-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

1

-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

KOM, HEERE JESUS! - *

J^AAR HET j^RANSCH. DOOR

A. M. D. amp;.

Xgt;ürlt;le ümlc.

na»\'

; J i N 1

BREID

De Prins-Cardinoal, D, 64,

EDUARD VAN WEES.

UITGEVER.

-ocr page 8-

IMPRIMATUR.

Datum Breda, die 30 Julii 1887.

P. J. €SABRIEli,

Can. Libr. Censor.

-ocr page 9-

De heilige Communie is ons leven.

De H. Communie is het verhevenste middel, om in Jezus-Christus te leven. Hoe heilig een Christen ook zij, zoo heeft hij toch immer behoefte, het leven zijner ziel te voeden, hare dagelijksche fouten te herstellen, haar in deugd te doen toenemen. Hoe meer men met de wereld moet verkeeren, hoe meer behoefte men heeft aan de H. Communie. Datgene wat ons van het veelvuldig gebruik van het H. Sacrament schijnt te moeten afkeeren, moet ons juist daartoe noodigen, want een voortdurend verval van leven vraagt een voortdurend herstel.

Naderen wij dan dikwijls tot dit heilig Sacrament, en bieden wij Jezus een hart door liefde bereid, een onderworpen wil, een nederigen geest, en onze Communie zal Gode welgevallig zijn.

De veelvuldige Communie vraagt eene tweevoudige voorbereiding.

De verwijderde, welke bestaat in eene getrouwe vervulling, van alle dagelijksche oefeningen van godsvrucht en plich-

-ocr page 10-

ten van staatmet eene zuivere meening verriclit, alleen om God meer te behagen, in geduldig, zoo mogelijk blijmoedig, alle leed naar ziel en lichaam, dat de Heer ons in zijne goedheid overzendt, te verdragen en zich dikwijls te oefenen in die deugden die meer bijzonder de ziel op het pad der volmaaktheid doen vorderen; in de beoefening van geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid, ten opzichte van den evennaaste, bijzonder van zijn eigen gezin en familie. Hoe meer werk men maakt van deze voorbereiding, hoe meer vrucht men uit de H. Communie zal trekken. Wek vooral uw geloof op, zoo dikwijls gij de kerk binnentreedt.

De onmiddelijhe voorbereiding bestaat in ingetogenheid, in gebed; en dit gebed kan men wijzigen volgens zijne inwendige gesteltenis en de behoefte der ziel. Gebruik hiertoe, zoo gij wilt, de volgende gebeden.

Oefeningen voor de H. Communie.

Voorbereiding.

Overweeg de bovenmatige liefde, die Jezus u bewijst in het H. Sacrament,

-ocr page 11-

5

die liefde ons getoond door zijn lijden en dood. Denk aan de vernedering, waaraan Jezus zich voor u onderwerpt in het H. Sacrament. Denk aan zgnen arbeid, zijne smarten, en de uwe zullen u licht vallen. Bedenk, dat Hij zich geheel schenkt, en gij zult Hem niets kunnen weigeren.

Geloof.

O Jezus, ik betuig openlijk mijn geloof aan uwe tegenwoordigheid in het H. Sacrament, en betreur dat tot dusverre mijne handelingen te weinig eerbied toonden voor uw heilig liefdegeheim. Ik geloof, dat ik uw Lichaam, uw Bloed, uwe Ziel, awe Godheid, uw Hart, dat mij zoo vurig bemint, ga ontvangen. 0 Jezus, mijn God, die mijn Schepper en Zaligmaker zijt, vermeerder myn geloof voor dit groote geheim van liefde, opdat ik U meer vereere, ü waardiger ontvange en aldus uwe tegenwoordigheid onder ons, beter erkenne.

Ootmoed.

Heer, ik heb gezondigd, mijne zonden hebben zich vermenigvuldigd. Heer, der-zelver aantal is ü alleen bekend; doch

-ocr page 12-

IMPRIMATUR.

Datum Bredce, die 30 Julii 1887.

p. jr. GABniEti,

Can. Libr. Censor.

-ocr page 13-

De heilige Communie is ons leven.

De H. Communie is het verhevenste middel, om in Jezus-Christus te leven. Hoe heilig een Christen ook zij, zoo heeft Mj toch immer behoefte, het leven zijner ziel te voeden, hare dagelijksche fouten te herstellen, haar in deugd te doen toenemen. Hoe meer men met de wereld moet verkeeren, hoe meer behoefte men heeft aan de H. Communie. Datgene wat ons van het veelvuldig gebruik van het H. Sacrament schijnt te moeten afkeeren, moet ons juist daartoe noodigen, want een voortdurend verval van leven vraagt een voortdurend herstel.

Naderen wij dan dikwijls tot dit heilig Sacrament, en bieden wij Jezus een hart door liefde bereid, een onderworpen wil, een nederigen geest, en onze Communie zal Gode welgevallig zijn.

De veelvuldige Communie vraagt eene tweevoudige voorbereiding.

De verwijderde, welke bestaat in eene getrouwe vervulling, van alle dagelijksche oefeningen van godsvrucht en plich-

-ocr page 14-

ten van staatmet eene zuivere meening verricht, alleen om God meer te behagen, in geduldig, zoo mogelijk blijmoedig, alle leed naar ziel en lichaam, dat de Heer ons in zijne goedheid overzendt, te verdragen en zich dikwijls te oefenen in die deugden die meer bijzonder de ziel op het pad der volmaaktheid doen vorderen; in de beoefening van geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid, ten opzichte van den evennaaste, bijzonder van zijn eigen gezin en familie. Hoe meer werk men maakt van deze voorbereiding, hoe meer vrucht men uit de H. Communie zal trekken. Wek vooral uw geloof op, zoo dikwijls gij de kerk binnentreedt.

De onmiddelijlce voorbereiding bestaat in ingetogenheid, in gebed; en dit gebed kan men wijzigen volgens zijne inwendige gesteltenis en de behoefte der ziel. Gebruik hiertoe, zoo gij wilt, de volgende gebeden.

Oefeningen vooe de H. Communie.

Voorher eiding.

Overweeg de bovenmatige liefde, die Jezus u bewijst in het H. Sacrament,

-ocr page 15-

5

die liefde ons getoond door zijn lijden en dood. Denk aan de vernedering, waaraan Jezus zich voor u onderwerpt in het H. Sacrament. Denk aan zgnen arbeid, zgne smarten, en de uwe zullen u licht vallen. Bedenk, dat Hij zich geheel schenkt, en gij zult Hem niets kunnen weigeren.

Geloof.

O Jezus, ik betuig openlijk mgn geloof aan uwe tegenwoordigheid in het H. Sacrament, en betreur dat tot dusverre mijne handelingen te weinig eerbied toonden voor uw heilig liefdegeheim. Ik geloof, dat ik uw Lichaam, uw Bloed, uwe Ziel, awe Godheid, uw Hart, dat my zoo vurig bemint, ga ontvangen. 0 Jezus, mijn God, die mijn Schepper en Zaligmaker zijt, vermeerder mijn geloof voor dit groote geheim van liefde, opdat ik ü meer vereere, U waardiger ontvange en aldus uwe tegenwoordigheid onder ons, beter erkenne.

Ootmoed.

Heer, ik heb gezondigd, mijne zonden hebben zich vermenigvuldigd. Heer, der-zelver aantal is U alleen bekend; doch

-ocr page 16-

6

ik verfoei ze alle, en het doet mij innig leed, ze bedreven té hebben. Ik wenschte, o Heer, die nooit bedreven te hebben, doch daar ik zoo ongelukkig ben, wenscb ik dat mijne boetvaardigheid voor altijd mijne boosaardigheid uitwissche. Ik zal voortaan nimmer vergeten, hoe zwak ik ben, hoe lichtelijk ik mij tot het kwaad laat medeslepen, en ik bied ü deze heilige Communie aan, als eene herstelling van al mijne zonden.

Vertrouwen.

Heere Jezus, zou het gezicht mijner ellende U tot mij trekken, zoo Gij niet de oneindige goedheid zelve waart, waarop ik met recht durf vertrouwen? Ik geef mij blindelings over aan uwe barmhartigheid. Mijne zonden hadden mij tot den rand des eeuwigen verderfs gedreven; maar ik heb een blik van hoop geworpen op uw Hart, dien blik dien de goede moordenaar in zijn laatste uur op uwe HH. Wonden wierp, en even als hij, heb ik door de heilige absolutie de troostende verzekering der vergeving ontvangen. De H. Communie zal mij zooveel als den hemel geven, dien hij

-ocr page 17-

7

volgens uw woord, ging binnentreden. Bedek mijne zondenschuld met uw kostbaar Bloed; de liefde beeft ons uw Hart tot toevluchtsoord aangewezen, ik werp my daarin en ik hoop daar beveiligd te zijn voor de si raff en der goddelijke gerechtigheid.

Liefde.

Heere Jezus, Ik bemin U met geheel mijn hart, en hoezeer ben ik te beklagen, U slechts een hart te kunnen aanbieden zoo vaak door de wereld, door de zonde bezoedeld. Ik bemin ü te weinig, doch ik wensch U veel en vurig te beminnen; spaar mg toch voor het ongeluk van met eene zwakke liefde te sterven. Geef dat ik U beminne om U zeiven, zonder den troost der liefde te genieten, opdat ik, zoo ik ü niet bemin met eene vurige liefde, ten minste U eene getrouwe liefde moge toedragen. O mijn God, ik bemin U, ik wil U steeds meer en meer beminnen. Ge-waardig U, mijne liefde te vermeerderen.

Begeerte.

Lieve Jezus, ik verlang vurig, ü te ontvangen, geef dat mijne ziel vurig

-ocr page 18-

8

naar uwe tegenwoordigheid hongere. Ik verlang naar ü, bron van leven; gelief door de heilige Communie mijn hart nauw aan het uwe te verbinden. Heer, ik verlang, altijd door de zuiverste liefde met U vereenigd te zijn; deze begeerte overtreft elk auder verlangen mijner ziel. Neem dan mijn hart, o Jezus, het behoort U toe. Ik wil U alles geven en mij geheel aan uwe goedheid overlaten; Heer, gelief het offer mijns harten te ontvangen.

Na de H. Communie.

Werp u aan de voeten van onzen Heer, aanbid Hem in stilte. Jezus opent u zijn Hart, tracht daaruit zijne gevoelens te putten om Hem, die te kunnen aanbieden. Van af het kruis heeft Jezus u het\' leven teruggeschonken; maar op dit oogenblik stort Hij het zelf in uwe ziel, omdat Hij bemint. Zeg Hem dan: Heer, laat mij leven voor uwe liefde.

-ocr page 19-

9

Aanbidding.

Gij zijt geheel aan tuij, o mijn Jezus. Ik aanbid ü met geloof, eerbied, vrees, liefde en blijdschap. Ik aanbid ü in den hemel in uwe glorie, op het kruis ia uwe barmhartigheid, in het tabernakel en in mijn hart, waar Gij slechts liefde zijt. Met den verloren zoon werp ik mij aan uwe voeten, ik kus die met Mag-dalena. Ik kom tot ü, gelijk de melaatsche, gelijk de blinde. Ik rust op uw IIart met uwen welbeminden leerling; zoo even waart Gg de hoop mijner ziel, nu zijt Gij hare vreugde. Uwe goedheid beschaamt en verbaast mij. Ik aanbid en bewonder alles wat gij doet, ik verheug mij met de engelen over uwe grootheid, uwe heiligheid, die allen lof en liefde waardig zijn.

Liefde.

quot;■ Ik bemin U, mgn God, ik bemin ü. Indien Gg mij niet hadt bevolen U te beminnen, zou ik U zulk eene stoute, doch oprechte liefdebetuiging niet durven herhalen. Ik zou ü willen verzekeren, dat Gij mg dierbaarder zijt dan hemel

-ocr page 20-

10

en aarde. Vermeerder mijne liefde door elk gebed en handeling. Ik wijd U mijn leven, zoodanig met het uwe vereenigd, dat uwe ziel in de mijne ziet, gevoelt, bidt. Deze waarheid is even zeker, als mijne vereeniging met ü. Ik aanbid U, ik geloof in ü, o geheim van liefde en geluk. Gewaardig U, in mij te blijven leven; de wereld kan mij van deze gunst niet berooven; ontneem mij dan mijn eigen wil, die mij alleen van U zou kunnen verwijderen.

Dankbaarheid.

Lieve Jezus, nooit zal ik naar waarde de weldaden kunnen beseffen, waarvoor ik U dankbaarheid verschuldigd ben. O kende ik U mijne dankbaarheid betuigen gelijk de engelen, die steeds vervuld zijn met erkentelijkheid voor de weldaden, die Gij bun bewijsï. Ach, waarom zijn mijne begeerten zoo onmachtig, waarom is mijne stem zoo zwak ? doch Gij leest in den grond mijns harten. Gij weet dat ik niet ondankbaar wil zijn. Gelief Gij zelf uwen Vader voor mij te danken, o mijn Zaligmaker. Ik bied U mijn hart, mijn geheel ver-

-ocr page 21-

11

trouwen aan; gelief het te aanvaarden en mij steeds beter uwe weldaden te leeren erkennen.

Smeehhede tot Jezus.

Mijn God, geliet mij metinynen naam te roepen, als ik ü zoek, gelijk Gg Magdalena hebt geroepen. Als ik in zonde val, zoo werp op my dien oogslag, dien Gij op Petrus hebt geworpen.

Geef mij moed in de beproevingen, gelijk Gij eertijds de martelaren versterkt hebt.

Laat mij ü beminnen, gelijk de H. Theresia.

Laat mg in onschuld leven, gelijk de H. Aloysius.

Geef mij de zachtmoedigheid van den H. Franciscus van Sales.

Leer mij de wereld verachten, gelijk de H. Franciscus Borgia.

Schenk mij de werkdadige liefde van den H. Vincentius.

Leer mij aan de zaligheid der zielen werken, gelijk de H. Franciscus Xaverius.

Leer mij alleen voor uwe glorie werken, gelijk de H. Ignatius.

Wek mij op tot het overwegen van

-ocr page 22-

12

uw lijden, gelijk de H. Franciscus van Assisië.

Plaats mij in uw H. Hart en laat mij daar in vertrouwen Wonen, gelijk de H. Margaretha-Maria.

Leer mij de H. Maagd liefhebben, gelijk de H. Alphonsus haar beminde.

Ontvang mijne ziel in uwe handen, gelijk die van den H. Stephanus.

Geef mij het geluk te sterven tusschen uwe armen en die der H. Maagd, gelijk de H. Jozef.

o E b e r)

om zich aan te hevelen in de bescherming der 11. Maagd Maria.

0 Maria, zonder uwe hulp kan ik niet op waardige wijze de H. Communie ontvangen , noch Jezus voor deze oneindige weldaad danken, noch de vruchten verzamelen der H. Communie. O mijne Moeder, sla op mij een blik van mede-doogen: mijne driften zijn levendig, mijne zwakheid is zoo groot; verleen mij toch uwen eeuwigdurenden bijstand, opdat elke Communie mij nader brenge tot uw Hart en dat van uwen aanbiddelijken Zoon.

-ocr page 23-

13

iBte OEFENING. De goddelijke roepstem.

»De Meester eoept U.quot;

I.

Welken weg men op aarde ook moge bewandelen , overal ontmoet men Jezus, die met goedheid nederziet op onze behoeften, onze begeerten, onze gebeden.

Als medegezel onzer ballingschap, heeft Hij zich op aarde als vastgekluisterd. Naar welke zijde wij ook onze blikken wenden, altijd zegt ons eenige torenspits of kruis: igt;de Meester is daar.quot; De liefde boeit den Heer sterker in onze tabernakelen, dan de nagels Hem op het kruis hechtten. Daar offert Hij zelfs de vrijheid op, die Hij ons laat genieten. Als gevangene uit liefde, wil Jezus ons niet verlaten; en hoe droevig zou ons leven zijn, als wij niet wisten, dat Jezus daar vs,? Maar overtuigd, als wij zijn, dat Jezus werkelijk daar is, hoe kunnen wij dan verzuimen tot Hem te gaan, of ons spoedig verwijderen? Welk geluk te mogen zeggen, Jezus is daar om zich aan mij te geven!.... O mijn goede Meester, ik geloof eenvoudig en

-ocr page 24-

14

oprecht, dat Gij mij uw goddelijk Lichaam en Bloed aanbiedt om mijne ziel te voeden en te sterken; doch, Heer, Gij weet het, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak.....

* Ik sta aan de deur en Mop.quot; Jezus, onze goddelijke Meester, moest steeds vrijen ingang hebben in onze ziel; doch zoo groot is zijn geduld, dat Hij ondanks onze weerspannigheid, wil wachten, tot wij Hem geheel onze liefde schenken. In plaats van heen te gaan, wacht Hij !

Hoe menigmaal klopte Jezus aan de deur mijns harten, sedert ik het geluk had. Hem voor de eerste maal te ontvangen ! Hij klopte, zoo dikwijls Hij mij toeliet tot zijnen Liefdedisch. Als ik in zoude val, wekt Hij het berouw en de knaging des gewetens op. Hij klopt om mijne vurigheid te ontvlammen. Als ik aarzel te openen, dan beklaagt Hij zich als een miskend vriend. Helaas, Heer! maar al te dikwijls was ik doof voor uwe stem en, geheel vervuld met de gedachten aan vergankelijke zaken, durfde ik zeggen: »Heer, wacht, totdat ik met de schepselen heb geëindigdquot;.... O klop, ik smeek het U, klop steeds

-ocr page 25-

15

aan mijn hart en beroof mij niet van de genade uwer tegenwoordigheid. Open mij, als ik op mijne beurt aan uw goddelijk Hart kom kloppen, vooral als ik in mijn laatste uur uwe barmhartigheid zal inroepen. Verberg mij in mijn leven in de schaduw van uw heiligdom, en laat niet toe, dat ik in eeuwigheid van ü gescheiden worde.

II.

» Surge.....sta op.....quot; Ieder oogenblik

gevoelt onze ziel de almacht en de goedheid van Jezus; maar in den nauwen cirkel der aardsche zaken besloten, vraagt zij door het gebed niet genoeg de kracht om zich daarvan te ontmaken. Wees aandachtig op Jezus stem; indien uwe hartstochten te veel gedruisch maken, zoo gebiedt stilte. Verwijder de gedachten der aarde, waarmede uwe verbeelding u tot aan den voet des altaars durft volgen.

Jezus heeft mij gezien te midden van zoovele beuzelarijen, door sommige gevleid, door andere gekweld. Hij had medelijden met mijne ellende, maar ik luisterde niet getrouw naar zijne stem. Ik had honger, en vond geen voedsel;

-ocr page 26-

16

ik weende, en vond geen troost.... Wie kon die ook geven; en toch beminde ik die wereld, die zooveel belooft en niets kan geven. Heere Jezus, gelief mij nogmaals te roepen. Eene droevige ondervinding heeft mij geleerd. Ik heb door alles en overal geleden; doch daar ik niets kan doen voor uwe glorie, zoo laat mij voor U lijden, — niet moede worden voor Ü te lijden en door elke smart eene schrede nader tov. den hemel zetten. Laat mij leven op het kruis, zoo Gij dit wilt, doch sterven in uwe armen, sterven op uw Hart!

»Haast u mijne vriendin.\'quot; De Heer spreekt tot mij, ik hoor Zijne zoete stem. Hij betuigt het verlangen van mij bij zich te zien; Hij wil, dat ik mij haaste. Een oogenblik, ver van Jezus verloren, is een groot verlies. Hij wil dat ik slechts ééne zorg hebbe, die van Hem getrouw te zijn, ééne bezigheid. Hem te behagen, ééne begeerte, Hem te beminnen.

O mijn goddelijke Meester, wel moet ik mij haasten, om U al de gevoelens te vragen, die ik U zou willen aanbieden. De heilige Communie is eene zoo ver-

-ocr page 27-

17

heven zaak; ik zou mij met kalmte moeten voorbereiden en de vrees ontstelt mijnen geest. Nooit heb ik meer kalmte aoodig, dan bi] de heilige Communie, en juist dan ontsnapt zij mij. Geef dat mijn hart meer liefde dan vrees koestere; want nooit bevat uw Hart meer toegevendheid en mededoogen dan als wij tot ü komen, om ons met ü te vereenigen. Ik roep dan uwe goedheid in en daarop steunende, snel ik tot U met vertrouwen.

III.

gt; Kom tot mij.\'quot; Jezus roept ons, niet omdat Hg ons noodig heeft, maar omdat Hij medelijden heeft met onze zwakheid en ellende. Vrees niet, dan zelfs als gij eenige fout bedreven hebt. Hij ziet dat gij daarover leed gevoelt, en daarom wil Hij u aan Zijn Hart drukken en u verzekeren, dat Hij u niet verstoot. Kom dan. Zijne liefde zal u niet ontbreken. »Vrees nietquot; zegt Jezus, »Ik ben het die u roept, Ik, die uwe zonden en ellende beter ken, dan gij zelve. Ik voorzag die, bij het instellen van mgn Sacrament van liefde. Het is dus met

-ocr page 28-

18

liefdevol mededoogen, dat ik u tot ruijue tafel roep. Kom tot uwen God, die u van alle eeuwigheid bemind heeft, die weet van wat slijk gij gevormd zijt. Vertrouw op mijne genade, mijne barmhartigheid. Geloof aan mgne goedheid, geef de vrije vlucht aan uwe begeerten om mij te ontvangen. Bemin mij veel en vurig, want de liefde dekt eene menigte zonden.quot;

Mijn Jezus, uwe woorden treffen mgn hart; maar ik ben zoo onwaardig tot U te komen, dat mijne ziel siddert, niettegenstaande haar verlangen om tot U te gaan. Doch, Heer, ik geloof in uwe goedheid, ik vertrouw vastelijk op U, en al zage ik den afgrond voor mijne voeten geopend, dan zou ik nog de oogen tot ü opslaan en hopen op uwe barmhartigheid. Kom dan, goede Zaligmaker , tot mijne zondige, doch berouwvolle ziel. Kom, Heere Jezus!

DANKZEGGING.

Ontvang met nederige vreugde het bezoek van onzen Heer Jezus Christus.

Lang wellicht hebt gij Hem laten wachten aan de deur van uw Hart;

-ocr page 29-

19

verwonder u dus niet, als Hij uitstelt, u te troosten.

Aanbid Hem en vergeet u zelve voor Hem. Bij de H. Communie moet gij slechts Jezus zien, hooren, beminnen.

I.

»Zie ik ben met m.quot; Zoet is het tot Jezus te naderen, zoeter nog Hem te ontvangen; maar de hoogste zaligheid is met Hem vereenigd te zijn.

De Heer heeft meer gedaan dan de nederigheid zijner dienstmaagd gade te slaan ; Hij is in haar nedergedaald. O moge ik nooit de banden verbreken, die mij aan Hem binden; en toch door eene treurige ondervinding geleerd, durf ik niet zeggen: »Niets zal mij van uwe liefde scheidenwant ik vrees mij zelve meer, dan alle andere zaken. Doch gelukkig in het bezit van Jezus, zeg ik in hoopvol vertrouwen; »Mijn Welbeminde is aan mij, ik zal Hem niet van mij laten gaan.quot;

Heer, ik gevoel mij gelukkig in uw bezit; ik kan U mijne liefde niet naar waarde uitdrukken, doch lees Gij in mijn hart, Geef mij volharding in uwe

-ocr page 30-

20

liefde tot het laatste oogenblik van mijn leven.

Jezus zou in mijn hart zelfs geen enkel vlekje moeten vinden, dat zijn oog mishaagt. Helaas, hoe ver beu ik van die volmaaktheid verwijderd! Doch om Jezus te voldoen, zal ik Hem het zoo rein, zoo heilig Hart vau Maria aanbieden, waarin Hij zoo te recht zijn welbehagen heeft gevonden.

Heere Jezus, het doet mij innig leed, U die deugden niet te kunnen aanbieden, die ü mijn hart aangenaam zouden maken en U zouden troosten voor de onverschilligheid van zoovele christenen. Mijne traagheid, mijne lauwheid bedroeft U, o gelief mijn hart te verwarmen, te ontvlammen. Mijne ellende beschaamt mij, gelief ze met uwe heiligheid te bedekken. Na zoovele Communiën is mijne armoede nog zoo groot, verrijk mijne ziel door de verdiensten uwer heilige Moeder. Ik ben niet waardig voor uwe oogen te verschijnen, maar vergeef mijne ongetrouwheid. Geef dat ik ü beminne, o Jezus, met eene zuivere, volmaakte liefde, dat ik U beminne tot het einde myns levens.

-ocr page 31-

21

II.

Het uur is geslagen om door werken de vruchten der H. Communie in te zamelen en u ten beste te geven voor uwen evennaasten. Wijd u toe aan anderen, offer u voor hen op, doch tot meerdere eer van God. Vraag dikwijls met de heilige Theresia bij het verwisselen van bezigheid: »Heer, wat wilt Gij dat ik doe? Ik ben tot alles bereid.quot; O hoe zoudt gij later de gelegenheden betreuren, waarbij gij verzuimd hadt door eene goede meening uwe werken te heiligen. Ik heb veel gedaan, helaas, om aan de wereld te behagen, en mij zelve te voldoen. Ik zeide: »Later zal ik nog voor God kunnen werken.quot; Hoe drukt die slecht gebruikte tijd op mijn geweten! hoe spijt het mij, zoo weinig aan Jezus gegeven te hebben!

Als ik niet vooruit ga in zijnen dienst, ga ik noodzakelijk achteruit; en als men zich van Jezus verwijdert, komt men tot de zonde, tot den dood. Jezus vraagt van mij eene werkdadige onderwerping, die niets aan de genade weigert en alles omhelst, wat Hij gelieft over te zenden.

-ocr page 32-

22

Jezus vraagt, dat ik bij alle gebeurtenissen zegge: »God wil het en ik wil het ook.quot;

Mijn goede Meester, het is tijd, voor U te werken. De uren mijns levens verloopen snel; reeds zoovele jaren zijn in de eeuwigheid gevloden en laten mij het naberouw, ze niet voor U besteed te hebben. Geef mij nu een vasten wil om U getrouw te dienen, en de zalige volharding in uwe liefde.

III.

Overal treedt Jezus binnen met zijn kruis en deelt Hij aan de zijnen het verlangen mede, zijn lijden te deelen. De heiligen gevoelden en begrepen dit allen. Jezus is in mijn hart nedergedaald, als op een altaar, waar Zijn offer gaat voltrokken worden. Ik zal Hem tot dankoffer het lijden opofferen, dat mijn leven vervult; en ik zal Hem smeeken, myn offer, hoe klein ook in vergelijking met het Zijne, genadig te aanvaarden.

O mijn Jezus, alvorens U te verlaten, kom ik U beloven, mijne gebreken te bestrijden, mijn heerschenden drift te beteugelen, mij niet door mijn gevoel

-ocr page 33-

23

te laten medeslepen, mijne moeielijk-heden, mgn lijden geduldig te verdragen. Het is moeielijk, doch als ik gevoel dat mijn hart zich ontstelt, zal ik zeggen : »Mijn God, ik bemin ü. Mijn God, ik offer ü mijn lijden, geef dat ik er niet onder bezwijke.quot;

Mijn Jezus, geef dat ik immer aan U denke, geef dat mijn hart zich voortdurend tot ü keere. Geef dat ik nooit uwe goddelijke Majesteit uit het oog verlieze en even als de Engelen des Hemels steeds voor ü leve. Geef dat ik U beminne, U nooit vergramme, voor U leve en vele zielen voor ü moge winnen.

BESLUIT.

De ziel lijdt, zoo lang zij niet getrouw is aan de genade en de goddelijke ingevingen niet vaardig opvolgt. Hebt gij het ongeluk gehad dit te ondervinden, stel er u dan niet meer aan bloot. Geef, door het gebed geholpen, aan Jezus al wat Hij vraagt, doe wat Hij u zegt, ga tot Hem zoo dikwijls als Hij u roept, want hiervan hangt de vrede uwer ziel af.

-ocr page 34-

24

2de OEFENING. Het heilig Hart van Jezus.

VOORBEIIEIDING.

Bereid u vurig tot de H. Communie, en als gif op het punt staat om onzen Jezus Christus te ontvangen, werp dan in zijn Hart al uwe twijfelingen, uwe angstvalligheden, uwe droefheid, uw lijden. Dat eene onvoorziene beproeving, eene onverwachte, onverdiende belee-diging u nooit van de heilige Tafel verwijdere.... offer uwe smart aan den goddelijker! Zaligmaker op. Nader tot Hem met vertrouwen, juist omdat gij vreest onder het gewicht der bekoring te bezwijken.

O hoe teeder bemint Jezus de ziel, die een toevlucht zoekt in zijn Hart als de prikkel der eigenliefde haar kwelt, en dan al hare kracht gebruikt om zich zelve te overwinnen.

Is dan eene vurige akte van geloof bij het ontvangen van God-zelven niet voldoende, om de wonde, die ons hart geslagen wordt, te genezen ? O hoe weinig vermag het geloof op eene ziel

-ocr page 35-

25

die de heilige CommuDie niet schadeloos stelt voor de pijnlijkste offers!

Kom dan tot het Hart van Jezus, het staat altijd voor ons open, en daar wij zeker weten, dat Hij ons lief heeft, weten wij ook, dat Hij ons daarin wil sluiten. De liefde plaatst alles wat zij bemint, in haar hart.... De heilige Schrift leert ons dat »God ons in Zijne handen geschreven heeft.quot; Moeten wij dan nog niet vaster op Jezus vertrouwen, als wij voor altijd in zijn Hart onze woning vestigen.

I.

Nader tot het heilig Hart van Jezus in den geest van geloof. Het is het Hart van uwen God, van uwen Verlosser, dat gij gaat ontvangen. O welke genaden, welke gunsten zal die goddelijke ver-eeniging in uw hart uitstorten.

O Jezus, ik geloof vastelijk, dat ik U ga ontvangen. Ik benijd het lot niet meer van diegenen, die op aarde met U leefden; zij hadden het geluk niet U. altoos te bezitten, maar in uw heilig Tabernakel vind ik U altijd. Uwe liefde heeft die vereeniging uitgedacht; de

2

-ocr page 36-

26

eeuwigheid zal niet lang genoeg zijn om U daarvoor te danken. Gij, mijn God, komt tot mij, niet door mijne verdiensten , want ik ben slechts een poel van ellende, maar door uwe oneindige barmhartigheid.

II.

Nader tot het heilig Hart van Jezus in den geest van boetvaardigheid, om uwe zonden uit te wisschen -en vergiffenis te verkrijgen, eu zeg met een berocwvol gemoed:

O God van oneindige zuiverheid , laat mij in uw Hart de genezing mijner kwalen vinden. O goddelijk Hart, dat de zonden der menschen zoo smartelijk geboet hebt, geef mij een oprecht berouw over al de zonden, die ik ooit bedreven heb. Ik betreur innig, ü in den hof van Olyven zoo diep bedroefd te hebben. 0 Hart van oneindige zuiverheid, dat de minste vlek niet duldt, geef mij een heilzamen afkeerzelfs der kleinste zonden. 0 boetvaardig Hart, help mij die banden verbreken, mijne kwade neigingen bestreden, mijne zinnen versterven, en

-ocr page 37-

27

aldus de glorie herstellen, die ik mijnen God ontroofd heb.

III.

Nader tot het heilig Hart van Jezus in den geest van ingetogenheid, ten einde u te onttrekken aan het gedruisch der wereld, en met liefde te rusten op het Hart van uwen Meester. Daar zult\'gij de verhevenste waarheden leeren.

0 Jezus, alvorens ü aan uwe leerlingen mede te deelen, hebt Gij ze, verre van het gewoel, in het Cenakel geleid. 0 stil de driften van mijn hart, bedaar mijne verbeelding, geef mij een volkomen gebied over mijne hartstochten, over mij zelve. Gij hebt den nacht uitgekozen om uwe leerlingen te vereenigen, ten einde mij te leeren, hoe groot uwe liefde is voor rust en afzondering, opdat mijne ziel stil en ingetogen uwe goddelijke lessen beter moge ontvangen. Heer, gelief mij van mij zelve, van alle schepselen te onthechten, opdat ik getrouw zij aan uwe genade.

IV.

Nader tot het heilig Hart van Jezus

in den geest van vertrouwen en onderwer-

-ocr page 38-

28

pivy, ten einde uw verdriet, uwe wederwaardigheden , uw tegenzin in Ziine goedheid en zacht moedigheid te do m pelen.

Heere Jezus, ik kan niet genoeg op U vertrouwen; meer en meer gevoel ik, dat alle aardsche steun mij ontzinkt;

meer en meer zal ik op uwe bescherming hopen en op uw heilig Hart rusten. 0 zoudt Gy mij kunnen vergeten, terwijl Gij voor altijd in uw Tabernakel het rijk uwer barmhartigheid heb gevestigd ? Op U zal ik hopen; en wat zou ik vreezen, daar ik U bemin en U zoo gaarne volmaaktelijk zou beminnen?

Ik weet, Heer, dat mijne zonden uwe straffen verdienen. O kon ik, alvorens voor uwen rechterstoel te verschijnen, al mijne zondevlekken uitwisschen ! Heer, ik vrees, doch ik bemin U nog veel meer. Volbreng uwe gerechtigheid door my hierbeneden te straffen, maar laat ^ uw kruis my ondersteunen, door uw heilig Hart zal ik zalig worden.

V.

Nader tot het heilig Hart van Jezus in den geest van ootmoed en belijd uwe ellende, uwe zonden , met die gevoelens

-ocr page 39-

29

vau schaamte en berouw, die den pu-blikaan rechtvaardigden in het oog des Heeren.

O Jezus, ik weet dat mijne ellende nog veel grooter is, dan ik wel denk, en dat ik bijgevolg nog veel onwaardiger ben, niet alleen dikwijls, maar zelfs eene enkele maal te communiceeren; doch ik weet ook dat gij niet vraagt dat ik heilig zij, maar dat Gij een blik vol ontferming zult slaan op een berouwvol en beminnend hart, op eene arme zondares, wier eenige steun Gij zijt, op eene bijna ongeneesbare kranke, die genezing zoekt bij haren goddelijken geneesheer, op een bedroefd hart, wiens alvermogende trooster Gij zijt.

VI.

Nader tot het heilig Hart van Jezus in den geest van slochtofferande. Dezen staat koos Hij om u zijne liefde te betuigen. O mijn God, heb ik ooit de grootheid van uw offer naar waarde geschat ?

O Jezus, toen gij uwen geest in de handen uws Vaders overgaait, toen Gij uw laatsten zucht slaaktet, uw lichaam

-ocr page 40-

30

aan het graf overliet, hadt Gij niets meer om ons te geven dan uw kruis als erfdeel van liefde en glorie. O Heer, op dit plechtig oogenblik, dat ik U ga ontvangen , bid ik U, geef mij dat kruis tot troost, als Gij mg gaat verlaten, hecht mij daaraan door uwe goddelijke liefde, neem mijn goeden wil als offer aan; leer mij alle gebeurtenissen aannemen in een geest van zoete onderwerping , en begrepen dat de moeielijk-heden dezes \'levens niet kunnen opwegen tegen het oneindig gewicht der glorie, die Gij ons bereidt in eeuwigheid.

VII.

Nader tot bet heilig Hart van Jezus in een geest van vurigheid, om Hem schadeloos te stellen voor al de belee-digingen, die Hij ontvangt in het Sacrament Zijner liefde, en om van Hem de oefening veler deugden te leeren.

O Jezus, bereid Gij zelf mijn hart, leg daarin eene teedere en dankbare liefde voor uwe heerlijke gaven. O spreek tot mij, opdat uwe stem al de gevoelens mijns harten kluistere. Ik heb niets dan uw Hart om uwen Vader aan te bieden,

-ocr page 41-

31

wat kan ik daar bijvoegen? Gelief mg de gesteltenis der heiligen mede te deelen, opdat ik U minder onwaardig zij. Geef mij het geloof van Petrus, het berouw van Magdalena, de liefde van uw welbeminden leerling, den ijver van den heiligen Paulus. Gedoog dat ik ü de gesteltenis aanbiede uwer heilige Moeder, hare onbevlekte reinheid, de liefde van haar Hart. Ik offer ü de aanbiddingen der Engelen, hun diepen eerbied. Mijn hart verlangt vurig, U te ontvangen.

O Jezus, mijne hoop, uw goddelijk Hart is de zoetste gedachte van mijn leven, maar mijn geest wordt zoo vaak van U afgetrokken. O laat mij nu ten minste alleen aan U denken, verteer al mijne onvolmaaktheden , mijne zonden in het vuur uwer liefde, en kom tot eene ziel, die geheel aan U wil toebehooren.

Ga dan tot Jezus, mijne ziel, bereid om voor Hem alles te lijden , wat Zijne hand u zal overzenden. Heer, uw wil geschiede.

DANKZEGGING.

Op het oogenblik der heilige Communie, stille aanbidding.

-ocr page 42-

32

Verneder u tot het niet.... Zet al uwe gedachten op dit ééne woord: God in mij.... Bedank God voor de kostbare gaven van zijn Lichaam, zijn Bloed, zijne Godheid, vooral zijn Hart, waarmede Hij u zoo bemint....

I.

Vereeniging met het Hart van mijnen God.

Jezus toont mij zijn Hart, zeggende: Ziehier mijn Hart, zoek het noch in den Hemel, noch op Calvarië, noch zelfs in het Tabernakel, het is in u — Zijne liefde behoort u — ziehier mijn Hart — het is niet het hart van een schepsel, maar het hart van uw God, van uw Vader, van uw Verlosser, van uw besten Vriend. Ik geef het u in ruiling tegen uw hart, waarin ik mijne liefde wil drukken. Ziehier mijn Hart, gewond door de zonden der menschen, bijzonder door uwe ongetrouwheden, door uw geheimen weerstand aan de genade, mijn Hart, dat de opene wonde heeft behouden om u de overmaat mijner liefde te toonen.

Het is het Hart van mijn Koning. Een gevoel van vrees beangstigt mij bij het beschouwen uwer Majesteit, doch

-ocr page 43-

33

Gij laat de pracht van het hemelsch hof ter zijde en komt met doornen gekroond; o rajin Koning, ik aanbid U, ik offer ü alles wat ik ben, wat ik bezit, mijne vrijheid, mijne gedachten, mijnen arbeid, mijne genegenheden.

Geleid mijne schreden naar uw eeuwig koninkrijk. Helaas ! ik heb weinig gedaan om het hemelsch erfdeel te verdienen; maar, Heer, gij weet, dat ik U bemin. »Dat uw rijk ons toekome.quot; Ik onderwerp mij aan uwe heerschappij; liever wil ik door U geslagen , dau door de wereld geëerd worden. Ik omhels alle gebeurtenissen door uwe hand geleid en bestuurd. Ik zal U volgen, o mijn Koning, zoo dicht mogelijk uwe voetstappen drukkende, met U lijdende, met U allen tegenspoed verdragende. Ik wil zelfs met liefde een armoedig en verborgen leven leiden, indien Gij mij dit beschikt of het uwe glorie kan bevorderen.

II.

Jezus toont u zijn Hart. Met welke liefde roept Hij: »Komt tot Mij, gij allen die belast en beladen zijt, en Ik zal u

-ocr page 44-

34

verkwikkendoch vergeet niet dat mijn Hart, dat u bemint ook dien geest besluit, waardoor ik u heb vrijgekocht, een geest van armoede, van ootmoed, van lijdzaamheid, van vrede.....

Hier ben ik, Heer, beschik over mij, ik wedersta niet langer, ik weiger U niets meer; want alles trekt mij tot U, do schoonheid uwer heilige meuschheid, uw lijden, uw doorwond Hart, uwe doorboorde handen, uw met doornen gekroond hoofd, de stroomen bloeds, die uit uwe wonden vloeien. Indien Gij dit niet meer over de aarde uitstort, zoo doet Gij het vloeien in mijn hart. Gij lijdt niet meer, doch past mij de vruchten toe van uwesmarten. Gij sterft niet meer, maar Gij biedt uwen dood voor mij tot zoenoffer aan. En om mijnen moed op te wekken en mijn vertrouwen te bevestigen , geeft Gij mij steeds uw Hart, uwe liefde, uwe HH. Wonden, uwe oneindige verdiensten.

III.

gt; Ziehier dat Hart, dat de menschen zoo bemind heeft en er zoo weinig door bemind wordt.quot;

-ocr page 45-

35

Het Hart van Jezus is eene altijd opeue schuilplaats, doch hoe weinige zielen dringen daarin door! De oorzaak hiervan is, dat de ingang tot dit Hart

eene wonde is..... Helaas! wij vreezen

de wonden, het lijden. Men kan in dit Hart niet doordringen zonder te deelen in deszelfs smart. Zijn Bloed vloeit.... wij moeten het onze daarmede vermengen ; wij moeten ons zeiven verlaten door ootmoed en zelfverloochening, alvorens de vreugde der goddelijke liefde te smaken.

0 Jezus, van af uw kruis, van uit uw tabernakel, bij de heilige Communie herhaalt Gij mij sedert zoolang deze treffende woorden: »Ziehier mijn Hart, het behoort aan u, ik geef het u tot vrede, tot troost uws levens: maar deze kostbare gift mag niet werkeloos blijven. De liefde is eene vlam, zij verteert alles wat zij aanraakt.quot;

Ik mag dus niet meer voor mijzelve leven, want het is slechts door een voortdurend offer, dat ik aan de grootheid uwer liefde kan beantwoorden. Uw Hart wil in het heilig Sacrament het begin, het middelpunt, het einde zijn van mijne

-ocr page 46-

30

handelingen. Gij vraagt slechts raiine liefde, ik weiger U die niet, o Heer. Ik zal naar U luisteren, Gij zult over mij heerschen, ik zal niets meer beminnen dan U, en om en voor U; voor U zal ik ademen, naar U zal ik trachten, tot U zal ik opzien. Geene rust, geene vreugde meer buiten U.

IV.

»Ik vraag u iets te doen, om mijn Hart te troosten.quot;

O lieve Jezus, hoe treft mij dit woord! Wat kan een ellendig schepsel doen om U te troosten ? Als ik uw Hart zich zoover zie vernederen, dat het tot mg een verzoek richt, dan zwijgen al de bewegingen mijner natuur. Spreek, o Heer; Gij, die de geheimste plooien van mijn hart doorgrondt, beschik over alles, over mijn leven , mijn bestaan, ik ben tot alles bereid. Ik omhels alle offers, die uwe liefde mij zal vragen. Dat elke Communie tusschenuw Hart en het mijne een nieuw verbond sluite, waardoor ü daarvan heteenig bezit worde toegekend.

Is er nog eenig offer, dat God u sedert lang vraagt? Verzuim tgy te beantwoorden

-ocr page 47-

37

aan eenige geheime inspraak van Jezus Hart? Is er eenig liefdewerk , waarvoor gij te weinig goeden wil toont? O wees edelmoedig, weiger niets.

V.

»Ik slaap, maar mijn hart waakt.quot; In Maria\'s schoot, o Jezus, rustet Gij doch uw Hart bereidde reeds al de weldaden van uw leven, al de smarten van uw lijden, al de verdiensten van uw Bloed, al de schatten van uw Sacrament van liefde. In het heilig tabernakel schijnt uwe rust onverstoorbaar; doch wel wetende, hoe zwaar mij de afhankelijkheid valt, waakt uw Hart, om bij het eerste woord des priesters te gehoorzamen. Armoede, ootmoed druischen tegen mijnen hoogmoed aan; uw Hart waakt in het tabernakel, om ons onder de nederige gedaante van brood den Almachtige te toonen, als eene goddelijke les van armoede en ootmoed; uw Hart waakt den ganschen nacht om mijne komst af te wachten; wanneer ik kom, beschouwt Gij mij met liefde en daalt blijmoedig in mijn hart.... Als ik U bezit, o mijn Jezus, dan vrees

-ocr page 48-

38

ik niets; dat de bekoring mij aanvalle, dat moeielijkheden mij omringen, dat de mijnen mij vergeten mij met bitterheid vervullen, dat het werk mij ver-moeie, dat het lijden mijn geheel bestaan ondermijne, ik vrees niets.... Jezus rust in mijn hart; zijn Hart waakt over mij. En Hij kent, Hij weet alles, mijn lijden, mijne beproeving, mijne moeielijkheden. Hij telt mijne offers. Hij waakt over mijne hartstochten, om die te regelen, om mij te helpen in den strijd: Hij waakt over mijne minste haudelingen, om mij te helpen die te heiligen; Hij waakt over mijn leven, om het met het Zijne te vereenigen.

BESLUIT.

Vestig uwe woonplaats in het Hart van Jezus, die ware rustplaats der ziel. Treed daarin door het onbevlekt Hart van Maria. Tracht er in te blijven van de eene Communie tot de volgende - in troost zuit gij daar met Jezus genieten; in zwakheid zult gij daar steun vinden; in moeielijkheid zult gij met Hem lijden; in angst en kwelling zult gij in Hem uw licht, uw anker van hoop, uw leven vinden.

-ocr page 49-

39

3de OEFENING. Hoe bemint ons Jezus?

I.

Met eene oneindige liefde. Overal ontmoeten wij de goddeliike liefde. Het heelal is als een boek, waarin wij de goddelyke werken lezen ; maar onze ziel is een ander boek, waar op elke bladzijde de liefde Gods gesclireven staat. In Jezus-Christus is alles oneindig: Zijne grootheid, Zijne heiligheid. Zijne goedheid, Zijne rechtvaardigheid, Zijne macht; en met voorliefde heeft Hij de onmeetbaarheid Zijner werken voor onze oogen uitgespreid.

Beschouw het tabernakel, kunt gij nog twijfelen?.... Jezus woont daar, niet omdat Hfl de liefde der schepselen behoeft, maar omdat Hij die verlangt. Hij stelt Zijne onmeetbaarheid ten dienste van Zijn Hart, om zich overal op aarde te bevinden. Hij wil dat, waar wij ook op aarde verblijven, wij overal onze blikken tot Hem kunnen opslaan en Zijn oog ontmoeten. Ja, Jezus bemint ons met eene liefde, welke oneindig is gelijk Zgne goedheid. Herdenk, zoo gij kunt,

-ocr page 50-

40

al de liefdebewijzen, die gij sedert uwe eerste Communie ontvingt, en zeg dan, of gij Hem kunt beminnen, gelijk Hij u bemint. Heere Jezus, ik verheug mij in het bewustzijn, dat Gij mijne liefde vraagt; en gevoel mij gelukkig, omdat Gij mij, uw onwaardig schepsel, wilt beminnen. Het geloof leert mij, dat dit het eenjg geluk dezer aarde is.

11.

Met eene barmhartige liefde. Op het altaar stelt Jezus Zijnen goddelijken Vader, door de zonden en misdrijven der wereld vertoornd, de macht van Zijne vernietiging, van Zijn Bloed, van Zijn offer voor, en houdt den wrekenden arm Zijner goddelijke gerechtigheid tegen.

Zijne bemiddeling dringt door tot God met een kreet van liefde, die weergalmt tot in de hemelgewelven. Hij houdt de straffen der rechtvaardigheid tegen, door zich te stellen als Zoenoffer, en door dit zoete woord: » Vader, vergeef hun.quot; Zijne barmhartigheid heelt den naam aller menschen in Zijne Wonden geschreven; voor hen offert Hij de vruchten van zijn bloedig ofier.

-ocr page 51-

41

O Jezus, als Gij de oogen slaat op de gesteltenis van zoovelen, die tot U naderen in de heilige Communie, dan zoudt Gij nog heden mogen zeggen, dat de smarten des doods U oraringen. Helaas! voor hoevelen vloeit uw Bloed te vergeefs. Hoe dikwijls keerden de engelen, die tot mij kwamen, de handen vervuld met genaden, naar den hemel terug, omdat mijne traagheid, mijne onverschilligheid en andere fouten mij onwaardig maakten, die te ontvangen. En nu strekt Gij mij van het altaar de armen toe, en Gij wilt mi) ontvangen, omdat mijne ziel bedroefd is, en dat ondanks al het leed, dat ik U heb aangedaan. Vader, ik heb gezondigd. Barmhartigheid, mijn Jezus! barmhartigheid.

111.

Met eene nederige liefde. Beschouwen wij, hoe Jezus door zijne heilige Mensch-wording aan ons gelijk wil worden , hoe Hij zich vernedert van de kribbe tot het kruis, van Calvarië tol het tabernakel. Daar verbergt Hij zijne godheid voor onze oogen, om zich liever aan de beleedi-gingen der goddeloozen bloot te stellen

-ocr page 52-

42

door het besluieren Zijner godheid, dan de rechtvaardigen door een straal zijner glorie te verschrikken. Kon Hij zich dieper vernederen, dan tot de gedaante des broods?

Dit is nog niet alles. Hem was het niet genoeg, de beleedigingen, de verachting, de tegenspraak te verdragen. Hij heeft die bemind en gezocht gedurende zijn geheele leven. Hij bemint ze nog in het heilig Sacrament, omdat Hij aldus tot ons kan komen. En helaas, vernederen wij Hem nog niet in onze harten? Welken hofstoet vormen Hem uwe gebeden, uwe nieuwsgierigheid, traagheid, zinnelijkheid, uw ongeduld, uwe lichtgeraaktheid, uwe zoo diepgewortelde eigenliefde? Vreest gij niet alles wat uwe eigenwaarde krenkt? Zoekt gij geene eer en grootheid ? En nog zoo vele fouten aan u alleen bekend... Jezus ziet ze alle en komt nochtans tot U, omdat Hij de vernederiug evenzeer als de nederigheid bemint. O mijn Jezus, de laatste plaats aan uwen heiligen disch is de eenige, die mijne ellende, mijne zonden toekomt, de eenige, waar ik op mijne plaats ben.

-ocr page 53-

43

IV.

Met eene geduldige liefde. De Heer heeft vooral Zijn geduld doen uitstralen in het verdragen zijner Apostelen, onwetende, onbeschaafde menschen , die Hem door hunne ruwheid, hunne lastigheid vermoeiden en hinderden. Zijn verblijf in het tabernakel veroorzaakt Hem geene mindere kwelling en verveling, dan Hij gedurende Zijn sterfelijk leven te verdragen had, en Hij omhelst alles en zal alles verdragen tot het einde der eeuwen, met een geduld, dat zich nooit verloochent, omdat het goddelijk is.....

Het geduld is eene moeielijke deugd, omdat zij kalmte vraagt. Herhaalde onhandigheid, lastige vragen, als wij het zeer druk hebben, bijtende aanmerkingen , bedilling onzer handelingen, dit alles stoort den vrede van den geest, wekt het ongeduld op. Zij die ons liefhebben, vervelen ons soms door huime teedere zorgen. Onze eigene indrukken doen ons het geduld van Jezus ten onzen opzichte kennen.

Somtijds is mijn geduld ten einde.... Somtijds moet ik zwijgen, omdat de toon

-ocr page 54-

44

mijner stem tniin gebrek aan deugd zou verraden.... Voortaan zal ik mijn blik vestigen op de Ciborie, en bij het overdenken van dat geduld van negentien eeuwen, zal ik kalm blijven, naar het voorbeeld van mijnen God.

Heer, geef mij in het verkeer met mijne naasten, die deugd, die zich in U ten mijnen opzichte nooit verloochent. Heer, geef mij uw heilig geduld, opdat ik alles moge zien, hooren eu lijden zonder mij te ontstellen.

V.

Met eene toegevende liefde. De Heer bemint ons, ondanks onze gebreken, ondanks onze fouten , als onze wil ernstig besloten heeft, de eerste te verbeteren, de laatste te vermyden. Gij hebt vele fouten bedreven deze laatste dagen, gisteren nog. Jezus roept u dezen morgen , opdat gij ter zijner liefde het vaste besluit nemet, voortaan u zelve te overwinnen. Als gij met oprecht berouw komt, hebt gij geen bitter verwijt van uwen Zaligmaker te verwachten: de goedheid, het mededoogen van zijn Hart blijven u bij. Jezus verwijt ons slechts

-ocr page 55-

45

die zonden, die wij nog willen bedry ven; en ware het slechts eene kleine lout waaraan wij gehecht blijven , zoo gevoelt Jezus die, als eene misachting zijrier heiligheid. Dat het gevoel uwer misslagen u niet ontstelle; uwe eigenliefde zou u het geluk der heilige Communie ontnemen. Geene gedachte aan u zelve moet uw hart van het tabernakel afkeeren.

Mijn God, ik weet niet, of ik haat of liefde waardig ben, of ik in staat van heiligmakende genade ben; doch ondanks mijne onwaardigheid gevoel ik het levendig verlangen, U mijne kracht en mijn leven toe te wijden. Dikw^ls is geest en hart ontsteld, terwijl ik tot U kom, en Gij gewaardigt U, mij mijne fouten te toonen, in plaats van mij te verstoeten. O welke goedheid! Hoe meer toegevendheid Gij mij toont, o mijn God, hoe meer ik U bemin. Heer, vermeerder mijne liefde.

VI.

Met eene helangelooze liefde. God had mij niet noodig om zijne glorie te volmaken. Hij schiep mij uit goedheid, tot mijn geluk. Hij behoudt my het leven

-ocr page 56-

46

uit goedheid, en ruijne heiligmaking is slechts de vrucht van Jezus lijden en dood. Zoolang ik besta, was ik het voorwerp der zoete, vaderlijke zorg des Heeren. In het H. Sacrament geeft Hij mij het bewijs eener meer dan moederlijke teederheid. Wat heb ik voor Jezus gedaan? Wat kon Hij van mij verwachten ? Slechts ondank en onverschilligheid. Ik belijd dit met schaamte en leedwezen; doch hoezeer getuigt dit de belangelooze liefde van Jezus-Christus, hoe zeer noodigt dit alles mij om Hem lief te hebben.

O mijn Jezus, hadt Gij dan na uwen dood geene machtige reden, om de aarde te verlaten. En nochtans wildet Gij onder ons uwe woning kiezen. Geef dat ik U berninne gelijk Gij verlangt van mij bemind te worden. Ik ga mij geheel aan U geven; ik kan U slechts dit woord herhalen: Mijn Jezus, ik bemin U uit geheel mijn hart.

DANKZEGGING.

Aanbid, bemin Jezus-Christus.

Dit zijn de beste akten, die men kan verwekken; het zijn de grootste, de

-ocr page 57-

47

zoetste, die men bij de H. Communie kan herhalen, de edelste, omdat zij ontstaan uit de schoonste gevoelens des harten.

I.

Jezus heeft ons bemind met eene volmaakte liefde. Beminnen bestaat niet alleen in een zoet gevoel van liefde, het is alles geven, wat de liefde vraagt, het geven met vreugde en nooit betreuren dat zij veel vraagt.

Jezus heeft mij alles gegeven. Zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn Hart, zijn leven, zijne godheid, al wat Hy bezat, zijne Moeder, een zijner Engelen. Hij geeft mij tijd en belooft mij den hemel in eeuwigheid. Alles wat Hij mij heeft gegeven, verzekert mij de getrouwheid zijner liefde. Maar welk eene verantwoordelijkheid voor mij zoo veel te ontvangen, als ik niets geef! En mag ik iets terughouden, nadat Jezus zich zeiven heeft overgeleverd?

Heere Jezus, ik aanbid, ik bemin U. Ik zal U die woorden nooit zoo dikwijls herhalen als ik het zou willen en moeten doen, om ü de gevoelens mijns harten

-ocr page 58-

48

mede te deelen. De stem van het hart spreekt eene nieuwe taal, luister dan, o Heer, naar mijne stem, die U aanbid, U looft, U bemint met de H. Maagd Maria en alle heilige engelen.

II.

Met eene milddadige liefde. Eene zaak van groote waarde geven aan een bloedverwant of vriend is eene mildheid, die geven aan zijne dienaars is eene weldaad , haar geven aan vreemdelingen is de grenslijn, —haar geven aan zijne vijanden is overmaat van goedheid.

Heeft de Heer door zijn leven aan het kruis, en zich-zelven in het heilig Sacrament aan ons te geven, ons geene goddelijke edelmoedigheid betoond?

Alvorens mij iets te vragen begon Jezus met mij alles te geven en mij met zijne weldaden te overladen. Hij verbergt de hand, die geeft, opdat wij slechts aan zijn Hart zouden denken; Jezus geeft niet alleen zich zeiven, maar door zijn voortdurend offer geeft Hij nog meer dan zich zeiven. Het kruis, het tabernakel, het altaar zeggen mij dit zoo duidelijk.

-ocr page 59-

49

Wanneer ik die gedenkstukken der liefde van Jezus tot mij beschouw, dan verlies ik my in dankbare verbazing; om hieraan te beantwoorden heb ik slechts mgne vrijheid. Ik offer ze ü op, o mijn Jezus, en nooit zal ik meer my zelve beminnen.

Mijn Jezus, ik ben arm, ik heb alles noodig; door het kruis en de H. Communie hebt Gij mij alles gegeven. Heer, ik bied U in mijne armoede het H. Hart van Jezus aan , om uwe rechtvaardigheid te voldoen; daarin zyn alle schatten besloten.

III.

Met eene moedige liefde. Welken moed had de Zaligmaker noodig om zijn bitter Lijden te doorstaan! en lijdt Hij thans minder door de misdrijven, die zijn heilig Hart bedroeven? Daartoe put Hij den moed in zijn goddelijk Hart.

Onze moed in het lijden is oven groot als onze liefde tot Jezus-Chïistus. Die liefde putten wij in de H. Communie; daar deelt Jezus ons dien mede. Bidden wy Hem, dien moed in ons en in alle zielen, die Hem dierbaar zyn, te

3

-ocr page 60-

50

vermeerderen. Ik moet dus tevreden zijn, als God mijn hoofd eu mijn hart met doornen omkranst, en ik slechts gal vind in den beker des levens. Al mijne dagen, die met het kruis bestempeld zijn, vormen een schat, waarvan de waarde mij eerst in den hemel geopenbaard zal worden. Dien schat heb ik in de hand; hoe zorgvuldig moet ik hem bewaren tegen het ongeduld, dat mij dien zou doen verliezen, tegen den weerzin, die hem zou vernietigen!

Heere Jezus, die slechts als offer bij ons wil leven. Gij hebt de liefde tot het uiterste gedreven. Overtuigd van mijne verplichting om te lijden, zoo ik aan U gelijkvormig wil worden, onderwerp ik mij aan alle beproeving, die het U zal behagen mij over te zenden.

IV.

Met eene werhdadige liefde. Er is geen enkel oogenblikin ons leven, waarop Jezus niet ten onzen gunste werkt, met het doel ons zijne liefde te doen begrijpen en kennen.

Hadde Jezus mij gezegd: »Mijn kind, ik bemin ü en wil U het grootste bewijs

-ocr page 61-

51

*

gt;

mijuer liefde geven, dat gij kunt verlangen , dan zou ik nimmer de gave van het heilig Sacrament hebben kunnen uitdenken. Nimmer hadde ik de stoutmoedigheid gehad Hem te antwoorden: — »Ik geloof aan uwe liefde, o Heer, maar geef mij daarvan een bewijs, dat mijn verstand bevatten kan.quot; — En hadde Hij hierin toegestemd, dan zou ik nimmer hebben durven voorstellen, dat Hij zijne oneindige Majesteit zou verbergen onder den schijn van een weinig brood en

Wat de geest der menschen noch

kon uitdenken, noch vragen, heeft een God besloten en volbracht. Doch Jezus roept mij niet om werkeloos aan zijne voeten te zitten; Hij wil mij deel geven aan zijne grootsche zending ter zaligheid der zielen. Hij wil mij tot werktuig zijner barmhartigheid, tot apostel zijns Harten gebruiken. O hoe moet ik mijn hart verwarmen aan de brandende stralen van zijn Hart.

Heere Jezus, geef dat ik steeds bereid zij, aan de inzichten uwer barmhartigheid te beantwoorden. Geef dat ik slechts doe wat Gij van mij verlangt, en maak al mijne werken ü aangenaan en uwer waardig.

wijn.

-ocr page 62-

52

V.

Met eeiie bestendige liefde. Toen Jezus in de wereld kwam , gaf Hij zich aan ons voor altijd, tot in alle eeuwigheid, zonder ooit iets terug te nemen. Hij blijft bij ons, om ons voortdurend zijne liefde te bewijzen. Jezus vergeet, hoe vele zonden wij aan zgne voeten gelegd hebben, Hij voorziet onze zwakheden en misslagen, en nog wil Hij tot ons komen, om ons in zijne liefde te vestigen.

Jezus heeft in de heilige Communie mij weder een bewijs gegeven van zijne eeuwige liefde. En mag ik dan vreezen dat, na zooveel liefdeblijken in mijn leven, Jezus mij die liefde zal onttrekken bij mijnen dood. Ik reken op mijne vrienden; waarom zou die liefde van Jezus mij niet meer vertrouwen inboezemen? Voortaan meer liefde dan vrees. Het is niet te veel, geheel mijn leven eenen God te beminnen, die mij bemind heeft van alle eeuwigheid.

BESLUIT.

Onze liefde tot Jezus moet de drijfveer zijn onzer handelingen. Zijne liefde moet het voorbeeld zijn van onze liefde tot

-ocr page 63-

53

Hem. Deze liefde vormt de heiligen. Bestudeeren wij de hoedanigheden der liefde van Jezus tot ons en trachten wg Hem te beminnen, gelijk Hij ons heeft liefgehad.

4de OEFENING. De Menschwording,

Het „Fiatquot; der H. Maagd.

I.

» De Engel Gabriël werd door God gezonden tot eene maagd, Maria genoemd.quot;

De Heer, zich aan ons gelijk willende maken, heeft zich onder zijne schepselen eene moeder willen kiezen, waarin de verhevenste heiligheid uitstraalde. Toen de Engel aan de vlekkelooze Maagd verscheen , was zij in het gebed. De zuiverheid , de ingetogenheid, de vurigheid, ziedaar hare onmiddelijke voorbereiding tot het groote geheim der Menschwording. Om wel te communiceeren is het niet noodig, groote zaken te doen, doch de gewone zaken wel te verrichten. Dat Jezus het doeleinde zij van al uwe werken. Tracht gelijk Maria uwe ziel zuiver,

-ocr page 64-

54

kalm, ingetogen te bewaren, opdat Jezus, die u tot zich trekt, zich ook tot u getrokken moge gevoelen.

De Menschwording vond plaats in een klein huis van een der geringste steden van Galilea. Onze Heer, die zoo vernederd op aarde verscheen, vernietigt zich nog dieper in het heilig Sacrament. Bereid u, bij het beschouwen dezer wondervolle vernederingen, door oprechten ootmoed tot de heilige Communie. Zij is het zegel van het heilig Sacrament, het voornaamste punt der leer van het Evangelie, de voortdurende oefening van Jezus goddelijk leven.

Elke oefening van deugd met gehoorzaamheid en nederigheid verricht, is Jezus welgevallig. Daarom zal ik de akten van geloof, hoop, ootmoed en liefde herhalen, om daardoor dichter te mogen naderen tot zijn goddelijk Hart.

II.

Ik groet U, gij vol van genade, de Heer is met ü. Deze woorden, in den naam van God, door een Engel gesproken tot eene jeugdige Maagd, zijn eene openbaring der grootheid van Maria. Jezus

-ocr page 65-

55

stort een overvloed van genade in de ziel van Haar, die Hij zicb tot moeder heeft verkozen. O welk een geluk, Maria zoo te mogen bewonderen en Haar nooit genoeg te kunnen loven ! Maar de Heer wil, dat ik door groote gehoorzaamheid de genaden, die Hij mij geeft, zal vermeerderen. Ik kan dit door in mijn gedrag de oefeningen van deugd te verdubbelen , vooral van de goddelijke deugden, de grondslag aller heiligheid; en hoe gemakkelijk valt het mij, dikwijls te herhalen: Ik geloof..... ik hoop....

ik bemin.....

O Maria, aan uwe voeten kom ik mij bereiden tot de heilige Communie. Geef mij de gesteltenissen, die mij ontbreken. Hoe zou ik alleen tot Jezus, de heiligheid zelf, durven gaan. Neem mij daarom onder uwe bescherming Geleid mij zelf tot uwen goddelijken Zoon; geef dat ik Hem vurig beminne, dan zal de liefde mijn hart zuiveren.

uZie de dienstmaagd des Heer enquot; Neen, men kan geen antwoord uitdenken, dat nederiger, verhevener, Gode aangenamer wezen kon. Daarom werd Maria onmiddelük bekroond met de ver-

-ocr page 66-

56

heven gunst van het goddelijk moederschap. De Heer wil, dat wij ook aldus antwoorden bij alles wat zijne hand ous biedt, zij het vreugde of smart, droefheid, scheiding, ontbering, armoede of wettige voldoening onzer begeerten. Als Hij ons onderworpen vindt en gereed om alles uit zijne hand gewillig aan te nemen, overlaadt Hij onze ziel met de kostbaarste genaden.

Ik zal mij dus voor den Heer neder-werpen en Hem smeeken, mij te willen beschouwen als zijne dienstmaagd, bereid om alles te doen volgens zijn verlangen, gereed Hem te dienen volgens zijnen wil, alles ter zijner glorie, en niet tot mijne voldoening.

Hoeveel lijden voor Maria, toen zij zich onderwierp aan den goddelijken wil! Zij deinsde niet terug, omdat zij meer het welbehagen Gods zocht dan aare eigene rust. Ik wil Haar navolgen; moet ik dan lijden, moet ik dezen ge-heelen dag droefheid ontmoeten , ik stem er in toe. Moet ik arbeiden, mij vermoeien , zoo zal ik mij van mijne plichten kwijten, niet volgens mijn, maar volgens Gods wil,

-ocr page 67-

57

III.

Heer, wat verlangt Gij van mij? Is het een offer des harten, eene verloochening van mijne eigenliefde? Ziehier uwe dienstmaagd. Moet ik edelmoediger mijne plichten omhelzen , de versterving beoefenen? Ecce ancilla....

Moet ik lijden, droefheid ondergaan, roept 6g mij tot een leven van armoede, van gehoorzaamheid, van boetvaardigheid ? Ecce ancilla. Wilt gij andere offers van mij ? Ik wil die gaarne brengen volgens uwe inzichten van barmhartigheid over mij. Gelief deze voornemens, welke ik U door de handen der heilige Maagd aanbied, te aanvaarden.

0 Maria, gij die door uwe nederigheid hebt verdiend, Moeder des Allerhoogsten en tot Koningin der Engelen gekroond te worden, trek uit mijn hart alle gehechtheid aan mijn eigen wil. Geef dat ik in alle omstandigheden, in alle gebeurtenissen, die God mij Iaat overkomen , met liefde tot Hem opzie, ze met gelatenheid en onderwerping om-helze, en steeds bereid zij om alles te dragen wat God mij gelieft over te

-ocr page 68-

58

zenden. Lieve Moeder, werp een oogslag van barmhartigheid op rog, Gij kent mijne zwakheid. Steun mij met uwe moederlijke hand, en geleid mij tot de eeuwige zaligheid.

DANKZEGGIN(3.

Vereenig u met de gevoelens der heilige Maagd, bij het bezitten van haren God.

Wijd u met Haar aan Jezus toe en neem u zelve nooit meer terug. Bied met groote liefde uwe Communie aan Jezus door de handen van Maria.

I.

»Het Woord is Vleesch geworden.quot;

Ik aanbid het vleesch geworden Woord, het Woord tegenwoordig in het heilig Sacrament. Toen de Priester mij zeide; Het lichaam van Jezus-Christus beware uwe ziel tot het eeuwig leven; toen, o myn God, zijt Gij ook in mij nedergedaald. O mijn God. mag ik gelooven, dat Gij mij zoo bemind hebt. Geef dat ik U vurig beminne in uw heilig Sacrament van liefde; geef dat ik U steeds beter kenne, dat ik mijn lijden met liefde drage, daar mij dit nader tot U

-ocr page 69-

59

moet brengen. Geef dat ik vurig ver-lange naar het uur, dat mij voor eeuwig met U zal vereenigen. Ik bemin U, o mijn Jezus, ik dank U voor al uwe weldaden, ik dank U, dat Gij mij uwe lieve Moeder tot voorbeeld, tot troost hebt willen geven. Heer, geef mij hare gevoelens van liefde, opdat ik ü beter bemin ne.

II.

De engel verdween... Voor den Meester in Maria nedergedaald, verdwijnt de dienaar. Geen schepsel, zij het ook een engel, mag de eerste aanbidding van Maria storen na de Menschwording. Een engel zelf gevoelt zich overbodig in het geheim van zulk een innig verkeer; daarom verdwijnt hij, zoodra Maria hare toestemming heeft gegeven.

Welk eene les van ingekeerdheid voor my op een oogenblik, dat de verschijning eens engels als eene verstrooiing beschouwd wordt. Mag ik zelfs de schaduw van eeu schepsel tusschen Jezus en mijn hart laten zweven, als de engel slechts van verre dit groot geheim durft beschouwen ? Hg eerbiedigt het stilzwij-

-ocr page 70-

60

gen en het gelnk van Maria. Welk eene rede tot schaamte voor mij, zoo dikwijls eene bijna gelijkstaande gunst te ontvangen en met onachtzaamheid een God te aanbidden, dien de engelen, zijne dienaars, zoo eerbiedig vereeren!

O mijn God, wanneer zal een straal van uw licht en van uwe liefde mij zoo danig beschijnen dat ik zonder verstrooiing bidde en U bedanke zonder de hulp van geleende woorden? Als ik bedenk, met welke liefde Gij U aan my geeft, dan kan ik slechts uitroepen: O mijn God, ik dank U, ik bemin ü met al de liefde van miju hart. Leer Gij zelf mij, o mijn God, hoe ik ü waardig moge loven en danken.

O mijn Jezus, door Maria ben ik tot U genaderd , door Haar kan ik U mijue dankzegging aanbieden.^lk ofier U hare vurigheid, hare liefde na hare Communiën. Ik offer U hare dankzegging dezer aarde, hare eeuwige lofliederen. Ik bied ze ü aan, want al zou ik ü al den lof van hemel en aarde geven, zou dit niet kunnen opwegen tegen één zucht, één blik van Maria. Heere Jesus, beschouw uw heilige Moeder; zie in my haar kiud,

-ocr page 71-

61

en gelief mij eenige gelijkenis met Haar te geven.

O Maria, Jezus koos ü tot zijne Moeder, doch Hij gaf U ook aan ons tot Moeder. Bemin mij met de moederliefde, die aan het Hart van Jezus zoo aangenaam was; en geef mij die gevoelens van kinderlijke liefde, waarmede Jezus uw moederhart zoo verheugde. Nadat Gij Jezus hadt ontvangen, hebt Gij ü nimmer in geest noch hart van Hem gescheiden: geef dat ik mg ook nimmer van Hem scheidde, alles terugbrenge tot zijne glorie, geef dat ik mij op Hem verlate, dat Hij alleen in mij heersche. 0 Maria, deze genade vraag ik door uwe moederlijke liefde en barmhartigheid. Leer mij in alle voorvallen mijns levens mij getrouw met U onderwerpen aan den heiligen, aanbidde-lijken wil van God.

Hl.

Ecce ancilla. Heer, wat vraagt gij van mij ? Eenzaamheid, smartvolle scheiding? Ecce ancilla, zie uwe dienstmaagd. Is het duisternis, vernedering, ofl\'verschilligheid mijner vrienden? Ecce ancilla. Is het de nutteloosheid door lijden of lichaams-

-ocr page 72-

62

gebreken veroorzaakt? Zie uwe dienstmaagd. Is het de gehoorzaamheid ? Vraagt Gij nog andere, nog grootere offers! O met blijdschap geef ik U alles en roep: Ecce ancilla. Neem dan mijn geheugen, mijn verstand, mijnen wil, neem al de genegenheden mijns harten; want wellicht, o mijn God, zou ik den moed niet hebben, ü dit alles aan te bieden, of zou ik het slechts ten halve geven. Maria aarzelde niet. God, haren Zoon, den schat haars levens op te offeren en zich met Hem ten offer te brengen; ontvang dan ook mijnen schat o Jezus, uw goddelijk Lichaam en Bloed, dat ik in de H. Communie modht ontvangen. Met het offer van mij-zelve leg ik aan uwe voeten al de heilige Communiën, die ik mocht ontvangen, als eene hulde aan uwe glorie. Gij hebt mij alles gegeven door eene overmaat van liefde, en ik geef ü alles weder door ü-zelven als dankoffer op te dragen.

Laat mij uwe liefde; als ik U volmaakt bemin, ben ik rijk genoeg. Uwe genade is mij genoeg om den laamp;t des levens te dragen en mij eene gelukzalige eeuwigheid te verschaffen.

-ocr page 73-

63

5de OEFENING. De komst des Heeren.

Het woord is vleesch geworden.

I.

Waar rust het eeuwig Woord Gods, dat op aarde is nedergedaald ? De Engel zal het U zeggen. In de geringste plaats der nederige en arme stad Bethlehem, »zult gij een kindje vinden in doeken gewonden, liggende in eene kribbe.quot; — Alle volken hebben door alle eeuwen en door alle duisternissen des ongeloofs heen, hunnen God aanbeden in deze geheimzinnige wieg. Maar tusschen den Hemel en Bethlehem, tusschen de oneindige volmaaktheid Gods en onze oneindige ellende bestaat er een punt, dat deze beide uitersten vereenigt in eene andere vernedering; Jezus in het H. Sacrament, altijd verborgen, altijd vernederd, gelijk bij zijne geboorte.

O mijn Zaligmaker, ik zou uwe diepe vernedering willen vereeren door mijne ootmoedigheid; en als ik mijn gedrag bij het uwe vergelijk, dan zie ik, dat geheel mijn leven in tegenspraak geweest is met de lessen, die Gij my geeft; en

-ocr page 74-

64

wel verre van het gedrag te volgen van degenen, die waarlijk nederig zijn, heb ik hen beschouwd met een blik van verachting. Voor uwe kribbe nederge-knield, beloof ik ü, mijn gedrag te veranderen. Trek mij door uwe vernedering in de kribbe en in het tabernakel tot eene oprechte beoefening dier deugd.

II.

Te Bethlehem is een stal! Het was niet zonder een bijzonder inzicht, da,t de Zoon Gods de laagste plaats uitkoos; wat toch is verachtelijker dan een stal? Door den hoogmoed bad de mensch de liefdebanden verbroken, die hij in den staat der onschuld met God had gesloten; Jezus hernieuwde die door zijne vernedering. De eerste les die Jezus ons geeft, is het gezicht zijner kribbe te Bethlehem; de tweede is vervat in deze bewondereus-waardige woorden: Zalig de armen, zalig zij die weenen, wie zich vernedert, zal verheven worden. Jezus-Christus heeft zich vernedert, en daarom heeft God hem verheven. De nederigheid is dus de grondslag aller glorie; zoolang

-ocr page 75-

65

de ziel dit geheim niet begrijpt, is elke vlucht tot God ijdel.

0 goddelijk Kind, hoezeer doet mijne eigenliefde mij blozen ! Ik erken nederig mijne onwetendheid, mijne zwakheid, en smeek U, mij de genade te geven van mij zeiven wel te kennen. Heere Jezus, geef mij een ootmoedig hart.

Neen, ik heb geene reden om de gelukkige herders te benijden, die het Kind Jezus in de kribbe mochten aanbidden; want op het altaar zie ik Hem, met het oog des geloofs. Naar hun voorbeeld , verlaat ik, gelgk zij, bij het eerste teeken alles, om my naar Bethlehem , naar de kribbe, naar het tabernakel te spoeden, en ik zal slechts denken aan het geluk van Jezus te ontvangen. De Engel verliet de herders weldra; zg bleven alleen, en ik ga tot mijnen Schepper, die mij nooit verlaat. De Engel was slechts de nederige bode van Hem, dien ik weldra zal bezitten. Scharen van Engelen zweven rond de kribbe, met welken eerbied moet ik niet naderen tot Hem , dien zij aanbidden. Wat moet ik zeggen tot den Koning des Hemels,

-ocr page 76-

66

die in mijn hart daalt, en my toelaat, Hem mede te dragen ?

0 Jezus, uwe goedheid schittert op het Altaar in de oogen des geloofs, maar nóg meer treft zij mij in de heilige Communie, waar ik ü in mgn hart nog dieper vernederd zie, dan in de kribbe. Gij kiest ü mijne ziel tot woon, omdat Gij brandt van begeerte om onze ellende te deelen. Uw stilzwijgen, uwe tranen getuigen uwe liefde. Ontvang dan mijn hart als eene wieg om in te rusten; en geef, dat de deugden, die ik U wensch aan te bieden, in uwe oogen, die zuivere doeken mogen zijn, waarin uwe lieve moeder U hulde.

III.

Indien men nederig van hart moet zijn om de verborgen grootheid der kribbe te ontdekken, zoo moet men de versterving liefhebben om de zoetheid der kribbe te smaken. Jezus komt niet in eene lafïe, trage ziel, die wankelt in den dienst van God, die den moed niet heeft van Bethlehem door te trekken in een guren nacht, dat is, die niet leeft iu waakzaamheid, ootmoed, stil-

-ocr page 77-

67

zwijgendheid en versterving. Helaas! hoe weinige zielen vinden Jezus! hoe weinigen hoorcn het loflied der Engelen, omdat zij verzuimen Hem in het tabernakel te zoeken! Treed dan met een rein gemoed, met eenvoud en liefde in den stal, waar het offer gaat opgedragen worden. Het Hart van het Kindje Jezus roept ons. Reeds hoor ik de stem der Engelen; laat mij tot U komen met de gelukkige herders.

Met welk verlangen zag de heilige Maagd Maria de geboorte van het goddelijk Kind tegemoet, zoo vurig dooide Patriarchen en Profeten verlangd! Deel in hare begeerte, gelijk gij gaat deelen in haar geluk. Verlang Jezus in uw hart te ontvangen, gelijk Maria Hem ontving in hare armen. Verlang Hem te aanschouwen met de oogen des geloofs, gelijk zij Hem in de kribbe mocht aanschouwen, en verhef tot den troon van God uwe vurige bede, om tot alle menschen de kennis van den eenig geboren Zoon Gods uit te breiden. Om eenigszins aan te vullen wat aan mijne voorbereiding ontbreekt, bied ik U, lieve Jwzus, het geloof, den ootmoed, de liefde uwer

-ocr page 78-

68

heilige Moeder op het oogenblik uwer geboorte; ontvang als de mijne de diepe aanbiddingen van haar onbevlekt moederhart, en gelief het mijne te heiligen, opdat het aan het hare gely kvormig worde.

dankzegging.

Het goddelijk Kind rust in uw hart. Aanbid het met een diep gevoel zijner volmaaktheid, als God en mensch. Ontroof hem eenige traantjes om uw hait te zuiveren en te balsemen. Laat het de vermogens uwer ziel vervullen, en bied Hem uw hart aan om daar zijne woning te vestigen.

I.

Uw Koning.

Hij die daar met doeken omwonden in de kribbe ligt, schittert van goddelijke glorie. 11 ij wordt geboren te midden van os en ezel; de Engelen verkondigen zijne geboorte en koningen aanbidden Hem; de hemel openbaart Hem door eene ster. Als God ondersteunt Hij alles uit eigen kracht, als mensch wordt Hij op de armen zijner Moeder gedragen.

-ocr page 79-

69

Als God is Hij de schitterende glorie der Heiligen, en Hij wordt geboren in duisternis. Als God bezit Hij alle wetenschap , en Hij zwijgt. In het heilig Sacrament zijn zijne woorden nog grooter en in uw hart zijn zij nog treffender.

O mijn God, ik werp mij aanbiddend neder, ik durf mij nauwelijks aan U toewijden; maar daar Gij U wel hebt willen gewaardigen in eenen stal en later in mijn hart neder te dalen, o blijf dan in dit arme hart, het behoort U toe, het bemint ü. Als eerste voorwaarde uwer komst in mijn hart, neem ik de vrijwillige onderwerping aan van mijnen geest, om aldus eenigzins uwe vernedering te erkennen en ü waardiger te loven.

Een kind is U geboren! Dit woord werd niet gericht tot de edelen, de grooten der wereld, neen, de Engel zegt dit tot de kleinen, tot de werkzame armen, als een nieuw bewijs der liefde voor de armoede en nederigheid, die de geboorte van Jezus kenmerkt.

Zie dan, of Jezus in uwe ziel geboren is. Bemint gij de armoede? Zijn uwe gedachten nederig? Zoo gij deze ken-teekenen draagt, zal Maria u haar god-

-ocr page 80-

70

delijk kind toevertrouwen en u toestaan het mede te nemen in uw hart.

Mijn Jezus, het was U dan niet genoeg onder ons te komen wonen; Gij hebt met nog grootere liefde, mijn hart gekozen tot eene kribbe, waar Gij mij herinnert aan uwe tranen, uwe zwakheid, uw lijden. O hoe lief zijn mij die ken-teekenen uwer kindsheid, doch hoe ver ben ik er van verwijderd! De eigenliefde brengt mij ten verderve; — maak mij door de zelfverloochening buigzaam zonder zwakheid, onderworpen aan het gezag; en geef dat al mijne werken overeenstemmen met uwe voorbeelden.

II.

Dit kind is uw voorbeeld. Alles is laag en duister in den stal, opdat des te beter uitschijne, dat de godheid alleen de wereld zal redden door haar te hervormen. Op eene hand vol stroo trekt Jezus door zijne kracht de herders en de koningen. Alles is liefde in dit kind. De liefde spreekt in zijn schreiend oog; maar nog veel meer liefde toont Hij ons, als Hg zich aan ons geeft in de heilige Communie. In de kribbe geniet

-ocr page 81-

71

Hg de teederheid zijner lieve Moeder, in het tabernakel zoekt Hij de mijne.... Heeft Hij die ooit te vergeefs gevraagd ?

O Jezus, het gezicht uwer bekoorlijke kindsheid was mij reeds een geluk; ü bezitten is eene nog grootere vreugde, die in mijne ziel een stil vertrouwen, eene zoete gemeenzaamheid verwekt. Ik durf uwe heilige voeten kussen, waarop de plaats der nagelen reeds geteekend schijnt. Ik aanbid U in de kribbe, dat zinnebeeld uwer nederigheid, en ik vraag U den zegen, dien zij over de aarde uitstort; maar vooral aanbid ik U in het heilig Sacrament, dat Gij hebt ingesteld om den zegen uwer komst te bestendigen.

III.

Dit kind is uw koning.

By Jezus* kribbe gevoelt het hart een goddelijken indruk, waarvan het, lang de herinnering behoudt. Neen , de zwakheid van Jezus is geene onmacht. Hij is koning in den stal, gelijk. in den Hemel, en de schepter zijner quot;godheid beheerscht de wereld. De kribbe is zijn troon, de armoede zijn rijkdom; zjjne

-ocr page 82-

72

eerste smarten zijn de teekenen zijner kracht. Hij leert ons, dat Hij onder ons komt woneu, niet ora zich te be-kleeden met de menschelijke godheid, maar om die onder den voet te vertreden , en van de koninklijke waardigheid neemt Hij slechts de doornen kroon. Geboren om te lijden, zal Hij sterven om te regeeren.

Heer, waart Gij in den Hemel gebleven , wie had tot uwen troon durven opstijgen? en waart Gij gekomen te midden van zwarte wolken en flikkerende bliksemstralen, wie had tot ü durven naderen? Geef mij de kracht om moedig te kampen tegen de eigenliefde, mij te onthechten van de schepselen , mij te verheffen boven al wat sterfelijk is. De eerste komst van Christus is volbracht, reeds pluk ik daarvan vruchten van barmhartigheid, maar dagelijks nadert voor mij zijne tweede komts, waartoe ik my moet bereiden. Door de heilige Communie kan ik de noodige genaden bekomen, om volgens mijne zwakke natuur de deugden van Jezus\' kindsheid na te volgen, opdat ik door

-ocr page 83-

73

zijne lessen van armoede en ootmoed waardig worde, door God eenmaal beloond te worden.

6de OEFENING. Het verborgen leven van Jezus.

Jkzus te Nazareth.

I.

Toen Jezus op aarde kwam, omhuldt nachtelijke duisternis de aarde, Hij lag op stroo in een verlaten stal. Hij groeide op in de armen van Maria, aan allen onbekend. Het huisje van Nazareth verborg onder een dichten sluier zijn god-delijken persoon. In den leeftijd, waarop de wil aangroeit met de krachten, wilde Jezus gehoorzamen, in plaats van te gebieden. Als gehoorzame zoon, volgde Hij in alles den wil zijner Moeder. Zijne gebeden, zijne gewone ingetogenheid brachten hulde aan God. Hij volbracht zijne zending, ons stilzwijgen, ootmoed, zelfverloochening onderwijzende in al de kleine oefeningen van onze levenstaak.

Aan Jezus moet ik dus mijn verstand,

4

-ocr page 84-

74

mijn geheugen, mijnen wil toewijden; in mijn hart, gelijk Maria, al deze dingen, die Hij voor mij deed, bewaren; ze herdenken met een gevoel van liefde en aanbidding.

Heere Jezus, getroffen door de heerlijke voorbeelden, die Gij mij te Nazareth geeft, beschouw ik zoo gaarne die nederige woning, waar zoo veel deugd in het verborgen opgroeide, waar zoo veel ootmoed ze onttrok aan aller oog. Indien mijne dagen, gelijk de uwe, voorbij gingen in gebed, plichtsvervulling en liefdewerken, dan waren zij eene voortdurende bereiding tot de heilige Communie.

II.

Hel werkzame leven van Jezus.

Jezus, die in zijn lijden ons het beeld wilde bieden van alle smarten, vergat ook in 71] n verborgen leven geen enkel moeielijk werk, dat zijne heilige mensch-heid kon vernederen; maar uit vreeze van ons den moed te benemen, leefde Hij een gewoon leven, dat uitwendig niets buitengewoons vertoonde.

In de nederige werkplaats van Jozef betaalde Hij door ijverigen arbeid de

-ocr page 85-

75

schuld onzer ledigheid. Geduldig onderworpen aan de veelvuldige eischen dergenen, die den handwerksman met hoogmoed behandelen, onderging Hij wellicht hunne onrechtvaardige beknibbelingen en ontving Hij uit hunne hand een vaak betwist arbeidsloon.

Vergelijk de volmaaktheid der geestvermogens van Jezus\' ziel met de vernederende bezigheid van zijne uren en dagen; moest Hij niet onophoudelijk sterven aan zijnen geest, aan het goddelijk licht van zijn verstand ? \\Velk eene les voor ons!

Dit goddelijk tafereel is voltooid. God kon mij geen schooner voorbeeld geven om mg achting voor de armoede, arbeidzaamheid, zelfverloochening in te boezemen. Dit is dus het verhevenste wat ik doen kan. Beu ik niet in armoede geboren, zoo komt dit, omdat God mij die nauwe gelijkenis met zijnen Zoon onwaardig achtte. Zijn boetvaardig leven voldoet voor de verboden vermaken, waaraan ik mij heb overgegeven. In zijne vermoeienis voorzag Hg mijne traagheid. Als Hij waakte of bad, dacht Hij aan mijne zinnelijkheid; als Hij vastte,

-ocr page 86-

70

dacht Hij aau mijne teergevoeligheid; en Hij werkte om mij zalig te maken, terwijl ik er wellicht slechts aan dacht om mij ia het eeuwig verderf te storten.

111.

Mijn God, wat kost het der natuur, zich in stilte op te offeren, aan zich-zelve te sterven, zonder eenige plaats te zoeken in het hart van eenig schepsel!

Hoe gelukkig zou ik zijn, de geheimen te begrijpen, die Gij ontsluiert aan de waarlijk ootmoedige ziel, die tot U komt! Dagelijks daalt Gij op het woord van den Priester uit den Hemel op onze altaren, zonder ooit die oneindige vernedering moede te worden. Zult Gij dan altijd moeten zien, dat ik het verborgen leven vlucht? O Jezus, geef mij door de heilige Communie wat ik in mijzelve niet kan vinden. Ik zie U daar steeds als mijn voorbeeld, myn gids; uwe goedheid volgt mg overal. Ik ontdek haar in het berouw, dat mij prikkelt, in de smart, die mij zuivert, in de inspraken, die mijne vurigheid opwekken. Gevoel ik, gelijk eertijds de discipelen van Emmaus, mijn hart niet

-ocr page 87-

77

branden, terwijl Gij tot mij wilt spreken? Opent gij de oogen van mijnen geest niet, om mij uwen wil te doen kennen? Hoewel voor mijne oogen verborgen, spreekt Gij tot mij in het tabernakel; en als ik oplettend toeluister, zal ik U dan niet spoediger erkennen dan uwe discipelen, die U verloren, zoodra zij U erkenden ?

O mijn Jezus, mijn hart dringt mij nader tot ü, waar zal ik IJ beter vinden dan in de verborgenheid des tabernakels? Sedert achttien eeuwen is het verborgen leven uw deel in dit heilig Sacrament, en ik aarzel het te omhelzen. Heer, trek mij ver van alle ijdelheid, opdat ik, door de wereld vergeten en aan alles onthecht, aan U alleen toebehoore. Als ik U, tot mijne grootere onderrichting, zie volharden in het verborgen leven des tabernakels, en mij tot eene nauwe vereeniging met U zie trekken, dan stort mijn hart zich uit in gevoelens van liefde en tracht naar dat verborgen leven, dat alleen my zooveel heil kan aanbrengen.

DANKZEGGING.

Aanbid onzen Heer, gelijk de Engelen, met eerbiedvolle liefde. Hij luistert naar

-ocr page 88-

78

de woorden van het hart, waarin Hij nedergedaald is; spreek tot Hem met vertrouwen. Vereenig U met de gesteltenissen van gehoorzaamheid en nederigheid van Jezus, verborgen in het heilig huis van Nazareth.

I.

In het tabernakel leeft Jezus verborgen. Hij kon het einde van ons leven niet afwachten, om zich aan ons te openbaren. Hij geeft zich aan ons, opdat wij Hem zouden kennen. Hij verbergt zich om zich de openbaring zijner glorie tot in den Hemel voor te behouden. Welk geheim van liefde houdt Jezus in onze tabernakelen ? de ondoordringbare sluier, waarmede Hij zich bedekt, leert ons, voor het oog van God het geheim onzer deugden en goede werken te behouden. Wel wetende hoe zwak het geheugen des menschen is, o Heer, zet Gij in het heilig Sacrament datzelfde verborgen leven voort, dat Gij te Nazareth hebt omhelsd. Gehoorzaam aan de stem des Priesters, stort uw Hart zich uit in liefde voor ons. Daar zegent uwe hand hen, die U beleedigen, tegelijk met hen, die

-ocr page 89-

79

U aanbidden. Daar houdt Gij den wre-kenden bliksemschicht terug, en het onweder, dat den zondaar doet sidderen, werpt een weldadigen regenstroom op de plant, die hem voedt. Hoevele tranen vloeien in de scfiaduw van het heiligdom! Daar worden ons alle weldaden gegeven, daar wordt geene enkele gift ons geweigerd. De liefde, die Uonderons boeit, verbergt ons uwe glorie, maar aan uwen liefdedisch smaakt men, met het Brood der Engelen, een deel der zoetheid des Hemels. De veilige weg tot die gelukzaligheid is de getrouwe vervulling van uwe geboden, van uwen wil. Altijd onzichtbaar, doch altijd naast mij, leert Gg mij dien omhelzen. Mijn hart, zegt de H. Bernardus, is de wieg, waarin Gij rust, de woestijn, waarin Gij bidt, de zee, die Gij met één woord bedaart, het Cenakel, waar Gij het Paschen met mij viert, het graf, waarin Gij nederdaalt, om nooit van mij te scheiden. Nergens zijt gij verborgen gelijk in mijn hart; daarom aanbid ik U nergens met meer liefde.

-ocr page 90-

80

II.

Het verborgen leven.

Besluit bij het zien van een vernederden Godmensch, de nederigheid te oefenen. Altijd met Jezus, voor n als slachtoffer opgedragen, vereenigd, moet gij het stilzwijgen bewaren, uwe ziel bezitten in geduld, en de liefde tot uwen naasten in oefening brengen.

Bij dien God, die geen steen had om zijn hoofd te laten rusten, moet gg de armoede en het offer, dat zij oplegt, omhelzen. Als gij uwe lippen zet aan den kelk van zijn aanbiddelijk Bloed, moet gij waken over uwe woorden en uwe zinnen, om de heiligheid van zijn leven zoo veel mogelijk na te volgen. Is de taak zwaar, valt de arbeid u moeie-lijk ? Heeft dan de heilige Communie u de goddelijke kracht niet medegedeeld, welke gij behoeft? Jezus verbergt die kracht onder het hulsel uwer ellende, opdat gij nooit uit het oog zoudt verliezen , dat het een geschenk is uit zijne hand, dat Hij u naar welgevallen kan ontnemen, omdat Hij u ondersteunt uit loutere goedheid. Maak u toch de tegenwoordigheid van Jezus ten nutte,

-ocr page 91-

81

In alle omstandigheden des levens is het mogelijk, U na te volgen, o mijn God. Overal en in eiken stand kan ik mijn naasten stichten door een welgeregeld gedrag en en liefde tot den arme. Wat Gij doet uit liefde tot mij, zal ik dankbaar erkennen, door op mijne beurt te werken tot welzijn van mijne mede-menschen, uwe kinderen.

III.

Het grootste beletsel tot het verborgen leven is de hoogmoed, want opent gij uwe ziel voor deszelfs inspraken, dan sluit gij ze voor de liefde en de gehoorzaamheid. Als gij u zelve bemint, gy die slechts stof en asch zijt, verteert gg de schoonste krachten van uw bestaan geheel nutteloos; daardoor verlaagt gy u zelve en dwaalt ver van God af. Als gij u wel onderzoekt, zult gij bevinden, dat er geen dag voorbij gaat, waarop gij u niet schuldig moet erkennen aan veelvuldige fouten van hoogmoed, ijdel-heid en eigenliefde.

De werkzaamheid onzer inbeelding is een beletsel tot den vrede van het inwendig leven. Hecht geen vertrouwen

-ocr page 92-

82

aan uwe begeerten en edelmoedige plannen, terwijl gij in de kleinste zaken den moed niet hebt n te overwinnen; tracht in plaats van tot den hoogsten trap te willen stijgen in gedachte, u te volmaken door die daden, op die plaats, in dien stand. in die betrekking, in die omgeving, waarin God u geplaatst heeft. Jezus in het huisje te Nazareth biedt aan alles, hoe hoog, hoe laag ook geplaatst op de maatschappelijke ladder, een treffend voorbeeld in zijn verborgen leven. O lieve Jezus, zegen mijn voornemen van U naar mijn best vermogen na te volgen, opdat ik, na elke Communie meer liefde tot U moge toonen, in een leven naar het uwe gevormd.

2ae OEFENING.

Jezus, de goede Herder.

De naam van Herder, dien Jezus ten onzen opzichte aanneemt, stelt ons den Zaligmaker voor onder een der liefelijkste beelden; en zeker moet deze titel ons vertrouwen opwekken, omdat deze zijne

-ocr page 93-

83

liefde schetst op bewonderenswaardige wijze. Dagelijks offert Hij zich in de heilige Communie op het altaar ter zaligheid zijner kudde. Houden wij ons dicht bij Hem.

I.

»Ik ben de goede Herder.quot; Het is vooral op bet altaar en bij de H. Communie , dat Jezas zich onze goede Herder toont, en voor ons doet. wat nooit eenig herder gedaan heeft. In plaats van zich te voeden met zijne kudde, voedt Jezus de zijne met zijn eigen Vleesch en Bloed.

De goddelijke Herder verblijft steeds met ons. Hij heeft zgne tent opgeslagen in het H. Tabernakel. Gedurende de lange uren van den dag en den nacht blijft Hij met ons, beschermt, bewaakt, verdedigt Hij ons. Van uit het heiligdom, strekt Hij over ieder van ons zijne bescherming uit; zijn blik volgt ons, en als wij ons, na volbracht gebed, naar onze bezigheden begeven, geeft Hij ons zijnen zegen, gaat met ons, en weldra votrt eene nieuwe genade ons aan zijne voeten terug.

O Jezus, geef mij de genade van steeds

-ocr page 94-

84

aan uwe voeten te verwijlen, en plaats mij, bid ik U , als een ziek , zwak schaap , dicht bij uw Hart. Gij kent mij geheel en al, Gij hebt medelijden met mijne ellende, ondersteun mij in den moeie-lijken weg, dien ik hier op aarde moet bewandelen; breng mij, zoo noodig, door het lijden op den weg der zaligheid, der volmaaktheid. Kom, o Heer, genees, voed, geleid, red mij; want mijne zaligheid ligt U ter hart.

II.

»De goede Herder geeft zijn leven voor zijne schapen.quot; Jezus vluchtte niet voor den dood. üit liefde omhelsde Hij het kruis, en stortte zijn Bloed uit over de H. Kerk, zijn dierbaren schaapstal. Hij omhelst dagelijks op het altaar hetzelfde offer. Hij deinst niet terug voor de vernedering, de beschimping, de bespotting, waaraan Hij in het tabernakel bloot staat. Nog heden zou Hij even zoo dikwijls willen sterven, als dit voor eene ziel noodig ware. Jezus heeft ons vrijgekocht door het Offer van zich-zelven ; als onze goede Herder geeft en offert Hij zich nog altijd voor ons op

-ocr page 95-

85

het altaar. Daarom bezielt de geest van zelfopoffering geheel het Evangelie. Zou God dienzelfden stempel niet op al onze handelingen willen terugvinden?

»Ik ken mijne schapen en myne schapen kennen mij.quot;

Jezus kent al zijne schapen, Hij roept ze allen met den naam, waaronder Hij elk bij deszelfs geboorte aan een Engel en aan de zorg zijner heilige Kerk heeft toevertrouwd. Hij bezoekt zijne kudde. Hij daalt te midden zijner schapen, • doorloopt hunne dichte rijen, liefkoost de eenen, luistert naar de anderen, geneest dezen, troost genen, zegent allen. De H. Communie doet voor elke ziel in het bijzonder, wat Jezus eens voor allen deed. Gevoelt gij niet, als het tabernakel geopend wordt, dat Jezus, uw teedere, waakzame, toegenegen Herder tot u komt ? tgt; De goede Herder gaat zijne schapen voor.quot;

In plaats van zijne kudde voor zich heen te drijven, trekt Jezus die zoetjes tot zich en baant haar den weg. Waar geleidt Hij zijne schapen? Hij geleidt ze naar den Hemel langs het (quot;enakel en Calvarië. Hij onttrekt ze niet aan het

-ocr page 96-

86

lijden, doch helpt het dragen. .Hij gaat naar de zieken, bezoekt ze dikwijls. Hij gaat ons voor op den weg der volmaaktheid , want er is geene deugd, waarvan Hij zelf het toonbeeld niet is.

De liefde heeft den goeden Herder aangezet om mijne ziel te zoeken met eene zorgvuldigheid, die voor geene vermoeienis terugdienst, met eene standvastigheid, die geen weerstand afschrikt, met eene teederheid, die mijne koelheid niet kon verminderen. O Heer, na zooveel liefde durf ik mij berouwvol in uw vaderhart werpen.

III.

»En zijne schapen volgen Hem.quot;

Jezus gaat ons voor als gids, en wenkt ons. Hem te volgen. Het is onze plicht. — Jezus volgen is zeer gemakkelijk; het is wandelen op zijn spoor; het is, gelijk Hij, arbeid en moeielijkheid verdragen, gelijk Hij, eene beleediging vergeven, het is bidden met Jezus, het is door het lijden met Hem den Calvarieberg beklimmen, met Hem op ïhabor getroost worden. In één woord, Jezus volgen is zijn hart sluiten in Jezus\' Hart, en zoo

-ocr page 97-

87

God dit eischt, zich met Jezus aan het kruis laten hechten. »Zorgen wij, zegt de H. Theresia, om niet van onzen Herder te verwijderen, want zij, die het dichtst bij Hem zijn, ontvangen de tee-derste liefkozingen, het beste voedsel, en dikwijls eenig uitgezocht stukje.quot; Is er wel iets zoeters, dan een liefdeblijk van Jezus?

O mijn goede Herder, open de oogen van mijn geloof, opdat ik die steeds op U moge vestigen. Keer tot ons uw Hart, dat brandt van eene oneindige liefde tot ons. Dring tot in het diepste van mijn hart. Zie hoezeer het naar U verlangt, hoezeer het vreest U te verliezen. Kom tot mij, want zonder U kan ik geene schrede nader komen tot den Hemel. Geef kracht om U te volgen tot het kruis. Kom tot mi), o Jezus, en ik zal U volgen op de wegen der liefde.

DANKZEOGING.

Beschouw Jezus in u tegenwoordig met de oogen des geloofs. Aanbid Hem als uw Herder en Zaligmaker. Verheug u over de goedheid, de milddadigheid, die onze Heer ten uwen gunste doet uit-

-ocr page 98-

88

schijnen. Verlang Hem steeds beter te mogen kennen, beminnen, meer gelijkvormig te worden, en bid Hem vele afgedwaalde schapen tot zijnen schaapstal terug te voeren.

I.

»Ik ben de deur.quot; Ik weet wel op dit oogenblik, nu ik Jezus bezit, dat Hij de ingang is tot het eeuwig voortdurend geluk, doch ik wil ook, dat Hij de deur zij van mijn hart, opdat daar slechts gevoelens in- en uit gaan, die zijner waardig zijn.

Ik ken slechts zeer weinig geluk, want, al opent het tabernakel zich ook voor mij, blijft de Hemel mij toch gesloten; doch Jezus is de ingang. Eens zal die deur zich voor mij openen, dan als alle sluiers zullen vallen. Aan Jezus Hart hoop ik eenmaal te rusten in den eeuwigen schaapstal, waar Hij zijne schapen zal vereenigen.

De heilige Communie doet ons den Hemel niet vergeten, maar doet ons vuriger daarnaar verlangen. Hoe zouden wij niet begeeren. Hem te kennen, die ons zooveel liefde toedraagt?

-ocr page 99-

89

» Al wie door mij ingaat, zal zaligwordeu.quot;

De heilige CommuDie, die ons met onzen Zaligmaker vereenigt, is een groot middel ter zaligheid, stellen wij in Jezus\' handen de gedachten, de woorden, de werken van dezen dag. Bieden wij alles aan God door Jezus. Al wat door zijne goddelijke handen gaat, wordt gezuiverd, maakt ons rijk en aangenaam in Gods oog. Vragen wij Hem de genade van al onze werken met eene goede meening te verrichten.

O mijn zaligmaker, ik vraag U drie onafscheidbare zaken: die van tot het einde mijns levens waardiglijk te mogen coramuniceeren, van U altijd te beminnen, zonder dat de zonde mijn hart ooit verkcele, en in het ander leven door dezelfde dierbare banden, die mij nu aan U hechten, gebonden te zijn. Mijne vrees van U te verliezen is het gevolg mijner liefde. Bewaar mij toch voor dit verschrikkelijk ongeluk. Geef dat ik ü nimmer beleedige; vertrouw mij toe aan uwe heilige Engelen, aan uwe lieve Moeder vooral, opdat ik door Haar beschermd, door haar Hart in het Uwe trede om daar altijd te blijven.

-ocr page 100-

90

II.

»Mijne schapeu luisteren naar mijne stem.quot; De Heer spreekt dikwijls tot ons in de stilte des harten, zonder het ge-druisch van woorden, doch met eene duidelijke helderheid, met eene onoverwinbare kracht, met eene zalving, die ons diep treft en verteedert. Hij vernedert zich vaak om ons te vragen, wat Hij het volle recht heeft te bevelen; Hij toont ons op zachte wijze onze fouten; Hij doet ons zoo innig het geluk gevoelen van Hem aan te hooren, te antwoorden, te gehoorzamen, dat men bitter de dagen, de jaren betreurt, waarop men uit vreeze van de stem des Heerea te hooren, zich in bedwelming en verstrooiing wierp, opdat zij ons oor niet mocht treffen. Jezus spreekt slechts tot de ingetogen ziel.

Aanbiddelijke Herder, ja, ik ben dat verloren schaap. Ik was dartel, lichtzinnig, vermetel, en herdenk hier mijne dwalingen, om uwe goedheid te prijzen, die zich heeft gewaardigd daaraan een einde te maken. Ik zal U door groote getrouwheid mijne dankbaarheid bewij-

-ocr page 101-

91

zen; geef mij die, o Heer, ik smeek er U om. Behoud mij steeds bij uwe kudde en laat mij niet tot mijne straf de grenzen uwer wet overtreden, om mij te werpen in lachende wegen, die ter dood voeren. Gij hebt mij het leven teruggeschonken; bewaar mij in tijd en in eeuwigheid. III.

»Ik geef hun het eeuwige leven. Niemand zal ze uit mijne hand rooven.quot; Verscheidene malen heeft Jezus gezegd:

-r • • •• .

gt;Wie in mij gelooft, heeft het eeuwig leven.quot; Hoeveel meer dan zij, die door de heilige Communie den God van het eeuwig leven bezitten. Jezus Hart begeert alle menschen zalig te maken; daarom koos en riep Hij zijne Apostelen, opdat zij overal zijn evangelischen arbeid zouden voortzetten. Ieder is tot dit verheven apostolaat niet geroepen; doch ieder kan ten allen tijde, door het gebed, de dwalende schapen tot den schaapstal terugvoeren. Bid dus vooral bij de heilige Communie veel voor de bekeering der zondaars, voor de ongeloovigen, de heidenen, de ketters. Gij kunt het Hart van uwen goeden Herder nooit beter verheerlijken en vertroosten.

-ocr page 102-

92

Mijn God, geef dat men U alom kenne en beminne, laat geene enkele ziel verloren gaan, voor wie Gij uw dierbaar Bloed gestort hebt. Zegen den arbeid van hen, die aan het heil der zielen arbeiden. Geef aan uwe Priesters de genade van vele zondaars te bekeerea; zegen uwe heilige Kerk met derzelver heilig Hoofd, den Paus van Rome, de Bisschoppen, de religieuze Orden en al degenen, die deel maken van uwen schaapstal. Trek mij tot U, o goede Herder, laat mij U getrouw volgen, nimmer van het goede pad, hoe doornig ook, afwijken, en dat het rijk uwer liefde zich steeds meer en meer uitbreide. Amen.

8ste OEFENING.

Alleen met Jezus.

Zelfs te midden der Christenen heeft Jezus, onze Koning, geen hofstoet. De stedelingen wijden Hem het kleinste deel van hunnen tijd en de talrijke kerken der dorpen en gehuchten zijn veelal ledig. De uitwendige eenzaamheid, die zyne liefde nog meer doet uitschijnen, moest

-ocr page 103-

93

onze harten voor Jezus ■winnen, en Hij vindt slechts onverschilligheid. Zijn Hart wordt vergeten, misacht. O, dat dit met ons toch het geval niet zg.

I.

/Ik zal haar geleiden in de eenzaamheid.quot; Waarom wil Jezus de ziel, die Hij lief heeft, afzonderen, dan om haar te onttrekken aan de eenzaamheid des harlen. Welke verschrikkelijke eenzaamheid is de wereld, waaruit Jezus zich vrijwillig verwydert. Welk eenewoestijn zijn die ruischeude feestzalen, waar de aanbiddelijke naam van Jezus nooit wordt uitgesproken. Hoe dichter de ziel tot Jezus nadert, hoe eenzamer zij zich gevoelt in de wereld.

Als een arme balling in de uitgestrektheid der wereldsche ruimte, zucht en lijdt zij zonder troost. gt; Mijne leerlingen zijn van deze wereld niet,quot; zegt de goddelijke Meester; daarom moet ik in mynen geest de gedachte aan Jezus dragen, zgn beeld voor oogen hebben, trachten den geest der wereld te verliezen, aan de ijdelheid verzaken en de wereldsche herinneringen uit mijnen geest verbannen.

-ocr page 104-

94

Als eene verleidende herinnering mij vervolgt, zal ik tot mijzelve zeggen: »Ik heb slechts êéne ziel, die aan Jezus, mijnen Schepper, mijnen Zaligmaker toebehoort; ik heb slechts één hart, en ik heb het aan Jezus toegewijd, ik heb slechts éénen geest, gegeven, om Jezus te kennen, ik heb slechts één leven , doch het is om het aan Jezus toe te wijden. Ik zal geene uren afnemen van mijn leven om ze aan de wereld en vervolgens aan den eeuwigen dood toe te werpen. Kom dan, o Jezus, en ontsteek in mijn hart het vuur der ware liefde.quot;

II.

»Ik zal tot haar hart spreken.quot;

Zoodra Jezus ons alleen vindt, spreekt Hij tot ons met zoetheid, met kracht, somtijds met gestrengheid, zonder dat dit zijne barmhartigheid vermindert. Ondanks onze verstrooidheden en de veelvuldige afdwalingen van onzen geest, hervat Hg het gesprek met onze ziel, als hadden wij het niet onderbroken. Ik zal dan alleen zijn met Jezus, als het gedrnisch dezer wereld in mijn geest gestild en alle aardsche beelden van my verwijderd

-ocr page 105-

95

zullen zijn. De eenzaamheid moet voor mij regel, en de wereld uitzondering zijn.

Nergens spreekt Jezus zoo duidelijk tot het hart, dan in de heilige Communie. Wel spreekt Hij tot ons in de natuur, van den kansel, en door hen, die mij geleiden, doch in de heilige Communie spreekt Hy zelf gemeenzaam met ons. Niets zuivert beter het hart, niets doet ons beter de wereld en de schepselen vergeten, dan dit innig verkeer met Jezus-Christus. Zijne stem wekt in ons hart een zoet vertrouwen, eene innige liefde, eene kinderlijke gemeenzaamheid. Hoeveel heeft Jezus mij niet te leeren, te vragen, te verwijten! Vooral leert Hij mij beter de waarde van het heilig Sacrament van liefde kennen, en men bemint meer, naarmate men beter kent. De overtuiging, dat Jezus mij zoo liefheeft, dat Hij zich geheel eu altijd aan mij geven wil, verbaast en verheft mijne ziel.

O Jezus, spreek tot mijn hart en trek het tot U door een heilig vertrouwen. Spreek tot mijnen geest, opdat hij steeds aan U denke. Spreek voor my tot uwen Vader, om zijne barmhartigheid over mij te trekken. Spreek tot uwe Moeder om

-ocr page 106-

96

mij hare bescherming te verkrijgen. Ik stel al mijne hoop in de stem van uw dierbaar Bloed. Ik dank U, dat Gij door mij lijden over te zenden, de wereld van mij verwijderd hebt. Saddet Gij mij geraadpleegd, zou ik nooit den moed gehad hebben, en nochtans door dit offer heb ik naar U leeren luisteren en uwe stem verstaan. Geef dat ik U steeds getrouw zij.

III.

Jezus wil het hart vertroosten, dat de schepselen doen lijden. De wonden van ons hart geven aan Jezus vrijen toegang. Het kruis verscheurt ons hart, maar hebben wij Jezus Hart niet doorwond? Is het niet billijk, dat Hij, na ons zijn Hrfrt geopend te hebben door de wonden, die wij-zelven Hem toegebracht hebben, ook ons hart wonde, opdat het nimmer gesloten voor Hem zij. Dat de treurigste omstandigheden dan als zwaarden ons hart doorwoelen; zoodra het geopend is, zal Jezus binnentreden en er in blgven. Laat u wonden en genezen door de handen van Jezus. Wees verzekerd, dat uw lijden in zijne plannen ligt,

-ocr page 107-

97

opdat gg Hem vuriger zoudt beminnen en zuiverder zoudt dienen. Verwerp als eene bekoring elke begeerte of voornemen om u te onttrekken aan liet verdriet, dat u door eenig schepsel wordt aangedaan. Het kleinste verlangen van wraak valt op Jezus zelf; want op de eerste plaats is Hij het, die u beproeft; zoek geene andere oorzaak dan zijn heiligen wil. Een schepsel doet n lijden, doch in de heilige Communie komt een God u troosten. Er zijn smarten, waaraan men zich onderwerpt zonder zich er ooit aan te kunnen gewennen. Wie weet niet, hoeveel zij doen lijden; maar minder lijdt men als de tranen dicht bij Jezus vloeien. Bij zijn Hart vergeet men zijn verdriet. O Jezus, ik dank U, dat ik U de zware offers mag brengen, die mijn geest nooit bedacht, mijn hart nooit voltrokken zou hebben. Kom Gij tot mij, o Jezus, mijn God, Gij alleen.

DANKZEGGING.

Ik bezit mijnen God, ik kan niet van Hem afdwalen. O mocht ik altijd in die onmogelijkheid verkeeren. Ik zal den Heer meer liefde dan gemeenzaaiu-

5

-ocr page 108-

98

heid, meer vurigheid dan troost, meer zuiverheid dan inwendige vreugde vragen.

Ik zal Hem bidden, Jezus altijd te mogen beminnen en voor Hem alleen te leven.

I.

sMijn kind.quot; Ik weet wie mij met dien teederen naam aanspreekt; het is Jezus, mijn God, mijn Al; door dit liefdevol woord wil Hij mijne teederheid opwekken. Even als een vader alles is voor zijn kind, zoo wil Jezus alles voormij zijn, en even als een welgeaard kind oplettend luistert naar de woorden zijns vaders, zoo wil Jezus, dat ik luistere naar datgene wat Hij mij zegt in het innig verkeer der dankzegging, hetzij Hij mij troost, berispt, iets vraagt of van mij iets begeert.

Niemand kan ons beter troosten dan Jezus; doch dikwijls wil Hij mij troosten en zich doen hooren, en ik ben niet tegenwoordig in mijzelven. Het uur der genade gaat voorbij. Ik vind Jezus wel terug maar Hjj zwijgt, ik luisterde niet naar Hem.

Jezus is de oneindige waarheid, ik

-ocr page 109-

99

moet dus vertrouwen, dat Hij, als Hg mij zijn kind noemt, mij ook kinderlijke rechten geeft op zijn Hart. Hoe groot is mijn geluk, door Hem als vader bemind te worden en Hem te mogen zeggen, hoe kinderlijk ik Hem bemin.

O Jezus, ik spreek tot U hart aan hart, gelijk de eene vriend tot den andere, gelijk het kind tot den vader, wiens teederheid zich zelfs bij mijne ondankbaarheid niet verloochent. Laat mij, bid ik ü, geheel aan U toebehooren en meer de hemelsche zaken leeren smaken. O Heer, wanneer zal ik volmaakt met ü vereenigd leven ?

11.

Mijn kind, geef mij.... Jezus geeft mij zooveel. Hij heeft het recht mg alles te vragen, omdat Hij mij veel geeft. Maar wat wil Jezus? Hij geeft zich geheel in de heilige Communie. Hij kan dus niets minder wenschen dan het volkomen bezit van geheel mij-zelven. Maar welk eene armzalige gift! ik ben vol ellende, en Jezus ziet ze; ik ben vol gebreken, en Jezus heeft daardoor geleden, ik ben slavin mijner hartstochten, en Jezus be-

-ocr page 110-

100

heerscht die niet: ik ben met zonden beladen, en Jezus heeft mij daarvan nog niet kunnen onthechten. Wat kan ik dan aan Jezus geven? Mijn geweten zal het mij zeggen of wel ik zal het den Heer vragen.

Heere Jezus, ik durf U niets aanbieden, omdat alles wat ik bezit onwaardig is, ü aangeboden te worden, maar zeg mi] wat Gij van mij, ellendig schepsel, verlangt, en gaarne zal ik het aan uwe voeten nederleggen.

«Mijn kind, geef mij uw hart.quot; Als Schepper en Verlosser heeft Jezus volstrekte , onvervreemdbare kracht over onze harten. Hij neemt ons hart niet, maar ontvangt het als vrijwillige gift; Jezus, in zgn heilig Sacrament, ten prooi aan onverschilligheid, haat, verachting en hoon, wil door ons bemind en getroost worden. Hij zoekt nederige en zachtmoedige harten, opdat er volmaakte overeenstemming heersche tusschen zijn Hart en het onze. Hij wil geheel alleen heerschen in ons hart; God is te groot om binnen te gaan door eene slechts half geopende deur. Als men bij de heilige Communie kan zeggen: »Het Hart van

-ocr page 111-

101

Jezus is daar voor mij!quot; hoe zou men dan iets van zgn hart willen terughouden ?

III.

3gt;Met Jezus alleen.quot; In dit oogenblik zegt Jezus ons; »Nu behoor ik geheel aan u.quot; Hij geeft zich voor ons geluk geheel, gelijk Hij zich in de Mensch-wording geheel ten beste gaf voor de zaligheid aller raenschen. Bewaar trouw uwen schat. Hij, die zijne goederen zoekt te bewaren, weet zich behendig te onttrekken aan datgene wat zijne schatten bedreigt.

Heer, mijn hart is dan als eene stad door U gekozen, gelief ze zelf te bewaken. Ik zal U daarin een troon oprichten als voor mijn Koning, myn Meester; gelief er altijd in te blijven. Ontvang als dankzegging dezen kreet mgns harten: Mijn God, Gij voor alles en vooral, ik altijd achter alles. Doordring mij meer en meer van het geluk uwer tegenwoordigheid, en leer mij altijd beter bidden, meer beminnen en lijden met geduld. Moet ik lijden, dan zal ik mijn hart plaatsen op het kruis en in het doorstoken Hart van Jezus. Al wat

-ocr page 112-

102

ik te verdragen heb, zal ik Jezus aanbieden. Ik zal elke gedachte van mg verwijderen, die Jezus onwaardig is en zijne glorie niet kan bevorderen. Zoo zal mijn hart voor Jezus alleen leven.

BESLUIT.

Gij die dikwijls het geluk geniet van te mogen communiceeren, leer u tevreden stellen met Jezus alleen. Begeer niets buiten of te gelijk met Hem. Betreur noch de aardsche zaken noch den hemelschen troost, die u ontbreken; er kan vele begoocheling onder schuilen. Antwoord op al uwe verlangens: Ik wil slechts Jezus alleen; In dorheid en verlatenheid zij het mondgebed uw toevlucht, verwek vele akten van liefde, wijd u geheel aan Jezus, en wees verzekerd, dat gij veel meer zult ontvangen dan gij geeft.

-ocr page 113-

103

9de OEFENING. De Kananeesche vrouw.

I.

Eeue vrouw van hoogen rang, uit het land van Sidon, komt tot den Heer, Ook ik ben een vreemdeling op deze aarde, mijn hart heett den Hemel tot vaderland... Waarom zou ik mij dan hechten aan schaduwbeelden, die geen spoor achterlaten op den weg, dien zij doorloopen. De eenige plaats waar de ziel geene vreemdeling is, is aan den voet van het tabernakel. Daar is zij het kind des huizes, hare plaats is daar bereid. Deze vrouw was in de duisternissen van het heidendom gedompeld; doch zoodra zij van den Zaligmaker hoort spreken, vei\'laat zy haar land om tot Hem te gaan. Welk eene les voor mij, die den Zaligmaker ken door zijne weldaden, door zijne uitgezochtste genaden. Heb ik, gelijk deze vreemde vrouw de grenzen der wereld overschreden om tot Jezus te gaan ? Wat zij doet voor hare dochter, moet ik doen om mij te bereiden tot de heilige Communie of tot het gebed; ik moet mij scheiden

-ocr page 114-

104

van de uitwendige zaken, die even als de golven der zee mijnen geest en mijne verbeelding overweldigen. Deze vrouw had eene groote droefheid in haar hart; hare dochter, door den duivel bezeten, bevond zich in een verschrikkelijken toestand. Bij Jezus alleen gaat zij hulp en troost zoeken. Welk eene groote genade bewijst ons God met het geheim des gebeds te plaatsen in het midden der grootste droefheid.

Hoe vaak heb ik ondervonden, men welk medelijden Jezus ons troost. Hij alleen heeft altijd eeu zalvend woord op de lippen, een gezegend middel in de hand.

De Kananeesche vrouw mengt zich onder de menigte der nederigste verzoekers ; zij is geheel vervuld met de gedachte aan Jezus almacht; zij vergeet dat zij niet bekend is, dat zij geen recht heeft op een blik des Zaligmakers. Ik heb nog minder recht tot U te naderen, o mijn God! Hoe dikwijls kwam ik, helaas, zonder doel, zonder vurigheid, en nooit hebt Gij mij verstooten; uwe goedheid bemoedigt mij, maar mijn vertrouwen moet van eene eerbiedige vrees vergezeld gaan, Ik niag niet vergeten,

-ocr page 115-

105

dat ik ga tot den almachtigen God, voor wien ik slechts stof en asch ben.

II.

De Kananeesche vrouw werpt zich aan Jezus\' voeten, de lucht weergalmt van haar smeekgeroep: »Zoon van David, ontferm U mijner.quot; Haar moederhart roept nog luider dan hare stem; en wat antwoordt Jezus? Hij zwijgt, Hij doet als ziet, als boort Hij haar niet; doch door zyne Apostelen gedrongen, naar haar te luisteren, zegt Hij: »Ik ben tot u niet gezonden.quot; Hoe hard klinkt dit woord , vooral uit den mond der eeuwige waarheid! Wat mag de oorzaak zijn? Dit woord drukt het lijden uit des Zaligmakers bij het zien der volken, dwalende in den nacht van het heidendom, wier harten nog niet tot zijne komst bereid waren. Heer, al zoudt Gij slechts door een voortdurend stilzwijgen op mijn gebed antwoorden, dan nog moet ik den moed niet verliezen, want uwe ooren zijn altijd geopend voor den kreet onzer ellende. Kan ik, bij het bewustzijn dat uw oog de zwakke bloem niet veracht, die \'s morgens ontluikt en \'s avonds sterft,

-ocr page 116-

106

twijfelen aan uwe vaderzorg voor mij? Gg denkt altijd aan mij, uw Hait houdt zich in het tabernakel steeds onledig met mijne zaligheid, als ik uwe glorie slechts zoek, als ik met vertrouwen en ootmoed volhard, zal mijn gebed verhoord worden.

Met onverschilligheid, met schijnbare verachting ontvangen, volhardt de vrouw zonder den moed te verliezen; doch zij nadert dichter tot Jezus, zij werpt zich nogmaals dichter bij Hem op de knieën, zij smeekt met meer aandrang: »Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner.quot; Ziedaar de akte van geloof van een toegenegen hart, de eerbiedige stoutmoedigheid, die het hart van Jezus wint en verrukt. O als mijn gebed niet verhoord wordt, zoo komt dit door mijn klein geloof; het komt, omdat ik niet dicht genoeg tot Jezus nader, door ootmoed en vertrouwen, omdat ik uiet met liefde genoeg in het hart tot Hem roep. »Mijn God, ik bemin U, ontferm ü over mij.quot;

Nochtans hebt Gij mij nimmer gezegd: »Ik ben tot u niet gezonden.quot; O hoe veel liefde ben ik U niet schuldig! en daar Gij mg roept, o Heer, smeek

-ocr page 117-

107

ik U, kom Gg zelf tot mij en neem mijne ziel in genade aan!

III.

Jezus vernedert deze vrouw, om hare standvastigheid te beproeven. »Het is niet goed,quot; zegt Hij, »het brood der kinderen voor de honden te werpen.quot; En om zich aan verder aandringen te onttrekken , treedt Hij een huis binnen. O welk eene harde beproeving na een zoo nederig gebed! Ware de vrouw, door dit woord van verachting gewond, heengegaan, zonder nogmaals te beproeven Jezus Hart te vermurwen, nooit hadde zij, met de genezing harer dochter, de nog grootere genade van het licht des geloofs ontvangen. Nooit hadde zij Jezus aanbeden als haren Heer en God. Maar zij heeft de goedheid van dat goddelijk Hart doorgrond, zij volgt Hem in het huis; hoe dieper zij wordt vernederd hoe vaster zij vertrouwt; zij bedient zich van zijn woord om haar gebed te steunen. »Het is maar al te waar. Heer, maar de hondjes eten de kruimelen, die van de tafel huns meesters vallen.quot; Heer, ik bewonder uwe goedheid voor mij.

-ocr page 118-

108

Ik verdiende uitgesloten te worden van uwe feestzalen, verwijderd van uwen liefdedisch. Ik verdien zelfs de kruimelen niet, en Gij uoodigt mij om aan uw gastmaal aan te zitten, als een uwer welbeminde kinderen. O mijn God, wees eeuwig geprezen om uwe oneindige barmhartigheid.

DANKZEGGING.

Welk een kostbaar oogenblik, waarop onze Heer Jezus van het altaar daalt, zich op uwe tong laat nederleggen en in uw hart komt.

Aanbid Hem, betuig Hem uw geloof, uwe liefde, of wel overweeg in stilte zijne vernietiging in zijne grootheid, zijne oneindige schoonheid, vereenigd met uwe ellende....

I.

»0 vrouw, groot is uw geloof.quot; Door deze woorden schijnt Jezus twee verschillende gevoelens te willen openbaren : het eene, is zooveel vertrouwen op zijne almacht te ontmoeten te midden der heidenen, het andere is bewondering der volharding van de Kananeesche

-ocr page 119-

109

vrouw. Jezus heeft haar het gevraagde wonder slechts laten wachten, om tegelijk met het lichaam ook de ziel te genezen. Hij toont ons, welke macht onze werken hebben op zijn Hart, Hy toont ons, dat ootmoed en geduld de juiste middelen zijn om verhooring te vinden. Bij het eerste smeekgeroep mijns harten is Jesus tot mij gekomen. Ik bezit Hem in mij; maar heb ik ook dit woord vernomen, » mijn kind, groot is uw geloof?quot; Helaas, verwijt zijn stilzwijgen mij niet het gemis dezer deugd, die zulke groote wonderen uitwerkt? Ziet Hij mij aan zijne voeten met dien diepen eerbied, die om Hem het heelal vergeet en al de vermogens mijner ziel kluistert in zijne aanbiddelijke tegenwoordigheid ?

Heer, ik erken ootmoedig, dat Gij iu mij dat geloof niet vindt, dat bekwaam is bergen te verzetten, ofschoon er dagelijks op het altaar grootere wonderen plaats vinden, dau de onderwerping der natuur. Maar ik heib ten minste een groot verlangen om het geloof te verkrijgen , en hoe zou dit niet levendiger worden, als uwe liefde, gelijk een snelvlietende stroom mijn leven medevoert,

-ocr page 120-

110

zonder andere sporen achter te laten dan uwe weldaden?

11.

» U geschiede gelijk gij wilt.quot; In geheel den loop van zijn sterfelijk leven heeft Jezus slechts eenmaal het afgebeden wonder met deze woorden toegestaan.

ȟ geschiede gelijk gij wilt.quot; Geen enkele grenslijn wordt aan hare verlangens gesteld. Zoo zegeviert het nederig en vurig gebed. O indien wij weinig ontvangen, komt dit, omdat wij weinig vragen.

De uitdrukking onzer begeerten is of schroomvallig of wel, gedrukt door eigen leed en ellende, vergeten wij, dat wij de bron aller genade in ons bezitten, die zich op onze voorbede overvloedig over de geheele wereld kan uitstorten. Wat gij heden niet verkrijgt, geeft Jezus u wellicht morgen. Hoe kunnen wij alleen aan eigen behoeften denken, terwijl zij, die wij liefhebben, wellicht den slaap van den eeuwigen dood ingaan.

Denken wij nog eenmaal na over het gebed der Kananeesche vrouw. Zij bad slechts één dag, maar met die vurigheid,

-ocr page 121-

Ill

die gelijk een pijl tot den hemel snelt. Houden wij dan niet op, nederig te bidden. Wij zullen verhoord worden, al zou de Hemel zelf gesloten schijnen voor onze oogen. Kloppen wij onvermoeid aan het goddelijk Hart; sedert de lans het doorboord heeft, opent het zich zoo gemakkelijk; de liefde maakt het opmerkzaam op onze behoeften. Jezus begrenst de uitwerkselen zijner almacht niet, als ons gebed gelijk een vurige smeeking tot den troon zijner barmhartigheid stijgt. Indien Jezus ons niet spoedig verhoort, komt dit, omdat ons gebed niet genoeg zijne glorie zoekt, opdat wij meer waarde zouden hechten aan zijne gunsten, opdat wij Hem met meer vreugde zouden danken, opdat wij ons zouden verheffen boven ons eigenbelang en ons geheel aan Hem zouden overgeven, opdat wij, beter de ellende dezer wereld gevoelende, zouden beseffen, dat Jezus alleen ons helpen, ons genezen kan.

Heere Jezus, mijn God en Zaligmaker, ik wil dan met uwe gedachte instemmen, en ik zal niets verzuimen, om die zielen tot U terug te brengen, die vergeten,

-ocr page 122-

112

dat zij slechts één leven, ééne ziel hebben, wier erfdeel de Hemel is.

VI.

Het bewonderenswaardig antwoord der Kauaneesche vrouw, door eene edelmoedige, vurige ziel ingegeven, bevat nuttige lessen:

1°. Het toont ons, dat eene ziel, die getrouw is aan de inspraken der genade, alle offers omhelst en geene enkele vernedering weigert ? Is dit mijne gesteltenis ?

2°. De tegenwoordigheid van Jezus Christus geeft ons moed, om de natuur te overwinnen en over de aanvallen der eigenliefde te zegevieren. Is dit de vrucht mijner Communiën geweest?

3°. Eene ziel, die de nederigheid van Jezus bestudeerd heeft, verfoeit den geest der wereld en tracht zich geheel en al daarvan te ontmaken. Heb ik dit werk reeds begonnen?

4°. Het leert ons, ons nimmer te ontmoedigen over onze fouten of over de weinige vrucht onzer gebeden, maar alles edelmoedig op te offeren om Jezus te vinden. Zoek ik Hem aldus?

5°. Het leert ons, ootmoedig voort-

-ocr page 123-

113

gaan pp den weg ons door de Voorzienigheid aangewezen, zonder ons te laten afschrikken door moeielijkheden, zonder om te zien, geduldig het oogen-blik der genade afwachten, in verlatenheid aan de voeten van Jezus blijven en zoo Hij zich meer dan gewoonlijk verbergt, Hem met ijver zoeken. Verwacht ik aldus den uitslag van mijn gebed ?

De geest van gebed, van kinderlijk vertrouwen, van geduldige onderwerping zal u licht en vrede aanbrengen.

lOde OEFENING.

De tien Maagden.

De heilige Communie is het geestelijk Bruiloftsfeest, waar Jezus zich met onze ziel vereenigt. Wij hebben geene andere bestemming, geene andere levenstaak in deze wereld, dan Jezus te gemoet te gaan , als Hij lot ons komt door zijne genade, de heilige Communie of den dood. Bereiden wij ons dan om Hem te ontvangen in zijn heilig Sacrament, De

-ocr page 124-

114

heilige Communie is als eene plechtige uitnoodiging, om bij onzen dood met Hem aan de eeuwige Bruiloft te gaan aanzitten.

I.

» Tien maagden, hare lampen nemende, gingen den Bruidegom te gemoet.quot; De lamp, die al de maagden in hare hand droegen, beteekent het ware geloof ons bij het doopsel gegeven. Tot Jezus gaan is tot de heilige Tafel naderen, met levendig geloof, vaste hoop, vurige liefde, oprecht berouw, diepen ootmoed, volkomen onthechting van het aardsche en grooten haat van alle zonde. Ziedaar de gesteltenis eener getrouwe ziel.

Elk godvruchtig werk, gedachte, gebed, handeling is een tred nader tot Jezus. De reeds vervlogen uren van ons leven brengen ons dagelijks dichter bij die goddelijke ontmoeting, welke bij onzen jongsten snik plaats zal hebben. Beslissend oogenblik, waarop Jezus, als onpartijdig Rechter, ons eene plaats dicht bij zich of ver van zich zal aanwijzen!

De H. Communie bewerkt op vluchtige wijze die ontmoeting, waarvan zij de

-ocr page 125-

115

voorsmaak of liever de proeve is. Gaan wij dan met eerbied tot Jezus, die ons altijd met verlangen verwaclit.

O mijn Jezus, Gij komt tot myne ziel; o denk niet meer aan de zonden, die haar bezoedeld hebben, maar aan uw Bloed, dat haar heeft afgewasschen. Keer de oogen af van mijne zondenschuld en wisch ze uit uw geheugen, naar mate het uur nadert, waarop ik voor uw aanschijn moet verschijnen. Gij hebt mij geroepen, voltooi uw werk; en laat de liefde, die Gij mij betoont, mijn bruiloftskleed zijn.

Er waren vijf dwaze maagden, die geen olie voor hare lampen medenamen. Hoe vele zielen verzuimen de groote zaak barer zaligheid, om zich met de duizenden beuzelarijen der aarde bezig te houden. Door het gebed, doch door het gebed alleen, zouden zij den olie der genade bekomen, om de nauw flikkerende vlam van haar bovennatuurlijk leven te onderhouden. En ik, moet ik mij ook niet beschuldigen van den tijd der voorbereiding tot de heilige Communie tot vertrouweling te gebruiken, van mijne bittere herinneringen van

-ocr page 126-

116

afkeer, Van aardsche genegenheid, van verdriet, in plaats van dit alles uit te storten in het zoo teedere Hart van Jezus ? O, vergeten wij toch ons zeiven!

II.

»De wijze maagden namen met hare lampen olie, om die te vullen. Deze wijze maagden verbeelden de zielen , die, zorgvuldig naar de volmaaktheid strevende, met levendig geloof tot Jezus gaan, het hart vervuld met een schat van goede werken. Zij zijn gereed tot alles, tot den storm of de windstilte, tot den dood gelijk tot de heilige Communie. Zg willen communiceeren of sterven , Jezus hier op aarde en daarna in den hemel bezitten....

De kostbare olie, welks kracht verlicht, verzacht en geneest, beteekent de werken van ijver en liefde der godvruchtige ziel. De olie echter doet de lamp niet branden, zoo de vlam dien niet ontsteekt; zoo zullen onze goede werken ook geene kracht hebben zonder den geest van geloof. Als de olie ontbreekt, gaat de lamp uit; onze goede werken brengen het geloof niet voort, maar zij onderhouden het, geljjk het hout de vlam

-ocr page 127-

117

voedt; naar mate wij minder goed doen, werpt het geloof minder licht.

De vaas, die dezen kostbaren olie bevat, is ons geweten. De olie heeft slechts deszelfs volle kracht, als de vaas zuiver is; derhalve moeten wij dagelijks ons geweten onderzoeken; is dit altijd noodzakelijk, dan voorzeker voor de heilige Communie.

Vraag Maria dien zuiveren olie, die meer en meer uw geloof zal verlichten, uwe hoop zal bevestigen en het vuur uwer liefde zal onderhouden. Hoe noodzakelijk is het, zich steeds te houden in dien staat van geweten, waarin men den Bruidegom mag afwachteu, zonder vrees van zijn goddelijk oog te kwetsen! Verwachten wij den Heer zoo dicht mogelijk bij het heilig tabernakel; daar zijn wij steeds binnen het bereik van zijne stem en zijn Hart. De slaap der maagden in afwachting der Bruidegoms is het beeld van den toestand eener trage ziel, die communiceert. Zij sluimert in de beoefening der deugd; de versterving boezemt haar een afkeer in, waaraan zij toegeeft; de ingetogenheid vermoeit haar, hare waakzaamheid is onbeduidend, hare

-ocr page 128-

118

standvastigheid verloochent zich, haar geduld lijdt schipbreuk; zij maakt geen voortgang meer, en ten laatste geeft zij zich aan den slaap over, om aan de wroeging van haar geweten te ontsnappen.

Onderzoek uwe gesteltenissen, en wacht u voor den sleurgang, een andere slaap der ziel, waarin zij handelt, zonder bewustzijn, zonder liefde, zonder begeerte. Nader niet tot de heilige Tafel uit gewoonte, uit ijdelheid , uit mensche-lijk opzicht of uit een geheim verlangen naar geestelijken troost; want hierdoor berooft gij uwe ziel van een gedeelte der vruchten van de heilige Communie. Maak de intentiën van Jezus tot de uwe, zijne glorie, uwe volmaaktheid, den bloei der heilige Kerk... Communiceer vooral uit liefde tot Jezus en zoek zijne tegenwoordigheid boven alle zaken.

III.

gt;In het midden van den nacht ontstond er een geroep... Toen stonden al die maagden op en versierden bare lampen.quot;

Hoe zoet is het ontwaken der christelijke ziel, als hare gedachte haar zegt, dat Jezus tot haar gaat komen. Inwendig

-ocr page 129-

11Ö

tot God gedrongen, die zich haast den hemel te verlaten om tot ons te komen, wordt traagheid onmogelyk. Bij de Consecratie daalt Jezus op aarde. Zorgen wij toch, dat Hij ons niet behoeve te verwijten, dat wij zoo traag en langzaam tot Hem komen. O hoe vele genaden waren voor ons bereid, hij het begin der heilige Mis! De Engelen, ons niet in de kerk vindende, hebben die mede teruggenomen naar den Hemel. Eene andere oorzaak, die ons belet vlijtig tot Jezus te komen, ligt in onze kleine zorg om dagelijksche fouten te vermijden. Men is er aan gehecht. Hoe is dit mogelijk , als men ziet, dat het oog van Jezus met weerzien daarop rust?

O mijne ziel, denk, dat uw Engelbewaarder op dit oogenblik u komt zeggen: Zie, de Bruidegom komt; Hij heeft zijne handen gevuld met genaden van barmhartigheid; Hij opent u zijne armen en zijn Hart. Zoekt dan Jezus in alles, opdat geen enkele keten, die zijne liefde niet verbroken hebbe u aan de aarde vastkluistere op het oogenblik, dat men u voor de laatste maal zal zeggen: gt;Zie de Bruidegom komt!quot;

-ocr page 130-

120

Op het oogenblik der heilige Communie moet gij u-zelve geheel vergeten. Bid Jezus uwe lamp te ontsteken, dat is; uw hart te ontvlammen van liefde tot Hem. Ik ga Jezus te gemoet. Ik weet, dat ik wel ontvangen zal worden. Het goddelijk Gastmaal is gereed. Jezus verlangt, Jezus verwacht mij daar: mijne plaats is aangewezen. Welke droefheid voor mijnen Bruidegom, als ik uiet kwam aanzitten, als ik geene liefde genoeg had, om Hem mijn hart te openen.

Heere Jezus, neen, ik ben niet waardig, dat Gij daalt in mijn hart. Mijn Jezus, barmhartigheid!

DANKZEGGING.

Wijd n toe aan onzen Heer J.-Chr-

Spreek tot Hem met zoete gemeenzaamheid. Zoek geene woorden dan in uw hart.

Ziehier is het oogenblik om Jezus te , bidden, uw hart te willen nemen, om het in zijn Hart te sluiten.

I.

»Zie, de Bruidegom komt.quot; Door de H. Communie komt Jezus zijne verloving

met ons vieren. Jezus rust in onze ziel,

•\' i

-ocr page 131-

121

geschapen naar het beeld zijns Vaders; Hij wil ons tot zich verheffen door ons zijne ziel, zijn Hart, zijn leven, zijn Bloed, te schenken zonder eenig voorbehoud. Hij wordt de kracht, de steun onzer ziel, en vindt zijn welbehagen in dit verbond, dat de zonde alleen verbreken kan. O, waardeeren wij toch ons geluk!

Jezus geeft zich geheel aan mij, als knielde ik geheel alleen aan zijnen liefde-disch. Ik weet, dat ik bemind word door al de kracht der liefde van mijnen Bruidegom. Ik kan niet teruggeven gelijk ik ontvang, doch ik geef mij geheel; ik geef zeer weinig wel is waar, doch ik bezit niets meer.

»Zij, die gereed waren, traden met Hem in de bruiloftszaal.quot; De wijze maagden waren gereed, en namen deel aan het bruiloftsmaal. Voor mij is Jezus zoo goed, dat, al kom ik laat tot Hem, Hij mij geen enkel verwijt toevoegt. De ontvangst is minder teeder, maar Hij is toegevend.

Zoo is dan het oogenblik onzer ver-eeniging aangebroken. Gij hebt U aan mij gegeven, hemelsche Bruidegom mijner

G

-ocr page 132-

122

ziel. Gij zijt onzichtbaar, maar ik gevoel mg zoo inuig gelukkig U te mogen bezitten. O Jezus, geef mij uwe liefde, dan vraag ik niets meer.

Geef dat ik U zoo vurig beminne, dat elke ademhaling, elke klopping van myn hart eene akte van liefde zij.

II.

»En de deur werd gesloten.quot; Deze woorden leeren ons, in welke ingetogenheid, welke volkomen afscheiding van de wereld wi] moeten verblijven na de H. Communie, als wij met Jezus door den zoetsten liefdeband vereenigd zijn. Daar hebben wij niets te vreezen van zijne gestrengheid en alles te hopen van zijne teederheid. Doch Hij is een jaloersch minnaar. Hij is edelmoedig, milddadig en heerlijk in zijne gaven, en eischt daarom de volkomene gift onzer harten. Zoodra Hij binnentreedt, moet de deur gesloten worden voor alle schepselen. Jezus duldt geen mededinger: als onze liefde verdeeld is, wordt Jezus\' naijver opgewekt. Hij bemint zonder voorbehoud, Hij eischt wederliefde. Wat is ons hart in ruiling tegen zijn Hart?

-ocr page 133-

123

Heere Jezus, ik zal U teeder beminnen , opdat ik niet buiten uw Hart, buiten den Hemel gesloten worde. Ik zal trachten, geene eukele dagelijksche zoade te bedrijven. Niets is klein in het oog der liefde. Ik zal mij aan Jezus geven zonder aan het verleden, noch aan de toekomst te denken, en mij gelnkkig gevoelen in het tegenwoordig oogenblik, dat mij een zoo troostend vooruitzicht geeft.

Neem mijn Hart, lieve Jezus, dat hart. waarin Gij noch vlek, noch mededinger duldt, dat hart, waarin Gij alleen wilt heerschen, omdat Gij ü zei ven geheel geeft.

Hoe is bet mogelijk, dat Gij mij nog zoekt, nadat Gij van mijne zijde zooveel lauwheid, onverschilligheid, ondankbaarheid hebt ondergaan! Ik gevoel mij zoo gelukkig, U te mogen ontvangen, en ik kan mijne dankzegging niet behoorlijk verrichten. Ik ben verstrooid, de dorheid van mijnen geest bedroefd mij; en als men waarlijk bemint dan bezielt het hart den geest. Bemin ik ü dan weinig? o welk eene pijnlijke gedachte! En toch durf ik U zeggen: Heer, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U bemin.

-ocr page 134-

124

»Beer, Heer, open ons.quot; Ziedaar de kreet der zielen, die bi] de H. Communie gevoeligen troost zoeken, en in plaats vau Jezus hare noodwendiglieden bloot te leggen, zich bedroeven over de schijnbare verwijdering van haren Meester. Bij het einde der wereld zullen, wel is ■waar, de deuren des hemels voor immer gesloten worden, doch zoolang wij op aarde verwijlen, staat de deur des tabernakels voor ons open. Slechts de toegang tot den geestelijken troon van Jezus Hart staat ter zijner beschikking. Hij opent of sluit die volgens zijn welgevallen en onze behoeften.

O mijn Jezus, ik heb dikwijls troost bij ü gezocht, en ik heb mij bedroefd, als Gij mij dien onttrekt. Vergeef mij, dat ik meer aan mijzelve dacht, dan aan uwe eer en glorie. Ik verdien niet, dat Gij mij uw Hart opent, omdat ik , het mijne zoo dikwijls voor U heb gesloten ; maar thans open ik het geheel voor ü, opdat Gij het geheel moogt vervullen met uwe liefde. Blijf Gij in mij, opdat ik steeds in U moge blijven.

-ocr page 135-

125

III.

»Voorwaar, ik zeg het u, ik ken u niet.quot; Heere Jezus, mijn wil is zoo zwak, de bekoringen zijn zoo talrijk, hoe kan ik hopen, nooit in zonden te vallen ? Mijne zwakheid doet mij vreezen, eens dat verschrikkelijk woord uit uwen mond te hooren: Ik ken u niet;quot; doch ik wil vertrouwen op de almacht uwer genade, ik zal niet ophouden uwe hulp in te roepen. Ik zal zoo dikwijls aan uwe voeten komen neerknielen, U zoo dikwijls in mijn hart ontvangen, dat Gij zult moeten herkennen. Geef dat ik liever duizendmaal sterve, dan U door eene zware zonde te vergrammen. Geef ook de genade eener oprechte bekeering aan de arme zondaars, die gevaar loopen voor eeuwig door U niet gekend en als

o ~

vreemdelingen buiten uw Hart gesloten te worden.

» Gelukkig zij, die tot het bruiloftsmaal des Lams genoodigd zijn.quot;

Ons leven is des te schooner, naarmate wij meermalen aan den Liefdedisch van Jezus mogen aanzitten, in afwachting van den dag, waarop wij met Jezus aan het eeuwige Gastmaal mogen deelnemen.

-ocr page 136-

126

Het is eene schoone gedaclite na de

heilige Communie, te luisteren naar de

stem van Jezus, die ons noodigt tot

het hemelsche Bruilofsmaal. Men houdt

zich aldus iu de verwachting der vreugde i • i • • eu zaligheid, ons voorbehouden in den

Hemel. Plaatsen wij ons in den geest

aan dit hemelsch Feestmaal. Trachten

wij door veelvuldige Communiën onze

plaats te behouden en eene verheven

plaats te verdienen. De beste plaatsen

zijn die, welke het dichtst bij Jezus

Hart zijn; zonder te vragen naar de

hoogste en laagste, moeten wij die plaats

begeeren, waar wij eeuwiglijk het beste

den invloed zijner goddelijke liefde zullen

gevoelen.

BESLUIT.

Eindigen wij nooit onze dankzegging

zonder een oogenblik te overwegen, dat

er een dag zal komen, waarop Jezus ons

een bezoek zal brengen, dat plechtiger

en meer beslissend voor ons zal zijn

dan de heilige Communie. Diezelfde

Jezus, thans verborgen onder de sluiers . .

van het heilig iSacrament, zal ons dan zichtbaar verschijnen. Nu komt Hij tot

-ocr page 137-

127

ons vol goedheid en barmhartigheid; dan zal Hij schitteren in volle Majesteit. Nu heeft Hij voor ons slechts woorden vol zoetheid; dan zullen wij ernstige vragen uit zijne lippen hooren. Nu spreekt Hij tot ons om ons te vermanen tot geduld, tot het betrachten der deugd, tot eene edelmoedige liefde tot zijn goddelijk Hart; dan zal Hij het alles beslissend woord onzer eeuwigheid uitspreken. Denk ernstig aan dit ontmoeten; denk daaraan met eenigen schroom, gewijzigd door een grooten moed om het kwade te vluchten, het goede te oefenen, en verzoet door de gegronde hoop eener ziel, die weet, dat zij bemind wordt door haren rechter, die een eeuwig verbond met haar wil sluiten.

Hde OEFENING. De verloren Zoon.

IK ZAL OPSTAAN EN TOT MIJNEN VADER GAAN.

I.

Men kan zonder ontroering de tref-fendeparabel niet overwegen, waarin Jezus zoowel de gevoelens zijns Harten ontsluit.

\'

-ocr page 138-

128

Vooral bij de heilige Communie herinnert zij ons zoo schoon de vaderlijke en teedere toegevendheid van onzen hemel-schen Vader.

» Vader geef mij mijn deel.quot; Bij elke Communie herhalen wij, hoewel in anderen zin als de ongelukkige jongeling, deze vraag, van het hemelsch erfdeel. Jezus, naar wien wij verlangen, is de schat van den tijd en van de eeuwigheid; daar zal Hij onze zaligheid zijn, gelijk Hij hier beneden ons innigste goed is.

Heere Jezus, slechts met schaamte en berouw mag ik een blik slaan op het verleden. Ja, ik verlangde vaak naar aardsche goederen en vergat mijn hemelsch erfdeel. Uwe liefde wilde mij bij ü houden, en ik trachtte aan uwe vaderlijke zorg te ontsnappen, en nu.... het tabernakel trekt mij, en het vermaak voert mij mede; de tijd bij ü doorgebracht, valt mij soms lang.... Uw Hart verteert van liefde, en het mijne blijft koel. Gij deelt mij uwe verdiensten mede, en ik vernieuw uw lyden. O Jezus, vergeef mij; op uwe barmhartigheid vertrouw ik; genees mijne ziel, opdat zij waardig tot U nadere.

-ocr page 139-

129

»Hij ging naar een vreemd, verafgelegen land.quot; Is het gedrag van dezen ondankbaren zoon het inline niet? Elke daad, die ons van Jezus verwijdert, voert ons naar een vreemd land. Langzamerhand verlaat ons het hemelsch licht, de genade ontsnapt, wij verspillen onze schatten.

Sedert het gezegend uur, waarop ik mij aan God mocht toewijden heb ik nog, door zoo vele ongetrouwheden zijn Hart bedroefd. Al leef ik niet in zonde, zoo leef ik vaak in een vreemd land, als mijn geest ronddwaalt in duizend verstrooiingen in de tegenwoordigheid des

O o O

Heeren. Weetik waar mijn geest woont? Hoe dikwijls ben ik gedurende de heilige Mis verre van de kerk en alle hemelsche zaken, en verspil ik aldus de ontelbare schatten en genaden voor mij op het Altaar aanwezig? O Jezus, moest Gij dat van mij verwachten, tegenover uwe onuitsprekelijke liefde? Waar is mijne dankbaarheid, mijne liefde? Vergeef mij, dat ik mij verwijderd heb, als uwe stem mij riep. O Jezus, voortaan zal mijn hart zich nimmer voor U sluiten. Vergeef mij, en ontferm U over mij.

-ocr page 140-

130

II.

»Ik zal opstaau en tot mij neu Vader gaan.quot; Vreezen wij tocb niet tot Jezus te gaan. De vrees kan niet bestaan met de liefde. Vreezen wij noch onzen Zaligmaker, noch onze eigene onwaardigheid; want zijn Hart ziet op ons berouw, en hoe zorgvvldig wij ons ook mogen voorbereiden, zoo vermag onze ellende niets zonder zijne barmhartigheid. O goede Jezus, hoewel diep beschaamd om mijne zonden, kom ik nochtans tot U, mijn Vader! lang genoeg heb ik geleden, lang genoeg was ik de slavin mijner driften; ik gevoel behoefte om tot U te snellen. Ik heb niets meer dan mijnen wil. Ik onderwerp dien geheel aan den uwe. Leer mij hoe ik dien moet gebruiken.

» Reeds van verre werd hij door zijnen Vader gezien.quot; Ziedaar het beeld der goddelijke goedheid. Als wij haar willen ontsnappen, komt zij ons te gemoet, en gelukkig zijn wij, zoo wij ons met vol vertrouwen in Jezus armen werpen.

»Vader, ik heb gezondigd.quot; Peccavi! Geen mensch op aarde, die zicb niet voor den Heer moet beschuldigen, zijne

-ocr page 141-

131

geuaden miebruikt, zijne teederheid miskend te hebben. Ik belijd, dat ik ondankbaar geweest beu; en God alleen kent bet getal en bet gewicht mijner overtredingen. Ik heb eenige schreden tot Jezus gezet, en als een goede Vader heeft Hij mij zijne armen geopend en mij geen enkel verwijt gedaan. Ja, mijn God, ik ben die verloren zoon, die U zooveel tranen gekost beeft en voor wien Gij nog meer gedaan hebt, dan de Vader uit het Evangelie, want noot, nooit hebt Gij C van mij teruggetrokken, ten tijde mijner groote ongetrouwheid.

III.

» Breng spoedig zijn vroeger kleed , en steek een ring aan zijnen vinger.quot; De Heer is rijk in barmhartigheid; zijne grootste gift is de gift van zich-zel ven; en Hij is altijd gereed, die te geven aan degenen, die ootmoedig tot zijnen Liefdedisch naderen. Doch, men wordt daar niet ontvangen zonder bruilofskleed, en het vaderlijk huis opent zich slechts voor den oprecht boetvaardige. Mij dunkt, ik hoor Jezus aan mijnen Engelbewaarder bevelen, mij te helpen in het be-

-ocr page 142-

132

reiden mijner ziel tot de H. Communie, ten einde ik mijne rechten moge hernemen op zijne genade, op de titels der liefde van mijnen God, op den ring der verzoening, waardoor ik aau den Liefdedisch mag aanzitten. O Jezus, luide zou ik uwe barmhartigheid willen verkondigen. Mijn hart, van berouw en leedwezen doordrongen, gevoelt levendig de dankbaarheid, die ik ü verschuldigd ben. Voortaan zal mij niets meer van U, mijn goeden Vader, scheiden. Breek Gij zelf tot de kleinste banden, die mij aan de schepselen hechten; hernieuw mijn binnenste geheel en al, opdat ik voor U leve en sterve.

DANKZEGGING!.

Aanbid onzen Heer met eerbied, liefde en dankbaarheid.

Verheug u, omdat uwe ziel met uwen hemelschen Vader verzoend is.

Bid Hem, dat uwe bekeering bestendig zij.

I.

»Mijn zoon was verloren; en hij is wedergevonden.quot; Die vaderlijke woorden oonen de vreugde, waarmede de Heer

-ocr page 143-

133

ia onze harten daalt, vooral als Hij door onze afwezigheid beproefd is geworden. Helaas! wij allen zijn gelijk aan den verloren zoon; wij allen hebben min of meer het flart van onzen Vader bedroefd en zouden de Engelen , die het tabernakel omgeven, zich met den broeder des jongeling niet mogen verwonderen ons zoo liefdevol ontvangen te zien ?

Heere Jezus, mijne ziel aanbidt ü vol vreugde over uwe goddelijke tegenwoordigheid. Geef dat ik voortaan Ü meer blijdschap veroorzake, dan ik ü tranen gekost heb, vooral in dien tijd, toen ik uwe genaden verkwist, uwe inspraken versmoord, uwe goedheid miskend heb. Heer, hoe ondankbaar was ik, hoe goed waart Gij! Mijne zonden staan mij immer voor oogen, niet, o Vader, om mij voor U te doen vreezen, maar om mijn berouw en mijne liefde te voeden.

II.

»Zie, ik dien U sedert vele jaren.quot; Wellicht tel ik de jaren, die ik in den dienst des Heeren mocht doorbrengen zonder eenigen troost te ontwaren, en de talrijke offers, die ik gebracht heb;

-ocr page 144-

134

doch zou Jezus op zijne beurt niet antwoorden : Heb ik de genaden geteld, die ik U bewezen lieb, de Communiën, die ik toestond, de zonden waarvoor ik U bewaarde? gt; Bezit gij mij niet in dit oogenblik?quot; Ja, Heer, sedert vele jaren ben ik in uwen dienst; sedert vele jaren, vergeldt Gij, door talrijke Communiën, bet weinige goede, dat ik verricht. O waarom kan ik met den broeder des jongelings mij de getuigenis niet geven, » dat ik nooit uw bevel heb overtreden.quot;

Helaas! Gij weet nog beter dan ik, hoe menigmaal ik onder de minste voorwendselen verzuimd heb, die na te komen. O Jezus, geef dat ik geheel mijn leven getrouw uwe geboden nakome.

»A1 het mijne is het uwe.quot; Ziedaar wat Jezus in waarheid mag zeggen, na de heilige Communie. Hij geeft ons indei-daad al wat Hij is, wat Hij heeft, wat Hij vermag. Schijnt Hij in het heilig Sacrament niet al de schatten zijner liefde uit te putten? Ja, in waarheid mag ik zeggen: Jezus behoort mij geheel toe. Zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn leven, zijn dood, zijne verdiensten, dat alles behoort aan mij. 0 welk een

-ocr page 145-

135

geluk, te weten dat liet Hart van Jezus mij behoort. Doch is ook mijn hart aan Jezus alleen? Heb ik dagelijks en op alle uren Hem mijne liefde getoond? O mijn God, alles wat ik bezit, alles wat Gij mij gegeven hebt,, wijd ik U toe. Neem alles, o Jezus, gedachten, woorden, begeerten, handelingen, lijden, genegenheden; ik wil niets meer voor mij zelve houden. Ik geef ü alles, en hoop, dat Gij U eeuwig in den hemel aan mij zult geven.

» Al het mijne is het uwe.quot; De heilige Communie is Jezus in het verleden, in het tetcenwoordio-e, in de toekomst. Door Jezus wordt het verleden hersteld, het tegenwoordige geheiligd, de toekomst versierd met onsterfelijke hoop. Niets is onmogelijk voor de goddelijke goedheid; doch de liefde vraagt offers. Ik moet Jezus al de genegenheden van mijn hart opoffereu. Hij heeft mij zijn Bloed, zijn Hart, zijne Moeder gegeven; ik wil er mijn leven, mijne bezittingen, mijne gezondheid, het leven, het welzijn van mijne dierbaren bijvoegen. Ik stel alles in zijne hand van dit oogenblik af tot het laatste oogenblik mijns levens. O

-ocr page 146-

136

Jezus, geef dat ik altijd moge zeggen: »Mijn God, al het mijue is het uwe.quot;

III.

»Hadde de jongeling zijne moeder nog gehad, zegt Kupertus, dan zou hij nooit het ouderlijk huis verlaten hebben, of hij ware vroeger teruggekeerd.quot; Aldus zal het kind van Maria öf zich niet door de zonde van God verwijderen, öf weldra door de onbevlekte Moeder op het goéde pad teruggevoerd worden. Niets overtreft het moederhart in liefde. Ik mag dus vertrouwen in het Hart van Maria eene altijd geopende schuilplaats te vinden. O met welk vertrouwen moet tot ik Haar mijn toevlucht nemen bij het gebed, in bekoring, in gevaar! deze mededoogende Moeder verstoot mij niet, omdat ik ondankbaar, onverschillig en traag was, doch immer blijft Zij mijne voorspraak bij God.

O Maria, mijne goede Moeder, na Jezus zijt gij mijne eenige hoop en steun: blijf mij steeds beschermen, en geef dat ik liever duizendmaal sterve dan God door de minste zonde te vergrammen. Neem gij, lieve Moeder, mijn

-ocr page 147-

137

bart, dat ik Jezus heb toegewijd onder uwe boede; verberg het in uw Hart, bescbouw bet als uw eigendom. Leer mij bidden, vertrouwen en Jezus beminnen met eene volmaakte liefde tot mijn laatsten snik.

12de OEFENING. Het Penningske der Weduwe.

Elke godvruchtige ziel voelt zich geneigd tot naastenliefde. Jezus heeft arm willen leven, en beeft zich nog met den schijn der behoefte omhuld in het heilig tabernakel, opdat ons bart, tot geven geneigd. Hem door milddadigheid zou vereeren. De naastenliefde om Jezus wil, staat in den eersten rang der deugden.

I.

»Jezus was bij de offerkist gezeten.quot; Het heilig Sacrament is de schat van elke christelijke ziel. Jezus rust daarin, opdat wij onze Communiën als in zijn Hart zouden nederleggen, en er de genaden putten, die wij zoo zeer behoeven.

-ocr page 148-

138

Als de Communie ons niet bij Jezus vestigt, dan is Hij onze schat niet; want zijn eigen mond zegt: »waar uw schat is, zal ook uw hart zijn.quot; Vreezen wij slechts ééne zaak, te weten dien schat te verliezen. Al verloort gij al uwe goederen , al zouden alle menschen u verlaten , dan blijft u het Hart van Jezus. De Heer breekt somtijds alle banden, opdat wij Hem alleen zouden beminnen.

O Jezus, eenige schat van hemel en aarde, ik heb beweend wat mij ontviel, en ik heb niet genoeg gezocht, wat mij nooit ontvallen kon. Hadde ik dit gedaan, dan zou ik minder, en met meer verdiensten geleden hebben. Kom dan, Heere Jezus, rust in mijn hart; hier is alles het uwe, mijn hart heeft geeu anderen schat dan ü.

»Jezus zag hoe het volk geld in de offerkist wierp.quot; Onze Zaligmaker kent onze ellende, onze zwakheid; Hij beschouwt niet zoo zeer wat wij doen, want alles is klein en nietswaardig voor den Almachtige; maar Hij beschouwt de loijze, waarop wij werken en vooral onze meening. De zuivere meening alleen trekt den blik van Jezus, Heere Jezus,

-ocr page 149-

139

in dit oogenblik ziet Gij, hoe ik mij bereid tot de H. Communie. Uw oog ontdekt tallooze vlekken en onvolmaaktheden , doch ik bid ü mij te helpen. Ik verzaak aan alle nalatigheid en traagheid; heilig de voornemens mijner ziel, vermeerder miju vertrouwen, opdat alhoewel ook niets in mij verdient uwe blikken te trekken , ik toch niet van uwe barmhartigheid moge verstoken blijven.

II.

»Vele rijken wierpen er veel geld in.quot; Jezus schijnt geen acht te slaan op de klinkende aalmoes der rijken van Jerusalem. Zoo gaat het niet alleen met onze aalmoezen, maar met elk goed werk, dat met praalvertoon verricht wordt, met de geheime begeerte van gezien, bewonderd, althans geprezen te worden. Er zijn goede werken, die zeer gevaarlijk zijn voor onze nederigheid; het zijn die, welke ons op den kandelaar plaatsen, die, welke tot welzijn van den evennaasten strekken, en uie zoo wij niet waken, nadeelig kunnen zijn voor onzen geestelijken vooruitgang. Even zoo is het met het gebruik onzer fortuin; het

-ocr page 150-

140

is soms moeielijk te vergeten, dat wij geen eigenaars, doch uitdeelers moeten zijn van de goederen ons door God toevertrouwd , en Hij ons morgen die kan ontnemen en aan anderen geven. Welk eene les voor mij, om den Heer te raadplegen in alles wat ik doe, en al die werken te mistrouwen, waarin de eigenliefde de groote rol speelt! Ik kom tot de H. Communie met de verwijderde voorbereiding mijner dagelyksche werken. Als Jezus die niet aangenomen heeft, dan kom ik met ledige handen. Ik heb alle reden om te vreezen, dat ik God heden geen rijk offer aanbied; doch ik hoop, dat Hij na de nederige bekentenis mijner ellende, mij zijne genade niet zal weigeren , en slechts mijn verlangen om Hem te ontvangen in aanmerking zal nemen.

III.

»Eene arme weduwe wierp twee penningskes in de offerkist.quot; Geen ander ofïer kunnen wij aan God brengen, dan de twee arme penningen van onze ziel en ons lichaam , waarmede wij den hemel kunnen koopen. Ik voeg daarbij het

-ocr page 151-

141

ofier van miin hart en geest. Ziedaar alles wat ik bezit, o Heer, ik geef het U zonder voorbehoud.

O Jezus, uwe goedheid toont zich nooit duideliiker dan ten opzichte der armste, geringste, verachtelijkste ziel; en het is deze ziel, die tot U komt, zij hoopt op uwe oneindige barmhartigheid. Zijt Gij de God van alle heiligheid, Gij zijt ook de God van liefde, die mij bemind heeft tot den dood des kruises. Kom, lieve Jezus, tot eene ziel, die betreurt, ü slechts zulk een gering offer te kunnen aanbieden. Gij wilt in mijn hart komen wonen; o bereid en versier Gij het zelf. Wilt Gij mi] in myne armoede laten, gelief mij toch uw Hart te openen, uw Hart, dat Gg steeds voor de armen, de geringen, de bedroefden openstelt. Kom, o Jezus, naar ü verlang ik, minder om nieuwe weldaden te ontvangen, dan om door U God beter te loven en te danken.

•DANKZEGGING.

Verneder ü diep en aanbid de goddelijke Majesteit, die in U komt wonen. Hoe meer gij u vernedert voor Jezus-

-ocr page 152-

142

Christus, hoe meer zijne barmhartigheid en zijne liefde over u zullen nederdalen.

I.

» Jezus riep zijne leerlingen.quot; Er waren ongetwijfeld vele menschen in den tempel, Jezus riep ze niet. Hij riep alleen zijne leerlingen tot zich. Velen omringen zijn tabernakel, slechts weinigen roept Hij dicht bij zijn Hart. Helaas! na de Communie is Jezus somtijds verplicht mij, verstrooid als ik ben, tot zich te roepen. Hij zegt tot zijne Engelen: Vergadert mijne kinderen rond mij; en de armsten, de ellendigsten mogen zich het dichtst bij Hem plaatsen. O Jezus, laat mij in deze zoete oogenblikken van innige ver-eeniging, ü herhalen, dat ik TJ bemin, dat ik Ü liefheb meer dan allen, meer dan mijn leven, meer dan den Hemel. Maar ik wil niet alleen het geluk smaken van U te beminnen ; geef dat uwe liefde zich uitstorte in aller harten, dat allen, die mij dierbaar zijn, U liefhebben, o mijn Jezus, dat zij zich verdringen rondom aw heilig tabernakel, dat zij branden van liefde tot u w Goddelijk Hart. Geef ons allen de gave van gebed, het vertrouwen en de liefde.

-ocr page 153-

143

s Deze arme weduwe gaf meer dan de anderen. Zij heeft alles gegeven wat zij had.quot;

Ik heb de heilige Communie mogen ontvangen; kan de Heer nu van mg zeggen, »zij heeft alles gegeven, wat zij heeft?quot; En zoo dit niet het geval is, hoe durf ik dan iets terughouden , nu de Heer mij alles geeft wat Hij is, en wat Hij mij geven kan?

O Jezus, welk een geluk U te mogen bezitten! üwe goedheid beschaamt mij; zij alleen kon U in mij ellendig hart doen nederdalen. O kon ik U thans ook rijke offers aanbieden! doch. Heer! ik ben slechts eene onnuttige dienstmaagd.

o O

Ik dank ü, dat gij mij toestaat, U te beminnen ; geef mij gelegenheid veel te kunnen doen uit liefde tot ü, en U te bewijzen, dat ik alles wat ik heb, gaarne wil gebruiken om U te doen loven, prijzen en beminnen, door al degenen, die mij dierbaar zijn, door alle schepselen der aarde.

II.

Waarover kan Jezus mij prijzen?

Op verscheidene plaatsen van het E van-

-ocr page 154-

144

gelie zien wij, dat Jezus bijzonder het geloof, de nederigheid, de naastenliefde prijst. Maar hoeveel onvolmaaktheid in de beoefening dezer laatste deugd! Wij geven, omdat wij gaarne geven, en wij geven slechts wat wij geven willen. Onze aalmoezen ontleenen hare waarde aan ons hart, onze meening; Jezus telt voor niets de aalmoes zonder edelmoedigheid, zonder liefde gegeven. Als ik alles niet geef, kan Jezus mijne edelmoedigheid niet prijzen. Als ik mij iets voorbehoud, kan Jezus mijne liefde niet prijzen. Als ik vrees, zelve iets te moeten ontberen, kan Jezus mijn geest van versterving niet prijzen. Moge Hij ten minste nu mijn leedwezen over het verleden , mijn goeden wil voor de toekomst prijzen. Ik zal voortaan mijnen tijd wijden aan plichtsbetrachting, gebed en werken van naastenliefde; de ware deugd leeft van kruis, opoffering eu werken van barmhartigheid. De natuur deinst hiervoor terug; maar hoe gelukkig zal ik zijn, eens bij Jezus te komen, de handen vervuld met goede werken, en het hart ledig van al hetgeen het ten offer heeft gebracht!

-ocr page 155-

145

III.

Wat zal ik doen om door Jezus se-prezen te worden.

Wat zal ik ten eerste doen om Jezus voor deze H. Communie te danken? Ik heb Hem, helaas! geene rijke offerande kunnen aanbieden, doch het is gemakkelijk mijne oefeningen van deugd te verdubbelen. Groote dingen kan ik niet voor Jezus doen; doch wat belet mij een blik van nieuwsgierigheid, eene klacht, een bijtend woord, een verwijt te weerhouden, mij niet te laten dienen, anderen dienst te betoonen, een goed woord te spreken tot diegenen, die mij niet genegen zijn, mij te berooven van eene geliefkoosde spijs, zeer nauwkeurig te zijn in kleine oefeningen van plicbt of staat, eenvoudiger te zijn in mijne kleeding, minzamer jegens mijne omgeving, geduldiger om degenen, die mij noodig hebben, aan te hooren, nederiger in omgang; ernstiger in mijn wandel; beleefder in mijn handel te zijn? Wat belet mij, eerbiediger jegens bejaarde personen, voorzichtiger in mijne gesprekken om niemand door een woord

7

-ocr page 156-

146

te beleedigen, voorzichtiger in mijn oordeel te zijn? Voortaan, lieve Jezus, zal ik over al mijne handelingen de vijl der versterving laten gaan, ten einde U door mijne werken mijne liefde te toonen. O Jezus, vorm Gij zelf in mijn hart het vurig verlangen om U meer te behagen, geef dat ik getrouw zij aan myne goede voornemens. Geef dat ik ü vurig beminne; dan zal niets mij moeielijk vallen. Alles voor ü, o Jezus, mijne liefde.

13de OEFENING. De weduwe van Naïm.

Bestudeeren wij de goedheid van Jezus Hart in de treffende gebeurtenissen van Naïm. Wij zullen daaruit leeren in de beproevingen van dit leven alles te verwachten van het goddelgk medelijden, en bij allen tegenspoed in de II. Communie onzen troost te zoeken. Hoe groot ook onze beproeving zij, zoo stort het H. Sacrament in ons hart eene zalving, die de grootste smarten geneest; en eene

-ocr page 157-

147

waarlijk onderworpen ziel verlaat de H. Tafel niet, zonder nieuwe hoop en moed mede te nemen.

I.

Jezus »ging naar eene stad, Naïm genoemd.quot; Deze reis van Jezus naar Naïm, op hetzelfde oogenblik dezer zware beproeving, bereidde de ontmoeting van den dood met bet leven. Jezus gevoelde het verlangen; om die bittere smart te lenigen. Hij is immer bereid het leven aan de ziel terug te schenken of het te vermeerderen. Komt Hij niet gedurig van den Hemel tot de aarde, om ons te helpen en te troosten ? Jezus\' Hart houdt zich evenzeer bezig met het lijden van mijn hart, als met dat eener in schijn beklagenswaardige moeder? Niet slechts eenmaal heb ik Jezus ontmoet op het oogenblik der beproeving, maar zoo dikwijls ik lijd of ween, is Hij in het tabernakel, bereid om de droefheid uit mijne ziel te verwijderen, om mijn verdriet te heiligen. Hij verwacht mij; zal ik Hem vruchteloos laten wachten?

O myn Jezus, ik kom tot U, omdat ik bedroefd ben, ik kom tot ü, omdat

-ocr page 158-

148

ik lijd, ik kom tot U, omdat geen enkel schepsel mij kan troosten, ik kom tot ü, om wel te leeren lijden, om geduld en gelatenheid bij U af te smeeken. Ik offer ü al de gevoelens van geloof, van hoop, van liefde, die ik duizendmaal vuriger wenschte te zien. Ik bied mij geheel aan U, opdat Gij met mij bandelet volgens uwe groote barmhartigheid. Ik verlang U te ontvangen o Jezus, om van uwe goedheid de genade te verkrijgen van wel te mogen lijden, van op zulk eene wijze te zaaien in tranen, dat ik in vreugde moge maaien, niet op deze aarde van ballingschap, maar in het hemelsch vaderhuis. Bereid Gij zelf mij tot de heilige Communie, ik bied ze U aan voor de zielen, die mij droefheid of angst berokkenen. Geef haar het leven terug. Ik bid voor haar en voor mij. O mogen wij ü toch eens te zamen in den Hemel beminnen!

II.

Toen Jezus »de poorten der stad naderde , droeg men een doode er uit, eenige zoon zijner moeder; en deze was weduwe.quot;

-ocr page 159-

149

Het scheidingsuur is altijd treurig. Het uur, waarop men het laatste wezen verliest dat ons dierbaar is, is het smartelijkst unr des levens. Het is voor de ziel, die de heilige Communie niet gesmaakt heeft, het toppunt des lijdens. Eu is het graf niet gesloten voor de goddelijke almacht, die naar believen het stof kan bezielen, nog veel bewonderenswaardiger is de verrijzenis .der ziel tot een onsterfelijk leven. Dagelijks daalt Jezus op onze altaren, om het bovennatuurlijk leven terug te schenken aan de zondaars, wier dwalingen wij betreuren. Zijn Hart wil zijn bij degenen, die lijden en weenen, wel wetende dat, zoo wij Hem in den Hemel moesten zoeken, wij nimmer den moed zouden hebben onze betraande oogen zoo hoog te verheffen.

Ik heb de mijnen zien voorgaan in het land, waaruit niemand wederkeert. Ik beween hun verlies, en niet minder beween ik de verblindheid dergenen, die den eeuwigen dood niet vreezen. Heer, hoe ongelukkig is het te lijden zonder liefde, zonder verdiensten voor den Hemel, zonder grootere glorie voor

-ocr page 160-

150

God, zonder vereeniging met Jezus aan het kruis! Hoe goed is God, mij dit ongeluk gespaard te hebben! Uit het tabernakel ziet Jezus mijne smart, die de wereld niet begrijpt, noch kan verzachten. Geene enkele smart mijns harten ontgaat aan zijn oog; Hij telt mijne tranen. Hij luistert naar mijne gebeden, zijn oor is steeds geopend; mijn lijden is groot, doch Jezus komt tot mij. Hij zal mijne tranen drogen, ik lijd veel, doch de Hemel zal eens mijn deel zijn!

Mijn God, ik leef in groote beproevingen, in duizenden angsten; maar ik mag mijn hart in het uwe uitstorten, en dit vermindert mijn lijden in groote mate. In alles wat mij overkomt, ziet het geloof altijd iets goeds, iets nuttigs voor de eeuwigheid, en toont steeds de vaderlijke hand, die ons slaat tot ons welzijn.

Mijn God, geef dat het geloof en de hoop mij trekken tot de liefde en het vertrouwen. Geef, dat ik door deze Communie U meer en meer beminne, al moet ik ook sterven van smart; want dan ben ik zeker, slechts door uwe liefde te leven.

-ocr page 161-

151

III.

»De Heer, haar gezien hebbende, werd door medelijden bewogen.quot; Eene diepe droefheid trekt den blik des Heeren. In deze menigte, zag Hg slechts de trooste-looze moeder. Deze ongelukkige, door smart overstelpt, zag Jezus zelfs niet. En hadde men haar gezegd: »Houd moed, de Profeet nadert!quot; dan hadde zij wellicht den blik niet tot Hem opgericht ; want het diepbedroefde hart gelooft niet meer aan de mogelijkheid der redding. De stem der schepselen kan ons niet troosten, doch wij hebben het tabernakel, daar worden onze tranen gedroogd, ons lijden geheiligd!

Arme moeder, gij hebt uwen zoon verloren, doch bedenk, dat de scheiding niet voor eeuwig is. Open uw hart voor Jezus. De ziel, die ten Hemel is gevlucht, is gelijk de reiziger, die naar verafgelegen landen vertrekt, doch deze is niet zeker eenmaal de zijnen weder te zien, terwijl de ziel, in den Hemel, degenen zal wederzien, die zij op aarde bemind heeft. In het goddelijk Wezen ziet zy ze nu; zij hoort hunne woorden,

-ocr page 162-

152

bidt voor lieu niet de kennis hunner behoeften en den wil om hen te helpen. O Jezus, de kelk mijns levens is vol smart en bitterheid. O hoe dankbaar ben ik ü, dat Gij mij uw Hart, uw kruis, geheel U zeiven geeft! Ik wil alles lijden om uwe liefde te erkennen.

» Ween niet.quot; Het lijdend hart gaat geen troost zoeken , doch wacht tot een vriend zijn lijden raadt. De moed ontbreekt ons het bloot te leggen. Daarom is de troost der schepselen zoo schaarsch. Niets valt harder dan alleen te moeten lijden, niets is nuttiger dan ouder het oog van Je7us te lijden. Toen gij aan den voet des altaars knieldet, met een hart verpletterd onder het gewicht der smart, hebt gij toen ook in het binnenste uwer ziel de woorden niet gehoord: » Ween niet?quot; Beu ik dan uw God niet? Kan ik u niet wedergeven wat gij hebt verloren? Heb ik zelf den doodsangst, het kruis niet onderstaan? Stort uwe tranen in mijn Hart en vertrouw op mijne goedheid....

Wie bezit de macht om aldus te spreken , dan Hij alleen, die het lijden kan verlichten, Hij, die waarlijk troosten

-ocr page 163-

153

kan? O, de heilige Communie is eene zekere, eene werkdadige vertroosting. Ik verlang Jezus te ontvangen, want zoo Hij mijne tranen niet droogt, laat Hij mij ten minste schreien op zijn Hart, en Hij wil mijne onderwerping wei als voorbereiding aannemen. Mijn God, geef mij uwe genade , niet om mij te troosten , maar opdat ik beter, opdat ik edelmoediger worde. Meer dan verlichting in mijn lijden vraag ik U onderwerping, gelatenheid, kracht, geduld, eene waardige voorbereiding tot de heilige Gom-

O o ~

munie. Werp eenen blik op uwe dienstmaagd, verhef haar boven hare droefheid, niet opdat ik minder lijde, maar opdat ik beter moge bidden. Trek mij krachtig tot uwen heiligen Liefdedisch, waar men zelfs in de diepste smai\'t eene vreugde vindt, die niet van deze wereld is. Kom Heere Jezus, kom mij versterken; treed in mijn hart, en ik zal niet meer weenen. Ik bemin U, ik geef ü al wat ik bezit, al wat ik verlang, mijne gedachten, mijne liefde, mijn leven, mijn hart.

DANKZEGGING.

Aanbid uwen God en Zaligmaker. Bedank Hem, dat Hij in uw hart zijn

-ocr page 164-

154

intrek heeft willen nemen. Luister naar zijne woorden en vergeet u zelve. Kunt gij uwe tranen niet weerhouden, zoo ween bij Hem ; doch ontmoedig u uiet over de langdurigheid uwer beproeving, Jezus draagt ze met u. Betuig uwe liefde aan uwen Zaligmaker. Hij sloot zijn verbond met uwe ziel op het kruis. Hij verwacht, dat gij deze heilige verbintenissen bevestigt. Bezegel die met uw hartebloed.

I.

»Jongeling, ik beveel u, sta op.quot; Tot ieder die de heilige Communie ontvangt, zegt Jezus deze woorden. De onsterfelijke ziel is altijd jong. In hare vereeniging met dat Hart , dat weet te beminnen tot aan gene zijde des grafs, vindt zij levende kracht. Jezus roept mij. Ik ben opgestaan , ik bezit in mij het eenige, ware leven. O hoe vurig moet ik Jezus bidden, mij het leven zijner genade te laten en het terug te geven aan degenen, die het verloren hebben! O mocht ik, bij elke Communie, de bekeering verkrijgen van éénen zondaar, hoe rijkelijk zou ik schadeloos gesteld worden voor datgene,

-ocr page 165-

155

wat ik op aarde moet missen! 0 Jezus, ik bemin U, ik bedank U, voor mij meer geleden te hebben dan ik met mogelijkheid voor ü lijden kan.

» De doode stond op en begon te spreken.quot; Bij een onverhoopt geluk is de dankbaarheid natuurlijk. Was zij levendig iu het hart van den Jongeling, vurig

o o \' O

in het hart zijner moeder, wegens het ontvangen eener weldaad, die eiken dag hun weder kon ontnomen worden, hoe groot moet dan mijne dankbaarheid niet zijn jegens Hem, die mij in het heilig Sacrament een eeuwig leven aanbiedt?

Ik zal mijne dankbaarheid betoonen door gebed, door plichtsbetrachting; een Onderworpen hart zal mijne dankzegging wezen. In dit oogenblik doet Jezus voor mij niet minder, dan voor de vrouw, die Hem wellicht niet kende, met dit onderscheid, dat de H. Communie en het lijden weldaden zijn van verschillenden aard, beide aan onze zinnen verborgen, doch beide eischen eene getrouwe en dankbare medewerking. Wie zou zoo ondankbaar zijn, Jezus na de heilige Communie niette danken? Waarom Hem dan ook niet bedanken voor de kruisen.

-ocr page 166-

156

die rechtstreeks tot Hem geleiden ? Daarenboven verlicht de heilige Communie de smart. Ik heb geleden, maar ik heb gecommuniceerd. Het verleden en het tegenwoordige zijn somber genoeg, doch als ik daartegen al de uren tel, bij uw tabernakel doorgebracht, ben ik dan niet ruimschoots schadeloos gesteld? O Jezus, mijne hoop, handel mij volgens uwe goedheid; ontsteék in mijn hart de zuivere vlam uwer liefde en de oprechte begeerte om ü te behagen. Indien uwe stem de dooden uit het graf kan wekken, hoe groot moet dan uwe macht niet zijn, nu Gij geheel in mij zijt! O geef, dat ik U steeds getrouw blyve.

II.

Jezus » gaf hem terug aan zijne moeder.quot; O welke vreugde voor dat moederhart, den zoon, dien zij zoo beweend had, vol leven en gezondheid in hare armen te mogen drukken! Zoo geeft Jezus mij terug aan mijne hernelsche Moeder Maria, die ik zoolang door mijne zonden bedroefd heb. Hoe dikwijls heeft Maria mijn geestelijken dood beweend en zich verheugd over mijne verrijzenis! Dit is

-ocr page 167-

157

hel geheim mijns gewetens; doch zoo dikwijls ik in zware zonden viel, heb ik door de gebeden mijner hemelsche Moeder een veel kostbaarder leven, het leven der genade, teragbekomen. Heer, leer mij wel begrijpen. dat het immer tijd genoeg is om te genieten, omdat de vreugde ons deel zal zijn in alle eeuwigheid; maar als mij eens de gelegenheid zal benomen worden, om U door mijn lijden te verheerlijken , geef dat ik dan niet te betreuren hebbe niet edelmoedig genoeg geleden te hebben. Geef dat ik moge lijden gelijk de heilige Maagd, die nooit moede werd te lijden, omdat zij niet moede werd te beminnen.

» Een groot profeet is onder ons opgestaan.quot; O welke bewonderenswaardige uitwerkselen kunnen de Engelen waarnemen in de ziel, die dikwijls communiceert! Jezus vermeerdert in haar de heiligmakende genade, de heilige Geest doordringt haar meer en meer door geloof, hoop en liefde en maakt haar aldus meer gelijkvormig aan haar goddelijk voorbeeld. Heere Jezus, wek in mijne ziel eene vurige begeerte om grooten voortgang te maken op den weg der deugd!

-ocr page 168-

158

m.

»God heeft zijn volk bezocht.quot; Ja, het tabernakel geeft mi] de verzekering, dat God zijn volk bezoekt; ook door het lijden bezoekt Hij ons; welke groote voorrechten zijn aan dit bezoek verbonden ! Even zoo vele uren van lijden, even zoo vele uren van glorie voor God, van verdiensten voor mij. Elke dag getrouw doorgebracht verscheurt eene bladzijde van zaligheid in het boek des levens. Zou ik, na een blik op het tabernakel morgen niet willen lijden?

Als gedachtenis aan het bezoek van Jezus, behoud ik de hoop, dat Hij weldra zal wederkomen. Gevoel ik mij niet getroost , zoo komt dit wellicht, omdat ik nog troost bij de schepselen zoek, doch de Communie van dezen morgen heeft mijn geloof opgewekt.

O mijn Jezus, God mijner ziel, moge het doel mijns levens eene voortdurende dankzegging zijn voor de beproevingen, die mijne ziel met onsterfelijke hoop vervullen. Zij zijn de kiem geweest van uitgezochte genaden en zij hebben mij nader tot ü gebracht. Thans keu ik

-ocr page 169-

159

beter die liefde, die nooit verandert, nooit sterft, die geen graf, geene scheiding, geen ondank, geene beleediging kent, de liefde die altijd vergeeft, nimmer verlaat. Ik gevoel mij getroost, daar ik geloof aau het mededoogen van uw Hart, ik dank ü, mijn God, mij zoo veel lijden te hebben overgezonden, omdat uit uwe hand alles genade is, om mij tot het opperst geluk te geleiden. O mijn God, laat mij U kennen.

Geef dat ik meer beminne, naarmate ik meer lijd. Geef dat ik U veel beminne , omdat mijn lijden groot is. Geef dat ik U beminne, opdat Gij mij genoegzaam moogt beminnen , om mij nog meer lijden over te zenden. Mijn God, laat mij U beminnen, en ondanks alle lijden zal ik gelukkig zijn. In plaats van de beproeving te vreezen, zal ik slechts vreezen ze niet verdienstelijk genoeg te verdragen, met het oog op de heilige Communie en den Hemel. Geef mij deze vrees en het verlangen van U te behagen.

BESLUIT.

Maken wij ons gewoon, in onze beproevingen alleen aan Jezus onzen nood

-ocr page 170-

160

te klagen, bi] Hem allen troost te zoeken. Hij alleen geeft kalmte en rust in de uren des lij Jens, omdat Hij de vrede zelf is. Zou de heilige Communie, waarin wij God werkelijk bezitten, ons geen dag vreugde kunnen verschaffen, als het zien van God den Engelen eene eeuwige vreugde verschaft? Het hemelsch licht beschijnt onze ziel; wat maakt het ons, of sombere wolken zich in onzen geest opeenstapelen? Beschouwen wij alles in het schitterend licht des geloofs, opdat dit onze liefde ontvlamme, terwijl de beproeving het geluk ver van ons verwijderd houdt.

Ude OEFENING.

Jezus, onze Geneesheer, onze Vriend, onze Vader.

I.

Gedurende zijn sterfelijk leven heeft Jezus zijne macht op zoo vele wijzen getoond. Hij heeft die gebruikt ten gunste van zoo vele hulpbehoevenden, dat er voor Hem geene ongeneesbare kwalen bestaan. Hij kan en wil al onze ziekten

-ocr page 171-

161

genezen. Leggen wij al onze ellenden voor Hem bloot, met eenvoud, ootmoed en vertrouwen. Hij zal zijne hand leggen op onze wonden, hetzij om ze te genezen, of ze te vergrooten. Op welke wijze Hij ons ook behandele, onderwerping, vrede, vertrouwen.

O mijn God, ik spreek tot Uem, die alles weet, alles ziet, alles kan, die al de ellende, de droefheid, de smarten mijns harten doorziet. Mijne ziel lijdt, als zij het oog werpt op het verleden, en zij vreest de toekomst.

Heb medelijden met die kwalen, die voor een alvermogend geneesheer gelijk Gij niet ongeneesbaar zijn. Ik dank U, dat Gij U van deze kwalen wilt bedienen , om mij tot U te brengen; want als ik die zie in het licht uwer oneindige heiligheid, gevoel ik grootere begeerte om daarvan verlost te worden. Meer dan alle lijden vrees ik uwe liefde te kwetsen, en U niet te ontvangen met die liefde, vurigheid en zuiverheid, die uw H. Sacrament vereischt.

Jezus verdient ons vertrouwen. Het grootste genot op deze aarde is zonder tegenspraak het wederkeering vertrou-

-ocr page 172-

162

wen van harten, die elkander niets weten te verbergen. Wien kunnen wij beter ons vertrouwen schenken, dan onzen goddelijken geneesheer? Zijn Hart neigt zich tot ons, en het onze stijgt tot Hein, op de vleugelen van liefde en gebed. Jezus wil, dat ik Hem alles mededeele, dat ik niets voor Hem verberge. Indien Hij in mijn oog eene moeielijkheid ontdekt, die ik Hem niet toevertrouw, eene fout, die ik Hem niet beken, hoe zou Hem dit bedroeven! Ik ben aan zijn Hart de volle waarheid schuldig. O hadde ik dit vertrouwen nooit geschonden , hoevele fouten , hoeveel zelfverwijt hadde ik mij bespaard!

Mijn welbeminde Verlosser, ik kom U al mijn leed toevertrouwen; want Gij hebt gezegd; »Komt allen tot Mij, die belast en heiaden zijt.quot; Lijden en droefheid zijn een toegangsbewijs tot uw Hart. Heer, Gij weet, welke wonde deze of die persoon, deze of gene zaak mij toegebracht heeft. Gij weet. hoe dit of dat woord mijn hart doet bloeden, en bij deze uitwendige wonden ziet Gij nog de inwendige. O Heer, als uwe hand ze slechts wil aanraken, dan, god-

-ocr page 173-

163

delijke geneesheer, zal ik ze tot uwe glorie lijden, indien liet uw wil niet is ze thans te genezen.....

II.

Jezus is ons goddelijk toonbeeld. God heeft mij eene natuurlijke gelijkenis geschonken raet het heilig lichaam van Jezus: ik moet dus mijne bewegingen regelen naar de zijne, mijne zintuigen regelen naar het gebruik, dat Hij van de zijne maakte; en het is mij gemakkelijk te zien; hoezeer de zedigheid, de bescheidenheid mijn uitwendig gedrag moeten besturen. Ik heb met Jezus eene geestelijke gelijkenis door den onsterfe-lijken geest, waarmede God mij bezield heeft. Ik moet dus trachten in alle zaken de gevoelens en de gedachten van Jezus aan te nemen, dit is het moeielijke punt zoo lang ik aan mijn gevoel, mijn eigenzin, mijn eigene denkbeelden verslaafd blijf, maar door de genade, door de H. Communie kan ik eene veel volmaaktere, bovennatuurlijke gelijkenis met Jezus verkrijgen. Dit voorrecht alleen zou mij de H. Communie moeten doen beminnen.

-ocr page 174-

164

Ileere Jezus, door deze Communie vraag ik nog meer dan uwe gelijkenis; ik vraag mijzelve geheel in U te verliezen. Dat uw aanbiddelijk Hart, weldra met mij vereenigd, mijne gevoelens en geheel mijn wezen hervorme volgens uw welbehagen. Heilig mijn Hart zoodanig, dat ik geen enkel schepsel op aarde beminne, dan door de zuivere liefde, ■waarmede men in den Hemel bemint.

III.

Tracht gedurende de heilige Mis in ü die gevoelens op te wekken van dankbaarheid en liefde, die gij Jezus betoond zoudt hebben, hadt gij Hem op zijn kruis zien sterven. Van het altaar zegt Hij u, terwijl Hij u zijn Bloed toont in den kelk: Zie wat ik voor u heb geleden. Zie mijne wonden en mijne liefde; wat zult gij voor mij doen. Tegenover zulk een offer moogt gij Jezus de kleine offers niet weigeren, die Hij u oplegt. Jezus nadert ons met een Hart kloppend van liefde, met de handen vol genaden. Toon Hem een groot verlangen om Hem te ontvangen. Het smeekgebed eener vurige ziel wordt

-ocr page 175-

165

immer verhoord. De ontvangst, die gij den Heer bereidt, zal de maat zijn der genaden, die Hij u zal bewijzen. Even als ieder bier op aarde gaarne gaat naar die plaatsen waar hij wel ontvangen wordt, zoo komt de goddelijke Meester gaarne tot het hart, dat naar Hem verlangt.

O mijn beminde Zaligmaker, hoe meer ik U ontvang, hoe meer ik naar U verlang. Elke Communie doet mij begeeren weder te mogen communiceeren. Ik smeek ü de akten van geloof, hoop en liefde der heiligen te willen aannemen, om aan te vullen wat aan mijne ziel ontbreekt, en de gesteltenissen, die Gij in mijn laatste uur in mijn hart wilt vinden, zelf daarin te willen leggen, want dan zal het mij wellicht onmogelijk zijn , U met hart en ziel te herhalen, gelijk ik het nu doe: Mijn God, ik geloof, ik hoop, ik bemin.

DANKZEGGING.

Aanbid Jezus alleen met u in uw hart.

Troost Jezus, door zoo menigeen verlaten in zijn Sacrament van liefde.

Tracht door uwe vurigheid de heiligschennissen en beleedigingen, Jezus aan-

-ocr page 176-

166

gedaan, te herstellen; en bied tot die intentie de gebeden en goede werken, die gij heden zult verrichten; doch daar uwe voldoening zeer gebrekkig is, moet gi] het goddelijk Bloed van Jezus, dat uit zijne HH. Wouden vloeit, den hemel-schen Vader aanbieden, en genade en barmhartigheid afsmeeken voor u zelve en de zondaars.

I.

Aanbid Jezus als uwen Schepper. O mijn God, welk recht hebt Gij op mijne dankbaarheid, omdat Gij mij hebt willen plaatsen onder het getal der redelijke wezens, die U mogen aanbidden! De eeuwigheid zal niet lang genoeg wezen om U voor deze weldaad te bedanken. O wat ware mijn leven geweest, zonder uw heilig Sacrament, zonder die vaste verzekering uwer tegenwoordigheid bij ons? Heer, al uwe weldaden zijn gering in vergelijking met deze. Ik aanbid ü, o mijn God, met eene levendige, diepe, oprechte dankbaarheid, en bid U mij te leeren, daarvan een beter gebruik te maken, opdat ik ü in den Hemel eeuwig mogen kennen, aanbidden en beminnen.

-ocr page 177-

167

II.

O mijn Jezus, aan U behoor ik voor altijd, voor eeuwig. Ik aanbid ü met de levendigste dankbaarheid; ik verlang, de uitwerkselen der heilige Communie in mijn hart te bewaren, en daarom zeg ik met de H. Magdalena van Pazzi: »0 Jezus, sluit hedeu mgue oogen in die uwer barmhartigheid, open ze voor uwe tegenwoordigheid, sluit ze voor ijdele zaken, voor al wat derzelver zuiverheid zou bezoedelen, voor al wat mij mijn evennaasten vermetel zou doenoordeelen.quot;

»0 Jezus, plaats mijne ooren in de uwe, opdat zij slechts de stem van mijnen Welbeminde mogen hooren, de goddelijke stem, die den vrede belooft, die slechts spreekt van hoop en liefde, die mij noopt tot het offer van mijn hart. Heer, het is U toegewijd, doe er mede gelijk Gij wilt. Uwe stem zal mij troosten in mgn lijden en mij den moed geven, om mij te verheffen boven andere woorden, die mij nederdrukken en bedroeven.quot;

»Doe mijn mond slechts zeggen wat hij leert uit den uwe, waaruit slechts woorden des eeuwigen levens vloeien.

-ocr page 178-

168

Ik zal zwijgen bij elke andere stem, om naar de uwe te luisteren; zij zal mij woorden ingeven, die stichten en troosten. Ik zal mij wachten voor ijdele, nuttelooze, liefdelooze woorden, die mijne tong, gepurperd door uw goddelijk Bloed, zouden ontheiligen.quot;

»Dat de wonden uwer heilige handen mijne werken deelachtig maken aaa de kracht van het kostbaar Bloed, dat eenmaal daaruit vloeide. Laat mij, bid ik U, in die heilige bronnen de verdiensten mijner werken putten; zuiver door uw kostbaar Bloed al de vlekken mijner ziel. Vereenig mijne smarten met uwe smarten, opdat ik daardoor den hemel moge verwerven.quot;

O Jezus, mijn goede, mijn teedere Vader, Gij hebt mij op deze aarde geplaatst, waar geheel de schepping samenwerkt om in mijne behoeften overvloedig te voorzien. Hoe ondankbaar ware het, te twijfelen aan mijn hemelsch erfdeel, of mij tevreden te stellen met de hoop op een der minste plaatsen in uw hemelrijk. Neen, Gij wilt, dat na uwe volkomen opperheerschappij over de geaeele aarde afgesmeekt te hebben, wij ook

-ocr page 179-

169

onzen wil volkomen onderwerpen met dien der Engelen en Heiligen in den Hemel. Ik onderwerp mij geheel aan ü. Geef mij de vreugde uwer tegenwoordigheid te midden der verdrukking, der duizenden beslommeringen en den strijd des levens. Geef dat ik, U steeds vurig beminnende, alles getrouw vluchtende wat ü mishaagt, en met kinderlijke liefde tot U opziende, op U steunende, eens in uwe Vaderarmen mogen sterven.

III.

Is het niet bijzonder in de H. Communie, dat Jezus volgens zijne beloften ons niet meer zijne dienaars, maar zijne vrienden noemt. De H. Schrift noemt een getrouwen vriend »een kostbaren schat.quot; Hoe zoet is het Jezus onder dezen titel en in deze hoedanigheid te bezitten, en te weten, dat Hij zelf dezen titel ten onzen opzichte heeft aangenomen. Beminnen wij dan den Vriend, die zijn leven heeft opgeofferd om zich door ons te doen beminnen, dien eeuwigen, onsterfelijken Vriend, wiens genegenheid nooit verkoelt.

Als Vriend vraagt Jezus mijn ver-

8

-ocr page 180-

170

trouwen, doch hoe zeldzaam is die volkomen openhartigheid! en de mensch schenkt ze slechts ten halve aan Hem, die stierf om ze te verkrijgen. Wie heeft recht op mijn vertrouwen, zoo niet Jezus alleen ? Hij staat mij toe Hem mgn vriend te noemen; maar Hij vraagt ook het bewijs, dat ik Hem als zoodanig beschouw en voor Hem, ter zijner liefde verzaak aan de vriendschap der schepselen.

O mijn Jezus, hecht mij meer en meer aan ü door de heilige Communie. O Gij, de eeuwige, ware, onsterfelijke Vriend, die mij nooit verlaten hebt, o bind mij nauwer en nauwer aan uw Hart, en geef dat ik U geheel mijn vertrouwen , mijne liefde schenke!

15de OEFENING.

Heer, red ons, wij vergaan.

I.

De zee is het beeld des levens, in het soms zoo hevig geslingerde scheepje onzer ziel. Onbeteugelde hartstochten dreigen, even als onstuimige baren, ons vaartuig te vernielen. Vluchten wy tot

-ocr page 181-

171

het heilig Sacrament, en de kalmte zal weldra in de plaats treden van de hevige stormen, die in het geestelijk leven zoo dikwijls woeden.

»Het scheepje werd door de golven geslingerd in het midden der zee.quot; Wij leven in deze wereld als op eene onstuimige zee, waarin zich menige blinde klip bevindt. Vreezen wij echter veelmeer de inwendige stormen, dan de windvlagen der wereld. Bekoringen, vermaken doen mij den strijd aan en dwingen mij tot de worsteling. Ik verdedig mij, doch dikwijls te vergeefs. Ik ontsnap door de vlucht, doch overal draag ik met mij den inwendigen storm. Somtijds is één woord, één blik genoeg om myne ziel te ontroeren. Ik roei tegen den stroom op, mijne ziel wordt door de golven geteisterd; doch ik weet waar de goddelijke stuurman te vinden is. De duisternis omringt mij; maar ik weet, Jezus is in zijn tabernakel. Al is Hij onzichtbaar, zoo rust toch zijn blik op mij. Zijne hand ondersteunt de wereld. De storm is het uur zijner almacht, de oceaan is voor Hem een druppel water, waarmede het kind speelt. Ik begrijp

-ocr page 182-

172

den angst der Apostelen bij de afwezigheid van hun goddelijken Meester; en ik gevoel mij gelukkig Hem altijd te bezitten in het tabernakel; zonder den storm, die mij aanzet tot bidden, zou ik de genade niet ontvangen van mij aan mijne verstrooidheden, mijne baatzuchtige, wereldgezinde gedachten, te onttrekken. Ik gevoel dan, sterker dan het gevaar, de kracht des gebeds, die ons nooit ontbreekt. Zal Jezus, volgens zijn verlangen tot mijne ziel komen? In Hem heerscht eeuwige rust, in mij zoo vaak kwelling en gejaagdheid. O Heer, kom tot mij en herstel rust en vrede in mijn hart.

11.

Jezus wandelde over de zee en kwam tot zijne leerlingen. Een vloeibaar, licht element, kan het gewicht van een zy.\'iuir-der lichaam niet dragen. Maar een mirakel, om zijne leerlingen gerust te stellen, kost Jezus geene moeite. Hij ziet, hoe zij worstelen tegen een wissen ondergang , en snelt hen ter hulp. De zee is de kortste weg, Hij wandelt over de zee. De almacht, die hare afgronden

-ocr page 183-

173

gegraven heeft, bevestigde baar onder de schreden des Scheppers.

Door hoeveel mirakelen komt Jezus tot mij op de zee der wereld, en daalt Hij tusschen de hand des Priesters!

Het was na een duisteren nacht, dat Jezus het scheepje naderde. Ook voor ons is het vaak duister, doch twee lichtbakens zijn op onzen weg geplaatst om ons voor de schipbreuk te behoeden. In den Hemel het Hart van Jezus, op het altaar de heilige Hostie.

De duisternis herinnert ons de sluiers van het H. Sacrament; onze Heer verbergt zich aan onze blikken om ons geloof te beproeven. Maar bij den dageraad van den eeuwigen dag zal ik den God van mijn hart aanschouwen, den God, die mij zal redden door het geloof aan zijn woord, door de hoop aan zijne beloften. Heer, geef mij een levendig geloof en laat in mijn hart geen enkelen schuilhoek, waarin uw goddelijk licht niet kan doordringen.

IH.

»Toen zij Hem op de zee zagen wandelen, werden zij beangst en zeiden: Het is een geest.quot;

-ocr page 184-

174

De Apostelen werden zoo bevreesd, dat zij Jezus voor een geest aanzagen; ziedaar welk een verkeerden invloed de vrees op het hart maakt. Vreezen wij nooit, tot Jezus te naderen, al hebben wij ons eenige fout te verwijten; waut de H. Communie geeft ons, met eene vermeerdering van liefde, ook eene vermeerdering van kracht, die langzamerhand onze genegenheid tot het kwaad overwint.

Ik vrees den Heer, maar waarom zou ik mij beangstigen? Ik wil slechts zijnen wil, ik wil Hem alleen beminnen. Hem die mij zoo vele weldaden bewijst. Hem die alleen mijne liefde verdient. O Jezus, geef mij de genade; mij langzamerhand te ontmaken van al wat U in mij mishaagt, opdat er bij mijnen dood niets meer zij, dat uw goddelijk oog van mij afkeere.

«Vreest niet, zegt Gij, ik ben het.quot; O mijn Jezus hoe zouden wij niet met vertrouwen tot U naderen ? O hoe zoet is dit woord, dat Gij van uit het tabernakel tot mij richt. »Heer, zoo Gij het zijt, zeg dan, dat ik tot U kome,quot; roep ik met uwen Apostel; en wijl ik

-ocr page 185-

175

op uw woord vertrouwend, U aan het heilig altaar ga ontvangen, mag ik ook niet vreezen, de bittere wateren der beproeving en zielsangst te over-schrijden. Ja, ik moet het bevel van Jezus afwachten, doch dit is eer éene uitnoodiging zijner liefde; en als ik Hem oprechtelijk zoek en de liefde de eenige drijfveer is, die mij aanzet om tot de heilige Communie te naderen, dan zal Jezus gaarne de stoutmoedigheid mijner begeerte en mijn streven om dikwijls tol Hem te naderen, aanschouwen. Spreek dan, Heere Jezus, en zeg dat ik tot ü kome.

DANKZEGGING.

Verwek eene akte van geloof omtrent de tegenwoordigheid van Jezus in uwe ziel.

Akte van liefde en aanbidding.

Overweeg deze woorden van vrede eu troost door den Heer gesproken: Ik ben uw God, ik ben uwe zaligheid.

Hond u in de gesteltenis, dat gij Jezus geen enkel offer zult weigeren, wat Hij u ook moge vragen. Smeek Hem om in zijne liefde te volharden.

-ocr page 186-

176

I.

Jezus zegde: »/sTow.quot;

Kom, en vrees niets, als Ik bij u ben. Met mij vermoogt gij alles, volgens de maat van uw vertrouwen. Met mij kunt gij tot een hoogeren graad van deugd opstijgen. Met mij, kunt gij alle hinderpalen te boven komen.

Ja, wij mogen vrij aan Jezus alles vragen wat wij behoeven. O Jezus, Gij zijt geheel aan mij; laat mij niet over aan mijzelve, houd mij vast, verhef mij zoo ver boven de wereld, dat ik zweve boven al mijne aardsche genegenheden en U getrouw volge van de heilige tafel naar het kruis, van het kruis naar den Hemel.

5. Petrus wandelde op de baren om tot Jezus te gaan.quot; O welken moed geeft de tegenwoordigheid van Jezus. Op één woord van zijn godde\'lijken Meester werpt Petrus zich in zee, zonder aan zijn levensbehoud te denken.

Door de kracht van het geloof en de liefde in eene trouwe ziel, worden de baren der zee haar een veilig pad.

-ocr page 187-

177

II.

Door de hevigheid van den wind, werd Petrus bevreesd en begon te zinken....

Steunen wij altijd op de almacht van Jezus, doch nooit op onze eigene krachten , want dan zouden wij onmiddelijk verzinken in den afgrond van den hoogmoed. Verbeelden wij ons niet, dat wij ons gemakkelijk zullen redden uit het gevaar, waarin wij ons uit vrijen wil werpen; want de genade, die ons alleen helpen kan ter zaligheid, is ons even noodzakelijk om eene oefening wel te beginnen als te voltrekken. Deze genade verkregen wij slechts door het gebed. En daar Maria alle macht heeft op het Hart van haren Zoon, beveelt ons de heilige Bernardus bijzonder, immer tot Haar onze toevlucht te nemen. Gij weet, dat gij hier op aarde meer geslingerd wordt door de golven en de stormen der bekoring, dan dat gij op vasten grond wandelt. Wilt gjj de schipbreuk vermijden , verlies dan nooit de ster der zee uit het oog. Aanroep Maria. Vreest gij te zondigen, beangstigt u de bekoring, in kwelling, twijfel, moedeloosheid, denk

-ocr page 188-

178

dat Maria u helpen kan. Haast u tot Haar uw toevlucht te nemen. Als gij Maria volgt, kunt gij niet afdwalen van den weg der zaligheid. Vertwijfel nooit, doch beveel u aan hare goedheid. Door Haar gesteund, zult gij niet vallen; als Zij u beschermt, is uwe zaligheid verzekerd ; als Zij u geleidt, zult gij veilig in het hemelsch Vaderland aanlanden.

Heere Jezus, doe mij de bescherming uwer heilige Moeder ondervinden, om mij te bewaren voor de gevaren der traagheid, der lauwheid, der onstandvastigheid , der hoovaardij, in één woord voor alles wat mij zou doen wankelen op den weg der deugd.

O Maria, ik vrees mijzelve nog meer dan alle bekoringen, omdat deze alleen dan te vreezen zijn, als de wil er in toestemt. Ik smeek U, ze mij te doen overwinnen door uwen eeuwigdurenden bijstand.

111.

Heer, red mij.... Gij, kleine van geloof, waarom hebt gij getwijfeld ? Ziehier het bewonderenswaardig uitwerksel onzer gebeden op het Hart van Jezus. De

-ocr page 189-

179

raensch die bidt, zegt de heilige Joannes Chrysostomus, is innig vereenigd met den God, die hem verhoort. Hij begint met ons krachtig te helpen en geeft ons dan eerst een zacht verwijt, wanneer het gevaar geweken is, wanneer het wantrouwen uit ons hart en de noodkreet van onze lippen verdwenen is.

Steunen wij dan op die goddelijke hand, die zich tot ons uitstrekt, om ons te ondersteunen op de bittere wateren der beproeving, om ons te trekken uit de gevaren, die wij hierbeneden loopen. J ezus komt tot ons, vol teederheid en macht; zouden wij weigeren op dat Hart te komen rusten, wiens liefde ons nooit zal ontbreken, al zou alles rondom ons, ons ontvallen? Eene treurige ervaring heeft mij geleerd, dat mijn geest en mijn bart geslingerd worden door onstandvastigheid en mistrouwen ; om mij staande te houden boven de golven der wereld, heb ik de hand, het Hart van Jezus noodig. Nooit verstiet Hij hen, die in liefde en vertrouwen tot Hem snelden.

O Jezus, Gij zijt mijn steun; wat kan ik vreezen? Houd mij altijd vast, als Gij mij in gevaar ziet vallen. Dikwijls

-ocr page 190-

180

woedt de storm in mijne ziel, doch ik vrees niet; want door de heilige Communie word ik door uwe almacht gedragen. Ik zal niet zinken, hoewel het gewicht van mijne zonden mij naar den eeuwigen afgrond trekt; want uwe almacht, uwe liefde, uw Hart zijn een krachtig tegenwicht in de schaal der eeuwigheid. Geef mij in eiken storm de rust, de kalmte van het geloof, geef dat ik bij elke bekoring uwe hulp getrouwelijk inroepe.

16tle OEFENING. De H. Magdalena.

VOORBEREIDING.

Het H. Evangelie biedt mij in het gedrag van Magdalena het voorbeeld der gesteltenissen, waarmede ik tot de heilige tafel moet naderen, vooral wanneer ik eenige bijzondere fout te betreuren heb, of mij in een staat van uitgestortheid of traagheid gevoel. Volgen wij dan Magdalena na in haar oprecht terug-keeren tot Jezus.

-ocr page 191-

181

Magdalena zoekt Jezus met ijver.... Plotseling valt eeu lichtstraal in hare ziel, eene zuivere vlam ontsteekt haar hart; ongerust en ontsteld, ziet zij rondom zich slechts eene schuldige pracht. Eene inwendige stem roept haar; gehoorzaam aan de onuitlegbare inspraak, wacht zij niet tot dat Jezus naar zijne woning terugkeere. Ongevoelig voor menscheliik opzicht, begeeft zij zich tot Jezus, terwijl Hij bij den Phariseër vertoeft.

Beschouw in haren ijver de beweging der genade, die haar bij Simon geleidt. Die genade dringt ook u. Zyt gij even getrouw als zij ?

O mijn Jezus, mijne eerste gedachte bij mijn ontwaken zal zich ook naar het tabernakel keeren, en ik zal den weg des lijdens inslaan, waarop Gij mij voorgaat. Elk offer schijnt mij groot, omdat ik zwak ben: elk offer is klein tegenover uwe oneindige grootheid, doch Gij wilt tot mij komen en hoe gering mijn offer ook moge zijn, zoo leg ik het ootmoedig neder aan uwe voeten. I.

In het gedrag van Magdalena straalt vooreerst door een groot geloof in de

-ocr page 192-

182

Godheid van Jezus. Zij verlaat haar huis vol eerbied voor den persoon des Zaligmakers; zij laat zich door geen enkel voorwerp van den indruk der genade verstrooien. Ik kom ook tot Hem, en geloof vastelijk, dat Hij de almachtige God en tevens mijn goede Meester is.

Een zoet en vast vertrouwen. Zij houdt zich verzekerd, dat Jezus hare gedachten doorziet. Zij valt voor Hem neder. Het is dc ontmoeting der zonde en der barmhartigheid, van het berouw en de vergeving; het is de ontmoeting, die zich telkens voor mij aan de heilige tafei vernieuwt.

O Jezus, van uwe oneindige goedheid smeek ik de vereischte gesteltenissen af, om tot de heilige tafel te naderen. Het huis, waarin ik ü noodig, droeg helaas! maar al te dikwijls het kenmerk der vijandschap met God; maar het is voor U zoo gemakkelijk het te zuiveren. Het is bekrompen en uwer Majesteit onwaardig; maar als Gij er binnentreedt, kunt Gij het vergrooten en versieren; het is bouwvallig, kom Gij het herstellen. Neen, ik weet maar al te wel, dat ik niet waardig ben tot ü te komen , maar

-ocr page 193-

183

uwe goedheid zal het ontbrekeude aanvullen.

n.

Aan Jezus\' voeten durft Magdalena dat eens zoo trotsche hoofd niet meer opheffen; onverschillig voor alles wat Jezus niet is, vergeet zij de gasten, vergeet zij de geheele wereld, zij knielt achter Jezus voeten. Deze nederige houding en de bekentenis harer misdaden, haar berouw, haar oprecht voornemen treffen Jezus\' Hart.

Volgen wij Magdalena; werpen wij ons met haar aan de voeten van Jezus. Daar zal eene goddelijke kracht aan onze harten sterkte en vrijheid terugschenken. Heer, ik zal mij ook met een vast vertrouwen voor ü vernederen , in de hoop van genade bij U te verwerven. Ook in mij leeft nog eene geheele wereld van driften, van hartstochten, die mij een onop-houdelijken strijd leveren. Om te kunnen overwinnen, heb ik uwe tegenwoordigheid noodig; en Heer, ik durf de oogen nauwelijks tot ü opslaan.

Magdalena besproeit de voeten des Zaligmakers met hare tranen. Het vol-

-ocr page 194-

184

maakt berouw is bitter, doch tevens zoet gelijk de liefde. Zij kust zijne voeten en uit deze handeling spreekt een vurig gebed, eene inwendige slachtofferande, een hart reeds door boetvaardigheid vervuld.

Heer, ik heb gezondigd gelijk Mag-dalena; en hoe zwak is mijne boetvaardigheid ! Mijne ziel, nog vol fouten en gebreken, kwijnt in de schaduwen des doods. In het heilig tabernakel bezit uwe stem dezelfde kracht als tijdens uw sterfelijk leven; zij roept de zondaars uit den afgrond hunner ongerechtigheden. O roep dan ook my, om mij het leven der genade terug te schenken.

III.

»Zij droogde die met hare haren.quot; Magdalena, door de genade overwonnen, legt de wapenen neder aan de voeten van haren veroveraar, hare wapenen, dat is hare reukwerken, hare zoo wonder-schoone haren. Zij verzaakt aan de banden , die haar aan de wereld boeiden. Zij voegt bij het berouw den wil om door openbare boetpleging alles aan Jezus op te offeren, wat haar tot zonde ver-

-ocr page 195-

185

leid had. Zy geeft zich zelve door deze handeling, om aldus den toom des Heeren te bedaren en dien barmhartigen oogslag op zich te trekken, dien zrj gevoelde niet waardig te zijn. Een bewijs van ware boetvaardigheid is niet alleen het haten der zonde, maar ook de begeerte om daarvan vergiffenis te bekomen met eene volkomen overgeving aan de goddelijke rechtvaardigheid. Magdalena heeft nog de verzekering niet, dat hare zonden haar vergeven zijn en reeds offert zy Jezus de werktuigen op harer zonden.

En ik, die zoo dikwijls, zoo herhaaldelijk val, moet ik ook aan God geen ootmoedig en vermorzeld hart aanbieden, terwijl de Heiligen de fouten hunner jeugd geboet hebben door eene levenslange boetvaardigheid? Dagelijks vergeeft God mij, door de verdiensten van Jezus goddelijk Bloed toe te voegen aan mijne kleine goede werken.

Een blik op het Altaar herinnert mij, dat Jezus, die mij met één woord had kunnen zaligmaken, het kruis heeft gekozen. En al kon ik ook zalig worden door een onboetvaardig leven, dan nog zou ik God bidden, mij te bewaren

-ocr page 196-

186

voor eeu leven, dat den stempel van den God van Kalvarië niet zou dragen.

O Jezus, Gij duldt, dat Magdalena U aanraakt, opdat zij gezuiverd worde zonder uwe goddelijke zuiverheid te bevlekken, Gij handelt eveneens ten mijnen opzichte door mij toe te laten tot U te naderen met mijue fouten en onvolmaaktheden , opdat ik gezuiverd worde door het aanraken van uw aanbiddelijk Sacrament.

IV.

Jezus laat Maria weenen aan zijne voeten. Bewonder hare volharding, hare droefheid, haar oprecht berouw, hare vurigheid, hare onthechting vau de schepselen, de stomme getuigen harer eerbiedige liefde. Ziedaar wat de genade vermag. Nog heeft Jezus niet gesproken. Hij doet als zag Hij haar niet, en noch-thans blijft zij, zonder mistrouwen, in deze nederige houding.

Heer, mij behandelt Gij niet met deze schijnbare gestrengheid; en welk verschil tusschen mijne gevoelens en de hare! Gij vraagt mijn hart; en hoe menigmaal heb ik het U onttrokken! Heer, hoe

-ocr page 197-

187

komt het toch, dat ik zoo ongevoelig ben? Gij zijt altijd met mg en ik blijf niet altijd bij ü, en op het oogenblik der heilige Communie dwaalt mijn geest rond in ijdele gedachten. Ik belijd U mijne fouten, en verbeter ze niet. Ik ontvang uw heilig Lichaam en luister niet naar U. Ik leef in dagelijksche fouten , in eenc, menigte van onvolmaaktheden , waaraan ik wellicht niet eens denk, misschien ben ik er aan gehecht; want als ik ze verfoeide, zou ik mij beteren. Nog heeft Magdalena niet gesproken en reeds zijn hare zonden vergeven; maar zij blijft in onzekerheid; terwijl na het oprecht belijden mijner fouten, een woord van barmhartigheid mij allen angst en twijfel beneemt en mg doet vertrouwen, dat mij het witte kleed terug is geschonken en ik aan den Bruilofsdisch mag aanzitten. Dikwijls vind ik geene woorden en komt mij geene enkele heilige gedachte, en toch bemint U mijn hart en waardeert innig uwe liefde. Ik zal mij dus niet bedroeven, en mij wel overtuigd houden, dat Gij de gevoelens des harten stelt boven de teederste woorden.

-ocr page 198-

188

Maria balsemt het hoofd des Zaligmakers. Deze handeling beteekent de vurigheid van haar inwendig gebed, dat als de lichte wierookwolk tot Gods troon stijgt. Het is nog eene eerbiedige aanbidding , die de opoffering van zich zelve voorafgaat; want men moet alles aan Jezus geven.

Heere Jezus, gelief mijn offer te aanvaarden ; ik geef mij aan U zonder voorbehoud ; kom en neem volkomen bezit van mijne ziel en mijn leven.

Kom, Heere Jezus.

I.

DANKZEGGING.

Werp ü neder in aanbidding voor Jezus, tegenwoordig in uw hart, balsem zijn hoofd eu zijne voeten; bid Hem, u te leeren, welke reukwerken gij moet gebruiken. Maak u gewoon, naar zijne stem te luisteren, als Hij u roept. Blijf bg Jezus, blijf met Hem. Volg Magda-lena. Zij vond hare zaligheid aan de voeten van haren Meester, en bleef daar getrouw.

Met hart en ziel met Jezus vereenigd, wijdt zij Hem haar leven geheel toe.

-ocr page 199-

189

Zij kon Hem niet verlaten. Als Jezus predikt, ontvangt Magdalena zijn goddelijk woord. Als Hij rust ouder Betha-nië\'s gastvrij dak, zit zij aan zijne voeten en luistert. Als Hij Lazarus opwekt, verheugt Magdalena zich; als Jezus den Kalvarieberg beklimt, volgt Hem Magdalena van droefheid overstelpt. Hij sterft aan het Kruis, Magdalena, naast Maria staande, besproeit het kruis met hare tranen; Jezus wordt begraven, Magdalena brengt reukwerken en balsem naar zijn graf. Na zijne verrijzenis zoekt zij zijn lichaam met angstige zorg, zoodat zij zelfs niet let op de stem der Engelen; doet Jezus haar aan zijne voeten neder-zinken, dan wil zij die kussen in de vervoering harer blijdschap en liefde. Jezus stijgt ten hemel, Magdalena verbergt zich in de woestijn, aldus haar schitterenden rang verlatende en het woord bevestigende; »De liefde is sterk gelijk de dood.quot; Aan Jezus alles tot haar laatsten snik, hare gedachten, hare tranen , haar stilzwijgen, hare opoffering, de gestrengheid van haar leven, hare eenzaamheid, hare liefde, die hare zwakheid hervormt tot een engelachtig leven.

-ocr page 200-

190

Welk eene verandering in Magdalena! De wereld is haar niets meer. Als men Jezus bezit met zijne liefde, zijne weldaden , dan vallen eenzaamheid en stilte niet zwaar. Eén woord, één oogslag van Jezus is genoeg voor een welgesteld hart.

II.

Het hart is dat diepe schuiloord, waarin de goddelijke majesteit gaarne zijn zetel vestigt. Zoolang ons hart niet aan God toebehoort, leeft het voor zich-zelvea en de schepselen. Is ons hart niet voor de wereld; keert het zich tot God, dan behooren wij aan God. Hij laat ons den vrijen wil; doch juist daarom was Hem het offer van Magdalena zoo aangenaam, en nooit nam zij haar offer terug.

Heer, een enkel woord was ü genoeg om eene lichtzinnige vrouw te bekeeren. En kan ik zeggen, dat ik getroffen, dat ik bekeerd ben? Kan ik zeggen, dat Gij alleen het doel, het middenpunt mijner gedachten zijt? En als ik mij aldus door den stroom mijner hartstochten laat medeslepen, mag ik dan hopen, op den rand des verderfs terug

-ocr page 201-

191

gehouden te worden ? Heer, door uwe genade gesteund, neem ik thans mijne vlucht ten Hemel; mijne gedachten, mijne begeerten dringen tot in uw Hart; want U niet bezitten, o mijn Jezus, is sterven.

Zoolang Magdalena de wereld en hare vermaken najaagde, was zij bij ieder bekend; nu zij vereenigd is met Jezus, dien zij als haren God aanbidt en als haren Meester dient, leidt zij een ootmoedig en verborgen leven, te midden der menigte. Dit moet ook mijn leven zijn. Jezus is met mij; wat maakt mij nu de wereld? Jezus is mijn steun, Hem bezit ik, wat kan ik meer verlangen? Geef, o mijn Zaligmaker, dat mijn leven U geheel toegewijd zij, dat het alleen besteed worde om U te doen kennen en beminnen.

m.

Bij den doodstrijd van Jezus vind ik Magdalena aan den voet van het kruis; daar begreep zij in hare hartverscheurende droefheid de eeuwige liefde, waarmede God hare ziel bemind had. In de wonden van Jezus ziet zij de oneindige

-ocr page 202-

192

uitboeting, die de goddelijke rechtvaardigheid voor de zonden eischt, en zij ook had gezondigd.

Heer, gelijk Magdalena heb ik Ü mijn leveu toegewijd: maar van uit den Hemel en van uit het tabernakel zoekt Gij vaak te vergeefs mijn hart in het uur des offers. Mijn hart vlucht het kruis en uw goddelijk oog ontmoet het mijne niet. En Magdalena, die U zoo getrouw bleef op Kalvarië, kende de heilige Communie niet. Gij hadt haar dat geheim van liefde nog niet geopenbaard; hare ziel, gepurperd door uw goddelijk Bloed, was niet versterkt met het goddelijk Brood des Cenakels. En ik, met de geheimen uwer liefde van af uwe Menschwording tot de voltrekking van uw offer vertrouwd, waar zijn de bewijzen mijner dankbaarheid ? In de H. Communie tot de tee-derste omhelzing uwer liefde toegelaten, blijf ik steeds zoo kleinmoedig, in het dragen van mijn kruis, vlucht ik elke versterving, elke vernedering mijner eigenliefde. Ik verlang dikwijls te com-municeeren, omdat ik ü bemin; maar ik verlang niet naar het lijden, omdat mijne liefde nog te onvolmaakt is om

-ocr page 203-

193

de bitterheid van het kruis te smaken. Gij vraagt mij: »Mijn kind,quot; wat heb ik meer voor ü kunnen doen ? Ik geef u mijn Bloed, mijn leven, mijn Hart, en vraag u geene andere erkentelijkheid voor mijne gaven, mijn arbeid, mijn lijden, dan het volledig bezit van uwe ziel.

Blijf in stille aanbidding , laat uw hart alleen Jezus antwoorden.

IV.

Jezus verschijnt na zijne Verrijzenis aan Magdalena. Zij erkent Hem eerst niet. Jezus maakt zich kenbaar door één woord »Maria.quot; Magdalena herkent die goddelijke stem, reeds ligt zij aan de voeten des Zaligmakers; één woord vertolkt hare liefde » Meester.quot; Zij wil Jezus voeten kussen, doch de Heer, die haar edelmoedig hart kent, stoot haar terug: »Raak mij niet aan.quot; En toch had Magdalena sedert hare bekeering getrouw

T O O

Jezus gevolgd zelfs tot op den top vau Kalvarië. In het uur zijns lijdens had Jezus de bewijzen barer heldhaftige liefde niet geweigerd.... Zij ontving zijn laat-sten snik, zij hielp Hem in het graf leggen. Toen allen sliepen, kwam zij

9

-ocr page 204-

192

uitboeting, die de goddelijke rechtvaardigheid voor de zonden eischt, en zg ook had gezondigd.

Heer, gelijk Magdalena heb ik Ü mijn leven toegewijd: maar van uit den Hemel en van uit het tabernakel zoekt Gij vaak te vergeefs mijn hart in het uur des offers. Mijn hart vlucht het kruis en uw goddelijk oog ontmoet het mijne niet. En Magdalena, die U zoo getrouw bleef op Kalvarië, kende de heilige Communie niet. Gij hadt haar dat geheim van liefde nog niet geopenbaard; hare zieï, gepurperd door uw goddelijk Bloed, was niet versterkt met het goddelijk Brood des Cenakels. En ik, met de geheimen uwer liefde van af uwe Menschwordvng tot de voltrekking van uw offer vertrouwd, waar zijn de bewijzen mijner dankbaarheid ? In de H. Communie tot de tee-derste omhelzing uwer liefde toegelaten, blijf ik steeds zoo kleinmoedig, in het dragen van mijn kruis, vlucht ik elke versterving, elke vernedering mijner eigenliefde. Ik verlang dikwijls te com-municeeren, omdat ik ü bemin; maar ik verlang niet naar het lijden, omdat mijne liefde nog te onvolmaakt is om

-ocr page 205-

193

de bitterheid van het kruis te smaken. Gij vraagt mij: »Mijn kind,quot; wat heb ik meer voor ü kunnen doen? Ik geef u mijn Bloed, mijn leven, mijn Hart, en vraag u geene andere erkentelijkheid voor mijne gaven, mijn arbeid, mijn lijden, dan het volledig bezit van uwe ziel.

Blijf in stille aanbidding, laat uw hart alleen Jezus antwoorden.

IV.

Jezus verschijnt na zijne Verrijzenis aan Magdalena. Zij erkent Hem eerst niet. Jezus maakt zich kenbaar door één woord »Maria.quot; Magdalena herkent die goddelijke stem, reeds ligt zij aan de voeten des Zaligmakers; één woord vertolkt hare liefde » Meester.quot; Zij wil Jezus voeten kussen, doch de Heer, die haar edelmoedig hart kent, stoot haar terug: »Raak mij niet aan.quot; En toch had Magdalena sedert hare bekeering getrouw Jezus gevolgd zelfs tot op den top van Kalvarië. In het uur zijns lijdens had Jezus de bewijzen harer heldhaftige liefde niet geweigerd.... Zij ontving zijn laat-sten snik, zij hielp Hem in het graf leggen. Toen alleu sliepen, kwam zij

9

-ocr page 206-

194

vóór den dageraad om het lichaam van haren geliefden Meester te balsemen. Eindelijk ziet zij Hem weder, doch Jezus zegt: »E.aak mij niet aan.quot; Getrouw in het uur van beproeving, gehoorzaamt zij zonder anderen wil, dan dien van haren God, en ik, die Jezus nooit terugstoot, omdat Hij mijne zwakheid kent, ik heb Magdalena nooit gevolgd in haren heldenmoed. Jezus drukt mij aan zijn goddelijk Hart, wat moet ik voor Hem doen ?

»Gaat tot mijne broeders,quot; zegde Jezus tot Magdalena, en door die woorden maakt Hij haar tot Apostel der Apostelen. Het grootste bewijs van liefde geeft God ons, als Hij ons laat werken aan de bekeering der wereld, door onze gebeden, onze voorbeelden, onze goede werken. Ga dan van de tafel des Heeren tot 2gt;uwe broeders,quot; dat is tot de plichten van uwen staat. Stel u steeds Magdalena voor: 1° aan de voeten der Zaligmakers geknield, als toonbeeld van berouw en boetvaardigheid, als voorbereiding tot de heilige Communie; 2° gezeten aan Jezus voeten in het huis van Bethanië, in zoete verrukking de woorden des

-ocr page 207-

195

Zaligmakers ontvangende, tot dankzegging na de H. Communie; 3° aan den voet des kruises, als voorbeeld der trouwe liefde tot den dood, als vrucht na de H. Communie; 4° na de Verriizenis als toonbeeld van zelfverloochening, gehoorzaamheid, ijver der zielen. Dit is het slachtoffer van zich-zelven, de hoogste volmaaktheid.

17de OEFENING. De navolging van Christus.

Een der voornaamste doeleinden der heilige Communie is vooral ter onzer aanmoediging, om Jezus na te volgen, zijne gevoelens aan te nemen, ons oordeel aan het zijne gelijkvormig te maken, zijne deugden eenigszins na te volgen, in één woord de tegenwoordigheid van Jezus zichtbaar te maken in ons uitwendig gedrag, zijne goedheid in onze daden te doen uitschijnen. Plaatsen wij zijne zachtmoedigheid op onze lippen, zijn geduld in onze handelingen, opdat God immer het beeld van zijnen Zoon in ons wedervinde.

-ocr page 208-

196

I.

»Vaii mijne jeugd afleefde ik in arbeid en smart. Ps. LXXXVII: 10.

Jezus leidde het gewone leven van een handwerksman. Onder het voorkomen en het kleed van een werkman, ging Hij onbemerkt voorbij. Hij werkte voor een gering dagloon, en de goddelijke hand, die het goud op de aarde gezaaid heeft, werd uitgestoken om het verdiend loon te ontvangen.

Zijne levenswijze was even eenvoudig als zijn voorkomen. Hij at het brood in het zweet zijns aanschijns verdiend; Hij bad geknield op den naakten grond; Hij reisde te voet, blootgesteld aan alle weder en wind, Hij leed, Hy werd vervolgd van zijne eerste kindsheid af. Zijn geheele leven was eene aaneenschakeling van smart.

Ieder mensch is veroordeeld tot den arbeid. Weinigen ontsnappen aan het lijden. Lijdt het lichaam niet, dan lijdt de geest; uw leven heeft lijden en beproeving, Jezus heeft dit alles voorzien. Beschouw uw goddelijk voorbeeld; en hebt gij heden meer te lijden dan gisteren,

-ocr page 209-

197

zoo verheug u, waut gij zijt nader bij het goddelijk toonbeeld.

De droefheid drukt zijne gelaatstrekken in ons. Gij hebt veel geleden, gij lijdt nog; het is eene voorbeschikking zijn geheele leven te mogen lijden. Eens zult gij begrijpen, hoeveel liefde de hemel u daardoor betoond heeft.

Heere Jezus, geef mij, alvorens ik mijn kruis van dezen dag weder opneem , het Brood der sterken, het Brood dat de Martelaars gevormd heeft. Mijn hart is bereid. Heer, gelief zelf aan te vullen wat mij ontbreekt.

II.

»Wie uwer zal mij van zonde overtuigen.quot; Onze Heer is de heiligheid zelve. Hij kan het kwaadwilligst onderzoek zijner verbitterste vijanden uittarten: en Hij is toegevend voor onze ellenden. Hoezeer beschaamt ons zijne grootheid! Gaan wij tot Hem zonder mistrouwen. De gedachte aan de heiligheid en de grootheid van Jezus moet in ons nederigheid en vertrouwen opwekken. O driewerf heilige God, ik smeek U, tot mij neder te dalen om mij te heiligen,

-ocr page 210-

198

o ware mijn hart rein en zuiver van alle vlek, opdat ik waardiger mocht zijn tot U te naderen. Geef mij een grooten afkeer voor alle zonden, en help mij de onschuld door boetvaardigheid en liefde herkrijgen.

»Ik ben niet van deze wereld.quot; Neen, ik behoef niet te vragen, waarom Jezus niet van de wereld was; ik weet maar al te wel, dat de wereld Jezus het eerst den oorlog verklaard heeft. Maar is er in mij niets van die wereld; door Jezus vervloekt ? Kan ik vrij mijne gedachten, mijne gesprekken, mijne gevoelens, mijne neigingen, mijne gewoonten voor Jezus blootleggen ? want de wereld dringt zich overal in. De gebreken leenen den schijn der deugd. Hoovaardij noemt zich grootheid van ziel, nieuwsgierigheid heet weetgierigheid, luiheid is behoefte aan rust, de weelde is een ofier gebracht aan staat en stand; en nergens, nergens vindt men de liefde, de navolging van Jezus.

Heere Jezus, hoe groot is uwe liefde, die mij van de wereld aftrekt? Kom tot mij om de kwalen te genezen, die zij mij heeft toegebracht. Ik ben niet waar-

-ocr page 211-

199

dig, dat Gij tot mij komt; doch spreek slechts één woord.

III.

»Ik oordeel niemand.quot; Jezus zag al de boosaardige, nijdige gedachten van degenen die Hem omringden, en altijd bleef Hij kalm , minzaam in den omgang. Zijn Hart kent geene verontwaardiging, en wel verre van hen te verstoeten, bedroeft Hij zich over hunne slechte gesteltenis, denkt slechts aan het goede, dat Hg hun doen kan, laat zijne barmhartigheid spreken en houdt den arm der goddelijke rechtvaardigheid terug. En ik Heer, hoe dikwijls bedrieg ik my omtrent mijne misslagen, en ik zou anderen willen oordeelen. O voortaan zal ik, op eigen gedrag lettende, de oogen sluiten voor degenen wier leiding mij niet toevertrouwd is, de handelingen, van mijn evennaasten ten gunstigste uitleggen en naar uw voorbeeld de liefde, de rechtvaardigheid laten overheerschen.

»De Zoon des menschen heeft geene plaats, om het hoofd neder te leggen.quot; — Ziedaar eene groote les van onthechting der tijdelijke goederen. Hoe toch kunnen

-ocr page 212-

200

wij ons hechten aan datgene, wat de Zoon Gods versmaad heeft?

Nog heelt Jezus geene plaats om te rusten dan in geleende tabernakelen, waaruit de vervolging Hem durft verjagen. Daarom kiest Hij \'s menschen hart tot eene Hem welgevallige rustplaats. Bied Hem dan uw hart; leen het niet, geef het, geef het zonder voorbehoud. Volg Jezus na in het gebruik der zaken dezer wereld; kies het kleinste, het geringste deel, en groot zal uwe belooning zijn. Geef edelmoedig ter liefde van den God, die zich geheel aan IJ geeft.

DANKZEGGING.

Aanbid eerbiedig Jezus-Christus in u tegenwoordig. Jezus ontvangen is in Hem het leven zoeken, zijne hoop vestigen, zijn hart opofferen. Vraag hem de genade, Hem getrouw te mogen navolgen.

I.

»Ik volbreng altijd den wil mijns Vaders.quot; Hoe zinrijk is dit woord. Ik mag dus vertrouwen, dat de heraelscho Vader met welbehagen Zijnen Zoon in mijn hart ziet, dat Jezus, doör zich met mij te vereenigea eene zaak doet, die

-ocr page 213-

201

zijtien hemelschen Vader aangenaam is.

Nu zal ik met Jezus spreken hart aan hart. Ik zal Hem vragen, wat Hij wil dat ik doe uit dankbaarheid voor de heilige Communie, wat ik moet doen, of laten in mijne levenswijze, wat ik moet dragen , verdragen of lijden , wat ik moet hercormen of heiligen, wat Hij uit mijne hand , uit mijn hart wil ontvangen. Heer, neem Gy myn hart, en help mij om uwen wil te volbrengen; geef dat uwe gedachten mijne gedachten, uwe begeerten mijne begeerten mogen zijn. Dat mijne woorden als een nagalm der uwe, doordrongen van de zoetheid der uwe, steeds nederig, bescheiden, minzaam mogen zijn. Maak mij tot een gewillig werktuig, dat zich bewege door den invloed van uw goddelijk Hart.

II.

»Ik zoek mijne glorie niet.quot; In elke ziel is de nederigheid de vrucht eener welverrichte Communie, de ootmoed is de toetssteen van Jezus tegenwoordigheid in onze ziel. Onderzoek u zelve, of gij vrij zijt van elke begeerte om te schitteren, of gij niets doet uit ijdelheid,

- ^

-ocr page 214-

202

of gij nederig zijt om Jezus na te volgen.

Leer van Hem de ijdele glorie te vluchten, maar ook uit valschen ootmoed u niet te verbergen. De Heiligen bekommerden zich niet om hunne eer; om den goddelijken blik te trekken, onttrokken zij zich aan het oog der men-scben. O mijne ziel, verberg u in het Hart uws Zaligmakers, die u zal wapenen tegen den grooten vijand uwer ziel, de ijdelheid. Het wapen, dat Hij u biedt is de zelfverloochening, waarvan Hij u in het heilig Sacrament esn volmaakt voorbeeld aanbiedt.

»Mijn voedsel is den wil te doen van Hem, die Mij gezonden heeft.quot; Hoeveel heeft het den goddelijken Zaligmaker gekost, den wil zijns Vaders te vervullen tot in de kleinste omstandigheden, gedurende drie en dertig jaren ; en nochtans omhelsde Hij dien met zooveel vuur, dat Hij in alle waarheid mocht zeggen, dat deze zijn voedsel uitmaakte. Ik ben nu werkelijk met Jezus vereenigd; ik mag mijnen wil niet van den zijne scheiden zonder deze vereeniging te verbreken. En zoo ik getrouwelijk in alles gehoorzaam en mijnen wil onderwerp

-ocr page 215-

J.«Hl .. .. i

203

aan den goddelijken wil, dan eerst geniet ik die ware vereeniging; en mocht mij dit moeite kosten, dan ben ik verzekerd van de goddelijke hulp. O mijn Meester en goddelijk voorbeeld, geef mij de genade, in alles uwen wil te volbrengen en niets te doen wat U mishaagt.

Toon mij uwen wil en geef dat ik dien getrouwelijk naïeve. C beminnen, o Jezus, uwen wil volbrengen of sterven.

III.

»Ik ben onder uals een dienaar.quot; Jezus koos de laatste plaats, maakte zich tot dienaar zijner schepselen. Wij hebben Hem zien knielen, om zijnen Apostelen den laatsten dienst te bewijzen. — »Ik, die uw God ben, heb mij tot uw dienaar gemaakt.quot; Ü hoezeer doet het gedrag van Jezus mij blozen over mijne lastigheid voor hen, die mij dienen! Waarom kan ik eene kleine nalatigheid, het vergeten van een bevel, zoo slecht verdragen, als ik Jezus beschouw, die in het Tabernakel nooit moede wordt mij te verwachten, mijne herhaalde, vaak zoo dwaze begeerten aanhoort, en mg de ontelbare verstrooidheden niet verwijt^

-ocr page 216-

204

waaraan ik schuldig ben ? O hon moet ik blozen over mijn ongeduld, dat bij de minste oorzaak zichtbaar wordt en den evennaaste ontsticht en bedroeft! O mijne ziel, wees zachtmoedig voor degenen, die U moeten dienen, gelyk Jezus zachtmoedig voor u is. Werp een blik op uwe zonden, en bedenk, hoe Jezus u verdragen heeft.

»Ik heb u een voorbeeld gegeven,quot; opdat gij mijne voetstappen zoudt drukken. De Heer vraagt van ons het onmogelijke niet; Hij vraagt slechts dat wij ons door Hem laten geleiden. Vereenig u dan innig met Hem bij ai uwe werken en zeg: ^üp dit uur van gebed bedient Jezus zich van mijne tong om te bidden.quot; Gedurende uw werk denk: »Jezus bedient zich van mijne handen om te werken.quot; Denk bij elk werk: »Jezus bedient zich van mij om te doen wat Hij gedurende zijn leven gedaan heeft;quot; en gij zult den troost hebben van uw leven aan het leven van Jezus, gelijkvormig gemaakt te hebben.

Goddelijke Zaligmaker, ik dank U, dat Gij mij wel tot werktuig wilt gebruiken om uwen hemelschen Vader te

-ocr page 217-

205

verheerlijkeu; opeubaai* my meer en meer het geheim van uw zoo nederig, verborgen , werkzaam en liefderijk leven, dat Gij nog in het tabernakel voortzet; en gelief meer en meer mijne ziel gelijkvormig te maken aan het voorbeeld, dat Gij mij hebt willen geven.

18de OEFENING.

Mijne kinderen, Ik ben met u. L

Wanneer een stervende vader voor het laatste een bewijs van teederheid aan zijne kinderen wil geven, dan geeft hij hun zijn zegen, die als eene laatste uitstorting zijner liefde op hen blijft rusten.

In den laatsten nacht zijns levens stelt Jezus zich niet tevreden met den goddelijken zegen over zijne welbeminde Apostelen af te smeeken. Hij geeft hun zijn aanbiddelijk Lichaam , Hij geeft hun de macht te consacreeren , en als ware dit geheimzinnig onderpand zijner teederheid nog niet voldoende, bevestigt Hij dit door de treffendste woorden.

-ocr page 218-

206

Het is niet de Meester, de Vriend die spreekt, het is het vaderhart, dat zich uitstort: »Mijne lieve kinderen,quot; zegt Hij, »nop; een luttel tijds ben ik met u;quot; de gedachte der naderende scheiding schemert droevig door in deze woorden, als wilde Hij hen langzamerhand bereiden tot de naderende smart van zijn bitteren dood.

Hoe dikwijls heb ik na de H. Communie deze woorden gehoord: Mijn kind, ik ben met u! Als de verstrooidheid de zoete stem van Jezus versmoorde, zocht Hij mij terug te brengen door mij te verzekeren, dat Hij met mij was. »Ik ben met u.quot; O mijn God, waarom die waarschuwing? Zijt Gij dan niet altijd met mij, sedert Gij het heilig Sacrament imteldet?

Welke verwijdering moet ik vreezen? Ach! de zonde, de driften graven een afgrond tusschen de liefde van Jezus en onze harten. Is dit woord de herinnering of het voorgevoel eener droevige scheiding? ToontJezus zijne droefheid over mijne herhaalde ongetrouwheden, die Hem dwingen zich van mij te verwijderen? »Ik ben met u,quot; zegt Hij, x.doch

-ocr page 219-

207

zult gij met mij blijven? De vijand zal mij weldra uit uw hart verbannen. Ik ben het niet, die heen ga, maar gij vlucht Mij, want Ik, »Ik heb u immer voorkomen.quot;

O mijn Vader, ik werp mij aan uwe voeten, en bid ü, mij een blijvenden zegen te geven. Ik kan aan uwe liefde niet twijfelen, doch ik weet ook, ik durf het ü zeggen, hoezeer ik ü bemin.

II.

»Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkander bemint, gelijk iku bemind heb.quot;

Door deze woorden heeft Jezus de opmerkzaamheid zijner Apostelen opgewekt. Wat zal Hij zeggen. Ik geef u een nieuw gebod? Onmiddelijk na de instelling van het heilig Sacrament afgekondigd, bevat dit gebod den geest van het H. Sacrament: » Bemint elkander gelijk ik u bemind heb.quot; De naastenliefde, dien zoeten baad, heeft Jezus ons nagelaten, als laatste liefdebewijs zijns Halten. Jezus voegt hier niets meer bij; de volmaaktheid der wet ligt in dit gebod opgesloten.

-ocr page 220-

208

Heer, ik vestig nnjiie blikken op uw Hart, waarin gij wilt, dat ik den regel en het voorbeeld der ware liefde zoeke. Gij bemint mij belangeloos. Gij bewijst mij zoovele weldaden zonder eigenbaat. Gij tracht mij te heiligen, zonder U ooit over mijne ondankbaarheid beleedigd te toonen. Bemin ik aldus mijn evennaaste?

O mijn God, ik betreur de onverschilligheid, waarmede ik uw heilig woord ontving. De liefde is uitgebluscht in mijn hart; gelief dit te ontsteken door ééne vonk uit uw eeuwig brandend, liefdevol Hart, en geef door uwe genade, cpdat mijn leven den stempel dier liefde drage.

m.

»Dat uw Hart zich niet ontstelle. Gij gelooft in God, gelooft ook in mij.quot;

Van het begin des avondmaals walen de woorden van Jezus zoo indrukwekkend, de gebeurtenissen zoo geheimzinnig , dat de Apostelen zich beangst gevoelden , tegenover de macht van hunnen Meester. J ezus herneemt het gesprek met deze troostende woorden; »Dat uw hart zich niet ontstelle,quot; noch over mijne afwezigheid, noch over de wonderbare

-ocr page 221-

209

dingen, die gij gezien hebt, noch over het lijden, dat men mij bereidt.

Ik heb mijn Bloed onder u verdeeld. Ziet het uur nadert, waarop het werkelijk zal vloeien uit mijne wonden, voor uwe zaligheid. »Jezus voorziet den schrik, dien zij bij het zien zijner vijanden, en eindelijk bij zijnen dood zullen gevoelen.quot; Hij wekt hun geloof op. »Dat uw hart zich niet ontstelle. Gij gelooft in God, gelooft dan ook aan mij,quot; die aan mijnen Vader gelijk ben. Ik keer tot Hem weder, daar waar Hij u eens zal roepen. In de zware beproevingen des levens moet ik mijne ziel tot God opheffen door oefeningen van geloof en vertrouwen.

O Jezus, vaak maakt de ontsteltenis zich meester vau mijn hart, om de minste zaken. Verwijder die uit mijne ziel om er slechts een zoet vertrouwen in te laten wonen. Gij stelt niet alleen uwe discipelen , maar ook mij gerust. Hoe groot dan ook mijn zielsangst en vrees mogen zijn, zal ik vertrouwen op het woord van Hem, die mij in uwen naam zegt, mij niet te ontstellen. Ik geloof, ik hoop in U, o Heer.

-ocr page 222-

210

DANKZEGGING.

I.

»Ik ga u eene plaats bereiden.quot;

Zal na de groote weldaad der heilige Communie de belofte des Hemels niet voldoende zijn, om mij alle rampen dezes levens te doen omhelzen ? Ik ben hier slechts een reiziger; waarom zou ik er mijne tent willen opslaan? Heer, al zou ik alles op aarde verliezen, bloedverwanten , vrienden, rijkdom, fortuin, vaderland, — zoo blijft uw Hart, zoo blijft eene plaats in den Hemel mij toch over. Ziedaar mijne onwankelbare hoop. Het heilig Bloed, dat uit uwe wonden stroomt, heeft mijn naam geteekend in het boek des levens. Ik alleen kan dien daaruit wisschen, en uwe genade zal mij hiervoor behoeden. Ik heb dus niets te vreezen. Üw Bloed zal mij van mijne zonden zuiveren, en bij mijn jongsten snik zult Gij mij in den Hemel ontvangen.

»Ik zal komen, om u te halen en u met mij medenemen.quot; Met welke zorgvuldigheid tracht Jezus de ontsteltenis zijner Apostelen te verwyderen. Hij belooft hun, dat Hij zal wederkeeren, dat

-ocr page 223-

211

Hij hen zal medenemen naar eene plaats, waar zij nooit van hunnen goeden Meester gescheiden zullen worden. Deze zoete belofte is ook aan mij gedaan. Dagelijks, o Heer, daalt Gij vol barmhartigheid en genade op het altaar, maar weldra zult Gij komen in al dea glans uwer heerlijkheid. Dan zal het niet zijn, om mij gestreng te oordeelen, maar om mij tot U te roepen. In deze hoop leef ik.

Hoe smartelijk onze beproevingen ons ook treffen, zijn zij toch reeds een bezoek des Heeren, maar een geheim bezoek, dat loutert en heiligt en de laatste openbaring bereidt, waarin de volheid uwer liefde zal uitschijnen. »Quando veniam et apparehoT,

IT.

»Ik ben de weg, de waarheid en het leven.quot; Door Jezus-Christus moet men tot God gaan. In de Menschwording daalde Hij uit den schoot zijns Vaders om ons alle waarheid te leeren. Hij is zelf bet ware licht, het eeuwig woord, dat de wereld heeft onderricht.

Zijne leer, door zijne voorbeelden bevestigd , met zijn Bloed bezegeld, is de regel der zaligheid.

-ocr page 224-

212

Door zijnen dood heeft Hg ons den Hemel geopend, en Hij zelf wil de weg zijn, om ons daarheen te geleiden.

Om tot God te gaan zijn drie zaken noodzakelijk: een krachtige wil, een volmaakt voorbeeld, een zekere weg. Jezus doet ons in zijn persoon den goeden wil vinden, die het Hart van God wint, het toonbeeld, dat ons den regel aller volmaaktheid voorstelt, en den weg, om te komen tot het bezit van God; — een weg van verloochening: Jezus had alles verlaten ; — een vermoeiende weg; Jezus biacht zijn leven door in ons te onderrichten;— een weg van opoffering: Jezus slachtofferde zich om ons te verlossen; — een weg van vereeniging en liefde, door het heilig Sacrament.

Jezus Christus is te gelijkertijd het begin, de weg, het einde, waarnaar wij moeten sterven. Doch vooral in de H. Communie is Hij het leven onzer ziel. Op dien nauwen weg zal Jezus onze gids, ons licht zijn, zal Hij ons sterken met zijn aanbiddelijk Vieesch en Bloed. Moedig voorwaarts dan, die moeielijke weg loopt tusschen het Tabernakel en den Hemel. De H. Communie

-ocr page 225-

213

zal de kiem der onsterfelijkheid in onze ziel doen groeien.

III.

»Ik zal u niet als weezen achterlaten.quot; Jezus was bedroefd, zijne leerlingen te moeten verlaten. Hij gevoelde de smart, die zijn heengaan hun zou veroorzaken, het groot gemis, dat zijn dood zou teweeg brengen. Zijne liefde stort zich uit in zulke vaderlijke woorden, dat zij het hart diep ontroeren. Hij wil, alvorens zich van zijne Apostelen te scheiden, hen overtuigen, dat Hij gelooft aan hunne kinderlijke liefde: Ge beschouwt mij als uwen vader; »Ik zal u niet als weezen achterlaten.quot;

»Ik zal tot u wederkeeren.quot; Elke ziel die, onthecht van de aarde, van hare gedachten en genegenheden, van Jezus zou gescheiden zijn, zou meer dan het leven verliezen; daarom komt Hij tot haar in de heilige Communie.

Heer, ik heb niets meer, dat mij boeit aan deze aarde: geef dat ik U beminne met eene eenige liefde, die zonder ü niet leven kan; met eene teedere liefde, die U uit den Hemel in het Tabernakel

-ocr page 226-

214

trekt; met eene sterke liefde, die ü op aarde zou kluisteren, zoo Gij er niet waart; met die liefde, die ü ua de Communie doet zeggen: Ik ben waarlijk uw Vader, ik verlaat U niet, ik kom weder tot u terug. Een vader verlaat zijn kiud niet, hij kan niet ophoudeï!, om in zijne behoeften te voorzien, noch zijn bloed miskennen. Daarom zal ik steeds in vertrouwen, in liefde met ü blijven. Heer, verlaat mij niet, laat mij niet over aan mijne zwakheid!

19ae OEFENING.

„Zoolang reeds ben Ik met u, en gij kent mij niet?quot;

I.

Luister met aandacht en weemoed naar de klacht van Jezus: Reeds zoolang roep ik U, reeds zoolang geef ik mij aan U, reeds zoolang ontvangt gij mij in de H. Communie, en nog kent gij mij niet. Gij kent noch mijn leven, dat gij niet navolgt, noch mijne liefde, wijl ze ü zoo weinig treft, noch mijn Hart, dat met

-ocr page 227-

215

onuitputbare liefde steeds voor u opeu staat, want gij twijfelt nog aan mijne goedheid, genegenheid en barmhartigheid.

Even als bij het heilig Avondmaal komt Jezus tot mij in de heilige Communie. Hij voedt, Hij troost mij, overlaadt1 mij met weldaden en, als ik Hem niet zeg, dat ik Hem bemin, gaat Hij heen als een vreemdeling, om wien ik mij niet bekommer en dien ik niet verlang te zien wederkeeren.

Heer, ik beschouw U met een men-schelijk oog, daarom ken ik U niet door de vnrige beschouwing, die, na de heilige Communie een goddelijken indruk achterlaat. W anneer zal het mij gegeven zijn, uwe schoonheid, uwe volmaaktheid te aanschouwen, U te mogen kennen gelijk Gij zijt, o mijn God? Heer, ik vraag ü echter geeue buitengewone genaden; geef dat ik U kenne en mij zelve kenne, dat ik U vurig beminne en my zelve vergete.

II.

»Zoo gij mij bemint, dan onderhoudt mijne geboden.quot;

Jezus geeft mij in deze wereld niet

-ocr page 228-

216

alleen de genade van Hem te beminnen; Hij wil mij ook den troost geven te zien tot hoever ik Hem bemin. »Indien gij mij liefhebt,quot; zegt Hij, ^ dan onderhoudt mijne geboden.quot; Ziedaar bet kenmerk eener oprechte liefde tot Hem. »En hij, die mij liefheeft,quot; gaat Hij voort, zal van mijnen Vader bemind worden; »ik zal hem beminnen en mij aan Hem openbaren.quot; 0 welke gunsten zijn gehecht aan het getrouw en eenvoudig nakomen der geboden; — de liefde van God en van Jezus, gedurende dit leven, Gods aanschijn aanschouwen in eeuwigheid.

Geene ijdele beschouwing in geestelijke zaken. Getrouwe naleving der goddelijke wetten, ziedaar het bewijs van liefde, dat de Heer aanneemt en waaraan Hij de belofte eener heerlijke belooning vasthecht.

Heer, wat groote barmhartigheid zult Gij toonen aan de ziel, die om U beter hare liefde te bewijzen, bij de getrouwheid aan de geboden de evangelische raden tracht na te leven, en cmlanks hare zwakheid ü volgt op den smallen weg van zelfverloochening, ootmoed en armoede? Na het gebod van uw spoor

-ocr page 229-

217

te mogen betreden, is het mij voldoende te weten, dat uwe goedheid geene enkele gedachte, geene enkele begeerte van liefde versmaadt noch vergeet, en dat zij aan de gehoorzaamheid, de versterving , de nederigheid, het lijden eene geheime zalving verleent, ver te verkiezen boven alle vreugden der wereld.

nr.

»Ik laat u den vrede, ik geef u mijnen vrede, maar niet zooals de wereld dien geeft.quot;

De tegenwoordigheid van Jezus geeft vrede aan de ziel. Als de genade al onze vermogens beheerscht, regeert God in het hart, dat niets kan doen wankelen. De vrede is hierbeneden het hoogste goed. Jezus-Christus geeft dien aan zijne Apostelen als de vrucht der eerste Communie, door zijne goddelijl:e hand uitgereikt.

Als gij tot de heilige tafel nadert, zegt Jezus u met zoetheid: »Ik geef u mijnen vrede, Ik laat u mijnen vrede.quot; Ik kan niet altijd bij u blijven, doch behoud mijnen vrede, die niet anders is dan mijn geest. Zich ontstellen, zich

10

-ocr page 230-

216

alleen de genade van Hem te beminnen; Hij wil mij ook den troost geven te zien tot hoever ik Hem bemin. »Indien gij mij liefbebt,quot; zegt Hij, ■■gt;dan onderhoudt mijne geboden.quot; Ziedaar het kenmerk eener oprechte liefde tot Hem. »En hij, die mij liefheeft,quot; gaat Hij voort, zal van mijnen Vader bemind worden; »ik zal hem beminnen en mij aan Hem openbaren.quot; 0 welke gunsten zijn gehecht aan het getrouw en eenvoudig nakomen der geboden; — de liefde van God en van Jezus, gedurende dit leven, Gods aanschijn aanschouwen in eeuwigheid.

Geene ijdele beschouwing in geestelijke zaken. Getrouwe naleving der goddelijke wetten, ziedaar het bewijs van liefde, dat de Heer aanneemt en waaraan Hij de belofte eener heerlijke belooning vasthecht.

Heer, wat groote barmhartigheid zult Gij toonen aan de ziel, die om U beter hare liefde te bewijzen, bij de getrouwheid aan de geboden de evangelische raden tracht na te leven, en cndanks hare zwakheid U volgt op den smallen weg van zelfverloochening, ootmoed en armoede? Na het gebod van uw spoor

-ocr page 231-

217

te mogen betreden, is het mij voldoende te weten, dat uwe goedheid geene enkele gedachte, geene enkele begeerte van liefde versmaadt noch vergeet, en dat zij aan de gehoorzaamheid, de versterving , de nederigheid, het lijden eene geheime zalving verleent, ver te verkiezen boven alle vreugden der wereld.

in.

»Ik laat u den vrede, ik geef u mijnen vrede, maar niet zooals de wereld dien geeft.quot;

De tegenwoordigheid van Jezus geeft vrede aan de ziel. Als de genade al onze vermogens beheerscht, regeert God in het hart, dat niets kan doen wankelen. De vrede is hierbeneden het hoogste goed. Jezus-Christus geeft dien aan zijne Apostelen als de vrucht der eerste Comrauuie, door zijne goddelijl:e hand uitgereikt.

Als gij tot de heilige tafel nadert, zegt Jezus u met zoetheid : »Ik geef u mijnen vrede, Ik laat u mijnen vrede.quot; Ik kan niet altijd bij u blijven, doch behoud mijnen vrede, die niet anders is dan mijn geest. Zich ontstellen, zich

10

-ocr page 232-

218

door den minsten ademtocht der driften laten vervoeren is gebrek aan moed en nederigheid. De meeste angstvalligheden ontspruiten uit hoogmoed en eigenliefde. Men tnoet ootmoedig zijn, of oprecht ootmoedig willen worden , om den vfede te bewaren. Jezus kiest, om ons den vrede te geven, het oogenblik, waarop de hel, met zijne vijanden samenwerkend, eene bloedige vervolgingtegen Hem opent.

Eene groote les; wij kunnen dus vrede hebben te midden der beproevingen, die ons leven doorkruisen. Wat Jezus belooft, geeft Hij. Wij moeten het slechts weten te waardeeren, te ontvangen en te behouden.

O Jezus, geef mij uwen vrede, die alle gevoel overtreft, dien vrede beloofd aan den goeden wil, gelief dien in mijne ziel te bestendigen, waar hij zoo licht verloren gaat. Blijf in mij, in het diepste van mijn hart, om mijne vermogens te beheerschen en in kalmte te vestigen. Laat mij, gelijk aan uwe Apostelen, het begin van den vrede; sleckcs in den Hemel zal hij volmaakt zijn. Hier op aarde moet men dien voortdurend zoeken;

-ocr page 233-

219

en waar zal ik vrede vinden dan in uw Hart, o mijn God, in de H. Communie.

DANKZEGGING.

I.

Gij zijt zuiver.... Blijf in mij, en ik in U.

Gedurende de dankzegging na de heilige Communie beschouwt Jezus met welbehagen ons hart, gezuiverd door de tranen van berouw en gepurperd door Zijn Bloed. Hij heeft ons lief; om ons te bewaren voor het hervallen in de zonde, zegt Hij: »Blijf in Mij en Ik in ü. Gij hebt mij noodig om mijne genade te bekomen en te behouden.quot;

In Jezus blijven is: zoeken Hem te gelijken door de zuiverheid van ons leven. Als wij trachten de goddelijke geboden na te leven, zullen wij gelijk worden aan Jezus-Christus, die heeft willen gehoorzamen tot den dood des kruises. O Jezus, blijf in mij van de eene Communie tot de andere, dat deze mijne dankzegging eene voorbereiding zij om U weder te ontvangen. Uwe tegenwoordigheid maakt het voorwerp uit mijner liefde en mijner hoop; en daar

-ocr page 234-

220

de zonde alleen in staat is mij beide te doen verliezen, zoo smeek ik ü, mg voor dit ongeluk te bewaren.

»Indien gij in mij blijft en mijne woorden ia u blijven, zult gij alles vragen wat gij wilt, en het zal u geworden.quot;

Deze woorden hebben een diepen zin. Om in Jezus te blijven moet men uit zich zeiven treden. Onthechting, zelfverloochening, Jezus vóór alles, bestendigheid. Een verblijf beteekent eene plaats, waar men bestendig is. Welk is dat verblijf? Het is het Hart van Jezus; men treedt daarin door onthechting. men blijft er in door ingetogenheid, door getrouwheid aan de goddelijke inspraken. Ons verblijf in Hem moet gegrondvest zijn op de nederigheid en eene getrouwe naleving van zijnen geest, omdat onze eigene neiging ons zou aanzetten om terug te keeren tot onze eigene denkbeelden, tot de belangen onzer baatzucht en eigenliefde. Dan zult gij vragen wat gij wilt, en het zal n gegeven worden. Ziedaar de kracht van het gebed, wanneer wij vereenigd zijn met Jezus en oplettend op zijn woord. Wij mogen met volle vertrouwen van verhoord te zullen wor-

-ocr page 235-

221

den, onze begeerten aan Jezus te rennen geven, mits wij niets vragen, dat ons aftrekke van de vereeniging met God en de gelijkvormigheid met Zijnen H. Wil.

Ileere Jezus, toon mij mijne eigene onmacht en de noodzakelijkheid van steeds uwe barmhartigheid in te roepen.

Uwe herhaalde belofte bewijst mij uwe onuitputtelijk liefde. Leer mij zelf dat kinderlijk gebed, dat door uw Hart verstaan wordt. Om in C te blijven, om Uw woord te bewaren, zal ik met U blijven aan den voet van het kruis, en in vereeniging met U, de talrijke smarten omhelzen , die myne dagen ken-teekenen. Ik wil mijn kruis omhelzen, om mijne verlangens aan de wet uwer zuivere liefde te onderwerpen.

II.

» Gelijk mijn Vader mij heeft liefgehad, zoo bemin ik u. Blijft in mijne liefde.quot;

Overweeg met eerbied, ootmoed en vreugde deze woorden van Jezus-Christus. Hij is wezenlijk in u tegenwoordig door de H. Communie, gelijk Hij het eertijds was bij zijne discipelen ; en Hij verklaart u even als aan hen, hoezeer Hij u lief

-ocr page 236-

222

heeft. Diezelfde oneindige liefde, die Hem verbindt met zijnen Vader, stort Hij over u uit. »Gelijk mijn Vader, mij bemind heeft, zoo bemin ik u.quot; Welke overeenkomst kan er bestaan tusschen de eeuwige liefde van Jezus-Christus voor den driewerf heiligen God en die, welke Hij een gering schepsel toedraagt ? Nochtans bestaat die overeenkomst, hoe onbegrijpelijk zij ook wezen moge. Hij zelf verzekert het mij. Is deze gedachte zelve reeds niet voldoende tot eene vurige dankzegging?

»Blijft in mijne liefde,quot; wacht u wel mijne genade te verliezen, bemint mij zooveel gij kunt; want liefde laat zich slechts door liefde vergelden. Blijft in mijne liefde, herhaalt Hij nogmaals verscheidene malen, omdat Hij wenscht met ons vereenigd te blijven.

III.

En op welke wijze wordt Jezus door zijnen Vader bemind? Niet met eene zwakke liefde, die bestaat in woorden en liefdebetuigingen; neen. God bemint zynen Zoon, en Jezus-Ohristus gelooft zich van zijnen Vader bemind op het

-ocr page 237-

223

oogenblik, dat zijne bitterste vijanden zijn kruis bereiden.

Aldus moeten wij te midden der zwaarste beproevingen gelooven, dat Onze Heer ons lief heeft met die ware, eeuwige liefde, waardoor Hij van zijnen Vader bemind wordt. Jezus leed zonder troost tot in zijn laatste oogenblik, en zelfs de schijnbare verlatenheid van God. Als Jezus mij dus helpt mijn kruis te dragen zonder het mij af te nemen tot mijn laatsten snik, geeft Hij mij een bewijs van grootere liefde, dan wanneer Hij troost in mijne ziel stort of mijn lijden verlicht, omdat Hij mij aldus het middel geeft om meer verdiensten te verzamelen, meer glorie aan God te verschaffen, tot een hoogeren graad van vereeniging met Hem te geraken... Aldus legt het geloof mij de goddelijke liefde uit.

Derhalve moeten wij volharden in de liefde Gods, niettegenstaande de tegen-heden , de bekoringen, de moeielijkheden van allerlei naam, die ons leven doorkruisen. Om dit godvruchtig voornemen te volbrengen, moet ik meer en meer myn hart zuiveren en onthechten van al wat God niet is.

-ocr page 238-

224

Heere Jezus, ik bemiu ü, en nooit zal ik ondankbaar geuoeg zijn, ü mijn hart te weigeren, nadat Gij mij uw H. Bloed op het kruis en in de H. Communie hebt gegeven. Geef dat ik in uwe liefde blijve, door mijn volharden op het kruis, geef mij edelmoedigheid om alles te willen, wat Gij wilt.

20^ OEFENING.

„Ik heb u deze dingen gezegd, opdat mijne vreugde in u zij.quot;

I.

De Apostelen hadden vale redenen om zich te verheugen. Jezus-Christus had hun de H. Communie geschonken, zich aldus innig met hen vereenigd; Hij had hen verzekerd van de liefde zijns Vaders, van zijne liefde, Hij had hun zijn vrede geschonken, en Hij zocht hunnen moed op te wekken door hun te doen gevoelen, dat de goddelijke liefde, ondanks de ellende dezes levens, vreugde aanbiedt. Die ware vreugde houdt geene rekening met tijd noch plaats, met geluk

-ocr page 239-

225

noch ongeluk; want zij rust in liet opperste deel der ziel, waarin geen schepsel, maar God alleen toegang heeft. Die vreugde kan bestaan te midden van het bitterste lijden. Bi] gebrek aan eigen ervaring, dienen de martelaren ons tot

O 7

getuigen.

Heer, doe mij de genade van U op-rechtelijk te zoeken , U te behagen , en , in de getrouwheid eener rechtzinnige ziel, zal ik den grondslag vinden van den vrede, van de vreugde, die men smaakt in uwen dienst.

II.

» Niemand heeft grootere liefde dan deze is., dat iemand sterft voor zijne vrienden.quot;

Welk eene verheven les in deze korte woorden. Jezus verklaart, dat zijn naderende dood het grootste bewijs van liefde is, door Hem op zoo treffende wijze uitgedrukt. Eenmaal het beginsel gesteld, gaat Hij het door zijn voorbeeld steunen. Uit zijne woorden blijkt weder zijne groote belangeloosheid. Waren wij zijne vrienden , toen Hij voor ons stierf? Helaas! wij hadden gezondigd; ik zelf heb Hem bij die of deze gelegenheid door dood-

-ocr page 240-

226

zonde gekruist, wellicht kleefde zijn bloed aan mijne handen, en toch beminde Hij mij en stierf om mijne zonden te boeten. Ik was vijandin van Jezus, en nochtans beminde Hij mij, en bemint mij nog.

Zoo ik derhalve Jezus bemin, moet ik gereed zijn om voor Hem te lijden en te sterven, doch daar Hij mij het offer mijns levens niet vraagt, zal de strijd tegen mijne kwade natuur Hem mijne liefde toonen. En indien ik Hem inwendig moet opofferen wat mij het meeste kost, dan mag ik Hem zeker nog minder de uitwendige goederen weigeren in de uitoefening der naastenliefde.

Heer, mijn offer zal volledig zijn. Hebt Gij mij eene overmaat van liefde betoond, toen ik U doodelijke slagen toebracht, o dan zal uw Hart mij nu nog meer beminnen, nu ik met ü verzoend ben door de genade, en al kan ik ü geene liefde betoonen gelijk aan de uwe, dan wil ik U ten minste met den Apostel verzekeren, dat noch droefheid, noch geweld, noch de tegenwoordige rampen, noch leven, noch dood, noch hemel, noch hel, noch eenige andere zaak mij ooit van U zal scheiden.

-ocr page 241-

227

III.

«Gij zijt mijne vrienden, zoo gij mijne geboden onderhoudt.quot;

Overtuigd dat wij bij liet berdenken onzer zonden, niet zouden durven ge-looven, dat wij Jezus\' vrienden zijn, haast de Zaligmaker zich te verklaren op welke voorwaarden wij dien kostbaren titel kunnen verwerven: »Gij zijt mijne vrienden , als gij mijne geboden volbrengt.quot; O goedheid van Jezus, Hij weet, hoe pijnlijk de gehoorzaamheid dikwijls valt, en daarom geeft Hij door derzelver beoefening recht op zijne vriendschap. O Jezus, welke eene beschaniing voor mij, de deugd der gehoorzaamheid zoo weinig te beminnen, die deugd, welke in uwe oogen de maat mijner liefde is. Geef dat mijn eenig verlangen zij, uwe liefde te verwerven, mijne eenige wet, uwen wil te volbrengen. Heere Jezus, gij gaat in mijn hart nederdalen; o geef mij deze genade, die mijne zwakheid zoo zeer behoeft.

-ocr page 242-

228

DANKZEGGING.

I.

»Ik heb u deze dingen gezegd, opdat wanneer het uur daarvan gekomen is, gij moogt bedenken, dat ik ze u gezegd heb.quot;

Als wij Jezus in de heilige Communie bezitten, moeten wij ons niet haasten tot Hem te spreken, zonder te bedenken dat Hij ook door ons wil gehoord en verstaan worden. Zijn woord is zacht en vreedzaam. Wij moeten ingetogen zijn om het te ontvangen en te bewaren. De Heer wil het in onuitwischbare trekken in ons hart griffen.

Wanneer ik na de Communie de woorden van Jezus overdenk , dan beschouw ik Hem als in mijn hart tegenwoordig, dan moet ik mijn hart getrouw met het zijne vereenigd houden, want de goddelijke liefde is een bekwaam leermeester, die de ziel beter dan de verhevenste leeraars onderwast in de wetenschap der zaligheid.

O Jezus, verwijder alle uitwendige zaken ver van mijne verbeelding en mijnen geest, opdat ik mij niet meer uitstorte in verstrooiing, in gesprekken, in be-

-ocr page 243-

229

driegelijke vooruitzichten, die slechts ontsteltenis in mijnen geest kunnen te weeg brengen. Leer mij in mijne dankzegging eerbiedig zwijgen en uw goddelijk woord met liefde ontvangen.

II.

»De dienaar is niet beter dan de meester.quot;

Welk een troost in mijn lijden, mijne blikken te mogen werpen op Jezus, ter mijner liefde beschimpt, veracht, gekruist! Zijne glorie is uitgegaan uit het middenpunt der vernedering, en het is ook uit het middenpnnt van liet kruis, dat mij kracht en geduld zal toekomen. Bij het beschouwen van Kalvarië moet ik mij verwachten aan het lijden. Ik mag het niet vreézen, want het gaat met genade gepaard; doch ik moet mij bemoedigen door een blik op het tabernakel of door het overdenken der glorie vau den verrezen Zaligmaker. Ik moet geene kleinere maat van beproeving wenschen, dan God voor mijne zaligheid toelaat. Zij vormt in mij het goddelijk beeld van den Zoon Gods, waarop zijn oog met welbehagen rust. O Jezus,

-ocr page 244-

230

moge mijn lijden U een bewijs van liefde wezen. Gij hebt mij de uwe betoond door het storten van uw kostbaar Bloed. Dankbaar kus ik het kruisbeeld, dat mij uwe liefde voor oogen stelt. Geef mij de genade om met eene liefde, die eenigszins de uwe evenaart, voor ü te lijden.

II.

»Nu ga ik tot Hem, die mij gezonden heeft.quot;

Welk eene teederheid spreekt uit de woorden van Jezus. Hij begint met zijne Apostelen van zijne liefde te verzekeren , Hij heeft hen vervuld met vrede en vreugde, en Hij wacht met hun zijn naderend vertrek aan te kondigen tot dat hun hart eenigszins voor de smart gewapend is. »Nu ga ik heen als wilde Hij zeggen; Ik heb u met zoovele weldaden overladen, dat Gij mij niet meer noodig hebt. Mijne tegenwoordigheid is niet meer noodzakelijk. Hy spreekt van zijne afwezigheid, als van eene natuurlijke zaak, ten einde zooveel mogelijk het verdriet te verminderen, dat zij hierover weldra gevoelen zullen.

-ocr page 245-

231

O Jezus, welk eene bewonderenswaardige studie biedt mij uw Hart! Welk geluk, in deszelfs goddelijke gevoelens te mogen doordringen ! O verlaat mij niet, want Gij weet, lieer, dat ik uwe afwezigheid niet kan verduren.

»Gij zult verdrukking in de wereld hebben, doch vertrouwt, ik heb de wereld overwonnen.quot;

Jezus wapent zijne Apostelen tegen de moedeloosheid, waarin ons vaak het lijden van dit leven werpt. » De dienaar is niet beter dan de meester,quot; zegt Hij hun bij de mededeeling, dat Hij door allen, en ook door hen verlaten zal worden; en Hij voegt er voor ons bij: Op uwe beurt zult gü droefheid gevoelen in deze wereld, even als ik zult gij gal en bitterheid smaken, maar houdt moed; ik zal met u zijn; mijne tegenwoordigheid zal zich wel niet altijd doen gevoelen, maar ik zal u genade geven om uw kruis te dragen. Al zou God u schijnbaar verlaten, zoo hoopt tegen alle hoop in; en in den diepsten afgrond, waarin gij u gedompeld meent, zal uw vertrouwen meer glorie aan God geven, en uwe kroon zal er te rijker

-ocr page 246-

232

om schitteren. Met mij vereenigd, zult gij zegevieren; want ik heb dood, en duivel, en hel overwonnen door miin kiuis. Hebt vertrouwen, houdt moed: ik heb de wereld overwonnen.quot;

Heer, geef dat dit vertrouwen bet mijne zij!

21ste OEFENING.

„Omdat ik aldus tot u gesproken heb, heeft de droefheid uw hart vervuld.quot;

I.

De liefde der Apostelen was niet vrij van baatzucht. Zij bedroefden zich over het heengaan van den Zaligmaker, zonder te denken aan de glorie, die Hem aan geue zijde van het graf wachtte, zonder zich te verheugen dat Hij tot zijnen Vader ging. Ben ik edelmoediger gestemd? Helaas! vele verschillende gevoelens betwisten elkander mijn hart en doen maar al te vaak mijne tranen vloeien over meuschelijke beuzelingen. Nochtans berispt Jezus op de zachtste wijze, Hij toont aan zijne Apostelen

-ocr page 247-

233

slechts, dat zij ongelijk hebben, en bemoedigt hen tegen hunne droefheid.

0 Heere Jezus, helaas, ik beleedigde U zoo vaak; Gij verweet mij mijne fouten niet, en intusschen vermenigvuldigde ik mijne zonden, door de gemakkelijkheid der vergiffenis. Geef dat ik thans voor goed tot Ü terugkeere, mijn gedurig vallen en hervallen oprecht beweene en door mijn berouw en en vast voornemen om ü nooit meer te vergrammen, een blik van barmhartigheid moge verwerven.

II.

»Het is goed voor n, dat ik heen ga.quot;

De aarde is niet de plaats van een bestendig geluk. De Apostelen mochten dit zelfs bij den Zaligmaker niet smaken. Op de vreugde van met Hem te leven, kwam de smart der scheiding volgen. Een diep stilzwijgen toont hunne levendige droefheid bij deze gedachte. Hoe medelijdend is Jezns Hart! Hij stelt zijn heengaan voor, als voordeelig voor hen, die Hij lief heeft. »Het is goed voor u, dat ik heen ga:quot; Ware mijne afwezigheid niet noodzakelijk, dan zou

-ocr page 248-

234

ik blijven. Inderdaad het is niet nuttig voor de ziel, steeds troost te ontvangen, de ontbering versterkt en loutert haar. Wanneer ik beroofd wordt van het gevoel van Jezus\' tegenwoordigheid, moet ik meer aan Hem denken. Hij verbergt zich om mij mijne ellende te toonen, en mij ootmoedig genoeg te maken, om hemelsche gunsten te ontvangen.

»Het is goed voor u,quot; zegt Jezus, »dat ik been ga,quot; dat ik u het gevoel mijner tegenwoordigheid onttrek. Leer van mij zonder troost te dienen, het harde brood der kwelling in vrede te eten, en U tevreden te stellen met de verwachting der zaligheid.

De berooving der genade is eene pijnlijke beproeving. Wek dan uw geloof op. De schijnbare afwezigheid van Jezus zal even als zijne scheiding van de Apostelen, eene vruchtbare bron van genade zijn.

Dien Jezus om Hemzelven, luister meer dan ooit naar zijne inspraken, verlies nooit het vertrouwen. Aanbid zijne goddelijke leiding, dan als Hij u schijnt te vergeten, om uwe standvastigheid te beproeven.

-ocr page 249-

235

III.

»Ik heb u nog veel te zeggen, doch gij kunt het nu niet dragen.quot;

Verscheidene redenen beletten den Heer zich verder uit te drukken; de nog vleescbelijke geest der Apostelen kon zich nog niet verheffen tot het begrip dier waarheden, welke de heilige Geest hun later onderwees; de droefheid benevelde hun verstand, hunne nedergedrukte ziel kon zijne goddelijke onderwijzing niet bevatten. Zij kenden den zin der evangelische raden nog niet. Bewonder de wijsheid, de goedheid van Jezus; neen, Hij vraagt ons niets boven onze kracht, Hij heeft medelijden met onze onwetendheid, onze zwakheid. Daarom stelt Hij zich tevreden met eene oprechte gehechtheid en een vasten wil om Hem te gehoorzamen.

Heer, ik kom tot U; helaas, hoevele goede inspraken en verlichtingen heb ik verloren door mijne moedeloosheid en mijn gebrek aan edelmoedigheid in uwen dienst. Gij hebt mij met goedheid verwacht en voorkomen , met medelijden opgebeurd na eiken val. Vader, ik ben niet waardig, uw kind genoemd te worden.

-ocr page 250-

236

DANKZEGGING.

I.

»Gi) zult schreien en weenen, maaide wereld zal zich verheugen; gij zult bedroefd zijn, maar uwe droefheid zal in blijdschap veranderen.quot;

De vreugde ontstaat uit den inwen-digen vrede. Om geduldig te kunnen zijn, moet men zijn geluk stellen in een onvergankelijk goed. God beminnen is het eenig geluk, dat niemand ons kan ontnemen. Indien gij God waarlijk bemint, en oprecht begeert dat zijn rijk zich vestige, zult gij die blijdschap tot deel hebben, die eeuwig blijft duren. Het leven is bezaaid met kruisen en smarten, die ons bittere tranen doen storten. Dikwijls weenen wij om beuzelingen ; de beleediging God aangedaan moest alleen ons levendiger bedroeven dan alle andere zaken. Vreezen wg niet ons zeiven geweld aan te doen. Benijden wij het lot niet der gelukkigen dezer wereld, wie alles toelacht. Indien het niet gegrondvest is op de deugd, is het een vergankelijk geluk. Bij den eersten ademtocht van tegenspoed ver-

-ocr page 251-

237

Jwijnt tet spoorloos; zalig de ziel, die vastelijk gevestigd is in het geloof; zij doorloopt het leven met vasten tred, te midden der hevigste stormen. Elke dag brengt haar nader tot den Hemel, waar alle droefheid verdwijnt, waar de blijdschap en de vrede Gods haar zullen omringen zonder maat en zonder einde. Die gelukkige bestemming is de mijne, o Jezus.

Niemand zal mij de blijdschap kunnen ontrooven, die ik smaak in uwen boezem. Leer mij wel begrijpen, dat ik die nooit door te groote offers, door te groot lijden, noch zelfverloochening kan koopen.

II.

»Tot dusverre hebt gij niet gevraagd in mijnen naam; vraagt, en gij zult verkrijgen.quot;

Weinig vragen of zaken vragen, die niet dienen ter zaligheid, is het gebed in naam van Christus niet, dat zoo krachtig spreekt tot Gods Hart. »Tot dusverre hebt gij niets gevraagd in mijnen naam,quot; omdat gij het rijk Gods en zijne glorie niet hebt begeerd. Waarlijk vragen is bidden in vereeniging met

-ocr page 252-

238

Jezus-Christus, is onze meening vereenigen met de zijne, is een onbegrensd vertrouwen hebben in zijne oneindige verdiensten door de vaste overtuiging, dat God in den naam van zijnen eenigen, welbeminden Zoon niets weigert. Wanneer zal ik krachtiger bidden dan bij de H. Communie, wanneer zijne smeekingen tot God opstijgen met het bloed, de wonden, de liefde, de volmaaktheid der heilige Menschheid van den Zaligmaker. Heb ik de volle verzekering niet, dat ik verhoord zal worden, als Jezus zijn krachtig en barmhartig gebed voor mij den Vader aanbiedt. Al wat mij overkomt, is de vrucht van het gebed van Jezus, Ik moet dus mijne moeielijkheden omhelzen, en de hand zegenen, die eenige doornen rond mijn hoofd vlecht, tot eene lichte boete voor mijne zonden. Hoe groot ook in getal, zullen zij mij vergeven worden, als ik den Heer in den naam Jezus bid, ze te willen uitwisschen. O welk eene troostende hoop aan de belofte des Zaligmakers verbonden! Hoeveel redenen om te vertrouwen, o goddelijke Meester! Mijne gebeden stijgen door uwe hand

-ocr page 253-

23Ö

omhoog, de genaden dalen door uw Hart op ray neder. O laat mij liever duizendmaal sterven dan Ü te beleedi-gen; laat mij leven om ü te beminnen en voor uwe glorie te werken.

III.

»Zie, het uur komt en is al reeds gekomen, waarop gij verstrooid zult worden, een iegelyk naar het zijne, en mij alleen laat; maar ik ben niet alleen, want de Vader is met mij.quot;

Jezus voorziet de verlatenheid, waarin zijne Apostelen Hem zullen laten gedurende zijn lijden. Dit is met het oog op die ziel, van allen steun, van allen menschelijken troost beroofd, wier beproeving volkomen is, als God zich ook schijnt terug te trekken. O, in die vree-selijke oogenblikken van angst, waarin alles ons schyiit te ontvluchten, tot zelfs de hoop, moeten wij door eene akte van geloof opstijgen tot den troon van God, ons in volle erkentenis onzer diepe ellende aan zijne voeten nederwerpen en met diepen ootmoed herhalen: Alles verlaat mij, maar ik ben niet alleen. In U, Heer, heb ik gehoopt, ik zal niet

-ocr page 254-

240

beschaamd worden. Eene ziel, die dikwijls communiceert, is nooit alleen ; want met de zekerheid des geloofs, die veel sterker is dan de getuigenis der zinnen, drukt zij Jezus aan haar hart en zegt met vertrouwen: Ik bezit Jezus, ia eeuwigheid zal ik Hem niet laten gaan. Heer, in uwe handen beveel ik lichaam en geest.

22ste OEFENING.

Gebed van Jezus-Christns.

T.

Mijn Vader, ik bid voor hen. Ik bid

niet voor de wereld, maar voor hen,

die Gij mij gegeven hebt, opdat zij U

toebehooren.quot;

Jezus bidt niet voor de wereld, wier

leerstellingen strijden met de waarheid,

de liefde, de nederigheid, den vivde.

O welk een ongeluk, buiten het gebed

van Jezus gesloten te worden! Lang

•• i heb ik tot regel van mijne gedachten,

oordeelen en daden de denkbeelden der

wereld gevolgd; ben ik dan buiten het

-ocr page 255-

241

gebed van Jezus gesloten? Gesloten buiten die brandende liefde, die zijn Hart ontvlamde, terwijl een teeder gebed voor de zijnen tot zijnen Vader steeg? O welk eene treurige onzekerheid!

Jezus-Cliristus zal dan slechts voor mij bidden, als ik Hem werkelijk toebehoor. Ik moet mij dus aan Hem alleen hechten, geen geheimen steun bij anderen zoeken, geene voldoening in mijne werken, in mijn verstand, in mijne bekwaamheden; ik moet mij zelve verlaten om op Jezus te steunen. O Heer, vereenig mij met ü in hart en geest; leer mij den geest dier wereld haten, die Gij veracht en die Gij geheel buiten uwe gebeden sluit.

II.

» Heilige Vader, bewaar om uwen naam hen, die Gij mij gegeven hebt, opdat zij één zijn gelijk wij.quot;

Overweeg, met welken eerbied Jezus zich tot zijnen Vader wendt. Hij slaat de oogen ten hemel om te toouen, dat zijn geest de aarde verlaat. Om zijnen Vader gunstig te stemmen, zegt Hij Hem, dat Hij voor ons gaat bidden.

11

-ocr page 256-

242

In diepe ingetogenheid zegt Hij: » Heilige Vader, bewaar in uwen naam hen, die Gij mij gegeven hebt.quot; Jezus kent de gevaren, die ons omringen; daarom is zijne eenige bede, dat God ons moge bewaren, ons met zijne vaderzorg moge omringen, in ons het zaad van zijn goddelijk woord, de heiligraakende genade behouden. »Opdat zij één zijn gelijk wijaltijd bezielt eene begeerte van liefde en eendracht de woorden des Zaligmakers. O Jezus, geef mij liefde opdat ik gunstig bij ü , o God van liefde, ontvangen worde.

III.

»Ik bid U niet, hen van deze wereld ■weg te nemen, maar hen voor kwaad te bewaren.quot;

Jezus plaatst zijne leerlingen in de wereld, daar geeft Hij hun eene zending te vervullen, en daar Hij zijnen Vader bidt, hen niet uit de wereld te roepen, zoo kan men in de wereld zalig worden. Ja, allen die Jezus er in laat, hebben eene zending te vervullen, moeten God door hunne werken verheerlijken; zij ontvangen hiertoe bijzondere genaden.

-ocr page 257-

243

Heb ik het denkbeeld van Jezus begrepen? Heb ik de zending van liefde en stichting vervuld, die Hij mij in de wereld heeft aangewezen? Hel) ik Hem gebeden, mij te bewaren voor het kwaad, waarmede de wereld vervuld is, voor de strikken, die zij spant, voor de misdaden, die zij onder een verleidenden schijn verbergt? Hoevele genaden zijn vervat iu deze korte bede van Jezus! »Bewaar hen van het kwade.quot; Herhalen wij dagelijks met Jezus: »Verlos ons van den kwade.quot; Bidden wij Hem, in deze wereld te leven, als behoorden wij niet tot deze wereld, zonder hare verkeerde denkbeelden en gebreken aan te nemen, zonder den geest der wereld te volgen, en verwijderen wij ons van de wereldsche vermaken, die slechts struikelsteenen zijn voor de deugd.

Lieve Jezus, bewaar mij voor het kwade van de ééne Communie tot de andere; behoud die arme woning, waarin Gij wilt nederdalen, rein van alle vlek, en dat niets in mij ooit der wereld toebehoore.

gt;Ik heb hen bewaard, die Gij my gegeven bebt, en geen hunner is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs.quot;

-ocr page 258-

24i

Dit woord voor de Apostelen gesproken , strekt zich uit over de getrouwe scharen, die Jezus volgden; doch mag ik het ook niet op mijzelve toepassen en de barmhartige goedheid loven, die Onze Heer steeds voor mij getoond heeft? Hij heeft mijn leven in duizenden gevaren bewaard, Hij heeft mij zijne uitgezochtste genaden gegeven, Hij heeft mij geleid op het pad der volmaaktheid, niettegenstaande den hevigen strijd mijner bedorven natuur, tegen de deugd. De heilige Communie legt in mijn hart de kiem der zalige onsterfelijkheid, en het onderpand, dat ik dien vreeselijken dood niet zal sterven, die eeuwig van God afscheidt.

Heer, Gij laat geen enkele dergenen verloren gaan, die in uw Hart staan geschreven; gelief mij daarin te bewaren tegen mijzelve, als tegen mijn grootsten vijand.

DANKZEGGING.

I.

»Heilig hen in waarheid.quot;

Ziedaar de goddelijke bede, die Jezus na de heilige Communie van uit zijn

-ocr page 259-

245

Hart voor mg tot zijnen Vader richt, als wilde Hij zeggen: Ik heb mij bekleed met hare zonden , met hare natuur, opdat Gy haar moogt bekleeden met uwe rechtvaardigheid, uwe heiligheid. Ik ofler mij voor haar op, opdat zij met mg haar ofler, tot uwe eer moge voltrekken.

Heere Jezus, welk een geluk voor mij, TJ dit gebed tot uwen Vader te hooren richten: heilig haar in waarheid. Het leert mij, tot welke scheiding van alle schepselen en van mijzelve ik moet komen, om waarlijk heilig te worden. Heer, ik bezit uw Naam in mijn hart, help mij door uwe genade om mijzelve te kruisigen, mij te scheiden van alle onvolmaaktheid en zoude, te trachten naar die reinheid, die wij in dit leven nooit volmaakt bezitten kunnen. Geef dat het heilig vuur uwer liefde tot de geheimste plooien mijns harten , zuivere.

»Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen, die door hun woord in mij gelooven zullen.quot;

Dit gebed is niet slechts voor de Apostelen en hunne opvolgers, het is voor al de kinderen der heilige Kerk. Jezus-Christus

-ocr page 260-

246

dacht daarbij aan mij. O welk een geluk te zien, dat mjjne zaligheid Jezus bezig hield, gedurende de laatste uren van zijn sterfelijk leven. Voor mij vroeg Hij, die kostbare genade van reinheid in God, die Hij voor zijne Apostelen afbad. Welken piijs hecht Jezus aan de eendracht, de naastenliefde! Zij is ora zoo te zeggen de ziel van zijn Hart. Moet dan de heilige Communie mij niet éénzelfden geest, éénzelfde hart met God en mijnen naasten geven V

II.

gt;Ik in hen en gij in mij, opdat zij volmaakt tot één zijn.quot;

Het Hart van Jezus vindt zijn welbehagen in de gedachte zijner vereeni-ging met ons door de heilige Communie. »Ik ben iu hen en Gij in mg,quot; zegt Hij tot zijn hemelschen Vader. O welk eene bewonderenswaardige vereeniging bewerkt het heilig Sacrament tusschen God en ons, door Jezus-Christus!

Heere Jezus, die tot mij de vaderlijke liefde van uwen hemelschen Vader uitstrekt, ik zou aan uwe voeten moeten sterven van schaamte en berouw, omdat

-ocr page 261-

247

ik zoo slecht de verplichtingen besef, die uwe liefde mij oplegt. Het is mij leed, tot dusverre zoo slecht de liefde betracht te hebben, die uwe woorden mij leeren, opdat »zij volmaakt tot één ziju.quot; Geef dan, dat mijne liefde zich uitstrekke over al degenen, die Gij zoo teederlijk in uw Hart draagt. Geef dat ik leere dragen, verdragen en beminnen gelijk Gij.

III.

»Mijn Vader, ik wil dat daar, waar ik ben, ook zij mogen zijn, die Gij mij gegeven hebt.quot;

Zoolang Jezus sprak als middelaar om voor ons de noodige genade ter zaligheid te verwerven, was zijn gebed eene smeekbede; maar nu Hij spreekt van de openbaring zijner glorie, toout Hij zijn oppersten wil en zegt: Ik wil. Niet duidelijker kon Hij zijn verlangen uiten van zijne glorie met ons te deelen. Aldus is het de wil van de heilige Drievuldigheid, dat wij eenmaal in den hemel gelukkig mogen zijn. Daar geene scheiding meer, daar zullen wij met Jezus zijn, zonder Hem ooit te kunnen verliezen.

-ocr page 262-

248

O zoete hoop, die mijn hart verrukt. Dan is het niet met Jezus vereenigd zijn door de genade. door de heilige Communie, maar het is voor eeuwig ingaan in de voltrekking zijner eeuwige liefde.

In dezen zin zegt Jezus: Ik wil, dat zij mijne glorie zien, zy hebben mijn kruis aanbeden, zij hebben het omhelsd en met mij gedragen; nu zij mijne glorie hunne belooning.

Ziedaar de laatste bede van Jezus op aarde, de laatste liefdekreet van zijn goddelijk Hart. Het is de troostende openbaring van zijnen goddelijken , almogenden wil, het is het testament van uwen Vader, het verbond van uwen Bruidegom, de vurige begeerte van uwen Zaligmaker, de eeuwige gedachte van uwen God.

236te OEFENING.

Gedachtenis aan Jezus lijden.

Eene der beste en godvruchtigste wijzen om zich te bereiden tot de heilige Communie is zich het lijden des Zaligmakers voor oogen te stellen, en zich te herinneren aan de groote liefde,

-ocr page 263-

249

waarmede Hij zich voor ons ten beste gaf. Want het doeleinde der instelling van het heilig Sacrament was, opdat bet ons zou wezen eene gedachtenis aan zijne liefde en heilig lijden. gt;Zoo dikwijls zegt de Apostel, dat gij dit Brood zult eten en dezen Kelk zult drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen.quot;

I.

Het kruis na de H. Communie.

Onder al de Apostelen. die de heilige Communie ontvingen uit de hand des Heeren, was er slechts één die vertrouwelijk op zijn Hart mocht rusten; hem alleen vinden wij aan den voet van het kruis, hij alleen ontvangt de laatste woorden, den laatsten snik zijns Meesters. Vau het Cenakel volgde hij Jezus naar Kalvarië. De heilige Communie wijdde hem in, in de geheimen der gekruisigde liefde, en de dood van Jezus opende hem de schatten van het Sacrament van liefde.

Jezus bevindt zich overal met zijn kruis. Er is geen lijden, dat zijn blik

-ocr page 264-

250

niet verlicht. De heilige Communie heeft meer zoetheid, dan het kruis bitterheid bevat. Om ons deze groote weldaad mede te deelen, was de dood des Zaligmakers noodzakelijk. Scheiden wij in onze overdenkingen nimmer deze zoo innig verbonden liefdegeheimen. Overwegen wij Jezus lijden, om ons tot de heilige Communie te bereiden; er bestaat geen beter middel, om ons berouw en onze liefde op te wekken.

Op Kalvarië biedt Jezus ons zijn kruis, in het tabernakal opent Hij ons zijn Hart. Hoe bitter ook aan de natuur, is het kruis het onderpand der zaligheid; maar uit zijn Hart vloeit eene zoete zalving, opdat wij het dragen zonder te bezwijken.

Beweent gij een vriend, een bloedverwant, het dierbaarste wat gij op aarde bezat, Jezus geeft u zijne Moeder tot troosteres, en op het altaar biedt Hij u zijn goddelijk Bloed om u te sterken.

Hebt gij de wereld bemind, heeft uwe ziel geleden door haar verderfelijk liefkozen , kom dan en beween uwe ontrouw aan den voet van het kruis, en weldra zal Jezus u bij de heilige Communie

-ocr page 265-

251

aan zyn Hart laten rusten. Gij dwaalt rond en weet niet, welken weg gij volgen moet; verscheidene paden kruisen elkander voor uwen voet. Strek uwe armen smeekend uit naar liet tabernakel; daaruit zal een straal den weg verlichten , dien gij te volgen hebt. De gekruiste Jezus uw gids wezen.

In alle moeielijkheden , in alle lijdens-ureu , bij elke beproeving, ga en kniel of voor het tabernakel öf voor uw kruisbeeld. Daar wordt God, zoo vaak door zijne oudankbare schepselen beleedigd, steeds verzoend door het offer van zijnen goddelijken Zoon.

O mijn Jezus, als ik U, met uw kruis beladen, den moeielijken weg naar Kalvarië zie opgaan, word ik door vrees en berouw bevangen bij de ge^ dachte mijner menigvuldige zonden en gebreken, die U aan uwe vijanden hebben overgeleverd: doch wijl uwe liefde mij door de kracht van dit aanbiddelijk offer, het onfeilbaar middel aanbiedt, om uwe genade terug te bekomen, zoo kom ik met ootmoed en vertrouwen U bidden, mij de oneindige verdiensten van uw lijden toe te passen.

-ocr page 266-

252

Beschouwen wij Maria onder het kruis; niemand heeft meer voor Jezus geleden dan zij. Bereid u dan ook tot de heilige Communie door de versterving, al moest zij u met doornen en nagelen aan het Hart van Jezus hechten. Het lijden drukt ons dikwijls neder, doch nooit kunnen wij genoeg lijden, om ons tot de heilige Communie te bereiden.

Ja, fleer, ik weet het; het kruis van mijnen Zaligmaker spreekt mij slechts van smart, van zelfverloochening, van onderwerping en gelatenheid, van geduld in lichaams- en harteleed; doch uit het tabernakel hoor ik uw troostend woord: »Komt tot Mij, gij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.quot; O Jezus, bereid Gij mijne ziel; leer haar lijden in geduld, in vrede, in stilte, uit liefde.

De gevoeligste smart van Jezus in zijn lijden was de volkomen verlatenheid van zijnen Vader en van de men-schen. Deze smart ontrukte Hem zijne eenigste klacht. gt;Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?quot; Zou Jezus uit het tabernakel ook tot ons dit laatste woord niet mogen zeggen?

-ocr page 267-

253

Mijne grootste smart is ook, dat niémand deel neemt in mijn lijden, dat ik mijn kruis alleen moet dragen en zelden een blik van medelijden, een hart, dat mij verstaat, ontmoet. Hoe menigmaal heeft dit gevoel mijn leven bedroefd! doch mag ik mij beklagen, als ik uit het doorwonde Hart van Jezus de klacht hoor; »Ik heb gewacht, »dat iemand zou deelen in mijne smart, » en heb niemand ge vonden,die mij troost.quot;

Helaas, Heer, het is maar al te waar; hoevele jaren hebt Gij mij gewacht, o mijn Koning, mijn Meester! Altijd geduldig, omdat Gij eeuwig zijt, hebt Gij mij mijne laffe traagheid en ongevoeligheid vergeven. Ik zal mij niet meer beklagen op mijne beurt te moeten Igden; want uwe hand zal mijne tranen drogen, en mij den troost geven bij ü te mogen weenen.

III.

De heilige Communie bereidt ons om meer en beter te lijden. De lichtzinnige ziel siddert bij het hooren van de strenge taal van het kruis; maar dit vaderlijk woord: »lk heb vurig verlangd

-ocr page 268-

254

dit Pascha met u te eten,quot; klinkt uit heb tabernakel en verteedert haar gemoed. Zij bedenkt, in welk oogenblik het hemelsch Brood ons werd geschonken.

»Wanneer Jezus-Christuszegt de heilige Joannes Chrysostomus, »op het altaar als zoenoffer rust, als de Priester bidt en de geloovigen met het goddelijk Bloed gepurperd worden, denk dan dat gij niet meer op deze aarde zijt; gij zijt dan in den Hemel, waar uwe ziel, van elke vreemde gedachte vrij, zich met de gelukzaligen vereenigt.quot;

Als de Priester u de H. Hostie aanbiedt, maakt hij het teeken van het heilig kruis om u te leeren, dat het kruis en de heilige Hostie alles bevatten, wat gij moogt beminnen; het heilig Sacrament, waarin Jezus-Christus ons zulk een groot bewijs van liefde geeft, het kruis, waaraan wij de heilige Communie te danken hebben.

Heere Jezus, op Kalvarië zou ik niet ongevoelig zijn voor uwe smart; zal ik dan ongevoelig blijven voor het altaar, waar uw Bloed met dezelfde liefde vloeit ? Heer, voortaan zal ik ü geen enkel offer

-ocr page 269-

255

weigeren; ik geef U mgn bloed, mijn leven, mijn hart, alles, o Heer Jezus.

DANKZEGGING.

Beschouw Jezus met de oogen des geloofs. Kus iu den geest de HH Wonden zijner handen en voeten, nader eerbiedig zijne geopende Zijde; zamel eenige druppelen bloed, die uit zijn Hart vloeien.

Vereenig uwe gevoelens met die van de heilige Maagd, den heiligen Joannes, de heilige Magdalena, drie personen die Jezus op aarde bijzonder beminden. Vraag aan Jezus, dat gij Hem moogt beminnen gelijk zij.

Jezus toont u zijne HH. Wonden, niet zoo zeer om uw medelijden te vragen, dan opdat gij u verheugt van het voorwerp te zijn eener zoo groote liefde.

Hij vraagt u in zijne liefde te verblijven, Hem uit liefde naar Kalvarië te volgen, zijn kruis te drukken op uw hart, het kruis, waarop Hij wilde sterven, het kruis dat van daag voor u gereed staat, dat u wellicht op het oogenblik drukt. Bid uwen Jezus, u te leeren, n gaarne op het kruis neder te leggen. Door de heilige Communie zal

-ocr page 270-

256

uw hart op het kruis gelatenheid, onderwerping en zoeten vrede vinden.

I.

»Het Lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware uwe ziel ten eeuwigen leven.quot;

Deze woorden voegt men mij van Gods wege toe, zoo dikwijls ik communiceer ; wellicht heb ik die nooit ernstig overwogen. Nochtans zijn zij verheven en troostend.

Indien het Lichaam des Heeren mijne ziel moet bewaren, zoo is het geene voorbijgaande gift, doch wordt mij gegeven om mij voortdurend te strekken tot troost, tot kracht, tot schild, tot persoonlijk welzijn. En hoe wordt mij dat Lichaam gegeven ? In alle heiligheid, iu de majesteit van deszelfs glorie, zonder echter eenig kenmerk te verliezen der glorierijke kenteekenen van zijn lijden, van die HH. Wonden , waardoor ik zalig zal worden. O mijn Jezus, thans versta ik beter dan ooit het woord. » Niemand heeft grootere liefde dan deze is, dat iemand zijn leven geeft voor zijne vrienden.quot; Gij zijt voor mg gestorven. Gij

-ocr page 271-

257

hebt mij zooveel bemind als het Hart van eenen God beminnen kon. Maar dit was U nog le weinig. Ik vind ü steeds in het tabernakel met uw Hart, uwe liefde, uw leven, en door U tot mij neder te buigen, verheft Gij mij tot U. Het zal mij nu niet moeielijk meer vallen, U te volgen van het kruis tot den dood, indien ik U daardoor mijne liefde kan betuigen.

III.

Ik aanbid u in mijn hart, lieve Jezus, en wil de gedachten van uw lijden niet scheiden van uwe liefde. Van het altaar stijgt even als van het kruis een voortdurend offer voor mijne zonden ten Hemel. 0 Jezus, Gij vergeet uw lijden, als ik slechts bij ü mag weenen, uwe wonden, als uwe hand de mijne mag genezen, uwe smarten, als de mijne slechts gelenigd worden.

De menschen verlaten U; wat maakt U dit, als ik vrgelijk tot U kom? Duizenden oneerbiedigheden, duizenden beschimpingen treffen U; wat maakt het, als Gij slechts in mijn hart het vuur uwer liefde ontsteken kunt, als ware

-ocr page 272-

258

ik alleen op deze wereld? En helaas! ik beken het mot schaamte en berouw, uwe doornenkroon maakt mij niet minder hoovaardig, uwe geeseling niet minder zinnelijk, uw kruis niet edelmoediger in de versterving, uw dood zelfs onthecht mij niet van mijzelve en de zaken dezer wereld. Elke Communie moest mij edelmoediger maken, de dood moest alleen mijne vurigheid uitdoven!

Geef, o Heer, dat ik U alleen zoeke, ü alleen beminne. O Jezus, ik bemin ü duizendmaal meer, dan al hetgeen Gij mij kuut geven, ik vraag U slechts minder onwaardig te zijn U te ontvangen. Ik lever mij geheel aan U als slachtoffer. De liefdebewijzen, die Gij mij hebt gegeven, zelfs toen ik U niet beminde, doen mij vertrouwen, dat Gij mij niet zult verstoeten, en dat ik mij als geheel aan U toegewijd mag beschouwen.

O mijn God, zie in mij uw goddelijken Zoon; ik bied U al zijne deugden, zijne gevoelens, zijne genegenheden, zijne goddelijke werken aan; ontvang die ter uwer eer, en schenk mij door zijne verdiensten de genaden, welke Hij u vraagt.

-ocr page 273-

259

Door uwe barmliartigheid zal ik mijne schuld aan uwe rechtvaardigheid kunnen voldoen. Ik vertrouw dat, nadat Gij mij mijne zonden zult hebben kwijtgescholden , Gij mij de genade der volharding zult verleenen , als ook de gave uwer zuivere liefde. Dit alles vraag ik U door de verdiensten van Jezus-Christus.

O miju Zaligmaker, op uw Lichaam zie ik de sporen uwer heilige wonden, in uw Hart vind ik slechts smart en bitterheid. Dit alles hebt Gij met liefde omhelsd om mij nauwer met U te ver-eenigen, en ik deuk slechts aan te vragen, te ontvangen, doch niet aan te geven. Moet mijn hart ondankbaar zijn, omdat uwe hand milddadig is? Ik geef Ü dan mijn bloed, mijn leven. Ik wil lijden en sterven dan en gelijk het U behaagt. Ik zal u niets weigeren, o Jezus, U, die mij noch uwe liefde, noch uw Bloed, noch uw leven geweigerd hebt, die minder geleden zoudt hebben, hadde ik minder gezondigd. Was dan één zucht, één traan, één druppel Bloed niet voldoende om onze zaligheid te bewerken, door uw smartelijk lyden ? De edelmoedigheid en de liefde van uw goddelijk Hart

-ocr page 274-

260

wareu sterker dan de dood; want zij hernieuwen zich dagelijks op onze altaren, waar Gij uw offer hernieuwt. O vereenig mijn hart niet het uwe; maak het even grootmoedig, als het tot dusverre laf en onverschillig was. Geef dat ik edelmoedig het lijden drage, vooral het kruis, dat mij in dit oogenblik drukt. III.

Volgen wij Maria aan den voet des kruises na. De Heer geleidt ons door het kruis naar den Hemel, doch de eerste die op dezen smartvollen weg in zijn gevolg treedt, is zijne heilige Moeder. Op het altaar van Kalvarië ontving God twee offers tegelijk; stel U ook a]s offer met Jezus-Christus, door u volkomen over te geven aan zijne inzichten, gelijk Maria; zij is het schoonste toonbeeld, dat gij u kunt kiezen.

Aan den voet van het kruis onderwerpt Maria zich aan den wil Gods, omtrent het lijden en den dood van haren welbeminden Zoon. Dit was het heldhaftigst offer haar levens.

Zij beoefent eene diepe ootmoedigheid tegenover de verachting en schande van den Kalvarieberg.

-ocr page 275-

261

Zij blijft staan aan den voet van het kruis, zonder dat,bij de droefheid, die haar hart overstelpt, hare standvastigheid en haar onoverwinbaar geduld zich verloochenen. Zij zwijgt, zij wil noch hare smart lucht geven, noch eenige klacht doen hooren.

Zij vereenigt zich innig met Jezus in zijnen doodstrijd, in zijn offer, zijne smart, zijnen dood.

Zal ik, na de deugden van Maria bewonderd te hebben , mij beklagen, als ik haar in stilte zulk eene wreede smart zie verduren , en haar slechts hoor spreken om God te loven, te zegenen en te vergeven ? Zal ik mij beklagen alleen te moeten lijden, als ik de zoetheid der heilige Communie mag smaken, te midden mijner smart?

O Maria, toen uw Zoon van het kruis werd afgenomen, bleef U de treurige troost, elke zijner heilige wonden te kunnen beschouwen, Jezus heeft mij de onuitsprekelijke gunst gegeven, in de heilige Communie zijn aanbiddelijk Lichaam op mijn hart te drukken en zijne glorierijke Wonden te beschouwen. Ik durf niet zeggen, dat ik zou willen

-ocr page 276-

262

lijden gelijk Gij, om Hem mijne liefde te betoenen. Ik durf niet vragen, wat ik niet zou kunnen dragen. Laat mij dan, o Heer, leven in eene volkomen onderwerping aan uwen heiligen Wil.

BESLUIT.

Wie God wil beminnen zonder te lijden , kent den geest van liet Christendom niet. Zich met Jezus in de heilige Communie willen vereenigen en niet willen lijden, is eene zinsbegoocheling; maar de liefde met het lijden vereenigen , ziedaar het deel der heiligen. Verlaat derhalve het tabernakel slechts, om aan den voet des kruises uw woon te vestigen.

24ste OEFENING. Verschijning van Jezus aan de heilige Vrouwen.

I.

»Wie zal ons den steen afwentelen?quot; Eenige godvruchtige vrouwen, die Jezus naar Kalvarië hadden vergezeld, gingen naar het graf, waarin men Hem gelegd had, en stelden zich voor, Hem hare

-ocr page 277-

263

hulde te bewijzen. Zij beminden tot aan gene zijde des grafs, Hem, die haar bemind had tot het offer zijns levens. Ziedaar het gedrag der godvruchtige ziel jegens het heilig Sacrament. Haar komt het toe, de heilige plaats te versieren, waar Jezus uit liefde bij ons rust. Heere Jezus, beheersch geheel mijn leven met uwe onstei\'felijke hoop; niets is mij zoeter dan ü te beminnen en U te behagen ; aan U al de liefde, waartoe mijn hart bekwaam is. De heilige vrouwen kwamen bij het aanbreken van den dag. De liefde kent geene vermoeienis. De vurige ziel voorkomt den dageraad door een blik van liefde naar dat geheimzinnig graf, waar Jezus over ons waakt; en de eerste zonnestraal vindt haar aan de voeten van het tabernakel. »Wie zal ons den steen afwentelen,quot; vragen zij. Zij hadden slechts haren moed geraadpleegd, zonder aan de bezwaren harer onderneming te denken. Vergeet gij ook u zelve in uwe godsvrucht tot het heilig Sacrament. Vraagt gij niet: Wie zal dien steen, die mijn hart te neder drukt, afwentelen? Wie zal mij die onvolmaaktheid, dat lijden

-ocr page 278-

264

benemen, dat mij verhindert, mij voor te bereiden tot de H. Communie? Als gij tot Jezus gaat met een hart, dat gesloten is voor de godsvrucht, bedroef u dan niet om dit schijnbaar beletsel. Jezus dringt met zijn glorierijk Lichaam door gesloten deuren. Keer u tot Hem met een rechtzinnig gemoed. Geen wal, hoe sterk ook verdedigd, weerstaat aan zijne goddelijke kracht.

IT.

»Ingegaan zijnde, vonden zij het Lichaam van den Heere Jezus niet.quot; Het is niet genoeg, naar het graf te gaan, men moet er binnentreden door de heilige Communie. Het is niet genoeg aan Jezus liefde en lijden te denken, wij moeten uit liefde tot Hem aan ons zei ven sterven. Gebeurt het u niet soms, dat gij den tempel binnentreedt en er Jezus niet vindt? Er zijn uren van beproeving. Men komt tot het tabernakel, en het is als ware het ledig. De stem des Heeren doet zich niet hooren. Doch volhard in Hem te zoeken. want al spreekt Hij niet, toch luistert Hij naar u; en hoewel Hij onzichtbaar is, ziet

-ocr page 279-

265

Hij u aan zijne voeten liggen. Bereid uw hart met zorg; want, zegt de heilige Petrus Chrysostomus, »]iet hart, waarin Jezus heerscht, is een hemel, het hart, waarin Hij dood en begraven is, is zijn graf.quot;

O Jezus, mijn hart wordt door duizenden gevoelens geslingerd. Hoe weinig wegen zij in de schaal der eeuwigheid! Indien de heilige Communie mij niet met ü vereenigt, dan ben ik gelijk de vrouwen, die uw Lichaam niet vonden. Geef mij de genade van door eene zuivere meening tot U geleid te mogen worden, opdat mijn hart zich volkomen met het uwe vereenige.

III.

»Vrees niet, gij.quot; Overwegen wij zorgvuldig deze woorden; welke troost voor de rechtvaardigen! welke schrik voor het misdadig hart! Als Jezus uw klein vertrouwen ziet, wanneer gij u bereidt tot de H. Communie zegt Hij u: Vrees niet, gij die mij dagelijks troost in mijne eenzaamheid; gij, die mij zoo dikwijls ontvangt, gij, wier eenig geluk bestaat in tot mij te komen, gij die mij

12

-ocr page 280-

266

raadpleegt in uwe twijfelmoedigheid, gij die mij uwe vreugden en smarten aanbiedt, gij die weent over den smaad mij aangedaan en die mij nimmer vrijwillig wilt beleedigen. Neen, voor U zal ik geene gestrengheid aan den dag leggen.quot;

Heere Jezus, door uwe stem bemoedigd, waardeer ik meer het H. Sacrament. Daar spreekt Gij zelf tot mijn hart, daar luistert Gij naar mijne zuchten en gebeden , daar doet Gij alles om mijne vrees te verwijderen en mijne liefde op te wekken. Nooit hebt Gij mij ver-stooten, als ik berouwvol tot U kwam.

Gij zoekt Jesus, den gekruiste... Zou een engel, die den geheelen dag mijn gedrag nauwkeurig gade sloeg, kunnen getuigen, dat ik Jezus alleen zoek ? En hoe durft men zich met Jezus vereenigen door de heilige Communie, als er geene vereeniging bestaat van gevoel en liefde? Is het waarlijk Jezus den Gekruiste, dien ik zoek in mijn leven? Zoek ik zijne nederigheid, zijne versterving, zijne liefde tot het lijden, zijne toewijding aan God, zijnen i]vei, voor het geestelijk welzijn van armen en kleinen? Zoo mijne werken

-ocr page 281-

207

den stempel drageu van het kruis, dan zoek ik waarlijk mijn goeden Meester; doch bemin ik slechts de heilige Communie, vlucht ik de armoede en het kruis van Kalvarië, dan heeft Jezus minder deel aan mijn leven dan de wereld. O mijn Jezus, voortaan zal ik U zoeken van Thabor tot Golgotha, van de H. Communie tot het Kruis, om zoovele verloren oogenblikken te herstellen, waarop ik U niet getrouw gezocht heb.

DANKZEGGINQ.

De dag der verrijzenis was »de dag des Heerenquot; bij uitnemendheid; maar het, uur der heilige Communie is het uur bij uitnemendheid in uw leven.

Gij bezit Jezus; plaats u zeer dicht bij Hem. Laat geene ruimte tusschen zijn Hart en het uwe.

Aanbid Hem met de diepste ootmoedigheid.

Kus eerbiedig zijne heilige voeten. Hij zal u toestaan, wat Hij aan de heilige vrouwen toeliet.

Spreek niet. Jezus zal tot u spreken.

Laat de heiligste vreugde uwe ziel doorstroomen. Vraag Jezus zijnen zegen.

-ocr page 282-

268

I.

» Komt, en ziet de plaats waar de Heer gelegd werd.quot;

Bij het oogenblik der Communie weerklinkt het woord der engelen. iKomtquot; ; komt met ons den Heer aanbidden. »Zietquot;: de engel toont den steen en de grot, waarin het lichaam des Heeren gerust had, gedurende zoovele uren. Moeten de engelen u soms niet herhalen: »kom en zie de plaats, waar men Jezus gelegd heeft,quot; om uwen verstrooiden geest terug te voeren?

Veelmeer moeten zi], uw hart too-nende, tot elkander kunnen zeggen, »Ziehier de plaats waar Jezus rust,quot; dat Tabernakel mag nooit ledig zijn. De geheimvolle gedaante van brood laat steeds een goddelijk licht achter, dat stralen van genade uitstort. Zing met Maria het loflied van dankbaarheid en liefde, en verhef de vreugdetonen der heiligste blijdschap tot den Hemel.

» Herinnert 11, hoe Hij, nog in Galilea zijnde, tot u sprak.quot;

Hoe gemeenzaam, spreekt de engel tot de heilige vrouwen! De gedachte

-ocr page 283-

269

aan Jezus en de herinnering aan zijne woorden moeten ons immer vergezellen, ons bezighouden in den nacht, de eerste zijn bij het ontwaken.

» Gaat spoedig heen, en zegt aan zijne leerlingen, dat Hij verrezen is. Dit is de roepstem tot het vervullen van onze plichten van toewijding, van ijver, van al de goede werken, die het christelijk leven uitmaken, en die vooral de vrucht onzer Communiën moeten zijn. Jezus wil, dat gij met Hem medewerkt tot zijne glorie en tot zaligheid van uwe naasten.

Even als Hij dit heilig doel voortzet in het H. Sacrament, zoo vertrouwt Hij u deze oefeningen van ijver in uw eigen gezin. Ga spoedig, en help Hem in zijn streven te midden der uwen. Breng in eigen familiekring het vuur, dat in uw hart brandt. Gij keert niet alleen naar huis; de hemel heeft zich tot de aarde geneigd, de engelen vergezellen u, en Jezus\' oog volgt met liefde al uwe schreden. Hij geeft u zijne engelen tot onzichtbare wachters, en zij deelen in uwe zaligheid. Ga dan, met het Bloed van Jezus op uwe lippen,

-ocr page 284-

270

met zijne liefde in uw hart, uwe plichten te gemoet; en toon luide door uwe voorbeelden, dat Jezus, in u verrezen, u bezielt door zijuen geest. Bestempel al uwe daden met den indruk zijner tegenwoordigheid, en laat, terwijl gij spreekt tot de menschen, uwe ziel ten Hemel opstijgen.

II.

Verlaat den tempel niet zonder u diep te vernederen, opdat de goddelijke genade u geheel doordringe. Jezus-Christus redde het menschdom door de ontberingen van Bethlehem en het smartelijk kruisoffer; doch Maria werkte slechts mede aan onze verlossing door het deelen in de armoede en het smartelijk kruisoffer van Jezus. Mijn Zaligmaker, ik vrees zelfs den last der jaren niet; als de kracht mij ontzinkt om U op weldadige wijze te dienen , zal ik U mijne nutteloosheid opofferen en mij door menigvuldige akten van liefde schadeloos stellen.

Eindelijk toont Jezus zich aan de godvruchtige vrouwen. Zijne glorierijke verrijzenis belet de goddelijke goedheid

-ocr page 285-

271

van Zijn Hart niet. Welk eene treffende les geeft Hij ons! Neen, zeg nooit, dat de Zaligen in den hemel hunne vrienden vergeten, dat men daar degenen niet wedervindt, die men hier beneden liefhad, dat men geheel van hen gescheiden blijft. Om het leven des hemels te begrijpen , behoeven wij slechts de eerste handelingen van Jezus na te gaan.

In het stille morgenuur van een schoonen lentedag, beeft Hij nauwelijks zijn lichaam vereenigd met zijne glorievolle ziel, of wel verre van zich aan de engelen des hemels te toonen, denkt Hij slechts aan zijne bedroefde vrienden. De gezellinnen der heilige Maagd hebben Hem gevolgd op den bloedigeu kruisberg, waar Hij, aan de wreedste smarten ten prooi, den geest gegeven heeft. Zij brengen de kostbaarste reukwerken om zijn lichaam te balsemen. Jezus laat zich noch in liefde, noch in edelmoedigheid overtreffen. Na zijne Moeder getroost te hebben, zullen zij het eerst zijne schoonheid beschouwen. Zij hebben Hem bemind in zijne vevnedering en schande,

-ocr page 286-

272

zij zullen thans zijne glorievolle liefde genieten.

Niet minder goed is Jezus voor mij. Slechte veertig dagen verwijlt Hij op aarde tot troost zijner Apostelen en vrienden; doch in zijne goddelijke bekendheid met de behoeften mijner ziel heeft Hij voor goed zijne woning bg ons gevestigd; zonder de rechten zijner goddelijke Majesteit te doen gelden, laat Hij mij vrij in de keus der dagen en uren van mijn bezoek. Hij wacht mij, Hij wil vertrouwelijk met mij spreken. Hij vraagt geen praalvertoon; — eenvoud en vrg moedigheid, zuiverheid en liefde, ziedaar het eenige sieraad, dat Hem behaagt. Jezus nadert tot mij, gelijk ik hoop in den hemel tot Hem te naderen; het is dezelfde tegenwoordigheid, hetzelfde geluk. Er ontbreekt niets dan de stralen van den eeuwigen dageraad.

Hl.

Volg de godvruchtige vrouwen tot dicht bij Jezus; beschouw de onuitsprekelijke schoonheid van Ziju gelaat. Zij herkennen haren God; beschocw gij uw bemelschen Bruidegom. Zij werpen zich

-ocr page 287-

273

ter aarde; u opent Hij zijn Hart. Zij kussen zijne voeten; gij sluit Hem in uwe armen, drukt Hem aan uw hart. O hoezeer bemint Jezus u! en toch dachten zij niet, dat Jezus haar iets meer geven kon.

Geef uwe ziel geheel over aan uwe sevoelens van vreugde en dankbare liefde.

O O

Maak om uw geluk wel te waardeeren, eene vergelijking; werp een vluchtigen oogslag op de wereld. Alles sluimert nog in de schitterende woningen der weelde, gelijk alles sliep te Jerusalem op het oogenblik dat Jezus de heilige vrouwen zegende; terwijl op het andere wereldrond alles druk in de weer is, door elkander woelt om vermaken of winst na te jagen, misschien om misdaden te volvoeren_____ En gij, met Jezus

alleen, geniet de rust zijner liefde; geen indringer stoort uw heilig onderhoud, de blik der engelen doorschouwt alleen het geheim. O vei\'leng dit onderhoud, zoo lang gij slechts kunt... Weldra onttrok zich Jezus aan de aanbidding der vrouwen, terwijl Hij u toelaat die te verlengen, en zijn vermaak vindt bij u te zijn..,.

-ocr page 288-

274

Heere Jezus, hoe langer men bij U vertoeft, hoe meer moeite het heengaan kost; uwe genade overschaduwt mijn leven, en mijn laatste akte van geloof zal zich verliezen in de verrukking uwer goddelijke schoonheid. Bereid Gij zelf mij reeds van nu af tot die laatste Communie.

BESLUIT.

Al zou het heelal tegen mij opstaan, wat kan het mij schaden? Ik heb gecommuniceerd, niemand heeft de macht, mij mijnen God te ontrooven; en zoolang mijn wil Hem toebehoort, bewaar ik mijnen schat. Watisdegehee.\'e wereld meer dan eeu zandkorrel, in de schaal der eeuwigheid ? Ik dank U, dat Gij het einde van mijn pelgrimschap geplaatst hebt tusschen het Tabernakel en den Hemel, en ik troost mij met deze verheven gedachte van een godvruchtig kloosterling: »Met het vooruitzicht van den Hemel in korten tijd en de heilige Communie alle dagen, hoe zou men niet met eene nederige en heilige vreugde lyden en geduld oefenen?quot;

-ocr page 289-

275

2 5ste OEFENING.

Petrus\' liefdebetuiging.

I.

» Bij het aanbreken van den dag stond Jezus aan den oeverquot;, van het meer van Tiberias.

Deze weinige woorden ontsluieren ons vele liefdegeheimen, waarop wi] soms weinig acht slaan, omdat zij ons gewoonlijk omgeven. Ten eerste de toe-naderhu) van Jezus. Nauwelijks heeft Jrlij den dageraad afgewacht om aan zijne Apostelen te verschynen. Jezus vertoont zich, wel is waar, niet aan mij; doch ten allen tijde vind ik Hem op onze Altaren, en ik gevoel de zichtbare bescherming, waarmede Hij steeds het zwakke vaartuig omgeeft, waarmede ik de zee der wereld doorklief. Tn het Tabernakel wacht Hij ons met dezelfde toenadering. Hij vraagt de eerste gedachte bij ons ontwaken; de eerste verzuchting van onze harten; Hij wil die bezitten, alvorens, aardsche beslommering ons verstand vervulle.

-ocr page 290-

276

De waakzaamheid zijner liefde. Sedert zijne verrijzenis had Jezus zich verscheidene malen aan zijne Apostelen vertoond, hetzij des avonds of gedurende den dag.

Bij deze verschijning in den vroegen morgen waren de Apostelen op zee, waar zij zich voor de eerste maal bevonden, sedert zij op Jezus roepstem hunne netten verlaten hadden, om Hem te volgen. Zij begaven zich tot eene wettige bezigheid, de ledigheid vluchtende; doch zij arbeidden te vergeefs en waren in gevaar.

Een beeld der wereld, waarin de God toegewijde ziel dikwijls met gevaren te kampen heeft. De onstuimige golven der hartstochten , eenigen tijd bezworen, bruisen rondom haar; want de duivel vereenigt zich met de natuur om haar vaartuig te teisteren. Weldra loopt zij gevaar, als zij de gelegenheid tot zonde niet vlucht. Maar van uit het Tabernakel waakt Jezus over de zijnen. Bij het aanbreken van den dag daalt Hij op het Altaar, gelijk eens op het strand van Tiberias. Hij offert zich aan zijnen Vader op, om onze zielen te sterken door de kracht van zijne verdiensten; zult gij dan aarzelen uwe rest op te

-ocr page 291-

277

offeren, aarzelen om te beantwoorden aan zijne begeerten van met n het brood te breken? O Jezus, geef dat ik mij uwe weldaden moge waardig maken.

II.

»Kinderen, hebt gij eenige toespijs?quot; O vaderlijke goedheid, moesten deze woorden Hem niet doen herkennen door hen, die zoo vaak zijne zoete stem vernomen hadden? Hoe verblindt hen de zorg voor het tijdelijke, de zorg voor hun vaartuig. Door de stormen en baren geslingerd, doet de zorg voor eigen-behoud hen al het overige vergeten. Gaat het aldus niet met ons? Jezus spreekt tot ons hart, verblijft met ons op het Altaar, zonder dat wij er dikwijls aan denken. Geheel vervuld met de belangen van fortuin en vermaak, blijft ons hart doof voor de stem van Jezus, ongevoelig voor zijne vaderlijke goedheid. Ook u vraagt Hij, welken voorraad gij verzamelt voor de groote reis der eeuwigheid. Gij hebt tot voedsel de liefde Gods noodig, waaruit alle deugden voortkomen. Die deugden vormen de voorbereiding der ziel tot de

-ocr page 292-

278

H. Communie. Het ET. Sacrament is hare kracht, hare teerspijze op de reis ten Hemel. Jezus vraagt u: Mijn kind, hebt gij de nederigheid , het geduld, de godsvrucht, hebt gij den geest van gehooi\'-zaamheid en armoede? aan deze deugden geef ik mijnen zegen. Antwoord Hem oprecht, dat gij niets hebt, geen geestelijk goed, geene enkele deugd, doch alles verwacht van zijne goedheid.

»Werpt uw net ter rechterzijde van het schip.quot; De Apostelen bekommeren zich niet om Jezus, en nochtans verdwijnt Hij niet; Hij stelt belang in hun werk en nadert de zee nog dichter, om hun heter deze woorden te doenhooren; »Werpt uw net ter rechterzijde van het schip.quot; Welk geheimzinnig net heeft Jezus in het oog? O het is de rechtzinnige, de zuivere meening onzer werken. Onderzoek naar welke zijde gij tot dusverre uwe netten geworpen hebt, naaiden kant der genade of der natuur? Beoogt gij menschelijke inzichten bij uwe plichten, uwe werken, uwe bezoeken, uwe vermaken?

Hebt gij uw net naar den hemel of naar de aarde geworpen? Leaft gij als

-ocr page 293-

279

de banneling, die iu afwachting van naar zijn vaderland te mogen weder-keeren, zich door geen enkelen band vasthecht aan zijn ballingsoord? Is het naar den kant van het Tabernakel, of van de wereld ? In welken geest omhelst gij arbeid en lijden? Met welke liefde nadert gij het Altaar of vlucht gij de versterving? Beklimt gij Thabor of Golgotha? Helaas, hoeveel hebt gij verloren door eigen schuld!

Heere Jezus, alvorens ü te ontvangen, verplaats ik mij in den geest in het laatste oogenblik mijns levens, als ik ü rekenschap zal moeten geven van mijne daden. Mijn net zal blijven daar, waar ik het zal werpen. Ik zal U dan geene schitterende talenten, geene rijke goederen kunnen opofferen; maar ik wil U dan een hart aanbieden dat, van alles onthecht, brande van zuivere, volmaakte liefde tot uw Hart. Geef mij de genade van steeds met eene zuivere meening voor ü te werken, steeds op U het oog gevestigd te houden en vele zielen in de netten te mogen vangen, dio ik ter uwer liefde zal uitwerpen.

-ocr page 294-

280

III.

Jezus alleen op den oever. Staat Jezus niet in dezelfde verlatenheid, dezelfde eenzaamheid in het Tabernakel? Welk eene stilte heerscht daar: En hoewel Hij daar verblijft, om ons bij te staan en te helpen, schijnt Hij zijne eenzaamheid niet te gevoelen, ü verblijf gaarne by Jezus, spreek daar tot Hem. Beklaag u niet, omdat de schepselen u verlaten en vergeten. Jezus-Christus deelt die beproeving met u. Ten allen tijde kunt gij Hem uwen nood klagen, bij Hem troost zoeken of schreien op zijn Hart. Het zoetste voorrecht der vriendschap is het vertrouwen. Heeft Jezus dan geen recht op het uwe?

Steunende op uwe oneindige goedheid, o mijn God, durf ik U de droevige gedachten mededeelen, die mijne ziel te neder drukken. Zij, die mij dierbaar waren, zijn mij ontvallen. De verlatenheid des harten, waarbij zich soms de gedachte voegt, dat Gij ook mij verlaten hebt, is zoo bitter; droevige omstandigheden doen mij zuchten , ik ben moedeloos in het beoefenen der deugd,

-ocr page 295-

281

ik vrees mijne ziel te verliezen in de wereld. Heer, Gij kent al de ellenden die mg nederdrukken; doch als mijn beste vriend, wilt Gij,quot; dat ik ze U mededeele. Ik zoek bi) de schepselen vaak een troost, die zij mij niet kunnen of niet willen geven. Waarom kom ik dan niet liever mijn hart uitstorten in het uwe? Luister, Heer, naar de klachten van een lijdend hart. — Zeg aan Jezus alles wat u nederdrukt, en keer dan uwe gedachten daarvan af, om slechts aan Hem te denken.

Heer, het zij mij genoeg, U mijne droefheid medegedeeld te hebben. Sluit ze nu in uw Hart, om het mijne te verlichten. Ik weet dat ik niet aan ü gelijkvormig kan zijn, zonder uw kruis in mijn hart te drukken; doch Gij spreekt mij deze zoete woorden toe: »Houd moed, mijne dochter, ik zal met u zijn in de dagen der kwelling.quot; Ja, Heer, al zoudt Gij mij aan mijzelve overlaten, zoo weet ik toch, dat uwe hand mij vasthoudt. Elke trap van lijden heeft mij nader tot U gevoerd. Wees gezegend voor de weldaad der

-ocr page 296-

282

beproeving; zij verheft ons tot U en maakt ons los van de aarde.

DANKZEGGING.

Aanbid eerbiedig uwen God en Zaligmaker ; blijf bij Hem in diepe ingetogenheid. Wijd Hem zonder voorbehoud uw hart, dat Gij Hem zoo vaak gegeven, teruggenomen, en wederom gegeven hebt.

Herhaal met den H. Petrus tot driemaal de betuiging uwer liefde.

I.

»Het is de Heer.quot; De maagdelijke blik van Joannes herkent weldra zijn goddelijken Meester. »Het is de Heer,quot; roept Hij uit. De andere Apostelen door zwaren arbeid vermoeid, zagen Hem niet. Jezus staat bij hen en zij herkennen Hem niet. Voor mij is het eene onmogelijkheid Jezus, niet te herkennen; Hij verwijdert zich niet meer van mij, en bij het zien der H. Hostie herhaal ik met verrukking: »Het is de Eeer.quot;

Als het aanzien van het Tabernakel alleen mij reeds met vreugde vervulde, zoo is nu mijne ziel doordrongen v^u

-ocr page 297-

283

liefde en eerbied en werp ik mij aanbiddend voor C neder.

Weinig tijd was verloopen , sedert den dood van Jezus; Hi} was niet lang van de Zi-inen verwijderd geweest; en zijn terugkeer verbaast zijne Apostelen. Werd Jezus dan niet door hen verwacht? Nochtans vervult zijne komst hen met vreugde, èn hun vruchtelooze arbeid, èn hunne teleurstelling, èn hun zwaar werk, alles is vergeten. » Het is de Heer,quot; roepen zij, de fleer die troost, die het vertrouwen opwekt, die onzen arbeid zegent en onze vermoeienis vruchten doet diagen. Petrus voelt zijn geloof herleven; hij verlaat zijn vaartuig, hij bekommert zich niet meer om eene wettige winst. Uit eerbied herneemt Hij zijne bovenkleederen, en in zijne vurige liefde werpt hij zich in zee om des te eer bij Jezus te zijn. Zonder vrees voor de moeielijkheden kiest hij den kortsten weg om tot Jezus te gaan. Hij vreest niet, dat het zeewater zijne kleederen bederve, hij offert alles, om bij Jezus te komen. En ook ik verlang naar dien oever, dien de tegenwoordigheid van Jezus heiligt. Wanneer, o lieve Jezus,

-ocr page 298-

284

zal ik bij de Sacramenteele woorden tot ü komen met die helderziende liefde van Joannes, met het vertrouwen en de vurigheid van Petrus, üwe goedheid volgt met een toegevenden blik mijn strijden op de zee, zoo vol klippen en gevaren, tegen mijne hartstochten , driften en kwade neigingen, om mij te geleiden naar uw Hart, als naar de zalige haven waar geen storm den vrede stoort.

Bemerk hier, mijne ziel, hoe Joannes, de welbeminde leerling van Jezus, den voorrang afstaat aan den berouwvollen Petrus. Weet gij ook aldus uwe dierbaarste verlangens ter liefde van Jezus ten offer te brengen?

II.

»Simon , zoon van Joannes, bemint gij mij?quot; Nadat Jezus met goddelijke hand den maaltijd zijner dierbare Apostelen op den oever van het meer gereed had gemaakt, en hen met vriendelijke woorden genoodigd had, vraagt Jezus aan Petrus de openbare betuiging zijner liefde. Overweeg al de omstandigheden. Eerst heeft Jezus Petrus verlicht door het mirakel der wonderdadige vischvangst;

-ocr page 299-

285

Hij heeft hem geen enkel verwijt gedaan, omtrent zijne vroegere ontrouw. Hij hield zich, als hadde Hij Petrus\' verloochening vergeten; met eigen hand heeft Hij hem gespysd. Welke eerherstelling vraagt Hij nu ? De rechtvaardigheid eischt eene schitterende voldoening. Jezus zal Petrus daartoe de gelegenheid aanbieden.

Petrus heeft het Hart zijns Meesters gewond, en uit zijn eigen hart moet de herstelling komen. De misslag was aan de Apostelen bekend, zij moeten getuigen zijn van het berouwvol herstel; en daar hij door eene driemaal herhaalde verloochening had gezondigd, zal Jezus hem ook driemaal zijne eerherstelling doen herhalen.

Aldus handelt Jezus ook met mij. Na al mijne ongetrouwheden staat Hij mjj nochtans toe tot Hem te naderen. Hjj wil mij doen zien, dat eene fout mjj zijne teederheid niet onttrekt en Hij doet mij zijne toegevendheid des te beter gevoelen, om mijn berouw door eene levendige liefde te voeden. O Jezus, nimmer zal ik deze les van goedheid vergeten, die uw goddelijk Hart mij

-ocr page 300-

286

geeft. Petrus heeft U verloochend, Gij ontvangt hem met de grootste minzaamheid. Voor mij hebt Gij zoo mogelyk nog grootere barmhartigheid; want hoe dikwijls hebben mijne gedachten, mijne woorden, mijne werken ü verloochend! en nooit hield Gij op mij dezelfde goedertierenheid te toonen. O geef mij, dat ik al mijne zonden en fouten door eene berouwvolle liefde moge herstellen.

III.

» Ja, Heer, Gij weet dat ik U bemin.quot;

O hoe gelukkig moest Petrus zich gevoelen , toen hij Jezus zijne getrouwe, oprechte liefde mocht betuigen! Hoeveel troost lag er in dat oogenblik! Met welke gevoelens van berouw van liefde, van dankbaarheid antwoordde hij; »Ja, Heer, Gij weet dat ik ü bemin!quot; Heere Jezus, ik ook had U door mijn gedrag willen zeggen: »Ja, Heer, Gij weet dat ik ü beminen omdat ik U liefheb, heb ik alles verlaten om U te volgen. Voortaan zal ik ü altijd getrouw blijven. »Mijn hart behoort aan U alleen.quot; Dit behoorde altijd mijn onveranderlijk besluit te zijn, doch hoe vaak heeft mijne

-ocr page 301-

287

lafheid mij medegevoerd, zonder uwe liefde te outmoedigeu! Ik ben zwak, Heer; doch ik offer mij aan U zonder voorbehoud. Ik deins terug voor het lijden; doch daar hierin het eenige middel besloten ligt, om U zuiver te beminnen , zoo bid ik U, mij steeds nauwer tot U te trekken door alle middelen die uwe liefde dienstig acht.

«Bemint gij mij meer dan dezen?quot; Deze zoo treffende vraag, die op elk ander oogenblik het hart van Petrus met vreugde vervuld zou hebben door hem te doen zien, dat Jezus van hem meer liefde vraagde dan van anderen, was nu een zwaard in zijn hart.

De drievoudige vraag, na zijnen val scheen een twijfel op zijne getrouwheid te werpen. Jezus wilde, dat de edelmoedige liefde driemaal beleed, wat de vrees driemaal verloochend bad. Jezus richt deze vraag niet tot Petrus alleen, maar tot alle godvruchtige zielen, die dikwijls communiceeren. Zij worden door grootere liefde voorkomen; is het niet billijk, dat Jezus meer liefde van haar vraagt, meer zelfopoffering, meer trouwe plichtsbetrachting?

-ocr page 302-

288

O Jezus, onder de geheimzinnige sluiers, die ü bedekken, spreekt Gij tot myu hart uwe drievoudige vraag, leert mij dat gij van degenen, die U beminnen en 0 dikwijls ontvangen, eischt dat zij uit liefde vreezen ü te beleedigen, uit liefde U dienen, uit liefde leven, al hunne daden uit liefde verrichten , ü in alles trachten te behagen.

»Heer, Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U bemin.quot;

Het derde antwoord van Petrus werd door eene ware en nederige liefde bezield. Nu begrijpt hij, waarom Jezus hem driemaal zijn eed van trouw laat uitspreken ; doordrongen van smart bij het herdenken van zijnen val; durft hij niet luide zijne liefdebetuiging herhalen; maar zich richtende tot Hem, aan wiens oog niets

7 o

ontsnapt, en die leest in aller hart, zegt hij: »Heer, Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U bemin.quot; Gij weet het Heer, ik wantrouw eigen kracht; maar door uwe genade geholpen, behoort mijn hart aan U alleen.

Ü mijn goddelijke Meester, voortaan zal ik, na eene bedreven fout, niet meer vreezen, tot U te komen; ik zal mij

-ocr page 303-

289

herinneren, dat zoo Gij alle zonden haat, Gij toch nooit de berouwvolle ziel versmaadt. Ik zal nooit vertrouwen op eigen kracht, doch des te meer op uwen bijstand. Heer, geef dat ik U berainne, meer dan alle anderen, omdat Gij mij meer barmhartigheid getoond hebt.

BESLUIT.

Ontmoedig u niet na eene fout. Gij kunt ze uitwisschen door de tranen van berouw en diegenen overtreffen in verdiensten , die hunne onschuld behouden hebben, zoo gij ze overtreft door het vuur uwer liefde. Jezus beminnen in leven en tot den dood, ziedaar het besluit eeuer getrouwe leerlinge van Jezus Hart.

26ste OEFENING.

„Mijne ziel is bedroefd tot den dood.quot;

VOORBEREIDING.

Op sommige tijden des levens zet de droefheid zich aan de haardstede, breekt de teederste banden, vernielt onze innigste genegenheden, en kondigt ons

13

-ocr page 304-

290

het naderend einde van onzen doortoclit hier beneden. Dan toont zich Jezus-Christus, als de teedere vader, als de vriend, als de troost onzer zielen. Dan wil Hij, vooral in de H. Communie, onze steun, onze toevlucht zijn; dan wil Hij, dat wij onze tranen en onze droefheid komen uitstorten in Zijn Hart.

»IIij, dien gij liefheht, is ziek.quot;

Een vreeselijk oogenblik in ons leven is het duidelijk vooruitzicht eener groote smart. Het langdurig voorgevoel eener onvermijdelijke droefheid valt somtijds moeielijker met gelatenheid te di-ageu, dan de slag zelf, wanneer hij gevallen is, omdat de genade, aan de beproeving gehecht, ons nog niet is gegeven. Keeren wij dan onzen geest af van dien naderenden doodstrijd; sluiten wij hem op in het Tabernakel of beschouwen wij niet de oogen des geloofs Jezus, onzen Zaligmaker, in den hof van Olijven. Hij ook voorzag eene groote smart; het kruis verhief zich voor Zijne oogen, het kruis, omgeven met beschimping, bespotting en hoon , het kruis met deszelfs verlatenheid, het kruis tot den dood.

-ocr page 305-

291

Dit kruis staat ook voor u; maar hei rust op Jezus Hart, het is bezegeld met zijne genade, bekleed met zijne kracht, gepurperd door zijn Bloed. Eu Jezus geeft zich iu de H. Communie geheel aan u, om u te helpen, het kruis te dragen, Hij, wiens vinger het heelal draagt. O, met Jezus in uw hart zult gij niet weigeren te zeggen: Vader, uw wil, niet de mijne!

Een tweede smartelijk oogenblik is het uur, nadat de slag ous getroffen heeft. Wij hebben al ouze zielskracht bijeengeraapt, toen de slag ons trof; thans zijn we uitgeput. Eene zekere onverschilligheid voor al wat ome smart niet is, maakt zich van ons meester. O, dan is het, dat de goedheid van Jezus ons met meer teederheid ontvangt.

O, vrees toch niet, wanneer gij, gebroken door de smart, treurig en bedroefd tot Hem komt. Laat de heilige Communie niet achter, omdat het U onmogelijk is te bidden. Eene oprechte gelatenheid bevat al de akten van geloof, van hoop, van liefde, van vertrouwen.

Martha stelt zich tevreden Jezus bekend te maken met de ziekte vaa zijnen

-ocr page 306-

292

vriend. Zij vraagt, Hem zelfs niet om genezing. Met dezelfde gelatenheid moet ik mij in alle omstandigheden des levens tot Jezus keeren. »Heer, zij die gij bemint, is ziek , zwak, bedroefd, door smart te neder gedrukt.quot; O, Jezus is niet ver van ons, gelijk bij de ziekte van Lazarus; Hij woont in het Tabernakel om altijd bij mij te zijn en mij te kunnen helpen. Doch vergeten wij vooral niet, als eene akte van geloof in zijne liefde, te zeggen; Zij die Gij bemint....

gt;-gt;Laat ons tot Hem gaan.quot;

Het is vooral bij onze voorbereiding tot de heilige Communie, dat wij een kalman, liefdevollen blik moeten werpen op het lijden van Jezus; dan moeten wij overdenken met welke liefde Hij tot ons zal komen, als Hij in ons eenige gelijkenis vindt met zijn gekruisigd leven. Werp dan een blik op de droefheid die, van zijne geboorte tot zijn dood, al zijne uren heeft vervuld; beschouw de armoede, de vernedering, de beschimping, de verachting, de folteringen, die Hij voor u uitstond.

-ocr page 307-

293

Gij zijt het kind van Jezus, den gekruiste. Is het wonder, dat gij moet deelon in zyne doornenkroon en zijn kruis ?

O, stel dan uw vertrouwen op God, Hij zal heden voor u zorgen en ook morgen, als er een morgen voor u aanbreekt....

Waarom u ontstellen over gebeurtenissen, die wellicht nooit plaats zullen vinden of die, als zij u treffen, zoodanig door de hand Gods gewijzigd zullen worden, dat zij slechts tot uw welzijn kunnen verstrekken ? Jezus wil zien of gij Hem lief hebt; en na zooveel voor u geleden te hebben, heeft Hij ook wel het recht een weinig lijden van u te vragen. Zeg Hem dan met een vol-

TT

komen onderworpen hart: »neer, uw wil geschiede;quot; en deze gesteltenis zal U de vruchten eener heilige Communie verzekeren.

Heere Jezus, zoo dikwijls Gij mij tot uw heilig Gastmaal ziet naderen, zegt Gij nogmaals: » Laat ons tot hem gaan.quot;

Mijn hart spreekt nu deze woorden. Gij zocht mij, toen ik, als een verloren schaap ronddwaalde; zoudt Gij mij nu

-ocr page 308-

294

vluchten, als ik ü zoek en zoo vurig naar ü verlang? O vergeef rui), dat ik een einde aan mijn lijden gewenscht heb, zonder uwen wil boven den mijne te plaatsen.

Vergeef mij, dat ik zoo slecht het geheim van uw kruis doorgrond heb. Heer, help mij den opstand overwinnen van een hart, dat uwe hand doet bloeden. Ik nader tot U, lieve Jezns, en vraag ü niet meer om van mijn lijden verlost te worden; ik smeek ü slechts volkomen bezit te nemen van mijne ziel en mij ver boven al het aardsche te verheffen. Ontsteek in mij de liefde tot dat leven van zelfopoffering, dat de driften en de eigenliefde uitdooft. O Gij, die de gift der arme weduwe niet hebt versmaad, beschouw genadig het altaar, dat ik U in mijn hart heb opgericht, en offer daar zelf het slachtoffer van mijn hart, dat zich geheel aan U overgeeft.

Na de H. Communie.

Mijn kind, waarom zijt gij bedroefd?

Omhels uw kruis om Jezus uwe dankbaarheid te betuigen. Luister naar de woorden, die Hij u toespreekt. Het is

-ocr page 309-

295

een vader, een vriend, wien geen uwer belangen vreemd is; Hij vraagt u teeder-lijk de oorzaak uwer tranen.

O Jezus, lees Gij zelt in mijn bloedend hart, o zie de bittere droefheid, die rnij nederdrukt. O mijn God, waar zijn zij allen, die Gij mij gegeven hebt? Wat blijft mij over? De scheiding van de mij zoo dierbaren doet mijne tranen vloeien. Nochtans werp ik mij in de armen uwer Voorzienigheid; ü loof en prijs ik te midden mijner droefheid. In de overmaat mijner smart heb ik my tot TI gekeerd, heb ik ü ter hulp geroepen , U, o mijn God, die het lijdend hart niet versmaadt. Help mij dan, lieve Jezus, volgens de grootheid uwer barmhartigheid. O gij, die weendet bij het graf van Lazarus, Gij bemint mij even teeder als hem; o toon mij uwe macht en uw medelijden, en schenk mij een onderworpen hart.

» Weent niet,quot; deze woorden hebt Gij gesproken, o lieve Jezns, tot de ouders die treurden bij het lijk hunner dochter; »ween niet,quot; zegdet Gij tot de weduwe van Nairn, die haar eenigst kind ten grave zag dragen; »weent niet,quot; sprak

-ocr page 310-

296

uw goddelijke mond tot de vrouwen, die ü op uwen bloedigen kruisweg volgden. 0 mijn Jezus, ik werp de oogen op uwe wonden, en daar vind ik troost. Heer, ik heb gezondigd, ik verdien door uwe straffende hand beproefd te worden. Ik ontvang de kastijding in vereeniging met uw lijden, met de smaiten der H. Maagd , met haar wil ik mij opofferen, aan de rechtvaardigheid en de liefde van mijnen God.

Heere Jezus, nu ik U aan mijn hart druk , kan ik met den H. Paulus zeggen: quot;Wie zal mij scheiden van de liefde van Christus? Niet deze beproeving, want ik omhels die als eene gift uit uwe hand; niet mijne droefheid, want ik vereenig die met de uwe in den hof van Olijven; niet mijne verlatenheid, want ik vereenig die met uwe verlatenheid aan het kruis; niet het lijden van mijn hart, want ik sluit het in het hart van Maria, zoo diep bedroefd aan den voet van het kruis.

Heer, zoo zal mij dus niets meer van uwe liefde scheiden; want met uwe genade zal ik alles verdragen voor U, die mij bemind hebt tot den dood des

-ocr page 311-

297

kruises..... Neen, het is onmogelijk, dat

de lijdende, de beproefde Jezus ooit de nederige, zwaar beproefde ziel verlate, die zich in zijn Hart werpt. Onthoud dit toch in het uur van verlatenheid.

» JVeen niet.quot;

De ware vriendschap vindt men zeldzaam hier op aarde, en haar hulp is niet bij machte om de beproevingen des levens goed te maken. Wie durft den besten vriend lang vermoeien met het herhalen van eigen leed?

Gij alleen, o Jezus, zijt die vriend wiens Hart nimmer moede wordt mij te hooren, wiens goedheid , altijd toegankelijk, mij noodigt, aan ü mijn nood te klagen. Gij schijnt in uw H. Sacrament ons nog meer liefde toe te dragen, dan in uw sterfelijk leven. Te Nazareth waart Gij slechts gekend door Maria en Jozef; in uw openbaar leven troostet Gij slechts op uwen doortocht de ongelukkigen: in het Tabernakel zijt Gij slechts zichtbaar voor de engelen; maar in de H. Communie vermenigvuldigt Gij U om allen te troosten, om allen te helpen. O in dit oogenblik, waarop mijn hart U bezit

-ocr page 312-

298

mag ik U vrij mijne liefde betuigen, mag ik weenen op Uw Hart. Ik hoor wederom uwe stem , die mij zegt: Ween niet meer; o begrijp toch mijne teedere liefde. Ik bemin u, mijn kind; want gij zijt het beeld mijns Vaders, de tempel van den heiligen Geest; ik bemin in u den prijs van mijn Bloed, uwe zaligheid is de vrucht mijner smarten, uw geluk is mijn loon. Heb vertrouwen, geloof in mijne liefde.

Eens zult gij het geheim kennen mijner schijnbare gestrengheid, eens zult gij mij danken voor de tranen, die ik u thans doe storten. Nog een weinig tijds, dan de vreugde der eeuwigheid, een schat van glorie met de dierbaren, die u zijn voorgegaan.

Heer, hoevelezielen lijden zonder liefde voor U! O moge mijn lijden uwe glorie vermeerderen. O Jezus, thans ken ik beter uwe liefde; en beklaagde ik mij in mijne verlatenheid, een blik op het Tabernakel waar Gij leeft voor mij, op het kruis, waarop Gij genageld werd voor mij, toont mij, hoe ondankbaar ik ben. Gij omringt mij met liefde en ik beklaag mij van vergeten, verlaten

-ocr page 313-

299

te moeten leven. O Jezus, blijf dan bij mij, omdat het avond wordt.quot;

De duisternis der beproeving omgeeft mij; doch met U wordt de nacht van het graf gelijk aan den heldersten dag.

De ware gelatenheid bestaat niet alleen in het aanvaarden der beproevingen, die de Voorzienigheid ons overzendt, maar in de liefdevolle onderwerping aan den heiligen Wil van God, te midden der bitterste smart, der zwaarste offers. Verwekken wij dan akten van liefde, niettegenstaande den opstand der natuur; en hoe meer ons hart verscheurd wordt, hoe meer teederheid onze liefde moet uitdrukken. Jezus telt uwe lijdensuren, Hij heeft door zijn Bloed voor u het geduld en de kracht gekocht, om ze te kunnen verdragen. Plaatsen wij het leven van degenen, die ons dierbaar zyn, in de handen van God, die het leven van zijnen eenigen Zoon in onze handen geplaatst heeft. Bedenk dat de teedere banden, door Gods hand op aarde gevormd, in zgn Hart blijven vastgesnoerd, hoewel zij ons gebroken schijnen; bedenk dat zij in den hemel weder zullen voortleven, en dat van uit

-ocr page 314-

300

het andere leven de dierbaren, die gij beweent, U bidden uwe smart te matigen door de hoop van hun eeuwig geluk, en uwe aanstaande hereeniging in den hemel.

27ste OEFENING. De voorbereiding tot den dood. T.

» Jezus-Christus zegt ons de heilige Bernardus, »heeft met den dood drie zaken verbonden, die ons met hoop en vertrouwen vervullen. De dood eindigt onzen arbeid, ons lijden, onze vrees; bi} opent voor ons een nieuw leven van glorie en zaligheid; hij verzekert ons het eeuwig bezit van God.quot;

Daarom moet het eene godvruchtige ziel niet zwaar vallen, zich geheel in Gods handen te stellen voor dit allergewichtigst oogenblik, en haren dood reeds te voren te vereenigen met den dood van Jezus, haren Zaligmaker. Treed dan heden edelmoedig in deze overweging.

-ocr page 315-

301

1° De dood is eene onderwerping aan het oppergezag van God. Gij hebt gezondigd , het is billijk, dat gij sterft voor zijne glorie, gelijk het slachtoffer, dat steeds meer eu meer verteert.

2° Het is plicht zijne schulden te voldoen. Neem dan de boete aan , u dooide goddelijke rechtvaardigheid opgelegd.

3° De dood is eene weldaad van liefde door het H. Hart van Jezus; neem dien dus met dankbaarheid aan. Zeg; »Ja, mijn Vader, alles wat van uwe hand komt, neem ik aan als eene gunst. Ik wil gaarne lijden, daar Gij dit wilt. Geef mij de kracht tot het einde in deze gevoelens te volharden.

4° Als de natuur siddert bij de gedachte aan de geheimen van den overgang tot het andere leven, bedenk dan dat Jezus ons zijn Hart geeft tot onderpand van onsterfelijkheid. Vertrouw vaster dan ooit op zijne beloften. Vrees den dood niet. Hij is slechts de sluier, die valt voor Gods Aanschijn.

IT.

»Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; O Jezus, die de geheimste

-ocr page 316-

302

plooien myns harten doorziet, geef mij uw licht, opdat ik, alvorens wellicht voor de laatste maal tot U te naderen, al mijne zonden oprecht verfoeie; ik plaats ze alle aan den voet van uw kruis, opdat uw kostbaar Bloed daarop vloeie. Ik aanbid al de inwendige bewegingen uwer ziel. Ik wijd mij geheel aan uw stervend Hart; gelijk Gij, wil ik mij aan uwen Vader volkomen overgeven. —• Ik stel mij geheel in uwe handen, o mijn God, en ik offer U, om te voldoen aan wat mij ontbreekt, de aanbiddelijke gesteltenissen van mijnen Zaligmaker aan het kruis. Met Hem herhaal ik die laatste woorden zijner stervende lippen, » Vaderquot; dat woord van liefde, dat ik meer dan ooit moet herhalen bij het ontvangen der heilige Communie, »7amp; beveel: vertrouwen en onderwerping, ik wil niets terughouden, o mijn God, alles komt van ü, alles behoort U toe, neem alles, ik geef het U vrijwillig, uit goeder harte; »Mijnen geest:quot; dat is mijne ziel, mijn hart, mijn leven, het dierbaarste wat ik bezit; »in uive handenin die handen beladen met barmhartigheid, gereed om alle zonden

-ocr page 317-

303

der wereld uit te wisschen. En nu, mijn lieve Jezus, wil ik mii-zelve vergeten, als ware ik dood. Ik zal mij niet meer bezig houden met vrees , noch voor mijne zonden, noch voor den doodstrijd, noch met mijn toekomstig lot in de eeuwigheid. Uwe liefde, uw wil, uwe tegenwoordigheid zullen mij geheel bezig houden. En als ik eene laatste maal de handen tot U zal verheffen in het gebed, o lieer, verhoor dan de gebeden, die men ü voor mij zal aanbieden.

III.

Mijn God, vertoon ü aan de ziel, die U mee rechtzinnigheid zoekt, daal neder in de mijne, die zoo vurig verlangt volmaakt met ü vereenigd te zijn. Helaas ! eerst laat heb ik begonnen U te beminnen. Door droefheid nederge-drukt, hef ik het oog ten hemel, want hier beneden zoek ik U, doch vind U niet dan in de H. Communie; ik bemin ü, en zie U niet, ik herken U in uwe werken en nochtans blijft Gij voor mij als gesluierd. O hef den sluier op, o mijn God, en mijne ziel zal door dankbaarheid doordrongen worden; het geloof

-ocr page 318-

304

toont mij ü in het Tabernakel, maar dit is niet geuoe^ voor mijn hart; ik gevoel behoefte U ta zien, zonder te vreezen U te verliezen. Gij geeft U als kostbaar liefdepand aan uwe getrouwe dienaars, als Gij hen bezoekt in huu laatste uur, omdat Gij dit geeft in het oogenblik, dat men zijne vrienden het meest noodig heeft en ze het minste vindt. Zoo zeldzaam doorstaat de vriendschap den toetssteen van ongeluk, nood en dood, zoo zeldzaam duurt zij tot aan gene zijde van het graf. Doch Gij, o mijn God, vereenigt U zoo nauw met ons, dat de dood, die alles scheidt, U niet van ons kan scheiden. Verdrijf dan door uwe tegenwoordigheid mijne vrees voor den dood, verhel mijne ziel tot de zaligste hoop, zoo de vrees mij overmeestert, dan zal ik uit verplichting lijden, wat Gij uit liefde voor mij geleden hebt, en de hoop der zaligheid zal mijnen moed levendig houden. In dat uur, zoo vreeselijk zelfs voor den rechtvaardige, zult Gij voor mij doen wat Gr, gedaan hebt voor uwe discipelen op den vooravond van uw lijden. Gij gaalt U aan hen op het oogenblik, dat zij ü lafhartig

-ocr page 319-

305

gingen verlaten. Gij woondet te midden van hun hart, zelfs toen zij zich van U verwijderden, uwe liefde kon geene scheiding dulden; zoo zult Gij ook bij mij zijn, als de natuur zal bezwijken. Gij zult mij den moed geven om den doodstrijd kloekmoedig te doorstaan , Gij zult den schrik des doods verminderen eu ik zal niet meer vreezen, want Gij zult met mij zijn in dien laatsten strijd, en mij bijstaan in dien gevaarvollen overtocht. Schenk mij dan dezelfde edelmoedigheid als die, waarmede Gij U ter mijner liefde aan het kruis hebt laten nagelen.

IV.

Gij hebt gezegd, o Heer: »Ik ben de Verrijzenis eu het leven,quot; en »Hij, die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven, en ik zal hem ten jongsten dage opwekken.quot; Geef mij dit hemelvoedsel, dat bevrijdt van den eeuwigen dood, geef dat ik, voor mijn sterven, moge gevoed worden door uw kostbaar Vleesch en Bloed, opdat ik met den heiligen grijsaard Simeon moge zegsen: »Heer, laat nu uwe dienares

DO 7

jn vrede gaan.quot;

-ocr page 320-

306

Heer Jezus, ontvang deze Communie als ware het mijne laatste. Ik bied ze U aan als teerspijze van dit oogenblik af aan. Ik vereenig ze met de Communie uwer leerlingen op den vooravond van Kalvarië, ik vereenig ze met de Communiën heden door zoovele heilige zielen ontvangen. O hadde ik haar geloof, hare vurigheid! Bereid Gij zelf mijn hart, o Jezus, kom,en heersch daar alleen. Wees Gij, o mijn Jezus, mijne teerspijze voor de groote reis der eeuwigheid. Kom en voed mij met uw aanbiddelijk Lichaam, opdat het mij heilige en zuivere; kom en lesQh mij met het Bloed , dat de liefde U tot den laatsten druppel op den kruisboom deed uitstorten, laat het vloeien in mijne aderen, opdat het mij de kiem der verrijzenis en onsterfelijkheid mede-deele.

Heer, schep in mij een zuiver hart, bezoek mij door uwen heiligen. Geest. Heer, zij die gij bemint, is ziek, kom haar genezen. Zie, de Bruidegom komt. Gij roept mij. Heer, ik kom. Leer mij mijn kruis dragen, het omhelzen, met U sterven. Ik zal opstaan en tot mijnen Vader gaan. Ik heb gezondigd, ik ben

-ocr page 321-

307

niet waardig uw kind genoemd te worden, maar ik bemin U, ontferm U mijner. Aan ü, o Jezus, tot den dood.

DANKZEGGING.

I.

Verberg U in de wonden van Jezus Hart, uwe zoete schuilplaats. Bid Hem, dat uw leven voortaan eene voortdurende akte van liefde en uw laatste snik eene volmaakte akte van onderwerping moge zijn. Neem met vertrouwen den dood met al deszelfs gevolgen aan, met de H. Theresia zeggende: »Ik zal geoordeeld worden door Hem, dien ik lief heb.quot;

Sluit uw hart, stel eene wacht bij uwe zintuigen, opdat Jezus er niet uitga. Herhaal met liefde envertrouwen:» Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; O mijn Zaligmaker, ik aanbid U in mijn hart, ik werp mij met volkomen onderwerping aan uwe voeten. Ik offer U al de vermogens mijner ziel, verwijder alle aardsche gedachten van mij, opdat ik slechts om U daaraan denke, vestig mijn verstand op de goddelijke

-ocr page 322-

308

waarheden, die Gij mij weldra zonder sluier noch wolk zult gelieren te ontdekken; ik geef Ü mijnen wil om slechts te willen wat Gij wilt, ter uwer eer en mijne zaligheid. Heere Jezus, ontvang mijnen geest, bied mijne ziel aan uwen hemelschen Vader en ondersteun mij in mijn laatsten strijd. Alles is vol-b\'acht, ik bezit niets meer, ik heb IJ alles gegeven, Gij zijt mijn schat. Alles is voor mij volbracht, uwe barmhartigheid heeft mij alles vergeven, heeft mij getrokken tot het heilig Tabernakel, de tijd gaat eindigen, de bekoringen gaan verdwijnen, ik zal eeuwig met U zijn. Sta mij bij tot mijn laalsten snik.

II.

Geven wij ons in vereeniging met Maria volkomen aan God over. Op den laatsten dag baars levens liet Maria de zorg voor hare toekomst geheel over aan de liefde van Jezus-Christus, zonder eenige andere begeer!e dan den sluier

ri o

te zien vallen, die haar van haren Zoon en haren God scheidde. Ook ik heb alle redenen tot hoop. Het geloof verzekert mij, dat het een onschatbaar

-ocr page 323-

309

gelnk is te sterven tusschen de armen van Jezus en Maria en zich te kunnen verbergen in de HH. Wouden des Zaligmakers ; daar vindt men het veilig toevluchtsoord tegen de slagen der goddelijke rechtvaardigheid.

Mijn God, Gij hebt mij het leven gegeven, Gy zult het hernemen, uw heilige Naam zij gezegend! Moet ik de goederen verlaten, die Gij mij hebt gegeven? Gij hadt mij die slechts toevertrouwd en sedert lang heb ik er mijn hart afgetrokken. Moet ik nog vele smarten verduren? Mijn lichaam is een zoenoffer, dat ik u smeek te willen ontvangen in vereeniging met het offer van Kalvarië. Moet ik sterven ? De God, die mij roept, is mijn Vader, zoowel als mijn Meester; ik geef my over aan zyne barmhartigheid.

Als de gedachte aan het oordeel mij doet sidderen, mag ik U dan dat groot getal Communiën niet aanbieden, die ik het geluk heb gehad te mogen ontvangen ? Mag ik al die heilige Hostiën als zoovele panden eener eeuwige liefde niet plaatsen tusschen U en mijne zondige ziel ? En macr ik van uw oneindig barmhartig

■L

-ocr page 324-

310

Hart, met de vergiffenis mijner zonden, niet de belooning verwachten, die niet ik, maar die Gij voor mij verdiend hebt?

O Jezus, zie mij hier op den drempel der eeuwigheid, geheel hulpeloos, zoo Gij mij verlaat; doch in mijn hart rust het onsterfelijk voedsel, het brood des levens, de rijkste schat van hemel en aarde, ja de hemel zelf. Ik hoop dus met vol vertrouwen het eenwig bezit, het eeuwig aanschouwen uwer majesteit. Zegen mij, lieve Jezus; vergeet mijne vroegere ondankbaarheid, stort in mij het begin van een nieuw leven, bevestig mijne goede voornemens voor den tijd, dien ik op aarde nog moet verblijven. Nog mag ik U beminnen, nog mag ik mij voeden met uw aanbiddelijk vleesch, dank uwer overgroote barmhartigheid. Uwe liefde verdrijft mijne vrees voor uwe rechtvaardigheid, zegen mij in mijn stervensuur, laat mij u beminnen, o God mijns hai\'ten, thans en in alle ,eeuwigheid. Amen.

III.

Aan den voet van het kruis, waaraan Gij uit liefde tot mij gestorven zijt,

-ocr page 325-

311

.nedergeknield, kom ik , mijn lieve Zaligmaker, mijne doopbeloften vernieuwen. Ik beloof ü, o mijn God, voortaan te leven, geheel onthecht van de wereld, de ijdelheid, de schepselen, te. leven in de liefde tot eenzaamheid, gebed en stilzwijgendheid, in versterving der zinnen, in arbeid en boetvaardigheid, iu onthechting der uitwendige zaken, in onderwerping van geest, in getrouwe beoefening van ootmoed en gehoorzaamheid, in liefde, in vertrouwen, in naastenliefde en ijver tot bevordering van de Sïlorie van uw Hart en uwen Naam. Heer, ontvlam mij door uwe liefde, opdat zij mijn hart doe branden; dat uwe lieve Moeder mijn hart drage tot den troon uwer majesteit. Schenk mij door hare voorspraak en die van den H. Jozef, haren kuischen Bruidegom, dat ik met onschendbare getrouwheid moge volharden in deze voornemens. Heer, tot mijn laatsten snik stel ik mijne ziel, mijn geest, mijn lichaam, mijne zaligheid en mijn wil in uwe handen. Ik stel uw kostbaar Bloed, uw heiligen dood, uwe heilige Wonden en vooral uw gewond hart tusschen de

-ocr page 326-

312

Goddelijke gerechtigheid en mijne zonden. Ik zal leven in geloof, in hoop en in de liefde tot mijn gekruisten Bruidegom , zoolang het God zal behagen, mijn leven te verlengen.

BESLUIT.

De ziel van den christen moet dage-lyks sterveo aan zich-zelve en de wereld, om slechts voor God te leven. Put in de gedachte aan den dood, ia de onzekerheid van deszelfs uur, het vaste besluit van een nieuw leven te leiden door goede werken geheiligd.

Er mogen in nw leven geene oogen-blikken meer zijn, die God niet vervult. En zoo het U moeielijk schijnt, Hem alleen en altijd te beminnen, verhef dan uwen geest naar den hemel, waar de liefde Gods weldra uwe eenige bezigheid zal uitmaken, en het zal U zoet zijn reeds den voorsmaak der gelukzaligheid te proeven.

Het valt niet zwaar het leven te verlaten, als men het voor God alleen besteedt.

-ocr page 327-

313

28ste OEFENING. De H. Communie als Teerspijze.

I.

Een blik op het verleden en de toekomst.

Elk oogenblik treden wij nader tot het einde van ons leven. De verloopen jaren behooren aan den dood, hij heeft die op ons bestaan veroverd. Wij allen kunnen zeggen: Ik weet, dat ik weldra mijne tent zal opvouwen. Waar? op welke wijze? Dit is het geheim van God. Zullen wij onverwacht sterven? Zullen wij sterven na de eerste zonde, die wij bedrijven? Schrikwekkende vragen , waarop ieder verplicht is te antwoorden: Ik weet het niet. Doch hy, die ten allen tijde den dood verwacht, zal een goeden dood sterven, al overvalt hij plotseling.

De jaren wegen op mij niet minder dan het lijden, doch in de H. Communie heeft God mij een geluk voorbehouden, dat vermeerdert, naarmate elk jaar mij een deel van mijn leeftijd, van mijne genegenheden, van mijne genoegens ontneemt. Hoevele personen, hoevele zaken

14

-ocr page 328-

314

zijn my voor immer outvallen! Ik wil ze niet herroepen, het ware eene gevaarlijke verstrooiing. Twee zaken zullen mij bijblijven tot hét graf, Jezus en het Kruis. Jezus-Christus, die wel tot mij wil komen, en het kruis, dat mij bereidt tot de H. Communie, tot den dood, tot den hemel. Zonder Jezus zou ik het verleden niet kunnen herstellen, noch met onderwerping kunnen lijden; zonder lijden zou ik al te onwaardig zijn om tot Jezus te gaan. Ik communiceer om beter te lijden, meer te beminnen, en ik lijd om waardiger te communiceeren en mij den hemel te bereiden.

O Sacrament van liefde, bron van genade, welke zalving stort gij uit over het leven! Gij opent aan de ziel eene onuitputbare bron van zoete herinneringen , die onschuld of berouw doet vloeien. Mijn hart, betreur niets meer op deze aarde, waar alles verdwijnt en verkwijnt. Hecht u meer en meer aan onzen Heer, die niet sterft, die nooit verlaat.

O mijn dierbare Zaligmaker, kom en geef mij de genade van U te ontvangen

-ocr page 329-

315

met zulke gesteltenissen, als ik voor uw goddelijken rechterstoel wil aanbieden.

II.

Berouw over het verleden.

Er is geene enkele daad mijns levens, die Jezus vergeet, noch in alle eeuwigheid vergeten zal. O hoevele zou ik willen uitwisschen en ik kan niets onttrekken aan de goddelijke alwetendheid. Is het vreeselijk, niet te weten, wanneer de dood mij zal overvallen, veel vreeselijker is het, niet te weten , in welken toestand mijne ziel in dit allesbeslissend oogenblik zal wezen.

Goddelijke Zaligmaker, getrouwe getuige mijner gesteltenis en mijner fouten,, oordeel mij nu volgens uwe barmhartigheid en wacht niet tot het andere leven om mij strenge rekenschap te vragen van uwe weldaden, die ik zoo vaak misbruikt heb. Ik zou niet tot U durven naderen, zoo ik niet mocht vertrouwen vergiffenis ontvangen te hebben.

Het berouw doet mijne tranen vloeien; doch hoe meer ik U beleedigd heb, hoe-meer ik ü voortaan wil beminnen. Ver-

-ocr page 330-

316

geet, lieve Jezus, bet verdriet, dat ik U heb aangedaan, en geef mij in de Communie, die ik ga ontvangen een levendiger berouw voor het verleden, eene hernieuwde vergiffenis, en de genade van mij nooit meer van Ü te verwijderen.

Heer, Gij gaat U zei ven aan mij geven en ik bied U het dierbaarste aan wat ik heb. Alles is het uwe, mijn lichaam, mijne ziel, mijn bloed, mijn leven. Ik wijd aan uwen dienst al wat ik bezit, en wil mij beschouwen als toegewijd aan uw heilig Hart,

III.

Gedurende ons leven staan ons de tijd en de barmhartigheid Gods ten dienste; doch wij vei\'geten de laatste en verliezen den eerste. De tijd neemt dagelijks af en wij doen als waanden wij ons onsterfelijk.

Door de gedachte aan onze naderenden dood, aan deszelfs eeuwige gevolgen en aan onze zonden, gevoelen wij de behoefte van ons geheel te werpen in de armen van onzen goeden Vader en Hem toe te roepen: » Heer, heb medelijden met mij, volgens uwe groote barmhartigheid.quot;

-ocr page 331-

317

O Jezus, ik geloof en ik hoop door uw kruis, uw Hart, de verdiensten van uw Bloed, de voorspraak der H. Maagd, mijne goede Moeder, mijne ziel te redden, die maar al te zeer de hel verdiend heeft.

Mijn God, ik geloof aan mijne zaligheid, ik hoop ze door uwe goedheid en barmhartigheid te verkrijgen; want mijne zaligheid is het Bloed uws Harten, dat vloeit op mijne ziel; het is uw blik, die mij volgt, uwe stem, die mij vergeeft, uwe hand, die mij zegent, uwe armen, die mij omhelzen, en mij in dit leven op het kruis vasthechten, doch mij eens van het kruis ten hemel zullen verheffen. O Jezus, geef dat het vertrouwen vleugelen schenke aan mijne ziel om den afgrond mijner zonden over te steken, opdat ik, gedragen op het kruis, dat mij nooit in mijn leven ontbrak , mij blindelings storte in de armen uwer goddelijke barmhartigheid.

DANKZEGGING.

Aan Jezus, de goedheid, de heiligheid, de barmhartigheid zelf. Bid Hem, u te bewaren voor de gestrengheid zijner gerechtigheid. Smeek Hem, Hem te mogeu

-ocr page 332-

318

beminnen; dat zijne liefde al de zonderlekken onzer rnenschelijke zwakheid vertere. Herhaal dikwijls: Heer, laat mij hier lijden, doch spaar mij in de eeuwigheid.

I.

Het intreden des levens.

De heilige grijsaard Simeon hield het Kindje Jezus in zijne armen en wist geene grootere genade te vragen dan nu te sterven. De hoop van den Christus te zien, ondersteunde zijne krachten; en nu hij Hem gezien heeft, wederhoudt hem niets meer op deze aarde. O als het bezit van Jezus gedurende een enkel oogenblik zijne ziel geheel van de aarde afrukte, wat hadden dan in mijne ziel de ontelbare Communiën niet te wees moeten brengen, die ik het geluk had te mogen ontvangen? Elke Communie vermeerdert het geloof, bevestigt de hoop. Het geloof wijst ons den hemel, de hoop ontsluit hem, de liefde geeft ons ingang door de deur van Jezus hartewond.

De dood is het intreden der levens; door elke Communie treed ik dieper in dat leven dat nooit zal eindigen. Elke

-ocr page 333-

319

Communie bereidt mij tot die volmaakte vereeniging met Jezus.

Mijn Heer en mijn God, op U heb ik gehoopt; en ik zal niet beschaamd worden. Ik hoop ü eeuwig te zien en te bezitten in den hemel. Tot onderpand van uwe goedheid en mijne eeuwige zaligheid hebt Gij mij uw Lichaam en Bloed nagelaten. Geef mij uw eeuwig bezit in den hemel, daar ik U reeds bezitten mag hier op aarde.

II.

Stellen wij ons leven geheel in Gods hand.

Daar het slechts door den dood is, dat wij het eeuwig leven kunnen bezitten en God kunnen zien, moeten wij uit goeder hart het offer van ons leven brengen. Wanneer kunnen wij dit beter doen dan na de H. Communie? Wie zou dan iets willen terughouden voor Hem, die zich geheel aan ons heeft gegeven ?

Hij, die zijn dood aan God opoffert en dien aanneemt op den tijd en de wijze, die God behaagt, doet de volmaaktste akte van liefde en maakt zich,

-ocr page 334-

320

zegt de heilige Alphonsus, gelijk aan de martelaren.

Heer Jeaus, wellicht heb ik slechts weinige dagen meer te leven; ik wil dien korten tijd besteden om U zoo vurig mogelijk te beminnen. Ik offer U al de lijdensuren, die mijn leven zullen eindigen, en breng U liet offer van mijn leven in vereeniging met uw eigen offer op het Altaar en het kruis. Ik omhels tot boeting mijner veelvuldige en zware zonden de betrekkelijk lichte smarten, die mij nog zullen overkomen, en wil gaarne lijden hier op aarde, om na mijnen dood, niet langer van U gescheiden te blijven.

O goede Jezus, ik stel mijne ziel en mijn lichaam in uwe handen. In uwen dood stel ik mijne hoop, o mijn Zaligmaker. Ik stel mijne ziel en zaligheid in uwe met scherpe nagelen doorboorde handen. Gij hebt tot den laatsten druppel van uw Bloed voor ons gestort; geef mij de genade eeuwig de vruchten van uw bitter lijden te mogen genieten.

O Jezus, wanneer zal de dag aanbreken, waarop ik U zal bezitten zonder vrees van ü te verliezen?

-ocr page 335-

321

Wanneer zullen de sluiers opgeheven worden, die U aan onze oogen onttrekken? Wanneer zal ik U van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen? Geet mij eeue vurige begeerte van voor U alleen te leven, U alleen te dienen, ü alleen te beminnen. Onthecht mij meer en meer van al het geschapene; en als mijn oog zal breken, ontvang dan mijne ziel in uw goddelijk Hart.

III.

Loof, mijne ziel den Heer, en al wat in mij is, loof zijnen heiligen Naam. Jezus, mijn licht, mijn gids, mijn steun op alle uren mijns levens, wees mij eene teerspijze in het uur des doods.

Gelief Gij zelf mij in uwe handen te ontvangen, om mij in het bezit van uwen hemel te stellen. Zoo dikwijls mocht ik hier op aarde met ü vereenigd worden in de Communie; o scheid mij niet van U voor alle eeuwigheid. Zuiver mij in deze wereld, opdat ik spoedig tot uwe glorie moge worden toegelaten. Door de voorspraak der heilige Maagd Maria, vraag ik U deze gunst, o God mijns harten. Geef mij, ondanks mijne on-

-ocr page 336-

322

waardigheid, de genade van U vurig te beminnen tot het laatste oogenblik mijns levens. Ik omhels alle uitwendige en inwendige kruisen, die Gij mij wilt opleggen, en ik smeek ü, mij de kracht te geven, om die alle met liefde, met gelatenheid, met onderwerping te verdragen. En, lieve Jezus, niet alleen voor mijzelve vraag ik de groote genade van een zaligen dood, ik vraag die ook voor al degenen, die mij dierbaar zijn, voor al degenen, die Gij mij hebt toevertrouwd , voor allen, die mij eenig leed hebben aangedaan, en vooral vraag ik die genade voor al degenen , die heden voor uwen rechterstoel moeten verschijnen.

29ste OEFENING. Het voorspel des Hemels.

I.

De aarde..,. De Hemel.

Wanneer men overdenkt, dat de ge-heele schepping is ingericht tot voldoening van den mensch, dan begrijpt

-ocr page 337-

323

men de verwondering de liefdevervoering der Heiligen, als zij bij het beschouwen van eene bloera tot zich-zelven zegden: »Voor alle eeuwigheid heeft God deze bloem voor mij geschapen.quot;

Deze zoo vaak hernieuwde gedachte vervulde hunne ziel met eene levendige dankbaarheid. Maar wat zijn al de werken der schepping tegenover het H. Sacrament ? O voor het Tabernakel verteedert mijne ziel zich veel meer, dan voor het stof door Gods vingeren bezield. Alle aardsche schoonheid verzinkt in bet niet voor haren Schepper. De schepping ontlokt mij de woorden: Heer, hoe schoon zijn uwe werken! doch hooger klinkt de vreugdekreet: Heer, hoe liefelijk zijn uwe Tabernakelen!

Om de hemelsche zaken te smaken, moet gij uwe gedachten stil houden, de woorden zwijgen die de liefde wonden, uwe naasten niet oordeelen, uwe oogen ten hemel slaan, en het zal u gemakkelijk zijn, de zaken dezer aarde te laten voorbijgaan zonder uwe ziel te ontstellen. Beschouw den hemel, beschouw het Tabernakel, in deze richting zal uw blik Jezus ontmoeten, en uw hart zal uw

-ocr page 338-

324

oog volgen. Jn alle zaken. »Siirsiiin Corda,quot; de hai\'ten omhoog. Dit is een middel tot vrede, en de vrede bierbe-neden is het geluk.

Ja, beschouw den hemel, uw vaderland, uwe eenige rustplaats. Daar geene tranen, geene droefheid meer; (iod kennen, God bezitten! Is deze hoop niet schoon genoeg om uw hart en uw oog te voldoen en U zei ven te vergeten.

Hoe dierbaar zijn mij uwe Tabernakelen , o Heer, en zoo deze aarde mij reeds zooveel geluk aanbrengt, wat mag ik niet in den hemel hopen!

JI.

Alvorens te geraken op de kruin der hemelsche bergen, moet men het dal der tranen doorkruisen. Behalve den tegenspoed dezes levens, heeft de godvruchtige ziel eene voortdurende oorzaak tot tranen. Zij gevoelt zich op deze aarde als gevangen , buiten Jezus vindt zij geene rust, doch haar Ijjden is zoet, omdat Gij, o Jezus, van tijd tot tijd haar eene blijdschap doet smaken, die, snel als een lichtstraal, weder even snel verdwijnt.

-ocr page 339-

325

De ziel, die slechts Jezus alleen bemint, heeft geene moeite om te bidden, zich te vernederen, te lijden, en hoemeer zy zich vermoeit in zijnen dienst, hoe-meer zij wil werken en lijden; want de liefde is een verterend vuur, dat zich voedt met offers en nooit gelooft genoeg te doen , zich genoeg op te offeren. Door de liefde heerscht Jezus in het hart.

O Jezus, het lijden is eene voorwaarde mijner vereeniging met U. Ontvang dan alles wat ik lijd in mijne ziel, mijn hart, mijne zintuigen , als voorbereiding om ü te ontvangen. Mijn levensbeker is vol bittere droefheid. Gij hadt mij dien kunnen doen ledigen, zonder een enkelen druppel troost. Gij hebt het niet gewild. De heilige Communie doorschemerde altijd de sombere wolken mijns levens.

Het is niet om mij te beklagen, dat ik U over mijne droefheid spreek; want ik verkies een graad lyden boven alle vreugde der aarde, en ik zou mijne tranen tegen al de vreugde der aarde niet willen ruilen.

-ocr page 340-

326

III.

Slechts drie zaken raoet men begeeren: de H. Communie, het kruis, den hemel. De heilige Communie wacht den Christen in de kerk, het kruis in de wereld, de hemel bij zijnen dood. Het H. Sacrament geeft kracht om het kruis des levens te omhelzen, en het kruis met de heilige Communie vereenigd, doet hem kalm den dood beschouwen als de deur des hemels.

Uw tegenwoordig en toekomstig lot is aan dat van Jezus verbonden. Hij heeft op het kruis die laatste plaats verkozen, die Hij op aarde tot zgn deel genomen had; gij moogt dus geene andere kiezen , noch ze verlaten zoo gg ze reeds bezit.

Gij zult daar niet lang blijven, en alvorens die voor goed te verlaten, kunt ge, zoo dikwijls gij wilt, de lasten des kruises verlichten door den troost van het heilig Sacrament. Onze ware plaats op aarde is dus aan het kruis, voor het Tabernakel; vergeet dit nooit. Zoek geene andere, dan zal Jezus ook voor U, gelijk voor zijne leerlingen deze bede tot zijnen Vader richten:

-ocr page 341-

327

»Vader, ik wil, dat zij, die Gij mij gegeven hebt, met mij zijn waar ik ben.quot;

Ja, de God, dien ik in het Tabernakel aanbid. Hij, die den Hemel geschapen heeft, bestemt mij daar eene plaats. Zij wacht mij reeds, en als ik ze verdiend zal hebben , zal God mij tot zich roepen.

Thans mag ik reeds zeggen; Hoe nietig schijnt de aarde , als ik het Tabernakel aanschouw, maar het Tabernakel is minder dan de hemel en de hemel minder dan het aanschouwen van God. O Jezus, wanneer zal ik onafscheidbaar met U vereenigd worden? Wanneer zal ik niet meer behoeven te zeggen: Kom, Heem Jezus1? Ik roep U, ik verlang naar U; bereid Gij zelf mijn onwaardig hart. Heer, vermeerder mijn geloof, mijne hoop, mijne liefde.

DANKZEGGING.

Gij zijt bij Jezus, Hij is meer dan dicht bij u, Hij is in u. Hij behoort u toe, gij bezit Hem even wezenlijk als de Engelen, aanbid Hem met die hemelsche Geesten. De tijd der dankzegging, na de H. Com--munie is een voorsmaak van het hemelsch leven, het voorspel der eeuwige lofliederen.

-ocr page 342-

328

I.

Ik kan het verschil tusschen den hemel en de heilige Communie niet beter uitdrukken dan: in de Communie God in mij te midden mijner ellende, iu den hemel mij in God in de zuiverheid eener liefde, die nooit kan verminderen, noch vergaan. Wanneer, o mijn God, zal ik ü aldus mogen beminnen? De heiligen verliezen zich iu de Godheid, maar ik mag, nu ik Jezus bezit, Hem mede-dragen in mijn hart in het zotste gevoel eener inniore vereeniging. Ik bezit den God, dien de Engelen in den hemel beminnen, maarzij zien Hem van aanschijn tot aanschijn, ik zie Hem niet. Zoolang het mij niet gegeven is, Hem in zijne schoonheid te aanschouwen, zal ik alle wonderen dezer wereld voor niets tellen. In dit oogenblik vind ik noch in den hemel, noch op de aarde iets grooter, heiliger, schooner dan den God, dien ik in mijn hart aanbid maar nog hooger moet ik stjjgen om mijn verlangen te vervullen, ik verhef mij tot den troon van den God mijns harten. Daar staat mijne ziel stil, of liever daar

-ocr page 343-

329

werpt zij zich in den diepsten eerbied neder en aanbid den God der heilige Communie.

Ja, mijn God, door de heilige Communie stijg ik op tot U, of liever Gij daalt neder tot mij met dezelfde liefde, die ik in den hemel zal genieten, maar geef mij nog meer. Gelief, in afwachting des hemels, altijd en overal over mijn leven, de weldaden uwer barmhartigheid uit te storten, opdat mijne ziel gelukkig mogen geraken tot den zaligen dag, waarop haar vurig verlangen van U te mogen aanschouwen iu vervulling treedt. O mijn God, als de vreugde der heilige Communie zoo groot is, wat zal dan de vreugde des hemels wezen ? Toon U aan mij en geef, dat ik U be-minne. O mijn Jezus, hoe zeer verlang ik naar dien dag, waarop ik U eeuwig zal mogen zien, ü beminnen met eene eeuwige liefde:

II.

Door de woorden: »Ik zal u met mij opnemen , opdat gij daar moogt zijn waar ik benquot;; troostte Jezus zijne Apostelen bij hunne naderende scheiding. Hij sprak

-ocr page 344-

330

als God van zijn aanstaand verblijf in den hemel, in den schoot zijns vaders, en beloofde hun, dat zij eenmaal zijne heerlijkheid zouden deeleu.

De eeuwige zaligheid is God te zien, te beminnen, te bezitten.

Het begin der gelukzaligheid is Jezus kennen, beminnen, bezitten in het heilig Sacrament.

Het Tabernakel maakt deze aarde tot een hemel, maar nu ik de heilige Communie heb ontvangen, is mijn hart die hemel en heb ik den hemellingen niets meer te benijden.

Jezus, het eenigst geluk der Engelen en Heiligen, zou Hij mijn geluk niet kannen uitmaken? De uitverkoornen hebben alles in God, zij genieten Hem, ook ik smaak een deel van hun geluk. Jezus is, wel is waar, minder dan voor hen, het licht van mijnen geest, de liefde van mijn hart, maar mijn geluk is hemelsch. Jezus is mijne kracht, Jezus is de bron, waaraan ik mijn dorst naar geluk kan lesschen. O Jezus, indien het geloof mij niet leerde, dat ü te zien in den hemel het hoogste geluk is, zou ik niet gelooven, dat er eene

-ocr page 345-

331

zaligheid bestaat grootev dan U in mijn hart te ontvangen. Ja, nu mogen de moeieliikheden mi] weder bestormen, de droefheid mijne tranen doen vloeien, ik heb de noodige kracht ontvangen om mijn kruis te dragen, mijn lijden te zien toenemen zelfs, in de hoop van daardoor den hemel te verdienen. Heer, geef mij uwen geest van kracht, van standvastigheid, van edelmoedigheid, en ik zal alle hinderpalen overschreden om tot U te komen.

III.

Er bestaan drie trappen: God zien, Hem bezitten , Hem genieten. Het geloof verzekert mij, dat ik door de H. Communie in het bezit van Jezus gesteld ben. Ik zie Hem in mij door een straal der sacramenteele genade. Ik mag het vaderland nog niet binnentreden, maar Jezus wil mij door de hoop reeds tot het hemelsch geluk voorbereiden. Hg verlaat zijnen troon, daalt tot mij neder en zegt: » Wees getrouw tot den dood en ik zal u de kroon des levens geven. Houd moed, ik zal tot U komen op den dag, dat de aardsche banden zullen

-ocr page 346-

332

breken in de laatste omhelzing mijner liefde.quot; O liefdevolle belofte van mijnen Zaligmaker, hoe zal ik U beter mijne dankbaarheid bewijzen, dan door eene groote getrouwheid?

Met U vereenigd, begin ik dezen dag als een dag des hemels. De uitver-koornen bezitten niet meer dan ik in dit oogenblik, doch zij behouden hun geluk, en ik keer terug tot den strijd. In uw Hart heb ik mijn verlangen nedergelegd om U te beminnen eu te bezitten, geef mij nog de begeerte alles te lijden, wat het U zal behagen mij over te zenden. Het lijden, dat de natuur weerstreeft is mijn grootste geluk. Ik omhels het met dankbaarheid en smeek U, uwe glorie te trekken uit al mijne beproevingen.

Heer, geef dat ik mij aan niets hechte, niets begeere, niets betreure, niets be-minne dan U alleen.

-ocr page 347-

383

30ste OEFENING.

Ontferm u mijner, ten minste gij mijne vrienden.

De duizendeu zielen, die in het Vagevuur lijden, hangen meer af, ten opzichte der verlichting in ha;tr lijden, van de aarde dan vau den hemel; zij rekenen, om zoo te spreken, meer op ons dan op de Heiligen. En hoe zouden zij niet rekenen op onze hulp, zij, die wij zoo goed gekend, zoo innig bemind hebben ? Zij smeeken ons, haar te helpen. Beijveren wij ons dan tot het beoefenen van dit groot en zoo gemakkelijk liefdewerk. Eene lichte boetpleging, eene geringe aalmoes, eene godvruchtig gehoorde Mis, eene vurige Communie, een De profundis, voor haar gebeden, een aflaat haar toegevoegd, verhaasten de verlossing dier God zoo dierbare gevangenen.

I.

O Jezus, ik kom tot U met het hart vol treurige herinneringen, met een geest vervuld van vrees omtrent het lot dergenen , die mij zoo dierbaar waren.

-ocr page 348-

334

«

Mij dunkt, ik hoor uit haren kerker het verwijt, dat ik de H. Communie en de aflaten niet genoeg gebruik ter harer gunste. Ik zou alles doen om mijzelve uit het lijden te verlossen. Mag ik dan minder doen voor haar? Ik zal uw aanbiddelijk Bloed, dat Gij ter mijner beschikking stelt, voor haar doen spreken.

O God, die even goedertieren als rechtvaardig zijt, geef mij eerst de genade van U in heilige gesteltenis te ontvangen. Geef mij wat mij ontbreekt, vooral zuiverheid en ootmoed, opdat ik U nooit verlieze. Het bedroeft mij, eenige dagen verstoken te zijn van de heilige Communie; hoe zou ik uw gemis in het Vagevuur kunnen doorstaan? Wellicht wordt de tijd daar niet gemeten, gelijk hier op aarde; ik weet niet hoe lang daar het tijdsverloop duurt, dat wij een uur noemen. Men lijdt daar behalve zoovelé ons onbekende smarten, de be-rooving van het tabernakel en de heilige Communie. O welk eene bittere smart, van U gescheiden te zijn!

Heere Jezus, verwijder mij nooit van uw Hart. Ik eerbiedig de geheimen onzer toekomst en ik neem müne on-

-ocr page 349-

335

igt;

zekerheid daaromtrent aan als boete voor mijn ongeduld en nieuwsgierigheid. Laat, smeek ik U, de zuchten en beden tot uw Hart stijgen, die weerklinken in het mijne. Geef troost en verlichting aan de zielen, wier lijden U nog oneindig meer treft, dan het mij bedroeft.

II.

Heere Jezus, ik ben niet waardig, ü te ontvangen, gelief mij te verheffen boven mij-zelve, en mij te doen ontwaken uit dien noodlottigen slaap van traagheid; leer mij alles haten wat my van U zou scheiden, al ware het slechts één oogenblik. Geef dat ik de zonde meer vreeze dan het Vagevuur. Uwe goedheid treft mij, lieve Jezus, ik be-leedig U zoo dikwijls, en Gy laat mij toch aanzitten aan het Gastmaal der Engelen. Stort, Heere, de verdiensten der verlossing over geheel de heilige Kerk, doch bijzonder over diegenen, die van deze aarde verdwenen zyn, en niet hebben opgehouden te lijden. Een druppel van uw aanbiddelijk Bloed is genoeg om de vlammen van het Vagevuur te blusschen. De liefde der lijdende

-ocr page 350-

336

zielen tot U, hare vreeselijke smart zetten mij aan, om het verlangen uws Harten te helpen, dat vurig begeert, haar te verlossen. Open den hemel voor die arme zielen; uwe tranen, uwe wonden, uw bloed smeeken zaligheid voor ons af. Met het volste vertrouwen bied ik U de overvloedige verdiensten aan, die Gij ons van uit uw tabernakel toereikt, ten gunste der zielen in het Vagevuur; en ik roep voor haar de voorspraak in uwer heilige, onbevlekte Moeder.

III.

Heere Jezus, geef dat ik U beminne, uwe liefde is een vuur dat mijne ziel zal louteren, opdat ik minder onwaardig worde, ü te ontvangen. Mijn grootste verdriet is voortdurend te leven in de onzekerheid uwer liefde. Als ik nu de smart overdenk, die zoovele zielen gevoelen , omdat zij haar hart tusschen U en de schepselen verdeeld hebben, o dan vrees ik, dat ik nooit dien graad van liefde zal bereiken, dien uwe goedheid mij heeft voorbestemd. Geef mij, o God, uwe genade, niet om myn geluk

-ocr page 351-

337

hier op aarde te volmaken, maat opdat ik ootmoediger, reiner, meer van de schepselen onthecht moge worden.

En hoe zou ik mij aan deze aarde hechten bij het overdenken hoe vele menschen dagelijks met zonden bedekt, voor uwen rechterstoel verschijnen en zoo spoedig op aarde vergeten worden? Wie denkt aan de overledenen , wie beijvert zich, hen ter hulp te komen, dan alleen het klein getal geloovigen, dat voor uw kruis en tabernakel nederknielt om den arm uwer rechtvaardigheid te ontwapenen ?

Heere Jezus, gewaardig ü tot uwe dienstmaagd te komen, want zonder U kan ik niet leven. Kom met uwe barmhartigheid , want mijne ellende is groot.

Kom met uwe barmhartigheid voor al degenen, die mij dierbaar zijn, en verlos de zielen, die buiten ü geen geluk kunnen vinden. O mijn Jezus, gedenk uw lijden, uw kruis, nw bloed, de tranen uwer lieve Moeder, dit alles offer ik U voor de lijdende zielen.

15

-ocr page 352-

338

DANKZEGGING.

Jezus is in u tegenwoordig. Aanbid Hem en vergeet niet dat uw gebed alles van Hem verkrijgen kan. Vergeet degenen niet die gij bemint, degenen die gij beweent. Het is Jezus, die in u bidt en smeekt, en zijn gebed wordt altijd verhoord. Vertrouw dan alles aan de goddelijke barmhartigheid.

I.

O Jezus, ik aanbid U met al de vermogens mijner ziel, met de Engelen, met de H. Maagd. O hadde ik hunne gevoelens! Ik bemin ü, mijn God, ik bemin U, ik bedank U, dat gij tot my, arme zondares, hebt willen komen.

O Jezus, na deze groote weldaad der H. Communie ontvangen te hebben, waardoor Gij deel neemt aan myne ballingschap, zult Gij mij na mijnen dood toch niet lang van U verwijderen ? Zult Gij, nadat ik zoo lang op aarde gezucht en geleden heb. U aan mij onttrekken ? O Jezus, geef mij uw Hart tot toevluchtsoord, als ik voor U als voor mijn Rechter zal moeten verschijnen.

-ocr page 353-

339

En, lieve Jezus, ik bid voor myzelve niet alleen, maar ook voor de zielen in het Vagevuur. Ik heb het geluk van U te bezitten, zij kunnen slechts naar U verlangen. O indien ik het tabernakel slechts mocht zien en het steeds gesloten voor mij bleef, welk eene smart ware dit voor mij!

Verwerp mij dan niet van voor uw aanschijn en verleng het lijden niet der arme zielen, die branden door het goddelijk vuur der Helde tot U, nog meer dan door de vlammen van het Vagevuur. O mijn Jezus, aan uw Hart beveel ik al mijne dierbare afgestorvenen. Geef haar het eeuwig geluk, dat Gij zelf alleen uitmaakt.

II.

O mijn Jezus, roep de lijdende zielen tot U. üwe liefde kan niet onverbid-delijk zijn voor de vereenigde gebeden uwer heilige Kerk, voor de verdiensten van uwe eigene Offerande. Luister naar mijne smeekbede met het oor des harten. Ik kan begrijpen, wat men lijdt ala men van ü verwijderd is; de heilige Communie doet mij begrijpen, dat Gij

-ocr page 354-

340

alleen het eenig noodzakelijke zijt. Aanbiddelijke Jezus, toon aan uwen Vader de wonden, die Gij ter onzer verlossing ontvangen hebt, die aanbiddelijke wonden , die zoo luide ten onzen gunste spreken. Ik vereer die met liefde, ik bied ze met vertrouwen Gode aan.

Ik vereenig mij met de beden der rechtvaardigen, die van alle zijden des heelals tot den hemel stijgen en U herinneren dafT uw Bloed, voor ons op het kruis vergoten, nog ter onzer beschikking staat, opdat wij het U voortdurend opofferen. O Jeziis, ik bid .uw goddelijk Hart, wees barmhartig. Gedenk de liefde, die de zielen, welke ik beween, ü betoond hebben.

III.

\' O Maria, laat uwe moederlijke teeder-heid spreken ten onzen gunste. Uw 4 goddelijke Zoon weigert ü geene enkele genade; smeek Hem dan met die liefdevolle macht, waarmede Hij u bekleed heeft. Smeek Hem door zijne kinderlijke liefde voor U, door de tranen, die Gij gestort hebt aan den voet van het kruis, mgne gebeden voor de arme zielen des

-ocr page 355-

341

vagevunrs te verhooren. Spreek slechts één woord, en zijne gerechtigheid zal in goedertierenheid veranderen.

Onbevlekte Maagd, toon dat Gij mijne moeder zijt; verlos ons van de zonde, die ons naar het Vagevuur voert, en verlos die arme zielen, die bij God niet meer verdienen kunnen.

Geef dat ik Jezus getrouw beminne, met ijver diene, gelijk Gij gedurende zijn gansche leven gedaan hebt. Geef mij een altijd grootere liefde tot Jezus in zijn H. Sacrament*, opdat ik met meer -vrucht bidde voor de bekeering der zondaars en de verlossing der zielen, die slechts één straal van genade meer behoeven om eeuwig gelukzalig te zijn.

O Maria, verkrijg voor haar dien oogslag van liefde, en voor mij en de mijnen de groote genade der volharding.

BESLUIT.

Als er brand ontstaat op een schip, snelt het scheepsvolk naar de pompen om het leven te redden. Werken wij met denzelfden ijver aan de verlossing der lijdende zielen; beschikken wij ten

-ocr page 356-

342

haren gunste over de oneindige verdiensten van Jezus-Christus, over de smarten van Maria, het lijden der martelaren. Er zijn heiligen die hun geheele leven aan dit verdienstelijk werk hebben toegewijd.

Volgen wij hen hierin na; en in het uur van onzen dood zullen wij den grooten troost genieten van door de zielen, die wij verlost hebben, op onze beurt ten Hemel gevoerd te worden. Amen.

-ocr page 357-

Qcfaden onde-z 3e K.

voor de H. Communie.

I. Berouw.

Van het begin der H. Mis tot aan het Gloria.

O mijn Jezus, welk eene zaak van aanbelang ben ik voornemens te verrichten ! Ach, ik weet het maar al te wel, o groote God, dat ik onwaardig\' en meer dan duizendmaal onwaardig ben, tot ü te naderen en ü te ontvangen : helaas! zoo dikwijls misdeed ik tegen U en overtrad ik vrijwillig uwe geboden! Al wat moest dienen om mij gt; aangenaam in uwe oogen te maken, werd gebruikt om ü te beleedigen: mijne gedachten, woorden en werkenl.

O, ik beken het, ik belijd het oot4 moedig en tot mijne eigene beschaming: ik mag niet zoeken, mij voor uw aan-

-ocr page 358-

344

schijn te rechtvaardigen: het was mijne schuld, mijne eigen schuld; ja, ik kan het niet genoeg herhalen, om mijnen -• hoogmoed te vernederen: het was mijne eigen allergrootste schuld! Uw licht en uwe inspraken, de hulp uwer genade ontbraken mij nooit, maar ik heb ze verstooten! En ik stond tegen ö op, o Algoede! tegen U, die mij uit het niet getrokken, die mij door zooveel smarten hebt verlost, die mij met ontelbare weldaden en gunsten hebt overladen , die mij spaardet en terugriept, toen ik van U wegvluchtte O, zwaar en groot is mijne schuld. En ik zou U durven ontvangen in een hart, zoo dikwerf door zonden ontheiligd! ik zou tot het feestmaal der uitverkoornen durven naderen en het Brood der Engelen nut-tógen!...

1:41 \' Doch, o goede Jezus, die nimmer een wmoedig en vermorzeld hart verstoot; - ino, in de bitterheid mijner ziel, betreur ik mijne zonden voor uw aanschijn! ik verken mijn onrecht en mijne boosheid! ik bid en smeek om vergiffenis, wel wetende, dat ik mij richt tot eenen God, die mij zoekt te redden en dié

-ocr page 359-

345

niijn ondergang vreest, meer dan ik zelf.

O allerheiligste Moeder van God, Gij, de tempel der Godheid, spreek een woord voor mij bij uwen teergeliefden Zoon!... Heilige Engelen, zuivert mijne c lippen, zoo als die van Isaïas, met een gloeienden kool! H. Joannes, voorlooper vau Jezus, reinig en bereid mijn hart om Hem waardig te onthalen! heilige Apostelen, die Hem met zulk een levendig geloof eu eenvoudigheid des harten, in het eerste gastmaal der goddelijke liefde ontvingt, en Gij allen. Heiligen des hemels, die Hem thans met al de schatten zijner godheid bezit en geniet: o, vereenigt u met mij, vraagt Hem vergiffenis met mij! Gij zult spreken, en Hij zal u verhooren; Hij zal mij vergiSenis schenken en mij de zoetheid zijner liefde laten smaken.

II. Geloof. , r,. V

Van het Gloria, tot de Offerande-. \'

O God, Koning van hemel en aarde,, ik geloof vastelijk, dat Gij hier op dit altaar, ofschoon voor mijne oogen verborgen., waarlij ken wezenlijk tegenwoordig zijt.

-ocr page 360-

346

Tk erken daarbij, dat Gij, in dit allerheiligste Sacrament, dezelfde geheimen vernieuwt, welke Gij in uw tijdelijk leven op aarde volbracht, en die in uw H. Evangelie aan ons geloof worden voorgesteld.

Ik vind hier het geheim uwer nederige geboorte terug: want Gij vertoont U hier als gering en klein, en als liggende in eene armoedige kribbe: immers de zilveren Ciborie, hoe kostbaar ook, is uwer zoo min waardig als de kribbe van Bethlehem; Engelen, die vreugdevol het Gloria zongen, en arme herders alleen aanbaden ü bij uwe geboorte; hier ook wordt Gij slechts door de hemelsche geesten en door nederigen vereerd.

Hier nog wordt uw verborgen leven door uwe verlatenheid verbeeld. Gij zijt

bier als onbekend te midden van on-

.itgt;; • #

yerschillige menschen.

;ï\\ Öw dood wordt voorgesteld door eene \' geheimzinnige slachtofferande, waarin heilig Bloed, in schijn, van uw ^~$iicbaara wordt gescheiden. , Uwe begrafenis wordt ons herinnerd door uw opsluiting in het Tabernakel, eu uwe Verrijzenis door het leven der

-ocr page 361-

347

gratie en het onderpand der onsterfelijkheid, dat Gij in de Communie aan de menschen mededeelt.

O mijn God, hoe groot is uwe goedheid, jegens mij: het is bijna onmogelijk, dat Gij, Allerhoogste, ü gewaardigt zooveel voor mij te doen! En toch is het zoo; er valt niet aan te twijfelen.

Zou ik nu verwaarloozen, gebruik van zooveel goedheid te maken ? Zou ik willen verloren gaan, in weerwil van alle pogingen die Gij aanwendt om mg zalig te maken ? Zou ik moedwillig de hand verstooten, die Gij mij toereikt?

O, dit zij verre, mijn goede Jezus! ik werp mij in den geest ootmoedig voor U neder en bid U, mg overvloedig uwe genade mede te deelen. Heb medelijden met mijne ellende: want, helaas! ik ben veel te onwaardig, om ü iü mijn hart te ontvangen.

III. Betronwen. \' ;

Van de Offerande tot de Consecratie-.

. ■.%

Wanneer ik beschouw wie Gij zijt, oneindige, eeuwige, almachtige God, en als ik tegelijkertijd mijne nietigheid en,

-ocr page 362-

348

wat erger is, mijne boosheid overweeg, dan word ik met schrik en vrees bevangen ; dan gevoel ik mij gedreven, ü met Petrus toe te roepen: » Verwijder U van mg , o Heer, want ik ben slechts een zondig schepsel!quot;

Doch wat zou er van mij worden, indien Gij mij verliet, of indien ik U vluchtte!

0, ik zal U niet meer vluchten, U die, als een goede Herder, de afgedwaalde schapen gaat opzoeken; die als een goedhartig Vader, den plichtigen zoon bij zijne wederkomst met teederheid ontvangt en in zijne rechten herstelt! O, Gij zocht en vervolgdet mij met zooveel liefde, toen ik Ü vluchtte: met hoeveel te meer teederheid zult Gij mij ontvangen, nu ik U zoek!

Al wat ik hier rondom mij zie, spreekt mjj van uwe grenzelooze goedheid, vooral baar Misoffer, dat thans hier

wordt. Dit herinnert mij

immers zoo treffend uw smartvol lijden, om mijnentwil onderstaan, en d.e on-. «itgprekelijke liefde, waarmede Gij voor mgne boosheden aan uwen hemelschen Vader voldeedt.

-ocr page 363-

349.

Allerminzaamste en allerbarmhartigste Jezus, indien ik geen betrouwen op U stelde, tot wien zou ik mijn toevlucht nemen ?

0 , de dagen van genade en verzoening zijn voor mij nog niet verloopen: de tijd van straf en gramschap blijft nog verschoven, ik mag nog den troon der barmhartigheid naderen , en mijne stem bij die der Engelen voegen, om met hen den grooten lofzang van het driemaal Heilig te zingen; vooral mag ik nog met uwe kinderen deelnemen aan uw allerheiligste feestmaal!

Daarom zal ik zonder schroom mijne smeekstem totU verheffen; zonder achterdocht en vrees, zal ik uwen overvloe-digen zegen voor mij en voor allen, die mij dierbaar zijn, afvragen. Ik verzoek daarom, o mijn Jezus, uwe machtige bescherming voor uwen Plaatsvervanger op aarde, het Opperhoofd uwer H. Ketk; ik vraag uwen bijstand voor den Kerkvoogd van dit Bisdom en voor den Herder dezer Parochie; ik vraag uwe genade voor al de leden uwer H. Kerk; ik vraag ze voor mijne bloedverwanten, vrienden en vijanden.

-ocr page 364-

350

Tot deze intentie en in vereeniging met de uwe, offer ik dit H. Sacrificie aan uwen Vader op; vooral offer ik het op, om de gesteltenissen des harten te vragen welke Gij, bij uwe komst, gaarne in mij zoudt aantreffen, doch eerst en vooral uwe liefde!

IV. Liefde.

Van de Consecratie tot de Communie.

O Jezus, hoe vurig is uwe liefde tot mij! Gij moet mij veel beminnen, dewijl Gij zooveel voor mg gedaan hebt en nog dagelijks doet. Ge moet mij op wonderbare wijze beminnen, want Gij hebt een leven van armoede en smart voor my geleid; Gij hebt ü om mijnentwil zoo gruwzaam laten geeselen en met doorneu kronen, voor my liet Gij ü opf;:een kruis nagelen en stierft in de .-uiterste smarten, uitgeput van krachten ■eh,,Moed, ter dood gemarteld! 1; ;En nu nog daalt Gij uit de heerlijkheid des hemels op dit altaar voor mij .neder; Gij offert U hier in den nede-rigsten staat aan uwen hemelschen Vader voor my op: Gy houdt ü hier als

-ocr page 365-

351

voedsel tot mijne beschikking; Gij, Allerhoogste ! Gij wilt tot spijs dienen voor mijne arme ellendige ziel!

En ach! hoe beantwoord ik aan die liefde?

Mijn Jezus, ik durf U bijna niet zeggen, dat ik ü bemin. Ach, ik toon het niet door mijne werken! En ik gevoel zoo weinig liefde voor ü!

Neen, ik ben niet tevreden over mijne liefde: ik zou ze geheel anders wenschen. O, bezat ik eene eindelooze liefde, om de oneindige liefde van mijnen God te beminnen! Helaas! bezat ik maar eene gewone liefde voor U!

O Jezus, geef my toch uwe liefde! bewerk dit wonder in mijn hart, dat ik eindelijk van uwe liefde worde verslonden!

Ach, Gij moet daartoe alles in mjj doen.... Zonder ü vermag ik niets. gevoel het maar al te wel. O, ik^toft zoo zwak!... Ik begrijp zeer goed Wat Gij van mij verlangt: Gij wilt, dat ik niets beminne dan hetgeen Gij zelf bemint; dat ik de voorkeur geve aab het-geen mij onaangenaam is, boven hetgeen mij .bevalt; dat ik oplettender zij om mij te versterven, dan om myne toI-

frif *i r-^r »r 11 (ru

-ocr page 366-

352

doeniug te zoeken; dat ik U danke voor tegenspoed, kwelling en dorheid, evenals voor vertroosting en voorspoed; dat ik niets wensche en niets weigere; dat ik, eindelijk, alles offere aan een God van liefde, die zich geheel en al aan mij schenkt — maar, o Jezus, hoe zal ik dat alles volbrengen, zopder uwe genade ?

O, schenk mij die kostbare genade! geef ze mij door de heilige Communie! Ja, kom in mijn hart. Gij, die voor mij hebt gewerkt, gebeden, uw Bloed vergoten; Gij zult niet weigeren mij uwe genade te schenken. O, wat zult Gij in mij niet doen! O Jezus, hebt Gij mij ooit uwe hulp geweigerd? O, verre van daar! üwe edelmoedigheid jegens mij is onbegrensd, is oneindig! Gij hebt T-OOr mij de bezorgdheid eener moeder, jaHgteer dan van eene moeder!

\'Daarom verwacht ik met betrouwen, \'dat Gij mij uwe zoete liefde zult schenken. ■O , indien ik die bekom, dan bezit ik genoeg ! dan laat ik gaarne de schijngoederen der wereld aan de dwazen, die ze zoeker. Geef mij dus uwe liefde, o Jezus! Ja, ontneem mij alles, en geef mij uwe liefde: gaarne koop ik ze tot den prigs!

-ocr page 367-

353

V. Verlangen.

Van de Communie tot het einde der Mis.

Dierbare Jezus, wat ben ik verheugd over uwe genaderijke komst! welk een geluk voor mij, dat Gij mij gelieft te bezoeken! want Gij zijt mijn Schat en mijn Al! Gij hebt mij bekoord, o beminnenswaardige God! Gij boeit mijn hart met uwe goddelijke schoonheid. Buiten U heb ik niets meer in den hemel en op aarde te verlangen. O, welke goederen, welk genoegen, welken troost zou ik elders zoeken? Zou ik in de schepselen iets vinden, dat mijn hart meer kan voldoen dan wel de God, die mijn hart schiep en die het voor zich zeiven schiep?

Kom dus, o mijn Jezus! kom! ik verzucht naar U! ik kwijn zonder U ! mijn hart brandt om U te bezitten.

Ontsluit ü, o heilig Tabernakel, o gevangenis der liefde! ontduit U en laat den God mijns harten tot mij. komên.

En gij ook, mijn hart, ontsluit u, laat den Koning der glorie binnentreden.

Kom binnen, o mijn goede Jezus! kom binnen! ik geef U de sleutels van mijn

-ocr page 368-

354

hart; ik geef ü al de macht weder, die Gij zelf mij over mijn hart gegeven hebt! Alles behoort U toe! voortaan zal mijne ziel U volkomen onderworpen zijn. Kom dus en treed binnen, o Koning der opperste glorie.

Heilige Engelen, vormt zijn koninklijken stoet van uit het Tabernakel tot bij mij, aan de heilige Tafel!

O Maria, mijne Moeder! weldra zal ik uwen teergeliefden Zoon in mijn hart ontvangen: help mij, goede Moeder, dat arm hart bereiden. Jezus rustte zoo gaarne in uwe armen, en sliep zoo zacht op uw hart, op uw zoo zuiver en liefderijk hart! Och, bekom mij een weinig van uwe liefde! Zend mij die door den zegen des Priesters....

En Gij, o mi)n Jezus, kom en vertoef niet langer, kom mij verkwikken! kom de begeerten mijns harten vervullen!... Kom mij ontsteken door den brand uwer liefde. Geef ü aan mij, ik geef mg aan U!... O, welk een geluk! Gg de mijne, ik de uwe!...

-ocr page 369-

êe-ficden ondc-z 3e K.

TOT DANKZEGGING, NA DE H. COMMUNIE.

1. Berouw.

SiJ het begin der H. Mis..

O mijri Jezus, ik vereenig mij met den Priester, die U thans om vergiffenis bidt voor zijne en onze fouten: ik smeek U, in het bijzonder, om vergeving voor al de verstrooidheden en de nalatigheid, waarmede ik tot de heilige Tafel ben genaderd en U heden in de heilige Communie heb ontvangen.

Bij die fouten voeg ik, met rouwmoedig hart, al de oneerbiedigheden, de lauwheid, waardoor ik en al de leden mijner familie, alsook al de christenen der wereld, in het naderen tot dehefligé Tafel, ooit uw liefderijk Hart bedroefd en met bitterheid vervuld hebben.

O goede Jezus, hoe betreurenswaardig is de ongevoeligheid onzer ziel, bij het ontvangen eenar weldaad die de verbazing der Engelen wekt!

-ocr page 370-

356

Mochten wij toch beter uwe einde-looze goedheid beseffen!

O minzaamste Vriend onzer zielen! ik smeek U, schenk mij de hulp uwer genade, opdat ik, den volgenden keer, U met oneindig meer ijver en godsvrucht in mijn hart moge onthalen! Geef, niet alleen, dat ik mij nooit meer plichti§ make aan eenige zonde, maar dat uwe heilige liefde steeds aangroeie in mijn hart.

Heilige Maagd Maria, die onophoudelijk en zoo wonderbaar tevens in heiligheid toenaamt; heilige Voorlooper des Heeren, die immer getrouw bleeft aan de genade vóór uwe geboorte ontvangen; Discipelen van Jezus, op bijzondere wijze door den heiligen Geest in de heiligmakende genade bevestigd; en Gij allen, Heiligen des hemels, thans voor altyd tegen alle gevaar van zonde bevrijd! o, bidt voor mij en bekomt mjj: de zalige volharding; bekomt mij eene voortdurende aangroeiing in de goddelijke liefde.

-ocr page 371-

357

II. Dank.

Van het Glorie tot het Credo.

O mijn God, hoeveel redenen heb ik om uwe Majesteit door mijne lofzangen te verheerlijken! Hoe dankbaar moest ik mij toonen voor de menigvuldige blijken uwer goedheid jegens mij!

God, hemelsche Vader, Gij hebt mij uit het niet getrokken en tot de eeuwige vreugden des hemels geroepen; Gij hebt mij in den schoot der heilige Kerk en van brave ouders laten geboren worden; Gij hebt al de hulpmiddelen van den heiligen godsdienst, van jongs af, ter mijner beschikking gesteld.

En Gij goede Jezus, Zoon Gods, Gij zijt, om mijner zaligheid wille, uit den hemel nedergedaald en mensch geworden in den schoot van Maria; Gij hebt U voor mijne zonden laten geeselen, en op een kruis nagelen. En om dit alles te bekronen, steldet Gij een wonderbaar Sacrament in, waardoor Gij U zelyen, geheel en al, aan mij wegschenkt.

Gg, o heilige Geest, hebt mij van alle \' 1 onuitsprekelijk bemind; en

werkt Gij wonderen, van

-ocr page 372-

358

liefde in mij uit, door tusschenkomst der heilige, Katholieke Kerk; Gij voegt mij de voldoeningen van Jezus en zijner Heiligen toe; Gij schenkt mij volle kwijtschelding van mijne zonden; Gij deelt aan mijn lichaam en mijne ziel de kracht der onsterfelykheid, mede.

O drieëenige God! wat zal ik U wedergeven voor alles, wat Gij mij vergund hebt!

Ach! ik weet niet, hoe ü mijn dank te betuigen! vooral voor de onuitsprekelijke, onschatbare gunst, mij wederom dezen morgen geschonken, door myn hart tot uwe verblijfplaats uit te kiezen, en ü zoo innig met mijne arme ziel te vereenigen.

III. Opdracht.

Van de Offerande tot aan de Consecratie.

.\';.Q weldadige, goedertieren God! om eenigermate mijn plicht van erkentenis te vervullen, offer ik ü het lijden en de verdiensten van onzen Middelaar Jezua-Ghristus; al de bloeddruppelen door Heip

-ocr page 373-

359

gestort, al zijne tranen en gebeden; al de slagen en mishandelingen, door Hem zoo liefderijk om mijnentwil onderstaan. Daarbij offer ik ü ook nog de verdiensten zijner heilige Moeder, van zijn deugdzamen Pleegvader, van de Apostelen , van de millioenen Martelaren, die hun bloed voor ü hebben vergoten; ik bied u aan, al het goed ooit in de heilige Kerk gedaan of dat, van nu af tot aan de voleinding der tijden, zal gedaan worden.

En alhoewel ik niets beu in uwe oogen, en niets bezit dan hetgeen U toebehoort, draag ik mijzelven met al wat in mij is, volkomen aan U op. Ik wijd mij geheel en al aan U toe: mijn lichaam en mijne ziel; al mgne begaafdheden en zielskrachten; al myne gedachten, woorden en werkan. Ik bied U aan, o mijn God, al de beproevingen, wederwaardigheden en kwellingen, al. het verdriet en lijden, evenals het genoegen en den troost, die ik, tot mijn laatsten levensstond, zal onderviuden.

O, mocht ik, met groote edelmoedigheid en zelfopoffering veel doen en Igden voor U! Mocht ik, ten blgke mnner

-ocr page 374-

360

erkentenis en wederliefde, eenmaal den marteldood voor ü sterven!

Gij verdient het wel, o mijn Jezus! Gij hebt mij het voorbeeld van edelmoedige zelfopoöering gegeven: Gij stioft voor mij een marteldood, duizend- en. nog duizendmaal smartelijker dan de folteringen van alle martelaren te zatuen ; Gij deedt voor mij, wat niemand, zelfs miju vader en mijne moeder niet voor mij gedaan zouden hebben; Gij bracht de blijken uwer liefde tot de uiterste grenzen der mogelijkheid.

IV. Liefde.

s Van de Consecratie tot aan de Communie.

Allerminzaamste Jezus, wederom daalt -Gij uit den hemel bij ons neder: Gij -slachtoffert U wederom voor de zaligheid V: zielen. Zoo stapelt Gij weldaden

.;:1 e^:;w-éldaden.

fel • - 0} wonderbaar is uwe liefde tot ons!

■ Zij is« eeuwig: vóór den aanvang der | tijden, van alle eeuwigheid af, hebt Gij mg bemind; uwe liefde tot mg heeft millioenep jaren langer bestaan dan ik;

-ocr page 375-

361

uwe liefde tot mg is zonder begin! En indien ik zoo leef, dat ik den hemel verdien, dan zal die liefde ook zonder einde wezen.

üwe liefde is onbaatzuchtig: Gij hebt mij niet noodig, maar ik heb U noodig, Ik ben het werk uwer handen. Gij vindt in U zeiven het opperste geluk. En, o wonder! Gij daalt gedurig uit den hemel voor mij neder! — Maar, o Jezus, wat komt Gij in dit tranendal zoeken, in dit oord van ballingschap, waarin Gij slechts ondankbaren vindt, die U vergeten, verblinde zondaars, die U verachten en miskennen, weerspan-nigen, die U den oorlog aandoen en uwe weldaden tegen U misbruikeu? Was het niet genoeg voor de/e ondankbare aarde, dat zij eenmaal door uw dierbaar bloed werd bevochtigd!.... •

Uwe liefde is edelmoedig en teedèt; niet slechts gewaardigt Gij U, te midden van ons te verblijven. Gij verlangt ook . nog, U met ons te vereeuigen. En om ons niet af te schrikken, verbergt Gij U onder de geringe gedaante van brood. Gij let niet op de oneerbiedigheden, heiligschennissen en afschuwelijkheden

16

-ocr page 376-

362

waaraan Gij in dien staat ü vrijwillig blootstelt; Gij zoekt niets anders dan ons hart, dan onze liefde! Gij klaagt niet over de onverschilligheid der men-schen ; Gi] klaagt niet, dan uwe vijanden U op nieuw verraden, U geoselen en kruisigen; indien Gij U slechts met eene getrouwe ziel kunt vereenigen en haar uwe gunsten mededeelen. Oe liefde eener enkele ziel behaalt de overhand op de ondankbaarheid en de ongehoorde boosheid van duizend andere.

O Jezus, wie kent zooals Gij, de kunst van te beminnen. Wie zal zich zooveel ondankbaarheid getroosten van men-schen, die hij zoekt wel te doen en met zijne liefde vervolgt.

Allerbeste, allerminnelijkste Jezus! hoe vurig zou ik ü moeten beminnen! ■ Zie, dezen morgen nog, hebt Gij, Schepper jAlmachtige, Allervolmaakste, ü met mij, armen aardworm, op het nauwste ver-eenigd, hebt Gij mijne arme ziel met onbeschrijfelijke liefde omhelsd, hebt Gij D geheel en al weggeschonken aan mij! O, welke niatelooze goedheid.

Nog eens, hoe vurig zou ik U moeten beminnen.

i

-ocr page 377-

363

Maar ach! mijne liefde tot ü is zoo flauw, zoo zwak.

Doch, al is zij zwak, ik verheug mij echter tot in het diepste mijns harten, ik ü nog eenigermate bemin.

Ja, mijn Jezus; mij dunkt, dat ik U bemin — teu minste, ik verlang ü te beminnen. 0, kon ik U beminnen, zooveel Gij het verdient! Kon ik U beminnen, zooveel Gij het van mij verlangt.

Tot belooning echter mijner liefde, vraag ik U eene groote aangroeiing in liefde tot U; of beter, ik vraag dit ter wille uwer liefde tot mij; ik vraag het U, ter wille der gruwzame smarten en droefheden van het lijden, dat Gij uit liefde tot mij hebt ondergaan.

0, dat ik U met eene onbegrensde liefde beminne, dat ik nooit meer op-houde U te beminnen en dagelijks toe-neme in uwe liefde! Dat ik alvorens te sterven, zoozeer in uwe liefde zy gevorderd , dat ik U het meeste beminne van allen, die op de wereld zijn! Maar wat vraag ik!....

Ach! mijne lafhartigheid is te groot om ooit zulk een graad van liefde te bereiken.

-ocr page 378-

3G4

O goede, liefderijke Jezus! deel inij eeue groote edelmoedigheid mede, opdat ik toch zooveel voortgang doe, dat ik ouder de voornaamsten uwer vrienden geteld worde. Wees Gij voor altijd mijne vreugd en mijn troost; wees mijn schat en mijne liefde, dat mijn hart geen genoegen vinde, dan in ü ! Mijne ziel leve slechts voor U en in U! Ja, leef Gij zelf steeds in mij en schenk mij een leven gansch verslouden in U ! 0, wat zou ik op de wereld beminnen, indien ik U niet beminde, U de opperste schoonheid, de goedheid zelve! ü, de Allervolmaaktste.

V. Smeekgebed.

Van de Cornniuni.e tol aan het einde der Mis.

O: Jezus, die zoo liefderijk mij dezen morgen door uw goddelijk bezoek hebt \'Vereerd, gelief nogmaals mijn hart door uwe geestelijke tegenwoordigheid te verkwikken; kom de heilzaamste uitwerkselen der heilige Communie in stand houden en bevorderen.

-ocr page 379-

365

Ach! zoo gemakkelijk en zoo spoedig kunnen de vruchten van uw bezoek verloren gaan!

O Jezus, mijne ellende is U bekend; Gij weet, hoe zwak, hoe lauw, hoe onstandvastig, hoe onachtzaam ik ben. Gij weet dus hoezeer ik de hulp uwer gratie behoef; eisch daarom niet van mij, o goede Meester, dat ik die door langdurige en aanhoudende gebeden af-smeeke; want dan valt te vreezen, dat ik die voorwaarde niet zal volbrengen. Och, geef mij niettemin den overvloed uwer genade, en wacht niet te lang, o mijn Jezus! neen, lieve Jezus, wacht niet te lang.

Ik weet wel — o, ik weet het maar al te wel; dat ik mij onwaardig heb gemaakt, zulk een voorrecht te genieten ; maar o Jezus, o Algoede! is; bij uwe grondelooze goedertierenheid, de ellende niet een bijzondere titel tot ontferming? Toont Gij niet liefst uwe barmhartigheden aan de ellendigsten? O ja, by die ongelukkigen vindt Gij de schoonste gelegenheid om uwe liefde te doen blijken.

-ocr page 380-

366

Verhoor dus heden mijn smeekgebed, o goede Verlosser, Wien het eigen is genadig te zijn en te sparen, heb medelijden met mij, volgens den eindeloozen overvloed uwer goedheid. Maak, dat ik voortaan beter, godvruchtiger leve; dat ik nauwkeuriger alle fouten vermijde...

\'tTs waar, mijn Jezus; het hangt eigenlijk van mijnen wil af, dat ik goed en zelfs heilig leve; maar helaas! onze wil werd zoo verzwakt door de erfzonde.

Van een anderen kant heb ik eene groote, eene bijzondere hulp noodig. Ik zou den hemel geweld moeten aandoen om te worden gered.

O Maria, ik wend mij dus tot U: Gij zijt mijne Moeder! Gy zijt de Koningin der barmhartigheid en de toevlucht der zondaren. Gij zult mij toelaten mijn nood aan ü te klagen, en bij ü aan te dringen om hulp.

. O Maria, sta mij bij; Maria, verwerp niet. Spreek voor mij tot uwen Zoon. En toont Hij zich ontevreden over mij; och, neem dan in zijn Hart de genaden, die ik noodig heb. Gij moogt immers in zijn Hart naar goeddunken putten? Gij moogt zijne genaden uit-

-ocr page 381-

367

deelen aan wie Gij wilt, wanneer Gij wilt en zooveel Gij wilt? Gij kunt bij Hem niet misdoen: Hij is verblijd U te kunnen believen ; Hij is zoo tevreden, wanneer Gij de dreigende hand zijner rechtvaardigheid weerhoudt en er ons mede zegent.

Ik stel dus de zaak mijner eeuwige zaligheid in uwe handen: Gij znlt met moederlijke liefde mij de genaden, die ik noodig heb, bezorgen.

-ocr page 382-

368

GEBEDEN

ivelke na elke gelezen Mis gebeden worden.

Driemaal hel «Wees gegroetquot; enz. — Fervolgens eenmaal:

Wees gegroet, o KoDingio, Moeder van Barmhartigheid ;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenetid in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster; ach sla op ons nwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jezus de gezegende vrucht uws lichaams.

O goedertierene, o raeêdoogende, o zoete Maagd Maria.

v. Bid voor ons, H, Moeder Gods

e. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden,

LAAT ONS BIDDEN.

O God, onze toevlucht en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden uwer Kerk, en geef dat wij door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd eu Moeder Gods Maria, van den H* Joseph, van nwe gelukzalige Apostelen Petrus en Panlus en alle Heiligen, datgene met der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfdcn Christus onzen Heer. Amen.

(300 dagen AJlaat. Leo XIII, 6 Jan. 1884)

-ocr page 383-

tSebed met vollea Aflaat.

Toevoegelijk aan de zielen in liet Vagevuur, vergund door Z. H. Paus Pius VII, aan allen, die het, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben voor een afbeeldsel van den gekruisigden Jesus, godvruchtig zullen lezen, mits men nog eenigen tijd bidt tot intentie van den Paus van Rome. Hieraan voldoet men, wanneer men vijfmaal het Onxc Vader en Wees gegroet bidt.

Zie, o goede en allerzoetste Jesus, ik werp mij op mijue kuieëu voor uw aanschijn , bid en smeek U met de grootste vurigheid des gemoeds, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne misslagen enden vasten wil om ze te verbeteren, in mijn hart gelievet te prenten; terwijl ik met groote aandoening en droefheid des harten uwe vijf wonden bij mij zelven overweeg en in den geest aanschouw, voor oógen hebbende, wat de profeet David reeds van U, o goede Jesus, zeide: » zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld.quot;

-ocr page 384-

insrirïOXJiD.

De heilige

Communie.....

Bladz.

3

Oefeningen voor de H Communie. .

4

Na de H.

Communie ...

8

Gebed om

zich aan te bevelen in de

bescherming der H. Maagd Maria.

12

istc Oefening. De goddelijke roep-

stem.....

13

2de »

Het Heilig Hart van

Jezus ....

24

3de »

Hoe bemint ons Jezus

39

4lt;,e »

De Menschwording.

53

5de »

De komst des Heeren

63

6de »

Het verborgen leven

van Jezus . . .

73

7de »

Jezus, de goede Her

der . ...

82

8ste J

Alleen met Jezus

92

9de «

De Kananeesche

Vrouw . . . .

103

de »

i ide li »

De tien Maagden.

113

De verloren Zoon .

127

-ocr page 385-

INHOUD

Bladz.

12de Okfening. Het Penningske der

Weduwe . . . 137 13de » De Weduwe van

Naïm .... 146 14dc » Jezus, onze geneesheer, onze Vriend,

onze Vader . . ICO 15l,e » Heer, red ons, wij

vergaan . . .170 16de » De H. Magdalena . 180 17de » De navolging van

Christus . . . 195 18de » Mijne kinderen, Ik

ben met u . . . 205 19de » Zoolang reeds ben Ik met u, en gij kent mij niet . . 2J4 20ste » Ik heb u deze dingen gezegd, opdatmijne vreugde in u zij . 224 21ste » Omdat ik aldus tot u gesproken heb,

heeft de droefheid uw hart vervuld . 232 22ste » Gebed van J.-Chr. . 240 23s]6 » Gedachtenis aan Jezus

lijden.....248

-ocr page 386-

inhoud

bladz. j

24ste Oefening.Verschijning vanJezus

aan de H. Vrouwen 262 Petrus Liefdebetuiging .....275

Mijne ziel is bedroeld

tot den dood . . 289 De voorbereiding tot

den dood . . . 300 De H. Communie als

Teerspijze . . . 313 Het voorspel des Hemels . . . , 322 ! Ontfermt u mijner, ten minste gij mijne vrienden . . . 333 Gebeden onder de H. Mis, voor de

H. Communie......343

Gebeden ouder de H Mis tot dankzegging, na de H. Communie 355 Gebeden welke na elke gelezen Mis

gebeden worden......368

Gebed met vollen Aflaat . . . 369

r

25ste »

26ste »

27ste »

28ste »

29ste »

30ste »

i

-ocr page 387-
-ocr page 388-
-ocr page 389-
-ocr page 390-