-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

Het Heilige Vormsel.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

A- //gt;

/23

et lldligc 1|Wm$d

Volledige Verklaring

VAN HET

H. SACRAMENT DES VORMSELS,

Hoogduitseh van Dr. Jakob Schmitt,

L. P. Pr.

Jos. J. van Lindert. — Cuyk ajMaas.

-ocr page 8-

IMPRIMATUR.

Ha aken, 12 Junü 18S9.

F. Bronsgeest,

Libr. Cens.

-=C»Sx=-

-ocr page 9-

Voorbericht..........

bl.

6

Wat is het Vormse! ?.......

11

Bewijs van de goddelijke instelling

14

Doel, uitwerking, genade van \'t Vormsel

T)

19

Merkteeken..........

fi

40

Bedienaar...........

•n

42

Uitwendig teeken : Zalving en handoplegging

44

Kruisteeken..........

ti

S3

Kaakslag...........

tl

58

Noodzakelijkheid van het Vormsel

quot;.i

61

Wie kan het Vormsel ontvangen ?

65

Hoe moet men het H. Vormsel ontvangen?

Opwekking. . .......„ 67.

-ocr page 10-

VOORBERICHT.

Eenvoud van uitdrukking, duidelijkheid van voorstelling, methode, degelijkheid en volledigheid zijn altemaal eigenschappen die Dr. Jakob Schmitt\'s Erklarung des Katechismus, Erstkommunikanten-Unterricht, en zelfs zijn Sonn- und Festtags-predigten kenmerken — hoedanigheden die men slechts zelden-vnr ral in preeken —vereenigdziet.

Jen wo.uier dan ook dat zijn werken zoo\'n b.\'itengewonen bijval vonden in Duitschland en zoo herhaaldelijk her drukt werden — het eerste der genoemde o. a. vijfmaal binnen het korte tijdsbestek van twaalf jaren; het wordt dan ook door deskundigen met recht voor het beste der boeken van dien aard gehouden.

-ocr page 11-

Dr. Schmitfs Uitlegging van het H. Vormsel

is buitendien zoo rijk aan practische wenken, dat zij de taak der katecheten van vor:■ nugen zeer veel zal vergemakkelijk u.

Dat is ook het doel dezer overzetting en de wenseh van den

Vertaler.

-ocr page 12-
-ocr page 13-

Het H, Vormsel.

-UtenmB\'

Toen gij gedoopt werdt, hebben uwe doopborgen (peter en meter) beloofd in uwen naam, dat gij de Katholieke leer vastelijk en standvastig gelooven, de zonde mijden en braaf leven zoudt, en bij de eerste H. Communie hebt gij deze doopbelofte plechtig hernieuwd. Zoolang nu gij nog in de kinderjaren waart (zijt), naar de school gingt (gaat), onder opzicht der ouders stondt (staat), was (is) het niet zeer moeilijk deze doopbelofte, wat de hoofdzaak betreft, gestand te doen.

Maar de tijd nadert dat gij de jaren der jongelingschap intreedt, van school weggenomen wordt en, onttrokken aan het oog uwer ouders, misschien in andere streken onder vreemde menschen leven zult. Dan zullen misschien eene menigte van nieuwe gevaren u bedreigen, eene menigte van tot hieraan ongekende bekoringen u bestormen.

Zult gij die zegerijk overwinnen en uwe doopbelofte getrouw blijven, dan hebt gij noodig nieuwe genaden, en grootere dan vroeger, — en deze geeft u de goede God in het H. Sacrament des Vormsels. Evenals gij sedert, naar het lichaam, gegroeid zijt en toegenomen hebt in natuurlijke krachten, zoo moet gij ook, naar de ziel in \'t bovennatuurlijk leven groeien, tot volle rijpheid komen en in bovennatuurlijke krachten toenemen.

-ocr page 14-

Dezen wasdom, deze volkomenheid, deze sterkte verleent u de H. Geest in het Sacrament des Vormsels. Evenals de Heiland zijn Apostelen, voordat Hij ze de wereld in stuurde, den H. Geest zond om ze te sterken, zoo zendt Hij deze hulp ook aan u, voordat gij u in de gevaren dezer wereld begeeft, o Kinderen, deze gevaren zijn groot en moeilijk, en daar staat zoo ontzettend veel op het spel. Overwint gij deze gevaren, dan wacht u de heerlijkheid eener eeuwige zegekroon; bezwijkt gij in den strijd, dan verliest gij vrede en genade, zegepraal en kroon, en stort gij u in \'t eeuwige verderf.

Het is daarom van groot gewicht, dat gij het Sacrament des Vormsels zoo aandachtig en waardig mogelijk ontvangt, opdat gij daarin de noodige, ja overvloedige kracht en sterkte en hulp moogt vinden voor den zwaren strijd. Gij zult het echter waardiger en met meer vrucht ontvangen, naarmate gij u beter voorbereidt. En het is te verwachten dat gij u beter voorbereidt, naarmate gij beter onderricht zijt over het H. Sacrament, over zijne voortreffelijkheid, zijne uitwerking, over de wijze waarop men \'t moet ontvangen. Vestigt dus vlijtig uwe aandacht op het onderricht en roept met mij den H. Geest aan, opdat Hij mij en u verlichte, mij de rechte woorden en u het rechte begrip geve. (i)

(i) Wanneer een soldaat ten strijde moet trekken en zoovele gevaren te gemoet gaat, hoe dankbaar zou hi] dan niet zijn, als men hem een

-ocr page 15-

11

i Vraag. Wat is liet Vormsel?

Een Sacrament, in hetwelk degenen die gedoopt zijn (door handoplegging, zalving en gebed des bisschops) van den H. Geest gesterkt worden, om het geloof standvastig te belijden.

Voorbeeld: De Apostelen Petnis en Joannes gaan naar Samaria, om de gedoopten het Vormsel toe te dienen. (HandEl. 8)

Het H. Sacrament des Vormsels had vroeger verscheiden namen. Men noemde het Sacrament dis Chrism as (der zalving) of der handoplegging, omdat de handoplegging en zalving, zooals gij hooren zult, het uitwendig teeken van dit Sacrament zijn.

Ook Sacrament der volmaking, omdat het de genade des Doopsels volmaakt, het bovennatuurlijke leven dat wij bij den doop ontvingen tot rijpheid, tot volmaking brengt.

wapenrusting gaf, waardoor hij voor verwonding en dood gevrijwaard en van de overwinning verzekerd werd, en hoe vlijtig zou hij niet acht geven, wanneer men hem in \'t gebruik dezer wapenen onderwees! Gij moet ten strijde trekken tegen den duivel, enz., waar uwe ziel \'t gevaar dreigt van \'t eeuwige leven te verliezen. Het H. Vormsel geeft u eene wapenrusting, die u onwondbaar maakt en de overwinning verzekert, als gij ze goed gebruikt. Het onderricht onderwijst u in het goed gebruik, enz.

-ocr page 16-

12

Zegel des H. Geestes werd het genoemd, omdat ons daardoor de H. Geest wordt medegedeeld, die onze ziel een onuitwischbaar merkteeken, als \'t ware een zegel, indrukt.

De gewone naam is Vormsel, hetgeen (evenals Confirmation en Firmung) zooveel beteekent als bevestiging, sterking, omdat we door dit Sacrament bevestigt worden in het leven der genade, gesterkt in den strij I tegen de vijanden van Christus en van onze zaligheid, (i)

Dit Vormsel nu is een Sacrament, dus een genademiddel, een door Christus ingesteld uitwendig teeken, waardoor ons inwendige genade en onzichtbare heiliging medegedeeld wordt. Indien nu het Vormsel een Sacrament is, moet het ook de drie vereischten hebben van een Sacrament — en die heeft het ook.

i. Ren uitwendig teeken. Het Vormsel wordt toegediend door handoplegging, zalving en gebed des bisschops, d. w. z. de bisschop legt degenen die gevormd worden zijne handen op, bestrijkt en zalft hun voorhoofd met het H. Chrisma (olie en balsem, vglk. vr. 4) en spreekt daarbij een gebed uit. Dat is iets uitwendigs, iets zichtbaars, en is een teeken, omdat het, zooals gij

(1) Vormsel, eertijds vromscl en vrootnsel geschreven, komt van \'t oude vromen, waarvan een der voorname beteekenissen is sterken, versterken, bevestigen. Vergel. een vrome held — een sterkei dappere held.

-ocr page 17-

13

later zult vernemen, beteekent of aanduidt (en bewerkt) dat de vormeling (hij die gevormd wordt) de genade des H. Geestes ontvangt.

Dan volgt het tweede vereischte.

2. Ecne inwendige genade. Door de hand-oplegging, zalving en gebed des bisschops, dus door het uitwendig teeken, wordt de gedoopte (de christen, want alleen deze kan het Vormsel ontvangen, nooit een ongedoopte) van den H. Geest gesterkt, d. i. de H. Geest geeft hem zijne genade die hem versterkt naar de ziel. Sterkte, kracht heeft vooral noodig de soldaat die strijden, de arbeider die werken moet. Daarom kan men ook geen kinderen tot soldaten of arbeiders gebruiken. De christen nu moet ook strijden en kampen tegen de vijanden der ziel, heeft ook zwaren geestelijken arbeid te verrichten. Daarom mag hij geen zwak kind zijn naar de ziel in \'t bovennatuurlijk leven, maar moet, een krachtig man gelijk, sterk zijn, en sterk wordt hij door de genade des H. Geestes, die hij in het Vormsel ontvangt.

Maar waarom moet de christen strijden en arbeiden? Hij moet zijn geloof, dat hij in het Doopsel ontvangen heeft, standvastig belijden, d. i. hij moet te kennen geven, dikwijls uitspreken en door zijn gansche leven toonen; ik ben een katholiek christen, en geloof hetgeen de Katholieke kerk leert; en hij moet in deze belijdenis volharden en mag zich daarvan niet laten afbrengen, noch door vleierijen, noch door bedreigingen, noch door tijdelijke nadeelen, noch door vervol-

-ocr page 18-

14

gingen, ja zelfs niet door de gruwzaamste folteringen.

Bijzonderlijk moet hij zijn geloof belijden door het getrouw na te leven, d. i. door zoo te leven gelijk het geloof voorschrijft of leert. Het geloof leert bijv., dronkenschap, onkuischheid enz. is doodzonde : wie het doet komt in de hel ; gebed, aalmoezen geven enz. is Gode aangenaam : wie het op de rechte wijze beoefent komt in den hemel.

Wie leeft nu volgens dit geloof? — En dit geloof moeten wij getroinv naleven, d. i. door altijd stipt en nauwgezet te onderhouden hetgeen wij in het Doopsel beloofd hebben, en nooit deze beloften te verbreken. Dat kost echter moeite. Daar zijn vele bekoringen en vijanden te overwinnen — en daarom moeten wij arbeiden.

Tot strijd en arbeid, zooals ik reeds zeide, is kracht noodig en deze geeft ons de H. Geest door zijne genade, welke Hij ons in het Vormsel mededeelt.

3. Dc instelling door Jeztis Christus. Wel is waar verhaalt ons de H. Schrift niet uitdrukkelijk wanneer en waar Jezus het H. Vormsel ingesteld heeft. Evenwel zijn wij toch gansch zeker en kunnen het ook bewijzen dat het Vormsel door Jezus Christus zelf is ingesteld en daarom een waar en eigenlijk Sacrament is.

Wij zijn gansch zeker, omdat de onfeilbare Kerk aldus leert (Trident. Sess. VII de Sacr. 3. g. can. 1 en de Confirm, can. 1) en wij kunnen het ook andersdenkenden, die het loochenen, bewijzen.

-ocr page 19-

IS

a. Uit de H. Schrift. De Heiland had vroeger reeds beloofd, dat Hij niet slechts zijne Apostelen maar ook alle geloovigen den H. Geest zou zenden, om hen te bevestigen in het geloof en te versterken ia alle vervolgingen, zoodat zij voor de rechters en koningen zijne leer vrijmoedig en standvastig mogen belijden.

(Jo. 14, 16 vlgd., 26 vlgd. ; 15, 26; 16, 1-14: Luc. 24, 49; Matth. 10, 20; Luc. 12, 12; Mare. 13, 11; vgl. Jo. 7, 38; Handel. I, 8; 2, 38.)

Wanneer Jezus iets belooft, volbrengt Hij het zeer zeker. Hij heeft nu Zijne belofte vervuld voor Zijne Apostelen en de eerste leerlingen op den Pinksterdag, wanneer Hij hun op eene wonderbare wijze den H. Geest zond in eene zichtbare verschijning. (1)

Maar ook voor de andere geloovigen moest Jezus Zijne belofte vervullen. En waar en hoe geschiedde dit? De H. Schrift verhaalt ons dat de Apostelen hun de handen oplegden en zij daardoor den H. Geest ontvingen. (2) Zoo had bijv. Philippus, die niet bisschop (zelfs niet priester)

(1) De Apostelen ontvingen de genade van het Vormsel op eene bijzondere wonderbare wijze, zonder het Sacrament des Vormsels te ontvangen.

(2) Dat de Apostelen met de handoplegging ook de zalving verbonden, zegt de H. Schrift niet uitdrukkelijk; het wordt ons echter gewaarborgd door de H. Vaders, die, zooals bijv. de H. Cyprianus, Chrjsostomus, Augustinus van meening

-ocr page 20-

i6

maar slechts diaken was {Diaken een mindere geestelijke, die den priester bij \'t plechtige ambt dient en ook doopen mag) in Samaria het Woord Gods verkondigd en gedoopt. Maar het Vormsel toedienen vermocht hij niet, omdat dit slechts de Apostelen en hunne opvolgers, de Bisschoppen, kunnen.

Daarom reisden de H. Apostelen Petrus en Joannes naar Samaria en, „baden voor hen (de gedoopten) opdat zij den H. Geest mochten ontvangen ; want Hij was nog over geen van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in den Naam des Heeren Jezus/\' (In den doop hadden zij den H. Geest wel ontvangen als de Heiligmaker met de heiligmakende genade, maar niet als den sterker en voltrekker met de genade des Vormsels. „Dan legden zij (Petrus en Joannes) hun (den gedoopten) de handen op en zij ontvingen den H. Geest.quot; (Handel. 8)

Evenzoo legde de H. Paulus te Ephese den nieuwgedoopten de handen op en de H. Geest kwam over hen. (Handel. 19)

Geeft nu goed acht, Kinderen! Gij ziet hier: zoo dikwijls de Apostelen de gedoopten (en nog niet gevormden) de handen oplegden, ontvingen

zijn, dat de Bisschoppen in de Katholieke Kerk bij het Vormsel hetzelfde deden, hetgeen de Apostelen deden, — de Bisschoppen leggen niet alleen de hand op, maar zalven ook den vormeling, hetgeen volgens de getuigenis der genoemde Vaders destijds reeds en altijd van de oudste apostolische tijden af in gebruik was.

-ocr page 21-

17

zij den H. Geest. Konden de Apostelen dit doen uit hun eigene macht? Konden zij beloven en bewerken: Alwien wij de handen opleggen, ontvangt den H. Geest? Konden zij aan eene bepaalde uitwendige handeling (een zichtbaar teeken — de handoplegging) de genade des H. Geestes verbinden? Neen, dat kan alleen Jezus Christus, omdat Hij God is (God alleen kan genade geven) en omdat Hij alle genaden verdiend heeft en ze geven kan aan wie Hij wil. Wanneer dus door de handoplegging der Apostelen de H. Geest (de genade des H. Geestes) medegedeeld werd, zoo kan alleen Jezus Christus dit uitwendig teeken ingesteld hebben en Zijne genade daarmede verbonden, d. i. het Sacrament des Vormsels verordend hebben.

b. De overlevering leert ons gansch duidelijk dat het Vormsel een waar en eigenlijk Sacrament is. Reeds de oudste H. Vaders getuigen dit. Ik wil u slechts een paar plaatsen uit hunne werken mededeelen. De H. Angtistinns zegt: het Sacrament des Chrismas (d. i. nu juist het Vormsel) is in de orde der uitwendige teekenen (Sacramenten) hoogheilig, evenzoo als het Doopsel, (i)

De H. Cyprianus zegt dat het niets baat, wanneer iemand de hand opgelegd wordt opdat hij den H. Geest ontvange, als hij niet gedoopt is;

(i) S. Aug. (1. 2 c. 104contra litteras Petilliani) „Sacramentum Chrismatis.... in genere visibilium sig-naculorum sacrosanctum est, sicut ipse baptismus.quot;

-ocr page 22-

i8

want dan eerst (voegt hij er bij) kunnen zij (de menschen) volkomen geheiligd worden.... wanneer zij beide Sacramenten ontvangen (i) (dus het Vormsel zoowel een Sacrament als het Doopsel). Dezelfde H. Cyprianus zegt; hetzelfde (wat de Apostelen gedaan hebben, wanneer ze den geloovigen door de handoplegging den H. Geest mededeelden) geschiedt ook nu nog bij ons, doordat zij die in de Kerk gedoopt worden, den Bisschoppen worden voorgesteld en door onze handlcgging en ons gebed den H. Geest ontvangen en door het zegel des Heeren (het onuitwischbaar merkteeken, het kenteeken des Vormsels) volmaakt worden (de genade der volmaking bekomen). (2)

De H. Bisschop Cyvillus van Jeruzalem zegt: „het lichaam wordt met deze zichtbare zalving gezalfd, de ziel echter wordt door den heiligen en levenschenkenden Geest geheiligd.quot; (3)

De H. Paus Innocentius I getuigt dat slechts de Bisschoppen deze zalving, waardoor de K. Geest verleend wordt, verrichten kunnen, evenals ook slechts de Apostelen (niet Philippus) den H. Geest mededeelen. (4)

Zoo kon ik nog vele plaatsen uit de H. Vaders aanhalen, die getuigen dat reeds in de oudste tijden het H. Vormsel voor een waar Sacrament werd aangezien en gehouden. Ook lezen wij in

(1) S. Cyprian. Ep. 72 ad Stephanum.

(2) S. Cyprian. Ep. 73 ad Jubajan.

(3) S. Cyrill. Catech. mystag. 3.

(4) S. Innocentius Epist. ad. Decentium, cap. 3.

-ocr page 23-

19

de geschiedenis dat altijd de Bisschoppen rondreisden in hunne bisdommen om dit Sacrament te bedienen. De Kathol. Kerk heeft alzoo van oudsher geloofd dat het Vormsel een waar en eigenlijk, door Christus ingesteld Sacrament is, gelijk zij het nu te gelooven voorstelt.

Ik heb u nu getoond dat het Vormsel een Sacrament is en tegelijk het eene vereischte, dat tot het Vormsel evenals tot ieder Sacrament behoort, namelijk de instelling door Jezus Christus nader besproken. Ik moet nu nog de twee andere vereischten verklaren en wel op de eerste plaats de inwendige genade, die het Vormsel bewerkt of mededeelt.

2 Vr. Wat bewerkt het Vormsel?

Het Vormsel

1. vermeerdert in ons de heiligma-kende genade,

2. deelt ons den H. Geest mede tot den strijd tegen het booze en tot wasdom in het goede,

3. drukt ons als strijders van Christus een onuitwischbaar geestelijk merk-teeken in.

(Ik verklaar vooreerst gansch kort deze woorden, om later in doorloopende rede een nauwkeuriger begrip van de genaden des Vormsels te geven).

1. Het Vormsel vermeedert in ons de heilig-makende genade, d. i, het maakt, wanneer wij het

-ocr page 24-

20

waardig ontvangen, dst wij meer heiligmakende genade hebben dan vroeger, dat wij dus in het bovennatuurlijk leven aan genade en in de levenskracht aan deugden toenemen, nog schooner worden naar de ziel, nog meer en betere bovennatuurlijke werken verrichten kunnen, nog meer beminde kinderen Gods worden en recht hebben op eene nog hoogere zaligheid.

Dit uitwerksel heeft het Vormsel met de andere Sacra;r enten der levenden gemeen. Het heeft echter nog bijzondere uitwerkselen, dit Sacrament alleen eigen.

Namelijk:

2. het deelt ons den H. Geest mede, d. i. het maakt dat de H. Geest tot ons komt. Maar komt de H. Geest niet reeds in het Doopsel tot ons ? Zeker, daar komt Hij als de Heiligmaker, om onze zielen te heiligen, ze het leven der genade mede te deelen. In het Vormsel komt Hij echter tot ons, om dit leven der gem\' ie in ons te versterken en te volmaken. In het Doopsel heeft Hij ons de deugd des geloofs ingestort (met de hoop en liefde); in het Vormsel helpt Hij ons het geloof standvastig belijden en het getrouw na te leven. Wanneer wij dat nu willen, moeten wij vele vijanden en gevaren, die ons de genade trachten te ontrooven en tot het kwade te verleiden, overwinnen, aldus daartegen strijden en kampen; moeten wij vele goede werken verrichten en daardoor in het goede voortdurend meer groeien (vglk. de boom groeit, brengt meer en betere

-ocr page 25-

21

vruchten voort) en toenemen. Dit echter kunnen wij slechts dan, wanneer de H. Geest, de geest der kracht en der sterkte, ons sterk maakt. Daarom deelt ons het Vormsel den H. Geest met zijne versterkende genade mede, tot den strijd tegen het kwade en tot den groei in het goede.

3. Daar wij nu aldus strijden en vechten moeten voor Jezus Christus en volgens zijn bevel, zoo zijn wij strijders, soldaten voor Jezus (evenals iemand, die volgens het bevel des konings en voor hem, tegen \'s konings vijanden strijden, vechten moet een soldaat des konings is).

Als soldaten van Jezus past ons echter ook een uniform, een merkte eken, een kenteeken, waaraan men óns als soldaten van Jezus erkent. En daar wij een geestelijken strijd voeren, voegt ons een geestelijke uniform, een kenmerk in de ziel; en opdat wij nooit ophouden mogen soldaten van Jezus te zijn, tot zijn leger te behooren, zoo moet ook dit merkteeken eeuwig blijven, mag niet uit-gewischt kunnen worden. Daarom heet het: het Vormsel drukt ons als strijders van Christus (d. i. omdat wij soldaten van Jezus zijn) een onuitwisch-baar geestelijk merkteeken = prent ons in, maakt dat aan onze ziel vastgehecht blijve een geestelijk merkteeken, dat nooit meer uitgewischt of verloren kan worden.

Uit gebreide Verklaring.

Opdat gij nu, geliefde Kinderen, de onuitsprekelijk kostbare genade des H. Vormsels des te

-ocr page 26-

22

beter moogt verstaan en daardoor ook des te hooger moogt schatten, des te vuriger moogt verlangen, des te rijker (door goede voorbereiding) moogt deelachtig worden, des te beter moogt benuttigen, willen we ze een weinig meer van nabij beschouwen. Te dien einde overdenkt ten eerste: Waartoe wordt u dan het H. Vormsel toegediend ?

Door het H. Doopsel hebt gij het bovennatuurlijk leven der genade en de bovennatuurlijke krachten der (goddelijke en zedelijke) deugden verkregen, evenals gij bij de geboorte het natuurlijk leven en de natuurlijke krachten ontvangen hebt.

Evenals nu het kind eerst wassen en sterk worden moet, tot zijne volkomen grootte en kracht (als man) komen, en dan het natuurlijk leven eerst recht genieten, de natuurlijke krachten eerst volkomen aanwenden kan, zijne plaats in de wereld goed vervullen kan, een beroep kiezen en den arbeid daaraan verbonden verrichten, tegen zijne vijanden zich weren kan:

Zoo moet gij ook in het bovennatuurlijke leven groeien en als het ware de volkomen grootte en kracht bereiken, volwassenen worden naar de ziel, opdat gij in staat moogt zijn de bovennatuurlijke krachten, die God u gegeven heeft, volkomen te gebruiken. Gij moet het geloof dat gij in het Doopsel ontvangen hebt, openlijk en vrij belijden in woord en daad, in leven en streven, bij lijden en verblijden. Gij moet overeenkomstig dit geloof leven, voor God en zijn rijk arbeiden en werken, overal toonen dat gij ware leerlingen

-ocr page 27-

23

van Christus zijt, kinderen der Katholieke Kerk. Gij moet tegen de vijanden des geloofs, die u geloof en genade ontrooven willen, die onze H. Kerk bestrijden en de zielen in ongeloof, zonde en verderf trachten te storten, manlijk en moedig strijden en ze overwinnen.

Ach! geliefde Kinderen, deze vijanden zijn talrijk en machtig en de gevaren die zij u bereiden ontzettend groot — en gij zoo arme, zwakke kinderen. Gij kent deze vijanden en gevaren nu nog nauwelijks. De Satan zal alle list en geweld inspannen, om u het kostbare kleinood der onschuld en der heiligmakende genade en ten laatste des geloofs te ontrooven en u in zijne macht te krijgen; hij heeft als spitsbroeder de wereld, goden zedenlooze menschen, die het er op aanleggen u te verderven. Dikwijls verbergen zij huichelend hun booze inzichten, stellen zich aan als uw beste vrienden, zeggen dat zij u slechts meer opgewekt, monter en vroolijk willen maken, u meer ontwikkeling aanbrengen; zij geven u slechte boeken te lezen die langzamerhand uw geloof ondermijnen, nemen u mede naar vermaken en uitspanningen die uwe ziel schaden; zij veroorlooven zich in den beginne kleine oneerbare vrijheden, die u echter van lieverlede tot de schandelijkste zonden moeten voeren, enz. Zij spotten wanneer gij uw gebeden verricht, tot de H. Sacramenten nadert, zeggen dat past niet een ontwikkeld of fermen jongeling, enz. Dikwijls ook treden zij onverschrokken en geweldig op, dreigen dat zij u hunne vriendschap zullen opzeggen, u om uwe betrekking helpen, of

-ocr page 28-

24

u ander tijdelijk nadeel aanbrengen, wanneer gij openlijk u als Katholieken betoont. Al deze verlokkingen en bedreigingen zijn echter des te gevaarlijker, daar een derde vijand met den Satan en de wereld verbonden is, namelijk het vleesch, uw eigen kwade begeerlijkheid, (i) Met de jaren ontwaakt deze immer meer en meer, daar verheffen zich in u lusten en begeerten, waarvan gij vroeger nauwelijks iets geweten hebt, en spiegelen u voor hoe aangenaam en pleizierig het is de aanlokkingen van slechte kameraden gehoor te geven, hoe dat niet gevaarlijk zijn kan, anderen doen ja ook meê, enz.

Kinderen! wanneer gij u door deze vijanden overwinnen, u om onschuld, genade, misschien zelfs om het geloof brengen liet — ach, het ware verschrikkelijk, het ongeluk vreeselijk, de schade onvergoedbaar, in vele gevallen het lot voor de eeuwigheid beslist, de hemel verloren, de hel zeker en gewi.v Wanneer gij tegen deze vijanden strijden moest zonder de wapenrusting des H. Geestes, het ware alsof men een tengeren knaap

(i) Als eene vesting belegerd wordt, dan is haar toestand het gevaarlijkst, wanneer zij zelve in haar binnenste verraders verborgen houdt, die met den vijand van buiten samenzweren. Satan en de wereld belegeren ons hart — daarin echter is de kwade begeerlijkheid, die, - als wij niet streng waakzaam zijn onzen vijanden de deur van ons hart opent, enz.

-ocr page 29-

25

in een bosch stuurde, waar roovcrs en wilde dieren op hem loeren, en hem als wapen slechts een stok medegaf — hij zou voor deze vijanden bezwijken.

Maar, geliefde Kinderen, wanneer uwe vijanden nog veel vreeselijker waren: gij hebt een Helper, die veel sterker is dan zij allen, gij verkrijgt eene wapenrusting, die wanneer gij ze slechts goed gebruikt, u tot sterke, onoverwinlijke helden maakt en de zekere zege schenkt. Deze Helper is de H. Geest en deze wapenrusting is de genade des H. Geestes, de genade des Vormsels.

Opdat gij moogt zien wat de H. Geest, wat de genade des Vormsels in welbereide zielen uitwerkt, zoo beschouwt eens de Apostelen voordat ze den H. Geest ontvangen hadden, en na het Pinksterfeest. Vroeger waren zij (in dingen van het bovennatuurlijk leven) als zwakke, bevreesde kinderen. Hoe oppervlakkig was nog hun inzicht! Hoe dikwijls moest de Heiland ze berispen over hun klein verstand en zwak geloof! Zij maakten zich van het rijk Gods gansch aardsche voorstellingen. Van het lijden voor God, enz. wilden zij niet veel weten, en toen Jezus hun voorspelde dat Hij lijden en sterven zou, verstonden zij niets hiervan cn dit woord was verborgen voor hunne oogen. Zij wilden liever op gouden zetels zitten en streden met elkander wie de eerste en voornaamste zou zijn. Zij waren zoo bevreesd, dat bij \'t lijden van Jezus allen vluchtten en de eerste onder hen. Petnis, op het verwijt van een zwakke dienstmaagd het geloof aan Jezus verloochende.

2

-ocr page 30-

26

En zelfs na de opstanding van Jezus waren zij zoo bang voor de Joden, dat zij slechts met gesloten deuren durfden vergaderen.

Maar beschouwt ze nu eens na het ontvangen van den H. Geest. Hoe zijn zij nu verlicht met zijn licht en zien alles gansch anders in, beschouwen alles in het licht des geloofs, in het licht des H. Geestes! Nu is het hun niet langer te doen om aardsche eer en vreugde, — neen, het is hun duidelijk geworden wat de Heiland gezegd had „zalig die vervolging lijden om der gerechtigheid wille.quot; De Apostelen, zoo verhaalt de H. Schrift, (Handel. 5, 41) gingen verheugd van voor het aangezicht des Moogeraads, omdat zij waardig geacht werden voor den Naam Jezus, smaad te lijden.

En hoe moedig traden zij nu op, en hoe onwrikbaar beleden zij hun geloof! Hoe onverschrokken wierp Petrus der ontelbare menigte van Joden in het gezicht: „gij hebt den rechtvaardige gekruisigd — doet bodie!quot; Hoe moedig sprak hij toen de overheid hem beletten wilde het geloof aan Jezus te prediken: „men moet God meer gehoorzamen dan den menschen.quot; Zij gingen uit in geheel de wereld, in vreemde landen, onder wilde menschen. Geen gevaar schrikte ze af, geen moeite ontmoedigde ze, geen lijden deed ze wankelen — en blijde vergoten zij hun bloed voor het H. Geloof!

Wat had nu de Apostelen zoo veranderd ! De H. Geest was over hen neergekomen en had zijne kracht in hunne harten gestort; Hij had ze

-ocr page 31-

27

als het ware uit zwakke, bevreesde kinderen veranderd in sterke mannen en helden van het christelijk geloof.

Deze zelfde H. Geest nu, G. K., Hij wil ook over u neerkomen in het H. Vormsel, dezelfde genade, die Hij den Apostelen bracht, wil Hij u ook brengen, (i) en als gij uw hart goed voorbereidt en dit Sacrament waardig ontvangt, zal Hij ook iets dergelijks in uwe ziel bewerken. (Het is waarlijk ten huldigen dage nauwelijks minder noodzakelijk dan in de eerste tijden van het Christendom).

i. Hij verleent u vermeerdering der heilig-makende genade. Evenals in den man meer

(i) De Apostelen ontvingen op het Pinksterfeest en vele geloovigen ten tijde der Apostelen bij het Vormsel wonderbare gaven, met name de gave van in vreemde talen te spreken. Daar nu de Apostelen en ook op zekere wijze de andere geloovigen door den H. Geest geschikt gemaakt moesten worden, voor de uitbreiding des geloofs werkzaam te zijn, en daartoe de gave der spraken deels noodzakelijk, deels zeer nuttig was, zoo laat het zich begrijpen waarom toen zoo dikwijls bij het toedienen van het Vormsel deze gave verleend werd. Thans is zij voor de verbreiding van het Geloof niet meer noodzakelijk, wordt daarom in den regel niet meer medegedeeld. (Geheel en al hebben deze wonderbare gaven in de Kerk niet opgehouden; vglk. bijv. den H. Franciscus en zijn gave der spraken.)

-ocr page 32-

28

leven en levenskracht is als in het kind, zoo wordt ook in u het bovennatuurlijke leven vermeerderd en volmaakt. Daar worden vermeerderd cn versterkt alle dc bovennat uurlijke krachten en deugden, die de H. Geest bij het Doopsel in uwe ziel heeft ingestort. Vermeerderd wordt vooral het geloof, tot welks standvastig belijden het Vormsel u ja in staat moet stellen; vermeerderd wordt de hoop en het vertrouwen, zoowel als de christelijke sterkte, om moedig vol te houden in strijden en gevaren.

De zeven gaven van den H. Geest.

Vermeerderd worden ook dezeven gaven van den H. Geest, die gij bij liet Doopsel ontvangen hebt: de gave van wijsheid, opdat gij klaar en helder moogt inzien hoe God en zijne genade, deugd en zaligheid alles waard zijn en gij ze hooger moet achten dan alle aardsche goederen, dan rijkdom en genoegens, gezondheid en leven.

Door de gave van verstand maakt de H. Geest dat wij goed verstaan, wat ons van God en van de H. Geheimen, die Hij ons geopenbaard heeft, gezegd wordt. Door deze gave gebeurt het, dat dikwijls een heel eenvoudig Katholiek christen van de verhevenste en gewichtigste waarheden meer verstaat clan de geleerdste en verstandigste lieden der wereld.

De gave van raad. Wanneer hebt gij dan raad noodig ? Wanneer gij uit uzelven niet

-ocr page 33-

29

weet wat gij doen moet, b. v. welken weg gij moet inslaan. Zoo, G. K., komen wij dikwijls in geestelijke dingen in twijfel, zoodat wij niet weten of dit of dat voor ons zielenheil zalig is of niet. Bijv. een jongeling weet niet, of hij studeeren zal of een handwerk leeren, priester worden of niet, enz. Dan helpt ons de H. Geest door de gave van raad, opdat wij mogen inzien wat het beste voor ons is en wat wij doen moeten.

Maar wanneer wij ook weten wat wij doen moeten, valt het dikwijls zwaar, kost liet groote moeite, en wij vreezen dat het slecht kan gaan. Bijv. een jongeling ziet wel in dat hij meermaals moet biechten, maar hij vreest dat hij uitgelachen en bespot zal worden; een meisje merkt wel dat het niet in dezen dienst moet gaan, maar het valt haar zwaar, zoo\'n hoog loon op te geven, zij vreest dat zij door haar ouders zal worden uitgescholden, enz.

Dan is het wederom de H. Geest, die ons helpt door de gave van sterkte, die ons sterk maakt, zoodat wij voor alle deze dingen (bespotting, vervolging, tijdelijk nadeel) niet bevreesd zijn, maar moedig verrichten hetgeen het beste is voor onze ziel. (De H. Martelaren)

Door de gave van wetenschap helpt ons de H. Geest voornamelijk, opdat wij goed weten hoe wij God dienen kunnen, en op den rechten en zekersten weg, vroom en deugdzaam worden en in den hemel komen. Hij toont ons de mid-

-ocr page 34-

delen, hoe wij bijv. door overweging, gewetensonderzoek, versterving, herhaald ontvangen der H. Sacramenten steeds jneer en meer al het gebrekkige bemerken en uit onze ziel verwijderen, het goede erkennen en ons eigen maken kunnen. (De scientia sanctorum — de wetenschap der Heiligen)

De gave der godsvrucht of vroomheid. Vroom is hij die gaarne en aandachtig tot God bidt, hem waarlijk kinderlijk vereert, enz. De H. Geest geeft ons nu de genade van godsvrucht, en helpt ons daardoor dat wij genoegen hebben in \'t gebed, in het bijwonen der goddelijke diensten, enz., dat wij altijd beter bidden en daardoor grootere genaden verkrijgen. (Vergel. de Heiligen, die dikwijls urenlang aanhoudend baden, ja zelfs gedurende den arbeid enz., altijd tot God hun hart verheven hadden)

Door de gave van de vrees des Heeren, bewerkt de H. Geest, dat wij den Heer (God) vreezen, dat wij angst hebben, ons in acht nemen Hem door eene zonde te beleedigen, evenals een braaf kind, dat zijne ouders waarlijk liefheeft, ongetwijfeld bevreesd is hen te bedroeven of te vertoornen. (Vgl. wederom de zorgvuldigheid en de vrees der Heiligen zelfs voor de geringste zonde, bijv. Aloysius)

2. Vroeger heb ik u reeds gezegd en gij ziet het duidelijk aan de Apostelen, dat het H. Vormsel u in het bovennatuurlijk leven volmaakt, als het ware den wasdom en dan de geestelijke

-ocr page 35-

3i

mannenkracht en bovennatuurlijke sterkte, die tot den strijd noodig is, verleent. Met deze genade der geestelijke mannenkracht, gelijk gij ze in het H. Vormsel ontvangt, verkrijgt gij ook het recht, de verzekering dat God u uw gansch leven lang altijd met zijne helpende en sterkende genade bijstaan zal, zoo dikwijls gij uw geloof belijden, gevaren en bekoringen overwinnen, tegen de vijanden des geloofs strijden moet. God belooft u in het H. Vormsel, geeft u als het ware in het merkteeken des Vormsels een schuldbrief, dat Hij u, zoo dikwijls gij in zulken toestand komt, de noodige, ja meer dan denoodige, rijkelijke, overvloedige genaden zal geven, waarmede gij alle bekoringen overwinnen, over alle vijanden de zege behalen kunt. Gij verkrijgt dus de noodige genaden:

A. Om uw geloof in woord en daad, in leven en streven, in lijden en verblijden vrijmoedig en standvastig te belijden. Ons H. Geloof en die het openlijk belijden worden ten huidigen dage op vele plaatsen aangevochten en vervolgd, bijna als in de tijden der eerste Christenen. Geeft iemand zich openlijk uit als Katholiek, toont hij zijn geloof door het ijverig bijwonen van de kerkelijke diensten, veelvuldig ontvangen der H. Sacramenten, door verdediging zijner Kerk, door gehechtheid en gehoorzaamheid jegens Paus en bisschoppen, door getrouw onderhouden der kerkelijke geboden, enz., dan wordt hij gehoond en bespot als een duister-ling, als een vaderlandsvijand (ofschoon niemand het vaderland meer getrouw is dan de ware

-ocr page 36-

32

Katholiek) als kwezel, als huichelaar, enz. Wil hij geld leenen bijv., bij eene spaarkas, wier bestuurders den Katholieken vijandig zijn, dan kan hij er geen krijgen: loop naar den Paus of naar de papen, zoo heet het dan. Is hij iets schuldig, zoo wordt het hem afgevorderd. Hielp hij slechts zijne Kerk lasteren, dan zou hij geprezen en ondersteund worden, nu echter moet hij al blij zijn, als men hem niet uit zijne betrekking ontzet. Ja, in Rusland gebeurde het nog in de laatste jaren dat men Katholieken uitplunderde, met zweepslagen geeselde, zelfs doodde, omdat zij niet van \'t Katholiek geloof wilden afvallen.

Daarom is het dan ook geen wonder, wanneer er Katholieken zijn die zich kleinmoedig, laf en vreesachtig gedragen. (i) Zij laten zich bang maken door spot en bedreigingen, zij verbergen hun geloof en zeggen wanneer zij gevraagd worden: ik ben wel (en ik zeg het met alle respekt) Katholiek, maar geen Ultramontaan (niet iemand die het met den Paus houdt — hoe onzinnig dit is, weet gij). Zij schamen zich openlijk de plichten van een Katholiek te vervullen; in plaats van voor de rechten hunner Kerk op te komen en te stemmen voor Katholieken zwijgen zij en blijven thuis (bijv. bij verkiezingen) of zij houden het nog met de vijanden der Kerk, stellen zich aan alsof zij ook

(i) Waren overigens vroeger reeds de Katholieken niet zoo vreesachtig geweest, maar opgekomen voor hun geloof en hunne rechten, dan ware het nooit zoo ver gekomen.

-ocr page 37-

33

zoo gezind waren en spreken met hen mede; wat zal men doen? Men moet ook leven!

Dat zijn geene mannen, G. K., dat zijn bevreesde, laffe knapen van ziel en karakter. Zij handelen dwaas — want wegens een gering, dikwijls slechts ingebeeld nadeel stellen zij zich bloot aan de vreeselijkste schade naar de ziel voor alle eeuwigheid; zij handelen ondankbaar en verraderlijk — om een paar geldstukken verraden zij hun grootsten weldoener, den Heiland en hunne beste Moeder, de Katholieke Kerk; zij handelen onzinnig — zij stellen zich aan het gevaar bloot hun H. Geloof te verliezen en eenmaal het woord te moeten hooren: wie zich mijner schaamt voor dit overspelig geslacht, diens zal ik mij ook schamen voor mijnen hemelschen Vader.

Opdat gij nu niet zulke vreesachtige, laffe kinderzielen, moogt gelijken, maar moedige mannen van het christelijk geloof zijn, (de vrouwen zijn dikwijls moediger dan de mannen) daartoe helpt u de genade van het Vormsel. Gij verkrijgt de kracht en sterkte, uw geloof vrijmoedig en standvastig te belijden, met zvoorden overal en waar het moet openlijk en onwrikbaar te verklaren: ik ben een Katholiek Christen, ik houd vast aan mijne Kerk en aan hare leer, aan den Paus, aan den rechtmatigen bisschop, aan den priester, dien mijn rechtmatige bisschop mij zendt. Gij verkrijgt kracht, om uw geloof te belijden met de daad, in leven en lijden, doordat gij daarnaar als goede christenen leeft, een leven leidt overeenkomstig uw H. Geloof, de geboden Gods en der Kerk

-ocr page 38-

34

trouw onderhoudt, de goddelijke diensten en het H. Sacrament vlijtig bezoekt, het hemelsche boven alles schat en daarnaar tracht; genade en deugd hooger acht dan rijkdom en genoegens; doordat gij de christelijke tucht en orde in uw huis handhaaft, enz., in lijden geduldig en in Gods wil overgegeven blijft, alle moeielijkheden, wederwaardigheden en vervolgingen op u neemt, als het kruis u door den Heiland opgelegd, en het Hem geduldig nadraagt, ja u verheugt iets voor Jezus Christus te lijden. De H. Geest zal in u ook zijne vruchten voortbrengen — de vruchten des H. Geestes zijn vrede, vreugde, enz.

In het kort gij verkrijgt de genade zoo te leven, dat iedereen die u en uwen levenswandel ziet, erkent: Dat is een waar Katholiek Christen, dat is iemand van wien het woord geldt van Christus: de rechtvaardige leeft door het geloof. (i)

(i) Toen de H. Thomas van Aquine in \'t klooster Fossa Nova ziek lag, verzochten hem de monniken eene uitlegging van het Hooglied te schrijven, evenals de H. Bernardus dat gedaan had. De bescheiden heilige antwoordde: geeft mij den geest van den H. Bernardus, en ik zal het Hooglied uitleggen gelijk de H. Bernardus Wij moeten geen aardschgezind, vernederend leven leiden, maar een hemelsch, godegelijk, overeenkomstig met de hemelsche leer des geloofs. Daarom heeft Ons God in het H. Vormsel Zijnen, den goddelijken Geest gegeven, opdat ook wij Hem in ons denken, willen, handel en leven gelijken kunnen.

-ocr page 39-

35

En de H. Geest, die de martelaren versterkt heeft, dat ze naamloos lijden standvastig, ja met vreugde verdroegen, zal ook u sterken, opdat gij u boven het oordeel en de vervolging der wereld moogt verheffen en wanneer de noodzakelijkheid het zou vorderen ook lijden, verlies, beschimpingen, ja nog erger moogt verdragen voor uw heilig Geloof, (i)

B. Gij verkrijgt verder de noodige genaden om voor de uitbreiding van het Katholieke geloof, van het rijk Gods ook bij anderen werkzaam te zijn. Ziet, G. K., wanneer gij eene zeer groote vreugde hebt, kunt en wilt gij die niet in uw hart opsluiten, gij wilt ze ook aan anderen mede-deelen, ook anderen daaraan deel laten nemen. Zoo is het ook wanneer gij recht erkent welken oneindig grooten schat gij bezit aan het Katholiek geloof, aan de genade Gods, en u daarover recht hartelijk verheugt. Gij zult u dan van zelf gedrongen en aangedreven voelen, om naar vermogen mede te werken anderen dit geluk deelachtig te maken. Anders toch hadt gij ook geen waren, levendigen ijver voor God, en geene ijverige christelijke naastenliefde, wanneer gij niet bezorgd waart mede te werken, dat God steeds meer en

(i) Aan het H. Vormsel schrijven de Kerkvaders de standvastigheid en den heldenmoed toe der Martelaren (waren eenigen ook niet gevormd, zoo hadden zij toch de genade van het Vormsel door het verlangen naar het Sacrament ontvangen).

-ocr page 40-

36

meer van uwe medemenschen gekend en geëerd worde, en dat dezen daardoor hun waar geluk op aarde en de eeuwige zaligheid in den hemel erlangen.

Hoe kondet gij anders ook naar waarheid uit den grond uws harten bidden: geheiligd zij Uw Naam, ons toekome Uw rijk, d. i. o God, het is mijn innigste wensch dat Uw Naam steeds meer (door het ware geloof) gekend en (door een Christelijk leven) geëerd worde, en dat Uw rijk (de Katholieke Kerk) zich onder ons steeds meer verbreide? Ja, G. K., ook gij moet daartoe bijdragen, \'t Is een groote en droevige dwaling, wanneer zoovele katholieken meenen, dat alleen de priesters de opdracht hebben voor de uitbreiding van het Katholieke geloof te zorgen, de rechten der Kerk te verdedigen, tegen de vijanden des geloofs te strijden. Dat ware evenzoo dwaas als wanneer iemand zeggen zou, dat de officieren alleen moesten vechten, de soldaten \'t niet noodig hadden. Gij wordt door het Vormsel soldaten van Christus — gij allen moet dus voor Hem, voor de uitbreiding van Zijn rijk werken, tegen Zijn vijanden strijden. Ieder gevormde moet in zijn kring en op zijne wijze een Apostel zijn. O, hoe gansch anders zou \'t er spoedig uitzien, als dat eens zoo ware!

Hoe kunt gij nu dezen hoogen en heerlijken last vervullen?

a. Vooreerst reeds daardoor dat gijzel ven uw geloof vrijmoedig en openlijk belijdt en zijn voorschriften getrouw naleeft. Een goed voorbeeld

-ocr page 41-

3;

werkt dikwijls meer dan vele woorden en sclioone preeken. Evenals het slechte voorbeeld, het ongebonden leven der Katholieken dikwijls andersdenkenden van het Katholiek geloof terughoudt, andere Katholieken in hun zondenleven versterkt of onschuldigen verleidt; evenzoo toont een vroom, echt Katholiek leven andersdenkenden de schoonheid van ons geloof, trekt ze machtig aan, is den zondaren eene stille aanmaning ter bekeering, den braven ter bevestiging, (i)

b. Verder kunt gij werken voor de uitbreiding van het geloof en voor het rijk Gods, doordat gij later uwe onderhoorigen in het Katholiek geloof ijverig onderricht (of zorgt dat zij het onderricht bijwonen) en standvastig aandringt op een christelijk leven door geen slechte boeken, gezelschappen, enz. te dulden. Verder door in omgang en gesprekken ergernissen en aanvallen tegen het Katholiek geloof naar uw vermogen te verhinderen, anderen bij gelegenheid onderricht, hun weldaden bewijst en daarbij goede vermanigen voegt, in \'t algemeen overal voor uw geloof opkomt; (bij openbare verkiezingen slechts op zoodanigen stemt die \'t Katholiek geloof toegedaan of ten minste niet vijandig zijn.)

(i) Floevele Heidenen werden niet bekeerd door het voorbeeld, het reine, vrome leven der eerste Christenen, hunne grootmoedige naastenliefde, door den heldenmoed der martelaren.

-ocr page 42-

38

c. Eindelijk ook daardoor dat gij door gebeden, geldelijke bijdragen de missionarissen en genootschappen ondersteunt, die voor de uitbreiding des geloofs werkzaam zijn (H. Kindsheid, Voortplanting des geloofs, enz.)

C. Eindelijk verkrijgt gij de noodige genaden om de vijanden van Jezus Christus en van ons Heilig geloof, die tegelijk vijanden van onze zaligheid zijn, zegerijk te wederstaan, ze te bestrijden en te overwinnen. Moge dan Satan al zijn list en geweld aanwenden, gij zijt soldaten van Hem, uitgerust met de wapenrusting en den Geest van Hem, die in den bloedigen strijd door zijn kruis den duivel overwonnen heeft, en houdt gij u slechts vast aan Hem door het gebed en de H. Communie, zwaait gij slecht dapper het zwaard des H. Kruises, volgt gij slechts zijne bevelen — dan zal Satan machteloos en beschaamd terugwijken en in u Gods kracht erkennen moeten.

Moge verder de wereld alle middelen aanwenden om u te ontrekken aan het Geloof en aan de liefde van Jezus: gij zijt de strijders van Hem, die gezegd heeft: vertrouwt, ik heb de wereld overwonnen. De H. Geest zal u doorzicht verkenen, dat gij de strikken moogt kennen, door de wereld u gespannen. Hij zal u ingeven dat gij al uw gevaren aan uw biechtvader mededeelt, om raad en middel daartegen te verkrijgen. Gij zult dan slechte of gevaarlijke boeken terugwijzen, onzedige beelden, spelen, schouwplaatsen, enz. vermijden en verafschuwen. Gij zult voorzichtig

-ocr page 43-

39

zijn bij de keuze uwer kameraden, in omgang en gezelschap u slechts bij zulken aansluiten, wier geloof en zeden u borg blijven dat gij geen gevaar loopt. Gij zult door het ijverige bezoeken der goddelijke diensten, door het vurig ontvangen der Sacramenten u versterken. Wordt gij deswegen bespot — gij zult de armzaligen gerust laten spotten en denken: die het laatste lacht, lacht het best. Wordt gij ook vervolgd, moet gij tijdelijk nadeel lijden, ja al wachten u nog grootere gevaren, gij zult u niet tot afval laten verleiden noch door vleierijen, noch door dreigementen. Gij zult het woord indachtig zijn: „die mij belijdt voor de menschen, dien zal ook ik belijden voor mijnen Vader, die in den hemel is; wie mij echter verloochent voor de menschen, dien zal ook Ik verloochenen voor mijnen Vader, die in den hemel is,quot; en het andere woord; „zalig zijt gij wanneer zij u om mijnentwil vervolgen en lasterende alle kwaad tegen u spreken: verblijdt u en juicht want uw loon zal groot zijn in den hemel.quot; (Math. 5) In alle lijden zal u bijblijven de vrede en troost van den H. Geest en de zekere hoop op eene onvergankelijke, alles overtreffende heerlijkheid.

Mogen eindelijk ook de verzoekingen van het eigen vlccsch ontwaken, de kwade begeerlijkheid u stormen bereiden; de geest van wijsheid zal u laten inzien, hoe kort, hoe schandelijk, hoe verderfelijk de zonden zijn, waartoe de begeerlijkheid u verlokt; de geest van de vrees des Heeren zal u afschrikkend voorhouden de vreeselijke ellende, waaraan gij u zoudt blootstellen; de geest der

-ocr page 44-

sterkte zat u kracht geven, deze begeerten te overwinnen, en de geest der godsvrucht en des troostes zal u den strijd tegen deze begeerlijkheden verzoeten en u vreugde doen vinden in de liefde tot Jezus, in Zijn omgang, in de hoop van zijn eeuwig bezit.

3. Daar gij nu in het H. Vormsel soldaten van Jezus Christus wordt, uitgerust met de wapenrusting van den H. Geest, ontvangt gij ook eene geestelijke uniform, een onuitwischbaar merkteekcn dat uwe ziel ingedrukt wordt, (2 Cor. I volg.) dat u als strijders van J. C. teekent en kenbaar maakt, dat u de macht geeft, als rechtmatige soldaten van Christus onder Zijn vaandel te strijden en voor de uitbreiding van Zijn rijk werkzaam te zijn, en waardoor gij de verzekering krijgt dat God u daartoe de noodige genaden steeds rijkelijk zal verkenen.

Zelfs wanneer gij het ongeluk zoudt hebben in eene zware zonde te vallen en aldus de genade des Vormsels te verliezen, zoo kan zij, wanneer gij door eene rouwmoedige biecht de zonde verwijdert, wederom herleven, u opnieuw geschonken worden.

En evenals den dapperen, zegerijken soldaat de uniform tot een eerekleed strekt, tot een onderscheiding, den laffen echter, den overlooper en verrader tot smaad en schande; zoo zal ook u het teeken des Vormsels, de gansche eeuwigheid door, eene eer en vreugde, een teeken der glorie en des triomfs zijn, wanneer gij dapper voor Jezus en vóór zijn rijk, tegen den duivel, de wereld en

-ocr page 45-

41

het vleesch gestreden hebt; het zal echter een teeken der ergste schande en smaad, eene helsche ramp voor u zijn, wanneer gij laf uit menschen-vrees, zinnelijkheid, hoogmoed, gierigheid, enz. het geloof in woord en daad verloochend, het vaandel van Jezus Christus verlaten hebt, voor Satan bezweken of tot hem overgegaan zijt, u tot zijn onderdaan gemaakt hebt. O, moge het u allen eens een stralend teeken der overwinning, de eer der welverdiende eeuwige vreugde en heerlijkheid zijn!

De heerlijke uitwerkselen der genaden van het H. Vormsel die ik u zeker slechts kort en eenvoudig verklaard heb, zij moeten u, G. K., met groote vreugde en innigen dank jegens God vervullen, die eene zoo machtige hulp, eene zoo groote onderscheiding, eene zoo rijke genade u bereid heeft; zij moeten in u een heilig verlangen, een innig smachten verwekken deze groote genaden in zoo rijk mogelijke mate deelachtig te worden; en daarom moeten zij u tot het vaste voornemen aanzetten, alles wat gij kunt te doen om u goed voor te bereiden tot het ontvangen van het H. Vormsel, om het op eene waardige wijze te ontvangen. Want hoe beter gij u voorbereidt, des te waardiger ontvangt gij het H. Vormsel en hoe waardiger gij het ontvangt, met des te rijkere volheid van genaden zal de H. Geest bij u zijn intrek nemen.

Voordat ik u echter zeg hoe gij u voorbereiden

3

-ocr page 46-

42

moet, heb ik u nog ecnige andere vragen te beantwoorden.

3 Vr. V/ie Jiccft (?e macht «üi te vormen?

De macht om te vormen hebben eigenlijk de Bisschoppen als opvolgers der Apost elen.

Hij alleen kan een Sacrament geldig toedienen wien Christus, die de Sacramenten instelde, de macht daartoe gegeven heeft. Wanneer een ander, die deze macht van Christus niet heeft, datgene doet wat anders bij een Sacrament plaats heeft (b. v. wanneer iemand die niet Priester is over brood en wijn de woorden der consecratie zou. uitspreken) dan is het ongeldig, dan is het geen Sacrament. Wien heeft nu Christus de macht gegeven om te vormen d. i. het H. Sacrament des Vormsels geldig toe te dienen en daardoor de genade des Vormsels mede te deelen ? Niet aan alle zijne leerlingen maar alleen aan de Apostelen.

Dat ziet gij daaruit dat, gelijk ik u vroeger reeds (Vr. i) verhaalde, de diaken Philippus de door hem gedoopten niet vormen durfde, maar dat de Apostelen Petrus en Joannes in eigen persoon naar Samaria moesten reizen, om dat te doen. Edoch de Apostelen zijn gestorven. Zou er na hun dood niemand meer zijn, die het Sacrament des Vormsels kon toedienen ? Zeker; want Christus heeft dit Sacrament gelijk al de andere ingesteld

-ocr page 47-

43

voor alle tijden, en wij hebben \'t evenzeer noodig als de eerste Christenen. Dus moest ook de macht om te vormen voortduren, van de Apostelen overgaan op anderen, zoodat anderen na hen die macht hadden. Op wie is nu deze macht van de Apostelen overgaan?

Op de Bisschoppen, als zijnde de opvolgers der Apostelen d. i. omdat de Bisschoppen de Apostelen in hun Bisschoppelijk ambt opvolgden, na hen dezelfde waardigheid en macht hadden, zoo verkregen zij (in de wijding tot Bisschop) ook de macht het H. Vormsel toe te dienen. De Priesters echter zijn niet de opvolgers der Apostelen, gelijk de Bisschoppen (zij zijn niet hunne opvolgers in het bisschoppelijk ambt, in het opperherderschap, maar slechts in het priesterambt) en daarom hebben zij ook niet de\' macht om te vormen. Daarom zegt reeds de H. Chrysostomus (Hom. 18 in act. Apo-st.) van den diaken Philippus: „Hij gaf den H. Geest niet en had geeenszins de macht daartoe, want dit was alleen het voorrecht der Apostelen.... en daarom zien wij ook (heden nog) dat slechts de Bisschoppen en geen anderen dit doen.quot; Vergel. boven (bl. 18) de plaats van Innoc. I.

De macht om te vormen, zeiden we boven hebben eigenlijk de Bisschoppen, d. w. z. de macht om te vormen is slechts den Bisschoppen eigen krachtens hun ambt, komt hun alleen toe, en gewoonlijk kan slechts de Bisschop vormen. Maar in bijzonder dringende gevallen kan de Paus cenen Priester de volmacht geven om dit Sacrament

-ocr page 48-

44

toe te dienen b.v. in de uitgestrekte heidensche landen, waar vele honderde uren ver geen Bisschop is en waar anders vele Christenen zonder het H. Vormsel sterven moesten. Wanneer dan een Priester van den Paus deze volmacht heeft, kan ook hij het Vormsel toedienen, (i)

De Bisschop aldus dient het H. Vormsel toe. Maar hoe dient hij het toe? Dat toonen u de volgende vragen, waarbij ik u ook het uitwendig teeken, dat bij het Vormsel gebruikt wordt, nader zal verklaren.

Het uitwendig teeken nu is de handoplegging

(i) Waarom heeft wel Christus het zoo geregeld, dat het Vormsel slechts door den Bisschop toegediend kan worden? Het Vormsel is de opneming in het krijgsleger van Christus. In het leger opnemen kan echter niet de eerste de beste ondergeschikte officier, maar is de zaak der bevelhebbers, der oversten. Maar toch kan de opperste bevelhebber van het leger ook ondergeschikte officieren deze macht geven. Zoo kunnen slechts de Bisschoppen als opperbevelhebbers door het H. Vormsel de geloovigen bij het leger van Christus inschrijven. Doch kan de opperste (zichtbare) bevelhebber van het geheele leger der Kerk, de Paus, ook aan anderen die volmacht geven. Echter kan hij slechts Priesters bevol-machtigen, omdat de opneming door een Sacrament geschiedt, welks toedienen priesterlijke wijding en macht veronderstelt.

-ocr page 49-

45

en zalving des Bisschops met het daarbij behoorende gebed. Dit. slechts heeft Christus bevolen. De H. Katholieke Kerk heeft echter er nog meerdere heilige gebruiken (ceremoniën) bijgevoegd, opdat het H. Vormsel des te waardiger toegediend en ontvangen worde.

Ik zal u daarom in \'tkort alles voorstellen wat bij gelegenheid van het H. Vormsel plaats heeft. Gewoonlijk aan den vooravond van de plechtigheid komt de Bisschop in de Parochie, waar hij vormen wil. Vrome Christelijkegemeenten ontvangen hem met alle eerbied en onderscheiding, die zijne hooge waardigheid toekomt. Zij smukken feestelijk de Kerk, dikwijls ook de straten, door welke de Bisschop komt, en hunne huizen. Zij bekennen daardoor hun geloof; leggen hun eerbied aan den dag voor den Opperherder, den opvolger der Apostelen, zij willen hem troosten voor de vele bekommernissen en smarten, waaraan ieder Bisschop gelijk de gansche Kerk ten huidigen dagen is blootgesteld; zij willen hem hunne trouwe gehechtheid toonen en aan de H. Katholieke Kerk en hare herders. Op het uur dat de Bisschop verwacht wordt gaan wij in fees-telijken optocht tot aan de grenzen van onze plaats om hem te ontvangen, en onder het luiden van alle klokken geleiden wij hem dan in de kerk, waar hij eene korte toespraak houdt en zijnen H. zegen geeft.

Op den dag der Vorming wordt de Bisschop

-ocr page 50-

46

in processie afgehaald (i) en de kerk binnengeleid waar hij eerst het H. Misoffer opdraagt, waarbij gij allen aandachtig tegenwoordig zijt en met den Bisschop den H. Geest smeekt met zijne genaden over u neder te dalen. Na de H. Mis of ook wel na het Vormsel houdt de Bisschop eene preek, die gij met zulke oplettendheid en bereidwilligheid moet aanhooren alsof een H. Apostel tot u sprak. Dan knielt gij allen neder en de Bisschop strekt over alle vormelingen gemeenzaam de handen uit en bidt: „de H. Geest kome over u en de kracht des Allerhoogsten beware u voor de zondeDan gaat hij voort: „wij bidden U, almachtige, eeuwige God, die U gewaardigd hebt deze uwe dienaars door het water en den H. Geest te doen herboren worden en hun vergiffenis aller zonden te verleenen, stort over hen uit den H. Geest met zijne zeven gaven, den Trooster van den Hemel.quot; De priesters antwoorden: „Amenquot; d. i. ja. Heer, doe het, ook wij smeeken met den Bisschop. Dan bidt de Bisschop om de afzonderlijke Gaven des H. Geestes en de priesters antwoorden iederen keer: ,Amen.quot;

„Stort uit den geest van wijsheid en verstand, — den geest van raad en sterkte — den geest der wetenschap en vroomheid — vervul ze met den geest uwer vrees en teeken ze genadig met het teeken des H. Kruises ten eeuwigen leven,

(i) Men kan hier in\'t kort de beteekenis van de bisschoppelijke onderscheidingsteekenen: mijter, staf, borstkruis en ring verklaren.

-ocr page 51-

47

door denzelfden Jezus Christusquot; enz. Dan komt het eigenlijke zichtbare teeken, dat tot het Sacrament des Vormsels behoort. De Bisschop namelijk nadert ieder vormeling (of de vormelingen moeten afzonderlijk voor den Bisschop komen) en zalft ieder van hen met het H. Chrisma, terwijl hij daai\'bij de hand op het hoofd legt en bidt. Hoe dit geschiedt blijkt uit de

4 Vr. Moe ^eschicdt (ie zulving\' Sgt;ij het II. Vormsel?

De Bisschop maakt met het H.Chrisma op het voorhoofd des vorm clings het kruisteeken en zegt;

„Ik teeken U met het teeken des H. Kruises en sterk u met het Chrisma des heils in den Naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.quot;

De Bisschop doopt den duim der rechter hand in het H. Chrisma. Chrisma beteekent zooveel als zalf (vandaar: Christus = de Gezalfde.) Deze zalf of zalfolie bestaat uit olie, maar niet uit lijnolie, notenolie en dergelijke, doch uit olie, die uit de vruchten van den olijfboom geperst wordt. Met deze olie is balsem vermengd, een welriekend hars, dat uit den balsemheester getrokken wordt. De Bisschop wijdt plechtig ieder jaar op Witte-Donderdag dit Chrisma. Daarom heet het ook het heilige Chrisma, omdat het gewijd is en tot een heilig gebruik bestemd. Met dit H. Chrisma bestrijkt

-ocr page 52-

48

nu de Bisschop het voorhoofd des vormelings kruisgewijze, terwijl hij daarbij de hand op het hoofd des vormelings legt (toon de wijze aan) en spreekt daarbij de H. woorden: „Ik teeken U,quot; enz. Wij hebben hier dus eene uitwendige (zichtbare) handeling en deze toont ons iets anders, is dus een zichtbaar teeken.

En wat beduidt deze zalving dan? (i)

(i) De olijfboom is voor de zuidelijke landen een bron van welvaren of rijkdom, en zoo beteekent de olie de volheid des aardschen zegens, (Vergel. den zegen van Isaak; i Moz. 28-19) en in overdrachtelijke beteekenis de volheid des hemelschen zegens, der genade. Daarom wordt de zalving met olie zeer gepast aangewend om de volheid der genade, de genade der volmaking, den H. Geest te beteekenen en mede te deelen. Daarom werden in het O. Verbond de profeten, priesters en koningen gezalfd, omdat deze eene bijzondere kracht en genade van den hemel noodig hadden. Nu moeten echter wij, evenals onze Heer en Meester, die onze hoogste profeet, hoogepriester en koning is, alle deze drie waardigheden in ons vereenigen. Wij zijn profeten — want gelijk God aan dezen zijne geheimen openbaarde en beval ze te verkondigen, zoo heeft Hij ons de geheimen des geloofs bekend gemaakt en wil, dat wij dit geloof belijden en tot zijne verbreiding medewerken. Wij zijn priesters — want wij moeten God dagelijks offeranden van gebed, versterving enz. opdragen, ja zeifs het offer van ons leven,

-ocr page 53-

49

De olie heeft de eigenschap dat zij, wanneer men er zich mede zalft of inwrijft, de ledematen sterk en lenig maakt. Daarom plachten, bij de oude Grieken, de lieden die in \'t openbaar met elkander kampen en wedijveren moesten, zich vooraf met olie te zalven, opdat zij tot dezen strijd recht sterk en lenig zouden worden en te lichter overwinnen. De zalving met olie beteekent dus eene sterking ten strijde. Wat hebben wij nu voor eenen strijd? Een geestelijken strijd tegen de vijanden van Christus en van onze ziel. Hebben wij daartoe noodig lichamelijke versterking ?

wanneer dit tot belijdenis van ons geloof gevorderd wordt. En wij zijn eindelijk koningen — want wij moeten heerschen over ons lichaam, onze neigingen en begeerten, moeten triomfeeren over den Satan en de wereld en eens met God eeuwig heerschen. Daarom worden ook wij gezalfd en zoo zijn wij jongeren en soldaten van onzen hemelschen koning, die Christus, de Gezalfde is. — Ik heb boven van de volheid der genade gesproken, welke het H. Vormsel mededeelt — anders echter zegt men dat wij in het H. Altaars-Sacrament Jezus Christus ontvangen tegelijk met de volheid der genade. Nauwkeuriger gesproken, deelt ons het H. Altaarssacrament de volheid der genade (plenitudo gratiae), het H. Vormsel daarentegen de genade der volheid (gratia pleni-tudinis), der volmaking mede, de genade die ons in \'t bovennatuurlijk leven volm?akt, als \'t ware tot den vollen ouderdom brengt.

-ocr page 54-

So

Neen, maar versterking der ziel door de genade van den H. Geest. En deze verkrijgen wij in het H. Vormsel. De zalving met olie (Chrisma) beteekent dus (de inwendige genade), dat onze ziel door den H. Geest gesterkt wordt tot den strijd tegen duivel, wereld en vleesch, tot het getrouw bewaren en standvastig belijden van ons geloof. Het is alsof de Bisschop tot den vormeling zeide: „Evenals de olie uitwendig uw lichaam versterkt, zoo verkrijgt gij nu de genade van den H. Geest, die uwe ziel sterkt tot den strijd. Daarom zegt ook de Bisschop: „Ik sterk u met het Chrisma des heils ( — met het Chrisma, dat u de genade der sterkte verleent, zoodat gij daardoor in den strijd overwinnen en het eeuwige heil verwerven kunt), (i)

(i) Men kan nog andere eigenschappen (resp. beteekenissen) van de olie aanhalen. De olie dringt zacht en onmerkbaar in, en breidt zich uit b. v. in een blad papier — zoo dringt de genade des H. Geestes zacht en liefelijk in onze ziel. Is zij eenmaal in het papier getrokken, dan laat zij zich niet meer wegvegen — zoo ook is het merkteeken, dat wij bij het Vormsel ontvangen — onuitwischbaar.

De olie is een zinnebeeld des vredes (vergel. de olijftak dien de duif in de arke Noachs terugbracht) en maakt zacht en week — zoo verbeeldt zij de vruchten die de H. Geest in ons moet voortbrengen, zooals vrede, vreugde, geduld, enz. (Gal. 5, 22.)

-ocr page 55-

5i

Daar is echter ook balsem in het Chrisma. Wat beteekent de zalving met dezen? De balsem heeft de dubbele eigenschap, eerstens, dat hij onbederfelijk maakt, voor vergaan vrijwaart (vergel. de balseming der lijken) en verder dat hij zeer goed riekt, een aangenamen geur verspreidt. Daarom beteekent de zalving met balsem, dat de vormeling de genade van den H. Geest verkrijgt, die hem bewaart voor de zware zonde, waardoor, gelijk gij weet, de ziel het bovennatuurlijk leven verliest, dood wordt, hatelijk en afschuwelijk in de oogen van God, gelijk een vergaand lijk.

Verders beteekent de zalving met balsem dat de vormeling de genade verkrijgt volgens zijn geloof, aldus oprecht christelijk, vroom, heilig te

De olie maakt glanzend en bewaart voor roest

— zoo moet de genade des H. Geestes onze ziel rein en glanzend in den smuk der heiligmakende genade houden en ze bewaren voor den roest der zonde.

De olie voedt het vuur, dient tot verlichting

— eveneens voedt de genade des H. Geestes in ons het licht des geloofs, bewaart het voor uitgaan, voor onverschilligheid in het geloof, enz., ontsteekt onzen ijver, enz.

De olie dient ook als huismiddel, als artsenij, bijzonderlijk bij brandwonden — de H. Geest moet ons eenerzijds voor zonden bewaren, anderzijds, wanneer wij ook kleine wonden ontvangen, ons tot heeling helpen, voor moedeloosheid behoeden, tot nieuwen strijd ons opwekken en sterken, enz.

-ocr page 56-

52

leven en daardoor een recht goed voorbeeld te geven, als \'t ware den aangenamen geur der deugd te verspreiden (2 Cor. 2, 15) en zoodoende de anderen aan te sporen om het katholiek geloof en een vroom leven lief te krijgen, zich daartoe te bekeeren. Dat is dus de beteekenis van de zalving met balsem.

Bij de zalving legt dc Bisschop den vormeling de hand op het hoofd. Wanneer ik u de hand op het hoofd leg, moet ik ze van boven naar beneden bewegen. Zoo beteekent de handoplegging bij het Vormsel, dat eene bijzondere kracht en genade van uit den Hemel op den vormeling nederkomt. Verders wanneer gij beangstigd zijt, vervolgd wordt, bevreesd zijt en tot mij vlucht, kan ik u eveneens de hand op het hoofd leggen en wil daarmee zeggen: wees maar gerust, gij staat onder mijne hoede, mijne hand verdedigt u. Zoo beteekent de handoplegging bij het Vormsel, dat de vormeling onder de bijzondere bescherming van den H. Geest staat, dat de hand (de machtige genade) Gods met hem zijn, hem bijstaan zal in den strijd tegen de vijanden der ziel. (1)

1) Ook beteekent de hand op iets leggen zooveel als: bezit van iets nemen. Door het Vormsel worden wij op eene bijzondere wijze het eigendom van Christus voor zoover wij nu als soldaten tot zijn leger behooren. Vergel. Ps. 88, 21: „Ik heb David gevonden mijnen dienaar, met mijne heilige olie heb ik hem gezalfd, want mijne hand zal hem helpen, en mijn arm hem

-ocr page 57-

53

De zalving geschiedt, gelijk gij weet, zóo dat de Bisschop den vormeling met den in Chrisma gedoopten duim het teeken des kruises op het voorhoofd maakt. Waarom zalft hij nu in den vorm van een kruis of met het kruisteeken, en waarom juist op het voorhoofd?

Dat leert ons de

5 Vr. Waarom maakt de Bisschop op liet voorhoofd des vormeling-s het kruisteekciï ?

Om aan te duiden dat zich de Christen des Kruises nooit schamen, maar zijn geloof aan Jezus den gekruisigde onverschrokken belijden moet.

„Ik schaam mij des Evangelies niet, daar het een kracht Gods is tot heil voor diengenen, die daaraan gelooft. (Rom. i, 16)

De gestelde vraag is tweeledig:

1. Waarom maakt de Bisschop bij de zalving het kruisteeken ?

2. Waarom maakt hij het juist op het voorhoofd, niet op een ander lichaamsdeel?

i. Waarom maakt de Bisschop het kruisteeken of geeft hij de zalving in den vorm van een kruis?

sterken. Niets zal de vijand tegen hem vermogen en de zoon der ongerechtigheid niet verder hem schaden.quot; In deze woorden zijn alle beteeke-nissen der handoplegging samengevat.

-ocr page 58-

54

Om verscheidene redenen en beteekenissen. Vooreerst hebben wij aan den kruisdood van Jezus alleen onze zaligheid te danken en geen andere genade verkregen, tenzij door Jezus en om wille van zijn Kruisdood. Daarom geeft de Kerk den H. Zegen (waardoor zij ons genade toewenscht en mededeelt) altijd in den vorm van het kruis. Zoo geschiedt nu ook de zalving in den vorm van een kruis, om aan te duiden dat wij de genade van het H. Vormsel, die wij door de zalving verkrijgen, geheel alleen aan Christus en zijn kruisdood te danken hebben.

Verders is het kruis het teeken van onzen Verlosser en van onze verlossing. Door dit teeken worden wij aangeduid als eigendom, als onder-hoorigen, als soldaten van Jezus Christus, (i)

Het moet tegelijkertijd een onderpand zijn van de overwinning die wij door het Vormsel over den Satan en de andere vijanden onzer zaligheid behalen zullen, daar aan het kruis de Heiland den

(i) De Hoogepriester in het O. Verbond droeg op het voorhoofd een gouden plaat met de woorden: Heilig den Heer, zoo worden ook wij door het teeken des H. Kruises den Heer reeds toegewijd in het Doopsel (als ledematen van Christus, als schapen zijner kudde-), en in het Vormsel opnieuw als zijne strijders, door dat wij de banier van onzen vorst erlangen, even als ja ook de soldaat de banier van zijn vorst draagt.

-ocr page 59-

55

Satan, de zonde en den dood overwonnen heeft, (i)

Eindelijk moet het H. Vormsel, gelijk u bekend is, ons de genade geven het geloof standvastig te belijden en het getrouw na te leven. Het kruis toont ons den korten inhoud van ons geloof en van onze plichten. De leer van den Gekruisigde moeten wij belijden, den gekruisigden Heiland in zijn leven navolgen, ons kruis Hem nadragen. Buitendien weet gij dat een katholiek Christen voornamelijk door het teeken van het H. Kruis zijn geloof belijdt.

In het laatste punt ligt ook het antwoord op de tweede vraag aangeduid, namelijk:

2. Waarom maakt de Bisschop bij de zalving het kruisteeken op het voorhoofd des vormelings? Uw gezicht, vooral uw voorhoofd is het zichtbaarste deel van uw lichaam. Wat gij op den arm, op de hand hebt (bijv. een zwarte vlek) ziet niet iedereen — gij kunt dat licht verbergen;

(i) Keizer Constantijn zag voor den slag tegen het veel machtiger leger van den Christenvervolger Maxentius een glanzend kruis aan den hemel met het opschrift: in dit teeken zult gij overwinnen. Hij liet een vaandel maken, waarop men het H. Kruis met dat opschrift las, en behaalde eene heerlijke overwinning. Zoo drukt ons Jezus door het H. Kruis zijn zegeteeken op het voorhoofd, en wanneer wij slechts aan het H. Kruis in geloof en werken vasthouden, zullen wij zeker den glorierijksten triomf behalen.

-ocr page 60-

55

wat gij echter op het voorhoofd hebt, zien alle menschen.

Door het kruisteeken belijdt gij uw geloof als Katholiek Christen (zie boven). — Dit teeken krijgt gij nu op het voorhoofd: wat moet dat beteekenen ? Dat gij openlijk, voor de heele wereld uw geloof als Katholiek Christen belijden, niet uit menschenvrees of valsche schaamte verbergen of zelfs verloochenen moet. Op het voorhoofd ziet men het eerst wanneer gij u schaamt en rood wordt, of wanneer gij bij vrees en angst bleek wordt. Zoo moet het kruisteeken op het voorhoofd u zeggen, schaam u (i) des Kruises Christi niet, schaam u niet over uw katholiek geloof, en wees niet bevreesd het openlijk en overal in woord en daad te belijden. Volg veel meer den H. Paulus na. Deze groote H. Apostel wist wel, dat het Evangelie, de leer van Jezus den Gekruisigde, den Joden eene ergernis was, den Heidenen eene dwaasheid (dat de Joden daaraan aanstoot nemen en hem als een boosdoener vervolgen, de Heidenen hem voor een dwazen mensch houden, bespotten en verachten zouden). Maar dat deed hem niet afdwalen. Openlijk ging hij voort het geloof aan Jezus den Gekruisigde te belijder, en te

(i). „Zoo weinig schaam ik mij des kruises, dat ik het kruis van Christus niet in \'t verborgen maar op het voorhoofd draag,quot; zegt de H. Aug. Usque adeo de cruce non erubesco, ut non in occulto habeam crucem Christi sed in fronte portem. In Ps. 157.

-ocr page 61-

57

prediken: ik schaam viij des Evangelies niet, zeicle hij, (d. i. ik vrees niet het geloof, de leer van Jezus den gekruisigde te belijden en te prediken) want deze H. Leer is senc kracht Gods tot zaligheid voor ieder die daaraan gelooft, d. i. zij helpt ons, wanneer wij ze slechts vast en standvastig gelooven, om kracht en genaden van den goeden God te verkrijgen en zeker tot het eeuwige heil en zaligheid te komen. Ja, kinderen, wie gelooft en vasthoudt aan het H. Geloof, die is waarlijk wijs, van God verlicht en sterk, omdat Gods genade hem versterkt om zichzelf te overwinnen, het oordeel der wereld te verachten en streng zijne overtuiging, de erkende goddelijke waarheid te volgen. Wie echter van zijn geloof aflaat, het verbergt of verloochent en zich schikt naar de stelregels der wereld — al noemen de menschen hem ook verlicht en een sterken geest, is een dwaas, die aan de inbeeldingen van dwaze menschen meer geloof hecht dan aan God en Zijne door Hem gegronde onfeilbare Kerk, die om een weinig klatergoud en zeepbellen van tijdelijke goederen en aardsche genoegens de hemelsche schatten verkoopt; of hij is een ellendige zwakke en lafaard, die zijne overtuiging veil heeft en verloochent, omdat hij niet den moed heeft het oordeel der wereld en eenige tijdelijke nadeelen te verdragen. Belijdt dus steeds vrij en moedig, zonder schaamte, zonder vrees (dat zegt u het IL Kruisteeken enz. dat gij op het voorhoofd ontvangt) uw geloof. Alle brave en vrome Christenen zurea u eeren, zelfs de vijanden van uw geloof zullen

4

-ocr page 62-

58

u wegens uw vast karakter als moedige christenen moeten achten, en de hoogste eer, de zegekroon des moedigen strijders wacht u bij God in de eeuwigheid.

Wanneer de vormeling aldus door de zalving en handoplegging des Bisschops het H. Sacrament des Vormsels heeft ontvangen, dan geeft hem de Bisschop een lichten kaakslag, d. i. hij geeft hem met twee vingeren zijner rechter hand een heel zachten, geen pijn veroorzakenden slag op de kaak, op de wang. Waarom doet hij dit ?

6 Vr. Waarom «reeft de ïïisscli«|) den vor-ineliii;»\' na de zalvmo- eenen lichten kaakslag-?

Om hem te herinneren dat hij nu verplicht is om wille van den naam Jezus\' alle soort van ongelijk geduldig te verdragen.

Wanneer men iemand een kaakslag, een slag op de wang geeft, zoo doet dat den geslagene pijn en is tegelijkertijd voor hem eene beschimping; of, gelijk de Katechismus dat uitdrukt, men voegt hem een ongelijk, eene beschimping, eene onrechtvaardige beleediging toe. De bisschop geeft nu den vormeling een kaakslag, niet om wee te doen en te beleedigen, maar hij wil daardoor zeggen: gij zijt nu een soldaat var. J. C.; en evenals de soldaat in den strijd voer zijnen vorst slagen en wonden verdragen moet, zoo zijt gij gehouden, het is uwe plicht alle soort van ongelijk, alle smarten, vervolgingen, beleedigingen, spot en hoon enz., geduldig te verdragen, u te

-ocr page 63-

S9

laten welgevallen, zonder te morren of boos te worden, om der wille van den naam Jezus\', wegens uw H. Geloof, door hetwelk gij den naam van Jezus als dien van uw Verlosser belijdt. Ofwel, gij zijt verplicht dit alles te lijden, liever dan dat gij den naam van Jezus, aldus uw geloof, verloochent (in woorden of daden), (i)

Na den kaakslag zegt de bisschop tot den vormeling: „de vrede zij met U! d. i. Jezus Christus geve u den vrede en de vreugde des H. Geestes in uw hart, zoodat gij bij alle lijden en vervolgingen God met een goed geweten moogt

(i) De eigenlijke beteeken is van den kaakslag is vooreerst dat de vormeling mondig verklaard (den ouderdom der mondigheid naar de ziel bereikt heeft; want in de middeleeuwen werden de knapen e. a. door een kaakslag voor mondig verklaard, de leerlingen door een kaakslag uit de school ontslagen. Verder geschiedde vroeger de opneming onder de ridders, die vooral de verdediging van het geloof (de bevrijding van het H. Land, der gevangenen, het bestrijden der onge-loovigen) zich ten doel stelden, door een slag met het zwaard. Zoo moet ook de kaakslag bij het Vormsel de christelijke ridderslag zijn, en aanduiden dat de vormeling nu opgenomen is onder de uitverkoren strijders van Christus, die tot verdediging van het Christelijk geloof bestemd zijn. Eindelijk moet de kaakslag den Vormeling herinneren aan de op zich genomen verplichtingen.

-ocr page 64-

6o

dienen, gelukkig zijn hier reeds op aarde, en eenmaal den eeuwigen vrede verkrijgen.

Ja, Kinderen, deze kaakslag en vredeskus zegt U : gij zijt nu strijders van Christus. Gij moet u zetten tot allerlei lijden en vervolgingen. Want „hebben zij Mij gehaat,quot; zegt de Heiland, „zoo zullen zij ook u haten.quot; En hoe moet gij zulke beschimpingen en vervolgingen opnemen? De soldaat van Christus strijdt niet, doordat hij zijne vervolgers haat, slaat, doodt, neen, maar evenals Jezus zelf stil en nederig alles leed, wat Hem aan lijden of vervolging overkwam, zoo moet gij ook alle vervolgingen en beschimpingen, die, namelijk om der wille van uw geloof, u aangedaan worden stil en geduldig verdragen. Ja, gij moet, evenals de H. Apostelen Petrus en Joannes u van harte verheugen, voor den naam Jezus\' smaad te lijden. Want uw Heiland gaat u voor en ziet met hartelijke liefde op u neer, de vrede des H. Geestes verzoet u alle leed, gij verwerft u een heerlijk loon, gij treedt in de voetstappen der martelaren — en eens wacht u de stralende kroon, welke voor hen bestemd is, die om der rechtvaardigheid wille vervolging lijden.

Wanneer al de vormelingen het H. Sacrament des Vorms-L\'ls ontvangen hebben, verricht de bisschop nog een g-ebed, waarin hij den goeden God verzoekt de genade, die den vormelingen werd medegedeeld te bekrachtigen en te bevestigen, en ten laatste geeft hij aan allen den H. Zegen, (i)

(i) Hier zou men iets kunnen bijvoegen over

-ocr page 65-

6i

Gij hebt nu gehoord, lieve kinderen, hoe het Vormsel wordt toegediend en welke heerlijke genade het geeft. Voordat ik u aanspoor uw hart goed voor te bereiden tot het ontvangen van dit H. Sacrament en van deze genade, moeten wij in \'tkort nog eenige vragen beantwoorden.

Vooreerst:

7 Vr. Is het Vormsel tot de zaligheid noodzakelijk?

Het Vormsel is tot de zaligheid niet volstrekt noodzakelijk; maar het ware zonde, wanneer men het uit nalatigheid of onverschilligheid niet zou ontvangen.

Noodzakelijk ter zaligheid is datgene zonder hetwelk men niet in den Hemel kan komen, bijv. het Doopsel. Wanneer zou het Vormsel nu volstrekt (onvoorwaardelijk) noodzakelijk zijn ter zaligheid ? Wanneer wij op geene andere wijs in den Hemel konden komen, tenzij wij ons (doopen en dan ook) lieten vormen; wanneer niemand, die niet gevormd is, in den Hemel kon komen. Zóo noodzakelijk nu is het Vormsel niet. De kleine kinderen toch, die na het Doopsel sterven en nog niet gevormd zijn, komen ja allen in den

de verplichtingen van peter en meter bij het Vormsel; hoe er slechts een toegelaten wordt, die met den vormeling van \'t zelfde geslacht en zelf reeds gevormd moet zijn, en dat de peter (meter) bij het Doopsel niet ook peter (meter) bij \'t Vormsel van \'t zelfde kind mag zijn.

-ocr page 66-

62

hemel. En wanneer in de lieidensche landen volwassen heidenen door de missionarissen (priesters) bekeerd en gedoopt worden en sterven, vóórdat een bisschop (of een door den Paus gevolmachtigd priester, z. Vr. 3) ze vormen kan, worden zij daarom zeker niet van den hemel uitgesloten.

Het Vormsel aldus is niet onvoorwaardelijk noodzakelijk ter zaligheid. Maar zou daarom iemand mogen denken: dus behoef ik mij ook niet te laten vormen — ik kan toch in den hemel komen? Neen, kinderen. Want wanneer ook het Vormsel niet volstrekt noodzakelijk is, is het voor ieder Christen, die daartoe in staat is, plicht het H. Vormsel te ontvangen, of, zooals het antwoord luidt, het ware zonde enz. wanneer iemand daarom het H. Vormsel niet ontvangt, omdat hij te nalatig, te traag is bijv. om het onderricht bij te wonen, een uur ver te gaan, of omdat hij te onverschillig is, (omdat hij er niet naar vraagt) of hij dit Sacrament ontvange of niet, die zou daardoor (per se loquendo) eene zware zonde begaan en aldus niet in den Hemel komen. (Vergel. de H. Communie, die ook niet volstrekt noodzakelijk is ter zaligheid, maar toch door God geboden, zoodat, wie ze door zijne schuld niet ontvangt, van den Hemel wordt uitgesloten.)

Waarom is het dan zonde, wanneer een Katholiek Christen die daartoe den ouderdom en de gelegenheid heeft) uit nalatigheid of onverschilligheid zich niet vormen laat ? Vooreerst omdat zoo iemand handelt tegen den wil in van Christus en van de Kerk. Wanneer iemand zich in

-ocr page 67-

63

een groot levensgevaar moest begeven en zich beschutten kon door voorzorgsmaatregelen, en hij deed dat niet (bijv. wie een hoogen toren moest bestijgen om daarop tt werken en zich niet voorzag van sterke koorden cn ijzeren haken enz.) zoude hij zich niet bezondigen tegen zijn gezondheid en leven? Indien iemand wist dat hij door roovers aangevallen zou worden en de wapenen tot bescherming en verdediging die men hem aanbiedt, zou weigeren, zoude ook deze zich niet schuldig maken aan een dergelijken misstap? Nu, ieder katholiek Christen weet dat hij groote gevaren te gemoet gaat, van machtige vijanden aangevallen wordt; in het FT. Vormsel wordt hem een zekere beschutting, een voortreffelijke wapenrusting aangeboden. Wanneer hij deze van de hand wijst, zondigt hij tegen de gezondheid en het leven zijner ziel, die hij openlijk aan het gevaar dei-zonde blootstelt, (i)

(i) De missionarissen berichtten vroeger uit Japan, dat de Japaneesche Christenen een bijzondere vereering voorliet H. Sacrament des Vormsels hebben en het met eene godsvrucht ontvangen, zooals men bijna nergens in Europa ziet. Juist de Japaneezen hebben echter ook den grootsten heldenmoed in het belijden van het geloof getoond en eene menigte van heilige bloedgetuigen geschonken aan de Kerk en aan den hemel. Daarentegen heeft Novatianus zijn afval van \'t geloof, volgens het getuigenis der oude kerkelijke schrijvers

-ocr page 68-

64

En hoc ondankbaar jegens den goeden God zou zoo iemand niet handelen? Indien hij nog geloof had, hoe zwak en ellendig zou dat niet zijn ? Hoe trotsch en ze!(Vertrouwend, of hoe traag en onverschillig ware een zoodanige met betrekking tot zijne eeuwige zaligheid 1 Het is dus zeker: Wie uit nalatigheid of onverschilligheid (of ook uit verachting) het H. Sacrament des Vormsels in het geheel niet ontvangt, terwijl hij daartoe toch den behoorlijken ouderdom en de gelegenheid heeft, begaat eene zware zonde. (2)

te wijten aan het niet-ontvangen van het H. Sacrament des Vormsels, ofschoon hij daartoe gelegenheid had. De H. Vincentius Ferre-rius is van gevoelen dat in de laatste tijden de Satan alles aanwenden zal om de menschen van het ontvangen des H. Vormsels terug te houden. Die er zich van terughouden laten, zullen van \'t geloof afvallen, die echter het Vormsel waardig ontvangen, zullen daardoor tegen alle de aanvallen des duivels versterkt en gerustgesteld worden.

(2) Men zou hier kunnen vragen of het H. Vormsel, in geval \'t onmogelijk is het metterdaad te ontvangen, kan vervangen worden. De genade van het H. Vormsel kan in dit geval (minstens wat de hoofdzaak aangaat) door het vurig verlangen naar het Vormsel verkregen worden; het merkteeken echter van het Vormsel wordt slechts medegedeeld door het werkelijk ontvangen des Sacraments.

-ocr page 69-

65

Maar kan ieder mensch het Vormsel ontvangen?

8 Vr. Wie Iviiu het Vormsel ontvsuigeii?

Ieder mensch, die gèdoopt is.

Merkt wel, daar wordt niet gevraagd wie het H. Vormsel ontvangen moet, maar wie het ontvangen kan, en het antwoord luidt: ieder mensch die gedoopt is — want wie nog niet gedoopt is kan geen ander Sacrament geldig ontvangen, dus ook niet het Vormsel. Wanneer echter een mensch gedoopt (en nog niet gevormd) is, dan kan hij ook het Vormsel ontvangen. Aldus zou men reeds de kleine kinderen, dadelijk na het Doopsel kunnen vormen? Ja, zij zouden het Sacrament geldig ontvangen, zij zouden het onuit-wischbaar merkteeken en eene vermeerdering der heiligmakende genade ontvangen en het recht op die genaden, welke zij later tot de belijdenis van het geloof en tot den strijd tegen de vijanden des geloofs noodig hebben. Alleen omdat zij van den eenen kant deze laatste genaden nog lange niet noodig hebben en van den anderen kant omdat het te hopen is, dat zij meer genaden verkrijgen, wanneer zij grooter zijn en zich tot het ontvangen van het H. Vormsel goed kunnen voorbereiden, daarom wordt gewoonlijk het H. Vormsel slechts na de eerste H. Communie toegediend.

Wie echter eenmaal de eerste H. Communie gedaan heeft en gelegenheid heeft zich te laten vormen, die moet dat niet uitstellen, want dan juist beginnen de gevaren en strijden en men

-ocr page 70-

66

neemt de wapenrusting niet eerst wanneer de strijd begonnen is, maar vooraf.

Gij hebt nu allen den ouderdom en zult het hooge geluk hebben in korten lijd het H. Sacrament des Vormsels te ontvangen. Ik heb u reeds gezegd dat het er zeer veel op aankomt hoe gij het ontvangt, hoe uwe ziel daartoe voorbereid is. Alwie het (willens en wetens) in staat van doodzonde ontvangt, verkrijgt in het geheel geene genade, maar begaat cene nieuwe zware zonde, eene heiligschennis. Wie wel is waar in staat van genade is, maar zich weinig moeite geeft, krijgt ook weinig genade. Wie zich echter heel ijverig voorbereidt, ontvangt eene rijke volheid der heerlijkste genaden, (i) Maar hoe moet gij u voorbereiden? Hoe moet gij het II. Sacrament des Vormsels ontvangen?

(i) Wie water haalt aan eene bron, kon des te meer scheppen naarmate het schepvat grooter en lediger is. Krijgt iemand minder water dan is dit niet de schuld van de bron, maar hijzelf eu zijn schepvat. Zoo ontvangt de vormeling ook meer genaden naarmate zijn hart grooter is (d i. naarmate hij het meer verwijdt door vurig verlangen, door grootmoedige voornemens en toewijding) en naarmate het lediger is (d. i. naarmate het meer vrij is van zonden en verkeerde neigingen). Wie weinig genade verkrijgt, kan niet de schuld geven aan den H. Geest, maar zichzelf en de gebrekkige voorbereiding zijns harten.

-ocr page 71-

6/

9 Vr. H(!e moet men liet I!. Vormsel ont-vaiin-en?

1) Men moet in staat van genade zijn en aandachtig den H. Geest aanroepen.

2) God beloven als een waar Christen te leven en te sterven.

3) Zich niet verwijderen, voordat de Bisschop den zegen gegeven heeft.

Toepassing. Volbreng steeds zonder vrees en schaamte al de plichten van een Katholiek Christen.

Om u goed duidelijk te maken boe gij het H. Vormsel moet ontvangen, zal ik u in \'t kort uiteenzetten wat gij vóór het Vormsel, hij en na het Vormsel te doen hebt. Let wèl op; daar zal ook veel voorkomen dat in den Katechismus niet bijzonder is aangegeven.

1) Vóór het Vormsel, moet gij vooreerst, gelijk ik reeds zeide, het onderricht van het Vormsel, ijverig bezoeken en vlijtig leeren hetgeen u voorgehouden wordt. Want toch moet gij, gelijk u bereids verklaard werd, goed weten wat het H. Vormsel is, welke genaden het aanbrengt, welke verplichtingen gij op u neemt, hoe gij dit Sacrament ontvangen moet. Zoodan moet in \'t algemeen ieder die gevormd wordt recht goed onderwezen zijn in de hoofdwaarheden van het Katholiek geloof. Door het Vormsel toch moet gij gesterkt worden om het geloof standvastig te belijden. Vooraf echter moet gij eerst het geloof kennen, voordat gij het belijden kunt. Verder moet gij een groot en innig verlangen hebben

-ocr page 72-

68

(en verwekken) naar het H. Vormsel en zijne genaden. Verbeeldt u eens dat gij verplicht waart eene verre en gevaarlijke reis te ondernemen en dat gij zoo bang en angstig waart in een wild, vreemd land te reizen, en u hulpeloos en alleen aan zoovele bezwaren en gevaren bloot te stellen. Daar hoort ge opeens dat omstreeks den tijd van uw vertrek een goede vriend misschien zich zal opdoen om u te vergezellen, — een vriend die alles goed kent en geld en kracht genoeg heeft om voor u te zorgen, u te ondersteunen en te verdedigen: hoe zoudt gij verheugd zijn en met welk vurig verlangen zoudt gij zijne komst niet te gemoet zien! Nu, kinderen, gij allen moet de reis maken door dit leven naar den hemel. Het is ook een uitgestrekt onbekend land, dat gij doortrekken moet — gij weet niet in welke omstandigheden gij komen kunt, wat u te wachten staat. Tot hiertoe heeft men (ouders, geestelijken, onderwijzers) u, als \'t ware, aan de hand geleid — spoedig misschien zult gij alleen staan en aan uzelven overgelaten zijn. Welke groote en zorgelijke gevaren u bedreigen, heb ik u reeds vroeger uiteengezet, en als gij goed verston-lt en inzaagt, hoe zwak en hulpeloos gijzelf zijt, dan zou het u wel erg bang om het hart worden en bij ^eien zou de wensch opkomen: mocht ik maar vooraf sterven en aldus voor deze gevaren en in \'t einde voor \'teeuwige verderf bewaard blijven! Maar, kinderen, hebt slechts moed! In het H. Vormsel, zoo is u beloofd, zal een trouw en machtig vriend tot u komen, die u op de reis door het leven

-ocr page 73-

69

geleidt, die bij u blijft zoolang gijzelf slechts hem niet verdrijft, — een vriend die machtiger is dan allo uwe vijanden, die u ook in de moeielijkste levensomstandigheden beschutten, sterken en met zijnen zoeten troost vervullen, die u zeker tot de bestemming uwer eeuwige zaligheid brengen kan. Het is de H. Geest zelf die u beloofd is en in het Vormsel tot u komen wil. O, hoezeer moet gij niet verlangen naar dit genadevol oogenblik, naar dezen goddelijken gast en leidsman!

Daarom, G. K., verwekt dikwijls een hartelijk verlangen dat de H. Geest met de volheid zijner genade zeer spoedig bij u zijn intrek moge nemen. Roept Hem vurig aan d. i. smeekt^Hem dat Hij tot U moge komen, maar smeekt Hem niet alleen met de lippen, maar uit den grond uws harten, door te denken aan hetgeen gij vraagt, zoodat het u ernstig gemeend is. Gelooft gij niet dat de H. Geest veel liever in een hart zal komen, dat Hem zeer dikwijls en dringend aanroept en uitnoodigt, dan in een ander dat zich onverschillig toont en Hem nauwelijks eens aanroept? (Gaat gij ook niet liever op bezoek bij menschen die u dikwijls eu vriendelijk uitnoo-digen dan bij zulken, die u nauwelijks eenmaal verzoeken om te komen ?) Bidt dan dagelijks tot aan het Vormsel iets tot den H. Geest (i) bij het morgen- en avondgebed, bij het bezoeken der

(l) Men zou b.v. kunnen bidden zevenmaal het Onze Vader of een tientje van den Rozenkrans met: die ons den H. Geest gezonden heeft.

-ocr page 74-

kerk, enz. Herhaalt dikwijls het schoone schietgebed: Kom, heilige Geest, vervul mijn hart, sterk, troost en voer mij hemelwaarts, of: Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Verzoek ook de Bruid des H. Geestes, de lieve Moeder Gods, om voor u te bidden, opdat Hij rijkelijk over u moge nederdalen.

Maar indien de H. Geest gaarne tot u komen zal, moet gij Hem ook eene aangename woning in uw hart bereiden. Vooral moet gij daaruit verwijderen hetgeen aan het oog van den heilig-sten en reinsten Geest mishagen moet, aldus alle zonden, bijzonderlijk iedere doodzonde.

Gij weet ja dat gij in staat van genade moet zijn, daar het Vormsel een Sacrament der levenden is. Wie willens en wetens met eene doodzonde op zijn hart het H. Vormsel ontvinge, zou het onwaardig ontvangen, hij zou niet alleen geen genade verkrijgen, hij zou zich niet alleen beroo-ven van de onschatbare genaden welke het H. Vormsel verleent en ons zoo noodzakelijk zijn, maar zou buitendien nog eene zware zonde, een heiligschennis begaan; hij zou den H. Geest op eene allersmadelijkste wijze bedroeven en belee-digen en zich blootstellen aan eene vreeselijke straf en verantwoordelijkheid, o Kinderen! welk schandelijke ondank zou het zijn wanneer gij uw hart, hetwelk zich de heiligste en ontzaglijke God tot zijne woning heeft verkoren en gewijd, dooide doodzonde ontwijden en schenden, wanneer gij den H. Geest, die vol van teedere liefde aan uw

-ocr page 75-

71

hart klopt om binnen te keeren, door de doodzonde Hem, als \'t ware, de deur afsluiten. Hem smadelijk afwijzen en wegjagen zoudt; wanneer gij het H. Sacrament, dat Hij uit oneindige liefde tot u heeft ingesteld, misbruiken zoudt, om Hem te krenken en te beleedigen!

Neen, kinderen, dat zal gewis niemand van u doen. Daarom zult gij vóór het Vormsel eene recht rouwmoedige biecht spreken, opdat, wanneer een uwer eene doodzonde mocht begaan hebben, hij toch daarvan gezuiverd worde en de heiligma-kende genade verkrijge; en ook de anderen opdat zij van dagelijksche zonden meer en meer bevrijd, in de genade toenemen en den H. Geest eene des te aangenamere woning bereiden en des te rijker genaden ontvangen, (i) Daarom zult gij dan ook op den dag der Vorming (of daags tevoren) de H. Communie ontvangen en den goeden Heiland dringend smeeken dat Hij ook U, gelijk weleer den Apostelen, den H. Geest van uit den Hemel zende.

Bereidt u buitendien nog voor op het voorbeeld der Apostelen, waarvan de H. Schrift verhaalt, dat zij voor het Pinksterfeest in Jerusalem bleven en eendrachtig in het gebed volhardden. Tracht ook gij u zeer rustig te houden, luidruchtige en verstrooiende vermakelijkheden te vermijden, nu

(i) In sommige gevallen kan het goed zijn, de vormelingen sedert wier Eerste H. Communie een langen tijd verloopen is, tot eene herhalingsbiecht aan te manen.

-ocr page 76-

72

en dan een kwartiertje de kerk te bezoeken of in gebed door te brengen, uw gewone gebeden zeer ijverig te verrichten en bijzonderlijk de H. Mis bij te wonen, zoo dikwijls mogelijk. Hebt gij gelegenheid nog andere goede werken, werken

der naastenliefde en der versterving (b. v.....)

te verrichten, verzuimt dat toch niet.

Ook moet gij God dikwijls beloven als brave Christenen te leven en te sterven. Wanneer gij van uw vader een mooi kerkboek ten geschenke ontvangt, belooft gij hem dat gij \'t zeker goed zult gebruiken, vlijtig er in lezen, enz. Zoo ontvangt gij nu van den H. Geest de genade van het Vormsel. Belool Hem daarom dikwijls er een goed gebruik van te maken. En wanneer maakt gij er een goed gebruik van? Wanneer gij datgene doet waartoe zij u gegeven wordt, aldus uw geloof standvastig belijdt en het getrouw naleeft, de geboden Gods getrouw onderhoudt, uw geloof bewaart en verdedigt, als een waar Christen vermijdt (de zonde), strijdt (tegen duivel, wereld en vleesch), lijdt (vervolgingen, ziekten, enz. geduldig verdraagt), u in de genade Gods bevestigd houdt, en in deze genade sterft. Gij moet dus den H. Geest dikwijls beloven: Ik wil ernstig mij voor (zware) zonde in acht nemen, gevaarlijkegelegenheden, kameraadschappen mijden, mijn geloof trouw bewaren, geen slechte boeken lezen, enz. Ik wil meermalen de H. Sacramenten ontvangen, de geboden trouw onderhouden; ik wil doen wat ik kan voor mijn heiligen Godsdienst, voor mijn katholiek Geloof; ik wil in de Katho-

-ocr page 77-

73

lieke Kerk en in de genade Gods leven en sterven. Geef mij daartoe in het H. Vormsel recht krachtige hulp, recht rijkelijke genade.

2) Bij het Vormsel: (1) Op den dag van het Vormsel moet gij reeds bij \'t ontwaken u herinneren welke genade u wacht, welke hooge en heilige gast uw hart zal binnentreden. Gij moet met alle mogelijke aandacht uw morgengebed verrichten en den H. Geest aanroepen. Verder moet gij u netjes en zedig aankleeden, en alle gedachten van hoovaardij en ijdelheid buiten sluiten. De H. Geest ziet niet op schoone kleeren maar op een rein en rijkgesmukt hart. Bijzonder moet gij het voorhoofd zuiver wasschen en de haren daarvan verwijderen (wegkammen), opdat het vrij zij en de Bisschop niet gehinderd worde bij de zalving. Het is zeer goed wanneer gij het H. Vormsel nuchter ontvangt d. i. van ai middernacht niets gegeten of gedronken hebt, ofschoon het nuchterzijn niet verplichtend is.

Waar gij bijeen moet komen werd u reeds gezegd. In de kerk begeeft gij u op de aangewezen plaats en bidt vurig totdat de Bisschop komt.

(1) In vele parochiën wordt doorgaans het H. Vormsel niet toegediend, maar de vormelingen moeten zich naar een naburige gemeente begeven om het H. Sacrament te ontvangen. Waar dat \'t geval is, \'t spreekt van zelf, moet de kate-cheet er op wijzen hoe de kinderen zich te gedragen hebben bij \'theen- en weergaan, enz.

-ocr page 78-

74

Dan hoort gij aandachtig zijne H. Mis en leest onderwijl de misgebeden en aanroepingen van den H. Geest.

Wanneer uwe beurt komt om tot den Bisschop te naderen bidt dan ingetogen, verricht schietgebeden tot den H. Geest en herhaalt uw verlangen en uw belofte. Wacht u wèl daarbij nieuwsgierig rond te kijken en blijft aandachtig en ingekeerd, zoodat iedereen zien kan dat gij weet en gevoelt hetgeen gij gaat ontvangen, (i) Gaat dan tot den Bisschop met zulke ingetogenheid en eerbied, alsot een H. Apostel daar stond om u de hand op te leggen en te zalven. Wacht u wèl na de zalving uw voorhoofd aan te raken, voordat de H. Olie door een priester is afgewischt. Dan begeeft ge u stil naar uwe plaats en dankt den H. Geest die u nu zoo hoog begenadigd heeft, herhaalt uw belofte en smeekt Hem om bij u te blijven. Zoo gaat gij voort met bidden en verwijdert u niet eer uit de kerk, voordat de

(i) De H. Franciscus van Sales had zich tot het H. Vormsel allerijverigst voorbereid, en toonde nu bij het ontvangen daarvan zoo\'n godsvrucht en ingetogenheid, dat allen gesticht werden en deze knaap, zoo voorspelde de Bisschop, zal eenmaal het wonder worden zijner eeuw. Van toen af bleek duidelijk dat Franciscus de volheid des H. Geestes ontvangen had. Dat toonde zijn ge-heele levenswijs, zijn godsvrucht en zielenijver, zijne zachtzinnigheid en naastenliefde.

-ocr page 79-

75

Bisschop de laatste gebeden verricht en aan alle vormelingen den zegen gegeven heeft.

3) Na het Vormsel hebt gij vooreerst daarop te letten dat gij dien gezegenden dag goed doorbrengt. Houdt uw hart in dankbare stemming: spreekt die dankbaarheid en uwe belofte dikwijls uit in korte schietgebeden. Bezoekt, als \'t mogelijk is, des namiddags de kerk, om nogmaals te danken, te beloven en te verzoeken. Gedenkt het woord des Apostels : Bedroeft niet den H. Geest, met welken gij bezegeld zijt geworden. [Ephes. 4) Door iedere zware zonde zoudt gij den H. Geest, die u zijn zegel ingedrukt heeft, ja in uw hart zijn woonstede genomen heeft, bedroeven, uit uw hart verdrijven. Hoe vreeselijk ware niet zulke ondankbaarheid, zulke snoodheid — en dat vooral wanneer zij plaats had op den dag van het Vormsel. Weest dus waakzaam en behoedt u voor uitgelatenheid.

Toont dan ook van nu aan, door geheel uw doen en laten, leven en streven, dat gij volmaakte Christenen, strijders van uw goddelijken Heiland geworden zijt. Wanneer gij ook uw heel leven lang in zooverre kinderen blijven zult dat gij de onschuld en eenvoud, het vertrouwen en den vrede van een kind steeds in uw hart bewaart, moet gij toch in \'t vervolg mannelijken ernst in het leven toonen en de lichtzinnigheid en dwaasheden van een kind ter zijde stellen.

Toont dat nu door alle Christenplichten trouw en stipt te vervullen. Verricht trouw en nauwgezet uw gewone godsvruchtoefeningen en wacht

-ocr page 80-

76

u om ze uit lichtzinnigheid of onverschilligheid na te laten. Zoodra gij eenmaal ophoudt goed te bidden zult gij ook spoedig niet goed meer leven. Het gebed en het herhaald ontvangen der Sacramenten moeten u helpen de genade te bewaren en levendig té houden. Zonder voedsel zal ook de sterkste man alras zijn krachten verliezen, en de soldaat, die zijn wonden niet laat heelen, zal spoedig sterven. Maakt daarom het vaste besluit uw dagelijksche oefeningen van godsvrucht goed te verrichten, de H. Mis, zoo dikwijls gij kunt, ten minste des Zondags, aandachtig bij te wonen,

alle......de H. Sacramenten der Biecht en

des Altaars te ontvangen; daarin vindt gij heeling uwer zielenwonden, ontvangt gij heraelsch voedsel en nieuwe kracht en genade. Gaat ook voort met de christelijke leer ijverig te bezoeken, en tracht door het lezen van goede boeken uw H. Geloof steeds beter te leeren kennen en beminnen. Wacht u echter ook voor het lezen van slechte, onzedige boeken en als gij twijfelt of de boeken, die u te lezen worden gegeven, goed zijn, geef ze me eerst ter inzage.

Wanneer gij zóo leeft, bidt en de H. Sacramenten ontvangt, dan zal u dat wel eenige moeite kosten, en gij zult door lichtzinnige kameraden uitgelachen, voor schijnvromen of kwezels uitgescholden worden, wanneer gij namelijk, zooals ik nogmaals dringend u op het hart druk, hun gevaarlijke vermaken niet meemaakt, slechte gezelschappen vermijdt, onpassende gesprekken en te vertrouwelijken omgang ontvlucht. Lieve kinderen!

-ocr page 81-

77

Toont reeds bij zulk gering lijden en kleine vervolgingen, dat gij dappere soldaten van Jezus Christus geworden zijt. Wat zoudt gij zeggen van een soldaat, die voor gaggelende ganzen het hazenpad koos? En gij zoudt u laten bang maken door een paar domme menschen met hun gesnater, die u toch waarlijk in niets schaden kunnen ? Neen. Herinnert u dat gij het kruisteeken van Christus op het voorhoofd en in de ziel draagt. Bedenkt dat Jezus Christus u op den weg van lijden en vervolging voorgaat, en gij zoudt weigeren Hem te volgen ? De II. Martelaren hebben bloed en leven ten beste gegeven en de gruwzaamste folteringen onderstaan, en gij zoudt weigeren eene kleine spotternij te verdragen ? Neen, Kinderen ! Gij zijt zonen der martelaren ! Oefent u in het kleine om in staat te zijn later iets grooters voor Jezus te verdragen. Komt gij in de gelegenheid, dat gij wegens uw geloof bespot wordt of iets anders moet lijden, wekt dan in u op de genade die in u is door het H. Vormsel. Herinnert u dat gij den H. Geest ontvangen hebt ten strijd, als strijders van Christus. Verheugt u, gelijk de Apostelen, dat gij waardie geacht wordt voor den H. Naam van Jezus iets te lijden. Want door zulken strijd, door zulk lijden wint gij de heerlijkste zegepraal, de stralende kroon, het hemelsche koninkrijk, (i)

(i) Een vernuftig regent. Karei V van Frankrijk, deed eens, om den gemoedsaard zijns

-ocr page 82-

78

Mochten eenigen van u naar vreemde plaatsen vertrekken, dan hoop ik dat ze vooraf tot mij komen zullen —ja ik verzoek u dringend bij mij te komen zoodra gij het voornemen hebt in eenen vreemden dienst (leer) te gaan — ik kan u toch door goeden raad tegen veel waarschuwen;

zoons uit te vorschen, twee tafels voor hem nederzetten; op de eene lagen kroon en schepter, op de andere zwaard en helm; hij liet hem kiezen tusschen beide. De jeugdige prins bezon zich niet lang, maar greep terstond naar zwaard en helm. Toen zijn vader hem vroeg naar de oorzaak dezer keuze, wees hij van de tafel met zwaard en helm naar die met kroon en schepter, zeggende: Door gene komt men tot deze. Zoo moet ook de Christen lijden en spotternij enz. niet duchten; want daardoor verkrijgt hij de kroon der eeuwige heerlijkheid. Dionysius van Syracuse had voor zich de kroon veroverd; daarom stond men hem dikwijls naar het leven. Toen men weer nieuwe samenzweringen ontdekte, rieden hem eenigen zijner vrienden de heerschappij vrijwillig neer te leggen om zijn dagen rustig te kunnen slijten. Dionysius echter antwoordde; „Zou ik niet dwaas zijn wanneer ik afstand deed van zoo\'n heerlijk rijk, uit vrees voor den dood, die toch dadelijk voorbij is ?quot; Hoeveel dwazer ware niet een christen, die zich van den strijd liet afschrikken en afstand deed van de oneindig heerlijker kroon des hemels, wegens eenig lijden, bespottingen, vervolgingen enz. die hij te verduren heeft.

-ocr page 83-

79

vooral bid en smeek ik u te zorgen dat gij op de rechte plaats bij christelijke lieden geplaatst wordt. Ik zal u dan nog bijzondere aanwijzingen geven, hoe gij u in den vreemde te houden hebt, en u zooveel mogelijk bijstaan om u bij de geestelijken der plaats (bestuurders van gezellenver-eenigingen, congregatiën enz.) aan te bevelen.

Wat ik u vroeger reeds zeide, herhaal ik nog eens: Wekt de genade des Vormsels, die in u is, dikwijls op, d. i. herinnert u dankbaar wat God u in het Vormsel verleend heeft en wat gij beloofd hebt; hebt van harte berouw over uwe zonden, verwekt een innig verlangen dat de H. Geest u opnieuw rijke genaden verleene tot den strijd, bidt vurig daarom en hernieuwt uwe beloften des Vormsels. (Vergel. de vernieuwing der doopbeloften). Verricht deze opwekking dikwijls, bijzonderlijk als gij in moeilijke omstandigheden, in gevaren of bekoringen zijt, wanneer lijden ot vervolging u bedreigt of bedrukt. Verricht ze voornamelijk innig en ernstig op den verjaardag van uw Vormsel. Ontvangt, indien het mogelijk is, op dezen dag of den daarop volgenden Zondag de H. Sacramenten der Biecht en des Altaars. Denkt nog eens goed na in welke stemming gij waart, toen gij het H. Vormsel ontvingt en vernieuwt u (gelijk de Psalmist zegt) in den geest des begins (in den geest en in de gesteldheid, die u in den beginne bij het ontvangen des H. Vormsels bezielden) om den strijd met nieuwen moed zegerijk te kunnen voortzetten en daarna eens gekroond te worden.

-ocr page 84-

8o

Ik besluit dit onderricht over het Vormsel

met den innigsten wensch, dat gij allen u toch goed tot het H. Sacrament des Vormsels moogt voorbereiden en het zoo waardig mogelijk ontvangen, opdat de H. Geest met zijne gansche genademiddelen bij u inkeere, u tot dappere strijders en apostelen van J. C. make, in alle lijden en strijden en vervolgingen uw bijstand, uw troost, uw vrede zij, zoodat gij steeds met vreugde en erkentelijkheid den dag van uw Vormsel moogt herdenken, en eens in den hemel als roemrijk gekroonde strijders den H. Geest daarvoor eeuwige dankbaarheid betoonen.

-ocr page 85-

Rite ahinistraill Confimatmti. CereiOïiêE van M H. Vrasel,

-ocr page 86-

82

RITUS ADMINISTR/VNDl CONFIRM ATIONEM.

Pontifex, deposito, mi tra, stans versa facie ad Confirmandos, dicit:

Spiritus Sanctus superveniat in vos, et virtus Al-tissimi custodiat vos a peccatis.

r. Amen.

v. Adjutorium nostrum in nomine Domini. r. Qui fecit coelum et terram.

v. Domine exaudi orationem meam. r. Et clamor meus ad te veniat.

v. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Ttinc extensis versus Confirmandos manibus, dicit:

Oremus.

Omnipotens sempiterne Deus, qui regenerare dignatus es hos famulos tuos ex aqua et Spiritu Sancto, quique dedisti eïs remissionem omnium peccatorum: emitte in eos septiformem Spiritum tuum Sanctum paraclitum de coelis.

r. Amen.

Spiritum sapientiae, et intellectus.

r. Amen.

Spiritum consilii et fortitudinis.

r. Amen.

Spiritum scientiae et pietatis.

r. Amen.

-ocr page 87-

«3

CEREMONIËN VAN HET H. VORMSEL.

De Bisschop, den mijter afgelegd hebbende, keert zich tot de Vormelingen en zegt:

De H. Geest kome neder in u, en de kracht des Allerhoogsten beware u voor de zonden. R. Amen.

V. Onze hulp is in den naam des Heeren.

R. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

V. O Heer verhoor mijn gebed.

R. En laat mijn geschrei tot u komen. V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Dan strekt hij zijn handen uit tot de Vormelingen en zegt:

Laten wij bidden.

Almachtige, eeuwige God, die U gewaardigd hebt deze uwe dienaren uit het water en den H Geest te doen herboren worden en hun de vergiffenis te schenken van al hunne zonden, stort over hen uit uwen Geest met zijne zeven gaven, den H. Trooster van den hemel.

R Amen.

Den Geest van wijsheid en van verstand. R. Amen.

Den Geest van raad en van sterkte.

R. Amen.

Den Geest van wetenschap en van godsvrucht. R. Amen.

-ocr page 88-

84

A dimple eos Spiritu timoris tui et consigna eos signo cru cis Christi, in vitam propitiatus ae-ternam. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate ejusdem Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum.

R. Amen.

Pontifex, assicmpta mi tra, inquirit sin gilla-tim de nomine cujuslibet confirmandi, et sumrni-tate pollicis dextrae matins Chrismate intincta, dicit:

N., signo te signo cru ds (qttod, dum dicit, producit pollice signum crncis in fron tern illius; deinde prosequitur): et confirmo te chrismate salu-tis. In nomine Pa tris, et Fi lii, et Spiritus-f-Sancti.

R. Amen.

Deinde leviter eum hi maxilla caedit, dicens: Pax tecum.

Omnibus confirmatis Pontifex ter git cum mica panis, et lavat pollicem et matins super pelvim. Deinde aqua lotionis cum pane fundatur in piscinam Sacrarii. Interim dum lavat manus, eantatur sequens Antiphona, vel legitur a ministris:

Confirma hoc Deus quod operatus es in nobis a templo sancto tuo quod est in Jerusalem. Gloria Patri etc. Sicut erat etc.

Deinde repctitur A ntiph. Confirma hoc Deus. Qua repitita, Pontifex deposita mi tra, et stans versus ad altare, junctis ante pectus manibus, dicit:

-ocr page 89-

85

Vervul hen met den Geest uwer vreeze, en teeken hen met het teeken van het kruis van Christus, en wees hun genadig ten eeuwigen leven. Door denzelfden Jezus Christus onzen Heer, die met u leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God in de eeuwen der eeuwen. R. Amen.

De Bisschop, met den mijter bedekt, vraagt naar den naam van ieder vormeling afzonderlijk, steekt het uiteinde van den duim der rechterhand in het chrisma en zegt:

N., ik teeken u met het teeken des krui-}-ses (bij deze woorden maakt hij het teeken des krui-se s op diens voorhoofd, en vervolgt): en versterk u met het chrisma des heils. In den naam des Va-j-ders en des-|-Zoons en des Heilige n Geestes. R. Amen.

Daarna geeft hij hem een lichten kaakslag zeggende: Vrede zij met u.

Nadat allen gevormd zijn wrijft de Bisschop met broodkruimels en wascht duim en handen boven een bekken. Dit waschwxter en brood wordt in het putjt der gerfkamer gegoten. Terwijl hij de handen wascht, wordt de volgende antiphoon gezongen of door de assisteerende dienaars gelezen: Bevestig, o God, hetgeen Gij in ons gewrocht hebt van uit uw heiligen tempel die in Jerusalem is. Glorie zij den Vader enz. Gelijk het was enz.

Daarna wordt de antiphoon Bevestig o God enz. herhaald. Dan legt de Bisschop den mijter af en (naar \'taltaar gekc\'erd en de handen voor de borst gevouwen) zegt:

-ocr page 90-

86

V. Ostende nobis üomine misericordiam tuam.

R. Et salutare tuum da nobis.

V. Domine exaudi orationem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Deus qui Apostolis tuis Sanctum dedisti Spi-ritum, et per eos, eorumque successores ceteris fidelibus tradendum esse voluisti: respice propi-tius ad humilitatis nostrae famulatum; et praesta, ut eorum corda quorum frontes sacro chrismate delinivimus et signo sanctae Crucis signavimus, idem Spiritus Sanctus in eis superveniens, templum gloriae suae dignanter inhabitando perficiat. Qui cum Patre et eodem Spiritu Sancto vivis et regnas Deus in saecula saeculorum.

R. Amen.

Deinde dicit: Ecce sic benedicetur omnis homo qui timet Dominum.

Et vertens se ad Confirmandos, faciens super eos signum Crucis, dicit:

Bene-|-dicat vos Dominus ex Sion, ut videatis bona Jerusalem omnibus diebus vitae vestrae, et habeatis vitam aeternam. Amen.

-ocr page 91-

87

V. Toon ons, o Heer, uwe barmhartigheid.

R. En geef ons uw heil.

V. O Heer, verhoor mijn gebed.

R. En laat mijn geschrei tot u komen.

V. De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.

Laten wij bidden.

O God, die aan uw Apostelen den H. Geest gegeven hebt en gewild dat Hij door hen en hun opvolgers aan de andere geloovigen zou worden medegedeeld, zie genadig neer op onzen nederigen dienst; en verleen dat dezelfde H. Geest door zijne komst de harten van hen, wier voorhoofd wij met het heilig chrisma gezalfd, en met het teeken des heiligen kruises geteekend hebben, gewaardige te bewonen en die tot een volmaakten tempel zijner heerlijkheid te maken. Die met den Vader en denzelfden H. Geest leeft en heerscht. God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Daarna zegt hij: Zie, zoo zal ieder mensch gezegend worden die den Heer vreest.

£n zich wendende tot de gevormden maakt hit over heil het teeken des kruises en zegt:

De Heer uit Sionzegene u, opdat gij de goederen van Jerusalem moogt zien aide dagen uvvs levens, en het eeuwig leven hebben. Amen.

-ocr page 92-
-ocr page 93-
-ocr page 94-

Bij Js. J. ïsd LMert, Ciijt a/iaas,

is mede Verschenen:

Waiiicr 01« de El. .gt;?is te (lieiien. Het Latijn

zoo gespeld, dat het als HoUandsch kan gelezen

worden............f -,075.

Antijilion.i\' et Orationes pro Teniporis O})!»)!-tnnitatc. Ten dienste der Eerw. Heeren Geeste-|l lijken, onder het Lot en andere plechtigheden, || bevattende: 1. Gebeden na de stille H. Mis, |j Hollandsche en Latijnsche Tekst; 2. Asperges ij me en Vicli aquam, met noten, vers en oratie; il 3. Pro Rege : Dominum salvum fac; 4. Antiphona ! et Oratio de Sanctissimo; 5. Veni Creator, met j noten en oratie; 6. Te Deum Laudamus, met I noten en oratie; 7. De B. M. V., per totum annum ;

8. Verschillende Orationespro Defuncti.s;9. Litaniae i| Lauretanae B. M. V. In handig formaat en zwart I heel linnen bandje. Goedgekeurd door Z. D. H. I Mgr. A. Godsclmlk, Bisschop van \'5 Bosch Liber Status Aüitaamiii voor Paro-

I chiaal Huisbezoek. Gebonden in stevigen band met lisjes, waarin een potlood gestoken kan worden, om het boek ge-

li sloten te houden. Prijs naar gelang het ij aantal huisgezinnen.

Liber Int* ttlionnm Prijs naargelang || de dikte.

SSoopbiiefjes voor Peter en Meter,

II per 100.........f 1,00.

Ilrieven \\ (»»r Ünwelijlis- Alkoiiili^iii^eii,

N0 1, per 100.......f 1,50.

Kricvcn voor Huwelijks-Afkoiidi^iiHSTii,

|i N0 2, per 100.......f 2,00.

lliivelo])pen voor deze Brieven te ver-

I zenden, per 100......f 0,40.

SJejiTootiiigen raroeh. Armbestuur . t\' 0,10. Hekeuinü\'eu „ „ . f o. 15.

-ocr page 95-