-ocr page 1-

108

----——^——quot;gt;

pquot; AANWIJZINGEN ^

voor mrr

WETTIGEN VAN SAMENLEYINOEN DOOK HET UÜWELIJK,

VOOR DE

WËïTHilNIi V\\N \\ATUUIiLI.IKE KINDEREN.

EN TFiiv

VOOüZIKMXi; IN !)E voodnu.

[Uitgegeven door den Hoofdraad der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo in Nederland).

S G R A V E N H A G 15 ,

GEBR. J. amp; H. VAN LANGENHUYSEN. quot;gt; \' 1887-

__________________- ........—......JêoM;

P CR.

yak 141

-ocr page 2-

1

-ocr page 3-

/lt;/! kgt;f

AANWIJZINGEN

VOOU HET

Wettigen van saittenlevingen door tiet Hiiwelp,

VOOR DE

WETTIGING VAN NATUURLIJKE KINDEREN,

EN TER

VOORZIENING IN DE VOOGDIJ.

(Uitgegeven door den Hoofdraad der Vereeniging\' van den H. Vincentins van Paulo in Nederland).

\'\'s GRAVENH A GE,

GEBR. J. amp; H. VAN LANGENHUYSEN. 1887.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

AANWIJZINGEN

voor het wettigen van saiiieiileviii«\'eii door het huwelijk, voor de wettiging\' van natuurlijke kinderen, enter voorziening\' in de voogdij.

//Geen liefdewerk moet geacht worden vreemd te zijn aan de Vereeniging, ofschoon zij meer bepaaldelijk ten doel heeft het bezoek van arme huisgezinnenquot;, zegt artikel 2 der Algemeene Bepalingen van het Reglement der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo; en daar, bij het bezoek van arme huisgezinnen , de verbetering van den zedeHjken toestand op den voorgrond moet staan , zoo behoort het doen ophouden van onwettige samenlevingen, bij uitnemendheid tot de roeping en plichten dier Vereeniging.

Het groote nut van het doen ophouden eener onwettige samenleving door het tot stand brengen van een wettig huwelijk is niet alleen voor elk lid der St. Vincentius-Vereeniging , doch voor eiken weldenkende zóó duidelijk , dat het bepaald onnoodig is hierover uit te weiden.

Beterschap is bij een gezin niet mogelijk zoolang er eene onwettige samenleving bestaat.

Meestal ontstaan en bestaan de onwettige samenlevingen in de arme gezinnen, niet door onwil om te huwen, maar door gemis van de stukken voor den burgerlijken stand benoodigd. Intusschen schrikken dikwerf schijnbare moeielijkheden af

-ocr page 6-

4

om voor de verkrijging dier stukken moeite aan te ■wenden, üit is te meer betreurenswaardig omdat veeFal de enkele schijn hier bedriegt! In verreweg de meeste gevallen is hetschoone einddoel gemakkelyk te bereiken als men 1°. den juisten weg kent, 2°. zich persoonlijk op weg begeeft.

Het is een groote dwaling te meenen, dat de ambtenaar van den burgerlijken stand verplicht is, om de benoodigde stukken van elders te doen komen. Tn kleinere plaatsen belasten de ambtenaren zich dikwerf met het ontbieden der benoodigde stukken. Dit is eene zeer prijzenswaardige welwillendheid van hunne zijde, doch volstrekt geene verplichting. Flij, die het hoogst verdienstelijke liefdewerk, het tot stand brengen van een huwelijk bij eene onwettige samenleving, wil verrichten, moet zelf do moeite doen: daar helpt niets aan. Dit eens begrepen, is men al een heel eind op den goeden weg; en als men nu dien weg verder kent, is het bijna altijd mogelijk zijn doel te bereiken.

Alhoewel hier alleen over de formaliteiten gesproken wordt die in acht te nemen zijn bij het aangaan van een burgerlijk huwelijk, toch schijnt het niet overbodig hier nog te wijzen op de wenschelijkheid om toch vooral zich in verbinding te stellen met de Eerwaarde Geestelijkheid der parochie , zoodra men begint pogingen aan te wenden om eene onwettige samenleving door het huwelijk te doen vervangen Ue raadgevingen immers van den WelEerwaarden Geestelijke in huwelijks-kwestiën zijn somtijds noodzakelijk, altoos hoogst nuttig; en daarenboven gebeurt het niet zelden dat ook de Eerwaarde Geestelijke vroegtijdig beginnen moet om moeielijkheden, die uit het kerkelijk recht voortkomen, uit den weg te ruimen en dat hij daarvoor inzage hebben moet van de stukken, die voor het tot stand brengen van het burgerlijk huwelijk ontboden worden.

Nu ter zake.

-ocr page 7-

5

De aangifte

van het voorgenomen huwelijk moet geschieden door de beide aanstaande echtgenooten, aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der woonplaats van een hunner Deze woonplaats is de gemeente waar een hunner, meerderjarig zijnde, ingeschreven is. Bij onmondigheid is deze woonplaats de gemeente waar de vader, of, na zijn overlijden, de moeder-voogdesse of de voogd ingeschreven is.

Zijn de aanstaanden beiden vreemdelingen beneden den leeftijd van 23 jaren , doch is een hunner volgens de wet van zijn, of haar land, meerderjarig, dan is de woonplaats, de gemeente waar de meerderjarige in Nederland is ingeschreven. Meerderjarigheid en bevoegdheid tot huwen behooren tot den staat van een persoon [staiuspersonalis), die beoordeeld moet worden naar de wet van het land waartoe hij behoort. Het vereischte getal jaren voor meerderjarigheid is:

in het geheele Duitsehe Keizerrijk . . . . \\

n // // Britsche Rijk......i

// u Koninkrijk Italië.......} 21 ,

v „ n Belgie.......^

// de Fransche Republiek.......-

niet — zooals in Nederland — 23.

Als bewijs der wetgeving van een vreemd land , vordert de ambtenaar van den burgerlijken stand de verklaring van een consul of den gezant van zulk land. In België heeft de regeering de wetten der voornaamste staten nopens meerderjarigheid en bevoegdheid tot huwen in den Moniteur geplaatst, en den ambtenaren van het Openbaar Ministerie bericht, dat door deze bekendmaking, verklaringen van gezanten of consuls onnoodig geworden zijn. üat de Neder-landsche regeering meerderjarigheid en bevoegdheid tot huwen ook als statulum personals beschouwt, blijkt uit het besluit

-ocr page 8-

6

van den Minister van Justitie van \'24 December 1875 , 2e Afd. A N0. 141, waarbij voor de nationale militie de meerderjarigheid van een vreemdeling beoordeeld wordt naar de wet van zijn land.

Afkondigingen.

Ook een huwelijk dat tusschen Nederlanders, of tusschen een Nederlander en een vreemdeling, zal worden voltrokken in het buitenland, moet worden voorafgegaan door afkondigingen binnen dit koninkrijk ; zie art 138 B. W.

liet is echter onnoodig den Nederlandschen ambtenaar van den burgerlijken stand de geboorte- en andere acten toe te zenden. Men volstaat met hem, zoo noodig bij deur-waarders-exploit wten verzoeke van beide a. s. echtgenooten//, de in art. 107 B. W. vermelde opgaven te doen.

Welke acten

vóór het huwelijk bij den burgerlijken stand noodig zijn, leert art. 126 van het Burgerlijk Wetboek. Bovendien zijn de ambtenaren van den burgerlijken stand altijd bereid , tot het opgeven der voor een huwelijk benoodigde acten.

Om geboorte- of dood-acten in Nederland te verkrijgen doet men het best deze rechtstreeks per brief aan te vragen aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente waar de betrokken persoon geboren of overleden is, met bijvoeging in postzegels of per postwissel van / 1.25 voor elke acte , als :

voor zegel............/0.75

// leges............- 0.25

n legalisatie der acte door den president

der rechtbank........- 0.15

// port van terugzending......- 0 10

7 1.25

-ocr page 9-

7

Bij opzending van een bewijs van onvermogen tot het betalen der acten voor het huwelijk van den betrokken persoon, behoeft men in den brief aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, slechts een postzegel van 10 cents voor port van terugzending in te sluiten. Men zal wèl doen met den datum van het bewijs van onvermogen op te teekenen, want bij eventuëel verlies van dit bewijs kan men binnen zes maanden na den datum der afgifte een duplicaat verkrijgen. Het aanvragen van een of meer duplicaten kan nuttig zijn ter vermijding van tijdverlies, ingeval men voor hetzelfde huwelijk verschillende acten behoeft uit onderscheidene plaatsen.

Het is de gewoonte van eenige conferenciën, om de toezending eener benoodigde acte te verzoeken aan de conferencie der plaats van waar de acte moet komen. Als de acte uit eene plaats in Nederland moet komen, veroorzaakt men, dus doende, eene andere conferencie slechts onnoodige moeite , zonder voor zich zeiven eenige moeite of tijd uit te winnen.

Veel beter handelt men door een brief, ongeveer van den volgenden inhoud, te schrijven :

Aan

dm Reer (naam is onnoodig) Ambtenaar van den Burgerlijken Stand te N. N.

Beleefdelijk verzoek ik U mij te willen zenden de gelegaliseerde get)00^l acte van N. N, in uwe gemeente get\'cquot;quot;en

0 dood gestorven

omstreeks den.......of: tusschen de jaren 18 . . en

18 . . (Is men onzeker dan neme men den tijd ruim.)

Hierbij gaat in postzegels of: per postwissel het bedrag van / 1.25 of\', hierbij gaat een postzegel van 10 cent voor terugzending, met een bewijs van onvermogen, hetwelk ü gelieve terug te zenden.

Hoogachtend enz.

-ocr page 10-

Over het algemeen, zijn de ambtenaren van den burgerlijken stand uiterst welwillend en ijverig in het zoeken naar en tiet verzenden van gevraagde acten.

Sommigen hunner achten zich echter niet gerechtigd, voor de legalisatie der gevraagde acte te zorgen. Wordt de acte ongelegaliseerd terug ontvangen, dan zende uien die franco met 10 cent voor port en bewijs van onvermogen, of met 25 cent voor kosten en port, rechtstreeks aan den Heer Griflier (naam onnoodig) der betrokken rechtbank, met beleefd verzoek om legalisatie en terugzending.

Zijn de noodige geboorte- en dood-acten niet te verkrijgen, dan wijzen de artikelen 127 en 128 van het Burgerlijk Wetboek de middelen aan om in het gebrek te voorzien. De beëedigde verklaring der getuigen of van den a. s echtgenoot , in deze artikelen bedoeld, is b. v. noodig bij onbekendheid der plaats van geboorte of overlijden van den betrokken persoon.

Wanneer ten gevolge van eene zeeramp of andere noodlottige gebeurtenis geen acte van overlijden van een gehuwd persoon is opgemaakt, is het van het hoogste belang alle berichten b. v. uit dagbladen, brieven enz., nopens het ongeval te bewaren om later zoo noodig bij tweede huwelijk voor de H. Kerk het overlijden te kunnen bewijzen. De artt. 523 en volg. 526 en 549 B. W (zie hierachter) bepalen op welke wijze en wanneer iemand vermoedelijk overleden kan worden verklaard.

Voor het herstellen van fouten in acten

van geboorte en overlijden, is zeer gelukkig nog van kracht, en wordt als zoodanig erkend, het Avis du conseil cVètat du 30 Mars 1808. Bulletin des lo\'is N0. 188, te vinden in Rondonneau, Deel /, \'pcuj. 438, waarbij bepaald wordt: //Dat, ingeval de geslachtsnaam van een der aanstaanden in

-ocr page 11-

9

de geboorte-acte uiet is geschreven als die van den vader, of wanneer in de geboorte-acte eenige voornaam der ouders ontbreekt, de getuigenis der ouders of grootouders, bij liet huwelijk tegenwoordig en de eenzelvigheid bevestigende, voldoende voor het huwelijk is;

//dat het evenzoo is als, ingeval van afwezigheid van de ouders of grootouders, zij de eenzelvigheid bevestigen bij hunne in wettelijken vorm gegeven toestemming ;

//dat ingeval de ouders of grootouders overleden zijn, de eenzelvigheid voldoende bevestigd wordt, voor de minderjarigen door den voogd, voor de meerderjarigen door de vier bij het huwelijk tegenwoordige getuigen ;

//dat eindelijk, ingeval van uitlatingen van een letter of voornaam in de dood-acten der ouders of grootouders, voldoende is voor het huwelijk de beëedigde verklaring der personen wier toestemming voor minderjarigen noodig is, en voor meerderjarigen de beëedigde verklaring der partijen en getuigen;

//dat deze formaliteiten pas noodig zijn bij het huwelijk , niet bij de afkondigingen, die altijd gedaan moeten worden overeenkomstig de schriftelijke opgaven der aanstaanden.//

Zijn er andere gebreken in de geboorte- of dood-acten dan de hierboven vermelde, hetgeen helaas maar al te dikwijls gebeurt, dan moet een procureur de verbetering der acte bij de betrokken rechtbank aanvragen. Op vertoon van een bewijs van onvermogen , wijst de president daartoe een procureur aan

Wanneer de toestemming-

van ouders , grootouders of voogden voor het huwelijk noodig is (zie de achterstaande artt. 92 e. v. v. van het Burgerl. Wetboek), en de persoon wiens toestemming vereischt wordt, bij het huwelijk niet tegenwoordig kan zijn, moet hij deze

-ocr page 12-

10

toestemming geven bij notariëele acte, welke acte bij het huwelijk overgelegd wordt.

De kosten dezer acte zijn wat verschot betreft:

f 0.375 « 0.50 ,/ 1.20;

voor zegel // getuigen-loon en // registratie .

wat het salaris betreft, berekenen de notarissen bf zeer weinig bf niets, als het armen geldt. Voor vrijstelling dezer acte van zegel- en registratie-kosten, wordt het bewijs van onvermogen van den toestemmenden persoon vereischt.

Het is zeer onvoorzichtig om de notariëele acte van toestemming te doen opmaken alvorens in het bezit te zijn der geboorte-acten van de aanstaanden, want als hunne namen en voornamen in de acte van toestemming anders luiden dan in de geboorte-acte, dan is de acte van toestemming van nul en geene waarde.

De aanstaanden geven hunne namen zeer dikwerf verkeerd op, en men kan aan hunne opgaven geen geloof hechten, hoe zij die ook bevestigen.

Soms kost het nog moeite om iemand te bewegen de ver-eischte toestemming te geven. Het komt toch voor dat hij er geld voor durft te vragen. Hoe minder gewicht men nu aan die toestemming schijnt te hechten des te gemakkelijker verkrijgt men haar. Het beste middel om geldafpersing bij die toestemming te, voorkomen is: dat de notaris den betrokken persoon ten zijnen kantore ontbiedt, de acte klaar heeft en, na zich van zijn identiteit overtuigd te hebben , hem verzoekt om de toestemming tot het voorgenomen huwelijk te geven. Kent men een notaris in de plaats , waar de persoon wiens toestemming noodig is woont, dan kan men dien notaris onmiddellijk schrijven, en hem zekerheidshalve de geboorte-acten van partijen zenden. Is dk het geval niet, of wenscht men zelf den notaris niet te schrijven,

-ocr page 13-

11

dan doet men het best zich schriftelijk te wenden tot deu president der conferencie of den Weleerw. Heer pastoor der betrokken plaats, met verzoek om de zaak aan een notaris op te dragen. Ts de a. s echtgenoot een minderjarig onecht kind, dan kan dit, bij dergelijke iets meer kostende acte, door de moeder, of na haar dood door deu vader levens erkend worden.

Als de vader zich in de onmogelijkheid bevindt om zijn wil te verklaren, geval voorzien bij art. 92, 3°. Burg Wetboek, kan deze onmogelijkheid bewezen worden door eene notariëele acte. Daarvoor moeten vier personen, die de reden kennen waarom de vader zijn wil niet kan uiten, voor een notaris verschijnen en verklaren:

dat het hun bekend is; dat de vader op reis of op zee is, en men zijn verblijf niet kent; dat de vader krankzinnig is, of wat het geval wezen moge.

Bij krankzinnigheid is de verklaring van een bevoegd geneeskundige, gelegaliseerd door den burgemeester zijner woonplaats , bovendien noodig.

Willen de voogden van een minderjarige , de vader of bij gebreke van dien de moeder van een meerderjarige, die geen dertig jaar is, de vereischte toestemming niet geven dan moet men de hulp des kantonrechters inroepen.

Het geval heeft zich voorgedaan dat de woonplaats en het verblijf van den voogd onbekend waren. Alsdan moet de afwezige wiens toestemming vereischt wordt, op de wijze en termijnen bij de wet bepaald, opgeroepen worden.

De bevoegdheid tot huwen voor een vreemdeling\'

wordt, even als zijne vroeger (bij de aangifte) besproken meerderjarigheid, geregeld door de wet van het land waartoe hij behoort. Over het algemeen leveren de vreemde wetten minder bezwaren voor het huwelijk op dan onze wetgeving.

-ocr page 14-

12

Wat de geheele uitgestrektheid van het Duitsche Rijk betreft zegt § 29 der 3de Afdeeling van de wet van 6 Februari J87ó: //Wettige kinderen moeten, als zij niet voleind hebben de zoons hun 25e, de meisjes haar 24e jaar, de toesteimning tot het aangaan van een huwelijk hebben van hun vader, en na den dood van den vader, van hunne moeder, en zoo zij minderjarig zijn die vau hun voogd.quot;

Volgens de Engelsche wet kunnen mannen en vrouwen huwen als zij hun 21ste jaar voleind hebben, zonder de toestemming hunner ouders noodig te hebben.

In Oostenrijk-Hongarije en Italië is de ouderlijke toestemming niet noodig voor personen die den leeftijd van 25 jaren bereikt hebben ; in Zwitserland is daarvoor de leeftijd van 20 jaren bepaald.

Volgens de Fransche en Belgische wet kan de zoon, vóór het voleinden van zijn 25ste jaar, en de dochter vóór het bereiken van haar 21ste jaar, geen huwelijk sluiten zonder de toestemming van de ouders of grootouders; in geval van verschil is de toestemming van den vader of grootvader voldoende. Na voorzegden leeftijd bereikt te hebben blijven zij immer de toestemming hunner ouders of grootouders tot een huwelijk behoeven, tenzij aan dezen door hen de acte van eerbied beteekend wordt op de wijze als bij de Fransche en Belgische wet voorgeschreven. In de meeste gevallen, zijn dus de bepalingen der Nederlandsche wet, voor hel huwelijk van Franschen en Belgen, gunstiger dan de wetten van hun land.

Als bewijs dezer wettelijke bepalingen geldt bij den burgerlijken stand eene verklaring van den consul of van den gezant van het betrokken vreemde land, als hierboven gezegd met betrekking tot de meerderjarigheid van vreemdelingen. Zulke verklaring wordt op ongezegeld papier geschreven, daar zij evenmin als stukken in den vreemde opgemaakt aan de Neder-

-ocr page 15-

13

\'andsche zegel-belasting onderworpen is, doch moet later gezegeld en geregistreerd worden, hetgeen kosteloos geschied, als de aanstaande echtgenoot een bewijs van onvermogen heeft.

Om het telkens vrager en geven dezer verklaringen onnoodig te maken heeft de Belgische regeering in den Moniteur van 15 November 1S77 de Duitsche wetgeving nopens het huwelijk geplaatst Van sommige andere landen heeft de Belgische regeering de huwelijks-wetgeving bij circulaire aan de ambtenaren van den burgerlijken stand medegedeeld. Bij missive dd. 25 Februari 1878 werd den procureurs-generaal der gerechtshoven gemeld, dat de ambtenaren van den burgerlijken stand niet telkens de vooromschreven verklaring behoefden te eischen, als zij voldoende bekend waren met de huwelijks-wetgeving van liet betrokken land.

Nopens de wetgeving van andere vreemde landen heeft de bij uitstek werkzame Vereeniging van den H. Joannes Fran-ciscus Regis te Brussel verklaringen in haar bezit, als volgt;

wJe soussigné, envoye extraordinaire et ministro plénipoten-tiaire de sa Majesté Britannique en Belgique declare que d\'après la loi anglaise les hommes et les femmes qui out atteint Fage de 21 ans accoinplis, peuvent contractor mariage, sans devoir demander le consentement de leur père et mère et par conséquent, sans devoir produire les actes de decès des pères et mères, si ceux-ci étaient decédés.

Bnxelles, 23 Aout 1883.

S. S.vvir.r.e Lumley.»

De oorspronkelijke verklaringen behoudt de gezegde Vereeniging, doch geeft daarvan telkens zoo noodig legale afschriften. De Hoofdraad der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo te \'s Hage zal trachten zich in het bezit te stellen van dergelijke verklaringen.

-ocr page 16-

14

De wet betrekkelijk de nationale militie

van 19 Augustus 1861 [Staatsblad n0 72) bepaalt in art. 8 ; dat hij die op den lsteri Januari van het jaar zijn 19öe jaar was ingetreden, maar zijn 40ste niet heeft volbracht, niet tot het aangaan van een huwelijk wordt toegelaten, dan na te hebben bewezen zijne plichten van de\'militie te hebben vervuld of tot geen dienst gehouden te zijn geweest.

Ingevolge art. 128 der genoemde wet worden de bij de militie te land mg dij fden , niet tot het aangaan van een huwelijk toegelaten zonder schriftelijke toestemming van wege den minister van oorlog,

Deze toestemming moet aangevraagd worden bij eenvoudigen brief op ongezegeld papier aan den kolonel van het regiment, met overlegging van een bewijs, ten gemeente-raadhuize verkrijgbaar, dat de aanstaande vrouw niet ten laste van het Rijk zal komen.

In gewone tijden mag die toestemming niet geweigerd worden aan hen die hun vierde dienstjaar hebben volbracht, en wordt zij gewoonlijk reeds na twee dienstjaren verleend.

Om het bewijs van vervulling van, of niet gehoudenheid tot den militairen dienst te verkrijgen , behoeft men niets anders te doen dan een ongezegelden brief te sclirijven aan den Commissaris des Konings in de provincie waar men geloot heeft (art. 2 van het Koninklijk besluit van 17 December 1861, Staatsblad n0. 127), b. v op de volgende wijze:

Aan

den Heer Commissaris des Konings in de

Provincie........

(Voor adres is dit geheel voldoende.)

HoogEdelGestrenge Heer !

De Ondergeteekende [voornamen en naam) van beroep ......

-ocr page 17-

15

wonende {duidelijk adres van den aanvrager) geboren te [geboorteplaats en datum) en voor de militie geloot hebbende te {gemeente waar en jaar waarin geloot is) verzoekt U beleefdelijk hem te willen doen toekomen het bewijs; dat hij zijne plichten ten aanzien van de militie heeft volbracht; of\\ dat hij tot geenen dienst bij de militie is gehouden geweest.

Met eerbiedige hoogachting enz.

Om het bewijs te verkrijgen voor iemand die hier te lande niet voor de militie behoefde ingeschreven te worden, en dus niet gediend heeft, is eenige meerdere moeite noodig Bij de aanvrage aan den Commissaris des Konings om het bewijs «dat iemand geen plichten ten aanzien der nationale militie te volbrengen heeft gehad ,« waarin dan natuurlijk over loting niet gesproken wordt, moet overgelegd worden, (zie achterstaande artt. 15 en 20 der gezegde wet betrekkelijk de Nationale Militie):

1°. de geboorte-acte, of de acte van bekendheid des kantonrechter? bedoeld in art. 127 Burgerlijk Wetboek ;

2°. een bewijs ;

dat van den 1quot; Januari des jaars waarop de aanvrager zijn 19\' jaar was ingetreden tot het volbrengen van zijn 20* jaar, zijn vader of, was deze overleden, zijne moeder, of, waren beiden overleden, zijn voogd, niet gewoond heeft binnen het Rijk der Nederlanden in Europa;

of\\ dat hij , geen voogd gehad hebbende , gedurende de volle laatste 18 maanden vóór den ln Januari des jaars waarin hij zijn 19e jaar was ingetreden geen verblijf hield in Nederland , noch vóór het volbrengen van zijn 20e jaar ingezeten is geworden van het Rijk der Nederlanden in Europa;

of\', dat hij , van wiens ouders de langstlevende ingezeten was, al is zijn voogd geen ingezeten , van af den ln Januari

-ocr page 18-

16

des jaars waarin hij zijn I9e jaar was ingetreden , geen verblijf hield binnen het Rijk der Nederlanden in Europa, en vóór het volbrengen van zijn 20e jaar geen ingezeten is geworden. Dit geval doet zich zelden voor.

Het bewijs dat iemand in de gevallen en gedurende den tijd als voorzegd , niet in Nederland woonachtig , dus geen ingezeten was, wordt geleverd door eene verklaring van inwoning van den een of anderen ambtenaar van het betrokken land. Deze verklaring is gewoonlijk zeer moeielijk te verkrijgen. Daarom trachte men in zulk geval vier personen te vinden die met wetenschap de voor het geval noodige verklaring voor een notaris kunnen afleggen. Deze maakt dan eene acte die, gesteld de a. •?. echtgenoot ware geboren den 4in Mei 1850, zou moeten luiden als volgt:

15 e k e n d h e i d.

Heden den . . des jaars 18 . . zijn voor

mij .... notaris in het arrondissement . . . . ter standplaats .... verschenen.

1. naam, beroep, woonplaats.

2. // // n

3. // rr rr

4. // » rt

welke comparanten, allen aan mij notaris bekend, verklaarden dat het hun bekend is:

dat N. N., vader (1) van A. A., (namen van den a. s. echtgenoot volgens zijne geboorteacte) welke laatste, van

beroep....., thans wonende te.......

den Mei 1850 te......in......

1

De vader overleden zijnde, moet hier de naam der moeder, en ook deze overleden zijnde, de naam van den voogd ingevuld worden, nadat in dit geval het feit van overlijden, met vermelding van tijd en plaats, ia medegedeeld. Overlegging der doodacten is wenschelijk.

-ocr page 19-

17

is geboren, van den lu Januari 1869 tot en met den 4n Mei 1870 niet gewoond heeft binnen het Rijk der Nederlanden in Europa en dus geen ingezeten is geweest;

of:

dat, A. A. (namen van den a. s echtgenoot volgens zijn geboorte-acte) van beroep .... thans wonende te .

den Mei 1850 te .... in......

geboren is; dat zijn vader (namen volgens geboorte-acte) den la October 1859 en zijne moeder den 51 April 1863 zijn overleden ;

dat genoemde (de a. s. echtgenoot) geen voogd gehad hebbende, gedurende de volle laatste achttien maanden vóór

1869 geen verblijf hield in Nederland, en vóór den 5n Mei

1870 niet gewoond heeft en dus geen ingezeten is geworden binnen het Kijk der Nederlanden in Europa.

Waarvan acte uitgegeven in originali.

Gedaan en verleden enz.

Het verschot dezer acte is zegel./ 0.378, registratie ƒ 1.20, getuigengeld /0.50.

Deze acte en de geboorte-acte moeten , met een schrijven als voormeld , aan den Commissaris des Konings der provincie, waarin de a. s. echtgenoot woont, opgezonden, of aan den ten deze betrokken ambtenaar , overhandigd worden. Als er redelijkerwijze van ontduiking van dienst geen sprake kan zijn, wordt het bewijs van ongehoudenheid tot militiedienst afgegeven , en ontvangt men daarbij de overgelegde stukken terug.

Volgens de laatste alinea van art. 15 der voornoemde wet betrekkelijk de nationale militie wordt echter: «Voor ingezeten niet gehouden de vreemdeling behoorende tot eenen staat waar de Nederlander niet aan den verplichten krijgsdienst is onderworpen, of waar ten aanzien der dienstplichtigheid het beginsel van wederkeerigheid is aangenomen.quot;

2

-ocr page 20-

18

Daar, voorzoo verre ons bekend is, in geen enkel land ter wereld , behalve in Noorwegen , een vreemdeling, en dus ook de Nederlander, aan den verplichten krijgsdienst onderworpen is , en in Relgië met ons land wederkeerigbeid bestaat, kun bijna elke vreemdeling, al ware hij volgens de vroeger gemelde bepalingen van art 15 der militiewet ingezeten , een bewijs van ongebondenheid tot den dienst verkrijgen mits hij bewijze : dat hij van af 1 Januari des jaars waarin hij zijn 19e jaar is ingetreden tot het volbrengen van zijn 2(}e vreemdeling was en nog tot een anderen staat behoorde; dat is; zijn nationaliteit niet verloren had.

Zulk bewijs kan geleverd worden door overlegging der acte van geboorte , of van bekendheid des kantonrechters , en van of een certificaat van volbrachten dienst gedurende den zoo even gezegden tijd in zijn land , of een schriftelijk bewijs van weigering van dusdanig certificaat wegens desertie of andere redenen, o/\' een paspoort, hetzij in het buitenland, hetzij hier te lande hem door den gezant of consul afgegeven, of eene notariëele acte van bekendheid waaruit duidelijk blijkt dat de a. s echtgenoot alsnog tot een anderen staat dan den Nederlandschen behoort.

Intusschen, het bewijs van vreemdelingschap is gewoonlijk moeielijker te leveren dan dat van niet ingezetenschap, en daarom kieze men , als de vreemdeling volgens art 15 der Militiewet geen ingezetene is , liever den eerst aangewezen weg, nl. het doen opmaken van een notariëele acte van bekendheid van niet-ingezetenschap.

Nopens het te leveren bewijs van ongebondenheid tot den dienst, kan men zoo noodig inlichtingen inwinnen bij den Commissaris des «.onings of bij den ten deze betrokken ambtenaar, die altijd gaarne tot hulp en medewerking bereid is, zoodra slechts blijkt dat geene ontduiking van dienst beoogd wordt.

-ocr page 21-

19

l)e a. s. echtgenoot behoeft zich niet zelf, hetzij schriftelijk hetzij mondeling tot den Commissaris des Konings te wenden: een ander kan dit voor hem doen. De over te leggen stukken behoeven niet gelegaliseerd te zijn.

Om acten vau geboorte, overlijden, toestemming: enz. uit het buitenland te verkrijgen,

hetgeen dikwerf noodig is, doet men het best zich rechtstreeks te wenden tot den president van de conferencie der St. Vincentius-Vereeniging van de plaats van waar de stukken komen moeten. Is deze plaats zoo onaanzienlijk of van dusdanige ligging, dat men met grond vermoedt, dat er geene conferencie bestaat, dan wende men zich tot den president van de conferencie der meest naburige aanzienlijker plaats, of des noods tot den president van den Uoofdraad van het land waarin de betrokken plaats gelegen is. quot;Van lioofdraden kan men het adres altijd te weten komen door te schrijven aan het adres van den Algemeenen Raad der St. Vincentius-Vereeniging te Parijs , Rue de Eursten-berg Nquot;. 6. Gemakshalve worden hierachter eenige blijvende hoofdadressen opgegeven. Voor de meeste gevallen heeft men echter geen adressen noodig , doch men schrijve en adresseere eenvoudig in de taal des lands , of kan dit niet dan naar omstandigheden in het Fransch of üuitsch, of zoo mogelijk waar noodig in het Engelsch;

« a Monsieur le président

de la Société de St. Vincent de Paul a.....quot;

// Herrn Prasidenten

des St. Vincentius von Paulo Vereins in.....quot;

n To the President of the Society of St. Vincent de Paul in......quot;

-ocr page 22-

20

Gewoonlijk bereiken zulke brieven hun adres; doch voor-zichtigheidshalve en om zich te vergewissen of de brief zijn adres bereikt heeft, stempele of schrijve men altijd ban adre.s van afzending buiten op de voorzijde van den omslag, opdat de brief bij niet-bezorging terugkome.

In vele plaatsen der wereld bestaan afzonderlijke vereeni-gingen van den PI. Joannes Franciscus Regis voor de wettiging van samenlevingen Kent men het adres van zulke vereeniging dan richte men zich onmiddellijk tot haar, om den president der conferencie de moeite te besparen van de zaak aan baar op te dragen.

Onlangs moest eene conferencie drie samenlevingen tot huwelijken brengen, waarvan de a. s. eohtgenooten zoons waren van arme bergbewoners in de Apenijnen van Zuid-Italië. De president verkreeg een bewijs van onvermogen voor elk der Italianen. De consul van Italië legaliseerde deze bewijzen, en schreef en toekende op de achterzijde de Italiaansche vertaling. De president adresseerde zijn aanvraag met deze stukken in het IVanscti aan den President der St. Vine. Vereen, te Napels, welke laatste terstond antwoordde, dat hij de zaak in handen had gesteld der Vereeniging van den 11. Joannes Franciscus Regis aldaar. Van deze Vereeniging werden alle noodige stukken, gelegaliseerd door den Nederlandschen consul te Napels, in de beste orde geheel kosteloos verkregen De ambtenaar van den burgerlijken stand betuigde zelf zijne bewondering over het verkrijgen dier stukken, en nam volkomen genoegen met de verklaring van den consul van Italië, nopens de bevoegdheid tot huwen der a. s. eclitgenooten volgens de Italiaansche wet.

Blijkt liet , of vermoedt men met grond, dat de hulp eener buitenlandsche conferencie niet, of niet met vrucht , ingeroepen kan worden, dan wende men zich tot den Weleerw. Heer

-ocr page 23-

3 J

R. Ksith. pastoor (naam ormoodig) der plaats, of naburige plaats , van waar fle stukkeu moeten komen. Tot hem kfni zoo uoodig een latijnsche brief gezonden worden, dien een bevriend priester altijd gaarne zal stellen.

Men verzoeke vooral, bij liet aanvragen van buitenland-sclie stukken, dat deze gelegaliseerd worden door den gezant of den consul van Nederland , en daarvoor zijn wederom vele legalisatiën van buitenlandsclie ambtenaren uoodig. Deze vele legalisatiën kunnen zeer kostbaar worden, en daarom is opzending van een bewijs van onvermogen met vertaling, gelegaliseerd door den betrokken gezant of consul, wensclielijk. Stukken uit België behoeven alleen door den president der betrokken Belgische rechtbank gelegaliseerd te worden, Eenige kosten vereischt het verkrijgen der stukken altijd, daarom is het wensclielijk bij de aanvraag opgaaf van kosten te verzoeken, met bijvoeging dat deze per postwissel terugbetaald zullen worden.

In sommige landen, b, v. Pruissen, is het vaak zeer moeielijk, soms onmogelijk, de geboorte- of doopacte gelegaliseerd te krijgen van iemand, die niet aan zijn buitenlandschen militie-plicht vol • daan heeft. Bij het niet verkrijgen der noodige legalisatie verkeert men geheel in het geval voorzien bij art 127 Burgerlijk Wetboek, want eene niet gelegaliseerde buitenlandsclie acte heeft bij den burgelijken stand als acte niet de minste waarde. De a. s. echtgenoot kan in zulk geval gerust voor den kantonrechter verklaren niet in de mogelijkheid te zijn de vereischte acte te vertoonen, daar hij niet aan zijn buitenlandschen militieplicht voldaan heeft, of gedeserteerd is enz. Menige vreemdeling ziet tegen zulke verklaring voor den rechter ten onrechte op, want volgens de wet van 6 April 1875 [Stbl. n0. 66) betrekkelijk de uitlevering van vreemdelingen, kunnen ze niet uitgeleverd worden wegens verzuim of desertie van militairen dienst.

-ocr page 24-

22

Waar in het buitenland geen burgerlijke stand bestaat of bestond, voldoet de gelegaliseerde kerkelijke doop- of doodacte. Eene niet gelegaliseerde buitenlandsche acte kan ook opgezonden worden aan Zijne Excellentie den Minister van Buitenlandsche Zaken te \'s Hage, met verzoek om deze acte in het betrokken vreemde land door de bevoegde Nederlandsche autoriteit aldaar te doen legaliseeren, en met vermelding dat de persoon., ten wiens behoeve de legalisatie verzocht wordt, in Nederland woont.

Acteu van geboorte of overlijden uit Nedeej.andsche Koloniën moeten worden aangevraagd: wat Oost-Indïé betreft aan den betrokken ambtenaar van den burgerlijken stand aldaar, met bijvoeging van ƒ 4.05 of een bewijs van onvermogen; of als het militairen betreft aan het Ministerie van Koloniën te \'s Hage ;

wat aangaat IVesf-lndi\'é, bij gezegeld (15 cent) rekest aan den Gouverneur van Suriname of Curasao, met bijvoeging van ƒ 7.—;, of aan het Ministerie van Koloniën en in dat geval met een bewijs van onvermogen.

Gemakshalve volgen hier thans eenige blijvende buitenlandsche adressen :

Voor Frankrijk:

Conseil General de la Société de St. Vincent de Paul. Rue de IWstenberg n». (i a Paris.

Voor België :

Société charitable de St. Jean KraiiQois Régis. Rue du Télescope N0. 5 a Bruxelles. (Het bestuur dezer vereeniging is bij uitstek ijverig, zaakkundig en bekend met vreemde adressen )

Voor Engeland en Schotland :

Provincial Council of the Society of St. Vincent de Paul. Queens square N0. 31 W. C. London.

-ocr page 25-

23

Voor Ierland :

Particular Council of the Soc. of St Vincent de Paul. Upper Sackville street N®. 50 Dublin.

Voor de Vereeniade Staten van Noord-Amerika : .Superior Council of the Society of St. Vincent de Paul Reade street N0. \'29 New-York.

Bestaande doch veranderlijke adressen zijn ;

Voor geheel Duitschland :

Herrn Heinrich Mathias Schmitz. Severinstrasse N 214 Coin am Rhein. (Uitmuntend adres)

Voor Oostenrijk :

Herrn Baron von Gagern, Prasidenten des St Vincentius Vereins, Wien.

Voor Italië :

Mons:eur Valerio Alibrandi, Sécrétaire de la Société de St. Jean-Francois Regis Foro Trajano Nro. 30 a Rome.

Monsieur Viucenzo Liguola, Sécrétaire de la Société de St. Jean Prnn^ois Régis. S. Agostino degli Scalzi N0. 1 a, Naples Voor Spanje:

Monsieur José Zumelzu, Avocat et membre de la Soc. de St Vincent de Paul a Santander,

Nog eens zij \'t echter herhaald , dat men , met uitzondering van zeer groote steden, volstaat met den brief te richten aan den President der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo te......als voorzegd.

Als uit liet buitenlaiut de luilp ecner Xederlandsclie couferencie ingeroepen wordt,

is zulke conferencie tot het verleenen van de gevraagde hulp verplicht. Men lette er dan vooral op, de. gevraagde stukken te doen legaliseeren door den gezant of consul van het land waarvoor zij bestemd zijn. Stukken voor België bestemd

-ocr page 26-

24

behoeven alleen door den president der betrokken Nederland-sche arrondissements-rechtbank gelegaliseerd te worden Niet te groote verschotten kunnen gerust worden gedaan , en worden volgens daarvan gedane opgaaf teruggezonden.

De gevraagde stukken worden door de Nederlandsche autoriteiten kosteloos uitgereikt op vertoon van een (ook in het buitenland afgegeven) bewijs van onvermogen, dank zij het Koninklijk besluit van 12 Juli 1858 N0. 54 (zie Bijvoegsel op het Staatsbl.), in verband met art. 3 van het Koninklijk Besluit van 24 Mei 1827, Stbl. Nquot;. 27, luidende: «Degenen welke van hunnen behoeftigen toestand bij een certificaat van het stedelijk of plaatselijk bestuur doen blijken, zullen van de betaling der rechten en kosten voor de afgiften van afschriften of uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand bepaald , zijn vrijgesteld quot;

Op vertoon van hetzelfde bewijs van onvermogen vindt ook de legalisatie kosteloos plaats.

Mocht men ondanks bovenstaande inlichtingen nog op bezwaren stuiten . dat zeer goed mogelijk is wegens de gioote verscheidenheid der gevallen, dan richte men zich tot den Hoofdraad der Vereeniging te \'s 11 age of tot den Bijzonderen Enad eener groote stad, die natuurlijkerwijze meer ondervinding hebben, dan eene conferencie van eene kleine plaats heeft. Men geve echter de zaak ondanks alle moeielijkheden niet op, want met ijver en volharding is bijna elke onwettige samenleving door een huwelijk te wettigen.

Een der weinige onmogelijkheden om eene onwettige samenleving tot een burgerlijk huwelijk te brengen is: wanneer de a. s. echtgenoot in Nederland tot militairen dienst verplicht was, daaraan niet voldaan en zijn 408le jaar niet voleind heeft. Eenmaal dien leeftijd bereikt hebbende behoeft men geen enkel stuk nopens militie te toonen.

-ocr page 27-

25

Wanneer eenmaal alle stukken in orde zijn, overhandige een lid der conf\'erencie die zoo noodig zelf aan den ambtenaar van den burgerlijken stand. Als het huwelijk niet kosteloos voltrokken wordt, kan het zelfs zeer wenschelijk zijn, dat het benoodigd geldelijk bedrag niet aan de a. s echtgenooten doch aan den ambtenaar van den burgerlijken stand ter hand worde gesteld.

De wettiging\' van Datunrlijke kinderen

uit de onwettige samenleving geboren, worde bij het opvolgend huwelijk hunner ouders toch vooral niet verzuimd.

Meu behoeft slechts vóór de voltrekking van het huwelijk, liefst tegelijk met de aangifte, de voornamen, geboorteplaats en datums aan den ambtenaar van den burgerlijken stand op te geven, en te zorgen dat de wettiging in het geboorteregister worde ingeschreven. Als deze wettiging vóór het huwelijk ongelukkig verzuimd wordt, kan zij niet meer dan met zeer veel moeite, omslag en kosten geschieden.

Bij tweede of verder huwelijk

eener vrouw voogdesse zijnde over de kinderen uit haar vroeger huwelijk, verliest zij van rechtswege de voogdij als zij zich niet vooraf\' door den kantonrechter daarin heeft doen bevestigen.

Ditzelfde gevaar loopt de vader of de moeder die verzuimt zich. alvorens te hertrouwen, te verschaffen de geregistreerde verklaring van den toezienden voogd, dat hem is aangeboden een behoorlijke staat van de goederen der minderjarige kinderen, of de verklaring dat zij geene goederen bezitten.

Tn beide gevallen gaat bovendien het recht van voogdbenoeming verloren.

-ocr page 28-

36

Voorziening in de voogdij over ininderjarin-en.

Deze gelegenheid zij tevens te baat genomen, om de aandacht der conferenciën op een ander gewichtig belang te vestigen. Bestaat er eenige vrees dat, bij den dood van een weduwnaar of weduwe, de familieleden het belang der kinderen niet zouden behartigen, of den kantonrechter een onge-wenschte als voogd zouden voordragen, dan zorge men toch terstond dat deze weduwnaar of weduwe een voogd over de kinderen benoeme.

Voor kinderen uit een gemengd huwelijk bestaat er altijd gevaar, dat familieleden, of een door hen voorgedragen voogd hen zouden opvoeden tegen den wensch van hun vader of moeder. Deze benoeming geschiedt bij eene zeer eenvoudige , korte en weinig kostbare notariëele acte, waarbij de weduwnaar of weduwe verklaart: «over de kinderen (zonder opgave van namen)

geboren uit het huwelijk met wijlen ......tot voogd

te benoemen.....en bij diens ontstentenis......w.

Ben natuurlijk niet erkend kind moet bij dusdanige acte eerst erkend worden, daar de geboorte-acte geen bewijs van erkenning is.

Is er een geschikt familielid , dan is het wenschelijk dat zulk lid tot voogd benoemd worde. Bestaat er de minste twijfel nopens de geschiktheid van een familielid voor de voogdij, dan is het verreweg het best, dat een lid der con-ferencie, en voorzichtigheidshalve bij diens ontstentenis een ander, tot voogd benoemd wordt Sommige leden der Ver-eeniging zijn soms angstig om zulke voogdijbenoeming te aanvaarden Zulke angstvalligheid is eigenlijk lafheid. Gewoonlijk heeft de voogd niets te doen dan te zorgen, dat de kinderen in het weeshuis, of in een goed opvoedingsgesticht , tijdig aangegeven en opgenomen worden.

Het verzuim om den langstlevende der ouders Ren voogd

-ocr page 29-

27

over zijne minderjarige kinderen, uit het laatst of vorig huwelijk geboren , te doen benoemen , heeft dikwerf de ongelukkigste gevolgen gehad , de onaangenaamste processen veroorzaakt. Men moet echter steeds zorgen iemand tot voogd te benoemen, die bevoegd is die betrekking te vervullen. Art. 436 Burgerlijk Wetboek leert welke personen onbevoegd zijn tot de voogdij, en art. 437 wie van de voogdij zijn uitgesloten en zelfs ontzet kunnen worden, wanneer zij reeds werkzaam zijn Ook kan iemand bij strafrechterlijk vonnis van het recht om voogd te zijn tijdelijk worden ontzet. Zie artt. 28, 30 en 31 van het Wetboek van Strafrecht.

Ook komt het voor, dat door den langstlevende der ouders tot voogd wordt benoemd iemand die in staat van faillissement of kennelijk onvermogen verkeert, of komt te ver-keeren. Tn al deze gevallen is het zaak dat onmiddellijk een ander persoon benoemd worde. Pleeft eenmaal de langstlevende der ouders verzuimd zelf tijdig een voogd over zijne minderjarige kinderen te benoemen, dan kan na diens overlijden door den kantonrechter in de voogdijbenoeming worden voorzien.

Om de benoeming van een voogd over wettige, gewettigde of erkende ouderlooze minderjarigen te bewerkstelligen, ver-voege men zich tot den betrokken kantonrechter met een vooral juiste opgaaf van :

1°. de voornamen, namen , datums en plaatsen van overlijden der ouders.

2°. de voornamen, namen en geboortedatums van al de nog minderjarig zijnde kinderen dezer ouders.

(Om de voornamen der kinderen met juistheid te kennen, schrijve men aan den ambtenaar van den burgerlijken stand van de geboorte-plaats der kinderen, met verzoek om de bewijzen van de geboorte-inschrijving der kinderen. Elk bewijs van geboorte-inschrijving kost slechts 10 of 25 cent.)

-ocr page 30-

:i8

3°. de voornamen, namen, woonplaatsen van vier uit de naaste mannelijke bloed- of aanverwanten en zooveel mogelijk in de beide liniën gekozen, met vermelding hunner meerderjarigheid en graad van bloed- of aanverwantschap.

De7,e bloedverwanten of aangehuwden moeten zijn manspersonen, meerderjarig en hinnen het koninkrijk woonachtig. Wanneer zich geen genoegzaam getal bloedverwanten of aangehuwden in Nederland bevindt, is de kantonrechter slechts gehouden zoodanige te hooren die binnen hetzelve woonachtig zijn. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen door een bijzonderen gevolmachtigde, die slechts in den naam van één persoon kan optreden. Een voorbeeld van zulk een volmacht volgt:

Zegel 15 cent met 50 opcenten.

Ik ondergeteekende (voornamen en naam) meerderjarig

(of gehuwd) wonende te.....grootvader (of broeder,

behuwdbroeder, oom. behuwdoom, neef) van vaders- of moederszijde van :

(voornamen der kinderen )

minderjarige kinderen van wijlen (voornamen en niarn des

vaders) den......te......en van (voornamen en

naam der moeder) den ...... te......overleden ,

verklaar bij deze tot mijn gevolmachtigde te benoemen (voornamen, naam en woonplaats des gevolmachtigden\') om door den bevoegden heer kantonrechter ie worden geraadpleegd over de benoeming van een voogd en toezienden voogd over de voornoemde minderjarigen , en te dezer zake al het verder noodige te doen; alles met de macht van substitutie.

Gedaan.....te ... . den ....

(onderteek ening.)

Deze volmacht moet geregistreerd worden. Zij kan op ongezegeld papier worden geschreven en wordt gratis ge-

-ocr page 31-

29

registreerd, indien bij de ter registratie-aanbieding, wordt vertoond het bewijs van onvermogen van den persoon, die de volmacht geeft.

Bij eene voogdijbenoeming over kinderen uit een gemengd huwelijk gesproten , kan het noodig of wenschelljk zijn de katholieke doopbewijzen der kinderen aan den rechter te overhandigen.

Wanneer de kantonrechter den persoon benoemt die door de meerderheid is opgegeven , en dit geschiedt gewoonlijk , is de benoeming dadelijk van kracht. Valt daarentegen de keus op een anderen persoon , dan kan een der verwanten of zijn gemachtigde terstond vorderen, dat de zaak aan het oordeel der rechtbank onderworpen wordt. (Zie artt. en volg. Burgerl. Wetb.)

In de voogdij over natuurlijke niet erkende kinderen, wordt door den kantonrechter zonder voorafgaand verhoor voorzien.

Verwacht of ondervindt men eenige moeielijkheid bij eene voogdij benoeming, dan raadplege men een rechtsgeleerde. Het is soms wenschelijk of noodig dat deze als gemachtigde van een der verwanten, voor den kantonrechter optrede.

In sommige gevallen kan het nuttig zijn dat de vader, met het oog op de opvoeding zijner kinderen na zijn overlijden, gebruik make van de hem bij art. 401 B. W. toegekende bevoegdheid om aan de langstlevende moeder een bijzonderen raadsman toe te voegen.

Mogen de leden der Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo inzien dat het wettigen van samenlevingen , en het tijdig voorzien in de voogdij over minderjarigen, tot hun schoonste liefdewerken en duurste plichten behoort!

-ocr page 32-

so

AANHANGSEL.

De voornaamste artikelen uit liet Burgerlijk Wetboek, betreffende het huwelijk en de voogdijbenoeniing\'.

Art. 86. Een jongman, den vollen ouderdom van achttien, on eene jonge dochter den vollen ouderdom van zestien jaren niet bereikt hebbende , mogen geen huwelijk, aangaan.

De Koning kan echter, om gewichtige redenen, dit verbod door het verleenen van dispensatie opheffen.

Art. 87. Het huwelijk is verboden tusschen alle personen, die elkander bestaan in de opgaande en nederdalende linie, hetzij door wettige, hetzij door onwettige geboorte, of door aanhuwe!ijking ; en in de zijdlinie tusschen broeder en zuster, wettige of onwettige.

Art. 88 Ook is het huwelijk verboden ;

J0. Tusschen schoonbroeder en schoonzuster, wettige of onwettige ;

\'2° Tusschen oom of oud-oom en nicht of achter-nicht, mitsgaders tusschen moei of oud-moei en neef of achter-neef, wettige of onwettige.

De Koning kan , om gewichtige redenen, het verbod , in dit artikel vervat, door het verleenen van dispensatie opheffen.

Art. 89. Een persoon , die bij regterlijk vonnis van overspel is overtuigd , mag nimmer met den medeplichtige aan dat overspel in het huwelijk treden.

Art. 90. Tusschen personen , wier huwelijk, om welke reden ook , door echtscheiding is ontbonden , mag nimmer een nieuw huwelijk plaats hebben.

Art. 91. Eene vrouw kan geen nieuw huwelijk aangaan, dan na verloop van drie honderd dagen na de ontbinding van het vorig huwelijk.

-ocr page 33-

31

Art. 92. Echte kinderen kunnen, gedurende hunne min derjarigheid, geen huwelijk aangaan, zonder de toestemming van hunnen vader cn hunne moeder te hebben verzocht en dezelve te hebben verkregen , hetzij van beiden , hetzij van den vader alleen , indien de moeder zich niet verklaart, of met den vader in gevoelen verschilt.

In het laatste geval , is de vader gehouden , hetzij bij de akte van toestemming, hetzij ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand , te verklaren dat de toestemming van de moeder is gevraagd geweest

Wanneer de vader overleden is, of zich in de onmogelijkheid bevindt om zijnen wil te verklaren , wordt de toestemming van de moeder vereischt.

Art. 93. Indien de vader en moeder beide overleden zijn of zich in de onmogelijkheid bevinden om hunnen wil te verklaren , vervult de grootvader van vaders zijde hunne plaats.

Bij gebreke van den grootvader van vaders zijde, wordt de toestemming van den grootvader van moeders zijde vereischt.

Art. 94. Wanneer zoowel de grootvader van vaderszijde, als die van moeders zijde ontbreken , wordt de toestemming vereischt van de grootmoeder van vaders zijde, en bij gebreke van deze , van de grootmoeder van moeders zijde.

Art. 95. Wanneer de vader en de moeder, mitsgaders de grootvaders en grootmoeders , ontbreken , of wanneer zij zich allen in de onmogelijkheid bevinden om hunnen wil te verklaren , kunnen echte kinderen , zoolang zij minderjarig zijn, geen huwelijk aangaan , zonder de toestemming van hunnen voogd en hunnen toezienden voogd

In geval van weigering van beide , of van één hunner , is de kantonregter, op verzoek vnn den minderjarige , bevoegd het verlof tot het aangaan des huwelijks te verleenen, na verboor of na behoorlijke oproeping van den voogd en dea

-ocr page 34-

32

toezienden voogd, mitsgaders van vier uit de naaste, binnen het rijk woonachtige en meerderjarige bloedverwanten, tot den graad van vollen neet\' ingesloten. zooveel mogelijk in gelijk getal uit de twee liniën te verkiezen.

Bi} gebreke van het genoegzaam getal bloedverwanten binnen het rijk, zal dit getal worden aangevuld door meerderjarige en binnen de Nederlanden wonende personen. welke den verzoeker door aanhuwelijking in den bovengemelden graad bestaan.

Indien er geene nabestaanden binnen het Koningrijk aanwezig zijn, of indien, na behoorlijk gedane oproeping, geen der bloedverwanten of der aangehuwden, noch in persoon, noch bij een bijzonderen gevolmachtigde, verschijnt, zal de kantonrechter het verlof toestaan of weigeren, nadat hij den voogd en den toezienden voogd zal hebben geraadpleegd ot\' behoorlijk opgeroepen.

Art. 96. [n het geval bij het tweede lid van het vorige artikel voorzien, zijn, zoowel liet kind als de voogd , de toeziende voogd en de opgekomen nabestaanden, bevoegd bij de arrondissementsrechtbank , door middel van een verzoekschrift, tegen de uitspraak van den kantonrechter op te komen. De rechtbank zal op dit verzoek , na verhoor van de wederpartij en van het openbaar ministerie, en zonder anderen vorm van geding, het verzochte verlof, bij eindvonnis, toestaan of weigeren.

Art. 97. Natuurlijke kinderen, wettiglijk door den vader erkend, kunnen, zoolang zij minderjarig zijn, geen huwelijk aangaan, zonder de toestemming van hunnen vader. Bij gebreke van den vader, wordt de toestemming der moeder vereischt.

Art. 98. Natuurlijke doch niet erkende kinderen, of

-ocr page 35-

33

degene, die, na de erkenning, hunnen vader eu hunne moeder hebben verloren, of wier ouders buiten de mogelijkheid zijn hunnen wil te verklaren, kunnen, zoolang zij minderjarig zijn, geen huwelijk aangaan, zonder toestemming van hunnen voogd en hunnen toezienden voogd.

In geval van weigering van beiden of van een hunner, zal de kantonrechter het verlof daartoe kunnen verleenen, na verhoor of behoorlijke oproeping van den voogd en toezienden voogd , behoudens het beroep, hetzij van de kinderen, hetzij van hunnen voogd of toezienden voogd, op dezelfde wijze als bij artikel 96 is voorgeschreven.

Art. 99. Echte kinderen , die meerderjariü zijn, doch den vollen ouderdom van dertig jaren nog niet hebben bereikt, zijn insgelijks verplicht om tol het aangaan van een huwelijk de toestemming van hunnen vader en hunne moeder te verzoeken.

Wanneer zij die toestemming niet hebben bekomen, kunnen zij de tusschenkomst inroepen van den kantonrechter, binnen wiens gebied de vader of de moeder met der woon gevestigd zijn, en zulks met inachtneming der bepalingen van de volgende artikelen.

Art. 100. Binnen den tijd van drie weken, te rekenen van den dag waarop het verzoek aan den kantonrechter is gedaan, zal deze voor zich doen verschijnen den vader, of, bij gebreke van den vader, de moeder , mitsgaders het kind, ten einde hun alle zoodanige vertoogen te doen als hij in hun wederzijdsch belang zal oorbaar achten.

De kantonrechter zal een proces-verbaal van de verschijning der partijen opmaken, zonder daarbij de redenen op te geven welke door haar over en weder zijn aangevoerd.

Art. 101. Indien de vader, of, bij gebreke van dien, de

-ocr page 36-

34

moeder niet verscliijnt, zal tot het huwelijk worden overgegaan , op de vertooning der akte , waaruit van die niet-verschijning blijkt.

Art. 102. Indien het kind niet verschijnt, kan het huwelijk niet worden voltrokken, zonder een hernieuwd verzoek tot tusschenkornst.

Art. 103. Indien, partijen verschenen zijnde, de vader, of, bij gebreke van dien, de moeder bij de weigering volhardt, mag het huwelijk niet worden voltrokken dan na verloop van drie volle maanden, te rekenen van den dag der verschijning.

Art. 104. De bepalingen der vijf laatste artikelen zijn insgelijks toepasselijk op natuurlijke kinderen, ten aanzien van de personen, wier toestemming tot het huwelijk bij artikel 97 vereischt wordt.

Art. 105. Alle personen , die met elkander een huwelijk willen aangaan, moeten daarvan aangifte doen bij den t.mb-tenaar van den burgerlijken stand der woonplaats van een der partijen.

Art. 106. Deze aangifte zal, hetzij in persoon, hetzij bij zoodanige geschriften geschieden, waaruit van het voornemen der aanstaande echtgenooten met genoegzame zekerheid kan blijken, waarvan eene akte door den ambtenaar van den burgerlijken stand zal worden opgemaakt.

Art. 107. Vóór het voltrekken van het huwelijk, zal de ambtenaar van den burgerlijken stand twee afkondigingen doen voor de deur van het huis der gemeente , en wel op twee volgende zondagen.

Deze huwelijks-afkondigingen, en de akte die daarvan moet worden opgemaakt, zullen bevatten:

-ocr page 37-

35

1°. De voornamen, namen, den ouderdom, het beroep en de woonplaats der aanstaande echtgenooten, en , indien dezelve reeds vroeger getrouwd zijn geweest, de namen van hunne vorige echtgenooten;

2°. De voornamen, namen, het beroep en de woonplaats van hunne ouders ;

3°. Den dag, de plaats en het uur waarop de afkondiging zijn geschied, met vermelding of zulks de eerste of de tweede zij.

Art. 108. Wanneer de aanstaande echtgenooten hunne woonplaats niet in dezelfde gemeente hebben , zullen de beide afkondigingen moeten geschieden in de gemeenten, alwaar ieder der partijen gevestigd is.

Art. 109. Indien de aanstaande echtgenooten slechts zes maanden hunne woonplaats in eene gemeente hebben gehad, zuilen de huwelijks-afkondigingen daarenboven moeten gedaan worden in de gemeente , alwaar zij laatstelijk zijn gevestigd geweest.

Art. 110. Een uittreksel van de akte van afkondiging moet, gedurende den tijd die tusschen de eerste en tweede afkondiging verloopt, aangeplakt worden en aangeplakt blijven aan de deur van het huis der gemeenten, alwaar die afkondigingen gedaan zijn.

Art. ill. De Koning of de ambtenaren welke hij daartoe zal aanwijzen, zijn bevoegd om, uithoofde van gewichtige redenen, dispensatie te verleenen van de tweede afkondiging.

Art. 112. quot;Wanneer het huwelijk binnen een jaar, te rekenen van de eerste huwelijks-afkondiging, niet is voltrokken, zal hetzelve niet voltrokken mogen worden, dan nadat alvorens wederom nieuwe afkondigingen zullen gedaan zijn.

-ocr page 38-

36

Art. 126. Alvorens tot de voltrekking des huwelijks over te gaan, zal de ambtenaar van deu burgerlijken stand zich doen ter hand stellen ;

1°, De geboorte-akte van ieder der aanstaande echtgenooten ;

2°. Eene authentieke akte. houdende de toestemming van den vader, de moeder, den grootvader of de grootmoeder, den voogd en den toezienden voogd, ol\' we) het bij den vechter verkregen verlof, in de gevallen waar hetzelve ver-eischt wordt;

De toestemming kan ook bij de huwelijksakte zelve worden gegeven;

3°. De akte waaruit blijkt van de tusschenkomst van den kantonrechter, in de gevallen waarin die vereischt wordt;

4°. In geval van tweede of\' volgend huwelijk, de akte van overlijden van den vorigen echtgenoot, of de akte van echtscheiding, of wel afschrift van het verlof van den rechter, bij afwezigheid van den anderen echtgenoot verleend ;

5°. i)e akte van overlijden van alle de zoodanigen die hunne toestemming tot het huwelijk zouden hebben moeten geven ;

6°. Het bewijs dat de huwelijks afkondigingen zonder stuiting zijn afgeloopen, ter plaatse alwaar die af kondigingen , overeenkomstig art. 107 en volgende van dezen titel, vereischt worden, of wel dat eene gedane stuiting is opgeheven.

Art. 127, Degene der aanstaande echtgenooten , die-buiten de mogelijkheid mocht zijn om zijne geboorte-akte, bij het eerste lid van liet vorige artikel vereischt, te ver-toonen, zal zulks kunnen aanvullen door eene akte van bekendheid, afgegeven door den kantonrechter van zijne geboorteplaats of woonplaats, op de verklaring van vier getuigen van het mannelijk of vrouwelijk geslacht, bloedverwanten of geene bloedverwanten zijnde.

-ocr page 39-

37

Deze verklnring zal inhouden de vermelding van de plaats en, zoo na mogelijk, van liet tijdstip der geboorte, mitsgaders de oorzalcen die beletten om eene akte daarvan over te leggen.

Het gebrek eener geboorte-akte zal ook kunnen worden verholpen, hetzij door eene dergelijke doch beëedigde verklaring, afgelegd door de getuigen, welke bij de voltrekking des huwelijks moeten tegenwoordig zijn, of wel door eene bi] den ambtenaar vati den burgerlijken stand afgelegde beëedigde verklaring van den aanstaanden echtgenoot, houdende dat hij zich geene geboorte-akte of akte van bekendheid kan verschaffen.

In de huwelijks-akte zal van de eene of andere dier verklaringen worden melding gemaakt

Art. l-28. Indien partijen buiten de mogelijkheid zijn om de akten van overlijden, bij artikel 126 n0. 5 vermeld, in te leveren, zal dat gebrek, op dezelfde wijze als in het geval van het voorgaande artikel kunnen worden verholpen.

Art. 129. Indien de ambtenaar van den burgerlijken stand weigert om een huwelijk te voltrekken , op grond van de ongenoegzaamheid der stukken en verklaringen, bij de vorige artikelen gevorderd, zullen partijen de bevoegdheid hebben zich bij verzoekschrift tot de arrondissemcnts-rechtbank te keeren; welke rechtbank na verhoor van het openbaar ministerie, mitsgaders, wanneer daartoe gronden zijn, van den ambtenaar van den burgerlijken stand , summier en zonder hooger beroep, over de genoegzaamheid of ongenoegzaamheid der stukken zal uitspraak doen.

Art. 130. Het huwelijk zal niet mogeTi worden voltrokken , vóór den derden dag na dien der laatste afkondiging , die dag zelve niet daaronder begrepen.

-ocr page 40-

38

Art 131. Het huwelijk zal in het openbaar, in het huis der gemeente, ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand der woonplaats van eene der beide partijen, worden voltrokken , en in tegenwoordigheid van vier getuigen, hetzij nabestaanden of vreemden , manspersonen, meerderjarig zijnde, en binnen het koningrijk gevestigd.

Art. 182. Indien eene der partijen, uithoofde van een behoorlijk bewezen wettig beletsel, verhinderd wordt zich naar het huis der gemeente te begeven, zal het huwelijk kunnen worden voltrokken in een bijzonder huis binnen dezelfde gemeente gelegen , mits geschiedende in tegenwoordigheid van zes getuigen.

Bij de huwelijks-akte zal, in dat geval, worden melding gemaakt van de oorzaak welke daartoe heeft aanleiding-gegeven.

Art 133. De aanstaande echtgenooten zijn verplicht bij de voltrekking van hun huwelijk in persoon voor den ambtenaar van den burgerlijken stand te verschijnen.

Art 134. Het zal aan den Koning vrij staan om, uithoofde van gewichtige redenen, aan partijen te vergunnen het huwelijk door eenen bijzonderen bij authentieke akte gevolmachtigde te mogen voltrekken. Indien de lastgever, vóór dat het huwelijk voltrokken is wettiglijk met eenen anderen persoon mocht zijn in den echt getreden , zal het huwelijk, bij eenen gevolmachtigde voltrokken, als niet geschied beschouwd worden.

Art. 135. De aanstaande echtgenooten zullen , ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand, en in tegenwoordigheid der getuigen , moeten verklaren , dat zij elkander aannemen tot echtgenooten . en dat zij ge-

-ocr page 41-

39

trouwelijk alle de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn.

Art. 136. Geene godsdienstige plechtigheden zullen vermogen plaats te hebben, vóór dat de partijen aan den bedienaar van hunnen eeredienst zullen hebben doen blijken , dat het huwelijk ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand is voltrokken.

Art 138. De huwelijken , in een vreemd land aangegaan , hetzij tusschen Nederlanders , hetzij tussclien Nederlanders en vreemdelingen , zijn van waarde , indien dezelve voltrokken zijn naar den vorm , in dat land gebruikelijk , mits de huwelijks-afkondigingen , volgens de tweede afdeeling van dezen titel, binnen dit koningrijk , zonder stuiting des huwelijks, hebben plaats gehad , en de Nederlandsche echt-genooten niet hebben gehandeld tegen de bepalingen, in de eerste afdeeling van denzelfden titel vervat.

Art. 139. Binnen het jaar na de terugkomst der echt-genooten op het grondgebied van liet koningrijk , zal de akte van huwelijks-voltrekking, in een vreemd land aangegaan , in het openbaar huwelijks-register van hunne woonplaats moeten worden overgeschreven.

Art. 401. De vader kan aan de langstlevende moeder eenen bijzonderen raadsman toevoegen, zonder wiens toestemming zij geene daad, de voogdij betreffende , zal kunnen verrichten, behoudens haar beklag aan de arrondissements-rechtbank, wanneer zij vermeent dat de weigering van den raadsman de belangen der minderjarigen benadeelt.

Indien de vader bijzonderlijk de handelingen heeft vermeld , waartoe de raadsman benoemd is, zal de voogdesse het vermogen hebben om de verdere handelingen zonder zijnen bijstand te verrichten.

-ocr page 42-

4.0

Art. 436. Tot de voogdij of toeziende voogdij zijn onbevoegd :

1°. Minderjarigen;

2°. Zij, die onder curateele zijn gesteld;

3°. Vrouwen, behalve de moeder;

4°. Allen, die in persoon, of wier vader, moeder, echtgenoot of kinderen, tegen den minderjarige een rechtsgeding voeren, waarin de staat 7an den minderjarige, zijn Fortuin of een aanmerkelijk gedeelte zijner goederen betrokken is.

Art. 4lt;37. Van de voogdij of toeziende voogdij zijn uitgesloten en kunnen zelfs worden ontzet, wanneer zij reeds werkzaam zijn:

1°. Zij , die tot eerio onteerende straf zijn veroordeeld;

2°. Zij , die een bekend slecht levensgedrag houden;

3°. Zij, die in de waarneming der voogdij of toeziende voogdij onbekwaamheid of ontrouw aan den dag leggen ;

4°. Zij, die van eene andere voogdij of toeziende voogdij zijn ontzet geworden ;

5° Zij, die in staat van faillissement of kennelijk onvermogen verkeeren

Art. 523. Indien iemand zijne woonplaats heeft verlaten, zonder volmacht tot het waarnemen van zijne zaken geseven , of order op het beheer van dezelve gesteld te hebben , en wanneer vijf jaren zijn verloopen na zijn vertrek , of na de laatste tijding, waaruit kon blijken dat hij in leven was, zonder dat in die vijf jaren bewijs is ingekomen van zijn aanwezen of van zijn overlijden, om het even of er voorloo-pige voorzieningen zijn bevolen dan niet, zal zoodanige

-ocr page 43-

41

afwezige, ten ver/.oeke van belangliehbeiulen, op daartoe bekomen verlof van de rechtbank zijner verlatene woonplaats, voor diezelfde rechtbank kunnen worden opgeroepen, bij eene openbare dagvaarding, loopende op eenen termijn van drie maanden, of zooveel langer als door de rechtbank mocht worden bevolen.

Wanneer op die dagvaarding noch de afwezige, noch iemand voor hem, opkomt, die van zijn aanwezen doet blijken, zal verlof tot eene tweede dergelijke dagvaarding , en op deze tweede, in het geval als voren, verlof tot eene derde dergelijke dagvaarding worden verleend.

Deze dagvaardingen moeten telkens worden geplaatst in zoodanige nieuwspapieren als de rechtbank bij het verleenen van het eerste verlof, uitdrukkelijk zal aanwijzen, en ook telkens worden aangeplakt aan de voorname deur der vergaderplaats van de rechtbank, en aan het huis der gemeente , binnen welke de afwezige zijne woonplaats had.

Bij de artihelen I «« 2 der IVet can den 9^« Juli 1S85 (Staatsblad n0. 67) is bepaald:

Art. 1. Het tijdsverloop van vijf of tien jaren, in de artikelen 52:3, 526 en 549 van het Burgerlijk Wetboek gevorderd , wordt beperkt tot drie jaren , wanneer de afwezige tot de bemanning of passagiers blijkt behoord te hebben van een schip, waarvan gedurende dien tijd geene berichten zijn ingekomen.

De termijn van drie jaren vangt aan met de laatste tijding van het schip, en, zoo er van geene tijding blijkt, met den dag van het laatst in zee steken van het schip.

Art. 2. Hetzelfde tijdsverloop van vijf of tien jaren wordl tot één jaar ingekort, wanneer de afwezige vermist is ter gelegenheid eener noodlottige gebeurtenis op \'s lands kusten ,

-ocr page 44-

42

bimieulandsche zeeën of wateren, aan eenig vaartuig, aan een deel zijner bemanning of zijner passagiers overkomen.

De termijn van écn jaar vangt aan met het tijdstip waarop de gebeurtenis geacht moet worden te hebben plaats gegrepen.

Art. 526. Indien iemand bij het verlaten zijner woonplaats eene volmacht tot het waarnemen van zijne zaken gegeven, of orde op het beheer derzelve heeft gesteld, en er tien jaren zijn verloopen na zijn vertrek, of na de laatste tijding van zijn leven , zonder dat in die tien jaren bewijs van zijn aanwezen of van zijn overlijden zal zijn ingekomen , kan zoodanige afwezige, ten verzoeke van belanghebbenden, worden opgeroepen, en kan worden verklnard, dat er rechtsvermoeden van overlijden bestaat, op de wijze en volgens de voorschriften in de drie voorgaande artikelen vermeld. Dit verloop van tien jaren wordt gevorderd, al ware het ook dat de gegeven volmacht of gestelde orde van den afwezige vroeger mochten zijn geëindigd.

In het laatste geval echter, zal in het beheer worden voorzien op de wijze als in de eerse afdeeling van dezen titel is vermeld.

Zie de uitzondering, op dit artikel gemaakt bij de artikelen 1 en 2 der Wet van den $den Juli 1855 (Staatsblad n°. 67), in de aanteekening op art. 523.

Art. 549. Indien, buiten het geval van kwaadwillige verlating, een der eehtgenooten gedurende tien volle jaren, van zijne woonplaats afwezig is, zonder dat eenige tijding van deszelfs leven of dood is ingekomen, is de achtergebleven echtgenoot bevoegd, op daartoe bekomen verlof

-ocr page 45-

43

van de Arronclissements-Eechtbank der gemeene woonplaats, zoodanigen afwezige bij drie opeenvolgende openbare dag-vaardinffen op te roepen , op die wijze in art ■gt;23 en 524

0 naschreven.

Zie de uitzondering, op dit artikel gemaakt bij de artikelen

1 en 3 der Wet van den $den Juli 1S55 (Staatsblad nquot;. 67\', in de aanteekening op art. 523.

Uit de wet van den 19(lerl Augustus 1861, betrekkelijk de Nationale Militie, [Staatsllad n0. 72);

Art. 15. Jaarlijks worden voor de militie ingeschreven alle mannelijke ingezetenen, die op den I9tei1 Januari van het jaar hun IQ1!6 jaar waren ingetreden.

Voor ingezeten wordt gehouden:

1°, hij, wiens vader, of, is deze overleden, wiens moeder, of, zijn beiden overleden , wiens voogd ingezeten is volgens de wet van den 28steu Juli 1850, Staatsblad n0. 44.

2°. hij, die, geen ouders of voogd hebbende, gedurende de laatste, aan het in de eerste zinsnede van dit artikel vermelde tijdstip voorafgaande, achttien maanden in Nederland ver.blijf hield;

3°. hij, van wiens ouders de langstlevende ingezeten was, al is zijn voogd geen ingezeten, mits hij binnen het Rijk verblijf houdt

Voor ingezeten wordt niet gehouden de vreemdeling , be-hoorende tot eenen staat, waar de Nederlander niet aan den verplichten krijgsdienst is onderworpen, of waar ten aanzien der dienstplichtigheid het beginsel van wederkeerigheid is aangenomen.

-ocr page 46-

Art. 20. Hij, die eerst 11a liet intreden van zijn lO^e jnar, Joch vóór het volbrengen van zijn 20ate, ingezeten wordt, is verplicht zich, zoodra dit plaats heeft, ter inschrijving aan te geven bij burgemeester en wethouders der gemeente, waar de inschrijving, volgens art 16 moet geschieden.

Uit de wet van den 28sten Juli 1850 {StaaiMad n0. 44) .•

Art. ij. Gevestigd of ingezetenen zijn, die binnen het üijk in Europa hebben gewoond:

1°. gedurende de drie laatste jaren;

2quot;. gedurende achttien maanden na aan het bestuur hunner woonplaats het voornemen tot vestiging te hebben verklaard.

Nederlanders zijn gevestigd of ingezetenen, die gedurende de laatste achttien maanden hunne woonplaats in het Rijk binnen Europa hebben gehad.

Nederlanders, die ter zake van \'s Lands dienst in een vreemd land wonen, worden voortdurend als ingezetenen beschouwd.

TJit het Wetboek vau Strafrecht:

Art. 449. De bedienaar van den godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat haar huwelijk ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand is voltrokken, eenige godsdienstplechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van ten hoogsie driehonderd gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert de schuldige wegens dezelfde overtreding onherroepelijk is veroordeeld , kan , in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.

-ocr page 47-

1 M P R I M A T U R.

Can. G. F. Drabbe.

Librorum Censor.

Hagae-Comitis,

Februarii 1887.

-ocr page 48-
-ocr page 49-

BLADWIJZER.

Biz.

Over de wettiging van samenlevingen door het Imwelijk 3

t, k aangifte van het voorgenomen huwelijk . . 5

» // meerderjarigheid en de woonplaats .... 5

u // afkondigingen...........6

// ,/ acten benoodigd voor het huwelijk .... 6

n het herstellen van fouten in die acten .... 8

/• de toestemming voor het huwelijk.....9

n n bevoegdheid tot huwen voor een vreemdeling. 11 w het bewijs dat aan den militieplicht is voldaan , 14

v het verkrijgen der noodige acten uit het buitenland 19 // // « n // « n de Nederland-

sche Koloniën.............22

Adressen van buitenlandsche Eaden der Vereeniging van

den H. Vincentius van Paulo enz.......22

Hoe te handelen wanneer uit het buitenland de hulp

eener Nederlandsche conferencie wordt ingeroepen . 23

Over de wettiging van natuurlijke kinderen .... 25

Wat in acht te nemen bij tweede of verder huwelijk . 25

Over de voorziening in de voogdij over minderjarigen . 26 •

-ocr page 50-

II

BU.

Aanhangsel.

Betrokken artikelen van het Burgerlijk Wetboek . 30 Betrokken artikelen van de Wet van 19 Augustus 1861

(Staatsblad n°. 7t) betrekkeliik de nationale militie . 43

Art 3 van de Wet van \'28 Juli 1850 {Siaatnhlad nquot;, 44) 44

Art. 449 van het Wetboek van Strafrecht .... 44

-ocr page 51-