en lichaam, en geef hem (haar) door uwe barmhartigheid de volkomen gezondheid. zoowel in- als uitwendig terug; opdat hij (zij) door de hulp uwer genade hersteld , zijne (hare) vorige plichten moge waarnemen. Die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God in de eeuwen der eenwen. Amen.

-ocr page 93-

81

liaat ons bidden.

Wij smeeken o Heer, zie neder op Uwen dienaar N. (op Uwe dienaresse N.) die door de ziekte van het lichaam verzwakt wordt, en verkwik de ziel, die Gij geschapen hebt: opdat hij (zij) door deze bestraffing gezuiverd, moge gevoelen door Uw heilmiddel behouden te zijn, Door Christus onzen Heer. Amen.

Iiaat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, die den zegen uwer genade uitstortende over de zieke lichamen, uw schepsel door eene veelvuldige goedertierenheid bewaart; wees hier op de aanroeping van Uwen naam goedgunstig tegenwoordig, bevrijd Uwen dienaar (Uwe dienaresse) van de ziekte en geef hem (haar) de gezondheid weder; richt hem (haar) op met Uwe rechterhand, versterk hem (haar) door Uwe kracht, bescherm hem (haar) door Uwe macht, en schenk hem (haar) terug met allen gewenschten zegen aan Uwe heilige Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

Dit alles wordt besloten met eene korte vermaning en opwekking, naar gelang der omstandigheden.

6

-ocr page 94-

Wijze waarop de Pauselijke zegen aan zieken in het stervensuur wordt gegeven.

De Priester wekt den zieke op, om een volmaakt berouw te verwekken, en vermaant hem dat hij de smarten en pijnen, welke hij ondervindt aanneme, om te voldoen voor al de misslagen en zonden van het leven; en spoort hem aan, nog zwaarder lijden te willen verduren, indien het aan God aangenaam kan zijn; hij wijst hem op de nooit genoeg geprezen barmhartigheid des Heeren die hem zijne zonden heeft kwijtgescholden. De liefde van onze Moeder, de H. Kerk, is voor den stervende buitengewoon; en daarom opent Zij Hare schatten om aan den zieke een vollen aflaat te geven, waardoor hem het kleed der onschuld wordt terug geschonken.

-ocr page 95-

GEBEDEN.

De Priester. Onze liulp is in deu naam des Heeren.

Autw. Die hemel en aarde gemaakt heeft,

Antiphoon. o Heer wil de misslagen van nwen dienaar (uwe dienaresse) niet gedenken; en neem geen wraak over zijne (hare) zonden.

Heer ontferm U onzer! Christus ontferm U onzer!

Heer ontferm ü onzer! Onze Vader.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Maak uwen dienaar (uwe dienares) zalig.

Mijn God, die op U hoopt.

Heer verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Allergoedertierendste God, Vader der barmhartigheden en God van alle vertroosting, die niet wilt dat iemand die in U gelooft en op U hoopt, verloren gaat; zie genadiglijk naaide menigte van Uwe ontfermingen Uwen dienaar N. aan, die om zijn levend geloof en christé-lijke hoop verdient, U aanbevolen te worden.

O

-ocr page 96-

84

Bezoek hem met Uwe heilzame hulp, en verleen hem goedgunstig door het lijden en den dood van üw Eengeboren Zoon, kwijtschelding en vergiffenis van al zijne zonden; opdat zijne ziel in \'t uur van zijn verscheiden U als een gunstig rechter ontmoete en, van alle vlek gezuiverd in het Bloed van Uwen Zoon, tot het eeuwige leven verdiene over te gaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Dan wordt de Confiteor gebedenr waarop de Priester:

De almachtige God ontferme zich over u, enz.

Onze Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, die aan den zaligen Petrus zijn Apostel de macht van te binden en te ontbinden verleend heeft, neme om zijne aller-goedertierendste barmhartigheid uwe schuldbelijdenis aan en herschenke u het vlekkelooze kleed, hetgeen gij bij den H. Doop hebt ontvangen: en ik krachtens de macht mij door den Apostel ischen stoel geschonken, verleen u een vollen aflaat en de kwijtschelding van alle uwe zonden.

In den naam des Vaders, enz.

Door de geheimen van het allerheiligste Verlossingswerk, schelde u de almachtige God alle straffen kwijt zoo van dit als van het volgend leven. Hij opene u de deuren van het paradijs, en brenge u over in de eeuwige vreugde. Amen.

■ Zegene u de almachtige God, Vader , Zoon en H. Geest. Amen.

O

-ocr page 97-

85

Gebeden der stervenden.

Vertrek, christen ziel, in den naam van Ood den almachtigen Vader, die n geschapen heeft, in den naam van Jezus Christus, den Zoon van den levenden God, die voor u geleden heeft, in den naam van den Heiligen Geest, • die in u is uitgestort, in den naam dei-Engelen en Aartsengelen, in den naam der Tronen en Heerschappijen, in den naam dei-Overheden en Machten, in den naam der Cherubijnen en Serafijnen, in den naam dei-Aartsvaders en Profeten, in den naam der H. Martelaren en Belijders, in den naam der H. Monniken en Kluizenaars, in den naam der H. Maagden en alle Heiligen Gods, heden zij uwe plaats in vrede, en uwe woning in het H. Sion, door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Gebed.

God van barmhartigheid. God van ontferming! o God, die naar de menigte uwer barmhartigheden de zonde der boetvaardigeu uitwischt, en door genadige kwijtschelding de schulden der bedrevene misdaden te niet doet: zie in ontferming neder op uwen dienaar (uwe

-ocr page 98-

86

dienares) N., en verhoor hem (haar), zoo als hij (zij) van ganscher harte om vergiffenis smeekt. Vernieuw in hem (haar), goedertie-renste Vader! al wat door aardsche zwakheid bedorven, of door het bedrog des duivels geschonden is, en vereenig dit lidmaat der verlossing met het lichaam uwer Kerk. Ontferm ü, o Heer, over zijue (hare) zuchten, ontferm U over zijne (hare) tranen, en terwijl hij (zij) alleen zijn (haar) vertrouwen stelt op uwe barmhartigheid, neem het dan ook aan in het verbond van uwe verzoening. Door Jezus Christus,, onzen Heer. Amen.

Den almachtigen God, geliefde broeder (zuster),, beveel ik u aan, en geef u over aan Hem,. wiens schepsel gij zijt, opdat gij, wanneer gij de algemeene schuld der menschen door den dood zult betaald hebben, moogt wederkeeren naar uwen Schepper, die u uit het slijk dei-aarde heeft gevormd; wanneer dus uwe ziel uit het lichaam gaat, dan ontmoette u de luisterijke schaar dei- Engelen, de Raad der Apostelen komen u te gemoet, het zegepralende Heir der witgekleede Martelaren kome u tegen, de met leliën bekroonde menigte der helder blinkende Belijders omringe u, het koer der juichende Maagden ontvange u, en de zalige rust in den schoot der Aartsvaders om-helze u. Het liefderijk en minzaam aanschijn van Jezus Christus vertoone zich aan u, en Hij be vele u onder het getal van hen te gaan „ \'

-ocr page 99-

87

die onophoudelijk bij Hem tegenwoordig zijn. Verre zij van u de schrik der duisternissen, ïe akeligheid der vlammen, en de smart der filteringen. De vervaarlijke satan met geheel zinen aanhang wijke van u; hij siddere voor u, en vluchte weg in de ijsselijke verwarring vai den eeuwigen nacht, wanneer gij, omringd door de Engelen, zult aankomen, dat God opsta, en zijne vijanden verstrooid worden; en lat zij voor zijn aanschijn vluchten, zg allen die hem haten. Mogen zij verdwijnen als rook. gelijk de was wegsmelt voor het vuur, zoo mogen de zondaren vergaan voor het aanschijn van God; maar dat de [rechtvaardigen gaan aanzitten aan het blijde gastmaal, en van vieugde juichen in de tegenwoordigheid Gods. Hoge dan geheel het helsche heir beschaamd en verslagen worden, en dat de dienaren van satan zich niet vermeten uwen tocht te verhinderen. Christus, die voor u gekruist is, bevrijde u van de pijnigingen: Christus, die zich gtwaardigd heeft voor u te sterven, verlosse u ^an den eeuwigen dood; Christus, de Zoon van den levenden God, stelle u in de altijd bloeiende lusthoven van zijn Paradijs. De ware Herder erkenne u als een van zijne schapen. Hij ontbinde u van al uwe zonden, en stelle u aan zijne rechterhand in het erfdeel zijner uitverkorenen. Zoo moogt gij uwen Verlosser van aanschijn tot aanschijn zien, en altijd tegenwoordig zijnde, met zalige oogen

-ocr page 100-

88

de helderblinkendste waarheid aanschouwen. Zoo moogt gij in de gelederen der zaligen geschaard, de wellusten van Gods aanschgn genieten in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed.

Heer! ontvang uwen dienaar (uwe diensres in de plaats van behoud, die hij (zij) van iwe barmhartigheid verhoopt. A. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar van alle gevaren der bel, van de strikken de? ver-derfs, en van alle kwellingen. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dieiaai, gelijk Gij Enoch en Elias verlost hebt, van den algemeenen dood der wereld! Amer.

Verlos, Heer! de ziel van uwen oienaar, gelijk Gij Noach verlost hebt van d«n zondvloed. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwea dienaar, gelijk Gij Abraham verlost hebt uit TJr, de stad der Chaldeeërs. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uven dienaar, gelijk Gij Job verlost hebt van zijn lijden. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van iwen dienaar, gelijk Gij Isaak verlost hebt ran den offerdood en uit de hand van zijnen vader Abraham. Amen.

Verlos, Heer! de ziel vai uwen dienaar, gelijk Gij Loth verlost hebt ait Sodoma en uit de vlammen des vuurs. Amen.

-ocr page 101-

89

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar, gelijk Gij Mozes verlost hebt uit de hand van Pharao, den koning van Egypte. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar, gelijk Gij Daniël verlost hebt uit den leeuwenkuil. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar, gelijk Gij de drie jongelingen verlost hebt uit den brandenden oven, en uit de handen van den onrechtvaardigen koning. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar, gelijk Gy Susanna verlost hebt van de valsche beschuldiging. Amen.

Verlos, Heer! de ziel van uwen dienaar, gelijk Gij David verlost hebt uit de handen van den koning Saul, en uit de handen van Goliath. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar, gelijk Gij Petrus en Paulus verlost hebt uit de gevangenis.

En gelijk Gij de allerzaligste maagd en martelares Thecla van drie verschrikkelijke pijnigingen verlost hebt, gewaardig U ook de ziel van uwen dienaar te verlossen, en haar met ü de hetnelsche vreugden te doen genieten. Amen.

G-ebed.

Aan U, o Heer! bevelen wij de ziel vati uwen dienaar (dienares) N., en wij bidden U,

-ocr page 102-

90

Heer Jezus Christus, Zaligmaker der wereld, dat Gij niet weigert, haar, voor welke Gij uit barmhartigheid op de aarde zijt nedergedaald, in den schoot der Aartsvaderen op te nemen. Erken, o Heer, uw schepsel, dat niet door vreemde goden, maar door U, den eenigen, waren en levenden God geschapen is. Want er is geen God buiten ü, en er is niemand, die uwe werken kan doen. Verblijd, Heer! zijne (hare) ziei in uw aanschijn, en gedenk toch niet aan zijne (hare) ongerechtigheden en dwaasheden, die door het geweld of de hitte der kwade begeerten verwekt zijn. Want ofschoon hij (zij) gezondigd heelt, zoo heeft hij (zij) toch den Vader en den Zoon, en den Heiligen Geest niet verloochend, maar geloofd: hy (zij) heeft Gods ijver in zich gehad en den God die alles geschapen heeft, heeft hij getrouw aangebeden. Amen.

Gebed.

Wij bidden U, Heer! vergeef de zonden en de dwalingen zijner (harer) jeugd. Doe aan hem (haar) uwe groote barmhartigheid uitblinken en wees zijner (harer) gedachtig in den luister uwer heerlijkheid. Dat de hemelen hem (haar) geopend worden, dat de Engelen zich met hem (haar) verblijden. Geleid, Heer, uw schepsel in uw koninkrijk binnen. Dat de heilige Michaël, de Aartsengel Gods, die ver-

-ocr page 103-

91

diend heeft de Vorst van liet hemelheir te zijn, hem (haar) in bescherming neme. Dat de heilige Engelen Gods hem (haar) te gemoet komen en in het hemelsch Jerusalem binnenleiden. Dat de heilige Apostel Petrus, wien God de sleutels van het hemelrijk gegeven heeft, hem (haar) begroete. Dat de heilige Apostel Paulus, die waardig is geweest een uitverkoren vat te zijn, hem (haar) helpe. Dat de heilige Joannes, de uitverkoren Apostel Gods, aan wien de geheimen des hemels geopenbaard zijn, zijn (haar) voorspreker zij. Dat alle heilige Apostelen, aan wie de Heer de macht heeft gegeven om te binden en te ontbinden, voor hem (haar) bidden. Dat al de Heiligen en Uitverkorenen Gods, die in deze wereld voor den naam van Jezus Christus geleden hebben, zijne (hare) voorsprekers zijn; opdat hij, (zij) bevrijd van de banden des vleesches, in de heerlijkheid des hemel-schen rijks moge opgenomen worden, door de genade van onzen Heer Jezus Christus, die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 104-

92

DiS KLEINE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

Heilige Maria bid voor hem

(haar).

Alle Heilige Engelen.

H. Abel.

Alle Koren der zaligen. ® H. Abraham. _

H. Joannes de Dooper. S H. Jozef. ê

Alle H. Aartsvaders en lt; Profeten. o

H. Petras.

H. Paulus. 5

H. Andreas. „

H. Joannes.

Alle H. Apostelen. li-

Alle H. leerlingen des Heeren. Alle H. Onnoozele Kinderen. H. Stephanus.

H. Laurentius.

Alle H. Martelaren. H. Sylvester.

H. Gregorius.

H. Augustinns.

Alle H. Bisschoppen en Belijders.

H. Benedictus.

H. Franciseas.

Alle H. Monniken en Kluizenaars.

H. Maria Magdalena, bid j voor hem (haar).

H. Lucia, bid voor hem (haar). Alle H. Maagden en Weduwen,

bidt voor hem (haar).

Alle Gods lieve Heiligen, bidt

voor hem (haar).

Wees genadig, spaar hem

(haar) Heer.

Wees genadig, spaar hem

(haar) Heer.

Van Uwe gramschap, verlos

hem (haar) Heer. lt;

Van het gevaar van het ster- §■

stervensuur.

Van een kwaden dood. gquot; Van de pijnen der hel. Van de machten des duivels. j-T Door Uwe geboorte. ^

Door Uw dood en begrafenis. ^ Door Uwe glorievolle ver- g

rijzenis.

Door Uwe wondervolle Hemelvaart.

Door de genade van den H.

Geest, den Vertrooster. In den dag des oordeels, verlos hem (haar) Heer. Wij zondaren, wij bidden U,

verhoor ons.

Dat gij Hem (haar) gena dig zijt, wij bidden U, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.


-ocr page 105-

93

Eenige verzuchtigen die uu en dan herhaald kunnen worden. Men lette er ook op den zieke het H. Kruis te doen vereeren, en hem met gewijd water te besproeien.

Jezus ik bemin ü, Maria help mij.

Mijn Jezus barmhartigheid!

Zoet Hart van Maria zij mijn toevlucht.

o Zoet Hart van Jezus, maak dat ik U meer en meer beminne.

Maria toevlucht der zondaren, bid voor mij in cüt verschrikkelijk uur.

In Uwe handen, o Heer, beveel ik mijnen geest.

Mijn God, ik geloof in U, Gij die de opperste waarheid zijt.

Mijn God, ik hoop op ü, die de oneindige barmhartigheid zelve zijt.

Mijn God, ik bemin U, die alle liefde waardig zijt.

Mijn God, het doet mij leed uit den grond mijns harten U zoo menigmaal beleedigd te hebben.

o Jezus, wees mij een Verlosser, een redder in dit uur.

Ik vereenig mijn lijden en mijn doodstrijd met Uw heilig lijden en Uwen heiligen doodstrijd.

Ontferm ü mijner, o Heer, overkomstiguwe groote barmhartigheid.

Op ü o Heer, heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

-ocr page 106-

94

Jezus, wees mij arme zondaar (zondares) genadig.

Allerzoetste Jezus, mijn Heer en Zaligmaker, door de verdiensten van uw bitter en heilig lijden, smeek ik ü mij op te willen nemen onder liet getal Uwer uitverkorenen.

Heer Jezus Christus ontvang mijnen geest.

Maria, genadevolle Moeder, barmhartige Moeder, bevrijd mij van de aanvallen mijner vijanden en neem mij onder Uwe bescherming in dit uur van mijnen dood.

Mijne heilige Engelbewaarder, sta mij nu vooral bij en verlaat mij niet.

Maria, allerliefste Moeder, vergeet niet dat ik U toebehoor; ik ben Uw goed. Uw eigendom ; — toon dat Gij mijne moeder zijt, vooral in dit uur van mijnen dood.

Mijne heilige Patronen, och bidt Jezus en Maria voor mij.

Jezus om Uwe heilige wonden.

Vergeef mij al mijne zonden.

Jezus. Maria, Jozef, ik geef U mijn hart en mijn ziel.

Jezus Maria Jozef, sta mij bij in mijn doodstrijd.

Allergenadigste Jezus, barmhartigheid.

Op den 6?0genblik van sterven, verdubbelt men de gebeden: vooral als dePriester niet tegenwoordig is, lette men er op, den stervende het H.

-ocr page 107-

95

Kruis te doen vereeren, en hem duide-lijk dikwerf te herhalen, opdat hij zooal niet met den mond toch met het hart mede zeggen: Jezus, Jezus, Jezus.

Men bidde middelerwijl bijv. de rozekrans, of eene Litanie.

Jezus in Uwe handen beveel ik mijnen geest. Jezus ontvang mijn laatste zucht.

o Maria, mijn teedere Moeder! bid voor mij. o Maria, Moeder van barmhartigheid! bescherm mij. o Barmhartige Maria! bid voor mij, ontvang mij!

Is de ziel van het lichaam gescheiden, dan trachte men haar op dien vreeselijken oogenblik dat zij voor haren Rechter staat, behulpzaam te zijn, en daarom bidde men aanstonds:

Heiligen Gods komt hem ter hulpe; snelt toe Engelen des Heeren; ontvangt de ziel van den overledene, en leidt haar binnen voor het aanschijn des Allerhoogsten.

Christus, die u geroepen heeft, neme u op, en de Engelen brengen u in den schoot vanAbraham.

Ontvangt de ziel van den overledene, en leidt haar binnen voor het aanschijn des Allerhoogsten.

Heer geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.

Ontvangt de ziel van den overledene, leidt haar binnen voor het aanschijn des Allerhoogsten.

-ocr page 108-

96

Heer ontferm U onzer, Christus ontferm ü onzer.

Heer ontferm U onzer! Onze Vader enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Heer, geef haar de eeuwige rust.

En \'t eeuwige licht verlichte haar.

Van de poorten der hel.

Verlos Heer! zijne (hare) ziel.

Dat zij ruste in vrede.

Amen.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Wij bevelen U, o Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares) opdat hij (zij) voor deze wereld gestorven, bij U moge leven; en wij smeeken Uwe barmhartigheid, hem (haar) al de zonden te vergeven die de menschelijke zwakheid hem (haar) heeft doen bedrijven door Christus onzen Heer.

Amen.

Het is zeer aan te prijzen, nu aanstonds vijf onze Vaders, Wees gegroet Maria en Eere zij den Vader te bidden tot rust der ziel van den overledene.

-ocr page 109-

DE BEAARDING DER DOODEN.

\'fc Is voorzeker voor de naastbestaanden en vrienden van een dierbaren overledene een allertreurigste plechtigheid, het lijk van den afgestorvene naar zijn laatste rustplaats te vergezellen en aan den schoot der aarde toe te vertrouwen. »Gedenk, o mensch, dat gij stof zijt, en tot stof zult wederkeeren.

Wanneer er spraak is van kerkelijke begrafenis, dan mogen wij vertrouwen dat dat lichaam eenmaal weer tot eene zalige opstanding zal opgeroepen worden. Dit is een ware troost voor allen die den overledene beweenen.

De plechtigheden bij de kerkelijke beaarding gebruikelijk, zijn niet alleen voordeelig voor de ziel van den diep betreurde, maar wekken ons ook op tot vertrouwen op de oneindige goedheid en barmhartigheid des Heeren.

Korte opmerkingen.

Het kruis dat aan het hoofdeinde van de kist geplaatst wordt, geeft te kennen, dat de overledene als goed Christen is afgestorven; dat hij eens op de gelukzalige verrijzenis zijns lichaams uit het graf hoopt, door de oneindige verdiensten van Jezus Christus.

7

-ocr page 110-

98

De kaarsen die om het lijk geplaatst en ontstoken zijn, duiden de hoop aan op die aanstaande verrijzenis.

Het besproeien met gewijd water geeft te kennen dat, dewijl de lichamen der geloovigen in hun leven stempels van den H. Geest zijn geweest,quot; en in een goeden geur van deugden voor God en de menschen hebben gewandeld, deze nu door het gewijde water tot een zalige opstanding als worden voorbereid.

De wierook wijst ook op den goeden geur hunner deugden en goede werken, zonder welke niemand de hoop der gelukzalige opstanding ten grave medeneemt.

De wierook moet de geloovigen opwekken veel te bidden voorde ziel van den overledene, omdat het gebed, even als de wierook, omhoog klimt.

De aarde, die op de kist wordt geworpen, zegt ons dat de menscb uit het stof der aarde gevormd, ook weer tot stof der aarde zal we-derkeeren, en spoort ons dus tevens aan tot een christelijk en godsdienstig leven.

-ocr page 111-

GEBEDEN.

Naar gelang de plaatsen en ook naar de wettige gebruiken van verschillende plaatsen worden de ceremoniën door den Priester in het sterfhuis van den overledene óf in de kerk óf op het kerkhof verricht. Wij volgen het Romeinsch Ritueel.

Voor dat het l^k wordt opgenomen om begraven te worden, besproeit de Pastoor he|t met gewijd water, en zegt:

Indien gij, o Heer, onze ongerechtigheid gadeslaat: Heer, wie zal dan voor u bestaan.

Psalm 129:

Uit de diepte enz. bladz. 77.

Heer geef hem (haar) de eeuwige rust: en het eeuwige licht verlichte hem (haar).

En de Priester herhaalt: Indien gij, o Heer enz.

Nu wordt het lijk uit het sterfhuis gedragen, en de Pastoor heft aan:

De vernederde beenderen zullen zich voor den Heer verheugen.

Psalm 50: Ontferm ü, mijner o God, naar Uwe groote barmhartigheid enz. bladz. 75.

Heer geef hem (haar) de eeuwige rust enz.

-ocr page 112-

100

Bg het binneugaaa van de kerk,, wordt herhaald:

De vernederde beenderen zullen zich voor den Heer verheugen:

En als men de kerk is ingegaan, wordt het volgende Responsorium aangeheven.

Heiligen Gods komt ter hulpe, snelt toe Engelen des Heeren, om de ziel van den overledene te ontvangen en haar aan te bieden voor het aanschijn van den Allerhoogste.

Christus neme u op, die u geroepen heeft, en de Engelen brengen u in den schoot van Abraham, om de ziel van den overledene te ontvangen en haar aan te bieden voor het aanschijn van den Allerhoogste.

Heer geef hem (baar) de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hem (haar).

Wanneer de kist geplaatst is, eu alles geregeld, zegt de Priester, staande aan het voeteinde metzijn gezicht naar het kruis gekeerd, \'twelk zich aan het hoofdeinde bevindt, het volgend gebed:

Heer, treed niet in het gerecht met uwen dienaar, want geen mensch wordt bij U rechtvaardig bevonden, tenzij hem door U de kwijtschelding van alle zonden worde verleend. Wij smeeken ü derhalve, dat uw rechterlijk vonnis hem niet ten verderve zij, die door de belijdenis van het Katholiek Geloof U wordt

-ocr page 113-

101

aanbevolen: maar dat Mj, door uwe genade ondersteund het oordeel der verwerping ont-kome, die in zijn leven met het teeken van de Heilige Drievuldigheid versierd is geweest: Gij die leeft en regeert in de eeuwen dei-eeuwen. A n t w. Amen.

Dan wordt het volgende Responsorium gezongen of gelezen.

Verlos mij, o Heer, van den eeuwigen dood op dien vreeseliiken dag, wanneer de hemelen en de aarde zullen bewogen wordeu, terwijl Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.

Schrik heeft mij bevangen en ik sidder bij het naderen des gerichts en der toekomstige gramschap. Wanneer de hemelen en de aarde zullen bewogen worden.

Die dag zal wezen een dag van toorn, van •rampspoed en ellende, een groote dag, een dag vol bitterheid; terwijl Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.

Heer geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen. Verlos mij, o Heer, van dien dood op dien vreeselijken dag, wanneer de hemelen en de aarde bewogen worden, terwijl Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.

Heer ontferm ü onzer ! Christus ontferm U onzer!

Heer ontferm U onzer! Onze Vader.

Middelerwijl door allen het Onze

-ocr page 114-

102

Vader in stilte gebeden wordt^ besproeit de Priester liet lyk van den overledene met gewijd water en bewierookt het; dan vervolgt

Hij:

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Van de poort der hel.

Verlos Heer, zijne (hare) ziel.

Dat zij ruste in vrede.

Amen.

Heer verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

o God, wien het eigen is, altijd genadig te zijn en te sparen: wij bidden u ootmoedig-lijk voor de ziel van Uwen dienaar N. (van Uwe dienaresse N.), welke Gij heden uit deze wereld geroepen hebt, dat Gij haar toch niet wilt overleveren in de handen des vijands, noch voor altijd vergeten, maar dat Gij uwen H. Engelen wilt gebieden Laar op te nemen en tot het Vaderland van het Paradijs te geleiden : opdat zij die op U gehoopt, in ü geloofd heeft, de pijnen der hel niet lij de, maar de eeuwige vreugde geniete. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 115-

103

Nu wordt de lijkkist naar het kerkhof gedragen, en terwijl dit geschiedt heft men de volgende Antiphoon aan: De Engelen geleiden u naar het Paradijs, bij uw aankomst nemen u de Martelaren op, en brengen u over naar de heilige stad Jeruzalem. Het koor der Engelen neme u aan, opdat gij met den armen Lazarus de eeuwige rust moogt smaken.

Aan het graf gekomen, besproeit de Priester het lijk van den overledene met gewijd water, bewierookt het en heft de volgende antiphoon aan: 1) Ik ben de verrijzenis en het leven; die in

1) In het dioceesquot;van Haarlem geschiedt de be-aarding op de volgeude wijze.

Als het lijk in het graf is nedergelaten, besproeit de Priester^het met gewijd water, zeggende;

Hedeu zij uw plaats iu vrede en uwe woontent in het heilig Sion. Door Christus onzen Heer. Amen.

Dan het kruis nemende, teekent Hij de kist driemaal met het kruisteeken, zeggende: Ik teeken dit lichaam met het teeken vau het heilig kruis, opdat het op den dag des oordeels verrijze en het eeuwig leven be-zitte. A n t w. Amen.

Dan tot driemaal toe een weinig gewijde aarde op de kist werpende, zegt Hij: Uit aarde hebt Gij hem gevormd, met beenderen en zenuwen hebt Gij hem versterkt, wek hem op ten jongste dage. Door Jezus Christus onzen Heer. A n t w. Amen.

En dan volgt de antiphoon: Ik ben de verrijzenis en het leven, enz. gelijk boven.

-ocr page 116-

104

mg gelooft, al ware hij reeds gestorven, zal leven en al die leeft en in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.

Lofzang van Zacharias.

Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en verlossing aangebracht.

En een hoorn der redding voor ons opgericht in het huis van David zijn dienstknecht.

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige Profeten, die van ouds af geweest zijn.

Redding van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten.

Opdat Hij barmhartigheid zou bewijzen aan onze vaderen en indachtig wezen zijn heilig verbond.

Aan deu eed, dien Hij gezworen heeft aan Abraham onzen Vader, dat Hij zich ons zoude geven:

Dat wij bevrijd uit de hand onzer vijanden. Hem zonder vreeze dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, alle onze dagen.

En gij, o kind! zult een profeet des Aller-hoogsten genoemd worden: want gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijne wegen te bereiden.

Om aan zijj. volk kennis te geven van het heil ter vergeving hunner zonden,

-ocr page 117-

105

Door de innigste barmhartigheid van onzen God, met welke Hij ons bezocht heeft nederdalende uit den hooge.

Om hen te verlichten, die in duisternis en in schaduwe des doods gezeten zyn, ten einde onze voeten te richten op den weg desvredes.

Heer geef bun de eeuwige rust

En het eeuwige licht verlichte hen.

Als de an tip hoon herhaald is zegt de Priester:

Heer ontferm IJ onzer. Christus ontferm U onzer.

Heer ontferm U onzer. Onze Vader.

De Priester b esproeit nu het lichaam niet gewijd water.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Van de poort der hel.

Heer, verlos, zijne (hare) ziel.

Dat zij ruste in vrede. Amen.

Heer verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot IJ.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Wg smeeken U, o Heer, bewijs deze barmhartigheid aan uwen overleden dienaar (dienares), dat hij (zij) naar zijne (hare) misdaden niet gestraft worde, die de begeerte had uwen

-ocr page 118-

106

wil te volbrengen; opdat gelijk hij (zij) door het ware geloof met de schaar uwer ge-loovigen hier verbonden was, ook zoo door uwe barmhartigheid met de hemelsche koren moge vereenigd worden. Door Christus onzen Heer. Antw. Amen.

Heer geef hem (haar) de eeuwige rust.

En \'t eeuwige licht verlichte hem (haar).

Dat hij (zij) ruste in vrede.

Amen.

Dat zijne (hare) ziel en de zielen van alle overledene geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.

-ocr page 119-

HET H. SACRAMENT DES HUWELIJKS.

Kort onderricht.

Het Huwelijk is een Sacrament, waardoor man en vrouw wettig verbonden worden, en genade ontvangen om de plichten van den huwelijken en ouderlijken staat wel te vervullen.

Het huwelijk is door God ingesteld, met het doel dat man en vrouw elkander tot hulp en steun zouden zijn, en dus op de eerste plaats wel, dat zij elkander helpen om de eeuwige zaligheid te erlangen. Maar ook op de tweede plaats, tot vermenigvuldiging van het menschelijk geslacht; neemt toe en vermenigvuldigt U en vervult het aardrijk, zeide God tot Adam en Eva.

Bij deze doeleinden van het huwelijk kwam het derde na de zonde van onze eerste ouders. Door de zonde werd de natuur bedorven, het vleesch staat op tegen den geest, en zoo dient het huwelijk tevens om zonde te voorkomen.

Het huwelijk is één en onverbreekbaar; dat is te zeggen, dat het huwelijk slechts bestaan kan tusschen één man en ééne vrouw, en dat niets in staat of bij machte is den huwelijksband te verbreken, dan alleen de dood.

-ocr page 120-

108

Korte opmerkingen.

Nadat eerst de bruidegom en daarna de bruid op de vraag van den Priester, daartoe gemachtigd, in tegenwoordigheid van twee getuigen, verklaard hebben, dat zij elkander tot echtgenoot willen nemen, gelast de Priester dat zij elkander de rechterhand geven; dit is het teeken waardoor zij hunne woorden onverbreekbaar bekrachtigen.

Dan zegt de Priester; »Ik vereenig u in het huwelijk in den naam des Vaders, enz. \', en maakt tevens het teeken van het h. Krnis over hen. Dit moet hen bijzonder herinneren, dat onze Heer ia den naam der H. Drievuldigheid en door Zijne verdiensten het huwelijk tot ó\'e waardigheid van een sacrament heeft verheven eu dat niemand den band kan verbreken, waarmede Hij de echtgenooten verbonden heeft.

De ring dient tot teeken van het verbond dat de bruid met haren bruidegom aangaat, en ook tot pand van hare verkleefdheid aan hem; de bruid ontvangt dien ring uit de hand van haren bruidegom, om te toonen dat zij vrijwillig de keten ontvangt, waarmede zij aan hem verbonden is.

-ocr page 121-

GEBEDEN.

De Priester verschijnt in priesterlijk gewaad, terwijl de verloofden op eenigen afstand van tet altaar naast elkander geknield zijn.

De Priester besproeit hen met gewijd water, zeggende:

God besproeie u met den dauw zijner genade ten eeuwige leven.

Dan vraagt hij den bruidegom in tegenwoordigheid der getuigen:

N. wilt gij N. hier tegenwoordig nemen tot uwe wettige huisvrouw volgens het gebruik van onze moeder de H. Kerk?

Eu de Bruidegom antwoordt: Ja, ik wil. Dan ondervraagt de Priester de Bruid: N. wilt gij N. hier tegenwoordig nemen tot uwen wettigen man volgens het gebruik der H. Kerk?

De Bruid antwoordt: Ja, ik wil. De Priester gelast dan dat zij elkander de rechterhand geven, en zegt:

Ik verbind u ten huwelijk, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Daarna besproeit Hij hen met ge-w ij d w a t e r.

-ocr page 122-

110

De zegening van den ring.

Pr. Onze hulp is in den naam des Heeren.

A. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Heer, verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot IJ.

P. De Heer zij met u.

A. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Zegen, o Heer, dezen trouwring, dien wij in uwen naam zegenen; opdat zij, die hem dragen zal, haren bruidegom eene volmaakte trouw bewarende, in uwen vrede en in uwen wil volharde, en altijd in echtelijke liefde leve. Door Christus onzen Heer. Amen.

De Priester besproeit den ring met gewijd water, en geeft hem aan den bruidegom opdat deze hem aan den ringvinger van de linkerhand zijner bruid steke, terwijl de Priester zegenende zegt:

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.

Onmiddelijk vervolgt de Priester:

Bevestig, o God, wat Gij in ons bewerkt hebt.

Antw. Van uit uwen heiligen tempel te Jeruzalem.

-ocr page 123-

Ill

Heer, ontferm ü onzer! Christus ontferm U onzer!

Heer, ontferm ü onzer! Onze Vader enz.

P. En leid ons niet in bekoring.

A. Maar verlos ons van den kwade.

P. Maak uwe dienaren zalig.

A. Mijn God die iu ü hopen.

P. Zend hun hulp, o Heer, uit de heilige plaats.

A. En uit Sion bescherm hen.

P. Wees hun, o Heer, een sterke toren.

A. Voor het aanschijn van den vijand.

P. Heer, verhoor ons gebed.

A. En ons geroep kome tot ü.

P. De Heer zij met u.

A. En met uwen geest.

Laat ons bidden

Wij smeeken U, Heer, zie neder op deze uwe dienaren en sta hen goedgunstig bij in het volvoeren der instelling, waardoor Gij de voortplanting van het menschelijk geslacht geregeld hebt, opdat zij door Uwe kracht verbonden , door uwe hulp behouden worden. Door Christus onzen Heer. Amen.

Wanneer de inzegening van het huwelijk voor de H. Mis heeft plaats gehad — hetgeen zoo het maar eenig-zins mogelijk is, steeds zou moeten

-ocr page 124-

112

geschieden, — daii begint de Priester nu de H. Mis, en de bruid en bruidegom bereiden zicb voor om bij de H. Communie van den Priester, hetHoog-heilig en Aanbiddelijk Lichaam en Bloed des Heer en te ontvangen.

De gebeden die nu volgen worden dan, alvorens de Priester het volk zegent, over Bruid en Bruidegom uitge sproken.

Heeft de inzegening plaats buiten de H. Mis, dan wendt de Priesterzich onmiddelijk tot de Bruid, en spreekt de volgende gebeden.

Laat ons bidden.

o Heer, zie goedgunstig neder op onze smeekingen, en sta hen goedertierend bij in het voltrekken der instelling, waardoor Gij de voortplanting tot het menschelijk geslacht geregeld hebt, opdat hetgeen door uwe kracht verbonden is, door uwe hulp bewaard worde. Door onzen Heer Jezus Christus Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen dei-eeuwen.

Antw. Amen.

-ocr page 125-

413

Laat ons bidden.

God! die door de kracht van uwe almacht alles uit niets geschapen hebt, die, na de voltooiing der schepping, aan den man, naar Uw beeld gevormd, de vrouw tot onafscheidelijke gezellin gegeven hebt; Gij, die het lichaam der vrouw uit het lichaam des mans vormdet, om ons daardoor te leereu, dat, naar uwen wil, man en vrouw niet gescheiden mogen worden, daar zij oorspronkelijk één waren: God, die de huwelijksvereeniging door een zoo verheven geheim hebt geheiligd, dat Gij de zegenrijke vereeniging van Christus en zijne Kerk door het verbond des huwelijks hebt willen vooraf-beelden; God, door wien de vrouw aan den man verbonden wordt, en deze verbindtenis, door uwe oppermacht geregeld, met zulk een zegen bedeeld wordt, dat alleen zij niet is weggenomen noch door de straf der erfzonde, noch door het vonnis van den zondvloed; zie genadig neder op deze uwe dienares, die vurig verlangt, bij het aangaan van het huwelijk. door uwe bescherming begunstigd te worden: dat zij het juk van liefde en vrede Jrage; dat zij getrouw en kuisch haar huwelijk beleve in Christus en eene navolgster blijve van heilige vrouwen: dat zij beminnelijk zij voor haren man gelijk Rachel; verstandig gelijk Rebecca; dat zij lang leve en getrouw blijve gelijk Sara; dat de duivel, de bewerker van alle over-

8

-ocr page 126-

114

treding, in haar zijne booze werken niet be-drijve; dat zij altijd aan het geloof en aan uwe geboden gehecht blijve; dat zij, aan eenen man gehuwd, allen ongeoorloofden omgang vluchte: dat zij door de kracht van uwe wet hare zwakheid versterke; dat zij stemmig zij door ingetogenheid, eerwaardig door hare zedigheid, geleerd in hemelsche kennis; dat zij vruchtbaar, zij in kinderen, oprecht en onschuldig; dat zij tot de rust der zaligen en tot het hemelsch Koninkrijk korae; en dat beiden mogen zien de kinderen van hunne kinderen tot in het derde en vierde geslacht, en een gewenschten ouderdom mogen bereiken. Door denzelfden Christus onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

De God van Abraham, de God van Izaak, de God van Jacob zij met u, en Hij zelf ver-vuile u met zijnen zegen, opdat gij zien moogt de kinderen van uwe kinderen tot in het derde en vierde geslacht, en daarna beërven moogt het eeuwige leven, door onzen Heer Jezus Christus, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Daarna besproeit de Priester hen met gewijd water en geeft den zegen, zeggende:

Zegene u de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

-ocr page 127-

Formulier om dk doopbeloften te vernieuwen.

Aan uwe voeten uedergeknield, o aanbiddelijke Verlosser, wil ik op dezen schoonen dag mijner eerste H. Communie 1) den gelukkigen stond gedenken, waarop mij het H. Doopsel werd toegediend. Bij het ontvangen van dat H. Sacrament heb ik mij verbonden om het geloof in éénen God in drie Personen te belijden; om den duivel te verzaken; om mij aan uwe heilige wet te onderwerpen; om de heilige katholieke, apostolische Roomsche Kerk als mijne moeder te eeren, en ijverig de middelen van zaligheid aan te wenden, welke zij alleen bezit. En Gij, mijn God, Gij hebt mij de erfzonde vergeven; Gij hebt mijne ziel met uwe kostbaarste gaven verrijkt; Gij hebt mij onder het getal uwer kinderen en der erfgenamen van uw rijk aangenomen.

Verheven oogenblik! Onschatbare gebeurtenis! De oneindig volmaakte, driewerf heilige God sloot toen een verbond met mij, ellendig, zondig schepsel. En Gij dierbare Zaligmaker, waart daarvan de Middelaar; met uw eigen kostbaar Bloed werd het bezegeld, en tot eeuwig bewijs ontving mijne ziel een onnitwischbaar teeken, dat in de uitverkorenen met on-sterfelijken luister zal schitteren. — In het H. Doopsel is mij een nieuw leven ingestort: ik werd Christen, kind Gods, broeder van mijn Verlosser, tempel van den H. Geest, lidmaat der Kerk, erfgenaam Gods en mede-erfgenaam van Jezus Christus.

Groote God, welken dank zal ik U brengen? Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is zijn heiligen naam; loof, mijne ziel, den Heer, en wil zijne weldaden niet vergeten. Hemelsche Geesten, vereenigt u met mij, om Hem de verschuldigde dankbaarheid te betuigen. — Ach ware ik altijd erkentelijk geweest, tenminste niet ondankbaar! Met droefheid

1) Wanneer men dit formulier op den verjaardag gebruikt, zegt men: op den blijden dag mijner verjaring.

-ocr page 128-

116

en schaamte zie ik thans op mijne vroegere levensjaren, waarin ik mij aan zooveel ongetrouwheden plichtig maakte. Ja, mijn God, menigwerf heb ik de beloften van mijn H. Doopsel geschonden; ik erken het, en ik vraag ü daarvoor ootmoedig vergeving. Gevoed met het brood der sterken, neem ik op dit oogenblik het beslait, om voortaan meer getroawheid te betoonen, en tegen den vijand mijner zaligheid dapperder den goeden strijd des geloofs te voeren. Het is in uwe tegenwoordigheid , o God, die in het allerheiligste Sacrament des Altaars rust, in de tegenwoordigheid uwer heilige Moeder, de Onbevlekte Maagd Maria, van mijnen Engelbewaarder, van mijue IIH. Patronen en van geheel het hemelsch Hof, dat ik de heilige verbindtenissen bevestig, bekrachtig en vernieuw, die weleer in mijnen naam door Peter en Meter aan den voet des altaars zijn aangegaan. Ik verzaak op nieuw den duivel; lieer. Gij alleen zijt mijn Koning, en ü alleen zal ik dienen. — Ik verzaak de ijdelheden des duivels: weg met da ijdelhedeu, de valsche vermaken, de schijngoederen en de grondbeginselen der wereld! Uwe genade, Heer, uwe liefde is mij genoeg. — Ik verzaak de werken des duivels, dat is, alle zonden: ik wil liever sterven. Heer, dan nog eens vrijwillig eene enkele zonde te bedrijven. Uwe heilige wet zal voortaan de eenige regel van mijn gedrag zijn, met de hulp uwer genade, zal ik die nakomen, zonder het oordeel der inenschen te vreezen; ik zal mij nimmer, noch over U noch over mijne moeder uwe H. Kerk schamen; ik zal er mijnen roem in stellen U te dienen en de Kerk te gehoorzamen. Zegen deze heilige voornemens, opdat ik ze tot mijnen dood getrouw blijve. Amen.

Geloofsbelijdenis der heilige katholieke kerk, voorgeschreven dook PaUS PlUS IVquot;.

en Paus Pms IX.

Ik N. geloof vastelijk en belijd al hetgeen de Geloofsbelijdenis van de heilige Roomsche Kerk behelst, te weten:

-ocr page 129-

117

Ik geloof ia eéueti God, den almaehtigen Vader, Schepper vaa Hemel ea Aarde, van. alle zichtbare en onzichtbare dingen. Eu in éénen Heer Jezus Christus, Gods eeniggeboreu Zoon, en uit den Vader geboren vóór alle eenwen; God van God, licht van licht, waren God van deu warea God, geboren niet gemaakt, vau één wezen met den Vader, door wieu alles gemaakt is; die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald uit den Hemel, en het vlcesch heeft aangenomen door den heiligen Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden; die ook voor ons gekruist is onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is, en verrezen is ten derden dage volgens de Schriften; en is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, eu weder zal komen met heerlijkheid, om te oordeelen levenden en dooden; wiens rijk geen einde zal hebben. En in den heiligen Geest, den Heer en levendmakende, die van den Vader eu deu Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de Profeten. En ééne, heilige, katholieke, en apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden. En ik vernacht de verrijzenis der dooden, en het eeuwige leven. Amen.

Ik neem vastelijk aan en omhels de apostolische en kerkelijke overleveringen, en alle andere gebiuikeu en instellingen van dezelfde Kerk. Ook neem ik aan de heilige Schrift volgens dien zin, welken gehouden heeft en nog houdt de heilige moeder de Kerk, aan wie het toekomt te oordeelen over den waren ziu en de uitlegging der heilige Schriften; en ik zal die nooit anders aannemen en uitleggen, dau volgens het overeenstemmend gevoelen der Vaderen.

Ik belijd ook, dat er zeven ware en eigenlijke Sacramenten der nieuwe Wet zijn, door Jezus Christus onzen Heer ingesteld, eu tot zaligheid van het menschelijk geslacht noodzakelijk, schoon niet allen voor een ieder; namelijk: het Doopsel, het Vormsel, het heilig Sacrament des Altaars, de Biecht, het laatste Oliesel, het Priesterschap, en het Huwelijk; en dat zij genade geven; en dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap zonder heiligschennis niet meer dan eens kunnen ontvangen worden. Ook neem ik aan de aangenomene eu goedgekeurde gebruiken der katholieke Kerk, bij de plechtige toediening van al de voornoemde Sacramenten.

-ocr page 130-

118

Alles wat over de erfzonde en de rechtvaardigmaking in de heilige Kerkvergadering van Trente is uitgesproken en verklaard, omhels ik en neem ik aan.

Ik belijd ingsgelijks, dat in de Mis aan God wordt opgedragen eene ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en doodeu, en dat in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk, wezenlijk, en zelfstandig tegenwoordig is het lichaam en bloed te gelijk met de ziel en de Godheid van onzen Heer Jezus Christus, en dat er eene verandering plaats heeft van de geheele zelfstandigheid van het brood in het Lichaam en van de geheele zelfstandigheid van den wijn in het Bloed, welke verandering de katholieke Kerk Trans substantiatie noemt. Ook belijd ik, dat onder iedere gedaante Christus geheel en volkomen, en het waarachtige Sacrament ontvangen wordt.

Onwankelbaar hond ik vast, dat er een vagevuur is,\'en dat de zielen, aldaar opgehouden, door de gebeden der ge-loovigen geholpen worden; Insgelijks ook, dat de Heiligen, die te zamen met Christus heerschen, behooren geëerd eu aangeroepen te worden; dat zij gebeden aau God voor ons opdragen, en dat hunne overblijfselen behooren vereerd te worden.

Zonder eenigen twijfel betuig ik, dat men de beelden van Christus, en van de Moeder Gods, altijd M aagd, alsmede van de andere Heiligen behoort te hebben en te behouden, en daaraan de verschuldigde eer en vereeriug te bewijzen.

Ik belijd, dat ook de macht om aflaten te verleenen door Christus in zijne Kerk is achtergelaten, en dat derzelver gebruik voor het Christenvolk hoogst heilzaam is.

De heilige, katholieke, apostolische Roomsche Kerk erken ik voor de moeder en meesteres van alle kerken, eu aau den Roomschen Paus, die de opvolger van den gelukzaligen Petrus het hoofd der Apostelen, en de plaatsbekleeder van Jezus Christus is, beloof en zweer ik ware gehoorzaamheid.

Zoo ook neem ik aan zonder eenigen twijfel en belijd ik al het overige, door de heilige Kanons, en door de algemeene Kerkvergaderingen, en bijzonder door de H. Kerkvergadering van Trente en door het Algemeene Concilie van het Vaticam geleerd, uitgesproken, en verklaard, voornamelijk omtrent het primaat van den Roomschen Paus en zijn onfeilbaar

-ocr page 131-

119

leeraarsarabt; en te gelijker tijd veroordeel, verwerp en doem ik al wat daarmede in strijd is, en de ketterijen, welke ook, op dezelfde wijze als ze door de Kerk veroordeeld, verworpen en gedoemd zijn.

Dit waar katholiek Gelooi\', buiten hetwelk niemand zalig kan worden, hetwelk ik op dit oogenblik vrijwillig belijd en in waarheid houd, dit beloof en zweer ik N., met Gods hulp, tot den laatsten adem mijns levens geheel en ongeschonden standvastig te houden en te belijden, alsook naar vermogen te zullen zorgen, dat het door mijne onderhoorigen, of door hen, voor wie ik in mijne betrekking\'zal te zorgen hebben, gehouden, geleerd en verkondigd worde.

Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods.

Toewijding aan de allerheiligste maagd mama.

Allerheiligste Maagd, Moeder van mijnen God en ook mijne Moeder, Koningin van hemel en aarde, ik kom u op dezen pleehtigen dag mijner eerste H. Communie I) de hulde van eerbied, liefde en erkentelijkheid aanbieden. Yele ontelbare gunsten heb ik sedert mijn heilig Doopsel door uwe vermogende cn barmhartige voorspraak van den goeden God verkregen. Met moederlijke bezorgdheid hebt gij mij steeds bewaakt en beschermd. Hoezeer ondervond ik nog in deze dagen van voorbereiding uwe krachtige hulp en bijstand Lieve Moeder, wat ben ik waarlijk een gelukkig kind, nu ik voor de eerste maal van mijn leven 1) het dierbaar Lichaam en Bloed van uwen aanbiddelijken Zoon heb mogen ontvangen! En hoeveel hebt gij daartoe bijgedragen! Wat zal ik U voor zoo vele weldaden ■.vedergeven? Gedoog, dat ik mij zeiven daarvoor aan TJ geel\', aan U toewijd. Ik verkies U heden op eene geheel bijzondere wijze voor mijne moeder, voor mijne beschermster. Ik stel mijne ziel met al hare krachten , mijn lichaam met al zijne

1) Deze zinsnede vervalt, wanneer men bij andere gelegenheden deze akte vernieuwt.

-ocr page 132-

120

Br a* * y.X.TSAït!: sss\'^1^

-ocr page 133-
-ocr page 134-