BERICHT
AAN DE
InteekeiareD op den JJiMrord-Kaleoierquot;.
Teneinde misvattingen en teleurstellingen te voorkomen , achten de Uitgevers zich verplicht IJ op het onderstaande attent te maken.
De prijs van dit loelc met plaat en den St. Willebrord-Kalender, welke onder toezicht staat van den WelEw. Heer J. W. Brouwers, pastoor te Bovenkerk (gem. N.-Amstel) en onder Hoofdredactie van den Heer J. H. Ter Veer, Hoofd-onderwijzer te Groningen, is
IM (tÏÏLDEÏT- VIJFTIGr CENT.
Plaat en boek zijn bereids door U ontvangen, waarvoor TJ f 0.75 hebt betaald, en U is dus verplicht in het laatst van het jaar den Kalender tegen betaling van f 0.75 te ontvangen.
Platen of Boeken zijn afzonderlijk niet te verkrijgen, doch alleen voor de inteekenaren op den Scheurkalender. GEEN ANDERE BEPALINGEN OF CONDITIES, DOOR ONZE REIZIGERS OF COLPORTEURS GEMAAKT ZIJN VAN KRACHT.
Ieder inteekenaar verbindt zich tegen bovengemelden prijs den Kalender te ontvangen.
Mochten er andere condities door onze reizigers of colporteurs gemaakt zijn, dan verzoeken wij U beleefd, ons daarvan kennis te geven. Wij zullen daarvan gaarne de kosten vergoeden, en TJ is in het laatst van het jaar gevrijwaard voor onaangenaamheden.
Hoogachtend, onder aanbeveling
W. van Maarschalkkkwkekd amp; Co.
Utrecht.
HET LEVEN
VAN DEN HEILIGEN
SIMON STOCK.
ZESDE GENERAAL DER KARMELIETEN
EN STICHTER DER CROEDERSCIIAP VAN HET H. SCAPULIER
DOOR
U T R E C U T ,
VV. VAN MAARSCHALKERWEERD.
ALFRED MONBRUN,
Coirespondeerend lid van verscheidene geleerde Genootschappen,
UIT HET ïRANSCn 0 VIE GELE A CUT DOOR
THEOPHILUS.
VAK lid. sJ o.
HET LEVEN
Druk Firma F. B. van Ditjiar, Utrecht.
KERKELIJK GOEDGEKEURD.
\' I M P R I M A T U R.
J. G. H. C. ESSINK. Lib. Cens.
maarsen,
16 April 1889.
y^AN
DE HEILIGE MAAGD EN MOEDER GODS
m; ^ R i
DE KONINGIN EN HET SI E R A A D DE S K A R M E L
KINDERLIJKE LIEFDE EN VEREERING OPGEDRAGEN
DOOK
DEN VERTALER.
DELECIO EILIO ALFREDO MONBRUN
PIUS P. P. IX.
Dilecte Fili, salutem et Apostolicain Benedictionem.
Eo acceptior fuit Nobis Vita S. Simonis de Stock a te concinnata, quod mirabiles hujus viri virtutes, ac zelus immanesque labores ad propagandam in Europam insignem Carmeli Ordinem tolerati, non modo valeant excitare fiigescentem ac paene restinctum a temporum vicissitudinibus tanti viri cultum, sed fovere quoque et promovere studium et obsequia erga Beatissimam Vir-ginem, sive per praeclara istius pietatis exempla, quibus tota fulget S. Simonis vita, sive per mira dilectionis testimonia ei exhibita a Dei para, ac praesertim per eximium beneficium Sacri Scapularis, non in Solius Carmeliticae Familiae utilitatem ipsi collatum, sed cae-terorum quoque fidelium, qui cum illo Eeligioso Ordme peculiari veneratione earn prosequi vellent. Quamobrem operi tuo, quod perlibenter excepimus, toto corde omi-
VIII
camur, ut Christi fideles ad impensiorem semper Divinae Matris cultum alliciat et excitet, Divini de vero favoris auspicem et paternae benevoleutiae nostrae gratique animi pignus Apostolicam Benedictionem tibi peramanter ircpertimus.
Datum liomae epud S, Peirum, die 23 Octal ris 1869, Fontificatus Nostri anno XXIV.
Pius P. P. X.
BREVE
VAN ZIJNE HEILIGHEID PACS PIUS IX.
AAN DEN
Scut ijver van 7) liet leven ran den heiligen Simon Slockquot;.
Aan onzen geliefden Zoon Alfred Moxbrun
PAIS PIUS IX:
Geliefde Zoon, Heil en Ajiostolischen Zegen.!
Het leven van den heiligen Simon Stock, dat gij beschreven hebt, was ons des te aangenamer, daar de wonderbare deugden van dezen man, zijn ijver en de ontzaglijke moeite, die hij voor de verbreiding van de beroemde orde der Karmelieten in Europa zich getroost heeft, in staat zyn, niet alleen om de door de wisseling der tijden verminderde en bijna verdwenen vereering \\an zoo groot een Heilige weder te doen ontwaken, maar ook de vereering der 11. Maagd te verlevendigen en te bevorderen, zoowel door de verheven voorbeelden van deugd, die in het leven van den heiligen Simon overal uitblinken, alsook door de wonderbare bewijzen van
liefde, welke hij van de Moeder Gods ontvangen heeft, namelijk het heilige skapulier, dat hem niet alleen tot heil van de orde der Karmelieten, maar ook tot dat der overige geloovigen, die in vereeniging met deze orde Haar op bijzondere wijze vereeren willen, is overgegeven geworden. Wij koesteren het vaste vertrouwen, dat uw werk, waarmede wij met het grootste genoegen hebben kennis gemaakt, de geloovigen tot steeds inniger vereering der Moeder Gods aan zal vuren, en schenken u als zegel van het goed succes van uw boek en als onderpand van onze vaderlijke goedwilligheid en onze dankbaarheid van ganscher harte den apostolischeu zegen.
Gegeven te Rome, bij SintPieler, den 23st€nOctober 1869, in het XXIV jaar van ons Pontiicaat.
PADS PIUS IX.
VERKLAEING VAN DEN SCHRIJVER.
Krachtens de decreten van Urbanua VIII en de heilige Inquisitie van de jaren 1625, 1631 en 1634 verklaren wij, dat, wanneer in dit boek het woord „heiligquot; of „zaligquot; wordt toegepast op personen, welke de Kerk niet als zoodanig met dezen titel bekleed heeft, dit geschied in den geest van volkomen onderwerping aan hare hoogste autoriteit.
Desgelijks verklaren wij, dat wij voor de genade-bewijzen, openbaringen en wonderen, van welke in dit werk gewaagd wordt, een bloot menschelijk geloof vragen, met uitzondering van datgene, wat door de heilige, Katholieke, Apostolische en Roomsche Kerk, welke onder-danigste zoon ik ben, bekrachtigd is geworden.
VOORWOORD.
Door het bijeengaren en rangschikken van verschillende brokstukken en gegevens, welke ons dienden tot het opstellen van een verhaal omtrent het leven en de werken van een Heilige, die op waardige wijze zijn. plaats in zijne orde heeft vervuld en zich in een gezegend aandenken mag verheugen, hebben wij gemeend hem den tol te moeten betalen onzer bewondering en dankbaarheid.
In meer dan een opzicht gelooven wij daardoor ook iets nuttigs te kunnen uitwerken; want het is nimmer onnut, de levens te lezen van die vrome en ijverige dienaren Gods, wien door de Goddelijke Voorzienigheid de bestemming is opgelegd, als helder stralende lichten te schitteren en het geloof in de gemoederen te doen ontvlammen. Het is als wordt bij het lezen van wat zij deden het beoefenen der deugd lichter en gemakkelijker. Uit de hier voor ons liggende levensschets kan „duidelijk blijken, hoe bij de geboorte, de opvoeding, de eerste studiën, den apostolisten arbeid en het klooster-leven van den heiligen Simon Stock, zoowel als bij zijne verzoekingen, vervolgingen en wederwaardigheden, de vinger Gods duidelijk te bespeuren is. Wij zullen zien hoeveel geloofskracht en heiligheid er noodig was, om ondanks alle verhinderingen en ramspoeden het vuur levendig te houden van een gver, die om zoo te zeggen het stempel drukt op geheel zijn leven.
Zijn ijver en zijne heiligheid waren het, die hem de
XIV —
gave van het wonder deelachtig maakten evenals de hooge eer, om aan het hoofd te staan van de orde der Karmelieten, door welke zoovele en zoo heerlijke vruchten des heils gekweekt zijn. De ijver van den H. Simon Stock strekte zich evenwel nog verder uit, hij stichtte en verbreidde de broederschap van het H. Ska-pulier, die de Kerk met groote vreugde opgenomen heeft, en waarbij de geloovigen met het vurigste verlangen toetreden; eene broederschap, die zich sedert hare stichting niet alleen heeft staande gehouden, maar zich ook heeft uitgebreid met een mildheid, waardoor zij den grootsten roem heeft verworven, en die, zegevierend over de verdorvenheden der tijden, nog heden ten dage in de christelijke wereld bestaat, zonder iets van haar vroegeren glans te hebben verloren. Deze dubbele titel doet ons gelooven, dat wij door de uitgave van het leven van den heiligen Simon Stock onzen broederen een dienst bewijzen.
Met opzet is het boek zoo ingericht,, dat de lezer door middel der hooftstukken een gemakkelijk overzicht kan verkrijgen over het geheel. Wij wagen met vertrouwen de veronderstelling, dat wanneer hij van den inhoud er van heeft kennis genomen, hij met ons den Heer zal bidden, dat Hij dikwijls in en voor zijne Kerk zulke mannen moge verwekken, terwijl ieder lezer van ganscher harte zal instemmen met het woord der H. Schrift: „God is wonderbaar in zijne Heiligen\'\' en „onnaspeurlijk zyn de wegen zijner wijsheidquot;. Mirabilis Deus in Sanctis suis (Ps. 67:36). Quam investi-gabiles viae ejus! (Rom. 11:33).
A. M.
HOOFDSTUK I.
Wonderbaarlijke geboorte.
De Heilige wiens heerlijk en godzalig leven wij in deze Nederlandsche vertaling den lezers willen meê-deelen, ontsproot uit een der eerste familiën van Engeland. Zijne niet minder door hunne godsvrucht dan door hunnen adel in hun geslacht uitblinkende ouders, mochten met recht dit kind beschouwen als de verhooring hunner vrome gebeden. Zijne geboorte was overigens niet zonder gevaar voor zijne moeder, die, vertrouwend op den steun en de bescherming der Allerheiligste Maagd, haar steeds bijzonder vereerde en in alle moeite en bezwaren hare hulpe ondervond. Zij voelde sich nu levendig gedrongen, zich en haar kind aan de Koningin der Engelen te wijden, om door hare voorspraak eene voorspoedige verlossing te hebben.
De hemel verhoorde het gebed der beangste moeder en onze Heilige kwam door de bijzondere, wondervolle hescherming der Heilige Maagd zonder eenig gevaar voor zijne moeder ter wereld. Hij werd geboren in het jaar 1164 in Engeland, in het graafschap Kent, op het kasteel Harford, waar zijn vader slotvoogd was en ont-ving bij den Heiligen Doop den naam van Simon.
Maria trok zich het pas geboren knaapje op üeer
2
16
bijzondere wgze aan, beschouwde het steeds als haar lievelingskind en droeg gedurende zijn geheele leven voor hem dezelfde bijzondere zorg. Zij leidde al zijne schreden en verwierf voor hem van haren goddelijken Zoon kostbare , onwaardeerbare genadegiften.
De gunstbewyzen met welke de Hemel den heiligen Simon Stock begenadigde, traden reeds in zijn eerste jeugd zoo helder aan het licht, dat wij ook de allereerste bewegingen en handelingen van den kleinen Heilige niet met stilzwegen mogen voorbijgaan; want dewijl zij alle met den stempel van het wonderbaarlijke gekenmerkt zijn, leveren zij ons het klaarblijkelijkst bewijs zijner-buitengewone heiligheid, waarop gedurende zijn lang leven geen enkele inbreuk is voorgekomen.
Van zijn geboorte af aan legde Simon voor de Moedermaagd een allerteederste vereering aan den dag. Hij drukte die op zijne wijze door teekenen uit, welke bij een zuigeling slechts teweeg kan gebracht worden door eene buitengewone werking des Heiligen Geestes. Zijne vrome moeder stelde er prijs op hem zelve het voedsel te geven; daarbij placht zij telkens vóór zij haar kind van de moedermelk deed genieten, knielend de Engelsche groetenis te bidden, uit dankbaarheid tot de Heilige Maagd, aan welke zij haar zoontje voortdurend wijdde, daar zij het door de bescherming des Hemels verkregen had. Gebeurde het wel eens, dat zij in een oogenblik van verstrooing deze vrome oefening vergat, zoo vond zij bij den jeugdigen Simon een onoverwirnelijken afkeer van de moedermelk, totdat zij aan Maria de gewone
hulde gebracht had.
Gelijk van den Heiligen Nicolaas, den beroemden Bisschop van Myra, wordt ook van dit heilig kind ver*
17
haald, dat hij op Zaterdagen en aan de vooravonden van de feesten der Heilige Maagd, zich door éen zelfde wonder van de moedermelk onthield. Alles wat hem aan de Moeder Gods herinnerde, verwekte in hem de levendigste vreugde. Dikwijls zag men hem op den arm zijner moeder, wanneer zij den zoeten naam Maria uitsprak, een vreugdevolle beweging maken. Men behoefde hem slechts een beeld der Heilige Maagd voor te houden, om dadelijk het schreien en de onrust te stillen, dié gewoonlijk bij kinderen van dien leeftijd worden waargenomen wanneer zij ergers pijn hebben. Simon telde nog geen twaalf maanden, toen men hem reeds meer-malen duidelijk het Ave Maria hoorde zeggen, voor hij nog in staat was geweest, het van buiten te leeren.
* :J: ^ * *
Wij hebben hierboven vermeld, dat de moeder van Simon haar kind wijdde aan de Koningin der Engelen en wij wenschen er hier nog op te wijzen, dat het ge-bruik, de kinderen bij hunne geboorte te wijden aan de Heilige Maagd, zeer oud is. Het voorbeeld van den Heiligen Simon Stock en meer andere Heiligen, wier geboorte God op deze wijze gezegend en wier leven Hii geheiligd heeft, bewijst ons, hoe zeer Hem deze daad van vroomheid welgevallig is.
Deze wijding der kinderen aan de Heilige Maagd bestaat hierin, dat zij met hare kleeding, d. i. met klee-dingstukken van uitsluitend wit-blauwe kleur, gekleed worden; dit kleed van Maria wordt dan gewoonlijk tot aan het zevende jaar gedragen. Dit gebruik is niet slechts
18
.een uitvloeisel van bijgeloof, maar de Kerk kan het, wel verre van het af te keuren, veeleer aanbevelen. Een vrome schrijver doet Zich hieromtrent volgenderwijze hooren; „Weifelt niet, christelijke ouders, de kleine Engelen die God u zendt, in het wit te kleeden en slaat, er geen acht op, wat ook de ongeloovige of godde ooze wereld daarvan zeggen mag. Al deze kleine in wi bekleedde knechtkens vormen hier beneden den hofstoet der Hemelkoningin. Toen zij van den hemel nederdaaUe was zij door dezen lieftalligen stoet omgeven Wijd ze fn de leliewitte kleur, deze maagdelijke kleur zal op hunne zielen den heerlijksten invloed hebben. Deze wij-ding brengt zegen en de Allerheiligste Maagd stelt er om zoo te zeggen bijzonder prijs op, dengenen voor he verderf te bewaren, die hare kleur dragen. In den hemel worden altijd zekere bijzondere voorrechten het deel van hen die in hunne kindschheid een kleed hebben gedragen,\' wit als de kuischheid en blauw als de hemel. quot; Deze vrome handeling, die gedurende germmen tijd vergeten en zelfs geminacht werd, is door enkele chnste-liike moeders weder cp nieuw in beoefening gebracht. Voor zich en het kind, dat zij onder het hart dragen het ergste vreezend, en onderricht van de voordeelen die deze vrome daad oplevert, wijden zij zich en hunne kinderen aan de Moeder Gods, om door Hare voorspraak eene voorspoedige verlossing te hebben.
HOOFDSTUK IT,
Opvoeding, oefening in veoojiheid.
Van zijn vroegste jeugd af aan was Simon Stock begaafd met een zoo buitengev?oon verstand, dat hij in staat was het christelijk onderwijs te begrijpen, hetwelk hem door zijne vrome moeder gegeven werd. Met heilige, eerbiedwekkende begeerte, leerde hij de grondwaar-heden onzer heilige relegie. De kostelijke genadegaven, waarmede de hemel hem verwaardigd had , waren oorzaak dat hij zoo groot genoegen vond in de eeuwige waarheden , dat hij, na ze uit den mond zijner moeder vernomen te hebben, zich dikwijls met het huisgezin daarover onderhield en het hem een groote voldoening verschafte, voor het dienend personeel het geleerde te herhalen, of ook menigmaal het ambt van een catecheet uit te oefenen. Hy onderwees hen zeer ijverig in de voornaamste geheimenissen des geloofs en in de regelen der christelijke zedekunde en bracht hen niet zelden met wonderbaren ernst hunne tekortkomingen onder het oog, wanneer hij in hun gedrag iets afkeurenswaardigs had waargenomen.
Daar de in dezen gezegenden knaap werkende genade op de een of andere wijze de natuurlijke ontwikkeling
20
als het ware voorkwam, zoo bleef voor zijne opvoeding zeer weinig te doen over. Nauwelijks was hij in staat te spreken, of hij kon ook reeds lezen en zonder verwijl begon hij nu op het voorbeeld zijner vrome ouders het kleine officium der heilige Maagd te bidden; eene oefening, waaraan hij gedurende geheel zijn heilig leven is getrouw gebleven. Hoewel nog een kind zijnde, in het eerst zijner jeugd, deed hij dat gebed met zooveel eerbied en toewijding, dat het hem gemakkelijk was aan te zien, hoezeer zijn hart reeds doordrongen was van bet gevoel der diepste vroomheid, van het kinderlijk vertrouwen en van volkomen overgave aan de heilige Moeder Gods.
Van dezen tijd af vertoonde zich in Simon Stock die liefde tot het gebed, die geest des gebeds, die verheffing der ziel bij het betrachten en overdenken van de geheimenissen des geloofs, welke in hem als het ware een tegenzin verwekten tegen alles wat niet uit God is, hem aandreef de eenzaamheid op te zoeken om daar zich te verdiepen in de heiligste gedachten en de innigste overdenkingen. Om zich te ongestoorder aan het gebed te kunnen wijden, trok hij zich terug van alles, wat hem zou hebben kunnen verstrooien of een oorzaak zijn van afleiding en verbergde zich in het meest afgelegen hoekje van het kasteel Harford, waar hij zich alleen met God onderhield en met Hem gemeenschap oefende in volkomen vergetelheid van al het aardsche en van
alle schepselen.
Alles wat hem tot vermeerdering van de kennis en liefde Gods kon dienstig zijn, wist hij zich ten nutte te maken. Een bijzonder welgevallen had zijn hart aan de gebedenboeken zijner ouders. Wanneer hij zijn vader
21
taet onafgebroken vlijt het boek der Psalmen zag lezen, bleef hij zoo lang smeeken, totdat hij ei voor zijn da-gelijksch gebruik ook een ontvangen had. De ijver, waarmede hij het heilige Boek las, bewees, dat hij niet tot lezen gedreven werd door kinderlijke nieuwsgierigheid maar door eene ingeving des hemels. Hoewel hij de La-tijnsche taal niet machtig was, werd onze Heilige van datgene hetwelk hij las zoo doordrongen, en werd zijn hart door het vuur der goddelijke liefde, die van dit door den Heiligen Geest ingegeven Boek uitstraalt, zoo zeer ontvlamd, dat men hem na eiken keer dat hij er in gelezen had, als het ware in een verrukking van zinnen aanschouwde. Hij las het dagelijks verscheidene malen en wel in knielende houding, uit eerbied voor het woord van God, en altijd weer met nieuwen lust en met eene toewijding, die de uitdrukking was van het gevoel zijns harten en die hen welke hem omgaven met bewondering vervulden. De vurige woorden, welke hij sprak, wanneer bij zich met zijne ouders over de heerlijkheid der heilige gezangen onderhield, liet geen twijfel meer over, of dit reeds zoo vroegtijdig met den geest van den Psalmist vervulde kind, had ook de gave, ontvangen eene hem onbekende taal in de zijne over te brengen, alsook de gave des verstands, om den verborgen zin der Heilige Schrift te doorgronden.
Dit wonder der genade en des lichts aan een zesjarigen knaap, werd voor allen die er getuigen van waren een punt van verwondering en vereering en zij vraagden elkander als eens de bewoners van Judaa bij de geboorte van den heiligen Johannes den Dooper: „Wat zal er wel van dit kind worden ?quot;
HOOFDSTUK III.
EERSTE STUDlëN. GELOFTE VAN KÜISCHHE1D.
De vader van Simon Stock, die bij zijn zoon eiken dag nieuwe bewijzen van vroeggerijpte wijsheid ontdekie, bepaalde er zich niet toe, den kostelijken schat, waarmede de Goddelijke Voorzienigheid zijn gezin verrijkt had, eenvoudig te bewonderen, maar hij handelde naaide bedoelingen Gods met dezen gezegenden knaap , m zooverre hij diens natuurlijke gaven ontwikkelde door eene opvoeding, welke harmonisch samenviel met de genade waarmede de hemel hem begiftigd had.
Deze christelijke vader, die aan waarachtige vroomheid een bijzondere liefde voor de wetenschappen paarde, had zich ten taak gesteld, persoonlijk de eerste studiën van zijn zoon te leiden. Hij liet hem in het licht des Evangelies den weg der volkomenheid betreden, onder den zegen der genade; hij leerde hem zijne vroomheid door de studie te schooner te maken en haar door christelijke oefeningen en overdenkingen te heiligen. Daar zich echter de aanleg van den knaap dagelijks meer ontwikkelde, en hij zich door zijn begripsvermogen tot het genieten van hooger onderwijs geschikt toonde, meende zijn vader hem tot voortzetting zijner studiën naar het collegie te Oxfor te
23
^ moeten zenden, opdat de wedijver en de nieuwe leermiddelen zijn geest zoo mogelijk nog tot hooger ontwikkeling zouden brengen.
Simon Stock had destijds den leeftijd van zeven jaren bereikt. Hij legde zicb aanvankelijk toe op de studie der fraaie wetenschappen, en wel met dit gevolg, dat hij allen die er getuigen van waren de handen van verbazing deed ineenslaan. Met bewonderenswaardige gemakkelijkheid begreep hij alles wat hij las en wat men hem onderwees. De wijsheid, de veelomvattendheid van zijn geest, de diepte van zijn inzicht, die zijn teederen leeftijd zeer verre te boven ging, maakten hem bekwaam tot het aan-leeren van al die wetenschappen, welke tot ontwikkeling van den geest kunnen dienstig zijn. Hij bestudeerde ze geregeld naar volgorde en maakte daarin in korten tijd zulke groote vorderingen, dat niemand kon twijfelen, of zijne studiën werden door den geest Gods geleid en bestuurd. Hij liet dan ook niet na, zijn arbeid met het gebed te beginnen en terwijl hij met zijn werk bezig was, onderbrak hij het meermalen, om zijn hart tot God te verheffen. Zijne natuurlijke neiging, zijn vlijt en zijn ijver in het gebed, vestigden bij allen die hem kenden de overtuiging, dat zijn door het zich eigen maken van velerlei kundigheden zeer ontwikkeld verstand reeds aan het gewone onderwijs was ontwassen. Onze Heilige kon een geleerde heeten op een leeftijd, als andere kinderen met leeren beginnen.
Ondanks deze uitkomsten trok de gewijde wetenschap Simon steeds veel meer aan dan menschelijke kundigheden. De nauwkeurige kennis, die hij aan de knieën zijner moeder van de voorschriften en waarheden onzer H. Eeligie had opgedaan, zijn reinheid van zeden, zijn
24
liefde tot de deugd, de neiging tot stil gemoedsleven, die zijne vroomheid kenmerkten, maakten hem tot het voorwerp der algemeene vereering en tot een voorbeel m* de Oxfordsche jeugd, zoodat zijne leiders hem het ontvangen der H. Sacramenten meenden te mogen veroorloven op een leeftijd, waarop gewone kinderen het goede rauwelijks van het kwade weten te onderscheiden. Simon Stock trok met vreugde van dit voordeel partij.
Die vreugde ondervond hij het meest bij de H. Communie; de hemelsche zoetheid en de goddelijke vertroosting, we e hij daarbij ondervond, deden hem op al het andere neerzien als zonder genot. Daar hem niets op aarde het geluk eener enkele Communie scheen nabij te komen, gaf hij zeer streng acht op zichzelven, met groote zorg vuldigheid alles vermijdende, wat hem van dit kostelijk onderpand des eeuwigen levens zou hebben kunnen vervreemden.
Op een leeftijd, waarop andere kinderen slechts smaak vinden in spelen en afleiding, in die vreugdegrage kinder-jaren, waarin zij veelal een teugeloos verlangen toonen om al hunne lusten en luimen te bevredigen, wijdde zich dit heilig kind slechts aan vrome oefeningen en gevoelde hij zich tot de deugd als door een onweerstaanbare toovermacht aangedreven. Alles bracht hij den go s-dienst ten offer. Dikwijls zag men hem bij de H. Mis vóór het altaar, van het levendigste geloof doordrongen, terwijl het hem was aan te zien dat reinheid en eerbied zijne geheele ziel vervulden. Steeds bad hij uit het innigste zijns harten gelijk een Seraf voor den troon der goddelijke Majesteit den Heer aan, geheel van liefde ontstoken, zich zonder voorbehoud of bedenking offerende aan de heerlijkheid van Christus.
25
In dezelfde mate als hg toenam in kennis van en liefde tot Jezus Christus, vermeerderde ook zijne vereering van de H. Maagd. Met bijzondere voorliefde las hij die boeken, welke handelden over Hare heerlijkheden en hij bevlijtigde zich, meer en meer haar welgevallen te verdienen door navolging barer deugden. Eens eene verhandeling over hare onbevlekte ontvangenis lezende, vatte hij een zoo groote liefde tot en hoogachting over deze volkomene reinheid op, dat hij, aangedreven door een ingeving des hemels en gedrongen door het innigste verlangen om, met de reinste der maagden, die hg steeds als zijné moeder beschouwde, eenswillend te zijn, God zijn lichaam en zijne lusten wijdde door de belofte der kuischheid.
Van nu af aan gevoelde hij zich tot de kuischheid, die hemelscbe deugd, welke hier op aarde het sterfelijke lichaam het leven der engelen doet nabootsen, met machtige aantrekkingskracht gewijd. Zij werd zijne lieve-lingsdeugd, het hooge voorwerp zijner opmerkzaamheid, eijner waakzaamheid en bestendige zorg, ja het middelpunt, waarvan al zijne andere deugden afhankelijk waren en die hij daartoe terag wilde leiden om die kuische reinheid in zich zelf te bewaren en tot volkomenheid te brengen, die hem God steeds zoo dierbaar en de Koningin der maagden zo 3 beminnenswaardig deden zijn-
Nooit kon ook maar de geringste ademtocht van den onreinen geest den glans zijner onschuld verduisteren: hij bewaarde die door een bijzondere genadige bgstand onverlet tot aan zijn einde. liet scheen als waren de zonden van Adam niet op hem overgegaan.
De vrees om de reinheid zijner ziel en van zijn lichaam te besmetten, dreef hem aan, zelfs den schgn van zonden
26
alsook de geringste aanleiding daartoe zorgvuldig te vermijden. Niet slechts waakte hij behoedzaam over al zijne zinnen, evenals Job een verbond sluitende met zijne oogen, om nooit een blik op eenig gevaar opleverend voorwerp te slaan, maar hij ging in de teederheid zijns gemoeds zelfs zoover, dat hij zich allen vertrouwelijken omgang, zelfs met kinderen van zijnen leeftijd ontzegde.
De ondeugd der onreinheid, die Simon Stock slechts bij naam kende, was zulk een gruwel in zijne oogen, dat hij haar bij anderen met siddering en afschuw waarnam. Ziine woorlen en daden, welke in deze steeds met zijne gezindheid overeenstemden, de innemende bescheidenheid en de aangename blooheid welke hem eigen waren, toonden op het schoonst, hoe hoog hij gemelde deugd schatte. Overal eerde men hem als een engel in het vleesch, die alom de liefelijke geur van
Jezus Christus verspreidde.
Aan deze groote mate van reinheid verbond Simon Stock de liefde tot boete. Om de eerste uitingen des vleesches, voor zij nog in staat waren zich tegen zijn geest aan te kanten , krachteloos te maken, ontzag deze heilige knaap zich niet tot afmatting en verdooving zijner zinnen zich over te geven aan de strengste boetedoeningen. Eeeds nu begon hij met de oefeningen dier harde tucht over zich zeiven , waaraan hij zich gedurende geheel zijn verder leven onderworpen hield. Wanneer hij bij het middagmaal aan de waakzaamheid zijner ouders kon ontkomen, voedde hij zich, met rauwe salade en andere groenten of kruiden gt;
terwijl ook dikwijls gewone vruchten met een bete broods en een dronk waters zijn eenig voedsel uitmaakten. Gebeurde het een enkele maal, dat hij hierin betrapt werd, dan deed hij het voorkomen, alsof deze kost hem beter
27
smaakte en beter was voor zijn gestel. Daar intusschen zijne ouders vreesden, dat een zoo gestrenge onthouding hun teeder kind overmatig verzwakken zou en hun daardoor slechts te vroeg dat voorwerp hanner hoop en troost zou ontnomen worden, achtten zij het aanvankelijk geraden, zich tegen deze zijne levenswijze te verzetten. Dewijl zij echter later bedachten, dat zij zoodoende wellicht handelden tegen den wille Gods, en bovendien dagelijks meer wonderen aan hun geliefden zoon beleefden, gaven zij eindelijk aan zijn dringende beden gehoor; dezelfde almacht welke de drie Israëlitische jongelingen aan het hof te Babylon met hetzelfde voedsel in het leven hield, zou ook voor de bewaring van hun kind zorg dragen.
Daar zij niet konden twijfelen, of de Geest Gods leidde hem bij al zijne oefeningen, lieten zij zijne neiging tot het doen van boete en tot zelfkastijding den vrijen loop, en loofden God zonder voorbehoud, dat Hij hun dat heilig kind geschonken had. Zij vonden er nu een genoegen in, de bedoelingen der goddelijke voorzienigheid door uiterlijke middelen tegemoet te komen, en spraken daarvan steeds met bewondering.
HOOFDSTUK IV. Bemoeilijking in heï ouderlijk
Onze Heilige, die begiftigd was met de rijkste genadegaven , kon gelijk een tweede Joseph op den duur niet ontkomen aan de treurige gevolgen van de ijverzucht zijns broeders, die, door wereldliefde bezield en ongehoorzaam aan het deugdzaam voorbeeld zijner ouders, slechts met ergernis en afgunst de bijzondere hoogachting bemerkte, welke deze Simon toedroegen. Met misnoegen hoorde hij de lofspraak, die men altijd weer over dit kind des zegens ten beste gaf. Het schreeuwende contrast tusschen het uitgelaten en wereldsche leven des ouderen broeders en de ingetogenheid en zedelijke reinheid des jongeren, berokkende eerstgenoemde niet zelden scherpe terechtwijzingen; ja, de deugd en reinheid des jeudigen Simons waren stilzwijgende getuigen tegen des broeders afdwalingen, en deze besloot zich daarom te wreken.
Allereerst stelde hij alles in het werk om de onschuld van dezen vleeschelijken engel te belagen. Aangedreven door den Geest der duisternis, verblind door zijn hartstocht, wendde de oudere broeder alles aan, om Simon op een verkeerd spoor te brengen en liet het daartoe aan allerlei listen en kunstgrepen, aan gehuichelde vriend-
huis.
29
schap en vleiergen niet ontbreken. Hij stelde hem voor oogen hoe heerlijk de glans was der hooge eereposten in de wereld, waartoe hem zijne geboorte en zijne talenten het recht gaven, wanneer hij slechts gelijk andere menschen wilde leven; hij hield hem den ver-leidelijken beker der zoetheden van een vrij leven voor, in t kort, niets liet hij onbeproefd, niets vergat hij wat er toe kon strekken, een onervaren knaap, die de arglistigheid der wereld nog niet kende, te verblinden en te verleiden. Daar hij echter spoedig bemerkte, dat hij op den geest noch op het hart zgns broeders door de valstrikken welke hij aan diens onschuld legde, iets vermocht, nam hij zijn toevlucht tot kunstgrepen hem door de meest duivelsche boosheid ingegeven en besloot tot een soort van vervolging, die de trouw aan God van den jeugdigen Simon op de hardste proef stelde. Nu eens poogde hij hem in zijne godsdienstige overpeinzingen te storen door hem te plagen, terwijl hij zijne oefeningen in deugd en godsvrucht trachtte belachelijk te maken; soms ook ontzag hij zich niet, hem bij hunne ouders verdacht te maken, zijne vroomheid en deugdbetrachting hun voorstellende als huichelarij en zonderlingheid. Van verdachtmaking en laster ging hij eindelijk over tot verachting en beleediging, ja tot de ergerlijkste mishandelingen. God liet dit alles toe, om de buitengewone deugd van deze bloem, welke hij verkoren had tot een later sieraad van den Karmel, te beter aan het licht te doen komen.
De vervolging in het ouderlijk huis, deed Simon, wel verre van zijne vroomheid te schokken of zijne liefde tot de deugd te verzwakken, veeleer toenemen in wasdom der ziele. Zijn ootmoed, welke de kern en steun uit-
30
maakte zijner overige deugden, kwam bij al deze tegen-heden op \'t heerlijkst aan den dag, en God bediende zich er van tot vervulling Zijner bedoelingen. Den deugdzamen knaap was tot een heerlijke vreugde en voldoening t waardig bevonden te zijn om voor de eer van Jezus Christus, zviU goddelijken Meester iets te mogen lijden. Onder zijne harde beproevingen baarde bet hem slechts smart dat zijn broeder zoo verblind was. Hij bewaarde nochtans over diens beleedigingen en plagerijen het diepste stilzwijgen, uit vrees, zijne ouders op hem te doen vertoornen. Nadat hij te vergeefs beproefd had, hem tot betere inzichten te brensjen door zijn liefdevolle smeekingen en betuigingeuj door gebed en ootmoedig geduld, en daar hij bovendien vreesde voor de strikken welke de op zijne deugden naijverige wereld hetn reeds gelegd had, voelde zich Simon Stock machtig aangedreven, het ouderlijke huis te verlaten, en zijn heil te aoeken in een afgelegen woeste plaats , waar hij, ver van de gevaren en verleidingen dér wereld, en afgescheiden van de overige stervelingen, zich ongehinderd aan zijn vrome oefeningen en overdenkingen kon overgeven. Daar het voorbeeld van zoo vele vrome kluizenaars, wier leven hij dikwijls met groote stichting had gelezen en zijn bijzondere zin voor de eenzaamheid met dit plan overeenstemden, vatte bij het besluit op, zich in een naburig woud terug te trekken , dat voor zijn doel by zonder geschikt was. Vóór bij echter deze nieuwe levenswijs aanvaardde, wilde hij er zicb van overtuigen, of zijn voornemen niet misschien het gevolg was van zelfbedrog en of het wel overeenkwam met Gods heilige bedoelingen, waarom hij zijn toevlucht nam tot de H. Maagd, die in al zijne nooden zijn helpster was.
Dagelijks knielde hij voor baar altaar neder, om op
31
hare voorspraak deu wil Gods te vernemen, en smeekte zijne hemelsche schutsvrouw, hem bij het te nemen besluit te leiden en voor te lichten. Al spoedig vond zijn gebed verhooring en bekwam hij van de Moeder Gods de hernieuwde verzekering van haar bijzondere waakzaamheid over hem.
Een inwendige sfem betuigde hem, dat Maria hem tot Moeder en leidsvrouw wilde strekken bij zijn nieuwe levenswijs, tot welke hem de hemel riep; en aldus in zijn voornemen versterkt en bekrachtigd, gaf Simon Stock grootmoedig al de voordeelen, die hem de wereld ver schaffen kon prijs, en begaf zich naar een woeste plaats, waar hem God een woning had bereid.
3
HOOFDSTUK V.
SINT SIMON IN DE EENZAAMHEID. VEEZ OiKIK GE.V.
Toen Simon Stock zijne schreden richtte naar de woeste eenzaamheid, had hij nauwelijks den twaalfjarigen leeftijd bereikt. Door den Geest Gods geleid, wandelde hij in de voetstappen der volmaaktste kluizenaars, den heiligen profeet Elia en den heiligen Joannes den Dooper.
Tot het oord waar hij zich terugtrok, koos hij zich een uitgestrekt stuk grond, toebehoorende aan de heeren van Toubersville, in het graafschap Kent, in de nabijheid van Oxford. Yol vertrouwen op de hulp van haar . die hem haar geleide en bescherming had toegezegd, drong hij tot diep in deze wildernis, welke tot hiertoe geen andere bewoners had gehad als slangen en verscheurende dieren. Op zijn tocht stiet hij op een buitengewoon grooten boom, en daar hem de zich daarin bevindende holte een geschikte verblijfplaats bood, koos hij haar uit ter woning, om tegen de ruwheid van het weder en van het jaargetijde beschut te zijn. Deze holle boom werd tevens zijn Oratorium, dat hij versierde met een Crusifix en een beeld der H. Maagd, de eenige voorwerpen, die hg uit het ouderlijk huis had medegebracht, behalve zijn Psalmboek, zijn lievelingslectuur, waaruit hij in deze
33
wildernis den lof des Heeren zong, terwijl hij dagelijks het kleine Officium der H. Maagd bad.
Nadat hij deze holte aldus voor hem bewoonbaar had gemaakt, gaf hij zich geheel over aan de Groddelijke Voorzienigheid, die hij vertrouwde, dat voor zijn voeding, kleeding en andere levensbehoeften zou zorgen, zoolang het God mocht behagen hem in dezen toestand te laten.
In de algeheele afzondering en in de verborgenheid zijner bescheiden woning, scheen Simon Stock zich niet langer bewust, dat hij met-een sterfelijk lichaam was omkleed en even als de overige menschen aan de nooddruft des levens onderworpen was. Ongekookte kruiden, bittere wortelen, wilde vruchten, die in het woud groeiden; waren met het water dat er welde en dan nog wel bij kleine hoeveelheden, zijn eenig voedsel.
God evenwel, die een waakzaam oog hield over de behoeften van zijnen dienaar, verzachtte deze gestrenge onthouding door het toezenden van eenige stukskens brood door middel van een hond, die op wonderbare wijze daarheen werd geleid en door zijn instinkt herhaaldelijk terugkeerde, gelijk eenmaal de raaf, die den heiligen profeet Elia spijzigde in de woestijn. Gescheiden ^an den omgang met menschen, geheel der wereld en zich zei ven afgestorven, door de kracht en de grootheid zijns geloofs boven het zinnelijk leven verheven, alleen verkeerende met God, in voortdurende betrachting zijner heilige wet, leidde Simon Stock meer het leven van een engel dan dat eens menschen, en terwijl hij in de gestrengheid zijner afzondering reeds de zoetheden des hemels smaakte, loofde en prees hij nacht en dag de heerlijkheden van Jezus en Maria in de innigste vervoering van zijn vroom gemoed.
HOOFDSTUK V.
DE EENZAAUHKID. VEKZOIKIKGEN\'.
SINT SIMON IN
Toen Simon Stock zijne schreden richtte naar de woeste eenzaamheid, had hij nauwelijks den twaalfjarigen leeftijd bereikt. Door den Geest Gods geleid, wandelde hij in de voetstappen der volmaaktste kluizenaars, den heiligen profeet Elia en den heiligen Joannes den Dooper.
Tot het oord waar hij zich terugtrok, koos hij zich een uitgestrekt stuk grond, toehehoorende aan de heeren van Toubersville, in het graafschap Kent, in de nabijheid van Oxford. Vol vertrouwen op de hulp van haar, die hem haar geleide en bescherming had toegezegd, drong hg tot diep in deze wildernis, welke tot hiertoe geen andere bewoners had gehad als slangen en verscheurende dieren. Op zijn tocht stiet hij op een buitengewoon grooten boom, en daar hem de zich daarin bevindende holte een geschikte verblijfplaats bood, koos hij haar uit ter woning, om tegen de ruwheid van het weder en van het jaargetijde beschut te zijn. Deze holle boom werd tevens zijn Oratorium, dat hij versierde met een Crusifix en een beeld der H. Maagd, de eenige voorwerpen, die hij uit het ouderlijk huis had medegebracht, behalve zijn Psalmboek, zijn lievelingslectunr, waaruit hij in deze
33
wildernis den lof des Heeren zong, terwijl hij dagelijks het kleine Officium der H. Maagd bad.
Nadat hij deze holte aldus voor hem bewoonbaar had gemaakt, gaf hij zich geheel over aan de Goddelijke Voorzienigheid, die hij vertrouwde, dat voor zijn voeding, kleeding en andere levensbehoeften zou zorgen, zoolang het God mocht behagen hem in dezen toestand te laten.
In de algeheele afzondering en in de verborgenheid zijner bescheiden woning, scheen Simon Stock zich niet langer bewust, dat hij met-een sterfelijk lichaam was omkleed en even als de overige menschen aan de nooddruft des levens onderworpen was. Ongekookte kruiden, bittere wortelen, wilde vruchten, die in het woud groeiden; waren met het water dat er welde en dan nog wel bij kleine hoeveelheden, zgn eenig voedsel.
God evenwel, die een waakzaam oog hield over de behoeften van zijnen dienaar, verzachtte deze gestrenge onthouding door het toezenden van eenige stukskens brood door middel van een hond, die op wonderbare wijze daarheen werd geleid en door zijn instinkt herhaaldelijk terugkeerde, gelijk eenmaal de raaf, die den heiligen profeet Elia spijzigde in de woestijn. Gescheiden van den omgang met menschen, geheel der wereld en zich zei ven afgestorven, door de kracht en de grootheid zijns geloofs boven het zinnelijk leven verheven, alleen verkeerende met God, in voortdurende betrachting zijner heilige wet, leidde Simon Stock meer het leven van een engel dan dat eens menschen, en terwijl hij in de gestrengheid zijner afzondering reeds de zoetheden des hemels smaakte, loofde en prees hij nacht en dag de heerlijkheden van Jezus en Maria in de innigste vervoering van zijn vroom gemoed.
36
in verwarring te brengen. Hij weet echter zijne list met den schijn van het goede te bedekken en verandert zich in een engel des lichts. Simon werd door grooten angst aangegrepen voor de gevaren van den ongewonen weg welke hij bewandelde, verstoken van de genade der sacramenten, ontbloot van al de hulpmiddelen, die de kerk voortdurend den geloovigen schenkt, geen enkelen dag zeker, niet te zullen sterven in deze wildernis zonder eenige hulp of troost.
Door deze gedachte bestormd en bedrongen, komt onzen Heilige zijn nieuwe levenswijs hoogst gevaarlijk voor. Door vrees en droefheid overmand, had hij niemand, die hem bemoedigde, totdat eindelijk, na veel strijd, door de H. Maagd wier bijstand hij gedurig afsmeekt de verzoeking wijkt, dewijl zij hem heilzame gedachten ingeeft. Het voorbeeld der heilige kluizenaars, die God langs denzelfden weg geleid heeft, verlevendigt zijn vertrouwen, de herinneringen aan de genade waarmede God hem begunstigd heeft ten einde hem in zijn voornemen te versterken, hrengt hem tot rust; de bescherming eindelijk der H. Maagd, boezemt hem weder vertrouwen in en strekt hem tot een voor de pijlen der hel onoverwinbaar schild.
Beschaamd over zijne herhaalde nederlaag roept Satan zijn geheele boosheid ter hulpe. Daar zijne listige lagen niets hebben uitgewerkt, grijpt hij hem openlijk aan met volle geweld. Hij poogt zijne volharding door de gevaarlijkste verzoekingen aan het wankelen te brengen, ten einde de onschuld van dezen engel te verderven.
De herinnering aan de lichtzinnige gesprekken, die hij in het ouderlijk huis uit den mond van den op zijne deugd ijverzuchtigen broeder vernomen heeft; de gevaarlijke voor-
37
stellingen die de jonge wellusteling hem had voorgetooverd om hem op te winden; de slechte gedachten van zondige lust, die hij in hem had pogen te wekken, dit alles wordt levendig in zijne herinnering en alles wat de wellust aantrekkelijk maak bestormt zijn gemoed. Deze ergerlijke gedachten laten niet af hem te vervolgen, zijne verbeelding wordt verhit, zijne zinnen worden opgewekt, zijne ziel geraakt in verwarring. Aan hevige gemoedspijnigingen prijs gegeven, gelooft Simon Stock zich ondanks zijne woeste woonplaats en zijne zeer gestrenge wijze van leven reeds schuldig. Weinig in deze soort van strijd geoefend, schijnt het hem toe, dat de geest der onreinheid, door welke hij zijn hart voelt beroerd, zijn gemoed reeds bemachtigd heeft. Bij deze gedachte wordt zijn ziel met ontzetting vervuld. Hij smeekt den hemel om hulp, hij verootmoedigt zich voor God en smeekt onder zuchten en tranen de alvermogende genade des Verlossers af. Toen wierp hij zich voor zijn crusifix, met het aangezicht ter aarde, en met het levendigst gevoel van boete bezield en van heiligen afschuw van zich zelf, pleit hij op de barmhartigheid Gods. Steeds vol vertrouwen op Maria, neemt hij haar heilig beeld, omhelst het eerbiedig, drukt het aan zijn hart, bevochtigt het met zijne tranen en laat niet af, zijne machtige beschermster te bezweren hem haren Goddelijken Zoon ter ontferming te doen zijn, en hem te bevrijden van de aanslagen des vijands.
In heiligen afschuw van den schijn zelfs des kwaads, haast hij zich, aan zijn onschuldig lichaam de zonde te wreken, van welke God nooit de minste smet aan hem ontdekt heeft. Hij behandelt daarom zijn lichaam met nog grootere gestrengheid en voegt bij zijne dagelijksche boete, zware kastijdingen. Het rijt zijn maagdelijk vleesch
34
Het kon wel niet anders, of het geluk van dezen engel der woestijn moest al spoedig den naijver wekken van Satan. Deze Geest der duisternis zette alles in beweging om de rust zijner eenzaamheid te storen. Van alle zijden verhief zich de storm der verzoekingen en verduisterde de schoone dagen van genade en vertroosting, die onze jonge kluizenaar de woestenij tot een paradijs hadden gemaakt. Plotseling werd zijn geest door een menigte gedachten overstelpt, die zijne verbeeldingskracht verwarden en hem het hart verscheurden, terwijl zij hem op levendige wijze de droefheid schilderden en voor oogen stelden , waarin zijne geheele familie door zijn plotseling vertrek gedompeld was. Zijn verontrust geweten deed hem zijn vlucht telkens weer beschouwen als een onrechtmatige daad, die aanleiding zou kunnen geven voor ongegronde vermoedens, wellicht ook tot beschuldigingen tegen zijn broeder, wien men zou kunnen verdenken, dat hij door de geweldige ijverzucht welke hij jegens Simon had getoond, deze naar het leven gestaan had. Hij gevoelde zich reeds verantwoordelijk voor de — misschien wel zeer gestrenge — toorn zijner ouders tegen een ontaarden zoon, die een tweede Kain was geworden, alsook tegen alle die verdacht konden worden zijne medeschuldigen te zijn. Ten slotte beproefde de Verzoeker hem te overtuigen, dat zijn terugkeer het eenige middel was, dat vrede kon doen wederkeeren in het bedroefde hart zijner ouders, en het eenig mogelijke, om het zijner familie dreigende ongeluk af te wenden. Hij [was dus aan zijn geweten het doen dezer schrede verplicht.
Deze en dergelijke helsche beweeggronden hadden ongetwijfeld voor den jeugdigen kluizenaar iets zeer
35
overweldigends. De verblindiDg van den leugengeest werd echter door het licht des EL Geestes, welke onze Heilige bezielde, spoedig te niet gedaan, en hij overwon glorieriik deze eerste aanslagen van den hoozen vijand. Vast besloten een zoo heldhaftig pogen tot eiken prijs te doen falen, peinst Satan op nieuwe list en voegt bij de arglistige ingevingen, de meest treffende zinsbechoo-gelingen. Hij weet de verbeeldingskracht van Simon dermate in werking te brengen, dat het hem is, als ziet en hoort hij in zijne eenzaamheid zijne weenende moeder, die tot hem komt met dezelfde vertogen, welke zgne gedachten vervullen. Overal ontwaart hij zijne moeder, gelijk zij hem met roerende teederheid de levendigste verwijten doet en hem dringend smeekt, althans nog voor eenigen tijd in het ouderlijk huis terug te keeren, om de tranen zijner ouders te droogen, opdat zij, door zijne tegenwoordigheid vertroost, in vrede zouden kunnen sterven.
Deze tweede kunstgreep maakte aanvankelijk op Simon Stock den diepsten indruk. Zijn hart werd zoozeer bewogen, dat hij, verblind door de listen en lagen des verzoekers, er na aan toe was om het onderspit te delven. In dien geest heeft hij zich later tegenover eenige Karmelieten uitgelaten, hen verzekerende, dat hij bij deze gelegenheid slechts door de bijzondere hulp der H. Maagd aan de verzoeking was ontkomen, die hem de valstrikken des duivels deed onderkennen en hem door hare machtige bescherming daarvan bevrijdde.
De verwaten geest verdubbelde nu zijne pogingen, uit schaamte dat hij zich door een knaap in zijne eerste aanslagen zag overwonnen. Hij bedacht nu een nieuwen arglist en beproefde de ziel van oüzen Heilige opnieuw
36
in verwarring te brengen. Hij weet echter zijne list met den schijn van het goede te bedekken en verandert zich in een engel des lichts. Simon werd door grooten angst aangegrepen voor de gevaren van den ongewonen weg welke hij bewandelde, verstoken van de genade der sacramenten, ontbloot van al de hulpmiddelen, die de kerk voortdurend den geloovigen schenkt, geen enkelen dag zeker, niet te zullen sterven in deze wildernis zonder eenige hulp of troost.
Door deze gedachte bestormd en bedrongen, komt onzen Heilige zijn nieuwe levenswijs hoogst gevaarlijk voor. Door vrees en droefheid overmand, had hij niemand, die hem bemoedigde, totdat eindelijk, na veel strijd, door de E. Maagd wier bijstand hij gedurig afsmeekt de verzoeking wijkt, dewijl zij hem heilzame gedachten ingeeft. Het voorbeeld der heilige kluizenaars, die God langs denzelfden weg geleid heeft, verlevendigt zijn vertrouwen, de herinneringen aan de genade waarmede God hem begunstigd heeft ten einde hem in zijn voornemen te versterken, brengt hem tot rust; de bescherming eindelijk der H. Maagd, boezemt hem weder vertrouwen in en strekt hem tot een voor de pijlen der hel onoverwinbaar schild.
Beschaamd over zijne herhaalde nederlaag roept Satan zijn geheele boosheid ter hulpe. Daar zijne listige lagen niets hebben uitgewerkt, grijpt hij hem openlijk aan met volle geweld. Hij poogt zijne volharding door de gevaarlijkste verzoekingen aan het wankelen te brengen, ten einde de onschuld van dezen engel te verderven.
De herinnering aan de lichtzinnige gesprekken, die hij in het ouderlijk huis uit den mond van den op zijne deugd ijverziichtigen broeder vernomen heeft; de gevaarlijke voor-
37
stellingen die de jonge wellusteling hem had voorgetooverd om hem op te winden; de slechte gedachten van zondige lust, die hij in hem had pogen te wekken, dit alles wordt levendig in zijne herinnering en alles wat de wellust aantrekkelijk maak bestormt zijn gemoed. Deze ergerlijke gedachten laten niet af hem te vervolgen, zijne verbeelding wordt verhit, zijne zinnen worden opgewekt, zijne ziel geraakt in verwarring. Aan hevige gemoedspijnigingen prijs gegeven, gelooft Simon Stock zich ondanks zijne woeste woonplaats en zijne zeer gestrenge wijze van leven reeds schuldig. Weinig in deze soort van strijd geoefend, schijnt het hem toe, dat de geest dor onreinheid, door welke hij zijn hart voelt beroerd, zijn gemoed reeds bemachtigd heeft. Bij deze gedachte wordt zijn ziel met ontzetting vervuld. Hij smeekt den hemel om hulp, hij verootmoedigt zich voor God en smeakt onder zuchten en tranen de alvermogende genade des Verlossers af. Toen wierp hij zich voor zijn crusifix, met het aangezicht ter aarde, en met het levendigst gevoel van boete bezield en van heiligen afschuw van zich zelf, pleit hij op de barmhartigheid Gods, Steeds vol vertrouwen op Maria, neemt hij haar heilig beeld, omhelst het eerbiedig, drukt het aan zijn hart, bevochtigt het met zijne tranen en laat niet af, zijne machtige beschermster te bezweren _ hem haren Goddelijken Zoon ter ontferming te doen zijn, en hem te bevrgden van de aanslagen des vijands.
In heiligen afschuw van den schijn zelfs des kwaads, baast hij zich, aan zijn onschuldig lichaam de zonde te wreken, van welke God nooit de minste smet aan hem ontdekt heeft. Hij behandelt daarom zijn lichaam met nog grootere gestrengheid en voegt bij zijne dagelijksche boete, zware kastijdingen. Het rijt zijn maagdelijk vleesch
38
open met spitse doornen, kleedt zich in een vlechtwerk van distelen en brandnetels om den prikkel des vleesches af te stompen en de vurige aanzettingen van den onreinen geest door deze geestelijke wapenrusting af te weren. -£ls een kostelijk offer van den Heer om zijner reinheid wille, roept Simon Stock voortdurend den naam der Heilige Maria aan en door de alvermogende kracht van dezen door de geheele hel zoo gevreesden naam werd hij — gelijk hij zelf verhaalt — van deze vreeselijke verzoekingen verlost en trad hij zegerijk uit het strijdperk te voorschijn, waarin hem de duivel in de woestenij gelokt had.
Later toen de Heilige zich bij de orde der Karmelieten had aangesloten, vertelde hij zijnen broederen, om hun moed te versterken en hun vertrouwen op de macht der H. Maagd te verhoogen, de overwinning welke hij door hare hulp op den booze behaald had.
„De aanroeping van haren heiligen naamzoo zeide hij hun, „de enkele aanblik of de aanraking van haar heilige beeltenis waren voor mij in de droevige eenzaamheid een verkwikkende bron der vertroosting, mijn steun en mijn sterkte bij de pijnen des lichaams en de ver-zuchtigen van mijnen geest. Als ik den zoeten naam „Mariaquot; had aangeroepen, was mij alles aangenaam: honger, dorst en naaktheid, de ruwheid van het jaargetijde, de guurheid van het weder, de ongemakkelijkheid van de plek waar ik woning hield. Mijne algeheele verlatenheid, het gemis van alle troost en van allen menschelijken bijstand in den nooddrift des levens, alles werd mij dragelijk bij den zoeten naam „Maria.quot; Maria was mijn alles. De herinnering aan hare gunstbewijzen, de hoop op haren steun brachten bij mijne verwarring en onrust licht in de duisternis van mijnen geest en waren
39
mijn gemoed tot eene heilige zalving, welke de dorheid, de troosteloosheid, en het vervelende der dingen G-ods voor mij — een gevolg der langdurige verzoekingen — in staat was te minderen en te verzachten. Onder de bescherming van Maria werd mij de verzoeking ten zegen en een heilzamen prikkel, tot het nog ijveriger streven naar volmaaktheid.quot;
Inderdaad voelde onze Heilige, verwinnaar als hij was over den duivel en zichzelf, na eiken hier boven beschreven strijd de drang tot het gebed opnieuw in zich verlevendigen. Deze oefening, die steeds zijn hoofdbezigheid was, werd hem een rgke bron der vertroosting. De warmte zijner smeekingen openbaarde zich niet zelden door tastbare genadeblijken, die aan zijne oogen een stroom van tranen ontlokten en zijne gestrenge boete verzachtten. Zijn van onverdeelde liefde brandend gemoed was steeds vol van verzuchtingen der innigste liefde en van heilige begeerte naar den hemel. Dan scheen zijne tot innige vereeniging met God verheven en van den band des vleesches bijna ontbonden ziel haar vlucht te nemen ten hemel en naar het innerlijke der godheid, om daar de oneindige volkomenheden Gods te aanschouwen en in stille verrukking te aanbidden wat geen mensche-lijk oog gezien, geen oor gehoord heeft en wat nog nooit in eens menschen geest is opgekomen. Simon, die aardsche engel, was door de gestadige gebedsoefening in God verzonken en wanneer een enkele maal de eischen der natuur hem tot de aarde terug riepen, stelde hij die slechts ongaarne tevreden en betreurde het met Job, zich aan het dierlijk leven onderworpen te zien.\' Hii nam zelden voedsel, en dan nog zoo weinig, dat men op hem kon toepassen, wat de Verlosser van den H. Johannes den Dooper getuigde, dat hij gegeten noch gedronken had.
40
De oogenblikken van rust welke hij zich gunde waren even weinig als kort. Vermoeid en verzwakt door de inspanningen der boete, gunde hij zich, hoewel dan nog ongaarne, in zijn boomholte neergehurkt, of uitgestrekt op den bodem zijn lichaam eenige oogenblikken de rust der slaap, oogenblikken, die hij het onstuimig aandringen de natuur niet kon ontzeggen, om hem te wijden aan bet altijddurend gebed, dat hij nimmer verzuimde zelfs als hij scheen in slaap te zijn.
Een vreemdeling op aarde, leefde onze Heilige geheel vereenigd met God, in volkomen zelfverloochening en zelfs in algeheele vergetelheid van hel hem omringende. Sommige schrijvers berichten, dat de engelen hem gaarne gezelschap hielden en door hunne tegenwoordigheid zijn verblijfplaats tot paradijs maakten. Hier genoot hij de volheid des geestes en de heerlijkheden der genade in den omgang met God, en dat wel in dezelfde mate als hij van aardsche vertroostingen verstoken en van de overige stervelingen afgescheiden was.
In dezen tijd der genade en hemelsche gunstbewijzen verscheen hem ook de H. Maagd en ontving hij uit hare iuond de openbaring, dat God, die tot nu toe in zijn boetvaardig leven in de wildernis een groot welgevallen had gehad, thans wilde, dat hij het werk zijner heili-liging voleindigde, door wanneer de Karmelieten van Palestina naar Engeland zouden komen , zich hij hen aan te sluiten en hunne regelen aan te nemen. Zij voorspelde hem ook al de wederwaardigheden, welke hem en zijne orde gedurende zijn ambtelijk beheer zouden treffen. Zoo stelde hem Maria schadeloos voor zijn kluizenaarsleven, hem deel gevende aan de bittere kelk waarmee haar goddelijke zoon gedrenkt was.
HOOFDSTUK VI.
Simon veel\\at de eenzaamheid, zijn ziei.sijveb.
Twintig jaren waren onder de vertroostingen en ontberingen der wildernis verloopen, toen Sitnon Stock van de H. Maagd het uitdrukkelijk bevel ontving, de eenzaamheid te verlaten en zich gereed te houden, thans op een anderen weg de bedoelingen der goddelijke voorzienigheid ten uitvoer te brengen. Ondanks zijne groote voorliefde voor de eenzaamheid, gehoorzaamde hij de stem des hemels en kwam, ter hervatting zijner studiën te Oxford, bij zijne ouders terug. De overlevering bericht ons niets zekers omtrent de manier waarop Simon zich aan zijne ouders bekend maakte. Eene twintigjarige afwezigheid in de strengste ontbering doorgebracht, zal hem ongetwijfeld voor hen onherkenbaar gemaakt hebben.
Voorzeker zal hem de Geest Gods, die al zijne handelingen bestuurde een middel hebben gegeven om zich openlijk en behoorlijk te kunnen vertoonen, daar hij destijds slechts een bekleedsel van vlechtwerk bezat en de kleederen in welke hij in de woestijn was gekomen niets meer waren dan lompen.
Weldra zette nu Simon Stock zijne studiën aan de
42
Universiteit te Oxford weder voort. Hij studeerde met buitengewone vlijt in de Theologie, om eens in staat te zijn, het ambt te vervullen, tot hetwelk God hem geroepen had. Aanvankelijk ia de school des Heiligen Geestes geleerd, begaafd met natuurlijke talenten, kwam bij zijne studie alras aan het licht, hoezeer zijne gaven uitblonken en welk een hooge vlucht zijn genie kon nemen, terwijl ten duidelijkste de buitengewone kennis bleek waarmede God zelf hem had begenadigd in de woestijn. Met zulk een gelukkigen aanleg en zulke machtige hulpmiddelen toegerust, werd onze Heilige in korten tijd een diepzinnig Theoloog.
ï)e veelomvattendheid zijner kennis liet niet na al spoedig de algemeene aandacht te trekken niet alleen van de professoren en hen die met hem studeerden, maar ook van de voornaamste burgers der stad, die hem de hoogste achting toedroegen. Vooral de professoren namen met eerbied het werk waar door den Heiligen Geest aan Simon Stock gewrocht en moesten erkennen dat dit een wonder was van meer dan aardsche wijsheid. De beroemde Universiteit, vleide zich reeds, trots als zij was op den glans die van zulk een licht uitstraalde, door de verleening van den doctersgraad aan Simon Stock hem tot een hare schoonste sieraden te maken. Zijne ootmoed was hiertoe echter eene onoverkomelijke hinderpaal; ondanks hem herhaaldelijk deze eer werd aangeboden , bleef hij de aanvaarding daarvan beslist weigeren. Standvastig sloeg Simon de hulde af, waarmede men zijne buitengewone verdiensten en kennis wilde eeren. De tijd om dit licht onder de kandelaar weg te nemen, was nog niet gekomen.
Toen hij op de hooge roep, die er te Oxford van hem
43
uitging opmerkzaam en gewaar werd hoezeer deze eerbetuigingen in tegenspraak waren ^aet het onbekende leven in de eenzaamheid, dat hij ter eere Gods en ter eigen heiliging en volmaking geleefd had, vatte hij aanstonds het besluit op, deze wereldsche eergenietingen en lastigen bijvalsbetuigingen te ontvluchten, overtuigd als hij was, dat het niet anders de bedoeling kon zijn der H. Maagd, als om hem uit de eenzaamheid te roepen tot de taak, waartoe hij door Gods genade was uitverkoren. Dadelijk na zijne priester-wijding, in welke hij, als achtende die overeen te komen met den wil des hemels, bewilligde, keerde hij weder naar de afzondering der reeds eenmaal door hem bewonende wildernis.
Zijne eerste H. Mis vierde hij zonder bijzonder opzien, doch met innige toewijding en blijkbaren zegen.
Zijn steeds gestreng en geheel hemelsch leven, kenmerkte hem als een meer den aardsche mensch, welke niets van al het aardsche noch menschelijke van zijn voornemen kon afbrengen. Hij wandelde wel met zijn aardsch omhulsel onder de menschen rond, maar zijn geest en zijn hart behoorden den menschen noch de aarde toe.
Simon Stock bereidde zich bestendig voor op het vieren der heilige geheimnissen. Nog achtte hij zich niet rein en heilig genoeg om dikwijls tot het altaar te naderen. ■ Zijn levendig geloof boezemde hem zoo groote eerbied in en doordrong hem zoozeer van een heilig beven voor zulk een Goddelijke handeling, dat hij slechts zelden gedurende zijn verblijf in de wildernis de H. Mis las. Hij verliet zijn kluizenaars woonplaats in het jaar 1212, d. i. vijftien jaren na de van de H. Maagd betrekkelijk de overkomst der Karmelieten naar Engeland ontvangen openbaring.
44
Tot op dit üidstip begaf zich Simon Stock, gelijk een andere Johannes de Dooper, slechts van tijd tot tijd en al naar gelang hij daartoe aandrang in zich zeiven gevoelde , uit zijne afzondering om de lieden uit den omtrek hoete te prediken en bekeering. Hg verscheen dikwijls in de nabijheid van Oxford om de onwetenden te leeren, de ondeugd door de kracht zijner prediking te bestrijden, sommigen verlichtend door den glans van zijn hemelsch onderwijs, anderen versterkend in hunne liefde tot de deugd, door zijn voorbeeld krachtig werkend op de bekeering van alle zondaren en den weg des Heeren bereidend door het betoon van zijn heiligen ijver. Door dezen apostolischen arbeid werd onze heilige als van zelf voorbereid tot de veelomvattende taak, die korten tijd daarna onder de regeering van koning Jan hem tengevolge van den over Engeland uitgesproken ban op de schouders zou worden gelegd.
HOOFDSTUK VII.
Simons apostolische arbeid gedurende den ban over Engeland. De vruchten van zijn ijver.
De strijd, die zicli in het jaar 1207 tusschen Paus Innocentius III en den Koning van Engeland, Jan zonder land, verhief, werd helaas de oorzaak van groote beroering in Kerk en Staat. Het misnoegen, dat de Koning bij den Paus verwekte, had deze laatste gedwon. gen, over geheel Engeland een algemeenen han uit te vaardigen. De gevolgen van deze gebeurtenis waren algemeene verwarring en beroering, welke de vrome ijver van Simon Stock deden ontvlammen.
Onze heilige was getuige van de schandelen en wanordelijkheden van allerlei aard, aan welke hij zijn vaderland zag blootgesteld. Meer dan zes jaren zuchtte het onder den door den H. Stoel opgelegden ban en kon daardoor slechts gedeeltelijk genieten van de H. Sacramenten. De meeste geloovigen leefden zonder kerk, zonder leering, zender sacrament, zonder offer. De kerken waren voor de levenden gesloten en den gestorvenen werd de begravenis ontzegd. Overal werden de gemoederen in heftige beweging gebracht; overal woedde een verbitterende strijd, ontbrand door den toorn en de vertwijfeling
46
van een door zijne eigen hardnekkigheid geëxcommuniceerden vorst, die eiken dag gevaar liep nevens de liefde van zijn volk, zijn land te verliezen, dat bereids aan een vreemden vorst vergeven was. In de opwelling van zijn toorn en door wraakgevoel gedreven keerde hij de wapenen tegen zijn eigen onderdanen, en zich tegen den godsdienst en den H. Stoel allerlei gruweldaden veroorlovend, offerde hij aan zijne wraakgierigheid meer dan eens door onrechtvaardige vervolgingen de dienaars der Kerk, die moed genoeg hadden, hem de rampen toe te rekenen en te verwijten, welke hij door zijn hardnekkige ongehoorzaamheid over zijn volk gebracht had.
Met zooveel jammeren voor oogen, gevoelde Simon Stock in zich een grenzeloozen ijver ontbranden, en Engeland was getuige van het grootsche schouwspel dezen tweeden Elia, met heilige bezieling en ijver voor het huis Gods, alles te zien bestaan om dezen anderen Achab te bekeeren en zijn volk redding aan te brengen.
Zonder voorbeeld is de teedere zorg, met welke hij naar de schaapskooi der Kerk de verdoolde schapen deed wederkeeren, die sedert langen tijd zonder herder en zonder godsdienst waren geweest. Dag en nacht smeekt hij onder tranen en verzuchtingen de barmhartigheid Gods af, om de bekeering van den hardnekkig zon-digenden vorst te bewerken. Hij offert zichzelven aan de goddelijke gerechtigheid door de strengste boetedoeningen en biedt zichzelven als zoenoffer aan voor de zonden des volks.
Om zijnen gebeden nog grooter kracht bij te zetten neemt hij zijne toevlucht tot de H. Maagd, zijne beschermvrouw en middelaarster in de moeilijkheden des levens. Hij draagt aan haar de gebeden van alle aan
47
bare hoede toevertrouwden op door het korte maar krachtige gebed: „Alma Redemptoris Materquot;, dat hem door eenige schrijvers wordt toegeschreven , en dat hij waarschijnlijk bij deze gelegenheid vervaardigd heeft.
Dit door den geest der boete ingegeven en door het hoogste vertrouwen op de machtige steun der Moeder Gods gedragen gebed, had geheel het gewenschte gevolg, daar het door onzen Heilige en door allen die zich met hem vereenigden, met ijver verricht werd. Door de verluchtingen der innige liefde van den dienaar Gods en door de boetvaardigheid van het verslagen volk, liet zich de toorn des hemels verbidden. Terwijl alles zoowel aan het hof als onder het volk in verwarring was, en er geen uitweg of verzoening mogelijk scheen, daar de be-leedigde partijen zelf door hunne hardnekkigheid de grootste hinderpalen daartoe waren, terwijl de strijd van alle kanten met vernieuwde woede ontbrandde, zag men onverwacht den door Paus Innocentius III afgezonden Legaat Pandolph in Engeland aankomen om met Koning Jan over den zoozeer gewenschten vrede te onderhandelen.
Nauwelijks heeft Simon Stock van deze onverwachte gebeurtenis kennis gekregen, of hij begeeft zich onverwijld naar den Legaat en vermaant hem, den moed; ondanks de vele zwarigheden aan zijn zending verbonden, niet te laten zinken; hij wekt hem op, met vastheid en vertrouwen het ongelukkige land de tot standkoming des vredes te doen erlangen, en verzekert hem van de bescherming des Hemels. Door de raadgevingen van den Heilige en vooral door diens gebed gesterkt, begeeft zich de prelaat naar het hof. Het was een werk der goddeliike barmhartigheid, dat hem door het tegen Eome zoozeer verbitterde hof een conferentie werd. toe-
4
48
gestaan. Teen de Pauselijke gezant den koning al de ellende had geschilderd, die hem en zijn lijk bedreigde, wanneer hij in zijne ongehoorzaamheid tegen den H. Stoel volhardde, werden de tot nu toe door de hartstocht der wraak verblinde oogen des vorsten plotseling geopend. Hij, die de harten der koningen neigt en leidt, deed het gemoed van den ongelukkigen monarch zich ten goede wenden; de .koning bekeert zich en neemt zonder voorbeding alle voorwaarden tot den vrede aan, ja, hij doet meer dan men van hem verlangt heeft, hij gaat in zijne toegevendheid zelfs zóó ver, dat hij zijn persoon en zijn rijk als in leen aanneemt van den H. Stoel, hij wil daaraan schatplichtig worden en haast eich, de schade weer goed te maken door de halsstarrigheid der kerk van Canterbury veroorzaakt. Ten slotte drukt de koning op dit alles het zegel door een openlijke oorkonde, in welke hij uitdrukkelijk verklaart, dat hij deze offers brengt tot verzoening zijner zonden.
Hierop schreef hy aan Paus Innocenties III om dezen met zijne bekeering in kennis te stellen. De Paus wenschte hem wegens deze vrije onderwerping geluk, welke Z. H. toeschreef aan de genade die hem er toe bewogen, aan den geest Gods die er hem toegedreven heeft, waaiende waar hij wil. Tevens zond hem de Paus een anderen legaat, den Bisschop van Tusculum, die overal in processie ontvangen werd. Deze legaat hief op het verzoek des konings de ban plechtig op, die metr dan zes jaren geduurd had
Nadat de ban was opgeheven, begon Engeland opnieuw de zegeningen des vredes te genieten. Dankbaar prees men allerwege de goedheid des Heeren en overal werd getuigd, dat Simon Stock de schutsengel en redder des
49
vaderlands was. De goddeloosheid had een einde genomen en de vroomheid werd in eere hersteld.
Bemoedigd door deze uitkomsten, verlaat onze Heilige op aandrang van den legaat en van bijna alle En gelsche Bisschoppen voor goed de eemzaamheid. Met alle noo-dige volmacht toegerust, stelt hij het zich ten taak, de schade te herstellen, die alom in den lande door de gevolgen van den ban geleden was. Bij den aanblik van alles wat hiertoe vereischt werd, zet zich de liefde van Simon Stock als het ware tot hare volle spanning uit en kent zijn ijver geen grenzen meer. De geest des gebeds steunt en heiligt zijnen missionalen arbeid; even innig vereenigd met God op zijne apostolische rondreizen, als hij het was geweest in zgne afzondering, onvermoeid in het uitoefenen van zijn ambt, werd hij allen alles, om allen voor Christus te winnen. Groot en klein, geleerden en onge-leerden hoorden hem eerbiedig en vol vertrouwen aan als een gezant Gods, tot hen komende om hen den weg des heils te wijzen. De heilige zalving , de kracht, het Goddelijke vuur dat spreekt uit zijne gesprekken zoowel als uit zijne prediking, maakten op de geesten een levendigen indruk en drongen met wonderbare werking in de harten door. Alles draagt bij tot de vruchtbaarmaking van het woord Gods, dat hij verkondigt, en daar hem de genade van zijn ambt voortdurend bijblijft, verzamelt hij overal de rijkste vruchten, en de meest opvallende en treffende bekeeringen vermeerderen zijn geloofsijver.
Om de door Simon Stock verkondigde waarheden te bevestigen en de boosheid des Satans te beschamen, verleent hem de hemel de schatten zijner wijsheid en schijnt ham met geheel haar macht toe te rusten. In het bezit van de gave der voorspelling en van de proeving der
50
geesten, maakt hij hiervan een heilzaam gebruik, om de harten te verlichten en de zondaars op het pad desheils te voeren. Alvermogend bij de H. Maagd, verwerft hij de gunst van deze Moeder der barmhartigheid om door voorzeggingen de bekeering der zondaren te verwerven.
De aan zijne bevelen gehoorzame natuur verandert hare wetten. Ter beschaming der verblindheid, verkrijgen gekookte visschen, die men hem heeft voorgezet om zijne matigheid op de proef te stellen, op zijn gebed weder leven en beweging en geven door dit wonder getuigenis van den boetvaardigen geest des dienaars van God. Ter eere Gods en ter beschaming der hel, zoowel als ter verheerlijking van het heilig Altaar-sacrament maakt hij het teeken des kruises over het water, dat een duivelsche arglistigheid in de plaats heeft gesteld van den voor het heilig Misoffer bestemden wijn, en onmiddelijk is het water in wijn veranderd.
Simon toont zich overal de man Gods, steeds machtig in woorden en werken. Het is geen gemakkelijke taak, al de wonderbare vruchten te beschrijven, welke de Kerk van Engeland uit zijne zending geoogst heeft. Genoeg zij het, hier te zeggen, dat in korten tijd een algeheelen ommekeer plaats had, en dagen van heil en genade volgden op die van ergernis en droefheid, en dit alles door den arbeid van Simon Stock,
HOOFDSTUK VIII.
SrUON STOCK TREEDT IN DE OKDE DEll KA JIM ELI ETEN. ZIJN LEVEN ALS OKDE BROEDER.
Terwijl Simon Stock zich met dezen godgevalligen arbeid bezig hield, komt hem ter oore de aankomst van twee Engelsche heeren van naam, die, van de kruistocht terngkeerend, eenige Heremieten van den berg Karmel medebrachten, met het doel hun in Engeland een klooster te bouwen en daardoor in dat land hunne eerste vestiging te bewerkstelligen. Op het vernemen van deze tijding beijvert zich onze heilige, die van de komst dezer men-niken door de verschijning der H. Maagd reeds sedert vijftien jaren verwittigd was, het bevel des hemels op te volgen en in de orde te treden der Karmelieten.
Hun omgang en hunne levenswijze die geheel strookte met zijn gevoel en begrippen, vervulden Simon Stock met den zoetsten troost. Hij deelde hun de openbaring en het bevel mede, door hem van den hemel ontvangen, en vertelde hun alles, wat hij met betrekking tot hunne vestiging in Engeland van de Heilige Maagd had vernomen, als ook de moeilijkheden en bestrijdingen, waarmede zij te kampen zouden hebben.
Inderdaad kwamen de tweespalt tusschen de koning en de baronnes van het land en de onrust, die nog lang
52
na de opheffing van den ban in Engeland bleef voortduren , hunne vestiging geenszins te stade.
Op gunstiger tijden wachtend, gebruikte een dezer van den berg Karmel gekomen vrome kluizenaars, met name Eadulph Tresburn, een geboren Engelschman, die in zijn vaderland nog uitgestrekte goederen bezat, op den raad van Simon Stock een deel daarvan tot stichting van een hermitage in een woud bij Aylesford in het graafschap Kent. Zoodra de cellen gebouwd waren, trok zich onze Heilige in dit oord terug. Hier ontving hij uitde handen van den heiligen Alanus, destijds Prior van dit convent, het heilige ordekleed. Spoedig daarop legde hij zijne belijdenis af, wegens de dringende behoeften der orde bij hare eerste vestiging in Europa, ontheven van de beproevingen van het novitiaat.
Toen Simon Stock zich een lid wist van de familie der H. Maagd in de Orde der Karmelieten en zich voor altijd aan haren dienst gewijd zag, werd zijn hart van levendige vreugde en van den innigsten dank jegens zijne hemelsche Moeder vervuld. De eenzaamheid aan welke zijn apostolische arbeid hem gedurende eenigen tijd had ontrukt, trok hem nu opnieuw weder aan. Doch de rust die hij genoot, werd al spoedig gestoord door een geheel onverwachte gebeurtenis. Nauwelijks had men te Oxford vernomen, dat onze Heilige broeder der orde was geworden, of de Universiteit dezer stad, volkomen op de hoogte van zijn zeldzame talenten en verdiensten, deed haar invloed gelden bij zijne oversten, om zyn tegenzin in het verschenen onder de geleerden, te breken. Hij moest dus zijn ootmoed in nederigheid ten offer brengen aan de gehoorzaamheid.
Simon betrad weldra de collegezalen van de Oxfordsche Academie en men bestemde hem zonder verwijl voor den docterstitel in de Theologie. Zijne nedrigheid, die ei
53
altijd naar streefde zooveel mogelijk verborgen te blijven en allen glans van eer te ontvlieden, bracht er hem echter toe, van zijne oversten te verkrijgen, dat hij volstaan kon met den graad van Baccalaureus, en onmiddelijk daarop keerde hij naar de wildernis terug.
Uit vrees, dat men zijnen ootmoed zou willen geweld aandoen, en daar hg steeds werd gedreven door zijne voorliefde tot het kluizenaarsleven om zich alles te ontzeggen , wat hem daarvan zou kunnen afhouden, maakte hij gebruik van een gunstige gelegenheid, welke zich bij het stichten van een nieuwe hermitage in de wildernis van Norwich in Northumberland voordeed en die door de ijverige bemoeiingen van P. Radulph Tresburn, die meu ook tot Prior koos, tot stand was gekomen. Nauwelijks was deze hermitage ver genoeg gereed om eenige monniken te kunnen herbergen, of Simon Stock trok er met bewilliging van zijne Oversten heen, begeleid van drie andere kluizenaars, die van den berg Kar mei naar Engeland waren gekomen.
Vrij van alle zorgen en bemoeiingen, zwijgend en in zichzelven teruggetrokken, geheel aan zijne neigingen overgelaten, zag men onzen Heilige met de nauwgezette getrouwheid van een beginner en met bewonderenswaar-digen eenvoud zich oefenen in de voorschriften der orde, terwijl hij alles wat hem daardoor werd geboden of aangeraden, als de van God gegeven middelen en als door de kerk goedgekeurde heilzame grondstellingen beschouwde , die hem tot standvastige volkomenheid konden voeren. Hoewel hij zich boven allen verheven kon achten, zoowel wegens zijne edele afkomst, als door zijne schit-tere talenten en den grootea roep van heiligheid, die door zijne vele deugden reeds van hem was uitgegaan, zoo was nochtans de eenvoudigste nederigheid en de diepste
54
ootmoed het kenmerk van al zijn doen en laten. De geringe dunk, dien hij van zichzelven koesterde, deed hem zichzelven beschouwen als de minste onder de broeders. Hij was de armste, de nederigste, de boetvaardigste, even alsof hij ook de meest zondige ware geweest, aan wiens reinheid en heiligheid nog het meest ontbrak. Zijne klooster-deugden werden voor zgne broeders al aanstonds een helder stralend licht, het voorwerp van hunnen vromen ijver, en hij won er weldra alle harten door. Vervuld van de voltnaakste liefde en den diepsten eerbied voor diegene der vrome kluisenaars, die hem in hunne orde hadden opgenomen, eerde hij hen als zijne geestelijke vaders en had hij ze lief als de aangenomen kinderen, de bevoorrechte zonen der H. Maagd. Hij deelde met hen arbeid en ontbering. Hij offerde zich voor hen op en verhaalde hun zonder den minsten eigenwaan, alleen om hun zieleheil te vermeerderen, van de gaven, de openbaringen en de genade, die hij van den hemel ontvangen had. Men beschouwde hem trouwens niet als gewonen broeder, maar als den gemeenschappelijken vader en het toonbeeld, dat men volgen moest. Met heilige begeerte hoorde men naar zijne wijsheid alsnaar goddelijke orakeltaal wanneer deze man Gods bij de gemeenschappelijke heilige besprekingen en conferentiën den mond opende.
Het voorbeeld van Simon Stock en de overige monniken, deed hun getal dagelijks aangroeien en weldra had zich een tamelijk groote schaar van vromen in de wildernis gevestigd. Zulke verheven voorbeelden volgend, waren zij éen van zin en hart in de liefde tot Jezus Christus en bewandelden met vasten tred het pad der deugd, bij het volgen van de heiligen Simon strevende naar de hoogste volkomenheid.
HOOFDSTUK IX.
Simon wordt Vicaris gexeraal en verbreider van
de orde der Karm slieten.
Toen de tweede latijnsche generaal der Karmelieten, de H. Brocardus, van de wonderheden hoorde, die de genade onder de kluizenaars van Norwich en vooral aan Simon bewerkte, gaf hij zijn voornemen te kennen laatstgenoemde (in \'t jaar 1215) tot zijn coadjutor in het besturen der orde te benoemen. Reeds waren verscheidene hermitages en kloosters der Karmelieten door de vroomheid van eenige edellieden, die uit het heilige land waren teruggekeerd, in verschillende oorden van Europa gesticht geworden. Gedurende de kruistochten waren namelijk deze heeren in de gelegenheid geweest, het hemelsche leven der kluizenaars van den Karmel te leeren kennen en te bewonderen. Daar nu deze kloosters zich steeds uitbreidden, was het voor de goede orde noodig, oversten er voor aan te stellen, wier gezag met alle behoeften der broeders rekening kon houden en alle kleine ongeregeldheden in \'t reine kon brengen , zonder te behoeven met den Prior in overleg te treden, hetgeen de uit elkanderligging der verschillende kloosters geheel onmogelijk maakte.
56
Dientengevolge benoemde de heilige Brocardus in overleg met het algemeen Kapittel den H. Simon Stock tot zijne vicaris voor geheel Europa.
Deze benoeming had tweeërlei uitwerking : Was zij voor alle overige Karmelieten een oorzaak van vreugde en grooten troost, voor den ootmoedigen dienaar Gods was zij een reden tot droefheid. De Heilige wilde verborgen en onbekend in vergetelheid en eenzaamheid, de minste onder zijnen broederen en hun dienaar zijn, In zijn ootmoed greep zorg en schrik hem aan, toen hem zyne verkiezing tot zulk een gewichtig ambt werd bekend gemaakt. Het bewustzijn echter dat hij voor de verdediging en de uitbreiding der orde veel zou moeten lijden en het licht dat de hemel hem hieromtent toezond, deden hem tot de aanneming van het hem opgedragen ambt besluiten. De begeerte, de Kerk van God nuttig te zijn, de hoop, onder de bescherming der H. Maagd de steun en troost van den Karmel te worden, bij de gevaren die dezen dreigden en de tegenwerking die reeds van alle zijden het hoofd begon op te steken, het voorrecht, met de zonen van Maria den lijdensbeker te kunnen drinken, alle deze gronden deden hem berusting vinden in zijn offer en bemoedigden hem, tot het welzijn der kerk en ten bestwil zijner broederen zijn rust op te offeren.
De uitbreiding van de orde der Karmelieten in Europa, waardoor de aanstelling van een algemeenen Vicaris was noodig geworden, eischte in de gegeven tijdsomstandigheden daartoe een man van hooge begaafdheid, een man, die aan groote talenten ongemeene deugden paarde. God, die de keus tot dit ambt op Simon deed vallen, had in dezen op wonderbare wijze al de uitstekende eigenschappen vereenigd, welke daartoe gevorderd werden.
57
Hier is het de plaats, aan te halen, wat door Abraham Brovius, een beroemde schrijver uit de orde der Domi-nikanen, over den H. Simon Stock geaegd is,
„Simon Stock, van geboorte een Engelschman, uit de orde der Karmelieten, was een man van heiligen levenswandel en vurige liefde, bezield van medelijden met de ellende zijner naasten, voor allen toegankelijk, zich nederbuigend tot het zwakke en kleine, gestreng tegenover de hoogmoedigen, vol liefde jegens de boet-vaardigen, onbuigzaam evenwel voor hen, die bij hunnen slechten levenswandel bleven volharden. Hij wist men-schelijke zwakheid van ondeugd te onderscheiden, en naar gelang het noodig en geoorloofd was te verdragen en te straffen. Hij was een van den hemel begenadigde, een buitengewoon mensch, een profeet, een apostel, toegerust met de gave des woords, welks kracht en invloed, heilige zalving en goddelijke overreding bij machte waren, de Engelschen van het slechte pad op dat der deugd te voeren. Hij was een man van verheven geest, gezond oordeel, hoewel kloek, vol scherpzinnigheid en gevatheid in moeilijke aangelegenheden, vol onverschrokkenheid en onoverwinnelijk geduld bij de grootste tegenspoeden en hindernissen; een man eindelijk, bereid voor de eer Gods en de instandhouding van den godsdienst alles te ondernemen en alles te lijden en te dulden.quot;
De Heilige Simon Stock was nauwelijks tot het nieuwe ambt beroepen geworden, of de orde der Karmelieten had van alle kanten de scherpste aanvallen te verduren; de op de uitbreiding der orde ijverzuchtige hel bracht in het oosten zoowel als in het westen alles in beweging, maar onze Heilige was als verdediger en beschermer der orde volkomen op zijn plaats.
58
Na den dood van den H. Eurillus, derde latijnsche generaal van de orde der Karmalieten, werden de aanvallen der Saracenen steeds menigvuldiger, en de verwoestingen die zij alom in Syrië, Palestina en met name op den berg Karmel aanrichtten, dreigde de orde in alle deze streken dermate met vernietiging, dat de vijanden van den name Christi bijna alle kloosters en hermitages plunderden.
Daar hunne bewoners noch hunne vrome plichten meer konden vervullen, noch in rust en veiligheid leven konden, waren zij genoodzaakt, ten einde de vervolging te ontkomen, hun heil te zoeken in de vlucht. Verscheidene hunner gingen met toestemming hunner overste naar Europa, in de hoop, een toevluchtsoord te vinden in de streken , welke zij ten tijde der kruistochten verlaten hadden, bij welke gelegenheid zij zich bij de broeders van den Karmel hadden aangesloten, ten einde in hunne levenswijze te deelen. Aanvankelijk werden zij overal met de grootste liefde, zelfs met eerbied ontvangen en opgenomen , als de engelen der woestijn, als hemelsche mannen en eerwaardige belijders van Jezus Christus, die wegens hun ijver en hunne liefde voor den godsdienst uit hunne verblijfplaatsen verdreven waren, als glorierijke slachtoffers eindelijk van het geloof waarvoor zij zooveel geleden hadden. Iedereen had medelijden met hunnen treurigen en hulpeloozen toestand en verschafte hun levensmiddelen. Door de vrome mildadigheid alom geholpen, zagen zich de jonge kluizenaars al spoedig in staat, kloosters te doen verrijzen die aan de eischen hunner godsdienstige verrichtingen voldeden. Daar echter deze kloosters in korten tijd in aantal toenamen , wekte dit de ijverzucht op van den clerus en was hiervan een openlijke vervolging het uitvloeisel, waardoor zij bijna ten gronde gingen.
59
De booze vijand; die steeds met omwil de vroomheid der Karmelieten had aangezien, en de groote voordeelen vreesde, welke uit deze nieuwe kloosters voor de welvaart der Kerk en de opvoeding der kinderen kon voortspruiten, wist overal bij de menschen de ijverzucht wakker te maken en deze, zonder bewijs en onder voorwendsel van aanhankelijkheid aan de instellingen der Kerk, drongen er op aan, dat men de orde der Karmelieten als strijdig met het vierde Lateraan-Coccilie, zou onderdrukken en zoowel in het oosten als in het westen geheel zou uitroeien, daar het een nieuw gestichte en niet door de Kerk goedgekeurde orde was, hoewel dit vroeger en door zeer oude kloosters, zelfs in Europa, werd gelogenstraft. Op het mompelen en morren volgden openlijke betoogingen, zoowel in het oosten als in het westen zag men de Clerezy zich verheffen tegen de mannen, die kort te voren zoo liefdevol opgenomen en als gezanten des hemels begroet waren en met wie zij zich bereid had getoond te werken en te leven. Reeds verstoutten zich de verblinde ijveraars, door het zwijgen der opperste leiders gesteund, de trouwen dienaars openlijk tegen te streven, die onder de bescherming van den Paus en in de kracht Gods met den geest van Elia de Kerk waren ter hulp gekomen in een tijdsbestek, waarin zij dit het meest noodig had.
Overal pleegden de valsche ijveraars geweld en deden zij krachtige pogingen om datgene te vernietigen, wat zij zelf hadden helpen opbouwen. De kudde van Maria was er na aan toe ,■ verstrooid te worden en had in Europa van eenige door vooroordeel verblinde dienaars van Jesus Christus een bijna even zoo openlijke en wellicht nog gevaarlijker vervolging te dulden dan die, om welke zij
60
Palestina hadden verlaten, ten einde aan het geweld der-barbaren te ontkomen. Zoo werd de Karmel bedreigd met algeheelen ondergang en vernietiging.
Eeeds sedert lang was Simon Stock door een profetisch licht met deze wederwaardigheden in kennis gesteld geworden. Maria had hem gedurende zijn leven in de wildernis van al de beproevingen onderricht, waaraan zijne orde bij hare uitbreiding zou worden blootgesteld. Getuige van alles wat hij ziet geschieden, heft Simon zijn stem smeekend tot de goddelijke Voorzienigheid bij deze nieuwe beproevingen. Vol vertrouwen op de beloften des hemels hoopt hij , gelijk Abraham, tegen hopen bij de verdelging van zoovele slachtoffers door het zwaard der onge-loovigen op den Karmel en bij de heftige aanslagen daartegen in het Westen. Wel verre van bij het opsteken van den hevigen storm ontmoedigd te worden, arbeid onze heilige met alle kracht, ten einde het onweder dat boven de hem toevertrouwde kudde is losgebarsten, af te wenden. Als een trouwe, waakzame herder, hoedt hij de kinderen van Maria voor de aanslagen hunner vervolgers. De ge-heele Karmel, tot éenen geest vereenigd, doet op zijn aandrang ijverig gebeden ten hemel stijgen om in dezen treurigen toestand hulp te ontvangen van boven. Weldra laat de hemel zich door de tranen en zuchten der smeekenden verbidden en Maria zelf trekt zich hunner aan. Simon Stock zendt gezanten naar Honorius III, om hem met de onrechtvaardige vervolgingen der Karmelieten in kennis te stellen. De gezanten worden buitengewoon vriendelijk door den Paus ontvangen en de vervolgers voor zijn rechterstoel gedaagd. Aanstonds worden met het onderzoek der zaak twee commissarissen belast, die echter door hunne onhandigheid aanleiding geven tot nieuwe belagingen.
61
Honorius III verklaart echter, door eene wonderbaar vizioen voorgelicht, dat hij van de H. Maagd het bevel heeft ontvangen, de orde-regels der Karmelieten te bekrachtigen , en hen tegen de aanslagen hunner vervolgers in beschermiDg te nemen. Uit eigen overtuiging van de deugdzaamheid eener zaak, die de Moeder Gods op zoo zichtbare wijze begunstigd, brengt hij overwijld het bevel des hemels ten uitvoer door het uitvaardigen van een Bul, in welke hij het wettig bestaan van de orde der Karmelieten verdedigt en bekrachtigt en conform verklaart met de decreten van het concilie van Lateraan, terwijl hij de orde machtigt, hare stichtingen in Europa voort te zetten. Bij het verschijnen van den Bul werden de hoofden der tegenpartij verdemoedigd en volgens eene oude overlevering door eene treurige gebeurtenis door den hemel gestraft.
Na een zoo wonderbare, op de tegen den Karmel verbonden vijanden behaalde zege, gevoelde de heilige Generaal zich gedrongen dit klaarblijkelijke wonder der bescherming van de H. Maagd aan de nakomelingschap over te leveren, om daardoor de waakzaamheid barer zonen voor altijd levendig te houden. Met dit doel voerde hij de gedachtenis-feesten der H, Maagd van den Berg Karmel in, die de geheele orde elk jaar op den 16 Juli viert, op welken datum later door de Kerk het feest der broederschap van het H. Skapulier werd vastgesteld.
De vrede, waarin zich de Karmelieten van toen af mochten verheugen, duurde nochthans slechts tijdelijk. De orde werd van tijd tot tijd door nieuwe belagingen van de zijde zijner wederpartijen in onrust gebracht en had meermalen behoefte aan den ijver en de leiding van onzen Heilige. Ten einde de uitbreiding der orde in
62
Europa te bevorderen en hare rechten en privilegiën ongeschonden te bewaren, was het noodig dat hij al het aanzien dat hem de God zijns levens bij de menschen had doen verwerven, zoowel als zijne geschikheid tot het volvoeren der moeilijkste zaken, stelde tegen de herhaalde aanrandingen barer vijanden.
Toen Honorius III kort daarop overleed, haastte men zich een clausule in de Bul, die de zalige Paus den Karmelieten geschonken had, aan te grijpen, onder voorgeven, dat die zonder voorafgaand onderzoek was verleend geworden. De steeds waakzame Simon Stock evenwel wist de aanslagen van de vijanden des Karmels te verijdelen. Na een kanoniek onderzoek verklaart Gregorius IX de bestreden clausule voor de Karmelieten in gunstigen zin, bevestigt opnieuw de regelen hunner orde, staat hun weder het hun door die regêls toekomende recht toe, om zich een overste te kiezen, neemt de geheele orde onder de bescherming van den H. Stoel en verleend haar voorrechten en privilegiën met betrekking tot haar uitbreiding in Europa.
HOOFDSTUK X.
Het algemeen Kaïittel op den Kaemel. zesjarig verblijf van St. Simon in een grot van dezen heiligen berg,.
Nauwelijks begon de orde der Karmelieten in het oosten te herademen en de vruchten des vredes te genieten , welke haar door den arbeid en den ijver van onzen Heilige waren ten deel geworden, of het ontmoedigende bericht verspreid zich, dat de ongeloovigen herhaaldelijk invallen deden in Syrië en Palestina, alles verwoestende en de vreeselijkste gruweldaden plegend. Ontzachlijke benden der barbaren overstroomden de streken, waarin zich de kloosters bevonden en verwoestten alles te vuur en te zwaard. Alles scheen aan te duiden, dat het tijdstip gekomen was, dat de orde der Karmelieten, naar eene door den H. Eurillus enkele jaren te voren ontvangen openbaring in het Heilige land geheel zou vernietigd worden om naar voor haar bloei beter geschikte streken te worden overgebracht. Ten gevolge hiervan ontving onze Heilige van den H. Alanus, den toenmaligen Generaal der Karmelieten, het bevel, zich naar den berg Karmel te begeven ter bijwoning van het algemeen Kapittel, dat bijeen was geroepen, om de schade te
5
64
herstellen, welke in die streken van het oosten door het moorden der ongeloovigen geleden was. Dit treurig bericht doorboorde hem van weedom het hart en doet geheel zijn gevoel en zijn denkkracht in levendige span-ning komen. Bereid, om alles, ook zichzelven op te offeren voor de eer Gods en het heil zijner broederen en alles te doen wat strekken kan om der Kerk dit dierbaar kleinood te doen behouden, begeeft hij zich onverwijld op reis, zich aan het gevaar eener zeereis ondanks zijn hoogen ouderdom met moed en kalm te blootstellende Van het levendigst geloof bezield, ziet hij verlangend uit naar eene gelegenheid, om zijn bloed voor Christus te vergieten, en gaat hij met vrome vreugde de gevaren te gemoet, die hem wachten in een land, waar de ongeloovigen, door hunne woede verteerd, slechts dorsten naar het bloed der Christenen.
Na een voorspoedige zeereis komt hij eindelijkaanden voet van den berg Karmel aan. Met groote vreugde aanschouwt hij dezen heiligen berg, waarnaar zijn hart reeds zoolang verlangd had. Zijn geest verheft zich reeds tot zijne broeders en spoedig troost hij hen door zijne tegenwoordigheid en heft door zijne vroomheid hun gezonken moed weder op. Nadat hij hun de teederste bewijzen van de meest volkomen liefde gegeven heeft, haast hij zich, van de den Christen, niettegenstaande de krijgsonrusten in het heilige land altijd nog de toegestane vrijheid gebruik te maken om de heilige plaatsen te bezoeken. Hij ondernam deze vrome bedevaart met dat vertrouwen, dat men altijd slechts verwachten kan van de volkomen vroomheid eens rechtvaardigen, die door het geloof leeft en van een Christen, die in Christus gekruisigd is door de heilige gestrengheden zijns levens. Bij
65
den aanblik dezer zoo eerwaardige, door de geheimen van onze verlossing geheiligde plaatsen is Simon Stock met het levendigste geloof in God verzonken; hij is als bui-zichzelven en waagt het niet deze van hemelsche wierook geurende plaatsen te naderen. Zooals eens Mozes bij den aanblik van het brandend doornbosch, dat de majesteit Gods voorstelde neemt ook de heilige Simon uit eerbied zijne voetbekleeding af en gaat barrevoets binnen onder het vergieten van vele vreugdetranen, omdat hij deze door de tegenwoordigheid des Heeren geheiligde plaatsen bezoeken mag. Het hart van den Heilige is weldra van de gevoelens van het innigst berouw doordrongen , overstroomd van vreugde, liefde en dankbaarheid jegens tegen den Heiland, wiens dierbare herinneringsplaatsen zijne oogen allentwege ontmoetten.
Nadat Simon Stock er voldoende aandacht aan geschonken had, keerde hij naar zijne broeders terug. Hij verscheen onder hen als een man Gods, als een schutsengel , dien de hemel hun gezonden had om hen door zijnen wijzen raad te leiden en hunnen twijfel door de volheid zgner verlichting en de vastheid zijns oordeels te verjagen. Hij richt hen op in hunne vreeze en onzekerheden door zijn grooten moed en door de gunst, waarin hij bij de moeder Gods staat.
Het algemeen Kapittel verzamelde zich op den berg Karmel en men sprak over den algemeenen overtocht der broeders naar Europa. Dit eerwaardig gezelschap van de heiligste personen der orde, die grootendeels wonderen van boete, adelaars van beschouwing, op de wegen der volkomenheid welbekende mannen waren en van wie velen voor den naam Jezus reeds veel geleden hadden, was wel vereenigd in denzelfden geest, doch over het
66
te bespreken onderwerp niet eenstemming, Eenigen gedreven door heiligen ijver, die hen alles naar de mate van hun groot geloof en niet naar den geringen ijver hunners broeders, die in het geloof nog zwak waren, beoordeelen deed, waren van meening, dat onder de tegenwoordige omstandigheden geen van hen het heilige land verlaten mocht en dat men hun, zonder den godsdienst schade te doen, zelfs niet veroorloven mocht zich elders heen te begeven, om te vluchten; met andere woorden, dat zij zich niet aan de vervolging onttrekken mochten, waaraan de overige christenen in Palestina blootgesteld waren.
Doch het inzicht van deze ijverige kluizenaars werd, alhoewel het de vrucht van ware vroomheid en een schitterend bewijs van de grootte huns geloofs zijn mocht, door de vergadering als volkomen onpractisch en als een bron van onrust en onzekerheid voor vreesachtige zielen, bijna eenstemmig verworpen. Iedereen richtte nu zijne oogen op Simon Stock. Daar zijne wijsheid en zijne verlichting slechts vertrouwen inboezemden, ondervroeg men hem als het orakel van den Karmel. Hij werd de scheidsrechter van dezen heiligen strijd en men wacht vol vertrouwen op zijne beslissing om zich daaraan te onderwerpen. Hij spreekt met de geheele kracht en energie van eene goddelijke spraakzaamheid, als hij zware bedenkingen uit tegen dit voorstel en de bepaalde noodzakelijkheid aantoont om een tegenovergesteld inzicht te volgen, dat op de regelen van het christelijk verstand berust; het zou dus het beste zijn de vervolging te ontwijken uit vrees zijn geloof te verliezen en zeer slecht zou degene handelen, die, zonder uitdrukkelijk bevel van den hemel, zijn geloof aan het gevaar der vervolging
67
bloot zou stellen, daar toch Jesus in het Evangelie het voorschrift heeft gegeven: „Wanneer men u in eene stad vervolgt, vlucht naar eene andere.quot;
Onze heilige steunt zijn inzicht op de bekende, den heiligen christen ten deel gevallene openbaring, waarin deze man Gods verklaart, dat hij den ophanden zijnden ondergang der Karmelitenorde in het heilige land tengevolge van hunne door de legers der ongeloovigen veroorzaakte verhuizing en verplanting naar Europa van Maria ervaren heeft. De tegenwoordige verwoesting van bijna alle kloosters en hermitages der orde in het oosten en de wonderbaar snelle uitbreiding in het Westen trots de grootste tegenspraken, twee zichtbare gebeurtenissen, die het volkomenste bewijs voor de waarheid en echtheid der voorspelling leverden, moesten alzoo als een bevel des hemels aangezien worden, hetwelk men zoo nauwkeurig mogelijk opvolgen moest. Hierna besloot de heilige aldus: wilde men alle vromen aan den schrik der vervolging blootstellen, dan zou dit zijn God verzoeken en tegen Zijnen wil handelen; veel meer zou het onder de tegenwoordige omstandigheden de plicht der liefde en der gerechtigheid zgn, aan alle monniken het verlof toe te staan, zich in Europa een vrijplaats te mogen zoeken. Zoodra Simon Stock gesproken had, verleenden hem alle leden van het Kapittel bijval en waren spoedig van één inzicht. Zijn optreden en de door hem aangevoerde gronden werden allen, die deze verlichte vergadering bijwoonden tot richtsnoer en zoo werd tot eene algemeene verstrooiing besloten.
Ten gevolge van dit besluit scheepte zich een groot aantal vroomen, nadat zij van onzen Heilige nog aanwijzingen bekomen hadden, hoe zij zich in hunne onder-
68
nemingen in Europa te gedragen hadden, naar de verscheidene plaatsen, van waar zij gekomen waren, in, om aan de uitbreiding der orde mede te werken. Doch de vrijheid tot inscheping was niet van langen duur; want toen het volgende jaar Simon Stock zich gereed maakte om naar Engeland te reizen, hernieuwde zich plotseling van alle kanten de vervolging. De ongeloovigen, die zich sterker gevoelden, begonnen weder hunne aanvallen, en spoedig was er noch te land noch te water zekerheid meer. Alles zetten zij in vrees en schrik door hunne gruwzaamheid tegen de christenen, verscheidene vromen eindigden op den Karmel en elders door het zwaard voor den Christus hun leven. Zij, die aan de gruwzaamheid der Barbaren ontkomen waren, vluchtten in de stad Ptolemais waar het christelijk leger al zijne krachten tezamen getrokken had. Simon Stock, dien de goddelijke voorziening tot een ander soort martelaarschap bestemd had, bevond zich gelukkig onder bet getal dezer vluchtelingen.
Toen spoedig daarna de bronnen van Ptolemais door de ongeloovigen vergiftigd geworden waren, zag zich het christelijke leger met de inwoners der stad en allen die daarin gevlucht waren, aan doodsgevaar blootgesteld. Doch de hemel, die steeds voor het behoud van den christelijken naam waakte, gaf den bevelhebbers van het leger de gedachte in, Simon Stock en zijnen vromen eene afdee-ling troepen als bescherming mede te geven, om hen op de Karmel te geleiden, in de hoop het watergebrek door de Eliasbron te verhelpen, die naar eene oude overlevering van het land, iederen keer, wanneer de vromen door de ongeloovigen van dezen heiligen berg verdreven werden, op wonderbaarlijke wijze verdroogde en bij hunnen
69
terugkeer op hun gebed als door een nieuw wonder opnieuw rijkelijk begon te vloeien. Het wonder geschiedde werkelijk tot grooten troost van het christelijk leger, dat door deze goddelijke hulp weder kracht schepte en zich spoedig in staat zag, den vijand te wederstaan.
Na dit wonder, dat Simon Stock mede aanschouwd had en aan welker volbrenging hij door zijn heerlijk gebed had medegewerkt, verkreeg de Karmel door den steun van het christelijk leger al spoedig zijne rust weder en onze Heilige maakte zich dit ten nutte, door er zijn verblijf te verlengen, daar hij door de vervolging zich niet op zee begeven kon. Voor zijn afreis een meer gunstigen tijd afwachtend, wijdde hij zich geheel aan het gebed en de betrachting. Opgewekt door Gods geest, verborg hij zich in een grot van den berg Karmel, waar hij volgens een door verscheidene schrijvers vermelde overlevering, gedurende zes jaren een geheel rein leven leidde, in omgang met God alleen, dikwijls begenadigd met verschijningen van de heilige Maagd, die hem dagelijks met het wonderbare brood van den hemel spijzigde.
HOOFDSTUK XL
Terugkeer naar Engeland en verkxezing van Simon tot Generaal der orde. Vervolging en erkenning der Karmelieten als Mendikantenorde.
Nadat de door de Voorzienigheid bepaalde tijd gekomen was, wilde God door Simon Stock het groote werk der-uitbreiding van de Karmelietenorde in Europa voleindigen. Zes jaren had onze Heilige op den Karmel een kluizenaarsleven geleid, toen hij vernam, dat eenige Engelsche heeren na volvoering hunner gelofte, in het heilige land te dienen, zich gereed maakten naar Engeland onder zeil te gaan. Geleid door de hand, Gods, kwamen zij en stelden hem voor, hem met alle vroomen, die hem begeleiden wilden op het schip te nemen. Dit aanbod werd aangenomen. Toen nu de Generaal der orde, de zalige Alanus geen hoop meer koesterde zich in het heilige land op te houden en de door de ongeloovigen in Palestina verwoeste kloosters weder voor het grootste gedeelte op te bouwen, liet hij de reeds begonnen verhuizing der vromen rustig haren gang gaan. Nadat hij voor de rust en zekerheid der in Palestina terngblij venden voorzorgen genomen had, door dat hij eenen zekeren P. Hilarion als Vicaris achterliet, ging hij aan boord
71
van het schip met een groot aantal vromen, waaronder zich ook Simon Stock bevond. Zij werden met alle bewezen van eerbied en hoogachting door de Engelsche heeren opgenomen, die, meest allen getuigen van het wonder aan de Eliasbron, zich gelukkig achtten deze vrome ordebroeders by zich te hebben, daar zij door hun gebed eene gunstige vaart verwachtten. Zij werden in hunne verwachting niet bedrogen, want de Heilige Maagd, otn Wier machtigen steun door Simon Stock en zijne begeleiders gedurende de geheele reis gesmeekt werd, beschermde hunne vaart en zoo landden zij, trots de gevaren van eene met vele klippen dreigende zee en de voortdurende aanvallen van de zijde der ongeloovigen gelukkig in Engeland, waar zich deze vrome, van den Karmel gekomen kolonie in verschillende reeds in dit rijk gevestigde hermitages en kloosters begaf. De Generaal trok zich met Simon Stock in het klooster van Aylesford, een der twee grootste kloosters, die door de vrome vrijgevigheid van eenige Engelschen gebouwd waren, terug.
Onderricht van de vorderingen der orde sinds de laatste verhuizing der broeders, vatte de heilige Alanus, nadat hij den tegenwoordigen toestand der orde onderzocht had, het plan op, Simon Stock, op te dragen eene onderneming te leiden, wier gelukkig begin en de eveneens wonderbare vooruitgang uit alle oogpunten zijne geschiktheid voor de regeering der orde aanduiden. Zijn invloed bij de Moeder Gods, zyn liefhebbend hart, zyn moed bij zwarigheden wezen hem onder al zijne broeders aan als alleen in staat de laatste hand aan deze gewichtige onderneming te leggen en tot hare grootste volmaking te brengen. Alanus, de man Gods, voor de wereld en zichzelven gestorven, slechts meer bezorgd voor zijn zielenheil en
72
de belangen van Jezus Christus, besloot ten behoeve van Simon Stock afstand van het Generaalschap te doen en roep daartoe in het volgende jaar (1245) een Generaal Kapittel bijeen, het eerste, dat in Europa gehouden werd.
Toen de eerwaardige vergadering, welke uit alle oversten der orde bestond, het plan van den Generaal vernomen had, stemde zij zonder tegenspraak toe, en nadat zij zijn ontslag hadden aangenomen, kozen zij eenstemmig Simon Stock tot Generaal der orde. Het geheele Kapittel verheugde zich over deze keuze en gaf duidelijk zijne vreugde te kennen. Slechts onze Heilige was er over bedroefd en zijn buitengewone deemoed stelde alles in het werk om zich van deze waardigheid der orde te ontslaan. Te vergeefs voerde hij zijn hoogen leeftijd, zijne uitgeputte krachten, zijne geveinsde ongeschiktheid aan. Gedwongen in zijne verkiezing den vinger Gods te erkennen als wel het werk van den heiligen Geest en het bevel des hemels, zag hij zich genoodzaakt, aan de herhaalde beden en den aandrang zijner broeders toetegeven. Zijn ijver en zijne liefde overwonnen zijne deemoed en hij willigde eindelijk zijne verkiezing in. Toen bemerkte de Karmel, nadat hij in het grootmoedige bedanken van den zaligen Alanus voor het algemeene welzijn der orde een wonder van deemoed gezien had, met liefelijke vreugde de heldhaftige liefde van Simon Stock in zijne aanneming van het generaalschap, daar hij als tachtigjarige grijsaard zijne rust opofferde en de rest zijner dagen aan het welzijn zijner broeders wijdde.
Zoodra Simon de nieuwe waardigheid met al haren aanhang op zich genomen had, begon hij met de uitoefening zijner macht aan zijn eigen persoon. Van dat oogenblik, meldt ons de legende van zijn Officium, werd
73
hij strenger in zijne levenswijze. De zwakheden van den ouderdom niet achtende, voegde hij bij zijne gewone boetedoeningen nieuwe aftobbingen. Met den apostel bevreesd, bij de zorg voor het heil van anderen zelf verloren te gaan , tuchtigde hij zijn lichaam :door strenge en herhaalde kastijdingen. Hij stelde zich in staat, de verplichtingen van zijn beroep te vervullen , door iederen dag voor de fouten te boeten, die hij bij de groote teederheid van zijn geweten, daaraan meende te bemerken. Hij vermeerderde zijn nachtwaken in bestendig ijverig gebed, om daaruit de genade en de verlichtingen te scheppen, die hij alle dagen aan zijn broeders mededeelde. Als het volkomenste toonbeeld van de hem toevertrouwde kudde, toonde hij zich steeds de meest nauwgezette en getrouwste in de oefeningen. Door de kracht van zijn voorbeeld vervulde hij de vromen met liefde voor hunnen stand, terwijl zijne vaderlijke goedheid aan hun lijden en hunne behoefte het levendigste aandeel nam en voor alles liefdevole, vlijtige en werkzame voorzorgen trof.
Onder de regeering van Simon Stock kreeg de orde een belangrijke aanwinst en vonden er in Frankrijk eene menigte stichtingen plaats. Hiertoe droeg niet weinig de hooge waardeering bij, die Koning Lodewijk de Yrome toonde sinds hij de orde in het heilige land had leeren kennen. Op de reis van Egypte naar Phoenicië moest het koningsschip voor den berg Karmel een hevigen storm doorstaan. Daar hoort de vrome vorst de kloosterklokken luiden, hij werpt zich op de knieën en doet de belofte zich op den heiligen berg te begeven. De wind gaat liggen en de heilige Lodewijk vervult zijne belofte. Met vreugde door Vicaris Hilarion en zgne monniken ontvangen, wordt
74
hij in de orde opgenomen. Verrukt over alles, wat hij op den heiligen berg ziet, verzoekt hij om zes vromen en neemt hen mede naar Frankrijk (in het jaar 1253).
Joinville zegt;
Hij (de heilige Lodewijk) droeg zorg voor de broeders van den Karmel en kocht hun eene plaats aan de Seine bij Charenton, liet hun een huis bouwen en kocht hun kleederen, kelken en dergelijke zaken, die noodig zijn om den dienst onzes Heeren te verrichten.quot; De heilige monarch was zoo verbaasd over het engelenleven, dat de kluizenaars op den Karmel leidden, waar zij zich niettegenstaande de menigvuldige aanvallen van de Sara-cenen in de grotten van dezen berg staande hadden gehouden, dat hij zich haastte Frankrijk een rijk geschenk te maken, door de vromen van den Karmel in dat land te verspreiden. Hij werd in zijne verwachting niet bedrogen , want de hermitages, zeggen de geschiedschrijvers, uit dien tijd, vulden zich met tallooze engelen, die in sterfelijke lichamen woonden, zonder aan de aarde te hangen. Wildernissen veranderden in bloeiende landschappen en de steden riepen de nieuwe vromen binnen hare muren, die zich evenals zo(j vele apostelen op alle plaatsen van Frankrijk verhieven waar de heilige koning hun een woonplaats had ingericht.
Het hoofddoel van Simon Stock was sedert zijn Generaalschap daarop gericht, zijne broeders in de kloosters te .houden, die hun de Voorzienigheid na de hevige vervolging in het heilige land in Europa als toevluchtsoorden had aangewezen. Deze nederzettingen, welke van dag tot dag toenamen, richtten de geesten weder op en gaven aanleiding tot nieuwe plannen. Toen Paus Gregoriua IX gestorven was, brachten eenige tegenstanders opnieuw
75
de strijdige bepalingen in \'t midden, die in de Bul voorkwamen, welke genoemde Paus en zijn voorganger ten gunste van de Karmelietenorde uitgevaardigd hadden. Onze Heilige, die bevreesd was, dat de bel hiervan gebruik zou kunnen maken om de vromen te ontmoedigen, hunnen ijver te ver-zwakken, hen tegenzin in hun stand in te boezemen en den ge-lukkigen voortgang van de orde in Europa geheel tot staan te brengen , stelde zich met alle kracht tegen deze zoo gevaar-lijke aanvallen, want het deed hem veel leed, zijne broeders weder aan eene nieuwe vervolging te zien prijsgegeven.
Vol vertrouwen op de hulp des hemels door de voorbeden van de Moeder Gods, wier steun hem door zoo vele zichtbare bewijzen verzekerd was, wendde Simon Stock zich tot Paus Innocentius IV, die na Gregorius IX den Stoel van den heiligen Petrus beklommen had. Hij trad met hem door zijne afgevaardigden in onderhandeling en daar God naar de belofte van de Heilige Maagd het hart van den nieuwen Paus had voorbereid, verwerft Hij dadelijk van hem ten gunste van de orde alle voorrechten en privilegien, die noodig waren om de aanslagen der hel te verijdelen en den Karmel den vrede te verzekeren Alle hierop betrekking hebbende, van den heiligen stoel onder het Portificaat van Innocentius IV afgekondigde bullen konden voor de verbreiding der Karmaliten orde m Europa alleen hoogst gunstig zijn. Zij melden haren vooruitgang als wel de geschiedenis barer kloosters, zij prijzen de verdiensten dezer orde alsook haar nut voor de kerk en bieden de middelen aan om haar geheel buiten de vervolging barer tegenstanders te houden.
De tallooze door Simon Stock gedane stappen en zijn groot aanzien bij den heiligen stoel bewijzen duidelijk, dat de hand Gods met onzen Heilige was, en hem aan
76
iedere zijde bij deze gewichtigen onderneming leidde, terwijl zij steeds ten zijnen gunste op het hart van den Paus werkte. Onderricht van het wonderbare leven en de heldhaftige deugden van den man Gods, vatte Innocentius IV eene hooge meening van hen op en voelde eene zoo groote waardeering en een diepe vereering voor hem dat hij hem niets weigeren kon en al zijn verzoeken als bevelen Gods scheen te beschouwen. Zoo werden de verdiensten en de arbeid van Simon Stock gekroond en beloond, terwijl de Paus op iedere wijze zijne orde begunstigde en van iedere gelegenheid gebruikt maakte om den heiligen Generaal de oprechtste bewijzen zijner toegenegenheid te betoonen.
Na deze gelukkige uitkomsten door den heiligen Simon bij den heiligen stoel verkregen, die den Karmel den vrede verzekerde, deed onze Heilige zijn best den gver van Elias onder zijne scholieren te wekken, om hen nuttiger voor de kerk te maken. Volkomen naar de inzichten van den Paus boezemde hij hen ijver voor de studie in en veroorzaakte zoo een heiligen wedstrijd om de verwerving van alle voor apostolische mannen noodige wetenschappen, om waardig het heilige ambt te kunnen uitoefenen en voor het heil der ziel werkzaam te kunnen zijn. Om hunnen ijver te regelen en te onderhouden gaf Simon hun wijze voorschriften, waarin hij hen vermaant, zich. in hunne studiën geen ander doel voor oogen te stellen, dan het verkrijgen der ware wijsheid. Hij beveelt hun voornamelijk de lezing der heilige schrift en de studie der heilige vaderen aan, waarbij zij naar de aanwijzing van den apostel alle ijdele kritiek en spitsvondige onderzoekingen, die alleen den kostbaren tijd rooven en zeer tegen de algemeene leer der kerk zijn , zorgvuldig vermij-
77
den moeten. Hij vermaant hen, met de liefde tot de wetenschappen steeds de liefde voor hun beroep, de uitoefening der kloosterlijke deugden, den afkeer van en de verachting voor de wereld en de heilige strengheden der boete te verbinden. Hij vordert hen op, de uitoefening van den dienst, waartoe de kerk hen roept, met den geest des gebeds te ondersteunen en zich zorgvuldig te hoeden, ooit dezen dubbelen geest van Elias te verliezen, deze kostbare erfenis, welke de heilige Patriarch aan zijne eerste jongere broeders heeft nagelaten. Ten slotte moesten zij , terwijl zij anderen op het pad des heils leidden, op hunnen eigenen voortgang op den weg der volkomenheid bedacht zijn.
Onder de bescherming van den heiligen stoel vermeerderden de kloosters van dag tot dag en om met de bedoelingen der kerk strookende, de studiën te bevorderen en de uitoefening van den heiligen dienst te verlichten , veranderden de hermitages zich grootendeels in kloosters. Spoedig werd verzachting van eene artikelen der regels noodzakelijk. Toen hield onze heilige, geleid door den ij ver voor de eer van God en het heil der zielen het voor zijn plicht, dit bij den heiligen stoel te bewerken en vaardigde tot dit doel twee zijner vromen. Petrus en Reginald of Eainald af, om eenige bedenkingen hiertegen voor te leggen. Paus Innocentius IV schonk zijn ver-trouwen aan Hugo, Kardinaalpriester van St. Sabina en Willem, Bisschop van Antera, beide behoorende tot de orde der Predikbroeders, om de voorgelegde moeielijk-heden op te lossen en hierop verkreeg de heilige Generaal van den Paus een bul, welke de Karmaliten-regels verklaart, verbetert, hare gestrengheid verzacht in alles, wat aan de verbreiding der orde een beletsel zou zijnquot;of
78
aan de regels zelven schade zou kunnen berokkenen. Deze bul bereidde den weg tot het plan van den Paus (dat hij dan ook werkelijk kort daarop in 1245 volvoerde) om de Karmalieten onder de groote Mendikantenorden te tellen, die door haren stand de bestemming hebben, in de kerk het ambt van zielsverzorger in de hoedanigheid van hulppriesters uit te oefenen.
Van dien tijd af vermeerderde eene groote schaar vrome geloovigen, van alle kanten door den geest Gods aangetrokken, het getal der in bijna alle deelen van Europa reeds verbreide ordebroeders. De kloosters namen in zulk eene mate toe, dat spoedig verschillende provinciën gevormd moesten worden. Toen nu op deze wijze de Kar-mel in de kerk eene nieuwe gedaante aannam, zag onze Heilige zich genoodzaakt, aan de regeering zijner orde eenen nieuwen vorm te geven. Daar bijna overal het Coelibaat in plaats van het Kluizenaarsleven getreden was, zoo maakte hij bovenal wijze en vernuftige bepalingen, om op den duur een gelijkmatig leven in te voeren en zoo de afzonderlijke kloosters in den waren geest der orde te kunnen regeeren.
HOOFDSTUK XIL
Verschijning der allekiieiligste Maagd aan* Simon Stock. Hij brengt zijne tegenstanders tot
zwijgen.
Trots den steun van den heiligen stoel en de bemoeiingen van Simon Stock kon zich toch de Karmel nog niet over een volkomen vrede verheugen. Sedert twee jaren waren de Karmelieten als Mendikantenorde erkend geworden, doch deze erkenning had aan het stoken harer vijanden geen afbreuk gedaan. De monniken van andere orden hadden zich bij de geestelijken aangesloten en tot eiken prijs drorg men op de onderdrukking van deze „oosterlingenquot; aan.
Onze heilige Generaal wien het zeer goed bekend was dat menschelijke hulp een te zwakke steun is voor het bestaan van het grcote werk, waarvoor God hem uitverkoren had, denkt er nu aan in den hemel zelf steun te zoeken, om de órde buiten alle gevaar en tegen de aanvallen zijner vijanden in veiligheid te stellen. Ter. wijl de storm van alle kanten tegen den Karmel woedt) laat de heilige Simon, vol vertrouwen op Maria, niet na, haar te smeeken, zijne zaak in handen te nemen en da belangen te beschermen der familie, die zij als da
6
80
hare aangenomen en vele bij gelegenheden begunstigd had. Hij smeekt haar onder tranen en zuchten, de verdediging harer orde over te nemen, op openbare wijze de kudde, die zij hem toevertrouwt te beschermen en hem een bizonder voorrecht toetestaan, hetwelk, een sieraad van den Karmel, hem tegelijk »ls schild en wapen tegen de aanvallen der vijanden voor altijd dienen zou.
Trots zijn kinderlijk geloof in de besluiten der Voorziening, hield Simon niet op zijne smart aan Maria te klagen. Hiertoe vervaardigde hij het klinkdicht: Flos Carmeli, dat hij iederen dag bad; en dat, vertaald, aldus luidt:
„Bloem, volschooue,
Wiinstok, des Karmels pracht.
Die den Zone
Ons, God ter eere, bracht;
Hoog sijn uw wegen!
Hoor de tonen ,
\'t Lied, dat Uw reinheid eert,
Karmels zonen
Worde Uw gena\' vermeerd En uw zegen!quot;
Na eenige jaren aanhoudend bidden had Simon over-wacht de voldoening, verhoord te worden. Zijn gebed opent evenals als dat van Elias den hemel en bewerkt, dat de koningin des hemels nederdaalt. Maria bewijst haren trouwen dienaar in een heerlijk vizioen hare goedhe:d en hare macht, terwijl zij hem als het teeken van haten steun het heilige Skapulier overhan-
81
digt, dit kostbare genadegeschenk, dat sedert verscheidene eeuwen tot op dit huidige oogenblik een bron van de grootste wonderen en zegeningen is geweest, zoowel voor den Karmel als voor degenen, die daarmede bekleed waren. Deze voor den karmel zoo beteekenisvolle verschijning der allerheiligste Maagd welke door den Heilige zelf in een aan al zijne broeders gericht rondschrijven, gedateerd van den dag der gebeurtenis, bekend gemaakt werd, is door eene menigte schrijvers als echt bevonden geworden trots de herhaalde bemoeiingen eener boosaardige kritiek. Laten wij hooren, wat P. Petrus Swayngton, de begeleider, secretaris en biechtvader van den Heilige zegt.
„De heilige Simon,quot; zegt hij, „bracht, ofschoon gebroken door ouderdom en verzwakt door de gestrengheid van zijn boetvaardig leven, zeer dikwijls den nacht in gebed door, treurende in zijn hart over de ellende, waardoor zijne broeders bezocht werden. Toen hij zich eens in het gebed bevond, gebeurde het, dat hij van een hemel-sche troost vervuld werd, waarvan hij ons allen met de volgende woorden kennis gaf:
Zeer geliefde broeders!
Geprezen zij God, die diegenen niet verlaten heeft, die in Hem vertrouwen stellen en die niet versmaad heeft de beden zijner dienaren. Geprezen zij de Moeder Ouzes Heeren, die zich de vroegere dagen en droefenissen, wier last eenigen van u te zwaar en te drukkend scheen (terwijl zij niet genoeg bedachten, dat, wie vroom leven wil in Christus, vervolging lijden moet) door mijne tus-schenkomst heden woorden van troost tot u richt, die gij opnemen moet in de vreugde van den heiligen Geest.
82
Ik smeek dezen Geest der waarheid mijne tong te besturen , opdat ik op passende wijze spreke ea met de grootste trouw het werk van God en de gunst openbaar, die wij van den hemel gekregen hebben.
^ijjgn ik mijne ziel den Heere bloot gaf, ik, die slechts stof en asch ben en toen ik met vol vertrouwen de heiligste Maagd smeekte, nadat zij zich verwaardigd had ons met den glorierijken titel; „broeders van de allerheiligste Maagd Mariaquot; te vereeren, zij zich ook als onze Moeder en beschermster zou willen toonen, door ons uit onze benardheden te bevrijden en ons bij degenen, die ons vervolgden, in eer en aanzien te brengen door een zichtbaar teeken barer genade; toen ik met innig zuchten tot Haar bad; Karmels hloenn , wljnstoh aan bloesems rijk, Licht des hemels, Maagd, Moeder zonder wedergade, liefderijke, steeds maagdelijke Moeder, verleen den Karmel een genadeteelen,. Gij, o Ster der zeer Daar verscheen mij de zaligste Maagd met groot gevolg, en het kleed van de orde in de handen houdend, sprak zij tot mij: „Neem aan, mijn zeer gelief de zoon, dit Skapulier van uwe orde als het onderscheidingsteeken en hel bewijs voor het privilegie, dat ik voor u en voor de kinderen van den Karmel verkregen heb. Het is een teeken des heils, een behoedmiddel hi gevaren en het onderpand des vredes en van den bijzon-deren steun tot aan het einde der dagen. Wie daarmede
bekleed sterft, zal voor het eeuwig vuur gevrijwaard worden.quot;
De glorierijke tegenwoordigheid der zaligste Maagd verheugde mij bovenmate en daar ik den aanblik Harer majesteit niet verdragen kon, verliet zij mij, terwijl zij tot\' mij zeide, dat ik nu een deputatie aan den Paus lanocentius, den Vicaris van Haar Zoon moest sturen en deze niet zou nalaten ons uit de benardheden te helpen.
83
De Heilige besluit zijn schrijven met de volgende vermaning ; „Mijne broeders! Bewaart dit woord in uw hart en doet uw best uw beroep door goede werken in zekerheid te brengen en streeft er naar, nooit eene zonde te begaan. Zijt waakzaam en dankt voor eene zoo groote weldaad. Bidt zonder ophouden, opdat het woord, dat mij geworden is, in vervulling overga tot eer van de allerheiligste drieëenheid, des Vaders, Jezus Christus en des heiligen Geest, zoowel als der altijd gezegende Maagd.
„De zalige Simonquot; gaat P. Petrus Swayngton voort, „deelde dit aan zijne broeders, die door treurigheid gebogen waren in een troostrijken brief mede, dien ik, alhoewel geheel onwaardig, terzelfder tijd schreef, daar hem de man Gods dicteerde, om hen te vermanen door gebeden en voortgaan met goede werken God te danken.
Sedert meer dan zes honderd jaren hebben de woorden der zaligste Maagd, die zij tot Simon Stock gesproken had, zich woordelijk bewaarheid en zij zullen dat zonder twijfel doen tot aan het einde der dagen: Foedus pacis et pacti sempiterni. De geheele wereld is zoo te zeggen een groote schouwplaats, waar de hemel welbehagen schijnt te hebben, de goddelijke kracht van de aan het skapulier vastgeknoopte openbaringen van Maria aan het daglicht te doen treden. Om de wonderwerken van dit heilige kleed te vertellen, zou men alle tongen der wereld moeten bezitten, die de heilige Hieronymus voor zich wenschte om de deugden van de heilige Paula te verheerlijken. Het zijn wonderzaken, verbazingwekkend in hunne oorzaak, oneindig in hun getal, onomstootelijk in hunne waarheid. Voor dit wonderteeken verbreekt de natuur hare wetten, de gevolgen staan in omgekeerde verhouding tot hunne oorzaken. Dit wonderteeken bluscht
84
het vuur uit, stuurt het water terug, bedaart de vloeden der zee, houdt kogels en bommen tegen ; dooden wekt het tot levenden op, lammen worden genezen; ieder schepsel gehoorzaamt aan zijnen wenk, iedere macht onderwerpt zich aan zijn geweld, zijne kracht ontwapent den hemel. Hoe dikwijls heeft reeds het skapulier den bliksem afgewend en voor donderslagen bewaard ? Hoe dikwijls heeft het heftige verzoekingen verjaagd ? Hoe dikwijls werd niet reeds de vijand van het menschengeslacht bij den aanblik van het heilige kleed gedwongen , de ongelukkige zielen te verlaten, die de speelbal van zijne ijverzucht en de offers zijner gruwzaamheid waren ! Heeft niet reeds honderd malen de kracht van dit hemelsche gewaad de zeeën overschreden om in barbaarsche streken gevangene medebroeders te begeleiden, die daar zuchtten onder de dwingelandy van den vijand des christelijken naams ? Is het niet met hen in den diepsten kerker afgestegen om hen te troosten ? Heeft het niet ver-scheidenen uit hunne ketenen bevrijd om hen in hun geliefd vaderland terug te voeren ? Hoe dikwijls heeft de onschuldig verdrukte zijn heil uitsluitend aan dit kleed te danken gehad, heeft de veroordeelde misdadiger gezien hoe zijne martelwerktuigen zich in de instrumenten zijner bekeering veranderden en het skapulier de oorzaak zijner bevrijding werd ? Hoe dikwijls is de door roovers overvallen reiziger, die niets anders tot zijn verdediging had als het kleed van Maria, het gevaar ontkomen, goed en bloed uit de handen der roovers reddende ? Is er eene ziekte, wier geneesmiddel het niet is geweest, een giftdrank welks tegengift het niet is geworden? Bestaat er eene smart, die het niet verdrijft, een wond, die het niet heelt ? Hoe dikwijls werd het onverbrand in het vuur,
85
onbevuild te midden van vuilnis, onbeschadigd, ja, niet eenmaal bevochtigd midden in het water gevonden ? (Thomas Chais, Excellence de la devotion au Saint Scapulaire).
Hoe grootsch ook deze openbaring was, zij was toch slechts een deel van datgene, waarom Simon Stook gebeden had. Om hem geheel te verhoeren, deed de zaligste Maagd ten gunste van de Karmelieten en der medeleden van het Heilige Skapulier eene tweede belofte en ditmaal aan Paus Johan XXII. Toen deze Paus zien moest dat keizer Lode wijk de Beijer sedert langen tijd aan de invoering van het schisma in zijne staten arbeidde, werd hij daarover zeer bedroefd. Om het der kerk dreigende onheil af te wenden , bad hij nog inniger dan ooit tot den Heer. Toen hij eens zeer vroeg was opgestaan om naar gewoonte zijn gebed te doen, raakte hij in eene soort van verrukking en verscheen hem de Koningin des hemels, de troosteres der bedroefden, stralend van licht bekleed met den tooi der Karmelieten en beval hem de Karmelietenorde te bevestigen en de genade en de privelegen, die hem Haar Zoon in den hemel toestaat, op aarde aan te nemen en goed te heeten. De Paus kwam dit bevel na en vaardigde den 3en Maart 1322 den bul uit: „Sacra-tisaima uti culminequot;.
Doch laten wij de draad van ons verhaal weder opvatten. De verschijning der Heilige Maagd aan Simon Stock werd weldra overal bekend, waar zich ooit Karmelieten nedergezet hadden. Zij werd door een menigte wonderen bevestigd, die zich overal voordeden; en legde zoo den tegenstanders het stilzwijgen op. Deze begonnen langzamerhand de zoo zeer begunstigde mannen der orde met gunstiger oogen aan te zien, verscheidenen zelfs haastten
86
zich, aan het voortreffelijk privilegie deel te nemen, waar mede Maria hare orde had begenadigd.
De tallooze wonderen, die dagelijksch door de kracht van dit kostbaar onderpand en door de verbinding met den Karmel aan degenen geschieden, die vol vertrouwen den steun van de allerzaligste Maagd aanriepen, trokken de algemeenen opmerkzaamheid van groot en klein tot zich. Het heilige skapulier werd weldra het voorwerp der aandacht van paufen, van koningen en vorsten, van monniken en geestelijkheid, van geleerden en ongeleerden, van menschen van eiken stand en elk beroep. Zij allen vormden de beroemste van alle ter eere der zaligste in de christelijke wereld bestaande broederschappen. Het heilige skapulier werd in de handen van Simon Stock gelijk aan de geheimzinnige knods van David tegen den trotschen Goliath. De wondervolle kracht van dit kostbaar gewaad, waarmede Maria hare Kinderen bekleedt, uitgegaan, heeft zijne vijanden ter neder geslagen. God heeft zich met welgevallen van een schijnbaar eenvoudig middel bediend, om den trots der valsche wijzen dezer wereld te beschamen en de heiligsohennende aanvallen van die trot-sche reuzen teruggeslagen, die het ondernomen hadden den Karmel te vernietigen.
Na een zoo volkomen op dea vijand ouder aanvoering en leiding van Simon Stock behaalde overwinning, wilde de Karmel op zijn bevel zijne dankbaarheid tegenover de Hei lige Maagd voor eene zoo heerlijk genadeblijk vereeuwigen. Het vereenigde daarom het feest van het heilige skapulier met den reeds bestaan den feestelijken gedenkdag en stelde het op den 16en Juli, dezen in de geschiedenis der Karmelie-tenorde zoo merkwaard igen dag, waarop de heilige Generaal het heilige skapulier uit de handen van Maria ontvangen had.
87
Simon benuttigde den algemeenen vrede, waarin de Karmel zich scheen te verheugen om zich met de leiding der orde bezig te houden, en om hiervoor werkzame voorzorgen te nemen, verzamelde hij tweemaal in Engeland een Generaal Kapittel, het eene in het klooster te Ayles-ford en het andere te Londen. Deze beide vergaderingen waren zeer sterk bezocht, daar de Heilige de voornaamste personen van de Europeesche kloosters bijeen geroepen had om zich hunne wetenschap en hunne ervaring ten nutte te maken.
Bij alles wat hier geregeld werd, toonde hij zijnen ij ver, zijne wysheid en zijne liefde voor de goede orde. Zijn hoofd plan bestond daarin, verordeningen en bepalingen door deze raadsvergadering te doen aannemen, die hij bs-reids ontworpen had, om de levenswijze van de verschillende kloosters der orde te regelen. Nadat deze kostbare schat zijner wijsheid en vroomheid eenmaal de noodzakelijke sanctie, d. i. de goedkeuring der medeleden der vergadering verworven had, werd zij dadelijk tot algemeene en blijvende wet verheven. Dit was voor den Karmel een machtige spoorslag, den ijver zijner medeleden levendig te maken en de aanvang van een heilige wereldstrijd, wiens gelukkige werkingen de Kerk gesteund en getroost hebben.
Het tweede voorwerp der zorg vau Simon Stock bij deze vergaderingen was de keuze van de opperste hoofden der orde. Vooreerst koos hij den zaligen Nikolaus tot zijn Coadjutor en Generaal-Vicaris in het heilige land, opdat hij daar de kostbaarste overblijfselen der orde bekome, dan verving hij den P. lialph van Tresburn in het provincialaat van Engeland door den beroemden en eerwaardigen P. Hendrik van Arena, een geboren En-gelschman.
88
De groote voordeelen, welke de Karmel aan de heiligheid en de gewichtige dienstbetuigingen .van beide dankt, bewijzen het verstandige oordeel van onzen Heilige en zijne strikste trouw om aan de werkelijk waardigen de ordeambten toe te vertrouwen, daar hij niet lette op persoonlijkheden, maar alleen op het algemeen welzijn en den voorspoed zijner broeders.
Daar de uitbreiding der orde in Europa steeds toenam, verdubbelde Simon Stock ook zijne werkzaamheid en zijnen ijver. Hij trachtte de behoeften van zijne orde te leeren kennen en trof voor alles de ijverigste voorzorgen. Het geestelijke en tijdelijke welzijn der door zijne zorg en zijn werk reeds gegronde kloosters, de vooruitgang der nieuwe Conventen, die zich voortdurend onder zijn leiding vormden, waren het gewone onderwerp der beraadslagingen van het Generaal Kapittel. Bij alles wat St. Simon ondernam werd zijn ijver geleid door het licht eener lange ervaring en eene volmaakte schranderheid. Hij nam de meest wijze voorzorgsmaatregelen om de hindernissen te verwijderen en de zwarigheden ter zijde te stellen, die de geest der tweedracht onder den schijn van het goede bij de tegenstanders van den Karmel van tgd tot tijd te voorschijn riep.
HOOFDSTUK XIII.
Simon Stock begeeft zich naar het concilie van Lyon. Hij bezoekt de kloosters zijner heilige orde.
Zijn heilige dood.
Simon Stock legde eindelijk de laatste hand aan de gewichtige taak, die God hem had toevertrouwd. Door den hoogen roep zijner heiligheid, bezat hij bij de Pausen een onbegrensd vertrouwen. Op zijn verzoek werd hem door den Heiligen Stoel een belangrijk aantal bullen toegestaan, die alles bevestigden wat door het Generaal Kapittel onder de leiding van onzen Heilige besloten was geworden. Zoo werd het zegel op het groote werk gedrukt, de Karmel gevestigd en tegelijk onwankelbaar op zijne grondvesten gesteld.
Van nu aan vermeerderde onder de opperleiding van onzen Heilige de Karmelietenorde zoo wonderbaarlijk, dat reeds korten tijd na zijn dood tegen het einde van de dertiende eeuw, volgens de mededeeling van Willem, aartsbisschop van Tyrus, deze orde tegen de zevenduizend zevenhonderd kloosters of hermitages telde, wier bewoners dezelfde geschiedschrijver op honderdtachtigduizend rekent.
Simon had als een andere Abraham niet alleen den
90
troost, te zien, hoe zijn zonen, zijne jongeren zich Ter-meerderden , maar ook, hoe zij in de kerk schitterden als de sterren aan het firmament door den glans hunner deugden en het licht hunner wetenschap. Verscheidenen, die zich hem tot voorbeeld gesteld hadden, verschenen onder de geloovigen als wonderen van boete en als adelaars van de hoogste beschouwing, anderen, die als Simon met groote heiligheid hooge talenten vereenig-den , werden diepe Grodgeleerden en verkregen aan beroemde universiteiten den doctorstitel. Johan Pitsius beschryft in zijn boek: „Beroemde Engelsche geschiedschrijversquot; Simon Stock benevens eenige andere vromen zijner orde. De Kerk zelf bediende zich in moeielijke gevallen van hare wetenschap en hare talenten. De voornaamste dezer Godgeleerden begeleidden onzen heilige op het Concilie van Lyon, waarheen hij zich ingevolge eene uitnoodiging van den Paus in het eerste jaar van zijn Generaalschap met den gezant van Engeland begaf.
Hier ontmoette hij Innocentius IV, die zich sedert den strijd met keizer Frederik II in genoemde stad bevond. Simon vertegenwoordigde bij den Paus zelf de zaak van den Karmel. Eenige schrijvers voegen er bij, dat deze Paus vervuld van zeer bijzonderen eerbied voor onzen Heilige, onderricht van zijne gaven en zijne diepe geleerdheid en overtuigd van zijne hemelsche welsprekendheid , van hem verlangde, dat hij eene plechtige toespraak tot de vaderen van het Concilie zou houden. Men vermeldt zelfs, dat de beroemde Schot Eainald, een van de Godgeleerden der orde, waarvan Simon bij zijne gezantschappen aan den Heiligen Stoel zich reeds vroeger bediend had, door zijne grondige geleerdheid, zijne innige vroomheid en zijne zeldzame talenten zoodanig de ach-
91
ting van den Paus verwierf, dat deze hem tot de Kardinaalswaardigheid verheffen wilde en hem voor dit doel op de lijst voor de eerste bevorderingen stelde. De vrome ordebroeder stierf nog voor zijne benoeming.
Zeer vele vromen muntten ook in de verschillende functiën van het priesterlijk beroep uit. quot; Zij troostten en steunden de Kerk door de gelukkige uitkomsten en hunne apostolische werken. Hun onvermoeide ijver trok menigmaal de opmerkzaamheid van de Pausen en verschafte der orde welverdiende lofbetuigingen. Hoezeer het den Pausen er aan gelegen was, de Karmelietenorde te bevestigen, bewijzen genoeg de genaden en privilegies, die zij met volle handen ter harer gunste uitdeelde.
Den 26. Juli 1248 schonk Innoceatius IV aan de monniken van den Karmel eene breve, waarin hij alle geloovigen aanmaant, die vromen liefderijk op te nemen, welke hun klooster hadden moeten verlaten om in het Westen een toevluchtsoord te zoeken.
De gelukkige uitkomsten van Simon Stock versterkten immer meer zgnen moed en schonken zynen ijver nieuwe werkzaamheid. Daar hij nu nog meer de voleindiging van zijn werk zien wilde, nam hij het hooghartige besluit, de weinige krachten, die hem nog over gebleven waren, te gebruiken tot een algemeen onderzoek naar de orde, om met eigen oogen vóór zijnen dood de wonderwerken nog te aanschouwen, die God in den Karmel had volbracht. Nadat hij zijne vromen dikwijls in den geest bezocht en door zijne zalvende brieven getroost had, kondigt hij hun nu aan, dat hij zich gereed maakte om hen persoonlijk te bezoeken, om hen door zijne tegenwoordigheid en zijne lessen in hun beroep te sterken en vereenigd met hen de gevoelens van dankbaarheid aan
92
de allerzaligste Maagd, hunne algemeene Moeder, die hen met vertroostingen en weldaden overladen had, bloot te leggen.
Nadat onze Heilige zijn doel schriftelijk had medegedeeld, volgde weldra de uitvoering van het groote plan. Daar zag Europa met verbazing dezen heiligen grijsaard gebukt onder den last der jaren en verzwakt door zijn buitengewoon streng leven, met rusteloozen ijver en onvermoeiden moed de kloosters zijner orde bezoeken. Een vurige ijver sterkte de zwakte van zijn lijden. Bezield van het heilige vuur der liefde, ziet men hem in wonderbare haast land en zee doortrekken om zijn ambt uit te oefenen, overal de sporen van zijn pad nalatende.
Op deze algemeene rondreis richtte Simon Stock in een groot aantal steden als Brussel, Luik, Mechelen, Gend, Utrecht, Antwerpen in de Nederlanden, Perth in Schotland, Kildare in Ierland enz. ijverige Karmelieten-gemeenten op. Op deze wijze richtte hij ook in verscheidene steden als bijv. te Bordeaux de broederschap van het Heilige Skapulier op. De wonderbare stichting te Toulouse was, naar bericht wordt, eene vrucht van zijn gebed geweest.
Aan alle vromen deelde onze Heilige den ijver, die hem bezielde, mede, voedde hen om zoo te zeggen met de spijs van zijne vroomheid en leer, voerde de zwakken terug tot oefening der deugd door zijne vermaningen en voorbeelden, wekte den ijver van de anderen door lofredenen op de orde op en voerde ten slotte overal gelijkvormigheid in de regels in.
Het zou eene lastige taak zijn, al het wonderbare te vertellen, hetwelk God door den dienst van dezen aposto-lischen man op zijne moeielijke inspectie-reis bewerkt
93
had, of de groote voordeelen, welke voor de verscheidene kloosters uit dit bezoek voortkwamen, de genade en de onuitsprekelijke vertroostingen, waarmede de hemel alle vromen zijner orde vervulde, die het geluk hadden zich over zijnen geheel hemelschen omgang te verheugen.
„Wilde men in Simon Stock,1\'zegt P. Alexius,quot; slechts den Heilige zien, slechts den man van het gebed en dei-boete , zoo zou men zich zeer bedriegen. Wij kunnen bepaaldelijk zeggen: hij was een groot man, waarin de draagwijdte van het genie, de gedachtenkring, de rustige onverschrokkenheid van het karakter, de hooge plannen, die hij overigens wist uit te voeren, zich in gelijke mate toonden. Uitgekozen door de Goddelijke Voorzienigheid , was hij voor den Karmel datgene, wat hij zijn moest. Hij staat aan de spits van de beroemdste generalen van de Karmelietenorde.quot;
De heilige Generaal had het merkwaardigs, dat hij zijne geesteskracht iu volle frischheid tot aan zijnen dood bewaarde en men kan het nauwelijks gelooven, dat de werken, waarvan wij gesproken hebben, afkomstig zijn van eenen man, die zijn negentigste levensjaar overschreden had. Simon Stock kwam in den aanvang van 1265 te Bordeaux aan. Hier eindigde hij zijne reis en ook zijne dagen door eenen in de oogen des Heeren koste-lijken dood.
Nadat onze heilige Generaal de verschillende provinciën zijner orde doorgetrokken was, begaf hij zich in het klooster te Bordeaux, van waar hij een rondschrijven aan alle oversten der orde richtte, om hen voor het volgende jaar tot een Generaal Kapittel naar Toulouse op te roepen, waar hij de laatste hard aan de door hem afgekondigde verordeningen leggen en zich daarna van zijn ambt als
94
voorganger ontslaan wilde, om nu meer aan de eeuwigheid te denken.
God echter, die de werken van zijnen trouwen dienaar kroonen wilde, was zijn verlangen voor en riep hem tot zich. Kort na zijn aankomst te Bordeaux voelde zich Simom Stock uitgeput door de vermoeienissen zijner lange reis, gedurende welke hij zijn lichaam steeds met dezelfde hardheid en strengheid behandeld had, daar hij volstrekt geen acht sloeg op zijn hoogen ouderdom. Door herhaalde hevige koortsaanvallen was bij spoedig geheel verzwakt en den dood nabij gebracht. Zoodra zijne krachten begonnen at te nemen, gevoelde hij dat zijn einde nabij was. Hij wist den dag en het uur van zijnen dood voor uit en bereidde zich daarop voor als een Christen, of beter gezegd als een Heilige, steeds naar het hemelsche vaderland verlangende, als een mensch die niet meer voor zich zeiven leeft, maar alleen voor God in een geheel boven-aardsch levec, zooals de gerechtige, die door het geloof leeft, die den dood als een gewin beschouwt en Jezus Christus als zijn leven.
Het bericht van de ziekte van Simon Stock, de verzekering die bij zelf van zijn aanstaanden dood had gegeven, verbreidde zich van mond tot mond, ontroerde alle vromen en toonde hoe zeer hun het behoud van hunnen gemeenschappelijken vader aan het hart lag. Men zag in het klooster van Bordeaux van alle kanten eene menigte vromen aankomen, die doordroegen van de levendigste smart over het niet te vervangen verlies, dat orde in dezen tweeden Elia lijden zou, hunne tranen, hunne gebeden en hun smeeken met dat hunner broeders ver-eenigden, die het geluk hadden dezen heiligen Generaal in hun midden te bezitten. Toen Simon Stock zijne
95
laatste stonde naderen zag, bad hij vol innig verlangen, ten einde zich met zijnen God te vereenigen, om de Heilige Sakramenten, die hij met de gevoelens van het levendigste geloof en van de teederste en eerbiedwaardigste liefde ontving. In het bezit van dit onderpand van het eeuwige leven, vervuld van den geest Gods, spant hij dan zijne laatste krachten in, otn zijne broeders te troosten en zijne tranen met de hunnen vereenigend, richt hij aan de rond zijn bed staande vromen de volgende vermaning.
Zeer geliefde broeders!
God scheidt mi] heden van u, om mij in zijne groote barmhartigheid tot zich te nemen. Prijst met mij dezen God der goedheid daarvoor, dat ik met zijne genade gelukkig het werk volbracht heb, dat mij Maria, onze gemeenschappelijke Moeder, heeft opgedragen. Toont u als waardige kinderen van zulk eene Moeder door trouwe navolging van hare deugden, opdat gij Hare verdere gunst-betuigingen verdient. Moge uw ijver voor Haren dienst tot verheerlijking van God geraken! Draagt altijd met volkomen reinheid van lichaam en geest het heilige gewaad, waarmede zij u bekleed heeft, opdat zij door dit bijzondere genadeteeken u beschutte tegen uwe tegenstanders, van wie gij nog veel zult te lijden hebben. Vertrouwt echter op de beloften van de zaligste Maagd, die steeds bereid is u te helpen. Zij zal u eindelijk uit al uw ongeluk verlossen. Staat vast in het geloof dei-Kerk en blijft steeds in verbinding met den Paus, van wien wij de meest uitstekende bewijzen van welwillendheid verkregen hebben. Koestert eene groote liefde tot uwen stand, ziet toe met onverbreekbare trouw op alle heilige oefeningen, die wij van onze broeder geërfd hebben.
7
96
Voortdurende vuuroffers voor de oogen Gods door voortdurende toewijding van u zei ven, maken u waardig, menigmaal het heilige misoffer te volbrengen en aan zijce kostbare vruchten deel te nemen.quot;
Na deze vaderlijke liefdevolle woorden besloot de Heilige zijn testament door een daad van deemoed, die zijner grootmoedigheid alle eet aandoet: „Ik smeek den overste van het klooster,quot; voegde hij er aan toe, „dat hij, zoodra het God gevallen zal over mij te beschikken, mij bij de kerkdeur laat begraven, om voortdurend als een openlijke zondaar en een onnutte knecht door de voorbij gaanden met voeten getreden te worden tot verzoening voor de fouten, die ik gedurende het voorgangerschap aan mijne broeders begaan heb.
Aan een gloeiende koorts en hevige smarten prijs gegeven, offert zich dit kostbare slachtoffer van helden-geduld kalm aan God. In dezen offergeest, die hij zooeven zijnen broeders ingeboezemd had met kinderlijk vertrouwen om den bijstand zijner Moeder der zaligste Maagd smeekend, sterft Simon Stock den dood des rechtvaardigen, terwijl bij die woorden uitspreekt, welke de kerk bij den Eagelschen groet voegt: „Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons arme zondaars, nu en in de stonde van ons afsterven. Amen.quot; — Zoo toonde hij zich door deze huldiging tot zijnen laatsten ademtocht als een waardig broeder en een trouw kind van de zaligste maagd.Maria.
Uitgeput door ouderdom, ryp voor den hemel, gaf hij zijne schoone ziel aan God terug in het klooster zijner orde te Bordeaux den 16. Mei 1265. Hij was honderd jaren oud en had de orde een halve eeuw lang geregeerd, dertig jaren als Generaal Vicaris voor Europa en twintig jaren als Generaal van de geheele Karmelietenorde.
HOOFDSTUK XIV.
Heiligveiiklaring van Sijiox Stock doou Peïuus Roscid.v-val, Aaktsbisschop van Bordeaux.
Wonderen. Keliquiën.
Volgens zijn uitdrukkelijk verlangen werd Simon Stock bij de kerkdeur van het Karmelieten-klooster te Bordeaux begraven. Om den deemoed zijns dienaars te beloonen, verheerlijkte God zijn graf dadelijk door verscheidene wonderen, namelijk door een wonderbaar licht, dat men verscheidene dagen uit de begraafplaats te voorschijn zag komen. Nadat men den Aartsbisschop van Bordeaux, Petrus Eoscidaval, hiervan kennis gegeven had, begaf deze vrome Prelaat zich in het Karmelieten-klooster om zich persoonlijk van de wonderdingen te overtuigen, die men verhaalde. Er werden over alles, wat na den dood van onzen Heilige voorgevallen was, gerechtelijke inlichtingen genomen. Men opende het graf en nadat men het Heilige lichaam op het altaar had geplaatst, bewees hem de kerkvorst zijne huldiging, om de aandacht der vromen te bevredigen, die reeds van alle kanten toestroomden om de machtige voorspraak van Simon Stock bij God te verzoeken. De aandrang was zoo groot, dat men het lichaam van den Heilige drie dagen na elkander aan de openbare vereering moest overgeven, waarbij vele
98
wonderen geschiedden. Onder anderen werden twee lammen door de bloote aanraking van dit heilige lichaam genezen en legden zoo getuigenis af voor de glorie, waarover de ziel van Simon in den hemel zich verheugde. Ook werd eene in het kraambed gestorven vrouw weder in het leven teruggeroepen. Men verzekert ook, dat de oogenschijnlijk wonderbare gebeurtenissen, die toen voorvielen , een aanzienlijk getal bekeeringen ten gevolgd hadden. Gedurende de drie dagen, dat het heilige lichaam ia de kloosterkerk ten praal gesteld was, toonde het niet de minste sporen van bederf, doch gaf nog meer een liefelijken reuk van zich.
Nadat de openbare aandacht was bevredigd geworden, gaf de Prelaat order, dat het lijk van den heiligen Simon Stock op eene meer geschikte plaats zou bijgezet worden. Het volgende jaar veranderde men echter de kamer, die onze Heilige gedurende zijn oponthoud te Bordeaux had bewoond, in eene kapel en werden op bevel van den Aartsbisschop plechtig de heilige reliquien daarheen gebracht. Krachtens deze Ceremonie bewees men Simon Stock naar het gebruik van den tijd — zonder eenige andere formaliteit — de eer der Kanonisatie. Van dat oogenblik was het geoorloofd hem openlijk te vereeren, zoowel in de stad Bordeaux als in de geheele Diocese.
In het jaar 1276 werd de vereering van den heiligen Simon Stock door den Heiligen Stoel bevestigd. Paus Nikolaas III, gekozen in het jaar 1277, twaalf jaren na den dood van den Heilige, stelde, na de gerechtelijke onderzoekingen over het leven en de wonderen van onzen Heilige, zijn feest op den 16. Mei, zijn sterfdag, en stond toe, het jaarlijks in de Karmelietenkerk te Bordeaux met de H. Mis en het Officium eens martelaars te vieren.
99quot;
Naderhand gaf Paulus \'V drie Breven, waarin hij verordent, dat gezegd feest in alle Karmelietenkerken als Officium duplex gevierd moet worden en op dezen dag de christengeloovigen een vollen aflaat kunnen verdienen , wanneer zij voor de kapel van den Heilige het gewone gebed verrichten. Clemens X bevestigde denzelfden aflaat en bepaalde, dat het Officium van den heiligen Simon Stock in de geheele Karmelietenorde den rang „duplex majus cum Odava\' verkreeg. Sinds het jaar 1435 had de heilige Simon in de stad Bordeaux een eigen Officium en werd dat later door Kardinaal Bona erkend, door den Kardinaal-Prefect der Eiten-Congregatie Brancacio den 5. April en den 12. Mei 1672 onderschreven en door Paus Clemens X bevestigd, daarna echter door Paulus V aan de geheele Karmelietenorde toegestaan. Om de ge-loovigen tot een ijverige vereering van onzen Heilige, welke door de stoutmoedige kritiek van Launoy aangevallen werd, aan te moedigen, bevestigde Paus Inno-centius XI door twee bullen van 21 en 27 Mei van het jaar 1680 de hierop betrekking hebbende decreten van zijne voorgangers en richtte bovendien door den eerste ter eere van den heiligen Simon Stock eene broederschap op en stond haren medeleden verscheidene aflaten toe; in den tweede daarentegen verleende hij aan de kapel van den Heilige de genade van een geprivile-geerd altaar.
De Karmelietenorde van de oude richting viert het feest van den Heilige den ]6en Mei onder den Eitus duplex 2 classis met een eigen officium, de barrevoets gaande Karmelieten vieren het met denzelfden Eitus en met Octavo, doch zonder hun eigen officium, met uitzondering van de lessen (en de oratie.) De Diocese Bordeaux
100
viert het feest op den 17en Juli, zonder octavo en onder den Eitus duplex minus.
Verscheidene martelaarsgeschiedenissen maken melding van den heiligen Simon Stock en vereeren zijne deugden en zijne wonderen, onder anderen de Ecgelsche martelaars geschiedenis van Johan Wilson uit de viertiende eeuw, die van Johan Molan in zijne inlichtingen omtrent het martelaarschap evenals ook Dussausay in zijn martelaarschap van de Heiligen van Frankrijk.
De reliquiën van den heiligen Simon Stock zijn verscheidene malen onder verschillende kerken der orde in Frankrijk, Spanje, Duitschland Vlaanderen enz. verdeeld geworden. P. Vv\'r ill cm Costallo, Prior van de Karmelieten van Bordeaux , schonk in het jaar 1423 eenen arm van den Heilige aan de Karmelieten te Gend; maar deze kostbare reliqui verdween met de overige schatten der kerk in het jaar 1578 bij de door de ketters veroorzaakte onlusten. Ongeveer te dienzelfden tijd ondergingen andere reliquiën van den Heilige, welke tot daartoe in de kerken van Keulen en Brugge bewaard waren geworden, hetzelfde treurige lot. Intusschen vereerde men in de Karmelietenkerk te Valenciennes eenen vinger van de rechterhand van den Heilige. Deze kostbare reliqui, welke aan de woede der ketters ontgaan was, was in de jaren 1503—1578 het werktuig van vele wonderen geweest. Op dezelfde plaats zegende men ook onder aanroepen van den heiligen Simon Stock brooden. die menigmaal verscheidene wonderbare genezingen deden.
Tot het jaar 1595 werden uit de verschillende deelen van Frankrijk en Spanje menigmaal bedevaarten naar het graf van den heiligen Stock ondernomen, deels om zijne reliquien te vereeren, deels om zijne machtige voorspraak bij God te
101
smeeken. Onder de bedevaartgangers bevonden zich dikwijls hooge, door vroomheid en geleerdheid uitstekende personen en niet zelden heeft God hunne wenschen verhoord en hun geloof door wonderbare genezingen beloond. Toen men echter aanving eenige deelen van deze kostbare overblijfselen op de verschillende plaatsen in de genoemde landen te ver-deelen/ namen deze bedevaarten naar Bordeaux van lieverlede af.
Toen ia het jaar 1595 een beroemde doctor van de universiteit te Salamanca, een Spaansche Karmeliet, naar Bordeaux kwam, opende men het graf van den Heilige. Op zijn smeeken verkreeg hij van het heilige lichaam voor de kloosterkerk van Salamanca een scheenbeen en een rib voor de Karmelietenkerk te Valencia. Deze beide reliquiën zijn in Spanje steeds in groote eer gebleven. In Frankrijk werd ongeveer te zelfder tijde de Karmelietenkerk te Orleans met een rib van den Heilige vereerd. Men bewaarde ze in een kostbaar kastje en droeg ze jaarlijks op Pinkstermaandag als in processie in de stad rond. In het jaar 1617 kwamen op verzoek van den heer Markus Antonius de Gourgues de Karmelieten van Parijs eveneens in het bezit van reliquiën van onzenHeilige.
Na deze verdeelingen sloot men alles, wat van het heilige lichaam nog in Bordeaux gebleven was, in een kist van cypressenhout en stelde dezen op het altaar van den Heilige.
Men wilde deze kist, op de vervaardiging van een meer kostbare wachtend, een zoo schoon mogelijk uiterlijk geven en belastte een bekwaam schilder der stad Bordeaux, die in \'t geheim ketter was, den Heilige met al de hem toekomende attributen daarop te schilderen. Deze goddelooze man beging in zijn hoon op den gods-
102
dienst en de vereering van de Heiligen den euveldaad, den heiligen Simon Stock in eene groteske gedaante en belachelijke houding van het lichaam voor te stellen, om dit voorwerp der openbare vereering door het slijk te sleuren. Doch spoedig wreekte God de aan zijnen dienaar begane schande ; de ongelukkige kunstenaar werd lam; plotseling verdroogde de sakrilegiesche hand, waarvan hij zich bediend had om zijn smakelooze teekening uit te voeren. Zonder moeite begreep hij de oorzaak van deze treurige gebeurtenis, bekeerde zich en nadat hij zich naar het graf van den heiligen Simon Stock had laten dragen, riep hij onder tranen en zuchten de barmhartigheid van God in door de verdienste van onzen Heilige en verbeterde naderhand het werk van zijne goddeloosheid. Door een derde wonder kreeg hij met de gezondheid van zijn lichaam ook die der ziel terug, terwijl hij zich oprecht bekeerde en de ketterij afzwoer. Bij het overdragen der reliquiën geschiedden eveneens vele wonderen. Bijna op dienzelfden tijd voelde zich de hoogwaardige P. Eategui, Prior van het Karmelietenklooster te Bor-deaux op het uiterste gebracht door eene doodelijke ziekte, door de artsen opgegeven en zonder hoop op herstel, ten levendigste aangedreven, zijne toevlucht tot den heiligen Simon Stock te nemen. Hij liet zich in de kapel dragen en woonde de heilige mis bij, die men hier ter eere van den Heilige las. Intusschen beval zich de doodzieke, eene brandende kaars in de hand houdende, vol vertrouwen aan zijnen beschermer en na beëindiging van de heilige Mis was zijn gebed geheel verhoord, hij genas op eenmaal en kreeg zijne vroegere gezondheid terug.
Om dienzelfden tijd geschiedde op het verzoek van den heiligen Simon Stock een ander wonder aan eene dame
103
in Bordeaux, eene bloedverwante van de door zijne apologie voor de waarheid van het Heilige Skapulier tegen de Launoysohe kritiek in zijne orde beroemden P. Cheron. Deze vrouw had in het kraambed het leven afgelegd en werd door de artsen voor dood gehouden. Toen namen de verwanten in hunne troosteloosheid over dit treurig geval en bij gebrek aan menschelijke hulp — wel onderricht als zij waren van de wonderen , die zich dagelijks voordeden — hunne toevlucht tot de machtige voorspraak van onzen Heilige bij God. Zij deden eene gelofte en begaven zich in de kapel van den heiligen Simon Stock; hier werd tot diens eer het heilige misoffer opgebracht en dadelijk gaf de gestorven teekenen van leven en kreeg haar vroegere gezondheid terug.
Deze wonderen werden als authentiek verklaard en de gerechtelijke onderzoekingen hieraan op verzoek van den Generaal der orde in het jaar 1671 naar Rome gezonden.
„In het jaar 1626 leefde te Botzen in het graafschap Tyrol een heer, genaamd, Gaudentius Bosch, die na een veeljarig huwelijk wegens onvruchtbaarheid zijner gemalin kinderloos was en geen hoop koesterde, ooit een en erfgenaam voor zijne goederen te bezitten. Daar hij van de wonderdaden gehoord had, die God door de verdienste van den heiligen Simon Stock , dezen lieveling van de Moeder Gods, verrichte, legde hij in de hoop, door zijnen voorspraak de vervulling van zijnen wensch te bekomen de gelofte af, hem ter eere een kapel te bouwen; en daar er toen in dat land geene Karmelieten waren, koos hij het huis van de Dominikanen te Botzen uit, om daar zijne belofte na te komen: hij liet in de nabijheid der kerk eene prachtige kapel bouwen en haar ter eere van den heiligen Simon Stock, hunnen trouwen
104
dienaar inwijden. De daar rondgaande door de P. P. Dominikanen bevestigde overlevering zegt, dat zoodra de kapel voleindigd was, de wenschen van den vromen
heer verhoord werden, zijne vrouw ontving en _ wat
bijzonder merkwaardig was — de klokken der kapel luidden van zei ven alsof zij dit geschenk van den hemel verkondigden en de gade werd na verloop des tijds gelukkeg van een kind verlost, hetwelk de troost zijner familie werd.quot;
pIn het jaar 1769 deed eene vrouw, die sedert zeven maanden zwanger was, eenen ongelukkigen val, die den dood van het kind, dat zij onder haar hart droeg, veroorzaakte. Daar zij van het kind geen levensteeken meer vernam, gaf zij zich geheel aan hare smart over, zeer bedroefd over het dubbele (geestelijke en tijdelijke) verlies van hare lichaamsvrucht en voortdurend beangst door de vrees voor eenen nabijzijnden dood, daar zij toch een dood kind in den schoot droeg, Dag en nacht bracht zij in tranen door en leidde een ziekelijk bestaan, dat natuurlijk spoedig had moeten eindigen, indien de hemel niet de behulpzame hand geboden had. In haren treurigen toestand was haar hare vroomheid de eenige steun. Zij stelde zich onder den steun der zaligste Maagd, deed Haar eene gelofte en van toen gevoelde zij hevigen aandrift, den heiligen Simon om zijne voorspraak aan te roepen. De naam van dezen Heilige, die haar tot dusverre onbekend was geweest, kon haar niet meer uit de gedachten komen; het kwam haar voor alsof zij eene stem hoorde, die haar geduld insprak naar het voorbeeld van den heiligen Simon Stock, dezen trouwen dienaar van Maria. Zij gevoelde nu haar hart door buitengewone vreugde bevangen; hare smart verminderde, hare vrees
105
verdween. Vol vertrouwen op den bijstand van den hemel, wachtte zij geduldig het einde der zaak af en nadat zij twee maanden lang dit doode kind in het moederlijk lichaam gedragen had, werd zij gelukkig zonder eenig gevaar verlost. Ik weet deze daadzaak van den persoon zelven, die haar ontmoet heeft en zich nog in leven hevindt. Ik bezit daarvan een uitvoerig bericht in eenen door hare hand geschreven en gezegelden brief. Deze dame, steeds vervuld van de gevoelens van de innigste dankbaarheid en doordrongen van volkomen vertrouwen op den heiligen Sknon Stock, haren beschermer en weldader, heeft verdiend een stukje van het hoofd van dezen Heilige te verkrijgen, dat zij steeds in een zilveren kruis, waarin zij het heeft laten zetten, vol eerbied bij zich draagt.quot;
Toen in het jaar 1663 de zeer hoogwaarde Generaal der Karmelieten, Hieronymus Ari het klooster te Bordeaux bezocht, gaf hij order, de reliquien van den heiligen Simon Stock in zilveren kastjes te sluiten. Het hoofd bracht men in een zilveren buste en een kinnebak in een kastje van hetzelfde metaal. Het overige legde men in eenea zilveren kist, versierd met edelgesteenten en beelden, die de door Simon Stock zoowel in zijn leven als ook na zijnen dood bewerkte wonderen voorstelden. Deze kist plaatste men op het altaar van den heiligen Generaal der orde. Op de hoogste feestdagen zette men op het hoogaltaar de buste van den Heilige, terwijl het zilveren kastje met de kinnebak de bestemming kreeg, op verzoek naar de zieken van Bordeaux gedragen te worden. Vroeger geschiedde dit dikwijls; dit toont, hoe groot toen ter tijde de vereering en het vertrouwen op den heiligen Simon Stock was en bewijst aan den anderen kant tegelijk de dankbaarheid van de
106
burgers, door wier milde gaven zoowel de kapel als ook het reliquiënkastje tot stand gebracht werden.
In de dagen der revolutie van 1793 verborgen zekere personen de heilige reliquien en toen Monseigneur d\'Aviau de broederschap van het Skapulier in de Domkerk liet overbrengen, bracht men ook het gebeente van den Heilige daar heen en werd de authenticiteit zorgvuldig geconstateerd. Dezelfde Prelaat bewerkte in het jaar 1820 bij Paus Pius VII dat het reeds door Nicolaas III (1277—1280) toegestane feest van den Heilige voor de Diocese Bordeaux tot een festum duplex verheven werd.
Wij willen hier niet het herstel der Karmelieten in ïrankrijk verhalen. Wy merken slechts op, dat vijf jaren na hunne aankomst te Bordeaux (1846) de heer abt Dudouble, Aartspriester van de Kathedraal aldaar, den P. Alois van het Heiligste Sakrament, uit de kist van den heiligen Simon Stock voor het Novitiaat van de Karmelieten eene reliqui schonk.
In het jaar 1864 begaven zich twee barrevoet-Kar-melieten P. Augustinus en P. Sebastiaan, begeleid door Engelsche leeken van Londen naar Bordeaux om een scheenbeen van den heiligen Simon Stock in ontvangst te nemen. De kist, welke de beenderen van den Heilige bevatte, was in de Altaartumba van Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel in de domkerk bijgezet geworden. Men opende haar den 2. April 1864 en gaf een geheel scheenbeen aan de Karmelieten van Engeland. Deze kast moet na den 7, November 1816 niet meer geopend zijn geworden; nu weet men niet of de door den heer Dudouble aan den P. Alois geschonken reliqui in het jaar 1816, of zooals eenigen beweren, in het jaar 1846 er uit genomen werd.
107
Voor P. Augustinus naar Londen terugkeerde, liet hij op zijnen weg over Parijs door den apostolischen Nuntius, Monseigneur Chigi, de reliqui uit het provisorische kastje in een veel schooner leggen.
Zoo bezit tegenwoordig het Karmelieten-klooster te London de grootste reliqui van den heiligen Simon Stock en dat wel met recht, want deze beroemde Karmeliet was een Engelschman. De overbrenging geschiedde den 16. Mei 1864 op het feest van den Heilige, den kerk- en kloosterpatroon, in tegenwoordigheid van den Kardinaal-Aartsbisschop van Westminster.
Daar de processie in den tuin plaats hebben moest, zoo was, om der vrouwen toegang te verleenen, de toestemming van den Heiligen Stoel noodig, die Pius IX in Zijne gewone goedheid ook gaf.
De plechtigheid geschiedde onder de gunstigste voorteekenen: het was een der dagen, waarop Engeland zich herinnert, dat er eene zon is. De kerk, zoo wel als de geheele processieweg waren door P. Felix van Jezus, een barrevoets-Karmeliet, heerlijk versierd geworden. Dr. Hearn, Generaal-Vicaris der Diocese nam den dienst waar.
De processie, in wier midden het reliquikistje schitterde bood den meest indrukwekkenden aanblik aan en men had kunnen gelooven, dat men zich in een dooi en door katholiek land bevond.
HOOFDSTUK XV.
Geschkiftbn van den heiligen Simon Stock. Terugblik.
De heilige Simon Stock hield zich veei met de ontwikkeling zijner orde in de verschillende streken van Europa bezig en zelfs de korte tijd, die hem overbleef, was voor zijne vromen en voor de kerk geen verloren tijd, want hij besteedde dien tot het voleindigen van werken, waarin men een overvloed van geleerdheid en vroomheid aantreft.
Men heeft van hem talrijke hymnen ter eere van de Heiligen van de Karmelietenorde, waarin zoowel zijne innige vroomheid als ook zijn kinderlijk vertrouwen op de zaligste Maagd verkondigd wordt. Pitseus, een Engelsch schriftgeleerde, haalt onder de door Simon Stock nagelaten werken de volgenden aan;
Verhandeling over de regelen van den godsdienst;
Verhandeling over de boete, beginnende met de woorden: Amos super tribus sceleribus;
Homiliën aan het christelijke volk;
Brieven aan zijne broeders, waaronder ook die, in welke hij de verschijning van de Heilige Maagd aan hem verhaalt.
Al zijne werken heeft Simon Stock meer met het hart,
109
dan met het verstand geschreven. Dit verhindert echter niet, dat zijn stijl gedegen is, gedragen door edelsten eenvoud, vol zalving, en gekruid met teksten uit de Heilige Schrift.
Sluiten wij nu aan het in\'tkort geschetste leven van den Heilige eenige zedelijke en praktische overdenkingen aan.
De leiding Gods omtrent Simon Stock in alle verhoudingen zijns levens, de buitengewone wegen, die hem de Heilige Geest voorgeteekend heeft, de heldendeugden, die hij van zijn teederste kindsheid tot aan zijnen laat-sten ademsnik beoefend heeft, dit alles biedt ons een voorbeeld ter navolging waardig: een ieder van ons kau daarin een richtsnoer voor zijn leven vinden, naar zijnen stand en naar de mate van de genade, die hij van den hemel ontvangen heeft.
Simons kindsheid bewijst ons, dat de wijsheid voor iederen ouderdom is, dat de genade, waar zij voortdurend geen tegenstand aantreft, werkt en altijd vruchten en v/el de rijkelijkste voorbrengt, vooral wanneer zij met eene goede opvoeding gepaard gaat. O, wanneer alle ouders zoo christelijk waren als die van den heiligen Simon Stock, dan zouden alle families meer vrede, meer troost en de kerk meer steun en meer Heiligen hebben.
De zorgvuldigheid van onzen Heilige om de gevaren der wereld van het teederste altaar af te smeeken, omdat hij nauwelijks in staat was ze te onderscheiden; de grootmoedige verachting van al hare voordeden , welke hij ontweek, terwyl hij voor zijne onschuld in een angstverwekkende wildernis een asyl zocht: dit geeft ons te verstaan, hoe zeer deze verkeerde wereld, waartegen onze Heer wegens de overal heerschende ergernissen zoo scherp gesproken heeft, tegen den geest Gods is, die in den
110
Heilige woont. Tegelijker tijd moeten wij ook daaruit de les trekken, hoe onvermijdelijk noodzakelijk het voor eenen waren scholier van Jezus Christus is, dat hij in volkomen onafhankelijkheid van de wereld leve, en dat hij zich steeds hoeden moet voor de klippen van de stormachtige zee, waarop zoo velen schipbreuk lijden. In de eerste tijden der Kerk, die schoone dagen van het opkomende Christendom, waar het groote getal christeneD, bezield door denzelfden geest, slechts één hart en éénen ziel vormden, was het voor de geloovigen van groot nut, dat zij eendrachtig samenwoonden. Toen, zegt de heilige Angustinus, was een tuchteloos christen een zeldzaam monters, Toenmaals moest men de boozen van de goeden scheiden ; alleen nadat de menigte goddeloozen de meerderheid erlangden, moesten zich de goeden van de boozen afzonderen en is de eenzaamheid het toevluchtsoord der onschuld en de school der volkomenheid geworden.
De verschillende verzoekingen, waarmede de deugd van den heiligen Simon Stock zoowel in het vaderlijk huis als ook in zijne eenzaamheid beproefd werd , dienen ons tot onderwijzing en aanmoediging. De zege, die hg op de wereld, zich zeiven en de hel behaalde, leert ons, dat wij ons nooit door den vijand van ons heil overwinnen mogen laten, veel meer moet het voorbeeld van dit kind onzen moed opheffen. In harde en moeitevolle oefeningen, op ruwe wegen, waarvan de Profeet spreekt, komt de deugd tot stand. In het vuur der ellende reinigt zij hare onvolkomenheden en in de ervaring onzer zwakheid groeit zij op en maakt zij zich zeiven volmaakt. De oefening van een voortdurend ijverig gebed, een streng leven, de volkomenste dooding van al zijne zinnen, dit waren de bronnen, waaruit Simon Stock die kracht en dien moed
Ill
schepte, die hem boven alle verzoekingen verhieven. Terwijl hij zich naar het hevel van het Evangelie steeds geweld deed, toonde hem de genade den weg naar den hemel en liet hem in zijne woestijn een voorproef van den hemel smaken in de innigste veieeniging met God. Zonder dezen offergeest, die in ons den ouden mensch met al zijnen laster doodt, zonder dezen geest van het gebed, dat de ziel tot vereeniging met God verheft, zullen wij, zwak als wij zijn , en overweldigd door den onvermijd-baren strijd van dit leven, nooit een bovennatuurlijk leven leiden kunnen, dat de ware geest van het christendom is.
De ijver voor het heil der zielen heeft Simon Stock aan zijne zoo innig geliefde eenzaamheid onttrokken. Aan de genade getrouw, heeft hij grootmoedig de rust en het liefelijke der eenzaamheid aan den wil Gods, het algemeene welzijn, het welzijn der kerk ten offer gebracht en zijne ziel gegeven voor zijne broeders. Dat is de grondtrek van de ware vroomheid naar het woord vau den apostel: „zij is voor allen nuttig.quot; Zij trekt gaarne en zonder aarzelen de belangen van Jezus boven eigen voordeel voor, zij zoekt naar den wil Gods en hierin gelooft zij de geheele volkomenheid te vinden.
Onder de deugden, die bij Simon Stock het meest te voorschijn treden, neemt zijne teedere en innige aandacht tot de maagdelijke Moeder Gods den eersten plaats in. Deze deugd scheen hem aangeboren te zijn. Zij schoot dag voor dag nieuwe wortelen en openbaarde zich op de meest schitterende wijze tot aan zijnen laatsten ademtocht. Zijn dood was kostbaar in de oogen van den Heer; hij stierf, zooals hij geleefd had; als een Heilige.
8
112
Talrijke wonderen hebben zijn graf verheerlijkt en zijne vereering door de volken is eene grootsche geworden. De kerk op aarde heeft door openlijke huldiging zijne heldendeugden erkend, terwijl God hem met eeuwige glorie in den hemel gekroond heeft.
Dat was de belooning van een buitengewoon lang leven^ dat, alhoewel het buiten de gewone grenzen ging, toch geene leegheid in zich dulde; al zijne dagen, waren volle dagen, die geene verslapping kenden.
Niets onreins kan in den hemel komen. Om tot de zaligheid te geraken is naar den profeet eene volkomen reinheid des harten noodig, zij het de onbeschadigd bewaarde of de door boete weder herkregen onschuld. Wij moeten als Simon der wereld, der zonde en ons zeiven afsterven om nu meer voor God te leven. Laat het nu onzen ijver niet genoeg zijn, de reliquiën van de Heiligen te eeren, hunne deugden te prijzen, hunne feesten te vieren. Willen wij dat God ons eeuwig loon zal zijn, dan moeten wij offers, ja zware offers brengen. Wij moeten het hemelrijk bereiken met geweld en voortdurende krachtsinspanning, die het vleesch kruisigt en den geest verdeemoedigt. Wanneer de moeite tegen onze natuur is en de eigenliefde voor haar terugschrikt, moet de grootte van de te verwachten belooning onzen ijver aanmoedigen, onze volharing bestendigen en dan zal onze dood als die van den heiligen Simon kostbaar zijn voor God.
In den tegenwoordigen tijd, deze booze dagen, waar het geloof zoo zeldzaam is, ligt de vereering van den heiligen Simon Stock geheel in de vergetelheid; niet alleen in Frankrijk, maar (wanneer wij de Karmelieten en de Karmelietinnen uitzonderen) zelfs te Bordeaux.
113
Ook schijnt hij ons zijn machtigen steun ontzegd te hebben. Wij mogen ons derhalve niet verwonderen, wanneer zijne wonderen bijna geheel opgehouden hebben , maar moeten het slechts aan onze loomheid in den dienst Gods, zoowel als aan het geringe vertrouwen op de verdiensten en de voorspraak van den Heilige toeschrijven.
»-■\' IJ
HOOFDSTUK XVI.
De Skapulierbroederschap.
Het leven van den heiligen Simon Stock zou niet volledig zijn, wanneer wij ook niet van de broederschap spreken zouden , waaraan hij de grondlegger en de verbreider was geweest.
De broederschap van onze Lieve Vrouw van den berg Karmel, ook kortweg Skapulierbroederschap genoemd, heeft evenals de orde op denzelfden heiligen berg haren
oorsprong gehad.
„Toen de apostels vervuld van den heiligen Geest in verscheidene talen spraken en op het aanroepen van den heiligen naam Jezus vele wonderen deden, namen, zooals bericht wordt, zeer veel mannen, die op de wijze van de heilige profeten Elia en Elisa hun leven ingericht hadden en door de preeken van den heiligen Johannes den Hooper op de komst van Christus voorbereid waren , nadat zij de waarheid der zaak onderzocht en de waarheid gevonden hadden, dadelijk het christelijk geloof aan en begonnen toen de zaligste Maagd wier tegenwoordigheid en omgang te genieten zij het geluk hadden gehad, in die wijze te vereereu, dat zij als de allereerste op die
115
plaats van den berg Karmel, waar eens Elia de opstijgende wolk als een voorteeken van de Heilige Maagd gezien had, juist voor deze reinste Maagd een kapel bouwden. Zij kwamen dikwijls des daags in het nieuwe oratorium te zamen en vereerden door vrome oefeningen, gebeden en lofprijzingen de allerzaligste Maagd als de bijzondere beschutster van hunne orde. Deze vergaderingen of samenkomsten vormden tusschen hen de enge banden eener verbroedering en zoo ontstond de broederschap van den Karmel.
Het heilige Skapulier is een geschenk van de Moeder Gods. Het is een heilig kleed, hetwelk de kinderen van den Karmel ontvangen hadden van Maria als een teeken van den bond, dien zij in den persoon van hunne (geestelijke) vaderen met hen zich verwaardigd had aantegaan. Zoo heeft de broederschap van den berg Karmel, deze oudste^ door God, de zaligste Maagd en den Heiligen Stoel het meest begunste broederschap eenen nieuwen glans en de heerlijkste uitbreiding verkregen door het buitengewone privilegie van het Skapulier, waarvan zij tegenwoordig den naam draagt. Het heilige Skapulier is een geschenk van den hemel en de vrucht van het Gebed van den heiligen Simon Stock.
Het lag niet in de bedoeling van de Moeder Gods, dat hare weldaad in de verborgenheid van het klooster begraven liggen zou. Zij wilde dezelve meer tot gemeen goed der Christenen maken. Zoo zeer nu de van het Skapulier overeenkwamen met de wenschen van de ge-loovigen, dat te meer beijverden zich de laatsten dit kostbare onderpand machtig te worden. Zij sloten zich daarom met geest en hart aan de vromen aan, die Maria tot bewaarders van haren schat had uitgekozen en ont-
116
vingen vol begeestering uit hare handen de glorierijke kleeding der hemelkoningin als het teeken van hunne overgave en toewijding aan Maria.
Zoo ontstond de beroemde Skapulierbroederschap, welke de kerk met de grootste vreugde opgenomen heeft en waartoe de geloovigen het ijverigst toetraden, eene broederschap, die zich sedert haren oorsprong niet alleen staande gehouden, maar ook met verbazende snelheid uitgebreid heeft en die, de verdorvenheid der tijd overwinnend, heden nog in de christelijke wereld voort-bestaat zonder iets van harec vroegeren glans te verliezen. Zij heeft aanvallen te doorstaan gehad en dat is heden nog haar lot; van welke zijde echter? Het is haar tot roem, dat hare vijanden bijna nooit anderen waren dan vijanden der kerk of menschen die bij de kerk als verdacht golden. Welke vrome oefening, hoe heilig en goed zij ook wezen mag, heeft overigens hare vijanden niet aantewijzen?
Het wezen dezer broederschap bestaat daarin, zich bij den monniken en nonnen van den Karmel in het bijzondere streven aan te sluiten, de Moeder Gods, de reinste der Maagden, de glorierijkste onder alle moeders, in het kort diegene te vereeren, buiten wie het, zooals de heilige Bernhard zegt, na God niets hooger heeft. „Boven u staat God onder u is alles, wat niet God is.quot; Als teekeu hunner overgave aan de gezegende Maagd bekleedden zich de medeleden dezer broederschap met haar gewaad, het heilige Skapulier, waarmede de Karmelieten zich verwaardigd hadden hen te beschenken. Hiermede verkondigen zij openlijk hunne vereering, zij dragen het kleed van hare dienstschap, de kleeding barer meesteres, zij bekennen luWe, dat zij Maria toebehooren, dat zij niet alleen haar beminnen en vereeren, doch leven en sterven
117
willen met dit JiemelscJi gewaad, zooals de heilige congregatie zich uitdrukt.
Het einddoel, dat de medeleden nastreven, ia zich onder den machtigsten steun te stellen, die men slechts bij Jezus verwachten kan, namenlijk onder den steun van Maria en deel te hebben aan de tallooze goederen , welke de Pausen met het oog op de H. Maagd met volle handen aan de Skapulierbroeders geschonken hebben en anderzijds aan de bijzondere, dikwijls wonderbare genade welke het heilig Skapulier zoo rijkelijk voortbrengt, en die zoo dikwijls het heil der ziel verzekeren.
Met dit vrome genootschap is het niet zoo gesteld als met vele anderen, die in zich afgesloten vereenigingen vormen, die hunne vergaderingen, statuten en hun eigen reglement hebben: de leden van de Skapulierbroederschap zijn onder elkander verbonden door eene teedere overgave aan de Allerzaligste Maagd, wier kleed zij het geluk hebben te dragen.
De verplichtingen der Scapulierbroederschap laten zich op drie terugbrengen:
1) men moet het uit de handen van eenen Karmeliet of eenen anderen gevolmachtigden priester onder de voorgeschreven ceremoniën ontvangen;
2) men heeft het voortdurend als schutskleed te dragen, d. i. het eene deel over den rug hangend, het andere deel over de borst;
3) moet men zijnen naam in het register der broederschap laten inschrijven.
Een medelid van deze broederschap verbreidt als de engel, waarvan de heilige Johannes in de .Apocalyps spreekt, zonder nalaten voor den troon Gods den wel-riekenden adem der deugden van den Karmel. Hij ver-
118
leent in zijnen persoon uitdrukking aan den ijver van den profeet Elia, de liefde van den grooten Eliseus, het geloof van eenen heiligen Cyrillus, het geduld van eenen heiligen Angelus, de gerechtigheid van eenen heiligen Al-bert, het vertrouwen van eenen heiligen Petrus Thomas, de ivaaJczaamheid eens heiligen Andreas Korsini, de zelf-verloochtning eens heiligen Johannes van het Kruis, de verhevene hemelsgezindheid esner heilige Theresia; de toewijding eener heilige Magdalena van Pazzis.
HOOFDSTUK XVII.
Wonderwerken van het heilig skapulier.
Men leest in het Evangelie, dat de heilige Johannes, toen hij in de gevangenis de wonderdaden van Jezus vernam, twee zijner jongeren afzond om hem te vragen of hij het was, die komen zou of, of men nog op eenea anderen wachten moest. De Heiland gaf hem ten antwoord; Gaat heen en zegt Johannes wat gij gehoord en gezien hebt. Be Hinden zien, de lammen gaan^ de me.laatschen worden gereinigd, de dooven hoor en, de dooden staan op, den armen wordt het evangelie gepredikt en zalig is hij (met het oog op al dezen wonderen) die geen ergernis aan mij vindtquot; • De zoon Gods, de eeuwige wijsheid, heeft hierdoor willen aanduiden, dat men, wanneer het zich om de werken Gods handelt, niet lang nadenken en onderzoeken moet, maar dat de kortste weg en de lichtste middelen zich daarvan te verzekeren daarin bestaat, op de werkingen acht te geven, die daaruit voortkomen. God alleen is het die wonderen doet, wijl slechts God de wetten veranderen kan die in de natuur heerschen: Qui facit mirabilia solus. De zaligste Maagd en de Heiligen hebben deze kracht niet uit zich zeiven, maar deze omkeer der orde geschiedt door de kracht van den Allerhoogsten in betrachting tot
120
de verdiensten der Heiligen. Bijgevolg zijn, zooals de heilige Augustinus bemerkt, alle wonderen, die wij ten gunste van het geloof en der vroomheid der geloovigen werken zien, even zoovele stemmen, waardoor God zelf getuigenis aflegt voor de waarheid van ons geloof of voor de innerlijke waarde der vrome oefeningen, die wij op ons genomen hebben. Dit getuigenis, zeggen de Godgeleerden, kan niet plaats hebben om de leugen te bekrachtigen. Ware de gave der duivelsuitdrijving en der genezing der kranken eenen slechten mensch ten deel geworden, zoo moest hem God deze macht ontnemen, zoodra hij zich daarvan bedienen wilde, om de dwalingen te ondeisteunen of de onschuld te onderdrukken.
„Onder alle bewijzen, waarmede men het menschelijk verstand overvoeren kanquot;, zegt P. Colombier, „is er geen zoo zeker, als eene werking die boven de krachten der i atuur gaat; onfeilbaar is de waarheid, die door zulke wonderwerken spreekt, het is eene spraak, die de dwaling niet nadoen kan en bijgevolg aan onze ongeloovigheid geen voorwendsel laat.
„Wanneer deze grondbasisquot;, gaat de geleerde Jezuit verder voort, „eenmaal vaststaat, zoo durf ik beweeren, dat er onder alle vrome oefeningen, welke de aandacht den geloovigen ingegeven heeft om de Moeder Gods te vereeren, er geene is die zoo gegrond is als de aandacht tot het Skapu-lier, daar geene andere door zoo verbazirgwekkende en zoo aanschouwbare wonderen bevestigd geworden is.
De groote menigte der ten gunste van zoo vele mei dit heilige kleed bekleedde personen bewerkte wonderen laat duidelijk zien, hoezeer deze in de geheele katholieke wereld verbreidde en beroemde aandacht der Moeder Gods lief en aangenaam is.
121
Het earste wonder, hetwelk de heilige Simon Stock zelf door middel van het heilig Skapulier denzslfden dag, dat hij het van de zaligste Maagd ontving, verrichtte, was het wonder eener hekeering, die Petrus Swanyngtoi), dien wij reeds kennen, volgenderwij ze vertelt:
„Het was den 16. Juli, toen de zalige Simon Stock zich met mij naar Winchester begaf om van den zeer hoogwaarden Bisschop van genoemde stad, die onze orde toegenegen was, een schrijven aan Zijne Heiligheid Paus Innocertins IV te ontvangen. Toen gebeurde het, dat de heer Peter van Linton, Deken der kerk St. Helena te Winchester, in groote haast ons te gemoet reed en den heiligen vader dringend bad onverwijld met hem te gaan, om zijn dierbaren broeder bij te staan, die in vertwijfeling lag te sterven. Deze broeder heette Walter en was een brutale, aanmatigende, strijdzuchtige man, aan duivelskunsten overgegeven, een verachter van de Heilige Sakramenten en lag in voortdurenden strijd met al zijne buren. In eenen strijd met eenen edelman was hij doodelijk gewond geworden. Toen hij nu op het punt stond voor den Goddelijken rechterstoel te moeten verschijnen, wilde de satan hem in vertwijfeling storten, terwijl hij hem al zijne gedurende zijn leven begane misdaden zonder uitzicht op vergeving voor oogen stelde. Hij wilde noch van God noch van de Heilige Sakramenten iets hooren, maar riep onder lasteringen: „ik ben verdoemd; gij, duivel, moet mij aan mijnen moordenaar wreken!\'\' Toen wij in het huia gekomen waxen, vonden wij hem schuimend van woede en schreeuwend om wraak; hij knarstte met de tanden en rolde de gloeiende oogen als een wild dier. Toen Sitnon Stock zag, dat hij reeds den dood naderde en zijne stem reeds niet meer machtig
122
was, maakte hij over hem het kruisteeken, bekleedde hem met het heilig Skapulier, hief zijne oogen ten hemel en had God hem tijdtoete staan, zijn geweten in orde le brengen, opdat deze met het kostbare bloed gekochte ziel niet een buit des duivels zou worden. Plotseling komt de kranke tot zich zei ven, krijgt het gebruik zijner zinnen en zijner spraak terug, beteekent zich met het heilige kruis, vervloekt den duivel en spreekt onder tranen en zuchten de woorden uit: „O, ik ongelukkige, wat had ik vrees voor de eeuwige verdoemenis. Het aantal mijner zonden overstelpt het zand aan de zee. O, God, Uwe barmhartigheid is grooter dan uwe gerechtigheid : erbarm u mijner! En gij, eerwaardige vader, helpt u mij ! Na deze woorden trok ik mij terug en terwijl de kranke biechte, vertelde mij de heer Deken Petrus, zijn broeder, dat, wanneer hij zijne onboetvaardige hardnekkigheid bemerkte, hij zich geheel alleen in een kamer begaf en daar bad. Gedurende het gebed hoorde hij eene stem, die tot hem sprak: Petrus, sta op, zoek mijnen geliefden dienaar Simon; hij is juist op de landstraat, breng hem hier! Hij wendde dadelijk zijnen blik om, om te zien van waar de woorden kwamen, kon echter niemand zien, alhoewel hij de stem tot twee en driemalen vernam. Hij nam daarom aan, dat het eene stem van den hemel was, reed den eerwaardigen Simon te gemoet en dankte God, dat hij hem gevonden had.
Na de heilige biecht zeide Walter openlijk den bond aan den bozen vijand op, ontving de Sakramenten der kerk en gaf alle bewijzen van eene oprechte boete. Hr maakte zijn testament en vorderde van zijnen broeder eenen eed, dat hij al wat hij onrechtmatig verkregen had den eigenaren zou terug geven en al het uitgeoefence
123
onrecht goed zou maken. Tegen acht uren \'s avonds overleed hij en verscheen spoedig daarop aan zijnen broeder en zeide hem, dat hij in den woning des vredes was en dat hij door den steun der Koningin der Engelen en het kleed van den zaligen Simon Stock de valstrikken van den duivel ontgaan was.
Het gerucht van dit wonder verspreidde zich snel dooide geheele stad. De genoemde Petrus van Linton meldde het den Bisschop van Winchester en gaf hem een schriftelijk bericht van alle bizonderheden, daar hij eene zoo ongewone zaak niet zonder zijne toestemming openbaar wilde maken. De Bisschop, verwonderd over zulk eene wonderbare gebeurtenis, geloofde hen zijnen raad voor te moeten leggen. Toen werd besloten, dat men over de kracht van het Skapulier den eerwaardigen Simon zelf ondervragen zou. Deze voldeed aan het verlangen van den Bisschop, antwoordde op alles en zijne uitspraak werd op bevel van dezen Prelaat gezegeld en onderschreven. Na dit wonderwerk der zaligste Maagd bouwde de heer Deken Petrus voor de Karmelieten een ruim en geschikt klooster en gaf het hun tot woning.
Terwijl het bericht hiervan zich binnen en buiten Engeland verspreidde, boden vele steden den Karmelieten nieuwe nederzettingen aan en vele grooten lieten zich in deze broederschap opnemen en ontvingen het Skapulier, om daardoor de voordeelen te erlangen, welke in deze en in de toekomstige wereld hun verzekerd worden, die daarmede bekleed zijn.quot;
Aan deze wonderbare gebeurtenis voegen wij er eenige anderen toe, welker echtheid boven allen twijfel verheven is.
In het jaar 1719 woedde in het dorpje Arnaville in de Diocese Metz een hevige brand, toen het vertrouwen
124
op den steun van Onze Lieve Vrouw van den Karmel de gedachte ingaf een Skapulier in de vlammen te werpen. De brand verminderde onmiddelijk en men vond naderhand het Skapulier onverteerd op eenen verkoolden balk. Nadat de bisschop van Metz een onderzoek naar dit wonder had laten instellen, werd den 12en Januari 1728 hierover een protokol opgenomen.
Een dergelijk wonder geschiedde bij gelegenheid van eenen brand in de stad Agen (Lot et Garonne). Op verzoek der schepenen hielden de Karmelieten onder het afzingen der Litanie van de Heilige Maagd van uit hunne kerk eene processie, het kruis aan de spits, versierd met een Skapulier. Spoedig verminderden de vlammen en toen men het Skapulier in de vlammen geworpen had, hield de brand geheel op. Den daarop volgenden dag werd het heilige Skapulier onder het puin gevonden, zonder ergens een spoor van het vuur te toonen.
P. Paulus van alle Heiligen vertelt in zijn Carmelus thaumaturgvs, dat te Arlon in Belgie Petrus Hollestain, een ijverig dienaar van Maria, in het jaar 1635 met zijn Skapulier was begraven geworden en dat, toen men achttien jaren later, dus in het jaar 1653 zijn graf opende om daarin zijne vrouw bij te zetten, zijn Skapulier niettegenstaande de vochtigheid der plaats niet eenig spoor van verrotting vertoonde. Nadat het wonder door een gerechtelijk onderzoek, waarbij vele geleerde mannen tegenwoordig waren, onderzocht was geworden, veroorloofde de bisschop van Azotus, Monseigneur Otton , Suffragan van Treves, dat het bekend gemaakt werd en werden ook do byzouder-heden van dit wonder te Luik met bisschoppelijke toestemming dikwijls in druk uitgegeven.
P. Daniel van de zaligste ilaagd Maria bericht in ziju
125
gt; 1 •I.JI.ll.
Speculum Carmelitanum, dat men in zijn tijd te Lesseweghe bij Brugge in een zilveren kastje een Skapulier bewaarde, dat op wonderbare wijze van alle bederf was vrijgebleven. Dergelijke Skapuliers bezat men ook te Brussel, Alost en de Collegiaatkerk St. Jakob te Antwerpen.
Toen in hst jaar 1723 in de Karmelietenkerk te Bordeaux bij de begrafenis van de gravin de Bellisle de grafkelder van den stichter geopend werd, bemerkte men onder de looden kisten eenen kist van bout, waarin sedert negen en twintig jaren bet sterfelijk omhulsel van eenen jongenheer der genoemde familie lag. Bij de eerste aanraking viel de kist uit elkander , men zag de overblijfselen van den gestorvene en daarover een Skapulier, zonder letsel en onverteerd. Dit wonderbare verschijnsel werd door geleerde en vrome mannen onderzocht en waar bevonden.
In het jaar 1751 herhaalde zich hetzelfde wonder ia het Magdalenaklooster te Bordeaux voor de oogen van verscheidene geloofwaardige getuigen bij de opening van het graf eener zekere veertienjarige jonge dame de Luc, eene Amerikaansche, die in het jaar 1731 met haar Skapulier was ter aarde gesteld.
Het martelaarsdom van Malta meldt, hoe een ridder) genaamd Johan Le Blanc, die met bijzonderen aandacht het Skapulier droeg, door den steun van Maria van eenen gewissen dood bevrijd werd. Toen zich namelijk in het jaar 1637 zestig soldaten en vijftien matrozen op het schip oproer maakten werd hij in zee geworpen. Hij beval zich aan Onze Lieve Vrouw van den berg Karme^ door wier bemiddeling hg eenen plank vond waarop hij zich drie uren boven water houden kon. Om hem kwijt te raken, kwamen de opstandelingen tot hem, bonden hem en lieten hem in hunne onmenschelijkheid op een
■T—Tquot;!-—--
126
woest, onbewoond eiland achter. Hij verwijlde hier reeds twintig dagen, toen eene voorbijvarende bark hem mede nam naar Candia.
Toen op het einde van Januari 1650 Bartholomeus Joos bij Mechelen over eene brug reed, viel hij met zijn paard in het water; maar nauwelijks had hij Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel aangeroepen, wiens heilig kleed hij droeg, toen hij ook gered werd. Vroeger zag men in de Karmelieten kerk te Mechelen een beeld, waarop die geschiedenis was voorgesteld en waarop de inschrift was: votum fecit, et graüam accejoit: Hij heeft eene gelofte gedaan en de genade bekomen.
Aan den vooravond van het Laurentie-feest 1656 viel een negentienjarig meisje, Petronella Boxtaele genaamd, waar zij juist garen waschte, in het water en werd door den stroom tot onder het rad van den stadsmolen gedreven. Een oogenblik nog en het is met Petronella gedaan ! Doch in plaats dat het rad, door zijne voortdurende beweging haar tot zich trok, om haar onder den opborre-lenden schuim te begraven, stoot het rad het meisje dat weinige dagen te voren het heilig Skapulier ontvangen had, van zich af werpt het op den anderen kant en men trekt het gezond en wel uit het water.
P. Mathias van den heiligen Johannes toont ons in een ander voorbeeld, dat wanneer men in gevaren en andere kritieke oogenblikken van het leven het Skapulier aflegt men zich gewoonlijk van den steun der zaligste Maagd berooft.
Een luitenant bij de Cavallerie in het leger van Lotharingen, die het Skapulier droeg , werd door de pest aangetast. Men maakte hem er meermalen opmerkzaam op en vermaande hem voortdurend het heilig boete Sa-
127
krament te ontvangen. Doch hij bleef doof voor deze vermaning. God wachtte lankmoedig op hem en gaf hem alle middelen ter bekeering. De ongelukkige kon leven noch sterven, en daar hij zich niet bekeeren wilde trok hij zijn Skapulier van den hals, wierp het van zich en stierf in de gruwzaamste vertwijfeling.
Toen in het jaar 1640 eene afdeeling Kroatische ruiters drie uren van Pont d Mousson door eene compagnie lichte cavallerie van den veldheer de Maupas overvallen werd, verbood de laatste aan de Kroaten pardon te geven. Een dezer ongelukkigen, le Cadet genaamd, die dikwijls door kogels gewond was, bleef toch in het leven. Om hun werk te voleindigen sloegen de Fransche soldaten met hunne geweerkolven hevig op het hoofd en het lichaam van den gewonde die hun met verbazingwekkende koelbloedigheid de woorden toevoegde: „gij vermoeit u te vergeefs mij het leven te ontnemen. Ik zal zonder biecht niet sterven. Ik ben een kind van Maria en draag haar Skapulier.quot; — „Indien gij dat vroeger gezegd had,quot; antwoordde een der ruiters, „dan zouden wij u het leven geschonken hebben. Geloof mij , doe een daad van berouw, want er is geen priester hier.quot; — „Ik hoop,\'\' zeide de stervende, „dat God mij dan toch deze genade zal bewijzen.quot; — Werkelijk bleef hij trots zijne vele doodelijke wonden in het leven en hoewel verminkt, sleepte hy zich als op eene ingeving Gods op den weg naar Metz voort. Daar kwam door de voorzienigheid geleid een priester op den weg aan; de soldaat biechtte, ontving de absolutie gt; die zijne ziel van den steun van Maria als laatste weldaad scheen te verwachten en stierf aan de voeten van den priester, vol geloof in den vrede des Heeren den len Januari 1640.
9
128
Bij de belegering van IJperen door de Franschea in het jaar 1648 ontving de regimentstrompet!er de Lomboij een hevig schot van eenen muskiet in de borst; maar de kogel werd geplat op zijn Skapulier en hij bleef ongedeerd. Men vond den kogel in zijne kleederen en op hem vond men het beeld van de zaligste Maagd en het kind Jezus ingedrukt.
Uit de aangevoerde voorbeelden, waaraan wij er een aantal konden toevoegen, blijkt, dat het voor alle Christenen, van welken ouderdom of stand zij ook zijn mogen, van groot gewicht is, zich met het heilige Skapulier te laten bekleeden. Wanneer zij hunne verplichtingen trouw nakomen, zal ook Maria Hare belofte houden. Dit heilig kleed zal hun een teeken des heils zijn voor lichaam en ziel — Signum salutis, salus in pericvlis.
HOOFDSTUK XVIII. De sabdattijnsche bul van Paus Johannes XXII.
Hoe groot ook de eerste den heiligen Simon Stock ten deel gevallen openbaring geweest zij, zoo was zij toch slechts eene gedeeltelijke verhooring der bede van den Heilige. Om hem geheel te verhoeren deed de Heilige Maagd ten gunste der Karmelieten een tweede belofte en wel ditmaal aan Paus Johannes XXII. Toen deze Paus zag, hoe keizer Lodewijk de Beijer reeds sedert langen tijd aan de invoering van het schisma in zijn staten arbeidde, werd hij daarover zeer bedroefd. Hij richtte ijveriger dan ooit zijne gebeden tot den Heer, dat hij het kwaad afwenden mocht, waardoor de Kerk bedreigd werd Toen hij eens vroeg opgestaan was om zijne gebeden te doen, en zich in eene soort opwinding op de knieën bevond, verscheen hem de Koningin des Hemels, de troosteres der bedroefden, omgeven door licht, bekleed met den tooi der Karmelieten en beval hem, de Karmelietenorde te bevestigen en de hem door Haren Zoon in den hemel gegeven genade en privilegiën op aarde aan te nemen en goed te keuren. De Paus kwam het bevel van de Heilige Maagd na en verkondigde den 3en Maart 1322 de bul Sacratissimo uti culmine, die wij in dit hoofdstuk
130
zoo getrouw mogelijk overzetten en in het volgende verklaren willen:
Johannes, Bisschop,
Knecht der Knechten Gods.
Allen en lederen Christengeloovige, zoowel den tegen-woordigen als den toekomstigen, die dit schrijven zien zullen,
Heil en Aposiolischen zegen.
Zooals op de heilige hoogten van het Paradijs in het gezang van het visioen eene zoo lieve en zoete melodie der engelen klinkt, terwijl Jezus vereenigd met de Godheid des Vaders gezien werd, naar de woorden van den Heer: „Ik en de Vader zijn één, en die mij ziet, ziet ook mijnen Vaderquot; en het koor der engelen onafgebroken zingt; „heilig, heilig, heiligquot;, zoo lofprijst ook voortdurend de (hemelsche) verzameling de H. Maagd, terwijl zij uitroept : Maagd, Maagd, Maagd, wees onze spiegel, als ook ons voorbeeld!quot; Zij is het toch, van wien de Kerk zingt: Maria genadevolle, en Moeder der barmhartigheid!quot; Op deze wijze is die berg van de Karmelietenorde beroemd geworden , terwyl op hem deze moeder der genade geprezen en bezongen werd met de woorden: Gegroet zijt gij Koningin, gij moeder der barmhartigheid en onze hoop!quot;
Toen ik zoo met gebogen knieën bad, verscheen mij de Maagd en sprak mij met de volgende woorden aan.
„Johannes, Johannes, plaatsvervanger van mijnen geliefden Zoon! Daar ik door eene bijzondere gunstbewy-zing, die ik op mijn voorspraak van mijnen geliefden .Zoon verkregen heb, u tot Paus maak en tot plaatsvervanger van mijnen zoon aanstel, zoo moet gij mijne heilige en mij toegewijde orde der Karmelieten, die op
131
den berg Karmel door Elia en Elisa haren aanvang genomen heeft vooreerst eene groote genade en eene uitgebreide bevestiging verleenen. Als plaatsvervanger van mijnen Zoon moet gij, wat Hij in den hemel bestemd en verordend heeft op aarde bevestigen (namelijk), dat een ieder die toetreedt en de door mijnen dienaar den Patriarch Albert verordende en door mij nen geliefden zoon Innocentius bevestigde regels opvolgt en onafgebroken betracht en volhardt in heilig gehoorzamen, in de armoede en de kuischheid of in de heilige orde treedt gered zal worden.
En wanneer andere uit vroomheid in de heilige orde treden en zich broeders en zusters mijner bovengenoemde orde noemen, zoo zullen zij op den dag, waarop zij in de genoemde orde treden, van een derde deel hunner zonde (= straffen) bevrijd en vrijgesproken zijn, wanneer de weduwe kuischheid belooft en de maagd de maagdelijke reinheid bewaart en de gehuwden onverbrekelijk de huwelijkstrouw betrachten, aooals de heilige Moeder, de Kerk beveelt.
De broeders van de genoemde orde worden van schuld en straf bevrijd en nadat zij uit dit tijdelijke gescheiden en dadelijk overgegaan zijn in het vagevuur, zal ik als (hunne) Moeder huldevol des Zaterdags na hunnen dood nederdalen en zal allen, die ik in het vagevuur vind, bevrijden en op den heiligen berg van het eeuwige leven overvoeren. Deze broeders en zusters zullen echter gebonden zijn naar de door Albert gegeven regels op behoorlijke wijze de kanonieke dagtijden te bidden; die niet lezen kunnen, moeten, wanneer zij niet door eenige gewichtige oorzaak verhinderd zijn, vasten en \'s Woensdags en \'s Zaterdags zich van vleesch-
132
spijzen onthouden, uitgezonderd op het geboortefeest van mijnen Zoon.quot; — En na deze woorden verdween deze heilige verschijning.
Dezen heiligen aflaat neem ik dus aan, bekrachtig en bevestig hem op aarde, zooals hem ter wille van de verdienste van de maagdelijke Moeder, Jezus Christus genadig in den hemel verleend heeft. Niemand is het daarna veroorloofd dit schrijven van onzen aflaat, wat statuten of regelingen betreft voor ongeldig te verklaren (irritare, annuller) , of op slechte wijze daartegen te handelen. Wanneer echter iemand zich verstouten zou dit te doen, zoo wete hg, dat hij den toorn van den almachtigen God en der heilige apostelen Petrus en Pau-lus overzichbrengt.
Gegeven te Avignon den 3aen Maart in het zesde jaar van ons Pontifikaat.\'\' (1322).
HOOFDSTUK XIX.
Aanmerkingen op de vorenstaande bul.
De woorden; „Zooals op de heilige hoogten van het Paradijsquot; tot die „Toen ik zoo op de knieën badquot; vormen de inleiding, waardoor de Paus de opmerkzaamheid van den lezer op de volgende ongewone vertelling vestigen wil.
De sabbattijnsche bul is, wat vorm en stijl betreft, van de overige bullen verschillend Dit onderscheid mag wel daaruit voortkomen, dat Johannes XXII, die alleen het visioen aanschouwd heeft, in eigen persoon deze geschreven heeft onder den indruk der vreugde en den verbazing waarvan hij nog vervuld was, terwijl de overige bullen meestal door hiervoor bestemde secretarissen geschreven werden , die zich zooveel mogelijk aan de vormen hielden. In de schoonste volgorde gaat de Pans van het visioen der goddelijke majesteit tot de contemplatie der Godheid van Jezus Christus over, komt van de gezangen en lofliederen der engelen, waarmede deze zalige geesten eendrachtig God verheerlijken, op de Koningin des hemels, welke geprezen wordt door het hemel-sche hof en aangeroepen en vereerd door de strijdende Kerk,
134
in het bijzonder echter door de geheele Karmelietenorde.
„De maagd verscheen mij als Karmelietinquot;, d. i. bekleed met den tooi der Karmelietenorde, Men kan gevoegelijk aan de Heilige Maagd den naam „Karmelietin\'\' geven, daar zij in zekere mate de moeder en grondlegster der Karmelietenorde is, die Zij naar de uitdrukking van Paus Gregorius XIII in de bul: „Jd laudenquot; het aanzijn gegeven heeft, als ook de uiterlijke vereering van Maria in de Karmelietenorde haren aanvang genomen heeft, daar op den berg Karmel Haar ter eere de eerste kapel gebouwd werd, waarin men aanving den naam Maria aanteroepen.
„Wie volhardt in heilig gehoorzamen\'\' enz. — Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel strekt hare gunst -betuigingen tot drie klassen Harer orde uit: le tot de vromen Harer orde, 2® tot de novicen, 3e tot de medeleden van de Skapulierbroederschap. Ten eerste spreekt zij van de processen van de Karmelietenorde, terwijl zij door de woorden: „wie in de orde treedtquot; de novicen van die orde aanduidt.
„Die zal gered wordenquot;. De Heilige Maagd belooft, diegenen van de pijnen der hel te redden, die, met het Heilige Skapulier bekleed, vroom sterven. Het zou eene Godslastering zijn te gelooven, dat men niet verloren ging, wanneer men leefde, zooals men wilde en men ook in doodzonde stierf, wanneer men slechts het Heilige Skapulier droeg. Zou eene ziel aan eene enkele doodzonde schuldig zijn en in dezen toestand sterven en kon zij in den hemel gaan om aldaar steun te zoeken onder den mantel van Maria, zoo zouden haar, zooals de heilige Anthonius zegt, de duivels uit het Parades sleepen en in de hel nederstorten. De woor-
135
%
den van de Heilige Maagd moeten veelmeer op dezelfde •wijze verklaard en verstaan worden, als die der Heilige Schrift, waarin zooals Kardinaal Bellarminopmerkt, het eeuwige heil dingen toegeschreven wordt, die slechts daartoe te verhelpen zijn en die het aan en voor zich zonder verbinding met andere goede werken niet bewerken kunnen. Zoo belooft de Heilige Schrift diengene het eeuwige leven, die gelooft en gedoopt is, alsook dengene, die het lichaam des Heeren geniet en Zijn bloed drinkt. Evenzoo staat het met andere algemeene uitspraken der Heilige Schrift bijv.: „Aalmoezen geven bevrijdt van alle zonden en den (eeuwigen) dood.quot; „Koop u los van uwe zonden door aalmoezen aan de armenquot;. Al deze uitspraken zetten steeds den afschuw der zonde vooruit, het berouw, de verbetering van het leven, het begin der liefde en de volbrenging van de goddelijke wet. De Heilige Maagd, de Engelen en de Heiligen hebben hunne verdienste slechts door Jezus Christus en kunnen ons de tot erlanging van ons heil noodwendige genade slechts door hare voorspraak verschaffen. De zin der openbaring van Maria is dus, dat deze moeder der barmhartigheid den medeleden der Skapulier-broederschap de genade bewerken zal, om niet in staat van zware zonde door den dood verrast te worden. Men mag aannemen, dat Maria in vele gelegenheden hare beschermelingen door een wonderbaar werk, uit doodaanbrengende gevaren bevrijden of het leven verlangen en hun een gunstig oogenblik tot bekeering en redding aanbrengen zal. Dit is de natuurlijke en eenig ware zin van de openbaring van Maria, Om haar deelachtig te worden is noodig, dat men bij de verplichtingen van de medeleden de nog gewichtigere des Christens voege, namelijk, dat men de zonde mij de
136
•
en zich niet aan het gevaar blootstelle, in den staat van doodzonde te sterven. Hierin herkent men den waren dienaar van Maria en dan kan men met den heiligen Anselmus zeggen: „Het is onmogelijk, o zalige Maagd, dat degene, die zich tot u wendt en op u nederziet, ooit verloren gaat. — 0 Beaüssima, omnis ad te conversus et a te resjaectus impossibile est ut pereat.quot;
„En wanneer anderen in de orde tredenquot; d. i. zich hij haar aansluiten en zich laten opnemen, zoo hebben zg evenzoo als de vromen en de novicen, de Heilige Maagd tot hunne bijzondere patrones.
Onder het „teeken des heiligen kleedsquot; is het heilige Skapulier te verstaan.
n Vrij gesproken van het derde deel hunner zondenquot; — van deze formule hebben zich verscheidene Pausen bediend , om de nalating van het derde of zevende deel der zonden d. i. der door de zonden verschuldigde straffen toetestaan. Paus Paulus V heeft door de bul „cum eer tosquot; van den 308ten October 1606 deze genade verhoogt, door dat hij aan alle geloovigen, die tot de broederschap van Onze Lieve Vrouwe van den berg Karmel toetraden en het Heilige Skapulier ontvingen, eenen volkomen aflaat op den dag hunner opname verleende.
Onder „beloftequot; is hier volstrekt niet „geloftequot; te verstaan, doch een bloote gezindheid, die op mogelijke veranderingen geenerlei invloed had. Deze belofte moet de medeleden eenvoudig aandrijven uit dankbaarheid alles ijverig natekomen, wat reeds zonder dat door het zesde gebod Gods opgelegd is.
Dit besluit behoeft ook niet uitdrukkelijk of formeel opgenomen te worden, alhoewel dit zonder twijfel beter is. De aanneming van het Skapulier is genoeg met de
137
meening al datgene te doen , wat voorgeschreven is, om alle voordeelen der broederschap te kunnen genieten.
„De orde-broeders daar zij een strenger leven voeren, „worden bevrijd van schuld en straf.quot; Onder deze woorden is een volkomen aflaat te verstaan. De Heilige Kerk bedient zich van dezelfde uitdrukking bij Jubilees en grootere aflaten, met uitzondering van het latijnsche woord snpplicimn, dat hier voor poena (straf) staat. In de bul van Johannes XXII moeten evenwel deze woorden : „vrijgesproken van schuld en strafquot; in dien zin worden verstaan, dat eene vrome van de Karmelietenorde, die trouw zijne regels en geloften nakomt, in de stonde des doods, wanneer zijn geweten door eenige zonden belast is, vergeving der schuld door berouw of biecht verkrijgen en door de sabbatijnsche bul van de straf van het vagevuur bevrijd worden zal.
P. Theophilus llainaudus zegt in zijn Scapulare par-theno-Carmeliticum, men moet, om de zaak duidelijker te maken, den zin, waarin van nalating van schuld en straf sprake is, van den volgenden afscheiden en eenen nieuwen vormen met de woorden: „En op den dag, dat zij uit dit tijdelijke gescheiden zijn\' enz , daar ons toch het geloof leert, dat eene ziel, die aan de goddelijke gerechtigheid niets meer af te dragen heeft, in den hemel opgenomen wordt, zonder door het vagevuur te gaan.
De woorden van de Heilige Maagd betrekkelijk den overgang in de eeuwigheid slaan op alle medeleden der Karmelietenorde, hei zij broeders. Novicen of eindelijk slechts door de broederschap bij hen ingelijfden.
„Ik zal nederdalenquot; — hiermede belooft de Heilige Maagd, dat Zij de medeleden van de orde van het Heilige Skapulier op Zaterdag na Haren dood bevrijden zal.
138
hetzij dat zij zich zelve in het vagevuur begeeft om de zielen te verlossen, of dit door den dienst der engelen geschieden laat. Zij zal namelijk bij haren goddelijken zoon voorspraak doen of ook eene soort verzachting geven door toepassing harer verdienste of eindelijk zal de goddelijke Heiland ter wille zijner moeder door een bijzonder gunstbewijs aan die zielen zijne verdienste toekomen laten die den schat der Kerk vormen.
De uitdrukking waarvan de H. Maagd zich bedient, laat ons niet in twijfel, of Zij door een plaatselijke verandering van den hemel zich in het vagevuur begaf en zich daar zelf persoonlijk in bevond; want het woord „nederdalenquot; beteekent hier, zooals dikwijls in de Heilige Schrift: „helpen, bevrijdenquot;; zoo zegt bijv. God de Heer: Ik heb het verdriet van mijn volk in Egypte gezien.... en ben nedergedaald om hen te bevrijden uit de handen der Egyptenarenquot;. En de Wijsheid zegt van zich zeiven: zij heeft den rechtvaardigen (Jozef) niet veria ten, toen hij verkocht werd, maar heeft hem bevrijd uit de handen der zondaren, zij is met hem in het graf nedergedaaldquot;. Wanneer dus God zegt, dat hij op aarde nederdaalt, zoo duidt dit zijne werkzaamheid op aarde aan. Evenzoo is het nederdalen van Maria een zedelijk nederdalen, dat niets anders beteekenen wil, dan hare werkzame macht tot hulp der menschen. Zoo schijnt Paus Clemens VII die in zijne bul „Exclementiquot; de bul van Johannes XXII aanhaalt, het nederdalen verstaan te hebben, want hij zegt: „de glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria zal de zielen der geloovigen zoowel die der vromen als der nonnen door hare voortdurende voorspraak en door eenen geheel bij zonderen steun naar haar behagen te hulp te komenquot;. Clemens VII bedient zich dus in plaats van nederdalen,
139
zooals de Heilige Maagd zich in de bul van Paus Johannes XXII uitdrukt, van de woorden: voorspraak, gebeden, steunen een dergelijk te-hulp-komen vordert niet noodzakelijk hare werkzame en persoonlijke tegenwoordigheid, maar die eens Engels is voldoende; deze kan zich in het vagevuur begeven en door het aanzien, waarin zich Maria bij God verheugt, kan hij in Haren naam de zielen van de medeleden van het Heilige Skapu-lier uit die vlammenzee bevrijden om ze in den hemel over te brengen. In dezen zin moet men ook het onder Paus Paulus V van de Kongregatie der Inquisitie afgekondigde verbod verstaan, de Heilige Maagd in beeld voortestellen, zooals zij in het vagevuur nederdaalt, om de zielen dergenen te bevrijden, die haar heilig kleed dragen.
„Zaterdags na hunnen dood.quot; De woorden, waarmede de Heilige Maagd belooft in Hare moederlijke liefde de zielen der medeleden des zaterdags na hunnen dood uit het vagevuur te bevrijden bieden eene zwarigheid aan. Het schgnt, dat deze woorden in strijd zijn met verstand en gerechtigheid, daar toch,Maria Haren aangenomen kinderen ongelijke hulp verzekert. Wanneer het bijv. gebeurt, dat een van hen in den nacht van Vrijdag op Zaterdag sterft belast met groote zonden, die hg aan de goddelijke gerechtigheid heeft over te dragen, zoo zou hij slechts zeer korten tijd in het vagevuur te verblijven hebben ; terwijl degene, die in den nacht van Zaterdag op Zondag het tijdelijke zegent, volle acht dagen in de pijnigende vlammen verbleven moet, ofschoon hg wellicht minder af te boeten heeft, dan de eerste. En waarom dan nog de in de Kerk gebruikelyke misstichtingen op eeuwige tijden voor de zielerust der gestorvenen?
Deze opmerkingen schijnen bij den eersten aanblik iets
140
waars in zich te hebben; doch laten wij ze wat nader beschouwen.
Zelfs, wanneer de ongelijke strafverhouding van twee medeleden waar ware, zooals wij ons boven gedacht hebben, dan zou toch geen van hen grond hebben zich te beklagen; want hij die tot een langer oponthoud in het vagevuur veroordeeld geworden was, zou toch altijd nog minder te Igden hebben, dan hij verdient en bi)gevolg moest hij zich veel meer verheugen over de genade, die zijn broeder door de gunst van Maria ontvangt, die hare genade bewijst, zooals Zij dat wil. Hier vindt de parabel van de arbeiders in den wijnberg van den huisvader toepassing: die te elfder ure gekomen waren, verkregen evenals degenen, die den last van den dag en van de hitte verdragen hadden, hetzelfde loon; en toen deze tegen den heer des huizes morden, zeide deze tot een van hen: „vriend, ik doe u geen onrecht, Zijt gij niet voor eenen denarie met mij overeengekomen? Of is het mij niet veroorloofd te doen, wat ik wil en is uw oog daarom boos, omdat ik goed ben?quot;
Overigens is het niet juist wanneer men aanneemt, dat de Heilige Maagd verklaard heeft, dat de bevrijding der medeleden alleen op den eersten Zaterdag na hun overlijden plaats vindt, en niet vroeger. De eigenlijke zin der openbaring is, dat de bevrijding van deze zielen minstens op den eersten Zaterdag geschiede. In het dekreet van Paus Paulus V van den 15den Februari 1613 heet het inderdaad: „voornamelijk op Zaterdagquot;, praecipue in die Sabiati en in de lessen van het Romein-sche Brevier voor het feest van Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel leest men „zoo spoedig mogelijkquot;, quan-tocius. De verschillende hierop betrekking hebbende uit-
141
spraken in de Pauselijke bullen en dekreeten laten zich gemakkelijk met elkander vereenigen wanneer de eenen de anderen verklaren.
Nu is de vraag, of de medeleden van het H. Skapulier onfeilbaar den eersten Zaturdag na hunnen dood van het vagevuur bevrijd worden. Bij verscheidenea mag dit het geval zijn, terwijl het bij anderen niet zal plaats vinden.
Iedereen weet, dat door de genade der rechtvaardiging den mensch wel is waar de eeuwige, niet echter de tijdelijke straf vergeven wordt, waarvoor dan genoegdoening te verschaffen is, of op deze wereld of in het vagevuur. Uit dezen kerker kan de ziel niet uitgaan om in den hemel te gaan voor hij den laatsten penning betaald heeft. En hoewel de duur dezer straf door een buitengewoon genadebewijs en naar de mate der bestemming van de Heilige Maagd minstens op den eersten Zaterdag na den dood afgekort is geworden zoo zal toch degene, die gedurende zijn geheele leven de regels der broederschap opvolgt en alle oefeningen met groote aandacht en vertrouwen op den steun van Onze Lieve Vrouwe van den berg Karmel nagekomen is, zekerder het privelegie en den Zaterdagsaflaat deelachtig worden, dan een ander, die minder ijver heeft gehad. Daar overigens deze toepassing meer op den weg der voorspraak als op dien der genoegdoening geschiedt, kan het voorkomen, dat deze voorspraak niet op gelijke wijze allen zielen van nut is en dat een van hen wegens gebrek en dispositie niet dadelijk dóór dezen aflaat bevrijd wordt. Aldus ziet men het nut, ja de noodzake-lijkheid, voor de afgestorven medebroeders en zusters het heilige misoffer, gebeden, aalmoezen en andere goede werken aan God te brengen.
142
Wanneer wij nu den algemeenen grondregel opstellen, dat Maria de medeleden van het H. Skapelier op den Zaterdag na hunnen dood uit het reinigingsoord bevrydt, zoo is daarmede niets gezegd, wat tegen het verstand en het geloof is. De ouders, de. koningen behouden zich toch ook zekere dagen voor, waarop zij zich goedig en genadig toonen. Zelfs de Kerk bestemt voor hare aflaten zekere dagen en slechts op deze kan men aflaat bekomen. Zou Maria het bij Haren goddelijken Zoon niet bewerken kunnen, dat Hij in den Hemel uitwissche wat zijne plaatsvervangers, de Pausen, op aarde doen, vooral daar zij naar de in de Kerk bestaande orde de Pausen zeiven tot medeweters, bewaarders en volksleiders of verkondigers harer genade maakt ?
De heilige Theresia voert ia haar leven een voorbeeld aan, dat ons voor het gezegde een bewijs levert, dat namelijk ons vertrouwen op den steun en de bevryding door Maria zich slechts op onzen ijver in de vervulling onzer plichten steunen kan. Zij zegt:
„Toen een zeer vroom lid onzer orde zeer ziek was, vernam ik bij het aai.hooren der Heilige Mis in een groote zielverrukking die mij aangreep, dat hij gestorven was en ik zag hem, zonder dat hg in het vagevuur kwam, in den hemel gaan. Naderhand vernam ik, dat hij werkelijk in hetzelfde uur gestorven was, als ik hem gezien had. Ik was zeer daarover verbaasd, dat hij niet in het vagevuur was geweest, doch mij werd te verstaan gegeven, dat hij voor de trouwe nakoming van de regelt der orde door bijzondere lullen hetrelckelijk de pijnen van het vagevuur toegestane geuade deelachtig geworden was. Ik weet niet waarom mij deze mededeeling gegeven werd, wanneer misschien niet daarom, om mij te laten verstaan.
143
dat het om uit de aflegging van het heilige proces niet te trekken, niet genoeg was alleen het kleed te dragen, doch dat ook een daarmede overeenstemmende deugd noodig zij,
„Ik zal hen op den heiligen berg van het eeuwige leven overvoeren.quot; — De Heilige Maagd zal deze gunst al dengenen bewijzen, die do voorgeschreven voorschiiften opgevolgd hebben. De vromen moeten namelijk naar hunne regels leven en de medeleden van het H. Skapulier moeten bijzonder kuische zeden hebben en het kleine officium van de Heilige Maagd bidden of op Woens- en Zaterdagen zich van vleeschapijzen onthouden.
„Onder de kanonieke dagtijdenquot; is hier eigelijk het groote kanonieke officium te verstaan; doch bepaalt een door Paulus V in het jaar 1613 bevestigd de kreet, dat de medeleden door het bidden van het kleine officium van de Heilige Maagd na den Eitus van het Romeinsche Brevier hunne verplichtingen nakomen kunnen.
Alhoewel het privilegie en de aflaat der Sabbattij nsche bul door Jezus Christus in den hemel gegeven en bewilligd is geworden, zoo moeten zij toch door den Paus, Zijnen plaatsvervanger op aarde, aangenomen, bekrachtigd en bevestigd worden, daar Onze Heer de kerkelijke Jurisdictie over de sterfelijken naar buiten niet uitoefent. De Portiunkula aflaat, dien de Goddelijke Heiland zijnen dienaar, den heiligen Panciscus van Assisi, verleerd heeft, moest evenzoo als het zaterdag-privilegie door den Paus aangenomen en bevestigd worden.
De geleerde Anton Sander maakt over de Bulla Sal-battina de volgende opmerkerking: Het privilegie van de Sabbattij nsche bul is een goddelijk en niet menschelijk, een hemelsch niet aardsch; daarom geldt hier zeer goed
10
144
wat Arnold van Chartres over de zeven woorden van onzen Heer heeft gezegd. Maria, onze Moeder verzoekt het, de Zoon bewilligt het en de Vader besluit het. Het privilegie werd dus in den hemel gegeven, de Heilige Maagd bracht het op de aarde eu Paus Johannes XXII bevestigde en openbaarde het, zooals de bul ons woordelijk leert; Ik neem dezen aflaat van, keur hem goed en bevestig hem op aarde, zooals Jezus Christus om der verdienste der heiligste Maagd, zijner Moeder wille, hem hem genadig in den hemel verleend heeft. Met recht noemt dus de heilige Kongregatie van den Ritus het Skapu-
lier een hemelsch kleed..... Ofschoon Jezus Christus
in den hemel onmiddellijk de hooge privilegiën van de sabbattijnsche bul verleend heeft uit kracht van de verdienste van de Heilige Maagd, zooals Paus Johannes betuigt, zoo is het toch om ons allen twij fel te ontnemen en om de aandacht der geloovigen te bevestigen, noodig geweest, dat dit hemelsch geschenk door den oppersten herder der Kerk bevestigd werd.
Aanteekeningen.
Bladz. 55.
De benaming „Priov generaal werd naar gewoonte der Lateinen door Aymerich, Patriarch van Antiochie in de Karmelietenorde ingevoerd. De heilige Berthold, broeder van den genoemden patriarch, was de eerste die dezen naam droeg. Zijne voorgangers in de regeering der orde heetten Abten of Archimandriten,
Bladz. 58.
De stelregels der Karmelieten schrijven voor iedere provincie een Eremus of een klooster voor, gebouwd op de wijze der Kartuisers. Kooristen mogen er niet meer dan twintig zijn, leekebroeders daarentegen zoo velen als voor de verrichtingen van den arbeid gewenscht zijn. Geen vrome mag daarin als regel minder dan een jaar vertoeven en iedereen is genoodzaakt alle oefeningen mede te maken. Het hoofddoel dezer kloosters is, dat zij der Kerk Gods en allen geloovigen ter hulpe komen door hun bestendig bidden, hun waken, hunne kastijdingen en andere vrome werken. Dien ten gevolge worden alle heilige missen voor de geestelijke welvaart der kerk en der orde, voor de behoeften van den Eremus als wel voor de weldoeners der orde daar gedaan, zonder dat voor het heilige offer
146
iets mag aangenomen worden. Het stilzwegen wordt streng in acht genomen en men mag slechts met den overste van het klooster spreken. Al hoewel het vasten in de overige konventen ook reeds streng is, zoo is het in de Cremer van nog grooter gestrengheid. Buiten de cellen van het klooster zijn er ook in het woud ongeveer drie a vierhonderd schreden van het klooster verwijderd , waarheen zich de vromen op zekere tijden van het jaar groepsgewijze terugtrekken moeten om hier in grootere eenzaamheid en strenger vasten te leven. Zooals de overige gemeente doen zij op hetzelfde uur dezelfde oefeningen en antwoorden bij iedere gemeenschappelijke daad op de klok van het klooster door een klokje, dat zij zich bij hunne medebroeders aansluiten. Wanneer de kluizenaars bij den aanvang van den advent en het vasten zich van de geestelijke gemeente afzonderen, zoo geschiedt dit naar eene ceremonie op de wijze der aude vaderen der woestijn Deze kluizenaars bekomen niemand te zien en leven slechts van vruchten en slecht toebereidde kruiden, \'s Zondags komen zij in het klooster om alle gemeenschappelijke oefeningen bij te wonen en keeren na den vesper naar hun huisje terug behalve wanneer zij nog eene conferentie hebben bij te wonen. Iedere week bezoekt hen de Prior van het klooster om te zien, hoe zij zich in hunne eenzaamheid gedragen.
Bladz. 59.
Uit authentieke documenten en stichtingbrieven, die Lezana in het derde deel zijner Annalen aanhaalt, blijkt, dat sedert de achtste eeuw, waarin de stichting van een Karmelietenklooster in Florence plaats vond, tot het einde der elfde eeuw, toen de vestiging van het Karmelieten-
147
klooster te Bordeaux geschiedde, zoowel verschillende kloosters als hermitages voor de Karmelieten in Europa opgericht geworden waren; want de zonen van den Karmel hadden behoefte, zooals de H. Generaal der orde Cyrill in zijn boek „Be I\'rocessu et variis regulis Carmelitarumquot; zegt, aan een toevluchtsoord tegen de vervolging der Saraceenen, die in de zevende eeuw haren aanvang genomen had.
Bladz. 68.
Sedert het jaar 1244 hadden de Saraceenen der Karme-lietanorde de kloosters van Jeruzalem, die van de woestijn Quavantania (waar de Heiland zijn veertigdaagsch vasten gehouden heeft) en aan de Galileesche zee ent-nomen. De vervolging hield hiermede niet op, want in het jaar 1267 verloor de orde het klooster van Antiochie benevens de overige kloosters en grotten in Syrië en toen in het jaar 1289 Melec-Messor, Sultan van Babylon, Tripoli belegerde en met storm innam, werd ook het klooster aldaar verwoest. De kloosters op den Libanon (Belli Loci) en te Sarepta ondergingen hetzelfde lot. Het was echter in het jaar 1291, dat zich de voorspelling van Isaja te hernieuwen scheen en vreugde en blijdschap wederom van den berg Karmel verdwenen.
De Karmeliet Willem Sanvic of Sannic bericht als ooggetuige volgenderwijze het glorierijke einde zijner orde in Palestina.
„....In de maand Mei 1291 (zesentwintig jaren na den dood van den heiligen Simon Stock) bemachtigden de Saraceenen zich van de stad Jean d\'Acre, waar meer dan dertig duizend christenen gedood en gevangen genomen worden; menigen echter , en onder dezen ook ik,
14
ontkwamen aan het bloedbad, doordat zich vele christenen van Acre, Tyrus en Tripoli op zee redden. De Sara-ceenen verwoestten de stad Acre met het beroemde klooster der (Karmelieten) orde, dat zich daar bevond, op zulk eene wijze, dat het onmogelijk meer bewoond worden kon. Van daar begaven zij zich op den heiligen berg Karmel, die daar niet ver van daan verwijderd ligt, legden een vuur rondom het klooster van de broeders der H. Maagd aan, dat reeds dikwijls was overvallen geworden, doch nog nooit geheel was verwoest geworden, en dat ik kort te voren verlaten had om mij naar Acre te begeven en doodden alle zich daarin bevindende vromen, terwijl deze het nSalve Ueginaquot; zongen. Zoo werd deze orde in de phoenicische provincie en ten gevolge daarvan in het ge-heele heilige land tot den bodem uitgeroeid.
[De provincie van het heilige land telde na Lezana zevenenzeventig kloosters. Deze gingen allen, met uitzondering van vijf nederzettingen in het koninkrijk Cyprus, om dezen tijd verloren, toen de christenen het onderspit voor de Saraceenen delven moesten. Betreffende het hoofdklooster op den berg Karmel schrijft Werner Eolevink: „In het jaar 1291 verloor de Karmelieten orde dit heilige oord, waai zij sedert de tijden van Elia en Elisaus tweeduizend tweehonderd een en twintig jaren bestaan had.quot; Nabij drie en een halve eeuw moesten verstrijken, voor de gerechtigheid weder op den Karmel haren woonplaats nam (Is. 32, 16), toen de zonen van den heiligen Elia van hun oud heiligdom weder bezit namen].
Bladz. 69.
Dit wonder aan de Elias bron verhaalt Bartholomeus Salignac, apostolisch Protonotar in zijn werk: Itineraïre (de la Terre Sainte torn. 10 chap XI) als volgt:
149
„Op den berg Karmel, westelijk van Neder-Galilea gelegen, waar de heilige profeten Elia en Eliseus met hunne scholieren, de profetenzonen, gewoond hebben, wier navolgers do monniken zijn, die men Karmelieten noemt, vertoont zich in klooster op dat gedeelte van den berg, dat de bron van Elia genoemd wordt een merkwaardig verschijnsel. Men neemt namelijk in het vloeien van het bronwater een wonderbaarlijk verschil waar. Aldaar vinden de lieden der orde en de christelijke bedevaartgangers naar behoefte steeds water in overvloed, zoodra echter de ongeloovigen naderen, gaat het water terug en de bron verdroogtquot;, Hier gaat de uitspraak van den profeet in vervulling: „uwe wateren zullen op openlijke plaatsen stroomen, maar de vreemde zal daarvan niet drinkenquot;. Bladz. 74.
Het door den heiligen Lodewijk te Parijs gestichte klooster droeg lang den naam: Convent des Barrés klooster der gestreepten.
Wegens hunne met verschillende kleuren gestreepte kleeding noemde men in Frankrijk de vromen van den Karmel: Les Barrés, Bar rati of Birzati, Hacliati, Stragnlati ed in Duitschland Sire petitie. In Valenciennes gaf men zelfs aan de poort, die de stad van de voorstad scheidde waar zij zich nedergelaten hadden, den naam: Porie-des-Barrés.
De kluizenaars van den Karmel hadden eerst eenen witten mantel; doch zij moesten deze kleur, die toen ter tijde uitsluitend den mohammedaanschen vorsten voorbehouden was, afleggen en eenen mantel van zeven stukken of streepen nemen, waarvan er vier wit en de drie overigen gekleurd waren.
Na den dood van den heiligen Lodewijk verkregen de
150
Karmelieten van Parijs zijnen koningsmantel, die tot de revolutie in het klooster aan de Maubertsplaats bewaard en als een der kostbaarste relequiën van dezen groeten monarch vereerd werd.
Bladz. 77.
De door Paus Innocensius IV benoemde commissarissen vonden goed, aan het eerste artikel van den den Karmelieten door den heiligen Albert, Patriarch van Jeruzalem , gegeven regels, waar van gehoorzaamheid sprake is, de woorden toetevoegen, dat zij ook de kuischheid betrachten en geen eigendom bezitten zouden: et jiromis-sum studeai operiis ver it ate servare cum castitate et aidicati-one projoietaiis.
Dit toevoegsel was eigenlijk slechts eene verklaring van de gelofte van gehoorzaamheid, want in dien tijd legden de Bantiktijner, Augustijner en meerdere andere orden slechts de gelofte van gehoorzaamheid af en desniettemin waren allen overtuigd, dat deze gelofte ook die van kuischheid en armoede in zich sloot. Heden nog leggen de Kartuizers slechts de gelofte van gehoorzaamheid af.
De regel bepaalde niet op welke plaatsen de kloosters zich bevinden moesten, en daar de vromen van den Kar-mel kluizenaars waren, zoo waren sommigen onaer hen van inzicht, dat deze slechts in de woestijn konden opgericht konden worden. Om allen twijfel omtrent dit punt weg te nemen, verklaarden de commissarissen, dat gezegde kluizenaars kloosters hebben konden, zoowel in de woestijn als op andere plaatsen, die hun aangeboden werden en waar kloosterlijk toezicht kon uitgeoefend worden. Deze bepaling vormt een eigen artikel.
151
De heilige Albert had voorgeschreven, dat ieder vrome in zijne cel blijven en daar leven moest van hetgeen hem toegedeeld werd. Hieruit besloten eenigen, dat men de maaltijden in den cel en niet in eenen gemeenschappelijke zaal nemen moest. De commissarissen haalde eenige woorden door en stonden toe in eene gemeenschappelijke zaal te eten onder aanhooren eener lezing uit de heilige schrift. Dit vormt tegenwoordig een vierde punt der regels.
De regel bepaalde, dat de Prior of een door hein afgezonden broeder, iemand datgene, wat met hot oog op ouderdom en behoefte noodig was, toedienen moest, wat hem (God) de Heer geven zou. Hieruit ontstond de vraag of datgene, wat de vrome door zijnen vlijt of handenarbeid verwierf, op de zelfde wijze verdeeld zou worden als de aalmoezen en alles, wat het klooster geschonken werd. De commissarissen schrapten de genoemde woorden en verklaarden hierdoor dat alles, wat het klooster verkrijgen zou, alle gemeenschappelijke en bijzondere geschenken, zoowel als ieder voordeel, aan het algemeen bezit van het klooster zou toegevoegd worden en door den overste al naar gelang van ouderdom en behoefte verdeeld zou worden.
*
Een andere twijfel der vromen sloeg daarop, of het geoorloofd was ezels of muildieren te hebben om hout en dergelijke zaken aan te brengen en of dieren geoorloofd waren om melk en eieren te verkrijgen. De commissarissen stonden in den tekst der regels het ditbetref-fende verlof toe, dat de kluizenaars in het jaar 1230 van Paus Gregorius IX verkregen hadden.
Het twaalfde artikel, tegenwoordig het dertiende, scheen eene verzachting noodig te hebben. Het gebruik van vleeschprijzen was voor altijd verboden behalve in
152
het geval van ziekte en overgroote zwakte. De commissarissen schrapten de woorden „voor altijd en „overgrootquot; en opdat de vromen hunnen gastheeren niet lastig zouden vallen, voegden zij er aan toe, dat zij op reis soep van vleesch gekookt en op zee zelfs vleesch mochten eten.
In het veertiende artikel verordenden de commissarissen het stilzwijgen van de compleet tot aan de vroegmis van den volgenden dag, terwijl men het vroeger van den vesper tot de terts in acht nam. Deze verandering werd deswege getroffen, om de zwarigheden te gemoet te komen, waarin zich de meeste vromen sinds hunne nederzetting in Europa bevonden, wanneer om den tijd personen van verre streken kwamen om hunne geestelijke aangelegenheden met hen te bespreken. Dii. vormt tegenwoordig het zestiende artikel van de regels, die, terwijl er nog twee andere bijkwamen, in het geheel uit acht regels bestaan.
De zoo verklaarde, verbeterde en verzachte regels van den heiligen Albert werden door Paus Innocentius I\\ bevestigd in een bul: Qvac honorum, gedateerd Lyon, 1 September 1248. Trots de verbeteringen en verzachtingen , die er aan gedaan werden, is zij toch steeds ^ls de eerste of oorspronkelijke regel beschouwd geworden, daar de genoemde veranderingen van zeer geringen aard waren.
Bladz. 79.
Men zie hierover de bul van Innocentius IV van het jaar 1254 aan den bisschop van Londen, waarin de laus zich in de volgende woorden uitspreekt; „Verzuim niet op iedere mogelijke wijze de vermetelheid van eenige slecht gezinde menschen te onderdrukken, die ongeacht de goedkeuring en den steun van den Heiligen Stoel,
153
waarin zich de orde der Karmelieten verheugt, niet nalaten haar te vervolgen en haar in de wettig toegestane rechten en privelegiën te verontrusten.
Bladz. 83.
De heilige Paula was eene Romeinsche dame en stamde van moeders kant af van de Scipio\'s en de Gracchussen; alle christelijke deugden waren haar eigen.
Bladz. 85.
Paus Johannes XXII was voor zijne verkiezing Kardinaal bisschop van Porto en heette Jacques d\'Euse of Jakob van Ossa. Hij was te Cahors in Frankrijk geboren. Daar Rome aan partij strijders was prijs gegeven en hij zich misschien ook door eene te groote voorliefde voor den vaderlandschen bodem liet terughouden, sloeg hij evenals zijne voorgangers zijne woonplaats te Avignon op.
Johannes XXII was een waardige Paus: geleerd, vroom, streng tegen zichzelven, wellicht van een te opgewonden karakter en koene inbeeldingskracht, echter vol oprechten ijver en bezield met de reinste oogmerken.
Hij kenmerkte zich voornamelijk door zijne geheel bijzondere aandacht tot de H. Maagd. Onder zijn Pontifi-kaat werd het gebruik algemeen ingevoerd, het gebed: „de engel des Heerenquot; te bidden, waarvoor hij ook eenen aflaat toestond. Voor de aanroeping van den naam „Maria1\' en voor het bidden van het „ Salve Begindquot; verleende hij eveneens aflaten. Hij bouwde te Avignon eene kapel, die hij aan de H. Maagd wijdde onder den titel „Onze Lieve Vrouw der wonderen\'\'.
Bladz. 87,
De heilige Nikolaas was geboren te Toulouse of Nar-
154
bonne, werd Vicaris op den berg Karmel (1266) en regeerde de orde tot het jaar 1272. Hij was een ijverig en geleerd man. Men heeft van hem een ascetisch werk getiteld: Sagitia ignea,
Bladz. 90.
Lyon nam hem op als een wonderdoener. De uitwerking zijner bespraaktheid verbonden met die zijner deugden was eene dergelijke, dat Innocentius IV door eene bul van den lsten September 1248 plechtig de door den heilige Albert gegevene regels — na eenige noodwendig geachte veranderingen — bevestigde en den Karmelieten toestand zoowel in de steden als op het land alle stichtingen aan te nemen, die hun aangeboden worden. Hij verklaarde ze aangenomen door de Aartsbisschoppen ea stond bovendien door eene bijzondere bul diengenen tien dagen aflaat toe, die den Karmelieten aalmoezen schonk om hen in hunne behoeften te gemoet te komen. Paus Innocentius IV heeft vijftien bullen , breven en dekreeten ten gunste der Karmelieten uitgevaardigd.
Bladz. 92.
In het jaar 1259 was door Paus Alexander IV verboden geworden Karmelieten in eene andere minder gestrenge orde zonder verlof van den Generaal-Prior op te nemen. Intusschen gingen de mindere broeders in de provincie met dergelijke opnamen voort; doch Simon Stc-ck wendde zich tot Paus ürbanus IV, die daarover aan den Generaal van den Franziskanerorde, den heiligen Bona-ventura schreef. De brief draagt den ditum van den 22en September 1262.
155
Bladz. 97.
Meerdere geloofwaardige personen verhaalden, dat aij zijne glorierijke ziel onder verschillende symbolen ten hemel hebben zien varen.
Het klooster, waarin de Heilige stierf, was in het jaar 1217 gesticht geworden; buitendien waren er in Bordeaux nog twee andere Karmelietenkloosters, van welke het eene ongeveer in het jaar 1100, het andere in het jaar 1264 gesticht was geworden.
Bladz. 98.
De aard en wijze, waarop Simon Stock door den Aartsbisschop van Bordeaux, Petrus lioscidaval, heilig verklaard werd, hebben niets af keui ens waardigs in zich.
Al hoewel naar de bemerking van Paus Benedictus XIV in zijn werk „Over de kanonisatie der zaligenquot; (1 Boek, 10. Kap.) Paus Alexander III reeds lang te voren een de kreet uitgevaardigd had, hetwelk alleen den Paus het recht toestaat, de Heiligen te kanoniseeren, zoo is toch zooals belangrijke schrijvers o. a. Thomas Waldensis (t. Ill Sacrametal. cap. CXXII.) bewezen, het de kreet langen tijd niet in kracht getreden, daar de bisschoppen zonder tegenspraak van den Paus steeds binnen de gren _ zen van hun gebied hetzelfde recht uitoefenden. Dezelfde Paus Benedictus XIV voert uit het jaar 1489 aan den bisschop van Siena, Pranciskus Picolomini, een voorbeeld aan dat, zonder zich tot den Paus te wenden, de dienaresse Gods Aldobrandi, eene Italiaansche, zalig sprak.
Het recht werd eerst sedert de bul van Urbanus VIII van het jaar 1634 volkomen ingevoerd en algemeen erkend en toegepast.
156
Bladz. 100.
Gelijk zijn voorganger Pius IX heeft ook de glorierijk regeerende Paus Leo XIII den 26en Januari 1886 aan alle geloovigen, die op het feest van den heiligen Simon Stock ergens eene kerk van de barvoetersorde der Karmelieten bezoeken, onder de gewone voorwaarden eenen volkomen aflaat toegestaan, die ook den armen zielen in het vagevuur gegeven worden kan.
Bladz. 105.
Deze beide wonderen zijn ontnomen aan een in het jaar 1807 te Gend gedrukt werk ontnomen, getiteld: JJeyoWo» au Skapulaire.
Bladz. 132.
Deze bul heet de sabbattijnsche, omdat in haar de belofte van de H. Maagd vervat is, diegenen, die het heilige Skapulier dragen, op den eersten Zaterdag (Sabbatum) na hunnen dood uit het vagevuur te bevrijden.
Den Latijnschen tekst zie men in P. Daniel, Speculum Carmeliiarum, part. III, pag. 549 (en Vinea Carmelie, pari. V, cap F), Bullarium Carmelitarum, torn I, pag. 61 en 166. P. Paulus van alle Heiligen, Clavis aurea, 265 s. 8.
Bladz. 133.
Eene grootere verklaring dezer bul vindt men in den
Speculum Carmelitarum part III no. 2182 en in Tinea Co.r-meli, part V, cap. VI.
Bladz. 137.
Betreffende deze uitdrukkingen herinnere men zich dat.
1) De doodzonde, zij het de erfzonde of eene actueele zonde, slechts door den dood uitgewenscht worden kon er
157
na den dood slechts door de sakramentisciie absolutie of door het volkomenste berouw, verbonden met het verlangen naar den biecht, nooit echter uit kracht van eenen aflaat.
2) De aflaat laat de door de doodzonde bewerkte tijdelijke straf slechts dan na, wanneer de zonde reeds naar de schuld gedelgd is, want wanneer zonde en straf van elkander gescheiden worden kunnen, zoo is dit slechts dan mogelijk wanneer de gebreken der ziel reeds verwijderd zijn en niet eerder.
3) Eenige Godgeleerden leeren evenwel, dat door den aflaat den dagelijksche zonde verdelgd kunnen worden. Men zie hierover Bouvier, Traité des indulgecences etc. en Maurel-Schneider, de aflaten.
Bladz, 137.
Deze opmerking heeft hare juistheid; doch het blijft steeds waar, dat men eenen volkomen aflaat in zijnen geheelen omgang bijna nooit verkrijgt zij hel door nalating van de eene of andere voorwaarde, of ook door de nog bestaande aanhankelijkheid van eenige zonde; derhalve is de door Maria in het tweede gedeelte der periode gedane belofte volkomen conform aan de gezonde leer en de grondstellingen der -Godgeleerdheid.
Bladz. 139.
De heilige Kongregatie verklaarde en verorderde in het jaar \'1613, dat men op schilderijen, in plaats van de in het vagevuur ^afdalende Maagd, Engelen afbeelden moest, die de medeleden der broederschap in den hemel geleiden, wat in ieder geval door de voorspraak, de gebeden en de verdienste van Maria geschiedt.