CMS (\' 11 K X K
VAN II KT
UTK. ()UiVSTUl)KNTMNF( )Xns.
E. oct.
1,1
mmmmz
■ . .
ygi
ffc. * -
Èitr
ZTWTTö^v ^
DE LEEP. DER Z1LIGHEÏD.
LEIDDRAAD
KATECHETISCH ONDERWIJS
EN
ONDERZOEK DER CHRISTELIJKE WAARHEID.
■
J. I. DOEDES.
UTBECHT,
KEMINK amp; ZOON,
I
■
m ;Wt . :f|
w
(over den Dom).
Prijs 30 Ct.
f.
-
_
it
I
—-
DE LEES DER ZALIGHEID.
LEIDDRAAD
BIJ
KATECHETISCH ONDERWIJS
EN
)NDERZOEK DER CHRISTELIJKE WAARHEID.
DOOR
J. I. DOEDES.
UTRECHT,
KEMINK amp; ZOON.
fan denzelfden schrijver zijn mede verschenen:
Handleiding bij het onderwijs in de Bijbelsche Geschiedenis. Veertiende Druk. . . . f
Verkorte Handleiding bij het onderwijs in de Bijbelsche Geschiedenis. Negende Druk. . f 0..15
De Leer der Zaligheid. Verkorte Leiddraad voor Katechetisch onderwijs. Ten behoeve van mingeoefenden. Zevende Druk ... ƒ 0.121/2
Deze Leiddraad by katechetisch onderwijs onderstelt de kennis van de Bijbelsche Geschiedenis, zonder de gelegenheid af te snijden, om haar ter sprake te brengen waar dit noodig mocht zijn.
In de antwoorden zijn de woorden van de vraag, op welke geantwoord wordt, doorgaans opgenomen] terwijl elk antwoord een volzin is, zoodat zij, die vergeten het antwoord in verband met de vraag te beschouwen, daardoor geen schade behoeven te lijden.
Be vragen\', die niet beantwoord zijn, kunnen den kaiecheet, of ook den leerling, aanleiding geven tot ontwikkeling van hetgeen in de antwoorden behandeld is, of bij verder onderzoek van de Christelijke waarheid bovendien^de aandacht verdient.
Ofschoon de 150 vragen en antwoorden te zamen één geheel vormen, zijn zij toch verdeeld in 9 § S die ^elkander in deze orde volgen:
§ 1. Inleiding. Be Heilige Schriften.
2. Over God.
3. Over den mensch en de zonde.
4. Over de ellende door de zonde.
5. Over den Zoon van God, onzen Heer Jezus
Christus.
6. Over het geloof in den Heer Jezus Christus
en de bekeering.
7. Over den Heiligen Geest en de heiligmaking,
8. Over de Evangelieprediking en het gebed.
9. Over de Christelijke Kerk, den Doop, de
geloofsbelijdenis en het Avondmaal.
Moge deze leiddraad, als hulpmiddel bij het kate-chetisch onderwijs en bij verder onderzoek van de Christelijke waarheid, verder nog voor velen tot een blijvenden zegen zijn. Om hem dit, wat de hoofdzaken aangaat, ook voor mindergeoefenden meer dan vroeger te doen worden, is hij ook door mij verkort geworden. Deze verkorte leiddraad is óók bij de Uitgevers van dit leerboekje verkrijgbaar gesteld.
Bij dezelfden zag ook het licht: De Leer der Zaligheid, volgens het Evangelie in de Schriften des Nieuwen Verbonds voorgesteld (2® verm. druk, Utrecht, 1876), door mij uitgegeven ten behoeve van hen, die den geheelen inhoud van het Evangelie meer in bijzonderheden uiteengezet, ontwikkeld, toegelicht en gehandhaafd wen-schen te zien.
J. 1. DOEDES.
DE LEER DER ZALIGHEID.
--
§ I-
INLEIDING.
DB HEILIGE SCHHIPTEN.
1. Wat moet ons met betrekking tot onszelven hoven alles ter harte gaan?
Wij moeten met betrekking tot onszelven het meest zorgen voor ons eeuwig heil.
2. Wat héliben wij tot ons eeuwig heü in de eerste plaats te doen?
Wij moeten met den hoogsten ernst onderzoeken, wat wij hebben te doen om zalig te worden,
* Waaraan moeten wij denken bij de woorden zalig worden en zaligheid in het N. T.t
3. Hoe komen wij te weten, wat wij moeten doen om zalig te worden?
Door het Evangelie vernemen wij, wat wij hebben te doen tot onze zaligheid. Rom. 1: 16, 17.
* Wut beleekent het woord Evangelie?
4. Waar vinden wij hel Evangelie der zaligheid?
Wij vinden het Evangelie der zaligheid in den BijbeL
5. Vit hocvele deelen bestaat de Bijbel?
De Bijbel bestaat uit twee deelen, de verzameling van de Schriften des Ouden Verbonds en de verzameling van de Schriften des Nieuwen Verbonds.
f Tot de Schriften des O. V. behooren: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Denteronomium, Jozna, Richteren, Kuth, 2 van Samuël, 2 der Koningen, 2 der Kronieken, Ezra, Nehemia, Esther. — Job, Psalmen, Spreuken van Salomo, Prediker, Hooglied. — Jesaja,
6
Jeremia, Klaagliederen van Jeremia, Ezechiël, Daniël, Hozea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micba, Nahum, Habaknk, Zephanja, Haggaï, Zacharia, Maleachi. Te zamen 39 in getal.
Tot de Schriften des N. V. behooren: 4 Evangeliën; nl. 1 van Mattheus, 1 van Markus, 1 van Lukas, 1 van Johannes; de Handelingen der Apostelen; — 21 brieven, als: van Panlus, aan de Romeinen, 2 aan de Korinthiërs, aan de Galaten, aan de Ephesiërs, aan de Philippensen, aan de Kolossensen, 2 aan de Thessalonicensen, 2 aan Timotheus, aan Titus, aan Philémon, aan de Hebreen; de algemeene zendbrieven: 1 van Jakobus, 2 van Petrus, 3 van Johannes, 1 van Judas; — de Openbaring van Johannes. Te zamen 27 in getaJ.J
* Waarom gebruikt men voor het woord Verbond ook «tl het woord Te»tament?
** In hoevele soorten worden de boeken de» O. en de» N. Verhonds verdeeld?
*** In we ke taal en wanneer sijn de boeken des O. en N. Verbonds geschreven ?
Wanneer noemt men die boeken echt, ongeschonden, geloofwaardig ?
***** Heeft de Bijbel altijd zoo bestaan, als wij hem nu hebben ? Hoe is hij ontstaan, hoe geworden gelijk hij nu is?
****** Waarom is het goed, dat men den Bijbel vertaald heeft?
6. Waarioe dienen ons de Heilige Schriften des O. en N. Verbonds?
Door de Heilige Schriften des Ouden en Nieuwen Verbonds verkrijgen wij eens juiste, voldoende en zekere kennis van den weg der zaligheid.
• Waaraan moet gedacht worden, als in de H. Schriften gesproken wordt van Gods Woord, b«v. Ps. 119:42, 67, 105. Jes. 40:8. Luk. 5:1. 8 :11. Joh. 17 : 17. Hom. 10: 17. Eph.
7
6:17; — en als in het N. T. melding wordt gemaakt van de Schrift of de Schriften, bijv. Joh. 10 ; 35. 2 Tim. 3 : 16, Joh. 5; 39. Hand. 17 : 11 ?
*♦ Hoe hebben wij de tchrijven der Heilige Schriften te beschouwen? 2 Tim. 3 : 16. 2 Petr. 1; 21. I Petr. 1:11, 12. Joh. 14:26. 15 : 26, 27. 16:13, 14.
Welke waarde hebben wij aan de Apokryfe hoeken de» O. V. te hechten?
7. Wat leert gij in het algemeen uit de Schriften des Ouden Verhonds ?
Ik leer uit de Schriften des Ouden Verbonds, hoe God zich vóór de komst van den Heer Jezus heeft geopenbaard, en wat Hij heeft gedaan, om die komst voortebereiden.
♦ Waarom ii het O. T. belangrijk voor ons? Joh. 5 : 39. Vgl. 2 Tim. 3: 15—17. Kom. 1: 1—3. 15:4. 1 Kor. 10 : 11.
♦♦ Zouden wij het N. T. goed kunnen verstaan zonder het O. T. ?
8. Wat leert gij in het algemeen uit de Schriften des Nieuwen Verbonds?
Ik leer uit de Schriften des Nieuwen Verbonds, wat de Heer Jezus gedaan heeft om zondaren te behouden, en hoe ik door Hem behouden kan worden.
• Waarom moeten wij voor de kennis van de leer der taligheid het meest gebruik maken van het N. T.? Hebr. 1: 1. Joh. 1: 17.
9. Hoe moeien wij de Heilige Schriften gebruiken?
Wij moeten de Heilige Schriften nauwgezet on-
uerzoeken, nauwkeurig met elkander vergelijken, haar goed trachten te verstaan, opdat zij ons wijs mogen maken tot zaligheid.
8
• h de Bi}\'-.el gemakkelijk te verstaan?
** Waarom hebben wij het re \'ht, en waarom tijn wij verplicht, den Bijhei te lezen?
Wat moeten wij bij het te ten van den Bijbel vooral in acht nemen?
§ 2.
OYER GOD.
10. Wïen moet gij vooral recht kennen, om waarlijk gelukkig te zijn?
Om waarlijk gelukkig te zijn, moet ik God recht kenuen, want zonder kennis van Hem kan ik Hem niet liefhebben en gehoorzamen.
• Waarom is tr gem ware Godsdienst mogelijk, tonder rechte kennis van God en hartelijke liefde tol Hem?
11. Hoe leert gij God allereerst uit den Bijhei kennen?
Ik leer God allereerst uit den Bijbel kennen als den Schepper van alle dingen. Gen. 1:1. In den heginne schiep God den hemel en de aarde
• Waarom noemen wij God den eenigen toaar-achtigen Goa? Joh. 17 : 3».
Kunnen wij God letrtn kennen uit de natuur, tonder den Bijbel?
*** Wat kan de natuur ons van God leeren? Rom. 1: 18—21.
**•* Waarom kan de natuur den tondaar niet vertroosten ?
***** Wat bedoelt men ^ als men God den Scheppet van alles noemt?
****** Wat leeren de Schriften des N. V, aangaande de Engelen?
9
1. Omirent de goede Engelen: Luk. 9 : 36. Matth.\' 22 : 30. 24 : 36. 1 Petr. 1: 12. Hebr. 1: 14. Matth. 18:10. 13 : 39. 16 : 27.
2. Omtrent de iooie Engelen:
а. In het algemeen: Jud. 6. Matth. 25 : 41. 2 Petr. 2; 4.
б. Met letrekking tot den duivel: Joh. 8 : 44. Matth. 13 : 39. Hebr. 2 : 14. 1 Joh. 3 : S. Joh. 17:15. Eph. 4:27. Jak. 4 ; 7b, i Petr. 5 : 8. Openb. 12 : 9. 20: 10.
12. Heeft God een begin gehad?
God heeft geen begin gehad, en zal nooit ophouden te bestaan. Hij is onafhankelijk van alles, onveranderlijk en getrouw. Ps. 90; 2. 102 : 13. Jak. 1: 17. 1 Kor. 10: 13.
Wat heteekent de naam Jehova?
13. Is Gód overal?
God is Geest, overal tegenwoordig. Hij ziet alles, hoort alles, weet alles. Hebr. 4: 13. Alle dingen zijn naakt en geopend voor de oogen van Hem, met wien wij ie doen hebben. — Joh. 4:2-4. 1 Joh 3 : 20b. p3. 139 ; i_4.
Vergeet gij nooit, dat God alomtegenwoordig en alweter d is ?
14. Wat gelooft gij van Gods macht?
God is zoo machtig, dat Hy kan doen hetgeen Hem in zijne wijsheid en liefde behaagt. Matth. 19 : 26. Ps. 33: 9.
z\'* Wat is het grootste ieteijs van Gods almacht? Waaruit blijkt Gods wijsheid?
15. Heeft God de me7ischen lief?
Op velerlei wijze is Gods goedertierenheid, barmhartigheid, ontferming, lankmoedigheid, genade jegens de menschen duidelijk gebleken. 1 Joh. 4; 8. God is liefde.
liOEDES, Leer der Zaligheid. gt; 2
10
V*1*
* It God alleen voor de Godvreesenden zoo gexind? Luk. 6 : 35. Matth. 5 : 45.
** Wat is de toorn Gods en hoe is hy in God te verklarenf
*** Wat is het grootste van al de hevijzen van Gods liefde jegens ons?
**** Wie heb\':en alleen het rechte genot van God» lie]de ? (Ygl. Hebr. 10 : 31. 12 : 29.)
16. God rechtvaardig ?
God is rechtvaardig, want Hij vergeldt ieder naar zijne werken, en er is geen aanneming des persoons bij Hem. Hom. 2:6, 11.
17. Waarom wordt God heilig genoemd?
God wordt heilig genoemd, omdat Hij in alles volmaakt is. 1 Joh. 1: 5. God is licht en garisch geen duisternis is in Hem. samp;Wsiv
18. Staat God voortdurend tot het geschapcne in betrekkit/g ?
God zorgt voortdurend voor de geheele schepping, en heerscht over alles. Jezus zegt, Joh. 5; 17b: Mijn vader werkt tot nu toe. — Hand. 14; 17.
17 : 24, 25.
* Waaraan denken wij, als teij van Gods Voorzienigheid spreken?
19. Hoe zorgt God voor het geschapene?
Alles wordt door God zoo met volmaakte wijsheid en liefde onderhouden, dat het bestaat zoo lang en zoo als het Hem behaagt.
* Waarin helt g$ ondervonden, dat God voor u zorgt?
\'** Wat is er met bettekking tot voorspoed en tegenspoed op tem erken en in acht te nemen?
11
20. Hoe heerscht God over alles?
God bestuurt alles zoo, dat het dient tot bereiking van zijn heilig doel. Eph. 1:11: Die aUe dingen werkt mar den raad zijns wils.
* Bemoeit God zich ook met het schijnbaar gt* ringde? Matth. 10 : 29, 30.
*♦ Zijn wij vrij in de uitvoering van anten trilt Spr. 16:1, 9. Rom. 15:22. Jak. 4:18—16.
21. Waf bedoelt God met al zijne werken?
God bedoelt met al zijne werken het geluk zijner
redelijke schepselen en de verheerlijking van zijnen naam. Rom. 11 : 36.
§ 3.
OVEE DEN MENSCH EN DE ZONDE.
22. Wanneer mogen wij ons volkomen gelukkig gevoelen ?
Wij mogen ons volkomen gelukkig gevoelen, als wij God uit liefde in alles gehoorzamen en alzoo in zijne gemeenschap leven.
23. Gehoorzamen wij God altijd?
Wij hebben tegen God gezondigd en zijn daardoor schuldig voor Hem.
24. Hoe is de zonde in de wereld gekomen?
De eerste menschen hebben het gebod, dat God hun gegeven had, overtreden, en alzoo de zonde in de wereld gebracht.
* Wie waren de eerste menschen, en Kat beteekent het, dat zij naar Ouds beeld geschapen xijnf Gen. 1:27. Vgl. hierbij vraag * onder No. 27.
** Wdk gebod hebben Adam en Eva omvangen en met welk doel gaf God het hun?
12
25. Hadden de eerste menschen niet behoeven te xondigenf
Adam en Eva zijn rein door God geschapen, ma ar Eva heeft zich door den duivel, en Adam door Eva laten verleiden, om Gods gebod te overtreden. Gen. 1: 31. 3 : 1—6.
* Hoe konden Adam, en Eva aan de ter toeging tot tonde gehoor geven, indien *\\j rein Karen?
** Waarom hadden Adam tn Eva God» gebja kunnen onderhouden?
**• Jlad God de overtreding van zijn gebod door Adam en Era kunnen voorkomen of verhinderen, en indien Hij het kun, waarom voorkwam of verhinderde Hij haar niet?
**** Waarom ii het volstrekt niet aan God te mijten, dat de tonde in de wereld is gekomen ?
26. Wat is voor de eerste menschen het gevolg hunner ongehoorzaamheid geweest?
Adam en Eva zijn om hunne overtreding van Gods gebod uit het Paradijs verdreven, en aan allerlei ellende in dit leven, zoowel als aan den dood, onderworpen.
27. Wat is het gevolg der zonde van Adam en Eva voor hunne nakomelingen?
Ten gevolge der zonde van Adam en Eva zijn alle menschen onrein van hart en aan den dood onderworpen. Hom, 5:12: Door éénen mensch is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en alzoo is de dood tot alle menschen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.
/ * I» welk opticht gelijken icij, even alt Adam
en Eva, op God? Gen. 9 : 6. Jak. 3: 9. Wat verdient bij de beschouwing van den mensch
vooral in aanmerking ie komen? [Lichaam en
13
geest, of lichaam en ziel, of lichaam, ziel en geest. Des menschen kenvermogen, gevoelvermogen, wilvermogen. De rede. Het hart. Het geweten. De onsterflijkheid van den mensch.]
28. Wat is zonde?
Zonde is elke overtreding van Gods gebod, al wat met Gods wet in strijd is. 1 Joh. 5; 17. AUe
ongerechtigheid is zonde.
* Overtreden wij Gods geladen alleen met daden en woorden?
** Zondigen wij alleen, alt wij niet doen wat God gebiedt?
*** Wordt men door alle zonden even tehuldig f Jak. 4 : 17. Luk. 12 ; 47, 48.
29. Wat gebiedt God in zijne wet?
God gebiedt in zijne wet, Matth. 22; 37—39; Gij zult den Heer uwen God liefhebben met geheel uw hart, en met geheel uwe ziel, en met geheel uw verstand. Bit is het eerste en hei groote gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uwen naaste liefhebben als u zeluen.
30. TVaar gebiedt God, Hem boven aUet en den naaste als zichzelven lief te hebben?
God gebiedt, Hem boven alles en den naaste als zichzelven lief te hebben, in de wet der tien geboden, welke aldus luidt:
1. Oy tuit geen andere goden voor mijn aangezicht heihen,
2. Oi) tuit u geen gesneden beeld, noch eenige gelijkenis mtikê* vctn hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is, Sy nU u voor die niet buigen, noch hen dienen. Want ii, de Eetr uk God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen betoei aan de hinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergemn, die mij haten, en doe barmhartigheid aan duitenden dergenen, ii* Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.
14
8t Ov ndt den naam iet Beeren wet Godt niet ijdelijk gelrui-t*n, toani ie Heer xal niet tnschuldig houden die zijnen naam ifdtlnjk gebruikt.
4. Oeienkt ien talhaidag, dat gij Hen heiligt. Zes dagen z%H gif arbeiden en al uk werk doen; maar de zevende dag it de tai-tot iet Beeren utet God»; dan tuit gij geen werk doen, gij, noch me toon, noch uwe dochter, noch uvgt; dienstknecht, noch uwe dientt-maagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten it. Want in tet dagen heeft de Beer den hemel en de aarde gemaakt, i4 tee en al wat daarin it, en Bij ruttte ten zevenden dag». Daarom zegende de Beer den tabbaidag en heiligde denzelvsn.
I. Hert uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat de Beer uw God u geeft.
6. Oy tuit niet doodslaan.
7. Oij tuit niet echtbreken.
8. Gij zult niet stelen.
9. öv zult geen valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.
10. Bij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet begeeren ttwt naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne clirHsimargd, ueeh zynen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat uws naasten it.
Exod. 20 : 8—17. Deut. 5 : 7—21.
* Met v)dk doel gaf God deze wet aan Israël?
** Boor wie en met welk doel moet de wet van Ood nog heden onderhouden worden ?
31. Heeft iemand de wet van God ooit volkomen onderhouden ?
Niemand heeft de wet van God volkomen onderhouden. Rom. 3: 23. Zij hellen allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.
* Waarom moet men de geheele wet van God onderhouden htbben, om niet schuldig voor God te ztfn? Jak. 3 :10.
15
§ 4.
OVER DB ELLENDE DOOB DE ZONDE.
32. Vanwaar komen de zonden hij dm mensch voort?
Volgens den Heer Jezus komen de booze bedenkingen en allerlei andere zonden uit het hart van den mensch voort. Matth. 15 : 19.
33. Waardoor is het hart van dei mensch hoos?
Het hart van den mensch is boos door zijne geboorte uit onreine ouders. Joh. 3: 6; Hetgeen uit het vleesch geboren is, dat is vleesch.
* Waaraan moeien wij denken, ah er in het N. T. in een eigenlijken gin van het vleesch gesproken wordt, wat staat daar tegenover, en wat btteekent uit het vleesch geboren te tijn?
34. Waarin bestaat de boosheid van het hart des menschen?
De boosheid van het hart des menschen bestaat in zijne vijandige gezindheid tegeu God. Rom. 8: 7. Ret bedenken des vleesches is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich aan de wet Gods niet.
* Wie is de natuurlijke of zinnelijke mensch? 1 Kor. 2:14.
** Wat wordt er van den m\'nsch, als de zonde zich geheel in hem ontwikkelt^ Eph. 4; 18, 19,
35. Hoe toont de mensch zijne vijandige gezindheid tegen God?
De mensch toont zijne vijandige gezindheid tegen God door de overtreding van Gods geboden. Eom. 8: 5—8.
16
36. Wat beweegt den mensch tot zondigen?
De mensch zondigt door zelfzucht, hoogmoed en zinnelijken lust, die allerlei booze Beigingen, begeerten en hartstochten in hem opwekken.
* Waardoor komt de overtreding tan Oodt gebod? Eom. 4:15. Jak. 1:14,15.
37. Wat is de bezoldiging der zonde?
De bezoldiging der zonde is de dood. Rom. 6: 23.
* Wie kunnen gezegd worden, de zonde te dienen?
** Heeft het woord dood overal in de H. Schriften
dezelfde ieteekenu? Luk. 2 : 26. Joh. 5 : 24. 8; 51.
38. Maakt de zonde den mensch reeds in dit leven ongelukkig ?
De zonde maakt den mensch reeds in dit leven ongelukkig, omdat zij hem buiten Gods gemeenschap doet leven met een verontrust geweten, van God vervreemd, onder allerlei ellende. Rom. 1:18: De toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der menschen.
* In welken zin en waarom heeien de zondaar» kinderen de» toorns, Eph. 2:3?
** Welke ellende ondervindt de mensch op aarde door de zonde?
*** Zijn er voorheelden van, dat God den zondaar reed» in dit leven ce»traft heeft?
39. Wat hebben wij na ons sterven te verwachten, als God ons rechtvaardig vergeldt naar onze werken?
Van Gods rechtvaardig oordeel hebben wij, na ons sterven, eene eeuwige ellende buiten Gods gemeenschap te wachten. Rom. 2:9: Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des menschen, die het kwade werkt. (Gal. 6:7, 8.)
17
* Zal Oods rechtvaardig oordeel ooi gaan over hetgeen tcijdoorgaans kleinigheden noemen? Matth. 12:36.
40. Onder welke heelden stelt de Heer de eeuwige ellende des zondaars na den dood voor*
De Heer spreekt van eene buitenste duisternis, waar weening en knersing der tanden is, van een onuitblusschelijk vuur, van een worm, die niet sterft. Matth. 22:13. Mark. 9:43, 48.
41. Zal er aan de ellende na den dood geen einde komen?
Wij hebben niet te verwachten, dat er een einde komen zal aan de ellende des zondaars na den dood. Matth. 25: 46.
* Wat wordt om van de ellende des zondaars na den dood geleerd i» de gelijkenis van den rijken man en den armen Lazarus? Luk. 16 : 26.
42. Kunnen wij aan de eeuwige ellende ontkomen, indien God ons geen genade iewyst ?
Indien God ons geen genade bewijst, kunnen wij aan de eeuwige ellende niet ontkomen. Rom. 3:20,23,24.
43. Kan de mensch zich niet door goede werken in den hemel hrengent
Van den onreinen mensch zijn volmaakt goede werken niet te verwachten, en zij zouden ook zijne schuld voor God niet kunnen wegnemen. Luk. 17 :10.
44. \'Waarom kan de zondaar zich niet zélf van dé macht der zonde verlossen*
De zondaar kan zich van de macht der zonde niet verlossen, omdat zijn hart vleeschelijk gezind is. Rom. 8 : 7b, 8. Het vleesch onderwerpt zich niet aan de wet Gods, want het kan ook niet, en die in het vleesch zijn kunnen Gode niet behagen.
boebes, Zeer der Zaligheid. 3
18
45. Wat haat ons dan de kennis van de wet van God?
De wet van God moet dienen, om den zondaar te doen iuzien, dat hij schuldig en onrein is, en derhalve verlossing noodig heeft. Kom. 3: 20: Boor de wet is de kennis der zonde. (Gal. 3: 19—24.)
* It de wet van God de oorzaak der zonde? Eom. 7:7, 12, 14.
46. Zijn wij dan allen verloren?
Omdat wij allen onrein van harte zijn en gezondigd hebben, zijn wij allen verloren. Rom. 2: 12: Zoo velen als er zonder wet gezondigd hébben zullen ook zonder wet verloren gaan, en zoo velen als er onder de wet gezondigd hebben zullen door de wet geoordeeld worden.
* Als wij den zondaar verloren noemen, 6e-teekent dit dan, dat hij in dit leven de eeuwige ellende onmogelijk kan ontkomen?
47. Wat hebben wij nu noodig, om in den hemel ie kunnen komen?
Om in den hemel te kunnen komen, hebben wij vergeving van onze zonden en vernieuwing van ons hart noodig.
§5.
OVEE DEN ZOON VAN GOD, ONZEN HEEK JEZUS CHRISTUS.
48. Kunnen wij van de ellende der zonde verlost en volkomen gelukkig worden?
Wij kunnen van de ellende der zonde verlost en volkomen gelukkig worden door den Heer Jezus.
19
49. Wie ïs de Heer Jezus
43:--»=««
* Wquot;\' \'\'eteekent de naam Jezuf3
zoZz:^4z:j?e ^
JS.( z:zferi^ ^
heerHjbbeid ïiiT\'L^v\'a ljr\' dlli sfi\'leSPinS lier quot;Meld geschapen hel _ 3 n s^r.^ «??
\'aoï:\' ■quot;quot; quot;quot; a°\',\'•^\'IZ^tia
.. Kof.rs\' ssrtrsL*si\'t*t-1:5 ... fv^\' 5
**** Is meJ0-7 ^ G70d 9een be^gehad? Joh. 1 • 1
l: %\' iV\' iT Sr 8=
ky rp \' • 10-2S-30. Luk. 5:20—24.
01- Wanneer heeft de Heer T^„, „i op deze aarde geleefd? mensen
De Heer Jezus heeft, nu bijna 1900 iaren ppTo. den, op deze aarde geleefd onder het Joodsche volk
VIV quot;quot;quot;quot; Jquot; quot; f-r rr\'BGei-
20
52. h de Heer Jezus een mensch geweest als wvjf
De Heer Jezus is ons als mensch in alles gelijk geweest, maar Hij heeft geen zonde gekend. 1 Petr, 2 ; 22. Bic geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in zijnen mond gevonden. — 2 Kor. 5: 21,
* Waarom is de Heer Jezun aan de memchen
gelijk geworden? Hebr. 2:14, 15, 17, 18, ** Waarom noemde Jezut Mich den Zoon des menschen? bijv. Luk. 19:10. Verg. Dan. 7:13. *** I» de Heer Jezus ooi tot sonde verzocht geworden? Matth. 4: 1—11. Hebr. 3: 18. 4: 15. *«** Welke vertroosting ligt er in de zekerheid, dat de Heer Jezut in alles verzocht is geweest, gelijk als wij? Hebr. 2:18.
»*■*** Waarom moest de Heer Jezus zonder zonde zijn, om ons ie kunnen verlossen? Hebr. ï : 26—28.
53. Waardoor is God bewogen, om zijnen Zoon in de wereld te zenden*
God is tot de zending van zijnen Zoon bewogen door zijne liefde. Joh. 3: 16: Zoo hef heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. — Rom.
5:8. 1 Joh. 4:9, 10.
* De gelijkeni» van de goddelooze landlieden. Matth. 21: 33. Luk. 30 : 9.
54. Waartoe is de Heer Jezus in de wereld gekomen ?
De Heer Jezus is in de wereld gekomen, om zondaars te behouden. Luk. 19 : 10. Matth. 9: 13. Luk. 5: 32. 1 Tim. 1: 15.
* Wat zegt de Heer Jezus Matth. 9:13. Luk. 5:81?
21
55. Hoe stelde de Heer Jezus zich dis den Zaligmaker van zondaren voor?
De Heer Jezus noemde zich het licht der wereld (Joh. 8: 12), het brood des levens (Joh. 6: 48), de deur der schapen (Joh. 10 : 7), den goeden herder (Joh. 10:11), den waren wijnstok (Joh. 15:1), dea weg en de waarheid (Joh. 14: 6), de opstanding en het leren (Joh. 11 : 25).
56. Hoe wordt de Heer Jezus door de Apostelen genoemd?
Door de Apostelen wordt de Heer Jezus genoemd; onhestraffelijk en onbevlekt Lam (1 Petr. 1; 19), Verzoening van onze zonden (1 Joh. 2: 2), Middelaar Gods en der menschen (1 Tim. 2 ; 5), Hooge-priester (Hebr. 2 : 17), Voorspraak bij den Vader (1 Joh. 2:1), Borg des beteren Verbonds (Hebr. 7 : 22), de hoop der heerlijkheid (Kol. 1: 27), enz. * Hoe noemds Johannes de Dooper Hem? Joh. 1: 29. ** Waarom wordt Hij door ons de Heer genoemd? Phil. 2 : 9—11.
57. Is de Heer Jezus de eenige Zaligmaker ? Er is geen andere Zaligmaker, dan de Heer
Jezus, gelijk Hij gezegd heeft. Joh. 14: 6; Niemand komt tot den Vader, dan door mij. — Hand. 4; 12. 1 Kor. 3: 11. 1 Tim. 2:5.
58. Is de Heer Jezus een volkomen Zaligmaker? De Heer Jezus kan al de geestelijke behoeften
van den mensch volkomen vervullen, gelijk Hij gezegd heeft, Joh. 6:35: Die tot mij komt zal geenszins hongeren, en die in mij gelooft zal nimmermeer dorsten. — Joh. 4: 14. 1 Kor. 1: 30. Hebr. 7 : 25. 10: 14.
22
59. Is de Heer Jezus als Zaligmaker bereid, om allen ie redden f
De Heer Jezus zal niemand, die tot Hem komt, verstooten, gelijk Hij gezegd heeft, Joh. 6:37: Die toi mij komt zal ik geenszins uitwerpen. — Joh. 7 : 37. Matth. 20 : 28.
60. Waardoor is de Heer Jezus de Zaligmaker van zondaars?
De Heer Jezus is de Zaligmaker van zondaars door al wat Hij, gedurende zijn leven op aarde, geweest is en gedaan heeft, en door hetgeen Hij nog in den hemel voortdurend voor zondaars is en doet.
61. Roe is de Heer Jezus door zijn leven op aarde onze Zaligmaker?
De Heer Jezus is onze Zaligmaker door zijn leven op aarde, omdat Hij den Vader in alles volkomen gehoorzaam is geweest, en alzoo heeft volbracht hetgeen tot behoud des zondaars volbracht worden moest.
* Heeft de Heer telf verklaard, dat Hij den Vader in alles gehoorzaam teas ? Joh. 4:34. \' 5 : 80. 8 : 29, 55. 15 : 10. 17 : 4, — Joh. 8 : 46.
62. Waarmede is het openbare leven van onzen Heer onder zijn volk geëindigd?
Het openbare leven van onzen Heer onder zijn volk is geëindigd met zijn vrijwillig en gehoorzaam lijden en sterven.
63. Wat heeft den Heer Jezus bewogen, zich overtegeven in het lijden des doods?
De Heer Jezus is door zijne liefde tot zondaars bewogen, om zich volgens het gebod zijns Vaders overtegeven in het lijden des doods. Joh. 10: 17, 18. 15: 13.
23
Beeft de Heer vooraf geweten, dat Hij zou lijden en sterven? Joh. 6 : 64. Matth. 20 ; 18 19 Joh. ] 8 : 4. \' *
** Heeft de Heer rich vryvillig in den dood overgegeven ? Luk. 22 : 42. Joh. quot;18 : 11. Gal. 1: 4.~
«ï* £[a(i dg J£eer aan zijn ijjjen en titrven kunnen ontkomen? Matth. 26 : 53.
*■•••* Is het lijden en sterven des Heeren ook vsrvu7-ling van hetgeen in het O. T. geschreven staat?
^ Luk. 24:26, 27, 44—46. Hand. 3: 18.
f;ei lijdgn va,t Heer Jetus ook noodig voor Hem zeiven? Hebr. 2: 10, 17, 18. 5 : 8, 9.
64. Waarom is de Heer gestorven?
De Heer Jezus is gestorven om onze zonden. Kom. 4 : 25. 1 Kor. 15 : 3. 1 Petr. 2 .- 24. 3 : 18.
* Wat heteektnt het, dat God den Heer Jezus zonde voor ons genaakt heeft? 2 Kor 5-21 ** Waarom is de Heer Jezus den dood \'de\'s i ruis es gestot ven? Gal. 3 : 18.
65. Is de dood van den Heer Jezus volstrekt noodzakelijk geweest?
De Heer Jezus stelde zijnen dood als volstrekt noodzakelijk voor. Joh. 3:14: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet de joon des menschen verhoogd worden, opdat ieder, die in Hem gelooft, met verderve, maar het eeuwiqe leven helle. — Joh. 12 : 24.
66. Voor wie is de heer Jezus gestorven ?
De Heer Jezus is voor zondaren gostorvca. Eom. 5:6.
24
67. Wat is het doel van den dood onzes Heer en ?
Het doel van den dood onzes Heeren is: 1. dat wij vergeving van zonden ontvangen, en daardoor met God verzoend worden; 2. dat wij, van de heerschappij der zonde verlost, in nieuwheid des levens wandelen. — 2 Kor. 5 ; 19. Kom. 5: 9, 10. Gal. 1 : 4. 2 Kor. 5 : 15.
* Wat is dt vergeving der zonden?
** Wat is de verzoening met Ood?
*** Van welke verzoening icordt oesproken 1 Joh. 2:8. 4: 10. Rom. 3: 25?
Jtfcet God ook met ons verzoend worden?
68. Waartoe is de Heer opgewekt uit den dood*
De Heer Jezus is opgewekt om onze rechtvaardiging, en opdat wij, in Hem geloovende, eeuwig met Hem leven zouden. Kom. 4: 25. 6: 8—11.
* Hoe wordt de zekerheid der opstanding van den Heer Jezus bewezen?
** Waarom hebben wij groot belang bij de zeker\' heid der opstanding van Jezus? Rom. 1:4. Openb, 1 : 18. Rom. 14 : 9. 1 Kor. 15: 14—19. 1 Petr. 1: 21.
*** Eeefi de Heer Jezus ook vóór zya sterven van zijne opstanding gesproken? Joh. 10:17, 18. Luk. 9 : 22.
69. Waartoe is de Heer ten hemel gevaren?
De Heer Jezus is ten hemel gevaren, om, ter rechterhand Gods verheerlijkt, den Heiligen Geest uittestorten, als hoofd zijner gemeente te heerschen, en voor de zijnen plaats te bereiden. Eph. 1: 20—22. 4: 10. Joh. 14: 2, 3.
25
70. Wélk hewiji zijner verhooging in den hemel heeft de Heer na zijne hemelvaart gegeven?
In de uitstorting van den Heiligen Geest, op den eersten pinksterdag, heeft de Heer Jezus een krachtig beivijs van zijne verhooging in den hemel gegeven. Hand. 2 : 33.
* Hoe is de profetie van Joel in die uiUtoriirg van dm H. Geeti vervuld? Hand. 2: 16.
** Waarom, moeit de Heer Jetus deze aarde verlaten, indien de Heilige Geest zou uitgestort Korden? Joh. 7 : 39. 16: 7.
71. Welke heerlijkheid heeft de Heer Jezus nu in den hemd?
De Heer Jezus heeft nu alle macht in hemel en op aarde, en is door God verordend tot rechter over levenden en dooden. Matth. 28 : 18. 1 Kcr. 15 : 25, 27. Hand. 10 : 42. 2 Kor. 5 : 10.
72. Waartoe gebruikt de Heer Jezus nu zijne machtt
De Heer Jezus gebruikt nu zijne macht, om zijne
gemeente op aarde te leiden, te beschermen, te verzorgen en uittebreiden. Matth. 28 : 20. Hom. 8: 34. Eph. 4: 7—16. 1 Kor. 15: 25.
73. Welke eer moet den Heer Jezus gegeven worden ?
Wij moeten den Heer Jezus eeren, zooals wij den Vader moeten eeren. Joh. 5 : 22, 23: He Vader heeft al het oordeel aan den Zoon gegeven, opdat allen den Zoon eeren, gelijk zij den Vader eeren.
74. Wanneer zal het verlossingswerk des Heer en in al de zijnen volbracht zijn?
Het verlossingswerk des Heeren Jezus zal in al de zijnen volbracht zijn, als Hij alle levenden en dooden geoordeeld zal hebben, en in heerlijkheid gezien wordt met alle verlosten.
26
* Wie i» de laatste vijand, die te niet gedaan zal wordend 1 Kor. 15: 26.
** Zullen alle menschtn tick te verblijden hebben over die openbaring van den Heer Jezus in heer-lijkheid? Matth. 7 : 13, 14. 2 Ttess. 1: 8—10.
*** Wie tullen van het laatste oordeel des Heeren niets te vreezen hebbe*. ? Joh. 5 ; 24. Kom. 8: 1. Zal de Heer Jezus spoedig in heerlijkheid verschijnen ?
§ 6.
OVEE HET GELOOF IN DEN HEEK JEZUS CHKISTUS EN DE BEKEERING.
75. Is de Heer Jezus ook voor n in de wereld gekomen ?
De Heer Jezus is ook voor mij in de wereld gekomen; want Hij is gekomen om te zoeken en te behouden dat verloren is. Luk. 19: 10. 1 Tim. 1: 15.
76. Wie mogen tot den Heer Jezus gaan, om behouden te worden?
Daar ieder zondaar den Heer Jezus noodig heeft, mogen alle zondaars tot Hem gaan, om behouden te worden. Hij heeft gezegd, Joh. 7 : 37: Zoo iemand dorst, die kome tot mij en drinke, — Openb. 22: 17. 1 Tim. 1 : 16.
77. Wat verhindert velen tot den Heer Jezus te gaan ?
Men wordt vooral verhinderd tot den Heer Jezus te gaan door zelfverblinding, hoogmoed, aardschge-zindheid, zondelust, menschenvrees. Job. 9 : 40, 41. Luk, 18 : 24. Joh. 3 : 20. 5 : 44.
* Be gelijkenis van de verontschuldigingen. Luk. 14: 16.
27
/8. Wie zullen behoefte aan den Heer Jezus gevoelen ? *
Zij, die zichzelven hebben leeren kennen als verloren zondaars, zullen behoefte aan den Heer Jezus gevoelen.
* Ha komen wij tot xelfkennis?
** Ho* moeten wij te werk gam hij ont zelfonderzoek? nat leeren wij uit de gelijkenit van den verloren zoon. Luk. 15:14_19?
79. Hoe moeien wij gezind zijn, om ons door den Heer Jezus te willen laten behouden?
De Heer Jezus zeide, Luk. 18: 17: Zoo wie het koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeke die zal er geenszins in komen. — Matth. 18 : 3 4. 80;. Mogen wij tot den Heer Jezus gaan, zooals wij zijn? Wij. mogen tot den Heer Jezus gaan, zooals W1J zij11» maar om door Hem te worden, zooals wij zijn moeten.
* De gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal. Matth. 23 : 2—13.
81. Wat moet gij doen, om door den Heer Jezus behouden te worden ?
Om behouden te worden, moet ik in den Heer Jezus gelooven. Hand. 16: 31: Geloof in den Heer Jezus Christus, en gij zult zalig worden.
* Wat is gelooven, aan iets gelooven, iets of iemand gelooven, en welk onderscheid is er ius-schen de uildrukkingcn: Jezus gelooven, aan Jezus gelooven^ in Jezus gelooven?
82. Wanneer gelooft gij in den Heer Jezus?
Ik geloof in den Heer Jezus, wanneer ik Hem aanneem als mijn eenigen Zaligmaker, en mij aan Hem overgeef, om door Hem het eeuwige leven te hebben.
28
* Tot opheldering lette men op de volgende uit\' drukkingen\', tot Jeius komen (Joh. 6: 36), dsn Zoon aamahouioen (Joh, 6 : 40), den Heer Jezui aannemen (Joh. 1; 12), den Heer Jezus aandoen (Rom. 18 : 14), den Zoon lebhen (1 Joh. 5 : 12), Jetus volgen (Joh. 8: 13), den Zoon des men-schen eten (Joh. 6: 53, 51, 57).
83. Is het geloof in den Heer Jezus volstrekt noodig, om \'behouden te worden?
Wij kunnen niet behouden worden, dan door het geloof in den Heer Jezus. Mark. 16: 16; Die niet geloofd zal hebben zal verdoemd worden.
84. Wat eischt de Heer Jezus van ieder, die tot Hem komt?
De Heer Jezus zeide: Zoo iemand achter mij wil komen, die verloochene zichzelven en neme zijn kruis op en volge mij, Matth. 16 : 24.
* Wat is zelfverloocheningl
85. Zijn wij behouden, als wij in den Heer Jezus gelooven?
Als wij in den Heer Jezus gelooven, zijn wij behouden; want die in Hem gelooft, heeft het eeuwige leven. Joh. 6 : 47.
* Zijn. wij niet behouaen, zoolang wij niet in den Heer Jezus gehaven? Joh. 8 ; 86.
*♦ Kunnen tij, die in den Heer Jezus gelooven, niet verloren gaa«? Joh. 10; 28—80.
#»* Waarom hebben zij, die in den Heer Jezm gelooven, het eeuwige leven reeds hier op aarde, en begint het voor hen niet eerst na hunnen doodt
29
86. Wat wordt gij door het geloof in den Heer Jezus?
Door het geloof in den Heer Jezus word ik gerechtvaardigd voor God, verzoend met God, een kind van God en erfgenaam der eeuwige heerlijkheid. Rom. 3 : 24. 5:1. 2 Kor. 5: 19. Joh. 1 : 12. Rom. 8 ; 17. Tit. 3 : 7.
• Wat i» de rechtvaardiging? Hand. 13: 38, 89. ** Wamrdoor heeft God de wereld met zich verzoend? 2 Kor. 5; 19.
•** Mogen alle mensehen hinderen God» genoemd wordend Joh. 1: 12. Kom. 8: 14.
87. Mogen zij, die in den Heer Jezus geloovcn t blijven voortleven in hunne zonden?
De Heer Jezus is gekomen, om zondaars tot bekeering te roepen. Matth. 9 : 13.
88. Wat is de heJceering ?
De bekeering is de geheele vernieuwing van het leven, voortgekomen uit oprecht berouw over de zonden, en kenbaar aan eene nauwgezette onderhouding van Gods geboden. 2 Kor. 7 : 10. Luk. 3: 8.
1 Thess. 1 : 9.
89. Moei de bekeering noodzakelijk met het geloof in den Heer Jezus gepaard gaan?
De bekeering moet noodzakelijk gepaard gaan met het geloof in den Heer Jezus, als waardoor men op de innigste wijze met Hem vereenigd wordt.
2 Tim. 2: 19: Ieder, die den naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. 2 Kor. 5 : 17. Matth. 5: 14—16. 7: 17—20.
* Wat ii de aflegging van den ouden mensih en het aandoen van den nieuwen menteh, der tonde ie derven en der wereld gekruisigd ie worden? Eph. 4 : 22—-24. Rom. 6: 2—6. Gal. 6 : 14.
30
*♦ Hoe toudt gij een geloof zonder hekeering noemen ? Jak. 2 : 86.
Waarom is geen hekeering voor ons mogelijk, tonder het geloof in den Heer Jezus? Joh. 8 : 34. Rom. 8 : 2—4.
90. Is voor hen, die in den Heer Jezus geloo-ven, eene uiterlijke verandering van leven niet voldoende ?
Het geloof in den Heer Jezus kan onmogelijk bestaan zonder de geheele vernieuwing van het gemoed door de wedergeboorte. Rom. 12: 1, 2. Eph. 4: 22—24.
91. Is de wedergeboorte voor ons onmisbaar tot zaligheid?
De wedergeboorte is onmisbaar voor ons tot zaligheid, omdat wij zonder haar den dienst der zonde liefhebben, en het koninkrijk Gods alleen geopend is voor hen, die geestelijk gezind zijn. Joh. 3:5, 6: Zoo iemand met geboren wordt uit water en geest, hij kan het koninkrijk Gods niet ingaan. Hetgeen uit het vleesch geboren is, dat is vleesch, en hetgeen uit den geest geboren is, dat is geest.
* Welke beschrijving zoudt gij geven van de wijze, waarop de wedergeboorte plaats heeft? Joh. 3: 8.
92. Zondigen zij, die in den Heer Jezus ge-looven, hier nooit meer?
Die in den Heer Jezus gelooven struikelen in vele opzichten, ofschoon zij hunne vreugde vinden in een leven tot Gods eer. Jak. 3: 2a. Gal. 5: 17. Eom. 6: 11.
* Wat beteekent 1 Joh. 3:6—9?
*♦ Oaan zij, die in den Heer Jezus gelooven, niet verloren, als zij nog zondigen, nadat zij wedergeboren zijn? 1 Joh. 1:7, 9. 2:1, 2.
81
93. Mogen zij, die in den Heer Jezus gelooven, zich hier verzekerd houden, dat zij in den hemel zullen komen?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, zijn als kinderen Gods ook erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus. Rom. 8 : 17.
94. Op welken grond moet de hoop der zaligheid van den Christen gebouwd zijn?
De Christen moet de hoop der zaligheid bouwen op de genade, trouw en macht van God en den Heer Jezus Christus. Eph. 2:4—6. Rom. 8:29—39. 1 Petr. 1; 5. Joh. 10 : 27—30.
95. Wanneer zullen zij, die in den Heer Jezus gelooven, zich volkomen verlost gevoelen?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, zullen zich volkomen verlost gevoelen, als zij na den dood een nieuw lichaam hebben ontvangen. 2 Kor. 5:2; Want ook in dezen zuchten wij, verlangende mei onze woonstede, die uit den hemel is, overkleed te worden. — Rom. 8 : 23, 24.
* Waarom moeien zll, die in den Heer Jezus gelooven, ook sterven? Rom. 5: 12. 1 Kor. 15 ; 23. (Vgl. Joh. 8 : 51 en 11 : 25.)
** Welk lichaam hebben de in Christus ontslapenen na de opstanding uit den dood? 1 Kor. 15 : 44, 49, 60. Phil. 3:21. 2 Kor. 5 : 1—4.
96. Wat is voor allen, die in den Heer Jezus gelooven, na hun sterven bereid?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, zullen allen, na hunnen dood, met Hem verheerlijkt worden. Joh. 17 : 24. Kol. 3: 3 , 4. Openb. 3: 21.
♦ Wie zal de meeste zijn in hel Koninkrijk Godt? Matth. 18:1—4. 20: §6—28. Vgl. Matth. 20:16.
32
** Wie zullen het meeste genot hellen van hunne verheerlijking met den Heer Jeiui ? (De gel ijle enis van de arbeider» in den to^ttgaard. Matth. 20: 1—15 )
97. Waarin bestaat het geluk der verlosten in den hemelt
Het geluk der verlosten in den hemel bestaat hierin, dat zij, met Jezus verheerlijkt, eeuwig bij God leven in volmaakte kennis, vrijheid, reinheid, blijdschap en rust. Openb. 21 : 4, 5, 7, 27.
98. Zal er een einde komen aan het zalig leven der verlosten in den hemel?
Het zalig leven der verlosten in den hemel is zonder einde, \'t is het eeuwige leven. Openb. 3: 12.
99. Hébben zij, die in den Meer Jezus gelooven, hiervan reeds op aarde genot?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, leven hier reeds in vrede met God, zich verblijdende in de hoop op hetgeen voor hen in den hemel is weggelegd. Rom. 5:1. 1 Petr. 1: 5—9.
§ 7.
OVEB DEN HEILIGEN GEEST EN DE HEILIGMAKING.
100. Hoe komen wij tot het geloof in den Heer Jezus?
De Heer Jezus heeft gezegd, dat niemand tot Hem komen kan, tenzij de Vader hem trekke. Joh. 6: 44, 45, 65.
♦ Komen allen tanga dmzelfden weg tot het geloof in den Heer Jezus? {Be gelijkeni» van den schat in den akker en van den koopman in paarlen. Matth. 13 : 44—40.)
33
** Waarom heeten tij, die in den Heer Jezus ge-looven, uitverkorenen Gods? Kol. 3:12. 1 Thess. 1: 4. Eph. 1: 8—12. 2 Tim. 1: 9. 1 Kor. 1; 27, 28. Kom. 11: 29.
101. Kunnen wij ons niet zeiven vernieuwend
Wij kunnen ons niet zei ven vernieuwen, maar moeten vernieuwd worden door den Heiligen Geest. Tit. 3: 4—6.
102. Hoe stelt de Heer Jezus den Heiliaen Geest voor.\'\'
De Heilige Geest is, volgens den Heer Jezus, de Geest der waarheid, die van den Vader uitgaat; een andere Helper, dien Hij aan zijne discipelen zenden zou; tot belijdenis van wiens naam zijne volgelingen moeten gedoopt worden, even als tot de belijdenis van den Vader en den Zoon. Joh. 14 : 16 17. 15 : 26. 16 : 7—11. Matth. 28 : 19.
* Hoe itellen de Apostelen den Heiligen Geest voor? Hand. 15: 28. 1 Kor. 2: 10, 11. 12: 4, 8—11. Hand. 5:3, 4. Eph. 4:30. Rom. 8: 25, 27. Hand. 8 : 29. 10 : 19.
*♦ Wat is de lastering tegen den Heiligen Geest, en waarom tal zij niet vergeven worden? Matth. 12: 31, 32.
103. IFaartoe hébben wij de werking van den Heiligen Geest noodig?
Wij hebben de werking van den Heiligen Geest noodig tot verlichting van ons verstand, tot vernieuwing van ons hart, tot heiliging van ons leven.
• Wlartoe tou de Heilige Geest, volgens den Heer Jezus, aan zjne discipeltn gezonden worden? Joh. 14 : 26. 15 : 26. 16 ; 13, 14.
34
104. Wie kunnen den Heiligen Geett ontvangen*
Die onder de Evangelieprediking leven, kunnen den Heiligen Geest ontvangen, onverschillig van welk geslacht, of van welken leeftijd, of van welken stand zij zijn. Hand. 2: 16—18. Gal. 3: 27, 28.
* Welk onderscheid is er, met ietrekking tot de gaven des Heiligen Geestes, tuttchtn de bedeeling des Ouden en die des Nieuwen Verhonds, en tusschen de dagen der Apostelen en onzen tijd?
105. Wie hekben den Heiligen Geest?
Alleen zij, die in den Heer Jezus gelooven, hebben den Heiligen Geest. Eph. 1; 13b. Hand. 2:38. 5: 32b. Joh. 7 ;.39. Hom. 8 : 14—16.
* Waarom kunnen zij, die niet in den Heer Jezus geluovtn, den Heiligen Geeit niet hehien, en waarom behoor en tij, die den Heiligen Guest niet hebben, den Heer Jezut niet toe?
106. Hoe moeten zij, die in den Heer Jezus gelooven, als door den Heiligen Geest vernieuwd, hier leven ?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten, als verriieuwd door den Heiligen Geest, de heiligmaking najagen. Hebr. 12: 14. Rom. 6: 12, 13, 22.
107. Wat is heiligmaking ?
De heiligmaking is de volkomen toewijding van zichzelven aan God, om Hem, in de kracht des Heiligen Geestes, in alles te gehoorzamen.
* Waarom wordt God verheerlijkt aoor de heïiig-maMiny? Joh. 15:1—8.
** Moeien wij ook op de verheerlijking van God bedacht zijn in hetgeen doorgaans iet de kleinigheden wordt gerekend? 1 Kor. 10: 31.
35
**# Waarin wijzen de Heer Jezus en zijne Apos-tden ons op zijn toorleeld? Joh. 13:14, 15. Luk. 22 ; 27. Phil. 2 : 4—8. Kom. 15 : 2, 3. 7. Eph. 5 : 2. 1 Petr. 2 : 21—24.
108. Is de heiligmaking noodzakelijk voor hen, die in Jezus gelooven ?
De heiligmaking is noodzakelijk, omdat niemand zonder haar in Gods gemeenschap leven kan.
1 Petr. 1 : 15, 16: Gelijk Hij, die « geroepen heeft, heilig is, zoo wordt ook gij zeioen heilig in al uwen wandel, omdat er geschreven is: zijt heilig, want Ik hen heilig. — 1 Joh. 3:8. Tit. 2:14. 1 Petr.
2 ; 24. Eph. 2 : 10.
* Is de heiligmaking mogelijk zvnder het geloof in den Heer Jews? Eom. 8:5. 12:2. 1 Johquot; 3:3.
109. Jf at moei hen, die in den Heer Jezus gelooven, in alles besturen/\'
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten zich in alles door de liefde laten leiden. Eom. 13: 8, 10. 1 Kor. 13: 1—13. 1 Joh. 4:7, 8.
* Wat moet hen, die in den Heer Jezus gelooven, tot liefde opwekken? Eph. 5:1, 2. Luk. 6: 85, 3fi. Kom. 5 . 5, 8.
* * Wie zul het meest liefhebben ? —De gelijkenis van de beide schuldenaars. Luk. 7:41, 42, 47.
Wien moeit n zij, die in den Heer Jezus gelooven, loven alles liefhebhen? Matth. 28: 37. 10 : 37.
110. Hoe moeten zij, die in Jezus geloovtn, hunne liefde tot God als hunnen Vader en tot Jezus als hunnen Behouder toonen ?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten hunne liefde tot God en den Heer Jezus toonen, door deu wil des Vaders te doen en de geboden
36
des Heeren Jezus te volbrengen. — 1 Joh. 5 : 3. Job. 14:15, 24. (Vgl. De gelijkenis van den vader met de twee zonen. Mattb. 21: 28—31.)
• Voor wie zijn Gods geboden niet zwaar, en vaar om niet toor hen? 1 Joh. 5 : 3.
111. Waaraan moeten zij, die in den Heer Jezus gelooven, altijd te herkennen zijn ?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten altijd te herkennen zijn aan nederigheid, oprechtheid, waakzaamheid, ijver, bedachtzaamheid, hemelsch-gezindbeid.
• Nederigheid. — De gelijkenis van den Phariteër en den tollenaar. Luk. 18:9— 14. — Luk. 23: 26. Phil. 2: 5. Joh. 13: 15. 1 Petr. 5:5. 1 Kor. 4; 7.
Oprechtheid. — Luk. 12:1. Eph. 4: 25. Waaktaamheid. — De gelijkeni» van de wijze en dwaze maagden. Matth. 25:1—13.
IJver. — De gelijkenis van de talenten, Matth. 25 :14, en van de ponden. Luk. 19; 12.
Bedachtzaamheid. — De gelijken is van den onrechtv aar dig en rentmeester. Luk. 16:1.
Hemelschgezindheid. — De gelijkenis van den rijken dwaas. Luk. 12:16—21. —Kol. 3 : 1—S. Gal. 5 : 24.
112. Hoe motien zij, die in Jezus gelooven, hunne liefde tot hunnen naaste ioonen ?
Zij, die in Jezus gelooven, moeten jegens ieder, als jegens hunnen naaste, zelfs jegens hunne vijanden, zachtmoedig, barmhartig, lankmoedig, vergevensgezind zijn.
• Wie is uw naasfe? — De gel ij kenis van den baTTuhaftigen S amarit aany Luk. 10; 30-37.
** Liefde tot v ij an den ^ Luk. 6 i 27 , 28. Kom* 12 : 14, 20.
37
*#* Welk onderscheid i» er tusschen de liefde tot de broederen en de liefde tot allen ? Gal. 6:10.
2 Petr. 1: 7.
Zachtmoedig. Eph. 4:31, 32.
Barmhartig. Luk. 6:36. Kol. 8 : 12. 1 Joh.
3 : 17, 18.
Lanlcmofdig. — De gelijkenis van den hardvochtigtn schuldeitcher. Matth. 18: 23—35, vgl. vs. 21, 22.
Vergevemgezind. Matth. 6:14,15.Kol.3:13.
113. Naar welken regel wil de Heer Jezus, dat wij o«s jegens alle menschen zullen gedragen f
Jezus heeft gezegd, Luk. 6: 31: Gelijk gij wilt, dat u de mensehen zullen dosn, doet gij hun desgelijks.
114. Wat hehb^n zij, die in den Heer Jezus ge-looven, omtrent zichieloen in acht te nemen?
Omdat zij, die in den Heer Jezus gelooven, Hem ook toebehooren, moeten zij voor zichzelven, als voor zijn eigendom, zorg dragen. — 1 Kor. 6 : 20. Rom. 6 : 13, 16, 22.
* Waarvoor moeten zij, die in den Beer Jezus gelooven, hun lichaam houden? 1 Kor. 6:15, 19,
11 o. Kunnen zij, die xn den Heer Jezus gelooven, in zichzelven de kracht vinden, om ter verheerlijking Gods ie leven?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, kunnen niets ter verheerlijking Gods doen zonder den Heer Jezus, die gezegd heeft. Joh. 15:5: Zonder mij kunt gij niets doen.
38
116. Staan zij, die in den Heer Jezus gelooven, ook aan verzoeking tot zonde bloot?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, staan aan velerlei verzoeking tot zonde bloot door den zonde-lust des vleesches, door de boosheid der wereld, door de listen des duivels.
* Wat he\'bfn zij te vreezen van den zondelutt des vleeichet (Gal. B: 17—21), van de hoosheid der wereld (1 Joh. 3: 15—19), van de listen des duivelt (1 Petr. 5:8, 9) ?
117. Wat hebben zij, die in den Heer Jezus gelooven, onder de velerlei verzoeking tot zonde te doen ?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten wakende en biddende strijden tegen alle verzoeking.
* Wat is de wapenrusting Oods, in welke de Christen den goeden strijd des geloofs moet strijden? Eph. 6; 13—18.
*• Wat moet hun, dii in den Heer Jezus gelooven, tot vertrcosting dienen onder alle verzoeking ? 1 Kor. 10: 13. 2 Thess. 3 ; 3.
118. Wat moet hen, die in den Heer Jezus gelooven, eigenlijk opwekken tot de heiligmaking?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moetende heiligmaking najagen, omdat zij uit genade behouden zijn. 2 Kor. 7 : 1. Dewijl wij dan deze beloften hebben, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmakinij in de vreeze Gods. Luk. 17 : 10. Kol. 3:12. 2 Petr. 1: 9.
* Waarom kan men niets door de heiligmaking verdienen? Eph. 2:8—10.
39
§ 8.
OVER DE EVANGELIBPIIEDIKING EN HET GEBED.
119. Door welk middel brengt God den zondaar tot het geloof in den Heer Jezus?
God brengt den zondaar tot het geloof in den Heer Jezus door middel van het Evangelie. Kom. 10 : 17. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor is door het Woord Gods.
120. Wat is de hoofdinhoud van het Evangelie? De hoofdinhoud van het Evangelie is, dat God
zijnen Zoon, den Heer Jezus Christus, in de wereld heeft gezonden, om zondaren zalig te maken.
121. Is de prediking vdn het Evangelie noodig, om iemand te brengen tot het geloof in den Heer Jezus?
Indien wij niet van den Heer Jezus hooren, kunnen wij ook niet in Hem gelooven. Eom. 10 ; 14:
Hoe zullen zij in Hem gelooven, van ivien zij niet gehoord hebben ?
122. Aan wie moet het Evangelie gepredikt worden ?
Het Evangelie moet gepredikt worden aan alia volken over de geheele aarde, volgens het bevel van den Heer Jezus: Gaat heen, onderwijst alle volken, Matth. 28 ; 19 — Vgl. Mark. 16 : 15. Luk. 24: 47. Joh. 10: 16. Hand. 2 : 39. — Gen. 12 : 3^
* TF\'inneer is het Evangelie het eerst ijt ons vader\' land htkend geworden ?
\'* Waar is hel Evangelie nu nag niet, of ilecMi sedert korten tijd, gepredikt?
40
123. Worden allen, aan wie het Evangelie verkondigd wordt, tot het geloof in den Heer Jezut gébracht ?
Er zijn velen, die niet naar de prediking van het Evangelie willen hooren, zich verharden, en den Heer Jezus verwerpen.
* In welke gelijkenis heeft de Heer het lot der Evangelieprediking geschetst? — De gelijkenis van den zaaier, Matth. 13: 8, 18. Vgl.Matth. 22: 3.
** Wat moet men herinneren aan hen, die het Evangelie hooren, zoi.der tich te bekeer en? — De gelijkenis van den onvruchtbaren vijgeboom. Luk. 13 : 6,
*** Kan de Evangelieprediking op tichzelve iemand iot het geloof in den Heer Jezus brengen? Hoe ontwikkelt zich het goede zaad van Gods Woord in het hart vun den mensch ? — De gelijke nis van het zaad in de aar de, Mark. 4; 26—39,
124. Wat moeten wij doen, om de Evangelieprediking met vrucht te hooren?
Wij moeten bidden, dat wij, door den Heiligen Geest verlicht en geleid, het Woord Gods goed mogen hooren, verstaan en bewaren.
* Indien de werking van Oods Geest noodig is
de Evangelieprediking, mogen wij dan niet lijdelijk wachten ? Luk. 13 : 24. Phil. 2:12b, 18.
125. Wat is hidden ?
Bidden is eerbiedig en vertrouwelijk met God spreken, het hart voor God uitstorten.
* Waarom komt de aanbidding alleen aan God en niet aan een schepsel toe?
** Waarom, mogen en moeten wtf ook tot den Heer Jezus bidden?
41
126. Om welke dingen moeten wij in onze ge-heden vragen?
Wij moeten bidden om al wat God verheerlijkt, om hetgeen wij noodig hebben voor het tegenwoordige en toekomeüde leven, en in onze gebeden ook onzen naaste gedenken.
* Wie heeft ons geleerd, hoe wij moeten bidden? Matth. 6 : 9—13. Vgl. Luk 11 : 1 — 4.
»♦ Welk gebruik moet van het „Ome Faderquot; (Matth. 6: 9—13) gemaakt worden?
*** Welke begeerten mogen wij aan God bekend maken? Phil. 4 : 6.
127. In welke stemming moeten wij lidden?
Wij moeten bidden met kinderlijke eenvoudigheid en vrijmoedigheid, in hot gevoel van onze afhankelijkheid en onwaardigheid, en in het vertrouwen, dat God ons geven wil en zal wat heilzaam voor ons is.
* Moeten wy dikwijl» bidden? 1 Thess. 5 : 17. Eom. 12 : 12.
** Wat hebben wij bij ons bidden in acht te nemen omtrent ome uiterlijke houding?
128. Zou God niet weien, wat wij noodig hebben, indien wij het Hem niet hekend maakten?
De Heer Jezus heeft gezegd, Matth. 6:8: Uw Vader weet wat gij noodig helt, eer gij Hem bidt.
* Wadrom moeten wij God bidden om hetgeen wij ti o -\'dig hbben, al zijn onze behoeften Hem bekend?
129. Verhoort God ons gebed terstond?
God verhoort ons gebed niet altijd terstond, en wij moeten daardoor in het bidden leeren volharden. Luk. 11 : 5—13.
* Be gelijkenis van den onrechtvaardigen rechter. Luk. 18; 1.
42
130. Zullen al onze gebeden verhoord worden?
God zal ons gebed verhooren, als wij bidden naar zijnen wil. 1 Joh. 5: 14, 15. Jak. 1: 5—8.
* Aan toien i» het te wijten, al» een gehed niet verhoord wordt? Jak. 4: 3, 3. 1 Petr. 3:7.
131. Wanneer bidden wij naar Gods wil? ! Wij bidden naar Gods wil, wanneer wij ons geheel aan Hem als onzen Vader in den Heer Jezus Christus onderwerpen, en de uitkomst onbepaald in zijne hand stellen.
* JPat hebben teij bij ons bidden in acht te nemen omtrmt den Heer Jezus? Phil. 3 : 10.
Wat beteektnt het, te lidden in den naam de» Heeren Jezus?
*** Wat belooft de Heer aan degenen, die in zijnen naam bidden? Joh. 14: 18, 14. Vgl. 16:83, 34. **** Motten toij God alleen danken in vooripoed, of al» wij onze tnenschen vervuld tien? Phil. 4; 6. Kol. 3 : 17. 1 Thess. 5:17.
§ 9.
OVER DE CHBISTELIJKB KEEK, DEN DOOP, DE GELOOFSBELIJDENISSEN HET AVONDMAAL.
132. In welke betrekking staan zij, die in den Heer Jezus gelooven, tot elkander?
Allen, die in den Heer Jezus gelooven, zijn eén met elkander, als leden van hetzelfde lichaam, welks hoofd de Heer Jezus is. Gal. 3: 28. Rom. 12: 4, 5.
* Waarom worden tij, die in den Heer Je tut gelooven, heiligen genoemd, en wat is de gemeenschap der heiligen ?
43
133. Waardoor moeten zij, die in den Heer Jezut gelooven, onderling met elkander verbonden zijn?
Zij, die in den Heer Jezus gelooven, moeten in zijne gemeenschap met elkander verbonden zijn door den band der liefde, die uit den Heiligen Geest is. Eph. 4 : 3—6.
134. Dringt de Heer Jezus hyzonder op de liefde onder de zijnen aan?
De Heer Jezus heeft gezegd, Joh. 13: 35: Hieraan zullen allen bekennen, dat gij mijne discipelen zijt, zoo gij liefde heit onder elkander. (Vffl. ook Joh. 17 : 20, 21.)
* Naar welke liefde toil de Beer Jezvê de liefde zijner ditcipelen tot elkar.der gemeten tien? Joh. 13: 34.
** Waarom noemt de Heer Jetus het gebod der liefde, dat Hijf aan zijne discipelen geeft, een nieuw gebodf Joh. 13 : 84.
135. Worden alleen zij, die in den Heer Jezus gelooven, tot de Christelijke Kerk op aarde gerekend?
Tot de Christelijke Kerk op aarde wordt ieder gerekend, die gedoopt is en belijdenis des eeloofs heeft afgelegd.
* Waarom heeft men de belijders van den Heer Jetui Christenen genaimd? Hand. 11:26. 26 : 28. 1 Petr. 4 : 16.
** Hoelang bestaat de Christelijke Kerk reeds, en wat weet gij vae hare geschiedenis?
(a. tot op Gregorias den Groote, 590,
b. tot op de Kerkhervorming, 1617,
c. tot op onzen tyd.)
♦ )t* leert de Heer in de gelijkeni» van het
onkruid onder de tarwe, Matth. 13; 24—30, en in de gelijkenis van het vitchnet in de $ee, Matth. 13 : 47—50?
44
*♦** Welk onderscheid ia er tmschen de Chrüteltfke Kerk op aarde en de Gemeente des Heer en {liet lichaam van Chriêtus), en waaraan hehhen wij te denken, ah er van het Koninkrijk Qod» of der hemelen ejetproken wordt?
***** Welke scheiding is er in de Christelijke Kerk gemaakt ? (De Roomsch-Katholieken, de Oriho-dox-Grieksche Kerk, de Psotettanlen. ■— Onder de Protestanten; Gereformeerden of Hervormden, Lntherschen, Doopsgezinden, Remonstranten , enz).
136. Wat is de \'bestemming van de gemeente des Heeren op aarde?
De bestemming van de gemeente des Heeren op aarde is, zich zoo uit te breiden, dat zij de Mohammedanen, Joden en Heidenen in zich opneemt, en op alles haren heiligenden invloed uitoefent. — (Vgl. de gelijkenis van het mostaardzaad., Matth. 13:81, en de gelijkenis van het zuur-deesem, Matth. 13: 33.)
* Vit men heeft de gemeente des Heeren haren wasdom.? Eph. 4: 15b, 16.
** Waarin verschillen de Heidenen, de Joden en de Mohammedanen hoofdzakelijk van de Christenen?
137. Welken dag zonderen de Christenen hepaald af tot geheiligden rustdag1?
De eerste dag der week wordt door de Christenen bepaald tot geheiligden rustdag afgezonderd.
* Waarom, is de eerste dag der week door de Christenen tot rustdjg afgeiond^rd? Joh. 30 : 36. Hand. 30 : 7, 1 Kor. 16 ; 3 Vgl. Openb. 1: 10.
•* Wat moet het doel der Christenen zijn bij hunne onderlinge samenkomsten in het huis des geheds ?
*** Wat is het werk der Predikanten, Ouderlingen en Diakenen?
45
**** Wt lie Chriêtelyie feesten «orden onder om gevierd?
***** Hoe moet onze Zondagsviering en ome huiselijke godsdienst ingericht «orden?
138, Wat heteekent de Christelijke doop?
Door den Christelijken doop wordt afgebeeld, dat men met Christus de zonde afsterft en tot een nieuw leven opstaat. Rom. 6:3—6. Kol. 2:11, 12. Gal. 3: 27. 1 Petr. 3 : 21.
* Wat kunnen «ij uit den doop van Johannes den Hooper leer en aangaande den Christelijken doop?
** Hoe «erd de doop oudtijds bediend?
*** Waarom kan het doopwater de tonde of de tonden niet afwasschen?
139 Wal heeft de Heer Jezus hij de instelling van den doop geboden ?
De Heer Jezus heeft bij de instelling van den doop geboden, dat allen gedoopt zouden worden tot de belijdenis van den naam, des Vaders 9 en des Zoons en dfs Heiligen Gees les. Matth. 28 : 19.
140. Voor wie heeft de Heer Jezus den doop ingesteld?
De Heer Jezus heeft den doop ingesteld voor allen, die belijden zouden, dat zij in Hem geloofden.
♦ Indien de geloofshelijdeni» oudtijds den doop voorafging, waarom gaat dan hij ons de doop aan de geloofsbelijdenis vooraf?
** Waar is het doopen na het afleggen van de geloofsbelijdenis nog in gebruik ?
141. Wat is de belijdenis des geloofs ?
De belijdenis des geloofs is de plechtige verkla-ring, dat men den Heer Jezus als den eenigen Zaligmaker aanneemt, en zich aan Hem overgeeft, om voor Hem te leven.
46
142. Hoe wordt gij tot de belijdenis des gelooft voorbereid?
Ik word tot de belijdenis des geloofs voorbereid door bet onderwijs in de leer der zaligheid.
♦ li de aflegging van de geloofibelijdenis voldoende, om zalig te worden? Luk. 12: 8, 9. Kom. 10:10.
143. Wat is het beste bewijs voor de oprechtheid der geloofsbelijdenis ?
Het beste bewijs voor de oprechtheid der geloofsbelijdenis is een leven overeenkomstig Gods Woord, naar alle geboden van den Heer Jezus. De Heer Jezus zeide, Luk. 6:46: Wat noemt gij mij Heere, Heere, en doet niet wat ik zeg?
144. Waartoe is de Avondmaalsviering ingesteld*
De Heer Jezus heeft de Avondmaalsviering ingesteld tot zijne gedachtenis.
145. Met welke woorden heeft de Heer Jezus de Avondmaalsviering ingesteld?
Bij de instelling van de Avondmaalsviering nam de Heer Jezus eerst het brood, en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijne gedachtenis. Daarna nam hij den drinkbeker en zeide: Drinkt allen daaruit; dit is mijn bloed, het bloed des Nieuwen Verhonds, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doet dit, zoo dikwijls gij dien drinken zult, tot mijne gedachtenis. Matth 26: 26—28. Luk. 22: 19, 20. 1 Kor. 11: 23—25-
146. Wat beteekent de Avondmaalsviering?
Door het eten van het brood en het drinken van
den drinkbeker bij de Avondmaalsviering verklaart men, dat men de eenige offerande en het reinigend bloed van den Heer Jezus voor zichzelven aanneemt. — 1 Kor. 10: 16.
47
147. Wélke vertroosting geeft de Avondmaalsviering?
Door de Avondmaalsviering wordt ons op nieuw verzekerd, dat het lichaam van den Heer Jezus voor ons in den dood is gegeven, en dat zijn bloed tot vergeving van onze zonden is vergoten.
* Welken invloed moet de Avondmaalsviering op on» leven hebben ? Vgl. 1 Kor. 10: 21.
148. Wie moeten zich tot de Avondmaalsviering opgewekt gevoelen?
Allen, die berouw hebben over hunne zonden en behoefte gevoelen aan den Heer Jezus moeten zich opgewekt gevoelen, om aan de Avondmaalsviering deel te nemen.
149. Wie worden onder ons tot de Avondmaalsviering toegelaten?
Allen, die belijdenis des geloofs hebben afgelegd, worden tot de Avondmaalsviering toegelaten, indien deze hun niet om hunnen ergerlijken levenswandel ontzegd is.
150. Wanneer zult gij gerust kunnen sterven?
Ik zal gerust kunnen sterven, als ik leef in de
gemeenschap des Vaders, door het geloof in den Zoon, vernieuwd door den Heiligen Geest.
De genade des Heeren Jezus Christus, de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u!
Amen.
--
Welzalig zijn de oprechten van gemoed, Die ongeveinsd des heeeen wet betrachten;
Die Hij op \'t spoor der godsvrucht wandlen doet. Welzalig die, bij dagen en bij nachten,
Gods wil bepeinst, en Hem, als \'thoogste goed. Van harte zoekt met ingespannen krachten.
Ps. 119: 1.
Komt, gij allen, komt tot Hem I Zondaars, komt! Wat zou u hindren?
Jezus roept u, hoort zijn stem, Hij maakt zondaars tot Gods kindren.
Vrij moogt gij tot Jezus gaan!
Jezus neemt de zondaars aan!
Gez. 39: 1.
quot;Welzalig zijn de oprechten van gemoed, Die ongeveinsd des heeeen wet betrachten;
Die Hij op \'t spoor der godsvrucht wandlen doet. Welzalig die, bij dagen en bij nachten,
Gods wil bepeinst, en Hem, als \'t hoogste goed. Van harte zoekt met ingespannen krachten.
Ps. 119: 1.
Komt, gij allen, komt tot Hem 1 Zondaars, komt! Wat zou u hindren?
Jezus roept u, hoort zijn stem. Hij maakt zondaars tot Gods kindren.
Vrij moogt gij tot Jezus gaan!
Jezus neemt de zondaars aan!
Gez. 39 : 1.
«