f2? M
W
th-./m tt/J .
r
u__
van- le Keizersgracht.
lie ONTIDLUMI Vim EEK GENUIEN ZWEML
DOOR
/-i J /gt;/%■
/V/ \\ ..A
\'u I Pi- \\5\\
. .. /C ƒ
, ■ ■ -V/
V -gt;v -J/
Prijs f 0.23.
AMSTERDAM. J. A. FORTUYN.
1892.
I
M. J L. O
Jl
k.
De eeuwige Bruid.
De onthulling van een genialen zwendel.
Onder de verschillende bandieten, welke in het verborgen te midden der groote steden hun gemeen, gevaarlijk bedrijf uitoefenen, nemen de bemiddelaars voor huwelijkszaken gewoonlijk een ondergeschikte plaats in.
Het is eene geestdoodende industrie, welke door deze lieden wordt gedreven.
Noch moed, noch slimheid worden vereischt om een dommen, naar liefde dorstenden armen duivel een paar postzegels af te troggelen.
En toch draait zich hun streven alleen om deze lage speculatie.
Wel is waar, wordt, door de massa, voor zeker soort lieden, die nooit uitsterven, het bemiddelen van huwelijken, met andere woorden, het verzamelen van postzegels een winstgevende zaak; toch zal geen bandiet, die op zijne eer gesteld is, voor zulk een schurk op kleine schaal den hoed afnemen, noch hem op eene andere wijze als zijnsgelijke beschouwen; want ook zij houden er een soort van eergevoel op na, en dit verbiedt iederen eerlijken schurk, zich in te laten met zulke kleinigheden als het bemachtigen van een paar postzegels. Nu heeft echter in overoude tijden eens een wijs man gezegd, dat er „geen regel zonder uitzonderingquot; bestaat.
4
Deze oude waarheid heeft ook thans weder getoond noch steeds van kracht te zijn, want ook de tot nu toe zoo verachte praktijken der huwelijkszwendelarij kunnen zich gelukkig rekenen.
Een Rinaldini met zijne Rosa zijn opgestaan, die daartoe geroepen zijn de huwelijkszwendelarij weder tot eer te brengen en aan het geheele Bandietendom het bewijs te leveren, dat men dit zoo gering geachte handwerk ook met de meeste stoutmoedigheid en meteen berekenende geslepenheid kan drijven, het met een dichterlijk-romanlischen stralenkrans kan omgeven, evengoed als de bekenden romanheld der Abruzzen dit als straatroover heeft tot stand gebracht en zich daardoor een onstervelijken naam heeft gemaakt.
Te bejammeren zoude het waarlijk zijn wanneer de talenten van den door ons bedoelden Rinaldini, in het duister der vergetelheid werden gelaten, waarin zij tot nog toe gebloeid hebben, zonder dat hen de passende huldigingen worden gebracht.
Elegante bandieten zijn er in Amsterdam meer dan genoeg, en later hopen wij ons ook op zeer speciale wijze met hen bezig te houden.
Geniale schoften zijn zelfs in Amsterdam zeldzaamheden en een held, als onze Rinaldini, die het geëerde publiek beleefd en vol genie het vel over de ooren trekt, behoort toch wel erkend te worden. Wij zullen dus in de volgende regelen de eer hebben onzen geëerde lezers het doen en laten van den geniaalsten bandiet uit Amsterdam mede te deelen.
♦
* *
In gezelschap van een mijner vrienden, zat ik aan de leestafel bij Krasnapolsky. Een paar juist binnengekomen bezoekers, een heer en dame, kwamen evenzoo aan de tafel en maakten zich meester van ongeveer een dozijn couranten, en trokken daardoor onze opmerkzaamheid.
Nadat zij zich aan een zijtafeltje hadden neergezet, zeide mijn vriend: „zie die twee lieden tegenover ons eens goed aanquot;, doch hoewel ik zulks deed zag ik niets bijzonders. — De dame was een meisje over wier ouderdom men niet met zekerheid kan oor-deelen Met een weinig toegevendheid kon men haar op ongeveer dertig jaar schatten.
5
De heer was bepaald tien of vijftien jaar oader. Beiden, boewe zeer elegant gekleed, waren plump in hunne manieren, evenals onontwikkelde lieden.
„Waarschijnlijk buitenlui,quot; antwoordde ik. „Die zware gouden ketting is nog niet zoo onaangenaam als dat zoetsappige lachje Ge weet dat ik een weerzin heb tegen lieden met dien stereotypen lach.quot;
.Daar hebt ge nu eindelijk eens gelijk met uwen tegenzin,quot; sprak hij, „want deze vriendelijke fatsoenlijke man is de geniaalste schurk van geheel Nederland, en de vrouw heet bij alle ingewijden „de eeuwige Bruidquot;. Zij wonen in een deftig huis op de Keizersgracht en leven, behalve van de interesten van hun bijeengescharreld vermogen, nog ten koste van die dommen, die nooit uitsterven.quot;
.De eeuwige bruid?quot; vroeg ik verwonderd, „hoe moet\'ik da* verstaan ?\'\'
„Ja, mijn waarde, dat is eone zonderlinge geschiedenis, waarvan ge een blijspel zoudt kunnen maken. Het zou ook eens iets geheel nieuws zijn voor het tooneel of in een roman. Die eeuwige liefdeshistories met het slot „Zij krijgen elkaarquot; zijn schrikkelijk vervelend. Zoo lang de wereld bestaat hebben de vrouwen steeds getracht zoo spoedig mogelijk te trouwen, ten eerste om in een goede positie te komen, ten tweede om een bliksemafleider voor haar kwade luimen te hebben. Neen, dan prijs ik „de eeuwige bruidquot;. Haar streven is zoo lang mogelijk vrij te blijven, want juist daardoor maakt zij de beste zaken, en de kerel naast haar, haar pseudo oom, wordt er dik en vet bij.
„Minstens twee duizend maal is zij reeds verloofd geweest en heeft even zooveel mannen gelukkig gemaakt door hen niet te trouwen.
„Zij is van duitsche ouders te Amsterdem geboren en erfde, toen beiden vóór ongeveer twaalf jaar stierven, duizend gulden. Met dit kapitaaltje begon zij met den vent, die bij haar zit, de lucratieve zaak als ,eeuwige bruidquot; en thans bezit zij minstens zestig duizend gulden.quot;
„Heere, duister is der rede zin,quot; reciteerde ik.
♦
* ♦
Vóór twaalf jaar verschenen voor het eerst in de lokale bladen der noordelijke provinciën annonces, welke, met eenige wijziging, ongeveer van den volgenden inhoud waren :
„Ben jong, beschaafd meisje, wees. met vermogen, wenscht in
6
kennis te komen met iemand, die zelfstandig1 is of zich maken wil, om later een huwelijk aan te gaan. Offerten poste Restante R. R. Amsterdam.quot;
Nadat geheel Nederland was afgegraasd, wendde zich de „Firmaquot; op duitsch gebied, dat nog thans een goeden buit oplevert. — Na verloop van jaren heeft het jonge meisje der annonce zich in een geposeerd veranderd, of er worden opgaven van leeftijd bijgevoegd, D. v.: „In het begin der dertig, met groot vermogen, enz. En — het is opmerkelijk — jonge meisjes met vermogen zijn wel niet te verwerpen, doch „geposeerdequot;, eenigszins overrijpe meisjes met vermogen worden tienmaal meer begeerd dan jongere en daarom maakt ook onze beroepsbruid elk jaar betere zaken.
Psychologisch is de zaak zeer verklaarbaar. Aan een meisje op leeftijd bijten in de regel de oude ezels aan; uitgebrande vulkanen, goed gedresseerde vroegere mannen, die thans ongelukkige weduwnaars zijn, wien behalve het aangebrande eten ook het gemopper hunner booze wederhelft mankeert.
Nu is echter een ezel geen vos, en een echten ezel wordt dagelijks dommer.
Sedert acht tot tien jaar verschijnen deze annonces in duitsche bladen ; bij voorkeur in de aan Holland grenzende provinciën; zonder dat men evenwel de meer verwijderde geheel overslaat.
In de duitsche annonces is steeds bijgevoegd „van duitsche afkomstquot; of, „goed duitsch sprekend en met de duitsche keuken bekendquot; en ander dergelijk lokaas meer.
De „zaakquot; is nu in al die duizend gevallen op denzelfden leest geschoeid geweest en wordt nog zoo bedreven.
Men leze de annonce en men zal tot het resultaat komen dat de zaak zeer soliede is, en hoe slim het is ingekleed.
Waar ter wereld is een zelfstandig man van zaken, die geen vermogen kan gebruiken, en dan gaarne de vrouw in den koop toeneemt. En nu eerst de groote massa van diegenen, die gaarne zelfstandig zouden willen worden en wien het daarvoor aan de middelen ontbreekt.
Schilderen wij thans een geval uit den laatsten tijd en men kent het geheele systeem, zooals het van den beginne af aan in practijk is gebracht.
De annonce verschijnt steeds in vier tot zes couranten te gelijk. De plaatsen worden echter met slimme berekening zoo uit elkander gehouden, dat geen verwarring kan ontstaan.
7
De bij dozijnen inloopende offerten van trouwlustige mannen, worden door Oom Rinaldini en zijne Rosa zorgvuldig onderzocht. Daarop wordt uit elke plaats vooreerst een offer uitgekozen en kan de komedie beginnen.
Juffrouw Rosa schrijft aan ieder der reflectanten eenen brief van ongeveer dezen inhoud: — Van de talrijke offerten, welke op hare annonce ingekomen zijn heeft haar slechts de zijne het meeste bevallen. Een man die een eigen zaak heeft kan men toch wel het meeste vertrouwen.
Zij is den tijd der onrijpe dweperij voor de idealen romanhelden ontwassen, zij houdt meer van het practische.
Zeer bezwaarlijk zoude zij overgaan kapitaal bij de oprichting eener zaak te wagen, eene reeds bestaande onderneming echter, al ware dezelve nog zoo gering, kon met haar onmiddelijk te reali-seeren vermogen van ongeveer 100.000 Mark (60.000 gulden) een brillante toekomst tegemoet gaan. Als wees, is zij volkomen onafhankelijk, haar eenige bloedverwant is een oom, welke hoewel in den besten leeftijd, toch zeer lijdende is en wiens universeele erfgename zij eens zal worden. Oom is weduwnaar en sedert lang voert zij voor hem het huishouden. Daar zij niet van lange en soms onnutte correspondentie houdt vindt zij het wenschelijk dat men zich persoonlijk leert kennen! Te dien einde slaat zij voor, dat de heer naar Amsterdam komen zal; mochten echter zijne bezigheden zulks niet veroorlooven, is zij ook wel geneigd in begeleiding van haren oom, ten zijnent te komen. In het geval zich de heer tot het eerste bereid verklaart, zoo zal hij zoo beleefd zijn zijne komst eenigen tijd te voren aan te melden. Ooms hartkwaal noodzaakt hen soms tot plotseling vertrek naar Scheveningen of ergens anders heen. Zij zoude zich ook gaarne op de ontvangst van haren „waarden vriendquot; uit Duitschland inrichten, enz. enz.
De werking, welke de brief op den „eenig uitverkorenenquot; maakt, kan men zich licht voorstellen. Hij zond zijne offerte naar Amsterdam, zoo ongeveer of men een briefje in de loterij neemt; uit gekheid of, „om het eens te brobeeren.quot; Dat hij het groote lot zou trekken, daaraan heeft hij geene seconde gedacht. Hij is door zijn geluk bedwelmd. Over zijn geheele wezen is een schijn van geluk te zien, welke iedereen opvalt. Wel is het naar Amsterdam een beetje ver, maar iemand, die 100.C00 mark zoo voor het grijpen heeft, reist nog gaarne veel verder om de geeltjes te halen, zelfs als hij het geld daarvoor leenen moet.
8
Na dit voorspel begint het eerste bedrijf.
Onverschillig- of de „sukkelquot; naar Amsterdam komt of wel dat men elkaar ter halverwege ontmoet, de feiten blijven dezelfde. Oom Rinaldini is de beleefdheid zelf en juffrouw Rosa is één stuk overleg en beminnelijkheid, ja, zij legt eene zoo groote belangstelling voor de zaak van mijnheer „Sukkelquot; aan den dag, dat zij reeds plannen maakt, hoe met hulp van haar vermogen, de zaak het lucratiefste kan worden gedreven.
Jan Klaassen is natuurlijk in de wolken en reeds zoo zeker van de zaak, dat hij zich reeds als bruigom begint te gevoelen. Men amuseert zich, gaat uit lijden, naar den schouwburg, in concerten. Hij laat zich niet lompen. quot;Wel is hij te huis een recht spaarzame man en zijn bestaan in zijn stadje een zeer bescheiden. Toch heeft hij een paar duizend mark op de spaarbank en is genoegzaam van geld voorzien om voor een paar dagen fatsoenlijk te kunnen optreden. „Jan KlaassBnquot; vindt dien oom waarlijk een aardige man, daar hij uit zich zelf voorstelt dat het paartje toch wel eens eenige oogenbhkken alleen zullen willen zijn, hij gaat in dien tijd een paar uur voor zaken uit, en men zal elkaar zon en zoo laat, daar en daar treffen-.
Juffrouw Rosa spreekt nu reeds vrijer en weet door haar beminnelijkheid onzen sukkel geheel te betooveren. Dan prijst zij de goedheid van haren oom, en betuigt haar groeten eerbied voor hem. Zij is dan ook gewoon in alles naar ooms raad te handelen. Geheel in vertrouwen deelt zij hem mede, dat oom eigentlijk al een bruigom op \'t oog had; een zijner vrienden, die in zeer goeden doen is. Hij is ook wel een recht netten man, doch heeft zwart haar (sukkel is blond) en zwarte oogen, en zij is in dat opzicht zoo kinderachtig, dat zij zich niet aan het denkbeeld kan gewennen eenen man met zwart haar te huwen. Daarom heeft zij nog niet tot een bindend woord kunnen besluiten, hoewel oompje erg op zijne zijde is.
Het door deze „bandietenquot; fijn berekende doel van dit tête-a-tête is, onzen sukkel aan \'t verstand te brengen, dat hij zich dezen invloedrijken oom tot vriend moet houden en zijn beste beentje voorzetten om te zorg\'en, dat de .zwartequot; er hem niet uitknikkert.
Nadat oom Rinaldini weer terug is, wil juffrouw Rosa naar huis, zij is zenuwachtig en heeft een weinig hoofdpijn, een weinig rust zal haar goed doen. Tegen het souper, dat in een of ander voornaam restaurant gebruikt wordt, zal men haar weder komen af halen.
9
Nu is oompje met „sukkelquot; alleen. Oom schildert db deugden zijner Rosa met gloeiende kleuren ; waar ter wereld zoude zoo\'n engel in vrouwengedaante te vinden zijn, die niet et\'n gebrek had. al was het eene kleine zwakheid.
Zijne Rosa dat allerliefste kind is verzot op sieraden. Dikwijls verwijt hij haar dezen onzin, doch te vergeefsch. Wel is zij rijk genoeg zich dat tuig zelf te koopen, doet dit echter uit principe niet, zij meent dat zulke zaken eerst waarde bekomen wanneer men ze cadeau krijgt.
Hij heeft een vriend, die op deze zwakheid zijner nicht schijnt te speculeeren, want hij brengt haar elk oogenblik een kleinigheid, wel is waar zonder groote waarde, doch zij was er altijd erg mee ingenomen.
Onze sukkel knoopt dit in de ooren en vraagt \'s morgens aan den portier naar eeu juwelier. Als de spekzij 100 000 mark waard is, kan de worst al wat kosten
Voorzien van een kostbaar cadeau, begeeft hij zich naar hare woning om haar deze herinnering aan den schoonsten dag zijns levens aan te bieden. Oom is vandaag wel wat minder fideel dan gisteren, doch Roza geeft zijn hartkwaal de schuld.
Tot aan het uur zijner afreize amuseert men zich nog in verschillende restaurants en op het station. Kosa drukt hem nog eens de hand en beloofd spoedig te zullen schrijven. Met ledige beurs en een hart vol hoop, stoomt hij weder naar huis.
Morgen speelt zich hetzelfde af met den dien dag aankomende, twee dagen later met een ander, totdat het getal der uitverkorenen ten einde is.
Intusschen wordt met de voorgaande ezels, het laatste tooneel der comedie afgespeeld.
Bedenkt men nu dat deze aartsschurk Rinaldini en zijne Kosa deze comedie in hare verschillende afwisselingen steeds met ongeveer een dozijn mannen tegelijk opvoeren, alleen met dit onderscheid, dat al naar gelang van karakter, ontwikkeling, vermogen enz. de wijze van aanval der schurken met de grootste geslepenheid bijna dagelijks verschilt even als de voortzetting, zoo moet men toch onwillekeurig voor de groote menschenkennis, het doorzicht en de geweldige werkkracht welke voor de uitgebreide correspondentie gevorderd wordt, zoo het eene soliede zaak zoude betreffen, respect hebben.
♦
* *
10
Thans zijn wij tot het twende bedrijf genaderd.
Juffrouw Rosa schrijft aan mijnheer van Ezelenburg een zeer mooien brief, ongeveer van den volgenden inhoud:
„Zij heeft zich de zaak rijpelijk overwogen; wanneer hij met hare persoon zoo tevreden mocht zijn, als zij met de zijne, zoo zoude eene verbinding voor het geheele leven spoedig plaats kunnen vinden. Reeds nu gevoelt zij zich recht gelukkig; zou dit een ontwakende hartstocht zijn ?
Alleen oom is niet zoo recht tevreden, hij heeft zich nu eenmaal eene verbinding met zijnen vriend in het hoofd gezet.
Zeer te wenschen ware het dat „haar lieve vriendquot;, aan oom schreef en hem daarin beleefd om zijne voorspraak verzocht. Dit zoude zeer goed zijn, want de genegenheid van oom mag zij niet verliezen, daar zij van hem ongeveer 200,000 Mark hoopt te erven. Oom is wel een door en door goed man, maar met harfen ziel koopman en in geldzaken, zeer nauwkeurig, ja, bijna te nauwkeurig.
Van Ezelenburg is overgelukkig door Rosa\'s brief en den oom ten zijnen gunste te stemmen schijnt hem thans eene kleinigheid ; hij schrijft dus aan oom Rinaldini een roerenden brief.
De goede oom laat dan ook den gelukkigen „Bruidegomquot; niet lang in onzekerheid en schrijft hem ongeveer het volgende.
Hij heeft zijne nicht niets te bevelen : zij is meerderjarig en kan dus doen wat zij wil, hoewel het ook weder juist is dat zij niets tegen zijnen wil zal doen, daar zij zijne eenige erfgename is.
Als „koopmanquot;\' wil hij echter kort en bondig met hem spreken. Hij maakt dus eenen voorslag; het is waar, dat dezelve potsierlijk is, maar hij is nu eenmaal een rare snuiter, die zijn nukken heeft. „Dusquot; Waarde vriend, ik wil het huwelijk met Rosa tot stand brengen, zoodra ge wilt. Gij betaalt mij echter op den dag\' der verloving 1000 Mark. voor mijne bemoeiing en op den dag van uw huwelijk, krijgt gij dezelve van mij weder terug als huwelijkscadeau.
Zijt ge daartoe bereid, kom dan naar Amsterdam, wij vieren het engagement in eenen kleinen familiekring, daarop richt ge bij u t\'huis alles in om mijne nicht als uwe vrouw te ontvangen. Rosa\'s vermogen ontvangt ge op den huwelijksdag ter vrije dispositie.
Van Ezelenburg is echter niet geheel zoo dom als hij er wel uitziet. Hij overlegt de zaak met een paar vrienden en op hunnen raad antwoordt hij dat: „Ook hij man van zaken is en op het punt van geld zijne eigene ideeën heeft; de propositie van oom wegens
11
de 1000 mark wil hij accepteeren, wanneer hem vóór de uitbetaling dezer som, inzicht in den staat van Kosa\'s vermogen wordt vergund.
Het handelt minder om de hoegrootheid ervan, dan wei of het snel gerealiseerd kan worden, om tot uitbreiding zijner zaak te dienen.
Oom antwoordt daarop, dat hij met alles genoegen neemt, hij verzoekt dus telegrafisch bericht wanneer de „bruidegom\'\' komen zal.
Thans is van Ezelenburg zeker van de zaak; hij voorziet zich van 1000 en bovendien nog eenige honderd mark, die hij of uit zijn eigen vermogen neemt of van vrienden bij elkander pompt, zorgt voor een paar sieraden, waarvan zijne bruid zooveel houdt, en stoomt goeds moeds naar Amsterdam.
Hier aangekomen, vliegt hem, reeds op het station, Rosa om den hals. Men rijdt naar hare woning. Hier neemt oom hem mede op zijne kamer en laat hem Rosa\'s vermogen zien, dat belegd is in effecten, die onmiddelijk gerealiseerd kunnen worden, en een waarde hebben van ongeveer /\' 60.000. Later komt dan nog een heer en eene dame, zoogenaamde familie, en onder een glas champagne viert men de verloving van het jonge paar.
Bij de nu heerschende vrolijke stemming vindt oom dan wel een passende gelegenheid om den gelukkigen bruigom de 1000 mark af te troggelen.
Men gaat dan uit rijden, en, des avonds gevoelt Rosa zich van vreugde zoo zenuwachtig, dat zij niet mee naar het concert gaat, zooals afspraak was; toch staat zij er op dat haar „bruigomquot; met oom alleen uitgaat en oom meent ook dat de minnenden alkander later nog genoeg kunnen bewonderen; nu wil hij ook eens op zijne manier met Ezelenburg uitgaan.
Beiden gaan er dus „van door.quot; Eerst naar het Victoria-theater in de Nes. Dan pakt men bij Kras nog een paar flesschen van „de bestequot;. Oom is de beste, de fideelste kerel die er bestaat- Ezelenburg begint reeds „de hoogtequot; te krijgen.
Oom sleept hem dan nog door eenige lokalen in de Nes waar hij plotseling door een zwerm schoone „kellnerinnenquot; omringd wordt, die bestendig zijn glas vullen. Daar „oomquot; met een goed voorbeeld voor gaat, geneert hij zich ten slotte ook niet de liefkozingen der dames te beantwoorden. Kortom men is fideel, tot oom gt;s morgens zijn zwaar bedronken vriend naar zijn hotel brengt.
Daar Ezelenburg nog met den laatsten trein moet afreizen, telt hij
12
zijn contanten nog- eens na, koopt voor .zijnequot; Hosa een schoon cadeau, gaat naar hare woning, waar men nog\'eens in liefde en wijn zwelgt en ten slotte neemt men op het station, onder vurige kussen, afscheid. Met de belofte zoo spoedig mogelijk alles lot den ontvangst zijner dierbare kleine vrouw gereed te maken vertrekt Eze lenburg.
* »
*
Thans begint het derde en laatste bedrijf dat, althans voor Ezelenburg, zulk een aangenaam slot niet heeft. Hij meldt zijne „bruid\'\' natuurlijk, dat hij goed is overgekomen. — Geen antwoord. — Hij schrijft een tweeden en een derden brief. - Geen antwoord. — In zijnen angst schrijft hij aan „oomquot; of zijne bruid misschien ziek is. Weder eenige dagen. Geen antwoord! Reeds begint hij er over te denken naar Amsterdam te reizen. Daar : eindelijk een brief 1! ! Oom schijnt zelf geheel in de war te zijn ; hij schrijft „Een mooie boelquot;, Rosa weevt reeds eenige dagen. Toen hem dit is gaan vervelen, heeft hij ten laatste geëischt de oorzaak te weten. Toen heeft Rosa hem gezegd: Men had haar verteld, waar hij met haren bruigom geweest was! Iemand, die op zijn verloovingsdag in „zulke lokalenquot; gaat, verkoos zij niet te hebben Ooms verzekering, dat in de ge-heele zaak niets onbehoorlijks geschied was, gelooft zij niet en nu is met die stijfkop absoluut niets meer te beginnen !!! Nauwelijks heeft Ezelenburg dezen brief ontvangen of er komt weder een brief uit Amsterdam. In een paar regels deelt Rosa hem mede, dat zij hunne verlooving hiermede verbreekt, dat hij tevens alle verdere brieven sparen kan, daar zij eenige maanden uit de stad gaat.
Hoe het onzen Ezelenburg om het hart is behoef ik niet te beschrijven. — Hij schrijft een ellenlange brief aan zijne „innig gelief de fiosaquot;. — Geen antwoord. — Een tweeden — Geen antwoord. — Nu begint hij het land te krijgen. Hij schrijft een gepeperdeh brief aan „Oom Rinaldiniquot; en verlangt zijne 1000 Mark en de cadeaux terug.
Wonder boven wonder. Gom antwoordt werkelijk; het spijt hem zeer, maar hij kan er tot zijn spijt niets aan doen. De 1000 Mark heeft hij voor zijne bemiddeling eerlijk verdiend; dat hij niet in de gelegenheid is, deze som op den huwelijksdag weder als geschenk terug te geven, is Ezelenburg\'s eigen schuld. Met zijn galanterie tegen die dametjes in „de Nesquot; is hij toch ontegenzeggelijk veel
13
verder gegaan dan het voor iemand, die geëngageerd is, past. — Van teruggave der cadeaux kan toch geene rede zijn, dat zou klein-kinderwerk zijn.
Ten overvloede heeft hij bij een Informatiebureau onderzocht en toen is gebleken, dat de toestand der zaak niet zoo gtinsHg is, als hij (Ezelenburg) had voorgewend, terwijl tevens reeds eenige anonyme brieven uit zijne woonplaats waren ontvangen, schijnbaar van, dames welke beweerden dat hij daar reeds vroegere verplichtingen had.
Het verstandigste ware dus zich in zijn lot te schikken. Verkoos hij dit echter niet, zoo verklaarde oom Rinaldini zich bereid hem die 1000 mark te restitueeren, was dan echter genoodzaakt, tot verdediging van de eer zijner nicht en ook zijner eigene, de toedracht der zaak en de oorzaak van het verbreken van het engagement, in een daar verschijnende courant opentlijk bekend te maken. enz. enz
Tut dit uiterste laat Ezelenburg het natuurlijk nooit komen Tandenknarsend moi\'t hij zich aan zijn noodlot onderwerpen.
Ue sluwe berekening der beiden bandieten, Rinaldini en zijne Rosa, is bewonderenswaard.
Een man van zaken, die eene vrouw met geld wil huwen, zal zijne positie altijd in het voordeeligste daglicht stellen en wie spreekt niet eens tegen den een of anderen vriend, wanneer hij hoopt een goed huwelijk te doen.
Zeer licht wordt dit verder verteld-.
Benijders en stille vijanden; wie heeft die niet? — Welke man op rijperen leeftijd heeft niet al eens connecties met vrouwen gehad, welke aanleiding kunnen geven tot vrouwenpraatjes.
De schurk Rinaldini heeft natuurlijk noch geïnformeerd, noch anonyme brieven ontvangen. Ezelenburg heeft echter geene gronden dit te betwijfelen. Gesteld nu echter, dat hij op beide punten een gerust geweten, zoo kan hij toch den kamp met Rinaldini niet opnemen. Hij kan zich niet bespottelijk maken, hij mag niet dulden dat in een locaalblad, zijn avontuur in de Nes te Amsterdam in alle kleuren en geuren wordt publiek gemaakt. Zal hij daardoor zijn zedelijk en maatschappelijk bestaan in de waagschaal stellen? — Neen, dat nooit! Al zou het nog 1000 mark kosten. Hij doet dat wat de .\\msterdamsche bandieten, zeer juist, berekend hebben. Hij zwijgt, schrijft de 2 a 3000 mark op het verlies conto en is voorloopig van zijn trouwlustigheid genezen.
Deze schandelijke comedie wordt minstens driemaal per week
14
opgevoerd. Het knal-effeot is steeds hetzelfde, alleen de details wisselen af, naar gelang1 van de personen, die men voor heeft.
Rinaldini en zijne Rosa op de Keizersgracht te Amsterdam zijn daardoor snel rijk geworden.
quot;Wanneer de apostel Paulus deze geschiedenis had gekend, zoo zou hij gezegd hebben:
„Trouwen is goed — eeuwig bruid zijn is beter.quot;
EINDE.
Eerstdaags verschijnt:
M Hlliïl II ÏEMWOÏKKl,
ONTHULLINGEN
over den in- en uitvoer van meisjes
TE
.A. M S n.\'\' EJ IÉ. D -A. iVT.