-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

TTÏ^^TJT.

No. 9.

1897.

(DEN ING

T

j

gemeente s-GRAVENHAGE.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

Belioorl bij No. 9 van 1897.

De BURGEMEESTER en WETHOUDERS van \'s-Gravenhage doen te weten, dat door den Raad dier Gemeente, in zijne Vergadering van den 4deD October 1898, is vastgesteld de volgende Verordening;

VERORDENING

tot wijziging van de Verorch ning op den Hoofdelijken Omslag in de Gemeente \'s-Gravenhage. ( Verz. 1897 n0. 9.)

Art. 1.

In artikel 11 der bovengenoemde Verordening wordt in de plaats van „le klasse boven /■112.50 tot beneden /200.— 4 maalquot; gelezen:

„U klasse boven f\\\\ 2.50 tot beneden /125.— 2| maal

150,— 3 „ 175.— 3^ „ 200,— 4 „ quot;

3\'

125,— 150.— 175.—

van

91 99 99

\'9 19

99 99

99 99

99 99

-ocr page 6-

No. 9.

1897.

2

en in de plaats van 2e, 3e, 4«, 5% 6°, 7e, 8quot;, 9°,

10e, 11\', 128, 13quot;, 14% 15% 16e, 17e en 18e klasse,

wordt gelezen 5B, 6fi, 7e, 8e, 9e, 10% lle, 12e,

13a, 14«, 15quot;, 16®, 17«, 18e, 19e, ÜO0 en 2 le klasse.

Art. 2.

Deze Verordening treedt in werking op !. Januari 1899, met dien verstande dat, voor zooveel betreft hoofdelijken omslag verschuldigd gewórden vóór 1 Januari 1899., de verordening op den hoofdelijken omslag in de gemeente \'s-Gravenhage van 2 Juli 1897, goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 1 September 1897 nquot;. 43, ongewijzigd van kracht blijft.

Aldus vastgesteld in de openbare Raadsvergadering van 4 October 1898.

n o

De Voorzitter,

VAN HARINXMA.

De Secretaris,

E. EVERS.

-ocr page 7-

No. 9.

O

O

1897.

Zijnde deze verordening goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 1 November 1898, nquot;. 57.

En is hiervan afkondiging geschied, waar het behoort, den IS13611 November 1898.

De Burgemeester en ~\\Vethouders voornoemd,

VAN HAPJNXMA.

De Secretaris, E. EVERS.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

Nu. 9.

De BURGEMEESTER en WETHOUDERS van V Gravenhage doen te weten, dat door den Raad dier (remeenle, in zijne vergadering van den 2\'ll!n Juli 1897, is vastgesteld de volgende Verordening :

VERORDENING

op deu Hoofdelijken Omslag in de gemeente \'s-Gravenhage.

Art. 1.

Er wordt in de gemeente \'s-Gravenhage een hoofdelijke omslag geheven volgens den maatstaf, bij afzonderlijke Verordening vast te stellen.

Art. 2.

Deze belasting wordt geheven naar de volgende grondslagen:

1°. huurwaarde;

2°. mobilair;

3°. paarden;

4°. talrijkheid van het gezin.

Van het vereenigd bedrag van het inkomen, volgens de aangegeven grondslagen verkregen, wordt voor de berekening der belasting ƒ 200.— afgetrokken.

1897.

-ocr page 10-

N0. 9.

1897.

2

Huurwaarde.

Art. 3.

De belasting naar den eersten grondslag wordt geheven naar de huurwaarde der perceelen of gedeelten van perceelen, die do belastingschuldigen zoo binnen als buiten de Gemeente bewonen of gebruiken.

Art. 4.

Onder huurwaarde wordt verstaan de belastbare huurwaarde bij de Rijks personeele belasting aan-genomen, behalve, voor zooveel betreft perceelen of gedeelten van perceelen binnen de Gemeente, in het geval van art. 11 § 1 der wet tot regeling der personeele belasting, in welk geval de huurwaarde wordt bepaald door vanwege het Gemeentebestuur aangewezen schatters.

Art. 5.

Indien de belastingschuldige meer dan één perceel of perceelsgedeelte, hetzij binnen, hetzij buiten de Gemeente, bewoont of gebruikt, wordt het bedrag van de huurwaarde dier perceelen of gedeelten van perceelen vereenigd en dat gezamenlijk bedrag vermenigvuldigd met den factor der klasse, waarin de huurwaarde van het hoogstbelastbare dier perceelen of perceelsgedeelten valt.

Daarbij worden verschillende gedeelten van één en hetzelfde gebouw, door den belastingschuldige

-ocr page 11-

N0. 9.

1897.

3

bewoond of gebruikt, geacht uit te maken één perceel en mitsdien de huurwaarden dier gedeelten vooraf vereenigd.

De huurwaarde van afzonderlijke stallen van weelde, zoo binnen als buiten de Gemeente in gebruik, wordt gevoegd bij de huurwaarde van het aan denzelfden belastingschuldige ter bewoning dienende hoogst belastbare perceel of perceelsgedeelte in dezelfde Gemeente gelegen. De bij art. 11 bedoelde rangschikking geschiedt naar dat vereenigd bedrag.

Art. 6.

De huurwaarde van perceelen of gedeelten van perceelen, uitsluitend strekkende tot uitoefening van beroepen of bedrijven — perceelen of gedeelten van perceelen tot bureau of kantoor gebruikt uitgezonderd — wordt, voor zoover die perceelen of gedeelten van perceelen niet vallen onder art. 11 § \'2 der Wet tot regeling der personeele belasting, slechts voor | in rekening gebracht.

Het verhuren van perceelen of gedeelten van perceelen wordt niet als beroep of bedrijf aangemerkt.

Art. 7.

Wanneer een perceel of perceelsgedeelte bij verschillende personen ia gebruik is, wordt, voor zoover de huurwaarde der bij ieder in gebruik zijnde gedeelten niet uit de Rijkskohieren der personeele belasting bekend is, de huurwaarde dier gedeel-

-ocr page 12-

N0, 9.

4

1897.

ten bepaald door vanwege het Gemeentebestuur aangewezen schatters.

Perceeleu of perceelsgedeelten buiten de Gemeente, in gebruik tot uitoefening van eenig beroep of bedrijf, blijven, wat de toepassing dezer verordening betreft, buiten berekening.

Art. 8.

Ingeval van dergelijke splitsing is de inwonende eigenaar of eerste huurder verplicht duidelijke aanwijzing te geven van de gedeelten, die door anderen gehuurd of gebruikt worden, alsmede van de namen der huurders of gebruikers.

leder dier huurders of gebruikers is mede tot aangifte verplicht ten aanzien van het gedeelte door hem gebruikt.

Art. 9.

Geene splitsing wordt toegestaan ten aanzien van perceelen of perceelsgedeelten door grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen of broeders en zusters, eigen of aangehuwd, te zamen bewoond.

Evenmin wordt splitsing toegelaten wanneer personen in dienst der bewoners of die hun in de uitoefening van hun beroep of bedrijf behulpzaam zijn, als onderhuurders worden opgegeven.

Art. 10.

De overlegging van een behoorlijk bewijs van het bestaan der huur of onderhuur kan, ingeval van splitsing, worden gevorderd.

-ocr page 13-

Nquot;. 9.

1897.

5

Art. 11.

Tot bepaling van het vermoedelijk inkomen der belastingschuldigen naar den eersten grondslag wordt de huurwaarde, met uitzondering van die van de perceelsgedeelten in de laatste zinsnede van dit artikel vermeld, gerangschikt en vermenigvuldigd volgens de hieronder staande tabel:

lekl. boven/ 112.50 tot beneden ƒ 200 4 maal.

Oe

V

van

„ 200.—

99

V

99

300

4.25

99

V

99

yj 300.—

99

V

99

400

4.50

99

4e

V

99

„ 400.-

V

V

99

500

4.75

99

5e

??

99

, 500.—

99

99

99

600

5.—

99

6e

V

99

1

ö O

99

99

99

700

5.25

99

7e

V

99

, 700.—

V

V

lt;1

800

5.50

99

8e

99

V

„ 800.—

99

V

99

900

5.75

99

9e

99

„ 900.—

V

V

99

1000

6.—

99

10\'

99

99

, 1000,-

99

V

99

1200

6.50

99

lle

99

99

, 1200.-

99

99

99

1400

r*i

99

12e

V

99

M U00.—

99

99

99

1600

7.50

99

18e

99

99

„ 1600.—

V

99

99

1800

8.—

99

Ue

99

♦»

„ 1800.-

97

99

99

2000

S.50

99

15e

V

V

„ 2000.-

99

99

99

2500

9.—

99

16®

99

99

„ 2500.—

99

99

99

3000

9.50

99

17®

99

•gt;

„ 3000.—

ty

99

99

4000 10,—

99

18®

V

V

„ 4000.—

en

hooger

11.—

99

De huurwaarde van perceelsgedeelten binnen de gemeente, bewoond zonder gelegenheid tot het bereiden van spijzen bestemd en kenneljik voortdurend daartoe gebezigd, wordt gerangschikt en vermenigvuldigd als volgt;

-ocr page 14-

N0. 9.

1897.

6

le klasse boven / 112.50 tot beneden ƒ 200 6 maal. 2e „ van „ 200,- „ „ „ 300 7 „ 30 „ „ „ 300.- „ „ „ 400 8 „ „ „400.- „ „ „ 500 9 „ 5e „ ygt; n 500.— en hooger 10 „

M o b i 1 a i r.

Art. 12.

Het vermoedeliik inkomen van den belastingschuldige naar den tweeden grondslag wordt bepaald op één vijftiende van het bedrag, waarop het mobilair, bij den belastingschuldige binnen de Gemeente in gebruik, voor de Rijksbelasting op het personeel is gebracht.

Wanneer een perceel of perceelsgedeelte bij verschillende personen in gebruik is, wordt, voor zoover de waarde van het mobilair in de bij ieder in gebruik zijnde gedeelten aanwezig niet bekend is uit de Rijkskohieren der personeele belasting, die waarde bepaald door vanwege het Gemeentebestuur aangewezen schatters.

Paarden.

Art. 13.

Ieder paard, waarvoor de belastingschuldige volgens art. 29 der wet tot regeling der personeele belasting is aangeslagen, wordt gerekend een jaarlij ksch inkomen van ƒ 800.— aan te duiden.

-ocr page 15-

N°. 9.

1897.

7

Talrijkheid van het gezin.

Art. 14.

Voor elk minderjarig, eigen of aangehuwd kind of inwonend kleinkind der belastingschuldigen, dat geen eigen middel van bestaan heeft, wordt de belasting met twee ten honderd verminderd.

Ouderlooze kinderen, bij bloed-of aanverwanten inwonende, worden met eigen kinderen gelijk gesteld.

Meerderjarige kinderen, die wegens voortdurende lichaams- of zielsgebreken niet in hun onderhoud kunnen voorzien, worden als minderjarigen beschouwd.

Kinderen van binnen de Gemeente wonende ouders, bij hunne grootouders inwonende, komen alleen in berekening voor de door laatstgemelden •verschuldigde belasting.

Art. 15.

Voor de talrijkheid van het gezin wordt genomen de toestand op 1 Januari van het belastingjaar.

Vermeerdering of vermindering van het aantal leden des gezins, gedurende den loop van het belastingjaar, brengt geene verandering teweeg in den aanslag voor den hoofdelijken omslag.

Aanslag.

Art. 16.

De belasting is verschuldigd door de onder

-ocr page 16-

N». 9.

art. 245 der Gemeentewet begrepene hoofden van gezinnen of andere personen, die een of meer woningen of gebouwen, mobilair of paarden, onder het bereik dezer belasting vallende, geheel of ten deele, bewonen of in gebruik hebben, of daarvoor op de Rijkskohieren der personeele belasting zijn aangeslagen.

Gedeelten van maanden worden voor geheele gehouden.

Art. 17.

Behoudens de schatting bedoeld in de artikelen 4, 7 en 12 geschiedt de aanslag naar aanleiding van eigen aangifte van den belastingschuldige aan den Gemeenteontvanger, volgens de kohieren van de Rijksbelasting op net personeel van het laatst-verloopen, of zoodra deze bekend zijn, van het loopende dienstjaar.

Is de huurwaarde of de waarde van het mobilair niet op voorschreven wyze bekend, dan wordt de huurwaarde of de waarde van het mobilair bepaald door vanwege het Gemeentebestuur aangewezen schatters.

Art. 18.

Hij die na het opmaken der kohieren n. in de Gemeente zijn hoofdverblijf vestigt of aldaar komt te verblijven;

h. in de termen van belastbaarheid valt; c. zijne belastbaarheid vermeerdert door het in gebruik nemen van een perceel of een gedeelte van dien binnen of buiten de Gemeente, voor

1897.

-ocr page 17-

N0. 9.

1897.

9

zoover zulks niet. strekt ter vervanging van een voor de belasting reeds aangegeven perceel of gedeelte van dien van gelijke belastbaarheid;

d. het getal zijner paarden vermeerdert of belastbare paarden aanschaft;

is gehouden tot het doen van aangifte en tot het voldoen der belasting van den eersten der maand af, waarin hij belastingschuldig geworden is of aan het aanvullingsrecht onderworpen werd.

Art. 19.

Het jaar, waarvoor deze belasting geheven wordt, loopt van den ]sten Januari tot den 31ston December.

Restitutie.

Art. 20.

Belastingschuldigen,

a. wier aanslagen op de kohieren van de Rijksbelasting op het personeel met betrekking tot huurwaarde, mobilair of paarden tengevolge van ingediende bezwaarschriften worden verminderd of geheel of gedeeltelijk worden teruggegeven;

h. aan wie tengevolge van verzoekschriften, ingediend naar aanleiding van art. 65 § 2 der wet op de personeele belasting geheele of gedeeltelijke ontheffing wordt verleend van den aanslag naar de grondslagen huurwaarde of mobilair;

c. aan wie tengevolge van aangiften, ingediend naar aanleiding van art. 63 § 3 der wet op de

-ocr page 18-

N0. 9.

1897.

10

personeele belasting, geheele of gedeeltelijke ontheffing wordt verleend van den aanslag naar den grondslag paarden;

cl. die hunne belastbaarheid verminderen door het verlaten van een perceel of gedeelte van dien, binnen of buiten de Gemeente, of door het in gebruik nemen van een perceel of perceelsgedeelte van mindere belastbaarheid;

hebben aanspraak op evenredige vermindering of teruggave van den hoofdelyken omslag.

De aanvraag tot vermindering of teruggave moet aan den Gemeenteraad binnen drie maanden worden ingediend :

wat de aanvraag sub a. aangaat, nadat de vermindering of teruggave van de Rijksbelasting is verleend; die sub b. en c., nadat de ontheffing dei-Rijksbelasting is verleend; die sub d., nadat zij het perceel of perceelsgedeelte, waarop hun aanslag is gegrond, hebben verlaten; met dien verstande evenwel dat, bijaldien tijdens het verlaten van het perceel of perceelsgedeelte het kohier nog niet was afgekondigd, de termijn eerst met den dag dier afkondiging begint te loopen.

Later ingediende aanvragen worden als niet gedaan beschouwd.

By overigden van belastingschuldigen hebben de erfgenamen aanspraak op evenredige vermindering of teruggave van den hoofdelijken omslag, door hunnen erflater verschuldigd of betaald.

Zy die ophouden hun hoofdverblijf binnen de Gemeente te hebben of aldaar te verblijven, hebben

-ocr page 19-

N°. 9,

11

1897.

aanspraak op evenredige afschrijving of teruggave van den hoofdelijken omslag.

Ook in de bij de twee vorige zinsneden bedoelde gevallen moet de aanvraag tot vermindering of teruggave aan den Gemeenteraad worden ingediend.

Art. 21.

De invordering geschiedt overeenkomstig de verordening op de invordering van den 2en Juli 1897.

Art. 22.

De heffing van den hoofdelijken omslag volgens deze verordening vangt aan op 1 Januari 1898, met dien verstande dat, voor zooveel betreft hoofdelijken omslag verschuldigd geworden vóór 1 Januari 1898, de verordening op den hoofdelijken omslag in de gemeente VGravenhage van 17 Januari 1882, goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 10 Maart 1882 n0. 6, zooals zij luidt na de wijzigingen daarin gebracht bij verordeningen van 26 Mei 1891 en 15 December 1896, resp. goedgekeurd bij Koninklyk besluit van 27 Juli 1891 n0. 42 en 1 Februari 1897 n0. 18, van kracht blijft.

Aldus vastgesteld in de openbare Raadsvergadering van den 2den Juli 1897.

De Voorzitter,

P. O. H. (tEVAKRTS van simonshaven.

De Secretaris.

E. EVERS.

-ocr page 20-

N». 9.

12

1897.

Zijnde deze verordening goedgekeurd bij Koninklijk besluit van den l8ten September 1897, n0.43.

Eti is hiervan afkondiging geschied, waar het behoort, den 20sten September 1897.

De Burgemeester en Wethouders voornoemd, B. Ph. DE BEAUFORT. De Secretaris,

E. EVERS.

-ocr page 21-
-ocr page 22-
-ocr page 23-
-ocr page 24-