-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

DE MAAND OCTOBEE.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

- : /it. He

DE MAAND OCTOBER I

BIJZONDER TOEGEWIJD

aan

O. Ij. -V.

r

C

C

lt;

Koningin van den Alleiiieiligsten Uo/eiiknins,

EEN PATER DOMINICAAN. Vermeerderd met de Gebeden onder de H. Mis.

Derde Uitgave.

r-o

-IIrrtooenbosch. — G. MOSMANS Senior, Uitgever. Zuidwillemsvaart D 147, vroeger Markt.

1 885.

-ocr page 6-

Hi omnes erant perseverantes unanimiter in oratiom? cum mulieribus, ot Maria matre Jesu.

Deze allen waren eendrachtig volliardende in liet gebed, met de vrouwen, en met Maria, Jesus Moeder. Act. Ap. 1,14.

-ocr page 7-

VOORREDE.

De algemeeue vereering van Maria, de Koningin van den A.llerheiligsten Rozenkrans, gedurende de geheele maand October, danken wij aan de Paters Dominicanen der Philip-pijnsche provincie.

Deze provincie, ook genoemd de provincie van O. L. V. van den Rozenkrans, in 1592 opgericht, onderscheidde zich spoedig door eene bijzondere godsvrucht tot Maria, de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, en wist daardoor ontelbare ongeloovigen voor Jesus Christus te winnen. Dit kenteeken dei-eerste tijden van hare stichting is in latere eeuwen niet verloren gegaan, want de ijver voor den Rozenkrans bezielt nog altijd de Dominicanen der Spaansche provincie; dat gebed steunt hen te midden der beproevin-

-ocr page 8-

VI

gen, en schenkt hun kracht voor het Martelaarschap. De provincie der Philippijnen toch herinnert ons aan de schoonste tijden der orde van den H. Dominicus; het bloed zijner kinderen heeft niet opgehouden te stroomen in Tonkin en Cochinchina, tot getuige voor God en voor de menschen, dat de geest van den H. Dominicus nog voortleeft in zijne kinderen.

Één der paters van deze provincie, Joseph Peralta y Marquez, kwam op de gedachte om de maand October aan O. L. V. van den Rozenkrans toe te wijden, gelijk in de vorige eeuw aan de H. Maagd de maand Mei was geheiligd. Dit plan deelde hij mede aan Pater Josephus Maria Moran, een niet minder vurig vereerder van den Rozenkrans, en verzocht hem, »een maand, toegewijd aan O. L. V. van den Allerheiligsten Rozenkransquot;, te schrijven. Zulk een verzoek kon de vurige vereerder van Maria niet weigeren. Pater Moran schreef het werkje; en met zulk goed gevolg dat meer dan drie en dertig Bisschop pen het goedkeurden.

Dit moedigde Pater Peralta en Pater Moran aan, om Zijne Heiligheid ditzelfde werkje aan te bieden. Pius IX ontving met de grootste welwillendheid het geschenk dier paters, en wist hunne liefde voor Maria niet beter te beloonen, dan door bij eene Breve zijne

-ocr page 9-

VI r

goedkeuring aan deze godsvrucht te hechten, en die met aflaten te verrijken.

Den 28 Juli 1868 namelijk, heeft Zijne Heiligheid Pius IX, door eene breve Instantei1) de toewijding van de maand October aan O. L. V. van den Allerheiligsten Rozenkrans goedgekeurd; en den geloovigen een vollen aflaat verleend, wanneer zij de geheele maand, bij de godvruchtige oefeningen die ter eere van O. L. V. van den Allerheiligston Rozen-krans gehouden worden, tegenwoordig geweest zijnde, op het einde dier maand, zullen biechten, communiceeren, en bidden volgens de meening van Zijne Heiligheid. Daarenboven kunnen zij iederen keer, dat zij deze oefeningen bijwonen, een aflaat verdienen van 7 jaren en 7 quadragenen. En de thans regeo rende Paus Leo XIII heeft reedo tweemaal in een rondgaand schrijven zijn verlangen te kennen gegeven dat de maand October aan de Allerh. Maagd Maria zou worden toegewijd .....dien ten gevolge — zoo schrijft Z. H.

in de encycliek van 1 September 1883 — vermanen wij dringend niet slechts alle christenen om, hetzij in het openbaar, hetzij in het bijzonder, een ieder in zijn huis of familiekring, den heiligen Rozenkrans met allen ijver te bidden en dat gebruik ie onderhouden,

1

Act. Cap. Ord. Praed. Gandavi 1871 pag. 24.

-ocr page 10-

vin

aar hot is ook Üus vei\'laageu, dat de geheelem October-maand aan de hemelsche Koningin van den Rozenkrans zij toegewijd en opgedragen.

f\'eze goedkeuring, door onze beminde Opperpriesters aan de oef eningen van de|niaaud Octobcr, ter eere van den H. Rozenkrans, en de aflaten aan het godvruchtig bijwonen dier oefeningen geschonken, heeft ook ons aangezet eenige overwegingen en gebeden voor iederen dag van de October- maand te schrijven; opdat deze godsvrucht, reeds in andere tanden verspreid, ook in ons land zich moge uitbreiden, en de liefde der geloovigen voor Maria, de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, meer en meer zich verleven-dige en in krachten toeneme.

Gehoorzaam aan de decreeten van Paus Urbanis VIII en van de H. Inquisitie, verklaren wij, dat, wanneer wij van wonderen spreken, het niet in onze bedoeling ligt, het oordeel der H. Kerk te willen vooruitloopen, en wij dat woord slechts gebruiken in den zin der Katholieke schrijvers, welke over die stof, gehandeld hebben; ook vorderen wij niet dat aan onze verhalen eenig ander dan natuurlijk en menschelijk geloof gehecht worde.

In het klooster van O. L. V. van den Rozenkrans, te Huisen, op den feestdag van O. L. V. Boodschap 187-1.

-ocr page 11-

Iste DAG.

De verhevenlieid van den H. Rozenkrans.

Geen güdsvruclu, zoo zegt de 11. Thomas, is na het H. Oll\'er verhevener en meer heilig dan het gebed ; en, voegen wij er bij, geen gebed, buiten de gebeden, die de priester in het H. Misoffer bidt, is verhevener dan het Rozenkransgebed. Om dit goed in te zien moeten wij den Rozenkrans meer van nabij beschouwen, en de verschillende gebeden en overwegingen waaruit hij bestaat, nagaan. De Rozenkrans nu bevat voornamelijk drie verhevene gebeden; Het Otize f\'ader en het Wees gegroet als mondgebeden; terwijl de grootste geheimen van onzen Heiligen godsdienst de stof der meditatie uitmaken. Laten wij ieder afzonderlijk overwegen, en er de verhevenheid van nagaan.

Het Onze Vader.

Onze Vader ; bij die woorden wordt het hart des Christens met liefde vervuld. God

-ocr page 12-

- 10 -

wil onze Vader genoemd worden. Hij heeft een eenigen Zoon, God, gelijk Hij zelf is, in wien Hij zijn welbehagen vindt; en neemt ons zondaars tot zijne kinderen aan. Beminnen wij dan zoo goed een Vader. Zeggen wij duizenden en duizenden malen;

»Onze Vader, onze Vader, onze Vader zullen wij U dan nooit beminnen; zullen wij dan nooit uwe ware, oprechte kinderen zijn?quot;

Onze Vader die in de hemelen zyt; Gij zijt overal maar bijzonder in den hemel, waai\' Gij ons, uwe kinderen zult vergaderen, waar Gij U aan ons zult vertoonen, waar Gij uwe glorie zult openbaren, waar Gij ons uw erfdeel zult schenken.

Geheiligd zij uw naam, laat om toekomen uw rijk. Gods naam te heilige/i is Hem liefhebben en niets anders verlangen dan zijn glorie en roem te vermeerderen, fóe-geeren dat zijn rijk tot ons kome, is wen-schen dat wij geheel en al aan Hem onderworpen zijn, en dat Hij regeere over ons en over alle schepselen.

Uw wil geschiede op aarde als in den hemel. Zijn wil te vereenigen met den wil van God, is eene oefening van de zuiverste en volmaak tste liefde, — Onze Vader, die

-ocr page 13-

- H -

in de hemelen zijt! In dien hemel bemint men U, en daarom vindt men zijn geluk in uwen wil te volbrengen. Dat dan op aarde geschiede als in den hemel, dat wij U hier beminnen en, door de liefde aangezet, in alles uwen heiligen wil volbrengen.

Geef ons heden ons dagelijksch brood. Een gebed, dat een kind vol vertrouwen tot zijnen Vader stiert, waarin het alles vraagt, waaraan het behoefte heeft. Onze Vader, zoo zegt het. Gij hebt ons een sterfelijk lichaam gegeven. Dit lichaam is door de ongehoorzaamheid onzer ouders zwak en sterfelijk, en heeft dagelijks behoefte aan voedsel. Geef ons, Vader, geef ons dat voedsel voor zoover wij zulks noodig hebben. Dat wij, door het U dagelijks te vragen, blijven gedenken, dat wij het van U ontvangen.

»Geef ons heden ons dagelijksch broodquot;; dat brood, dat goddelijk brood der H. Eucha-ristie. O Jesus, geef het ons heden; geef het ons alle dagen. Ach, dat wij waardig zijn mogen U iederen dag in de H. Communie te ontvangen. Heer Jesus, kom ten minste iederen dag op eene geestelijke wijze door de liefde in ons hart!

Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. Merken wij wel op

-ocr page 14-

— 12 -

dat God de vergeving onzer zonden laat afhangen van de vergiffenis, die wij aan onze broeders schenken, \'t Is (jod niet voldoende, ons meermalen die verplichting in de H. Schriftuur ons op het hart te dl ukken\', Hij wil, dat wij dagelijks op die voorwaarde de vergeving onzer zonden afsmeeken. Zouden wij aan deze verplichting te kort schieten, Hij zou tot ons kunnen zeggen, gelijk Hij sprak tot den boozen knecht: »Booze knecht, ik oordeel u uit uw eigen mondquot; 1), gij hebt Mij vergiffenis gevraagd, op voorwaarde dat gij uw broeder zoudet vergeven; gij hebt uw eigen vonnis uitgesproken, toen gij wei-gerd et, uwen broeder vergiffenis te schenken ; ga nu naar de plaats des verdeifs, waar geen barmhartigheid en vergeving te hopen is.

En leid ons niet in bekoring. Niet alleen vragen wij God dat Hij ons niet in de bekoringen doe bezwijken, maar ook dat zij van ons verwijderd blijven overeenkomstig het woord van Jesus Christus; »waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring komt.quot; 2)

Maar verlos ons van den kwade. Verlos

1) 11. Luc. 19, 22. -2) H. Matth. 26, 41.

-ocr page 15-

— 13 —

ons Heer van de zonden en van alle gevolgen der zonden, van alle ziekten, van alle smarten, van den dood. Verlos ons van den duivel, onzen vijand, en van alle bekoringen.

Amen. Het zij zoo. Ja Heer, alles wat wij ü in het »Onze Vaderquot; gevraagd hebben, meenen wij uit geheel ons hart, en wenschen vurig dat het zoo zijn moge.

Is er wel een gebed zoo verheven als het «Onze Vader,quot; waarin wij zulke groote en heilige zaken aan God verzoeken, en dat zoozeer al onze behoeften aan God te kennen geeft; denken wij daar wel aan bij het bidden van, dat schoone gebed ?

VrncM der overweging.

Maken wij het besluit dikwijls dit gebed met eerbied te bidden: des morgens en des avonds, voor en na ons eten en, zoo wij eenigszins kunnen, in vereeniging met het »Wees gegroet Mariaquot; en de overwegingen der Heilige Geheimen van onzen godsdienst, door het bidden van den Rozenkrans.

De H. Rozenkrans.

In de laatste helft der twaalfde en vooral in het begin der dertiende eeuw woedde de ketterij der Albigenzen in Frankrijk en

-ocr page 16-

- 44 -

Italië met een bijna ongekende hevigheid. De kerken en bedehuizen werden geplunderd, .soms verwoest, de priesters vermoord, de H. Eucharistie met voeten vertreden, ondanks de krachtigste maatregelen van den H. Stoel en den vurigen ijver der geestelijken. Ook de H. Dominicus ondervond niet wat verschrikkelijk een vijand hij te strijden had, hoe al zijn predikingen, zijn bidden, zijn verstervingen, zijn wonderen zelfs weinig of geen vrucht droegen voor bet heil der zielen.

Toen alie middelen te vergeefs waren aangewend, verflauwde de Heilige Dorainici;s niet in zijn ijver, maar smeekte vuriger dan ooit tot God om redding uit dien droeven toestand. Die bede bleef niet onverhoord. God bracht redding maar op de Hem eigenaardige aanbiddelijkewijze. Door het zwakke zou wederom het sterke uit den Booze beschaamd worden, en door een nietig wapentuig, den Rozenkrans, het menscbdom verlossing verkrijgen. Met dankbare liefde aanvaardde de H. Dominicus den nederigen Rozenkrans van zijne lieve Moeder, en stelde op ingeving des H. Geestes de Broederschap van den H. Rozenkrans in, terwijl hij niet in gebreke bleef den raad van Maria op te volgen, die

-ocr page 17-

— 15 —

hem den Rozenkrans als een krachtig middel tegen ketterij en zonde had aanbevolen. Heerlijke triomfen bekroonden aldra de prediking van den Eozenkrans. De groet des Engels aan Maria, vol van genade 150 malen herhaald, 15 maal afgewisseld met het gebed des Heeren, door Jesus Christus zeiven ons geleerd, werd gebeden met eene innigheid van gevoel, die telkens herhaalde groet werd aangenaam door de overweging der grootste geheimen van onzen godsdienst, waarin Gods liefde en Maria\'s grootheid ons zoo heerlijk worden getoond ; die telkens herhaalde groet overwon de ketterij en het zedenbederf en verlevendigde het geloof en de liefde in de harten der menschen. Ja, zoozeer zegende God de prediking van den Rozenkrans, dat meer dan honderdduizend ketters zich bekeerden en duizenden zondaars zich met God verzoenden.

GEBED,

Maria, dierbare Moeder, Koningin van den H. Rozenkrans, U vereer ik, U bemin ik het meest onder alle schepselen.

Waarom heb ik U niet eerder gekend en niet eerder bemind; nu ten minste wil ik

-ocr page 18-

— 16 —

U beminnen alle dagen, alle uren, alle oogen-blikken mijns levens. Met U, Maria, wil ik leven hier op aarde om met U eeuwig te leven in den hemel.

Dierbare Moeder, verkrijg voor mij van uw goddelijken Zoon, dat ik altijd met eerbied het gebed des Heeren bidde, en mot geloof en vertrouwen tot God spreke ; «Onze quot;Vader, die in de hemelen zijt.quot; Vraag dien algoeden Vader de verhooring der wenschen, welke ik in het »Onze Vaderquot; van Hem afsmeek, telken male, wanneer ik dat gebed tot ïijnen troon opzend, en vooral wanneer ik dit bid in vereeniging met het «Wees gegroet Mariaquot; en de overwegingen der Geheimen van onzen godsdienst. Amen.

Schietgebed. Jesus en Maria, leer mij meer en meer doordrongen worden van de schoonheid van het Gebed des Heeren of het Onze Vader.

lie DAG.

De verlievenheid van den H. Rozenkrans.

(vervolg.)

Beschouwen wij heden de verhevenheid van het «Wees gegroet Maria!quot;

Wees gegroet Maria. Hoe aangenaam is

-ocr page 19-

- 17 -

het voor eene moeder door hare kinderen met eerbied bejegend, vriendelijk gegroet te worden hetzij door woorden, hetzij door teekenen! Hoe zoet moeten dan die woorden van ons, de kinderen van Maria, Haar in de ooren klinken : «Wees gegroet Maria.quot; Maria toch heeft ons inniger lief, dan een moeder ons kan beminnen.

Niet minder vreugde veroorzaken aan Maria de woorden: Vol van genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij onder de vrouwen; want gevoelen wij een innige blijdschap, wanneer ons vreugdevolle herinneringen voor den geest komen; wanneer wij overwegen, hoe God ons boven zoovelen tot zijne bevoorrechte kinderen heeft aangenomen ; ons, zijne lievelingen, spijzigt met zijn dierbaar Lichaam en kostbaar Bloed; wat vreugde moet Maria dan gevoelen, wanneer wij Haar herinneren aan de groote genaden, die God Haar heeft geschonken, en die vervat zijn in de woorden: »Vol van genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij onder de vrouwen.quot;

Vol van genade-, Maria! in U is alle volheid der genade. Gij zijt vrij van de minste zonde, geheel schoon en nooit is de vlek der erfzonde in U geweest.

MAANU OCTOBER. 2

-ocr page 20-

- 18 -

De Heer is met ü. Gelukkig de ziel, met wie de Heer onze God is! sWanneer God met ons is, wie kan dan tegen ons zijnquot; ? 1). Die God is op eene bijzondere wijze met Maria, wijl Hij Haar tot Moeder van zijn Zoon heeft uitverkoren, en Haar meer dan alle andere menschen bemint. God is ook met ons, wanneer wij zonder zonden zijn. O God, mochten uwe Engelen ook tot ons die woorden spreken: »De Heer is met uquot;!!

Gezegend zijt Gij onder de vrouwen; want Gij zijt de zuiverste en volmaaktste, de heiligste van allen, uit U is geboren de Heilige der Heiligen, Jesus Christus, die uw hart door zijne tegenwoordigheid heeft gezuiverd en heilig gemaakt. Daarom zullen alle geslachten U loven en prijzen en lof-zingen tot aan het einde der eeuwen

Gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus. Dat nu en altijd en in alle eeuwigheid gezegend, geprezen en gedankt worde, die aanbiddelijke Zoon, de verlosser der wereld, Jesus Christus, dien Gij, Maria, ons geschonken hebt tot een Bevrijder van zijn volk, tot Zaligmaker van het menschelijk geslacht.

1) H. P. Rom, 8, 31.

-ocr page 21-

— 19 —

H. Maria. Op het hooren van dien naam sidderen en beven de afgronden, worden de duivelen met vrees bevangen, en vluchten van hen, die met eerbied dien naam aanroepen. Maria in \'t gevaar aan roepen is de overwinning behalen. Smeeken wij dan dikwijls, vooral in de bekoring: «Heilige Maria\'\'!

Moeder Gods- Gij zijt de Moeder van Jesus Christus, en als Moeder kunt Gij alles van uw geliefden Zoon verkrijgen ; daarom, Bid voor ons zondaars; Maria, wijl wij zondaars zijn, durven wij niet onmiddellijk voor Jesus Christus verschijnen, maar roepen uwen bijstand in. Gedenk, dat Gij ook onze Moeder zijt en onder het kruis ons hebt gebaard; bid dan voor ons zondaars, JVit; in het uur van den strijd, opdat wij onzen God niet vergrammen : nu, opdat wij Jesus meer en meer beminnen; nw, opdat wij alles erlangen wat voor onze ziel en ons lichaam heilzaam is ter zaligheid. Ja Maria, bid voor ons nu, en vooral

In het uur van onzen dood-, in die oogenblikken; waarop wij het meest uwen bijstand zullen behoeven, waarvan het afhangt of wij eeuwig gelukkig zullen zijn, of eeuwig ongelukkig, of wij eeuwig Jesus

-ocr page 22-

— 20 -

en Maria zullen beminnen, of hen eeuwig zullen haten. Sta ons bij, dierbare Moeder, in dat verschrikkelijk uur, en verlaat ons niet vooraleer Gij onze ziel in het rijk der hemelen hebt binnengeleid.

Amen\', zoo zij het. Ja, wij hopen en ver-trouwen, Heilige Maagd Maria, dat wij zullen verkrijgen, wat wij ü in het sWees gegroetquot; hebben gevraagd.

Denken wij wel dikwijls bij het bidden van de groetenis des Engels dat wij een zoo verheven gebed tot Maria richten ; een gebed dat haar hart met de grootste vreugde vervult ?

Doch zijn het «Wees gegroetquot; en het «Onze Vaderquot; in zichzelven reeds zoo verheven, hoe verheven moet dan het Rozenkransgebed niet zijn, waarin wij honderd vijftig maal het «Wees gegroet Maria\'\' en vijftien maal het »Onze Vaderquot; tot de tronen van Jesus en Maria doen opstijgen.

Vrucht der overweging.

Laten wij niet na in alle omsfandig\'ne-^en onze toevlucht te nemen tot Maria, en dikwijls vooral in de bekoring tot haar te bidden : Wees gegroet Maria.quot;

-ocr page 23-

- 21 —

De H. Rozenkrans.

(vervolg.)

De zonen van den H. Dominicus traden in het voetspoor van hunnen Vader, en waar de stem hunner prediking vernomen werd, kwamen de scharen in geestdrift toegesneld om in de registers der Broederschap te worden opgenomen. Slechts een noodlottige samenloop van omstandigheden, de nijdige afgunst van Satan in verbond met de onstandvastigheid der menschen en de verschrikkingen eener pestziekte, die in het midden, der iide eeuw zoovele leden der Predikheeren orde wegrukte, dat de Kloosters schier ontvolkt waren, vermochten voor een wijl de godsvrucht der geloovigen jegens dat schoone gebed te verkoelen. Dit echter was niet van langen duur. Den volhardenden ijver van Pater Alanus de Rupe, eerbiedwaardiger gedachtenis, en van Pater Jacobus Sprenger, beide zonen van den H. Dominicus, mocht het gelukken, den Rozenkrans in zijn aloude populariteit te herstellen.

In den jare 1460 verscheen de H. Maagd aan genoemden Pater Alanus, en legde hem den zoeten last op, alom den Rozenkrans

-ocr page 24-

— 22 —

te prediken. Gedurende vijftien jaren kweet hij zich met eere van die heerlijke, doch moeilijke taak. Ook Pater Jacobus mocht zich over den vruchtbaren zegen der liefdevolle Moedermaagd verheugen, daar reeds op het einde der 15e eeuw, over gansch de wereld, waar zich de Predikheeren bevonden, de Rozenkrans herleefde en met teedere liefde en eerbiedgebeden werd. De hooge bescherming van de Pausen van Rome aan de Broederschap verleend, valt met dezen bloeitijd samen. Want ofschoon reeds in de eerste tijden der Broederschap de Opperpriesters het zegel hunner goedkeuring aan de instelling van den H. Dominicus hechtten en haar met aflaten verrijkten, rekent men toch eerst van deze tijden die overvloedige gunsten, voorrechten en aflaten, die de H. Kerk aan de Broederschap van den H. Rozenkrans heeft geschonken, en waardoor zij met recht de Koningin der overige Broederschappen mag genoemd worden.

GEBED.

Gedenk, o genadigste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot

-ocr page 25-

-23 -

U zijn toevlucht nara, uw bijstand inriep en om uwe voorspraak barl, door U is verlaten geworden. Door dit vertrouwen aangemoedigd, vlucht ik tot U, Maagd der Maagden, en werp mij onder den last mijner zonden weenend voor uwe voeten neder. O Moeder van het eeuwig Woord, versmaad mijne gebeden niet; maar neem ze genadig aan en verhoor ze.

Ja Maria, verhoor mijne gebeden, vooral die ik tot U zend in het schoone gebed, het »Wees gegroet, Maria.quot; Verkrijg voor mij de genaden van uw lieven Zoon. dat ik dikwijls dit gebed, vooral in de bekori ig, tot U opzende; dat ik dikwijls door het bidden van den Rozenkrans met eerbied en liefde het «Wees gegroet Mariaquot; tot uwen troon doe opstijgen; want dan ben ik zeker, dat Gij mij nu, in alle omstandigheden, in gevaren en bekoringen zult helpen, dat Gij mijn steun zult wezen in het uur van mijnen dood en ik mijnen geest zal geven in de handen van Jesus en van U, o Maria. Amen.

Schietgebed. Maria verkrijg voor mij een innige godsvrucht tot den Rozenkrans. Amen

-ocr page 26-

— 24 —

lilde DAG.

De verhevenlieid van den H. Rozenkrans.

(vervolg.)

De H. Rozenkrans is ten derde verheven, om de Geheimen, die wij onder het bidden van het «Onze Vaderquot; en het «Wees gegroet\'\' overwegen.

Geen grooter genoegen kunnen wij onzen goddelijken Verlosser en Zaligmaker aandoen, dan ons als een dankbaar kind dikwijls de weldaden te herinneren, die Hij ons in zijn verlossingswerk heeft geschonken, en te beantwoorden aan het doel, dat Hij beoogde door ons die weldaden te schenken. Dit genoegen verschaffen wij Jesus door het bidden van den H. Rozenkrans. Daarin toch overwegen wij het geheele leven van onzen Zaligmaker, die ons hier op aarde weldaden op weldaden schonk en zijn dierbaar Bloed tot losprijs onzer zonden aan zijnen hemel-schen Vader tot den laatsten druppel opofferde. Dooi- die overwegingen worden wij opgewekt tot eene meer innige liefde voor onzen God, ora Hem dankbaar te zijn voor zooveel goedheid ons bewezen Want als wij in den geest het stalletje van Bethlehem

-ocr page 27-

— 25 -

binnentreden en een Godmensch op een weinig stroo in een kribbe zien nedei-liggen ; als wij Hem in den tempel aan zijn hemel-schen Vader zich zien opofleren; in denhof der Olijven die woorden van Jesus, in de

bitterste benauwdheden tof. zijn Vader gericht,

n * vernemen: «MijnVaderl indien het mogelijk is laat deze kelk van Mij voorbijgaan : nochtans niet gelijk Ik wil maar gelijk Gij wilt;quot; 1)

n als wij Hem ter voldoening voor onze zon-

n, den en voor die der gansche wereld aan een

Ie paal zien gebonden, gegeeseld en met door-

n nen gekroond; als wij den God van hemel

3- en aarde met zijn kruis beladen langs den

le weg van Golgotha zien henentrekken tus-

it schen een bende boosdoeners ; als wij eindelijk

1- onzen Jesus, aan het kruis gehecht, die woor-

h den hooien spreken: »Het is volbracht.quot; 2)

n «Vader in uwe handen beveel ik mijnen

n geest.quot; 3) Als wij Hem het hoofd zien

:d bulgen en den geest geven, worden dan

1- onze harten niet van liefde br andend;

r- spreekt dan geen stem in ons binnenste dat

ij wij dien Jesus moeten liefhebben, die ons

gt;r met zooveel weldaden heeft overladen, die

ir _

ij H. Matth 26, 39. 2) H Joan -19, 30.

Ti 3) H. Luc. 23, 40.

-ocr page 28-

- 26 -

zijn laatster) druppel bloed voor ons aan een vloekhout heeft vergoten? Ja voorzeker, dan zeggen wij met. de oprechtste liefde: »Jesus, ik bemin U, Jesus, ik bemin U, Jesus, Gij weet alles, Gij weet dat ik U innig liefheb.quot;

Doch niet alleen het Hart van Jesus^ ook dat van Maria vervullen mij met de grootste vreugde door het overwegen der heilige Geheimen, waardoor wij ons zoo nauw met Haar vereenigen; want verschaffen wij vreugde aan het hart onzer vrienden wanneer wij ons verblijden over hunne vreugden, weenen, wanneer zij bedroefd zijn, jubelen, wanneer hiin eer en glorie geschonken wordt, welk een vreugde moet dan Maria\'s Hart smaken als wij bij het bidden van den H. Rozenkrans ons verblijden bij de overweging van de vreugde die zij genoot: te Nazareth, bij de boodschap des Engels; te Jerusalem, bij de bezoeking van hare nicht Elisabeth; te Bethlehem, bij Jesus\' geboorte; in den tempel, bij de wedervinding van haren Zoon; als wij met Haar weenen bij het overwegen der smarten, die Zij om Jesus\' lijden heeft verduurd; als wij juich in en jubelen bij het overdenken barer glorierijke tenhemelopneming en harer kro-

-ocr page 29-

ning «als Koningin van hemel en aarde,quot; in het rijk der hemelen.

Hoe verheven alzoo is het Rozenkransgebed zoowel om de gebeden het «Onze Vaderquot; en het «Wees gegroet Maria,quot; als om de vreugde die wij Jesus en Maria schenken door de overweging der heilige Geheimen 1

Vrucht der overweging.

Maken wij heden het vaste besluit dikwijls met godsvrucht den H. Rozenkrans te bidden en de Heilige Harten van Jesus en Maria door het ijverig overwegen der groote Geheimen , van onzen godsdienst te verblijrlen en dankbaarheid te bewijzen.

De H. Rozenkrans.

(vervolg.)

In het jaar 1634 ontwierp Pater Timotheus di Ricci, van de orde der Predikheeren, voor het eerst het plan van eene Vereeniging, die voor de bestaande Broederschap niet dan voor-deelig kon zijn. Het werd échter door Pater Martinus Petroni ten uitvoer gebracht.

Dat plan bestond namelijk hierin, dat door de leden, die zich aan die vereeniging

-ocr page 30-

— 28 -

zouden aansluiten, voortdurend alle uren des daags en des nachts, de Rozenkrans aan Maria zou opgedragen worden. Ieder koos daartoe een afzonderlijk uur in het jaar, gedurende hetwelk hij door het Rozenkransgebed Maria\'s bescherming inriep voor het welzijn der Kerk, voor de zieltogende en de lijdende geloovigén in het vagevuur.

Niet ten onrechte heeft men die ver-eeniging de keurbende genoemd van de strijdmacht, die ter verdediging van de H. Kerk en van hare kinderen, onder de banier van Maria zich geschaard hield.

Nauwelijks droeg Paus Urbanus kennis van deze devotie, of hij wilde opgenomen worden in de Eerewacht der H. Maagd;

eveneens zijn opvolger Innocentius en met hen verscheidene geestelijken, kardinalen,

religieuse vereenigingen en meer dan 60,000 inwoners der eeuwige Stad. Doch niet alleen te Rome, ook elders verspreidde zich de Eerewacht van Maria. Reeds in 1639 telde men op het register der Predikheeren }

in het klooster der «Annuntiatiequot; te Parijs, 45 kloosters van verschillende orden en meer dan 800,000 andere personen ; alleen in het jaar 1646 lieten zich meer dan duizend religieuse vereenigingen in de Eerewacht

-ocr page 31-

— 29 —

opnemen. De Berw. Pater Joannes de S. Maria berekent in zijn werk over den Altijd-durenden Rozenkrans, dat volgens bovengenoemd register, dagelijks 30 a 40,000 men-schen den H. Rozenkrans baden.

Ook onze Nederlanden stonden bij Italië, Frankrijk en andere Staten niet achter. Te St. Winocs-Bergen b. v. schreef men in den tijd van één jaar meer dan 25 abdijen of kloosters in, benevens duizend personen uit de ftad en omstreken. Te Leuven was de geestdrift niet flauwer; de eerste drie weken, die de instelling volgden, werden er meer dan 8000 personen ingeschreven.

Wat \' eer, wat verheerlijking werd hierdoor aan Maria gebracht! Ieder uur, ieder oogenblik van den dag, was voor Haar als de blijde stonde, waarop Gabriël Haar de hoogste uitverkiezing boodschapte. Ieder uur, ieder oogenblik spraken duizenden monden, duizenden harten van hare heerlijkheid, en medejubelend in hare vreugde, , wenschten zij Haar met kinderlijke liefde

geluk met de woorden: «Wees gegroet Maria, Gij zijt vol van genade, de Heer is met U.quot; Helaas! dat die heerlijke lofzang werd onderbroken door de Revolutie der achttiende eeuw!

-ocr page 32-

— 30 —

Dan, wij mogen het zeggen, Maria\'s naijver, ontstaan uit het gemis van de verheerlijking, die door de tallooze gebeden haar weleer werd geschonken, was te groot, dan dat Zij gedoogen kon, dat Haar Eerewacht, nimmer meer zou herleven.

Den SOsten April 1831 werd zij dan ook op nieuw opgericht te Brugge door de toewijdende zorgen van Mgr. Car. Sancy, en reeds telde zij in 1844 ruim 27,000 leden; dus drie a vier personen, die op ieder uur des jaars den H. Rozenkrans baden. Ook in Frankrijk verrees zij met frissche, jeugdige krachten. Den eersten Zondag van Juli 1853 werd zij te Lyon door de Paters Pre-dikheeren in hun klooster ingesteld, weldra volgden de provinciën van Toulouse en Parijs. Groot is tegenwoordig het getal der leden, die de eereplaatsen hunner vrome broeders van voorheen innemen. De provincie Lyon alleen telt thans meer dan een half millioen leden van de Eerewacht van Maria.

Ook in ons vaderland is de Eerewacht van Maria den 5den Mei 1874 hersteld, en te Huisen in het klooster der EE. PP. Pre-dikheeren opgericht. Reeds nu zijn bijna alle uren van het jaar bezet.

Vertrouwen wij dat de goede God en Ma-

-ocr page 33-

- 31 -

lia, de Koningin van den H. Rozenkrans, die vereeniging blijven zegenen, en in Nederland, zoowel als in andere landen, de geloovigen zich bij duizenden scharen onder de banier van Maria, om onder hare bescherming de vijanden der H. Kerk en van haar trouwe kinderen te bevechten en te overwinnen. 1).

GEBED.

H. Maagd Maria, Koningin van den Rozenkrans, verkrijg van uwen lieven Zoon voor mij de genade, dat ik altijd niet een innige godsvrucht den H. Rozenkrans bid-de en door de overwegingen der heilige Geheimen de Harten van Jesus en van ü, dierbare Moeder, verblijde. Vraag ook aan uw goddelijken Zoon, dat Hij zijn zegen aan de Broederschap van den H. Rozenkrans schenke, haren leden krachten geve om in hun liefde tot U, Maria, te volharden, en alle geloovigen opwekke leden te worden van de zoo roemrijke Vereeniging, die uw gelief-

1) De geloovigen op plaatsen, waar geen af-deeling opgericht is, die lid der Eerewacht willen worden, gelieven zich te vervoegen bij den directeur in het kloostei te Huisen.

-ocr page 34-

lien Jesus zooveel eer en glorie verschaft, en ook U, onze dierbare Moeder, met blijdschap en vreugde vervult. Amen.

Schietgebed. Maria, geef ons uwen zegen, opdat wij in uwen dienst volharden. Amen.

IVde DA O.

DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN. l)c Boodschap des Engels aan Maria.

»In de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar eene stad van Galilea met name Nazareth, tot eene Maagd, die ondertrouwd was aan eenen man, wiens naam was Joseph, uit het huis van David; en de naam der Maagd was Maria.quot; 1)

Niet te Jerusalem, de koninklijke stad, noch in den tempel, noch in het Heilige der Heiligen, noch bij een der plechtigste en meest heilige feesten, noch aan een man, roemrijk door daden en waardigheid, wordt

1) H. Luc. 1, 26.

-ocr page 35-

- 33 ~

de Engel Gabriël gezonden, gelijk weleer tot Daniel en Zacharias ; maar in een onbekend stadje van Galilea, een der geringste provinciën ; tot eene vrouw, wier man, ofschoon van koninklijke afkomst, toch tot de werkende klasse behoort; Maria immers was de vrouw van een armen onbekenden werkman, die volgens de overlevering door zijn arbeid het dagelijksch brood moest verdienen.

Is echter de Maagd, tot wie de Engel gezonden wordt, gering in de oogen der wereld, zij is verheven bij God, om het groote voorrecht, tot hetwelk Hij haar heeft voorbestemd. Is de plaats, waar Gods gezant de boodschap des Heeren brengt, klein en van geen beteekenis, groot en luistervol wordt zij door het wonder der wonderen, dat God aldaar zal verlichten.

De Engel alzoo kwam tot Maria en groette haar met de woorden: »Wees gegroet, Gij vol van Genadequot;, \') schitterend van heiligheid voor God, verrijkt met de volheid zijner genade, «de Heer is met U! Gezegend zijt Gij onder de vrouwenquot;. 1j Hoe veel ver-

1

MAANU OCTMBEtt. 3

-ocr page 36-

lievener is deze boodschap dan die welke aan Zacharias in Jerusalem\'s tempel werd gebracht : »Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord.quot; 1) De woorden toch tot Maria gesproken zijn zoo verheven en goddelijk, dat het nooit in Maria\'s verstand zoude zijn opgekomen hunne vervulling te verzoeken. De nederige Maagd was zoo ootmoedig, zoo klein in hare eigene oogen, dat Zij zich zelfs onwaardig acht door een Engel gegroet te worden, vooral in zulke verhevene bewoordingen ; \'t is die nederigheid welke Maria deed ontstellen : sAls Zij dit hoorde, ontstelde Zij over zijne woorden.quot; 2) Doch de Engel zeide: »Vrees niet, Maria! want Gij hebt genade gevonden bij God! Zie, Gij zult in uwen schoot ontvangen, en eenen Zoon baren, en Gij zult Hem Jesus noemen. Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genoemd worden;

en de Heere God zal Hem den troon van zijnen vader David geven; en Hij zal over het huis van Jacob heerschen in eeuwigheid; en zijn rijk zal geen einde hebben.quot; 3)Verheven Boodschap! de tijd door zoovele profeten voorspeld, door alle volkeren verlangd, is aangebroken.

1

H. Luc. 1,13. 2) H. Lue. 1,29.

2

3) H. Luc. 1, 30.

-ocr page 37-

— 35 —

Een maagd zal ontvangen en een Zoon baren; Jesus Christus, de Verlosser der menschen, zal uit den hernel nederdalen om het mensch-dom te verlossen uit de slavernij des duivels, waarin het reeds gedurende vier duizend jaren zucht.

Diezelfde groetenis des .Engels, Maria te Nazareth gebracht, brengen wij Haar, zoo dikwijls wij het «Wees gegroet Mariaquot; met aandacht bidden. Daardoor herinneren wij Haar aan dien blijden stond, waarop Gabriel Haar de vreugdevolle tijding bracht ; wenschen wij Haai\' met een kinderlijken groet geluk met de genade, die God Haar geschonken heeft, en doen wij de rijkste zegeningen over ons zeiven en over die ons dierbaar zijn nederdalen.

Vrucht der overweging.

Laten wij uit deze overweging leeren hoe God het geringe in de oogen der wereld verheft en den nederige liefheeft. Maken wij daarom het besluit, in het vervolg altijd nederig te zijn en ons zei ven als de geringste aller schepselen te beschouwen. Vereeren wij ook dikwijls de nederigheid van Maria, door de Groetenis des Engels: «Wees gegroet Mariaquot; dikwijls te herhalen.

-ocr page 38-

— 36 —

Leonardos.

Leonardus, een zeer stichtend leekebroe-der van de orde van den H. Dominicus, had, gelijk de gedenkstukken dier orde mededee-len, zoo giooten eerbied voor Maria, dat hij bij iedere handeling, die hij verrichtte, zelfs bij iedere schrede, die hij deed, Maria toesprak met de woorden des Engels: »Wees gegroet Maria.quot; Toen hij ziek werd en op sterven lag, zag hij aan zijn legerstede eene wonderschoone vrouw vol goedheid en majesteit, die hem met den grootsten eerbied groette, zeggende: Ave Leonarde, salve mi Fili, «Wees gegroet Leonardus, wees gegroet mijn kind.quot;

Ontsteld en verwonderd vroeg de brave leekebroeder: «Wie zijt gij, verhevene vrouwe, en waarom groet gij mij zoo vriendelijk en eerbiedig?quot;

»lk ben, zoo antwoordde zij, de Koningin der hemelen, de Moeder van barmhai tigheid, die gij zoo dikwijls gegroet en trouw gediend hebt ; zie Ik ben gekomen om U in het rijk van mijn Zoon op te nemen en U te geleiden in de armen van mijnen Jesus, de gezegende

vrucht mijns lichaams...... Wilt gij Mij

volgen?quot;

-ocr page 39-

- 37 -

Het gelaat van den zieke straalde van vreugde, eerbiedig boog hij zijn hoofd en antwoordde met groote blijdschap: »0 ja, ja, ik volg U.quot; Daarna ontsliep hij in den zoetsten vrede.

GEBED.

Wees gegroet, o Heilige Maagd Maria, Gij reinste, heiligste en beminnenswaardigste aller Maagden.

Wees gegroet, o Heilige Maria, uitverkorene dochter van den hemelschen Vader, beminnelijke Moeder van Gods eenigen Zoon, reinste Bruid van den Heiligen Geest.

U, o Maria, loven de Cherubijnen, U prijzen de Serafijnen, U roemen de Engelen en de Heiligen in den hemel.

De geheele katholieke Kerk en de gansche wereld, vereert en groet U met de woorden : «Wees gegroet Maria.quot;

O zoete Maagd en Moeder Gods, ontvang ook uit mijnen mond dien groet en stort in mijn hart een innige liefde en eerbied voor U.

H. Maria, dierbare Moeder, Koningin van den H. Rozenkrans, vraag heden aan uwen Jesus, voor mij, uw kind, de genade, van altijd naar uw voorbeeld, nederig te leven,

-ocr page 40-

- 38 —

en mij dikwijls te spiegelen in het voorbeeld dat Gij ons van deze deugd hebt gegeven, toen de Engel U de blijde boodschap des Heeren verkondigde; geef, dat ik dikwijls tot U die groetenis met eerbied in het Rozenkransgebed herhale, om door die herhaalde groetenissen U te eeren en blijken mijner kinderlijke liefde te geven. Amen.

Schietgebed. Maria, verkrijg voor mij een nederig hart. Amen.

Vde DAG.

De boodschap des Engels aan Maria.

(vervolg.)

Nadat de Engel Maria hare uitverkiezing tot Moeder van Jesus Christus had geboodschapt, wachtte hij slechts hare toestemming om tot God terug te keeren. God toch wilde de menschelijke natuur niet aannemen, vooraleer Maria had toegestemd Moeder te worden van den Messias, den Verwachte aller volkeren; want evenals Eva vrijwillig liad toegestemd in het voorstel van de slang,

-ocr page 41-

39 —

om van de verboden vrucht te eten ; evenzoo was het hill ijls dat aan Maria, de Eva van het nieuwe Verbond, de vrijheid werd gelaten om Moeder te worden van den Verlosser der wereld

Verheven oogenblik! Zal Maria toestemmen of weigeren ? . . . Zal de Messias aan de wereld worden geschonken, of zijn komst worden vertraagd?.....De nederige dochter van Juda heeft de redding en de slavernij der wereld in hare macht! . . .

Haast U, o Heilige Maagd, zoo roept de H. Bernard us uit, haast U, waarom vertraagt Gij nog uwe toestemming? Het Eeuwige Woord- verwacht ze alvorens het vleesch aan te nemen en uw kind te worden; wij allen, ongelukkiger, tot den eeuwigen dood veroordeelden, wachten daarop; Maria, zoo Gij toestemt Moeder van Jesus te worden, dan zijn wij allen gered. Haast U derhalve, o mijne Koningin, geef uwe toestemming, en wees geen oorzaak, dat het heil der wereld, hetgeen van U afhangt, nog langer worde uitgesteld.

Doch verheugen wij ons; hoewel Maria voorzag, wat opofferingen het Moederschap van Jesus zoude kosten, ofschoon Zij al het lijden van den Godmensch, zijn geeseling,

-ocr page 42-

zijn doornenkroning, zijn kruisdood voor oogen had, zoo boog zij nochtans nederig haar hoofd, en sprak tot den Engel: «Ziehier de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot; 1) Zie, zeide Zij, ik ben eene dienstmaagd des Heeren, die doen moet, wat hij van haar verlangt; indien de Heer zijne dienstmaagd tot zijne Moeder kiest, zoo moet men niet de dienstmaagd, maar de goedheid des Heeren prijzen, die haar zoo hoog heeft willen verheffen.

Op dit oogenblik opent zich de hemel, en Jesus Christus, de tweede persoon der allerheiligste Drievuldigheid, God als de Vader, daalt daaruit neder, en neemt de rnensche-lijke natuur aan in den schoot der Maagd.

O glorierijke Maagd, welke lofzangen en dankzeggingen zullen wij U aanbieden voor uwe nederige toestemming, waardoor de wereld is verlost. Hoe zullen de menschen ü naar waarde bedanken voor die nederige woorden, die Gij den Engel toespraakt: »Zie-liier de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot;

Jesus noodigt ook ons dikwijls uit, om onze

1

H. IjUC. 1 . 38.

-ocr page 43-

_ 41 —

toestemming te geven op zijne liefelijke woorden: »Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.quot; ^ Beantwoorden wij gelijk Maria aan deze liefdevolle uitnoodiging door dikwijls tot Jesus te naderen, of komen wij slechts zeldzaam, en dan nog met een koud en onverschillig hart, aanzitten aan de Tafel des Heeren?

Vruclit der overweging.

Betoonen wij onze dankbaarheid aan Maria, voor hare toestemming in het verlossings-weik, door haai\' innig lief te hebben en te vereeren; en smeeken wij Haar dikwijls door hef Rozenkransgebed, om de verdiensten barer nederigheid en liefde voor ons, dat ook wij altijd gehoor geven aan Jesus\' liefdevolle uitnoodiging en Hem dikwijls waardig in de H. Communie mogen ontvangen.

Een tegenstander van den H. Rozenkrans gestraft.

De Dominicanen, hadden in de stad Gent door den H. Rozenkrans buitengewoon veel goeds gesticht. Hierdoor werd de haat van sommigen, wier kwade plannen verijdeld

1) II. Matth. 11, 2«.

-ocr page 44-

- 42 -

werden, zoozeer ontvlamd, dat zij door den raad een wet togen de religieusen lieten uitvaardigen. Het werd namelijk aan de burgers verboden zich naar hun kerk te begeven, hun predikingen bij te wonen, met hen te spreken, en hun aalmoezen te schenken: men verwachtte, dat de religieusen aan alles gebrek lijdende, de stad zouden verlaten. Doch de onverschrokken dienaars der Koningin van den H. Rozenkrans bleven in het strijdperk, waar Maria hen geroepen had; zij wilden niet, dat de woorden uit het Hooglied op hen van toepassing zouden worden: «Ik heb mijnen wijngaard niet bewaard.quot; Zij bleven alzoo, op Gods Voorzienigheid vertrouwende, die al wat leeft in de natuur datgene schenkt wat voor zijn bestaan noodzakelijk is.

Zulk een vertrouwen bleef niet onbeloond ; want op het oogenblik dat zij aan alles gebrek hebben, voeren twee onbekenden een kar geladen met levensmiddelen aan, houden aan de poort van het klooster stil, geven den procurator kennis dat zij last hebben het koren en andere levensmiddelen in het klooster te brengen, en verdwijnen zonder de religieusen den tijd te laten, naar

-ocr page 45-

— 43 —

den naam des gevers te vragen. De kloosterlingen, niet twijfelende, of God heeft hun twee zijner Engelen gezonden, gaan terstond naar de kapel van den Rozenkrans om God en Maria voor die bijzondere hulp dank te zeggen. Op het oogenblik dat zij het Te Deum zingen, komt de gouverneur voorbij de kerk. Verwonderd, menschen die hij half dood waande, te hooren zingen, braakt hij tegen de religieusen en tegen Maria, hunne beschermster, de vreeselijkste verwenschingen uit, en bij zich zeiven plannen tot wraak beramende, drijft hij zjjn paard voort. Doch nauwelijks is hij eenige stappen Verder, of een onbekende ziekte tast hem aan; hij laat de teugels los, valt, verbrijzelt zijn hoofd tegen de steenen, en sterft een dood, waarmede God zoo dikwijls zijne vervolgers treft.

GEBED.

Dank, dierbare Maria, mijne Koningin, voor de onuitsprekelijke weldaad, die Gij het menschdom geschonken hebt, door toe te stemmen in het Verlossingswerk van Jesus Christus, uwen Zoon. Hadde ik duizenden en duizenden tongen om U in eeuwigheid te prijzen en te loven! Ik wil echter doen wat

-ocr page 46-

— 44 —

ik vermag, en wijd U mij zeiven geheel en OO;

al toe, mijn verstand, mijn wil, mijn oogen, ka

mijne ooren, mijn mond, mijn hart, alles ge

schenk ik U; want ik wil U beminnen, ha

eeren en danken in dit leven, om met U te be

heerschen in den hemel.

Nederige Maagd Maria, laat mij U wederom groeten met den Engel : «Wees gegroet Maria, Gij zijt vol van genade, de Heer is met U.quot; H. Maria, bid uwen dierbaren Zoon,

dat Hij ook dikwijls in mijn hart korne, uw dierbare Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams. En mag ik Hem niet dagelijks in de H. Communie op een wezenlijke wijze ontvangen, dat ik Hem dan toch iederen dag ^

op een geestelijke wijze door de vurigste oefeningen van liefde in mijn hart binnen-leide. H. Maria, Moeder Gods, bid voor mij,

opdat ik altijd waardig tol de H. Tafel nadere, dikwijls met een nederig hart moge aanzitten aan den disch des Heeren, en alsdan uit den grond mijns harten die woorden tot Jesus moge spreken: «Ziehier de dienstmaagd (de dienstknecht) des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot; ^

Amen.

Schietyehed. Heer Jesus, daar ik U op dit

-ocr page 47-

— 45 —

oogenblik niet wezenlijk in de H. Communie kan ontvangen, kom ten minste op een geestelijke wijze door de liefde in mijn hart. Kom, Heer Jesus, kom, mijn hart is bereid!

Vide DAG.

\\k bczovkiiig va» Maria aan hare ui dit Elisabeth.

Nadat de Engel Maria de blijde boodschap had aangekondigd, dat Zij van God was uitverkoren tot moeder van den Verlosser dei-wereld, en Zij dooi1 de medewerking van den H. Geest dien Jesus in Haar ontving, werd Zij vervuld niet den ijver, die onzen Verlosser bezielde naar de zaligheid der menschen. Want in plaats van te Nazareth haren God in de eenzaamheid te blijven aanbidden en lof te zingen, «stond Maria ,gt;p en ging met spoed naar het gebergte, naar eene stad van Ju-daquot;, \') volgens sommigen Hebron genaamd,

1) H. Luc. 1, 39.

-ocr page 48-

die minstens zeven dagreizen van Nazareth verwijderd lag. Noch de moeilijkheid der reis, noch hare langdurigheid kon haar van besluit doen veranderen hare nicht Elisabeth te bezoeken. »En het geschiedde als Elisabeth den groet van Maria hoorde, dat het kindeken opsprongquot; 1) xan vreugde en gereinigd werd van de zonden in den schoot zijner moeder.

Overwegen wij, hoe Maria, de Moe Ier van een God, zich de moeilijkheden van een langdurige reis over de berglanden in Judea getroost, om een huisgezin met blijdschap te vervullen. Zijn ook wij zoo vol liefde om onze broeders te helpen en te troosten, om zielen, vrijgekocht door het kostbaar Bloed van Jesus Christus, voor God te winnen; orn een afgedoold schaap, een zondaar lot den schaapstal, dat wil zeggen, tot onzen Heer Jesus weer te voeren?

Gedenken wij toch wel voor wat kostbaren prijs iedere ziel is vrijgekocht, dat het Bloed van een Godmensch tot den laatsten druppel heeft gestroomd voor het heil \\an iedere ziel en nog dagelijks tot dat einde

1) H. Luc. 1, 41,

-ocr page 49-

aan zijnen hemelschen Vader in het H. Misoffer wordt opgeofferd.

Toen Elisabeth den groet van Maria had vernomen en Joannes in haren schoot was geheiligd, sprak zij, vervuld met den H. Geest, tot Maria: ) Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is dé vrucht uws lichaams.quot; 1) Ook ons zal eenmaal een groetenis gedaan worden door Jesuszelven, wanneer wij ijverig zullen geweest zijn om zielen voor den hemel te winnen: «Welaan. goede en getrouwe knecht, zal Hij zeggen, treed binnen in het rijk der hemelen;quot; 2) want zoo .spreekt de H. Jacobus: «Die een zondaar zal terug doen keeren op zijnen dwaalweg, zal zijne ziel van den dood redden, en eene menigte zonden bedekken.quot; 3)

Vrucht der overweging.

Maken wij heden het vaste besluit naar het voorbeeld van Maria gaarne onze evennaasten te hulp te komen, en de zondaars tot God weer te brengen. Kunnen wij het niet door woorden of geschriften, doen wij

1

H. Luc, 1, 42. 2) H. Mattb. 25, 21. 3) H.

2

Jac. 5, \'20.

-ocr page 50-

- 48 —

zulks dan door vurige gebeden, vooral door het bidden van den H. Rozenkrans.

De roiienliocdjes van ceu oud soldaat.

Een oud soldaat, door vermoeienissen en wonden afgemat, bevond zich in het gasthuis van de ongeneeslijken te Antwerpen. Schoon op het slagveld grijs geworden, had hij nochtans zijn ziel in haar jeugdige krachten bewaard en haar voor den godsdienst open gehouden. Een priester, die hem bezocht, leerde hem de godsvrucht van den Rozenkrans. De oude krijger vond in dat gebed zulk een troost en genoegen dat hij bedroefd was niet eerder den Rozenkrans te hebben gekend. «Indien ik hem eerder gekend had, zeide hij, zoude ik hem lederen dag gebeden hebben.quot; Hij trachtte echter den verloren tijd door het dikwijls bidden van den Rozenkrans in te halen. Niet meer naar zijne genezing verlangende, «zeide hij ééns: «Indien de II. Maagd mij nog twee jaren het leven schenkt, zal ik zooveel rozenhoedjes bidden als ik dagen geleefd heb.\'\' Daarna vroeg hij hoeveel dagen er waren in de zestig jaren. Men antwoordde hem: »Een en twirtig duizend negen honderd.quot; Vervolgens vroeg

-ocr page 51-

-iO-

hij hoeveel rozenhoedjes hij iederen dag zou moeten bidden om dit getal in twee jaren te bereiken en ontïing tot antwoord: dat hij er dagelijks dertig moest bidden. En met genoegen nam de oude soldaat deze taak op zich; nacht en dag had hij zijn rozenkrans in de hand en had, na twee jaren zijn een en twintig duizend negen honderd rozenhoedjes gebeden. De dood wachtte hem ; hij leefde geen dag, geen uur meer; hij stierf onder het bidden van zijn laatste «Wees gegroet,quot; en zijn ziel ging zich verblijden in het gezelschap van Jesus en Maria, die zijn steun en vreugde in den ouderdom waren \'geweest.

GEBED.

Wees gegroet. Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot U roepen wij bannelingen, kinderen van Eva. Tot U verzuchten wij treurende en weenende in dit tranendal. Welaan dan onze Voorsprekeres, keer uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht uws lichaams, Jesus. Ogenadige, o meêdoogen-de, o zoete Maagd Maria.

Heilige Moeder Maria, Koningin van den

4

MAAND OCTOBER.

-ocr page 52-

— so —

H. Rozenkrans, om de liefde die uw hart bezielde voor het heil der zielen, smeek uw goddelijken Zoon, Jesu-gt; Christus, om de verdiensten van zijn kostbaar Bloed voor het heil der wereld gestort, dat wij allen door een vurigen ijver mogen bezield worden, opdat wij onzen naasten behulpzaam zijn en \' troosten, en door onze werken en gebeden vele zondaars tot Jesus terugvoeren. Amen.

Schietgebed. Maria, bid Jesus voor de he-keering dei\' zondaren. Amen.

Vilde D A, G.

I)e bezoeking vau Hlariii iian hare nidit Elisabeth.

Toen Maria hare nicht gegroet, en Elisabeth de woorden des Engels herhaald had:

«Gij zijt gezegend boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams,quot; \')

sprak zij tot Maria: »Van waar geschiedt )

mij dit, dat de Moeder mijns Heeren tot mij komt 1quot; 2)

1) H. Luc. d, 42. 2) KL Luc 1, 43.

-ocr page 53-

- Si -

Het eerste wat een godvruchtige ziel gevoelt, wanneer zij op eene bijzondere wijze door Gods tegenwoordigheid wordt begunstigd, is zich vernederen en zich zulk eene gunst onwaardig erkennen. »Ga van mij Heer, sprak Petrus, want ik ben een zondaar;quot; 1) en de hoofdman: »Heei-, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt.quot; \'2)

Ook dit gevoelde Elisabeth bij de komst van Jesus en Maria; daarom roept zij verwonderd uit: »Van waai- geschiedt mij dit, dat de Moeder mijns Heeren (met baar goddelijk Kind) tot mij komt.quot;

Zijn ook wij altijd diep overtuigd van onze onwaardigheid, wanneer wij ons in Jesus tegenwoordigheid bevinden, wanneer wij Hem bezoeken in het H. Sacrament en Hem in de H. Communie in ons hart ontvangen? Herhalen wij dan met een waar besef onzer nietigheid de woorden : Van waar geschiedt mij dit, dat ik mijn Jesus mag bezoeken, dat ik mijn Jesus in mijn hart mag ontvangen; ga van mij Heer, want ik ben een zondaar; Heere, ik ben niet waardig dat Gij komt in mijn hart?

1

H. Luc. 5, 8. \'2) H. Matth. 8, 8.

-ocr page 54-

- 52 —

Onze nederigheid moet echter geen beletsel zijn, dikwijls onzen goddelijken Verlosser in het Sacrament van Liefde te bezoeken. Mem dikwijls in de H. Communie te ontvangen ; want onze Vriend en Zaligmaker, onze Jesus verlangt vurig dat wij Hem dikwijls komen bezoeken, dat wij ons dikwijls komen spijzigen met zijn goddelijk Vleesch en Bloed, wanneer wij slechts met een ootmoedig hart tot Hem naderen.

»En Maria sprak; Mijne ziel verheft den Heer, en verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker;quot; l) mijne ziel verlangt niets anders dan God met lofzangen te vereeren. Dankbaar prijst zij haren God en Zaligmaker, want alles is zij aan Hem verschuldigd. Op niets kan zij zich beroemen, alle eer en glorie zij hiervoor aan God; e.i daarom verblijdt zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker.

Zijn wij, naar het voorbeeld van Maria, God dankbaar voor zijne onschatbare weldaden, en geven wij Hem alleen eer en glo-rie voor alle genaden, welke wij ontvangen ; of beroemen wij ons op ons zeiven, alsof wij iets bezitten door eigen kracht?

•1) H. Luc. 1, 40.

-ocr page 55-

— 53 -

ïrnclit der overweging.

Laten wij altijd nederig zijn, vooral wanneer wij ons in tegenwoordigheid van het H. Sacrament bevinden, en Jesus in ons hart ontvangen; herhalen wij dikwijls die woorden : :)een zachtmoedig en ootmoedig hart zult Gij, o God, niet versmaden ; en danken wij God dagelijks voor zijne weldaden ons geschonken.

De slag van lepanto.

Reeds sedert eeuwen hadden de Turken niet alleen de schoonste en bloeiendste Christenlanden in Azië en Afrika verwoest, en ovei\' hun uitgestrekt gebied den Chris-telijken godsdienst bijna geheel ten onder gebracht, maar ook in Europa vermeesterden zij in de ISe eeuw het bizantijnsche of oostersche rijk en dreigden van toen af het christelijke westen met volslagen ondergang. Sultan Selim II, zoon en opvolger van den machtigen Soliman II, besloot eindelijk de geheele christenheid onder zijn juk te doen krommen. Hij rustte daarom een dei-talrijkste vloten uit, welke de wereld ooit heeft aanschouwd, opende in het jaar 1570 zijn krijgstocht tegen de christenen, en zwoer niet te zullen rusten voor de halve maan te

-ocr page 56-

Rorae op den koepel van Sint Pieter zou prijken. In dit voor de gansche christenheid dreigend gevaar, vereenigde Philippus II van Spanje zich met Paus Pius V, om gezamenlijk zooveel mogelijk den voortgang der Tmken te stuiten. Doch niettegenstaande deze hulp kon men slechts een klein aantal schepen en soldaten tegen de onmetelijke strijdkrachten der ongeloovigen stellen. De groote ongelijkheid van menschelijke hulpmiddelen deed den II. Vader des te ijverigar den bijstand des Hemels afsmeeken. En met Pius bad geheel het christelijk Europa. In groote scharen togen de geloovigen in bedevaart naar Loretto ; maar bijzonder waren het de leden der Broederschap van den H. Rozenkrans die alom godvruchtige oefeningen en plechtige processiën hielden en hunne pat rones smeekten het gevaar af te wenden.

Nadat Don Juan van Oostenrijk den zegen des Pausen had ontvangen, stak hij met de christenvloot bij Corfu in zee, en stootte weldra in de haven van Lepanto op de turksche zeemacht, die vierhonderd schepen telde en de christenen verre overtrof.

Den 7 October IS?!, — \'t was de eerste Zondag dier maand — werd de slag bij Lepanto geleverd. Men vocht van weerskanten

-ocr page 57-

met de jïiootste verbittering, en de Christenen schenen eenige oogenblikken op het punt om voor de ontzettende overmacht der ongeloovigen te moeten wijken; door tegenwind belemmerd, waren zij daarenboven door de verblindende stralen der zon niet in staat de bewegingen hunner vijanden waar te nemen.

Doch Maria verlaat hare kinderen niet, hun aanhoudend gebed wordt verhoord ; want ziet eensklaps keert de wind en drijft den kruitdamp de turksche vloot te gemoet, de zon wordt met een wolk bedekt, zoodat de christenen alle bewegingen en plannen van den\'vijand nauwkeuriger kunnen nagaan. De strijd begint op nieuw, en eindigt met eene schitterende overwinning voor de Christenen. De Turken verloren meer dan dertig duizend man en hunne zoo ontzaglijke vloot werd bijna geheel vernield.

Pius V kende de overwinning op het oogenblik dat zij werd behaald. Hij was juist met de kardinalen over een zaak van groot gewicht bezig; eensklaps hield hij stil, opende een venster der kamer en zeide hun, nadat hij eenige oogenblikken zijne oogen ten hemel had geheven: »Thans is het de tijd niet om ons met deze zaken bezig te hou-

-ocr page 58-

— 56 —

den. Dankt God: op dit oogenblik heeft onze vloot de Turken overwonnen.quot;

Niet lang daarna vernamen de Romeinen van boden uit het leger, dat de ongeloovi-gen op hetzelfde uur, dat Pius die woorden had gesproken, op de vlucht waren gedreven.

Tot dankzegging aan deze bijzondere bescherming van Maria, den Christenen geschonken, liet de H. Paus Pius V, in de litanie van Lorelto de woorden: «Hulp der Christenen, bid voor ons,quot; voegen, en f leloe Paus Gregorius XIII een bijzonder feesi, in op den eersten Zondag der maand October, onder den titel van O. L. V. van den Allerheiligsten Rozenkrans.

GEBED.

H. Maria, Moeder des Heeren, kom mij dikwijls bezoeken met uw kindje Jesus, en vervul mijn hart met de diepste gevoelens van ootmoed en dankbaarheid, opdat ik hierdoor meer aangenaam worde aan God, en meer moge toenemen in zijne liefde en met die groote deugden verrijkt, de overvloedig-ste zegeningen op mij dan nederdalen, wanneer Jesus door de H. Communie rust in mijn hart. Amen.

-ocr page 59-

— hl —

Schietgebed. Maria, verkrijg voor mij een ootmoedig en dankbaar hart. Amen.

Vfflste DAG De geboorte van Christus.

Het geschiedde in die dagen, dat er van Keizer Augustus een gebod uitging, om de

geheele wereld op te schrijven.....En ook

Joseph ging op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad van David, die Bethlehem genoemd wordt, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich-te laten opschrijven met IFaria, zijne ondertrouwde vrouw.quot; 1)

Overwegen wij de stipte gehoorzaamheid van Maria aan het bevel des Keizers. Zij weet dat de macht van den Keizer, een macht is hem dooi-God geschonken, dat hare oversten te gehoorzamen het volbrengen is van Gods bevel. Vandaar dat zij alle moeie-lijkheden overwint om het keizerlijk gebod te volbrengen en met Joseph haren bruidegom naar Bethlehem gaal om zich aldaar te laten opschrijven.

Zijn ook wij altijd zoo gehoorzaam aan i) H. Luc. 2, 1.

-ocr page 60-

— 58 —

Je bevelen onzer oversten, vooral van hen, ilie meer in het bijzonder ons geschonken zijn om ons op den weg der zaligheid te geleiden? Aan de bevelen onzer ouders en zielzorgers?

»Maar het geschiedde toen zij (te Bethlehem) waren, dat de dagen vervuld werden, dat Maria baren zoude. En zij baarde haren eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem in eene kribbe, omdat er voor hen geene plaats was in de herberg.quot;1)

Do Verlosser der wereld is geboren. Jesus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, God van God, licht van het licht, één in wezen met den Vader, door VVien alles gemaakt is, is ons geschonken. Doch, o ondankbaarheid der menschen! Zij, voor wie onze Verlosser uit den hemel is neergedaald, hebben Hem niet aangenomen, zelfs in de herberg was geene plaats voor onzen dierbaren, goddelijker! Zaligmaker; en Maria moest haren eeniggeboren Zoon in eene kribbe op een weinig stroo nederleggen ! ... In een stal verblijft onze God! . . . knielt Maria voor1 eene kribbe neder en verblijdt zich over de verlossing van het menschdom door 1) H. L/UO. 2, 6.

-ocr page 61-

— SO-

de komst vim Jesus Christus, den langbe-loofden Messias !

Hoe dikwijls wellicht is ons hart besloten voor onzen God, en weigeren wij Hem dooi- de liefde in ons hart te wonen ? Iedere doodzonde toch verdrijft Jesus uit ons hart, en niet eer komt Hij wederom tot ons dan wanneer wij Hem op nieuw beminnen en uitnoodigen daarin te komen.

Vrnclit der overweging.

Laten wij de deugd van gehoorzaamheid altijd hoogschatten, als een der voornaamste deugden,,en ruimen wij nimmer der zonde die plaats in, die onze dierbare Jesus innemen moest.

Oooil van Fra Paolo.

Fra Paolo van de orde der Kapucijnen, werd, nadat hij drie jaren in de orde had doorgebracht, door eene doodelijke ziekte aangetast en uitgenoodigd tot het gastmaal van het Lam. Op zijn bed van smarten uitgestrekt, schenen alle pijnen verdwenen, wanneer hij de heilige Geheimen van den Rozenkrans overwoog. Als hij dat gebed bad, kwam een glans op zijn gelaat, een zachte blos op zijn wangen, terwijl op zijn

-ocr page 62-

- 60 —

voorhoofd een straal van het hemelsch licht scheen neergedaald. Op zekeren dag echter werd plotseling zijn gelaat somber, en hij stiet een doordringenden en ijselijken kreet uit. Men zag dat hij zijn Rozenkrans naar een onzichtbaar persoon reikte, terwijl hij uitriep: «Wreed dier, kus dit kruis, helsch gedrocht, kus het.quot; Op hetzelfde oogenblik richt hij zich met geweld op, als om zijn vijand te weien. Tot zich zeiven gekomen, zeide hij: nik heb Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans gezien. Zij was zoo schoon en schitterend dat ik geheel buiten mij zei ven was. Omhangen met een mantel witter dan sneeuw, haar hoofd bedekt met een diadeem van goud, was Zij gesierd meteen aureool van rozen en leliën ; tusschen iedere tien rozen schitterde een lelie van het schoonste wit. Een licht, glansrijker dan het zonnelicht, omstraalde Haar. Terwijl ik in dit heerlijk gezicht was verslonden, kwam er een vreeselijk dier op mij af, dat mij om den hals wilde springen. Ik bemerkte dat het de duivel was en reikte het daarom het kruis van mijn rozenkrans toe, onder het uiten van dien verschrikkelijken kreet, welken gij vernomen hebt. Bij het aanraken var. mijn rozenkrans vluchtte hij, en ik kwam

-ocr page 63-

— 61 —

tot mij zeiven nog geheel verslomien in het genot van het grootsche gezicht dat ik heb aanschouwd.quot;

Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans bezocht nog dikwijls den jongen novice in zijne ziekte, en opende voor hem in het uur des doods, de deuren van het hemelseh Jerusalem.

GEBED.

O Maria, Moeder Gods, Koningin van den H. Rozenkrans, verkrijg voor mij dat ik naar uw voorbeeld gehoorzaam zij aan de bevelen van hen, die mij in naam van God gebieden, en vooral aan mijne ouders en zielzorgers, die meer dan anderen gesteld zijn om mij te geleiden op den weg der zaligheid.

Geef ook dat mijn leven rein en zuiver blijve van allen vlek van zonde, opdat ik na hier Jesus voortdurend door de liefde een plaats in mijn hart te hebben geschonken, eenmaal eeuwig met Hem vereenigd zij, in het rijk de)\' hemelen. Amen.

Schietgebed. Maria, maak dat ik altijd gehoorzaam zijn moge. Amen.

-ocr page 64-

IXde DAG.

Do geboorte van Christus.

(vervolg.)

Arme «herders,quot; navolgers der heilige Patriarchen, en de onschuldigste en meest eenvoudige menschen, «waakten des nachtsquot; op het veld, »en hielden de wacht bij hunne kudde.quot; 1) Heilige Engelen, die gewoon varen met de herders van het Oude Verbond, met Abraham, met Isaac, met Jacob te spreken, verkondigden hun de geboorte van den Herder der herderen, Jesus Christus, den • Zoon van David. »En ziet, een Engel des Heeren stond bij hen, en Gods lichtglans omstraalde hen, en zij vreesden met groote vreeze. En de Engel zeide tot hen: Vreest niet! want ziet, ik verkondig u groote blijdschap, welke voor het gansche volk zijn zal : Heden is u, in de stad van David, de Zaligmaker geboren, welke is, Christus de Heer. En dit zij u het teeken: Gij zult een Kindeken vinden, in doeken gewonden, en liggende in eene kribbe.quot; 2) Aan dit eenvoudig

1

H. Luc. -2. 8. 2) 11. Luc. \'2, !l.

-ocr page 65-

— 63 —

teeken zult gij erkennen, wie de Christus de Heer is. »Een Kindje is ons geboren, een Zoon ons geschonken,... en men noemt zijn naam. Wonderbare, Raadgever, God, sterke Held, Vader der toekomst, Vredevorst.quot; 1) »Eii terstond was er bij den Engel eene menigte van de hemelsche Heerscharen, God lovende, en zeggende: Glorie zij Gode in het allerhoogste, en op aarde, vrede den menschen, die van goeden wille zijn.quot; 2)

Overwegen wij hoe God zich aan armen, eenvoudigen en nederigen van harte bekend maakt en hun zijne genade mededeelt. Zoo zal God pok met ons handelen, wanneer wij Hem een waarlijk arm, eenvoudig en nederig hart aanbieden. Hij zal ons de geheimen zijner liefde openbaren en onze harten door een hemelsch vuur ontsteken.

^En (de heiders) zich spoedende, kwamen en vonden Maria en Joseph en het Kindeken, hetwelk in de kribbe lag,quot; 3) en zij loofden en dankten hunnen Jesus, hunnen God en waren van blijdschap opgetogen, en vol vreugde.

Overwegen wij de liefde van onzen Ver*

-1) Isai. 9, 0. 2) H. Luc. 2,13. 3) H. Luc. 2, 16.

-ocr page 66-

— fi4 —

losser voor de raenschen. Hij ligt in een kribbe op een weinig slroo, in doeken gewonden. Dierbare Jesus, Gij, de God van hemel en aarde ligt op een weinig stroo, en ik zou mijn lichaam nog koesteren, mijn wallust in rijkdommen en schatten stellen ? Neen Jesus, ik wil niets meer dan U, en U alleen, neem alle zondige gehechtheid aan het aardsche van mij weg, en schenk mij den waren geest van armoede, waarvan Gij mij in het stalletje te Bethlehem 1:00 een schoon voorbeeld hebt geschonken.

Overwegen wij vervolgens hoezeer het hart van Maria zich verblijdde, toen Zij de Herders haar Kindje Jesus zag loven en aanbidden.

Vnicbt der overweging.

Laten wij altijd arm, ootmoedig en nederig van harte zijn, en God zal ons de schatten zijner genade mededeelen.

Loven en danken wij ook dikwijls God voor de eer en glorie die Hem op de wereld wordt geschonken.

-ocr page 67-

— 65 —

De Rozenkrans is een krachtige hulp in tijdelijke zaken.

Een klooster der Karthuizers in Spanje was door de oorlogen verwoest, en door de grooten des lands geplunderd, die zich van zijne landerijen en inkomsten hadden meester gemaakt. De religieusen tot het uiterste gebracht, leefden in de grootste ellende. De Prior meer met het lijden zijner broeders dan niet zijne eigene smarten begaan, nam op ingeving des heiligen Geestes zijne toevlucht tot de allerheiligste Maagd, en bad tot haar gedurende vijftien dagen met de grootste godsvrucht. Toen hij op een avond in het gebed verdiept was, verscheen Jesus Christus in zijnehand vijftien wapenen dragende van eene wonderbare schoonheid ; het waren: vijf schichten, vijf zwaarden en vijf lansen. Zij schitterden als sterren door het bloed van den Zaligmaker, waarmede zij waren besprenkt. De Prior verschrikt wierp zich met het aangezicht ter aai de. Doch Jesus. de beminnelijke Zoon van Maria, zeide hem: »Vrees niet. Petrus, door deze wapenen zult gij macht krijgen over al uwe vijanden.quot; »Heer,quot; antwoordde de nederige kloosterling, »wat betee-

5

MAAND OCTOBER.

-ocr page 68-

— 66 —

kenen deze glorierijke wapenen ?quot; De Zaligmaker zeide hein; «Het zijn de vijftien verhevene smeekingen van het Gebed des Heeren en de Groetenis des Engels; zij zullen u kracht schenken over al degenen, die tegen u zijn. Ga en predik den Rozenkrans van mijne allerheiligste Moeder; bid hem met uwe broeders, en weldra zult gij de uitwerkselen van dit gebed ondervinden.quot; De Karthuizers, op deze woorden vertrouwende, beoefenden met den meesten ijver het Rozenkransgebed en zagen weldra de zaken geheel veranderd. De plunderaars gaven uit eigen beweging de landerijen en goederen weer. Het klooster kwam wederom in bezit van zijne erfgoederen ; en de vrede, die zoo lang was verbannen, keerde met de zekerste waarborgen binnen de kloostermuren terug.

GEBED.

Goddelijke Jesus, ik aanbid U in den geest neergeknield voor de kribbe, waarin Gij te Bethlehem rustet, en smeek U; schenk mij toch een arm, eenvoudig en nederig hart. Dat ik uit liefde tot U gaarne eenig ongemak of gebrek lijde, dat ik gaarne voor U vernederd en veracht worde. Geef mij, goede Jesus, ook een dankbaar hart dat zich altijd

-ocr page 69-

verheugt uit dankbaarheid en liefde, wanneer men U, mijn Vriend en Zaligmaker vereert en lofzingt.

Heilige Maria, mijne Koningin, Gij zijt de Moeder van Jesus, en ook mijne Moeder; vraag daarom voor uw kind aan uwen god-delijken Zoon, die deugden, welke mij zoo noo-dig zijn ter zaligheid, de deugden, van ootmoed, armoede en dankbaarheid, waarvan mij bij het kribbetje uws Zoons zoo een schitterend voorbeeld wordt gegeven. Amen.

Schietgebed. Maria, geef mij krachten om gaarne iets voor Jesus te lijden. Amen.

Xde DAG.

De ojioffering van Jesus in den tempel.

Toen de dagen vervuld waren dat Maria naar Jerusalem moest gaan om zich te reinigen, brachten Joseph en Maria hun goddelijk Kind naar die stad, om Hem den Heere op te dragen. J)

Overwegen wij wederom de nauwgezette.

1 H. Luc. \'2, 22.

-ocr page 70-

— 68 —

opofferende gehoorzaamheid van Maria. Zij is de Moeder van God, en handelt alsof Zij de moeder is van een eenvoudig sterveling. Zij gaat schoon de reinste der vrouwen, gelijk de overigen ter zuivering opwaarts. Zij wil niet dat op de wet voor haar eene uitzondering worde gemaakt, maar vervult die zoo stipt mogelijk, alhoewel hiertoe niet verplicht, wijl Zij door geen de minste vlek is ontreinigd.

Zijn ook wij naar het voorbeeld van Maria zoo stipt gehoorzaam aan de wetten van God en zijne Kerk, waartoe wij meer verplicht zijn dan Maria tot de wet der zuivering? Maria\'s verlangen is in alles Gods wil te volbrengen. Valt het ons niet dikwijls zwaar dien wil te volbrengen en zóó te volbrengen als Hij zulks verlangt?

Overwegen wij verder de zuiverheid van Maria; niet de minste vlek bezoedelt Haar, Zij is de reinste, de onbevlektste aller vrouwen. Zijn ook wij als Maria bezorgd de reinheid te bewaren; vermijden wij alle gevaren, alle gelegenheden, zelfs die van verre onze onschuld in gevaar brengen ?... Zijn wij altijd zuiver in onze gedachten, in onze woorden, in onze handelingen?... Denken wij aan het woord van Jesus Christus: »Zar

-ocr page 71-

lig zijn de zuiveren van harte; want zij zullen God zien.quot; \')

»Als (Maria en Joseph) nu alles volbracht hadden naar de wet des Heeren, keerden zij naar^Galilea terug, in hunne stad Nazareth.quot; 2) Dan eerst kan men zich gerust met zijne dagelijksche bezigheden onledig houden, wanneer men eerst de voorschriften van God en de H. Kerk heeft volbracht.

Vrucht der overweging.

Laten wij altijd stipt de bevelen van God en zijne H. Kerk onderhouden, nauwgezet zijn zelfs in de kleinste zaken, want die in het kleine nalatig is, zal ook spoedig in groote zonden vallen.

Zorgen wij de heilige deugd van zuiverheid ongeschonden te bewaren, en vluchten wij daarom voor alles wat ons slechts in het minste gevaar kan brengen.

Een verbintenis verbroken.

Een man die niets zoozeer begeerde als rijkdom en schatten te bezitten, en niet be-

1) H. Matth. 5, 8. 2) H. Luc. 2, b9.

-ocr page 72-

— be

greep dat de ware vreugde haren oorsprong vindt in de ziel, beweende aanhoudend zijn armoede en haalde zich alle droombeelden der eerzucht voor den geest. De duivel, die wel wist, dat men met het goud zich van de wederspannigsten zelfs kan meester maken, verscheen hem, en beloofde hem nog meer rijkdommen te zullen schenken dan hij zich ooit had voorgesteld, indien hij deze drie zaken wilde doen: ten eerste zijn doopsel afzweren, ten tweede God verloochenen, en ten derde met eigene hand en met zijn bloed onderteekenen, dat hij altijd den duivel zou toebehooren. De ongelukkige deed alles wat Satan verlangde, die hierna verdween en het geteekend briefje met zich nam, den afvallige een schat van geld achterlatende. Doch de rijkdom kan ons geluk niet verzekeren. Te midden zijner grootheid bevond de ongelukkige zich nog ellendiger, dan toen hij in armoede leefde, en begreep voor de eerste maal dat het ware geluk gelegen is in het nakomen zijner plichten en in de getuigenis van een goed geweten. Eens, op de feestdagen van O. L. V. van den H. Rozenkrans, bij toeval de kerk ingaande, hoorde hij den priester prediken, dat het gebed van den

-ocr page 73-

H. Rozenkrans wonderen werkte, en voor de grootste zondaars genade verwierf. Een straal van hoop doordringt zijne ziel; hij gelooft, dat God hem nog vergiffenis zal schenken, en begint met Ijver den Rozenkrans te bidden Somtijds verschijnt hem onder het bidden de duivel en zegt tot hem: «Waarom doet gij zulke moeite? Gij behoort aan mij, en niets is in staat u aan mijne macht te onttrekken.quot; Dit zeggende, tracht de duivel hem den Rozenkrans uit de handen te rukken. De ongelukkige echter volhardt, in het gebed tot Maria en niet te vergeefs; want toen hij op zekeren keer wederom zijn Rozenkrans bad voor de beeltenis van Maria en Haar om barmhartigheid smeekte, ziet hij een briefje voor zich neervallen. Maria schonk hem de verbintenis weer, die hij met den duivel had aangegaan en die met zijn bloed was onderteekend. Getroffen door de levendigste gevoelens van dankbaarheid, beoefende hij met nog meer ijver het Rozenkransgebed, waaraan hij zijn bekeering en zijn geluk had te danken.

GEBED.

O mijn Meesteres! o mijn Moeder! ik

-ocr page 74-

— na

draag mij geheel aan U op, en om U een

bewijs van mijne genegenheid te geven,

wijd ik U heden mijne oogen, mijne ooren,

mijn mond, mijn hart, geheel mij zelve;

vermits ik U toebehoore, o goede Moeder,

bewaar mij, en verdedig mij, als uw goed ..

en uw eigendom.

O Maria, Koningin van den H. Rozenkrans,

mijn beminnelijke Moeder, sta mij bij in alle gevaren, die mij omringen, en die in staat zijn mij mijnen Jesus te doen vergrammen;

Moeder, bescherm mij vooral in den strijd,

dien de duivel der onzuiverheid mij zal aan doen; opdat ik niet in de minste onzuivere gedachte behagen neme, geen woorden spreke, of handelingen verrichte, die in het minste met de heiligste aller deugden in strijd zijn, maar altijd rein en zuiver voor Gods aanschijn leve ; opdat de belofte van Jesus in mij volbracht worde: «Zalig zijn de zuiveren van harte ; want zij zullen God zien.quot;

Amen.

Schietgebed. O mijn Meesteres! o mijn jf

Moeder! gedenk dat ik U toebehoore, bewaar mij, en verdedig mij als uw goed en als uw eigendom. Amen.

»

-ocr page 75-

— 73 —

Xlde DAG.

De vinding van het kind Jesns in den tempel.

\' Joseph en Maria waren om de woetle van

Herodes te ontvluchten, die het Kindje Jesus zocht te dooden, met hun goddelijk wicht naar Egypte gegaan, en verbleven aldaar tot aan den dood van den koning.

»Toen nu Herodes overleden was,.....

(vertrokken zij) naar de streken van Galilea. En daar gekomen zijnde, (woonden zij) in de stad, - genaamd Nazareth, opdat vervuld zou worden, hetgeen door de profeten gesproken is: Hij zal een Nazareër genoemd worden.quot; 1)

Van af dit tijdstip tot aan den doop des Zaligmakers in den Jordaan is er slechts één bijzonder feit dat de Evangelisten van Jesus mededeelen : Zijne reis naar Jerusalem ter gelegenheid van het Paaschfeest. f «Zijne ouders, zoo verhaalt ons de H. Lu-

cas, gingen alle jaren naar Jerusalem, om het Paaschfeest te vieren. En als (Jesus)

1) H. Matth 2, 19.

»

-ocr page 76-

- 74 -

twaalf jaren oud was, en zij, volgens de gewoonte van het feest, waren opgegaan naar Jerusalem, en de dagen geëindigd zijnde, terugkeerden, bleef het Kind in Jerusalem, en zijne ouders wisten het niet; doch meenende dat Hij onder het gezelschap was, gingen zij eene dagreize voort, en zochten Hem onder de bloedverwanten en bekenden. En daar zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jerusalem terug, en zochten Hem. En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel zittende in het raidden der leeraars, hen hoorende en hen ondervragende.quot; \')

Overwegen wij met wat zorg en moeite Maria haren Zoon, dien Zij buiten hare schuld hart verloren, zoekt en niet rust, vooraleer Zij Jesus in den tempel heeft wedergevonden. Zijn ook wij zoo bezorgd Jesus te zoeken, wanneer wij Hem door eene doodzonde uit ons hart hebben verdreven? Kunnen ook wij, gelijk Maria, niet rusten vooraleer Jesus in ons hart is weergekeerd en wij door zijne liefde leven ? Of begeven wij ons soms ter ruste, terwijl onze ziel met eene doodzonde is bevlekt, zonder te denken dat God

1) H. Luc 2, 41.

-ocr page 77-

ons in de zonde kan doen sterven en ons nederstorten in de hel ?

Vrucht der overweging.

Laten wij altijd bezorgd zijn Jesus door de liefde in ons hart te bewaren; en mochten wij Hem soms door de zonde verliezen, rusten wij dan niet vooraleer wij Hem hebben weergevonden, maar verwekken wij aanstonds een oefening van volmaakt berouw en schamen wij ons niet om, zoo spoedig mogelijk, aan den priester die zonde te belijden, welke wij hebben bedreven; aan den priester, die ons met zooveel liefde ontvangen en ons, in naam van God, vergiffenis schenken zal.

Een ex-voto.

Toen Frankrijk in den oorlog van 1870—\'71 door ontelbare vijanden werd overvallen, deed het een beroep op den moed en de vaderlandsliefde zijner kinderen. Uit Roiffieux bij Annonay (Ardennen) alleen vertrokken 62 jongelingen ter verdediging van het vaderland. Het is onmogelijk de diepe droefheid te beschrijven waardoor zoo menig hart bij

-ocr page 78-

— 76 -

het afscheid werd verscheurd. Te Roiffieux echter kwam weldra een troostrijke gedachte aller harten opbeuren.

Een lid van de Aartsbroederschap van den H. Rozenkrans volbracht zijn biduur ter eere van O. L. V. van den Rozenkrans ; eensklaps roept hij uit ; »Maar zijn wij geen soldaten van Maria ? Hebben wij haar Rozenkrans niet ontvangen, toen wij ons in de Broederschap van den Rozenkrans hebben laten inschrijven ? Ziet, wij strijden en waken reeds zoolang voor Haar, en zoude Zij niets voor ons doen? Neen, dit is niet mogelijk. Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, moet haar kinderen van Roiffieux beschermen. Laten wij eene belofte doen, dat wij ter harer eere een schoon beeld in het midder. van het dorp zullen oprichten, indien Zij al onze soldaten laat wederkeeren.quot;

Deze gedachte kwam als uit den hemel. Het voorstel wordt aangenomen, en aanstonds herleeft het vertrouwen in de huisgezinnen. Het was voorzeker geen kleine zaak, den terugkeer te vragen van 62 jongelingen, verspreid op alle punten van een ontzaglijk groot slagveld, in niet minder dan 20 departementen. Overal leden de Pranschen groote verliezen. Onder de soldaten van

-ocr page 79-

— 77 —

Roiffieux moesten verscheidene de moeilijkste tochten mede maken, en waren alzoo aan de grootste gevaren blootgesteld; anderen waren bij de bloedigste gevechten te Gra-velotte, te Metz, te Sedan, onder de dappere karassiers te Reichshofïen, die een weg baanden voor het fransche leger en zijn terugtocht dekten. Later stuurde Roiffieux nog een groot aantal der zijnen, die in de verschillende legers werden verdeeld en den vijand dapper bestreden. In het midden echter van alle gevaren, werden zij wonderbaar beschermd; men zou zeggen, dat een onzichtbare hand over hen waakte. Toen de vrede was geteekend keerden allen huiswaarts, niet één werd gemist.

Men kon wel begrijpen, dat, na zulk een bijzonderen bijstand van Maria, met alge-meene vreugde en toejuiching het oprichten van een Maria-beeld in het dorp werd goedgekeurd.

Reeds in de eerste dagen van December i872 werd het te Roiffieux op eene hoogte geplaatst, van waar men het uitzicht had op het dorp en het uitgestrekte plein tot aan de Rhóne. De plechtige inwijding had op Zondag den 17 December plaats, waartoe de geloovigen door eene kleine missie

-ocr page 80-

- 78 —

waren voorbereid, welke dien Zondag door eene algemeene Communie gesloten werd. De mannen vooral naderden dien dag tot de Tafel des Heeren, om Maria te danken voor de groote gunst die Zij aan hunne medemakkers had geschonken.

GEBED.

H. Maria, beminnelijkste aller vrouwen, mijne Moeder en Beschermster, bid uw lieven Zoon voor mij, opdat ik nooit mijn Jesus door de zonde uit mijn hart verlieze, raaar Hem altijd meer en meer beminne en oprecht liefhebbe. Mocht ik echter ooit het ongeluk hebben, Jesus door de zonde uit mijn hart te verdrijven, verkrijg alsdan voor mij de genade, dat ik niet ruste vooraleer ik mij wederom verblijde mijn Vriend te hebben wedergevonden.

Maria, verkrijg voor mij en voor alle zondaars een waarachtig berouw over onze zonden en de genade om God nooit meer te beleedigen. Amen.

Schietgebed. Maria, maak dat ik altijd mijnen Jesus beminne. Amen.

-ocr page 81-

Xllde DAG.

De vinding van liet kind Jesus in den tempel.

(vervolg.)

sEn toen (Maria en Joseph Jesus in den terppel) zagen, stonden zij verwonderd. En zijne Moeder zeide tot Hetn: mijn Zoon! waarom hebt gij ons zoo gedaan? Zie uw Vader en ik hebben U met smarte gezocht.quot; 1) »En Hij ging met hen en kwam te Nazareth, en Hij was hun onderdanig.quot; 2)

Overwegen wij de gehoorzaamheid van Jesus aan Maria. De geheele wereld is Hem onderdanig, alles geschiedt op het geringste teeken zijner almacht en nochtans is Hij zelf onderdanig aan een eenvoudig schepsel, aan Maria, de dochter van Anna en Joachim, aan Joseph, een armen werkman. Kinderen, zijt gij ook zoo gehoorzaam aan de bevelen uwer ouders? kan men ook van u zeggen, dat gij hun onderdanig zijt?

1

H. L. 2, 48. 2) H. L. 2, 51.

-ocr page 82-

— 80 —

»En Jesus nam toe in wijsheid, en in ouderdom, en in genade bij God en bij de menschen.quot; 1)

Hoe blijde moeten de harten van Joseph en Maria geweest zijn, hun goddelijk Kind met de jaren in wijsheid en genade te zien toenemen.

Kinderen! die blijdschap zal ook de harten van uwe dierbare ouders vervullen, wanneer gij, naar het voorbeeld van Jesus, gehoorzaam zijt aan de bevelen, die onze goddelijke Zaligmaker ons gegeven heeft, en datgene in beoefening brengt, wat uwe christelijke ouders zoo vurig van u verlangen. Met wat vreugde toch wordt een waar vader-, een waar moederhart vervuld, wanneer hunne kinderen door gehoorzaamheid, liefde en eerbied een waar voorbeeld zijn voor allen, en in het bijzonder, indien zij de plichten van den heiligen godsdienst wel behartigen, en Jesus en Maria oprecht liel-hebben.

Vrucht der overweging.

Kinderen! gehoorzaamt in alles aan uwe

1) H, Luc. \'2, 52.

-ocr page 83-

— 81 —

ouders en zijt geen oorzaak van hun lijden; doch verblijdt, verheugt en eert hen, opdat gij lang moogt leven op aarde.

Bedroeft ook nimmer de harten van Jesus en Maria door de zonden, maar bemint hen, opdat gij moogt toenemen in wijsheid en in ouderdom, en in genade bij God en bij de menschen.

Een zondares ontvangt in haren doodsstrijd op eeiie bijzondere wijze (lods bijstand door hare godsvrucht tot den Rozenkrans.

In een stad van Piemont lag, in een kamer op -de tweede verdieping van een armoedig huis, eene vrouw te sterven. Het was in het begin van den winter des jaars 1855. Vurig wenschte zij de troostmiddelen der H. Kerk te ontvangen, die zij zoozeer noo-dig had, want gedurende de laatste tien jaren had zij, uit vrees voor de bedreigingen van haren man, de godsdienstplichten verwaarloosd. Daar zij sedert de drie laatste dagen hare krachten voelde verminderen, smeekte zij haren man om een priester bij haar te laten komen; doch vruchteloos was die bede, welke eerst door beschimpingen, daarna door een diep stilzwijgen, vervolgens

MAAND OCTOBER. 0

-ocr page 84-

— 82 -

door beleedigingen werd beantwoord. De arme vrouw zag zelve haar einde naderen, en zich dichter bij de eenwigheid en voor Gods rechterstoel. De zonden van geheel haar leven en de vreeselijkste toekomst, waarvan zij slechts weinige uren was verwijderd, stonden haar levendig voor den geest. En er was niemand die \'haar een reddende hand kon aanbieden! en de priester die de macht heeft in naam van God te binden en te ontbinden, zou haar niet komen helpen en vertroosten !.....

Alleen een Rozenkrans, die aan haar legerstede hing en waaraan een groot kruis was bevestigd, wekt de stefvende op tot moed en vertrouwen. De geheiligde koralen, die zij nog onlangs op haar ziekbed aan elkander had gesnoerd, schijnen haar te bezielen en hulp te beloven. Zou Maria het gebed vergeten, dat zij zoo dikwijls tot haar had gericht: Wees gegroet Maria, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onzen doodt Neen, dat kan Maria niet. Van die gedachte doordrongen, neemt zij den Rozenkrans en brengt het kruis aan hare lippen, waardoor zij hare krachten tracht te herstellen.

Het eene uur verliep echter na het andere

-ocr page 85-

en nog kwam er geen hulp. Hare ademhaling wordt steeds moeilijker, en moeilijker, reeds breekt het doodszweet over al hare leden uit... O God, mijn God! zoo roept zij uit; doch een vloek van haar man is het antwoord op deze bede.

Eensklaps opent zich de deur, een priester treedt binnen. »Gij zijt Mynheer G ...,quot; spreekt hij tot den Piemontees. «Men is mij komen halen voor uwe vrouw die op sterven ligt, hoe maakt zij het?quot;

»Ik ben Mijnheer G..., niet,quot; antwoordde de vloeker geheel verwonderd, »ga weg , men heeft u hier niet noodig.quot;

De stervende vrouw hoorde van af haar sterfbed dezen woordentwist. Maria komt haar te hulp 1 hare aanhoudende gebeden zijn verhoord!

O mijn vader! roept zij hijgende, God zendt u hier ! Kom ! Kom !

En met een stem die de dood nog eerbiedigt, verhaalt zij den priester haar leven, en ook hoe zij bijna dagelijks van af hare kindsheid den Rozenkrans had gebeden, haar strijd in de laatste dagen en vooral haar doodsangst in het uur, dat hij haar komt bezoeken.

Diep ontroerd verhaalt nu de priester de reden zijner komst.

-ocr page 86-

~ 84 —

»Men had mij verzocht, om mij naar zekere vrouw G ... te begeven, die zwaar ziek lag. De boodschapper had in aller haast het nummer van het huis, waarin zij woonde, opgegeven, ik dacht dat hij 18 of 28 noemde.

»Het eerst aan No. 28 gekomen, werd ik afgewezen, en ook overal waar ik vervol- quot;

gens naar de zieke vroeg ; hierdoor werd ik oen weinig ontmoedigd en wilde terugkeeren,

toen een klein kind, dat voor aan de tweede verdieping speelde, mij zeide, dat achterin een zieke zonder hulp lag te sterven. Dit was mij voldoende, \'t Is God en Maria die mij hier hebben gezonden !quot;

De Piemontees wilde zich nog verzetten ;

maar Gods wil weerstaat men niet. De stervende biechtte, en ontving de H. Absolutie,

waarna zij stierf. Haar laatste zucht was een zucht van dankbaarheid jegens Maria, de Koningin van den heiligen Rozenkrans. Zoo werd de getrouwheid van de dochter beloond door de getrouwheid der hemelsche Moeder.

f

GEBED. I

Dierbare Jesus, ik smeek U door de verdiensten uwer gehoorzaamheid aan Maria en Joseph, dat. ook ik altijd gehoorzaam zij

-ocr page 87-

— 85 —

aan de stem dergenen, die mij in uwen naam bevelen, dat ik hun onderdanig zij, gelijk Gij het geweest zijt aan uw ouders ; opdat ik met U opgroeie in wijsheid en jaren, en genade vinde bij God en bij de menschen.

H. Maria, mijn hemelsche Moeder, Koningin van den H. Rozenkrans, verkrijg voor alle ouders die blijdschap, welke Gij in het gezelschap van Jesus te Nazareth gevoel-det. Vraag aan uwen lieven Zoon voor hen de genade, om altijd en in alles, een goed voorbeeld te zijn voor hunne kinderen ; opdat de hun toevertrouwde panden hierdoor opgewekt worden, in Jesus\' liefde te volharden en\' meer en meer toe te nemen in wijsheid en behagelijkheid bij God en de menschen. Amen.

Schietgebed. Maria, verkrijg voor mij een gehoorzaam hart. Amen.

-ocr page 88-

— 86 —

XlIIdc DA Gr.

DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.

De doodsstrijd van Christus in den hof van Olijven.

Nadat onze goddelijke Zaligmaker dertig jaren bij zijne ouders in stille eenzaamheid had doorgebracht, vertoonde Hij zich drie jaren als den van God gezondenen Messias en bevestigde zijne zending door ontelbare schitterende mirakelen. Vandaar dat het volk bij Jesös\' intrede te Jerusalem Hem met zooveel geestdrift ontving. »En eene groote menigte spreidde hunne kleederen op den weg, en anderen hieuwen takken van da hoornen en strooiden ze langs den weg. En de scharen die vooruitgingen en die volgde^ riepen en zeiden: Hosanna den Zoon van David ! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ! Hosanna in het allerhoogste! En als Hij binnen Jerusalem was gekomen, geraakte de gansche stad in beweging en zeide : Wie is deze ? En het volk zeide : Deze is Jesus, de Profeet van Nazareth in Galilea.quot; 1)

Datzelfde volk echter zal binnen weinige

1

H. Matth. 21, 8,

-ocr page 89-

— 87 —

dagen dooi- de Opperpriesters en Fariseers aangehitst, Jesus ten dood geleiden en het: «Kruis Hem! Kruis Hem!quot; uitroepen.

Daar Jesus die groote ondankbaarheid van zijn volk voorzag en wist dat zijn uur nabij was, waarop Hij van deze wereld zoude scheiden en door zijn eigen volk ter dood gebracht worden, ging Hij, na eerst het sacrament van liefde te hebben ingesteld, met Zijne discipelen naar den Olijfberg, en aan den hof van Gethsemani gekomen sprak (Hij) tot zijne discipelen: »Zit hier neder, terwijl ik derwaarts ga, en bid. En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeus met zich, err begon bedroefd en beangst te worden. Toen sprak hij tot hen; Mijn ziel is bedroefd tot den dood toe; verbeidt hier, en waakt met mij.quot; 1) »En zich de verte van eenen steenworp van hen verwijderd hebbende, knielde Hij neder en bad, en sprak: Vader, indien Gij wilt, neem dezen kelk van mij weg; nochtans, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede!quot; 2)

Overwegen wij de groote smart die onze goddelijke Zaligmaker gevoelde, toen Hij met zijne beminde leerlingen den hof van

1

H. Matth. 26, 36. 2gt; H. Luc. 22, 41.

-ocr page 90-

— 88 —

Gethsemani was binnengegaan. Hij, die al weldoende rond ging, die gekomen was om zijn volk te verlossen, om het den hemel te ontsluiten, die het zijn dierbaar Lichaam en Bloed tot spijs en drank had geschonken, voorziet de ondankbaarheid van dat volk. Jesus weet, dat de oversten des volks en de priesters vergaderd zijn om over zijn dood te beraadslagen, kent het verraad van Judas, ziet voor zich die wreede geeseling, de doornenkroning, zijn kruisiging, in één woord, al zijn lijden staat Hem levendig voor den geest, en drukt Hem ter neder. De grootste smart echter verduurt onze goddelijke, onze goede en barmhartige Zaligmaker, door het vooruitzicht, dat wij, niettegenstaande al zijn lijden, zullen voortgaan Hem door de zonde te vergrammen. Ja, die ondankbaarheid van zoovele Katholieken pijnigt onzen goddelijken Verlosser meer dan alle andere smarten, die de Joden Hem zullen aandoen. Die zonden drukken Hem als een zware last op de schouders; „en Hij viel op zijn aangezicht neder en bad, en in doodsangst zijnde bad Hij te meer. En zijn zweet werd als bloeddroppels, die op de aarde nedervielen.\'\'1)

1

H. Luc. 22, 43.

-ocr page 91-

— 89 —

Overwegen wij vervolgens de onuitsprekelijke smart, die Maria moet verduurd hebben in die oogenblikken van Jesus\' bittere pijnen, eene smart te grooter, omdat zij Hem geen hulp kon aanbieden. Toen werd haar hart doorboord met dat zwaard van droefheid, gelijk Simeon voorspeld had.

Vrucht der overweging.

Laten wij dikwijls bij Jesus gaan in den hof van Gethseraani en eens zien, wat lijden Jesus en Maria om de zonde hebben verduurd. Verwekken wij alsdan een oprecht berouw over dezelven, en maken wij het vaste voornemen, nooit meer eene zonde te bedrijven.

Zegepraal van deu Ro/eukrans op het ongeloof.

Pater Gondisalvus Lucero, een beroemd Dominikaan uit Spanje, was naar de West-Indien vertrokken om den armen Indianen het H. Evangelie te prediken. Als een onvermoeid apostel, blakend van ijver om zielen voor Jesus Christus te winnen, wijdde hij hieraan met eene heilige grootmoedigheid zijne krachten en zijn leven ; voor niets deinsde hij terug: noch voor gevaren, noch

-ocr page 92-

— 90 —

voor pijnen, zelfs niet voor den dood. Hij ging de Indianen in het diepste van hunne bosschen opzoeken, en sprak tot hen als tot zijne broeders, leefde met hen, en beproefde alles om hunne harten voor het licht des geloofs te openen. Doch de misdaden der Europeanen vertraagden de bekeering dezer wilde volkeren en hun haat voor de Spanjaarden belette hen, hunnen godsdienst te omhelzen. Pater Lucero, het weinig nut ziende, dat tot nog toe zijne pogingen tot bekeering dier ongelukkigen hadden uitgewerkt, besloot zijne toevlucht te nemen tot den Rozenkrans, en door dit middel den laatsten tegenstand te overwinnen. Hij liet een schilderstuk vervaardigen, waarop Ünze-Lieve-Vrouw van den H. Rozenkrans was afgebeeld, omringd door de vijftien Geheimen. Dit plaatste hij in de hut, die hem tot kapel diende, en riep de Indianen tot eene groote plechtigheid samen. Toen zij zich om hem vereenigd hadden, ontdekte hij de heilige beelden, bad den Rozen» krans en zong een lied dat voor deze omstandigheden gemaakt was. Vervolgens legde hij aan het volk de voorstellingen uit en schetste het in levendige kleuren ie vijftien Geheimen van den Rozenkrans. Meer

-ocr page 93-

— 91 —

was niet noodig om de harten dezer eenvoudige lieden te trelfen. Met aandrang vroegen zij om onderwezen te worden in de leer van Christus, brachten hunne afgoden bij den missionaris orn die te verbranden, en verzochten om het heilig Doopsel te ontvangen.

De Rozenkrans was voor hen een welsprekende redevoering geweest.

GEBED

O Maria, Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, wier hart door droefheid is doorwond bij de bittere smarten die uw Jesus verduurde in den hof van Olijven, verkrijg voor mij van uwen dierbaren Zoon, om het kostbaar Bloed ter mijner zaligheid en voor die van alle menschen in Gethse-mani gestort, dat ik altijd een groote droefheid gevoele over de zonden, waardoor ik uwen Jesus, en U, mijne Moeder, zoo verschrikkelijke smarten heb veroorzaakt; vraag ook voor mij de genade dat ik immer volharde in liet vaste besluit: Jesus en U nooit meer door de zonde te vergrammen. Neen, mijn goddelijke Zaligmaker, mijn dierbare Maria, in eeuwigheid geen zonde meer. Amen.

-ocr page 94-

— 92 —

SchieUjebed. Jesus en Maria ontvonkt uwe liefde in mijn hart. Amen.

XlVde DAG.

I)e doodsstrijd van Christus iu dcu Hof van Olijven.

(vervolg.)

Toen onze goddelijke Verlosser in den hof van üethsemani, met onze zonden beladen, op zijn aangezicht was nedergevallen en in de diepste droefheid tot zijnen Vader bad, sprak Hij: »Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen kelk van Mij voorbijgaan ! Nochtans niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. En Hij kwam tot zijne discipelen, en vond hen slapende, en Hij

sprak..... Waakt en bidt, opdat gij niet

in bekoring valt .... Wederom ging Hij ten tweeden male weg, en bad, en sprak: Mijn Vader, indien deze kelk niet kan voorbijgaan, tenzij Ik hem drinke. Uw wil geschiede 1 En Hij kwam wederom, en vond

-ocr page 95-

- 93 —

hen slapende;.... En hen latende, ging Tlij wederom henen, en bad ten derden

male, dezelfde woorden sprekende 1).....

»En Hem verscheen een engel des hemels die Hem versterktequot;. 2)

f Welk een schoon voorbeeld is voor ons

de lijdende Godmensch in den hof van Geth-semani. Niettegenstaande de groote droefheid en verlatenheid, waarin Hij zich als mensch bevindt, verlaat Hij zijnen hemel-schen Vader niet, maar neemt tot Hem zjjne toevlucht. Ja, naarmate zijne smarten toenemen, wordt zijn gebed tot zijn Vader vuriger en vuriger. »En in doodsangst zijnde bad Hij te meer,quot; 3) en altijd met de grootste onderwerping, want niet Jesus\'jwil, maar de wil van zijnen hemelschen Vader moest geschieden.

Volgen wij in droefheid en in strijd onzen liefderijken Meester na; denken wij er wel aan dat God alleen onze smarten kan lenigen, den vijand onzer ziel verdrij-J ven en dat de onderwerping aan zijnen god

del ijken wil een zeker middel is om troost in onze smarten, de overwinning over onze

1

H Matth. 26, 39. 2) H. Lue. 22. 43,

2

3) H. Luc. 22, 43.

-ocr page 96-

94 —

vijanden te verkrijgen ? Slechts hen die lijden en strijden gelijk Jesus heeft geleden en gestreden, zal Gnd den Engel zenden om hen te troosten en kracht en sterkte in het lijden te schenken.

Gelijk onre goddelijke Zaligmaker met de grootste onderwerping aan Gods heiligen wil alle pijnen en smarten uit Gods handen ontving, zoo ook heeft zich Maria vrijwillig onderworpen aan de pijnen die haar Moederhart bij het lijden van haren beminnelij-ken Zoon verscheurde. Met Jesus sprak Zij tot God ; »Mijn Vader niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.quot;

Vrucht der overweging.

Laten wij de vermaning van onzen Vriend en Meester wel ter harte nemen : «Waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring valt.quot;

Bidden wij dikwijls, vooral in het uur van den strijd, tot Jesus orn zijne genade en zijnen bijstand. Volharden wij in dat gebed hoe groot ) het gevaar, hoe hevig, hoe lang de strijd 1 ook zijn moge, met de grootste onderwerping aan Gods heiligen wil. Roepen wij alsdan dikwijls tot God: «Mijn Vader, indien het mogelyk is, laat dan dezen stryd van mij

-ocr page 97-

— 95 —

weggaan, doch niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Heer Jesus, geef mij slechts Uwe genade, opdat ik overwinne.

Een student aan de licogeschool te Leuven.

f Twee jongelingen, van de hoogeschool

te Leuven, hadden den geheelen dag in de schandelijkste buitensporigheden geleefd en wilden ook den nacht in de onteerendste vermaken doorbrengen. Toen het elfde uur werd aangekondigd, herinnerde zich één dier jongelingen, die de gewoonte had dagelijks zijn Rozenkrans te bidden, dat hij zijne verplichting nog niet had volbracht. Niettegenstaande de spotternijen en het aanzoek zijner makkers, stond hij van tafel op en ging naar huis, om daar des te beter zijn gewoon gebed te verrichten. Nog had hij zijn Rozenkrans niet geëindigd, of zijn vriend, dien hij zoo even verlaten had, stond voor hem in een gloed van vuur. »Ik ben veroordeeld, zeide hij, de zonden, die wij

, van daag hebben bedreven, hebben de maat

mijner misdaden gevuld ; God heeft mij door een plotselingen dood getroffen en in de hel gestort.-\' — »Wel hoe! zeide de jongeling sidderend, kan ik mijne oogen gelooven ?

-ocr page 98-

— 96 —

ben ik, de medeplichtige uwer zonden,dan gespaard ?quot; — ))Dat kwam, omdat gij eene goede voorsprekeres hadt, die ik miste. Het Rozenhoedje, dat gij in de hand hebt, en O. L. V. van den Rozenkrans zijn uw redding geweest, want de duivelen, niettegenstaande zij hunne krachten inspanden om u in mijn lot te doen deelen, konden hiertoe niet geraken.quot;

Hierna verdween hij en liet zijn vriend verschrikt en beangstigd achter.

Eerst nu begreep de jongeling de woorden die hij voorzeker reeds dikwijls had vernomen: »De Rozenkrans is een zeergeschikt middel om barmhartigheid bij den Heer te verkrijgen.quot;

|

GEBED.

Dierbare Jesus, hoe smartvol moet dat oogenblik geweest zijn, toen Gij in de bitterste droefheid das harten tot uwen Vader spraakt; Vader, indien het mogelijk is laat dan dezen kelk van mij weggaan; doch niet mijn, maar Uw wil geschiede. En mijne zonden waren oorzaak dier smarten!! Vergeving,

dierbare Jesus, vergeving! Nimmermeer wil ik U beleedigen, maar U beminnen geheel mijn leven, U beminnen in eeuwigheid.

-ocr page 99-

— 97 -

Sraarivolle Moeder van Josus, Maria, Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, vraag aan uwen Jesus voor mij de genade, dat ik Hem toch nimmermeer door de zonde vergramme, maar Hem steeds altijd beminne. Verkrijg ook voor mij, dat ik naar het voorbeeld van uwen lieven Zoon en van U, dierbare Moeder, in het lijden dat God mij overzendt, steeds onderworpen moge zijn aan Gods H. Wil en de woorden van uw beminden Jesus herhale; «Vader niet mijn wil, maar de Uwe geschiede.quot; Amen.

Schielgebed. Maria, verkrijg voor mij, dat ik altijd onderworpen moge wezen aan Gods H. Wil. Amen.

XVde DAG.

De geeseling van Christus.

Nadat onze goddelijke Verlosser door den Engel in den hof van Olijven was versterkt, stond Hij op, en ging met zijne leerlingen de woeste bende te gemoet die gekomen was om hem gevangen te nemen en ter dood te brengen. »De bende dan en de

MAAND OCTOBER. 7

-ocr page 100-

- 98 -

hoofdman en dienaars der Joden grepen Jesus en bonden Hem. En zij leidden Hem

eerst tot Annas.....En Annas zond Hem

gebonden naar den Hoogepriester Caiphas\'\' \') die Jesus ter dood veroordeelde, en toeliet dat onze beminnelijke Verlosser, het oveiige van den nacht, de laagste beschimpingen van de gerechtsdienaars onderging; szij spuwden Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten; en anderen gaven Hem kaakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is hij die ü geslagen heeft.quot; 1) »En als nu de morgenstond gekomen was . . . . leidden (zij) Hem gebonden weg, en leverden Hem over aan Pontius Pilatus den landvoogd.quot; 3)

»Op den hoogen feestdag nu was de landvoogd gewoon, het volk eenen gevangene vrij te laten naar hun begeeren. En hij had toen een beruchten gevangene, met name Barabbas.quot; 4) «Deze was om een oproer, in de stad voorgevallen, en om doodslag in de gevangenis geworpen.quot; 5) Als zij derhalve vergaderd waren, zeide Pilatus: «VVien wilt

1

27, 1. 4) H. Matth 27, 15. 5) H, Luc. 23, 19.

-ocr page 101-

— 99 —

gij dat ik u vrij geve, Baiabbas of Jesus, die Christus genoemd wordt?quot; ^ Doch zij overschreeuwden hem en riepen: «Kruisig, kruisig Hem!quot; En hij zeide tot hen: »Wat kwaad heeft hij dan gedaan ? Ik vind geene schuld des doods in Hem, ik zal Hem dus laten kastijden en loslaten.quot; 1) «Toen liet hij hun Barabbas vrij, maai1 Jesus deed hij geeselen.quot; 2)

Na reeds zoo veel te hebben geleden, wordt onze beminnelijke Jesus dan veroordeeld om gegeeseld te worden; met de grootste onderwerping aan Gods heiligen wil aanvaardt Hij met liefde deze nieuwe pijniging; want volgens de openbaring aan de H. Brigitta, legde Hij zelf zijne kleederen af en sloeg zijne armen om de kolom, waaraan men Hem wilde vasthechten.

Overweeg, mijne ziel, de verschrikkelijke smart van onzen beminden, onzen dierbaren Jesus. Zie de een slaat Hem op de borst, de andere op de schouders, deze in de zijde, gene op de andere deelen van zijn goddelijk lichaam. Ja, zijn heilig hoofd, zijn liefderijk aangezicht blijven niet vrij van slagen. O mijn

1

-1) H. Matth. 27, 17. 2) H. Luc. 23

2

H. Matth. 27, 26.

-ocr page 102-

— 100 —

God, reeds stroomt zijn goddelijk Bloed langs alle kanten; reeds zijn de geeselroe-den, de handen der beulen, de kolom, de aarde met bloed overdekt! Ach, ei\' is geen gezond deel meer aan zijn heilig lichaam, men heeft wonden op wonden geslagen! Zoo worden de voorspellingen van David en Isaias vervuld: »Als wij Hem aanzagen, was er geen schoonheid in Hem ! Als Hij verdrukt werd, deed Hij zijnen mond niet open. Vele stieren hebben hun muil tegen Mij opengesperd, gelijk een verscheurende en brullende leeuw. Honden hebben Mij omringd. Een bende boosdoeners heeft zich om Mij geschaard.quot;

Overwegen wij vervolgens hoe het Moederhart van Maria van droefheid werd vervuld, nu zij het lichaam van haren dierbaren Zoon door de geeseling ziet verscheurd.

Vrucht der overweging.

Laten wij dikwijls overwegen wat onze goddelijke Zaligmaker heeft geleden voor onze zonden, vooral voor de zonden van onzuiverheid, en vragen wij dikwijls aan Maria, door de verdiensten van Jesus\' geeseling, de deugd van reinheid.

-ocr page 103-

— 101 —

Volgen wij in al ons lijden onzen godde-lijken Meester na, en beoefenen wij naar Zijn voorbeeld de schoone deugd van geduld en liefde.

Een brave pachter wordt door Hlaiia beloond.

De bewoners van Villafranca de Lampuces, in het diocees van Miranda, (Portugal) lieten in October 1574, een kapel bouwen ter eere van O. L. V. van den H. Rozenkrans, en ieder bracht naar zijn vermogen bij om het nieuwe heiligdom op te richten. Joannes Peraspero, een brave pachter uit de\' omstreken, eens voorbij de kerk gaande, zag dat de noodige hulp ontbrak en bood zich aan om met zijne ossen stee-nen naar die plaats te voeren. Hij ging naar huis orn het span voor de kar te plaatsen, doch bij toeval had de vrouw het bij zijne afwezigheid aan de buren geleend. Dit speet den braven pachter, want hij had zoo gaarne zijne steenen naar het heiligdom van Maria vervoerd ! Eensklaps kwam hem een goede gedachte te binnen : »Ik heb, zoo sprak hij, nog een os opstal, en een jongen stier. Deze laatste is wel is waar nooit

-ocr page 104-

— 102 —

onder het juk geweest en, menschelijkerwijze gesproken is het een dwaasheid hem, ook slechts een oogenblik, er onder te plaatsen, doch ik wil werken voor de Koningin van den Rozenkrans; Zij zal hein wel bedwingen. Aanstonds roept hij zijne buren, deelt hun zijn voornemen mede en verzocht hunne medewerking. Zij echter lachen met dit voorstel; doch de brave pachter, vol betrouwen op Maria, roept Haar met godsvrucht aan en begint op stal den os te tuigen. En ziet, terwijl hij dit werk verricht, verlaat de ongetemde stier, die in een ver verwijderd land rustig graasde, zijn weids, komt recht naar zijn meester toe, stelt zich uit eigen beweging, zonder dat men eenig geweld behoeft te gebruiken, onder hetjuk, naast den andere en voert met zooveel gemak de kar met steenen, dat van de twee en twintig, die vooraf gingen, de kar van Peraspero het eerste aankwam. Van dat oogenblik af bleef de stier in dezen wonderbaren toestand, en gebruikte men hem met veel nut voor het landwerk. Dit voorval trof de bewoners van het land, en ook hunne godsvrucht tot O. L. V. van den Rozenkrans werd hierdoor zeer vermeerderd.

-ocr page 105-

— -103 -

GEBED.

Lijdende Jesus, het is mij innig leed dat ik door mijne zonden, vooral door de zonde van onzuiverheid oorzaak ben geweest, dat de Joden uw heilig lichaam door de wi eede geeselslagen hebben doorwond ; want ik weet het, dierbare Verlosser, dat Gij om de zonden van geheel do wereld, dus ook om mijne zonden, zoo vreeselijk hebt willen lijden. Niet meer mijn Jesus, niet meer mijn Vriend, wil ik U vergrammen, nooit meer in kwade gedachten toestemmen, nooit meer woorden spreken of werken verrichten, in strijd met de teederste der deugden.

H. Maria, had ik minder zonden bedreven, dan ook zoudt Gij minder smarten hebben verduurd ! Vergeving, dierbare Moeder, sta mij bij, opdat ik in het vervolg nooit meer zondige; kom mij te hulp vooral in die oogen-blikken, dat de duivel mij door bekoringen tegen de heilige deugd komt verontrusten ; „opdat ik door een rein en zuiver leven in het vervolg uwen Jesus en U, Maria, moge verblijden. Vraag ook voor mij de genade van naar het voorbeeld van uwlie\\en Zoon, uit liefde voor Hem met geduld alle smarten te ondergaan, die Hij mij zal overzenden. Amen.

-ocr page 106-

- 104 —

Schietgebed. Maria, verkrijg voor mij een geduldig hart. Amen.

XVJde D A Gr.

De (loorucnkroning van Christns.

Toen de woeste bende hetgeheiligd lichaam van onzen goddelijken Zaligmaker geheel en al door de geeseling had verscheurd, waren zij nog niet tevreden, maar wilden Hem nog gelijk een spotkoning behandelen. Zij lukten alsdan de kleederen, die zij Jesus, na zijne geeseling wederom hadden aangedaan, van zijn geheiligd lichaam, »en wierpen Hem een purperen mantel om. Ei zij vlochten eene kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd, en gaven Hem eene riet-stok in zijne rechterhand. En voor Hem ne-derknielende beschimpten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Koning der Joden! En Hem bespuwende, namen zij het riet, en sloegen Hem op het hoofd.quot; 1) Alsdan drongen de doornen, zegt de H. Petrus Dn-mianus, tot in de hersenen door, en er

1

H Matth. \'27, 28.

-ocr page 107-

— 105 —

vloeide eene zoo groote hoeveelheid bloeds uit de wonden, dat volgens de openbaring aan de H. Brigitta, het geheels hoofd van onzen Zaligmaker daarmede bedekt was.

Overweeg, beminde ziel, op de eerste plaats, wat vernedering onze goddelijke Zaligmaker bij zijne doornenkroning uit liefde voor ons heeft willen ondergaan. Hij, do waarachtige Koning der koningen, die machtiger is dan de machtigste der vorsten, wordt als een spotkoning tentoongesteld. Een purperen krijgsmantel is zijn Koningskleed, een doornenkroon zijn Vorstendiadeem, een rietstok zijn Koningsschepter! ... En dit alles verdraagt Hij met liefde. Hij spreekt zelfs geen enkel woord ter beschaming van zijne beleedigers, om de vernederingen Hem aangedaan te verminderen. Jesus zwijgt! . . . Zelfs als die woestaards zich voor Hem nederwerpen, Hem huichelachtig groeten, in het aangezicht spuwen en met den riet-staf op zijn dierbaar hoofd slaan, blijft onze lijdende Verlosser zachtmoedig en geduldig.

O dierbare Jesus, wat schoon voorbeeld geeft Gij ons hier. Mocht toch in ons hart één vonk dier liefde branden, welke U in deze oogenblikken voor de nederigheid en de verachting bezielde, opdat ik dikwijls mij ver

f\'

-ocr page 108-

— IOC -

blijde met U veracht en vernederd te worden.

Overwegen wij op de tweede plaats: de verschrikkelijke smarten, die onze goddelijke Zaligmaker\' bij zijne doornenkroning verduurde. Zij waren de hevigste en langdurigste van alle pijnen, wantzij hieldenalleen metdendoort van Jesus Christus op, wijl telkens wanneer de doornenkroon op zijn goddelijk hoofd werd bewogen, de pijnen zich vernieuwden. En al deze smarten heeft Jesus geleden, om te voldoen voor de zonden van hoovaardig-heid, van wereldschen opschik, van het zoeken naar rijkdom, grootheid, eer en roem dezer wereld, waardoor men zoo dikwijls zijn God beleedigt. Die scherpe doornen waren onze zonden die het goddelijk hoofd van onzen dierbaren Verlosser doorboorden en zooveel bloed deden stroomen.

O Jesus, geef mij kracht en genade om niets meer te zoeken dan U en U alleen, en op niets anders meer te denken, dan op U, en wat U behaagt.

Overwegen wij verder de pijnen die Maria bij de doornenkroning van haren beminden Jesus heeft moeten lijden, en hoe iedere doorn, die het heilig hoofd haars Zoons doorboorde, eveneens haar Moederhart op het gevoeligst wondde.

-ocr page 109-

— -107 —

ïruclit der overweging.

Laten wij in het vervolg alle wereltl-sche grootheid en pracht, die onze staat, niet vordert, achter, en blijven wij in alles nederig volgens het voorbeeld van onzen Meester, Jesus Christus.

Verwijderen wij uit onze gedachten alles wat slechts in het minste onze ziel kan schaden, en naaken wij ons een gewoonte dikwijls aan God te denken.

Hongersnood aan boord van een schip.

Een .schip met 300 soldaten en 000 moor-sche slaven aan boord, was onder zeil naaide West-Indiën. De overtocht, door ongunstig weer belemmerd, duurde langer dan men verwacht had, zoodat er vóór het einde der vaart gebrek aan levensmiddelen begon te komen. Men hield de zaak zoolang mogelijk geheim en verminderde het voedsel dat ieder dagelijks kreeg; doch einde-delijk werd de kapitein genoodzaakt te verklaren, dat men het laatste stukje brood had gebr uikt en er voor het volk niets meer overbleef, dan zijn toevlucht tot God te nemen. Men zag elkander met wanhopige blikken

•I

-ocr page 110-

— 108 —

aan en beraamde reeds de verschrikkelijkste plannen ; men begon zich op het ergste voor te bereiden. Een der makkers met meer vertrouwen bezield dan de overigen, sprak tot zijne medebroeders: »Wij schreien en wee-nen, maar vergeten Dengene, die de menigte in de woestijn heeft gevoed, en iederen dag aan de vogelen voedsel schenkt. Verlevendigen wij ons geloof, en laten wij God aanroepen door de voorspraak van zijne Moeder, en aan Onze-Lieve-Vrouw van den Rozenkrans eeu wonder vragen, dat Zij niet zal weigeren.quot; Hierop wierpen zich allen op de knieën en baden met geloof den Rozenkrans, die wonderen wrocht. Nauwelijks hadden zij het laatste »Wees gegroet\'\' gebeden, of zij bemerkten in de verte land, en zagen de aan de Poitugeezen zeergced bekende kaap St. Augustin. Welke vreugde bezielde niet op dezen stond de ongelukki-gen, die reeds gedurende drie dagen de smarten van den honger gevoelden 1 Weldra ontscheepten zij in de hoofdstad van Brazilië, en hun eerste zorg was Maria, voor de redding hun geschonken, in de kerk te gaan bedanken.

-ocr page 111-

— 109 —

GEBED.

O Maria, mijn hart is bedroefd over zoovele zonden, waardoor ik Jesus uw lieven Zoon heb beleedigd, en oorzaak ben geweest van de smarten, die hij in zijn bitter lijden heeft doorstaan en van die uw Moederhart bij Jesus\' doornenkroning verduurde. Het waren mijne zonden van hoovaardigheid; van het najagen van wereldschen opschik, eer en roem die het hoofd van mijnen dierbaren Jesus wondden; het waren mijne zondige begeerten die het hart van mijn dierbare Moeder met een zwaard van droefheid doorboorden. Vergeving Jesus! vergeving Maria! het is mij innig leed U door die zonden te hebben beleedigd; maar ik maak het vaste voornemen ze nimmermeer te bedrijven. Doch dit kan ik niet uit mij zeiven, maar alleen door Gods genade. Moeder vraag voor mij die genade van uw lieven Zoon, want ik ben overtuigd, dat Hij U geven zal al wat Gij Hem zult vragen. Amen.

Schietgebed. Maria, verkrijg voor mij liefde voor de verachting. Amen.

-ocr page 112-

— 110 -

XVilde DAG.

Ziet den menscli.

Toen Pilatus den zoo mishandelden Jesus zag, werd hij bewogen en beproefde een laatste middel om de woede der Joden te stillen. »Hij ging dan wederom buiten en zeide tot hen ; Ziet ik breng Hom tot u buiten, opdat gij weten moogt, dat ik geen schuld in hem vinde. Jesus kwam dan buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed.quot; 1) En Pilatus zeide tot den hoogen raad en het volk : sZiet den menech. Als hem dan de overpriesters en de dienaars zagen, riepen zij en zeiden: Kruisig! kruisig Hem!quot; 2)

Overwegen wij de onmenschelijkheid der Joden. Jesus, de liefderijke Jesus, die hen met weldaden heeft overladen, staat voor hen geheel misvormd door de wreede gee-seling, met een kroon van doornen op het aanbiddelijk hoofd, terwijl zijn kostbaar Bloed langs \'t goddelijk lichaam op de aarde vloeit. Mijn God, zou er een hart kunnen gevonden worden, dat op zulk een gezicht niet ver-

1

H. Joan. 19, . 2) H. Joan 19, 5.

-ocr page 113-

— Hi —

teedeid en door medelijden bewogen wordt! Zelfs wanneer bet een schuldige ware, zou men bij het aanschouwen van zulk een verschrikkelijk lijden tot barmhartigheid worden opgewekt. Alle gevoel is echter uit dei-Joden hart verbannen; zij dorsten naar het bloed van het Lam ! Jesus moet worden geotterd! aan het kruis met Hem! Doch nitt alleen bij de Joden, ook bij de;i Christen is zoo dikwijls alle menamp;cheiijk gevoel verdwenen. Hoe menigmaal toch spreekt God door zijne genade tot de zondaars en zegt Hij: Ziet, zondaars, ziet den menscli! Om voor uwe zonden te voldoen is Hij gewond, om uwe misdaden is Hij gegeeseld, niet doornen gekroond, stroomt zijn kostbaar Bloed op de aarde. Zondaars, ziet den mensch ! Moet mijn geliefde Zoon dan nog meer lijden voor u; heeft Hij nog niet genoeg voldaan? ... . En telkens als wij die genade-stem van God in ons binnenste ondeidrukken en blijven voortgaan met zondigen, roepen wij tot God gelijk de Joden : »Ja, nog meer zonden willen wij bedrijven; Kruisig, kruisig Hem iquot;

Dierbare Jesus, hoe verschrikkelijk zijn mijne zonden! Ook ik heb zoo dikwijls het «Kruis Hem!quot; tot U geroepen, toen ik uwe

-ocr page 114-

— 112 -

genade versmaadde en voortging met zondigen. Neen, nooit geen zonde meer 1 kostbaar Bloed van mijn Jesus ter oorzaak mijner misdaden gestort, kom over mij, niet gelijk bij de Joden ter veroordeeling, maar opdat ik door U gereinigd worde van al mijne zonden en in uwe liefde volharde.

Eenige oogenbllkken daarna sprak Pilatus wederom tot de Joden en zeide: «Ziet uw Koning!quot; Maar zij riepen: »Weg, weg met Hem! Kruisig Hem!\' Pilatus zeidetot hen: «zal ik dan uwen Koning kruisigen?quot; De opperpriesters antwoordden ; «Wij hebben geen Koning dan den Keizer.quot; 1)

Overwegen wij dat, wanneer wij gehoor geven aan de verleidende taai van slechte vrienden, van ongeloovigen en van hen, die ons van God zoeken af te trekken, wij Jesus onzen Koning verloochenen, en alleen de wereld, als onze meesteres erkennen.

Vrucht der overweging.

Mochten wij ooit het ongeluk hebben Jesus door een doodzonde te vergrammen, laten wij dan toch niet volharden in het kwaad,

1

H. Joan. 19, 14.

-ocr page 115-

— 113 —

raaar smeeken wij aanstonds onzen God om vergeving.

Denken wij bij alles, wat wij verrichten, dat wij werken voor God, den Koning dei-Koningen, dien wij als zoodanig moeten eeren en beminnen.

Een jongeling bekeert zicli.

Wij lezen in de annalen van de Aarts-Broe-derschap van den Rozenkrans (October ISfi!)) het volgende verhaal van een jongeling, die door de voorspraak van Maria tot God was weergekeerd.

sTien jaren ond verliet ik mijn vader om bij mijn tante een verdere opvoeding te genieten. Ik bleef daar, tot dat ik den leeftijd van 15 jaar bereikt had. Met de grootste zorg werd ik bewaakt en nanvvgezet in alles, wat het geestelijke betrof, onderwezen. Hier had ik groote vorderingen in de deugd kunnen maken, wanneer ik door een slechte gt; eerste H. Communie, de bron niet had ge

opend voor zoovele andere groote zonden.

De herinnering aan een zware zonde, die ik aan mijn biechtvader niet had durven zeggen, veroorzaakte in mij een aanhoudende wroeging. Onder dien smartelijken indruk

MAAND OCTOBER. g

-ocr page 116-

— ■114 —

kreeg mijn karakter iets kwaadaardigs, ik werd onverdragelijk, alles mishaagde mij, en (toen 15 jaar oud) nam ik het besluit, mij naar de voornaamste steden van Frankrijk te begeven, in de meening, daar meer vrijheid te zullen hebben mijne zonden te biechten. Doch ook daar ontbrak mij de moed en bleef ik in mijn ongelukkigen staat voortleven.

O God, wat zijt Gij toch goed, dat Gij mij zoo lang met geduld hebt verdragen !

In de stad, waar ik toen woonde, leefde een mijner ooms, bij wien ik aanstonds mijn intrek nam ; doch spoedig moest ik hem verlaten, omdat mijn slechte humeur hem onverdragelijk was; ook bij een anderen meester mocht ik niet lang verblijven, en zag mij genoodzaakt naar mijn vader terug te keeren......

Bij mijn vader weergekeerd, hoorde ik spreken over den altijddurenden Rozenkrans. Tot nu toe had ik mij in geen Broederschap laten inschrijven, omdat ik mij overtuigd hield, dat al mijne gebeden nutteloos waren. Toch liet ik mij gaarne onder de leden dier Broederschap opnemen, want inwendig hoorde ik eene stem die mij verzekerde, dat de Koningin van den H. Rozenkrans mij tot God zou doen wederkeeren.

-ocr page 117-

H5 —

Aanstonds toen ik het rozenhoedje ontving, wendde ik mij met de meest mogelijke godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd. Alsdan kwam bij mij de gedachte op, de Paters Dominicanen te gaan bezoeken, en aldaar op nieuw eene poging te doen, mij met God te verzoenen. De Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans gaf\'mij hiertoe den noodigen moed en ik heb het onuitsprekelijk geluk genoten, een heilige Communie in de kerk dier Paters te verlichten.

GEBED.

O Maria, ik durf U niet meer mijn Moeder noemen, want ik ben het, die door mijn aanhoudend zondigen, uw dierbaar Kind zoo verschrikkelijk heb doorwond; ik ben het, die gelijk de joden, het «kruis Hem !quot; tot uwen Jesus geroepen heb, toen Gods genade en Gij, Maria, mij aanzetten tot bekeering. Ik ben het, die liever de wereld voor mijn meesteresse, dan uw goddelijk Kind tot mijnen Koning verlangde, toen ik gehoor gaf aan de verleidende stem van vrienden en wereldlingen en lachte met diegenen, welke mij van God en Jesus spraken. Vergeving, Maria, ach vergeving! voor de beleedigingen

-ocr page 118-

— 118 —

die ik uwen Jesus heb aangedaan, voor liet zwaard van droefheid, waarmede ik toen uw Moederhart doorboorde. Ik weet het, niets is U zoo aangenaam, als een zondaar tot God weer te voeren. Leid mij dan tot uw lieven Zoon, en verkrijg voor mij een oprechte bekeering en volharding in het goede tot aan mijn dood. Amen.

Schietgebed. Maria, geef dat mijn hart altijd open blijve voor Gods genade. Amen.

XVIIIde DAG.

De ter-dood veroordeeling en kruisiging van .lesus.

«Pilatus dan oordeelde, dat (het verlangen der joden) geschieden zoude:quot; !) »En nadat zij Hem beschimpt hadden, trokken zij Hem het purperen gewaad uit, en deden Hem zijne kleederen aan, en leidden Hem weg, om Hem te kruisigen.quot; 2) De beulen nu grijpen het onschuldig Lam Gods aan, nemen twee ruwe balken, vereenigen ze in

1) H. Luc. 23, \'24. -2) H. Maro. 15, 2Ü.

-ocr page 119-

— 117 —

den vorm van een kruis, en willen die op Jesus doorwonde schouderen leggen. Doch onze beminnelijke Verlosser, onze goede Her-der,wacht niet, totdat men het kruis op Hem nederlegt. Hij zelf omarmt het, kust het, legt het op zijne schouderen, en roept: Kom, geliefd kruis, sedert drie. en dertig jaren heb ik u reeds gezocht, op u wil Ik sterven, uit liefde voor mijn schapen.

De veroordeelden verlaten de gerechtszaal, en begeven zich naar den berg van Kalvarie, waar Jesus moest gekruisigd worden.

Onze goddelijke Zaligmaker was echter te veel vermoeid en afgemat, dan dat Hij het zware kruis tot aan den berg op zijne schouderen konde dragen. Men vreesde, dat Hij onderweg er onder bezwijken zoude en zoodoende hun het genoegen zou ontnomen worden, Jesus gekruisigd te zien. »En zij dwongen een, die voorbijging, Simon van Gyrene, die van eene landhoeve kwam, om zijn kruis te dragen.quot; l)

Aanschouw mijn ziel, uwen dierbaren Verlosser, die voor u gaat sterven. Gebukt onder het kruis, heeft Hij zijn hoofd, waarin

!) H. Mare. 15, 21.

-ocr page 120-

— 118 —

de doornenkroon gedrukt is, ter neergebogen ; zijn Bloed vloeit langs den weg ; vermoeid en afgemat bezwijkt hij tot driemaal onder zijn kruis, en telkenmale doen de beulen Hem wederom met geweld opstaan en met het kruis beladen, zijn lijdensweg vervolgen. Slechts eenige oogenblikken mocht Sirnon van Cyrene Jesus behulpzaam zijn.

Overwegen wij hier met wat bereidwilligheid Jesus uit liefde voor ons zijn kruis opneemt om ons een voorbeeld te geven, dat ook wij uit liefde voor Hem die kruisjes omhelzen, welke God ons overzendt; en overwegen wij hoe onze Vriend en Verlosser tot driemaal toe onder het kruis heeft willen bezwijken, opdat wij hieruit leeren, nooit den moed te verliezen, maar altijd, als wij ook nu en dan eens het ongeluk hebben in zonden te vallen, met nieuwen moed ons kruis te dragen tot aan den dood.

Hoe verschrikkelijk moet ook de smart geweest zijn van Maria, toen zij het doodvonnis van haar geliefd Kind vernam, en Jesus beladen met zijn kruis ontmoette, Hem onder hetzelve zag bezwijken en geen reddende hand naar haar dierbaren Zoon kon uitstrekken.

-ocr page 121-

- 119 -

Vrucht der ovenveging.

Laten wij naar het voorbeeld van Jesus altijd met liefde ons kruis dragen, en gelijk Simon van Cyrene met onzen goddelijken Verlosser den lijdensweg bewandelen.

Hebben wij ooit het ongeluk Jesus door de zonden te vergrammen, staan wij dan wederom aanstonds op, om met een nog grootere liefde ons kruis tot den dood toe te dragen.

Ik H. Ludovicus Bcrtramlus.

De- H. Ludovicus Bertrandus, religieus van de orde der Predikheeren, is een dei-grootste dienaren geweest der H. Maagd en vereerde Haar op eene bijzondere wijze door den H. Rozenkrans.

De innige liefde tot Maria gaf hem de noodige kracht en ijver om duizenden afgodendienaars tot Jesus Christus weer te brengen. Ziet hier in welke woorden zich één zijner levensbeschrijvers uit:

«Ludovicus, overtuigd dat alleen God de Koning aller harten is en door zijn krachtige genade de zielen bekeert, bad Hem onophoudelijk door de vurigste gebeden on)

-ocr page 122-

— I\'20 —

hunne bekeeruig en riep voor dit grootsehe doel den bijstand in der glorierijke Maagd, de Moeder des Verlossers. Het meest vereerde liij Haar onder den titel van Ome-Lieve-Vrouw van den H. Rozenkrans, een titel, waarin zich al haar heldhaftige deugden en onvergelijkelijke grootheid vereenigen. De Rozenkrans was het gewoon onderwerp zijner overwegingen, predikingen en onderrichtingen ; want hij trachtte al zijn hoorders tot deze godsvrucht op te wekken, waardoor hij voor zich zeiven en voor anderen ontelbare, bijzondere gunsten verwierf. Den geheelen dag hield hij den Rozenkrans in de hand of aan zijn gordel, en des nachts hing hij dien om zijn hals.

God beloonde deze innige godsvrucht van Ludo\\icus tot de Koningin van den H. Rozenkrans met de schitterendste wonderen. Toen hij de Indien wederom verlaten had en naar zijn geboorteplaats Valencia was teruggekeerd, gaf de Heilige, volgens het verhaal van denzelfden levensbeschrijver zijn Rozenkrans aan een persoon van aanzien en sprak tol hem; Bewaar dezen schat! God zal er vele zondaren door bekeeren, zieken genezen en wellicht dooden opwekken. Ditzelfde zeide hij ook aan een zijner ver-

-ocr page 123-

— i-2i —

trouwde vrienden, doch liet het wuord wellicht achterwege.

De uitkomst bewees de waarheid zijner voorzegging.

GEBIi».

Tot nog toe, dierbare Jesus, heb ik altijd met ongeduld, met weerzin mijn kruis op .mij genomen en altijd getracht den last, dien Gij, op mijne schouderen legdet, van mij af te werpen. Gesterkt door uwe genade, hoop ik in het vervolg nimmer meer zoo ondankbaar te zijn, maai- met liefde en blijdschap alle kruisjes, die Gij mij overzendt aan te nemen en blijmoedig den weg des lijdens te bewandelen. Doch, dierbare Jesus, en Gij, barmhartige Moeder Maria, zou ik nog ooit het ongeluk hebben dat kruis van mij af te werpen, of onder het kruis te bezwijken, ach, schenkt mij dan kracht en genade om aanstonds te kunnen opstaan en het kruis wederom te omhelzen, om er met U, mijn dierbare Jesus, aan te sterven. Amen.

Schietgebed. Maria, leer mij naar uw voor beeld het kruis van mijn Jesus geduldig te dragen. Amen,

-ocr page 124-

_ j-22 _

XIXde DAG.

De kruisiging van Christus.

liet was ongeveer negen uur des vooi niid-dags, toen men aan den Kaivarieberg, de plaats waar Jesus gekruisigd moest worden, was aangekomen. Hier staat onze goddelijke Zaligmaker om het offer van liefde te volbrengen; »en zij gaven Hem wijn met gal te drinken,quot; opdat Jesus door dezen drank de pijnen minder zou gevoelen; nmaai-als (Jesus) dien geproefd had, wilde Hij niet drinkenquot;; \') want Hij verlangde met volle bewustzijn voor ons te lijden, en door geen drank zijn gevoel te verdooven. Nadat nu de twee misdadigers, die met onzen aanbiddelijken Verlosser waren uitgeleid om gedood te worden, «op de plaats gekomen waren, die Kalvarie genoemd wordt, kruisigden zij Hem aldaar, en de moordenaars, den één aan de rechter en den ander aan de linkerzijde.quot; 2)

Jesus wordt dan aan het kruis gehecht! de wensch der Joden is vervuld! O, ziet hoe die woeste beulen zich op onzen dier-

1) H. Matth. 27, 34. 2) H. Luc. 23, 33.

-ocr page 125-

— 123 —

baren Zaligmaker nederwerpen; zijn kleederen van zijn geheiligd lichaam scheuren, waardoor de wonden op nieuw worden geopend, en het goddelijk Bloed ter aarde vloeit. — Met de grootste onmenschelijk-heid werpen zij Jesus op het Kruis om Hem er aan vast te nagelen. — En Jesus, als het Lam dat geslacht moet worden, legt zich vol liefde op het Kruis neder als op pen altaar, om zich voor ons aan zijnen hemelschen Vader op te offeren. — Nu grijpen de beulen de aanbiddelijke handen van Jesus, die overal het volk zegenden, en na eerst de eene met kracht aan den kruisbalk te hebben vastgeklonken, rukken zij met geweld de andere op de bestemde plaats om er een tweeden zwaren nagel in te slaan. Daarna grijpen zij zijne voeten, slaan die over elkander en klinken die met een derden spijker vast aar. het kruishout. Eindelijk nemen zij den balk, richten dien overeind en laten hem in een diepen kuil nederploffen, om hem vast in den grond te kunnen zetten. — Bij dien schok scheuren Jesus\' doornagelde handen en voeten 1 . . .

De Koning van heme! en aarde is dus door zijn eigen volk, hetgeen Hij zoozeer beminde, aan het kruis gehecht, hangt

-ocr page 126-

— 194 —

te midden van twee boondoeners aan een vloekhout geklonken, en heeft zelfs geen steen, waarop Hij zijn hoofd kan nederleg-gen, zelfs is Hij niet in staat zijn hoofd tegen het kruis te doen rusten ; want dan dringen de doornen dieper in zijn aanbiddelijk hoofd. En dit alles heeft Jesus willen lijden uit liefde voor ons, om ons te verlossen en een voorbeeld te geven, hoe wij onzen God moeten beminnen. O, zullen wij op het zien van zooveel liefde onzen God niet beminnen, voor Hem niet alleen ons kruis met geduld dragen, maar zelfs wen-schen met Hem te lijden en aan het Kruis te worden gehecht?

Wie kan de smart beschrijven, die Maria in die oogenblikken heeft verduurd, toen Zij haar geliefden Zoon aan het Kruis k oorde vastklinken, en Hem te midden van twee boosdoeners aan een vloekhout aanschouwde?

Vrnclit der oïcrweging.

Laten wij naar het voorbeeld van Jesus, ten minste nu en dan, door eenige vrijwillige verstervingen, ons, uit liefde en dankbaarheid voor de weldaden ons geschonken, met Jesus aan het Kruis hechten; en den-

-ocr page 127-

— 125 —

ken wij dikwijls aan de liefde van onzen Verlosser.

Een Vereerder van het „Wees gegroetquot;.

Een soldaat wilde, na langen tijd zijn koning te hebben gediend,, In het vervolg slechts strijden voor den Koning der koningen, voor zijn God. Om dit doel te bereiken bood hij zich bij de Cisterciensers aan om in hun orde te worden opgenomen.

De H. Bernardus gedroeg zich jegens hem als een vader en gaf hem aanstonds het kleed der leekebroeders. Deze nieuwe broeder kon echter niets anders leeren dan het Wees gegroet Maria. Dat gebed bad hij aanhoudend, uitgezonderd den tijd, dien hij met slapen doorbracht. De H. Bernai\'dus, getroffen door zijnen godvruchtigen eenvoud en de heiligheid zijns levens, nam hem, niettegenstaande zijn onwetendheid, op onder de religieusen van het koor. Tot aan zijn dood bleef de vrome man zijne medebroeders stichten door een trelfende godsvrucht jegens de H. Maagd en een innige voorliefde tot het gebed ; Wees gegroet Maria.

Zijn laatste dag nadert; God roept hem in de vreugde van het hemelsche leven, en

-ocr page 128-

- 426 —

zijn lichaam wordt bij de graven der overige broeders neergelegd. Eenige dagen nu na zijne begrafenis, ziet men op zijn gral een lelie groeien, in wier kelk de woorden staan : Wees gegroet Maria. De H. Bernar-dus, door dit voorval verrast, laat den grond onder die lelie weghalen om te zien waaruit zij wortel schiet, en ontdekt dat die uit den mond van den overledene voortkomt.

De H. Maagd had door een wonder aan de religieusen doen zien hoe aangenaam haar is : het Wees gegroet Maria.

GEBED.

Goddelijke Heiland, hoe groot is toch uwe liefde voor ons, dat Gij ter onzer ven\'ossing U hebt laten nagelen aan een kruis en tus-schen twee moordenaars hebt willen verheven worden ! Dierbare Godinensch, och, kon ik U voor zulk eene liefde, oprechte wederliefde schenken ? Zie, ik geef U mijn hart ; ik wil voor niets anders meer leven dan voor U, mij met U aan het kruis hechten, en lijden en sterven uit liefde voor U.

Smartvolle Moeder, die uit liefde voor ons hebt toegestemd dat uw geliefde Zoon voor ons zoude lijden en aan het kruis gehecht worden, verkrijg voor mij de genade,

-ocr page 129-

- 127 -

dat mijn hart niets wedergave dan dankbaarheid en liefde, en dat ik niet alleen de kruisjes, welke Jesus mij overzendt met liefde omhelze, maar dikwijls vrijwillig eenig lijden uit liefde voor mijnen Jesus op mij neme; opdat ik na hier met mijn Jesus aan het kruis te zijn gehecht, eenmaal met hem leve in den hemel. Amen.

Schietgebed- Lijden of sterven, het kruis of de dood! Amen.

XXste DAG.

Jesus bidt voor zijne vijanden.

Onze goddelijke Heiland is dan aan het kruis gehecht, onze beminnelijke Verlosser hangt tusschen twee moordenaars aan een vloekhout. En medelijdend slaat Hij van af dat kruis een blik vol liefde en barmhartigheid op zijne beulen, en zijn oog ten hemel slaande, spreekt Hij tot zijn hemel-schen Vader: »Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen.quot; \')

11 II. Luc. 23, 34.

-ocr page 130-

— 128 —

Overwegen wij hier de liefde en barmhartigheid van Jesus voor zijn onmededoo-gend volk, dat Hem veracht, beschimpt, bespot en aan een kruis laat sterven. Hij bidt zijn Vader, dat Hij hun genadig zij en hunne zonden vergeve; Hij treedt zelfs als verdediger voor zijne moordenaars op en tracht hunne misdaad zooveel mogelijk te verkleinen: «Zij weten niet, wat zij doen;quot; zij weten niet, schoon zij het kunnen en moeten weten, dat het de Messias is, dien zij aan het kruis hebben gehecht; »want hadden zij (Hem) gekend, nooit zouden zij den Heer der heerlijkheid hebben gekruisigd.quot; 1)

Zijn ook wij, als ons voorbeeld Jesus, zoo vol liefde en barmhartigheid voor hen, die ons haten en met kwaad bejegenen? trachten wij het kwaad onzer evennaasten altijd zooveel mogelijk te verkleinen ; en bidden wij God, om hunne bekeering ?

Doch het volk lachte om die bede; »en die voorbijgingon, lasterden Hem, zeggende: Welaan, Gij, die den tempel Gods afbreekt, en in drie dagen weder opbouwt, verlos

1

H. P. 1 Corr. 2. 8.

-ocr page 131-

— 120 —

U zeiven, en kom af van het kruis! Desgelijks ook de ovei priesters, met de schriftgeleerden, zeiden al schimpende, tot elkander: Anderen heeft Hij verlost, zich zeiven kan Hij niet verlossen.quot; \')

Hoevele zondaars, die met het woord en de gebeden der priesters- en van hen, die hunne ziel voor Jesus Christus trachten te winnen, lachen en den spot drijven, volgen het voorbeeld dier voorbijgangers, joden, overpriesters en schiiftgeleerden!

»En één van de moordenaars die daar hingen, lasterde Hem, zeggende ; indien Gij de Christus zijt, verlos U zeiven en ons! Doch-de andere antwoordende, bestrafte hem cn zeide; vreest Gij ook God niet, daar gij dezelfde straf ondergaat ? En wij wel terecht; want wij ontvangen, hetgeen onze werken verdienen; maar deze heeft niets kwaads gedaan. En hij zeide tot Jesus : Heere, gedenk mijner, als Gij in uw rijk komt. En Jesus sprak tot hem: voorwaar, ik zeg U: Heden zult gij met mij zijn in het Paradijs.quot; 1)

Wat troost moet het voor Jesus\' smartvol hart geweest zijn, aan het kruis een ziel

1

MAAND OCTOBER. 9

-ocr page 132-

- 430 -■

voor den hemel te winnen ! O mocht het goddelijk Hart van Jesus ieder oogenblikin liet bitter lijden, dat Hem door de zonden wordt aangedaan, dien zoeten troost smaken ? Heer Jesus, kon ik alle zondaars tot U doen wederkeeren en zoodoende al uw droefheid in vreugde veranderen !

Vrucht der overweging.

Laten wij onze vijanden vergeven en God bidden voor hunne eauwige zaligheid. Stellen wij een groot vertrouwen op Gods barmhartigheid, want alle zonden hoe groot, hoe talrijk ook, wil Hij ons vergeven, wanneer wij slechts met een waarachtig berouw tot Mem naderen; maai\' verwijderen wij teder vermetel vertrouwen en gaan wij niet voort met zondigen, denkende : God is barmhartig ; want dan zal God een vreeselijke rechter zijn.

Maria, de koniiigiii van den H. Rozenkrans geeft een doode het leven vvêer.

Te Haarlem, waar de Paters Dominicanen eertijds een klooster hadden, vermaard door de heiligheid van zeer roemrijke religieusen,

-ocr page 133-

— 131 —

bloeide de godsvrucht en de liefde tot den Rozenkrans en deszelfs Broederschap, en bracht de heerlijkste vruchten voort. In \'1478, woonde aldaar Louis Genssell met zijne vrouw, die een levendige godsvrucht gevoelde jegens Maria, de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans. Zij hadden een eenig zoontje, negen jaar oud, dien zij mot de meeste teederheid beminden. Maar God, die hen kastijdt, welke Hij liefheeft, wilde ook deze brave ouders op eene zeer zware proef stellen. Eens, toen hun zoon met zijne medemakkers aan den oever van de rivier speelde, gleed hij uit, viel in den stroom, en werd \'daarin medegesleept. Eenige oogen-blikken daarna haalt men hem uit den vloed en brengt hem dood te huis. De droefheid van Genssell en van zijne echtgenoote te beschrijven bij het hooien van deze tijding vermag niemand. Hun droefheid echter week naarmate het vertrouwen op Maria bij hen toenam. Spoedig had het vertrouwen de overhand, en weidia gingen zij kerkwaarts om voor het altaar van den Allerheiligsten Rozenkrans het leven van hun dierbaar kind weer te vragen.

Bij het altaar gekomen, knielen zij neder, bidden en smeeken Maria, de Koningin van

-ocr page 134-

132 -

den Allerheiligsten Rozenkran?, om redding, en beloven haar, dat hun Zoon, zoo Maria hem liet leven weergeeft, aan den Allerheiligsten Rozenkrans toegewijd, en een haai-van harte toegewijde zeer bevoorrecht dienaar zoude wezen. Na deze belofte te hebben gedaan, gaan zij huiswaarts, en zien, o wonderbare goedheid van Maria! hun zoon uit den doodsslaap verrezen. En het kind sprak tot hen; «Onze-Lieve-Vrouw van den Allerheiligsten Rozenkrans heeft mij van c\'en dood gered, en uwe belofte aan Haar gedaan zal ik nimmer vergeten, ja ik verbind mij, die zoo getrouw mogelijk te volbrengen.\'1

Toen de bewoners der stad en van het land dit wonder vernamen, groeide de godsvrucht tot den Rozenkrans meer en weer in hunne harten aan, en namen zij met groo-ter vertrouwen hunne toevlucht tot Maria, door het gebed van den H. Rozenkrans.

GEBED.

Stervende Godmensch, de woorden die Gij tot uw Vader spreekt en waardoor Gij vergiffenis vraagt voor hen die U beleedigen, doen mij hopen, dat ook Gij voor mij een Voorspreker zult zijn bij uwen hernelschen

-ocr page 135-

— -133 —

Varler. Ja, mijn dierbare Jesus, bid voor mij : «Vader vergeef het hem (haar), want hij (zij) weet niet wat hij (zij) doet.quot; Heer Jesus, wees mij genadig nu Gij zijt gekomen in uw rijk! Spreek ook eenmaal tot mij dat woord, hetgeen Gij tot den goeden moordenaar hebt gesproken: «Heden zult gij met Mij zijn in het Paradijs.quot;

H. Maria, die onder het kruis met uw geliefden Zoon bad voor de bekeering der zondaren, en daarvoor het kostbaar Bloed van uwen Jesus aan God opofferde; verkrijg voor mij vergifienis bij uwen Zoon en vraag voor mij de genade, dat ik naar het voorbeeld\' van Jesus, ook aan mijne vijanden vergeve en altijd voor mijne vervolgers bidde; opdat ook ik barmhartigheid bekome en eenmaal die woorden moge vernemen; Heden zult gij met mij zijn in het Paradijs. Amen.

Schietgebed. Onze Vader die in de hemelen zijt, vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. Amen.

-ocr page 136-

— 134 -

XXIste DAG Maria onder het kruis.

Maria, die zich veelal verre van haren goddelijken Zoon verwijderd hield, als Hij zich dooi\' schitterende wonder en verheerlijkte, door welker glorie ook Zij zoude hebben kunnen schitteren, volgt Hem, om op Golgotha in zijn smaad en smarten te deelen; want bij Jesus\' kruis stond zijne Moeder. «Als Jesus daar zijne Moeder, en den discipel, (Joannes) dien Hij lief had, zag staan, sprak Hij tot zijne moeder: «Vrouwe! zie uw zoon! Daarna sprak Hij tot den discipel : Zie, uwe moeder! En van die ure nam de discipel haar tot zichquot;; \') Maria beschouwde Joannes als haren Zoon en in Joannes alle Christenen als hare kinderen.

Overwegen wij het bitter lijden van Maria, staande onder het kruis van haar geliefden Zoon. Toen vooral was het oogenblik daar, dat het zwaard, door Simeon voorspeld, haar moederlijk hart doorboorde 1.. . Want wie beschrijft de smarten die Maria gevoelde, toen Zij het uur zag naderen, waarop haar Jesus zou gaan sterven. Jesus, dien Zij ge-

1) H. Joan. 19, 25.

-ocr page 137-

- -135 -

durende zoovele jaren had verzorgd, met wien Zij zoolang op de innigste wijze vvab verbonden geweest en dien Zij zoo vurig beminde? Wie beschrijft Maria\'s droefheid, toen Zij dien beminden Zoon tusschen twee moordenaars zag opgeheven, opgeheven aan een vloekhout? Nochtans bij al dat lijden bezwijkt Zij niet, maar staat onder het kruis; Zij mort niet, heft geen klachten aan tegen de boosheid en ondankbaarheid der menschen; Zij ontvlucht het kruis niet maar wil met Jesus lijden; ongetwijfeld spreekt Zij ook nu nog die woorden, welke Zij den Engel Gabriël bij zijne boodschap toesprak : «Zie hier de dienstmaagd des Ileeren, Mij geschiede naar uw woord.quot; Zij herhaalt wat Jesus in Getsemani tot God had gebeden: «Vader indien het mogelijk is laat dan dezen kelk van Mij weggaan ; doch niet mijne wil, uw wil geschiede.quot;

Overwegen wij vervolgens, hoe Maria onder het kruis onze Moedei\' geworden is, en van dat oogenblik ons met een ware moederliefde bemint; dag en nacht onze voor-sprekeres is bij God, en Hem om hulp en bijstand bidt voor ons hare kinderen, die Zij van haren geliefden stervenden Zoon ont? Ving.

-ocr page 138-

— 136 —

Vrncht der overweging.

Laten wij naar het voorbeeld van Maria al ons lijden met geduld verdragen, en Maria in alle omstandigheden aanroepen als on?e Moeder: want het gebed van een kind kan eene Moeder niet versmaden.

Een wonderbare bekcering,

In een der parochiën te Beaujolais (Frankrijk) leefde een SOjarig grijsaard, berucht om zijne verregaande goddeloosheid. Hij kende niets dan godslasteringen, ging er zelfs groot op en deelde het een ieder onder de verschrikkelijkste verwenschingen mede, dat hij nooit een priester bij zich toeliet.

De zonen van den H. Dominicus beproefden bij gelegenheid eener missie, die zij aldaar hadden gegeven, om dezen ongelukkige, die door een ziekte aangetast, met lamheid geslagen was, voor God te winnen. Doch alles was te vergeefs. Woedend op het zien der priesters dreigt hij, hen en zich zeiven door een pistool het leven te benemen, en roept uit: »Ik heb geen ziel, jli ben een hond, laat mij sterven! Ik wil

-ocr page 139-

— 137 —

iiocli priester! noch Kerk! nocli uwe kerkhoven! ik wil begraven worden als een hond!quot; De priesters verlieten het ziekbed van dien ongelukkige, die wellicht spoedig voor Gods ooi deel zou verschijnen ! Slechts een wonder kon dezen zondaar tot God bels eeren.

Twee leden van de Aartsbroederschap van den Rozenkrans voelden zich aangezet om voor dien ongelukkige het Hart van Maria geweld aan te doen en zijne bekeering af te srceeken. Zij verzoeken andere leden dei-Broederschap om eene novene te houden, en iederen dag een geheelen Rozenkrans te bidden. Een dier leden waagt het den zieke te bezoeken, en hem een medaille van den Rozenkrans om den hals te hangen. Andermaal gaat hij hem bezoeken; de leeuw is niet overwonnen, maar ligt geketend; hij kust de medaille onder het spreken van dubbelzinnige woorden. De leden nu volharden in het gebed en bidden hun noveen. Wederom gaat diezelfde persoon hem bezoeken : geen vloeken, geen godslasteringen meer ; de ongelukkige bidt zelfs het Wees gegroet. Nogmaals begeeft hij zich naar den zieke, en nu ! een biechtvader wordt toegelaten, de zondaar is bekeerd. De vreugde, die

-ocr page 140-

— 138 —

zoolang uit zijne ziel was gebannen, is teruggekeerd, hij kent zich zeiven niet meer ! en wanneer hij zich afvraagt, waaraan hij het geluk heeft te danken, dat hij thans geniet, dan spreekt een stem in zijn binnenste, dat Maria zijn redster is, dat het gebed der leden van de Broederschap van den H. Rozenkrans het moederlijk Hart van Maria geweld heeft aangedaan. Men vervolgt de noveen en op den laatsten dag ontvangt de zieke met de grootste godsvrucht de laatste heilige Sacramenten. En hij die de priesters slechts met verwenschinsen had overladen, vraagt nu hun bezoek en vindt den tijd te kort, dien hij met hen kan doorbrengen ; drukt hun de vriendenhand, en brengt die aan zijn hart als bewijs van dank en oprecht berouw.

GEBED.

O Maria, Koningin der Martelaren, verkrijg voor mij kracht en genade om gelijk Gij, liever te deelen in Jesus\' lijden dan in zijn roem op deze wereld, dat ik met standvastigheid alle kwellingen, smarten en bekoringen, die God mij overzendt, aanneme en naar uw voorbeeld mij in alles aan Gods heiligen wil onderwerpe.

-ocr page 141-

— 1.39 —

Maria, gedenk dat Gij onder het kruis mijne Moeder geworden zijt. Toon dit in alle omstandigheden mijns levens, vooral wanneer de duivel er op uit is, mij van U en van mijn Jesus te verwijderen en God door de zonde te vergrammen. Behoed mij voor alle gevaren en vraag voor mij slechts deze gunst: dat ik U altijd aanroepe dooi die woorden: ï Maria ! Moeder;quot; want nooit is het gehoord dat iemand die U in het gevaar heeft aangeroepen, niet is verhoord geworden. Amen.

Schietgebed, Maria, toon dat Gij mijne Moeder zijt. Amen.

XXIPte DAG.

Jesus\' verliiteiiheid aan het kruis.

Jesus had reeds drie uur aan het kruis gehangen; \'t was nu het middaguur, of volgens de joodsche rekening, het zesde uur, en er »kwatn eene duisternis over geheel de aarde, tot de negende uur toe. En ter negender ure (drie uur des middags) riep Jesus met luider stem, en sprak: Eloi, Eloi,

-ocr page 142-

— 140 —

lamma salacthani? hetgeen vertolkt is; Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? *)

Overwegen wij hier de groote troosteloosheid, waarin onze goddelijke Zaligmaker deze, laatste uren van zijn bitter lijden moet doorbrengen. Van zijn bemind volk, dat Hij zoo innig lief heeft en waarvoor Hij nu gaat sterven, bespot, beschimpt, gegeeseld, met doornen gekroond, aan een kruis genageld ; door zijne leerlingen en Apostelen verlaten, — alleen Joannes staat bij het Kruis — door Maria\'s tegenwoordigheid, wier hart met een zwaard van droefheid was doorwond, en door de tegenwoordigheid oer wee-nende vrouwen met nog grooter smart bevangen, wendt Hij zich tot zijnen hemel-schen Vader en vraagt om troost in zijn bitter lijden. Maar ach, zijn Vader ziet Hem beladen met de zonden van alle raenschen, waarvoor Hij moest voldoen en spreekt: «Neen ik kan, ik mag U niet troosten, ik moet U laten lijden, den kelk laten drinken tot den bodem toe.quot; Dan roept Jesus uit: «Mijn God waarom hebt Gij mij verlaten?\'\' want \'t is voor Gods Zoon aan \'t kruis

1) H. Mare. 15, 33.

-ocr page 143-

alsof zijn Vader Hem heeft verlaten. Doch ook in (iit lijden blijft Jesus geduldig\', onderwerpt zich aan den wil van God en spreekt tot Hem ; «Vader niet zooals Ik wil, maar gelijk Gij.\'\'

Hoe dikwijls beproeft God zijne bevoorrechte kinderen, als zijn eeniggeboren Zoon aan hef kruis! Zij bidden, maar \'t is of God zijn ooren sluit voor die bede ; zij naderen tot de heilige sacramenten, maar ondervinden niets dan dorheid en zielssmaiten terwijl zij dikwijls dooi\'de verschrikkelijkste bekoringen worden beproefd. Dan voorzeker roepen zij ook tot God gelijk Jesus : »Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?quot; Doch, beminde ziel, wanneer God u door zulke smarten beproeft, spreek dan ook altijd die woorden van uw beminden Meester: »Vader niet mijn wil, maar uw wil geschiede.quot; Denk, dat God zich voor u verbergt, opdat gij uw liefde voor Hem des te duidelijker zoudt toonen, en onschatbare verdiensten vergaderen voor den hemel.

Vrnclit der overweging.

Laten wij in oogenblikken, dat God zich voor ons verbergt, en wij aan de verrchrik-

-ocr page 144-

kelijkste inwendige smarten zijn overgegeven, op God blijven vertrouwen; volharden wij in ons gebed, in liet naderen tot de heilige sacramenten, al ontvangen wij ook niet den minsten troost; drinken wij den kelk met Jesus alsdan tot den budem, om des te meer nan Hem gelijkvormig te worden in zijne glorie.

Bijzondere bijstand van Maria in liet gevaar.

(lirief van Karei Emmanuel IV, Koning vanSardi-nië, aan den Generaal der Predikheeren.)

16 October 1810.

Hoogeerwaarde Paler,

«Toen ik op den feestdag van onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans mij in de kerk di Gézu bevond, hoorde ik den predikant spreken over de gunsten en wonderen, die zoovelen door het bidden van den H. Rozen-krans hadden verkregen; daarbij viel mij een gebeurtenis te binnen, die mij persoonlijk betreft en welke ik meen u te moeten me-dedeelen.

«Den 1 Juni van het jaar 1797, ging ik

-ocr page 145-

— 448 -

met mijne echtgenoote, mijn broeder, den hertog van Montferrat van het kasteel der koninklijke jacht naar- het kasteel van Rivoli, om den koning, onzen oudsten broeder, en de koningin, mijne nicht te bezoeken, die zich aldaar bevonden om de buitenlucht te genieten. Het was in ons land zeer onrustig; het vuur smeulde onderquot; de asch en verschillende oproeren waren reeds in verscheidene steden van Piemont uitgebroken. Na het middagmaal vertrokken wij zonder geleide van soldaten huiswaarts, niets vermoedende van liet groote gevaar, waaraan wij weldra zouden blooigesteld zijn. Toen wij den .groeten weg van Rivoli achter ons hadden en in de eenzame en weinig bebouwde streken kwamen, spoorde een onzer — de juiste persoon is mij ontgaan — ons aan, om den Rozenkrans te bidden. Dit voorstel weid aangenomen, en wij kwamen zonder ongelukken op het koninklijk jachtkasteel aan. Doch nauwelijks te huis zijnde, komt een bijzondere postbode uit Turyn ons berichten, dat wij op den afge-legden weg aan een groot gevaar ontkomen zijn. Eenige oproerlingen, in de bosschen verscholen, hadden ons willen aanvallen en dwingen, een akte van afstand ter gunste

-ocr page 146-

— 144 —

van het volk te onderteekenen. Zoo ik had geweigerd, hadden zij zich van mijn persoon meester gemaakt en mij naar de citadel van Turyn vervoerd; de stad wachtte slechts hierop om in opstand te komen. Of de bode vertrok te laat, of wij te vroeg uit Rivoli ; dit echter is zeker, dat wij de plaats, waar zich de roovers verscholen, zijn doorgetrokken, en zij óf ons niet hebben bemerkt, of door een plotselinge vrees zijn overmeesterd geworden. Wat er van zij, wij kwamen behouden op het kasteel aan ; denzelfden nacht en den daaropvolgenden dag weiden de oproerlingen gevangen genomen en ondergingen hunne opperhoofden de straf des doods.

»Deze wonderbare zaak heb ik altijd als een mirakel, of minstens als een b\'jzondere gunst der allerheiligste Maagd beschouwd, en ziedaar de reden, waarom ik het mij ten plicht rekende, zulks aan hen mede te dee-len, die uit kracht hunner roeping de godsvrucht van den Rozenkrans moeten prediken ! 1 . . ..

Karel Emmanuel.quot; gebed.

II. Maria, die gelijk uw geliefde Zoon

-ocr page 147-

- 145 —

van allen troost verstoken, onder het kruis uwe smarten vereenigde met de smarten van uwen Jesus en met de grootste onderwerping den kelk des lijdens hebt gedronken; bid voor mij, opdat, wanneer ook voor mij het oogenblik aanbreekt, waarop God mij beproeft en van den kelk laat drinken, dien zijn geliefde Zoon aan het kruis gedronken heeft, mij van allen troost berooft en de zwaarste bekoringen overzendt, ja, bid dan voor mij, opdat ik volharde in het gebed, volharde in het naderen tot de H. Sacramenten, volharde in Jesus\' liefde en niet in wanhoop vervalle, opdat ik na met Jesus en met U, .Maria, den kelk tot den bodem toe te hebben geledigd, ook het rijkste aandeel moge genieten in zijn glorie. Amen.

Schietgebed. Maria, wees mijn redding in het uur der beproeving. Amen.

XXIIIste D A Gr. Jesus sterft.

Gedurende zes uren had onze Zaligmaker aan het kruis gehangen; zijne laatste oogen-

MAAND OCTOBER. 10

-ocr page 148-

_ 146 —

blikken naderen. »En Jesus wetende, dat alles volbracht was, sprak, opdat de Schrift vervuld wierd : ik heb dorst. Er stond nu een vat vol edik. Zij dan eene spons, met edik gevuld en om eenen hysopstengel gewonden hebbende, brachten die aan zijnen mond.\'\' En Jesus proefde dien drank, niet zoo zeer om zijnen dorst te lesschen, dan wel om ons een voorbeeld te geven, in alle omstandigheden, zelfs op ons doodsbed, de versterving te beminnen en in beoefening te brengen, »Ik heb dorst.quot; Jesus dorst naar hef heil onzer zielen, dorst naar het uur dat Hij ons den hemel kan ontsluiten en ons verzoenen met zijnen hemelschen Vader. «Als Jesus dan de edik genomen had, sprak Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd, en gaf den geest.quot;1)

»En ziet het voorhangsel van den tempel scheurde in twee stukken, van boven tot beneden, en de aaide beefde, en de steenrotsen barstten ; en de graven openden zich, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, stonden op.quot; 2) Een teeken dat de Schepper van hemel en aarde alles heeft volbracht, dat Jesus is gestorven.

1

H. Joan. IS», 28. 2) H. Joan. 19, 30.

-ocr page 149-

— 147 —

Alles is dan volbracht. Jesus, door zijn Vader gezonden om het verloren menschdora te verlossen, heeft zijne zending volbracht, voor onze zonden voldaan door gehoorzaam te zijn tot don dood, ja, lot den dood des kruises.

Naderen wij tot het kruis waaraan onze goddelijke Meester is gestorven, omhelzen wij zijn doorboorde voeten, en danken wij Hem voor de genade door zijn zoendood voor ons verkregen; zeggen wij Hem met een oprecht, kinderlijk gevoel: Diet bare God-mensch, dank, duizendmaal dank, voor de onschatbare genade, die Gij voor mij en voor geheel het menschdora hebt verworven. Ach, ik bid U, houd voortdurend uwe heilige wonden voor mij geopend, opdat het kostbaar Bloed van U, mijn Jesus onophoudelijk op mij nederdale, en mij reinige van alle zonden. Schenk mij de genade, dat uw goddelijk Bloed voor mij niet te vergeefs hebbe gestroomd, maar dat ik eenmaal, na hier aan uwe genade te hebben beantwoord, gelijk Gij in de banden van uwen bemel-sghen Vader den geest geve, om zoo ook eenmaal met U te leven in den hemel.

Overwegen wij het lijden, dat Maria moet verduurd hebben, op het oogenblik, dat Zij

-ocr page 150-

- 148 —

haar geliefden Zoon liet hoofd zag buigen en den geest geven.

Vrucht der Overweging.

Denken wij toch dikwijls voor wat prijs onze zielen zijn vrijgekocht; dat een God-roensgh er voor gestorven is aan een vloekhout; en het zal ons licht vallen, de zonden te vluchten, de zonden, die ware het mogelijk, Jesus op nieuw zouden doen sterven aan het kruis.

De Kozenkrans is de sleutel van liet vagevuur.

In het jaar 1673 stierf te Milaan in het klooster der Dominicanessen, zuster Angelica Danis. Deze deugdzame bruid van Jesus Christus legde zich vooral toe, om het gebod der liefde van onzen goddel ijken Vei losser zoo stipt mogelijk te volbrengen. Aanhoudend herinnerde zij zich dat woord; »Ik geef u een nieuw gebod: bemint elkander; het leeken waaraan gij zult herkennen of gij mijne leerlingen zijt, is dit: dat gij elkander lief hebt.quot; Bracht Angelica deze les van haren Meester in toepassing ten aan-

-ocr page 151-

— 149 —

zien van al hare evennaasten, zij deed het bijzonder opziclitens de zielen in het vagevuur, voor wie zij eene zekere voorliefde koesterde. Voor hen deed zij de vurigste gebeden, offerde aan God haar arbeid, vernederde zich, legde zich verstervingen op en beoefende zelfs de grootste boetplegin-gen, om die arme, lijdende zielen lafenis in hunne smarten te verschaffen. Eens daalde zij in den geest in het vagevuur neder en herkende een religieuse uit haar klooster, Constantia Maria, die zij zeer had bemind. Deze arme ziel bekende, dat haar grootste smart de schaamte was, die zij gevoelde, van een zoo goeden en grooten God te hebben beleedigd, en van niet genoeg aan zijne liefde en barmhartigheid te hebben beantwoord.

Angelica werd hierdoor zeer getroffen en aangezet, deze ziel, die zij beminde, uit de verschrikkelijkste smarten te verlossen. De kracht van den Rozenkrans kennende, bad zij dien, en werd, voordat zij dien had geëindigd, in geestverrukking vervoerd. Zij zag in die geestverrukking de ziel harer zuster, omstraald van heerlijkheid, haren kerker verlaten, om zich te plaatsen op een troon van licht, te midden der engelen en der heiligen.

-ocr page 152-

GEBED.

Smartvolle Moeder Maria, uw Jesus, uw Kinil is dan gestorven, alles is volbracht. Wie kan beseffen de smart, die uw moederhart op \'t oogenblil: trof toen uw Jesus den geest gaf. Maar al die smarten verduurdet Gij met een zekere blijdschap, wijl Gij wist, dat God zulks van U verlangde, en Gij hierdoor medewerktet aan het heil uwer kinderen, die Gij onder het kruis van uw Zoon ontvingt. O Maria, mochten wij toch altijd beantwoorden aan die onschatbare gunsten die wij van Jesus en van U, Maria, hebben ontvangen; mochten wij toch nooit meer door de zonde met ondankbaarheid vergelden, wat wij van uw geliefden Zoon en van U, ontvangen hebben. Nogmaals smeeken wij U dan Maria, kom ons toch te hulp in ieder gevaar dat ons omringt, opdat wij in Gods liefde volharden; verkrijg van ons de genaden hier in dit leven met Jesus te lijden, met Jesus gekruisigd te worden, met Jesus te overwinnen, opdat wij op ons sterfbed naar het voorbeeld van onzen goddeiijken Meester kunnen zeggen: sliet is volbracht. Vader in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; Amen.

-ocr page 153-

- 151 —

Schietgebed. Vader in uwe handen beveel ik mijnen geest. Amen.

XXI V8\'e DAG.

DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN. De verrijzenis van Christus.

«Als het nu avond geworden was, kwam zeker rijk man van Arimathea, met ïiame Joseph en nam het lichaam (van Jesus van het Hiuis), wond het in zuiver fijn lijnwaad, en legde het in zijn nieuw graf, hetwelk hij in de rots had doen uithouwen. En hij wentelde eenen groeten steen tegen den ingang van het graf en ging henen.quot;1)

Overwegen wij, hoe onze goddelijke Zaligmaker, na zijn lijden rust in het graf, en daar het uur verbeidt, waarop Hij glorierijk zal verrijzen. Ook wij zullen eenmaal na hier te hebben gewerkt, nederdalen in het graf, en, God geve, dat wij daar mogen lusten gelijk Jesus in den hof van Joseph

1

H. Matth. \'27, 57.

-ocr page 154-

— 152 —

van Arimathea ; want gelukkig zij, die na hier veel te hebben gearbeid en geleden uit liefde voor Jesus, met Hem zullen nederdalen in het graf, om daar te rusten tot den dag, dat het lichaam glorierijk zal verrijzen, om gelijk de Zoon Gods en met Hem, verheerlijkt te worden.

«Op den laatsten avond nu voor den sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag dei- week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, het graf zien. En ziet, er ontstond eene groote aar dbeving : want een engel des Heeren daalde van den hemel, en naderde, en wentelde den steen af, en zat op denzelven. Zijn aangezicht nu was als een bliksem, en zijn gewaad wit als sneeuw. Uit vrees voor hem sidderden de wachters, en werden gelijk dooden. Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jesus zoekt, die gekruisigd is. Hij is hier niet; want Hij is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft quot; 1) Jesus is dan verrezen. Alleluia, alleluia!! De dood, het gevolg der zonde, is verwonnen. Jesus heeft de kluisters,waarin wij door de zonden zuchtten, verbroken, en

1

II. Matth. 28. 1.

-ocr page 155-

— 153 —

ons wederom tot vrije kinderen Gods gemaakt. Dank zij God, die ons zulke overwinning gegeven heeft door zijn geliefden Zoon, Jesus Christus !

Doch ofschoon onze goddelijke Zaligmaker ons van den dood tot het leven heeft opgewekt, kunnen wij toch wederom,, door onzen eigen wil liever den dood begeeren, dan het leven, en dit doen wij telkenmale, als wij God door eene doodzonde vergrammen. Dan lachen en spotten wij, als het ware, met de overwinning, die Jesus op den dood heeft behaald, en spreken tot Hem\'. «Wij willen niet doelen in uw zegepraal, maar verkiezen lieven den dood, dien Gij verwonnen hebt, den eeuwigen dood, dan het leven, dat Gij voor ons hebt verworven, het leven in het rijk der hemelen !quot;

Wat moet het Hart van Maria met blijdschap vervuld zijn geworden, bij de verrijzenis van haren goddelijken Zoon, die door zijne glorierijke opstanding, voor al haar kinderen het eeuwig leven verwierf!

Vruclit der overweging.

Denken wij dikwijls, dat Jesus voor ons het eeuwig leven heeft verworven, en zijn

-ocr page 156-

- 1S4 —

wij door onze zonden geen oorzaak, dat de verdiensten van Christus op ons niet kunnen worden toegepast, en wij den eeuwigen dood sterven, dien Jesus voor ons heeft overwonnen.

Leoiiardus Foucault.

Leonardus Foucault, een zeer geleerd man, was door een ongeneeselijke ziekte aangetast, die geheel het lichaam ondermijnde en hem met den dood bedreigde. In zijne studiën en grootste ondernemingen had hij God vergeten en het geloof bijna geheel verloren.

Op een nacht, toen de zieke in zeer be-denkelijken toestand verkeerde, liet zijn moeder een religieus vragen, om den zieke te komen bezoeken. De kloosterling, die zich onverwijld daar henen had begeven, bad onderweg het Rozenhoedje en smeekte de Koningin van den H. Rozenkrans, om redding voor dien ongelukkige. Dank voorzeker aan dat gebed, vond de priester gehoor bij den zieke, die hem zelfs verzocht, zijn bezoek te hervatten. Bij iedere samenkomst werd er over God, de ?,iel en het toekomend leven gesproken. Doch het ge-

-ocr page 157-

— 15D

loof herleefde niet spoedig bij dezen man, zoo uitstekend in geleerdheid, maar even vreemd aan het christendom. «Ik weet te veel, zeide hij eens tot den priester, ik weet te veel, maar niet genoeg om te ge-looven.quot; Hij geloofde in God, in een middelaar, doch kon niet gelooven in Jesus Christus. Alle middelen, die de religieus hiertoe beproefde, waren vruchteloos. Kn nochtans snelden de dagen van den zieke ten einde; hij had weinig tijd meer te leven!

In dit hachelijk oogenblik raadde de priester de moeder van den zieke aan, Maria te beloven, dat zij iederen Zaterdag een Mis ter eere van O. L. V. van den H. Rozenkrans zou laten lezen. Den dag zelf, waarop zij die belofte aan Maria had gedaan, vond de priester den zieke buitengewoon goed gestemd. Wie anders dan Maria had zijn hart getroffen? Hij was niet meer dezelfde mensch, maar had zijn hart voor het geloof en de genade geopend; hij bad, smeekte om vergeving en ontving met de gevoelens van een levendig berouw de H. absolutie. En toen de priester tot hem sprak: »Ga in vrede, gij leeft nu in de vriendschap Gods; gij kunt hopen,\'\'

-ocr page 158-

— •156 —

antwoordde de zieke: »kan ik hopen ?quot; — \'\'J3; gij kunt hopen, en God zal u als zijn zoon in zijne armen ontvangen, en u deel geven in het rijk zijner glorie....quot; Een straal van vreugde kwam op het gelaat van den bekeerde.... Nog eenigen tijd bleven zij met elkander spreken over he-meische zaken, die het hart van den zieke met nog meer troost vervulden.

Den volgenden Zaterdag werd volgens de belofte, Maria gedaan, een Mis ter eere van O. L. V. van den Rozenkrans gelezen. De priester kwam wederom den zieka bezoeken, en herinnert hem de goedheid van God ten zijnen opzichte en bad hem, zich geheel aan dien God over te geven, te meer daar de raenschen niets meer voor zijn genezing en zijn heil konHen verrichten. Hij sprak van het H. Oliesel, een Sacrament voor de zieken ingesteld, dat de kracht bezit de zonden , die soms nog niet vergeven zijn, weg te nemen, de ziel voor te bereiden om voor God te verschijnen en somtijds de gezondheid weer te geven, wanneer God zulks goedvond voor de zaligheid van den mensch. De zieke luisterde met aandacht.

Wilt gij dit Sacrament ontvangen ? Toeg de priester.

-ocr page 159-

— 157 —

— Ja, ik wil het ontvangen.

— Zal u dit aen genoegen doen ?

— Ja, het zal mij genoegen doen.

— Ik zal het u dan zelf geven ?

— Ja.quot; En een glans van vreugde kwam op het gelaat van den stervende.

Dit was het laatste woord van den zieke. Toen de priester met de heilige olie kwam lag hij in een doodsslaap, die vijf dagen duurde ; zijn laatste woord nochtans was een acte van geloof en berouw, en zelf had hij toegestemd de laatste H. Sacramenten te ontvangen.

GEBED.

H. Maria, Koningin van den 11. Rozenkrans, ook voor mij zal eenmaal het uur aanbreken, dat ik in een graf zal worden neergelegd, om daar te rusten tot het oogen-blik, dat Jesus mij met ziel en lichaam voor zijn rechterstoel zal dagen. Bid voor mij, dierbare Maria, dat mijn graf, gelijk aan dat van uw geliefden Zoon wezen moge, en ik daarin ruste om eenmaal gelijk Jesus, als overwinnaar over den dood tot het eeuwig leven te verrijzen. Dan alleen Maria, zal dit geluk mijn deel zijn, wanneer ik in

-ocr page 160-

— 158 -

Jesus\' liefde sterve; smeek dan uw lieven Zoon, om de verdiensten die Hij voor mij door zijn opstanding heeft verworven, dat ik voortdurend moge leven in Gods liefde, dat ik hier over al mijne vijanden zegeviere, om hiernamaals met Jesus te leven. Amen.

Schiclgchecl. Maria, dat ik met Jesus sterve, met Jesus hegraven worde, met Jesus ver-rijze. Amen.

XX Wo DAG.

Dc verrijzenis van Christus.

(Vervolg.)

Jesus dan «verrezen zijnde, is vroeg in den morgen, oj) den eersten dag der week, eerst verschenen aan Maria Magdalena . . . . Zij, heengaande, beo Ischapto het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.quot; \') Daarna «openbaarde Hij zich aan twee van hen als zij wandelden en naar eene landhoeve gingen 2) deze «keerden terug naar Jerusalem; en zijvon-

i) H. Matth, 16, 9. 2) H. Matth 10, 1

-ocr page 161-

— 159 —

den de elven, en die met hen waren bijeen-vergaderd, die zeiden : De Heere is waarlijk verrezen, en is aan Simon verschenen 1 En zij verhaalden wat op den weg geschied was, en hoe zij Hem in het breken des broods hadden erkend. En terwijl zij aldus spraken, stond Jesus in het midden van hen en sprak tot hen : Vrede zij u, Ik ben het 1 vreest niet.quot; 1)

Overwegen wij, hoe onze goddelijke Verlosser na zijn dood waarlijk is verrezen, zijne verrijzenis dooi\' daden heeft bevestigd en hoe volgens het woord van den Apostel Paulus sChristus, nadat Hij opgestaan is uit de dooden, niet meer sterft.quot; 2) Zoo moet ook onze verrijzenis zijn uit den dood dei-zonde. Wij moeten waarlijk verrijzen, dat wil zeggen, wij moeten uit ganscher harte met de zonden breken, niet God willen dienen en te gelijk valsche vrienden blijven beminnen, de eene hand toereiken aan God en de andere aan het kwaad of met andere woorden aan Salan; want wij kunnen niet te gelijk vriend zijn van God en vriend van den duivel. Laten wij ons zeiven niet bedriegen, en zoodoende oorzaak

1

H. Luc. \'24, 33. 2) 11. Paul. Rom. 6, 9.

-ocr page 162-

— 160 —

zijn dat wij, in plaats van tot het leven te verrijzen, in den dood blijven.

Wij moeten ten tweede onze opstanding uit den doode toonen door onze handelingen. Wellicht hebben wij door onze zonden vele anderen verleid tot het kwaad, zijn wij voor vele onzer medebroeders een ergernis geweest en oorzaak van den dood hunner zielen. Voor hen en voor allen, die onze misdaden kennen, moeten wij toonen, waarlrjk te zijn opgestaan uit de zonden; wij moeten dit toonen door het dikwijls naderen tot de H. Sacramenten, het godvruchtig bijwonen van de H. Mis, door woorden te spreken en handelingen te verrichten, een christen waardig ; zoodoende zullen wij voor velen, voor wie wij vroeger een oorzaak waren ten val, een oorzaak zijn ter opstanding; wij zullen zielen winnen voor Jesus Christus, voor wien wij eenmaal rekenschap zullen moeten afleggen. En hebben wij slechts in het geheim gezondigd, dat wij dan voor God toonen, waarlijk te zijn verrezen uit het graf des doods tot het leven in Christus te zijn weergekeerd.

Wij moeten vervolgens, na eenmaal te zijn verrezen, niet meer sterven. En om niet meer te sterven, moeten wij de gelegenheden

-ocr page 163-

— itll —

tot zonden blijven vluchten, voortdurend Jesus.\' en Maria\'s bijstand inroepen in het uur des gevaars.

O Jesus, o Maria, staat mij toch bij, opdat ik nooit, nooit meer sterve doo.\' de zonde.

Vrucht der overweging.

Verfoeit de zonden, en breekt geheel met den duivel, de wereld en het vleesch; toont aan God en de menschen, dat Gij Jesus bemint; bidt Jesus en Maria iederen dag, om nooit meer te sterven door de zonde.

De Rozenkrans in de schaal der gerechtigheid Cods.

Een ongelukkige woekeraar, Jacob gehee-ten, die van bedrog, afpersingen en roof leefde, had voor den Rozenkrans eene bijzon-dere godsvrucht behouden. lederen avond bad hij de vijftien tientjes, meenende hierdoor aan God te voldoen, wat hij den menschen ontnam.

De H. Maagd, die door dezen ongelukkige iederen dag werd aangeroepen, beproefde zijn hart te treffen en hera de grootheid zijner mis-

MAAND OCTOBER. A A

-ocr page 164-

— 16Ö —

daden te laten inzien. Op zekeren avond.dat hij zijn Rozenkrans bad, hoorde hij een stem in zijne ooien klinken; sJacob, geef rekenschap aan mijn Zoon.quot; De woekeraar hierdoor verschrikt, keerde in zich zeiven en veranderde van gedrag. Doch de begeerlijkheid verwon Gods genade en Jacob herstelde het ontstolene niet. Hij werd ziek en gebracht tot aan den rand des grafs, en nog kon hij niet besluiten weer te geven, wat hij van anderen bezat. Een verschijning echter bekeerde hem tot God. In den geest werd hij tot voor Gods rechterstoel geplaatst. De Aartsengel Michaël hield in zijne hand een balans, waarin al de verdiensten en de schulden van den ongelukkige werden gelegd. De schaal aan de linkerzijde, waarin al zij\'ie kwade begeerten, zijne bedriegerijen en diefstallen lagen, had vei re het overwicht over die, waarin zijne goede werken waren neergelegd, en voordat God het vonnis had uitgesproken, beschouwde Jacob zich als veroordeeld. De vrees ontnam hem allen moed, zoo zelfs, dat de gedachte niet bij hem opkwam, om zich Maria aan te bevelen; doch zij, die hij iederen avond had aangeroepen, herinnert zich die woorden, welke hij tot haar richtte: ïBid voor ons, zondaars, nu,

-ocr page 165-

- l6§ -

en in het uur van onzen dood.quot; Zij snelt haar dienaar te hulp, legt in de schaal aan de rechterzijde een Rozenkrans met al de verdiensten van haren Zoon en van haar eigene verdiensten, en aanstonds slaat de schaal naar dien kant over. Op dat oogen-blik ontwaakt Jacob. Gods genade heeft zijne ziel verlicht; de zondaar is oprecht bekeerd. Voor zijn sterven verdeelt hij zijne goederen, en vermaakt het eene deel aan de slachtolfers van zijn woeker, het andereden armen. Door deze daad van rechtvaardigheid getroost en versterkt, ontsliep hij zalig in den vrede des Heeren.

GEBED.

Tot nu toe, mijn Jesus, heb ik slechts de zonden bemind en getracht, de zondige liefde tot het schepsel met de liefde, die wij U verschuldigd zijn, te vereenigen ; daardoor ben ik oorzaak, dat ik niet waarlijk uit mijn doodsslaap tot het leven ben verrezen. Van dit oogenblik af, dierbare God-mensch, maak ik het vaste besluit, geheel en al met de wereld en met hare zondige vermaken te breken, om U alleen toe te behooren; geef mij hiertoe uwe genade,

-ocr page 166-

Want zonder uwe genade vermag ik niets. Geef mij kracht en sterkte, om in het vervolg te toonen, dat ik de zonden heb vaarwel gezegd en U slechts wil dienen. Help mij door uwe genade, opdat ik na nu met U, gelijk ik hoop en vertrouw, te zijn verrezen, nooit meer den dood der zonde sterve.

Dierbare Maria, Moeder van mijnen Jesus, die een zoo groot deel hebt gehad in de zegepraal uws Zoons, bid voortdurend voor mij, door de verdiensten van dien heerlijken triomf, door Jesus en door U, Maria, behaald, dat ik in het vervolg niemand meer beminne, aan niemand mij meer hechts dan aan Jesus alleen. Amen.

Schietgebed. Jesus, voor ü alléén wil ik leven ! Jesus voor U alléén wil ik lijden ! Jesus, voor U alléén wil ik sterven! Amen.

XXVIste DAG.

Jesus verblijft nog eenigen tijd bij zijne Apostelen.

Toen onze goddelijke Zaligmaker zijnen Apostelen duidelijk had aangetoond, dat

-ocr page 167-

— 165 —

Hij het was, en niet een geest die hun verscheen, sprak Hij wederom tot hen: «Vrede zij u! Gelijk de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook U. Als Hij dit gezegd had, blies hij over hen en sprak tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest! wier zonden gij zult vergeven, dien worden zij vergeven; en wier zonden gij zult houden, dien worden zij gehouden.quot; \')

Bij eene andere gelegenheid, toen zijne leerlingen naar Galilea gingen, kwam Jesus bij hen en zeide: »Aan mij is gegeven alle macht in den hemel en op aarde; Gaat dan en onderwijst alle volkeren, hen doo-pen\'de in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, hen lee-rende onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie: Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.quot; a)

Ove! wegen wij hier de bijzondere liefde des Zaligmakers voor ons, zijne kinderen. Nog eenige dagen en Hij moest tot zijn Vader wederkeeren; zijn liefde echter was te groot om ons als weezen achter te laten. Reeds heeft Hij ons zijn dierbaar Lichaam en Bloed geschonken en den priesters macht

1) H. Joan. -20. 21. 2) H. Matth. 28, 18,

-ocr page 168-

— 166 -

gegeven, Hem ieder oogenblik weder op de wereld te doen komen, te laten verblijven bij de menschen. Hierdoor echter is zijn liefde niet voldaan. sGelijk de Vader mij gezonden heeftquot;, zoo zegt Hij tot zijne Apostelen en door de Apostelen tot de H. Kerk en hare bedienaars, »zoo zend ik ook u: Gaat dan en onderwijst alle volkeren. En zie. Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.quot;

Jesus leeft dan onder ons in zijn Kerk, in den Paus en geheel diens onderhoorige geestelijkheid. Hij spreekt tot ons, vermaant ons, wekt ons op tot het goede, en geeft ons de middelen aan ter zaligheid door de woorden, die ons Opperhoofd, de Paus, ons toespreekt; die wij uit den mond onzer bisschoppen en priesters vernemen.

Denken wij er wel genoeg aan, dat het woord des Pausen, het woord des Bisschops, ja, het woord van iederen Priester, ons in naam van God gesproken, het woord is van God zelf, en dat wij, door dat Ie verachten, God zelf verachten; volgens het woord van Jesus Christus zelf: «Wie u hoort, hoort Mij, wie u versmaadt, versmaadt Mij?quot; 1)

1

H. Luc. 10, 16.

-ocr page 169-

Vrucht der oïervveging.

Hebben wij altijd een grooten eerbied voor het woord van Gods plaatsbekleeders hier op aarde; en luisteren wij daarnaar als naar de stem van God.

De maclit va» den Rozenkrans up liet hart van .lesus Christus.

Ten tijde van den H. Dorainicus, openbaarde God aan een eerbiedwaardig kloosterling van de orde der Karthuizers, die getrouw iederen dag het Rozenhoedje bad, de \'macht van den Rozenkrans op het hart van onzen Heer Jesus Christus. Hij zag in een geestverrukking den Zoon Gods, op zijn troon gezeteld, met schichten van vuur gewapend, gereed, die op de wereld te werpen, maar ook Maria, die alles aanwendde, om de hand van haren goddelijken Zoon tegen te houden. »0 mijn dierbare Zoon, zeide Zij, heb medelijden met de zondaars, en schenk hun tijd tot bekeering.quot; En de Heer antwoordde: »Ben ik niet rechtvaardig in al mijne wegen? Waarom zal Ik geen gebruik maken van mijne rechtvaardigheid? Ziet Gij dan niet, wat in de wereld geschiedt?

-ocr page 170-

— 168 —

Voert niet overal de goddeloosheid den schep-ter? Waarom zal ik niet aan mijne gerechtigheid mijn vrijen teugel vieren?quot; s\'t Is waar, mijn welbeminde Zoon. Gij zijt de rechtvaardigheid, maar ook terzelfder tijd de barmhartigheid. Is uwe barmhartigheid niet boven de hemelen vei heven? derhalve kunt Gij mij niet weigeren, genade te schenken; want er staat geschreven: Wanneer Gij vertoornd zult zijn, zult Gij Uwe barmhartigheid gedenken.quot; «Mijn Moeder, Gij spreekt waarheid, Ik wil barmhartigheid; lïiaar er is niemand, die ze Mij afsmeekt. Ik moet «alzoo mijn rechtvaardigheid too-nen.quot; «Ofschoon de menschen uwe barmhartigheid niet inroepen mijn Zoon, wen-schen zij haar toch. Gij weet, dat do men-schelijke natuur uit haar aard ten verderve neigt en slechts Hoor de genade kan geholpen worden, \'t Is daarom, dat Ik, die de moeder van barmhartigheid en genade word genoemd, hun die niet kan weigeren. Ik smeek U naar eens nederige bede, die ik ü doen moet, te willen luisteren.quot; «Spreek mijn Moeder, uw Zoon kan ü niets weigeren.quot; »0 mijn Zoon, Ik bid U, dat iedereen, die de gewoonte heeft, ter mijner eere 15 Onze Vaders en 150 Wees gegroeten te

-ocr page 171-

- 169 —

bidden, met overweging der geheimen van uwe menschwording en geboorte, van uw leven en dood, van mijne smarten in uw lijden en van mijne vreugde bij uwe verrijzenis, zalig moge worden; dat hij geen onzaligen dood sterve; bevrijd blijve van alle gevaar en dat Gij uwen toorn van hem afweert.quot;

Op deze bede legde de Koning zijne schichten, waarmede Hij de wereld bedreigde, neder, nam zijne Moeder tot zich, en sprak : »0 mijn welbeminde Moeder, een gebed zoo geheel overeenkomstig mijn verlangen, tot het heil der menschen, mag Ik niet versmaden. Zijt verzekerd, dat al degenen, welke die gebeden zullen verrichten, van Mij barmhartigheid, genade en het eeuwige leven zullen erlangen, en Gij kunt allo genaden, welke ook, uitdeelen aan hen, die getrouw zullen blijven in hel bidden van den Rozenkrans en het overwegen der Geheimen. Nadat Jesus Christus die woorden had gesproken, omhelsde Hij zijne Moeder, en plaatste zich de allei heiligste Maagd onder liet gejuich en de lofzangen der Engelen en der Heiligen weder op haren troon.

-ocr page 172-

— 170 —

GEBED.

[1. Maria. Koningin van den H. Rozenkrans, die zoo dikwijls op een zichtbare wijze hebt getoond, hoe Gij het belang der II. Kerk, van haar Opperhoofd en geheel zijne onderhoorige geestelijkheid ter harte neemt, dow hen in de hevigste aanvallen, die zij van hunne vijanden hebben te verduren, bij te staan ; ik smeek U, blijf voortgaan die moederlijke bezorgdheid te toonen voor het erfdeel, dat Jesus door zijn kostbaar Bloed zich heeft verworven. Sta voortdurend als redster de Kerk van Christus bij, opdat zij overwinnaresse blijve, zoowel over hare inwendige vijanden, als over die haar van buiten trachten te overmeesteren.

Bid bijzonder vooi\'ons dierbaar Opperhoofd, den Paus van Eome, opdat Hij door Gods Geest verlicht, nog veel verrichten moge hetgeen tot heil en glorie strekt der katholieke Kerk en eenmaal daarvoor een rijk loon ontvange in den hemel. Bid voor de Kardinalen, de Bisschoppen, de priesters en de geheele geestelijkheid, opdat zij, als waardige plaatsbekleeders der Apostelen en leerlingen van Jesus Christus mogen wandelen, en door hun onvernioeiden arbeid en vurige

-ocr page 173-

— 171 —

gebeden allen mogen wedervoeren tot de eene ware Kerk en tot Jesus, uw geliefden Zoon.

Dierbare Moedei\', verkrijg ook voor mij de genade, dat ik altijd met grooten eerbied moge bezield zijn voor den priester, en zijn woord als het woord van God zelf moge aannemen, en daaraan overeenkomstig mijn levensgedrag inrichten. Amen.

Schietgebed. Maria, hulp der Christenen, bid voor ons. Amen.

XXVIIste DAG. De Hemelvaart van Jesus.

Jesus verbleef na zijne verrijzenis nog veertig dagen met zijne discipelen, hen «sprekende over het rijk Gods,quot; \') grondvestte zijn Kerk, stelde Petrus aan als onfeilbaar Opperhoofd en gaf verschillende bepalingen en voorschriften tot uitbreiding en instandhouding Hier Kerk. Daarna »ge-bood Hij hun, zich niet van Jerusalem te ver-

1) Hand. Apoat. 1, 3,

-ocr page 174-

- 172 —

wijderen, maar de belofte des Vaders te verbeiden, welke (sprak Hij,) gij uit mijnen mond hebt gehoord.quot; \') Als zij dan te za-men waren gekomen en Jesus wederom bij hen was, werd onze goddelijke Zaligmaker «terwijl zij Hem aanschouwden, opgenomen, en eene wolk voerde Hem weg uit hunne oogen. En als zij Hem die ten hemelvoer, nastaarden, ziet, er stonden bij hen twee mannen in witte kleeding, die ook zeiden : Galileïsche mannen, wat staat gij hemelwaarts te zien? Deze Jesus, die van u opgenomen is in den hemel, zal alzoo komen, als gij Hem hebt zien ten hemel varen.quot; a) De hemel door de zonde van Adam gesloten, is dan wederom voor ons geopend door Jesus Christus, die is voorgegaan om er ons eene plaats te bereiden. O hos groot zal ons geluk zijn, wanneer wij die plaats, ons door Jesus bereid, zullen innemen. Daar zal geen dood meer wezen, noch rouw, noch geschrei, noch smart. Ons lichaam zal, omkleed met een nieuw schitterend gewaad, onlijdelijk zijn. God, Maria, alle Heiligen en Engelen zullen ons loon zijn, onze vreugde in eeuwigheid.

1) Hand. Apost. I, 4. 2) Hand. Apost. 1, 9,

-ocr page 175-

— its -

Daar zullen wij genieten wat noch oo g heeft gezien, noch oor heeft gehooid, noch ooit in het hart des raenschen is opgeko--men ; want nimmer heeft een oog de schooa* heid gezien, welke de schoonheid des hemels evenaart. Nooit heeft een oor een zoo heerlijk geluid vei nomen, als wij in het rijk der hemelen zullen vernemen ; nimmer kan de mensch zich een geluk verbeelden, als het leven dat Jesus bereid heeft voor diegenen, welke Hem beminnen en in zijn liefde tot den dood volharden.

In den hemel toch bezitten wij alles wat ons hart maar k^n verlangen, daar worden al onze wenschen venuld. Wij zullen er de schoonheid aanschouwen van Maria, wier glans dien van alle Heiligen en Engelen overtreft. Eindelijk Jesus Christus, de Bron van alle schoonheid, aan wien de hemelen ontleenen al wat zij luisterrijks bezitten. Ons gehoor zal verzadigd worden door de heerlijkste tonen, die onophoudelijk door de Hemelingen voor Gods troon opstijgen, en Hem glorie en eer geven in eeuwigheid.

O, Jesus, o Maria, ik verlang vurig bij U in den hemel te zijn.

-ocr page 176-

- m -

Vrucht der Overweging.

Verlevendigen wij dikwijls, vooral wanneer smarten of bekoringen ons overvallen, het vertrouwen op God, die, hebben wij een goeden strijd gestreden, ons overgroot joon zijn zal in den hetnel.

Een lieiligscheimer bekeert zich tot God.

Te Leiden had eens een jongeling het ongeluk een zeer zware zonde te bedrijven, die hij niet aan zijnen biechtvader durfde openbaren. Nochtans naderde hij tot de heilige sacramenten en ontving op eene onwaardige wijze het Lichaam en Bloed des Heeren. Na langen tijd heiligschennis op heiligschennis bedreven te hebber-, hoorde hij den vermaarden en uitstekenden Dominicaan, Pater Conradus van Pruisen, die omstreeks 1390 leefde, prediken over de godsvi\'ucht van den Allerheiligsten Eozen-krans. Hij spreekt over de toewijding der Christenen aan Maria, de Koningin van den II. Rozenkrans, toont duidelijk aan, dal door hare voorspraak God den zondaars genade schenkt, hunne zonden te kennen, er een

-ocr page 177-

- m -

diep berouw over te gevoelen en oprechte belijdenis daarvan voor de voeten des pries-ters af te leggen.

Nauwelijks heeft de achttienjarige jongeling de redevoering aangehoord, of hij begint met ijver den Rozenkrans te bidden, en laat zich in de Aartsbroederschap van den H. Rozenkrans schrijven. En ziet, terwijl hij bad, daalde Gods genade dooi\'de voorspraak van de Onbevlekte Moeder Maagd in zijne ziel, en drijft alle helsche geesten daaruit. De jongeling begint bitter te weenen, en gevoelt zoo onbeschrijfelijk een drift om zijne zonden, die hij reeds zoolang verzwegen had, aan een biechtvader te openbaren, dat hij geen werk kan beginnen of eenige rust genieten, vooraleer zijne ziel gereinigd door de barmhartigheid Gods, hare eerste onschuld heeft terugontvangen.

Nadat hij door eene oprechte belijdenis en een waar berouw vergiffenis zijner zonden had verkregen, bleef hij voortdurend een getrouw vereerder van Maria, beminde innig het Rozenkransgebed en ontving dooide toewijding aan de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans de genade, in het vervolg een heilig en voorbeeldig leven te leiden.

-ocr page 178-

— -

GEBED.

H. Maria, toevlucht der zondaren, met schrik en angst overdenk ik, dat mijne zonden oorzaak zijn geweest, dat de hemel, die Jesus bij zijne Hemelvaart voor ons allen heeft geopend, wederom is gesloten, en dat ik, hoewel uw goddelijke Zoon mij daar een plaats heeft bereid, onwaardig ben, eenmaal die plaats te mogen innemen. Uwe liefde echter, Maria, voor ons, uw krachtige voorspraak bij uwen Jesus, doet mij nog hopen en vertrouwen, dat alles nog niet is verloren. Sta mij dan bij, mijne dierbare Moeder, verkrijg de vergi\'fenis mijner zonden, zeg aan uw geliefden Zoon, dat ik in het vervolg Hem inniger wil beminnen, dat ik voortaan voor Hem alleen wil leven. Sta mij bij, in zoovele gevaren, die mij omringen ; verkrijg voor mij de genade, altijd mijn oog te richten naar dien hemel, dien Jesus mij zal geven, en waar Hij mij eene plaats bereidt. Dat de gedachte aan die heerlijke belooning, welke de rechtvaardigen zullen ontvangen, mij moed en krachten schenke in het lijden, al mijne droefheid in vreugde verandere, en mij in Jesus\' liefde doe leven en jsterven. Amen.

Sc/tietgebed. Jesus en Maria, op U stel ik al mijn vertrouwen. Amen.

-ocr page 179-

— 177 —

XXVIIIste DAG.

De zending van den H. Geest.

Nadat onze goddelijke Verlosser ten hemel was opgeklommen, keerden zijne leerlingen naar Jeruzalem terug ; want Jesus had hun bevolen, «zich niet van Jerusalem te verwijderen, maar de belofte des Vaders (den H. Geest) te verbeiden.quot; \') Aldaar blijven zij allen, eendrachtig volhardende in het gebed. ... met Maria, Jesus Moeder, opdat zij op een waardige wijze den H. Geest zouden ontvangen.

•»En als de dagen van Pinksteren vervuld werden, waren zij allen in dezelfde plaats bijeen. En er ontstond plotseling een ge-druisch uit den hemel, als van een opkomenden geweldigen wind, en vervulde het geheele huis, waar zij zaten. En er verschenen hun verdeelde tongen, als van vuur, zich nederzettende op een ieder van hen; en allen werden vervuld met den Heiligen Geest.quot; 1)

Overwegen wij, hoe de Apostelen in een

1

MAAND OCTOBER. 12

-ocr page 180-

— 178 —

volhardend gebed met Maria lot God smeekten, om op eene waardige wijze den H. Geest te ontvangen. Bereiden ook wij ons hart aldus voor tot de komst van den god-delijken Vertrooster ? Reeds zoo menigmaal hebben wij Hem in ons ontvangen, en nog zoo weinig zijn wij vervuld met dat geloof, die liefde, dien zielenijver, welke de harten der Apostelen na het ontvangen des H. Geestes bezielden. Bidden wij daarom vurig en volhardend om dien goddelijker Geest, vooral wanneer wij naderen tot de H. Sacramenten; want dan bijzonder daalt de H. Geest met zijne gaven in ons en vervult ons hart met het vuur zijner goddelijke liefde. Bidden wij God vurig en volhardend, door de voorspraak van Maria, om de verdiensten van Jesus, dat Hij zijn vertrooster zende, en ons hart vervulle met de gaven van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van wetenschap, godsvrucht en de vreeze des Heeren.

Vrnclit der overweging.

Laten wij geen dag voorbijgaan zonder God te sineeken, zijnen H. Geest over ons te doen nederdalen, vooral in die oogenblikken, dat

-ocr page 181-

— i79 -

wij Jesus in de 11. Communie hebben ontvangen in ons hart.

De Rozenkrans eens ridders.

Toen Simon van Montfort het zwaard tegen de Albigenzen had getrokken, ondernam de H. Dominicus den zegenrijken kruistocht van den Allerheiligsten \'Rozenkrans. Hij beval het schoone gebed, den Rozenkrans, allen christenen aan, maar in het bijzonder hun die zich in den strijd begaven. Een Britsch ridder, als krijgsman vermaard, maar-zeer slecht van leven, begon ook de godsvrucht, door Dominicus gepredikt, te beoefenen ; echter niet zoozeer uit een geest van geloof, dan wel om aan de gevaren des strijds te ontkomen. Eens toen hij een woud doortrok, schoten vijanden uit een hinderlaag op hem toe en riepen, dat hij zich zou overgeven. De Brit trok zijn degen, waaraan de rozenkrans was gehecht, en wierp zich niet zulk een geweld op zijne tegenstanders, dat zij verschrikt terugtrokken. Hij stak zijn zwaard wederom in de scheede, en bemerkte eerst toen, dat zijn rozenkrans aan den degen was gehecht; maar zonder er veel acht op te slaan, hing hij den rozenkrans aan zijn arm, om zoo gemakkelijk zijn gebed te ver-

-ocr page 182-

— 180 —

richten. Intusschen kwamen zijne vijanden, beschaamd om de nederlaag, die zij hadden geleden, met eene woede, die bun haat deed kennen, wederom op hem af. De Brit echter door zijne eerste overwinning aangemoedigd, zwaait op nieuw zijn degen, wondt verscheidene zijner aanvallers en jaagt de overigen op de vlucht, zonder zelf eenig letsel te ontvangen.

Een der gewonden verklaarden hem de oorzaak zijner wonderbare overwinning. »Toen gij u tot ons weadet scheen het ons toe, dat gij in uwe hand een vlammend zwaard hadt, dat bliksems op ons wierp, waardoor wij door schrik en angst bevangen, de vlucht namen. Toen wij u voor de tweede maal aanrandden, zagen wij u bedekt met een schild, waarop een kruisbeeld, de allerheiligste Maagd en een groot getal heiligen waren geschilderd. Alle onze schichten stieten op dat schild terug, terwijl wij door uw degen werden getrolfen; en nu nog zie ik dat wapen aan uw arm.quot; De Brit erkende spoedig zijn Rozenkrans als dat wonderbare schild. Door zulk een buitengewone genade getroffen verbeterde hij zijn leven, legde de wapenen néér en werd leekenbroeder inde Orde der Predikheeren.

-ocr page 183-

— 481 -

GEBED.

O God, die door uwen H. Geest de harten uwer kinderen opwekt tot liefde, en hun kracht en sterkte geeft, om in den strijd tegen den duivel, de wereld en het vleesch te overwinnen en in het geloof te volharden; zend over mij dien H. Geest, gelijk Gij hem over Maria en de Apostelen gezonden hebt, die geheel met dien godde-lijken Vertrooster werden vervuld en tot den dood in uwe liefde volhardden. Ja, Vader, ik weet, mijn vurigen wensch zult Gij vervullen, wanneer ik mij even waardig als Maria en uwe leerlingen tot de komst van dien H. Geest voorbereid. Schenk mij dan de genade, dat ik geen dag late voorbijgaan zonder U om dien Gever aller gaven te smee-ken, dat ik U dikwijls bidde in den naam van uw geliefden Zoon, Jesus, door de voorspraak van Maria, mijne dierbare Moeder, opdat Gij U gewaardigt, in mijn hart den H. Geest met alle zijne gaven te storten, en Hem daarin te doen vei blijven tot aan mijn dood. Amen.

Schietgebed. Maria, bid God om Jesus verdiensten, dat Hij in mij zijnen H. Geest zende. Amen.

-ocr page 184-

^ 182 -

XXIXste DAG.

De dood der H. Maagd Maria.

Nadat de Verlosser der wereld ten hemel was opgeklommen, bleef Maria nog eenige jaren te midden der Apostelen en volgelingen van Jesus Christus om hen in het geloof te versterken, en hen op te wekken om standvastig alles voor God te verduren, alle moeielijkheden aan het apostolaat en het stipt nakomen van Jesus leer verbonden, te overwinnen; doch, ofschoon Maria nog liier op deze wereld verbleef, haar gedurig verlangen was toch, vereenigd te worden met haren goddelijken Zoon; en geen wonder ; want gevoelde Jacob zoo eene groote begeerte, zijn zoon Joseph weer te zien. dat hij uitriep : »Het is mij genoeg, indien mijn zoon Joseph nog leeft, ik zal gaan en hem zien;quot; \') sprak Paulus, door een vuur van liefde voor zijnen God verteerd, de woorden van oprechte liefde: »Ik wensch ontbonden en met Christus te zijn,quot; 2) hoe vurig moet dan het verlangen niet geweest zijn van Maria, vereenigd te worden met haren teerbeminden Zoon, met haar Jesus, met haar God.

I) Gen. 45, 28. 2) H. P. Phil. 1, 2.5.

-ocr page 185-

— •18Ö --

»0, zoo sprak Zij met David, wie zal mij de vleugelen geven eener duif om op te stijgen naar mijn God en er mijn rust te vinden 1).quot;

Dat vurig verlangen naar haren Jesuszal eindelijk worden vervuld. Nicephorus verhaalt, en anderen komen met hem overeen, dat de Engel Gabriël, die haar1 de blijde boodschap bracht, haar ook eenige dagen voor haren dood het einde haars levens kwam aankondigen. Ook de Apostelen, op verschillende plaatsen verspreid, ontvingen het bericht, dat hunne dierbare Moeder Maria weldra zoude sterven, en allen snelden toe, om hierbij tegenwoordig te zijn. Bij Maria gekomen, hoorden zij een zoet en hemelsch vreugdelied en zagen, volgens eene openbaring aan de H Brigitta, een schitterenden gloed. De Apostelen nu verdubbelden hunne gebeden en smeekten Maria; «Maria, schenk ons uwen zegen en vergeet ons niet, want wij zijn zwak en ongelukkig.quot; Maria wendde zich hierop tot de Apostelen en sprak tot hen als laatste vaarwel: «Mijne kinderen, nooit zal Ik ophouden aan u te denken; Ik zal bij mijnen Zoon uwe voorsprekeresse en

■\\) Ps. 54, 7.

-ocr page 186-

- 184 —

beschermster zijn.quot; Hierna gaf zij haren geest in de armen van haren goddelijken Zoon en haren bruidegom den H. Joseph, die waren toegesneld om Maria\'s dood te verheerlijken en hare onbevlekte ziel in den hemel te geleiden.

Overwegen wij het heilig afsterven van Maria, onze dierbare Koningin. Zij sterft uit liefde tot God, omringd van Jesus, haar geliefden Zoon, van Joseph haren bruidegom, van Engelen en Heiligen. Zoo zal ook ons sterven zijn, wanneer wij in Jesus liefde leven, en in die liefde volharden lot den dood. Wij zullen alsdan den geest geven in de handen van Jesus en Maria, die van uit den hemel ons zullen bijstaan en versterken ; onze Engelbewaarder en andere Hemelgeesten zullen ons omringen om onze ziel te geleiden in het rijk der hemelen, en wellicht (want reeds zoovele vurige vereerders van Maria mochten zulks ondervinden) zal Maria op eene zichtbare wijze ons in de laatste oogenblikken des levens te hulp komen, om voor ons alle verschrikkelijkheid des doods weg te nemen, en ons in eene volkomene liefde tot haren beminden Jesus te doen sterven.

-ocr page 187-

- ISS -

Vrucht der overweging.

Vernieuwen wij heden onze liefde tot God, en maken wij het besluit geen dag te laten voorbijgaan zonder een oefening van de vurigste liefde te verlichten. Zeggen wij dikwijls: Mijn God, ik bemin ü, ik bemin U, ik bemin U!

De Rozenkrans is een brug te midden der wateren.

De Rozenkrans ondervond, gelijk al de weiken, die van God uitgaan, verschillende tegenkantingen. Terwijl de H. Dominicus te Languedoc den Rozenkrans predikte, was er een bisschop, die, hoewel geleerd, in het geheim zich aan de ketterij aansloot en niet in het minste smaak vindende in deze eenvoudige prediking, en het aanhoudend bidden van het »Wees gegroet Mariaquot;, zulks alleen goedvond voor eenvoudigen, vrouwen en kinderen. En de 11. Maagd gewaardigde zich hem in een droom de onjuistheid van zijn oordeel te laten inzien. Hij zag dan in den slaap de aarde overdekt met wateren: alle sluizen des hemels schenen geopend ; de rivieren traden uit hare beddingen en over-

-ocr page 188-

— i86 -

stroomden bergen en valleien. Terwijl nü de bisschop, op het punt van door de wateren te worden medegesleept, naar een redmiddel uitzag, ontwaarde hij den H. üomi-nicus, die een brug over de wateren legde. Op die brug waren honderd vijftig torens en allen, die daar hun toevlucht zochten, werden dooi\' den H. Dominicus ontvangen en op een veilige plaats gebracht. De overigen kwamen in den stroom om het leven. De bisschop ging ook naar die brug en bad den H. Dominicus om redding. De dienaar des Hoeren, zijn slecht gedrag vergetende, behandelde hem met liefde en leidde hem in een tuin, die zich op het einde der brug bevond en waarin zich de heerlijkste vruchten en gewassen bevonden. Op een koninklijken troon zetelde een edele Vrouwe met een kindje in haar armen: het was de allerheiligste Maagd Maria. En al het volk, dat op die brug zijn redding had gevonden, kwam zich nederwerpen voor Maria, om Haar te bedanken, dat zij het, door haar dienaar, den H, Dominicus had gered en in ilit Paradijs van wellust geplaatst. En de Engelen gaven kronen aan degenen, die Maria kwamen groeten. De bisschop wilde zich ook bij deze gelukkige christenen voe-

-ocr page 189-

i8l

gen. Doch de edele Vrouwe sprak, dat hij niet verdiende, gered te worden. Zijne gezellen echter troostten hem en zeiden : «Vrees niet, maar beloofaan de Koningin der hemelen, dat gij in u andere gedachten en gevoelens voor haar Rozenkrans zult opwekken.quot; Aanstonds beloofde hij dit, en toen riep de Maagd hem aan den voet van haren troon, noemde hem haar zoon, onderhield zich met hem, en gaf hem een Rozenkrans, schitterend van licht en schoonheid. Op dit oogenblik ontwaakte de bisschop en, getrouw aan de genade die God hem in den slaap had geschonken, brak hij geheel en al met de kettere, en werd een der vurigste apostelen van den Rozenkrans.

GEBED.

O Heilige Moeder Maria, dierbare Koningin, van den H. Rozenkrans, Gij verlaat deze wereld; doch vergeet mij, uw kind niet, die hier als balling in het dal van tranen treur en ween. Gij denkt altijd aan mij en toont, dat Gij mijne Moeder zijl. Ik bid U, door de verdiensten van uw heiligen dood, verkrijg voor mij de genade, dat ik, van al het aardsche onthecht, mijn vermaak in niets anders zoeke dan in Je-

-ocr page 190-

— 188 —

sus, en in Jesus alleen ; dat ik altijd vurig naar Hem verlange en Hem dikwijls waardig in de H. Communie ontvange, opdat ik meer en meer in zijne liefde toeneme, met de grootste onderwerping aan Gods H. wil en bezield met de innigste liefde in volkomen vrede en met overgroote blijdschap mijn geest geve in de armen van Jesus en van U, mijne Moeder, mijne Koninginne! Amen.

Schietgebed. Maria, kom mij in mijn doodsuur te hulp. Amen.

XXXste DAG. De ten-Heiuelopneiuiiig van Maria.

Maria is gestorven 1 Met allen eerbied wordt haar dierbaar lichaam onder het gezang der Engelen en der Apostelen begraven. Drie dagen daarna komt de H. Thomas, die bij den dood en begrafenis van Maria niet was tegenwoordig geweest aan de plaats, waar Maria was nedergelegd en verzocht de Apostelen, die nog bij het graf vertoefden, om het te openen, ten einde hij nog eenmaal het dierbaar lichaam van Maria mocht aanschouwen en vereeren. Men

-ocr page 191-

— 189 —

opende alsdan het graf, doch het lichaam der H. Maagd was daar niet meer. Het was ten hemel opgenomen. God wilde niet, dat het reine lichaam van Maria den wormen ten prooi zou worden, dat haar geheiligd lichaam, de tempel, waarin de H. Geest op zoo eene bijzondere wijze had gewoond, tot stof zou vergaan. Onze dierbare Moeder is ten hemel opgenomen!! Hoe luisterrijk moet die opneming niet zijn geweest? Volgens getuigenis van verschillende godgeleerden en Heiligen, ging Jesus met ontelbare Engelen Maria te gemoet, om haar intrede in den hemel schitterend te doen zijn. »Kom, mijn Moeder, zoo sprak Hij, kom bezit nemen van het rijk, van den troon, dien ik U bereid heb. Kom, vereenigd met uw lichaam, het loon ontvangen voor uw geheiligd leven. Veel hebt Gij geleden, veel hebt Gij bemind, kom binnen in het rijk der hemelen, opdat uw vreugde door het bezit der liefde des te grooter zij.quot;

Op die woorden verschijnt Maria uit het graf als een opkomende dageraad; schoon als de maan, schitterend als de zon, wordt Zij door haar goddelijken Zoon en een schitterend gevolg van hemelingen onder de verrukkelijkste muziekaccoorden in tri-

-ocr page 192-

— 190 -

omf ten hemel gevoerd. Ziet. daar stijgt de luisterrijke stoet ten hemel. Welhaast zijn zij boven de wolken, boven maan, zon en sterren verheven; daar naderen zij de poorten des hemels: «Heft uwe poorten omhoog, o vorsten des hemels, zoo klinkt het, rijst naar boven eeuwige deuren, en de Koningin der glorie zal binnentreden.quot; Hierop opent de hemel zijne poorten onder het gezang en het gejubel der Engelen en Heiligen. Alles jubelt, alles juicht! Onder het Alleluia en andere hemelsche gezangen treedt de stoet den hemel binnen. ))Wie is zij, zoo vraagt men, die oprijst uit die woestijn, uit die bedorvene wereld?quot;\' «Onze Koningin is binnengetreden,quot; zoo klinkt het, en alle Engelen, de H. Joseph, de H. Joachim en Anna en alle overige Heiligen, scharen zich om Maria, wenschen haar geluk en geleiden haar naar den troon waarop de H. Diievuldigheid zetelt, die haar met de teederste liefde ontvangt.

Overwegen wij de luistervolle ten-hemel-opneming van Maria, de blijdschap, die zij gevoelde wederom in het volle bezit te zijn van haren Jesus en verzekerd, in alle eeuwigheid op het innigst met Hem vereenigd te blijven. Zoo zal ook eenmaal onz,e ten-

-ocr page 193-

- 191 -

hemelopneming wezen, wanneer wij hier Maria vurig vereeren, een waar kind blijven van onze dierbare Moeder; want Maria is de weg, die hare kinderen ten hemel geleidt.

Vrucht dor overweging.

Verblijden wij ons dikwijls over het groote geluk, dat Maria geniet in den hemel, on toonen wij onze blijdschap door Haar te vereeren en altijd tot Haar onze toevlucht te nemen.

De 15 September 1S7Ö te Soriano.

De 15 September herinnert ons telken jare aan een wonder, dat Maria op dien dag, in het jaar 1530, te Soriano, verrichtte. Des nachts namelijk verscheen Zij in de kerk der Dominicanen, vergezeld van de II. Martelares Catharina en van de H. Maria Mag-dalena, terwijl Zij aan de paters een beeltenis schonk van den H. Dorainicus, op doek geschilderd. Dit wondei baar schilderstuk, op bevel van Maria boven liet altaar geplaatst, verrichtte voortdurend tot op den huldigen dag de schitterendste wonderen, zoodat het een spreekwoord geworden is ; «Het lichaam

-ocr page 194-

- 192 —

van den H. Dotninicus rust te Bologna, maar zijne ziel te Soriano.quot;

Ook de H. Kerk erkende spoedig dit wonder. Innocenlius XII stond zelfs toe dat de paters der Predikheeren-orde de gedachtenis hiervan plechtig vierden.

Van toen af werd door de Dominicanen dit wonder den 15 September feestelijk herdacht, en te Soriano, luisterrijk gevierd. Zulks had ook plaats in 1870 den dag, dat de bende van eenen Roover-Koning bezit nam van de pauselijke Staten ; doch om de omstandigheden des tijds kon het feest niet zoo prachtig zijn als vroeger ; ook zou dit jaar de processie met het beeld des H. Dominicus niet plaats hebben. De leden nochtans van de Aartsbroederschap van den H. Rozenkrans hadden het inwendige der kerk rijk versierd en het beeld van den heiligen Dominicus aan den linkerkant van het altaar ter vereering uitgesteld.

Na het eindigen der godsdienstplechtigheden bleef een dertigtal personen in de kerk bidden; het was toen omtrent middag. Plotseling begint het beeld van den H. Dominicus zich te bewegen, het gaat voor en achterwaarts, heft de rechterhand op, fronst het voorhoofd en werpt gedurende

-ocr page 195-

193 --

deze bovennatuurlijke beweging strenge en dreigende blikken op het volk; soms ook wendt het zich met een droevig en vertrouwvol gelaat tot het beeld van O. L. V. van den H. Rozenkrans. De ster en de aureool boven het hoofd van den Heilige bewegen zich niet kracht, terwijl de Rozenkrans die aan de zijde van het beeld hangt zoo sterk slingert dat het schijnt, alsof hij er zich van af wil rukken. Dominicus geleek een Apostel, die op nieuw het volk komt prediken en opwekken zich tot God te bekeeren, en hunne toevlucht te nemen tot Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, om door hare voorspraak de overwinning over ongeloof en zedenbederf te verkrijgen.

Het gerucht van dit wonder verspreidde zich spoedig door geheel Soriano, en weldra waren duizenden toegesneld om het te aanschouwen.

Om zich van de waarheid van het wonder te overtuigen, heeft men op die oogen-blikken, dat het beeld de wonderbare bewegingen verrichtte, een ailernauwlettendst onderzoek ingesteld zoowel om- als in het beeld, of het soms blijken mocht dat dit verschijnsel natuurlijk konde verklaard worden.

13

MAAND OCTOBKR.

-ocr page 196-

- 194 —

Ten half vier ure hielden de bewegingen op en hernam het gelaat des Heiligen zijnen natuurlijken staat, nadat hij voor het laatste nog eens zijne oogen naar het beeld van O. L. V. van den H. Rozenkrans had gewend.

De bisschop van Mileto, Philippus Min-cionus, heeft notarieele acte van dit wonder doen opmaken en verklaard, dat hetgeen den 15 September te Soriano is geschied en door den Hoog-Eerwaarden Pater, Frater Pius Rouard de Card, vicaris-generaal van de Orde der Predikheeren, in Nederland en Pruisen, na verhoor van Cl getuigen, is bevestigd, bovennatuurlijk en een mirakel moet genoemd worden.

GEBED.

Glorierijke Moeder, mijn hart is met blijd-schap vervuld bij de overweging uwer glorie en heerlijkheid op het oogenblik van uwen zegenrijken intocht in het rijk der hemelen, toen Gij onder het gezang der Engelen en der Heiligen uwen Jesus wederom mocht aanschouwen, om in alle eeuwigheid met Hem te leven. Dierbare Maria, mocht ook m n hemelvaart zoo luistervol

-ocr page 197-

— 105 —

wezen! Vraag daarom aan uw geliefden Zoon de schatten zijner genaden voor mij, uw kind. Smeek Hem vooral om deze gunst dal ik ü hier altijd getrouw beminne, een waar kind moge zijn van ö ; want dan ben ik zeker dat ik hier in Jesus liefde zal leven, in die liefde volharden en eenmaal met U zal deelen in de vreugde des hemels. Amen.

Schietgebed. Maria, open voor mij bij mijn sterven de poorten des hemels. Amen.

XXXIste DAG.

De Kroning van Maria.

Toen Maria in het rijk der hemelen opgenomen en tot den troon der H. Drievuldigheid was geleid, knielde Zij met allen eerbied neder en aanbad haren God. Maar Zij. die in dit leven het meest had gedeeld in Jesus verachtingen en lijden, moest ook in den hemel het meest deel hebben aan de glorio van haren dierbaren Zoon. Maria moest verheven worden boven alle schepselen. Daarom sprak God de Vader : «Maria is het be-

-ocr page 198-

tninde voorwerp, de van alle eeuwigheid tot mijne dochter uitverkorene, en nooit heeft Zij zich dien titel onwaardig getoond ; derhalve heeft Zij recht op ons Koninkrijk en moet Zij als wettige raeesteresse en als Ko-ninginne worden erkend en gehuldigd.quot; Vervolgens sprak God de Zoon: «Wanneer Ik Koning ben aller mensctien, dan moet ook Maria hun Koningin wezen; want alle men-schen, verlost en vrijgekocht door mijn Zoendood, behooren aan Maria.quot; En de H. Geest zeide : «Daar Zij aan den titel van mijn welbeminde, mijne bruid heeft beantwoord, moet haar de kroon als Koninginne voor a.Ue eeuwigheid worden geschonken.quot; Daarna plaatste de aanbiddelijke Drieëenheid een Kroon van glorie op het hoofd der allerheiligste Maagd, zoo schitterend en prachtig, dat, na die van Jesus, geene in heerlijkheid aan de hare gelijkt. En een stem van af den troon sprak: Onze welbeminde, onze uitverkorene, geheel ons Koninkrijk is het uwe ; Gij zijt meesteresse der Engelen en der men-schen ; beveel en regeer allen. Dooi\' de macht die Wij U geven, zult Gij de hel niet al hare duivelen en al hare bewoners beheer-schen ; Gij zult de Voorsprekeresse, de Beschermster, de Moeder zijn der strijdende

-ocr page 199-

— 197 —

Kerk ; Gij zult eene bijzondere Patrones zijn der Katholieken, die U innig liefhebben en vereeren en ook voor allen, die U «it gan-scher harte aanroepen en in bekoringen en noodwendigheden hunne toevlucht tot U nemen ; Gij zult de steun, de vriendin der rechtvaardigen zijn, de troost en kracht dergenen die U eeren. Ten dien einde maken Wij U deelachtig aan al onze goederen en stellen die in uwe handen om er naar welgevallen over te beschikken; want geene genade willen Wij der wereld schenken dan door U, gelijk Wij ook nooit iets zullen weigeren hetgeen door U wordt gevraagd.quot;

Hoe indrukwekkend moet dit oogenblik zijn geweest! Wie zal de vreugde beschrijven, die Maria toen gevoelde ; wie weêrgeven, wat gejubel en blijdschap er toen heerschte onder de Engelen en Heiligen ? Verblijden ook wij ons over die glorie, dit voorrecht, Maria geschonken, en overwegen wij, dat God Haai\' al zijne genaden heeft medegedeeld, opdat zij door Maria op ons neder-stroomen.

Vrucht der overweging.

Volharden wij in den dienst van Maria,

-ocr page 200-

— 198 —

en smeeken wij Haar, om alles, waaraan wij zoowel naar ziel als naar lichaam behoefte hebben; want Zij vermag alles bij God.

Igt;c Rozenkrans in den hemel.

Een kloosterling der Karthuizers in 1431, te Trier, in geur van heiligheid gestorven, zag in een gezicht wonderbare dingen over den Eozenkrans. De hemel opende zich voor zijne oogen. Hij zag de allerheiligste Drievuldigheid, gezeteld in het licht. De H. Maagd Maria aan het hoofd barer maagden en vergezeld van alle Engelen en van alle Heiligen, die van Adam af op de wereld geleefd hadden, kwam zich voor den troon van God nederwerpen, om Hem te bedanken en lof te zingen voor den Rozenkrans, dien Hij den menschen geschonken had. Vervolgens vereenigden zich de Engelen en de Heiligen met hunne broeders die nog op aaide leefden en baden den Rozenkrans, terwijl zij op gouden harpen speelden en ieder Geheim door het zingen van het alleluia afwisselden. En wanneer zij den naam van Maria noemden, bogen zij met minzaamheid hunne hoofden; terwijl zij bij den paarn

-ocr page 201-

— 199 —

van Onzen Heer Jesus Christus nederkniel-(len ter erkenning zijner Godheid. Na deze homelsche gezangen baden de gelukzaligen nog voor de religieuzen, die de godsvrucht van den Rozenkrans verspreiden en voor de christenen, die getrouw zijn aan dat schoone gebed. Zij smeekten voor hen Gods genade en vrede in deze wereld en een vermeerdering van glorie in den hemel, en vlochten voor hen kronen van een onsterfelijken glans. Ook vernam die kloosterling duidelijk een stem, die tot hem sprak, dat iedereen, die met een behoorlijke gesteldheid den ge-heelen Rozenkrans bidt met overweging der - Geheimen, iederen keer een volle en geheele kwijtschelding zijner zonden ontvangt.

GEBED.

Glorierijke Moeder, Koningin van hemel en van aarde, ik loof en prijs God, dat Hij U onder alle schepselen heeft uitgekozen tot onze Koningin, dat Hij U heeft gesteld om de schatten zijner genade op ons te doen nederstroomen.

Maria, het is alzoo in uwe macht, of ik Jesus en U eenmaal zal aanschouwen in het rijk der hemelen, want zoo Gij mij de ge

-ocr page 202-

— 200 —

nade Gods mededeelt, zal ik in Jesus liefde leven en in die liefde sterven. Maar God wil, dat ik U om die genade smeek. Ik smeek U daarom, dierbare Maria, o bid, bid voor mij, opdat ik toch zalig worde, verlaat mij, uw kind, niet in de gevaren waarin de duivel, de wereld en het vleesch mij brengen, maar snel mij ter hulp opdat ik over allen zegeviere; wees mijn toevlucht in het lijden, mijn troost in wederwaardigheden, mijn voorsprekeres in ieder oogen-blik dat ik U aanroep en om Gods genade smeek; mijn redster in het uur der bekoringen ; ach, dat ik slechts kracht bekome in het uur der beproeving tot U te bidden ; «Maria, Maria!\'\' want dan ben ik zeker van de overwinning. Sta mij bij Maria, ieder oogenbiik mijns levens, maar vooral in het uur van mijnen dood, opdat ik in volmaakte liefde tot God en in eene volkomene onderwerping aan zijnen goddelijken wil sterve om met U mijnen Jesus in eeuwigheid te beminnen en de kroon uwer bevoorrechte kinderen te ontvangen. Amen.

Schietgebed. Maria, help mij volharden in uwe liefde tot in den dood. Amen.

-ocr page 203-

— 201 —

Toewijding aan Maria op den laatsten dag der maand.

Met een gevoel van den oprechtsten dank kniel ik voor uwen troon neder. H. Maria, dierbare Moeder, Koningin \\an den H. Rozenkrans, om U mijn erkentelijkheid te betuigen voor de genaden, die Gij gedurende deze maand voor mij van God verkregen hebt. Ik mooht steeds meer en meer de verhevenheid van den H. Rozenkrans inzien, de schoonheid der gebeden, die wij tot God en tot U, Maria, richten, smaken en de verhevenheid der Geheimen van onzen H. Godsdiens}, die wij onder het Rozenkransgebed overwegen, beseffen. Hierdoor hebt Gij mij opgewekt: de deugden na te volgen, waarvan Jesus en Gij raij zoo schoon een voorbeeld gegeven hebt; in wederwaardigheden en smarten mij met het lijden van uw geliefden Zoon en het uwe te vereenigen; opdat ik daardoor het geluk verwerve mijn God en Zaligmaker en U, mijne Koningin in het rijk der hemelen te aanschouwen.

Nogmaals, Maria, zeg ik U dank voor die genaden. Och, dat ik er altijd aan beantwoorde. Help mij hiertoe, dierbare Moeder, door uwe krachtige voorspraak. Bid den he-

-ocr page 204-

- 202 —

melschen Vader, om de verdiensten van Jesus menschwording en zijn verblijf op deze wereld, door de verdiensten van zijn kostbaar Bloed voor ons op Golgotha gestort, en zijne heerlijke opstanding tot het leven, dat ik mij voortdurend spiegele in het leven en sterven van onzen goddelijken Verlosser, opdat ik daardoor aangezet worde, zijne deugden na te volgen, en door liefde weer te geven, wat Hij ons geschonken heeft; want dan ben ik zeker, dat de genade die ik in deze maand van zijne goedheid heb ontvangen, voor mij een schitterende parel zal hechten aan de onsterfelijke kroon, die mij wacht in de eeuwigheid.

Opdat mijne gebeden tot U, Maria, des te krachtiger zijn, wijd ik mij heden geheel aan U toe en neem mij vastelijk voer, U te dienen met een vlekkelooze trouw. Ik draag U alle gedachten, woorden en werken op van geheel mijn leven; opdat zij allen, door deze opdracht geheiligd, aangenaam mogen zijn aan uwen geliefden zoon. Ik neem ook heden het vaste besluit, een vurig vereerder te blijven van het gebed, waarvan ik de schoonheid gedurende deze maand zoo goed heb leeren kennen, en wil, met den bijstand Gods pn uwe hulp, voor zoover het mijne krach-

-ocr page 205-

ten toelaten, lederen dag, of ten minste volgens de regelen der Broederschap, driemaal in de week ter uwer eere het rozenhoedje bidden en daarbij de Geheimen van onzen heiligen godsdienst overwegen. Door dit schoone gebed toch kan ik alles verkrijgen, wat mij en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, zalig is; terwijl de overweging der Geheimen mij steeds krachtig zal opwekken tot een vurige liefde tot God, om alzoo in die liefde te volharden en mijnen geest te geven in de handen van Jesus en van U, Maria. Amen.

-ocr page 206-

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN H. ROZENKRANS.

(Dit lied wordt onder het bidden van den Rozenkrans gezongen.)

wijze, als: Wees gegroet, O Koninginne! of ook Juhlend wil ik U bezingen.

Wees gegroet, o Koninginne,

Schitterend in uw hemelglans,

Duld, dat U uw kindren groeten

Moeder van den Rozenkrans.

Duld, dat we onze beden strenglen

Tot een bloemkrans U ter eer,

En zie minzaam op uw kinderen In dit dal van tranen neêr.

DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.

Na het eerste tientje.

\'t Goddelijke woord daalt uit zijn glorie

In uw schoot op aarde neêr. Onderworpen bidt Gij needrig:

quot;Zie de dienstmaagd van den Heer.quot; Teedre Moedei-, om het voorrecht Door uw ootmoed U bereid,

-ocr page 207-

— 2Ó5 —

O verwerf ons van uw Zone Christelijke ootmoedigheid.

Na het tweede tientje.

Goddelijke liefde — vlammend Stortet Gij den boezemgloed,

Die in U voor Jesus brandde,

In Elizabeths gemoed. \'

Kom, o Moeder, en bezoek ook

Mijne ziele met uw Kind,

Geef, dat steeds mijn liefde spreke Van Hem, die mijn ziel bemint.

Na het derde tientje.

Wees gegroet. Gij, die te Bethlem \'t Heil der wereld hebt gebaard, Door het wichtjen op het stroobed

Schenkt de hemel vreê aan de aard. O Maria, om uw vreugde

Bij de baring van uw Kind,

Geef mijn hart dien zoeten vrede Dien het slechts in Jesus vindt.

Na het vierde tientje.

Zaalge vreugde, toen Ge uw Jesus

Aan den Heer ten offer boodt! Simeon zag \'t heil der wereld En verbeidt in vreê den dood.

-ocr page 208-

— 200 -

Zuivre Moeder, o verwerf mij

Vlekkelooze zuiverheid,

Dat ook ik mijn God aanschouwe Als mijn ziel van hier verscheidt.

Na het vijfde tientje.

Met wat angst, beminde Moeder,

Hebt ge uw goddüjk Kind gezocht, Maar wie schetst uw moedervreugde

Toen Gij \'t wedeivinden mocht?

Geef, dat steeds mijn hart moog wezen

\'t Tabernakel van den Heer,

En mocht \'k ooit mijn schat verliezen, Dat \'k rouwmoedig tot Hem keer.

DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.

Na het eerste tientje.

Jesus kampt in bittren doodsstrijd.

\'t. Bloedzweet druipt op de aarde néér; Maar gesterkt, bidt Hij gelaten;

«Slechts üw wil geschiede, Heer!quot; O Maria, om de doodsangst,

Die uw Jesus nederboog,

Rid, dat ik den lijdensbeker Onderworpen drinken moog\'.

-ocr page 209-

— 20?

Na hel tweede tientje.

Wreed verscheurd door geeselstrierUen,

Stort het goddlijk Lam zijn bloed, Purpren stroom op stroom vloeit neder;

Zóó wordt, mensch, uw val geboet! Dierbre Jesus, om uw smarten

En uw wreede geeselpijn.

Om de droefheid uwer Moeder,

Wasch mij van mijn zonden rein!

Na het derde tientje.

\'t Goddelijk hoofd vanééngereten Door de scherpe doornenkroon,

\'t Riet ten schepter, \'t purperen spotkleed

Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om de smaad, beminde Jesus,

Die Gij hier geduldig üjdt,

Schenk ook mij die kostbre gaven, Ootmoed en verduldigheid.

Na het vierde tientje.

\'t Kruishout torschend kruipt de Godmensch

Hijgend tot Kalvarie\'s top;

Driewerf stort hij machtloos neder.

Maar zijn liefde richt Hem op.

Niet de kruisbalk — mijne zonden Stortten U ter aarde neêr.

-ocr page 210-

— 208 —

God, vergeving, heb erbarmen I Jesns! neen, geen zonde meer.

Na hel vijfde tientje.

Zie mijn ziel, daar hangt het offer.

Op liet altaar, half ontvleescht, Smachtend, troostloos, afgemarteld

Buigt Hij \'t hoofd en geeft den geest Eindlijk, \'t olfer is voltrokken;

Liefde, thans zijt Gij voldaan, o Ontvlam me in wederliefde,

Neem mijn hart ten offer aan.

DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN.

Na het eerste tientje.

O Maria, juich en jubel.

Nu uw Jesus zegepraalt;

Dood en afgrond ligt verwonnen,

Zijner Godheid glorie straalt! Uw verrijz\'nis, mijn Verlosser,

Worde mij ten onderpand.

Dat ik heerlijk eens verrijze Tot het hemelsche vaderland.

Na hel tweede tientje.

Nog één blik, een laatste zegen:

-ocr page 211-

— 209 —

Triomfeerend stijgt Gods Zoon Van deez aard ter hemelglorie,

Zetelt thans naast \'s Vaders troon. Hopend blikken wij naar boven,

Jesus, tot uw Majesteit,

Wil ons daar een troon bereiden In de zalige eeuwigheid.

Na het derde tientje.

Niet als weez^n blijven ze achter,

Troost en kracht is hun beloofd,

Hoor daar druischt het in den vuurgloed

Daalt de Geest, die harten rooft.

Daal in mij, o Geest van liefde,

Kora, vertroost mijn dor gemoed, Sterk het door uw hemelbalsem En ontvlam het in uw gloed.

Na het vierde tientje.

Englenreien voeren jublend

Jesus\' Moeder tot haar God,

Thans Maria, moogt Gij smaken

\'t Al te lang verbeid genot.

Moed, mijn ziel, hier kamp, hier lijden.

Ginds een eeuwige zegepraal!

Moeder, bid dat ik, hier volhardend Eens de lauwerkroon behaal!

MAANÜ OCTOBER. 14

-ocr page 212-

— 210 —

Na het vijfde tientje.

Met, den zonneglans omhangen,

\'t Sterrenheir ter gloriekroon, \'t Zilveren maanlicht aan haar voeten.

Zetelt Zij naast Jesus troon. Glorievolle Koninginne,

Moeder, liefderijk en teêr,

Blik steeds van uw gloriezetel Gunstig op uw kindien neer.

Na de litanie.

Hoor, o Moeder, deze beden

Van uw kindren minzaam aan.

Bied ze aan Jesus en verwerf ons,

Dat wij op de levensbaan,

Veilig onder uwe hoede,

Voortgang maken in de deugd. En U eenmaal zalig prijzen

In des hemels eeuwge vreugd !

Schietgebeden tot Jesns en Miiria.

(des morgens)

1°. O Jesus, o Maria, ik offer U alle welken van dezen dag op tot bekeering de

-ocr page 213-

— 21-1 —

zondaars, tot heil dergeneu die op sterven liggen en tot lafenis der geloovige zieltjes.

2°. O Jesus, o Mariaj ik wensch deelachtig te worden aan alle aflaten die ik ge-durende geheel mijn leven, en bijzonder, die ik van daag kan verdienen, en offer dezen op tot lafenis der zieltjes, zooals Gij, Jesus en Maria, zulks goedvindt.

3°. 0 Jesus, o Maria, laat niet toe, dat ik u heden door de zonden vergramrne.

4° . O Jesus, o Maria, ik geloof alles wat de H. Kerk mij voorstelt te gelooven ; ik stel al mijn vertrouwen op U; ik bemin U, ik bemin U, ik bemin U uit geheel mijn hart!-

5°. O Jesus, o Maria, hadde ik duizenden harten U aan te bieden; doch daar ik slechts één hart heb, zoo behoort dit van heden af geheel aan U.

6U . O Jesus, o Maria, o Joseph, o heilige Engelbewaarder, mijne heilige Pationen, alle Gods lieve Heiligen, beschermt mij dezen dag (nacht) en gedurende geheel mijn leven. Amen.

Drie Wees gegroeten om de 11. deugd van zuiverheid te bewaren.

Zoo gij eenigszins kunt bid dan des morgens.

-ocr page 214-

— 242 —

of des avonds of door den dag een rozenhoedje, om le volharden in Gods liefde.

(des avonds)

•T. ü Jesus, o Maria, ootmoedig vraag ik U vergiffenis voor het kwaad, dat ik van daag bedreven heb. Het spijt mij, dierbare Jesus, ü mijn Opperste God wederom te hebben vergramd. Vergeving Maria, in eeuwigheid geen zonde meer !

2°. O Jesus, o Maria, iedere polsslag, iedere ademhaling, iedere hartklopping, in één woord, alles wat ik dezen nacht zal verrichten, zij ter uwer eere, tot heil dei-zielen en voor mijne eigene zaligheid.

30. O Jesus, o Maria, laat niet tue, dat ik heden nacht U door de zonde ver-gramme.

(Herhaal verder de Schietgebeden diegjjvan morgen gebeden hebt, te beginnen 4. O Jesus, o Maria, ik geloof.)

-ocr page 215-

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Vóór de heilige Mis.

\'t Is eene geliefkoosde oefening voor vrome zielen, eene oefening die haar vele geestelijke voordeelen belooft, dat zij dagelijks de genade en gaven des H. Geestes over zich afsmeeken. De Zaligmaker heeft gezegd, alvorens Hij deze wereld verliet ; »//£ zal u niet als weezen achlerlalen . . . Ik zal u mijnen Geest zenden.quot; Vragen wij Hem in het oogenblik, dat wij Hem onder de gedaante van brood en wijn gaan aanbidden, de goedertierene vervulling zijner belofte.

Richten wij ootmoedig tot den H. Ge^ dit gebed der Kerk, dat ai onze noodw digheden in weinige woorden blootlegt.

Hïmnus Veni, Sancle Spiritus.

Kom, Heilige Geest, doe een straal van mv licht uit den Hemel op ons nederdalen.

-ocr page 216-

iii —

Kom, Vader der armen, kom, gever van alle goede gaven, kom, licht der harten.

Volmaakte trooster, zoete gast der ziel, haar zoete verkwikking.

In den arbeid zijt Gij onze rust, in de hitte onze verfrissching, in droefheid en tranen onze troost.

O gelukzaligst Licht! vervul het binnenste van de harten uwer geloovigen.

Zonder uwe hulp is er niets in den mensch, is er niets zuivers.

Wasch ons van alle smetten, besproei wat dor is, heel wat gewond is.

Maak onze hardvochtigheid week, verwarm onze koude, richt onze verdoolde stappen.

Verspreid uwe zevenvoudige gaven over uwe geloovigen, die hun vertrouwen in U stellen.

Verleen hun de verdiensten der deugd, een zalig stervensuur en de eeuwige vreugde. Amen. 1)

\') 100 d. atl.

-ocr page 217-

OEFENING

om de heilige Mis te hooren.

VOLGENS DE MANIBK VAN DEN HEILIGEN I.EONARDUS a PORTU MAURITIO. t)

Van liet begin der Mis tot aan het Evangelie.

Vereenig u, wanneer de priester de heilige Mis begirt, met Jesus Christus, den groeten Offeraar voor het aanschijn der goddelijke Majesteit. Draag in vereeniging met Hem uwe aanbiddingen en uwe lofzeggingen aan God op. Wensoh Hem alle eer te geven, die Jesus Christus Hem in dit oogenblik door het aanbiddelijk Offer bewijst.

Verwek, terwjjl de Confiteor gebeden wordt, een oprecht berouw over de zonden van geheel uw leven, inzonderheid over die welke gij sedert uwe laatste biecht hebt bedreven. Vraag den bijstand des H. Geestes, alsmede dien van de H. Maagd Maria.

GEBED.

Mijn God, mijn Schepper en opperste Heer, ik aanbid U, en ik erken dat uwe

\') 300 d. aö.

-ocr page 218-

— 216 -

goedheid mij het leven, het verstand en al mijne goederen geschonken heeft. Maar onvermogend als ik bon om U eene Uwer hoogste Majesteit passende hulde te brengen, offer ik U de vernedering, de eerbewijzing eri de liefde van Jesus op in het heilig offer der Mis. Ik prijs met Hem uwe hoogste volmaaktheid; in zijn naam roep ik uwe barmhartigheid over mij af, en ik bid U mijne gebeden aan te nemen in ver-eeniging met het kostbaar bloed en de verdiensten uws goddel ijken Zoons, gelijk U die op alle altaren der wereld worden opgedragen.

Ik verheug mij, o mijn God, U door dit verheven olfer te kunnen verheerlijken, gelijk Gij verheerlijkt wordt in den Hemel. Ik vereenig mij ook met de lofzeggingen der allerheiligste Maagd, der engelen en der heiligen. Ik aanbid U met geheel het hemelsch hof, en ik bemin U uit geheel mijn hart boven alle dingen geheel mijn leven lang. O kon ik door de vurigheid mijner liefde U genoegzame voldoening geven voor den tijd, waarin ik al te zeer de schepselen beminde! Hoe U genoeg te danken, dat een zoo langdurig misbruik uwer genaden U niet verdroten heeft! Ik vereenig mijne

-ocr page 219-

— 217 —

gebeden met het offer uws goddelijker! Zoons om eene verdubbeling van ijver in uwen dienst te verkrijgen. Moge uw eeredienst, o Heer, zich verbreiden over geheel de aarde! Leer mij het heilig Hart van Jesus verheerlijken en zijne liefde onder de menschen bekend maken.

Bij het Evangelie.

Verwek een akte van geloof aan de waarheden des Evangelies en herinner u de woorden onzes Heeren :

Zoo gij mij lieftiebt, onderhoudt mijne geboden. — Niemand komt tot den Vader, tenz,ij door mij. — Indien iemand mij liefheeft, hij zal mijne geboden onderhouden. — Wie mij liefheeft, dien zal mijn Vader liefhebben. — Dit is mijn gebod : dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. — Ik bid niet voor de wereld. Wee de wereld !

Van het Offertorium tot den Canon.

Tracht uwe gedachten nog meer bijeen te zamelen om u met de groote offerande, die Jesus Christus hier en in alle heilige Missen welke over de geheele aarde worden opgedragen, van zich zeiven brengt, te vereenigen.

-ocr page 220-

- -

Bid God, dat Hij uwe gebeden en uwe handelingen van dezen dag in voortdurende vereeni-ging met het offer van .!esus Christus aan-neme.

Mijn God, ik draag U met den priester uw goddelijken Zoon op, die zich voor ons gaat slachtofferen. Ontvang met zijn Lichaam en zijn kostbaar Bloed mijne ziel en hare vermogens, mijn hart en zijne aandoeningen, mijne gedachten, mijne begeerten, mijne woorden, mijne handelingen, mijn lichamelijk en geestelijk lijden van dezen dag tot uwe. verheerlijking en tot heil mijner ziel. Ik vereenig mij insgelijks met de ineeningen, die Jesus, Maria en Josef gedurende hun leven op aarde gemaakt hebben. Nimmer wensch ik door mijn gedrag deze heilige vereeniging te verbreken.

VERFOEI UWE ZONDEN.

Herinner u in het kort uwe talrijke zonden en spreek bij het gezicht der ontzettende schulden, welke gij tegenover de goddelijke Gerechtigheid op u geladen hebt, met een ootmoedig en rouwmoedig hart:

Van diepe smart doordrongen, U, o Heer, zoo dikwijls beleedigd te hebben verfoei ik, wijl zij U mishagen, uit den grond van mijn hart, mijne ontelbare zonden in ge-

-ocr page 221-

dachten, begeerten, woorden, werken en verzuimenissen. Ik heb een innige spijt uwe heilige wet overtreden, uwe inspraken veracht, uwe genaden misbruikt en geen boetvaardigheid genoeg gedaan te hebben, voor mijne zonden. Ik zou wenschen mijn verleden door het offer van mijn leven te kunnen herstellen.

GEBED.

Hemelsche Vader, aanhoor Jesus Christus, die zich voor mij tot Middelaar en Voorspreker maakt bij uwe goddelijke Majesteit; zijn bloed, dat Hij in hoedanigheid van slachtolfer U op het altaar gaat aanbieden, roept voor mij en voor alle zondaars om genade. Laat U bewegen door zijne gebeden, met welke ik de mijne vereenig. Zal Jesus na zoo smartelijk geboet te hebben voor de zonden der wereld, uwe barmhartigheid vruchteloos voor mij afsmeeken? Ik hoop vastelijk, o mijn God, dat Gij mij, door de verdiensten van het kostbaar bloed uws goddelijken Zoons, mijne zonden vergeven zult, die ik tot den laatsten dag mijns levens zal betreuren en verfoeien.

Geef mij, o mijn zoete Verlosser, de nederigheid van den heiligen Petrus, het be-

-ocr page 222-

— 22Ö —

rouw van Magdalena, de getrouwheid van den heiligen Johannes, de liefde uwer allerheiligste Moeder, den boetegeest van al uwe heiligen en de volkoinene kwijtschelding van al mijne zonden.

(iedurende den Canon.

Verdubbel uwen ijver, voed een stille hoop dat het Hart van Jesus uwe gebeden zal verhoeren en bid, — inzonderheid voor uwe nabestaanden, voor uwe vrienden, voor de Kerk. Maak een bijzondere meening, bijv. om een gebrek uit te roeien, eene deugd te verwerven enz. .lesus Christus bidt en offert zich op ... . Aanstonds zal zijn bloed op het altaar vloeien, aanstonds zal Hij afdalen uit den Hemel, de handen met genaden gevuld. Houd u gereed ze te ontvangen.

Bij de opheftliig.

Onze Heer is waarachtig tegenwoordig en geofferd op het altaar. Werp u neder voor uwen Verlosser, die zijnen Vader voor u om genade en barmhartigheid bidt.

Goddelijk Offer, dat alleen waardig zijt aan de heilige Drievuldigheid te worden opgedragen, ik aanbid U en ik offer U op aan mijn God om zijne gerechtigheid te bevredigen, zijne verheerlijking te bevor-

-ocr page 223-

— 221 —

deren en zijne zegeningen te verwerven.

O kostbaar bloed van Jesus, vloei op mijne ziel, op de zielen van allen die mij dierbaar zijn, op degenen die dit heilig Offer bijwonen, op alle geloovigen en op alle zondaars. Verwerf mij de genade, in dit land der ballingschap heilig te leven, en verkrijg voor hen, die het verlaten hebben, de verlossing uit hunne smarten.

Van de opheffing tot de Comiiuinic.

DANK GOD VOOR ZIJNK WELDADEN.

Werp een vluchtigen blik op de genaden, waarmede gij in al do tijdperken uws levens begunstigd zijt geworden en draag tot dankbaarheid daarvoor het heilig Ofifer des altaars aan God op.

O mijn God, ik dank U voor de ontelbare weldaden die Gij mij geschonken hebt, door mijne schepping, het behoud mijns levens, mijne geboorte in het Katholiek geloof, door de sacramenten, de allaten en duizend andere middelen, waarvan uwe goedheid zich bedient om mijne ziel te verrijken. Ik dank U ook voor alle mij onbekende weldaden en voor die, welke ik vergeten of misbruikt heb.

Heb dank, o mijn Jesus, voor het groote

-ocr page 224-

- 222 —

geschenk van het heilig Sacrament, dat ik zoo dikwijls mag ontvangen. Heb dank voor de verlichtingen, de vertroostingen, de hulp, die ik in dit aanbiddenswaardig Sacrament vind ; geef dat het mijn laatste voedsel op aarde zij.

Uwe barmhartigheid, o mijn God, heeft mij langen tijd gezocht en afgewacht, uwe liefde is mijn langdurig talmen niet moede geworden. Maar indien uwe goedheid jegens mij oneindig groot is geweest, kan ik ze naar waarde vergelden. Ontvang tot dankzegging het aanbiddenswaardig lichaam en het kostbaar bloed van Jesus Christus. Het verheven offer, dat de priester U ii onzen naam opdraagt, overtreft alle gaven die Gij mij reeds geschonken hebt en die ik nog van uwe goedheid hoop te ontvangen.

Bid de Engelen en do Heiligen hunne dankzeggingen bij de uwe te voegen.

Heilige Engelen, die het altaar omringt, mijn getrouwe Engelbewaarder en geheel het hemelsch hof, ik smeek u God te danken voor de menigvuldige weldaden, welke Hij mij bewezen heeft. Draagt Hem de heilige Mis, die ik thans bijwoon, op tot dankzegging voor zijne verledene, tegenwoordige

-ocr page 225-

— 2lt;i3 -

en toekomstige genaden ten mijnen opzichte.

Wend u voornamelijk tot de allerheiligste Maagd, opdat zij uwe dankbetuiging der heilige Drievuldigheid aanbiede.

Onbevlekte Maagd, mijne Moeder, dank God voor zijne oneindige goedheid jegens mij. Verwerf mij de genade niet meer ondankbaar jegens Hem te zijn, bid Hem de dankzeggingen aan te nemen, die Jesus Christus Hem gedurende dit heilig Offer in mijne plaats aanbiedt. Ik bid u daarom in den naam van uw goddelijken Zoon. Gelieve de verdienste zijns bloeds aan de ge-loovige zielen toe te voegen, bijzondei\' aan . .., ten einde hare verlossing te bespoedigen. Ik wensch ook voor die arme zielen al de aflaten te winnen, die aan de gebeden en goede werken, welke ik gedurende dezen dag met uwen bijstand zal verrichten, verleend zijn.

Geestelijke Commnnie.

Sla, als het Domine, ïion sum dignus, gezegd wordt, driemaal op uvve borst tot belijdenis, dat gij het geluk Jesus Christus te ontvangen onwaardig zjjt. Verwek een akte van berouw en van liefde ; voeg daarbij een vurig verlangen

-ocr page 226-

— 224 —

naar do heilige Communie en spreek dan het volgend gebed :

Heer Jesus, ik ben niet waardig aan rle Tafel der Engelen plaats te nemen, maar wensch toch vurig U te ontvangen. Ik smeek U mijn hart te zuiveren en daarin geeste-lijkerwijze te verblijven tot den dag, dat ik het geluk zal hebben te communiceeren, Kom, Heer Jesus ; ik bemin U uit geheel mijn hart; geef mij deel aan de genaden, welke Gij aan degenen, die tot U naderen, schenkt.

Stel u voor, dat de heilige Maagd of uw Engelbewaarder u de heilige Hostie aanbiedt. Houd u innig met Jesus vereenigd alsof gij Hem werkelijk ontvangen hadt en zeg tot dankzegging ;

Ik aanbid U en ik bemin U, o mijn goddelijke Verlosser, die in waarheid het leven zijt mijner ziel; ik smeek U in mijn hart te blijven en geheel mijn leven te heiligen, opdat ik het geluk moge smaken U eeuwig te bezitten.

Naar verkiezing kunt gij ook het volgend gebed uit de Navolging van Christus gebruiken ;

Wie zal mij geven, o Heer, dat ik ü alleen vinde, U geheel mijn hart opene, en U geniete, gelijk mijn ziel verlangt; zoo-

-ocr page 227-

— 225 —

dat niemand meer op mij nederziet, noch eenig schepsel mij beweegt of aangaat, maar Gij alleen tot mij spreekt, en ik tot U, gelijk gewoonlijk een geliefde tot zijnen geliefde spreekt en een vriend met zijnen vriend maaltijd houdt? Dit bid ik, dit verlang ik, dat ik geheel met U vereenigd worde, mijn hart van al het geschapene aftrekke, en door het dikwijls opofferen en nuttigen van uw heilig Lichaam in het he-melsche en eeuwige meer smaak leere vinden

Van de Communie tot het einde der Mis.

VRAAG DE VOOR UWE ZALIGHEID NOODIGE GENADEN.

O mijn God, ik verdien geenszins verhoord te worden; gewaardig U echter in den naam uws goddelijken Zoons mij door zijne verdiensten de tot mijne zaligheid noodzakelijke genaden te verleenen. Ik mag U thans met vertrouwen bidden om de vergiffenis mijner zonden, om uwe liefde, om de genade des gebeds, om getrouwheid in het volbrengen der plichten van mijnen staat en in het beoefenen der deugden, die hij vereischt. Bewaar mij voor het ongeluk

MAAND OCTOItER. I O

-ocr page 228-

- 226 —

van ooit in eene doodzonde te vallen, en geef dat ik mij beijvere iedere vrijwillige zonde te vluchten. Ondersteun mij wanneer ik wankel, verwijder van mij alle gevaren en trek mijne neigingen af van de aardsche dingen ! Ik bid U om de godsvrucht tot het allerheiligst Hart van Jesus en tot de heilige Maagd Maria, om de genade der volharding tot het einde mijns levens en om er aan te denken, dat ik daar alle dagen om bidde. Zegen mijne familie en al degenen die mij dierbaar zijn ; onderüteun den heiligen Vader, bescherm de Bisschoppen, de Priesters, de geestelijke Orden ; waak over de heilige Kerk en verdedig haai\' tegen hare vijanden. Schenk aan aller , o Heer. uwe liefde en uwe genade, en geef dat zij één met ü zijn in den tijd en in de eeuwigheid.

Bij het einde der Mis.

DRAAG üWE HANDELINGEN VAN DEZEN DAG AAN GOD OP.

O eeuwige God, ik werp mij voor den troon uwer Majesteit neder; ik aanbid U ootmoedig en olfer ü al mijne gedachten, mijne woorden, mijne werken en mijne

-ocr page 229-

- 227 —

kwellingen van dezen dag op. Ik maak de meening alles te doen uit liefde tot U en ter uwer verheerlijking, om U te dienen, te loven en te prijzen, opdat ik meer verlicht worde in de waarheden des geloofs, mijne zaligheid verzekere en op uwe barmhartigheid vertrouwen moge ; verder om aan uwe rechtvaardigheid Ie voldoen voor de vele zonden, die ik bedreven heb, de zielen in het vagevuur te verlichten en voor alle zondaars de genade van eene ware bekeering te verkrijgen. In één woord, ik wil heden al mijne handelingen verrichten in vereeni-ging met de zuivere rneeningen, welke Jesus,. Maria en alle heiligen des Hemels tijdens hun leven op aarde gehad hebben, en niet die van alle rechtvaardigen op aarde. Ik zou deze raeening met mijn bloed willen bezegelen en ze alle oogenblikken mijns levens en gedurende de geheele eeuwigheid willen vernieuwen. Neem, o mijn God, mijn goeden wil aan ; zegen mij en schenk mij eene krachtdadige genade om gedurende geheel mijn leven in geene doodzonde te vallen. Bewaar mij daarvoor vooral dezen dag, gedurende welken ik alle aflaten wensch te verdienen, die ik deelachtig kan worden, alle Missen wenscli bij te wonen, die van-

-ocr page 230-

— 228 —

daag over de geheele aarde worden opgedragen, en de verdiensten er van wensch toe te voegen aan de zielen in het Vagevuur, opdat zij uit hare smarten verlost worden. Amen.

GEBED,

BIJ HET EINDE DER HEILIGE MIS TE ROME IN GEBRUIK.

Gezegend zij God.

Gezegend zij Gods heilige Naam.

Gezegend zij Jesus Christus, waarachtig God en waarachtig mensch.

Gezegend zij de naam van Jesus.

Gezegend zij Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament des Altaars.

Gezegend zij de Moeder Gods, de allerheiligste Maagd Maria.

Gezegend zij hare heilige en Onbevlekte Ontvangenis.

Gezegend zij de naam van Maria, Maagd en Moeder.

Gezegend zij God in zijne Engelen en Heiligen. 1)

1

Een jaar allaat: telkens; en een vollen aflaat eens in de maand voor die het dagelijks bidden onder de voorwaarden, waardige biecht en

-ocr page 231-

— \'229 —

GEBEDEN,

volgens Pauselijk Decreet van 6 Januari ■1884 na iedere gelezene tl. Mis geknield te verrichten en waaraan Z. II. de Paus een aflaat van 300 dagen verleend heeft voor allen, die dezelve geza-mentlijk met den ■priester hidden.

Driemaal het «Wees gegroetquot;

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaatns.

O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.

R Bid voor ons, 11. Moeder Gods.

■communie en het bezoek eeiier kerk of openbare bidplaats om er te bidden tot intentie van Zijne Heiligheid.

-ocr page 232-

— 230 -

v Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, onze toevlucht en onze kracht, verhoor de orodvruchtige gebeden uwer Kerk, en geef dat wij door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den Heiligen Joseph, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, datgene met der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 233-

INHOUD.

Biz.

Voorrede...........i

1ste dag. De verhevenheid van den H.

Rozenkrans.......9

De H. Rozenkrans .... 13 ■2de » De verhevenheid van den H.

lïozenkrans (vervolg). . . -16 De H. Rozenkrans (vervolg) . 21 3de » De verhevenheid van den H.

Rozenkrans (vervolg) ... 24 De H. Rozenkrans (vervolg) . 27 4de \'gt; I)e vijf blijde Geheimen. De Boodschap des Engels aan

Maria.........32

Leonardus.......36

5de » De Boodschap des Engels aan

Maria.........38

Een tegenstander van den H. Rozenkrans gestraft. . . .41 •jde » De Bezoeking van Maria aan

hare nicht Elizabeth. ... 45 De rozenhoedjes van een oudsoldaat ........48

7de gt; De Bezoeking van Maria aan

hare nicht Elizabeth (vervolg) 50 De slag van Lepanto . . .53.

-ocr page 234-

INBOUU.

Biz.

8ste dag De geboorte van Christus. . 57 Dood van Fra Paolo. . . .59 9de - De geboorte van Christus (vervolg) ..... .... 62

De Rozenkrans is een krachtige hulp in tijdelijke zaken . 65 lüde » De opoffering van Jesus in den

tempel........67

Een verbintenis verbroken, . 69 11de » De vinding van het kind Jesus

in den tempel......73

Een ex-veto.......75

12de » De vinding van het kind Jesus

in den tempel (vervolg) . .79 Een zondares ontvangt in haren doodstrijd op eene bijzondere wijze, Gods bijstand door hare godsvrucht tot den Rozenkrans. 81 13de » Igt;e vijf droevige Geheimen.

De doodstrijd van Christus in den hof van Olijven .... 86 Zegepraal van den Rozenkrans

op het ongeloof.....89

14de » De doodstrijd van Christus in

den hof van Olijven, (vervolg) 9lt;J Een student aan de hooge-

school te Leuven.....95

15de • De geeseling van Christus. .

Een brave pachter wordt door 97 Maria beloond.....101

II

-ocr page 235-

INHOUD.

Blz.

IGde dag De doornen kroning van Christus .........104

Hongersnood aan boord van

een schip.......107

17de » Ziet den mensch.....110

Een jongeling bekeert zich . 113 18de » De ter-doodveroordeëling en

kruisiging van Jesus . . .116 De H. Lndovicus Bertrandns. 119 19de » De kruisiging van Christus . 122 Een vereerder van het »Wees

gegroetquot;.......125

20ste » Jesus bidt voor zijne vijanden. 129 Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans geeft een doode

het leven weer.....130

2rste » Maria onder het kruis. . . 134 Een wonderbare bekeering . 136 22ste » Jesus verlatenheid aan het

kruis.........139

Bijzondere bijstand van Maria

in het gevaar......142

23ste » Jesus sterft......145

De Rozenkrans is de sleutel van het vagevuur .... 148 24ste » Bn vijf glorierijke Geheimen.

De verrijzenis van Christus . 151 Leonavdus Foucault. . . . 154 25ste » De verrijzenis van Christus.

(vervolg.).......158

II!

-ocr page 236-

INHOUD.

Blz.

De Rozenkrans in de schaal der gerechtigheid Gods . . 161 26ste dag Jesus verblijft nog eenigen

tijd bij zijne Apostelen . . 164 De macht van den Rozenkrans op het hart van Jesus

Christus........167

27ste » De Hemelvaart van Jesus . 171 Een heiligschenner bekeert

zich tot God......174

28ste » De zending van den H. Geest. 177 De Rozenkrans eens ridders 179 29ste » De dood der H. Maagd

Maria........182

De Rozenkrans is een brug te midden der wateren . .185 30ste » De ten hemelopneming vau

Maria........188

Den 15 September 1870 te

Soriano........191

31ste » De kroning van Maria. . . 195 De Rozenkrans in den hemel. 198 Toewijding aan Maria op den laatsten

dag der maand........201

De vijftien geheimen van den H. Rozenkrans ............. 201

Schietgebeden tot Jesus en Maria. . . 210

Gebeden onder de H. Mis.....213

Oefening om de H. Mis te hooren lezen 215 Gebeden na iedere gelezen H. Mis . . 228

]V

-ocr page 237-

IMPRIMI PERMITTIMUS

Ultrajecti.

In Conv. St. Audreae Ap. Fr. Chr. H. Tielens die octava Assumptionis B. M. V, Pr. Prov. Ord. Pr. 1874.

IMPRIMATUR.

Ultrajectie. J. H. Wensing,

24 Augusti 1874. Emer. Prof. Libr. Cens.

RETMPIUMI PERMITTIMUS.

Ultrajecti.

In Conv. St. Audreae Ap. Fr. Chr H. Tielens, in solemnitate Paschae 1875. Pr. Prov. Ord. Pr.

REI M PRIMA TUR.

Ultrajecti. ,1. H. Wensing,

hamp;c Martii 1875. Emer. Prof. Libr. Cens,

RBIMPRIMI PERMITTIMUS.

Huisen.

In Conventu Reg. SS. Ros. Fr. Ambr. v. d. Elzen. 1 Sept. 1885. Pr. Prov. Ord. Pr.

REIMPRIMATUR.

Buscoduci J. J. Versterren, Rector

hac 16 Septembris 18S5. ad hoe deputatus.

-ocr page 238-

I .

-ocr page 239-
-ocr page 240-
-ocr page 241-

mÈÊm