-ocr page 1-

/

/

-ocr page 2-
-ocr page 3-

Ax. /.

J

1

I

ill lil 1

f ................... A

J

WAT ROME LEERT

ij

EX

WAT DE BIJBEL LEERT.

..N

\'.\'7\' ]» K v- ^

Prijs 5 Cts.

Breukelen — J. DEN BOKR — 1894.

II 11

II 1

sPlLIPPUS.quot; XCIV.

-ocr page 4-

Bij den uitgever J. DEN BOER, te BREÜKELEN zijn vanwege „FILIPPUSquot; de volgende Boekjes uitgegeven. Zij zijn ook bij de depóthouders voorhanden, alsmede bij iederen solieden boekhandelaar te verkrijgen.

IV. IJina \'s Kijkje. 3de druk. ƒ 0,05 VIII. Drie belangrijke sterfbedden. 2de druk. » 0,06 XIV. De weg naar huis; gedachten en aanwijzingen aangaande de reis naar den Hemel. » 0,06

XVI. Gelooven op gezag, Dat mag.....? 2de druk. » 0,04

XVII. Treffende bijzonderheden uit de geboortegeschiedenis der Chr. Geref. Kerk. » 0,20

XVIII. Een praatje over de kermis met een paar boerenjongens, door J. F. BÜLENS. 2de dr. » 0,04

XXX. De heiliging van den dag des Heeren. » 0,10

XXXI. Huiselijke opvoeding, door L. BROUWER. » 0,10 XXXIII. (P)Anua, de jeugdige getuige, door Johannes.2e dr.» 0,05

XXXV. Stem en Snaren, ingen. » 0,70

» tgt; geb. » 0,80

■» ygt; geb. in prachtb. » 1,00

XXXVI. Een gemengd huwelijk. » 0,03 XLVI. Uit de diepte roep ik tot U; door H. B. » 0,05 XLVII. Dagboekje van de 12 jarige Marie. » 0,06 XLVIII. Lijdens-, Paasch- en Pinksterliedereu. » 0,02\' LIV. Ds. T. Bos. Het Arbeiders-vraagstuk en het Evangelie.» 0,10 LV. Uitreddingen van een zeevaarder. » 0,08 LVI. A. Littooij. Het Wcsleyaansche Methodisme. » 0,225 LVII. J. Smelik. Twaalf liederen voor schoolgebruik. » 0,10 LVIII. A. Littooy. Het geven. » 0,075 LX. Brieven van Van der Groe. » 0,50 LXI. F. A. Augusti; of de bekeering, enz. » 0,08 LXIV. Reisindrukken; of, over Domburg en Wiesbaden

naar Dusseldorp; door S. A. v. d. Hoorn. » 0,40

LXIX. Iets over de verloving en het huwelijk. » 0,05

LXX. 7 pijlen in het hart van het Romanisme, door Nap.

Rousel; in cartonnen bandje. * 0,30 LXXI. God waakt over de Zijnen. 2e druk. quot; 0,05 LXXIII. Robert Flockhart. » 0,05 LXXVI. Twee Samenspraken voor Chr. Jongel. Veieen. » 0,10 LXXVIII. Apollos. » 0,05 LXXX. Eene roepende zonde. 2e druk. » 003, LXXXII. L. Lindeboom. Onze roeping tegenover Rome. » 0,15 LXXXIV. De uitnemende rijkdom van Gods heerschappij voerende genade. » 0,03

-ocr page 5-

Wat Rome ieeri

EN

quot;ibe\' leert

Jj

BllEÜKKLK.N, J. 1)EX BoKK. 1894.

-ocr page 6-

Bij den uitgever J. DEN BOER, te BREÜKELEN zijn vanwege „FILIPPUSquot; de volgende Boekjes uitgegeven. Zij zijn ook bij de depóthouders voorhanden, alsmede bij iederen solieden boekhandelaar te verkrijgen.

IV. IJina \'s Kijkje. 3de druk. ƒ 0,05 VIII. Drie belangrijke sterfbedden. 2de druk. » 0,06 XIV. De weg naar huis; gedachten en aanwijzingen aangaande de reis naar don Hemel. gt; 0,06

XVI. Gelooven op gezag, Dat mag.....? 2de druk. » 0,04

XVII. Treffende bijzonderheden uit de geboortegeschiedenis der Chr. Geref. Kerk. » 0,20

XVIII. Een praatje over de kermis met een paar boerenjongens, door J. F. BULENS. 2de dr. » 0,04

XXX. De heiliging van den dag des Heeren. » 0,10

XXXI. Huiselijke opvoeding, door L. BROUWER. » 0,10 XXXIII. (P)Anna, de jeugdige getuige, door Johannes.2e dr.» 0,05

XXXV. Stem en Snaren, ingen. » 0,70

» » geb. » 0,80

» » geb. in prachtb. » 1,00

XXXVI. Een gemengd huwelijk. gt; 0,03 XLVI. Uit de diepte roep ik tot ü; door H. B. » 0,05 XLVII. Dagboekje van de 12 jarige Marie. » 0,06 XLVIII, Lijdens-, Paasch- en Pinksterliederen. » 0,025 LIV. Ds. T. Bos. Het Arbeiders-vraagstuk en het Evangelie.» 0,10 LV. Uitreddingen van een zeevaarder. » 0,08 LVI. A. Littooij. Het Wesleyaansche Methodisme. » 0,225 LVII. J. Smelik. Twaalf liederen voor schoolgebruik. » 0,10 LVIII. A. Littooy. Het geven. » 0,075 LX. Brieven van Van der Groe. » 0,50 LXI. F. A. Augusti; of de bekoering, enz. » 0,08 LXIV. Reisindrukken; of, over Domburg en Wiesbaden

naar Dusseldorp; door S. A. v. d. Hoorn. » 0,40

LXIX. Iets over de verloving en het huwelijk. » 0,05

LXX. 7 pijlen in het hart van het Romanisme, door Nap.

Rousel; in cartounen bandje. » 0,30

LXXI. God waakt over de Zijnen. 2e druk. » 0,05

LXXIII. Robert Flockhart. » 0,05

LXXVI. Twee Samenspraken voor Chr. Jongel. Vereen. » 0,10

LXXVIII. Apollos. * 0,05

LXXX. Eene roepende zonde. 2e druk. » 003,

LXXXII. L. Lindeboom. Onze roeping tegenover Rome. » 0,15 LXXXIV. De uitnemende rijkdom van Gods heer-

schappijvoerende genade. » 0,03

-ocr page 7-

Wat Rome ieert

EN

wat de Bijbel ieert.

j

Bueukklüx, J. Boek. 1894.

-ocr page 8-

Volk!

Kom maar binnen, koopman!

Koopman. Zoo, de huisvader krank?

Huisvader. Ja, koopman, al een geruimen tijd.

Koopm. En geen hoop op herstel?

Huisv. Waarschijnlijk aan deze zijde des grafs niet. Ik heb echter door Gods genade hoop eenmaal in den hemel te komen, daar, waar geen inwoner zal zeggen: »ik ben ziek,quot; en eens hoop ik een lichaam te ontvangen, dat niet gebrekkig meer is. Hebt n deze hoop ook, koopman? want zooals ik zie, is u ook gebrekkig.

K. Dat kan ik nog niet zeggen. Ik ben katholiek, maar ik ga niet meer ter kerk of ter biecht. Ik heb genoeg van het Koomsche, geloof.

U. Wel zoo, koopman. Mag ik n wel eens vragen, waarom gij van het Roomsche geloof genoeg hebt?

K Ja, ziet u, acht jaar geleden kreeg ik een Nienw Testament present, en dat boek heeft mij geleerd, dat de leer der Roomsche Kerk in strijd is met den Bijbel, en onze geestelijken gebruiken, wanneer zij prediken, toch ook den Bijbel.

H. Zoo, zoo, en zon ik ook mogen vragen, wat gij zoo al in den Bijbel hebt gevonden, dat niet in overeenstemming is met de leer uwer Kerk?

K. Ja, ziet n, geleerd ben ik nog niet in Gods Woord; er is nog zooveel, dat ik niet vat; het rechte licht ontbreekt mij nog; maar enkele zaken zijn mij toch helder geworden als de dag, bijv. wanneer ik mg be-

-ocr page 9-

3

zondigd heb, zoodat. ik boete moet doen. De bedrevene zonden moet ik den pastoor biechten, en naar gelang de zonden zijn. legt bij mij zoo veel gt; Vader Onsjesquot;, »Wees gegroetsquot; en »Ik geloof in God den Vaderquot; op, en bovendien, naar men betalen kan, zooveel stuivers, dubbeltjes enz.

E. Vindt gij dit in strijd met Gods getuigenis?

K. Ja zeker! De Bijbel leert, dat wij onze zonden in de binnenkamer, alleen voor God hebben te belgden.

U. Ja, maar er staat ook geschreven: »Belijdt elkander de misdadenquot;.

K. Ja wel, maar dat ziet op het geval, als wij tegen een mensch gezondigd hebben, dunkt u ook niet?

H. Zeker, dat is ook de bedoeling van den Apostel.

K. Ik lieb ook nog nergens eene plaats gevonden, waar de Heere Jezus of Zijne Apostelen de menschen geld afgevraagd hebben om vergiffenis van zonden te verkrijgen; ook niet, dat zij het gebed als een strafmiddel hebben toegepast.

H. Het gebed tot een tuchtmiddel te verlagen is eene groote zonde. Het eene »Onze Vaderquot; na het ander opdreunen is in strijd met het derde gebod van \'s Heeren Wet: »Gij zult den naam des Heeren, Uws Gods, niet ijdellijk gebruiken.quot; Het groeten toch van Maria is groote onzin, zij hoort u niet en kent u niet.

K. Toen ik zes of zeven weken niet ter kerk was geweest, kwam pastoor mij bezoeken, en vroeg mij waarom ik niet ter kerk kwam. Ik zeide ZEvv., dat ik mij met de leer der Roomsche kerk niet meer kon vereenigen. Op ZEws. vraag: waarom niet? antwoordde ik, dat de Heere Jezus ons anders leerde dan de Kerk.

-ocr page 10-

4

Pastoor. Wat is dut dan?

Ik. Ja mijnheer, alles kan ik niet noemen, maar bijv; Jezus heeft bij de instelling des Avondmaals brood en wijn gegeven. U alleen drinkt wijn en de leeken krijgen den beker niet.

Pastoor. En als u nu eens een druppel van dat heilig bloed des Heeren morste; maar ik hoor het al, gij hebt zeker in den Bijbel gelezen.

Ik. Ja mijnheer, ik heb een Bijbel, daarin heb ik , reeds zooveel gelezen, dat ik wel begrijp, dat de Roomsche Godsdienst niet de Godsdienst is, die den lleere aangenaam is.

Pastoor. Gij moogt den Bijbel niet lezen; laat dat maar aan de geestelijken over. Gij begrijpt er toch niets van.

Huisv. Hebt gij wel eens nagedacht, koopman, waarom uwe geestelijken zoo bang zijn, dat de leeken een druppel uit den beker zullen morsen?

K. Ja, zij zeggen en leeren ons, dat brood en wijn bij het H. Avondmaal door de zegening des priesters veranderen in het vleesch en bloed des Heeren.

H. Zou de Bijbel dit ook leeren?

K. Ja, wat zal ik zeggen; zooals ik straks gezegd heb, ben ik nog te weinig met de waarheid op de hoogte. Echter dit heb ik tegen pastoor gezegd, dat toen Jezus in tegenwoordigheid van Zijne jongeren het Avondmaal instelde Hij alleen zuiver brood, dus geen gewijden ouwel, en zuiveren wijn, heeft gegèven. Jezus had Zijn bloed nog niet vergoten en Zijn lichaam was nog niet verbroken, dus, al staat er nu ook: »dit is Mijn lichaamquot;

-ocr page 11-

en id it is Mijn bloedquot; wij hierdoor te verstaan hebben een teeken en zegel, ter gedachtenis aan Zijn lijden en sterven.

II. Ja, mijn goede vriend, Rome dwaalt zeer, ook in het stuk des Avondmaals. Het is in strijd met Gods Woord ouwels in plaats van voedzaam brood te geven. Het is in strijd met Gods Woord, dat de priester alleen den beker drinkt en hem niet den leeken toedient. Brood en wijn zijn beide waarachtige teekenen en zegelen van de eeniiTe offerande van het lichaam van Christus aan het

O

kruis geschied. Ze zijn zichtbare teekenen, waardoor in de geestelijke behoeften van de geloovigen wordt voorzien.

Volgens Rome is de offerande, door Christus gebracht, niet voldoende, maar moet Hij dagelijks in de mis worden geofferd.

O

De mis leert, dat de levenden en de dooden niet door het lijden van Christus vergeving der zonde hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor dezelve van de mis-priesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en des wijns is, en daarom ook daarin moet aangebeden worden. En alzoo is de Mis in den grond anders niet dan eene verloochening der eenige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en eene vervloekte afgoderij.

De Bijbel leert ons, dat Christus met eene offerande in eeuwigheid volmaakt heeft, degenen die geheiligd worden. Indien het brood en de wijn veranderden in het lichaam en bloed des Heeren, hoevele lichamen zou Hij dan niet moeten hebben, om overal tegelijk tegenwoordig te zijn. Dus is deze leer klare onzin.

-ocr page 12-

6

K. Ja, er is zeer veel verkeerds in de RoomscheKerk. Nu gaan bijv. de vasten weer in. Zeven weken moeten wij ons op onderscheidene dagen onthouden van vetspijzen enz.

Ik kom overal met mijne koopwaar. Men vraagt mij soms of ik een prikje mee wil eten. Eet ik nu mee (een koopman, die bij den weg zwalkt, lust wel eens een warm hapje) dan moet ik, indien ik vet gegeten heb, biechten. Omdat ik een arm man ben, moet ik voor deze zonde tien cent betalen, of zooveel gebeden krijg ik tot straf. Om nu van het laatste af te komen, betaal ik maar liever een dubbeltje. Is dat nu Godsdienst?

H. Goede vriend, de Bijbel leert ons daar niets van. Elke godsdienst kost geld. Uwe Kerk moest de overtredingen niet met geld laten afkoopen. De Heere Jezus heeft gezegd: »Te vergeefs eeren zij Mij, leerende leeringen, die geboden van menschen zijn,quot;als ook: »Wat ten monde ingaat ontreinigt niet.quot; De Heiland noch de H. Apostelen hebben ooit een voorschrift gegeven, om zich van spijze te onthouden. Integendeel, de Apostel keurt dit af. 1 Timoth. 4 ; 3.

Hebt gij nog een oogenblik tijd, koopman, dan wil ik u nog wel een en ander opsommen, waarin uwe Kerk van de waarheid, zooals Gods Woord ze leert, afwijkt.

K. Nu, een half uurtje kan het nog wel lijden, te meer, daar het toch niet veel weer is om te venten.

H. Goed, maar dan zullen wij een Roomsch Nieuw Testament ter hand nemen. Gij mocht eens eenigen twijfel in uw hart hebben, of een kettersche Bijbel wel in orde is.

K. Wat, hebt gij een Bijbel, uitgegeven door onze Kerk V zoo een heb ik nog nook gezien.

-ocr page 13-

II. Zeker heb ik dien. Zie maar eens. Hier hebt ge hem. Lees maar wat hier geschreven staat.

K. Ja, dan mag ik eerst mijn bril wel opzetten. Zie zoo: »Deze Nederduitsche Bijbel, die naar de laatste Vatikaansche kopy is nagezien, naar dezelve op nieuw verbeterd, en op verscheidene plaatsen van veel fouten gezuiverd, acht ik weerdig om tot nut, zoowel van de predikers als van anderen, in \'t licht gegeven te worden.

Den 27 July 1598. Samuel Loyaerts, leeraar in de

Godgeleerdheid en pastoor van St. Michiels Kerk.quot;

ƒ/. Zie zoo. Nu weet gij, dat deze Bijbel, volgens boven beschreven verklaring, echt is, en dat hij niet alleen voor HH. pastoors, maar ook tot nut van anderen (leeken) het licht zag. Zoo ziet gij, dat uw pastoor zijn bevoegdheid te buiten gaat, indien hij u den Bijbel verbiedt te lezen.

K. Ik dank je. Ik ben blij, dat ik dit weet. Pastoor moet nu komen, om mij het Bijbellezen te verbieden! Waar kan ik zulk een Bijbel koopen, weet u ook wat hij kost?

H. Gij kunt, denk ik, in eiken boekwinkel wel terecht, en gij kunt hem ook wel koopen in het Bijbelmagazijn, Heerengracht 336 Amsterdam.

De prijs van Oud- en Nieuw Testament is ƒ 1.80, het N. Testament alleen kost, naar ik meen ƒ 0.50.

Laat ons nu eenige punten van Rome\'s kerkleer nagaan en met dezen Bijbel vergelijken.

Beginnen wij met de leer der onbevlekte ontvangenis van de maagd Maria. Uwe kerk leert: »Maria is zondeloos geboren.quot; Haar bijbel leert, zooals Job zegt in

-ocr page 14-

Hoofdstuk 14: »Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet één.quot; S. Paulus schrijft aan de Romeinen Hoofdst. 5 : 12: »Daarom gelijk door eenen mensch de zonde in deze wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzoo is de dood in alle rnenschen voortgegaan, in denwelke zij allen gezondigd hebben.quot; Maria is, even als u en ik, in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren.

Dat Maria niet zonder zonde is geweest, blijkt uit haar eigen woorden, zie S. Lukas\' Evangelie Hoofst. 1 : 16 en 17: »En Maria heeft gezeid: Mijne ziel maakt groot den Heere; en mijn geest heeft zich verheugd in God mijnen Zaligmaker.quot;

Hier erkent Maria den Heere Jezus als haar God en Zaligmaker; dat behoefde zij niet, indien zij geene zondares geweest ware; wie geene zonde heeft, heeft geen Zaligmaker van noode. De kerk leert ook de aanroeping van gestorvene heiligen, alsmede de aanbidding van Maria als Middelares.

Van daar, dat de Roomschen niet tot den eenigen Middelaar Jezus Christus naderen, maar hun toevlucht nemen tot Maria en andere gestorvene heiligen, en de engelen.

Ook dit is in strijd met de H. Schrift, 1 Joh. 2 ; 1 en 2: »Mijne kinderkens, deze dijigen schrijf ik u, omdat gij niet zondigen zoudt. Maar is het dat er iemand zondigt, zoo hebben wij een Voorspraak bij den Vader, den rechtvaardigen Jezus Christus.quot; 1 S. Paulus 2:5: »Want daar is één God, en één Middelaar tusschen God en de menschen, te weten, de mensch Christus Jezus.quot;

Petrus zegt in de Werken der Apostelen Hoofdst.

-ocr page 15-

9

4 : 12; «En daar is in geen anderen zaligheid. Want daar is geeu andere naam onder den hemel den menschen gegeven, door denwelke wij moeten zalig worden.quot;

Toen men de Apostelen te Lystre Goddelijke eer wilde bewijzen, zie de Werken der Apostelen, Hoofst. 14 : 10-17, scheurden zij hunne kleederen van smart, zeg-gende, vers 14: »Gy mannen, waarom doet gij deze dingen? Wij zijn uws gelijks en, sterfelijke menschen, verkondigende u, dat gij u bekeeren zoudt van deze ijdelheden tot den levenden God.quot; enz.

Toen S. Jan op Patmos een der Engelen wilde aanbidden Apocalypse 19 : 10, werd hij vermaand dit te laten; »Ziet dat gij dit niet doet; ik ben uw mededienaar, en uwer broederen, die getuigenis hebben van Jezus. Aanbid God.quot;

Zoo ziet gij, koopman, dat Maria-, heiligen-, en Enge-lendienst, aanbidding of vereering door de Schrift verboden is. Zij, die vanwege hunne zonden, vermoeid en beladen zijn, worden genood, rechtstreeks tot Jezus te gaan, zonder tusschenkomst van wie dan ook. Het is Godonteerend en niet tot eer van onzen Heiland naast Hem nog andere Middelaars te stellen. De Roomschen verloochenen dan ook met de daad onzen Heere en Zaligmaker. Van tweeën een; of Jezus is geen volkomen

o O

Zaligmaker, of zij, die Hem met een waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben, dat tot hunne zaligheid noodig is.

O O

Verder leert uwe Kerk de zaligheid door verdiensten als; goede werken, gebeden, aalmoezen, onthouding van spijs en drank. De Bijbel leert ons; wij kunnen alleec

-ocr page 16-

10

zalig worden uit genade, door het geloof in de eenige oöerande Christi, dus door Zijn kruis- en zoenverdiensteu.

God is alleen door eeuwige liefde bewogen ons, of liever de zijnen, het geloof te schenken, Efeze 2:8en9: »Want door de gratie (genade) zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u zeiven; want het is Gods gave. En niet uit de werken, opdat niemand glorie (roerae).

Romeinen 3 : 20: »Want uit de werken der Wet, zal geen vleesch lt;rereclitv!iardilt;nl worden voor Hem,quot; en

c O O i

vers 28: »Want wij houden voor waar, dat de mensch gerechtvaardigd wordt door het geloof, zonder de werken der Wet.quot; Zij, die door hunne goede werken zalig willen worden, mogen bedenken dat S. Paulus schrijft, Galaten 3; »En wanneer in de wet niemand gerechtvaardigd wordt bij God, zoo is het openbaar, dat de rechtvaardige uit het geloof leeft.

Wanneer iemand door zijne werken de zaligheid kan verdienen, had de Heere Jezus niet behoeven te komen, om door Zijn lijden en sterven ons den weg tot God te banen.

Dat onze goede werken bij God niet in aanmerking komen is duidelijk, wanneer wij lezen S. Lukas 18 :10-14: »De Farizeër, die niet zoo slecht was als de publicaan (Tollenaar) en nog al wat goede werken had in te brengen, werd niet gerechtvaardigd.

Onze beste werken zijn met zonde bevlekt. Indien wij gedaan hebben, al wat ons geboden is, zoo zijn wij nog onnutte dienstknechten, want wij hebben dan niets meer tjedaan dan ons bevolen was.quot; S. Lukas 17 ; 10. -Rora.

D

-ocr page 17-

11

3 : 24 zegt: )gt;Rechtvaardig gemaakt om niet door zijne gratie, door de verlossinge, die door Christus Jezus geschied is.

K. Maar zegt S. Jakob niet, dat een mensch niet alleen uit het geloof, maar ook uit de werken gerechtvaardigd wordt V

H. Jawel, dit leert S. Jakob ook, S. Jakob 2 : 24. Indien wij echter letten, dat S. Jakob schrijft over men-schen, die voorwendden te gelooven, maar door hunne daden toonden een dood geloof, of een geloof zonder vruchten te bezitten, dan verwundere het ons niet, dat hij zegt: »nienschen! gij zegt, dat gij gelooft, welnu toont dit dan, even als Abraham, die God gehoorzaamde en daardoor bewees, dat hij een door God gerechtvaardigd zondaar was, uit uwe werken. S. Paulus schrijft over menschen, die hunne rechtvaardiging trachten te verkrijgen door de werken der wet. Hierom toont hij aan, dat Abraham door het geloof gerechtvaardigd is, zonder de werken der Wet, zie Romeinen 4.

Te belijden met den mond: »Ik ben een geloovige,quot; en geene vruchten des geloofs te dragen, is in strijd met het waar zaligmakend geloof: „Want het is onmogelijk, dat zij die in Christus gelooven, door God gerechtvaardigd zijn, niet zonden voortbrengen vruchten der dankbaarheid.quot;

De geloovigen betoonen uit hunne werken, dat zij geloovigen zijn. God wil naar zijne liefde, die goede werken beloonen. welke ter Zijner eer en tot nut van den naaste beoefend worden. Deze belooning geschiedt echter niet uit verdienste, maar uit genade.

-ocr page 18-

12

Waarlijk, koopman, alle roem is aan \'s inerischen zijde uitgesloten. Zullen wij zalig worden, dan zal het onverdiende zaligheid zijn, en zooals S. Paulus schrijft, Romeinen 3 : 27: »Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door welke Wet? Der werken? Neen; maar door de Wet des geloofs.quot;

K. Jongen, jongen, liet wordt mijn tijd; ik moet zoo aanstonds been. Ik zou anders nog wel meer willen hooren. Want er begint mij boe langer boe meer licbt op te gaan.

H. Dit verblijdt mij; mag ik u ecbter nog kort op een drietal punten wijzen, die mede klaar aahtoonen dat het stelsel der Roomscbe Godsvereering onbijbelscb is?

K. En dat is?

H. Het vagevuur; dat de paus van Rome geen hoofd van Christus\' Kerk is; en dat bet verbieden van liet huwelijk der geestelijken ook in strijd is met Gods Woord.

K. Dat de leer van het vagevuur een verzinsel is, heb ik uit den Bijbel reeds goed begrepen.

Do Bijbel leert ons een bel en hemel. Dit begreep ik terstond, toen ik de gelijkenis las van den rijken man en den armen Lazarus, S. Lukas 16 : 19 eu v.v.

H. Zoo; hoe bemerktet gij dat?

K. Wel, heel eenvoudig; ik lees daar, dat toen de rijke man stierf en aan de andere zijde des grafs zijne oogen open deed, bij ia de bel, in de eeuwige pijn was, en even zoo toen Lazarus stierf, hij terstond in Abraham\'s schoot, in den hemel was, en uit bet vervolg van de gelijkenis blijkt, dat zij daar voor eeuwig een ieder op zijne plaats waren.

-ocr page 19-

13

11. Juist. Wij lezen dan ook, 1 S. Joh. 1 : 7; »En het bloed Jezus Christus, Gods Zoon, zuivert ons van alle zonden.quot; Tndien de Heere ons onze zonden vergeeft, verlost Hij er ons niet alleen van, maar Hij spreekt ons ook vrij van derzelver straf. Christus heeft de straf onzer zonden gedragen. God straft de zonden geen tweemaal.

Derhalve is het vagevuur een verzinsel, uitgedacht, ook om \'s pausen schatkist te stijven, teneinde voor geld de zielen uit het vagevuur te bidden.

K. Zoo is bet.

De kerk van Rome verbiedt haar geestelijken het huwelijk. S. Paulus noemt het verbieden van bet huwelijk eene leer des duivels, 1 Timotheus 4 : 1—3. In 1 Timoth. 3 : 2 zegt hij: »Daarom moet een Bisschop wezen onberispelijk, maar eener huisvrouwe man.quot; He-breën 13 : 4: »Het huwelijk zij eerlijk bij iegelijk, en het bedde zij onbesmet.quot; Petrus is getrouwd geweest, en ook andere Apostelen,

K. Wat zegt ge?

R. Ja, Petrus eu andere Apostelen zijn getrouwd geweest. Lees maar S. Markus 1 : 30. Daar lezen wjj, dat Simons huisvrouw\'s moeder door Jezus van de koorts verlost werd. 1 Corinthe 9 : 5 zegt S. Paulus: »Hebben wij geene macht eene vrouwe, die eene zuster is, alom mede te leiden, gelijk de andere Apostelen, en de broeders onzes Heeren en Cefas?

K. Dat heb ik nog nooit geweten.

U. Dat komt omdat ge uw Bijbel te weinig leest en niet genoeg let op betgeen er geschreven staat, vriendje! Bidt ge wel eens bij het lezen van uw Bij-

-ocr page 20-

14

bel om de voorlichting des Heiligen Geestes V

K. Neen, daar heb ik niet aan gedacht.

11. Dat is jammer, man, de Bijbel moet biddend onderzocht worden én om hem te verstaan én om er nut tot zaligheid uit te ontvangen. Maar nu zou ik u nog aantoonen, dat de paus tegen den Heere zondigt door zich stedehouder van Christus op aarde te noemen en zich als zoodanig Goddelijke eer te laten bewijzen.

De Heere Jezus Christus is het Hoofd Zijner duur gekochte Gemeente. Hij heeft nimmer een plaatsvervanger aangesteld. Wanneer er twee hoofden van Christus\'Kerk op aarde noodig waren, moest het daarom noodig zijn, dat de Kerk buiten een zichtbaar hoofd niet staande kon blijven. Zulks te beweren is tegen de Schrift, en verkleint de eere van Christus, Die, hoewel in den hemel zijnde, zijne Kerk op aarde vergadert, als het Hoofd dei-Gemeente Zijne Kerk regeert, en door Zijn Woord en Geest bewaart, beschut en behoudt. De poorten der hel zullen Zijne Gemeente niet overweldigen.

De bisschop van Rome Gregorius, zeshonderd jaar na Christus, zegt zelf: »Ik zegge vrijmoedig, dat al degenen, die zich algemeen Bisschop noemt, of tracht om zoo genoemd te worden, dat die voor den Antichrist gaat in zijn opgeblazenheid.quot;

In de Gemeente des Heeren moet geen heerschappij zijn; waar echter een opperhoofd is daar is ook heerschappij.

De Heere Jezus zegt S. Lukas 22 : 25 en 26: »De Koningen der heidenen hebben heerschappij over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heeren genoemd. Maar gij niet alzoo; maar die de meeste onder u is,

-ocr page 21-

15

worde als de minste, en die overste is, als een dienaar.quot;

Petrus is nooit meer geweest dan de andere Apostelen. De Heere heeft al zijne jongeren met dezelfde macht bekleed.

S. Paulus zegt 2 Corinthe 11: ,,Ik acht dat ik nergens in minder geweest ben dan de uitnemendste der Apostelen.quot;

S. Paulus heeft Petrus bestraft, omdat hij te berispen was. Galaten 2 : 11. Petrus werd van de Apostelen gezonden. Handelingen of werken der Apostelen hoofdst. 8. Nu, indien Petrus het hoofd der Kerk of paus geweest ware, zou men hem niet gezonden hebben; een meerdere zendt, bedeelt, gebiedt wel de minderen.

Wat zou de paus wel zeggen indien de bisschoppen hem iets bevalen?

Neen, koopman, de paus matigt zich een recht aan, dat tegen Gods Woord indruischt. Hij stelt zich aan als een god op aarde, üe leden eeren hem meer dan God zelf. Het woord en de bevelen van den paus worden boven Gods Woord gesteld.

Arm volk, arme paus! die den Schepper niet eeren maar het zondig schepsel. Hoe vreeselijk is Rome\'s zonde! De Joden, maar ook Rome, maken Gods gebod krachteloos door hunne inzettingen.. Rome weet zeer goed, wanneer het Gods Woord zuiver predikt en het volk Gods Woord in handen geeft, dat zijn God-of menschvereering als een kaarten huis ineen valt.

K. Maar nu moet ik heen; de tijd roept.

H. Nog ééne vraag, koopman. Gij\' bezit nu den Bijbel; wees daar den Heere dankbaar voor. Die Bijbel leert u 1 Joh. 3, dat gij wedergeboren moet worden, d. i. gij moet een nieuw mensch worden. Hebt gij daar wel over nagedacht?

-ocr page 22-

16

A\'. Niet zoo ernsticr

O

H. Dat meen ik bespeurd te hebben. Daarom bid God ernstig, om de vernieuwing uws harten. Dit is noodzakelyk om getroost te leven en zalig te sterven. Zonder dat komt gij niet in den hemel.

K. Ik hoop die genade van God te begeeren. Ik dank u voor uw onderricht. Bid voor mij. S. Goeden dag, koopman. God zegene u.

-ocr page 23-

LXXXVII. „De kwalen van onzen tijdquot; door A. Littooij. / 0,10 LXXXVIII. Gedichten van W. G. Stevens »0,17\'/«

XCI. Wat doet gij voor de komst van het Koninkrijk Gods gt; 0,06 XC1II. Merkwaardige Brieven. gt; 0,05

Boekjes a 2 ct.

Deze boekjes zijn, desverkiezende gesorteerd, do 100 ex. f1,20»

250 ex. t 2,80; 500 ex. f 5,40; 1000 ex. f 10.

Villa. Ter elfder nre. 4e druk.

VIIIS. Een eigengerechtige gered. 4e »

VIIIc. Een Koomsch meisje bekeerd. 4e »

XII. Drie Kerstliederen. 2e »

XXIII. De zegen eener vrijmoedige belijdenis. 2e »

XXV. (G) Avondgebed.

XXVI. Kan een soldaat Christus belijden? 2e » XXXII. Al weer iets over de kermis. 3e »

XXXVII. (F) De wereld zonder Bijbel. 2e »

XXXVIII. In het ziekenhuis te Leiden. 2e gt;

XXXIX. Drie jeugdigen, in den Heere ontslapen. 2e » XLIII. Gelooft gij? 2e * Lil. (P) Een nieuwe vriend; hoe zult gij hem verwelkomen? 2e »

LUI. Vijf nieuwe dingen. Voor kinderen. Bij het

nieuwe jaar. 2e »

LXII. Het doel van Christus\' komst op aarde. LXV. Waarschuwing tegen het lichtvaardig aangaan

van een huwelijk.

LX VI. De wonderbare uitredding. (Een verhaal voor kinderen.) LXXII. Over het ter kerk gaan. 2e »

LXXIV. Iets voor brave en Godsdienstige menschen.

LXXV. Worden alle menschen zalig? 2e ■»

LXXVII. Een gesprek over een normalen (acht-

urigen) arbeidsdag. 2e »

LXXIX. Een woord aan onze Godvreezende dienstboden. LXXXI. Gierigheid. 2e »

LXXXIII. Een Zondag in de Kazerne.

LXXXV. De dood op de planken. 2e »

LXXXVI. De wandelende Jood

LXXXIX. Was de Heere Jezus Christus .revolutionairquot; XC. De Hervormingsdag.

XCII. Zijt gij rijk?

-ocr page 24-

16

K. Niet zoo ernstior

O

H. Dat meen ik bespeurd te hebben. Daarom bid God ernstig, om de vernieuwing uws harten. Dit is noodzakelijk om getroost te leven en zalig te sterven. Zonder dat komt gij niet in den hemel.

K. Ik hoop die genade van God te begeeren. Ik dank u voor uw onderricht. Bid voor mij. -ff. Goeden dag, koopman. God zegene u.

-ocr page 25-

LXXXVII. „De kwalen van onzen tijdquot; door A. Littooij. / 0,10 LXXXVIII. Gedichten van W. Gr. Stevens ï0,17Vi

XCI. Wat doet gij voor de komst van het Koninkrijk Gods » 0,06 XC1II. Merkwaardige Brieven. » 0,05

Boekjes a 2 ct.

Deze boekjes zijn, desverkiezende gesorteerd, de 100 ex. f 1,20\'

250 ex. f 2,80; 500 ex. f 5,40; 1000 ex. f 10.

Villa. Ter elfder ure. 4e druk.

Villi. Een eigengerechtige gered. 4e »

VIIIc. Een Roomsch meisje bekeerd. 4e »

XII. Drie Kerstliederen. 2e »

XXIII. De zegen eener vrijmoedige belijdenis. 2e »

XXV. (G) Avondgebed.

XXVI. Kan een soldaat Christus belijden? 2e igt; XXXII. Al weer iets over de kermis, 3e »

XXXVII. (F) De wereld zonder Bijbel. 2e »

XXXVIII. In het ziekenhuis te Leiden. 2e gt;

XXXIX. Drie jeugdigen, in den Heere ontslapen. 2e » XLIII. Gelooft gij? 2e » Lil. (P) Een nieuwe vriend; hoe zult gij hem verwelkomen ? 2e »

L1II. Vijf nieuwe dingen. Voor kinderen. By het

nieuwe jaar. 2e »

LXII. Het doel van Christus\' komst op aarde. LXV. Waarschuwing tegen het lichtvaardig aangaan

van een huwelijk.

LX VI. De wonderbare uitredding. (Een verhaal voor kinderen.) LXXII. Over het ter kerk gaan. _ 2e »

LXXIV. Iets voor brave en Godsdienstige menschen.

LXXV. Worden alle menschen zalig? 2e »

LXXVII. Een gesprek over een normalen (acht-

urigen) arbeidsdag. 2e »

LXXIX. Een woord aan onze Godvreezende dienstboden. LXXXI. Gierigheid. 2e gt;

LXXXIII. Een Zondag in de Ka/.erne.

LXXXV. De dood op da planken. 2e »

LXXXVI. De wandelende Jood

LXXXIX. Was de Heere Jezus Christus »revolutionairquot; XC. De Hervormingsdag.

XCII. Zijt gij rijk?

-ocr page 26-

EEN

/N ZAAIER GLNG

DITOMTEZAAIEN, V\\ MATTII. 13.3. (« HET ZAAD IS HET W WOOKDGODS.LUC.8.11. 3

FIL. HET LAND DOOR- S \\0 GAANDE, VERKON-W. DIGDE HET w/ XO. EVANGELIE. ^ —cflo-

B

ycit

Snelpernflruk van J. den Boer te Breukelen.

-ocr page 27-

. 1

-ocr page 28-

.: - ■ - , ■ , • (-.. •■,,

- ■■ -xh1

| 1 ;*. :