-ocr page 1-
-ocr page 2-

i~\' h

f i % \' P

f\\ t. P.. gt; j t f

$ i ï i

■ ;gt;\'■ I } i ï (: t I , / ■\' s

3 i f s , J ?■ ï ! ? V ï ! |gt; I f ï ï * gt; h ï

J. ?•• t i ï ^ t |gt;- \'4 ! • ■\' I i f i

t ? ;■ j.

f.- ï ï S\'

i ? s i m t, s ts ^ ï ï ï ï ?■ \' fr j I- Ï

tC t t t- „

: \'f- 1 } V; ^ ^ ï- »

tv.v i Ï i ; gt;

} ï gt; s ? gt; i i •gt;

ï 5\' • f- is- ï i ï

ï v Ï ;• s gt; • .! ?

gt; » i 5 gt; ? gt; » ?

Jt J- ï 5 J I ? gt; »

i ïr V f ) } } ï i

} ^ i- J ï ? 3 flt; f ï t f gt; i t ï i f ï ! ï } , «i, J f ï gt;■ ^ gt; i K Ü t ï S

J- ï ) i K » » 5- I i gt; v- i-

r „ » , gt;\\ f . s tquot; ^ ^ gt;• i p gt; P h i \\ ï

gt; , K*.K ? ï »■ ) t

■f, ï gt;■ J Ï

ï t » 3

y.v.\'

\' 4; •\' i\' J \'

\'S:

i\' Pr t ï P f

. *\'. *\' I ï } f i i j\' ï ï \'f ? J

S\'S ! gt;! ^

» ï 5 J

f ?

?■

ï t

s ï ï .t

i f-? f-

fc., fc;quot;.

* f\' ,

K f 5 ! \' l

5 J

gt; J J \'

ï- ï1

gt; »■

5 i

i ^ I i--

%•%: { ï ? i

t

. j j

J.. f.

- ^ $•;

ï r

*■.

\'f- i * t:

l\'t\'

. K*

t- i

* - ^

ï rt amp;J;

»■ gt; I ? \'f.\' V ? S\' X «1 ) « f f 5 i i- r i i -

m p. r gt;■■. t gt;■ tt K » i i gt; t iquot; fe gt; 1

S t ï ï r ? ^ 3 ) Jï- gt; 1 i \'f ; te } ï 1-

5 5 f { t i .V- S ^ t ? f f ï i gt; S 5 f ? i 1 ï ^ ï ! f f ï -5 ï i ï ï ï ï ï ) K i\' ï J ï: V P gt; ! i f ï i ! t ï f i ï t » f.

} V } \'f ï- t f I J. . gt; S i T . % % gt; J\' gt;: gt;

f P P f t i $■■ t } l gt; ? ? ? I* ? lt; f 3

f ! i f P i » » I i P h ï\' amp; I ^ ^ . gt; . r- t » ^ K K i\'\\ gt; if- i I t. . s. ï - t ^ f Ï v

5 ? r* i P i ï ï\'

i i i f- . ï- ï- gt; , i 5

J f- ï ( »; J Ï i .

3 »■■■ »■ ï 5 ï 3 i ?■

J f ï 3 Is ) ï }

i l ï 3 . 3 gt;- . gt; 3 i

t ! ï ! 3 * i \' ? \' S \' ! 1 \'

) \' 3 \' gt; 1 » J- I- \' ï \' i | r

»■ ïgt;: f-- j ) te. tl m |

1*1*** * *u

Ü 3 . S , l . r , i . t , gt; 3

. »■ 5- S ? , is . » » , . ...

ï t f ,, ? . f . 3 ? ! 5 .

i 3 V 3 ¥- ï f \'f

r f r ï gt; 3 ï ï 3

r ï ï f V 3 3 ï f:

\'y i 1 \'f I ) J 3 ï

3 j } i 3 ï } i ï

■J i 3 5 ï ï S 3 !

3 ? ;• 5 3 3 3 3 )

3 i « } 5 3 , J f ! ,:

gt; 1 f ï 3 V r 3 i .« « , »

■ 3 3 f ï i J ? ï- 3quot; .;a iquot; 3= ïs P ï ) * 3 3 )S

gt; i t 3 ï; 3 » ÏV ?■: ? )

i i- 3 3 i f 3 3 t U te*

ïf t f t- 3-* ï- 3 3 gt; .

f. r; {= ï 3 f 3- , ? ï». ;t t, ï

ï I ï gt; ï ï * ?te

» * * 3 J ï« ■ ï ï Sl , gt;, »

■ r i- !F- Ï t I ¥■■ »■■ te. % fr,

3 . t 5 . 3 ï * » te te 1 \' ■. ?

\' 3 1 gt;. ^ 3 1 ^ \' ï f ï- 3 f \' 5; quot; i1 gt;■ s l

,. f f. ? Ï ? te t- .gt;•.»;«\'. ^ s te, t- gt;•. te te te . *■ te. ï ll f „ te te te., te te. te, te te. te. ^te


-ocr page 3-

ïr t ; ï J ?\' »■ , t- ^ v ^ f » ï ._ » .

I t: ï f i i i: r- i p\' %■ t »- S- fete

j. t % ■ p p % ■■ t P * i ï i ï- v p, i- ;

s. ^ P P- P I ir t- i P P- P-- i i K I

i p i i * i gt; i f :• V f •? }- i ^

fe }■: j ? t t P t- P ) P ï gt; ^ »gt; lgt; Ï

r ï- I ï f P P. \'!\'■■ i ,. ï ï\' . f „ gt; . i ,. gt; . I\'- S te]

fc: ï if: P p p- p, P p P V }. ï: r ï , t P

) •; *■gt;- 5- r i 3 p i • v s } ; 5-, * ^

*■ l P P P P- P i i $ * P i P. V t F\' j f- p p p p \'i p. t t P V J i i ï J

t P t |fe $ P P In P ï - t t P »■ \'f-i . K ?

s t ï- s i P t ï P f !■- t » ï S f- tej

fc V P P^P- P P^P t * r f• ï , te te te

} i ï t I gt; i ï ï * ï- J i 5 » V !

m i * t: „ J\' V i- ¥■■_ P- P i .. { „ te te ï\', Ï- te

gt; V ^ f f } i f ï i ï i i I V P j

5 J i ! }\' 3 ï t ï I i P P ! -f v _ gt;

?• ? i- p ï. 5 r p te * r i ? j ï i i ss r ï fc i gt; r gt; te J f, ^ te, te t, ï , te;. s $ i ( i gt; * i ï Ss » I- fe: t te tel t te! j te te ï f- 3 p te* t ï ): ( P\'. *■ tejr Kfc te te p te te te P- P ï-, v te; te. P P- te

I 1 te te te, te- te te. te. te te »■ te. te. te- tet te. L te J te. I !■ * gt; gt;• j f t ï. r i. te- te tesj

i I te ï- te. te te te te te te * * ^ te\' te. ^1 f p : f ■gt; } »■ ï f i »\' ï ï- *■ P !\'■ te. t j 5\' ï- , ï f I ï gt; ?■ i » gt;■ J ; ^ te- l

II te- te te\' te te ■ gt;■ te te- te te\' te te\' te\' te- te. te . te J r- S te if ï ï- t is ? s v t i ü i.

iCte? te : te te te te- gt; i ï s = ? te\' te te } j i te- t- te- te te te te- te te- te- te- f- s- te\' te- te ï- te te tequot; te te te te 5- ï te j- p p- p pï

r i te te- te te p } te * ï ï \'f te te . te: ,. te 5t te te ? i \'f- p te. i ï v gt; i te ï. te-quot; te te- te- te- te- te- te x te-, te f te- * i- te4 te- l

? i te- ? te i l te ? 5 ) gt; f: te te te- te

f »£ i gt;•• ; j p p p p % p }■ p p te r

^te te te te * t- »•• te te te te te te: te I m

r i I » t ! te te te te te- £ te te-, te- te:-. I

te te- te te ? te te te te:, te ? lt; s te- te te\' te

: ï- i i i te te {« gt; te J f te- te\' - te ï- ^ te ï,

te te te te te te te Ï te te\' te te te te te te t J

5- te i gt; ? ï f ? te- te. te te-, te te\' * te iquot; quot;j te te- ? te\' j te te te te te\' 5.:- ï ïquot; . jt\'- te. te. i »• te- » te- te »• te te }» ï tequot; f te te- te- l W * te te te te te te te te te i te te te te te \' i 1 te I te t h * te te t\' te te: te l\' f p te te te i te * te te l- te te te . te- tequot; s te tel te. te te- te te te te- te, te- te te v te„ l te te | te te. te te: te te te\' te te te- te te- te te te te te i te te te ï te-\' te- te te te . te te te te te te te te- I,- te te p p p: te\' 4- te\' te te te: te. te,, te. i \' r » te: te te\' te te te te te te te- te te te te- „

- te te te te te te te! te p p » te. te-: te. te te]

te te te- te te te- te 9- te te te te te te *• te

te te te gt; te te te r- te te P te te\' te te- te s : -f. te te te te- te * t te te te te te te\'te p p

p te-\' te- te te te- te- te, te- te-, ter. te-- , te-, te^ te- tequot; 1 te fe te te- t te te- te\' te- te- te te te te te- . t te te te te te te- te te te te\' , te ï te te te te\' - » te . te- f te te te i te- l te te tequot; tequot; te\' te J , te te\' te- te te, te- te te- tek te te- te, te. te. te v te- te-

-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-

Komt, Pelgrims! hier vereend, komt hier uw Bloeder eeren,

Zoo hoort zij uw gebed eer gij zult wederkeeren; Zij was uw Voorspraak hier en Troost zoo menig jaar; Zij , Pelgrims! blijve \'t nóg, en komt naar Kevelaar.

-ocr page 7-

Vak 87

Hu

HANDBOEKJE

-2-

TEN GEBRUIKE DER PELGRIMS

VAN DE

ROTTERDAMSCHE

Processie naar Kevelaar,

*i \\ gt;

BIBLlOTi^EK DER

RIJKSUNIVERSITEIT

trecht

t_ THOMAASSÊ

Gedrukt in het St. Jacobs-Godshuis te Haarlem.

Voor rekening van voormelde Processie,

1887.

-ocr page 8-

voorrede.

Na deze korte inleiding kan ik niet nalaten mijnen hartelijksten dank te betuigen aan allen die, op wat manier ook, aan het vervaardigen van dit werkje hebben bijgedragen.

Moge het onder Gods zegen begonnen en voltooid, de harten der geloovigen tot meerdere godsvrucht jegens Maria stemmen, hun vertrouwen op Haar verlevendigen en het zielenheil bevorderen, dan is de moeite en arbeid daaraan besteed meer dan rijkelijk beloond.

VI

-ocr page 9-

REGLEMENT

VAN DE

BROEDERSCHAP

DER

Processie van Rotterdam naar 0. L. Vrouw van Kevelaar,

opgericht in 1780,

ia de kerk van de II. jRosalia, der Eerw. Paters Minderbroeders, aan de Leeuwenstraat.

Art. 1.

Het voornaamste doel dezer Broederschap is, om de levende en overledene leden deelachtig te maken aan alle HH. Missen, Gebeden en goede Werken, die van wege de Broederschap ter eere der allerheiligste Maagd Maria gedaan worden.

Art. 2.

De Broederschap is gevestigd in de kerk van de H. Rosalia, aan de Leeuwenstraat, welke alzoo de Broederschapskerk is.

Art. 3.

De Z.Eerw. Pastoor of een ander, door zijn Eerw. daartoe benoemde Geestelijke, is Direc^ teur van de Broederschap,

-ocr page 10-

REGLEMENT.

Art. 4.

De Z.Eerw. Directeur -wordt in het bestuur Lijgestaan door een zeker getal leden, Broe-dermeesters genaamd.

Art. 5.

Broedermeesters en Zelatrices doen alle handelingen in het belang der Broederschap, zooveel mogelijk kosteloos.

Art. 0.

Ieder kan lid dezer Broederschap worden, tegen eene jaarlijksche contributie van Een Gulden dertig Cents, te betalen per jaar, per 6 of 3 maanden.

Art. 7.

Het Lidmaatschap begint 1 Augustus en eindigt 31 Juli. Zij, die bij den aanvang van het contributiejaar niet op nieuw betaald hebben, worden beschouwd opgehouden te hebben lid te zijn.

Art. 8.

Jaarlijks vertrekt er van wege de Broederschap , op den laatsten Maandag van Augustus, eene Bedevaart van Rotterdam naar Kevelaar. Tijd , vertrek en duur der Pelgrimstocht, alsmede route en gelegenheid der reis, zal tijdig aan de leden bekend gemaakt worden.

Art. 9.

Te Kevelaar zal van wege de Broederschap

VIII

-ocr page 11-

REGLEMENT.

eene quot;Waskaars van 80 pond, ter eere van de allerheiligste Maagd, geofferd en de noo-dige HH. Missen opgedragen worden.

Art. 10

Op de feestdagen der H. Maagd, alsmede op die van den H. Joseph, zal er in de Broederschapskerk eene gezongen H. Mis voor de levende leden opgedragen worden; ook zal er op genoemde feestdagen in de gemeenten buiten Rotterdam, alwaar eene af-deeling der Broederschap gevestigd is, eene H. Mis opgedragen worden.

Jaarlijks, na de terugkomst der Processie, zal in de Broederschapskerk eene gezongen H. Mis van dankbaarheid, alsmede eiken Zaterdag , gedurende het geheele jaar, eene gelezen H. Mis opgedragen worden.

Art. 11.

Bij het overlijden van een lid zullen er 3 HH. Missen tot lafenis zijner ziel, desver-kiezende in zijne Parochiekerk, opgedragen worden.

Art. 12

Jaarlijks zal er in de Broederschapskerk een plechtige Uitvaart gehouden worden voor de leden, die in het afgeloopen jaar zijn overleden.

Maandelijks eene H. Mis voor alle overledene leden.

IX

-ocr page 12-

reglement.

Art. 13.

Op alle feestdagen van Maria en verdere hooge feestdagen, alsmede lederen Zaterdag, zal er in de Broederschapskerk, op het Maria-altaar, gedurende de H. Mis, Vespei\'s en het Lof, ter barer eer licht ontstoken worden.

Aldus vastgesteld in de Bestuursvergadering van 17 December 1885.

Namens het Bestnur, de Directeur: Pastoor A. W. Schoonbeek.

X

-ocr page 13-

GEBEDEN.

GOEDE MEENING

BIJ HET AANVAARDEN DER BEDEVAART.

o Zoete Troosteres der Bedrukten! ik heb het aan uwe voorspraak te danken, dat God mij het voornemen ingegeven heeft om eene bedevaart te doen en ik in de gelegenheid ben deze te kunnen volbrengen, o Goede Moeder! maak, dat ik de aangeboden genade goed bestede, mijne bedevaart godvruchtig beginne en na ze godvruchtig volbracht te hebben , de vruchten daarvan niet verlieze. Ik onderneem haar tot eer der Allerheiligste Drieëenheid, tot Uwe verheerlijking, uit dankbaarheid voor de tallooze weldaden, welke Gij door Uwe tusschenkomst voor mij verworven hebt, tot boete mijner zonden en ongetrouwheden, die ik van ganscher harte beween, wijl ik daardoor mijnen God en Heer, mijnen grootsten Weldoener eu het hoogste Goed, veracht en belee-digd heb, eindelijk ter bekoming van eenen aflaat (voor mij of voor de ziel van N N.). Ook onderneem ik deze bedevaart om door Uwe tusschenkomst, zoele Troosteres der bedrukten, hulp en

troost te verkrijgen in deze of gene zaak.....

Liefdevolle Moeder! neem deze pelgrimsreis met al hare gebeden en oefeningen welwillend aan ; en opdat Gij deze niet zoudet versmaden, offer

-ocr page 14-

ik ze ü op in vereeniging met die vrome en ver-dienstvolle bedevaarten, welke uwe godvruchtige vereerders naar Kevelaar gemaakt hebben, met die Gode aangename reis, die Gij naar uwe nicht Elisabeth ondernomen hebt en met den tocht naar den tempel te Jeruzalem. Ik vereenig haar eindelijk met al die moeielijke en verdienstelijke voetstappen, welke uw lieve Zoon in Zijne oneindige barmhartigheid voor het heil der zielen gezet heeft, vooral op Zijnen smartvollen kruisweg.

Almachtige, eeuwige God, die zoo dikwijls door wonderen getoond hebt, hoe aangenaam vrome bedevaarten, ter eere Uwer lieve Moeder ondernomen, U zijn , zie goedertieren op deze mijne pelgrimsreis neder, schenk mij een grooten ijver en het vast vertrouwen, dat ik door de voorspraak van Maria zal verhoord worden.

Heilige Engelbewaarder! bescherm mij en geleid mij gelukkig tot het doel mijner reis. Amen.

MORGENGEBED.

o Eeuwige God 1 zie ons hier geknield voor den troon Uwer oneindige heerlijkheid; wij ge-looven, dat Gij hier waarachtig en wezenlijk tegenwoordig zijt en wij aanbid4en U met den diepsten eerbied. Wij offeren U, tegelijk met onze nederige aanbiddingen, al onze gedachten, woorden en werken van dezen dag; ontvang elke ademhaling, die wij doen, als eene verzuchting van

-ocr page 15-

3

liefde tot U en van droefheid over onze zonden. Wij offeren ü op alle aflaten, gunsten en genaden, die wij dezen dag kunnen verdienen, tot boeting onzer zonden en tol lafenis van de zielen in het vagevuur; wij zullen alles doen uit gehoorzaamheid , uit liefde tot U en om Uwen aan-biddelijken wil te volbrengen. Wij vereenigen onze werken en vooral onze geestelijke oefeningen met al de gebeden, offeranden en goede werken, die in de geheele wereld geschieden of nog zullen geschieden; wij vereenigen ze met. al de lofzangen en aanbiddingen van de Engelen en Heiligen, met de verdiensten der allerheiligste Maagd en vooral met het leven, lijden en sterven van Jcsus Christus. Wij offeren U die op, o Heer, in ver-eeniging met de verhevene inzichten van het heilig Hart van Uwen lieven Zoon; wij wenschen deze oefeningen zoovele duizenden malen te herhalen , als er oogenblikken in den tijd zijn , tot Uwe meerdere eer en glorie, tot dankbaarheid voor Uwe weldaden aan ons en anderen bewezen, tot vergiffenis onzer zonden en die van anderen, tot bekeering der zondaren, tot volharding en volmaking der rechtvaardigen, tot verlossing der geloovige zielen, tot verheffing der H. Kerk, tot uitroeing der ketterijen, tot eendracht der christen vorsten en tot herstelling der oneer, U in \'t aanbiddelijk Sacrament Uwer liefde aangedaan.

Ontvang, o Heer, onzen goeden wil, geef ons uwen heiligen zegen, bestuur en heilig onze harten en lichamen, bewaar ons van alle vrij-

i*

-ocr page 16-

4

willige zonden en geef ons den moed om onze plichten getrouw te vervullen; om deze genaden smeeken wij IJ door de machtige voorspraak der allerheiligste Maagd Maria, wier voorbidding wij hier verzoeken.

ALGEMEEN MORGENGEBED.

o Eeuwige God, zie mij hier voor den troon Uwer oneindige heerlijkheid aanbiddend neergeknield. De dag heeft wederom den nacht, die mij omringde, verdreven, en nog altijd schenkt Uwe Goddelijke Barmhartigheid mij tijd, om voor de eeuwigheid te werken, nog altijd beschermt mij Uwe waakzame zorg, en onderhoudt mij Uwe zegenende hand. o Mijn God, zoo roep ik met den koninklijken profeet vol van de levendigste gevoelens van dankbaarheid uit, wat zal ik U wedergeven voor alles, wat Gij mij hebt geschonken? En Gij antwoordt mij; «Mijn kind, geef mij uw hart» Daartoe heb ik u geschapen, opdat gij Mij zoudt beminnen en tot dankzegging voor mijne groote weldaden voor Mij alleen leven, o God, welke liefde! Wie is in staat aan zulk een eisch te wederstaan? Roept niet alles ons toe van U te beminnen, die ons het eerst hebt lief gehad? En Gij geeft daarvan nog een gebod , alsof de mensch nog iets anders kon willen, iets anders verlangen , dan wederkeerig U te beminnen! Nu dan, o Hemelsche Vader, daar Gij met zoo weinig van mijnen kant U tevreden stelt,

-ocr page 17-

5

zoo geef ik mij zeiven ook geheel aan ü over, voorlaan wil ik voor U alleen leven. Al mijne daden, al mijne woorden en de geheimste gedachten van mijn hart zullen gestempeld zijn met teekenen der reinste en zuiverste liefde. Ontvang elke ademhaling, die ik doe, als eene verzuchting van liefde tot U en van droefheid over mijne zonden, waardoor ik in het verledene Uwe liefde heb miskend. Van dezen dag wederom zullen alle gedachten, woorden en werken aan Uwen dienst zijn toegewijd. Ik offer mij zeiven geheel aan U op. Ik vereenig mijne meening, die ik daarbij wil hebben, van U alleen te zoeken, met alle gebeden en goede werken, die over de geheele wereld geschieden of nog zullen geschieden. Ik vereenig ze met alle lofzangen en aanbiddingen van de engelen en heiligen, met de de verdiensten der Allerheiligste Maagd, onze beminde Moeder, en vooral met het leven, lijden en sterven van Uwen Welbeminden Zoon Jezus Christus. Al mijne werken, op dusdanige wijze voor den Hemel nog verdienstelijker gemaakt, offer ik U nogmaals op tot Uwen eeuwigen lof, tot verheffing der H. Kerk, tot verlossing der zielen in het Vagevuur, tot welzijn mijner dierbare betrekkingen en voor de gansche christenheid. O kon ik ze zooveel duizenden malen herhalen , als er oogenblikken in den tijd zijn. Mocht mijne geheimste gedachte reeds zooveel waarde hebben als alle verdiensten van alle engelen en heiligen en dan alles voor U, o God, die mij

-ocr page 18-

6

zoozeer hebt lief gehad en bemind. Versterk mijne vaste voornemens, o God, die de oorsprong van alle sterkte zijt; ondersteun mijne zwakheid, help mijne onstandvastigheid, opdat ik thans oprecht beginne ü te dienen en Uwe liefde in het vervolg niet weer door mijne ondankbaarheid miskenne.

Allerliefste Moeder Maria, die als de welbeminde dochter van God den Vader, de lieve moeder van God den Zoon, en de zuivere bruid van God den Heiligen Geest alles vermoogt bij de Allerheiligste Drievuldigheid , wees mijne voorspraak en verwerf mij getrouwheid aan do goede voornemens, die ik bij het begin van dezen dag gemaakt heb. En daar wij God niet oprecht kunnen beminnen, zonder U als onze Moeder lief te hebben, zoo verwerf mij eene teedere godsvrucht tot U, die Gods Moeder zijt, die tevens ons als uwe kinderen hebt aangenomen en die het meest van alle schepselen uwen God hebt bemind. Amen.

MORGENGEBED.

(TEVENS VOOftBEKElDINGSGEBED VOOR DE REIS.)

o Eeuwige God, zie ons hier voor den troon Uwer oneindige heerlijkheid aanbiddend neergeknield. Reeds lang wenschten wij eene bedevaart te doen ter eere van Uwe lieve Moeder. Thans nu die lang verbeide dag is aangebroken, op welken wij de reis aanvaarden naar een barer genadebeelden, smeeken wij U, o God, heilig

-ocr page 19-

7

alle krachten van ons lichaam en onze ziel, opdat, wij met zuivere meening, alleen om U te verheerlijken, alleen om Uwe heilige Moeder te eeren, op deze reis alles mogen verrichten , wat wij verdienstelijkst kunnen doen.

Daartoe offeren wij U tegelijk met onze nederige aanbiddingen al onze gedachten, woorden en werken van dezen schoonen dag ; ontvang elke ademhaling, die wij doen, als een verzuchting van liefde tot U en van droefheid over onze zonden. Wij offeren U op alle aflaten, gunsten en genaden, die wij dezen dag kunnen verdienen, tot boeting onzer zonden en tot lafenis van de zielen in het vagevuur. Al onze gebeden en verzuchtingen, al onze schreden, de vermoeienissen en ongemakken, die met deze reis zullen gepaard gaan, offeren wij U eerbiedig op. Wij vereenigen onze gebeden en goede werken met alle gebeden en goede werken, die over de geheele wereld gedaan worden, wij vereenigen ze met alle lofzangen en aanbiddingen van de engelen en heiligen, met de verdiensten der Allerheiligste Maagd, onze beminde Moeder en vooral met het armelijk leven, het bitter lijden en den smadelijken dood van Jezus Christus. Al onze goede werken, op dusdanige wijze verdienstelijk gemaakt voor den Hemel, offeren wij U nogmaals op tot Uwen eeuwigen lof, tot verheffing der H. Kerk, tot heil onzer zielen, tot verlossing der arme zielen in het vagevuur, tot welzijn onzer dierbare betrekkingen en der gansche chris-

-ocr page 20-

8

tenheid. Geef God, dat wij op zoo waardige en heilige wijze onze bedevaart verrichten, dat al deze voordeelen in den hoogsten graad daaruit voortspruiten. Jezus Christus die met Uw kruis beladen, den smartvollen tocht naar Calvarie hebt volbracht, om ons door Uw lijden en Uwen dood de hemelsche heerlijkheid te verwerven; in den geest drukken wij uwe voetstappen en offeren onze vermoeienissen en ongemakken in vereeniging met Uw vreeselijk zwaar kruis den Hemelschen Vader voor de zonden der wereld op. Zend Uwe engelen, om ons op deze reis te geleiden, en moge de H. Geest ons tot alle goed sterkte en kracht verleenen. Allerheiligste Moeder van Jezus, wij wenden ons met kinderlijk vertrouwen tot U. Neem genadig de moeiten van deze bedevaart aan, die ter uwer eer ondernomen wordt, o Moeder, die op het Hart van uwen Zoon alles vermoogt, Moeder, die ook ons als uwe kinderen zoo teeder bemint, Moeder, die ons aller zaligheid zoo vurig verlangt, draag Gij zelf onze gebeden en goede werken aan uwen Lieven Zoon op, steun ze door uwe machtige voorbede. Jezus, die U zoo teeder bemint en daarom de hulde, die U gebracht wordt, als aan Hem zeiven gebracht, beschouwt, zal zeker op uwe bede de eer, welke wij U bewijzen, den lof, welken wij U toezwaaien, honderdvoudig beloonen. Bid dan uwen Zoon, dat Hij zegenend neêrzie op onze zwakke pogingen tot bevordering van uwen eeredienst. Smeek Hem, dat Hij ze alle vruchten doe dragen, die

-ocr page 21-

wij er van durven verwachten. Vraag Hem, dat wij onze bedevaart gelukkig tol heil onzer ziel mogen volbrengen; dat wij, gesterkt in uwen dienst, behouden tot onze betrekkingen mogen wederkeeren; eindelijk verwerf ons, dat wij op het einde van onzen grooten pelgrimstocht door dit leven bij U en uwen lieven Zoon in den Hemel voor eeuwig worden gekroond. Amen.

AVONDGEBED.

Weêr is een dag voorbij; weêr zijn wij eene schrede nader aan het graf. De ondergegane zon riep ons toe : « Gedenkt stervelingen, dat de zon uws levens ook weldra zal ondergaan, maar om niet meer in den tijd te verrijzen.quot; Dan zijn wij in de eeuwigheid... Eeuwigheid! Verschrikkelijke gedachte, want die eeuwigheid zal ons een geluk bezorgen, door niets gestoord; of... ellende zonder eind\'. Een van beide. Welk? Wanneer?... En die gelukkige of rampzalige eeuwigheid hangt van een oogenblik af!... Wij gaan ons nu weêr ter ruste begeven, doch zullen wij nog in den tijd ontwaken? Wij weten het, niets is zekerder dan de dood, niets onzekerder dan het uur. Ach, indien God ons dezen nacht voor Zijnen rechterstoel daagde; indien ons dezen nacht dat vreeselijk woord: «Geef rekenschap» in de ooren klonk, zouden wij dan kunnen bestaan voor Hem, die niet den geringsten misstap ongestraft laat, die een ijdel woord, eene ijdele gedachte op ons zal

-ocr page 22-

10

wreken? 0, werpen wij ons voor den troon Zijner oneindige Majesteit neder; nog klopt Zijn hart van vaderlijke liefde, van barmhartigheid en ontferming, nog is Hij bereid ons in genade te ontvangen.

Barmhartige God, die eenmaal onze Rechter zult wezen, zie ons hier voor U neêrgeknield; vol schaamte belijden wij, dat wij zondaars, nietswaardige zondaars zijn, die ü zoo dikwijls en zoo grootelijks hebben vergramd. Vader van barmhartigheid en liefde, vergeef ons die zonden om de oneindige verdiensten van Uwen lieven Zoon, Jesus Christus, die gestorven is, om voor ons genade en barmhartigheid te verwerven. Hij is onze Middelaar, Jezus is onze Verlosser, Jezus is onze hoop, Jezus is de Redder onzer arme, schuldige zielen.

Dierbare Jezus, die zooveel voor ons geleden hebt, ach, zie met een oog van ontferming op ons neêr, wisch onze ontelbare zonden uit met het bloed, dat op den berg van Calvarie uit Uw Goddelijk Hart is gevloeid. Laat dat bloed niet vruchteloos voor ons vergoten zijn. Neen, wanneer wij eenmaal bij Uw tweede komst op den laatsten dag des oordeels voor U zullen moeten verschijnen, om geoordeeld te worden, dat Uw bloed dan niet tegen ons om wraak, maar voor ons om barn-hartigheid roepe, en veroordeel ons dan niet, maar schenk genade en vergiffenis.

Heilige Geest, Geest van Wijsheid en Verstand, verlicht ons, doe ons de diepte onzer ellende

-ocr page 23-

14

kennen; geef ons verstand krachtigen steun door Uw goddelijk licht, opdat wij onze zonden erkennen en ze oprecht verfoeien. Schenk ons Uwe zeven gaven. Dat Uwe Wijsheid ons steeds het kwade van het goede doe onderscheiden. Verlicht ons door Uw Verstand, opdat wij het goede ijverig oefenen en de zonde als het grootste kwaad schuwen. Dat Uw Raad in alle omstandigheden van dit wisselvallig leven niet ons zij. Dat Uwe sterkte ons kracht geve tegen de vijanden onzer zaligheid. Door Uwe wetenschap onderwijs ons en leer ons kennen, wat Gij van ons verlangt. Geest van Godsvrucht, stort in onze harten het vurig verlangen , om in alles slechts Uwen aanbiddelijken wil te volbrengen. Eindelijk, schenk ons de vreeze des Heercn, opdat wij U met God den Vader en God den Zoon kinderlijk beminnen, eerbiedig vreezen, getrouw dienen en U eens in de eeuwigheid bezitten mogen door Christus Jesus, onzen Heer. Amen.

GEBED TOT DE H. MAAGD MARIA.

Lieve Moeder Maria, Moeder van barmhartigheid , vol vrees nemen wij tot U onze toevlucht. De nacht noodigt ons tot rusten; maar zij vervult ons tevens met vrees en angst. Wij gaan ons nu aan den slaap overgeven tot herstelling onzer verzwakte krachten. Maar de slaap is het zinnebeeld onzer aanstaande ontbinding. En zullen wij nog in dit leven ontwaken ? Zal het niet onze laatste nacht zijn, de eeuwige nacht ? Zullen wij

-ocr page 24-

dezen nacht niet misschien het tijdelijke met het eeuwige verwisselen? \'t Is ons onbekend. Maar wij vertrouwen op U en op de Goddelijke barmhartigheid en geven ons geheel aan God over. Uit ter harte roepen wij met uwen tot den dood bedroefden Zoon: «Vader, Uw wil geschiede». Bid voor ons, lieve Moeder en verwerf ons, dat dit teeken van kinderlijke onderwerping welbe-hagelijk zij in de oogen van God. Gaarne willen wij eene wereld verlaten, die voor ons een ballingsoord is, wanneer wij dan slechts in den Hemel worden toegelaten. Verkrijg ons, dat wij, als wij deze wereld gaan verlaten, met levendige gevoelens van waarachtig geloof, van vaste hoop, van brandende liefde en oprecht berouw over onze zonden sterven, opdat God het vrijwillig offer van ons leven aanneme en ons de heerlijkheid des Hemels doe aanschouwen. Amen.

GEBED TOT DE HH. ENGELBEWAARDERS.

Heilige Engelen, die God ons tot gezellen en bewaarders op deze aarde geschonken heeft, bevrijdt ons dezen nacht van alles, wat onze rust kan storen, onze lichamen schaden en bizonder van alles, wat onze zielen kan besmetten. Wanneer het niet strijdt met Gods wil en aanbiddelijk welbehagen, doet ons dan morgen in de liefde Gods gezond en gesterkt ontwaken. Bestuurt al onze gedachten, woorden en werken, leidt ons steeds op de paden der deugd en brengt ons eenmaal, gezuiverd in het bloed van het God-

-ocr page 25-

13

delijk Lam in den hemel, die ons door God is toegezegd. Amen.

GEBEDEN ONDER DE H. MIS

TEK EEHE DER

ALLERHEILIGSTE MAAGD.

VOORBEREIDEND GEBED.

Aanbiddelijke Drievuldigheid, naar wier beeld ik geschapen ben, schenk mij uwe genade om deze H. Mis met diepen eerbied en vurige godsvrucht bij te wonen. In vereeniging met den priester, Uw plaatsbekleeder, offer ik ze U op tot meerdere eer en glorie van Uwen naam, ter gedachtenis van Uw heilig lijden en Uw bitteren dood, lot dankzegging voor alle weldaden, die Gij mij bewezen hebt, tot voldoening voor mijne misdrijven, die ik wil dompelen in dat geheiligd Bloed, dat wederom voor de zonden der wereld gaat vloeien, vooralle levenden en overledenen, vooral voor diegenen, die het meest mijne gebeden behoeven of daarop bizonder recht hebben. In het bizonder, o Jezus, die hier op het altaar na weinige oogenblikken Uw bloedig offer van den kruisdood op onbloedige wijze gaat vernieuwen, vraag ik door de verdiensten van Uw bloed eene teedere liefde tot Uwe beminde Moeder Maria. Door de standvastigheid, waarmede zij onder het kruis zooveel pijn ook uit liefde tot mij heeft on-

-ocr page 26-

14

derstaan, smeek ik U, meer en meer mijne liefde tot haar op te wekken, waardoor mij een zeker onderpand geschonken wordt voor mijne eeuwige zaligheid.

COKFITEOB.

Heer Jezus, die voor mijne zonden in den hof van Olijven tot den dood toe bedroefd zljt geweest, niet Gij, maar ik, die gezondigd heb, had daarvoor behooren te boeten. Ik heb gezondigd , lieve Jezus, ik belijd voor den Almach-tigen God, voor de H. Maria, altijd Maagd, voor den H. Aartsengel Michaêl, voor den H. Joannes den dooper, de UH. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen en voor allen, die dit H. Misoffer bijwonen, dat ik grootelijks gezondigd heb, door gedachten, woorden en werken. En nu, o Jezus, nu zie ik U daarvoor lijden, nu zie ik een bloedig zweet uit Uw lichaam geperst door den drukkenden last mijner ongerechtigheden. Geef mij een groot berouw, mijn Jezus, almachtige en barmhartige God, heb medelijden met mij en vergeef mij mijne zonden door de voorbede van alle Heiligen en vooral van Uwe lieve Moeder Maria. Amen.

INTROÏTUS.

Gezegend zij de Allerheiligste en onverdeelbare Drievuldigheid, wij belijden Haar, omdat zij ons barmhartigheid heeft bewezen. Glorie zij den Vader enz. Ik dank U, o mijn God, omdat Gij mij naar Uw beeld hebt geschapen, mij tot nu toe, niet-

-ocr page 27-

15

tegenstaande mijne zonden , met zooveel barmhartigheid verdragen, mij aan zoovele gevaren onttrokken en met zoovele weldaden overladen hebt.

KYKIË.

Lijdende Jezus, hoe smartelijk moet U de drievoudige verloochening van Petrus, den Prins der Apostelen, geweest zijn. Nog voor weinige oogen-blikken wilde hij kerker en dood met U deelen en nu verloochent hij ü zoo schandelijk. En toch schenkt Uwe liefde hem wederom de noodige genade om van zijnen val op te staan. Gij ziet hem aan met een teeder verwijtenden blik en doet hem in tranen smelten. O Jezus, hoe dikwerf heb ook ik TJ beleedigd en door mijne zonden verloochend! Ach, zie mij vol berouw aan Uwe voeten. Om de liefde, waarmede Gij aan Petrus zijn misstap hebt vergeven, vergeef ook mij, ontferm U mijner.

Heer, ontferm U mijner. i

Christus, ontferm ü mijner. gt; elk driemaal.

Heer, ontferm U mijner. )

GLORIA.

Eere zij aan God in het Allerhoogste en op aarde vrede aan de menschen van goeden wil. Wij prijzen ü, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken ü, God van oneindige heerlijkheid, Heer God, Koning des Hemels, God, Almachtige Vader. Jezus, Zoon des Vaders, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons. Wij loven en

-ocr page 28-

16

prijzen U en bedanken U uit geheel ons hart, omdat Gij ons door övv lijden en dood uit de slavernij des duivels hebt verlost. Wij bedanken U ook, omdat Gij Maria tot medewerkster aan onze zaligheid hebt geschapen. Van haar hebt Gij het leven willen ontvangen, waarin Gij ons zoudt verlossen, en hebt dus door haar den mensch, die voor de eeuwigheid gestorven was, aan het leven teruggegeven. Wij danken U daarvoor, o Jezus, en wij prijzen U, omdat Gij, door Maria tot moeder te verkiezen , de waardigheid van den mensch hebt verhoogd en hem een God tot broeder gegeven. Thans, nu Gij aan de rechterhand van Uwen Vader troont, ontferm U over ons. Gij alleen zijt heilig. Gij alleen zijt de Heer, de Allerhoogste, Jezus-Ghristus, te zamen met den Heiligen Geest het hoogste in de glorie van God den Vader. Amen.

TERWIJL DE PRIESTER DE COLLECTA LEEST.

Wij bidden U, Heer God, dat wij, Uwe dienaren, eene voortdurende gezondheid naar ziel en lichaam genieten mogen, en door de voorspraak der H. en Onbevlekte Maagd Maria in dit leven van alle ongeluk bevrijd blijven en hierna de eeuwige zaligheid deelachtig worden. Door onzen Heer Jezus-Ghristus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

EPISTEL.

Van den beginne en vóór alle eeuwen ben ik

-ocr page 29-

17

geschapen en in het vervolg der eeuwen zal ik nimmer ophouden te bestaan; en ik dien in eene heilige woonplaats voor Zijn aanschijn. En alzoo ben ik in Sion gevestigd; en ik heb in eene geheiligde stad mijne rust gevonden. Te Jeruzalem is mijne macht. En ik heb mijne wortelen uitgeschoten onder een verheerlijkt volk en het erfdeel van mijn God; en mijn verblijf is in de vergadering der Heiligen.

GRADUALE.

Gezegend en eerbiedwaardig zijt Gij, o Maagd Maria, die, zonder uwen maagdom te verliezen de Moeder des Verlossers geworden zijt. Maagd, Moeder van God, Hij, dien de Hemelen niet kunnen bevatten is mensch geworden in uwen schoot Alleluja, Alleluja. Na uw baren zijt Gij eene onbesmette maagd gebleven. Moeder van God, bid voor ons. Alleluja.

EVANGELIE.

In dien tijd, als Jesus tot de menigte sprak, verhief eene vrouw hare stem en zeide: «Zalig «is de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, «die Gij gezogen hebt.» Doch Jezus antwoordde: «Voorwaar zalig zijn zij, die het woord Gods «hooren en daarnaar leven.»

Heer Jesus, die ons in dit H. Evangelie leert, hoe eenvoudige onderhouding Uwer geboden meer zekerheid ter zaligheid geeft dan verhevenheid en aanzien, wij bidden U door de verdiensten Uwer

-ocr page 30-

18

lieve Moeder Maria, die bij de verhevene waardigheid van Moeder des Verlossers de nederige oefening van alle deugden niet in het minst heeft veronachtzaamd, dat wij in navolging van hare deugden de wegen der gerechtigheid ook altijd bewandelen en aldus eenmaal de eeuwige zaligheid deelachtig worden. Amen.

CREDO.

Ik geloof in éénen God, den Almachtigen Vader, die den hemel en de aarde, alle zichtbare en onzichtbare dingen heeft geschapen. En in éénen lieer Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon van God, uit den Vader vóór alle eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waarachtig God van een waarachtigen God; geboren, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alle dingen gemaakt zijn. Die om ons, menschen, en om onze zaligheid uit den Hemel is neêrgedaald, door den Heiligen Geest uit de Maagd Maria de menschelijke natuur heeft aangenomen, en rnensch geworden is. Die ook voor ons gekruist is, geleden hebbende onder Pontius Pilatus en begraven is. Die ten derden dage verrezen is, zooals in de Schriftuur voorzegd was. Die opgeklommen is ten Hemel en aan de rechterhand des Vaders zit. Die met heerlijkheid zal wederkomen, om levenden en dooden te oordeelen; wiens rijk geen einde zal hebben En in den Heiligen Geest, den Heer en Levendmaker, die van den Vader en den Zoon voortkomt. Die met den Vader en den Zoon wordt

-ocr page 31-

19

aanbeden en verheerlijkt; die door de profeten gesproken heeft.

En in de ééne, heilige, algenieene en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis der zonden en ik verwacht de verijzenis der dooden en het leven in de eeuwigheid. Amen.

OFFERTORIUM.

Ontvang, Hemelsche Vader, het Vlekkeloos offer, dat wij ü in vereeniging met den priester tot heil aller geloovigen door de reine handen der glorievolle Maagd Maria opdragen. Moge het, eenmaal veranderd in het Lichaam en Bloed van Haren Goddelijken Zoon, Uwen Eeniggeborene, onzen Zaligniaker, ons geluk op aarde en onze vreugde in den hemel vermeerderen.

In vereeniging met de opdracht, die Maria U van haren geliefden Zoon deed, toen Simeon haar Zijn vreeselijk lijden en Zijn schandelijken dood voorzegde; in vereeniging met de volmaakte wijze, waarop Jezus Christus aan de geeselkolom in de ijselijkste smarten zich zeiven voor de zaligheid der wereld aan U opofferde; in vereeniging met dit offer, dat Hij nogmaals vernieuwde, toen Hij onder zooveel bespotting en verguizing aan het volk werd voorgesteld, smeek ik ü, verleen mij om de verdiensten der heldhaftige offerande van .lesus en Maria, vergiffenis van al mijne zonden en sterk mijn vast voornemen, om U voortaan getrouwer te dienen.

2*

-ocr page 32-

20

PREFATIE.

Heilige Heer, Almachtige Vader, Eeuwige God, het is waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk, dat wij U altijd en overal dankzeggen en U in deze H. Mis ter eere der zalige Maria altijd Maagd loven, zegenen en prijzen. Zij heeft Uwen eeniggeboren door de overschaduwing des Heiligen Geestes ontvangen en heeft de eer der maagdelijke zuiverheid behoudende, aan de wereld het eeuwig licht geschonken, Jezus-Christus, onzen Heer. Door wien de Engelen Uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten sidderen, de Hemelen en de Krachten der hemelen en de gelukzalige Serafijnen U met eenparige jubelzangen verheffen. Wij smeeken U, te gelijk met hunne stemmen ook de onze aan te nemen, terwijl wij, U nederig lovende, zeggen;

SANCTUS.

Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, de God der heirscharen! Hemel en aarde zijn van Uwe glorie vervuld. Hosanna in den Hooge! Gezegend Hij, die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in den Hooge!

GEDACHTENIS DER LEVENDEN.

Wij smeeken U, Heer, door het bitter lijden en den schandelijken dood van Uwen Geliefden Zoon, onzen Heer Jezus-Christus, bescherm, heilig en verhef Uwe H. Kerk, de vlekkelooze Bruid van Uwen Eeniggeboren. Vervul Zijne Heiligheid den Paus en alle andere bedienaars der H. Kerk

-ocr page 33-

21

met den H. Geest, opdat alle volkeren door hunne leer en hun voorbeeld tot de eeuwige zaligheid mogen geraken tot meerdere eer cn glorie van Uwen Naam.

Gedenk Heer, mijne ouders, broeders en zusters, vrienden en vijanden en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden en voor welke Gij verlangt, dat ik bid. Geef hun allen in dit leven Uwe overvloedige genade en in de eeuwigheid de kroon der uitverkorenen.

BIJ DE CONSECRATIE.

O mijn Jezus, ik geloof vastelijk, dat door de kracht van de Goddelijke woorden, die de priester in Uwen naam uitspreekt, het brood en de wijn wezenlijk en waarachtig in Uw allerheiligst Lichaam en Bloed veranderd worden, gelijk dit op den avond voor Uw heilig lijden door U zeiven geschiedde.

God, die na de woorden der Consecratie onder deze gedaanten waarlijk tegenwoordig zijt, ik aanbid U met eerbiedige godsvrucht. Nu onderwerp ik mij zeiven geheel en al aan U, want als ik U beschouw en den glans van oneindige macht, wijsheid en liefde, die U in dit Sacrament omstraalt, dan bezwijkt alle nienschelijk versland.

Gezicht, gevoel en smaak zeggen mij, dat hier brood slechts is en wijn. Alleen het geloof zegt mij; Hier is Jezus-Christus. Ik geloof echter, want niets is meer waar dan het woord der Eeuwige Waarheid.

-ocr page 34-

Heer Jezus, aan het kruishout was Uwe Godheid alleen verborgen, toen de goede moordenaar U ais den Verlosser der wereld erkende; hier echter verbergt zich ook Uwe raenschheid en ziet het oog slechts brood. Toch geloof ik, o God, bekleed met het kleed van levenloos stof, en ik smeek U vertrouwvol, omdat ik geloof: Ontsluier voor mij Uwe Goddelijke Majesteit. Ofschoon ik niet gelijk Thomas uwe wonden zie, mijn God, toch geloof ik. Vermeerder, bid ik U, mijn geloot\', versterk mijne hoop, ontvlam mijne liefde, o Herinnering aan den dood van mijnen Heer, levend brood, dat den raensch het leven schenkt, laat mijne ziel van ü leven en laat ze altijd de overvloedige zoetigheid smaken, die Gij in U bevat.

Jezus, mijn Heer, die gelijk de pelikaan van het evangelie Uw bloed en leven voor ons opoffert, zuiver mij in dat bloed, waarvan een druppel voldoende is, om eene wereld van hare zonden te reinigen. Jezus, dien ik nu onder een sluier aanschouw, o laat mij U eenmaal in den hemel bezitten. Want gelijk een dorstig hert naar de waterbronnen verlangt, zoo verlangt mijn hart naar U, o God, die door Uwe liefde mijn hart geraakt hebt.

GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.

Heer Jezus, die in Uwe grenzelooze liefde thans van den hemel zijt neêrgedaald en onder de gedaante van brood en wijn met Godheid en mensch-heid op het altaar verblijft; de H. Kerk herin-

-ocr page 35-

23

nert er ons thans aan, hoe wij, als ééne Kerk uitmakende met de lijdende zielen in het vagevuur, haar thans door onze smeekingen moeten ter hulp komen, o Jezus, om de liefde, waarmede Gij voor ons zoo vreeselijke pijnen hebt geleden aan het kruis, om de liefde, waarmede Gij, thans wederom in ons midden zijt, om ons te troosten en gelukkig te maken, ontferm U over de geloovige zielen, die nog in de plaats der zuivering tijdelijke straffen hunner zonden moeten afboeten. Zij zijn Uwe vrienden, Jezus ook voor haar hebt Gij geleden en Uw laatsten druppel bleeds vergoten. Ontferm ü dan over haar, o Jezus; en gelijk wij thans het geluk hebben, U onder een sluier te aanschouwen, zoo toon aan haar Uw verheerlijkt aanschijn, schenk haar den hemel.

NOBIS QÜOQÜE PECCATOaiBUS.

Jezus, die den rouwmoedigen moordenaar zijne zonden hebt vergeven en hem het paradijs beloofd hebt, ontferm U ook over ons, wij zijn ook zondaren, wij kloppen op onze borst en belijden onze schuld. Laat ook ons eenmaal opgenomen worden in den hemel bij U en in het gezelschap Uwer Heiligen. Wij sraeeken U dit ootmoediglijk door de oneindige verdiensten van Uw lijden en dood.

PA.TE11 SOSTEH.

Bid hier met den priester eerbiedig en met aandacht het «Onze Vader.» Vervolg dan: Be-

-ocr page 36-

24

vr\'ijd ons Heer, van alle ongelukken en rampspoeden , en door de voorbede van de Allerheiligste Maagd Maria, van de HU. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en van alle Heiligen, schenk ons genadig een voortdurenden vrede, opdat wij door Uwe barmhartigheid van alle zonden mogen bevrijd blijven.

AGNUS DEI.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons den vrede.

COMMUNIE.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden. Bid dit drie-maal met den priester.

o Jezus, gelijk Gij thans, door den priester genuttigd. Uwen intrek neemt in zijn hart, zoo werdt Gij eenmaal begraven in de begraafplaats van Jozef van Arimathea. Na Uw bitter lijden was dat Uwe rustplaats. Mocht ook ik gelijk de priester U nu in mijn hart ontvangen ! Mocht ook ik de 11. Communie ontvangen en aldus het graf worden van een God! O wat schatten van genade, wat hemelsche troost komt met U in het hart van den braven christen! Helaas, dat ik niet waardig ben aan Uwe tafel aan te zitten.

-ocr page 37-

25

Zonden, die mij van mijnen Jezus verwijderd houdt, waarom heb ik u bedreven! Ik verfoei ze en ik verzaak ze, o Jezus. Vergeef mij dan en schenk mij ten minste een gedeelte van die genaden, die Gij in dit H. Sacrament den ge-loovigen mededeelt. Kom geestelijker wijze in mijn hart Vereenig U met mij door de liefde. Vernietig in mij al wat U mishaagt. Heersch Gij alleen in mijn hart en maak mij waardig, om Uw Allerheiligst Sacrament werkelijk te ontvangen.

LAATSTE GEBEDEN.

Hartelijk dank , Heer Jezus , omdat Gij mij deelachtig hebt gemaakt aan deze Allerheiligste Offerande, in welke de gedachtenis aan Uw bitter lijden en dood werd vernieuwd. Thans smeek ik U, dat Gij door de krachtige werking van dit Goddelijk Geheim en door de voorbede van Uwe lieve Moeder Maria, ter wier bizondere verheerlijking deze H. Mis is opgedragen, ons allen , die haar hebben bijgewoond, in het geloof, de hoop en de liefde moogt doen volharden en eenmaal het doel doet bereiken, waarvoor Gij zoo bitter geleden hebt, Amen.

BIJ HEI EINDE DEE TI. MIS.

Hemelsche Vader, ontvang de offerande, die ik U in vereeniging met den priester ter gedachtenis van het lijden en den dood van Jezus, Uwen eeniggeboren Zoon, en ter eere van de Allerheiligste Maagd Maria, Zijne lieve Moeder, heb opgedragen. Neem ze in genade aan in ver-

-ocr page 38-

26

eeniging met het bloedig offer aan het kruis. Vergeef mij de gebreken, die ik bij het bijwonen dier heilige offerande heb begaan en laat niet toe, dat ik daarom van de overvloedige genaden, die aan het bijwonen der Heilige Mis verbonden zijn, beroofd blijve.

o Barmhartige Jezus, ik bid U ootmoediglijk door de oneindige verdiensten van Uw bitter lijden, door Uwen dood, door al wat Gij voor de zaligheid der menschen gedaan en geleden hebt; ontferm U mijner in mijn leven en schenk mij een zaligen dood. Amen.

GEBEDEN ONDER DE H. MIS

TER EERE DER

H. MAAGD MARIA.

VOCKBEaHIDINGSGEBED.

o Hemelsche Vader! ik offer U dit heilig Misoffer op tot eer en glorie van Uwen naam, tot voldoening voor mijne zonden en die van anderen, uit dankbaarheid voor de ontvangen weldaden, tot verlossing der zielen in het vagevuur, en om van Uwe oneindige goedheid meerdere genaden te verkrijgen voor mij, voor de 11. Kerk en voor geheel de wereld. Ik offer U dit H. Misoffer op uit dankbaarheid, dat Gij mij Maria tol Moeder

-ocr page 39-

27

gegeven hebt en smeek U, dat Gij in mijn hart de genegenheid en liefde tot Maria wilt vermeerderen.

0 Heilige Maagd ! zie genadig op mijnen goeden wil neder en ondersteun mijne zwakheid, bid voor en met mij in dit oogenblik, opdat ik genade vinde bij uwen lieven Zoon. Heer! de menigte en de grootheid mijner zonden , Uwe oneindige Heiligheid en Gerechtigheid benauwen mij.

Evenwel durf ik tot U naderen door de voorspraak van Maria, de Toevlucht der zondaren, o Heilige Maagd! het doet mij innig leed, dat ik uwen Goddelijken Zoon zoo dikwijls beleedigd en bedroefd heb. Zie toch met medelijden op mijne ellende en krankheden neder, verwerf voor mij de kwijtschelding van mijne zonden, de kracht om in het vervolg de bekoring te wederslaan en de standvastigheid om in het goede tot het einde toe te volharden. Wanneer Gij, onbevlekte Maagd, goedgunstig op mij neerziet en voor mij bidt, heb ik niets te vreezen.

IXTEOITUS.

Wees gegroet, o heilige Moeder, uit wie de Schepper van hemel en aarde geboren is. ü groeien de hemelsche Geesten, U loven zij vol vreugde als hunne Koningin, U groeten de Christenen op aarde met een dankbaar hart, U noemen zij vol vertrouwen hunne Troosteres.

Ook ik, ellendige zondaar, groet U, onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, o Zoete

-ocr page 40-

28

Moeder, luister naar mij en wees mijne Voorspreekster bij Jezus, uwen Zoon.

KYRIE.

Ontferm U onzer, hernelsche Vader, door de voorspraak van Maria, Uwe uitverkorene Dochter.

Ontferm ü onzer, Heere Jezus Christus! ter wille van Maria, Uwe lieve Moeder.

Ontferm U onzer. God Heilige Geest! om Maria, Uwe vlekkelooze Bruid.

GLORIA.

Eer, dank en aanbidding zij U, o God! want Gij zijt groot en wonderbaar in al Uwe wegen, wijs en goed in al Uwe raadsbesluiten. Gij hebt Maria van eeuwigheid tot Moeder van Uwen eeniggeboren Zoon uitverkoren. Gij hebt Haar voor de erfzonde bewaard en Haar met de volheid Uwer genade vervuld. Gij hebt in Haar de maagdelijke reinheid met de moederlijke waardigheid vereenigd. Lof en dank, zij U, o Heer! dat Gij mij door Maria, Jezus mijn Verlosser hebt geschonken, dat Gij gewild hebt, dat Zij de Moeder van redding en het kanaal zoude worden, waardoor stroomen van genade over het menschdom zouden worden uitgestort. Nogmaals lof en dank, o Heer! nu en in alle eeuwigheid voor de wonderbare werking Uwer barmhartigheid.

BIJ DE ORATIES.

Wij bidden U, o Heer! schenk ons, die Uwe dienaren zijn, ten allen tijde Uwen zegen naar

-ocr page 41-

29

ziel en naar lichaam, bevrijd ons door de voorspraak der glorierijke Maagd Maria van de ellenden dezes levens en maak ons deelachtig aan de vreugde der eeuwige zaligheid.

Almachtige, eeuwige God, die in den schoot der reine Maagd Maria door de medewerking van den Heiligen Geest eene waardige woonplaats voor uwen Zoon bereid hebt, geef, dat Zij, wier aandenken ons met blijdschap vervult, door hare bemiddeling ons voor tijdelijke rampen en voor den eeuwigen dood beware. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

BIJ DEN EPISTEL.

O heilige Maagd Maria! Gij zljt die sterke Vrouw, die God reeds in het Paradijs aan ons beloofd had; die tweede Eva, die met maagdelijken voet den kop der helsche slang verplet, en den vloek, over de eerste Eva uitgesproken, in zegen veranderd hebt Daarom kom ik met een vast vertrouwen tot U en smeek ik U, wees ook voor mij eene ware Eva, eene goede Moeder en bescherm mij met moederlijke teederheid tegen de aanvallen van de vijanden mijner zaligheid. Gij zljt die reine Maagd, die, zooals de profeet Isaïas voorspelde, ons den waren Emmanuel (God met ons) hebt geschonken. Daarom werp ik mij eerbiedig voor Uwe verhevene waardigheid neder en bid U vurig, verkrijg door Uwe voorspraak, dat Uw dierbare Zoon steeds met een goedgunstig oog op mij neerzie en mij met Zijne genade voorkome en versterke. Amen.

-ocr page 42-

r

:3ü

BIJ HET EVANGELIE.

Gezegend zijt Gij, heilige Maagd! omdat Gij waardig zijt bevonden, het Eeuwig Woord, onzen lieer en Zaligmaker aan de wereld te schenken, op uwe armen te dragen en aan uw heilig hart te koesteren.

Gezegend zijt Gij, wijl Gij de woorden van waarheid, door uwen Goddelijken Zoon gesproken, getrouw in uw binnenste hebt bewaard. Ik bid U, verkrijg voor mij de genade om het Woord Gods steeds gaarne en met aandacht te aanhooren, ootmoedig te gelooven, ernstig te overwegen, om alzoo eens aan de eeuwige zaligheid deelachtig te worden. Amen.

BIJ DE GELOOFSBELIJDENIS.

Mijn Heer en mijn God! Gij hebt het onwankelbaar en levendig geloof der onbevlekte Maagd met welgevallen aanschouwd en met Uwe genade beloond. Verleen mij door de voorspraak der heilige Maagd Maria een vast en standvastig geloof in alle moeielijkheden, die Uwe goddelijke goedheid mij gelieft over te zenden, een levendig geloof, dat zich door goede werken doel kennen en laat mij, o Heer! in zulk geloof leven en sterven. Amen.

BIJ DE OFFERANDE.

Zie, hemelsche Vader! met welgevallen op het Offer neder, dat de priester aan U opdraagt en neem het aan tot eer en glorie van Uwen Naam, tot verheerlijking der allerheiligste Maria en tot.

.

-ocr page 43-

31

heil onzer ziel. In vereeniging met het Offer des Priesters wijden wij, o Heer! ons zeiven en alles, wat wij zijn en hebben aan U toe; en, opdat Gij onze opdracht niet zoudet versmaden, bieden wij U deze aan door de onbevlekte handen Uwer lieve Moeder, o Heilige Maagd, die ü zelve en het dierbaarste, wat Gij bezat, uw Goddelijk Kind, grootmoedig den Hemelschen Vader ten offer gebracht hebt, leg ook ons onwaardig offer aan de voeten van uwen Goddelijken Zoon; offer Hem ons lichaam op, opdat het door kuischheid en matigheid den Heer behage; ons geheugen, opdat het nimmer Gods weldaden vergete; ons verstand, opdat het de eeuwige waarheden leere kennen en onzen wil, opdat hij zich steeds bereidwillig in vreugd en lijden, in voor- en tegenspoed, in ziekte en gezondheid aan den Goddelijken Wil onderwerpe. Offer Hem op, al wat wij zijn en wat wij hebben, opdat wij Hem onverdeeld toe-behooren en nimmer meer door de zonde van Hem gescheiden worden. Amen,

BIJ DE PREFATIE.

Waarlijk, het is rechtvaardig, billijk en heilzaam, U, Oneindige God, overal en te allen tijde te eeren en te loven en U steeds te danken voor al de genaden, over de H. Maagd Maria uitgestort. Zij heeft zonder verlies harer maagdelijke reinheid Uwen Eeniggeboren Zoon, Jezus Christus, onzen Heer, aan de wereld geschonken, Hem, door Wien de Engelen Uwe Majesteit loven.

-ocr page 44-

32

de Heerschappijen U aanbidden, de Machten U dienen, de Hemelen en de Krachten des Hemels in vereeniging met de Seraphijnen U bezingen. Met hen vereenigen ook wij onze stemmen en roepen wij ootmoedig uit: Heilig, Heilig, Heilig is de God der Heerkrachten! Hemel en aarde zijn vol van Zijne Majesteit!

CANON.

Wij bidden ü, o Heer! verbreek in Uwe oneindige Goedheid de banden, die ons aan de zonde hechten; bewaar ons en al de onzen door de voorspraak van Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen in Uwe liefde; bevrijd onze vrienden en kennissen van alle rampen naar ziel en naar lichaam; schenk ons Uwen vrede en verlos ons van alle zichtbare en onzichtbare vijanden onzer zaligheid; bescherm den Paus, de Bisschoppen der H. Kerk, alle Christenvorsten en geheel het Christenvolk; stort Uwen zegen over hen uit en verleen aan de afgestorvene ge-loovigen de eeuwige rust. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Hulp der Christenen, Troosteres der bedrukten, zie met barmhartige oogen op ons en geheel de Christenwereld neder; aanschouw hun lijden, de vervolgingen en menigvuldige gevaren, waaraan zij blootgesteld zijn. De tijd is daar, om U te toonen als de Moeder van barmhartigheid. Bid voor ons, o Maria! bid voor en met ons bij uwen

-ocr page 45-

33

Goddelijken Zoon, die op dit oogenblik vol ontferming, op onze altaren zal nederdalen.

BIJ DE CONSECRATIE.

Wees gegroet, Heilig Lichaam, geboren uit de zuivere Maagd Maria en voor ons geslachtofferd op hel kruis! Wees mijn troost en mijn voedsel in dit dal van tranen. Wees gegroet, heilig Bloed, dat gevloeid heeft voor hel heil der wereld. Wasch mijne zonden af; verkoel de hitte der bekoring en wees rnijne lafenis op mijne reis naar de eeuwigheid.

NA DE CONSECRATIE

o Heilige Maagd! Gij hebt uwen lieven Zoon, toen Hij aan het kruishout hing en Zijn kostbaar bloed voor ons vergoot, niet verlaten. Gij waart in eene zee van droefheid gedompeld en toch bleeft Gij sterk en overgegeven aan den Wil Gods. o Heilige Maagd 1 hoe groot moet uwe liefde voor de menschen, voor mij, armen zondaar, niet geweest zijn, dat Gij zoo edelmoedig uwen lieven Zoon hebt opgeofferd! Maar, Gij wist hoe het kruis onze redding, de wonden van uwen Goddelijken Zoon ons heil, Zijn dood ons leven zoude worden, en dit gaf U kracht en moed om zooveel te lijden, o Goede en teedere Moeder! wees duizendmaal gedankt voor deze overgroote liefde, welke wij, zondaren, niet verdiend hebben. Voltooi het werk uwer liefde en smeek uwen dierbaren Jezus, dat Zijn heilig lijden en sterven mij en alle menschen tot zaligheid strekke en voor

-ocr page 46-

34

niemand vruchteloos zij. Wees ook onze broeders en zusters gedachtig, die nog in het vagevuur vertoeven; zie met medelijden op hen neer en verlos hen van hunne pijnen, opdat zij U en uwen glorievollen Zoon in de hemelsche heerlijkheid kunnen aanschouwen. Vooral beveel ik in uwe barmhartigheid aan de zielen, voor welke ik verplicht ben te bidden, voornamelijk die..... Zij

hebben in hun leven U zoo dikwijls begroet als de Deur des Hemels, o wees voor hen dan in werkelijkheid de deur, waardoor zij het Paradijs kunnen binnentreden.

PATER KOSTER.

Rid aandachtig met den Priester : Onze Vader, enz.

Bevrijd ons, o Heer! van de straffen der zonde, van alle tegenwoordige en toekomstige rampen en schenk ons door de voorspraak van de glorierijke, altijd maagdelijke Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen Uwen vrede, opdat wij, door Uwe barmhartigheid geholpen, van zonde en alle onrust bevrijd blijven. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in eenheid van den Heiligen Geest, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

De vrede des Heeren zij steeds met ons. Amen.

AGNUS DEI.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer en wees ons genadig ter

-ocr page 47-

35

wille van de Heilige Maagd Maria, de Hulp en Toevlucht der Zondaren.

VOOR DE COMMUNIE.

o Goddelijke Verlosser! met welke vurige liefde hebt Gij ons bemind! Niet tevreden, met Uw dierbaar Bloed voor ons te vergieten, hebt Gij ook nog bij ons willen zijn in het Altaarsacrament. Nog dagelijks offert Gij U in het heilig Misoffer voor ons aan Uwen Hemelschen Vader op en verlangt niets vuriger dan ons door de H. Communie op het innigste met U te verbinden, o Konde ik dit verlangen vervullen! Had ik duizend harten om mij duizendmaal met U te vereenigen in Uw heilig Sacrament. Hoe gelukkig zoude ik zijn, indien ik U thans met den priester mocht ontvangen, om den dorst mijner ziel te lesschen. Maar hoe zal ik tot U durven naderen! Zie, toen Maria, de Maagd bij uitnemendheid, haren Zoon en Zaligmaker in haren reinen schoot ontvangen zoude, overlaadde de Hemelsche Vader Haar met de volheid Zijner genade, opdat zij eene waardige woonplaats zoude zijn voor Zijnen Zoon; en hoe zal ik dan U in mijn hart durven ontvangen! ik, die uit mij zeiven niets heb dan zonde en ellende! Maar Gij, o mijn God! kunt mij waardig maken. Schenk mij Uwe genade, om de zonde in het vervolg zorgvuldig te vluchten; versterk mijn geloof, vermeerder mijne liefde, opdat ik U voortaan toch goed voorbereid moge ontvangen, o Heilige Maagd! smeek deze

-ocr page 48-

36

gunst voor mij van Jesus af, opdat mijn verlangen, om tot Hem te mogen naderen, spoedig vervuld worde.

BIJ DE LAATSTE ORATIES

o Heer! bescherm ons gestadig door de voorspraak Uwer lieve Moeder Maria, ter wier eer wij U dit heilig Misoffer opgedragen hebben. Stort, bidden wij ü, Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels, de mensch-wording van Christus, Uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der Verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

WANNEER DE ZEGEN GEGEVEN WORDT.

o Heilige Maagd! hoe diepe smart moet uw teeder hart niet gevoeld hebben, toen Gij zaagt, hoe de wereld uwen Goddelijken Zoon niet wilde erkennen en hoe Zijn uitverkoren volk Hem verstiet en zelfs durfde kruisigen. Ik bid U, ter wille van deze smart, die Gij ter liefde van de menschen geduldig geleden hebt, houd niet op te bidden voor de bedorven wereld, opdat zij zich tot Jezus keere, bij wien alleen heil en zaligheid is. Bid voor de ongeloovigen, opdat zij het ware geloof leeren kennen en beminnen; voor de zondaars, opdat zij de genade, die hun ter bekeering gegeven wordt, niet verstoeten; bid ook voor mij, opdat ik steeds volgens Jezus\' leer leve en ondervinden moge, dat allen, die Jezus volgen, de macht ontvangen, om Kinderen Gods te worden. Amen.

-ocr page 49-

37

BESLUIT.

God van goedheid! ik dank U, dat ik dit heilig Misoffer heb kunnen bijwonen. Vergeef mij goedertieren mijne lauwheid en verstrooidheid en schenk mij Uwen bijstand, om voortaan zóó te leven, dat ik de vruchten van dit heilig Misoffer niet verlieze.

Heilige Maagd! die de genade van God ontvangen, steeds zorgvuldig bewaard en daarmede getrouw medegewerkt hebt, verkrijg voor mij de gunst, dat dit heilig Misoffer voor mij niet vruchteloos blijve, maar mij sterkte geve, om voortaan het pad der deugd te bewandelen en voor altijd met U en Jezus, uwen lieven Zoon, vereenigd te blijven.

GEBEDEN NA DE H. MIS.

Driemaal het Wees gegroet.

Weesgegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid !

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet!

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams.

o Goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria !

-ocr page 50-

38

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

r. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laten wij bidden.

o God! onze toevlucht en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden Uwer Kerk, en geef, dat wij door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den Heiligen Jozef, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, datgene met der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED VOOR DEN PAUS.

Opperhoofd Uwer Kerk, Goddelijke Jezus, zegen Uw stedehouder, onzen H. Vader den Paus; (Leo XIII) gewaardig ü, hem een lang leven te schenken; maak zijne regeering gelukkig op de aarde, en lever hem niet over aan het geweld zijner vijanden. Geleid hem genadiglijk langs den weg der eeuwige zaligheid, opdat hij door Uwe hulp begeere, hetgeen ü behaaglijk is, en hetzelve met alle kracht volbrenge. Amen.

GEBED OM EENE BRANDENDE LIEFDE TOT JEZUS.

VAN DEN H. BONAVENTUKA

Doorgloei, o allerzoetste Heer Jezus! het binnenste mijner ziel met het vuur Uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadige, heilige liefde tot U,

-ocr page 51-

39

opdat mijne ziel alleen uit smachtend verlangen naar l) als vertere en van bovennatuurlijke begeerte ontvlamd, in uwe voorhoven als wegkwijne van verlangen om ontbonden te worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel slechts hongere naar U, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijksch geestelijk brood zijt, dat alle zoetheid van geur en smaak en alle lieflijkheid in zich bevat; dat mijn hart steeds naar U hake en U, wien de Engelen zoo vurig wenschen te aanschouwen, geniete en mijn binnenste door Uw zoeten geur vervuld worde; laat mijne ziel steeds dorsten naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van \'t eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van hel huis Gods; laat zij steeds naar U verlangen en U zoeken, U vinden, naar U streven, tot U komen, aan ü denken, van U spreken en alles verrichten tot lof en glorie van Uwen Naam, met ootmoed en bescheidenheid, met liefde en behagen, met opgeruimdheid en ijver, met volharding ten einde toe en wees Gij en Gij alleen altijd mijne hoop, mijn heil en mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijne kalmte en rust, mijne vrede, mijne zoetheid, mijn behagen; mijne spijze, mijne verkwikking, mijne toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast en onwrikbaar geworteld en bevestigd blijven. Amen.

-ocr page 52-

40

DANKZEGGING VOOR ONTVANGEN GENADEN EN WELDADEN.

Niets is billijker en mij heilzamer, dan mij overal en altijd voor het goede, waarmede Gij, o mijn God, mij steeds zoo rijkelijk begunstigd hebt, dankbaar te betoonen. Niels heb ik, of ik heb het van U ontvangen. En wie ben ik dan, dat Gij zoo genadig met mij handelt? — Alle oogenblikken mijns levens zijn door nieuwe genaden van Uwe weldoende hand gekenmerkt, en thans, nu ik mij dankbaar voor de mij nog heden bewezen weldaden aan Uwe voeten nederwerp, herinner ik mij Iegelijk alle vroegere weldaden en dank U daarvoor uit het binnenste mijns harten. God, mijn Vader! ik ben Uwe liefdebewijzen geheel onwaardig; ik erken, dat zij mijne verdiensten oneindig ver te boven gaan. quot;Wat zal ik U wedergeven voor alles, wat Gij mij gedaan hebt? Ik zal U voortaan meer beminnen, en mijn mond zal zonder ophouden Uwe glorie verkondigen. Ik zal alle menschen, ja, de geheele schepping uit-noodigen, om U te prijzen en U le danken. Ik zal alles aanwenden, om Uwe weldaden te bewaren en ze door een nuttig gebruik tot Uwe eer en tot zaligheid mijner ziel aan te wenden. Ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij verhoord; ik riep uw H. Naam aan en Gij waart bedacht, mij te helpen. Wees geprezen, o mijn God! die mijn gebed niet versmaad, maar mij barmhartigheid bewezen hebt. Wees gezegend door Uw

-ocr page 53-

41

Zoon, Jezus Christus, door wiens verdiensten Gij mij zoo overvloedig gezegend hebt. Voortaan zal ik steeds op U hopen en U met onwankelbaar vertrouwen de genaden afsmeeken, om niet weder door mijne onachtzaamheid te verliezen, wat Gij mij zoo goedgunstig verleend hebt. Heer, schenk bij Uwe vorige weldaden nog steeds nieuwe; stort Uwe barmhartigheid over mij uit en houd niet op mij met Uwe zegeningen te voorkomen. Bereid mij tot de zalige vervulling aller genaden in het eeuwig leven voor, waar Gij door mijne verdiensten te vergelden, slechts Uwe genade kronen zult. Amen.

GEBEDEN ONDER DE H. MIS

VOOR DE

GELOOVIGE ZIELEN.

VOORBEREIDEND GEBED.

Almachtige God, die in Uwe rechtvaardigheid eene plaats hebt bereid, waar de zielen, die vóór hare scheiding van het lichaam niet alle straffen der zonden hebben afgeboet, daarna moeten verblijven en lijden in afwachting, dat Uwe rechtvaardigheid voldaan is, wij weten het, Uwe Barmhartigheid verlangt vurig, dat die zielen , die Gij bemint, met U in den Hemel heerschen. Maar niets, wat besmet is, kan den Hemel binnengaan. En daar nu die arme zielen voor zich

-ocr page 54-

42

zelvcn niet meer kunnen verdienen, wijl de lijd van werken voorbij is, zoo verlangt Uwe barmhartige liefde tevens vurig, dat wij, die nog in den tijd leven. om verdiensten te vergaderen , voor haar zullen bidden en aan Uwe Goddelijke Rechtvaardigheid voldoening geven. Daarom roept de H. Kerk ons loe: «Het is een goed en zalig werk, voor de afgestorvenen te bidden.» Getroffen als wij zijn, o God! door het lijden der geloo-vige zielen, vereenigen wij ons met Uw vurig verlangen en met de begeerte van onze Moeder de H. Kerk, en gaan thans dit sacrificie der H. Mis tot rust voor haar en vooral voor de ziel van N. in vereeniging met den priester opdragen. Barmhartige God 1 die zoo vurig de zaligheid der lijdende zielen in het vagevuur verlangt, neem in genade onze smeekingen aan en geef aan die zielen de eeuwige rust.

CONFITEOR.

o God! opdat wij met meer vertrouwen onze gebeden voor de afgestorven geloovigen tot U mogen opstieren, zoo belijden wij eerst en vooral onze eigene schuld en smeeken U voor ons zelvcn vergiffenis.

Helaas, Heer! indien Gij onze ongerechligheden gadeslaat, wie zal dan voor U bestaan\'? Maar omdat Gij de barmhartigheid bemint en niet den dood, maar de zaligheid der zondaren verlangt, hernemen wij het vertrouwen, dat de menigte onzer zonden ons deed verliezen, en wij nemen,

-ocr page 55-

43

vol hoop voor ons zeiven en voor de geloovige zielen, bijzonder voor de ziel van N. onze toevlucht tot die hemelsche bron van barmhartigheid, het heilig Misoffer. Kunt Gij, o God, Uwe straffende hand nog laten rusten over ons en over de geloovige zielen, waar wij U Uwen Eenig-geboren Zoon voorstellen, voor onze zonden in den hof van Olijven tot den dood toe bedroefd ? Nu dan, o God! om den vreeselijken doodstrijd, dien Uw Zoon aldaar onderstond, ontferm U over ons en over de zielen in het vagevuur.

GEBED.

God, Schepper en Verlosser van alle geloo-vigen, luister genadig naar ons gebed, waarin wij Uwe barmhartigheid ootmoedig smeeken, dat Gij de zielen Uwer geloovigen, die Gij uit deze wereld hebt opgeroepen, bij Uwe Heiligen in het rijk van vrede en zaligheid toelaat. Voor ons zeiven vragen wij den bijstand Uwer genade, opdat wij door eene oprechte boetvaardigheid onze zonden uitvvisschen, voortaan voor U alleen leven en die eeuwige rust en onuitsprekelijke zaligheid, welke wij aan de afgestorvenen toewenschen, ook eenmaal zeiven mogen binnengaan en voor eeuwig genieten door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

EPISTEL.

Ik hoorde eene stem uit den Hemel, die mij zeide: « Schrijf! Zalig zijn de dooden, die in den Heer sterven. » « Van nu af», sprak de

-ocr page 56-

44

geest, «rusten zij van hunnen arbeid uit, want hunne werken volgen hen. »

Dies irae, of iets dergelijks.

EVANGELIE.

In dien tijd sprak Martha tot Jezus; « Heer, indien Gij hier geweest waart, zoo zou mijn broeder niet gestorven zijn. Doch ook nu geloof ik nog, dat God U alles verleent, wat Gij Hem vraagt » En Jezus sprak tot haar: «Uw broeder zal verrijzen.» Martha antwoordde: «Ik weet, dat hij verrijzen zal bij de verrijzenis der dooden op den jongsten dag. » Daarop sprak Jezus: «Ik ben de verrijzenis en het leven; die in Mij «gelooft, zal leven, al ware hij reeds gestor-«ven, en ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal «in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit ? » « Ja, Heer, zeide zij, ik geloof, dat Gij Christus, de Zoon van den levenden God zijt, die in deze wereld zijt gekomen. »

OFFERIOBIUM.

Heer Jezus Christus, Koning van glorie, verlos de zielen van alle geloovige overledenen van de pijnen in het andere leven en uit het vagevuur. Bevrijd haar van de woede des leeuws, opdat de afgrond haar niet verzwelge en zij niet in de duisternis verzinken. Maar Uw hemelsche strijder, de heilige Michael, brenge haar tot het aanschouwen van dat heilige licht, dat Gij aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt. o Heer! wij bieden U offers en lofzangen aan,

-ocr page 57-

45

neem ze genadig aan voor die zielen, voor welke thans het heilig Misoffer wordt opgedragen. Voer ze over, o Heer! van den dood tot het leven, dat Gij eertijds aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt.

STILLE GEBEDEN.

Zie genadig neer, o God! op de heilige offerande, die wij in vereeniging met den priester U tot lafenis der geloovige zielen en bijzonder voor de ziel van N. brengen; en daar zij eens in het geloof aan ü als Uwe vrienden op aarde leefden, zoo wees haar nu genadig en voer ze in het gezelschap Uwer Uitverkorenen. Door onzen Heer Jezus Christus, die met U en den Heiligen Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

PREFATIE.

Het is waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk. Heilige Heer, Almachtige Vader, Eeuwige God, dat wij U altijd en overal dankzeggen , door Christus, onzen Heer. Door wien de Engelen Uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten sidderen, de Hemelen en de Krachten der hemelen en de gelukzalige Serafijnen U met eenparige jubelzangen verheffen. Wij smeeken U, tegelijk met hunne stemmen ook de onze aan te nemen, terwijl wij, U nederig lovende, zeggen:

SANCIUS.

Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, de God der

-ocr page 58-

46

heirscharen! Hemel en aarde zijn van Uwe glorie vervuld. Hosanna in den Hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den Hooge!

Lees de gebeden in de H. Mis ter eere der H. Maagd, van het Memento der levenden af tot aan Agnus Dei,

AGNUS DEI.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de rust.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de rust.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de eeuwige rust.

COMMUNIE.

Zie hiervoor in de Mis ter eere van de H. Maagd.

NA DE COMMUNIE.

Om wille Uwer barmhartigheid, o Heer, doe haar het eeuwig licht met Uwe Heiligen aanschouwen. Heer, geef haar de eeuwige rust, en dal het eeuwige licht haar verlichte.

Om wille Uwer barmhartigheid, doe haar met Uwe Heiligen het eeuwige licht aanschouwen.

LAATSTE GEBEDEN.

Almachtige God, wij bidden U, verleen genadiglijk door de heilige offerande, die wij in vereeniging met den priester U tot lafenis der geloovige zielen en vooral voor de ziel van N. hebben opgedragen, dat zij volkomene vergeving,

-ocr page 59-

47

kwijtschelding van alle straffen en de eeuwige rust erlangen mogen. Door Jezus Christus, Uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJ HET EINDE DEB H. MIS.

o God! Gij zult mij ook eens uit deze wereld in de eeuwigheid roepen en ik weet niet wanneer. Misschien is de dood niet ver meer af; misschien ben ik nog slechts weinige schreden van het graf verwijderd. Leer mij dan voor den korten tijd, dien ik nog te leven overig heb, getrouw mijne plichten vervullen, opdat ik mij in het doodsuur gerust op Uwe barmhartigheid verlaten kunne. Leer mij den tijd zorgvuldig gebruiken, de bewerking mijner zaligheid niet tot een toekomenden tijd, die onzeker is, uitstellen, opdat de nacht des doods, wanneer niemand meer zal kunnen werken, mij niet onverwachts omhulle. Laat mij nimmer vergeten, dat aanzien en rijkdom voor de wereld mij niet in de eeuwigheid zullen volgen en dat alleen mijne goede werken zullen gerekend worden. Leer mij vooral het lijden geduldig en standvastig verdragen, ja met vreugde omhelzen, omdat het mij aldus een zeker onderpand geeft voor mijne eeuwige zaligheid Amen.

DE PnOFUNDIS. (Ps. 129)

Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, verhoor mijne stem

Dat Uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

-ocr page 60-

48

Indien Gij, o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal dan bestaan?

Maar omdat bij U verzoening is, en om Uwe wet heb ik op U gehoopt, o Heer!

Mijne ziel heeft op Zijn woord gehoopt; mijne ziel heeft op den Heer vertrouwd.

Van den vroegsten morgenstond tot aan den nacht moet Israël op den Heer hopen.

Want bij den Heer is barmhartigheid en overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël uit al zijne ongerechtigheden opheffen.

Heer, geef haar de eeuwige rust;

En het eeuwige licht verlichte haar.

Dat zij rusten in vrede, Amen.

OEFENINGEN VOOR EN NA DE BIECHT.

(van den H. Lconardus a Porto Mauritio.)

KRACHTIGE OPWEKKING TOT BEROUW.

Mijne ziel, beween uwe zonden, verzaak ze uit ter harte en neem u vast voor, ze oprecht te belijden. Want door uwe zonden hebt Gij God beleedigd, uwen Vader.... Gij hebt God belee-digd, uwen Schepper. .. Gij hebt God beleedigd, die u als Zijn kind heeft aangenomen ... Gij hebt God beleedigd, die u erfgenaam des Hemels heeft gemaakt... Gij hebt God beleedigd, die uw hoogste goed, de oneindige goedheid, de bron van alle

-ocr page 61-

49

weldaden en genaden is.... Gij hebt God belee-digd, terzelfder tijd, dat Hij ü met Zijne gunsten overlaadde....

Beween uwe zonden, mijne ziel, want gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u is mensch geworden. .. Gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u in een stal geboren is... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u, als een klein kindje reeds tranen en bloed heeft gestort... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u arm en onbekend van een nederig handwerk heeft willen leven ... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u Zijne hemelsche leer in armoede en gebrek heeft willen verkondigen..,. Gij hebt daardoor een God beleedigd. die uit liefde tot u de HU. Sacramenten heeft ingesteld.,.. Gij hebt daardoor een God beleedigd, die uit liefde tot u zich zeiven aan u heeft gegeven in het H. Sacrament des Altaars. Beween uwe zonden, mijne ziel, want gij hebt daardoor een God beleedigd, die van angst en droefheid bloed gezweet heeft uit liefde tot u.... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die zich heeft laten binden, slepen, sleuren en mishandelen uit liefde tot u.. Gij hebt daardoor een God beleedigd, die zich heeft laten beschimpen, bespotten, bespuwen, slaan en schoppen uit liefde tot u ... Gij hebt daardoor een God beleedigd , die zich wreedelijk heeft laten geeselen uit liefde tol u.... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die zich

-ocr page 62-

50

mei scherpe doornen heeft laten kronen uit liefde tot u.... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die zich als een dwaas heeft laten behandelen uit liefde tot u... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die een zwaar kruis heeft willen torschen en daaronder bezwijken uit liefde tot u ... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die zich aan dat kruishout met handen en voeten heeft laten vastspijkeren uit liefde tot u... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die met bittere gal en zuren edik heeft willen gelaafd worden uit liefde tot u.... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die op dat moordhout heeft willen zieltogen van smarten en sterven van pijn uit liefde tot u ... Gij hebt daardoor een God beleedigd, die na al die weldaden van oneindige waarde voor al Zijne gunsten niets anders eischt, dan bemind te worden; en die daarenboven die liefde alleen vordert, om u in dit en het andere leven gelukkig, eindeloos gelukzalig te zien. Dien God, die u bemint, als den appel Zijner oogen, hebt gij vergramd... Mijne ziel, hoe hebt gij zoo ondankbaar en ontaard kunnen wezen! En kunt gij dat overdenken en niet wegsmelten in tranen van rouw en droefheid over zoo snood bestaan? Neen, het is geen wonder, dat God zulk een schandelijken hoon met de eeuwige pijnen der hel straft! Dit hebt gij reeds overlang verdiend, en gij moest nu reeds voor eeuwig in de hel branden. Doch in overmaat van goedheid schenkt God u nog tijd en genade, om boete te doen en vergeving te erlangen.

-ocr page 63-

51

Welaan dan, begin van dit uur af, uwe zonden te haten en uwen God te beminnen.

o Mijn God, daar Gij mij dan zoozeer, zelfs boven Uw leven bemind hebt, o had ook ik ü altijd liefgehad !

Ach, mijne liefde, mijn troost, mijn leven, mijn behoud, mijn hoop, ik bemin ü uit geheel mijn hart en boven alle dingen. Ik verzaak mijne zonden boven alle kwaad. Ik wil ze belijden, lieve God, mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn Zaligmaker, ik wil U beminnen en U nimmer meer beleedigen.

GEBED VÓÓR DE H. BIECHT.

Allerbeminnelijkste Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest, mijn God, ik aanbid U. Zie mij, ellendige , die met U verlang vrede te maken, door eene waardige biecht, hier voor uwe voeten neérgeknield. Maar, mijn God, daar ik zonder Uwen bijstand niets vermag, zoo bid ik U om Uwe eindelooze barmhartigheid; verlicht mij, om al mijne zonden te kennen; stel mij levendig hare snoodheid, hare grootte en leelijkheid voor oogen, opdat ik ze uit geheel mijn hart moge verzaken en verfoeien, o Mijn Jezus, bron van barmhartigheid, ik nader tot U, om door U gereinigd te worden. Zon van rechtvaardigheid , verlicht dezen blinde! Goddelijke Geneesheer! genees dezen kranke! Oneindige Liefde, doe deze ziel branden van Uwe liefde, opdat zij in tranen van rouw en droefheid wegsmelte, deze II. Biecht

4

-ocr page 64-

52

mij van leven doe veranderen, en ik mij nimmer meer verwijdere van U, mijn God, mijne hoop, mijne liefde, mijne zaligheid en mijn heil.

AKTE VAN BEROUW.

Mijn God, Gij hebt mij geschapen om U te beminnen en daardoor een eeuwig loon te verwerven in den Hemel. Van mijne kindsheid hebt Gij mij daarom met weldaden overladen, om mij tot wederliefde te bewegen; en ach, ik heb ze misbruikt om ü te vergrammen, o Mij ondankbare ! Wel te recht hebt Gij mij van Uwe genade en vriendschap en van het erfrecht op den Hemel beroofd. Ik heb verdiend een slaaf der duivelen te zijn en overgeleverd te worden aan hunne helsche slavernij, om met hen in een afgrond van vuur en vlammen voor eeuwig te branden. Ik sidder en beef, o mijn God, als ik de vervaarlijke wraak overweeg, die Uwe oneindige rechtvaardigheid over de zonde neemt. Ik ben reeds veroordeeld om die vreeselijke wraak van een getergden God te ondervinden en slechts de dood behoeft mij te verrassen, om mij voor eeuwig ongelukkig te doen zijn. Maar, o goedheid. Gij biedt mij wederom genade aan en verleent mij nog den tijd , om mijne zonden te beweenen ; Gij doet mij betrouwen, dat ik door het H. Sacrament der Biecht het koningrijk der hemelen weêr zal kunnen herwinnen, o Oneindige goedheid! o God, wat zijt Gij beminnelijk! Uwe Barmhartigheid , Uwe Rechtvaardigheid, Uwe Schoonheid !

-ocr page 65-

53

Uwe Heiligheid, Uwe Wijsheid ! Uwe oneindige volmaaktheden hebben mij ingenomen; ik bemin U en wil U immer meer beminnen. Ach, tegen een zoo goeden Heer ben ik opgestaan en heb Hem op allerlei wijzen durven boenen, zelfs in Zijne tegenwoordigheid en door Zijne eigene weldaden. o Ik wilde wel sterven van droefheid over zulke ondankbaarheid. Vergeef mij, o Vader! ter liefde van Jezus Christus, Uwen Zoon. Vergeef mij, o Jezus! om het bloed, dat Gij voor mij gestort hebt. Voortaan zal ik U altijd beminnen en nimmer meer beleedigen. Amen.

GEBED VÓÓR DE BIECHT.

Geloofd zij God, dat Hij mijne schreden richtte naar de plaats, welke ik zoo vurig verlangde te bezoeken. Geloofd zij de heilige Maagd, die mij bewaard en gelukkig tot mijn doel gebracht heeft!

Wees gegroet, Kevelaar, verheven oord, dat de Heer boven duizenden heeft uitverkoren om de plek te zijn, waar door tusschenkomst van Maria overvloedige genaden zouden worden uitgedeeld ! Wees gegroet roemrijke plaats, geheiligd door de vrome gebeden en goede werken van zoovele godvruchtige pelgrims ! Wees gegroet, zoete Troosteres der bedrukten, die hier uwen genadetroon hebt gevestigd om alle bedroefden liefdevol te ontvangen, alle smeekingen te aan-hooren en alle zielen door inwendigen troost te verkwikken!

-ocr page 66-

54

O reine Maagd! laat ook mij, ongelukkige, bij U hulp en troost vinden. Zie, ik wil doen, wat in mijn vermogen is om mij eenigszins zulke gunst waardig te maken; ik wil alles van mij verwijderen, wat U mishaagt; ik wil mijne ziel zuiveren door het heilig Sacrament der Biecht. Ik bid U, verkrijg voor mij eene duidelijke kennis en een levendigen afschuw van de zonden met het vaste voornemen, om ze niet meer te bedrijven ; maak, dat ik eene openhartige biecht spreke, opdat ik, van zonden gezuiverd, U beter kunne vereeren. Offer mijne geringe werken den Hemelschen Vader op; door uwe handen zullen zij waarde krijgen en Gode welgevallig zijn. Amen.

NA DE H. BIECHT.

Lieve Jezus, wees in der eeuwigheid gezegend, daar Gij, met mijne zonden te vergeven, mij voor de helsche vlammen bewaard hebt, mij het kleed der onschuld hebt wedergegeven en mij wederom recht hebt gegeven op den Hemel. Oneindige Goedheid! ik bedank U duizendmalen. Maar ik kan op mijne goede gesteltenis van thans niet vertrouwen; ik ben nog altijd in staat U te vergrammen en nog erger dan te voren te verraden. Daarom, o mijn God, sta mij bij met Uwe genade ; bewaar mij, bescherm mij, help mij in de bekoringen en laat mij liever sterven, dan dat ik wederom zondige.

T

-ocr page 67-

55

ANDER GEBED NA DE H. BIECHT.

Ja, mijn God, het besluit is genomen, nimmer wil ik nog zondigen, nimmer U nog vrijwillig vergrammen. Hoe groot immers is Uwe Goedheid, hoe eindeloos Uwe liefdevolle ontferming! Helaas, dat ik U in het verledene zoo dikwijls beleedigd heb. Ach, had ik U nooit bedroefd; ach, konde ik die misdrijven van mijn vorig leven ongeschied, die zonden ongedaan maken, doch daarvoor is het te laat. Nu dan, o mijn God, ik zal ten minste door mijn volgend leven het ongelijk, dat ik U heb aangedaan, trachten te herstellen Voor het vervolg wijd ik mijn gansche leven, al mijn doen en laten aan Uwen dienst toe. Voortaan zal mijn leven alleen voor U zijn, wil ik U toebe-hooren in leven en dood.

Ik heb het gezegd, o mijn God! Met den heiligen koning David heb ik uitgeroepen: «Nu zal ik beginnen.» Maar Gij weet, hoe dikwijls ik mij dit reeds heb voorgenomen, en helaas! mijn voornemen niet ten uitvoer gebracht. Gij kent mijne zwakheid en de onstandvastigheid van mijn wil. Wie, o mijn God, zal mij versterken in mijne voornemens, zoo niet Gij, o Sterke en Almachtige Opperheer? Help mij dan, door de verdiensten van Jezus Christus; sta mij bij, om niet weer in de zonde te hervallen.

Toevlucht der zondaren, lieve Moeder Maria, Gij zijt getuige van mijn voornemen , om uwen Zoon niet meer te beleedigen; bid voor mij, wees

4*

-ocr page 68-

56

bij Hem mijne voorspraak, opdat ik mijn besluit heldhaftig ten uitvoer brenge.

Alle Heiligen Gods, bidt voor mij, opdat ik sterk moge zijn, om de genade, die ik heden ontvangen heb, nimmer weer uit lichtzinnigheid te verliezen en tegen alle bekoringen standvastig te strijden.

God, Heir.elsche Vader! ontferm U mijner en versterk mij in mijn voornemen. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U mijner en bewaar mij in Uwe genade; God, Heilige Geest, ontferm ü mijner en ontsteek mijn hart met het vuur Uwer goddelijke liefde. Heilige Drieëenige God, ik beveel mij U aan, laat mij nimmer weer door de zonde van U gescheiden worden. Amen.

OEFENINGEN VÓÓR EN NA DE H. COMMUNIE.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

OPWEKKING TOT GELOOP.

Welaan, mijne ziel, vernieuw uw geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het H Sacrament des Altaars. Hij zelf, de Waarachtige Onfeilbare Waarheid, heeft het geopenbaard, en Zijne H Kerk, als de trouwe bewaarster van dat troostrijk geloofsgeheim, verkondigt het ons na Hem. Uw God en Zaligmaker, het Vleeschgeworden Woord des Vaders, is daar

-ocr page 69-

57

waarlijk tegenwoordig onder de gedaante van brood en wijn. Diezelfde Jezus is in de H. Hoolie, die als een kind geboren is in den stal van Bethlehem; die aan een kruis gestorven is, die verheerlijkt en onsterfelijk is opgestaan van de dooden, die nu aan de rechterhand Zijns Vaders troont en eenmaal levenden en dooden zal komen oordeelen. o Heilig geloof! o dierbaar geloof! Kan er ooit iets grooter, verhevener, heiliger, dierbaarder en goddelijker zijn of zelfs uitgedacht worden? Een God zal in mijn hart komen! Een God zal mij tot spijs verstrekken! Een God!

OEFENING VAN GELOOF.

Mijn Jezus, Almachtige Jezus, Onfeilbare Waarheid, omdat Gij het geopenbaard hebt, geloof ik vastelijk, dat Gij met lichaam en ziel, met Godheid en menschheid in de H. Hostie tegenwoordig zijt. Ik geloof, dat ik, wanneer ik de H. Hostie nuttig, dienzelfden Jezus nuttig, die voor mij mensch geworden, geboren, gestorven en verrezen is. Ik geloof, dat dit H. Sacrament het eeuwig leven geeft aan hen, die het waardig ontvangen. Ik geloof, dat zij, die het onwaardig nuttigen, hunne verdoemenis eten en drinken, daar zij het lichaam en bloed des Heeren niet onderscheiden, o Heer, vermeerder mijn geloof!

OEFENING VAN AANBIDDING.

o Mijn God! Ik verneder mij voor U met den diepsten eerbied. Lieve Jezus, ik aanbid U in dit H. Sacrament. H. Maria, Moeder Gods, hei-

-ocr page 70-

58

lige Engelen, alle uitverkorenen des Hemels, en gij, heilige zielen op deze aarde, die uwen God bemint, aanbidt met mij mijnen Jezus; vergoedt mijne onwaardigheid, verwerft mij een levendig geloof en een allergrootst ontzag voor dit Allerheiligst Geheim. Welk een geluk! Ik ga Jezus Christus in mijn hart ontvangen.

OPWEKKING TOT HOOP.

Wat kan u nog ontbreken, mijne ziel, nu een God u komt bezoeken Hij komt om u te verlichten, om u te heiligen, om zich hart aan hart met u te vereenigen, om u hier reeds een onderpand te geven van de heerlijkheid, die Hij in den Hemel voor u bereid heeft. Welaan dan, verruim uw hart, vermeerder uw vertrouwen. Wees verzekerd, dat gij zooveel zult verkrijgen, als gij vraagt. Uw Jezus is almachtig; Hij is uw Vader, Hij bemint u teeder; Hij wil u alle goed doen. Uw Jezus is getrouw; Hij heeft beloofd u te verhoeren. Hij moet u dus verhoeren. Wilt gij dus rijkdommen en schatten, vraag dan slechts en vertrouw.

OEFENING VAN HOOP.

Mijn Jezus, mijne hoop, mijn steun, mijne toevlucht, ik vertrouw geheel op Uwe beloften en stel al mijn hoop op dat kostbaar bloed, dat Gij voor mij vergoten hebt. Oneindige Barmhartigheid, ik hoop vastelijk, dat Gij bij Uwe komst in mijne ziel, deze zult heiligen en met hemelsche begeerten ontsteken, om voor U alleen te leven en te ster-

-ocr page 71-

59

ven. Ja, lieve Jezus, God van al mijne hoop, Heiligmaker der zielen, heilig mij. Ik zal dit alleen van U hopen. Als ik dit bezit, hen ik rijk genoeg, o Heer! vermeerder mijne hoop.

OPWEKKING TOT LIEFDE.

o Mijne ziel, wat kon God meer gedaan hehhen, om door u bemind te worden. Hij is voor u mensch geworden. Hij is geboren in een armen stal, gestorven aan een schandelijk kruis, en Hij wil nog steeds bij u blijven in hel H. Sacrament des Altaars. Ja zelfs die oneindige Liefde noodigt u uit, om Hem te ontvangen. Met het grootste verlangen roept Hij u tot zich; zelfs uwe traagheid kan Hij van verlangen niet dulden, o Verfijnde liefde! Een God van Oneindige Majesteit wil mij dezen morgen eene gunst bewijzen, die Hij nooit aan de Serafijnen zelfs bewees; Hij wil in mijn hart komen wonen.... En gij, mijne ziel, brandt gij niet van wederliefde voor zulk een God?

OEFENING VAN LIEFDE.

o Mijn Jezus, mijne Liefde! o God mijner ziel! hoe goed zijt Gij, hoe beminnelijk, hoe lief, hoe waardig bemind te wezen! Mijn God. ik bemin 11 uit geheel mijne ziel, met al mijne krachten Ik bemin U meer dan mij zeiven; Gij zijt het eenige voorwerp van al mijne verlangens, o Hadde ik duizend tongen, om l) te loven en te zegenen ! o Konde ik Uwen Heiligen Naam door de gan-sche wereld doen kennen en beminnen, o Mijn God, ik zou willen wegsmelten en vergaan van

-ocr page 72-

60

liefde tot U. Ik zou willen branden van liefde. Ik zou U willen zegenen, loven en beminnen met de liefde van de Allerheiligste Maagd, uwe Moeder, en meer dan alle andere schepselen. Ik bemin U, mijn Jezus, mijn schat, mijn vader, mijn leven, mijne hoop, mijne eer, mijn wellust, mijn geluk, mijn bruidegom. Ik bemin U, omdat Gij waardig zijt bemind te worden, omdat Gij God zijt, oneindig schoon, oneindig goed, oneindig volmaakt, oneindig beminnelijk. Ach Heer, ik wil geheel liefde wezen; ik wil niets doen, dan U beminnen. Ja, mijne ziel, bemin God; gij zijt door Hem geschapen, om Hem te beminnen, o Mijne ziel, gij zult toch nooit vrede of verzadiging vinden buiten God. Verban dan en werp verre van u alle aardsche aangekleefdheid; geef u geheel aan de liefde tot God over. H. Maria, mijne Moeder, bid Jezus, dat ik Hem beminne.

OPWEKKING TOT BEROUW.

Hoe, mijne ziel, gij, die een afgrond zijt van ondeugden, van ondankbaarheid en zonde, verstout u, om een God te ontvangen van oneindige zuiverheid, heiligheid en majesteit? Heugt het u dan niet meer, hoe gruwelijk en hoe dikwijls gij uwen God hebt beleedigd ? Hoe dikwijls zijt gij togen Jezus wreeder geweest dan Zijne beulen, en hebt gij Hem meer smarten veroorzaakt dan Zijn sterven aan het kruis! Want zoo dikwijls gij grootelijks gezondigd hebt, zoo dikwijls hebt gij Jezus gekruisigd

-ocr page 73-

61

OEFENING VAN BEROUW.

Lieve Jezus, door mijne zonden heb ik U met doornen gekroond en aan het kruis geklonken; ik heb Uwen smaak vergiftigd; ik heb U gedood en Uwe zijde doorstoken. Ach God, ik ben het leven des lichaams niet meer waardig, hoe zou ik mij dan verstouten, de bron des eeuwigen levens te ontvangen. Ik verdien veeleer, dat de aarde mij verzwelgt, dat de hemel mij verplettert, en dat alle schepselen tegen mij opstaan. Maar, o mijn God! wat zijt Gij goed! Ofschoon ik zoo menigmaal reeds Uw bloed vertreden, Uw heiligen Naam onteerd. Uwe liefde versmaad heb, vergeeft Gij mij niet alleen, maar Gij zijt zelfs de eerste om de hand van vrede toe te steken. Voor ééne oefening van oprecht berouw, voor één hartelijken traan vergeeft Gij mij al mijne zonden. Gij geeft mij Uwe genade weder. Gij noemt mij wederom Uwen vriend. Uw kind, Uw lieveling, en noodigt mij weêr aan Uw Goddelijk Gastmaal en tot den vertrouwelijksten omgang. Ja, voor zulke liefde moet men God zijn. o Hoe verblijd ik mij, wanneer ik denk aan Uwe oneindige milddadigheid, aan Uwe grootmoedigheid, aan Uwe oneindige getrouwheid, aan Uwe oneindige liefde, aan dien afgrond van grootheid, schoonheid en volmaaktheid, dien Gij, o God, in U bevat. Om al die volmaaktheden, o mijn God, loof en zegen ik U. Ach, mocht ik sterven van verdriet en berouw, omdat ik zulk een goeden God beleedigd heb! o, Mijn hoogste Goed, het is mij zoo leed,

-ocr page 74-

62

dal ik U ooit heb vergramd. Vergeef het mij, Heer. Voortaan wil ik voor mij zeiven niet meer leven. Voortaan wil ik voor U alleen leven, o mijn Jezus en zal ik ü nimmer vveêr beleedigen. Lieve Jezus, wasch mijne ziel in Uw Bloed en maak van mijn hart eene waardige woonplaats Uwer Goddelijke Majesteit. H. Maria, Moeder Gods, verwerf mij overvloedige tranen van berouw over mijne zonden.

OPWEKKING TOT VERLANGEN.

Zie, mijne ziel, hel gelukkig oogenblik is daar, dat gij uwen lieven Jezus zult ontvangen Zie, daar in hel H. Sacrament wacht u de Koning der koningen, de Heer der heeren, uw Vriend, uw Vader, uw Bruidegom, de Blijdschap der Engelen, de Vreugde des Hemels, God, uw Jezus. Zie, uw Bruidegom komt, ga Hem te gemoet. Maar hoe, mijne ziel, gij zijl koud, zonder brandend verlangen, om met dat hemelsch Manna gevoed te worden? Ach, de overmaat der goddelijke barmhartigheid moest u doen branden van liefde, en gij blijft zoo koud als ijs! Indien gij slechts eenmaal in uw leven de H. Communie kondet ontvangen, met welken ijver, met wal brandende liefde zoudl gij dan lot dat liefdegeheim naderen ? En nu die Oneindige Goedheid altijd bereid is, om u te onthalen, nu gaat gij loom en traag! De godminnende zielen branden van verlangen en loopen als dorstige herten naar die bron des levens. Gij dan ook, mijne ziel, ontwaak en ontsteek in

-ocr page 75-

03

u een allervurigst verlangen om Jezus Christus tc ontvangen. Verzucht naar uwen Jezus;, verlang naar Hem; roep Hem met tranen, met zuchten en met een hart, dat brandt van liefde.

OEFENING VAN VERLANGEN..

Jezus, Goddelijke spijs, kom, om mijne ziel te voeden. Jezus, oven van liefde, kom, om mijn hart te ontsteken. Jezus, Hemelsche Herder, kom, om mij te geleiden. Kom, Jezus, mijn Vader, mijn Bruidegom, mijn schat, mijn leven, mijn vrede. Kom, eenig doel van geheel mijn leven. Kom licht der zielen, verkwikking der harten, troost der bedrukten. Kom, verwachting der volkeren, eenige wensch der oudvaders, blijdschap der engelen, vreugde des hemels, zaligheid dei-uitverkorenen. Kom, wellust van mijn hart, kom, ik reikhals naar U. Kom, want Gij hebt mijn hart gewond. Kom toch, en toef niet langer; ik bezwijk, ik kan niet meer leven zonder U. Kom, Jezus 1 ik smeek U , kom !

GEBED VÓÓR DE H. COMMUNIE.

Met een bewogen gemoed betuig ik u, liefdevolle Troosteres der bedrukten, mijnen innigsten dank, dat Gij mijne bede verhoord hebt. De last der zonden, die op mijne schouders drukte, is van mij weggenomen en mijn hart is met onuit-sprekelijken troost vervuld, o Heilige Maagd! Gij hebt mij opgericht; ondersteun mij dan ook, opdat ik niet andermaal valle, opdat ik den schat der heiligmakende genade zorgvuldig beware en de

-ocr page 76-

Gi

goede voornemens, welke ik gemaakt heb, stipt en getrouw volbrenge. En daar Gij er genoegen in schept weldaad op weldaad te verleenen, bid ik U, verwerf ook nog voor mij de genade om goed voorbereid, in dit gezegend oord, tot de heilige Communie te kunnen naderen; verwijder van mij alles, wat de ingetogenheid storen kan en schenk mij een levendig geloof, een diepen ootmoed, een vast betrouwen, eene innige liefde en een vurig verlangen om uwen lieven Zoon, de bron van alle goed, waardig in mijne ziel te ontvangen.

GEBED TOT MARIA.

Allerheiligste Maagd, ik ga nu uwen en mijnen Jezus ontvangen. Reik Hem mij uit uwe handen. Geef Hem mij, gelijk gij Hem gaaft aan de herders, aan de heilige Wijzen, en aan Simeon. Maak, dat ik Hem met liefde ontvange. Ach, geef Hem mij spoedig, en bid Hem, dat Hij mij met Zijne zegeningen vervulle. Voeg daar ook de uwe bij, opdat ik mij met Hem waardig aan Zijnen llemelschen Vader moge opdragen. Amen.

NA DE H. COMMUNIE.

GODVRUCHTIGE VERWELKOMING.

Wees welkom, lieve Jezus, in de woning mijner ziel. o Hoe lang, hoe vurig heb ik naar dat oogenblik verlangd 1 Maar ach, hoe spijt het mij tevens, ü in een hart te zien, dat nog veel

-ocr page 77-

65

kouder is dan de stal, waarin Gij geboren zijt; nog veel harder dan het stroo, waarop Gij gelegd werdt, veel pijnlijker dan de berg van Calvariê; want riet eens, maar honderd en duizendmalen heb ik door mijne zonden Uw lijden en dood vernieuwd. Heer, wat vindt Gij in mij dan ongevoeligheid voor Uwe liefde en genegenheid voor de schepselen! o mijn God! hoe hebt Gij toch bij mij willen wonen! Ik zou wel met Petrus tot U willen zeggen: Ga, van mij, o God van Majesteit; ga heen uit mijne ziel, die niet waardig is een God te herbergen; Heer, ga van mij, want ik ben een zondig mensch. Ga liever Uwe rust nemen in die zuivere en trouwe zielen, die U met zooveel hartelijkheid onthalen. Doch, neen, lieve Zaligmaker, laat zulks niet geschieden; ga niet weg van mij; want als Gij U van mij verwijdert, ben ik verloren, o Mijn God, mijn eenige hoop, ik laat U niet vertrekken. Mijn hoogste goed, ik druk U aan mijn hart; met U omarrad, wil ik leven en sterven. Allerheiligste Moeder Maria, alle Engelen en Heiligen des hemels, zielen op deze aarde, die God lief hebt, leent mij Uwe van liefde brandende harten, opdat ik mijnen Jezus mijne liefde betuige

OEFENING VAN DANKZEGGING.

Allerbeminnelijkste Drievuldigheid, ik bedank ü uit den grond mijns harten, omdat Gij mij Jezus gegeven hebt. Ik bedank U, omdat Jezus met zooveel liefde voor mij in het 11. Sacrament

-ocr page 78-

66

tegenwoordig is. Ik bedank U, omdat ik Hem in mijn hart heb mogen ontvangen. Ik bedank U, o mijn Jezus, omdat Gij U gewaardigd hebt, mij te komen bezoeken. Mijn God, wat zal ik U wedergeven voor zulk eene onbegrijpelijke weldaad ? Hoe zal ik U daarvoor naar waarde bedanken? Allerheiligste Maagd, Engelen en Heiligen des hemels, rechtvaardige zielen, helpt mij Jezus bedanken; bedankt Hem in mijne plaats voor Zijne oneindige goedheid. Maar, mijn God, dit alles is nog veel te weinig. De dankzeggingen van alle schepselen zijn nog onvoldoende, om U te bedanken; veel minder kunnen zij Uwe weldaden vergoeden. Wat zal ik dan doen ! Ik weet het, allerliefste Jezus ; ik zal U Uwe eigene liefde, U zeiven tot dankzegging opofferen. Laten Uwe oneindige barmhartigheid, Uwe goedheid, de gan-sche afgrond Uwer oneindige volmaaktheden U die eer bewijzen, dien dank betuigen, die Gij zoo overwaardig zijt. Allerheiligste Drievuldigheid, ik bedank U door Jezus, en Jezus bedankt U voor mij. Nu is mijn hart tevreden, nu heb ik aan mijnen plicht van dankbaarheid voldaan.

OPWEKKING TOT BIDDEN.

Wat doet gij, mijne ziel? Gij weet, dat gij lhai.s een levende tempel zijt, waarin de God van Hemel en aarde woont; en gij vergeet zulks? \'t Is nu geen tijd van ledig en verstrooid zijn; \'t is nu tijd om te vragen, om van Jezus, die in u woont, alle gunsten en weldaden te ver-

-ocr page 79-

67

krijgen, die gij behoeft. Nu staan de hemelen open; nu ziet de Allerheiligste Drievuldigheid met liefde op u neder, daar zij Jezus Christus in u ziet, het eeuwige voorwerp van haar welbehagen. Thans vragen uwe lieve Moeder Maria, de Engelen en Heiligen in den Hemel meer dan ooit uw geluk en smeeken van God alle mogelijke weldaden voor u af. Mijne ziel, verlies toch niets van deze onwaardeerbare oogenblikken. Gij hebt een Heer bij u, die almachtig is, een allerbeminnelijksten , een milddadigen en getrouwen God. Vraag dus slechts en vertrouw, verruim uw hart, verlevendig uw geloof en gij zult verkrijgen.

GEBED NA DE H. COMMUNIE.

Lieve Zaligmaker, dewijl Gij in mijn hart gekomen zijt, om mij weldaden en gunsten Ie schenken, en Gij mij uitnoodigt U die te vragen , verhoor mij dan ook om Uwe oneindige barmharligheid. Geef mij, mijn Jezus! meer geloof, eene vaste hoop, eene vurige liefde en groot berouw over mijne zonden. Geef mij ooimoedigheid, zuiverheid, geduld; in één woord, geef mij alle deugden en ruk alle ondeugden uit mijn hart. Verander dat hart, dat vol eigenliefde is en geef mij een nieuw hart, dat geheel overeenkomt met Uwen H. Wil; dat altijd alleen Uwe eer zoekt; dat al zijne neigingen, al zijne verlangens en wenschen tot U stiert; dat U alleen, boven alles, in alles bemint. Schep in mij een zuiver hart en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. De gunst

5

-ocr page 80-

68

is groot, maar mijne ziel is Uwe woning, Uw tempel. En Gij zijt God, een overheerlijken tempel overwaardig. Gij zijt God, en wilt Gij dan, dat ik aan zulk een grooten God kleine gunsten vrage? Geef mij, mijn Jezus, wat ik vraag, om de verdiensten van Uw bitter lijden; verhoor mij om de liefde, waarmeê Gij Uwen Hemelschen Vader bemint, om de verdiensten van Uwe allerliefste Moeder en van de gansche zegenpralende en strijdende Kerk; verhoor mij, omdat Gij oneindig goed zijt.

Hier bidt gij om alles , wat gij voor u zeiven en voor anderen wenscht te bekomen Vraag veel, vraag vurig, met een vast vertrouwen van verhoord te worden en te verkrijgen. Bid vooral voor de geloovige zielen in het vagevuur. Zeg daarna:

Allerheiligste Drievuldigheid, Almachtige God, verhoor mijne gebeden niettegenstaande mijne groote onwaardigheid. Immers ik vraag niet alleen, maar met mij bidt Jezus Christus. Hemelsche Vader, herinner U de belofte, die Uw welbeminde Zoon ons gedaan heeft, toen Hij zeide; «Voor-«waar, voorwaar. Ik zeg u, al wat gij den Vader «in Mijnen naam zult vragen, zal u gegeven «worden».

OEFENING VAN OFFER.

Mijn Jezus, rechtvaardigheid en dankbaarheid eischen, dat ik mij zeiven geheel aan U overgeef, nadat Gij U zeiven gansch aan mij hebt gegeven. Door in mijn hart te komen, hebt Gij mij als vergoddelijkt; dus moet ik geheel de Uwe wor-

-ocr page 81-

69

den. Dat dan mijne oogen, mijne ooren, mijn mond en al mijne zintuigen de Uwe zijn, daar Gij ze hebt geheiligd. Voortaan zullen zij tegen Uwe goddelijke wetten nimmer weêr in eenig schepsel behagen nemen. Gij hebt mijn geheugen geheiligd; ik wil dan ook voortaan aan U alleen denken. Gij hebt mijn verstand geheiligd; ik wil het dan alleen gebruiken om U te leeren kennen. Gij hebt mijnen wil geheiligd; in het vervolg zal ik dan ook U alleen beminnen. Als eene eeuwige offerande wijd ik U uit geheel mijn hart mij zeiven toe. Verteer, o goddelijk liefdevuur, alwat in mij het Uwe niet is. Amen.

GODVRUCHTIGE VERZUCHTINGEN.

Ziel van Jezus, heilig mij.

Bloed van Jezus, zuiver mij.

Lijden van Jezus, versterk mij.

Wonden van Jezus, geneest mij.

Hart van Jezus, ontvang mij.

Geest van Jezus, beziel mij.

Goedheid van Jezus, vergeef mij.

Schoonheid van Jezus, trek mij.

Ootmoedigheid van Jezus, doordring mij.

Zoetheid van Jezus, verzoet mij.

Vrede van Jezus, bevredig mij

Liefde van Jezus, ontsteek mij.

Rijk van Jezus, kom in mij.

Genade van Jezus, vervul mij.

Kruis van Jezus, wijd mij.

Nagels van Jezus, doorboort mij.

-ocr page 82-

70

Doornen van Jezus, doorsteekt mij.

Bamhartigheid van Jezus, maak mij zalig.

Mond van Jezus, zegen mij in den lijd en in alle eeuwigheid. Amen,

N.B. Bij elke van deze verzuchtingen behoort men een weinig te overdenken , om datgene te smaken, waardoor ons hart getroffen is. Indien de tijd het toelaat, kan men nog bidden de Litanie ter eere van het Allerheiligste Sacrament des Altaars. Zie hierachter enz.

Volle aflaat voor allen, die na eene rouwmoedige biecht gesproken en het H. Sacrament des Altaars ontvangen te hebben, godvruchtig hel volgende gebed vóór een kruisbeeld bidden- en gedurende eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H. Paus Pius IX, 31 Juli -1858.

Zie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus, ik werp mij voor Uw aanschijn op de knieën neêr, en met de grootste vurigheid mijner ziel bid en smeek ik U, dat Gij in mijn hart levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne afdwalingen en een vasten wil om mij te beteren gelieft in te drukken, terwijl ik met groot medelijden en innige droefheid des harlen Uwe vijf wonden beschouw en daarbij in den geest overdenk, wat reeds den profeet David deze woorden in den mond legde: «Zij hebben mijne handen en voelen doorboord, zij hebben al mijne beenderen geleld». Ps. 21. v. dS.

-ocr page 83-

71

ROZENKRANS

TER HERE

DER ALLEBHEILIOSTE MOEDER GODS,

bestaande uit 15 gebeden.

1. Allerheiligste Maagd Maria, heraelsche bron van alle genaden, die door de kracht des Heiligen Geestes den Eeniggeboren Zoon des Heraelschen Vaders in uwen zuiveren schoot hebt ontvangen en aldus Moeder van God en oorzaak onzer blijdschap geworden zijt, verkrijg door uwe machtige voorbede, dat alle menschen in het geloof aan dit troostvolle geheim den weg der waarheid bewandelen en eenmaal met uwen Goddelijken Zoon, Jezus Christus, in den Hemel heerschen mogen. Amen. Onze Vader enz. Wees gegroet enz.

2. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, die na de hemelsche groete-nis des Engels, toen het Eeuwig Woord des Vaders in uwen zuiveren schoot de menschelijke natuur had aangenomen, naar uwe nicht Elisabeth gereisd zijt en haar zoo ootmoedig gediend hebt, thans spoed ik mij eveneens naar uw genadebeeld, om u met kinderlijke liefde te groeten en mij zeiven met lichaam en ziel onder uwe moederlijke bescherming te stellen. Onze Vader enz. Wees gegroet enz.

3. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, die, toen de Verlosser der zondige wereld geboren werd, geen ander nacht-

-ocr page 84-

72

verblijf kondt verkrijgen dan een armen stal, geen andere wieg dan eene harde kribbe, geen ander bed dan stroo, verwerf mij de genade, van alle ijdelheden der wereld te versmaden, de armoede van geest te beminnen , mijne ziel door werken van oprechte boetvaardigheid te zuiveren en met heerlijke deugden te versieren, opdat uw Goddelijke Zoon, wanneer ik Hem in de H. Communie ontvang, met vreugde in mijn hart moge rusten. Amen. Ome Vader enz. Wees gegroet enz.

4. Allerheiligste Maagd Maria, heraelsche bron van alle genaden, toen Gij hel kindje Jezus in den tempel te Jeruzalem aan den Hemelschen Vader hebt opgeofferd, kwam de H. Simeon door de leiding des H. Geestes ook daar, erkende den Zaligmaker der wereld en riep in heilige vreugde uit; «Laat nu, o Heer, Uwen dienaar in vrede gaan, daar mijne oogen het heil der wereld gezien hebben». Lieve Moeder, help mij evenals Simeon mijn leven in den dienst van God doorbrengen, opdat ik gerust de eeuwigheid moge te gemoet zien. Sta mij in mijne laatste oogenblik-ken bij en toon mij uwen Jezus, opdat ik in vrede van deze wereld scheide. Amen. Onze Vader enz. Wees gegroet enz.

5. Allerheiligste Maagd Maria, heraelsche bron van alle genaden, die, toen Gij uwen twaalfjarigen Zoon hadt verloren, Hem met den H. Josef in bittere droefenis hebt gezocht en Hem den derden dag in den tempel hebt gevonden, o hoe

-ocr page 85-

73

velen, minder gelukkig dan Gij, hebben Jezus verloren door de doodzonde en leven steeds voort, verre van Hem verwijderd. Lieve Moeder, verkrijg door uwe voorbede voor die arme zondaren de genade eener oprechte bekeering Amen. Onze Vader enz. Wees gegroet enz.

6. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van genaden, met levendige droefheid stel ik mij voor, hoe uw Goddelijke Zoon in den hof van Gethsemani om mijne zonden en die van alle men-schen in zulk een doodsangst geraakte, dat Hij ter aarde viel en een bloedig zweet Zijn lichaam overdekte. Wee mij, armen zondaar! Wanneer de heiligheid zelve zoo wreedelijk lijdt voor de zonden van anderen, hoe zal het mij dan gaan op mijn sterfbed, als de verschrikkingen des doods mij omgeven, en mijne eigene zonden zich tegen mij verheffen! o Jezus, ter liefde van Uw bitter lijden hier in den hof van Oliveten, wees mij in mijn doodsuur genadig. Lieve Moeder Maria, toevlucht der zondaren, bid voor mij, opdat het kostbaar bloed van uw Zoon voor mij niet vruchteloos vergoten zij. Amen. Onze Vader, Wees gegroet enz.

7. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, wanneer ik overweeg, hoe uw Zoon, uw Jezus in het paleis van Pilatus aan eene kolom werd gebonden en door ontelbare geeselslagen Zijn vleesch geheel verscheurd en Zijn bloed bij stroomen vergoten werd, dan

-ocr page 86-

74

sidder ik van afgrijzen bij zulk een tooneel, en ween bittere tranen om het lijden van mijn Heiland. En wanneer ik dan bedenk, hoe Jezus hier zoo vreeselijk geleden heeft, om den wellust der men-schen te boeten, dan schaam ik mij, daar ik zie, dat ook ik door mijne zinnelijkheid mijn Zaligmaker heb gegeeseld. Verkrijg voor mij, o lieve Moeder, eene groote liefde en teedere voorzichtigheid voor het bewaren van de engelachtige deugd van zuiverheid. Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

8. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, waarom moest uwen Jezus die vreeselijke doornenkroon in het hoofd gedrukt worden! Ach, had Hij nog niet genoeg voor onze zonden geleden? «Mijn kind, zoo antwoordt Gij mij, wanneer nu nog de hoovaardigheid en het zelfvertrouwen van den nietigen mensch om wraak roepen ten Hemel, hoe zou het dan geweest zijn, als Jezus niet met doornen was gekroond? Want voor de zonde van hoovaardigheid heeft Jezus dit geleden.» o Maria, om de liefdeuws Zoons, verkrijg mij dan eene oprechte verachting van mij zeiven , opdat ik al mijn heil en al mijne zaligheid alleen van God en Zijne lieve Heiligen verwachte. Amen. Onze Vader enz. Wees gegroet, enz

9. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, die uwen lieven Zoon, beladen met Zijn kruis, op den weg naar Calvarië hebt ontmoet en Hem hebt zien vallen onder dat kruis,

-ocr page 87-

75

hetwelk met de zonden der wereld bevracht was, ik smeek ü door de doodelijke smarten, welke uw moederlijk hart toen heeft uitgestaan, leer mij de afschuwelijke hoosheid der zonde immer beter kennen. Zij wordt, helaas, zoo menigmalen zonder schroom bedreven. Sta mij bij, lieve Moeder, opdat ik mij voor alle zonden en gelegenheden tot zonde zorgvuldig wachte. Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

10. Allerheiligste Maagd Maria, hetnelsche bron van alle genaden, die gezien hebt, hoe men uwen teêrbeminden Zoon, als een moordenaar met handen en voeten aan het kruis nagelde, ik bid U door het zwaard van droefheid, dat uwe ziel bij zulk een tooneel doorstak, stel mij het beeld van uwen gekruisigden Zoon zóó levendig voor oogen, dat de verleidende stem van den bekoorder mij niet meer tot de zonde vervoere. Ach! zou ik na zooveel liefde en smart mijne ledematen nog tot zonde gebruiken? Zulke snoodheid zij verre van mij. Al mijne zintuigen, mijne gedachten en begeerten zal ik aan het kruis van mijn Jezus hechten. Zoo zal ik ü. Moeder van smarten en uwen lijdenden Zoon navolgen en ik zal met recht kunnen zeggen: «Jezus, voor U leef ik; Jezus, voor U sterf ik; ik ben de Uwe in leven en dood.» Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet enz

H. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, voorzeker is uw Goddelijke Zoon, toen Hij den derden dag luisterrijk uit het graf

-ocr page 88-

74

sidder ik van afgrijzen bij zulk een tooneel, en ween bittere tranen om het lijden van mijn Heiland. En wanneer ik dan bedenk, hoe Jezus hier zoo vreeselijk geleden heeft, om den wellust der men-schen te boeten, dan schaam ik mij, daar ik zie, dat ook ik door mijne zinnelijkheid mijn Zaligmaker heb gegeeseld. Verkrijg voor mij, o lieve Moeder, eene groote liefde en teedere voorzichtigheid voor het bewaren van de engelachtige deugd van zuiverheid. Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

8. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, waarom moest uwen Jezus die vreeselijke doornenkroon in het hoofd gedrukt worden! Ach, had Hij nog niet genoeg voor onze zonden geleden? «Mijn kind, zoo antwoordt Gij mij, wanneer nu nog de hoovaardigheid en het zelfvertrouwen van den nietigen mensch om wraak roepen ten Hemel, hoe zou het dan geweest zijn, als Jezus niet met doornen was gekroond? Want voor de zonde van hoovaardigheid heeft Jezus dit geleden.» o Maria, om de liefdeuws Zoons, verkrijg mij dan eene oprechte verachting van mij zeiven , opdat ik al mijn heil en al mijne zaligheid alleen van God en Zijne lieve Heiligen verwachte. Amen. Onze Vader enz. Wees gegroet, enz

9. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, die uwen lieven Zoon, beladen met Zijn kruis, op den weg naar Calvarië hebt ontmoet en Hem hebt zien vallen onder dat kruis,

-ocr page 89-

75

hetwelk met de zonden der wereld bevracht was, ik smeek ü door de doodelijke smarten, welke uw moederlijk hart toen heeft uitgestaan, leer mij de afschuwelijke hoosheid der zonde immer beter kennen. Zij wordt, helaas, zoo menigmalen zonder schroom bedreven. Sta mij bij, lieve Moeder, opdat ik mij voor alle zonden en gelegenheden tot zonde zorgvuldig wachte. Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

10. Allerheiligste Maagd Maria, hetnelsche bron van alle genaden, die gezien hebt, hoe men uwen teêrbeminden Zoon, als een moordenaar met handen en voeten aan het kruis nagelde, ik bid U door het zwaard van droefheid, dat uwe ziel bij zulk een tooneel doorstak, stel mij het beeld van uwen gekruisigden Zoon zóó levendig voor oogen, dat de verleidende stem van den bekoorder mij niet meer tot de zonde vervoere. Ach! zou ik na zooveel liefde en smart mijne ledematen nog tot zonde gebruiken? Zulke snoodheid zij verre van mij. Al mijne zintuigen, mijne gedachten en begeerten zal ik aan het kruis van mijn Jezus hechten. Zoo zal ik ü. Moeder van smarten en uwen lijdenden Zoon navolgen en ik zal met recht kunnen zeggen: «Jezus, voor U leef ik; Jezus, voor U sterf ik; ik ben de Uwe in leven en dood.» Amen. Onze Vader, enz. Wees gegroet enz

H. Allerheiligste Maagd Maria, hemelsche bron van alle genaden, voorzeker is uw Goddelijke Zoon, toen Hij den derden dag luisterrijk uit het graf

-ocr page 90-

78

Ach, wij zijn zoo gelukkig niet, van nooit God bc-leedigd te hebben, nooit van de paden der gerechtigheid afgeweken te zijn. Verkrijg ons dan ten minste de genade, dat wij door ware boetvaardigheid onze misslagen uitwisschen; neem ons als uwe kinderen aan, sta ons in alle omstandigheden bij en help ons den goeden strijd strijden en hierna de kroon der eeuwige heerlijkheid erlangen. Amen Onze Vader enz Wees gegroet enz.

GEBEDEN TOT DE VIJF HEILIGE WONDEN ONZES ZALIGMAKERS.

VOORBEREIDEND GEBED.

O beminnelijke Jezus! die U gewaardigd hebt voor mij een Bruidegom des bloeds te worden, zie, ik werp mij voor Uwe voeten neder, om ü mijne liefde en schuldige dankbaarheid te betoonen. Maar, wat zal ik U wedergeven, o mijn Jezus! U, die mij ten einde toe bemind hebt? Gij hebt mij in Uwe handen en voeten, ja zelfs in Uw hart geschreven. Wie zal mij geven, dat ik U, gelijk Gij mij, in mijn hart geschreven drage, en ik Uwer, gelijk Gij mijner, altijd gedachtig blijve? o Jezus 1 met welk een overmaat van liefde hebt Gij mij bemind! Gij hebt niet alleen Uwe handen en voeten, maar ook Uw hart voor mij laten openen, opdat het mijne met den onuitputbaren overvloed Uwer hemelsche gaven vervuld zoude worden. Ontvang mijne smeekingen, die ik ter eere van Uwe heilige vijf Wonden uitstort, in de

-ocr page 91-

1=

79

hoop, dat Gij mij, ellendige, den toegang tot deze dierbare bronnen des levens niet zult weigeren.

Tot de H. Wonde van den linkervoet.

,

i o H. Wonde van den linkervoet mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in den geest. Dierbare Jezus! ik bid U uit geheel mijn hart, trek door de verdiensten dezer H. Wonde, mijne voeten uit den strik, die mijne vijanden mij gespannen hebben, en behoed mijne ziel voor den val. Dat de voet der hoovaardigheid geen ingang bij mij vinde; dat ik geene groote dingen, die boven mijne macht zijn, onderneme, maar altijd 1 in Uwe tegenwoordigheid, in de eenvoudigheid , mijns harten wandele, opdat ik aldus van U in genade ontvangen worde.

Voor deze H. Wonde leg ik al mijne kwellingen neder en vereenig die met Uw lijden en kruis. Geef mij de genade, om al mijne tegenspoeden en ellenden uit liefde tot U te verdragen, en mij altijd naar Uwen heiligen wil te voegen. Amen. Onze Vader, Wees gegroet enz.

Tot de H. Wonde van den rechtervoet.

o H. Wonde van den rechtervoet mijns Zaligmakers ! vol eerbied omhels ik U in den geest. Bestuur, o mijn Jezus! bid ik U uit ganscher harte, bestuur door de verdiensten dezer H. Wonde, mijn gang op den weg Uwer geboden, opdat ik van de eene deugd moge voortgaan tot de andere, totdat ik U, mijn God en Heer! in Sion aanschouwe.

-ocr page 92-

80

Voor deze H. Wonde breng ik al mijn geluk en ai den voorspoed, welke Uwe Goddelijke Voorzienigheid mij genadiglijk geschonken heeft, opdat mijn gemoed daardoor niet te zeer verheven worde, noch U, mijn opperste Goed! tot gramschap ver-wekke. Amen. Onze Vader, Wees gegroet enz.

Tot de H. Wonde van de linkerhand.

o H. Wonde van de linkerhand mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in den geest, o Mijn Jezus! ik bid U uit ganscher harte, door de verdiensten dezer H. Wonde, heb medelijden met mijne zwakheid en onstandvastigheid, versterk mij in alle goede voornemens en bewijs mij alleen deze liefde, dat ik moge zeggen; «Zijne linkerhand is onder mijn hoofd en Zijne rechter zal mij omhelzen.» (Cant. II.) Al mijne zonden, die ik wetende of onwetende bedreven heb, leg ik voor deze H. Wonde neder. Gewaardig IJ die uit te wisschen, o mijn Jezus! opdat zij in den dag des oordeels het vonnis der verdoemenis tegen mij niet eischen. Amen. Ome Vader, Wees gegroet enz.

Tol de H. Wonde van de rechterhand.

o H. Wonde van de rechterhand mijns Zaligmakers ! vol eerbied omhels ik U in den geest, o Heer Jezus! ik bid U uit ganscher harte, geef mij door de verdiensten dezer H. Wonde krachten tegen al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden, en stel mij in den jongsten dag aan Uwe

-ocr page 93-

81

rechterhand, opdat ik van U in vreugde moge hooren ; «Komt, gij gezegenden mijns Vaders, en bezit liet rijk, hetwelk U van het begin der wereld bereid is.» (Matth. 25.)

Voor deze H. Wonde leg ik neder en offer ik U op, al mijne goede werken, en bid U ootmoedig, mijn Jezus! dat Gij die met Uwe heilige werken wilt vereenigen, aan Uw hemelscheii Vader opofferen en mijne gebreken door Uwe volmaaktheden vergoeden. Amen. Onze \\ader, Wees gegroet enz.

Tol de H. Wonde van de zijde.

o H. Wonde van de zijde mijns Zaligmakers! o bron van liefde! o onwaardeerbare schat! o rustplaats mijner ziel! o liefste Jezus! zoude ik durven naderen tot dit geheiligd altaar eti Uw door liefde brandend hart kussen ? Goedertierene Jezus! beroof mij niet, bid ik U, door Uwe oneindige goedheid, beroof mij niet van dezen troost; verstoot mij niet van deze eenige schuilplaats mijner ziel. Welaan dan, mijne ziel! nader met betrouwen tot den troon van uw geliefden Bruidegom; ontlast U daar van alle kwellingen, waaronder gij gedrukt wordt; vervul hier uwe heilige begeerten, en rust daar in den gewensch-ten vrede. Het dunkt mij, o Jezus , dat Uwe liefde mij door deze minnelijke Wonde den toegang tot Uw hart opent. Hier bid ik U, in den diepsten ootmoed mij alles te vergeven, waarin ik ooit met hart, mond of werken tegen U ge-

-ocr page 94-

82

zondigd heb. Reinig, zuiver, o Jezus! mijn hart in dit bad van Uw dierbaar bloed; druk er de gedaante van Uw hart in, ontsteek het door het vuur Uwer liefde, opdat ik voortaan buiten U niets beminne, niets begeere.

Voor deze H. Wonde leg ik al de begeerten van mijn hart neder, en bid U, Jezus, dat mijn hart zoo vast aan het Uwe gehecht worde, dat zij nooit van een gescheiden worden, opdat ik waarlijk met den Apostel kunne uitroepen: «Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of honger of naaktheid , of gevaar, of vervolging, of het zwaard? Ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch Engelen, noch Vorstendommen, noch Krachten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch sterkte, noch diepte, noch eenig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Jezus Christus onzen Heer.» (Rom. VIII.) Onze Vader, Wees gegroet etiz.

GEBED VAN DEN H. BONAVENTURA.

O Jezus, die uit liefde voor mij, U zeiven niet gespaard hebt, druk Uw lijden in mijn hart, opdat ik overal, waar ik zal gaan, altijd Uwe wonden voor oogen hebbe, en noch rust, noch troost vinde dan in het overdenken van Uwe pijnen. Amen.

-ocr page 95-

83

GEBED VAN OUDERS VOOR HUNNE KINDEREN.

Aan U, allerreinste Moeder Maria, vertrouwen wij het dierbaarste toe, wat wij op aarde bezitten , het voorwerp onzer liefde en zorgen. Ge-waardig U hen onder het getal uwer beschermelingen aan te nemen en wees voor hen eene teedere Moeder. Draag getrouw met ons de ouderlijke zorgen; sta ons bij, opdat wij ze kunnen opvoeden naar Gods Hart en hen door woorden en daden tot de deugd kunnen aanmoedigen. Schenk ons wijs beleid in het bestraffen hunner gebreken en waakzaamheid en voorzichtigheid om de gevaren, die hen bedreigen, te kennen en hen daarvoor te behoeden. Wat wij echter uit onwetendheid of nalatigheid verkeerd I zouden doen, gelief dat ten goede te wenden, ter wille van de groote liefde, die gij het Goddelijk Kind Jezus toegedragen hebt, opdat onze kinderen door uwe machtige voorspraak in genade mogen opgroeien bij God en bij de menschen.

o Liefderijke Moeder Maria, die de echtge-nooten te Kana zoo goedig zijt te hulp gekomen, neem ook ons onder uwe gezegende hoede; doe ons in lichamelijken en geestelijken nood uwen bijstand ondervinden en maak ons huiselijk leven gelijkvormig aan dat der Heilige Familie te Nazareth.

Jezus, Maria, Joseph! gelieft ons en de onzen te allen tijde te beschermen en te bewaren. Amen.

-ocr page 96-

84

GEBED VAN EEN KIND VOOR ZIJNE OUDERS.

Heilige Maagd Maria! ik bid U bij de kinderliefde, welke Gij uwen Ouders hebt toegedragen, prent de gedachte aan het vierde gebod diep in mijnen geest en verwerf voor mij den bescheiden eerbied, de teedere liefde en blijde gehoorzaamheid, welke ik aan mijne Ouders verschuldigd ben.

Leer mij hunne vermaningen ter harte nemen, hunne wenschen vervullen, hun lijden verzachten en maak, dat ik de troost huns levens, de steun huns ouderdoms worde, o Liefdevolle Moeder, beloon hunne liefde en al hetgene, wat zij voor mij gedaan hebben, daar ik dit nooit genoeg zal kunnen vergelden; behoed hen voor de gevaren, die hunne ziel of hun lichaam bedreigen, troost hen in hunne rampen en zegen hen in hunne ondernemingen. Maar vooral, o goede Moeder! verkrijg voor mij en mijne Ouders de genade, dat wij, die hier op aarde zoo innig met elkander verbonden zijn, eens voor eeuwig in den Hemel vereenigd worden, om daar met U en alle Heiligen den drieëenigen God te loven. Amen.

GEBED VAN EEN JONGELING.

Heilige Maagd Maria! Gij kent de waarde der jeugd, maar ook tevens de gevaren, waaraan zij blootgesteld is, en daarom houdt Gij niet op, haar de teederste liefde en moederlijke zorgen te bewijzen, o Maria! wees ook mijne Moeder en de Troosteres mijner jeugd. Wees een licht

-ocr page 97-

85

voor mijne onervarenheid, een hechte steun voor mijne zwakheid, een gestadige wacht voor mijne lichtzinnigheid; wees mijn schild en mijne sterkte tegen de vijanden mijner zaligheid. Duld niet, o machtige Beschermster! dat de zonde ingang vinde in mijn jeugdig hart, hetwelk zich aan uwen dienst toewijdt. Leer mij ootmoedig, bescheiden en volgzaam zijn; laat niet toe, dat de geest van trotschheid, die het juk van heilzame onderwerping wil afwerpen en in verderfelijke onafhankelijkheid zijne bevrediging zoekt, mij ooit beheersche. o Reine Maagd! behoed mij vooral voor die zonde, welke meer dan alle andere, U en uwen Godde-lijken Zoon bedroeft, en lichaam en ziel onteert en in het verderf stort. Sta mij bij, opdat ik steeds in de heilzame vrees Godswandele, mijne zinnen en vooral mijne oogen steeds bevvake, mijne jeugdige droombeelden aan de rede en het geloof onderwerpe, gevaarlijke genoegens en gezelschappen fier ontvluchte en tijdens de bekoring vurig uwen bijstand afsmeeke. Met uwe hulp, o machtige Maagd! zal ik aan alle gevaar het hoofd bieden en eens met troost en een dankbaar hart jegens U op mijne jeugd kunnen terugzien.

GEBED VAN EENE JONGE DOCHTER.

Maagd der Maagden, Heilige Maria! ais ik het verheven voorbeeld en den schitterenden glans van uwe deugden beschouw en op mijne gebreken en onvolmaaktheden neêrzie, schaam ik mij, om

-ocr page 98-

86

mijne oogen tot U op te heffen. Als ik echter de groote liefde van uw moederlijk hart overdenk, boezemt mij deze gedachte moed en vertrouwen in, om tot U te naderen. Gij toch, o reine Maagd Maria! zijt het voorbeeld der maagden, maar ook eene zorgzame Moeder, die haar behoedt voor de gevaren, die de onschuld bedreigen. Gij leert haar door uw voorbeeld de zuiverheid des harten beminnen en geleidt ze langs den afgrond van zonde en verderf veilig naar het hemelsch vaderland. o Liefderijke Koningin! wees ook mijne Beschermster en leid mij, uw onwaardig kind, door de gevaren dezer wereld veilig naar mijn eeuwig heil. o Vlekkelooze Maagd! die de maagdelijke zuiverheid zoozeer hebt bemind, leer mij de reinheid des harten als het dierbaarste kleinood hoogschatten en zorgvuldig alles vermijden, wat dien schat kan doen verliezen. Verkrijg voor mij de genade, van de ijdelheid te verachten, de behaagzucht te verafschuwen, en door de zedigheid mijner kleeding anderen te stichten. Leer mij, lieve Moeder, in Christelijke ingetogenheid voor Gods oogen wandelen en den kostbaren tijd nauwgezet en vlijlig besteden. Schenk mij uwen bijstand, om mijne zinnen te beheerschen, mijn hart te bewaken, de bekoring standvastig te bestrijden, over al mijne vijanden te zegepralen, opdat ik eenmaal het geluk moge hebben, Jezus, het loon der reine zielen, te genieten. Amen

-ocr page 99-

87

GEBED OM HET EENE NOODZAKELIJKE.

God, mijn Schepper en Vader, geef mijn geest vleugelen, opdat ik mij boven deze aarde verheffe en tot ü wende in de stilte des gebeds, om mij met U over mijne eeuwige belangen te onderhouden. God, welke onuitsprekelijke genade, dat ik, een aardworm, een zondig mensch, steeds met U kan spreken! En toch spreek ik zoo zelden met U. Welke zoetheid is er in den omgang met ü verborgen! En toch geniet ik ze zoo weinig. Wat trouwe en zekere leidsman tot mijne zaligheid zou mij het ware gebed zijn! En ik ken het nauwelijks. Ik bid zoo onachtzaam en verstrooid, als behoefde ik dit hulpmiddel niet. Ach, met schaamte en al zuchtend moet ik mijn gebed beginnen. Wat is wel de reden, o mijn God, die mij van U verwijderd houdt? Gij weet, ik zou dikwijls hartelijk willen bidden, maar ik ben nauwelijks mij zeiven meester. Mijn hoofd is vervuld met tijdelijke zaken; mijn hart is zoo verward, dat ik tegen mijn wil dikwijls niet bid, of verstrooid en niet met het hart. Zoo kan ik Uwe zoetheid niet smaken, o Heer, want Gij vraagt een ledig hart en slechts daar is de plaats Uwer rust. Zoo levert mijn gebed ook niet de noodige vruchten op, en ik keer tot het tijdelijke terug, zonder geheel bij U geweest te zijn. Vandaar dan, dat ik altijd de oude, aan het aardsche gehechte, in zonden gewikkelde en ongelukkige mensch blijf en op don weg der eeuwige zaligheid niet vooruitga.

6

-ocr page 100-

88

Ik leer dagelijks en word niet wijzer; ik verkrijg en geniet, en word niet verzadigd; ik arbeid en zwoeg mij af, en win daarmeê niets dan nieuwen arbeid en nieuwe zorgen. Wel voed ik mijn lichaam, maar mijne ziel versmacht en droogt uit als hooi, omdat zij haar voedsel, het brood des gebeds, niet nuttigt. En terwijl ik zorg voor dit leven, verwaarloos ik mijne eeuwigheid. Ik zucht zonder ophouden naar beter, en ondervind altijd slechter. Mijne onrust en ellende vermeerderen met mijne dwaasheid en afdwalingen en ik heb reden om voor mijn toekomstig lot, voor mijne eeuwige zaligheid te sidderen.

Zoo vliegt mijn leven voorbij, mijne krachten nemen af, en met al mijne vermoeienissen verwijder ik mij meer en meer van mijn doel, in plaats van het naderbij te komen. Hoe langer ik zoo voortkwijn, des te moeielijker kan ik mij verbeteren. Eindelijk kan de dood mij plotseling en onverwachts overvallen, gelijk het duizenden anderen overkomen is en nog overkomt. Hoevelen grijpt de kille hand des doods aan op den zon-nigen middag huns levens, midden in de drukte van aardsche zaken en ontwerpen, terwijl hun hart aan God of Zijn rijk niet denkt. De wereld met al, wat zij bevat, gaat voorbij; de poort der eeuwigheid opent zich en onvoorbereid gaan zij hun eeuwig lot te gemoet. God, wat ontzetting! Neen, niet langer wil ik mij aan zulk gevaar blootstellen. Vandaag zal ik de hand aan het werk leggen en met Uwe genade aan mijne bekeering gaan arbeiden.

-ocr page 101-

89

Waar, o mijn God, lag sedert zoo langen tijd de eigenlijke reden mijner treurige afdwalingen? — o, waar anders dan in mijne eigenzinnigheid, die ik steeds tegenover Uw H. Wil plaatste? Gij wilt, dat ik U alleen diene en U uit geheel mijne ziel aanhange. En daar ik nu mijn hart tusschen de wereld en U verdeelen wilde, en dit volgens Uwe eigene woorden niet kan, zoo hing ik meer de wereld aan, ja diende haar alleen. Daarom streefde ik naar het lijdelijke als naar mijn hoogste goed en beschouwde het eeuwige als eene bijzaak. De begoochelingen der aardsche rijkdommen bekoorden mij meer dan de glans der hemelsche heerlijkheid; de rook der ijdele eer bij de menschen stelde ik boven Uwe eer, en de kortstondige genietingen der zinnelijke vermaken waren mij dierbaarder dan de eeuwige vreugde en de reine wellusten des Hemels. Deze valsche grondbeginselen waren oorzaak mijner verkeerde handelingen; vandaar al mijne zonden; vandaar die strijd in mijn hart, mijne oneenigheid met den evenmensch, mijne gansche ellende. Gij kent ze, o mijn God, o eeuwige bron van alle goed! Die van Uwe wegen afwijkt, komt onfeilbaar uit op de wegen des verderfs. Barmhartige Vader, ik dank ü. dat Gij mij dit thans zoo duidelijk laat inzien. De kennis mijner ellende is de eerste schrede tot mijne redding. Laat niet na ze te voltooien en mij uit den afgrond mijner ongelukken te trekken. Amen.

-ocr page 102-

90

VERSCHILLENDE GEBEDEN

TOT DE

ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.

GEBED VAN DEN H. BERNARDUS.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die zich onder uwe bescherming stelde, U om bijstand smeekte en uwe voorspraak inriep, van ü verlaten werd. Door dit vertrouwen bezield, o Moeder en Maagd der maagden, kom ik tot U. Zie mij, zuchtende over mijne zonden, aan uwe voeten; o Moeder van het Eeuwig Woord, versmaad mijne smeekingen niet, maar hoor mij genadig aan en gewaardig ü mij te verhoeren. Amen.

(Dit gebed kan geschikt plaats vinden achter de Oratie van de Litanie van Lorette.)

ANDER GEBED.

Heilige Maria, Moeder van God , Moeder aller Christenen, gij zijt de heiligste en zaligste onder alle menschen. Gij zijt de uitverkorene Gods; de Engel Gabriël groette U als vol van genade, de gansche H. Kerk vereert U als de koningin van het heelal. Wie zou U niet eeren, daar God zelf ü eert? Wie zou U niet beminnen, daar God zelf U bemintquot;? Wie zou geen vertrouwen stellen op uwe moederlijke liefde en voorspraak, daar Gij door de overschaduwing des H. Geestes moeder zijt geworden van Gods Zoon? Bid daarom

-ocr page 103-

91

God, o Moeder van onzen Heiland, om erbarming voor ons, arme zondaren. Trouwe Maagd, bid onzen Heer, dat wij ons met getrouwheid en ootmoedigheid aan Zijn heiligen dienst mogen toewijden. Godvruchtige Maagd, die de woorden uws Zoons in uw hart overwoogt, bid voor ons, zwakke en verblinde menschen, om een levendig geloof. Gij stondt onder het kruis van uw Zoon en een zwaard van droefheid doorboorde volgens de voorzegging van Simeon uw moederhart; door dit bitter lijden bid voor ons, die hier op aarde met tegenspoed te kampen hebben, opdat wij naar uw voorbeeld de wederwaardigheden met geduld en voor God mogen verduren, o Moeder aller geloovigen, die op aarde zooveel verdiensten hebt vergaderd en die nu in den Hemel aan de rechterhand van uw Zoon in glorie en heerlijkheid gezeten zijt, bid voor ons om volharding in het goede; bid voor ons om een zalig stervensuur en het erfdeel der kinderen Gods, dat ons door de gezegende vrucht uws lichaams is bereid , opdat wij onzen God, die zoo groote dingen in U heeft uitgewerkt, in eeuwigheid met U mogen loven, prijzen en genieten. Amen.

ANDER GEBED.

o Maria, lieve Moeder van Jezus en alle geloovigen , aan uwe voorbede en uwe hulp vertrouw ik mij zelven en al de mijnen toe. Smeek vooral door uw zaligen dood voor ons een gelukkig stervensuur van God af.

o*

-ocr page 104-

92

o Allerbeminnelijkste Maagd, Gij bemint degenen, die U beminnen; Gij helpt, die op U vertrouwen. Ik nader daarom tot ü, o troosteres der bedrukten en toevlucht der veriatenen, en werp mij, zuchtende over mijne zonden, aan uwe voeten neder, o Moeder van het Eeuwig Woord, versmaad mijne smeekingen niet; verhoor mij, armen zondaar, die van uit dit dal van jammeren tot U roep; sta mij altijd door uwe krachtige voorbede bij, en vooral in het uur van mijn dood; o goedertierene, o meèdoogende, o zoete Maagd Maria 1

O Maria, vol van genade en barmhartigheid, doe mij de kracht van uw bijstand ondervinden; met vast vertrouwen op uwe moederlijke liefde hoop ik door uwe voorbede volharding in het geloof, overgeving aan den goddelijken wil, onverstoorbaar geduid, steeds aangroeiende liefde, en eindelijk een gelukkigen overgang tot de vreugde van het paradijs. Amen

GEBED OM MARIA TOT MOEDER EN BIJZONDERE PATRONES TE VERKIEZEN

o Koningin des Hemels, Moeder van barmhartigheid, toen uw Goddelijke Zoon aan het kruis hing, heeft Hij bij testament U aan mij tot Moeder gegeven, toen Hij tot Joannes zeide: «Ziedaar uwe moeder » Zie, nu neem ik U op nieuw als mijne moeder aan. Gij zult steeds mijne lieve moeder wezen. Ik zal U altijd den diepsten eerbied en de teederste liefde toedragen en U,

-ocr page 105-

93

zooveel ik zulks vermag, ook door anderen doen eerbiedigen en als eene moeder eeren. Ik zal uwe verhevene deugden trachten na te volgen ; ik zal gedurig uwe voorbede inroepen en steeds een bijzonder vertrouwen stellen op uwe machtige voorspraak. Welk een geluk voor mij, dat ik eene zoo machtige, zoo rijke en goede Moeder heb! En welk eene goedheid van Jezus, die aan mij dacht in eene zee van pijnen en versmading, toen Hij worstelde met den dood! Gij nu. Allerheiligste Maagd Maria, wees mij eene moeder; neem mij als uw kind aan. Schenk mij uwe liefde, bescherm mij, bid voor mij, opdat ik een rechtgeaard kind wezen moge. Geef mij vooral een vurigen ijver om uwe deugden na te volgen Och, mocht ik dat levendig en werkdadig geloof hebben dat zoo wonderlijk in U werkte en waardoor Gij alle woorden van Jezus in uw hart be-waardet. Verwerf mij ook, Maria, die hemelsche zuiverheid en onvergeiijke ootmoedigheid, die Gij in zóó verheven graad hebt beoefend , dat Gij daardoor waardig bevonden zijt, om de Moeder van God te worden, boven alle schepselen verheven. Wat onverstoorbaar geduld hebt Gij geoefend in alle smart, die Gij leedt, en in alle rampen, die U troffen 1 Hoe volmaakt gehoorzaam waart Gij aan de bevelen des Heeren! Wat liefde tot uwen Jezus I Kn welk eene standvasligheid in lijden, die U tot zelfs onder het kruis van uwen Zoon deed staan! o Verwerf voor mij een vurigen ijver, om mij in al deze deugden te

-ocr page 106-

94

opfenen. Nooit hoorde men, dat iemand van U verstoeten werd, als hij met vertrouwen tot U zijne toevlucht nam. Hoe zult Gij mij dan verstoeten, die U wil beminnen en dienen. Lieve Moeder, vermeerder mijn vertrouwen en verhoor mij. Amen.

BEGROETING EN VEREERING VAN HET MIRACULEUS BEELD.

Wees gegroet. Koningin des Hemels! Millioenen knieën hebben zich reeds eerbiedig voor IJ gebogen, millioenen oogen met vertrouwen naar U opgezien, millioenen handen zich smeekend naar ü verheven, millioenen harten zich voor U uitgestort , millioenen bedroefden hebben bij U troost en opbeuring gevonden en met tranen van dankbaarheid van U afscheid genomen.

o Heilige Maagd en Moeder Gods! zie dan ook liefdevol op mij neder, die hier voor uw genadebeeld lig neêrgeknield en mij verheug over al de eer, die U hier bewezen wordt; over al de gebeden en gezangen, die hier tot U opstijgen; over al den dank , dien Gij hier ontvangt, en over al de goede voornemens, die hier gemaakt worden. Neem ook mijn gebed aan, gelief het te verhoeren en schenk mij den troost, dien ik bij U kom zeeken. Amen.

DANK- EN SMEEKGEBED TOT DE TROOSTERES DER BEDRUKTEN.

Verhevene en zoete Maagd Maria, wanneer ik uw wondervol genadebeeld aanschouw, kemen

-ocr page 107-

95

mij alle weldaden te binnen, welke ik van U ontvangen heb. Dan denk ik aan de moederlijke liefde, die Gij steeds voor mij getoond hebt; aan het geduld, waarmede Gij mijne ondankbaarheid verdragen hebt en aan al het goede, wat ik door uwe machtige voorspraak bekomen heb. Voor al deze onverdiende blijken van liefde, betuig ik U, allerreinste Maagd, uit den grond mijns harten mijnen innigsten dank, en door de goedheid, welke Gij mij tot hiertoe bewezen hebt, aangemoedigd , durf ik U al mijnen nood klagen, al mijne beden tot U opzenden. Zie, Gij hebt aan mg gedacht, zelfs toen ik U niet aanriep en ondankbaar was voor de weldaden, door U aan mij geschonken. Hoe zoudt Gij mij dan niet verhoeren, wanneer ik aanhoudend uwe barmhartigheid afsmeek en uwe hulp inroep? Hoe zoudt Gij uwen bijstand niet verleenen op de plaats, die U zoo dierbaar is en waar Gij U meer dan tweehonderd Jaren de Troosteres der bedrukten hebt getoond I

o Heilige Maagd! mijne ziel wordt met een onbegrensd vertrouwen op uwe goedheid vervuld, wanneer ik zie, hoe op deze plaats door uwe voorspraak blinden het gezicht, stommen de spraak, dooven het gehoor, lammen het gebruik hunner ledematen herkregen hebben; hoe verstokte zondaars hier bekeerd , de boetvaardigen gesterkt en de bedroefden getroost zijn. Ik weet ook. Gij zult op mij met barmhartigheid neêrzien en voor mij de genade verwerven, waaraan ik

-ocr page 108-

96

het meest behoefte heb. Geef mij een waar en levendig geloof, opdat ik mijn leven inrichte naar de leerstellingen van het heilig Evangelie, een vaste hoop, om in het lijden en de beproeving niet te bezwijken, eene vurige liefde tot Jezus, om liever alles te verliezen dan Hem nog door de zonden te vergrammen. Verkrijg voor mij de genade om de plichten van mijnen staat getrouw te vervullen : sta mij bij in alle bekoringen en bijzonder in deze, waardoor ik het meest bevochten word..... en duld niet, dat ik de goede voornemens , op deze plaats gemaakt, trouweloos verbreke.

Aan uw moederlijk hart beveel ik vooral dit

lijden, deze zaak aan_____ omdat ik weel, dat

alles, wat gij van God zult vragen, U zal gegeven worden; laat mijn vertrouwen mij daarom niet beschamen en mij niet ongetroost van U heengaan. Indien het echter de aanbiddelijke Wil van God is, dat ik dit kruis nog langer torsche, verkrijg dan voor mij het geduld, dat ik noodig heb, om met onderwerping te lijden.

o Heilige Maagd I ik verdien wel is waar niet, dat Gij mijne bede inwilligt, maar ik vertouw toch, dat zij, vereenigd met de gebeden van zoovele vrome pelgrims, van zoovele eerbiedwaardige priesters, religieuzen en zoovele godvruchtige geloovigen, door U zal verhoord worden.

o Hemelsche Vader! toon Uwe macht door Uwe geliefde Dochter Maria en laat mij door hare voorspraak genade bij U vinden.

-ocr page 109-

97

o Goddelijke Verlosser! verheerlijk Uwe dierbare Moeder en schenk mij door hare tusschen-komst hnip en redding in mijnen nood.

o Heilige Geest! verhef Uwe uitverkoren Bruid en troost door haar mijne arme ziel nu en in het uur van mijnen dood. Amen.

GEBED OM DOOR TUSSCHENKOMST VAN DE TROOSTERES DER BEDRUKTEN

VOOR ZICH EN VOOK ANDEEEN EENE BIJZONDERE GENADE TE VERKRIJGEN.

Heilige Maria , Moeder van barmhartigheid , hoop en troost aller bedrukten! ik bid U bij het zwaard van droefheid, dat uwe ziel doorboorde, toen Gij uwen lieven Zoon vol smart aan het kruis zaagt hangen, bij het medelijden, dat Hij in Zijne kinderlijke liefde met uwe moederlijke smarten gevoelde, bij de liefderijke zorg, waarmede Hij stervend U aan Zijnen dierbaren leerling aanbeval, schenk mij uwe hulp in deze of geene omstandigheid.... Tot wie zal ik, armeen hulpelooze, mij anders wenden dan tot U, machtige Maagd! Neig uw oor met die goedheid, welke U eigen is, naar mijne bede. Ik bid ü bij de onuitputtelijke barmhartigheid van Jezus, uwen Goddelijken Zoon, bij den doodsangst, dien Hij voor ons in den Olijfhof heeft doorslaan, bij de standvastigheid en de naamlooze smart, waarmede Gij Hem op Zijnen lijdensweg gevolgd zijt, bij het geduld, waarmede Hij de vernederingen en de folieringen van Zijnen kruisdood heeft verdra-

-ocr page 110-

98

gen, bij de barmhartigheid, waarmede Hij stervend voor Zijne vijanden heeft gebeden, bij Zijnen bitteren dood. Zijne glorierijke verrijzenis en de vreugdevolle verschijning, waardoor Hij U troostte, bij Zijne wondervolle Hemelvaart, bij de gaven van den Heiligen Geest, die over U en de Apostelen nederdaalde, ik bid U, heilige Maagd, bij al de smart, welke Gij getrouw met uwen Zoon gedeeld hebt, bij de onuitsprekelijke vreugde, waarmede Hij U bij Zijne Hemelvaart heeft vervuld , bij uwe kroning in den Hemel, schenk mij uwe hulp en uwen bijstand. Ik kom tot U, o teederste aller moeders, toon dat gij mijne Moeder zijt; heb medelijden met mij en verhoor de ootmoedige bede, die het vast vertrouwen op uwe goedheid mij ingeeft. (Hier bidt men om eene bijzondere genade.) o Maria! ik werp mij voor uwe voeten neder om door uwe milde tusschen-komst, indien het Gode behagelijk is, dien troost en die hulp te verkrijgen, welke ik verlang, vast overtuigd als ik ben, dat uw Goddelijke Zoon U niets weigeren zal. ü, o Heilige Maagd! zal ik danken, U vereeren met vernieuwden ijver en grooter vertrouwen, en voortaan trachten, door een deugdzaam leven mij uwe liefde en uwe weldaden waardig te maken. Amen.

SMEEKGEBED.

Hemelsche Troosteres der bedrukten! strek uwe barmhartige handen over mij uit en laat den dauw der genade op mij neórkomen. Wees

-ocr page 111-

99

de Geleidster der dwalenden, de Toevlucht der zondaren, de Behoudenis der zieken, de Troost der bedroefden, de Hulp der Christenen.

Neem vooral hen onder uwe hoede, voor wie ik bijzonder verplicht ben te bidden; mijne ouders, broeders, zusters, bloedverwanten, oversten, onderdanen, weldoeners, vrienden en vijanden, en degenen, die ik ooit beleedigd of geërgerd heb.

Gedenk, o machtige Maagd! dat het nooit is gehoord, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, en zich onder uwe bescherming heeft gesteld , verloren is gegaan. Daarom ga ik vol vertrouwen tot U en smeek ik U, wees voor mij eene machtige Beschermster bij uwen lieven Zoon, wend de straffende hand Gods af en voer mij door de stormen dezes levens naar de have der eeuwige zaligheid. Amen.

GEBED TOT MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.

o Onbevlekte Maagd, met hoe innige vreugde dank ik den Schepper, dat Hij U reeds in het eerste oogenblik van uw bestaan met de heilig-makende genade versierd heeft, zoodat de smet der erfzonde geen oogenblik op uwe reine ziel heeft gekleefd. God bevoorrechtte U aldus boven alle kinderen van Adam, omdat Hij U tot Moeder van Zijn Zoon had uitverkoren, die de zonden der wereld zou wegnemen. Omdat Gij de Moeder zoudt zijn van den Oorsprong aller heiligheid, zoo wilde God ook, dat in U slechts heiligheid en deugd zou zijn. Dit kon alleen geschieden in

-ocr page 112-

100

He verdiensten uws Zoons, onzen Heer en Heiland, zoodat Gij deze uitgelezenc genade aan uw goddelijk moederschap te danken hebt. Hoe dank ik God den Vader voor dit groote voorrecht! Hoe prijs ik God den Zoon voor Zijne oneindige verdiensten, die ook voor U de bron aller genaden geweest zijn! Hoe goedertieren heeft God, die U voor de erfzonde bewaard heeft, ook mij van deze zondesmet bevrijd! Uw Zoon heeft ons wedergegeven, wat Adam door zijn ongelukkigen val voor zich en al zijne nakomelingen verloren had. Door Hem worden wij kinderen Gods. Met innige liefde wil ik steeds overdenken, wat de apostel Paulus zegt: « Gelijk door de zonde van éénen (Adam) de vervloeking over alle menschen gekomen is, zoo kwam ook door de gerechtigheid van éénen (Jezus Christus) over alle menschen de rechtvaardiging des levens. » Moeder van mijn Verlosser, bid voor mij bij God door de oneindige verdiensten van uw Zoon, onzen Verlosser, dat ik mij niet wederom door de zonde ongelukkig make, maar dat ik zóó leve, dat ik eenmaal onder hen be-hoore, van wie dezelfde apostel zegt: «Zij, die de genade en de gave der rechtvaardigheid bewaren, zullen door dien éénen, Jezus Christus, in het (eeuwige) leven heerschen. » Amen.

GEBED TOT MARIA, OM ZICH VOOR IMMER ONDER HARE BESCHERMING TE STELLEN.

Heilige Maria, Moeder van God, machtige

-ocr page 113-

101

voorspraak der Christenen en uitdeelster van alle genadegaven, daar ik niet weet, wat na het strenge oordeel uws Zoons mijn lot in de eeuwigheid zijn zal, zoo neem ik met een vast vertrouwen op uwe moederlijke liefde tot U mijne toevlucht, en kies U heden tot meesteres over mijn lichaam en mijne ziel, tot patrones voor mijn leven en tot mijne voorspraak bij mijn dood. Met uwe hulp en die uws Zoons neem ik mij vastelijk voor, U nimmer te veriaten, nimmer iets tegen uwe eer te zeggen of te doen, en niet toe te laten, dat mijne onderdanen in iets uwe eer zouden krenken. Ik bid U, neem mij als uw eeuwigen dienaar aan; sta mij in mijne handelingen, die ik allen tot meerdere eer van God en tot zaligheid mijner ziel verrichten wil, krachtdadig bij, en verlaat mij niet in dit leven, noch bij mijn dood. Dit smeek ik ü door uw zalig afsterven, door uw Jezus, dien Gij bij Zijn dood aan het kruishout hebt bijgestaan, en door alle Engelen en Heiligen des Hemels, o Maria, op U heb ik mijne hoop gesteld; in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Amen.

DRIE GEBEDEN DER H. MECHTILDIS TOT MARIA OM EEN ZALIGEN DOOD.

1. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met U; Gij zijt gezegend boven de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus.

H. Maria, Moeder van God, daar God de Vader van Zijne almacht gebruik heeft gemaakt, om U

-ocr page 114-

102

boven alle schepselen te verheffen, en U met eene macht te bekleeden, die alleen aan de Zijne ondergeschikt is, zoo sta mij bij, smeek ik U, in het uur van mijn dood en jaag alle vijandelijke macht verre van mij. Amen.

2. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met U; gezegend zijt Gij boven de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus.

H. Maria, Moeder van God, daar Gods Zoon over U de schatten Zijner ondoorgrondelijke wijsheid heeft uitgestort en U met zooveel licht en kennis begunstigd heeft, dat Gij de H. Drievuldigheid beter kendet dan alle Heiligen, zoo bid ik U, mijne ziel in het uur van mijn dood zóó helder door het licht des geloofs te doen beschijnen, dat geenerlei twijfel of dwaling haar kunne overmeesteren. Amen.

3. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met U; gezegend zijt Gij boven de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus.

H. Maria, Moeder van God, gelijk de H. Geest de volheid Zijner liefde over U heeft uitgestort, zoo stort ook over mij in het uur van mijn dood de zoetheid der goddelijke liefde in zulke mate uit, dat alle bitterheid voor mij in zoetheid moge veranderen. Amen.

BEZOEK VAN DE BEELTENIS DER H. MAAGD.

Ik betuig U mijn diepsten eerbied, o onvergelijkelijke Maagd, en Moeder van mijn Verlosser; ik loof U met alle zalige bewoners des Hemels

-ocr page 115-

103

en met alle geloovigen dezer aarde; ik verblijd mij over uwe heerlijkheid en glorie. Ik vereenig deze eerbewijzing met de liefde, die Jezus, uw Zoon, ü toedraagt, en met de liefde des Heiligen Geestes, die ü de volheid der genaden geschonken heeft. Ik bedank U, o mijn God, voor alle gaven, voorrechten en genaden, die Gij aan Maria geschonken hebt, alsook omdat Gij mij Maria tot moeder hebt gegeven.

Lieve Moeder, om mijne groote ondankbaarheid en mijne weinige godsvrucht tot U ben ik niet waardig, hier voor uw beeld te liggen neêrgeknield. Maar voortaan zal ik U meer beminnen en ijveriger dienen; daarmede hoop ik U en uw Zoon te behagen en voor mij en anderen verdiensten te vergaderen. En waarom ook zou ik U niet beminnen ? Ben ook ik niet uw kind, is uw lieve Zoon ook niet voor mij gestorven, heeft Hij op het kruis U ook niet aan mij tot Moeder gegeven?

Met kinderlijk vertrouwen nader ik U, om mijn hart voor U uit te storten en U mijne ellende kenbaar te maken. Ik ben loom en traag in den godsdienst en de oefening der deugd; ik bemin de wereld nog; ik zoek wereldsche vermaken en de voldoening mijner zinnen. Mijn geloof is zwak, mijn hoop wankelend, mijne liefde koel. o, Gij kunt al die ellenden door uwe machtige voorspraak verhelpen. Jezus kan U niets weigeren, van wie Hij Zijn lichaam heeft willen ontvangen. Gij verkrijgt alles door Hem, die ons door U alles heeft willen geven.

7

-ocr page 116-

104

Ik smeek U dan, o Maria, mijne lieve Moeder, mij al mijne onvolmaaktheden, mijne gebreken en ondeugden te helpen verbeteren. Stort in mij een vurigen ijver, om uwe deugden en vooral uwe liefde tot Jezus na te volgen. Ik bid U om licht en genade, om in dit dal van tranen godvruchtig te leven. Leer mij de bekoringen des duivels, het bedrog der wereld en de aanlokselen des vleesches overwinnen. Geef mij, dat ik tot aan het einde mijns levens in de deugd volharde en in uwe heilige armen zalig sterve.

Bid ook uw Zoon voor Zijne bruid, de H. Kerk; neem haar onder uwe bescherming en verdedig haar tegen het woest geweld barer overmoedige vijanden. Wees voor alle geloovigen eene krachtige hulp in den strijd, en een zoete troost bij tegen-beden, en verwerf voor de zielen des vagevuurs kwijtschelding harer straffen en verlossing uit haar duisteren kerker. Spreek, bid ik U, bij uw Zoon voor de verlichting der ongeloovigen, voor de vermurwing der verharde joden, voor de bekeering der zondaars, voor de verbetering der slappe christenen, voor mijn vaderland, voor mijne overheden, voor mijne bloedverwanten, vrienden en vijanden. Leer mij uwe grootheid kennen, uwe liefde waar-deeren, en uwe heiligheid navolgen. Zegen dei;e beden, die ingestort zijn door het besef mijner ellende, door de kennis uwer macht, en het vertrouwen op uwe liefde. Ach, help ons, Koningin van hemel en aarde, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop. Help ons

-ocr page 117-

105

allen, help mij vooral nu en in het uur van mijn dood, opdat wij U gedurende de gansche eeuwigheid kunnen bedanken Amen.

AFSCHEID VAN HET GENADEBEELD.

o Zoete Troosteres der bedrukten! nog eenmaal verschijn ik voor uw roemrijk genadebeeld en betuig ü mijnen innigen dank voor het geluk, dat ik U hier mocht bezoeken en voor al de genaden, welke ik door uwe moederlijke hand ontvangen heb. Vergeef mij welwillend mijne lauwheid en verstrooidheid, waarmede ik mijne oefeningen van godsvrucht verricht heb en maak, dat deze bedevaart vruchten van zaligheid bij mij moge voortbrengen. Sta mij bij, opdat ik met meer ijver aan het heil mijner ziel arbeide, U vuriger vereere en laat niet toe, dat ik de goede voornemens, welke ik op deze plaats gemaakt heb, vergete en ooit uw Goddelijken Zoon, Jezus, door eene enkele doodzonde beleedige.

Druk uwe verhevene beeltenis diep in mijnen geest, opdat ik in alle omstandigheden des levens mijne toevlucht tot U neme en in het uur des doods door U moge getroost worden, o Zoete Moeder Maria! schenk mij tot afscheid uwen moederlijken zegen, opdat ik mijn pelgrimsreis gelukkig volbrengen moge. Amen.

-ocr page 118-

GODVRUCHTIGE EN BEKNOPTE LEIDING

OP DEN

HEILIGEN KRUISWEG van Jerusalem naar Calvarië,

volgens den zaligen Leonardus a Porto Mauritio.

WIJZE OM DEZE GODSVRUCHT TE OEFENEN.

In de kerk gekomen, om den Kruisweg te houden, knielt men voor het Altaar neder en tracht men zich voor te bereiden, door eene oefening van berouw te verwekken. Vervolgens gaat men de onderscheidene Statiën in volgorde bezoeken, en zich voor elke Statie op de knieën werpende, zegt men met gevoel: Wij aanbidden U, Christus enz. Nu blijft men een weinig tijds dat geheim van Jezus\' lijden overwegen, hetwelk door die Statie wordt voorgesteld; en na een kort gebed tot den lijdenden Verlosser, zegt men: Onze Vader. — Wees gegroet, met deze woorden sluitende: Ontferm U onzer, enz. Op deze wijze gaat men voort tot aan de laatste Statie, en zich dan weder tot het Altaar wendende, bedankt men God voor de ontvan-gene genade.

De aflaten, welke men in deze oefening verdienen kan, zijn dezelfde, welke zij verdienen, die de Statiën van den Kruisweg te Jeruzalem in persoon bezoeken. Vele van deze zijn volle Aflaten, van welke men zich zeiven eenen kan toevoegen en de overige aan de delen in het vagevuur.

-ocr page 119-

107

VOORBEREIDEND GEBED EN OEFENING VAN BEROUW.

Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Verlosser van den zondigen mensch! en innig getroffen over het lijden, dat ü mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogen-blikken met dat wonder van liefde bezig houden, door U in den geest op Uw bloedigen Kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen ? Ik, die U zoo dikwerf beleedigde, Uw lijden niet zelden vernieuwde! Ja, mijn Jezus! ik beken het, ik ben zondaar, een onwaardige; maar Gij kunt mij rechtvaardig en Uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij; verwerp mij niet van Uw aanschijn en vergeef den boetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed boven al bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zoo beminnen, dat ik eenmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie Uw bloed niet vruchteloos vergoten werd.

Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik U deze oefening op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest, en geef, dat ik, door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging aangespoord worde; maak mij deelgenoot van de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven Uwe erbarming en hierna Uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.

-ocr page 120-

108

*

EERSTE STATIE.

Jezus wordt ter dood veroordeeld.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jezus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich aan hetzelve, uit liefde tot u, onderwerpt. Ach, dat gij u toch eens schaamdet! gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods ver-diendet, gij gewaardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, welke Hij, die Gods plaats bekleedt, u oplegt.. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jezus, uw Bruidegom, en zeg met een hart vol liefde ;

GEBED.

Dierbare Jezus! Uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij blozen; het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleediging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde: ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen, om voortaan met Cwe heilige hulp elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer

-ocr page 121-

109

*

TWEEDE STATIE.

Jezus neemt het Kruis op Zijne schouders.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U,

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Mijne ziel, beschouw uwen Jezus! Zie met welk eene teederheid Hij het Kruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste benden verdraagt. Ach, bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het kruis beladen Jezus, en zeg Hem:

GEBED.

Met reden schaam ik mij, lieve Jezus! wanneer ik U het kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigde kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke Uwe oneindige liefde mij vormde en door Uwe genade dragelijk maakte. Vergeef het mij, bid ik U, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om deze voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met Uwe geliefde heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken; «of lijden of sterven, het kruis of den dood.»

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.

-ocr page 122-

110

*

DERDE STATIE.

Jezus valt voor de eerste maal onder het Kruis.

Wij aanbidden\' U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jezus te verduren heeft? En echter zwijgt Hij, en verdraagt Hij alles, uit liefde tot u; cn hoe ongeduldig zijt gij niet! Wanneer eene lichte ziekte u aantast, wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met tranen van berouw voor Jezus\' voeten neder en bid Hem ;

GEBED.

Beminnelijke Jezus! met leedwezen werp ik mij voor ü ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij de genade, om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampen gaarne te verduren.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. *

VIERDE STATIE.

Jezus ontmoet Zijne H. Moeder.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw 11. Kruis de wereld verlost hebt.

-ocr page 123-

Ill

Ach, welk eene hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jezus\' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd ? Ween, mijne ziel! ween bij dit zielroerend schouwspel, en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:

GEBED.

Liefderijke Moeder! ik ben het, die uw geliefden Zoon, uwen Jezus, aan die barbaarsche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid, dat uw moederhart doorboorde. Ach, ik heb er berouw over en smeek U beiden om erbar-ming en vergeving. Erbarming, heilige Maria! mijn Jesus! erbarming met een zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde de smarten dikwijls te overwegen van Jezus en Maria.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! Ontferm U onzer. *

VIJFDE STATIE.

Jezus wordt door Simon van Cyrenen in het kruis-dragen geholpen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Denk eens na, mijne ziel, welke beleediging de Cyreneer Jezus aandeed, door Hem in het kruis-

7*

-ocr page 124-

-112

dragen zijne hulp te weigeren. Maar beieedigt gij Hem niet meer, ais gij het kruis, dat Jesus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torscht, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten? Ach, verfoei uwe dwaling, en bid uw liefderijken Jezus.

GEBED.

Liefdevolle Jezus, ik belijd het, ik was die Cyreneer, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht heb hetzelve te ontvluchten. Ach, ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst. Zend mij vrij die kruisen over, welke U zoo dierbaar zijn; met Uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. *

ZESDE STATIE.

Veronica droogt Jezus aanschijn met een zweetdoek af.

Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet \\an liefde en teederheid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hem betoonde daad van medelijden? Hij stelde haar in

-ocr page 125-

-113

het bezit van Zijne in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelfde wijze ook met u handelen, door Zijn heilig wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet! Ach, geef dan van dit gemis aan u zelve alleen de schuld en zeg Hem;

GEBED,

Gefolterde Godmenschl zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U; neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het dank wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit Uwe smarten? Ach, ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan üw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwischbare letteren in mijn hart moogt gegrift blijven.

Onze Vader. — IFees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm. U onzer. *

ZEVENDE STATIE.

Jezus valt ten tweede male onder het Kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Ach, mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jezus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uw Heiland met de voeten treedt, om u zelve

-ocr page 126-

114

tc verheffen? Ach, verfoei toch eens dien hoogmoed; en beloof uw gevallen Vriend beterschap.

GEBED.

Ja, mijn Jezus, ik beween mijne trotschheid, waardoor ik sleeds boven anderen den voorrang begeerde en dewijl ik hierdoor oorzaak van Uw val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door Uwe vermogende genade.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! Ontferm U onzer. *

ACHTSTE STATIE.

Jezus troost de iveenende vrouwen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Zie, mijne ziel, hoe de voor Jezus geplengde tranen met de door Hem gegevene vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jeruzalems vrouwen , of Jezus vertroost haar; overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uw lijdenden Zaligmaker gestort hebt.

GEBED.

Beminnelijke Vertrooster! al te wel gevoel ik

-ocr page 127-

T

115

mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien; des te meer beween ik dezelve, omdat zij oorzaak van Uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoowel nu, als in het uur van mijn dood, door U getroost worde.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm ü onzer, Heer! ontferm U onzer. *

NEGENDE STATIE.

Jezus valt ten derde male onder het Kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier ten derden male op den grond gevallen Jesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken; Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan toch eenmaal het besluit, om niet meer ondankbaar te zijn, en uw Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart;

GEBED.

Goede Jezus! het is maar al te waar. Uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan Uwe genaden zoo slecht beantwoordde; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder

-ocr page 128-

m

uw Lijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Uwe genade te geraken.

Onze Vader. — /fees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm 11 onzer. *

TIENDE STATIE.

Jezus wordt ontkleed en met gal gelaafd.

Wij aanbidden U Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld enz.

Overweeg, mijne ziel, hoe Jezus\' maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe Zijn smaak hier verbitterd werd. Ach, uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofde u van uwe onschuld, rukte Jezus de kleederen van het lichaam; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uw Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende:

GEBED.

Lijdende Jezus ! ja ik beween mijn ijdel pogen om in de wereld eene vertooning te maken; ik verwensch mijn onwaardige begeerten; ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld. Geef, dat ik raij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove; dat ik mij nooit meer aan overdaad plich-tig make, en, door de eenvoudigheid mijner kleeding, de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.

-ocr page 129-

U7 *

ELFDE STATIE.

Jezus wordt aan het Kruis genageld.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld enz.

Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide , afgematte Jezus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten die scherpe nagelen waren, waarmede Zijne handen en voeten doorboord werden; dat uw bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha weêrgalmen deden. Ach, smeek Hem hierover vergeving door te zeggen: GEBED.

Mijn gekruisigde Jezus! duld, dat ik vol droefheid en leedwezen mijne zonden en ondankbaarheid in Uwe doorboorde handen legge, niet om U op nieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid met U gekruisigd zijnde, van weedom sterve om in eene eeuwige trouw te veranderen.

Onze Vader. — fFees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. *

TWAALFDE STATIE.

Jezus sterft aan het Kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld enz.

-ocr page 130-

118

Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen aan het kruis gehechten Jezus. Zie, hoe treffelijk Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hera zoo schandelijk hoondet, en gij aarzelt nog vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u beleedigden. En echter gij zijt het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruisigd hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoo vele zonden uwe stem tot Jezus, en zeg Hem:

GEBED.

Beminnelijke Zaligmaker! Uwe stem, waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijn naaste alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen, om hun, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooren moge: «Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.»

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. *

DERTIENDE STATIE.

Jezus wordt van het Kruis genomen

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld enz.

-ocr page 131-

119

Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jezus in Maria\'s schoot iegdet, zoo dikwerf gij Hem in hot H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschendende wijze, in uw hart ontvangen hebt, en Hem, zoodoende, in uw binnenste deedt sterven. Ach, vraag Jezus hiervoor vergeving; bid Maria om hare voorspraak.

GEBED.

Ja, mijn God! het is waar, ik was ongevoelig genoeg om zulk een droevig schouwspel daar te stellen, dewijl ik zoo dikwerf Uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en met een aan het aardsche gehecht hart. Ach, dit berouwt mij en spoort mij tevens aan, om voortaan het brood der Engelen zóó te ontvangen, dat Het voor mij een onderpand worde der toekomstige heerlijkheid.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.

VEERTIENDE STATIE.

Jezus wordt in het graf gelegd.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, mijne ziel! hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk

-ocr page 132-

120

gebalsemd, werd Hij in hetzelve nedergelegd. Dan helaas, uw hart is voor^ uwen Jesus geen nieuw graf meer, daar gij der zonde in hetzelve eerst eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe.

GEBED.

Liefde mijner ziel! ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf; maar vol schaamte en berouw bid ik U: Schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik hetzelve met den balsem van de gedachtenis aan Uw lijden zalve, en met het reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk en U welgevallig is. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.

SLUITGEBED.

Hartelijk dank zij U, o Heer! voor al Uwe weldaden, en inzonderheid voor die weldaad, welke Gij mij nu weder bewezen hebt door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen lijd eens van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van Uw l\'jden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijn wandel, tot zal:gheid mijner ziel. Geef, goede Jesus, dat zij ook aan

-ocr page 133-

121

die afgestorvene geloovigen voordeelig zij, voor welke ik dezelve heb opgedragen; en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben , ge-waardig U dan, dezelve aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben. Beschik over dezelve gelijk het ü behaagt.

Eindelijk verleen mij, dat ik Uw H. Lijden bestendig in mijne gedachten hebbe, mijn wandel daarnaar regelen, en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.

Zes malen Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

Glorie zij den Vader enz.

KRUISWEG-OEFENING

TER EERE VAN HET

H. HART VAN JEZUS.

o Aanbiddelijk Hart van mijn Jezus, Hart oneindig goed en barmhartig, dal met bitterheden gedrenkt, met versmaadheden overladen en gedurende Uw smartvol lijden met eene lans

-ocr page 134-

m

doorboord werd, vergun ons, dat wij ons bij U voegen, opdat wij op dezen H. Kruisweg van Uwe gevoelens doordrongen worden. Van ganscher harte gevoelen wij berouw, dat wij door onze zonden de oorzaak van Uwe smarten geweest zijn. Ware het ons gegeven die te lenigen en U te troosten door ons leedwezen, onze liefde en ons medelijden Wij maken de meening om alle aflaten, aan deze H. Oefening verleend, te verdienen en smeeken ü allerootmoedigst, o zoete Jezus, dat zij moge strekken om in dit leven Uwe barmhartigheid en hierna Uwe glorie te verwerven.

o Maria, die ons het eerst deze H. Oefening-hebt geleerd, verkrijg ons de genade om Jezus te volgen met dezelfde gevoelens, die uw Hart vervulden, toen gij Hem op den weg naar den Calvarieberg vergezeldet; laat ons met ü weenen en uw Goddelijken Zoon beminnen. Deze gunst smeeken wij U af in den naam van Zijn aanbiddelijk Hart. Amen.

*

1quot; STATIE.

Jezus wordt ter dood veroordeeld.

Wij aanbidden enz.

Jezus heeft zich een vriend en weldoener van allen getoond en tot loon voor Zijne weldaden veroordeelt men Hem ter dood en Zijn Hart aanvaardt die laatste Offerande, om ons het leven

-ocr page 135-

123

weder te geven. Kan men de liefde verder drijven, dan dat men zijn leven geeft voor die men bemint? o Zoet en nederig Hart van Jezus, wij danken U voor eene zoo groote liefde; wij smeeken U, verscheur hel vonnis van den eeuwigen dood, dien wij om onze zonden verdiend hadden; vergeef ons onze vroegere ondankbaarheden; geef ons den moed en de kracht om nederig en geduldig de verdenkingen, de beschuldigingen en de ongunstige oordeelen der menschen te verdragen; verleen ons vooral de genade, om in den stoel van boetvaardigheid altijd eene oprechte belijdenis onzer fouten te doen, hoe vernederend zulks ook zijn moge.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik ü meer en meer beminne.

IP STATIE.

Jezus neemt het kruis op Zijne schouders.

Jezus neemt het kruis op Zijne schouders. Hij gehoorzaamt aan de beulen, die Hem geeselen; aan de soldaten, die Hem met doornen kronen; aan die ongelukkigen, die Hem mishandelen en moedig gaat Hij voorwaarts tot den dood. Niets is te veel vooreen hart, dat bemint Het Hart van Jezus heeft meer te doen met onze, dan met Zijne ellenden. «Komt tol Mij,» roept Hij ons toe, « gij allen, die gedrukt en beladen zijt

8

-ocr page 136-

124

met den last uwer smarten: Ik zal U ondersteunen ; neemt Mijn juk op: het is zoet en licht. » o Aanbiddelijk Hart van mijn dierbaren Verlosser, leer ons zonder morren de kruisen opnemen, die Gij ons overzendt; de smarten, de wederwaardigheden, de modelijkheden, die wij ondervinden in het volbrengen van Uw 11. Wil en de plichten van onzen staat in vereeniging met den Uwen verdragen.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

IIP STATIE.

Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis.

Liefde mijner ziel, wat lijdt Gij veel, hoe zeer drukt U dat zware kruis! Ach ja, Ik lijd voor u, omdat gij dierbaar zijt aan mijn Hart; voor u lijd Ik, ondankbare ziel! die Ik bemin, ondanks uwe beleedigingen; voornamelijk om die onachtzaamheid, die lauwheid uit te boeten, die u onder de bekoringen hebben doen bezwijken en de eerste doodzonde doen bedrijven.

o Zoet Hart van Jezus! ik beween dien on-gelukkigen dag, waarop ik voor de eerste maal zoo ondankbaar was U uit mijne ziel te verbannen en Uw vijand te laten binnentreden. Duld toch niet, dat ik U voortaan opnieuw beleedige, noch dat ik anderen en vooral den onschuldige een

-ocr page 137-

125

reden van ergernis zij. Wees Gij voortaan de God mijns harten en mijn deel in eeuwigheid.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer berninne.

*

IVe STATIE.

Jezus ontmoet Zijne bedroefde Moeder.

Welk eene droefheid gevoelde Jezus in Zijn Hart, toen Hij Maria ontmoette en hoe groot was de smart van Maria\'s Hart, toen zij haar welbeminden Zoon zag, gebogen onder Zijn kruis. Deze twee allerbeminnelijkste en op het innigst vereende Harten ontmoetten elkander slechts om hunne smarten te vereenigen en gezamenlijk op te dragen aan de Goddelijke Gerechtigheid. En waarvoor? Om uit te boeten die ontmoetingen en gevaarlijke samenkomsten, die vriendschappelijke en zinnelijke betrekkingen, die eene gelegenheid en eene bron van vele zonden zijn.

o Heilige Harten van Jezus en Maria, nu begrijp ik de smarten, welke ik U veroorzaakt heb. Rukt uit mijn hart elke genegenheid, welke U mishaagt; geeft, dat ik een oprecht medelijden gevoel met Uwe droefheid en dat geen schepsel in staat zij mij van U te scheiden.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

-ocr page 138-

126

*

Ve STATIE.

Simon van Cyrene helpt het kruis dragen,

Jezus heeft den last van al onze ongerechtigheden op zich genomen; mpt recht heeft Hij kunnen zeggen, dat er geene smart is, die met de Zijne kan vergeleken worden. Indien Hij nu toestaat, dat men Hem Zijn kruis helpe dragen, geschiedt zulks niet, om er zich van te ontdoen, maar als een uitwerksel van de goedheid Zijns Harten. Hij leert ons, dat wij ons lijden met het Zijne moeten vereenigen en met Hem deel hehben aan den kelk van bitterheid.

o Hart van Jezus, Gij hebt het bitterste van dien kelk gedronken en ons slechts een zeer klein gedeelte overgelaten. Duld toch niet, dat wij zoo ongelukkig zijn om het te weigeren. Geef integendeel, dat wij het bereidvaardig aannemen, opdat wij, met U en voor ü lijdende, leeren mogen U meer en meer te beminnen.

^oet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

VIquot; STATIE.

Veronica droogt Jezus het aanschijn af.

Welke gunsten zijn de getrouwe ziel voorbehouden, die Jezus volgt op den lijdensweg! Eene godvreezende vrouw durft Hem haar mede-

-ocr page 139-

127

lijden toonen, te midden van die menigte, die Hem mishandelt en aanstonds beloont Hij haar. Zooals eene moeder haar kind vertroost, — roept Hij ons toe — zoo ook zal Ik u vertroosten; gij zult het proeven en uw hart zal in blijdschap zijn. Hoe komt het, dat gij aan Jezus uw medelijden niet durft betuigen, als men Hem belee-digt, wanneer men Hem, Zijn H. Godsdienst, Zijne Bedienaars met hoon en spot overlaadt. Jezus zelf. Hij, de Zoon van God, heeft zich niet geschaamd om uit liefde tot ons als de laagste der menschen behandeld te worden.

o Edelmoedig Hart van mijn Jezus, ontvlam mijn hart met eene liefde, die sterker is dan het menschelijk opzicht, en maak, dat ik door mijn ijver in het verdedigen van Uwe belangen, de tranen, het bloed en de onreinheid van Uw goddelijk aangezicht afvege.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

Vilquot; STATIE.

Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.

Jezus gaat met gebogen lichaam voort. Zijne knieën beven en Hij valt. Waarom die nieuwe val, waarom die nieuwe smarten en die uiterste zwakheid ? Ik begrijp het, zoete Jezus! Gij wilt ons doen verstaan, dat ons hervallen in de zonde, de verdubbelde ondankbaarheden , de slechte ge-

8*

-ocr page 140-

428

woonten, welke wij niet trachten uit te roeien. Uw Goddelijk Hart drukken en ü van smart doen bezwijken. Zoo dikwijls hebt Gij gezegd; «Kind, geef mij uw hart.» Wij gaven het, maar om het aanstonds terug te nemen. Ik vrees, o Jezus! om het U nogmaals op te offeren; zoozeer is het Uwer onwaardig. Maar Gij alleen kunt het verbeteren. Neem het dan, hervorm het in Uw Goddelijk Hart en maak het standvastig in Uwe liefde.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

VIIIa STATIE.

Jezus troost de weenende vrouwen.

Bewondert de edelmoedigheid van Jezus\' Hart. Eenige vrouwen weenen over Zijn lijden en Hij schijnt er ongevoelig voor te zijn. Hij heeft slechts het oog op hare ellende. «Weent niet over mij, zegt Hij, maar weent over u zeiven en over uwe kinderen.» Daardoor wil Hij ons te kennen geven, dat de zonde eene grootere ellende is dan alle folteringen van den Godmensch en dat dit alleen Hem kan vertroosten, wanneer de zondaar zich bekeert.

o Jezus, ik heb medelijden met Uwe smarten en gaarne zou ik mijne tranen mengen met het Bloed, dat Uwe schreden teekent, maar verleen ons, dal ons medelijden niet ijdel zij, dat het

-ocr page 141-

129

ons aanzette om de zonden, als de grootste aller rampen te verfoeien, ze te vluchten en uit al ons vermogen in anderen te verhinderen en , zoover het ons gegeven is, mede te werken tot de bekeering der zondaren. Op deze wijze, Goddelijk Hart, verlangen wij te beantwoorden aan Uwe teederheid en aan Uwe toegenegenheid jegens ons.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

IX0 STATIE.

Jezus valt ten derde male onder het kruis.

Uwe ziel is bedroefd tot den dood, o Jezus. De smart en de benauwdheden overstelpen Uw Hart; uitgeput valt Gij onder Uw kruis. Gaat Gij dan bezwijken, o beminnelijke Verlosser? Neen, mijn kind, maar ik hernieuw mijne offerande, om de ondankbaarheid uit te boeten, waarmede gij zoo dikwijls uwe zonden vernieuwt, uwe voornemens verbreekt en u aan mismoedigheid overgeeft.

o Jezus, ik begrijp Uwe liefderijke inzichten; Gij wilt door medelijden in mij op te wekken, eindelijk mijn hart tot U trekken. Ik stel het in Uwe handen. Dikwijls wordt het door treurigheid terneêrgeslagen; moeielijkheden en kwellingen maken het mismoedig. Heer, ondersteun en versterk mijne zwakheid door het te vereenigen met Uw Goddelijk Hart.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

-ocr page 142-

130

*

Xe STATIE.

Jezus wordt ontkleed.

Beschouwt, met welke schaamte Jezus zich aan deze wrende en schandelijke onlkleeding onderwerpt. Ach! de smart, welke Hij in Zijn lichaam gevoelt, door de wreede opening der pas geslagen wonden, is niets in vergelijking van het pijnigend gevoel, dat Hij in het diepste Zijns Harten onderstond, zich in dien staat blootgesteld te zien aan het gezicht dier ontelbare menigte. En waarom, o Goddelijke Verlosser, hebt Gij U onderworpen aan eene strafoefening. Uwer Majesteit zoo onwaardig ?

Helaas, mijn kind, de onzedigheid, de zonden, waardoor gij in u het beeld van God besmeurt, zijn veel meer beleedigend voor Zijne Goddelijke Majesteit, en deze heb ik willen uitboeten, o Jezus, ik heb berouw over die vrijheden, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt. Ik maak het besluit om, geholpen door Uwe genade. Uw schaamte en lijden niet meer te hernieuwen, maar voortaan verstorven en zedig te leven.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

XIe STATIE.

Jezus wordt aan het kruis gehecht.

Jezus, de goede Herder, gaat Zijn leven geven voor Zijne schapen, opdat Zijne schapen het leven

-ocr page 143-

131

hebben en het overvloedig hebben. Hij is op het kruis uitgestrekt als op een bed van smarten. De hamerslagen doen de nagelen in Zijne handen en voeten dringen en het bloed spat langs alle kanten.

o Jezus, hoe dikwijls hebben mijne zonden Uw aanbiddelijk lichaam verscheurd. Hoe dikwijls heb ik Uwe handen doorboord, doordien de mijne het kwaad bedreven. Hoe dikwijls heb ik Uwe voeten doorboord door mij naar gevaarlijke bijeenkomsten en verboden vermaken te begeven. Hoe dikwijls heb ik Uw Hart doorwond. door het mijne te openen voor de verleiding der driften. Ach, Heer! dat mijn hart met het Uwe gekruist worde! Dan zal ik U niet meer kunnen verraden, noch bedroeven.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

XIIe STATIE.

Jezus sterft aan het kruis.

Komt met Maria en den welbeminden leerling aan den voet van het kruis en beschouwt daar uw Verlosser op het punt van te sterven. Zijne voeten zijn vast geklonken om ons af te wachten; Zijne armen zijn uitgestrekt om ons te omhelzen; Zijn hoofd is gebogen om ons den kus van verzoening te geven; het Hart is geopend om ons te ontvangen. De smartelijkste pijn van dat Goddelijk Hart is de verlatenheid vanwege Zijn

-ocr page 144-

432

Hemelschen Vader. Niet minder bitter beklaagt Hij zich oyer de verlatenheid der menschen. «Ik heb er een gezocht om te vertroosten en heb niemand gevonden. Ziet nu en overtuigt u of er eene smart is gelijk de mijne.» o Jezus, wanneer zal ik de taal Uwer liefde begrijpen? wanneer zal ik U beminnen, zooals Gij mij bemint.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik ü meer en meer beminne.

*

XIIIe STATIE.

Jezus wordt van het kruis afgenomen.

Hoe groot moet de smart van Maria\'s Hart niet zijn geweest, toen zij bet ontzielde lichaam van haar Welbeminden Zoon op haar schoot ontving en bij de beschouwing dier diepe wonde, welke de lans in Zijn Hart gemaakt bad! o Moeder der smarten, geef, dat ik door mijn berouw en mijne liefde medelijden toone met uw lijden. Moeder van barmhartigheid, wil eene nieuwe gunst voegen bij de vergiffenis van mijn God; vergun mij, dat ik uw Jezus in uwe armen aanbidde, Jezus voor mij geslachtofferd. En om mijne ziel te zuiveren en van liefde te ontvlammen, laat het water en het bloed, dat uit Zijn geopend Hart vloeit, op mijne ziel nedervloeien; dat Zijne smarten en de uwe mij allijd zoo gevoelig aandoen, als Gij die in uw hart gevoeldet en deze kostbare

-ocr page 145-

133

genade zal mij altijd van de doodzonde vrijwaren.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

*

XIV STATIE.

Jezus wordt begraven.

Aanbiddelijke Verlosser, Gij rust dan in een graf. Besproeien wij met onze tranen dit H. Graf, nog bevochtigd door de tranen eener diepbedroefde Moeder; sluiten wij ons hart in dat graf, of liever verbergen wij het in het geopend Hart van Jezus.

o Goddelijk Hart, mocht ik slechts troost vinden in de herinnering Uwer smarten en in mijne vereeniging met U en dat die vereeniging steeds onderhouden en immer nauwer worde toegehaald door vurige Communiën! Verleen mij de genade van U waardig te ontvangen bij mijn overgang tot de eeuwigheid; van te sterven onder het uitspreken der zoete namen van Jezus en Maria; geef eindelijk, dat mijne ziel, gedragen door Uwe liefde en onder de bescherming van Maria, opgevoerd worde tot den troon Uwer Barmhartigheid.

Zoet Hart van Jezus!

Maak, dat ik U meer en meer beminne.

GEBED VAN DE H. GEERÏRÜDIS.

Ik offer ü, o goede Jezus, en ik geef U geheel mijn alleronwaardigst hart. Ik smeek U het te

-ocr page 146-

134

wasschen in het kostbaar water, dat de goddelijke liefde heeft doen vloeien uit de edele roze van Uw allerzoetst Hart; van dit Hart, dat een brand-oven der Goddelijke Liefde is. Gewaardig U mijn arm hart te besproeien en te versterken door er den zoeten wijn van Uw allerheiligst Bloed op neder te laten druppen; van dat H. Bloed, dat in de pers van het kruis uit de druif van Uw Goddelijk Hart is geperst. Vergeef mij alles, o goede Jezus, en voldoe zelf voor al mijne nalatigheden, o mijn zoete Jezus, mijn eenig heil en mijn eenige troost. Amen.

GEBEDEN DER H. CLARA

TOT DE VIJF WONDEN VAN JEZÜS CHRISTUS.

(Drie honderd dagen aflaat eens per dag te verdienen voor ieder, die godvruchtig deze gebeden bidt. W. D. N. Leo P.P. XIII 21 Nov. 1885.)

I.

Tot de wond van de rechterhand des Verlossers.

Lof zij U, 0 mijn Heer Jezus Christus, door de allerheiligste wond Uwer rechterhand. Door deze aanbiddelijke wond en door Uw heilig lijden vergeef mij alle zonden, die ik tegen U bedreven heb door gedachten, woorden en werken, door onachtzaamheid in Uw dienst en door zinnelijkheid , waaraan ik mij hetzij wakende of slapende schuldig maakte. Verleen mij, dat ik Uw heiligen

-ocr page 147-

135

dood en Uwe Goddelijke wonden godvruchtig overdenke; schenk mij de genade van mijn lichaam te versterven, om aldus U een bewijs mijner dankbaarheid te geven. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, Wees gegroet.

II.

Tot de wond der linkerhand.

Lof en eer zij U, o allerzoetste Jezus Christus, door de allerheiligste wond Uwer linkerhand. Door deze aanbiddelijke wond heb medelijden met mij en gewaardig U alles, wat U mishaagt, uit mijn hart te verdrijven. Schenk mij de overwinning over Uwe booze vijanden door de hulp Uwer genade en door de verdiensten van Uw allerkost-baarsten dood; red mij uil alle gevaren voor het tegenwoordige en toekomstige leven en maak, dat ik in den Hemel in heerlijkheid leve met U, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen. Onze Vader, Wees gegroet.

III.

Tot do wond van den rechtervoet.

Lof en eer zij U, o allerzoetste Jezus Christus, door de heilige wond van Uw rechtervoet. Verleen mij door deze aanbiddelijke wond, dat ik boetvaardigheid doe over mijne zonden. Door Uw zaligen dood smeek ik ü godvruchtig, dat Gij mij dag en nacht met Uw H. Wil vereenigd houdt, en verwijder van mij alle gevaar naar ziel en lichaam. Wanneer eenmaal de dag des

-ocr page 148-

136

toorns aanbreekt, ontvang mij dan in Uwe barmhartigheid en leid mij tot de eeuwige zaligheid. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen. Onze Vader, Wees gegroet.

IV.

Tot de wond van den linkervoet.

Lof en eer zij U, o allergenadigste Jezus Christus, door de allerheiligste wond van Uw linkervoet. Door deze aanbiddelijke wond verleen mij de genade eener volkomene kwijtschelding, opdat ik door Uwe hulp het vonnis der eeuwige verdoemenis verdiene te ontgaan. Daarenboven vraag ik U door Uw heiligen dood, o allerliefste Zaligmaker, dat ik vóór mijn sterven na de belijdenis mijner zonden en een volmaakt berouw en zuiver naar ziel en lichaam, het H. Sacrament van Uw Vleesch en Bloed ontvange. Maak, dat ik ook het H. Oliesel verdiene te ontvangen tot mijn eeuwig heil, o Heer, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, Wees gegroet.

V.

Tot de wond der heilige zijde.

Lof en eer zij U, goedertierenste Jezus Christus, door de allerheiligste wond Uwer zijde. Door deze aanbiddelijke wond en door de onmetelijke barmhartigheid, die Gij bij het doorboren van Uw Hart aan den soldaat Longinus hebt betoond en die Gij nu nog aan ons allen betoont, vraag ik U ook, o allerzoetste Jezus, dat Gij mij,

-ocr page 149-

437

door het doopsel van de erfzonde gereinigd, nu door Uw kostbaar Bloed, dat over de gansche wereld geofferd en genuttigd wordt, van alle verleden , tegenwoordig en toekomend kwaad bevrijden moogt. En door Uw allerbittersten dood geef mij een levendig geloof, een vaste hoop en eene volmaakte liefde, opdat ik ü uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten beminne. Bevestig mij in het goede en schenk mij de volharding in Uw dienst, opdat ik U nu en immer welbehagelijk zij, Amen.

Onze Vader, Wees gegroet.

v. Wij aanbidden ü Christus, en zegenen U. r. Omdat Gij door Uw dood en Uw Bloed do wereld verlost hebt.

Laten wij bidden.

Almachtige, Eeuwige God, die het mensche-lijk geslacht door de vijf Wonden van Uw Zoon, onzen Heer Jezus Christus, hebt verlost, verleen ons, smeeken wij U, dat wij, die Zijne wonden dagelijks vereeren, doorZijn kostbaar Bloed van een plotselingen en den eeuwigen dood bevrijd blijven. Door denzelfden onzen Heer Jezus Christus, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

teedere gevoelens voor het beeld van den gekruisigden heiland.

o Kostbaar Zoenoffer, dat voor mijne zaligheid aan het kruis gestorven zijt, ik aanbid U. Ver-

-ocr page 150-

138

nederd bij den aanblik mijner zonden, smeek ik U om barmhartigheid en bid U, zuiver mijn hart van alle zonden door het Goddelijk Bloed, dat Gij te dien einde tot den laatsten druppel vergoten hebt. o Oneindige Goedheid, die mij tot nu toe zoo lankmoedig verdragen hebt, verlaat mij niet. o Heilige Mond, die mij zoo dikwijls en met zooveel liefde tot U geroepen hebt, veroordeel mij niet. o Heilige Handen, die mij geschapen en gevormd hebt, stort mij niet weder in het niet terug, o Heilige Voeten, die U hebt laten doorboren, om mij te zoeken, weest mijne toevlucht. o Zoet Hart, dat voor den rouwmoedigen zondaar steeds geopend zijt, neem mij op. Voor mij zijt Gij gestorven, o mijn Jezus, voor U wil ik dan ook leven, o Goddelijke Majesteit, wel is waar, zijn de schulden, die ik U te betalen heb, bovenmate groot, verdien ik eene eeuwige straf, maar sla Uwe oogen op Uw innig geliefden Zoon, die zich als een offer voor alle menschen aanbiedt, die zich van het kruis af smeekend ten Hemel verheft en voor mij om barmhartigheid bidt. Beschouw alles, wat Hij geleden heeft, om U te bevredigen en aan Uwe rechtvaardigheid te voldoen; weeg Zijn lijden tegen over mijne zonden, en zie, hoe het gewicht Zijner smarten den last mijner zonden overtreft.

Hoe zal ik U echter, o mijn Heiland, naar waarde dankzeggen, wanneer ik alles overweeg, wat Gij voor mij hebt gedaan! Gij hebï onnoemelijke pijnen onderstaan, om mij uit de ellende

-ocr page 151-

-139

mijner zonden te verlossen. Gij zijt gestorven, opdat ik zou leven; ik ben dus om twee redenen Uw eigendom, omdat Gij mij geschapen en omdat Gij mij verlost hebt. Ik kan ü deze weldaden niet anders vecgelden dan door mij zeiven geheel aan ü over te geven en U mijne ziel op te offeren, die Gij zoo duur hebt vrijgekocht. Ik wil U voortaan beminnen uit geheel mijn ziel, uit geheel mijn hart en uit al mijne krachten. Doch daar ik niets kan zonder U, zoo hecht ik mij zeiven geheel aan U, opdat Gij mij moget sterken en heiligen.

Neem, o Goddelijke Verlosser! deze ootmoedige hulde aan. Eerbiedig vereer ik dat kruis, het altaar, waarop Gij geslachtofferd zijt; de nagelen, die Uwe handen en voeten doorboorden; de lans, waarmeê Uw hart doorstoken is; al deze werktuigen Uwer liefde, vereer ik met dankbare wederliefde, en inzonderheid ook de vijf wonden, waardoor de wonden mijner ziel genezen zijn. Gij neigt Uw hoofd, om mij den vredekus te geven; Gij strekt Uwe armen uit om mij te omhelzen; Gij opent Uw hart om mij daarin op te nemen; Gij hebt Uw lichaam tot prijs mijner verlossing gegeven, waardoor Uwe verdiensten mij zijn toegekomen. Vergeef, o God, eene rouwmoedige ziel, die U gekruisigd heeft, maar die nu aan Uwe voeten nederligt. Jezus, mijn Verlosser, om mijnentwille zijt Gij gestorven; ach konde ik nu van droefheid en leedwezen voor U sterven! Konde ik niet slechts met mijne tranen.

-ocr page 152-

140

maar ook met mijn bloed de zonden afwasschen, waarmede ik mijne ziel heb besmeurd! Steeds meer wil ik ze verafschuwen, en ik neem thans het vaste besluit, om in het vervolg liever te sterven dan Uw lijden en Uw dood nog immer door mijne zonden te vernieuwen. Amen.

LITANIE

VAN HET H. KRUIS.

Ontferm U over ons, o Heer! Kyrie eleison. Zie gunstig op ons smeeken neêr. Kyrie eleison Zie, Jezus, ons bij \'t kruishout staan.

Hoor ons nu Uwe kind\'ren aan.

Kyrie, Kyrie, Kyrie eleison, (3)

God, Vader! in des Hemels woon. Kyrie eleison. Wij knielen neder voor Uw troon. Kyrie eleison God, Zoon! die met Uw kostbaar bloed Voor \' s werelds schulden hebt geboet.

Kyrie, Kyrie, Kyrie eleison. (3)

God, Heil\'ge Geest! die trooster zijt.

En met Uw gaven ons verblijdt.

Drieëenig, eeuwig Opperheer! amp;

U geven aarde en hemel eer. (3) \'|.

o Heilig Kruis! van ons gegroet, £-

Bepurperd met het kostbaarst bloed. §\'

Wij groeten u, o, ed\'le stam! ° Gij, altaar van het godd\'lijk Lam. (3)

-ocr page 153-

iM

o Levensboom, wiens vracht ons voedt En voor den eeuw\'gen dood behoedt, o Zegeteeken van den Held,

Die dood en heimacht heeft geveld. (3)

Die ons ook ter verwinning wenkt, o Heilbanier 1 die vrede schenkt, o Sterfbed van des menschen Zoon! Een offer- en een glorietroon. (3)

o Zoete troost in \'s levens smart 1 Verkwikking voor \'t gebroken hart. o Trouwe leerstoel aller deugd, En milde bron van zielevreugd. (3)

o Gids op onze pelgrimsbaan 1 Gij wijst den weg ten Hemel aan. Gij, wolk bij dag, gij, licht bij nacht. Die onze pelgrimstocht verzacht. (3)

o Alverwervend zoenaltaar!

Gij hoop en heil der Christenschaar, Ik sla mijn blikken naar omhoog; Gij staat in glorie voor mijn oog. (3)

Gij zijt der zaal\'gen zielsgeneugt. Gij aller Eng\'len eeiiw\'ge vreugd.

Gij \'t reddingsteeken na den val, Voorspeld van \'t oud Profetental. (3)

o Schepter van den Middelaar! o Heilstaf der Apostelschaar 1 Der Martelaren kracht en kroon, Hun luister en onsterflijk loon. (3)

-ocr page 154-

142

o Vreugde van het Paradijs!

Gij, der Beiijd\'ren roem en prijs.

Die \'t Maagdenkoor in \'t blanke kleed Haar Bruidegom steeds volgen deedt. (3)

o Rijksbanier van \'s Hemels heer!

En aller Heil\'gen lof en eer,

U zweren wij voor immer trouw, En roepen, Ach! vol zielsberouw; (3)

o God\'lijk Lam! dat voor ons stierf,

Ons \'t leven aan het kruis verwierf, Wanneer mijn stervensuur zal slaan.

Laat dan mijn ziel in vrede gaan. (3)

LITANIE

VAN HET

ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm ü onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm ü onzer!

God Zoon, Verlosser der wereld,

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, uit den Hemel nederdalende.

Verborgen God en Zaligmaker,

Tarwe der uitverkorenen,

Wij

Voe(

Altij

Zui\\

Lam

2.

CD*

Alle

O

spy

2. ca\'

Ver)

O p

Ged

Bov

Wo

0

Hei

Kei

Geh

Ver

Alle

Zoe

Her

Wo

Alle

Ges

Vo(

O 3

Ov

CD5 •-S

Ov

3

Kr.

ö

Aa

§

CS

Bn

CD

-ocr page 155-

143

Wijn, die maagden voortbrengt,

Voedzaam Brood, en vermaak der koningen,

Altijddurende Offerande,

Zuivere opdracht.

Lam zonder vlek,

Allerzuiverste Maaltijd,

Spijs der Engelen,

Verborgen Brood des Hemels,

Gedachtenis van Gods wonderen.

Bovennatuurlijk Brood,

Woord , dat vleesch geworden is en onder

ons woont,

Heilig Offer,

Kelk der zegening.

Geheim des geloofs.

Verheven en hoogwaardig Sacrament, Allerheiligste Offerande,

Zoenoffer voor levenden en dooden, Hetnelsch behoedmiddel tegen de zonde. Wonder van Gods wonderen,

Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,

Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der Goddelijke liefde,

Overvloeiende Bron van Gods milddadigheid, Overheilig en wonderbaar Geheim,

Krachtige Spijs der onsterfelijkheid, Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, Brood, dat door de almogendheid des Woords zijt Vleesch geworden.

-ocr page 156-

1M

Alleraangenaamste Maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen,

Teeken van genade,

Band van liefde.

Offeraar en Offerande,

Geestelijke zoelheid, welke in haar eigen

oorsprong gesmaakt wordt.

Verkwikking der heilige zielen.

Teerspijs dergenen, die in den Heer sterven. Onderpand der toekomende heerlijkheid. Wees genadig, spaar ons, Heer!

Wees genadig, verhoor ons. Heer!

Van het onwaardig nuttigen Uws Lichaams

Bloeds, verlos ons. Heer!

Van de begeerlijkheid des vleesches,

Van de begeerlijkheid der oogen.

Van de hoovaardij des levens.

Van alle gelegenheid tot zondigen.

Door de groote begeerte, die Gij gehad hebt, om dit Paaschlam met Uwe Leerlingen te eten.

Door de diepe ootmoedigheid, waarmede Gij de voeten Uwer Leerlingen gewasschen hebt. Door de onuitsprekelijke liefde, waarmede Gij

dit Heilig Sacrament hebt ingesteld,

Door Uw dierbaar Bloed, dat Gij ons op net

Altaar hebt nagelaten.

Door de vijf Wonden, welke Gij voor ons in Uw Allerheiligst Lichaam hebt ontvangen. Wij, zondaars, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij U gewaardigt, het geloof, den eerbied

-ocr page 157-

145

de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren,

Dat Gij U gevvaardigt, ons door eene ware belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls J. nuttigen dezer Geestelijke Spijs voor te ^ bereiden, g:

Dat Gij U gewaardigt, ons van alle ketterij, § ongeloovigheid en verblindheid des harten ö te verlossen, g

Dat Gij U gewaardigt, de kostelijke en hemel- ~r sche vruchten van dit Heilige Sacrament | overvloedig in ons uit te storten, o

Dat Gij U gewaardigt, ons in het uur des ^ doods met deze hemelsche Teerspijze tot de reis naar de eeuwigheid te versterken,

Zoon van God,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

Laten wij bidden.

0 God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis Uws lijdens hebt nagelaten, wij bidden U, geef, dat wij de heilige geheime-

-ocr page 158-

146

nissen van Uw Lichaam en Bloed, zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vruchten van Uwe verlossing gedurig in ons mogen ontwaren. Die met den Vader en den Heiligen Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

TOT HET

ALLERHEILIGSTE HART VAN JEZUS.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!

God, Zoon, Verlosser der wereld,

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Hart van Jezus, Zoon van den eeuwigen

Vader, g

„ Zoon van de Maagd en Moeder Gods 1? = Maria, 3

t«C

^ Eigene en waardige woonplaats van den ö c H. Geest, g

^ Schatkamer der H. Drievuldigheid, § % Glorie en vreugd der Engelen,

Oneindig in majesteit.

Voorwerp van alle liefde ,

Allerootmoedigst Hart van Jezus,

-ocr page 159-

147

Allerzuiverst Hart van Jezus,

Allerminnelijkst Hart van Jezus,

Hart van Jezus, vol van zegen en genade, Wellust van hemel en aarde,

Licht der gansche wereld, Onoverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden ,

Bron van alle rechtvaardigheid, Oorsprong van goedheid en barmhartigheid, Vol medelijden en teederheid.

Woonstede aller deugden,

Allen lof en alle eer waardig,

Waaraan alle aanbidding toekomt, Oneindige afgrond van alle hcmelsche «T gaven,

S Fontein der wateren, die ten eeuwigen quot;Z, leven springen,

gt; Verzoening onzer zonden,

-S Troost aller bedrukte harten,

:S Hoop dergenen, die in U sterven. Ons leven en onze verrijzenis.

Toevlucht van alle zondaren.

Voor ons met bitterheid vervuld.

Voor ons met versmaadheden overladen. Om onze boosheden doorwond,

Voor onze zaligheid aan het kruis gestorven, Met een lans doorstoken.

Levende, heilige en Gode behagelijke offerande,

Altaar, waarop alle Heiligen geofferd worden,

-ocr page 160-

-148

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jezus!

Hart van Jezus, hoor ons!

Hart van Jezus, verhoor ons!

Onze Vader, — Wees gegroet, enz

Jezus, zachtmoedig en nederig van Harte. Geef ons een hart naar Uw Hart.

GEBED.

Heere Jezus, die de onschatbare rijkdommen van Uw Hart voor Uwe Kerk geopend hebt, schenk ons de genade, om aan de liefde van dit Allerheiligste Hart te beantwoorden, en door eene waardige vereering de beleedigingen te herstellen , welke het door ondankbare menschen worden aangedaan. Dit bidden wij, U, die met God den Vader in de eenheid van den H. Geest, God zijt in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

TAN DE

ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

-ocr page 161-

149

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U

God, Heilige Geest, ontferm U onzer!

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U

Heilige Maria, bid voor ons!

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der Maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der Goddelijke genade.

Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschondene Moeder,

Onbevlekte Moeder,

Beminnelijke Moeder,

Wonderbare Moeder.

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk Vat,

Eerwaardig Vat,

Uitmuntend Vat van godsvrucht,

!

onzer! onzer!

51

-ocr page 162-

150

Geheimzinnige Roos,

Toren van David,

vlu

Ivoren Toren,

geh aliï

Gulden Huis,

Ark des Verbonds,

zeg

Deur des Hemels,

onz

Morgenster,

Zoo

Behoudenis der kranken,

aan

Toevlucht der zondaren,

BI

Troosteres der bedrukten.

Hulp der Christenen,

O O

s

Chi

Koningin der Engelen,

O

Koningin der Aartsvaders,

3

C/ï

Koningin der Profeten,

on; des Zo( tot do(

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin, zonder erfsraet ontvangen.

Koningin van den H. Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

we-

reld, spaar ons Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonder, der

vve-

Ky

reld, verhoor ons Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

we-

Ch

rr

reld, ontferm U onzer!

Ky Ch Ch Pa Fil

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Wees gegroet, enz.

-ocr page 163-

451

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemwaardige en gezegende Maagd! onze Vrouwe! onze Middelares! onze Voorspreekster! Verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon , vertoon ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons, o II. Moeder Gods!

Opdat wjj waardig worden de beloften van Christus.

Laten wij bidden.

Wij bidden U, o Heer! stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de Boodschap des Engels, de Menschwording van Christus, Uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

LITANLE

BEAT/E MARIjE VIRGINIS.

Kyrie eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pater de ccelis Deus, miserere nobis.

Fili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.

-ocr page 164-

152

Spiritus sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, era pro nobis.

Sancta Dei Genitrix,

Sancta Virgo virginum,

Mater Christi,

Mater divinae gratis,

Mater purissiraa\'.

Mater castissima.

Mater inviolata.

Mater intemerata.

Mater araabilis.

Mater admirabilis,

Mater Creatoris,

Mater Salvatoris,

Virgo prudentissima,

Virgo veneranda,

Virgo prsedicanda,

Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidelis,

Speculum justitiae,

Sedes sapienti®.

Causa nostras laetitiae,

Vas spirituale,

Vas honorabile,

Vas insigne devotionis,

Rosa mystica,

Turris Davidica,

Turris eburnea.

Domus aurea,

-ocr page 165-

153

Foederis area,

Janua cceli,

Stella matulina,

Salus infirmorum,

Refugium peccatorum,

Consolatrix afflictorum, §

Auxilium Christianorum, -rs

gt;—3

Regina Angelorum, 0

Reffina Patriarcharura, o

ö \' J-J-

Regina Propnetarum, jnquot;

Regina Apostolorum,

Regina Martyrum,

Regina Confessorum,

Regina Virginum,

Regina Sanctorum omnium,

Regina, sine labe originali concepta,

Regina sacratissimi Rosarii,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, parce nobis, Domine!

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi nos, Domine!

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis! v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix! r. Ut digni effkiamur promissionibus Christi.

OREMUS.

Defende, qnaesumus, Domine, beata Maria semper Virgine intercedente, istam ab omni adversilate familiam, et toto corde tibi prostratam ab hostium propitius tuere clementer insidiis. Per Christum, Dominum nostrum.

-ocr page 166-

154

LITANIE

VAN HET

H. HART VAN MARIA.

Heer, ontferm ü onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm-U onzer! God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer! H. Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons!

Vol van genade,

Onder alle harten gezegend,

Allerootmoedigst Hart,

.2 Allerzuiverst Hart,

_

g Allerminnelijkst Hart, ~

c H. Rustplaats van de allerheiligste Drie-gt; vuldigheid, §

C Zeer gelijkende aan het allerheiligst;; Hart o tn vau Jezus, S

a Tabernakel van God, die Menschgeworden is op den dag van uwe Boodschap, Met nieuwe genaden vervuld in uwe Visitatie,

-ocr page 167-

155

Woonplaats van Jezus, gedurende den

lijd van negen maanden,

Overgoten met blijdschap in de geboorte

van Jezus,

Vol verwondering in de aanbidding der Wijzen,

Doorstoken met het zwaard van droefheid volgens de voorzegging van den H. Simeon in uwe zuivering. Vol zorg en vermoeienis in de vlucht

naar Egypte.

Bedrukt om het verlies van Jezus, en wederom verblijd om Zijne vinding in den Tempel,

Bevangen van droefheid met Jezus in den

hof van Olijven.

Inwendig doorscheurd in Zijne geeseling, Met doornen doorstoken in Zijne kroning, Vol angst en benauwdheid in de ontmoeting van Jezus, dragende Zijn kruis, Deelhebbende in al de pijnen en smarten van uwen lieven Jezus,

Met Jezus aan het kruis genageld. Overgoten met droefheid in den dood

van Jezus,

Met Jezus in den geest gestorven en in

het graf gelegd.

Met blijdschap in de verrijzenis van Jezus verrezen.

Vervoerd van liefde in de openbaring en hemelvaart van Jezus.

-ocr page 168-

156

Door nieuwe genaden geheiligd in de komst van den H. Geest,

re- Boven alle gelukzaligen op den dag uwer \'S hemelvaart verheven,

cu tr-

S Aan de rechterhand van Jezus in den £; g Hemel gesteld, lt;

quot; Toevlucht der zondaren, ®

Js Steun der rechtvaardigen, g

quot; Blijdschap der maagden, ~

33 Troost der bedrukten en zieken.

Hoop der stervenden,

Blijdschap der Engelen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jezus 1

o H. Maagd, gedoog , dat ik U love.

Verleen mij sterkte tegen uwe vijanden.

GEBED.

o H. Maria, Moeder van onzen Heer Jezus Christus, en Koningin der wereld, die niemand \'■ verlaat noch verstoot, aanzie mij met een oog van genade en barmhartigheid, o Verheven Vrouw! verkrijg mij bij uwen lieven Zoon vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik nu in den geest met alle mogelijke liefde den lof en de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwege, en hiernamaals de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge

-ocr page 169-

157

door onzen Heer Jezus Christus, die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

VAN DE

ZEVEN WEEËN VAN DE H. MARIA.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Jezus Christus, hoor ons!

Jezus Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!

God, H. Geest, ontferm U onzer!

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!

Bedroefde Moeder, bid voor ons!

Die te Bethlehem in de herberg geen plaats

hebt gevonden,

Die in een stal hebt moeten blijven, ö-

Die uwen eerstgeboren Zoon in eene kribbe S-hebt gelegd, o

Die de besnijdenis uws Zoons met medelijden ^ hebt aangezien, |

Die gehoord hebt, dat uw Zoon tot een teeken ~

gesteld was, dat velen zouden tegenspreken, Die van den ouden Simeon verstaan hebt,

-ocr page 170-

158

dat uw hart met een zwaard zoude doorstoken worden,

Die met uwen Zoon in Egypte zijt gevlucht, en daar met het Kind in armoede hebt geleefd. Die den moord der onnoozele kinderen beweend hebt.

Die uw verloren Zoon drie dagen gezocht,

en in den tempel gevonden hebt. Die zuchtende waart over den gedurigen haat

en nijd der Joden tegen uwen Zoon, Die na \'t Avondmaal van uw Zoon een droevig

afscheid hebt genomen,

Die vernomen hebt, dat Uw Zoon van Judas verraden en van de Joden gevangen was, Die gehoord hebt, dat uw Zoon als een misdadiger aan de Hoogepriesters geleverd was. Die gehoord hebt, dat uw Zoon valschelijk

aangeklaagd was,

Die gezien hebt, dat uw Zoon door de Joden

ter dood geëischt werd,

Die uw Zoon gegeeseld en met doornen gekroond hebt aangezien, en het onrechtvaardige vonnis tegen uw Zoon hebt hooren uitspreken.

Die uw Zoon (met het kruis beladen) te

gemoet zijt gegaan,

Die de gezegende handen en voeten van uw geliefden Zoon met nagelen hebt zien doorboren.

Die de laatste woorden van uw Zoon gehoord en in uw hart gehouden hebt,

-ocr page 171-

159

I Die bij uw Zoon zijt gebleven, totdat Hij Zijn geest heeft gegeven,

Die het doode lichaam van uw Zoon op uw

moederlijken schoot ontvangen hebt,

Die van het begraven lichaam uws Zoons St

bedroefd naar huis gekeerd zijt,

o Spiegel van alle bedroefde harten,

o Bijstand der zieken,

o Troosteres der kleinmoedigen,

o Toevlucht der zondaren,

o Allerraedelijdenste Moeder,

o Koningin der Martelaren,

Door het allerbitterste lijden en dood uws verlos ons. Koningin der martelaren!

Door het bitter scheiden uws Zoons, Van overmatige droefheid.

Van gevaarlijke kleinmoedigheid.

Van alle gelegenheid van zondigen.

Van de listen des satans.

Van versteendheid des harten, Van onboetvaardigheid.

Van een haastigen dood,

IVan de eeuwige verdoemenis,Van de eeuwige verdoemenis,

Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij in ons het ware geloof, hoop en liefde

wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons vergiffenis onzer zonden van uwen Zoon wilt verwerven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons in onze benauwdheden wilt bijstaan, wij bidden U, verboor ons.

■lt;

O O -s

O £3

C/3

Zoons,

O

Q-

ÏIL

O

o

TS

C/3

B

JM •-s

O

a

O

quot;S

o

ft)

s

5\'

era

5\'

10

-ocr page 172-

160

Dat Gij ons in de ure des doods wilt bewaren,

wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons een gelukkig einde wilt verwerven,

wij bidden U, verhoor ons.

Moeder Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

In al onze droefheid en benauwdheid.

Kom ons te hulp, o allerheiligste Maagd Maria!

GEBED.

Verleen ons genadiglijk, o Heer Jezus Christus, dat de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ons bij Uwe Goddelijke Majesteit in het uur onzes doods eene vriendelijke voorspraak zij. Door U, Verlosser der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 173-

161

LITANIE

VAN DEN H. JOZEF.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!

God, H. Geest, ontferm U onzer!

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!

H. Maria, bid voor ons!

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

H. Jozef,

Beschermer van Jezus,

Bruidegom van Maria,

Man naar Gods hart, o-

Getrouwe en wijze dienaar, ^

Bewaarder der zuiverheid van Maria, g

Medehulp van Maria, ^

Leidsman en troost van Maria, |

Die om Maria, met bijzondere genaden be- ~

gunstigd zijt.

Allerreinste in zuiverheid,

Allernederigste in ootmoedigheid,

Allervurigste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing.

-ocr page 174-

162

Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig

zijt verklaard,

Die in de goddelijke verborgenheden boven

anderen verlicht zijt geweest,

Die door den Engel in het geheim der mensch-

wording onderwezen zijt,

Die met Maria, uwe Bruid, naar Bethlehem

zijt gereisd.

Die, in de herberg geene plaats vindende, in

een stal zijt gaan vernachten,

Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene kribbe gelegd werd.

Die met Maria het Kind Jezus in den tempel

hebt geofferd.

Die op het woord van den Engel met Jezus en Zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt. Die na den dood van Herodes met Jezus en Zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd.

Die het Kind Jezus, te Jeruzalem gebleven zijnde, met Maria, Zijne Moeder, vol droefheid gezocht hebt,

Die het na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in het midden der Leeraars, Aan wien de Heer der heeren op aarde onderdanig was.

Bruidegom van Maria, uit wien Jezus geboren is, Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt. Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef!

Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef!

-ocr page 175-

163

In al onzen nood, help ons, H. Jozef!

In al onze benauwdheden, -j-

In het uur van onzen dood, .5-

Door uwe allerzuiverste trouw, o

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, Jquot;

Door al uw arbeid en zweet, na Door al uwe deugden,

Door al uwe verdiensten, g

\' CD

Door uw eeuwig geluk, —

Wij, die U als beschermer aanroepen, wij bidden U, verhoor ons!

Dat Gij Jezus ora vergiffenis onzer zonden

wilt bidden,

Dat gij ons aan Jezus en Maria gelievet aan te bevelen.

Dat gij voor alle maagden en ongehuwden de

gave van zuiverheid wilt verwerven,

Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte o-trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen, g: Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte S liefde en overeenstemming wilt verwerven, 53 Dat gij de huisvaders in het christelijk opvoe- ^ den hunner kinderen wilt behulpzaam zijn, g-Dat gij alle oversten in het bestuur der hun § toevertrouwden wilt behulpzaam zijn, o Dat gij alle vergaderingen, die U in het bijzon-

der zijn toegedaan, wilt begunstigen.

Dat gij allen, die op uwe hulp betrouwen,

altijd en overal wilt beschermen,

Dat gij alle geioovige zielen door uwe voorbede wilt helpen,

10*

-ocr page 176-

164

Beschermer van Jezus, wij bidden U, verhoor ons. Bruidegom van Maria, wij bidden U, verhoor ons. Heilige Jozef, wij bidden (J, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Jezus Christus, hoor ons!

Jezus Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

GEBED.

Wij bidden U, Heer! dat wij door de verdiensten van den Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons, door zijne voorspraak , gegeven worde, wat wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen Amen.

LITANIE

TOT DEN

H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORI.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

-ocr page 177-

165

Christus, verhoor ons!

God, Heraelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer! God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, onbevlekte Maagd, bid voor ons! H. Alphonsus, die van uwe vroegste jeugd af een voorbeeld der teederste godsvrucht geweest zijt,

Tot den dood toe van de doodzonde bewaard.

Verachter van de rijkdommen en ijdel-

heden der wereld.

Die onophoudelijk den wil Gods volgdet,

Rijk aan schatten der christelijke armoede, g Voorbeeld van verduldigheid in het lijden, amp;-g Voorbeeld van overgeving in den tegen- ^

jt sPoed gt; i

lt;5 Die naar de zaligheid der zielen dorstig ^ -• geweest zijt, |

Bestrijder der ketterijen, ~

Verdediger van het katholiek geloof.

Zonder ophouden bezorgd, om den armen

het Evangelie te verkondigen,

Teedere trooster der bedroefden.

Die zoo ervaren waart in de wetenschap

van zondaars te bekeeren,

Wijze geleider op den weg der zaligheid. Die aan allen alles geworden zijt, opdat

allen zouden zalig worden.

Nieuw sieraad van den godsdienst,

-ocr page 178-

166

Ijverige verdediger der geestelijke tucht, Gehoorzame ijveraar voor den Room-

schen Stoel,

Waakzame herder over de schapen, die

u toevertrouwd waren.

Die zonder ophouden bezorgd waart voor

het algemeen welzijn der Kerk, Luister der priesters en bisschoppen. Levend voorbeeld aller deugden, Aandachtige vereerder van het kindje Jezus, Die bij het opdragen der H, Mis van ligfde

ontvlamd waart.

Vurige aanbidder van Jezus Christus in

het allerheiligste Sacrament, Smartelijke betrachter van het lijden

van Jezus,

Ijverige vereerder van de allerheiligste

Maagd Maria,

Die onder uw prediken met verschijningen der allerheiligste Maagd Maria zijt vereerd geworden,

In leven en zeden een engel. Een patriarch door uwe herderlijke zorgvuldigheid voor het volk Gods, Doorluchtig door de gave van mirakelen

en voorzeggingen.

Een Apostel door uwe waakzaamheid en

goede berispingen.

Een martelaar door uw streng leven. Een belijder door uwe heilige werken, In uw lichaam en in uw geest eene maagd.

-ocr page 179-

-167

gquot; Stichter der Vergadering des Allerheilig- 5! | sten Verlossers, ^

-==. Een voorbeeld der Missionarissen, §

^ Onze liefdevolle Vader en Beschermer, g fg Heilige Alphonsus Maria, bid voor ons! quot; Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

Bid voor ons, heilige Alphonsus Maria,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laten wij bidden.

o God! die door den H. Alphonsus Maria, uwen van zielenijver ontvlamden belijder en bisschop, Uwe Kerk met eene nieuwe nakomelingschap verrijkt hebt, wij bidden U, dat wij, door zijne heilzame vermaningen onderwezen en door zijne voorbede gesterkt, gelukkig tot U mogen komen. Door onzen Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid des II Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

SCHIETGEBED.

H. Alphonsus Maria, mijn Beschermer, geef.

-ocr page 180-

168

dat ik in alle noodwendigheden mijne toevlucht tot Maria neme.

LITANIE

VAN DEN

H. VADER FRANCISCUS VAN ASSISIË.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, die Franciscus tot Uw dienaar hebt uitverkoren, ontferm U onzer!

God, Zoon, Verlosser der wereld, die Franciscus met de teekenen Uwer heilige vijf Wonden bezegeld hebt, ontferm ü onzer!

God, Heilige Geest, die Franciscus met vele liefelijkheden gezalfd hebt, ontferm U onzer!

Heilige Drievuldigheid, één God, die Franciscus in Uwe heerlijkheid ontvangen hebt, ontferm U onzer!

H. Maria, bijzondere blijdschap en troost van Franciscus, bid voor ons!

H. Moeder Gods, gestadige toevlucht van Franciscus,

H. Maagd der Maagden, voorspraak der ge- § heele Orde van Franciscus, 0

Seraphijnsche Vader Franciscus, S

-ocr page 181-

169

Allerminzaamste Franciscus, Allergoedertierenste Franciscus,

H. Franciscus, Vader der armen, Banierdrager van Christus,

Ridder van den gekruisten Jezus,

Oven van liefde,

Arke van heiligheid,

Versmader der wereld,

Spiegel van boetvaardigheid.

Overwinnaar der boosheden,

Navolger van Christus,

Voorbeeld der ootmoedigen.

Leidsman der dwalenden.

Steun der H. Kerk,

- Meester der gehoorzaamheid, g Liefhebber des vredes,

■3 Licht uws vaderlands,

£ Heraut des alierhoogsten Konings, ^ Martelaar van begeerte,

w Voorganger in zuiverheid,

Prediker der schepselen Gods,

Bestormer der booze begeerten.

Dienaar der melaatschen,

Verwekker der dooden.

Bijstand dergenen, die uwe voorspraak inroepen,

Die van uwe jeugd af zoo milddadig jegens de armen waart, dat gij u ontkleeddet en u met hunne armoedige kleederen bedektet,

Die u van alles ontbloot hebt om met

-ocr page 182-

170

meerder betrouwen te kunnen zeggen: «Onze Vader, die in den Hemel zijt,» Die u zeiven het onwaardigste van alle

schepselen noemdet,

Die van Jezus zelf hebt mogen hooren: «Ga, Franciscus! en herstel mijn huis, dat vervalt,»

Die uwe H. Orde gevestigd hebt op de gehoorzaamheid, ootmoedigheid en heilige armoede.

Die om de hevige bekoringen te overwinnen . u bij de felste koude in de sneeuw wenteldet.

Die u zeiven achttet de leerling van Jezus niet te zijn, tenzij gij uwvleesch kruislet, Die van het lijden van Jezus niet kondet spreken zonder te zuchten en te weenen, Die de teekenen der vijf Wonden van Jezus in uw lichaam ontvangen en zelfs bloed gestort hebt.

Die het geluk gehad hebt het kindje Jezus uit de handen van Maria in uwe armen te ontvangen, van den middernacht tot den dageraad.

Die door de Engelen gediend , en door hunne gezangen in verrukking gebracht zijt.

Die uwen geest gevende, uitriept: «Heer! leid mijne ziel uit de gevangenis om Uwen naam te belijden, »

Ware Seraphijn, brandende in Jezus\' liefde,

-ocr page 183-

471

Bid voor ons. H. Vader Franciscus.

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

GEBED.

Wij bidden U, Heer Jezus Christus, verleen ons door de godvruchtige en ootmoedige voorspraak van onzen H. Vader Franciscus, in wiens lichaam Gij U gewaardigd hebt de teekenen van Uw lijden te vernieuwen, dat wij gedurig de weldaden van Uw lijden in ons mogen gevoelen; die met den Vader en den H. Geest, één God, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

VAN DEN

H. ANTONIUS VAN PADUA.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer! God , H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, Moeder en Beschermster van den H. Antonius, bid voor ons!

-ocr page 184-

172

H. Franciscus, Vader en Onderwijzer van

den H. Anlonius,

Heilige Antonius van Padua,

Zalige vrucht van Spanje,

Nieuw licht van Italië,

Beschermer en roem van Padua,

Apostel van Frankrijk,

Navolger van den H. Vader Franciscus, Lelie van zuiverheid,

Kostelijke parel der armoede.

Blinkende ster van gehoorzaamheid. Spiegel van boetvaardigheid.

Roos van verduldigheid.

Vlam van liefde,

. Vat van heiligheid,

.2 Pilaar der H. Kerk,

J Verkondiger der genade,

^ Uitroeier der zonden,

• Verheffer van Gods eer.

Ootmoedige verberger der wijsheid, Leeraar der waarheid,

Blinkende ster der Seraphijnsche Orde, Arke des Verbonds,

Bazuin des Allerboogsten,

Verdediger des Geloofs aan het Hoogwaardig Sacrament,

Brandende naar den marteldood,

Geesel der ketters.

Schrik der ongeloovigen,

Roede der dwingelanden,

IJveraar voor Gods Huis,

-ocr page 185-

173

IJveraar voor het heil der zielen, Wonderbare mirakeldoener.

Patroon in verlorene zaken,

Toevlucht der armen,

Gezondheid der zieken,

m Vertrooster der bedrukten,

\'S Hof van deugden,

a Kenner der harten.

Voorzegger van toekomende dingen, B3 Verwekker der dooden.

Schroom der duivelen,

Navolger der Patriarchen en Profeten, Afbeeldsel der Apostelen,

Uitstekende onder de Leeraars,

Roem der Heiligen,

Onze minnelijke Vader en Beschermer, Wees genadig, spaar ons. Heer!

Wees genadig, verhoor ons. Heer!

Van alle kwaad, verlos ons, Heer!

Van alle zonden.

Van de listen des duivels,

Van pest, oorlog en hongersnood,

Van den eeuwigen dood.

Door de verdiensten van den H. Antonius, Door zijne brandende liefde,

Door zijn ijver voor de bekeering der zondaars, Door zijne vurige begeerten naar den marteldood.

Door zijne volharding in het volbrengen zijner beloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid,

-ocr page 186-

174

Door zijn onvermoeiden arbeid, verlos ons, Heer! Door de menigte en verscheidenheid zijner verrichte wonderen, verlos ons, Heer!

In den dag des oordeels, verlos ons. Heer! Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij ons tot een waarachtig berouw onzer zonden wilt brengen, wij bidden U verhoor ons! Dat Gij het vuur der Goddelijke liefde in

onze harten wilt ontsteken,

Dat Gij ons deelachtig wilt maken aan de voorspraak en de verdiensten van den H. ^ Antonius,

Dat Gij ons Vaderland in de vereering van den

H. Antonius wilt doen volharden, gquot;

Dat Gij allen, die de voorspraak van den H. Antonius verzoeken, gezondheid naar -ziel en lichaam wilt verleenen, S

Dat wij door de verdiensten van den H. gquot; Antonius, in alle deugden mogen toenemen, ° Dat Gij allen, die den H. Antonius eeren en g aanroepen met Uwen zegen gelieft te be- quot; gunstigen.

Dat Gij ü gewaardiget ons te verhoeren,

Jezus Christus, Zoon van den levenden God,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

-ocr page 187-

175

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

Bid voor ons, H. Antonius,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

La te n wij bidden.

o God! verleen ons, dat de voorbidding van den H. Antonius, Uwen Belijder, Uwe Kerk verblijde, opdat zij met geestelijken onderstand altijd beschermd worde, en verdiene te genieten de eeuwige vreugde. Door Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED

VOOR HET BEELD VAN DEN H. ANTONIUS.

H. Antonius, vriendelijke vertrooster van alle verlatene menschen en onophoudelijke wonderdoener in allerhande bekommernissen, geheel de wereld is vol van uwen lof. Van alle kanten hoort men uwe wonderdaden verkondigen, en geen wonder, want gelijk God, toen gij bier nog op aarde leefdet, u bijzonder heeft uitverkoren, om zoovele duizenden zielen te bekeeren, zoo heeft het Hem ook bijzonder behaagd , nu gij met Hem voor alle eeuwen heerscht in den Hemel, u met gedurige mirakelen te vereeren en door uwe voorspraak gaven en genaden aan de wereld mede te deelen. Daarom kom ik tot u met een groot betrouwen, o troost der bedruk-

ii

-ocr page 188-

176

ten! en bid u door de bijzondere gunst, die God u gedaan heeft, met u aan te stellen tot een zekeren helper in alle zwarigheden, dat gij mij in mijn verzoek wilt verhooren en vertroosten. Ik bid u door de overvloedige blijdschap, die gij in uw zuiver hart gevoeld hebt, toen het allerliefste Kind Jezus in vollen luister aan u verscheen en zoo menig teeken van liefde en vertrouwelijkheid schonk, dat gij ditzelfde allerliefste Kind, hetwelk ik in uwe armen aanbid, voor mij, ellendi-gen zondaar, wilt te voet vallen en mijn nood aan hetzelve voordragen. Ik bid u door al de gunsten en weldaden, die Christus u hier op de wereld betoond heeft, dat gij mij deelachtig wilt maken aan uwe verdiensten, en deze verzochte weldaad mij niet wilt ontzeggen. Doe mij ondervinden, o H. Antonius! dat ik u niet te vergeefs heb aangeroepen, opdat mijne liefde en godsvrucht tot u meer en meer moge ontstoken worden, en ik uwen heiligen naam voor iedereen mag loven, verheffen en verheerlijken.

H. Antonius, dit gebed wil ik sluiten met dat groot betrouwen en die overgeving aan Gods wil, waarmede onze Heer Jezus Christus Zijn gebed op den Olijfberg gesproken heeft; ik wil met Zijne woorden, met hart en mond, tot den eeuwigen Vader roepen: Vader! alle dingen zijn U mogelijk. Neem dezen kelk van zwarigheid van mij weg, en verleen mij genadig, hetgeen ik verzoek; nochtans niet mijn, maar Uw wil moet geschieden in alle eeuwigheid. Amen.

-ocr page 189-

177

LITANIE

TOT DEN ENGELBEWAARDER.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm ü onzer 1 Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer! God, H. Geest, ontferm ü onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, koningin der Engelen, bid voor ons. Engel des hemels, mijn bewaarder,

dien ik als mijn vorst eerbiedig,

die mij liefdevolle vermaningen geeft,

die mij wijzen raad geeft,

die jegens mij de bediening van een ijve-jn rigen voogd uitoefent, o-

1 die in mijne noodwendigheden voorziet, -S die mij teederlijk bemint, o

!0 die mijn trooster zijt, ^

^ die aan mij verknocht zijt als een goede § S) broeder,

w die mij mijne plichten en de waarheden der zaligheid leert,

die voor mij een liefderijke herder zijt, die getuige zijt van al mijne werken, die mij in alle voorvallen te hulp komt.

-ocr page 190-

178

die onophoudelijk over mij waakt,

die mij in al mijne ondernemingen on-dersteunt,

1 die mij op uwe handen draagt, ö;

die mij in al mijne wegen bestiert, t -ë die mij altoos ijverig verdedigt,

s die mij met wijsheid geleidt, §

c3 die mij tegen de gevaren beveiligt, die mijne duisternissen doet verdwijnen en mijn geest verlicht.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

Bid voor ons, heilige Beschermengel,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laten wij bidden.

Almogende en eeuwige God, die door een uitwerksel Uwer onuitsprekelijke goedheid, aan alle menschen, van hunne geboorte af, een Engel hebt gegeven om de beschermer van hunne ziel en hun lichaam te wezen, maak, dat ik dien, welken Gij mij in Uwe barmhartigheid toegestaan hebt, zooveel eerbied en liefde toedrage, dat ik, door de gaven Uwer genade en door zijn bijstand

-ocr page 191-

179

geholpen, waardig worde van U met hem en de andere gelukzalige geesten, in het hemelsche vaderland, in den glans Uwer heerlijkheid te gaan aanschouwen. Amen.

LITANIE

VOOR DE

ZIELEN IN HET VAGEVUUR.

Heer, ontferm ü onzer!

Christus, ontferm ü onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, hemelsche Vader, ontferm U over de lijdende zielen,

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over

de lijdende zielen,

God, H. Geest, ontferm U over de lijdende zielen, H. Drievuldigheid, één God, ontferm U over de

lijdende zielen,

H. Maria, bid voor de lijdende zielen, H. Moeder Gods,

\' O-

H. Maagd der maagden,

H. Michael, n §

Alle HH. Engelen en Aartsengelen, a.

Alle HH. Koren der zalige geesten, ^ —

H. Joannes Baptista, ■ g-

H. Jozef, g-

-ocr page 192-

180

Alle HH. Patriarchen cn Profeten, H. Petrus,

H. Paulus,

H. Andreas,

Alle HH. Apostelen en Evangelisten,

H. Stephanus,

H. Laurentius,

Alle HH. Martelaren,

H. Gregorius,

H. Ambrosius,

H. Augustinus,

H. Hieronimus,

Alle HH. Bisschoppen en Belijders,

Alle Heilige Leeraars,

Alle HH. Priesters en Levieten,

Alle HH. Monniken en Kluizenaars,

H. Maria Magdalena,

H. Catharina

H, Barbara,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar haar. Heer!

Wees genadig, verhoor ons. Heer! Van alle kwaad, verlos haar. Heer! Van Uwe gramschap,

Van de strengheid Uwer rechtvaardigheid. Van den knagenden worm des gewetens. Van de verschrikkelijke duisternissen. Van hare tranen en zuchten,

Door Uwe raenschwording,

Door Uwe H. geboorte.

-ocr page 193-

181

Door Uw allerzoetsten naam,

Door Uw H. doopsel en vasten,

Door Uwe diepe ootmoedigheid,

Door Uwe groote gehoorzaamheid,

Door Uwe oneindige liefde,

Door Uwen doodsangst en Uwe smarten. Door Uw bloedig zweet,

Door Uwe banden en boeien.

Door Uwe doornen kroon.

Door Uw schandelijken dood.

Door Uwe allerheiligste wonden.

Door Uw kruis en bitter lijden.

Door Uwe H. Verrijzenis,

Door Uwe wonderbare Hemelvaart,

Door de nederdaling van den H. Geest, In den dag des oordeels.

Wij, zondaars, wij bidden U, verhoor ons! Gij, die de zondares vergiffenis geschonken en den goeden moordenaar verhoord hebt. Gij, die door genade zalig maakt.

Gij, die de sleutels van dood en hel hebt. Dat het U behage, onze nabestaanden, vrienden en weldoeners van de schrikkelijke vlammen te verlossen.

Dat het U behage, al de overledene geloo-

vigen van hunne pijnen te verlossen, Dat het U behage, U te ontfermen over al degenen, die geene bijzondere voorsprekers in deze wereld hebben,

Dat het U behage, aan allen genade te schenken en haar uit hare pijnen te verlossen,

-ocr page 194-

182

Dat het U behage hare verlangens te vervullen,

wij bidden U, verhoor ons.

Dat het U behage, haar onder het getal Uwer uitverkorenen te ontvangen, wij bidden ü, verhoor ons.

Koning van ontzaggelijke Majesteit, wij bidden U,

verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef haar rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef haar rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef haar de eeuwige rust.

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons! Heer, ontferm U onzer! Onze Vader, enz.

Laten wij bidden.

o God! Schepper en Verlosser van alle ge-loovigen, verleen aan de zielen van uwe dienaars en dienaressen de vergiffenis van al hare zonden, opdat zij, door de ootmoedige gebeden Uwer Kerk, de ontslaging verwerven, welke zij altijd van Uwe barmhartigheid verhoopt hebben. Gij die God zijnde, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, geef haar de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte haar.

Dat zij rusten in vrede. Amen.

-ocr page 195-

GEZANGEN.

OP DEN H. LAURENTIUS.

Sieraad van Gods Bruid op aarde, Pronkjuweel van groote waarde,

Bloedgetuige van Gods leer.

Duld, dat wij uw glorie prijzen. Op uw strijd en zege wijzen. Tot ons heil en tot uw eer !

Om U zeiven te versterven,

Wildet Gij met liefde derven.

Wat uw hart het dierste had. Aan den keizer deedt Gij weten: «De armen, aan de kerk gezeten, «Vorst, ziedaar mijn een\'ge schat.»

Schitt\'rend was uw offerande,

Toen de beul uw lichaam spande

Op het gloeiend roosterwerk;

Toen Gij in de grootste smarten Badt, uit \'t binnenste des harten, Voor den vrede van Gods kerk.

Om hun woede te verzaden Voegdet Gij, ten deel gebraden, Dit den wreeden beulen toe:

li*

-ocr page 196-

-184

«Draait mij om, dan kunt gij eten; «Maar wilt tevens dit ook weten; «\'k Word dit lijden nimmer moe!»

Zoo geheel in God verzonken,

En van Zijne liefde dronken,

Gaaft Gij Hem U zeiven weer. En tot loon van al uw lijden Kunt Gij eeuwig U verblijden In \'t bezit van God, uw Heer.

Ed\'le Vorst in \'t hemelsch Eden, Zie, wij blikken van beneden

Yol van liefde naar uw troon. Wij beschouwen er uw glorie, \'t Heerlijk loon van uw victorie, In uw schoone mart\'laarskroon.

Wil ons door deez\' aarde leiden, Ons bij U een plaats bereiden,

In het hemelsch Paradijs!

Wil voor ons Gods zegen vragen. Voor ons bidden al de dagen Van deez\' droeve pelgrimsreis.

OP DE H. ROSALIA.

Ed\'le Lelie, op deez\' aarde

Als door Eng\'len hand geplant. Heerlijk prijkt Gij door uw schoonheid Thans in \'s hemels lustwarand.

-ocr page 197-

185

Nauwelijks der aarde ontsproten Trok uw schoonheid aller oog.

Fier verhieft Gij op uw stengel \'t Ylekkclooze kelkje omhoog.

Maar hoe meer uw grootheid straalde In het licht der middagzon,

Des te minder ook uw vijand Uwe pracht verdragen kon.

En hij wilde uw schoonheid smeuren, Stikken U in \'t doorngewas;

U met vuil en slijk bedekken, U vertreden als het gras.

Maar Hij, Die op de aarde U plantte Duldde niet, dat uwe pracht

En uw zuiverheid, zou vallen In des werelds booze macht.

Neen, Hij plaatste U tusschen muren Waar de schrale en gure wind,

De besmetting dezer wereld.

Niet een enklen doortocht vindt.

Daar, geplant op beter aarde

En door zachter dauw besproeid,

Zijt ge in schoonheid en in krachten Met uw dagen opgegroeid.

En toen Gij uw vollen wasdom Op die aarde had bereikt,

Werden \'s hemels lustwaranden Met een groeten schat verrijkt.

-ocr page 198-

186

Want de Lelie, die hier bloeide, Dat zijt Gij, Rosalia!

Hare schoonheid, uwe reinheid, En de dauw is Gods gena.

Bid dan allerschoonste Lelie, In Gods bloemenhof geplant,

Dat ook wij als lelies bloeien Hier en in \'t Beloofde Land!

Daarom komen wij U vragen: Heilige Rosalia,

Vraag voor ons aan Uwen Jezus Zijne liefde en Zijn gena.

OP DEN H. DOMINIGUS.

quot;Wat schoonheid heerscht in \'s Hemels bogen!

Wat glans omringt Gods Majesteit I Wat heerlijk licht rijst daar voor de oogen,

Wat voelt ons hart daar zaligheid! Het ademt alles daar van zegen;

\'t Geurt alles daar van blij genot. De geur des wierooks stroomt ons tegen, Geofferd voor den troon van God!

Het klaat\'ren van de springfonteinen,

Vereend met Eng\'len-harpgeluid, Het lofgezang van \'t koor der Reinen

Ter eer van Jesse\'s reine spruit, \'t Vereenigd lied der Hemelingen,

Die, uitgedoscht ten Bruiloftsfeest, Hun Heilig, Heilig, Heilig zingen,

\'t Gaat alles boven onzen geest.

-ocr page 199-

187

Daar zien wij reien martelaren,

Omringd met heerlijkheid en pracht;

Hun slapen sieren gouden blaren Ten zegekroon, hun toegedacht!

Millioenen and\'re Hemelingen Vertoonen zich aan ons gezicht;

De stralen, die hun kroon omringen.

Zijn helderder dan \'t zonnelicht.

Daar troont te midden van den luister, Dien m\'in der heem\'len woon ontmoet,

Een licht, dat schitterde in het duister Van ongeloof en euvelmoed.

Een strijder, die den kamp moest wagen, Te leveren der ketterij,

De leer der waarheid voor moest dragen, Trots satans dolle razernij.

Hij streed: en macht\'loos zonk het neder Het monster, bijtend in het stof;

Hij sprak: en velen keerden weder. Wie \'t overtuigend Godswoord trof.

Daar ligt het! \'t knarsetandt van woede! De Kerk verschijnt in hooger glans 1

Dominicus verheugd te moede

Zwaait fier den Heil\'gen Rozenkrans.

Een tal van dapp\'ren komen strijden Ter eer van Jezus\' dierb\'re Bruid;

Zij tellen moeite, smart noch lijden. Hun vreugde, \'t is der zielen buit.

En aangespoord door hunnen Vader, Gesterkt door \'t Rozenkransgebed,

Wordt door zijn kind\'ren al te gader De strijd manmoedig voortgezet.

-ocr page 200-

188

Natuur moet naar zijn stemme luisteren; Het buld\'rend stormgeloei verdwijnt;

De zee wordt stil en kerkerkluist\'ren Ontvallen, waar de Held verschijnt.

De dood zelfs moet zijn prooi hergeven, Waar hij dien opeischt in Gods naam;

De hel en hellegeesten beven En scholen tot zijn val te zaarn.

Maar dwaasheid! Neen in \'s Hemels zalen Daar leeft Gods vriend, daar troont hij thans.

Wie onzer zal zijn glorie malen,

Zijn macht, zijn heerlijkheid, zijn glans?

Voor zondaars bidt hij en voor braven En voor den zegen van Gods Kerk;

Voor allen vraagt hij kostb\'re gaven Vereeuwigt zijn bekeeringswerk.

En wij, wij zouden onze voeten Niet drukken op dat edel spoor?

Wij niet voor onze zonden boeten,

Waardoor de mensch zijn God verloor?

Ja volgen wij dat heilig leven,

Dien vasten weg, ons aangetoond,

De Hemel wordt ons dan gegeven.

Voor eeuwig zijn wij dan beloond.

OP DE H. BARBARA.

Barbara, Gij schittert schoon In der maagden reine reien.

Gij, de Bruid van Godes Zoon,

Moogt U in Zijn heil vermeien.

Zie, o reine Maagd, ook wij

Willen heilig zijn als Gij!

-ocr page 201-

189

Lelie, door de reine hand Van Gods engel van beneden

Naar het hemelsch land verplant; Sieraad van Gods heilig Eden, Zie met \'t oog, zoo rein en teêr, Medelijdend op ons neêr!

Toen de dood uw bloed vergoot. En uw zuiv\'re ziele kleurde

Met der schoonste rozen rood, Toen de hel uw ziel verbeurde. Toen Maagd, hebt Gij ons geleerd quot;Wat de liefde wel begeert.

O, ontsteek dat liefdevuur In de liefdelooze harten.

Opdat we in ons stervensuur Ook èn hel èn duivel tarten. Barbara, ach hoor, o Maagd, Hoe ons hart die gunst U vraagt.

Roep ons tot den glorietroon, Waarop Gij reeds zijt verheven;

En verkrijg ons \'t heerlijk loon, Daf God U reeds heeft gegeven 1 O, bereid ons tot den dood,

Die U de eeuw\'ge vreugde bood !

O, laat ons in \'t sterven blij Jezus in een hart ontvangen.

Dat, van alle zonden vrij.

Eeuwig juichen zal de zangen: «Jezus, Jezus, God en Heer U zij hulde en U zij eerl»

-ocr page 202-

190

OP DEN H. ALPHONSUS.

Alphonsus, zie wij naad\'ren Met ootmoed uwen troon, En vragen uwe voorspraak

Bij Jezus, Godes Zoon. quot;Wij roemen uwe deugden

En uwe heiligheid.

Uw liefde tot Maria,

Die ons ten Hemel leidt.

Hoe straalden uwe deugden!

Wat was uw liefde groot, Waardoor Gij eens U zeiven Aan God ten offer boodt! Hoe zuiver was uw harte,

Hoe rein was uwe ziel.

Waarop uw gansche leven Geen smet van zonde viel.

Hoe need\'rig was uw leven!

Wat heil\'ge eenvoudigheid.

Vond men in al uw daden. Die spraken wijd en zijd! Wat ongekende schatten

Deelde ons uw wijsheid meê! Gij voert ons uit de droefheid Naar nooit gesmaakte vreê.

Hoe mindet Gij Maria!

Wat schoenen lauwerkrans Hebt Ge om haar hoofd gevlochten, Dat straalt van heil\'gen glans.

-ocr page 203-

191

Gij hebt haar lof gezongen

In ongekende maat.

Dien lof kan \'t hart slechts zmgen, Dat voor Maria slaat.

Wie onzer dus zal schild\'ren Uw macht en heerlijkheid,

Daar God naar elks verdiensten

Den mensch een kroon bereidt? Neen! niemand zal het wagen.

Toch kennen wij uw macht En de uitkomst onzer wenschen Toont uwer beden kracht.

Neem dan, o dierbre Heil\'ge,

Ons need\'rig loflied aan Wil steeds een blik van liefde Op ons, uw dienaars, slaan! Zie toch op onze beden

Met warme liefde neêr,

Beveel ons door uw voorspraak Aan Jezus, onzen Heer.

En wij? Dat wij steeds richten

Van uit dit tranendal Onz\' beden tot Alphonsus,

Die voor ons vragen zal: De liefde tot Maria,

De Deur der Zaligheid,

Die dan uit wederliefde

Voor ons een kroon bereidt.

-ocr page 204-

192

OP DEN H. HIPPOIATUS.

Zielsverrukkend is \'t te staren Op het rookend mart\'laarsbloed;

Hartverkwikkend van te ontwaren Hoe in hunnen heldenmoed

Millioenen martelaren

Tuigden van hun liefdegloed.

Die hun schatten, ja hun leven Voor de leer van Jezus\' bruid,

Voor hun godsdienst wilden geven , Welke in zich de stroomen sluit,

Die, door God zelf voortgedreven,

\'s Werelds macht, noch helwoed\'stuit.

Ook Hippolytus moest strijden...

En hij nam den kampstrijd aan.

Ziet hem in het grootste lijden.

Door de hel hem aangedaan,

Jezus\' leer en naam belijden Strijden en de hel verslaan.

Ziet daar hangt hij vastgebonden Aan de pooten van een paard.

\'t Bloed loopt uit de breede wonden Die men overal ontwaart;

Hoofd en lichaam zijn geschonden,

Niet een lidmaat is gespaard.

Hoort gij niet dat zacht gefluister. Stijgend naar des Scheppers troon;

«Vader, slaak de slavenkluister «Om den wille van Uw zoon;

«Voer dit volk uit \'t eeuwig duister, «Eenmaal in Uw heil\'ge woon! »

-ocr page 205-

193

Ja en thans nog bidt hij mede Tot den Vader van \'t heelal, \'t Ruischen van die zoete bede Met der Eng\'len harpgeschal; \'t Is: « Geef aan de menschen vrede, Hulp en troost in \'t tranendal! »

Geef ook ons hetgeen -wij vragen,

De volharding in den strijd.

Moed om steeds ons kruis te dragen

Met een heil\'ge lijdzaamheid. En dat eens de dag mag dagen, Die ons eeuw\'ge vreugd bereidt!

LIEFDE.

Mijn hart bemint een Koningszoon; Hij heerscht met onbeperkte macht; Hij draagt van eigen bloed een kroon. Een kroon van ongeziene pracht.

Omsloten door een purp\'ren band, Siert Hem een zilverwit gewaad;

Twee rozen houdt Hij in de hand, Terwijl zijn voet op rozen staat.

Een ruiker bloeit aan zijne borst, Een bundel rozen, wit en rood; Hem minnen is mijn lust, mijn dorst. Hem grieven is mijn leed, mijn dood.

Weemoedig echter treurt mijn hart; Mijn liefde heeft geen vuur\'gen gloed. Ach Jezus! stil mijn zielesmart; Schenk liefdevuur in overvloed.

-ocr page 206-

194

Met U - o wonderzoet akkoord -Met U slechts vreugd en zielevreê; Schoon \'t staal der smart mijn hart doorboort, Deert mij geen wond, geen strijd, geen wee.

TER EERE

VAN HET

H. HART VAN JEZUS.

Vlied, vlied mijn ziel in \'t minlijk Harte

Van Jezus, Uwen Heer;

Daar vindt gij, in Zijn liefdebanden, De ware vrijheid weer!

Ziet gij u niet omringd van strikken,

Angstvallig duivelijn?

Vlucht, vlucht naar de open arke henen, Daar zult ge veilig zijn.

Wat toeft gij? Slijk is slechts de wereld,

Bedrog en bittre smart;

In God alleen is vreugd te vinden;

In God slechts juicht het hart!

Geef Jezus, me in Uw Hart een plaatsje !

Voldoe mijn zielelust!

\'k Wil in Uw Hart gevangen blijven In ongestoorde rust.

Om Uwe liefde wil ik niets meer.

Verzaak ik al \'t genot;

Ik vind de zoetste vrucht in \'t lijden; Het bindt mij meer aan God.

-ocr page 207-

195

o! Dat ik rustend op Uw Harte,

Voor goed mijne oogen sloot! Hoe zoet zou mij dat sterven wezen! \'t Was leven door den dood!

TER EERE

VAN HET

H. HART VAN JEZUS.

Dit Hart, een waar fornuis van liefde, Is mij een kerkerslot;

Ik leef er eenzaam en tevreden,

En juich er in mijn God!

Want \'t is het Hart van mijnen Jezus, Het Menschgeworden Woord;

Het liefdevuur, voor mij ontstoken,

Brandt daar nog immer voort.

Ik vloog, gelijk de duif in de arke En zocht er rust als zij;

Geen vijand is hier nog te duchten;

Mijn God verdedigt mij.

Sinds ik hier binnen ben getreden Is liefde alleen mij al;

Elk ander goed baart mij slechts smarten, De wereld bittre gal.

Ben \'kook in smart, door Jezus\' liefde Blijf ik steeds welgemoed;

Ja, zooveel meer zal ik Hem minnen, Als \'t kruis meer lijden doet.

12

-ocr page 208-

196

Wil iemand met mij samen wonen In deze liefdegrot,

Hij zuivre \'t Hart van iedre neiging.

Die \'t niet doet slaan voor God.

Gij, trotsche harten, die u zeiven,

Die de ijdle wereld mint.

Vlucht ver, van hier! wijl ge in dit Harte Voor u geen schuilplaats vindt.

De ziel, verlaagd door aardsche neiging. Wordt in haar vlucht gestoord.

Hij wil, dat Hem alleen de liefde.

Geheel het hart behoort.

Ik zeg U dank, mijn Welbeminde,

Wijl Gij mijn boeien slaakt,

Wijl mijne ziel, der hel ontweldigd. De zoete vrijheid smaakt.

Dat ik U niet genoeg kan minnen, Is \'t eenigst, wat mij smart;

Mijn liefde is eindig; maar oneindig De goedheid van Uw Hart.

Doch dit vervult mijn ziel met blijdschap, Dat zij aan Hem behaagt.

Die, naar Hij meer door \'t Hart bemind wordt. Steeds grooter liefde vraagt.

Ik wensch niets meer dan Hemte aanschouwen In \'t Hemelsch Vaderland.

Mijn hoop is zeker, want Hij schonk mij Zijn Hart tot onderpand.

-ocr page 209-

497

\'t Is waar, eerst als \'t Hem zal behagen,

Treed ik die blijdschap in;

\'k Wil slechts, wat Hij wil! \'k ben tevreden. Als ik mijn Jezus min.

LOFLIED

AAN

ONZEN H. ENGELBEWAARDER.

Ons loflied klinke U ter eer.

Verheven dienaar van den Heer, U, die mij steeds hebt bijgestaan Op heel mijn aardsche levensbaan.

Als satan, vol van grimmigheid,

Mijn ziel tot zonden ooit verleidt, Dan jaagt gij, op mijn eersten zucht. Dien helschen vijand op de vlucht.

Roep ik tot God in angst of smart, Of prijs ik Hem met dankbaar hart. Dan wordt mijn bede voor Gods troon Door U, mijn Engel, aangeboón.

Zoo doet gij tot mijn laatsten snik, Om in dat vrees\'lijk oogenblik, Waarop ik dikwijls angstig staar, Mij bij te staan in \'t laatst gevaar.

Heb dank, o God, die onverdiend. Uit liefde alleen, mij zulk een vriend Geschonken hebt, om aan zijn hand Te naad\'ren \'t hemelsch vaderland.

-ocr page 210-

198

Daar in dien hemel naam\'loos schoon, In uw gezelschap bij Gods troon,

Daar zal ik. Engel, die mij leidt, U danken in alle eeuwigheid.

H. FRANCISGUS.

o Seraphijnsche Vader,

Wij minnen U zoo teêr.

Van uit uw gloriewoning.

Zie op uw kind\'ren neer!

Met uw doorboorde handen O zegen uwe panden!

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons

De Koningin der deugden,

De Vorstelijke Vrouw,

Die Jezus eenmaal huwde,

Schonkt Gij uw hand en trouw. Met uw doorboorde handen O zegen uwe panden!

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons

Zij hing om uwe schoud\'ren

Een arme, grove pij,

En sloeg een ruwe koorde

Om uw verstorven zij.

Met uw doorboorde handen O zegen uwe panden!

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons

Zij wees U op de kribbe

In d\' armen beestenstal.

Op Jezus aan Zijn kruishout. Met wonden zonder tal.

-ocr page 211-

199

Met uw doorboorde handen 0 zegen uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

Daar strekte Jezus teeder

Zijne armen naar haar uit, En schonk ook U, Franciscus,

Zijne armoe tot uw bruid.

Met uw doorboorde handen O zegen uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

Leer ons, o dierbre Vader,

Verheven Seraphijn,

Ons hart aan de aarde onthechten

En gansch aan Jezus zijn.

Geef, dat wij hem beminnen En kruisen onze zinnen.

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

H. FRANCISCUS-FEESTLIED.

Heft nu blijde jubelzangen

Kind\'ren van den Serafijn!

Op het feest van zijn verjaring

Moet uw hart vol vreugde zijn. Hoort, hoe de Eng\'len van hierboven.

Op hun gouden harpen slaan. Met hun feestlied moet het onze ) . • In één zangtoon samengaan. |

Zevenhonderd jaren snelden

Naar den stroom der eeuwigheid, Sinds den dag van zijn geboorte, Die der wereld heil bereidt.

12*

-ocr page 212-

200

En zijn lichaam rust in vrede,

En zijn naam leeft immer voort Van geslachten tot geslachten, i .. Naar der Schriften heilig woord. 1 IS\'

Als de zon, die uit haar lichtgloed

Telkens nieuwe stralen zendt,

Glanst dit Serafijnsch gesternte Aan het hemelsch firmament. Duizend\' zonnen, nogmaals duizend\'

Schitt\'ren rond die ééne zon, Die voor zevenhonderd jaren, )

Haren zegetocht begon. ) ls\'

Heft dus blijde jubelzangen

Over zijn verheerlijkt graf!

Smeekt voor Leo, uwen Vader,

Sint Franciscus\' zegen af. Zie goedgunstig op hem neder.

Hoog verheven Serafijn !

Wil in droefheid zijn vertrooster, ) ,. En in nood zijn toevlucht zyn. j IS\'

BETROUWEN OP MARIA.

Maria, mijne lieve Moeder,

Heb medelijden met uw kind Gij schenkt uw Jezus mij tot Broeder;

Achl toon, dat Gij mij nog bemint. De wereld wil uw kind misleiden.

O Moeder lief, sta mij toch bij;

Niets mag een kind van Moeder scheiden.

Reik maar uw hand en ik ben vrij. Niets mag een kind van Moeder scheiden. Reik maar uw hand en ik ben vrij.

-ocr page 213-

204

Ik zie door U den mensch herleven.

Door ü begint het rijk der deugd. Met uwen Zoon hebt Ge ons gegeven

Den vrede Gods, de ware vreugd. De wereld enz.

Wie heeft er niet door U gevonden, Verlichting, vrede, troost, geluk? De deugd door ü blijft ongeschonden. Gij trekt den Zondaar uit den druk.

De wereld enz.

Blijf nog als Moeder mij beschermen.

In stervensnood sta nevens mij.

Mag ik ontslapen in uwe armen.

Dan vrees ik niets, dan sterf ik blij. De wereld enz.

GEZANG

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

Gelijk een hert zich dorstend zoekt te drenken,

Zoo dorst mijn ziel naar U , o Levensbron. Naar U, die mij het ware heil kwaamt schenken,

En door Uw bloed mijn minnend harte won. Kom dan, o kom, ontdaan van gloriestralen ,

Terwijl de schijn van brood Uw glans omhult! Eom , Jezus , kom , wil in mij nederdalen ,

In mij, voor U van wedermin vervuld. Kom, Jezus, kom, wil in mij nederdalen, In mij, voor U van wedermin vervuld.

-ocr page 214-

Waakt, Christ\'ncn, op, wilt biddend nederknielen!

Waakt op en buigt! Hij komt, Hij komt, de Heer. De glorievorst, de Bruigom onzer zielen

Hij naakt, Hij daalt van \'t heilig outer neêr. Ja, Christ\'nen, wilt van reine liefde blaken.

En gaat uw Vorst , uw Koning te gemoet! Hij komt, Hij komt, uw\' zielen zalig maken, U voeden met Zijn dierbaar vleesch en bloed.

GEZANG

NA DE H. COMMUNIE.

Geloofd zijt Gij door deze blijde tonen,

o Jezus, vriend en Bruigom mijner ziel 1 Geloofd zijt Gij, die in mijn hart wilt tronen,

Voor wien ik hier aanbiddend nederkniel. Gij hebt bij mij Uw intrek weer genomen.

Gij hebt mij met Uw eigen vleesch gevoed; Gij deedt mijn ziel een nieuwe kracht doorstroomen,

Stortend in mij Uw kostbaar God\'lijk bloed. Gij deedt mijn ziel een nieuwe kracht doorstroomeu, Stortend in mij Uw kostbaar God\'lijk bloed

Geloofd zijt Gij, mijn redder en mijn voeder !

o Kijke bron van zaligheid en heil!

Geloofd zijt Gij, mijn leidsman en mijn hoeder!

Gij hadt Uw bloed, Uw leven voor mij veil. Gij hebt me in \'t rijk van \'t bovenaardache leven Beloofd een schat, een stroom van hemelvreugd. Gij hebt me Uw vleesch tot onderpand gegeven, o Zoete hoop, die \'t droevig hart verheugt!

-ocr page 215-

Wil nu, mijn ziel, in \'t juVlend Koor der Eng\'len,

Wier lofzang klinkt, waar \'t Opperwezen troont, TJw ned\'rig lied, maar blij en dankbaar meng\'len,

Ter eer van Hem, die in uw harte woont! Hij kwam tot u, in liefde gloed ontstoken,

En schonk zich u, gehuld in schijn van brood. Nooit worde meer die liefdeband verbroken!

o Blijf met Hem vereend tot in den dood!

NA DE H. COMMUNIE.

Magnificat, de Heer is groot!

Die ons verzaadt met hemelbrood, Dat hier ons schenkt het leven.

Maria zong dat lied ons voor.

Nog klinkt het aarde en hemel door, Om dank aan God te geven. Magnificat, de Heer is groot!

Magnificat! God lof en eer!

Hij daalde van den hemel neer,

En koos een Maagd tot moeder, Die ons van eeuwigheid bemint Als God, werd mensch als wij, en kind. En noemt zich onzen broeder. Magnificat, de Heer is groot!

Magnificat! Die heilig is.

Gaf onze zielen aan Zijn disch

Zijn vleesch en bloed tot spijze.

Zijn vleesch is \'t brood, dat Hij ons breekt. Zijn bloed de wijn, die maagden kweekt. Dat onze tong Hem prijze!

Magnificat, de Heer is groot!

-ocr page 216-

204

Magnificat! Zijn Naam is groot, Die eens Zijn bloed voor ons vergoot,

Om onze schuld te boeien;

Die \'t eeuwig loon der braven is. Die dikwijls nad\'ren tot Zijn disch, Gelijk zij nad\'ren moeten.

Magnificat, de Heer is groot!

Magnificat! klinke onze zang Tot Jezus\' eer, ons leven lang: Aan Zijnen Naam zij glorie! Wij, kind\'ren van Zijn Bruid, de Kerk, Zijn tegen eiken vijand sterk,

En ons is de victorie.

Magnificat, de Heer is groot!

AAN MARIA.

o Hoe zalig zou het wezen.

Als wij zoo ten hemel rezen,

Naar ons ware vaderland 1 Nu zijn onze zielen heilig;

Eeuwig waren wij daar veilig.

Waar ons huikje nimmer strandt, (bis.)

Al te spoedig zal het heden Zich verliezen in \'t verleden;

Niets is hier van langen duur —

Mochten allen.....Ja wij zullen,

Bij het trouwe plichtvervullen.

Immer denken aan dit uur. (bis.)

o Maria, lieve Moeder,

Waar, waar vinden wij een hoeder.

-ocr page 217-

205

Die ons daar ter zijde staat,

Waar wij stuiten op verraders?

Waar noch moeders blik, noch vaders Oog, ons, armen gadeslaat? (bis.)

Gij, die door uw teed\'re zorgen Uwen liev\'ling hebt geborgen,

Voor Herodes\' zwaard bevrijd; Red ook ons uit die gevaren!

Dat wij de onschuld rein bewaren! Toon, dat ge onze moeder zijt. (bis.)

Leer ons de gevaren duchten.

En tot U om hulp verzuchten,

Vóór en in en na den strijd. Gij kunt satans kop verpletten, En door uwe hulp beletten,

Dat onze onschuld schade lijdt, {bis.)

o Hoe zalig zijn die zielen,

Die hier dikwijls nederknielen.

Dikwijls te Communie gaan!

Leer ons deze gunst des Heeren,

Lieve Moeder, zoo waardeeren,

Dat wij niet steeds achterstaan, (bis.)

o Maria, eens daarboven Zullen wij uw goedheid loven

Voor de zorg, aan ons gewijd.

Toon die zorg door ons te leiden. En als schaapjes ons te weiden;

Toon, dat ge onze moeder zijt. (bis.)

-ocr page 218-

206

NAAR KEVELAAR.

o Driewerf schoone dag, zoo vurig afgebeden !

Grij hoort niet langer tot het rijk der toekomst meer; Wij zullen in uw licht den zaal\'gen weg betreden Naar \'t heilig zegenoord der Moeder Tan den Heer! Naar Kevelaar, de plaats, waar onze goede Moeder Haar gunsten mededeelt aan ieder, die ze vraagt; Waar zij vergeving smeekt aan God, den Al behoeder, Dien zij zoo teeder in haar moederarmen draagt.

o Onbevlekte Maagd! zie hoe wij nederknielen In deze heil\'ge plaats, met eerbied voor Gods troon! Wij allen zijn bereid, gezuiverd onze zielen ; Zie, goede Moeder, zie, wij snellen naar uw woón. Naar Kevelaar, enz.

Nog slechts een weinig tij da en zie, wij liggsn allen Voor uw genadebeeld ootmoedig in het stof;

Dan zal uit aller borst de schoone juichtoon schallen : Maria-Kevelaar zij glorie, eer en lof.

Naar Kevelaar, enz.

Dan zal uw Moederblik ons aller hart verrukken; Die lach, als honing zoet, die \'t kinderhart zoo streelt; Maar ook wij zullen daar dan onze lippen drukken Met warme geestdrift op uw heilig wonderbeeld. Naar Kevelaar, enz.

En gunsten zonder tal zult gij uw kind\'ren schenken. Want alles, wat men vraagt, geeft ons uw Moedermacht; Gij zult ons allen met de melk der liefde drenken, Die ramp en kwelling stilt en droefenis verzacht! Naar Kevelaar, enz.

-ocr page 219-

207

Zend dus uw zegen af! o, Hoor toch onze beden Bescherm ons op de reis, keer van ons elk gevaar, En leid ons aan uw hand, naar \'t zoo bekoorlijk Eden. Waar gij vereerd wilt zijn, naar \'t heilig Kevelaar! Naar Kevelaar, enz.

AFSCHEID VAN KEVELAAR.

Dierb\'re Moeder, zie uw kind\'ren Allen voor uw troon geknield.

Zie de droefheid van het scheiden,

Zie, wat smarte hen bezielt!

Helder licht aan \'s hemels bogen,

Onbevlekte morgengloed,

Hoor de kinderlijke tonen

Van deez\' droeven afscheidsgroet!

Droevig valt het toch te scheiden

Van dit heilig zegenoord,

Waar gij onbevlekte Moeder,

\'t Christenhart zoozeer bekoort!

Waar gij uwe zegengaven

Overvloedig mededeelt;

En ons, uwe dierbre kind\'ren,

Als een teedre Moeder streelt.

Balsem giet gij in de wonden;

Olie in \'t. verscheurde hart;

Droefheid doet ge in vreugd verkeeren;

Bij U vindt men troost in smart! De natuur moet naar U luistren;

Alle pijn en ziekte kwijnt.

Waar gij, nooit volprezen zonne.

Met uw zalvend licht verschijnt!

-ocr page 220-

208

Gij, gij leidt ons floor het duister

Van dit droevig tranendal;

Toont ons \'t strikken van den duivel,

Die steeds loert op onzen val.

En als wij gevallen waren

Diep, ja onbegrijpelijk diep,

\'t Was toch altijd uwe stemme.

Die ons weer tot Jezus riep!

Dan spraakt gij voor ons ten beste;

En die goede Menschenvriend Noemde ons wederom Zijn kind\'ren,

Die Hij altijd zoo bemint!

Door uw voorspraak, lieve Moeder,

Daalde droefheid in ons hart En gij gaaft ons hoop en leven En vertroosting in de smart.

Valt het dan niet hard te scheiden,

Moeder van uw zegentroon ?

Schreit het hart dan niet van droefheid.

Als men heengaat uit uw woon?

Maar gij. Moeder, roept ons tegen:

«Kind\'ren, weent niet, nog één jaar, « En gij zult mij wedervinden «In mijn dierbaar Kevelaar!»

AVE MARIA.

Wij brengen, als de Engel,

U, Moeder zoo zoet; Met teedere liefde Den dierbaren groet:

Ave, ave, ave Maria. (bis).

-ocr page 221-

209

Zoodra in het Oosten Het morgenlicht daagt,

Looft \'t kleppen der Ang\'lus U Moeder en Maagd: Ave, ave, ave Maria. (bis).

Weer klinkt op den middag Die bede zoo zoet,

Zendt de aarde aan Maria Den minlijken groet;

Ave, ave, ave Maria. {bis).

En daalt weêr de scheem\'ring Van \'t avonduur neêr.

Door \'t duister nog ruischt het, Gods Moeder ter eer; Ave, ave, ave Maria. (bis).

Door dalen en wouden.

Langs bergen en vliet,

Klinkt de eer van Maria In \'t hetnelsche lied: Ave, ave, ave Maria. (bis).

De talen der volken Verheffen haar naam;

Zij smelten in \'t ave Maria te zaam:

Ave, ave, ave Maria. (bis).

Aanvaard dan de hulde o Moeder, zoo goed,

De hulde uwer kind\'ren, Aanhoor onzen groet:

Ave, ave, ave Maria. (bis).

-ocr page 222-

210

Zoo blijft, o Maria,

In vreugd en in smart, In leven en sterven De kreet van ons hart: Ave, ave, ave Maria. (bis).

Die groet zij de laatste

Door \'t hart nog geuit, Wanneer in het sterven De mond zich reeds sluit: Ave, ave, ave Maria. (bis).

Maar dan door Maria

Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig.

Geschaard om haar troon: Ave, ave, ave Maria. (bis).

AVONDZANG TOT MARIA.

De zon daalt als vermoeid in \'t westen neder; Natuur neigt tot de rust en ademt vree; Het duister valt, de nacht verschijnt alreê En noodigt ook den mensch tot rusten weder. Gelukkig hij, die dezen dag besteedde

Tot eer van God, tot heil van zijne ziel! Die niet in satans zondenstrikken viel,

Wacht nu de rust voor zijn vermoeide leden.

Hij mag gerust zich op zijn rustplaats strekken; Geen droom, geen schrikbeeld stoort zijn zoete rust Een Engel zal, terwijl de slaap hem kust, Als met een schild hem met zijn vleug\'len dekken.

-ocr page 223-

\'2U

o Welk geluk, wat heil mocht ons niet treffen ! We aanbaden God, we zongen tot Zijn eer; Wij nutten \'t Vleesch en Bloed van onzen Heer Eu mochten Zijnen grooten Naam verheffen.

Dan ach! hoe vaak verstrooid was onze beden! Hoe dikwerf sprak de mond, en zweeg het hart! Hoe klaagden wij niet bij de minste smart. En morden bij de kleinste moeilijkheden!

o Zien wij daa eens op ons vorig leven,

Of onze ziel zoodanig is gesteld.

Als ons de dood deez\' nacht ter neder velt, Dat zij voor God dan rekenschap kan geven.

Ach Jezus! neen, van schaamte neêrgebogeu,

Belijd ik TJ, mijn meer dan doemb\'re schuld; De zondelast, waarmee ik ben vervuld,

Benauwt nijn hart, perst trauefi uit mijn oogen ; Doch \'k zie U nog Uw armen tot mij strekken; \'k Vlucht tot Uw beeld, aan \'t galgenhout gehecht; \'k vlucht tot Uw Hart! dat dit mijn lot beslecht\'! Het zal mij wis, o Jezus ! tot U trekken.

o Reine Maagd! ach zie ons tot U vluchten, Gij die de hoop van alle zondaars zijt.

Ach! als gij ook voor ons, uw dienaars, pleit. Dan hoort uw zoon in gunst naar onze zuchten. Dan zal Hij ons in liefde nog gedenken; Dan zuivert Hij ons hart van alle schuld;

Daar Hij het ruim met Zijn gena vervult. Zal geeue macht, hoe groot, het immer krenken.

13

-ocr page 224-

212

Dan zullen wij voor God hier immer leven; Dan wordt voor ons het sterven een gewin; Dan treden we eens den blijden hemel in, Om daar aan God voor eeuwig eer te geven. Dan paren wij daar met de Eng\'len reien o Moeder, ook de stem tot uwe eer, Eu loven U, naast God, den Opperheer, Als oorzaak van ons eeuwig zielsverblijen.

AAN MARIA.

Zijn moeder beminnen is zoet voor het htirt;

Maria is ook onze Moeder;

Zij baarde op Calvarië ons allen met smart;

Elk toon\' zich door liefde een vergoeder.

Het best wordt die liefde door daden getoond;

Door deugden, die zij zoo beminde; Die God zeker hier en hiernamaals beloont. Dat God, die in ons dan ook vinde!

De liefde tot God is het eerste gebod;

De liefde des naasten het tweede ;

Aan \'t eerste gelijk, naar het woord zelf van God De liefde bewaart ons den vrede.

Gehoorzaam, ootmoedig, voorzichtig en kuisch

Behooren wij altijd te wezen;

Dan blijven wij kalm in het grootste gedruisch, En hebben geen vijand te vreezen.

-ocr page 225-

213

Wij, Moeder Maria, beloven het U,

Wij zullen uw deugden betrachten; De duivel, het vleeseh en de wereld i3 sluw; Gij helpt ons dat alles verachten.

De schoonheid, de grootheid, de rijkdom der aard.

Zij zullen onz\' harten niet kluist\'ren; De schatten des hemels zijn eindeloos meer waard Dit leert ons uw Zoon en wij luist\'ren.

o Moeder Maria ! bedank uwen Zoon Voor al Zijne kostbare gaven.

Maak ons ook aan hartelijk bidden gewoon, En hier onze zielen te laven.

o Moeder, wij volgen, van verre uw deugd.

En blijven uw paden betreden,

Tot dat wij U zien in de hemelsche vreugd; Wij steunen op uwe gebeden.

VREUGDE DER KINDEREN

VAN

MARIA.

Kind\'ren van Maria,

Zwaait de zegevaan,

Zingt het alleluja!

Nooit kunt gij vergaan.

Uit haar open handen

Vloeit een zegenstroom,

Maar op zielsvijanden

Sling\'ren zij den schroom. Kind\'ren van Maria, enz.

-ocr page 226-

214

Leger in slagorde, Vol ontzaglijkheid,

O! verplet de horde,

Die ten afgrond leidt.

Kind\'ren van Maria, enz.

Voorbodin der zonne,

Schoone dageraad.

Die \'k mijn harte gonne Met een blij gelaat.

Kind\'ren van Maria, enz.

Licht der duisternissen. Liefelijke maan;

Kan men \'t voetpad missen, \'t Oog op U geslaan?

Kind\'ren van Maria, enz.

Mild in zegenstralen,

Zonne der natuur.

Moeder, kom ons halen In ons stervensuur!

Kind\'ren van Maria, enz.

TOEWIJDING AAN MARIA.

Moeder, vol van teederheid. Vol van zoete majesteit. Ons leven, hoop en vreugd, U wijden wij onze jeugd.

Ja, onz\' gansche levenstijd, Moeder, zij U toegewijd; Dan wachten wij voor loon Een onverwelkb\'re kroon.

-ocr page 227-

215

Die zijn leven U maar schenkt, Door den ouderdom gekrenkt, Schenkt een verwelkte roos, Beroofd van geur en bloos.

Ook van uwe teed\'re jeugd, Bloeidet Gij in reine deugd; Dit noemt men, niet in schijn, Maar echte kind\'ren zijn.

Geef, o lieve Moeder, geef,

Dat in ons uw\' liefde leev\' Getrouw in vreugd en nood. Getrouw, ja tot den dood.

NAAMFEEST VAN MARIA.

Uw\' zoeten naam,

Maria, \'k heb dien \'t eerst geweten; Uw\' zoeten naam Aanriep ik al, de handjes saam, Nog staam\'lend in de wieg gezeten; En ik zal in \'t doodsuur niet vergeten Uw\' zoeten naam,

Uw\' zoete naam Is allerliefst muziek in de ooren ; Uw zoete naam Is meer dan honing aangenaam. De duiv\'len kunnen hem niet hooren; Hij is \'t werk der uitverkoornen Uw zoele naam.

Uw zoete naam Staat eeuwig in mijn hart geschreven,

-ocr page 228-

216

Uw zoete naam Is zielespijs en drank te zaam. Hoe troostelijk verlaat ik \'t leven! Nog op mijn doode lip zal zweven Uw zoete naam.

WEES GEGROET.

Wees gegroet! vol van genade,

o Maria, Moedermaagd, (bis).

Die op een bijzond\'re wijze

Aan den Schepper hebt behaagd, (bis).

Gij, die, onder alle vrouwen.

Uitverkoren zijt geweest, (bis).

Om den Zoon van God te baren.

Door de kracht van Zijnen Geest. (bis).

Met U zij de vrucht gezegend.

Die uw maagdelijke schoot (bis).

Aan het menschdom beeft geschonken Tot verlossing van den dood. {bis).

o Maria, om uw deugden

Thans verheven bij Gods troon, (bis).

Moeder Gods, stort uw\' gebeden

Voor ons, zondaars, bij uw Zoon. (bis).

Bid, terwijl we in zielsgevaren Zwerven in dit aardsche dal. (bis).

Bid voor ons, in \'t uur bijzonder Als de dood ons naken zal. (bis).

Bied, o Moeder, bied uw kind\'ren Zoo uw\' liefderijke hand, (bis).

-ocr page 229-

217

Dat zij veilig dan vertrekken

Naar het Hemelsch Vaderland, (bis).

Amen, Amen! het geschiede,

Wat ons kinderhart U vraagt! {bis). o Dan juichen we eeuwig, eeuwig! Met U, glorierijke Maagd! {bis).

LOFZANG

TOT HET

HEILIG HART VAN MARIA.

o Maagd, o schoonheid nooit volprezen, o Moeder van \'t oneindig Wezen,

Wat luister schittert voor uw troon; De Seraf, aan zich zelv\' onttogen,

Juicht voor uw grootheid neêrgebogen. o Koningin, wat zijt Gij schoon.

Maria! mist het aardsche duister

Het schouwspel van uw grootschen luister,

Ons koestert toch uw liefdegloed; Ja, de Engel roeme uw heerlijkheden, Wij juichen, jub\'len hier beneden; Maria! o wat zijt Gij goed.

Dank, dank voor zooveel liefdedaden, Voor zooveel duizenden genaden.

Gevloeid door uwe liefdehand;

Ontvang voor al die zegeningen,

Maria, van uw lievelingen

Hun hart, tot eeuwig onderpand.

-ocr page 230-

218

o Moeder, altoos even teeder,

o Schouw met welgevallen neder

Op \'t offer van uw dierbaar kroost! Schrijf in uw hand ons aller namen! Neem in uw hart onz\' harten samen! Dan Moederlief zijn wij getroost.

Dan mogen vrij de winden tieren, De bliksems door het luchtruim zwieren,

En monsters rollen door de zee; Vergeefs hun razen, hunne woede, Wij zeilen, onder uwe hoede Beveiligd, naar de hemelreê.

Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen; Dan zingen wij met blijde stemmen.

Geschaard om uwen zegetroon, Uw naam tot lof en God ter eere:

Maria , Moeder van den Heere :

« Wat zijt Gij goed, wat zijt Gij schoon.»

DE KINDEREN VAN MARIA.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren,

Onder \'t kruis nam zij ons aan.

Zijn wij bij haar, niets kan ons hind\'ren. En onze harten zijn voldaan!

Maria,

Allen zijn we uwe kind\'ren,

Maria,

Lach ons als Moeder aan!

We aanschouwen U, met de armen open, De hand omstraald met \'tnoodig gratielicht;

-ocr page 231-

219

Wat mag uw\' kind van U niet hopen? God heeft uw troon naast Zijnen troon gesticht. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

Een sterrenkrans blinkt om uw schedel; Uw glans verdooft den felsten zonnegloed;

Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel; De helsche draak ligt plassend in zijn bloed. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

Komt schrik ons teeder hart bespringen Op \'t zien van satans list en boos geweld..

Wie kan ons uit uwe armen wringen? Uw liefde, uw macht is tusscben ons gesteld. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

De wereld toont haar booze goed\'ren, Roemt \'t schijn geluk, dat hare minnaars streelt,

Terwijl Gij, Moeder aller moed\'ren Het ware goed aan uwe kind\'ren deelt. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

Weg, ver van hier, gij schandvermaken, Die lach en dans met zucbt en tranen paart,

Men kan uw doodend gift niet naken. Waar Jezus\' liefde ons ware vreugde gaart. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

Trek steeds tot U ons hart en zinnen, o Koningin van \'t zalig hemelhof!

Dat wij, naast Jezus, U beminnen En eeuwig meer verheften uwen lof. Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

13*

-ocr page 232-

220

O SANCTISSIMA.

o Sanotissima, o Püsima,

Dulcis Virgo Maria! Mater Amata, lutemerata,

Ora, ora pro nobis.

o Allerheiligste, o Meedoogendste,

Geliefde Maagd Maria, Beminde, onbevlekte Moeder

Bid, o bid voor ons.


AVONDGROET TOT MARIA.

Maria\'s beeld te midden

Van vroolijk schitt\'rend licht, Noodt ons te komen bidden

Bij \'t altaar, Haar gesticht; Komt, laat ons tot Haar ijlen, Een kleine poos daar wijlen.

Maria, Maria, Moeder zegen ons.

Wij vallen aan uw voeten.

Neem ons genadig aan!

Ontvang onz\' laatste groeten,

Voordat wij huiswaarts gaan ! Dan gaan we blij te moede, Vertrouwend op uw hoede,

Maria, enz.

Wij wijden U onz\' harten

Voor \'t goede, dat Ge ons doet; In blijdschap en in smarten,

In voor- en tegenspoed.

Steeds\' willen we U vereeren En uwen roem vermeeren,

Maria, enz.

-ocr page 233-

221

o Stort met moederhanden Uw zegen op ons neêr!

Verbreek des zondaars banden En breng tot God hem weer. Dan ziet Ge ons morgen weder o Moeder, goed en teeder!

Maria, enz.

TER EERE VAN MARIA.

o Beeld der schoone liefde,

Maria Jozefs bruid!

Gij vraagt mij wederliefde

En stort uw gunsten uit.

\'k Wil eeuwig U beminnen,

o Groote Koningin!

Prent diep in hart en zinnen Mij uw gedacht\'nis in.

o Jozefs Bruid, mijn Moeder!

Mijn troost, mijn toevluchtsoord; Uw Zoon is mijn Behoeder,

Die immer U verhoort.

\'k Wil eeuwig, enz.

o Had ik zooveel monden Als sterren in de lucht,

Ik zou uw lof verkonden Met innig zielsgenucht.

\'k Wil eeuwig, enz.

o Had ik zooveel zielen

Als korrels op het strand, Als immer droppels vielen,

\'k Schonk ze U met milde hand, \'kWil eeuwig, enz.

-ocr page 234-

222

Hoe moet ik mij beklagen,

Daar ik, armzalig mensch ,

U zoo niet kan behagen,

Gelijk ik \'t vurig wensch.

\'k Wil eeuwig, enz.

Ik zal mij alle dagen,

Tot uwe vreugd en eer, Godvruchtiger gedragen,

En dienen mijnen Heer.

\'k Wil eeuwig, enz.

AAN MIJNE

ONBEVLEKTE MOEDER.

Wij prijzen vol vreugde de zuiverste Maagd;

Wij prijzen ze in vroolijke zangen;

Haar schoonheid heeft eeuwig haar Schepper behaagd;

Zij werd zonder zonde ontvangen.

o Reinste der maagden, U prijze mijn lied! Versmaad, ach versmaad mijne zangen toch niet.

Van \'t hoogste des hemels zag God op U neêr,

Zijn oog sloeg U liefderijk gade;

Reeds vóór uw geboorte werd Gij door den Heer

Vervuld met de grootste genade;

Gij bleeft steeds van iedere zonde bevrijd En eeuwig uw\' Heer en uw\' Schepper gewijd.

Gelijk onder doornen de lelie bekoort.

Zoo zijt Gij het sieraad der vrouwen; Ach, mocht ik, o Moeder van \'t eeuwige Woord,

-ocr page 235-

223

Toch al uwe schoonheid aanschouwen! o Vlek\'looze Moeder, wat rijt Gij toch schoon! Gij deelt in de schoonheid van Jezus, uw Zoon.

Nu leeft Gij daarboven in eiud\'looze vreugd,

Waar de Eng\'len XJ juichend omringen; De hemel wordt thans door uw schoonheid verheugd,

Die Cherubs en Serafs bezingen.

o Luister des hemels! Gij glinstert van licht, God zelf heeft uw troon naast den Zijnen gesticht.

o Maagd\'lijke Moeder, o vlek\'looze Maagd,

Tot boven de sterren verheven!

Bekom ons die deugd, welk \'t meest U behaagt.

En leid ons tot \'t eeuwige leven;

Daar zingen wij eeuwig rondom uwen troon : quot;O Eeinste der maagden! wat zijt Gij toch schoon!quot;

MARIA LEVE!

Maria leev\'! wat glans en luister meng\'len Zich in dit hart, van alle vlekken vrij! Maria leev\'; de koningin der Eng\'len, De Moedermaagd! aan \'t hoofd der maagdenrij. Maria leve Met God haar kind!

Leve Maria!

Die ons als Moeder mint.

Maria leev\'! komt, laat ons voor haar knielen! Ze is Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid. Maria leev\'! Ze is \'t heilverbond der zielen; Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve! enz.

-ocr page 236-

224

Maria leev\'! zou \'k immer haar verlaten1? \'k Was liever dood en lag in \'t duister graf; Want, zonder haar, wat zou mij \'t leven baten? Neen, God, breek eer den draad mijns levens af. Maria leve! enz.

Maria leev\'! laat me in haar liefde leven! Met haar vereend vrees ik noch dood noch pijn; De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven, Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn.

Maria leve! enz.

AANROEPING VAN MARIA.

Op de wijze: Wij loven U, o Koning der koningen Laatste lied uit het boek van Verhulst.

o Lieve Moeder van den Heer,

Ontvlam in liefdegloed Ons gemoed, ons gemoed, meer en meer!

Die niet door dezen gloed wil blaken,

Erkent Gij zulken voor uw kind?

En die voor ijd\'le schijnvermaken Dit waar geluk geheel verzaken.

Zijn zij niet ziende blind?

o Lieve Moeder van den Heer, enz.

Het helsch gebroed en wereld saümgezworen, Betrachten niets dan onzen ondergang;

Maar nimmer gaf uw kind den moed verloren; Uw voet verplet den kop der helsche slang, o Lieve Moeder van den Heer, enz.

-ocr page 237-

225

Gelukkig zij, die al hun levensdagen ü -wijden met een vroolijk maatgezang; Die uwen Naam in \'t gloeiend hai\'te dragen, En U alleen behagen.

o Lieve Moeder van den Heer, enz.

ROZENKRANSLIED.

Strooit ook de aard\' haar eélste rozen

Voor Maria\'s voeten neer,

Schenkt natuur haar ganschen rijkdom

Aan de Moeder van den Heer,

Schooner zijn de hemelbloemen.

Die in zachten, reinen glans U ter eer, Maria, bloeien In uw heil\'gen Rozenkrans.

Prijst u de Engel vol genade,

Spoedt gij naar uw Nicht u voort, Knielt ge als moeder bij de kribbe Van het vleeschgeworden Woord,

Moogt ge uw Kind den Vader off ren.

Vindt gij Hem, verloren, weêr:

\'t Blijde hart schenkt vreugderozen, U, o Moedermaagd, ter eer.

Zien wij in den hof des lijdens,

\'t Drupp\'lend bloedzweet quot;van uw Zoon, Draagt Hij, ons ten heil geslagen,

Doornen als Zijn koningskroon,

Moet Hij macht\'loos \'t kruishout torschen.

Sterven onder smaad en pijn.

Onze rozen dragen tranen,

Die u \'t blijk der liefde zijn.

-ocr page 238-

226

Maar herrijst fen derden dage

Christus uit het machtloos graf, Zien wij Hem ten hemel varen,

Zendt Hij u den trooster af, Moogt gij Jezus\' glorie deelen,

Kroont Gods hand u koningin, Dan siert onze krans van rozen U als Moeder en vorstin.

o, Aanvaard de teed\'re hulde.

Die ons minnend hart u biedt, En versmaad den krans van rozen

Uwer trouwe kind\'ren niet; Dan ter liefde Zijner moeder, Om de glorie haar geboón. Schenk\' ons Jezus in Zijn vreugde De onverwelkb\'re hemelkroon!

AAN JEZUS\' H. HART.

Plechtig, maar niet slepend.

Wees gekend, geloofd, aanbeden, Heilig Hart, zoo vlek\'loos schoon,

Bron der reinste en hoogste liefde, Ons getoond door \'s Vaders Zoon.!

Mogt heel d\' aarde \'t loflied zingen, \'t Dankend lied, verrukk\'lijk zoet:

« Wees geprezen, Hart van Jezus! Hart van Jezus, wees gegroet! »

Met uw kruis in liefdevlammen. Met uw wonden, diep en breed,

Met uw krans van wreede doornen Meldt gij wat mijn Jezus leed.

-ocr page 239-

227

Blijft gij klagend ons herhalen:

« Hoe Zijn Hart den mensch bemint,

« En voor al Zijn liefdegaven « Nergens wederliefde vindt. »

\'t Heilig Kruis, in vlammen stralend, Spreekt van lijden, naam\'loos groot;

Zegt ons, hoe de Bron des levens Door Zijn dood ons \'t leven bood.

Leer mij dan het kruis beminnen, Minn\'lijk Hart van mijnen God!

Om U lijden zij mijn vreugde. Om U sterven \'t hoogst genot.

Doornen, om het Hart gestrengeld, Dat uit breede wonden bloedt,

o! Doorwondt ook onze harten En ontsteekt ze in liefdegloed!

Hecht ons vaster steeds aan Jezus! Doe ons deelen in Zijn smart!

Dan zal niets ons kunnen scheiden Van de liefde van Zijn Hart.

Laat ons schuilen in de wonden Van Uw minnend Hart, o God!

Dan trotseeren wij de wereld. Hellemacht en zingenot;

Smeekend hebt Gij ons gebeden:

« Geef, o kind , uw Hart aan Mij, »

\'t Wordt U blijde weggeschonken, U alleen beminnen wij.

Niet tot ons zij dan gesproken: « Zie het Hart, dat u bemint,

« En voor al Zijn liefdegaven «Nergens wederliefde vindt:»

-ocr page 240-

228

Wij, wij zullen U beminnen,

God\'lijk Hart, zoo maat\'loos zoet; Wij herhalen alle dagen;

a Hart van Jezus, wees gegroet!»

H. HART VAN JEZUS,

ONZE HOOP.

Gij zijt mijn hoop, mijn toevluchtsoord,

Mijn schuilplaats in den nood, o Hart van Jezus, wreed doorboord,

Aan \'t kruishout na den dood. o Hart! ik zie U openstaan;

Daar binnen kan ik nooit vergaan; Wat onheil dreige, wat gevaar.

Mijn heil, mijn redding vind ik daar.

Voorheen sprak de Profetenstem

Het nu vervulde woord: « Zij zullen opwaarts zien tot Hem, Wiens Harte werd doorboord. » Ja, Godd\'lijk Hart! zoo menigeen Ziet hoopvol naar Uw harte heen; Hij wordt vervuld, de zoete plicht; Ons oog is naar Uw Hart gericht.

Die opzag naar het kop\'ren beeld

Der slang in de woestijn,

Hij was gered, zijn wond geheeld,

Hem schaadde geen venijn.

o Hart! wie tot U opwaarts ziet, Hem deert de beet der helslang niet; Hij blijft behouden in den nood, En vreest uw prikkel niet, o dood 1

-ocr page 241-

229

God wilde, dat een opening

In de ark zou zijn ter zij, En wie daardoor naar binnenging, Bleef van den zondvloed vrij. Ook Uwe zij moest openstaan,

Opdat wij daardoor binnengaan ; Opdat wie tot Uw Harte vlucht.

Voor geen vergaan ooit zij beducht.

Wat onheil dreige, wat gevaar.

Voor tijd, voor eeuwigheid, Vol van vertrouwen snel ik naar

De schuilplaats mij bereid, In \'t Hart geopend door de speer, In \'t Hart van mijnen God en Heer; En wie op \'t Hart van God betrouwt, Heeft niet op stuivend zand gebouwd.

TER EERE

VAN HET

H. HART VAN JEZUS.

Komt tot Mij, komt tot Mij! Uit het hart van Jezus

Komt dit vriend\'lijk woord. Is er ooit ter wereld

Zoeter stem gehoord?

Komt tot Mij, komt tot Mij! \'t Is een schuilplaats uitgelezen; Nergens kunt gij beter wezen;

Komt tot Mij, komt tot Mij !

Godd\'lijk Hart, Godd\'lijk Hart! Hoe oneindig groot moet Toch Uw\' liefde zijn.

-ocr page 242-

230

Daar Gij ons wilt nooden, Ons, zoo arm en klein. Godd\'lijk Hart, Godd\'lijk Hart! Ja, \'t is waar. Gij mint de kind\'ren Niemand mag de kleinen hind\'ren Godd\'lijk Hart! Godd\'lijk Hart!

Liefd\'rijk Hart, liefd\'rijk Hart! Wie zou U niet minnen,

Bron van alle goed?

Wie Uw lof niet zingen Met een blij gemoed? Liefd\'rijk Hart, liefd\'rijk Hart! Konden wij met de Eng\'lenkooren ü den schoonsten zang doen hooren Liefd\'rijk Hart, liefd\'rijk Hart!

Teeder Hart, teeder Hart! Dat met zooveel vlammen

Uwe liefde toont;

Met wat scherpe doornen

Zien wij U gekroond.

Teeder Hart, teeder Hart! Wij verfoeien alle zonden.

Die zoo pijnlijk U doorwonden, Teeder Hart, teeder Hart!

Minn\'lijk Hart, minn\'lijk Hart! In Uw heiige wonden —

o, Verberg ons daar Voor de booze wereld,

Ja, voor elk gevaar!

Minn\'lijk Hart, minn\'lijk Hart! Leer ons daar voor U te leven, U geheel ons hart fe geven!

Minn\'lijk Hart, minn\'lijk Hart!

-ocr page 243-

231

TER EERE

VAN HET

H. HART VAN JEZUS.

Komt, laten wij ons nederbuigen,

En werpen we ons in \'t stof ter neêr, Om onze liefde te betuigen

Aan \'t Hart van Jezus, onzen Heer. o Hart van onuitspreekbre waarde,

o Levensbron, o hoogste schat,

Dat voor den balling hier op aarde Een overvloed van troost bevat.

o Hart van Jezus, vol van liefde.

Dat eens aan \'t kruis ons harte won, Toen U het schrikk\'lijkst leed doorgriefde,

Dat ooit een sterv\'ling lijden kon. o Hart, dat door een lans geopend.

Nog altijd voor ons open staat. En steeds voor allen, op U hopend, Een steun zijt en een toeverlaat.

o Hart, zoo minzaam en zoo teeder,

Zoo nederig en oneindig groot!

o Zie met mededoogen neder

Op ons, zoo arm en zoo ontbloot. Wil toch ons hart naar \'t Uwe vormen, \'t Volmaakste toonbeeld van de deugd, Om eens met U na \'s levens stormen Vereend te zijn in hooger vreugd!

14

-ocr page 244-

232

LIEFDEZANG EN EEREBOETE

AAN

JESUS\' H. HART.

Wijze: Maria\'s beeld.

Wie kan Uw hart genaken,

O Jezus, eind\'loos zoet, En voelt zich niet doorblaken

Van goddelijken gloed? o Heersch in ziel en zinnen, En leer ons vurig minnen, Beminnen j Beminnen ! Ws. Uw beminlijk Hart. )

Och! veler ondank griefde o Jezus zoet, Uw Hart, En bood, in plaats van liefde. Miskenning, hoon en smart. Leer ons dan tot U snellen. En liefdevol herstellen

Herstellen |

Herstellen gt; his.

De oneer van Uw Hart.)

o Vuurvlam nooit te dooven, In \'t Harte godd\'lijk goed; Wie zal Gods Hart niet loven,

Als gij hem tint\'len doet? o Heersch in ziel en zinnen, enz.

-ocr page 245-

233

Gij biedt in de open wonde,

o Hart een toevluchtsoord,

Ofschoon de schicht der zonde

Nog immer U doorboort.

Leer ons dan tot U snellen, enz.

Door \'t kruis in gloriestralen

Verkondigt Ge ons, wat prijs,

Ge in liefde kwaamt betalen.

Op goddelijke wijs.

o Heersch in ziel en zinnen, enz,

Gij blijft van liefde spreken,

Vergetend smaad en hoon.

Al blijft om \'t Harte steken Der zonden scherpe kroon.

Leer ons dan tot U snellen, enz.

Heersch over mij, als Heer van dood en leven, Heersch over mij vooral door \'t liefderecht; Wijk wereld! wijk, die mij geen heil kunt geven 1 Mijn hart blijft steeds aan Jezus vastgehecht.

BEDEZANG

AAN JEZUS\' H. HART.

Voor Jezus\' Harte zinge

Mijn ziel in mingeneugt;

Door alle wolken dringe

De luide toon der vreugd. Geëerd te allen tijde

Zij Jezus\' heilig Hart!

Dat aller hart zich wijde

Aan \'tHart, vol liefde en smart.

-ocr page 246-

234

o Hart voor mij gebroken Uit louter liefdepijn,

Om mijne schuld doorstoken!

Mocht Gij mijn redder zijn! (Refrein)

Uit breede hartskwetsure Sprong water, heilig bloed;

Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons Uw genadevloed! (Refrein)

Heer Jezus ! ééne bede.

Slechts ééne, gun ze mij:

Ruim mij een zoete stede

In Uw doorwonde zij\'. (Refrein)

Dan word ik naar de trekken,

Die \'k in Uw beeld bemin.

Zachtmoedig, rein van vlekken En nederig van zin. (Refrein)

Verschuilend in Uw wonde Vind ik mijn zielerust;

In zoete en bitt\'re stonde

Veracht ik \'s werelds lust. (Refrein)

En als mij de oogen breken,

Zich sluiten voor den schijn,

Wil ik nog stervend spreken:

« Heer Jezus, eeuwig mijn !» (Refrein)

-ocr page 247-

235

OP DEN H. JOZEF.

Heil\'ge Jozef, uitverkoren En uit Davids stam geboren,

Zeet\'lend in de hemelvreugd!

Laat ons om uw zetel dringen, En met vreugd den lof bezingen Van uw glorie, van uw deugd!

Wat al grootheid, wat al zegen Daalde op U, als milde regen, Blanke bloem der zuiverheid. Heil\'ge Jozef, wie op aarde Was er, die aan deugden paarde Zooveel eer en heerlijkheid\'?

Gij zaagt Jezus met uw oogen; Gij mocht Zijne traantjes drogen

In den armen beestenstal! Gij mocht in uw zielsverrukken Jezus aan uw lippen drukken. Hem, den Schepper van \'t Heelal

Voor Herodes\' wreede handen Vluchttet gij naar verre landen

Met Maria en haar Kind 1 o! Wat moest gij toen gevoelen. Wat al smart U \'t hart doorwoelen, U, die Jezus zoo bemint!

Hoeveel smarten, hoeveel zorgen, Van den avond tot den morgen,

Wachtten U in \'t vreemde land! Maar gij wildet gaarne lijden.

Mits gij Jezus mocht bevrijden Uit Herodes\' wreede hand!

U*

-ocr page 248-

236

o! Wat zalig welbehagen,

\'t GoddTijk Kind te kunnen dragen

Als een Vader, op uw schoot! Altijd met uw Bruid te leven,

Haar en Jezus steeds te geven, \'t Nederig verdiende brood!

Heil\'ge Jozef! o, boe teeder Blikt gij op uw Jezus neder,

Als Hij hoort naar uw bevel! o! Hoe heilig is de woning,

Waar gij woont met uwen Koning En de vreugd van Israël!

Ja zelfs in uw laatste stonde Waren beiden aan uw sponde, Beikten beiden U de hand! En een stoet van hemelingen, Die steeds uwen lof bezingen, Leidden U naar \'t Vaderland!

Wil daarboven voor ons spreken Bij uw Jezus, en Hem smeeken

Hulp en troost in onzen nood! Jezus zal U alles geven,

Daar gij zelfs reeds in uw leven Als een Vader Hem geboodt!

Bid dan Vader, voor uw kind\'ren! Laat geen booze macht ons hind\'ren

Op deez\' aardsche pelgrimsreis ! Sta ons bij in ons verscheiden. Wil ons allen daarna leiden,

Naar het hemelsch Paradijs !

-ocr page 249-

237

SMEEKGEBED

AAN DEN H. JOZEF.

Heil\'ge Jozef! trouwe hoeder

Van uw god\'lijk voedsterkind,

Die uw Jezus heel uw leven

Onuitspreeklijk hebt bemind, (bis). Heil\'ge Jozef! vraag, dat wij I ,. Hem beminnen zoo als gij. i 1 \'

Heil\'ge Jozef! die uw Jezus

In uw stulpje met U hadt,

Vaak van d\' arbeid tot Hem opziend,

Stil en innig Hem aanbadt. {his). Heil\'ge Jozef! vraag, dat wij / ,.

Jezus dienen, zoo als gij. I ns\'

Heil\'ge Jozef door Gods Zone,

In uw ned\'rig werk verlicht.

Daar Maria \'t oog vol liefde

Op haar Kind en Bruigom richt; {bis.) Vraag, dat in hun aanschijn wij | Ons verblijden zoo als gij. I

Heil\'ge Jozef! die in de armen

Van uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor uw getrouwe liefde

\'t Loon der eeuwigheid verwierft. {bis). Heil\'ge Jozef! vraag, dat wij/ ^

Zalig sterven zoo als gij. i 1 \'

-ocr page 250-

238

H. JOZEF,

VOEDSTERVADER.

Leev\' Jozef, voedstervader Van Jezus, onzen Heer, Wij treden biddend nader En knielen voor U neêr. Gij draagt op vaderarmen Het God\'lijk Jezus\' kind. Wil onzer u erbarmen, J o Dierb\'re zielenvrind. I

Richt, Jozef! onze dagen

En schik ons verder lot Naar Jezus welbehagen En Godes heilgebod.

Wil door uw zorg ons geven,

o Zeek\'re toeverlaat,

Dat we onzen roep beleven / , ■ En heiligen onzen staat, t ls\'

Wij smeeken U te gader.

Patroon van Nederland,

Blijf, Jozef! ons tot Vader,

Bewaak \'t U dierbaar pand.

Blijf altoos ons behoeder,

En toevlucht in den nood, Met Jezus en Zijn Moeder, t ,. Van nu tot in den dood. I IS\'

-ocr page 251-

239

GEZANG

TER EEBB VAN DEN

H. ANTONIUS VAN PADUA.

PATROON.

Antonius Van Padua,

Zoo heilig en zoo goed! Wij loven God,

Die door uw hand Zoo vele wond\'ren doet.

Geen geur en kleur Van bloemen is Zoo aangenaam en fijn Als voor een ziel,

Die God bemint, Uw schoone deugden zijn. Antonius enz.

De liefde Gods En Godes eer Bewogen uwe tong; Waardoor berouw. En zaal\'ge vrees In alle harten drong. Antonius enz.

Gij waart een schild. En zijt het nog,

Voor de onschuld in gevaar; Al wie u bidt.

Wordt uwe hulp In eiken nood gewaar. Antonius enz.

-ocr page 252-

240

Antonius,

Gij, menschenvriend, En vriend van God, den Heer, Patroon van dit. Ons Broederschap, Zie gunstig op ons neer. Antonius enz.

Al komen wij Ook telkens weer Voor vijand of voor vriend. Of voor ons zelv\';

Toon, dat men u Niet vrucht\'loos eert en dient. Antonius enz.

GEZANG TER EETIE

VAN DEN

H. ANTONIUS VAN PADUA.

De geest des gebeds.

Als do geest des gebeds onze zielen bezielt, Dan ziet men ons dikwijls ootmoedig geknield,

Ea bidden met rolle vertrouwen ; Dan staam\'len de lippen zoo menige beê; En stijgen de harten al biddende meê.

Dat bidden moet God wel aanschouwen. (Ais).

Als de geest des gebeds onze zielen geleidt, Dan worden ze een akker, met zorgen bereid, Om dauw en om regen te ontvangen;

-ocr page 253-

241

De gratie van God ia die regen en dauw,

Die wij van den Heer, Zijn beloften getrouw, Wanneer wij Hem bidden, erlangen, {his).

Als de geest des gebeds onze zielen beschikt,

Genade den akker des harten verkwikt.

Dan bloeien er deugden als bloemen.

Valt daar, in die aarde, het zaad van Gods woord, Dan brengt het het zestig- en honderdvoud voort. Die zielen zijn zalig te noemen, {lis).

Als de geest des gebeds onze zielen vervult. De geest, die den geest van de wereld niet duldt.

Dan wordt ons de wereld steeds kleiner; Verzaadt zich de raaf in het slijk aan een lijk. De duif neemt naar de arke bij Noë de wijk; Die lucht is gezonder en reiner, (its).

Als de geest des gebeds onze zielen doordringt, Dan hindert ons niets van hetgeen ons omringt.

Al dreigen ook groote gevaren:

Te midden der regens wordt Noë niet nat.

Noch iets van dat alles, wat de arke bevat; Als hem kan God ons ook bewaren, {his).

Als de geest des gebeds onze zielen verlicht. Dan schrikken wij niet, schoon geplaatst voor een plicht.

Die moog\'lijk de schouders zal drukken; Al zoetjes en zachtjes, toch krachtig en sterk,

Trekt hij ons — wij doen het gebodene werk; En heerlijk de vruchten te plukken, {his).

-ocr page 254-

242

Als de geest des gebeda onze zielen gebiedt, Dan bidden wij nog, ook al bidden wij niet,

Verstrooiing kan zulks niet beletten. De meening van \'s morgens: ,/k doe alles voor Godquot; Zal werken en lijden, bij \'t reinste genot,

Met goud van verdiensten omzetten, (bis).

Ook Antonius leidde die geest van gebed.

Waar Vader Franciscus, zoo waakzaam, op let;

Wien hier al het tijd\'lijk moet dienen. De studie der wijsheid en heil\'ge Schriftuur Maakt hem tot een Cherub in kennis — in vuur Tot eenen van IT, Seraphienen. (bis).

Ook Antonius heiligt zich zeiven het eerst; Die plicht rust op allen, op allen, ten zeerst;

Van d\'overvloed moeten wij geven Wat Jezus ons leert, heeft Hij zelf eerst gedaan. Prijs bidden en werken en lijden dan aan.

Als ge ook door dien geest wordt gedreven, (bis).

Ook Antonius werd door dien geest tot een held. Die, kalm en bedaard toch zijn vijanden velt;

En luisterrijk is zijn victorie.

o Vader, wij bidden verwerf ons dien geest, Die ons hart het eerst en dan and\'ren geneest. Als Gij, leven wij voor Gods glorie, (his).

-ocr page 255-

243

LIED VAN DEN H. CASIMIRUS.

o Gij, die troont,

Waar Jezus woont, Zie gunstig op ons neder! Ons zondig hart Verkwijnt van smart;

Toon U onz\' Moeder teeder.

Verhoor ons been,

Stil het geween Van die uw zegen vragen! Ten allen tijd,

Zal \'t hart verblijd, U dankend hulde dragen.

Weer van ons af, Der zonden straf,

Van \'t onboetvaardig sterven ! Neen, neen het kind,

Door U bemind.

Zal nooit genade derven.

Klim kindertoon Tot voor den troon, Waarop Gij zijt verheven! Dan volgen wij. Uw kind\'renrei,

In Sions zaal\'ge dreven.

Schenk ons nu deugd, Hierna de vreugd Van met de hemelingen. Vereend van geest, Op \'t eeuwig feest,

Maria\'s naam te zingen.

-ocr page 256-

244

SALVE REGINA.

Wees gegroet van ganscher harte, Wees gegroet, o Koningin!

Met een kinderlijk vertrouwen Roepen wij uw voorspraak in.

Wees gegroet, o teed\'re Moeder, Moeder van barmhartigheid!

Wees, zoo smeeken wij en zuchten, Tot ontferming steeds bereid!

Wees Gij onze steun in zwakheid. Onze hoop, o reine Maagd!

Wees Gij onze troost in droefheid. Die aan \'t kwijnend harte knaagt.

Zie met teeder mededoogen Ons, met zondenschuld belaan.

Ons, verloren Adamskinderen, Minzaam als uw kind\'ren aan.

o Maria, onze toevlucht,

Onze voorspraak bij den Heer!

Wend op ons in \'t dal van tranen Liefderijk Uwe oogen neer I

Voer ons aan des levens einde. Lieve Moeder! tot uw Zoon !

Dat ons door Zijn milde handen Zij geschonken \'t hemelloon.

Wees gegroet, o Maagd Maria,

Hulp in nood en troost in smart!

Wees gegroet, o bron van liefde, Zalving voor ons lijdend hart!

-ocr page 257-

245

VENI - CREATOR.

Veni, Creator Spiritus!

Meutes tuorum visita, Imple superna gratia, Quae tu creasti pectora.

Qui dieeris Paraclitus, Altissimi donum Dei, Pons vivus, ignis, charitas Et spiritalis unctio.

Tu septiformis munere. Digitus paternae dexterae, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura.

Aceende lumen sensibus, Infuude amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.

Kom Schepper, kom , o

Heil\'ge Geest.

Bezoek de zielen U gewijd Vervul de harten met gen S, Die Gij ten schepper zijt geweest.

Gij, die als Trooster hoog geroemd,

Een gaaf des Allerhoog-

sten Gods, Een levensbron, en liefde,

en vuur.

Den Geest een zalving wordt genoemd.

Die door uw zeven gaven prijkt.

Gij, vinger van Gods rechterhand,

Des Vaders mild beloofde gaaf.

Die tongen met de spraak verrijkt.

Ontsteek in onzen geest

Uw licht.

Stort in ons hart Uw liefdegloed.

Versterk de zwakte van ons vleescli,

Met eene kracht, die nimmer zwicht.


-ocr page 258-

Hostem repellaa longius, Pacemque dones protinus; Ductore sic te praevio Vitemus omne noxium.

Per te sciamus, da, Patrem Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiritum Credamus omni tempore.

Deo Patri sit gloria,

Ejuaque soli Filio,

Cum Spiritu Paraclito,

Nunc et per omne saeou-lum. Amen.

Verdrijf den vijand ver, en laat

Terstond als gave uw vrede na.

Opdat wij, zoo door U geleid.

Voor immer mijden al wat schaadt.

Maat, dat door ons steeds

zij gekend.

De Vader en Zijn een\'ge Zoon,

En dat we in U als beider geest,

Gelooven tot de tijd vol-endt.

Des Vaders glorie zij verbreid

Des Vaders eengeboren Zoon,

Des Geestea, die vertroosting schenkt,

In aller eeuwen eeuwigheid. Amen.


PSALM 129.

De profundis clamavi ad te, Domine! Domine, e-xaudi vocem meam.

Fiant aurea tuae intcn-dentes, in vocem deprae-cationia meae.

Uit de diepte heb ik tot tT geroepen, o Heer, Heer! verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren opmerkzaam zijn op de stem mijner ameekingeu.


-ocr page 259-

247

Si iniquitates observaveris, Domine, Domiue, quis sustinebit ?

Quia apud te propitiatio est; et propter legem tu-am sustinui te, Domine.

Sustinuit anima mea in verboejus; speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem, speret Israël in Domino.

Quia apudDominum niise-ricordia; et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redirnet Israël, ex omnibus iniquitatibus ejus.

Gloria Patri, etc.

Zoo Gij, Heer! de onge-recntigbeden gadeslaat, ■wie zal dan bestaan! Omdat er bij U genade is, en om Uwe wet, heb ik U, o Heer! lankmoedig verbeid.

Mijne ziel heeft zich op Zijn woord verlaten; mijn ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond af, tot den nacht toe. Want bij den Heer is barmhartigheid; en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz.


TE DEUM.

Groote God! U loven wij,

Onbepaald is Uw vermogen;

Voor Uwe opperheerschappij Buigt zich \'t aard\'rijk opgetogen; Gij bestondt vóór allen tijd, Blijvende eeuwig, wal gij zijt. (bis).

15

-ocr page 260-

248

Alles heft een loflied aan.

Cherubijnen, Seraphijnen,

Buizende Engelen, die staan Rond Uw troon, om U te dienen. Alles roept U, nimmer moe,

Heilig, heilig, heilig! toe.

Al wat op Uw vruchtbaar woord, Groote God der legerscharen,

Uit het niet sprong dankend voort, Alle schepselen, die ooit waren, Hemel, aarde en oceaan,

Alles heft een danklied aan.

Op verukkelljken toon Zingt het heer der uitverkoren, Neergebogen voor Uw troon, Martelaars, Apostelkoren,

Alles juicht in lofgeschal;

Opperkoning van \'t heelal.

Grondkracht, waarop \'t aardrijk draait, Door Wiens hand ontelb\'re zonnen Zijn door \'t maatloos ruim gezaaid, Hoort Ge Uw lof, o Onbegonnen, Een\'ge Vader van \'t bestaan.

Door de Christ\'nen citer slaan?

Lof \'t Drievuldig in perscon,

\'t Eenig onbesefbaar quot;Wezen.

Lot U, \'s Vaders een\'gen Zoon,

Op den zelfden toon geprezen;

Lof U, Geest! die \'tal vervult,

quot;Waart en zijt en wezen zult.

-ocr page 261-

ci49

Gij des Vaders Eeuwig Woord, En te Bethlehem geboren,

Gij, dien eene Maagd bracht voort, Door U zelv\' daartoe verkoren, Gij vergoot Uw dierbaar bloed. En verwierft ons \'t hoogste goed.

Aan des Vaders rechterhand Zijt Ge in heerlijkheid gezeten. In ontzaggelijken stand Zult Gij, Rechter, ons geweten. Na het laatst trompetgeschal. Openbaren aan \'t heelal.

Sta dan uwe dienaars bij.

Die voor U en met U strijden, Die Gij met Uw bloed kocht vrij. Toen U Golgotha zag lijden;

Stel ons na dit tranendal Onder \'t juichend Eng\'lental.

Zie Uw volk genadig aan.

Help het; zegen. Heer! Uw erve. Leid ons op de rechte baan. Dat geen vijand ons verderve; Open ons de gloriezaal,

Wij zijn Uwe zegepraal.

Alle dagen zullen wij Uwe wond\'re goedheid prijzen; Aan Uwe opperheerschappij Eindeloozen dank bewijzen.

Help in d\'allerlaatsten strijd. Wie Uw heil\'gen Naam belijdt.

-ocr page 262-

250

Zoote Jezus, onze Heer,

Stort rneedoogend Uwen zegen Op de christenvolk\'ren neer. Zie, ons hart klopt onverlegen; Op U, Jezus hopen -wij.

Dat die hoop nooit ijdel zij!

Geloofd zij Jezus Christus.

-ocr page 263-

251

H. LAURENT1US.

Zie pag. 183

Opgewekt.

i

1. Sie - raad van Gods Bruid op aar-de,

2. Om U zei-ven te ver-sterven

3. Schitt\'rend was uw of - fer-an-de,

I

pronkju-weel van groo - te waarde, wil - det gij met lief - de der-ven, toen de beul uw li - chaam spande

-1-

bloedge - tui - ge van Gods leer; wat uw hart het lief - ste had. op het gloe-iend roos-ter - werk;

Uk

duld, dat wij uw glo - rie prij - zen, aan den stadvoogd deedt gij we - ten: toen gij in de groot-ste smarten

-ocr page 264-

252

-Sjift-----—T-------1-

L-0,--0---0--«—I—fl-J--P--

op uw strijd en ze - ge wij-zen, cale armen, aan de kerk ge - ze - ten, badt, uit \'t bin-nen - ste des har-ten.

H. ROSALIA.

Niet slepend. Dji

pag. 184

ü

4. Ed\' - le le - lie op deez\'

2. Nau-we - lijks der aar-de ont-

3. Maar hoe meer uw groot-heid

--W--,

: ±

/WTtf7=j--quot;j--

SJZ---0-é

ff 1%

Jl

-r—

aar - de, als door spro-ten, trok uw straalde in het

En - g\'len hand ge-schoonheid al - lei-licht der mid-dag-

-ocr page 265-

253

JLfli--1-Sr--

:

S3- JUri

•—«-

plant, heer-lijk prijkt gij, door uw oog. Fier ver - hieft gij op uw zon, des te min - der ook uw

Ü

schocnheid, thans in \'s He-mels lust - wasten - gel \'t vlek-ke - loo - ze kelkje om-vij - md - u - we pracht ver - dra - gen

lÜÜi

rand, heer-lijk prijkt gij door uw hoog, fier ver - hieft gij op uw kon, des te min - der ook uw

schoonheid, thans in \'s Hemels lust-warand. sten-gel \'t vlek-ke - loo - ze kelkje omhoog, vij - and u - we pracht ver - dragen kon.

H. DOMINICUS.

Met gevoel. pag. 186

—1—K--1-

---1—k--1--1

mi *

——P---l-

~r—•--

\' t t

1. Wat schoonheid heerscht in

2. Het klaat\' - ren van de

3. Daar zien wij rei - - en

-ocr page 266-

254

i

^=1:

amp;-

:l?=±=fet

\'s He-mels bo-gen, wat glans om-springfon - tei-nen, ver - eend met mar - te - la - ren, om - ringd met

Se

ringt Gods ma - jes - teit! vat En - g\'len harp - ge - luid, het heer--lijk - heiden pracht, hun

dz

heerlijk licht rijst daar voor lof - ge - zang van \'t koor der sla-pen sie - ren gou - den

|

—i-----

—• -•—■— £2-1---

i \'i/-

--:

de oogen, wat Rei - nen ter bla - ren ten

voelt ons hart daar eer van Jes - se\'s ze - ge-kroon, hun

• • _

za-lig - heid! rei-ne spruit.\' toe-ge-dacht!

I

het a - demt al - les t ver-ee - nigd lied der mil-lioe - nen an - d\'re


IN

daar van ze■ he - me - lin ■ he - me - lin ■

É=3fc

gen ; \'t geur\', al - les gen, die, uit - ge-gen ver - too - nen


-ocr page 267-

255

- quot; ^ —---»-

Wr - -

O 3»

.±=t -

daar van blij ge-not. de geur des doscht ten bruiloftsfeest, hun Hei - lig, zich aan ons ge-zicht; de stra - len.

33-

wierooks stroomt ons tegen, ge - - of-ferd Heilig, Hei - - lig zingen,\'t gaat al-les die hun kroon om-ringen zijn helder-

li

voor den troon van God! bo - ven on - zen geest, der dan \'t zon - ne - licht.

H. BARBARA.

T==-

1. Bar-ba-ra, Gij schittert schoon in der

2. Le - lie, door de rei - ne hand van Gods

3. Toen de dood uw bloed ver - goot, en uw

it

pag. 188

P

maagden rei-ne rei-en; Gij, de Bruid van Go-des En - gel van be-neden, naar het he-melsch landver-zui - v\'re zie-le kleurde met der sehoon-ste ro-zen-

15*

X

• • •-

-ocr page 268-

256

J—J # ■ gt; -

Zoon, moogt U in Zijn heil ver-mei-en. plant; sie - raad van Gods hei - lig E - den. rood, toen de hel uw ziel ver-beur-de;

llZacbter.

lea J jjrc r^-

Zie, o rei - ne Maagd, ook wij willen hei-lig zie met \'toog zoo rein en teêr me-de-lij-dend toen Maagd, hebt gij ons geleerd, wat de liefde

zijn als Gij, zie, o rei-ne Maagd, ook wij op ons neèr, zie, met \'t oog zoo rood on teêr wel be-geert, toen Maagd, hebt gij ons ge - leerd,

wil - len hei - lig zijn als gij !

me - de - lij - dend op ons neer!

wat de lief - de wel be - geert.

Rustig.

H. ALPHONST

——i--^—K-

JS.

pag. 190

WE \'

tt: *

-• 0--1--1-3

-«--0-—1

1. Al - phonsus, zie wij naad\'ren met

2. Hoe straalden u - we deugden, wat

3. Hoe need\'rig was uw le-ven! waf

-ocr page 269-

257

i

oot-moed u -wen troon, en vra-gen u - we was uw lief-de groot, waardoor gij eens u heü\'ge eenvou-dig - heid vond men in al uw

- H TT

f: -=1-1 ^

^0 (L

--F--0-^--1---

b-t—#--4

voorspraak bij Je - sus, Go - des zei - ven aan God ten of - fer da-den, die spra-ken wijd en

$

---

Zoon. wij roemen u - we deugden en boodt! hoe zuiver was uw har - te, hoe zijd ! wat on-ge - ken - de schatten deel-

l

leidt, uw lief-de tot Ma - ri - a, die viel. waar-op uw gansche le - ven geen vreé, gij voert ons uit de droefheid naar

-ocr page 270-

258

V 1 V

JL\\gt; —

-—Pi-

H—^-1—amp;-i--

.

vy \\ ■ é i i ii

ons ten He-mel leidt, smet van zonde viel. nooit ge-smaakten vree.

H. HIPPOLYTUS.

Niet te snel. pag. 192

—1--1--K-N--h

J r

• \'#

v / 4-

i. 2.

3.

Zielsver -Die hun Ook Hip

ruk - kend schat-ten, - po - ly -

is \'t te ja hun lus moest

sta-ren op het roo - kend mart\'laars-le - ven voor de leer van Je - sus\' strijden. . en hij nam den kampstrijd

bloed; hart - ver - kwik kend van te ont-bruid, voor hun godsdienst wil - den aan. Ziet hem in het groot - ste

V L—|—|--K—

V

--»-----

^5=3=^ ^

-=3\' h Pr- -—».---lt;/-■/----

waren, hoe in hun-nen hel - den -geven, wel ke in zich de stroomen lijden, door de hel hem aan - ge -

-ocr page 271-

259

moed mil - li - oe - nen mar - te -sluit, die, door God zelf voort-ge-daan, Je - sus\' leer en naam be-

la - ren tuigden van hun lief - de -dreven, \'swerelds macht, noch hei-woed\' lij - den, strijden en de hel ver -

i -fv

- t-fr-

i

v: %

vi «

gloed, mil- li - oe - nen mar - te -stuit, die door God zelf voort-ge -slaan, Je - sus\' leer en naam be -

_ i \\ 0-0---V-

—1 - -

#\' i\' \'ir^

---u-U---

la-ren tuig-den van hun lief-de-dreven, \'swerelds macht noch helwoed\' lij - den, strij-den en de hel ver-

y-i - i

vV ®

gloed.

stuit.

slaan.

-ocr page 272-

260

LIEFDE.

Tamelijk vlug.

pag. 193

*

I

4. Mijn hart be - mint een

2. Om - slo - ten door een

3. Een rui - ker bloeit aan

4-

Ko- nings-zoon; Hij heerscht met on-be-pur-p\'ren band, siert Hem een zilverzij - ne borst, een bun - del rozen,

i

1=

m

perk-te macht; Hij draagt van ei - gen wit ge-waad; twee ro - zen houdt Hij wit en rood; Hem min-nen is mijn

i

=i-

tr-

bloed een kroon, een kroon van on - gein de hand, ter - wijl zijn voet op lust, mijn dorst; Hem grie - ven is mijn

-É=\\

i

zie - ne pracht, een kroon van on - ge-ro - zen staat, ter - wijl zijn voet op leed, mijn dood, Hem grie-ven is mijn

-ocr page 273-

261

#

t==:

zie - ne pracht, ro - zen staat, leed, mijn dood.

TER EERE VAN HET H. HART.

pag. 194

1. Vlied, vlied, mijn ziel in \'t min - lijk

2. Ziet gij u niet om - ringJ van

±

3. Wat toeft gij ? slijk is slechts de

V

Har - te van Je - sus, u - wen strikken, angst-val - lig dui - ve -we - reld, be - - drog en bit - tre

lig

I.

Heer; daar vindt gij, in Zijn lief - de-kijn ? vlucht, vlucht naar de o-pen ar - ke smart; in God al-leen is vreugd te

ban-den, de wa - - re vrij he - nen, daar zult ge vei vin- den, in God slechts juicht het

heid

-ocr page 274-

262

ér- T-f-l

ij lt;=! •

weêr, daai zijn, vluc hart, in

-ö-ö---

\'

,ht, k—

vindt gij vlucht naa God al

0—#--

in Zijn r de open - leen is vr

--*

ief-de-ar -ke 3ugd te

--» *--

—®——

1-4=::

_|—|----^^——|---

———u

banden, de wa - re vrij - heid weer. lie-nen, daar zult ge vei - lig zijn. vinden, in God slechts juicht het hart!

TER EERE VAN HET H. HART. N0 2.

Niet al te langzaam. pag. 195

1 H

S K H

JL h 1-,quot;!^ i

fs

fnr f • \'

•• J 0 ■ ■ r f

J

lii---0—

• V V

é -

1. Dit Hart, een waar fornuis van

2. Want \'t is het Hart van mij-nen

3. Ik vloog ge - lijk de duif in

liet-de, is mij een kerkerslot, Je-sus, liet mensch ge-worden Woord, de arke en zocht er rust als zij;

-ocr page 275-

263

=4=

H

is mij een kerker - slot; hetmensch ge-worden Woord; en zocht er rust als zij;

;d=^Szt

--

leef er een-zaam en te-vreden, en liefde-vuur voor mij onl-sto-ken, brandt vijand is hier noch te duchten; mijn

£

God, ik voort, het mij, geen

4=

juich er in mijn daar nog im-mer God ver - de-digt

-kg:

-----

leef er een- zaam en te - vre-den, en liefdevuur voor mij ont-sto-ken, brandt vij-and is hier nog te duchten; mijn

$

0

ik het geen

hzör

$

juich er in mijn God! daar nog im-mer voort. God ver-de-digt mij.

-ocr page 276-

264

II. ENGELBEWAARDER.

Niet te snel.

iL

m

1. Ons lof-lied klin-ke U ter eer, ver-

2. Als sa-tan, vol van grimmigheid, mijn

pag. 197

3. Roep ik tot God in angst of smart, of

m

-J—M--0- ••

1==S

he - ven die - naar van den Heer, U, ziel tot zon - den ooit ver-leidt, dan prijs ik Hem met dankbaarheid, dan

m

g

-ér-

die jaagt wordt

mij steeds hebt bij - ge - staan op gij op mijn eersten zucht dien mijn be - de voor Gods troon door

mijn aardsche le - vensbaan, U, schen vij-and op de vlucht, dan mijn En-gel, aan-ge-boon, dan

mij steeds hebt bij - ge - staan op gij op mijn eersten zucht dien mijn\' be - de voor Gods troon door

-ocr page 277-

265

----—I---1—;—

heel mijn aardsche le - vens-baan. hel - schen vlj-and op U, mijn En-gel,

de vlucht, ge - boon.

aan ■

H. FRANCISGUS.

pag. 198

Matig,

■N _g*

i1=

4. o Se - ra-phijnsche Va-der, wij

2. De ko - nin - gin van deugden, de

3, Zij hing om u - we schoud\'ren een

-t~ 1--

—1----1—--

m 1 * Jr-^i •

---1-Kr--1-^--

-#-*-#-1----

minnen u zoo teer. van uit uw glorie-vor-ste - lij - ke vrouw, die Je-sus eenmaal ar - me gro - ve pij, en sloeg een ru-we

#

wo-ning zie op uw kind\'ren neêr. ) huwde, schonkt gij uw hand en trouw.) Met koorde om uw ver-stor-ven zij. \\

1

uw doorboorde handen o, ze-gen u-we

lt;

1

4 i l

T

(

TT 1 1 1

TT

—^---

m i=\\ - • f

panden, met uw doorboorde handen o,

-ocr page 278-

266

JL #.J1 LI IJ J—1

—|-

—t -

0---

zegen u-we panden, Fran-ciscus, Fran-

iets langzamer vroeger tempo

i

----J--

/fa pj\'

—1-1---1--i--

—•--M--•—

cis-cus, Va - der ze - gen ons, Fran-

iets langzamer

quot;9--1---

Ö ^ 1 , , ,1

—T

-—• X ,— * _—i_ A--1— 0 *-m

id d -j

^—

ciscus, Fran

---1--1--1--\'—

-ciscus. Va - der

zegen ons.

H.-FRANCISCUSFEESTLIED.

Vrolijk. pag. 199

---•--0-------

----1-0—pi-F---

1. Heft nu blij - de ju - bel-

2. Ze - ven hon-derd ja - ren

3. Als de zon, die met haar

iyz—I----«—«—I—I--1---1--1

zan-gen, kin-dren van den Se - ra-snelden naar den stroom der eeuwig-lichtgloed tel-kens nieu - we sfra-len

fijn 1 op het feest van zijn verheid, sinds den dag van zijn ge-zendt, glanst dit se - ra - iijnsch ge-

-ocr page 279-

267

L_JZ_ j P__________

p—^-»—* - —f— 3

-4:---trrl -1—

I

ja - ring moet uw hart vol vreugde Loor-te, die der we - reld heil be-stern-te aan het he-rnelsch fir-ma-

JUt! -K

-V—|—1---s-

H--1-

r \'—

zijn. Hoort hoe de Eng\'len van hier-reidt. En zijn, li - chaam rust in ment. Dui - zend zon - nen, nog-maals

bo-ven, op hun gou - den harpen vre-de, en zijn naam leeft im-mer duizend\' sehitt\'ren rond die éé - ne

Jf \\ ^---S.----

. 1 —

1—3 r f -

---1--^—e--#—

« ^

slaan; met hun feest-lied moet het voort van ge - slach-ten tot ge-zon , die voor ze - ven hon-derd

i

A-vb i M

0 I #

fu ^ i

W 1 H -

—^—i—|—

—i---1—

U—

on - ze in één zangtoon sa - men slachten, naar der schriften hei - lig ja - ren, ha-ren ze - ge-tocht be-

t-

gaan, met hun feestlied moet het woord; van ge - slachten tot ge-gon, die voor ze - ven hon-derd

-ocr page 280-

268

- \'

_i-5SJJ

on - ze in één zangtoon sa-men gaan. slachten, naar der schriften heilig woord, ja - ren, ha-ren ze - ge - tocht be - gon.

BETROUWEN OP MARIA.

Eenvoudig.

£

pag. 200

IN

3

4-

me-de-lij-den met uw kind; Gij U begint het rijk der deugd, met lichting, vrede, troost en ge - luk ?

I1

-3-rt*-zN——:—

de

schenkt uw Je-sus mij tot broeder, ach! u-wen Zoon hebt Ge ons gegeven den de deugd door U blijft ongeschon-den,

-J

toon, dat Gij mij nog be - mint, 1 vre - de Gods, de wa-re vreugd. ! Gij trekt den zondaar uit den druk.)

1

Ma - ri - a, mijne lieve - Moeder heb

-ocr page 281-

we - reld wil uw kind mis - lei - den, o

i

-N—r--

I

|J—?—J-

Moe-derlief; sta mij toch bij: niets

:-----^---:--t---r—~h--

mag een kind van moe-der

l—»-i—,—|

i

-ff-i—g-

scheiden, reik maar uw hand en ik ben

Jü-

»--* __5-^—j

vrij, niets mag een kind van moeder

-i/—i/—i-

scheiden, reik maar uw hand en ik ben vrij.

VOOR DE H. COMMUNIE.

1 Ge - - lijk een hert zich dorstend zoekt te 2. Waakt, Christ\'nen, op, wilt bid-deud ne • der-

-ocr page 282-

270

drenken, zoo dorst mijn ziel naar U, o le-vens-knielen, waakt op en buigt! Hij komt,Hij komt de

0

pi

TtÉZ

bron, naar U, die mij het wa - re heil kwaamt Heer, de glo-rie - vorst, de Brui\'gom on - zer

»*»—p—^

schenken, en door Uw bloed mijn minnend har-te zie - len. Hij naakt, Hij daalt van \'t heilig ou-ter

i

won. Kom dan, o kom, ontdaan van glo-rie-neêr. J a, Christ\'nen, wilt van rei - ne lief-de

-V-—P3—H—»

i

-N-

J I 7 s

stralen, ter-wijl de schijn van brood Uw glans om-blaken, en gaat uw Vorst, uw Ko-ning te ge-

s s -

N-

I*-

hult! Kom, Je-zus, kom, wil in mij neder-moet! Hij komt, Hij komt uw zie-len za-lig

ÏÊp^-

dalen, in mij, voor U van we-der-min vermaken, u voe-den met Zijn dierbaar vleesch en

-ocr page 283-

271

-HTt—)-»—t55--a

- »•---0—P-—«—s—-—1

4— ^ £-fr-\\

vuld, kom, Je-sus, kom, wil in mij neder-bloed. Hij komt, Hij komt uw zie - len za-lig

-----0-L^—

dalen , in mij, voor TJ van we-der-min ver-vuld. maken, u voe-den met Zijn dierbaar vleesoh en bloed.

NA DE H. COMMUNIE.

Met blijde stemming.

pag. 202

l i

\' O- quot;1quot;\'

gt;r 1

LU

-amp;--1-

•* a-0—\'i---

]. Ge-loofd zijt Gij door de - ze blij - de

2. Ge-loofd zijt Gij, miju redder en mijn

3. Wil nu mijn ziel in \'t ju-b\'lend lied der

tonen, o Je-sus, vriend en voeder, o rij - ke bron van Eng\'len, wier lof-zang klinkt, waar

1PÏ . i

--1—X--

-1--

ho--J-

---J-

bruigom mij-ner ziel! ge - loofd zijt za-lig-beid en heil! ge-loofd zijt \'t Opper-we-zen troont, uw ne - d\'rig

1G

-ocr page 284-

272

Gij, die in mijn hart wilt tronen, voor Gij, mijn leids-man en mijn hoeder, Gij lied, maar blij en dankbaar meng\'len, ter

3

P

±

Wien ik hier aan - biddend ne - der-hadt Uw bloed, TJw le - ven voor mij eer van Hem, die in uw har - te

Tv —

# H

kniel j Gij hebt bij mij TJw veil. Gij hebt me in \'t rijl: van woont! Hij kwam tot n in

ÜÜ

in - trek weêr ge - no-men, Gij hebt mij \'t bovenaardsche le-ven be-loofd een lief - de-gloed out-sto-ken en schonk Zich

met uw ei - - gen vleesch ge - voed, Gij schat, een stroom van he - - mels-vreugd, Gij u, ge - huid in schijn van brood. If ooit

deedt mijn ziel een nieu-we kracht door-hebt me Uw vleesch tot on-der - pand ge-wor - -de meer die lief-de-band ver-

-ocr page 285-

n ft

273

-jij- ft O--

—!=r.-1—

r r r

P P-

—^-«i---

^ 1 U -Un

^-4- -

stroomen en stortte in mij TJw ge - ven; o Zoe - te hoop, die bro - ken! o Blijf met Hem ver-

n- -\\ -\\ -

--1-i--

i

W j j

—s--S----

_

------1-

kost, - baar god\'lijk \'t droevig hart ver -eend tot in den

bloed, heugt! dood!

NA ÜE H. COMMUNIE.

Zeer opgewekt. pag. 203

TT i

1

/v.

Pi 1

m ~ II

frn* \' J

J J

J—U 1—

9 1

1. Ma - gni-fi-cat, de Heer is groot! Die

2. Ma - gni-fi-cat, God lof en eer! Hij

3. Ma - gni-fi-cat! Die hei - lig is, gaf

liïülüü^pül ons ver-zaadt met he-melseh brood, dat daal-de van den he - mei neer, en on - zen zie - len aan Zijn disch Zijn

hier ons schenkt het le-ven. Ma -koos een maagd tot moeder. Die vleesch en bloed tot spij-ze; Zijn

-ocr page 286-

274

-1--T--V--r-

1—T ,

! ! I i

m ■

9 é

^ _

V.; #• « j 9

j \'

ri - - a zong dat ons van eeu - wig vleesch is \'t brood, dat

lied heid

Hij

ons voor. be - mint ons breekt;

Nog

als

Zijn

i=^—^==11=^=^

klinkt het aar - - de en he - mei door, om God; werd mensch als wij, en kind, en bloed de wijn, die maagden kweekt. Dat

\'J . m

wr\\ iii

J J i i

S3Z. P

V

J-\'—f—--LJ

dank aan God te ge - ven,)

noemt zich on-zen broeder.) Ma-rni-Ccat, Ma-

on - - ze tong Hem prij-ze-i

?-

----

Lr—i-

gni-fi-cat, de Heer is groot!

AAN MARIA,

NA DE H. COMMUNIE.

Innig en gedragen. pag. 204

s—(y-

-P ^---i -N

—Pquot;

- »• «-•—• »—.--P-•--

F-^ -

1. O, hoe za-lig zou het wezen als wij

2. Al te spoedig zal het he-den zich ver-

3. O, Ma - ri - a, lie - ve Moeder, waar, waar

-ocr page 287-

275

:d2z

y-

zoo ten he - mei re - zen , naar ons lie-zen in \'t ver - le - den; niets ia vinden wij een hoe-der, die ons

wa - re Ta - der - land! Nu zijn hier van lan-gen duur — Moch-ten daar ter zij-de staat, waar wij

gggjg

on - ze zie - len hei-lig; een - wig al - len... Ja, wij zul-len bij het stui - ten op ver - ra -ders, waar noch

wa - ren wij daar vei-lig, waar ons trou - we plicht ver - vul-len, im - mer moe-ders blik noch va-ders oog ons,

hnlkje nimmer strandt, waar ons denken aan dit uur, im - mer ar-men, ga-de - slaat, ons, ons,

t=

huikje nimmer strandt, denken aan dit uur. ar - men, ga • de - slaat.

-ocr page 288-

\'276

NAAR KEVELAAR.

Niet te snel doch vurig.

^6$

r

1. O driewerf schoone dag, zoo

2. O, on - be - vlek-te Maagd! zie

3. Nog slechts een weinig tijds en

pag. 206

*

5

=P

licht den reid, ge-borst de

£

vu - rig af - ge - be - den! gij hoe wij ne - der - knie - len in zie, wij lig-gen al - len voor

hoort niet lan-ger tot het de - ze heil\'ge plaats, met uw ge - na-de - beeld oot-

||eË£=^Ë

rijk der toe-komst meer; wij eer - bied voor God\'s troon! wij moe-dig in het stof, dan

=t=

zul-len in uw al - len zijn be zal uit al - Ier

-ocr page 289-

277

■fri\'—

M

-s--

zaal - gen weg be - tre - den naar zui - verd on - ze zie - len. Zie, schoo-ne juichtoon schallen: «Ma-

¥

È

£

1

\'t heilig ze - gen-oord der Moeder van den goe - de Moeder, zie. wij snellen naar uw ri - a Ke-ve-laar, zij glo-rie, eer en

£

(le vers)

Heer!

Naar

Ke-ve-laar, de

lof»11\' I (volgende versen) Naar

7

plaats, waar Ke-ve-laar, naar Ke -velaar, waar

±=ï=pz

on - ze goede Moeder haar gunsten

to-=Ki5-H

-ar--P—hl--1-gt;--

•#—m—R---i-£-

mededeelt aan ieder, die ze vraagt; waar

zij vergeving smeekt aan God, den Albe-

-ocr page 290-

278

mm

Sr

hoeder, Dien zij zoo teeder in haar

4: ^_*__^

moeder-ar-men draagt. Naar

-pi#-—i=-

f-f-

——1—

^ -^-P- 1—1

^-

—=? —J

Kevelaar, naar Kevelaar, naar Kevelaar!

AFSCHEID VAN KEVELAAR.

pag. 207

Niet te langzaam.

m=P

• #

4

1. Dierbre Moe-der,

2. Droevig valt het

3. Bal-sem giet gij

zie uw kindren, al -le toch te scheiden van dit in de won-den, o - lie


Ij4

i

voor uw troon ge -hei - lig ze - gen in \'t ver-scheur-de

iü^

knield; zie de oord, waar gij , hart; d.-oef-heid


fc±

=0

droefheid van het on • be - vlek - te doet ge in vreugd ver scheiden, zie wat Moeder, \'t christen - kee-ren; bij TI


-ocr page 291-

279

vlek - te mor - gen - gloed , p. hoor de vloedig me - de - deelt, en ons, pijn en ziek ■ te kwijnt, waar gij,

kin - der - lij - ke to - nen van deez\'

u - we dier - b\'re kin-d\'ren als een nooit vol-pre - zen zon - ne, met uw

droeven af - scheids - groet, hoor de tee - dre moe - der streelt, en ons zalvend licht ver - schijnt, waar gij,

kin - der - lij - ke to - nen van deez\' u - we dier- b\'re kin-d\'ren als een\' nooit volpre - zen zon • ne, met uw

-ocr page 292-

280

%

$

=t=

1

droeven af - scheids - groet! tee-dre moe - der streelt, zalvend licht ver - - schijnt !

PATROON. O

Moderato.

Ifcf

mf An - to - ni - us van Pa - du - a! Zoo

1 -\\

---. ■ n

K-j-H

—|-----1---1--

• \'-3

hei-lig en zoo goed; Wij lo-ven God, die rail.

„—4

door uw hand zoo ve - le wond\'ren doet.

I

----N

p Geen geur en kleur van bloemen is zoo

Ü=ËÏ

P

$

-i-

dit

aangenaam en fijn, mf als voor een ziel, die rail. ft

1—1-^=-

3F

God bemint, uw schoone deugden zijn! (*) Melodien van Jos. üeltjens,

-ocr page 293-

281

De liefde Gods En Godes eer Bewogen uwe tong;

Waardoor berouw,

En zaal\'ge vrees In alle harten drong,

Antonms enz.

Gij waart een schild,

En zijt het nog,

Voor de onschuld in gevaar; Al wie u bidt.

Wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.

Antonius enz.

Antonius,

Gij, menschenvriend. En vriend van God den Heer, Patroon van dit Ons Broederschap, Zie gunstig op ons neer. Antonius enz.

Al komen wij Ook telkens weer Voor vijand of voor vriend. Of voor ons zelv\'.

Toon dat men u Niet vruchtloos eert en dient, Antonius enz.

-ocr page 294-

282

DEVOTIE TOT DE H. MAAGD.

Andante.

—I—

---1-

----1—

—1— :^d

ï=—

-^---1—

=t

Zijn hart zoo schoon van af zijn

-1-1=

jeugd, ont - vanklijk voor de groot-ste p cresc, 1« f

jT-

i

SS

aard; goed strijden is den He - mei mf poco rail.

waard; dat hart zal hij Ma-ri a wij-den.

-ocr page 295-

283

Maria neemt dat offer aan,

Beschermt hem op zijn levensbaan, Behoedt haar liev\'ling voor gevaren. Hij knielt zoo gaarne hij haar troon. Zij vraagt voor hem van haren Zoon, Dat hij zijne onschuld moog bewaren.

Maria, Moeder van den Heer, Zie ook op deez\' vergad\'ring neêr. Bescherm ook ons op onze paden; Antonius van Padua,

Gij gaat ons voor — wij volgen na, Elk zal dit toonen door zijn daden.

SINT FRANCISCUS

MET ZIJNE NIEUWE GEZELLEN.

Niet al te langzaam.

: i

ér* -j

-0-

Fran - ciscus van As

-fi---1 —;--H---1---

H---

- si-se toog ----

-i—y i i/ -i

beed\'lend o-ver

- =| :

r=H—«i--

\'t land ; een glans van hemel - glorie om

TTb—1--h—i-F

---

5 F ö

gaf hem t\' al-len kant, een glans van he-mel -

J—i H—r-l J

—\\—i---

—è----

[—1----1-------

glo-rie om - gaf hem t\' al-len

kant.

-ocr page 296-

284

En ver uit alle velden,

Zoover die lichtgloed ging,

Kwam al \'t gedierte samen. En vormde om hem een kring.

De hinde met heur jongen Kwam \'t eerste naar hem toe:

Toen \'t huppelend konijntje. Des spelens nimmer moe.

En \'t lammetje zoo teeder.

Stond bruinen wolf ter zy;

En \'t nachtegaaltje zong er Zijn hemelmelody.

En d\'ooievaar ging statig Naast Sint Franciscus staan;

En \'t duifken, op zijn armen. Zag liefelijk hem aan.

De sperwer liet het kuiken Uit zijne klauwen vrij;

Zij zitten, als in vrede.

Stil aan elkanders zij.

Daar riep op eens Franciscus: «Nu zingt met blij geschal,

«Gij, dierkens dezer aarde, «Gij, vogels zonder tal!

«Gij moet den Schepper pr\'jzen « Hem zegenen vol vreugd,

«Hij gaf u aarde en hemel «En al, wat u verheugt:

« Zijn wol dekt u zoo zachtkens, «Hij gaf u vederpracht;

-ocr page 297-

285

« Hij maakte u groene boomen, «Tot rustplaats in den nacht.

«Gij spint, noch weeft u kleed\'ren «Noch zaait of maait gij ooit

«Toch vindt gij steeds uw maaltijd « En zijt vol pracht getooid.

«Daarom, mijn dierkens alle,

«Prijst blijde \'s Heeren naam!»

En hoor — daar schalt het feestkoor Van alle dieren saam.

Franciscus zag met vreugde, Hoe God werd lof gezeid.

Hij echter zong nog luider Des Heeren Heerlijkheid.

SALVE REGINA.

Matig.

Wees gegroet, o Konin-ginne! Moeder

i=3=EE#i=

gij vol teed\'re miu-ne, gij ons

I

i

le-ven, hoop zoo zoet, wees Ma-

4

ri - a! wees

£

ri - a! wees ge • groet; bid voor ons. Ma-

-ocr page 298-

286

I

i

• •

rcE

ri - a , bid voor ons, Ma-ri-a,

--

»\'a

bid voor ons, Ma - ri-a, bid voor ons, Ma-ri - a.

\'t Is tot n dan, dat wij vlugten,

Onder tranen en veel zuchten,

Tot u rijst ons klaaggeschal In dit aardsche tranendal;

Bid voor ons, Maria!

O^dan nu wil voor ons spreken!

\'t Goedig oog slaan op ons smeeken. Gij, die altijd voor ons pleit, Moeder van barmhartigheid!

Bid voor ons, Maria!

En na dit ons ballingsleven.

Toon ons Jesus. hoogverheven, Heil\'ge Vrucht van uwen schoot. Toon Hem ons bij onzen dood;

Bid voor ons, Maria!

O dan Moeder vol ontferming!

Toon ons kind\'ren, uw bescherming, o Gij Maagd zoo vroom, zoo zoet, quot;Wees, Maria! wees gegroet;

Bid voor ons, Maria!

-ocr page 299-

INHOUD.

Bh.

VOOHREDE.............................. V

Beglement van de Broederschap der Processie van Rotterdam naar O. L. Vrouw Tan Kevelaar , opgericht in 1780, in de kerk van de H. Rosalia, der Berw. Paters Minderbroeders, aan de Leeuwenstraat..................Vil

GEBEDEN.

Goede meening bij het aanvaarden der bedevaart 1

Morgengebed........................................................2

Algemeen morgengebed..........................................4

Morgengebed (tevens voorbereidingsgebed voor de

reis)....................................................................6

Avondgebed......................... .... 9

Gebed tot de H Maagd Maria............................11

Gebeden onder de H. Mis ter eere der Allerheiligste Maagd..................................................13

Gebeden onder de H. Mis ter eere der H. Maagd

Maria..............................................................26

Gebeden onder de H. Mis voor de geloovige

zielen..................................................................41

Oefeningen vóór en na de Biecht, (van den H.

Leonardus a Porto Mauritio)..........................48

Oefeningen vóór en na de H. Communie..........56

Na de H. Communie ..........................................64

Rozenkrans ter eere der Allerheiligste Moeder

Gods, bestaande uit 15 gebeden....................71

Gebeden tot de vijf heilige wonden onzes Zaligmakers ................................................................78

-ocr page 300-

288

BU.

Gebed van den H. Bouaventura........................82

Gebed van ouders voor hunne kinderen..........83

Gebed van een kind voor zijne ouders. ..... 84

Gebed van een jongeling . ................................84

Gebed van eene jonge dochter..........................85

Gebed om het ééae noodzakelijke ......................87

Verschillende gebeden tot de Allerheiligste Maagd

Maria......................................90

Godvruchtige en beknopte leiding op den heiligen Kruisweg van Jerusalem naar Calvarië,

volgens den zaligen Leonardus a Porto Mauritio 106 Kruisweg-oefening ter eere van het H Hart van

Jezus.................. ..........................121

Gebed van de H. Geertrudis................................133

Gebeden der H. Clara tot de vijf wor den van

Jezus Christus....................................................134

Teedere gevoelens voor het beeld van den gekruisigden Heiland..........................................137

Litanie van het H. Kruis..................................140

Litanie van het Allerheiligste Sacrament..........142

Litanie tot het Allerheiligste Hart van -Jezus. . 146

Litanie van de Allerheiligste Maagd Maria... 148

Litanise beat® Maria; virginis..............................151

Litanie van het H. Hart van Maria ................154

Litanie van de zeven weëen van de H. Maria. 157

Litanie van den H. Jozef....................................161

Litanie tot den H. Alphonsus Maria de Liguori 164 Litanie van den H. Vader Franciscus van As-

sisië......................................................................168

Litanie van den H. Antonius van Padua .... 171

Gebed voor het beeld van den H Antonius... 175

Litanie tot den Engelbewaarder..........................177

Litanie voor de zielen in het vagevuur..............179

GEZANGEN.

Op den H. Laurentius..........................................183

Op de H. Bosalia ................................................184

Op den H. Dominicus........................................186

-ocr page 301-

289

niz.

Op de H. Barbara........................ 188

Op den H. Alphonsus..................... 190

Op den H. Hippolytus.................... 192

Liefde................................... 193

Ter eere van het H. Hart van Jesus......... 194

Ter eere van het H. Hart van Jesus........ 195

Loflied aan onzen H. Engelbewaarder........ 197

H. Franciscus............................ 198

H. Franciscus-feestlied..................... 199

Betrouwen op Maria....................... 200

Gezang vóór de H. Communie.............. 201

Gezang na de H. Communie................ 202

Na de H. Communie..................... 203

Aan Maria .............................. 204

Naar Ketelaar .......................... 206

Afscheid van Kevelaar..................... 207

Ave Maria...... ........................ 208

Avondzang tot Maria..................... 210

Aan Maria.............................. 212

Vreugde der kinderen van Maria............ 213

Toewijding aan Maria..................... 214

Naamfeest van Maria..................... 215

Wees gegroet........................... 216

Lofzang tot het heilig Hart van Maria....... 217

De kinderen van Maria.................... 218

O Sanctissima............................ 220

Avondgroet tot Maria...................... 220

Ter eere van Maria ...................... 221

Aan mijne onbevlekte Moeder.........•..... 222

Maria leve............................... 223

Aanroeping van Maria..................... 224

Rozenkranslied............................ 225

Aan Jezus\' H. Hart ..................... 226

H. Hart van Jezus, onze hoop.............. 228

Ter eere van het H. Hart van Jezus........ 229

Ter eere van het H. Hart van Jezus.......231

Liefdezang en eereboete aan Jezus\' H. Hart. . . 232

Bedezang aan Jezus\' H. Hart............... 233

Op den H. Jozef......................... 235

-ocr page 302-

290

BU.

Smeekgebed aan den H. Jozef..............................237

H. Jozef, Toedstervader......................................238

Gezang ter eere van den H. Antonius van Padua 239

Gezang ter eere van den H Antonius van Padua 240

Lied van den H. Casitnirua..................................243

Salve Begina ........................................................244

Veni-Creator........................................................245

Psalm 129..............................................................246

Te Deum ..............................................................24 7

MELODIÉN.

H. Laurenlius........................................................251

H. Bosalia..........................................................252

H Dominions......................................................253

H. Barbara............................................................255

H Alphonsus......................................................256

H. Hippolytus.................... ............258

Liefde....................................................................260

Ter eere van het H. Hart..................................261

Ter eere van het H. Hart. (N0 2)....................262

H. Engelbewaarder................................................264

H. Franciscus .....................................................265

H. Franoisous-feestlied..........................................266

Betrouwen op Maria............................................268

Vodr de H. Communie........................................269

Na de H. Communie..........................................271

Na de H Communie..........................................273

Aan Maria, na de H. Communie........................274

Naar Kevelaar........................................................276

Afscheid van Kevelaar......................................278

Patroon..................................................................280

Devotie tot de H. Maagd...............282

Sint Franeiscus met zijne nieuwe gezellen..........283

Salve Begina..........................................................285

-ocr page 303-
-ocr page 304-

STABAT MATER DOLOROSA.

Stabat Mater dolorosa,

Juxta crucem lacrymosa, Dum pendebat Filius;

Cujus animam gementem, Contristatam et dolentem, Pertransivit gladius.

O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta,

Mater ünigeniti!

Quae moerebat et dolebat; Pia Mater dum videbat / Nati poenas inclyti.

Quis est homo, qui non lleret, Matrem Christi si videret In tante supplicio.

Quis non posset contristari, Christi Matrem contemplari, Dolentem cum Filio

Pro peccatis suae gentis,

Vidit Jesum in tormentis, Et flagellis subditum.

Vidit suum dulcem natum, Moriendo desolalum, Dum emisit spiritum.

Eja Mater, fons amoris, Me sentire vim doloris,

Fac, ut tecum lugeam.

Fac, ut ardeat cor meum In amando Christum Deum, Ut sibi complaceam.

-ocr page 305-

STABAT MATER DOLOROSA.

Jesus Moeder, diep bewogen,

Stond bedrukt naast \'t Kruis gebogen, quot;Waar haar dierbaar Kind aan hing; Ins.

Wijl dooi\' haar verzuchtend harte. Zoo bedroefd en zoo vol smarte, \'t Zevenvoudig slagzwaard ging. bis.

o Hoe droevig, hoe vol rouwe Was die zegenrijke vrouwe.

Moeder van Gods een\'gen Zoon! bis.

Goede Moeder, ach, hoe weent gij. Ach, hoe treurt gij, ach, hoe steent gij Bij uws lieflings smaad en hoon? bis.

Welk een sterfling zou niet treuren, Als hij \'t Moederhart verscheuren Ziet door zulke foltering? bis.

Wie kan, zonder mee te weenen,

Christus\' Moeder hooren steenen.

Lijdend met haar lieveling? bis.

Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus zoo in pijnen.

Bij de wreede geeselstraf; bis.

Zag haar lieven Zone sterven,

En Hem eiken bijstand derven.

Toen Hij God den geest hergaf, bis.

Geef, o Moeder, bron van liefde,

Dat ik voel, wat smart U griefde,

Dat ik met U medeklaag. bis.

Dat mijn hart ontgloei van binnen.

Door mijn Jesus te beminnen.

Opdat ik aan Hem behaag, bis.

-ocr page 306-

Sancfa Matei-, istud agas, Crucifixi fige plagas Cordi meo valide.

Tui nati vulnerati,

Tam dignati pro me pati, Poenas mecum divide.

Fac me vere tecum fiere, Crucifixo condolere,

Donec ego vixero.

Juxta crucem tecum stare. Te libenter sociare In planctu, desidero.

Virgo Yirginum praeclara,

Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere.

Fac. ut portem Christi mortem, Passionis fac consortem. Et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari,

Cruce hac inebrian,

Ob amorem Filii.

Inflammatus et accensus. Per te Virgo sim defensus, In die judicii.

Fac me cruce custodin,

Morte Christi praemuniri, Confoveri gratia.

Quando corpus morietur, Fac, ut animae donetur Paradisi gloria. Amen.

-ocr page 307-

Heil\'ge Moeder, druk de wonden Des Gekruisten voor mijn\' zonden,

Diep en dieper in mijn hart. bis.

Wat uw Zone wilde lijden,

Om het menschdom te bevrijden.

Geef mij deel aan al die smart. bis.

Geef, dat ik met U mag klagen, Des Gekruisten smarten dragen.

Tot het leven mij ontvlugt. bis.

Naast het Kruishout met U weenen, Mij met U in smart vereenen,

Is mijn teêrste boezemzucht. bis.

Maagd der maagden, nooit volprezen, quot;Wil voor mij niet bitter wezen,

Doe mij voelen uwe smart. bis.

Laat mij Christus\' Kruisdood dragen, \'t Lijden deelen al mijn\' dagen.

Grif Zijn\' wonden in mijn hart. bis.

Wierd me.een deel dier pijn geschonken, Make \'t Kruis mij vreugdedronken.

Om de liefde van uw Zoon. bis.

Gansch ontvlamd, in liefde ontstoken, Worde ik door U vrijgesproken.

Als ik sta voor \'s Regters troon. bis.

Maak, dat mij het Kruis beware.

Dat mij Christus\' sterven spare, In genadeschat verheugd, bis.

En als \'t lichaam eens zal sterven. Doe dan mijne ziel beerven

\'s Hemels glorierijke vreugd, bis. Amen.

-ocr page 308-
-ocr page 309-