-ocr page 1-

DE KEURING VAN VEE EN VLEESCH IN NEDEREAND.

n A P P O R T

UITGEBRACHT BOOR

het Fyofdbestuur van de Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland

INHOUDENDE

de resultaten van het onderzoek naar den toestand tier keuriii}!; van vee en vleeseli liier te lande.

T THKCllT

J. L \\\\ E I J E R Ö

-ocr page 2-

O. oct

5 J j

-ocr page 3-

( quot;) per

w c lt;.

. *

DE KEURING VAN VEE EN VLEE8CH IN NEDERLAND.

RAPPORT

UITGEBKACHT DOOK

het Hoofdbestuur van de Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkimde in Nederland

INHOUDENDE

de resultaten van het onderzoek naar den toestand der keurin«\' van vee en vleeseh hier te lande.

UTRECHT

J. L. BEIJERS 1894.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

INHOUD.

Bladz.

Inleiding................1

Toestand ia Groningen, met kaart.....23

jgt; Friesland, id. .....29

» Drente, id. .....36

» Overijsel, id. .....41

» Gelderland, id. .....49

» Utrecht, id. .....59

» Noord-Hollantl, id. .....06

» Zuid-Holland, id. .....75

» Zeeland, id. .....86

» Noord-Brabant, id. .....95

» Limburg, id. .....105

A. Tabellarisch overzicht van den toestand der keuringen

in de verschillende provinciën.

B. Id. van den korten inhoud dei-

bestaande bepalingen.

C. Id. van tie jaren waarin de ge

meente-verordeningen, welke bepalingen omtrent keuring bevatten, het laatst vastgesteld, herzien of opnieuw geldig zijn verklaard.

D. Id. van slachterijen, worstfabrie-

ken, vildergen, enz.

E. Id. van de indeeling der gemeen

ten naar het aantal inwoners.

F. Id. van het aantal beschikbare

keurmeesters.

U. Id. der in dit verslag aangegeven

ziekten, ontstaan na het gebruik van vleesch.

H. Id. van abattoirs (Volgens Th.

risch, 1866).

I. Id. van abattoirs.

-ocr page 6-

INHOUD.

Bladz.

Overzicht over het geheele land . . . j . . . .113 Wat moet worden gekeurd en hoe dient de keuring

plaats te hebben?............116

Slechte toepassing der bestaande verordeningen . . .119 Over behandeling, vervoer en verkoop van vleesch . .123

Slachtplaatsen en abattoirs..........136

Vilderijen...............144

Instructie voor den aangestelden viller binnen de gemeente Roermond............149

Keurmeesters..............151

Pogingen van verschillende zijden aangewend, om tot een Rijkskeuring of ten minste tot een betere keuring te geraken...........154

o O

Conclusies...............162

Besluit................163

B IJ L A (; E N.

I. Request aan Zijn Excellentie den Minister van

Binnenlandsche Zaken.........165

II. De vleeschkeuring in de voornaamste landen van

Europa..............167

III. Keuring van vleesch, voor militairen bestemd. . 172

IV. A. Brief van den Luitenant-Kolonel dirigeerend

Paardenarts J. J. Hinze aan het Hoofdbestuur der Maatschappij........178

B. Brief van den Heer Inspecteur-Generaal van den Geneeskundigen dienst der landmacht aan Zijn Excellentie den Minister van Oorlog 180

C. Schets van een ontwerp eener wettelijke regeling omtrent de keuring van vee en vleesch 182

D. Memorie van toelichting.......186

-ocr page 7-

RAPPORT, uitgebracht door het Hoofdbestuur van de Maatsclia ppij ter bevordering der Yeearteeiiij kimde iu Nederland, inhoudende de resultaten van het onderzoek naar den toestiiud der keiiria»- van vee en vleescli hier te lande.

INLEIDING.

Den 29sten Augustus 1890 werd de 30ste Algemeene Vergadering der Maatschappij ter bevordering der Yeeartsenij-kuude in Utrecht gehouden.

Op het programma was als onderwerp ter bespreking opgegeven de vraag: «Toezicht op vilderijen, wat kan in afwachting eener Rijkswet in dezen gedaan worden?.»

De inleider van dit onderwerp, de Heer F. W. van Dulm, herinnerde er toen aan, dat hetzelfde punt reeds vroeger op de agenda eener Algemeene Vergadering gestaan had en was ingeleid door den Heer H. G. Recmers ; toenmaals was de zaak niet au fond behandeld geworden, omdat de vergadering meende, dat mettertijd een Rijkswet op de keuring van vee en vleesch te wachten was, en dat daarin dan zeker een of meer artikelen, regelende het toezicht op vilderijen, zouden worden opgenomen.

Het kan van deze inleiding het doel niet zijn alle discussies weer te geven, welke naar aanleidinor van het oe-

o ö

noemde vraagpunt zijn gehouden. Zij zijn uitvoerig opgenomen in de notulen der 30ste Algemeene Vergadering (zie Tijdschrift voor Veeartsenijkunde en Veeteelt, Dl. 18, afl. 4, blz. 275—281). Het kan voldoende zijn hier mede te deelen, dat de Algemeene Vergadering van oordeel was, dat

1

-ocr page 8-

de keuriug van vee en vleesch in Nederland door een Rijkswet behoort te worden geregeld.

Tot nu toe is het toezicht op de levensmiddelen opgedragen aan de besturen der gemeenten, maar bij gebrekkige verordeningen, zooals er vele zijn, en gebrekkige toepassing der verordeningen, zooals veelvuldig voorkomt, is van zulk een toezicht weinig heil te verwachten.

Vooral geldt deze uitspraak omtrent de keuring van vee en vleesch.

De hygiëne stelt overal dezelfde eischen en het vleesch dat in de eene gemeente ongeschikt voor de consumtie wordt verklaard, kan dus niet geacht worden bruikbaar te zijn in een andere gemeente.

Er dient, niet het minst voor hen die slechts zelden en dan nog liefst van goedkoop vleesch gebruik kunnen maken, gezorgd te worden, dat het vleesch (zij het van paard, rund, varken, schaap of geit) voldoet aan de eischen der volksgezondheid, n.1. dat de gebruiker zich met het vleesch geen schadelijke of vergiftige bestanddeelen, geen parasieten, enz. toebedeelt.

Zonder keuring door deskundigen bestaat in dit opzicht steeds groot gevaar, getuigen de verschillende ziektegevallen na en door het gebruik van schadelijk vleesch ontstaan.

Het verkrijgen eener Rijkswet op de keuring van vee en vleesch, een wet regelende alles wat met die keuring samengaat, zooals bijv. ook de verplichte oprichting van abattoirs iu gemeenten of groepen van gemeenten met een zeker aantal inwoners, was hetgeen door de Alge-meene Vergadering werd gewenscht.

Wilde men echter dien wensch bij de Regeering steunen, dan, meende men, en te recht, moest men gegevens en feiten kunnen aanbrengen en men twijfelde niet of deze zouden luide genoeg spreken, als ze eenmaal waren verzameld.

De Algemeene Vergadering nam het besluit om een Commissie te benoemen ten einde in te stellen «e e n

-ocr page 9-

3

nauwkeurig onderzoek naar den toestand der keuring van vee envleeschin Nederland.»

Als Commissie werd benoemd «het Hoofdbestuur.»

Het werd aan het Hoofdbestuur overgelaten boe dit het onderzoek zou inrichten; de opdracht werd gegeven om van het onderzoek een rapport uit te brengen, welk rapport, indien het uit de verkregen gegevens noodig bleek, teveus een aandrang zou bevatten tot het verkrijgen eener Rijkswet op de keuring van vee en vleesch.

Het Hoofdbestuur heeft de taak, hem door de Algemeene Vergadering opgelegd, aanvaard.

In zijn Vergadering van 16 November 1890 is de opdracht besproken, werden de wegen en middelen om tot het beoogde doel te komen beraamd en werd de verdere leiding van het onderzoek opgedragen aan den Voorzitter en den eersten Secretaris.

Deze brengen dus, namens het Hoofdbestuur, het rapport uit.

Naarmate het onderzoek vorderde, werden, zoowel aan het Hoofdbestuur, als aan de Algemeene Vergadering, mede-deelingen gedaan, en telkens bleek dat allen met de inrichting van het onderzoek instemden.

Om te beginnen verzond het uitvoerend comité circulaires

O

aan degenen, van wie het in de allereerste plaats meende, dat vertrouwbare inlichtingen ie bekomen waren, n.1. aan H.H. Districtsveeartsen, Inspecteurs en Adjunct-Inspecteurs van het Geneeskundig Staatstoezicht, Gediplomeerde Veeartsen, Geneesheeren en aan z.g, empiristen.

De circulaire aan H.H. Districtsveeartsen luidde als volgt:

Utrecht, 24 Dec. 1890.

Ten einde uitvoering te kunnen geven aan het besluit der 30ste Algemeene Vergadering van de Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland, neemt het Hoofdbestuur dier Maatschappij de vrijheid zich tot UWEdel. te wenden, met het beleefd en dringend verzoek het in staat te stellen een over-

-ocr page 10-

4

zicht te krijgen van de verordeningen, bepalingen, enz. enz., die ten opzichte van de keuring van vee en vleesch en ook ten opzichte van noodslachting en vilderijen bestaan in de verschillende gemeenten van Uw district.

Het Hoofdbestuur zou er prijs op stellen van dergelijke verordeningen, bepalingen, enz. een exemplaar of afschrift te bekomen.

Wellicht veroorzaakt deze vraag U vele bemoeiingen, waarvoor het Hoofdbestuur vooraf beleefd verschooning vraagt, maar mogelijker wijze zijn de gevraagde opgaven door Uw gewaardeerde tusschenkomst te verkrijgen door bemiddeling van de Hoofden der provinciën, die, bijv. ambtshalve de burgemeesters der gemeenten kunnen verzoeken de verordeningen, enz. ter hunner konnis te brengen. Het Hoofdbestuur twijfelt niet of Commissarissen des Konings zullen, het groote belang der zaak (n.1. een overzicht te krijgen van de regeling der keuring hier te lande) in aanmerking nemende, bereid gevonden worden op Uw verzoek in de verlangde richting mede te werken, bijv. door een verzoek te plaatsen in het provinciaal blad.

Het Hoofdbestuur verzoekt beleefd en dringend Uw medewerking in dezen, terwijl het gaarne de door U verkregen opgaven met Uw bemerkingen ontving vóór 1 April 1891, aan het adres van den eersten ondergeteekende.

Namens het Hoofdbestuur :

(w. g.) D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g.) Dr. L. J. VAN DER HAEST,

pte Secretaris.

Wat de circulaire aan H.H. Inspecteurs en Adjunct-Inspecteurs van liet Geneeskundig Staatstoezicht betreft, deze was van den volgenden inhoud:

Utrecht, 23 Dec. 1890.

Het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland heeft de eer UWelEd.Gestr. mede te deelen, dat het begonnen is met het instellen van een onderzoek naar den toestand der keuring van vee en vleesch, naar het toezicht op vilderijen, enz., in de verschillende gemeenten van ons land, overtuigd als het is van de vele gebreken en leemten die op dit gebied bestaan en met de hoop dat uit dit onderzoek een betere regeling moge voortvloeien.

-ocr page 11-

5

Het Hoofdbestuur deelt U tevens mede, dat het zich tot H.H. Geneesheeren heeft gewend met het verzoek aan dezen om opgaven omtrent nadeelige gevolgen van het gebruik van schadelijk vleesoh en omtrent den invloed van vilderijen, enz. op hygiënisch gebied.

Gaarne zag het Hoofdbestuur dat van Uw zijde de vraag om inlichtingen zooveel mogelijk ondersteund werd, terwijl het zich voorstelt na het ontvangen der verschillende, ook van andere zijden te verwachten antwoorden, met U in overleg te treden omtrent mogelijkerwijze uit die antwoorden af te leiden voorstellen aan de Kegeering.

Namens het Hoofdbestuur:

(w. g.) D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g.) Dr. L. J. VAN DER HARST,

lste Secretaris.

Tot H.H. Gediplomeerde Veeartsen werd het volgende schrijven gericht;

Utrecht, 27 Dec. 1890.

Aan het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland is door de 30ste Algemeene Vergadering opgedragen een onderzoek in te stellen naar de keuring van vee en vleesch, alsmede naar den toestand en de regeling der vilderijen hier te lande, ten einde op die wijze te kunnen geraken tot het aandringen op een Rijkswet voor de regeling van deze zaken.

Het Hoofdbestuur twijfelt niet of gij zult Uwerzijds bereid zijn mede te werken tot dit doel en richt mitsdien tot U het beleefd verzoek om antwoord op de volgende vragen:

1°. Bestaan er in de gemeenten, waar gij Uw praktijk uitoefent, verordeningen of bepalingen op keuring van vleesch, op noodslachting en op vilderijen?

2°. Zoo ja, welke zijn die verordeningen of bepalingenquot;?

3°. Aan welke personen is het toezicht op de uitvoering er van opgedragen en zijn deze naar Uw meening bevoegd een oordeel te vellen?

4°. In welke gevallen wordt tot afkeuring overgegaan?

5°. Op welke wijze wordt mei afgekeurd vleesch gehandeld?

6°. Naar welke grootere gemeenten wordt het vleesch in den regel uit Uw streek verzonden en zijn U ook bepaalde

-ocr page 12-

6

gevallen bekend dat vleesch van inferieure qualiteit naar grootere gemeenten in consumtie gebracht is?

7°. Zijn U ook nadeelige gevolgen bekend van het gebruik van schadelijk vleesch bij mensch of dier?

Natuurlijk zijn bovenstaande vragen slechts een vingerwijzing voor de antwoorden die het Hoofdbestuur verwacht.

Alles wat gij ons op dit gebied aan gegevens kunt verschaffen — liefst bepaalde feiten — zal het Hoofdbestuur welkom zijn. Het ontving gaarne Uw beantwoording, opmerkingen, enz. zoo spoedig mogelijk, uiterlijk 1 Maart 1891, aan het adres van den eersten ondcrgeteekende.

Namens het Hoofdbestuur:

(w. g.) D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g.) Dr. L. J. VAN DER HAKST.

lstc Secretaris.

Aan H.H. Geneeslieeren werd het volgende geschreven:

U t k e c h t, 27 Dec. 1890.

Het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland, voldoende aan een opdracht der 30ite Algemeene Vergadering, wenscht een overzicht te krijgen van de wijze waarop de keuring van vee en vleesch, het vervoer en de consumtie van in nood geslachte dieren, het toezicht op vilderijen, enz., in de verschillende gemeenten van ons land geregeld is.

Het doel is om, op grond van de verschillende gegevens, die aan het Hoofdbestuur zullen worden verschaft, te kunnen aandringen op een Rijkswet, regelende keuring en toezicht, iets wat het Hoofdbestuur veronderstelt, dat ook Uw sympathie zal wegdragen.

Onder de vele gegevens die het Hoofdbestuur wenscht te verkrijgen, behooren ook die naar de gevolgen van het gebruik van vleesch dat niet in gezonden toestand verkeert, en het richt zich daarom tot U met het beleefd en dringend verzoek om mede-deelingen van mogelijk in Uw praktijk voorgekomen gevallen, waarbij nadeelige gevolgen van dergelijk gebruik werden waargenomen.

Ook wenscht het Hoofdbestuur gaarne te weten of de toestand, de ligging, enz. van slachterijen of vilderijen in de gemeente of gemeenten waarin gij Uw praktijk uitoefent, van dien aard zijn, dat daartegen bezwaren uit een hygiënisch oogpunt zijn te maken.

-ocr page 13-

7

Hoe meer bepaalde feiten aan het Hoofdbestuur ter kennis zullen komen, hoe dankbaarder het daarvoor zijn zal en het noodigt U uit het Uwe hiertoe bij te dragen.

Het ontving Uw antwoord en Uw opmerkingen gaarne zoo spoedig mogelijk, liefst vóór 1 Maart 1891, aan het adres van den eersten ondcrgeteekende.

Namens het Hoofdbestuur:

(w. g.) 1). F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g.) Dr. L. J. VAN DER HARST,

lHte Secretaris.

Aan H.H. Veeartsen (empiristen) lakltle het schrijven als volgt:

Utrecht, 27 De c. 1890.

Aan het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland is opgedragen een onderzoek in te stellen naar de maatregelen in de verschillende gemeenten van ons land, genomen ten opzichte van de keuring van vee en vleesch, alsmede naar datgene wat bepaald is omtrent in nood geslachte dieren en omtrent vilderijen.

Het Hoofdbestuur roept Uw medewerking in om het verlangde overzicht te verkrijgen en noodigt U beleefd uit oen antwoord te willen geven op de volgende vragen, betreffende de gemeenten waar door U praktijk wordt uitgeoefend.

1\'. Bestaan er verordeningen of bepalingen op keuring van vleesch, op noodslachting en op vilderijen?

2°. Zoo ja, welke zijn die verordeningen of bepalingen?

8°. Aan welke personen is het toezicht op de uitvoering er van opgedragen en welk is hun beroep?

4°, Op welke wijze wordt met afgekeurd vleesch gehandeld?

5°. Naar welke grootere gemeenten wordt het vleesch in den regel uit Uw streek verzonden en zijn U ook bepaalde gevallen bekend, dat vleesch van slechte qualiteit naar grootere gemeenten in consumtie is gebracht?

6quot;. Zijn U ook nadeelige gevolgen bekend van het gebruik van schadelijk vleesch bij mensch of dier ?

Niet twijfelende aan Uw bereidvaardigheid tot het verschaffen der verlangde gegevens, verzoekt het Hoofdbestuur van U, zoo spoedig mogelijk, uiterlijk 1 Maart 1891, antwoord te mogen ontvangen op bovengestelde vragen, terwijl het zich aanbevolen

-ocr page 14-

8

houdt voor nadere toelichtingen, die U wenschelijk voorkomen, er bij te voegen.

De antwoorden te adresseeren aan den eersten ondergeteekende.

Kamens het Hoofdbestuur:

(w. g.) D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g,) Dr. L. J. VAN DER HARST,

lste Secretaris,

Als gevolg van het schrijven aan H.H. Inspecteurs en Adjunct-Inspecteurs van het Geneeskundig Staatstoezicht ontving het Hoofdbestuur omtrent de provinciën Zeeland, Z u i d-H oil and. Utrecht en Gelderland mede-deelingen, die het ten hoogste waardeert.

De circulaire aan H.H. Districtsveeartsen had ten gevolge dat het Hoofdbestuur de verordeningen, bepalingen, enz. ontving, die ten opzichte van de keuring van vee en vleesch, van z. g. noodslachtiug en van vilderijen bestaan in de provinciën Noor d-H olland, Zeeland en Noord-Brabant.

Aan de Commissarissen der Koningin en aan de Griffiers der Provinciale Staten dier Provinciën betuigt het Hoofdbestuur zijn hartelijken dank voor de hulp, die zij daarbij hebben verleend.

Eveneens wordt die dank betuigd aan de Commissarissen der Koningin van de provinciën Drente, Gelderland en Utrecht; de eerste zond aan het Hoofdbestuur, na schriftelijk verzoek, alle noodige bescheiden omtrent die provincie toe, de beide laatsten verleenden aan den Districtsveearts dier provinciën toestemming om aan het Hoofdbestuur copie te geven van alle bepalingen, in de verschillende gemeenteverordeningen, de keuring, enz. betreffende, opgenomen.

Ook voor Z u i d-H olland konden de gegevens uit de plaatselijke verordeningen worden samengelezen, doordat de Heer Griffier der Staten aan Voorzitter en Secretaris welwillend de gelegenheid verschafte om deze alle in het

-ocr page 15-

9

Gouvernementsgebouw te \'s Gravenhage door te zien en daaruit aauteekeningen te maken. Ook liein zij onze dank gebracht.

Wat de overige provinciën betreft, heeft het Hoofdbestuur, op aanraden o. a. van den Heer Commissaris der Koningin in de provincie Groningen, een circulaire gezonden aan H.H. Burgemeesters, aldus luidende:

Utrecht, datum postmerk.

Het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland heeft de eer zich met een beleefd verzoek tot UEd.Achtbare te richten

Vooraf moge de volgende toelichting gaan.

Aan het Hoofdbestuur is opgedragen een onderzoek in te stellen naar de bepalingen ten opzichte van keuring van vee en vleesch, ten opzichte van het handelen met gestorven en met in nood geslachte dieren en ten opzichte van vilderijen in de verschillende gemeenten van ons land.

Het heeft reeds talrijke gegevens op verschillende wijze, hetzij door bemiddeling van Commissarissen der Koningin, hetzij door tusschenkomst van H.H. Districtveeartsen, eet. verkregen, maar mist die gegevens nog omtrent de gemeenten van enkele provinciën, welker hoofden het Hoofdbestuur den raad hebben gegeven zich onmiddellijk tot H.H. Burgemeesters te wenden.

In verband hiermede nu staat het verzoek, dat het Hoofdbe- \' stuur tot U richt, n.1. of UEd.Achtbare zoo beleefd en vriende • lijk zoudt willen zijn een antwoord te geven op de volgende vragen :

1quot;. Bestaan er in Uw gemeente bijzondere verordeningen op het keuren van vee en vleesch, of zijn bepalingen daaromtrent opgenomen in de algemeene politie-verordening Uwer gemeente ?

2°. Zoo ja, welke zijn die verordeningen of bepalingen en in welk jaar zijn zij het laatst vastgesteld of afgekondigd?

3quot;. Welke personen zijn met de keuring belast (n.1. gediplomeerde of gepatenteerde veeartsen, slachters, landbouwers of anderszins) ?

4°. Bestaan er voor Uw gemeente ook bepalingen betreffende hetgeen gedaan wordt met gestorven of in nood geslachte dieren ?

5quot; Bestaan in Uw gemeente vilderijen, zoo ja, welke verordeningen of bepalingen zijn daaromtrent vastgesteld ?

Het zou het Hoofdbestuur ten zeerste genoegen doen van

-ocr page 16-

10

UEd.Achtbare op deze vragen een antwoord te mogen ontvangen, hetzij door toezending van een exemplaar der bepalingen of verordeningen, hetzij door een afschrift der artikelen, op genoemde zaken betrekking hebbende en in het algemeen van alle toelichtingen, die UEd. Achtbare zoo goed zal willen zijn er nog nader bij te voegen.

De bedoeling van dit onderzoek is, om door het bezitten van alle gegevens eventueel te kunnen geraken tot een voorstel omtrent een li ij ks wet, regelende de keuring van vee en vleesch en wat daarmede verder in verband staat.

Het Hoofdbestuur rekent volkomen op Uw bereidwilligheid om het ter dezer zake bij te staan en verzoekt UEd.Achtbare Uw antwoord zoo spoedig mogelijk toe te zenden aan een der ondergeteekenden.

Namens het Hoofdbestuur :

(w. g.) D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter.

(w. g.) Du. L. J. VAN DER HARST,

lute Secretaris, (adres Utrecht.)

Van de verschillende circulaires werden exemplaren gezonden aan het Tijdschrift voor Geneeskunde, de Geneeskundige Courant, het Maandblad tegen de vervalsching van levensmiddelen, het Militair Geneeskundig Archief en aan enkele dagbladen, met verzoek er de aandacht op te willen vestigen. Door alle is welwillend, en meestal vergezeld van een waardeerend woord, aan dit verzoek voldaan.

Aan H.H. geneeskundigen werden verzonden 1986, aan gediplomeerde\' veeartsen 265 en aan empiristen 219 circulaires.

Het Hoofdbestuur mocht in den eersten tijd na het verzenden der circulaires niet veel antwoorden ontvangen, althans vóór Maart 1891 waren nog slechts van geneesheeren ü/0, van veeartsen 25 0/0, van empiristen A7\\ 0/0 der verwachte antwoorden ingekomen.

Dit niet zeer bemoedigend begin noopte het Hoofdbestuur in Maart 1891 een anderen weg in te slaan, ten einde in het bezit der gewenschte gegevens te komen.

-ocr page 17-

11

Het wenschte deze gegevens, zoo volledig mogelijk omtrent iedere gemeente van ons land te bezitten, het bezat deze nog niet en daarom gingen Voorzitter en lste Secretaris tot den volgenden maatregel over.

Wat zij reeds wisten, werd genoteerd en aan iederen gediplomeerden veearts werd opgave gedaan van hetgeen omtrent de gemeenten in zijn omgeving bij het Hoofdbestunr bekend was; tevens werd tot hem het verzoek gericht om eenige vragen, voor iedere gemeente afzonderlijk, naar waarheid en liefst na persoonlijk onderzoek te beantwoorden.

Deze vragen waren de volgende:

1°. Welke zijn de bepalingen op het keuren van gezond geslachte dieren, op den invoer of het vervoer van vleesch daarvan afkomstig, op in nood geslachte en gestorven dieren en op vilderijen; wanneer zijn deze bepalingen vastgesteld of het laatst herzien?

2°. Is er keuring van slachtvee, van vleesch afkomstig van gezond geslachte dieren of van versch of toebereid ingevoerd vleesch?

3quot;. Is er keuring bij in nood geslacht of van gestorven vee?

4quot;. Zijn er slachters, zoodat keuring van vee of vleesch er van afkomstig direct nut kan hebben?

5quot;. Hoeveel vilders of krengenslachters zijn er? Zijn zij tevens paardenslachters ?

6°. Zijn er ook worstfabrieken of dergelijke inrichtingen?

7°. Wie is eventueel keurmeester en krijgt hij alles te zien (opzettelijk smokkelen buiten rekening gelaten)?

8°. Welke nadeelige gevolgen zijn ü bekend van het gebruik van vleesch?

Waar de beantwoording dezer vragen door een gediplomeerd veearts, om welke redenen dan ook, niet kon geschieden, werd de hulp ingeroepen van een empirist of van den geneesheer ter plaatse, en waar ook van dezen mededeelingen achterwege bleven of door hen niet konden worden verschaft, daar werden de Burgemeesters verzocht de boven gestelde vragen te beantwoorden.

Langs de wegen die het Hoofdbestuur volgde en met de middelen die het bezigde, is het eindelijk gelukt een over-

-ocr page 18-

14

Wetboek van Strafrecht niet is voorzien, vleesch, visch, gevogelte, onrijp fruit of andere eet- of drinkwaren, hoe ook genaamd, die blijkbaar bedorven of voor de gezondheid schadelijk zijn, te verkoopen, te koop te stellen, enz.gt; «Aan verkoopers wordt de verplichting opgelegd de keuring der waren toe te laten.» «De wegens bederf afgekeurde waren worden door de zorg der politie onbruikbaar gemaakt en begraven.»

Met hier en daar wijzigingen van ondergeschikte betee-kenis, komen, zooals reeds gezegd is, deze artikelen in talrijke verordeningen voor. Zij leveren echter niet den minsten waarborg op voor de keuring.

Ook zal, bijv. bij reclame van den verkooper, wanneer vleeschwaren zijn afgekeurd, op grond dat zij schadelijk zouden zijn voor de gezondheid, zulks eerst moeten worden bewezen. Spraken die artikelen van «ongeschikt voor de consumtie,» dan zou reeds iets zijn gewonnen.

Waar in ons rapport van bepalingen als de bovengenoemde sprake zal zijn, zullen die met den naam van algemeene Tbepalingen worden aangeduid,

In zeer veel gemeenten ontbreken zelfs ook deze algemeene bepalingen en wordt in de verordening slechts een en ander voorgeschreven omtrent het keuren van het vleesch van dieren, die in nood zijn geslacht; sommige nemen daarbij ook op het keuren van gestorven dieren, andere verbieden het slachten van zieke dieren of wel wordt tevens de verkoop van het afgekeurde vleesch verboden. Het rapport noemt dit alles kortheidshalve keuring by noodslachtiiig.

Terwijl in vele verordeningen, in welke van keuring bij noodslachting sprake is, ook bepalingen zijn opgenomen omtrent het begraven van afgekeurde dieren, zijn er ook enkele waarin alleen van begraven sprake is. Voor de keuring beteekenen deze verordeningen zoo goed als niets.

In vele verordeningen wordt het keuren van v e r s c h geslachte dieren slechts facultatief voorgeschreven,

-ocr page 19-

daarentegen keuring van in nood geslachte dieren verplichtend gesteld; in vele andere worden beide keuringen alleen facultatief voorgeschreven.

In eenige gemeenten bestaan bepalingen die keuring van ingevoerd vleesch voorschriiven of die den invoer van vleesch verbieden, tenzij het vergezeld is van een bewijs van keuring in een andere gemeente of wel van een attest, afgegeven door een veearts of keurmeester, waarin wordt verklaard, dat het vleesch niet ongeschikt is voor de consumtie.

Het Hoofdbestuur wijst er verder op, dat in talrijke verordeningen, zelfs in vele van die in welke van levende keuring ot van keuring na slachten sprake is, niet wordt gesproken van paarden, geiten, schapen, enz., terwijl ook in zeer veel verordeningen van het keuren van varkens of van var kens vleesch geen woord wordt gerept, en die keuring dan ook in veel streken van ons land nimmer plaats heeft.

Wanneer de verordeningen van keuring, hoe dan ook, gewag maken, bleef voor het Hoofdbestuur ook de vraag te beantwoorden aan welke pers on en de keuring wordt opgedragen. Vooral omtrent kleinere gemeenten was het wenschelijk dienaangaande gegevens te verzamelen. Niet dat de commissie er aan twijfelt dat niet elk hoofd eener gemeente zal trachten de meest geschikte of althans de minst ongeschikte persoon als keurmeester te verkrijgen, maar of die persoon nu altijd deskundig zijn zal, of geacht mag worden zulks te zijn, is een andere vraag.

Bg eenig nadenken zal het ieder duidelijk zijn dat het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde geen personen als deskundige kan qualificeeren die van de pathologische verschijnselen, welke zich bij vee of vleesch kunnen voordoen, geacht kunnen worden niets of zoo goed als niets te begrijpen. Dat de keuring door veldquot; wachters, gemeenteboden, landbouwers, ketellappers, enz., enz., geen waarborgen oplevert, zal toch een elk wel

-V

-ocr page 20-

12

zicht te verkrijgen van de bestaande bepalingen omtrent de keuring van vee en vleescli, in ruimen zin genomen, over nagenoeg alle gemeenten van ons land. Het meerendeel dei-antwoorden op bepaald gestelde vragen is gecontroleerd door derden; was er dan nog geen overeenstemming in meeningen of opvattingen, dan is weer langs andere wegen de waarheid gezocht. Het Hoofdbestuur is dau ook overtuigd, dat de cijfers, feiten, enz., die in het rapport vermeld zijn, de waarheid zooveel mogelijk nabij komen, en dat dus het rapport den huidigen stand van zaken zoo nauwkeurig mogelijk weergeeft. Met wijzigingen in verordeningen of bestaande toestanden na 23 Juli 1893 heeft dit rapport echter geen rekening meer kunnen houden.

In geen geval kan van de zijde van het Hoofdbestuur van overdrijving in een of andere richting sprake wezen. Het heeft getracht zoo objectief mogelijk te zijn. Het is er echter moreel van overtuigd dat in vele gemeenten van welke het uit sommige bepalingen zou scliijuen, dat keuring bestaat, deze nimmer of zoo goed als nimmer geschiedt, of, vindt zij plaats, dan moet zij zeer gebrekkig worden genoemd.

Dit laatste moet ieder lezer van liet rapport vooral duidelijk zijn, zoodra bij ziet welke de maatschappelijke betrekkingen zijn, die vele keurmeesters vervullen.

Wanneer men den toestand der keuring in ons land zou willen beoordeelen naar het aantal gemeenten waarin bepalingen daaromtrent zijn vastgesteld, dun zou de zaak schijnbaar nog zoo slecht niet staan. Het zal uit de recapitulatie blijken dat er meer gemeenten me t, dan zonder bepalingen zijn. Maar bepalingen of verordeningen op papier worden daarom nog niet altijd uitgevoerd. Dit is bij het onderzoek aangaande verschillende gemeenten duidelijk gebleken. Aan den anderen kant mag echter ook niet onvermeld blijven, dat in sommige gemeenten de keuring beter is ingericht dan de inhoud der bepalingen zou doen vermoeden.

Wat die bepalingen omtrent de keuring betreft, deze zijn bij de verschillende gemeenten of in afzonderlijke verordenin-

-ocr page 21-

13

gen opgenomen, öf zij bevinden zich in een algemeene politie-verordening onder hoofdstuk ^voedingsmiddelen, gezondheid en reinheid,quot; enz. Het jaartal der vaststelling of van de laatste herziening dier verordeningen is door de rapporteurs bij de bespreking der verschillende provinciën opgenomen. Het zij hierbij opgemerkt dat een verordening waarin strafbepalingen tegen overtreding opgenomen zijn, elke 5 jaar herzien of op nieuw rechtsgeldig moet worden verklaard, wil zij rechtsgeldigheid behouden. Na het begin van het onderzoek zijn waarschijnlijk enkele verordeningen nog herzien, zonder dat dit ons bekend werd, waardoor de cijfers in staat C mogelijk eenige wijziging zouden moeten ondergaan. Het aantal er van is echter bij het groote cijfer van weinig belang.

De inhoud der bepalingen is zeer uiteenloopend. Dit noodzaakt de rapporteurs om eenige verklaring te geven van uitdrukkingen, die, kortheidshalve gebruikt, nadere toelichting behoeven.

In eenige bepalingen is sprake van keuring van slachtvee, zoowel van levend als van dood, bovendien van keuring van in nood geslachte en we-s t 0 r v e n dieren, voor zoover die in consumtie komen, alsmede van keuring van het ingevoerde vleesch.

In dit rapport heet zulks «keuring en iioodslachting» in tegenstelling met levende keuring, waaronder verstaan zal worden dat de verordeningen alleen bepalen, dat het slachtvee slechts t ij d e n s het leven zal behoeven te worden gekeurd.

Het meerendeel der gemeente-verordeningen is echter van dien aard, dat men er niets bepaalds omtrent de keuring uit kan lezen, ten minste vaste voorschriften voor bepaalde gevallen mist men er in. Er bestaan in die verordeningen meestal slechts een paar artikelen^ aan het toezicht op vee en vleesch gewijd.

De belangrijkste luiden dan bijv. als volgt: «Het is verboden, voor zooverre daarin bij art. 174 en volgende van het

-ocr page 22-

14

Wetboek van Strafrecht niet is voorzien, vleesch, visch, gevogelte, onrijp fruit of andere eet- of drinkwaren, hoe ook genaamd, die blijlcbaar bedorven of voor de gezondheid schadelijk zijn, te verkoopen, te koop te stellen, enz.» «Aan verkoopers wordt de verplichting opgelegd de keuring der waren toe te laten.» «De wegens bederf afgekeurde waren worden door de zorg der politie onbruikbaar gemaakt en begraven.»

Met hier eu daar wijzigingen van ondergeschikte betee-kenis, komen, zooals reeds gezegd is, deze artikelen in talrijke verordeningen voor. Zij leveren echter niet den minsten waarborg op voor de keuring.

Ook zal, bijv. bij reclame van den verkooper, wanneer vleeschwaren zijn afgekeurd, op grond dat zij schadelijk zouden zijn voor de gezondheid, zulks eerst moeten worden bewezen. Spraken die artikelen van «ongeschikt voor de consumtie,» dan zon reeds iets zijn gewonnen.

Waar in ons rapport van bepalingen als de bovengenoemde sprake zal zijn, zullen die met den naam van algemeene bepalingen worden aangeduid,

In zeer veel gemeenten ontbreken zelfs ook deze algemeene bepalingen en wordt in de verordening slechts een en ander voorgeschreven omtrent het keuren van het vleesch van dieren, die in nood zijn geslacht; sommige nemen daarbij ook op het keuren van gestorven dieren, andere verbieden het slachten van zieke dieren of wel wordt tevens de verkoop van het afgekeurde vleesch verboden. Het rapport noemt dit alles kortheidshalve keuring by iioodslacliting.

Terwijl in vele verordeningen, in welke van keuring bij noodslachting sprake is, ook bepalingen zijn opgenomen omtrent het begraven van afgekeurde dieren, zijn er ook enkele waarin alleen van begraven sprake is. Voor de keuring beteekenen deze verordeningen zoo goed als niets.

In vele verordeningen wordt het keuren van v e r s c h geslachte dieren slechts facultatief voorgeschreven,

-ocr page 23-

15

daarentegen keuring van in nood geslachte dieren verplichtend gesteld; in vele andere worden beide keuringen alleen facultatief voorgeschreven.

In eenige gemeenten bestaan bepalingen die keuring van ingevoerd vleesch voorschrijven of\' die den invoer van vleesch verbieden, tenzij het vergezeld is van een bewijs van keuring in een andere gemeente of wel van een attest, afgegeven door een veearts of keurmeester, waarin wordt verklaard, dat het vleesch niet ongeschikt is voor de consumtie.

Het Hoofdbestuur wijst er verder op, dat in talrijke verordeningen, zelfs in vele van die in welke van levende keuring of van keuring na slachten sprake is, niet wordt gesproken van paarden, geiten, schapen, enz., terwijl ook in zeer veel verordeningen van het keuren van varkens of van v ark ens vl ee s c h geen woord wordt gerept, en die keuring dan ook in veel streken van ons land nimmer plaats heeft.

Wanneer de verordeningen van keuring, hoe dan ook, gewag maken, bleef voor het Hoofdbestuur ook de vraag te beantwoorden aan welke personen de keuring wordt opgedragen. Vooral omtrent kleinere gemeenten was het wenschelijk dienaangaande gegevens te verzamelen. Niet dat de commissie er aan twijfelt dat niet elk hoofd eener gemeente zal trachten de meest geschikte of althans de minst ongeschikte persoon als keurmeester te verkrijgen, maar of die persoon nu altijd d e sk u n d i g zijn zal, of geacht mag worden zulks te zijn, is een andere vraag.

Bij eenig nadenken zal het ieder duidelijk zijn dat het Hoofdbestuur der Maatschappjj ter bevordering der Veeartsenijkunde geen personen als deskundige kan qualificeeren die van de pathologische verschijnselen, welke zich bij vee of vleesch kunnen voordoen, geacht kunnen worden niets of zoo goed als niets te begrijpen. Dat de keuring door veld\'-wachters, gemeenteboden, landbouwers, ketellappers, enz., enz., geen waarborgen oplevert, zal toch een elk wel

—V

-ocr page 24-

16

duidelijk zijn, zelfs al vat men liet «experientia docet» in ruimen zin op.

Het Hoofdbestuur erkent als deskundigen in den vollen zin van het woord alleen de gediplomeerde (z. g. rijks-) veeartsen, maar het wil als deskundigen ook aannemen de geëxamineerde veeartsen (z. g. empiristen) Ook geneesheeren wil het, waar deze als keurmeester optreden, als deskundigen laten gelden. Zoogenaamde veeartsen echter, die alleen op patent, tegen de wet in, als zoodanig praktizeeren, deskundigen te noemen, gaat echter nu niet meer aan.

In het rapport is ook zooveel mogelijk opgegeven of er in een gemeente slachters zijn. Dit is gedaan om te doen zien of een gewone keuring, d. i. keuring van z. g. gezond geslachte of te slachten dieren, noodig is ten bate van de afnemers. Het raag echter niet uit het oog worden verloren, dat in veel gemeenten, vooral in het zuiden van ons land, waaromtrent uit de opgaven zou schijnen dat geen slachters aanwezig zijn, wel degelijk varkensslachters zijn gevestigd.

Het Hoofdbestuur heeft ook een onderzoek ingesteld naar het aantal vilder ij en in de verschillende gemeenten van ons land. Het vleesch, uit die inrichtingen afkomstig, komt langs allerlei wegen en in allerlei vorm ook in de maag van menschen terecht en het toezicht op deze fabrieken van lekkernijen laat, althans uit het oogpunt van keuring, zeer veel te wenschen over. Sommige vilders zijn tevens slachters, of omgekeerd.

De cijfers in het rapport kunnen dientengevolge dan ook niet geheel juist zijn, maar zeer zeker is het aantal vilderijen grooter dan wordt opgegeven. Het minimum is evenwel voor sommige plaatsen reeds groot genoeg om een beter toezicht er op te doen wenschen.

Tot verdere toelichting van enkele uitdrukkingen in het rapport mogen nog de volgende regelen dienen. Waar bijv. sprake is van veekringen, wordt daaronder verstaan, dat eenige gemeenten samen een veearts subsidiëeren, dien een

-ocr page 25-

17

standplaats, meestal in het midden van den kring, wordt aangewezen.

De hem opgelegde verplichtingen zijn in de verschillende kringen zeer uiteenloopend, maar met betrekking tot de keuring in den regel hoogst eenvoudig. Zoo vindt men in de instructie voor den veearts in den veekring Almkerk omtrent dit punt, als laatste alinea van art. 4 der instructie, het volgende:

«Desgevorderd is hij ook verplicht op vordering van elk der Burgemeesters van de vereenigde gemeenten, of van die hem vervangt, slachtvee en het als voedsel voor den mensch bestemd vleesch en spek te keuren.»

Wanneer in die instructies sprake is van het onderzoek van gestorven dieren, is zulks meestal het geval met het oog op besmettelyke ziekten. In het rapport is, zooveel mogelijk, voor de verschillende gemeenten aangegeven of zij tot een veekring behooren of niet.

Hoewel in enkele gemeenten, in welker verordening van geen keuring sprake is, door veeartsen of empiristen omtrent gestorven of in nood geslachte dieren, welke door hen werden behandeld, een verklaring wordt afgegeven of het vleesch al of niet voor consumtie geschikt is, zoo ligt het toch in den aard der zaak, dat in die gemeenten van eeu eigenlijke keuring geen sprake is. Een verplichting daartoe bestaat niet en het meerendeel der gevallen ontsnapt aan de waarneming; vele organen, van gewicht bij de keuring, kunnen niet worden onderzocht, wijl zij dadelijk na het slachten zijn verwijderd, eenvoudig omdat geen verordening het bewaren gebiedt. Het rapport spreekt ook van die gemeenten met de uitdrukking niets wordt gekeurd.

In vele gemeenten, waarin byv. keuring bij nood-slachting is voorgeschreven, wordt nooit of zelden aan een deskundige opgedragen het dier te keuren als het niet behandeld is geworden; de last er toe wordt niet verstrekt. Zal uit het overzicht blijken dat de voorschriften voor de keuring hier en daar zeer veel te wenschen overlaten, men

2

-ocr page 26-

mag overtuigd zijn dat dit met het naleven dei- voorschriften op vele plaatsen evenzeer het geval is.

In dit rapport is hier en daar sprake van attest. Hiermede wordt bedoeld, dat men in vele gemeenten (bij den invoer) genoegen neemt met een schriftelijke verklaring van een veearts, van een empirist, van de politie, of van een keurmeester, wie dan ook. Het blijft echter in vele gevallen de vraag of het vleesch, dat het attest vergezelt, hetzelfde is als waarvoor het attest werd afgegeven. Het komt, naar het bleek, meermalen voor, dat ander vleesch wordt ondergeschoven. Keurstempels op het vleesch aan te brengen zou in dit opzicht reeds veel voorkomen.

De uitdrukking aangifte in dit rapport moet in dezen zin worden opgevat: in eenige gemeenteverordeningen is bepaald, of was vroeger bepaald, dat van ziekte, noodslach-ting of sterven van dieren aangifte moet worden gedaan ter Secretarie. In die gevallen wordt (of werd) dan tot keuring overgegaan, maar bij alle verzuimde opgaven of verzwegen gevallen blijft (of bleef) keuring achterwege. Dat de keuring ook in die gemeenten niet veelvuldig zal plaats hebben, is te begrijpen.

Onder accyns wordt verstaan, dat de keuring alleen geschiedt, als de in nood geslachte of gestorven dieren voor accijns worden aangegeven (en dus voor consumtie zijn bestemd) en de aangifte ervan te laag is of wel bij visitatie blijkt, dat de qualiteit te veel te wenschen overlaat. Waarschijnlijk als maatregel ter bestrijding van longziekte werd bij Ministeriëele Resolutie van 12 Februari 1861, n0. 03, houdende «maatregelen tegen het in verbruik brengen van voor de gezondheid schadelijk vleeschquot;, aan de ambtenaren der directe belastingen opgedragen om «bij bevinding van ziek vee, waarvan aangifte ter slagting is geschied, daarvan onmiddellijk aan het hoofd van het plaatselijk bestuur kennis te geven, met opgave van den naam des aangevers en van den stal of de plaats waar het rund zich bevindt.quot;

Bij Ministeriëele Resolutie van 29 Juli 1867, n0. 61, werd

-ocr page 27-

10

bepaald, dat «de ontvangers bij het aannemen van aangiften wegens slagting van ziek vee daarvan ook ten spoedigste zullen kennisgeven aan den burgemeester, op gelijken voet als bij de Resolutie van 1864 is voorgeschreven.quot;

Bij de Resolutie van 10 Januari \'1874, n0. 76, werd aan voorstaande bepalingen herinnerd en werden enkele nadere voorschriften op het vervoer van vleesch, afkomstig van ziek vee. vastgesteld, die echter bij Ministeriëele Resolutie van 24 April 1878, n0. 24, weder werden ingetrokken.

Dit gedeeltelijk intrekken schijnt aanleiding gegeven te hebben tot verwarring, althans in de circulaire van 21 December 1883, A, n0. 2757 (Provinciaal blad van Zuid-Holland, u0. 73), betreffende keuring van vee bij noodslachting, wordt hierop gewezen en o. a. gezegd: «De daarin aangehaalde vroegere Resoluties van den Minister van Finantiën zijn niettemin van kracht gebleven (n. 1. die van 1861 en 1867), zoodat zoowel de ambtenaren van den actieven dienst als de ontvangers der belastingen thans nog verplicht zijn om bij bevinding van ziek vee, waarvan aangifte tot slagting is gedaan, daarvan onmiddellijk aan den Burgemeester kennis te geven.quot;

Nadere besluiten, waardoor hierin wijziging werd gebracht, zijn niet uitgevaardigd, zoodat ook thans nog de Rijksambtenaren der belasting bedoelde aangifte bij den Burgemeester moeten doen.

Het doel dier aangifte blijkt uit de circulaire van 21 Augustus 4875, A, n0. 2798, «onderzoek van uit nood ge-slagte runderen» (Provinciaal blad van Zuid-Holland, n0. 55), luidende als volgt:

Aan Heeren Burgemeesters der gemeenten in de Provincie Zuid-Holland.

Namens den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken heb ik de eer U te verzoeken om, wanneer door U van de liijksamb-tenaren der belasting berigt is ontvangen van een geval van slagting uit nood van een stuk rundvee, dat vee onverwijld te doen onderzoeken door den geëxamineerden veearts, of indien

-ocr page 28-

20

liet geval zich voordoet in een streek waar veeopzigters zijn aangesteld, door den meest nabij zijnden veeopzigter.

Blijkt bij dit onderzoek dat het stuk vee aan eene besmettelijke ziekte geleden heeft, dan worde door U tegen den eigenaar proces-verbaal opgemaakt wegens verzuimde aangifte en van het voorgevallene onverwijld kennis gegeven aan den districtsveearts.

\'s Hage, 21 Aug. 1875.

(w. g.) J. ROËLL.

Het hoofddoel van dezen maatregel is dus het spoedig ontdekken vau gevallen van besmetteliike veeziekten. Ook met het oog op de vleeschkeuring is hij echter van groot belang, daar de burgemeester bij het ontvangen der kennisgeving keuring kan, zelfs moet gelasten en het er nu verder, in geval van niet-besmettelijke ziekte, slechts van afhangt hoe de gemeenteverordeningen spreken.

Er wordt in dit rapport hier en daar ook melding gemaakt van veelondsen.

Dit zijn vereenigingen van landbouwers, onderlinge verzekeringen, om zich, vooral wat runderen en varkens betreft, tegen al te groote verliezen te vrijwaren. Zij zijn in veel grooter aantal voorhanden, dan uit het rapport blijken zal. Men kan ze, met het oog op het doel van het rapport, in twee categorieën verdeelen, u.I. zulke met en zulke zonder verplichting.

Onder die met verplichting worden verstaan de zoodanige, waarin de deelhebbers verplicht zijn om van elk verzekerd gestorven of in nood geslacht dier (in sommige alleen van in nood geslachte dieren) een zekere hoeveelheid vleesch te nemen tegen een vooraf bepaalden prijs. Zonder verplichting worden genoemd die, door welke het vleesch, veelal publiek, wordt verkocht. In die fondsen treedt hier en daar wel eens een veearts als keurmeester op; de keuring wordt echter meestal door landbouwers verricht en bij afkeuring wordt het vleesch toch niet altijd vernietigd, maar soms ook verkocht, gelijk uit enkele mededeelingen blijkt.

Het Hoofdbestuur heeft getracht in het rapport van alle

-ocr page 29-

21

verkregen gegevens een overzicht te maken, zoo duidelijk als het dit kon doen. Het geeft daarom van elke provincie afzonderlijk de uitkomsten van het onderzoek aan. De gemeenten zijn in groepen verdeeld naar het aantal inwoners, zooals die worden opgegeven in de «Agenda voor gemeentebesturen, door H. J. van Maankn, Utrecht, 1891.»

De indeeling is zóó gekozen, dat een vergelijking tusschen de verschillende gemeenten in de onderscheiden provinciën zoo gemakkelijk mogelijk wordt. De bezwaren, die de provincie Friesland dienaangaande opleverde, hoopt het Hoofdbestuur zooveel mogelijk te hebben overwonnen. Vooral is ook het aantal inwoners van belang met het oog op de mogelijkheid van het oprichten van openbare slachthuizen, hetzij binnen één gemeente, hetzij binnen een kring van gemeenten. In dit rapport komen, behalve over eenige andere, ook omtrent dit punt gegevens en beschouwingen voor.

Eindelijk heeft het Hoofdbestuur nog gemeend, dat het van groot nut zou zijn om behalve de tabellarische overzichten, ook in kaart voor te stellen hoe de toestand, wat de keuring betreft, in elke provincie is.

Het heeft daarom bij iedere provincie een kaartje gevoegd, waardoor men niet alleen een overzicht van dien toestand krijgt, maar waardoor men tevens de verdeeling der gediplomeerde veeartsen en empiristen in ons land kan overzien. Men kan daaruit dus ook nagaan hoe de voor de keuring beschikbare veeartsenijkundige krachten over ons land zijn verdeeld.

Met de eerst onlangs gediplomeerde, maar zich nog niet gevestigd hebbende veeartsen is mede rekening gehouden, evenzoo ook met die plaatsen waar gewoonlijk een veearts gevestigd is, maar die thans tijdelijk zonder veearts zijn. Met wijziging in de standplaatsen van veeartsen is op de kaartjes — om het overzicht der beschikbare krachten zoo volledig mogelijk te maken — ook nog na 23 Juli 1893 rekening gehouden.

Ten slotte moge nog deze opmerking een plaats vinden. De nadeelige gevolgen na het gebruik van vleesch,

-ocr page 30-

22

zijn, behoudens enkele vertrouwbare mededeelingen, ontleend aan officiëele verslagen.

Het Hoofdbestuur betuigt zijn dank aan allen (vooral aan de veeartsen en ook aan enkele burgemeesters), die het in staat stelden dit rapport zoo volledig mogelijk op te maken. Een bijzonder woord van dank verdienen zeker de districtsveeartsen, die zich altijd bereid betoonden om zoo spoedig mogelijk de herhaaldelijk gevraagde inlichtingen te verschaffen of omtrent enkele betwiste punten eindadvies uit te brengen.

Eveneens brengt het Hoofdbestuur zijn dank aan den Adjunct-Inspecteur van het Geneeskundig Staatstoezicht te Arnhem, van wiens zeer gewaardeerde mededeelingen een ruim gebruik is gemaakt en aan den Dirigeerend Paardenarts 2de kl. J. J. Hinze, die ons in staat stelde de als bijlage hierachter geplaatste «schets van een ontwerp eener wettelijke regeling der keuring van vee en vleesch met memorie van toelichting» op te nemen.

Ook den Intendant, die ons het hoofdstuk «over keuring van vleesch voor militairen bestemd» leverde, zij onze dank gebracht.

Namens het Hoofdbestuur: D. F. VAN ESVELD,

Voorzitter. Dr. L. J. VAN DER HARST,

\\ste Secretaris.

-ocr page 31-

GRONINGEN.

57 gemeenten met 277224 inwoners, 229761.19 hectaren groot.

Zonder bepalingen.

In de 24 volgende gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring, enz. in de gemeenteverordeningen opgenomen :

Aduard, Baflo, Beerta, Bierum, Delfzijl. Finsterwolde, Grijps-kerk, Grootegast, Haren, Hoogkerk, Kloosterburen, Leens, Nieuwe-Schans, Oldenhove, Oldekerk, Onstwedde, Slochteren, Tenboer, Uithuizermeeden, ülrum, üskwerd, Vlaohtwedde, Warfum, \'t Zand.

In de gemeenten Delfzijl en Nieuwe-Schans is een verordening in bewerking.

De toestand is in die gemeenten als volgt;

AANTAL INWONERS PEK

1000 2000 3000 5000

7000

10.000

GEMEENTE.

2000 3000 5000 7000

10.000

15.000

Niets wordt gekeurd . .

1 i 3quot;

1

5 8f

1quot;

1

Keuring bij noodslach-

ting.......

1quot;

2\'i

IJ

»

rt. te Nieuwe-Schans wordt opgegeven „keuring bij noodslach-ting door een gediplomeerd veeartsquot; ; de naastbijzijnde is echter in 16 jaar niet ontboden.

h. te Oldekerk keurt in dubieuse gevallen bij noodslaohting

een gediplomeerd veearts.

c. de burgemeester te Oldenhove schrijft, dat er geen geld is om de keuring goed te doen verrichten.

-ocr page 32-

24

d. te Aduard wordt bij noodslaohting wel eens gekeurd door een empirist, ook te Finsterwolde, zoo er aangifte wordt gedaan.

e. te Beerta wordt bij noodslaohting de veearts wel eens door den burgemeester geroepen : te Leens keurt de veearts bij noodslaohting somt ij d s ; te üithuizermeeden en \'t Zand een enkelen keer.

f. te Vlaohtwedde let de politie op het begraven van gestorven dieren.

g. te Onstwedde wordt door den veearts eon enkelen keer bij vilders gekeurd.

In 6 dier gemeenten zijn veeartsen, in 6 andere 8 empiristen.

Als keurmeesters fungeeren in 5 gemeenten veeartsen, in 2 empiristen.

In 17 gemeenten zijn slachters ; van 5 is ons dit onbekend.

In 6 gemeenten zijn te zamen minstens 8 vilders; bovendien zijn er 4 paardenslachterijen (Onstwedde, Tenboer, ülrum (2), en in het meerendeel der gemeenten vilder-slachters.

Met bepalingen.

Bij de 33 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz. en wel bij 30 in de algemeeue politieverordening, bij 1 gemeente in een bijzondere verordening, bij 2 in een verordening op begraven.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 20 algemeen, 7 keuring en noodslachting, 2 keuring facultatief en noodslachting, 2 keuring bij noodslachting, 2 begraven.

Zij zijn vastgesteld of herzien in: 1857, 1S62 (3), 1869, 1882, 1883, 1884, 1886 (2), 1887 (4), 1888 (2), 1889 (8), 1890 (3), 1891 (4), 1892 (2).

In 58 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

-ocr page 33-

25

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt:

AANTAL INWONERS PER

| | 1000 2000 3000 5000

7000

|

10.000 50.000

GEMEENTE.

2000 3000 5000 7000

11 o

O

15.000

75.000

Niets wordt gekeurd ....

1

8quot;

1 1

77

7}

77

Keuring bij n o o d -slachting .

2a

8* ! Sf

3\'

lh

77

Keuring en nood-slachting . .

»

it

r 1

^ V

77

V

o. te Adorp door een empirist; te Meeden vraagt men alleen een attest van een veearts.

h. te Ezinge werd in 20 jaar tijds tweemaal gekeurd; in Kantens vraagt men som s, bij aangifte voor accijns van gestorven of in nood geslachte dieren, een attest van een veearts; in Zuidbroek laten de vilders hun waren voor eigen rekening keuren.

c. te Loppersum keurt de politie, zoo noodig een veearts (een der veeartsen uit de omgeving werd in de laatste jaren éénmaal geroepen); te Noordbroek keurt de veearts; te quot;Wedde wordt een veearts voor keuring ontboden.

d. te Bellingwolde keurt een empirist, alleen in twijfelachtige gevallen, het gestorven vee; te Eenrum heeft keuring door een veearts slechts zeldzaam plaats; te Leek keurt de empirist alleen bij aangifte voor a c c ij n s; te Muntendam is een attest van een veearts voldoende (daar is een paardenslachter, die per jaar circa 450 paarden slacht, welke op verzoek van den eigenaar door een veearts worden gekeurd); te Midwolde wordt een veearts ontboden ; te Marum keurt een empirist, evenals te Uithuizen, maar in de laatste gemeente slechts een enkelen keer; te Nieuwe-Pekela keurt een ambtenaar der belasting.

e. de keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren heeft te Appingedam, door de politie, zelden of nooit plaats; bij herkeuring wordt een veearts ontboden (in 8 jaar tijds tweemaal).

f. te Bedum wordt gekeurd door een empirist; te Oude-Pekela

-ocr page 34-

26

door een geneesheer of\' door een apotheker; te Scheemda wordt een veearts ontboden.

lt;j. te Hoogezand door een veearts (waar n o o d i g); te Wildervank eischt men een attest van een veearts en te Winschoten wordt door een veearts alleen bij minvermogenden de keuring op kosten der gemeente verricht en daarom veel ontdoken.

de veearts teVeendam keurt alleen de noodslachtingen, die den ambtenaar voor a c c ij n z e n verdacht voorkomen; hij houdt ook wel toezicht op de slachterijen. i, de keuringen te Groningen worden verricht door een veearts en door 14 ambtenaren van de belastingen.

In 2-2 gemeenten wordt de keuring minstens door 37 personen verricht, n.1. door 6 veeartsen, 1 geneesheer, 1 apotheker, 6 empiristen; in 3 gemeenten wordt een veearts (kan ook een empirist zijn) ontboden, in 3 is een attest van een veearts (of van een empirist) voldoende, in 2 keurt de politie, in 15 keuren ambtenaren der belasting.

In 24 getneeuten zijn slachters, ia 2 worstfabrieken en te Winschoten is een exportslachterij. In 21 gemeeaten zijn te zamen minstens 39 vilders, bovendien 7 paardenslachters (Appingedam, Ezinge, Groningen (3), Muntendam, Winscho-tea), 10 vilder-paardenslachters en zeer veel vilder-slachters.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......28 gemeenten.

Keuring bij nood slachting in . . .27 » Keuring en no odslach ti ng in . . 2 » In 41 gemeenten zijn slachters, in 1 een exportslachterij en in 2 worstfabrieken; van 5 is ons daaromtrent niets bekend. In 27 gemeenten zijn minstens 47 vilders, 41 paardenslachters, 10 vilder-paardenslachters en vele vilder-slachters.

Keurmeesters.

In 50 pet. der gemeenten wordt dus meer of minder gekeurd door 44 personen, waaronder 11 veeartsen, 1 geneesheer, 8 empiristen; in 6 gemeenten keurt een veearts of een empirist.

In de provincie zijn in 18 gemeenten 22 veeartsen, waarvan

-ocr page 35-

27

één door zijn betrekking niet voor keurmeester in aanmerking kan komen; verder zijn er 22 empiristen in 19 gemeenten.

In 4 gemeenten zijn een of meer veeartsen en empiristen; in 2 keurt de veearts (Groningen, Midwolde), in 1 de empirist (Bellingwolde) en in 1 de politie (Appingedam). In de 14 overige gemeenten, waar veeartsen zijn, wordt in 5 niet gekeurd, in 9 keurt de veearts. In de 15 gemeenten waar empiristen zijn, wordt in 7 niet gekeurd, in 5 keurt de empirist, in 1 een ambtenaar der belastingen, in 1 een veearts en in de andere geldt een attest van een veearts of van een empirist.

Conclusie.

Vau de 2 gemeenten, waar k euring en n oodsl achting plaats heeft, valt Appingedam uit, daar de keuring niet alleen onvoldoende is, maar deskundige leiding mist. Voor Groningen mag de regeling der keuring tamelijk voldoende worden geacht, zoo er streng de hand aan wordt gehouden, dat keurmeesters-rijksambtenaren voor iedere afkeuring de hulp van den keurmeester-veearts inroepen.

Worde ook rekening gehouden met plaatsen waar keuring bij noodslachting hoofdzaak is, dan zijn er (de volledigheid der bepaliugen daargelaten) 5 gemeenten, waarbij geen opmerkingen zijn gevoegd die aantoonen dat de keuring bijna waardeloos is.

Byzonderheden.

In de provincie worden de gestorven dieren veelal als emolumenten beschouwd voor de vaste arbeiders. Het vleesch wordt steeds sterk gezouten eu komt van lieverlede in con-sumtie, zoodat eventueel optredende nadeelige gevolgen niet zoo dadelijk merkbaar zijn. Steeds wordt het vleesch goed gekookt.

Het vleesch van gestorven of van in nood geslachte dieren wordt bijna altijd gegeten, alleen het meest walgingwek-kende van stinkende cadavers wordt begraven.

Nadeelige gevolgen.

1872. In Warfum werden bij verschillende personen ge-

-ocr page 36-

28

vallen vaa pustula maligna waargenomen na het gebruik van slecht vleesch (Verslag Geneesk. Staatstoezicht 1872, bl. 166).

4874. Te Groningen kwamen in 8 dagen tijds tweemaal ziekteverschijnselen voor bij een aantal officieren, die aan een zelfde tafel aten, na het gebruik van varkenscoteletten. Ook bij andere personen in de stad — die vleesch van hetzelfde dier hadden gebruikt — kwamen ziekteverschijnselen voor (Idem 1874, blz. 229).

4881. Eenige personen in Groningen werden ziek na het gebruik van vleesch, afkomstig van miltvuurzieke dieren (Versl. Veeartsenijkundig Staatstoezicht 1881, bl. 29).

1882. In verschillende huiscrezinnen te Groninsen wer-

•-J O

den personen ziek na het gebruik van leverworst (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 18S2, bl. 288).

1883. Bij al de leden van één gezin te Groningen werd vergiftiging geconstateerd door het gebruik van vleesch (Idem 1883, bl. 316).

1886. ïe Grijpskerk werden al de leden van een gezin ziek na het gebruik van warm vleesch; de verschijnselen herhaalden zich, toen het vleesch — koud geworden — werd beproefd (Idem 1886).

1888. In verschillende huisgezinnen te Groningen werJen

O O

meerdere personen ziek na het gebruik van gerookte 10I-hammetjes (Idem 1888, bl. 314).

1891. Te Nieuwwolde werden 8 personen ziek na het gebruik van vleesch, afkomstig van eeu schaap dat a^n gangreen had geleden,

1892. Te Oidenhove werden eenige personen uit verschillende huisgezinnen ziek na gebruik van vleesch, afkomstig van een in nood geslachte koe; één der personen stierf.

In dezelfde gemeente ontstond eenige weken later vleesch-vergiftiging bij vele arbeiders-geziunen na het gebruik van vleesch, afkomstig van gestorven kalveren ; ook te Noprdhoru kwamen in één gezin gevallen voor, die zeer veel op cholera geleken. Eveneens te Aduard na het gebruik van vleesch, afkomstig van gestorven kalveren.

-ocr page 37-
-ocr page 38-
-ocr page 39-
-ocr page 40-

FRIESLAND.

43 gemeenten, met ruim 300 dorpen en 337507 inwoners, groot 332044.33 hectaren.

Van de gemeente Doniawerstal zijn ons geen voldoende gegevens bekend, zoodat zij hierbij niet is opgenomen.

Wegens de uitgebreidheid der gemeenten is hier tevens rekening gehouden met het aantal inwoners per hectare.

Zonder bepalingen.

Geen bepalingen bestaan in de gemeenten: Ameland, Hindeloopen en Menaldumadeel.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

i 1000 ! 2000

10.000

AANTAL INWONERS PEK GEMEENTE.

2000 3000

15.000

„ ,, „ HECTARE.

(2 p. h.) (0.37 p.h.)

(1.3 p. h.)

Niets wordt gekeurd . . . .

| |

1

Keuring bij n o o d s 1 a c h t i n g .

1quot;

«. in Hindeloopen wordt op uitnoodiging van den burgemeester

door een bakker-kastelein gekeurd.

h. te Menaldumadeel (bij accijns) door een veearts (een enkelen keer).

Te Menaldum is een veearts gevestigd.

In 1 dier gemeenten (1.3 p. heet.) zijn slachters; in 2 (2 en 1.3 p. heet.) zijn minstens 3 vilders en 1 paardenslachter (Menaldumadeel).

Met bepalingen.

In de overige 39 gemeenten zijn bepalingen en wel bij

-ocr page 41-

30

32 in de algemeene politieverordening, bij 6 in bijzondere verordeningen, bij 1 in een verordening op begraven. In de gemeenten Het Bilt en Idaarderadeel bestaan bovendien nog bijzondere bepalingen op invoer, vervoer, keuren, enz. van vleescli.

De inbond dier bepalingen is als volgt; algemeen 8, algemeen en n o o d s 1 a ebt i n g 2, algemeen en begraven 3, keuring van verscb geslachte dieren 1, keuring bij noodslachting 7, levende keuring en noodslachting 1, keuring en noodslachting 16, begraven 1.

Deze bepalingen zijn vastgesteld of herzien in: 1857 en 1865 voor Smallingerland, 1866, 1881 (2), 1882 (2), 1883, 1884, 1885 (2), 1886 (3), 1887 (16) (in de gemeente Het Bilt dateert de bijzondere verordening van 1876), 1888 (3), 1889, 1890 (3), 1892; onbekend Dantumadeel en Kollumerland.

In 90 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt:

aantal inwoners per 500 1000 2000 3000 5000 7000 10.000 15.000 30.000 gemeente. X000 2000 3000 5000 7000 10.000 15.000 20.000 40.000

N iets wordt gekeurd 2\' „ ,, ,, 2g 2k lquot; u

Keuring bij noodslachting...!\' „ 1quot; 3S 8\' 5quot; 2quot; „

Keuring bij invoeren noodslachting. ,, „ „ „ „ „ „ „ 1»

Keuring en noodslachting . . . „ lc 2\' 1\' „ 3quot; „ „

a. Schiermonnikoog (0.18 p. heet.), Stavoren (2.2 per heet.). h. te Sloten (3.3 p. heet.) bij aangifte door de politie; de burgemeester heeft wel eens advies gevraagd aan een veearts.

c. te Ylst (2 p. heet.) door de politie.

d, te Rauwerderhem (0.85p.heet.) niet a 11 ij d, door de politie.

-ocr page 42-

31

door een veearts te Engwirden (1 p. heet.) bij accijns (de veearts krijgt slechts weinig te zien), en te Heme-luraer-Oldefaart en Noordwolde (0.6 p. heet.) een enkelen keer; door de politie te Workum (1.1 p. heet.) gebrekkig; de politie-agent verklaart geen verstand van vleeschkeuring te hebben.

f. door een veearts te Dokkum (130 p, heet.) g e r e g el d en te Hennaarderadeel (0.85 p. heet) gebrekkig.

(j. te Baarderadeel (0.83 p. heet.) wordt bijna nooit door de politie gekeurd; te Gaasterland (0.64 p. heet.) bestaat een onderlinge veeverzekering waar de leden zelf keuren (het gestorven vee wordt publiek — soms voor 5 of 10 gulden — verkocht).

h. door de politie: te Franekeradeel (0.87 p. heet.) lang niet geregeld, maar de veearts te Franeker wordt wel eens door een politie-agent geraadpleegd; te Idaarderadeel (0.8 p. heet.) zelden, bij twijfel raadpleegt men een veearts; te Lemsterland (0.79 p. heet.) bij aangifte; te Utinge-radeel (0.8 p. heet.) geregeld, bij twijfel oordeelt een empirist.

i. te Bolsward (6 p. heet ) door 2 politie-agenten, die echter niet alles te zien krijgen.

k. te Oost-Dongeradeel (0.95 p. heet.) en te West-Dongeradeel (1.1 p. heet,) wordt opgegeven „keuring bij noodslachting,quot; maar de gemeente-veearts keurt in beide gemeenten gemiddeld slechts eenmaal per jaar; te Oost-Dongeradeel keurt de politie wel eens.

/. door een veearts: te Het Bilt (1.1 p. heet.) gebrekkig, wegens uitgebreidheid der gemeente; te Ferwerderadeel (0.95 p. heet.) bij aangifte, en te Oost-Stellingwerf (0.41 p. heet.) zelden, want de verordening wordt veel ontdoken. Door de politie: te Barradeel (1.2 p. heet.) (in de dorpen Minnertsga, Firdgum en Tjummarum wordt in het geheel niet gekeurd, maar wel wordt bij het slachten van paarden het oordeel van den veearts gevraagd, wat ook bij keuring bij noodslachting soms in de andere dorpen het geval is); te Franeker (4 p. heet.), waar ook wel wordt gekeurd door een veearts (veeverzekeringen zonder verplichting); te Haskerland (1.3 p. heet.) bij aangifte, in twijfelachtige gevallen keurt ook wel de veearts, ofschoon deze in zijn eigen standplaats niet keurt; te Kollumerland (0.85 p. heet.), waar in enkele gevallen de keuring door den veearts wordt verricht; te Leeuwarderadeel (1.1 p. heet.)

-ocr page 43-

gebrekkig, want de keuring betreft eigenlijk in hoofdzaak het vleesch dat voor Leeuwarden moet dienen; de keuring heeft bij twijfel door den gemeente-veearts plaats.

in. te Dantumadeel (1 p. heet.) wordt zeer zelden door

een veearts op last van den burgemeester gekeurd. n. door een veearts: te Schoterland (0.93 p. heet.) bij accijns, hij keurt van de 16 dorpen slechts in 7, n.1. te Heerenveen, Johannisga, de Knijpe, \'t Meer, Oudeschoot, Nijeschoot en Rottum, verder een enkelen keer te Delfstrahuizen en uiterst zelden te Jubbega; te Smallingerland (0.81 p. heet.) een enkelen keer, n.1. wanneer de ambtenaren der belasting het vleesch verdacht vinden voor de consumtie en de eigenaar een hei-keuring door oen veearts vraagt; te Wyrnbritseradeel (0.74 p. heet.) lang niet alles, hier keurt ook do politie, ofschoon niet op alle dorpen een veldwachter is. Door de politie te Achtkarspelen (1 p. heet.) bij a c c ij n s en te Tietjerksteradeel (0.82 p. heet.) zoo n o o d i g.

o. door een veearts te Harlingen (98 p. heet.) waar alles wordt gezien en te Sneek (13 p. heet.) waar de verordening goed wordt toegepast, vooral bij noodslaehting; te Won-seradeel (0.83 p. heet.) door de politie, terwijl bij twijfel een veearts wordt geroepen.

p. door een veearts te Opsterland (0.65 p. heet.) niet alles en te West-Stellingwerf (0.68 p. heet.) slecht, want de keurmeester ziet nog niet 10 pet. der in nood geslachte dieren.

q. te Leeuwarden (18 p heet.) door een veearts en door 10 ambtenaren der belasting; bij ingevoerd vleesch wordt een certificaat van goedkeuring geëischt, maar ook vleesch van in de gemeente geslacht vee wordt wel gekeurd, lu 32 gemeenten wordt door minstens 42 personen gekeurd, n.1. door 14 veeartsen, 17 politie-beambten, 1 veearts of politie-beambte en 10 ambtenaren der belasting (De politie voor iedere gemeente slechts als één persoon gerekend, wat eebter waarschijnlijk in geen der Friesche gemeenten het geval is).

In 38 gemeenten zijn slachters, in 8 exportslachterijen, in II te zamen minstens 49 vilders, 7 vilder-paardenslachters en 9 paardenslachters (Bolsward, Harlingen (2), Leeuwarden, Oost-Dongeradeel, Sneek (3) en Workum).

-ocr page 44-

33

Van 1 gemeente is het ons onbekend of er een slachter, van een ander of er een vilder is. Er zijn een groot aantal vilder-slachters.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in.......8 gemeenten.

Keuring bij noodsl achting in . . . .26 » Keuring bij invoer en n oo dsl ach t i n g in 1 gemeente. Keuring en n o o d s 1 a ch ti n g in ... 7 gemeenten. Onbekend in...........1 gemeente.

In 39 gemeenten zijn slachters, in 8 exportslachterijen, iu 13 minstens 52 vilders, 10 paardenslachters, 7 vilder-paar-denslachters en een groot aantal vilder-slachters. Van 1 gemeente is ons omtrent dit punt alles onbekend, van 1 weten wij niet of er een slachter, van 1 niet of er een vilder is.

Keurmeesters.

In 34 gemeenten wordt meer of minder gekeurd door minstens 44 personen, waaronder 14 veeartsen; in 2 gemeenten keurt de veearts met de politie en in 7 wordt zijn raad wel eens ingewonnen; in 1 gemeente, waar de politie keurt, treedt bij twijfel een empirist op.

Er zijn in de provincie in 20 gemeenten 23 veeartsen (waarvan een door zijn betrekking niet als keurmeester in aanmerking kan komen) en bovendien in 4 gemeenten 4 empiristen.

In twee gemeenten is een veearts en een empirist, n.1. te Hemelumer-Oldefaart en Noordwolde, waar de veearts, en te Leeuwarderadeel, waar de politie keurt. Van de 18 overige gemeenten, waar veeartsen zijn gevestigd, keuren deze in 12, in 5 keurt de politie, in 1 ambtenaren der belasting. In de beide gemeenten waar alleen empiristen gevestigd zijn, wordt door de politie gekeurd.

Conclusie.

Van de 8 gemeenten, waar meer of minder keuring en

3

-ocr page 45-

34

uoodslachting bestaat, vallen er reeds 5 uit, waar — blijkens voorafgegane opmerkingen — de keuring gebrekkig of onvolledig is of wel deskundige leiding mist. Te Dok-kum laat de verordening te wenschen over, daar het keuren na het slachten niet is voorgeschreven, ofschoon het door den tegenwoordigen keurmeester wel geschiedt. Er blijven dus slechts over Harlingen en Sneek, waar de keuring voldoende mag worden genoemd, indien de verordeningen behoorlijk worden gehandhaafd.

Houdt men ook rekening met gemeenten waar alleen keuring bij noodslachtiug plaats heeft, dan is er geen enkele, waar geen opmerking is bijgevoegd, die aantoont dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

Byzonderlieden.

In enkele gemeenten bestaan bepalingen, waarbij keuring verplicht wordt gesteld, zoo door den burgemeester gepubliceerd wordt, dat besmettelijke of kwaadaardige ziekten heerschend voorkomen.

De Friesche gemeenten (uitgezonderd de z. g. n. steden) zijn zoo uitgebreid, dat één keurmeester in één gemeente veelal slechts weinig te zien krijgt. Hij keurt gewoonlijk in het dorp waar hij woont en soms in enkele omliggende dorpen, maar voor de overige heeft geen keuring plaats, of wel zij wordt verricht door een agent van politie, wanneer die in het dorp woont, wat ook niet altijd het geval blijkt te zijn. Officieel treden meer dan 33 agenten van politie als keurmeesters op.

Bijna overal wordt het vleesch van gestorven dieren gegeten; in vroeger jaren werd het onder de arbeiders verdeeld, tegenwoordig wordt het in den regel verkocht. Zelfs het vleesch van aan miltvuur gestorven dieren wordt gebruikt en schadelijke gevolgen zouden dan ook veel meer optreden, indien het vleesch niet steeds behoorlijk werd gekookt. Wel zijn er streken, o. a. Rinsumageest, waar pustula maligna veel bij den mensch voorkomt, maar de geneesheer kan niet met

-ocr page 46-
-ocr page 47-

r-J

o;

c;

TT

o

N

D

O

bc

M-»

Kquot;

O

bc

c

0)

lt;V

\'gt;

O

1—•

c ° , •

ü bB CG C

O

quot;2 a ö

O ^ % %

■ë gt;

p

£ lt;

J

m

a

M

w

i—I

O

l-H

gt;

O

Ë

di

gt;

— lt;3 y.

\'o o

lt;D

If ^-g

O

amp; S ~

v ^3 a

0

lt;J 1

O

bc

O 0)

amp; fcp

\'C

^ 0

^ •

c5

O

O

P5 o ÏÏ §

f:

o

bJ2

L

-ocr page 48-
-ocr page 49-

35

zekerheid aangeven of het gebruik van slecht vleesch de oorzaak er van is.

In alle kleinere dorpen zij a de functiën van slachter en vilder vereenigd.

Nadeelige gevolgen.

1867. Te Harlingen kwamen in één huisgezin ernstige ziektegevallen voor na het gebruik van vleesch. Prof. Claas Mulder van Groningen, die te Harlingen logeerde, had aldaar van het vleesch gebruikt en stierf aan de gevolgen (Verslag der Commissie ter bevordering van volksgezondheid te Leeuwarden 1875—1878).

1880. In 2 huisgezinnen te Leeuwarden trad vergiftiging op na het gebruik van paardenvleesch (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1880, bl. 302).

Te Bolsward werden verschillende personen in onderscheiden huisgezinnen ziek na het gebruik van vleesch, afkomstig van een gestorven stier (Leeuwarder Courant van 25 Augustus 1880).

1882. In 3 huisgezinnen te Leeuwarden kwam worstvergiftiging voor (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1882, bl. 287).

1888. In Ureterp (gem, Opsterland) werden verschillende personen ziek na het gebruik van vleesch, afkomstig van een kalf, dat aan bilzucht had geleden.

1889. Te Ferwerderadeel kwamen enkele gevallen voor van ziekten na het gebruik van vleesch, afkomstig van een aan septicaemie gestorven dier.

Te Schoterland werden 16 personen ziek door vleesch, afkomstig van een aan diarrhee gestorven kalf. De slager werd tot één maand gevangenisstraf veroordeeld.

1891. Te Leeuwarden werden de leden van een officierstafel en andere personen (in het geheel 30) ziek na bet gebruik van vleesch, waarin bij chemisch onderzoek ptomaïnen werden aangetoond (Statistisch overzicht der behandelde zieken bij het Ned. leger over 1892, bl. 264).

-ocr page 50-

DRENTE.

34 gemeenten met 131671 inwoners,

266268,16 hectaren groot.

Zonder bepalingen.

In 7 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring, enz. in de gemeenteverordeningen opgenomen en wel in: Dwingelo, Gieten, Nijeveen, Oosterhesselen, Peize, Roden en Zweelo.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

1000 2000

AANTAL INWONEKS PEE GEMEENTE.

_

2000,3000

4

2

gt;;

lquot;

a. te Dwingelo wordt bij noodslachting door een veearts gekeurd, zoo er aangifte plaats heeft.

Slechts in de gemeente Roden is een veearts.

In 4 gemeenten zijn slachters en van 1 is ons daaromtrent niets bekend; in 4 gemeenten zijn minstens 6 vilders.

Met bepalingen.

Bg de 27 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz. en wel bij 6 in de algemeene politieverordening, bij 20 in bijzondere verordeningen (waarvan 6 bovendien bijzondere verordeningen hebben op het begraven), bg 1 is uitsluitend een verordening op het begraven.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 4 algemeen, 14 keuring en noodslachting, 7 keuren bij nood-slachting, 2 begraven.

-ocr page 51-

37

Zij zijn vastgesteld of herzien: 1864, 1876 (2), 1877 (2), 1880 (2), 1883 (2), 1884, 1886, 1887 (7), 1888 (4), 1889 (2), 1890 (2), 1891, terwijl de bijzondere verordeningen op begraven — die behalve de gewone verordeningen in 6 gemeenten bestaan — dateeren van 1877, 1887 (2), 1888, 1889 (2).

In 79 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt:

aantal inwoners ter 1000 2000 3000 5000

7000

10.000

gemeente. 2000 3000 5000 7000

10.000

15.000

Niets wordt gekeurd

2

3

7

1

r

jj

Keuring bij noodslachting ......

2quot;

4quot;

lquot;

2quot;

i\'

1quot;

Keuring van ingevoerd vleesch ......

91

tr

»

ff

is

quot;

Keuring van z.g.n. gezond geslachte dieren .

ff

quot;

ff

tf

1\'

«. te Rolde wordt door de politie of door een veearts s o m-t ij d s bij noodslachting gekeurd; te Schoonebeek wordt door een veearts gekeurd, zoo het gemeentebestuur daartoe aanleiding vindt, maar gestorven dieren worden nimmer gekeurd.

ft. te Dalen als te Schoonebeek; te Gasselte keurt de politie (soms een veearts) alleen bij aangifte voor a c c ij n s ; te Vledder keurt de politie bij aangifte (de burgemeester ontvangt geen bericht van den rijksontvanger, zoodat de politie dan ook nagenoeg niets te zien krijgt); te Zuidlaren, waar de veearts niet alle noodslachtingen ziet, keurt hij wel alle paarden, voor de consumtie bestemd.

c. te Koevorden door een veearts; hier geldt dezelfde bemerking als voor Dalen en Schoonebeek.

d. te Borger door een veearts, maar uitsluitend in nood geslachte runderen en dan nog slechts in een der ge-

-ocr page 52-

38

deelten van de gemeente; te Smilde door de politie, die weinig te zien krijgt.

e. te Odoorn geeft de burgemeester den boer — die aangifte doet van noodslachting — in overweging zich tot een veearts te wenden.

/\', te Meppel keurt een oud-slachter, die alleen, zoolang het vleesch van z. g. n. gezond geslachte dieren zich nog op den publieken weg bevindt, recht tot keuren heeft.

(j. te Assen door een veearts, bij aangifte voor a c c ij n s.

h, te Hoogeveen wordt door een veearts zeer enkel gekeurd, n.1. alleen wat door de politie wordt opgegeven.

i. te Emmen is de keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren door een veearts wegens de groote afstanden zeer onvoldoende; keuring bij noodslachting heeft ni et plaats.

lu 13 gemeenten wordt de keuring dus door minstens 13 personen verricht, n.1. in 8 door veeartsen, in 2 door de politie of door een veearts, in 2 door de politie, in 1 door een oud-slachter.

In 14 gemeenten zijn slachters, van 3 is ons dit onbekend. Bovendien is te Assen een • exportslachterij en wordt uit Meppel zeer veel vleesch uitgevoerd,

In 17 gemeenten zijn minstens 29 vilders, 3 paarden-slachters (Assen, Emmen, Sleen), 3 vilder-paardenslachters en veel vilder-slachters; van 2 gemeenten is ons daaromtrent niets bekend.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......20 gemeenten.

Keuring van ingevoerd vleesch in. . 1 gemeente.

Keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren in............1 s

Keuring bij noodslachting in. . . 12 gemeenten.

In 18 gemeenten zijn slachters; onder deze gemeenten is er 1 met een exportslachteri] en 1 plaats met veel uitvoer; van 4 is ons daaromtrent niet bekend. In 21 gemeenten zijn te zamen minstens 35 vilders, 3 paardenslachters, 3 vilder-paardenslachters en veel vilder-slachters; van 2 gemeenten is ons dit onbekend.

-ocr page 53-

39

Keurmeesters.

In 41 pet. der gemeenten wordt dus meer of minder gekeurd door 14 personen, waarvan 9 veeartsen.

In de provincie zijn in 10 gemeenten 9 veeartsen en twee geneesheer-veeartsen (in Diever is een veearts en een ge-neeslieer-veearts); bovendien zijn in 2 gemeenten 2 empiristen. In 4 der gemeenten, waar veeartsen of geneesheer-veeartsen zijn gevestigd en in de 2 waar empiristen zijn, wordt niets gekeurd; in de 6 overige gemeenten keurt de veearts.

Conclusie.

In geen der gemeenten kan de keuring voldoende worden geacht, zelfs niet wanneer men meer bepaald let op keuring bij noodslachting, want bij ieder dier laatste zijn opmerkingen gevoegd, die aantoonen dat de waarde der keuring zeer gering is.

Bijzonderheden.

Herhaalde malen zijn ernstige klachten gerezen over het hoogst gebrekkig toezicht in de gemeente Meppel, waar van alle zijden slecht vleesch werd ingevoerd, dat daar verwerkt en naar andere plaatsen in ons land verzonden werd (Versl. Geneeskund. Staatstoezicht 1872, bl. 248).

Het vleesch van inferieure qualiteit (ook veel dat van gestorven of van in nood geslachte dieren uit de provincie) wordt naar Groningen, Assen of Meppel vervoerd, terwijl het door de laatste gemeente veelal Amsterdam bereikt. De worst, te Meppel machinaal gefabriceerd, bevat veel z. g. n. p 1 u u r vleesch, d. i. vleesch afkomstig van nuchtere kalveren (ook gestorven), van in nood geslachte dieren (niet de beste, want daarvan is op andere wijze meer geld te maken) en verder vleesch van nog minder allooi, dat geïmporteerd is.

Dikwijls wordt dan ook worst uit Amsterdam als «t e a d e 11 ij k» teruggezonden, welke nu op de mestvaalt terechtkomt,

-ocr page 54-

40

In de gemeente Diever wordt de bestaande verordening niet nageleefd, omdat zij volgens den burgemeester niet van kracht is, als «niet herzien» ; de ontvanger geeft bij nood-slachting wel kennis aan den burgemeester, maar keuring volgt niet.

Nadeclige gevolgen.

Volgens enkele geneesheeren uit het oostelijk gedeelte der provincie, komen er vaak ziekten voor ten gevolge van het gebruiken van vleesch, afkomstig van zieke dieren, bij particulieren geslacht.

-ocr page 55-
-ocr page 56-
-ocr page 57-

O V E R IJ S E L.

61 gemeenten met 297545 inwoners,

334514,90 hectaren groot.

Van de gemeente Stad-Hardenberg zijn de gegevens niet voldoende; met haar is dus in het vervolg geen rekening gehouden.

Zonder bepalingen.

In 20 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring in de verordeningen opgenomen en wel in:

Batmen, Blankenham, Ambt-Delden, Diepenheim, Diepenveen, Giethoorn, Grafhorst, Gramsbergen, Den Ham, Heino, Hellendoorn, IJselmuiden, Kamperveen, Nieuw-Leuzen, Staphorst, Wanneper-veen, Weerselo, Wilsum, Zalk-Veekaten en Zwollerkerspel.

De toestand in die gemeenteu is als volgt:

500 1000 2000 3000 5000

AANTAL INWONERS PER GEMEENTE. I — \' — — j — j —

looo:2000 3000!5000i 7000 __; 1 i I I_

Niets wordt gekeurd ....

1 4

4quot;

3

4quot;

2

Keuring bij noodslachting .

1quot;

|

lc

»

1\'

a. in Blankenham door de politie.

Ik in Batmen keurt een onbezoldigd rijksveldwachter, voor den uitvoer naar Duitsohland, in een worstfabriek.

c. in Heino, slechts in de meeate gevallen, door den veearts of door den empirist, die het dier heeft behandeld.

d. in Diepenveen wordt een onkelen keer door een veearts of door een empirist gekeurd; te Gramsbergen worden volgens

\' verklaring van den burgemeester alle gestorven dieren begraven ; de burgemeester van Don Ham zegt dat gestorven of in nood geslachte dieren niet in den handel worden gebracht (een verordening is in die gemeente in bewerking). Te Gramsbergen en te Weerselo zijn onderlinge vee verzekeringen.

-ocr page 58-

42

c. te Hellendoorn wordt door een veearts gekeurd, zoo de dieren voor a o c ij n s worden aangegeven.

In 5 dier gemeenten zijn empiristen gevestigd.

Als keurmeesters fungeeren dus in 1 gemeente politie-agen-ten, in 1 een veearts, in 1 een veearts of een empirist.

In 4 gemeenten zijn slachters, in 1 is een worstfabriek; in 4 gemeenten zijn te zamen minstens 6 vilders en I vilder-paardenslachter.

Met bepalingen.

In de 40 overige gemeenten zijn bepalingen omtrent keuring, enz. opgenomen in de gemeenteverordeningen en wel bij 25 in de algemeene politieverordening, bij 11 in bijzondere verordeningen, bij 3 in verordeningen op de gezondheid en bij 1 in een verordening op het begraven.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 6 algemeen, 4 7 keuring en noodslachting, 2 levende keuring en nood slachting, 1 facultatief keuring en nood slachting, 3 begraven, 10 noodslachting, 1 onbekend.

Die bepalingen dateeren van — of zijn het laatst herzien in — 1857 (2), 1861, 4865, 1875, 1878, 1880, 1881 (6), 1882 (4), 1883 (4), 1884, 1885 (2), 1888 (7), 1889 (2), 1891 (4), 1892 (2) en 1 onbekend (Friezenveen).

In 65 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt:

AANTAL INWONERS PER

500

1000

2000

3000

5000

7000

10.000

15.000

20.000

GEMEENTE.

1000

2000

3000

5000

7000

10.000

15.000

20.000

30.000

Niets wordt gekeurd

8b

3quot;

3

27

1

ff

yy

ff

Keuring bij nood-slachting. .

ia

2quot;

3s

amp;

7quot;

2i

ff

.

ff

ff

Keuring en nood-slachting. . .

»»

ff

y

)}

ff

ff

}f

i\'

2quot;

Levende keuring en noodslachting

ti

ff

ff

ff

ff

ff

lk

1»»

ff

-ocr page 59-

43

a. te Kuinder door de politie (gestorven dieren worden begraven).

h. te Stad-Delden is een onderlinge veeverzekering.

c. te Blokzijl door een empirist; te Vollenhoven door den burgemeester.

d. omtrent Goor schrijft de burgemeester dat het te kostbaar is voor iedere keuring een veearts te doen komen.

e. te Hasselt door den gemeentebode en bij twijfel door een veearts, wat werkelijk in 37 jaar tijds 5 of 6 maal is geschied door eea veearts uit Zwolle; in Genemuiden, bij aangifte voor a c c ij n s, door de politie, die bij twijfel advies van een geneesheer inwint; te Oldemarkt slechts in b ij zonde re gevallen door een empirist.

f. te Borne zoo noodig door een slachter (in belangrijke gevallen door een veearts); te Haaksbergen een enkele maal door een veearts, die dus b ij n a n i e t s te zien krijgt; te Oldenzaal en Friezenveen door een empirist; te Olst door een veearts, die de meeste gevallen te zien krijgt; te quot;Wflë door een veearts, die niet alles ziet; te Eijsen door een veearts, die alle noodslachtingen te zien krijgt en waar gestorven dieren worden begraven: te Zwartsluis door een slachter.

g. te Wierden wordt voor de worstfabriek het vleesch — bij noodslachting verkregen — door een veearts gekeurd, maar hij ziet niet alles.

h. te Ambt-Almelo door een veearts, die alle noodslachtingen te zien krijgt; te Dalfsen en te Steen wijk door de politie (in de laatste gemeente wordt, bij twijfel, advies van een veearts gevraagd); te Losser, Kaalte, Steenwijkerwolde en Tubbergen (in de laatste gemeente een enkelen keer) door een empirist.

?, te Stad-Almelo door een veearts, die alle noodslachtingen ziet; te Lonneker (zeer onvoldoende) door de politie.

Tc. te Hengelo door een veearts; de keuring bij noodslachting wordt streng gehandhaafd.

I. te Kampen door een oud-slachter en een oud-veehouder.

m. te Enschede door een veearts.

n. te Deventer, waar geen varkens worden gekeurd, door een veearts en 2 ambtenaren der belasting; te Zwolle, waar de keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren zeer slecht wordt genoemd en die bij noodslachting niet a 11 ij d plaats heeft, door een oud-veeopzichter.

-ocr page 60-

In 28 gemeenten wordt door minstens 31 personen gekeurd, n.1. door 9 veeartsen, 8 empiristen, 1 burgemeester, 5 politiebeambten, 1 gemeentebode, 3 slachters, 1 oud-veehouder, 1 oud-veeopzicliter, 2 ambtenaren der belasting.

In 36 gemeenten zijn slachters en bovendien 3-4 worstfa-brieken; in 20 gemeenten zijn te zamen minstens 22 vilders, waaronder te Genemuiden een gemeentevilder, verder 6 paardenslachters (Deventer (3), Enschede (2), Kampen) en 13 vilder-paardenslachters.

Het aantal vilder-slachters is zeer groot, o. a. worden er in Wijë (waar 4 worstfabrieken zijn) 15 aangetroifen.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......29 gemeenten.

Keuring bij no ods lach ting in . . .26 »

Keuring en noodsl a ch ting in . . 3 »

Levende keuring en noodslachtinlt;j in 2 »

o o

Onbekend in..........1 gemeente.

In 40 gemeenten zijn slachters en bovendien 35 worst-fabrieken, waaronder er zijn waarin 60—100 varkens per week worden behandeld; in 24 gemeenten zijn te zamen minstens 28 vilders, 6 paardenslachters, 14 vilder-paardenslachters en een zeer groot aantal vilder-slachters.

Keurmeesters.

Bij 50 pet. der gemeenten wordt meer of minder gekeurd door minstens 34 personen, waarvan 10 veeartsen, 8 empiristen, en een veearts of een empirist.

In de provincie zijn in 10 gemeenten 14 veeartsen en 1 paardenarts, terwijl in 26 gemeenten 31 empiristen zijn.

ïe Enschede, Hengelo, Wijë, Kampen en Zwolle zijn een of meer veeartsen en empiristen; in de 3 eerstgenoemde gemeenten keurt een veearts, in de beide laatste een oudslachter en een oud-veeopzichter. In de 5 overige gemeenten waar veeartsen zijn gevestigd, wordt té Ommen niets gekeurd, te Steenwijk keurt de politie, in de 3 andere de veearts. In de 21 overige gemeenten waar empiristen zijn

-ocr page 61-

45

gevestigd, wordt in 10 niets gekeurd, in 4 keurt een veearts uit een naburige gemeente, in 5 de empirist, in i een veearts of een empirist en in 1 de politie.

Conclusie.

Van de 5 gemeenten waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, kan zij bij geen enkele voldoende worden genoemd, want te Zwolle en Kampen staat zij niet onder deskundige leiding, te Deventer worden niet alle noodslachtingen uitsluitend door den veearts-keurmeester gekeurd, maar soms door de rijksambtenaren, terwijl buitendien de keuring van varkens aldaar geheel is uitgesloten ; in Hengelo en in Enschede wordt geen keuring na de slachting verricht.

Wordt ook gelet op de gemeeiiten waar keuring bij nood-slachting hoofdzaak is, dan zijn er in de provincie 9 gemeenten waar geen opmerkingen zijn bijgevoegd, die aantoonen dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

By zonderheden.

Het groot aantal worstfabrieken in deze provincie, maar verder ook de talrijke verzendingen van z. g. n. kluiven en rook-vleesch, niet alleen naar de groote steden van ons land, maar zeer veel voor particulieren en zelfs voor Indië, zou toezicht op die fabrieken dringend eischen. Juist wat in de fabriek komt om te verwerken, dient gekeurd te worden, want de qualiteit daarvan laat soms veel te wenschen over.

Van verschillende zijden ontvingen wij op dit punt berichten, die, kort samengevat, luiden, dat vleesch van de allerslechtste qualiteit, van in nood geslachte of van gestorven dieren, ja ook van opgedolven dieren, van uren ver uit den omtrek — ja zelfs uit bet zuiden van Friesland — naar Deventer, Wijë en vooral naar het Middelveld bij Olst wordt verzonden, waar het in de daar bestaande worstfabriek zou worden verwerkt.

Als voorbeelden geven wij een tweetal berichtgevers het woord. Uit Wijë lezen wij: «onder de roodveeslachters (die

-ocr page 62-

4(3

»voor grooie slachterijen leveren) en vilders is er één die j wekelijks 20 stuks gezond vee slacht; de anderen werken »bijna uitsluitend met krengenvleesch. Van welke qualiteit »dit vleesch is, zal duidelijk zijn indien men weet, dat de »volgende dieren werden gebruikt: een koe die twee dagen jdood op den mesthoop had gelegen; een koe die zoo vol »abscessen zat aan alle organen, dat de lucht in den omtrek »werd verpest en enkele personen daardoor zelfs braakten; »varkens, die al eenige dagen waren begraven; tuberculeuse »dieren; doodgeboren en verworpen kalveren; koeien, gestorven » aan mastitis en metritis; bilvuuriijders, waarvan bijna al het »vleesch gangrenous was, enz. enz. Dit vleesch wordt — ■gt; voorzooverre mij bekend — in deze gemeente niet verwerkt, gt; maar uitgevoerd naar Olst en Deventer. In de laatste ge-»meente heeft nog onlangs een hier in noodgeslachte (zegge 2 liever «gestorvenquot;) koe in een der grootste slachterijen te »koop gehangen.quot;

Een empirist uit een der plattelands-gemeenten schrijft woordelijk het volgende: «sedert 32 jaar dat ik hier mijn »praktijk uitoefen, is deze gemeente een pestbuil van ver-»giftiging voor de stad Deventer en de groote worstmakerij ste Wijë. Openbaar wordt hier met kerkspraak afgelezen, »dat ieder kreng, al worden zij ook uit den grond opge-»dolven, tegen hooge prijzen door de opkoopers opgekocht »worden, net hetzelfde waaraan gestorven; van hier gaat shet gewoonlijk naar het Middelaarveld bij Olst, van daar »gaat het naar Deventer, zoo als vroeger spraak was voor de » militairen en burgers — met mandjes aan den arm wordt het ïer in gesmokkeld — en naar Wijë voor de worstmakerij. »Voor eenige jaren leverde de noordkant van deze gemeente »het krengenvleesch uit naar de stad Meppel, naar Enkhuizen »en verdere plaatsen; of dit nog zoo is kan ik niet schryven.quot;

In December 1890 bezocht wijlen de districtsveearts voor Gelderland en Overijsel, de Heer C. A. W. van Hoohn, de gemeente Olst. Bij de eerste worstfabriek, die geïnspecteerd werd (er zijn er in die gemeente 9), liet hij 75 Kg. worst verbranden

-ocr page 63-

47

en vond, toen hij in de volgende fabrieken kwam, alles netjes opgeruimd, wijl zijn komst aldaar reeds bekend was.

De grensbewoners koopen voor geringen prijs vleescli op in Hanover, dat men daar niet wil gebruiken omdat men het schadelijk acht voor de gezondheid, voeren het ter sluiks in en brengen het naar de Twentsche steden, van waar het soms verder het land in gaat. Wel wordt in het meereudeel dier steden toezicht gehouden, maar één persoon kan niet alles zien, en bovendien is het behoorlijk keuren van de groote massa\'s vleesch die ter markt komen (b.v. paarden-vleesch in Enschede) moeielijk, ja ondoenlijk, omdat de ingewanden niet aanwezig zijn.

Wrak vee gaat van Kampen per nachtboot naarNieuwer-Amstel; Heino levert de meeste in nood geslachte dieren aan de fabrieken te Olst af; uit Staphorst, Nieuw-Leuzen en omgeving komen 90 pet. der tuberculeuse dieren in con-sumtie te Zwolle of Meppel, ja zelfs de burgemeester van Wanneperveen schrijft ods : »niet aan besmettelijke ziekten gestorven vee wordt hier meest opgekocht door lieden uit Meppel en daar verwerkt tot .... worstquot;.

Nadeelige gevolgen.

Een medicus uit een der oostelijk gelegen gemeenten schrijft ons: «De boeren gebruiken hier veel rundervleesch, «veel meer dan in Gelderland (over andere provinciën kan «ik niet oordeelen) en \'t is mij opgevallen, dat de tuber-«culose en scrophulosis hier zoo menigvuldig voorkomen. «Met het oog op de parelziekte van het rund zou keuring «mij dan ook hoogst gewenscht voorkomen.»

1859. Te Dalfsen stierven 2 personen na het gebruik van vleesch, af komstig van een aan miltvuur gestorven koe.

1869. Te Raalte kwamen ziektegevallen voor na het o-e-

o o

bruik van worst (Verslag Geneesk. Staatstoezicht 1869, bl. 400).

In het verslag van den geneeskundigen Raad van Overijsel en Drente van 27 December 1886 lezen wij:

-ocr page 64-

48

In 1877 overleden te Zwolle 2 personen aan worstvergiftiging; en 1880: onderscheiden ingezetenen te Zwolle werden ziek door het gebruik van vleesch, afkomstig van een ziek rund (waarschijnlijk miltvuur;; in 1886 kwam in een gezin bij de centrale werkplaats te Zwolle worstvergiftiging voor.

-ocr page 65-
-ocr page 66-

PR OVINC IE OVERHS E I..

AANWIJZING: . Niets wordt gekeurd, a Keuring bij noodslachting. a Keuring van ingevoerd vleesch. o Keuring bij invoer en nood-s.achting. «Keimug en noodslacliling. a Levende keuring en noodslachting. d Keuring van gezond geslachte dieren, c. Keurino-ingevoerd- en toebereid vleesch. r Empirist. r Veearts, o Onbekend of buiten de Provincie gelegen.

S cl i oM:\\ ffiid ,C

j6\'r £» Graf 11orsI

«v\'• V -\\ »\\\\ ® IJselmuiri«?n ISm^ou f ^

\\ , « V. ,1

-ocr page 67-
-ocr page 68-

GELDERLAND.

416 gemeenten met 515026 inwoners,

508096.93 hectaren groot.

Zonder bepalingen.

In 32 gemeenten zijn geen bepalingen in de gemeenteverordeningen opgenomen en wel in:

Angerlo, Balgooi, Batenburg, Bemmol, Borgharen, Brake], Brum-men, Doornspijk, Dorenwerd, Ede, Eist. Ewijk, Gameren, Gent, Groesbeek, Heerde, Hemmen, Herwijnen, Heteren, Horsen, Huigen, Hurwenen, Kerkwijk, Millingen, Over-Asselt, Poederooien, Putten, Eeden, Ubbergen, Valburg, Wamel, Wiohen.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

AANTAL INWONERS PEK

i

500

1000 2000 3000

5000

7000

10.000

GEMEENTE.

500 1000

i

2000 3000 5000

7000

10.000

15.000

Niets wordt gekeurd . .

3

5

3

1

5quot;

1\'

1

Keuring bij noodslachting

gt;gt;

3quot;

2quot;

2quot;

1\'

11

1quot;

«. te Angerlo, bij aangifte voor accijns, op a tt e st; te Herwijnen alleen op attest van een veearts; te Over-Asselt door de politie.

h. te Ewijk door een veearts, alleen bij r u n d e r e n, wan- . neer zij voor a c c ij n s worden aangegeven; te Millingen door een veearts.

c. te Doornspijk wordt soms gekeurd door een veearts, zoo de ontvanger voor de a c c ij n s e n dit aanvraagt.

d. te Huisen en te Ubbergen door een veearts.

e. te Eist keurt de veearts alles wat voor Arnhem en Nijmegen bestemd is en tracht ook verder zooveel mogelijk keuring te verrichten.

/. te Groesbeek door de politie (bij den minsten twijfel door een veearts).

4

-ocr page 69-

50

lt;j. te Brummen wordt een enkelen keer gekeurd op verzoek van den burgemeester.

h. te Reden, bij aangifte voor accijns, op attest.

In 6 dier gemeenten zijn veeartsen, in 4 andere empiristen.

Als keurmeesters fungeeren in 4 gemeenten veeartsen, in 2 politie beambten; in 3 gemeenten geldt een attest van een veearts of van een empirist.

In IS dier gemeenten zijn slachters, in 15, te zamen minstens IS vilders.

Met beimlingen.

In de 84 overige gemeenten bestaan bepalingen en wel bij 57 in de algemeene politieveronlening, bij 22 in bijzondere verordeningen, bij 2 in verordeningen op de openbare gezondheid, bij 1 in een verordening op reinheid en bij 2 in verordeningen op begraven.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 22 algemeen,

4 algemeen en begraven, 1 keuring facultatief en begraven, 2 alleen keuring facultatief, 12 keuring en noodslachting,- 12 levende keuring en noodslachting, 10 keuring facultatief en noodslachting, 14 keuring bij noodslachting,

5 keuring bij noodslachting en begraven, 2 alleen begraven. Zij zijn vastgesteld of herzien in: 1858, 1865 (2), 1866 (2), 1867 (2), 1872, 1873, 1877, 1879, 1881 (3), 1882 (11), 1883, 1884 (3), 1885, 1887, 1888 (8), 1889 (20), 1890 (II), 1891 (7), 1892 (3), 1893, onbekend 8.

In 72 pet. der gemeenten is du§ de keuring op papier meer of minder geregeld.

-ocr page 70-

51

De werkelijke toestand echter is als volgt:

AANTAL INWONERS

1

500

1000

2000

3000

5000

7000

15.000 30.000

1

40.000

PEK GEMEENTE.

500

1000

2000

3000

5000

7000

10.000

20.000 40.000

50.000

Niets wordt gekeurd ....

f7

4

9e

10e

6

»

2quot;

)f i ft

if

Keuring bij nood-slachting.

r

1\'

7d

6^

13\'

rj m

j

ff ff

ft

Keuring van versch geslachte dieren.

ff

!gt;

tj

ff

ff

ff

r

tt

Keuring ennood-slachting.

)y

J\'

ir

8\'

1quot;

ff

3quot;

ff ff

tt

Levende keuring en nood-slachting. .

}f

gt;1

it

1quot;

1\'

ff

3\'\'

r i\'

r

a. t\'e Rozendaal, bij aangifte voor accijns, door een veearts.

b. te Hoevelaken door een afslager bij publieke verkoopingen; de verordening wordt streng gehandhaafd.

c. van Buurmalsen schrijft de burgemeester, dat de verordening niet is te handhaven, daar er een veearts uit Zalt-Bommel of Kuilenburg moet komen. Sinds maanden is in de onmiddellijke nabijheid (Geldermalsen) een veearts gevestigd. Van Hedel gaan alle in nood geslachte dieren ongekeurd naar \'s-Hertogenbosch, terwijl er niets wordt begraven; te Scherpenzeel keurt de politie wel eens, maar het meeste vleesch van in nood geslachte dieren gaat naar Woudenberg.

d. door een veearts te: Beuzichem (niet geregeld), Est en Opijnen (facultatief), Ophemert (niet a 11ijd). Waardenburg (slechts zeer zelden) en te Heumen. Te Pan • nerden (niet altijd) door een empirist; te Westervoort, bij aangifte voor accijns, op een attest.

e. te Ammerzoden gaan de in nood geslachte dieren ongekeurd naar \'s-Hertogenbosch; hoogst zelden wordt vee begraven.

ƒ. te Beesd door de politie. Door een veearts te: Beunin-gen. Duiven (bij accijns), Weel (niet altijd). Te Ruurlo

-ocr page 71-

52

(niet geregeld) door een empirist; te Warnsveld bij accijns op attest.

te Elburg heeft de keuring plaats door een veearts, maar versch geslachte dieren worden niet a 11 ij d gekeurd; te Groenlo wordt door een veearts en een metselaar alles gekeurd : te Vorden door een veearts, maar de keuring bij noodslachting heeft niet altijd plaats.

te Hattem door een ambtenaar ter secretarie (bij twijfel door een empirist); varkens worden niet gekeurd.

door een veearts te: Borkelo, Doesburg (ziet alles), Ambt-Doetichem, Driel (lang niet altijd), Gorsel, Herwen en Aart, Hummelo-Keppel, Laren, Lichtenvoorde (niet altijd) en Steenderen; door een empirist te Didam en te Zevenaar; op attest te Stad-Doetichem. te Zalt-Bommel door een veearts, die alles te zien krijgt, te Lochem door een veearts; de keuring van versch te slachten dieren heeft slechts bij uitzondering plaats, door een veearts te Berg en te Gendringen ; door een empirist te Aalten (waar in het gehucht Kapelle veel vleesch van inferieure qualiteit ongekeurd aan Duitschers wordt verkocht) en te Oldebroek (ziet alles); te Ermelo (bij aangifte) door een oud-slachter; te Wisch op een attest en te Eibergen door de politie, een empirist, den vilder of een veearts, die met hun allen niet alles te zien krijgen, te Barneveld wordt op verzoek van den burgemeester, door een veearts, een enkelen keer bij vilders gekeurd, maar de ingewanden zijn dan steeds reeds verwijderd; te Voorst krijgt in den regel de burgemeester wel aangifte van den rijksontvanger bij noodslachting.

te Epe door een empirist, die echter niet alles te zien krijgt; bovendien wordt het afgekeurde vleesch niet onbruikbaar gemaakt, daar het gemeentebestuur geen geld voor petroleum of carbol wil geven. Te Winterswijk door een veearts (zeer gebrekkig); veel vleesch wordt in het klein naar Hollandsche plaatsen verzonden en vleesch van inferieure qualiteit veel aan Duitsche spoorwegambtenaren verkocht.

te Kuilenburg door een veearts en een slachter; de keuring van gezond geslachte dieren heeft slechts nu en dan plaats. Te Nijkerk door den stadswaagmeester en te Eenkum (alleen bij aangifte) door een veearts en een koffiehuishouder.

te Harderwijk door een veearts, een timmerman en een

-ocr page 72-

53

commissionnair ; te Tiel door 2 stadhuisboden, die bij twijfel advies bij den veearts kunnen vragen (in ruim 2 jaar geschiedde dit éénmaal); te Wageningen door een gepen-sionneerd ambtenaar der belasting, die bij twijfel de hulp van een veearts moet inroepen, wat in 11 jaar tijds éénmaal geschiedde. Wageningen voert veel slecht vleesch uit. r. te Apeldoorn, waar zelfs die keuring — door een veearts en een gepensionneerd ambtenaar der belasting uitgeoefend — nog gebrekkig wordt genoemd.

s. te Zutfen, waar de levende keuring door een sjochet (ge-examineerd visiteur der Israëlietische gemeente) plaats heeft, maar niet altijd.

t. te Nijmegen, waar een veearts en een gepensionneerd ambtenaar der belasting als keurmeester fungeeren, worden niet alle noodslachtingen door den veearts gekeurd. u. te Arnhem, door een veearts, een oud-veehandelaar en een oud-slachter.

In de gemeenten Laren, Nede, Winterswijk en waarschijnlijk in vele andere zijn onderlinge veeverzekeringen.

In de 53 gemeenten wordt de keuring door minstens 63 personen verricht, waaronder 33 veeartsen, 7 empiristen, 1 sjochet, 3 slachters, 1 oud-veehandelaar, 3 gepensionneerde ambtenaren der belasting, 2 politie-ambtenaren, 1 afslager, 1 stadswaagmeester, i ambtenaar ter secretarie, \'2 stadhuisboden, 1 commissionnair, 1 timmerman, 1 metselaar, l koffiehuishouder, terwijl in 4 gemeenten een attest van een veearts of van een empirist voldoende wordt geacht.

In 59 dier gemeenten zijn slachters; in 41 te zamen minstens 74 vilders, waaronder te Harderwijk en te Zutfen een stadsvilder. Verder zijn er in 9 gemeenten minstens 23 worstfabrieken, waaronder 2 waaraan tevens vilderijen zijn verbonden; in minstens 5 gemeenten zijn groote exportslachterijen en te Winterswijk is een paardenslachterij; in vele der gemeenten zijn vilder-slacbters.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in.......54 gemeenten.

Keuring bij n oods lach ti ng in . . . . 46 » Keuring van versch geslachte dieren in 1 gemeente.

-ocr page 73-

54

Keuring en noodsl achting in . . . 7 gemeenten. Levende keuring en nood slachting in 8 »

In 77 gemeenten zijn slachters, in 56 minstens 92 vilders, 23 worstfabrieken, 5 exportslacliterijen en 1 paardenslachter, benevens een groot aantal vilder-slachters.

Kciinnecsters.

Bij 53 pet. der gemeenten wordt meer of minder gekeurd door 72 personen, waaronder in 37 door veeartsen, in 7 door empiristen en in 7 door veeartsen of empiristen.

In de provincie zijn in 33 gemeenten 37 veeartsen, waarvan 1 door zya betrekking niet \'voor keurmeester in aanmerking kan komen, en 2 paardenartsen, bovendien zijn er in 23 gemeenten 28 empiristen.

In 0 gemeenten zijn veeartsen en empiristen, n.1. te Voorst, waar niets wordt gekeurd, te Doesburg, Gendrin-gen en Winterswijk, waar de veearts keurt, te Nijkerk, waaide stadswaagmeester en te Wageningen, waar een oud-ambtenaar der belasting met de keuring is belast.

In de 27 overige gemeenten waar veeartsen zijn gevestigd, wordt in 7 niets gekeurd, in 18 keuren veeartsen, in 1 stadhuisboden, in 1 een sjochet; in de 17 overige gemeenten waar empiristen zijn gevestigd, keuren dezen in 6, in 1 keurt een veeai-ts uit een naburige gemeente, in 1 is een attest voldoende, in 1 keurt de politie en in 8 wordt niets gekeurd.

Conclusie.

Van de 16 gemeenten waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, vallen er, om redenen hiervóór reeds aangegeven, quot;14 uit, waar de keuring onvolledig of gebrekkig is, of wel, waar zij niet onder deskundige leiding staat, zoodat slechts Groenlo en Zalt-Bommel overblijven, waar de keuringen geregeld plaats hebben en de keurmeesters alles te zien krygen.

Ook met keuring bij noodslachting rekening houdende.

-ocr page 74-

5.5

zija er 21 gemeeutea waar geen opmerkingen zya bijgevoegd, die aantoonen dat de keuring er grootendeels waardeloos is.

Byzonderheden.

Uit de ons verstrekte inlichtingen blijkt niet, dat in Gelderland zooveel onderlinge veeverzekeringen met verplichting bestaan, als in de aangrenzende provincie Noord-Brabant.

Het toezicht — vooral ook op exportslachterijen, worst-fabrieken, vilderijen, enz. — Iaat zeer veel te wenschen over.

Ofschoon onze cijfers onvolledig zijn, daar b. v. slechts in 5 gemeenten van exportslachterijen wordt gesproken en er zeker meer zijn, blijkt het bovenstaande toch reeds uit die gemeenten. Dinxperlo b. v. heeft 1 exportslachterij, 2 worst-fabrieken en op Pruisisch grondgebied worden door ingezetenen uit die gemeente nog 2 exportslachterijen geëxploiteerd, waar jaarlijks eenige honderden varkens worden geslacht; in die gemeente is van keuring geen sprake, hoewel de pas vastgestelde verordening keuring bij nood-slachting gelast; de burgemeester schrijft: «een vaste keurmeester zal wel niet worden aangesteld.»

In Zevenaar bestaat een exportslachterij; toch worden alleen de in nood geslachte dieren, die men z. g. n. wenscht uit te ponden, door een empirist gekeurd. In Wisch, waar een exportslachter en een drietal worstfabrikanten zijn, bestaat er, volgens verordening van 1891, alleen keuring bij noodslachting. Deze wordt aldus opgevat, dat vergunning tot gebruik alleen wordt verstrekt na schriftelijke verklaring van een veearts, dat het vleesch goed is voor het gebruik; anders wordt gestorven vee met petroleum overgoten en begraven.

Verder zijn exportslachterijen te Hummelo-Keppel, waar alleen bij noodslachting wordt gekeurd en te Zutfen, waaide voorgeschreven levende keuring niet altijd plaats heeft.

In de gemeente Voorst, met 8 worstfabrieken, is geen toezicht, niettegenstaande daar een veearts en drie empiristen zijn gevestigd. Een koe, aan typheuse darmontsteking lij-

-ocr page 75-

56

dende, werd aldaar tot worst bereid, zoo ook dieren die aan tuberculose hebben geleden; zulk vleesch wordt ook veel gezouten en gerookt naar Amsterdam vervoerd. Te Vorden, met één worstfabriek, worden niet alle in nood geslachte dieren gekeurd, evenmin te Lichtenvoorde, waar 3 worst-fabrieken zijn.

Wat betreft vilderijen, ziet men b.v. te Beesd — waar een vilder woont die veel worst fabriceert — het toezicht bij noodslachting opgedragen aan de politie; te Beuzichem, waar de vilderes behalve worst ook veel rookvleesch uitvoert, krijgt de keurmeester lang niet alles te zien en te Deil — met een groote vilderij, waartegen door geneeskundigen uit een hygiënisch oogpunt veel bezwaren worden opgegeven — bestaat volstrekt geen toezicht. Toch wordt uit deze vilderij heel wat vleesch, vooral naar \'s-Hertogen-bosch, verzonden.

Te Zuilichem, waar geen toezicht bestaat, is een vilder die groothandel drijft in dood vee en veel vleesch naar Kotterdam verzendt.

In 1890 werd in Valburg, waar evenmin toezicht bestaat, weinig of geen varkensziekte aangegeven; alles kwam in consumtie.

Nadeelige gevolgen.

In 1883 werden te Nunspeet alle leden van een gezin en onderscheidene personen in het hotel ziek door het gebruik van kalfsvleesch, waarin bij onderzoek ptomaïnen werden bevonden (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1883, blz. 316),

1885. Te Terborg en Beltrum werden enkele personen ziek na het gebruik van rookvleesch, onder verschijnselen van ptomaïne-vergiftiging; deze stoffen werden ook in het vleesch aangetoond.

De Adjunct-Inspecteur van het Geneeskundig Staatstoezicht in Gelderland bezocht te Dremt (gemeente Hummelo) een huisgezin waar de kinderen aan mazelen hadden geleden. Ter verbetering der gesloopte krachten werd te Does-

-ocr page 76-

57

burg eeuig varkensvleesch gekoclit (7 a 8 ods a 20 ct.). Bij het braden verspreidde dit vleesch een uiterst kwalijk riekende lucht; het scheen bedorven te zijn. De reeds zwakke kinderen kregen spoedig hierop een zeer vurig uitslag, waaraan een kind binnen weinige dagen overleed. De verkooper van het vleesch nam het restant voor denzelfden prijs terug, mogelijk wel inziende wat door hem was geleverd.

In Zutfen bezocht de Adjunct-Inspecteur een vrouw, lijdende aan koorts met typheuse verschijnselen. xDeze arme vrouw «had een bezoek gehad van haar zoon, militair, te Breda «in garnizoen. De zoon werd door die blijde moeder ver-«gast op voor die extra gelegenheid ingekocht varken-«vleesch. Bij het braden van dit vleesch verspreidde zich «in het kleine vertrek een hoogst onaangename, walgelijke «lucht. Een tiental dagen daarna werd de moeder ziek en «ontwikkelde zich bij haar febris typhoidea, maar, opmerkelijk, «op dienzelfden dag werd de inmiddels naar Breda terug-«gekeerde zoon onder dezelfde verschijnselen ziek. Bij mijn «bezoek was, evenals in het hiervóór medegedeelde geval, «van bet varkensvleesch niets meer over voor onderzoek. Het «verdient inmiddels opmerking, dat juist in die dagen vele «varkens aan vlekziekte stierven en dat men meermalen in «den IJsel, vermoedelijk daarin geworpen gestorven varkens «de rivier zag afdrijven. Mij werd het vermoeden medege-«deeld, dat sommige dezer dieren waren opgevischt. Toch be-«staat in Zutfen een goede verordening en wordt door de «beambten een streng toezicht (?) gehouden.quot;

Verschillende geneesheeren in den achterhoek van Gelderland verzekeren dat circa 25 pet. van alle sterfgevallen in die streek aan uitgebreide tuberculose moeten worden toege-

~ o

schreven, terwijl daar zeer veel tuberculose onder runderen voorkomt. De gemeente Groenlo heeft hieraan haar thans behoorlijk ingerichte keuring te danken.

1888. Te Hummelo-Keppel werd een aan kalfziekte lijdende koe afgemaakt; het dier had eenige uren gelegen met de ingewanden er in. Het vleesch werd in een huisgezin

-ocr page 77-

58

gebruikt, waarna alle personen hevige diarrbee kregen, wat zich herhaalde toen weder van het vleesch gebruik werd gemaakt.

Te Apeldoorn werden 2 personen ziek na het gebruik van worst, gemaakt van vleesch, afkomstig van een aan miltvuur lijdend rund,

1SS9. Te Brummen werd een geheel huisgezin ziek door het gebruik van varkenskluifjes, die gedeeltelijk in rotting verkeerden.

1890. In Oene en Oldebroek werden 20 personen, als ook een zuigend kind, ziek en stierf er één, na het gebruik van vleesch, afkomstig vau een in de gemeente Oldebroek uit nood geslachte koe ; het dier had waarschijnlijk aan peritonitis met opvolgende septicaemie geleden. De kuip, waarin vleesch van deze koe aanwezig was geweest, werd gereinigd en daarin voor 4 kalveren voedsel bereid; al deze dieren werden ziek en één er van stierf. Ook te We^ep ge-biuikten een kalf en twee geiten voedsel uit een emmer, waarin vleesch der koe was geweest; het \'kalf stierf, de geiten herstelden (Verslag Veeartsenijkuridig Staatstoezicht 1890, bl. 272).

In datzelfde jaar werd te Epe een partij vleeschworst afgekeurd, afkomstig uit Heerde. Verschillende personen waren ua het gebruik er van ziek geworden.

1891. Te Apeldoorn stierf een koe aan miltvuur; bij bet afvillen werd do vilder geïutecteerd. Het vleesch van het dier werd ingezouten en later voor het gebruik uit de kuip gehaald, waarbij de vrouw des huizes werd geïnfecteerd.

1893. Vermoedelijke vleesch vergiftiging aan de kweekschool voor onderwijzeressen te Arnhem, waar circa 20 personen werden aangetast.

-ocr page 78-
-ocr page 79-

PKOVIN CIE GELDE KLA\\D.

AANWIJZING: . Niels wordt gekeurd. - Keuring- bij noodslachting. a Keuring van ingevoerd vleesch. o Keuring bij invoer en nood slachting. «Keuring en noodslachting. aLevende keuring en noodslachting. cKeuring van gezond geslachte dieren. c.Keurino- van ver«ch ingevoerd- en toebereid vleesch. r Empirist. fVeearts, o Onbekend of buiten de Provincie gelegen.

-ocr page 80-
-ocr page 81-

U T R E C H T.

72 gemeenten met Ö22250 inwoners, groot 138401,82 hectaren.

Zonder bepalingen.

In 7 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring, enz. in de verordeningen opgenomen en wel in:

Hoenkoop, Laag-Nieuwkoop, Linsehoten, Eenswoude, Kenen, Snelrewaard en Willige Langerak.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

AANTAL INWONEBS PER «EMEENTE.

1 500 1000 5000 500 1000 2000 7000

Niets wordt gekeurd.......

2

2 2 1

In geen dier gemeenten is een veearts of een empirist. In 2 dier gemeenten zijn slachters, in 4 minstens 4 vilders en in 1 een vilder-paarden slachter.

Met bepalingen.

Bij de 65 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz.; zij zijn opgenomen by 60 in de algemeene politieverordening, bij 5 in bijzondere verordeningen.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 36 algemeen, 6 algemeen en noodslachting, 7 algemeen en begraven, 2 begraven, 3 noodslachting, 1 nood-slachting en begraven, 1 keuring en noodslachting facultatief, 7 keuring en noodslachting, 2 keuring facultatief en begraven.

De bepalingen zijn vastgesteld of herzien in: 1856 (2), 1857,

-ocr page 82-

60

1858 (2), 1865 (2), 1876, 1878, 1887 (8), 4888(2), 1889 (8), 1890 (8), 1891 (23), 1892 (7).

In 90 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

O O

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt:

1

500

1000

2000

3000,5000

15.000

75.000

AANTAL INWONERS PER GEMEENTE.

500

1000

2000

3000

5000

7000

20.000

100.000

Niets wordt gekeurd

12\'.

11quot;

4\'

f

Keuring bij noodslachting

9e

7quot;

6\'

Keuring en noodslachting

2\'

2\'

lm

1quot;

o. te Rijzenburg is wel eens door een veearts gekeurd.

h. te Nichtevecht, tot een veekring behoorende, heeft de veearts-keurmeester nog nimmer als zoodanig gefungeerd.

c. door een veearts te: Breukelen-St.-Pieters niet altijd (gestorven dieren worden niet altijd begraven), Loener-sloot (bij aangifte), Ruwiel (bij aangifte), Vreeland (niet altijd). Alle behooren tot een veekring.

d. te Loopik houdt (volgens den burgemeester) de veldwachter op gestorven en in nood geslachte dieren toezicht.

e. door een veearts te: AbkoudeBaambrugge (gebrekkig, veekring), Abkoude-Proosdij fgebrekkig, veekring), Eemnes (accijns), Loenen (aangifte, veekring); te Langbroek door den burgemeester; te Benschop door een schoenmakerslachter \'niet alle gestorven dieren worden begraven); te Jaarsveld door den slachter, die het dier slacht; te Leusden door een onbevoegd empirist (bij twijfel); te Maarseveen door een particulier.

ƒ. te Harmeien (slecht) door de politie; te Montfoort (geen keuring bij invoer) door een ambtenaar der belasting.

lt;7. te Driebergen is w e 1 eens door een veearts gekeurd.

h. door een veearts te: De Bilt, Breukelen Nijenrode niet alt ij d (Veekring, gestorven dieren worden niet altijd begraven), Wilnis, bij aangifte (zeer z el de n); te Hoogland (niet a 11 ij d) door een empirist; te Bunschoten door de politie; te Maarsen (bij twijfel) door een particulier; te Jutfaas (niet te best) is de keurmeester ons onbekend.

-ocr page 83-

61

f. te Venendaal wordt bij invoer gekeurd door den gemeentebode.

h. door een veearts te Loosdrecht (g o e d, veekring) en te Mijdrecht (gebrekkig); te Soest door een empirist; te Wijk-bij-Duurstede door de politie; te IJselstein door een ambtenaar der belasting; te Vinkeveen door een oud-veehouder.

I. te Baarn is de keuring van versch geslachte dieren door een veearts zeer onvolledig, daar de keurmeester slechts 2 of 3 maal per week inspecteert; te Zeist door een ambtenaar der belasting (beide keuringen slecht).

m. te Amersfoort gebrekkig, door een veearts, die verklaart in de verste verte niet alles te zien te krijgen.

n. te Utrecht door een veearts en 3 oud-slachters (g o e d).

In 32 gemeenten wordt door minstens 35 personen gekeurd, waaronder: 16 veeartsen, 2 empiristen, 1 burgemeester, 3 politiebeambten, 3 ambtenaren der belasting, 5 slachters, 1 veehouder, 1 onbevoegd empirist, 2 particulieren en 1 onbekende.

In 33 gemeenten zijn slachters, in 2 worstfabrieken; in 34 gemeenten zijn te zamen minstens 96 vilders (één onbekend),

3 vilder-paardenslachters en 2 paardenslachters (Zuilen en Utrecht); bovendien zijn er een groot aantal vilder-slachters.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......40 gemeenten.

Keuring bij noodslachting in . . .26 »

K e u r i n g en n o o d s 1 a c h t i n g in . . 6 »

In 35 gemeenten zijn slachters, in 2 worstfabrieken ; in 38 minstens 100 vilders (van één gemeente is ons dit onbekend),

4 vilder-paardenslachters, 2 paardenslachters en veel vilderslachters.

Keurmeesters.

In 44 pet. der gemeenten wordt meer of minder gekeurd door 35 personen, waaronder in J 6 gemeenten door veeartsen, in 2 door empiristen.

In de provincie zijn in 8 gemeenten1) 24 veeartsen en

1

Te Baarn heeft zich sedert een veearts gevestigd.

-ocr page 84-

02

5 paardeuai\'tsen, bovendien ia 7 gemeenten 9 empiristen. Alleen te Utrecht zijn 17 personen, die het radicaal van veearts bezitten, waarvan echter minstens 7 door hun betrekking niet voor keurmeester in aanmerking kunnen komen.

In 2 gemeenten zijn een of meer veeartsen en emjiiristen, n.1. in Utrecht, waar de keuring onder leiding van een veearts plaats heeft en te Leusden, waar, behalve de empirist, een geneesheer-veearts is gevestigd, en waar door een onbevoegd empirist wordt gekeurd.

In de 6 overige gemeenten waar veeartsen zijn gevestigd, wordt te Houten niets gekeurd, in VVijk-bij-Duurstede keurt de politie, in de overige gemeenten de veearts. In de 5 overige gemeenten, waar empiristen zijn gevestigd, wordt te Koten en Westbroek niets gekeurd, te Harmeien keurt de politie, in de overige keurt de empirist.

Conclusie.

Van de 6 gemeenten waar keuring en noodslachting plaats heeft, blyft, na de voorafgegane opmerkingen, alleen Utrecht over, waar de keuring voldoende mag worden genoemd.

Wordt tevens rekening gehouden met gemeenten waar keuring bij noodslachting hoofdzaak is, dan blijven er 3 over, waar geen opmerkingen zijn bijgevoegd, die aantoonen dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

IJyzoiulerheden.

Jn de gemeente Utrecht bestaat sinds jaren een goed geregelde keuring. Het groote vee wordt le ve n d en ges 1 a ch t gekeurd, varkens worden alleen gekeurd na de slachting ; alle gestorven en in nood geslachte dieren worden gekeurd en het toezicht op het ingevoerde vleesch (ook het toebereide) is zoo scherp mogelijk.

De keuring heeft plaats onder leiding van een late keurmeester (gemeenteveearts) en 3 keurmeesters (oud-slachters), terwijl bovendien een commissie van toezicht op de keuring bestaat, samengesteld uit 3 leeraren aan \'s Ilijks Veeartsenijschool en 3 geneesheeren. Invoer van vleesch — voor slachters

-ocr page 85-

63

of vleeschveikoopers bestemd — wordt alleen toegestaan in heele of halve dieren, met daarbij behoorende ingewanden door natuurlijke hechimiddelen er aan verbonden. Kleinere stukken mogen worden ingevoerd, mits blijke dat zij op de plaats van herkomst door een rijksveearts of een beeëdigd keurmeester zijn gekeurd; zy zijn echter niet van keuring vrijgesteld.

Dieren, aan algemeene tuberculose lijdende, worden grooten-deels afgekeurd of wel het cadaver wordt — evenals bij locale tuberculose — op een groot aantal plaatsen gestempeld met het merk «p a r e 1 zi ek tequot; en uu onder bijzondere voorwaarden verkocht of toegestaan dat het uit de gemeente wordt vervoerd. Afgekeurd vleesch wordt aan de gemeenterei-niging verbrand.

Het van de omliggende gemeenten naar Utrecht uitgevoerde vleesch wordt steeds gekeurd.

In enkele gemeenten laat het (oezicht zeer veel te wenscheu over, b.v. in een gemeente, waar als keurmeester een ambtenaar bij de belastingen is aangesteld; daar stierf in Maart 1892 eeu koe, na eenige weken ziek te zijn geweest. Zij werd bij den ontvanger aangegeven voor de consumtie en de keurmeester benaderde de koe niet alleen, maar ventte het vleesch er van zelf uit. De gemeenteveearts te Utrecht keurde te Vleuten een koe af, door den bliksem gedood; het vleesch kwam echter te Woerden in consumtie. In 4 892 keurde hij te Westbroek een koe af, die gestorven was aan kalfziekte; het vleesch er van werd in de gemeente gebruikt.

Ook de toestand der slachtplaatsen laut veel te wenschen over, o.a. te IJselstein, waar bij een der slachters het slachten van de straat af zichtbaar is en bloed en ander vuil in de open goten loopen.

Wat vildergen betreft het volgende: van één vilder is ons bekend dat hij wekelijks honderden ponden worstvleesch naar Amsterdam kan slijten; het wordt op allerlei wijze daar binnen gesmokkeld. Een ander vilder had nog in 1891 een groote worstfabriek, waar wekelijks circa 1000 KG.

-ocr page 86-

(M

vleesch werd verwerkt en als zult, saucis de Boulogne, tongenworst en cervelaatworst verzonden naar \'s-Hertogenbosch, Gorincbem en Arnhem (soms overgeladen en weer per spoor vervoerd naar Amsterdam), terwijl een ander gedeelte per rijtuig werd afgehaald (waarheen??). Als vleesch werd gebruikt A merikaansch spek met vleesch van allerlei krengen; o. a. werd een paard, op Zaterdag gestorven aan longborstvliesontsteking na influenza, \'s Maandags in de worst gedaan. Ook in Wijk-bij-Duurstede wordt door de vilders veel slecht vleesch, o. a. tot worst, verwerkt; evenzoo gaat er veel als rookvleesch naar \'s-Gravenhage. Dat de keuring hier te wenschen overlaat, kan uit het volgende blijken: een koe uit Odijk, door een veearts afgekeurd als lijdende aan septische metritis, werd door de rijksambtenaren aldaar benaderd en verkocht.

Nadeelige gevolgen.

In 1852 leed een aantal .militaire studenten voor den geneeskundigen dienst aan typhus; zij hadden allen aan dezelfde open tafel gegeten; gespaard bleven zij die het middagmaal ten huize hunner ouders nuttigden. Er overleden er 4 of 5. Deze typhus-epidemie was een gevolg van het eten van vleesch, afkomstig van een ziek rund.

In \'1874 werden te Vreeswijk 14 personen ziek na het gebruik van vleesch en ook te Vianen kwam gelijktijdig leverworstvergiftiging voor (Verslag Geneesk. Staatstoezicht 1874, bl. 223).

1887. Te Utrecht veroorzaakte vleesch bij verschillende verbruikers vergiftigingsverschijnselen (zie idem, bl. 376).

1889. Te Amersfoort werden 13 personen ziek door worst uit Scherpenzeel (idem, 1889, bl. 303). In diezelfde gemeente werd bij een huisgezin ziekte waargenomen na het gebruik van vleesch, afkomstig van een onder Soest gestorven kalf.

1888. In Mei werd in het huisgezin van een officier te Utrecht vleeschvergiftiging geconstateerd.

1889. \'Ie Abkoude werden alle leden van een huisgezin

-ocr page 87-
-ocr page 88-

ö4

vleesch werd verwerkt eu als zult, saucis de Boulogne, tongenworst en cervelaatworst verzonden naar \'s-Hertogenbosch, Gorinchem eu Arnhem (soms overgeladen en weer per spoor vervoerd naar Amsterdam), terwijl een ander gedeelte per rijtuig werd afgehaald (waarheen??). Als vleesch werd gebruikt Amerikaansch spek met vleesch van allerlei krengen; o. a. werd een paard, op Zaterdag gestorven aan longborstvliesontsteking na influenza, \'s Maandags in de worst gedaan. Ook in Wijk-bij-Duuistede wordt door de vilders veel slecht vleesch, o. a. tot worst, verwerkt; evenzoo gaat er veel als rookvleesch naar \'s-Gravenhaee. Dat de kenrinsr

O O

hier te wenschen overlaat, kan uit het volgende blijken: een koe uit Odijk, door een veearts afgekeurd als lijdende aan septische metritis, werd door de rijksambtenaren aldaar benaderd en verkocht.

Nadeelige gevolgen.

In 1852 leed een aantal militaire studenten voor den geneeskundigen dienst aan typhus; zij hadden allen aan dezelfde open tafel gegeten; gespaard bleven zij die het middagmaal ten huize hunner ouders nuttigden. Er overleden er 4 of 5. Deze typhus-epidemie was een gevolg van het eten van vleesch, afkomstig van een ziek rund.

In 4874 werden te Vreeswijk 14 personen ziek na het gebruik vau vleesch eu ook te Vianen kwam gelijktijdig le ver worst vergiftigiug voor (Verslag Geneesk. Staatstoezicht 1874, bl. 223).

1887. Te Utrecht veroorzaakte vleesch bij verschillende verbruikers vergiftigingsverschijnselen (zie idem, bl. 376).

1889. Te Amersfoort werden 13 personen ziek door worst uit Scherpenzeel (idem, 1889, bl. 303). In diezelfde gemeente werd bij een huisgezin ziekte waargenomen na het gebruik van vleesch, afkomstig van een onder Soest gestorven kalf.

1888. In Mei werd in het huisgezin van een officier te Utrecht vleesch vergiftiging geconstateerd.

1889. \'Ie Abkoude werden alle leden van een huissrezin

O

-ocr page 89-
-ocr page 90-

PR OVI X C I E UTREC HT.

-ocr page 91-
-ocr page 92-

65

ernstig ziek, na het rijkelijk gebruik van yleeschsoep (vleesch tot nader onderzoek was helaas niet meer te verkrijgen).

1884. In Harmeien stierf een vilder aan infectie door miltvuur en onderscheiden personen werden ziek door het gebruik van vleesch dat van dit zieke dier afkomstig was.

1890. In April werden ongeveer 40 personen in het diaco-nessenhuis te Utrecht ziek, na het gebruik van rundvleesch, dat waarschijnlijk frauduleus was ingevoerd.

Enkele geïsoleerde gevallen van ziekte in huisgezinnen — na en door het gebruik van vleesch — werden meermalen geconstateerd.

-ocr page 93-

N O O R D- H O L L A N D.

434 gemeenteu met 83iy95 inwoners, groot 27697G.83 hectaren.

Zonder bepalingen.

In 86 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring, enz. in de verordeningen opgenomen en wel in;

Akersloot, Alkmaar, Andijk, Ankoveen, Avenhorn, Beemster, Beets, Bennebroek. Bergen, Berkhout, Beverwijk, Blarikum, Blokker, Bovenkarspel, Broek-in-Waterland, Broek-op-Langendijk, Buiksloot, Egmond-aan-Zee, Enkhuizen, Graft, \'s-Gravenland, Grootebroek, Heemskerk, Heemstede, Heilo, Hensbroek, Hoogkar-spel, Hoogwoud, Huizen, Ilpendam, Jisp, Kastrikum, Katwoude, Koog-a/d-Zaan, Kortenhoef, Krommenie, Landsmeer, Laren, Limmen, Marken, Midwoud, Monnikendam, Kaarden, Nibbixwoud, Nieuwendam, Nieuwe-Niedorp, Noord-Scharwoude, Obdam, Oosthuizen, Opmeer, Opperdoes, Oterleek, Oudendijk, Oude-Medorp, Ouddorp, Oudkarspel, St.-Pankras, Petten, Ransdorp, Sehellinkhout, Schermerhorn, Schoorl, Schoten, Spanbroek, Sijbekarspel, Twisk, Urk, Ursem. Velzen, Venhuizen, Vlieland, Warmenhuizen, Weesp, Weesperkarspel, Wervershoof, quot;VVestwoud, Wieringerwaard, Wijde-nes, Wijdewormer, Wijk-aan-Zee, Winkel, Wognum, Wormer, Zuid- en Noord-Schermer, Zuid-Scharwoude, Zwaag.

In enkele gemeenten wordt wel gekeurd.

AANTAL INWONERS PER

1 500 1000 2000 3000

5000

15.000

GEMEENTE.

j500 1000 2000 3000 5000

7000

20.000\'

■*

Niets wordt gekeurd . 2 16\' 32\'\' 10f 4\'\' 2\' —

Keuring bij n o o d s 1 a o h •

ting.......2\' 4C 8e 2\' l\' lm

-ocr page 94-

67

a. te Katwoude door de politie; te Petten (bij twijfel) door een empirist.

h. in zeer zeldzame gevallen wordt te Twisk door Burgemeester en quot;Wethouders zeiven gekeurd.

c. te Midwoud door de politie; te Noord-Scharwoude door een empirist (niet a 11 ij d); te Ouddorp, bij aangifte voor ace ij n s, door de politie (bij twijfel door een empirist); te Vlieland door den geneesheer.

d. te Blokker werd in 5 jaar tijds door twee veeartsen, door ieder éénmaal, gekeurd; te Bovenkarspel gaat de gemeentebode op verkenning uit, zoo de eigenaar bij noodslachting een enkele maal keuring bij den burgemeester aanvraagt; te Hoogkarspel wordt b ij n a n o o i t bij noodslachting door een empirist gekeurd; te Oudkarspel slechts een enkelen keer door een empirist; te Ursem brengen de ambtenaren der belasting bij noodslachting rapport uit aan den burgemeester, die dan meestal het cadaver laat begraven; te Warmenhuizen keurt de burgemeester bij noodslachting wel eens zelf; te Winkel wordt bij noodslachting wel eens gekeurd door een veearts of door een empirist, maar de keuring is niet verplichtend en den veearts is in 3Vo jaar tijds slechts 2 maal advies gevraagd; te Wognum acht de burgemeester bepalingen onnoodig, daar de slachters voldoende vertrouwen genieten.

e. te Broek-in-Waterland en te Oosthuizen door de politie ; te Landsmeer door de politie (niet geregeld); te Nieuwe-Niedorp en Oude-Niedorp door een empirist, die niet alles te zien krijgt; te Ransdorp door een landbouwer; te Schoorl door een empirist; te Wieringerwaard door den burgemeester, die niet alles te zien krijgt.

/. te Andijk heeft de burgemeester wel eens een enkele maal zelf gekeurd; bij aangifte voor a c c ij n s wordt te Grootebroek soms door de politie gekeurd; te Urk werd in SYs jaar tijds tweemaal door den geneesheer gekeurd; te Weesperkarspel keurt de politie zelden bij noodslachting.

g. te Krommenie door een empirist; te Monnikendam o p aanvrage door de politie.

h. te Bergen wordt bij noodslachting wel eens een enkelen keer gekeurd door een wethouder, soms door een empirist^

•/. te Huizen wordt bij aangifte voor a c c ij n s door een veldwachter (die verklaart er geen verstand van te hebben) gekeurd; de veearts-keurmeester te Naarden ziet niet alle gestorven dieren.

-ocr page 95-

G8

l\\ gedurende de cholera in 1892 werd het ingevoerde vleesch te Weesp door een veearts gekeurd.

I. bij aangifte voor a o e ij n s wordt te Enkhuizen door een empirist gekeurd.

m. te Alkmaar wordt bij aangifte voor a c c ij n s door een empirist gekeurd.

lu 3 dier gemeenteu zijn veeartsen, in 13 empiristen.

Als keurmeesters fungeeren: 1 veearts, 8 empiristen,

1 geneesheer, \'1 burgemeester, 1 landbouwer en ia 8 gemeenten politie-beambten.

In 59 gemeenten zijn slachters, in 31 te zamen minstens 69 vilders, 1 paardenslachter (Sijbekarspel) en een zeer groot aantal vilder-slachters.

Met bepalingen.

Bij de 48 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz. en wel bij 41 in de algemeene politieverordening, bij 4 in bijzondere verordeningen, bij 1 in een verordening op de openbare reinheid, bij 1 in een verordening op schadelijke voedingsmiddelen en bij 1 in een verordening op de gezondheidspolitie.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 22 algemeen, 7 keuring en n oodslachting, 1 in- en doorvoer,

2 levende keuring en n o o dslach ti n g, 2 keuring facultatief en noodslachting, 4 alleen keuring facultatief,. 2 keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren, 6 keuring by noodslachting, 1 markt-keuring, in 1 gemeente is keuring van alle vleesch behoorlijk omschreven (Amsterdam).

Zg zijn vastgesteld of herzien in: 1865, 1878, 1879^ 1881, 1882, 1883 (2), 1885, 1886, 1887 (9), 1888 (5), 1889 (10), 1890 (4), 1891 (9), 1892, 1893.

In 36 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

-ocr page 96-

69

De werkelijke toestand in die gemeenten is als volgt.

AANTAL INWONERS PER

1

500

1000;2000\'3000 5000

7000

10.0g0 15.000 20.000 50.000 200.000

GEMEENTE.

500:iooo

2000 3000 5000 7000

! i 1

10.000115.000 20.000 30.000,75.000\' 500.000

Niets wordt gekeurd ....

3c

9/\'

Si

2

n

Ir

n

Keuring bij n o o d s 1 a c li t i n g .

57gt;

2d

4.7

Ik

Sm

lo

»

2t

»•

r

Keuring bij invoer en n o o d -slachting........

n

le

n

lp

n

n

Keuring en noodslachting

n

*

Ih

37

*

is

Levende keuring en noodslachting .......•

n

1\'i

n

Keuring van v e r s c h- i n g e-voerd-en toebereid vleescli

-

Iv

a. te quot;Warder door 2 landbouwers.

h. te Abbekerk door een empirist, ook te Kallantsoog (s o m-tijds); te Kwadijk en Middelie door 2 landbouwers; te Spaarndam door een landbouwer en een particulier.

c. te Koedijk keurt de burgemeester een enkelen keer zelf.

d. te Egmond-Binnen door den geneesheer; te Nederhorst-den-Berg door de politie.

e. te De Rijp door de politie.

f. te Haringkarspel keurt zoo noodig de burgemeester zelf. (/. te Barsingerhorn door Burgemeester en Wethouders (bij

twijfel door een veearts) ; te Uitgeest door een waagmeester; te Uithoorn door een veearts; te Westzaan (een enkelen keer) door de politie. h. te Haarlemmerliede-Spaarnwoude (gebrekkig) door een oud-slachter-veeopzichter en een koopman-slachter; de verordening omtrent begraven wordt nooit toegepast. ». te Assendelft kijkt de politie bij aangifte voor a c c ij n s wel eens toe, maar niet altijd; te ïerschelling laat de burgemeester door de politie keuren als het hem bekend is dat vee, aan een ziekte gestorven, verkocht of gevent wordt. k. te Zijpe keurt de empirist s o m t ij d s.

I. te Bussum keuren ambtenaren der belasting, indien voor accijns aangifte wordt gedaan; te Medemblik geschiedt de keuring door een veehouder en een particulier, te Behagen door een veearts.

m. te Bloemendaal wordt, alleen bij noodslachting van runderen, een attest van een veearts gevorderd; te Purmerend wordt, alleen bij aangifte voor a c c ij n s, gekeurd door een veearts en een particulier, ook marktkeuring; te Wor-

-ocr page 97-

70

merveer een enkelen keer, bij aangifte voor accijns, door de politie of, bij twijfel, door een veearts.

ii. te Edam door de politie, zoo noodig door een onbevoegd empirist.

o. te Sloten, bij aangifte voor a c c ij n s, door de politie. In twijfelachtige gevallen keurt aldaar een veearts uit Amsterdam, wat in één jaar tijds tweemaal gebeurde. p. te Hilversum door een ambtenaar der belasting. H. te Hoorn door een veearts.

r. te Haarlemmermeer keurt een enkelen keer de veearts, maar het komt bijna nooit voor, omdat de politie hem geen kennis geeft.

s. te Zaandam door een veearts.

t. te Helder door een ambtenaar der belasting; te Nieuwer-Amstel door een veearts, die tevens toezicht houdt op slachterijen en vleeschwinkels.

«. te Haarlem, waar de keuring goed is en plaats heeft

door een veearts en een oud-slachter-veeopzichter. v. Amsterdam (zie omtrent deze gemeente bij de b ij z o n-d e r h e d e n).

In 30 gemeenten wordt de keuring door minstens 48 personen verricht, n.1. door 12 veeartsen (waarvan 5 alleen te Amsterdam), J geneesheer, 3 empiristen, 5 ambtenaren der belasting, 6 politiebeambten, 7 slachters, 1 waagmeester, 1 Burgemeester en Wethouders, 8 landbouwers, 3 particulieren, terwijl in 1 gemeente een attest van een veearts of van een empirist wordt geëischt; in 3 gemeenten wordt bij twijfel de hulp van een veearts ingeroepen.

In 39 der gemeenten zijn slachters; in 28 gemeenten zijn te zaraen minstens 128 vilders, 3 vilder-paardenslachters, 2 paardenslachters (Zaandam, Nieuwer-Amstel) en een groot aantal vilder-slachters, terwijl aan het abattoir te Amsterdam gemiddeld door 16 personen paarden worden geslacht.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......84 gemeenten.

Keuring bij noodsl acht ing in . . . .39 » Keuring bij invoer en noodsla chting in 2 » Levende keuring en noodslachting in 1 gemeente.

-ocr page 98-

71

Keuring en noodslachtingin . . 7 gemeenten.

Keuring van versch-, ingevoerd- en toebereid vleescli in.......1 gemeente.

In 98 gemeenten zijn slachters ; in 59 zijn te zamen minstens 197 vilders, 3 vilder-paardenslachters, 19 paardenslacliters en een groot aantal vilder-slachters.

Keurmeesters.

Bi] 37 pet. der gemeenten wordt meer of minder gekeurd door 68 personen, waarvan 13 veeartsen, 2 geneesheeren en 11 empiristen, terwijl in 1 gemeente een veearts of een empirist keurt.

In de provincie zijn in 16 gemeenten 27 veeartsen, waarvan 4 door hun betrekking niet voor keurmeester in aanmerking kunnen komen, bovendien 2 paardenartsen en 20 empiristen in 18 gemeenten.

In Amsterdam alleen zijn 9 veeartsen, 1 paardenarts en 3 empiristen; de keuring heeft daar plaats door of onder leiding van veeartsen; te Haarlem zijn 4 veeartsen, I paardenarts en 1 empirist en staat de keuring onder leiding van een veearts; te Alkmaar is een veearts en een empirist en wordt de keuring door den laatsten verricht.

In de 13 overige gemeenten, waar veeartsen zijn gevestigd, wordt in 4 niets gekeurd, in 6 keurt de veearts, in 1 de politie, in 2 ambtenaren der belasting. In de 45 overige gemeenten, waar empiristen zijn gevestigd, wordt in 40 niets gekeurd, in 5 keuren de empiristen.

Conclusie.

Van de 11 gemeenten, waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, vallen, om redenen reeds boven aangegeven, 7 uit, waar de keuring gebrekkig of onvolledig is, of wel waar zij niet onder deskundige leiding staat, zoodat slechts overblijven : Amsterdam, Haarlem, Schagen en Zaandam, waar de keuring voldoende mag worden geacht, zoo de bepalingen behoorlijk worden gehandhaafd.

-ocr page 99-

72

Houdt men ook rekening met plaatsen waar keuring bij noodslachting hoofdzaak is, dan zijn er in de provincie 8 gemeenten waar geen opmerkingen zijn bijgevoegd, die aan-toonen dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

Bijzonderheden.

Alleen in Amsterdam bestaat een abattoir, dat in 1887 in gebruik werd genomen en door de gemeente wordt ge-exploiteerd. Uitsluitend aldaar mag worden geslacht, zoodat alle particuliere slachtplaatsen en vilderijen zijn vervallen. De inrichting er van is uitstekend, ook de afvoer van het gebruikte water, terwijl door goede bevloering bodem-verontreiniging wordt tegengegaan. Alleen versch vleesch wordt aan het abattoir gekeurd, liet toebereide vleesch staat slechts onder controle. De zorg voor het begraven of vernietigen van afgekeurd versch vleesch is opgedragen aan de directie van het abattoir. De keuring is opgedragen aan één hoofdkeurmeester eu 4 keurmeesters l5le klasse, allen veeartsen, en verder aan 5 keurmeesters 2de kl., waarvan 4 oud-ambte-naar der directe belastingen is en de anderen allen oudslachters zijn. Bovendien is aan 2 keurmeesters de controle op het toebereide vleesch opgedragen.

Ook het ingevoerde vleesch moet naar het abattoir gebracht en aldaar gekeurd worden; het mag — voor slachters of vleeschverkoopers bestemd — in geen kleinere deelen dan halve dieren, met daaraan verbonden ingewanden, worden aangeboden.

Buiten het abattoir gestorven of uit nood geslachte dieren mogen naar elders worden vervoerd en ontsnappen dus in vele gevallen aan de controle, ofschoon ook wel bepalingen omtrent het vervoer zijn vastgesteld. Vele dezer dieren worden naar Nieuwer-Amstel, Watergraafsmeer en Sloten vervoerd, ook wel over het IJ. Een scherper toezicht in die gemeenten is dringend noodig, te meer omdat herbaalde malen bij aan het abattoir aangevoerd gestorven of in nood geslacht vee besmettelijke ziekte (miltvuur en kwade droes) werd geconstateerd.

-ocr page 100-

73

Frauduleuze invoer van vleesch, en niet altijd van de beste qualiteit, beeft uit omringende gemeenten natuurlijk meermalen plaats. Zoo wordt het in allerlei rijtuigen, op hooiwagens, maar ook in gesloten kisten naar Amsterdam vervoerd en aldaar vooral voor worstvleesch gebruikt. Zelfs wordt opgegeven dat men varkens — aan vlekziekte gestorven — een nacht in den Amstel laat liggen om uit te trekken en ze daarna clandestien naar Amsterdam vervoert voor worstvleesch.

Vleesch van dieren, aan algemeene tuberculose lijdende, wordt tegenwoordig — zoo andere omstandigheden dit niet noodzakelijk maken — niet meer vernietigd. Men geeft vergunning om het. aan het abattoir in te zouten en na behoorlijke doorpekeling in den handel te brengen als gezouten of gerookt vleesch, of wel men staat vervoer naar buiten de gemeente toe, wat o. a. nog al eens plaats heeft naar Leiden en Nieuwer-Amstel.

In de groote paardenslachterij van Sinck, vroeger te Amsterdam, thans te Nieuwer-Amstel, worden de paarden, bestemd voor het genootschap Natura Artis Magistra, levend gekeurd ; die voor winkelgebruik in Amsterdam, alsook de voor Artis geslachte, worden aan het abattoir gekeurd. Verder worden veel gestorven paarden uit Amsterdam en omstreken in die slachtplaats behandeld en verhandeld, zoodat zi] eigenlijk ook als vilderij dienst doet.

Voor zooverre ons bekend is, bestaan er in verschillende gemeenten onderlinge veefondsen, b. v. in Laren, waar de keuring is opgedragen aan een niet bevoegd empirist, in Bergen, waar een empirist keurt, in Edam, Amsterdam, enz.

Omtrent vervuiling van den bodem worden hier en daar klachten geuit, vooral te Weesp, waar Vechtwater veel als drinkwater moet worden gebruikt en waar meermalen rottende ingewanden drijvende worden gevonden om de uitmonding van de gemeentepomp, en waar eveneens rottende cadavers en ingewanden bij de filters der Amsterdamsche Vechtwater-leiding worden aangetroffen. In die gemeente werd tijdens

-ocr page 101-
-ocr page 102-

Z UT D-HOLLAND.

190 gemeenten met 957834 inwoners,

groot 302163,30 hectaren.

Zonder bepalingen.

In 72 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuring, enz. in de verordeningen opgenomen en wel in:

Ter-Aar, Abbenbroek, Ammerstol, Arkel, Zuid-Beierland, Bergambacht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Berkenwoude, Bleiswijk, Charlois, Geervliet, Gouderak, \'s-Gravenzande, Groot-Ammers, Haastrecht, Hekelingen, Nieuw-Hellevoet, Hendrik-Ido-Ambacht, Heukelom, Hoogvliet, Kedichem, Ketel en Spaland, Klaaswaal, Krimpen-a/d-Lek, Krimpen-a/d-IJsel, Langerak, Leerbroek, Leiden, Leimuiden, Mijns-Heerenland, Moerkapelle, Moordrecht, Nieuwenhoorn, Nieuwerkerk-a\'d-IJsel, Nieuwland, Nieuw-poort, Noordwijk, Noordwijkerhout, Nootdorp, Numansdorp, Oost-Voorne, Ottoland, Ouderkerk-a d-I.Tsel, Pernis, Peursum, Pijnakker, Poortugaal, Ridderkerk, Rijnsaterwoude, Rijnsburg, Rokkanje, Roon, Sassenheim, Schiebroek, Spijkenisse, Stolwijk, Tienhoven, Nieuwe-Tonge, Valkenburg, Vierpolders, Vlaardinger-Ambacht, Vlist, Voorhout, Warmond, Wassenaar, Wateringen, Westmaas, Woerden, Zevenhoven, Zevenhuizen, Zwijndrecht.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

aantal inwoners per 1 500 1000 2000 3000 5000 7000 40.000

gemeente. 500^ 1000 2000 3000 5000 7000 10.000^50.000

Niets wordt gekeurd

|

3 j IS4 26quot; 14f : 3

17

2 i 1\'

Keuring bij nood-

slachting . .

1» j 1° 5- ! „ : V

I 1 ! I

2quot;

Jgt; 77

a. te Tienhoven (gebrekkig) door een veearts.

b. te Nootdorp wordt wel eens een enkele maal door

-ocr page 103-

76

den veldwachter gekeurd; de gemeenteveearts te Leerbroek is nog nimmer voor keuring geroepen.

c. te Arkel door een veearts een enkelen keer.

d. te Bleiswijk zijn 2 exportslachterijen tevens vilderijen en er wordt veel inferieur vleesch uitgevoerd naar Rotterdam; te Heukelom is door een veearts bij iioodslachting wel eens gekeurd; te Klaaswaal keurde de veearts in iVojaar tijds éénmaal; de vilder te Nieuwenhoorn doet groote zaken in paardenvleesch en slecht rundvleeseh op Rotterdam.

e. te Bergschenhoek, b ij a c c ij n s, door de politie; te Pijnakker door de politie slechts een enkelen keer; te Geervliet (zeer zelden) door een veearts; te Noordwijkerhout door een ambtenaar der belasting en te Wateringen door de politie (bij uitzondering door een veearts).

f. te Spijkenisse wordt (zeer zelden) door een veearts gekeurd en te Zevenhuizen keurt een enkele maal een empirist.

g. te Woerden door de politie.

h. te \'s-Gravenzande, b ij aangifte, door de politie (een enkelen keer door een veearts); te Zwijndrecht door een veearts.

i. te Leiden, waar nu echter kans bestaat dat een behoorlijke verordening zal worden ingevoerd (1).

In 9 dier gemeenten zijn 1 of meer veeartsen, in 10 empiristen.

Als keurmeesters fungeeren in 5 gemeenten politie-beambten, in 1 gemeente een ambtenaar der belastingen en in 4 veeartsen.

In 39 dier gemeenten zijn slachters en 3 exportslachte-rijen; in 47 gemeenten zijn te zamen minstens 57 vilders (van 1 gemeente is ons dit onbekend), 2 vilder-paardenslach-ters en een groot aantal vilder-slachters, b.v. 12 alleen te Leiden.

Met bepalingen.

Bij de 118 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz. en wel bij 90 in de algemeene politieverordening, bij 17 in bijzondere verordeningen en bij 5 in verordeningen op reinheid en gezondheid.

De inhoud dier bepalingen is; 20 alge meen, 1 levende

I) Met ingang van 1 October 1893 is de vleeschkeuring aldaar geregeld.

-ocr page 104-

77

keuring en noodslachting, 4 keuring facultatief en noodslachting, 1 keuring facultatief en begraven, 34 keuring en noodslachting facultatief, 25 keuring en noodslachting, 24 alleen keuring hij noodslachting, 2 keuring bij noodslachting en begraven, 7 alleen begraven van gestorven dieren.

Zij /ijn vastgesteld of herzien in: 1855, 1856 (2), 1857 (2), 1858, 1860, 1861 (2), 1865, 1866, 1867 (2), 1872, 1874, 1876 (3), 1877 (6), 1878 (3), 1879 (3), 1880 (2), 1881 (4), 1882 (4), 1883 (3), 1884 (2), 1885, 1886 (5), 1887 (20), 1888 (21), 1889 (14), 1890 (10), 1893 (2).

In 62 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

AANTAL imrONEKS PEK GEMEENTE.

I 1 I I I I - I I I 1 {

I 1 ! 500 :100012000 3000\'50001 7000 10.000 15.000 20 000 30.000 100.000I200.000

I SCO! 1000 2000! 3000 5000 7000 10.000115.000 20.00!) 30.000 j 40.000 200.c00 500 000

- 1 1 ! ! I

K i e t s -wordt gekeurd . .

3a

\\2h

Sy

9fc

1

Keuring bij noodslachting ........

86\'

IGe

137/

17?

2)i

ip

Keuring en noodslachting ........

2f

oi

4wt

\\o

-

3a

2r

2s

U

hc

Iv

a. te Papekop geeft de ambtenaar der belasting wel bij den burgemeester aan, maar daarom volgt niet altijd keuring; te Wijngaarden laten de vilders — voor invoer te Botterdam — somtijds door een veearts keuren. h. te Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf laten de vilders — vooral voor invoer naar Rotterdam — wel door een veearts keuren, maar de cadavers zijn soms reeds in de 2\'lc of 3\',e hand; de gemeenteveearts tö Heikop en Boeikop is nog nooit voor keuring geroepen ; te Hekendorp als te Papekop (zie onder a).

c. te Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder door de politie; te Hagestein (lang niet a 11 ij d), Herkingen en Schoon-rewoerd (zeer zelden) door een veearts ; te Benthuizen (zoo n o o d i g) door een particulier en te Oudenhoorn door een oud-empirist en een slachter.

d. te Oud-Alblas keurt de veearts somtijds voor vilders voor uitvoer naar Rotterdam; te Goedereede heeft de veearts

-ocr page 105-

78

éénmaal — in 8 jaar tijds — gekeurd : te Goudswaard wordt een enkelen keer door een veearts of een empirist bij noodslachting gekeurd; te Veur keurt de politie, indien te laag is aangegeven, voor den a c c ij n s.

door de politie te: Ameide, Leksmond (a c c ij n s, bij twijfel wordt een veearts geraadpleegd), de Lier, Schipluiden (een enkelen keer) en te Zwammerdam. Door veeartsen te: Everdingen (lang niet a 11 ij d), Heenvliet (zeer zelden). Maasdam (lang niet altijd en geen paarden), Meerkerk (b ij aangifte), Meliszand, Stellendam (niet altijd). Streefkerk (alleen bij uitvoer voor Rotterdam), Zegwaard, Zoetermeer en Zwartewaal; te Koudekerk (s o m t ij d s) door een wethouder (bij onrustbarende toestanden door een veearts).

te Asperen door den gemeente-secretaris en een landbouwer; te Zuidland, waar de keuring van versch geslachte dieren gebrekkig is, door een veearts en een gemeentebode. te Nieuw-Lekkerland keurt de veearts een enkele maal bij noodslachting; te Ouddorp keurde de veearts in 8 jaar tijds 4 maal; te Rozenburg laat de burgemeester in twijfelachtige ge vallen\'het vleesch uit de gemeente voeren: te Stompwijk keurt de veldwachter bij te lage aangifte voor accijns; te Vrijenban wordt een enkele n keer gekeurd als rijksdienst, door een veeopzichter.

door politie te: Maasland, Nieuwkoop en Rijswijk (een enkelen keer); door de politie of door een veearts te Lisse. Door veeartsen te: Dirksland, Oudewater (bij a c cij n s), Papendrecht, Puttershoek (lang niet a 11 ij d), Sommels-dijk (niet a 11 ij d) en te Oude-Tonge ; te Hof-van-Delft (lang niet alt ij d) door een veeopzichter uit Schiedam; te Oudshoorn (niet altijd) door een slachter en te Wou-brugge door een rietdekker.

te Boskoop door de politie (bij twijfel door een veearts; die te Gouda is ééns daartoe geroepen, maar het cadaver was bij zijn komst reeds naar Leiden vervoerd); te Reewijk (niet a 11 ij d) door de politie.

uit Kapelle-a/d-IJsel wordt alle ziek vee naar Rotterdam vervoerd; te IJselmonde en te Lekkerkerk is door den veearts wel eens gekeurd.

door de politie te: Loosduinen een enkelen keer (de veldwachter keurt slechts af, wanneer het vleesch heel rot is), Middelharnis, Waddinxveen (niet altijd). Door veeartsen te: Aarlanderveen, Alblasserdam (b ij aan-

-ocr page 106-

79

g i f t e), Alfen, Leerdam, Leiderdorp (ziet alle s), Strijen (zeer slecht, daar de burgemeester veelal de politie laat keuren) en te Vianen (lang niet a 11 ij d). Door empiristen te: Alkemade, Dubbeldam (enkele keer) \'s-Gravendeel; te Bodegraven door een oud-veeopzichtor; te Giesendam op attest; te Hazerswoude door een landbouwer; te Hillegersberg (bij accijns) door een oud-politieagent, die zelfs niet altijd, wanneer hij bericht krijgt van den ontvanger der belastingen, gaat keuren. m. te Brielle (niet a 11 ij d) door een gemeentebode ; te Helle-voetsluis door den vader van een liefdadigheidsgesticht; te Hillegom door een bloemkweeker; te Voorburg (sl e cht) door de politie.

n. te Oud-Beierland (a c c ij n s) door een empirist; te Naaldwijk

door een veearts.

o. te Maassluis door een touwslager en door een koopman. p. te Katwijk (s o m t ij d s) door een veearts. q. te Gorinchem door een veearts; te Sliedrecht, waar de keuring van versch geslachte dieren niet alt ij d plaats heeft, maar het toezicht op uitvoer scherp is, door een veearts; te Vlaardingen door een arbeider.

r. te Gouda, waar de keuring streng is, door een veearts en door een slachter; te Kralingen (slecht) door de politie, s. te Delft, waar de keuring van versch geslachte dieren gebrekkig, die bij noodslachting slecht is, door een veearts; te Schiedam door een veearts.

t, te Dordrecht door een veearts en door een sjochet (niet

al het ingevoerde vleesch wordt gezien). n. te \'s-Gravenhage door een veearts, een oud-commies en 5 oud-slachters.

v, te Rotterdam door een veearts en 4 oud-slachters aan het abattoir; geen keuring van ingevoerd vleesch (zie hierna bij bijzonderheden).

In de gemeenten Ketel eu Spaland, Overscliie, Schiebroek, Vlaardinger-Ambacht en Vrijenban worden van rijkswege nog steeds alle in nood geslachte dieren gekeurd, met het, oog op besmettelijke ziekten.

In de 76 gemeenten, waar meer of minder wordt gekeurd, zijn minstens 92 keurmeesters, waaronder 19 politiebeambten, 37 veeartsen, 5 empiristen, 1 sjochet, \\ ambtenaar der belastingen, 2 veeopzichters, 12 slachters, 1 wethouder, 1

-ocr page 107-

80

gemeente-secretaris, 2 gemeenteboden, 1 particulier, 2 landbouwers, 1 koopman, 1 bloemkweeker, 1 touwslager, 1 rietdekker, 4 arbeider en 1 vader van een liefdadigheidsgesticht, terwijl in 1 gemeente een politie-beambte of een veearts als keurmeester fungeert en men in 1 gemeente met een attest genoegen neemt.

In 87 gemeenteu zijn slachters; van 2 is ons dit onbekend. In 85 gemeenten zijn te zamen minstens 137 vilders, bovendien 1 vilder-paardenslachter, 8 paardenslachters (Delft (3), Dordrecht, \'s-Gravenbage (3) en Schiedam) en een groot aantal vilder-slachters.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in.....104 gemeenten.

Keuring bij noodslachting in . . 67 s

Keuri ng en n o o d s 1 a ch t i n g in . . 19 »

In 126 gemeenten zijn slachters, in 3 exportslachterijen; van 2 is ons dit onbekend.\'In 132 gemeenten zijn minstens 194 vilders, 3 vilder-paardenslachters, 8 paardenslachters en een groot aantal vilder-slachters.

Keurmeesters.

In 86 gemeenten wordt meer of minder gekeurd door 102 personen, waaronder 41 veeartsen en 5 empiristen.

In de provincie zijn in 34 gemeenten 45 veeai\'tsen en 3 geneesheer-veeartsen, waarvan echter minstens 4 veeartsen door hun betrekking in geen geval voor keurmeester in aanmerking kunnen komen; bovendien zijn er in 2 garnizoenen 7 paardenartsen. In 23 gemeenten zijn 24 empiristen.

In 6 gemeenten zijn één of meer veeartsen en empiristen; n. 1. in Nieuw-Lekkerland, waar niets wordt gekeurd; in Woerden keurt de politie, in Dirksland, \'s-Gravenhage, Gouda en Zuidland de veearts.

In de 28 overige gemeenten waar veeartsen zijn, keurt in Bergschenhoek (waar een geneesheer-veearts gevestigd is) de politie; te Oud-Alblas, Barendrecht, Berkel en Rodenrijs,

-ocr page 108-

81

Groot-Auimers, Klaaswaal, Leiden1), Nieuwveen, Hoon en Ridderkerk wordt niets gekeurd; in Oudshoorn keurt een slachter, in Bodegraven een oud-veeopzichter; in de overige 15 gemeenten keurt de veearts.

In de 17 overige gemeenten waar empiristen zijn gevestigd, wordt in Alkemade, Dubbeldam en Oud-Beierland de keuring door hen verricht, in Herkingen keurt een veearts uit een naburige gemeente en in de 13 overblijvende gemeenten wordt niets gekeurd.

Conclusie.

Van de 19 gemeenten waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, vallen er — om redenen reeds vroeger vermeld — vele uit en blijven slechts over als onder deskundige leiding staande: Dordrecht, Gorin-chem, Gouda, Schiedam, \'s-Gravenhage en Rotterdam. De verordeniusr te Dordrecht laat te wenschen over, daar niet

O \'

al de in de gemeente geslachte dieren vóór of ten minste na de slachting geregeld worden gekeurd. Aan ditzelfde euvel gaat de verordening te Gorinchem mank, daar hier alleen levende keuring is voorgeschreven; ook die te Schiedam is zeer onvolledig. Te \'s-Gravenhage, een zoo uitgebreide gemeente, waar zeer veel vleesch wordt ingevoerd, laat de verordening, wat betreft invoer en noodslachting, wel wat te wenschen over, terwijl ook de keuring van in de gemeente geslachte dieren beter kon zijn geregeld en deze ook niet altijd plaats heeft. Te Rotterdam, met een uitstekend ingericht abattoir, is het te bejammeren dat de keuring van het ingevoerde vleesch niet behoorlijk kan worden uitgevoerd; intusschen is hierin wel eenige verbetering te wachten. Slechts te Gouda mag de verordening voldoende worden genoemd en wordt zij streng gehandhaafd.

Houdt men ook rekening met gemeenten waar keuring bij noodslachting hoofdzaak is, dan zijn er 14 waar geen

6

1

Met ingang van I October 1893 is te Leiden een behoorlijke vleeseh-keuring ingesteld, onder leiding van een veearts.

-ocr page 109-

82

opmerkingen zijn bijgevoegd, die aantoouen dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

Byzonderheden.

lu verschillende gemeenten laten vilders hun waren keuren met het oog oji den invoer in Rotterdam.

Te Rotterdam werd i Mei 1883 het abattoir geopend en sedert 1 Januari 1886 moeten alle slachtingen daar plaats hebben. Als directeur fungeert een gediplomeerd veearts, onder wiens leiding 4 oud-slachters als keurmeesters werkzaam zijn. Voor eventueele herkeuring is een commissie aangewezen van drie veeartsen.

Aan de keurmeesters is tevens de inspectie van winkels, hallen, marktplaatsen en bergplaatsen van vleesch opgedragen, terwijl zij, in samenwerking met de beambten en ambtenaren van politie, tegen den invoer van schadelijk vleesch hebben te waken, alles onder toezicht van den directeur. Verplichte keuring van alle vleesch dat wordt ingevoerd bestaat helaas niet. De reden daarvan is niet, dat men het nemen van een dergelijken maatregel niet noodig acht, of\' dat men niet weet welke gevaren juist in dien toevoer van buiten schuilen, maar omdat men de uilvoering van deu maatregel onder den bestaanden toestand eenvoudig onuitvoerbaar acht, wijl in de naburige gemeenten volstrekt geen voldoend toezicht bestaat. De invoer van verdacht vleesch is enkel door gemeente-verordeningen niet tegen te gaan; wanneer de bron niet kan worden gestopt, zal men den stroom niet keeren.

De wijze waarop het vleesch wordt ingevoerd, is verbazingwekkend en de personen, die zich daarmede bezighouden, zijn in alle opzichten zóó uitgeslapen, dat zij zich niet laten verschalken. De directeur van het abattoir gaf ons hieromtrent enkele nadere inlichtingen, maar meer nog bleek ons dit door verschillende berichten uit de omgeving, die trouwens niet alleen op invoer te Rotterdam, maar ook op die te \'s-Gravenhage en Leiden betrekking hebben. Enkele staaltjes daarvan willen wij aangeven.

-ocr page 110-

83

Te Bleiswgk komen bijna iederen nacht wagens of karren van z. g. n. binkers, vilders of koudslachters door, die het vaak in een toestand van halve ontbinding verkeerende vleesch naar Rotterdam vervoeren, dikwijls ten dienste van vrij groote vleeschhouwers.

Voor de fabriceering van worst wordt uitgebeend vleesch aangevoerd van allerlei qualiteit, ora het even of het afkomstig is van ziek geslachte, gestorven of van verdronken dieren. Ja, hoe koppig ezels ook mogen heeten, is het niettemin een feit, dat onlangs eeu gestorven ezel zich zonder verzet tot het maken van heerlijke varkensworst leende. (Het schrijven dat wij hier overnemen, dateert van 21 Mei 1891.)

Ook het vleesch van een kort na het kalven gestorven koe, dat ten deele vervaard was en zoo week dat men er, zooals gezegd werd, niet goed houvast aau had, werd tot voormeld doel medegenomen. Vraagt men, nu hoe het vervoer plaats heeft bij het vrij scherpe toezicht in Rotterdam, dan antwoord ik «op allerlei wijzen», b. v. ondermeer: per groentekar, bedekt met tuinvruchten, per Jan pleizier, per vigelant, waarin een als dokter gekleed binker, die van eeu buitenbezoek terugkeert, enz. enz. enz.

Een ander berichtgever meldt ons, dat uit Loosduinen een gestorven koe te \'s-Gravenhage werd ingevoerd op eeu groentekar en e3n ander in een gesloten rijtuig met 2 paarden, waarin twee hooggehoede heeren zaten.

Het zijn juist de vilders waarop het scherpst toezicht moet worden gehouden; zoo wordt ons uit Pijnakker bericht dat eeu vilder, die eeu bepaalde hoeveelheid vleesch in Rotterdam moest leveren, niet genoeg had en nu een houd slachtte, om het vleesch daarvan als rundvleesch te verkoopen. Op deze daad beroemde hij zich nog bovendien.

Uit dezelfde gemeente bericht men ons dat er ieder jaar circa 40 tuberculeuse runderen naar de beste slachters in Rotterdam worden vervoerd.

In een schrijven uit Nieuwveen lezen wij het volgende: ï Als een bewijs hoe noodzakelijk ook op het platteland

-ocr page 111-
-ocr page 112-

85

geworden na het gebruik van vleesch, afkomstig van een van ziekte verdachte koe (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1879, blz. 277).

1883. Te Rotterdam werden in verschillende huisgezinnen ziektegevallen waargenomen na het gebruik van vleesch, afkomstig van een in Ketel uit nood geslachte koe, die aan hevige maagdarmontsteking bad geleden (idem, blz. 316).

Te Woubrugge werd vleesch vergiftiging geconstateerd en wel bij 5 personen te Hoogmade, bij 11 te Hofwegen.

1888. Te Leiden kwamen 9 en te Noordvvijk 8 gevallen van trichinose voor; het trichineuse varken was afkomstig uit Noordwijk (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1888, blz. 310).

1889. Te Noorden (gem. Nieuwkoop) werd een huisgezin ziek, dat vleesch had gebruikt van een begraven en weer opgedolven varken.

Een huisgezin te Delft werd ernstig ziek na het gebruik van vleesch van een gestorven schaap, afkomstig uit Vrijenban.

1890. Vleeschvergiftiging te\'s-Gravenhage hij verschillende bruiloftsgasten; varkensvleesch was oorzaak (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1890, blz. 273).

1891. Verschillende personen te Delft, c a. alle leden van één gezin, werden ziek na het gebruik van vleesch. In 2 gezinnen was het vleesch onmiddellijk gebruikt, nadat het van den slachter was ontvangen, zoodat bederf ten huize der verbruikers is uitgesloten.

1892. Te Rotterdam kwam vleeschvergiftiging voor in 24 gezinnen, bij 92 personen (Tijdschr. voor Veeartsenijkunde en Veeteelt, Deel XX, blz. 265).

-ocr page 113-

ZEELAND.

109 gemeenten met 201667 inwoners, groot 178505.93 hectaren.

Zondpr bepalingen.

In 42 gemeenten zijn geen bepalingen in de verordeningen opgenomen en wel in:

Baarland, Borsele, Boschkapelle, Breskens, Burg, Dreischor, Driewegen, Duivendijke, Ede, Ellewoudsdijk, Filippine. St.-Filips-land, Groede, Haamstede, \'s-Heer-Arendskerko, \'s-Heerenhoek, Hengstdijk. Hoofdplaat, lerseke, Kapelle, Kattendijkê, Kerkwerve, Klinge, Koewacht, Meliskerke, Nieuw vliet, Noordgouwe, Oosten West-Souburg, Oosterland, Ossenisse, Oudelande, Ouwerkerk, Overslag, Ovezande, Ketranchement; Sluis, Stoppeldijk, Waarde, Waterlandskerkje, Westkapelle, Zonnemaire en Zuidzande.

Verordeningen zijn in bewerking te Kapelle en te St.-Filipsland.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

Niets wordt gekeurd..... 1 16° 13\'\'

Keuring bij n oo d si a c h tin g . . „ l\'J 3quot; Keuring en noodslachting . „ V l1

4\'

» 2quot;

a te Burg is als keurmeester een onbevoegd empirist aangesteld, maar er wordt niets gekeurd.

h. te Meliskerke door een arbeider-slachter.

c. te Duivendijke door de politie, maar uitsluitend wat varkens betreft.

(1. te Haamstede is een onbevoegd empirist als keurmeester aangesteld, maar er wordt niets gekeurd; te Hoofdplaat

1

500 1000 2000 3000

AAKTAL INWONERS PER GEMEENTE. — — — — —

500 1000 2000 3000 5000

-ocr page 114-

87

requireert de burgemeester, in verdachte gevallen, op kosten der provincie de provinciale-veearts.

e. te Kapelle door een empirist; te Oost- en West-Souburg door een slachter en een koetsier; te Westkapelle dooide politie,

f. te St.-Filipsland door een slachter.

g. te Koewacht keurt een empirist wel eens.

h. te \'s-Heer-Arendskerke door een ambtenaar der belasting; te lerseke door een empirist.

In één dier gemeenten is een veearts, in 9 zijn empiristen.

Als keurmeesters fnngeeren ia 2 gemeenten empiristen, in 3 slachters, in 1 ambtenaren der belasting, in 2 politiebeambten in \'1 een koetsier en een slachter.

In 27 dier gemeenten zijn slachters, van 2 is ons dit onbekend; in 8 gemeenten zijn te zamen minstens 10 vilders, van 3 is ons dit onbekend.

Met bepalingen.

Bij de 67 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz. en wel bij 31 in de algemeene politieverordening, bij 18 in bijzondere verordeningen, bij 8 in verordeningen op de openbare gezondheid, bij 10 in verordeningen op begraven van gestorven of om ziekte afgemaakte dieren.

De inhoud dier bepalingen is als volgt: 3 algemeen,

1 algemeen en noodslachting, llevendekeuring,

2 levende keuring en noodslachting, 2 facultatief keuring, 3 facultatief keuring en noodslachting, 4 keuring bij noodslachting, \'1 onderzoek op trichinen, 1 keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren, 39 keuring en noodslachting, 10 begraven, waarbij in 6 gemeenten wordt toegestaan het vleesch na goedkeuring in consumtie te brengen.

Zij zijn vastgesteld of herzien in 1855 (3), 1856 (4), 1857, 1862 (6), 1865 (2), 1866 (2), 1870, 1872, 1873 (2), 1877, 1878 (4). 1879 (3), 1880 (2), 1881 (3), 1882 (2), 1883 (3), 1884, 1885, 1886, 1888 (2), 1889 (10), 1890 (7), 1891 (2), 1892, 1898 (2).

-ocr page 115-

88

In 61 pet. dier gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

O o

AANTAL INWONERS

1

500

1000 2000 3000 5000

7000

|

10.000 15.000

PEK GEMEENTE.

500

1000 2000 3000 5000 7000

10.000

15.000 20.000

Niets wordt gekeurd.

2quot;

8

»

1

n

n

Keuring van v e r s c h geslachte dieren

n

n

n

1quot;

n

!gt;

»

n

7?

K eurin g bij nood-slachting ....

iquot;

ld

6\'

5\'

n

»

n

n

Keuring en nood-slachting

o

6quot;

15\'

4quot;

2\'

2m

1quot;

lp

a. te Elkersee en Serooskerke (Schouwen) is wel een veearts als keurmeester aangesteld, \' maar hij heeft als zoodanig nog nooit gefungeerd.

1}. te \'s-Heer-Abtskerke door een veearts.

c. te Ellemeet, \'s-Gravenpolder, Noordwelle en Renesse is wel een veearts-keurmeester benoemd, maar hij fungeert niet als zoodanig; te Nisse worden de gestorven dieren, voor consumtie bestemd, door een veearts gekeurd.

d. te Kats, uitsluitend keuring bij rund en varken, door een veearts; te St.-Kruis door een veearts; te Rittem en Schore door de politie; te Vere door een slachter; te Vrouwenpolder door een winkelier en te Zoutelande door een schoenmaker.

e. te Aagtekerke door een brievengaarder; te Biggekerke door een arbeider-slachter; te Grijpskerke door een arbeider; te St.-Laurens door een winkelier; te Nieuw- en St.-Joosland door de politie en te Zuiddorpe door een smid.

Dat de keuring van z. g. n. gezond geslachte dieren ten minste in een drietal dezer gemeenten niet veel beteekent, blijkt wel hieruit, dat er geen slachters zijn.

f. te Aardenburg door een onbevoegd empirist; te Ko-lijnsplaat, alleen rund en varken, door een veearts; te H.einkenszand, waar een veeverzekering zonder verplichting bestaat, door een veearts; te Kloetinge, Krabbendijke en

-ocr page 116-

89

Eilland-Bat door de politie (in Kloetinge is een vilder-p aardenslachter, die veel vleesch in consumtie brengt). g. te Brouwershaven, alleen runderen, door de politie; te Kortgene door een empirist; te Domburg door de politie ; te Koudekerke, Nieuwerkerk en Sas-van-Gent door een slachter; te Oostburg door een barbier-kleermaker, die bij twijfel de hulp van een veearts moet inroepen; te Oost-Kapelle en Serooskerke (Walcheren) door een winkelier; te Oud-Vosmeer de gewone keuring door de politie, de noodslachtingen door een empirist; te Poortvliet door een geneesheer ; te Scherpenisse door een veearts ; te Schoon-dijke door een herbergier-beestensnijder; te Stavenisse door een timmerman en te Westdorpe door een commis-sionnair.

7). te Bruinisse door de politie.

i. te Arnemuiden en te Wemeldinge door de politie, maar in de laatste gemeente heeft het onderzoek op trichinen — dat voorgeschreven is — niet plaats ; te IJzendijke door een veearts; te Kruiningen (veefonds zonder verplichting) door een empirist en te Wolfaartsdijk door een slachter. /„•. te St.-Annaland door een empirist en door de politie; te St.-Maartensdijk (alleen runderen) de gewone keuring door een winkelier-landbouwer, de noodslachtingen door een veearts : te Tolen door een 85-jarigen commissionnair van een stoomboot en te Zaamslag door een schoenmaker. I. te Axel door 2 herbergiers; te Wissekerke door een marskramer.

w». te Goes door een veearts en 2 oud-slachters (varkensvleesch wordt op trichinen onderzocht); te Terneuzen door een koster-winkelier en een schoenmaker-lijkdienaar. n. te Zieriksee door een veearts en door de politie. n, te Vlissingen door een slachter (varkensvleesch wordt op

trichinen onderzocht).

p. te Middelburg door 2 oud-ambtenaren der belasting en door 2 oud-slachters.

lu 52 gemeenten wordt door minstens 63 personen gekeurd, waaronder 10 veeartsen, 4 empiristen, 1 geneesheer, 1 onbevoegd empirist, 11 slachters, 2 ambtenaren der belasting, 5 winkeliers, 3 herbergiers, 3 schoenmakers, 1 koster, 1 brievengaarder, 1 smid, 1 arbeider, 1 barbier, 1 timmerman, i marskramer, 2 commissionnairs en in 14

-ocr page 117-

dezer gemeenteu is de keuring aan de politie opgedragen.

In 50 gemeenten zijn slachters; van 4 is ons dit onbekend. In IS gemeenten zijn minstens 21 vilders, van 7 is ons dit onbekend. In Zieriksee is een stadsvilder-paarden-slachter. Bovendien zijn er 3 vilder-paardenslachters en te Serooskerke (Schouwen) is een paardenslacliter.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......49 gemeenteu.

Keuring van versch geslachte dieren in 1 gemeente.

Keuring bij noods lach ting in . . .25 gemeenten.

Keuring en noodslachting in . .34 »

In 77 gemeenten zijn slachters ; van G is ons dit onbekend.

In 21 gemeenten zijn te zamen minstens 31 vilders, van 10 is ons dit onbekend. Er zijn 4 vilder-paardenslachters en één paardenslachter.

Keurmeesters.

Bij 55 pet. der gemeenteu wordt dus meer of minder gekeurd door ten minste 72 personen, waaronder 10 veeartsen, 1 geneesheer en 6 empiristen.

In de provincie zijn in 15 gemeenten 14 veeartsen en 1 geneesheer-veearts en in 18 gemeenteu zijn 18 empiristen.

In 3 gemeenten is een veearts en een empirist; te IJzen-dijke keurt de veearts, te Kortgene en te Kruiningen de empirist. In de 12 overige gemeenten waar veeartsen gevestigd zijn, wordt in 4 niets gekeurd, in 4 keurt de veearts, in 1 ambtenaren der belasting en slachters, in 1 een herbergier, in 1 een winkelier en in 1 een barbierkleermaker. In de 15 overige gemeenten waar empiristen zijn gevestigd, wordt in 6 niets gekeurd, in 2 keurt de empirist, in 2 de politie, in 2 slachters, in 1 ambtenaren der belasting, in 1 een schoenmaker en in l een koster en een schoenmaker.

Conclusie.

Van de 34 gemeenten waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, vallen een groot ge-

-ocr page 118-

UI

deelte uit, waar de keuring onvolledig is of niet onder deskundige leiding staat, en blijven slechts over: Kortgene, Poortvliet, Scherpenisse, St.-Annaland, Goes en Zieriksee-Bij alle laten echter de veroi\'deningen veel te wenschen over, met uitzondering van Goes, dat de eenige plaats der provincie is waar de keuring voldoende mag worden genoemd. Houdt men ook rekening met de gemeenten waar noodslach-ting hoofdzaak is, dan blijven er in het geheel 13 gemeenten over, zonder opmerkingen, die aantoonen dat de keuring zoo goed als waardeloos is.

Byzondcrheden.

In een groot gedeelte van Zeeland, maar het meest op Walcheren en Zuid-Bereland, bestaan onderlinge veeverzekeringen met verplichting.

In Staats-Vlaanderen wordt met gestorven of in nood geslachte dieren, die men om een of andere reden liever niet direct in consumtie brengt, als volgt gehandeld: de beste stukken, vooral de paardebillen, worden gerookt of wel het vleesch wordt gehakt, met spek en kruiderijen gemengd en als saucisse de Bologne gekookt en gerookt. Ook maag en darmen worden gebruikt en de rest gaat in een grooten soepketel en wordt onder afschuimen zoolang gekookt, tot de beenderen volkomen loslaten; deze worden voor draaierijen, beenderenmeel of beenzwart gebruikt. De soep laat men bekoelen en men schept het vet af, dat eveneens zijn weg vindt, terwijl de soep zelf\', nog behoorlijk verdund, als voedsel voor varkens wordt gebruikt. Zeker beeft, op die wijze toebereid, het vleesch — dat als voedsel voor den mensch ongeschikt of minder gewenscht was — een zeer groot nut.

Een minder gepast gebruik is het volgende; er wordt beweerd dat in den winter 1890—91 een lading vee in een stormachtigen nacht, zonder eenige bedekking, zelfs zonder stal, op het dek van een schip, van Rotterdam naar Vlissingen Averd gebracht. Vele van die met een ijskorst

-ocr page 119-

92

bedekte dieren waren bevroren. Dit vee werd in zee geworpen, nadat voor eigen consumtie groote stukken uit de billen waren gesueden. Onderscheidene cadavers spoelden later op het strand te Westkapelle en te Zoutelande aan en werden daar nog in consumtie gebracht.

Nadcelige gevolgen.

1S74. Leverworstvergiftiging te Middelburg. Er werden 343 personen aangetast, n.1. 329 in Middelburg, 4 te Ar-nemuiden, 1 te Domburg, 2 te Koudekerke, 2 te Westkapelle, 4 te Goes en 1 te Wissekerke. Veilig kan men aannemen dat het aantal aanjfetasten srooter is sreweest,

O O O 7

daar bekend is dat enkele gezinnen en personen, die in de eerste dagen (17—19 Maart) van de worst hebben gegeten en licht ongesteld zijn geworden, daaraan geen ruchtbaarheid hebben gegeven.

Standvastige ziekteverscbiinselen waren: enteralgie, braking, diarrhee, hevige dorst en koorts. Zes personen zijn aan de gevolgen overleden (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1874, blz. 166).

1878. Te Middelburg leden 3 personen in één gezin aan worstvergiftiging (Vers!. Geneesk. Staatstoezicht 1878, blz. 300).

1882. Te Oostkapelle waren personen ziek geworden na het gebruik van vleesch van een aan kalfziekte gestorven koe. Het rund had lang aan den balk gehangen; sommige gebruikers kregen buikpijn en diarrhee, maar dit was bij meer personen het geval, die niet van het vleesch hadden gegeten (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1882, blz. 286).

1883. Te lerseke kwamen 4 gevallen van trichinose voor (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1883, blz. 316).

1886. Te Krabbendijke leden 13 personen aan trichinose,

1887. Ruim 70 personen te Goes werden door trichinose aangetast, één is overleden (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1887, blz. 21).

Op 29 Augustus werden te Middelburg, behalve 250 mili-

-ocr page 120-

93

tairen, minsten 36 personen in 13 gezinnen ziek, na het gebruik van vleesch, afkomstig van een ingevoerde koe, die den 26stequot; Augustus te Heinkenszand, stervende aan kalf-ziekte, uit nood was geslacht. Behalve 4 familieleden van den eigenaar der zieke koe, die bijna gelijktijdig door maagdarmaandoening werden aangetast, zijn de varkens, honden en katten, die op den afval aasden, plotseling onder dezelfde verschijnselen ziek geworden. Ook de leden van één gezin te Domburg, die van het vleesch hadden gegeten, zijn ongesteld geworden. De verschijnselen der ziekte, welke zich bij de eerste lijders reeds 12 uur, doch bij anderen 1 a 2 dagen na het gebruik van dit vleesch, de soep en den bouillon daarvan openbaarden, waren opvolgend : gevoel van drukking en pijn in de maagstreek, misselijkheid, braking, buikpijn, doorloop, koorts (39° C.) met hoofdpijn, bloedsaandrang naar het hoofd, loomheid, zwakte iu de beenen, duizeligheid, slaapzucht, beslagen tong, enz. Sterfgevallen zijn niet voorgekomen (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1887, blz. 21).

Ziekte bij eenige personen te St.-Maartensdijk, door het gebruik van gekookte leverworst, bereid vau bestanddeelen welke bij scheikundig onderzoek bleken geen metalen te bevatten.

Ziekte bij 40 personen te Axel na het gebruik van leverworst en hoofdkaas, geleverd door één slachter. Wegens vergevorderden graad vaa ontbinding konden die eetwaren zelfs niet aan een microscopisch onderzoek worden onderworpen. Het vocht uit den ketel, waarin de hoofdkaas was gekookt, bleek ptomaïneii te bevatten.

De Inspecteur voor het Geneeskundig Staatstoezicht schrijft aan het slot van het verslag der 3 voorgaande vleeschver-giffcigingen: «maar tevens blijkt uit deze treurige geschiedenis de dringende behoefte aan wettelijke bepalingen omtrent den verkoop van vleesch van krengen, en van dieren wegens ziekte uit nood geslacht.

1888. Een geval van trichinose te Goes (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1888, blz, 263).

-ocr page 121-

94

1889. Verschilleiide gevallen (circa 20) van trichinose te Goes, Kapelle, Biezelinge en lerseke (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1889, blz. 262).

1890. lu de eerste helft van het jaar hebben eenige personen te St.-Laureus, na het gebruik van vleesch eener uit nood geslachte koe, in geringen graad geleden aan dezelfde verschijnselen, welke zich in 1887 bij de ingezetenen van Middelburg, teu gevolge van vleeschvergiftiging, vertoonden. Sterfgevallen kwamen niet voor (Versl. Geneesk. Staatstoezicht i890, blz. 275).

In datzelfde jaar werden te Middelburg door een tweetal geneesheeren gevallen van cholerine waargenomen, na het gebruik van vleesch, afkomstig van een dier, wegens ziekte afgemaakt en onderling verloot.

Meermalen zien enkele geneesheeren lichte vleeschonge-steldheden, die zich tot één gezin bepalen.

-ocr page 122-
-ocr page 123-

PR O VI NC IE ZEE LAND.

AANWIJZING: «Niets wordt gekeurd, a Keuring bij noodslachting. □ Keuring van ingevoerd vleesch. o Keuring bij invoer en nood-slachting. \' • Keuring en noodslachting. a Levende keuring en noodslachting. n Keuring van gezond geslachte dieren, o Keuring van versch-ingevoerd- en toebereid vleesch. r Empirist. ■ Veearts. o Onbekend of buiten de Provincie gelegen.

-ocr page 124-
-ocr page 125-

NOORD-BRAB ANT.

184 gemeenten met 514.278 inwoners,

groot 51\'2832.31 hectaren.

Zonder bepalingen.

In GO gemeenten zijn geen bepalingen in de verordeningen opgenoiueu en wel in:

Aalst, Aarle-Rixtel, Andel, Best, Bezooien, Bladel en Netersel, Boxmeer, Budel, Chaam, Deunie on Liesel, Deursen en Dennenburg, Dieden-Demen en Langel, Dieson, Dommelen, Drunen, Duizel en Steensel, Den Dungen, Dussen, Eersel, Engelen, Esch, Escharen, Fijnaart en Heiningen, Geffen, Geldrop, Gestel en Blaartem, \'s-Gravenmoer, Haien, Heeswijk, Heivoort, Hilvaren-beek, Hooge- en Lage-Mierde, Hooge- en Lage-Zvvaluwe, Hooge-loon-Hapert en Kasteren, Kuik en St.-Agatha, Liorop, Linden, Loon-op-Zand, Luikgestel, Maarheeze, Maashees en Overloon, Megen-Haren en Macharen, Nieuwkuik, Oostel-Westel-Middel-beers, Putten, Ravenstein, Reuzel, Riethoven, Rijswijk, Sam-beek. Stiphout, Stratum, Strijp, Tongelre, Udenhout, Valkens-waard. Veldhoven en Meerveldhoven, Vessem-Wintelre-Knechsel, Vierlingsbeek, Vucht, Waalre, Woensel, Woudrichem, Zeeland, Zeelst, Zon en Breugel.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

aantal inwoners per 1 500 1000 2000 3000 5000 7000 gemeente. 500 1000 2000 3000 5000 7000 10.000

Niets wordt gekeurd . 4 13 21\' 4 2 1 „

Keuring bij n o o d s 1 a c h-

ting........ 1« 10e 5\' lr 2» 1quot;

Keuring en noodslach-

.......gt;; ;) n 1 n » J)

-ocr page 126-

96

a, te Stiphout (gebrekkig) op attest.

h. te Tongelre worden gestorven dieren door een veearts gekeurd (veeverzekering met verplichting).

c. door een veearts : te Bezooien (v e e k r i n g), te Geffen (veeverzekering m e t verplichting), te \'s-Gravenmoer alleen bij r u n d e r e n, te Maashees en Overloon bij vrees voor besmettel ij ke ziekten; te Sambeek op attest; door een empirist: te Zon en Breugel (bij ongunstige vermoedens), te Veldhoven en te Heeswijk (in enkele gevallen); te Haren door de politie; te Nieuwkuik door een landbouwer.

d. door een veearts: te Boxmeer bij vrees voor besmettelijke ziekten, te Drunen, te Dussen zeldzaam (veekring), te Hilvarenbeek alleen wat in de gemeente wordt verkocht, te Udenhout voor zooverre den veearts aangifte wordt gedaan en dan nog nagenoeg alleen runderen (v e e k r i n g).

e. te Kuik en St.-Agatha door een veearts.

f. te Stratum door een veearts.

g. te Deurne en Liesel (2 veeverzekeringen m e t verplichting) op attest; te Vucht een enkelen keer door een veearts.

h. te Loon-op-Zand (v e e k r i n g) door een veearts.

In 3 dier gemeenten zijn veeartsen, in 4 empiristen.

Als keurmeesters fuugeeren in 13 gemeenten veeartsen, in 3 empiristen, iu 1 politiebeambten, in l een landbouwer, terwijl meu zich in 3 gemeenten met een attest tevreden stelt.

Van de gemeenten waar niets wordt gekeurd, behooren tot een veekring: Andel, Rijswijk, Wondrichem. Veeverzeke-riugen met verplichting zijn in Aalst, Lierop. Oostel-Westel-Middelbeers, Budel eu Woensel; zonder verplichting te Deursen en Dennenburg, te Dedem- Demen- Langel en te

o\' o

Megen- Haren-Macharen.

In 43 gemeenten zijn slachters. In 11 gemeenten zijn ten minste 17 vilders, 3 vilder-paardenslachters en 3 paarden-slachters (Boxmeer, Knik en St.-Agatha, Vncht); van 1 gemeente is ons dit onbekend.

Met bepalingen.

Bij de 118 overige gemeenten bestaan bepalingen omtrent

-ocr page 127-

97

keuring, enz. en wel bij 83 in de algemeene politieverordening, bij 33 in bijzondere verordeningen, bij 1 in een verordening op schadelijke voedingsmiddelen en bij 1 in een reglement op bet abattoir.

De inhoud dier bepalingen is; 40 algemeen, 25 keuring en noodslachting facultatief, 2 levende keuring, 40 keuring bg noodslachting, 2 keuring-facultatief en noodslachting, 2 keuring van z.g. u. gezond geslachte dieren facultatief, 1 begraven, 36 keuring en noodslachting.

Zij zijn vastgesteld of herzien in: 1865, 1878, 1879, 1S80, 1881, 1882 (19), 1883 (27), 1884 (2), 1885 (4), 1886(2), 1887 (6), 1888 (8), 1889 (26), 1890 (12), 1891, 1892(5), terwijl ons het jaartal der verordening van Schijadel (die men bezig is te herzien) niet bekend is.

In 64 pet. der gemeenten is dus de keuring op papier meer of minder geregeld.

De toestand in die gemeenten is als volst:

AANTAL DTWONEKS

1

500

1 !

1000 2000 3000 5000

i

7000

10.000 20.000

30.000

PER GEMEENTE.

500 1000 2000 i 3000 5000,7000 10.000

15.000 30.000

40.000

Niets wordt gekeurd ....

1

7

5

sg

ln

n

n

n

Levende keuring en noodslachting . . . .

n

n

m

n

n

1\'

n

1\'

n

Keuring bij noodslachting . .

2quot;

ISquot;

24*

16*

ISquot;

5m

r

n

r

Keuring en noodslachting

»

V

-

1)

Zf

3\'

n

lp

v

1M

n

Keuring van versch geslachte dieren . .

n

T)

n

1*

n

»

n

n

-ocr page 128-

98

a. door een veearts te Bokhoven en te Drongelen-Haagoord-Gansooien en Doeveren (veekring).

h. door een veearts te; Beers, Empel en Meerwijk, Herpt (v e e k r i n g\\ Meeuwen-Hil en Babyloniënbroek (v e e-k r i n g), Ooien en Teefelen (veeverzekering zonder verplichting), Oud-Heusden (v e e k r i n g). Veen (veekring), Vrijhoeve-Kapelle (v e e k r i n g). Door een empirist te: Haps (s o m t ij d s). Huibergen, Littooien en te Oerle. Te Kromvoort door een slachter; te Soerendonk-Sterksel en Gastel door een wethouder en een raadslid; te Vlierden (veeverzekering met verplichting) door een landbouwer.

c. te Alfen (v e e k r i n g) worden gestorven dieren door een veearts gekeurd; te Oefelt dragen Burgemeester en Wethouders — zoo keuring noodzakelijk is — die aan den plaatsvervangenden districtsveearts op.

d. door een veearts te : Baardwijk (v e e k r i n g), Beek en Donk (veeverzekering met verplichting), Berkel (v e e k r i n g), Hedikhuizen (v e e k r i n g), Heesbeen-Eeten-Genderen (v e e k r i n g), Herpen (veeverzekering zonder verplichting), Heusden (v e e k r i n g), Oplo-St.-Antonis en Ledeakker, Sprang (v e e k r i n g). Door een empirist te : Alem-Maren en Kessel, Bergeik en Lit; door een veearts of een empirist te Bakel-Milheeze (n i e t a 11 ij d, 2 veeverzekeringen met verplichting). Op a 11 e s t te Beugen-Rijkevoort ; door slachters te: Heeze (niet a 11 ij d), Liemde (veeverzekering met verplichting), Moergestel (v e e k r i n g), waar dus eigenlijk een veearts moest keuren en te Nuland (veeverzekering met verplichting); door landbouwers te Dinter (gebrekkig), waar bij twijfel een empirist keurt, te Leende en te Schaaik; door een oud-politieagent te Nieuw-Vosmeer (b ij aangifte) en door de politie te Wanrooi (slee h t); te Eijsbergen door een hoefsmid.

e. door een veearts te: Berchem, Kapelle (niet altijd, v e e k r i n g), Geertruidenberg, Goorle (v e e k r i n g, veeverzekering zonder verplichting, de burgemeester laat veelal een boer keuren), Heesch (veeverzekering m e t verplichting), Mierlo (lang niet a 11 ij d), Oosterwijk (v e e-kring), Werkendam (lang niet alt ij d, veekring), Wijk-Aalburg (veekring). Door een empirist te Mil-St.-Hubert. Door landbouwers te Erp en te Nistelrode (veeverzekering met verplichting); te Baarle-Nassau door een slachter en een landbouwer; te Berlikum door den burgemeester (bij twijfel door een veearts); te Boekei

-ocr page 129-

99

(lang niet a 11 ij d) door een onbevoegd empirist; te Ossendreoht door de politie.

ƒ. te Dintdoord-Prinsenland door een veearts; te Grave door een landbouwer en een koetsier; te Hoeven-St.-Maar-tenspolder door een slachter.

g. te Oudenbosch wordt wel bij noodslachting een attest gevraagd van een der empiristen, vooral voor vervoer naar Rotterdam.

h. door een veearts te: Almkerk (zeldzaam, v e e k r i n g), Klundert, Made-Drimmelen (alleen bij r u n d e r e n), St.-Michielsgestel (een enkele maal), Eaafnsdonk, Zomeren (niet altijd), Vlijmen (veekring), Waalwijk (v e e k r i n g) en Waspik (v e e k r i n g, vee verzekering met verplichting). Door een empirist te : Ginneken-JBavel, Oorschot, Wouw; vacature te Oud- en Nieuw-Gastel (steeds keurt aldaar een veearts of eon empirist); door een veearts of een empirist te Dongen; te St.-Oedenrode door een landbouwer ; te Gemert (een enkelen keer) door een onbevoegd empirist (veeverzekering met verplichting); te Gilze-Rijen door een smid en te Asten (niet a 11 ij d) door een slachter, onbevoegd empirist (veeverzekering zonder verplichting),

i. te Eindhoven (veeverzekering met verplichting) door een veearts; te Halsteren door een empirist; te Zundert (slecht) door een rietdekker.

k. te Rukfen-Sprundel door een hoefsmid.

I. te Zevenbergen door een veearts, een ambtenaar der belastingen en een herbergier.

m. te Steenbergen-Kruisland door een veearts; door een empirist te: Etten-Leur, Schijndel (veeverzekering met verplichting) en Vechel (niet altijd); door 2 landbouwers te Uden (veeverzekering met verplichting).

n, te Os wordt door een veearts wel bij de vilders gekeurd,

daar deze anders het vleesch niet kwijt raken. o, te Boxtel door een onbevoegd empirist en te Prinsenhage

(zeer slecht) door een slachter.

p. de keuring te Helmond door een veearts is zeer goed.

te Bergen-op-Zoom door een veearts. r. te Rozendaal-Nispen door een empirist.

s. te Oosterhout (3 veeverzekeringen met verplichting) wordt gekeurd door een veearts; de keuring van versch geslachte dieren heeft slechts nu en dan plaats, die bij nood-slachting alleen voor runderen.

-ocr page 130-

100

t. te Breda door een oud-slachter; de levende keuring heeft

alleen op runderen betrekking. u. te \'s-Hertogenbosch door een veearts en 2 slachters aan het abattoir.

v. te Tilburg door een veearts (v e e k r i n g, veeverzekering zonder verplichting).

In 97 gemeenten wordt de keuring door minstens 103 personen waargenomen, n. 1. door 46 veeartsen, 16 empiristen, 2 veeartsen of empiristen, 1 Burgemeester en Wethouders, 1 raadslid, 12-slachters, 11 landbouwers, 3 onbevoegde empiristen, 3 smeden, 1 koetsier, 1 herbergier, 1 ambtenaar der belasting, 1 rietdekker, in 3 gemeenten door de politie, terwijl in 1 met een attest kan worden volstaan en in 1 gemeente de plaats als keurmeester vacant is.

Van de gemeenten waar niets wordt gekeurd, behooren Giesen en De Werken-Sleewijk tot een veekring; veeverzekeringen zonder verplichting worden nog aangetroffen te Standdaarbuiten en te Ter heiden.

In 80 gemeenten zijn slachters. In 32 gemeenten zijn te zamen minstens 51 vilders, 3 vilder-paardenslachters en 10 paardenslachters (Bergen-op-Zoom (4), Goorle, \'s-Hertogenbosch (3), Os, Tilburg); van 1 gemeente is het ons onbekend.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in.....66 gemeenten.

Keuring van versch geslachte dieren in ............1 gemeente.

Levende keuring en nood slachting in ............3 gemeenten.

Keuring bij noodslachting in, , . 104 « Keuring en noodslachting in , , 10 « In 123 gemeenten zijn slachters. In 43 gemeenten zijn minstens 68 vilders, 6 vilder-paardenslachters en 13 paardenslachters ; van 2 gemeenten is ons dit onbekend.

Keurmeesters.

In 64 pet. der gemeenten zijn minstens 124 keurmeesters,

-ocr page 131-

101

waaronder in 59 veeartsen, in 19 empiristen en in 2 een veearts of een empirist.

Er zijn in de provincie in 22 gemeenten 22 veeartsen, 2 geneesheer-veeartsen en 5 paardenartsen ; 2 veeartsen kunnen door den aard hunner betrekking niet voor keurmeester in aanmerking komen; in 27 gemeenten zijn 30 empiristen.

In 9 gemeenten zijn veeartsen en empiristen ; in 5 daarvan keurt de veearts (Bergen-op-Zoora, Dintelooi-d, Helmond, Oosterhout, Tilburg), in 3 de empirist (Etten-Leur, Lit en Schijn-del), in 1 wordt niets gekeurd (Fijnaart). lu de 13 overige gemeenten waar veeartsen zijn gevestigd, wordt in 1 niets gekeurd (Os), in 1 keurt een oud-slachter (Breda), in 1 is een attest voldoende (Sambeek), in de overige 10 keurt de veearts. In de 18 overige gemeenten waar empiristen zijn gevestigd, wordt in 5 ni e ts gekeurd (Oudenbosch, Terheiden, Teteringen, Velp, Woensdrecht), in 1 is een vacature (Oud- en Nieuw-Gastel), in 1 is een attest voldoende (Deurne-Liesel), in 2 keuren veeartsen (Hilvarenbeek, Meeuwen) en in 9 empiristen.

Conclusie.

Van de 14 gemeenten waar meer of minder volledig keuring en noodslachting plaats heeft, vallen een groot aantal uit, waar die keuring onvolledig is, niet onder deskundige leiding staat of waar geen verordening bestaat en dus de keuring niet verplichtend is. Er blijven slechts over Dinteloord-Prinsenland, Eindhoven, Halsteren, Helmond en \'s-Hertogen-bosch, maar hiervan valt Halsteren uit, omdat de verordening te wenscheu overlaat en \'s-Hertogenbosch, waar wel een abattoir bestaat, maar, waar blijkens veelvuldige berichten, frauduleuze invoer van slecht vleesch maar al te gemakkelijk is.

Houdt men ook rekening met plaatsen waar keuring bij noodslachting meer hoofdzaak is, dan blijven er 50 gemeenten over, waar geen opmerkingen zijn bijgevoegd, die aan-toonen dat de keuring zoo goed als waardeloos is. Hieronder zijn er 29 tot een veekring behoorende, waar de keuring

-ocr page 132-

102

om de uitgebreidheid van den kring, nog al eens te wen-schen moet overlaten.

Bijzonderheden.

In bijna alle plaatsen der provincie heeft nimmer keuring van varkens plaats en in veel gemeenten, waarvan in het voorafgaande wordt gesproken van keuring bij noodslachting, geschiedt deze alleen wegens besmettelijke ziekten en ook wel met het oog op vervoer per boot, vooral naar Rotterdam.

De gemeente Tilburg schijnt uit een hygiënisch oogpunt veel te wenschen over te laten ; zoo vinden wij van daar aangegeven, dat de velleblooterijen — midden in de stad — veel stank verspreiden en een paar maal werd geconstateerd dat cadavers van dieren, die aan miltvuur hadden geleden, na met petroleum overgoten en half verbrand te zijn, weder werden opgegraven.

Te Almkerk ligt de vilderij aan een wiel, waaruit de ge-heele buurt drinkwater moet krijgen.

Van Willemstad werd in 1891 bericht, dat een koe, na zware verlossing aan hevige koorts lijdende, werd afgemaakt en in een naburige gemeente in consumtie kwam.

In Boxtel werd een koe, aan miltvuur lijdende, goedgekeurd; de eigenaar infecteerde zich en na enkele dagen stierven nog twee andere runderen van denzelfden stal.

Door een empirist wordt medegedeeld dat in een der kleinere gemeenten, waar geen keuring plaats heelt, door hem bij een koe miltvuur werd geconstateerd; toch kwam het vleesch in consumtie, evenals dat van een rund uit denzelfden stal, dat spoedig na het genoemde geval plotseling overleden was.

Nadeelige gevolgen.

In 1876, \'11 en ^78 (zie Verslagen Geneesk. Staatstoezicht van die jaren, blz. 325, 315 en 288) kwamen te Tilburg in het Fraterhuis, met 100 bewoners, en in het liefdegesticht voor vrouwen, met 300 bewoonsters, herhaalde malen, na

-ocr page 133-
-ocr page 134-

AANWIJZING- . Niets wordt gekeurd, aKeuring bij noodslachting □ Keuring van ingevoerd vleesch. oKeuring bij invoer en nood-slachting • Keurinquot;- en noodslachting. a Levende keuring en noodslachting. □ Keuring van gezond geslachte dieren, o Keuring van versch-, ino-evoerd- en toebereid vleesch. r Empirist. r Veearts, o Onbekend of buiten de Provincie gelegen.

-ocr page 135-
-ocr page 136-

103

het gebruik van vleesch. hevige diarrhee voor, die alieen ophield toen men in die gestichten zelf ging slachten. De ziektegevallen werden veroorzaakt door het gebruik van ingevoerd vleesch, afkomstig van gestorven of uit nood geslachte dieren, die \'s nachts in de gemeente werden binnengesmokkeld.

In 1881 kwamen te Zomeren eenige ziektegevallen voor door het gebruik van bedorven vleesch, uit Weerd en Ne-derweerd ingevoerd (zie Yerslag Veeartsenijk. Staatstoezicht 1881, blz. 29).

In 1882 werden te Heesch 200 personen ziek, waarvan circa 80 geneeskundige hulp inriepen en 3 overleden. De ziekte ontstond door gebruik van vleesch, afkomstig van een gestorven kalfkoe, van een gestorven kalf en van een dood geboren kalf, alles tusschen 19 en 27 Augustus.

Ook een paard en een hond, die van de overgebleven soep hadden genuttigd, zijn bezweken. Eenige dagen later kwamen ziektegevallen voor in 2 huisgezinnen, door vleesch afkomstig van een ziek kalf (zie: Rüysch, Epidemie te Heesch, en Verslag Veeartsenijk. Staatstoezicht 1882, blz. 36).

In 1888 werden te Helmond 12 personen ziek na het gebruik van gerookt paardenvleesch (Versl. Geneesk. Staatstoezicht 1888, bl. 309).

In 1891 werden de leden van een gezin te Nistelrode ernstig ziek, zoodat men een tijdlang voor hun leven vreesde, door gebruik van vleesch, afkomstig van een gestorven rund, uit Gelderland ingevoerd.

In de buurt van Schijndel schijnen vóór 1890 talrijke ziektegevallen te zijn voorgekomen na het gebruik van vleesch, afkomstig van een gemest kalf.

Gevallen van infectie door miltvuur zyn in deze provincie talrijk.

-ocr page 137-

LIMBURG.

123 gemeenten met 262199 inwoners, groot 220426.34 hectaren.

Zonder Tbepalingen.

In 88 gemeenten zijn geen bepalingen omtrent keuren, enz. in de verordeningen opgenomen en wel in:

Amby, Amstenrade, Arcen en Velden, Baaxem, Beegden, Beezel, Belfeld, Bergen, Berg en Terblijt, Bingelrade, Booholz, Borgharen, Born, Broek-Sittard, Brunsum, Buggenum, Bunde, Eigels-hoven, Elslo, St.-Geertruide, Geleen, Gennep, Geul, Gratem, Grevenbicht, Gronsveld, Gulpen, Halen, Heel en Panheel, Heit-huizen, Herten, Hoensbroek, Horn, Houtem, Hulsberg, Hunsel, Itteren, Ittervoort, Jabeek, Kadier en Keer, Kerkrade, Kessel, Klimmen, Limbricht, Linne, Maasbraoht, Maasniel, Margraten, Meer, Melik-Herkenbosch, Merkelbeek, Mesch, Montfort, Mook-Middelaar, Munstergeleen, Neer, Neeritter, Meuwenhagen, Nieuw-stad. Noorbeek, Nunhem, St.-Odiliënberg, Ohee en Laak, Oud-Valkenburg, Oud-Vroenhoven, St.-Pieter, Posterholt, Rijkholt, Eoggel, Roosteren, Schaasberg, Schinnen, Schin-op-Geul, Schin-veld, Simpelveld, Slenaken, Stamprooi, Stein, Susteren, Tegelen, Torn, Ubaoh-over-Worms, Urmond, Vaals, Vlodrop, Wijlre, Wij-nandsrade, quot;Wittem.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

-

-

1

500

1000

2000

8000

6000

AANTAL INWONERS PER GEMEENTE.

1500:1000

1 1

2000

3000

5000

7000

Niets wordt gekeurd ....

6quot;

23\'\'

28quot;

4\'

2

2

Keuring bij noodslaohting .

n

7.

12®

3\'

1quot;

quot;

a. te Bingelrade is bij noodslaohting wel een enkelen keer gekeurd door een veearts of een empirist (de burgemeester is voornemens maatregelen te treffen); te Nunhem is een

-ocr page 138-

105

veeverzekering met verplichting (geen gestorven dieren); te Rijkholt bestaat wel een verordening op runderpest van 4 October 1865 ; ook te Mesch bestaan bepalingen uit dien tijd, te Beegden en te Halen wordt bij noodslachting wel eens een attest gevraagd; te Kadier en Keer bestaat wel een verordening, dateerende van vóór 1870, op vervoer van vee; te St.-Odiliënberg is een veeverzekering met verplichting (geen gestorven dieren); te Amstenrade en te Nieuwstad bestaan verordeningen van 1865, op runderpest betrekking hebbende.

door een veearts te. Belfeld (zoo n o o d i g, b ij achterdocht) en te Ohee en Laak ; door een empirist te Neeritter en te Roosteren; op attest te Munstergeleen (bij accijns); door de politie te Merkelbeek (bij a c c ij n s); te Broek-Sittard, waar door een veearts of een empirist wordt gekeurd, bestaat een verordening van 1865, waarschijnlijk op runderpest betrekking hebbende.

te Heel-Panheel en te Hoensbroek zijn verordeningen in bewerking; veeverzekeringen met verplichting (geen gestorven dieren) bestaan te Herten, Limbricht (waar bij aangifte van noodslachting voor accijns soms een attest wordt geöischt) en Melik-Herkenbosch, waar bij noodslachting wel eens door een veearts is gekeurd; te Ubach-over-Worms worden gestorven dieren begraven.

door veeartsen te: Maasbracht, Oud-Vroenhoven (bij aangifte) en St.-Pieter (een enkelen keer); te ürmond en te Kessel door een empirist; op a 11 e s t te ; Born (bij a c c ij n s), Grevenbicht (bij a c c ij n s), Mook-Middelaar en Schinveld; te Brunsum door de politie; te Stamprooi dooiden burgemeester, een wethouder of een raadslid; te Hun-sel door den gemeente-secretaris (hier bestaat een verordening van 1865, op runderpest betrekking hebbende), te Arcen-en-Velden is volgens den burgemeester wel keuring bij noodslachting door een veearts naar keuze, maar de meest nabijzijnde veearts, die te Venlo, verklaart dat hij ééns heeft gekeurd, n.1. in 1890 en toen tot begraven adviseerde, waarvan echter geen notitie werd genomen; te Maasniel is een veeverzekering met verplichting (geen gestorven dieren).

te Susteren (een enkele maal) door een veearts of een empirist; te Heithuizen (waar gestorven dieren worden begraven) door een empirist; te Geleen (bij a c c ij n s) op attest.

-ocr page 139-

106

h. te Bergen op a 11 est (in een gedeelte der gemeente, n.I. te Wel, wordt bij noodslachting geregeld door een veearts gekeurd).

In deze gemeenten zijn 3 veeartsen en 4 empiristen gevestigd.

Als keurmeesters fungeeren in 23 gemeenten 23 personen en wei in 6 gemeenten een veearts, in 5 een empirist, in 2 een veearts of een empirist, in 2 de politie, in 1 een burgemeester, een wethouder of een raadslid, in 1 de gemeente-secretaris, terwijl men in 6 mèt een attest kan volstaan.

In 43 gemeenten zijn slachters, in 4 een worstfabrikant ; in 12 gemeenten zijn minstens 14 vilders, bovendien 1 vil-der-paardenslachter en veel vilder-slachters.

Van 1 gemeente is het ons onbekend of er slachters, van 2 of er vilders zijn.

Met bepalingen.

Bij de 35 overblijvende gemeenten bestaan bepalingen omtrent keuring, enz.; zij zijn opgenomen bij 30 in de alge-meene politieverordening, bij 5 in bijzondere verordeningen.

De inhoud is als volgt: 5 algemeen, 9 algemeen en noodslachting, 9 noodslachting, 3 keuring facultatief, 1 keuring en noodslachting facultatief, met keuring van gestorven dieren, 1 keuring van gezond geslachte dieren, 7 keuring en noodslachting.

Zij zijn vastgesteld of het laatst herzien in : 1859, 1863 (2), 1866, 1867 (3), 1874, 1876, 1877, 1878, 1881, 1882, 1885, 1887 (2), 1888 (3), 1889 (5), 1890 (4), 1891 (3), 1893 (2), terwijl het jaartal van de gemeenten Bemelen en Helden ons onbekend is.

In de gemeente Maastricht bestaat, behalve de verordening op keuring en verkoop van vleesch, gedateerd van 1859, nog een verordening op het slachten en het gebruik van het abattoir van 1856, terwijl té Roermond tevens een verordening van 1886 bestaat op den verkoop en de keuring van paardenvleesch.

-ocr page 140-

107

In ruim 28 pet. der gemeenten is dus de keuring oj) papier meer of minder geregeld.

De toestand in die gemeenten is als volgt:

aantal inwoners per 1 500 1000 2000 3000 5000 7000 10.000 80,000 gemeente. 500 1000 2000 3000 5000 7000 10.000 15.000 40.000

Niels wordt gekeurd 1 Keuring bij n o o d s 1 a e h-

ting......

Keuring en nood-slachting , , . „

lquot; „ „ 3\' 2\' l* 2\' r

«. door een veearts te Broekhuizen en te Wansum; in d e n regel door een veearts te Obbicht-Papenhoven.

6. te Ulestraten door een veearts.

c. door een veearts te: Grubbenvorst, te Meerlo (niet altijd, onderlinge veeverzekering met verplichting), te Stevens-weerd en te Wessem; door een onbevoegd empirist te Meiel en door de politie te Oorsbeek.

d te Eisden is door een veearts éénmaal op aanvrage van den burgemeester gekeurd.

e. door eon veearts te Sevenum (onderlinge veeverzekering met verplichting) en te Z walmen (somtijds, onderlinge vee verzekering met verplichting, maarniet van gestorven dieren).

f. te Helden door een empirist.

g. door een veearts te Horst; door een veearts en de politie te Meersen (varkens worden niet gekeurd; de vilder staat onder controle); te Nederweerd door een onbevoegd empirist (niet al het ingevoerde vleesch wordt gekeurd).

h. door een veearts te Venraai bij aangifte (gezond geslachte paarden en kalveren worden ook gekeurd ; onderlinge veeverzekering met verplichting) en te Sittard (bij a c c ij n s); door een empirist te Maasbree (bij a c c ij n s).

». door een veearts te Echt en te Heerlen (geen keuring bij i n v o e r).

k. door een zadelmaker en een leerlooier te Weerd (g e-b r e k k i g).

I. te Roermond, waar de keuring van versch geslachte dieren

15 3quot;

6c 2e l\'\' 3\'\'

-ocr page 141-

108

slecht wordt genoemd, door een slachter en een veearts (paarden worden door den veearts gek e u r d ; onderlinge veeverzekering met verplichting, maar niet van gestorven dieren); te Venlo, waar een abattoir bestaat dat niet aan de eischen des tijds voldoet, door de politie en bij afwijking of bij noodslachting door een paardenarts.

m. te Maastricht — waar eveneens een abattoir bestaat, waarvan de inrichting te wenschen overlaat — door de politie en door een veearts (varkens worden niet gekeurd; de veearts-keurmeester behoeft slechts cm dag per week aan het abattoir te komen en verder zoo hij geroepen wordt door de politie).

Door minstens 29 personen wordt dus in 25 gemeenten gekeurd en wel door 18 veeartsen, 2 empiristen, 2 onbevoegde empiristen, 4 politie-ambtenaren, 1 slachter, 1 zadelmaker, 1 leei looier.

In 27 gemeenten zijn slachters; in 8 minstens 10 vilders^ waaronder stads-vilders te Maastricht, Roermond en Venlo, 2 vilder-paardenslacliters, G paardenslachters (Maastricht (3), Weerd, Roermond en Stevensweerd), benevens een aantal vilder-slachters. Van één gemeente is bet ons onbekend of er al dan niet een vilder is.

Recapitulatie.

Niets wordt gekeurd in......75 gemeenten.

Keuring bij noodslachting iu. . .38 »

Keur i ng en n o o dslach t i ng in . .10 »

In 70 gemeenten zijn slachters, in 1 een worstfabriek, in 20 minstens 24 vilders, 6 paardenslachters, 3 vilder-paarden-slachters en een groot aantal vilder-slachters. Van 1 gemeente is het ons onbekend of er slachters, van 3 of er vilders zijn.

Keurmeesters.

In de 48 gemeenten waar gekeurd wordt, treden 52 personen als keurmeesters op, waaronder in 24 een veearts, in 7 een empirist, in 2 een veearts of een empirist, terwijl in 6 een attest van een veearts of\' van een empirist voldoende is.

In de provincie zijn in 13 gemeenten 15 veeartsen, waarvan 1 door zijn betrekking niet voor keurmeester in aan-

-ocr page 142-

409

merking kan komen en 3 paardenartsen, terwijl in 9 gemeenten 11 empiristen zjjn.

Alleen te Sittard zija veeartsen en empiristen; de keuring wordt daar verricht door een veearts. In de 12 overige gemeenten, waar veeartsen zijn gevestigd, wordt in 4 niets gekeurd, in 4 keuren een zadelmaker en een leerlooier, in 7 keuren de veeartsen (te Maastricht, Roermond en Venlo, echter slechts gedeeltelijk). In de 8 overige gemeenten, waar alleen empiristen zijn gevestigd, wordt in 2 niets gekeurd, in 1 keurt een veearts, in 1 een onbevoegd empirist, in 3 keuren de empiristen, terwijl in 1 een attest wordt geëischt.

Conclusie.

Van de 10 gemeenten waar meer of minder keuring en noodslachting bestaan, vallen — om redenen hiervóór vermeld, n.1. gebrekkige of onvolledige inrichting of wel het niet staan onder deskundig toezicht — een zevental uit. Overblijven: Echt, waar de keuring van versch geslachte dieren slechts politiemaatregel is; Horst, waar alleen keuring bij noodslachting verplichtend is, maar waar den veearts bij de vaststelling zijner jaarwedde is opgedragen toezicht te houden op het slachten van vee en het keuren van vleesch in de gemeente, en Ulestraten, waar de verordening, vooral wat betreft de keuring bij noodslachting, aan scherpte te wenschen overlaat. In geen der gemeenten mag dus de keuring voldoende worden genoemd. Houden wij rekening met gemeenten waar keuring bij noodslachting hoofdzaak is, dan zijn er 18 waar geen opmerkingen zijn bijgevoegd, die aantoonen dat de keuring zoo scoed als waardeloos is.

O O

Byzouderhedeu.

Evenals in Noord-Brabant, is in Limburg bijna geen sprake van keuring van varkens.

Het abattoir te Maastricht laat veel te wenschen over, zoowel wat betreft de ligging binnen de kom der gemeente, als ook wat de inrichting aangaat. De slachters zijn verplicht aldaar

-ocr page 143-

110

hun vee te slachten, echter met uitzondering van varkens. De vele iu de gemeente verspreide varkensslachterijen zijn een bron van onzindelijkheid en van ongerief voor de buren; wel zijn de keurmeesters volgens de verordening bevoegd de varkens zoowel vóór als na de slachting te keuren, doch feitelijk heeft dit nooit plaats.

Wat het abattoir te Venlo betreft, kan worden gemeld dat het niet aan de eischen des tijcis voldoet, dat de politie er de gewone keuringen verricht en dat het toezicht op den invoer van vleesch onvoldoende is, zoodat een koe met miltvuur, uit Maasbree afkomstig, aldaar werd verkocht.

Uit het verslag van de Gezondheids-commissie te Roermond over 1891 blijkt, dat de toestand der slachtplaatsen in die gemeente zeer treurig is, zoodat zoowel door het bewaren van bloed, ingewanden, enz. op mestvaalten, als door het slachten op veelal niet overdekte en slecht of niet bestrate plaatsen, verontreinigiug van lucht, bodem en drinkwater het noodzakelijk gevolg moet zijn. De paardenslachterij, waar jaarlijks ongeveer 100 paarden worden geslacht, wier vleesch door de deftigste burgers wordt gebruikt, was, wat inrichting en zindelijkheid betreft, in een toestand, dat de Commissie dien moeielijk kan beschrijven. De controle op het vleesch laat zeer veel te wenschen over en maar al te dikwijls heeft invoer plaats van vleesch, afkomstig van uit nood geslachte of reeds gestorven dieren.

De slachter-keurmeester keurt hier ook het vee en het vleesch, voor zijn eigen zaak bestemd. Gelukkig is daarin spoedig verbetering te wachten, immers in het verslag van bedoelde Commissie over 1892 lezen wij: «ook de Roermondsche slacht-«huis-qaaestie is een meer gunstige phase ingetreden. De «Gemeenteraad vulde een reeds geruimen tijd bestaan hebben-ede Raadscommissie voor den bouw van een algemeen slacht-«huis aan. Deze Commissie schijnt haar taak met ernst te «willen aanvatten en houdt zich voorloopig met voorbereidende «onderzoekingen onledig.\'\'

Moge de vleeschkeuriug slecht zijn ingericht, te meer steekt

-ocr page 144-

K

mÊÊÊÊÊmÊSËm

-ocr page 145-

110

hun vee te slacliteu, echter met uitzondering van varkens. De vele iu de gemeente verspreide varkensslachterijen zijn een bron van onzindelijkheid en van ongerief voor de buren; wel zijn de keurmeesters volgens de verordening bevoegd de varkens zoowel vóór als na de slachting te keuren, doch feitelijk heeft dit nooit plaats.

Wat het abattoir te Venlo betreft, kan worden gemeld dat het niet aan de eischen des tijds voldoet, dat de politie er de gewone keuringen verricht en dat het toezicht op den invoer van vleesch onvoldoende is, zoodat een koe met miltvuur, uit Maasbree afkomstig, aldaar werd verkocht.

Uit het verslag van de Gezondheids-commissie te Roermond over 1891 blijkt, dat de toestand der slachtplaatsen in die gemeente zeer treurig is, zoodat zoowel door het bewaren van bloed, ingewanden, enz. op mestvaalten, als door het slachten op veelal niet overdekte en slecht of niet bestrate plaatsen, verontreiniging van lucht, bodem en drinkwater het noodzakelijk gevolg moet zijn. De paardenslachterij, waar jaarlijks ongeveer 100 paarden worden geslacht, wier vleesch door de deftigste burgers wordt gebruikt, was, wat inrichting en zindelijkheid betreft, in een toestand, dat de Commissie dien moeielijk kan beschrijven. De controle op het vleesch laat zeer veel te wenschen over en maar al te dikwijls heeft invoer plaats van vleesch, afkomstig van uit nood geslachte of reeds gestorven dieren.

De slachter-keurmeester keurt hier ook het vee en het vleesch, voor zijn eigen zaak bestemd. Gelukkig is daarin spoedig verbetering te wachten, immers in het verslag van bedoelde Commissie over 1892 lezen wij: «ook de Roermondsche slacht-«huis-quaestie is een meer gunstige phase ingetreden. De «Gemeenteraad vulde een reeds geruimen tijd bestaan hebben-«de Raadijcommissie voor den bouw van een algemeen slacht-«huis aan. Deze Commissie schijnt haar taak met ernst te «willen aanvatten en houdt zich voorloopig met voorbereidende «onderzoekingen onledig.quot;

Moge de vleeschkeuring slecht zijn ingericht, te meer steekt

-ocr page 146-
-ocr page 147-
-ocr page 148-

\'V.rj.V/ \' .V. N

mrnm gt;. •.

■ ■■:

B

SrMS$S

Élsife

raagnrnr

fi:

-ocr page 149-

Ill

de instructie van den gemeente-vilder, vastgesteld 13 December 1863, hierbij gunstig af.

Ook uit Weerd wordt van medische zijde ernstig geklaagd over de slechte wijze waarop de keuring wordt uitgeoefend. Trouwens reeds in het verslag van het Geneeskundig Staatstoezicht over 1872 vinden wij op blz. 206: «te Weerd werd tdoor den Adjunct-Inpecteur aanbevolen beter te letten op «de vleeschkeuriug, want in de hal vond hij vleesch dat in «beginnenden staat van ontbinding verkeerde.quot;

Ziekten.

In Februari 1891 werden te Zomeren verschillende personen ziek door het gebruik van vleesch, afkomstig uit Neder-weerd.

In Januari 1891 kwamen te Roermond verschillende ziektegevallen voor bij schippers, die vleesch hadden gebruikt van een gestorven koe, te Roermond ingevoerd. De slachter werd tot een half jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Een paar jaren geleden werden te Nederweerd personen ziek na het gebruik van vleesch, afkomstig van een in nood geslachte koe uit een naburige gemeente.

ïe Maasbree zijn 2 personen ziek geworden door het gebruik van biefstuk, afkomstig van een aan miltvuur lijdende, in nood geslachte koe; personen die van het vleesch, op andere wijze toebereid, hebben gebruikt, zijn niet ziek geworden, maaide vilder en zijn zoon, die het dier hadden afgemaakt, werden gevaarlijk ziek (pustula maligna).

-ocr page 150-

OVERZICHT van den toestand de

Aantal gemeenten ZONDER

bepalingen op het pünt van keüking.

Aantal gemeenten MET bepalingen

I

Keuring bij invoer van versch vleesch.

P E 0 V.I N C IE.

Keuring bij

nood-slachting.

Keuring en nood-slachting.

Keuring

Wj

nood-slachting.

Keuring van

versch geslachte

Xiet wordt gekeurd.

wordt gekeurd.

Totaal.

Keuring van

versch-, toebereid ■ en

, ingevoerd dieren. | vleesch.

I

17 1

6 17 23 7 66 62 34 46 65

7 2 1

3

9

»

20 10

6 20 23

24 3 7 20 32 7 86 72 42 66 88

11

7

14 12 31 33

15 42 15 21 10

20 24 11 23 37 26 19 57 19 84 15

343

101

447

214

335

Groningen Friesland Drente. , Overijsel . Gelderland Utrecht . Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland . Noord-Brabant Limburg . .

in Nederland

30.5

9.00

0.26

39.8

19.05

29.83

0.089 : 0.356

0.089

Percentsgewijze berekend naar het aantal gemeen ten in Nederland

-ocr page 151-

keuringen in de verschillende provinciëi\\.

-ocr page 152-

KORTE INHOUD der bestaande bepalingen.

biD

.s

O

•73 O O fl

fl

agt;

«4-1

.0

c3 -4-3

O .cö

«4-»

bc tff \'S

lt;D bad

#agt;

ci

| -4-3

3

O

.s

ü 0w

03

O O fl

fl

4gt;

fcc c \'S

ES

O

w

fcJD C

s |

1 |

rH quot;te

: ?

0) cg

\'-P ^

3 tt)

3 .S

Ü tl

=2 g M

fl

0) gt;

ci b bi) O

Ö

lt;D

amp;J)

.9

X

o

\'m 13 O O

J2;

tUD

c

• rH

-4-3

O cS

o

O ff

bc

.3

2

O ci \'w

O O ff

ff

Oquot;

bc

.s

3

«D

o gt;

O O

lt;©

rff

O

C

O

.s

O

ff

K

3

O

s

O

bc quot;ei

-4-3

C

cS

lt;3

fC

\'S

3

lt;D

G

O) gt;

03 O O Ö

fl

O

fc£ .5

S

0)

O

ff

O gt;

bc ff

P

0

-4-3 ri4 tl cö

gt;

«D

c

cö gt;

bl

*c p

o

o» bi.

fl

o

gt;

f-i

W

PROVINCIE.

O

bD ff

\'C

®

bo c

b£gt; P

lt;D

M

fl

gt;

bD

.S \'t

lt;D

bc

c

p

O

w

O Kgt;

ra

c

®

O XI

a o

bc

fl

-4-3

O

C3

co

ff

ns

O

O

O

c

s

C

agt;

r*

bc

O

fl

0)

O)

2

lt;D

bc

bc

lt;D

rO

a

lt;D

! 20 8

4 6

22 36 22 20 3 10

5

2 1 2 3 2

2

»

7 10 1

1 10

1 3 6

34 24 3 4 25 40

|

14 30

1 156 18

13

65

126

Groningen Friesland . Drente. . . Overijsel . . Gelderland . Utrecht . . Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland . . Noord-Brabant . Limburg . . .

in Nederland

fj

jj

n

2

ii

v

7

33

n

n

1

ff

1

fi

10

39

v

n

n

»

ii

n

14

27

n

n

2

ii

fi

ii

1 17

40

n

1 quot;

12

10

n

n

12

84

n

n

n

ii

ii

7

65

1

n

2

2

2

1

7

48

)7

n

1

4

fi

ti

25

118

»

1

2

ii

1

n

39

67

n

2

2

fi

fi

36

118

n

n

li

V

1

»

7

35

1

3

20

1

20

i

5

1

1 187 674

-ocr page 153-

STAAT van do jaren waarin de GeincGnte-verordenin

O

liet laatst vastgesteld, herzien of o

AANTAL GEMEENTEN, WAARVAN DE VERORDENINGEN ZIJN VASTGESTELD, HER

PROVINCIE.

18..

55

50

59

60

61

62

68 64

65 66

67

72

73

74

75

76 77

69 70

Groningen . Friesland . . Drente. . . Overijsel , . Gelderland . Utrecht . Noord-Holland Zuid-Holland. Zeeland . . Noord-Brabant Limburg .

2 4

2 „

in UTederland

10

-ocr page 154-

Q, welke bepalingen omtrent keuring bevatten, Lenw geldig zijn verklaard.

OF HET LAATST GELDIG VERKLAARD IN

1 Totaal

dier gemeenten.

q 2 w

m

w

pq »

o

vA lt;

Aantal gemeenten ZONDER bepalingen.

tal gemeenten j

Nederland,

80

81

82

83

84

85

86

87

88

89 ; 90

i

91

92

93

p5

lt;5

a la

O

n

n

1

1

1

n

2

4

2

8

3

4

2

»

33

11

24

5?

ii

2

2

1

1

2

3

16

3

1

3

!)

1

n

37

3

3

43

2

n

n

2

1

»

1

7

4

2

2

1

11

ii

27

»

7

34

1

6

4

4

1

2

»

7

2

n

4

2

n

39

2

20

«1

»

3

11

1

3

1

»

1

8

20

11

7

3

i

81

3

32

11«

i!

n

»

»

»

»

n

8

2

8

8

23

7

»

65

»

7

»8

»

1

1

2

1

1

9

5

10

4

9

1

i

48

86

131

2

4

4

3

2

1

5

20

21

14

10

n

»

2

118

72

190

2

3

2

3

1

1

1

n

2

10

7

2

1

2

67

n

42

109

1

1

19

27

2

4

2

6

8

26

12

1

5

»

117

1

66

181

r

1

1

»

n

1

i!

2

8

5

4

3

n

2

33

2

88

183

8

21

45

44

12

13

15

73

65

106

64

54

\\ 22

8

665

11

447

1183

-ocr page 155-

OVERZICHT van slachterijen

U

Gelderland.

Overijsel.

Drente.

Friesland,

Groningen.

PROVINCIE.

116

61

34

43

57

Aantal Gemeenten.

s .

a ?

I g3

fl ^3

lt;D CÖ

® Ph

O) ^

O

quot; c

rh o

g w)

-M w

fl ^

O» c3

® Ph

a ^

O

«i § _ bc fl G

o» .3

4- —\' fl ^ O PH

O CD ®

O

^ fl

ö ^

g amp;c

-M G

C ^

O) c3

2 ^

O» ^

O

B S

11?

fl ^3 OJ o3

2 ^ a ®

o ^

^5

!3

ffl a -

fciD 0) fcX)

•S

quot;■« i \'=3

® g o

^ ö

o

fl W)

(D G

-tJ ^

S 03

S ft

2 ®

B -o

0?

O

a

lt;

lt;

H O

H

H

H O

H

h)

lt;5 *lt;

H O

eh

hJ

-J!

H

O

H

_, bC

G c lt;d .g -m gt;-2

G =? ® PH

O) c

a-0

0)

O

H O

H

fl £ 0) Pi

Q 0)

a-0

®

O

lt;D -Q

O

59

77 28

41 74

77

77 28

56 92

18

40

!)

35

36

71

34

20 22

77

13

6

18 4 1

21 35 2

3 3

14 3 1

17

29 2

3 3

39 1 8

13 52 1 7 10

38 1 8

11 49 1 7

9

17

5

24

41 5 3

27

47

»

10 11

15

18

24

28

»

14

6

21

39

77 10 7

SLACHTEES.

Aantal gemeenten waar slachters zijn . n n „ dit onbekend is .

„ worstfabrieken en exportslachterijen

VILDERS, ENZ.

Aantal gemeenten waar vilders zijn . . „ vilders in die gemeenten . . . „ gemeenten waar dit onbekend is „ vilder-paardenslachters . . . „ paardenslachters......

ABATTOIRS.

Aantal gemeenten waar een abattoir is .

-ocr page 156-

worstfabrieken, vilderijen, enz.

N.-Holland.

Z.-Hollaku.

Zeeland.

N.-Beabant.

Limbürg.

NEDERLAND.

134

109

190

184

123

1123

a

O -M fl \'

0) ru

O ö

S |

© ÏH

c8

G §

S-SjI SS

^ cS .S

ö O

~ s

e 0 S bc ® C fl ^3 ! cj cö , 2 ^ s .s

aj O

a

a — bJD C 2 o .S

C 5

O A

agt; agt;

s-0

ogt;

O

a

r- ©

S SC

a

fi a

® «

i ® O

a p

® bc C

s Eh Ö ®

O) quot;

C5

lt;!

EH

O

En

«1

H O

H

Totaal.

H O

fi s ® Ph

® O

a-0

O

C5

O 2 ft S O S ^ O

O

s

S:

fl

fl

agt;

lt;D

O

bc

n

-M

J-l

• fH

OJ

c3

PH

PH

0)

a

O

O

H

O

El

27 2

50 4

77 6

35

59

39

39

87 2

126 2 3

132 194 1 3 8

80

123

43 1 1

12 14 2 1

98

43

27

70 1 1

20 24 3 3 6

744

19 81

454 868

20 57 80

66.25 1.69 7.2

40.42 77.29 1.78 5.07 7.12

0.44

38 100 1

4 2

31 C9

28

128 »

3 18

47 57 1 2

21 31 10 4 1

32 51 1 3 10

59 197

!! 3 19

85

137

»

1

8

13 21 7 4 1

11 17 1

43 68 2 6 13

10

10 1

2 6

-ocr page 157-
-ocr page 158-

aten naar het aantal inwoners.

UTEECHT.

NOORD-HOLLAND.

ZUID-HOLLAND.

ZEELAND.

NOORD-BRABANT.

LIMBURG.

1».

zonder

met

zonder

met

zonder

wet

zonder

met

zonder

met

zonder

met

zonder

met

bepalingen

bepalingen

bepalingen

bepalingen

bepalingen

bepalingen

bepalingen

__

i-4 -lt;

niet j

niet

niet I

1

niet j

§

1

^ 1

quot; |

niet j

5^

niet

niet

s j

i

1?

lt;^gt; | ~ 1

•15 |

amp;

H O H

gekeurd.

gekeurd.

gekeurd.

gekeurd.

gekeurd.

gekeurd.

geke

urd.

2 j

n

5

n

2

2

i

11

1

3

1

3

n

1

I

2

1

4

11

1

2

6

» i

1

»

21

3

12

5

2

n

12

4

10

j

11

5

13

1

12

8

16

2

5

13

18

i

7

15

23

7

1

4 1

92

16

43

52

203

2

n

11

11

32

8

8

3

26

5

9

18

13

4

3

21

21

10

4

24

28

12

5

6 1

137

44

50

97

388

ï)

n

4

7

10

2

9

5

14

ii

8

15

4

ii

4

10

4

6

5

19

4

8

8

2

47

17

57

79

soo

n

n

1

6

4

o

3

4

3

1

9

21

»

2

»

2

2

1

3

22

2

1

11

4

24

13

34

97

108

1

n

ii

2

2

1

2

4

n

2

1

3

71

ii

1

2

1

2

n

6

2

11

11

5

16

7

10

46

79

n

«

ii

11

11

n

n

1

2

ii

11

1

11

ii

71

1

»

1

1

3

11

11

11

1

4

1

7

30

13

n

n

ii

11

11

ii

ii

2

ïj

ii

11

3

11

ii

11

1

»

11

ii

3

11

11

n

2

2

2

1

23

38

n

n

ii

1

11

1

1

1

11

ii

11

2

n

ii

11

1

»

11

ii

ii

11

11

ii

quot;

»

1

1

11

13

n

ii

71

11

11

ii

ii

2

11

ii

11

2

ii

ii

r

ii

11

11

77

2

11

11

♦j

n

!)

n

8

8

rgt;

ii

11

11

11

n

ii

n

11

ii

11

1

ii

7)

ii

ii

11

11

11

1

11

77

ii

1

tj

n

1!

5

S

n

n

11

11

11

ii

ii

ii

1

ii

n

n

ii

n

ii

ii

11

11

11

ii

11

11

ii

11

1

»

n

1

3

n

ii

11

11

11

ii

ii

1

11

ii

ii

»

ii

ii

ii

ii

11

11

11

ii

11

11

ii

11

n

»

n

2

2

n

ii

11

1

11

ii

ii

ii

n

ii

ii

»

ii

ii

ii

ii

11

11

11

ii

11

11

ii

11

1!

jj

«

1

1

ffgt;

ii

11

11

11

ii

ii

i »

ii

ii

ii

1

ii

n

ii

ii

11

11

11

ii

11

11

ii

11

n

n

!gt;

1

1

n

ii

11

1

11

ii

ii

1

:i

i quot;

ii

1

ii

ii

ii

ii

11

n

11

77

11

11

ii

11

n

n

I!

2

3

7

1 33

1 82

66

20

\' 18

1

■ 30

62

1 10

42

76

34

8

15

1 52

45

21

21

97

65

23

10

25

344

104

215

460

ii3a

■--

\\

7

65

*6

48

72

118

42

67

66

118

88

35

«8

B75

---^---\'

72

134

j 190

109

184

123

-

-ocr page 159-

OVERZICHT van liet aantal beschikbare keurmeesters.

GEKEURD WORDT IN:

VEEARTS.

EMPIRIST.

©

f—i ^ i;

-te s c C o

ci -*-» •!»

a

. fH O

Ph bE

s

c8 ^ ö :

_•

® a

JS ®

« o

M

M lt;

H

£ lt;

lt;1

cc

^ S \'s\'

£ ei 5 W

- O Q) gt;- gt;

lt;D

.sp \'r3 n a o s

O

O ^

O

a

—. O cS -1^

S

S xi ts ®

lt; s

lt;D SC

PROVINCIE

X ö

c8 ®

O ©

g s

gt; O

O g ^

lt; .3

® a

\'O ffl

a ~

o 3s

O gt;-

ft u

a

0)

cS .s

® w

m \'S.

oo ^ \'PH^Q

cS

O ®

gt;

O O ö

®

O ® O

P 0

s

0) O

O

Groningen . Friesland Drente Overijsel . Gelderland . Utrecht . Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland . Noord-Brabant Limburg .

18

20 10 10

33 8

16

34 15 22 13

22 23 11 15 39 29 29 55 15 29 18

19 4

2 26 23 7 18 23 18 27 9

22 4 2 31 28 9 20 24 18 30 11

29 34 14

31 62

32 50 86 60

118 48

11

15 9

10 37

16 13 41 10 59 24

18 29 5 15 21 17 41 56 55 44 19

8 7 2 11

5

6 19

7

34

JS »5 «iS 103 73 134 33

285(1)

199

176

564(3)

199

245

73

19

320

out

17,7

15,67

50,2

in Xeilorland . . .

Percentsgewijze berekend naar het aantal gemeenten in Nederland

O) Hierbij zijn niet gerekend de veeartsen, die in Juli 1893 zijn aangesteld en die voor het meerendeel slechts tijdelijke standplaatsen hebben. (-) Bovendien is van 2 gemeenten niets bekend.

-ocr page 160-

Gr. STAAT der in het verslag aangegeven ziekten, ontstaan na het gebruik van vleesch.

PROVINCIE.

AANTAL GEMEENTEN WAAK ZIEKTEGEVALLEN VOORKWAMEN

18..

IN

gt;i lt;

lt; H

52

59

67

69

72

74

76

77

78

79

80

81

82

83

84

86

87

88

89

90

91

92

93

tH

Groningen . . .

»

ii

ii

n

1

1

ii

ii

11

ii

ii

1

1

1

11

1

n

1

»

11

1

4

ii

12

Friesland ....

n

ii

1

ii

11

r

ii

11

ii

2

n

1

11

11

a

j?

1

2

11

1

11

n

8

Drente.....

»

n

ii

n

ii

ii

ii

n

»

ii

ii

n

11

11

n

ji

n

11

11

11

n

»

Overijsel ....

n

1

ii

1

11

ii

ii

1

ii

n

1

ii

ii

11

11

1

n

jj

j?

11

11

11

11

5

Gelderland . . .

n

ii

n

n

11

ii

ii

n

ii

ii

n

Y!

ii

1

11

4

ij

2

1

3

1

11

1

13

Utrecht ....

i

ii

ii

ii

11

1

ii

ii

li

ii

ii

11

ii

)1

1

»

1

1

3

1

11

11

quot;

9

Noord-Holland . .

n

n

n

ii

11

li

ii

ii

ii

n

1

11

ii

11

1

1

??

n

2

1

1

n

..

7

Zuid-Holland.

n

ii

r

ii

1

1

ii

1

li

1

ii

11

ii

2

«

»

??

2

2

1

1

i

ii

13

Zeeland ....

n

n

n

ii

11

7

ii

ii

1

li

(

n

11

i

1

1

6

1

4

2

11

ii

ii

24

Noord-Brabant .

n

ii

n

n

11

ii

1

1

1

K

ii

1

2

11

n

i?

i)

1

11

r

1

ii

8

Limburg ....

11

ii

ii

ii

11

ii

ii

»

11

n

ii

u

11

11

r

n

»

i)

11

4

ii

4

1

1

1

i

2

10

1

3

2

1

4

2

5

5

2

8

7

9

00 rH

10

5

i

103

-ocr page 161-

ABATTOIRS (Volgens Th. Risch, 1866)

GEMEENTEN.

Aantal

inwoners.

Hamburg ........

180.000

Gent..........

120.000

Brussel ■.......

240.000

Parijs (4 abattoirs).....

1700.000

Edinburg........

170.000

Glasgow........

395.000

Leith . . ......

35.000

Versailles........

42.000

Rouaan ........

106.000

Lyon (2 abattoirs) .....

820.000

Marseille.......

260.000

Milaan.........

296.000

Weenen (2 abattoirs) ...

578.000

Munchen (3 abattoirs) . . .

180.000

Augsburg (2 abattoirs) . , .

47.000

Zurich ........

20.000

Bazel........

40.000

Stuttgart........

50.000

Neurenberg (2 abattoirs) . . .

63.000

Leipzig......

80.000

Aantal

geslachte

Rentabiliteit.

diehen.

51.305

5%

van het aanlegkapitaal.

38.000

7%

li

80.678

20%

1674.127

10%

150.268

klein saldo.

191.536

id.

31.805

klein te kort.

40.591

8%

49.1t57

10%

357 251

10%

327.953

h-L

o)

o

69.000

6%

107.2021)

2%

56.011

geen rente.

59.6quot;0

28%

17.551

verlies.

13.300

?

74.200

geen rente

9„7551)

?

18.454

?


^ In deze abattoirs wordt alleen groot vee geslacht.

-ocr page 162-

ABATTOIRS.

C a gt; o

Aantal

inwoners,

Oprichtings

GEMEENTEN.

Ontvangsten.

Uitgaven.

Saldo.

Opmerkingen,

kosten.

Iserlohn

Göttingen

Osnabruck

Mühlheim

Boohum

Liegnitz

Bazel

Dusseldorf Straatsburg Genua . Mechelen Brugge . Nivelles. Ostende Iperen . Huy. . Doornik Arlon .

1879 1888 1888 1881

1878

I 1880

I 1877

1880

I 1880

I

I ?

i 1890 ; 1893 1893 1893 1893 1893

9

17.000 ?

36.000 21.600 29.000 31.000 52.000 80.700 100.000 12.800 39.000 45.000 j 10.000 17.000 15.500 12.000 32.000 7.000

118.500 Mk.

222.437 „

295.432 „

114.375 „

228.000 „

188.600 „

480.000 „

460.826 „

257.598 „

320.000 „

325.000 Fr.

294.000 „

48.241 „

80.000 „ i)

92.887 „

100.000 „

160.000 „

50.000 „ !)

14.201 Mk. 28.443 „

38.318 „

7.361 „

19.629 „

17.788 „

38.792 „

50.953 „

47.500 „

40.000 „

42.023 Fr.

21.228 „

3.700 „

12.264 „

11.000 „

10.000 „

29.300 „

11.500 „

14.201 Mk,

27.531 „

32.662 „

7.361 „

7.272 „

17,707 „

29,728 „

: 48.360 „

14.000 „

12.800 „

i 15.180 Fr.

21.456 „

3.722 „

12,000 „

8.883 „

: lo.ooo „

i 15,300 „

77

! 4.500 „

912 Mk,

5,650 „

■?

12.357 „ 81 „ 9,064 „ 2.593 ,. : 33.500 27.200 „ 26.843 Fr,

!

klein verlies, id, 264 Fr.

I 2,117 „

?

14,000 „

7.000 „

bij uitgaven reeds berekend 5 pet. rente en 1 pet, aflossing, id, 11,814 Mk, voor intrest en amortisatie, id, 16.367 „ id. id.

id. 2.300 „ id, id.

bij uitgaven is reeds rente en aflossing berekend,

id, is 4Y3 pet. rente en 1 pot, aflossing berekend, id. 4Y2 pet, rente 25.327 Mk. gereserveerd voor rente en aflossing.

bij uitgaven 12.152 Fr. voor rente en aflossing,

id, rente en aflossing, id, id,

id, 5 pet. rente,

id, 4 pet. rente.

id, 5 pet. rente,

id, 5 pot, rente.

1) Zonder terrein.

-ocr page 163-
-ocr page 164-

OVERZICHT OVER HET GEHEELE LAND,

Dit overzicht kan kort zijn.

In achterstaande tabellen is getracht de verschillende gegevens zooveel mogelijk bijeen te voegen.

Uit staat A blijkt, dat er van de 1123 gemeenten slechts 2 zijn, waarmede in dit rapport in het geheel geen rekening is gehouden, daar er te weinig van bekend was.

In 674 gemeenten zijn bepalingen omtrent keuring in de bestaande verordeningen opgenomen, maar in \'214, d. i. in 31.7 pet. wordt niets gekeurd. In de 447 gemeenten zonder bepalingen heeft keuring plaats in 104, d. i. in 23.2 pet.

Vergelijken wij deze cijfers, dan is het verschil niet zoo bijzonder groot en zou men bijna geneigd zijn te zeggen, dat het er weinig op aankomt of er al dan niet voorschriften omtrent keuring in de gemeenteverordeningen zijn opgenomen. Men mag hierbij echter niet over het hoofd zien, dat in de gemeenten, waar geen bepalingen bestaan, in den regel ook overtredingen niet strafbaar zullen zijn, voor zooverre zij ten minste niet zondigen tegen de artt: 174, 175 en 330 van het wetboek van strafrecht.

Daarbij komt nog, dat — zooals uit staat C blijkt — van 665 gemeenten, van welke de datum van vaststelling of laatste herziening der verordening bekend is, er 346 zijn waar die bepalingen dateeren van vóór 1888, en dat dus — rekening houdende met hetgeen hieromtrent op blz. 13 reeds is gezegd —■ vele daarvan toch niet meer rechtsgeldig zijn en zij dus gelijkgesteld kunnen worden met gemeenten waar geen bepalingen bestaan, voor zoover ten minste het publiek, door het vasthouden aan de traditie, b. v. het doen van aangifte bij sterven, de keuring niet zelf uitlokt.

8

-ocr page 165-

114

Staat 1{ geeft een overzicht van den korten inhoud c bestaande bepalingen op het punt van keuring. Voor zc ver gekeurd wordt, bepaalt dit zich in hoofdzaak tot keuri bij noodslachting en houdt het volstrekt geen verband met d inhoud der bestaande bepalingen, die in staat 1{ zijn aa gegeven. Daar blijkt b. v., dat in \'187 gemeenten keuri van versch- en in nood geslachte dieren is voorgeschrevc terwijl uit staat A volgt, dat deze slechts plaats heeft 1Ü2 gemeenten en daarvan slechts in 15 voldoende ra worden genoemd.

Werden, bij den bestaanden toestand, de keuringen behoc lijk verricht, dan waren de cijfers niet zoo erg ongunst: daar toch in nagenoeg 50 pet. der gemeenten meer of mi der wordt gekeurd.

Het onderzoek heeft echter aan het licht gebracht, c op een groot aantal plaatsen de keuring zeer veel te we schen overlaat. Deze mag slechts voldoende worden genoen wat betreft keuring van versch en van in nood geslachte di ren, in 15 gemeenten en in 141 gemeenten bij noodslachtin zijnde resp. 1.33 en 12.5 pet. van het geheele aantal gemee ten in het land. En zelfs deze cijfers zijn nog te hoog, wa bij persoonlijk onderzoek bleek ons — ook na het opmak dezer statistiek — herhaalde malen, dat enkele veearts verzuimd hadden opmerkingen aan te geven, die de waar der keuring zeer doen verminderen; bovendien mag m uit het oog worden verloren, dat in dit rapport nageno alle gemeenten, tot een veekring behoorende, als voldoen (wat de keuring betreft) zijn aangenomen, wat in werli lijkheid toch onmogelijk het geval kan zijn, daar vele d: veekringen daartoe te uitgebreid zijn.

Vragen wij ons af of keuring noodig is, dan geeft sta 1) ons daaromtrent antwoord. In 744 gemeenten zijn slac ters, er wordt dus z. g. n. gezond vee geslacht. Bovendi zijn er nog een aantal gemeenten waar varkensslachtt hun beroep uitoefenen, maar in de streken, waar van 1: keuren van varkens toch nimmer sprake is — zooals

-ocr page 166-

115

een groot gedeelte van Limburg en Noord-Brabant — hebben velen gemeend dat opgave daarvan niet noodig was. Onder die 744 gemeenten zijn er 257, waar zelfs geen bepalingen omtrent keuring bestaan. In 81 gemeenten zijn exportslachteryen of worstfabrieken (bet aantal is echter veel grooter) en daaronder 5 waarin geen bepalingen bestaan, terwijl in onderscheidene niets wordt gekeurd.

In 454 gemeenten zijn minstens 8Ö8 vilders, maar, zooals op blz. 16 reeds werd aangegeven, is ook dit aantal veel grooter, te meer daar het soms zoo moeielijk is voor kleinere gemeenten een scherpe grens te trekken tusschen slachter en vilder. Er zijn minstens 57 vilder-paardenslachters en 80 paardenslachters; van de laatste zijn er o. a. in 9 gemeenten waar geen bepalingen bestaan. Hoe noodig het toezicht ook op die inrichtingen is, zal later meer uitvoerig worden aangetoond.

Staat E doet o. a. zien, dat in ons land 62 gemeenten zijn met een zielental boven de 10.000; indien men let op hetgeen dienaangaande in het buitenland bestaat, moesten deze gemeenten van een abattoir zyn voorzien, maar slechts in 5 gemeenten is dit het geval.

Uit staat F zien wij, dat de 285 personen, die het radicaal van veearts bezitten, over 199 gemeenten zijn verspreid, Onder deze personen zijn er minstens 21, die nimmer voor keurmeester in aanmerking kunnen komen, waarvoor echter nog eeuige veeartsen kunnen invallen, die in 1893 hun diploma verkregen en die nog geen vaste standplaats hebben; daarmede kon in dit rapport geen rekening worden gehouden.

Door veeartsen wordt gekeurd in 245 gemeenten.

Er zijn 199 empiristen in 176 gemeenten en slechts in 73 gemeenten wordt door hen gekeurd.

Bovendien zijn er 19 gemeenten waar een veearts of een empirist de keuring verricht.

Zeker blijkt uit dien staat, dat lang niet altijd van de beschikbare krachten gebruik wordt gemaakt, want van de

-ocr page 167-

116

661 keurmeesters in ons land zyn er 320 d. i. 48.5 p niet-deskundigen.

Staat G behoeft, in verband met het vervolg, geen nad( toelichting.

Wat moet worden gekeurd en hoe dient de keuring plaats te hebben?

Uitsluitend keuring van het levende dier is ouvoldoem daar bij schijnbaar gezonde dieren verschillende ziekten, ( tot afkeuring moeten leiden, niet worden opgemerkt.

De keuring na bet slachten is de hoofdzaak; deze mc plaats hebben op een tijd, dat de ingewanden niet alle nog aanwezig zijn, maar dat de keurmeester zich kan ovt tuigen, dat de hem getoonde ingewanden werkelijk die v het te keuren dier zijn. Het kenmerk bij de levende keurii aangebracht, b. v. een plombeerlood, moet nog aan het g slachte dier aanwezig zijn. Bij goedkeuring moet dit verschillende plaatsen worden gestempeld.

Geen vleesch van in nood geslachte of van gestorven dier mag ongekeurd in consumtie komen ; bij die keuring moet alle ingewanden — zooveel mogelijk nog door de natuurlij hechtmiddelen bevestigd — aanwezig zijn.

De talrijke gevallen van ziekten bij den mensch, zoo£ die, op zeer groote schaal, in het buitenland zoo menigma waargenomen en waarvan helaas ook in ons land talrij voorbeelden zijn (zie staat G), treden in den regel op na h gebruik van vleesch, afkomstig van uit nood geslachte of g storven dieren.

Men mag niet uit het oog verliezen, dat er verschillen gevallen zijn, waarin z. g. n. uit nood wordt geslacht. lemai laat een dier slachten, indien het aan een ziekte lijdt waarmei waarschijnlijk het leven is gemoeid ; men doet dit om h uitbloeden te bevorderen en de waarde van het vleesch verhoogen. Maar het tijdstip, waarop de slachting plaa

-ocr page 168-

117

heeft, is zeer verschillend; men stelt het slachten meermalen uit tot het dier reeds stervende is, of wel men wacht tot het oogenblik waarop het den laatsten adem uitblaast, maar ook slacht men het soms zoo spoedig mogelijk af, nadat dit laatste is bemerkt. In al die gevallen heeft het uitbloeden niet meer zoo volkomen, in het laatste geval eigenlijk in het geheel niet plaats, maar de schijn wordt eenigszins gered, daar het dier, ten minste voor niet-deskundigen, veelal niet het voorkomen heeft van gestorven te zijo. Ook bij enkele chronische kwalen, waar het vooruitzicht op spoedige genezing gering is en waar de voedingstoestand der dieren minder wordt, gaat men tot slachten over. Steeds heeft men toch eigenlijk met zieke dieren te doen en is keuring dus dringend noodzakelijk.

Juist in die gevallen hebben de meeste afkeuringen plaats, gelijk blijkt uit onderstaande statistiek. In Baden werden in de jaren 1888—1891 op 1000 dieren afgekeurd;

Gewone slachting Bij noods 1 achting.

Grootvee .... 1,6......128,0

Kalveren .... 0,4............4,9

Schapen .... 0,2......20,2

Geiten .... 0,8......72,5

Varkens .... 0,3......63,4

Paarden .... 14,2......44,4

Invoer van vleesch mag niet worden toegestaan dan bij heele of halve dieren, met enkele der daarbij beboerende ingewanden, nog door de natuurlijke hechtmiddelen bevestigd, In kleinere stukken voor vleeschverkoopers ingevoerd, moet uit de daarop aangebrachte keurstempels blijken, dat het vleesch bij uitvoer behoorlijk is gekeurd door een deskundige, of wel afkomstig is van een reeds gekeurd dier.

Keuring van toebereide vleeschsoorten zou voor rookvleesch, spek, ham, enz. kunnen geschieden door stempelen vóórdat de toebereiding plaats heeft. Toch ontmoet men hier verschillende bezwaren, die echter gedeeltelijk uit den weg kunnen worden geruimd, b. v. indien het maken van worst.

-ocr page 169-

118

zult, enz. alleen in abattoirs, onder toeziclit werd toegestaan.

Aan den keurmeester moet het toezicht zijn opgedragen over slachterijen, hallen, vleesch- en spekwinkels.

Scherpe keuring in een gemeente is alleen mogelijk in een abattoir, mits uitsluitend aldaar mag worden geslacht; al het ingevoerde vleesch moet er ter keuring worden gebracht. Daar alleen is het mogelijk, nadat de dieren levend zijn gekeurd, een behoorlijke keuring van het geslachte dier te verrichten, en wel op een tijd, dat van verwisseling dei-ingewanden geen sprake kan zijn; aldaar staan de slachters voortdurend onder controle van het personeel, maar ook daar alleen controleeren zij elkander voortdurend.

Alles wat afgekeurd wordt, behoeft daarom nog niet te worden begraven of verbrand; een gedeelte kan — wanneer het als voedsel voor den mensch onbruikbaar is gemaakt — dienen voor honden- of varkensvoedsel. Het is echter verkeerd om toe te staan, dat gestorven dieren zonder keuring voor dat doel worden gebruikt, daar men dan den weg voor fraude openlaat en men niet meer weet in welke magen dergelijk vleesch terecht komt, hetzij als zoodanig, hetzij in den vorm van worst of na andere toebereidingen te hebben ondergaan.

Voor industriëele doeleinden kunnen gestorven dieren (zoo zij aan geen besmettelijke ziekte hebben geledén) en afgekeurd vleesch altijd worden gebruikt, mits de bewerking onder de noodige controle plaats heeft. Voor het fabriekmatig verwerken van dergelijk vleesch en ook van cadavers van dieren, aan besmettelijke ziekten gestorven, ter bereiding van vet, lijm en mestpoeder, verdienen de sterilisatenr-dessic-cateur van De la Croix en het systeem Podewils aanbeveling.

Vleesch van tuberculeuse dieren, trichineus vleesch of dat bezet met finnen — in een toestand verkeerende waarin het voor de gewone consumtie moet woi-den afgekeurd — kon b. v. in den desinfector van Rohrbeck of in den BEOKER\'schen toestel zoo worden toebereid, dat het volkomen onschadelijk is.

Waar dergelijke toestellen niet aanwezig zijn, is het wen-

-ocr page 170-

119

schelijk om inrichtingen, waai- afval wordt bewerkt, als vetsmelterijen, fabrieken voor bloedbereiding, lijmkokeryen, darm- en huidenzouterijen, enz. aan of in de omgeving der abattoirs te houden, ten einde bodem-, water- en luelitbe-derf in de gemeente zooveel mogelijk tegen te gaan.

Bij e en eventueel in te stellen rijkskeuring is het noodis: dat alle te slachten dieren en ook al het vleeschaan keuring worden onderworpen, zoodat geen vieesch in den handel kan komen, hetzij afkomstig van z. g. n. gezond geslachte, hetzij van gestorven of in nood geslachte dieren, dat niet behoorlijk is gekeurd.

Mochten daartegen onverhoopt onoverkomelijke bezwaren bestaan, dan is het, met het oog op de volksgezondheid en de volkswelvaart, dringend noodzake 1 ij k, dat van Rijkswege gewaakt worde tegen het in omloop brengen van ongekeurd vieesch, afkomstig van gestorven of van in nood geslachte dieren, waarin zeker het grootste gevaar schuilt. Aan de gemeentebesturen zij het dan overgelaten ook de z. g. n. gezond te slachten dieren aan een keuring te onderwerpen.

Slechte toepassing der bestaande verordeningen.

Hierover kannen wij zeer kort zijn, daar staat A ons reeds doet zien hoe van de 674 gemeenten in ons land, waar bepalingen omtrent het punt van keuring bestaan, in 214 niets wordt gekeurd.

In een derde dier gemeenten worden dus de bepalingen volstrekt niet gehandhaafd en hoe het met de toepassing in de overige is, blijkt uit denzelfden staat, waar wij zien dat, terwijl in het geheele land in 564 gemeenten meer of minder wordt gekeurd, toch slechts in 156, zijnde klein een derde gedeelte, die keuring voldoende mag worden genoemd, waarbij dan de eischen zoo laag mogelijk zijn gesteld. Trouwens men behoeft de opmerkingen hiervóór, bij ver-

-ocr page 171-

120

schillende gemeenten gemaakt, slechts te lezen, om de overtuiging te verkrijgen, dat de handhaving der bestaande bepalingen, in het algemeen genomen, zeer slecht is. Vele dier bepalingen zijn alleen gemaakt om te voldoen aan den drang door het Geneeskundig Staatstoezicht of door Colleges van Gedeputeerde Staten uitgeoefend en slechts weinige om den toestand in de gemeenten inderdaad te verbeteren.

Enkele bijzonderheden willen wij hier toch aangeven.

In sommige gemeenten is het onderzoek op trichinen voorgeschreven, maar wordt het daarom altijd verricht? In \'s-Gravenhage is in de instructie voor den lsten keurmeester opgenomen, dat hij zorgt dat door de keurmeesters het onderzoek op trichinen met de daarvoor benoodigde hulpmiddelen geschiedt. Toen de districtsveearts op i Februari 1891 een onderzoek naar verdacht vleesch op de keurplaats te \'s-Gravenhage instelde, bleek hem dat de late keurmeester door de gemeente niet in het bezit was gesteld van een bruikbaren microscoop met toebehooren.

Waarom dan een dergelijke bepaling opgenomen en het publiek in den waan gebracht dat onderzoek op trichinen steeds nauwkeurig wordt verricht?

Het Verslag van de bevindingen en handelingen van het Ve eartsenijkundig Staatstoezicht bevat o. a. \'1886, bl. 96, uit Zuid-Holland: »In de gemeente O. werden 2 runderen, die ongeschikt waren voor de con-sumtie, toch naar Rotterdam vervoerd. De loco-burgemeester, zelf veehouder, zag daarin geen bezwaar. Het vleesch van één rund werd te Rotterdam opgespoord en door den keurmeester van vleesch aldaar afgekeurd. De Geneeskundige

c O

Inspecteur werd op dit feit gewezen, alsmede dat de keuring ten plattelande vaak veel te wenschen overlaat. Het vleesch, afkomstig van ziek vee, dat sommige veehouders zeiven niet willen gebruiken, wordt nog goed genoeg geacht om zijn weg naar de groote steden te vinden.

In tal van gemeenten bestaat in het geheel geen keuring van vleesch en waar zij nog bestaat, zijn de keurmeesters te

-ocr page 172-

121

weinig bevoegd en worden zij te karig beloond om een onafhankelijke positie in te nemen.

Zelfs Leiden acht vleeschkeuring overbodig, terwijl het zieke vee aldaar ongestraft ter markt kan worden gebracht.

In de gemeente A. werd zelfs een geslacht rund, dat aan miltvuur had geleden, voor consumtie goedgekeurdquot;.

Een der hoofdvoordeelen van de keuring gaat verloren, indien zij niet geregeld plaats heeft, n.1. het spoedig opsporen en snel onderdrukken van besmettelijke ziekten, een zaak van zoo groot gewicht voor onzen handel.

Aan de abattoirs te Amsterdam en te Rotterdam wordt herhaalde malen varkensziekte geconstateerd, eveneens bij de goed ingerichte keuringen in andere plaatsen, en sinds het in gebruik stellen van het abattoir te Amsterdam zijn herhaaldelijk onder geslachte of ter keuring aangeboden dieren kwade droes en miltvuur onderkend.

Wij ontvingen daaromtrent de volgende opgave:

In 1880 is kwade droes geconstateerd bij 2 ter slachting aangegeven paarden en miltvuur bij 2 uit nood geslachte runderen. Bovendien werd viermaal miltvuur geconstateerd bij aan vierendeelen ingevoerd rundvleesch, afkomstig uit naburige gemeenten; iu drie dier gevallen werd het vleesch regelmatig ter keuring aangeboden, terwijl in een geval het vleesch clandestien was ingevoerd en aangehouden werd juist voor den winkel van een slachter voor wien het bestemd was.

In 1889 werd kwade droes waargenomen bij een ter slachting aangevoerd paard; tijdens het leven was de ziekte niet te onderkennen, maar na de slachting kwamen de verschijnselen duidelijk aan het licht.

In 1890 werd bij 2, in 1891 bij 3 paarden, ter slachting aangevoerd, kwade droes geconstateerd. Bij 2 dier laatste diereu, waarvan éénj rechtstreeks was aangevoerd uit Londen, was de ziekte evenmin tijdens het leven te consta-teeren ; eeu ander dezer dieren leed tevens aan hu id worm.

-ocr page 173-

122

In datzelfde jaar werd miltvuur aangetoond bij een uit nood geslachte koe, afkomstig uit Sloten.

In 1892 nam men kwaden droes en h u i d w o r m waar bij een paard ter slachting aangevoerd uit Lemmer, en in 1893 miltvuur bij een door Sock aangevoerd geslacht paard, afkomstig van de Amsterdamsche Omnibus-Maat-schappij.

Het constateeren van trichinose bij een geslacht varken aan het abattoir te Amsterdam op 22 Juni 1891, stelde het Veeartseuijkuiidig Staatstoezicht in de gelegenheid om de ziekte in Oostzaan direct uit te roeien.

Bij de gewone keuring te Schagen werd op 4 Maart 1893 miltvuur geconstateerd, wat eveneens het geval was met ingevoerd vleesch te Utrecht in December 1889 (zie Verslag der gemeente Utrecht 1889).

In 1891 werden van de 19 gevallen van miltvuur, in Limburg voorgekomen, er 8 aangetroffen bij dieren, uit nood geslacht om het vleesch nog in consumiie te kunnen brengen (Verslag Gezondheidscommissie Roermond 1891).

» Door de bepalingen der Kon. besluiten van 27 Maart 1888 eu van 12 Mei 1889, voor zoover zij betrekking hebben o. a. op de maatregelen ter bestrijding der varkensziekte, werd een einde gemaakt aan de onverantwoordelijke wijze waarop, vooral met de aan die ziekte gestorven dieren, werd gehandeld. Van algemeene bekendheid is het toch, dat, vóór het. in werking treden van eerstgenoemd besluit, het vleesch dei-bedoelde cadavers in vele gevallen of ten geschenke werd gegeven aan de arbeiders, öf wel bij worstbereiding werd gebruikt; nog dezen zomer (1890) trachtte een persoon te Zandvoorfc de aldaar aan varkensziekte gestorven dieren op te koopen, om ze — volgens persoonlijke mededeeling — voor laatstgenoemd doel te bestemmen (mededeeling van den districtsveearts in Noord-Holland)quot;.

In Augustus 1888 werd te S.........1, in Noord-Holland,

door een veearts een in nood geslacht rund afgekeurd, dat geruimen tijd aan boosaardige kopziekte had geleden. Het

-ocr page 174-

123

cadaver werd desniettegenstaande — met vergunning van den burgemeester — voor 10 gulden verkocht om als voer

O o

voor honden en varkens te dienen. Twee dagen daarna werd te H.. . n door een slachter een half rund ter keuring aangeboden ; het werd afgekeurd en vernietigd en nu bleek het te zijn de helft van het rund, uit S. afkomstig en aldaar reeds eenmaal afgekeurd.

Uit D. .. t, in Zuid-Holland, wordt van 23 Januari 1891 gemeld, dat aldaar — voor geslachte kalveren naar Londen uitgevoerd — een bewijs van keuriug werd afgegeven, zonder dat de keurmeester de dieren had gezien. »ïoen ik, keurmeester, niet hetzelfde wilde doen, werd mij dit dooide betrokkenen zeer euvel geduid, omdat «al dat kijken maar tijd kost.quot; quot;

Uit het vorenstaande kunnen wij opmaken, dat bij een goed ingerichte keuring dequot; volksgezondheid zal worden gebaat, en dat bovendien de opsporing van besmettelijke ziekten vrij wat spoediger zal plaats hebben dan thans het geval is, wat geheel ten goede zal komen aan landbouw en veeteelt, die voor de welvaart van ons land van zoo groot belang zijn.

Over behandeling, vervoer en verkoop van vleesch.

Uit enkele mededeelingen, hier en daar in dit rapport verspreid, blijkt reeds hoe zonderling enkele malen met het vleesch wordt gehandeld en op welke wijze soms vleesch van zeer inferieure qualiteit in den handel komt. Het volgende moge dit nader toelichten. In den Geneeskundigen Raad van Overijsel-Drente werd het onderstaande behandeld (zie Verslag Geneesk. Staatstoezicht 1874, biz. 26).

Naar aanleiding van een mededeeling des Voorzitters werden de invoer en de verkoop van bedorven vleesch of van vleesch afkomstig van zieke dieren besproken. Dr. Tresling, die — naar aanleiding van de daarover gevoerde corresponden-

-ocr page 175-

424

tie tusschen den Minister, de Gedeputeerde Staten van Drente, het gemeentebestuur van Meppel en den Voorzitter — den toestand te Meppel opzettelyk had onderzocht, deelde daaromtrent het volgende mede: »Het verdachte vleesch, dat te Meppel wordt ingevoerd, is afkomstig uit alle omliggende gemeenten, \'t zij hier het verbod van uitvoer bestaat, \'t zij niet. De varkens, die aan varkensziekte (vlekziekte) lijden, worden meestal eerst dood gestoken voordat zij in den handel komen, maar de boeren houden ze tegenwoordig veel meer, dan voor een drietal jaren. In ieder geval tracht men de hammen voor goede schinken te verkoopen. Van het vleesch en vet der gestorven varkens wordt hutspot gemaakt. Deze wordt gezouten en in vaten geborgen en gaat om de hooge markt meestal naar Amsterdam.

Maar vooral wordt van dit vleesch worst gemaakt en de minste qualiteit hiervoor genomen, zoodat die worst dikwijls van Amsterdam teruggezonden wordt en te Meppel op de mestvaalt terecht komt. De paarden, die gestorven zijn, worden door de vilders in den handel gebracht, die, nadat zij de cadavers van de huid hebben ontdaan, het vleesch zorgvuldig keuren en vooral op de nagelhouten hun aandacht vestigen, waarvan de waarde van een dood paard in de eerste plaats schijnt af te hangen. Deze stukken vleesch hangen 3 a 4 dagen in de rookhokken te Meppel en daarna worden ze meestal naar Amsterdam verzonden. Verder werden er van de gestorven paarden «ruggestrep en» zoowel te Meppel als elders verkocht, voor 10 cents het 0.5 KG. Het zijn meestal stukken welke van de rug- en lendenspieren genomen en aan reepen gesneden worden. Doode koeien worden alleen begraven als zij brood mager en uitgeteerd zijn. Vilders, maar ook slachters uit Meppel, koopen de gestorven runderen op. De eersten verkoopen deze waar dan aan kleine slachters; dezen hangen het dier in zijn geheel of aan vierendeelen op en verkoopen dan ook van den balk. Dit vleesch wordt mede gebruikt om het in de varkensworst te «verwerken.» De gestorven kalveren gaan meestal naar

-ocr page 176-

125

de spekslachterij, waar de vleeschmolentjes altijd door ijverig in de weer zijn en die tot 100 gestorven kalveren per week bij gewone drukte kunnen gebruiken.

Het vleesch van aan varkensziekte gestorven varkens schijnt, als het te Meppel binnen gesmokkeld is, meestal in begin van ontbinding te verkeeren. De kleur is dan rood. In dit geval wordt het vleesch een nacht in water of karnemelk gelegd om het uit te wasschen en er wordt later herhaaldelijk nieuw water op geschonken om daardoor de kleur te veranderen. Tegen hooger graden van bederf, waarvan kleur en reuk beide getuigen, wordt de volgende chemische bereiding beproefd. Het vleesch, dat bedorven is, hetzij van gestorven varkens, paarden of koeien, wordt terstond in een oplossing van chloorkalk gezet en blijft hierin zoolang staan, tot het van stank bevrijd is. Daarna wascht men het uit en wordt het met warm water uitgekneed. Na deze behandeling blijft het een nacht in koud krijtwater staan, om het een witte kleur te bezorgen. Na opnieuw uitge-wasschen te zijn, ziet het er meestal vrij blank uit en om dit vleesch nu de eigenaardige roode kleur van het echte rookvleesch te geven, wordt liet gezouten met gewoon keukenzout, waarbij salpeter is gevoegd. Meu getroost zich deze bewerking eenvoudig daarom, omdat er op een paar nagelhouten 8 a 12 gulden te verdienen is. Vooral des Zondagsmorgens gaan deze nagelhouten, na hun 3- of 4-daagsch verblijf in het rookhok, in kisten of kasten, te gelijk met de worst, hutspot, enz. per boot naar Amsterdam. Schippers brengen echter deze artikelen ook naar Rotterdam en postiljons hebben ze naar het Noorden vervoerd, terwijl de spoortrein reeds jaren lang gezorgd heeft, dat deze handel zich ook naar Utrecht en naar het Zuiden heeft kunnen uitbreiden.quot;

Na deze mededeeling werden de meer of minder nadeelige gevolgen van het eten van aan ziekte gestorven dieren besproken, o. a. ook van het vleesch van longzieke runderen, waarvan het schadelijke, indien het dier in het eerste

-ocr page 177-

126

tijdperk der ziekte is afgemaakt, voor het minst problema-tiscli kan worden geacht.

De Voorzitter deed evenwel opmerken, dat dergelijke onderscheidingen tusschen ziek en ziek vleeseh, waar het den verkoop van reeds geslacht vleeseh geldt (dus niet van nog levende zieke dieren), gevaarlijk zijn. Er is ziek vleeseh, welks schadelijkheid niet te betwijfelen valt, b. v. vleeseh van aau miltvuur lijdend vee. Nu kan, naar de getuigenis van den districts veearts voor Gelderland en Overijsel, wien hij met het oog op de thans behandeld wordende zaak geraadpleegd heeft, een bekwaam keurmeester wel constateeren of zeker vleeseh afkomstig is van een ziek dier, maar met eenige uitzonderingen niet aan welke ziekte het dier heeft geleden. Daarom moet, naar het oordeel des Voorzitters, ziek vleeseh altijd als verdacht worden beschouwd en dp verkoop er van worden geweerd, onverschillig wat er mag worden beweerd van de herkomst. Overigens was men het algemeen met den Voorzitter eens, dat het kwaad door wettelijke maatregelen moet worden tegengegaan, ofschoon men zich de moeidijkheden van de uitvoering en de handhaving dier bepalingen niet ontveinsde.

In hetzelfde verslag, op blz. 226, lezen wij:

»Onderzoekingen betreffende het in consumtie brengen van

O O

bedorven of van ziek vee afkomstig vleeseh hebben den Inspecteur geleerd, dat dit kwaad op onderscheidene plaatsen in deze provincie bestaat. Van de drie voornaamste steden van Overijsel kan dit met vrij veel zekerheid worden beweerd, al blijft het meestal onmogelijk wel geconstiteerde feiten ten bewijze van het algemeene van dat kwaad aan te voeren. Men mag ook aannemen dat de consumtie van dit vleeseh zich niet tot de plaatsen zelve bepaalt, maar dat integendeel veel van dat vleeseh, evenals te Meppel, in den vorm van rookvleesch, ham, worst, enz. naar elders wordt uitgevoerd. Er bestaan wel verordeningen, die, wanneer zij behoorlyk konden worden gehandhaafd, veel zouden kunnen tegengaan en over slapheid van het politietoezicht zijn, voor

-ocr page 178-

-127

zoover deze zaak betreft, den Inspecteur geen klachten ter oore gekomen. Doch dat politietoezicht, hoezeer ook van tijd tot tijd verscherpt, schijnt hier veelal onmachtig te zijn tegenover de listen van hen, die de verordeningen overtreden. Wel wordt van tijd tot tijd een proces-verbaal opgemaakt, doch de evenredigheid tusschen de geconstateerd en gestraft wordende overtredingen en die welke geheim of onbewezen blijven, schijnt van dien aard te zijn, dat de overtreders de straffen, waartoe zij eventueel veroordeeld zouden kunnen worden, kunnen beschouwen als een geringe belasting op hun bedrijf.

Hoe opener overigens een plaats ligt, eu dus over hoe grooter uitgestrektheden te land of te water zij toegankelijk en minder bewaakbaar is, des te gemakkelijker kan het politietoezicht op den invoer van slecht vleesch worden ontdoken.

Zoo wordt, naar de verzekeringen den Inspecteur door betrouwbare personen gedaan, veel van zulk vleesch heimelijk naar Kampen gevoerd, in schuitjes, die tot in den nacht op de rivier blijven, totdat zij op een van land gegeven sein, dat er geen gevaar is, spoedig aan den wal komen en het vleesch afgeven, dat dan ijlings op een veilige plaats wordt geborgen. Slachters in voorsteden schijnen zich ook af te geven, met het in consumtie brengen van slecht vleesch, iets waartoe zij dan ook zeer goed in de gelegenheid zijn.

Bij dat alles komt not) dat vaak de vleeschlceuring wordt toevertrouwd aan personen, die daarvoor geheel ongeschikt zijn, zooals aan politieagenten en andere personen, wier geschiktheid voor die taak uit niets blijkt, tenzij men als bewijs daarvoor mocht willen aannemen hun eigen verzekering en de opinie van het publiek: »dat zij verstand hebben van vee en vleeschquot;.1quot;)

De Directeur van het abattoir te Rotterdam deelde ons in Februari 1891 het volgende mede: »Het gansche politiepersoneel is aan de invoerders van slecht vleesch bekend. Soms wordt op looze wijze, door het vervoer van gezond

1

Wij cursivecren.

-ocr page 179-

128

vleesch, de agent (de mau moet als onkundige wanneer hij als »v 1 e e s c h-p o s tquot; wordt uitgezet, alle vleesch aanhouden eu naar het abattoir doen vervoeren) van zijn post verwijderd, opdat onmiddellijk daarop, als de baan vrij is, dat wat niet mag worden gezien, zou kunnen worden vervoerd.

Een paar jaren geleden gebeurde het, dat door den districtsveearts aan den burgemeester eener naburige gemeente werd kennis gegeven, dat zeker gestorven dier niet in consumtie mocht worden gebracht; de burgemeester antwoordde, dat bij zich daarmede niet kon inlaten, want dat bet vleesch

toch.....naar Rotterdam werd vervoerd. Nog erger: bij een

wethouder op een der Zuidhollandsche eilanden stierf een koe den natuurlijken dood ; de veearts, ter keuring geroepen, keurde het dier voor plaatselijke consumtie af, maar gaf toestemming om het vleesch naar hier te vervoeren, dan moest men daar maar tegen den invoer van het zieke vleesch waken. De slachter maakte daartegen echter zelf bezwaar en beeft de koe in quaestie vernietigd. Alle drie personen, wethouder, veearts en slachter zijn mij bij naam bekend, maar het past mij niet ze hier te noemen. Wat zegt men wel van zulk een toestand?»

Te Arnhem werd, volgens mededeeling van den Adjunct-Inspecteur voor het Geneeskundig Staatstoezicht, in het begin van 1891 een wagen met 100 a 150 pond bedorven vleesch aangehouden, uit Wageningen afkomstig. »Hoeveel moet er niet reeds zijn ingesmokkeld om de brutaliteit zoover te drijven, om zulk een bezending naar deze gemeente te durven vervoeren?

Toen te Elden (gemeente Eist) een 20-tal zeer dubieuse ziektegevallen voorkwamen — meerendeels met typheuse verschijnselen — tijdens het voorkomen van vlekziekte onder de varkens, bleek mij (Adjunct-Inspecteur), bij een door mij ingesteld onderzoek, dat gestorven varkens meermalen over de rivier werden gebracht en clandestien naar Arnhem en andere gemeenten werden vervoerd. Bekend met den naam van hem, die zoodanig vleesch zou hebben opge-

-ocr page 180-

429

kocht, werd bij dien slachter, op m ijn verzoek en met behulp der politie, een streng onderzoek door den keurmeester van het vee ingesteld. Niettegenstaande het huis van beneden tot boven werd onderzocht, leverde het onderzoek toch geen resultaat op. Ik acht het onnootlig hier mede te deelen, hoe bezwaarlijk het is om te kunnen beslissen of vleesch, dat gerookt is, zoo als hammen, worsten, enz. enz. afkomstig is vau vleesch van eenig dier, aan een bepaalde ziekte gestorven.»

Aan hetzelfde schrijven ontleenen wij nog het volgende.

«Reeds geruimen tijd koesterde ik mijnerzijds de vrees dat door de kortzichtigheid van enkele gemeentebesturen op het gebied van vleeschkeuring, niet alleen de gezondheidstoestand der respectieve inwoners dier gemeenten in gevaar zou kunnen worden gebracht, maar tevens dat daardoor de gunstige roep, waarin zich vóór jaren de Geldersche vleeschwaren mochten verheugen, wel eens verloren zou kunnen gaan, ja zelfs die vroeger zoo geprezen waar voortaan met zeker wantrouwen zou kunnen worden behandeld. Alzoo zou een gausche provincie moeten boeten voor de kortzichtigheid van slechts enkele gemeentebesturen.

Het toezicht op de qualiteit van slachtvee en vleesch voor de consumtie bestemd, is volgens mijn bescheiden meening te veel overgelaten aan de autonomie der gemeenten, alzoo aan de soms zeer verschillende individueele opvattingen van hen, die de eer hebben lid van eenig gemeentebestuur ten plattelande te zijn, en, daarlatende de verschillende belangen van enkele leden van zoodanige besturen bij de al of niet vaststelling eener verordening als de bovenbedoelde, ja zelfs gaarne aannemende dat al deze gemeenteraadsleden volkomen volgens plicht en geweten handelen, zoo loopen de inzichten over hygiëne bij zoodanige personen toch soms zeer uit elkaar.

Indien er sprake is van voor de consumtie schadelijk vleesch, dat door handelaren van gering gehalte, voor lagen prijs, wordt verkocht, wie zijn dan de personen die zoodanig

9 -

-ocr page 181-

130

vleescli inkoopen? Gewoonlijk immers zij die tot de geringere volksklasse behooren en zich bij zeer buitengewone omstandigheden de weelde van of de noodzakelijk gebleken behoefte aan vleeschvoediug veroorlooft. Soms bij feestelijke gelegenheden, in enkele gevallen bij ziekte tot opbeuring der krachten.

Meermalen had ik gelegenheid in dit opzicht te con-stateeren wat in het practisch leven plaats grijpt. Het nuttigen van bepaald voor de gezondheid gevaarlijk vleesch, komt bij de hoogere standen ongetwijfeld hier en daar wel voor, maar toch kan over het algemeen worden aangenomen, dat de quaiiteit van de ingekochte waar, door de soliditeit van den daarvoor uitverkoren leverancier, een meerderen waarborg aanbiedt.

Mocht zich eenig bedenkelijk verschijnsel ten gevolge van gebruik van ondeugdelijk vleesch bij een gezin uit den hoogereu stand voordoen, dan bestaat de kans dat hieraan al zeer spoedig meerdere ruchtbaarheid zou worden gegeven. Men zou dan hetzelfde zien gebeuren wat men in het practische leven bij het voorkomen van eenige besmettelijke ziekte ziet plaats hebben. Tien of twintig gevallen eener besmettelijke ziekte in eenige achterbuurt maken soms bij het publiek minder indruk dan \'2 of 3 gevallen derzelfde ziekte bij een welgestelde familie.

Een tweede quaestie is deze: hoe wordt gewoonlijk het vleesch in een armoedig gezin genuttigd en hoe bij de welgestelde standen? Hierin is gelukkig een reden gelegen, waarom ondeugdelijk vleesch, door personen uit den minderen stand gebruikt, niet altijd dat gevaar oplevert, dat het, op andere wijze toebereid, had kunnen veroorzaken.

De mindere standen bezigen het vleesch gewoonlijk of ter bereiding van soep, of wel het wordt, in dunne schijven uitgesneden, gebraden. Onderscheiden producten, die gevaar zouden kunnen opleveren, worden zoodoende, door aanwending van hooge temperatuur tot in het binnenste gedeelte van het vleesch, ontleed en onschadelijk gemaakt, omgezet

-ocr page 182-

131

in niet of minder schadelijke stoften. Het gevaar bij trichineus vleesch wordt aldus tot een minimum gereduceerd. De meeste bacteriën en sporae zijn tegen zoodanige temperatuur niet bestand, maar niet alle giftige stoften worden bij deze temperatuur ontleed. Ware het ondeugdelijk vleesch, waarvan soep is bereid, als biefstuk genuttigd, dan had het levensgevaarlijk kunnen wordenquot;.

De brief eindigt als volyrt: » Daar de inzichten over vleesch-

O O

keur in de verschillende gemeenten nog al uit elkaar sciiijtien te loopeii, acht ik het zeer zeker van belang indien van Rijkswege in dit opzicht afdoende maatregelen kunnen worden genomenquot;.

De districtsveearts voor Zuid-Holland benoorden Maas en Lek schrijft; »Het vleesch van uit nood geslachte runderen wordt naar alle groote steden in Noord- en Zuid-Holland vervoerd. De genieenten, die nabij de groote steden zijn gelegen alwaar strenge keuring plaats heeft, zijn in de meeste gevallen als stapelplaatsen van ziek vee te beschouwen. Zoo ook worden te Leiden, ongestraft, veel ziek vleesch, ja gestorven of verdronken dieren, aangevoerd, maar gedeeltelijk later weer uitgevoerd. Meermalen heeft men mij verhaald, dat per scheepsgelegenheid tusschen Rotterdam en Amsterdam over Gouda en Alfen veel vervoer van schadelijk vleesch plaats heeft. Eens zag ik vleesch van in nood geslacht vee uit Friesland in de gemeente Overschie aangevoerd; het was geheel bedorven.

Enkele scharrelaars reizen het platteland en de veemarkten af en bieden voor gestorven varkens even goed geld als voor nog levende, gezond of ziek. Varkens die eenige dagen begraven waren, ongeboren vruchten, die op de mestvaalten reeds enkele dagen vertoefd hadden, werden en worden nog meegenomen om te beproeven ze binnen de steden in te voeren en in comsumtie te doen brengen. Een veeopzichter zag een aan boutvuur gestorven kalf vervoeren en dat wel op een warmen zomerdagquot;.

De districtsveearts voor Noord-Holland schrijft: »de ge-

-ocr page 183-

132

meeuten toch, waar meer of minder afdoende voorschriften bestaan, vergrooten het gevaar van invoer, verkoop, enz. van gestorven dieren, bedorven of schadelijk vleesch voor die gemeenten, waar dergelijke voorschriften geheel of gedeeltelijk ontbreken, terwijl laatstbedoelde gemeenten, voor zooverre zij op meer of minder afstand van eerstgenoemde zijn gelegen, de verblijf- en bedrijfplaatsen worden van personen, welke de verordeningen in de goed geordende gemeenten, door ontduiking, smokkelarijen, enz. benadeelen. Zoo zijn de gemeenten Sloten, Nieuwer-Amstel, Watergraafsmeer, en Zaandam plaatsen van waar men herhaaldelijk poogt de verordeningen te Amsterdam te ontduiken, en is het ontbreken van eenige reglenienteering te Helder oorzaak, dat aldaar steeds gestorven of in nood geslachte dieren en schadelijk vleesch worden ingevoerd uit de plattelandsgemeenten Wieringerwaard, Zijpe, Anna-Paulowna, enz.quot;

Langs onze groote rivieren willen veelal kapiteins van booten geen geslachte dieren laden, zoo er geen bewijs is dat het dier niet aan een besmettelijke ziekte heeft geleden, maar naar de qualiteit wordt uiet gevraagd.

Bij de tegenwoordige regeling is het dan ook niet te doen den invoer van schadelijk vleesch tegen te gaan, want vleesch, in de eene gemeente niet gekeurd of soms afgekeurd, wordt vervoerd naar een andere gemeente, waar al of niet gekeurd wordt. Zoo worden herhaalde malen geslachte dieren — die aan tuberculose hebben geleden — van Amsterdam en Utrecht vervoerd naar andere gemeenten. Te Utrecht worden deze dieren, bij uitvoer, op een groot aantal plaatsen gestempeld als»vleesch 2desoortquot;, »parelziekt equot;, ten einde de gemeente, waar ingevoerd wordt, te waarschuwen. Maar zoo de eigenaar het dier afhakt en het vleesch na verwijdering der stempels in kleine stukken weder invoert, dan is het bedrog niet altijd gemakkelijk te ontdekken, zeker niet, wanneer-het op een andere plaats komt, waar men volstrekt geen argwaan koestert. Wordt tuberculeus vleesch door goed koken onschadelijk, dan nog mag bet niet vrij in den handel komen,

-ocr page 184-

133

daar men aan het vleesch zelf de schadelijkheid niet kan zien en dus niet wordt gewaarschuwd. Bovendien wordt dergelijk schadelijk vleesch in den regel bij nacht en ontijd en veelal op listige wijze ingevoerd.

Alleen een wettelijke regeling voor het geheele land kan hier afdoende werken. Dit begrepen in 1872 reeds Gedeputeerde Staten der provincie Drente, zooals blijkt uit het volgende, overgenomen uit het Verslag van het Geneeskundig Staatstoezicht 1872, blz. 248. »De Minister vroeg het advies van den Inspecteur omtrent een missive van het gemeentebestuur van Meppel aan Gedeputeerde Staten, waarin dat bestuur meldde, dat er zeer veel bedorven vleesch van gestorven paarden te Meppel wordt ingevoerd uit naburige gemeenten, waar geen verbod bestaat op den verkoop en uitvoer daarvan. Uit die missive bleek, dat de strengste maatregelen tegen dien invoer onvoldoende zijn en ontdoken worden; voorts dat het bedoelde vleesch, gezuiverd en met veel specerijen gemengd, tot worst bereid of ook gerookt wordt en dan naar Amsterdam verzonden, waar de aankoopers het aan voorname kooplieden afzetten. Burgemeester en Wethouders stelden nu aan Gedeputeerde Staten voor, om op dit punt een provinciale verordening vast te stellen, omdat een plaatselijk verbod van invoer te weinig afdoet, zoo er in andere gemeenten geen verbod van uitvoer bestaat. In het antwoord van Gedeputeerde Staten werd beweerd, dat deze zaak geen provinciaal, maar een rijksbelang betreft en tevens, dat de aan Meppel grenzende Drentsche gemeenten, behalve Nijeveen, waar in deze zaak is voorzien, door hen waren uitgenoodigd verordeningen tegen den verkoop en uitvoe.r van het bedoelde vleesch vast te stellen. In het antwoord van den Inspecteur werd het eerst gewezen op de algemeenheid van het kwaad; in onderscheidene steden van ons land vindt men sommige slachters, zelfs voorname, die in verbintenis staan met z. g. n. krengenslachters en van dezen veel vleesch overnemen, terwijl het even zeker is dat veel rookvleesch en worst, in de winkels gedebiteerd, afkomstig is van

-ocr page 185-

134

het vleesch van gestorven, in den regel ziek vee. Daar nu al dat vleesch niet op de oorspronkelijke plaats van invoer geconsumeerd, maar voor een deel naar andere, soms verwijderde plaatsen verzonden wordt, stemde de Inspecteur het aan Gedeputeerde Staten volkomen toe, dat bet hier geen gemeente- of provinciaal-, maar een algemeen, dns een rijksbelang geldt. Daar verder een verbod op den invoer, blijkens de ervaring, vrij gemakkelijk te ontduiken en het gevaar voor dien invoer steeds groot is, zoolang er in de gemeenten, waaruit het vleesch komt, geen verbod van verkoop en uitvoer bestaat, zoo heeft men hier het geval voor zich dat een gemeente, ook bij de beste verordeningen, niet bij machte is zich in dit opzicht voor schade te hoeden. Wat echter voor de gemeenten geldt, geldt hier ook voor de provinciën. Daarom moet het kwaad door wettelijke bepalingen worden te keer gegaan, waarvoor ook pleit de omstandigheid, dat wetten in den regel beter en gemakkelijker worden gehandhaafd dan plaatselijke verordeningen. Het antwoord van den Minister aan Gedeputeerde Staten kwam in hoofdzaak hierop neer, dat zoodanige wettelijke bepalingen, als Gedeputeerde Staten bedoelden, een onderwerp moeten uitmaken van een algemeene gezondheidswet, terwijl bij behoorlijke handhaving van de bepalingen van het Kon. besluit van 4 December 1870 (Staatsblad n0. 190), waarbij begraving van aan een besmettelijke ziekte gestorven vee geboden wordt, geen vrees behoeft te bestaan voor het in consumtie brengen van vleesch van zoodamV veequot;.

0 O

Dat ook met het oog op den veehandel keuring van vleesch gewenscht is, bleek onder meer te Weststellingwerf. Een boer, afkomstig uit de omstreken van Deventer en steeds gewoon aldaar aangifte te doen van sterven of noodslachting bij zijn vee, meldt op 14 Februari 1892 den burgemeester, dat er een koe bij hem dood is. Bij het onderzoek, den volgenden morgen door een veearts verricht, zag het vleesch er goed uit, maar bij het nazien der ingewanden bleek, dat het dier aan miltvuur had geleden. Vier

-ocr page 186-

135

diicen later stierf een tweede koe, eveneens aan miltvuur.

O \'

De eigenaar was juist van plan dit dier naar de markt te Zwolle te brengen. De gewoonte bij den boer was hier oorzaak, dat dit sterfgeval niet op de markt te Zwolle plaats had en dat — daargelaten nog het gevaar voor verdere besmetting — deze markt dus niet in miscrediet werd gebracht.

Uit alles blijkt dat de toestand, ook wat vervoer en verkoop van vleesch betreft, in ons land zeer treurig is, en men moet zich verbazen dat vele beschaafde personen, wonende in gemeenten waar behoorlijk wordt gekeurd en waar dus goed vleesch is te verkrijgen, nog steeds, om het luttele verschil van enkele centen per kilogram, uit omringende of niet zelden zeer verwijderde gemeenten hun vleesch ontbieden. Dit vleesch wordt soms per spoor of boot, maar veelal per postpakket verzonden en ontsnapt in de gemeente van aankomst in den regel aan de keuring, terwijl het op de plaats van afzending evenmin is gekeurd.

Dat dergelijk vleesch nog al eens van inferieure qualiteit is, blijkt herhaalde malen indien het, per spoor of boot aangevoerd, wordt aangehouden. Meermalen moet het dan worden afgekeurd.

Van gemeenten waar behoorlijk wordt gekeurd, kan men serust zearsren dat het vleesch, in kleine hoeveelheden van

O o o \'

buiten de stad aangevoerd, voor de verbruikers het minst is te vertrouwen.

De reden waarom dit vleesch van buiten iets goedkooper is, ligt voor de hand. Er is geen keuring en er kan allicht een dier van minder qualiteit, een ziek, in nood geslacht, ja zelfs een gestorven dier tusschen door worden verkocht; bovendien zitten die buitenslachters op minder lasten en betalen niet hun evenredig deel aan de gelden, voor de keuring benoodigd.

Al deze bezwaren, die uit een hygiënisch oogpunt van zoo groot belang zijn, worden opgeheven, wanneer er een wettelijke regeling der keuring bestaat en wanneer ten minste in de grootere gemeenten abattoirs worden opgericht. Van

-ocr page 187-

136

welke plaats men dan ook het vleesch ontvangt, steeds heeft men den waarborg dat het behoorlijk is gekeurd en de buitenslaehter, die zijn cliënteele in de stad ongaarne mist, kan zijn dieren in het abattoir der gemeente slachten en wat hij noodig heeft daar afleveren, terwijl hij het overschot naar zijn woonplaats uitvoert.

Slachtplaatsen en Abattoirs.

De toestand der slachtplaatsen liet in de meeste gemeenten veel, ja nagenoeg alles te wenschen over, totdat door de wet van 2 Juni 1875 (Staatsblad n0. 95) ook de slachterijen, vilderijen, penserijen, enz. gebracht werden onder de inrichtingen die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken. Bij die wet werd ook de voornaamste hinderpaal tot het oprichten van abattoirs in ons land weggenomen, daar art. 4 aan de gemeenteraden bevoegdheid geeft bij plaatselijke verordening te bepalen, dat er slechts één plaats in de gemeente zal zijn, waar vee mag worden geslacht. Na 1875 is hier en daar in de inrichting der slachterijen wel eenige verbetering te bespeuren, maar zelfs, al moge de inrichting op eenige plaats zeer goed zijn, dan is het toch niet mogelijk om stankverspreiding en vervuiling van bodem en drinkwater volkomen tegen te gaan. Daarom is het wenschelijk dat, zoo mogelijk in iedere gemeente, of bij kleinere gemeenten gecombineerd, een openbaar slachthuis aanwezig zij, waarin het slachten uitsluitend moet plaats hebben.

Ter staving van het bovenstaande slaan wij weder het Verslag van het Geneeskundig Staatstoezicht op en halen daaruit enkele punteu aan ; tevens verwijzen wij naar hetgeen bij de provinciën hier en daar reeds is medegedeeld.

1868, blz. 221. Verschillende gevallen van typhus te Rotterdam voorgekomen, worden door den Inspecteur toegeschreven aan een slachterij, waar schapen en varkens voor export worden geslacht.

-ocr page 188-

137

Ook andere ziekten in de omgeving staan met die slechte inrichting in verband. Soms worden in die slachterij ook gestorven schapen en varkens gebracht, waarvan het vleesch als van levend geslacht vee in den handel komt.

1872, blz. 19. Te Amsterdam heeft een Commissie uit den Geneeskundigen Raad een onderzoek ingesteld naar de slachtplaatsen en de bewaarplaatsen van bloed. In het rapport worden de nadeelen, uit den slechten toestand voortvloeiende, aangetoond en de oprichting van een abattoir wenschelijk geacht.

Id., blz. 192. De Adjunct-Inspecteur heeft zich te Utrecht herhaalde malen tot het gemeentebestuur gewend, met het oog op verontreiniging van bodem en drinkwater door enkele slachterijen.

1873, blz. 11. In de vergadering van Inspecteurs werd aan den Minister medegedeeld, dat^ ook uit het oogpunt van behoorlijke keuring van vee en vleesch, het bestaan van alge-meene slachthuizen (abattoirs) de meest afdoende maatregel is, waarom het oprichten en exploiteeren ervan in de groote middelpunten van ons land door de wet mogelijk moet worden gemaakt. Aan een commissie werd opgedragen een nadere voordracht te doen omtrent ziekten van het vee, die bij de keuring in aanmerking zullen moeten komen, en ten aanzien van de wijze waarop de uit- en invoer van slecht vleesch zou behooren te worden tegengegaan.

Id., blz. 188. Uit een onderzoek, verricht door den Inspecteur voor Noord-Brabant, in 62 slachterijen, blijkt, dat bijna overal sterke verontreiniging van den bodem plaats heeft, terwijl eveneens water- en luchtbederf plaats vindt door het afvloeien van het vuil in goten, grachten, riolen, enz.

Id., blz. 188. Een onderzoek van 26 slachterijen te Dordrecht bracht hetzelfde aan het licht.

Id,, blz. 223. Op een adres van den gemeenteraad te \'s-Gravenhage — met verzoek de hinderpalen op te hetfen tegen het oprichten van abattoirs — meent de Inspecteurs-vergadering dat art. 65 van het wetsontwerp, regelende het

-ocr page 189-

138

Veeartsenijkundig Staatstoezicht, ingediend in de zitting der Staten-Generaal van 1867/68, liierin voorziet. Tevens wordt de meening uitgesproken dat abattoirs gewenscht zijn, wegens goed toezicht op vleesch.

1874, blz. \'203. Na een onderzoek van vele slachtplaatsen door den Adjunct-Inspecteur in de provincie Utrecht, rapporteert deze, dat die slachtplaatsen den bodem verontreinigen, het water en de lucht bederven. Hij voegt daaraan toe: » het toezicht op de goede hoedanigheid van het in consumtie gebrachte vleesch laat op het platteland zeer veel te wen-schen over en bestaat in den regel zelfs niet\'\'.

Id., blz. 204. De Inspecteur onderzocht te Deventer 21 slachtplaatsen. Overal liep het uit een sanitair oogpunt ongewenschte van de aanwezigheid van slachtplaatsen in buurten met dicht aaneengebouwde huizen in het oog en werd de overtuiging bevestigd, dat goed geplaatste, gebouwde en onderhouden, en onder streng toezicht staande abattoirs althans voor de steden een behoefte zijn.

Id,, blz. 227. De Inspecteur van Overijsel eindigt een overzicht aangaande het in consumtie brengen van voor de gezondheid schadelijk vleesch met de volgende woorden: «Aanmaningen tot verscherping van het politietoezicht zijn hier, gelijk uit het gezegds bljjken kan, deels onnoodig, deels nutteloos (zie hieromtrent blz. I\'26); in de steden zou alleen het verbod van slachten, anders dan in publieke abattoirs en het verkoopeu van vleesch anders dan op daartoe aangewezen plaatsen (vleeschliallen of markten), misschien op eenigszins afdoende wijze kunnen helpenquot;.

Id., blz. 236. De vergadering van Inspecteurs had ten vorigen jare (zie blz. 137) bij den Minister aangedrongen op opheffing van de hinderpalen, die aau de oprichting van abattoirs in den weg stonden. De Minister meent dat die bezwaren kunnen worden overwonnen bij de wet, betredende de fabrieken die schade geven en hinder veroorzaken. De wet van 2 Juni 1875 (Staatsblad n0. 95) heeft thans, in art. 4, de bestaande hinderpalen opgeheven.

-ocr page 190-

J 39

1876, biz. 32. De Geneeskundige Kaad van Friesland en Groningen spreekt de wen schel ijkheid uit, dat in Groningen en Leeuwarden abattoirs van stadswege worden geëxploiteerd.

1881, blz. 14. De vergadering van Inspecteurs spreekt de weuschelijkheid uit, dat in gemeenten, waar zulks eenigs-zins mogelijk is, algemeene slaelithuizen worden opgericht.

1889, blz. 26. In het rapport over Kindersterfte (zie blz. 157) lezen wij: »het ware te wenschen dat de oprichting van openbare slachthuizen, onder deskundig toezicht, werde bevorderdquot;.

In de 16\'le Algemeene Vergadering der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde, gehouden in 1877, werden de volgende conclusies met algemeene stemmen aangenomen, n.1. die van den Heer J. J. Uinze, luidende: » De vergadering acht, zoowel uit een hygiënisch oogpunt, als uit het oogpunt van controle op vleesch, de oprichting van abattoirs wen-schelijk,quot; en die van Prof. Dr. Th. Mac Gillavuy: »De vergadering vindt het wenschelijk en noodig, dat aan de abattoirs gelegenheid worde gegeven tot den verkoop van vleeschquot;.

De distritsveearts voor Zuid-Holland (benoorden Maas en Lek) schrijft ons, dato 28 Februari 1891: »Het oprichten van openbare slachthuizen in gemeenten met een bevolking boven de 15000 zielen is een gebiedende eisch des tijds, vooral iu het overbevolkte Zuid-Holland, waar thans reeds grachten en kanalen en in de steden ook het bodem- of grondwater onrustbarend met faecaliën, etc. worden bezoedeld, terwijl de sterfte-statistiek nu juist niet de mooiste cijfers aanwijst. Te dezen opzichte staan wij dan ook bij het buitenland, inzonderheid bij Duitschland, zeer ten achteren. Alleen Rotterdam mag zich, in mijn district, in een flink ingericht slachthuis verheugen.

Een goede keuring van vee, vóór en na den dood, kan dan ook alleen in een abattoir plaats vinden. Ondoenlijk daarentegen is het een goed en voortdurend toezicht te houden op de tientallen, ja honderdtallen van slachtplaatsen, gelegen in verschillende, soms ver van elkander verwijderde wijken der steden.

-ocr page 191-

140

Aan het hoofd van het abattoir eêner groote stad dient verder een directeur-veearts te staan, welke als hoofdambtenaar der gemeente zoodanig moet worden gesalarieerd, dat hij zich uitsluitend kan wijden aan een voortdurend toezicht op alles wat vleeschkeuring betreft.

Dat de oprichting van abattoirs in de steden gepaard moet gaan met keuring van vleesch in kleinere gemeenten, spreekt wel van zelf. Deze gemeenten zullen daartoe echter niet worden gebracht, wanneer het Rijk zich niet met de vleeschkeuring bemoeit. Men beweert aldaar meermalen: «wij behoeven geen vleeschkeuring; wij passen er voor het vleesch van zieke dieren te eten; in de steden, waarheen bet wordt vervoerd, moet men daarvoor maar zorgen». Deze redeneering vindt te meer ingang, wijl het den veehouder, vooral in den tegenwoordigen tijd, niet onverschillig is of hij voor zijn gestorven of uit nood geslachte dieren nog een behoorlijken prijs kan bedingen. En aangezien op het platteland veehouders de meerderheid in den Raad uitmaken, zoo valt de conclusie gemakkelijk te trekkenquot;.

Uit een ander schrijven blijkt ons dat de laatste opvatting niet zoo onjuist is, want een der gemeenteraadsleden te W .. .. liet zich als volgt uit: «als er keuring komt, maken wij niets meer van onze doode dieren».

De verschillende bezwaren die geopperd zijn tegen het oprichten van abattoirs, als: ongerief voor de slachters, langdurig vervoer van het vleesch, het duurder worden van het vleesch, het brengen van al de nadeelen aan slachtplaatsen eigen en zelfs van besmetting op één plaats, het verminderen in waarde of het renteloos worden van slachtplaatsen en veestallen en nog vele andere, zullen wij zeker hier niet uitvoerig behoeven te weerleggen. De ondervinding, gedurende jaren reeds, in het buitenland opgedaan en in den laatsten tijd bij de enkele abattoirs in ons land, heeft aangetoond dat zij voor een gedeelte denkbeeldig zijn en voor een ander deel zeer overdreven, daar de uitoefening van het bedrijf in vele opzichten gemakkelijker wordt gemaakt en

-ocr page 192-

141

op den dnur de kosten eer worden verminderd dan vermeerderd. In de meeste plaatsen zijn de slachters dan ook na eenigen tijd zeer ingenomen met het abattoir en, waar in den beginne soms enkelen eenig nadeel mochten ondervinden, daar mag niet uit het oog worden verloren, dat persoonlijke belangen op den achtergrond moeten worden gedrongen, wanneer het een algemeen belaag geldt, waarmede de volksgezondheid zoo nauw in verband staat.

De financiëele zijde der zaak wordt hier te lande veelal als hoofdbezwaar aangemerkt, doch ook dit wordt weerlegd door de ondervinding, zoowel bier te lande als in het buitenland opgedaan.

De abattoirs te Amsterdam en te Rotterdam werken, uit een financieel oogpunt gezien, gunstig.

Dit moge blijken uit onderstaande gegevens:

Amsterdam: bouwkosten gerekend op±2 rnillioen gulden.

Jaartal.

Outvangsteu.

Uitgaven

voor exploitatie.

Uitgaven voor ouJerhoud.

Suldo.

Opbrengst van bet oprichliiigskapilaal in percenten.

1888

f 188959.71

f 101202.10

f 15720.58

f 72037.03:\'

3.60

1889

» 157177.18

» 84326.19

» 12878.515

» 59972.475

2,99

1890

» 149890.68

» 75849.915

» 9696.85

» 64343.915

3.21

1891

» 141789.58

» 61715.15r\'

» 11582.08

» 68492.345

3.42

1892

» 151502,965

» 62605.405

» 11904.24^

» 76993.61r\'

3.84

Rotterdam: bouwkosten gerekend op ± 800.000 gulden.

1886 If

36459.14

f 19735.99 if

2827.27

f 13895.88

1.73

1887

»

438 86.30

» 20878.76 »

6612.15

» 16395.49

2.04

1888

Sgt;

55113.62

» 21880.19 1»

7416.46quot;\'

» 25816.965

3.22

1889

»

47033.54

» 21380.35r\'»

8596.32

» 17056.865

2.13

1890

»

47025.42

» 22086.47 !,

7883.50

» 17055.45

2.13

1891

52214.40

» 22634.25 i»

6997.28

^ 22582.86\'\'

2.82

1892

62050.59

» 25386.51 U

7014.00

» 29650.08

3.70

1893

»

71472.40

» 28109.09 »

10394.21

» 32969.10

4.80

Neemt men hierbij in aanmerking dat de oprichtingskosten te Amsterdam, door den eigenaardigen toestand van

-ocr page 193-

142

hot terrein, buitengewoou boog moesten zijn en dat, bij eventu-eele invoering van een rijkswet op de keuring, de ontvangsten zeer zullen vermeerderen en de exploitatiekosten nagenoeg gelijk zullen blijven, omdat de invoer vau buiten zal verminderen, wijl daarop dan niet meer zooveel wordt verdiend, dan mogeu deze cijfers, die in de laatste jaren geregeld stijgen, toch zeker niet ongunstig worden genoemd.

In het buitenland, o. a. in Pruisen, is men blijkbaar bevreesd, dat de gemeenteu te groote winst op de abattoirs zullen behalen. De wet vau 9 Mei 1881 in Pruisen, relt;re-

7 O

lende de oprichting vau abattoirs, geeft in § 5 aan, dat de tarieven niet hooger mogen worden opgevoerd dan noodig is voor onderhoud, bedrijfskosten, intrest en amortisatie van het aanlegkapitaal en van de betaalde schadeloosstellingen. Een hoogere rentevoet dan 5 pet. \'s jaars en meerdere amortisatie dan één percent, benevens de intresten, mag niet worden berekend.

Daar waar alle dieren in het abattoir moeten worden geslacht, kan men bij matige slachtprijzen niet a.\'leen de exploitatiekosten dekken, maar vooreen behoorlijke aflossing van het oprichtingskapitaal zorgen.

Een tweetal hierachter geplaatste tabellen, H en I, geeft omtrent de exploitatie van enkele abattoirs in het buitenland een overzicht.

Uit deze tabellen blijkt dat in gemeenten met een klein aantal inwoners, b.v. Genua, Nivelles, Ostende, Hay en Arlon het abattoir, na aftrek van rente en amortisatie, nog winst afwerpt.

Osthoff komt in zijn werkje: »Slacldhöfe fiir kleine Sladte von 5000 his 15000 Einwohnern, Berlin 1890quot;, na uitvoerige berekening tot het volgende resultaat:

-ocr page 194-

143

Aanlegkosten.

Aantal

Uitgaven. Inkomsten. Saldo.

zonder

met

koelapparaat.

Mark.

Mark.

Mark.

Mark.

Mark

5.000

40.000

11

4.200

6.050

1850

4.6

6.000

45.000

11

5.360

7.560

2200

4.9

7.000

11

50.000

7.700

9.850

2150

4.3

8.000

11

60.000

8.600

11,240

2640

4.4

9.000

11

70.000

9.200

12.280

3080

4.4

10.000

51

80.000

10.000

13.600

3600

4.5

11.000

1?

90.000

10.600

14.650

4050

4.5

12.000

11

105.000

11.500

16.330

4830

4.6

13.000

11

120.000

12.300

17.940

5640

4.7

14.000

11

130.000

13.000

19.240

6240

4.8

15.000

11

140.000

13 800

20.600

6800

4.9

Onder de aanlegkosten is alles berekend, terwijl onder de uitgaven reeds zijn gebracht 1 pet. voor onderhoud van het geheel, \'1 pet. voor amortisatie der gebouwen en 6 pet voor amortisatie der machinerieën.

De distrietsveearfcs L. T. Jannk (zie Verslag vau de Gezondheidscommissie te Roermond, 1891) komt, na berekening voor de oprichting van een abattoir te Roermond, tot de volgende conclusie; »De vleeschprijzen zullen daardoor niet behoeven te stijgen en indien dit al het geval mocht zijn, zal dit niet meer dan één halve cent per Kg. geslacht vleesch behoeven te bedragen.quot;

Wij kunnen uit het bovenstaande opmaken dat, zelfs bij iets hoogere aanleg- en exploitatiekosten, ook hier te lande abattoirs in kleine gemeenten kunnen worden opgericht, zonder dat de gemeente daarbij schade behoeft te lijden.

De groote voordeelen, verbonden aan een abattoir, wat betreft het conceutreeren van alle afval en vuil, het bewerken van ingewanden, vet, bloed, borstels, enz. op een enkele plaats buiten de bebouwde kom der gemeente, waardoor verontreiniging van den bodem, het water en van de lucht

-ocr page 195-

144

op een groot aantal plaatsen in de gemeente wordt verhinderd, behoeven zeker ook geen nader betoog.

Voegen wij daarbij nog dat het alleen in een abattoir mogelijk is de keuring van slachtvee en vleesch zóó te doen plaats hebben, dat zij eeu voldoenden waarborg oplevert tegen de nadeelen, die uit het gebruik van schadelijk vleesch voortvloeien, dan is het zeker te begrijpen dat het Hoofdbestuur het oprichten van abattoirs dringend aanbeveelt. De vraag of het noodig is in één gemeente meer dan één abattoir op te richten, behoeft voor ons land niet te worden beantwoord. Anders is het gesteld met de vraag: in welke gemeenten moeten abattoirs worden opgericht?

Het spreekt van zelf dat in kleinere gemeenten, waar weinig wordt geslacht, de kosten van oprichting en exploitatie van een abattoir niet door de ontvangsten kunnen worden goedgemaakt en daarom dient men er naar te streven de inrichtingen alleen daar te maken, waar de kosten behoorlijk kunnen worden gedekt. Dit is zelfs voor gemeenten van vijf tot tienduizend inwoners mogelijk, zooals Osthofi\' in zijn werkje over abattoirs aangeeft, en het Hoofdbestuur meent als grens te mogen stellen gemeenten met 5 tot 7 duizend inwoners, waar het het oprichten van abattoirs verplichtend zou willen zien gesteld.

Voor kleinere gemeenten zou combinatie moeten plaats hebben, zooals dit trouwens toch reeds geschiedt, daar de bewoners van kleine gemeenten hun vleesch veelal in omliggende grootere aankoopen.

Vilderijen.

De toestand der vilderijen laat in ons land zeer veel te wenschen over. In het eerste gedeelte van dit rapport gaven wij reeds aan wat wij onder vilders verstaan en wezen er op, dat het aantal ervan in ons land zeker vrij wat grooter zal zijn dan door ons werd opgegeven; als oorzaak

-ocr page 196-

445

daarvoor gaven wij naamverwarring aan. Deze verwarring is begrijpelijk, indien wij even nagaan wat men akoo onder vilderij brengt.

Eigenlijk moest een vilder iemand zijn die een gestorven dier de huid aftrekt en het cadaver verder verwerkt, d. i. het vet uitsmelt en verzamelt, het vleesch met de pezen droogt voor de lijm fabrieken, of wel het tot mest verwerkt, de beenderen verzamelt voor de lijm- of de beenzwartfabrieken en de ingewanden begraaft of eveneens tot mest verwerkt.

Een vilderij is echter nog al eens de plaats waar niet alleen gestorven dieren, maar ook oude, afgeleefde of zieke dieren, ja ook in nood geslachte worden verwerkt en waar de bewerking (wel wat minder zindelijk dan bij den slachter) geheel volgens slachtersmanier geschiedt. Het vleesch van deze dieren komt, zoo het er tamelijk ooglijk uitziet, in den handel en wordt, zooals straks nader blijken zal, soms bij groote slachters verkocht. Het minder ooglijke vleesch wordt tot worst verwerkt of voor dat doel naar de groote steden gezonden. Een gedeelte van het vleesch wordt veelal gebruikt als voedsel voor houden en varkens. Met vet, afval, ingewanden, enz. wordt, voor zoover zij voor de worst niet worden gebruikt, gehandeld als boven is aangegeven, evenzoo met de beenderen.

Dat de vilder hier op het gebied van den slachter treedt —• en dus vilder-slachter wordt — behoeft geen nader betoog, evenmin dat het vleesch van dergelijke inrichtingen af kom-stig, hoogst verdacht moet worden genoemd en in vele gevallen een zeer gevaarlijk voedsel oplevert. Zelfs de varkens van de vilders zijn niet te vertrouwen, vooral met het oog op trichinen.

Sinds de invoering der wet op de Veeartsenij kundige Politie komen gelukkig de vilders niet zooveel meer in het bezit van cadavers van dieren, die aan besmettelijke ziekten hebben geleden en zijn de vilderyen, alsook de vilders zeiven, minder brandpunten voor besmetting. Toch blijkt het meermalen dat onder de dieren, op vilderijen be-

10

-ocr page 197-

14G

handeld, er nog voovkomen niet besmettelijke ziekten, en in gemeenten, waar volstrekt niet aan keuring wordt gedacht, kunnen deze gevallen gemakkelijk aan liet Veeartsenijkundig Staatstoezicht ontsnappen. Daargelaten dat het vleesch van die dieren nadeelige gevolgen kan veroorzaken, is er nu weer een nieuwe bron van besmetting aanwezig.

De vilderijen staan zeker wel het minst onder controle, waarvan ook hun meestal afgelegen ligging wel eens de schuld draagt. Hier en daar laten de vilders nu en dan wat keuren, om daardoor den invoer gemakkelijker te maken, maar dat, wat zij vooraf weten dat afgekeurd zal worden, houden zij achter.

In enkele gemeenten staan de vilders onder bijzondere controle van een veearts, in andere is de vilder gemeenteambtenaar en staat zijn inrichting soms ouder scherp toezicht; bij handelt volgens instructie, waarvan wij als voorbeeld die van den gemeente-vilder van Roermond hier doen afdrukken (Zie bijlage achter dit hoofdstuk). Vilderijen op die leest geschoeid en onder scherp toezicht staande, kunnen nuttig werken.

Bij de provinciën is reeds herhaalde malen gewezen op de praktijken dier vilders, waaronder er zijn die er zelfs worstfabrieken op na honden, waar soms op groote schaal verschillende worstsoorten — waarvan enkele een zeer goeden naam hebben — worden gefabriceerd.

Toch willen wij ook hier nog enkele bijzonderheden mededeelen, die tevens den toestand van Leiden op het gebied van vleeschkeuring karakteriseeren.

Uit de omliggende gemeenten stroomt men met het zieke vleesch naar Leiden: ja zelfs vleesch, aan het abattoir te Amsterdam afgekeurd, wordt den Leidenaars nog als een lekker beetje voorgezet. Een veearts uit de buurt kreeg onlangs (het schrijven dateert van 24 Maart \'1891) liet lijk van een aan septische metritis en peritonitis gestorven rund te zien. Een verpestende lucht vervulde de localiteit waar het dier hing. De uterus, waarin de rottende secundinae nog aanwezig waren, gedeeltelijk gevuld met een kaasacbtigen

-ocr page 198-

147

detritus, was de bron van si,ank en de oorzaak van de ziekte. Desnièttegenstaande wordt het vleesch van een dergelijk dier geheel en al, tot bet laatste vezeltje, in consutn-tie gebracht. Het mag werkelijk een welwillendheid van een vilder worden genoemd, indien hij den uterus niet uitspoelt en eveneens in eonsunitie brengt. Groote massa\'s parelziek vleesch worden in Leiden gebruikt; een vilder deelt mede dat het onder de schamele gemeente gewoonte is om voor een dubbeltje »s takkiesquot; te halen, waarbij dan den slachter wordt verzocht er niet te veel pokken (tuberkelliaar-den) bij te doen.

Ook kunnen wij niet nalaten het volgende over te nemen uit een brief, dato 17 September 1891, van den districtsveearts voor Zuid-Holland, benoorden Maas en Lek:

d Leiden heeft nog altijd de primeur aangaande nalatigheid in zake vleeschkeuring. Die tak van dienst is er niet bekend. Betoogen van geneeskundige autoriteiten leidden tot niets. Zelfs de trichinose, die in 1888 aldaar voorkwam, mocht de goede Leidenaars slechts ten halve wakker schudden en thans zijn zij weer voor goed ingedommeld.

Wie niet zijn ingedommeld, zijn de slachtertjes van lageren rang. Een hunner verklaarde mij openlijk; «ik voor mij hoop niet dat men vooreerst te Leiden met een keuring op vleesch aankomt, \'t Gaat nu zoo goed!!!quot;1).

Is soms het vleesch van gestorven diereu (paarden, ezels, koeien, varkens, enz.) hoogrood en onooglijk van kleur, de slachtertjes weten goeden raad. De walgelijke massa gaat in een grooten ketel en wordt in een sterke potaschoplossing Hink gekookt. Bleek, als kalfsvleesch, dus geheel verjongd, komt het te voorschijn. Als zoodanig verwerkt, onder gehakte ingewanden van geslachte dieren, vindt het zijn weg naar de triepbakken, om als triep in de magen van het arme volk te verdwijnen.

1

ZooaU vrocgoi\' reeils weij medegedeeld, is aan dien Ireungeu toestand geluking eeu einde gekomen, daar thans in Leiden de vleeschkeuring behoorlijk is geregeld.

-ocr page 199-

148

Is de capaciteit der Leidsche magen niet toereikend om alles te herbergen, geen nood, Haagsche en Amsterdamsche magen zijn er nog genoeg over, die ook gaarne gevuld wensohen te worden. Ik miig hier wel toelichten wat t ri e p en wat een triepbak is, namen wier oorsprong op Leidschen grond is te zoeken. Triep noemt men den kop (zonder tong) en de ingewanden, als longen, hart, lever, maag en darmen van slachtdieren, die bij verschillende slachters worden opgekocht, vervolgens gereinigd, fijn gehakt, in darmen en magen gestopt en daarna gekookt. Deze triep wordt in triepbakken verkocht, zijnde kleine restaurants in de afgelegen stadsgedeelten voor het arme volk.

Een toonbank, een soort van buffet met enkele schotels en vorken, wat stoelen en een enkele tafel maken het ameublement uit. Vooral \'s Zaterdagsavonds ziet men er een menigte vrouwen, die voor enkele centen triep koopen, alsmede eenige mannen, waaronder met een halven roes, die op de plaats zelve hun triep verorberen.

De eigenaars dezer inrichtingen maken goede zaken. Sommigen zijn zelfs eigenaars van verschillende huizen geworden of leven van hun renten.

Zij, die de ingewanden alleen bij slachters opkoopen, kunnen gezonde waar hebben. Als het arme publiek echter zelf ziet, dat laat in den nacht of vroeg in den morgen, ja zelfs op den dag, krengen en zoogenaamde slakken (ongeboren vruchten) naar de buurten der triepbakken worden vervoerd, dan kan men daarvan niet al te zeker zijn.

Op mijn vraag aan een werkman of hij na het eten van triep wel eens ziekteverschijnselen bij zich en zijn huisge-nooten had waargenomen, antwoordde hij mij, dat zij voor en na wel eens allen te gelijk aan diarrhee leden. De dokter werd echter niet gehaald. Men dacht zoo: het is wel eens goed, de kwade stoffen gaan dan weer eens weg en het luchtte wat op!! Op mijn vraag of de politie wel op het vervoer van doode dieren, enz. toezag, antwoordde men mij: zeer zeker, maar het blijft alleen bij toezien.

-ocr page 200-

149

Dit kan geheel overeenkomstig de waarheid zijn, daar ik zelf doode dieren op de veemai\'kt heb zien aanvoeren.

Enkele triepbakken zien er tamelijk zindelijk uit, andere zijn zeer onzindelijkquot;.

Na al die mededeelingen, die van volkomen betrouwbare zijde zyn, maar waaraan wij nog heel wat zouden kunnen toevoegen, waarvan wij echter minder zeker zijn, kan het Hoofdbestuur niet ernstig genoeg aandringen op scherpe controle der z. g. n. vilderijen, een controle die zeker het beste zal zijn, wanneer in het geheele Rijk vleeschkeuring wordt ingevoerd en wanneer op tal van plaatsen abattoirs worden opgericht, daar de vilderijen dan van zelf vervallen.

Instructie voor den aangestelden viller binnen de gemeente Roermond. \')

Art. 1. De viller wordt door Burgemeester en Wethouders aangesteld en ontslagen. Hij is binnen de gemeente uitsluitend belast met al wat dit vak betreft. Hij geniet daarvoor vrije woning en eene belooning van de eigenaars of belanghebbenden voor elk stuk vee welk door hem wordt afgemaakt en voor het villen, vervoeren en begraven daarvan, naar een tarief door Burgemeester en Wethouders vast te stellen.

Art. 2. Hij is verpligt zoowel aan den commissaris van politie als aan den veearts te gehoorzamen in alles waarin de openbare gezondheid, voor zooveel zijn vak betreft, betrokken is.

Art. 3. Aan hem wordt het bijzonder toezigt over de vil-plaats opgedragen. Hij zorgt voor alle mogelijke reinheid en dat er geene doode dieren, beenderen, bloed of andere overblijfselen onbedolven blijven liggen.

Art. 4. Zijne verdere verpligtingen zijn:

a. het opvangen en zoo noodig het in bewaring houden van vreemde honden, die zonder meester rondzwerven of als verdacht van dolheid of met dolheid behebt zijn, alsook van andere dieren, wanneer zij dol of daarvan verdacht zijn;

h. het afmaken der dieren, hem door de bevoegde personen in het belang der algemeene gezondheid aangewezen;

e. het afvillen en het openen der gestorven en afgemaakte dieren voor zoover zulks noodig is ter onderkenning en ter bepaling eener ziekte door den veearts;

1) Letterlijk overgenomen. (Het Hoofdbestluk.)

-ocr page 201-

150

d. het vervoeren en liet bedelven op de daartoe bestemde plaats van alle doodo dieren. Geldt hot lijken van dieren die niet aan besmettelijke ziekten bezweken zijn, dan kunnen de eigenaars zelve zich met hot vervoer belasten, zulks echter onder het toezicht des villers;

het aangeven aan den veearts van alle hem voorkomende of bekend wordende ziektegevallen onder de paarden en het vee binnen de gemeente, vooral wanneer er vermoeden bestaat dat de ziekte besmettelijk is.

Art. 5. De viller is almede verpligt, wanneer hem zulks dooide bevoegde personen gelast wordt, de dieren die wegens besmettelijke ziekten moeten afgemaakt worden, te dooden en de huid derzelver, wanneer zulks veroischt wordt, door meerdere insnijdingen onbruikbaar te maken en de dieren in hun geheel ter bepaalde diepte te bedelven, na alvorens het lijk behoorlijk met steenkoolteer begoten te hebben.

Art. 6. Wanneer de viller het berigt ontvangt van het sterven van eenig dier, is hij verpligt het zoo spoedig mogelijk naar de vilplaats te vervoeren, hot te villen (wanneer de ziekte niet besmettelijk is) en het verder te begraven. Ontdekt de viller, dat een eigenaar of diens dienstboden of daglooners eenig gestorven groot dier zelf gevild hebben, dan nog is hij verpligt het lijk, hetwelk naar do vilplaats wordt overgebragt, op aanvraag te vervoeren en te bedelven, maar geeft van het gebeurde onmiddellijk kennis aan de politie.

Art. 7. Het afvillen, het openen en het bedelven van aan ziekte gestorven dieren, mag alleen op de daartoe bestemde vilplaats geschieden. Do kuilen moeten zoo diep zijn dat het overblijfsel der afgemaakte dieren door een goede vastgestampte aardlaag ten minste een en een halve el. des gevorderd twee el, hoog bedekt wordt. De plaats moot alsdan aangestampt en voor zoover mogelijk met goede graszoden bedekt worden.

Art. 8. Het overblijfsel der doode of afgemaakte dieren behoort steeds den eigenaar. Indien de eigenaar er in toestemt en de veearts het goedkeurt, wordt het den viller vergund den afval van de afgemaakte dieren te gebruiken voor zooverre de ziekte niet besmettelijk is verklaard.

Aldus vastgesteld door het gemeentebestuur van Roermond den 13 December 1863.

Burgemeester en Wethouders,

(get.) LOUIS BEERENBROEK.

-ocr page 202-

151

Keurmeesters.

Hoofdm-eischten voor keurmeesters zijn: zaakkennis, eerlijkheid en onpartijdigheid.

De vraag, wie moeten keurmeesters zijn, wordt door ons als volgt beantwoord. In de eerste plaats moeten als zoodanig fnngeeren de veeartsen. Mogen ook andere personen, waar het de keuring betreft van z. g. n. gezond te slachten dieren, ia velerlei opzicht bruikbaar zijn, bij noodslachtingen en bij gestorven dieren is kennis van de veranderingen, door ziekte teweeggebracht, absoluut noodig en door den aard hunner studie zijn alleen de veeartsen de daartoe aangewezen personen. Voor dat doel mogen wij echter ook de geneeskundigen als deskundigen beschouwen, maar de aard hunner betrekking zal zelden medebrengen dat zij zich als keurmeester beschikbaar stellen.

In ons voorbericht hebben wij ook de empiristen als deskundigen genoemd. Wij bedoelen hier de personen, die vóór het in werking treden der wet van 8 Juli 1874, Staatsblad n0. 98, op de uitoefening der Veeartsenijkunde gedurende 10 jaar een patent hadden als veearts en ook zij, die ingevolge art. 16 van bedoelde wet tot de uitoefening der Veeartsenijkunde werden toegelaten. Van beide categorieën wordt het aantal ieder jaar minder en ten slotte zullen zij uitsterven, indien ten minste door behoorlijke toepassing der wetten tegen het optreden van een nieuwe generatie met kracht wordt gewaakt. Wel is bij velen hunner op de kennis, wat betreft de veranderingen in het lichaam van het zieke dier, veel af te dingen, maar waar zij zich willen toeleggen op kennis van vleesch, ook dat, afkomstig van zieke dieren, kunnen zij in het meerendeel der gevallen bruikbare krachten opleveren.

Het gering aantal veeartsen in enkele streken van ons land, waar zonder behoorlijke bezoldiging het praktizeeren niet voldoende oplevert om overeenkomstig den stand te leven, gaf ons mede aanleiding om den empirist nog als deskundige te noemen.

-ocr page 203-

152

Andere personen beschouwen wij als onbruikbaar, wanneer zij geen speciale opleiding hebben genoten.

Velen meenen dat slachters en ambtenaren der belasting (kommiezen) bij uitstek voor deze betrekking geschikt zijn. Men mag veronderstellen dat een goede slachter weinig of niet met slecht vleesch in aanraking komt, en dat de kenmerken aan ziek vleesch eigen, hem dus in den regel geheel ontbreken. Bovendien is bij, noch bij het gezonde, noch bij het zieke dier, op de hoogte van de verschillende veranderingen, die in de weefsels kunnen optreden, en die toch uitsluitend de al ot niet schadelijkheid van het vleesch bepalen. Na een behoorlijke opleiding is een slachter mogelijk geschikt te maken tot het keuren van z, g. n. gezond te slachten dieren. Bij de minste afwijking van het normale moet echter het advies van een deskundige worden ingewonnen, daar iedere ziekelijke verandering nog niet tot afkeuring aanleiding behoeft te geven.

De ambtenaren der belasting zijn nog minder als keurmeester geschikt, want hun ontbreekt de kennis van den bouw en de verrichting der verschillende deelen van het lichaam geheel. Bovendien zijn, bij de tegenwoordige inrichting in enkele gemeenten, de algemeene belangen meermalen in strijd met de eigen belangen, zooals reeds bleek uit een paar opmerkingen bij de verschillende provinciën. Een enkele opmerking voegen wij hier nog gaarne aan toe. Het waardeverschil van aangifte bij noodslachting loopt nog

al uiteen. Zoo b.v. zal te H......e en ook te M.......d

het in nood geslachte vleesch moeielijk 20 cent per 0.5 Kg.

kunnen opbrengen, terwijl datzelfde vleesch te M..........s

gemakkelijk 30 cent opbrengt, ja zelfs meer, indien de visschers uit zee thuis zijn. Juist uit Zuid-fiolland wordt geklaagd dat de ambtenaren zulk vleesch soms benaderen, en zich niet ontzien om zeiven rond te loopen en hun waar aan te prijzen. Zij laten het dier per pond uithallen en blijven er zoolang bij tot het vleesch is uitverkocht. Teo-en-woordig hallen zij te M..........s bij een varkensslachter,

-ocr page 204-

153

die zelfs geen patent heeft als vleeschhouwer (brief van 29 December 1890).

Ook hier blijkt dus dat de algemeene en de bijzondere belangen met elkander in strijd kunnen zijn.

De districtsveearts uit Noord-Holland schrijft ons omtrent de niet-deskundige keurmeesters het volgende:

»Hoewel nu aangaande de qualiteit dier personen door mij nog verdere inlichtingen zullen worden ingewonnen, is het mij bekend, dat zij in den regel de noodige kennis missen om eenig afdoend oordeel te kunnen vellen over de schadelijkheid van eet- en drinkwaren (inclusief «vleesch»). Veel wordt nog goedgekeurd, voor zooverre er keuring geschiedt, wat directe afkeuring vordert. Onnoodig is wellicht de opmerking dat overigens de handhaving der politiereglemen-ten in eenige gemeenten veel, in sommige zelfs alles te wenschen overlaatquot;.

Nog andere functionnarissen als keurmeester zijn zeker niet gewenscht. Bij het overzicht der provinciën bleek het reeds hier en daar. Toch willen wij nog een tweetal voorbeelden geven.

De landbouwer-keurmeester te R......p in Noord-Holland

keurt een in nood geslachte koe goed en bij invoer aan het abattoir te Amsterdam blijkt, dat het dier aan miltvuur heeft geleden.

In de Nieuwe Rotterdammer courant van 9, 11 en 13 Mei 1893 vinden .wij een mededeeling uit Schipluiden. De veldwachter-keurmeester aldaar keurt een in nood geslachte koe goed en koopt die voor \'25 gulden van den eigenaar. De koe wordt vervoerd naar Vlaardingen en daar blijkt, bij onderzoek door een veearts, dat het dier aan miltvuur heeft geleden. De veldwachter is ontslagen.

Slaan wij een blik op de bij dit rapport gevoegde kaartjes, dan blijkt ons dat over het algemeen veeartsen en empiristen zoodanig over het land verdeeld zijn, dat zeker in het grootste aantal gemeenten de keuring, zooals wij ons die voorstellen, nu reeds zou kunnen worden verricht. Wij mogen echter niet vergeten dat bij eventueele wettelijke

-ocr page 205-

154

regeliug van de vleeschkeuring het aantal veeartsen in ons land spoedig zal toenemen. Trouwens er is geen bezwaar tegen, om voor de gewone keuringen van z. g. n. gezond geslachte dieren gebruik te maken van personen, die overtuigende blijken hebben gegeven, dit vleesch goed te kunnen beoor-deelen, maar waar patliologisch-anatomische veranderingen zijn opgetreden, moet naar onze meening alleen de veearts of de geneesheer, zoo noodig een empirist, beslissen.

Toch dienen wij hier nog bij te voegen dat, zooals de zaken nu staan, de betrekking van keurmeester voor een veearts niet benijdenswaardig is. In den regel is het een bijbetrekking, die aan de praktijk schade doet, daar een eigenaar, bij het afkeuren van een dier, in het vervolg allicht achter deu rug van den veearts om handelt en deze daardoor meermalen in zijn praktijk wordt geschaad. Bestaat eenmaal algemeen verplichte vleeschkeuring, dan is dit bezwaar minder, daar dan aan alle veeartsen gelijke verplichtingen zijn opgelegd.

Pogingen, van verschillende zijden aangewend, om tot een Rijkskeuring of ten minste tot een betere keuring te geraken.

Bij het opgeven der pogingen, reeds in het werk gesteld om verbetering in den bestaanden toestand te brengen, zullen wij ons in hoofdzaak tot officiëele gegevens bepalen.

Den 19llcn Mei 1868 werd door den Minister Heemskerk bij de Staten-Generaal ingediend een wetsontwerp tot regeling van het Veeartsenijkundig Staatstoezicht en de Veeartsenij-kundige politie.

Voor zoover dit ontwerp de keuring van vee en vleesch betreft, bevatte het in hoofdzaak het volgende Er zullen zjjn een of meer Inspecteurs en daaronder, in districten werkzaam, districtsveeartsen.

In iedere gemeente (alleen kleinere kunnen worden gecom-

-ocr page 206-

155

biueerd) zullen een of meer keurmeesters zijn, door Burgemeester en Wethouders te benoemen en door de gemeente te salariëeren.

De keurmeester moet minstens 23 jaar oud zijn, aan een examen als keurmeester hebben voldaan en zal onder den districtsveearts werkzaam zijn. Allo dieren worden levend en na de slachting gekeurd. In nood mag geslacht worden, mits terstond aangifte wordt gedaan, waarop keuring moet volgen.

Waar een voldoend aantal abattoirs in een gemeente aanwezig is, mag alleen daar worden geslacht.

Dit wetsontwerp werd echter den 1 ldei1 Juni 1868 ingetrokken, waarop in December van dat jaar een ontwerp volgde van den Minister Fock, waarin de vleeschkeur ing echter niet meer was opgenomen.

Het Verslag van de bevindingen en handelingen van het Geneeskundig Staatstoezicht geeft ons na dien tijd overvloedig gelegenheid aan te toonen hoe, vooral in de laatste jaren, de te dezer zake adviseerende lichamen steeds blijven aandringen op wettelijke regeling der v\'leeschkeuring. Uit den rijkdom aan stof, ons daar aangeboden, nemen wy het volgende over:

1870, blz. 848. De Inspecteur voor het Geneeskundig Staatstoezicht in Zeeland vestigt de aandacht van den Commissaris des Konings, op het gevaar door het gebruik van vleesch, afkomstig van dieren, die aan varkensziekte hebben geleden. Hrj wenscht de gemeentebesturen daarop attent te maken en hen uit te noodigen om de beambten, met de keuring belast, tot groote zorgvuldigheid aan te sporen bij het keuren van varkensvleesch. (In het Provinciaal blad n0. 108 is aan dit verzoek voldaan).

1872, blz. 253. Te Maastricht werd een koe ingevoerd en door den keurmeester goedgekeurd; blgkens onderzoek door een veearts, had het dier aan miltvuur geleden. De Adjunct-Inspecteur wees op de wenschelijkheid om ten minste de keuring bij noodslachting steeds door een veearts

-ocr page 207-

156

te doen plaats hebben. In het verslag van 1878, blz. 295, lezen wij dat aan dit verzoek geen gevolg is gegeven.

1874, blz. 10. lu de Inspeeteursvergadering werd opgemerkt, dat de resolutie van den Minister van Financiën van 10 Januari 1874, n0. 76 (zie bladz. 19) niet voldoende is. Zij geeft maatregelen tegen in- en uitvoer, maar moest meer maatregelen bevatten tegen het in consumtie brengen.

1875, blz. 23. Bij een onderzoek, ingesteld door een Commissie uit den Geneeskundigen liaad voor Zeeland, bleek dat slechts in 43 van de 112 gemeenten meer of minder werd gekeurd. In een der gemeenten was de schoolmeester keurmeester; hij vervulde die betrekking gratis.

1880, blz. 304. Door den Commissaris des Konings en door het Geneeskundig Staatstoezicht werden alle gemeenten in Limburg aangezocht verordeningen te maken op het slachten van vee.

1881, blz. 14. De vergadering van Inspecteurs spreekt de wenschelijkheid uit: dat keuring van vee alleen door deskundigen, alzoo door veeartsen geschiedt; dat ook bij miltvuur onteigend en schadevergoeding kan worden gegeven; dat op schadelijk vleesch ook toegepast worde het beginsel van het nieuwe strafwetboek, volgens hetwelk niet alleen hij, die de slechte waar invoert, maar ook degeen van wien deze af komstig is, wordt gestraft.

1883, blz. 13. De Raad van Inspecteurs dringt nogmaals bij den Minister aan op een regeling van Staatswege van de keuring van vleesch, naar de beginselen welke hij den Minister in 1881 aanbeval.

Id., blz. 22. De Geneeskundige Raad voor Overijsel-Drente stelde als conclusie: «een wettelijke regeling van vee- en vleeschkeuring, de laatste bij het slachten, is noodzakelijk. Hij wendde zich tot den Minister en in het antwoord werden sterke bezwaren geopperd tegen wettelijke regeling. Er werd op gewezen, dat artikel 135 der gemeentewet aan de gemeenteraden bevoegdheid geeft keuring in te stellen. De Inspecteurs moeten, volgens art. 14 der wet van 1 Juni

-ocr page 208-

157

1865, de aandacht van Burgemeester en Wethouders daarop vestigen, of, zoo dit niet baat, de hulp van Gedeputeerde Staten inroepen.

1888, b!z. 316. In provinciale bladen van Friesland en Groningen werden de gemeenteraden door den Geneeskun-

o ~

digen Raad opgewekt tot strenger toezicht op slachtvee.

1889, blz. 23. In een rapport over Kindersterfte, uitgebracht door een Commissie uit de Inspecteursvergadering aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, lezen wij bij longtering onder n0. 6: De maatregelen tegen de besmetting met tuberculose ten gevolge van het eten van vleesch of het drinken van tuberculeuse melk en het onschadelijk maken van besmette voorwerpen, liggen vooral op het gebied der openbare gezoudheidspolitie; n0. 7: Die maatregelen bestaan vooral in een wettelijke en gestrenge vee-en vleeschkeuring, in den geest van ons rapport over vleesch-keuring van 1881. Elk stuk slachtvee behoorde vóór en naliet slachten door een deskundige te worden gekeurd en het voor de gezondheid gevaarlijke vleesch moest uit de consumtie worden geweerd.

1890, blz. 25. In den Geneeskundigen Raad van Brabant-Limburg werd door een der leden gewezen op den onhoud-baren toestand betreffende het veelvuldig gebruik van vleesch, afkomstig van gestorven of » wegens ziektequot; uit nood geslacht vee. Door tal van voorbeelden toonde dat lid aan, dat dientengevolge reeds herhaaldelijk noodlottige gevolgen bij den mensch hebben plaats gehad. Hoewel de geneeskundige ambtenaren — zooals werd aangehaald — de Regeering reeds in 1887 (1881?) op het wenschelijke eener wet in dien geest hadden gewezen, waarvan echter wegens de hooge kosten was afgezien, zoodat meer op de hulp van abattoirs moest worden gerekend, besloot de vergadering nogmaals aan deze quaestie haar aandacht te schenken, mede in verband met het onderzoek dat vanwege de Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in het werk wordt gesteld.

-ocr page 209-

■15S

Id., biz. 28. In den Geneeskundigen Raad van Gelderland en Utrecht werd breedvoerig gesproken over het slechte toezicht in het algemeen op het slachtvee eu op de keuring van het vleesch. Met eenparige stemmen werd besloten hierover een adres te richten aan den Minister van Binnen-landsche Zaken, met verzoek een wet in het leven te roepen, waarbij het toezicht op den verkoop van vleesch en van het vee wordt geregeld en de verkoop van vleesch — afkomstig van uit nood geslacht vee en van vee lijdende aan ziekten, die bij den mensch nadeel kunnen veroorzaken, — worde tegengegaan.

Id., blz. 31. In den Geneeskundigen Raad van Zeeland werd besloten don Inspecteur uit te noodigen om in de Inspec-teursvergadering voor te stellen bij de Regeering krachtig aan te dringen op een Rijkswet, regelende de vleeschkeuring.

Id., blz. 34. Naar aanleiding van de uitkomsten der vee-en vleeschkeuringen te Zwolle en te Kampen, waaruit bleek hoeveel ziek en bedorven vleesch zonder die keuring in beide gemeenten zoude worden geconsumeerd, indien die keuring niet had bestaan; voorts naar aanleiding van een adres van de vereeniging Volkswelvaart te Assc-n aan den Minister en eindelijk met het oog op een beslissing van de rechtbank te Assen, die een goede keuring onmogelijk zou maken, werd in den Geneeskundigen Raad van Overijsel-Drente besloten zich tot de Regeering te wenden, met verzoek dat een wet op de keuring van slachtvee, vleesch en visch moge worden ingevoerd. In denzelfden Raad kwam het voorstel ter sprake om te verzoeken den invoer van Amerikaansch var-kensvleesch te verbieden, met het oog op trichinen. Wijl dit echter een nadeelige invloed op de volksvoeding zou uitoefenen en daar dit vleesch meestal goed gekookt of gebraden wordt gebruikt, besloot men het publiek alleen te waarschuwen.

Id., blz. 272. Naar aanleiding der ziektegevallen, voorgekomen in de gemeenten Epa en Oldebroek (zie blz. 58) werden, op verzoek van don Inspecteur van Gelderland en Utrecht, door Gedeputeerde Staten dier provinciën de ge-

-ocr page 210-

150

meeutebesturen aangespoord verordeningen vast te stellen, betreffende het keuren van in nood geslacht vee en van het vleesch vóór liet in consumtie komt.

Id., blz. 278. De vereeniging voor Volkswelvaart te Assen dringt bij de Regeering aan op wettelijke regeling der vleeschkeuring en de Inspecteur — in deze zaak om advies gevraagd — sluit zich bij dit verzoek aan.

Id., blz. 282. De districtsveearts voor Gelderland-Overijsel dringt bij den Commissaris der Koningin aan op wettelijke regeling der vleeschkeuring en de Adjunct-Inspecteur adviseerde niet alleen gunstig, maar ondersteunde dit verzoek.

De jaarverslagen over 1891 en 1802 zijn nog niet verschenen, maar uit de korte verslagen, voorgekomen in de dagbladen, blijkt dat van geneeskundige zijde steeds met ijver voor wettelijke regeling op liet gebied van vleeschkeuring wordt gestreden.

Het verslag van de bevindingen en hand el ia-gen van het V e eartsen ijku n di g Staatstoezicht bevat o. a:

1886, blz. 96, uit Zuid-Holland: Wanneer men nagaat, dat door de veeopzichters in 49 gemeenten 074 uit nood geslachte runderen werden onderzocht, waarvan 46 aan tuberculose, 89 aan kalverziekte, 20 aan houtvuur en ongeveer een 40-tal aan miltvuur hadden geleden en dat liet vleesch van uit nood geslachte runderen voor het grootste gedeelte naar de groote stedon als Rotterdam, \'s-Gravenhage en Amsterdam wordt vervoerd, dan kan men zich een voorstelling maken met boeveel duizenden kilo\'s ziek vleesch onze groote steden worden overstroomd.

Opmerkelijk is het dat, terwijl verschillende gemeenten zoo groote zorgen besteden ter verkrijging van zuiver drinkwater en van een goeden afvoer der faecaliën, de keuring van vleesch zoo ten achteren is gebleven. Toch ontbrak het niet aan adviezen der geneeskundige ambtenaren om op deze vaak bestaande leemte de aandacht der gemeentebesturen te vestigen.

-ocr page 211-

160

1887, biz. 80, uit Noord-Holland: Uit een hygiënisch oogpunt meent de districtsveearts er op te moeten wijzen, dat het meer en meer noodzakelijk blijkt een regeling voor het gansche rijk tot stand te doen komen tot keuring van vee en vleesch voor consumtie bestemd.

In de gemeenten toch, waar dergelijke regeling bestaat of de inspectie van in nood geslachte dieren door meer of minder deskundige lieden geschiedt, worden sedert jaren herhaaldelijk gevallen van miltvuur en parelziekte ontdekt.

En in het abattoir te Arasterdam èn in de gemeente Haarlem moesten meermalen runderen worden afgekeurd, welke in hevige mate lijdende waren aan tuberculose. Een veearts te Haarlemmermeer deelt mede, dat hij opgemerkt heeft, dat vaak digestiestoornissen, diarrhee en braken voorkomen bij personen die goedkoop vleesch nuttigen, van gestorven dieren afkomstig.

Deze ondervinding, zegt de districtsveearts, wordt door iedereen bevestigd, welke in de gelegenheid is dienaangaande waarnemingen te doen.

In de lö11® Algemeene Vergadering der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde werd, na een discussie over abattoirs, o. a. als conclusie aangenomen:

De Vergadering spreekt de wenschelijkheid uit, dat van regeeringswege worde verlangd de verantwoording van alle geslacht of gestorven vee (eenhoevige en herkauwende dieren en varkens), met inbegrip van verworpen vruchten. (Zie Tijdschrift voor Veeartsenijkunde en Veeteelt, deel IX, bl. 277).

In de 223te Algemeene Vergadering, gehouden in 1883, werd, na een discussie over tuberculose, als conclusie aanwe-

7 O

nomen en ter keunis der Regeering gebracht: »De toelating van den openbaren verkoop of het op andere wijze in consumtie brengen van het vleesch van parelzieke (resp. tuber-kelzieke) dieren als voedsel voor den mensch moet derhalve zeer gevaarlijk geacht en van Rijkswege verboden worden/\' (Zie ibid, deel XIII, blz. 65).

-ocr page 212-

■J 61

In de 278te Aj\'gemeene Vergaderiug, gehouden in 1888, werd na bespreking van het punt: »Het is wenschelijk dat van Regeeringswege verplichte keuring van vleesch in ons land wordt ingevoerdquot;, met 74 stemmen tegen 9, de volgende conclusie aangenomen: Het Hoofdbestuur noodige de Regeering uit wettelijke bepalingen in het leven te roepen ter nauwkeurige regeling der keuring van vee en vleesch, voor de consumtie bestemd. De tegenstemmers waren het wel eens, dat een Rijkswet de keuring van vee en vleesch moet regelen, ook omdat daarmede het Veeartsenijkundig Staatstoezicht gebaat zou zijn, maar de toevoeging aan de conclusie »voor de consumtie bestemdquot; deed hen vreezen, dat men, met het oog op slachten voor eigen gebruik, te veel in persoonlijke rechten zou ingrijpen (ibid, deel XVI, blz. 109 en 131).

Door den Nederlandschen slachtersbond werd in Februari 1893, bij adres aan Hare Majesteit de Koningin-Weduwe-Regentes, sterk aangedrongen op het invoeren eener alge-meene rijkskeuring.

Uit al het voorgaande, waaraan wij nog een aantal opgaven zouden kunnen toevoegen, blijkt dat de drang tot wettelijke regeling der vleeschkeuring steeds grooter wordt. Dit is dan ook niet te verwonderen, wanneer wij op staat G zien, dat het aantal vleeschvergiftigingen geregeld toeneemt. Aldaar zijn door ons alleen aangegeven de behoorlijk geconstateerde gevallen, meerendeels in officiëele stukken opgenomen; onderscheidene andere zijn weggelaten, daar zij naar onze meening niet duidelijk genoeg waren. Er komen vele vleeschvergiftigingen op kleine schaal voor, die niet worden gepubliceerd, soms uit vrees van personen te benadee-len of wel omdat de diagnose niet scherp kon worden gesteld, te meer, daar de ziekteverschijnselen niet zelden eerst optreden als van het vleesch niets meer voor onderzoek is overgebleven.

Trouwens het aantal der door ons aangehaalde gevallen is reeds zeer groot en wij oordeelden het niet noodig

11

-ocr page 213-

162

hierbij nog opgave te doen van de talrijke vleeschvergifti-gingen op groote schaal, die in het buitenland werden geconstateerd, te minder daar onze opdracht alleen strekt voor ons eigen land, terwijl in de Algemeene Vergadering der Maatschappij voor Veeartsenijkunde de wensch is geuit, dat in dit rapport in hoofdzaak feiten, op onze toestanden betrekking hebbende, zouden worden aangegeven.

Wanneer in den loop van 23 jaar, in een klein land als het onze, in 102 gemeenten vleeschvergiftigingen worden geconstateerd, waarbij enkele op vrij groote schaal, en wanneer wij uit dieu staat zien, dat in de laatste zeven jaar in CO gemeenten vleeschvergittiging voorkwam, dan is zeker de sterke drang tot wettelijke regeling der vleeschkeuring niet alleen te begrijpen, maar is het de plicht van ieder daartoe het zijne bij te dragen.

Conclusies.

Na ernstige overweging van al het voorgaande, komt het Hoofdbestuur tot de volgende conclusies.

1. Met het oog op het algemeen welzijn, speciaal op de volksgezondheid, is het noodzakelijk dat in Nederland van Rijkswege keuring worde ingevoerd van alle vee en vleesch.

2. Deze keuring moet bij het levende en daarna hij het geslachte dier plaats hebben, icaarhij de ingewanden steeds moeten worden onderzocht.

3. Van dieren, in nood geslacht, mag, evenmin als van gestorven dieren, iets in den handel komen, vóórdat, hij een behoorlijk onderzoek door een deskundige, is uitgemaakt, dat het vleesch, enz. van dat dier afkomstig, geschikt is voor de consumtie.

4. Als keurmeester worden in de eerste plaats aart gewezen de veeartsen, verder de geneeskundigen en empiristen; hij gebrek aan voldoend personeel kunnen ook andere per-

-ocr page 214-

163

sonen als keurmeester optreden — mits niet bij noodslachting en gestorven dieren — wanneer zij voor een Commissie, daartoe aangesteld, blijken hebben gegeven dat zij de noodige hennis als keurmeester bezitten.

5. Mochten er onoverkomelijke bezwaren bestaan tegen de keuring van alle z. g. n. gezond te slachten dieren, dan blijft niettemin de keuring van alle in nood geslachte en gestorven dieren, door deskundig personeel, absoluut noodig.

6. De oprichting van algemeene slachthuizen met verplichting aldaar te slachten, is in alle gemeenten met meer dan 5000 of 7000 inwoners noodig.

7. Voor kleinere gemeenten kunnen abattoirs, zooveel mogelijk in het centrum van een kring, worden aangebracht, of wel het te slachten vee moet naar naastbijliggende abattoirs worden vervoerd.

Besluit.

Het Hoofdbestuur meent hiermede de taak, het op de 30ste Algetneene Vergadering der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde opgedragen, te hebben volbracht, voor zoo ver het betreft «het instellen van een nauwkeurig onderzoek naar den toestand der keuring van vee en vleesch in Nederland.quot;

Zijn taak is daarmede echter niet afgeloopen. In de Alge-meene Vergadering is besloten dat een afdruk van dit rapport door een tweetal leden van het Hoofdbestuur zal worden overgereikt aan Z. E. den Minister vau Binnenlandsche Zaken; dat deze leden, zoo noodig, dit rapport nader zullen toelichten; dat het Hoofdbestunr zich bij request tot Zijn Excellentie zal wenden en ten sterkste zal aandringen op wettelijke regeling dezer zaak.

Copie van dit request is als lsl,e Bijlage hier achter gevoegd.

-ocr page 215-

164

Tevens kwam het ons nuttig voor bij dit rapport nog een drietal bijlagen te voegen, n.1.:

I. De vleescbkeuring in de voornaamste landen van Europa; hierin wordt in korte trekken aangegeven hoe de toestand der vleescbkeuring in Europa is en ook hier blijkt, evenals uit het rapport, dat de keuring in Nederland onder de minst gunstige omstandigheden verkeert.

II. Keuring van vleesch, voor militairen bestemd; uit dit overzicht volgt, dat alle vleesch, voor militairen bestemd, steeds aan keuring onderworpen is, zoodat de militairen in dit opzicht in vrij wat gunstiger omstandigheden verkeeren dan met het meerendeel der bewoners van ons land het geval is. Toch bestaan ook hier nog leemten, die zouden worden aangevuld, wanneer er een wettelijke regeling der vleescbkeuring voor het geheele land tot stand kwam.

III. Schets van een ontwerp eener wettelijke regeling omtrent de keuring van vee en vleesch, ingediend den 8slen October 1887 door den Generaal-Majoor, Inspecteur van den Geneeskundigen Dienst der Landmacht, Dr. M. R. Timmerman. Aan deze schets, gevolgd door een memorie van toelichting, gaan een tweetal brieven vooraf, n.1. een van den Luitenant-Kolonel dirigeerend paardenarts J. J. Hinze aan het Hoofdbestuur en een van den ontwerper Dr. M. R. Timmerman aan Z.E. den Minister van Oorlos. Uit beide brieven blijkt hoe wenschelijk het, ook uit een militair oogpunt is, dat een wettelijke regeling der vleescbkeuring tot stand kome, terwijl de geleidelijke verbetering, bij de keuring van het vleesch, voor militairen bestemd, duidelijk in het oog springt.

Deze bijlagen behoeven zeker geen nadere toelichting.

Aldus vastgesteld in de Hoofdbestuursvergadering, gehouden te Utrecht, den 5\'len November 1893.

Namens het Hoofdbestuur: De Rapporteurs,

D. F. VAN ESVELD, Voorzitter.

Dr. L. J. VAN DER HARST, \\\'te Secretaris.

-ocr page 216-

165

BQIagre I.

Aan Zijn Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken.

De Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland, vertegenwoordigd door liaar Hoofdbestuur, bestaande uit de H.H.: D. F. van Esveld, Leeraar aan \'s Rijks Veeartsenijschool te Utrecht, Voorzitter, M. H. J. P. Thomassen, Leeraar aan \'s Rijks Veeartsenijschool te Utrecht, Onder-Voorzitter, Dr. L. J. van uer Harst, Leeraar aan \'s Rijks Veeartsenijschool te Utrecht, l9te Secretaris, J. M. Billroth, Veearts te Hoorn, 2d0 Secretaris, en B. J. Aalbers, Oud-Veearts te Rijsoord, Penningmeester, heeft de eer zich tot Uw Excellentie te wenden met het volgend schrijven, dat aan het slot een verzoek bevat, hetwelk zij eerbiediglijk, doch dringend aan Uwer Excellenties aandacht onderwerpt. Zij doet dit in het volle vertrouwen, dat (Jw Excellentie mede overtuigd zal zijn van het groote volksbelang, dat het hier geldt.

Sedert vele jaren is, en niet door de veeartsen alleen, maar ook door Inspecteurs van het Geneeskundig Staatstoezicht, Geneeskundige Raden, Geneesheeren, Gemeentebesturen, enz. enz., geklaagd over de keuring van het ter consumtie bestemde vee of vleesch. En er bestaan redenen te over voor die klachten. Mogen ook eenige gemeenten er toe zijn overgegaan eenigermate rationeele verordeningen vast te stellen, zoodanig, dat de invoer of het in consumtie brengen van schadelijk vleesch zooveel mogelijk wordt tegengegaan, wat baat het, zoolang er in het meerendeel der gemeenten in Nederland of slechts een enkele politie-bepaling, of zeer onvolledige verordeningen, de zaak in quaestie betreffende, öf in het geheel geen bepalingen bestaan. Het mag toch een erkend feit worden geacht, dat vleesch vrij gemakkelijk van de ééne gemeente, zonder noemenswaardige keuring ondergaan te hebben, naar een andere gemeente kan worden gebracht, en dus zelfs de

-ocr page 217-

16(5

beste gemeentelijke verordeningen in dit opzicht niet afdoende zijn, althans aan de vleeschverbruikers geen voldoenden waarborg geven, dat, wat zij nuttigen, voor het gebruik geschikt is verklaard. En zelfs een verklaring «geschikt voor gebruik» verliest in vele gevallen haar be-teekenis, als men weet door wien deze is afgegeven, m. a. w., welke personen dikwijls door gemeentebesturen bevoegd worden geoordeeld om als keurmeester op te treden.

Dit alles bijeenvoegeude en met andere bijkomende zaken overwegende, kwam de Maatschappij, in haar Alge-meene Vergadering van 29 Augustus 1890, tot het besluit, dat het wenschelijk was een onderzoek in te stellen naar den toestand van de keuring van vee en vleesch in N ederland.

Aan het Hoofdbestuur werd opgedragen dit onderzoek te verrichten, tevens met het doel om na te gaan hoe in den bestaanden toestand, niet alleen uit een hygiënisch oogpunt, maar ook in verband met het Veeartsenijkundig Staatstoezicht, verbeteringen konden worden aangebracht.

Het Hoofdbestuur heeft die taak onmiddellijk aanvaard, en aan een uitvoerend Comité, bestaande uit den Voorzitter en den isten Secretaris, opgedragen het onderzoek in te stellen, te leiden en ten einde te brengen. De resultaten van dit onderzoek zijn thans verzameld en nedergelegd in een «Rappor t», dat het Hoofdbestuur de eer heeft, bij dit schrijven, aan Uw Excellentie over te leggen. Het zal uit dit rapport, meer nog dan uit het voorafgezegde, aan üw Excellentie blijken, dat er wel noodzakelijkheid bestond om den «toestand der keuring» grondig te onderzoeken en dat de resultaten daarop geen schitterend licht werpen. Het zij aan het Hoofdbestuur vergund üw Excellentie eerbiedig te verzoeken nauwkeurig inzage te nemen van het «Rapport», er niet aan twijfelende dat het üwer Excellentie daaruit blijken zal, dat de «Conclusies», waartoe het onderzoek heeft geleid, niet gemakkelijk verkregen, maargoed overdacht zijn, en dat de Maatschappij, met veel

-ocr page 218-

1()7

kosten, getracht heeft eeu algemeen belang te bevorderen.

Het zal dan Uw Excellentie ook duidelijk zijn, dat het Hoofdbestuur der Maatschappij ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederland er van doordrongen is, dat aan de bestaande omineuse toestanden alleen daardoor een eind kan worden gemaakt, dat de keuring van vee en vleesch bij een Rijkswet wordt geregeld.

Het Hoofdbestuur is overtuigd, dat dit ook de meening van Uw Excellentie zal zijn, en in die overtuiging richt het zich namens de Maatschappij tot U, met het eerbiedig verzoek, dat het Uwe Excellentie moge behagen ter gelegener tijde, liefst zoo spoedig mogelijk, aan de Tweede Kamer der State n-G ene raai een ontwerpwet aan te bieden, regelen de de R\\jks-kenring van vee en vleesch.

De Maatschappij ter bevordering der Veeart-senijkunde in Nederland,

Het Hoofdbestuur:

D. F. VAN ESVELD, Voorzitter.

Dr. L. J. VAN DER HARST, \\\'te Secretaris,

Bijlage II.

De vleeschkeuring in de voornaamste landen van Europa.

Na kennis te hebben gemaakt met den toestand hier te lande, is het niet van belang ontbloot, om na te gaan hoe het met de vleeschkeuring in andere landen is gesteld. Met het oog op de regeling dienaangaande, zouden wij de verschillende gewesten in drie groepen kunnen verdeelen.

4°. Landen, waarin de vleeschkeuring door een Rijkswet absoluut of indirect verplichtend is gesteld.

2°. Landen waar, hoewel niet verplichtend, de vleeschkeuring in de grootere plaatsen, voorzien van abattoirs, vrij geregeld, ingevolge gemeente-voorschriften, geschiedt.

-ocr page 219-

168

3°. Landen, waar publieke slachthuizen tot de zeldzaamheden behooren, en de vleeschkeuring zelfs in de groots steden onvolkomen plaats heeft.

I. Tot de eerste categorie behooren: Italië, België, Rumeuië, Spanje, Baden, Wurtemberg en B eieren.

Italië. — In Italië werd deze tak der hygiëne gereglementeerd door een Rijkswet van 3 Augustus 4890 1). Zij verplicht tot een onderzoek van alle dieren voor de consumtie bestemd, tot de oprichting van abattoirs, waarvan het toezicht en de directie aan veeartsen moet worden opgedragen, en tot de vernietiging van alle vleesch dat voor de gezondheid schadelijk kan zijn. Vleesch, van zieke dieren afkomstig, maar onschadelijk voor de gezondheid, mag alleen aan een v r ij b a n k worden verkocht en wordt van een onuitwischbaar merkteeken voorzien. Het onderzoek van ingevoerd vleesch is eveneens streng geboden.

België. — Bij de wet van 4 Augustus 4890 is de vleeschkeuring in België op uitstekende wijze geregeld. Alle vee, waarvan het vleesch in den handel wordt gebracht, moet worden gekeurd. Als keurmeester zullen bij voorkeur veeartsen worden benoemd; ook kunnen niet-veeartsen, mits zij aan bepaalde eischen hebben voldaan, voor deze betrekking in aanmerking komen.

Is het vleesch voor de consumtie geschikt bevonden, dan wordt het door den keurmeester van een merkteeken voorzien. Voor groote dieren wordt dit minstens op elk kwartier, voor kleine dieren op elke helft geplaatst.

Het keurloon komt ten laste van den belanghebbende. Bij herkeuring is dit ook het geval, wanneer de uitspraak van den eersten keurmeester wordt bevestigd; zoo niet, dan moet dit door de gemeente worden voldaan.

Rumenië. — In Rumeuië bestaat een reglement, op slacht-

1

Regolamcnto speciale per la vigilanza igienica sugli alimenti, sullc bevande e sugli oggetti d\'uso domestica. Dato a Monza 3 Agosto 1890.

-ocr page 220-

169

huizen en de vleeschkeuring betrekking hebbende, bekrachtigd bij Koninklijk besluit van 19 Mei 1890 Artikel 1 schrijft voor, dat elke gemeente met meer dan 5000 inwoners in het bezit moet zijn van een publiek slachthuis, overeenkomstig art. 15 der wet op de veeartsenijkundige politie. Aan het hoofd dezer abattoirs moet een veearts staan. Vee, voor de consumtie bestemd, mag alleen daar worden geslacht; na keuring wordt het vleescli van een merkteeken voorzien. Kleine dieren, waarvan het vleesch uitsluitend voor eigen gebruik bestemd is, mogen bij den eigenaar aan huis worden gedood, mits in een afgesloten, be-hoorlijk van de straat verwijderde ruimte.

Spanje. — In dit land is de vleeeschkeuring reeds sedert 1859 quot;) vrij goed geregeld. Het voorschrift (art. 1) luidt, dat alle dieren, waarvan het vleesch voor de publieke consumtie bestemd is, in een publiek slachthuis moeten worden gedood. Het gevolg hiervan is, dat zich in alle gemeenten van Spanje een abattoir bevindt. Voor de betrekking van keurmeester komen uitsluitend veeartsen in aanmerking (Koninklijk besluit van 28 Februari 1885). De keuring geschiedt eerst op het levende dier. daarna op het geslachte. Op het goedgekeurde vleesch wordt een merkteeken gebrand. In verschillende steden bestaan tevens nog gemeenteverordeningen aangaande de vleeschkeuring. Te Madrid wordt het slachthuis geheel door de gemeente geëxploiteerd. Zelfs de slachters zijn in haar dienst, zoodat het slachtloon door de eigenaars aan de stad wordt betaald.

In Portugal volgt men hetzelfde systeem.

Zuid-Duitscldand. — In afwachting eener Rijkswet tot regeling der vleeschkeuring loopen thans de voorschriften dienaangaande in de verschillende bondstaten, ja zelfs in de

1) Regulament general pentru abatorii sau taiatoarele de vite. Sanctionat prin deerctul Regal n0. 1702 si publicat in Monitorul oficial n0. 37 din 19 Main 1890.

2) Keglaraento para la inspeceion de carnes en las provincias, aprobado por Real Orden, de 24 febrero de 1859.

-ocr page 221-

■170

districteu of provinciën van denzelfden Staat, zeer uiteen. In Baden, Beieren, Hessen en Wurtemberg is de vleeschkeuriug zeer goed geregeld. Het voorschrift luidt, dat elk slachtdier, vóór en na het slachten moet worden onderzocht. Hiervan zijn alleen uitgezonderd dieren, die voor privaatgebruik worden gedood. Alle gemeenten zijn verplicht de noodige keurmeesters aan te stellen, waarvoor in den regel veeartsen moeten worden aangewezen. De empirische keurmeesters worden door een veearts in hun district onderwezen. In Beieren dateeren deze voorschriften voor de verschillende «Regierungsbezirken» van verschillende tijdstippen. In de andere landen zijn de bepalingen gelijkluidend voor het gansche land en wel in Baden van 26 November 1878, in Wurtemberg van 21 Augustus 1879, in Hessen van 10 April 1880,

11. Noord-Duitschland. — Minder gunstig is de toestand in de Koninkrijken Pruisen en Saksen. Alleen aan het onderzoek van varkens op trichinen wordt in deze landen streng de hand gehouden. Saksen heeft echter nog een wet van 21 Mei 1887, waardoor de verkoop van vleesch, afkomstig van zieke dieren, zeer wordt beperkt. Ook vindt men, zelfs in de meeste kleinere steden, slachthuizen. In Pruisen is aan de gemeentebesturen de bevoegdheid toegekend (Wet van 9 Maart 1881) slacht- en keurdwang in te voeren, zoodra de gemeente over een publiek slachthuis beschikt. Dit had tot gevolg, dat de slachthuizen gedurende de laatste jaren in het koninkrijk Pruisen als uit den grond verrezen. Zoo vindt men in het Resrierungsbezirk

O O

O p p e 1 n (Silezië) in alle plaatsen van beteekenis sen abattoir. Daar tegenover staat, dat men in het district D a n t z i g nog geen enkel slachthuis aantreft.

Op het platteland is het in Pruisen met de vleeschkeuring treurig gesteld, zelfs in de buurt der groote steden, waar men abattoirs heeft. Slechts enkele regeeringsdistricten als Maagdenburg, Minden, Breslau, Lieguitz,

-ocr page 222-

-171

Barmen en Sleeswijk hebben verordeningen op nood-slachtingen. En deze leveren toch het meeste gevaar op. Als bewijs dient dat in Baden in 1890 op 6139 noodslach-tingen 923 stuks werden afgekeurd.

Oostenrijk. — In dit land is de vleeschkeuring bij de wet van 29 Februari 1880 geregeld. In onderscheidene kleine steden zelfs zijn slachthuizen opgericht. De vleeschkeuring in de slachthuizen moet geschieden door geëxamineerde veeartsen.

Ook bij noodslachtingen moet keuring plaats hebben. Voor enkele onderdeden van het Rijk, o. a. voor Tyrol bij verordening van 23 Juli 188(5, is bepaald dat elke gemeente een keurmeester en een plaatsvervanger moet aanstellen, belast met de keuring van alle slachtvee, groot en klein, als ook van het ingevoerde vleesch. Klein vee, voor privaat gebruik bestemd, behoeft niet aan keuring te worden onderworpen.

Zwitserland. — In de meeste kantons hebben gemeenten van 3000-4000 inwoners openbare slachthuizen.

Frankrijk. — Hoewel geen voorschrift dienaangaande bestaat, vindt men in alle gemeenten van meer dan 10,000 inwoners, zelfs nog in vele van 5000-0000 inwoners, abattoirs. Zoodra deze bestaan, mag in particuliere slachthuizen niets meer worden geslacht.

Denemarken. — Tot voor een paar jaren vond men alleen te Kopenhagen een publiek slachthuis. Sedert zijn zij in kleinere steden, als Aarhnus (35,000), Odensee(80,000), Randers (14,000), Horsens (15,000) verrezen.

Rusland. — Tot 1882 werd in Rusland geen toezicht op de slachtplaatsen uitgeoefend, maar tusschen 1882 en 1890 werden op verschillende plaatsen, o. a. Petersburg, Odessa, Kiew, Moscou, Astrakan, Woronesch en Saratow, abattoirs opgericht. Sedert is bij decreet gelast, dat in alle gemeenten, zelfs in de grootere vlekken, abattoirs moeten worden opgericht, waar vóór en na het slachten door een veearts moet worden gekeurd.

-ocr page 223-

172

Het vleesch van dieren, geleden hebbende aan runderpest, miltvuur, actinomycose of aan andere ziekten, waarbij de temperatuur bovea 40° C. steeg, moet worden vernietigd. In sommige plaatsen wordt het vleesch van alle tuberculeuse dieren afgekeurd, in andere slechts gedeeltelijk. Moscou geeft tot 90 pet. schadevergoeding, terwijl in andere gemeenten soms tot 50 pet. der waarde van het vleesch bij geheele afkeuring wordt vergoed.

De invoer van vleesch naar de groote steden is zeer groot. Te Petersburg en Moscou worden per jaar 150,000 stuks geslachte dieren ingevoerd, te Kasan en Saratow circa 20,000. Dit vleesch is aan keuring onderworpen, maar de ingewanden behoeven niet aanwezig te zijn. Te Kasan worden per jaar circa 4000 paarden geslacht, voornamelijk door aldaar gevestigde Tartaren.

III. In Zweden en Noorwegen zijn geen abattoirs; zelfs Christiania mist een dergelijke inrichting.

Engeland. — Hier zijn de publieke slachthuizen nog onbekend. In steden als Birmingham en Leeds, met circa 300 privaat slachtplaatsen, is daardoor een behoorlijk toezicht, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer bezwaarlijk. Ook geschieden de keuringen, zelfs te Londen, door niet-deskundigen, d. w. z. niet door genees- of veeartsenijkundigen.

AWerZawrfbehoort naar onze meening in deze rubriek tehuis.

BUlage III.

Keuring van vleesch, voor militairen bestemd.

Betreffende de vleeschkeuring bij het leger stippen wij slechts het volgende aan :

Levering van vleesch en vet (resp. vee) heeft plaats; 1°. voor de menages der troepen, 2°. voor de hospitalen en 3°. verduurzaamd in bussen, om in magazijnen, forten, enz. op te leggen.

-ocr page 224-

473

Daar de voorwaarden (en ook de wijze van keuren) voor de militaire hospitalen niet van die voor de menages afwijken, kan de bespreking hiervan worden samengevat.

Er wordt tweëerlei wijze van aanschaffing in toepassing gebracht en wel:

1°. door aanbesteding van de levering van vee, enz. voor slachterijen onder militair beheer;

2°. door rechtstreeksche aanbesteding (of aankoop) van het benoodigde vleesch en vet.

Verder is bet, met bet oog op bet met de keuring belaste personeel, noodig te onderscheiden: garnizoenen, waar militaire paardenartsen of intendanten gevestigd zijn, en die, waar dit niet bet geval is.

Militaire slachterijen zijn gevestigd te Utrecht, \'s-Gra-venbage, Breda, Middelburg, Maastricht, \'s-Hertogenboscb en Kampen. Uit die te \'s-Gravenhage worden ook Leiden en Delft voorzien, uit die te Middelburg ook Vlissingen, evenzoo Zwolle en Oldenbroek uit die te Kampen.

Doorgaans wordt het vleesch, benoodigd voor troepen in legerplaatsen, uit de naburige militaire slachterijen verstrekt; zoo b.v. dit jaar bet vleesch voor Laren en voor Zeist uit die te Utrecht, voor Rijen uit die te Breda.

Van de genoemde plaatsen zijn Utrecht, \'s-Gravechage, Breda en \'s-Hertogenboscb standplaatsen van paardenartsen, van intendanten of van beiden. Deze zijn dan (waar er meer zijn, beurtelings om bet jaar) leden der garnizoensvoedings-commissiën in die plaatsen, echter alleen de kapiteins of luitenants.

Omtrent deze regeling wordt verder nog in art. 7 van bet sgt; Voorschrift betreffende de militairen der landmacbt in tijd van vredequot;, o. a. gezegd:

»Voor keuring en herkeuring kan de commissie zich doen »bijstaan door een militair apotheker, door een paardenarts »of door andere deskundige officieren. Wanneer geen mili-»tair apotheker, paardenarts of ander deskundig officier »aanwezig of beschikbaar is, is de commissie gemachtigd,

-ocr page 225-

174

szicli door een burger deskundige te doen bijstaan. Bestaat »omtrent de qualiteit van dierlijk voedsel twijfel, dan »is de commissie verplicht, ssich door een militair- of bur-sger deskundige te doen voorlichtenquot;.

In art. 8 wordt te dier zake o. a. gelezen: »dat aan de »keuring van het levend vee door den Kapitein-Intendant «deelgenomen wordt\'quot; en verder: »Bij de keuringen treedt »hij (de Kapitein-Intendant), zoo noodig, in de eerste plaats »op als de deskundige bedoeld in art 7quot;.

In garnizoenen, waar militaire slachtplaatsen zijn, wordt, op grond van art. 7 vorenbedoeld, dan ook, bij gebreke van intendanten of paardenartsen, de keuring aan een burgerveearts opgedragen ; zoo derhalve te Middelburg, te Kampen en te Maastricht.

Volgens art. 10 van het contract, betreffende de levering en het slachten van rundvee, wordt het ter levering aangeboden vee door één of meer leden der voedingscommissie aanvankelijk levend gekeurd en bij goedkeuring van een merk voorzien. De leden der voedingscommissie zijn, zoo zij dit verlangen, bij het slachten tegenwoordig, ten einde zich van den toestand van de longen, de lever en de andere ingewanden van het rund te overtuigen. Nadat de beesten geslacht zijn, worden deze opnieuw door één of meer leden der voedingscommissie gekeurd. Bij de keuring van het vee vóór, tijdens of na het slachten, kunnen de leden der voedingscommissie zich door een of meer burger deskundigen doen voorlichten.

Aan art. 2 der voorwaarden van levering van vlees ch en vet voor de garnizoenen ontleenen wij het volgende:

»In garnizoenen, waar zich een gemeentelijke keurmeester »bevindt, moet door den aannemer de gebruikelijke verkla-»ring nopens de keuring van het beest worden overgelegd, »waaruit, indien dit kan, blijkt, dat het de voorgeschreven svereischten bezit.

»Het vee wordt levend gekeurd door één of meer leden ïder garnizoeus-voeding.scommissie, daartoe door den voor-

-ocr page 226-

175

szitter aan te wijzen, en bij goedkeuring van een merk »voorzien, bij voorbeeld op overeenkomstige wijze, als door »de ambtenaren der belasting geschiedt. De aanbieding van »het te keuren vee moet op de uren, voor het fourageeren gt;van de overige levensmiddelen vastgesteld, plaats hebben. «Het slachten, alsook het bewaren en uitdeelen van het «vleesch moeten geschieden in daarvoor bestemde en door »de garnizoens-voedingscommissie goedbevonden lokalen.

«Nadat de beesten geslacht zijn, worden zij opnieuw sdoor één of meer leden der garnizoens-voedingscommissie »gekeurd. Bij goedkeuring wordt het vleesch, op verschil-»lende plaatsen, door hen van merken voorzien.

»De leden der garnizoens-voedingscommissie, zoomede »de door haar aangewezen deskundigen, zijn bevoegd brj het «slachten tegenwoordig te zijn en de longen, lever en «andere ingewanden van het rund te keuren. De aannemer »is gehouden het uur, waarop geslacht zal worden, te rege-slen in overleg met de garnizoens-voedingscommissie. De «goedgekeurde beesten moeten daags vóór de aflevering van «het vleesch geslacht zijn, zoodat het vleesch behoorlijk »uitgebloed en bestorven isquot;.

De keuring of keuringen, die krachtens dit artikel plaats hebben, zijn slechts voorloopige; het zijn keuringen van levend of geslacht vee. De definitieve keuring van het vleesch moet geschieden bij de aflevering. Die keuring heeft plaats door één of meer leden der voedingscommissiën, daartoe door den voorzitter aan te wijzen. Deze leden kunnen zich hierbij doen voorlichten door één of meer personen, eveneens door den voorzitter aan te wijzen. Afkeuringen hebben alleen plaats bij meerderheid van stemmen, waartoe minstens drie ledeu — zoo die ter plaatse zijn — hun stem moeten uitbrengen. Is het aantal leden ter plaatse minder dan drie, dan heeft de voorzitter een beslissende stem (art. 10 van het contract).

In den regel zijn het de kapiteins, ritmeesters of luitenants, leden der commissie, voor wie deze taak is weggelegd. Daar warenkennis niet tot de vakken behoort, waarin de gewone

-ocr page 227-

176

troepeuofficieren worden opgeleid, terwijl dikwerf velerlei andere diensten de aandacht dier officieren vereischen, ligt het voor de hand, dat die keuring in vele garnizoenen zeer veel te wenschen overlaat. Welsprekend zijn in dit opzicht veelal de inschnjvingsprijzen. Zoo is b.v. jarenlang het vleesch aan de Huzaren te Venlo geleverd voor f 0.50 het Kg. Ook te Zutfen en enkele andere plaatsen werd de toestand daardoor geteekend.

Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, waar dit mogelijk was, is bij aanschrijving van December 1887 o. a. bepaald, dat de intendanten of paardenartsen, indien dit door den voorzitter der commissie of door hen zeiven noodig wordt geoordeeld, tegenwoordig zullen zijn bij en deelnemen aan de keuring van het ter distributie bestemde vleesch.

OfScieren, die vele malen (soms jaren achtereen) lid van zoodanige commissiën zijn en, doordrongen van het groote belang voor het Rijk, doch bovenal voor de troepen zelf, zich met ernst en toewijding op deze dienstplichten toelegden, hebben trouwens meermalen het bewijs geleyerd, dat het geenszins tot de onmogelijkheden behoort gaandeweg zulk een practischen blik, zelfs op de qualiteit van vleesch, te erlangen, dat zij althans in staat zijn te beoordeelen of nader onderzoek van meerbevoegden noodig of wensche-lijk is.

Nog moet worden vermeld, dat de meesten der jongere kapiteins-intendanten een cursus aan de Rijks-Landbouwschool te Wageningen hebben gevolgd, waarvan o. a. vee-en vleeschkeuring een der voornaamste onderwerpen uitmaakt.

Al naarmate van de omstandigheden, hiervoren geschetst, kan men dan ook verwachten, dat de keuring zal zgn.

Aan ieder, die slechts eenig begrip heeft van het onderzoek naar den gezondheidstoestand van slachtdieren, zal het duidelijk zijn, dat de keuring van het levend vee zich in vele gevallen wel zal bepalen tot het op het oog beoordeelen van leeftijd, gewicht, voedingstoestand, enz. Ook is het

-ocr page 228-

•J 77

aau gegroudeu twijfel onderhevig, of veel gebruik gemaakt wordt vau de bevoegdheid, om bij het slachten tegenwoordig te zijn. Dit is zeer te betreuren, omdat het daarbij in te stellen onderzoek verreweg het voornaamste van de ge-heele keuring is. Hoe zou men echter met reden kannen verwachten, dat officieren, die daarin geenerlei opleiding ontvingen, dit zouden ondernemen? Hoe zou de gang van hun onderzoek zijn? Dit is toch niet iets, wat men uit zich zeiven kan leeren. De eerste handeling de beste zou immers den leek verraden en de betoonde goede wil zou ongetwijfeld al spoedig beloond worden met een weinig bemoedigende bejegening van de zijde der leveranciers, wien dit, met het oog op hun rechtmatige belangen, niet zoo geheel euvel te duiden zou zijn. Trouwens die zaak is niet zoo eenvoudig. Zelfs meergeoefendeu worden soms nog de dupe van de geslepenheid der leveranciers.

Dat overigens de eischen, die in de contracten aan de qualiteit gesteld worden, niet bijzonder hoog zijn, moge blijken uit art. 2 van de voorwaarden van levering voor de garnizoenen. Dit artikel luidt, wat de omschrijving dier eischen betreft, als volgt; »Het rundvleesch moet zijn verscb, gezond »en met vet doorwassen, van rijpe ossen of koeien, niet »ouder dan 8 jaren, wegende aan den balk de ossen niet «minder dan 250, de koeien niet minder dan 225 Kg., » welke op de ribben en bij het staartstuk of de zoogenaamde »aanzetplaats van den staart een matige vetlaag bezitten »eu waarvan de nieren met hard vet omgeven zijn.quot; Derhalve kunnen o. a. ossen van 8 jaar worden geleverd. Evenzoo wordt een bepaling gemist tot uitsluiting of beperking van melkdieren en drachtige koeien.

Ten aanzien van vee, waarvan het vleescli bestemd is om in bussen te worden verduurzaamd, zijn de voorwaarden eenigszins verscherpt, in zooverre de ouderdom der slachtdieren niet hooger dan 6 jaar mag zijn en dat, behalve ossen, slechts droge, guste koeien worden toegelaten en het minimum gewicht, schoon, van de ossen 50, van de koeien 25 Kg. hooger is gesteld.

-ocr page 229-

178

Het aan de menages geleverde vleesch zal derhalve hoogstens van vee 2de qualiteit afkomstig zijn, terwijl juist bij vee 2(le of S06 qualiteit de keuring reeds a priori geacht moet worden nog veel meer noodig te zijn dan bij vee lste qualiteit.

Ook voor bijzondere inrichtingen, als de Koninklijke militaire Academie, enz. bestaan soortgelijke contracten als voor de garnizoenen. Bij de Kon. mil. Academie worden echter strenger eischen gesteld, hetgeen ook uit de veel hoogere prijzen wel kan blijken.

Wat nu de keuringen zelve betreft, deze geschieden, zelfs in het gunstigste geval, uitsluitend macroscopisch; hulpmiddelen tot voortgezet wetenschappelijk onderzoek in twijfelachtige of belangrijke gevallen worden officieel niet verstrekt. In zulke gevallen moet de hulp van particuliere deskundigen worden ingeroepen.

Resumeerende, mogen wij besluiten, dat in de vee- en vleeschkeuring voor het leger in de laatste jaren gestadig vooruitgang is te bespeuren, doch dat ook daar — behoudens enkele garnizoenen — nog veel ontbreekt, hetgeen hoofdzakelijk op rekening moet worden gesteld van de uiteenloopen-de toestanden in de verschillende plaatsen en van gemis aan voldoend talrijk en vooral deskundig personeel.

BIJIagre IV.

A. Brief van den Luitenant-Kolonel dirigeerend Paardenarts J. J. HLNZE aan het Hoofdbestuur van de „Maatschappy ter bevordering der Veeartsenijkunde in Nederlandquot;.

Ingevolge uw circulaire heb ik het genoegen in de gelegenheid te zijn, u iets betreffende de keuring van vee en vleesch bij de militairen mede te deelen, inzonderheid wat aangaat de bemoeiingen te dier zake van den Heer Generaal-Majoor, Inspecteur van den Geneeskundigen dienst der landmacht.

-ocr page 230-

179

Nadat vroeger het vleesch voor de militairen, uit een gezondheidsoogpunt en wat voedingswaarde betreft, veel te wenschen overliet, daar dit enkel werd gekeurd door officieren van het leger, is onder het bestuur van den Minister van Oorlog, den Generaal Weitzel, een groote verbetering tot stand gekomen, doordien de paardenartsen lid werden van de voedings-coramissie en belast met het keuren van vee en vleesch. Dit was in 1886.

Na een ingekomen klacht van eeu der paardenartsen, dat hem, ingevolge het contract, door den aannemer werd geweigerd om de borst- en buiksingewanden na te zien, werd den Minister door den Generaal-Majoor, Inspecteur van den Geneeskundigen dienst, op dit gebrek in het contract gewezen en Z.E. aangetoond, dat alleen een keuring van het geslachte vee, met aanwezigheid van borst- en buiksingewanden, een waarborg kan opleveren voor een goede keuring, zoodat werd voorgesteld art. \'2 van het contract in dien zin te wijzigen en met het volgende aan te vullen:

»Geslacht 7.iinde, wordt het vee in zijn geheel opnieuw «gekeurd en in tegenwoordigheid van de keurings-commissie »of van hem die ter vervanging daarvoor moge zijn aange-»wezen, de borst- en buikholte geopend, zoodat de »daarin bevatte ingewanden kunnen worden nagegaan en » onderzochtquot;.

Bij latere gelegenheden (o. a. bij de plaats gehad hebbende vleesch vergiftiging te Middelburg, alsmede bij het indienen vau een wetsontwerp voor het geheele Rijk), werd opnieuw daarop aangedrongen.

In het laatste contract (1888) is zulks dan ook opgenomen en erkend noodzakelijk te zijn.

Eeu zeer groote verbetering was het op- of inrichten van gebouwen voor stalling eu slachten van het vee, zoodat de aannemers verplicht zijn het vee, dat bovendien onder toezicht blijft, aldaar te slachten.

Feitelijk dus het beginsel van «abattoirsquot;\', hier op kleine schaal en enkel voor militair gebruik.

-ocr page 231-

180

Door den Minister Weitzkl werd evenwel met recht opgemerkt, dat een Rijkswet op de keuring van vee en vleesch wenschelijk zou zijn, waardoor ook de militairen verzekerd zouden zija van goed vleesch. Vandaar, dat Z.Exc. aan den Inspecteur van den Geneeskundigen dienst de opdracht deed een schets van een zoodanig ontwerp te maken, hetgeen is geschied en welke schets in October 1887 aan den Minister is ingediend, die haar weder verzonden heeft aan zijn ambtgenoot den Minister van Binnenlandsche Zaken.

Nog zij medegedeeld, dat thans ook de hospitalen het vleesch, dat vroeger afzonderlijk werd aanbesteed, ontvangen uit de garnizoensslachterijen, mede op voorstel van den tegenwoordigen Inspecteur van den Geneeskundigen dienst.

Hiernevens: Afschriften van bedoeld «wetsontwerp\'\' met memorie van toelichting, alsmede de verschillende contracten, waarin u de voorgestelde wijzigingen zult ontwaren.

De Luitenant-Kolonel dirigeerend Paardenarts, (w.g.) J. J. H1NZE. \'s-Guavenhage, 13 April 1891.

Afschrift.

B. Brief van den Heer Inspecteur-Cieneraal van den Geneeskundigen dienst der landmacht aan Z.Exc. den 3Iinister van Oorlog.

\'s-Guavenhage, den 8st(\'n October 1887. Geneeskundige dienst der landmacht, Nü. 2149. Onderwerp: Keuring van vee en vleesch.

Ingevolge de mondelinge opdracht van Uw Excellentie ontvangen, heb ik de eer Uw Excellentie hierbij aan te bieden een schets van een ontwerp ten behoeve eener wettelijke regeling op het keuren van vee en vleesch voor het geheele Rijk, vergezeld van een Memorie van toelichting. Wanneer een dergelijke wettelijke regeling tot stand mocht

-ocr page 232-

181

komen, dan zo a van zelve daardoor de vleeschvoeding van den militair uit een gezondheidsoogpunt aan geen bezwaren onderhevig zijn en voor de keuring van vee eu vleesch de noodige maatregelen zijn genomen.

Zoolang dit evenwel niet het geval is, mag ik niet ontveinzen, dat het van het grootste gewicht is, dat er door Uw Excellentie bijzondere, maatregelen worden genomen om den soldaat goed en gezond vleesch te verstrekken.

De beste maatregel daartoe is ongetwijfeld het oprichten van militaire slachtplaatsen, waar het te leveren of aangekochte vee door deskundigen eerst levend en daai-na opnieuw bij de slachting kan worden gekeurd.

Bij de tegenwoordige snelle middelen van vervoer en de daardoor tot een minimum gebrachte afstanden, zouden een 5 a 6 tal dier inrichtingen voldoende zijn, en het vleesch, aldaar geslacht, naar omliggende garnizoenen kunnen worden verzonden, des zomers onder het nemen van de noodige voorzorgsmaatregelen.

Deze slachterijen zouden bij voorkeur kunnen worden opgericht in garnizoenen, waar paardenartsen aanwezig zijn, om alsdan aan dezen de taak van het keuren van het vee op te dragen.

Wat de verdeeling van het vleesch betreft, zouden de stukken lste kwaliteit als lenden (haas), biefstuk, enz. ten behoeve van de militaire hospitalen kunnen worden gebezigd, terwijl een contract dient te worden gemaakt met afnemers voor den afval.

Bij de tegenwoordige wijze van aanbesteding zou, mijns inziens, door Uw Excellentie vastgesteld moeten worden, dat de keuring van het vee, zoowel in levenden toestand als bij het slachten, steeds aan een paardenarts of, waar deze niet aanwezig is, aan een gediplomeerd veearts wordt opgedragen.

Ten einde het onderzoek zoo nauwkeurig mogelijk te doen geschieden, dient in de voorwaarden van aanbesteding nog te worden opgenomen, dat het vee bij de slachting moet

-ocr page 233-

182

worden gekeurd, en alle ingewanden moeten worden nagegaan, terwijl door den voorzitter der Foedingscommissie, in overleg met den leverancier, dag en uur van slachten van het vee nader moet worden bepaald, zoodat daarvan tijdig aan den paardenarts, resp. veearts, kennis kan worden gegeven.

Buitendien zou de bepaling, dat door den slachter i ge-gedeelte van het geslachte beest naar verkiezing voor zich kan worden behouden, moeten vervallen, omdat daardoor steeds de controle bemoeielijkt zal worden.

Ook in dit geval kunnen de stukken lst,, soort voor de hospitalen, enz. worden bestemd.

Zooals de vleeschkeuring thans bij de militaire hospitalen plaats vindt, bestaat er niet de minste waarborg, dat het daar gebruikt wordende vleesch van goede kwaliteit is; in deze leemte moet volgens mijn meening, zeer noodig, op voldoende wijze, zooals hierboven is aangegeven, worden voorzien.

(w. g.) M. R. TIMMERMAN.

Afschrift.

C. Schets van een ontwerp eener wettelyke regeling omtrent de keuring van vee en vleesch (Ingediend

den 8stequot; October 1887).

Art. 1. In elke gemeente is het keuren van vee, vleesch, enz., verplichtend gesteld en moeten daartoe één of meerdere keurmeesters door het gemeentebestuur worden aangesteld. Groote gemeenten kunnen daartoe ra meerdere wijken worden verdeeld, terwijl kleinere bij elkander liggende gemeenten ten plattelande, tot een district kunnen worden vereenigd.

Art. 2. Aan de vee- en vleeschkeuring is onderworpen al het vee en vleesch, dat bestemd is om verkocht te worden als voedsel voor den mensch, onverschillig of dit vleesch

-ocr page 234-

183

rauw, gekookt, of op andere wijze toebereid of wel met andere stoffen is gemengd.

Art. 3. De vee-keuring heeft plaats;

1°. door een nauwkeurige inspectie van de te slachten dieren in levenden toestand ;

2°. door het onderzoek van deze dieren na volbrachte slachting, met dien verstande, dat ook alle ingewanden be-hoorliik worden nagezien.

Eerst na goedkeuring in beide opzichten, worden de geslachte dieren van merk teek ens voorzien, die door het gemeentebestuur worden vastgesteld, en mag het vleesch ten verkoop worden aangeboden.

Art. 4. In die gemeenten of wel in de door bijeenvoeging ontstane districten, waar één of meerdere gediplomeerde veeartsen gevestigd zijn, worden dezen tot keurmeesters benoemd. Wanneer zij niet beschikbaar zijn, zoomede in groote plaatsen, waar het aantal wetenschappelijke keurmeesters te groot zou worden, kunnen andere personen daarmede worden belast.

Deze personen moeten evenwel daartoe de noodige kennis bezitten en betrouwbaar zijn. Zulks moet blijken uit een verklaring van den districtsveearts uit het district, waartoe de gemeente behoort.

Art. 5. De keurmeesters worden uit de gemeentekas bezoldigd.

Art. 6. Ieder die vee slacht, ten behoeve van den verkoop, is verplicht daarvan minstens 6 uren vóór het slachten kennis te geven aan den keurmeester.

Na het slachten moeten de buiksingewanden behoorlijk worden bewaard en het hart en de longen in samenhang in de borstholte behouden blijven.

Door het gemeentebestuur kan een tijd van slachten worden bepaald.

Art. 7. De keurmeesters zijn niet alleen belast met het keuren van vee en vleesch, maar ook verplicht hun aandacht te wijden aan de zindelijkheid der slachtplaatsen

-ocr page 235-

184

en verkooplokaleii eu van de werktuigen tot slachten gebezigd wordende, alsmede te letten op den gezondheidstoestand van het vee, en op den toestand der stallen, waar dit verblijf\' houdt alvorens het ter slachting wordt bestemd.

Art. 8. Alle slachters en verkoopers van vleesch of van bijzondere vleesch waren, als ham, worst, enz. onverschillig of zulks uit de gemeente afkomstig is of van buiten is ingevoerd, moeten ten allen tijde de keurmeesters in hun lokalen toelaten en hen op hun verzoek den geheelen voorraad doen nazien.

Art. 9. Ten behoeve van het microscopisch onderzoek van varkensvleesch, zoowel hier geslacht als van elders ingevoerd, worden door het gemeentebestuur verordeningen vastgesteld.

Art. 10. Van de uit nood geslachte dieren moet ook onmiddellijk aangifte worden gedaan aan den keurmeester, en daaromtrent eveneens worden gehandeld als in de Squot;16 alinea van art. 6 is voorgeschreven.

Vervoer van zoodanige geslachte dieren of gedeelten daarvan mag niet plaats hebben, alvorens zulks door den keurmeester is goedgekeurd en het vleesch van de voorgeschreven merkteekens is voorzien.

Art. H. Worden er bij de keuring van het levend vee ziekteverschijnselen ontdekt, die het vermoeden doen ontstaan eener besmettelijke ziekte, dan wordt daarvan door den keurmeester onmiddellijk kennis gegeven aan den burgemeester der gemeente, die den districtsveearts daarmede in kennis stelt, welke laatste de volgens de wet voorgeschreven maatregelen in toepassing brengt.

Art. 12. Wanneer na de slachting van het vee, het vleesch door den keurmeester bevonden wordt schadelijk te zijn voor het gebruik, wordt daarvan door hem eveneens onverwijld kennis gegeven aan den burgemeester der gemeente, die als hoofd der politie onmiddellijk alle maatregelen doet nemen tot verwijdering van het schadelijke vleesch.

Hetzelfde gt; geldt ten opzichte van andere vleeschwaren, ten verkoop aangeboden.

-ocr page 236-

185

Bij twijfel kan de keurmeester een nadere keuring eisclien door een distri ets veearts. Van diens uitspraak hangt dan de beslissing af, de kosten te betalen door de gemeente.

Neemt de slachter of verkooper van vleesch geen genoegen met de uitspraak van den keurmeester, dan kan een herkeuring ten zijnen koste worden gevraagd.

Art. 13. In groote gemeenten boven de 20,000 zielen

O O 7

moeten openbare slachthuizen (abattoirs) worden ingericht en moet het verboden worden ergens anders te slachten. Aan het hoofd dezer inrichting moet worden geplaatst een wetenschappelijk keurmeester, gediplomeerd veearts, al naar de uitgebreidheid dier inrichting, door meerdere veeartsen geassisteerd. Ook hier moet het vee levend worden onderzocht en na de slachting opnieuw worden goedgekeurd.

Eerst dau, wanneer het vee of gedeelten daarvan, van de noodige merkteekens zijn voorzien, mag dit naar de verkooplokalen worden vervoerd.

Art. 14. Vleesch uit een andere gemeente ingevoerd, moet vergezeld gaan van een bewijs door den keurmeest3r daar ter plaatse afgegeven, dat zulks afkomstig is van vee dat door hem, zoowel levend als geslacht, is onderzocht (bij nood-slachting alleen bij de slachting) en bevonden is geschikt te zijn voor de cousuratie.

Buitendien moet zulks in de gemeente van aankomst opnieuw aan een keuring worden onderworpen.

Art. 15. Onder vee wordt hier verstaan \'.paarden, r u n-deren, varkens, schapen en geiten, alsmede r ij p e kalveren en lammeren, zijnde n. 1. diegene, welke den leeftijd van 4 weken hebben bereikt. Onder dezen leeftijd mogen deze laatste niet voor het slachten tot verkoop worden bestemd, evenmin als het vleesch van gestorven dieren.

Art. 16. Door het gemeentebestuur kunnen nadere instructies worden opgemaakt ten behoeve van de keurmeesters, die vóór de uitoefening hunner functie den eed of de belofte

-ocr page 237-

186

afleggen van hun plichten naar geweten eerlijk en onpartijdig te zullen vervallen.

Art. 17. Behalve keuring van het vee en van vleesch waren moeten door den Raad van elke gemeente verordeningen worden vastgesteld, betreffende de goede hoedanigheid van het ten verkoop aangeboden gevogelte, wild, visch, enz.

Art. 18. Door den Raad van elke gemeente worden, in daartoe strekkende verordeningen, strafbepalingen vastgesteld, tegen overtreding der vastgestelde artikelen.

Afsctarirt.

D. Memorie van toelichting.

Aangezien de keuring van vee en vleesch niet alleen ten plattelande, maar zelfs in sommige steden nog zeer veel te wenschen overlaat, doordien zij of in het geheel niet bestaat, of ondoelmatig is ingericht en het toezicht daarvan is opgedragen aan personen die daarvoor ten eenenmale ongeschikt zijn, zooals o. a. blijkt uit de mededeeling in het Verslag van de bevindingen en handelingen van het Veeartsenij-kundig Staatstoezicht over het jaar 1886, blz. 96 1), is het noodzakelijk, dat van Regeeringswege de gemeenten daartoe worden verplicht. Te meer is het noodzakelijk, omdat het publiek steeds in gevaar verkeert, dat door het gebruik van schadelijk vleesch, hun gezondheid en zelfs hun leven wordt bedreigd, getuige de meermalen voorkomende ziektegevallen, ten gevolge van gebruik van schadelijk vleesch, o. a. onlangs bij de militairen te Middelburg, en het publiek veel minder in staat is de goede hoedanigheid van vleesch te kunnen beoordeelen, dan zulks het geval is met elk ander voedingsmiddel.

Bovendien heeft een goed georganiseerde vee- en vleesch-keur nog het voordeel, dat men des te eerder in staat is,

1

En, naar het Hoofdbestuur meent, nu ook uit de uitkomsten der enquête.

-ocr page 238-

187

niet ter kennis gebrachte besmettelijke ziekten onder het vee te ontdekken ea zalks alzoo nog een machtige hulp wordt voor het v eear tsen ij k u ndig st aatstoezicht.

Om zulks in groote plaatsen, b. v. die welke 20,000 of meer inwoners hebben, goed te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om over te gaan tot het oprichten van alge-meene slachthuizen (abattoirs), wijl het bijna onmogelijk is zooveel keurmeesters aan te stellen, dat alle slachtplaatsen en verkooplokalen van vleesch en bijzondere vleeschwaren behoorlijk kunnen worden nagegaan.

Bovendien zijn aan liet oprichten van abattoirs, welke buiten den kom der bebouwde gemeente moeten worden daargesteld, belangrijke hygiënische voordeelen verbonden, die niet nader behoeven te worden uiteengezet.

Hoofdzaak blijft evenwel, dat zonder abattoirs een behoorlijke controle onmogelijk wordt, — terwijl daaraan tevens ook zeer gemakkelijk een inrichting verbonden kan worden tot nader microscopisch onderzoek.

Dat het keuren van het vee niet alleen in levenden toestand, maar ook na het slachten moet geschieden, is daarom noodzakelijk, omdat er ziektetoestanden voorkomen, die tijdens het leven niet zijn te onderkennen, maar wel in geslachten toestand. Het keuren van vee en vleesch behoort verder te worden opgedragen aan wetenschappelijke keurmeesters, n. 1. gediplomeerde veeartsen, en wel die, welke hun opleiding aan \'s Rijks Veeartsenijschool hebben verkregen.

Zij zijn wegens hun ontvangen opleiding, hun alge-meene kennis omtrent den gezonden toestand van de dieren, en hun nauwkeurige studie van alle ziekten, de eenige bevoegde personen, aan wie men met gerustheid deze gewichtige taak kan toevertrouwen. Alleen bij gebrek aan een voldoend aantal kan het keuren van vee en vleesch bij uitzondering worden opgedragen aan personen, die evenwel de noodige kennis moeten bezitten en in alle opzichten betrouwbaar zijn.

-ocr page 239-

188

Aangezien de districtsveeartseu, uit den aard van huu werkkring, bet best bekend zijn met dergelijke personen, moeten deze keurmeesters door bedoelde distrietsveeartsen worden aanbevolen en door dezen een verklaring van ben worden afgelegd, dat zij voor die betrekking de vereiscbte bekwaamheden bezitten. \'

Alvorens alzoo door den Raad eener gemeente keurmeesters worden aangesteld op voordracht van Burgemeester en Wethouders, winnen deze laatsten de adviezen in van den districtsveearts, tot wiens ressort de gemeente behoort.

-ocr page 240-
-ocr page 241-

188

Aangezien de districtsveeartseu, uit den aard van huu werkkring, bet best bekend zijn met dergelijke personen, moeten deze keurmeesters door bedoelde distrietsveeartsen worden aanbevolen en door dezen een verklaring van ben worden afgelegd, dat zij voor die betrekking de vereiscbte bekwaamheden bezitten. \'

Alvorens alzoo door den Raad eener gemeente keurmeesters worden aangesteld op voordracht van Burgemeester en Wethouders, winnen deze laatsten de adviezen in van den districtsveearts, tot wiens ressort de gemeente behoort.

-ocr page 242-