a^vs\'^
\'t? \'-/s t-f
Vak 87
cP£.
GEBEDEN en GEZANGEN
TEN DIENSTE DER
VAN DE
j3 ROEDE Pv SCHAP
VAN DEN
a mm
HANDEtSDRüKKERIJ ,ƒ. ff, l.t\\ DDK /vfV/»f;,l.
fieuffstraal 30, ROTTEKDAM.
IMPRDII PERMITTDIUS.
Datum in Huissen, liac 4 Sepfembris 1880.
Fr. A. VAN DEN ELZEN, /■r. Frov.
IMPRIMATUR.
Voorscholen, 4 Septembris 188G.
M. bêbkseh-,
Libr, Cer.Sót»
Aan tie JLcclcn tgt;cr Broccicrsctiap van ïlcn H. ïlo-cnlirans.
De vereering der Allerheiligsle Moeder 0. IJ. J. C. is zoo and als de Kerk. Altijd hebben de katholieke geloovigen zich beijverd de II. Maagd liefde en vertrouwen Ie bewijzen, nu ééns door hare verhevenheid te vereeren en te bezingen, dan weder door, ais zij in kommer waren, tot hare moederlijke Helde hun toevlucht te nemen en hare bescherming en voorsprcak a[ te smeeken bij haren goddelijken Zoon.
Onder de verschillende ivijzen, waarop Mai ia gaarne wordt vereerd en aangeroepen, neemt de godvruchtige oefening van den II. Rozenkrans een eerste plaats in. En te recht. Heeft de II. Maagd niet altijd van af het bestaan dezer Devotie tol nu toe door schitterende wonderen geloond dat zij bij voorkeur op deze wijze wilde gediend worden ? Was het vooral niet in de IS0 eeuw door de instelling, prediking en verspreiding van het Rozenkiansgebed, dat zij den 11. Dominicus het sterkste wapen in de hand gaf om de ketterij der Albigensen te bestrijden en uit te roeien ? Was het in de -IG0 eeuw, wederom niet door het bidden van den Rozenkrans dat de Christenvloot, bij Lepanto, de Turken overwon, hun vloot versloeg en vernielde, en de macht van de halve Maan over Europa voor goed vernietigde? Wie zal ze daarenboven lellen de over-ivinningen behaald onder aanroeping der allerheiligste Maagd, als Koningin van den Rozenkrans?
Ten allen tijde hebben de Pausen getracht hel Rozen-kransgebed door hunne lofspraken te verheffen en te verbreiden. Ook de thans regeerende Opperpriester, Leo \\I1I — wien God een lang en gelukkig leven schenke — heeft, het voorbeeld volgende van anderen Zijner voorgangers, in heerlijke taal de geschiktheid, iverk-dadigheid en vruchtbaarheid van dit in gebruik zijnde Gebed herdacht, en ten slotte tevens alle Geloovigen vermaand en aangespoord , door dit veelvuldig te bidden, alle pogingen aan te ivenden om, onder den bijstand van Maria, de toorn van den wrekenden God te verzoenen en af te weren.
Zou er nog meer noodig zijn, waarde Leden der Broederschap 1 om U op te wekken het Rozenkransgebed hoog te vereeren, het dikwijls en met liefde te bidden ? En dit gebed, op zich zelve zoo voordeelig en krachtig, zal nog grootere nog meerdere voordeelen aanbrengen, zal nog krachtiger opwaarts stijgen en werken zoo dit gezamenlijk verricht wordt. Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn ben ik in hun midden. (Math. XVIII: 20). En dit is- hel doei der Broederschap.
Daarom vervult dan trouw uwe verplichtingen, hebt grooten ijver voor het Rozenkransgebed, en (jij kunt u van de hulp der allerheiligste Moedermaagd verzekerd houden en gij zuil u een schal van verdiensten vergaderen voor de eeuwigheid.
ttati ötn %nznhm.
Sl-oor waarden.
Om lid dezer Broederschap te worden, is het noodig dat men zich door een Pater Dominikaan of een Priester, daartoe door de Dominikaner-Orde gevolmachtigd, in de registers der Broederschap laat inschrijven.
©«rplidhliwcjctt.
Ieder lid moet elke week een geheelen rozenkrans van 15 tientjes of driemaal een rozenkrans van 5 tientjes bidden en daarbij, naar zijn vermogen, de Geheimen van den Kozenkrans overwegen.
Men kan ook op verschillende dagen den rozenkrans bij gedeelten bidden, als men slechts zorgt 15 tientjes in den loop der week te voleinden. De verplichtingen verbinden niet op zonde, maar zijn een vereischte om aan de voordeelen der Broederschap deelachtig te worden.
«n plflatcn.
Do Leden dor Broederschap, die hun verplichtingen volbrengen, deelen bij hun leven en na den dood, in de verdiensten van alle sakrificiën, gebeden, boetplegingen en goede werken van de geheele Orde der Predikheeron.
Bovendien hebben zeer veel Pausen de Rozenkransbroederschap met een schat van aflaten verrijkt. Eenige der voornaamste voor de leden zijn, mits zij gebiecht en gecommuniceerd hebbende, bidden tot intentie van Z. H. den Paus: een volle aflaat : 1°. op den dag hunner inschrijving.
»« op don eerstBti Zoadag der maand, indien zij de kapel van don Rozenkrans bezoeken.
3«. In het uur de3 doods.
Vgt;.a Op de feestdagen O. H: Paschen, Hemelkaart, Pinksteren, en op twee Vrijdagen in de Vasten naar verkiezing. h Op de feestdagen der H. Maagd : Onbevlekte Ontvangenis, Liebtmis, Boodschap, Visitatie, Ten Ilemel Opneming, Geboorte en Prtcseutatie, indien zij de Eozenkranskapel, een andere kerk of openbare bidplaats bezoeken.
io- Op den 3lt;len Zondag van April, H. Sakramentsdag, \'t Patroonfeest der kerk en op den Zondag onder het oktaaf van Maria Geboorte; indien zij liet AKaar van den Eozeukrans bezoeken en daar bidden tot intentie der Pausen, die dezen aflaat verleend hebben.
6°. Op de feestdagen der Geheimen van den Eozenkrans, indien zij de kapel van den Rozenkrans bezoeken.
7°. Indien zij den geheelen Rozenkrans bidden, verdienen zij alle aflaten, die in Spanje verleend worden aan hen, die de Kroon der II. Maagd bidden. (Onder die aflaten is ten minste één volle aflaat begrepen.)
80. Op den eersten Zondag va.i October: Rozenkransfeest. Al wis na het ontvangen der II. Sakramenten, do kapel van deu Rozenkrans bezoekt, van de le Vespers af tot. zoneondergang op den Feestdag zeiven, en daar bidt tot intentie van Z. H. den Paus, kan zoo dljcwijls hij dit verricht, telkens een vollen aflaat verdienen.
Deze aflaat is gegeven voor alle geloovigen, ook voor hen, die geen lid zijn der Broederschap.
Nota 1. Alle leden, die ziek zijn, kunnen aan alle aflaten, ook zonder kerkbezoek, deelachtig worden, mits zij de overige voorwaarden, waartoe zij in staat zijn, volbrengen.
Nota 2. Wanneer voor den aflaat als vereischte-wordt gesteld: het bezoek der kapel van den Rozenkrans, kau men in
Nederland, op die plaatsen, waar zulke kapel niet ia, volstaan met het bezoek der kerk, waar de Broederschap kauoniek is opgericht.
©e^tccWdapk SWiuien.
lo. Vijf jaren en vijf quadragenen voor het godvruchtig uitspreken van den Z. N. Jesus, op het einde van het „Wees gegroet.quot;
2°. 100 dagen voor ieder Onze Vader en ieder Weesgegroet. (Hiervoor is noodig dat de Rozenkrans door een Pater Dominikaan, of een Priester, door de Dominikaner Orde gemachtigd, gewijd is.)
Squot;. Eenmaal daags 10 jaren en 10 quadragenen voor het bidden van het Rozenhoedje.
4°. Eenmaal daags 100 jaren en 100 quadragenen voor diegenen, die ter eere van de H. Maagd den Rozenkrans bij zich dragen.
©dmmsn wnn
|
De Boodschap des Engels. Het Bezoek bij Elizabeth. De Geboorte van Christus. De Opdracht van Christus. De Wedervinding v. Christus. |
Do Doodstrijd vaa Christus. De Geeseling. De Kroning met doorr en. Do Kruisdraging. De Kruisiging. |
Do Verrijzenis. De Hemelvaart van Christus. De Nederdaling van den H. Geest. De Hemelvaart van Maria. De Kroning vau Maria.
AKTE ¥AN TOWMMM,
bij de
plechtige aaniieiuing\' in de Broederschap.
H. Maria, Moeder van God en Koningin van den AHerheiligsten Rozenkrans, ik N. N. kies ü op dezen dag tot mijne bezondere Meesteres en Beschermster. Ik offer TJ op en heilig ü plechtig toe mijn lichaam en mijne ziel, alles wat ik heb en alles wat ik ben. Ik maak het vaste besluit U nimmer te verlaten, mij onverdeeld aan uwen heiligen dienst te wijden. Den H. Rozenkrans zal ik steeds als het wapen beschouwen om de vijanden mijner zaligheid te bestrijden; daarmede wil ik leven, daarmede hoop ik eenmaal te sterven. Verwerf voor mij dat ik naar uw voorbeeld en dat van uwen goddelijken Zoon, door den strijd en door het lijden tot de glorierijke overwinning geraken moge 0 heilige Koningin! sta mij bij op dezen gevaarvollen levensweg en verlaat mij niet in mijn doodstrijd. Amen.
Kom, Heilige Geest, daal in dit uur (bis).
In onze harten neêr; ontsteek ze in liefdevuur.
Komt Gij onze oogen niet verlichten,
Dan dwalen wij van \'t ware pad,
Geen mensch zoo wijs, die niet zou zwichten, (his). Als Gij aan zijn verstand Uw licht onttrokken hadt. Kom, Heili(je Geest, enz.
BIJ DE OPENING DER CONGREGATIE.
De hel alleen kon niet ons hart vermannen: Zij riep om hulp de list der wereld aan; En meer dan duizend strikken zijn gespannen; Ach God! help ons, opdat wij niet vergaan (bis).
Kom, Heilige Geest, enz.
Verlicht ons hart door Uwer wijsheid stralen,
Dan missen wij het ware welzijn niet; Dan nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen, En de oude dag kent geen verdriet, (bis).
Kom, Heliige Geest, enz.
2
HET ALLERHEllM HART M JE811S
Komt, laat ons nederknielen . Voor Jesus\' godd\'lijk Hart,
Dat op \'taltaar der Liefde, Aan \'tkruis, doorstoken werd.
Aanschouwt die open wonde. Die ons een schuilplaats biedt;
Daar vinden wij een toevlucht In kommer en verdriet.
Komt, vluchten we in dat Harte Van Jesus, \'thoogste goed!
Hoort, hoe Hij liefd\'rijk noodigt — Wat klinkt Zijn stemme zoet;
»Drukt u de last der zonde, Kwijnt uwe ziel in smart,
O komt. gij vindt vergeving En laafhis aan Mijn Hart.quot;
Zou ik tot U niet vluchten O Jesus, Redder mijn,
Na duizend liefdeblijken Als mij geschonken zijn?
Uw Hart van liefde vlammend. Brak open bij dien gloed;
Een bron van heil genaden Werd mij Uw kostbaar Bloed.
o ♦i
O, laat mijn hart. zicli laven Aan dien genadenstroom, Dc zodIc vrucht genieten Van dezen levensboom! Mij drukt de Jast der zonden, De smart ontrust mijn ziel; Och, of één enk\'le druppel In mijne wonden viel!
O, godd\'lijk dart van Jesus,
Der hemellingen lust Der stervelingen hope,
Hierna onze eenw\'ge rust, O, hoor naar onze heden:
Wasch in Uw kostbaar Bloed De wonden onzer zielen, Ontbrandt ze in liefdecdoed.
Het 11. Hart van Jesus, liet toonbeeld aller deugden, in de 5 Blijde Gelieiinen van den II, Rozenkrans.
EERSTE BLMDE GEHEIM.
liet II. Hart leert ons liefde tot de zuiverheid.
Hoe ademde alles reinheid,
Aanbiddenswaardig Hart,
Toen de ure was steslasen, ö \'
Dal (lij ontvangen werdt!
r e r r e 1 n.
Wasch af de zondevlekken,
Die onze ziel bedekken,
O Jesus, o Jesus.
De.Vader, driewerf heiliy Eu eeuwig zonder smet,
Zendt een der Godsgezanten Naar \'t heilig Nazareth.
k e f r e i n.
Wasch af, enz.
Gods Geest, die alles heiligt, Daalde op Maria neer;
Zij heeft Gods Zoon ontvangen, Blijlt Maagd, gelijk weleer.
r e f r e i n.
Wasch af, enz.
En de Engel, wien de boodschap Door God is toevertrouwd,
Is blinkend a!s de zonne. En smetteloos als goud.
r e f r e 1 x.
Wasch af, enz.
En kent gij blanker lelie,
Dan de Onbevlekte Maagd,
Die, boven alle vrouwen,
De kroon der maagden draagt?
Refrein.
]\\\'asch af, enz.
Waar klople reiner Harlc Dan \'t Hart van God den Zoon ,
Aan \'t Moederharte rustend,
Als op een koningstroon.
r e f r e 1 n.
Wasch af, enz-.
0 zuiver Hart van Jesus ,
Wij vallen U te voet.
En smeeken, dat Ge ons allen Voor zondesmet behoedt.
r e r r e i n.
Wasch af, enz.
TWEEDE BLIJDE GEHEIM.
Het U. Hart leert ons de naastenliefde.
Hoe brandt liet Hart der Moedermaagd
Van licilgen liefdegloed,
Uit Jesus\' Harte, dat zij draagt,
Gestort in haar gemoed.
C)
Daar sncif de Moeder van Gods Zoon Ijangs \'t ongcljaando pad,
Naar Zacharias\' licil\'ge woon,
Naar Hebron, Jüda\'s sfad.
Zij dient Laar nicht Elisabeth , Zij, Moeder van den Heer;
Zij kent de heil\'ge liefdewet:
«Bemint uw naasten leer.quot;
Ontsteek in ons, o Godd\'Ljk Hart, De liefde tot elkaar,
De liefde, die gevaren tart.
Geen oflers acht te zwaar.
DERDE BLIJDE GEHEIM.
Het II. Hart leert ons de onthechting.
Aanbidt uw God en Meester, Aanbidt Hem al wat leeft! Aanbidt d\' ontzagbren Koning,
Voor Wien, wat ademt, beeft.\' Brengt Hem uw goud en zilver,
Gij, Vorsten, op den troon; Hem dankt gij kroon en schepter; 11« is Gods eigen Zoon.
7
Is dit mijn Cod en Meester, Dit hulpbehoevend wicht? Waar is Zijn vorst\'lijk purper, Zijn blinkend troongesticht\'? Waar is Zijn gouden schepter,
Het teekea Zijner macht;
Zijn schatten en Zijn leger, De panden Zijner kracht ?
li dekt geen vorst\'lijk purper.
Geen kostbaar hermelijn,
Maar arme, zwakke windsels,
0 Godd\'lijk Kindekijn! Uw rijkstroon is een kribbe, De helders zijn Uw stoet, Een arme Maagd ligt neder Met Jozef aan Uw -voet.
Uw godd\'lijk Hart, mijn Jesus,
Heeft al die ijd\'le pracht Der aardschgezinde wereld
Vertreden en veracht.
0, leer ook ons te sterven
Aan de ijdelheên der aard\'. Te leven voor den Hemel, Alléén ons harte waard.
8
VIERDE BLIJDE GEHEIM.
Het II. Hart leert ons de offervaardigiieirt.
Wat is de geur der bloemen
Die opstijgt naar Gods troon,
i!ij \'t geurig morgenofl\'ei\'
In Sions tempehvoon.
Refrein.
Heilig Hart van Jesus, (bis).
Ack, versmaad het offer niet. Dat ons ned\'rig hart U biedt.
Wal zijn de wierookgeuren,
Vóór de Ark van \'t Oud Verbond, Bij dit welriekend Offer,
In dezen lieil\'gen stond.
Refrein.
Heilig Hart, enz.
Het Heilig Hart van Jesus ,
Des Vaders dierb\'ren Zoon, Is \'t geurig morgenoffer.
Den Vader aangeboón.
Refrein.
Heilig Hart, enz
9
De liefde van Zijn Harte
Is zonder perk of\' grens;
Een God is \'t vlekk\'loos offer Tot redding van den mensch.
Refrein.
Heilig Hart, enz.
Gij vraagt, mijn dierb\'re Heiland,
Het offer van mijn hart?
Ach, dat het rein en heilig Gelijk het Uwe, werd\'.
Refrein.
Heilig Hart, enz.
VIJFDE BLIJDE GEHEIM.
Het H. Hart leert ons ft\'elioorzaamheid aau Gods II. Wil.
Wat is het, droeve Moedermaagd,
Wat is het, dat U smart? Wat of Gij aan de pelgrims vraagt, Wien zoekt uw angstig Hart?
0 zeg mij, waar mijn Jesos is,
Zoo teer door mij bemind! Ik sterf, zoo ik mijn Jesus mis, Mijn dierbaar, Godd\'lijk Kind.
10
Ga o)) naar Sions tempelwoon, Gij Moeder van den Heer,
Daar vindt ge uw goddelijken Zoon, Uw lieven Jesus weêr.
«Mijn Zoon, wij zochten U met smart; «Waarom ons dus gedaan?
• Hoe wreed ons hart gefolterd werd, «Toen Gij waart heengegaan.quot;
En Jesus spreekt haar minzaam toe: • Maar hoe, wat vreesdet gij,
»Daar Ik den Wil des Vaders doe, »0e Hoogste Wet voor Mij?quot;
Dat was Uw spijs, o godd\'lijk Hart, Den Wil te doen van God;
Al zocht Maria U met smart, — Uw Wet is Gods gebod.
\'k Aanbid Uw heil\'gen Wil, o God Spreek tot Uw dienaar. Heer;
In Uwe hand leg ik het lot Mijns aardschen levens neer.
11
GezaDgen ter eere van het lijdeod Goddelijk Hart van kus.
EEP.SÏE DUOEVIGE GEHEIM. Het lijden van Jesus Hart in den hof der Olijvi
Leer mij, Jesüs, Uwe smarten
In den hof Gethsemané;
Leer mij, hoe Uw godd\'lijk Harte
Werd geprangd door zielewee.
Dat een straal van Uw genade,
Jesus, in mijn harte ■viel.
Dat ik leere, wie dat lijden Afriep over Uwe ziel.
Als een zee stroomt \'s werelds zonde
In des Heilands angstig Hart!
Als een worm ligt Hij vertreden
Overstelpt door schande en smart.
Bloedig zweet bedekt mijn Heiland:
Eerstelingen van het Lam,
Dat, uit liefde voor den zondaar,
\'s Werelds boosheid op zich nam.
Zie, de Liefde wordt gegeeseld,
De eeuwige Wijsheid laag verguisd, De Gerechtigheid veroordeeld.
En het Leven zelf gekruist.
Geeselriem en kroon en kruisdood
Trekken reeds Zijn geest voorbij,
En Zijn droevig Harte weeklaagt;
»Vader, neem dien kelk van Mij!quot;
Kom , mijn ziel, aanschouw dien doodstrijd
Van des Heilands godd\'lijk Hart!
Wordt uw harte niet verteederd Door Zijn namelooze smart?
Jescs\' Hart wordt fel gefolterd,
Door Zi jn doodsangst wreed verscheurd, — •Hoe zou ik dan Hem niet minnen,
Die om mijne zonden treurt.
llrak voor mij Uw minnend Harte
Onder folt\'rend zielewee, —
Zie dan, Jesus, op mij neder.
En verhoor mijn stille heê.
Mocht mijn hart de Olijfberg wezen,
Door Uw vmchtbaar Bloed besproeid,
Niet vergeefs heeft dan Uw Zoenbloed Voor mijn arme ziel gevloeid.
TWEEDE DROEVIGE GEHEIM. Het lijden van Jesus Hart in de Geeseling-.
Treur, Christenziel, bij \'t ondoorgrondelijk lijden Van \'s Vaders Zoon, gepurperd in Zijn Bloed!
Aanschouw uw Heer, hoe geesels Hem doorsnijden, Aanschouw Zijn Hart, dat uwe zonden boet.
Refrein.
Hoor onze bede,
O Godd\'lijk Hart;
■
13
De hel in \'thart, den geesel hoog geheven.
Staat daar een bent van krijgers om den Heer,
En, ach, mijn God — het teeken wordt gegeven En \'t geeselkoord valt rustloos op Hem neèr!
Refrein Hoor, enz.
O zondaar, zie mijn wreed verscheurde leden. Mijn heilig Bloed, voor uwe schuld gevloeid.
lleeft mijne smart uw harte niet verbeden, Pe liefdevlam mijns Harten niet ontgloeid?
Refrein Hoor, enz.
Uw zingenot, uw zucht naar aardsche weelde Heb Ik geboet, met schande, smaad en hoon.
Het geeselkoord, dat uwe zonden heelde,
Heei\'t Mij verscheurd, Gods vlekkeloozen Zoon!
Refrein Hoor, enz.
Beminn\'lijk Hart, wat hebt Gij veel geleden,
Daar Ik mijn hart het kwaad ten ofler bracht
Verhoor dan nu, o Jesus, onze beden:
Hervorm ons hart, door Uwe liefdekracht.
Refrein Hoor, enz.
14
DERDE DROEVIGE GEHEIM
Het lijden van Jesus Hart in de Ivroniii»\' met doornen.
Wat spreekt Uw kroon van doornen
Welsprekend tot mijn hart, Uw hoofd, zoo wreed doorstoken, Van diepe zielcsmart.
R e F R F. I N.
Gegroet, verguisde Koning , Gepurperd in den strijd 1 U, Koning onzer harten,
ü zij ons hart gewijd.
Wel wonden scherpe doornen
Het hoofd van \'s Vaders Zoon , Maar \'t lijdend Hart van Jesus Wondt scherper doornenkroon.
Refrein Gegroet, enz.
Mijn ziel, verblind door hoogmoed,
Beminde d\' aardschen glans. En vlocht uw Hart, mijn Jesus, Een wreeden doornenkrans.
Refrein Gegroet, enz,
15
We aanbidden, dierbre Heiland,
Den ootmoerl van Uw Hart;
Gij leert ons, dat de glorie Eerst volgt na lijdenssmart.
Refrein Gegroet, enz.
Mijn Jesus, leer ons lijden Wat Gij ons hebt bereid,
En kroon ons in don Hemel Met eer en heerlijkheid.
R e f k ein Gegroet, enz-.
VIERDE DROEVIGE GEHEIM.
Het lijden van Jesus Hart in de Hrnisdraging\'.
Hoe werd Uw Hart ontstoken
Van heilig liefdevuur,
Toen \'t uur was aangebroken.
Uw kostbaar stervensuur;
Toen Gij Uw Kruis mocht groeien En onze zonden boeten,
O Jesus, o Jesus, o Jesus.
Uw Hart begroet den morgen.
Die weldra lichten zal,
Reeds eeuwenlang verborgen
Door Adams zondeval;
Het Kruis, U opgeladen.
Brengt ons Gods heilgenaden,
O Jesos, o Jesus, o Jesus.
10
Wat moest Uw Harle lijden,
Toen Gij Maria zaagt,
Een weezwaard \'t Hart doorsnijden
Der droeve Moedermaagd. Wat onbegrensde smarten Voor deze zuiv\'re Harten,
O Jesus, o Jesus, o Jesus.
Al spotten duizend harten
Met Uw onmeet\'lijk wee,
Al wassen Uwe smnrten
Als de opgezweepte zee, —
Uw Hart bidt God den Vader Voor lederen verrader,
ü Jesus, o Jesus, o Jesus.
Wie zal Uw toorn ontvluchten,
O driewerf hcil\'ge God!
Mijn ziel droeg wrange vruchten!
Mijn Jesus, welk een lot! — Het minnend Hart des Heeren Moog \'t oordeel van ons keeren, O Jesus, o Jesus, o Jesus.
VIJFDE DROEVIGE GEHEIM. Het lijden van Jesns Hart aan het Ivnüs.
0 grenzelooze Liefde
Van Gods beminden Zoon,
«ij sterft voor die Hem griefde. Het Kruis is Jesus troon.
17
R e f r e 1 n.
Heilig Harl van Jesus, heilig Hart van Jesus,
Reinig mijn bevlekt gemoed
In Uw kostbaar Hartebloed.
Uw breede Harlcwonde,
Verlosser, is mijn schat;
Tot in Uw stervensstonde Hebt Gij mij liefgehad.
Refrein Heilig Hart, enz.
Gij, onder schuld gebukten,
Zoekt heil in Jesus\' Hart!
Komt allen, gij bedrukten.
Hier vindt gij troost in smart.
R e f r e i n Heilig Harl, enz.
In vreugde moogt ge U laven Aan Jesus\' Hartebron,
Do Springaar aller gaven.
Die ons Zijn Bloed herwon.
Refrein Heilig Hart, enz.
Verberg mij in Uw Harte,
0 Jesus, Jesus mijn.
In \'s levens vreugde en smarte Zal daar mijn woonplaats zijn.
Refrein Heilig Hart, enz.
18
Het 11. Hart van Jesus in ile ro Glorierijke Gelieii van den H. Rozenkrans.
EERSTE GLORIERIJKE GEHEIM. De Verheerlijking van het H. Hart.
Zingt den lot\' van Jesus\' Harte
Aan het Kruis zoo wreed doorboord, Thans uit dood en graf verrezen En met heerlijkheid omgloord.
Ziet, de doornen, die Zijn Harte
Wondden mei een scherpen krans, Zijn verkeerd in kosth\'re paarien, Stralend\' met ondoofhren glans.
Zóóveel drnpp\'len als er vloeiden
Uit het Hart van God den Zoon, Zóóveel bloedrobijnen sehitt\'ren In Zijn eeuw\'ge gloriekroon.
\'s Levens Vorst is wel gestorven. Maar regeert door Zijnen dood In onsterflijk, eeuwig leven. Opgestaan uit \'s aardrijks schoot.
Schenk ons, Vorst van dood en leven. Dit den dood eens op te staan, Met Gods heilig licht omschenen. Naar Zijn glorie op te gaan.
10
TWEEDE GLORIERIJKE GEHEIM.
Het II, Hart van Jesus gaat ons in den hemel eene plaats bereiden.
Wie is die Vorst der glorie,
Die onverwinbre Held,
Die in een feilen tweestrijd Zijn vijand heeft geveld.
Ontsluit U, eeuw\'ge poorten Van \'s Hemels eeuwigheid.
De Vorst der glorie, Christus,
Treedt aan in majesteit.
Gaat uit, gij Patriarchen,
Profeten van den Heer, De Langverwachte nadert.
Zingt Jesus lof en eer.
Aanbidt Zijn Godd\'lijk llarte
Dat ü heeft liefgehad.
En U de poort ontsloten Van \'s Hoeren eeuw\'ge stad.
Aanbiddenswaardig Harte
Van Gods geliefden Zoon,
Schenk ons, die U beminnen, Een eeuw\'ge gloriekroon.
20
DERDE GLORIERIJKE GEHEIM. De liefde van Jesus Hart zendt den H. Geest.
Niet als weezen liet Ge ons achter, Minnend Hart van God den Zoon;
Immer bleei\'t Ge een trouwe Wachter Voor Uws Vaders glorietroon.
»Zal ik eenmaal van U scheiden,
— Zoo klonk eens Uw teeder woord, —.
»\'k Ga den Trooster U bereiden «In Hem leeft mijn liefde voort.quot;
En uit \'t hoogste van den Hemel Daalt de Trooster eensklaps néér
In dit aardsche stofgewemel: — Met Hem keert ook Jesus weer.
Hoe de Heil\'ge Geest de harten Heeft vermeesterd door Zijn kracht!
Hoe zij dood en leven tarten
Steunende op Gods wondermacht!
Eeuwig zij Uw Hart aanbeden,
Bron van Gods genadevloed!
Geef ons, dat wij hierbeneden Blaken van Uw liefdegloed.
21
VIERDE GLORIERIJKE GEHEIM.
De liefde van Jesus Hart neemt Maria ten hemel op.
Hoe versmachtte Uw Moederl larie
Naar Uw Godilelijkeu Zoon,
Sinds Hij in Zijn eeuw\'ge glorie
Zetelt op Zijn koningstroon;
Sinds het eeuwig; «Heilig, Heilig!quot;
\'s Werelds smaad en hoon verving, Sinds Hij U in \'t rijk der heemlen De eerste plaats bereiden ging.
Ach, hoe moest Uw Harte bloeden
Seralijnsche Moedermaagd,
Toen Gij \'t voorwerp van Uw liefde
Uit Uw oog verdwijnen zaagt. Neen, gij kunt niet langer rusten Aan Zijn teeder godd\'lijk Hart, Jesus is Uw liefde ontnomen, — Gij blijft achter met Uw smart.
Neen, Gij bleeft niet eenzaam achter
In dit aardsche ballingsoord; Jesus\' Hart blijft U beminnen,
Heeft Uw bit\'tre klacht gehoord. Zie, hoe \'t heir der geestenkringen Nederdaalt uit \'s Hemels woón, U het heilig »Avequot; zingen, En ö voeren voor Gods troon.
Rust nu zacht aan Ji:sus\' Harte, Moeder van het eeuwig Woord; Zing den lot\' van Jesus\' liefde
Met der Eng\'len lol\'akkoord. — Maar gedenk ook ons, Uw kindren Die Gij voortbracht onder \'t Kruis, Dat we eens met U opwaarts stijgen
Ver van \'s werelds woest sredruisch.
0
VIJFDE GLORIERIJKE GEHEIM. De liefde van Jesus Hart kroont Zijue II. Moeder.
Gegroet, gij Koninginne
Van \'t eeuwig hemelhof.
Gekroond door Jesus\' liefde Met glorie, eer en lof.
Hoe juicht het Hart van Jesus,
Uw teerbeminden Zoon,
Nu Hij de hemelkrone U schenkt als eeuwig loon.
Hij groet U als Zijn Moeder,
Zijn Moeder zonder smet.
Die in haar Eerstgeboornen Het menschdom heeft gered.
En \'t koor der zaal\'ge geesten
Zingt Jesus eer en lof.
En groet Zijn Koninginne,
Vorstin van \'t hemelhof.
23
Vorstin van Jesus\' Harle,
Zoo machtig bij Uw Zoon, Verwerf voor al Uw kind\'ren Een eeuw\'ge hemelkroon.
vnn JJssws m \'hel
jEE?. ïics pVUaars-
Onbegrensd is Jesus\' Helde,
Onbegrensd als de Oceaan:
Niet voor immer is de Heiland Van zijn kind\'ren heengegaan.
Van het outer klinkt Zijn stemme:
Komt! mijn kind\'ren, aan mijn Hart!
«Niet als weezen bleeft gij achter, »lk verlicht en heel uw smart.
«Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam, «Neemt den Kelk, dit is Mijn Bloed.
«Mocht mijn Hart uw ziel ontsteken «In een heil\'gen liefdegloed.\'quot;
Ach, mijn Jesus, wederliefde
Hebt Gij aan mijn hart gevraagd.
Maar mijn ziel was als een wijngaard, Die zijn heer geen vruchten draagt.
Dag en nacht woont Ge in ons midden, Zeet\'lend op Uw liefdetroon, —
En zoo weinig trouwe kind\'ren Spoeden zich naar \'s Vaders woon.
24
Jed\'ren dag wilt Gij ons spijzen
Met Uw godd\'lijk Vieesch en Bloed, — Maar zoo menig zondaar nadert Met een valschen Judasgroet.
Stort den vuurgloed Uwer liefde,
Jesus, in ons koud gemoed,
JJat we li eeuwig liefde zweren Aan den heirgen outervoet.
3. Üart ttau
Voor \'t Hart van Jesus zingc Mijn hart op blijden toon O dat mijn lofstem dringe Tot in der Heemlenwoon.
(Refr.) 0 Hart van Jtsus zoet! Wees liefdevol gegroet Gegroet dan op deez aarde Gegroet in eeuwigheid.
ü Hart! voor mij gebroken
Op \'t kruis in diepen druk Met eene lans doorstoken Voor mijn zwaar zondenjuk.
(Refr) 0 Hart, enz.
25
O Hart laat mijn hart gloeien!
Van \'t zuiver liefdevuur! Wil het aan \'t Uwe boeien Tot in het stervensuur.
(Refr) O Hart, enz.
Wil \'t mijn naar \'t Uwe vormen,
O Toonbeeld aller deugd! Om eens na \'s levens stormen Met U te zijn in vreugd.
(Refr.) O Hart, enz.
m \'T ALLERHEILIGSTE HART VAN JESÜS.
O God van liefde, hoor het biddend smeeken Van \'t harte, voor Uw troon in \'t stof geknield! \\\'oor mij liet Gij uw Hart aan \'t kruis doorsteken, Voor mij werdt Gij doorwond, voor mij ontzield! (Refr.) God van genaden.
Ontferming, Heer!
Met gunsten overladen,
Bedroef ik U nooit weer.
Uw minlijk Hart, van liefdegloed omgeven,
Zegt door dat vuur, hoezeer Gij mij bemint; Gij roept en vraagt verlangend; «Voor mijn leven Geef mij, geef aan uw God uw hart, mijn kind!quot; (Refr.) God van genaden, enz.
26
Dw Harfc, met een doornenkrans omwonden.
Zegt mij, wat Ge in uw liefde voor mij leedt; En \'l kruis, waaraan Gij slicrl\'t voor mijne zonden , Vraagt dat ik nooit Uw bitt\'ren dood vergeet.
(Uefr.) God van genaden, enz.
ILoHiec) op ïr. T. van ben B.o^enïiran2.
De vijf blijde Geheimen.
Wij groeten U, o reine Maagd!
Maria , bid voor ons;
Gij die Uw Schepper hebt behaagd, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons , Maria!
0 Maria, bid voor ons. (Bis).
Ge ontvingt in U des Vaders Zoon,
Maria, bid voor ons;
Hij daalde in ü van \'s Hemels troon, Maria bid voor ons,
O Heilige Maria! enz.
Gij giïigt een langen weg te voet, Maria , bid voor ons;
En hebt Uw blijde Nicht begroet, Maria , bid voor ons.
0 Heilige Maria! enz.
Gij hebt den Redder dezer aard, Maria, bid voor ons;
Te Belhlem in een stal gebaard, Maria , bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Ootmoedig naar Gods Huis gegaan, Maria, bid voor ons;
Boodt gij uw Zoon ten offer aan, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Drie dagen trokt Gij zoekend rond, Maria , bid voor ons;
Eer gij Uw Jesus wedervondt, Maria , bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
De vijf droevige Geheimen.
O droeve Moeder! vol van smart,
Maria, bid voor ons;
Wat diepe wonden droeg uw hart! Maria , bid voor ons.
28
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria!
O Maria, bid voor ons. (Bis).
O Moeder! welk een zielewee!
Maria , bid voor ons;
Bij \'t bloedzweet in Gethsemané! Maria , bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
O Moeder! welk een foltering!
Maria, bid voor ons;
Bij Jesus, wreede geeseling!
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
0 Moeder! welk een pijn en hoon!
Maria, bid voor ons;
Uw Jesds draagt een doornenkroon! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
0 Moederhart! opnieuw doorboord!
Maria, bid voor ons;
Uw Jesus sleept Zijn kruishout voort, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
20
O Moeder! welk een marleling!
Maria, bid voor ons;
Toen Hij aan \'t kruis Ie sterven hing!
Maria , bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
De vijf glorierijke Geheimen.
Verheug U, na die lange smart,
Maria , bid voor ons;
Verrukt de vreugd Uw Moederhart, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria!
O Maria bid voor ons. (Bis).
Verrezen is des levens Heer,
Maria, bid voor ons;
Maria ziet Haar Jesus weer,
Maria , bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
öw Zoon ging in Zijn heerlijkheid,
Maria, bid voor ons;
Waar Hij ook ons een plaats bereidt,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
30
Toen is Zijn Geest op aard gedaald, Maria, bid voor ons;
Die met Zijn licht Gods Kerk bestraalt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Usv Zoon zendt U een Englenrij, Maria bid voor ons;
En juichend voert ze U aan Zijn zij, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
Uw Zoon geeft U de gloriekroon, Maria, bid voor ons;
Nu heerscht Gij op uw hemeltroon, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, en:-.
LOFZAl i OPDRACHT AM HET H, HART M MARIA.
O Maagd, o schoonheid, nooit volprezen, O Moeder van \'t Oneindig Wezen,
Wat luister schittert van Uw\' Troon! De Seraf, aan zich zelv\' onttogen,
Juicht, voor Uw grootheid neérgcbogen; 0 Koningin, wat zijt Gij schoon! Ins.
31
Al mist, Maria ! \'t aardsulic duister Het schouwspel van Uw\' grootschen luister.
Ons koestert toch Uw liefdegloed.
Ja, de Engel roeme Uw\' heerlijkheden, Wij juichen, juh\'len hier heneden:
0 Moedermaagd , wat zijt Gij goed! bis.
Dank, dank voor zoo veel liefdedaden,
Voor zoo veel duizende genaden,
Gevloeid door Uwe liefdehand!
Ontvang, voor al die zegeningen,
Maria , van Uw lievelingen
Hun hart tot eeuwig onderpand, bis.
O Moeder! altoos even teeder,
O, zie met welbehagen neder
Op \'t Ofïer van Uw dierbaar kroost!
Schrijf in Uw\' hand ons aller namen.
Neem in Uw hart onz\' harten samen; Dan, Moeder lief, zijn wij getroost! bis.
Dan mogen vrij de winden tieren. De bliksems door het luchtruim gieren,
En monsters jagen door de zee;
Vergeefs hun razen, hunne woede.
Wij zeilen onder Uwe hoede Beveiligd naar de hemelree ! bis.
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blijder stemmen.
Geschaard om Uwen zegentroon.
Uw\' Naam tot lof en God ter eere:
Maria , Moeder van den Heere,
Wat zijt Gij goed! wat zijt Gij schoon! bis.
mim AIM MAMA.
Wonderschoon, prachtige, Wondergroot, machtige,
Lieflijk, volzalige, hemelsche Vrouw! Wie \'k mij, als teeder kind, Liefdevol toeverbind,
Ja, mij met ziel en met lichaam vertrouw! Goed, hloed en leven,
Wil ik U geven;
Alles, ja al wat ik hen, van af nu, Geef ik met vreugde, Maria, aan U.
Sterren omglansen U,
Zonnen omkransen U, Troostelijke ster in de nachtlijke vaart! Voor de betreurende, \'t Menschdom besmeurende Zondesmet heeft u Gods Almacht bewaard. Zalige Moeder,
Jesus onz\' Broeder,
Heiland en Redder van Adams geslacht, Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.
Hemelsche Koningin! \'s Eeuwigen voedsterin, Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk! Sterkte der strijdenden.
Zalving der lijdenden,
Levende bron in vertroostingen rijk! U, o getrouwe.
Machtige Vrouwe!
Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder! ach, voer ons op zekere baan.
Cij zijl cn heil en (roost,
Voor \'t IJ steeds iiiimiencl kroost, Vorstin des Hemels en Moeder van God! Spiegel der zuiverheid,
Bijstand der Kristenheid Ark des Verbonds en geleidster tot God! Werp op mij neder,
.Moeder zoo teeder;
Moeder! ja werp toch uw oogen op mij ! Leer mij in ootmoed zoo wand\'len als Gij.
In lijden geoefende.
Kent gij hedroevende llnmpen, cn pijnen en innige smart. Niemand verlaat gij ooit;
Kind ren verstoot gij nooit; Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in \'t lijden Sterk ons in \'t strijden.
Bid ook voor ons uwen godd\'lijkcn Zoon , Als Hij ons roept voor Zijn eeuwigen troon.
Vreugde van Maria\'s Kinderen.
Kind\'ren van Maria,
Zwaait de zegevaan; Zingt het alleluja.
Nooit kunt gij vergaan!
34
Uit haar Moederblikken Straalt een zachte glans.
Als het morgenblozen Langs den gouden trans.
Kind\'ren van Maria, enz.
Boven alle liefde,
Is de Heide teêr
Van uw heilig harte, Moeder van den Heer!
Kind\'ren van Maria, enz.
Blijde sier der zeeën Licht ons vredig voor,
Toon ons naar deu Hemef \'t Eenig veilig spoor.
Kind\'ren van Maria, enz.
.Moedor van den Heiland Pronkstuk der natuur,
Troost ons met uw liefde In ons stervensuur.
Kind\'ren van Maria, enz.
Iati iu (iDnluithktL
Vlek\'looze Maagd, o gij parel der vrouwen
Moeder en Dochter en Bruid van een God, Op uwen bijstand rust steeds ons vertrouwen, In onzen strijd met het vijandenrot.
35
Aan uwe zijde zal niets ons doen beven,
Duivel noch wereld met al haar venijn.
Blijf ons beschermen, zoo lang als wij leven, Toon overal dat we uw kinderen zijn.
Troost der bedrukten, behoud van de kranken. Toevlucht der zondaars, hun voorspraak bij God ;
Zend hun uw bijstand in \'t radeloos wanken, Zegen nieedoogend hun hachelijk lot.
Anker in wanhoop bij \'t drukken der zonden, Als mijne ziel voor haar zaligheid beeft;
Giet uwen balsem in de open wonden,
Wie zal haar helpen als Gij haar begeeft?
Als dan bij \'t laatste lichamelijk lijden. Met zijne zeise de dood ons bedreigt.
En hij den draad van ons leven wil snijden, Houd dan uw oor naar ons smeeken geneigd.
Kom clan Maria uw kinderen halen,
Sta hun ter zij met uw Engelen heer.
Leid ons dan blij in de hetnelsche zalen, Bij uwen Zoon onzen Heiland en Heer.
Maria leev\'! Wat glans cn luister meng\'len,
Ziek in dit hart van alle vlekken vrij! Maria leev\' de koningin der Eng\'len,
De Moedermaagd aan \'t hoofd der maagdennj.
)
Maria leve Mei God haar kind.
Leve Maria,
Die ons als Moeder tuint, j
Blaria leev\'! Komt laat ons vóór haar knielen, Ze is dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid, Maria leev\', de Toeverlaat der zielen!
Haar milde hand stort hemelgunsten uit. Maria leve ■\' enz.
Maria leev\'! Zij deed den Morgen dagen
Haar zuiver hart riep \'s Hemels glanzen neêr. De reinste Maagd alleen kon God behagen,
Door Jesus schonk zij de aarde \'t leven weêr. Maria leve.\' enz.
Maria leev\'! Haar liefde doet mij leven,
Aan hare zijde vrees ik dood noch pijn; Als eens de dood mij zondaar zal omzweven. Wil, Moeder Gods! dan mijne voorspraak zijn. Maria leve! enz.
37
Maria, Onbevlekt Ontvangen.
Laat ons, Moeder van den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen;
Laat uw kind\'ren u ter eer \'t Zielverrukkend feestlied zingen:
\'t Moet weêrklinken luid en blij: ) jj-Moeder, Onbevlekt zijl gij. f
\'t Heeft reeds \'t wijde wereIrond En herscheppend overklonken
\'t Woord door Pius mond verkond; En uw kind\'ren vreugdedronken Jub\'len op uw feestgetij i .
Moeder, Onbevlekt zijl gij. J
Neen, dat loflied zwijgt niet meer! Tot aan \'s werelds verste palen Zullen mot het hemelsch heer Al uw kinderen \'t, luid herhalen \'t Woord van \'tzalig Jubellij: j Moeder, Onbevlekt zijt gij. ]\'\'
En wc voegen dank en beè Aan de blijde feestgezangen.
Wie, wie dankt niet met ons meè? Voor al \'t heil door u ontvangen In het zalig Jubeltij: ^
Moeder, Onbevlekt zijl gij. ƒ quot;\'■s\'
Zonnezuiv\'re Moedermaagd!
Om de glorie u gegeven.
Hoor ook wat ons hart u vraagt: Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub\'len aan uw zij: i Moeder, Onbevlekt zijt gij. 1
38
OP MM FEESTMG YAM MAMA.
U groeten wij zoo blijde,
o Moeder van den Heer!
Weer klinkt op \'t feestgetijde.
Ons lied ter uwer eer.
Uw lol\' zooveel wij mogen,
Met vreugde te verhoogen,
Maria , Maria , 1
\' nic
Dat is kinderplicht. |
O Toevlucht! als wij treuren.
Verleen ons steeds uw troost, Wat ons ook moog\' gebeuren. Gedenk: wij zijn uw kroost. Dat recht, ons eens gegeven, Tot U om hulp te streven, Maria, Maria,
Dat geeft moed en kracht.
Uw voorbeeld teedre Moeder!
Spoort ons tot deugden aan; Vraag Jesus, onzen Broeder, Dat Hij ons bij wil staan. Dan zal ons \'t feest van heden, In deugden voort doen treden, Maeia , Maria ,]
Sta ons daartoe bij.
39
Gezegen eiste der Vrouwen!
Verheven Koningin!
Versterk steeds ons vertrouwen , Prent ons uw deugden in.
d
Maak dat we in \'s hemels kringen, Den lof uws Zoons bezingen, Maria, Maria,
En mv luister zien.
Aanroepin»- tot Jesus, Maria, Joseph.
Gij hoort daarboven Uw namen loven, Jesus! Maria! Joseph.
Vol vreucd herhalen De hemelzalen;
Jesds! Maria! Joseph.
Wie op deze aarde Roemt U naar waarde? Jesus! Maria! Joseph!
Gij troost in smarte \'tBezwijkend harte, Jesüs! Maria Joseph!
Gij kunt die lijden Van \'t leed bevrijden, Jesus! Maria! Joseph!
40
Gij stelt voor \'t hopen Ons hart wéér open, Jesus! Maria! Joseph.
BI ij l\'t ons bewaren In zielsgevaren,
Jesus! Maria! Joseph.
Versterkt die kampen Met \'s levensrampen, Jesus! Maria! Joseph!
Laat ons na \'t sterven De kroon verwerven, Jesus ! Maria ! Joseph !
Zij \'t ons gegeven Met U te leven,
Jesus! Maria! Joseph!
Dan zul daarboven Ons hart U loven, Jesus ! Maria ! Joseph !
Broeders,
Zusters Welk g6\'001\' hebt Zegt uw Credo, antwoordt mij.
Credo \'t Evangelie Gods Met de vastheid van de rots. Credo! Credo!
41
Zegt mij dan op welk gez;ig Zulk een vastheid steunen mag?
Op mijn Gods waarachtigheid, Die niet faalt en niet misleidt. Credo! Credo!
Maar van waar, uit welken mond, Weet gij wat God heeft verkond?
Uit den mond van Jesds Bruid, Die zich klaar voor mij ontsluit. Credo! Credo!
Ja, maar wijst de bron mij dan. Waar de Kerk uit putten kan?
\'t Woord van God, dat God haar liet, \'t Zij \'t geschreven staat of niet. Credo\' Credo!
Maar wat haatte nog die bron, Zoo de Kerk eens falen kon?
Jesus woord blijft eeuwig waar. Dat Hij altijd is met haar.
Credo! Credo!
Zal uw Credo van dit uur. Broeders,
^iistet8— zijn van langen duur?
En in voorspoed, en in nood Credo, Credo tot mijn dood.
Credo! Credo!
42
wamp;mmmmm
VAN HET HEILIG HUISGEZIN.
Ziet de feestvaan weer op heden,
Broeders! prijken voor ons oog;
\'t Zegt ons, hoe dit Drietal Leden Door den strijd ter glorie loog;
Stijg\' met onze dankgebeden
\'t Plechtig vaandellied omhoog! {Bis).
Ziet het Toonbeeld ons gegeven
In dat Heilig Godsgezin;
Schuld\'loos, werkzaam, huislijk leven,
Vader-, moeder-, kindermin;
Al hun deugden na te streven:
Dat heeft onze strijdvaan in! (Bis).
Trouw met Joseph dan gestreden,
Met Maria , met haar Kind!
\'t Hoogst heeft dat Gezin geleden ,
Schoon het hoogst door God bemind; Wie ter glorie op wil treden:
\'t Is de Kruisvaan, die haar wint. {Bis.)
Op die Vaan dan \'t oog geslagen,
Waar ons Toonbeeld op ons ziet, En ons wenkt vol welbehagen!
Zoo dan roep ik: «Wat geschied quot;, dNeen ! in al mijn levensdagen ,
«Neen ! \'k verlaat mijn vaandel niet quot;!
43
Dank, Jesus! clank voor al uw zegeningen
Uw Hart onlvloeicl, gestort in ons gemoed Wij willen nu met dank\'bre harten zingen: Van U, o God! van U daalt alle goed!
Dunk, Je sus, dankt
Dank, Jesus! dank! voor al uw koslb\'rc gaven,
Ons in uw Kerk zoo ruimschoots toebereid; Gij wilt ons hier met Uw vertroosting laven. En wacht ons eens in \'t rijk van zaligheid. Dank, Jesus, Dank.\'
Smeeklied voor onzen Heiligen Vader.
Moeder! neon \'tis niet vernomen, Dat men tot uw troon gekomen,
Daar geen redding vond in nood; lis. En o neen, \'t zal nu niet wezen, Dat ge een beè tot u gerezen,
Dat ge een kinderbeé verstoot. Dis.
\'t Geldt het Hoofd der Ghristenscharen, Die /.ich om uw troon vergaren,
Voor hun Vader zoo bemind, bis. Voor hun Vader, die zijn leven, Tot een offerand\' wil geven.
En zich gansch verlaten vindt. Bis.
u
\'t Geldt hem die zijn iiefdc u toonde, ü als Onbevlekte kroonde,
Door Gods gunst van erfsmet vrij ; bis. Hem door wien tot \'s werelds palen, AI uw kind\'ren luid herhalen.
Moeder Onbevlekt zijt gij. Dis.
ÏÈmu) OM Vergeving.
^ v
Wij zondaars voor U neergeknield,
Het hart van waar berouw doordrongen^. Door U met zoete hoop bezield,
En als tot wedermin gedwongen. Wij bidden U, zie toch o Heer, Met mededoogen op ons neer.
Gij kwaamt, o Redder onzer ziel.
Het imenschdora van het smartlijkst lijden. Waarin \'t door Adams schuld verviel, ïcn koste van uw Bloed bevrijden. Wij hiddm U, zie toch o Heer, j Met mededoogen op ons neer. J ^\'s\'
Gij wilt den dood des zondaars niet.
Maar dat hij, wars\'van \'t zondig streven.. \'tGenot dat hem de zonde biedt,
Yerzake en inga tot het leven. Wij hidden U, zie toch o Heer, Met mededoogen op ons neer.
45
Ik, ik lien die booze zondaar Die God uit mijn harte dreef,
En nu in het slijk gezonken,
Ver van mijn Verlosser leef.
r e f r e i n.
Ach mijn God, wil \'l mij vergeven, Wat ik tegen U misdeed;
Schenk, o God, mij uw genade.
Want de zonden zijn mij leed.\'
Ach, hoe vaak drukte ik de doornen In Uw schoon aanbidd\'lijk hoofd r
Van Uw liefde, van den hemel Heeft die misdaad mij beroofd.
Refrein Ach mijn God, enz.
Door \'t verachten der cenade Heb \'k U slagen toegebracht;
\'k Heb verscheurd uw godd\'lijk Lichaam, En uw goedheid zoo veracht.
Refrein Ach mijn God, enz.
Wil me, o. God! aan U nu boeien; Reik mij toch uw Vaderhand;
Bind mijn wil aan uw verlangen Door uw gouden liefdeband.
Refrein Ach mijn God, enz.
46
Smeekgebed aan den H. Joseph.
Heil\'ge Joseph ! trouwe hoeder
Van uw godd\'lijk Voedsterkind,
Die uw Jesus heel uw leven
Onuitspreek\'lijk hebt bemind: (bis). Heil\'ge Joseph! vraag dat wijl Hem beminnen zooals gij. J
Heil\'ge Joseph! die uw\' Jesus In uw stulpje met u hadt,
Vaak van d\'arbeid tot Hem opziend,
Slil en innig Hem aanbadt:
Heil\'ge Joseph vraag dat wij ]
Jesus dienen zooals gij. j
Heil\'ge Joseph! door Gods Zone In uw ned\'rig werk verlicht!
Daar Maria \'t oog vol liel\'de
Op haar Kind en Bruigom richt: (bis). Vraag dat in hun aanschijn wij l Ons verblijden zooals gij. j
llcil\'ge Joseph! die in de armen
Van uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor uw getrouwe liefde
\'t Loon der eeuwigheid verwierft: (bis). Heil\'ge Joseph! vraag dat wijl Zalig sterven zoo als gij. j ^ns)\'
Dat Joseph lecv\'! die naam wekt stil vertrouwen, Dat Joseph leev\'! die naam versterkt ons hart;
Dat Joseph leev\'! zijn troost\'rijk beeld te aanschouwen Stemt ons tot vreugd, zijn naam verjaagt de smart. Dat Joseph leev\'! [his).
Dat Joseph leev\'! zoo zingen de eng\'lenscharen, Dat Joseph leev\'! zoo zingt deze aarde raeê,
Dat Joseph leev\'! geknield voor Gods altaren, Schenkt Josephs beeld de ziele zoeten vree. Dat Joseph leav\'! [bis).
Dat Joseph leev\'! naam, dien de vromen minnen, Dat Joseph leev\'! die naam roept ons tot deugd.
Dat Joseph leev\'! die naam leert ons verwinnen, Geleidt ter kroon door eindelooze vreugd Dat Joseph lecv\'! (bis).
Als eens mijn ziel in \'t rijk der zaligheden Den palm behaalt der strijders van het Kruis,
Dan is \'t uw naam, o Joseph! \'t zijn uw beden. Die \'k loven zal in \'t eeuwig Vaderhuis. Dat Joseph leev\'. [bis).
48
^AN DEN
(O Spem miram).
0 ! wat wondervol betrouwen,
Mocht Ge in \'t mir van uwen Jood In der droeven hart ontvouwen,
Wien Ge uw laatsfen zegen boodt. —
Gij beloofdet na uw sterven
\'t Overdierbaar broed\'rental,
Gunst en hulpe te verwerven
Op den weg door \'t tranendal. •—
Vader! laat uw blijde woorden
Altijd in vervulling gaan,
Blijf ons in deez\' ballingsoorden Met uw beè ter zijde staan.
In ontelb\'re lichaamskwalen,
Deedt gij, groot in wondermacht, \'s Hemels bijstand nederdalen,
Hebt gij uitkomst aangebracht.
^der, zie ons door de zonden
Zwak en krank naar hart en geest. Gij, die onze zielewonden Door uw smeekgebed geneest.
Eere zij den eeuw\'gen Vader,
Eere zij den eeuw\'gen Zoon,
Met den H. Geest te gadcr!
Lof en dank en jubeltoon!
ji. poyviiNicus.
49
Aan den H. Joannes van Gorkum en zijne Gezellen.
Joannes! U vereeren
We in onzen vromen zang,
Moog ons uw voorbeeld leeren,
Ondanks elk aardsch belang,
Steeds naar Gods eer te streven,
Voor Hem alleen te leven. —• Ons voorspraak! ons toevlucht! Joannes bid voor ons bis.
De Kerk van Gorkum weende.
Zij zag den droeven roof\';
En \'t Heiligdom geschonden Van \'t oud eerwaard geloof. —
Voor de eer van Gods altaren Schroomt Gij geen doodsgevaren , Ons voorspraak! ons toevlucht! Joannes bid voor ons. bis.
ü draagt de priesterliefde Waar felle haat u dreigt;
Uw kracht bezielt met geestdrift,
Wat zwak tot wanklen neiart. —
Geen dood zal u doen buigen,
Verkoren bloedgetuigen. — Ons voorspraak! ons toevlucht! Joannes bid voor ons. bis.
Gij sterft voor \'t Woord van Christus ; «Gij, Petrus, zut de Rotsquot;;
Gij, voor de Altaargeheimnis,
Het Brood der liefde Gods.
Zoo zijt Gij opgevaren
Naar Gods verblijde scharen, — Ons voorspraak! ons toevlucht! Joannes bid voor ons. bis.
50
IÏIIMETE-£ÏEi,
in vereeniging met
OXZE il.II. MARTEIjAKEX VA.\\ f.OIÏKUM.
Jesus! Olfor van \'t altaar,
ü door \'t ongeloof bestreden,
U door Gorkutns Heldenschaar Tot him jongsten snik lieleden:
Jesus ! ü zij lof bereid,
Nn en tof in eeuwigheid.
U in \'t Heilig Sakrament Ons ten gastvriend, spijs en leven, U door \'t ongeloof miskend,
Door Uw Mart\'laars boog verheven; Jesus! ü zij lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid.
\'s Vaders en Maria\'s Zoon! Ach! wat al ondankb\'ren steken Zoon en Moeder naar de kroon ; Wij dan met uw Mart\'laars spieken: U en haar zij lof bereid ,
Nu en tot in eeuwigheid.
I his.
Sfemolknnlng! onk gehoond In de U dicrb\'re vriendenkringen. Die Gij met Uw glorie kroont;
Hoor ons met Uw Mart\'laars zingen: U en hun zi j lol\' bereid ,
Na en tot in eeuwigheid.
U, gesmaad in \'t Heilig Hoofd Der vereende Kristenscharen, U in Hum door \'t bloed geloofd Onzer trouwe Martelaren:
U en Hom zij lof bereid, | ^.
Nu en tot in eeuwigheid, j
Jesüs! in uw Kerk bespot,
Met haar macht, haar leer en leven,
U haar Bruidegom cn God!
Door uw Mart\'laars luid verheven;
bis.
U en haar zij lof bereid. ^
Nu eri tot in eeuwigheid, j
U, voor wien zich allo knie Over \'t gansch heelal moot buigen. Dat het U dan buide biè Met uw HeilVe Bloedeetuigcn;
O O
U zij aller lof bereid,
Nu en lot. in eouwiuheid. \'
5-2
Gebed tot Jesus, Maria, Joseph, mor de Afgestorvenen.
Heil\'ge Vader ! uwe kinderen Zuchten thans in \'t vagevuur;
Wil hun smarten toch vermindren Schenk vergeving in dit uur.
Ach! ontferm U; wees genadig; Redding, Heer, maar niet te laat!
Zij verzuchten ook gestadig: Ach! verzacht hun lijdensstaat.
Goede Vader, wij verlangen En wij smeeken onvermoeid.
Om deez\' éóne gunst te ontvangen: Breek den kluister, die hen boeit.
Wij, wij willen hen hevrijden; Om het bloed van Uwen Zoon,
Om Zijn dood en bitter lijden, Vader! voer hen naar Uw troon.
o Maria, hoor onz\' zangen,
Hoor ons smeeken gunstig aan!
Gij vervult steeds ons verlangen: Doe wat Ge allijd hebt gedaan.
\'t Zijn uw kind\'ren, die U smeeken Voor uw kind\'ren, heil\'ge Maagd;
Wil hun boeien toch verbreken, Schenk hun wat ons hart U vraagt.
53
Tot U, Joseph, Voedstervader,
Hoofd van \'t heilig Huisgezin, Treden wij verzuchtend nader;
Voer hun ziel den hemel in. Want in uwe vaderarmen
Draagt Gij \'t goddelijke Kind; \'tZal zich over hen erbarmen. Wijl het uw gebed bemint.
Heilig Drietal, hoor onz\' bede,
Ach, verhoor ons need\'rig lied! „ . broeders
tn GlJ\' zusters \' rUSt Vrede. ,, broeders .
Maar vergeet uw —--niet.
s zusters
Wilt eens door uw beé verwerven,
Dat wij met U, vroeg of laat,
Ook den schoonen hemel erven,
Als het bange sterfuur slaat.
KRUISWEG-OEFENING.
----
GIBEÖ YAN YOÖEÊEREIOÏNG.
Mijn lieer cn mijn God! zie mij hier neergeknield in Uwe tegenwoordigheid om U eenige oogenblikken op Uwen bloedigen lijdensweg te vergezellen. Ik hen, ik beken het, een zondaar, en zulk een gunst niet waardig; maar dierbare Godmensch, Gij hebt mij, ondanks mijne vele zonden, zóózeer bemind, dat Gij voor mij hebt willen lijden cn sterven. Welk een liefde! Helaas! die liefde heb ik zoo weinig met wederliefde beantwoord; zoo dikwerf heb ik door mijne overtredingen cn zonden Uw gewond Hart gegriefd, üw lijden vernieuwd. Ontferming, lijdende Jesds ! ont-ierming. Tot een eerherslcl wil ik deze oefening verrichten; geef mij dc genade om dit waardig en tot mijn voordcel te doen. Maak mij deelachtig aan de verdiensten hieraan verbonden cn wil de Aflaten van den 11. Kruisweg toepassen aan mij en aan die zielen des Vaecvuürs, welke er de meeste behoefte aan hebben.
O \'
00
EERSTE STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden ü, Christus, on loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Jesds, de onschuld /clvc wordt ter dood veroordeeld. Geduldig en gelaten onderwerpt Ilij zich aan dut onrechtvaardig vonnis. Wat zal dat goddelijk Hart gevoeld hebben, toen Gods Zoon werd beschouwd en behandeld als een misdadiger.... En Gij, dierbare Jesus , hebt dat alles gaarne verduurd, omdat Gij U zeiven den borg beschouwdet van alle zondaars; en Gij hebt de schande voor een Boosdoener gehouden te worden gaarne willen ondergaan, wijl Gij ons daardoor met Uwen hemelschen Vader verzoendet. Hoe afschuwelijk zijn de zonden, om welke de Heilige der Heiligen onder de zondaars is gerekend geworden. Geel\' mij de genade, lijdende Jesus, mijne zonden te beweenen en te verfoeien en sterk mijn voornemen Uw lijdend Hart niet meer door do zonden te grieven.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
, God! wees ons arme zondaars genadig.
56
TWEEDE STATIE.
Jesus neemt het Kruis op Zijn schouders.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de ■wereld verlost hebt.
Met liefde naamt Gij, dierbare Jesus, het Kruis op Uwe schouders. Als de ware Isaak draagt Gij het. oflerhout, waaraan Gij als een Boosdoener zult sterven. Vrijwillig draagt Gij het naar de strafplaats, uit liefde voor den mensch, wiens geheelen zondenlast Gij op U genomen hebt te voldoen. 0 Liefdevolle Heiland, welk belang hebt Gij er bij, U zoo in de plaats te stellen van ellendige zondaars? Uw goddelijk Hart verlangde ons geluk, onze zaligheid. En zoo dikwerf heb ik dat liefderijke Hart bedroefd door mij aan de zonden over te geven. Barmhartigheid mijn Jesus! Geene zonden meer, maar geef dat ik mijn zondig leven door boetvaardigheid uitwissche en in onderworpen liefde de kruisen en wederwaardigheden, mij opgelegd, geduldig verdrage.
Onze \\ader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
DERDE STATIE.
Jesus valt de eerste maal onder liet Kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
De God, de Sterke, die Hemel en aarde draagt door de kracht Zijner Almacht, voelt den last vaa het Kruishout, wordt er door gedrukt en valt. Almachtige, sterke God, waarom zijgt Gij neder? o Ziel! ziedaar de kracht der liefde. Goddelijke Liefde, hoe groot, hoe onbegrijpelijk zijt Gij! Om den zondigen mensch op te richten valt Gods Zoon ter neder. En ik zou nog langer zondigen, nog meer mijn God beleedigen! Te lang reeds heeft mijne zondige gehechtheid aan de wereld mij neergeworpen. Ik zal opstaan, o Heer! mijn hart is bereid. Ondersteun mij met Uwe liefde, sterk mijn voornemen, opdat ik met vasten tred den weg Uwer geboden bewandela en daarop zonder afwijking gedurende geheel mijn leven getrouw moge voortgaan.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer,
o God! wees ons arme zondaars genadig.
58
VIERDE STATIE.
Jesus ontmoet Zijne ïï. Moeder.
Wij aanbidden ö, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door üw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Hoe groot, hoe bitter moest de droefheid niet zijn van Maria toen zij haar Goddeiijken Zoon misvormd, door lijden afgemat, gedrukt onder den zwaren last van het Kruis op den weg naar Kalvarie ontmoette. En toch, zij houdt Hem niet terug van den tocht, die Hem tot den allerschandelijksten dood voert. Als een andere Abraham leent zij hare medewerking aan liet. offer van haren teergeliel\'den Zoon. Boven het stervelijk leven van Jesus verkiest zij het herleven onzer zielen, de vrucht van Zijn lijden en dood. Welk een liefde! o Maria, Moeder van smarten; verwerf mij bij Uwen Zoon do genade, om even als Gij en Hij de zielen der zondaars hebt bemind en hooggeschat, mijne ziel naar waarde te schatten en voor geen offer terug te deinsen, om haar voor-eeuwig gelukkig te maken.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
Godl wees ons arme zondaars genadic.
o D
59
VIJFDE STATIE.
Simon van Cyrene helpt Jesus het Kruis draden.
Wij aanbidden ü, Christus , en loven ü.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Welk een eer was het voor den Cyreneer uitverkoren te zijn om zijn schouders te kunnen leenen aan den glorievollen last van het Kruis en aldus meê te werken aan do verlossing der wereld. Hij moest er, \'t is waar, toe gedwongen worden, maar, o groot geluk! nauwelijks heeft het Kruis zijne schouders geraakt of zijn hart is veranderd en de onverschillige voorbijganger is de leerling van Hem, wiens straf hij deelt. Zoodanig is de kracht des Kruises. Goedertieren Jesus! bezwaar ook mij met dien kostbaren last, opdat mijn hart, nog immer zoo lauw en onverschillig, van heilige liefde voor li ontstoken worde en ik met bereidvaardigheid en onderwerping het Kruis van lijden en onspoed moge dragen, dat Gij mij overzendt.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm ü onzer.
» God! wees ons arme zondaars genadig.
f.0
ZESDE STATIE.
Veronica zuivert Jesus aangezicht.
Wij aanbidden u, Christus , en loven ü.
Omdat Gij door üw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Hoezeer moet Uw dankbaar en liefdevol Hart niet getroffen zijn geweest, goede Jesus, toen Veronica door de menigte heendrong, ü den zweetdoek aanbood om het bebloede aangezicht te reinigen! Welk eene belooning schonkt Gij haar voor dit medelijden? Uw heilige trekken blijven gedrukt in het lijnwaad waarmede Uw gelaat was afgedroogd. Een nog kostbaarder gunst is voorbehouden aan al degenen, die zich mot U in Uwe liefde en in Uw lijden willen ver-ecnigen. Gij schenkt hen Uw Hart tot woonplaats en wilt hun hart de zetel Uwer liefde maken, door daar binnen te gaan en te verblijven. Liefdevolle Jesus! schenk mij deze gunst.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
01
ZEVENDE STATIE.
Jesus valt de tweede maal onder liet Kruis,
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij dooiquot; Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Op nieuw valt mijn Verlosser neder, ten tweede male bezwijkt Hij onder den last van Zijn Kruis. Zijne smarten worden vermeerderd; Zijne wonden worden talrijker; het bloed doorweekt Zijne kleederen, het verwt den grond. En dat goddelijk en smartelijk vergoten bloed, wordt zoo dikwerf zoo misdadig vertreden! Ook ik lieve Jesus! ken mij daaraan schuldig; ook ik heb den prijs van dat bloed gering geschat, zoo dikwerf ik ü door de zonden beleedisde.
.... 5
Vergeet mij, dierbare Verlosser, die beleedigingen en verguizingen ü aangedaan. Uw kostbaar bloed, dat eenmaal in den dag der vergelding wraak zal eischen over den zondaar, roept nu nog om genade en barmhartigheid. Dat ik die barmhartigheid verwerve! Spaar mij Heer en Iaat mij deelen in het geluk van Uwe dienaren, die Gij door Uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht ten eeuwigen leve.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
» Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer. Ood! wees ons arme zondaars genadig.
62
ACHTSTE STATIE.
Jesus troost «Ie weenemle vrouwen.
Wij aanbidden U, Christüs, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Bewondert hier Uwen lijdenden Zaligmaker; vrome vrouwen treuren over de smarten die Hij ondergaat en Hij wil niet dat zij over Hem weenen. Waarom, Goddelijke Heiland! zulk een gedrpg? o, De zondaar, die voortgaat op den weg der boosheid, is in Zijn oog een veel betreurenswaardiger voorwerp van medelijden. Het lot van den zondaar houdt Hem bezig, doet Hem zijne onmetelijke smarten vergeten, om slechts over dat onüelukkii? lot te weenen. Dit doet Hem tot de
ÏJ 0
vrouwen zeggen; «Weent niet over mij, maar weent over U zelve.quot; Wat zal het lot van den zondaar zijn, zoo hij in de zonde sterft? Indien het groene hout onze Zaligmaker zoo wordt behandeld wat zal het lot van de zondaars anders zijn dan als verdord hout, gereed om in \'t vuur geworpen Ie worden. Dierbare Jksus! wij betreuren onze zonden; laat ons aan Uwe zijde den weg van zelfverloochening en ver-Sterving betreden.
Ome Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
03
NEGENDE STATIE.
Jesus valt de derde maal onder het Kruis
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost helt.
Nog is de Kalvarieberg niet beklommen; nog eenmaal toont onze Zaligmaker, en wel ten dorde male, hoe zwaar de last der zonden Hem drukt. Hij bezwijkt ..... Onmenschelijke beulen doen een regen
van geeselslagcn over dit afgemat en uitgeput slachtoffer neerdalen. Lijdende Jesus, wat wordt Gij hier verguisd en vertrapt! Gij zijt geworden als een worm en een melaalsche; geen menschelijke gedaante is aan U meer te vinden. Zou ik mij dan nog langer ver-hoovaardigen op ingebeelde ol\'ware hoedanigheden; ik die niets bezit of ik heb zulks geheel van U, o God! ontvangen. Mijn Zaligmaker! als een waar leerling en navolger van U zal ik mij zeiven verloochenen en vernederen. Help mij dit voornemen tot mijn eeuwig geluk standvastig te volbrengen.
Onze \\ader, enz. Wees gegroet, enz-.
Ontferm ü onzer; Heer! ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars aenadiar.
04
TIENDE STATIE.
Jesus wordt ontkleed.
Wij aanbidden U, Christus , en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilii;; Kruis de wereld verlost hebt.
Onder beschimping, vervloeking en mishandeling heeft Jesus den Kalvarieberg beklommen. Geen klacht heeft Hij tegen Zijne beulen geuit. Ook nu opent Hij zijn mond niet om Zijne vijanden hun schandelijk gedrag te verwijten; — als het waar Lam dat wegneemt de zonden der wereld geeft Hij zich aan hun wreede willekeur over. Zij grijpen Hem aan, rukken met geweld de kleederen van Zijn lijt, openen Zijne wonden, verscheuren andermaal Zijn goddelijk Lichaam en dwingen Hem zich op den schandpaal des Kruises uit te strekken- En Jesus gehoorzaamt! Hij gehoorzaamt omdat de mensch niet heeft willen gehoorzamen, en door de ongehoorzaamheid de dood in de wereld is gekomen, niet de dood des lichaams alléén, maar vooral de dood der ziel. Door Zijne gehoorzaamheid wordt onze ongelioorzaamheid geboet. Goede Jesus! ik maak het voornemen voortaan gehoorzaam te zijn aan Gods geboden en de zonden te vluchten en te verafschuwen.
Onze Vader, enz, Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
05
ELFDE STATIE.
Jesus wordt aan het Kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Zietdaar onzen Zaligmaker uitgestrekt op bet vloekhout des Kruises, bereid om voor ons den laatsten druppel van Zijn kostbaar bloed te storten. Zijne handen, die zoovele zegeningen en weldaden over bet mensehdom hebben uitgestort, worden aan de armen van het kruis vastgeklonken; scherpe nagelen worden gedreven door die voeten, welke rondgewandeld hebben om de verloren schapen op te zoeken van het huis van Israël. Zijn geheele lichaam is verscheurd, één wond van af de kruin des hoofds tot de zolen Zijner voeten. Welk een gruwel is toch de zonde, die dat alles veroorzaakt heeft! Welk e3n onbegrijpelijke liefde, die dat alles voor den zondigen en gevallen mensch verduurd heeft! Liefde van mijn Zaligmaker, geef dat ik U van ganscher harte beminne.
Onze Vader, enz. Wees gegioet, enz.
Ontferm U onzer; Heer! ontferm ü onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
i
TWAALFDE STATIE.
Jesus sterft nan het Kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
De Godmensch hangt aan het Kruis: vreeselijk zijn de pijnen, die Hij verduurt, schrikkelijk de verlatenheid, die Hij ondervindt. Hoort Hem zuchten en klagen tot Zijn Hemelsehen Vader: «Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?quot;... Eindelijk is de ure daar waar Jesüs minnend Hart zoo lang en zoo vurig naar verlangd heeft. «Alles is volbracht.quot; .. Gods Zoon beveelt Zijne- ziel in do handen Zijns Hemelsehen Vaders; Hij buigt Zijn hoofd en sterft... Aanschouw, o inensch! uwen ces tor ven Zaligmaker. Gestorven voor uwe zonden, houdt Hij Zijne armen uitgestrekt om u in Zijne barmhartigheid en liefde tê ontvangen. Zouden wij weigeren die barmhartigheid aan te nemen; zouden wij aarzelen die liefde met wederliefde te beantwoorden? Neen mijn Jesüs, toon ons Uwe onbegrensde barmhartigheid, ontvang onze zwakke liefde.
Onze Vader, enz Wees gegroet, enz.
Ontferm Ü onzer, Heer, ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars genadig.
DERTIENDE STATIE-
Je,sus wordt van het kruis genomen.
Wij aanlmklen ü, Christus, cn loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis do wereld verlost hebt.
Met teedere godvruchtige lielde wordt door vrome lieden liet gestorven lichnam van den Godmensch van het Kruis genomen en in den schoot van Maria neergelegd. Beschouwt nog eenmaal de droefheid van Gods Moeder; — ziet hoe zij het lijk van haren Zoou ontvangt, met teederheid bejegent, met hare tranen besproeit. Hare smart is geworden uitgestrekt en bitter als de zee. Haar zuiver hart is doorvlijrad met een zevenvoudig zwaard van droefheid. Moeder van smarten, ach! mocht ik uw lijden verzachten, uwe droefheid stillen. Daarom wil ik U beminnen met een kinderlijke liefde; in uwe goedheid stel ik mijn vertrouwen, in lijden en strijden op U mijne hoop. Ja, Maria! ik bemin U als uw kind, wees mijne moeder; versterk mij in den strijd tegen de bekoringen en verwerf mij de genade standvastig te blijven op den weg der deugd, om eenmaal het voorrecht te hebben als uw kind door U te worden getoond aan Jesus uwen Zoon.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars srenadia;.
tJ 0
68
VEERTIENDE STATIE.
Jesus wordt iit het «raf «-elegrt.
quot;Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Het lichaam van den Godmensch wordt van Maria\'s schoot genomen, gebalsemd, in kostbaar lijnwaad gewikkeld en in een nieuw graf neergelegd. Daar rust de goede Herder, die Zijn leven heeft gegeven voor Zijne schapen; daar ligt het Lam, geslacht voor de zonden der wereld. Maar het graf zal Hem niet lang behouden. Die den dood heeft overwonnen en hem zijn prooi ontrukt, zal weldra glorierijk verrijzen. En die verrijzenis is het voorbeeld van onze verrijzenis. Geef, dierbare Jesus ! datquot; ik sterve voor de zonden en leve voor ü; geef dat ik mijn woning vestige in Uw aanbiddelijk Hart, en daarin immer verblijve; dan zal hier op deze aarde mijn hart tevens een plaats zijn, waarin Gij gaarne rust; — dan zal ik steeds vereenigd met U blijven en slechts den tijdelijken dood sterven, om door U in Uwe hemelsche glorie te worden opgenomen. Amen.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
God! wees ons arme zondaars arenadiquot;.
ö d
(IQ
DANKZEGGING.
Heb Jank, dierbare Jesus! voor de genade mij geschonken om U op Uwen bloedigen Kruisweg te vergezellen en de smarten, die Gij geleden hebt te aanschouwen en te overwegen. Ik vraag U vergiffenis voor de verstrooidheden waaraan ik mij mocht hebben schuldig gemaakt. ■— Wat zal ik U weergeven voor alles, wat Gij mij hebt geschonken? Hoe zal ik de liefde beantwoorden waarmede Gij mij bemint? Die liefde kan nimmer beantwoord woiden zooals zij dat verdient. Daarbij, hoe dikwerf heb ik, in plaats van U te beminnen , U vergramd en beleedigd door mijne zonden? Van ganscher harte vraag ik daarvoor ver-
srevim; en beloof in de toekomst anders te zullen
ö ö
handelen. Ja, mijn dierbare Zaligmaker! ik neem mij vast voor U te beminnen; — maar daartoe behoef ik Uwe hulp, vraag ik Uwe genade. Goddelijk en lijdend Hart doordring mijn bait eon weinig met het liefdevuur, dat U heeft doorgloeid en verteerd; — dat die liefde uit mijn hart verbanne alle ongeregelde liefde, alle liefde voor do schepselen, alle liefde die n:et voor U is; en mij meer en meer Uwe liefde waardig make. Amen.
Vijfmaal Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.. Glorie zij den Vader, enz , ter eere van de vijf ^ Wonden en één Onze Vader, Wees gegroet, en. Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. H. den Paus..
m
7U
1. Sfabat Mater dolorosa, Juxta Crucem lacrymo.-a, Dum pendebat Filius.
2. Cujua animara gemeutem, Coutristatam et dolen torn. Pertransivit gladiua.
3. O quam tri^tis et afllicta Fuit illa benedicfa Mater Unigenti!
4. Qua1 mccrebat, et dolebat, Pia Mater, dum videbat Kati poenas inclyti.
5. Quis est homo, qui noa
[Heret,
Matrem Cbristi si videret •: In tanto supplicio?
6. Quisnoc possetcontriatnri, \'■ Christi matrem contemplari Dolentem cum Filio ?
7. Pro peccatis sua.\' goutia Vidit Jesum in tormentis, Et flagellis subditum.
8. quot;Vidit suum dulcem Katum Moriendo deaolatum, Dum emiait spiritum.
9. Eja mater, fona amoria, Me aentire vim doloria Eac, ut tecum lugeam.
10. Eac ut ardeat cor meum In amando Christum
[Deam,
(Jli
Ut aibi complaeeam
T. Ora pro nobis, Virgo dolorissima.
E. Ut digui efficiamur promiasionibus Christi.
v. Tuam ipaiua animam doloria gladius pertransibit. K. Ut revelentur ex multia cordibus cogltationes.
Obemus. Interveniat pro nobis, qua;sumu3, Domine Jesu Christe, nunc et in hora mortis nostra; apud tuam clementiam B. Virgo Maria Mater tua, cujua sacratisaimam animam in hora tua; pasaionia doloria gladiua pertransivit. Per te, Jesu Christe, Salvator inundi, qui cum Patre et Spiritu Santo vivia et regnas in fa;cula eteculorum. Amen.
■ 11. Sancta Mater, istud agaa, Crucifixi flge plagas Cordi meo Talide. I 12. Tui Nati vulnerati,
Tam dignati pro me pati, Pcenaa mecum divide.
13. Eac me tecum pie Here, Crucifixo condolere,
Donee ego vixero.
11. Juxta Crucem tecum stare, / Et me tibi eociare In planctu desidero.
15. Virgo virginum praiclara, Mihi jam non sia amara, Eac me tecum plangere.
IC. Eac ut portem Christi [mortem, Passionis fac consortem. Et plagaa recolere.
17 Eac me plagia vulnerari, Eac me cruce inebriari, Et cruore Eilii.
18 ^Elammis neurarsuccensus
Per te, Virgo, sim defenaus In die Judicii. \' 19. Christe, cum sit liinc exire, Da per Matrem me venire Ad palmam Victoria;.
20. Quando corpus morietur, ï Eac ut anima; donetur j Paradiai gloria. Amen.
71
ê SANrnSMMA.
1. O sanctissima, — o piissima, — dulcis Vircro Maria! 3
Mater amala, — irtemcrata, — ora, ora pro nobis!
2. Tu solatium, — et refiiquot;ium, — Virso Mater Maria! 5
Quidquicl ojitamns, — por te speramus, — ora, etc.
3. El-co tlebiles, — perquam flebiles, — salva nos o Maria!
Tolle laiigiioregt;, - polle dolores, -— ora, etc.
4. Virgo respice, — Mater aspice, — audi nos, o Maria!
Tu raedicinam — prajbes divinam , — ora, etc.
5 Tua gaudia — et suspiria —juvent nos, o Maria!
In te speramus, —ad te clamamus, —ora, etc.
CX-WI.
Laudato Dominum, omnes genles: laudate eum omnes populi.
Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus: et Veritas Domini manet in ccternum.
Gloria Pairi, et Filio, et Spiritui Sancto.
Sicut erat in prineipio, et nunc, et semper, et in soecula smculonmi. Amen.
Ps. CXXIX voop de Overledenen.
De profundis clamavi ad te, Domine: Domine, cxamli vocem meam,
Fiant aures tuoe intendentes; in voceoi deprecationis meai.
Si iniqnitales oljservaveris, Domine: Domine, quis sustinebit.
Quia apud te propitiatio est: et propter legem tuair. sustinui te, Domine.
Sustinuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino.
A cuslodia matutina usque ad noctem: speret Israël in Domino.
Quia apud Dominum misericordia: et copiosa apud eum redemptio.
Et ipse redimet Israël: ex omnibus inquitatibus ejus.
Requiem aeternam: dona eis Domine.
Et lux perpetua: luceat eis.
v. Pater noster. R. Et ne nos, etc.
V. A porta inleri.
r. Erue Domine animas eorum.
v. Requiescant in pace. R. Amen.
v. Domine exaudi orationem meam.
r. Et clamor mens ad te veniat.
r. Dominus vobiscum. R. Et cum Spiritu tuo.
Oremus. Fidelium Deus omnium conditor et Rederaptor, animabus f\'amulorum famularumque tuarum remissionem cunctorum tribuo peccatorum: ut indul-gentiam,quam semper optaverunt, piis supplicationibus consequantur. Qui vivis et regnas in soecula saeculorum. Amen.
v. Requiem aeternam dona eis Domine.
r. Et lux perpetua luceat eis.
v. Requiescant in pace. R. Amen.
Ti
BÏWÏBICTÏ®,
wanneer de Zegen met het Allerheiligste gegeven wordt.
Tantum ergo Sacramentum
Veneremur cernui:
Et antiquum documentum
Novo cedat ritui:
Prffistet fides supplementum Sensuum defectui.
Genitori, Genitoque
Laus et jubilatio;
Salus, honor, virtus quoque
Sit, et benedictie:
Procedenti ab utroque
Compar sit laudatio. Amen.
V. Panem de coelo proestitisti eis.
n. Omne delectamentum in se habentera.
Oremus. Deus qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuae memoriam reliquisti: tribue, qr.DDSumus; ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria vene-rari, ut redemptionis tuce fructum in nobis jngiïcr sentiamus. Qui vivis et reynas Deus in ssecula sse-culorum. Amen.
I W E ü W
Bij lie Opening der Congregatie.
Bladz,
Aanroeping van den Heiligen Geest.....1
liel Allerheiligst Hart van Jesus......2
Hsl U Hurl van Jesus, hel toonbeeld aller deugden,
in de 5 Blijde Geheimen van den 11. Rozenkrans.
EERSTE BLIJDE GEHEIM.
Het 0. Hart leert ons liefde lot de zuiverheid . 3
TWEEDE ELUDE GEHEIM.
Hot II. Ihrt leert ons de naastenliefde. ... 5
DERDE BLIJDE GEHEIM.
Het li. Hart leert ons de onthechting .... 0
VIERDE BLIJDE GEHEIM.
Het H. Hart leert ons de olïervaardigheid ... 8
VIJFDE BLiJDE GEHEIM.
Het H. Hart leert ons gehoorzaamheid aan Gods H. Wil ... ......... - 9
Gezangen ter eere van hel lijdend Goddelijk Hart van Jesus.
EERSTE DROEVIGE GEHEIM.
Hetlijdea van Jesus Hart in den holder Olijven . . il
TWEEDE DROEVIGE GEHEIM.
liet lijden van Jesus liart in tie Geeselinir . . 12
7i)
Blade.
DERDE DROEVIGE GEHEIM.
Hot lijden van Jcsns Hart in do Kroning met doornen.....................It
VIERDE r.f .khE!M
Het lijden van Jcsii. Har! . : sdraging «5
VIJF\' \' DRUEVIÜE GEHEIM.
Het lijden van Jcsns Hart aan liet Kruis . . . 16
Hel 11. Hart van Je sus in de 5 Glorierijke Geheimen van den [1. Roz-enhrans.
EERSTE GLORIERIJKE GEHEIM De Verheerlijking van het li. Hart.....18
TWEEDE GLORIERIJKE GEHEIM.
Het H. Hart van Jesus gaat ons in den hemel eene plaats bereiden.........-19
DERDE GLORIERIJKE GEHEIM.
De liefde van Jcsns Hart zendt den H. Geest . 20
VIERDE GLORIERIJKE GEHEIM.
De heide van Jcsns Hart neemt Maria ien hemel op . 21
VIJFDE GLORIERIJKE GEHEIM.
De liefde van Jesns Hart kroont Zijne H. Moeder . . 22 De liefde van Jcsns Hart m het H. Sakrament
des Altaars............23
Het H. Hart van Jesns.........24
Aan t Allerheiligste Hart van Jesus .... 25
Loflied op 0. L. I. van den Rozenkrans.
De vijf blijde Geheimen.........26
De vijf droevige Geheimen........27
De vijf glorierijke Geheimen.......Sg
7G
Bladz.
Lofzang en Opdracht aan het H. Hart van Maria. 30
Hulde aan Maria...........32
Vreugde van Maria\'s Kinderen. 33
Aan de Onbevlekte......... 34
Maria Leve.............36
Maria, Onbevlekt Ontvangen ....... 37
Op een Feestdag van Maria.......38
Aanroeping tot Jesus, Maria, Joseph .... 39
Akte van Geloof...........40
Vaandellied van het Heilig Huisgezin .... 42
Danklied..............43
Smeeklied voor onzen Heiligen Vader .... 43
GeLed om Vergeving..........44
De Berouwhebbende Zondaar.......45
Smeekgebed aan den H. Joseph......46
Dat Joseph leev\'...........47
Aan den H. Dominicus.........48
Aan den H. Joannes van Gorkum en zijne Gezellen . 49 Eereboete-Lied, in vereeniging met onze 11.11.
Martelaren van Gorkum........50
Gebed tot Jesus, Maria, Joseph, voor de Afgestorvenen.............52
KruiswegOefening..........54
Stabat Mater............70
0 Sanctissima............71
Ps. CXVI . ,............71
Ps. GXX1X voor de Overledenen......72
Benedictio.............73