Vak 37*
fi
fiVDERRIGT
#
OVER HET
H. SACRAMENT
DBS VORMSELS,
J. H. KLSCHEBLATT,
Deken en Pastoor te A 1 k m a a r.
| l
Tweede , vermeerderde druk.
Haarlem,
F. VAN COLLENBURG, Zijlstraat 83. quot;t)?^ 1885- ^
S3 = \'
10 cents.
Vak 37 a
ONDERRIGT
OVER HET
H. SACRAMENT
DES VORMSELS,
DOOR
J. H. RLSCHEBLAÏT,
Deken en Pastoor te Alkmaar.
Tweede, vermeerderde druk.
BIBLIOTECA tirfC0NV.1¥lJCHEH8
ORD. FR AT. MIN.
Haarlem,
F. VAN COLLENBURG, Zijlstraat 83. 1S85.
GOEDKEURING.
IMPRIMATUR.
T •: .QQr J. A. van den Akker. Januani 1885. Libr Cens
EIGENDOM.
INHOUD.
I. De voornaamste punten van liet Katholieke
geloof..............................5
II. Wat is het H. Vormsel ?..............9
III. Wie zijn de bedienaren?.......11
Wanneer moet men gevormd worden ? . . 12
Wat wordt er voor het Vormsel vereischt ? 12
IV. Op welke wijze wordt het Vormsel toe
gediend ?..........................13
V. Wat verkrijgen wij door het Vormsel? . 16
VI. Waartoe dient de kaakslag?......18
Waarom geeft men bij het Vormsel namen
van Heiligen ?..........19
Wat is de pligt der Peters en Meters? . 19 VII. Wat heeft de vormeling te doen vóór, bij
en na de toediening van het Vormsel? 20
Gebeden vóór het Vormsel........23
Gebeden na het Vormsel..........29
VOORWOORD.
Eer de Bisschop in eene gemeente het h. sacrament rles Vormsels komt toedienen, schrijft hij voor, dat ten minste gedurende drie weken, dagelijks of althans driemaal in de week, onderligt worde gegeven niet alleen over het h. sacrament des Vormsels, maar ook over andere waarheden des geloofs; en dat ieder vormeling, indien men niet zedelijk overtuigd is van zijne bekwaamheid, in \'t bijzonder ondervraagd worde.
Waarom? Omdat de H. Kerk vordert, dat ieder Christen, die een sacrament wil ontvangen , behoorlijk onderwezen zij in de voornaamste punten van zijn geloof.
Om die reden laat ik hier, alvorens over het h. sacrament des Vormsels te spreken, de voornaamste geloofspunten volgen.
J.
Dli VOORNAAMSTE PUNTEN VAN HET KATHOLIEK GELOOF.
Daar is maar één God. Hij alleen bestaat van eeuwigheid, dat is zonder begin; en Hij bestaat tot in alle eeuwigheid, dat is zonder einde. Hij is almagtig, alwetend, oneindig heilig, barmhartig en regtvaardig. Hij is één in wezen en drievuldig in personen: de Vader, de Zoon en de H. Geest; drie verscheidene personen die maar één God zijn.
Toen God door zijne almagt hemel en aarde uit het niet voortbragt, schiep Hij ook duizende en duizende engelen, van welke velen tegen God zijn opgestaan en duivelen zijn geworden.
Hemel en aarde, alles wat ons in de zigtbare natuur omringt, schiep God voor den mensch. De mensch is het waardigste van alle schepselen op aarde. Hij is een redelijk schepsel, bestaande uit eene onsterfelijke ziel en een slerfelijk lig-chaam. Hij is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, en bestemd om in dit leven God te dienen, en Hem hiernamaals eeuwig te aanschouwen.
De eerste menschen door God geschapen waren Adam en Eva, wier nageslacht, tot hetzelfde geluk bestemd, de aarde zoude bevolken. Alle menschen stammen van die eerste ouders af.
(j
Maar reeds die eerste menschen werden den Heer ontrouw. Met volle kennis van zijne wet maakten zij zich aan eene groote zonde schuldig. Daardoor werden zij vijanden van God, slaven van den duivel en onbekwaam om de hemelsche heerlijkheid te genieten; en omdat God den wil van het nageslacht in den wil van den stamvader besloten had, moesten allen met de erfzonde ter wereld komen. Alleen de allerheiligste Maagd Maria is door een bijzonder voorregt voor de erfzonde bewaard gebleven.
De regtvaardigheid van God eischte voldoening voor de groote Hem aangedane beleediging, en wel eene oneindige voldoening, omdat de beleediging oneindig groot was. Maar noch de mensch noch eenig ander schepsel kon die voldoening aan God geven. Daarom kwam God zelf medelijdend te hulp; Hij beloofde reeds aan Adam eenen Verlosser, en in den loop der tijden herhaalde Hij telkens die belofte door zijne profeten.
Omstreeks vier duizend jaren na de schepping der wereld nam de Zoon van God, de tweede persoon der H. Drievuldigheid, die God is gelijk de Vader, de menschelijke natuur aan uit den schoot der Allerheiligste Maagd Maria.
Hij, die Jesus Christus genoemd wordt, waarlijk God en waarlijk mensch, Hij is de beloofde Verlosser.
Al wat Hij gedurende zijn drie-en-dertig-jarig leven op aarde gedaan en geleden heeft, had oneindige verdiensten omdat Hij God en mensch
7
te zamen is; en dien oneindigen schat heeft Hij aan de regtvaardighoid van God geboden tot voldoening voor alle zonden der menschen.
Ook heeft Hij gedurende de drie laatste jaren van zijn leven op aarde zijne hemelsche leer verkondigd, en die leer door vele wonderen bevestigd, vooral door zijne verrijzenis op den derden dag na zijn dood.
Vóór Hij ten hemel is opgeklommen heeft Hij op aarde zijne Kerk gesticht, en aan haar de zending en volmagt gegeven om zijne leer aan alle volken Ie verkondigen, en om zijne verdiensten aan alle menschen mede te deelen. Buiten die Kerk derhalve is noch de door God geopenbaarde waarheid, noch de toepassing van Christus verdiensten, bij gevolg buiten die Kerk geen verlossing, geen zaligheid.
De verdiensten van Christus worden door de H. Kerk op ons toegepast vooral door de zeven heilige sacramenten, die allen door Christus zijn ingesteld, namelijk: door het doopsel, het vormsel, het h. sacrament des Altaars, de biecht, het h. oliesel, het priesterschap en het huwelijk; van welke het doopsel het noodzakelijkste en het h. sacrament des Altaars het waardigste is.
Door het doopsel wordt de mensch gezuiverd van de erfzonde en van alle andere zonden vóór het doopsel bedreven, wordt hij een lid van de H. Kerk en een vriend, ja een kind Gods en erfgenaam des hemels. Doch door de doodzonde wordt die vriendschap Gods verloren, en alleen
8
door het sacrament der biecht, of door een volmaakt berouw met den wil van te biechten kan die zonde vergeven en de vriendschap met God hersteld worden. Tot die vergiffenis wordt gevorderd , dat de zondaar al zijne doodzonden aan den priester belijde, dat hij een waar berouw over zijne zonden hebbe met een vast voornemen om geen doodzonde meer te bedrijven, en dat hij de voldoening wille volbrengen, welke hem door den priester wordt opgelegd.
In het h. sacrament des Altaars is Jesus Christus zelf, God en rnensch, onder de gedaanten van brood en wijn, en onder iedere dezer gedaanten, waarlijk tegenwoordig. De Zaligmaker heeft dit sacrament ingesteld bij gelegenheid van het laatste avondmaal, \'s avonds vóór zijn dood, toen Hij brood en wijn veranderde in zijn allerheiligst ligchaam en bloed, terwijl Hij tevens het fl. Misofier instelde, en zich aan zijn hemel-schen Vader op eene onbloedige wijze opdroeg voor de zonden der wereld, en daarna aan zijne apostelen en hunne opvolgers in het priesterschap het bevel en de magt gaf om hetzelfde te doen. Derhalve, zoo dikwijls de priester het H. Misoffer opdraagt, worden door de woorden der consecratie het brood en dé wijn veranderd in het ligchaam en bloed van Christus. De priester nuttigt dat zelf onder de gedaanten van brood en wijn, en reikt het aan anderen in de h. communie uit onder de gedaante van brood alleen.
Ook moet de Christen weten dat zijn leven op
9
deze aarde eindigt met den dood, maar dat dan voor zijne ziel het eeuwig leven begint, hetwelk eeuwig gelukkig of eeuwig ongelukkig zijn zal, naar gelang hij in de vriendschap of in de vijandschap met God gestorven is. Doch op den laat-sten dag der wereld zal ook zijn ligchaam door God worden opgewekt, om met de ziel beloond of gestraft te worden.
Ziedaar de voornaamste geloofswaarheden welke ieder christen behoort te weten om zalig te worden. Verder moet hij vastelijk gelooven al wat de H. Kerk als door God geopenbaarde waarheid ons leert; hij moet een vast vertrouwen op God hebben, en God beminnen hoven alles al de dagen van zijn leven, en zijne liefde toonen door het onderhouden der geboden, welke God ons gegeven heeft in de wet der tien geboden en in de geboden der H. Kerk. Daarom moet men ook die geboden en de pligfen van zijnen staat kennen, alsmede het Onze Vader en de twaalf artikelen des geloofs.
Iï.
Wat is het Vormsel F
Het Vormsel is een sacrament, dat door den TSisschop aan de gedoopfen wordt toegediend, in hetwelk door handoplegging, zalving en heilige woorden, genade en sterkte wordt gegeven om het geloof standvastig le belijden.
2
■lu
Waarom wordt dit sacrament Vormsel genoemd?
Omdat wij door dit sacrament tot volkomene christenen gevormd en gesterkt worden.
Hoe verklaart gij dit?
Door de genade van dit sacrament bevestigt God hetgeen Hij door het Doopsel in ons begonnen heeft. Wij worden door het Vormsel sterke ledematen der strijdende Kerk, zoodat er tusschen den gedoopte en den gevormde een verschil is als tusschen een kind en een volwassen mensch.
Hoe bewijst gij dat het Vormsel een sacrament is ?
Daaruit, dat het Vormsel de drie vereischten van een sacrament heeft; namelijk, het is ten eerste een uitwendig teeken, ten tweede wordt door dat uitwendig teeken de H. Geest medegedeeld , en bijgevolg zijne genaden en gaven; en ten derde is het als sacrament door Christus ingesteld.
Welk is het uitwendig teeken des Vormsels?
De oplegging der handen, de zalving met Chrisma en de heilige woorden van den Bisschop; drie uiterlijke dingen welke men zien. voelen of hooren kan.
Waaruit blijkt dat de H. Geest door het Vormsel wordt medegedeeld?
Uit de handelingen der Apostelen. VIII, 14-47.
Daar lezen wij: « Toen nu de Apostelen, die
ii
))te Jerusalem waren, gehoord hadden, dat Sa-»iriai-ië het woord Gods had aangenomen, zon-»den zij tot hen Petrus en Joannes. En deze, »(daar) gekomen zijnde baden voor hen, dat zij »den H. Geest mogten ontvangen; want Hij was »nog op niemand hunner gekomen, maar zij »waren alleen gedoopt in den naam van den » Heer Jesus. Toen legden zij hun de handen op, »en zij ontvingen den H. Geest.»
Wat blijkt uit dit verhaal nog meer?
Dat door de handoplegging eene nieuwe genade gegeven wordt, onderscheiden van de genade des Doopsels.
En wat blijkt daaruit nog meer?
Dat Christus het sacrament des Vormsels heeft ingesteld, want het is boven de magt van men-schen, de mededeeling van den H. Geest aan een uitwendig teeken te verbinden; dit vermog-ten ook de Apostelen niet. En zoo is het Vormsel door alle eeuwen heen als een waarachtig sacrament beschouwd en geëerbiedigd.
III.
Wie zijn de bedienaars van het Vormsel?
De Bisschoppen zijn de gewone bedienaars van het Vormsel. Dat weten wij uit de overlevering der Kerk. Maar dezelfde overlevering leert ons ook, dat de Pausen somtijds, om gewigtige redenen, priesters magtigen om het Vormsel
12
toetedienen, bij voorbeeld onder menschen, die ver van een Bisschop wonen en met. vele en groote aanvechtingen tegen het geloof te kampen hebben.
Wanneer moet men gevormd worden?
Als men tot de jaren van verstand is gekomen en daartoe gelegenheid heeft.
Wal noemt men jaren van versland?
Als men begint onderscheid te maken t.us-schen goed en kwaad, hetwelk gewoonlijk begint omtrent de zeven jaren.
Wal wordt er voor hel Vormsel vereischt ?
Dat men gedoopt zij en zuiver van doodzonden.
Waarom moet men gedoopt zijn, eer men kan gevormd worden ?
Omdat het Doopsel de deur en de ingang is tot de andere sacramenten; met andere woorden: omdat men slechts door het Doopsel regt verkrijgt en bekwaam wordt tot het ontvangen der andere sacramenten.
Waarom nog meer?
Omdat het Vormsel zooveel als eene voltooijing en volmaking van het Doopsel is.
Waarom moet men zuiver zijn van doodzonden ?
Omdat het. Vormsel een sacrament der levenden is, en derhalve in staat van genade moet ontvangen worden.
13
Wat moet men welen om het Vormsel te mogen ontvangen.
De gewone gebeden, de tien geboden Gods, de vijf geboden der H. Kerk, de voornaamste stukken des geloofs; wat het Vormsel is, wat zijne vruchten zijn en in welke gesteltenis het moet ontvangen worden.
Hoe dikwijls mag men gevormd worden ?
^ Maar ééns in het leven omdat dit sacrament
een eeuwigdurend merkteeken in de ziel indrukt.
Is het Vormsel noodig tot de zaligheid?
Niet zoo noodig als het Doopsel, maar die hot door eigen schuld verzuimen te ontvangen, bo-rooven zich van vele genaden en doen aanmerkelijke zonde.
IV.
Op welke wijze wordt het Vormsel toegediend ?
De Bisschop plaatst zich midden voor het altaar in zijn bisschoppelijk gewaad, en zich gekeerd hebbende tot degenen die moeten gevormd worden, strekt hij na een kort gebed zijne handen over of tot hen uit en bidt aldus; « Almag-ytlige, eeuwige God, die IJ gewaardigd hebt, deze » uwe dienaren vit het water en den 11. Geest (in »liet Doopsel) le doen herboren worden, en hun »vergi/f\'enis van alle zonden te geven, zend uwen
ft
14
D zcvenvoudifjen H. Grest, den trooster, van den »hemel over hen af. Amen.
«.Den geest van wijsheid en verstand. Amen.
«Den geest van raad en sterkte. Amen.
«Den geest van wetenschap en godvruchtigheid. » Amen.
« Vervul hen met den geest uwer vreeze, en tee-»hen hen genadig met het teel;en des kruises van ygt; Christus ten eeuwigen leven. Door denzelfden onzen » Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft » en regeert in de eenheid van denzelfden H. Geest, » God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.»
Daarna drukt de Bisschop zijn duim in het H. Chrisma en zalft daarmede eiken vormeling op het voorhoofd kruisgewijze, deze woorden sprekende:
«iV. ik teeken u met het teeken des kruises, en » bevestig u met hel Chrisma der Zaligheid, in den » naam des Vaders en des Zoons en des H. Gees-»les. Amen. »
De wijze waarop deze zalving geschiedt, gelijk mede al het andere wat nog bij het quot;Vormsel plaats heeft, zijn ceremoniën, waardoor deels de heilzame uitwerkselen van dit Sacrament, en deels de pligten der gevormden beteekend, en op eene zinnebeeldige wijze voor oogen gesteld worden.
Wal heteekent de handoplegging van den Bisschop F
Zij beteekent, dat de H. Geest over degenen die gevormd worden afdaalt, en dat Hij hen onder zijne bescherming neemt. (Zie Handel, der Apostelen VIH, 17.)
15
Waarmede bestrijkt de Bisschop hel voorhoofd des vortnelingsF
Met Chrisma, dat is, olie en balsem te zamen vermengd, en door den Bisscliop daartoe gewijd.
Waarom met olie en balsem te zamen ?
Ter aanduiding van de menigvuldigheid der genaden, welke door het Vormsel worden medegedeeld.
Waarom met olie?
Omdat de olie, als zijnde eene vette en vloeibare stof, de volheid der genade beteekent.
Ook beteekent zij, dat onze ziel door het Vormsel versterkt wordt tegen de vijanden harer zaligheid, evenals de olie de zwakke deelen van ons ligehaam kan versterken.
Waarom met balsem?
De welriekende balsem wordt gebruikt als zinnebeeld van de deugden en goede werken, waardoor wij onzen evenmensch moeten slichten, om voor God de goede geur van Christus te zijn.
Bovendien is de balsem zeer geschikt, om hetgeen daarmede bestreken wordt tegen bederf te bewaren, en onder dit opzigt beteekent de balsem de genade, welke ons tegen de besmetting der zonde beveiligt.
Waarom de zalving met Chrisma kruisgewijze op het voorhoofd ?
Op het voorhoofd, wijl het de bijzondere zetel der schaamte is, opdat de gevormde noch door
16
vrees, noch door schaamte wederhouden worde, het geloof met woorden en werken te belijden.
Kruisgewijze, om te beteekenen, dat de gevormde een leerling is van den gekruisigden Zaligmaker, en zich altoos aldus moet gedragen.
V.
Wat verkrijgen wij door het Vormsel?
Behalve vermeerdering der heiligmakende genade, en het indruksel van het eeuwigdurend merkteeken. eene bijzondere genade Gods om het geloof standvastig te belijden.
Waarom zegt gij: vermeerdering der heiligmakende genade?
Omdat de heiligmakende genade die men reeds bezitten moet, als men het Vormsel waardig wil ontvangen, er door vermeerderd wordt.
Waartoe dient het merkteeken in het Vormsel?
Ie Om de gevormden te onderscheiden van de niet gevormden.
2e Als een blijvende kracht in den strijd tegen de vijanden van onze ziel, en
3e tot meerdere heerlijkheid in de zaligen, en lot meerdere schande in de verdoemden.
Wanneer hebben wij de bijzondere genade om het
geloof standvastig te belijden het meest noodig ?
Als liet geloof vervolgd of bestreden wordt, en ook als men tegen het geloof bekoord wordt.
17
Die het Vormsel ontvangen in staat van doodzonde, verkrijgen zij ook de vitwerkselen van dat sacrament?
Wel ontvangen zij het eeuwigdurend merk-teeken, maar geenszins de andere uitwerkselen; integendeel, zij maken zich schuldig aan heiligschennis.
Ontvangen allen die gevormd worden evenveel genaden ?
Neen, iedereen ontvangt genaden naar de maat der gifte van Christus, welke gifte de H. Geest is, die aan ieder zooals Hii wil uitdeelt.
Doch hoe beter de gesteltenis van den vormeling is, destemeer ontvangt hij naar zijnen staat.
Hoe komt de H. Geest door het Vormsel in ons?
Door zijne zeven gaven.
Welke zijn deze?
De geest van wijsheid en verstand; de geest van raad en sterkte; de geest van wetenschap en godvruchtigheid; de geest der vreeze Gods.
Geef eene verklaring van deze verschillende gaven?
1. De geest van wijsheid is eene gaaf, welke ons de vergankelijke goederen en vermaken dezer wereld doet verachten, en de eeuwige beminnen.
2. De geest van verstand is eene gaaf, welke onzen geest verlicht en vatbaar maakt voor de kennis en het begrip der goddelijke waarheden.
18
3. De geest van raad leert ons kennen, wat het meest tot Gods eer en onze zaligheid strekt. Eene gave vooral noodig bij de keuze van een slaat.
4. De geest van sterkte doet ons alle hinderpalen onzer zaligheid met moed te boven komen.
5. De geest van -wetenschap verlicht ons op de wegen, welke God tot onze zaligheid heeft aangewezen.
6. De geest van godvruchtigheid is eene gaaf, waardoor wij ons beijveren, God kinderlijk en bestendig boven alles te beminnen.
7. De geest der vreeze Gods eindelijk is de gaaf, die ons bezielt met diepen eerbied voor God, en daarvan zoo doordringt, dat wij niets méér vreezen dan hem te mishagen.
Wdke zijn de vruchten des H. GeestesF
Deze twaalf, die de H. Geest in ons komende voortbrengt: liefde, blijdschap, vrede, verduldigheid, goedertierenheid, goedheid, langmoe-digheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, zedigheid, eerbaarheid en reinheid.
VI.
Waartoe dient de Hf/te kaakslag, dien de Bisschop geeft?
Om indachtig te maken, dat wij voor Christus en het geloof veel moeten verdragen.
19
Waarom zegt de, Bissclw}), terwijl hij dien kaak-slag geeft: de vrede zij met u\'?
Om den gevormde tot zachtmoedigheid en geduld aan te moedigen, en hem te doen kennen, dat hij den vrede Gods, die alle gevoel te boven gaat, ontvangen heeft; en dat deze genade geschikt is, om zijn hart en verstand in Christus Jesus te bewaren.
Waarom geeft men ons in het Doopsel en in het Vormsel namen van Heiligen F
Opdat wij de deugden dier Heiligen navolgen, en in die Heiligen beschermers hebben, van wie wij bijzonderen bijstand verwachten.
Wat is de pligt der Peters en Meiers, die bij het Vormsel optreden ?
Dezelfde als die der Peters en Meters bij het Doopsel, namelijk: om te zorgen, dat degenen, die zij tot het Vormsel geleid hebben, in hetgeen hunne zaligheid aangaat onderwezen worden, vooral als de ouders hunnen pligt niet waarnemen.
Ontstaat er nog een andere band tusschen de Peters en Meters van de vormelingen F
Ja, ook komen de Peters en Meters met de vormelingen en hunne ouders in eene geestelijke verwantschap.
Wat doet de Bisschop na de toediening van hel Vormsel F
Hij smeekt van den hemel de volharding in
20
het goede af voor de nieuwgevormden, en laat hen vervolgens gaan met zijn vaderlijken zegen.
VII.
korte herinnering van hetgeen de vokmeling te doen heeft voor , bij en na de toediening van het Vormsel.
Hoe zul men zich waardig tol liet Vormsel voorbereiden ?
Van dien dag af, waarop bekend gemaakt is, dat de Bisschop eerlang het Vormsel zal komen toedienen, behoort de vormeling bijzonder waakzaam op zich zeiven te zijn, met meer naauwgezetheid zijne godvruchtige oefeningen te doen, met meer aandacht en eerbied te bidden, met meer zorg alle kwaad te vermijden en wat goed is te doen.
Hij mag niet verzuimen, in de dagen van voorbereiding trouw den Katechismus bij te wonen, en met godsdienstige oplettendheid naar de uitlegging van den priester te luisteren, vooral om zich de genadegaven des H. Geestes hoe langer hoe waardiger te maken.
Hij ga, als het kan geschieden, dagelijks de H. Mis bijwonen, en bidde ook vlijtig tot de Allerheiligste Maagd Maria, die door de Kerk de Bruid van den H. Geest wordt genoemd.
Overigens bereide hij zich ijverig en ernstig tot eene goede heilige biecht, en ontvange met de vurigste godsvrucht het ligchaam en bloed van Christus in de H. Communie.
21
Wat behoort de vormeling in acht te nemen op den dag, waarop het Vormsel wordt toegediend F
Als het Vormsel \'s morgens wordt toegediend, betaamt het dat de vormeling nuchter zij.
Hij gedrage zich ingetogen, en zorgeoptijd, vóór dat de Bisschop het eerste gebed begint, in de Kerk te zijn, en hij verlate de Kerk niet vóór den laatsten zegen des Bissclwps. Daarom worden gewoonlijk bij het begin der plegtigheden de deuren der Kerk gesloten, om eerst na den zegen des Bisschops geopend te worden.
Iedere vormeling nadere op zijn beurt in eerbiedige houding, de handen op de borst te zamen gevouwen, tot den Bisschop, kniele voor hem neder en ontvange biddend de heilige zalving. Vervolgens opstaande nadere hij de twee priesters die na elkander met watten het H. Chrisma van \'t voorhoofd wisschen, en begeve zich eerbiedig naar zijne plaats , om de vurigste dankbaarheid aan God te bieden voor de ontvangene genadegaven.
Hoe moet de gevormde aan de gaven des II. Geestes trachten te beantwoorden? Hij beantwoorde aan de gave van wijsheid, door de goddelijke wet tot eenig rigtsnoer van zijn gedrag te maken;
aan de gave van verstand, door een onvermoeid streven, om in de kennis, vereering en liefde Gods meer en meer toe te nemen;
aan de gave van raad, door altijd te letten op de goddelijke inspraken en die te volgen; aan de gave van sterkte, door zich altijd, on-
3
22
danks spotfernijeii en slechte voorbeelden, als een goed Christen te gedragen;
aan de gave van wetenschap, door Gods woord aandachtig aan te hoeren, goede boeken te lezen en stichtende gesprekken te houden;
aan de gave van godsvrucht, door alle gedachten, woorden en werken te heiligen en verdienstelijk te maken door eene goede meening;
aan de gave van vreeze Gods, eindelijk, met altijd doordrongen te zijn van de gedachte aan Gods heilige tegenwoordigheid, opdat hij van volmaaktheid tot volmaaktheid opklimme, en eindelijk de kroon der regtvaardigen moge ontvangen.
23
GEBEDEN vóór het Vormsel.
Kom, Schepper! kom, o heil\'gie Geest! Bezoek de zielen die gelooven;
Vervul ze met genii van boven,
Gij, die haar Schepper zijt geweest.
Gij, die te regt Vertrooster heet. Gij, gaaf uit \'s hoogsten hemelwelve! Gij, springbron ! vuurvlam ! liefde-zelve I Gij, balsem in ons geestlijk leed.
Gij, vinger Gods! zend zevenmaal Uw gave neèr in hart en aders!
Gij, als beloofd door \'t Woord des Vaders, Den mond verrijkend met de taal.
Stort liefde in onze harten neèr!
Ontsteek uw licht in onze zinnen,
Geef immer kracht om te overwinnen, De zwakheid van ons vleesch, o Heer!
Drijf onzen vijand uit elkaar,
En geef ons dra den zoeten vrede;
Voer, Hemelgids ! ons met U mede, Zoo mijden we alle zielsgevaar.
24
Den Vader kennen wij door U !
Dat wij door U den Zone weten!
En U den (leest uit beiden heeten,
Geloovig \'t allen tijd als nu !
Zij God den Vader lof bereid,
Den Zoon, die opstond uit de dooden ,
Lof ook den Trooster aangeboden,
Door al der eeuwen eeuwigheid!
Amen.
Kom, heilige Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.
v. Zend uwen Geest uit en zij zullen geschapen worden.
r. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den heiligen Geest hebt onderwezen , geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. Door Christus onzen Heer. Amen.
GEBED
om de zeven gaven van den H. Geest.
Almagtig God, Gij hebt U gewaardigd mij uit het water en den H. Geest te doen herboren worden, en mij al mijne zonden te vergeven. Druk mi het zegel op uwe ontelbare gunstbe-
25
■wijzen, door den H. Geest met zijne zeven heilige gaven op mij uit te storten. Zend mij den Geest van wijsheid, den Geest van verstand, den Geest van raad, den Geest van sterkte, den Geest van wetenschap, den Geest van godsvrucht, den Geest der vreeze Gods. O, dat ik met het heilig krnis-teeken op het voorhoofd, altijd een leven leide, dat voor de wereld gekruisigd is, opdat ik noch dood noch eeuwigheid behoeve te vreezen. Amen.
Gi\'oote God, de dag van bijzondere genade is eindelijk voor mij aangebroken. Ik begroet met eene heilige vreugde dien dag als mijn Pinkster-leest. Ik hoop, de genade van het h. sacrament des Vormsels in hare volheid fe mogen ontvangen. Ik vertrouw, dat ik mij met uwen godde-lijken bijstand daartoe op waardige wijze heb voorbereid. Vergeef mij door uwe barmhartigheid wat. ik ben te kort gekomen. Met het opregtste leedwezen vraag ik ü nogmaals om vergiffenis van al hetgeen ik ooit tegen U misdaan heb. Reinig mijn hart meer en meer, ook van de kleinste zonden en onvolmaaktheden.
O Vader, help mij door uwe goedheid.
O Zoon, mijn dierbare Zaligmaker, help mij door uwe verdiensten.
O Vader en Zoon, zendt mij uwen H. Geest; wekt in mij een vurig verlangen naar zijne komst.
O H. Geest daal neder in mijne ziel en vervul haar met uwe zevenvoudige gave.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van God en onze Moedor, verzoen mij met uwen Zoon, beveel mij aan urn
CONV. wuumiria .
OUD. FRfT. w* J
2G
Zoon, opdat ik op uwe vriendelijke en vermogende voorspraak, door de verdiensten van uwen goddelijken Zoon, met den H. Geest moge vervuld worden.
H. Josef, neem mij onder uwe bescherming, opdat ik mot een zuiver hart en met eene zuivere meening het H. Vormsel ontvange, en het merkteeken van dit groot Sacrament met grooten glans in mijne ziel moge schitteren.
H.H. Engelenbewaarders, en H.H. Patronen, bidt voor mij, opdat ik aanstonds tot een volkomen Christen moge gevormd worden, en dit blijve tot het laatste oogenblik van mijn leven. Amen.
LITANIE
VAN DEN H. GEEST.
Heer , ontferm U onzer ,
Christus , ontferm U onzer,
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons ,
Christus , verhoor ons,
God , Hemelsche Yader , g
God Zoon, Verlosser der wereld, s;
God , Heilige Geest, |
Heilige Drievuldigheid , één God , °
Heilige Geest, die van den Vader en den cj Zoon voortkomt, g
Geest der waarheid, die alle waarheid leert, g Geest van wijsheid en verstand, r-
27
Geest van raad en sterlde,
Geest van wetenschap en godsvrucht,
Geest van de vreeze des Heeren,
Geest van liefde, blijdschap en vrede,
Geest van langmoedigheid en zachtmoedigheid.
Geest van eerbaarheid en reinheid,
Geest der uitverkorene kinderen Gods,
Bestuurder en heiligmaker der geloovigen,
Uitdeeler aller gaven,
Trooster der bedroefden,
Vreugde der engelen.
Licht der Patriarchen en Profeten ,
Leeraar der Apostelen,
Sterkte der martelaren,
Troost der belijders,
Zuiverheid der maagden.
Blijdschap aller heiligen,
Wees genadig, spaar ons Heer,
quot;Wees genadig, verhoor ons Heer,
Van alle kwaad, verlos ons Heer,
Van alle zonden,
Van den geest der dwaling,
Van den geest der onzuiverheid,
Van den geest der godslastering.
Van alle boosheid en zondige gewoonten.
Van onboetvaardigheid, vooral in \'t sterfuur.
Van alle ongodsdienstigheid,
Door uwe eeuwige voortkornst van den Vader
en den Zoon,
Door uwe onzigtbare zalving,
Door uwe heilige verschijning bij den Doop
van Christus,
Door de volheid der genade, waarmede gij de Heilige Maagd Maria hebt begiftigd,
28
Door uwe heilrijke riederdaling over de Apostelen , verlos ons Heer.
Wij zondaren,
Dat gij ons wilt sparen,
Dat gij de ledematen der H. Kerk door uwe ^ genade wilt levend maken en heiligen, ^ Dat gij ons in de vreeze Gods wilt opleiden, g-Dat gij ons den geest des gebeds wilt ver- 3 leenen, ^
Dat gij ons een ootmoedig hart wilt schenken, ö Dat gij onze harten wilt neigen tot liefde en gquot; Christelijke milddadigheid, 2
Dat gij ons in uwe genade wilt bevestigen, c Dat wij U, H. Geest, nimmer bedroeven, ® Dat gij ons ten eeuwigen leven wilt geleiden ,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
stort uwen H. Geest over ons uit.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
zend over ons den beloofden H. Geest. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
geef ons den goeden Geest.
Heer ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer ontferm U onzer.
Onze Vader enz.
LAAT ONS BIDDEN.
Laat, bidden wij U Heer, de kracht van den H. Geest ons nabij zijn, opdat zij onze harten genadig reinige en tegen alle kwaad behoede. Door Christus onzen Heer. Amen.
20
GEBEDEN na het Vormsel.
Werlerom voor U nedergeknield, bid ik aandachtig met den Bisschop: O groote God laat uwe Larmhartigheid heden groot over ons worden, en bevestig genadiglijk het werk in ons begonnen.
Gij, die aan uwe apostelen den H. Geest gegeven en gewild hebt, dat door hen en hunne opvolgers dezelfde Geest aan de overige geloo-vigen zoude medegedeeld worden; zie genadig op onze godvruchtige oefeningen neder, en geef, dat de H. Geest zich gewaardige, zijne woning in ons te vestigen.
Schenk ons Heer, den zegen, dien gij beloofd hebt aan allen die U vreezen.
De Heer zegene ons uit Sion, opdat wij de goederen van Jerusalem al de dagen van ons leven mogen zien, en het eeuwige leven verwerven. Amen.
DANKGEBED.
O God, niet genoeg kan ik het beseffen, welke groote genaden mij heden door het H. sacrament des Vormsels geschonken zijn, maar destemeer voel ik mij gedrongen, U mijn hartelijken dank
30
te brengen voor uwe onverdiende goedheid en barmhartigheid. Ik vereenig mij met al de dankoffers welke U ooit zijn opgedragen, en U dagelijks in de H. Kerk opgedragen worden. Laat de herinnering aan de groote weldaad, welke ik heden ontvangen heb, altijd diep in mijne ziel gedrukt blijven, totdat ik eenmaal met alle Heiligen U eeuwige dankliederen moge toezingen in den Hemel. Amen.
Opoffering.
O Heilige Geest, uil dankbaarheid voor al hetgeen ik op dezen heugelijken dag heb ontvangen, offer ik mij voor altoos aan U op, met al wat ik ben en heb, met al de krachten van mijne ziel en mijn ligchaam, met al mijne gedachten, woorden en werken. Voltrek in mij o H. Geest, wat gij in mij begonnen hebt en geef, dat ik altijd door het vuur uwer heilige liefde verteerd worde. Amen.
Voornemen.
Door het H. Vormsel tot een Christen gesterkt , voel ik mij verpligt, op nieuw aan de grondstellingen van het heilig evangelie trouw te blijven, en die belofte van heden af tot het einde mijns levens te onderhouden. Als kind van God en leerling van Christus, als tempel van den H. Geest, moet ik de wet van het heilig evangelie kennen en nakomen. Al spannen de vijanden mijner zaligheid te zamen om mij afvallig te maken, ik wil hen geen aandacht waardig keuren, en door niets ter wereld mij van
31
U, o mijn God, mijn hoogste en eenig goed, laten aftrekken.
Maar H. Geest, ik voel het maar al te zeer dat ik don schat uwer genaden in een aarden vat draag, en daarom moet ik vreezen, dat ik, zonder uwen bijstand, dien schat weder zal verliezen. Wil dan die genaden door uwe voortdurende hulp in mij hewaren; mogen ze in mij blijven zooals ook het merkteeken, dat ik ontvangen heb, eeuwig in mij blijven zal. Amen.
Gebed voor de ouders.
Beminnelijke Verlosser, bij deze gelegenheid vooral, gevoelen wij zoo diep, hoeveel wij aan onze ouders verschuldigd zijn. Geef, dat wij hen nog meer eeren , nog inniger liefhebben , nog vuriger voor hen bidden, en door onze kinderlijke gehoorzaamheid dankbaar, altijd dankbaar zijn voor hunne liefderijke zorgen. Zegen hen, lieve Jesus, ook om hetgeen zij aan ons hebben gedaan. Dat zij hunne pligten getrouw blijven vervullen, U bovenal beminnen en hunne eeuwige zaligheid bereiken ; en vereenig ons eens met hen bij U in de eeuwige heerlijkheid. Amen.
Gebed voor den Bisschop.
Wij smeeken U ook , goede Jesus, voor onzen beminden Bisschop, die in uwen naam tot ons gekomen is, om ons de groote genade van het H. Vormsel mede te deelen. Schenk aan dien verheven Vorst der Kerk den geest van wijsheid
32
en sterkte , opdat Hij de kudde, door U Hem toevertrouwd naar uw welbehagen geleide, en eens met haar tot het eeuwige leven gerake. Amen.
LITANIE
TOT DE H. MAAGD.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God. Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria,
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder, lt;
Allerzuiverste Moeder, o
Ongeschonden Moeder, 0
Onbevlekte Moeder, s
Minnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moedei1 des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
33
Allervoorzigtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Magtige Maagd ,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd ,
Spiegel der regtvaardigheid,
Zelel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Uitmuntend vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis.
Ark des verbonds.
Deur des hemels ,
Morgenster,
Behoud der kranken,
Toevlugt der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders ,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen,
Koningin van den allerheiligsten Rozenkr
84
Lam Gods , flat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
GEBED.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toe-vlugt. Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren , o glorierijke en gezegende Maagd, v. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Gedenk, o goedertierenste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlugt nam , uwen bijstand verzacht, of uwe voorspraak inriep, door U verlaten is. Bemoedigd door dit vertrouwen, snel ik tot U, o Maagd der Maagden, en zuchtend onder het gewigt mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan en gewaardig U die te verhooren. Amen.
35
DE ROZENKRANS
OM DEN BIJSTAND EN DE VOORBEDE DER ALLERHEILIGSTE MAAGD.
f In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Ik geloof, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
Onze Vader, enz.
Ik groet U, Dochter van God den Vader.
Wees gegroet, enz.
Ik groet U, Moeder van God den Zoon.
Wees gegroet, enz.
Ik groet U, Bruid van God den H. Geest.
Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
, Nu bidt meu het eerste tientje op de volgende wijze; «Onze Vader, enzquot;. «\'Wees gegroet.... en gezegend is de vrucht uws ligehaams, Jesus, Dien gij, maagd blijvende, ontvangen hebtquot;. Na alzoo tienmaal het Wees gegroet gebeden te hebben, sluit men met : Glorie zij den Vader, enz. Daarna bidt men op dezelfde wijze het tweede tientje, er het tweede geheim bijvoegende, en zoo vervolgens,
I. De blijde geheimen.
1. Dien Gij, Maagd blijvende, ontvangen hebt.
2. Dien Gij, in uw bezoek aan Elisabeth, gedra
gen hebt.
36
3. Dien Gij, Maagd blijvende, ter wereld hebt
gebragt.
4. Dien Gij in den tempel aan God hebt opge
dragen.
5. Dien Gij in den tempel hebt teruggevonden.
II. De droevige geheimen.
1. Die voor ons bloed gezweet heeft in Gethsemani.
2. Die voor ons gegeeseld is.
3. Die voor ons met doornen gekroond is. Die voor ons zün kruis heefV gedragen.
5. Die voor ons gekruist en gestorven is.
III. De glorierijke geheimen.
1. Die voor ons van den dood verrezen is.
2. Die voor ons ten hemel is opgevaren.
3. Die voor ons den H. Geest heeft gezonden.
4. Die U, Maria, in den hemel heeft opgenomen.
5. Die U, Maria, in den hemel gekroond heeft.
Gedrukt ia het St. Jacobs^GodsImis te Haarlem.
Bij ilon Uitgever dezes is mede verkrijgbaar ;
De Bedevaart naar Kevelaer,
DOOR
J. H. EUSCHEBLATT.
Prijs 10 cents.
Missalen, Breviers, Graduales en Vesperales, duitsche en fransche Werken. ALSMEDE:
alle soorten van Kerkboeken, Rozekransen, Doppen, Tasrbjes, Bid- en Katechismusprent-
jes, Kruizen, Medailles, Gommunieplaten. Zwarte en gekleurde Kruiswegplaten met en zonder lijsten , witte en gekleurde Heiligenbeelden, van af 10 tot 160 centimeter hoog. Wij waterbakken, Medaillons, Kruizen in alle afmetingen, enz. enz.