VOOR HONDERD JAREN.
VOOR HONDERD JAREN
AFEREELEN UIT DE GROOTE j^RANSCHE f\\EYOLUTIE
DOOR
I. R. VAN DHR l.ANS.
i
.* *.
i* * gt;• ? \'X \' !
VJC.-ilo^ntv;, l\'i. 5?Kgt;ici1.vfioppij ■ Xilfiofi.\'fu- 3ffnjlt.i 11,-.
I NT II O U D.
liet nicHwJaarsgesclieiik des volks. — Optocht der drie Slaudeu ter kerke, - Kon herinnering van Mad. de Staël. — Opcniug der .Statcn-(ie-.icraal. — «Ziedaar liet slaclitotier.quot; ....
I).! .Nationale Verctadei-iiig. — De eed van de kaaf«liaan. — Min,beau tegenover den Koninjr. - „De omwenteling is volbracht.quot;.....
Irankrijks nationale feestdag. — Cu mille Dcsinonlins in hel ralnisltovai. — l\'arijs in opsland. De revolutie wapent zich. — jSaar de liastille!.....
De Hastille en haar bezetting. - De belegeraars. - De bestorming. Het «bolwerk vtm liet despotismequot; gevallen. Afgehomven hoofden op pieken, de zegeteekenen der overwinnaars
liet hof van Versailles na de verwoesting der Bastille, Houding der Nationale Vergadering, Orleans lis middelaar Insseheii den koning en de revolutie. De koning in de Natiunale Vergadering l.afa.vctfc commandant \'Ier Hurgcnvaclil. Jiiiillv mairt van Parijs • • . . ,
\\erlrek der prinsen — Toebt iles konings naar l\'ririjs. - Zijn inhaling oji liet stadhuis. — De driekleur je kokarde. Tcrugkomsl tr Versailk-s.
Moord van I onion e„ Ucrlhier. liet hart van Jierthier ver.-domlea. De misdaad gewroken. - De lijsten der verdachten. — De nmovers Overal gruwelen. Tenigroejiing van .\\eeker. Di- naeht van den 4« ii \\n^ii8tn.s ....
De vroiiwcnopstand. De vrouwen In de Nationale Vergadering. - De vrouwendepiitatie op het paleis.— De slaap van Lafavette. — Overrompeling gt;aii liet paleis, Ooupe-lêlcs, de vrijwillige, beul. Het koninklijk gozin naar Parijs gevoerd. ....
De eerste verjaardag der revolutie — Het gezantsehap van het men-rlielijk ;;,-,hi.\'hl. — Toe\'ierel.lselen op liet Marsvcld. - - Dc optocht der pieken, -- Het feest, der eeden.....
De opstand der rcgimenlen van \\anev. - De „knipvel,.quot; _ Markies de Bouillc. _ Heldendood van Desilles. — Hot bloedbad vim Namn
lubesla-ucming der lerkegoederen. De bur.erlijke eonMitiitie der geesleiijkheid. - Dc aee-lelijken weigeren den ivd. Van de lantaren de iwii inmirs: l)i- pastoor van SI Sulpiee
Vlquot;\'■|quot; ,aquot; .......klijk quot;,/iquot; \'l\'l|ilerieen. Toebereidselen en maatregelen van lionille - Teleur-
stellingen en misrekeniiuen - |)(. koniiig herkend door den poslmeesler van Saiutc-Menehould. Het koninklijk gezin te Varennes, _ De aanhouding. - Hij den kruidenier .i -e. - Keu bange nacht. -De vluchtelingen teruggevoerd. - In de Tuilen,,■„ tcnii-
10
ui
IV.
l\'J
VI.
.\'\'O
VIII.
1\\.
XI
C3
XII
UI.MlZ,
XIII. De konioi: gescliorit. — Klsch om afzetting .les kuimu- — Vcrzotkscln-ift ^elcekcnJ op het altaar des vaderlauds. — Afkomliging dor lirijirswet. lilncdlmil pp het .Marsvckl. Uicrcct te^ u lt;lc prirslcrs.
Oplucht der voorsteden naar ile Xationali; Vcrgadeilug. — De oproerlingen in ilc Tiiilcriecn. — Waardige hondijig des koning^. Toewijding van jnadanic J salxlh. — He koningin en hel gepeupel . . *11
\\|V. He stormklok in den nacht \\an den Hen Aiunstus Hel U^er van den opstand in aantocht tegen de Tuilei\'icen. — I \'c verdedigers des koning?. —- Generaal Maudat vermoord. — Nieuw revolntionnair bewiml op het staillmis. Het koninklijk gezin in «lood^gevaa;-. Il \'i zoekt eeli toevlucht in do Nationale Vergadering . .S
X\\ llestorming der Tnileriern. — Uitinoording der Zwitsers. — l\'lnndering van het paleis. — He koning
overgehracht naar den Temple. - Met koninklijk gezin in den kerker. — Cehed van madame Klisahetli. St
\\VI. Toehei iMilselen tot de Sqiteiubcrmonrdcn. - De „visites domieiliairesquot; (huiszoekingen). — Inheehtenisncmingen
hij duizenden. Danton, ile aanrichter van het Uloedhad, De volksrechthank.—Slaehting in de Vhhave, Ut)
XVII. llervattiiig van het hloedhad in de Vhhave. — Twee heldifljtin der kinderlijke liefde, — Slachting in het Carmelietcnklooster, — In het tuchlluns l.a Force. Madame De Tourzei gered. — He prinses de l.amhalle oniiehraeht. — Haar hoofd naar dcu Temple gedragen, licrekening van het aantal slaehtollers . . Ufi
XVIII. He Xiitioiiale Convenlie. Het koningschap afgeschaft. Afzondering des konings van zijn ïezin. Het verslag der commissie van vier en twintig. — De koning voor dc Nationale Conventie. — Zijn verdediging. Het doodvonnis
\\l\\ De koning verneentt zijn doodvonnis. I\'estamcut van [.odewijk \\\\l Laatste ontmoeting met zijn
... tl /ijn voorbereiding lot den dood. -• He tocht naar liet schavot. De koningnnoord . . H\'S
XX. Het schrikbewind in de provincie De dauphin aan zijn moeder ontrukt. Te koningin overgebracht naar de Coneicracric. — Haar verschijning voor dc revdotionnairc rechtbank. Haar dood . . . li.i
XXI. De republlkcinselic kalender. - Ontheiliging der kerken. - Dc katholieke godsdienst vervangen door den ccrediciist der iledc. Het. fee^t der licdc, in de kathedraal van l\'arijs. — Het schrikbewind van Uohes-pienv. - De kinderen van bodewijk XVI. - Dood van Mad. Kiisabeth. Danton op het schavot. -I eest van bet Opperwezen. -■ Val van Kobespiirrc...........
/OOR HONDERD JAREN.
i.
Het nieuwjaarsgeschenk dos volks. - Optcdit .l.-r drie Standen ter kerke, - l \'en herinnering van Mad deStaél — Opening der Stalen (J n, raai. — „Ziedaar het slachtoffer.quot;
|
indelijk is dan de dag aangebroken, dien mijn hart sindgt; lang \\ ci l)eiddc, en zie ik mij omringd van de vertegemvoordigers der natie, over welke ik hel mij tot eer reken te gebieden.quot; 1)iis begroette f.odew ijk di- X\\ Ie met al de gul held van zijn edel hart de vertegenwoordigers \\ an zijn geliefd volk op den gedenkwanrdigen Mei 1789, in het paleis van \\ ersailles, waar hij hen had saamgeroepen, om met hen te beraadslagen over de belangen van het gemeenst happelijk vader land. Wol was het een gewichtige groote dag voor liet koortsachtig bewogen I rankrijk, dat door eeuwen van groot beid en voorspoed overmoedig geworden, van de deugden der vaderen ont.iard, door den stroom der verderfelijkste dwalingen meegesleept, door ijdele voorspiegelingen verblind, in de laatste jaren slechts had gedroomd van een omwenteling, waardoor het, van alle knellende maatschappelijke banden bevrijd, op eenmaal /011 konten tot ee 1 ideale gouden eeuw van vrijheid, gelijkheid tn I roederschap. |
1 )ie omwenteling zon heden een aanvang nemen, de koning zelf er den eersten stoot toe geven. In tegenstelling met zijn onmitldcl-lijke voorgangers, die geen oor hadden gehad voor de klaenten des volks, was deze l.odewijk er slechts op bedacht, zijn volk gelukkig te maken, en het te bevrijden van die lasten, welke inderdaad te zwaar, en bij den opgekomen waan, dat men eigenlijk den hemel op aarde kon hebben, letterlijk ondraaglijk werden. (ïaarne wilde hij met zijn onderdanen in overleg treden, om vooreerst althans tot een verlichting en billijker verdeeling dier las ten te geraken. Sedert bijna twee eeuwen was het land zelf niet meer geraadpleegd over /iju ein\'eii belangen; in 1614 waren de Algemeene Staten voor het laatst bijeengekomen ; welnu, bodewijk had ze thans opnieuw saamgeroepen, en al zijn onderdanen uitgenoodigd, door de keuze van waardige vertegenwoordigers, het hunne bij te dragen tot de beste behartiging van de zaak dr-, \\ ulerlands, .,|tc koning heelt gewild,quot; dus luidde bet in den beschrijvingsbrief tot de verkiezingen, ,,dat lt;// zijn onderdanen zouden geroepen worden om mee te werken tol verkiezing der afgevaardigden, /ijne Majesteit heeft gewild dat van de uiteinden zijns rijks en van uit de minst bekende oorden, ieder verzekerd zou zijn, dat zijn wenschen en vorderingen tot hem z,tuiden doordringen.quot; Daarom was ook een bijzondere oprocpin gericht tot „alle goede en nuttige zieleherders. |
VOOR HONDK1U) JAKEX.
|
welke zii h van nabij en dagelijks met lt;lc lie-hoelten en met de ondersteuning des volks bezighouden en die nauwkeuriger zijn kwalen en beduchtheden kennen.quot; Daarom ook zouden de verkiezingen plaats hebben bij twee trappen, om ook den minsten gelegenheid te geven er aan deel te nemen ; niemand was er van uitgezonderd dan de bedienden, behoeitigen en bedelaars; het was een volslagen toekenning van het algemeen stemrecht, nog voor de revolutie den eisch daartoe had geuit. Kn opdat naast de van ouils bevoorrechte standen. Adel en (leestelijkheid, ook de Derde Stand, het eigenlijke volk, in billijker evenredigheid niet /it\'ii getalsterkte en beteekenis in s lands raadzaal zou vertegenwoordigd zijn, had de koning gewild, dat de afgevaardigden van den Derden Stand in gelijken getale zouden opkomen met die der b. ide andere standen. Dc nieuwe Staten (leneraal zouden twaalfhonderd leden tellen, driehonderd uit den Adel, driehonderd uit de feestelijkheid, zeshonderd uit den Derden Stand. Groot was de vreugde, welke die edelmoedige en vrijzinnige beslissing bij haar afkondiging in het begin des jaars had opgewekt. Men noemde /e het „nieuwjaarsgeschenk des volks,quot; / y r/rrniuw iln peuple, en ondanks de felle winterkoude gloeiden aller harten van dankbaarheid jegens den vorst, van hoop en geestdrift voor de blijde toekomst. Parijs tooide zich in ie ti.cht ; de politieke clubs jubelden, ijlboden werden uitgezonden om de heuglijke mare door bet gansi he land te verkondigen ; men rukte elkaar het |)apier, waarop ze gedrukt stond, uit de handen en door heel het overprikkelde frankrijk weergalmde maar één kreet; ,,l)e Derde Stand is verdubbeld! Leve do Koning\' Leve de Derde Stand\'. Sedert dien dag had het gansche land aan niets anders meer gedalt; ht dan de verkiezingen en de gewichtige vergadering, die voorgoed de belangen des vaderlands regelen zou, niet meer volgens eeuwenöude overgeleverde gebruiken, neen, volgens splinternieuwe beginselen, waarvan nog nooit de proef was genomen, maar wier toepassing daar u.is geen twijfel aan de schitterendste droombeelden \\.in geluk en grootheid zou verwezenlijken. Lu thans «aren de afgevaardigden des volks, met die van Adel en Geestelijkheid rondom den troon des beminden konings vergaderd, om onder zijn leiding het groote werk der hervorming te ondernemen. Daags Ie voren «as de g.msche vergadering in statigen optocht l mpelwui is getrokken om den zegen des Allerhoog-ten over den arbeid tot heil des vaderlands af te smeekeii. Na zich in tie kerk v,in lt; Miz.e Lieve- Vrouw verzameld te hebben. |
toog de driedubbele stoet, door den vorst en zijn hof gevolgd, vandaar naar de St.-Lodewijks-kerk, het heiligdom waar Lrankrijks koningen gewoon waren in het openbaar hun gebeden te storten. Voorop gingen de leden van den Derden Stand, advocaten, kooplieden, schrijvers, in eenvoudig zwarte dracht ; dan volgden de edelen in zijde en goudlaken, den met goud geborduurden mantel om de schouders, kanten om hals en armen en de w itte vederbos op den hoed ; vervolgens de geestelijken in toga en bonnet, dé prelaten in het purper, met de blanke roket omhangen. De koning, van zijn hofgezin omringd, volgde blootshoolds den gouden troonhemel, waaronder de aartsbisschop van l\'.iiijs het Allerheiligste droeg, /.ijn beide broeders, de graaf van Provence en de graaf van Artois hielden niet de hertogen van An goulOme en üerrv dc kwasten van het baldakijn Vast. Ken tallooze menigte, uit Versailles, Parijs en ver in liet rond saamgestroomd, verdrong zich aau beidé zijden van die lange processie, waarin heel Frankrijk met zijn koning opging ten gebede. Met was een treffend schouwspel en Vladame de Stad, die onder de duizenden toeschouwers behoorde, welke het van uit de vensters gadesloegen, verklaart het nooit te zullen vergeten. „Ik was,quot; zoo verhaalt zij, „aan een venster geplaatst bij Madame de Montmorin, de vrouw van den minister van Buitenlandsche/aken, en toen ik daar voor de eerste maal in frankrijk vertegenwoordigers des volks zag, gat ik j mij, ik beken het, aan de levendigste hoop over. Madame de Montmorin, wier geest zich door niets bijzonders onderscheidde, zei mii evenwel op beslisten toon, die zijn indruk op mij niet miste: „Le hebt ongelijk u daarover te verheugen ; het zal op groote rampen uitloopen voor Klankrijk en voor ons.quot; Die ongelukkige vrouw is op het schavot gestorven met een harer zonen, de andere is verdronken, haar echtgenoot is den 2cigt; September vermoord, haar oudste dochter is be, zweken in de ziekezaal van een gevangenis-haar jongste dochter. Madame de Baumont, een geestige en edelmoedige vrouw, is voor haar dertigste jaar van verdriet ten grave gedaald ; het gezin van Niobe is niet w reeder getroffen dan dat dezer arme moeder: men zou gezegd hebben, dat zij er een voorgevoel i van had.quot; Kn haar voorgevoel bedroog haar niet, ook vv it de rampen van f rankrijk betreft, welke zij op dien stond voorzag; want gelijk zij zelf, zon ook f rankrijk, als een nieuwe Niobe, het bloed zijner zonen en dochteren bij stroo men lt;ien vlo ien. Kr was nog een andere vrouw, welki; er dien dag een voorgevoel van |
TAl\'KRKKi.KX UIT DE (5ROOTK RKVOLUT1R.
|
had; het was de koningin, die aan de zijde haars gemaals meeging in den stoet, en die te midden van het gejuich der menigte plotseling verbleekte en wankelde, zoodat de prinses de l amballe haai moest ondersteunen. Die juichkreten toch golden niet \'s lands koningin; o neen, het verdwaasde volk had al zijn in~ wendigen wrok geladen op haar, de „Oosten-n\'jksche,\' door den scheldnaam van J\\fachtmc Dijicil als de bewerkster van Frankrijks schuldenlast geliramhnerkt, en het bewaarde een vijandig stilzwijgen op haar doortocht, /ijn toejuichingen waren voor den prins van den bloede, die in plaats van den troon te schragen, heulde met de opkomende revolutie ; voor den hertog van Orleans, den eervergeten l\'hilippe l-\'galité. De fiere dochter van Maria Theresia had zich echter spoedig vermand en thans, nu zij naast haar gemaal gezeteld is op de hooge estrade aan het oppereinde der zaal, onder den troon hemel met gouden franjes en blanke vederbossen, omringd van al den luister der aloude konings macht, is /ij weer de hooge landsvorstin, de steun van haar, helaas, te zwakken echtgenoot. beschroomd iaat bodewijk X\\ I de oogeu wei den over de ontzaglijke vergadering, die hem zoo even, toen hij, van wapenherauten voorafgegaan en van rijksgrooten omstuwd, binnentrad, wel met een geestdriftig ,,l,eve de koning!quot; heeft begroet, maar die vorschend en wantrouwig het oog O)) hem gevestigd houdt. Aan zijn rechterhand zitten de afgevaardigden der feestelijkheid in lange rijen geschaard onder de Ionische kolommen, die het gewelf .schragen, vanwaar, door een ovale opening, met witte taf gedrapeerd, een plechtig getem perd licht Op de vergadering nederdaalt. Ter linkerzijde zetelt de Adel en vóór hem breidt zich de Derde Stand uit, met zijn zeshonderd afgevaardigden, somber voor zich starend op die koninklijke pracht, welke hun geen ontzag meer afdwingt, maar veeleer verbittert, wijl de eerbied voor het gezag is verdwenen, /.ij mokken er nog over, dat straks bij het binnentreden der zaal voor Adel en (leestelijkheid de beide \\leugeldeuren wijd werden geopend, terwijl de afgevaardigden des volks door een achterdeur hadden moeten binnendringen. Maar daar staat de koning van zijn zetel op, ile koning van wien men wel weet dat hij den Derden Stand niet opzettelijk en met ver nederende bedoeling zal achtersteilen. I )e herin,-lijnen mantel golit hem van de schouders, maar niet met hooghartigen trots verheft hij zich in den koningsdos: geen indrukwekkende majesteit, neen goedheid, helde voor zijn volk spreken uit het helderblauwe oog en de open, blozende trekken. .Minzaam als een vader, die zijn kinderen begroet, neemt hij den vvitgepluimden, van diamanten Rinkelenden hoed af en spreekt zijn volk toe met de recht uit het hart gevloeide woorden : |
„hindelijk is dan de dag aangebroken, dien mijn hart sinds lang verbeidde, en zie ik mij omringd van de vertegenwoordigers der natie, over welke ik het mij tot eer reken te ge bieden. Kr was een lange tijd verstreken sinds de laatste bijeenkomst der Staten-(leneraal. en ofschoon de bijeenroeping dier vergaderingen in onbruik geraakt scheen, heb ik niet geaarzeld een gebruik te herstellen, waaruit het koninkrijk een nieuwe kracht kan putten en dat de natie een nieuwe bron van geluk kan openen. De staatsschuld, reeds ontzaglijk bij mijn troonsbestijging, is onder mijn regeering nog aangegroeid : een kostbare, maar eervolle krijg is daarvan de oorzaak geweest, en net noodzakelijk gevolg was een vermeerdering van lasten, die de ongelijke verdeeling daarvan nog scherper heeft doen gevoelen. Een alge-meene ongerustheid, een overdreven begeerte naar nieuwigheden hebben zich van de geesten meester gemaakt en zouden ten slotte de meeningen geheel in verwarring brengen, wanneer men zich niet beijverde die vast te stellen door een bijeenkomst van wij/e en gematigde mannen, In het vertrouwen hierop, mijne heeren, heb ik u hier bijeengeroepen en ik zie met waardeering dat dit vertrouwen gerechtvaardigd is door de bereidwilligheid, die de beide eerste standen getoond hebben om van hun geldelijke voorrechten af te zien. De hoop, die ik koesterde, al ile standen vereenigd in gevoelens, met mij te zien samenwerken tot het algemeen welzijn van den staat, zal niet worden teleurgesteld.,..quot; Met welwillende aandacht luisterde de vergadering toe i men wist dat de koning meende wat hij zeide. I n niet eerbied en zichtbare aandoening leende ook de koningin het oor; zij gevoelde dat bodewijk voor hen beiden sprak en op haar als landsvorstin de plicht rustte hem bij de volvoering zijner zware taakte steunen. De koning herinnerde verder aan de bezuinigingen, die reeds waren ingevoerd, stelde verdere maatregelen tot verbetering der financiën in het verschiet, deed een beroep op de voorzichtigheid en het beleid der vergadering, op de oude liefde van f rankrijk jegens zijn koningen en beloofde van zijn kant alles wat een land verwachten kan van zijn vorst, die de „eerste vriend van zijn volkquot; is. „Moge, mijne heeren.quot; zoo besloot hij, „een gelukkige eensgezindheid heerschen in deze vergadering, en dit een voor altijd heuglijk tijdstip worden voor het geluk en de welvaart des rijk.: Dat is d- vvensch mijns harten, do |
VOOR llüNDl.RD JAR! N\'
|
vurigste mijner beden, lt;1;U is eindelijk het loon, dat ik verwacht voor de eerlijkheid mijnei^bedoelingen en voor de liefde tut mijn volk. Heel de vergadering barstte in luidf toe juichingen los oj) het vernemen diei koninklijke, vaderlijke woorden. Het hart des konings had gesproken en weerklank gevonden in het hart zijns volks: beiden begrepen elkaar in dat heerlijk oogenblik, nu alle grieven sni.-ncn vergeten en 1 rankrijk zich weer met vol ver trouwen scheen over te geven aan de leiding van het koningschap, bier vertegenwoordigd 111 een vorst, die, eenvoudig en gemoedelijk bij al den luister der kroon, door heel zijn optreden toonde, dat zijn hart niet aan grootheid hing. maar slechts klopte voor zijn \\olk. Want, gelijk I.amartine zegt, „beminde hij het volk evenzeel uit overeenkomst van geaardheid als uit plicht zijner positie. /00 het volk rechtvaardig was geweest en hot hart des konings zich door het grove en onbevallige zijner per-soonliikheid had kunnen baan breken, zou l.odeuiik XVI met me r recht populair zijn geweest dan Hendrik IV ; dtvr toch w.is voor alles soldaat, maar 1,odewijk X\\ I was een volksman meer dan eenig koning uit zijn geslacht en missc hien meer dan eenig man in zijn rijk.quot; Maar het volk \\\\a.. niet rechtvaardig, en zoo het in dit heilig oogenblik van roerende omhelzing. als het ware, tusschen vorst en volk, de liefde zijns konings recht deed wedervaren, was dit slechts het werk cener edelmoedige, maar voorbijgaande vervoering. Nog was Lode wijk niet gezeten, uf reeds «as de geestdrift als damp vervlogen; een schijnbaie beiizaling was voldoende geweest om de zoete begoot heling der eensgezindheid op eens te vei sten en. Terwijl de koning weer plaats nam, had hij den hoed opgezet; zou het thans alleen den beiden eersten standen vrijstaan zich in zijn tegenwoordigheid het hooid te dekken, ot mocht ook de Derde Stand van dit voorrecht gébruik maken? In geen geval mochten edelen of bisx hoppen meer iets op hun medeburger , voorhebben, en zoo enkelen hunner den hoed opzetten, haastten zich tal van afgevaardigden ,les volk dit vooral gelijktijdig te doen, Het was een oogenblik van aarzeling, van uitdaging en verwarring, waarin al de smeulende grieven op een • in lichter laaie dreigden te ontv lammen, I )e koning bem rkte hel en al om 1 ■ looti n hoe weinig hij zelf aan die vormelijkheden hechtte, hoe hij bereid was al wat zijn volk verdeelde ter zijd \' te stellen, zette hij den hoed weer af en smoorde zoo het twistvuur in de eerste vonk. Het was thans bet oogenblik niel om ovi 1 ijdclen voorrang tc tu istcii \\ men was s.kuh |
komen om de belangen te bespreken van het gemeenschappelijk vaderland. 1-rankrijk zou vernemen, welke plannen zijn koning koesterde voor de toekomst, welke hervormingen bij vvenschte in te voeren tot heil des lands. Bij monde van den rijkskanselier werd het volle-i dig en doortastend programma meegedeeld, waarin heel de edelmoedige ziel van I,odewijk XVI zich uitstortte voor zijn volk. Vooreerst bracht hij in herinnering wat gedurende zijn nog korte, maar vruchtbare regeering reeds was tot stand gebracht voor de welvaart en grootheid des rijks: de vrijheid dei zee vei overd door een alom zegev ierende vloot, d ■ vrijmaking van Amerik 1 met opollering van goed en bloed bevorderd ; pijnbanken en lijfstraffen afgeschaft; «Ie lijfeigenschap opgeheven ; handel en nijverheid bevi ijden beschermd ; openbare werken, kanalen en havens aangelegd, bezuinigingen ingevoerd tot iu de persoonlijke uitgaven des konings, en de lasten van het landvolk verlicht. Na deze billijke hulde, die het geweten des konings zich zeiven gerustelijk brengen mocht en die de vergadering dan ook slechts een goedkeurend en dankbaar gemompel kon ontlokken, volgde de uiteenzetting der hervormingen voor de toekonisl. Het was de lang gedroomde omwenteling, die de koning zelt thans ondernemen ging. Al de vraagstukken, j in de laatste jaren zoo luidrm hlig opgeworpen, werden een voor één b sproken \\ al de kl,n h-ten, nu t zooveel misnoegen geuit, onder.\',ocht ; al de ei ■chen, zoo stout en onbeschaamd zelfs g.. leid, zooveel doenlijk ingewilligd. lt; Hei leg met de natie in zake van belastingen, gelijkheid der standen voor de wet, opbeffmg van voorrechten, alsehaffing van misbruiken, cijnshefling op de landerijen van adel en geestelijkheid, vrijheid i van drukpers, verzachting der rechtspleging, i kortom al wat de teugfllooze vrijheidszucht zich gedroomd had, werd door den koning toegezegd, en het verleden sprak hier borg voor de toekomst, In de id/ucis, door de vertegenwoordigers de-, volks hier ter v ei g,e lei ing meegebracht, konden geen eischen meer gesteld I zijn die niet reeds door de koninklijke beloiten waren voorkomen. Wat kon 1-rankrijk nog nre i verlangen ? I leb,is, het wilde geen vreedzame, geleidelijke i omwenteling, maar de revolutie door bloedig geweld; geen vrijheid maar teugelloosheid; I e- vergeefs verklaarde bier hel koningschap, in den persoon van den besten der vorsten, zich bereid tol alles wat een volk slechts van zijn koning verlangen kon. Tegenover den koning stond Frankrijk, verpersoonlijkt in Mirabeau, volgens het woord van Caiiyle „don type l\'ranschman van dat tijdperk, gelijk Voltaire |
|
het was van het voorgaande.quot; Tegenover l.odewijk X\\ I, de goedheid en gulheid /.elf, verhief zich, box en de rijen der volksvertegen-wuordigers uit, een andere koning, de verwoede volksleider met liet breed, brutaal, pokdalig gelaat en de woeste leeuwenmanen, die bij het binnentreden des konings had uitgeroepen; f \\\'quot;i/a ta viclimc, ziedaar het slachtoffer.quot; Mirabeau, de \\\'erloopen edelman, die om zijn schandelijk gedrag door zijn eigen stand was verloochend, en nu bij het volk bevrediging zocht voor zijn onverzadelijke eerzucht; Mirabeau, die vervuld van den bittersten wrok tegen de maatschappij, welke het botvieren zijner vilde hartstochten belemmerde, gezworen had haar omver te werpen; Mirabeau, die geen gezag meer erkende noch in den hemel noch op aarde, - - d;\\t was de man, wien frankrijk gehoor zou scheuken liever dan zijn vorst; dat was de Barabbas, dien het verkiezen zou boven den zachtmoedige. Kn naast Mirabeau, den geweldigste van allen, die met zijn donderende stem weldra de onstuimige volksvergaderingen zou o ver heer sc hen, stonden er nog velen, die evenals hij weldra het verblinde Frankrijk zouden opzweepen tot de grofste gruwelen, waarvan de geschiedenis gewaagt. |)aar stond de abbé Siéyès, de plichtvergeten priester, die in plaats van liefde en vrede te prediken, het land had opgeruid door zijn onbeschaamden kreet: „Wat is de Derde Stand? Niets,— Wat moet hij zijn? Alles?quot; I \'aar stond ook reeds Robespierre, mager en geelbleek van afgunst en nijd, daar stonden Dan ton en Marat, bestemd om de werktuigen der rev olutie te worden in haar dolste razernij |
en als geeselen (!ods over frankrijk te woeden, tot een strafgericht over zijn ongerechtigheden. Dit waren dan de vertegenwoordigers des volks, de „wijzeen gematigde mannen,quot;op wier beleid en eensgezindheid de koning een zoo roerend beroep had gedaan; dit waren de afgevaardigden der natie, onder wier medewerking hij zijn welgemeende hervormingen wilde invoeren en een vreedzame omwenteling tot stand brengen. IJdele begoocheling: Lodewijk XVI had gedroomd de weldoener zijns volks te zijn, en bij monde van Mirabeau riep dat volk, in blinden drang jagend naar de gewelddadige revolutie: Voila la TUlimc! |
II.
Dc Nationale Vergadering. — De eori van de kaatsbaan. — Mirabeau tegenover den koning. —
„De omwenteling is volbracht.quot;
|
ij hebben gezien hoe volk ■ii koning tegenover elkander stonden bij de opening der Staten-Generaal; zien wij thans hoe het eenige weken verder redevoerde en decreteerde naar willekeur en inuir hartelust, in blinde opgewondenheid, opgezweept door hartstochtelijke leiders en aangevuurd door de toejuichingen van het dweepziek publiek der tribunes ; adel en geestelijkheid telden niet meer mee, dan in zoover zij zich, door bedrieglijke geestdrift meegesleept of dooide omstandigheden gedrongen, aansloten bij den Derden Stand, sinds den i;1-\'2 juni alleen ,,de Nationale Vergaderingquot; uitmakend. liij de opening der Staten (Generaal had de koning een beroep gedaan op de eensgezinde samenwerking der drie standen. Helaas, hij giste niet dat hij in hun midden een twistappel wierp, die het voorwerp zou worden van den bitteigt;ten strijd, waarin alleen de Derde Stand, als de sterkste in getal, kon zegevieren. Hij had niet uitgemaakt of de drie standen, gelijk van ouds, elk afzonderlijk, dan wel als écu vcreer.igd Parlement zouden vergade.en en stemmen. Aan het beleid der Staten-( leneraal zeiven had hij overgelaten, dit gewichtig punt te beslissen. Maar het was te voorzien dat dezen daaromtrent nooit tot overeenstemming zouden geraken. De Derde Stand eischic een gezamenlijke stemming per hoofd, wel begrijpend dat hij alsdan door zijn numerieke ovenuacht de beide andere standen gemakkelijk overheers» hen en dus alleen het heft in handen zou hebben. Maar adel en geestelijkheid begrepen, dat alzoo f rankrijk geheel zou overgeleverd zijn aan de |
1
xv,lgt; ei\'quot;. sol11,)cre\' quot; \' \' grauwe, regenachtige morgen.
2
Dof en znaar hing de lucht boven V.Tsailles; er was iets drukkends, iels benauwends in dm dampkring alsof er iels vreesdijks broeide. I n inderdaad rr /on dien dag het was Zaterdag de 20« Juni 1789 - een uitbarsting losbreken, die nicl enkel frankrijk, neen heel 1 nropa tot in zijn grondvesten zou schokken en waarvan de nawerking tot in onze dagen zou w orden gevoeld.
I r zou dien dag geen plechtige zitting der Si.iten (ieneraal worden gehouden, gelijk den 5«quot; Mei. Integendeel, de vergaderzaal was gesloten en gewapende troepen bewaakten de locgangen tot het gebouw. Maar toch zou er een vergadering plaats hebben, wier besluiten heel het land door zouden weerklinken, een vergadering zonder den koning en buiten de .1.1 nzu nlijksten des lands om, maar die toch over het lot des lands zou beslissen. Sinds \\cr-( heidene weken reeds beschouw de de Derde Stand zich als uitsluiteiid gerechtigd om Krank-Plk de wet voor te schrijven ; hij beraadslaagde,
I\'AFF.RF.KLKN UIT DF. CROOTK RF.VDLl\'TiF,
|
democratie; dat geen aanzien of waardigheid, geen kennis of bevoegdheid meer zou hebben mee te spreken, maar dat alles zon afhangen van de grillen van den woesten volkshoop. Het was geen onwil om met de vertegenwoordigers des volks in overleg te treden ; integendeel de algemeen vrijzinnige geest, die allen op dat oogenblik bezielde en tot een ideale gelijkheid dreel, spoorde velen aan, den Derden Stand broederlijk de hand te reiken, en reeds van den aanvang af toonden 114 leden der feestelijkheid en 47 leden van den \\del zich bereid, gemeenschappelijk met de afgevaardigden des volks te vergaderen. Doch dekoelsten en voorzichtigsten, zij die zich minder dooiden edel moedigen drang des harten lieten mee-sleepen en in de schoonklinkende vrijheidszangen reeds het gebulder der aanstormende revolutie meenden te hooien, bleven aarzelen en weigeren. Men wist daarbij niet hoe de koning zelf er over dacht; of men al dan niet naar zijn wensch zou handelen, door de oude orde der Drie Standen overhoop te werpen. De goedhartige vorst, die in rustiger tijden ongetwijfeld het geluk van een dankbaar volk zou hebben uitgemaakt, miste de wilskracht om in deze hachelijke verwikkelingen een doortastend besluit te nemen. Hij weifelde steeds tusschen zijn goedheid, die hem tot toegeven noopte, en de vrees dat hij in zijn toegevendheid te ver mocht gaan tot schade van het koninklijk gezag. Hij aarzelde tusschen de raadgevingen van ministers als Necker, die hem tut inwilliging van de telkens stouter eischen der volksleiders aanspoorden, en de waarschuwingen van zijn hol, zijn gemalin en zijn beide broeders vooral, die van die bereidwilligheid het ergste vreesden. Zes weken waren met nuttelooze onderhandelingen tusschen de drie standen voorbijgegaan ; met eiken dag werden de vergaderingen van den Derden Stand woester en onstuimiger, en ten laatste besloot deze, van de beide eerste standen eenvoudig geen notitie meer te nemen en, ofschoon juist (ie helft der Staten-tleneraal uitmakend, zich zeiven te verklaren tot i/e Nationale Vergadering, buiten welke geen alge vaardigde meer zon meetellen. I let eerste werk van die eigenmachtig optredende vc-lksvertegenwoordiging was, te decreteeren dat alle tot dusver geheven belastingen onwettig «aren ge weest, dat zij echter voorloopig nog, krachtens toestemming der vergadering konden geïnd worden, doch slechts zoolang de zitting duurde. |
I hans meende de koning eindelijk tusschen-beide te moeten komen en liet afkondigen dat hij op Maandag, den 22en juni weder in persoon de Staten (ieneraal zou komen voorzitten en dat wegens de toebereidselen tot die koninklijke zitting het vergaderlokaal tot zoolang zou gesloten zijn. Maar daarmee lieten de volksvertegenwoordigers, die zes weken lang gesproken en gehandeld hadden alsof er geen koning en geen Staten-(ieneraal meer bestonden, zich niet afschepen; en schoon het besluit des konings alom door herauten was bekend gemaakt en de voorzitter der vergadering, liailly een lutdrukkelijke kennisgeving ontvan gen had, togen toch op den genoemden Zaterdagmorgen al de leden der Nationale Vergadering als gewoonlijk naar het zittingsgebouw. Daar kwamen ze voor gesloten deuren; het was den president en zijn secretarissen alleen vergund, hun papieren te krijgen : de overigen konden buiten wachten in den regen. Dat was te veel voor mannen, die zich hadden uitgeroepen tot de uitsluitende vertegenwoordigers van Frankrijk, die Iniiten koning of hoogere standen om het land een splinternieuwe staatsregeling geven zouden. Hoe! zou de koning hen beletten te vergaderen: Wat hadden zij zich om zijn besluiten en afkondigingen te bekommeren ! Zonden zij zich in hun gewich-tigen arbeid laten storen, omdat de koning goedvond het gebouw met zijn soldaten af te zetten! Dat nooit, dan liever vergadering gehouden onder den 1 dooien hemel, in regen en wind. „(laan we naar Marly (daar bevond zich het koninklijk gezin, in rouw gedompeld door het verlies van den zevenjarigen kroonprins, slechts weinige dagen geleden aan het vorstelijk ouderpaar ontvallen), gaan we naar Marly Iquot; riep de een, „en houden we daar vergadering onder de vensters van het paleis, opdat de koning zien moge, hoe wij ons om zijn bevelen bekreunen.quot; „Neen, naar l\'arijs!quot; riep een ander, „daar zal het volk ons met open armen inhalen !\'\' Fn inderdaad was de bevolk ing der hoofdstad, door oproerpreekers als Camille Desmoulins en consorten genoeg bewerkt, om eiken revo-lutionnairen stap dolzinnig toe te juichen. Doch waartoe zoover te loopen ; was er dan geen ander lokaal meer te Versailles te vinden ? De eerste de beste zaal was immers evengoed als het van \'s koningswege aangewezen gebouw. „De natie,quot; riep liailly, de president uit, „veredelt alles wat zij bewoonl !quot; „Ja, ja, antw oordde de hoop, „elke ruimte, die ons haar muren opent, zal zich hooger verhetten dan dit paleis, dat het despotisme voor ons gesloten houdt.quot; Fai in ordeloozen, woesten optocht, met heilige gebaren en opgewonden gezichten, dooien h-elen oploop van volk omringd, trok die Nationale Vergadering door de straten van Versailles om naar een onderkomen rond te zen. ,,lgt;e kaatsbaan!quot; had een dei vroede |
VOOR HONDERD JARKN
|
heeren geroapen, en ja, «Ie kaatsbaan was inderdaad het aangewezen lokaal voor een vulksverto\'emvoordiging, die mei d\' Itöogsl\'. belangen des lands als met kaatsballen zou spelen en eindelijk met de edelste hoofden zon kegelen om den koning. Do kaatsbaan was beschikbaar, de eigenaal ontv ing de heeren allerdienst vaardigst ; hij wilde stoelerquot; en tafels binnenbrengen, opdat het bureau er /ieh ten minste voeg/aam kon in-stalleeren. Doch waartoe al die omslag VpOf r. n bijernkoinst, waar eenvoudig geredevoerd on spektakel gemaakt hoeft te worden? Ken paar schragen zijn immars voldoende vooreen kwakzalver om een heele markt te oversc hreeuwen. Kn wat is het meer clan kwakzalver-lawaai, dan holle, luidruchtige declamaties, waarvan straks de/e kale wanden zullen daveren ? Hals over kop dringt alles de kaatsbaan binnen; een woeste volkshoop volgt de alge-vaardigden en vecht om een plaatsje te veroveren in deze geïmproviseerde raadzaal. In oen oogenblik is de heole ruimte gevuld; op de «\'alv-iijon, in do vensters, llt;»t in hel «Ijk. zit alles vol volk ; men klautert tegen de kolommen op en in de netten, die in het rond zijn gespannen. /00 groot is de opgewondenheid,quot; dat zelfs een tachtigjarige afgevaardigde zich binnen laat dragen om deel te hebben aan die hartstochtelijke lgt;t looze vrijheuls/urht rijdt door de leden. I Mar sj tafel en vaart uit over aangedaan ; tien, twintig onstuimiger dan de ander, de onbeschaamdheid nm beweren, dat de kon in töoging. De teugelallen als een koorts iringt Bailly op een den hoon, de natie sprekers, de een al razen en tieren tegen hel despotisme; zij Staten l ieneiaal |
vergaderingen ook maar voor een dag te schorsen, quot;/ij zullen vergaderen en vergaderd blijven tegen alle koninklijke bevelen m. Met een eed zullen zij het bezweren, en weldra wordt under daverende toejuichingen een verklaring voorgelezen, wier plechtige bewoordingen als ironie klinken in den mond dezer overspannen revolutiehelden. „De Nationale Vergadering, overwegende dat zij, geroepen om de staatsregeling vanhctiijk te Vestigen, de herschepping der openbare orde te bewerken en de ware beginselen der monarchie te handhaven, door niets kan worden belemmerd in haar beraadslagingen, waar zij ook quot;odvvongen is die te houden, en dat overal waar baar leden vereenigd zijn, de Nationale \\ ergaclering is, bepaalt dat al de leden dezei vergadering aanstonds den plechtigen eed zullen zweren, nooit uiteen te gaan, en overal samen te komen waar de omstandigheden dit vereischen, tot de constitutie des koninknjks tot stand gebracht en op hechte grondslagen quot;evestigd is; en dat als gezegde eed is algt-fegd, al de leden en ieder in het bijzonder door hun handteekening dit onwrikbaar besluit zullen bekrachtigen.quot; r.ailly, de president, zweert het eerst, en daarop leggen allen, door dezelfde dweepzieke geestdrift\'meegesleept, in zijn handen den eed af. Slechts één in tie heele vergadering laat zich niet door tien algemeenen vrijheidsroe, overheeren en toont moeds genoeg, om alleen togen die zeshonderd verdedigers vande,,vvaie beginselen der monarchiequot; voor het recht des konings op te komen. Het is Martin d Aucli, die met luider stem den eed weigert, hoe zijn collega\'s ook door geschreeuw, bespotting en i gewoTd pogen hem van zijn stuk te brengen, r.lk verklaar,quot; zei hij bedaard, „dat ik geloof niet te mogen zweren, besluiten uit te voeren, j die niet door tien koning zijn bekrachtigd. Dat was ongetwijfeld overeenkomstig de „ware beginselen der monarchie,quot; waarvan do .gadering straks zoo hoog opgaf; maar de \' ■lijkheid toonde, daarvan word als een waanzinnige \'emeene bedvvehv.ing van die in werk •onuen te zijn man, doord •■ekreten. In de ak mt den vrijiieidswaan, zag niemand een monarchie no naar noi in hoe men /(ju behoeven te v ragen het goedvinden van den monarch, die ; wel tegen overmorgen de vertegenvvoor-ors van zijn volk rondom zich had saam-geroepen. /00 zwoer dan de Nationale Xorgadermg dien geriichtmakenilen eed van do kaatsbaan, h- sa ment dn jeu dr /gt;itiimc, van niet uiteen te -aan „voor de constitutie van ^\'ranktijk op hoc hte grondslagen gevestigd was.quot; en behoorde derhalve, als die eed mo t gehouden woiaiei\', |
taM\'Rkkurr T)k grooti-: rf,vo[,( tir
|
hel oogenMik no- vt-r^iulcnl le /iju ; u nu (iinslitillic \\an I rankrijk i , ihrms, na hun-(lord jaren, nog zoo weinig op hechte grönd-slagen gevestigd, «lat de Kamers, voor de zooveelste maai, u eei druk he/ig zijn de grondwet te herzien. \\ an dat oogeiiblik was er reitelijk in Frankrijk geen |ikiats meer \\iior den somcrein; in zijn plaats liad zich, als vertegenwoordigster van het souvereinc volk, de Nationale AvVgadering gesteld. Wat baatte het dan ook ul de koning nogmaals de Si,uen ( leneraal om zich verec-mgde, of hij alles toez.eide wat ma, r met mogelijkheid kon verlangd .worden ? Men wilde geen toezeggingen, waar men alles eigenmachtig nemen kon. Zelfs de weldaden van den vorst heetten aanmatigingen. Om, zijn goede woorden bekommerde men zich even weiniquot; als om zijn bevelen, en toen dan ook na atloop der koninklijke zitting de vorst de vergadering gebood rustig uiteen te gaan en adel en geestelijkheid eerbiedig aan dat bevel gehoor gaven, bleef de Derde Siami weer spannig zitten. „Hebt ge het bevel des konings niet gehoord ?\' vroeg de groot-ceremoniemeester. ,Jk (lt*nk niet dat de Nationale Vergadering een beye\' van hem ontvangen kan,quot; hernam liailly koeltjes. I\',n (!• onsininii^, • .\\Iira])eau (k |
voegde er, drifiig lusschenbcide tredeml bij: • ■/•eg aan degenen, .lit\' u gezonden h: lgt;ben, dat quot;ij hier zijn krachtens den wil des volks en «\'j met van hier zullen gaan. dan gedwongen door het geweld der bajonetten.quot; , \'n . woorden, door de aanwezigen luide toagejtucht, lag levens oen nllda-ing.\' j.aat de koning bcprocyen ons met zijn soldaten uiteen le jagen, als hij durft, wilde eigenlijk Mirabeau zeggen, en dat de vergadering het met hem eins was, blijkt hieruit dat zij, op zijn voorstel, onmiddellijk de onschendbaarheid van ieder afgevaardigde decreteerde, zoodat elk koninklijk ambtenaar, die een hand naar hen mocht tiit-sleken, als verrader des vaderlands moest beschouwd worden. Zooveel eerbied voor het koningschap toonden die mannen, welke voor een paar dagen nog gezworen hadden, de ware beginselen der monarchie te handhaven. Kn tijdens de koninklijke zitting waren hun blikken dan ook veel minder op den koning gericht, dan wel op de plaats van zijn eersten minister, die ledig gebleven was. Hieruit maakte men op, dat Necker de zijde van den vorst verlaten en de partij des volks gekozen had. Dat was voldoende om hein tot in de wolken te verheffen, en daar het gerucht liep, dat hij zou aftreden, werd onder lüidi\'tichtig misbaar geëischt dat hij zou aanblijven. bedreigingen en verwenschingen «eergalmden door de tuinen en gaanderijen van het paleis; voor den minister daarentegen, die zijn vorst in den steek liet, had men slechts toejuichingen en huldebewijzen ; men bad en smeekte hem, toch aan deu wensch des volks gehoor te geven en zijn plaats naast den koning te behouden. Kn Necker, wiens ijdelheid niets liever weuschte, liet zich gewillig aanleunen, dat hij met edele zeil verloochening zijn besluit aan hel verlangen des volks ten offer bracht. Kon tie koning zich minder edelmoedig toonen dan de minister? Ook hij gaf dus quot;aan hel algemeen \\ erlangen gehoor en verzocht den minister te blijven, ja op diens aansporing gebood hij thans uitdrukkelijk aan edelen eu geestelijken, die zich tol dusver nog niet bij den Derden Stand hadden aangesloten, zich onmiddellijk met dezen le vereenigen. Zij gehoorzaamden, hoewel met bange vrees voor de gevolgen, en zoo was dan die veree-niging (lei drie standen verkregen, waarop de Derde Stand zoo luid en zoo hardnekkig had aangedrongen. Ook hierin had bodewijk tot-gegeven, opnieuw toonende dat hij alles overhad om vrede te houden met zijn volk. Nu de koning zich zoo nederig gebogen had voor hel sonvereine volk, kon het wel weer een toe juiclnng lijden. „I.eve dc koning:quot; weerklonk net inbelend onder zijn vensters. Hij moest ophet balkon verschijnen; ook de koningin moest zich vertoone-n aan het juichende volk; zij hiel den kleinen troonopvolger omhoog, en heel Versailles weergalmde van de juiclikreten, waarmee de opgewonden menigte hel vorstelijk gezin begroette. Dien avond was hel feest, volop feest in Versailles; heel de stad straalde |
VOOR HONDKRD JARKN
|
in sihiitcrunik\' vcrlilt; hün^ : /iiiyu-ndf st liaren trokken langs de straten en de vreugdedronken vriiheidsdwepers wensrhten elkaar geluk met den uitroep; ,,Oe oniwenteling is volbracht. De revolutie is geëindigd !quot; Sommigen waren iu hun blinden waan onnoozel genoeg er de iiildmkking bij te voegen, die de geschiedenis met bittere ironie heelt opgeteekend : „Deze omwenteling is het werk der philosophie, zij zal zonder een enkelen druppel bloecis ten einde gebracht worden.quot; |
Dat zullen wij zien! |
in.
Frankrijk i n.iiionAle !■ lt; ..nnillc lgt; snvniiii
Do ievolutie wapent /,icli.
in het P.iI.»is-Koy.il. Naar do Hastillel
Parijs in opstau.i,
|
tcgeiiwoonng ilea i-i1» juli Parijs komt, t ilf Wede stad in bonten feestdos gehuld; in alle si raten steken in twee eindelooze rijen de driekleu-, gt; 4 rigu vlaggetjes «it; alle openbare ge-l)oii\\ven prijken met vlaggentro-peeen en feest ver ■leringen: rondoni hel gedenkleeken der revolutie iip de ,/c /.j Réptih/uiur heffen kolossale \\ eneliaanschc masten hun wapperende wimpels hoog in de lui.ht; overal eerebogen; overal pa-ladeerende troepen of schoolbataljons, overal klinkt de Mtvsrilldisc en des avonds schittert de wereldstad in het licht van tienduizenden lampions. Waarom al dat feestvertoon, al die luidruchtige beweging? De straatventers, die u met alle geweld een medaille ol een bloemniikertje op de borst willen hechten, roepen het op alle hoeken uit: fc\'/e. /ur/wna/c, * am laag is het I rankrijks nationale feestdag, en neemt ge een dagblad ter hand, zeker is het dat ge aan het hoold daarvan een opgewonden artikel zult zien. waarin met hoogdravenile bewoordingen en twiutig uitroe]iteekens betoogd wordt dat op dezen heuglijken dag de kluisters der ontboeide meiischheid zijn gevallen en voor Frajikrijk en heel de wereld de gulden zon der vrijheid is doorgebroken. t W |
Wat wordt dan op dezen 140 van Juli herdacht? (la;in wij honderd jaar terug en wij zieu ditzelfde lachende, feestvierende l\'arijs als van woeste duivelen bezeten; in plaats van wimpels op masten zien we bloedige hoofden op pieken rondgedragen. Doch om ons dien schrikkelijken dag, dien d/i lt; h itr in al zijn gruw zaamheid voor oogen te stellen, dienen we nog twet- dagen terug te gaan, tot op Zondag den 1-,C|1 juli r7cSi), en ons te verplaatsen in den tuin \\:iii het /\'d/iiis iïoya/, het paleis \\an den prins Egalité, waar sinds lang de revolutie hof-hield. Orleans, de prins van den bloede, die als een overgegeven lichtmis, zijn naam, zijn eer, zijn vermogen, alles te grabbel gooide voor het gepeupel om dit te winnen voor zijn eerzuchtige revohitieplannen, had zijn tuin, dien haaien lusthof, omringd van vorstelijke galerijen, opengezet voor alle outuig, straatzangers en lichtekooien, maar vooral voor de volksredenaars en revolutiepredikers, waarop hel dolzinnige l\'arijs verzot was. liet l\'ahtis met zijn deftige colonnaden, zijn vijver en boschjes was een soort van Volkspark geworden , met dil verschil dat het er vrij wat lus-tiger en vroolijker toeging, dan in de planken |
VOOR I inXDFiR!gt; JARFA\'
|
keet van Domela Nieuwenhuis; want er werd niet alleen brood uitgedeeld - het was toevallig een .slt; hmal jaar, dat weinig koren had opgeleverd, maar des te meer koren op den molen der volksopruiers - maar ook wijn en sterken drank gesi honken, en de oproerpredikaties wei den afgewisseld met zang en «lans. Daar werden de revolutionnaire oploopen en straatsrhandalen beraamd, die in de laatste weken telkens l\'arijs hadden opgesclirikt; daar werden de soldaten getrakteerd en omgekocht, opdat zij hun wapenen nooit tegen het oproerige \\olk zonden keeren, maar voor de rev olutie /oudeu strijden tegen den koning en zijn leger. lt; )p dien bewusten Zondag dan, tusslt; hen elven en twaalven, toen het lieve leventje daar weer m vollen gang was, kwam op eens een jong meiiM h met een bleek, hartslot htelijk ge/a ht en wilde haren binnengestornnl met den kreet: „Te wapen! te wapen! Ken heel leger is tegen Parijs in aantocht om het neer te schieten en uit te moorden; /e staan al met kanonnen klaar j o)i het Mansveld. Seeker heeft zijn ontslag gekregen. We moeten dus ons zeiven redden, Te wapen\', te wapen! \' i\'.n zeil het voorbeeld gevende, haalde hij een paar pistolen uit den /.ik, als om zn h tegen de denkbeeldige vijanden des volk- te weer te stellen. Want die v ijanden bestonden enkel in zijn verbeelding. Wel stonden op het Maïsveld eeltige afdeelingen troepen opgesteld om in het «lageiijks rumoeriger l\'arijs de rust te bewaren ; , wel waren verschillende regimenten rondom Versailles suamgetrokken, vooral Duitsdie en /.witsersche huurtroepen omdat de Fransche j soldaten, na de omkooperijen van Orleans en andere aanstokers der revolutie, niet meer te 1 vertrouwen waren. Maar het was algemeen bekend, dat allen het strenge consigne hadden, geen burgerbloed te vergieten. Doc h het liehtgeloovige volk luistert alleen naar den opgewonden spreker, die op een talel gesprongen is en met heftige gebaren staat te jammeren over het verraid, dat tegen het weerlooze volk wordt gesmeed, nu het van zijn eenigen beschermer Seeker berootd is en weer geheel is overgelev erd aan de willekeur van den despoot, die te Versailles zetelde. Inderdaad bad de koning, door de raadslieden in zijn omgeving anngespoord, gemeend zich van zijn weinig vertrouwbaren minister te moeten ontdoen en dezen zijn ontslag gegeven in een briet, waarin hij hem voor bewezen diensten tlank zeide, maar tevens ook aan niet gehouden beloften herinnerde. Volgens den heetgebakerden spreker wn . fj:■ dweepzieke lt; nnille l)esTnouliiigt;. een verlo«gt;pen jong advot.j.u was lu;t ontslag van Xecker met an«lers dan het seiu tot een nieuwen l\'.utholomcusn.u ht. \\1 de lei«lers lt;ler rev olulie |
zouden gevat en in de Bastille geworpen, zoo met zonder proces afgemaakt worden. 1 anj.. zou worden leeggemoord d(.)or de huuihngen van het despotisme, en telkens herhaalde bij, als waanzinnig van angst, den kreet ,, 1 e wapen te wapen!quot; waarvan weldra heel het Pulais-Royat weergalmde. „Wij moeten ons gezamenlijk te weer stellen tegen het despotisme,quot; ging hij voort, „wij moeien een herkenningsteeken hebben, een kleur, die ons vereenigt, groen, dal is de kleur der hoop, de hoop op bevrijding uit de dwin L\'elandij, Hier is de groene kokarde, ous onderscheiilingste-ken . Vlet scheuide hij i t n blad van den kastanjeboom, waaronder hij stónd, slak hel zich op den hoed, rukte al de groene lakken af, die in zijn bereik waren, deelde ze links en rechts uit en in een oogwenk prijkten :il zijn hoorders met de nieuwe kokarde. Juist brak de zon door de betrokken lucht heen; bet bekende kanon v.m het l\'dhr\'s h\'oyiil, dat eiken mkldag om twaalf uur, door middel van een brandglas, waarop de zonnestralen vallen, vanzelf vvonlt afgevuurd, brandde los. en ilit schol knalde als liet sein tot den opstand. „ Te wapen 1 te wapen ! klonk het als dol ■ zinniL\': door den tuin, w aar de menigte niet elk uur toenam. Al de bezoekers fier theaters en vermakelijkbeden in het rond sloten zich aan rondom de sprekers ot de zangeis, die levo-lutionnaire liederen uithaalden, en de opgewondenheid groeide tot waanzin, toen een liiidruc.hlige eroep niet de borstbeelden van Orleans en Seeker kwam a,ingedragen, die ze nt een wassenbeeldenspel bad gehaald en met rouvvtloers omhangen, ,,1 eve Seeker! leve |
TAKKRKELKX UIT I)K GROOIT, RKVOLn iK
17
|
Orleans\'quot; galmde het uit duizend opgetogen monden. De heelden van die weldoeners des volks moesten in optocht door Parijs worden rondgedragen; al het volk in en om het /\'alais Koyal sloot zich aan bij den stoet, die aan elke straat, aan elk kruispunt aangroeide tot een ontzaglijken onoverzienharen menschen-stroom, die voortgolfde langs de boule\\ards! alles meesleepend wat hij op zijn weg ontmoette, alles in zich opnemend wat uit zijstraatjes en achterhuurlen kwam toegevloeid, en een leger vormde, dubbel verschrikkelijk in de duisternis van den vallenden avond en waartegen de huurlingen van het despotisme, zoo zij Werkelijk in last hadden gehad, het volk met geweld te keeren, weinig zouden hebben uitgericht. Zij wachtten zich dan ook wel, tussehenbeide te komen : verschrikt en besluiteloos zagen de officieren den woesten volkshoop voorttrekken, onmachtig dien geweldigen stroom te stuiten, te meer wijl hun manschappen eer geneigd waren zich bij de tierende menigte aan te sluiten, dan er met de wapenen tegen in te gaan. Slechts een vijftigtal Duitsche ruiters poogden door een charge met de sabel in de vuist nabij de riiilerieen de opeengepakte schare uiteen te drijven, (levaarlijke poging! Onder den kreet „men vermoordt ons!quot; stootquot; alles links en rechts den tuin der Tuilerieen in, in de duisternis struikelend over stoelen en banken, radeloos van schrik en opgewondenheid. Ken oud man raakte onder den voet en kreeg een sabelhouw, vrouwen vielen in zwijm, angstkreten en hulpgeroep weerklonken in de duisternis, schoten knalden en in het wilde vloog alles langs de verschillende uitgangen den tuin uit, overal door de stad den nood kreet herhalend: „liet volk wordt vermoord! Ie wapen! te wapen!quot; liet heette dat een grijsaard, om genade meekend, in koelen bloede wagt; afgemaakt, dat er met kanonnen op het volk was losge brand: kortom, dat de troepen des konings heel Parijs wilden uitmoorden. Die geruchten, in de algeineene ontsteltenis opgevangen en door de volksopruiers met op/et verergerd, hadden zoo weinig grond, dal nog dien zelfden na( ht de troepen Parijs verlieten en den weg naar Versailles insloegen. De bevelhebber uaagde het niet een hand tegen de oproerige hoofdstad uit te steken, alvorens nadere beve len te hebben ontvangen. Maar dat belette niet dat heel Parijs, rade loos van angst, op de been bleef om zich tegen de denkbeeldige moordenaars te ver we len. Men trok n.iar het stadhuis, drong onder \\ woest getier het gebouw binnen, luidde de alaimklok, en eiscMe; „Wapenen! wapenen!\'quot; |
l en vijftiental kiezers, die in een zaal vergaderd zaten en zich op eens door het razend gepeupel zagen omringd, leverden den schreeuwers een driehonderd vijftig geweren over, die zich in het gebouw bevonden, en met die wapenen verspreidde zich het volk bij groepen in verschillende richtingen, dezen naar hel Pci/aix AVn//, waar een twaalfhonderd soldaten zich onder den kreet „Leve de Derde Stand!quot; bij hen aansloten, anderen de verschillende stralen in, overal schrik en omzeiling verspreidend. Kr waren op dat oogenblik duizenden men-schen in Parijs, die wij thans „werkloozenquot; zouden noemen, allerhande soort van volk, dat gedurende den strengen winter, dien men achter den rug had, in de hoofdstad een goed heenkomen had gezocht, aangelokt door de groote werken, opzettelijk door \'s konings regeering ondernomen om hun arbeid te verschaffen. Alleen op den heuvel Montmartre waren er een twintig duizend bezig en zeker waren er nog evenveel overal in de stad verspreid. Die volksmenigte van verdacht allooi speelde ongetwijfeld de grootste rol bij de buitensporigheden, welke Parijs vervulden in dien rumoerigen nacht, waarop echter een nog onstuimiger dag zou volgen. Reeds vroeg inden morgen riep de alarmklok, op alle torens geluid, het uit een onrustigen slaap opgeschrikte Parijs opnieuw te wapen. In den nacht had men reeds de tolkantoren aan de poorten verbrand, het klooster St. Kazare geplunderd en verwoest. I\'hans gold het, altijd onder het geschreeuw om wapenen, het gebouw Gui Ji menh/c, waar men wist dal verschillende wapenen uit den voortijd werden bewaard: bijlen en hellebaarden, pieken en degens uil de meest verschillende tijdperken en soms van historische waarde. ..Dit alles behoort aan het volk!\' riep men, bestormde hel gebouw, maakte zich van den heel en voorraad meester, zoodat zelfs de degen van koning Hendrik IV en twee massief zilveren kanonnen, een geschenk van den koning van Siain aan Kodewijk XIV, werden voor den dag gehaald om dienst te doen als wapenen der revolutie. Ken andere troep had het tucht huis ld /\'\'o/ic opengebroken en al het daar opgesloten geboelte als een zwerm stormvogels over de stad losgelaten. Overal werden de winkels van wapentuig of wat als zoodanig dienst kon doen geplunderd en de smids hadden geen handen genoeg om alle metaal wat maar te krijgen was tol bijlen en pieken om te smeden. De straten werden opgebroken, barricaden opgeworpen, elk huis in een vesting veranderd, alles om de troepen des konings Ie weren, die naar hel heette^ al in aantocht waren |
13
|
„m l\'.irijs te vuur in tv /.w;Kir(l U: vcnvoestu . In elk der /tslig .listri, ten, u.iann dc hoot^ siikJ voor de verkiezingen verdeel.! was, uud tvn . „mite van kiezers „pgeru ht in verbind.ni; met het centraal . omite, dat zich leeds vrotg i„ den murgeli op het stadhuis had K^onm „m te waken voor de veiligheid del bang bedreigde stad. Rondom hel stadhuis stroomt nog onophou-dcliik alles samen, wat een wereldstad m gis-tiiv uit achterbuurten en steegjes aan gespuis vin allerlei aard kan bijeenbrengen. Het voor 1,\'lein staat sol volk en slechts met moeite kunnen de boden, door het centraal comité naar ,1,- verschillende wijk comités uitgezonden, zu h een wog banen door het woestr ^edi^iii;. centraal comité is op het oogenblik het eem-\' Jtezac binnen Parijs; het handelt alsof er geen \'„verheid meer bestaat, en plechtig laat dat gelmpniv iseerd bewind het besluit al kondigen, dat ..aange/icn de wanordelijkheden «ie on-middellijke oprichting van een Tarijsche militie vorderen, er zonder verwijl zulk een kriigsinacht zal worden ingesteld ; die militie , ,1 bestaan uit acht en veertig duizend man, verdeeld in zestien legioenen; elk der zestig districten zal zijn aandeel van 8oo man leve-u n I )e kleuren, waaraan men die verdedigers der gt;iad herkennen zal, zullen zijn ruo.l en blauw overeenkomstig het wapen van i .mis. Met daverende toejuichingen wordt die al kondiging begroet, evenals een tweede besluit, volgens hetwelk onmiddellijk een deputatie zal quot;quot; worden afgevaardigd naar den koning te Versailles, om zijn goedkeuring op den ge nomen maatregel te vragen en tevens te eischeu dat alle troepen uit den omtrek zullen vei dvvijncn. Parijs wil alleen meester zijn ; de revolutie zal /ic.h tot de tanden wapenen, maar ile koning moet, van zijn leger berooid, weerloos gemaakt worden, opdat het oproerige volk met hein kunne spelen als met een pop. In alle wijken werd het besluit van hei centraal comité met gejubel ontvangen en op •t i,mden voet de nieuwe krijgsmacht gerga niseerd. \\an liefhebbers om zi. h in haai ge lederen te scharen ontbrak het met; alles .torm.K naar dc comité\'s om zich te laten inM hriiven en binnen een paar uren had u tler disirii t een bende, ver boven het gevorderde aantal manschappen. |
Maar nu deed zich de behoelte aan wapenen nog sterker gevoelen en telkens luider en dringender weerklonk de kreet; „(quot;.eelt ons ua penen; we moeten wapenen hebben. De president van het centraal-comité, De Flesselles, werd radeloos onder dat telkens vvoestei geschreeuw ; hij schrikte terug voor de vreese-lijke gevolgen van het werk, waartoe hij do hand geleend had ; iu den grond had hij mets tegen den koning en aanschouwde met angst, van de trappen van het stadhuis, den steeds aanwassenden vloed der revolutie, lt;lie lic( Parijs zou overstelpen. Mij trachtte de vrageis met uitvluchten af te scbepen ; nu eens zei lm, dat hij in den loop van den dag twaalt duizel \'I geweren wachtende was. dan weer verwees nij de vragers naar het Kartuizerklooster zeggende, dal daar wa] lenen verborgen waren. 1 oen men, na het huis der vreedzame monniken het onderstboven té hebben geworpen, met leege handen moest tenigke. reii, begon men De Messelles te wantrouwen; er werd van verraad gemompeld, en de menigte hielp zic.i zelf. Men wist dat er vaten buskruit op het stadhuis geborgen waren. De deuren wen jen ingetrapt; met woest geweld baande men zuh een weg naar de bergplaats, sommigen met de geladen\' pistool in de vuist, lerwijl een vonk voldoende zon geweest zijn om de heele wijk de lucht te doen vliegen. \\1 het knul: werd rondgedeeld, en de arme Hesselles duiide bij de woede van bel gepeupel het stadhuis met meer verlaten. Hij sliep er dien nacht zijn laatsten slaap. . , . /„o liep de i v Tuli ten einde, zoo gmg ook onder steeds stijgende opgewondenheid de nacht voorbij. De 14e Juli brak aan. de dag die thans nog als de eerste van het gouden tijdperk dei vrijheid wordt gevierd. Welk nu uu uitzinnig denkbeeld was er nu weer, gedurende den onrustigen nacht, uitgeluoeid 111 die \\ei-hitte hoofden, welke, nog slechts . roomden van revolutie, ueweld en gruwelen .•gt; Reeds l.ij het krieken van den dag was du denkbeeld geopperd en als een elelt; trische vonk oNetge-sprongen van het eene uiteinde van I anjs tot het indere. Men had nu wapenen, er moest dus gevochten worden, zoo niet tegen heiver 1 leluingsleger des konings, dat zich nog met het zien. dan desnoods tegen een steenhoop. De nas/Utc riepen de volksoprmers van het rahus li,naL de dat bolwerk van het despotisme moei vallen ! |a, ja, de herhaalde het gewapend gespuis uit eenen moiul, «eg met de Baslillc! |
tbo
De n.,stille eu luar Wzettinp. - De bel-Rcmrs. - De bestorming - Hel .bolwerk vin bet d-spotNme\' gewillcn. — Algi lioiiw. n boorden op pieken, de lt;5gei:ek«».i d r overwinnaars.
|
lierlei schrikwekkende genu blen waren ^ ^ in den laatsten ji/ tijd rondge- |
l\\ strooid over de Bastille, die eeuwenoude, sterke citadel van Parijs, welke sedert lang tot staats-gevangenis diende en . men verhaalde, de meest aarsrhe gruwelen binnen dikke grauwe muren verborg. \\ erscbillende op-roerpreekers, Mirabeau o.a., hadden wegens misdrijven, die zeker up hel oogenblik, onder ile ge/egende heerschappij iler vrijheid evenzeer gestraft met die gevangenis kennis gr \'naakt ; en dat toch niet dat moordhol was, als hetwelk /ij ze alschilderden, kon zeker hieruit blijken dat die staatsgevaarlijken in den echten zin op hel oogenblik gezond en wel oproeren geweld konden preeken. (lelijk later blijken zou bevatte die geduchte inoordspelonk thans zeven L1 gt; \\angeuen, waarunder vier veroordeelden \\\\i* gens valschheid in geschriften. Maar de JhisHUc was cx\'ii geweldig steenen gevaarte, dat het lichtgeloDvige volk onl/ag inboezemde en waaromtrent men het de ijseiijkste dingen kon wij-maken. Ze w as omringd met wallen en poorten de negen voet dikke muren waren met schietgaten doorboord en daaruit gaapten de manden van kanonnen. Kr was geen twijfel aan of die kanonnen zouden weldra dood en verderf braken over Parijs ; van tiit de Pastille zou de koning het volk bestoken en de hoofdstad jilat-schieten. I)waze inbeelding, door de volksopruiers met hun dweepzieke declamaties opgewekt! I )at gewaande bolwerk van het despotisme, hetwelk de hoofdstad zoo moorddadig heette te bedreigen, had een bezetting van twee en tachtig invaliden. slechts versterkt door een handvol /.wil sers, in het geheel een honderd twintig man. l\'.n hoe weinig hun bevelhebber geneigd was, zijn geschut op het volk te richten, was nog voor enkele dagen gebleken, toen in de voor stad St. Anloine, onder de vuurmonden der liastille, een heelc fabriek door het gepeupel was vernield, zonder dat er één schot uit de i itadel was gelost. Zells had men in den af geloopen nacht niet eens geantwoord op de geweerschoten, waarmee de vijandelijkheden tegen de bezetting reeds geopend waren. De gouverneur dei liastille, de grijze De Datmav, bepaalde zieh streng tol zijn taak. het bewaren der hem toeverlrouwde veste. Met hel oproerig Parijs had hij niet le maken; dil lag builen zijn iuslrucli.s, en 10^*11 daa ook |
Voor ikjarkn
|
een dcpulali. \\.nl liet la,thuis kvvam cis. hen, j (Uu 11ii i\\r kanonnen, «lir op df -tml gericht uaren. /«n inluilen, gat lui gewilh- aan (bt verzoek gehoor, ja, een anderen alge\\aar(ligde uit het aanstrooniende volk liet hij /elfde\\ei-sierkingen onderzoeken en nam hem mee tot de \'tinnen der torens, om het wantrouwen der l\'ariizenaars gerust te stellen en tien te ovei tuigen dal hij niets tegen de stad in het sctiild voerde. Maar het razend gepeupel, dat in dotle-zwermen van alle kanten kwam aangestormd ver j stond geen rede: de üastille moest vallen; men zou niet heengaan vóór men op de jMnn-hoopen den vrijheidsdans had kunnen dansen, l\'ii aanhoudend groeide de gewapende, scliveeu-wende en tierende menigte aan; het wenl een woeste zee, waaruit zich «le grauwe steenklomp ,ler üastille als ren steile rots verhiel. Nooit ongetwijfetd had de eeuwenoude sterkte zulke 1 hek-\'eraars ouder haar muren gezien ; gespuis in lompen, wetgekleedc t.nrgers en zelts lieden van goeden huize, soldaten, die hun vaandel in den steek hadden gelaten om zich hij de quot;ctederen der revolutie aan te stuiten, manschappen van de nieuwe stedehjke militie, kortom het bontste mengelmoes van volk met wapenen van allerlei aard, van de roestige degens uit het (lcinle nuiiblc al lot de indei haast gesmede pieken toe, dezen met geweren, genen met sabels, anderen met knotsen ol bijlen, atleu het oog gericht op die muren en torens, de vuurmonden uitdagend die den opeengi nakteu hoop ats kalquot; hadden kunnen uiteen-blazen, wanneer de gouverneur gewild had. Maar hij hoopte zonder bloedstorting de vtMc t,- bewaren; de ridderlijke krijgsman, die zeker niet verlegen zou hebben gestaan, wau nrn- een ujandelijk leger de Itustille had om smgeld, aarzelde zijn geschut te richten op de volkMuenigte. Hij kon niet vermoeden, waartoe deze aanvallers in staat waren; hij wist met ,1,1 „p dit/ellde ..ogenblik een toonielooz.e \\ (gt;1 kshoop bel U.Ui-hh-* overrompelde, elkander (lo(»lt;l drong lt;»i» de trappen en in de donkere kelders, in het duister elkander de wapenen uit de hand rukte en eindelijk zege-v ieren.1 aftrok met 30.000 buitgemaakte ge-weren en twintig kanonnen. Weldr;» /ag luj die ra/ende bende op liaar hem t toni/ loopen legen de liastille; het scheen dat de kokende volks/.ec de heele citadel onder haar (instuimige golven bedelven zon ; maar zulk een steenklomp laat zich met om-vei\'loopen ; achter baar dubbele gracht is de liastille (inloegankeliik en de gcweei kogels stuiten als knikkers af op de ijzerharde muren. Intu- dien komt de list het geweld Ie hulp ; twee jonge -uuiters uit de buurt, van kimlsbeen af m-T de plaatselijke onisUndighedcn vertrouwd. |
klinunen op het dak van een buis, nemen \\andaar bun sprong tot op den buitemmiur en laten zich zoodoende op het slotplein vallen . twee oudsoldaleu volgen hen en met bijlslagen verbrijzelen zij nu de kettingen, waaraan de ophaalbrug hangt. Met donderend geraas stort de zware brug neer, zoodat ze van den schok een paar voeten om-hoog springt; een man wordt er onder verpletterd, oen ander verminkt. Doch wat gaal dit het dolle gespuis aan? ()nder woest gejuich stormt het de brug over en het jilein op, maar sluit hier op een tweede gracht, terwijl nu ook uit de schietgaten een hagel van kogels over de hoofden der biunendringemle menigte vliegt. \\igt; poogt de slotvoogd zijn aanvallers te sparen, maar toch worden enkelen gewond en het gezicht van hun bloed drijft het volk lot razernij ; hel koelt zijn woede voorloopig aan het huis van I gt;e I .aunay, op hel buitenplein gelegen, dat weldra in vlammen opgaat; zoo worden ook enkele wagens, die op het plein stann. in brand gestoken; de beele bas-lille hoopt men aldus in de asch te leggen, althans de bezetting door de vlammen tot overgave te dwingen. Maar voorloopig hebben \' de belegeraars zelf den meesten last van den verslikkenden rook, die gevoegd bij de w olken kruitdamp, Inm het gezicht beneve t eu de keel toewringt; weldra moeten ze ze t weer pogen den brand te blusseheu. De brandspuiten uit de voorstad nikken aan en trachten niet alleen het vuur uit te «loeven, maar dooide slangen op de torens te richten ook hel kruit daar onbruikbaar te maken. Als de rook wat Optrekt, ziet men het plein bezaaid met dooden en gewonden, deze door een kogel nel rollen, gene door zijn eigen wapenmakkers m bel gedrang vertrapt. I)al schouwspel blaast de woede lol nieuwe felheid aan. Opnieuw komen vers, he benden strijders aangerukt; een zeshonderd soldaten onder aanvoering van den officier l\'.lie en een nagenoeg gelijk getal manschappen van de nieuwe stedelijke militie, met een reus van een kerel, Hiillin, een bleeker van beroep, aan hel hoofd. Kanonnen worden aangesleept en op de tweede brug gen. hl, om ook deze le doen vallen; alles tevergeefs, de üastille schijnt onneembaar en onverpoosd hagelt haar geweervuur op de bestormers ; pogingen van weerszijden aangewend om tol een vergelijk le komen, mogen niet meer balen. In zijn dolle woede is het volk voor geen rede meet vatbaar. ..Wij moeten de Hastille hebben! klinkt het telkens woester. ,, IH; liastille moei ons zijn. Hoe dal looneel naar waarheid schetsenquot; ,,Misschien gaat het mens.helijke vermogens te boven,quot; /egt Carlvle, „de belegd mg der Pastille te bescUvijvcn.quot; |
I
TAFERKELKX UIT DK (5ROOTK RFA\'OT.l TIK
21
|
Te midden van dien wilden strijd komt op eens een jong meisje, een kind van zestien jaren, vol angst, maar onverschrokken aangesneld. Haar vader is commandant der artillerie op de liastille en zij wil in het doodsgevaar aan zijn zijde staan. Met hangende haren en uitgestrekte armen baant zij zich een weg door den woedenden volkshoop; met door tranen verstikte stem roept zij om haar vader, zij wil hem aan den dood ontrukken of met hem sterven. Is dan alle gevoel, alle menschelijkheid uitgedoofd in die tot razernij geprikkelde gemoederen ? Moet het schouwspel dier heldhaftige kinderliefde zelfs de ruwste woestaards niet verteederen? Neen, geen genade voor het kind van den verdediger der Bastille! liet heet dat zij de dochter is van De Launav zelf; welnu, men zal ze onder zijn oogen levend verbranden, om hem zoo de overgave der citadel af te dwingen. Haar vader heeft intusschen de angstkreten van zijn kind gehoord; ziende hoe zij door (Ie woestelingen wordt voortgesleurd, stort hij zich, zonder vrees voor de bajonnetten en pieken, boven van den muur om haar aan de onmenschen le ontrukken ; een kogel doorboort hem de borst en stervend zinkt hij achterover. Maar ook zijn kind moetsterven; reeds heeft men haar op een bos stroo uitgestrekt en die in brand gestoken ; bij handen en voeten wordt zij vastgehouden in de vlam m.\'ii, die reeds haar, kleed en haarlokken hebben aangetast. Daar komt een oud soldaat, een dergenen, die de ophaalbrug hebben doen vallen, haar te hulp gesneld; hij worstelt op leven en dood met haar beulen, ontrukt haar eindelijk aan hun handen en slaagt er in, haar weg te dragen naar een naburig huis, «aar zij gelukkig weder herstelt. Inmiddels is de strijd al woester en woester geworden; reeds vijf uren heeft het gevecht geduurd en de verdedigers der liastille zelf smeeken hun commandant de vesting over te geven ; de arme invaliden voelen bij het aanschouwen van het bloedbad aan den voet der muren hun moed zinken ; zij werpen de wapenen neer en verklaren geen schot meer te zullen lossen. Ook De l aunav voelt zijn krijgsmansbart in den boezem bezwijken ; het hart bloedt hem bij elke losbranding van zijn geschut, dat de bestormers terugdrijft. Maar hij kan de ge (lachte niet verdragen, dat hij, die zich bij eede verplicht heeft, de veste voor den koning te be waren, die aan een ordeloozen hoop zal moeten overgeven. Kn welk een jammerlijk einde voor zich en de zijnen moet hij in geval van overgave voorzien, wanneer hij denkt aan de onmenschelijke mishandeling van het zes tienjarig meisje ! Zijn de bestormers eenmaal |
binnengedrongen, hetzij dan goedschiks of kwaadschiks, geen twijfel of zij zullen in het bloed der bezetting en van haar aanvoerder hun woede koelen. ,,De bruggen neer! de bruggen neer!quot; huilen de belegeraars. „Heef u over,quot; smeeken zijn invaliden. In zijn radeloosheid grijpt de oude krijger een brandende lont om die in het kruit te slingeren en de heele liastille met verdedigers en bestormers in de lucht te doen vliegen. Met de bajonet op de borst ontwringen zijn officieren hem de lont en trappen ze uit. Nu snelt De Launav naar de raadkamer en schrijft in koortsige haast op een stuk papier : „Wij hebben twintig duizend pond kruit; daarmee zullen wij de bezetting en de heele wijk in de lucht doen springen, als ge geen capitulatie aanneemt.quot; De trouwe Zwitsers verzetten zich tegen dit besluit; zij willen van geen capitulatie hooien. Maar De Launay eischt gehoorzaamheid en een hunner laat het papier door een der schietgaten wapperen. Met gejuich wordt het van buiten begroet; een plank wordt over de gracht geworpen en een onbekende waagt zich over die zwiepende brug om het papier aan te vatten ; hij wankelt en stort in de diepte ; geen nood, een ander volgt hem en grijpt het papier, dat hij den aanvoeder Klie overreikt. Deze leest het hardop en steekt het vervolgens op de punt van zijn degen. Te gelijker tijd wordt uit het schietgat geroepen : ..Als ge belooft, ons ongedeerd te laten, geven wij ons over.quot; )p krijgsmanseer beloven wij u geen leed te doen,quot; roepen de belegeraars, „laat de bruggen vallen.quot; Kn nauwelijks heeft de brug den wal bereikt, of daar stormt alles de liastille binnen, in woeste opgewondenheid, de belofte reeds vergeten, waarvoor men zijn krijgsmanseer had verpand. Want onmiddellijk barstte de woede weer los tegen De I .attnay, die blootshoofds, op een stok met gouden knop geleund, zwijgend en fier de overwinnaars zag binnentrekken ; tegen de invaliden, die eerbiedig d ai hoed afnamen en tegen de gehate Zwitsers, ofschoon deze om de linnen kielen, die zij droegen, aan\\ ankelijk voor gevangenen aangezien en als zoodanig omhelsd werden. Ken oogenblik later werd een hunner de schedel gekloofd. lt; \'ok een der invaliden werd door twee degensteken doorboord en door een sabelhouw van de rechterhand beroofd: het was dezelfde hand, die den arm van De Launav had tegengehouden, op het oogenblik dat hij 1 de noodlottige lont in het kruit wilde slingeren, en die band, welke duizenden l\'arijzenaars het leven gered had, werd nu door het gepeupel in triomf door de stad rondgedragen. Het scheelde maar weinig ot de geheele |
......
oo VOOR HONDERD JARl \\.
|
bc/cttinj; was op dezelfde laaghartige wijze uitgemoord : zooveel hechtte het hloeddoistig gespuis aan de straks op krijgsmanseer ge- \\cii belofte, liet zou de \\\\rdedigers dev liastille, die niets dan hun plicht geda.iu hadden, in stukken hebben gescheurd, zoo niet de aanvoerders l.lie en llullin de inoordenuars hadden beteugeld. „Naar het stadhuis niet de gevangenen,quot; riepen /ij, „opdat /ij daar veroordeeld worden.quot; Kil zoo wendden zij althans voor het oogeublik het doodsgevaar van de bedreigde hoofd n af. Het woedende grauw, dat inmiddels in dolle zwermen de oude staatsgevangenis was binnen-\'j.edrongen, alle i huilhoeken doorsnuftelend, alle. plunderend en vernielend, vormde zich nu tot een optocht oin in zegepraal de gevangenen naar het ■ tadhuis te brengen. Voorop ging I\'lie niet het papier nog altijd op de punt van zijn degen ; dan volgde De I.aunay, beschermd door Hullin, en temidden van de verwenst hingen en het wraakgeroep der menigte werden de Overige gevangenen voortgesleurd. Welk een bange lijdenstocht voor de mishandelde en verminkte verdedigers der Üastille, te midden van die razende bende, welke met haar slachtofters speelt als de tijger met zijn prooi. Met opgerichtcn hoofde en in al de waardigheid, die trouwe plichtsvervulling geven kan, lapt de moedi,:\'- De I.aunay Uissclien zijn beulen voort: de eea slaat hem in het gezicht, de ander trekt hem de haren uit het grijze hoofd, een derde wil hem met zijn degen doorboren. „Doorsteek mij,quot; zegt de grijsaard, „maar martel mij niet.quot; Kil twintig armen te gelijk worden tegen heul opgeheven, om hem het staal in de borst te stootcn. ..Weg met d n verrader!quot; klinkt het. M;,.ir de i leacntige llullin houdt den ongelukkige be: cherniend de hand boven het hoofd; hij weert de pieken en sabels van het bedreigde hoofd af, dat, door zijn grijze haren van verre kenbaar, h l mikpunt is van aller aanvallen. I hi dekt h l met zijn eigen ho d, aldus zich zelf blootstellend aan de blinde woede van het volk : maar niets mag haten ; in het gedrang wordt hij van /ijn beschermeling gescheiden, en als hij het eerbiedvvaardige hoofd weer ontmoet, dan aaii\'.ehouwt hij het. van het lii haam gesc heiden, bloedig op e n piek omhoog geheven. De krijgMnai;, die hij het verdedigen vau zijn post, zoowel mogelijk het volk had gespaard, wa-. als dank voor /ijn nienschli.-vvnd-iieid door datzelfde volk aau de eerste lantaarn opgeknoopt en daarna aan stukken gereten. |
M i dezelfde strop, die hun aanvo rd r had gewurgd, werden twee zijner wapenmakkers opgehangen, twee invaliden, waaronder de ongelukkige, wiens hand reeds als zegeteeken in den stoet werd meegedragen. Daarmee was de moordlust niet voldaan. Na den gouverneur, was het de beurt aan den onderbevelheblK r, den voortrelïelijken majoor De Losmes. Op h l oogenblik, dal men ook aan dezen de hand wil slaan, dringt een jongmensch door de menigte, baant zich tusschen de sabels en pieken door een weg naar den bedreigde en weert diens moordenaars at met den uitroep ; „Wat gaat gij doen? (lij vermoordt den besten man van de wereld, ik heb vijt jaar in de liastille gezeten, en hij is een trooster, een vriend, een vader voor mij geweest.quot; Het was een jong edelman, die tijdens zijn gevangenschap in de liastille de menschlievend-heid van den majoor De l.osmes had ondervonden; deze toonde zich zelfs nu nog bezorgd voor zijn lot. ,,Oni Oodsvvil, ga heen, \' roept hij hem toe, ,,ge zult u zeiven opofferen zonder mij te redden.quot; En nauwelijks is het woord hem van de lippen of daar treft een vervaarlijke bijlslag hem in den nek en ook hij zinkt ter aarde als een nieuw slachtotter van het gepeupel. Zijn beschermer en nog een ander jonkman, die hem ter hulp is gesneld, verdedigen zich als leeuwen, elk een bajonet zwaaiende, die /.ij v an de geweren hunner bespringers hebben gerukt. IJdele tegenweer! ook zij liggen weldra zielloos onder de voeten getrapt. Zoo bereikt die zegestoet, overal zijn weg bezoedelend met bloed en gruwelen, eindelijk het stadhuis. De overwinnaars der 1\'astille, trotsch op hun zegepraal, heffen hun bloedige /.egetef kenen fier omhoog; boven die bende van gevleesde duivelen, zweven op pieken gedragen, de verminkte ledematen hunner slacht-offers. Ken hand zwaait een bloedige haarlok uit het hoofd van De I.aunay. Anderen dragen de sleutels der liastille, de gevangenregisters, vlaggen en voorwerpen van allerlei aard, die zij hebben buitgemaakt, en in hun midden wordt KI ie, als de held van den dag, meteen lauwerkrans om het verwaaide hoofd op de schouders van zijn gezellen het stadhuis bin nene\'draeen. „Men zou gezegd hebben, \' zoo luidt ii de eigen woorden van het proces verbaal, „dat het stadhuis zou instort-\'il onder de verwarde kreten van victorie en verraad, van vvr.ak en vrijheid,quot; De voor/itter van hel stedelijk comité, De Klesselles, die door zijn weifelmoedigheid reeds daags te voren den argwaan der heethoofden bad opgewekt, verbleekte bij het huiveringwekkend schouwspel dier uit/innige schare, welke als dronken van bloed, hem haar af- |
TAFERKEI,EN UIT DE GROOTE REVOLUTIE.
|
schmvelijke trojieeCn tcgeiuwaaide. Wantrouwig zagen de overwinnaars der Bastille hem aan ; men herinnerde zich de uitvluchten, waarmee hij de om wapenen schreeuwende 1\'arijzenaars had afgescheept; er werd van verraad gemom-l\'dd ; het heette dat De Klessclles een brielje had geschreven aan De Launay, met de aansporing: „Houd ii goed, ik tracht de Parijze-iia us met helolten en kokardes bezig te houden.quot; Zijn zichtbare angst scheen die geruchte» te bevestigen. 11 ij trad van de estrade, waarop i hij als voorzitter te midden van het bestuur zetelde. „Als ik mijn medeburgers verdacht voorkom, \' zeide hij, „zal ik mij eenvoudig j terugtrekken.quot; Doch zoo gemakkelijk ontkwam hij niet aan de verschrikkelijke vierschaar, hier gespannen door het ergdenkend, bloedgierig } gepeupel. „Naar het Pr.fuis RoyalT klonk het. „Laat hij zich daar rechtvaardigen als hij kan !quot; En van alle kanten aangegrepen, voortgestuwd door de joelende en jouwende menigte, werd de beschuldigde naar die ontzettende rechtbank gevoerd, om er zijn vonnis te hooren. Ook die vorm van proces was intusschen nog te omslachtig. Nauwelijks had hij het f/zvrr plein bereikt, of daar sist een woedende stem hem in het oor: „Verrader, ge zult niet verder gaan.quot; Een pistoolschot brandt ios, de kogel treft hem in den nek en De Meiselks, straks nog tie voorzitter van het |
comité op het stadhuis, dat het volk de wapenen in de hand had gegeven, ligt zelf dooreen dier moordtuigen geveld, /ij doorkerven zelfs zijn lijk en een oogenblik later rijst, onder het liarbaarsche gejuich dier kannibalen, ook zijn afgehouwen hoofd op de punt eener piek omhoog. aren de gruwelen daarm v ten einde ? Neen, den ganseheu nacht door ziedde en kookte het binnen Parijs als in den ontzaglijken krater van een vulkaan. Doch het zij genoeg, dat hiér in enkele zwakke trekken het tafereel g \' heist is, waarvan Louis Plane durft schrijven, dat „nooit de geschiedenis schooner schouwspel lieelt g\'zien. 1 lat sehoone spel wordt i -der jaar met muziek en feestredenen herdacht, en dit jaar zal het, tot opluistering van het eeuwfeest opnieuw worden vertoond ; er is opzettelijk een h el nieuwe Bastille voor gebouwd. Wel mogen we hier met Auguste Parbier uitroepen; Hcla.is, wat baten toch dc lessen van \'t verleden Voor \'t ware welzijn van tien Staat, l.ii al de leiten, die bebloed te vporscliijn treden. Waar jiij \'t Geschiedboek openslaat — AK steeds de rouwsleep kiert der eigen ongelukken I n eigen Sjisereclui^iieen. En steeds de klndren weer hetzelfde voetspoor drukken, Waar \'t Voorgeslacht is iiitgegieén ? t) i) Vertaling van Ten Kale |
■ \' V ■ /( ■ r .
y?-y
■i
^ c ^ ^
V.
, r _ Houding (ter Nationale Vergadering. — Orlc.uis als middelaar
liet hof van Versailles na de vtnvoe«i..R lt;kr ^ ^ ,1c Nmionalo VcrRjdering. - Lafayette commandant
uitdien den konmg en de Bu7gelwadU - B.illy mairc van 1\'arijs.
|
oen Parijs nil den dollen zwijmelroes van den i4en |uli\' eindelijk tot bezinning kwam, was zijn eerste gewaarwording een gevoel van radeloozen angst. Hvt besefte dat de gepleegde gruwelen niet ongestraft konden blijven. 1 lad men vóór de volslagen uitbarsting der revolutie elkander weder-. door allerlei uitgestrooide mu liten omtrent geweldige legers, die tegen Tie hoofdstad in aantocht waren, of verraderlijke aanslagen, door den koning tegen haar beraamd - thans voelde men dat er inderdaad roden was, een strenge kastijding te vree/en. De fiere overwinnaars der Hastille waren zoo benauwd, dat een wagen met oudroest, die des ivu hts door de straten ratelde, in staat was heele «ijk op de vlucht^ te jagen onder den angstkreet : „De huzaren !quot; I lad f rankrijk quot;i\' dat oogenblik een geweldig turhtnuTster gehad, wie weet ware het nog niet tot staan te brengen geweest op den he-K nden weg, waarop hef, als een hollend paard, ,,, toomelooze \\a.irt zon vnortjagen. Aeh wa arom, vraagt d.\' rkmnlf Walsh, was er in den avond v:in den i fquot; juli op het kasteel van \\ crsaüles geen enkel kloek koningsgezinde, om tot den naneef van Hendrik l\\ te zeggen ■. kecrig opgewonden |
Sire, stijg te paard; trek naar Parijs aan de quot;pits der regimenten, die ge hier werkeloos om u houdt; kom, en al wat u trouw en toegewijd is, zal zich rondom u scharen ; kom, vertoon u aan hel verdwaasde volk, het «eet dat gij den schepten- in gerechtigheid zwaait; bewijs het dat gij ook het zwaard nog draagt. Sire, in lijden als deze is het zwaard tie beste schepter; er zijn dagen, dal een helm den koningen beter voegt dan een kroon.quot; Maar er was niemand in de omgeving des koninus, ernstig genoeg om aldus tolden vorst te spreken; integendeel, toen de eerste geruchten van hetgeen te Parijs was voorgevallen op hel paleis aankwamen, waren de hovelingen zorgeloos genoeg om er mee te spotten als o vei- dreven verzinsels. „lleeren,quot; sprak de koning, „ik kan er niet mee lachen zooals gij.quot; „Maar,quot; hernam de graaf van quot;Vergennes, „k.m de koning dan geloof hechten aan de overdreven berichten, die men Zijne Majesteit is komen brengen?quot; ..lleeren,quot; antwoordde bodewijk A\\ l.„eris ■■\'ii ake van vergoten Viloed, van trouwe dienaais, d\'ie vermoord zijn; wel weet ik nog niet of dal alles inderdaad juist is, maaide twijfel alleen moet eiken lach weerhouden. Welke droefheid moest het hart van den edelen, goedharligen vorst overstelpen, toen hij de zekerheid kreeg, dal de berichten, die |
TAFI\'RFF.I,KNT UIT Dl\', GROOTE REVOLUTIE.
/ijn hovelingen overdreven hadden genoemd, slechts een zwakke echo «aren van den vree-sclijken oproerstonn, die zelfs een llastille had omvergeworpen ! Had hij dat verdiend, hij die pijnbank en heerendiensten had afgeschaft, die al de jaren zijner regeering aan niets anders had gedacht, dan zijn volk gelukkig te maken, die het nog kort geleden in zijn drie standen had saamgeroepen om de laatste nog bestaande misbruiken op te ruimen en, overeenkomstig de nieuwe behoeften, nieuwe instellingen tot stand te brengen, die voor de toskomst het welzijn des Rijks zouden verzekeren?
Een ander in zijn plaats zou, bij zooveel ondank, driftig zijn opgesprongen en aan de spits iler troepen naar Parijs zijn geijld om het voor zijn schanddaden te tuchtigen. Maar kastijden kon deze zachtmoedige niet. Hij was van troepen omringd en kon er niet toe besluiten, die uit te zenden tol beteugeling van den opstand, vreezend een enkelen druppel bloeds van zijn geliefd volk te vergieten. En toch drong de Nationale Vergadering er op aan, dat hij zich van die troepen zou ontdoen, j als het eenige middel om de rust in de hoofdstad te herstellen. I,odewijk begreep terecht, dat het thans de tijd niet was om de koninklijke macht van den steun des legers te be-rooven, dien ze nu meer dan ooit behoefde, \' en hij weigerde de troepen heen te zenden. Deputatie op deputatie werd in den loop van den 15°quot; Jquot;\'\' door de Nationale Vergadering naar het paleis gezonden, om den koning telkens nieuwe eischen te stellen. Nu eens was het de terugroeping van Meeker, die zij verlangden, dan weer dat de Vergadering naar Parijs z.ou mogen overgebracht worden, opdat ze gemeene zaak kon maken met de oproerlingen van de straat; maar de eisch, die telkens brutaler hernieuwd werd, was altijd de wegzending der troepen, onder voorwendsel dat alleen daardoor de hoofdstad tot kalmte kon | gebracht worden. De koning antwoordde dat hij den troepen op het Marsveld reeds hevel gegeven had, Parijs te verlaten. Dat was niet genoeg, de vorst moest zich van alle verdedigers berooven en zich weerloos aan de revolutie overgeven. Met bedreigingen poogde men hem er toe te dwingen. „Zou Uwe Majesteit verstokt blijven voor de stem van bet trouwe volk ?quot; heette het in een adres, dat in de Nationale Vergadering werd opgesteld. „Dan zullen de stroomen bloeds, die gevloeid hebben,quot; klonk het bedreigend, ,,het leven van den besten dei-koningen vergiftigen en zal het volk, Sire, het doemvonnis uitspreken tegen degenen, welke dien bloedigen raad hebben gegeven.quot;
Maar waartoe zells die omslag van een adres ? „V\\ at hoeven wij hier met zorg de woorden
van een adres in elkaar te zetten,quot; schreeuwde de verwoede Mirabeau. „Keert naar den koning terug,quot; riep hij de deputatie toe, die pas van het paleis kwam, „keert terug, ondanks de minachting, die men voor onze verzoeken schijnt te koesteren; keert terug, laat hem de stem j des volks hooren op alle uren van den dag en van den nacht; werkt op zijn gemoed, jaagt zijn geest schrik aan door al de waarheden, die men hem verbergt. Ja, heeren, nóg een deputatie, nóg een vernedering te ondergaan, als het moet, nóg een gevaar te trotseeren: want zoo groot is Frankrijks ongeluk, dat zijn vertegenwoordigers gevaren hebben te trotseeren in het paleis des konings.,.,quot;
(levaren in het paleis van bodewijk XVI! ja, ze «aren dapper, die helden van de vergaderzaal, moedig genoeg om het volk tot de grolste buitensporigheden op te hitsen, maar zelf altijd wel zorgende buiten schot te blijven. U il men een staaltje van den moed dier aanstokers der revolutie? Orleans, de eervergeten prins, die in al de ongeregeldheden van ! Parijs tie hand had gehad, de koning van het Palais Ki\'yal, werd door de Nationale Vergadering als gezant van het volk naar het paleis afgevaardigd; hij zou zich daar vertoonen als middelaar tusschen den koning en de hoofdstad en voor die bemiddeling moest hij den titel eischen van luitenant-generaal van het koninkrijk. Men had hem zijn les goed voorgezegd, en toen men hem op het hart tlrukte, toch vooral llink van zich af te spreken, antwoordde hij geruststellend: „I.aat mij maar begaan, ik weet wel wat ik zeggen moet.quot;
Hij ging dan naar het paleis; ma.ir op de eerste treden van de trap zonk zijn moed hem in
VOOR HONDERD JAREN.
20
|
de schoeiH\'n en /ijn k nieCii knikten, toen de baron de Bieteuil hem tegenkwam. ,,Ik wilde naar den koning gaan,quot; zei hij, „zou hij mij ontvangen ?quot; „Als monseigneur wil, zal ik de orders van Zijne Majesteit gaan wagen.quot; „(ie zult mij genoegen doen, mijnheer de baron..... maar neen.,,, ik kan u het doel van mijn bezoek wel zeggen,... In de omstandigheden waarin wij ons bevinden zou ik niet graag zien dat mijn naam.... dat mijn bedoelingen.... u begrijpt me wel.... ik wensdite mij te verwijderen en tien koning te vragen....quot; ,,\\Vat, monseigneur ?quot; „Verlof om mij naar Kngeland te begeven.quot; Dat was nu de wakkere man, die tegenover den koning als middelaar voor de oproerige hoofdstad zou optreden I Samenzweren in het geheim, dat durfde hij, maar den koning in het eerlijk gezicht zien, dat kon hij niet. Men heeft dikwijls de onzekerheid en besluiteloosheid van l.odewijk XVI gelaakt; doch laten wij rechtvaardig zijn tegenover den ongeluk-kigen monarch, die nooit weifelde uit vrees voor zich zeiven, maar steeds uit bezorgdheid voor anderen, en zien wij door hoeveel verschillende raadgevingen hij werd heen en weer geslingerd. Daar waren er in zijn omgeving, die, door hun toewijding verblind, hem den raad gaven zich zonder gevolg of praal naar de Nationale Vergadering te begeven en aldus een verzoening te beproeven, l iet was vooral de hertog I .arochefoucauld I .iancourt, die hierop aandrong; het was dezelfde trouwe hoveling, die den koning in den nacht had gewekt, om hem een nauwkeurig verslag te geven van hetgeen te Parijs was voorgevallen. De koningin daarentegen, \'s konings broeder, de graaf van Artois, de prins de Condé en anderen bezwoeren hem zich toch niet aldus bloot te geven, /ij wezen er op, hoe de wegzending der troepen alleen geOischt werd om voor den opstand de handen wij te krijgen; zij stelden hem voor hoo zijn verschijning in de \\ ergadering tor.h niets baten zou ; hoe de lijd van onderhandelen voorhij en het oogen-blik van handelen gekomen was. Maar dat handelen zou moeten bestaan in een krachtige tuchtiging van liet opgestane Parijs, en het denkbeeld langs den weg der zachtheid tol iin minnelijke schikking te komen mei zijn Milk lachte den zachtmoedigen vorst veel me r toe dan een onderwerping door geweld van wapenen, ilij koos dan den raad, door I .ian court gegeven, en even over twaalven verliet hij de kamer der koningin, zeggende: ,,lk moet het met dezen stap nog eens beproeven,quot; „Ilij zal ijdel zijn zooals al de andere,quot; hernam dc koningin. |
„Welnu, dan zal ik mij toch niets te verwijten hebben,quot; ,,(lij gaat dus alleen naar de vergadering?\'\' „Ja, gij weet wel, lieve, dat ik geen vrees heb.quot; , i „Mijn broeder zal niet gaan zonder mij,quot; sprak de graaf van Provem • ; „ik keur zijn stap goed.quot; „Ik keur dien af,quot; voegde de graaf van Artois er bij; „maar ik ga ook met den koning, mijn broeder mee,quot; „Welnu, gaan we dan gezamenlijk,quot; sprak de koning welgemoed, en de drie broeders verlieten het paleis om zich naar dc Vergadering te begeven. Van uit haar kamer oogde Marie Antoinette hen na, en toen zij ze niet meer zien kon, sprak ze tot \'s konings zuster, de vrome Madame Elisabeth : „Zuster, gij, die een heilige zijt, bid voor den koning.quot; In de Vergadering was men intnsschen reeds van \'s konings komst verwittigd ; den gamchen morgen had men daar uitgevaren tegen de dwingelandij en den lof gezongen van het heldhaftig volk van Parijs, dat de Bastille, het bolwerk der onderdrukking had ten val gebracht. Toen echter de onderdrukker, de dwingeland verscheen, toen zij de beminnelijk goedhartige figuur des konings aanschouwden, v oelden zij zich beschaamd over het dwaze, het onrechtvaardige hunner declamaties van straks en kwam de oude lietde voor den vorst weer boven. Mirabeau, de verwoede revolutionnair had het voorzien, hij vreesde dat de heele vergadering, op het schouwspel des konings, hier minzaam de hand reikend aan zijn volk ter vergeving en verzoening, in een hartelijk ..Leve de koning!quot; zou uitbarsten. Daarom had hij hun op het hart gedrukt: „( leen toejuichingen vóór ons zijn goede gezindheid gebleken is. Een somber stilzwijgen moet het eerste onthaal zijn, dat hem hier te beurt valt; in deze dagen van smart is het zwijgen des volks een les voor den koning,quot; Inderdaad was die koele ontvangst een pijnlijke les voor den koning, wiens eenigc eerzucht was, van zijn volk te worden bemind ; ze had hein kunnen leeren dat een vorst zich ook moet doen vreezen, daar hij niet als ijdel sieraad het zwaard der gerechtigheid draagt. In het diepst des harten getroff. n door die wreede miskenning, sprak de koning, het hoofd ont-blootend en zonder plaats te nein -n, tiisschen zijn beide broeders staande, de somber zwijgende vergadering aldus aan : „Mijne heeren, ik heb n saamgeroepen om u over de gewichtigste aangelegenheden van den staat te raadplegen ; daar zijn er geen dringeader noch die gevoeliger mijn hart raken dan de schromelijke ongeregeldheden, die in |
|
de hoofdstad heerschen. Het hoofd der natie Komt thans met vertrouwen te midden barer \\ ertegenwoordigers om hun zijn leed te betuigen en hen uit te noodigen, middelen te beramen om rust en vrede te herstellen. Ik weet (lat men ongegronde vermoedens heeft opgewekt ; ik weet dat men heeft durven rondstrooien dat uw personen niet veilig waren, /.ou het nog noodig zijn u gerust te stellen betiellende zulke misdadige geruchten, die reeds 101 quot;quot;J11 be^quot;\'l karakter bij voorbaai worden gelogenstraft ? „Welnu, ik juist ben één met de natie ik kom met mijn broeders en vertrouw mii aan u. Helpt mij m dezen toestand het heil \\an den staat verzekeren; ik verwacht het van de na tionale vergadering. De ijver der vertegenwoordigers van mijn volk, tot het algeiueen «elzijn vereenigd, is mij daarvoor een zekere waarborg ; en rekenende op de liefde en trouw mijner onderdanen, heb ik aan de troepen bevel gegeven zich van Parijs en Versailles te UTU IJ,leren ; ik machtig u en noodig u uit mijn beschikkingen aan de hoofdstad bekend te maken.quot; \\a die woorden kon de onverzoenlijke en gebiedende blik van Mirabean de vergadering met meer weerhouden ; onder luide toejuichingen Uogen allen van hun zitplaatsen op en verdongen zich om den koning, die zóó zelfs tie harten wist te winnen, welke reeds van hem a ei vreemd waren. De aartsbisschop van Vienne, ,1110,1 (lao voorzitter was, dankte den vwst bewogen woorden; die beide edele zielen begrepen elkander; beiden verlangden niets anders dan de eere Cods en het welzijn des \'jinds. Kr ontstond tusschen den koning en den voorzitter als een vertrouwelijk gesprek ■ voortaan, zoo werd er besloten, zon de vergadering in geregelde gedachtenwisseling blijven met den vorst; op elk uur van den dag zouden \'■ui deputaties toegang tot het paleis hebben, ■odewijk wilde niets liever dan vertrouwelijk met de vertegenwoordigers des volks de bekingen des lands behartigen. Hij wus tot 71. \'V1\'quot;1 \\v:lt helquot; kon verlangd worden. Met scheen dat op eens alle verschillen waren ^eigeten Al de afgevaardigden, Mirabean en lt;).rlealls \'iiet uitgezonderd, deden den ko-mug uitgeleide op zijn terugweg naar het paleis. , k kwam ioegeloopen onder het gejuich \\au ., eve de koning!quot; De koningin hoorde het reeds van verre en was eerst door het L\'e-quot;iiisch beangst, maar toen zij de kreten onderscheidde, snelde ze naar het balkon, met \'\'ur beide kinderen aan de hand en dankte 1 hfr l\'emmnclijken glimlach die jui( hende ^n„Sti V?or lt;le ,iefde, betoond jegens haar gemaal. Meiaas, voor haar weerklonken slechts |
karige toejuichingen; de laster van Orleans en andere persoonlijke vijanden had zijn uitwerking op het volk niet gemist; het wantrouwde en haatte de „Oostenrijksche.quot; Maar de koning genoot volop van de liefdebetuigingen zijns volks. Wat deden ze zijn beminnend hart goed, na het ijskoud stilzwijgen, waarmee hij straks in de vergadering ontvangen was! Ach: hij begreep niet, dat wat hij in zijn eenvoud voor een overwinning aanzag, feitelijk een nederlaag was. Den vof geilden dag schreef Mirabean, in zijn haat scherper ziende dan de koning in zijn liefde; „Met oude gebouw is gevallen om nooit meer te worden opgericht; het nest is gezuiverd, er kan nu op een nieuwen grondslag gebouwd worden. : i\'ii hij had gelijk, in zoover dat de koniiiquot; het hoofd gebogen had voor de revolutie en «leze dus nu driester d m te voren den kon kon opsteken. Onmiddellijk werd door de Nergadermg een deputatie afgevaardigd naar 1 ai ijs, om de hoofdstad het besluit des konim\'s te inelden. Wat was dat anders dan de boodschap aan de bestormers der liastille; Ce hebt geen kastijding te vreezen; de troepen trekken al; in plaats van gestraft, wordt ge veeleer geprezen en bedankt. En zoo vatten dan ook de rarijzenaar de boodschap der deputatie op; ze waren uitzinniquot; van lilijdschap; de gezanten der Nationale Nci^auermg warden op de handen ^cdr.i\',vn, niet bloemen bestrooid; maar te middenquot;der juichende menigte werd ook een soldaat in Inoml rondgedragen; het was d ■ „held,quot; die het eerst den grijzen commandant (Ier liastille gegrepen had ; tot loon voor dat schitterend feit had uien hem een eerekruis van den 11. I.odew ijk om den hals gehangen, dat gisteren nog op de borst prijkte van een der vermoorde officieren; men had hein een lauwerkrans om het hoofd gevlochten. En de deputatieder Nationale Vergadering, waaronder zich n, innen bevonden met hoogklinkende namen, de markies lafavette, de held uit den Amenkaansclien oorlog, liaillv\' i.iancourl, de bissc hop van (\'hartres, de aarts-biss.Iiop van Parijs, die deputatie moest stil-en voor den zegestoet van dien overwin na;lr \'■n| ,l\'1;|i- hulde voegen bij die van het ^(.\'pcuprl. ()p hel siadhuis aangekomen, werd quot;J inct nieuwe onthoe/cmin^en van vrenede verwelkomd ; geen wonder: Lafayette wens,lite den l\'anjzenaars gehlk, dat zij hun vrijheid Y\'iovenl hadden. ..De koning,quot; zei hij, „heelt den vrede verleend en vraagt dien aan hel volk zijner hoofdstad;quot; Ken ander lid der deputatie, Kallv Tollendal, die later van zijn teruggekomen, ridderlijk het koning \'ap verdedigen zou, riep in zijn blinde i e si |
VOOR llüNDKRD JARKA.
28
|
drift de menigte tos; ..De koning heeft zie li in onze armen geworpen ; hij heeft zich aan ons toevertrouwd, dat wil zeggen aan n; hij bi , ft onz • raadgevingen gevraagd, dat wil zeggen de uwe.quot; , Wie aldus een oproerig volk vleit, kan zich goedkoope lauweren winnen; Rally Tollendal ondervond het al aanstonds, daar iemand uit den hoop hem in vervoering een lauweikian; op het hoofd drukte, terwijl anderen hem bloemen toewierpen. Maar zoo gul dat volk is met zijn toejuichingen, zoo mild is het ook met zijn uitjouwingen, waar hel zich op de teelten getrapt acht. I oen een andet hd der deputatie zei, dat de koning de instelling der l\'ariische burgerwacht goedkeurde en aan de Fransche garden vergiffenis schonk, vernam hij een algenieen ontevreden gemompel. Hoe durfde hij ook nog van vergiffenis spreken tegenover krijgers, die op eigen hand zulke schitterende wapenfeiten hadden verricht! Wij willen geen vergiffenis\'.quot; riep een dier heiden. „Door de Bastille in te nemen hebben we den dank des konings verdi \'lid. Hij quot;il immers de vrijheid, welnu, wij hebben zijn nj.i verzekerd door een afsclutwelijk fort, een broeinest van tirannie uit te roeien. Verquot;iltenis voor de opstandelingen, voor de overloopcrs uit \'s konings dienst in dii\'ti der revolutie ! Veeleer meende men op het stadhuis vergiffenis te moeten vragen v oor de trouwe krijgers, lie op de l\'.astille hun plicht hadden r,.,laan. dóór den post, te verdedigen, hun door den koning toevertrouwd. 1 ie mannen \\an het stadhuis bevalen de deputatie het lot der ongelukkige invaliden aan; men moest immers edelmoedig /i\'in in het uur der overwinning. /00 zeer had de revolutie de heele orde-der dingen reeds omgekeerd, dat terwijl de nuiiters werden verheerlijkt, voor de trouwe krijgers gratie werd gevraagd! l\'envijl de deputatie zich gereedmaakte om het stadhuis te verlaten, werd er van verschillende kanten geroepen : „Nu de koning de instelling dei burgerwacht bekrachtigd heelt, moeten we nog een commandant hebben. Romaan, benoemen we dien gauw, vóór we scheiden.quot; ,,l lecten,quot; merkte iemand op, „die benoe ming komt den koning toe „|)e koning en het volk zijn voortaan een, was het mtwoord. „Rom, kiezen we gauw een comniandanl.quot; Amerika voor de vriend \\aii t\'vo onze lt; uiu in 1 .alav i tte \' I „Nu, vvien kiest ge? ,.l.afayette \' 1 afayettc. ,,|a, j.afayette ! Hij heelt dt vi ijheid gestreileii \' 1 lij U ashington. inanilant ! |
En door die toejuichingen meer gevleid, dan door een koninklijke onderscheiding, nam Lafayette do benoeming aan, dankte en begroette met getrokken degen het souveieme volk. Die nieuwe souverein maakte weinig omslaquot; met zijn benoemingen evenals met het afzetten van mannen, die het een dag tevoren aan zijn hoofd geplaatst had. Wij hebben het g vien aan De ilesselles. In diens plaats werd, \'ui, t denzelfden Franschen slag, liailly benoemd tot inaire van Parijs, en de lauwerkrans, waar-me- Fallv Tollendal nog prijkte, ging nu over op het \'hoofd van den nieuwen burgervader. De man wist niet wat hem overkwam; hij kon geen woorden vinden om zijn opgetogenheid en dankbaarheid uit te drukken en schreide half van aandoening. ()ok de menigte werd aangedaan, en gelijk een soort van dronkemansaandoenlijkheid, kwam in den roes der opwinding het godsdienstig uevucl boven. Na die dubbele heuglijke ver-u-zing van twee hoofdmannen aan de spits an het vrijgevochten Parijs, moest er een Te Dcum worden gezongen, en de heele zwerm toog naar Notre Dame. Gelukkig dat de bloedige zegeteekenen van den vorigen dag vergeten waren; anders ware de plechtigheid ii isschien opgeluisterd door eenige hoofden op Fn was nu het opgewonden volk bevredigd, /oo min als een dwingerig, bedorven kind, dat men met een stuk speelgoed tracht zoet te houden, maar dat telkens om wat anders schreeuwt. Reeds vóór de volkshoop naar de kerk aftrok, waren er ir het stadhuis stemmen opgegaan, die om den koning riepen. Het spel was niet volmaakt zonder dien,,., speelpop ; want dat wa. inderdaad de al tammeling van Hen ku v: |
TA1\'KRKKI,KN UIT DE GRÓOTI-, REVOLU TIF,.
|
drik 1\\ voor zijn volk geworden. M\'ij uiojten den koning zien, klonk het ongeduldig cn gebiedend ; wij moeten ons met eigen oogen owrtnigen, dat hij het werkelijk goed meent met het volk. Laat hij hier komen, zonder ; gt; I ;ide, zooals hij in de Nationale Vergadering verschenen is ; dan zullen we w eten dat hij ons vertrouwt. W aarom heelt hij Necker nog niet teruggeroepen ? Waarom omringt hij zich nog altijd met ministers, die wij verafschuwen ? Waarom hebben die valsche raadgevers cn vor raders hun x erdiemde straf nog niet ontvangen .\' |
Op dien toon uitte het souvereine volk zijn wenschen ! |
................ ................................. \' ................................................................................
......... - --------------- -.... ,-H, ■ ,
m
VI.
naar Parijs. — /.ijn inhalin::\' Terugkomst to Versailles
Tocht des koniiu\'
Vertrek Jcr prin
het sudliuis. - De driekleuri \'C kokarde. —
|
r weid besloten dat een deputatie uil df /e li;;- di\'-triclcn van l\'.irij • den koning /ou gaan nilnoódi-gen, in /ijn hoofdstad te ver-i-chijnen en liem te\\quot;ens verzoeken, Nfi ker onmiddellijk UTng te roepen. Om dat verzoek klem bij te zetten, wa-. er fen ou^en-blik spr.ikc dat twintig duizend ■rjL gewapende mannen de deputatie zoudfn w i ;■\' / Hen. l .n de koning, in zijn edelmoedige overgave sle( hts van vrede en verzoening droomend, was alweer a.m-itonds bfreid, aan dat verlangen van zijn snik -flioor te geven. lt; M zijn omgeving hem al waarschuwde vnor de gevaren, die hem te l\'arij ■ dreigden, hij vreesde niets, verklaarde hij, cn dat was de w larh ul: waar het slcehts zijn eigen pi rsoon gold, kende hij gei\'ii vrees; waar het leven van anderen gevaar liep, hij vreesachtig en besluiteloos. |
koningin, madame l\'.lisaheth, skonings broilfis, de prinsts de I .ami alle, kortom vertrouwde vrienden in het paleis poogden den vorst van zijn voothemen al te brengen; zij hezwocifn hem, zich toch niet te wagen in het oproerige Parijs, dat verkocht was aan den ■imenzwferder Orlfans en in /ijn dollen vrij-lieidsroes reeds zooveel onschuldig blued had vel itell. lgt;en 16™ juli Werd el op bet paleis em au\' 11 ui gehouden, wat den koning te doen stond: óf met de troepen Versailles verlaten, uf naar Parijs gaan, ten einde te beproeven door zijn tegenwoordigheid de gemoed, ren te bedaren. Allen bijna waren van oordeel dat de koning zich niet in de gistende hoofdstad wagen mocht, dat hij veeleer op /ijn veiligheid bedacht moest wezen door te-n spoedigste met de troepen af te trekken. Maar wat bekommerde bodewijk XVI zich om zijn eigen veiligheid, waar hij nog een middel meende te hebben tot verzoening en bevrediging van zijn geliefd volk\' Alleen bedacht op de veiligheid van zijn dierbare betrekkingen, drong hij er op aan dat de prinsen en al zijn vertrouwelingen, die bij het volk verdacht en gehaat gemaakt waren, het land zouden verlaten; hij gelastte hun, onmiddellijk te vertrekken. Hij zeil zou blijven, wat hem ook boven het hoofd mocht hij w ilde toonen vertrouwen te stellen volk, gelijk dit in hem geen onder drukker of tiran te vreezen had, maar een beminnend vader mocht vereeren, die, afkeerig van straffen, steeds bereid was tot vergeven. Kn opdat daaromtrent bij hel volk ge.\'n twijfel meer mocht overblijven, zou hij aan het verlangen zijner hoofdstad voldoen en haar in persoon de verzekering brengen van zijn on-verilauwde liefde. h cel wen D b id al d hangen; in zijn De koningin hoorde dat besluit met bange bezorgdhfid aan. ..Het leger vertrekt /onder den koning,quot; dus klaagde zij aan een hofdame __ |
TAFKRF.KLF.N UIT DE GROOTE EI\'A\'OEUTIE
|
iiaar nood; „mijn Mhooiihrocdor en allen, die Int-r genaar loopen, verlaten ons, en de koning gaat niorgenochtend naar liet stadhuis..,. Jk vrees quot; voegde ze er hij, „dat het tot ons aller ongeluk zal zijn. Mijn God, dat Uw wil ge-sr.hiede... Ontferm u onzer en waak over (len Koning, Marie Antoinette had reden zich te bedroeven en te verontrusten. Nog dien/elfden avond moest /1j afsi heid nemen van allen, die haar hel en (rouw «aren en .lie het koninklijk gezin verheten, juist toen dit hel meest behoefte had aan raad en troost. De koning wilde het zoo. ,.Men maakt het mij tot een misdaad,quot; sprak Inj tot zijn getrouwen, die smeekten in de ure \'les gevaars aan zijn zijde te mogen blijven, ..men maakt het mij tot een misdaad, naar quot;we raadgevingen te luisteren; laat mij dus voor een poos alleen, opdat ik mijn vijanden toone, dat ik zelfstandig handelen kan.quot; „Maar, sire,quot; bracht de hertog van l\'olignae quot;■\'g in het midden, „als wij vertrekken, laten wij koning en koningin te midden der gevaren achter. - - „Door hij ons te blijven, z\'oudtge (lie gevaren slechts vermeerderen,quot; besloot de omng (.mi /ij moesten wel gehoorzamen, hoe /.waar hun de scheiding viel. ..(\'dl. hoe smart het mij,quot; riep de hertogin (ie I olignac, de geliefkoosde vertrouweling der Koningin uit; „hoe smart het mij, door mijn tegenwoordigheid uw gevaren te Vermeerderen en ze met te kunnen deelen, ze niet op mij alleen te kunnen afwenden.... Wees niel he-konimerd om mijn lot,quot; ging zij voort, niet weknd 01 ze zeil wel veilig de grenzen zou kunnen bereiken, „o madame, overal elders dan in Frankrijk zal de vriendschap, waarmee gii mij vereerd heht, mijn eer en mijn beschei-luing zijn. Maar gij, madame, och ! welke bekom,neringen zullen mij volgen in de ballingschap !quot; ..\\óor allen is de koning te beklagen\',quot; hernam de koningin. „Ach, wat zal Versailles mij morgen leeg voorkomen !..., Siel u dit gioote paleis voor zonder een enkelen vriend hij ons, zonder inijii broeder, en zelfs zonder (Cu koning! Mijn bloed verstijft bij de gedachte \' hI.J morgen zijn intocht zal houden in de (\'proenge stad.... Mijn Cod, mijn God, waak Over hem en over hen, die gaan vertrekken.quot; \'quot;iJ die woorden kon de trouwe vriendin haar lianen niel weerhouden: weenencl wierp ze j\'1\' li op de knieën en kuste de handen der koningin. Madame I li abelh hief de leer-v voehge vrouw, die om haar beiuinnebjken een ^oud bij een duif vergeleken werd, minzaam op met de woorden : „Mijn zuster heeft al haar krachten noodig-UW smart vermeerdert de hare; ga daarom |
heen, zachte duive, gij zult terugkeeren met den olijftak des vredes.quot; „Nooit!quot; riep de koningin in smartelijk voorgevoel uit. ^ „Dit is een afscheid voor eeuwig.quot; „Zuster, sprak de vrome I lisabeth zacht vermanend, „gij twijfelt aan Gods goedheid; Mij zal ons onze vrienden teruggeven.\'\' „Ja, in den hemel! hernam de koningin. Het was het laatste woord dat madame de rohgnac hier op aarde van haar wrnam, en dat woord was een profetie; de beide vriendinnen zouden elkaar niet terugzien dan hierboven onder de martelaren en engelen. Het was een treurige nacht, die nederdaalde over het trotsche paleis, hetwelk getuige was geweest van den luister, de praal,de weelde en de schuldige uitspattingen van het koning schap en dat thans getuige zou zijn van bet hjden des onsi huldigenboetelings, die door ziju martelaarschap voor de zonden zijner voorvaderen zou voldoen. I,odewijk bracht dien nacht door met de papieren te vernietigen, welke zijn trouwe dienaars in gevaar konden brengen, en overhandigde zijn oudsten broeder, Tien\' graaf van l\'rovence, een geschrift, waarbij hij hein het regentschap opdroeg, voor het geval hij zeil het slachtoffer worden mocht van een aanslag op zijn leven of zijn vrijheid. „Gij koestert wèl treurige gedachten, mijn broeder, spiak de prins, „het papier, dat ge mij lei hand stelt, zal wel nutteloos worden; de zaken zullen zoover nooit komen.quot; ...Mijn broeder,quot; hernam 1,odewijk XVI, „de zaken der toekomst zijn in Gods hand. Waleden week hel) ik de geschiedenis van Karei 1 gelezen en herlezen; als volken tot revolutie gekomen zijn, weten ze van geen ophouden.^ l\'.n ondanks dat vreesclijk besef, waagde hij zich in het van de revolutie bezeten Parijs \' I oen men hem in den niorgen van den 17^» eemge bedreigingen overbracht, die onder de vensters van hel paleis waren geuit, zei hij: „Laat vooral de koningin daar niets van ter oore komen; ik voor \'mij heb geen vrees; ik vertrouw op ( iod en mijn hianschen.\'\' s Morgens om ell uur slapte hij in hel rijtuig; de leden der Nationale Vergadering in ambtsgewaad vergezelden het te voet. I bi volk van \\ ersailles en uil den omtrek, met stokken, hooivorken en zeisen had zich inden stoet gemengd en gaf dien een schrikwekkend voorkomen ; het leek veeleer het overbrengen van een gevangene dan van een koning. Ve r honderd soldaten marcheerden voorop, doch niel met de edele lierheid van weleer. Die trouwe manschappen mislen op den weg huns meesters den eerbied, dien de Franschen tot dusver voor hun koning hadden gekoesterd, en aan de dagboouien van Parijs gekomen\' |
VOOR HONDERD JAREN.
|
moesten /ij hun meester, om zoo tc zeggen, uitleveren aah de volksmenigte; het was hun niet toegelaten hem op zijn intodit binnen l\'urijs tot geleide te strekken ; buiten de stad moesten zij wachten of hij misschien wel ooit zou terugkceren. \\ erscheidenen konden het niet van zich verkrijgen, hun vorst aldus aan zijn lot over te laten en verwisselden heinulijk hun unilbrm tegen een gewoon pak kleeren, om zich ouhckeml onder het x\'olk te mengen en in \'skonings nabijheid blijvende, Óver hem te ■waken. /even uren luid de tocht van Versailles naar Parijs geduurd: het was maar een zwakke voorafbeelding van den lijdensweg, dien liet koninklijk slachtoffer nog zou hebben af te kugen. Aan (1 n ingang der stad kwamen Lafayette, de nieuwbenoemde bevelhebber der nationale garde, en Hailly, de nieuwbenoemde maire van l\'arijs, den koning te gemoet. De laatste bood hein op een zilveren -chotel de sleutels der stad aan onder een vleiende toespraak, kwistig opgesmukt met die bloemen van valsch vernuft, zoo geliefd in dien tijd van frazenmakerij en zofj geschikt om verraderlijk venijn te verbergen. „Sire,quot; zei hij, ,,lt;lit zijn dezelfde sl uteK. welke Hendrik IV werden aangebod -u ; hij had zijn \\\'(gt;lk hero\\erd, maar helt;len heeft het volk zijn koning heroverd.\' Alsot I,odewijk X VI niet altijd met hart en ziel zijn volk had toebehoord! Hij proefde al de bitterheid, hem in die honingzoete taal te slikken gegeven, en een sombere wolk overtoog zijn ernstig gelaat. „l\'we Majesteit,quot; ging üailly voort, „komt genieten van den vrede, dien zij in de hoofdstad heeft hersteld; zij komt genieten van de liefde harer trouwe onderdanen; tot bun geluk heeft uwe majesteit de vertegenwoordigers der natie om zic h verzameld en gaat zij trachten gezamenlijk niet hen de grondslagen te leggen \\an vrijheid en openharen voorspoed. Welk een heuglijke dag v/.as het, toen uwe majesteit als eeu vader kwam zetelen te midden van dat vereenigd gezin, toen zij door de geheele vergadering naar haar paleis werd teruggeleid. Behoed door de vertegenwoordigers der nati •, dooreen ontelbare volksmenigte omstuwd,droeg zij in haar verheven trekken de uitdrukking \\ .in gevoeligheid en geluk, terwijl men rondom haar slechts vreugdegejuich hoorde, slechts tranen van aandoening eu liefde zag. Sire, noch uw volk noch uwe\'majesteit zullen ooit diengrootcn dag vergeten; het is de schoonste van het koningschap ; het i.. het tijdstip van een eeuwig verblind lu eh n vorst en volk. Deze tre\', is eenig in de ge i hiedenis ; hij zal uwe majesteit onsterfelijk maken. |
,,Ik heb dien si hoonen dag g e i en alsof alle geluk voor mij was weggelegd, is de eerste functie van het ambt, waartoe het vertrouwen mijner medeburgers mij geroepen heeft, u de uitdrukking van hun eerbied en liefde over te brengen.quot; Die opgeschroefde vleitaal vermocht de weemoedige trekken des konings niet te verhelderen ; liever dan Al die mooie woorden was hem één hartelijk „Leve de_ koning Iquot; geweest uit den mond van zijn bemind volk. Maar de menigte had tot wachtwoord gekregen: geen toejuichingen vóór hij op het stadhuis voldoende verklaringen heeft afgelegd. Er werd dan ook op den langen tocht niet anders geroepen dan „Leve de natie!quot; En wat die kreet betee-kende, dat kon de koning lezen op de opgewonden gezichten van die meer dan honderd duizend Parijzenaars, met oude geweren, pieken, hooivorken en zeisen gewapend, welke als een dubbele levende haag vormden, die zich met het rijtuig voortbewoog. Slechts stapvoets kon dit doorrijden en de portierraampjes varen neergelaten, zoodat de koning zonder beschut-ting was blootgesteld aan het benauwend gedrang en het oorverdoovend geraas, aan het gevaar, dat hem elk «ogenblik uit die gewapende menigte dreigde. Op de hoogte der Champs Elysées werden drie geweerschoten gelo t. waardoor een vrouw in de nabijheid van het rijtuig getroffen en doodelijk gewond werd. De markies de Cubière, die te paard naast het lijtuig reed, voelde zich licht aan het hoofd geraakt; zijn hoed viel af en toen men dien opraapte en hem overreikte, bleek hij door een kogel doorboord. Die schoten waren welsprekender dan de fraaie woorden van llailly\' Eindelijk bereikte men het stadhuis; links en rechts op de trap, die naar de groote zaal leidde, stonden gewapende mannen gxsc\'iaard, die hun blinkende bajonetten en pieken boven het hoofd des konings uitstrekten en aldus over hem vormden, wat in inaeonnieke taal het ,stalen gewelfquot; wordt genoemd, een van die kunstgrepen, welke in de loge gebruikt worden om den nieuweling schrik aan te jau n. Door die afgesproken vrijmetselaarsplechtigheid, die duidelijk heenwijst naar het geheime broeinest der heele revolutie, wild u de leiders van den opstand den koning ontzag inboezemen. Zonder dat zich een spier op zijn gelaat bewoog, ging I,odewijk XVI onder dat gewelfvan bajon u n eu pieken door, waaraan wellicht nog het blo il van De Launay en de andere slachtoffers an il,n 14C11 juli\'kleefde. /00 kwam hij in de groote zaal, waar een armstoel voor hem was gereedgezet. Nauwelijks was hij gezeten, of Hailly quot;kwam hem de nationale kokarde, het zinnebeeld van den opstand aanl e len ; ze was |
TAi\'KRKKI.KN\' UIT DK, GROOTE RKVOLiri nc.
|
niet meer groen als oj) den 12«! Juli, maar vvrtoomle de drie kleuren \\an Orleans, Kn met die kleuren \\ an den samen/weerdur, \\an /ijn dood\\ijand moest de koning zich sieren, liailly hechtte hem de kokarde op den hoed en op hetzelfde oogenblik baistte een storm van toejuichingen los. Xu had men den koning, naar men hem hebben wilde; hij droeg de kleuren der revolutie, dezelfde kokarde, die de bestormers der Bastille had getooid. Nu mocht er gejuicht en gejubeld worden, omdat de koning vernederd was. Die menigte, welke straks den vorst in onbeschaamd zwijgen had aangcslaard, wist nu niet hoe haar uitbundige vreugde lucht te geven en het „Leve de koningquot; , zoolang tergend ingehouden, weergalmde nu uit duizend monden te gelijk. l.ally lollendal, de warm/ koning .gezinde meende van dit oogenblik van geestdrift te moeien partij trekken voor zijn vorst. Welnu, burgers,quot; riep hij\', „zijt gij thans voldaan? Ziedaar den koning, om wien gij zoo luide hebt geroepen ; geniet van zijn tegenwoordigheid en zijn weldaden. Ziedaar dengene, die 11 uw nationale vorgadcringen heeft teruggegeven en die wil bestendigen. Och, dat hij eindelijk eens vertroostingen sinake; dat ziiu edel en zuiver hart van hier den vrede mee-neme, (lien hij zoo waardig is. /00 hij slechts door liefde wil gehoorzaamd, slechts door liefde wil bewaakt worden, kwijten «ij ons dan van een schatting, l\'tan-chen waardig, blijven wij de trouwe verdedigers van zijn wettig gezag, bezweren wij hem, het in al zijn beschuttende l.iacht te bewaren en zweren wij het te verdedigen.quot; „Dat zweren wc.\' dat zweren we!quot; riep de menigte en duizend handen te gelijk werden opgestoken tot dien eed, welke helaas zoo spoedig zou vergeten zijn. I-odewijk X\\ l voorzag het wel en liet zich niet door den schoo-nen schijn verblinden. Al dat opgewonden vertoon van geestdrift liet hem koel die daverende toejuichingen en verzekeringen van trouw konden het somber voorgevoel wan zijn hart niet tot zwijgen brengen, en lt;,p al de hoogdravende toespraken antwoordde hij alleen : „Mijn volk kan altijd op mijn liefde rekenen.quot; Ach.\' wat zou die liefde, de oprechtste die ooit een vorst voor zijn volk heelt gekoesterd, wat zou ze wreed miskend worden! Klonk het woest gejuich, dat uit de volksmassa opsteeg, | zoodra de koning zich met de kokarde op den hoed voor het stadhuis vertoonde, niet j reeds als een bittere bespotting? Ken der geschiedschrijvers der revolutie, Lacretelle heeft gezegd: „De intocht van bodewijk XVI bin 11,11 Parijs was slechts etn lange martelinquot; geweest; zijn terugtocht was een\' feest.quot; .Ken |
feest ja voor de leiders van den opstand, die hun sluwen toeleg zagen gelukt, den koning zagen gevangen in den strik, hem zoo verra-deilijk gespannen ; een feest voor het oproerig gepeupel, dat zich in zijn laagste hartstochten ■zag gevleid, dat den koning zag vernederd tot speelbal zijner luimen. Maar voor bodewijk X\\ 1 ? Ach, welk een folterende kwelling moet hij hebber doorstaan op dien terugtocht te midden van het rumoerige volk, dat aan\' rijn rijtuig ging hangen, ja er boven opklom, om hem aan alle kanten doof en suf te schreeuwen niet hun „Keve de koning!quot; Die toejuichingen, hij voelde het, had hij gekocht met zijn eigen vernedering, waarvan hij het brandmerk op zijn hoofd voelde gloeien, in die opgedrongen kokarde, welke hem als tot vasal maakte van Orleans. Wat zou de koningin zeggen, als zij hem getooid zag met de kleuren van zijn en haar doodvijand! Kn zou hij haar ooit terugzien? Konden die wapenen, welke zich zoo onrustig en onheilspellend vlak voor de open vensters van zijn rijtuig bewogen, niet elk oogenblik op hem gericht worden? Waren er des morgens nog geen schoten gevallen in zijn onniiddellijke nabijheid? Maar wat hem het bitterst folteren moest, dat was ongetwijfeld de gedachte dat de tocht\' met zoo goede bedoelingen ondernomen, niet alleen een nuttelooze, maar zelfs een verkeerde, verderfelijke stap was geweest, waardoor hij de revolutie niet teruggedrongen, maar veeleer aangemoedigd en bevorderd had. Du moet voor den koning, zoo nauw van geweten en zoo diep doordrongen van het besef van plicht en verantwoordelijkheid, een grievend zelfverwijt geneest zijn. Hij al het dolle vreugdegejuich, dat hem omringde op dien zegetocht, bleef de koning somber en peinzend ; en wèl was er reden tot droelenis voor zijn edel hart ; gelijk zijn goddelijke Meester weende over Jerusalem, dat llem met palmtakken en hosannah\'s inhaalde, zoo mocht ook bodewijk X\\T tranen schreien over zijn verdwaasd en misleid volk. „Zie, uw koning komt tot n, zachtmo\'dilt;\'quot; mocht hij met Sions Vredevorst zeggen ; maar ni de toejuichingen, die hem tegenklonken, grijnsde reeds de bittere spot van hel tergend „Wees gegroet, koning d.T Joden.quot; Ook quot;deze hosannah\'s zouden weldra\'overgaan in een bloeddorstig „kruisigt hem:quot; In plaats van het „Kevc de koning !quot; zou eenmaal de kreet we 1 galmen : „Weg met den tiran\' Naar de guillotine met, liein Ook hij zou als een lam worden ter slachtbank geleid. Niet tevergeefs had Mirabeau re ds op den openingsdag\'\'der Staten (jeneraal gezr ;d: „/.iodaarhel skirhtoiifer.quot; Oi a! laten we hem nog een oogenblik ge, lukkig zien te midden van zijn gezin, dat in |
\\\'ült; )R HONDERD JMIKN\'.
|
bange bokominering zijn terugkomst heeft verbeid. ..(ïod /ii gedankt roept de koningin uit, op het vernemen van het bericht dat de koning in aantocht is, en met madame Klisa-beth verlaat zij de kapel, waar zij zoo innig heeft gebeden voor het behoud van den dierbaren echtgenoot. Daar zal zij hem dan eindelijk terugzien na dien langen hangen dag, in akelige eenzaamheid gesleten. Reeds nadert de stoet en vult de breede lanen van Versailles, /.oever haar gezicht reikt, l it de opeengepakte nu nigte steken bajonetten en pieken omhoog, met groene kransen en kleurige linten gesierd, en te midden van die dichte bonte massa komt het rijtuig nader, op den bok, op de treden, ja op de imperiale dicht bezet met \\olk, dat hoeden en mutsen wuivend, telkens losbarst; ..leve de koning!quot; Thans \\an alle bezorgdheid ontlast en zich |
geheel overgevend aan haar g-\'luk, neemt de koningin den kleinen prins op den arm en ijlt haar gemaal te gemoet. In haar vreugde bemerkt zij de vernederende kokarde niet, noch de driekleurige strikken, waarmee de paarden /ijn versierd : zij ziet slechts haar echtgenoot, om wien zij heel den dag doodsangsten heeft uitgestaan. Kn ook bodewijk werpt zich in haar armen; thans heeft hij geen bedrieglijke en beleedigende to spraken meer te aanhooren. Hij is inden schoot van zijn gezin ; zijn vrouw en kinderen, zijn zuster omringen en kussen hem. De kleine prins klautert op vaders knie en schuiert hem het stof van de kleeren. Allen doen hem honderd vragen en bij dat hartelijk onthaal, in die vervoering van het gelukkig wederzien, vergeet I,odewijk XVI de kwellingen van dien akeligen dag en de bange voorgevoelens, die zijn hart beklemmen. |
K
vu.
Moord van l\'oulon • n Btatliicr. Het luirt van liertliier verslonden. ...... De mi-daad gewroken. — De lij. ton d -r
verdachten. — De ,.roovers.quot; • Overal gruwelen. — Terugroeping van Neeker. —
De nacht van den ^en Augustus.
|
en IukI lt;lcn koning gezegd dat hij het in de hand had, den \'\'\'^11111 van hot vergoten bloed iBbB Mk 1° slc\'lquot;-n; d(jiir zit ]i slechts fnÜ Pï iPiJwltc \',;l1 \'is tu vertooneii, zou hij Mffl | ^feljdo gistende stad in eens tot bedaren brengen ; enkel door wv^siamp;v^^V» toe te geven aan den eisch 1 e tlquot;\' /L!*K I \' .. Vtr \' lt; 1 V\'% m\\ (\'at \' trlt;)Cl,un aftrek- cn Nccker /ou tcru^kcc: ^^*\'v^w5\' ILn\' /ou 0l)Cens vcr-trouwen, tie liefde on gehoorzaamheid van zijn \\()lk herwinnen. Welnu, nog j-.e\'li week nadat I,odewijk X \\ i alles had ingewilligd wal men van hem verlangde, reeds den 2JCquot; juli aanschouwde Parijs weer dezelfde bloedtooneelen, als die hel op den s( hrikkelijken iiaslille-dag hadden bezoedeld. Opnieuw klonk het afgrijselijk ,7 la lan/crne! opnieuw wierp de vidkswoede zicli als een verscheurende hyena op haar prooi en werden bloedige afgehouwen hoofden als zege-teekenen op pieken omhoog geheven. Ditmaal gold het den vergrijsden schedel van den vier-en - zeven tigjarigen l\'oulon, die de misdaad begaan had, tijdens do afwezigheid van Neeker, den koning eenige dagen als minister tor zijde te staan, \'l oon do koning zijn diensten inriep en oen vriend hem om zijn hooge jaren allied, naar Versailles te gaan, had Fonlon geantwoord: „(lij denkt aan mijn hoogea leeftijd, maar denk ook eens aan het groote gevaar des konings !quot;• |
Hem zelf echter zat het gevaar nog dichter O]) de hielen ; reeds sedert den i4en stond zijn naam op de lijst der besehuldigden, en het baatte niet of hij zich, op aandrang zijner betrokkingen, al schuil hield. De haat wist hem weldra te achterhalen, de haat, die omtrent dozen raadsman van bodewijk XVI den laster had uitgestrooid, als zou hij gezegd hebben : „Het \\olk kan wel gras eten.quot; Vreeselijk wreekte het volk die vermeende miskenning van den „aristocraat.quot; Ook bijzon gras eten, en met een buhdel gras in den mond, met oen krans van brandnetels om de grijze haren, werd l\'oulon\'s hoofd op do piek rondgedragen. Hij was niet het eenige slacht otter van dien dag. Nog dreel de volkswoede met zijn rampzalig overschot haar bloedig spel, toen een aanrollend rijtuig toevallig oen anderen aristocraat aanbracht, tien jongen l\'erlhior, den intendant van Parijs, den inner der belastingen, wiens misdaad was de schoonzoon te zijn van Fotilon. Dreigend hield men hem het misvormde hoofd zijns schoonvaders voor, ids fel beeld van wat zijn eigen lol zou zijn. De jonge, krachtige man liet zich niet weerloos slachten als do afgeleefde grijsaard. Wetend dat zijn leven verbeurd was, wilde hij hel ten minste zoo duur mogelijk verkoopen. Mot di kracht |
VOOR HONDERD JARK\\.
30
|
der vertwijfeling niKte bij een zijner ba-springers een geweer uit de knuisten , /.waaide het als een vervaarlijke knots om zich heen, velde er zijn aanranders links en rechts mee neer, maar zeeg weldra zelf van honderd bajonnetsteken doorboord, levenloos ter aarde. Dat was een teleurstelling voor de kannibalen, die reeds gevlast hadden op het gehot eener lange marteling. Geen nood ! men zou zich schadeloos stellen door de schending van een lijk, Ken dragonder rijt met zijn sabel het lichaam open, stroopt de mouwen op, wroet met de band in de nog warme ingewandenen heft zegevierend een lillend stuk vleesch omhoog, onder den kreet: „liet hart van lierthier!quot; F.n dat bloedige hart wierp hij op de groene tafel van het kiezers-comité, voor de mannen \\an het stadhuis, voor den nieuwen maire Hailly, die zich aan d ■ spits bad laten stellen van bet oproerige l\'arijs en alzoo dc verantwoordelijk-beid bad op zich genomen voor al die gruwelen, welke hij, de hoofdman, niet bij machte was te beletten. F,venzoo werd ook Orleans gedwongen, uit de vensters van het /\'nhtis lu\'yal de moordenaars te groeten, die hem op hun pieken dc hoofden hunner slachtoffers toestaken, als om de goedkeuring te vragen van hun meester op het afsc huwelijk werk, waartoe hij hen had opgehitst en betaald. Anderbal ven dag vermaakte zich het bloeddronken gepeupel met de afgehouwen hoofden en des avonds diende bet hart van lierthier al een versnapering bij de koffie, onder het gezang van het operadeuntje: Non, ii n • -1 pas (ie oonnc tV-fe Si lo coeur n\'en est pnc. i) Dien,\' Ifden avond ook ontving de onmensch, die lierthier het hart uit het ontzielde lichaam ucschcurd had. zijn verdiende straf. In de kazerne komend en zich op zijn heldenstuk beroemend, zag de dragonder zich door zijn kameraden met af ■ huw teruggestooten. ..l af aard,quot; klonk hem tegen, „wat pocht gij erop, een stervende te hebben afgemaakt 1quot; i) Ir .-nur vin hi li art win llvrtliicr, jcri de«bbë Di\' Mom litbrd ni /in Hist, d.\' I rance, tlt;-);cn il\'-n iwiml In i i if\'dc ini In het I\'.1 1 ai s - K a y a 1 liin m ii^. tir.li n rijii\'li\'. un int met mjI of / ■ ■ kannUciUn, wa.uvsui hi) lii\'i Imofil wn.. nan een drr tsifeli;lt;:gt;. |gt;laai ■ n vraa n koll; -: di\' wnna-lt; hrarlil, IlctmonsU-r Mild.i.it.dc i.v. n ain.i.ir ili-r Itonilr. m i-nit licl liart gt; in Berthici van lt;)c waamp lnj li -i \'i\',loken had.nijpt Imm kroclitiR m , li. ii /:ii liamli n, |iri i ir i . nl):r dni| |.i:!. liloc I uit, ion dii\' in ile kopj.ni kullii\'. «n op hrt/rltili- noivnlilil. ......... li. I rl--lt;||lt;\' l.enili\' li n af);ri|gt;clijkcn drank aan d-j lippen, drinkt en lie/ant het npeiardrein te zingen, enz. |
„A\\\'ie zegt daar lafaard ?quot; „Ik! ik!quot; klonk het links en rechts. „Tegen allen te gelijk kan ik het niet opnemen,quot; hernam de moordenaar. „\\u dan zult ge met mij alleen te doen hebben,quot; riep een zijner makkers, „en op staan den voet quot; „Laat nem eerst zijn nanden wasschen en een anderen sabel nemen,quot; riep er een, „ge kunt toch niet vechten met een kerel, bebloed als een beul.quot; „Neen, laat nij maar opkomen, zooals hij daar is; dat ik hem naar de hel stuur met zijn boevenstuk!quot; Kn nauwelijks hadden zich de degens gekruist of de dragonder, die zijn regiment onteerd had, werd gedood vijf uren na den gepleegden moord en nog vóór bij zich de handen had kunnen wasschen. Zoo ging het te l\'arijs toe, zes dagen nadat de koning, gelijk het heette, door zijn toegevendheid aan het bloedvergieten een einde had gemaakt. Mn niet bet gepeupel alleen dronk zich aldus zat aan blued, neen bet kiezerscomité op het stadhuis ging voor door het aanwijzen der slachtoffers; er werden heele lijsten opgemaakt van veroordeelden, en die igt;penlijk aangeplaku; //.vA•.»• tUfgt;rosgt;\'ri/gt;/ioH telden tot zestig namen. De Nationale Vergadering van haar kant had slechts loltuitingen voor het volk, dat de vijanden des vaderlands hun gerechte straf deed ondergaan en de veelhoofdige „hydra der aristocratiequot; eenige koppen afsloeg. Mi ra beau vergoelijkte openlijk de gepleegde moorden als een rechtmatige rechtspleging, die nog genadig was in vergelijking met de gruwelen, die het despotisme op zijn geweten had, en toen enkele leden der \\ergailering hun afschuw over die gewelddadige terechtstellingen uitdrukten, schaamde Marnave zich niet te vragen „of het vergoten bloed dan zoo zuiver was.quot; „Arm volk, deugdzaam volk,quot; riep Robespierre meewarig uit, „zou men u willen laken, omdat ; ij. na zoolang geleden te hebben, u een enkelen dag hebt gewroken ?quot; Ja, zoover ging de Nati male \\ ergadering in het bevorderen der bloedtooneelen, dat zij zelve zich tot een gerechtshof opwierp, door uit baar midden twee commif. ion te benoemen, een tonntc de re-r/icrc/us, dat met het opsporen van verdachten, en een cpmi/c dc rafipor/s, dat met het uitbrengen van bescbuliligingen belast was, opdat toch het werk det stelselmatige moorde-nar j maar geregelden voortgang kon hebben. De hertog van Orleans zag er niets stuitends in, zijn kinderen in den (\':i\'ijiic van het l\'alais-Roval met de moordenaars te laten dansen! Kn de moordenaars lieten zich niet tevergeefs aanmoedigen; /ij bepaalden hun helden- |
TAFEREELEN UIT DE GROOTE REVOLUTIE. 37
|
leiten niet meer tot Parijs; heel Frankrijk was weldra het tooneel derzelfde gruwelen; tot in de verst afgelegen provincies stroomde het bloed gelijk in de straten der hoofdstad. Gelijk Parijs zich zijn stedelijke militie had gevormd, zoo moest elke stad, elke gemeente haar burgerwacht hebben en alles liep te wapen. Gelijk te Parijs de Bastille voor die gew apende benden had moeten vallen, zoo moesten het gansche land door de kasteden en adellijke huizingen omvergehaald en geplunderd worden. 1quot;\',venais Foulon en Berthier in de hoofdstad, zoo moesten het ook de aristocraten in de provincie ontgelden. Gelijk het Parijsche gepeupel tot razernij was opgezweept door den kreet: „liet leger des konings is in aantocht om ons neer te schieten!quot;—zoo werd de eenvoudige bevolking van dorpen en gehuchten het hoofd op hol gebracht door het geroep: „Ue roovers komen om den oogst van het veld te halen, uw huizen te plunderen, uw gezinnen uit te moorden. Te wapen ! te wapen !quot; Schrikkelijk tooneel, dat Frankrijk in die stormachtige dagen te aanschouwen gaf! „Ongelukkig land!quot; roept Carlyle uit. J loc wordt het schoone goudgeel en groen van het vruchtbare, heerlijke jaar geschandvlekt door een akelig zwart, door de grauwe asch van kas teelen, door de zwarte lijken der gehangen rnenschen ! De nijverheid staat stil, men hoort niet meer den klank van hamer en zaag, maar van de stormklok en de alarmtrom.quot; Fn die orkaan, welke in weinige dagen over geheel Frankrijk vaart, gaat uit, gelijk de storm, in de hoofdstad opgestoken, van de clubs der samenzweerders, wier trawanten het land af-loopen, behendig allerlei opruiende verzinsels uitstrooiend, oproerige pamlletten verspreidend, overal schrik en angst verwekkend voor denkbeeldige vijanden, van alles de schuld werpend op de „aristocraten.quot; Waar de bevolking, in haar trouw aan den vorst, niet warm te maken was voor de revolutie, daar predikte men die in naam fles konings. „De koning beveelt,quot; zoo klonk het, „dat alle kasteelen zullen worden verwoest; hij verlangt er geen enkel meer in het land dan het zijne.quot; Men vertoonde zelfs bevelschriften met zijn naam onderteekend. Fn door al dat geschreeuw opgezweept, liepen overal rumoerige benden te hoop, wapenden zich in allerijl met knotsen, bijlen, hooivorken en alles wat hun voor de hand kwam, bestormden de kasteelen, die „bastilles der aristocratie,quot; plunderden de wapenkamers, vernielden de adelbrieven en aloude familiestukken, dronken zich een roes in de kelders en pleegden in hun dolle woede tie onmenschelijkste wreedheden aan de bewoners, die „vijanden des volks,quot; welke juist in den afgeloopen feilen winter, op het voorbeeld van het koninklijk gezin zoo mild van hun overvloed gegeven hadden tot leniging van de behoeften der armen. |
In Maine werd de heer De Montesson, wiens schoonvader men eerst onder zijn oogen had vermoord, na lange folteringen neergeschoten en zijn doorboord lichaam viel op het lijk van den vader zijner vrouw. In l.anguedoc zag de heer De Barras een bende „voetbrandersquot; die naam zegt genoeg — zijn kasteel bestormen op het oogenblik, dat zijn echtgenoote in bange omstandigheden te bed lag. Hij ijlde naar haar kamer om met haar te ontvluchten, liet was reeds te laat. De onmensehen wierpen zich op den edelman, die wanhopig zijn vrouw wilde verdedigen en hieuwen hem voor haar oogen in stukken; de ongelukkige vrouw be stierf het. In Normandie kwamen de revolutionnaire woestelingen aan een oud kasteel, waar zij slechts een bejaard dienaar aantroffen. Na zich te hebben meester gemaakt van de papieren van adeldom, die steeds hun eerste prooi waren, de kapel te hebben geplunderd, kisten en kasten te hebben opengetrapt, keerden zij naar het binnenplein terug om daar van den buit een groot vuur aan te leggen. De vlammen stegen op, maar nu moest de heer des luiizi s het vreugdevuur komen zien. Het was een grijsaard, ziek en verlamd; men haalde hem uit zijn leger, dwong hem met slagen tot loopen, en daar hij bezweek, sleurde men hem voort en wierp hem midden in den vuurgloed, terwijl zijn beulen er als duivelen om ronddansten. In Franche-Comté werd de baron de Mom-justin, nadat men zijn huis geplunderd had, aan den rand van een diepen put gebracht onder bedreiging, dat hij er in gestort zon worden als hij niet op staandon voet de schatten aanwees, die bij hem verborgen moe- ten zijn ; en daar hij hun niets meer wist uit te leveren, werd hij, onder de armen vastgebonden, aan een touw in den put neergelaten, en moest zoo een uur lang blijven hangen, terwijl hij de beulen boven zijn hoofd hoorde beraadslagen of men hem in den put zou laten omkomen, dan wel op een andere manier doodmartelen. I\'.lders werd de ridder d\'Ambly naakt op een mesthoop gezet, terwijl de duivelen in men-schengedaante, die om hun slachtoffer dansten, hem haar voor haar de wenkbrauwen uittrokken. Te Troyes werd een rechtschapen man, die als loon voor het vele goeds, dat hij in den strengen winter aan de armen gedaan had, tot mairc was gekozen, in stukken gereten en zijn bloedige ledematen door de stad rondgesleept. Het heette dat hij, die in den schralen wintertijd zijn brood met de armen had gedeeld, het |
|
,\'1S VOOR HON meel wrgiftigd had! Do on/innigste beschul-dij;ingen vonden in die dagen van koortsige ijlhoofdigheid geloof, en het was voldoende, iemand de oninogelijk-te smet aan te wrijven, om hem onmiddellijk aan de woede van het gepeupel prijs te geven. Ken lid van hel parlement van Uesanron gaf op zijn kasteel (jnineey een feestmaal aan de landlieden van den omtrek. Te midden der algemeene vroolijkheid ontplofte door de onvoorzichtigheid van enkele nieuwsgierigen een vaatje kruit, dat hestemd was om groote rotsblokken aan een wijnherg te doen springen, liet ongeluk ko tie eenigen lui leven, en nn weergalmde door het gansche land do kreet, dat lt;le aristocraten het \\olk in de lucht wilden doen vliegen. )orlog aan de ka teelen, vrede aan de hutten!quot; was de wapenkreet, die door heel I i inki ijk weergalmd ■, en de ed len, die niet ouder de puinen hunner voorvaderlijke huizingen uilden lgt;egra\\en word ai, waren wel genoodzaakt zich door een overijlde vlucht in veiligheid te stellen ; zij molt; hten zich nog gelukkig prijzen, wanneer zij, tiisscheii de 1 lenden door, die alle wegen alliei)en, ongedeerd de grenzen konden bereiken; gelijk het gezin van l.oth, hel brandende (jomon\'aa ontvluchtend, mochten zij zelfs niet omzien naar het aloude stamslot, dat achter hen in rook en vlammen opging. De velden lagen vertrapt onder den voet van baldadig krijgsvolk, dat, uitgezonden onder voorwendsel van de ,,roo\\cTsquot; te tuchtigen en de wanordelijkheden te kee\' te gaan, alom de verwarring nog vermeerderde door gemeene /aak te maken niet den opstand, (lelijk een vuurberg, die aan alle zijden zijn kraters opent, /00 barstte op tien, twintig punten te gelijk de vol ut ie uil. Ie Straatslnirg werd een vel woed gexecht geleverd tusschen een regiment, dat de zijde der revolutie gekozen had, en een ander dal den koning trouw gebleven was. Het eer te zegevierde; hel stadhuis werd ver wot -t, het archief aan de vlammen prijs gc : eu n. Te ( \'aen w ei d de vijf en-twintigjarige burggraaf de lielztmce het slachtoffer van den imhteuden troep; de ongelukkige verdédigde zich een kwartier lang tegen zijn bespiiugers, maar zeeg eindelijk, van hondenl steken doorboord, uitgeput neder; zijn lichaam werd letterlijk verscheurd en.... verslonden. Te Brest, waar de oproermakers het lort bestormden en twintig duizend geweren buitmaakten, zag het iriiizquot;-, n die plundering doodbedaard aan. Te Valence, waar de veldmaarschalk De Voisins het koninklijk gezag wilde handhaven door zijn kanonnen tegen de oproerlingen te richten, zag hij zijn edel pogen veiijd M door de kanonniers, die weigerden te schieten, en werd zelf met twee olficieren op zijn post gedood. Te Verdun scheelde het maar weinig of de commandant der citadel De Droglie had hetzelfde lot ondergaan als de gouverneur der 1\'arijsche liastille: ook hij kon evenmin als De l.aunay besluiten zijn kanonnen te richten op de bende, die met pieken en zeisen de hem loevertróuwde veste bestormen kwam. „Ken enkel dezer vuurmonden,quot; riep hij uit. ,,z,(iu al dal volk, dat betaald wordt om te schreeuwen, tot zwijgen brengén, iloe jammer dat het Iranschen zijn ! Tegenover hen moet men kunnen verdragen.quot; |
Nergens alzoo vond de revolutie een ernstigen tegenstand; overal werd zij in de hand gewerkt door de troepen, die hetzij medeplichtig, hetzij besluiteloos 6f haar partij kozen óf lijdelijke toeschouwers bleven. Geheel Klankrijk was het tooneel van schrik en gruwelen, van volslagen regeeringloosheid ; het gansche land stroomde wan bloed, en dat terwijl men den koning had voorgespiegeld, ! dat zijn toegeven aan de eischen der revolutie aan de bloedtooneelen onmiddellijk een einde zou maken ! De ongelukkige vorst zou nog wreeder ontgoocheld w orden. Jlij had Necker teruggeroepen; zijn sehrijven achterhaalde den heengereisdeu minister ie Bazel in de herberg do Drie Ko fluimen, op het oogenblik dat hij daar samentrof met de gevluchte hertogin De Polignac en haar gezin. Van haar kon hij vernemen wat er sedert zijn vertrek te Parijs en elders was voorgevallen; hoe de revolutie reeds het gansche land in vuur en vlam had gezet; hoe zij zelfslechts ternauwernood met haar kinderen eu vertrouwden |
TAFEREELEN UIT DE GROOrE REVOLUTIE. :;ti
|
do grenzen had kunnen bereiken. Necker hoorde, met vrouw en dochter, de edele vluchtelinge vol verbazing aan. Als de zaken reeds zoover gekomen waren, zou hij dan wel aan de uit-noodiging des konings gehoor geven en zich wagen in hel land, dat anderen zich gelukkig achtten te kunnen ontvluchten? Maar het gevaar, dat de hertogin de Folignac en al de erkende vrienden des konings dreigde, bestond niet voor hem. Naast de koninklijke koeriers, die hem het schrijven van I.odewijk XVI overbrachten, stonden, met lauweren omkranst, de boden en gezanten der natie, die hem smeekten terug te keeren en Frankrijk te redden. Daartegen was de ijdelheid van Necker niet bestand ; gewillig liet hij zich in triomf terug-dragen naar l\'arijs, overal op zijn weg als de redder, de „beschermengel van klankrijkquot; begroet, met bloemen bestrooid, met geestdriftig gejuich ingehaald. Door eerepoorten en zegebogen deed hij zijn intocht in elke stad, en al dat ecrebetoon was nog maar kinderspel hij de hulde en het gejubel van het opgewonden Parijs. Als een koning werd hij op het stadhuis verwelkomd, en hij moest zich met vrouw en dochter op het balkon vertoonen, om heel Parijs zijn lof te hooren uitgalmen. In de bedwelming der wierookwolken, hem zoo kwistig toegezwaaid, verbeeldde zich Necker in ernst, dat hij maar te spreken had, om aan de gepleegde gruwelen paal en perk te stellen. Onderweg had hij reeds gelegenheid gevonden, tusschenheide te komen in het belang van den baron de Bésenval, wien als „gevangene der natiequot; hetzelfde lot dreigde als l oulon en llerthier. Op het stadhuis gekomen, wilde hij het moet tot zijn eer gezegd worden van do hooge macht, hem op eens geschonken, gebruik maken om gratie te verkrijgen voor Bésenval en voor al degenen, die op de lijsten der beschuldigden stonden. I lij bezwoer de Pa rij zenaars in een roerende toespraak geen bloed meer te vergieten, en er werd inderdaad een stuk opgesteld, waarin algemeene amnestie verleend werd aan allen, die iels tegen het volk mochten misdreven hebben. Maar Builly weigerde het stuk te teekenen als ..inconstitn tioneel, misplaatst en gevaarlijk.quot; Na al de buitensporigheden van den opstand te hebben gebillijkt, had de waardige maire van Parijs bezwaar tegen een bestuit, dat aan het bloedvergieten een einde wilde maken. Kn gelijk Hailly oordeelden al de hoofdleiders van den opstand. Mirabeau stak den volgenden dag den draak met de teergevoeligheid van den minister, die het had durven opnemen voor de aristocraten; en van dat oogenblik was de populariteit van Necker vervlogen. |
Neen, geen genade mocht er zijn voor d • „vijanden des volksquot;; tot den laatste moesten allen worden uitgeroeid. De hoofden, die reeds gevallen waren, vormden nog slechts een geringe afbetaling op de groote rekening, die het volk met de aristocratie te vereffenen had-het strafgericht des volks was nog pas begonnen ; het mocht niet gestuit, maar moest veeleer ten krachtigste doorgezet worden. /00 oordeelde de revolutionnaire meerderheid in de Nationale Vergadering, en op denzelfden dag dat Necker om gratie pleitte, stelde zij haar dubbele commissie in lot opsporing en aanbrenging van verdachten. Zij had zich in de laatste dagen bezig gehouden met tie plechtstatige, tooneelmatige afkondiging der „rechten van den mensch.quot; Die „papieren grondslag van alle papieren constitution,quot; gelijk Carlyle ze noemt, scheen vooreerst een vrijbrief te zijn, om alle rechten met voeten te treden en schaamteloos de grofste ongerechtigheden te plegen. Neeker bad op het herstel der orde aangedrongen ; de Nationale Vergadering wist niets beters te doen dan al de gruwelen en schanddaden, die frankrijk in de laatste weken hadden geteisterd, plechtig goed te keuren en te bekrachtigen. De op roerige benden hadden enkel de kasteden vernield ; de Nationale Vergadering haalde met blinde roekeloosheid, in den tijd van cellen nacht, heel het gebouw der maatschappelijke instellingen onder den voel, Frankrijk baldadig onder puinhoopen bedelvend. De bestormers der adellijke huizingen hadden slechts de brieven van adeldom verbrand, welke hun in handen vielen ; de Nationale Vergadeiin , maakte nog korter metten ; zij haalde eenvoudig een streel» door alle beschreven rechten. In de onstuimige nachtzilting van den 1 1 Augustus werden alle leenheerlijke rechten van den adel, al de eeuwenoude contracien, die de betrekkingen lussdien landheer en paditer regelden, al de inkom -ten der geestelijkheid, al de voorrechten van gemeenten en corpora-tien, tot zelfs de alz.onderhjke staten der verschillende provinciCn met één pennestreek vernietigd. En, noodlottige verblinding! de adel zelf gaf het sein tot die algemeene „offerande op het altaar des vaderlands,quot; Door edelmoedige, maar onbesuisde geestdrift meegesleept, gaven hertogen, baronnen, markiezen, burggraven om strijd hun aloude rechten prijs, niet bedenkend dat zij alleen over hel hunne, niet ook over den eigendom \\au ande ren rnoehlen be 1 hikken, l ai de revolutionnaiiv meerderheid haastte zich elk onbeladen voor stel onmiddellijk onder toejuichingen tot decreet te verheffen, liet was een ware sloopingswoeile, die de vergadering bezielde en haar aandreef niet te rusten voor de gansehe eeuwenl.engeiulc |
VOOR HOM\'
|
nationale slaatsinrii hting, als een oude cer-waanlige inboedel, die liij afslag onder den hamer gebracht wordt, voorgoed was opgeruimd. Na d\' ii nacht van di-n .jen Augustus stond er niets in Frankrijk meer overeind; in die weinige uren had de Nationale Vergadering meer verwoest dan de kasteelbestormers en voetbrander, in even zooveel weken. Alles was omvergehaald onder den kreet van „Vrijheid, gelijkheid en broederschap!quot; de schoon: chij nende leuze, als een noodlottig speeltuig onder die groote kinderen geworpen. |
Wie denkt hier niet aan het woord van den puntdichter Van Meurs : Een kind kreeg tot speelgoed een dolk, En \'t gnf zich een wonde : Een woord werd liet spel van een volk, En \'t rijk ging te gronde. |
quot;
I
y
H^^s/^s/^s/^s/s/s/s^s/s/s/s/y,/ v O^^sj\'s/V\'s/\' vVvV-vr1
I
I
VIII,
Dc Vrouwcnopstaml. — ! )c vrouwen in dlt;; Natiotnile Vergaderin
s)a.ip van Lifayetle. — Overrompeling van li t palcis. — v.,_,,,,,,..,, let koninkli|k gezin naar Parijs gevoerd.
.........—......- De vrouwendeputalie op liet paleis. — De
Overrompeling ^ van li /t paleis, — Coupc-tcles, dc vrijwillige beul, —
|
\\ ersailles onder wolvin en haar wij ze verscheuren!quot; |
Die bloeddorstige schimptaal koningin Marie Antoinette, de dochter uit het keizershuis, en haar vorstelijke telgen, de kinderen van den H. I.odewijk. I\'.n zij, welke die kreten slaakten, het waren vrouwen en moeders! het gehuil: ,.\\\\ eipt ons de jongen uit het venster, opdat gold de edele „De mannen,quot; hadden zij tot elkander ge-zegd, „zijn te lauw en te traag; wij vromven zullen hun vandaag het werk eens uit de hand nemen. Vandaag is het onze beurt, en wee den aristocraten, den opvreters van het volk ! Wij willen brood hebben, en daar men het ons niet goedschiks geeft, zullen we het met geweld te Versailles gaan halen.quot; De kreet om brood was van den beginne een krachtig opruiingsmiddel geweest, dat vooral thans zijn uitwerking niet miste, wijl de behoefte zilt; h inderdaad scherp deed gevoelen. Dc verwoesting der oogstvelden, de staking van allen veldarbeid, de onveiligheid der wegen, die alle verkeer stremde, kortom do ongeregeldheden, welke frankrijk van het eene einde tot bet andere teisterden, hadden vanzelf den toevoer van levensmiddelen naar de hoofdstad afgesneden, en de omverwerping van elke geregelde overheid binnen Parijs had een behoorlijke verdeeling van het aangevoerde onmogelijk gemaakt. \\\\ el was er een commissie voor de levensmiddelen (comi/r lt;/lt;: suhsis/anccs) opge richt, maar dit kon niet beletten dat de bezen-dingen koren reeds geplunderd werden vóór zij l\'arijs bereikten, dat het meel werd geroufd vóór het gemalen en het brood vóór het ge- |
42
|
bakken was, terwijl de bakkerswinkels aan een dagelijksche bestorming van het grauw blootstonden, waarbij menige bakker ,,aan de lantarenquot; ging. Zoodra nu in den morgen van den s™ (Jetober een schaamtelooze deern den kreet „brood!quot;\' liet hooien, en na zich in de wacht van tie wijk van een trom voor/ien te hebben, alle straatmeiden en wijven van haar soort bijeentrommelde tot een tocht naar \\ ersailles, om brood te gaan vragen, was in een oogwenk een heele bende van vrouwelijke oproerlingen op de been. Met de geweren, pieken en eigengemaakte hellebaarden (messen of bijlen op stokken) van haar mannen of broers gewapend, kwamen van alle kanten de heldinnen der revolutie zich aansluiten bij die tierende schare, welke spoedig tot verscheidene duizendtallen was aangegroeid, liet werd een „lolletje,quot; waaraan zelfs burgeressen, die zeker om geen brood verlegen waren, zich niet s( haamden mee te doen. In een vermomming van havelooze lompen mengden zij zich onder de „uitgehongerde vrouwen des volks,quot; en ook de mannelijke belhamels der laatste oproeren vonden het niet onaardig in vrouwenrokkenen mutsen den bonten schreeuwenden hoop nog wat te vergrooten. Eerst trok die zwerm naar het stadhuis, waar wegens het vroege morgenuur nog niemand te zien was. „Brood! brood! schreeuwden de hellevegen en slaken alvast de papieren in brand, op gevaar af van het heele gebouw :nn de vlammen prijs te geven; anderen bre-k n met bijlslagen het wapenmagazijn open en maken zich meester van zes, zeven duizend geweren, een menigte sabels en zelfs twee kanonnen, die naar buiten worden gesleept. Tot in den toren dringen de oproennaaksters door en hangen er een bewaker aan een balk op; de strop bink en de man viel twintig voet laag op een looden dak, maar bracht er gelukkig het leven nog af. Nu heeft men wapenen om den eisch om brood klem bij te zetten. Thans gaat het naar Versailles om de Nationale \\ ergadering rekenschap te vragen van haar arbeid en den koning, die zijn volk laat hongerlijden, het mes op de keel te zetten. Maillard, een der overwinnaars van de l\'a^tille, stelt zich aan de spits van dit leger vrijbuiters in rokken eu ga it nr-t li.inde trom voorop. „Naar \\ e; lilies ! brood ! brood !quot; gillen de wijven, die zoo ze werkelijk honger hcbb \'i), toch het eer: I voor den dorst schijnen i : hebben gezorgd ; w;iiii de\' meesten zijn al dronken. Kn zoo trekt dan die bende op onder den plasregen, vOprtflodderend door den modder van den weg, toegetakeld en ge wipend als een horde wilden, uitgemonsterd met kokarden en veelkleurige linten als verwaaide vastenavondgasten, schreeuwend en tierend als duivelinnen. Klke vrouw, die zij op haar tocht ontmoetten, moest goedschiks of kwaadschiks mee en er kon geen dame in haar rijtuig langs den weg komen, die niet genoodzaakt werd, tusschen die burgeressen met haar zijden schoeisel door het slijk te plassen. |
Het was omstreeks zes uur in den avond toen dat leger, druipnat en bij zingende troepen Versailles binnentrok. Het eerste werk der „vrouwen van Parijsquot; was. zich aan te melden bij de Nationale Vergadering, die niet zonder schrik de aankomst dier geduchte krijgsmacht had vernomen. Mirabeait, die gelijk de meeste helden met den mond, al zijn moed in de schoenen voelde zinken, zoodra er wezenlijk gevaar dreigde, had den president Moitnier reeds geraden de zitting onder voorwendsel van ongesteldheid te schorsen. „Heel Parijs is tegen ons in aantocht,quot; had hij in zijn angst gezegd. ..I)es te beter,quot; had Mounier daarop koeltjes geantwoord. ,,I )an moeten ze ons allen maar vermoorden, maar a 1 I e n, verstaat ge ? 1 )aar kunnen de zaken slechts te beter om gaan.quot; Mounier, de koningsgezinde, wildeden verwoeden revolutieman te verstaan geven, dat wie den opstand uitlokt, ook niet moet terugschrikken voor de gevolgen. ()ndertusschen naderde de woeste horde het gebouw, schreeuwend en stampvoetend om binnengelaten te worden, onder bedreiging do deuren te zullen intrappen. ..Goede patriotten,quot; roepen zij, „behoeven niet bang te zijn voor goede burgeressen ;quot; en met geweld pogen zij allen te gelijk de vergaderzaal binnen te dringen. Ken twintigtal dier furiën, rood en opgewonden van den drank en haar eigen getier, druipend van het nat en haveloos van den langen marsch, afzichtelijk onder het rosse licht der lampen, weten zich met Maillard aan het hoofd toegang te verschaffen. „Het volk verlangt brood,quot; raasde hij, „sedert drie dagen is het wanhopig, het heeft den arm opgeheven, en die arm is verschrikkelijk....quot; Nu volgen de gewone ongerijmde bcsclutldi-gingen tegen de aristocraten, die de molenaars met geld omkoop mi opdat ze niet zullen malen. „Het volk heeft de bewijzen daarvan ; het kent den naam zijner vijanden.quot; „Noem ze,quot; zegt de president. „Wij willen ze niet noemen; wij zijn patriotten en geen ,i;mbrengers.quot; „|):iar gij hier gekomen zijt om te spreken, dient ge te spreken. Stel de vergadering in i.i.it het volk recht te doen. Wie zijn degenen, die den molenaar;; geld geven opdat ze niet zouden malen ?quot; |
43
|
„Ken van hen is de aartsbisschop van Parijs,quot; klinkt het onbeschaamd, en als die schandelijke laster algemeene verontwaardiging wekt, dan barst met vernieuwde woede de heele stroom der beschuldigingen los tegen de priesters, tegen de aristocraten, tegen de lijfwachten des ko-nings, die naar het heet de nationale kokarde hebben v ertrapt bij het feestmaal, waarmee /ij het regimen/ de Inland re, onlangs tot hun versterking aangekomen, hebben verwelkomd. Meer dan een uur lang blijft het getier aldus voortduren en ondertusschen dringen telkens meer burgeressen de zaal binnen. Schaamte-looze meiden uit beruchte hui/en en smerige wijven zetten zich op de banken naast de heeren wetgevers, schuiven in haar morsige plunje ongegeneerd aan en veroorloven zich de stuitendste gemeenzaamheden. „Spreek,■\' zeggen ze tot den een, „Houd uw mond,\'\'duiven ze een ander toe. en terwijl ze dezen om den hals vallen, bedreigen ze genen met de lantaren. Ondertusschen sart Maillard: „Talmt niet om voldoening te geven of er zal bloed stroom en.quot; Eindelijk weet Mounier een oogenblik stilte te verkrijgen om het voorstel te doen, dat de Vergadering een deputatie naar den koning zal zenden om maatregelen te verzoeken ten einde Parijs van levensmiddelen te voorzien. ()nder-tusschen moeten de vrouwen zich bedaard houden, daar er met wanordelijkheden toch niets te winnen is. Maar nauwelijks begeeft Mounier zich aan het hoofd der deputatie op weg, of daar hangen de wijven zich aan hun arm en roepen: „Wij gaan mee; wij willen ook den koning spreken,quot; en in het donker worden de afgevaardigden door den heelen troep omsingeld. Mounier heeft zelf dien tocht aldus beschreven: „Zoodra ik van mijn stoel was opgestaan, omringden de vrouwen mij, zeggende dat ze mij naar den koning wilden vergezellen ; ik had veel moeite om te verkrijgen dat zij slechts ten getale van zes zouden meegaan, hetgeen verscheidene anderen niet belette zich bij den stoet aan te sluiten. „Wij gingen te voet door den modder onder een geweldige regenbui. De vrouwen van Parijs vormden verschillende troepen, vermengd met een aantal mannen, voor het meerendeel met vodden bedekt, met woes-ten blik en dreigend gebaar, afgrijselijke kreten uitend; zij waren gewapend met geweren, oude pieken, bijlen, slagershakmessen en groote stokken, aan hel einde van degen klingen cn messen voorzien. Ken gedeelte dier mannen voegt zich bij ons om de deputatie te begeleiden ; die zonderlinge en talrijke stoet wordt voor een samenscholing aangezien ; lijfwachten jagen er door heen. Wij worden in het slijk uiteengedreven, voegen ons weer bij elkaar en naderen zoo het paleis. |
.,\\Vij vinden de wacht des konings op het voorplein geschaard, een afdeeling dragonders en nog andere troepen; wij worden herkend. Men had veel moeite om de menigte te beletten met ons binnen te dringen ; in plaats van zes vrouwen, wien ik den toegang tot het paleis beloofd had, moest ik er twaalf meenemen.quot; Terwijl hij met zijn luidruchtig gezelschap de trappen besteeg en de lange gangen doorliep, poogde hij het tot bedaren te brengen en tot eerbied en vertrouwen te stemmen, zeggende dat zij in den koning den besten vriend des volks zouden zien. „Dal weten we wel,quot; kreeg hij bits ten antwoord, „maar de koningin kan ons niet lijden; zij heeft met de lijfwachten de kokarde der goede burgers vertrapt.quot; Intusschen bonden de rumoerige dames toch in, toen tie koning ze minzaam met de deputatie binnenliet en ze voorkwam met de woorden : „Ik deel in uw ontberingen en heb niet gewacht lot gij hier kwaaml om daarin te voorzien.... (lij vraagt mij brood; zoolang ik nog een stuk brood heb, zal ik het met u deèlen.quot; Ken zeventienjarig meisje, beoldsnijdster \\an beroep, die als de meest presentabele uit den hoop tot woordvoerster gekozen was, vertolkte nu de grieven en verlangens der vrouwen van Parijs. Zij deed uitstekend haar woord, maar nauwelijks had ze uitgesproken of, door aandoening overmand, stortte ze bezwijmd aan \'s konings voeten neer. .Als een vader beurde hij haar op, hielp haar bij, reikte haar een beker wijns, stelde haar en haar gezellinnen gerust, belovende dat al het mogelijke gedaan zou worden om in den nood der hoofdstad te voorzien, en een dankbaar ..l eve de koning! leve de koningin !quot; bewees weldra hoe zijn goedheid als bij loovörslag het hart dier misleide Mouwen gewonnen had. Maar daarmee waren zij, die buiten tonden, nog niet bevredigd ; als furiën vielen ze aan op het twaalftal, dat opgetogen uit het paleis terugkeerde. „Het zijn aristocraten geworden,quot; huilde het ergdenkend gepeupel, „men heeft ze de handen gestopt! Aan de lantaren!quot; Kn woedend werden de ongelukkigen door den modder gesleurd, om op staanden voet het bloedig vonnis te ondergaan. Reeds had de arme zeventienjarige een kousenband als strop om den hals, toen een der lijfnachten haar bevrijdde uit de handen der benlinnen, die niet tot bedaren kwamen, vóór de koning zelf van het balkon verklaard had dat de boodschap tel . niets hadden ontvangen en hij de menigte zijn antwoord van straks had herhaald. |
44
|
Intiis-rluii viel het oproerige volk in lt;le duisternis reeds de verdedigers des konings aan, die voor het paleis stonden opgesteld en die door een enkele geduchte losbranding het gespuis in eens hadden kunnen uiteendrijven, /ou niet het uitdrukkelijk bevel des konings, geen druppel burgerbloed te vergieten, hen tot werkeloosheid had gedoemd. /.ij /elt werden er het slachtoffer van ; steenworpen en geweerschoten teisterden hen onophoudelijk en weldra lag de markies de Savonnières neergeveld door een schot, waaraan hij twee dagen later bezwijken /ou. Gehoorzaam tot in den dood aan h 1 bevel zijns meesters weei hield de gewonde zijn makkers, die hem wilden wreken. F.venzoo antwoordde een ander aan een boodschapper die hem namens den koning op het hart kwam drukken, toch niet op het volk te schieten: „Verzeker Zijne Majesteit, dat ieder onzer nauwgezet zijn bevelen zal opvolgen, maar wij zullen allen vermoord worden.quot; Door di - straffeloosheid aangemoedigd, werd de woeste vrouwenschaar met elk oogenblik touter. lot vlak onder de vensters deden zij haar moordgehuil hooren : ,,\\\\ erp ons het hooUl van de Oostenrijksche toe! geef ons de wolvin en haar jongen !quot; „Ik,quot; liep er een, „zal haar hoofd op mijn piek nemen ; die is zeven voet lang.quot; „Kn ik zal haar het hart opvreten\'; ik heb bloed van l\'.erthier gedronken,quot; schreeuwde een andere. Wat verder klonken er kreten, die eischten dat men het paleis zou omverhalen gelijk de Hastille en werkelijk werden de meegebrachte kanonnen op de verdedigers des konings gelicht, Tot driemaal toe zagen dezen de brandende lont aan het kruit gebracht, maar gelukkig doofde telkens de plasregen de vlam uit. Wee den lijfwacht, die, in de duisternis v n zijn makkers gescheiden, in de handen (lier onmenschen viel. Ken lumner, wiens doodvonnis reeds was uitgesproken, wist te ontsnappen op het oogenblik dat de monsters hem zouden verscheuren ; slechts zijn paard bleef in haar handen ; dit werd afgemaakt, op een groot vuur gebraden, in stukken gesneden en verslonden, onder de kannibaalsche opmerking : ,,I)\' ruiter zou beter gesmaakt hebben. |
Het leger van den opstand had een vol slagen bivouak gemaakt van het groote voor-plein en de bieede oprijlaan. Overal brandden ■ loote vuren en verlichtten met hun rossen gloed het woeste tooneel, dat een kampement van duivelen geleek en dat het koninklijk gezin van uit de vensiers moest aanzien. Intussi hen waren niet allen rondom die vuren in den modder verzameld gebleven; heele groepen waren voor den regen gaan scliuilcn in de kerken der stad, die zij door de grofste baldadigheden ontheiligden, en een heele zwerm had een onderkomen gevonden in tie .Nationale Vergadering. 1 \'ie volksvertegenwoordiging, welke juist van deze voor den koning zoo bange uren had gebruik gemaakt om hem tie goedkeuring af te dwingen van de besluiten m de vergadering van den 4en Augustus ge nomen, zou dien avond ondeivintien, dat het zijn bedenkelijke zijde heeft, het gezag de teugels te ontwringen, die den volkshoop moeten breidelen. Toen de president in de vergader zaal terugkeerde om den lieeren afgevaardigden mee te deelen, dat de koning hun besluiten had goedgekeurd, zag hij den voorzittersstoel door een soort van verkleeden grenadier inge- nomen. • ,,lk zal beter voorzitter spelen clan gij,quot; nep het wijf hem toe, „want vandaag hebben we gezien dat de vrouwen haar zaken flinker afdoen dan de mannen, /.eg eens, president, gij die bij den koning geweest zijl, wat heelt hij dezen nacht voor ons gedaan. Zullen do paperassen, die hij geteekend heeft ons goedkooper brood bezorgen? (\'.ij hebt, naar men zegt, voor het verfoeilijk rrA\' gestemd ; pas op, want de nationale lantarens zijn dicht genoeg bij de hand.quot; Dergelijke beleedigingen moest zich de Vergadering laten welgevallen, die den koning de wet stelde! Ja, zij leverden een waardig schouwspel op, die wetgevers van 1789, in dien af schuvvelijken nacht, toen zij samenzaten op dezelfde beslijkte banken met lichtekooien en gemeene wijven, ongegeneerd etende en drinkende alsof ze in een der gemeene kroegen zaten, waar ze thuis hoorden. Want de hertog van Orleans had gezorgd, dat de vrouwen van Parijs, welke dien dag zoo dapper voor hem in de weer waren geweest, behoorlijk werden getrakteerd. Kr was op zijn kosten brood, worst, wijn en sterke drank rondgedeeld, en er werd duchtig gedronken op de gezondheid van den „vriend des volks, die de goede but geressen onthaalt.quot; Had hij niet de heele pret op touw gezet, hij die de beruchte Ihéioigne de Méricourt, een schaamtelooze en veile deern, in staat stelde, de soldaten des konings, die voor haar bekoringen koel hieven, met handen vol goudstukken om te konpen ? Terwijl het vrouwenleger zich aldus verpoosde van de vermoeienissen van den dag, was intusschen nog een andere krijgsmacht uit Parijs naar Versailles gekomen. I.alayette, de commandant der Nationale (larde. was met al zijn troepen en gevolgd door al het gespuis, hetw Ik niet reeds met den vrouwenoptocht was voorafgegaan, opgetrokken om den koning te gaan halenen voorgoed naar l\'arijs terug te voe- |
45
|
ren. 1 let was «Ie nieuwste volkswensch, die zich in de oproerige hoofdstad had geuit, en ook daaraan moest onmiddellijk gevolg worden gegeven. ,,Sire,quot; sprak de revolutie-generaal, toen hij laat in den avond op het paleis van Versailles aankwam met zijn ,,verzoekquot;, waaraan een heel leger met geschut, oorlogswagens en al klem bijzette, „Sire, (\'we Majesteit heeft geen trouwer dienaar dan ik.quot; Nu die trouwe dienaar er was, had Zijne Majesteit niets meer te vreezen, en l.afavetle bewoog den koning dan ook, de lijfwachten, die geen dienst hadden in het paleis, eenvoudig heen te zenden. Hij zelfstond thans met zijn troepen voor de v eiligheid van het paleis borg. Ku als om den koning omniddellijk een bewijs van die trouwe toewijding te geven ging hij in dien nacht, toen half Parijs de woning zijns vorsten omsingelde en bedreigde, ver van het paleis dat hij van verdedigers ontbloot had.... slapen, zonder zich te bekreunen om de geweerschoten, welke heel den nacht door weerklonken. Ja, hij bleef zelfs slapen, toen den volgenden morgen om vijf uur een bende oproerlingen door een openslaand hek het paleis des konings binnendrong en een schildwacht, die hun den toegang belette, op ziju post afmaakte. De vreesdijke CdH/e-ZcScs, de woesteling met den langen baard en de ojigestroopte niouwen, de gewezen slachter, thans vrijwilligen beulsdienst verrichtend voor het gepeupel en reeds vermaard om zijn bedrevenheid in het afhakken van hoofden, was vroeger wakker dan de „trouwe dienaar van Zijne Majesteit.quot; Hij was onmiddellijk bij de hand om den ongelukkigen lijfwacht het hoofd af te houwen, dat. aanstonds op een piek geheven, als zegeteeken de bestormers werd vooruitgedragen bij de verraderlijke overrompeling van .et slapende paleis. Ken anderen lijfwacht dreigde hetzelfde lot. e moeten een tweede hoofd hebben tol pendant Iquot; schreeuwen de woestelingen, en dringen voort, den armen soldaat achtervolgend tot in de zaal der paleiswacht, waar elf zijner kameraden den aanstormenden hoop tegenhouden. Met tafels en banken barricadeeren zij de deur ; helaas, de paneelen zwichten voor het geweld van pieken en bijlen ; gewond en bebloed moeten de lijfwachten wijken voor de moordenaarsbende, die bloeddorstig voortdringt naar de vertrekken der koningin, dreigend haar te verscheuren en te verslinden. Als tij gers werpen zich de woestaards op de trouwe verdedigers des konings, die hun op de trappen en in de gangen met wanhopige krachtsin-spanning tegenhouden, oin althans het bedreigde koninklijk gezin tijd te geven zich óp tegenweer bereid te houden. ..Redt de koningin !quot; roept tin hunner de hofdames toe, die geheel gekleed in een voorvertrek een korte rust genoten en thans uit haar slaap opgeschrikt naar de kamer der koningin ijlen, om haar le wekken. Kn één tegen honderd verdedigt hij den toegang tegen de overmacht, tot hij door zeventien pieken doorboord op den drempel der deur in zijn bloed neerzijgt. Zijn lijk verspert den binnendringers nog den doorgang ; het wordt aan stukken gereten en de bloedige ledematen op de pieken gestoken. Dezelfde moordtoo-neelen worden afgespeeld op de portalen en in de gangen, die naar de kamer des konings leiden, liet is als een wilde jacht, die het koninklijk gezin tot in het slaapvertrek achtervolgt. |
Inmiddels is de koningin verschrikt van haai legerstede opgesprongen en onmiddellijk naar de kamer des konings gevlucht. Zij vindt die ledig ; haar echtgenoot is langs een anderen toegang naar het vertrek zijner gemalin geijld en staat, op zijn beurt het bed verlaten vindend, dezelfde angsten uit als zijn echtgenoote. Kindelijk vindt hij haar met de kinderen terug in zijn kamer, die nog de eenige schuilplaats is van het paleis. Lijfwachten, edellieden, bedienden allen hebben zich daarom het koninklijk gezin verzameld, terwijl het gepeupel zijn verwoestingen voortzet en, de koningin niet meer in haar kamer vindend, zijn woede koelt aan het bed, waarop zij heeft gerust en dat niet pieken wordt doorboord. Het heele paleis dreunt en davert van het woeste getier, de bijlslagen en piekstooten van het razend gepeupel, dat zelfs de kapel niet spaart, ja de liefdezusters le lijf gaat, die in de infirmerie de gewonde lijfwachten tegen hun moordenaars moeten verdedigen. Kn terwijl dit alles in den vroegen morgen plaatsheeft, slaapt Kalayette, „de trouwe dienaar van Zijne Majesteitquot;, ongestoord, ver van bet paleis, voor welks veiligheid hij beloofd had te waken. Kerst to n hel koninklijk gezin op hel punt stond door het gespuis le worden aangerand, kwam hij met zijn volk, tot ontzet opdagen, en thans, nu de storm zoo goed als uitgewoed had, toonde hij zich mans genoeg om dien te bezweren. De „trouwe dienaarquot; des konings kwam om het bevel.... des volks ten uitvoer Ir breiieen. Dit eischic onder woest getiet : .,l)e koniii; moet mee naar l\'arijs; dan zullen we geen gebrek meer aan brood hebben.quot; Kn als ee willige uitvoerder van den volkswensch voerde I^ilayette zijn koning schijnbaar in zegepraal, maar feitelijk als gevangene naar de hoofdstad. Als een gunst had Kodewijk X \\ 1 moeten be dingen, dat zijn gemalin, dit: zich niet v;in hem si heiden wilde.-, en zijn kinderen hem mpchlen \\erge/elf n. ..\\u hebben we d i bakker, de bakkerin en den bakkersjongen.quot; schreeuwden de wijven, die in zingende troe |
VOOR HON\'OKkl) JARK.V.
|
pen en groene bonmtak\';; n zwaaiend, vooruit-gijigen. I n aan het hoofd van dien stoel, welke het trouwe volk van Parijs verbeelden rnoest, dat zijn beminden vorst inhaalde, /.weefden op pieken twee hoofden r) van !•lt;gt;-dewijks trouwe verdedigers, lang niet genoeg naar den /in van den vrees lijken CW/yV/k\'/ev, die gromdedat men hem om zoo\'n kleinigheid naar Versailles had laten komen. ,,Tk had mij voorgesteld,quot; z i hij, „minstens het hoofd der koningin te mogen hebben.quot; |
i) In li\'.-t d irji Sevres, .i.it men Joortruk, woi J e- n kapper niet liet nies op tic keel ^ciiwoip-en, die lluoMen ie (Huiereii en le fri^een n. Na dit stuitend werk vetrielillc hebben, bestiert\' lt;le ni.ui het van den sdwik. |
^^4.- $X,
IX.
Do eerste verjaardag der revolutie. — Het gmntscliap v.ui liet mcnsebclijk (•eskclil. - ï.iebcreidscleu op liet Marsveld — De optocht dei pieken. — Hut feest der ecden.
|
fdfiHfess ariJs za\' (^1 ■\'aar \'let eeuwgetijde \'Ier revolutie vieren ; door teest-\'\'\' gedruisrh, muziek en vreugde salvo\'s hoopt het republikeinsche «JP h rankrijk de wanklanken te ggy^ overstemmen, die onheilspellend \\ an alle kanten opgaan; achter bloemen en draperieën denkt \' Wf ^.y ^^ \'1ct z\'jnc ellende te verbergen. \' ielijk een dwaashoofd ziju zor-gen in een roes poogt te ver-geten, zoo zal het zich door luidruchtig gejubel trachten te bedwelmen, om den afgrond niet te zien, die aan zijn voeten gaapt. Dezelfde behoefte aan bedwelmende feest-vieringen deed zich reeds gevoelen tegen den eersten verjaardag der revolutie. Opmerkelijk genoeg heeft men van den beginne reeds den 14cn Juli tot dien nationalen vierdag uitgekozen. Men had geen betere dagteekening kunnen bedenken dan die van de verwoesting der Bas tille : geen feit dat sprekender net karakter der revolutie teekent; omverwerping is ten allen tijde tot op den dag van heden haar meest in het oog vallend kenmerk geweest. |
Naarmate de 14e juli 1790 naderde, openbaarde zich alom een onbestemd verlangen naar vroolijker, opwekkender tooneelen dan die frankrijk nu sedert ten naaste bij een jaar aanschouwd had. l ot dusver had het n ets gezien dan gruwelen, moord en verwoesting; het raakte verzadigd van bloed en wenselite andere vertööningen. Toen de ongelukkige markies l\'avrns i), onder besrliuldiging \\an vei -raad jegens de natie, in den avond van den Kjen I\'ebruari liij het lieht van lampions, waar mee men /clls de galg had opgeluisterd, uerd opgehangen, had het bloedgierig g. peupel nog /v.v geroepen ; een tereehtstelling bij illuminatie was ongetwijleld iets zeer pikants. .Maar op den duur begonnen die schouwspelen tochhun aantrekkelijkheid te verliezen, l.augen tijd was de kreet „brood !quot; voldoende geweest om het volk tot de schromelijkste uitbarstingen op te zweepen ; in den laatsten tijd eisehte hel evenals het plebs van het oude Rome : ptuicin cf ch -ccuses, brood en s p el e n 1 I n zijn regeerders \\erlangden niets liever dan het niet spelen bezig Ie houden ; zij zeil hadden er misse\'iien nog grooter behoefte aan. I\'.en jaar lang was het zegenrijke werk der omwenteling nu reeds in vollen gang, en lei wijl het altijd heette dat de revolutie het geluk\\an I\'rank rijk voorgoed verzekeren zou, had men i) J-avras weni btticlil voor tien «ir.i.if \\.iii Art.-i Igt;i bijecngcbr.ichl i • li bln u ten IjcIio. vc centr ic.kh ,iiu; samenzwering. Men kon hem van dit feil niet overinigen, maar Ii.kI /ijn vcroordccling reeils aan het \\(i!k l-cl.nit i dl., een vcrgociiing voor il\'- telenrstcllnu\'. die liet ondervojuic liad door de vrijspraak van Bésciival 1 |
|
/,3 VOOR HON 1 tot du.ver nog niets gezien dan gruwelen en ellende: het werd tijd dat bet lang gedroomde geluk /.ich althans in schijn eens vertoonde. Altijd had men den mond vol gehad van m\'lijkh.\'id i\'U l)roedersrha|). en de Nationale Vergiulering had geen moeite gespaard om elke ongelijkheid weg te nemen ; zij had den adel beroofd \\an zijn voorvaderlijke rechten, de g vNtelijkheid van de haar gewaarborgde in-komsteii, de kloosterlingen van hun geloften ontslagen en,... aait de deur gezet, alles uit naam der gelijkheid. Dij de afkondiging der zoogenaamde rechten van den mensch waren alle menschen plechtig als gelijken en broeders verklaard, en toch liet de broederlijkheid nog veel t ■ wensclu-n over. Het was dus zaak, zij het slechts \\oor de leus, door een gemeenschappelijke nationale feestviering alle Franschen als in ééne omhelzing eens en voor altijd te verbroederen, /00 rijpte allengs het denkbeeld tot het groote verbro deringsfeest van den juli 1790. Toen op den 6cn Oc tober van het vorig jaar het koninklijk g. zin met geweld naar Tarijs was gquot;-sleept, was de Nationale Vergadering den koning Önmidd\'.\'llijU naar de hoofdstad gevolgd, /ij had z:ch op staanden voet ons» 1 intlliaar verklaard \\an den souverein, dien zij in den vrgt; elijkci nae.ht tu ( hen den 5«quot; en ftc» ()c-tober bedaard aan d - woede van het gepeupel Ut prooi liet. liet was dan ook volstrekt niet d gehechtlu-id aan zijn persoon, die haar hals over l.op van Vlt; 1-ailles naar Parijs deed ver huiz\' 11 : het was de rumoerige hoofdstad zelve, die haar aantrok, en de naijver jegens de hee-ren van het gt;iadhiii;-.. wier eigemnachtig bewind liaai al te stout naar de kroon begon te steken. /ij haastte z.ilt; h lt;i den koning naar Parijs te \\ rgezellen en nam daar haar intrek in een zaal van het aartsbi chopp Üjk paleis, waar zij op pa ■ ende wijze werd ve rwelkomd door lu-t bloed; e hoofd van e.-n hakker, boven dedciir \\an I 1 bouw -j - pijk- rd als een aangename verra ing \\ in het Parij elie \\olk of liever als een dreigende viie-yrv.ijzing naar hetgeen dat som reine \\(ilk van zijn vertegenwoordigers ver-A achtte. (laar de z.aal op den duur ongeschikt bleek, v. 1 plaatste zich de Vergadering kort daarop naar een matieg1- of circus m de buurt der \'l\'uil\'-e -in, waar zij ongetwijfeld het lu-st op ha ir plaats wa- want als een holl aid paard had zij allengs alle teugel, van betamelijkheid, richt en rede afge duid en vermeide zii li in een dollen wedren naar de buitensporigste nieuwigheden. |
Vel leden, weU-- haar mi . hien nog eeniger-mate iiadden kunileu tt mghoudi-n op den hellenden weg, waarlang-- .ij !•\'rank tijk ten ondergan \\Derde, de trouwe koningsgezinden en zij, welke in den aanvang nog gehoopt hadden aan de omwenteling een betere richting te kunnen geven, hadden haar sinds lang, ontmoedigden verontwaardigd, den rug gekeerd. Zij meenden zich zeiven te onteeren door nog langer zitting te nemen naast volksvertegenwoordigers, die de schandalen van den 5equot; en 601 October hadden geduld. ..Het ging mijn krachten te bouu,quot; dus rechtvaardigde Lally Tollendal zijn uittreding, „nog langer den afkeer te weerstaan, mij ingeboezemd door dat bloed, die hooiden, die bijna vermoorde koningin, dien als slaat mee-gevoerden koning. Parijs binnentrekkende te midden zijner aanranders en voorafgegaan dooide hoofden zijner ongelukkige wachten ; die trouwelooze janitsaren, die moordenaars, die kannibaalsche wijven, dien kreet van allen : ,,l)e bisschoppen aan de lantaren!quot; op het oogen-blik dat de koning met twee bisschoppen van zijn raad in het rijtuig zijn hoofdstad binnentrekt; een geweerschot, dat ik op een der koetsen van de koningin heb zien afvuren ; üailly, die dit alles een sc.hoonen dag noemde; de Vergadering, die \'s morgens koeltjes v erklaard had, dat het niet met haar waardigheid strookte, zich gezamenlijk om den koning te scharen ; Mirabeau schaamteloos in die Vergadering uitroepende, dat het schip van staal, wel verre van in zijn vaart gestuit te zijn. veeleer sneller dan ooit zou voortstevenen naar zijn herschepping; Barnave met hem lachende, toen er stroomen bloeds rondom ons vloeiden; den rechtschapen Mounier als door een wonder ontsnappende aan twintig moordenaars, die van zijn hoofd een zegeleeken te meer hadden willen maken. Ziedaar wat mij heeft doen zweren nooit meer een voet te zetten in die spelonk van men-m heneters, waar ik geen kracht meer had mijn stem te verheffen, waar ik die sinds zes weken met Mounier en alle rechtschapen mannen tevergeefs verheven had ; de laatste poging ten goede, die nog gedaan kon worden, was ze te verlaten.quot; Mirabeau en de zijnen zagen die .,reaciion-nairenquot; met genoegen heengaan; dachten er niet aan, van hun zetels op te staan; zij klemden er zich aan vast, zelfs toen in Mei 1790 hun wettelijke zittingstijd verstreken was. Mirabeau wist die klaarblijkelijke wetsscbennis b -hendig te vergoelijken door te verklaren dat de volksvertegenwoordigers, welke aldus tegen alle recht en wet hun mandaat vasthielden, „Frankrijk hadden gered!quot; Wat zoud n die wetgevers zich ook Om de wet bekommeren! Waren zij niet juist geroepen om Frankrijk de wel te stellen en wat bad dit RRD JAREN. |
|
TAFERKELRN UIT DE anders te doen dan te gehoorzamen ? (lelijk zij dan reeds zooveel hadden gedecreteerd, zoo gelastten zij thans een algenieene verbroedering van alle l\'ranschen op commando. Ja, het gansche inenschelijk geslacht moest zich mee laten verbroederen; het moest meejuichen over do vrijheid, welke den kc-quot; juli voor alle volken der aarde veroverd was cn ,,gezanten van de vier werelddeelenquot; moesten de Nationale \\ ergadering plechtig komen dank zeggen voor hetgeen zij in het belang der „wedergeboorte van het menschdomquot; had gedaan. In een luidruchtige avondzitting — een dergelijke vertooning kon alleen bij avond effect rnaken - - verscheen inderdaad het „gezant-si hap van liet inenschelijk geslachtquot; in de vergaderzaal. I )c Pruis Anacharsis Cloots, gevolgd door een heelen optocht van Kngelschen, Dnit-m hers, Russen, Polen, Turken, Grieken, Chal-dceuwen, ja zelfs bewoners van Mesopotamia, alle in hnn nationale kleederdracht, meldde zich aan als „redenaar van het inenschelijk geslachtquot; en voerde als zoodanig het woord. 1\'(■ edelen onder de vergaderde volksvertegenwoordigers herkenden ondertnsschen iu die schaar van vreemde gezanten verschillende verloopen bedienden en weggejaagde kamerknechts, door middel van costumes nit de opera als bij tooverslag in vertegenwoordigers van alle volken der aarde herschapen. „Mijne heeren, \' dus sprak de ,,redenaar van het inenschelijk geslacht,\' met den edelen zwier van een heldentenor, „de indrukwekkende bundel van al de vanen van bet Fransche rijk, die zich den Kpnjuli zullen ontplooien op het Maïsveld, dezelfde plaats waar Julianns i) alle vooroordeelen niet voeten tracl en Karei de Oroote zich met alle deugden omringde, die burger plechtigheid zal niet enkel het feest zijn j van alle Franschen, maar het feest van het inenschelijk geslacht. De bazuin, welke de opstanding van dit groote volk aankondigde, heeft tot in de vier werelddeelen weerklonken en de vreugdezangen van een koor van vijf en twintig millioen vrije mannen heblien de volken, die in een lange slavernij gedompeld lagen opgewekt,...quot; blij verzocht clan dat de venegenwoordigers der vreemde natiën, welke nog onder het juk haver tirannen en despoten zuchtten, aan het vrijheidsfeost van den cpquot; juli zouden mogen d ■ Inemen, in afwachting dat /.ij binnenkort het geluk mochten smaken, hun vaderland door de l\'ransclien van alle dwingelandij bevrijd te |
GR00\'Fp: RRvOLUTnlt;. 45 zien. En de Nationale Vergadering verleende plechtig haar toestemming aan het mensche-lijk geslacht, om de feestelijkheid van den Mquot;1 Juli te mogen opluisteren. Zij hield zich in vollen ernst bezig met die maskerade, hoofdzakelijk op touw gezet om het publiek der tribunes een kleine afleiding te verschaffen. Op deze vertooning zou nog een nastukje volgen. Na het gezantschap van de vier werelddeelen verscheen \'s avonds om elf uur nog eene andere deputatie, een groote bronzen plaat dragende, waarop de eed van de kaatsbaan was gegraveerd en die den volgenden dag ter eeuwige gedachtenis op die gedenkwaardige plek moest aangebracht worden. Onder al die bedrijven groeide de geestdrift tot waanzin en leverde de opgewonden vergadering ten slotte een schouwspel, dat een tegenhanger kon heeten van den vierden Augustusnacht, Ditmaal voltooide men het werk der gelijkmaking, toen zoo dapper begonnen, door alle titels, waardigheden en onderscheidingen in eens af te schaffen en te verklaren dat alle Franschen voortaan slechts burgers en burgeressen zouden heeten. I\'at alles was intnsschen slechts een inleidend voorspel tot de groote cotnedie, waarvan het Marsveld den i.|lt;ai Juli getuige zou zijn. Ontzaglijke toebereidselen werden gemaakt, om de plechtigheid den grootst mogelijken luister bij te zetten. De uitgestrekte vlakte werd geheel geëffend en de afgegraven aarde aan weerszijden tot een schuine helling opgeworpen, welke met vier rijen boomen beplant, een overschaduwde zitplaats moest vormen voor de duizenden toesebouwers. Aan de voorzijde van het plein werd een kolossale houten triomfboog met drie doorgangen, en aan den tegenoverge-stelden kant een hooge tribune opgetimmerd, terwijl in het midden het „altaar des vaderlandsquot; verrijzen moest. Twaalf duizend arbeider; waren geregeld met de uitvoering dier omslachtige werken bezig en toch was het te vreezen dat men er vóór den grooten dag niet mee zou klaar komen. 1 )e maire van Parijs, Pailly, deed dus een beroep op de vaderlandsliefde der hoofdstad, opdat ieder een handje helpen mocht tot voorbereiding van het groote verbroederingsfeest. Van alle kanten strooniden nu de helpers toe; het rumoerige volk, dat bij alle oploopen en straatschandalen steeds baantje de voorste geweest was, liet zich thans, nu het een pretje gold, niet onbetuigd, (Irb ans zorgde dat het gespuis en de lichtekooien van het Palais Roval niet ontbraken, 11 n ■■ heeren en dames, die met de nieuwe denkbeelden dweepten, hielpen dapper mee, Pailly hanteerde in persoon de schop en zelfs den abbc Siéyès zag men een wagen kruien. „|)j(- luirgerlijkc uitnoódiging,quot; schrijft Ferriêres, |
1
Julianus Je Afvallige poogt Ie het christelijk dno %\'•)
•li tr w.isschen door zich iu sticrcnbloc\'.l te baiicii. I rclki ,1 becKI v.m iict icvoluiionnairc Ir.ink rijk, dal zich in in j bloedbad van alle chrisieiijkc vooroordeelen wilde zinvercn. \'
50
|
,L\'U\'C11iscvrl ;illc hoofden; do \\roii\\ven dcelcn de gccstdrili der liKinncn en iiliinleii die voort: men ziet seminaristen, : choliercn, liefdezusters, kartuizers, in de eenzaamheid vergrijsd, hun kloosters verlaten en met de spade op den rug naar het Man,veld loepen.quot; Igt;e heethooi-dige verheel!ijker der revolutie vergeet er bij te\' voegen dat die kartuizers, liefdezusters en seminaristen door het gepeupel nut geweld uit hun tojvluchtsoorden waren gesleurd onder het g\'. v a reeuw van: „Naar tie lantaarn met die nietsdoeners ! Alles wat de handen uit de mouwen kon steken, moest meewerken, hetzij dan goedschiks of kwaadschiks, en als \'savonds om negen uur de klok lu dd ■, tot een sein om het dagwerk te staken, dan trokken de arbeiders met de ^chop op den rug, bij tromniei lag n toortslicht de iad binnen ond. r het zingen van het reli. in, dat maar al te duidelijk den geest dier ,,go de patriotten\' kemr.erkte ; Ah ! s\'.i irn, c.« ira, in. I,- s aristocrat\' ■ a la lantern-. ! !,ts aristocratrs on It-s pcmira. 1), ari locraten moesten uitgeroeid worden : dat heette de verbroedering van alle franschen voorbereiden I W as er niet rondgestrooid dat die „vijanden des volks een heele menage) ie van leeuwen, hyena\'s en luipaarden onder de zitplaatsen hadden opgesloten om ze op een gegeven oogenblik tegen het volk hi^ te laten; ja dat zij het gansché Maïsveld met loopgraven hadden ondermijnd, om het met de duizenden Franschen in de lucht te doen vliegen op den dag dat zij er tot het allegglt; ii van den bnrgereed zouden vergaderd zijn? la urn st dan ook in ernst een onderzoek naar die vermeend • aanslagen worden ingesteld ten einde de doodsbenauwde revolutiemakers gerust te stellen. Inmiddels naderde de groote dag \\an het „f 11 der eeden,quot; door het minder plechtig ge t mde volk eigenaardiger het „tee-a der piekenquot; genoemd; het was immer- de herdenking van den heuglijken dag, toen ile eerste hooiden op pieken werden g* stoken. I it alle oorden van frankrijk kwamen de afgevaardigden naar 1\'arijs getogen om er den burgereed ■ii te leggen, De Nationale Vergadering had gedecreteerd dat uit alle nationale garden van het ganse.he land een man op de hveehondetd /OU aangewezen worden om zijn 1 ameradeii in de hoold tad te vertegenwoordigen, dat alle legerkor] ■ en. hetzij van de knul. hetzij van dè zeemacht, Iran-che, /oovvel als vreemde, man.(hau -ee-, invaliden (iiz. huil vertegen uoordigers /ouden zenden en dat elk di.-Ir et \'ell daarvan de kosten zou diagen. |
l ier en opgetogen over de htm toevertrouwde zending trokken die algevaardigden van het platteland, welke van de wereld tot dusver weinig meer hadden gezien, dan het stadje hunner inwoning, naar l\'arijs, de wereldstad, v.aarvan zij zich de schitterendste wondeten droomden; overal op hun tocht werden zij als vrienden en broeders verwelkomd, oveial met gejuich ingehaald. I Ieel l\'rankrijk sprak in die dagen van verbroedering en bondgenootschap enquot; zelfs de koning scheen zich met de zoete hoop te vleien dat nu de storm was uitgewoed en betere dagen zouden aanbreken. ,,(laai ne,quot; had hij tot Ikailly gezegd, „heb ik het decreet der Nationale Vergadering goedgekeurd betreffende den bond van verbroedering, dien gij haar hebt voorgesteld, en met genoegen zal ik de afgevaardigden der nationale irden en legerkorpsen in de hoofdstad ver- eenigd zien.quot; |)ie woorden waren oprecht gemeend; zoo iemand, dan snakte 1.odewijk X\\ 1 er naai, dat rust en vrede in l\'ïankiijk zouden terug-keeren. Sedert hij, gewelddadig uit zijn paleis van Versailles naar Parijs gesleept, met zijn gezin in de Tuilerieen als het ware gevangen znt, had hij niets om zich heen gezien dan rumoer en geweld. Hij noch de koningin kon zich aan een venster vertoonen, zonder door het onbeschaamde gepeupel te worden uitgejouwd ; zij moesten zich schuilhouden in de binnenste vertrekken van het uitgestrekte gi bouw, waar hun menigmaal nog de oproerige kreten en verweiiM hingen achtervolgden, onder hun venst i ■ uitgebraakt, In een afgezonderd kamertje, waar hij van buiten niet kon opgemerkt worden, luisterde de koning vaak naai de geruchten, die van de straat opstegen en hem maar al te duidelijk de gevoelens der hoold-stad vertolkten. Aan de vrije beweging m de buitenlucht gewoon, gevoelde hij zich als een gevangene in het sombere paleis, waarvan maai hi dlt; r haast eenige vertrel ken bewoonbaar waren gemaakt. De raadslieden en vertrouwelingen, \'welke hem daar bezochten, konden hem helaas weinig bemoedigends meedcelen. I e midden van al diequot;somberheid was het denkbeeld va n een leest als een zonnestraal voor den vorst, die nimmer wanhoopte aan zijn volk. Spoedden de afgevaardigden uit de provinciën, voor hel leest naar Ta iis gekomen, zich niet aanstonds naar de Tuil\'riéen om hun koning te betuigen, dat de oude liefde van frankrijk voor zijn vorst nog niets was vertlauwd ? Inderdaad, die trouw hartige lieden van het platteland, welke van de revolutionnaire besmetting der hooldstad waien vrijgebleven, beminden en eerden den koning neg.\' en w anneer bodewijk hen aanhoorde, hei-leefde in zijn hart de hoop voor de toekomst. |
TAFKRKKLEN l\'TT DE GROOTK RKVOI.l III .
|
■Welgemoed xag hij dan ook het feest van den 14™ Juli te gemoet: als het volk feestvierde, zou het zeker geen hoofden afslaan. Het was geen zonnige dag, welke de duizenden lranschen dien morgen op het Maïsveld begroette ; de hemel had zijn gelaat met een dicht wolkenfloers omsluierd, als om de ijdele vertooning niet te zien, en bij stroonien jila- ie de regen neer, als het beeld van den 1 ranenvloed, waarmee frankrijk eenmaal zijn dwaasheid beschreien zou. De bonte vanen, waaronder de afgevaardigden uit dc drie en tachtig departementen optrokken, hingen slap en treurig bij de pieken neer, ondanks de opwekkende zinnebeelden cn hoogdravende opschriften, waarmee zij prijkten. Maar dat alles kon de geestdrift van het opgetogen volk niet bekoelen ; voor dag en dauw was heel Parijs al op de been geweest, om den optocht te zien. Deze was aangetreden op het plein der verwoeste liastille, als het uitgangspunt der heele feestelijkheid, en. /00 verhaalt een groot bewonderaar der plechtigheid, ,,de regen, die bij stroomen neervloeide, verstoorde noch vertraagde zijn tocht ; de verbondenen, druipend van den regen en het zweet, dansten faran-\\ en riepen; Leven d l\'arij/ennars, onze bro.\'i Iers 1 Men reikte hun uit de vensters wijn, hamrn \'n, vruchten en worsten toe ; men overlaadde ze met /.egenwenschen; de Nationale Vergadering voegde zich bij den stoet op het plein f.(lt;uts \\ V en stapte tusschen het bataljon der oudstrijders en dat der jonge telgen des vaderlands, - sprekend beeld, dat in zich zelve alle leeftijden en alle belangen scheen te vereenigen.quot; De eindelooze rijen van afgevaardigden, nationale garden en andere troepen vormden te zamen een leger van zestig duizend man. dat onder krijgsmuziek en trommelslag, onder de drie bogen der reusachtige eerepoort door, de ruimte van het Maïsveld binnentrok. De beplante hellingen aan weerszijden werden ingenomen door driehonderd duizend toeschouwers, die met hun roode en blauwe regenschermen een even bont tafereel vormden, als de ver bondenen met hun drie en tachtig kleurige vanen in de binnenruimte. Aan alle kanten lieten de muziekkorpsen hun opwekkende tonen hooien en in afwachting dat de verschillende deputaties, elk op de voor haar bestemde plaats zouden zijn opgesteld, voerden afzonderlijke groepen reeds vaderlandsche dansen uit rondom de palen met opschriften, die ieder zijn plaats aanwezen. Inmiddels namen de leden dei Nationale Vergadering hun plaatsen in op de ontzaglijke met groen en vlaggen versierde tribune, waar de koning met zijn gezin in hun midden zou komen zetelen op een gestoelte, met gouden leliën bezaaid, dat echter vooral niet mocht uitsteken boven den stoel daarnevens voor den pre, ident. |
Daar v.ee.k link l de kreet; ,. I )■ koning Iquot; door honderdduizenden monden herhaald, het geschut dondert los, alle trommen roffelen, :il!e vanen buigen zich eerbiedig n ■ r. ill ■ muziek korpsen te gelijk herten het lied aan; Oiijmil-mS/rr rt-.nx i/h\'uh v •/gt;/lt;/•.»w fami/l-J Kn I odewijk XA\'I, door de koningin, den dauphin,de jonge prinses en madame Elisabeth gevolgd, neemt in het voor hen bestemde paviljoen plaats, te midden van het juichende volk, hetwelk door zijn geestdrilt bij \'s vorsten verschijning loont, dat het, ondanks alle revolutionnaire ophitsingen, in zijn hart nog trouw is aan zijn koning. De hemel zelf schijnt op dat verhel lend schouwspel het somber gelaat tot een glimlach van welgevallen te plooien; de zon breekt door de nevelen en werpt haar alles bezielenden gloed over de ontzaglijke schare. liet kanon kondr 1 den aamang der godsdienstige plechtigh al aan; aller oogen zijn gericht op het altaar des vaderlands, dat zich twintig voeten hoog in het midden van het Mansveld verheit, liet is een cilindervoriiii:;e tafel op een kolossaal vierkant voetstuk, dat men aan de vier zijden langs een breede trap bestijgt en op welks vier hoeken groote reukvaten branden, alles in den trant van de offerteesten der heidensche oadheid. Maar al heeft men aan dat ge\\:iarte van beschilderd hout een heiden; lt; hen vorm gegeven, er /al toch een christelijk offer aan worden opgedragen ; de nieuwe denkbeelden moeten zich in den geest des volks alvast vermengen met zijn godsdienstige begrippen, in afwachting dat ze die allengs kunnen vervangen. Kr zijn bedienaren van den godsdienst, welke tot dien toeleg de hand willen leenen. De onwaardige bisschop van Autun, de gewe-tenlooze Talleyrand, bestijgt de trappen des altaars; onder zijn assistenten heeft hij den abbe (Jobel, die laU 1 zal pontificeeren als hooge-priester van de godin der Rede ; twee honderd levieten van het heiligdom, wien de revolutie haar kleuren heeft opgedrongen, omringen hem, allen met driekleurige sjerpen over de wittt alben. Hit misoffer v:ingt aan; de koning, Marie Antoinette, hun kinderen en madame Klisabeth knielen neer ; de menigte ontbloot liet hoofd, de geloovigen bidden ; /ij allen zijn te goeder trouw, en met de wierookwolken, die uit de reukvaten opstijgen, met de tonen van twee dui/end muziekinstrumenten, welke de gewijde /angen begeleiden, stijgt ook het gebed der in;;i togen schare omhoog. Na afloop der mis wijdt Talleyiand dc nieuwe vanen der revolutie en thans is hel plechtig oogeiiblik voor den algetneenen burger ed daar. I.alajette, de held \\an den dag, rijdt op zijn |
VOOR nON\'DERl\' JARKN.
|
wit iniaril tot voor ik; koninklijke estrade, vtijit af, beklimt ile vijftig trappen, die naar de zitplaats des konin^s leiden en verzoekt dal /iji.e Majesteit hem h-1 tunnulier voor den rrd moge -even. M t dal papu r begeeft hij /1. h naar het altaar, legt daar zijn degen neer en een vlag boven zijn hootd zwaaiende, geelt hij liet sein tot den eed van „trouw aan de natie, de wet en den koning,quot; waarvan hl] de-bewoordingen voorleest. Het formulier is te lang om door de schare uevolgd te worden, maar als de voorlezing indigd is, strekken to( h allen de hand naar het altaar int : alle degens flikkeren en alle stemmen roepen als nil i nen mond: ..Ik zweer ik zweel 1), voorzitter der Nationale Vergadering en (Ir au e\\aanliudi n /weren op hun beurt. lgt;aar staal \'de koning op ; hij strekt de hand uit „au- hel uouden krui:., dat op het altaar blinkt, , ,, den blik ten hemel hellend, um lt; ..quot;I lol getuige te roepen van de reinheid zijner bede lingen, spreekt hij met luider stem. |
„Ik. koning der Kraiischell, zweeral de nia. hl. niii door de conslitutioneele wet van den slaat geschonken, te zullen gebruiken tot hamlhuv ing der constitutie, door de Nationale \\ ergadeimg gedecreteerd en door mij aangenomen ; ik zweelde wetten te doen uitvoeren ... , • . , \'i\'erw ijl de menigte nog eerbiedig toelmsteule, \' nam Marie Antoinette den jongen kroonprms in ,1e armen en hem het altaar wi z -1111. liet zij het volk den kleinen troonopvulg i zien. l oen barstte de gee tdrift in uitbundige toejuichingen los en toonden die duizenden l ian , hen \'dal, hoe de revolutionnaire leiders ook gepoogd hadden hen van den vorst al e trekken en voor de nieuwe orde van zaken te winnen, de koning hun toch nog boven alles .rin,r Voor de verbondenen uit de provincie wasquot; het ..lee-t der eedenquot; inderdaa.1 een \\er hellemle plechtigheid; voorde revoUitiemanneii. ■ di ■ het hadden aangericht, was het -le\' kt • een 1 th ilerverlooning, bestemd om l-ranknjk en 1 airopa de Imogen te verblinden. |
gt; (9 v - (•gt; ^ ^ ( \'j\') -
\\ Vf/\' i
X.
Heldendood van Dc iilc
daar drie regimenten, van welke het eerste door een bijzonder voorrecht den titel droeg van ..regiment des konings,quot; waarop het tot dus vér groot ging. Een ander regiment, dat van liateanvieux, bestond uit Zwitsers, alom ue roemd om de spreekwoordelijke trouw, hun landaard eigen. De inblazingen der oproersto-
s hadden echter ten laatste ook deze keur troepen bedorven : hun Omkooperijen waren ook hier niet zonder uitwerking gebleven, en op zekeren dag namen de soldaten hun olfi ceren in hechtenis, maakten zich van de reen mentskas meester en droegen het opperbevel op aan een gemeen soldaat, die in ze^vpraal zon zijn rondgevoerd op een wagen dooV iom-e
0 ii leien getrokken, als de opstand niel pue dig onderdnikl «as. De soldaten van firn\'-.n vieux braken het tuighuis open en de.lden drie duizend geweren uit aan de „patriottenquot; onder het volk. J\'ot zelfs het gemeentebestuur van Nancy was door de muiters afgezet en
quot;quot; \' squot; memv i|1(l in bun-eesl vel\\an;:en. 1 0 ^Atlonale \\ ergaderiiie, die vroe^ei eik n opstand had aangemoedigd of althans
1 \' aangezien, was in den laatsten tijd on (lat stuk van houding veranderd, Toen hot er nog op aankwam, hel koninklijk gezaquot; te ver-zwakke-n, vond zij bij elke oproerige bewegin-\' haar rekening. Nu zij echter in de plaats des konings getreden was, zorgde zij wel\' dat men
overheid niet l na kwam, I lerhaaldeliik
De «Krijgswet.quot; — Markies de liouill.\' Hel bloedbad vail Nancv.
VOOR HO.NDKRD jARIA.
|
was markies l.afayette, die zich vroeger aan de pils van lt;len opstand gesteld had, tot Uk hti-iii- van wecTspannigen uilgetrokken. Op zijn voorstel had dc Nationale N ergadering een zoo-cnaainde „krijgswetquot;\' afgevaaid:quot;(l, volgens welke bij samenscholingen een roode vlag zou worden geheschen ten teeken dat ieder /.ijiis-weegs zou gaan, tenzij hij gestraft w ilde worden wegens verzet tegen de wet. „Om de revolutie tot stand te brengen,quot; had I .afayette gezegd, „zijn er wanordelijkheden ld»«dig geweest, want het oude rt\'xiiquot;1\' ua\'\' ■ lechts ongerechtigheid en slavernij, en toen was de opstand de heiligste der plichten. Maar nu de revolutie voltrokken en de constitutie gevestigd is, moet do nieuwe orde versterkt worden, de kalmte terugkeeren, de wetten moeten worden geëerbiedigd, de personen in veiligheid zijn ; men moet de nieuwe constitutie doen beminnen, en de openbare macht moet sterkte en wilskracht toonen.quot; Met amlere woorden : toen de koning zijn wettig gezag nog uitoefende, was het plicht revolutie te maken; maar nu wij ons tot gebieders \\ in frankrijk hebben opgeworpen, is het plicht zonder tegenspreken te gehoorzamen, 1 gt;e Nationale Vergadering voelde zich dus geroepen den opstand der regimenten van Nanc\\ te onderdrukken en \'skonings minister wist van haar te verkrijgen dat de markies de r.uuillé met die taak zou worden h\'last. Dezr ridderlijke krijgsman, die over de gezamenlijke troepen in I .oth irinei\'n. den KI/a i n r !Virclu\'lt; \'mité hel oppt rbm-l voerde, stond bekend om zijn mannelijk karakter en doortastende wilskracht. IKmi de nieuwe denkbeelden niet aan h.\'t wankelen gebracht, was hij den koning trouw gebleven, en toen men van hem den nieuwen burgereed verlangde, leid hij dien geweigerd, uitroepende: ..He koning en f rankrijk moeten weten dat /ij op mij kunnen rekenen.quot; Doch juist omdat de koning op zijn trouwen dienaar rekende, zag hij ongaarne dat deze zich de tegenwoordige mei- i i van Frankrijk lot vijand maakte ; hij liet lt;1 -n wakkeren krijgsman weten dat het hem aangenaam zijn zoa, als de/e besluiten kon den gevraagden eed af te leggen, en op dien wenk deed de markies de Houillé zich geweld aan, om l.a I iv lie. zijn neef en voormaligen wapenmakker de hand te reiken. \\an die toenadering had hij hel te danken, dat hij met builen :e\\voon niigeJireide volrn.u hl duor de Nalion.de \\ er adeling werd aan, eu zen om de wanordelijk hed n te Nanev te ondeiiirttkken. De muiter , wisten niet wat ze hoorden, toen zij in plaats van de aanmoedigingen, die zij emeend hadden van de N ilionale Vergadering |
te mogen verwachten, slechts afkeuring en berisping vernamen. De officier De Malseigne, die aan de drie regimenten het decreet der Vergadering moest meedeelen, vond geen gehoor bij de soldaten, wien hij anders door zijn forsehe gestalte, zijn moedig optreden en zijn reclilschapenheid steeds ontzag had weten in te boezemen. Door het „regiment des konings,quot; als aristocraat uitgejouwd, dreigde hij in de ka: erne van het regiment Chdteauvieux vermoord te worden door de muiters, die hem met de wapenen in de hand te lijf gingen, zoodat hij slechts na een wanhopige worsteling aan hun woede ontkomen kon. Daarop naar Lunéville vertrokken om er hulp te zoeken bij eenige escadrons karabiniers, die nog van de algemeene muitzucht waren vrijgebleven, zag hij /ich door de soldaten van hel regiment ChAleauvieux als door een ra/enden troej) wolven achtervolgd. Gelukkig ontmoet hij op /ijn weg een afdeeling der karabiniers, wien hij zijn wedervaren verhaalt en die verontwaardigd met hem zijn achtervolgers te gemoet trekken. Door een onvoorziene charge wordt de troep op de vlucht gejaagd met achterlating van negen of tien gewonden. Malseigne keert met de karabiniers naar laméville terug, doch helaas om er slechts verraad te vinden, waar hij ridderlijke trouw had verwacht. De soldaten van laméville, op hun beurt gewonnen door deputaties uit het garnizoen van Nancy, die hun kwamen zeggen: „Wat zouden wij onder broeders vechten Iquot; sloegen zeil tot riinilen over en leverden den moedigen Malseigne op de laagste wijze in de handen zijner vervolgers. Terwijl hij sliep, bonden ze hem aan handen en voeten, en gekneveld als een misdadiger werd de machlelooze krijger weggesleurd, Daarmee nog niet tevreden, wierpen de muiters zich op hun officieren, namen er twintig gevangen en wondden er verscheidene. Onderlusschen verzamelde de markies de llnnillé, die de man niet was om voor opstandelingen te wijken, te Metz een leger, dat sterk door moed en trouw, tegen een dubbele overmacht zou opgewassen zijn. Met hoogstens drieduizend man, waaronder/.witsers en achthonderd mans happen der Nationale (Jarde van Metz, durft hij optrekken naar Nancy, waar zeven duizend opstandelingen hein met de wapenen in de hand wachten. Zijn tocht wordt gedekt door acht stukken geschut; maar wal hem alle hoop geeft op de zege, is de uitstekende geest der krijgers, die hij onder zijn bevelen heeft. Hij heeft hen allen weten te bezielen met zijn vtirigen ijver voor de zaak des konings en zijn eigen moed in de harten zijner soldaten wet ai over te itorten. Op c u halve mijl afstand:; van Nancy ge |
TAFERF.ELEN UIT DE GROOTE REVOLUTIE.
|
naclevd, houdt hij stil, om mui daar zijn soiu-matic te lichten tot do drie regimenten, hun kennis te geven van de volmachten, waarmede hij bekleed is en hun een tijd van beraad toe te staan. Verschillende deputaties worden naar hem afgezonden, die hij met gepaste strengheid ontvangt. Hij eischt dat de muitende regimenten de stad zullen verlaten, dat de officier Malscignc en zijn gevangen wapenmakkers in vrijheid gesteld en de leiders van den opstand aan hem uitgeleverd zullen worden. Na eenige uren onderhandelens worden die voorwaarden eindelijk aangenomen ; Malseigne en nog een officier werden vrij naar het kamp van den markies de liouille geleid, en zoodra die verdedigers des kouings eenmaal uit de handen der opstandelingen waren bevrijd, kwam de koningsgezinde generaal met een gedeelte zijner troepen een der poorten van Nancy be-zetten. Ongelukkig bevonden zich onder die troepen Zwitsers en nu ergerde het de Zwitsers van het regiment Chdteauvieux, dat zij hun landgenooten tegen hen zagen ten strijde trekken om hen tot onderwerping te brengen en te tuchtigen. Lr vielen verwijten, beleedigin-gen, bedreigingen van den kant der muitelingen en van woorden dreigde men tot daden over te slaan. Met heele regiment (\'hAleauvieux komt met vier stukken geschut aangerukt. Van beide zijden heeft de verbittering haar toppunt bereikt; er zal bloed stroomen.... Om die vreeselijke botsing te vermijden treedt een jong en edelmoedig krijgsman uit Urctagne, met name l)esilles, otlu ier der jagers van het „regiment des konings,quot; tusschenbeide en plaatst zich voor den mond van het kanon, dat tegen de voorhoede van den markies de I\'ouillé gericht wordt. „Ga weg!quot; roepen de kanonniers hem toe. „Neen, ik ga niet weg.... ge zult niet op uw broeders vuren.quot; ..(ia weg, we willen de handlangers der dwingelandij, (ie vijanden der vrijheid neerschieten : «ij geven vuur.quot; „Welnu, dan zal uw schioot mij het lichaam vaneenrijten en mij in flarden wegschieten, maar heengaan doe ik niet.quot; Lit zeggende klemt de edele jonkman zich aan het kanon vist; zijn kameraden willen et-hem van losrukken, maar hij verweert zich uit alle macht; het verlangen om bloedstorting te voorkomen heeft zijn krachten verdubbeld. I evergeels pogen de muiters hem met ver eende kracht weg te sleuren : hij wijkt niet. 1\'rie geweerkogels worden op hem gelost en nog geeft hij zich niet gewonnen ; eindelijk treft hem een vierde schot, machteloos bten zijn armen los n uitgeput zijgt hij t t aarde. |
Nu gaat er een juichkreet uit de muitelingen op; de heldhaftige jonkman kan hen niet langer tegenhouden : hel kanon is vrij, en donderend brandt het Ins. Die aanval kostte het leger van markies de Bouillé zestig man, maar bloedig werden ze gewroken ; hun kameraden laten op hun beurt geschut en musket vuur spelen en vliegen met den stormpas op de poort aan ; deze wordt na een woedend gevecht niet kolfslagen ingestooten en zegevierend trekt het leger van ümiillé de stad binnen. Maar thans regenen van beide zijden der straat uit alle huizen, waar de opstandelingen zich hebben verschanst, de kogels op hen neer. Andere muiters hakken er, bij gebrek aan patronen, met de blanke sabel op in ; bajonetten en degens druipen van bloed. Door de krijgers van Houillé in het nauw gebracht, slaan zij met de geweerkolven de deuren der huizen in en zoeken daar een schuilplaats of een verdekte stelling om het gevecht voort te zetten. Zelfs de rustigste burgers worden genoodzaakt partij te kiezen in die verwoede worsteling, welke drie uren aanhoudt. Lranschen strijden hier tegen I ranschen ; burgers tegen burgers, en dat een maand na het groote verbroederingsfeest op hel Maïsveld! „Lal is, zegt (\'arlvle, tie „zaak van NaiUT,quot; of gelijk men het ook wel heet, het „bloedbad van Nancyquot; eigenlijk de afzichtelijke k ee r zijde van dat glorierijke piek en feest, welks rechterzijde een waar schouwspel voor de goden was, 1 )e rechte en keerzijde liggen steeds zoo dicht naast elkaar ; de eene was in juli, de andere in Augustus!quot; Eindelijk, toen de avond viel,, waren de meeste soldaten van bel regiment t\'h;tteauvieu\\ gewond of gedood ; de ruime straten der stad lagen met hun lijken bezaaid, geen huis dat niet de sporen droeg van het bloedbad en den kogelregen, liet „regiment des koningsquot; en het grootste gedeelte van het andere had zich in de kazerne teruggetrokken; het doortastend optreden van generaal liouillé had hun ontzag ingeboezemd en de soldaten smeekten hun officieren, hun voorspraak te willen zijn bij den geduchten markies. Dit geschiedde: ook de stedelijke ov erheid, welke door de muiters was afgezet, werd herstelden \'s avonds voor negenen waren de wanordelijkheden voorgoed ondei drukt, Le hoofdleiders van den opstand werden overeenkomstig de krijgswetten gestraft : som mige kregen den kogel, andere werden tol gevangenschap veroordeeld, doch werden dooide revolutie weer bevrijd : twee jaar later werden de veroordeelden van hel regiment Chdteauvieux in triomf door de straten van l\'arijs rondgedragen en ontvingen alzoo de hulde, dL dc |
V( )OR IK )NDKRD JARFA\'.
|
NationaU- \\\'or.u.ul ring hun onthoiulon luul, maar welke de revolutie hun als oproermakers verslt; huliligtl was. |
Wit iK- illes betreft, hij overleefde zijn edele zelfopoll -ring sleehts zes dagen; toen bezweek hij aan /ijn wonden en stierl als ( hiisten, iw als held gestreden te hebben. Men ineene echter niet dat zijn nagedachtenis de hulde te beurt viel, welke later aan de muiters van Chdteauvieux zoo ruimschoots werd betoond, of dat althans zijn heldendaad tot eer en be-m h nnin trekte aan zijn betrekkingen. Het revolutionnaire Prankrijk, i:()0 gul met zijn toejuichingen voor oproer en geweld, had voor waren zielenadel en heldengrootheid geen oog, of neen, die deugden waren het een ergernis. Hei heldhaftig gedrag van i len zoon w as oorzaak dat zijn grijze vader, dat zelfs zijn zuster voor het revolutionnair gerechtshof werden gesleurd; de heldendood van ilen zoon en broeder werd hun tot misdaad aangerekend en allen lieten hel leven op het schavot. Zoo eerde het revolutionnaire Frankrijk de ware helden des vaderlands, |
xr.
. .teliiken weigeren .1 m cv.i
lubeslii.Mieming Jcr kcrkegoc.iercn — De burgerlijk.: conMimile der gceslclijkheiii— De Aju de lantaren de n o n-j u re u r s I — De nasioor van St
|
.*$lt;?■ ■ gt;*»rSS(rr oo gij ccn omwenteling j-j wur, zoo gij Frankrijk wik doen IktIhiicii wurdfn, mm/i Squot; gij het vóór alles \\ an zijn :/ catholicisme ontdoen, vo/is (fevez aTtiul tout Ia dcca/ho- i\\ In deze woorden, den ze-zijner L ontsnapt, had Afiiabeau heel het geheim der revolutie verraden. Frankrijk zuiveren van den z.uurdeesein der ,,verouderde vooroordeelen.quot; het ratholicisme, dat „midileleeuwsehe bijgeloofquot; uitroeien, de Kerk, ,,die eerlooze, verplettemi,quot; ziedaar het wachtwoord, eenmaal door Voltaire en zijn trawanten gegeven, in het duister der geheime genootschappen vastgesteld en door de revohitionnaire Hubs tot een begin van uitvoering gebracht. Tot dusver hadden de leiders der omwenteling het nog raadzaam geoordeeld, zich het masker der schijnheiligheid voor te binden, \'•ui het volk, dat in zijn hart nog aan den godsdienst zijner vaderen gehecht was, niet af te schrikken j om de weidenkenden en de geestelijken, die in argelooze ingenomenheid aanvankelijk met de aangeprezen hervormingen dweepten, geen argwaan te g.\'\\en, had ai-n tot dusver gemeend eerbied voor den aloudeii godsdienst fles lands te moeten huichelen. Van daar die \'/r /h\'UHi s en kerkplechtigheden, waardoor men oproer en misdaad tot heilige handelingen trachtte te wijden, vandaar dat altaar des vaderlands op het Maïsveld, waaraan ten aanschouwen van het gansche land het katholieke misotfer moest worden opgedragen door priesters, gesierd met de kleuren van den opstand. woorden, ( nla(\',1|iKt\'n redenaar op keren dag in het vuur zij revohitionnaire L\'ecsldrifL o |
Naarmate echter de revolutie zich sterker voelde, werd het masker dunner en doorschijnender, tot zij het ten laatste geheel afwieir en schaamteloos den satanischen grijns van den godsdiensthaat ten toon droeg. Allengs achtte zij den tijd gekomen om den eeuwenouden godsdienst des lands, sinds lang verraderlijk ondermijnd, rechtstreeks en openlijk aan te! vallen, door hem vooreerst te berooven vande\' stoftelijke middelen, voor zijn instandhouding benoodigd. De goederen der geestelijkheid, heette het telkens als er sprake was van voor ziening in den toenemenden geldnood, waren het aangewezen middel om den afgrond van het tekort te dempen. F,en dienaar van het heiligdom, een bisscho|i, leende zich als werktuig der revolutie ter vol voering van den heiligschennenden tempelroof. De gewetenlooze Talleyrand deed het voorstel tot onteigening van alle goederen der geestc lijkheid, die v oortaan zou hebben af te wachten wat de staat haar als bezoldiging geliefde uil |
r.S VOOR HONDERD JARKN.
|
te ke?rcn. Igt;ü(ir dc oj)l)rcngst \\:m den verkoop fli r kerkegoederen, beweerde hij, zou niet alleen de gansc.he geestelijkheid een behoorlijk inkomen verzekerd, maar bovendien alle tekort in mis gedekt kunnen worden, ilij wist het de \\ i •j.adering zoo uitlokkend voor te rekenen, dat hij, volgens de uitdrukking van Laeretelle, ,,\\oor haar M iblinde oogen twintig maal meer rijkdommen deed schitteren, dan er getrokken worden uit de mijnen van 1\'otosa.quot; Mii i!i\'nu, Harnaive en al de wereldhervor-i -r. van hun slag begroetten het voorstel •11 hun waardigen handlanger met luide toe-juii hingen en overstemden ai de verstandige b.\' l \'iikingen en verontwaardigde protesten, welke v;in de rechterzijde daartegen werden iirj bracht. De abbé Maury toonde aan dat de berekening van Talleyrand volkomen valsch w ! . liet beheer alleen der onteigende kerk\'-uoederen zou die grootendeels verslinden; de ondervinding had het geleerd bij de opheliing van di\' orde d t lesnielen. Toen «Ie zoo hoogg\'\'roemde schallen dier orde door den slaat werden aan-ei -lagen, bleken ze niet eens voldoende om m de verstrooide ordesgeestelijken het hun toegezegde karige jaargeld te verschaften en thans kostte eau prole sor som meer dan vroeger een heel college van Jesuleten. Ilij wees op de gevaren, die de verarming (h r geestelijkheid zou na zich sleepen. zo gt; voor den gods-di\' iist, wiens aanzien werd verminderd, als voor den staat, di ■ wat hij den pn ster ontnam, den arme /ou mo Men vergoeden. |
\\ch Iquot; riep d : d le prelaat uit, „inaakt de herders niet zo arm, «lat zij de armen niet meer ond rs! tin n kunnen! Door hun onbe-rekenbare aalmoezen verwerft de geestelijkheid zti ii bij het volk gehoor voor haar onderrichtingen ; hoe zou zij het in bedwang kunnen houden, wanneer zij het niet meer kon bijstaan ? De liefdadigheid spaart het rijk een waarlijk ontzaglijke belasting uit. Sedert Kngeland zich van de eigendommen der kloosters heeft meester gemaakt, schoon het de goederen der bisdommen, kapittels en universiteiten, welke nog «le rijkste van Kuropa zijn, onaangetast liet, is het sinds de regeering van Hendrik VIII gedwongen geworden de aalmoezen der geestelijkheid door middel eener bijzondere belasting ten voordeele «Ier armen aan te vullen; en die belasting bedraagt jaarlijks bij de zestig mil-lioen in een rijk, welks bevolking nauwelijks het «lerde der onze bedraagt. Vergelijkt, heeren, berekent en beslist.quot; IJdele aansporing tot een vergadering, wie het niet om het evenwicht der geldmiddelen, maar om de berooving der Kerk te doen was. De berekening van den abbe Maury is nauwkeurig nilgekomen : de inbeslagneming der kerkegoederen heeft het tekort geen c ij Ier doen slinken ; integendeel onder het wanbeheer dier financiers, welke voorgoed de geklmiddelen zouden regelen, groeide het aan tot een volslagen staatsbankroet, en de voorgespiegelde rijkdommen bleken ten slotte veramlerd in een papierberg van achttienhonderd millioen aan waard: looze assignaten, wier nominaal bedrag zelfs lot drie en twintig milliarden werd opgevoerd ! Doch gelijk gezegd is, het was op de Kerk, op «len godsdienst gemunt. Duidelijk kwam dit aan het licht toen de afgevaardigde Dom (lerle, een ordesgeestelijke, door de tegengods-dienstige strekking van den voorgestelden maatregel verontrust, plotseling opstond om van de vergadering de verklaring te vorderen, dat „de katholieke, apostolische en Roomsche godsdienst voor altijd zou zijn en blijven de godsdienst van den staat.quot; Vreeselijk was de storm, dien «lil voorstel opriep. „Stemmen ! stemmen !quot; weergalmde het van beide zijden. „Dc orde van den dag!quot; eischten de revolutionnairen. „Hoe ! men durft de orde van den «lag vragen !quot; riep de bisschop van riermont verontwaardigd uit. „Volgens goddelijk voorschrift moet men het Kvangelie belijden en zich niet schamen voor het kruis; het is plicht voor zijn godsdienst uit te komen telkens waar «lil wordt gevorderd. Het verbaast mij «lat men in een katholiek koninkrijk weigert «leze hulde te b wijzen aan den katholieken godsdienst, niet bij b raadslaging, maar bij acclamatie voortkomend uit de gevoelens des harten!quot; Maar die belijdenis was immers overbodig, word met farizeeschen grijns van de overzijde op . merkt ; /■■ zou doen U Ijfelen aan den echt |
59
|
godsdienstigen geest der Nationale Vergadering, die inmiers de constitutie had gegrondvest op de katholieke zedeleer, op de l\'.vangelische gelijkheid, die volgens het woord der\'Schrift de „tiotschen wrnederd \' en de woorden \\ ;ni Christus verwezenlijkt had, dat „de eersten de laatsten en de laatsten de eerstcu zouden zijn.quot; De afgevaardigde, die aldus met schijnheilige iionie dnrlde spreken o\\,er de trotslt;dien, die vernederd waren, over de eersten, die de laatsten zouden worden, waarmee niemand anders dan de koning en de zijnen konden bedoeld wezen, was een der gebroeders Lametli, welke aan I.odewijk X\\ I en Marie Antoin. lti-htm opvoeding hadden te danken ! Het papier werd hun later onder de oogen gebracht, waai uit bleek dat de koning en de koningin zestig duizend franken te hunnen behoeve hadden uitgegeven. \' wee volle dagen worstelde de rechterzijde legen de dweepzieke woede der godsdiensthaters, blootgesteld aan de grievendste belee-digingen in de vergadering, aan uitjouwingen en mishandelingen daarbuiten van het woeste gepeupel, dat opgehitst tegen de „clericalenquot; en ealo/ins, hen op straat met slijk en steunen w ierp, Onw rikbaar stonden zij pal voor de eer van den godsdienst, verklarend, dat zij „niet dan van hun plaatsen weggesleurd, zouden wijken, tenzij de katholieke godsdienst tot nationalen zou worden verklaard, /onder die verklaring zullen wij liever op onze banken sterven.quot; I\'.n inderdaad reeds klonken de bedreigingen met moord en doodslag van de tierende tri bunes; telkens woester werd het gehuil van het gespuis, dat de calnlins aan de deuren op- i wachtte. Onverschrokken stonden de verdedigers van den godsdienst plotseling aks één man op, vtlekten de hand tot een eed en riepen uit: „Wij zweren in naam van God en van den godsdienst, dien wij belijden....quot; Het was hun niet vergund dien eed te voleindigen. Oorverdom end geraas en getier over stemde hun moedig woord en ondanks hun krachtig protest werd over het voorstel van I\'om lt; \'erIe tot de orde van den dag overge gaan. I!ij het verlaten der zaal hadden sommigen zich met den degen te verweren tegen het dweepziek gepeupel, dat de ealo/ins te quot;lijf wilde. He abbu jyiaury werd opgewacht door een Iruep fmien van den 51quot; eil 6\'quot; October, die hem najouwden: „Aan de lantaren ! Aan de lantaren met den raio/in !quot; Met de onverstoorbare koelbloedigheid, die den waardigen priester eigen was, keerdr ilj zich om met de vraag: |
„En als ik aan de lantaren hang. zult gij er dan beter bij zien ?quot; Dien dag was Lafayette met de nationale garde op zijn post om de levenmakers lot bedaren te brengen, maar de verbittering dei-volksleiders bewees toch wel dat Dom Geile zich niet ten onrechte bezorgd had gemaakt voor aanslagen op I rankrijks voorvaderlijken godsdienst. Inderdaad broeide er sinds lang een plan om het catholicisme in het hart te treffen; de jansenist Camus, gewezen „advocaat der geestelijkheid,\'\' meende daartoe een middel gevonden te hebben in de beruchte „burgerlijke constitutie der geestelijkheid,quot; waardoor weldra in naam der vrijheid de tiranniekste gewetensdwang zou worden uitgeoefend. \\ olgens die „constitutiequot;, welke alle geeste lijken lot den burgereed verplichtte, was hel \\ 001 taan den bisschoppen verboden, van den rans de bekrachtiging hunner verkiezing te vragen: het was hun alleen geoorloofd liem als zichtbaar hoofd der Kerk en ten bewijze hunner gemeenschap in het geloof, van hun verkiezing kennis te geven. Verder bepaalde de Nationale Vergadering welke en hoevele priesters den bestendigen raad des bisschops zouden uitmaken, dien hij in alle aangelegenheden had te raadplegen; zij wees den eersten en bij gebreke van dien den tweeden dezer viea/res aan om den bisschop bij ontstentenis te vervangen, kortom zij regelde de zaken dei-Kerk als ware zij een concilie van kerkvaders. A eiontwaardigd over die ongehoorde aanma-tiging, welke onbeschaamd de hand naar hel heiligdom uitstak, gaven de gezamenlijke bisschoppen een geschrift 1) int, waarin zij de ongerijmdheid uiteenzetten van dit nieuwe wetboek, hetwelk door leeken aan de geestelijkheid zou opgedrongen worden. Al de bisschoppen, slechts vier uitgezonderd, onderteekenden _ dit plechtig protest en vormden alzoo een heilig verbond ter verdediging van de aloude hiërarchie der Kerk. Geweldig was de storm, die uil de geheime re\\olutionnaire clubs opstak bij hel vernemen van dit eenparig en mimmoedig verzet. I Iet regende panifletten, waarin het waardig episcopaat de grofste heleedigingen en de felste lie dreigingen naar hef hoofd werden geslingerd. Met opzei werd zelfs het gerucht nilge-lrooid dat de bisschop van .\\anles door hel volk zijner stad was vermoord, omdat hij hel gezag der Nationale Veigadering iu kerkaaugeh i;en \') I s |i o i \\ 1 .1 11 il , principes u r I ,1 , o 11-\'•tit 11 t i o 11 il u M c 1 i\\ i: I ilcciizeitin^ \\ m do b» -n ; u betrellciuic tic coiistilutic (itr \'.\'.teslcliiklieid. |
VOOR IIONOKRO lARF.X.
00
|
heden weigerde te erkennen. M:uir do l)isscho|i-)gt;cn lieten zich door getn schrikaanjaging van hun plicht afbrengen. Als onze broeder \\an Nantes, zoo verklaarden zij, werkelijk gestorven is voor de handhaving der zuiverheid van geloot\' en tucht, dan is hij een martelaar, en zijn wij bereid, in dezelfde omstandigheden zijn voorbeeld te volgen. 1U- bis-chop van Nantes was intusschen niet vermoord : hij was slechts wegens zijn weigering als misdadiger voor het gerecht gesleept, als een voorspel van hetgeen zijn medebroeders in het priesterambt te «achten stond, legen alle vertoogen van geestelijkheid en rechterzijde in, drong de revolutionnaire meerderheid op de onmiddellijke invoering van de „burgerlijke constitutiequot; aan. Tevergeefs stond te midden van het rumoer der onstuimige vergadering de eerbiedwaardige bisschop van Cbrmont met kalme waardigheid op om te betopgen dat betgeen de Nationale Vergadering voorhad slechts door een concilie van bisschoppen kon uitgemaakt worden. Tevergeefs verdedigden de abbc Maurv en anderen niet de welsprekendheid der heiligste overtuiging de rechten der Kerk. Mirabeau bezwoer de vergadering „den godsdienst te steunen, die door zijn eigen dienaars aan het wankelen werd gebracht,quot; de amenz.wering te verijdelen, die onder voorwendsel der verdediging van de zaak (lüds tegen de constitutie werd gesmeed. Kn zonder verdere bedenkingen te willen aanhooren, /onder het antwoord van den l\'aus, die geraadpleegd was, te willen afwachten, decreteerde de vergadering dat alle aartsbisschoppen, bisschoppen en verdere geestelijken gehoorzaamheid zouden zweren aan de constitutie der geestelijkheid op straffe van uit hun ambten ontzet en als verstoorders der openbare rust vervolgd te worden, als zij voortgingen hun function uit te oefenen. Alzoo was dan de lang beraamde slag toegebracht, die volgens den toeleg der geheime gei)ootschappen en Voltairiaansche clubs het catholicisme in f rankrijk ten val moest brengen. I gt;e bijl was aan den wortel gezet, maar wel verre dat hij den machtigen eeuwenouden boom zou doen wankelen, zou de schok er slechts enkele verdorde takken afs( hudden, terwijl de stam des te dieper wortelen en de kruin zich des te fierder verheften zon. /oodra de burgerlijke constitutie der gees-teliikheid tot wet was gemaakt, verlangden de icvolutionnaire leden der Vergadering dat de bisschoppen onmiddellijk den eed zouden afleggen. I.ameth eischte zelfs dat dit binnen \\iei en twintig uren geschieden zou. Kn toen (\'azalès. de edele woord\\ ■ i i der iIer Kccliter/ijde, daarle e\'i inbracht, dat de Vergaderhu;, al /ij dien eed bleef vorderen, wellicht zestig of tachtig harer leden zou moeten afzetten, kreeg hij ten antwoord: ,,l)es te beter.\'\' |
.AVie den eed weigert, moet maar op staanden voet zijn ontslag nemen,quot; riep een ander. ,,Gij kunt de bisschoppen niet dwingen hun zetels te verlaten,quot; sprak C\'azalès nog; „zoo gij hen verjaagt uit hun paleizen, zullen ze de wijk nemen in de hut der armen, die ze hebben gevoed; zoo gij hun het gouden kruis ontneemt, zullen ze een houten kruis dragen; een houten kruis heeft de wereld verlost!quot; Tevergeefs verhief ook de abbé Maury nog zijn stem tegen den tirannieken eisch; hij werd door het rumoer overschreeuwd. ,,Den eed! den eed!quot; klonk het metdriftig ongeduld, „(leen redevoeringen meer.quot; „Maar laat mij dan toch antwoorden.quot; „Kerst zweren, dan kunt ge spreken.quot; „Maar dat is dwingelandij.quot; „Neen, dat is de wil (les volks.quot; Kn met geweld hield men den abbé Maury terug van het spreekgestoelte, waar hij een laatste krachtig protest wilde doen hooren. „Men zal niet naar u luisteren,quot; zei Baruave, „vóór ge den eed hebt afgelegd.quot; Kn /ij die aldus het schandelijkst gew eld pleegden aan de vrijheid des gewetens, hadden in de ple( htige „Verklaring der rechten van den menschquot; het artikel opgenomen: „Niemand zal om zijn meeningen, ook in het godsdienstige, worden lastig gevallen.quot; I )e vrijheidsmannen vonden, als altijd, een machtigen bondgenoot in het gepeupel der tribunes, in het .straatgespuis, dat zoodra de namen der geestelijken tot het zweren van den eed werden afgeroepen, van alle kanten, langs deuren en vensters binnendrong onder den woesten kreet: „Aan de lantaren met hen, die den eed weigeren Iquot; I Iet eerst was de beurt aan Talleyrand, den bisschop van Autun. Ilij, die de !o meehnatige plei htigheid van het feest der ee len had op touw gezet en geleid, zag er natuurlijk geen bezwaar in, een nieuwen eed te zweren op al ■wat de revolutie maar wilde. Knkele geestelijken, door het getier der linkerzijde en het moord gehuil van de tribunes beangst, volgden zijn voorbeeld. l)aarna kwam de kardinaal De Rohan en.... weigerde. Woedende kreten waren het antwoord, (\'azalès er. de andere afgevaardigden der rechterzijde protesteerden tegen deze bedreigingen, welke de vrijheid der vergadering aan banden legde. Ken hunner eischte de schorsing der zitting, aangezien haar besluiten, te midden (lezer wanorde genomen, .ik ongeldig moesten beschouwd worden. Toen de naam des bi schop van Agen werd afgeroepen, vroeg hij het woord. |
f:i
|
,,Nicm:m! het woord!\' ucrd hem tocgeduwd. ,,Niemand hét woord I Wilt ge den eed alleggen. ot niet ?\' Kn nieuwe bedreigingen van de tribune zetten dien eisch kiem bij. Doch onverschrokken ging de waardige prelaat voort, zoodra de stilte eenigernmte hersteld was : ..liet verlies van mijn vermogen betreur ik niet, maar het verlies uwer achting, die ik verdienen wil, zou ik wel betreuren, Kn daarom verzoek ik u de betuiging te aanvaarden van het leedwezen, dat ik gevoel, den eed, dien gij eischt, niet te kunnen alleggen,quot; I n priester van ziju diocees, die na zijn bisschop aan de beurt kwam, verklaarde: ,,lk zal met den eenvoud der eerste Chris tenen, waartoe gij ons wilt terugvoeren, zeggen dat ik er een een in stel het voorbeeld van mijn bisschop te volgen, gelijk I .aurentins zijn herder volgde.quot; Ken volgend priester, die zijn eedsweigeriug wilde inleiden met de betuiging dat hij een zoon der katholieke Kerk was, kreeg tot bescheid: „(\'een voorredenen ot inleidingen. Ik zweer of ik weiger : anders niet!quot; De grijze bisschop van Poitiers sprak met waardigen ernst: ,,lk hen zeventig jaren en heb er viif en dertig in het bisschopsambt gesleten : ik meen al het goede gedaan te hebben dat ik doen moest, Thaus onder jaren en krankheden gebukt, wil ik mijn ouderdom niet onteeren ; ik weiger dus den eed,quot; „WeigT dien dan zonder praatjes, zonder geloofsbelijdenis,quot; ..Maar dat is hatelijke dw ingelandii,quot;riep een lid der rechterzijde. .,l)e Rum insche keizers, die de martelaren vervolgden, vergunden hun nog den naam uit te spreken van den (lod, voor wien zij leden, en de betuiging hunner trouw af te leggen aan den godsdienst, voor welken zij zouden sterven,quot; ,,/.weren of weigeren, zonder meer klonk hel van de banken links, en telkens als een bisschop of priester geroepen Werd om tusscher. die twee te kiezen, barstte een nieuwe storm van wraaklcreten los. Want allen, slechts cén uitgezonderd, weigerden den heiligschennenden eed; allen verklaarden tegenover bet woest gehuil; ,/ /lt;/ tan/ent c /lt;m iwn-jnii\'iirs kalm en vastberaden : /lt;; rcfiist\\ ik weiger, |
l\'evergeefs deeil de voorzitter, na het afroepen der namen, nog een laatste poging om de weigerachtige bisschoppen en priesters tot het afleggen van den eed te bewegen; een wel sprekend stilzwijgen was liet antwoord op die ongepaste aanmaning, en daarmee was de eeuwig gedenkwaardige zitting van den Januari 1701 atgeloopen. M de atgevaardi;; i n der rechterzijde schaarden zich rondom de prelaten, die zoo onverschrokken voor de heilige vrijheid des gewetens waren opgekomen, ten einde hen bij het verlaten der zaal te beveiligen tegen het woeste grauw, dat hen met scheldwoorden en bedreigingen achtervolgde. Ditmaal mocht het dien moedigen verdedigers des gelools nog gelukken zicb ongedeerd dooiden stroom van het jouwende gemeen heen te worstelen; maar niet ten onrechte sprak de bisschop van Poitiers tot een afgevaardigde, die hem tegen de mishandeling van een woest-aard in bescherming nam: „(leel 11 zooveel moeite niet, mijnheer, om mij voor de slagen van dien man te beveiligen ; voor ons begint thans de leertijd van het martelaarschap,quot; Inderdaad, voor de waardige bedienaars van het heiligdom begon thans de vervolging, die voor velen zou nitloopen op den marteldood. De revolutie had thaus het masker der hui chelarij afgeworpen, dat zij zich tot dusver had voorgebonden om edeldenkende, argelooze priesters en niets kwaads vermoedende katholieken te verschalken. I hans kon zij die vroeger zoo welkome medehelpers ontberen en ontzag zich dus niet meer haar dweepzieken godsdiensthaat bot te vieren. In de revolutionnaire bladen en pamfletten werden de bloedigste bedreigingen geuit tegen de iioii-jnrcins. maar dat belette ni t dal verschillende geestelijken, welke zirh den eed hadden laten afpersen, dien openlijk kwamen intrekken, (iramstorig liet Harnave decreteeren dat dergelijke intrekkingen niet meer zouden aangenomen worden, en toeneen priester nogmaals zulk een Verklaring kwam indienen, verscheurde men het papier en wierp hem de stukken in het gezicht. lt; )p Zaterdag den Iv quot; januari werd in de stralen van Parijs de lijst uitgeroepen van de bisschoppen en prii-ters, die den e.-d gewei gerd hadden. Men bad er alvast de namen der pastoors van Parijs bijgevoegd, van wie men vei onderstelde, dat zij dien ook weigeren en den volgenden dag t.-geu de conslitutie preeken zoud\'li. I\'lakkaieu vol bedreigingen stonden Op de deuren der kerken te lezen ; revolutioiiuaire benden drongen het heiligdom binnen, en deden zoodra de herder der gemeente den kansel beklom, den kreet hooien ; ,,1\'eu eed! Weg met de nrn-jurcurs Aan de. lantaarn met hen !quot; In de kerk van Sitin/ Sul/ure besprak de pastoor de gelijkenis van den goeden herder, die zijn leven geeft voor de hem toevertrouwde schapen en deelde zijn parochianen mede dat hij tol zijn diepe smart gedwongen zou wor den, zic h van zijn kudde te sc heiden, waarom hij hun verslag 1 l ed van de gelden, die hij voor de annen der parochie achterliet. lt; lp d,-lijst dier gitten, w elke van de liefdadigh.-id der |
62 Voor honderd jarkn.
|
gemeente een schitterende getuigenis aflegden, stond de pastoor zelf ingeschreven voor een bedrag van achttien dui/end franks. Kn tegen dezen goeden herder in den vollen zin, werd de bedreiging geuit : „Naar den lantaren met hem Toen hij den kansel verliet, werd hij omsingeld door woestelingen, die de geloovigen op zij drongen, zich op den priester wierpen, hem in het gezicht sloegen, bij de haren voortsleurden en hem de pistool op de borst zetten met de woorden : „/weer, of gij sterft !quot; |
Dat alles was echter slechts een voorspel van de bloedige godsdienstvervolging, welke het katholieke Frankrijk aanschouwen zou. |
XH.
\\ ludit v in lun koninklijk gc/.m uit ilc i uilcn ^ n. I ocliereitisek-ii eti maatregelen van Bouillé. • rdfiirstt\'IIingcn cn un .rckcninp\' n Uc konin;; herkemi door den p quot;-tincL u-r \\.in Saintc Meneliotihi. — Het kdllinMijl; gc^in te N.nennes. I^e aanliuiulii.g. Bij den kruidenier Sansse, — lien bange nacht. — De vlnchtclingen teruggevoerd, — In de \'J\'uilerieën terug.
|
^ / et was elf uur in den avond \\\\ an den 2c\'\'11 Juni 1791 en gt;■ i duisternis omhulde het trol- i,nK\'is ikr • quot; quot; seilert \')ctob\'r 1789 de ge \\angcnis \\an hel koninklijk gezin. Schildwachten bewaak ten aan alle kanten de uitgangen, niet alleen om eiken onbevoegde het binnendringen te beletten, maar vooral ook om te verhoeden dat een der koninklijke gevangenen den kerker mocht ontvluchten. Kafa.yette, de „trouwe dienaar van /.ijne Majesteit,quot; die in den nacht van den 5cn op den ()quot;i October zoo rustig geslapen had, gunde zich sinds lang geen rust meer. Op elk uur van den dag verscheen hij onverwachts in de TuilerieCn om zich te vergewissen dat alle wachtposten wel goed waren bezet, om de minste bewegingen des konings te bespieden en de spionnen en aanbrengers, waarmee hij hem omringd had, uil te hooien. Ook than , op dit late uur, sloop hij rondom de donkere gebouwen ; maar nergens trof iels verdachts zijn oog ; doodsch cn somber strekten zich de lange gevels uit in de siille van den nacht, slechts door den eenlotiigen voetstap der schildwachts verbroken. |
Alleen op het plein lt;/u Carrousel was nog een vrij druk gerij van af- en aanrollende rijtuigen cn vermengde zich het geraas der wic-ii\'ii met de stemmen \\an hu hendc, grommende of foeteremle koetsiers, /.ij kwamen de bezoekers van het paleis halen, vrienden en ver tronwclingen des konings, die hem, voor zoover dit hun vergund was, kwamen gezelschap houden en troosten in zijn beklemmende opsluiting. Kn te midden van dat rumoer van paarden en koetsen slopen in de duisternis enkele groepjes personen, mannen, vrouwen en een paar kinderen, in donkere reismantels en het gelaat onder groote hoeden verscholen, schuw en onzeker over het plein rond, angstvallig het weifelend licht der lantaarns vermijdend en zich omzichtig in de schaduw houdend van bogen en kolommen. Ken dier groepjes, een man, met een dame aan den arm, loopt op hel plein rakelings het rijtuig \\an I a layette voorbij. De dame siddert; zij heeft bij het licht van de toortsen der livreibedienden ilen generaal der nationale garde herkend : maar onmiddellijk weer vermant zc zich, stapt haastig aan den arm van haar geleider voort en verdwijnt in het doolhof van nauwe, bochtige straten, dat aan het plein grenst, terwijl de overige groepen zich alle in verschillende richtingen even schichtig verwijderen. Wie waren zij, die daar in het donker van den vallenden nacht als dieven rondslopen door de eenzame straten van het inslapende 1\'arijs, zorgvuldig eiken laten voorbijganger ontwijkend, |
VOOR HONDERD |ARI \\.
64
|
dien /ij up hun gciiia^dcn locht ontmoetten ? Die schuwe vluchtelingen witren koning 1 .odewijk Wl, zijn gemalin Mini.\' Antoinette, /ijn zust\'-r M.ulanie l.lisabeth n zijn beide kinde ren, die van sléchts enkele gvtrOtnven verzeld, het palei . ontvluchtten, dat hun tot een kerker was lv uorden. \') welke moeite en zorgen, hoeveel beleid en overleg had het gekost, om de Waakzaamheid van l.alavette en zijn s|iionnen te versi halken ! Maanden lang had het |ilan de v orstelijke gevangenen bezig gehouden, zonder dat zich eenig uitzicht opdeed, het te verwezenlijken. Nieinancl konden zij n deelgenoot van maken, daar niemancl in hun omgi ving meer te vertrouwen was. 11 rnauvvernood konden zij een enkel oogenblik vinden, om het met elkander te bespreken ; want nacht en dag waren loerende oogen op hen gericht, zco zells dat de deur van het slaapvertrek der koningin steeds moest openslaan en zij die enkel sluiten mocht terwijl zij zich kleedde. Met eiken dag werd de gevang nschatj ondraaglijk t ; zoodra zij zich v ertoonden, aan uit-jouwingeii en bedreigingen blootgesteld, konden zij zeli-. g \'en luchtje scheppen aan het venster, nog veel minder het paleis verlaten. Sedertden \\piil hadden zij geen voet nveei buiten de Tml lieeu g zet. Dien dag meende het koninklijk gezin een uil stapje te maken n ar Saint lt;\'loud, daai l.alavette den konin ; na-dig had toegestaan, een paar degen de buitenlucht te gaan inademen op twee mijlen\\,in Parijs. Maat nauwelijks was het rijtuig inge-spannen of de ojiro iige menigte kwam het omsingelen en de dappere I i la vette met zijn nationale garde za- g. ••n kans. den koning een doorlm !it te banen. Eeni^e weken te v a u was hij wel mans genoeg geweest om een aantal edellieden, op het gerucht van een aanslag, ter verdediging des konings naar hel paleis gesneld, smadelijk heen te jagen, zeggende dat hij zelf voor de veiligheid van Zijne Majesteit instond. Maar die edelen hadden ook op verzoek des konings de wapenen afgelegd, |
Tegenover den volkshoop minder voortvarend dan tegenover ontwapende verdedigers des konings, had Lafayette het rustig aangezien, dat deze in zijn paleis werd teruggedreven al ■ een misdadiger, die op ont napping uit den kerker wordt betrapt, Grievender kon bodewijk XVI niet worden te v en taan gegeven, dat hij de gevangene was van ziin volk, en dat, zoo hij ooit nog zijn koninklijk gezag tot heil des lands wilde uitoefenen, hij tot eiken prijs de vrijheid van zijn persoon moest trachten te her,vinnen. Te lang reeds had men hem tot het werktuig der revolutie verlaagd, door hem met geweld de onderteekening af te persen van beshiiten, waartegen zijn heiligste overtuiging in opstand kwam. I lij moest die kluisters alsclnidden ; eenmaal buiten I\'arijs, zou hij wellicht in de een of andere grensplaats zijn getrouwen om zich kunnen verzamelen, de uitgeweken edelen tot zich roepen en niet de hulp van bevriende mogendheden een legermacht op de been brengen, in staat om de orde te herstellen en den geschokten troon zijner vaderen weer op te richten. Dat was hij verplicht aan zijn volk, aan zijn huis, aan vrouw en kroost, die hij als koning, als echtgenoot en vader niet aan de revolutie mocht ter prooi laten. In hel geheim waren lange onderhandelingen gevoerd met Mirabeau, die den opstand, welke hem over hel hoofd wies, moede, ten slotte den koning zijn diensten had aangeboden, De machtige volksleider, die met zijn woord alleen alles meende te kunnen over-heersehen, had zich voorgesteld het monster, dat hij zelf tegen den troon had aangehitst, w er even gemakkelijk te kunnen beteugelen. Maar een plotselinge ziekte, het gevolg van zijn ongeregeld leven, wierp hem machteloos op het krankbed, dat weldra zijn doodsbed werd. Van dien bondgenoot, hem even onverwachts ontvallen als hij zich had aangeboden, had de koning dus niets meer te verwachten. Doch hij had nog één dienaar, die tot de volvoering van het stoute plan berekend was en op wièils ridderlijke trouw en krijgsmans-beleid hij zich ten volle verlaten kon. liet was de markies de l\'ouillé. de ond -rdrukker van den op .land te Nancv. Met dezen wasten laatste een w Idoordacht plan tot ontvh c hting beraamd, dal de beste kansen tot slagen aanbood. Hei koninklijk gezin zou, door vermom |
TAKKRiKLKX UIT DE GROOT F, RKVOLUTIF.
|
ming onkenbaar gemaakt, in den nacht de I uileriec\'n untvhichten, in een paar reiswagens, die door de zorgen van liouiilé bij elke vooraf bepaalde halte versehe paarden zonden vinden, om hun weg te vervolgen naar de grensstad Montmedy, die tot toekomstig konink lijk kwartier was uitgekozen. De markies de liouiilé zou bovendien zorgen, dat van afstand tot afstand langs den weg troepen aanwezig waren om in geval van\' nood de vliuhl des konings te dekken. Drie voormalige lijlwachten zonden, als livreibedienden ver momd, het koninklijk gezin vergezellen, terwijl liouiilé den koning bovendien een edelman had aangewezen, op wien hij zich als gids en geleider veilig verlaten kon. In plaats van dezen gat de koning echter een plaats in het rijtuig aan de gouvernante der kinderen, madame De Tourzei, die onder tranen smeekte, de vlucht barer meesters te mogen deelen. Door deze schikking en ook om de toebereidselen tot de reis te verbergen voor een der kamervrouwen der koningin, die een vurige pa/rio/c was, moest de vlucht, die aanvankelijk op den rejen Juni was bepaald, plotseling een dag uitgesteld worden. Die vertraging kon niet tijdig genoeg ter kennis van Houiilé gebracht worden, om dezen gelegenheid te geven zijn ingewikkelde en omvangrijke maatregelen opeens te wijzigen, en zoo was dan deze hachelijke onderneming, waarvan de toekomst van Frankrijk en zijn koningshuis afhing, reeds van den beginne mislukt. liet noodlot scheen daarbij gezworen te hebben, het voortvluchtige koningsgezin op dien bangen tocht te achtervolgen. Ternauwernood waren de vluchtelingen, door de vertrekken van een vertrouwd hoveling, bij groepjes van tweeën of drieën, achtereenvolgens het paleis ontkomen, of reeds begon die reeks van misrekeningen en teleurstellingen, welke op de jammerlijkste mislukking moest uitloopen. Uij hebben gezien hoe Marie Antoinette, aan den arm van een der drie lijfwaclits voort-spoedend, op het punt had gestaan, door Falayette te worden herkend en teru;;gevoerd, In haar schrik sloeg de arme koningin met haar geleider een verkeerde .skaat in, raakte in de duisternis verdwaald en bereikte, zonder iemand den weg te durven vragen, eerst na, lange omwegen de afgesproken plek, waar de koning met de anderen haar in doodsangsten wachtten, om in het rijtuig te stappen. |
Fmdelijk zijn de vluchtelingen gezeicn in de beid- huurkoetsen, die in allerijl afrijden in de richting der poort St, N.artin. Zij werpen een laatsten blik op het paleis, waar zij zooveel treurige dagen gesleten hebben en bereiken weldra, langs de uitgestorven donkere stralen de barrure. De reispas, behoorlijk door den minister Montmorin geteekend, verleent hier ongehinderden doorgang aan „mevrouw de barones de Korf, met haar twee kinderen, eén kamervrouw, een kamerknecht en drie bedien den op wegnaar Frankfort.quot; ()nder dien schuilnaam verborg zich Marie Antoinette ; de konintr, met een pruik op en in livrei gestoken, gold voor haar kamerknecht ; de kleine troonopvolger was als een meisje gekleed evenals zijn zusje. In het reisverhaal, later door de edele doch Ier van Marie Antoinette opgesteld, leist men niet zonder aandoening deze bijzonderheden : ,.Mijn broertje werd als meisje verkleed : hij zag er allerliefst uit. Daar hij schuddebolde \\an den slaap, wist hij niet wat er gebeurde; ik vroeg hem wat hij wel dacht dat w ij gingen doen, en hij antwoordde mij dat bij dacht, wij gingen comedie spelen, omdat wij verkleed waren,quot; Het was een treurige comedie, die de ko ninklijke ballingen moesten spelen en ze ging hun slecht af; bodewijk XVI verried zich, ondanks zijn livrei en zijn pruik, bij elke beweging en ook den vermomden edellieden op den bok was het wel aan ie zien dat zij geen bedienden van beroep waren, In. de stilte van den nacht ratelden de rij-Ungen voort tot l!ond\\ . waar een splinternieuwe berline voor het koninklijk gezin niet een cabriolet voor bet gevolg, ingespannen en wel gereed stond. Hiervoor bad de graaf de Fersen gezorgd, die ook bij de overige toebereidselen gewichtige diensten had bewezen en thans, nu de iiooge reizigers instapten, de koningin eerbiedig de hand kuste en afscheid nam. Met verlevendigden moed en blijde hoop werd de reis voortgezet; allengs brak de dag aan en de arme vluchtelingen, die zoolang in de TuilerieOn hadden opgesloten gezeten met geen andere afleiding dan het dreig nd straatrumoer onder bun vensters, genoten bij volle teugen de liefelijke frischheid van den zoniennorgen in de vrije natuui\' Voor het eerst na maandenlange beklemming herademden zij en vergaten bijna dat zij vluchtelingen waren, Fr werd verzuimd van uit Jiolldv een bode vooruit te zenden naar liouiilé en de afdeelingen troepen, welke op verschillende punten\\,in den weg de koninklijke rijtuigen afwachtten. Tot overmaat van ramp brak te Montmirail het ónden-iel \\an een der rijtuigen en verooi zaak te een oponthoud \\aii eeni^e uren, Onislreeks lialfvier in den middag bereikten zij (\'h.llons, de eenige groote stad, die zij hadden te pas seeren. ()|i(lanks d- vrees des konings, daar herkend te zullen worden, liep alles goed af. W l verzameld\'- zich een menigte nieuwsgierigen om de rijtuigen, terwijl du- van paarden ver- |
06 VOOR
•RD JARF.N.
|
wi\'selilcn, maar de postmcvster /.elf hielp dat «crk bespoedigen en het vertrek verhaasten: tlr rechlsehapen man had den hooien vluehte-ling herkcml, maar hield het « ijselijk voc zich. \'irrwijl hel koninklijk ge/in aldus, telkens meer lienio^aiigd en gerustgesteld, de reis voortzet ic, verkeerden Mouille en de uitvoerders . ijner bevelen in angstige spanning, diep bekommerd om hel onverklaarbaar uitblijven der rijtuigen, \\vi( i kunist reeds den vorigen dag was verwac ht. I gt;e vertraginst van \'s konings vertrek uit Parijs had alle in t zooveel beleid genomen maatregelef» ijdel gemaakt. Te Pont Sommevellé. waar hij de eerste afdee-ling troepen moest ontmoeten, vond hij niemand. Den gansehen nacht hadden vijlug huzaren in de omstreken rondgezworven ; de\' graaf de Choiseul zelf, met eenige olfu ieren in het struikgewas verborgen, had onvermoeid o|) den uitkijk gestaan, telkens hopende een bode ti\' zien aankómen, die hem «!•• komst van Zijne Maj. teii aankondigde. M.nr de gansche nacht was \\ei-treken, zonder dat zieh een enkele hoel-lag op den \'■ ■n/amen weg deed hooren, en ook de dag liep tv ds weer ten einde, zon der dat er Kt-, opdaagde. 1 gt;e ongewone troepenbeweging in die streek wekte de achterdocht der b ■volkhig ; vvel iiad men rondgestrooid dat er i n bezending geld verwacht werd, tot uit-b, laling van soldij, en dat om dit transport te dekken al die soldaten in de weer waren. Maar nv t die uitvluchten kon men zich toch op den duur niet redden, en de graaf de (\'hni -eul was eindelijk wel genoodzaakt geweest, zich met zijn knjg-voik te verwi jderen. Helaas, een half uur na zijn vertrek, kwam de koning te l\'ont-Sommevelle aan en vond niet- van het a t gespróken gelen 1\'. Voorig-;rei-il tot Sa.inleMeneiiould, begon hij zuh ernsti;; ongerust té maken over het uitblijven d r verwachU\' vrienden. Daar aangekomen, stak hij herhaaldelijk het hoofd buiten het portier om onder de saamgestroomde om-tanders naar een bekend gezicht, naar een Mik van va standhouding te zoeken, liet was, schoon laat in den avond, nog helder licht, ilnr men d n langsten dag van het jaar haal. Hij onttl-\'ktquot; echter geen enkelen vertrouwde, doeh wekte door zijn onrustige bewegingen eti , ijn luv.nre.ie vragen aan d- postiljons wel den argwaan van den zoon de- postmee ters, een jon:; en vm: patriot, die het piekenfee-t had biigevvo\'Mld. Haai had hij den koning gezien; hij herinnerde zieh verder het portret op de nieuwste i-ignat.-n. en ii, er was geen twijfel a i of de e reiziger moest bodewijk X\\ I we z i. h dames en kinderen, die hem vergezeld n, kwaeicn daarbij in aantal en leeftijd overeen me: de leden der koninklijke familie; |
hij kon zich dus niet vergissen. Intusschen waren de versche paarden reeds voorgespannen, de postiljons zaten reeds weer in den zadel, en bedenkende dat er een afdecling dragonders in de stad lag, die het reisgezelschap desnoods met geweld een uittocht zouden kunnen banen, liet hij zonder iets te zeggen de rijtuigen ver trekken. Maar nauwelijk ■ waren zij afgereden of hij keerde in den stal terug, zadelde zijn beste paard en sloeg in v liegenden ren een binnenweg naar Varennes iquot;, oili daar de stedelijke overheid van de aankomst des konings te verwittigen en het voortreizen der vluchtelingen te beletten. Inderhaast had Orouet links en rechts zijn vermoedens aan dezen en genen ait zijn omgeving meegedeeld en als een loopend vuurtje was het gerucht door het heele stadje v erspreid. De stormklok werd geluid, de nationale garde kwam in de wapenen; de dragonders wilden de koninklijke rijtuigen achterop ijlen, ten einde de reizigers te beschermen, doch de nationale garde met de patriotten der stad hield hen binnen hun kazerne gevangen, en alleen hun kolonel kon te paard stijgen om te beproeven den jongen postmeester in te halen en tot i ian te breng•■n. Het was een wanhopige\'wedren op den eenzamen landweg; zoodra de vlugge Drouet, die toch reeds een grooten voorsprong had, bemerkte dat hij achtervolgd werd, verdubbelde hij zijn vaart. Ook de kolonel drukte zijn paard de sporen in de zijde en meende den ander desnoods neer te schieten, toen deze zich plotseling in een dicht boseh aan zijn oog onttrok. Ontmoedigd, maar niet uit het veld geslagen, rende hij naar (\'Ier-mout, om den graaf de Damas, die daar met twee eseadrons in kwartier lag, te gaan verwittigen van hetgeen er te Sainte-Menehould ; had plaats gehad. Te Clermont was inmiddels de koninklijke familie reeds aang-komen, had er in allerijl van paarden verwisseld en onmiddellijk de reis voortgezet, zonder den graaf de Damas te laten wanrsi huwen. Deze, die in de grootste ongerustheid de aankomst der reizigers verbeidde, maar om geen argwaan te wekken met zijn soldaten in e n ander gedeelte der stad lag, vernam deal doortocht der vluchtelingen ■ ei. te ! zij weder vertrokken waren. Onmiddellijk w il hij hen met d troepen achterop, doch Wefdt daarin op dez-lfd\' wijze verhinderd als zijn kameraden i ■ Sa nte-.Menehonld. De nationale garde met de revolutionnaire bevolking houdt zijn dragonders in hun kwartier belegerd, en slechts niet moeite kan de graaf zelf met enkele offu ieren zich een uitweg banen om de koninklijke vluchtelingen na te snellen. |
tafkrkki.kn uit de groote revolutie.
|
Van al deze noodlottige voorv allen onkundig, zetten dezen inmiddels hun tocht voort en kwamen omstreeks elf uur te Varennes aan. Bij den ingang van het stadje lieten zij de lij tuigen stilhouden en naar versche postpaar-den omzien. Die waren nergens te krijgen. De koning en de koningin zelve slapten tenslotte uit, om in persoon de donkere eenzame straten van het stadje te doorkruisen, overal naar de besproken paarden rondvragende, aan alle deuren kloppende waar zij nog licht zien, ieder aansprekende, zonder echter in bijzonderheden te durven treden, maar nergens bescheid vin dende. De stad Varennes bestaat namelijk uit twee onderscheiden gedeelten, een hooge en een lage stad, door een rivier van elkander gescheiden, Terwijl nu de koninklijke familie vruchteloos in de hooge stad naar paarden zocht en aldus haar kostbaren tijd verloor, stonden in de lage stad de paarden gereed. Dat was op zich zelf een verstandige maatregel, daar het beter was de verwisseling van paarden te doen plaats hebben als de rijtuigen de brug over waren en dus onmiddellijk konden doorlijden. Maar de teleurgestelde reizigers wisten het niet en moesten onverrichter zake naar de lij tuigen terugkecren. De ongeduldige postiljons dreigden reeds de vermoeide paarden af te spannen en het gezelschap in den steek te laten. Doch niet geld en goede woorden lieten zij zich toch overhalen, maar weer voort le l ijden en ongehinderd trok men de hooge stad door, zoodat de vorstelijke vluchtelingen zich reeds over de ondervonden wederwaardigheden troostten met het vooruitzicht, weldra in het kamp van Houillé van alle vermoeienissen te kunnen uitrusten. Doch daai kwam men aan de brug. die naar de lage stad leidde. Aan den ingang dier brug stond een zwaar, oud, getorend poortgebouwquot; dat men moest passeeren. En nauwelijks waren de rijtuigen den donkeren boog ingereden of de paarden struikelden over een omvergewor pen kar, waarmee de we,; vv.r, vvrsperd. Ken heele barricade van voorworpen van allerlei aard was opgeworpen om den toegang af te snijden ; zelts een kanon was aangesleept om den koninklijken rei- toet tegen te houden. Vijf, zes gewapende mannen sprongen plotseling uil de duisternis le voorschijn, grepen de paarden bij den teugel, en dreigende te schieten, brachten zij de rijtuigen tot staan onder den Uitroep : ,.Uvv paspoort, in naam der wet uw paspoort !quot; Het was de jonge Druuei, die, te Varennes aangekomen, in alle haast zijn politieke vrienden had opgeklopt om zich als slrnikroovers op den weg te legeren, waarlangs de koning |
kinnen moest. Op die onbeschaamde aanranding sprongen de vermomde lijfwachten van den bok, om hun meester met geweld een doortocht te banen, maar deze als allijd be-j ducht dat er om zijnentwil een druppel bloed zon vergoten worden, riep hen terug en verbood hun, v an hun wapenen gebruik te maken. Nóg meende hij, zonde, geweld zijn weg te kunnen vervolgen; het paspoort, dat hem overal gereeden doortocht verschaft had, werd voor den dag gehaald en, zonder te vragen wat den aanrander hel recht gaf, inzage daar van le vorderen, slapte hij uit om het Drouet te vertoonen. Dize \\«Tkhiarde, na liet even ingezien te hebben, dat de procureur der gemeente had uit te maken of het al dan niet geldig was ; toevallig komt dit heerschap juist toegeschoten, maai wil het stuk toch liever op zijn gemak thuis inzien en noodigt de reizigers beleefd uit, hern naar zijn woning te volgen, Niels kwaads vermoedend, gaat de koning, met den kleinen slapenden dauphin op den arm en de jonge prinses aan de hand, gewillig met den vriendelijken procureur mee, die Marie Antoinette zijn arm biedt, Sausse zoo heel de man •— houdt een kruidenierswinkel; mot zijn gasten daar aangekomen, noodigt hij hen nil. in zijn bovenkamer wat uit te rusten en zich aan brood en wijn te verkwikken, terwijl hij inmiddels het p.eipoorl eens zal nazien, lie koning ziet met voldoening zijn portret aan den wand hangen en waant zich veilig in het huis van 1 een zoo rechtschapen koningsgezinde. Het is zijn lont dat hij altijd anderen naar het eigen goede hart beoordeelt. Die brave procureur, zoo voorkomend v ooi-de hooge reizigers, wacht slechts tot er genoeg volk om en in zijn huis op de been is, om hel kruidenierlijk onderdanigheidsinasker af te schudden en den koning vlak in het gezicht te zeggen, wie hij is en dat hij hem als zijn gevangene beschouwt, levergeefs doet de koning een beroep op het recht, dal ook de minste onderdaan heeft om le gaan vverwaarts hij verkiest; levergeefs verklaart hij hem, geen plan te hebben naar lui buitenland le vluchten, maar eenvoudig naar Monimédy te willen gaan, waai zijn troepen hein wachten ; tevergeefs smeekt hij om den wille, van vrouw en kroost, dat men hem zal laten vetlrekken. Vruchteloos bezweert Marie Antoinette de kruideniersvrouw onder tinnen, als vrouw en als moeder medelijden te hebben met haar kinderen. Koeltjes geeft madame Sausse ten antwoord, dat zoo de koningin om den koning denkt, zij niet minder bezorgd is om haar man, Deze heelt intus . !n-ii niels meer te vreezen ; hij aarzelde slechts de hand |
VOOR 1 lOXDl\'.RD lAR\' ,\\.
Cs
|
a:in zijn koning te slaan, \\xór hij van voldoende helpers omringd «as. I h\'ouel heeft gezorgd dat die toeloop zic.h niet lang laat wachten: sinds lang luidt de stormklok en roept de heele nationale garde nu t al de patriotten van het stadje bije -n. \' I .n opgewonden menigte ver/amelt zich onder de vensters van het huis en dringt met woest ^ getier binnen, de weerlooze vluchtelingen met hun verroeste geweren en hooivorken bedreigend, l\'.n den ganschen bangen nacht moeten bodewijk en Marie Antoinette, afgemat \\ande verre en avontuurlijke reis. met de van slaap uitgeputte kinderen en de zachtaardige prinses l.iisabeth te midden \\an dit helsehe boeren-getier doorbrengen. iMiidelijk schijnt er redding op te dagen ; de graat de (.quot;hoi^etil, die den koning tevergeefs te Pont-Sommevelle heeft opgewacht, is hem nvt zijn vijftig huzaren langs een grooten omweg achterop gekomen, en dringt nu het huis van Sausse binnen, om zijn gevangen koning te ontzetten. .,1 )e koning en de koninklijke familie,quot; zoo verhaalt hij /elf in zijn gedenkschriften, „be-\\ond( ii zich in twee slordige kamers op de eerste verdieping; ik besteeg een wenteltrap, die er heen leidde: in de eerste, die op de straat uitzag, vond ik eenige gewapende boeren, waarvan twee met hooivorken, als schildwachten opgesteld; aan de deur der tweede, waar de koning zich bevond, w ilden zij mij den toegang beletten ; ik wierp ze ter zijde en trad met den degen in de hand binnen. In het midden van dit armoedige vertrek stond een tafel, met brood en eenige glazen er op ; op een bed sliep lt;lc ihmphi», uitgeput van vermoeienis; bij dit bed zat madame De Toiirzel met het hoofd op de handen gelownd en de dames linmier en Neuville, kamemomven naast haar; bij het venster zat madame l.iisabeth met de prinses; de koning en de koningin stónden met den heer Sausde en een of twee leden van den gemeenteraad te praten; op den achtergrond zaten op stoelen \\ de drie lijfwachten.quot; Verontwaardigd over dit schouwspel bood de graaf de Choiseul .i.in. de gevangenen op de paarden zijner huzaren te plaatsen en hun nart het hoofd zijner manschappen met de sabel in de vuist een aftocht te banen door de gewapende bende, die het huis omsingelde. Maar hoe kon de koning, als hij die angstige vrouwen en kinderen om zich heen aanschouwde, tot zulk een w inhopigen stap besluiten? Was het niet veel raadzamer den markies dquot; Houillé af te vachten, die toch stellig niet lang meer kon uitblijven? I n datirbii. de gemeenteraad van Varennes verklaarde hem niet te willen |
gevangenhouden en verlangde slechts dat hij met zijn vertrek tot het aanbreken van den dag zou wachten. (ieduldig wachtte hij dan te midden van al dat rumoer den dag at, hopend elk oogenblik de troepen \\an Houillé tot zijn ontzet te zien aanstormen; de vroege zomerzon ging op; de morgen verliep, het werd zeven uur.... Kin-delijk, ja daar klonk hoefgetrappel in de verte! I) ;! zouden de bevrijders zijn. O bittere ontgoocheling 1 Met waren de gezanten der Nationale Vergadering met een bevelschrift, om den koning naar Parijs terug te voeren, waar hij ook aangehouden mocht worden, ,,/ij hebben hun doel bereikt,quot; riep bodew ijk uit, het bevelschrift gelezen hebbend ; „er is geen koning meer!..,. Voor de tweede maal laat Lafayette mij gevangennemen om zijn repubKek te vestigen.quot; Kn met bitterheid wier]) hij het papier op het bed, waarop de kleine dauphin sluimerde. ..Ik w il niet dat het mijn kinderen bezoedelt,quot; roept Marie Antoinette verontwaardigd uit en het papier van het bed rukkend, slingert ze het op den grond. ()p dat oogenblik kwam — o wreede bespotting een officier ademloos binnengedrongen met de tijding dat de markies de Jiouiilé in aantocht was en \'s konings bevelen vroeg. „Ik ben gevangen,quot; antwoordde de koning, „en heb geen bevelen meer te geven ; zeg den heer Houillé enkel dat ik vrees, dat hij niet meer in staat zal zijn, ons van hier te verlossen.quot; Kn inderdaad was het den trouwen dienaar des konings niet gegeven, zijn vorst te redden. Toen hij om negen uur te Varennes aankwam, w is de koning reeds sinds een uur door de handlangers der Nationale Vergadering als een gevangene weggevoerd, te midden van het hoonend gejuich eener met zeisen en hooivorken gewapende bende, die zich in ieder dorp, in ieder gehucht vernieuwde, terwijl \'s konings lijfwachten, op den bok gekneveld, dit machteloos moesten aanzien. I .angzaani, als om den koning geen enkele beleediging te sparen, trok nu n van plaats tot plaats en eerst op /undag den 25,n Juni trok de zegestoet met den gevangen vurst l\'arijs binnen, te midden van e n ontzaglijken toevloed van volk, dat een dood sche stille\' in acht nam, gedachtig aan de alom aangeplakte waarschuwing: ,,Wie den koning toejuicht, zal geslagen, wie hem beleedigt, zal gehangen worden.quot; lt; )pniemv betraden de ongelukkigen den kerker der ruilen On, waaruit zij thans zeker niet meer zouden ontsnappen ; niet voor de tweede maal zouden de kerkermeesters zich laten ver schalken. Helaas, die jammerlijk mislukte |
■
C 2
u ■—
a I
V, S
quot;O O.
.
GROOTE REVOLUTIE. 69
TAFEREELION UIT DE
|
vlucht zou slechts strekken om hun gevangenschap nog te verzwaren. Tevergeefs waren al ilie angsten doorstaan, al die gevaren getrotseerd. Kn toch, terwijl de koning in sombere moedeloosheid verviel, bleef de geestkracht zijner fiere gemalin ongeknakt. Zóó moedig zelfs droeg de edele dochter van Maria Theresia haar ongeluk, dat toen een harer vrouwen, madame De Campan, kort daarna het voorrecht had tot haar door te dringen, zij niet kon nalaten, over de doorgestane kwellingen sprekend, op te merken : |
„Uwe Majesteit heeft zooveel zielskracht, zooveel moed, dat zij er niet onder geleden schijnt te hebben; haar edele trekken zijn ternauwernooil veranderd.quot; „Ach !quot; hernam Marie Antoinette,,,gij meent dat ik slcrkc-r ben, dan mijn smart.... /ie eens,quot; en bij die woorden nam zij haar kapsel van het hooft 1, zoodat de haren vrijelijk langs haar schouders golfden. Die haren, eenmaal als de schoonste van brankrijk geprezen, waren wit als die cener zeventigjarige, vergrijsd in éénen nacht! |
-
\\^m\\ S***
XIII.
De knuinj-r ; chorst. l-isch om af/etting tics konings — Verz ^ Ksciirift getcckcnd op het altaar iles vaderlfin.ls. — At i oiuii;\'ing dlt; r krij ;swet. Hl c-Ul .ui op het MarsvrKI, Dccreci te^en ile priesters. — Optocht der voorstellen naar de N.itionale Vergadering. — He oproerlingen in de Tnilerieen. Waardige liouding des konings. — Toewijding van madame Hlisab-tli. — He koningin en het gepeupel.
|
hul t\'L\'n kunin- in zijn I. ^PS\'i\'iuldcquot; Utu;.\' ; het lirul hfm \\ ;in lt;• W W Vn fi\' \'c r,|iMI/t\'n v-ln I\'lank rijk ii;i.lt;r ^fe-Nvl yföJf\'il1 iuMgt;flt;ls(:ul u-i i^jchaald : lt;l--N i! iDiialu \\ri_r.iii »\' quot;quot;\' ^nvi\'iiiiildclijkf innglu-id ■ ^H\'.y %■■:■ idli\'quot;, die aan do „opliditingquot; lt;: ni\'-dcplichtiu waren gewest, ja iu-iitcrvolsdc hi-n, dir d.i.man quot;irwï\' \' slechte konden vrrdarht worden. Zij scheen er dus wel prijs o|j te stellen, zich weer in het bezit van den vorst te mogen verheugen. Was het uit liefde en eerbied voor den monarch, die gedurende al de jaren zijner regeering getoond had dat volk en land hein het naast aan het hart lagen, of in de hoop dat het koninklijk gezag, steunend op zijn roemrijk verleden en sterk door het aanzien, d it het bij alle rechtgeaarde I ranschen genoot, door de nieuwe hervormingen te bekrachtigen en uit te voeren, eindelijk Frankrijk weer lot vrede, welvaart en grootheid hrengen mocht ? |
Ilaar oeiste daad na \'s konings terugkeer geelt hel welsprekend antwoord op die vraag. Nog denzelfrlen morgen had zij het decreet klaar, waarhij de opvolger van meer dan zestig koningen eenvoudig in zijn function werd geschorst, terwijl een wacht werd aangewezen, naar het heette om voor zijn veiligheid te waken, maar feitelijk om hein binnen de Tuile-rieën gevangen te houden. Zijn eigen trouwe lijfwacht, waarvan elke soldaat een edelman was en die in de ()ctoberdagen te Versailles getoond had, bloed en leven voor den koning veil to hebben, werd smadelijk ontslagen, onder voorwendsel dat /ij „meer aan den koning geh cht was dan aan het vaderlandde Nationale Vergadering zou zelf voor de bewaking des konings zorgen : in Lafayette had y.i] den meest vertrouwden gevangenbewaarder. Kn deze besluiten voldeden op verre na niet de heethoofden der revolutie, de verwoede Jacobijnen, wier onstuimige vergaderingen in de voormalige kloosterkerk van St. jacobus, waaraan /ij hun naam ontleenden, dagelijks heftiger en bloediger eischen deden hooren. Had de Nationale Vergadering de schorsing des konings besloten, zij vorderden luid zijn afzet ting, /lt;/ déchéancc ; cn strafte de Vergadering de deelneiners aan de reis van Varennes, Robespierre eischte gebiedend het oordeel en vonnis van den koning zelf. Men herinnerde hem aan de onschendbaar-luid des konings, die door de Nationale Vergadering gedecreteerd was, „Die onschendbaarheid zon den koning tot een god op aarde maken,quot; riep hij uit. „Wij willen geen fictie, die de straffeloosheid der misdaad huldigt, en die een man het recht zon kunnen geven zich te baden in het bloed onzer j gezinnen.... geen voorrecht, dat de natuur doet |
TAFKREKLKN I I I\' DE CROOTK REVOLUTIF,
71
|
sidderen, het voorrecht der misdaad, meineeden, moorden en doodslagen....quot; Zoo sprak Robespierre, de bloedhond, over den zachtaardigslen der vorsten, die nooit heeft kunnen aanzien dat er om zijnentwille een druppel bloed werd vergoten. Dien dag echter zag hij zijn naar bloed dorstenden haat niet bevredigd; het voorstel om den koning te vonnissen werd met bijna eenparige stemmen verworpen, dank niet het minst aan het edelmoedig optreden van Barnave. Deze was onder degenen geweest, welke het koninklijk gezin van Varennes hadden teruggehaald, en de weinige dagen, die hij in gezelschap der vorstelijke gevangenen had doorgebracht, hadden in zijn gemoed een volslagen ommekeer teweeggebracht, i lij had dien koning en die koningin, welke als de snoodste tirannen werden uitgekreten, van nabij leeren kennen, en de onstuimige revolutieheld van te voren had tot bodewijk XVI en Maria Antoinette gezegd : ,,Wat mij aan leven en middelen overblijft, z:il aan u gewijd zijn.quot; Moedig had hij woord gehouden door met al de kracht zijner welsprekendheid het bloedgierig voorstel van Robespierre te bestrijden, en hij mocht de voldoening smaken althans dit onvveder van het hoofd (les konings af te wenden. Toen Robespierre de zaal verliet, riep hij zijn trawanten toe : „Alles is verloren, de koning is behouden !quot; Maar had de Nationale Vergadering hem voor ditmaal haar medewerking geweigerd, er stonden hem nog andere middelen ten dienste om den monarch ten val te brengen. De |a-cobijnen, de Cordeliers en tal van andere re-volutionnaire clubs waren er nog, waar hij luidruchtige instemming zou vinden met zijn eisch, dat de koning gevonnist en afgezet moest worden. Hij kbn rekenen op de woeste redevoeringen van Danton, die nooit haar uitwerking misten op de tot waanzin gedreven schare; op het vuilaardig geschrijf van Marat, ilie in een kelder zijn persen liet werken als een onderaardscbe springmijn, welke naar alle zijden venijnige en ophitsende pamfletten als gifspreidende projectielen onder het gistende volk slingerde. Ku bovenal kon hij staat maken op liet gepeupel, voor hetwelk straatschandalen, oproeren en bloedvergieten een behoefte waren geworden. Kr was dus spoedig genoeg een beweging op touw gezet, om met geweld te verkrijgen, wat de Vergadering, niet goedschiks had willen toestaan. Op Zaterdag, den i6cquot; Juli las men reeds op alle muren van Parijs de woorden : roi par jure, ineineedige koning, en abJha/ion, (hc/icance. Men liet een verzoekschrift rond gaan, waarin de afzetting des konings geeischt werd, en overal tromden de volksredenaars het grauw op, om het den volgenden dag in massa op het Marsveld te komen teekenen. |
„Morgen,quot; riepen ze,quot; „zullen we gezamenlijk naar het veld der verbroedering gaan; daar zullen honderdduizend burgers verklaren dat zij den meineedigen koning niet langer willen erkennen; die dag zal de laatste zijn, dien alle verraders zullen zien aanbreken.quot; En nauwelijks grauwde de Zondagmorgen of daar togen dezelfde benden, die l\'arijs tijdens de Octoberdagen en bij alle oproeren had zien samenstroomen, eerst naar het plein der voormalige Bastille. Daar waren de oproerpreekers reeds bij de hand, om het gespuis te zeggen wat het te doen had. „Geen koning meer!quot; klonk het hier. „( leen tiran.\' heette het ginds. „Ken Conventie, een nationale conventie om den koning te vonnissen! Weg met de monarchie! Keve de republiek!quot; Intusschen werd in de verte de nationale garde van Lafayette reeds zichtbaar, die sinds de revolutie meester was, geen samenscholingen meer duldde als strijdig met de gehoorzaamheid, verschuldigd aan de nieuw gevestigde machten. De leiders achtten het daarom raadzaam, hun benden maar te doen oprukken. „Naar het altaar des vaderlands !quot; riepen zij, „alle goede burgers naar het altaar des vaderlands !quot; Dat glorierijk monument stond altijd nog op het Marsveld, ofschoon de regenvlagen, die er sinds twee jaren over heen gestreken waren, het geschilderde graniet en brons geducht gehavend hadden, liet houten getimmerte waggelde, toen de dolle troep de trappen opstormde om het verzoekschrift te teekenen, dat Danton met Stentor-stem voorlas. „Een groote misdaad wordt bedreven,quot; heette het daarin; „Lodewijk XVI vlucht; hij verlaat onwaardig zijn post. Het rijk is de regeering-loosheid nabij ; burgers houden hem te Varennes aan; hij wordt naar l\'arijs teruggevoerd, liet volk van Parijs verlangt dringend van u,\'\' dit was tot de Nationale Vergadering gericht ..niets omtrent het lot van den schuldige te beslissen, alvorens den wensch der twee en tachtig andere departementen gehoord te hebben.quot; Onder luidruchtig gejuich verdringt nu de hoop zich om het zoogenaamde altaar ten einde het papier te teekenen ; vrouwen en kinderen zetten er zoo goed hun hand onder als de mannen, schoon velen het maar met een kruisje moeten afdoet). Met dat betrekkelijk vreedzaam bedrijf mocht echter de zaak niet alloopen ; daartoe was men niet vóór dag en dauw met sabels eti pieken uitgetogen; na de bloedademende redevoeringen van Danton en Robespierre te |
VOOR HONDKIU) JARKV.
72
|
hebben aangehoord, was men overigens niet in de stemming om bedaard naar huis te gaan. Ken dergelijk opstootje was niet volmaakt ten/ij er bloed stroomde. Weldra was het voorwend sel daartoe gevonden; eene der burgeressen, die de trappen besteeg, meende iets onder haar voet te voelen bewegen. Geen twijfel, of het altaar des vaderlands was ondermijnd door die verraderlijke aristocraten, welke de goede burgers in de lucht wilden doen vliegen. Onder groot misbaar wordt het voetstuk onderzocht, en ja, daar komen de verraders voor den dag: twee oude invaliden, een niet een houten been. Naar de lantaren met die snoodaards! Ongelukkig is er geen touw bij de hand. Geen nood I met hun eigen sabels worden de onge-lukkigen in stukken gehakt en een oogenblik later kan het bloedgierig gespuis zich verlustigen in zijn gewoon speeltuig: twee hoofden op pieken, die onder woest getier de stad in worden gedragen tot in de nabijheid van hel l\'alais-Royal. Doch thans komt Lafayette met zijn garde het spel verstoren : een sterke afdeeling troe pen komt aangesneld om het gepeupel uiteen te drijven ; niet sleenen worden zij begroet. Lafayette laat echter ditmaal niet met zich spotten ; met een heilige charge jaagt hij den troep uiteen, en nu gaal het naar het Mars veld, om daar aan hel rumoerig spektakel voorgoed een einde le maken. I )e „krijgswet,quot; die men den 5\'» en 6\'quot; October had laten rusten, werd nu afgekondigd; de geduchte roode vlag woei van het stadhuis; in alle stralen werd alarm geslagen, en in dichte drommen trok de nationale garde op naar hel Marsveld, om de „patriotten\'\' uiteen te drijven, die nog altijd op en om het altaar des vaderlands stonden opgehoopt. „Weg met de roode vlag!quot; roepen zij den troepen toe; „weg niet de bajonetten !quot; en een hagelbui van steenen vliegt den krijgers van Lafayette in hel gezicht. Maar dezen hebben anderen hagel lol hun beschikking; de aanvoerder laat hen eenige scholen in de lucht afvuren en alles stuift verschrikt de trappen af. Maar ziende, dat het geen meenens is, vliegt de zwerm onder gejuich weer naar bov en en hernieuwt het bombardement. Nu is Lafayette\'s geduld uiige put . zonder consideratie gebiedt hij pp den hoop los te branden, en twintig, dertig, honderd dooden rollen van de trappen, terwijl de rest doodelijk verschrikt naar alle richtingen uitccnslormt. De dapperste oproerpreekers vluch ten tun het h.irdsl en binnen een uur is er niets meer op het Marsveld te zien dan de lijken der gevallenen, die in stof en bloed uitgestrekt op de trappen zijn achtergebleven. |
I\'at is een geheel ander schouwspel dm I, 1 altaar des vaderlands nu twee jaren geleden opleverde: thans eerst is het gewijd lot een waardig altaar der revolutie, bezaaid met men-schenoffers en druipend van bloed. Ditmaal alzoo was de kreet, die de veroordeeling des konings eischte, voor een oogenblik met geweld gesmoord, maar daarom nog niet voorgoed verstomd. Om dit le bereiken, had men niet hel gepeupel in den blinde moeten neerschieten, maar de leiders moeten treffen, den Danlon\'s en Marat\'s den mond snoeren eu de jacobijnenclub uitroeien, die pestbuil, van waar het revolutionnaire gif telkens venijniger door Frankrijks aderen stroomde. Maar /elven uit de revolutie voortgekomen, misten de tegenwoordige machthebbers de kracht om haar in de baan te leiden, die zij haar hadden afgebakend. Zij hadden hel monster losgelaten en aangemoedigd en vermochten hel nu niet meer te breidelen; machteloos moesten zij het aanzien, dat het in teugellooze v ;uirt voortholde, hen óf meesleepend óf onder zijn dreunenden voetstap verpletterend. Den juli had de gematigde partij nog een enkele maal gezegevierd over de Jacobijtjen, en werden zij, die den dood des konings eischlen, met geweld uiteengedreven ; eer het een jaar verder was, moest de Nationale Vergadering het aanzien dal diezelfde benden hun bloedigen eisch kwamen uilen in haar midden, om hem vervolgens le gaan herhalen in het paleis van den koning zelf, wiens onschendbaarheid zij gedecreteerd had. Het was de 20e Juni 1792, de derde verjaardag van den eed in de kaatsbaan, en sedert dien eersten stap had de revolutie reeds een ontzettende baan alge!egd. De Nationale Vergadering van toen had reeds voor een andere plaats gemaakt, die geheel in de macht der Jacobijnen was, zóó zelfs dat zij plechtig de amnestie had moeten uitspreken over de moordenaars, die onder aan oering van den vreese-lijken beul Jourdan Coupe-Tétes in October\'91 te Avignon een zestigtal „aristocraten,quot; waaronder twaalf vrouwen, in koelen bloede hadden omgebracht, De helden van \'89 waren sinds lang door anderen overvleugeld. Mirabea.u was nog intijds gestorven, om de eer eener apotheose in hel Pantheon te verwerven; anders was hij op hel oogenblik misschien even smadelijk op den achtergrond gedrongen als liailly en l.afayelte. die sedert hel bloedbad op hel Marsveld werden uitgejouwd door hetzelfde volk, dat hen v roeger op de handen droeg, en zich dan ook wijselijk hadden teruggetrokken. De revolutie had thans andere leiders, het waardige driemanschap Robespierre, Danlon en Marat; l\'arijs eerde een anderen maire, den nielsbe-tcekenenden l\'étion ; hel gepeupel volgde een |
73
|
anderen aanvoerder, den bierbrouwer Santerre, met zijn grove knuisten, ,,den koning der voorsteden.quot; Met dien oproerkoning aan de spits zou het volk der voorsU\'den, In t gespuis uit de achterbuurten heden zijn wil gaan kenbaar maken aan de Nationale Vergadering en vervolgens aan den koning in de Tuilerieën. Deze had, ondanks het geweld, waarmee hem reeds zoo menige handteekening was afgeperst, de stoutheid gehad, zijn goedkeuring te weigeren aan een decreet, volgens hetwelk alle onbeëedigde priesters het land moesten ruimen en zij, die ondanks dat banvonnis in het geheim hun ambt zouden blijven uitoefenen, onmiddellijk met den dood zouden worden gestraft. Het was niet voldojnde dat die moedige belijders des geloofs, ids misdadigers, onder de uiijomvingen en beleedigingen van het gemeen, bij heele groepen naar de gevangenis werden gesleurd; dat zij als schadelijk gedierte werdpn opgejaagd uit de schuilhoeken, waarin de geloovige bevolking \\an dorpen en gehuchten hen verborgen hield en niet gevaar voor het eigen leven beschermde. Want ai had de revolutie de priesters, die den burgereal weigerden, uit het heiligdom verstooten, zij kon hen niet verdrijven uit het hart van het christen volk, dat zijn herders met te meer liefde en eerbied aanhing, naarmate zij gruwzamer werden achtervolgd. Kn terwijl over geheel Fiankrijk de ontheiligde kerken ledigstonderi, ol door veraf-schuvvck; indringers werden ingenomen, kwamen de geloovigen in de stilte van den nacht op afgelegen plaatsen, in holen en spelonken samen om er, gelijk de eerste Christenen in de catacomben, met hun trouwe priesters de heilige geheimen te vieren. |
l);\\t konden de vrijheidsmannen niet dulden; daartoe hadden zij hun „burgerlijke constitutie der geestelijkheidquot; niet uitgedacht, en zij, die in de „verklaring der rechten van den menschquot; bepaald hadden dat niemand om zijn godsdienstige overtuiging zou worden lastig gevallen, zwoeren, de /r/Zi i\'s rcfrac/airt s tot den laatsten man te verbannen of te verdelgen. \\ andaar hun barbaarsch decreet, dat aan de bevelschriften der Romcinsche keizers herinnerde; vandaar den dwang, op den koning uitgeoetend, om hem de bekrachtiging van dit besluit af te persen. Hun aandrang had hij tot dusver onwrikbaar het hoofd geboden ; voor het geweld echter der benden, die zij thans op hem afstuurden, zoo vleiden ze zich, moest hij bezwijken. Den geheelen nacht van den n/quot; op den 20cl1 was het reeds rumoerig geweest in de voorsteden, en de maire Petion, wiens taak het was voor de orde te waken, had dat alles oogluikend toegezien, liet liinx/nire van het departement had bepaald dat alle gewapende samenscholingen verboden zouden zijn. I\'etion verzocht \'s nachts om twaalf uur intrekking van dat verbod. Om vijf uur in den morgen kreeg hij ten antwoord dat het gehandhaafd zou blijven. I gt;e waardige burgervader nam voor de lens enkele maatregelen en liet voor d ; rest alles op zijn beloop. Santerre wist het wel, dat de oproerlingen op den onderhandschen steun van den niaire konden rekenen. „Wecst maar niet bang.quot; bemoedigde hij de vreesaehtigen ; ,,de nationale garde zal zich wel wachten, op u te schieten; I\'etion is er immers nog.quot; Kn met het krieken van den dag had de oproerheld zijn leger uit de voorsteden reu! op de been ; met bijlen en oude geweren, met pieken, waaraan driekleurige linten fladderden, met messen, beitels en zagen op stokken gebonden, met hamers, troffels, haardijzers, langen, schoppen en al wat maar eenigszins tot \\\\ap:n of schrikmiddel dienen kon, kwamen van alle kanten de woeste zwermen opzetten. „Die uiteenloopende, verroeste, vuile, afzichtelijke wapenen, waarvan elk voor het oog een verschillende manier van slaan vertegenwoordigde,quot; dus b, sein ijlt l.amartine dier. optocht, „schenen de verschrikking \'f s doods te vei menigvuldigen, door z. onder duizend wroede, en ongewone vormen voor testellen. De door-eemneiiging van kunne, van leeftijd en stand; de verwarring van kleederdracht, lompen naast uniformen, grijsaards aan de zijde van jongelieden; kinderen zelfs, cnkelet, dooi hun moeders gedragen, anderen bij de hand meege- |
7 i
|
sleurd of aan huns vaders rokspand hangend ; lichtekooien in zijden kieeren, niet slijk besmeurd, de schande op het voorhoofd en be-leedigingen op de lippen ; honderden arme vrouwen uit het volk, in de krotten der voorsteden saamgeraapt om het getal te vergrooten en medelijden op te wekken, gekleed in vodden, die aan Marden neerhingen, mager, bleek met diepliggende oogen en wangen ingevallen van ellende, beelden van den honger ; het volk in één woord in al de wanorde, in al de ver- i warring, in al de naaktheid van een stad, die plotseling uit haar hui/en, werkplaatsen, zolderwoningen, haar holen van losbandigheid, haar schuilhoeken voor den dag komt; zoodanig was het schrikwekkend voorkomen, dat de samenzweerders aan die schare hadden willen geycn,quot; Toch waren bet niet allen hongerlijders, die aan deze soort van „bedeloptochtquot; deelnamen. „Te midden van die schijnbare wanorde,quot; zegt Lamartine, „liet een geheime orde zich herkennen. F.enige mannen in buizen of lompen, maar met fijn linnen en blanke handen, droegen op hun hoofden hoeden, waarop men herkenningsteckens las, in groote letters met krijt er op geschreven. Men regelde zich naar hun voorgang en volgde hun drijven.\'\' Dat dit leger een wachtwoord had, bleek ook uit de vanen en oproerige zinneheelden, die boven de hoofden uitstaken, liier luidde een opschrift: ,,l)e bekrachtiging of den dood!quot; elders : „Beef, tiran, uw uur is gekomen 1quot; ; Ken kerel met bloote armen droeg een galg, waaraan het beeld van de koningin hing met het onderschrift: ..1\'as op voor de lantaarn 1quot; Wat verder hief een bende furiën een guillotine omhoog, «aaronder geschreven stond: „Veto en zijn vrouw ter dood!quot; Een horde in lompen droeg op een piek een aan flarden gescheurde broek; dit was de vlag der Sansculotten, het sprekendste zinnebeeld hunner schaamteloosheid. Maar de stuitendste tropee dezer horde kannibalen was een doorboord kalfshart, aan het. hoofd \\an een troep bebloede slachters op een piek gedragen met het opschrift: ,,Coeur lt;{ ii ris/oerd/t\', aristocrat en hart.quot; Onder het uitgalmen van het Ca ira trok dat leger Parijs in; elke nieuwe bende, die zich hij den stoet aansloot, werd met luid gejuich en oor verdoovend gekletter der veelsoortige wapenen begroet; en bij elke woning, die verdacht werd, een aristocraat te herbergen, werd het oproer-lied met bloedige wraakkreten, onder dreigend zwaaien met de wapenen, atgewi^seld, /oo gollde die menschenstroom drie uren lang voort langs de stra.it Sf. /fonoré, als een los gebroken banjir, die naarmate hij aanzwelt telkens hooger schuiinvlokken opwerpt. |
Het was elf uur in den morgen, toen die optocht met haar woeste ketelmuziek de zaal der Nationale Vergadering bereikt had en toegang eischte. Roederer, de procureur-syndic van het departement, spoorde tie vergadering aan, te weigeren die ongeregelde benden te ontvangen. Het heette dat het slechts om de viering van den 2ocli juni te doen was, zei hij, en men de Vergadering slechts een nieuw bewijs van hulde wilde brengen ; maar daartoe was toch zulk een ontzaglijke oploop niet noo-dig, en als de Vergadering nu een dergelijken optocht, onder voorwendsel der indiening van een verzoekschrift, toeliet, wat moest ze dan zeggen, als morgen een bende kwaadwilligen toegang eischte ? Geen nood, meende een ander, we hebben vroeger wel deputaties met andere verzoekschriften ontvangen en kunnen dus deze niet afwijzen. Ja maar, wierp een derde met een benauwd hart tegen, deze deputatie is acht duizend man sterk, en wij zijn maar met ons zevenhonderd vijf en veertigen. Kn terwijl de heeren aldus in hun angst nog beraadslaagden, drong de woeste hoop reeds zonder verlof binnen: het waren geen acht, maar wel dertig duizend man, die in dolle vaart de voorsten voortdrongen en de zaal indreven. Verschrikt en verontwaardigd staan de afgevaardigden op ; tevergeefs pogen zij de indringers een oogenblik achteruit te drijven ; dadelijk komen die met nog grooter aandrang terug en lezen hun verzoekschrift: „Het volk staat gereed ; het is op de been, het is gewapend en wacht slechts op u ; het is bereid zich van groote middelen te bedienen ter uitvoering van artikel 2 der verklaring van de rechten van den niensch, weerstand t e g en de v e r d r u k k i n g ; dat het kleinste aantal onder u, hetwelk zich niet met uwe gevoelens en de onze vereenigt, den bodem der vrijheid zuivere en naar Coblentz 1) ga!.... Zoekt de oorzaak der rampen, die ons bedreigen, en zoo die bij tie uitvoerende macht ligt, dat die dan vernietigd worde!quot; Met andere woorden : weg dan met den koning! Dat was het „verzoekquot; dergenen, die verklaard hadden eenvoudig den ac-\'quot; Juni te willen herdenken. Terwijl de president nog bezig was, een antwoord te stamelen, vlogen de deuren wijd open en kwam de heele optocht met zijn afschuwelijke oproerteekenen, zijn sansculottenvlag en ziin „aristocratenhartquot; de vergadering binnengestormd. Bleek enonbe 1) IX\'ze Md, waar vrrsehillcndc uitgeweken edelen waren Miaingekomen, weid al- In t brandpunt van een rosa -h tische ^am -nzwering beschouwd. Aan de mogendheden, die den emigres het verblijf op haar grondgebied niet ontzegden, was reeds de oorlog verklaard. |
TAKERKELKN UIT DE GROOTE REVOLUTIE.
|
weeglijk van schrik zagen de afgevaardigden die woeste kerels en havelooze wijven inet hnn pieken en bijlen de zaal doortrekken. Aan het hoofd van den stoet werden twee ontzaglijke tafelen gedragen, zooals men gewoonlijk de steenen tafelen van Mozes ziet afgebeeld. In plaats van Gods geboden, de plichten van den niensch, droegen ze echter de verklaring der rechten van den mensch, en jongens en meisjes, olijftakken en werpspiesen zwaaiend ten teeken van vrede of oorlog, dansten er om heen op de wijze van het Ca ira. Drie volle uren zagen de sidderende afgevaardigden die eindelooze oproerprocessie langs zich heen trekken; drie volle uren vervulde een oorverdopvend geraas, door getier van de tribunes beantwoord, het gebouw der wetgevende vergadering. Vandaar wendt die stroom van ontuig zich naar de TuilerieCn ; reeds overstelpt hij de paden en perken van den tuin, daar breken zijn onstuimige golven tegen den voet van het paleis. Santerre laat een kanon op den hoofdingang richten. Slechts een oogen-blik bieden de wachten een zwakken tegenstand aan de voortstuwende schare en daar stroomt alles onder het uitbrullen van het moordrefrein de vorstelijke woning binnen, met pieken en bijlen de vergulde deuren instootend, die den inbrekers den weg versperren. Op het oogenblik dier overrompeling — het was vier uur in den middag geworden — zat het koninklijk gezin in een der binnenvertrekken van het paleis vereenigd. Wel hadden zij van verre den oproerstorm hooren loeien, maar vertrouwend op de wachten, hadden zij zich in het hechte gebouw veilig gewaand. Door het geraas der ingetrapte deuren, het getier van den volkshoop en de naar binnen vluchtende bedienden plotseling opgeschrikt, springt de koning op, vertrouwt met een haastig gebaar zijn gemalin en kinderen aan de omringende officieren en vertrouwden en ijlt alleen de woeste bende te gemoet. Nauwelijks heeft hij een aangrenzende zaal betreden of hij ziet de deuren voor zich aan splinters vliegen en tien, twintig pieken tegelijk door de openingen gestoken, worden dreigend tegen hem opgeheven. Bedaard gebiedt hij twee onverschrokken kamerdienaars, \'lie hem vergezeld hebben, de deuren te openen, en onder vloeken en ueren willen de woestelingen den drempel overschrijden, maar staan onmiddellijk als verbluft stil op het gezicht van den koning, wiens kalme waardigheid hun ontzag inboezemt. De achtersten echter dringen voort. „Waar is de koning?quot; schreeuwen zij, en aan alle kanten van bajonetten en pieken omringd, treedt de koning moedig naar voren. |
„Hier ben ik,quot; zegt hij, terwijl enkele toegesnelde getrouwen de wapenen van hem pogen af te weren. „Wij hebben een verzoekschrift in te dienen,quot; snauwen de oproerlingen. „Goed, ik /,il het aanhooren,quot; herneemt de koning waardig, en in gelukkige tegenwoordigheid van geest er slechts op bedacht, het gevaar van de koningin af te wenden, noodigt hij de schreeuwers uit hem naar een grootere zaal te volgen, onder voorwendsel dat daar meerderen hem hooien kunnen. In die zaal gekomen, ziet hij eensklaps madame Elisabeth in zijn nabijheid ; als een beschermengel is de jonge schuone prinses haar broeder gevolgd en hem bij zijn kleed grijpend, roept zij met betraande oogen uit: „Ik verlaat u niet meer.quot; Om daar te komen, had zij door het volk moeten heendringen; dit ziet haar voor de koningin aan. „Ha! daar is de Oostenrijksche !quot; klinkt het en reeds worden de pieken gericht op die moedige heldin der zusterlijke liefde. De omringende verdedigers des konings willen haar aanranders aan het verstand brengen, dat zij zich vergissen. „Laat hen in hun dwaling,quot; smeekte de engelachtige prinses, „dat kan de koningin redden.quot; Intusschen hebben de getrouwen des konings hem uit voorzorg naar een vensternis gedreven, en hem met een barricade van banken en een tafel omringd. Daar staat hij met madame Klisaheth aan zijn zijde, t(? midden van het gespuis, dat telkens onbeschaamder en verwoe-der voortdringt, onder het zwaaien hunner wapenen en het geschreeuw : „Geen veto meer ! Weg met de non-jun urs ! Dood aan de aristocraten!quot; Ken vleest hhouwer buigt zich over de tafel heen en eischt in ruwe straattaal de goedkeuring van het decreet betreffende de priesters. „Daartoe is het hier noch de plaats noch de tijd,quot; antwoordt Lodewijk XVI, die op een bank geklommen is om de schare te over-heerschen, „ik zal alles doen wat ik doen moet, alles wat de constitutie vordert.quot; Dat waardig antwoord heeft uitwerking. „Leve de natie! leve de natie!quot; schreeuwen de oproerlingen. „Ja, leve de natie!quot; herhaalt de koning, „ik ben haar beste vriend.quot; „Nu toon dat dan,quot; roept een kerel, die hem op een piek een roode Jacobijnemnuts toesteekt. Kn de koning, voor het geweld wijkend, zet bedaard de muts op. Dat moedigt de woestaards aan ; zij meenen nu nog meer te kunnen vorderen, „Weg met de priesters!quot; brullen zij. „Bekrachtig het decreet tegen hen !quot; „Neen, dat zal ik nooit bekrachtigen 1quot; riep Lodewijk .\\\\ 1 uit, en dat moedige woord, op het oogenblik dat honderd flikkerende bajon-netten op zijn hoofd gericht werden, vergoedde |
VOOR nOX;gt;KKD JARKV
|
al de zwakheden, waartoe het geweld en de j lioop om erger te voorkomen hem mocht hebben gebracht. Woedend dringen zijn vervolgers op neni aan, maar de tafel houdt hen gelukkig opeen afsla ml en ook de eeae zwerm duwt voortdurend den anderen op zijd-, liet is snikheet m .1 ■ zaal ; den koning parelt het zweet op het voorhoofd. Ken half dronken kerel reikt hom een llesrh toe. „ ..Cu\' schijnt warm te zijn, drink eens. Kil zonder zich te storen aan den waai-ichuwenden wenk zijner verdedigers, die voor vergif beducht zijn. zet hij de (lesch aan den mond, onder het gejuich en handgeklap der meni-ie. Het was nu reed . hallz.es; hoe lang zou dat ver-tikkend gedrang nog duren? Km-(U-lijk verscheen Petion, de maire m de zaal, om als een andere Kafayeiie /ijn koning te ontzetten na hem rer-1 weerloos aan het g.-peup\'. I , .„-„ni te hebben gelaten. De Nationale Vergadering had van haar kant ook iels gedaan om toch haar goeden wil te toonen ; zij luid een deuulalie van vier en twintig algevaanhg-.l.-n gc-\'tunrd, die om het half uur moest vernieuwd worden. Maar die heeren hepen een-\\oiklig verloren te Tnidden dei menigle. Toen l\'étion eindelijk den koning genaderd was, meende hij dezen een bemoedigend woord te moeten geven : , „Vrees niets,quot; zei hij, „gij bevindt u te midden van uw volk,quot;\' 1 )c koning antwoordde niet, maar nam elf hand van een grenadier, die naast hem stond, le \'de die op zijn berst en zeide : „Voel maar of het sneller klopt dan gewoonlijk. • ■ i , . lt; )uk dat moedig woord werd toegejuiciu : door zijn waardige houding en tegenwoordig-lu-id van gef\'-t had bodewijk XVI ditmaal het woedende volk ontzag alge.lworigeii, en door Pétion toegesproken, droop het eindelijk langzaam af. , De koning herademde: het was hem dan \'elukt, door het gepeupel bezig te houden, zijn ■ rmalin tic beleedigingen te besparen, waaraan hij zelf drie, vier uren lang had bloot gestaan: men had haar ongelwijfeld vergeten, /oo ve beeldde hij zich, ja, maar ach \' hoe bedroog hij zieh. luist Marie \\ntoinelte, de ..Oosten iijkschcquot; had de volkshoop onmiddellijk met bloedgierige blikken gezo. hl. is madame \\\'ctn ■ dus was hun kr.\' t geweekt, „Wij moeten haar hoofd hclgt;-1 )en : Kn de ongelukkige koningin, die aanstonds haar gemaal had willen volgen, zeggende dal in de ure des gevaars haar plaais quot;an zijn zijde was, maar die ml bezorgdheid door haar omgeving was teruggehouden, was |
thans genoodzaakt met haar onschuldige kinderen quot;al de lage scheldwoorden en gemeene lastertaal aan te hooren, waarin hel opgezweept gespuis zijn haat lucht gaf. Ook haar had men in een venslernis geplaatst en door een zware tafel verschanst. Haar zaquot;- /ij met roodgeweende oogen, doch melde lierheid tier beleedigde majesteit in de edele trekken den afschuwelijken optocht voorbijtrekken, liet veertietiiarige prinsesje, een blond bkunvoogig kind, in leed en kommer opgegroeid en vroegtiidig ontwikkeld, vlijde zich schuchter tegen haar moeder aan ; al vatte zij den juisten zin niet der schandelijke beleedigingen, met haar vroegrijp kinderverstand besefte zij toch al het vn eselijke van den toestand, I laar zeven jaric Inoertje, dat voor zijn moeder op de talel zat begreep ér in zijn onnoozelhekl niets van en . taarde mei kinderlijke verbazing om zich heen. Het fijtie kopje ging halverwege schuil onder een rootle lacobijnenmtits, die men eerst de koningin hail opge/et en die nu het onschuldig voorhooftl drukte van den jeugdigen telg des heiligen bodewijks. Het was nog de grie-vendste smaad niet, dien Marie Antoinette en haar lievelingen te verduren hadden. /,ij moest ook de afgrijselijke opro -rleekenen aanzien, hel doorboorde arislocratenhart, haar eigen beeltenis aan de guillotine hengelend, /.ij moest verwijlen en beschuldigingen aanhooren, waaraan /ij als christelijke echtgenoole en moeder zells nooit had gedacht en die, hier in het hijzijn tier schuldeloozc kleinen schaamteloos geuit, haar het rood van schaamte en edele verontwaardiging naar het voorhoofd dreven. Aan een der\' furiën met hangende haren en opgewonden gezicht, die de bloedigste ver-wenschingcn tegen haar uitbraakte, kon zij niet nalaten te vragen : „Waar uebt ge mij dan ooit gezien, dal ge me zooveel kwaad wenscht ? ..Nergens..,, \'lis de vrste keer. dat ik je te zien krijg, Oostenrijksche.quot; „I )an heb ik u misscliien buiten mijn weten iels misdaan.quot; „Mij zoo min als iemand anders : maar het is uitgemaakt, dal je de natie ongelukkig maakt,quot; hernam het w ijt. ..Dat heeft men u gezegd ja, maar men heeft u bedrogen. Als echtgenoote van den koning van I rankrijk. als moeder van den dauphin, dien ge hier ziet, ben ik Fran^aise... nooit zal ik mijn land terugzien.... (lij ziet dus wel dat ik alleen in Klankrijk gelukkig of ongelukkig zijn kan.... Ik vvas gelukkig toen de I ranschen mij liet hadden. lüj die woorden barstte de hardvochtige vrouw uit hel volk in tranen uit en vroeg de koningin vergeving met de woorden ; |
TAFF.REELEN UI\'l\' DE
GROOTE REVOLUTIE.
|
„Het kwam doordat ik u niet kende; nu zie ik dat u heel goed is....quot; Zelfs de ruwe Sanlerre was door dit tooneel getroffen; in een opwelling \\ an medelijden nam hij den kleinen dauphin de warme wollen muts van het hoofdje, zeggende: „Dat kind slikt er onder.quot; Pétion, die omstreeks dien tijd binnenkwam, gewaardigde zich een poosje in de nabijheid der koningin te blijven, als om haar en de kinderen te beschermen tegen de woeste horden, wier samenscholing hij zelf in de hand had gewerkt. Tegenover de vernederde vorstin wilde hij pronken met zijn invloed, zijn populariteit en verlustigde zich in het „leve l\'étion lquot; dat telkens te zijner eere weergalmde. Mij drukte den belhamels zells de hand en maakte hun zijn compliment |
..(ie hebt u groot en edelmoedig getoond, uw gematigdheid doet u eer aan,quot; zei hij a;.n-moedigend, en dat tot ellendelingen, die een koningin, een weerlooze vrouw de schandelijkste beleedigingen aangedaan en schuldelooze kin deren met bloedige pieken schrik aangejaagd hadden ! |
XIV,
De stormklok in den naclit van Jen gen Aumistus. — liet leger van Jon opsUnJ in aantocht te^en -i: Tuilerieën, — De verdcillgers de, konlnys, — Generaal Mandat vermoord. — Nieuw revolutiomuir bewin l op het stadhuis. — liet koninklijk gcrin in doodsgevaar. — Het zoekt een toevlucht in de Nationale Vergadering.
|
oen de woeste volksbenden in , den avond van den zo6quot; Juni • TuilericOn verlieten, had de IIKunbchonwen SantiTre gezegd: „Uat is van daag mis aBBKigfCyjflll w in uir wij /uilen !i,-l *f r\\atl \'ii.quot; jl l \'ii inderdaad, gei-n tuce ^maanden lat.i. den ioen Au \'^ uiistus reeils werd de aanval hernieuwd en thans zou de slag beslissend zijn : de genade slag voor het koningschap. Sinds den 20en Juni had het oproer als een onstuimige zee rondom het paleis gewoed, zoodat Marie Antoinette meermalen verklaarde, dat een langdurige gevangenschap in een toren aan den oever van den oc eaan haar verkieselijk voorkwam boven het verblijl in de I ulleriecn. 1 hans zou de gansche revolutiezee als een ontzaglijke, teugellooze stortvloed zich op de laatste schuilplaats van het koningselup welpen. I\'.n welk was dit toevluchtsoord ? Ken lustpaleis, i in alle zijden open, omringd van portieken en zuilengangen; een praalgebonw, waarin een geëerd vnrst in luister te midden van een vrede en kunstlievend volk kon tronen; maar geen sterkte, waarin hij zieli tegen zijn oproerige onderdanen kon verschansen. |
Van uit de breede en hooge vensters za:.;rn I.odewijk W l en Marie Vntbinette in d n nai lit van den yen op den ioquot;quot; Vtlgustus den vreeselijken stortvloed opzetten, die eerst de tuinen en terrassen overstelpte om vervolgens de muren te beuken van het paleis, dat bij dien schok op zijn grondvesten dreunde. (gt;p klokslag van middernacht weergalmde van alle torens van l\'arijs het gelui der stormklok en riep van de eene voorstad tot de andere de benden der revolutie te wapen. In alle straten roffelden de trommen tot het rappel. Dat was het afgesproken sein, uitgegaan van de drie brandpunten des oproers : de voorstad St, An toinc, de club der Jacobijnen en die dei Cor delieis. De laatste zag op dit oogenblik de geweldigste stokebranden vereenigd. Daar toch voerde Danton het woord en even meesleéjfend a In het alanngelui galmde zijn bulderend „te wapen!quot; Daar ook waren grootendeels die gevreesde Marseilianen verzameld, een zwerm bandieten, in het zuiden des lands bijeengeraapt ci door de |ai obijnen naar de hoofdstad omboden. als een hulpbende tegen de gematigden om er den schrik onder te houden. Die woestelingen met hun gebruinde rooverstronies en bloedroode mutsen, hun zuidelijke heftig-b id en lum onstuimig stormlied, de Marsril-Itisr, hadden zich nog den 25en juli echte revolutieniannen getoond door in de Champs A\'/i\'wvj- een veertig, vijftig grenadiers, die daar gezellig bijeenzittend ,,l.eve de natie en de koning!quot; waagden te roepen, laaghartig neer te sabelen. ■; li ■ H l\'it de drie genoemde hooldkuartieren trok |
iaiL
|
in drie ontzaglijke afdeelingen het leger van den opstand, op de roepstem der alarmklok; naar dc Tuilerieen. Daar hield men zich op het erg\'te voorbjreid. 1\'e raad der ministers bleef bestendig inde raadzaal vergaderd. De koning, niet meer wetend op wien te vertrouwen, had nu een onderhond met den maire van l\'ariis, den verraderlijken Petion, dan weer met den pu» meur van hel departement, Roederer, een andermaal met den commandant der nationale garde, op dat oogenblik generaal Mandat i), die met den besten wil bezield was, om het paleis te verdedigen, maar helaas, al te weinig op zijn troepen kon staat maken. Ilii had van de Nationale Vergadering in last gekregen, den koning als geconstitueerd gezag en het paleis als nationalen eigendom te besc hermen en tot dit dubbel doel geweld met geweld te keeren. Aan hem zou het niet liggen, zoo die last; onuitgevoerd bleef; maar wat vermoclit hij met soldaten, die veeleer geneigd waren zich bij liet aanstormend gepeupel aan te sluiten, dan te vechten voor een koning, dien men hen als tiran bad leeren verafschuwen? Slechts ternauwernood twee bataljons der nationale garde waren te vertrouwen. I )eze hestonden uit koningsgezinder:, die de uniform der revolutie hadden aangenomen, niet om daarin te paradeeren, tot verheerlijking der nieuwe orde van zaken, maar om zoodoende in de gelegenheid te zijn, hun koning te verdedigen. Al de anderen waren „goede patriotten,quot; dwepend met tie revolutie en niets begrijpend \\an dr tegenstrijdige maatregelen der Nationale it SvtUrt Lafayclte het opperbevel over tie Nationale liar.lc lu.i neergelegd, voerde beuiteüngs een der zes uii .erbe\\clliebbcts daarover hu CQnmundo. TAI\'KREKLKN UIT DE |
GROG TE REVOLUTIE. 79 Vergadering, welke htm beval als „geconstitueerd gezagquot; een koning te verdedigen, die een andermaal weer een hinderpaal voor de constitutie heette en dus maar hoe eerder hoe beter moest opgeruimd worden. Mandat had zijn troepen volgens een weldoordacht plan op de meest bedreigde punten voor en nabij het paleis opgesteld, ten einde de aanrukkende oproerbenden onmiddellijk bij hun aankomst af te slaan. Op het voorplein stonden bovendien enkele kanonnen, die den volkshoop in geval van nood schrik konden inboezemen ; maar ongelukkig waren de kanonniers, die ze bedienden, niet geneigd ze op de aanvallers te keeren ; veeleer verklaarden zij de vuurmonden op het paleis van den despoot te zullen richten. Die verdachte verdedigers werden dan ook nauwkeurig in het oog gehouden door tie trouwe Zwitsers, welke onder de galerijen en op de binnenpleinen dei Tuile-rieün stonden geschaard. Zij waren slechts ten getale van zes- of zevenhonderd, maar op die gehuurde vreemdelingen mocht de koning zich veiliger \\erlaten, dan op die duizenden gewapende Iquot; ranschen, welke rondom zijn paleis samenstroomden. Liever dan den eed te slt; henden, aan hun vaandel gezworen, zouden zij sterven voor den koning, wien zij hun trouw hadden verpand. Terwijl de vorstelijke tuinen der TuilerieCn, eenmaal de lust der l\'arijzenaars, die hier vrijelijk mochten rondwandelen, bij het licht der maan werden overstroomd met den zwarten vloed van rumoerig krijgsvolk, en onder de donkere portieken de Zwitsers in hun roode uniformen zich ter verdediging gereed hielden, heerschte in de vergulde zalen en gaanderijen een beweging, welke dit pronkpaleis nooit had aanschouwd. Daar verdrongen zich in bonte mengeling vijf-ol zeshonderd koningsgezinden, op de tijding van het gevaar, dat hun vorst bedteigde, naar de hoofdstad gesneld om hem hun arm ter L.schenning aan te bieden. Helaas, niets anders dan hun arm hadden zij den gevangen monarch kunnen geven; geen wapenen hadden zij kunnen aanbrengen, waar toch de tegenweer die gebied nd vorderde. Niet dan ongewapend hadden zii tot den koning kunnen doordringen en slechts ternauwernood was het enkelen gelukt, een onder hun kleed verborgen degen of pistool binnen te smokkelen. De bewakers des konings zagen scherp toe dat geen middel ter verdediging werd aangebracht, waar zij oogluikend belee-digingen en aanvallen toelieten. Kn ten overvloede had Petion, op een gerucht als zou er een voorraad van wapenen in de TuilerieCn aanwezig zijn, heel het paleis laten doorzoeken en onder voorwendsel van „\'s konings belangquot; |
VOOR HONDERD JARI A\'.
|
al wat naar wapenen geleek, doen weghalen. Het verraad is bedai litzamer dan dc trouw. He kleine schaar had dus niets ter verdediging des konings, dan haar moed en haar toewijding, die allen, hoe uiteenloopend ook van rang of stand, rondom den beminden vorst vereenigd had. Kdellieden en burgers, officieren en ambtenaren, baanlelooze schildknapen en zwakke grijsaards, aanzienlijke heeren en eenvoudige paleisdienaren, allen blaakten van dezelfde geestdrift voor lt;le zaak huns konin,^. Maar die vrijwillige lijfwacht had zelfs geen aanvoerder. Toen de grijze maarschalk De Maillv verscheen, ging er een algemeene kreet uit den wakkeren troep op: „Stel u aan onze spits, wees gij onze generaal!quot; „Heeren,quot; hernam de gnPaard, ..ik ben oud, maar de plicht en de eer. u aan te voeren, zullen mij vandaag verjongen.quot; Kn daarop die strijders monsterend, welke geen andere eerzucht kenden dan het koninklijk gezin te redden, voegde hij er bij: „Aan moed en locwijding ontbreekt het ons niet, maar wat wij te kort komen, dat zijn wapenen.quot; „( gt;. die maken we uil alles,quot; klonk het links en rechts, en bij gebrek aan zwaarden en degens zwaaide men dreigend met tangen, haardij/ers en afgerukte vensterspanjoletten. Voor den strijd op lewn en dood, dien men te gemoet zag. was elk verdedigingsmiddel welkom. Welk een lijfwu ht voor den afstammeling \\an Hendrik IV\' cn Lodewijk den Oroote! Kn toch hadden die uiachtige vorsten in al hun grootheid i.ooit zulk een edele sehaar om zich heen gezien, als deze keurbende van liefde n trouw Nooit hadden de schitterende gewelven iler Tuilerieci) een kreet gehoonl. zoo diep gevoeld en zoo aangrijpend weerklinkend, als het „leve de koning!quot; hetwelk op de ver-chijning van 1,odewijk XV[ aan de borst ontsnapte van dc getrouwen, die voor hem wilden sterven. K.vlm en gelaten wandelde de koning voort te midden der opeengedrongen gelederen, die zi( h eerbiedig in twee rijen schaarden om hem een doiirtocht te verlcenen. Mei weeim-dige minzaamheid liet hij de blikken rondweiden over die zonderlinge garde, het eenige wat hem v\\as overgebleven van heel zijn koninkrijk, door onzen llu^o dc Groot eenmaal het si hnonste rijk genoemd na dat der hemelen. I icr en waardig schn d Mario Vntoinettc aan / \\ zijde, bij al het leed dat als echtgenoote en moeder haar hart overstelpte, toch altijd koningin in houding en gebaar. Kn als de beschermengel van hel ongelukkige vorstenpaar, vergezelde hen tie vrome, zachtaardige prinses |
Elisabeth met den weerglans van hemelschen vrede op het gelaat, schoon haar hart van angst om haar broeder en zuster, om hun arme kinderen verscheurd werd. Hij het aanschouwen van dit edele drietal, welks deugden de liefde en vereering van aUlt;j Kranschen hadden moeten winnen en dat nu reeds sinds maanden met hoon en smaad werd verzadigd, konden zelfs de kloekste strijders ternauwernood hun tranen bedwingen. Kn als de koning of de koningin hen toesprak, hen met name noemend of erkentelijk aan vroegere ben ijzen van verknochtheid herinnerend, allen dankend voor de thans betoonde toewijding, o, dan verdrongen die getrouwen zich om hun beminde meesters en zwoeren onder de warmste betuigingen van aanhankelijkheid, dat zij met hen zoikIlIi overwinnen of sterven. „Wij moeten zegevieren,quot; dus verzekerden de jongsten en vurigsten, maar de koning, door bange voorgevoelens overmand, kon dat vertrouwen niet deelen, en antwoordde met een weemoedig lachje : „Wij zijn altijd zeker van ccn ding, namelijk dat wij allen onzen plicht zullen doen.\'\' Die vertrouwelijkheid tusschen het koninklijk gezin en zijn verdedigers was niet naar den zin der nationale garden, die toch ook in last hadden den koning te beschermen, maar de geestdrift der koningsgezinden met nijdige blikken aanzagen. De koningin hoorde hun gemompel en bracht het tot zwijgen. „Wat ik u bidden mag. heeren,\'J sprak zij, „geen achterdocht, geen wantrouwen tusschen hen, die door zulke edelmoedige gevoelens vereenigd worden. ij zien hier slechts I ran schen, die allen hetzelfde recht, hetzelfde ba-sluit hebben om den koning te verdedigen. Vraag aan onze vijanden of zij zich niet verstaan, om ons aan te vallen ; welnu, laten wij ons dan verstaan om ons te verdedigen.quot; Na aldus door haar tegenwoordigheid de strijders bemoedigd en aangevuurd te hebben, wilde de koningin beprneven een oogenblik rust te nemen. Verscheidene nachten reed-, had de ongelukkige vorstin den slaap ni t kunnen vatten ; overdag altijd door bange zorgen gekweld, werd zij des nachts gedurende haar korte sluimering nog gestoord door het dreigend rumoer onder haar vensters ; eenmaal zelfs was zij uit haar slaap opgeschrikt door de nadering van een sluipmoordenaar. Bij het to spreken harer getrouwen had ih-zwakke vrouw zich sterker geloond dan /ij inderdaad was; uitgeput van vermoeienis en overspanning, wierp zij zich thans, in gezelschap van madame Klisabeth, de prinses de Kamballe en andere vertrouwden, geheel gekleed op een canapé en sloot de oogen voor |
TA F KR EEL EN UIT DE OROOTE RKV( gt;1,1 I\'IE
81
|
do oulieilspclleiulc troepenheweging op het \\oorplein, die /ij bij liet maanlicht van uit de vensters kon gadeslaan. Ook Elisabeth trachtte te rusten en onthechtte van haar halsdoek een cornalijnen speld, die zij madame De Campan overreikte. Niet zonder ontroering zag deze hoe op den steen een leliestengel gegraveerd stond met het omschrift: Oubli di s of/\'fHscs, panton des injures. Die woorden, welke de vrome prinses in den steen had laten graveeren, waren daar geen ijdel sieraad; zij stonden evenzeer gegrift in haar hart, dat sinds lang geleerd had alle beleedigingen te vergeten, alle onrecht te vergeven. liet lijden was den bewoners der Tuileriei n eene oefenschool van christelijke berusting en vertrouwen op Clod. Eenige dagen geleden had Marie Antoinette voor de afmatting der gestadige angsten kracht geput in de II. (\'om inunie. Ten einde bij die heilige handeling niet door onbescheiden blikken gestoord te worden, had ze zich vóór het aanbreken van den dag, toen heel het paleis nog in stilte en duisternis gehuld was, naar de kapel begeven. Kn daar aangekomen, had zij tot de dame, die haar tot de deur der kapel geleid had, gezegd: ,,Ik dank u, laat mij nu alleen met God.quot; Twee uren bracht zij in het gebed door, en toen zij terugkeerde, scheen zij moediger en grooter dan ooit; een straal van boven scheen haar trekken te verhelderen, en nooit was zij meer vrouw en koningin tevens, dan toen zij dien morgen, uit het heiligdom komend, haar slapende kinderen kuste onder het uitspreken der moederbede: „Mijn God, bewaar hen!quot; Terwijl thans de beide vrouwen rust namen, had de koning zich met zijn biechtvader afgezonderd, ten einde de zaken zijner ziel te vereffenen voor het geval deze nacht zijn laatste zijn mocht. Daarbuiten galmde onophoudelijk de stormklok en telkens luider klonk het ge-nicht van den naderenden storm; de oproer benden waren in aantocht en overstroomden reeds de tuinen van het paleis. Maar al dat schrikwekkend gedruisch verstoorde in deTni-lerieön den vrede des gemoeds niet, die het deel is der rechtvaardigen, welke op God vertrouwen. Gereinigd voor God en gesterkt door het gebed, kon I.odewijk XVI thans kalm en gelaten het doodsgevaar onder de oogen zien. Hij vreesde dit als echtgenoot en vader voor vrouw en kroost, voor zijn betrekkingen en vertrouwden, niet voor zichzelven. Toen hij den i4lt;aijuli, bij de vernieuwing van het feest der eeden, de plechtigheid op het Maïsveld moest bijwonen, had zijn bezorgde gemalin een soort van pantserhemd voor hem doen vervaardigen, ten einde hem tegen den dolksteek der sluipmoordenaars te behoeden. Dezen nacht had zij hem geraden, zich opnieuw met dat kleedingstuk te beveiligen, maar met edele fierheid had hij daarop geantwoord : |
,,Dat is goeil om mij bij een openbare plechtigheid tegen den ponjaard of den kogel van een moordenaar te behoeden; maar op een dag van strijd, als heel mijn partij het leven voor den troon en voor mij in de waagschaal stelt, zou het lafheid zijn mij niet evenzeer bloot te stellen als onze vrienden.quot; Neen l.odewijk XVI was geen lafaard, maar hij was ook geen krijgsman; en die ware hier noodig geweest aan de spits van de kleine, tot in den dood getrouwe, maar ongeordende en bijna ongewapende schare, welke het koninklijk paleis had te verdedigen tegen heel het oproerige Parijs: hoogstens twee duizend getrouwen tegen zestig duizend oproerlingen! Met elk oogenblik werd het gevaar dreigender. Reeds was de koningin door een geweerschot onder de vensters uit haar onrus tigen slaap opgewekt en dwaalde met gejaagde bekommering door het paleis, nu eens zich mengend onder de raadslieden, die door hun uiteenloopende gevoelens den koning verbijsterden, dan haar angstige kinderen geruststellend, een andermaal den moed der verdedigers verlevendigend. De koning had door den minister van Justitie de Nationale Vergadering laten verzoeken, dat deze door een deputatie zou trachten de oproerige beweging te bedaren. I \'at verzoek werd tot nader orde ter zijde gelegd onder voorwendsel, dat er geen voldoend aantal afgevaardigden aanwezig was, om daarover te beraadslagen. De heeren afgevaardigden hadden in dien noodloltigen nac ht wel iets anders te doen dan middelen te beramen voor de veiligheid des konings. Velen hunner moesten op hun post zijn bij het leger van den opstand, ten einde dit te leiden en aan te vuren. Omstreeks vier ure in den morgen kreeg het koninklijk gezin de zekerheid dat het op den aanvoerder der nationale garde, dëii rechtseha pen Mandat niet meer te rekenen had, liet wakkere hoofd, dat zulk een weldoordarht plan ter verdediging had beraamd, werd tomD op een piek door het gepeupel rondgedragen. I \'e rev olutie had zich vergist in de keuze van den man, wien zij voor den nacht het opperbevel der Nationale (iarde had toc vt rtrouwd. Iliinam zijn last: ter bescherming des konings gewi ld met geweld te keeren, al te woordelijk op, en hij moest dus tot verantwoording geroepen worden. Terwijl de ervaren krijgsman druk bezig was met het opstellen zijnet troepen, werd hij naar het stadhuis ontboden. Hij |
VOOR HOXDERI) JAREN.
82
|
bracht daartegen in, dat hij in dit netelig oogenblik onmogelijk zijn post verlaten kon, dat de afwezigheid van een kwartier de verschrikkelijkste gevolgen kon hebben. Het baatte niet; Mandat moest naar het stadhuis, en ofschoon door een bang voorgevoel overmand, ging hij er heen, door zijn twaalfjarig zoontje vergezeld. Uoch welke verbazing grijpt hem aan, op het oogenblik dat hij het gebouw betreedt! Daar zetelt niet meer het gemeentebestuur, dat hij er \'s avonds te voren gezien had. liet is door een ander, volbloed revolutionnair bewind vervangen, waarin Danton en Robespierreden hoogsten toon voeren. Aarzelend blijft Mandat een wijle aan den ingang staan ; men vraagt hem rekenschap aangaande zijn maatregelen ; zijn antwoorden voldoen de nieuwe heeren niet en de voorzitter van het nieuwe bestuur zendt hem weg met een gebaar, dat door de omstanders maar al te vlug begrepen wordt: het is zijn doodvonnis. rernauwernood heeft Mandat een voet buiten hel stadhuis gezet, of hij stort met verbrijzelden schedel achterover, door een kogel in het achterhoofd getroffen. Tevergeefs smeekt zijn zoontje om genade. Daar ziet de knaap het lichaam zijns vaders, reeds door de kannibalen uitgeschud, in de Seine geworpen. Dit drama was reeds in den voornacht af gespeeld, lang voor men het in de \'I uileriecn vernam ; maar de uitwerking er van op de gistende troepen rondom het paleis was niet uitgebleven. Dat ondervond de koning, toen hij het waagde met ccnige getrouwen zijn verdedigers op het voorplein en in de tuinen eens te monsteren. Toen hij zich te voren op het balkon had vertoond, hadden nog eenige zwakke toejuichingen weerklonken, maar reeds moest hij onlwaren dat de kanonnen omgekeerd en de vuurmonden op het paleis gericht waren. Toch wilde hij zich met eigen oogen van den geest der troepen overtuigen. Helaas! nauwe lijks had hij eenige schreden in den tuin gewaagd ot van verschillende kanten weergalmde het „Weg nui Veto! Dood aan den koning!quot; Verderop werd het een storm van beleedigin-en en bedreigingen, die hem begroette op die nachtelijke ronde door het leger, dat hem verdedigen moest en wiar hij ontvangen werd als in een vijandelijk kamp. Ilij moest het aanzien hoe geheele bataljons voor hem rechtsomkeert maakten en zich bij de henden der oproerlingen aansloten \' |
AK verplet van teleurstelling keert hij in het paleis.terug, waar de koningin en Klkibeth hem met vragen overstelpen. 1 lij kan niets ter bemoediging antwoorden. Roedeier, de procu-jenr van het departement raadt hem in dien uitersten nood een toevlucht te zoeken in de Nationale Vergadering. Aan tegenweer valt toch niet te denken ; zij zal de belegeraars slechts verbitteren : elk oogenblik kunnen de kanonnen losbranden, en is eenmaal het sein tot den aanval gegeven, wat zal dan het einde zijn? De koning aarzelt. Kan hij zich o|) de goede trouw der Nationale Vergadering beter verlaten dan op die zijner zoogenaamde verdedigers op het voorplein? /.ijn zijn vijanden daar met verreweg in de meerderheid? Maar zijn gemalin en kinderen zijn in gevaar. Roederer verzekert dat zij in de Vergadering veiliger zijn zullen, en hij besluit te gaan. .,Ach! Sire,quot; roept tie koningin, „wat gaat gij doen, levert ge u aan de Vergadering over, dan is alles verloren! Wat mij betreft, ik liet mij liever tegen de muren van het kasteel na-galen. Kn zich tot Roederer wendend, voegt ze er bij: ..lloe, mijnheer! moeten we daartoe komen ! Zijn wij dan alleen ?..,. Kan niemand ons verdedigen ?quot; „Ja, madame, alleen ! Verdediging is nutteloos, weerstand onmogelijk.quot; Een ander lid van het departement, een erkend vijand des konings, gaf de koningin ongeduldig te verstaan, dat zij spoedig te\' kiezen of te deelen had. „Zwijg, mijnheer,quot; voegde zij hem veroni waardigd toe, „gij zijt de eenige, die hier geen recht van spreken heeft; als men kwaad doet, moet men niet den schijn willen aannemen, het te herstellen.quot; „Madame,quot; herhaalde Roederer. „gij stelt het leven van uw echtgenoot en kinderen in de waagschaal; denk aan de verantwoordelijk heid, die gij op u laadt.quot; „(iaan we,quot; sprak de koning. En de arme Marie Antoinette, de handen voor ile oogen slaande om baar tranen te verbergen, ging haar kinderen halen. Elisabeth voegde zich bij haar; al de getrouwen van het paleis wilden volgen, doch de koningin wenkte alleen de prinses de Eamballc en madame De Tourzei, de gouvernante der kinderen. De koning wendde zich om naar de trouwe schare, ilie gekomen was om hem te verdedigen, en die hem alleen moest laten vertrekken. Ilij dankte allen nogmaals voor hun toew ijding, en terwijl zij het koninklijk gezin met betraande oogen nastaarden, verliet dit het voorvaderlijk paleis om het nooit weer te betreden. De koningsgizinden bleven echter niet werkeloos achter; zij volgden en omringden den koning en de zijnen, ten einde hun een doortocht te banen door de rumoerige menigte. De Zwitsers en een paar bataljons der nationale garde stelden zich in een dubbele rij, om de altrekkenden te beveiligen, maar konden |
TAFEREI\'LEN UIT DE
GROOTE RF,VOI.r i\'IK.
8.\'l
|
het aandringende grauw niet tegenhonden. De koningin werd op deu korten overtocht van haar horloge beroofd en wat verder rukte een woeste kei ei haar zells den kleinen Jiiiip/ini uit do ai men. De verschrikte moeder slaakte een kreet en viel bijna in zwijrn; gelukkig deed de man het kind geen leed en wilde het slechts dragen. Kenige schreden verder moest de kleine troep stilhouden voor een bende, die het hoofd van Mandat op een piek droeg, en na duizend angsten te hebben uitgestaan, bereikte ze eindelijk het gebouw der Nationale Vergadering, (■een hartelijk welkom, neen, een doodelijk zwijgen begroette hier I .odewijk WJ, die de afgevaardigden aldus aansprak : |
„Mijne heeren, ik kom hier om een groote misdaad te verhoeden ; ik zal mij niet mijn familie en kinderen altijd in veiligheid rekenen, als ik mij bevind te midden van de vertegenwoordigers der natie; ik zal hier met mijn ministers blijven, tot de orde hersteld is.quot; Doch toen hij zich daarop in hun midden wilde neerzetten, werd hem te verstaan gegeven dat de vergadering niet kon beraadslagen m zijn tegenwoordigheid. De ongelukkige mo naich moest weder van zijn stoel opstaan en met de zijnen een schuilplaats gaan zoeken in een \\ei hekje, dat voor den verslaggever van een blad bestemd was. Kn vandaar kon hij al de beleedigingen aanhooren, die de Vergade ring zich in de tegenwoordigheid des konings tegen hem veroorloofde. |
Dotormiiu; iter 1 uiltriicn, — UilinuurJiuK dlt; t Zwit -ts. — Plundering van het paleis. — De koning overgebracht naar in \'i empli . — IK-t kicruKlijl; ge/iu in den kerker.— Cjcbed van madame Elisabeth.
|
ktuiiii. liail dan ren toevlucht | gwe-ht in de Nationale N i I -m wiH quot; ■ \'\'■L\'rst hoorde hij Roedeier ■V^mSB^n ^ ergaderint: verhalen «al \'\'\'vtWBSSSMF. t;r voor de l uilerieen was voor-gevallen : als vernamen de heeron ;1?i iquot;3 afgevaardigden dit voor het eerst, gt;•quot; A) \'y tv\' 1 Heloten /ij aanstond-, een depu--Hl tatie van twintig leden al le/en quot;0 den om het volk tot bedaren te \'orengen, maar nauwelijks hadden dezen den drempel der /aal overschreden, of daar knalt als i -n donderslag de losbranding \\ an geschut. De heek- Vergadering stuift verschrikt op. „Verraad !quot; klinkt het hier en ginds en dreigende vuisten morden opgestoken naar de loge, waar d\' koninklijke familie schuilt. De koning treedt naar voren. „Ik verklaar u, heeren,quot; roept hij, „dat ik den Zwitsers verboden heb te schieten.\'\' I )e koningin bevestigt dit, maar onderttisschen luildereh nieuwe kanonschoten, vermengd met knallend musketvuur. 1 )aar komt de boodschap, ilat de al\'ge/.onden deputatie door de menigte is verstrooid. Ken oogenblik later kletteren geweerkogels tegen de ruiten : geweerkolven bon/en op de deuren, de/e be/«ijken en daar tlikkeren voor de ontstelde blikken der alge vaardigden de bajonetten van het gewapend gi\'peupel. Alle- stormt als razend van de banken op. |
„Wij worden overrompeld 1quot; klinkt het. Tevergeefs tracht de president de orde te handhaven. Heel de vergadering loopt uiteen, en de fiere wetgevers, die straks nog door het uitzenden van twintig man den opstand meenden te dempen, kozen naar alle richtingen het hazenpad. Marie Antoinette ziet van uit de loge, met gekruiste armen, dit schouwspel aan, en een oogenblik speelt een spottend lachje om haar lippen; die mannen, straks nog zoo prat op hun gezag, toonen zich tegenover den opstand vreesachtiger dan een zwakke vrouw. Maar daar roepen haar de schreiende kinderen, en de heldin is weer moeder ; voor die arme kleinen siddert zij bij het luisteren naar het moorddadig gevecht, dat op geringen afstand woedt onder de zuilengangen der Tuilerieön. Wat was daar sinds hel vertrek der koninklijke familie voorgevallen ? Schoon de koning met de zijnen het paleis verlaten had, de oproer-benden hadden aan geen aftocht gedacht. In de wilde verwarring wisten velen ook van het vertrek des konings niet af en onstuimig drongen steeds dichter drommen op het paleis aan. Daar stormen de verwoede Marseillanen bet binnenplein op, terwijl de verdedigers zich inderhaast binnen de muren moeten bergen, met achterlating der kanonnen, die nu onder gejuich op het paleis worden gericht. „I.eve de natie Iquot; roepen de opstandelingen onder de vensters den Zwitsers tóe, die in de |
O ROOT F. RKVOLUTIK. 85
TAFEREELEN Ui l\' DK
|
\\ertrekkcn der eerste verdieping staan opgehoopt. „Leve de natie Iquot; antwoorden dezen, en enkelen werpen hun kardoezen weg ten teeken dat zij niet op het volk willen schieten. Maar de Marseillanen, door de achtersten voortge-dreven, dringen dichter aan; zij werpen zich op de barricade onder de poort, waarachter zich een aantal verdedigers van het paleis, nationale garden en Zwitsers door elkander, hebben verschanst. Weldra ontbrandt daar, aan den voet der koninklijke trap een beet gevecht. Maar ondertusschen zijn op andere punten van het binnenplein mannen met pieken de schildwachts genaderd, halen ze met ijzeren haken naar zich toe, sleepen ze over den grond en maken ze af. Op hetzelfde oogenblik klct tert een geweerschot tegen de vensterruiten. Van uit de vertrekken zien de Zwitsers hun kameraden lafhartig vermoord; het bloed hunner wapenmakkers mag niet ongewroken blijven, en tot den strijd getergd, geven ze op hun beurt vuur; de geweren branden lus en de reeds binnengedrongen opstandelingen ijlen terug onder den kreet: „Verraad.quot; i) l it alle vensters door de kogels der Zwitsers achtervolgd, stuiven zij hals over kop uiteen en er komt een oogenblik ruimte op het binnenplein. Hiervan maken een honderdtwintig Zwitsers gebruik om een uitval te doen; ondanks het moorddadig geweervuur, dat hen begroet, maken zij zich meester van een der kanonnen, die op het paleis gericht zijn, keeren het weerom en doen het tegen de Marseillanen losbranden. 1 )it enkele kanonschot doet wonderen. In een oogw enk is het heele voorplein met de aangrenzende straten en Seine-kaden schoongeveegd; alles vlucht, met den doodschrik op het lijf. Slechts de lijken der gevallenen blijven achter. Helaas, waarom was het den trouwen .Zwitsers niet vergund, de oproerbenden voorgoed te verstrooien en aldus de gruwelen te verhoeden, welke die Augustusdag nog aanschouwen zou! Op het oogenblik dat zij den opstand schenen te breidelen, ontvingen zij het formeel bevel ties konings, zich onmiddellijk naar de Nationale Vergadering te begeven. 1 lel was hard voor de wakkere krijgers, het behaalde i) ..Hel i-. moeilijk,quot; y ;,\' TIiuts ..Ir niuidcn dier ver war riiip; jui-t uil te m:ikcn \\;iii wdken k:tiit (k* en • ie scholen gelost zijn. De aanvallers hebben beweerd, dnt /11 vriciidsehappelijk genadrrd w iren en, e- nm.i.d binnen lu i paleis, verraderlijk overrompeld en neergo choten wer-d\'-n. I)ii i - niet heel WMarsehijniijk, wanl df/\\viigt;e:s w irm niet in een toesmnd om het ge\\ceht uit te lokken: daar /ij na bet verl ek des konings niet meer verplicht w.uen t-- strijden, behoefden zij slechts aan hun behoud te denken en verraad u:is daartoe het middel niet. Wanneer • verigens de aanval ilt; ts aari Int zedelijk karakter de/.-r gebenrtcr issen veranderen kon, zou men moeien toegeven, dat de eerste en wezenlijke aanval, dal wil zeggen het bestormen van het paleis, van den kant der opstandelii.gen kAam.quot; voordeel aanstonds weer te moeten prijsgeven ; maar de koning, hun meester sprak, en zij gehoorzaamden. Onder den kogelregen der opstandelingen, die nu onmiddellijk weer moed schepten, bereikte een groot aantal het gebouw der Nationale Vergadering. Maar ongelukkig had het bevel des konings niet kunnen doordringen tot hun wapenmakkers, die binnen het paleis waren achtergebleven en daar met het handjevol koningsgezinden, die zich in de vertrekken verdrongen, alleen het ontzaglijk leger van den opstand hadden het hoofd te bieden. |
Want met vernieuwde woede kwamen de straks uiteengedreven zwermen thans weer aangestormd. „Wraak! wraak! dood aan de Zwitsers!quot; huilen de woestelingen. Weer worden de kanonnen op het paleis gericht ; de kogels verbrijzelen de sierlijke kolommen en pilasters; weldra slaat op verschillende punten de vlam uit het breede gebouw, znodat de verdedigers in rook en kruitdamp dreigen te verstikken. Reeds hebben de Marseillanen zich een doortocht gebaand; in kleine hoopjes van elkander gescheiden, bieden de Zwitsers nog wanhopigen tegenstand, maar tegen de overmacht zijn zij niet bestand ; met elk oogenblik groeit het g,-tal hunner vijanden aan ; al het ontuig uit de voorsteden wit het paleis van den „tiranquot; binnenrukken om er te moorden en te plunderen. „Dood aan de Zwitsers!quot; weergalmt hun moordgelnul, en als slachtvee wordende onge lukkigen neergehouvven ; het plaveisel der ga lerijen, de vloeren der zalen, het marmer der trappen, alles stroomt van het bloed dier getrouwen, hetwelk zich vermengt met het edelste bloed van frankrijk. Die edellieden en rechtgeaarde burgers, welke daags te voren hier waren saamgestroomd om hun koning te verdedigen en die hem niet naar de Nationale Vergadering hadden kunnen volgen, deelden h t lot der Zwitsers, gelijk zij hun trouw gedeeld hadden. „Hier is (Jii/e post, bier willen wij sterven !quot; riepen de beide kamerbeeren des konings, dk-den toegang tot de raadzaal verdedigden, tot de bajonetsteken der oproerlingen hen neervelden. Zoo v ielen nog tal van dienaren des konings, als slachtoffer der trouw aan hun meester, liet dienstpersoneel in de kelderverdieping werd eenvoudig door de vensters neergeschoten : zij, die aan de kogels ontsnapten, kwamen om in den brand, \'lot in de diepste schuilhoeken van het paleis achtervolgden de vvo ■ lelingen hun prooi. Verscheidene edelen, m.vst machtelooze grijsaards, poogden zich te redden door te ontvluchten langs de galerij, die de Tuilerieën met het I .uivre verbond. |
VOOR HONDERD JAREN\'.
80
|
Helaas, de rampzaligen werden achterhaald, neergestootea en hun verminkte en uitgeschudde lijken door de vensters op het binnenplein of de Seine-kade geworpen. Groepen weerloozo vrouwen, angstig bijeengescholen, ging het gespuis met bijlen en pieken te lijf. Madame De Campan, die, naar haar zuster zoekende, een soldaat voor haar oogen zag vermoorden, vluchtte, door andere vrouwen gevolgd, een trap op. „De moordenaars,quot; zoo schrijft zij, ,,nog geheel met bloed bemorst, laten den soldaat liggen om naar mij toe te komen. De vrouwen werpen zich aan hun voeten en grijpen hun sabels. De weinige ruimte op de trap hinderde de moordenaars, maar ik I had reeds een yreeselijke hand in mijn rug gevoeld, die mij bij de kleeren greep, toen er van onder aar, de trap geroepen werd: Wat doet gij daarboven ? Do afgrijselijke Marscillaan, die mij wilde veirinoorden, antwoordde met een hm I waarvan de klank mij nooit uit het ge heugen zal gaan. De andere stem voegde er slechts deze woorden bij: liurger, er worden geen vrouwen gedood. ,,lk lag op de knicCn, mijn beul liet mij los en zeide: Sta op, coquine, «Ie natie schenkt u genade. „Een oogenblik later maakten vijf of zes kerels zich van mij en de andere vrouwen meester en na ons op banken voor het raam geplaatst te hebben, geboden zij ons Leve de natie ! te roepen. „Ik stapte over verscheid one lijken heen en herkende dat van den ouden burggraaf de Broves, tot uien de koningin mij in het begin van den nacht gezonden had om hem evenals een ander grijsaard van harentwege te bevelen, naar huis te gaan. De beide oude edellieden hadden mij verzocht aan Har;\' Majesteit te zeggen, dat zij maar al te zeer aan de bevelen iles konings hadden gehoorzaamd, waar zij om hem te redden hun leven hadden moeten wa .a. n, dat zij ditmaal niet zouden gehoorzamen ui zirh slechts de goedheid der koningin zou den herinneren.quot; (lelukkig dal in de algem t-ne verwarrin.-; wie koningsge/anden konden ontvluchten. De /witters hadden dit voorrei ht niet. Aan hun unitonn kenbaar, waren zij overal het mikpunt der worde van het geptaipel. Tevergeefs trok ken zij hun roode wapenrokken uit ; hun slanke gestalte, hun blonde baren en blanke 1.1 itskleur verried hen toch. /tj die gepoogd hadden, door den tuin te ontkomen, werden gegrepen, gefolterd, verminkt en hun uiige schiulde lichamen aan stukken gescheurd. „W ij willen /witsersvleesch eten,quot; gilden de furiën, „ bat ze dood,quot; 1 )e pen weigert die gruwelen te beschrijven. Dien d w za ; men vrouwen. |
op hoopen naakte lijken gezeten, de tanden zetten in menschenvleesch, dat in de vlammen van den brand was geroost. Ken comediant van een boulevard-tooneel vulde een glas met bloed, en op een stapel lijken staande, dronk hij het leeg. Tot in de afgélegenste straten werden zij achtervolgd; op daken en in kelders, waar zij een schuilplaats hadden gevonden, werden zij neergeschoten en afgemaakt als dolle honden. En toch waren zij, welke dien dag vielen, nog gelukkiger dan hun wapenmakkers, die bewaard werden voor de afgrijselijke Septembermoorden. Toen er in en om de TuilerieCn niets meer te moorden viel, verlustigde het gepeupel zich in de vernieling van het paleis, waar eenmaal bodewijk XIV in luister getroond had als koning der eerste natie van Ktiropa. Als duivelen wierpen tie oproerlingen zich op zijn roemrijken troonzetel en scheurden het purper met de gouden leliën aan Harden. Schilderijen, vazen, beelden, kunstwerken, geschenken van keizers en koningen, gedenkstukken van frank rijks groot verleden, alles werd verbiij/eld, vernield, vertrapt op het van bloed glibberige plaveisel. Tot in de kapel toe werd die \\ an-daalsche verwoesting voortgezet. In heel het paleis kon men geen voet meer zetten, zonder te struikelen over brokstukken en lijken, drijvend in bloed. Vooral bij de deuren lagen ze bij stapels op en Over elkander, deze van het hoofd, andere van armen en heenen beroofd, daar die ledematen hadden moeten dienen tot zegetee-kenen op de pieken. En welk een verwoesting in de tuinen! Gras en bloemperken vertreden, als waren ze door tien ploeg omgewoeld; de vijvers, rood van bloed, d; blanke marmerbeelden met bloed bemorst. Het schitterend paleis, tot welks aanleg en versiering machtige vorsten en begaafde kunstenaars eeuwen lang .hadden saamgewerkt, om het te maken tot een pronkjuweel van Kuropa, I rankrijks luister waardig, was in t\'énen dag in een bebloeden puinhoop veranderd, I rankrijks koning zou voortaan geen ander paleis hebben dan een somberen kerker. Op het oogenblik genoot hij nog de „gastvrijheidquot; der Nationale Vergadering, Des morgens tus-schen tienen en elven daar aangekomen, zaten tie voormalige bewoners der TuilerieCn daar om één uur na middernacht nog. Van uit de-loge, die men hun hatl aangewezen, zagen zij de brokstukken uit hun vernielde woning, de bloedige ledematen hunner trouwe verdedigers, op pieken gestoken, in triomf door het gespuis binnengedragen. Vandaar hoorden zij de deputaties van het nieuwe gemeentebestuur, tie afgevaardigden uit de revolutionuaire clubs op gebiedenden toon de afzetting des konings cischen. |
87
|
„Wij vragen u, en heel liet volk vordert de afzetting des konings en gij hebt nog zelis zijn schorsing niet uitgesproken,quot; hoorden zij een dier heftige sprekers tegen de Vergadering uitvaren. „Wat doet gij dan, gij wetgevers?.... Zie, hoe het volk arbeidt, arbeidt gij evenzoo; weet dat het paleis in brand staat en wij het vuur niet zullen blussehen vóór de wraak des volks voldaan zal zijn.quot; Kn de^ koning moest het aanzien, hoe de Vergadering, die zijn gezag met voeten trad, met slaafsche gehoorzaamheid de bevelen volbracht van het gepeupel; hij hoorde hoe de schorsing over hem werd uitgesproken, terwijl een raad van ministers (couseil cxcculif) in zijn plaats het bewind zou voeren, in afwachting dat een conventie in het vraagstuk der alzetting zou beslissen, ,,Aldus handelende,quot; sprak Vergniaud, trachtend de rumoerige deputaties te bedaren, „heeft de Vergadering zich beperkt binnen de grenzen harer macht, die haar niet veroorloofden zich zelve tot rechter over het koningschap te maken, en heeft zij voorzien in het welzijn van den staat door de uitvoerende macht iii de onmogelijkheid te stellen om nadeel te doen. Aldus heeft zij aan alle behoeften voldaan en is binnen de grenzen hater bevoegdheid gebleven.quot; Dat alles hoorde de koning in stilte aan; maar Marie Antoinette, die ook het oor geleend had en zag welk een bijval Vergniaud\'s woorden vonden, kon niet nalaten met een bitteren glimlach op te merken: „Ziedaar waarop al hun eeden uitloopen.quot; 1 en slotte hoorde het koninklijk gezin beslissen dat de voorwerpen, afkomstig uit hun geplunderde woning, naar het stadhuis zouden gebracht worden; dat de Zwitsers in verzekerde bewaring zouden blijven „onder de hoede der wet en dat /ij zeil in het. gebouw der A ergadering zouden gehuisvest worden, in een viertal cellen van hét voormalig klooster der FeuUhnits, in afwachting dat er een geschikter verblijf voor hen zou gevonden worden. I)at verblijf was weldra gekozen : de voor malige bewoners der Tuilerieën zouden worden overgebracht naar den TnnjJr, een hoog somber gebouw met vier spitse torentjes, het overblijfsel eener sterkte, in 12ra door den schatmeester dei\' Tempelridders gesticht: een echt kerkerslot. |
Reeds in deh avond van den i werd de koning met zijn gemalin en zuster en de beide kinderen daarheen gevoerd in een koets, waarin behalve de prinses de 1 .ainbn 1 le en rnadaiue 1\'e l\'ourzcl met haar dochter, ook Pél ion niet een paar leden van hel gemeentebestuur hadden plaats genomen. J)e heeren hielden den hoed op het hoofd, om het volk te tocnen dat de geringste hulde aan de koninklijke waardigheid voortaan misplaatst zou zijn. Het was een vrij overbodige aansporing tot het gepeupel, dat zich wel aan iets anders te buiten ging, dan overmatig huldebetoon jegens den koning. Met uitjouwingen Omringde het zijn koels, en toen deze het plein / \'i iu/ónic bereikt had, deed men ze stilhouden onr den koning le laten genieten van het schouwspel der omverhaling van het standbeeld zijns grooten voorzaats I,odewijk \\i\\ . Den io(\'n .Augustus ifgt;92, juist honderd jaren geleden, was dat ge-denkteeken onthuld; den in» Augustus 1702, IkkI de Nationale Vergadering gedecreteerd dat al de standbeelden van koningen, welke de pleinen der hoofdstad sierden, \\ oor den grond zouden geworpen worden, in afwachting dat het koningschap zelf voorgoed werd opgeruimd. I let op vernieling beluste grauw had zij daardoor tevens weer een aangename a(leiding bezorgd. Als ra zenden ging het gespuis te keer, toen het beeld van den grooten koning ten aanschouwen van zijn vernederden kleinzoon in stukken neerplofte, le midden van getier en geschreeuw, waarboven telkens de kreet. ..Dood aan den koning!quot; uitklonk, zette het rijtuig zijn weg voort; om den koning geen enkele belee-diging te sparen ging het slechts stapvoets als een lijkwagen langs den breeden boulevard, die zoo menigmaal den koninklijken stoet in vollen luister had zien voorbijtrekken. Naarmate men de volkrijke voorsteden naderde, vermeerderde het gedrang en gejouw, en het was volslagen nacht, toen het koninklijk gezin den Ti-iiiplc bereikte. \' ^ bittere bespotting! het voorplein der gevangenis was geïllumineerd om de vreugde uit te drukken \\an het volk, dat zijn tiran gekerkerd zag. V oor de ontvangst der gevangenen zelven waren niet de minste toebereidselen gemaakt] een vol uur liet men hen wachten in oen v001 zaal van het oude, sombere gebouw, en toen eerst geleidde men hen met (lambouwen over een donker binnenplein naar de voor hen bestemde vertrekken, die nog niet eens behoorlijk in orde waren gebracht. Madame I lisabelh werd een walglijk smerige keuken op de derde verdieping tot nachtverblijf aangewezen; daar had de vrome prinses, de edelste vrouw van geheel Frankrijk tot toilettafel een gootsteen, lot legerstede een s!roozak en tot eenig meubel een oude keukenkast vol vuile vaten. De prinses (Ie l.amballe kreeg :\'en donker hokje tusschen de twee vertrekken, waarin de koningin met den kleinen dauphin\' en de jeugdige prinses met haar gouvernante madame De Tnurzel moesten slapen, en Marie Antoinette kon niet dan niet de grootste moeite schoone lakens krijgen voor hel onzindelijk bed, dat haar was aangewezen. Intusschen schikte men zich, zoo goed en |
S8 VOOR HONDERD JAREN.
den gevangenen des middags om één uur een kleine wandeling in een hoekje van den tuin, maar overigens bleven ze geheel van de buitenwereld afgesloten, geheel onkundig van hetgeen er buiten hun gevangenis plaats had ; want dagbladen werden in den Temple niet toegelaten. Slechts nu en dan liet men. als bij toeval, een vuilaardig pamflet, waarin de grie-vendste beleedigingen tegen den ci~devant roi, den „voonnaligen koningquot; werden uitgebraakt, in hun vertrekken rondslingeren. Overigens vernamen de gevangenen van den loop der gebeurtenissen niets, dan hetgeen de trouwe kamerdienaar Cléry, die tot hun bediening in de gevangenis werd toegelaten, hun steelsgewijze kon meedeelen.
In een der toren vertrekjes bevond zich een kleine bibliotheek, waarvan de koning tot tijdverdrijf kon gebruik maken; ook voor het onderwijs en de opvoeding der kinderen werd van die boeken druk gebruik gemaakt, en de i koning gaf beurtelings met de koningin en prinses Klisabeth den dauphin en zijn zusje les. Des avonds verzamelden allen zich in het grootste vertrek om de tafel, terwijl de koningin of madame Elisabeth voorlas, daarbij die boeken uitkiezende, waaruit voor de kleinen nutte leering en voor hen zeiven troost en opbeuring te putten viel. Ach, menigmaal bij het herlezen der geschiedenis van vorsten en vorstinnen stiet men op feiten en omstandigheden, waarin men het eigen lot herkende, en dan heerschte in den kleinen kring voor een wijle een beklemmende stilte. Wat daar geboekt stond | omtrent het tragisch einde van een Karei I, van een Maria Stuart, ach hoe spoedig konden de edele gevangenen zelf dit ond r vinden! as er wel één tijdperk in heel dn omvang der geschiedenis aan te wijzen, waarin de geest van oproer en omverwerping, van bloedvergieten en vorstenmoord zoo gruwzaam had gewoed als hij thans het arme Frankrijk teisterde? Dagelijks eischte de revolutie nieuwe offers, met eiken dag riep zij luider om het hoofd des konings; ieder oogenblik kon zij het komen vorderen om het op een piek te steken als dat van zoovele anderen.
Hoe kromp bij die gedachte het hart der koningin van angstige bekommering om haar lievelingen 1 Hoe leed de koning ze\'f bij hel denkbeeld wat er worden moest van zijn dierbare betrekkingen I
Maar om hun moed slaande te houden te midden dier bijna bovenmenschelijke beproe vingen had (iod hun een troostenden engel gegeven, die hen altijd bemoedigend op den hemel wees. Het was de engelachtige Elisabeth, die ofschoon al het wee van heel het koningsgezin in haar hart dragende, door haar hemel-
kwaad het ging, in het ellendig verblijf, waar men na al de doorstane beleedigingen ten minste rust vond, en men zich bij alle ontbering en vernedering nog gelukkig gevoelde in het denkbeeld ten minste te /.amen te zijn. Ilelaas, zelfs dit bescheiden geluk zou den vorstelijken gevangenen niet lang gegund zijn. Reeds in den nalt; lit van den i op den 20^quot; moesten zij een voorproef smaken van de ureede scheiding, die eerlang het koninklijk gezin zelve zou uiteenrukken; dien nacht werden de prinses de I ,a ml ml le en madame De I ourzel met haar dochter uit den Temple weggevoerd,ondanks de tranen en omhelzingen der kinderen, ondanks de smeekingen van Marie Antoinette, die nooit haar vijanden om een gnnst had verzocht, maar ditmaal den gezanten der gemeente bad, haar toch haar vriendin en de tweede moeder harer kinderen te laten behouden, /ij moesten scheiden van de laatste getrouwen, die haar in het ongeluk waren bijgebleven; en de prinses de Lamba\'le, l die, reeds naar J .onden uitgeweken, opzettelijk van daar was teruggekeerd om het lot harer koninklijke vriendin te verzachten, zag zich lt;111 de zijde der koningin weggerukt op het oogenblik dat deze het meest behoefte had aan baar troost. ..Mijn plaats is aan haar zijde,quot; had de edehnoedige prinses gezegd, toen men haar te Londen wild,- terughouden; helaas, de revolutie- bad er anders over besloten: Marie Antoinette zou het beminnelijk gelaat harer trouwe vriendin niet meer terugzien, dan met bloed bemorst op een piek geheven.
Alzoo was de koninklijke fómilie voortaan alleen in den kerker, ofschoon dag en nacht bespied door bewakers, die om elf uur \'s morgens, om v ijl mir \'s avonds en om middernacht werden atgelost. De koning begaf zich nooit ter ruste dan nadat de nieuwe bewaker voor den nacht verschenen was, ten einde te weten met wien hij te doen had. l ot zelfs in hun nachtelijke rust werden de gevangenen gestoord door het been en weer drentelen dier schildwachts of liever spionnen.
Alvorens den kleinen dauphin ter ruste te leggen, liet de koningin hem hardop zijn avondgebed verrichten; het kind voegde daar altijd twee gebedjes aan toe voor de prinses de Lamballe en voor madame De Tourzel, opdat (\'iid haar in /ijn heilige hoede mocht nemen. Maar /oodr.i icn der soldalen de kamer binnentrad, was de knaap zoo verstandig die gebeden in stilte K storten.
\\ldiis gestadig bespied en beloerd, bracht het koninklijk gezin de lange, eentonige dagen in den somberen kerker door, met geen andere afleiding dan het onschuldig gesnap der kinderen. Als het goed weer was, vergunde men
TAFKRKKLKN I I T ])E GROOTE RKVOLI TIE,
K9
|
M-he kalmte hun die bovennatuurlijke kracht wist mee te deeien, welke /ij zelve putte uit het vertrouwen op God. Zij leerde hen dat treffende gebed uitspreken, hetwelk sedert de tioost geworden is van alle beklemde harten: „Wal /al mij heden overkomen, o (iod? Ik «eet het niet : al wat ik weet is dat mij niets zal overkomen wat Gij niet van alle eeuwigheid hebt voorzien. Dat is mij genoeg. Meer, om gelaten te zijn. |
.,lk aanbid irwe eeuwige raadsbesluiten; ik onderwerp mij daaraan van ganscher harte; ik wil alles, ik neem alles aan wat Gij wilt. Jk maak l van alles een offer en vereenig dit offer met dat van Uwen Zoon, inijn Verlosser, 1 door Zijn goddelijk Hart en door Zijne oneindige verdiensten, geduld vragende in onze rampen en de volmaakte onderwerping, die (r verschuldigd is voor al wat Gij zult willen en toelaten.quot; |
Ira
• S\'.
lt;*7$ lt;05 \'
N- v jy Vv ****y/y \\.v ^ yy ^v J/^
^j) ^ T /^^,/1 r^/ f/^V .
XVI.
bcrciilsclcn \' t -i\'- Scptcmbermoordcn. — Dc ,.vi*-acgt; domi^iliaircsquot; (luiis/oekingcn). - - Tnbcclitenisnemingen bij dui/cndcn. — Damon, cio aanrichtcr van het blocob ii. — Uc volksrechlbiink. Slacluing in de rAbbaye.
|
ri^--- eeds nicnige bloedige bladzijde \' uit dc gi-schiwlonis der revolutie hebben we den lezer onder dr oogen moeien brengen ; de immvi episode echter, die wij thans Iielil \' u te i hetsen, mocht wel geheel met bloed geschreven ^«(,rd„n. De pen aarzelt, zich nan de beschrijving dier gruwelen te wagen, en toch is het —Vquot; noofüg dat /ij in al hun afgrij selijkheid wordi n in herinnering gebracht ter kenschetsing van het ware karakter dier revolutie, welke thans als een zegenrijke om wen-teling wordt verheerlijkt. De Septembcrmoorden! Alleen de gedachte daaraan is in slaat ruis het bloed in de aderen ■ doen verstijven. Dat is trouwens overeenkomstig het doel, waarmee zij werden ondernomen : Frankrijk te slaan met verlammenden schrik. liet moest ondervinden dat het zich bevrijd had van den „despootquot; der I nilerieén. liet boog zich niet meer voor den koning, O neen; het kromp van ontzetting aan dc voeten v.m een monster als Danton, van een bloedhond als Ma rat, die het in duivelachtigcn wellust vertrapten. Verplaatsen we ons in den geest naar Parijs op den jij\'- \\iigiistus 179J. onder de onbeperkte heerschappij der vrijheid en broedersi hap. Wel bestraalt tie heldere zomerzon de boomen der Tuileruen, van het Lnxembourg en de - m 11 %:■ •• |
Champs-Klysées, maar die heerlijke wandeldreven, de pleinen en straten, alles is uitgestorven. Geen rijtuig ratelt over het plaveisel: sedert twee uren des middags is alle circulatie verboden. Men hoort niets dan het sluiten van deuren en vensters, waarachter de bew oners zich angstig verschuilen als bij de nadering van een geheimzinnigen vijand. Met pieken gewapende benden, patrouilles en afdeelingetl van Marseillanen doorkruisen de verschillende wijken, en de bierbrouwer Santerre, thans commandant der nationale garde, doet aan het hoofd van zijn staf van acht en veertig adjudanten de ronde om zich te vergewissen dat alle posten wel goed bezet zijn. De stadspoorten zijn gesloten, de slagboomen worden door Marseillanen bewaakt en verderop vormen schildwachten een tweeden ringmuur om de stad. Alle gemeenschap tuss( hen Parijs en den omtrek is afgesneden; op de Seine kruisen heele flottilles van booten om alle verkeer tusschen de beide oevers te beletten. Dc kaden, de bruggen, het dek der schepen, alles staat vol schildwachts, gereed bij de minste beweging te vuren. De gèheèle Stad ligt als een gevangene, aan handen en voeten gekneveld om doorzocht te worden. Dat alles geschiedt op last van Danton, sedert den ie » \\ugnstns minisler \\ m justilie, en feitelijk alleenhcerschet in frankrijk. Niet alleen heeft hij al zijn medeministers in de hand, maar gebiedt ook oppermachtig op het stadhuis, dat thans de Nationale Vergadering en heel het land |
P!
TAFKREELEN UIT m CIROÓTH RKVOLUTU-;.
|
de wet steil. Hij heeft verlangd dat op een gegeven oogenblik heel 1\'arijs van huis tot luiis zal i norzocht worden tot opsporing van de vijanden der constitutie. Sedert acht dagen is op .ij,, Meuk het gemeentebestuur onophoudelijk he/i-gefeest niet het inhechtenisnemen der vei^ \'luchten; de gevangeniss.n zijn er reeds van opgepropt; viermaal is het schavot op-\'elini luerd om onder die yerafsdnnvde koningsge/iu-(len alvast een kleine opruiming te houden. aai dat gaat te lang/aam vuor de onstuimige bloeddorst van den gevleesden demon der uxolutie. Allen tegelijk moeten getroflen wor \'len; met een slag moet de „bodem der vrijheidquot; van hun aanwezigheul ge/.tiiveifl worden. Marat een «ltstekend denkbeeld, toen bij dit bel quot;■\'ie moordplan bedacht, en zijn \\ riend, de ■ azende hanton, zal het zonder aarzelen uit-Ygt;eien. Reeds is een voorwendsel gevonden-\'le i ruisen zijn de grenzen overgetrokken; zij bedreigen I arijs, heet het. Daar wachten de Koinngsgezinden hen af, om gemeehe zaak te maken met de vijanden des vaderlands. Dat mogen „de goede patriottenquot; niet dulden, en daarom allen afgemaakt, die maar eeni-szins v-ui uiedeph. btigheul aan die eerlooze samenzwering verdacht kunnen worden. I )anton heeft Aan de Natior.ale Vergadering de- machtiging tot de algemecne doorzoeking \\an l\'arijs ••e-ki egeli en in bet gemeentelH^tuur heelt hij « u gedienstigen handlanger tot uitvoerder van zijn Devflen. \'riiaus i.s ha oogenblik daar, waarop bij zijn u ,SI hl ik kei ijken slag zal slaan. Reeds heeft alle wijken de roffel weerklonken, die alle _ bevoners gebiedt, zich in hun huis te bevinden , le ^^^Miten wordt aangetroffen is een man \'les doods. Meedoogenloos seliieten de schild quot;■ichts de ongelukkigen neer, die door den noodlottigen klokslag buiten hun wonin- ver quot;Dnlen. \\ er-, billen,Ie werklieden aan de !ls\' \'lquot;lt;)r de een ol andere omstandigheid o| \'gehouden, schippers, die het wagen een hoofd \'\'mi bo..t te steken, onvoorzicbtiVen die met gezorgd hebben intijd., binnen te zijn quot;\'.quot;.dequot; quot;P slag ge.lood De koeels der soldaten achtervolgeu de vhichtelillgen tot onder \'I\'; bruggen en in de monden der riolen waar zij in hun angst een sehuilplaats zoeken Onheilspellend daalt de nacht over ,ie sidderende stad; op uitdrukkelijk bevel moeten al e vensters verlicht zijn, opdat de döOrsnuf-le\'aars niet in het duister behoeven rond ie | |,;lal\' klinken de hamerslagen op de deuren, met angstig kloppen,] hart en m-e-liouden adem door de bewoners aangehoord, niemand to, h weet of hij in d ■ „ogeu der . . schuldig of onscluildig zal bevond, n «orden, of hij mei aan huis en haard, aan |
mouw en kinderen zal worden ontrukt Met voeste drilt dringen de commhsahcs de woningen binnen, met loerende blikken alle hoeken doorsnuffelend. Alles is verdacht in •» oogen : een geweer of degen, hetzij vertoond, hetzij achtergehouden, is bewijs \\an Slt; UI , . \'\'en portret aan den wand, een brief een uitgeweken bloedverwant of vriend eui zegelstempel, eer, knooj) niet een wapen\' lt;ft aanwezigheid van een gast, die niet aanstonds kan \\ ei antwoord worden, een woord, een blik alles wordt een doodvonnis. Ken boosaardige opnierking van een vijand, een onvoorzichtige uitlating van een bediende, kan een heelgezin m het verderf storten. K leder is slechts op eigen lijfsbehoud bedacht • men u-rbergt zich m kelders en onder daken\' in schoorsteenen of verborgen hoeken, achter aslen en trappen. Maar niets ontgaat de waakzaamheid der speurhonden; met de blanke • , e vmst\' doorzoeken zij het huis tot I in den nok, werpen meubels en bedden het onderstbcn-en breken alle sloten open, steken 1, p\'-\'1 111 :lIle s\'euven en kieren en verschalken 1 ; d1001r v,ret\'S\' \')e/quot;i\'S\'quot;\'eiil of trouwe gastvrijheid bedacht. Tot in de bedden der hospitalen u ist men verdachten te vinden. \\ ,jf .....A|quot;\' quot;vnk\'ii er aldus in hun woningen opgelicht en meegesleurd onder het gejammer van vrouwen en kinderen, van vrienden en betiekkingen. Danton bad zijn doel bereikt ■ ;■\'•»\'■■\' nacht had hij Parijs gezuiverd van ■il \'Ie konmgsgezinden, die sedert den icen Kustus het ontzaglijke moordhol niet hadden kunnen ontvluchten. De vangst was zoo overvloedig, dat men er geen laad mee wist; al de gevangenissen, de oi tninnde kloosters, de wachthuizen der verschillende wijken waren volgepakt. Alen school l tui aantal uit, die bij vergissing ingerekend dooi hun secties ternggeviaagd, den volgend\'quot; morgen op vrije voeten werden gesteld Ais een ussd.er, die bij het inhalen van een\' vk rUI fquot; AKrquot; tM :quot;et U|) Zir\'\' quot;f een enkel ..s Je het quot;et ontspringt, zoo kon Danton in /ijn vreugde over den rijken buit het licht van \'i\'-h verkrijgen, enkele gevang. , en door de quot;azen te laieii glippen van zijn vreeselijken w om lei kuil. Hij toonde zich zelfs edelmoe.liquot; op voorspraak van vrienden liet hij m, en dan\' quot;ii sla, h tol ter los en schonk de vrijheid aan eemge arme broeders van de christelijke s, Men \\an wie hij a s knaap onderwijs had genoten! I I gioote hoop werd over de verschillende tuchthuizen, ontruimde kloosters en alle be schikbare ruimten verdeeld, in afwachting dat ovei hun lot beslist zou worden, Kr was da o omtrent reeds hel een en ander uitgelekt ;\'het i\'i\' \'baar -eworden dal Mailk.rd. de woeste |
VOOR HONDERD JAREN.
|
aanvoerder der benden van den 5en en 6en October, in den nacht van den 27*quot; op den aStquot; Augustus last had gekregen, /.ich met zijn bamHangers gereed te houden voor een slachting op groote schaal, waartoe tie offers hem later zouden aangewezen worden. Hij moest zich alvast maar met een doodgraver verstaan us er het opruimen der menigte lijken, en werkelijk werd den anderen morgen 0111 zes uur buiten de barrière S/. Jacr/Ui S de groeve reeds afgebakend ; de werklieden kregen hun loon met den last, de noodige wagens voor het vervoeren der lijken gereed te houden en te zorgen dat alles binnen vier dagen afgeloopen was. Ook de gevangenbewaarders der tuchthuizen ftntvingen geheime wenken, en al die geruchten, tot de gevangenen doorgedrongen, gaven hun een voorgevoel van het vreeselijke lot, dat hun boven het hoofd hing. Een der secties van het gemeentebestuur had een motie aangenomen, volgens welke de verdachten allen moesten omgebracht worden, alvorens men tegen den vijand optrok. Ken andere afdeeling had verklaard, dat er geen verder vonnis noodig was, dan enkel de overweging der gevaarlijkheid van hun bestaan. Dauton had gezegd: ,,\\\\ ij moeten den konings-gezinden schrik aanjagen!quot; en waarin (lie schrikaanjaging bestaan zou, daaraan viel niet meer te twijfelen na de bloedademende rede, die Tallien, de secretaris van het gemeentebestuur, den ^o\'quot; in de Nationale \\ ergadering kwam uitspreken. De Vergadering had zich namelijk eenige bedenkingen veroorloofd tegen de duizenden inhechtenisnemingen der laatste achtenveertig uren. Tallien duwde den heeren toe, dat zij zeil daartoe machtiging hadden verleend en het gemeentebestuur in niets zijn bevoegdheid was te buiten gegaan; dat het in plaat» van blaam, veeleer lof verdiende voor zijn vaderlandlie-venden ijver. „Wij hebben geen enkel bevel uitgevaardigd tegen de vijheid der burgers,quot; beweerde hij, „maar «ij gaan er groot op dat wij de goederen der uitgewekenen in beslag hebben genomen : wij hebben samenzweerders in hechtenis genomen en ze den gerechtshoven in handen geleverd. „Wij hebben de monniken en nonnen verjaagd om de huizen, die zij bewoonden, te koop te stelli n. „Wij hebben de ophitsende dagbladen opgeheven 1) ; zij bedierven de openbare meening. |
„Wij hebben huiszoekingen gedaan ; wie had ons dit belast? Gij! De wapenen, bij de verdachten gevonden, brengen we bij u om ze in handen te stellen van de venledigers des vaderlands. „Wij hebben de rustverstorende priesters doen gevangennemen; zij zitten in een bijzonder gebouw opgesloten, en binnen weinige dagen al de bodem der vrijheid Tan hun aanwezigheid gezuiverd ivorden.quot; Ja, het was bepaald dat alle verdachten moesten sterven. Danton had dit besloten, maar om de verantwoordelijkheid voor die gruwzame slachting van zich af te wentelen, moest heel het revolutionnaire Parijs daaraan medeplichtig gemaakt worden. Het moest tot razernij worden opgezweept, door allerlei uitstrooisels en proclamaties, die het volk in bestendige opgewondenheid hielden. liet heette dat er in de gevangenissen een complot gesmeed was, om, als de gewapende Parijzenaars tegen den vijand zouden uitgetrokken zijn, ile weeiiooze v rouwen en kinderen te overvallen en uit te moorden. Dat gerucht dreef de woede van het domme volk tot waanzin. /omlag, den 2lt;\'n September, op den middag achtte Danton Parijs genoeg bewerkt om zijn slag te slaan. Met grooten toestel, bij tromgeroffel en door c ommissarissen te paard werd een nieuwe proclamatie uitgevaardigd, om op het laatste oogenblik de bang beklemde stad 1 met nieuwen schrik te slaan. „Te wapen, burgers, te wapen!quot; heette het daarin. „Daar de procureur der gemeente gewaarschuwd heelt voor de dringende gevaren des vaderlands, het verraad, waarmee wij worden bedreigd, den staat van ontblooting der stad \\ erdun, die op bet oogenblik door den vijand belegerd wordt en hun misschien binnen acht dagen in handen zal vallen, besluit de algemeene raad, dat op staanden voet de slagboomen zullen gesloten w orden ; dat alle burgers zich gereed zullen houden om bij het eerste teeken op te trekken; dat al degenen, die wegens ouderdom of ge-i breken niet kunnen optrekken, oogenblikkelijk hun wapenen aan hun secties zullen afgeven om er de minder gegoede burgers mee te wapenen, die naar de grenzen zullen ijlen ; dal alle verdachten of zij die uit lafheid weigeren mochten op te trekken, onmiddellijk ontwapend zullen worden. Aanstonds zal het alarmkanon worden afgeschoten en in alle secties de roffel geslagen worden, om den burgers de gevaren 1 des vaderlands te verkondigen.quot; Terwijl die proclamatie heel l\'arijs den doodschrik op lu-t lij! jaagt, snelt Danton naar de Nationale Vergadering om ook deze te verbijsteren door zijn donderend woord. |
r.U\'HRKKLKM UIT DE C.ROOTI-; RFA\'OI.L 1\'IK
|
..Mies kunit in beweging, ailts .stelt /irh k; weer,quot; buldert liij tie Vergadering toe, „alles j brandt om ten strijde te trekken, Kun deel des volks zal naar de grenzen snellen, een ander vers( bansingen opwerpen en het derde zal met pieken het inwendige onzer steden verdedigen, Parijs zal die groote pogingen steunen. Wij eisehen dat al wie weigert persoonlijk te dienen of de wapenen af te leggen ni et de n d o o d g e s t r a f t w o r d e.... De stormklok, die geluid zal worden,quot; z.oo besluit hij, ,,is geen alarmsein ; het is het tee-ken tot den stormloop tegen de vijanden des vaderlands. Om die te overwinnen, heeren, moeten wij durven, nog eens durven, altijd durven, en Frankrijk is gered ; it nous fan/ (/r randace, encore, de faudace, /onjonrs de / andaee, e/ hi J\'ranee es/ sitii~,\'ie l\'.n werkelijk, daar klonk de stormklok en gut het sein tot den aanval op de „vijanden des vaderlands, \' l iet bleek wat Danton bedoelde met zijn /onjonrs de /\'andaee, „altijd maar durven !quot; De vijanden des vaderlands, die hij aandurfde, waren ontwapende gevangenen, weerlooze priesters .\' Daar worden de eerste slaehtoffers reeds aangevoerd, vier en twintig priesters in zes rijtuigen, waarvan de portieren moeten openblijven opdat tie ongelukkigen toeh aan al de woede van hel gepeupel zullen blootgesteld zijn. liet is de toeleg dat het volk medeplh h tig worde aan het bloedbad, door Danton bi raamd, maar waarvan hij niet alleen de verantwoordelijkheid wil dragen. Vandaar dat de begeleiders der gevangenen, Jaeobijnen en Mar seillanen, het gespuis aansporen, zich op de ongelukkigen te werpen. „I\'aar zijn ze nu. zeggen zij, „die uw vrouwen en kinderen zouden vermoorden, ter « ijl gij op marsch zoudt zijn naar de grenzen. Slaat ze dood! Hier hebt ge onze sabels, onze pieken : doet u zeiven recht.quot; En als gesarde tijgers springen mannén uit het volk op de rijtuigen foe, die door het gedrang slechts stapvoets kunnen voortrijden. In den blinde stooten en steken zij mei sabels en pieken. Ken der geestelijken in het laatste rij tuig verweert zich met zijn stol; en raakt een der bespringers. I gt;eze plolt hem to! tweemaal toe zijn sabel in het lichaam en vertoont zegevierend het van bloed druipende staal aan liet grauw dat hem toejuichl : ,,(ioed zoo! slaat | dood die aristocraten !quot; En opnieuw slaat hij in het wilde toe ; een der priesters wordt de st houder gekloofd, een ander krijgt een sabelhouw over het gelaat, een derde wordt de hand afgekapt, waarmee hij zijn gelaat wil dekken. Zoo trekken de | rijtuigen onder bajonetsteken en piekstooten ■ |
langzaam voort, overal een bloedig spoor achterlatend, Eindelijk zijn / ■ de gevangenis der .\'t/dhiye genaderd, waar daags te voren reeds een dertigtal priesters zijn heengebracht. Voor de nieuw aangekomenen behoeft daar echter geen plaats gemaakt ie worden. Nu zij uit de rijtuigen gesleurd worden, blijkt het dat acht hunner reeds onderweg zijn bezweken, en de anderen, die gewond, verminkt en bebloed uitstijgen, worden nog vóór de gevangenis afgemaakt. Slechts één van de vier en twintig brengt er het leven al. liet is de abbé Sicard, de liefdevolle onderwijzer der arme doofstommen; die kan ons nog van dienst zijn, roept het grauw, en trekt de opgestoken pieken van hem terug. Het getier der menigte, de doodskreten der slachtoffers, het gekletter der wapenen, het geraas der rijtuigen, dit alles had de gevangenen, die binnen de muren der Ahbave zaten opgehoopt, reeds met een bang voorgevoel verv uld. Reeds hadden zij in den loop van den dag opgemerkt dat hun cipiers geheimzinnige woor-den en blikken wisselden ; bovendien was hun etensuur vervroegd en had men alle messen van de tafels weggenomen. Ongetwijfeld hing hun iets vreeselijks hoven het hoofd, l)aar kregen zij bevel, zich in de zalen gereed te houden : één voor één zonden de namen afgeroepen worden van degenen, die zich voor de rechtbank hadden te verantwoorden, lgt;ie rechtbank had zich gevormd tusschen de dubbele deuren der gevangenis. Daar zetelde Maillard, de held der ()i;toberdagen, met de gevangenrol voor zich aan een groote la lel vol llesschen, glazen, pijpen, sabels, pistolen en ander wapentuig, als opperste rechter over lev en en dood, en naast hem zaten een twaalftal „burgersquot;, door den „wil des volksquot; tot mede-rechters aangewezen. Het waren ruwe mannen uit de heffe des volks, in werkmanskleeren, met wollen mutsen op en plompe schoenen aan, de een met een schootsvel voor, de ander met opgestroopte mouwen of een openhangend vest, die hier de vierschaar spanden. Slechts een enkele zat er hier en daar tusschen, die dooi zijn minder lorschen bouw, zijn fijner gelaatstrekken ol blanker handen den man van hooger stand verried: zij waren de leiders bij die rechtspleging des volks. 1 i lkens, als één der gevangenen voor die rechtbank gesleurd werd, las de voorzitter het gevangenregister voor, stelde hem eenige vragen en sprak dan zijn oordeel uit, dat bijna on veranderlijk een doodvonnis was. Nog op hel oogenblik wordt die gevangenrol bewaard, waarop men, te midden van bloedvlekken, kringen v an glazen en v uile v ingers, de namen leest van dertig priesltrs, drie en veertig |
VO »R IIOXDI UI) lARKN\'.
ui
|
/,uiigt; rs en vijf en twintig \\uoniiali,j,c lijl\' Machten des konings, met de bloedige kant-teekening: ini\'/ /s, gedood. Als aaninerkiiv, staat er in gebrekkige spelling bij geschreven: /■ jll^ClltClll (til pi\'UpL\'. fou/.s cv//ifZus onl Hi ii mor/ lt;ur tc-cluimp. I!ij vonnis des volks zijn al de hier vermelde personen op slag gedood en een andere hand heeft er bijgevoegd: „ii cv i/it\'uiw xramk /gt;ar/ ,/ii p.-i/ple on/ assure, naar een groot deel des volks vcr/.ekenl heeft.\'\' ISehalve die doodvonnissen in massa bevat het reuister nog tul \\an afzonderlijke veroordeelingen. Het doodvonnis werd den veroordeelden niet woordelijk beteekend. Na het •lt; hijn (.ai spot verhoor \\an enkele minuten heettr het . Ehirgissez monsieur, stel mijnheer in vrijheid.quot; Mn nauwelijks had de ongelukkige, door die vrijspraak met blijde hoop vervuld, een voet rre/.et buiten de tweede lt;le\\ir, welke hem, naar hij meende, de vrijheid zou npenen, of daar werd hij aangegrepen door kerels met opgestroopte mouwen en van blojd druipende armen, die hem niet bijlslagen of sabel houwen neer hak ten. Een andermaal luidde de formule van het \\onnis: .1 hi l-W. \' (naar het tue.hthuis llt;i l\'oii . \') en de ram]i/a meende sleehts van kerkei te moeten deren, ging onmiddellijk ter dood. Aan de priesters werd de vraag ge- leid of /ij den eed op de constitutie hadden afgelegd; een leugen had hen wellicht kunnen redden ; maar allen gaven de voorkeur aan den marteldood. IV Zwitsers werden bij hoopen te gelijk als slachtvee afgemaakt. Slechts hun aanvoerder onderging een kort verhoor. „Cij /ijl het, die den io™ Augustus het volk hebt neergeschoten ? vraagt Maillatd. „W ij werden aangevallen ; wij hebben slechts geweld met geweld gekeerd. \' ,,,/ /,! /\'■,. i- het vonnis, met verpletterende kalmte uitgesproken, en men wijst den Zwitsers lt;1,- deur; maar iveds zien /ij door h-\'t getraliede kijkgat de pieken en bijlen der beulen tegen hen opgestoken. IV\' forst he mannen, gewoon op het slagveld den dood onder de 1 jo-en te zien, sidderen bij den blik in den moordkuil, die hen tegengaapt. Zij smeeken om genade. Igt;ie kennen deze onmenschen niet. Voort! de deur uit! Kn de aanvoerder gaat ook hier /ijn manschajiiien moedig voor in den dood. Hij w rpt hun zijn hoed toe als laatsten gro^\'t en stort zich met gebukteil hooide in de pieken en bajonnetten, die hem onder helsch gesi hreeuw opvangen. Als duiv elen schieten van alle kanten de beulen toe. vver pen zich op hun weerlo iz.e prooi en binnen weinige oogenblikken is van heel die mannen sciiaar niets meer over dan een stapel vei minkte en uitgeschudde lijken, drijvend in bloed. (c, die wr;in |
De wagens, die de lichamen weghalen, kunnen het werk der beulen niet bijhouden; bij hoopen moeten de lijken ter zijde geworpen worden, om plaats te maken voor nieuwe slachtoffers. Veertig of vijftig per uur vallen er aldus onder de houwen der m ■nschenslachlers. en nog worden zij het bloedig werk niet moe. Door wijn en brandewijn verhit en door de benauwende bloedlucht bedwelmd, weten ze van geen uitscheiden, /;j meenen een vaderlandschen arbeid te verrichten met het opruimen van al die landverraders en aristocraten. Ken der commis sarissen der gemeente, die hun ijver wat meent te moeten matigen en, op een bankje geklom men, hun aan het verstand poogt te brengen, dat zij zich ten minste den tijd moeten gunnen, om schuldigen van onschuldigen te onderscheiden, krijgt ten antwoord : ,.Zeg eens, burger mooiprater, wilt gij ons ook al in slaap wiegen. Als die verwenschte l\'ruisen en Oostenrijkers in Parijs waren, zouden ze dan ook de schuldigen uitzoeken? Of zouden zij er in het wilde op inslaan zooals de Zwitsers op den toquot;1 Augustus? Welnu, ik beu geen spreker; ik paai niemand. Maar ik ben huisvader; ik heb een vrouw met vijf kinderen, die ik hier wel in de hoede van mijn sectie wil achterlaten om tegen den vijand op te trekken; maar ik verkies niet, dat de schurken die hier in de gevangenis zitten, in dien tusschen-lijd mijn vrouw en kinderen zullen vermoorden,\'\' „Hij h eeft gelijk,quot; klinkt het van alle kanten, „geen genade!quot; Kn de slachting begon weer met nieuwen moed. Zoodanig hadden de uitstrooisels van Dantonop het gepeupel gewerkt. Ken ander lid van \'tgemeentebestuur,de bloeddorstige Hillaud Varennes, achtte zich van zijn kant v erplicht de beulen r.og aan te moedigen. Omstreeks vijf uren kwam hij een kijkje nemen in de Al\'bayc, en ziende hoe ijverig men met het beulenwerk vorderde, prees hij de ijverige arbeiders. „Hrave burgers,quot; zei hij, „gij hebt groote misdadigers ter dood gebracht; de gemeente wfet u daarvoor niet genoeg te beloonen. Zonder twijfel behoort de buit dier schurken (d ■ tafel lag vol met de horloges, brieventas-j.chen en beurzen der vermoorden) aan hen, ili er ons van bevrijd hebben. Maar, zonder te meenen uw arbeid te vergelden, ben ik belast n allen vier en twintig !vres per man aan te bieden, die u onmiddellijk uitbetaald zullen worden,quot; Terwijl hij dit /eide, en de beulen zich om strijd op hun ijver beroemden, had een der slachtoffers, de oude commandant der gendarmerie Kul hières, die, met wjt piekstooteii doorboord, |
tafi:kI\'.kij*;n urr de crooti: rkvolutik.
|
voor dood was blijven liggen, zich weer op gericht en liep nu, naakt en Moedend, hnlpe loos rondlaslend langs de muren van liet binnenplein, telkens vallend en in zijn doodstrijd weer opstaand om een uitweg te zoeken. Dat hopeloos pogen duurde tien minuten, onder het duivelengelach der onmenschen ! Reeds viel de avond en nog duurde de slachting voort; bij het licht van flambouwen ,,werktequot; men haast den ganschen nacht door, onder de toejuichingen van ontaarde wijven, die bij den rossen gloed der fakkels met haai kinderen rondom de lijkenstapels de Canna^twlr dansten. Kerst tegeti den morgen besloot men zich een poosje rust te gunnen. De wagens haalden de lijken weg ; het binnenplein, dat stroomde van bloed, werd uitgeschrobd ; er werden bosset! stroo op den grond uitgespreid en daarover de kleeren der slachtott\'ers gelegd om tegen den volgenden dag het bloed wat te stelpen; enkel op het stroo zon men ze voorlaan afmaken. De abbc Sicard, die door een deurspleet al die toebereidselen aanzag en de beraadslagingen aanhoorde, schrijft daaromtrenl : |
„Daar een der moordenaars zich beklaagde,\' dat zoodoende niet ieder het genoegen kon hebben elk slachtoffer zijn doodsteek te geven, besloten zij dat men zott beginnen met ze tusschen een dubbele haag, door allen gevormd, te laten doorgaan, maar dat men alsdan enkel met den rug der sabels slaan zou, en dat als { de ongelukkige op het stroo en de kleeren i gekomen was, ieder wie kon met het scherp zou loeslaan. Zij besloten verder rondom die verhevenheid banken te plaatsen voor de mannen en Mouwen, die de terechtstelling van nabij zouden willen zien, en die zij de //eeren en tfames noemden. ..Dit alles heb ik gezien en gehoord ; ik heb die dames- van de wijk dei Abbaye zich zien verzamelen rondom dit bed, voor de slachl-offers gespreid, en daar plaats nernen, zooals zij zouden gedaan hebben voor een vermakelijk schouwspel.quot; In afwachting daarvan aten en dronken de rechters en beulen, rookten bedaard hun pijpen en legden zich op de bebloede banken ter ruste, om nieuwe kracht te putten voor het slachters werk van morgen ! |
XVII.
II,., l I,,; Il-I.i M do .\\bha-c. — Twee hclJiiinen Jcr kinderlijke liefde. — Slachting In hel C*rmcli«len-
klooste\'r. — In liet tuclitliuis La Force. — Madame Dc Tourzel gered. — De prinbes de Ltmbilleomgebr»cht. — Uur hoofd n.ur den Tempte gedraftefti — Berekening van het amtal slachtotlcrs,
|
^r/e zun was wnderge-ij\'J gaan over de moorden ] j van den Septem hS ber ; bij haar opkonisl r ■ zi)U /\'■ alles bereiiI 2) ^vinden tot een her nieuumg derzellde j/], M\' icdt\' i!i\' 1 ■ . I 1 in lt; de eerste stralen \\an den nieuwen dag door ®^(le tralievensters dron gen van de gevangenis dei A Nunc, boehenen zij daar een hartroerend tafereel, \'lerwijl de beulen hun roes nog uitsliepen, hadden de gevangenen zich verzameld in de kapel van het voormalige klooster, ten einde zich voor te bereiden tot den dood. Twee priesters, waar onder de hofprediker I .etifiut, beiden tachtig jarige grijsaards met zilveren schedel en uit gemergelde trekken, geadeld door het vooruit zicht \\ 111 het martelaarschap, spraken hun moed en troost in tegen den naderenden doodstrijd, I1 revolutionnaire reihtbank zou hen weldra voor de vierschaar voeren \\an den eeuwigen Rechter; welnu, dal dan ieder zich zei ven bejiroe\', n nnnht, ol \'M daartoi\' blt; leid \\vas en z\'ch de laatste oogenblikken ten nutte maakt om /\'in rekeniiii; te veretteuen met ( iod. \\llen nieekten ni\'iwmóeilig om de absolutie der pi i ■ Iers, \'tl n.iuwelijk . hadden de grijs-i.ards irïii dorre handen tot den laatsteu zegen over dc f;ckiiit:l(k\' schare uitgestrekt, of daar k\\\\;ingt; men hen wegsleuren en onverschrokken gingen zij hun lotgenooten voor in den dood. |
Ach, hoe bcmóedigend dit voorbeeld zijn mocht, het onverhiddelijk vooruitzicht van den dreigenden dood bleef er niet minder ver-si hrikkclijk om, en als de gevangenen in hun kerker den hiilsbg der heulen, den doodskreet hunner voorgangers en liet duivelachtig getier dor Moedgierige menigte hoorden, dan sidderden /ii hij de gedachte dat elk oogenldik de beurt aan hen kon komen. I i-n hunner, die aan het bloedbad ontsnapt is en later zijn „doodstrijd van acht en dertig urenquot; met aangrijpende nauwkeurigheid heeft beschreven i), deelt daaromtrent de volgende bijzonderheid mede, die de haren te berge doet rijzen : ..Onze gewichtigste bezigheid,quot; zegt hij. ..was te «eten te komen welke houding wij moesten aannemen om, als wij op het moolxlplein zouden gekomen zijn, den dood op de minst pijnlijke wijze ie ondergaan, ^ij zonden van tijd tot tijd eenigen onzer lotgenooten naar het venster van het torentje, om te zien welke houding de ongelukkigen, die men ombracht, aannamen, en naar hun bevinding op te maken, hoe wij het best deden ons te houden, als onze beurt van sterven gekoraèn was. Zij meld- i) ]..in Miijr S.iint-Mifl int, M (i u aponii iU\' trcnle-|. m i t h ^ \'i r gt;■ , I 793. |
TAFKRKKl.KN\' fl\'f DK GROOTE RI-VOIA\'TIi:.
|
den ons dat zij, die de handen uitstrekten, veel langer leden, omdat de sabelhouwen aldus werden afgeweerd, alvorens het hoofd te treffen; dat er onder hen waren, wier handen en armen afvielen vóór het lichaam bezweek, en dat /ij, die ze op den rug hielden, veel minder moesten lijden...,quot; A\\ elk een berekening! W elk vooruitzicht voor menschen in de volle kracht des levens, vaak nog in den bloei der jeugd! Onder die ter dood gedoemden waren fijngevoelige vrouwen en jonge maagden, die in fiere doodsverachting niet onderdeden voor de kloekste mannen, l\'oen de naam werd afgeroepen van generaal De Sombretül, den gouverneur van het Hó/el tics fnrahtks, stond gelijk met den grijsaard zijn dochter op om met hem voor de gruwzame recht bank te v erschijnen. Als een gunst had zij verzocht de gevangenschap haars vaders te mogen deelen en geen waarschuwingen, geen bedreigingen hadden haar kunnen overreden hem te verlaten. lt; )p het laatste oogenhlik smeekt, gebiedt de vader haar nog, hem alleen te laten gaan ; tevergeefs, zij wil hem vergezellen lot voor de moordenaars; zij zal hem redden of met hem sterven, Tevergecls willen de wachters haar terughouden; zij klampt zich aan den grij saard vast, volgt hem naar de noodlottige deur en de pieken ziende, die reeds worden nitge stoken om hem te doorboren, weert zij die met uitgestrekte armen af, stort zich op tie knieën en smeekt om genade voor haar vader. De moordenaars, ondanks zich/.elven bewogen, aarzelen. „Daar, drink dit aristocratenblocd, en wc zullen uw vader sparen,quot; spreekt een der ben len en biedt haar een glas bloed aan. /ij vveilelt niet : om haars vaders leven te koppen, is geen prijs haar te hoog; /ij ver zwelgt den afgrijselijken drank, en de grijsaard is gered, helaas slechts voor korten tijd, want weinig later zou hij toch worden omgebracht. De schrik van dat oogenblik bleef de heldhaf tige dochter altijd hij, en haar leven lang ver toonden haar trekken een doodelijke bleekheid. Men andere heldin der kinderliikc liefde, wier moed dien dag haar vader aan de beulen onl rukte, was Klisabetli C\'azotte, Men had haar. ondanks haar tranen en gebeden, in de ge van genis van haar vader gescheiden ; maar toen hij voor de rechtbank gesleurd werd en zij de beminde stem hoorde, was geen menschelijke macht in staat haar te weerhouden, ,,l.aat mij door! laat mij door 1quot; kreet /ij gebiedend, wierp de wachters op zij, rukte zich met ge j weid los, viel den grijsaard om den hals, en smeekte zijn rechters zoo zielroerend om ge nade, dat zij ten slotte uitriepen : ..Welnu, neem hem mee !quot; |
Kn op dat woord grijpt zij haar vader vast en leidt hem dwars tnsschen de pieken der heulen door, midden door de bloedgierige menigte heen, veilig buiten de gevangenis. Helaas, haar v reugde was van korten duur: tien dagen later besteeg de grijsaard het schavot. Ach ! hoeveel edel bloed werd er in die Septemberdagen vergoten en schreide om wraak ten hemel \' l ot dusver hebben we enkel in de Abbayc de slachting gadegeslagen, maar dezelfde gruwelen woedden te gelijker tijd in ril de gevangenissen van Parijs. Nauwelijks was in de Alibayi\' het moord werk in gang, of Maillard ijlde met zijn handlangers naar het voormalig (\'armelietenklooster, om ook daar de beulen aan het werk te stellen. Sedert verscheidene dagen zaten in de kloosterkerk een tweehonderdtal priesters, waaronder verschillende bisschoppen opgesloten. Dien dag had men hen evenwel den tuin in gezonden, en een dertigtal hadden zich verzameld in een kapel, aan een uithoek van den tuin gelegen, om er de gebeden der stervenden te bidden, /ij wisten dat de stormklok, die op dat oogenblik over l\'arijs werd geluid, htm doodsklok was. Kens-klaps werd de tuindeur met geweld open geworpen. „Toen zagen wij,quot; v erhaalt een der priesters, die aan de slachting ontkomen is, de abbé Uerthelet, „zeven ol acht jonge mannen als razend binnendringen ; elk had een gordel vol pistolen om, behalve de pistool die zij in de linkerhand droegen, terwijl zij met de rechter eeti sabel zwaaiden. 1 gt;e eerste geestelijke, dien zij ontmoetten, was de heer De Salins, die geheel in het lezen verslonden, niets gemerkt had. /ij maakten hem met sabelhouwen af. Na op dit nieuwe lijk „l.eve de natie!quot; geroepen te hebben, vroegen zij waai de aarts bisschop van Arles was. Daar de priester, dien zij aldus ondervroegen, de abbé 1 gt;e l\'annonie. meende door zijn dood misschien het leven vat) zijn eervvaardigen bisschop te kunnen redden, sloeg hij de oogen neer zonder te antwoorden ; maar hij vermocht de beulen niet te misleiden. Op dit oogetdilik was de heilige priester, dien «Ie moordenaars opeischten, bezig hen toe te spreken, die de deelgenooten zouden worden van zijn marteldood, broeders! zei hij hun, danken wij Ciod, dat I lij ons roept om het geloot, dal wij belijden, met ons bloed te bezegelct: ; smeeken wij om de genade, die w ij door onze eigen verdienste niet kutmen verkrijgen ; v ra gen wij deti lieer de volharding tot het einde. De heer llebert ging de moordenaars tegemoet en zeide: wij zijn I ransche burgers, wij verzoeken geoordeeld te worden. Dat zult |
VOOR HONDI RP J \\KI V.
0«
|
gij, antwoordden de bandieten en gingen op de kapel toe, terwijl /ij hnn sabels en pieken /.waaiden, telkens herhalende: I )e aartsbisschop \\,in \\rles ! de aartsbissi hop \\an Arles\'. I )e/e lag aan den voet des altaars te bidden ; zoodra hij zijn naam hoorde, stond hij op om zich den moordenaars aan te bieden ; maar een schaar van toegewijde priesters omringde hem en zocht hem voor de blikken der moor denaars te verbergen. liet was tevergeefs; de waardige priester baande zich een weg tot voor de woestelingen, die hem bleven roepen, en de handen op de borst kruisend, zei hij hnn met hemelsche kalmte: ,,lk ben degene, dien gij zoekt. \' ,,Zoo, zijt gij het, oude cafanl, die het bloed der patriotten \\aii \\rles hebt doen vergieten?\' ..Ik heb nooit bloed doen vergieten.... ik heb nooit iemand leed gedaan.quot; ..Welnu, dan /al ik het n doen,quot; roept een kerel met een roode muis en brengt hem op hetzelfde oogenblik een sabelhouw pp het vooi hoofd toe ; de heilige grijsaard valt niet ; een andere moordenaar slaat hem boven op den -e.hedel ; het bloed springt er bij gróote golven uil ; maar als de /uil van een ouden tempel houdt de aartsbisschop nog stand ; een derde moordenaar doorboort hem met zijn piek de borst ; eindelijk bo/wijkt de martelaar en als hij ter aarde ligt uitgestrekt, /.el de bandiet hem den voet op de borst, uitroepende: „Leve de natie!quot;quot; Inmiddels was in den tuin een moorddadige drijfjacht geopend op de priesters, die als wild werden neergeschoten Uisschen de boornen eti struiken, waarachter zij /k h poogden te verschuilen : de kapel onderging een bombardement, waardoor bijna al degenen, die daar de wijk hadden genomen, werden gedood of ge wond. I nkele der jongslen waren in de boo men geklommen, maar met kogels doorboord, vielen hun lichamen ter aarde onder hel dui veladitig gejuich der kannibalen. (leen enkel lachtoff\' i moeht aan htm woede ontsnappen, eti wijl ze iti de Open ruimte van den tuin niet zeker waren, allen te treffen, besloten /ii hen gezamenlijk in de kerk terug te drijven, opdat er toch geen enkele hun handen ont kquot;nicn mocht, he gi-\\.illenen werden met silielsla;;vn opgedreven en voortgesleurd ; onder hen bevond /i( h de bisschop \\an Saintes. die met een gebroken been in een plas bloed lag en door de beulen tiaar de kerk gesleept werd. |
)nder die ;ewijde gewelven teruggevoerd. \' dus lat de abbé lierthelet voort, en wij kunnen niet beter doen dan zijn verhaal volgen, hetwelk ons in zijn nierenden eenvoud een bladzijde Uquot; lt; hijnt viit de martelaarsboeken ilet Kerk. „in dat heiligdom, hetwelk hun veertien dagen tot gevangenis gediend had, konden die belijders des geloofs meenen, dat de beulen het bloedvergieten moede eti de moorden geëindigd waren.... maar niets daarvan: de arbeiders. welke de na/ie gekozen had. waren ruw e werklieden, die niet zoo spoedig vermoeid werden. W eldra w erden tw ee aan twee de namen afgeroepen ; de priesters moesten daarop antwoorden en zoodra hun namen door den heraut \\an die vreeselijke vierschaar waren uitgesproken, stonden zij op van voor het altaar, op welks treden zij biddende en elkanders biecht hoorende lagen neergeknield : voor /ij heen-i gingen gaf een der bisschoppen of een andere oude priester hun de absolutie en zij verdwenen door een kleine deur, die op de trap van den tuin uitkwam. Beneden aan die trap zat een commissaris. Violette genaamd, aan een tafel, waarop de gevatigenisregisters openlagen ; als de twee priesters voor hem kwamen, liet hij hen vastgrijpen en vroeg hun : „W ilt gij terstond den eed van gehnor/aamheid en trouw aan de con -titutie /weren ?quot; lai als/ij geantwoord hadden: „Die eed strijdt legen ons geloof: wij zullen hem niet atkggen,quot; gaf de uitvoerder der nationale w raakoefeningen een teeken, en de beulen die achter hem stonden, maakten /ich van de beide slachtoffers meester, die ze wegsleurden naar een gang, waar ze omnkldellijk werden omgebracht, 1 )it dubbele appel werd zestig maal herhaald. Voor de terechtstelling begonnen was, reeds in den morgen van den dag der moorden, hadden de bewakers der gevangenen alles uit de kerk weggehaald wat tot verdediging had kunnen dienen. Zoo waren een groot verguld koperen kruis en kandelaren van hetzelfde metaal van de altaren weggenomen ; een bronzen kruis, rechts van het sanctuarium, dat niet van den tabernakel, waarop het prijkte, kon worden losgerukt, werd door de revolutlon-nairen onder gruwelijke godslasteringen verbrijzeld, en terwijl d.e heiligschennis gepleegd w erd, herhaalden de priesters geknield : Parte, Dominr, pm n /V/Wc /ut\' \' Toen liet oogenblik der terechtstellingen gekomen was, vond een jong dorpsgeestelijke in de salt; ristij een houten kruis en plaatste dit ip het beroofde altaar. / . v hou/en kruis her ft ii\' -.rrrrhl verlost \' Kil met vervoering van heilige vreugde stonden al die Christenen, welke gingen sterven, op om het teeken der verlossing weer op het altaar in hun midden t /ien planten. Konden zij niet zeggen, terwijl /ij hét vereerden: Aferituii te sdlut.ant.... Intnssi In n werd de vreeselijke afroeping altijd maar voortgezet en in het heiligdom zag men reed- le,ge plekken rondom hel altaar; |
I A I I RI .ELI\'.N Ui l 1)1\', CROO l i: RFA\'Dl.i: Til\':,
|
/ij die n\' ceiiigc no^ciiblikken te vimcii gc hedt\'ii badden, zcjtigen thans in den liemel hut lied der verlossing en reeds straalde in luin handen de j)alm van het martelaarsehaii....quot; He beulen sierden, na afloop \\an hun bloe dig werk, op bun wijze feest in het ontheiligde kerkgebouw, bezigden de altaren tot tafels voor slemperij en drinkgelag en dansten bij toorts lic ht tot laat in den nacht de Carnia^no/r te midden van bloed en lijken, evenals wij dit gezien hebben in de Ahhaya evenals ook in de overige gevangenissen die gniweidag niet een duivelen-bacehanaal besloten werd. liet tuchthuis lii /vvr,■ was bij voorkeur uitgekozen tot gevangenis der (i-ifrvan/ sri rueurs. der .,\\oonnalige groote heeren.quot; ikiar zuchtten, niet verscheidene.1 edelen en hoselin gen, lt;le prinses de l.ainballe, inadame 1 gt;i I ourzel, inatlame De la Tréniouille, prinses de latente en verschillende andere aanzienlijke i la nies. Toen de laalslgenoemde, een edele en moe dige vrouw, voor de volksrechtbank geroepen weid. maakte zij bet kruisieeken en verscheen met opgerichten hoofde voor de vreeselijke \\ieiscba:ir. I \'aar men haar vroeg, de kuiperijen der ci-dn au/ koningin te ontbnllen, antvvoonkle /ij onverschrokken : .,lk weet van niels dan de verheven deugden, de goedheid en het groot karakter der koningin, die gij beminnenquot;zondi als gij baar kende! zooals ik haar ken. ja. gij belcedigt en vei vloekt baar slechts omdat gij baar nooit van nabij hebt gadegeslagen.quot; I\'ii toen men aandrong op bijzonderheden onilrent ..het complot,quot; den ioquot;quot; Augustus op bet paleis gesmeed, gaf zij tot bescheid : ..liet is laster Ie zeggen dat de koningin be volen zou hebben o)j bet volk te schieten ; zij bemint het volk en verraadt liet niet. Zoo gij haar gezien badt als ik, altijd bezig om de ellende van arme gezinnen te lenigen : zoo gij baar eigenhandig hadt zien werken om de naakten te kleeden, zoo gij ze haar beurs hadt zien leegen om brood en brand Ie verschaffen aan die er gebrek aan hadden, zondt ge baai-niet beschuldigen, de v ijandin des volks te zijn.quot; ..Door haar aldus Ie prijzen, verklaart gij n zelve vijandin der natie.quot; „Door te zeggen wat gij daar gehoord hebl. doe ik niet meer dan haar recht laten weder varen ; men beeft u omtrent baar bedrogen.\'\' Die mannelijke taal in den mond eener vrouw dwong zelts den beulen eerbied af: bet was ot de rechters zich schaamden, de hand aan haar te slaan, en zij lieten haar vertrek ken. Buiten gekomen wierp de edele vrouw /\'(h o)) de knieën om (iod te danken voor de o.u cl hoopte verlossing; toen zij opstond, |
bemerkte zij dat baai kleed lol aan de knieën I rood was van bloed. lt;\'ok madame De Tourzei had hel geluk den beulen te ontkomen. Sedert den nacht, dat men haar met baar dochter uit den /\'nuf/,\' had opgebcbi. was zij van deze gescheiden en haar grootste foltering in den kerker was haar bekommering over het lot van haar kind. Ken der bewakers, zekere Hards , stelde haar echter hieromtrent gerust. ..Wees met bezorgd over uw dochterquot; zei hij, en dat woord deed de hoop der moeder herleven. Moedig verscheen zij voor de recht-I bank, die haar vroeg : .,Waarom zijt gij den koning naar Varennes gevolgd ?quot; .. Alvorens daarop te aulvvoorden. v erzoek ik u mij te zeggen, of men zijn eeden houden moet.quot; ,,Zeker, zonder twijlel.quot; ..Welnu, ik had gezworen, den dauphin en zijn zuster niet te verlaten en om dien eed te honden ben ik den koning en de koningin gevolgd.quot; Ziehier boe zij zelf later baar redding verhaalde in een brief aan baar oudste dochter, de gravin de Sainte-.Mdegonde : ..Omstreeks tien minuten werd ik onder vraagd ; daarna maakten kerels met wreedaardige gezichten zich van mijn persoon meester : zij beten mij de deur der gevangenis doorgaan en ik kan u de ontsteltenis niet uitdrukken, die ik gevoelde op bet gruwzaam schouwspel, dat zich voor mij vertoonde, legen den miiiu v erbiel zich een soort van lierg, geheel gevormd uit afgehouwen ledematen en bebloede kleeren van al degenen, die daar waren omgebrachl, en een menigte moordenaars omringden dien stapel lijken. Twee mannen stonden er boven op ; zij waren met sabels gewapend en met j bloed bedekt; zij wartn het, die de gevangenen, welke men één voor écu aanbracht, afmaakten. Men liet ze er op klimmen, onder voorwendsel van den eed aan de natie af te leggen ; maar nauwelijks waren zij er op, o( hun werd bet hoold afgeslagen en dit aan het volk toegereikt, terwijl het lichaam, over de anderen heenv allende, strekte om dien afgrijselijken berg te verboogen. Men wilde ook mij er op doen klimmen, maar I lardy, die mij bij den arm hield, en acht of tien mannen, die mii omringden, verdedigden mij : zij verzekerden dal ik den eed aan de natie reeds afgelegd j had en zoo door list als geweld ruklen zij mij uit de banden dier woestelingen om mij buiten bun bereik te brengen... Ken huurkoets wachtte ons..,. Zoodra ik in staal was om te spreken, was mijn eerste woord om naai l\'auline te vragen; Hardy zeide mij. dat ze in u-iligbeid was en ik haar zou terugzien.quot; |
Vonk ld )M)I\'UI) j \\KK-V.
|
I )o .u mu prinses ilo 1-auihullc, tlü liouwt \\ i k-iuiin \\.ui Marie Niiloiiicllc, /oi» ^oluk ki^ niet. Mei de koningin was /ij steeds het uitgekozen mikpunt geweest van den laster en het voorwerp van den onverzoenlijksten haat, door de inhkuingen van het Pahvs AVn//op gewekt. In den kerker had de jonge en schoone prinses meer dan iemand anders blootgestaan aan de grievendste bcleedigingen; de gevangenbewaarders sehepten er een wreedaardig genoegen in, onder haar venster al hun haat te luchten tegen de gevangenen inden Tciii/\'/c-en de bloedigste berichten te verzinnen omtrent het lot, dat hen dreigde. „Ach riep dan de vriendin van Marie Antoinette uit. ..dat ze alleen mij doodden ! IVU ze toch maar niet naar den Temple gingen ! Helaas, haar eigen bloedig lijk zou den bewoners van den \'Temple gaan boods( happen wat hun te wachten stond. \\ an angst en folteringen uitgeput, had zij zich op haar kerker-legerquot; geworpen, toen men haar om ai ht uur in den morgen van den September uit haar cel kwam halen, om voor de volksrechtbank te verschijnen, haar zelfs geen tijd gunnend om zich te kleeden. ..t lij waart in de Tuilerieén gedurende den nacht van den icc Augustus?quot; vroegen haar de mannen met driekleurige sjerpen, welke de revolutionnaire vierschaar spanden. „la,quot; klonk het antwoord, „daar «as mijn plaats als siiihi/e/lihvi/e van het huis der koningin.quot; „(lij zijt beschuldigd van medeplichtigheid aan de misdaden der koningin tegen de natie. „Ik ken geen misdaden der koningin tegen de natie.quot; „(lij waart ingelicht \\an de samenzwering, den iotn Augustus tegen het volk gesmeed. „ik verklaar van geen samenzwering tegen het volk te weten. „lt; lii hebt briefwisseling gehouden met uitgewekenen en van den prins de ( omlé den brief ontvangen, dien gij hier voor u ziet. ..Brieven \\an een bloedverwant te ontvangen i, geen misdaad 1 )ie. «eiken gij daar hebt. bevat iiiet-gt; legen de natie, „Leg den eed af. de vrijheid en gelijkheid te beminnen: zweer den koning en de koningin te haten.quot; „Den eersten eed zal ik afleggen : den ande ren niet . dat zou tegen mijn hart zijn.\'\' ../weer dan.\' zei c ai der omstanders, die haar wilde redden, „zweer, en ge zult gered zijn.quot; „Haal zweien um den koning, aan de koningin \' Nooit \' mgt;oit\' Qn\'en eld\'■■ miu/itme, dat men madame in vrijheid stelle\' klinkt het verraderlijk ingekleede dood\\oni)is. Men diijit haar naar |
de noodlottige deur, en zoodra hel bloedgii\'i ige grauw de slanke gedaante in hei witte gewaad op den drempel verschijnen ziet, barst het | in woest gejuich uit : zulk een jonge, schoone en edele prooi was zijn bloeddorst nog mei toegeworpen. De prinses hoort die kreten en wankelt; zij ziet de verminkte lijken, de alge-houwen hooiden en ledematen, drijvend in bloed ; de benauwende damp der slachting beklemt haar de keel ; straks glipt haar voel uit op de bemorste trap; maar de beulen vatten haar onder den arm ; voort moet ze over de lillende, en nog warme lijken. „Ach welk een gruwel !quot; roept ze uil : die aarzeling ergert de i beulen, en een hunner brengt haar een sabelhouw op hel achterhoofd toe, zoodat hel bloed bij stroonien uil de wonde gutst. Nog moet ze voort, over lijken, door haar eigen bloed overstroomd. „Op de knieën Iquot; schreeuwen de monsters. ..l aat ze vergiffenis vragen aan de natie, „Ik heb geen vergiffenis te vragen,quot; dus betuigt zij tot het laatste oogenblik haar onschuld, en een tweede sabelhouw verlost haar van het aardsche lijden, maar haar lichaam niet van de bcleedigingen.... Ken weinig later werd hel schoune, jeugdige j hoofd op een piek gestoken en door een tierende bende naar den Temple gedragen. Ken andere piek droeg hel hart, dat men het slachtoffer uit het lijf had gerukt. Met gruwzanien spot had men het hoold gewasschen, gekapt en gefriseerd: er mocht aan het toilet derpiinses niets ontbreken, nu /ij aan het hof verschijnen moest ; de koningin moest haar voor het laatst nog ten alscheid kussen, dus schertsten de Innen met afgrijselijken lach. Kn opdat toch Marie Antoinette dien huiveringwekkenden aanblik niet ontgaan mocht, werd de piek niet het hoofd onder haar venster geplant. De arme vorstin viel in /wijm. toen zij vernam wat er huiten gaande was, en het koninklijk ge/in trok zich met de kinderen in hel meest afgelegen vertrek terug, om het getier niet te hooren van den ra/enden volksloop. die ten slotte zelfs met het verminkte lichaam der prinses kwam aangesleept en eisi hte dal de koningin naar buiten zou komen om het tv/len. Intusschen duurden de moordenarijen in de gevangeni-sen onafgebroken voort : in blinde bloeddorst geen onderscheid meer makend lusschen de slachtoffers, schoot men op hel laatste ook de gewone bevolking der tuchthuizen en m lücCtre zelfs de zieken en krank zinnigen neer, die daar verpleegd werden, ja spaarde de bewakers niet. Op het plein Pd\'i-phine had het gepeupel een groot vuur aangelegd en wierp priesters, mannen en vrouwen levend in de vlammen, om den brandstapel |
(JROOTK RFA\'OLU mi.
TAI RRKKLKN UIT DK
mi
|
ronddansend o]) don deun van het Cd int. I let was een ware razernij, die de moordenaars hud aangegrepen en die de verbijsterde hoofdstad als in dofle onverschilligheid aanzag. \\ ier dagen lang werd er zonder ophouden gemoord ; de bodem der gezamenlijke kerkhoven was niet groot genoeg om al de doodeft te verzwelgen : door middel van ongebluschte kalk werden de lijken verteerd en berekeningen uit die dagen geven als hun aantal op het cijfer van twaalf duizend acht honderd. i) De arbeidersquot; dier Septemberdagen, de Sep/ciiihrisciirs, waren, toen zij eenmaal uit hun moorddadigen roes ontwaakten, tot geen ander werk meer in staat. Razend voeren zij uit tegen het gemeentebestuur, dat hun hoogstens een sou per moord bad uitbetaald; anderen, 1} Naar al onzo nasporingen, zegt de burggraaf Wnlsh, achten wij dit getal juist. |
door wroeging verteerd, zagen zich onophoudelijk omringd door de bloedige schimmen der slachtoffers. Velen vervielen tot waanzin, anderen sloegen de \'land aan zich zeiven ; de overigen eindelijk, door den algemeenen afschuw achtervolgd, sloten zich aan bij de benden, die de moordenarijen in de provinciën gingen voortzetten. Ziedaar een Hauwe schets van de September-moorden, welker bijzonderheden wij bij voorkeur hebben ontleend aan ooggetuigen, ten einde allen schijn van overdrijving te vermijden. ,,() eeuwigdurende schande,quot; roept Montgaillard uit, „dat 1\'arijs als in bedwelming vier dagen lang toezag zonder tusschenbeide te komen.quot; Die schande wordt ook door de schitterendste feestelijkheden van het glorreux cai/aiairc, „het \'roemrijke eeuwgetijquot; niet uit-gewischt. |
ly cAo 4gt; cXgt;r) ov -i Jt) C-A^ J»;
V ^ ,tv\';, v V
XV [II.
De N\'.it!.)nat« lt; \' nv ui — Het l.nn u: Jup afgeschaft — Aüondcring J-s koninas va» zijn pc/in. -- Flet verslag der comnr,!.--:? v.m vieren twintii-. —De koning voor de Nationale Conventie. — Zijn verdediging. - Het doodvonnis.
|
f r1. , !■ of t-r. na al de gruwelen, waarmee a/J^s do revolutie Krankrijks hoi lm be-•\'■«jS^^l-VocdeM had. nu- wel lt;-.-n iniMlaad die haar (iii\\t r/a-\'\' ■ilffltt!\' 1\'\'1\' quot;quot;\' drilt ii1\';1,, 1 r \\■ gt;ldiH\'tiiiii; be- ^jlHHlt.io\'di \' K\' \'ii /i j. i 1 d.; edelste |
terwij! hot volk om brood schreeuwde, daar de vertreden akkers geen koren meer leverden : terwijl de werkman, in plaats van hamer of beitel, slechts de wapenen hanteerde, daar alle nijverheid, handel en bedrijf stilstond, alle bronnen van bestaan waren opgedroogd en het gansche land aan ellende en regeeiingloosheid ter prooi was, wisten de vertegenwoordigers des \\olks zich met niets beters bezig te houden dan met de veroordeeling en hel vonnis des konings. \' )pzel lelijk daartoe was immers de Nationale Conventie saamgeroepen ; was hel dan niet billijk dal zij deze aangelegenheid vóór alle andere deed gaan? hen 2 tequot; September kwam ile Conventie voor het eerst bijeen en nam de plaats in der Nationale Vergadering. I laar eerste werk was de afschaffing van hel koningschap en het uitroepen tier republiek. Van dit heuglijke tijdstip behoorde een nieuwe jaar-lelling te beginnen ; schreef men tot dusver het jaar IV der vrijheid, van den 22\'quot; September 171).! rekende men hel jaar I der republiek. Door een officier aan het hoofd van een escorte te paard, van een rumoerigen volks hoop verzeilI, werd den koning in zijn gevan-gvnis dat besluit bekend gemaakt. De vorst was voor eenige oogenblikken ingesluimerd, toen aan den voet van den toren do proclamatie werd afgelezen. De prinsessen achtten |
1
I*SSn- 11 \'\'\' \'•ini\'s- l)edienaren des \'-\'TvSaF^f ltlt;-ili.i{sdquot;nis get rollen te iiebben, «le ;\'■■;■ i \\ rm\'iel , rt -keliMt/e hand nog- m I hooier ophelleu ?
, v „Ken der grootste misdaden, die bedreven kunnen worden,quot; zegt lie Maistre, ..is zonder tuijfel de aanslag op de Mjuxereiniteit, daar geen enkele verschrikkelijker g\'-volgen he li. /oo die souvereiniteit berust op een hoofd, en dat hoofd als slachtolfer van deu aanslag \\alt, vermeerdert die misdaad in gruwzaamheid. Maar als die souverein zijn lot door geen enkel misdrijf heeft verdiend ; indien jui a zijn deugden de hand der sr huldigen tegen hem hebben gewapend, dan is er voor die misdaad geen naam meer le vinden.quot;
\\\\ elnu, ook die namelooze misdaad, boven alle andere verst hrikkelijk in liaar gevolgen, zou het revolutionnaire l\'rankrijk nog op tie vorige stapelen ; het zou ze allen de kroon opzeilen door den koningsmoord, liet kende ge;ai rust voor liet ook dien vloek over het ongelukkig luid had afgetrokker.. Terwijl de vijand de grenzen overtrok : terw ijl de provin-l.-ii door burgeroorlog werden verscheurd}
TAFERKKLKN UIT Dl-; GROOTi: RKVOI.C\'I\'IK.
|
hut niet de moeite waard, hem daarvoor in zijn slaap te storen, en deelden hem hij zijn ontwaken het voorgevallene mede. Met een weemoedigen glinilach zeide hij tot de koningin; .,/.00 is dan mijn koninkrijk voorbijgegaan als een droom, maar het was geen gelukkige droom! (iod had mij het opgelegd, mijn volk ontslaat mij er van; dat Frankrijk gelukkig zij, ik zal mij zeiven niet beklagen.quot; Denzelfden avond kwam men hem zijn degen, ridderorden en verdere teekenen zijner waardigheid opeischen. Met de gelatenheid van een heilige legde hij ze af. ( hieindig smartelijker viel hem de scheiding van vrouw en kinderen, van zijn teedere beschermengel Klisa-beth, welke nieuw e foltering hem eenige dagen later werd bereid. legen het einde van September, op het oogenblik, waarop de koning, na het avondelen, de kamer der koningin verlaten wilde, om zirh naar zijn eigen vertrek te begeven, verschenen zes ambtenaren van het gemeentellestuur met groote beweging in den en lazen den koning een gemeentelijk besluit voor, waarbij bepaald werd dat hij naar den grooten toren zou worden overgebracht en voortaan van zijn gezin gescheiden zou zijn, De koningin, madame Kiisabeth, de jonge prinses en de kleine dauphin omklemden tevergeels den vader, echtgenoot en broeder, die hun zoo wreed werd ontrukt ; tevergeefs poogden zij door gebeden en tranen het hart der beambten te vermurwen en te verkrijgen dat hun ten minste den laatsten troost in het ongeluk: samen te mogen lijden, niet mocht worden benomen, /elts de ruwe schildwachts werden er door aangedaan, maar al die smeekingen vermochten het onverbiddelijk besluit niet te veranderen. I,odewijk X\\ I werd uit de omhelzingen der zijnen losgescheurd en alleen weggevoerd naar een vertrek in den grooten toren, dat nog niet half in gereedheid was gebracht en waar, te raidcen van afbraak, planken en steenen, een bed en een sto.\'l voor hem waren neergezet. In de vertrekken, door het koninklijk gezin bewoond, werd inmiddels alles onderzocht; meubels, bedden, kleeren, alles werd doorsnuf feid, en onder voorwendsel van briefwisseling met de buitenwereld te voorkomen, alle papier, pennen, inkt. en potlooden weggenomen, l)aar door was aan het onderwijs der beide kinderen m eens een einde gemaakt, en daar men de edele gevangenen ook van haar naaigereedschap beroofde, benam men haar zelfs de gelegenheid om zooals tot dusver, de kleeren van het koninklijk gezin in orde te houden. Ai \'i \' welk een nacht brac \'iten de or,geluk kigen door na die eerste s, heiding \' Ir- fiere |
Marie Antoinette, die in het bijzijn barer fol-j teraars steeds haar smart beheerschte, stortte | haar overkropt gemoed in bittere tranen uit aan het hart der engelachtige Kiisabeth. Kn toen den volgenden morgen de trouwe Clérv biiinentrad, die den nacht op den stoel aan het bed zijns meesters had mogen doorbrengen, overstelpten de arme veriatenen hem met v ragen omtrent den koning. Ook deze had dien nacht geen oog kunnen sluiten; hij had de gedachte niet kunnen verzetten aan de droef-i beid zijner dierbaren. Met vernieuwden aandrang smeekten de gevangenen haar bewakers, toch weer met den koning hereenigd te worden. Ten laatste mochten zij er in slagen, die ruwe revolutiemannen te vermurwen. ..Welnu, laat ze vandaag samen eten,quot; zei een der beambten, „morgen zal de gemeente nader beslissen.quot; I n dat woord deed opeens de smeekbeden en tranen verkeeren in vreugdekreten en dankbetuigingen. Zelfs de bardvochtigste der bewakers, de schoenmaker Simon, werd er door geroerd, ,,Ik geloof dat die verwenschte vrouwen me nog aan het schreien zouden maken,quot; zei hij, de oogen afwissc.hend. Kn als beschaamd over zijn zwakheid, voegde hij er bij, zich tot de konin gin wendend; ,,Don ro1;quot; Augustus, toen ge het volk liet vermoorden, schreidet ge zoo niet.\'\' .,Ach hel volk is wel misleid omtrent onze gevoelens,quot; hernam Marie Antoinette. Inderdaad, wél was het volk misleid omtrent de gevoelens van het voortreffelijkste koningspaar, dat frankrijk sinds eeuwen had gehad. Voor die misleiding hadden de raddraaiers gezorgd, de pamtletschrijvers en volksredenaars, die nog altijd voortgingen de goedgeloovige menigte op te hitsen tegen den despoot, den tiran, die zoo lang hij leefde een voortdurende bedreiging was van de vrijheid, en daarom sterven moest opdat het vaderland leven kon! De Nationale Conventie had een commissk benoemd van vier en twintig leden tot het onderzoek der papieren, welke gevonden waren in de zoogenaamde „ijzeren k.iM,quot; waaromtrent de verschrikkelijkste verzinsels waren rondgestrooid. Daar uit die documenten weinig of niets ten nadeele des konings viel op te maken, moesten verdachtmakingen aanvullen wat er aan bewijzen ontbrak. Vei tegeliwoordigers des volk^.\'\' dus sprak de verslaggever der commissie, „de arbeid, dien | ik u onder de oogen ga brengen, toont niet al de zwartheid der plannen van den gemeen-sehappelijken vijand aan; maar zoo het ge makkelijk valt nicer te vermoeden, is het I inisscbien onmogelijk meer bewijzen bij !e | brengen, wanneer mon ze ■ ■ bt-. aan het toe- |
VOOR HONDERD JARJ\'-N\'.
|
val dankt,... l!ij eiken voetstap hebben «ij nieuwe plannen /.ien ontluiken, en bijna aanstonds is de draad der samenzweringen afge broken, zonder dat het ons mogelijk geweest is, het spoor er van terug te vinden.quot; Als bewijzen dier samenzweringen kwam hij aan met de onbeteekenendste briefjes; uitgaven tut liefdadige doeleinden heetten sprekende getuigen van omkooperij: inkoopen van levensmiddelen ten behoeve van het huis des konings golden als pogingen om het volk uit te hongeren! „Waartoe is het monster niet in staat?quot; riep di- ijverige verslaggever, ,,(iij zult hem het heele menschelijk geslacht zien belagen: ik klaag hem bij u aan als een opkooper van koren, koffie en suiker,quot; Die beschuldiging was berekend op het publiek der tribunes; iemand in deze dagen van sohaarschte en volkswoede voor een korenop-kooper, inrdparfur t/e hlc te schelden, «;is voldoende om hem aan de lantaren of op het schavot te helpen, l\'.n daar moest het niet den koniiiL; heen. Het verslag eindigde met de opmerking dat afzetting geen voldoende straf was en dat de onschendbaarheid, door de constitutie aan den persoon des konings verbonden. ile ree htvaardigheid en de wraak der vergadering niet weerhouden mocht. ..Neen,quot; riep Danton uit, „hij heeft immers zelf de constitutie geschonden, die ze hem verleende en die trouwens reeds niet meer bestaat. Maar de volken zijn onschendbaar, en hij.heeft het l\' ransche volk ten verderve\'•willen voeren. Het is dus bewezen dat hij veroordeeld moet worden : het zal ons alleen voldoende zijn in de oogen van F.uropa het oordeel te rechtvaardi gen, «lat wij over dezen meineedigen koning zullen uitspreken.quot; I \'at werd gezegd, toen het proces des konings nog een aanvang nemen moest; vóór de beschuldigde was gehoord, was hij reeds veroordeeld; Kn veroordeeld tot de gruwzaamste straf, die tegen den ontaardsten booswicht kon uitgedacht worden; want zelfs zij, die voorgaven zijn dood niet te wetischen, wilden hem slechts het leven laten tot verzwaring van zijn vonnis. |
I v ifgevaardigde Morisson eischte, na heftig te zijn uitgevaren over de „trouweloosheden en wreedheden,quot; waaraan I.odewijk XVI zich had schuldig gemaakt, dat ..dit bloeddorstige mon ter zijn misdaden in de wreedste folteringen /011 uitboeten.quot; I »r afvallige bisschop I aucliet riep uit dat de onttroonde dwingeland „meer had verdiend dan den dood.quot; Zoo hij diens leven wilde gespaard hebben, dan was dit „opdat hij, mu een \'luvot van eerloosheid genageld, lan ■;\'n tijd tot toonbeeld mocht strekken voorde simenzweerdeis, en dat men in hem een levend getuigenis zou hebben van de ongerijmdheid en den afschuw, die hel koningschap ten deel waren geworden;quot; dan was dit, opdat men tot de volken zeggen kon: „Ziet gij die soort men-scheneter, welke er zich een spel uit maakte, ons te verslinden? Dat was eenmaal een koning. Kr was geen wet, die zijn misdrijf had voorzien; hij heeft de grenzen overschreden van hetgeen er afgrijselijkst was in de misdaden door ons strafwetboek voorzien. Maar de natuur wreekt zich over de gebreken onzer wetgeving en legt hem een foltering op vreeselijker dan de dood....quot; Het was alzoo uitgemaakt dat de dood de genadigste straf was, die men den onttroonden koning kon opleggen. Waartoe dan nog de omslag van een proces? „Eenmaal misschien,\'\' riep de jonge vurige republikein Saint-just uit, „zullen menschen even ver verwijderd van onze vooroordeelen, als wij van die der Vandalen, zich verbazen over de barbaarschheid eener eeuw, toen het iets plechtigs was een tiran te vonnissen.... Men zal zich verbazen dat de XVIlie eeuw tiog ten achter was bij de tijden van Caesar; die dwingeland werd omgebracht in den vollen Senaat, zonder andere formaliteit dan twee en twintig dolksteken, zonder andere wetten dan de vrijheid van Rome. Kn thans leidt men eerbiedig hel proces in tegen een man, die de moordenaar is van een volk en op heeterdaad werd betrapt, met de handen in het bloed, bezig zijn misdaad te plegen....quot; Robespierre verklaarde het onomwonden ; ,,bodewijk XVI kan niet gevonnist worden, hij is reeds veroordeeld; hij is veroordeeld, of de republiek is misdadig. Voorstellen I,ode wijk XVI een proces aan te doen is, hoe men dit ook nemen wil, een tegen rev ohitionnair denkbeeld, want dal is de republiek zelve op het spel zetten. Zoo 1,odewijk nog net voorwerp kan zijn van een proces, kan hij ook nog vrijgesproken worden, en wordt hij vrijgesproken, dan is de republiek veroordeeld....\'quot; (leen proces dus \' Neen, inderdaad, geen proces, slechts een spotgeding. een rechtspraak in den trant der hihiiiuni.x \\ van de Septemberdagen. Slechts voor den vorm zou de beschuldigde-voor die vierschaar worden geroepen teneinde zich te rechtvaardigen. Zijn vonnis was reeds geveld; hel kwam er maar op aan, er ten minste een glimp van recht aan te geven en den koningsmoord te omhangen met den dekmantel van het heilig belang des vaderlands, dat de terechtstelling van een belager der vrijheid vorderde. Vandaar die eiudelooze beraadsla gingen over een /aak. waaromtrent allen het eens waren: die onstuimige zittingen, waarin men elkander vvederkeerig opzweepte en de over |
TAFKRKKLKN UIT I)K GROOTE KKVOLUtlK
lor,
vijanden, die zich thans tot zijn rechters op-j wierpen om later zijn beulen te worden,
„bodewijk,quot; zegt de voorzitter met bevende stem, want zijns ondanks overweldigt hem de plechtigheid van het oogenblik, „bodewijk, de Nationale Conventie heeft den 3en December gedecreteerd dat gij door haar geoordeeld zoudt worden; den óc» December, dat gij voor haar vierschaar zoudt worden geroepen. Men zal u de acte van beschuldiging voorlezen der misdaden, die u ten laste worden gelegd ; gij kunt gaan zitten,quot;
Den onttroonden koning werd een stoel toegeschoven, en de secretaris begon met de voorlezing van lie eindelooze acte, die een behendige doöreenhaspeling was van nietigheden, tot misdrijven uitgedijd, en van werkelijke misdaden, waarvan de koning echter niet de dader, maar wel het slachtoffer was geweest. Met bedaarde oplettendheid hoorde hij het aan, hoe zijn onschuldigste handelingen als samenzwering en verraad werden gebrandmerkt ; hoe de vlucht naar \\ arennes, de pogingen om den steun van Mi ra beau te winnen, het weigeren der onder teekening van sommige decreten, tot zelfs de inspectie zijner verdedigers op den ic\'ii An^ns tushem als rechtstreeksche aanslagen op de vrijheid der Fraiischen werden verweten. Maar toen zijn rechters hun eigen misdaden op den hals van hun slachtoffer poogden te schuiven, door hem aansprakelijk te stellen voor al het bloed, dooi hun toedoen op het Maïsveld, den Juni, en den iequot; Augustus vergoten, toen kwam /ijn edele /iel in opstand tegen zooveel laagheid en had hij al de /elfbeheersching noodig, hem door het ongeluk geleerd, om de voorle/ing van den secretaris niet te onderbreken, I och ontsnapte hem slechts een gebaar van verontwaardiging en met den blik riep hij den Memel tot getuige van de reinheid /ijns harten. Alles kon hij verduren : op het ergste was hij voorbereid ; maar dat men hem, die nooit gedoogd had dal om zijnentwil een enkele druppel bloeds /011 vloeien, als den moordenaar /ijns viilk^ voorstelde, dat ging zijn krach ten te boven. Met waardige kalmte antvvoorddi\' hij op al de vragen, hem omtrent ieder punt achtereenvolgens door den voor/itter gesteld maar toen de/e hem ook de afgrijselijke bloed schuld wilde aanwrijven, slingerde hij die verontwaardigd van /ich af met de woorden :
„Neen, mijnheer, neen. niet ik heb hel Fraiische bloed doen vloeien.quot;
Wanneer lt;■ nog eenig gevoel van melische lijkheid was overgebleven 111 die v olksverlegen vvoordigers, welke /ich bewust waren /elf de band te hebben gehad in de bloedtooneelen, waarop /ij menigmaal roem hadden gedragen. I en die /jj thans hun dachloffei loèdichtleli.
tuiging opdwong, dat „de boom der vrijheid niet groeien kon, tenzij hij besproeid werd met het bloed van den dwingelandquot;; vandaar de spotvertooning van \'s konings plechtig verhoor o)) den ii«n December.
In een rijtuig, door drie stukken geschut voorafgegaan en gevolgd, en door een zes-honderdtal revolutionnairen onder bevel van Santerre omringd, had men 1,odewijk XVI van den Tfniple naar de vergaderzaal gevoerd. Daar kon* hij in een voorvertrek wachten, tot de heeren rechters goedvonden hem voor zich te roepen. Hun voorzitter moest hun nog eerst op het hart drukken, dat het oog van Kuropa en de nakomelingschap op hen gericht was, dat /ij wèl aan de majesteit des volks moesten denken, terwijl /ij den koningen een groote k-s /ouden geven, tevens tot een voorbeeld voor de bevrijding rier na tien.
„Laat hem binnenkomen!quot; klonk het einde lijk gebiedend uit den mond van den voorzitter, en daar verscheen de vorst, wiens eenige misdaad gelegen was in zijn te groote /.wakheid tegenover een volk, dat zijn goedheid onwaardig was, voor de rechtbank zijner oproerige onderdanen. De afstammeling van zestig koningen, de roemrijkste vorstenreeks. die de wereld ooit had aanschouwd, de koning, die meer dan één zijner voorvaderen het heil van /ijn volk had beoogd, stond hier als een boosdoener tegenover rechters, /elf bezoedeld met al de misdaden, waarvan /ij hem onschuldig betichtten.
„Waar /jjn demisdaden van bodewijk XVI?\'\' had Faure in de Nationale Conventie uitgeroepen. terwijl hij er op wees dat de vorst, die vrijwillig een deel \\an /.ijn ge/ag op het volk overgedragen, de lijfeigenschap afgeschaft, «Ie standen des lands bijeengeroepen en den derden stand een reebtmatig aandeel in de openbare /aken gegeven had, geenszins den naam van dwingeland verdiende. „Waar /ijn de misdaden, waarvan gij hem beschuldigt, ik heb al mijne aandacht besteed aan de proces stukken, tegen hem gericht; ik heb er niets in kunnen vinden dan dt /wakheid van een man, die zich overgeeft aau elke hoop, welke hem geboden wordt om /i;n vorig gezag te herwinnen, en ik houd vol dat alle vorsten, die in hun bed gestorv en /ijn. schuldiger waren dan li ij.quot;
Ziedaar wat /elh een lid der Nationale ( on ventie had moeten bekennen, en toch, tegeu dezen koning was een acte van beschuldiging opgemaakt van -u artikels. Fier in het besef zijner Onschuld, niet vasten tred en opgerichten hoofde trad de ongelukkige monarch bir.neu iiiii /lt;• te aanhooren. Kalm en/acluimjedig liet hij den blik weiden over de vergadering zijner
V( )OR IK gt;N*I gt;1 kl\' JAKl .V.
dan moet hun het rood der si;haanite wel naar hel voorhoofd zijn gevlogen bij I.odevvijks krai luigr betuiging zijner onschuUl. Maar neen. de gewoonte der misdaad had alle rechts- en si haamtegevoel in hun binnenste verstompt, koud en gevoelloos zalen zij op hun banken nauwelijks hel oor leenend aan \'s konings verdediging;. vast besloten zirh door niets van hun moordplan te laten afbrengen.
Tot de formaliteiten van het srhijnproces behoordquot;.\' ook, dat den koning te zijner \\er iK duin.; de Indp van een drietal rei htsgeleerden werd te.\';, slaan. Verschillende knningsgezinden hadden zich edelmoedig daartoe aangeboden en als een gunst verzocht, openlijk legen do hecle Conventie de zaak van hun ongelukkigen vorst te mogen bepleiten. Me koning had twee hunner, den grijzen Maleslu-ibes en den edelen \'l\'ronchet als zijn verdedigers aangewezen en dezen hadden zich een jong advocaat, met nam ■ Pc-, ze. als pleiter toegevoegd. I\'en j;\' 1 I \'eermber verscheen de koning ten tweeden maf\' voor de Nationale Conventie, ditmaal \\ rgez.eld van zijn verdedigers. Te midden \\an |ileciitig stilzw ijgen, nam I )esèze het woord, en na de vergadering een oogenblik Ie hebben ; hindgezien, wierp hij zijn hoorders de verplet lerende aanklacht voor de voeten :
,,lk zn.\'k rechters onder u, en ik zie niets dan beschuldiger^
Met al den ijver, dien een zoo heilige zaak kon inboe/euien, met al het vuur zijner jeugdige geestdrift, met al de welsprekendheid, die het tdent iu een zoo gewichtig oogenblik ont wikkelen kan, toonde hij het ongelijmde der b •-(■huldigingen aan en daagde de rechters van 1,odewijk XVI Voor de vierschaar der geschie-denis, die op haar beurt hun oordeel zou uToordeelen, l\'evergeefs \' aan die versteende g \'inoederen vermocht het staal der vlijmendstc rede ge n enkele vonk van rechtsgevoel te doen ontspringen.
Toen d- advocaat geëindigd had, stond I,odewijk op en zeide, kalm als altijd:
,,Men heeft u daar de middelen mijner ver de(liging ontvouwd, ik zal die niet herhalen. I luii»s nil ik n hellicht voor de laalslr m aal loesprrek, verklaar ik u dat mijn geweten mij niets verwijt en dat mijn verdedigers n niets (i.m de waarheid gezegd hebben. Ik heb nooil evreesd dat mijn gedrag openlijk onderzo* ht /,iii worden ; maar mijn hart wordt verscheurd, ,i! . ik in de acte van beschuldiging de aantij ging verneem, dat ik het bloed des \\olk-gt; heb doen vergieten en vooral als ik zie hoe (h (iiiIkmIimi v im den ii \'gt; \\uguslii cm mij gt weten worden. Ik heken dat de ntemgvuldigi■ h. wij/en van de liefde voor mijn volk, die ik t allen tijde heb geueven, en de gedragslijn j
die ik gevolgd heb, mij toeschenen wél aan te toonen dat ik niet vreesde mij zeiven bloot te stellen om het bloed des volks te sparen, zoodat ik van een dergelijke aantijging verschoond j mocht blijven.quot;
Zou ook na die roerende betuiging van onschuld de vergadering nog ongevoelig blijven? Neen, de hoorders waren zichtbaar geroerd, de vervvoedsten bewaarden een eerbiedig stil zwijgen en in veler oogen zelfs blonken tranen. De voorzitter zag het, en vreezend dal die aandoening zich misschien in een ,,leve de koning!quot; uiten mocht, maakte hij schielijk een einde aan het tooneel, door den koning kortaf toe te voegen ;
.,(\'iij kunt heengaan.quot;
Nauwelijks had de koninklijke veroordeelde, die zijn rechters ondanks hen zeiven nog ontzag afdwong, de zaal verlaten, of daar braken de hartstochten, tot dusver door zijn tegenwoordigheid gebreideld, met toonielooze onstuimigheid los.
„Dat hij op staanden voet gevonnist worde!quot; roept de een. ,.Aanstonds stemmen.\'\'schrteuwt de ander, „opdat de natie wele of zij v rij mag j zijn, dan of dit een misdaad voor haar is.quot; Ken derde, I.anjuinais, maakt tegenwerpingen. ..Naar de .//\'/wtv met hem, hei is een royalist tiert de hoop. Hij poogt zich te verklaren, .diet behoud van den dwingeland gaat u boven \'nel heil des volks!quot; duwt men hem toe. Kn alles vliegt diiftig van de banken op, het gepeupel der tribunes mengt zk h niet de volksvertegenwoordigers. kerels met pieken en woeste wijven dringen binnen; zij worden op v leesch en brood getrakteerd, in afwachting dat hun eerlang hel hoofd des konings tot bevrediging van hun bloeddorst zou toegeworpen worden.
Den i f)(,\'\'i lanuari zou het bij hoofdelijke stemming uitgemaakt worden, door welke stral de ,,tiranquot; zijn misdaden zon uitboeten. Mei was zeven uren in den avond, toen de afroe ping der namen begon, die tot den volgenden avond acht uur zou voortduren^ Al dien tijd „i-leek dr vergadering een worstelperk van duivelen, die elkander een ziel betwisten. Geen Dante of Milton heeft ooit een dergelijk schouw -gt;pel Led\'oomd. lüj het vale schijnsel der lampen vvorlden en leiden de afgevaardigden op hun banken, met heftige gebaren en harls-io( hlehike uilroepen, als bezeten door den demon van den koningsmoord. In verwarde groepen scholen zij bijeen om elkander weder-keelig aan te hitsen en op le zweepen ofdron grn, naarmate de namen werden afgeroepen, naar het bureau om het noodlottige woord uil te spreken, dal over leven en dood van den la,listen der I ranschc koningen beslissen zou. liet gespuis van de tribunes bedreigde hen
TAFKRI r.LF.X l\'IT DK GROOT F, RF-VOf.UTIE. 107
|
met gebakle vuist, ,,/ijii dood of ik\' uwe!quot; krijsditcn zij niet van woede verstikte slem. lienden \\an kerels met pieken en slagersbiilen wachtten degenen ii|), die zich naar het stembureau begaven, om door een laatste bedreiging de weifel moedigen te overreden. Kanonnen waren door het gepeupel aangesleept en op de vergadering gericht, en niet de brandende lont in de hand, schreeuwde men den volksvertegenwoordigers toe: .,\\Vec u, /00 ge den tinm genade schenkt: zijn leven of het uwe!quot; Het was een overbodige aansporing: de meerderheid der Nationale Conventie verlangde niets anders dan den dood des konings. Van den beginne af was dit haar toeleg geweest. Wel bekruipt haar een geheimzinnige huivering nu het oogenhlik daar is om de misdaad te plegen ; maar de onderlinge ophitsing zal alle gemoedsbezwaren verdrijven. De een wil niet minder moedig schijnen dan de ander,en daarbij, het dreigend gehuil van het gepeupel perst bun onverbiddelijk het doodvonnis van de lippen, /.ij die inwendig nog aarzelen, terwijl zij zich naar de tribune begeven, ja zij, die zich vast hebben voorgenomen niet voor de schreeuwers te zwichten, zij voelen bij den aanblik der duizenden woeste gezichten, die hen aangrijnzen, de gebalde vuisten en opgestoken pieken, hun moed zinken, zij verbléeken en siamelen: ,,lk stem voor den flood.quot; /.00 \\aak dat vreeselijke woord ..dood \' weel klinkt, davert de zaal van barbaai die toejui chingen. Waagt liet een der stemmers, in plaats van zijn doodvonnis bij die der overi gen te voegen, van gevangenschap, verban ning of ook maar van uitstel der doodstraf te spreken, dan gaal er een storm van woedende kreten op en wordt hij van de tribune weggesleurd. Wie, om het eigen ge welen te sussen, het nnsdadige zijner uitspraak door rhetorisehe inleidingen poogt te beman telen, wordt in de rede gevallen en tot spoed aangespoord. I gt;e dood! de dood/onder meci. klinkl hun uit de zaal en Van de tribunes tegen, en in hun verlegenheid herhalen zij werktuiglijk: ,,lk stem voor den dood.quot; Orleans, de bloedverwant des konings, meent zijn misdaad nog met een hui. helachtig vernis te moeten bedekken. ,,Kukel en alleen bekommerd om mijn plicht,\'\'zegt hij, ,,en overtuigd dat al degenen, welke de souvereiniteit des volks aamanden of zouden aanranden, den dood verdienen, stem ik voor den dood.quot; |
\' )p het laatst echter verneemt men niets meer dan het enkele woord: ..de dood!quot; niet de eentonigheid van het gelui der doodklok telkens en telkens herhaald, tot opnieuw de avond neerdaalt en het lamplicht zijn rossen gloed werpt over de verbleekte gezichten der koningsmoorders. Kindelijk zijn al de namen afgeroepen, de stemmen worden geteld en het onverbiddelijk cijfer geeft tot uitslag, bij monde van den voorzitter uitgesproken : ,.ln naam dei Nationale Conventie verklaar ik dat de straf, die zij tegen bodewijk Capel uitspreekt, is de doods/faf Als een donderslag valt dit onherroepelijk eindvonnis in de thans doodstille vergadering, \'l Is of het besef der gruwzame misdaad op dat vreeselijk oogenblik al de schreeuwers v an straks met stomheid geslagen heeft, (leen loe-juiching, geen uitroep ; een zwaar beklemmend stilzwijgen hangt als een vloek op de vergadering. Te midden van die stilte treedt de advocaat I )eséze, clie mi l de andere verdedigers des konings in doodsangst den uitslag der stemming heeft afgewacht, lot voor hef bureau en leest een schrijven des konings voor: \'t is een laatste beroep der onschuld op de gerechtigheid. ..Aan mijne eer. aan mijne familie.\' dus luidt dal protesl, ..ben ik verschuldigd, verzet aan te teekenen tegen het vonnis, dat mij m t een misdaad bezwaart, die ik mij niet te verwijten heb; dientengevolge verklaar ik dat ik bij de natie zelve in beroep kom tegen het vonnis harer vertegenwoordigers ; bij dezen geef ik bijzondere volmacht aan mijne dienstvaardige verdedigers en belast opzettelijk hunne trouw, dit beroep aan de Nationale Conventie te doen weten door alle middelen, die in hunne macht zijn. en te vragen dat daarvan melding gemaakt worde in het proces verbaal van de zitling dei\' Conventie. \' lldel protesl Met vijl stemmen nigt; rderheid was een koning veroordeeld tot het schavot, terwijl volgens de wetten der Conventie zelfs een vadermoorder niet kon ter dood verom deeld worden dan met twee derden der stem men van het gerechtshof. I\'.n aan dat vonnis zou niets v eranderd worden. Voor di n ver-achlelijksten boosdoener was er recht; maar er was geen recht voor bodewijk XVI. |
XIK,
D- v? \'nt i ;i Jixjiivannia. — Testament VJII LoJewijk XVI. — f.aalstc ontmoeting met zijn f.e^in. — 7.\\]nr
• tot iL- i J.i.U. — Ue tocht naar hot schavot. He koningsmoord.
|
l)eraanifle misdaad zou ijJèsL\'. \'quot;dan eindelijk wonk-n \\oltrok ken. Het koninklijk slachtoffer, door Miraheau reeds hij de f)|)e-ning der Staten-Generaal aange-, wezen, zou ter slachtbank worden f \'quot;^n: ^ j,• ii.-lcid : cu ui;willig. /onder nun ,, V ■.\'.y :\'J ren. gelijk zijn goddelijke Meester, het groote /oenolïcr voor lt;le zon-dender w.reld, zott l.odewijk X\\ I ter dood gaan met de bede op de i\' .iicn, dat zijn bloed niet mocht komen over 1 rank rijk. i )i) Zondag, den 2Ccquot; Januari was iveiu met \'ut iilf htvcrtoon het decreet der Conventie voorgelezen, volgens hetwelk „Lodewtjk Capet, laatste koning der l\'ranschen, schuldig aan -.unenzwering tegen de vrijheid der natie en i sslag op de veiligheid van den Staatquot; op •t not zou worden ter dood gebracht, /onder te ontstellen of te verbleeken had hij het oraslachtig ingekleede vonnis aangehoord; alleen i\'ij het vernemen der Injschnldiging van -ane-n*werifg \'■-en de vrijheid der natie had hij een verontwaardigile trilling der lippen niet k.innen onderdrukken: maar toen hi j hoorde, dat h;j reeds den volgenden morgen sterven zovi. ,:leed er een straal van hemelsche blijmoedigheid over zijn edele trekken : hij voelde zich w iirdig gekeurd tot het martelaarschap. Kalm nam hij het det reet aan tiit de bevende |
handen van den minister, die het bad voorgelezen, vouwde het op en stak het in zijn brie-ventasch, waar hij een ander papier uit haalde, dat hij den minister verzocht, aan de Conventie ter hand te stellen. Deze aarzelde, doch de koninklijke veroordeelde stelde hem gerust, door hem zeil\' den inhoud van dat schrijven voor te lezen: ,,lk vraag een uitstel van drie dagen,quot; zoo las hij, ,,oi« mij te kunnen voorbereiden om voor (lod te verschijnen; ik \\ raag daartoe vrijelijk den persoon te kunnen spreken, dien ik aan de coinmi-.sarissen der gemeente zal aanwijzen, en dat die persoon beveiligd zal zijn tegen alle bemoeilijking wegens de liel-dedaad. die hij jegens mij zal verrichten. Ik vraag bevrijd te worden van de aanhoudende bewaking, die de algemeene raad sinds verscheidene dagen heeft aangebracht. Ik vraag in den tusschentijd mijn gezin te mogen zien als ik het verzoek en zonder getuigen. Ik zou wenschen dat de Conventie zich aanstonds bezig hield met het lot mijner familie en dat zij haar veroorloofde zich vrijelijk te begeven, vverwaarts /ij geschikt zou oordeelen. Ik beveel in de weldadigheid der natie al de personen aan, die aan mij verbonden waren ; er zijn er velen die met hun post heel hun vermogen verloren hebben, en die, daar zij geen inkomen meer hebben, in behoeftige omstandigheden moeten verkeeren. Onder de gepensioneerden |
I\' M KKH l.f.N\' UIT Dl! GROÖTF. KKVOf.U l\'IF.
|
zijn vck\' .urij-aards, \\ipu\\veii t\'ii kiiulcrcn, die niets anders liadden om \\;m t:e iicstaan.quot; Op dien luief \\oi vaderlijke bezorgdheid voor degenen, die hij achterliet, kreeg de koning tegen den avond ten antwoord, dal de natie, ,,altijd groot en rechtvaardig,quot; zijn verzoek betrefteiule het ontvangen van een priester inwilligde, dat voor zijn gezin zou worden zorg gedragen en aan de „schuldeischers van zijn huis\' liehoorlijke vergoeding zou uitgekeerd worden, maar dat betreffende de ge vraagde drie dagen uitstel de (\'onventic tot de orde van den dag was overgegaan. Slechts een enkele nacht alzoo was hem nog gegund om atschtid te nemen van al wat hem op aarde was overgebleven en zich voor te bereiden voor zijn vertrek naar de eeuwigheid. De priester, door hem aangewezen om bemin zijn laatste oogcnblikkcn bij te staan, de abbé I\'.dgeworth de I irmont, was reeds door de lt;\'lt;inventie ontboden en iipj wegnaar de ge\\an-genis. De minister Garat, die hem er heenvoerde in een rijlitig. door een escorte te paard omringd, en die ternauwernood spreken kun van ontsteltenis, kon niet nalaten onderweu hulde te brengen aan de waardige kalmte van den ter dood veroordeelde. \'froote (iod \' \' riep hij uit, ..met welke akelige zending heh ik mij belast ! Welk een man \' welk een herusting \' welk een moed \' Neen, de natuur alleen kan zooveel kracht niet geven,... Ilier is iets boveninenschelijks.quot; De priester zou het op zijn beurt ondervin den, zoodra hij. na eerst door de bewakers onderzot ht te zijn, door de verschillende wach ten heen, langs de trappen en gangen, met gewapende troepen afgezet en door geweldige grendeK afgesloten, eindelijk tot in het vertrek des konings werd toegelaten. Daar stond d vorst, kalm als altijd te midden eener groep leden van hel geineentehestuur, aan wier hoofd de minister van Justitie hem was komen aan zeggen dal de lerechtsielling onherroepelijk op den volgenden morgen bepaald was. „ Tot dusver,quot; zoo verhaalt de abbé l\'.dge worth, „was ik er vrij wei in geklaagd, de ver schillende gewaarwordingen te belieerschen, die mijn ziel bestormden ; maar op het gezicht van dien eertijds zoo grooien en thans z.oo nngelukkigen vorst, was ik mij zeiven geen mee-iter meer ; de tranen onlsnaplen mij ondanks mij zeiven. en ik viel hem Ie voet, zon der een andere taal te kunnen uilen, dan die mijnei smart. Dit schouwspel greep hem dui zendmaal sterker aan dan het decreet, dat hem zoo even was voorgelezen.quot; |
IV koning zeil kon zijn tranen niet weei houden; sedert lang had hij niets dan vijanden om zich heen gezien; het gedcht var een trouw onderdaan, dus getuigde hij, deed zijn gemoed \\ol-.( hielen, llij richtte den priester op en voerde hem naar het aangrenzende toren kamertje, waar hij hem naast zich deed neerzitten met de woorden : .. Thans moet ik mij dan, helaas ! uitsluitend bezig houden met de groote zaak, de eenig gewichtige zaak ; want wat zijn alle andere zaken, vergeleken bij die? Vergun mij intus schen nog eenige oogenblikken uitstel, want sttaks zal mijn gezin beneden komen.quot; Alvorens zich met de groote zaak der eeuwigheid bezig te houden, wilde hij eerst met de aarde alrekenen, eerst zijn geliefde gemalin, zijn dierbare kinderen, zijn beminde zuster voor hel laatst aan het hart drukken, ten einde daarna zich onverdeeld te kunnen wijden aan de belangen zijner ziel. In afwachting deelde hij zijn biechtvader alvast het testament mee, dat hij op Kerstdag had opgesteld, toen hij nog niet wist of hem in zijn laatste oogenblikken den troost van den godsdienst zou worden verschaft. Met christelijke kalmte en vaste stem las hij den priester dat zielroerend ■■tuk voor, hetwelk te recht het I \\angelie der koningen genoemd b, en den waardigen dienaar (iods de tranen uit de ongen perste: ..In den naam der Allerheiligste lirievuldi. beid. de- \\ aders, dr- Zoons en de-- I leiligen (i.estes. Meden, den 25 dag van December i7lt;)2: ik bodewijk, de X\\ Ie van dien naam. koning \\an frankrijk, met mijn gezin sedert meer dan vier maanden opgesloten in den TVw//,-toren te Parijs door hen, die mijne onderdanen waren; en zelfs sedert den 10«» dezer van alle gemeenschap met mijne familie beroofd; daarenboven in een rechtsgeding gewikkeld, waarvan de uitslag, wegens de hartstochten der menschen, niet is te voorzien, en waartoe men noch voorwendsel noch middel in eenige bestaande wet vindt, terwijl ik slechts Ood voor mij heb als getuige miim 1 gedachten en als dengene, tot wien ik mij wenden kan: ik verklaar hier in Zijne tegen woordigheid, het volgende als mijn laatsten wil en mijne gevoel-ns: ..Ik geel mijne ziel over aan (lod mijnen Schepper, en bid Hem haar in Zijne barmhartigheid aan le nemen, haar niet volgens hare verdiensten, maar volgens die van onzen lice! jesus t hristus le Oordeelell, die zich .ia: («od. Zijnen \\ ader, als offer voor ons menschen heelt opgedragen, hoe onwaardig wij ook. en ik als de eerste daaronder zijn. ..Ik sterf in vereeniging met onze heilig Moeder, de katholieke, aposlelijke. Roomsi iie Kerk. die haremacht in onaigebroken op\\ \'Igin , ontleent van den II. I\'etrus. aan wien |e 1 hristus ze had toe\\erti.gt;.i\\\\d , , Ik I d God, |
VOOR HO XI) KR I) JARI.X.
|
mij al miiti zonden te vor^ovc-n; mctdc gro0| 11■ n.inw r: -/i tlu.\'id heb ik die zoda\'ti te kennon. 1:\' \\i\'rloeien en mij in Zijne te^nwoorili^hciil i.\' aerootmocdigen. I):uir ik mij niet \\an den dienst eens katholieken priesters kan bedienen, zoo bid ik Ciod, de belijdenis, welke ik voor 1 Icm heb afgelegd en mijn diep berouw nan te nemen, voonumeiijk ook daarover, dit ik (ot rhoon t. i;, ii mijn wil) mijn naam geplaatst heb onder openbar? stukken, die in strijd kon den zijn nut de ttlc\'nt en het geloof der katholieke Kerk, aan welke ik steeds hartelijk en oprei ht verknoeht ben geweest.... Ik bid al degenen, die ik door onai htzaamheid mocht belecdigd hftbben (want ik herinner mij niet i -mand \\ «orbedarhti/lijk eenige belecdiging te heblx-n aangedaan) of degenen, wien ik sleehte v, oorbeelden of ergernis moe ht hebben gegeven, mii het kwaad te Aerge\\en, hetwelk zij ver • enen dat ik lie: zou kunnen toegebracht iv. bben.... Ik vergeef uit geheel mijn hart aan al de-enen, die mijne vijanden geworden zijn, /iMider dat i\'; Imn daartoe eenige aanleiding heb ueueven; /1« ds ook aan diegenen, Welke niij nit valsclien ot ku dijk begrepen ijver veel kwaads berokkend hebben.... Ik beveel Gode v.iine gemalin en niijiu kinderen, mijne zustiT, in ;ne broeders ■ n al degenen, welke door d hallden des hloeds of op eenige andere wijze ( ■ en ontfermenden blik op mijne vrouw, mijne kinderen en mi ine zuster te daan, die sedert Ung niet mij Jijden: hen door Zijne genade te ondersttnmeit. indi n zij mij verliezen en Z\' i-ilang zij op de/- \\ergankelijke wereld /uilen Alt; h, terwiil lt;i t -i.-rininnende echtgenoot en ■ .. ,| • /m-r ; n la-, w uirin hij zijn dierbare. , , gt;,,! quot;,i. gedacht, waarin Mi zijn u •inalin beider kinderen aanbeval, zijn y e .ii» \'.ktf bun tot een twe\'de moeder te we.\' Ti zei», ïM zij hun eigen moeder mochten ^ .. ,• ,quot;in e;ide vergifföfliis ver/ocht voor •. ; i lt;■ ! /ij o ziinentnille lijden moest, • ; , ti •• hart drukte, ingeval hij t , _ ne it iel ben koning te worden. . . . , e; ■ i i v. ,1 \' li dit las, venltiister- , ii tr.ii! ai .....eg en verstikte de aandoening yyn • in. Mao tien \\ \'rmande hij zich weer ü her\\ iUc de zïirj om aan het slot niet r htm iii ■ liefheid d betuiging zijjpier onschuld t herhalen; „Ik entd^ meid. verklaring voor ( id, c e im v ir II n iquot; v ischijlien, i, ,t ik mii g • ii d r misdaden te verwijten hel), W Ik ii n m : ten lasle le.;t |
Uet i, . ;\\\'.md aciit uur toen tie komst vin i koni e.. _ezin zon onderhoud met den b ■ Utvader k«.m afbreken. Hij had ver/ut ht, zijn betrekkingen zonder getuigen te mogen spreken i de natie, „altijd groot en rechtvaardigquot;, had hem dien laatsten troost geweigerd. Slechts in het eetvertrek, waar zijn folteraars gelegenheid zouden hebben, de gevangenen door de ramen te beloeren, mocht hij de koningin en de kinderen ontvangen. Cléry schoof de tafel op zij en zette stoelen gereed. ,,(Ie zult wat water en een glas moeten brengen,quot; zei de koning, in zijn vaderlijke bezorgdheid op alles bedacht: en daar Clérv enkel een glas bracht, wijl er reeds een kraf met ijs water op de tafel stond, voegde hij er bij: „breng wat water zonder ijs, want als de koningin van dit water dronk, zou zij er onwel van kunnen worden.quot; Met kloppend hart wachtte de ongelukkige vorst zijn lievelingen af. onrustig heen en weer loopend van de deur naar het torenkamertje, waar de abbé Kdgeworth was achtergebleven, om door zijn tegenwoordigheid geen pijnlijken indruk te maken op de koningin. Kindelijk, om half negen, ging de deur open en verscheen Marie Antoinette met haar zoontje aan de hand, gevolgd door madame Klisabeth met de jonge prinses. \\cii : welk een weerzien in het vooruit-irlit der wreede. onherroepelijke scheiding 1 bodewijk XVI wist dat hij die teergeliefde ei htgenoote en kinderen, die beminde zuster heden voor hel laatst aan het hart drukte, /.ij /elven \\ ■nnoedden maar al te wel, dat de dierbaie cnhtgenoot. vader en broeder, hun in het ongeluk nog duizendmaal dier bieider geworden, hun weldra voor altijd zou worden ontrukt Reeds sinds bijna twee maanden waren zij meedougcnloos van hem gesi heiden. en op dit oogenblik klemden zij hem aan de borst, als om hem nooit meer los te laten. In d ii irtstochtelijke uitstorting hunner liefde en smart konden zij geen woorden vinden om 1 gevoelens te tillen, die hun gemoed overstelpten. SI ei hts in tranen en bange kreten konden zij hun hart lucht geven en meer dan een kw irtier lang vernamen zij. die buiten de glazen d. uren stonden, ni i - dan één luid en aauhotldend eeschrei en gesnik, dat zelfs de hardvoi htigMe bewakers moest verteederen. Maar a\' h \' welk folterend wee doorvlijmde de ziel der arme vrouwen en kinderen, toen na de eerste uitbarsting der droefheid de koning hun abengs, in afgebroken volzinnen, met telkens door tranen gesmoorde stem, de gansche vreeselijke waarheid meedeelde, toen hij hun /eide dat hij morgen sterven ging ! I Ik woord, dat hij tot afscheid of troost trai lute te stamelen, verwekte een nieuwen tranenvloed, nieuwe onihelzingen en vervoeringen van liefde en smart, |
T.\\ l\'T\'RKKI.KN\' rif Dl (5ROOTI- R KVOI.l\'TIK
|
Dc koning h;ul den kleinen «lauphin ojj tie knie ge/et en tlruk te liet schreiende kopje tegen zijn borst; zijn dochtertje la,^ geknield xm zijn voeten, met het blonde lioofdje in \\aders schoot; Marie Antoiaelle hing liein aan den hals en Klisaheth had /ijn liand gegrepen, die /ij met onsierlijke teederheid oinklenide. Moe was het mugelijk, die innig vcrbunrlcn we/ens te si heiden ? I\'ai (och, de «akers achter de glazen deuren gaven hnn slachtolfer telkens een wenk, het toch kon te maken : hij moest zich uit de armen zijner dierbaren losrukken. Ach, veel luid hij hun nog te zeggen, maar do korte tijd, die hun voor liet samenzijn vergund was, liep ten einde; het was tien uur geworden; de koning stond op, én terwijl allen hem nog om klemden, deed hij eenige schreden naar de deur, „Ik verzeker u,quot; zeide hij, dat ik morgen om acht uur nog bij u zal komen,quot; „lielooft gij het ons?quot; riepen allen te gelijk. ,,|a, ik beloof het n.quot; „Waarom niet om zeven uur?quot; vroeg d koningin, „Welnu dan, om zeven uur.\'\' hernam d.-gefolterde echtgenoot en vader. „I\'.n nnlt;.\',quot;7/.\' ihficn Die laalsle woorden w enlenop zulk c i n liarl \\ ei scheurenden toon geuit, dat allen opnieuw In snikken uitbarstten. I )e jonge prinses viel, uitge put van smart, bezwijmd op den drempel neer. Clér\\ riehlte haar op en hielp madame l;.lisal)eth haar ondersteunen. De koning kon dat schomvspel niet meer aanzien ; nog een laatste omhelzing, nog een laatste kus tot afscheid en hij strengelde zich uit hun armen los, under den laatsten afscheidskreet: ... /./gt;// Reeds was hij in zijn torenkaniertje hij den abbc halgeworth teruggekeerd, toen nog hel luid geschrei zijner dierbaren hem in de ooren klonk: «Ach, mijnheer!quot; riep hij uil, „welk een samenkomst is dat geweest \' Moet ik dan zoo teer beminnen en zoo uvr bemind wor- | den.,.. Maar het is nn voorbij! Vergelen wij al het overige om slechts te tienken aan de groote zaak ; zij alleen moet op dit oogenblik al mijn gevoelens en gedachten vereenigen.quot; I\'.n tot iaat in den nacht hield de ter dood veroordeelde, thans los van alle aardsche handen, zich uitsluitend bezig mét de groote zaak der eeuwigheid, /.ijn biechtvader had hem een laatsten troost toegedacht, dien de arme ge varigene niet meer had durven hopen; bij wilde hem, als teerspijze op de groote reize, sterken met de II. Communie. Daartoe was echter de toeslemming valt den raad noodig, die aanvankelijk legenwerpingeu maakte, voorgevende dat de priester op die wijze den ko ning zon kunnen vergiftigen. Hij ontzenuwde echter dit bezwaar door voor te stellen, dal |
de bewakers zeiven hem het benoodigde zouden verschaffen om den Volgenden morgen in den Trmpu- hel Misoffer op te diagen. Kind lijk kreeg hij de gevraagde toestemming onder beding dal hij een schriftelijk request daartoe zou opstellen en dal de heele plechtigheid uiterlijk om zeven uur zou atgeloopen zijn, | „want op klokslag van ac.ht uur.quot; werd er bijgevoegd, „luo.-l I .odewijk ( apel naar de plaats voor zijn tetvehlstelliug \\eilrekken.quot; W elk een \\ reugde \\ oor den kpninklijki.-n lijder, toen hij vernam dat het hem vergund xou zijn, ahorens hel schavot te bestijgen, in f zijn kerker den goddelijken Meester te ontvangen, die in de eenzaamheid der gevangenis zijn eenige toeverlaat en troost was geweest en hem nu, als in persoon, kwam bemoedigen tegen den grooten slrijd door hem te spijzen met zijn Vleesch en liloed, (!■■ „versterking dergenen die in den Heer stervenquot; en het „onderpand der toekomstige heerlijkheid !quot; In die blijde verwachting leg«le hij zich Ier ruste en sliep dien laatsten nacht den genisten slaap des rechtvaardigen. Van uit het aangrenzend vertrek, waar de priester eenige uren rust nam op het bed van (\'Icry, diezelfden korten nacht op een stoel doorbracht, vernamen zij de regelmatige ademhaling van den ter dood veroordeelde. Om vijl uur moest de trouw kamerdienaar hem wekken. ..Ik heb goed geslapen,quot; sprak hij bij zi|n ontwaken, ,.ik had er behoefte aan ; de dag van gisteren had mij vermoeid,quot; Terwijl de koning, na zich gekleed te hebben, nog eenige oogenblikken met zijn biechtvader in hel torenkainerlie doorbracht, -c hoof t ien een latafel tot midi! n in de kamer en bereidde die tot een altaar, waaraan de pri\'-ter hel Misoffer kon opdragen. De benoodigdh den daartoe waren om twee uur in den nacht gebracht, en Clérv zou als misdienaar dienst doen: daar hij de antwoorden niet van builen kende, had de koning hem die gewezen in i n geliedenboek, waaruit hij ze kon oplezen. Daarop zeil een boek nemend •, knielde hij neer en volgde in de ili -pste illgel i ;cilheid .1-• heilige handeling aan hei alt .n D bewakers, die al de toebereidselen hadden gadegeslagen, hadden zich op het oogenblik. dat h«-t heilig offer een aanvang nam, \\erwijderd, «ai de plechligste stilte he(asc!it( in de sombere ge\\an-enkanier, waar weldra de Koning \\an hem. 1 en aard neerdaalde, om den laatsten der ..allerch; iste lijkste koningenquot; le sterken voor den doodop hel schavot, bodewijk W\'l ontving zijn \\ ; losser niet de heilig\' aandoening van d-.i Chrisieii, die il ■ . ali..gt; hoop ko. ^terl. u; idra door den dood voor ceuvvu mei ;n (;,gt;d \\ eeliigd te worden. Was lie! luet ol znn.g\'Kld. |
VOOR HONDKRI) JARl\'.X.
|
lijke X\'oor-angcr in den oftWilocid hem tol vDlccn wenkle met do woorden: Houd moed, mijn zoon, heden zult ge met Mij zijn m hei Paradijs \' . , , i Na \'afloop van het Mihofter verzocht t lerv /ijn koninklijken meester geknield om zijn /.\'■gen. De koning drukte den trouwen dienaar aan zijn hart en zegende hem met al degenen, ,lu- hem verknocht waren gebleven. Daarop lielasttc hij hom mot hot overbrengen zijner laatste groeten aan zijn geliefde betrokkingen. ..Overhandig dezen stempel aan mijn zoon, /: i hii, „en dezen ring aan do koningin, /eg haar dat ik hem met leedwezen afleg.... 1 gt;ii pakje bevat haren van boel mijn familie ; stel haar dat ook ter hand. /.eg aan de koningin, aan mijn lieu; kinderen, aan mijn zuster, dat ik beloofd heb hen dezen morgen te zullen weerzien, maar ik heb hun do smart van zulk een wreede x heiding willen h.-paren. Moe zwaar valt hot mij. te moeten heengaan zonder hun laatste omhelzingen....quot; Hij wischto eenige tranen af en voegde er (i|i smartelijkon toon bij ..t Icry, ik belast ii met hun mijn laatst v.uarwcl over te brengen. C.aarne bad hij hun, als de eenigo erfenis, dio bij hun kon nalaten, conige lokken van zijn haar bezorgd, en tot tweemaal toe liet hij om oen schaar verzoeken, doch die werd hem door do bewakers geweigerd, onder voorgeven ,i.it hij die wellirht als een wapen gebruiken ZOU, om do hand aan zich zeiven te slaan. „1 loc bedriegen zo zich,quot; riep do \\orsi uit. ..ais zo moenon dat ik het op mijn leven zou toeleggen.... Niet ik zal mij van hot loven be* romen. Mijn (\'.od,quot; voegde hij er bij, ..wat hen ik gelukkig, dat ik mijn godsdienstige beginselen heb . 11 zon het zonder d • met mi\'i gestold zijn? Maar dank aan die beginselen moeT thans do dood mij zoet schijnen.., O zeker, er beslaat hierboven oen onomkoopbaar Rechter, die mij wol de gerechtigheid zal weten te verse haffen, welke de menschen mij weigoten. Inmiddels drong het eerste schijnsel \\an den grauwen winterdag binnen do soniliere kerker-muren door, en weerklonk hot gerollel dev trommen, die al de troepen binnen 1 anj^ond\' \' d\' wapenen nopen, D koning leende oj.l • t aid, maar kalm hot ■■or: ..Da1 i zo^sei ■! nationale uinle, ihe bijeenkomt. zei iuj. en toen bij w,U later het getrappel der paarden. P t gedreun van hot ge-ehnt oil de stemmen der c ommandeerende oflicievcn vernam, merkte lilj ev-\'i beilaard 0]gt; ..liet selujnt dal Vannen.quot; M iar zii, \' die Ivm moesten \'nal. n. 1; idlcrloi Mjorwendsels aan zijn deur geklapt, en ,1.- a!gt;\'ié l \'.d.eworth sidderde oogenblik, dat hol ■le laatste, de \\ re -.olijke boodschap zijn |
zou. De koning echter ging zonder de minste gejaagdheid naar de deur, gaf bescheid aan riogonon, die hom aldus kwamen storen, en koerde weer bedaard tot don priester terug. Kindelijk verscheen Santerre aan het hootd van zijn troep om don veroordeelde af te halen. Ik ben gereed,quot; hernam de koning met waardigheid ..wacht mij daar, binnen eomge minuten ben ik bij u. Nog eenmaal ging hij zich aan de voeten des priesters werpen. ,, „Alles is volbracht,quot; sprak hij. .,geet mij uw 1 misten zogen en bid tïod dat Hij mij steune tot het einde.quot; ■ , ■ . Toen stond hij op en ging mot edele lier heid don troep te gemoet ; hij had een gevouwen papier in de haridquot;, zijn testament, dat hij een dor voorste mannen verzocht, aan de koningin ter hand te stollen. „Dat gaat mij niet aan,quot; antwoordde de revolutieman\', die eenmaal een priester was maat mol hel gewijde kleed tevens alle mens. hotijk gevoel had afgeworpen ; „ik ben hier niet om uw boodschappen aan te nemen, maar om u naar hot schavot te brengen, \' bedaard wendde do koning zich tot een ander, hom verlof gevend het papier in te zien en er bijvoegend dat het beschikkingen behelsde. die hij wenschte dat ter kennis dot gemeente zouden gebracht worden. Deze nam hol stuk aan. liet was een gure wintermorgen en ( lory \\ roesde dal. zoo de koude /ijn meester mocht doen huiveren, dil aan vrees voor den d.....1 /,,u worden toegeschrevon. Hij bood hem daarom zijn mantel aan. maar do koning verklaarde e; geen behoefte aan le hebben en v-a langdi enkel zijn hoed, ( lory moc.il zijn nv osior niet wrge/ollcn om lu-m op lu i scha-sot behulpzaam te zijn. ..De heul is goed ge- ...... voor hem,quot; hadden de bewakers gezegd. en voor hel laatst drukte do koning dus zijn trouwen dienaar de hand, aan de omstanders ■ vr/ookend, dat deze zijn diensten mocht bin- ven wijden aan zijn zoon. m \\sv \'quot; gt;prak hii lt;laarlt;gt;i» lot Sanierre, en\' aan den voet der trap den concierge Mathey onimootend, die hom daags f voren doorzijn onbeschaamde bejegening een bestrallen I woord had ontlokt, zeide bij : „Ik ben gisteren wat driftig tegen u geweest. Mat he v, va .. ■■ef hot mii.\' Maar de kerel draaide hem den rug toe. Ie midden der mannen van .santerre ging de koning thans bet eeisto voorplein o\\er en keerde zicli tot tweemaal om. ton einde een laatsten blik te werpen op die muren, welke ill.-s bev.Ul-ai wat ■ ui di-rbaar was. Daai binnen pijnden zijn gemalin en zuster niet de. |
tafkrkkt.kn1 rrr dk grootr revoi.utie.
11 :i
|
arme kinderen zich af in smachtend reikhalzen naar zijn komst. Helaas, nimmer zouden ze hem op aarde wederzien. Aan den ingang van het tweede plein wachtte den koning een rijtuig, waarin hij niet zijn biechtvader plaats nam tegenover twee gendarmen, die bevel hadden hein bij de minste beweging tot zijn ontzet neer te schieten. Het was namelijk ruchtbaar geworden dat een aantal jonge edellieden het stoute plan hadden gevormd, hun koning uit de handen zijner beulen te bevrijden. Maar er was wel voor gezorgd, dat die edele toeleg verijdeld werd. Honderdduizend gewapende mannen waren op de been om den beul zijn slachtoffer te verzekeren : in driedubbele haag stonden zij opgesteld langs heel den weg, dien de sloet volgen moest. Celaden kanonnen waren aan de kruispunten der straten opgesteld, en met de bran dende lont stonden de kanonniers gereed ze op het minste verdachte gedruisch af te vuren. Niemand, die geen deel uitmaakte van de gewapende macht, mocht zich op den weg vertoonen : al de huizen waren gesloten j uan-neer de koning een blik uit het portier wierp, aanschouwde hij, zoover zijn oog reikte, slechts blanke sabels, bajonetten en pieken. Zestig trommelslagers gingen zijn rijtuig vooraf ten einde door hun dof gerommel eiken niogelijken kreet te smoren. Het was een onnoodige voorzorg : behalve enkele roepen om genade, op het oogenblik dat de veroordeelde in het rijtuig stapte geuit, maar onmiddellijk onder het rumoer verdoofd, werd geen enkele uiting van leedgevoel ol toejuiching vernomen. Met starre blikken en roerlooze trekken staarden al die duizenden voor zich ; wat er ook in hun binnenste mocht omgaan, niemand waagde hel cenige gewaarwording te uiten. I .oodzwaardrukte op heel l\'arijs het vreeselijke gewicht van den i hrik. IK andeis zoo luidriichtigi stad scheen niet stomheid geslagen. Akelig weerklonk dooide holle straten het geroiu-l der troinnien, het getrappel der paarden, de regelmatig dreunende stap van het voetvolk, heel het doffe gedruisch van dien ontzaglijken sloet, welke daar zwij gend en somber voorttrok onder de grauwt: winterlucht, als een vale doodshher uitgespreid over de stad der koningen, die haar laatsten koning naar het schavot zag Mieren. I wee volle uren duurde de bange tocht, en de koning maakte z.ich dien tijd ten nutte om in het brevier van den priester de psalmen Ie lezen, die deze hem als het meest toepasselijk op zijn toestand aanvvee-. luenals koning 1 )avid zuchtend ovei de ongerechtigheifl zijns volks en de verdrukking zijner vijanden, verhief hij met hem uit de diepte der vernederii g zijn stem tot den Cod zijner vaderen. |
I.indelijk had de stoet hel plein voor de Tuilerieen bereikt; daar, in het gezicht van het paleis zijner voorzaten, vlak voor het omvergeworpen standbeeld van 1 .odewijk XV, dat eertijds zijn naam gaf aan dit plein, nu phuc dr hi Rcx-obttioH gelieelen l), op de plek waar thans een eenwig schreiende fontein onop-liottdelijk het plaveisel schijnt te willen schoon wasschen, daar was de guillotine opgericht, waaronder I.odewijk \\\\ I het hoofd zou laten. Rondom het schavot was een groote open ruimte gelaten, in het rond met kanonnen afgezet, en buiten dien kring strekte zich een onmetelijk woud uit van stalen bajonetten. Zoodra de veroordeelde uit hel rijtuig slapte, werd hij omringd door een drietal beulen, die hein wilden ontkleeden. .Maar hij wees hen met waardige liefheid al, ontdeed zich zelfvan bovenkleeren en halskraag en sloeg den boord v an zijn hemd terug. Daarop wilden de beulen hem binden ; maar opnieuw trok hij zich ver ontvvaardigd terug, verklarende dien smaad nooit te zullen gedoogen. Met geweld wilden de beulen hem thans aan de onteerende kneveling onderwerpen. I,odewijk XVI wierp een onder vragenden hlik op zijn biechtvader. „Sire,quot; sprak deze met tranen in de oogen, ,,iii dien nieuwen hoon zie ik slechts een laatsten trek van gelijkenis tusschen Uwe Majesteit en den Cod, die weldra uw belooning zal zijn.quot; 1\'e martelaar der oiigerechliglieid hief den blik ten hemel, en zich daarop tot de beulen wendend, zeide hij ; ..Doe met mij wat gij wilt, ik /al den kelk tot den bodem ledigen.quot; lt; gt;p den schouder van zijn biechtvader g.-leimd, besteeg hij vervolgens met moeite de steile trappen van het schavot, en, zoo verhaalt d priester, ,,ik vreesde een oogenblik dat zijn moed begon te verzwakken : maar ho ■ verbaasd was ik, toen ik hem, aan de bovenste trede e. komen, om zoo te zeggen uit mijn handen zag ontsnappen, niet vasten tred heel de breedte van hel schavot overschrijden, door zijn blik alleen vijftien of twintig trom mei slagers, die tegenover hem geplaatst waren, het stilzwijgen opleggen en. met zoo krachtige stem dat ze lot den ronl- \'l\'oiinhvt/ kon verst,an worden, duid, lijk die eeuwig gedenkwaardige woorden hoorde uitspreken : „l-ranscheti, ik steil onschuldig aan al d-misdaden, die men mij ten laste legt. Ik vergeel den bewerkers van mijn dood, en ik hal 1 i■ ii i. il,ii net bloed, dat eij i, i 1 * \\ gieten, nooit koine over frankrijk.... Hij wilde er nog meer bij voegen t maar San -ten e kwam met de blanke sabel aangedraafd en I) ril) het iquot; ; ik ! !, I\' t , . 1 i , i „ |
VOOR TTOXDKRI) JARI\'.N\'.
|
gaf dun tiDinniclslagors cxn toeken; ouniiiklcUijk smoorde het geroffel de slem van den onschuldig veroordeelde, maar luide en plechtig klonk boven het gcdruisch het woord van den priester: „Zoon van den 1 Uiligen Lodewijk, stijg ten hemel Iquot; Van aandoening overstelpt, zeeg de biechtvader neer en ontwaakte eerst uit die be/.uij-rning, to-.-n hij zijn gelaat met iets warms voelde besproeien. Het was hel algeliouwen hoofd van den koning-martelaar, dat, door den beul het schavot rondgedragen om het de menigte te vertoonen, den priester met de nog lauwe bloeddrnppelen besprenkelde. |
liet losbrandend geschut verkondigde aan de verste voorstellen dat „het hoofd van den tiran was gevallen,quot; maar verstomde ook het ,,l,eve de republiek!quot; en sloeg de omstanders met vreeze en beven: het scheen de donderende stem van het hemelsehc gericht, dat wraak riep over den koningsmoord. |
W L oK
, (.gt;
, v •
\'O \'
r \\
■ lUO ■
O));.
XX.
Ilct sclinldiewiml m Je prnviiK-ic — )),• il.uipliin aan lijn nine,ter ontnikl. -- He lconlii:\'lii ovei ■\'■l.r icl\'t iic i.onciergene. — llanr veiscliijning voor Uc rcvoliiiioniiaire rednbaiik. — lh.tr il ini\'.
om ten holdon.
gen niet als Satlirnns haar eigen kinderen verslinden.
Het leed niet lang of in do Conventie zelf | gingen kreten op, die do hooiden oischten van i oen dertigtal haier eigen loden, bosohuldi-d van „gematigdheidquot;: In al vielen die hoofdoii mot onmiddellijk, de dag daartoe zon weldra onu\'ii. M;irat luMhaild.- lederen morgen in /ijn bloodadoniondo panilletton : „Tot heil des lands moeten tweehonderd duizend hoofden vallen,
l\'.n otschoon door een kwaadaardige ziekte aangegrepen, verteerd door vurige koortsen, lt;
M.nat in /ijn badkuip kwam tr, f-jen, zoodat hij ten slotte zwom in zijn eigen bloed, gelijk hij zich totdusvor in dat \\ an andoren had gebaad, verloste frankrijk wol \\an dil uan gedrocht, maar niet van het ontembare inons!, r dor revolutie, hit soiieeji als do hydra, dor
de stokende, pijnen, had hij papier, pennen on inkt bij zich om zijn lijsten van verdachten op te maken en te zorgen (lat do guillotine steeds in werking bleef. Do dolk \\au (\'harlotto
ordav. die /( »»)( I
indclijk dan Iku! do revolutie yicli het oft\'er zien toe\\ver|)(jn, waarop ze \\an den beginne liad gevlamd : liet hoofd des konings «as gevallen. W as thans haar onverzadelijke bloeddorst l)evre-digd ? I le\'aas, e\\ eninin als do quot;fïv \'K\'(io bogoorto van don tijger, liij eenmaal menschen-bloed heeft geshir))t. liloed. altijd meer bloed zou zij oischen, slotte, \\olgens het woord vaneen liarer den d\\voo|)zioken Vergniaud, te eindi-
tc
de hem duongon een groot gedeelte van den dag in hot bad door te brengen, bloei het monster al de kracht, die hem nog was overgebleven, nis|uniK.ii tot vovdelging zijnor inodeinonsohen. Aaa- t het bail, waarin hij verademing zocht voor
VOOR riONDUlD JARl-N\'.
1 1 •\'
|
faUc-l slights een /ijncv koppen te verlie/cn, „m er tien, twintig \\oor in de I\'lants op te steken, die niet vernieuwde ielheid dood en verderf braakten. W ij /uilen hier niet uitweiden over \'Ie \\ ,i woede slachting, die geheel Frankrijk mét lijken be/aaide, daar alom de bevolking m op-stand kwam te-en het schrikbewind der lt; on vi ntie en de/e, door de vijanden van binten en door de c m!li -rcrolulionnanes van binnen tr uelijk bestookt, haar legers mt/ond om eiken weerstand te vuur en te zwaard te onderdrukken. . Overal weerklonk de kreet van het oude, trouwe I- rank rijk: „l.eve de koning: als een | maehtig protest tegen de gruweldaden der ko „ingsmoorders: maar, helaas, in gt;trooinen bloeds wta\'d die kreet gesmoord. , , . , , \\ m den eenen uithoek des landgt; tot den anderen, van het koele l\'.retagne tot het zoe e /iiiden woedde de burgerkrijg, rookten ( e slagvelden, stroomde het bloed en steeg oe w ihn der\' platgebrande steden en dorpen ten |1(!mcl. I n die broederoorlog was nog mets in vergelijking der hloedtooneeleh, welke op lei eie /egeiiraal van de legers der l onventie volgden \\is de veldheeren der republiek, aan het hoofd hunner troepen, een overweldigde stad binnentrokken, dan lieten /ij de ginllotine voor zieli uitdragen, en het vree--lijke moonltmg. op liet vi.ornaainste plein lt;.pg.\'n ht. bleet /onder op-honden in werking. Te l,von werkte de valbijl vier en twinli. dagen lang om opruiming te honden onder de .es duwend gevangenen, die in de kerkers den dood verbeidden. Meel de stad, die op bevel der Conventie werd omvergehaald, droop van dc slaehting; het water der Kli .ne w -rd er door verpest ; tot ver m ,u.n ()lntlvk vw i\'d de lueht verontreinigd door de menigte onbegraven lijken. Ie Nantes moordde men /o .lang tot (le beu en vernn.eid van 1quot;■\', slachterswerk, een gemakkelijker mio- ,H van verdelging bedaehten. Hun aanvoerder de helhond lt; an ier. kwam op het dem; ■ el., -zijn slaehtollers bij hondenlen te verdnnkeu ; hij vond de vreeselijke klej-sf limten int (/gt;/ fnui.x a soupa/gt;,) die na de veroordeelden lot midden on de Ix.ire te hebben gevoerd, op een cegeven leek en haar luiken openden en naai • \'eheelen inhoud van levende mensehen in het diep van den stroom uitstortten. L ren \\ei spuwde de rivier, verzadigd van lijken, de mge zwolgen prooi weer op de oevers mt, als walgde zij van het aas baar opgedrongen dooi de n barbaren, die haar spottenderwijze den flenrr rr. olittionnaii e noemden. Mnr genoeg vaii al die gruwelen, hier slei;hts |
even aangestipt ten bewijze dat het hoofd des koning d-U onver/.vWijken honger der revolutie eer geprikkeld dan gestild had. Kecren wij naar \'den Temfik terug, en aansebonwen wij daar, als het omfloerste beeld van heel het i\'efolterde frankrijk, die ontroostbare weduwe van I,odewijk X\\ I. met haar arme kinderen, wier lot alleen haar deed sidderen voor den dreigenden dood, dien /ij als den verlosser van alle aardsehe leed verbeidde. \\eh ! /00 mijn kinderen mij niet meer no\'odig hadden,quot; /nehtte /ij tot haar engelachtige gezellin, de vrome Klisabeth. ,,/011 ik be read zijn aanstonds te sterven. /00 ik vóiir 11 mueht\' heengaan, zult gij mijn plaats bij hen innemen, niet waar? L w broeder is gelukkiger dan wij ; hij is van alles bevrijd.\' Ook\'zij zou weldra bevrijd worden; zijhad er een voorgevoel van, en dagelijks had /\'.j in l\'.lisabeths gebedenboek het gebed om de genade van een zaligen dood. Maar alvorens ook voor haar het uur der verlossing slaan zou, moest /ij den kelk des lijdeus ledigen tot den bittersten droesem, /ij had geleden als vorstin, als vrouw, als eehtgenoote, maar het grievendste zou /ij worden gefolterd in haar moederhart, \\a haar den dierbaren gemaal ontrukt te hebben, begreep de vindingrijke haat harer vijanden dat er geen wieeder pijniging tegen ;i:i:u kon uitgedaeht worden dan de scheiding \\an haar /0011. Ken decreet dei t onventie gelastte dat de ..jonge Caiwtquot; van /ijn betrekkingen /011 worden geseheiden en opgesloten in den veiligstcn schuilhoek van den kerker. Hij het vernemen van dit barbaarsehe beshut stmid de koningin een w ijle als verplet. Sedert lang had /ij /ich op l.et ergste voorbereid, maar deze wreedheid, neen. had ze niet voorzien. /.00 men haar had komen aanzeggen, dat /ii onmiddellijk ter dood moest gaan. het zou haar niet aldus ge tr oft en hebben. Na van den eersten schrik bekomen te /ijn er, het noodlottige bevelschrift nogmaals door-Ie/en te hebben, wierp zij zich op het bed. waarop de jonge prins nog rustte, en riep m vertw ijfeling uit ; ..Neen, gij zult hem mij niet ontrukken ; doodt mij liever dan mij te scheiden van mijn kind.\' „Hem zullen we onder uw oogeti dooden, i|s ••ij u niet onderwerpt aan de wet, herna-;iu.,r de handlangers der (\'onventie met vei pl •tierende koelheid. Die lgt; ■ Ireiging bracht de moeder tot bedaren. Gelijk da vrouw\'voor Salomons gericht koos zij voor zich het wee der scheiding boven den dood van haar kind. Was zij straks opgevlogen als •en leeuwin, wie men haar welp ontrukt, thans K-sproeide zij haar lieveling met tranen. Het knaapje bad en smeekte haar, hem toi.^ met |
MM
TAKKRKKI.KN UIT DH CROOI\'i\', REVOMTIIC
|
over tc IcviTi\'ii ;t:in (K\' iiiaiinon der (lonwnlif. lt;iie zijn armen \\;uler op het scliavot hadden gebraeht. Met bloedend hart moest /ij no-pogen het kind genist te stellen en te troos ten. Zij kleedde hem voor de laatste maal, streek zijn zachte blonde haren glad en gat hem eindelijk over aan die onverhiddelijke mannen, hen onder tranen bezwerend, loeh medelijden te hebben niet haar seluildeloos kind. ,,lk verzoek de gemeente,quot; sprak zij nog op het oogenblik dat de mannen reeds op den drempel slonden om met haar lieveling te ver trekken, „mij te veroorloven, dat d^ eenmaal per dag mijn zoon zien mag, in tegeinvoor-digheid van getuigen, terwijl hij aan tafel zit; ik zal hem niet omhelzen, zelfs niet toespreken.quot; I gt;e onverbiddelijke raad vernam dit moederlijk verzoek en..., ging tot de orde van den dag over. I oen de arme moeder aldus de laatste hoop zag vervjogen, ooit weer de lieftallige tiekken van haar kind te aanschouwen, barstte zij in snikken en tranen uit en deed de kerkergewelven van haar smartkreten weergalmen. \'I evergeefs poogden de jonge prinses en madame Klisabeth haar te troosten, (ielijk kachel wilde zij niét getroost worden, omdat haar kind haar ontnomen was. Ken maand later, den 2equot; Augustus 179^, werd de koningin plotseling opgeschrikt uit haar eersten slaap; men gunde haar slechts enkele oogenblikken om zich, in tegenwoordigheid dei ruwe kerels, te kleeden en haar dochter en zuster vaarwel te zeggen. ,,Ach (lod! jammerde de wreedaardig gefolterde,^ ,,moet ik alweer scheiden van wat ik liefheb! Maar de vertwijfeling ziende van baar arme dochter, deed zij haar smart geweld aan om het kind gerust te stellen. ...Mijn kind,quot; sprak ze, ,,uw tante blijft immers bij u.... en ik kom terug.quot; ^ Jk kom terug ! Ach, met den mond had zij het woord uitgesproken, maar haar hart zeide het tegendeel. Neen, zij zou haar dierbaren niet meer terugzien. Kn geheel verslonden in haar smarl, hoorde /ij het niet, hoe men haar waarschuwde bij het doorgaan der lage kerker-deui te bukken. Zij stiet zich het hoofd tegen een balk, maar op de vraag of zij zich bezeerd had. gaf zij ten antwoord : )ch, in den staat, waartoe ik gebracht ben, kan niets ter wereld mij meer bezeeren Iquot; De ongelukkige bedroog zich, de wreedheid zou wel folteringen weten te bedenken om baar tot in de teerste vezelen harer ziel te pijnigen. liet sloeg twee uur op al de torens van Parijs, toen M.nb Antoinette in de nachtelijke |
duisternis over de sombere binnenpleinen \\.in hel akelig kerkerslot word gevoerd. Ken rijtuig wachtte haar aan den ingang ; een viertal b ambten stapten met haar in, terwijl veertig gendarmen met de blanke sabel de huurkoets omringden, die in vollen draf wegratelde. aarheen zou zij de koninklijke gevangene biengen ? Naar het schavot? Neen, eerst wachtte ile (liep vernederde vorstin nog een veel sma-delijker gevangenschap, liet rijtuig bracht haar naar de vunze kerkerholen der Conciergeric, in de kelders onder het paleis van lustitie, op dat oogenblik volgepropt met gevangenen. In een afgelegen vertrek, waar het behangsel, dat de sporen vertoonde van gele leliön op blauwen grond, aan flarden bij de vochtige muren neerhing, was echter nog plaats voor haar, die eenmaal onder goudgeleliede draperieön had gerust. 1 hans was een strooleger voor haar gespreid, maar de voormalige bewoonster der I iiilerieC\'n sloeg er geen acht op: het eigen lot deerde haar niet meer ; zij leed slechts in haar kinderen, loch kwam er geen klacht over haar lippen, en toen de mannen de grendels achter haar hadden dichtgeschoven, knielde zij neder naasi de ellendige legerstede en smeekte Cod, dal Hij haar sterkte geven mocht 0111 alles ie dragen, wat llij over haar mocht besloten hebben. Zoodra hel eerste b\'eeke schijnsel van den nieuwen dag in haar kerker doordrong, zag 1 zij de deur plotseling geopend en twee gen darmen binnentreden, ,,\\\\at wilt gij van mij?quot; vroeg de keizers dochter, die haar leven gesleten had in paleizen, en wie thans zells de ellendige gevangenkamer zou betwist worden. .A\\ ij hebben bevel hier te blijven en het oog op 11 te houden.quot; ,,lloe! ik zal zelfs niet alleen mogen zijn?\' ..We zullen een scherm in de kamer zetten; dat is al mooi genoeg.quot; 1 lt;\'od. stamelde de zwaarbeproefde in siilte; ,,ik breng I ook die nieuwe kwelling ten oiler (reet mij de kracht der berusting,\'\' Me Koningin van frankrijk zou voortaan haar kamer hebben te deelen met een paar j ruwe mannen uit het volk. wier luidruchtig gebabbel of onbetamelijke scherts zij den gan-schen dag moest aanhooren. Haar gebeden en j overpeinzingen zouden gestoord worden door I het gelach ot gevloek dier bewakers, welke zich in de nabijheid der edele gevangene den tijd met kaart- of dobbelspel verdreven, terwijl ze het lage vertrek met den walm hunner tabakspijpen vervulden. Celukkig waren die I gendarmen niet altijd zoo onbarmhartig als Robespierre wel gaarne gewenschl had. Het I ongeluk der outtiuond.\' vorMin. der b - .olde |
VOOR HONDKRD JA Ilt;(\'V.
|
moeder bleef op die Vereelte gemoederen niet xonder uitwerking, /.ij besiaarden haar soms de voorgeschreven gestrengheden, bereidden haar . kleine genoegens of lieten personen tot ha:ir loe, wier medelijdende toespraak haar kon 1 opbeuren. In (lat geval waarschuwden /ij de lic/oekers steeds, baar toch niet te spreken van haar kinderen, want dat woord alleen was voldoende om al de wonden van liet arme moe deiluirt ineens op le rijten. liet scherm verdeelde het vertrek, dat | slechts zestien voet lang \\vagt; bij een breedte van veertien en een hoogte van zeven, in twee nagenoeg gelijke deelen. In het ge- , deel te, voor de koninklijke gevangene bestemd, stond behalve • haar stroobed een wit houten tafel met twee ellendige rieten stoelen 1 en een waterkruik. Dat was al hét huisraad der I voormalige koningin \\an l-rankrijk. l-.n toib wist de hoosaardigheid der beulen de wieed \'■ annde nog meer te berooven. /.ijbezateen klein goiulen horloge, een gedachtenis Nanhaai moeder, de keizerin, die het haar geschonken had, toen /.ij als de bruid van krank rijks troonop volger \'den liiistenijken tocht naar l\'arijs aanvaardde. ()pdat oogenblik droomde de keizerlijke moeder ongetwijfeld, dat dit uurwerk haar ge liefde dochter slechts gelukkige uren /.on aanwijzen. De toekomst liet zich zoo schoon en schitterend aanzien. Maar ach! hoe spoedig waren de bloemslingers, die men haar strengelde op den bruidstocht van Ueeuen naar Parijs, iu schrijnende ketenen veranderd, en thans diende het horloge, dat baar in de weelderige dagen van Versailles /00 vaak aan de snelli viiTcht der gelukkige stonden herinnerd bad, haar slechts om de eindeloos lange uren in den kerker te meten. Vaak liet zij haar be traande oogen in droef gepeins nisien op het dierbare kleinood en herdacht dan de gebelde moeder, «He het haar geschonken had. In wéé-moedige herinnering nep /ij zich de uren van vreugde en leed te binnen, die het tijne w ij/er-Ije irouw aan haar zijde had doorloopen. en troostte / \' h inel de hoop, dat het weldi.i het uur haier verlossing nincbt aanwijzen. lgt; wal uingile vlugge wij/er dan lang/aam in baar oog 1 Die ohm huidige afleiding in den kerker gal den beulen een nieuwe golegniheid oin hun slachtiiliir te pijnigen. Op/ektreii dag ontrukten zii haar het horloge, en teveigeels smeekte de arme gevangene, dat men haar töeli ilie gedachtenis barer moeder, dien laatsten stommen gezel in de eenzaambcid mocht laten beboudrn. 11, re,,. ,1,\' w 1 «l,i.irili_-t J.\'icobijn, n.i -s iiierre, beet haar schamper loe; „Een gouden \'norlog • is t aristocratisch, het is een nutteloos ding iu een gevingeiii-.: de republiek /al net |
u teruggeven, zoodra /ij met n heeft afgerekende\' Nog bleven de beroofde koningin twee ringen over, waarin enkele diamantjes waren gezet. Menigmaal zagen de bewakers der ongelukkige weduwe van I.odewijk XVI haar gedurende de lange eenzame uren die ringen werktuiglijk la iters de vermagerde vingers schuiven, terwijl zij in droeve mijmering uit hét venster ten hemel staarde en haar gedachten den kerker verre ontzweefden. Ook die ringen, de laatste herinnering aan de dagen, toen haar jeugdige schoonheid straalde in den vollen luister der kroonjuweelen, werden haar woest van de vingers gerukt. Ken andermaal hadden de bewakers opgemerkt hoe zij, om zich te verstrooien, van draden, uit het behangsel getrokken, met behulp van een paar tandenstokers, een kousenband had gebreid, met de stille bedoeling die door bemiddeling van de een of andere mede lijdende ziel aan haar kinderen te doen toekomen, als een bewijs hoe /ij altijd aan hen bleef denken. Op last van Robespierre werd ook die met tranen besproeide arbeid haar uit de hand getrokken, onder voorwendsel dat /ij zich een quot;strop wilde breien, ten einde /ich door /elfmoord aan de wraak der natie te onttrokken. /00 min als haar /alige echtgenoot behoefde-de gemalin van den „allerchristelijksten koning haar toevlucht le nemen lot hel ij/ingwekkende redmiddel dergenen, „die geene hoop hebben.quot; Ila.ai hoop was gevestigd op (iOcl, dien /ij in de dagen van haar geluk niet vergelen had. en die haar ook thans in den kerker niet /onder troost liet. Al was hel baat niet vei-gtind, gelijk 1 .odewijk XVI door een katholiek priester in haar laatste uur te worden bijge staan, de Voor/ienigheid had er voor gewaakt, dat de wreede toeleg om haar /onder den troost van den godsdienst te laten sterven, verijdeld werd, en haar als door een wonder 1 verschaft wat de revolutie haar mei alle macht had pogen te onthouden. Ondanks alle voor/orgeii der lt; önvenlie had Marie Antoinette in haar kerker een priester mouen ontvangen. In de stille van den nacht had hij lot de gevangene welen door te drill-gen, in haar tegenwoordigheid het heilig Mis-offer opgedragen en haar gevoed met het Brood der sterkte. Kn, lt;gt; wondere macht van den godsdietislzelfs de ruwe gendarmen zonken ; bij clil verheffend sc houw-pel op de knieën, beleden bun zonden en maakten zich waardig om op hun beurt, het „voedzaam brood en genot dei koningenquot; ie inogrii nnttigen, (.clijk de marlflaars in de Maniertijnsche gevangenis htm bew akers deelachtig maakten aan de groote gave. waarvoor zij blijmoedig tei dood gingen. |
H
f |! 1
TA f\'KKI [ !,l\'\\ l 11\' 1)K GROOTM RKTOI.C TIK.
|
zoo mochten ook de gcvangenbewiiardcrs van ! Marie Antoinette deel hebben in den troost, die haar sterkte voor den gang naar het schavot. Klken dag kon /ij daartoe worden geroepen, lederen avond hoorde zij onder haar venster de namen liezen van degenen, die voor de bloedige rechtbank moesten verschijnen, (leen woord van die vreeselijke slem, welke de slachtoffers bpeischte, ontging haai\'; want de heele gevangenis Inistèi\'de alsdan met ingehouden adem. Vaak, op liet hooren van bekende namen, voer haar een huivering door de leden en poogde ze de ooien voor die schrikkelijke dagvaarding te sluiten. Dan weer wierp ze zich op de knieën, luisterde en bad voor degenen, die gingen sterven. ..Zij gaan mij voor,quot; sprak zij, ,,uok mijn henrt zal weldra komen,,. Mijn God! mijn (iod ! dat I w w il geslt; hiedr In het gelied putte Marie Antoinette die bovenmensclielijke kracht in het lijden, die de bewondering, maar tevens de verbittering wekte harer vijanden. In den morgen van den i pquot; October, toen zij ten tweeden male voor de revolutionnaire rechtbank verschijnen iikk-I, die haar reeds den ij\'quot; een lang en afmattenil verhoor had doen ondergaan, z;ig men haar meer dan een uur lang. op den vloer geknield en op haar legerstede geleund, zoodanig in het gebed verslonden dat z.ij niets bemerkte van hetgeen er in de kamer voorviel. Daarin schuilt liet geheim dier ongeknakte fierheid, waarmee de diep vernederde en toch ongebogen vorstin de rechters der (Jonveiitic te woord stond, hun Hsten en strikvragen te schande maakte en hen voor de toehoorders over him eigen laagheid deed blozen. Van des morgens negen uur tot laat in den nacht duurde die vreeselijke zitting, waarin de ongerechtigheid al haar spits vondigheden uitputte om een zwakke vrouw in haar strikken te vangen, zonder dat haar dit mocht gelukken. Onvenvinnelijk door het besef harer onschuld, w is Marie Antoinette al dien mannen te sterk, en eens dat zij op een beschuldiging, Ie arschnwelijk om hier nader aan te duiden, het antwoord -c heen schuldig te blijven, gaf zij van haar stilzwijgen reken schap met de woorden : .,/.00 ik gezwegen heb, dan was dit omdat de natuur er tegen opkomt, ic antwoorden op een dergelijke aantijging, aan een moeder gedaan.... Kr zijn moeders hier : op deze beroep ik mij.quot; r.n z.ells de furiën, toegesneld om zich in de v ernedering der .,( ostenrijksi hequot; te ver bistigrn, voelden bij dat antwoord de smaadwoorden op hun m haamtelooze lippen besterven. |
Die bleeke, uitgeteerde, vergrijsde acht en dertigjarige \\ rouw, in het zwarte weduwkleed, beheerschte, door blik en woord en gebaar, die gansche vergadering harer vijanden. Ofschoon als beschuliligdc staande voor de rechtbank, die — zij wist liet haar ter dood zou ver-oordeelen, bleef Marie \\ntoinelte altijd koningin, het beeld der „gemartelde majesteit,quot; Ondanks de vermoeienissen van het eindeloos verhoor, de verstikkende hitte der zaal, die haar van dorst deed versmachten, de beleedigingen, welke die reehts/iLtiny voor haar tot een pijnbank maakten, hl eef zij onverzwakt tot het einde en hoorde waardig en kalm haar doodvonnis aan. Tot etnig antwoord sloeg zij de zielvolle oogen ten li«niel, on na daar geput te hebben uit de oneindige barmhartigheid, die leert zelfs aan zijn ht\'iilen vergiffenis te schenken, liet zii z.- romlweiden over de vergadering harer vijanden, :ds wilde zij zeggen: Ik beklaag en vergeef u. Kn na dal laatste verhoor, na dat doodvonnis in luiar kerker teruggekeerd, waar men haar voor tiet jSeii\'st na zes en zeventig dagen een kaars gaf om haar laatsten nacht te verlichten, hurl z.ij nog de kracht om dien ziel-roerenden brief te schrijven aan madame l.lisabeth: ,,16 Oi Pol ier i 79,;. v ier uren in den morgen. „I , mijn z.uster, -chrijf ik voor de laatste maal. Ik 1 icn zoo even veroordeeld, niet tot een schandelijken dood, die is dit slechts voor boosdoeners, maar om mij met nw broeder te gaan vereenigen ; evenals hij onschuldig, hoop ik denzelli len moed te toonen als hij in zijn laatste oogeilhlikken. Ik ben kalm gelijk men is wanneer men zich. niets te verwijten heeft, liet smart mij diep, mijn arme kinderen te moeten verlatt-li ; gij weet dat ik slechts leefde voor hen en voor ti, mijn goede teedere zuster; uij. die uit vriendschap alles hebt opgeofferd om bij ons te blijven, in welken toestand laat ik n aehtev..,.quot; Zoo giiïg de ter dood veroordeelde verscheidene hladzijden voort, haar moederhart intstorten(llt;; in za genheden vóórhaar kinderen, haar vijanden vergevende, en zich bii alle moederlijke Icrdcrheid en christelijke berusting altijd de sterke vrouw tonnende, de geboren koningin, Die ki.K hl zwoeren haar vijanden tot eiken prijs te hreken. Vandaar dat de terechtstelling v.ui Mark* Antuinette moest vergezeld gaan van de e rievrmlste vernederingen. Niet als koningin, neen als de gemeenste boosdoenster moest zij niiar het schavot worden gevoerd. Zelfs hel zw.irto rouwgewaad werd te waardig voor haar gcaclit. /ij moest het afleggen en het in deti kerker afgedragen wille kleed aantrekken, Md op den rug gebonden handen op |
VOOR riONDKRI) JARF.N\'.
|
lt;ie ontcoremlo kar gezeten, moest zij voor het j laatst Parijs doortrekken, dat haar eenmaal als koningin had geëerd en toegejuicht en haar thans met hoon en smaad overlaadde. Ditmaal waren niet, als bij de terechtstelling van haar echtgenoot, de straten afgezet ; neen al het ges|)iiis der achterbuurten, de woestelingen van den 5°quot; en ó1-» October, de tierende wijven, de onmenschen der Septemberdagen, allen mochten zich verdringen om de schandkar en de ongelukkige koningin de bloedigste beschimpingen naar het gelaat werpen. „Ha! daar is de Oostenrijksche eindelijk!quot; ,.l)e wolvin, die onze kinderen verscheuren i wilde ,,Kn waar zijn de kleine wolfjes? I\'ie had men in ccne moeite moeten opruimen.quot; |
„Neen neen,het spel moet zoo gauw niet uit zijn.quot; De wreed verongelijkte vorstin hoorde dat alles aan, zonder dat een traan of klacht verried, hoe zij inwendig leed, hoe haar moederhart bloedde bij het denkbeeld, dat zij haar arme kinderen aan dat razende Parijs moest ter prooi laten. On beweeglijk vastgekneld in de striemende boeien, trotseerde zij die duizenden bloedgierige blikken, en waardig, kalm, fier, maar zonder wrok liet zij de oogen weiden over de verdwaadse schare. Ondanks al die beleedigingen, al dat pogen om haar te verlagen en als te vernietigen, bleef Marie Antoinette koningin tot in den dood, zoodat haar moed zelfs den beul Samson het woord ontlokte, dat in dien mond de beteeke-nis der hoogste lofspraak heeft: ,,Zij is gestorven gelijk haar echtgenoot,quot; |
cgt;lt;ixzxix=gt;lt;=gt;lt;zx-x-xigt;lt;zxrx=gt;lt;=H-^gt;
XXI,
Tie republikeinsclic 1..iloiuIer. — Ontheiliging der kerken. — Ue katholieke goJsJicnst verv.in^cn \'ioor Jen eerejienst der Kede. - liet ICf.st tier Rede in Ue kniiedr.i.il van l\'.irijs, - • Het ^clirikbowind xan kijbt-.pierie. — l)t kinderen van I.odewijk XV(. — Dood van Mad. hh-abeth. — n.imon op li-1 seh.uot. — I cc.t v.ui het Opperwezen. — \\ral van Robespierre.
|
\'f - \'lt; / f-\'. «\'I stond geschreven «lal de rovquot;\\utio lt;tfii weg- naar den \'^M^^Sl/ar~rquot;ml ,en l-\'ini\'e u,e zo» !«•\'■ ^ leg o|.lt;l.U /ij let. (•■■•uwigen «.üSroa: ]■ «lag\', den \\-»lkrn «• ■ ;il- i ken«l vonrbeeld /oti /ijn, hun leerend tot welke vreeselijke ï\'attÊSamp;fcÈ*- eonseiinenlii.: h.iar 1 ««■ :in-gt; len voeten. 1! jonnen met «Ion ...(gt;])St.tnd tcg\'-ii de _(gt;lel\'! niacht, moest zij mi sloite eindigen mei de ri « hislreeksche aanranding des Mlerhoogsien, va i; u ien .alle gezag nilg.uit, niet «len opstand legen (iod /«-hen, /.ij l.ul de hand geslagen aan den ge/alf«le «les Meeren, aan den koning hij Gods genade, ook «len Koning «Ier koningen /ou /ij naar de kroon steken. De (iod. «lien lïankrijk eenwen lang aanbeden had, moést worden verjaagil uit «Ie tempels, waar llij eenmaal /egetiend le inidden van een geloovig en gelukkig\\olk had gelroon«l. /ijn eeredienst, hel (.\'Inislendom. «lat I tankrijk gro«)l ha«l gemaakt, ni«)est wil!, a voor de zellvergoding \\an het „sonveti-ine volk,:\' dat in /ijn redeloosheid de Kede tot god uitriep. |
Hel was den 7equot; Xovember r7«;,5 en de Nationale Conventie had zich juist be/ig gi honden met het vaststellen van «le nienwe republikeinsi he tijdrekening. 1 gt;e oude kalender met /ijn indeeling van hel jaar in maanden en weken en met /ijn « hristelijke feestdagen herinnerde t ■ veel aan het middeleeuw sc.he bijgeloof\', waarmee de 1\'rans«:he natie \\oor-goc«l gebroken ha«l. /.ij zon voortaan een kalender van haar eigen maaksel hebben, w aarin volgens het beginsel «Ier repnblikeinsche ge-lijkheiil alle maanden dertig «lagen zouden tellen, verdeeld over drie ilccai/ n, elk \\ an tien «lagen, waarvan de laatste de republikeingt;«:he nist«lag was. In |)laats van aan dc gedachtenis «Ier heiligen was bij voorbeeld de eene dag gewijd aan het varken, de andere aan «.Ie peterselie, een derde aan de hooivQfk en zoo vervolgens. (i\'ik de maanden waren met splinternieuw mige«lalt;;hte benamingen versierd : doi li daar /ij m i haar nvaalt\' maal dertig dagen hel jaar niet vol maakten, werden de over si\'hielerule viif«kigen bestemd tiat lt;,tiisai,\'igt;//iifl-i-, dat wd /•-u-gen de heilig\'lagen der re-, ihitie. Ohi «ie vier ia ren. als hgt;\'i i.i.ir %()6 d-igen telde, ba«l men bn-. etnlien een echten schrikkeldag, gewijd aan de henlenking der sans« nlotien, der .■■epieinbrisems n «Ier ftiruti van «le guillotine. Terwijl nu «le (\':mv ai met «leze tige regeling bezig v, n r. -t uedn r teerd had dal hel nieuwe jaar voortaan op ei Sep tember /ou aanvangen, kwam het souvereine volk /ijn vertegenwoordigers het werk der ontchristflijking. waarmee /ij naar den /in der heethoofden al te slecht vorderden, uit de hand nemen. 1 let gt;traatgcspnigt; hield niet van halve |
VOOR HONDERD jARI\'.X.
|
maatregelen. Dag op tlag in de volksbladen en pamfletten lezend dat de godsdienst niet anders was dan een slavernij des geestes, een vrij volk onwaardig, en door de volksredenaars opgehitst, met geweld de ketenen dier slavernij te verbreken, gelijk het reeds de kluisters van iiet despotisme had afgeworpen, begreep het gepeupel niets van den „constitutioneelen eere-dienstquot; met zijn „beëedigde priestersquot;, dien de republiek er nog altijd op na hield. En terwijl de Conventie, met hukhelachtige aarzeling, het heerlijk gebouw van Frankrijks nationalen godsdienst, dat zij reeds van zijn hechten grondslag, de mts van Petrus had losgerukt, slechts steen voorsteen wilde afbreken, haalde het woedende grauw dit in een enkelen dag onderden voet. Ibar kwamen zede Conventie overrompelen, de heiligschenners, de plunderaars en beeld stormers, die als een bende duivelen al de heiligdommen van Parijs hadden verwoest. Met wild getier drong de bandelooze hoop de vergaderzaal binnen, en die volksvertegenwoordiger.--, welke altijd nederig voor den opstand hadden gebogen, schorsten ook nu de beraadslagingen, om gewillig te luisteren naar hetgeen die schreeuwers te vorderen hadden. , Daar kwamen ze binnengestormd, de woestelingen, die in alle kerken der hooldstad de altaren omvergehaald, de beelden en sieraden verbrijzeld, de gewijde schatkamers geplunderd hadden. Daar kwamen ze opgetrokken in hei-ligschennende processie, bekleed met kasuifels, koorkappen en alben, de Jacobijuenmutsen verwisseld met baretten en mijters, kruisen en kerkvanen zwaaiend, wierookvaten slingerend, reliekkassen, kelken en monstransen dragend in de bezoedelde handen, onder het uitgalmen van spotliederen op de wijze van psalmen en kerkzangen. Al die kunstschatten, door het katholieke Frankrijk aan het heiligdom geofferd, die heilige vaten en gewijde sieraden, welke het geloof der vaderen eenwen lang met kin-derlijken eerbied tot den dienst d --I Eeren had bijeengebracht, waren de spot en de speelhal geworden eener bende ontuig, die haar parodieën van de heiligste handelingen afwisselde met hemeltergende scherts en gruwelijke godslasteringen. Kn de Nationale Conventie zag dit alles aan met den grijnslach op de lippen ; zij had niets dan toejuichingen voor dat onteerend schouw- | ..pel, en klapte in de handen, toen als het glans-pnnt van die afsi huwelijke vertooning, een ezel verscheen met een koorkap van goudlaken omhangen en niet een tiare gekroond! Die volksvertegenwoordigers, welke eenmaal als een concilie van kerkvaders de geestelijke aangelegenheden hadden geregeld en Frankrijk een constitutioneelen eeredienst luidden voorgeschreven, ergerden er zich niet het minst aan, dat |
hier al wat heilig was met voeten werd getreden. la, de beeedigde priesters zelf, welke deel uitmaakten van de Conventie, schaamden zich niet. de hand te reiken aan de verwoes-ters van hel heiligdom. Hun aanvoerder, de gewetenlooze lt; iobel, dien de revolutie als den waardigste onder allen had uitgekozen om hem te verheffen op den aartsbisschoppelijken zetel van Parijs, besteeg het spreekgestoelte en verklaarde daar dat de godsdienst niet anders was dan bedrog, door de dwingelanden uitgevonden om des te beter de volken te kluisteren. ,,lk kom,quot; zei hij, „door een gedenkwaardig voorbeeld van openhartigheid de fout uitboeten, datikdelichtgeloov igheidiles volks zoo langen tijd fabelen en ongerijmdheden heb voorgehouden.quot; Op die sebaainlelooze geloofsverzaking vliegt de lieele vergadering overeind; verschillende leden rijzen van hun plaatsen op, om den apostaat geluk te wenschen met zijn schande. Ken hunner zet hem de roode Jaeobijnen-muts op het hoofd, om hem, zegt hij, te zuiveren van de smet. Welke de mijter daarop heeft achtergelaten, en de voorzitter daalt van zijn zetel om den ellendeling broederlijk te omhelzen. „Broeders.quot; spreekt hij, „onder de natuurlijke rechten van den mensch hebben wij de vrijheid van dc uiloelening der eerediensten ge plaatst. Onder dien waarborg, dien wijn schuldig waren, hebt gij u opgeheven tot dc hoogten waar de wijsbegeerte u wachtte. lt; )ntveinst het u niet, die priesterlijke speeltuigen beleedigden het Opperwezen; Hij wil geen eeredienst dan dien der Rede. Dit zal voortaan uw nationale godsdienst zijn.quot; (liibel, thans door de Jacobijnenmuts gezuiverd en tot priester der revolutie gewijd, noo-digt al zijn Iveedigde confraters uit, zijn voorbeeld te volgen, en op dat woord ontstaat er een wedstrijd van laagheid onder die aterlingen, welke zich niet schamen hetgeen zij als eenmaal als heilige waarheid hebben gepredikt, als bedrog en menschelijke verzinsels aan de bespotting prijs te geven en daardoor zich zeiven als huichelaars en bedriegers op de kaak te stellen. Kn als het waardig loon voor zooveel karakterloosheid worden zij begroet door het spotgelach der Conveittie en de ont-eerende toejuichingen van het zinnelooze grauw. Te midden van die saturnaliën der goddeloosheid. bestijgt een gewezen comediant de tribune : „Dc eeuwige Rede/\' zegt hij. „heelt vandaag een grooten stap voorwaarts gedaan, ik verzoek dat men de gedachtenis daarvan vereemvige.quot; 1 )e vergadering besluit daarop met een par ige stemmen dat het proces-verbaal dezer zitting aan alle departementen van Frankrijk zal worden toeg-zonden. zij verlangt dat het heele |
TAFKRKELEN UIT DE GROOTJ\'; REVOLU I\'II\'.
|
land het voorbeeld zal volgen van Parijs, en opdat de geheele wereld weten moge welke goddeloosheid het slotwoord der revolutie is, decreteert zij dat het proces-verbaal, in alle talen overgezet, aan alle volken der aarde zal worden bekend gemaakt. I wee dagen later deed de godin der Rede haar intrede in de Nationale Conventie, in de gedaantt eener beruchte lichtekooi, met een blauwen sluier omhangen, en door Chaumette, van een aantal leden der gemeente vergezeld, de vergaderzaal binnengeleid. Door een sloet van veile deernen omstuwd en van een rumoerige menigte gevolgd, stapte de godin tot voor het gestoelte van den voorzitter. Chaum tte lichtte haar sluier op en stelde de vergadering de nieuwbakken godheid voor. „Stervelingen, riep hij uit, „erkent geen andere godheid meer dan die der Rede : hier bied ik u haar schoonste en reinste afbeeldsel aan.quot; Bij die woorden buigt hij zich voor de lichtekooi neer als om haar te aanbidden. De voorzitter, de Conventie, al het toegestroomde volk brengt het verachtelijke vrouwspersoon de hulde, die den Cod van majesteit wordt geweigerd. Kr wordt besloten dat er ter eereder nieuwe godin een plechtig feest zal worden gevierd in de kathedraal van l\'ariis. Met gejubel wordt dit decreet begroet ; er wordt ge-zongen en gedanst en de waardige volksvertegenwoordigers mengen zich ouder de springers om de lichtekooi. Op den dag, bepaald voor de stuitende plechtigheid in de ontheiligde No/r,-Dame, 11 ukken de ( onventie, het gemeentebestuur en al de overheden van Parijs in optocht naaide hoofdkerk. De schilder David had den feeststoet en de decoraties ontworpen, terwijl de dichter ( hénier voor toepasselijke liederen had gezorgd. Ditmaal was de godin een tooneelspeelster, gezeten op een draagstoel onder een troonhemel van eiketakken en voorafgegaan door dames van hetzelfde allooi in witte gewaden, met de driekleurige sjerp omwonden. Croepen van koristen, zangers en danseressen uit de opera omringden den troon der godin, die, halverwege gekleed in een witte tunica, waarover een golvende blauwe mantel geworpen was, geschoeid met de hooge tooneel-i)rozen en het hoofd met de roode vrijheidsmuts getooid, een lange speer in de hand hield. Al de revolutionnaire clubs, comités en secties sloten zich aan bij den stoet. Onder muziek en gezang trok de heiligscheu-nende processie den eerwaardigen, eeuwenouden tempel binnen, waar de gebeden en verzuchtingen der geloovige geslachten nog als wierookwolken omzweefden onder de stati,re gewelven. De godin werd naar het altaar |
| gedragen en daar nam zij plaats op de geheiligde plek, waar de godsvrucht der geloo-vigen eeuwen lang den menschge» orden Cod in de gedaante van brood had aanbeden. Achter haar verhief zich een ontzaglijke toorts, als het zinnebeeld van de fakkel \'.Ier Wijsbegeerte, die voortaan het inenschdom bestralen moest. I )e tooneelspeelster stak die toorts aan, waarna Chaumette het wierookvat uit de handen van twee acolieten aannam, voor de godin neerknielde en haar bewierookte, terwijl Cobel deze parodie aanzag van de heilige plechtigheden, die hij weinige dagen te voren aan ditzelfde altaar had verricht. Aan de voeten der godin lag een verminkt beeld der H. Maagd. Chaumette sprak dit aan en daagde het uit. zijn plaats te hernemen in de veieeiing des volks. Woeste dansen besloten eindelijk de feestelijkheid, die in een barbaarsche vernieling van het heerlijke kerkgebouw ontaardde. lgt;e wensen der Conventie dat deze gruwelijke heiligschennissen in heel Erankrijk quot;navolging mochten vinden, was intusschen maar al te letterlijk in vervulling gegaan. Er ontstond als een duivelachtige wedstrijd in het schaamteloos onteeren, bezoedelen, vernielen van al wat dusver als heilig was geëerbiedigd. Niet enkel de tempel van l\'arijs, neen ook de aloude kathedralen in de provincie.de nederige dorpskerken, de landelijke kapellen en kruisbeelden aan den weg. alles werd verwoest. Hij heele karrev nichten sleepte men de brokstukken van altaren en beelden, het gouden zilverwerk, aan den dienst des Heeren of de opluistering- van het heiligdom gewijd, naaide Nationale Conventie, met het opschrift ..Verwoesting van het fanatismequot;, dat in zijn dubbelzinnigheid die heldenfeiten van „burger-- deugdquot; naar verdienste kenschetst. De woeste [ lingen, welke dien buit aansleepten, waren gedost in kerkgewaden ; in kroegen en gemeene huizen slempte men uit de gewijde tempelvaten; men voerde dolzinnige dansen uit om ossen, ezels of veile deernen, met kasuifels of koorkappen omhangen ; heilige boeken en gewijde voorwerpen werden op de openbare pleinen verbrand t ja de reliekkas der II. (lenoveva, die l\'arijs voor de Hnnnen had behoed, werd\' op het fwcrv-plein aan de vlaminen prijs ge geven. I\'ot zelfs de graven en kerkhoven wen den niet gespaard ; de abdij van St. Deiii-, waar vie asch der l-nmo he koningen rustte, werd door de verwoede lijkenschenners geheel omgewoeld; al de graven werden geopend, de lijken en gebeenten in de ongehliischte kalk of in het vuur geworpen, de asch in den wind verstrooid. Er mocht niets meer overblijven wat aan het oude katholieke Frankrijk her |
VOOR HOXDF.RD lARKN.
•M
.■lo koninkrijk van I,oile\\vijk lo noiklcloozen o vergde ven 1, werd met puinhoopen en brandstapels overdekt; al zijn tempels, /iin palei/en, zijn kunstschatten
nmenle. IR-t l; ■ i ik-n I leili^e, tan
lommen der gingen den-weg op als
De riiki kerken zelfden
de ontzaglijke nen der adellijke uitgewekenen of ter dood veroordeelden, wier vorstelijke wo-
TAl\'ERF.I\'.LEM UI T Dl-\', CiROOri\'\', REVOLi riK
|
ningeii en hotels voor een appel en eeu ei werden verkocht en ten laatste zelfs in het geheel geen koopers meer vonden. Neen, de tempelrool\' bracht de republiek zoo min zegen als haar overige plunderingen : de rijkdom van het eenmaal zoo welvarende land versmolt als sneeuw onder de handen zijner revolutionnaire regeerders. De guillotine bleef intussehen een bestendig werkende machine om munt te slaan uit de hoofden der „aristocraten,quot; wier eenige misdaad vaak hierin bestond, dat hun dood het uitzicht opende op een rijken buit door het aanslaan hunner goederen. Het vreese.lijk moordtuig was gestadig in volle werking. Sinds lang was de revolutie het stadium ingetreden, waarin zij, volgens de voorspelling van Vergniaud, ais Saturnus haar eigen kinderen verslond. Wr-gniaud had het in persoon ondervonden, daar zijn hoofd reeds kort na de terechtstelling van Marie Antoinette gevallen was ie gelijk met die iler twintig andere leden der Conventie, wier dood al aanstonds na dien des konings was geoischt. lt; gt;p hetzelfde schavot, ,\\n:ir door hun toedoen het onschuldig bloed van I,odewijk WI vergoten was, zou ook hel hunne strou-meti. üaillv. de reeds lang vergeten ma ire der revolutie, die met zijn bloemrijk opgesmukte huichelaarstaal eenmaal zijn koning had bespot en den dag van diens vernedering een schoonen dag genoemd had, nas nit de afzondering, waarin hij zich schuil hield, te voorschijn gehaald, om onder de wreedste bespottingen ter dood te worden geleid. ()p het schavot aangekomen, werd hij gedwongen de guillotine zelf van daar naar het .Maïsveld te dragen, waar hij eenmaal de „goede patriottenquot; had laten neerschieten. l)aar kreeg de vooi malige afgod van het volk, dat hem vroeger met lauweren had omkranst, tot schuvot een \\ uilnishoo| i. Ook i\'hilippe l*\'.galit(:, die zich voor de vensters van hel Pttlais Jioyal zoo \\aak verlustigd had in het sc:houwspel der hoofden, hem op pieken toegestoken, de verloopen prins, die zijn koninklijken bloedverwant naar hel schavot had geholpen, had reeds het schuldige hoofd onder de valbijl gelaten. I b*l v ir.-selijke moordtuig maaide als een zeis zoowel het onkruid weg als de tarwe. Nu eens was het de woeste republikein (\'ondorcet. dan weder de dichter (quot;henier, die de godin der Rede bezongen had. of de geleerde sclu\'iknndige I.avoisier, een .nuler maal de grijze Malesherbes, de verdediger d\'quot;s konings, die rnet zijn gansche familie ter dood ging: en den ie» Mei 1794 was het de beurt der vrome inadanir Klisabetli. Men had h.nr weggerukt \\,in de jeugdige (jrinses, wier eeltige troost eu steun zij was iu |
j de gevangenis van den Temple. Van vader en moeder, van al haar dierbare verwanten gescheiden, moest de arme dochter van bodewijk XVI alleen achterblijven in den kerlcer. Toch zou het haar gegeven zijn, als de eenig overlevende van hel uitgemoorde koningsgezin, aan de woede van het revolutionnaire Frankrijk te ontkomen. Den 26^11 December 1795 werd /ij namelijk, in ruil voor eenige staatsgevangenen, aan Oostenrijk uitgeleverd. I laar broertje, de ongelukkige dauphin, was inmiddels den 8\';» Juni van datjaar reeds tengevolge van de mishandelingen zijner beulen bezweken. Sedert bet rampzalige koningskind aan de armen zijner moeder was ontrukt, was zijn jeugdig leven één aanhoudende marteling geweest. I )e revolutie , had haar venijnigste wangedrochten uitgekozen om den edelen telg der .,allerchristelijkste koningenquot; door hun gif te bezwadderen en in zijn veel-belovenden opgang te knakken. De onmensche lijke schoenmaker Simon, aan wiens hoede de alstammeling der Fransche koningen was toe vertrouwd, deed met zijn ontaarde v rouw al het mogelijke om die reine lelie in het slijk der ver-dierlijking te verstikken. I )e zoon van bodew ijk X\\ I en Marie Antoinette werd door wreede mi-handelingen gedwongen woorden te spreken en liederen te zingen, die het schaamtegevoel van den vroegrijpen knaap het grofste geweld aandeden. F.n toen Simon zijn schandelijk bestaan onder de valbijl geéindigd had, werd hij vervangen door twee monsters in menschengedaante, die er zelfs een wreedaardig spel van maakten, het kind uit zijn slaap op te schrikken, wanneer het des nachts insluimerde en wellicht droomde van vaderen moeder in den hemel. ..(\'apet, slaapt ge? sta op!\'\' klonk het dan in het donkere, vunze hok, waar het kind levend wegteerde, ter prooi aan dagelijk s( he kwellingen, aan vervuiling, ongedierte en alle ellende, tot eindelijk de dood ook dezen zoon van den II. bodewijk den hemel opende. Madame Flisabeth om tot haar terug te. keeren werd naar de l \'imeier^erie gesleept, om evenals Marie Antoinette voor de revolutionnaire rechtbank te verschijnen. Met haar maakte men echter korter nietten dan met de onttroonde koningin; de revolutie had sedert groote vorderingen gemaakt, en terwijl men voor de koningin nog vier en twintig uren verspild had om haar van schuld te overtuigen, was het proces dei schuldelooze Flbabeth binnen een kwartier algeloopen. Met drie en twintig andere veroordeelden werd zij naar het schavot gevoerd, en de teedere, zachtaardige, nainvelijks dertigjarige prinses toonde zich het sterkst van j allen in het aanschijn des doods, /ij troostte j en bemoedigde haar lotgenooten, en sprak tot de tachiigjarige zuster van Malesherbes, die j naast haar op de kar zat en bijna in zwijm |
VOOR IlON\'Dl\'.RD JARKV.
|
viel op het schrikwekkend ge/.ic.ht van de furiën der guillotine: „Houd moed, niadmne, weldra zullen wij in den schoot \\;i!i ( iod met on/.e betrekkingen vereenigd zijn.quot; lot dusver had uigt;n de slachtotters steeds aan den voet van het schavot hun beurt laten afwachten. Ditmaal echter had Samson, de beul, een bank bij de houten trap laten plaatsen en deed de prinses met haar hofstoet van ter dood veroordeelden daarop neerzitten, lel keus al^ een harer lotgenooten werd afgeroepen, maakte deze een diepe buiging voor de prinses, wisselde met haar een blik, die zeggen wilde : ,.\\Vij zullen elkaar iu een hetere wereld weerzien,quot; en bood het hoofd aan den beul. De dochter der Kransche koningen v erbleekte noch beefde naarmate de batik ledig werd : zij bleet waardig en groot tot hel einde, en toen haar beurt gekomen was, wist ze te sterven gelijk haar broeder en zuster. /00 werd de slachting dag op dag voortge zet en maandenlang vielen dagelijks gemiddeld honderd vijftig hoofden. Dit was nog niet genoeg voor de onverzadelijke bloeddorst van Robespierre, die zich op stapels lijken tot de hoogste macht in den slaat had verheven cn zijn heerschappij niet beter meende te kunnen handhaven dan door telkens nieuwe oilers te vellen. ..Het gaat te langzaam,1\' zei hij op zekeren dag, „er moesteen werktuig uitgevonden worden, dat vlugger werkte dan de guillotine. Die vvensch van den meester werd opgevangen en een week later had een werktuigkundige het middel gevonden om liegen hoofden tegelijk af te slaan. Mei dit piifiC/ionneiiien/ werd in lüeêtre op negen koningsgezinden een proef genomen, die echter mislukte. lederen avond bracht men Robespierre de lii\'-t der gevallenen van den dag; zorgvuldig telde hij dan de namen, vergeleek ze met de lijst, die hij daags te voren had opgegeven, en wanneer alles behoorlijk uitkwam, zoodat geen ■■nkcle verdachte hem was ontsnapt, legde hij zich ter ruste met de innige zelfvoldoening „dat hij zijn dag niet verloren had.\'quot; Maar hoe meer verdachten hij uit den weg ruimde, hoe meer er voor het ai hterdochtig oog (les li rans oprezen, want elke tegenstander, die on der zijnslagen viel, verwekte hem nieuw e vijanden, die op hun beurt moesten uitgeroeid worden. ,,\\llcs w it hel oudlt; n\'^imt\' gekend heeft, herhaalde hij dikwijls, „zal (lil altijd terng-wenschcn; ieder kind dat tot aan mijn middel reikt, begint mij verdacht voor te komen. lt;\'pdat alle-- goed lm moet ieder, die in 17^9 meer dan vijftien jaar oud was, verdwijnen.quot; |
I n het bloedige werk der stelselmatige uit-rueine- van al wal frankrijk rechtschapens en edels telde begon weer opnieuw; op den icquot; lanuari van hel jaar 1794 wachtten in de gevangenissen van l\'arijs vier duizend zeshonderd gevangenen hun doodvonnis al. Zelts onder de republikeinen werden kreten van verontwaardiging gehoord over die eindelooze moordenarijen ; (\'amille Desmomins noemde de Conventie „het hof van Tiberius.quot; Dat woord was zijn dood : de tiran duldde geen tegenwerping, alles moest nederig het hoofd buigen voor zijn schrikbewind ; wie het hoofd opstak, had het verloren. F.n weinig dagen later ginu (\'amille DeMiioulins ter dood met He bert, den belasteraar der koningin, metChau-mette, die de godin der Rede had ingehaald, met Anac.harsis C\'lootz, den „redenaar van het menschelijk geslacht,quot; met Cobel, den tipos laat, die zijn bisschopsstaf had verwisseld met het opperpriesterschap van de godin der Rede, met nog een aantal anderen, die ge juicht hadden \'als het bloed der onschuldigen stroomde. Zij allen moesten ruimte maken voor Robespierre, den „reus der revolutie,quot; zooals hij door zijn lage v leiers geprezen werd; maar één stond er nog overeind en deze hinderde den dwin geland hel meest: het w as de geduchle Danlon, de machtige redenaar, de vermetele aanrichter der Septemberinoorden, de man, voor wien alles beefde, maar die zelf sidderde voor Robespierre; de tijger voelde zich verwikkeld in de kronkelingen der reuzenslang. Het kostte Robespierre eenige moeite van de slaafsche gehoorzaamheid der ( onventie bok I) niton\'s dood te verkrijgen. Dat prikkelde zijn woede. ..Hoe\' riep hij uit, „zon er dan een voorrecht verbonden zijn aan den jiaain van Danlon?... Wij willen geen afgod,quot; Kn hij. die langen tijd de afgod was geweest, aan wien frankrijk duizenden zijner zonen ten offer gebrac ht had, moest wijken voor den nieuwen Moloch, die door geen hecatomben van mensi henofters vva-, te verzadigen. Danlon verscheen op zijn beurt voor de revolutionnaire rec htbank ; sc huimbekkend van woede schudde hij de wachters van zich af, die hem geboeid hielden, gelijk een gewonde ever de honden, die hem bespringen, verre wegslingert, lever geels was alle legensparteling, tevergeefs bulderde hij zijn rechters toe: „Mijn vijanden zullen in stukken gescheurd worden. i ever-geef- raasde hij legen het gepeupel, dat hem uitjouwde op den weg naar het schavot; tevergeefs herhaalde hij; ,.lk sleep Robespierre mee in mijn val ... Robespierre volgt mij, ditmaal was z ij n uur gekomen. l\'.eU zijne.*! lotgenoüten, die met li \'tn de noodlottige trap moest bestijgen, wilde hem omhelzen. „Maak voort, na ir boven\' quot; liernatu |
TAFKRKKLKX t IT DK GRÖO\'J\'K RKVOLUTIK.
|
Danton woest, „onze hoofden /uilen nog tijd genoeg hebben om elkander te kussen in de mand.quot; Kn tot den beul zeide hij; „(lij zult mijn hoofd aan het volk vertoonen ; het is de moeite waard.quot; Inderdaad, het was de moeite waard, dat \\ ieeselijke hoofd, waarin zooveel moordplannen waren uitgebroed, op zijn beurt zich te zien ! verwringen in de stuiptrekkingen des doods. Maar het volk was sinds lang aan die bloed-tooneelen gewoon; het zag er niets bijzonders meer in. Robespierre kwam op het denkbeeld, het te amuseeren ; hij wilde Frankrijk doen ge-looven, dat het zich gelukkig ge\\\'oelde onder zijn heerschappij, en zoo vond hij de rcpas civiques, de burgermaaltijden uit, «aar ieder verplicht was te drinken en te klinken op de republiek, het rijk der vrijheid en broederschap, op strafte van ais „verdachte,\'\' naar het schavot te gaan. Jn alle straten werden de tafels voor de huizen aangericht, allen op een rij, zoodat zij slechts ééne lange tafel vormden, waaraan zich liet „volk van broeders\' vereenigde. Slingers \\an eikenloof en bloemen waren gevlochten van het eene huis naar het andere ; men zong de .\\[(irscill(use en danste de Cmaar.... niet schrik en wee in het hart ; want onder die dischgenooten, welke zich aan de luidruchtigste vreugde overgaven, waren vrouwen en moeders, die haar echtgenooten en zonen naar het schavot hadden zien sleepen, vaders en broeders, wier dierbare betrekkingen in de gevangenis zuchtten, gezinnen, wier leden reeds op de lijsten der verdachten waren geschrc ven. Kn allen moesten juichen en jubelen op bevel van Robespierre, die niet duldde dat iemand zich ontevreden toonde, waar hij naar hartelust plaste in het bloed. Inderdaad, thans wist men waarom men zich bevrijd had van den „despoot der Tuilerieën.quot; Maar zells dat feestgedruisch stelde den dwingeland niet gerust ; hij begreep wel dat het afgemartelde Frankrijk zijn juk moede werd ; door vernieuwden schrik moest hij het tot onderwerping dwingen, „/.uilen we er dan nog meer moeten ombrengen?\'\' vroeg hij op zekeren morgen aan zijn trouwen handlanger Sauit-just. I i\'n laatste besloet hij een .inder middel te beproeven, omzijn wankelende heer schappij slaande te houden, een middel, dat hem tot dusver steeds de b ite diensten had bewezen, namelijk de huichelarij. Als een andere lt; \'romwell u ilde hij zijn dictatorschap omkleeden met zekeren schijn van heiligheid, hij wilde optreden als goilsclieliststichter en zich weer de „deugdzame Robespierre toonen, zooals hij zie \\ roegei steeds had aangesteld, v(ilt;)r hij zicli sterk genoeg voelde om het masker af te werpen i |
Den uHca ^ vcrsc!, .cn hi) j,, de Conventie, om na een lange zalvende redevoering. een meesterstuk van sluwheid, eindelijk het volgende decreet voor te stéllen : Art. I. Het Fransche volk erkent het bestaan van het Opperwezen en de onsterfelijkheid der ziel. Art. 11. Het erkent dat de waardigste eere-dienst van het Opperwezen de betrachting is der plichten van den mensch. Verdere artikelen betroffen de instelling van verschillende feesten, die dienen moesten om den mensch aan het Opperwezen en zijn eigen waardigheid te herinneren, behalve de herinneringsdagen van den 14111 (u]i) tien loen Augustus en den 2icquot; lamiari zouden er op achtereenvolgende drrati/\'s (de Zondagen der revolutie) feesten gevierd worden ter eere van het Opperwezen, van het Menschelijk (ieslacht. \\an het Fransche Volk, van de W eldoeners der Menschheid, van de Martelaren ,lor Vrijheid, \\an de N\'rijheid en Celijkheid, van den Haat der Tirannen, van de Kindsheid, de Schaamte, de jeugd, den Mannelijken I .eeltijd, den Ouderdom, het Ongeluk, het Celuk. den Landbouw, de Mj verheid, de Voorouders. I en bijzondere, grootsche pf ( htigheid, le\\ens tot inwijding \\au Robespierre\'s nieuwen godsdienst, zou plaats hebben op den 1001 Pranial (8 juni;) dat feest zou gewijd zijn aan het Opperwezen en Robespierre zelf zóu de opperpriester zijn, die met zijn van bloei di uipende handen den (ïod \\an majesteit het offer zou opdragen. 1 let feest werd nu t grooten luister in den tuin der Tuilerieen gevierd: groen en bloe quot;u\'ii «••Tf» «r quot;iel aan gespaard : de meisjes ( roegen korfjes met bloemen op het hoofd : de kinderen waren bekranst met viooltjes de Iongelingen met mirtebladeren, de mannen quot;met eikenloof, de grijsaards met wijngaard-en olijfbladen. Robespierre, in blauw laken gekleed, met wit gepoederde haren en een groote wapperende Pluim lt;\'1\' \'\'en hoed. bood het Opperwezen, onder het uitspreken van een bestudeerde, op gesmukte rede, een ruiker van korenaren en veldbloemen aan. Daarop reikte men hem een brandende fakkel, waarmee hij de beelden van \\lhrMnr, I weedru hl en Fiuenb.ial. op linnen geschilderd, moest in brand steken. Uitdeaseb dier monsteis moest dan stralend het vergulde \'quot;quot;•\'ld «\'ei\' Wijsheid verrijzen, maar ongelukkii bleek, toen .le rook was opgetrokken, de Wn\' lead deerlijk aangebrand. Dat gaf aanleiding tot menige spottende opmerking, maar in zijn ijdelen grootheidswaan merkte Robespierre het niet op: bij verbeeldde zich in ernst, Franknik met ontzag en eerbied \\oor zijn meester door drongen te hebben, doch zijn M ieiulen w i .ten |
VOOR IIONDRRF) JARF.N*.
|
hem moe Ic deelcli hoe «iien dag zelfs luide i het woord „tiran !quot; was uitgesproken.^ De wijsheid van Robespierre had zieh inderdaad bedrogen, ilet Opiierwezen eischte een andere \\crge1ding dan een handvol bloemen. , De dag der wrake naderde, en geen feestelijkheden of tcrec\'Uslellingen konden hein weer- I houden. Naarmate de dwingeland zijn tegenstanders uit den weg ruimde, vermenigvuldigden zich zijn vijanden ; weldra was de Conventie, wier leden hij sinds lang niet meet -j-.iarde, slerhts een groot complot, dat zijn ,l,ii ui gezworen had, en toen hij dan ook den 9\'» TltermUlor (27 Juli) in de vergadering 1 ert.cheen, om zich, vertrouwend op de kracht gt; ■.an zijn woord, tegenover zijn beschuldigers te rechtvaardigen, werd zijn stem gesmoord j onder de kreten: „Weg met den tiran! eg-met den dictator !quot; Tallien zwaaide z-\'lls een dolk, waarmee hij .-■zworen had, den dwingeland te doorsteken, zuo de Conventie den moed miste om hem te vonnissen. Daverende toejuichingen begroetten dat gebaar; van alle kanten weerklonk de c isch dat Robespierre / \'tl gearresteerd worden. lt; )p dat woord vaart den ellendeling, die heel I rank rijk zoo lang heeft doen sidderen, een huivering door de leden. levergeeN poogt hij i - spreken ; het woord wordt hem niet gegund ■11 hij kan slechts enkele onverstaanbare klan-l.i-n uitbrengen. „ , i ..ll.t blo d van Danton verstikt n, bijt men hem toe. Met het klamme angstzweet op het gelaat, .iet knikkende knieOn en haperende stem slaat d.ur de man, die v »or weinige dagen nog 1 j])permaf:htig was. Tevergeefs doet hij een K-p op \'.•nkel-n. in wie hij nog vrienden en getrouwen meent te zien. Met afschuw wenden allen zich van hem af; zijn arrestatie w ordt besloten, en onder het zwaaien der hoeden weerklinken de eenparige kreten: „Leve de repu-blie\';\' I e de vrijheid \' ^ eg met den tiran . Op suiaiulen \\oet moet hij gevonnist worden ; met een viertal zijner handlangers wordt inj voor de balie gesleept ; maar de tijd is ie , t gevorderd om de bes\' huldigden nog te hooren, I let is reeds laat in den avond en de ver--adering be luit haar zitting tot den volgenden „„g- ut vi-rda. •u. I gt;e beschuldigden zullen in middel, haar de gevangenis gevoerd worden. M.i.ir Rob\'-.piert heelt nog vrienden ; een troep |
jacobijnen, van zijn arrestatie verwittigd, komt hem te hulp gesneld en ontzet hem met zijn medegevangenen uit de handen der gendarmen. In zegepraal gaat het thans naar het stadhuis : het gemeentebestuur, dat de Conventie als zijn mededingster beschouwt, opent de deuren wagenwijd voor den vernederden dictator. Met hein tot aanvoerder zal het de gehate vergadering der volksvertegenwoordigers omverwerpen. „Te wapen 1quot; weerklinkt de kreet ; in de zalen, in de bureau\'s, op de binnenplaatsen en op het voorplein komt alles in beweging. Al wie het met de gemeente houdt, schaart zich om Robespierre. „Wees nij onze aanvoerder,quot; klinkt het, „w ij zullen 11 overal volgen, wij zijn bereid voor u te sterven. Maar de dictator van gisteren heelt alle geestkracht verloren. „(lij waart dus slechts moedig in den voorspoed duwt zijn vriend St.-Just hem toe. Kanonnen worden aangesleept, en op de vergaderzaal der ( onventie gericht. Deze wapent zich op haar beurt. Robespierre met zijn aanhang en de hoofden van het gemeentebestuur w orden buiten de wet gesteld. Kr wordt alarm geslagen; de troepen snellen aan ter verdediging der Conventie. W eldra woedt in de duisternis van den nacht een wanhopige worsteling tus-schen de partij van het gemeentebestuur en de partij der (\'onventie. Maar de laatste behoudt ;iïs de sterkste de overhand; zij stormt het stadhuis binnen, waar Robespierre zich in doodsangst verscholen houdt, en op het oogenblik da? hij als een dief in een hoek wil wegsluipen, lost een gendarm een pistoolschot op den |,i(aard. dat hem hel kakebeen verbrijzelt. Aldus verminkt, wordt hij \'s nachts om twee uur naar de (\'onventie teruggesleept, en daar op een tafel uitgestrekt, half verstikt doorzijn ■ igen bloed, wacht het monster, dat zoo lang inquot; bloed heeft gezwelgd, zijn doodvonnis af. Den volgenden morgen ging hij met twintig anderen naar het schavot, en een kreet van 1 verademing steeg over geheel l-rankrijk op bij nel vernemen der tijding dat het Schrikbewind i gevallen was. Ach! wanneer zal het ongelukkige land voorgoed bevrijd zijn uit de klauwen der revolutie, die het thans nog gebiedt te juichen in haar zi\'geningen, terwijl zij het honderd jaren lang niets dan jammeren gebracht heelt ! |
■ ■ . . ■. • ■ , gt; ; ;
SIP -•
I : I
fii;
.
\'■ai; \'ftfö ggl».
IS S
.
I
■■ k# . ■ -il