-ocr page 1-

Ie Aflevering. I\'rjjs 40 Hls.

tO„

211

DE

W O N 1) E R E N

van het Spiritisme

OXT.MASlvERI).

Haar bet iioo^burtsch

VAN

C A R L WILL M A N N.

quot; \'ï V,

AMSTERDAM,

F. C. RÜiiRMANN. 1886

Ff£

Vak 147 ^5%

.......- ----------- -----~C3v-«V

-ocr page 2-
-ocr page 3-

DE WONDEREN VAN HET SPIRITISME ONTMASKERD.

-ocr page 4-

-

-I . \'

■ ■

\'

I

I

_

__

-ocr page 5-

DE

WONDEREN

van het Spiritisme

ONTMASKERD.

ilnav Ijct ijooijïiuitod)

VAN

CARL WILLMANN.

F. C. BÜHRMANN.

-ocr page 6-

STOOMDRUK. — SCHNEHDER amp; BROEKHUIS. — \'S-HEnTOUENBOS(Ji(.

-ocr page 7-

VOOR WOORD VAN DEN SCHRIJ VER.

Dit, het publiek aangeboden werk heeft zijn oorsprong te danken aan een onweerstaanbare aansporing tot het verspreiden der waarheid in het belang der volksverlichting, en ook om die te doen dienen tot het uitroeien dier epidemie des geestes, — welke in de gedaante van een diep bijgeloof de volksmenigte doortrekt, — en dat wel door middel van het gezond verstand en de lichtende fakkel eener natuurkundige verklaring.

Immers zien we reeds lang verdwenen vormen van middel-

-ocr page 8-

6 VOORWOORD.

eeuwschen waanzin uit hun doodslaap ontwaken en opnieuw het gemoed der menschheid binnensluipen. Derhalve geldt het de menigte te behoeden geest en hart te verarmen, door zich dwaaalijk aan het geloof aan zoogenaamde wonderen over te geven. Want reeds dreigt een diepe nacht de onbevangen, verstandige aanschouwing des levens te omhullen; het ware godsdienstig geloof loopt gevaar in een blind bijgeloof\' te verzinken, en dagelijks vermeerderen de stoffelijke otters welke van de lichtgeloovigen door sluwe bedriegers gevorderd worden.

Ten einde die kwaal te stuiten, hebben zoodanige wetenschappelijke mannen wie, in de eerste plaats, zulk een taak toekomt, nu eens door voorname minachting te weinig, dan weder door er te veel gewicht aan te hechten, te veel gedaan in beide gevallen hebben zjj van een werkelijk practische behandeling der kwaal afgezien. Met verdriet vervult den schrijver onder anderen de waarneming, dat sommige wetenschappelijke onderzoekers, voor wie de dwaalleer van het modern bijgeloof in een vooraf bepaalde theorie, — bij voorbeeld in de bevestiging van een zoogenaamde transcendental physik (verhevene natuurkunde), of in het aannemen van een vierde dimensie (uitbreiding), of in de grensscheiding tusschen de bewuste en onbewuste werkzaamheid der ziel passen zou, — zich hierdoor tot een zwakke overhelling naar het modern bijgeloof laten voeren.

De Schrijver, bewust van de menfchelijke onvolkomenheid, zal volstrekt niet loochenen dat er, zoowel in het leven der natuur als in dat van don mensch nog vele ons niet bekende krachten en onopgehelderde verschijnselen kunnen

-ocr page 9-

VOORWOORD.

bestaan. Ter eere der menachelijke kennis en geestkracht kan men toch vd vertrouwen verwachten, dat alle nieuwe ontdekkingen en nasporingen, ook in de toekomst, in overeenstemming zullen zijn met de tot hiertoe verkregen wereldaanschouwing.

Evenwel gaat de Schrjjver van de onwrikbare grondstelling uit, dat men schijnbaar wonderbare voorvallen of gebeurtenissen, toch niet als nieuwe en voor de tegenwoordige zienswijze nog onbegrijpelijke feiten beoordeelen moet, zoo lang er nog middelen bestaan om die feiten tot bekende wetten terug te voeren en in hun natuurlijken samenhang met deze laatste te verklaren.

Als een poging in dien zin, dient deze onderneming, welke ook strekt om hot eigenlijk wezen van de moderne schijn-wonderen te onthullen. Hierbij is den Schrjjver nuttig geweest een veelvuldige aanraking met kringen, die de nieuwe wonder-verschijnselen van nabij onderzoeken en in de wezenlijke openbaring er van een soort van levenstaak zien. Zoo kon de Schrijver onmiddelljjk uit de levende bron van praktische aanschouwing en dagelijkschen arbeid putten, om zjjn medemensch een degelijken dienst te bewijzen. Natuurlijk heeft hjj hierbij, ook onder anderen gepoogd, de zeer onvoldoende ophelderingen weer te geven — zooals die onlangs door zoogenaamde anti-spiritisten in geschriften en openlijke voor drachten beproefd zjjn geworden, — zooveel mogelijk volledig te maken. Bijzonderlijk ook het schijnbaar wonder der gedachten-lezing tot zjjn natuurlijke geedaante terug te voeren.

Hoeveel ook in den jongsten tijd over deze laatste kunstvaardigheid geschreven en van gedachten gewisseld is, heeft

7

-ocr page 10-

VOORWOORD.

eeuwschen waanzin uit hun doodslaap ontwaken en opnieuw het gemoed der menschheid binnensluipen. Derhalye geldt het de menigte te behoeden geest en hart te verarmen, door zich dwaaalijk aan het geloof aan zoogenaamde wonderen over te geven. Want reeds dreigt een diepe nacht de onbevangen, verstandige aanschouwing dea levens te omhullen; hot ware godsdienstig geloof loopt gevaar in een blind bijgeloof\' te verzinken, en dagelijks vermeerderen de stoffelijke offers welke van de lichtgeloovigen door sluwe bedriegers gevorderd worden.

ïen einde die kwaal te stuiten, hebbmi zoodanige wetenschappelijke mannen wie, in de eerste plaats, zulk een taak toekomt, nu eens door voorname minachting te weinig, dan weder door er te veel gewicht aan te hechten, te veel gedaan in beide gevallen hebben zjj van een werkelijk practische behandeling der kwaal afgezien. Met verdriet vervult den schrijver onder anderen de waarneming, dat sommige wetenschappelijke onderzoekers, voor wie de dwaalleer van het modern bijgeloof in een vooraf bepaalde theorie, — bij voorbeeld in do bevestiging van een zoogenaamde transcendental physik (verhevene natuurkunde), of in het aannemen van een vierde dimensie (uitbreiding), of in de grensscheiding tusschen de bewuste en onbewuste werkzaamheid der ziel passen zou, — zich hierdoor tot een zwakke overhelling naar het modern bijgeloof laten voeren.

De Schrijver, bewust van de menechelijke onvolkomenheid, zal volstrekt niet loochenen dat er, zoowel in het leven der natuur als in dat van den mensch nog vele ons niet bekende krachten en onopgehelderde verschjjnselen kunnen

6

-ocr page 11-

7

bestaan. Ter eere der menachelijke kennis en geestkracht kan men toch vol vertrouwen verwachten, dat alle nieuwe ontdekkingen en nasporingen, ook in de toekomst, in overeenstemming zullen zijn met de tot hiertoe verkregen wereldaanschouwing.

Evenwel gaat de Schqjver van de onwrikbare grondstelling uit, dat men schijnbaar wonderbare voorvallen of gebeurtenissen, toch niet als nieuwe en voor de tegenwoordige zienswijze nog onbegrijpelijke feiten beoordeelen moet, zoo lang er nog middelen bestaan om die feiten tot bekende wetten terug te voeren en in hun natuurlijken samenhang met deze laatste te verklaren.

Als een poging in dien zin, dient deze onderneming, welke ook strekt om het eigenlijk wezen van de moderne schijn-wonderen te onthullen. Hierbij is den Schrjjver nuttig geweest een veelvuldige aanraking met kringen, die de nieuwe wonder-verschijnselen van nabij onderzoeken en in de wezenlijke openbaring er van een soort van levenstaak zien. Zoo kon de Schrijver onmiddellijk uit de levende bron van praktische aanschouwing en dagelijkschen arbeid puften, om zjjn medemensch een degeljjken dienst te bewijzen. Natuurlijk heeft hjj hierbjj, ook onder anderen gepoogd, de zeer onvoldoende ophelderingen weer te geven — zooals die onlangs door zoogenaamde anti-spiritisten in geschriften en openlijke voordrachten beproefd zjjn geworden, — zooveel mogelijk volledig te maken. Bijzonderlijk ook het schijnbaar wonder der gedachten-lezing tot zijn natuurlijke geedaante terug te voeren.

Hoeveel ook in den jongsten tijd over deze laatste kunstvaardigheid geschreven en van gedachten gewisseld is, heeft

-ocr page 12-

VOORWOORD.

8

men toch in alle des betreffende geschriften en verhandelingen, zoowel populaire als wetenschappelijke, slechts weinig bijgedragen om de onder de leeken bestaande valsche begrippen te bestrijden. Met de, in dit boek aangegeven hulpmiddelen in dit opzicht, wordt tegelijk voldaan aan talrijke, tot den Schrijvsr gerichte wenschen en opdrachten, en geeft hij zich gaarne aan de hoop over, dat zjjne vrienden en allen die hem met hun vertrouwen vereerd hebben, in dit boekwerk de verwachte oplossing tot hunne bevrediging vinden zullen.

Igt;E SCHRIJVEB

-ocr page 13-

BIJGELOOF EN SCHIJNWONOEREN.

Bijgeloof is even oud als de wereld sedert er menschen op leven, want geen volk bleef er vrij van, immers de aard van den mensch is nu eenmaal te gelooven, en waar wezenlijk geloof, deze volle overgave van het hart aan het goddellijke, niet wortelen wil, komt in zijne plaats het bijgeloof. En dat zou, om de laatste reden, slechts een vervanging, zoo men wil ook een noodzakelijke vrucht, van het twijfelend ongeloof zijn.

Maar in welk gemoed ooit het ongeloof toegang vindt, daar nestelt zich tegelijk zijn alstammeling, het valsch- of bijgeloof in. — Met oneindige vertakkingen omvat het bijgeloof alle pogingen van den mensohenlijken geest, van de verhe-venste denkbeelden af tot de meest gewone aanschouwingen des gemeenen levens. Zelfs de overtuiging van zijn nietigheid kan niet immer en in alle toestanden des levens den mensch tegen den invloed van het bjjgeloof vrijwaren. Hoewel bestreden en vertreden, woekert het steeds opnieuw voort en zoekt, zoowel in tijden van barbaarschheid als in die van hoogero geestesbeschaving, zijn tooverkraoht op het menscheulijk gemoed te bevestigen.

In de plaats der zedelijke vrijheid van den mensch stelt het bijgeloof een bepaalden invloed van bovennatuurlijke machten, welke de m nsch meent, door een of andere medewerking, gunstig voor zich te kuucen stemmen. Ook schijnt een onover-winbaar verlangen het menschelijk hart te dwingen een blik in de toekomst te willen werpen en er invloed op te verkrijgen

-ocr page 14-

BIJOEr.OOK EN SClll.rXWO.N\'ljERKK.

Zoo zoekt de mensch, bewust van zjjn afhankeljjkheiil, in zjjn zamenatel vol van kracht en zwakheid, van onderzoekingsneiging en liohtgeloovigheid, zeer natuurlijk de door hem vermeende hoogere wezens in den kring zijner plannen en hartstochten te trekken, om hen in zijn lot belang te doen stellen en van hen te verkrjjgen, wat hem zelf door eigen kracht niet mogelyi ia.

Door zulk een neiging bestuurd, vermoedt hy ook in de natuurlijke krachten en working der dingen dien hem onbekenden en onzichtbaren invloed Gedragen door het aantrekkelijke van het geheimzinnige en verschrikkelijke, zweeft hij tus-schen het natuurlijke en bovennatuurlijke, zietliij wonderbaars in het natuurlijke en natuurlijks in het wonderbare, zoodat zelfs bjj de hoogste persoonlijke beschaving, geloof en ongeloof, natuurkennis en liefde voor het wonderbare zich dikwerf op zonderlinge wijze met elkander vermengen.

Alle geloof en ongeloof, alle waarheid en dwaling in de menschelijke voorstelling van verborgenheden, wonderwerken en bovennatuurlijke invloeden, hebben hun grond in het algemeen geloof aan hoogere wezens, dan de mensch. Wat tot grond van dit beginsel ligt, is nu eens het duister vermoeden, dan weder een duidelijk erkende aanneming, dat de zichtbare lichamelijke wereld met een onzichtbare goede of kwade geestenwereld in een geheimzinnigen samenhang is.

Even ala goede geesten, zouden ook kwade geesten op onze aarde komen; zooals genen, hebben ook dezen invloed op de menschen; zij kunnen in en door menachen ot tot hun welzijn öf tot hun verderf strekken.

Dit geloof aan goede en kwade geesten heerschte niet alleen bij de Grieken en Romeinen, maar ook onder velerlei verscheidenheid bij de Egyptenaren, de Pheniziërs, de Perzen, Chal-deërs en andere volken. Zeer algemeen is nog lieden ten dage bij de Groenlanders het geloof aan den machtigen invloed van goede en kwade geesten op de bewoners der aarde verapreid.

Wat anders bewijst nu zulk een verschijnsel dan eene, voor

10

-ocr page 15-

BIJGELOOF EN SCHIJNWOXDEREN.

het menschelijk aanzjjn noodzakelijke behoefte, die ons tege-lijk doet erkennen dat \'s menschen innig leven niet in het lichamelijke, maar in het geestige wortelt. Derhalve schrijft ook de wilde alle hem onbegrijpelijke natuarverachijnselen aan den invloed van geesten toe. Reeds moet een hoogere trap bereikt zijn, waarop de mensch begint de natuurlijke oorzaken der voor hem wonderbare verschijnselen te ontdekken.

Ook bjj minder in beschaving voortgeschreden volken is het bijgeloof veel sterker dan bij meer beschaafden. Wie kent niet de resultaten der wonderdoeners in bet Oosten, der geestbezweerders in Abyssiniën, der Indische Fakiers en der Derwischen, die door hun goochelarijen het bijgeloof\' voeden.

Veel Derwischen en Fakiers bezitten bijzonder veel natuurkennis en daarop gegronde tooverkunaten.

Evenwel blijken, bij een nauwkeurig zaakkundig onderzoek, de grootste wonderdaden der Indische goochelaars veel minder van beteekenis dan zij ons door de nieuwste tijdingen van reizigers meegedeeld worden.

De beschrijving door wetenschappelijke mannen gegeven, van de wonderen der Fakiers, hebben in den vorm waarin zij voorkomen, vjor het onderzoek slechts weinig waarde Wanneer de geleerden zelf over sommige verzoeningen, bjjvoorbeeld over het zichtbaar groeien van een, voor hun oogen door een Fakier in een bloempot gelegd zaad, hun hoogste verwondering te kennen geven, leveren zij hierdoor het bewijs, dat, zelfs natuur-vorschers, zoodra hun een kleine goochelarij, die buiten het bereik hunner ervaring ligt, vertoond wordt, zich kunnen laten verblinden. Door zulke berichten wordt noch de verlichting noch het volk een dienst bewezen.

Integendeel, de uitdrukkelijke bevestiging van den geleerden berichtgever, dat hij bij onze Europeesche tooverkunstenaars niets dergelijks gezien heeft wat de, hem anders als eenvoudige en onwetende menschen voorgekomen, F.ikiers vertoond hebben, moet bij de lezers slechts bijgeloovigen waan en de gedachten aan bovenatuurljjke verschijnselen opwekken of versterken,

11

-ocr page 16-

LIIJÖEI.OOI\'quot; EX SCHMNWONDEREN.

Het bljjkt hier, dat de goochelaar, die door den schrijver van het artikel aangeduid wordt, misschien in dit geval schranderder was dan de geleerde man der wetenschap.

Daar de tegenwoordige tooverlcanst zich met alles bezig houdt wat op het gebied der wetenschap in alle vakken, en dei-uitvindingen als nieuw verschijnt, gebeurt het vaak dat geleerden, ervaren en bedreven in allerlei vakken van wetenschap, dikwerf de eenvoudigste vertooningen van goochelaars niét weten te verklaren en er toe bijdragen om het minder onderwezen volk zulk een vertooning als wonderwerk of als iets bovennatuurlijks te doen beschouwen.

Daarbij bestaat ook do mogelijkheid dat een onwetend, op de laagste sport van beschaving staand mensch, als goochelaar een wetenschappelijk gevormd persoon door zijne tooverkunsten weet te verblinden en te verbazen.

Zoo nu de vertegenwoordigers der wetenschap werkelijk licht willen verspreiden, mogen zij. in de eerste plaats, niet uit het oog verliezen dat vele tooververtooningen op geheimen berusten, welke de goochelaars of toovermannen voor geen prijs zouden willen verraden. Derhalve komt het er vooral op aan die tooverkunsten nauwkeurig te onderzoeken om er het geheim van te ontdekken.

In beschaafde landen is het geloof aan wonderen en too-verij niet zeer sterk meer, en de tooverkunst wordt als goochelkunst in den gezelschapskring tot amusement aangewend. De toeschouwer weet waarvoor hij do schijnbare wonderen te houden heeft en dat alle vertooningen op natuurlijke wetten gegrond zijn; zelfs wil hij zich niet de moeite geven achter het geheim er van te komen.

In Indle evenwel is het anders gesteld, daar worden de goochelaars, als hooger begaafde wezens aangezien, verrijkt met bovennatnurlijke kracht, en hunno begoochelende vertooningen zelfs door Europeesche natuurvorschers wel bewonderd, maar niet verklaard, noch er de eenvoudig natuurlijke pprzaken van aangewezen.

12

-ocr page 17-

BIJQEL0OF EN SCHIJNWONDEREN. lii

In een artikel van het tijdschrift «Ruslandquot; (No. 4 van 1885) leest men dat het een Indischen goochelaar niet in de gedachte zou vallen, zijn\' zoon een ander beroep te doen leeren dan het zijne, daar de vader zijn beroepsgeheimen wil vrijwaren en voor de familie behouden. Voorts wordt in dat artikel beweerd, dat de kunstvaardigheid der Indische toove-naars nooit door de beroemdste Europeesche goochelaars bereikt is geworden. Door deze uitspraak geelt de schrijver van dat artikel te kennen dat hij, om behoorlijk te kunnen oor-deelen, zich met de magie nog niet genoegzaam bezig heeft gehouden. In een ander geval had hij het tegendeel kunnen en moeten zeggen. Hij voert bij voorbeeld aan, dat het ge-heele hulpmiddel van een Indischen goochelaar niets anders is dan een katoenen zak, dien hij overal meedraagt en die dient om er zijn weinige gereedschappen en zijn muziekinstrument in te bergen. De zak van een Indischen goochelaar is namelijk voor hem hetzelfde wat voor den Europeeschen goochelaar de Seroante (mechanisch tafeltje) is. Beide kunstenaars hebben noodzakelijk zulk een hulpmiddel noodig, om veranderde voorwerpen daarin te doen verdwijnen, andere daaruit te doen opkomen, weder andere daarin te verwisselen, die daarna voor de oogen der toeschouwers als veranderd schijnen.

Het muziekinstrument, dat bij een voorstelling van een Indischen goochelaar toch nooit bespeeld wordt, is voor hem hetzelfde wat voor den Kuropeeschen goochelaar de tooverstaf is. Beide stukken dienen eeniglijk, en bij passende gelegenheden, om, wanneer zij opgenomen worden, zekere voorwerpen voor de oogen der toeschouwers beter te kunnen verbergen.

Het eerste beschreven kunststuk, bestaat hierin, dat een, in een mand opgesloten, vooraf gebonden persoon, die geheel met een lijnwaad bedekt wordt, voor de oogen der toeschouwers verdwijnt — dat kunststuk had een verrassende uitwerking op den schrijver. Evenwel is het een der oudste kunststukken, welke de magie of tooverkucat heeft aan te

-ocr page 18-

BIJGKLOOF EX SCilUXWONUKREX.

wijzen; het werd reeds jaren geleden door den beroemden clown Tom Belling in Kenz\'s circus vertoond.

Als tweede wonder wordt gesproken van een bloempot, waarin een bevochtigd mango-zaadje gestoken werd. Na de eerste overdekking van den bloempot met een doek ot laken was van het zaadje een boompje geworden; na de tweede bedekking bereikte het de dubbele grootte en verscheen na de derde bedekking met vruchten beladen. Dit nu is een tooverstuk, waarvan men tegenwoordig in Europa het toestel in iedere grooten winkel van goochelbenoodigdheden vindt.

H(t derde wonder wordt volgenderwijs geschilderd: »De man nam een kokosdop, die aan het eene einde afgezaagd was, en vulde dien met water. Op dat water legde hjj een stukje kurk, wsarin aan den eenen kant een kromme en aan den anderen kant twee rechte spelden staken, zoodat de kurk, wanneer zij dreef een Liliiputtische eend geleek. De kurk lag doodstil op het water en liet in de verste verte niet vermoeden welke tooverij er mogelijkerwijs meê uittevoeren was. Nu nam de goochelaar die er twee armslengten van verwijderd zat, een muziekinstrument uit den zak en begon een levendig deuntje te spelen. Weldra begon de eend van kurk in het water lustig te dansen en wel nauwkeurig op de maat der muziek.

»De dans hield aan tot de muziek ophield. Daarop gebood de goochelaar de eend een salem, een buiging te maken, wat de eend oogenblikkelijk deed. Vervolgens beval hij de zwemmende kurk onder water te duiken, en dit bevel werd even zoo oogenblikkelijk gehoorzaamd. Gedurende deze vertooning stond de kokosnoot bijna aan onze voeten, en de goochelaar zat niet alleen buiten het bereik er van, maar zijne handen werden ook met het bespelen van zjjn muziekinstrument bezig gehouden.quot;

De verklaring van deze zoogenaamde wonderen, is zeer eenvoudig. Ik wil ze den lezer niet onthouden, opdat hjj zien kan hoe licht de schrijver van het bewuste artikel te misleiden was.

14

-ocr page 19-

BIJGELOOF EN SCHIJXWON\'DEREN.

Ia den bodem van den kokoadop waren op een afstand van vgf millimeter twee kleine gaatjea schmnsch naast elkander geboord, zoodat zij in het midden van den dop precies bijeenkwamen zonder dien geheel te doordringen. Maar aan de kurk was een lang hoofdhaar bevestigd welks einde door de gaatjes in den dop getrokken aan een knoop of iets anders van des goochelaars kleeding vastgemaakt werd. De kurk die de eend voorstelt, werd na de vulling van den kokosdop met water, er op gezet.

Nu verwjjdert de tooverkunstenaar zich voldoende ver van de op den grond staande kokosnoot en zet zich er 700 ver van at neêr als het hoofdhaar toelaat. Dan neemt hij zjjn muziekinstrument en houdt het derwijze in den mond dat het ondereind er quot;an met het hart in aanraking is. Bjj het bespelen legt hij er den pink van zjjn linkerhand op en maakt nu met het instrument bewegingen welke zich aan de eend mededeelen en deze schjjnen te doen dansen op de maat der muziek.

Wanneer de eend een buiging moet maken trekt hjj zijn instrument een weinig tot zich, derhalve het haar een wein\'g aan, en de eend buigt zich omdat het haar voor aan de speld in geknoopt, die den hals van de eend moet voorstellen, waartegen de kurk zelf meer weerstand biedt en veroorzaakt dat slechts het voorste deel zich buigt.

Moet echter de eend tot op den bodem des waters onderduiken dan behoeft de kunstenaar het haar slechts sterker aan te trekken. Gewoonlijk wordt de eend geheel op den bodem der noot getrokken, en trekt men krachtig aan het haar, dan breekt het onder de eend in de gaatjes der noot, terwjjl de eend naar de oppervlakte stjjgt. Dit breken van het haar atelt den goochelaar instaat de eend uit het water te nemen en ze te laten onderzoeken.

Dat er een haar aan vast was, vermoedt niemand; ook de schrijver van het artikel vermoedde het waarschijlijk niet, omdat men een haar op een afstand van 50 centimeter

15

-ocr page 20-

BIJGELOOF EN SCIIIJNWONDEREN.

nauwlgks zien kan, des te minder wanneer \'t op den grond ligt.

Overigens vertoonen de Europeesche goochelaars iets dergelijks met het kunststuk der dansende sigaar in de wjjnflesoh.

Evenzoo eenvoudig laten zich al de kunststukken der Indische goochelaars verklaren. Hoe evenwel wetenschappelijk gevormde mannen aan dergelijke vertooningen een zoo groote en dikwerf valsche beteekenis kunnen geven, is schier onbe-grjjpelijk.

Toen in het jaar 1883 de Cingaleezen in den Zoölogischen tuin te Berlijn voorstellingen gaven, bestonden die uit de volgende goochelkunsten: het doen verdwijnen van een hoenderei, het bekerspel, het tooverkoord, dat men doorsnijdt en weder heel maakt, zoomede uit andere stukjes, waarvan men werktuigen in alle Neurenburgev speelgoedwinkels vindt. Het eenige wat voor de goochelaars eenige bewondering opwekte, was de vlugheid en handigheid waarmede zij hunne lichte kunststukjes uitvoerden. Doch daar zij sinds hun kindsch-heid het beroep van goochelaar uitgeoefend hebben, is zulks licht verklaarbaar, maar kunnen zij zich toch niet gelijk stellen met een der beroemste Europeesche tooverkunstenaars, die 500—600 nummers op zijn programma weet aan te wijzen.

Toen de Cingaleesche goochelaarstroep later naar Hamburg vertrok, bleek het, na een nauwkeurig onderzoek, dat hun beroep zeer nietig en armzalig was. Schrijver dezes die deze menschen een bezoek gaf, vertoonde hun eenige stukken van moderne tooverkunst; maar zij konden zich er geen verklaring van geven en werd hij door hen als een wonderdoener aangegaapt, hoewel de hun vertoonde stukken van zeer gewone soort waren. Bij een voorstelling van den heer Willmann was zijn Cingaleesche leerling tegenwoordig, die sprakeloos van verbazing was toen hjj hem uit een brieventasch duiven, hoenders en zoo voorts te voorschijn zag halen.

Niet onvermeld mag ik laten dat de Indiërs in het uitvinden van tooverkunsten in verre na niet zoo uit-

ii;

-ocr page 21-

bijgeloof en schijkwonderen. 17

uitstekend zija als de roep hen nageeft; zjj leeren veel meer van de Engelaohen... Amerika en Engeland vormen de hoofdbron der nieuwste tries (goocheltoeren) voor alle spiritistische mediums van beroep, terwijl China voor Duitschland, Amerika Prankr jjk en Engeland de beroepsbron is voor alles wat nieuw in de worstelkunst en gymnastiek voorkomt.

Daar nu speculatiegeest en winzucht bij alle volken heerschen is in den laatsten tjjd een beroep ontstaan, dat, om geld te verdienen, op de dwaasheid der menschen berekend is. Dat beroep bestaat in de fabrikatie en den handel van mummiën van zeemeerminnen , aan wier bestaan nog geloofd werd in de vorige eeuw, en men gelooft er zelfs tegenwoordig nog min of meer aan; immers ziet men in winkel vensters van zekere groote stad. de mummie van een zeemeermin. Duizenden menschen zien die half visch, half vrouw-mummie en niemand twijfelt aan de echtheid van dat wezen ; want men herkent de natuurlijke schubben van den visch en het verdroogde bovenlijf, dat duidelijk het hoofd vertoont met een gelaat als van een mensch; daar bjj witte tanden, zelfs nog hoofdharen en voornamelijk de welgevormde armen met handen, van welke laatste nog de nagels behouden zijn. En die duizenden menschen vertellen aan andere duizenden wat zij gezien hebben, en zoo vindt het bijgeloof steeds meerder voedsel

Maar dat in China deze mummiën gefabriceerd worden, vermoedt niemand en zegt ook niemand aan die duizenden, welke het hun vertoonde fabrikaat voor echt houden.

Trouwens is de kunstige vervaardiging dezer mummiën zoo bedriegelijk, dat het geoefend oog van een geleerde aan de echtheid niet zou twjjfelen. Voor het achterlijf wordt namelijk een visch genomen, van welken de kop op kunstige wijze is gescheiden en in de plaats daarvoor het bovenlijf van een vrouw, uit papier-maché vervaardigd, zoo kunstvaardig aaneengehecht dat men die samenvoeging van vrouw en visch niet kan bespeuren.

De wereld wil bedrogen zijn, waarbij bedriegers en zelfbe-drogenen jjverig de hand leenen. Maar dat ook verstandelijk wonleren. 2

-ocr page 22-

BIJGELOOF EN SCHIJNWONDEREN.

ontwikkelde mannen hieraan deelnemen is, helaas! maar al te ■waar. En welke waarde kan het nu voor den lezer der werken ■van den geleerden Eduard von Hartmann hebben, wanneer deze in een artikel over het »Spiritisinequot; de ellendige vertooningen der Indische toovenaara ala wonderen beschrijit?

Het »Spmtiamequot; van Hartmann mag, uit een wijsgeerig oogpunt beschouwd, een zekere beteekenia hebben, maar de positieve, minder geleerde, natuurlijke menscb, vindt zich daarbij niet bevredigd, daar hij er de rechte opvatting en voldoende verklaring van mist.

Welke waarde kan overigens een boek hebben dat over het Spiritisme handelt, als de schrjjver reeds op een der eerste bladzijden verklaart^ dat hij nooit een spiritistische zitting bijgewoond heeft, en zich slechts op de werken van andere geleerden beroepen moet.

Waarom heeft de schrijver niet den raad, dien hij anderen natuurvprschera geeft, gevolgd en met een presdigitateur of goochelaar, die de kunststukken der mediums kent, een apiritische zitting bijgewoond, om den natuurlijken samenhang dier schijnbare wonderen beter te leeren kennen?

Nu legt men echter Hartmann\'a boek ter zijde zonder er een voldoende verklaring van het Spiritisme, wat zeker veel waard zou zjjn geweeat, in gevonden te hebben. Want het, ainds eenige tientallen van jaren tot ons onder den naam van Spiritisme overgekomen komediespel met tafeldans, geeatklopperij en geeat-verschijningen ia niets andera dan louter schurkerij En toch, in weerwil van de veelvuldige ontmaskering der zoogenaamde mediums, konden de dweepzieke aanhangers der moderne dwaalleer, nog altijd niet van die bedriegerij overtuigd worden.

Het is vooraf reeds bewezen dat al de door de mediums vertoonde wonderen niet anders dan behendig uitgevoerde goochelaarskunsten zijn. Ueaniettemiu beafaan er nog personen die zich verbeelden dat het bij de Spiritisten niet op n tuuvlijke wijze toegaat, hoewel zij, vooral in groote steden, de gelegenheid hebben verklaring te erlangen, en wel dea te gemakkelijker wjjl al-

■18

-ocr page 23-

niJGELOOF EN SCIIIJNWONDEREN.

daar magazijnen voorhanden zjjn, waarin men toestellen voor de goochelkunst te koop vindt.

Te Londen bevindt zich zelfs een schouwburg, waar alle avonden twee goochelaars voorstellingen geven, die ten doel hebben om al de kluchten der mediums te verklaren, zij mogen Parker Slade, Stowe of Bastian heeten, die aan het volk willen wijsmaken, dat men, door hunne tusschenkomst, met de geesten in aanraking en verkeer kan komen.

Zulk een doel hebben echter de Spiritisten niet, zij hullen zich en hun mystieke handelingen in duisternis, en schrijven het menschelijk verstand een graad van geloovigheid toe, die op zich zelve reeds beleedigend is,

Zoolang een zoogenaamde medium nog niet ontmaskerd ia, wordt hij als een echte geestenziener aangewezen; doch zoodra zijn bedriegerijen ontdekt zijn, als een „bedorvenquot; medium die zijn kracht verloren heeft.

Zoo vindt het bijgeloof hetzij in Europa hetzij in Indië aller-wege uitbreiding. Noch de overheden verhinderen zulks, daar hun meestal de noodige zaakkennis ontbreekt, noch de mannen der wetenschap staan hier tegen op, omdat zij in den regel op dergelijke verschijnselen met minachting neêrzien.

Hoe verdienstelijk ook in den jongsten t^d de aangewende pogingen, om de zoogenaamde mediums te ontmaskeren zjjn mogen, even gevaarlijk is het wanneer de „anti-spiritisteuquot; van de waarheid afwijken. Bij dergelijken is nog meer opmerkzaamheid noodzakelijk dan bij de mediums, daar zij, meer dan dezen, het vertrouwen der toeschouwers genieten en er toch misbruik van maken; want zij schijnen bij het schier epidemisch geworden spiritisme, licht tot mysticisme over te hellen, terwijl zij, met het doel, om hun verdienstelijkheid, zoowel als om hun voordeelen te vergrooten, zich nog velerlei misleidingen veroorloven, bijzonder bij het vertoonen van nieuwe schijnwonderen.

Om de laaste reden dragen deze moderne wonderverklaardera tot het wezenlijk verlichten van het publiek niets bij, maar vermeerderen slechts het getal der dwalingen.

19

-ocr page 24-

BIJGELOOF EN SCHIJNWONDEREN.

Onder de moderne schijmuonderen waarmede de beatrjjdera van het Spiritisme aan hun optreden een zekere aantrekkelijkheid geven en tevens zichzelven met een soort van stralenkrans zoeken te omgeven, staat in de eerste plaats de zoogenaamde kunst van het gedachtelezen.

Hoewel zij ook aanvankelijk onbevangen toeschouwers kon-de verbazen, is die kunst toch gegrond op zeer natuurlijke verrichtingen en hulpmiddelen, wier geheime of verborgen aanwending immers een nuohteren blik in den samenhang tus-schen oorzaak en werking, op het dwaalspoor kan brengen.

Evenals de moderne geestenleer, werd eenige jaren geleden het »gedachtelezenquot;uit Amerika naar Ruropa overgebracht Zulks geschiedde door den bekwamen onderzoeken Washington Irving Bishop, die het eerst met de bewering optrad, dat hg zekere gedachten, welke daartoe aangewezen menschen op een voorwerp richtten, raden konde. Het gelukken zijner voorstellingen schreef hij toe aan een vermeende eigenaardige betrekking der vergaande geestige werking zijner hersenen op de hersenen dergenen met welken hg proeven nam.

Bishop voerde het eerst het kunststuk uit, om een speld, die op een of andere plaats door een daartoe bestemden persoon verborgen was geworden, te vinden, zoodra hg dien bewusten persoon bij de hand nam. Op dezelfde wijze kon hg de heimelgk door anderen opgeschreven getallen raden , en onder verscheidene, op een tafel uitgespreide voorwerpen, dat voorwerp vinden, \'twelk door een bepaald persoon gedacht was; voorts kon hg personen aanduiden, die in de afwezigheid van den gedachten-lezer bestemd werden om aangewezen te worden.

Hoe belangwekkend zulke voorstellingen ook schenen, trokken zg toch aanvankelgk slechts weinig de aandacht. Anders was het gesteld met den spiritistischen bedrieger Harry Bastian die ontmaskerd werd door den aartshertog Johann.

Op diens aansporing vond in Weenen de eerste voorstelling van het gedachtelezen door den spiritist Stuart Cumberland plaats.

20

-ocr page 25-

BIJGELOOF EN SCHIJNWOXDEREN.

Hjj werd in 1857 te Leicester geboren en zjjn burgernaam was Charles Gurrer. Aan de Universiteit te Oxford bij hetStaata-eramen gedropen, gaf hij zich over aan het schrijven van novellen in tijdschriften. Maar weldra werd Cumberland met het in Engeland wjjd verspreide Spiritisme bekend, waarin hij veel belang stelde, als medium een ijverig deel aan de zittingen er van nemende.

In dienst van Bishop was hij in de gelegenheid waar te nemen dat het beroep van auti-spiritiat veel meer opbracht en minder gevaarlijk was dan dat van spiritist, om welke reden hjj het ondernam als anti-spiritist de wereld te bereizen, en als zoodanig wist hij allerwege veel belangstelling voor zijne vertooningen op te wekken.

In Hamburg had een zekere S. Abraham, die Cumberland had zien werken, als dilettant voorstellingen gegeven.

Na zijne voorstellingen bijgewoond te hebben, gaf ik hem te kennen, dat ik mij niet kon vrijwaren van den indruk als zou hij zijne vertooningen met door hem ingewijde personen uitvoeren. Hy scheen my, na de hem deswege gedane vragen te willen ontwjjken. Kort hierop loerde ik, in zijn gezelschap, een vijf-en-twintigjarig jongman Carl FaulAaberkennen, die mij vertelde dat hij, aangespoord door de berichten omtrent Cumberland, diens voorstellingen nagebootst en daarin ten laatste een zekere vaardigheid verkregen had om ala gedachtelezer en anti-spiritist te kunnen optreden.

Het gedachtelezen berustte niet, naar zijne meening, op een bijzonderen pbysischen aanleg of geschiktheid als die van Cumberland, maar op een nauwkeurige waarneming der werkzaamheid van de spieren bij menschen, waarbij evenwel de onwillekeurige spierbeweging niet m aanmerking mocht komen.

In zoover nu echter de willekeurige spierbeweging bij dergelijke proefnemingen buitengesloten moet worden, vermitsanders misleiding en verblinding zou ontstaan, zoo gaf Paulhaber met zijn bewering het eerste raadsel zonder oplossing.

De daarbij aanwezigen waren overtuigd dat bij de uitvoering

21

-ocr page 26-

lilJUELOOF EN SCUIJNWONDEREN.

der navolgende proefnemingen allerlei medehulp buitengesloten scheen. Was de verklaring van den gedachtelezer reeds zeer onwetenschappelijk en gebrekkig, zoo hadden de proefnemingen, welke Faulhaber nu voortbracht, nog een veel ongelukkiger afloop.

De drie eerste proefnemingen leverden geen resultaat op; eindelijk werd bi] een persoon een verborgen speld gevonden. Na een, een eeuwig schijnenden tijd, gelukte een andere proefneming, namelijk het vinden, van een dame, welke een der hee-ren zich gedacht had in het gezelschap,. Op dezelfde wijze gelukte eindelijk ook het vinden van een getal, dat door eenige heeren samengesteld was.

Over het algemeen genomen, verlieten echter al de aanwe-zenden onvoldaan het lokaal.

Door de pers werd toen opgemerkt, dat de heer Faulhaber zeer juist in de gedachten der toeschouwers gelezen had, namelijk, dat hij door het immer mislukken zjjner proefnemingen bij hen een zeer onaangenamen indruk had voortgebracht.

Wat mij betreft, het gevolg was dat ik geen waarde meer aan het gedachtelezen hechtte, vermits ik het doel er van niet kon inzien.

Later, bij een bezoek dat de heer Abraham mij gaf, toonde h|j zich bereid, om zijn kunstvaardigheid te bewijzen, door oogenblikkelijk eenige preeven uit te voeren. Zoo vond hij werkeljjk onder verscheidene, door mij op een tafel gelegde voorwerpen het door mij gedachte; voorts wees hij mij, na een kort rondgaan in mijne vertrekken, een zaak aan, welke ik gedacht had, en wel, zonder dat hij vooraf in de kamer was geweest waarin zjj zich bevond.

Ik had alzoo het bewijs dat de gedachtelezer geen gelegenheid gevonden had, om een, uit onvoorzichtigheid op het voorwerp geworpen blik op te vangen en daardoor de richting te erkennen, welke hij nemen moest.

Evenwel was mijn twjjfel hierdoor niet vernietigd, en bleet ik bij de meening, dat hierbij, als zoo vaak in het leven, het

22

-ocr page 27-

DIJfiELOOF I^N SCHIJN\'WONDEREN.

toeval zijn rol speelde. Toen echter de heer Abraham in tegenwoordigheid van geneesheeren en geleerden even gevolgrijk zijn proefnemingen uitvoerde, moest ik gelooven dat zijn bewering gegrond was, als voelde hij de minste beweging, die aan de hand van den gevoerden persoon ontstond, zoodra deze in de nabijheid van het bewaste voorwerp kwam.

Men droeg bij den heer Abraham aan een openbare voorstelling te geven. Paar evenwel de tosren van het „gedachtelozenquot; elkander tamelijk gelijken en voor den toeschouwer te eentonig zijn, besloot hij aan de voorstelling een stuk toetevoegen, dat stellig de opmerkzaamheid zou gaande maken.

Ik had in gemeenschap met een vijftigtal heeren het medium Emil Schraps ontmaskerd, en was nu in staat het bewijs te leveren, dat men al de vertooningen, welke het bewuste medium voorwendde met behulp van geesten uittevoeron, op volkomen natuurlijke wijs volbmigen kan.

Het door hem vertoonde kunststuk der »Bindingquot;, iets dat aanvankelijk aan iedereen onmogelijk schijnt, lag plotseling duidelijk en helder voor mij, nadat ik het kleine geheim doorgrond bad.

Op mijn verlangen, noodigde de heer Abraham omstreeks zeventig personen, waaronder een aantal spiritisten, op een bijzondere soirée, op welke zijne vertooningen goed slaagden. De nederlaag welke de spiritisten bij die gelegenheid ondergingen, maakie zjjn naam algemeen bekend.

Ik leerde hem het »bind- geheimquot; en bond hem, onder het toezicht van een vertrouwde commissie, met de grootstenauwkeu-rigbeid, zooals ik het medium Schraps gebonden had, die zich uit zijn strikken niet bevrijden kon. Eerst na verloop van drie weken, bood Abraham zich aan te bewij\'-en, dat hij zich thans uit de banden bevrijden kon, waardoor bij mij de gedachte ontstond, dat een mensch zoo iets kon uitvoeren zonder de hulp van geesten, wanneer hij slechts den tijd had zich hierin te oefenen.

Nu heelt Abraham bewezen, dat hij door oefening het hierin

23

-ocr page 28-

BIJGELOOF EN SCHIJNWONDEBEN.

verder heeft gebracht dan het genoemde medium. Wat Cumberland in dit vak vertoont is niet te vergelijken met datgene wat Abraham thans voorstelt. Wat het gedachtelezen betreft, staat Abraham, ten minste met den eerstgenoemde, op gelijken voet.

Bij het gedachtelezen volgde Abraham mjjn raad om zoo niet geheel, dan toch zooveel mogelijk eerlijk te zijn, en heb ik bemerkt dat hij bij het gedachte-lezen veel eerlijker dan Cum-herland tegenover het publiek optrad.

Het is stellig dat het gedachte-lezen zoo uitgevoerd wordt als de vertooners het verklaren, evenwel is het bewexen dat deze vertooningen beperkt zijn en wel wanneer de kunstenaar ze in een groote zaal voor een aanzienlijke menigte uitvoert. In een klein gezelschap is het licht één voorwerp onder vele anderen te vinden, of een persoon aan te wijzen aan wien een ander gedacht heeft.

Professer Preyer gat onlangs een zeer belangrijk geschrift uit, over de onwillekeurige spierbewegingen bij dieren en pas geboren kinderen, welke bewegingen hij ook bij volwassen menschen, gedurende een schijnbare spierrust, met zeer fijne instrumenten had kunnen waarnemen, wat hem tot praktische pioefnemingen in het gedachtelezen bracht.

Hij nam drie of vier verschillende soorten van onwillekeurige en onbewuste spierbewegingen waar. Alle plaatsen van het menschelijk lichaam vertoonen, eenigszins naar polsslagen gelijkende, met hartkloppingen overeenkomende, golvingen. Zoo was hij instaat bijv. het kloppen van den vingernagel en daarbij de vermindering der werkzaamheid des harten, door middel van een gevoelige gasvlam ver zichtbaar, en door middel van de telephoon hoorbaar te maken.

Tweedens vertoonen zich aan do, op zich zelve staande plaatsen des lichaams een op- en neergaan der spieren, dat met de ademhaling samengaat.

Vervolgens zijn er andere onwillekeurige spierbewegingen welke veroorzaakt worden door velerlei opwekkings-oorzaken, bijv. de bewegingen welke duidelijk zichtbaar worden, wanneer

24

-ocr page 29-

BIJGELOOF EN SCHIJNWONDEREN. 25

men met vrjjen arm een glas water tusschen daim en wijsvinger houdt. De watervlakte in het glas is nooit in stilstand en wel het minst wanneer men met de grootste inspanning poogt, rustig te blijven. Bijzonder ontstaan, door een levendige verbeelding, onbewust veroorzaakte, onwillekeurige bewegingen en deze maken het gedachtelezen mogeljjk. Op grond van talrijke genomen proefnemingen op zich zeiven en an.leren verzekert Preyer dat eenigljjk het waarnemen van dergelijke onwillekeurige spierbewegingen den gedachtelezer bestuurt.

Men blinddoekt hem en hij moet dengene, die zich een zekero bepaalde voorstelling van een, door zijn in den hoogsten graad gespannen geest gekozen, voorwerp heeft gemaakt, daarheen voeren waar het gedachte voorwerp zich bevindt, en het grijpen. Waarop het hier voornamelijk aankomt, is het aanraken van een beweeglijk lichaamsdeel, zoomede een zeer groote inspanning der opmerkzaamheid van den geblinddoekte. Hij moet namelijk aan niets andera denken dan aan het ontbreken en ontstaan van onwillekeurige spierbewegingen. Deze worden, ook wanneer zjj zeer zwak zijn, door gevoelige personen licht waargenomen. Zoodanige, in vele gevallen volstrekt niet zwakke, maar duidelijk waarneembare bewegingen der hand en van den geheelen onderarm ontstaan zeer licht bij onbevangenen, wanneer zij op de plaats komen, waar het voorwerp, hetwelk hun voorstellingswerkzaamheid geheel vervult, zich bevindt.

Preyer beweert, dat de spierbeweging van den gevoerde voor den gedachtelezer als zij verkeerd gaat, duidelijk als stremming of, als zjj goed gaat, als een begunstiging van de »besturingquot; gevoeld wordt, zoodat werkelijk de gedachtelezer degene is die geleid wordt.

Br behoort in allen geval een zekere routine, zekerheid, stoutmoedigheid toe, om als gedachtelezer in \'t openbaar optetreden. Al deze hoedanigheden vereenigen zich bij Cumberland.

Abraham, sinds zijn openlijk optreden onder den naam van Bellini bekend, nam reeda bij den aanvang Cumberland tot model, en wendde, wetende dat de toeschouwers liever vermaakt

-ocr page 30-

26

dan onderwezen willen worden,dezelfde kunstgrepen als die van eerstgenoemde aan.

Cumberland heeft hiermede in Abraham Bellini een mededinger gevonden, met wien hij te rekenen had. In 1834 zocht hij te Hamburg hem, ter zake van het gedachtenlezen, verdacht te maken en ver beneden zich te stellen.

Op zekeren avond beproefde hij met veel praalvertoon zijn laatste stukken zooals de wonderen vpn den „geeatenzakquot; en do „onstoffelijk gemaakte geestenquot; voor te stellen. Men verwachtte iets buitengewoons te zien, zelfa spiritisten waren gekomen als toeschouwera. De eindelijk onder de bescherming der duisternis onlichamelijk gemaakte geesten verschenen ondertusschen als een zeer armzalige vertooning die uit gewone en lang beksnde kunstgrepen bestond, dezelfde ala die gewone goochelaara aanwenden.

Cumberland wil niettemin als een bestrijder van het spiritisme, en wel uit een ernstig oogpunt, namelijk de volksverlichting, beschouwd zijn. En toch stelt hij door middel van „onf hullingder nieuwste verachijnaelen opapiritistiach gebiedquot;het publiek dergelijke verschijnselen voot op eene wijze, welke ieder medium versmaden zou en die reeds menige goochelaar beter uitgevoerd heeft.

In iets overtreft hij in allen geval menigen goochelaar. Hij kan namelijk zekereklopgeluiden, zooaladie zoogenaamdemedi-ums door middel hunner teenen voortbrengen, doen ontstaan, en deze geluiden zjjn zoo sterk dat men ze in groote zalen hooren kan. Doch Cumberland staat in deze kunstvaardigheid niet alleen. Zijn hoofdverdienste zou zijn zijne ontdekking, dat men in de duisternis niet in ataat ia de richting aautewijzen, vanwaar een door hem voortgebracht geraas komt. Door overtuigende proefnemingen leverde hij het bewija en ontmaskerde hierdoor volkomen de »geestklopperijquot;.

Maar ook de verdienste wegens deze ontdekking kan hij zich niet alleen toeëigenen, daar zij reeds jaren geleden in Amerika is gedaan door een medium, Truesdell genaamd.

Eenige dagen na Cumberland\'a optreden te Hamburg beant-

-ocr page 31-

niJfiEJ.OOF EN SCHUNWONDËREN.

woordde Jacohy een uitnoodiging naar Iloatock en nu bleek het dat Cumberland dezelfde goochelaarskuuaten te Hamburg had uitgevoerd als die welke Jacoby eenige dagen te voren bad verklaard.

Wij sluiten hiermede onze beschouwingen over de nieuwste onderzoekingen van valsohe wouderen en gaan nu tot de zaak zelve over, namelijk een nauwkeurig onderzoek van de verschil-lende nieuwe scbjjnwonderen. Als overgang diene deze opmerking, dat in alle sohijnwonderen, waarvoor wij de zoogenaamde moderne wonderen te houden hebben, de grond van het geheimzinnige, hetwelk zekere verschijnselen wonderbaar doet voorkomen, geheel en al licht in de opzettelijke misleiding van den voorsteller, die den helderen geestigen blik van den toeschouwer in den noodwendigen samenhang, dikwerf met behulp van allerlei uiterlijk poppenspel, op een dwaalspoor brengt. Anderzijds is echter de grond niet minder aan de onvolkomenheid van de menschelijkezintuigentoeteschrijven,die, bij hunne waarneming door de aangevoerde voorwerpen gehinderd, misleid worden. Vermits nu de zintuigen van den mensch de onbetwiste kanalen zijn, door welke alle indruksels op de ziel bewerkt worden, zoo willen wij onze verhandeling over de moderne wonderen met eenige beschouwingen over het zoogenaamde zinsbedrog beginnen.

27

-ocr page 32-

ZINSBEDROG.

Zooals alle mensohelijke krachten, hebben ook de mensche-Ijjke geestorganen bepaalde grenzen. Hun verrichtingen zjjn buitendien by alle menscben geheel verschillend. Bestendige oefening en gewoonten, zoo als zekere beroepswerkzaamheden ten aanzien van enkele zintuigen vereischen, dragen dan ook bij om die verscheidenheid te vergrooten. Maar ook onder de gezellen van dezelfde werkinrichting vertoonen gelijkmatig geoefende zintuigen dikwerf verschillende verrichtingen. Bijvoorbeeld sterrekundigen, die den gang eener zonsverduistering tegeljjkertjjd op dezelfde plaats waarnemen, zullen evenwel in hunne berekening van elkander verschillen.

Zulks is te begrjjpen, daar onze zintuigen even zoo onvolkomen zijn als de menschelijke begaafdheden en hoedanigheden, en licht aan vergissing blootgesteld, bijzonderlijk wanneer hare werkkracht in ongewone toestanden aangewend wordt.

Van alle zintuigen is het gezicht het meest werkzame en in wakenden toestand schier onafgebroken bewust öf onbewust, \'t Is derhalve niet te verwonderen, dat het op de andere zintuigen een zekeren invloed heeft, die zich bijv. hierdoor openbaart, dat wij met gesloten oogen, of ook in de duisternis, sommige indrukken der zintuigen minder bepaald en scherp, dan bij open oogen ontvangen.

Cumberland heeft, zooals reeds in de inleiding is gezegd geworden, op de licht mogelijke misleiding van het gehoor gewezen, door te bewijzen, dat men, geblinddoekt, niet in staat ia

-ocr page 33-

29

nauwkeurig te zeggen, van welke zjjde een geraas komt, \'t welk door hem veroorzaakt is. Het spreekt van zelf dat de kanst-vertooner niet door z^ne stem ot door vragen verraden mag, waar hjj staat; ook wordt bij de vertooningen de vloer met een tapijt bedekt, om de voetstappen van den uitvoerder genoegzaam te dempen.

Om de misleiding te voltooien is het zaak dat de uitvoerder om alle latere anmerkingen te voorkomen, den persoon verzoekt, bij elk geraas, eenvoudig met de hand de richting aan te duiden vanwaar hij gelooide den klank te hooren.

Plaatst de uitvoerder zich achter den persoon en brengt hij den klank boven diens hoofd voort, dan zal deze nu eens rechts dan links wijzen. Wanneer het geraas op slechts een hand breedte van het gezicht verwjjderd, veroorzaakt wordt, dan wijst de persoon gewoonlijk voor zich op den grond, en wanneer men het geluid in de nabijheid der knie veroorzaakt dan wijst in den regel, de persoon naar de tegenoverstelde richting. De misleiding is volkomen en er wordt veel gebruik van gemaakt door de mediums, om door klopgeluiden de gedienstige geesten opteroepen.

Als een voorbeeld van misleiding van het zintuig desgezichts dienede bekende ondervinding dat m een stilstaanden spoortrein wanneer op de naaste rails een andere trein voorbjj stoomt, men meestal den indruk heeft als of de trein waarin men is voort-tjjdt, en de andere stil staat. Omgekeerd is de misleiding ten aanzien der beweging van de aarde om de zon; deze laatste schjjnt zich te bewegen, daar wij op de aarde als geboeid haar voortschrijden niet waarnemen.

Bij het eenvoudig beschouwen van een stroomend water, hebben velen de gewaarwording als of zij zelf en haar naaste omgeving, bijv. de brug waarop zij staan, zich tegen de richting in van de strooming des waters bewegen. Hier werkt de aantrekking van het zintuig des gezichts mede op het al-meen gevoelsvermogen. Nog merkbaarder wordt de uitwerking, wanneer men achterwaarts in een spoorwagen zittend, de oogen sluit, en dan voorwaarts meent te rijden, en men een

-ocr page 34-

ZINSBEDROG.

Zooals alle menschelijke krachten, hebben ook de mensche-Ijjke geeslorganen bepaalde grenzen. Hun verrichtingen zjjn buitendien bij alle menschen geheel verschillend. Bestendige oefening en gewoonten, zoo als zekere beroepswerkzaamheden ten aanzien van enkele zintuigen vereischen, dragen dan ook bij om die verscheidenheid te vergrooten. Maar ook onder de gezellen van dezelfde werkinrichting vertoonen gelijkmatig geoefende zintuigen dikwerf verschillende verrichtingen. Bijvoorbeeld sterrekundigen, die den gang eener zonsverduistering tegeljjkertjjd op dezelfde plaats waarnemen, zullen evenwel in hunne berekening van elkander verschillen.

Zulks is te begrijpen, daar onze zintuigen even zoo onvolkomen zijn als de menschelijke begaafdheden en hoedanigheden, en licht aan vergissing blootgesteld, bijzonderlijk wanneer hare werkkracht in ongewone toestanden aangewend wordt.

Van alle zintuigen is het gezicht het meest werkzame en in wakenden toestand schier onafgebroken bewust öf onbewust, \'t Is derhalve niet te verwonderen, dat het op de andere zintuigen een zekeren invloed heeft, die zich bijv. hierdoor openbaart, dat wij met gesloten oogen, of ook in de duisternis, sommige indrukken der zintuigen minder bepaald en scherp, dan bjj open oogen ontvangen.

Cumberland heeft, zooals reeds in de inleiding is gezegd geworden, op de licht mogelijke misleiding van het gehoor gewezen, door te bewijzen, dat men, geblinddoekt, niet in staat is

-ocr page 35-

ZINSBEDROG.

nauwkeurig te zeggen, van welke zjjde een geraas komt, \'t welk door hem veroorzaakt ia. Het spreekt van zelf dat de knnst-vertooner niet door zgne stem ot door vragen verraden mag, waar hjj staat; ook wordt bij de vertooningen de vloer met een tapijt bedekt, om de voetstappen van den uitvoerder genoegzaam te dempen.

Om de misleiding te voltooien is het zaak dat de uitvoerder om alle latere anmerkingen te voorkomen, den persoon verzoekt, bij elk geraas, eenvoudig net de hand de richting aan te duiden vanwaar hg geloofde den klank te hooren.

Plaatst de uitvoerder zich achter den persoon en brengt hij den klank boven diens hoofd voort, dan zal deze nu eens rechts dan links wijzen. Wanneer het geraas op slechts een hand breedte van het gezicht verwijderd, veroorzaakt wordt, dan wijst de persoon gewoonlijk voor zich op den grond, en wanneer men het geluidin de nabijheid der knie veroorzaakt dan wijst in den regel, de persoon naar de tegenoverstelde richting. De misleiding ia volkomen en er wordt veel gebruik van gemaakt door de mediums, om door klopgeluiden de gedienstige geesten opteroepen.

Als een voorbeeld van misleiding van het zintuig deagezichts dienede bekende ondervinding dat in een stilataanden spoortrein wanneer op de naaate rails een andere trein voorbjj stoomt, men meestal den indruk heeft als of de trein waarin men is voortrijdt, en de andere stil staat. Omgekeerd is de misleiding ten aanzien der beweging van de aarde om de zon; deze laatste schijnt zich te bewegen, daar wij op de aarde als geboeid haar voortschrjjden niet waarnemen.

Bjj het eenvoudig beschouwen van een stroomend water, hebben velen de gewaarwording ala of zij zelf en haar naaste omgeving, bijv. de brug waarop zij staan, zich tegen de richting in van de strooming des waters bewegen. Hier werkt de aantrekking van het zintuig des gezichts mede op het al-meen gevoelsvermogen. Nog merkbaarder wordt de uitwerking, wanneer men achterwaarts in een spoorwagen zittend, de oogen sluit, en dan voorwaarts meent te rjjden, en men een

29

-ocr page 36-

ZINSDErmOG,

gevoel heeft, als bewoog zich de trein ia de richting waarheen men het gezicht gewend heeft. Wordt hierbij het ge voel mishndt, in sommige omstandigheden houdt het geheel op. Bijïooi\'beeld; iemand neemt een stortbad en geeft door uitroepen do koude, welke hij gevoelt, te kennen; maar doet men hem nu op een of andere wijze schrikken, dan wordt hij rustig onder het stortbad, zonder er de uitwerking van te bespeuren. Ik heb meermalen de proef hiervan genomen en waargenomen dat de betreffende persoon, na te hebben gezien, dal men slechts met hem gekscheerde, weer rustig onder het stortbad ging en zelfs zonder er zich zoo gevoelig voor te betoonen.

Hoe het zich nog door zekere indrukken van het gezicht laat bedriegen, kan door eenige handtastelijke voorbeelden aangetoond worden.

Van de beide hier afgebeelde bo^en schijnt, bij den eersten blik; de onderste merkbaar langer dan de bovenste. Evenwel hebben beide dezelfde uitbreiding, waarvan men zich licht overtuigen kan. Men behoeft slechts iederen boog op een stuk papier over te brengen en deze stukken uit te snijden. Legt men nu het eene uitgesnedene op het andere, dan dekken beide elkander. Hetzelfde ontstaat ook op omgekeerde wijs wanneer men uit een dubbel papier twee elkander nauwkeurig bedekkende bogen snijdt, welke men vervolgens in de hierboven afgebeelde ligging brengt.

Ieder der twee gelijke bogen heeft boven een langere en onder een kortere grenslinie. Maar het tweede stuk wordt derwijze onder het eerste gelegd dat zijn bovenste langere grenslinie van hetzelfde punt links begint te loopen, waarmede de beneden

30

-ocr page 37-

31

kleineregrecsliine van het eeratestukbegint.üerhalvemoelhetge-heele tweede stuk zioli naar rechts verder dan het eerste uit strekken. De blik vat evenwel niet de afzonderlijke van elkander gescheiden grensliniën, maar al de vlakke stnkken en verwacht nu het gelijkmatig uitlDopen^terwjjl de blik, door den indruk, van het recht en vooruitspringende eindstuk aangetrokken, het niet gelijkmatig begin onopgemerkt laat. Deze vluchtigheid van het geestig ziensvermogen werkt terug op den zitmelijken indruk, voert het oog tot een onjuiste opvatting en veroorzaakt zinsbedrog.

Praktischer uitgedrukt, kan men zeggen :

De even groote bogen hebben als geheele vlakten links een verschillenden aanvang, waarvoor zij ook rechts afwijkend uit moeten loopen; bij de onbewuste schatting hunner lengte, door de i inwendigen geestigen blik, neemt deze wel het voor het zinnelijk oog meer vooruitkomende rechts waar, maar niet de minder zichtbare afwijking in den toestand links

Legt men voorts de bogen zoo aan elkander, dat de eindpunten der beide kortere lijnen links en rechts samenvallen, dan verdwijnt terstond de verschillende opvatting tusschen den geestigen blik en het zinnelijke oog; men erkent onmiddellijk de volkomene gelijkheid. Ook teekent zich het onderscheid tusschen geestige en zinnelijke zienskracht scherp af in het geval, wanneer men rechtlijnige vlaktestukken (A BGDenCEFG zie blz. 32) samenvoegt, omdat het menschelijke oog gewoon is rechte lijnen nauwkeuriger dan kromme te volgen en de uitbreiding er van zekerder te schatten.

Men gevoelt hier zeer spoedig de oorzaak van het zinsbedrog, namelijk dat de beide stukken in hunne ligging niet zoo gelijkmatig in hun loop zijn als in de volgende teekenhig.

Over het algemeen genomen is ons eenvoudig voorbeeld in zooverre leerzaam omdat we er uit den diepliggendensamenhangtus-schen uit- en inwendige kracht der zintuigen begrijpen en het juister waardeeren, dat de uiterlijke zinnen, door vluchtigheid en verkeerde opvatting der in wendige zintuigen, vaakop eend waalspoor brengen.

-ocr page 38-

32

B

A

\\

\\

/a

/

/

In deze, meer dan men gelooft, voorkomende verschijnselen, ligt de wezenlijke grond der zoo gemakkelijke misleiding vai den mensch en der overal verspreide lichtgelooviglieid, die de oordeel miskennende en niet scherp opmerkende menigte, op zinsbedrog berekende vertooningen, als wonderen doet beschouwen.

Nog duidelijker schijnt het wanneer men zich den tweeden boog een weinig korter voorstelt maar zoo, dat die onder den eersten gelegd, nog altjjd links zich zichtbaar uitstrekt.

Men kan dan vragen welk stuk grooter is en vervolgens door het bedekken van beide stukken bewjjzen, dat het bovenste nog iets langer is dan het onderste.

Worden verscheidene gelijkloopende (pat alellen) Ijjnen door vele andere schuins doorsneden.dan schijnt het voor\'t zinneljjk oog

-ocr page 39-

ZINSBEDROG.

alsof iedere twee lijnen zich van haar paralelle richting naar die zgde verwijderden, waar de elkaar kraiz3nde (hier kleinere rechte Ignen tegen elkaar inloopen.

Omtrent de oorzaak van deze, door professor Zöllner in \'t jaar 18G0 op een staal van een tapijt waargenomen gezichtsbegoocheling zijn menigvuldige verklaringen beproefd. Vermoe-deljjk worden wjj hiergeleidtoteenverkeerdezienswijzedoorde kleine schuine dwarslijntjes, die, tengevolgeharerdichtaaneen-gedrongen menigte het zinljjk oog verwarren en den alge-meenen blik op de lange paralellen in zjjn eenzjjdige opvatting storend onderbreken. Houdt men echter de oppervlakte der tee-kening ter hoogte van de borst, zoodat men de lange paralollen recht van boven naar onder volgen kan, dan treedt de bedrirge-Ijjke invloed der kleine schuinsche Ijjner terug en de geljjke loop der lange en dikkere komt duideljjk te voorschjjn.

De wezenljjke oorzaak der vulling van de zoogenaamde blinde vlek by gewone gezichts-indrukken vinden we deels in de onopmerkzaamheid bjj hei onbepaald zien, deels ook in de wonderen. 3

33

-ocr page 40-

ziNsnmiROG.

omstandigheid, dat we van onze teederste jeugd af, door onbewuste inductie-gevolgtrekkingen, het richtig zien leeren en ona er onafgebroken in oefenen, derhalve hier het in\'t gezichtsveld ontbrekende, in onze verbeelding aanvullen.

Indien de vulling der blinde vlek gezichtsbedrog en fantastische beelden veroorzaken kan, die aan het voorwerp dat wjj zien ontbreken, zoo kan anderzijds de physieke diepte of de verstrooidheid van onze waarneming ons zoo zeer van de omgeving aftrekken dat wij, in weerwil van onze open oogen, niet zien. Het is ook mogelijk dat wij bij het »changeerenquot; der goochelaars, ondanks de grootste oplettendheid, de snelle beweging der geworpen wordende voorwerpen niet waarnemen; de indruk van het licht is daarbjj op ons netvlies zoo kortstondig, dat eenig l:chtgevoel zich niet ontwikkelen kan.

Hoe langer het licht op het netvlies werkt, des te duideljjker en des te langer houdt een opgenomen figuur er op stand, daar de vlieshuid als een photografische toestel het ontvangen beeld wedergeeft, zoodra men beide oogen sluit. Beschouwt men nu ongeveer een halve minuut lang en strak de hier afgebeelde ster en houdt men daarbij onafgewend den blik gevestigd op het middenpunt, dan zal men de figuur der ster betrekkelijk vergroot zien, wanneer men plotseling den blik naar een heldere vlakte, bjj voorbeeld naar het plafond of naar den helderen hemel wendt, en daar rustig op éen punt staart. Nog duideljjker komt de ster te voorschjjn, wanneer men de lamp uitdooft, zoo dat de kamer duister is.

De wet die dit zinsbedrog ten gronde licht, werd vroeger-

34

-ocr page 41-

/INSUEDROG.

dikwerf door de spiritisten aangewend, en wel ten tjjde toen de zoogenaamde geestenkast nog op hun programma stond. Het medium liet zich de beide handen op den rug binden en zette zich op een stoel in de vooraf nauwkeurig onderzochte kast, wier deur een gat van omstreeks 20 centimeter doorsnede had. Nu nam iemand voor deze gesloten deur plaats en had zjjn blik bestendig op het tegenover zijnde kleine venster te richten, voor welk venster het medium beweerde in eigen persoon voorbij te zweven. Alle andere personen moesten gedurende de voorstelling de kamer verlaten om niet te hinderen ; want, naar de meening van het medium, had degene die voor de kastdeur zat gelegenheid genoeg om toe te zien, dat de medium in de kast zich werkeloos hield en geen bedrog kon uitvoeren.

Na eenigen tijd nochtans, nam het medium een uit bordpapier gesneden figuur en voerde die door het gat der kastdeur voorbjj het gezicht van den daarbuiten zittenden persoon,om ze daarna weer in te nemen. Daarna werd door kloppen den misleiden persoon vanwege de «geestenquot; aangekondigd dat het medium weder op zjjne plaats terug was.

Het medium werd nu in tegenwoordigheid van al de in de kamer teruggekeerde toeschouwers uit zijn geestverrukkings-toentand gewekt en van zijn banden bevrijd; de voor de kast zoo lang gezetene bevestigde dat hjj werkeljjk op klaarlichten dag een gedaante voorbij het venster had zien zweven.

Een bewjjs hoe licht het zintuig van het gevoel misleid kan worden zal het volgende leeren;

Men blinddoekt iemand, doet hem op een stoel plaats nemen, de knieën dicht bijeen houden en daarop de handen leggen. Vervolgens neemt men dicht voor hem plaats, zet den persoon een lichten bordpapieren krans op het hoofd en legt de beide handen op de zjjnen. Na een poos neemt men zijn handen weder van de zjjnen weg en legt den wijsvinger benevens den middenvinger van de rechterhand op de linkerhand van den geblinddoekte, en den ringvinger en de pink op diens linkerhand. Men heeftdus de

35

-ocr page 42-

ZINSBEDROG.

linkerhand vrjj, maar de geblinddoekte meent dat h jj nog de beide handen van den wondervertooner voelt. Vraagt deze nu of de geblinddoekte het voor mogeiyk houdt dat hjj den krans van zjjn hoofd neemt zonder van stelling te veranderen en zonder zjjne handen van die van den geblinddoekte te verwijderen, dan zal deze daarop neen antwoorden. De wondervertooner neemt onder-tusschen met zjjn vrjje linkerhand zacht den krans van het hoofd, werpt hem over zjjn linkerarm en beproeft tegelijkertijd de beido handen van den geblinddoekte te vatten. Deze grjjpt de hem toegestoken handen van den wonderdoener, die zoo ze gegrepen zgn den krans van zijn arm onmerkbaar op dien van den persoon laat glijden. Eindelijk neemt men dezen den doek van voor de oogen en hij zal nu verstomd zijn den krans, dien hij nog altijd op zijn hoofd geloofde, aan zijn arm te zien.

Ben nieuw kunststuk, nameljjk dat om het gehoor te misleiden, is door Emil Schraps vertoond geworden. Het medium neemt plaats op een stoel in een donkere zjjkamer, die van de zittingszaal gescheiden is door een portaal. Hij brengt zich in den toestand van geestvervoering, waarop het licht in de zittingszaal uitgedoofd wordt. Na weinige oogenblikken hoort men den geesten van Schraps het op den grond staand speeluurwerk opwinden, bet spelend in de kamer bewegen en ten slotte zelfs zich er mede door de wanden der gesloten kamer naar verwijderde vertrekken begeven, vervolgens hoort men hem terugkeeren en de muren doordringen zonder eenig gat achter te laten. De toeschouwers hooren duidelijk de muziek van het speelwerk zich meer en meer verwijderen, en als het weder nadert langzamerhand luider worden. Zeer dikwjjls komt het horloge zelfs door den deurvoorhang in de vergaderzaal gevlogen of vliegt ook wel f en ot ander van het gezelschap dicht voorbij het oor.

Dat, door geesten, zooals wordt voorgegeven, uitgevoerde wonder, is zeer eenvoudig te verklaren. De mediums verzinnen immer nieuwe bedriegerijen, want door eerlijke goochelaars doorgrond, geven zg de eerste op, om ze door nieuwe, minder bekende stukken te vervangen.

36

-ocr page 43-

ZINSBEDROR.

Hoe het nu met het vliegende speelhorloge gesteld ia, kan het vo Igende verklaren :

Nadat de beide kamers verdonkerd zijn, windt het medium hoorbaar het hologe op, reemt het met de rechterhanden draai het in de rondte. Langzaam brengt het medium het daarna onder zjjn rok onder den linkerarm, knoopt den rok dicht, en drukt het horloge tegen zijn Ijjf\'. Tengevolge hiervan vernemen de luisterenden de verdwijnende klanken als verwijderde zich het horloge, tot dat het medium het onder zjjn arm, door het te doen stilstaan, laai verstommen. Na een poos begint het horloge weder te spelen. Dan haalt het medium het weder langzaam van onder zijn arm te voorach|jn. Dat op die wjjze gehandeld wordt kan de opmerkzame waarnemer afleiden naar het ge-druisch, veroorzaakt door de bewegingen van het medium bjj het sneller of langzamer doen verdwijnen van het horloge.

Om het vliegen van het horloge door den deurvoorhang van de zittingszaal te bewerken, wordt in het midden van den zoom van het voorhang een lang van haar gemaakt, dun snoer getrokken. Bovenaan vastgehecht, wordt het aan \'t ondereind, omtrent een meter van den vloer van een tameljjk dikken knoop voorzien. Menlegt het haarsnoer omstreeks 16 centim. van boven at, bjj den zoom en trekt het van hier af met een rjjgnaald in den zoom. Het medium heeft immer genoeg tjjd, om terwjjl hjj met de linkerhand het spelende horloge omvat, met de rechterhand boven aan den zoom het haar te grjjpen, het er uittetrek-ken, het eind er van tusschen het horlogeglas te klemmen zóó, dat de knoop er onder is, en dan weer zjjn vorige plaats in te nemen. De afstand van den stoel, waarop het medium zit, wordt, vóór dat de voorstelling aanvangt, naar de lengte van het haar gemeten, zoodat het strak is, wanneer het mediumhet horloge in zjjn handen heett. Het voor den voorhang gebracht horloge komt nu regplrecht uit de ee ie in de andere kamer door de in het midden gescheiden gordjjn.

Al deze kunststukjes zjjn zeer eenvoudig en ieder dilettant kan ze terstond nadoen.

37

-ocr page 44-

38

Hetzelfde ia te zeggen van de resultaten van het »geeBt-kloppenquot;, dat ia, van het oproepen van «geestenquot; een wonderwerk dat het eerst door de gebroeders Pox ten jare 1849 in Amerika vertoond werd.

Vervolgena heeft men het in een »vromequot; richting van het eene naar het andere land overgebracht. Later heeft de meergenoemde Cmnherlundhet in zijn natuurlijke bewerking voorgesteld.

De meeate mediums voerden tot nu toe hun kloppen gewoon, lijk uit op de wjjze van gewone goochelaarskunsten ondereen tafel om welke lichtgeloovigen plaats namen. Cumberland daaren tegen bezit de handigheid om in volle vrijheid, op klaarlichten dag de geesten hun handwerk te laten uitoefenen. Hij brengt namelijk de klopgeluiden der geesten hierdoor voort, dat hg den groeten teen van den rechter voet, dien hij opheft en ter zijde op den tweeden teen legt, plotseling er afneemt en op den vloer neeralaat. Daarbij komt Cumberland, zooals van vertrouwbare zjjde is verzekerd, eene ongewone vorming van zijn voet te stade, van welken de spier van den grooten teen afzonderlijk uitloopt, waardoor er eene buitengewone kracht aan verleend wordt.

Het geestenkloppen blgkt alzoo een zeer gewoon kunststuk te zgn, dat slechts een vlijtige beoefening vereischt; en reeds velen zjjn geslaagd door het bezigen van de vingera en elleboogen om \'t kloppen natebootaen, en zijn zelfa in ataat om als de paarden met de ooren te schudden en die willekeurig te bewegen. Waar echter de geoefende vaardigheid ontbreekt, daar behelpt zich het medium met de volgende begoochelingen nameljjk ;

Een houten schotel wordt op een tafeltje geplaatat, dat zooala het publiek meent, geheel niet kan dienen voor goochelkunsten. Zoodra de houten schotel er op staat begint die te dansen, geeft door te kloppen het getal op der met dobbelsteenen geworpen oogen, zoo mede den ouderdom van een aangewezen persoon, beantwoordt vragen als anderzius. De toeschouwer vermoedt niet dat hier de electriciteit wordt aangewend om het tafeltje doelmatig aan te wenden.

-ocr page 45-

ZINSBEDROG. 39

In het tafelblad word een electro-magneet derwijze geiegdt dat de pooleinden er van naar boven zjjn gericht tegen het belegsel van het blad. Door den voet van hot tafeltje heenloopeu twee leidings-draden, op een zeker punt samenkomende in het blad waar zjj, bij het opschroeven van hetblad,metdepooleinden van den electro-magneet in aanraking komen.

Onder het tapijt in de zaal zjjn twee koperen platen gelegd, welke met leidingsdraden aan de batterjj verbonden zijn.

Wat het houten bord betreft, het bestaat uit twee deelen, waartusschen een blikken rand is gelegd. In het midden er van is een kleine halve kogel opdat de rand van het bord goed zou kunnen kloppen.

Zoodra nu het bord op de tafel staat, begint de electriciteit te werken, en hot bord geraakt in beweging.

Men heeft later een andere kloptaf\'el, welke men vooraf vrijelijk kon doen onderzoeken, gebruikt.

-ocr page 46-

OE BIND-VOORSTELLINGEN.

De kunst om gebonden lichamen of afzonderlijk gebonden ledematen gezwind en gemakkeljjk uit hunne koorden los te maken, en die later zonder zichtbare sporen der plaats gehad hebbende zelfbevrijding, weder aan te leggen, vereischt hoofdzakelijk een behoorlijke behandeling der te binden of te ontbinden knoopen.

Bindt men het medium, zooals ik zelf met Emil Schraps heb gedaan, slechts met een geringe afwijking van het hem bekende knoopon-leggen, dan kunnen de «geesten,quot; in den regel, het medium niet van zjjne banden bevrijden of liever het medium weet zich niet te bevrijden, en de betreffende voorstelling of zitting wordt derhalve als eene ongunstige, welke den geesten niet aanstaat, beschouwt.

üe groote meerderheid van lichtgeloovigen vermoedt volstrekt niet dat er voor het knoopen en losknoopen een bjjzondere kunst bestaat, ofschoon de zoogenaamde techniek van het knoopen en losknoopen reeds sints eeuwen in het uitoefenen van zekere beroepen een rol speelde. Zoo verstond het timmermansambachtbij zjjne »toestellenquot; de touwen op verschillende wjjs te knoopen, en daartoe te bezigen; onder anderen een kogelvormigen knoop, die aan het einde van het touw met koordjes of bindgaren omwonden wordt. Voorts heeft men de weversknoop om twee touwen saam te binden; eindeljjk de werkelyke kogelknoop, waarmede een touw om een ander, (een windastouw) geslagen wordt, om een last aan het eene einde op te houden, terwijl het andere einde door verder opheffing van den last naar den windas weder

-ocr page 47-

DE BIND-VOORSTELLINGEN.

neergeschoven, wordt. Bjj al deze touwknoopingen komt het er over \'t algemeen op aan, dat de knoopen even licht als ze gelegd waren, los gemaakt of ten minste versohoven kunnen worden.

Op dezelfde w|jze legden de spiritisten vroeger hun knoopen, om ze geschikt te kunnen verschuiven. De beroemde gebroeders Davenport, bijvoorbeeld, witten hunne binding zoo in te richten, dat zjj minstens één knoop aan één hand konden omtrekken en gemakkelijk verschuiven. Zij wisten dat dergelijke mogelijkheid door oningewijde personen niet begrepen wordt, wijl zjj er veel meer opletten, dat de andere lichaamsdeelen stevig aan den stoel gebonden bljjven, geloovende, dat de geboeide zich geheel uit zjjne banden moet losmaken, om zekere kunsten uit te voeren.

De gebroeders Davenport lieten zich de beide handen, die ze binnenwaarts saam gelegd hadden, achter de handgewrichten samenbinden en tueschen de armen door boven de samenbinding der handen heen een touw trekken, welks einde door eenige toeschouwers vastgehouden werd. Zoodra zjj zich in het kamertje, door welks deur de touwen in twee gaten gestoken waren, opgesloten bevonden, wisten zij het samenbindsel der handen zoodanig te verwjjden dat zjj met den pink der rechterhand aan den handwortel komen en het touw of koord grepen konden. Dat koord trokken zjj nu tusschen het omwindsel der hand omhoog, logden den zoo gevormden strik of lus van het touw op de linkerhand, en trokken den strik terug. Daardoor bevrijdden zij hunne hand van het touw, dat de goed geloovige toeschouwers in de hand hielden en de gebondenen hun niet ontrukken konden. De in het kamertje opgesloten mediums namen nu den strik van het touw tusschen hun tanden, om het strak te houden en bevrjjdden zich met gemak van hunne banden. Daarna voerden zij hunne kunststukken uit, en brachten vervolgens tot besluit het bindsel zoomede het touw weder in den vorigen toestand.

Instede van touw werd door de spiritisten meest lint

41

-ocr page 48-

42

of band gebruikt. Het volgend voorbeeld, diene om er de behandeling van voor te stellen.

Twee witte linnen banden, van een cM. breed en omatreekti IV2 M. lang, worden vlak naast elkander gelegd en in het midden dicht bijeengehouden. Men steekt hier een speld door blijkbaar met het oogmerk, om het midden van de banden aan te duiden, maar werkelijk om de einden der banden met elkander te kunren verwisselen. Dit laatste geschiedt op een wjjzo dat de twee einden van eiken band samen komen, zoodat het midden er van slechts door de speld bijeengehouden wordt. Niemand merkt deze uitgevoerde verandering. Men neemt thans een ring of vraagt in stede daarvan een horloge, en trekt ring of horloge op beide banden tot aan de speld. Dan laat men het einde van iederen band eenvoudig naast elkander dooiden beugel van het horloge loopen, waardoor zjj weder komen te leggen zooals z|j aanvankelijk waren. Nu haalt men de twee einden der snoeren of banden door de rechtermouw van den jas, de beide andere einden echter door de linkermouw en laat ze dan om de handgewrichten vast maken. Het horloge hangt alzoo op de borst aan beide banden en glijdt naar beneden zoodra de persoon zich omkeert en de speld uit de banden trekt-Steekt men die echter weder in de beide banden, en draait men zich om, dan kunnen de banden, zoo ook de aan de handgewrichten gelegde knoopen onderzocht worden, en niemand zal zich op dat oogenblik kunnen verklaren, hoe het mogelijk was het horloge of den ring zoo gemakkelijk en gauw uit de banden te bevrjjden.

Een andere licht uitvoerbare bindwjjze wordt op de navolgende manier vertoond. Men neemt een zwart wollen band of een linnen strook (omstreeks 5 cm. breed en 80 cm. lang) met de rechterhand en laat het eene eind er van volgenderwijs om het handgewricht van den linkerarm binden. Nadat de binder het einde eenmaal heeft omwikkeld, laat men hem het vast aantrekken, maar trekt zelf daarbjj het in de hand houdend einde sterk aan, waardoor men den

-ocr page 49-

DE BIND-VOORSTELUNGEN.

knoop omhaalt, terwijl het ingekorte eind zich om het eerste sluit. Hierdoor is de knoop geheel omgetrokken, en laat zich nu heen en weer schuiven, wat niemand evenwel aan den knoop zelf zien kan, daar die stevig gelegd schijnt. Voorts houdt men de beide handen op den rug en laat het andere einde van het koord om het gewricht van den rechter arm binden, maar grjjpt tegeljjk de mouw alsof men ze terzjjde wil houden om het binden gemakkelijk te maken. Werkelijk geschiedt zulks, opdat bij het optrekken van de mouw van den jas, de beide handen meer van elkander verwjjderd gebonden zouden worden en tr ruimte voor het later optrekken van de lus bljjft. Buitendien heeft men hierbij gelegenheid, den band strak aan te trekken terwijl de binder het inkorten verricht. Men laat hierbij het gezelschap zich overtuigen dat de knoopen stevig gelegd zijn door de beide handen van elkaar en hier door den band strak te houden. Het valt den gebondene dan zeer gemakkelijk zich van die banden te bevrijden.

Deze wjjze van binden was ondertusschen te bekend geworden om nog gebezigd te worden door de mediums, diehetpubliek nu nog meer verbaasden, daar zg zich van een andere bindwjjze bedienden waarbjj het aaneen naaien en verzegelen der knoopen vergund werd. Hierdoor werd de oplettendheid der toeschouwers van het eigenl jjke punt, de zelfbevrijding van den gebondene, met goed gevolg afgeleid. De aan het publiek toegereikte linnen reepen werden slechts eens om ieder handgewricht gebonden en het publiek mocht naar believen de knoopen vastnaaien en dichter trekken. De aan de linkerhand daarbij nederhangende twee banden werden, nadat het medium de handen op den rug had gelegd, met de beide reepen evenzoo aan de rechterhand gebonden, genaaid en verzegeld.

Het medium nam daarna op een stoel plaats en werd aan armen, beenen, hals en borst vaat gebonden, met linnen reepen waarvan de einden aan den stoel verzegeld waren. Zoo bedwon. gen voerde het medium toch nog verscheiden kunststukken ui^ liet muziekinstrumenten klinken, wond een speelwerk op

43

-ocr page 50-

Dt BIND-VOORSTULUNOEX.

gchreet\'op gedane vragen behoorlijke antwoorden op een lei, enz.

Terwijl de lichtgelojvige menigte het zoogenaamde wonder aangaapte, poogden goochelaars en too verkunstenaars achter het vertoonde kunststuk te komen.

Geheel het geheim bestond uit een zeer eenvoudige handigheid. Het medium heeft namelgk op den rug, in de voering van zijn vest een schaartje en knipt in de duisternis den eenigen band om het handgewricht, die meestal om de beide handgewrichten, minstens althans bjj een er van, tweemaal gewikkeld is. Daarna kunnen beide handen zich vrjj bewegen en allerlei kunsten uitvoeren.

Vervolgens neemt het medium het windsel dat nog aan de eeen hand hangt, en legt de doorgesneden einden weder aan het gewricht der andere hand derwjjze dat de knoop ïich als tevoren ondw d« hand bevindt. Dan haalt het medium de omwinding weder strak aan en steekt er de doorgesneden einden onder. Zoodra dit geschiedt is geven de «Geestenquot; een teeken en de toeschouwers vinden het in verrukking zijnde medium op den stoel zitten, en de knoopen en zegels ongeschonden.

E°n bjjzondere vaardigheid bezit Bellini in dergelijke bindkunsten ; door veel oefening heeft hjj het zoo ver gebracht om d\' or het dicht samenvoegen van duim en pink de hand zeer smal in een te drukken en ze daardoor uit de lus te wringen, welke hij overigens, in geval die te sterk aangetrokken mocht zijn, met de schaar behandelt.

Cumberland maakt het zich nog gemakkelijker bjj het nabootsen der spiritische sohjjnwonderen, door eenvoudig de oude wyze van binden met verschuif bare knoopen te volgen ; hjj laat zjjne handen tamdijk ver van elkander binden en zich dan met een linnen reep, die om het handbindsel geslagen wordt, aaneen zuil binden. Hij vergunde mg zjjn knoopen te onderzoeken, die dadeljjk op zjjde schoven toen ik slechts met twee vingers onder de ombinding greep. Derhalve moest ik hem de verlangde bevestiging dat de knoopen vast waren, weigeren. Tengevolge hiervan liet bjj zich op nieuw binden en aan mjjn

44

-ocr page 51-

DE BIND-VOORSTELLINGEN.

verlangen toegevende, ook de knoopen vastnaaien en verspge ■ len. Niettegenstaande dat voerde hij eenige toeren uit, hjj aloeg, bjj voorbeeld, in een terzijde gelegde plank spijkers, en bewees hierdoor, dat hjj zijne handen bewegen kon. Evenwel behoefde hg hierbjj niet eens de binding der handen door te snjjden; want hjj was in staat, zeer los gebonden zijnde, zich genoegzaam in zijn banden te wringen, dat hjj met gebonden handsn die kunstukken uit kon voeren.

Een ander medium, de genoemde Emil Schraps placht op de volgende wijs zich te laten binden:

Hfl neemt plaats op een stoel en legt de handen op de ongeveer een voet van elkander gehouden knieën. De vertooner laat nu een 3 meter lang koord of band onderzoeken; legt de einden op elkaar en windt ze door middel van een lus om den linkerpoot van den stoel. Dan brengt hij die einden op elkaar om het gewricht der linkerhand en doet daar een binding, daarbij het koord derwjjze houdende dat het medium zjjn handgewricht er tusschen kan leggen, terwjjl hjj zelf aan de andere zijde van het gewricht binnenwaarts eveneens een binding met het dubbele koord uitvoert. Van hier brengt hij het naar de rechterhand, sluit deze er op dezelfde wjjze in en maakt de beide einden aan den anderen poot van den stoel vast. Alzoo zou het medium niet m staat zjjn de beide handen samen te brengen. En nu worden hem nog met dezelfde koorden de beenen, borst en armen aan den stoel gebonden en al de koordeinden er aan verzegeld. Nadat het medium vervolgens eenigen tjjd in het donker kamertje heeft gezeten, voerden, op zijn roep versohenen geesten hun spoker jjen achter de portières uit. Men hoort schellen klinken en guitaren en tamboerjjns, ook wordt een speelwerk opgewonden en in de kamer rond bewogen, zelfs lichtgevende handen vertoonen zich in de opening van de portières. het herhaald onderzoek, dat telkens door de »geestenquot; gevraagd werd, vond men het medium immer in oen toestand van geestverrukking, en de knoopen en zegels volkomen onbeschadigd.

45

-ocr page 52-

DE lilND-VOOIÏSTELLINGEN.

Bi] gelegenheid eener zitting van dit medium werd ik door den directeur verzocht de bindinga-bewerking nauwkeurig naar de voorschriften, op mjj te nemen.

Het resultaat van deze zitting was, dat het medium zich niet uit de banden bevrijden kon, eerst toen de directeur een tweede binding naar zijne wgze ondernomen en mjjne banden verwjjderd had, konden de geesten hun werk verrichten.

Na verloop van drie weken stelde zich genoemd medium ter mijner beschikking om het bewijs te leveren dat hij zich ook uit de banden waarin ik hem gelegd had, kon bevrijden. Van de mogeljjkheid hiervan was ik in de gelegenheid mij te overtuigen.

De handelwjjs bjj de bevrijding uit de gezegde banden is zeer eenvoudig. Om die kleine kunststukken uit te voeren is het voldoende dat men vooreerst de rechterhand vrijmaakt. Met dat oogmerk zet men zich met den stoel een weinig achterover zoodat de voorpooten er van omstreeks 10 cm. van den vloer opgeheven zjjn. Dan brengt men den schoenhak van den rechter voet onder den poot van den stoel en trekt zjjn schoeisel, dat zeer gemakkelijk moet zitten, uit. Nu wordt de voet zoo veel mogelijk recht uitgestoken en met den strik en het been hoog opgetrokken, vervolgens wordt de voet eerst op de zitting van den stoel gezet en het lichaam een weinig voorovergebogen, daarop het been over de rechterhand heen ter zjjde van den stoel op den grond gezet. Hierdoor is de handbinding zoo los geworden, dat de handen licht bijeen te brengen zijn. Nu maakt men de knoopen aan de binnenzijde der linkerhand los, trekt ze op, verwijdt de strik of lus en bevrijdt de hand. Hierna kan men den strik licht weder aanleggen en het schoeisel om den voet of de laars weder aan te trekken. Na die uitvoering wordt de knoop weder schielijk in zijn vorigen toestand gebracht, want zoodra men in zittende houding slechts het bovenlijf voorover buigt, kan men de handen van de knieën naar voren schuiven, en dan zoo

46

-ocr page 53-

47

dicht bijeen brengen, waardoor het verschuiven van een zeer vasten knoop gemakkelijk te doen ia.

Ten slotte maakt men eerst de rechterhand los, dan met hare hulp de linker, en trekt de beide losgemaakte knoopen op nauw-keurigen afstand van elkander weder vast zooals zjj aanvankelijk waren. Het afstrijken der overige lussen van de beenen, borst en armen gaat zeer gemakkelijk; mochten echter de koorden om de armen te stevig gebonden zijn, dan trekt men eenvoudig de armen uit de roksmouwen.

Tengevolge hiervan verschijnt het medium geheel ontbonden voor het publiek en de banden zoomede de zegels vertoonen zich ongeschonden. Deze laatste kunnen bi) eenige voorzichtigheid ook niet beschadigd worden, want de einden der koorden zjjn meestal meermalen om den poot of de rugleuning van den stoel gebonden, stevig geknoopt en dan eerst verzegeld. Deze handelwijs geeft zelfs de zekerheid dat, bij de uitvoering van het kunststuk, de strikken aan de pooten van den stoel niet naar beneden kunnen afglijden.

Het geheele kunststuk is bij eenige oefening zeer licht uitte-voeren, zoodra men slechts een weinig handigheid en kennis in het knoopen-leggen heeft Hoezeer Schraps daarin zeer ervaren was behoefde hij toch tien tot vijftien minuten om zich uit zjjn banden te bevrijden, terwijl Bellini zulk een groote vaardigheid in het losmaken en loggen van knoopen had verkregen, dat hjj een en ander in twee of drie minuten ten uitvoer bracht.

Jacoby laat zich voeten en knieën op allerlei wijze zoo stevig mogeljjk binden. De handen die naar de methode van Schraps, op de knie gelegd, gebonden worden, waarbjj eene samenvoeging er van niet uitgesloten is, laat Jacoby derwijze binden, dat de koorden om zijne handgewrichten geknoopt, en de einden er van op don rug zoover aaneengeknoopt worden, als men slechts in staat is de handen van elkaar te verwijderen. Daarbij laat Jacoby zich nog kruiswijs over de schouders, borsten en armen heen binden, oen koord om den hals slaan en de gezamenlijke einden aim de rugleuning van den stoel knoopen

-ocr page 54-

48

en verzegelen. Hjj is nu schijnbaar niet inataatzich voorwaarts te buigen evenmin de handen saam te voegen of zich geheel uit zjjn banden te bevrijden. Evenwel haalt hjj een geleend horloge of ring dat tusschen de knoopen gebonden is er uit en weder in, zonder koord, knoop of zegel te beschadigen; evenzeer kan hij zich losmaken om de geestverschijningen te doen optreden.

Wat beteekenen bij zulke kunststukken van bekwame deskundigen de meestal gebrekkige vertooningen der Spirististen ?

Niettemin hebben zij nog zelfs in den jongsten tyd letterkundige voorvechters gevonden, die, ten minste met woorden, voor hen instaan. Zü waren evenwel niet bereid om op mijne uit noodiging hunne wonderen te vertoonen en die der antispiritisten geheel te verduisteren.

Althans ontving ik van een zekeren Zenker een afwijzend, deels onverstaanbaar antwoord, waarin hij zeide :

„Als deskundige moest u toch weten, dat ieder leek voor waarden kan stellen, hoewel noch een chemisch, physisch of technische handeling gelukt. Daarom zijn de handelingen toch echt en leerzaam. Geloof maar, dat, indien alle menschen over het spiritisme zoo verstandig dachten als ik, het spiritisme reeds veel verder zou zijn!quot;

Zoo als u ziet, sta ik nog op hetzelfde standpunt; maar men gelieve nog een paar jaren af te wachten — het spiritisme gaat rustig voorwaarts.quot;

Bij dergelyke verklaringen ontstaat natuurlijk de zeer ontmoedigende vraag, welk nut het toch kan hebben met zulke volhardende, onbegrijpelijke voorvechters van een dol bijgeloof te blijven strijden, dat zijn hoofdvoedsel vindt in de lage baatzuchtige behoefte der groote menigte aan een zinnelijk tastbare onsterfelijkheid en een bestendige verkeering met geliefde afgestorvenen. Deze zelfzucht, helaas! die niet eens aan dierbare afgestorvenen hun eeuwige rnst gunt, wordt in spiritistische tijdschriften door allerhande geheimzinnige berichten opgehemeld. Zoo b.v. werd door die bladen de fabel verspreid

-ocr page 55-

ZINSHEimori.

dat de koningin van Engeland door haar kamerdienaar Brown, die een medium was geweest, een bestendige verkeering met wijlen haar gemaal had onderhouden en H. M. derhalve heel veel droef heid over het verlies van haar trouwen kamerdienaar gevoeld had Zoodat zij uit innige dankbaarheid, een monument voor hem deed oprichten.

Wanneer voorts de taalonderwijzquot;r Herman te Hamburg openlijk bekend maakt, dat hjj door zijn medium van den geest van een overleden student in weinige weken meer dan 200 folio bladzijden geschreven schetsen uit de geestenwereld ontvangen had, en verder beweert dat geesten hem boeken, bloemen en konflturen brachten, ja een krans naar Metz overzonden en aldaar op het graf van een vriend nederlegden — dan moet er toch wel iets waars aan de zaak zijn.

Hoe licht overigens de menschen geloof alaau aan hetgeen zjj wenschen, en zij zich zelfs moeilijk laten overtuigen dat zij bedrogen worden, kan het volgende werkeli|k gebeurde bewijzen.

Een aanhanger van het Spiritisme, eigenaar van een machinefabriek te Brunswijk, zit in zijn afzonderlijk kantoor, waarin hij een aantal magneetnaalden aan zijden draden aan het plafond van het vertrek opgehangen heeft. Zoodra nu iemand binnenkomt, begluurt do spiritist de naalden om to zien of zjj zich bewegen, in welk geval hij in den binnengekomene een medium erkent. Sedert, lang had hij vruchteloos een medium verlangd. Nu vernam op zekeren dag een bekende van dien heer van diens a«socié, dat er nog altijd vruchteloos op een medium gewacht werd. Het toeval wilde, dat een pas in dienst genomen werkman voor bet eerst in het bijzonder kantoor van den spiritist moest komen, wat de in de fabriek aanwezig zijnde bekende gewaar werd. Deze verzocht den associé hem een kleine grap te vergunnen, die wellicht kon dienen om den fabrikant volkomen te genezen. De geassocieerde en de werkmun gingen tot de grap over. Men stak nu den werkman in iederen mouw van zjjn werkkiel een groote vijl en, daarvan voorzien, WONDEREN. 4

49

-ocr page 56-

50

begaf\' hij zich uaar het kantoor om zjjn boodschap te verrichten. Nauweljjka was hij over den drempel of de magneetnaalden begonnen zich te bewegen.

Verbaasd hierover ontving de fabrikant den werkman met de woorden: „Ge zijt voorwaar een groot medium, en ge moet u te mjjner beschikking stellen!quot; De werkman bewilligde, daar hem tien mark voor elke zitting aangeboden werd; en men bestemde daartoe een Zondag. Maar hot jluidum (vluchtige) had het medium verlaten, en hoe veel er ook beproefd werd, het kwam niet terug. Het beloofde bedrag werd den vermeenden medium evenwel betaald en hij voor een latere zitting geëngageerd. De fabrikant had den redacteur van het spiritistisch tijdschrift zjjne opmerkingen bij het binnentreden van den werkman in de hoogdravendste woorden geschilderd. Het nom-mer verscheen, vóór dat de proef met het vermeend medium genomen kon worden.

Toen nu de fabrikant na de gehoudene zitting de grap, die men uitgevoerd had, vernam, barstte hij aanvankelijk schier van ergernis. Niet alleen dat hij bedrogeu was geworden, maar hij had ook zjju geestverwanten die zijn artikel gelezen hadden bedrogen. Hij liet toch na het artikel te herroepen, uit vrees in ongenade bij zijne geestverwanten te vallen.

Zoo paarden zich dwaling en bedrog om door het kanaal van spiritistische bladen lichtgeloovigen te misleiden en zo daarvoor van den troost eens waar godsdienstig geloof te vervreemden. Zulke organen zijn daarbij ook wezenlijke bronnen van waanzin door het adverteeren van sterfgevallen, die niet zelden, zooals de volgende, er in aangetroffen worden;

»Aan alle waarde verwanten, bekenden en vrienden wordt »de blijde boodschap aangekondigd, dat heden nacht onze ge-gt;liütde echtgenoot en moeder, mrs. Mary Rich voor een hooger »leven geboren is. Deze plechtige gebeurtenis werd bij gé-»woond door hare drie beschermgeesten, en duidelijk konden »wij zien hoe dejen hare ziel met den onsterfelijken geest in «ontvangst namen en dien naar hoogere sferen wegvoerden.

-ocr page 57-

ZINSBEDROG.

«Boston, mr. Jan Rich, med j-eigenaar en redacteur van de » Banner o f Light.\'\'\'\'

In hetzelfde nummer vindt men de volgende aanteekening: «Met Sir T L. Harris heeft de verstoftelflking een grooten «stap voorwaarts gedaan. Er is hem namelijk een hftmelsche »brnid ten deel geworden en uit deze «samenvoegingquot; zijn «kinderen ontsproten. Zoo is een schrede verder gedaan in de «richting van de angeli-andro-gynistieke samenvoegingquot;. (*;

Het geloof aan het bovennatuurlijke zal voor de mensche-lijke natuur veelal een behoefte blijven; te betreuren is het evenwel dat het nog tegenwoordig door valsche voorstellingen in drukwerken gevoed wordt. Immers in den boekhandel worden thans nog kabalistische werken, zooals: het «Zesde en Zevende boek van Mo?,esquot;, de «Duivelsbezweerdersquot;, de «Vurige Draakquot; en zoo voorts druk verspreid onder de mindere klassen der bevolkingen brengen zij de hoofden van onwetenden en lichtgeloovigen op hol. De lezers van dergelijke lectuur te overtuigen dat zij bedrogen worden, is meestal vergeefsche moeite. In zoo verre de spiritisten tot de bedrogenen behooren gevoelen zij dikwerf op het oogenblik der onttoovering een smart, waaraan zij zich geheel overgeven en die hen niet zelden in het gekkenhuis brengt. Ook de bedriegers onder de spiritisten zullen niet overtuigd worden en zoeken uitvluchten of zjjn niet tegenwoordig waar bewezen wordt, dat de uitvoeringen der mediums op misleiding berusten.

Zoo geschiedde zulks bij de ontmaskering van liastian, zoomede van Eglington, wien men bewees dat hij en niet de geest op de trompet had geblazen, waarvan het mondstuk vooraf zwart was gemaakt.

51

Nu nog iets over een beruchten spiritist, die in Engeland eenige jaren zjjne kunststukken uitvoerde en als het wezenIjjk opperhoofd der spiritisten kan beschouwd worden, namelijk

(quot;; Engelachtige, hermaphroditlsclie, vrouwelijke vereeniging.

-ocr page 58-

ZINSBEDROG,

Daniël Home die in den bloeit Ij I . an het geloof aan geesten optrad, en door zjjn goochelarijeu eu bedriegerijen zooveel onnoo-zele mcuschen tot dat geloof overgehaald en tegelijkertijd bijgedragen heeft om de ongerijmdheid van die leer in het helderst licht te stellen, niet vrijwillig, maar gedwongen tengevolge van een vonnis in 1868 door het gerechtshof te Londen geveld, waarbij Home werd veroordeeld wegens verregaande bedriegerij gepleegd door middel van geesten-oproeping. Hjj stond destjjds aan het hoofd van een spiritistisch atheneum, waardoor hij in kennis kwam met een bejaarde en zeer rijke weduwe, mevr. Lyons, die in den waan verkeerde dat haar overleden echtgenoot zeven jaar na zijn dood tot haar zou terugkeeren om zich ; an haar te vertoonen. Home vond die weduwe zeergeschikt om ze van haar geld te ontlasten, en met dat oogmerk deed hij haar door tusschenkomst van zijn oiedium uit de geestenwereld berichten, dat zij Daniël als haar zoon zon bejegenen en hem erfgenaam maken van al \'t geen zij bezat. Aan den wensch van haar overleden echtgenoot gehoor gevende, stelde zy aan Daniël Homi) voorloopig 24000 pond sterl: (288,000 üld ) ter hand. Hij ontlokte haar voorts nog een aanzienlijke som in geld. Eindelijk werden de oogen der onnoozele ziel geopend en stelde zij een rechtsvervolging tegen den bedrieger in, waarvan het gevolg was dat hij werd veroordeeld tot teruggave van het buitgemaakte geld.

Daarby werd nu ook, door zijn verhoor voor de rechtbank, het nietige, dwaze en ongerijmdquot; van zijn spiritistisch stelsel uitzjjn eigen antwoorden door den voorzitter van het hof erkend.

Dat proces kostte Home zeer veel geld, zijn krachten en gezondheid werden er zoozeer door ondermijnd dat hij totaan zijn dood een sukkelend leven leidde. (Hij stierf in de maand Juni 188C te Auteuil bjj l\'arys). Hiermede was het in Engeland uit met hot spiritisme, waar toe ook bijdroeg de latere ver-oordeeling van zekeren dr. Slade.

Te Parijs heeft men ook een magnetische sociëteit of club, die reeds sedert een veertigtal jaren bestaat, üe maandelijks

32

-ocr page 59-

ZINSBEURUO.

plaats hebbemle. vergaderingen dienen om door het uitvoeren van magnetische bewerkingen het Spiritisme ingang te doen vinden en algemeen te verspreiden onder de bevolking. De vertrekken van het elegant ingericht clubgebouw bestaan uit een groote vergaderzaal waarin de portretten der uit^tekendate magnetiseurs, zoomede de atbeeldingen der begaafdste mediumsi ook die der maagd van Orleans, aan de waudeu prijken. Üe achtergrond van de zaal \'s een groot wit lijnwaad, dat helder verlicht Hchijnt. Aan de vergaderzaal grenzen verscheidene kleine salons met piano\'s, harpen, enz., die eenigerwjjze de geheime werk-vertrekken ^onr zoodanige personen zijn, die niet yezien willen worden.

Op een vergadering nam de president M. Joret een bloed-rooden bloemruiker en wandelde er mede door do zaal, daar\' jj de aan wezen de heeren en dames verzoekende den bloemruiker aan te staren. De oogen der aanwezisren vestigden zich op den ruiker, en de invloed van het magnetisch boeket deed zich spoedig gelden. Hier geraakte een medium in een algeheele li-chaamsverstjjving, ginds een andere in zenuwachtige stuiptrekkingen of in dergelijke, op een vreemdeling geen aangenamen indruk makende, toestanden. Mr. Joret had ten slotte op zijn rondwandeling een geschikt voorwerp voor zijn magnetische voorstelling gevonden: een bleeken, als verhongerdschijnenden jongman dien hij, door middel van hem met de hand te betrijken dwong te braken en te weenen.

li ij een meisje van onberispelijke schoonheid bracht de meester de merkwaardigste veranderingen voort; het zag scheel, hinkte en verwrong haar beeldschoon gezicht op schrikkelijke wijs.

Het is te verwonderen dat de loden dier club vermaak in zulke vertooning0n en bewerkingen vonden die ieder beschaafd menpch moesten walgen. Tot verklaring hiervan mag vrjje-lijk aangenomen worden, dat die handelingen als dekmantel voor het bevredigen van onbehoorlijke hartstochten dienden

Ook te Hamburg vormden zich in den laatsten tijd ver-

53

-ocr page 60-

ZINSBEDROG.

54

scheidene spiritistische Veroenigingen, die uit een sinds jaren aldaar bestaande spiritistischen club, tengevolge van innige achenring en verdeeldheid ontstonden. Nu kon ieder dezer afgescheiden vereenigingen beschouwd worden als de eigenlijke pionier van het Spiritisme in de oude Hansestad. En zoo maken nu alle drie, ieder op zjjne wijze, onder bijzondere namen (»Spiritisten-clubquot;, — Physiologisch genootschapquot;, — »Pneumatologiaquot; (geestonwetenachap) hunne geboortestad gelukkig, met wekelijksche of maandelijksche vergaderingen, waarin over de diepste verborgenheden der geestenwereld geredekaveld wordt. In deze openbare avondvergaderingen, die met voordrachten, vertooningen van wonderen en met de voorstelling van nieuw gevormde mediums, doorgebracht worden, bevinden zich vaak dames in groote meerderheid, en het is te verwachten dat de directeuren dier genootschappen van alle spiritistische zorg ontheven zullen zjjn, zoodra zjj het eenmaal zoo ver hebben gebracht dat zjj een leetijke in een schoone dame veranderen.

-ocr page 61-

DE DOORDRINGBAARHEID DER STOF.

Behalve bet binden met geknoopte koorden, laten de moderne mediums zich, voor hunne zittingen te beginnen, ook in een zak stoppen of in een kast opsluiten, om de toeschouwers te doen gelooven dat de buiten die verblijven plaats hebbende bewerkingen of vertooningen niet door hen zelf uitgevoerd worden. Andere mediums, .lie meer vertrouwen genieten, bijvoorbeeld het, langen tjjd geleden den aartshertog Johann van Oostenrijk door den baron Von Hellenbach voorgesteld medium Bastian, houden ook wel zittingen zonder een voorafgaande afzondering van hun lichaam. Het is bekend dat die, bi] zulk een gelegenheid door den aartshertog bewerkte ontmaskering van genoemd medium, tot een letterkundigen strijd tusschen de belanghebbenden gevoerd heeft. By den uitslag kwam het degelijk op de vraag aan, of\' bewuste bewerkingen op natuurlijke wijs, zonder hulp van geesten zich laten uitvoeren, eenigerwijs op dezelfde manier zooals die van goochelaars of tooverkunstenaars, dus zonder hekserij of bovennatuurlijke hulp, maar evenwel door geheime kunstgrepen en een behendige vaardigheid der handen, waarmede zij deoogen dei-toeschouwers wonderbaar schijnende vertooningen weten voor te goochelen. Tot het ontkennen van die vraag had men zich, o. a., beroepen op bet gezag van geleerde natuuronderzoekers, die voor het waarnemen van natuurlijke verschijnselen een scherpen blik bezitten en nochtans de verrassende vertooningen van moderne mediums slechts door borennatuurljjke

-ocr page 62-

DE l)OORt(RINfiBAARIIKIl) BEU STOK.

tusachen komst wisten te verklaren. Datdit beroep tot niets moest leiden, was te verwachten, als men in aanmerking neemt, dat de onbevangen natuurvorsoher, in den regel slechts gewoon en bedreven is, om het spel der natuurkrachten in zijn vrije bewegingen waar Ie nemen en te onderzoeken. Daarentegen heeft hij tegenover de mediums met menscheljjke argelistigheid te doen, die hoofdzakelijk dient om den blik van den waarnemer door heimelijke middelen te verblinden en de zintuigen bij het opvatten van zekere verschijnselen opzettelijk in de war te-brengen.

Kortom, om de geheele vraag nutteloos te maken, heeft baron Von Hellenbacli in zijn, bij dip gelegenheid uitgegeven werkje: vLogika der Feitenquot; aan de tooverkunstenaars of goochelaars verscheidene raadsels opgegeven, \'wier oplossing hem tot nu slechts door den bovennatuurlijken invloed van mediums moge-Ijjk schijnt te zijn. Het zijn de navolgende problemen:

quot;l. Ken goochelaar zet zich onder een deurpost, tusschen twee, duor een voorhang gefcheiilen kamers, van welke de eene donker, de andere verlicht is. Hij zelf zit in de donkere ruimte, doch met de voeten zichtbaar in het licht; de toeschouwers zijn in de verlichte kamer. Hem worden de handen op den rug gebonden en zijn rok van voren saamgenaaid, ook wordt hem een strik om de zichtbare voeten gebonden en dezen strik door een toeschouwer vastgehouden. Het is vergund, gedurende de zitting het bindwerk te onderzoeken. Natuurlijk vindt dit alles in mijne woning plaats. Onder deze voorwaarden moeten in de verlichte kamer zicli tafels bewegen, albums, boekeu en spelende guitars van de eene kamer in de andere vliegen, handen en armen van bovenmenschelijke grootte en grijs van kleur twee meter boven den zittenden goochelaar door de gordijn dringen en in tie verlichte kamer zichtbaar worden: Zoo geschiedde bet teWeenen in drie zittingen mot Eglington, waarbij in \'t geheel zeven personen deelnamen.

2. »Een goochelaar zit in de donkere kamer, en een met floers bespannen raam dat in de verlichte kamer bevestigd is, scheidt beide vertrekken mijner woning. Ouder deze voorwaarden zullen driezich vrij bewegende gestalten met doodsche gelaatstrekken uit de don-

5(i

-ocr page 63-

Dli U00RDRINGBAARIIK1Ü DHR STOF,

kere kamei\' in do lielito treden zonder het floers te scheuren. Zulks gcschicdde té Weenen met Bastian in tegenwoordigheid van drie personen.quot;

\'3. «lien goochelaar zet zich in de donkere kamer mijner woning en een gestalte treedt door den voorhang, die mij naar den goochelaar voort, zoodat heiden zichtbaar blijven. Zulks geschiedde to Weenen met mev. Töpfer in de tegenwoordigheid van mij en van drie professoren.quot;

4. Een goochelaar zet zich in mijn helder verlichte kamer aan mijne zijde. Onze beide stoelen hebben hooge rugleuningen (zooals de ouderwotsche stoelen). Hij legde een hand op de leuning van mijn stoel en deze verhief zich een voet hoog. Zulks geschiedde met Slado te Weenon in twee zittingen met acht personen.

Om de hier voorgestelde vier hoofdverrichtingen en hare, werkeljike uitvoerbaarheid theoretisch te beschrijven of aan een kritiek te onderwerpen ligt buiten de grens mijner tegenwoordige taak. Ik wil over het algemeen slechts doen opmerken, dat ook een tooverkunstenaar, hoe door ervaring en oefening geleerd, ook niet elke opgaaf, die hem plotseling voorgesteld wordt, zoo maar oogenblikkelijk oplossen kan en dat wel vóór bjj ze praktisch heeft zien uitvoeren.

desniettemin ben ik, ingeval mijnheer Von Hellenbach de van hem gevorderde vertooningen met behulp van zijn medium in m ij no tegenwoordigheid en in die van eenige door injj genoodigde personen zou willen uitvoeren, gaarne bereid in de woning van den heer baron te verschijnen, zoodra bij mjj vooraf een nauwkeurig onderzoek der kamer en van het uitvoerend medium zoomede van de vereischte toestellen wü vergunnen.

Onder die voorwaarden zou ik mjj ook bereid verklaren, een aanzienlijk bedrag ten bate der armen beschikbaar te stellen, ingeval ik niet in staat mocht zfln, al de vertooningen welke het medium in mijne tegenwoordigheid uitgevoerd mocht hebben, ook uittevoeren j ja, ik zou er geen bezwaar ip vinden, om voor de gevolgen, in zoo ver zjj in dei;

57

-ocr page 64-

UE DOORIIRINGBAAftlIEID DER STOF.

geest van den heer Von Hellenbach mochten uitvallen, per-soonljik op to treden.

Hoe hoog ik ook den heer Hellunbaoh als natuuronderzoeker waardeer en nan zijn oprechtheid niet twijfel, voldoet het mij toch niet, dat hij een goocbelaai\' eenvoudig vier uitvoeringen opgeeft, zoolang degene, die haar verborgenheden moet oplossen, niet in de gelegenheid is ze werkelijk te zien uitvoeren, dat is, zoo lang hij niet door de waarneming zijner eigen zintuigen beeft leeren kennen op welke practische nitvoeiingen de bewuste opgaven uitloopen. Tot zoo lang moetheteen verstandigen aanschouwer voorbehouden blijven bij een bijzondere uitlegging, die noch aan ongewone, noch ondoorquot; gronde oorzaken denkt, ook de mogelijkheid eener gewone verklaring aan te nemen, welke zich met de tot hiertoe bekende natuurkrachten tevreden stelt en mitsdien een voorwaardenk-baar, altoos zeer vergeefbas\'r zinsbedrog van den heer baron vocuonderstelt. Mij zelf heelt een veeljarige ervaring met tal-rjjke personen gemaakt, die zich beroemden een buitengewone, schijnbaar bovennatuurlijke begaafdheid, bijvoorbeeld in het »helderzienquot; te bezitten, b wezen dat al hun zoogenaamde wonderbare handelingen bij mija onbevangen nauwkeurig onderzoek louter beroepsknnstgrepeu bleken te zjjn. Zoo er evenwel werkelijk personen mochton wezen met buitengewone krachten doov de nat uur begiftigd, dan zou het stellig nuttig zijn, indien zulke krachten, insti de van als winstgevende vertooningen, te strekken, ten dienste van het algemeen nuttig aangewend werden, bijvoorbeeld: tot het oplossen van zekere voor het welzijn van den Staat gewiclitige vragen, en het ontdekken van verborgen misdaden eu onbekende misdadigers, als anderszins.

Of nu personen als Bastian, Egl ington, Slade en anderen voor dergelijke diensten ten algemeene nutte aanwendbaar zijn en een onvoorwaardelijk vertrouwen verdienen, is een andere vraag, die men eerder moest hopen te beantwoorden, dan te denken

58

-ocr page 65-

59

aan een omkeer onzer, zoowel natuur-wetenachappelijke als philoaophische begrippen.

Van dit slamlpnnt uit zal ik ten allen tijde de eenigazins nieuw schijnende wonderwerken van dergelijke personen beschouwen en ze pogen uit te leggen. Voorshands betreft het do voorstellingen der in het gebied van igt;de doordringbaarheid der atoiquot; tot hiertoe voorgekomen uitvoeringen, welke eenvoudig op de gewone wijze te verklaren zijn, zonder dat het noodig is, van de tot hiertoe algemeen aangenomen natuurwetten omtrent ruimte en stof\' eenige uitzondering te maken.

Wij onderzoeken vooreerst den zoogenaamden Geestenzah, een eenvoudigen linnen zak, door welks bovensten zoom van 10 cM. breed een smalle linnen band is getrokken. In het midden tusschen de breede naden zijn de einden van den linnen band door twee gaten aan de buitenzijde van den zoom getrokken. Aan de tegenovergeatelde zijde is de zoom 5 cM. lang open. Hier heeft het medium vooraf den banddubbelenzooTeruitgetrokken, dat die gemakkelijk door den hierdoor gevormden strik kan gehaald worden. Deze strik ia voor den zoom met een licht los te maken knoop voorzien, opdat hij niet in den zoom terug zou kunnen glijden, de overige band is behoorlijk saamgelegd en in de opening van den zoom geschoven, zoodat er niets van te zien is.

Aan de zijde, waar de beide uitkomende band-einden zich bevinden; zijn in het midden van den zak even zoo twee gaten naar achter gericht, zoodra het medium in den zak stapt. Vooraf laat hij zich om iederen pols met een smallen linnen strook binden, de einden samennaaien en verzegelen, waarbij de einden neerhangen, dan stapt hij in den zak en laat zich dien om den hals met den band vast maken, en de einden bij den gemaakten knoop op een stuk karton verzegelen. Inmiddels heeft het medium den tijd gehad van onder de voering van zijn vest twee andere linnen stroken te halen, welker einden hij door de beide gaten naar achter heen steekt, om dan buiten den zak, ala die om de handen gebonden waren, te laten knoopen en verzegelen.

-ocr page 66-

DK IJOORDRlNGBiiVRIIEID DEK STOF.

Thans schijnt het medium goed bewaard. In de donkere kamer gebracht, haalt hjj uit de openini; van den zoom den strik, trekt den knoop op en opent don zak terwjjl de band zich in den zoom laat terugtrekken Daarop trekt hij S\' hielijk de armen weder in den zak en haalt den zoom om den hals dicht, zoodat hij nu dekuoopen en de veraegeliug weder kan laten onderzoeken.

Ten slotte snijdt hij met een verborgen mes de neerhangende banden voor de zegels bij de handgewrichten af, verbergt ze, laat dan vooreerst alles nog eens nauwkeurig onderzoeken en vervolgens de twee buiten den zak verzegelde einden afsnijden, welker midden hjj binnen in den zak in de hand houdt. Hierna laat het medium eveozoo den band boven aan den zoom dicht achter den kroop afsnijden, trekt dien tot r.ich binnen, verbergt hem en komt eindelijk uit den zak, waaraan niemand eenige voorafgegane bewerking bemerkt.

Een andere uitvoering, die trouwens slechts plaats heelt wanneer het medium zich in gezelschap van spiritistische vrienden ol vakgenooten bevindt, is als volgt:

Een gewone zak van katoen met een smallen effen zoom wordt aan de aanwezigen tot onderzoek gereikt, voor dat het medium er in stapt Sr in zijnde zet hij zich op een stoel m êr, en iemand, voor wien de bewerking geen geheim is, belast zich met het binden. Een breede linnen strook wordt twee, oi driemaal om den, boven het hoofd van liet medium zapm gewrongen zak niet al te vast gewonden, geknoopt en verzegeld. Ingeval nu een ander persoon uit het gezelschap deze behandeling oi\' zich wil nemen, dan neemt de ingewijde er toch onder een of ander voorwendsel, deel aan.

Het daarna afgezonderde medium trekt nu eenvoudig het bovenste vlt;in den zak, aan de andere zijde van het zegel, van onder het omwindsel en voert dan al hetvereischteuitomzichuitden zak te bevrijden. Wanneer het mediumzichinden zak bevindt, grijpt hij door de nu wijder geworden omwinding de linnen strook; niemand der aanwezenden merkt op dat er oen omwinding minder is, en allen zyn tevreden met te konstatueren dat noch

60

-ocr page 67-

DK rionrir)RiN\'Gr.:\\,\\T!iii:iii dkr stof.

zegel noch ktioopen besclnu.i^i zijc. Terwijl nu het medium de linnen strook doorgesneden beeft en terstond den zak opent, komt het naar binnen getrokken einde van de strook van zelf naar bniten.

Een derde uitvoering is als volgt:

Het medium heeft een zak, volkomen van vorm dien gelijkend, welke rondgereiktis om onderzocht te worden, stijf opgevouwen ouder zijn kleeding verborgen. Terwjjl nu de zak boven het hoofd van het medium wordt dicht gebonden, heeft deze tijd genoeg om den verborgen zak te nemen en de bijeengewrongon zoom er van boven door den eigenlijken zak te steken, waardoor de zomen van beide zakken elkander raken.

Nu eerst vergunt de direkteur een persoon uit het gezelschap den zak boven zijn hand te binden.

Wanneer na het medium zich in de donkere kamer begeeft, houdt de direkteur den strop van den zak vast, schijnbaar om het medium te beletten te struikelen. Ter plaatse gekomen laat hij den zak los en de buitenzak glijdt eenvoudig af. Nadat het medium zjjn wonderen verricht heeft, verschijnt hij, in z^jn hand den zak boude ide, waaraan noch knoopen noch zegel geschonden zijn.

Ik ga nu over tot de beschrijving van een andere kunstver-tooning waarmede de mediums de doordringbaarheid der stof willen bfwijzen.

In een gezelschap liet zich iemand de twee einden van een twee meter lang bindtouw om de polsen binden en wel zoo, dat het onmogelijk scheen om ze er uit te trekken. De einden werden bij de knoopen op een kaart vastgezegeld. Op dezelfde wijs werd ook het me-lium gebonden, doch vooraf het een eind van het touw door het koord getrokken, dat nu een kring met de armen van den persoon vormde, zoodat beide ineen gekronkeld waren.

De gebonden persoon nam nu plaats voor de deuropening van het donkere kabinet en legde de gebonden handen op zijn knieën; tegenover hem zette zich in het donkere kabinet zelf

(51

-ocr page 68-

nE nooRrmiNGBiURirEin der stof.

het medium op znlk een afstand vau don andere, dat de touwen strak waren. Na verloop van weinige minuten hoorde men den geeat in een derde kamer, men zag ook het medium door een derde deur in de gezelschapszaal binnentreden; hij bewoog zich langzaam alsof hij door de hand van den geest gevoerd werd terwijl hij zijn dooiende blikken liet rondwaren. Daarop verdween hjj weder en zat, toen de geesten licht verlangd hadden in de hoogste geestvervoering op zijn vorige plaats. De knoopen waren ongeschonden on de touwen even strak gespannen, de zegels ga»f Daarbij had de persoon uit het gezelschap, zooals hij verklaarde, dezelfde spanning der touwen, ook toen het me diura in de andere kamer verscheen, waargenomen. Hoe verklaart zich nu die zelfbevrijding?

Bg het binden had het medium nog, nadat beide koorden in elkaflr geslagen waren, zijn linkerhand omhoog en zijn rechterhand naar beneden gehouden, en tegelijk gezorgd, dat zijn touw zoowel als dat van den andere juist het midden aanduidde, toen zjj zich zoo ver van eikaar verwijderden dat de beide koorden strak werden.

Daarbij moesten de beide koorden op elkaar gelegd elkander kruisen. Zy zouden zich half omdraaien, zoo het medium in plaats van de linker- de rechterhand omhoog had gehouden, wat juist te vermeden was. Met dat oogmerk liet het medium zich eerst de rechterhand binden, bracht vervolgens het koord van onder door dat van den anderen persoon heen en liet zich het einde vervolgens om de linkerhand binden.

Na de verduistering der kamer trok het medium, ter plaatse, waar de beide koorden elkander kruisten, het koord van den anderen persoon, het dubbel vouwend, ongeveer 20 cM. naarzich toe, stak het van achter door de ombinding van zijne linkerhand heen, trok den strik over de hand, vervolgons onder de ambinding terug, en hij was vrij Schielijk haalde hij nu een verborgen touw voor den dag, dat aan beide einden van haken was voorzien, haakte het eene einde in het midden op hetkoord van den andore, hield hetkoord strak en haakte het andere einde

02

-ocr page 69-

niï noonnniNGnAARiiRiD der stof.

aan de rugleuning van ilan stoel, dien hij zoo ver terug schoof tot bet koord strak stond. Nu kon het medium zich met alle gerustheid aan zijn kunststuk overgeven. Dat de andere den stoel tot zich zou trekken, was niet te vreezen, want hij mocht noch van plaats veranderen, noch het touw strakker aantrokken, opdat de strikken aan de polsen van het medium niet te strak zouden zijn en de bloedsomloop gestoord werd.

Nadat het medium zjjn kunst verricht en zich vertoond had, keerde hij naar zjjne plaats terug, verborg schielijk weder het eindje koord, legde het koord van den hem toegevoegden persoon op de linkerhand achter de ombinding, trok het er boven de hand door, en vervolgens er onder weer terug. Hierdoor was het weder zooals vroeger met het koord van den anderen persoon verbonden. Het medium nam vervolgens weder zijn plaats in, kwam in don vereischten verrukkingstoestand en gaf door klopgeluiden te kennen, dat de geesten licht verlangden. Het onderzoek der koorden kon nu beginnen en deze wezen geen beschadiging aan.

De eer der mediums was gered, en menige goedgeloovige sul trad onder hun vaandel, \'tls nauwelijks te gelooven dat hot aantal dier liehtgeloovige menschen in menige grooto stad tot duizenden klimt, en daaronder niet weinig uit de beschaafde klassen der maatschappij, waaronder vele rijken, waardoor dezen zich natnurlijk bij de leiders der spiritisten ten zeerste aanbevelen. Velen sluiten zich bij do nieuwe leer aan om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, anderen in do hoop met de zielen van dierbare afgestorven in aanraking te komen. Later willen zij dan om de verborgenheden te knnnon ontraadselen het hunne bijdragen, tot zij eindelijk beginnen te mijmeren en als geestdrijvers niet meer scheidon kunnen van deze moderne hekserij.

Hoever de dwalingen gaan kunnen, loeren ons vele voorbeelden. Ouder anderen dat van een koopman die eigenaar van een bloeiende zaak na een hem dierbaar persoon verloren te hebben, zijne zaak verkocht, om /.ich geheel aan hot spiritisme toe te wijden, met zijn vrienden een overeenkomst sloot.

03

-ocr page 70-

nf: noonnmNGtuMOTEtn DDR stof.

die hierin bestond, dat zij na hun overlijden elkander mededee-lingen zouden doen door klopgplniden. Zelfs openbare onderwijzers gaven zich geheel aan het magnetisme over en verzekerden hun leerlingen dat zij door het magnetisme kiespjjn en andere kwalen konden genezen.

Men ziet welke bedenkeljjke gevolgen het spiritistisch Injge\'oof na zich sleept, en kan men derhalve niet genoeg tegen die dwaalleer gewaarschuwd zijn en hopen dat het eigenljjk wezen er van ontmaskerd worde.

Tot mijne ophelderingen terugkeerende, diene het volgende om mude te deelen door welke verdere kunatenarijen de door-clringbaarheid der stof bewezen zon worden.

Tijdens de bekende bedrieger», de gebroeders Havenport, lieten de mediums zich op een bank aan ijzeren ringen vastbinden, zich in een kist, koffer, of kast sluiten, en toonden dan dat zij, »de stof doordringendquot;, zich uit do banden en de sluitingen bevrijden konden.

De bank was van jewoon hout vervaardigd, de zitting bestond uit een plank, omstreeks life M. lang, waarin onderaan vier eenvoudige houten pooten gestoken waren. Aan beide einden had de plank twee gaten, waarin touwen waren bevestigd. Nadat het medium op deze bank had plaats genomen, liet hij zijne handen er aan vastbinden en verzegelen. In de donkere kamer drukte het medium onder de zitting, op een hem alleen bekende plek, welkquot; hij met zijn vinger gemakkeijjk bereiken kon, en waardoor een in het binnenste van de plank goed verborgen veer een kig of wig losmaakte, liet medium kon dien nu en tevens het koordje er uit halen en terstond na het uitdoen van het licht zjjne wonderkunsten beginnen, daarna echter even zoo schielijk zich weder aan de bank s\'uiten, door de wig in het gat te drukken waarop de veer de wig ala vroeger op zijn plaats hield. Door deze bewerking bleven èn knoopsel èn verzegeling onbeschadigd.

De geestenki.it, twee meter lang, werd op een stelling gezet

04

-ocr page 71-

65

bestaande uit een ongeveer 15 cM. breed houten raam; dat raam rustte weder op een ongeveer 40 cM. hoog houten voetstuk, waaronder men kon doorzien. De kist had een deksel aan de langste zijde en was van scharnieren voorzien, haar bodem beweegbaar, en in verband met een tweeden houten wand die binnen, achterden voorwand der kist, lag. Opdat men dien wand niet zou kunnen zien was hij, zooals de voorwand, half zoo dik als de overige wanden, zoodat deze, opeen gelegd, de dikte der anderen evenaarde. De voorwand was aan den bovenkant even zoo breed als de anderen, doch eenige centimeter lager werd die, waar de binnenwand zich er tegen legde en met het bovenste vooruitstekende gelijk kwam, smaller. Tengevolge hiervan werd de scheiding der beide wanden niet zichtbaar boven aan den kant, maar bleef binnenwaarts, waar men die niet bespeurde, daar de kist zwart geverfd was; opdat evenwel bij het optillen der kist, de voorwand zich niet in tweöen zou scheiden, waren bovenaan twee pennen gestoken in den smallen wand. De op den bodem heimelijk rustende ei daaraan bevestigde voorwand, draaide zich tegelijk met den bodem op twee stiften, die, dooide zijwanden der kist onder in de voorhoeken gestoken, in den hoek der beide planken bevestigd waren.

Werd nu het gebonden medium in de kist gelegd, dan trok de direkteur eerst de twee stiften heimelijk uit den voorwand, sloot het deksel, en verzocht de toeschouwers onder de kist te willen zien, dat het medium daar niet kon ontsnappen.

Eenige kloppingen gaven het teeken dat de geesten genegen waren de doordringbaarheid der stof te bewjjzen. Dit bewijs nu werd hierdoor gegeven, dat de direkteur het deksel opsloeg, de kist voorover hield, het deksel hoog ophief en den toeschouwers bjj het licht eener kaars liet zien dat de kist volkomen ledig was en de geesten, door de stof heen dringende, het medium weggevoerd hadden. Om de misleiding te voltooien werd het binnenste der kist andermaal nagemeten en geljjk aan de vroeger voorhanden ruimte bevonden.

Bg het vooroverleggen der kist, toen het deksel haar nog wonderen. 5

-ocr page 72-

DE DOORDRINTGR.\\ARIIErT) DER STOP.

gesloten hield, bleef de eigenlijke bodem op het achterblijvend gestel liggen; na het vooroverbuigen der kist vormde echter de aanvankelijk als binnenste voorwand verschenen vlakte thans den bodem, waarachter het medium rustig bleef liggen, vermits men hem, als men vóór in de kist keek, volstrekt niet zien kon.

Vervolgens werd de kist weder opgericht, de stifteu werden weer in deu voorwand gestoken, het deksel neergelaten, en nu mochten eenige personen naderen, om de kist aan alle zijden te onderzoeken. Want thans was er geen gevaar meer, bot medium was er weder in, en zoodra er geklopt werd, gaf de direkteur aan iemand uit het gezelschap den sleutel met verzoek de kist te willen openen. Het medium lag er weder in en bevond zich in een diepen magnetischen slaap.

Daar bjj dezu inrichting de aauwezenden, terwjjl de ledige kist vertoond werd, niet mochten naderen, ging men weldra tot een andere vertooning over, namelijk tot den zooge-naamden »wonderkoffer,quot; die, naar den vorm een gewone reiskoffer met grijs linnen overtrokken, en met ijzeren banden eu geel-koperen spijkers beslagen was. Men bond het medium de handen, legde hem een beugel om den hals en bond dien van voren met koordeu dicht, welker einden door gaten werden gestoken die zich aan de smalle zijden des koffers bevonden. Zoodra het medium nu ia den koffer lag, die door een vreemde hand gesloten was geworden, bleef hjj in de donkere kamer; de beide door de zjjgaten gestoken einden der koorden, werdei- in de zittingszaal gebracht en daar door een der aanwezigen vast gehouden. Dikwerf werd de kist nog met touwen omwonden en dan eerst aan de geesten in de donkere kamer overgelaten. Nu begon bet medium zich op de bekende wijs van zjjn banden te bevrjjden zoo mede van den halsband, die op een geheimen plek van het scharnier zich opende, en bracht dien weder samen. Dan drukte hij op twee punten aan de eene smalle zijde der kist, waardoor de wand losgemaakt werd, wat wegens de bekleeding niet

GO

-ocr page 73-

DE nOORDIUNGlUARHErn DER stof

gnzien kon worden, en legde dan in den koffer onder zich die voorwerpen neer, kroop door de opening uit den koffer en trok daarna den zjjwand weer op, zonder dien geheel te doen Kluiten.

Na het einde van de wonderen, welke het medium nu buiten den koffer uitgevoerd en nadat hy zich ook aan het gezelschap vertoond had, keerde hij op zijn plaats ia den kofter terug, bracht de koorden in orde, hiet binnenwaarts den zijwand weer op en bevestigde beugel en banden in den vorigen toestand. Op de gebruikelijke oproeping der «geestenquot; volgde dan het onderaoek, dat den aanwezenden de vertooning als iets bovennatuurlij is deed voorkomen.

He Davenportsche wonderlcast, die eertijds zooveel opzien baarde, stond, zooals de geestenkast, op vier hooge pooten, opdat de toeschouwer cr onder door zou kunnen kijken. Tiet met stevige touwen gebonden medium nam in de kast op een stoel plaats. Nadat de deur gesloten was, haalde men de beide lange einden der touwen door het, midden in de deur zijnde, gat, hetwelk groot genoeg was om er zijn arm door te steuen, naar buiten, en gaf ze een toeschouwer om vast te houden. Inmiddels had het medium reeda een hand uit het touw bevrijd, den strik om een poot van den stoel geslagen en den, in het midden draaibaren, achterwand losgemaakt. De stoel stond zoo ver voorwaarts dat de helft van den achterwand zich gemakkelijk bewegen kon. Deze had beneden aan beide zijden een breede lijst, waarop het medium ging staan, den rug tegen den achterwand geleund. Nu greep hij, met de linkerhand omhoog, een gemakkelijk op te tillen plankje en draaide zich met den achterwand om. Zoo hing hij buiten er aan, terwijl de dubbele deur geopend werd die de kast zonder medium vertoonde. Doch nauwelijks was de deur weer gesloten of de geest in de kast werd opnieuw hoorbaar; het medium had er zich weder ingedraaid en voerde daarin zijn tooverkunsten uit met muziekinstrumenten en andere toestellen. Dit verdwijnen eu weder verschijnen werd meermalen herhaald, tot men eindelijk het medium we-

f.7

-ocr page 74-

I)E DOORURINGliAAftlIEID DER STOK.

derom gebonden in volkomen verrukking op zijn plaats vond.

Later ia de wonderkast ora beter te misleiden nog aanmerkelijk verbeterd geworden.

Deze nieuwe wonderkast, vierkant van vorm en schijnbaar zeer stevig in elkaar, was zoo hoog dat men er in staan kon. In het midden bevond zich een ronde zuil en daaraan was van voren een metalen ring bevestigd, waaraan hot medium gebonden werd. Vervolgens sloot men de twee achter elkander zijnde deuren: een glazen en een houten deur. Do aanwezenden plaatsten zich nu om de kast, en terstond begon de geest daarin zijn werk. Op een gegeven teeken werd de houten deur geopend, en de toeschouwers die door het glas der tweede deur zagen, bevonden de kast ledig tot aan den bodem, waar de instrumenten en de banden lagen, waaruit het medium, met behulp der geesten natuurlek, bevrijd en toen door hen door de wanden van de kast ontvoerd was geworden! Werkelijk bevond het medium zich in de kast, maar behoorlijk voor de toeschouwers verborgen.

Binnen in de kast bevonden zich twee spiegelwanden, terzijde van de kast zoo ingevoegd dat de oningewijde ze volstrekt niet bemerken kon. Inwendig was de kast met een zwart of rood gestreepte stof beplakt, zoodat men de voegen, waar de epiegela zich in de zijwanden legden, niet zien kon.

Het medium trad eenvoudig achter de zuil, deed, door een geheime drukking boven, aan beide zijden een kleine veer uitspringen en trok tot zich de zijwanden, wier voorkanten zich in het midden dicht bij de zuil legden, zoodat de beide einden een rechthoek voi mdrn.

De toeschouwers zagen nu tegen twee spiegelvlakten, welke zij niet konden waarnemen, vermits de glazen deur de spiegeling verhinderde en omdat voorts de gestreepte zijwanden in de spiegels teruggekaatst werden, waardoor het binnenste der kast, evenals vroeger, in vier hoeken scheen verdeeld te zjjn. In later tijd is deze vertooning onder den naam van Falima.\' spiegel bekend geworden door de uitstal vensters van juweliers

C8

-ocr page 75-

de noonniuNanAAmtEir) rtEn quot;tof.

en horlogemakers, die er gebruik van maakten. Wanneer nu het medium weder op zijn plaats moest verschjjnen, verliet het zijn schuilplaats, herstelde alles weer in den vorigen staat, sloot zich in zijn banden, en nam den schijn aan, als of hij zich in de hoogste geestverrukking bevond.

Daarop volgde de wezenlijke bevrjjding van het medium, waarna den toeschouwer met de grootste bereidvaardigheid vergund werd de kast aan een tweede onderzoek te onderwerpen.

Uit het ?oogenaamde schandjjzer of kaak kon zich schjjnbaar niemand bevrijden, veel minder zjjn ingesloten handen losmaken. Evenwel speelde het, in dat toestel gesloten, medium, als het zich in zijn kamertje bevond, op de viool en hield er ook een bevrijde hand uit.

De zoogenaamde kaak of schandplank bestaat uit twee dealen die aan het eene einde door een scharnier saamgehouden worden ; aan het andere einde bevindt zich een klep met een hangslot. Het geheim zit in de kram die ongeveer 10 a 20 mM. uitgetrokken kan worden. Het een eind er van dringt diep in het hout en is met een spiraalveer omgeven, die de kram vast houdt; het andere einde dringt slechts 5 mM. in het hout.

09

Om zich te bevrijden schuift het medium den rechterarm zoo ver mogelijk door het gat heen, grijpt de kram, trekt die een weinig uit en draait ze aan het lange einde halt om, zoodat het korte einde aan den anderen kant in de verlengde snede van de klep terug springt. Hierna laat zich de bovenhelft der plank, waaraan de klep vast is, ter hoogte van de kram opheffen, en nu kan het medium alle mogelijke kunststukken met beide handen uitvoeren. Na het einde er van steekt hij de hand weer door het gat, draait de kram weer om, laat die inspringen en vergunt den toeschouwers het onderzoek.

Het blijkt uit al dit bovenstaande dat de zoogenaamde mediums zeer vernuftige toestellen, hoewel met slechte oogmerken uitvinden. Zoo kan baron Hellenbach uit mijne aanwijzingen

-ocr page 76-

70

afleiden, dat de mediums wellicht meer verborgenheden kennen dan hij weten mag, en de door hem opgegeven vier problema\'s eveneens een natuurlijke verklaring kunnen vinden. Zou evenwel de baron, nog verder gaande, soms bewijzen voor een hoo-gere intelligentie verlangen, bijvoorbeeld, dat een tooverkun-stenaar door een venster naar buiten en door een ander weder naar binnen vliegt, of dat een brandende lamp of kandelaar zich in de rondtekan bewegen, dan kan ik hem nu reeds verzekeren dat zulke wonderwerken ook de vaardigheid van den knap-ston toovenaar overtreffen zouden; evenmin geloof ik dat zij door mediums of hun geesten te volbrengen zouden zijn.

-ocr page 77-

TOT STOF TERUGKEERENDE GEESTEN.

Het tot stof terugkeeren der »geestenquot; moet als de hoogste graad van spiritistische verrichtingen ea als een bewijs van het voortleven na don dood gelden. Het wortelt in het geloof, dat sommige menschen (mediums) met het vermogen zijn uitgerust, om onder zekere voorwaarden ons do gedaanten van lang gestorven vrienden of nabestaanden in haar aardschen vorm weder voor oogf n te stellen.

De theoretische ontwikkeling van deze valsche leer vertoont verschillende afwijkingen, die afhankelijk zijn van den graad waarin de samenwerkende kraclit der mediums by do »materielisatiequot;, nu eens werkzaam dan weer lijdeljjk gedacht en geopenbaard wordt; voor de practische beoefening van dit bjjgeloof hebben evenwel zeker theoretische onderscheidirgen geen wezenlijke waarde. In dien zin is het onverschillig of het medium zijn eigen lichaam verlaat en werkzaam als gees4; met andere geesten in aanraking komt, of dat het louter lijde-Ijjk zijn levenskracht aan vreemde geesten ten behoeve van hun » verlichamelijkingquot; leent, en of het voorts de daad met de geesten deelt, die in de plaats van zijn geest, hun »kontroleo-renden gesitquot; stquot;llen en van zijn lishaam als werktuig gebruik maken, tot het, eindelijk weer bewust, zekere, door de geesten injrogoven, voorstellingen wedergeeft Want alle pogingen om

-ocr page 78-

TOT STOF TEUUGKEERENDE GEESTEN.

zich over dergelijke verheven dingen aan haarfijne bespiegelingen over te geven, moeten ala nutteloos beschouwd worden, daar zij alle menschelijk begrip te boven gaan.

In de apiritiatiache praktijk heeft echter het medium een alge-meenen weerklank gevonden, namelijk die opvatting, welke het optreden der geesten als enkel lijdelijk beschouwt. Naar deze zienswija draagt ieder mensch in meer of mindere mate een overdraagbare vloeistof in zich, die perisprit is geheoten, en waarvan de geesten gebruik maken om zich te verlichamelijken. Echte mediums bezitten dit Jiuidum zoo rijkelijk, dat zij, zonder werkelijke magnetiaeering zich na verloop van weinige minuten geheel van zelf in den magnetiachen slaap kunnen brengen.

Van het mediuui uit, deelt, in een vergadering, het Jiuidum zich aan de geheele zaal mede, waardoor de manifestatie voorbereid wordt. Ia nu het medium in een ataat van geestverrukking gekomen, dan beginnen de geesten zich uit het fluïdum dat uit de vingertoppen en de hersenpan van het medium stroomt, met kleine, lichtende vlammetjes te ver-lichameljjken, (materialiseeren). Zij nemen niet alleen een volledige geesten-gedaante aan, die inwendig licht geeft, maar ook een stoffelijke; zij naderen de toeschouwers, die hen aanraken , en geven zich ala aanverwanten van dezen of genen te kennen, ja, beantwoorden zelfa tot hen gerichte vragen, terwijl zij door middel van het medium spreken of met een griffel op een lei schrijven

Even zoo plotseling als zij verschijnen, verdwijnen zij ook weder, en hoewel zij gematerialiseerd zijn, ziet men toch hunne gedaante niet, zoodra de kamer verlicht is. Volgens sommiger meening, kunnen de gedaanten de stof doordringen, zich door muren of wanden verwijderen zonder zich te kwetsen; volgens een andere vooronderstelling kunnen zij zich van hunne stoffelijkheid dadelijk bevrjjden, door de teruggave van het fluidum aan de mediums.

De verklaring hoe en op welke wjjs het ontsnappen van

72

-ocr page 79-

TOT STOF TERUGKE1ÏRENDE GEESTEN.

het perisprit uit de hersenpan van het medium geschiedt, ot de teiuggave er van volgt, vermogen de spiritisten niet te geven. Zij beweren toch het bewijs van het feit te kunnen geven door de meermalen geconstateerde vermindering en vermeerdering van het gewicht des mediums. Anderzijds stemmen zij toe, dat niet weinig gevallen voorgekomen zijn, waarin de geesten vergaten het ontsnapte perisprit in de hersenpan van de mediums terug te bezorgen, zoodat die arme wezens wel eens aan waanzin werden overgeleverd.

Men ziet hieruit hoe de spiritisten door de logika der leiten gedwongen worden uiterst gevaarlijke gevolgen van hun beroep te erkennen. Ten aanzien van zulke treurige verschijnselen zegt professor James Ferrière nadrukkeljjk:

»üe verwarring van den geest duidt een ziekelijke en bedorven verbeeldingskracht aan, die naai het allerheiligste rondtast en zich in het slijk der onzinnigste afschuwelijkheid wentelt. De ons aangeboren neiging tot bijgeloof is reeds erg genoeg, maar die tot stelsel aan te nemen, en zich te verbeelden dat wij daarmede de grenzen van Gods rjjk der geesten bereiken, is iets dat onze ziel onweersprekelijk kwetsen moet. Gjj die van uw overspannen zenuwen en bedorven gemoed een tolk der waarheid en sleutels die de poorteu des Hemels ontsluiten, wilt maken, die de verborgenheden der toekomst ontsluieren wilt; — gij, die u ziekelijkheid als verkondigster der wijsheid voorstelt, en daardoor de zonde, den dood en den duivel tot heeren der wereld maakt, hebt gjj er over nagedacht welk een glibberigen weg gij betreedt, een weg die naar den afgrond van verdierlijking en afgrijselijkheid voert ? Ach, erbarmelijke mystieken! wanneer zult gij leeren, dat Gods waarheid en de zegen van den mensch in volle gezondheid op den breeden weg van het gezond verstand, in den helderen zonnenschijn der ziel wijlt, en dat alle kennis, alle vernuft slechts ligt in de bekwaamheid om in de meest gewone dingen het wonderbare te zien?quot;

De statistiek der krankzinnigenhuizen bewijst genoegzaam boeveel otters van het spiritistisch bedrog tot waanzin zijn ge-

73

-ocr page 80-

TUT STOK TERUCKKERENDE GEESTEN.

bracht, en ten aanzien van die ongelukkige wezens blijft nu slechts de aanmerking over dat zjj niet rijp geweest waren voor de leer en derhalve op dwaalwegen moesten komen.

Niettemin vinden in groote steden, zooals o. a. iu Hamburg, bestaande genootschappen, die de moderne dwaalleer huldigen, nog altijd nieuwe aanhangers. Inderdaad werden intusschen de laagste middelen aangewend, om lichtge-loovigen te lokken of te behouden. Zoo liet men, o. a. in een spiritistisch genootschap te Hamburg door den opgeroepen geest aan een genooiligde dame dit mededeelen; zij moest onmiddellijk naar haar geboorteplaats, een stad in de Rijnstreken, berichten, dat er bij de regeling van de nalatenschap van haar, voor eenige maanden geleden overleden broeder, een geldswaardig papier van 1000 Mark onopgemerkt was gebleven. Het was ia de secretaire tusschen een schuiflade geklemd geraakt, en niemand wist zulks.

Mjjn berichtgever verzekerde mij, dat ter plaatse terstond de vereischte stappen gedaan waren tot onderzoek, en hij niét zou verzuimen, mij er den uitslag van te melden. Den door mij te kennen gegeven twjjfel beantwoordde hij met de verzekering, dat do bewuste geest op de volgende vergadering \'s avonds verschijnen zoude, en ik zelf dan, ingeval ik tegenwoordig wilde zijn, het beste bewijs van de gewichtigheid der zaak erlangen kon. Ik gat mijn belang in de zaak te kennen, op voorwaarde dat de betreffende geest degelijk zou bewijzen betrouwbaar te zjjn, en zulks bi]v. door te antwoorden op de vraag naar den naam van een destijds onbekenden moordenaar. Mijn berichtgever beloofde mjj daaraan te zullen voldoen, doch tot heden wacht ik nog eenige tijding van hem te ontvangen.

Een ander genootschap te Hamburg, meékt uit geleerden, geneeskundigen enz., bestaande, houdt zittingen met een jongman, die voorgeeft eon achrijf-medium te zijn, want door middel van hem schrijven de geesten hun nieuwste berichten uit de andere wereld, zij schrijven nieuwe recepten voor, geven nieuwe hulp

74

-ocr page 81-

75

en geneesmiddelen aan de hand, doen voorspellingen enz., zelfs in politieke aangelegenheden.

Een derde genootschap houdt vergaderingen en doet onschuldige »manifeatatiënquot; en de daar opgeroepen geesten hebben do taak op zich genomen de doordringbaarheid der stof te bewijzen. Een lid van dit genootschap vertelde in zijn verhandeling, getiteld » Physische Studiënquot;, dat niet zelden in de fittingen van hun genootschap gemateria\'izeerde handen verschenen die men, wat hare levenswarmte en fluweelzachte molligheid betrof en onderzoeken kop; ja, zelfs had hjj gekonstateerd, dat de nagels sierlijk gesneden waren, waaruit een aristocratische afkomst af te leiden was. In een zitting met het medium Schraps, had ik gelegenheid deze materialisatie gade te slaan; er vertoonden zich lichtgevende figuren die als handen en armen aangeduid werden, zelfs twee tot drie te gelijk. Daaruit stroomden zooveel phnspho^-dcmpen, dat men die nog kon waarnemen toen de vermeende handen lang verdwenen waren. Met een kracht, die al de aanwe-zenden moest doen schrikken, sloegen de »geestenquot; nu en dan op een deur of op een piano, om te bewijzen, dat de handen verlichamelijkt waren. Ze nauwkeurig te onderzoeken, werd niet vergund.

Van al de bedriegerijen der spiritische valschc waarheidverkondigers, is juist de verlichamelijking, of de materialisatie hot gebrekkigste tooverstuk, het meest gewaagde waagstuk. Een stoute greep van een onbevangen toeschouwer jou hier dikwijls voldoende zjjn, om de voorgegoochelde verschijning tot niets op te lossen, of om den gewaanden geest als een goed bekenden, hoewel vermomden drager van aardsoh vleesch en bloed aan te wijzen.

De handtastelijke ontmaskeringen der gematerialiseerde geesten, leveren alzoo de natuurlijkste en overtuigendste verklaring der tegenwoordige verblindingawonderen.

Algemeen bekend is de onthulling der bedriegerij van Bas-tian door den aartshertog Johann; men herinnere zich hoe, op het oogenblik toen de bedrieger betrapt werd, er uit zijn burger-

-ocr page 82-

TOT STOF TERUGKEEUENnE GEESTEN.

kleeding nog een lap van zijn geestengewaad te voor ach ij n kwam, waarmede de gematerialiseerde geesten der andere wereld hunne gala-voorstelling voor hunne aardsche geloovigen gereed maken Handtastelijk is het gebleken dat ook Bastian het gebruikelijke geestenkleed, van wit gaas vervaardigd, in en met phosphoor verzadigd, bjj zich droeg en daarvan velerlei gestalten fabriceerde. Hij bad, zooals ook andere mediums doen, de dunne stof saam gedrukt en op plaatsen van het lichaam verborgen, die in den regel niet onderzocht worden. Ditmaal hinderde hem echter iets dat hem belette het geestenpak geheel te verbergen. Uat hij zich betrapt wist, blijkt hieruit dat hij, met achterlating zijner laarzen, blootvoeta het hazenpad koos. Bastian werd trouwens reeds vroeger in 1880, en wel door Catn-berland ontmaskerd, die met een verborgen gehouden spuit den verschijnenden «geestquot; tijdig een cochenil-kleurig vocht in \'t aangezicht spoot. De sporen van deze stof waren nog later zichtbaar op het gelaat van het medium. Andere mediums die afstand deden van dat gemeene beroep, hebben later openljjk verklaard dat zij lichtende gewaden, met phosphor-olie of Balmaynverf verzadigd, hadden gebruikt, zoomede dunne maskers, lichtgevends baarden en kleine doeken die of als sluiers, of als tule band of muts dienden. Tegen over lichtgeloovigen hebben de spiritisten somwijlen beweerd dat genoemde kleeding-stukken door de geesten worden meegebracht uit de andere wereld, het heerlijk land, welks bewoners zich van dezelfde voorwerpen bedienen zouden, als waarvan wjj arme aardbewoners ons bedienen.

Van de nieuwste goed gelukte ontmaskeringen wil ik er hier nog twee aanteekenen, die op twee vrouwelijke mediums overtuigend uitgevoerd werden, nameljjk op Betty Tamke, uit Wilhelmsburg eu Baleska Töpfer, uit Leipzig.

Reeds sedert verscheidene jaren reisden talrijke geloovigen heimelijk naar Wilhelmsburg, om op een eilandje by Hamburg in het gezelschap van hun afgestorven vrienden en aanverwanten eenige uren van herinnering door te brengen. Als

76

-ocr page 83-

77

een echt en -waar medium — in spiritistische kringen, «Hamburger Juweelquot; genoemd, — verstond daar de achttienjarige boerendochter, beter dan ieder ander sterveling, de kunst om geesten op te roepen, \'s Wekelijks werden in de eenvoudige woning van haar vader, den boer Tamke, minstens twee of drie samenkomsten gehouden. Talrijke geesten van afgestorvenen — van Cagliostro af tot professor Zöllner toe, — verschenen daar en brachten aan de aanwezigen mededeelingen uit de andere wereld, ook andere openbaringen, recepten tegen ziekten en zelfs bloemen en koek als geschenk.

De vermaardheid van het medium en de ijver om de samenkomsten van Betty Tamke bij te wonen, namen dageljjks toe, ofschoon de bezoekers, voorzichtigheidshalve, niet dadelijk, maar eerst na nauwkeurig onderzoek omtrent hun welmeenende bedoeling toegelaten werden. Niettemin ontstond weldra twijfel omtrent de echtheid van het medium, welke twijfel het eerst door prof. Sellen te kennen gegeven werd. Eenige vrienden der waarheid zochten nu achter de zaak te komen, en hadden de voldoening, bij gelegenheid eener samenkomst, waarin een witte verschijning zich vertoonde, met een stouten handgreep er naar, een handdoek te pakken. Nu verhief de handelende geest door den mond van Betty Tamke zijne stem en zeide dat iemand het voorschoot van den geest gegrepen had en Betty verzocht dat men zoo vriendelijk geliefde te zijn het los te willen laten.

De eigenlijke ontmaskering volgde op den 18 April 1885, en wel in tegenwoordigheid van een der bekendste spiritistenleiders, den Duitsch-Amerikaanschen autheur Cyriax uit Leipzig, die destijds te Hamburg over het Spiritisme en zijn bekendheid met die wetenschap, voordrachten hield.

Reeds in een eerste zitting op den 17 April, na bet einde der voordracht in het Hotel du Nord, wilde de voorstelling, welke hjj met Betty Tamke voornemens was te geven over de kunst van gedachtenlezen, niet gelukken. Merkwaardig is de uitvlucht, welke de heer Cyriax eindeljjk voor den dag bracht, namelijk dat de, des betreffende, toeschouwer aan een spiegel,

-ocr page 84-

TOT STOF TEnUGKEERENDE GEESTEN.

ala het te raden voorwerp, had gedacht; maar deze apiegei bevatte natuurlijk kwikzilver, en zoo ieta konden de geesten niet uitstaan.

Toen nu op 18 April dea avonda, bij het begin der Spiritis-tiache zitting, Betty Tamke veracheen en optrad met het verzoek, dat men haar zou onderzoeken, opdat men zich kon overtuigen dat zij geen witt1 stof bjj zich verborgen hield, werd dat verzoek op eene voor het medium onverwachte wijze door twee aanwezende dames volbracht En voorwaar, zij brachten uit het koraet van het medium twee bedla\'iena en een handdoek voor den dag. Onder tratien verzekerde het medium dat de, haar beatierende, geest haar bevolen had eenige bedlakena bij zich te ateken; met welk oogmerk wist zjj echter niet. Hunnerzijds zochten de aanwezendo apiritiaten de gaaten begrijpelijk te maken, dat de geesten in dit geval met het midium een grap hadden willen hebben. Mijnheer Cyriax verkoos echter atil-letjea te verdwenen.

Op dergelijke wijze gelukte ook de ontmaakering van Va-leaka Tópher te Leipzig, in een aamenkomst op 26 Juni 1885. Ter eere dezer dame moet evenwel gezegd worden, dat zjj, trots hare herhaalde weigering, toch door de ontmaskeraars die volstrekt de eer en de verdienste wilden erlangen der ontmaakering, door allerlei overredingsmiddelen en beloften op be-looning, tot een voorstelling verleid werd. Zij liet dan ook, nadat zij zich van hare, bij het begin der zitting aangelegde banden, gemakkelijk bevrijd had,hare geliefde geestengeatalten, o.a. den geest van een kind, Abilla ^eheeten, daarop een slanke vrouwengestalte, Adrienne verschijnen. Bij de derde verschijning reikte zij echter onvoorzichtiglijk een toeschouwer de hand, die werd gevat, torwjjl tegelijkertijd een aaam-gezworene achter de gordijn op haar stoel plaats nam

Bij onderzoek vond men een groot wit katoenen hemd, dat zij bjj zich verborgen droeg, eu in htt donker vertrek verscheidene door haar afgelegde toiletvoorwerpen. Het ontbrak in dat geval natuurlijk niet aan uitvluchten, doch later bekeLde

78

-ocr page 85-

TOT STOF TERüGKEERENDE GEESTEN. 79

hot medium oprecht dat het geesten verschijn en niets dan bedrog was.

Dit is een der vele gevallen waarin de mediums tot bekentenis en tot het verlaten van hun verwerpelijke loopbaan gedwongen werden. Anders is het gesteld met sommige wetenschappelijke mannen, waarbij, geneeskundigen, natuurkundigen en wjj-geeren, die in de spiritistische hande\'ingen nog niet on-derzocbte natuurwonderen willen vinden. In het jaar 1872 speelde Miss Florence Cook als medium een rol, en van hare opgeroepen geesten werden photografiê\'n vervaardigd, althans men gelooide zulks.

Ook de mediums Mr. Home en miss Fox verbaasden de geleerden door schijnbaar wonderbare verrichtingen, ook de geleerden Crokes, die ze op natuurlijke wijze wist te verklaren. Onder anderen het bewegen en opheffen van zware voorwerpen, bijvoorbeeld van meubelstukken, zonder ze aan te raken ; voorts het verschijnen van lichtende nevelvormen, bijzonder lichtende handen, of ook in het daglicht zichtbare handen; eindelijk het plotseling oprijzen en verdwenen van geestengestalten, gezichten enz.

Tengevolge van deze en andere zonderlingheden, beproefde de engelsche geleerde een bovennatuurlijk: leerateleel in te voeren en hjj vond hierbij in den Duitschen natuurkundige F. Zöllner een warm geestverwant Bij zulke zoo begaafden mag voorwaar wel eenigen aanleg tot krankzinnigheid voorondersteld worden.

Ziehier de uitspraak van een geleerde, van prof\'. W. Wnndt te Leipzig, omtrent de uitwerking -an het modern bijgeloof op de bevolkingen.

«Reeds het gevoel, zich te vervreemden van een ernstig aan de wetenschap gewijden arbeid, moet in aanmerking genomen worden. Nog gewichtiger zijn die onwaardige voorstellingen van den toestand der ziel na den dood; allerverderfelijkst schijnt eindelijk het zot karikatuur \'t welk het spiritistische stelsel van het bestuur eener hoogere wereldorde ontwerpt, daar het

-ocr page 86-

TOT STOr TERUGKEERENDE GEESTEN.

80

mensclien van zeer gewone geestige en zedelijke begaafdheid tot bezitters van bovennatuurlijke kracht on daarbij tot uitverkoren werktuigen der Voorzienigheid aanwijst. In deze trekken en evenzeer in de veilichatuelijking der geesten of spoken verraadt zich een grof materialistische strekking, waarvan zeker wel de meeste spiritisten niet bewust ziju.quot;

-ocr page 87-
-ocr page 88-

Sfleuvre lülsfliv»- van F r. Ili mOf ANV, Amsterdnm.

WANDELINGEN

door het

GEBIED DER STERREN,

^Astronomische Feuilletons

van

M. WILHELM MEIJER.

(Veetaling van \\V. R. HAUFï.)

Prijs iugeuaaid f 2.95. Keurig gebonden J\' 3.50.

:|j HOEVE VAN iè-E WERKING.

DERDE WANDELING.

IIE IMM irTEK 11EIt A.4EDE.

11-

heb u onlangs over het niannotjo in de maan gesproken. Maar ik wil thans mijn geweten ontlasten on n bekennen, dat er eigenlijk volstrekt geen mannetje m de maan bestaat. Deze verzekering kan ik met alle beslistheid uitspreken, omdat ik er reeds dikwijls ben geweest en mij derhalve met eigen oogen heb kunnen overtuigen, Kr bestaat wel is waar tegenwoordig slechts (\'ene lijn, waarvan tussehen de aarde en do maan gebruik gemankt kan worden, ik bedoel de ge-ziclitslijn, die door het middelpunt der beide glazen van den kijker gaat, maar op deze lijn heb ik mij dikwijls de gelegenheid verschaft, een uitstapje naar onze goede buurvrouw, de stille maan, te maken.