/X Jv, /lt;j.
f
:
1 ***
/Jr, /r^l \' 13
HET
LEGER DES HEILS
E N
DE GEVANGENIS.
Eerbiedig opgedragen aan Hare Majesteit de Koningin-Regentes
DEH
NEDERLANDEN,
DOOR
H. Ij. quot;V. ZB. S^ZLOlVEOlSr,
gep Officier,
Oud-commandant eeno- rjcvavcjenis voor jettydigt mannelijke veroordeelden.
Voor rekening van den schrijver uitgegeven liij P. STÉNS Pz., te YEi.r. ^
HET
LEGER DES HEILS
E N
DE GEVANGENIS.
Eerbiedig opgedragen aan Hare Majesteit de Koningin-Regentes
der
•gt; .j;, ■■ ..vquot; \'erf NEDERLANDEN, V z /
door
L. quot;Vquot;. E- S^LOMIOlSr,
gep. Officier,
Oud-commandant eener gevangenis voor jeugdige mannelijke veroordeelden.
j-
Voor rekening van don schrijver uitgegeven bij P. STINS Pz., te Yei.p. ■
■
•lt; l^\'./Zs j •v^* (» « *\\^* v|^*
quot; i i A A » » t -* • *___ i___ri\'__^«
-ó lt;; ;0 ^[7jxgt;:\'p- C ö \'C ó gyx; -ó: C o rggs ..\'^ C.quot;
A -s*/-
gt;:-Ö -C ■Ö^^Xgx^.
! \'I- -\'N -v- 7 -quot;-l-» ^ \'V- •\'N
;-•-*-•--
\' ^ ^ ^
quot;N -N
Het is van algemoeuc bekendheid, dat de Nederlandsche strafwetgeving geheel is gegrondvest op de stelling, dat de straf, die aan den misdadiger wordt opgelegd, niet moet worden beschouwd als eene wraakoefening, maar dienen moet tot verbetering van den veroordeelde.
De verbeteringen, die in een reeks van opvolgende jaren in het stelsel der strafwetgeving zijn aangebracht, toonen dit ten duidelijkste aan.
Voor de gezondheid van het lichaam van den gevangene wordt zorg gedragen door toepassing van alle hygiënische maatregelen, die daarop van gunstigen invloed kunnen zijn; er wordt dus rekening gehouden met ligging cn voeding van den gevangene, zoowel als met luchtverversching, graad van temperatuur, werkzaamheid, ja zelfs met beweging in de open lucht; in één woord: de gevangene wordt als mensch behandeld, terwijl in vroeger dagen een vunzig hok, een dufstroo-leger en onvoldoende voeding het deel waren van die ongelukkigen, die van het rechte pad waren afgeweken en gezondigd hadden tegen de wetten van den Staat.
De invloed der beschaving, ziedaar de reden voorden grooten omkeer in het materieele leven van den gevan-
7 t
4
t
4
gene, eenen ommekeer, die den ongelukkige ten goede komt voor zijn volgend leven, omdat hij, behoudens uitzonderingen, met een gezond lichaam in de Maatschappij terugkeert, zeer ten voordeele van die Maatschappij en van hem zeiven, die de kracht heeft behouden om te werken en die daardoor in zijn onderhoud kan voorzien, waardoor hij zich niet opnieuw aan misdaad ))behoeft« schuldig te maken, om dak en voedsel te verkrijgen.
Maar dit is niet alles, wat de toeneming der beschaving in het belang van den afged waalden mensch heeft tot stand gebracht; ook voor de gezondheid van zijne ziel werd gaandeweg meer en meer zorg gedragen; ook aan geestesontwikkeling werd gedacht. Opvolgende regeeringen hebben daaraan hare aandacht gewijd en zoo kwamen onderwijs en Godsdienst binnen de gevangenis.
Onderwijzers en Godsdienstleeraren werden aangewezen om de gevangenen te onderwijzen, en waar dit noodig bleek, hen op te heffen uit het slijk, waarin zij door onwetendheid en godsdienstloosheid waren gedompeld.
Eindelijk kreeg ook het Genootschap tot zedelijke Verbetering van Gevangenen toegang in de gevangenis, en weldra mocht dit het voorrecht smaken om velen der gevangenen op den goeden weg terug te brengen, die zonder de hulp van de Heeren- en Damesleden van dit genootschap wellicht tot vroegere ellende en misdaad zouden zijn teruggekeerd.
Een grootsch werk is dus in tijdsverloop van jaren tot stand gekomen.
Toch moet worden erkend, dat er nog méér kan worden gedaan tot redding van gevallenen en daarmede tot het welzijn van het Nederlandsche volk.
De tijd daartoe is thans aangebroken.
In de laatste jaren heeft zich eene vereeniging opgeworpen , die zich nagenoeg over de geheele wereld heeft verspreid met het doel: Het Koninkrijk Gods op aarde uit te breiden, zondaren te bekeeren, liefde te prediken tot den naaste en vooral.... tot hen, die daaraan het meeste behoefte hebben, omdat zij, diep gezonken en goddeloos als zij zijn, zich ook verlaten gevoelen van God en van de menschen, en, meenende nu niets meer te verliezen te hebben, al dieper en dieper zinken in den poel van misdaad en ellende. Die vereeniging noemt zich «Het Leger des Heilscc, wordt aangevoerd door generaal Booth, wiens hoofdkwartier is gevestigd te Londen, en heeft zich in de verschillende werelddeelen over acht en dertig landen verspreid.
In Nederland is het hoofdkwartier gevestigd te Amsterdam en staan aan het hoofd Kolonel en Mevrouw Oliphant.
Het leger, dat reeds uit duizenden oflicieren en soldaten bestaat, ontwikkelt grooten ijver, en veel werkkracht, met de toewijding, eener Heilige zaak waardig.
Het heeft vele vrienden, maar helaas! ook nog vele vijanden, en dit laatste pleit nu niet zoo bijzonder voor den trap van beschaving der lO110 eeuw.
Gaan wij eens na, wat dit leger verricht.
Het tracht de menschen, ook zij die Christenen heeten maar het niet zijn, tot Christus te brengen, hen dus Christen te maken.
Waarlijk toch geen handeling, die veroordeeld mag worden, want, hoe men dit beschouwt, hetzij men dit doet met een godsdienstig of met een satheïstischK oog, erkennen moeten wij het allen, dat de waarlijk godsdienstige mensch (niet de schijnvrome) zich terughoudt van het kwaad en het goede helpt bevorderen.
O
Waren alle Christenen waarlijk Christen, dan konden de gevangenissen worden gesloten; zoo lang de menschen dat niet zijn, moet elke poging, om den menschop den goeden weg te brengen, worden gesteund door ieder beschaafd mensch, al wil hij ook zelf geen Christen zijn of zelfs maar genoemd worden.
Hoe tracht het Heilsleger zijn doel te bereiken?
Door verspreiding van het Evangelie en door te bewijzen, wat het is, als een goed Christen, naastenliefde te toonen.
Zóó diep gezonken, zóó afgedwaald, zóó onrein kan de mensch, met wien de Heilssoldaat in aanraking komt, niet zijn, of hij trekt zich hem aan, hij voedt hem naar lichaam en geest; honderden, ja duizenden zijn door tusschenkomst van het Leger des Ileils voor eeuwig gered.
Voorwaar! dat is een resultaat, waarop nog geen ander Genootschap vóór dit zich heeft kunnen beroepen. Reeds eeuwen is het Evangelie verkondigd door priesters en predikanten, en hoe het met het Christendom gesteld is, kunnen wij ontwaren, als wij slechts één blik om ons heen slaan.
Onder hen. die beweren eenen godsdienst te belijden, ontwaart men niets dan twist en tweedracht, verdeeldheid, onderlinge haat en tegenwerking;
en dan nog do velen, die hot onfatsoenlijk vinden, om godsdienstig te zijn, maar liever aan nietsgelooven, en die maar voortleven, zonder nadenken, om ten laatste de wereld te verlaten, nog ongelukkiger en hulpbehoe-vender dan zij er zijn ingekomen.
Welnu! in de weinige jaren, dat liet Leger des Heils is opgetreden, zijn er meer bekeerlingen gemaakt dan wellicht in de eeuwen, waarvan hierboven sprake was; de eeuwen, waarin het Evangelie werd verkondigd door priesters en schriftgeleerden.
En of dit waar is?
Wel, overtuigt U daarvan in de bijeenkomsten van het Leger, hoeveel soldaten en bekeerlingen daaraan deelnemen, die vroeger een losbandig en ergerlijk leven hebben geleid ? 01\', vraagt het den Meeren Burgemeesters en Commissarissen van politie, hoeveel, voor gemeente en politie «lastige» menschen, dronkaards, dieven, vechtersbazen enz. tot ordentelijke lieden zijn geworden ? En gij zult overtuigd zijn, dat het Heilsleger eene wonderbare kracht ten goede uitoefent, zooals nog door geen ander is ontwikkeld.
Maar dan is ook de vraag gewettigd, of het niet wen-schelijk ware, om de officieren in de garnizoenen van dat Leger, waar gevangenissen zijn, toegang tot die gestichten te geven, om ook aldaar hun reddingswerk voort te zetten.
Men kan overtuigd zijn, dat de jaarlijksche statistiek van het gevangeniswezen spoedig op een veel geringer aantal recidivisten zal hebben te wijzen, indien de Heilsofficieren in aanraking worden gebracht met de gevangenen.
Het Leger des Heils weet menschen te redden, dat heeft het bewezen met zijnen arbeid onder een gedeelte van de zoogen. vrije, maar soms verdierlijkte bevolking van verschillende landen in en buiten Europa. Hoeveel grooter zou dan zijn invloed niet zijn op menschen, die na hunnen val van de wereld afgezonderd, tijd en gelegenheid hebben gehad om tot nadenken te komen, vooral.... indien dat Leger zich den gevallene ook na zijn ontslag uit de gevangenis blijft aantrekken. En dat het leger dit doet, daarvan kan men zich verzekerd houden.
Schr. dezes heeft met dit Leger kennis gemaakt en
O
Waren alle Christenen waarlijk Christen, dan konden de gevangenissen worden gesloten; zoo lang de mensclien dat niet zijn, moet elke poging, om den menschop den goeden weg te brengen, worden gesteund door ieder beschaafd mensch, al wil hij ook zelf geen Christen zijn of zelfs maar genoemd worden.
Hoe tracht het Heilsleger zijn doel te bereiken?
Door verspreiding van het Evangelie en door te bewijzen, wat het is, als een goed Christen, naastenliefde te toonen.
Zóó diep gezonken, zóó afgedwaald, zóó onrein kan de mensch, met wien de Heilssoldaat in aanraking komt, niet zijn, of hij trekt zich hem aan, hij voedt hem naar lichaam en geest; honderden, ja duizenden zijn door tusschenkomst van het Leger des Ileils voor eeuwig gered.
Voorwaar! dat is een resultaat, waarop nog geen ander Genootschap vóór dit zich heeft kunnen beroepen. Reeds eeuwen is het Evangelie verkondigd door priesters en predikanten , en hoe het met het Christendom gesteld is, kunnen wij ontwaren, als wij slechts één blik om ons heen slaan.
Onder hen, die beweren eenen godsdienst te belijden, ontwaart men niets dan twist en tweedracht, verdeeldheid, onderlinge haat en tegenwerking;
en dan nog de velen, die het onfatsoenlijk vinden, om godsdienstig te zijn, maar liever aan nietsgelooven, en die maar voortleven, zonder nadenken, om ten laatste de wereld te verlaten, nog ongelukkiger en hulpbehoe-vender dan zij er zijn ingekomen.
Welnu! in de weinige jaren, dat het Leger des Heils is opgetreden, zijn er meer bekeerlingen gemaakt dan wellicht in de eeuwen, waarvan hierboven sprake was; de eeuwen, waarin het Evangelie werd verkondigd door priesters en schriftgeleerden.
7
En of dit waar is \'?
Wel. overtuigt U daarvan in de bijeenkomsten van het Leger, hoeveel soldaten en bekeerlingen daaraan deelnemen, die vroeger een losbandig en ergerlijk leven hebben geleid? Of, vraagt het den Heeren Burgemeesters en Commissarissen van politie, hoeveel, voor gemeente en politie »lastige(( menschen, dronkaards, dieven, vechtersbazen enz. tot ordentelijke lieden zijn geworden? En gij zult overtuigd zijn, dat het Heilsleger eene wonderbare kracht ten goede uitoefent, zooals nog door geen ander is ontwikkeld.
Maar dan is ook de vraag gewettigd, of het niet wen-schelijk ware, om de officieren in de garnizoenen van dat Leger, waar gevangenissen zijn, toegang tot die gestichten te geven, om ook aldaar hun reddingswerk voort te zetten.
Men kan overtuigd zijn, dat de jaarlijksche statistiek van het gevangeniswezen spoedig op een veel geringer aantal recidivisten zal hebben te wijzen, indien de Heilsofficieren in aanraking worden gebracht met de gevangenen.
Het Leger des Heils wed menschen te redden, dat heeft het bewezen met zijnen arbeid onder een gedeelte van de zoogen. vrije, maar soms verdierlijkte bevolking van verschillende landen in en buiten Europa. Hoeveel grooter zou dan zijn invloed niet zijn op menschen, die na hunnen val van de wereld afgezonderd, tijd en gelegenheid hebben gehad om tot nadenken te komen, vooral.... indien dat Leger zich den gevallene ook na zijn ontslag uit de gevangenis blijft aantrekken. En dat het leger dit doet, daarvan kan men zich verzekerd houden.
Schr. dezes heeft met dit Leger kennis gemaakt en
8
heeft van den eersten dag af aan redenen gevonden, om het te bewonderen en te eerbiedigen.
Een leven van zelfopoffering is het leven van den Heilssoldaat. Zijn eenigst streven is, om in den naam van God en Jezus Christus menschen te redden van het kwaad; eene heerlijke en moeilijke taak heeft hij op zich genomen; eene taak, die niet te volbrengen is zonder de hulp van God, die hij ook blijkbaar ondervindt, getuige slechts de vele geredden, die zich thans blijkbaar gelukkig gevoelen, waar vroeger armoede, gebrek, huise-lijken twist, in één woord »ellende« hun deel was.
Het Leger des Heils vormt eenen macht in den Staat, die van grooten invloed is op het tucl van het volk; daarom verdient het de waardeering van Hare Majesteit de Koningin-Regentes zoowel als van H. Ms. Regeering.
Hopende, dat het daarop mag rekenen, worden deze weinige regelen onder de aandacht gebracht van beiden cn van het publiek, met de bede, dat het God moge behagen, aller oogen te openen voor het nut, dat het Heilsleger sticht buiten en stichten kan binnen de muren der gevangenis, opdat zich hare poorten openen voor de officieren van dat Leger, om de gevangenen te redden tot eere Gods, tot heil van hen zei ven en van het volk, waarvan zij deel uitmaken.
Hulde aan het brave »Leger des Heils».
H. L. V. E. Salomon,
gep. Officier, Oud-commandant eener gevangenis voor jeugdige mannelijke veroordeelden.
Velp , nabij Arnhem.
el. tu#
v
Ui
It
\'MM
li
mM
Sv
Sfevï
r -c • . .. . • -. . ■ \' -. •-. -_ , -, •. . • .
-. ■ . -\' i;ïfe5;.;
■ / ■ - ■ ; 3;,«
mmmim «isiwï»:*
■ ;
::o; : v-gt;-■■■! . - lt;quot;
•.••\'■\' ■■■\' •• .\' V\'
■\'.......
-y
ivi\'.\'fr
■ ■■ ■
im
«tai-v;
\'S
ïr-S\'-
m
;;::,-\':3
; ,
li
-■
Jiiiim
1
i/iK]
mmi
m
rMrï:
i
__
\'mm