-ocr page 1-

Zlt;Sprlt;2 J/2ZI, /J?

/Sgt;i

-ocr page 2-
-ocr page 3-

ü-u. vtzT, y

R ïvï K 8-U N X V E \\i 8 X T E X T

UTRECHT bijgewerkt tot Juli 1890

MET EEN B IJ VOEGSEL

I

-ocr page 4-
-ocr page 5-

REGLEMENT VAN ORDE

VOOK DE

VERGADERINGEN

VAN

DEK SENAAT EN DE FACULTEITEN

DER

XUJXtS-UNXYERSXTEXT

TF.

UTRECHT bijgewerkt tot Juli 1890

MET EEN BIJVOEGSEL

BEVATTENDE

verschillende door den Senaat genomene besluiten en ontvangene aanschrijvingen.

BIBLIOTHEEK RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

-ocr page 6-
-ocr page 7-

REGLEMENT VAN OUDE

voor „de Vergaderingen van den Senaat, de werkzaamheden van den Secretaris en die van Rector Magnificus on Assessorenquot; (Art. »8 der Wet op liet Hooger Onderwijs), bijgewerkt tot Juli 1890; tevens voor de Faculteiten.

Art. 1.

De Rector roept den Senaat te zamcn door middel van briefjes, waarop dag en uur der samenkomst worden uitgedrukt, en voor zoo ver dit gevoegelijk geschieden kan, het onderwerp der beraadslaging.

Art. 2.

Deze samenroeping geschiedt minstens één dag vooraf. Alleen in onvoorziene en dringende gevallen kan zij op den eigen dag geschieden.

Art. 3.

Het gewone uur der samenkomst is des namiddags te half zeven. (Senaatsbesluit van 8 April 1886.) In onvoorziene en dringende gevallen kan hiervan worden afgeweken.

Gedurende de vacantie staat de bepaling van het uur aan den Rector.

-ocr page 8-

Art. 4.

De Voorzitters der Faculteiten bepalen de uren der exainons, do Rector die der promoties. Het gewone uur der publieke promoties is des namiddags één uur.

TV Scnretarissei! der Facnlteiton zijn mot hot houden der registers ilcr oxamons holast. (Senaatsbesluit van 18 October ]877.)

Art. 5.

Bij alle promoties verschijnen de Hoogleeraren in ambtsgewaad.

Promoties honoris causa hchheii, hijzondero omstandiicheden uitgezonderd , oj» plrclitiirc wijze in eene afzonderlijke Senaats-vergadering plaats. (Senaatsbesluit van 18 Ootoher 1877.) Deze vergadering is openhaar. (Sonaatshesluit vau 7 Fohr. 1878.)

Bij plechtige redevDeringen in het Groot Auditorium gaat do Faculteit, waartoe do Rector behoort, vóór; dan volgen de andere Faculteiten naar de volgorde der Series Leetionum.

De Emeriti nemen hunne vroegere plaatsen in. (Senaatsbesluit ran 27 Maart 1882.)

Ho Korlcelijke TToogleeraren volgen den Senaat.

Art. (3.

Wanneer een Seiuuitslid de samenroeping van den Senaat verlangt, doet hij daartoe een schriftelijk door hem en door nog twee Senaatsleden onderteekend verzoek aan den Rector, met opgave van het onderwerp, waarover hij beraadslaging verlangt. De Rector is dan verplicht binnen drie dagen aan dien wensch te voldoen.

Voor het bijeenroepen eener Faculteitsvergadering is liet met redenen omkleed verzoek van één lid der Faculteit aan den Voorzitter voldoende.

Art. 7.

In de Senaatsvergaderingen leidt de Rector do beraad-

-ocr page 9-

5

slagingcn, geeft het woord aan wie liet verlangt, en doet do stemming plaats hebben naar de orde v;in zitting, die de volgende is : de Rector zit in liet midden van de cene zijde der tafel; aan zijne rechterhand de Secretaris; tegenover hem do Hooglceraar, die do oudste is in dienstjaren, als zoodanig, aan deze Universiteit; verder, over on weder, ter rechter- cn linkerhand, zoowol aan de zijde waar de Rector zit als aan do overzijde, de leden naar orde van dienstjaren aan dezo Universiteit.

(Senaatsbesluit van 1(.) Maart 1878, niet in de notulen upgeno-nien.) Op de vergadering van 31 -Mei weuseht de meerderheid de nieuwe urde bestendigd te zieUj in dier voege eehter dat de leden voortaan zooveel mogelijk vaste plaatsen innemen.

Voorstellen, dio niet door twoo Inden worden ondersteund, komen niet in behandeling.

Art. 8.

De loden der Faculteit, die bij een te behandelen onderwerp bijzonder belang heeft, of die haar het best kan booordcelen , zeggen het eerst hun gevoelen 011 brengen vóór de andere Senaatsleden hunne stem uit.

Art. 9.

Ue Rector heeft het recht, van de loden geheimhouding te vorderen, tenzij do meerderheid der Vergadering in het gegeven geval anders oordeele.

Art. 10.

Die in ecno Senaatsvergadering afwezig blijft, verbeurt iederen koer zestig centen. Die na het openen der vergadering komt of vóór het sluiten der vergadering zonder bekomen verlof van den Rector vertrekt, verbeurt iederen keer dertig centen.

-ocr page 10-

6

Van deze boete wordt men ontslagen: a. wegens onge-steldheid, mits men daarvan kennis geve; h. wegens een sterfgeval van naastbcstaanden ; c. wegens zitting in eene Staats-Commissie; en d. wegens afwezigheid in de vacantic.

Art. 11.

Bij afwezigheid van don Rector wordt hij door den Assessor, die de oudste in jaren is, vervangen; bjj afwezigheid van den Secretaris vervult de vorige Secretaris zijn post. (Art. 77 der wet op het II. O.)

In geval de Rector of de Secretaris afwezig is, zonder voor zijne vervanging in de vergadering te hebben gezorgd, verbeurt hij eene boete van f 1,20.

Art. 12,

De Secretaris houdt aanteekening der boeten en vordert die in.

Art. 13.

Het bedrag van alle boeten komt in eene kas, onder bestuur van den Secretaris, die daarvan nauwkeurige aanteekening houdt en bij zijn aftreden, in tegenwoordigheid van den Rector, rekening doet aan zijn opvolger. Uit deze kas worden op besluit van den Senaat uitgaven gedaan. Is de kas ontoereikend, dan kan door den Rector tot een hoofdelijken omslag worden besloten.

Art. 14.

Elke Faculteit is bevoegd voor hare leden boete te bepalen, die zij tot handhaving der orde noodig zal rekenen.

-ocr page 11-

7

Art. 15.

Tot liet nemen Viin con wettig Senaatsbesluit wordt de aanwezigheid van ten minste de helft der Senaatsleden go-vorderd, uitgezonderd bij publieke promoties.

Art. 1G.

De Senaat besluit met meerderheid van stemmen. Bij staking dor stommen beslist de stem van don Hector.

Do llcctor kan voorstellen, die bij daartoe geschikt acht, bij rondgaanden brief\' ter kennis van don Senaat brengen, en daarop schriftelijk de stemmen der loden inroepen. Indien echter een lid don wensch te kennen geeft, de zaak in oono vergadering gebracht en behandeld te zien, zal de Hector verplicht zijn die bijeen te roepen. (Senaatsbesluit van 17 Juni 1880.)

Art. 17.

De Secretaris houdt de notulen der Vergadering in de Nodcrlaudsche taal.

Art. 18.

De Rector wijst, des gevorderd, do lokalen aan, waarin elke Faculteit vergadert.

Art. 19.

Do Archivaris (*) hoeft hot beheer over hot archief van den Senaat. Stukken van liet archief worden door hom niet uitgeleend tenzij met toestemming van den Rector en tegon oen behoorlijk ontvangbewijs.

(*) Besluit van 17 Juni 1879. Vroeger de Secretaris.

-ocr page 12-

8

Art. 20.

Op do voordracht van dric Ilooglceraren, door den Senaat (volgens art. 74 der wet op \'t H. U.) voor do benoeming van con Rector-Magnificus op tc makon, wordt de Faculteit, waartoe do aftredende Rector behoort , voorbijgegaan; do Faculteit, welke gedurende den langston tijd geen Rector gegeven heeft, komt het eerst in aanmerking cn uit haar het oudste lid, dat deze waardigheid in \'t geheel nog niet hoeft bekleed of gedurende don langston tijd geen Rector geweest is. Hetzelfde geldt van do beide daarop volgende Faculteiten. Geen Sonaatslid evenwel kan als Rector Magnificus worden voorgedragen, tenzij hjj het ambt van Hoogleeraar gedurende twee jaren aan deze Universiteit hooft bekleed.

De voordracht voor den Rector wordt tegelijk met de kennisgeving der benoeming van Secretaris en Assessoren, aan de Curatoren gezonden. (Senaatsbesluit van 1 November 1S88.)

liet Universiteitsjaar eindigt bij liet slot der rectorale redevoering, op het oogenblik , waarop de Rector het ambt overdraagt. (Senaatsbesluit van 22 Juni 1881.)

Art. 21.

Tot Secretaris wordt telken jare benoemd een lid der Faculteit, welke gedurende don langston tijd geen Secretaris gegeven heeft, en wel ieder lid dier Faculteit op do beurt, naar ouderdom van lidmaatschap. Zijn alle loden benoemd geweest, dan treedt het oudste lid waer op. (Senaatsbesluit van 5 Februari 188G.)

Art. 22.

De vier Assessoren , door deu Senaat (volgens art. 77 der wet op \'t H. O.) te benoemen, worden gekozen

-ocr page 13-

uit vier verschillende Faculteiten. Elke Faculteit, behalve die waartoe de Reetor behoort, wijst uit haar midden een Assessor aan.

Vastgesteld en gewijzigd in de vergaderingen van den Senaat van 27 Sept. 1877 en der aangewezene dagen.

-ocr page 14-

B U ¥ O E G S E L

betreffende verschillende door den Senaat genoni\'ene besluiten en ontvangene aanschrijvingen.

• NB. quot;Waiii\' hieronder geen Senaatsbesluit is aangehaald, is alleen de bedoeling te vermelden , wat gebruikelijk is.

Viering van den Stichtingsdag der Universiteit.

In Februari of hot begin van Maart wordt in eene Senaatsvergadering do viering van den stichtingsdag der Universiteit (2(5 Maart) besproken.

Valt de 20 Maart in de paasehvacantie, dan wordt do stichting der Universiteit op een anderen dag, vóór of na die vacantie, herdacht.

Valt hij op een Zondag, dan evenzoo op een te bepalen dag in de vorige of in de volgende week.

Aan Curatoren wordt hiervan de goedkeuring gevraagd.

De Rector deelt in die vergadering mede of hij bereid is, overeenkomstig het Senaatsbesluit van 20 Februari 1878 , eene redevoering te houden.

quot;Wordt tot hot houden van oen maaltijd besloten, dan laat de met de regeling daarvan belaste commissie bij de Senaatsleden de schrifteljjke vraag rondgaan , wie aan den maaltijd wenscht deel te nemen.

De Kerkelijke Hoogleeraron kunnen, even als de Lectoren , aan den maaltijd deelnemen. (Senaatsbesluit van 4 Maart 1881.)

Aan den maaltijd zijn vaste gasten de Curatoren en hun Secretaris, de Rector en Ab-actis van het Studentencorps.

-ocr page 15-

11

■gt;■ De Rector Magnificus is bevoegd voor zijne rekening

nog meer gaston aan den maaltijd te doen deolneinen ; cvenzoo kunnen Assistenten voor rekening hunner lloog-Icoraren uitgcnoodigd worden.

Uij een lustrum wordt overwogen , of uitbreiding aan het aantal der uit te noodigen gasten gegeven zal worden.

Eeuwfeesten van andere Universiteiten.

Bij de behandeling der uitnoodiging , om onze Universiteit bij een eeuwfeest eener andere Universiteit te doen vertegenwoordigen , vraagt de Reetor

1°. of de Senaat zich zal laten vertegenwoordigen, 2quot;. wie de afgevaardigde daartoe zijn zal. (Senaatsbesluit van 11 Juni 1886.)

De Rector komt daartoe het eerst in aanmerking, daarna de andere Senaatsleden , naar hunnen ouderdom als Hoogleeraren aan deze Universiteit.

Hij, die den Senaat vertegenwoordigt, erlangt terugbetaling, uit de kas, van de reiskosten, eerste klasse,heen on terug. (Senaatsbesluit van 3 Februari 18SS.)

Ju 1864 werden naar Groningen , up de uitnoodiging om twee Scuaatsleden te zenden , afgezonden Rector en Secretaris; ^ in 1875 naar Leiden, op de uitnoodiging om vijf Senaatsleden

te zenden, nog drie andere Hoogleeraren, zoodal alle Faculteiten vertegenwoordigd waren.

Geboorte van een Prins of eene Prinses.

De Senaat zendt een brief van gelukwensching. (Senaatsbesluit van 15 Juli 1880.)

Overlijden van een lid der vorstelijke familie.

De Senaat zendt een brief van rouwbeklag. 13ij het overlijden van den Koning of van eene Koningin wordt

-ocr page 16-

de rouw, ook bij liet dragen van de toga, aangenomen.

Raadzaam wordt geacht, dat do echtgenooten der Hoog-leeraren insgelijks den rouw aannemen, doch zonder liang-kap. (Senaatsbesluit van 24 Oct. 1887; Chart. Invol. F. 27.)

liij liet overlijden van Koningin Sophie werd de rouw aangenomen voor 18 weken (8 Juni 1877).

Verjaardag des Konings.

De Senaat zendt een brief van gelukwensching. (Aldus nog in 1SS7.)

Troonsbeklimming van een Vorst of eene Vorstin.

De Senaat zendt een brief van gelukwensching.

Ivector, Secretaris en Assessoren worden als afgevaardigden gezonden , om geluk te wenschen met de troonsbeklimming. (Senaatsbesluit van 26 Maart 1840.)

Komst van den Koning of een anderen vorstelijken bewoner op Soestdijk.

Hector en Secretaris vragen audiëntie aan om den Bewoner te verwelkomen. (Senaatsbesluiten van 11 Juni 1842 en 2:i April 1874.) Zij richten zich hiertoe aan den Adjudant van Dienst. (1885/86 nquot;. 36; zie model in 1874/75.)

Nieuwe Commissaris des Konings.

Rector en Secretaris maken hunne opwachting bij de eerste openbare audiëntie. (Senaatsvergadering van 9 Juni 1882.)

-ocr page 17-

13

Nieuwe Curator of President-Curator.

Hector en Secretaris maken , dadelijk na ontvangst van hot bericlit der benoeming, hunne opwachting. (Senaatsvergaderingen van 17 Januari en 24 December 1884.)

Overlijden van een Hoogieeraar, Curator, of Secretaris van Curatoren, of van de echtgenoote van een hunner.

Na het overlijden van een Hoogieeraar wordt de Senaat dadeljjk bij eengeroepen.

Door den Rector wordt het voorstel gedaan, een brief van rouwbeklag aan de nabestaanden af te zenden, waarin de wensch van den Senaat te kennen gegeven wordt, zich (door Rector, Secretaris en Assessoren ,) bij de begrafenis te doen vertegenwoordigen, indien die nabij deze stad plaats heeft. Reizen geschieden op kosten van den Senaat.

Aan het graf zal of een ambtgenoot van den overledene uit dezelfde Faculteit óf een ander , die het meest door vriendschap aan hem verbonden was, of eindelijk do Rector zelf het woord voeren.

Op den dag der begrafenis zullen geene lessen gegeven en geene examina gehouden worden.

Na den dood van een Curator of Secretaris van Curatoren wordt evenzoo gehandeld , behalve wat het woordvoeren aan het graf betreft.

Bij het overlijden der echtgenoote eens Hoogleeraars of Curators wordt alleen een brief van rouwbeklag gezonden. (Senaatsbesluit van 8 Mei 1862.)

Bij het overlijden der weduwe eens Hoogleeraars wordt geen brief van rouwbeklag aan de nabestaanden gezonden. (Senaatsbesluit van 13 Juni 1844.)

Bij het overlijden van een Kerkelijk Hoogleeraar wordt

-ocr page 18-

14

ccn brief van rouwbeklag aan do nabestaanden afgezonden, en laat do Senaat zich, bij de begrafenis, door don Rector on den Secretaris vertegenwoordigen.

Prijsvragen.

Deze worden uitgoscliroven op of omstreeks 1 Mei.

Uo antwoorden moeten vóór 1 Mei d. a, v. worden ingezonden.

Van do bekroning wordt den Minister v. Binnenlandscbe Zaken kennis gegeven, waarbij tevens om toezending dor medailles verzocht wordt.

Het uitreiken der medailles volgt don dorden Dinsdag in September.

(Brief van Curatoren van 20 October 1877, n». G13.)

Leiden schrijft prijsvragen uit in 1890, 93, 96, enz.

Utrecht n n n // 1891, 94, 97, enz.

Groningen u u n quot; 1892, 95, 98, enz.

Amsterdam // n u alle jaar, het eene jaar (1891 enz.)

in de llechtgeleerdheid en de Geneeskunde, het andere jaar (1890 enz.) in de Wis- en Natuurkunde, de Letteren en de Godgeleerdheid.

Mededeeling aan Curatoren van de lijst dergenen, die collegegeld gestort hebben.

De Rector Magnificus boekt de quitantiën der gestorte collegegelden op eene lijst, volgens een bepaald model, cn zendt, na aÜoop van elk kwartaal, die lijst in triplo aan Curatoren in.

(Brief van Curatoren aan den R. M. van 18 Juli 1877, nu. 381.)

N.B, De Secretaris van Curatoreu verzoekt tevens , ten behoeve van bet jaarverslag, (Art. 73 Wet H. O.), eene lijst in siniplo der studenten, die, zonder verplicht te zijn geweest, collegegeld te betalen, in het afgeloopen kwartaal zijn ingeschreven , en wel met bijvoeging van Faculteit en studiejaar.

-ocr page 19-

Uitkeering der toelagen voor arts-studenten voor Marine en Koloniën.

Dezo uitkeering heeft alleen plaats na de overlegging eener verklaring van don Voorzitter der Medische Faculteit , dat belanghebbende de lessen volgt.

(Brief van den Minister van Koloniën aan den R. M. van 20 Maart 1879, Lett. C, nquot;. 5.)

Einde der Kerstvacantie.

In art. 46, wet op het H. O., wil „daaraanvolgendequot; zeggen: volgende op don laatsten Zaterdag vóór Kerstmis.

(Brief van Curatoren van 22 April 1879, n0. 178.)

Linnaeusfonds.

In hot huishoudelijk reglement van het Linnaeusfonds, te Amsterdam, dat ton doel hoeft ondersteuning van één of moer studenten in botanie of zoölogie, is bepaald dat do vergadering hierover bij voorkeur zal plaats hebben op den laatsten Zaterdag in Mei.

(Iluish. Reglement v. h. Linnaeusfonds, ontv. Oct. 1879.)

Voorzitters en Secretarissen der Faculteiten.

Van de aftreding van Voorzitters en Secretarissen dei-Faculteiten wordt aan Curatoren kennis gegeven.

(Brief van Curatoren van 8 Nov. 1879, nquot;. 439.)

Adviezen betreffende sollicitanten naar beurzen.

In te zenden vóór do Juli-vacantie.

(Brief van Curatoren van 31 Mei 1880 , n0. 197.)

-ocr page 20-

16

Academiegeld.

Zoons van predikanten , dio geen eind-examen aan een gymnasium of gelijkwaardig Staatsexamen met goed gevolg hebben afgelegd, waardoor zij tot do academische examens zouden worden toegelaten, hebben geen recht op het academiegeld van / 50.—.

(N.li. Het komt nu en dan voor, dat zoons van predikanten , die voor arts studeeren , den 11. M. verzoeken, de verklaring te teekenen , waarop zjj liet genoemd academiegeld kunnen ontvangen.)

(Kon. besluit van 21 Augustus 1881, n0. 19; Hu-brecht, Onderwijswetten, Hooger Onderwijs III, blz. 261 en verv.)

Promoties.

Curatoren verzoeken don R. M., de promovendi uit te noodigen, 50 exemplaren hunner dissertatie af te staan voor de bibliotheek.

(I5rief van Curatoren van 30 September 1881, nquot;. 296.)

Mededeeling aan Curatoren van eene lijst der pas aangekomene Studenten in de theologie.

Do Rector Magnificus zendt in het begin van elke maand aan Curatoren eene opgave van de namen der studenten, die zich in de afgcloopen maand, na het aangaan der in art. 106 Wet H. O., 3C alinea, bedoelde verbintenis, (nl. van theologanten, om ƒ 200 te storten, in geval zjj een examen in eene andere faculteit dan de theologische wcnschen af te loggen,) voor het eerst hebben laten inschrijven.

(Brief van Curatoren aan den R. M., van 4 Sept. 1882, nquot;. 280.)

-ocr page 21-

17

Opdrachten aan ondergeschikten.

Tot het doon van eene opdracht, tengevolge waarvan reis- en verblijfkosten moeten worden vergoed, moet, indien de regeling dier vergoeding de goedkeuring des Konings vereiseht, vooraf machtiging des Koniugs gevraagd worden. (Dus althans voor reizen buiten *s lands.)

(Brief van Curatoren van 4 Juli 1883 , nü. 230.)

Bewijzen van inschrijving.

De bewijzen van inschrijving zijn aan oen zegelrecht van f 0,50 en 50 opcenten onderworpen.

(Brief van Curatoren aan den II. M. van 31 Dec. 18S3, nu. 409 ; zie ook den brief van den Ontvanger der lle-gistratie en Domeinen Dijckmeester van 10 Nov. 1881 aan den Burgemeester van Utrecht, en die van den Minister van\' Financiën aan don li. M. van 25 October 1887 , nquot;. 89.)

Militieplichtige theologanten.

De liector geeft het bewijsstuk , dat iemand als student in de godgeleerdheid is ingeschreven, welk bewijsstuk moet dienen om vrijdom van militieplicht te verkrijgen, alleen af, vergezeld van eene schriftelijke verklaring der Hoogleeraren der Godgeleerde Faculteit, dat de militieplichtige werkelijk do theologische lessen aan de universiteit volgt.

(Brief van den Commissaris des Konings in de Provincie Utrecht, van 31 Maart 1885, n0. 2, N. M. en S.)

-ocr page 22-

18

Vrijdom van briefport.

Vrijdom van port wordt verleend voor dc briefwisseling, over ambtzaken, van de Senaten en dc Voorzitters der verschillende Faculteiten van de Rijks-Universiteiten en van de gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, zoo onderling als met elkander. (Kon. besluit van 2G Nov. 1888 , nu. 9.)

Voorkoming en blussching van brand.

De „Instructie ter voorkoming en blussching van brand in de llijks-Universiteitsgebouwenquot;, is vastgesteld dooiden Minister van Binn. Zaken bij beschikking van 22 Juni 1889 , nu. 1338 K. W.

Aan ieder Hoogleeraar en Lector, die met liet bclieer van verzamelingen en hulpmiddelen voor bot onderwijs belast is, is een afdruk dezer Instructie toegezonden.

Leesmuseum.

Het Leesmuseum werd opgericht in 1838. (Notulen v. d. Senaat 2 Feb. 1838.) Volgens art. 25 van het Reglement bestaat hot bestuur uit zeven leden , waarvan één Hoogleeraar, door den Senaat te benoemen ; volgens art. 20 treedt jaarlijks een der bestuurders af, naar do volgorde , door hot bestuur te bepalen, doch hij is opnieuw benoembaar. Achtereenvolgens zijn benoemd : 14 September 1839: Ph. W. van Ileusde,

11 Juli 1840:......A. van Goudoever,

12 October 1849: herkozen „ „ „ 12 November 1857: S. Karsten,

-ocr page 23-

19

11 April 1SG6 : C. W. Opzoomer,

12 Maart 1890: II. E. Moltzcr.

Overgang van Studenten van de eene Rijks-Universiteit naar de andere.

Ton gevolge eener over dit onderworp met den Minister van Jiinn. Zaken gevoerde briefwisseling maakte do Hector Magnificus den 4. Decombor 1SS9 het volgende door middel der weekbladen „Minorvaquot; en „Vox Studiosoruniquot; aan belanghebbenden bekend.

„Hij , die zicb door den R. M. eener Rijks-Universiteit A wenscht te laten inschrijven, on beweert voor het onderwijs aan eene andere Rijks-Universiteit 13 reeds f 800.— \') (of voor Nederlandschc theologanten /\'400.—) betaald te hebben , moet overleggen:

of één of meer duplikaat-kwitanties a) van oen of meer betaalmeesters, waaruit blijkt, dat door hem do som van f 800.— (resp. f 400.—) in \'s Lands kas gestort is ;

of vier mot een zegel van 50 ct. voorziene , door den R. M. dor R.-U. B onderteokende inschrijvingskaar ten voor alle lessen, vergezeld van eene verklaring van dien Rector, dat de student in de vier studiejaren, waarvoor

1) Is er minder dan ƒ 800.— (resi). ƒ tOÜ.—) gestort, dan is uit het bovenstaande gemakkelijk af te leiden, hoe gehandeld moet worden.

3) Deze duplikaat-kwitanties kunnen gratis verkregen worden; ter vermijding van onnoodige moeite geve men echter den betaalmeesters de datums en nummers van de origineele kwitantie op; men kan deze van den Secretaris van Curatoren vernemen, die er telken jare van den quot;Reetor eene lijst van ontvangt.

De belanghebbende kan zich ook tot den Minister van Financiën wenden. (Brief van den Min. van 13. Z. aan den 11. M. van 8 Sept. 1S81 , nn. 3252, Afd. O.)

-ocr page 24-

20

die kaarten gelden, gcene vrijstelling van collegegelden genoten heeft;

of ecne door denzelfden Koe tor onderteekende verklaring J), dat de student gedurende vier studiejaren aan do ll.-U. ]gt; is ingeschreven geweest voor alle lessen, en geene vrijstelling genoten hooft.11

1) Deze verklaring kan geaelit uurdeii te beliooreii tot de ambtelijke briefwisseling der Keeturen, en is mitsdien niet aan zegelreeht onderworpen.

Het toekennen van bewijskraeht aan de verklaring van een pedel of aan eene volgens liet vastgestelde model ingerichte kaart, waaraan de handtee-kening van den li. M. ontbreekt, is in strijd met de wet.

De insehrijvingsbewijzen zijn aan zegelrecht onderworpen en de R. M. , die ecne ongezegelde verklaring afgeeft, stelt zich krachtens art. 32 der zegelwet aan eene vervolging bloot.

(Brief van den Min. van B. Z. aan den li. M. van 22 Nov. 1859, n0, 3110, Afd. O.)

Inlichtingen aan vreemdelingen omtrent de bevoegdheid om zich in Nederland of de Koloniën als geneesheer of tandmeester te vestigen.

Hot komt herhaaldelijk voor dat do 11. M. door vreemdelingen verzocht wordt om do hier genoemde inlichtingen. Kopieën van de op zulke verzoeken afgezonden antwoorden vindt men in liet Archief, in de „Briefwisseling van den Rector Magnificusquot; van 1889/9Ü.

-ocr page 25-

BBWr \' mm

I

-ocr page 26-
-ocr page 27-
-ocr page 28-
-ocr page 29-
-ocr page 30-
-ocr page 31-
-ocr page 32-