-ocr page 1-

#oy/lt;y^

f

to

.AÏ

X \'lt;\'

iXl ïXf quot;Xquot;

IXi

i :X: »x» ;x--x-

IX; •X-•w-

•X-

;x: ;X--X-:X-.x-• :X: -x-:x: -x-;x:

(V^-X-

ciT^x: ■é^X;

:a:

quot;fi.è

i rAI IXi

:§!

$

|Xf

• )J ï

|gt;J

I

:x:

iiX^ ;a? sXr . « .

:xquot;

-x-

zxi

jXr -X-

•X-

!X-

- lt;-

: . ^.ve

;U|||i

-X--

:x:

rV

\' /iei-da Druk. Supplement,

amp;

1 \'S94.

e(iiiijjiifii*i«*«ilt;*iiiiii*iiiiiiil«iii(t(.aial(liai( « -

jXX X X AXj^A AXX AXgt; AA AAA AA/^. A ^ X X u\'a Z

\'^vv\'5vwvvSx-rquot;;5-5xxAXXAXxxxx^xx;xxgt;:xxxxxxxA xxxèxi ^ .............

»»•»»• ».» .

Axxamp;SyvOamp;v^^sS^S\'-^^? xx lt;xxxxygt;rgt;:xxyxygt;lt;vxxxxxx?lt;:xxx^

]xx$vwv5ï^^ö5^Xgt;\'XXy vy:.lt;y.; , • lt;vxgt;;xxgt; XXXXXXXX. . (..Vi^-fv^. i-.quot;. i XX 1 V Xv «lt;• x O;vvj -•; «JXXXXXXX lt;XV -*xgt;lt;XXXXXV

- AI crwvf,lt;»rfc.»J»?r-gt;-—. ........................... • ■ ■ • • ■ quot;\' \'*\' \',\'quot;\' Iv\'i

KUNSTEN, EN WETENSCHAPPEN.

■ -x.

iKK p)

- W

,vvgt; igr

- rXI

:x: -x-

rjf ?

:lt;: mX\'

\'s HAOE,

]|. N IJ ,11Ö F F,

DOul!

V A X

-X-

ir

BATAVIAASCH GENOOTSCHAP

Mr. J. A. VAN DER CIIIJS.

BATAVIA,

lt;quot;./is lt;5/J /

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

sy-tt:/ J\'J.

TT

/ I

Us

I \\

v-

CATALOGUS

BATAVIAASCH GENOOTSCHAP

VAN

KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN

Mr. J. A. VAN DER CHIJS.

Vierde Druk, Supplement.

BATAVIA,

AL, 13itKCUIX amp;C KUSCHIC,

1894,

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

\'a HAGE,

gt;1. NUHOFm.

3LIOTHEEK DER .JKSUNIVERSITEIT UTRECHT

0321 0238

-ocr page 6-
-ocr page 7-

Bij eene zoo belangrijke uitbreiding, als de ethnologische verzameling yan het Bataviaasch Genootschap van kunsten en wetenschappeu sedert de uitgave in 1885 van den catalogus dier verzameling (éden druk) heeft ondergaan, — meer dan 4000 nummers, — zoude het rationeel geweest zijn een nieuwen catalogus het licht te doen zien. Maar het debiet van den in 1885 uitgegeven catalogus is niet zoo groot geweest, als negen jaren geleden verwacht werd, ten gevolge waarvan nog een 500tal exemplaren van dien catalogus in voorraad is, welke exemplaren door de uitgave van een nieuwen catalogus waardeloos zouden worden. Om die reden is de voorkeur geschonken aan de uitgave van een supplement tot eene oplage, evenredig aan het nog beschikbare aantal exemplaren van meer-bedoelden catalogus, om, wanneer die voorraad nagenoeg uitgeput zal zijn, tot de uitgave van een geheel nieuwen catalogus over te gaan.

Voor den gebruiker van den catalogus en het supplement levert de verdeeling in twee deelen voorzeker geen gemak op, maar aan dat euvel heeft men getracht, zooveel mogelijk, te gemoet te komen door de etiquetten, welke aan alle voorwerpen gehecht zijn, in twee soorten te verdeelen, zoodat men aan die etiquetten kan zien, wat men moet naslaan, catalogus of supplement. Immers, wanneer eenig voorwerp eene etiquette met een nummer, omlijst door een ovaal, vertoont, dan is dat voorwerp of dat nummer te vinden in den catalogus van 1885; wanneer daarentegen het nummer omlijst is door een langwerpig vierkant, dan zoeke men het in dit supplement.

-ocr page 8-

Gaarne had men do omschrijving van menig voorwerp, vooral van meer belangrijke voorwerpen, uitvoeriger gemaakt, dan thans het geval is, maar vrees voor te groote uitgebreidheid heeft daarvan weêrhouden, gedachtig aan den eisch, dat een catalogus voor een bezoeker van eenig museum een, zooveel mogelijk, handelbaar boek moet blijven.

v. d. C.

Augustus 1894.

-ocr page 9-

i rv n lt; gt; u i gt;.

Br.ADZ-

Meutawei-eilanden..........................1

Nias..................................1

Batak-landen :

Toba..........................2

Silindoong......................6

Karau-batak......................6

Boven-Langkat....................7

Padang-lawas....................8

Sipirok..........................10

Angkola........................11

Mandhéling...........12; 1S9

Padangsche Boven- en Benedeu-landen..........lij

Tamboesi........................19

Engano................................19

Henkoelen..............................21

Lampong..............................28

Palcmbang :

Hoofdplaats......................41;

Kawas..........................44

Pasoemah........................45

Ranau-districten..................45

Komcring-oeloe....................46

Djambi..........................46

Afdeeling onbekend................47

Indragiri..............................47

Kwantan..............................47

Deli...........................48

Atjeh................48; 189

Java.................53 ; 189

Madura................................104

-ocr page 10-

Inhoud.

Hr,ADz.

Borneo, Wcster-afdeeling:

Pontianak............106

Sambas.............106

Loemar-Dajak...........106

Mandor.............106

Lan-fong.............107

Landak.............107

Tajan...............108

Sanggau.............108

Sintang, Tebidah-Dajak........109

Eandoek-Dajak.......112

Melawi-gebicd........113

Kajan-Dajak........115

Hatang-loepar-Dajak ......127; 195

Katoenggau-Uajak..........127

Embalau-Dajak...........127

Kebahan-Dajak...........128

Lebang-Dajak...........128

Bea-Dajak............128

Ot-danom.............128

Oeloe-ajer-Dajak..........192

Poenan-Dajak....... ... 194

Zuid- en Ooster-afdeeling.....129; 195

Celebes, Zuid-Celebes............129

Karania (Westkust).........130

Noordkust............131

Minahasa...........131; 195

Gorontalo............132

Tomini-bocht...........136

Centraal-Celebes..........140

Boni..............140

Boston.................140

Saleier.................140

Sangi- en Talauer-eilanden..........141

Ternate.................147

Halmahera...............147

Batjan.................147

vr.

-ocr page 11-

Inhood.

Bladz.

Makian.................147

Ceram.................148

Ambon.................148

Saparoea................149

Noeaa-laut................149

Boeroe.................149

Goram.................149

Saroea.................149

Kei-eilanden.............149; 195

Aroe-eilanden...............1^0

Tenimber-eilanden.............151

Babar-groep.............154; 195

Dammer................154

Wetter.................155

Leti-eilanden...............155

Nieuw-Guinea, Z.-zijde van de Mc Cluer-golf:

Roembati..........156

Sekar...........156

Fioer...........157

Darembang.........157

Goras...........157

Bëntoeni..........157

Papoea Sègèt, Westkust van N.-G. 158

Amberbaken, Noordkast van N.-G. 158

Doreh...........158

Mansinam.........160

Wandammen, Geelvink-baai . . . 160

Wandesi..........160

Gebied van de Amberno . . 160; 195

Walckenaars-baai.......161

Tanah-merali0 ........ 161

Humbolt\'s-baai........ 161

Eilanden in de nabijheid van Nieuw-Guinea :

Salawati..........163

Waigeoe.............164

La wak.........,164

VII.

-ocr page 12-

Inhoud.

Bladz .

Schouten-eilanden; Korido. . . . 164

Biak .... 165

Noemfor..........167

Jappen..........167

Koon...........167

Jamua...........167

A.uoes of Merkus-eiland.....167

Krety-eilanden........169

Timor......................170

Savoe.......... . . , . • . . 170

Soemba,...................

Flores....................

Bali................174; 195

Riouw......................177

Singkep ................178

Karitnon-eilanden.............178

Auambas-eilanden................

Natoena-eilanden........................178

Baaka....................

Landen buiten den O. I. Archipel :

China . . . ........igl

Nieuw-Holland........181

Britsch-Indië........181

Arabië, Hadramaut......182

Varia.................183

Aanwijzing tot het vinden der voorwerpen in het museum.................mg

VIII.

-ocr page 13-

MENTAWEI-EILANDEN.

SI BEROET.

f3776 Houten schild, aan liet beneden gedeelte in eeuu punt eindigende. 2 stuks.

3777 Bijl, iii vorm gelijk aan de Javaansche blioeng of wadoeng.

3778 Schep-net. 2 stuks.

3779 Lange hand-trom.

3780 Groote, hooge en ronde draag -mand.

quot;3781 Touw, waarschijnlijk Maleisch fabricaat. 2 soorten.

*3782 Houten dj i mat (?), eenigszins in den vorm van eene ani-ani.

3783 Zeer grove pop van nipa-stengels; hing aan den zolder achter de voorgallerij van zeker huis.

*3784 Houten voorwerp (garen- of touw-winder

Zie over nos. 3776—3784 Not. Bat. Gen. 1887, hl. 33 en 34.

NIAS.

3785 Vergulde kopij van eeno gouden kroon {saemhoe (ina\'a) voor mannen en vrouwen. Modigliani p. 482, fig. 89.

3786 Vergulde kopjj van een met goud versierde vrouwe n-h o e d (tandrindra).

3787 Vergulde kopjj van een gouden hoofd-deksel {kofia ana\'a) van een hoofd, imitatie van een militaire képi.

3788 Zeer zware hals-ring (nifatali), grootendeels van gevlochten koperdraad, voor mannen en vrouwen.

3789 Vergulde kopij van een gouden hals-kraag (nifa-tofato). Modigliani, p. 483, fig. 91.

*3790 Zeer fraai geslepen, wit steenen armband [tenia djagd), dagelijksche dracht van voorname mannen. 2 stuks.

f3791 Lange, grootendeels met koperen spiraal-band omwonden stok voor vrouwen, Modigliani, p, 488, fig. 101,

Cutalugus i\'Alin. voorwerpen. I

-ocr page 14-

ni as.

f3792 Lange, maar dunne, als no. 3791 omwonden lans [boeloesa] met bënaug nanas onder het ijzer. Alleen bij feesten in gebruik.

t3793 Als no. ■quot;3792, doch zonder bënang nanas. Modigliani, p. 235, fig. 42e.

3794 G o 1 o k [yarï), waarvan het lemmet met eene kromming ver buiten het gevest reikt; dracht van voorname hoofden.

*3795 Houten, vrouwelijk heeld {adoe ziraha).

*3796 Houten, mannelijk beeld ( „ „ )

BATAK-LANDEN.

TOBA,

Kleeding,

*8797 Koperen oorhanger (si lamboemj baba). Dracht van mannen en vrouwen, zoowel in één oor, als in beide ooren. Zie Not. Bat, Gen. 1891, bladz. VII.

*3798 Koperen oorhanger (antinf/ aiiting) voor kinderen.

*3799 Koperen a rmband (léang), door mannen om den pols gedragen.

*3800 Zware koperen armband (léang), zonder versiering. Als bij no. 3799.

*3801 Koperen armband (léang). Wordt dicht geknepen na om den pols te zijn gedaan.

*3802 Koperen, met zilver en brons ingelegde en met figuren versierde mannen armband (léang baganding), welke om den pols wordt gedragen.

*3803 IJzeren armband (léang). Als bij no. 3801.

*3804 Ivoren armband (gading), welke door mannen aan den boven-arm wordt gedragen, t. w. aan eiken arm één.

*3805 Vrouwen vinger-ring (tintin Ulit), bestaande uit een koperen spiraal

*3806 Koperen vinger-ring (tintin) voor mannen en vrouwen,

3807 Kain met het patroon: ragi hotang.

8808 Slenda ug van de soort poefsa. Het patroon van de kapala heet: ragi doep. ilaimeu-draeht. Si Goempar.

2

-ocr page 15-

Batak-landen.

3809 Slendang van de soort ragi hotany. Mannen- en vrouwen-dracht. Si Goenipar.

3810 S 1 e n d a ng van de soort si bolang. Si Goempar.

3811 Slendang van de soort roendjat. Behalve de rand (sirat), welke door mannen wordt geweven (volgens bewering, omdat vrouwen zulks niet kunnen^, worden deze en andere slendangs door vrouwen vervaardigd. Het effen, bruine gedeelte heet sisi; de volgende drie streepen heeten dj oeff ia. Mannen-en vrouwen-dracht. Het garen wordt wit ingevoerd. De geele wortel van den bakoedoe en indigo dienen als verfstof. De verschillende kleuren worden verkregen door meer of minder herhaalde indompeling, de schakeringen door het digtbinden der bossen garen vóór de indompeling. Si Goempar.

Huisraad.

3812 Mes (raoet), 3 sluks. Worden door mannen op den rug in den gordel gedragen.

*3813 Koperen sirili-kalk-doosje (djoehil-djoekif), 2 stuks, waarvan een met hoornen tanden-stoker.

*3814 Bamboe kalk-doos (parhapoeran).

*3815 Koperen cilinder als k a 1 k - d o o s {hadain). De deksel ontbreekt,

*3816 Koperen kalk-doosje (hadam).

*3817 Ronde, ivoren tabak-doos (abal-ahal) met in den bodem cn het deksel van djoewar-hout ingelegde pilaar-matten.

3818 Lange, koperen pijp {gendoek , Wordt alleen door oude mannen gebruikt om fiinbako ha kal (grof gesneden,^ Bataksche tabak) te rooken.

3819 Als bij no. 3818, doch andere vorm. Het koperen staafje om de pijp uit te krabben heet djoekit-djoekit.

*3820 IJzeren tang (gatjip) om den baard uit te trekken, 2 stuks.

*3821 SI ij p-steen {poenga)

*3822 Dobbelsteen (daloe), van been vervaardigd.

*3823 Dobbelsteen (daloe), uit schelp geslepen. 3 stuks. Zie de beschrijving van het spel in Not. Bat. Gen 1891,bladz. VIII.

*3824 Vogel {imnoek-manoek) van andoelpak-hout uit Ba-

-ocr page 16-

Batak-laxdf.n.

ligé. Wanneer bij groote feesten in het hooge galerijtje (hong-f/ar-bonggar) der woning de trom, klarinet en bekkens worden bespeeld, spant men boven de muzijkanten een rotan, versierd met vijf manoek-manoek, welke een jongen door het op en neêr trekken van de rotan in schommelende beweging houdt.

Ook worden drie manoek-wanoek (een groote en twee kleinere ter weerszijden van den groote) op stokken in een heuveltje van gras-zoden vóór de kampong, waarin zich een datoe (geneesheer) bevindt, geplant bij wijze van uithangbord (.tipafoelpak).

Het voorwerp behoort tot de laatste soort.

Wapenen.

o3825 Lans [hoedjoer ringgit) met zilveren beslag. Pronken oorlogs-wapen van hoofden.

o38^6 Lans (hoedjoer) van aren-hout. Oorlogs-wapen. o.3827 Als no. 3826.

»3828 ,, „ met koperen en zilveren beslag.

ï829 Zwaard {pisait èhat) voor hoofden en vrijen, niet voor slaven. Wordt aan een riem over den linker schouder gedragen, zoodat liet zwaard met den greep naar voren onder den arm hangt.

3830 Zwaard (pisan èkat), als bij no. 3829. Si Goempar.

3831 Zwaard [pisan gading) met ivoren of hoornen greep. Wordt met een band of touw over den schouder gedragen door hoofden en vrijen; dient, zoowel als pronk-en oorlogs-wapen, als bij den zwaarden-dans, welke eindigt met het zich overwonnen verklaren van één der twee dansers, die zich schijnbaar eene wonde toebrengt, welke wond quasi geneest door de hand-oplegging van den anderen danser. 2 stuks.

3832 Zwaard {geloepang), als oorlogs-wapen algemeen in gebruik. De naam van den maker, Ompoe Sorta Oeloran, komt op het lemmet voor. Paranginan.

3833 Gebogen z w aard [podang) met ijzeren gevest. Oorlogs-wapen, ook door slaven gebruikt.

3834- Zwaard (podang) met koperen gevest, eene men-schelijke figuur voorstellende, zooals aan de toenggal panaloan (no. 230) worden aangetroffen. Dracht van datoe\'s.

4

-ocr page 17-

Batak-landen

* 3835 Houten kruithoorn (parpaiiggalaJian), ■welke, aan

het geweer hangende, dient om kruit op de pan te doen. Voor de lading wordt het kruit uit no. 383(5 genomen.

*383G Kruithoorn {parahoehaii), gemaakt van een met rotan omvlochten laboe. Wordt aan den gordel gedragen.

*3837 Gordel {simbora panyomaO, hoofdzakelijk uit tamelijk zware, koperen kettingen bestaande; amulet in oorlogstijd. In het gevlochten touw bevindt zicli het voorbehoed-middel (par-simboraan), hetgeen door datoe\'s geleverd wordt en heet onkwetsbaar te maken.

*3838 Houten, mannelijk en vrouwelijk beeld (.•gt;•lt; baso na holon; de algemeeue naam van deze beelden is (jana-yana), welke in oorlogstijd bij wijze van schildwachten worden gebruikt. De hoofddoek heet tall-tali; het oorsieraad doerl-doeri en het taschje hadjoet.

Too VER-MIDDELEN.

*383\'.) Twee beelden (si-patoelpak) aan den ingang van dorpen, hot eene hangende aan een bamboe, het andere gestoken op een in den grond staanden bamboe; beschermers tegen ziekte en onheil. Aan het eene beeld ontbreken de beide armen; aan het andere de rechterarm. Eveneens ontbreken zwaard en lans, welke zij moeten vasthouden.

quot;3840 Wichelaars-staf (toengkot malehat) van tada-tada-hout.

03841 Als voren met beschreven rotan-steel, bovenaan voorzien van een houten beeldje (tada-tada), voorstellende een gehurkt man, en van een Kuropeeschen bajonet. Nadat de datoe den gunstigen dag hoeft aangewezen, waartoe hij zijnen staf en zijn tooverboek qjoestaha penuanoehorC] raadpleegt, wordt de toengkot, tevens waardigheids-teeken van den datoe, aan de spits der uitrukkenden gedragen.

*3812 VV i c h e 1 - i n s t r u m ent (tondovny), bamboe-latje met figuren, hetgeen de datoe aan het oor houdt, met een puntig stokje daartegen tikkende. Op die wijze beweert hij te kunnen hooren, of een vijand in aantocht is en, zoo ja, waar deze zich bevindt. De hguur, waarop het stokje staat, als hij met tikken ophoudt, dient hem tot aanwijzing.

5

-ocr page 18-

Batak-landen.

*3843 Bamboe (hatiha), waarin allerlei figuren en letters zijn gegrifleld, wiclielboek voor datoe\'s tot het aanwijzen van gestolen goederen en van oorzaken en middelen tot genezing van ziekten.

*3844 Gegraveerde vinger-ring {tintin haroenygoeau), door datoe\'s uit een zeker metaal-mengsel vervaardigd voor vrouwen, die geen zoon hebben, opdat zij dien bekomen.

*3845 Koperen vinger-ring {tintin pidjor) voor mannen en vrouwen, die kinderen door den dood verloren hebben, om de nog levende .tegen ziekte te beschermen.

«3846 Mannelijk beeld {si-patoelpak) in een kort\'van idjoek-touw op gebeeldhouwden staak.

038 47 Vrouwelijk beeld {si-patuelpak) op een staak. No. 3846 en 3847 worden bij radja\'s en datoe\'s geplaatst tegen den middenstijl van de woning, waarachter zich een aarden pot met water, stukjes bamboe, enz. bevindt. Dit alles dient tot afwering van vijanden, waartoe ook water uit de pot vóór het huis wordt gesprenkeld.

Vakia.

8848 Grips-m a s k e r s van Tobanezen. 15 stuks, *3849 Brief, gegriffeld op een stuk bamboe, van Ompoo Somba Debata, radja van Lontoeng op het schier-eiland Samosir, waarin hij de ontvangst erkent van een brief van den Ads. Resident van Toba en Silindoeng en dezen belooft hem tegen de helft der wassende maan te zullen bezoeken.

SILINDOENG.

*3850 Bamboe kalk-doosje {parhapoeran). 3S51 Sirih-zak {handé-handé) van geiten-vel.

3852 Piiau marihoer, als oorlogs-wapen algemeen in gebruik.

KARAU-BATAK.

3853 Wit b a d j o e.

3854 Zwart i d e m.

3855 Slendang.

3856 Bamboe koker {mergal) niet houten deksel, welke laatste eenigzins den vorm van een theepot heeft, voor sagoeweer.

§3857 Rotan wandelstok met gedeeltelijk gouden, zilveren en soeasa knop. Oeroeng soeka piring, kampong Boekit.

e

-ocr page 19-

BATAK-LAVnEN.

BOVEN-LANGKAT.

KLEEDINd.

3S58 Hoofd-doek {hoelang) van Europeesche batik. *3859 Pluim van vederen of gedroogde bladeren, hoofdversiersel {roedan-/ kopias). 5 stuks.

*3860 Kralen versiering [oernm sigaras g int ome) van den hoofd-doek (tingkoeloek). ö stuks.

*3861 Versiering {sigan) van den hoofd-doek van een Karo-panghoeloe of diens aanverwanten, vervaardigd van kapias-bladeren. 2 stuks.

*3862 Koralen hals-sieraad.

3863 Zwart kleed (oewis ha toe djala).

*386-1 Zilveren vinger-ring. 3 stuks.

*3865 Zilveren ring (pangoendang), waaraan een touwtje met knoopen is bevestigd. Dient tot het invorderen van schulden. Huisraad, enz.

*3866 Koperen sirih-kalk-doosje (karandam), *3867 Bamboe sirih -k alk-doos {boeloeh tag an kapoer) met ingesneden figuren

*3868 Tabak-doos (poestaka wari) met ingesneden figuren en letters. Wordt ook gebruikt om goede en slechte dagen te berekenen.

*3869 Langwerpig vierkante, koperen tabak-doos. *3870 V uur-staal [karandam ingan santik) met koperen tondel-doosje. 2 stuks.

*3871 Vuur-staal (boni santikj met steen en tondel (loe-loek), vervaardigd van vezels van den mërgat-boom (aren). 3872 Opium-p ij p (soeliiri) 3 stuks.

*3873 Houten, ronde opium-doos (sajak). 2 stuks. quot;3874 Zeer groote toetoep sadji.

*3875 Pandan mat met rooden, katoenen rand.

3876 Breed mes (toemhoek lada).

*3877 P a d i - m e s {pangetom).

*3878 Bijteltje (loniik) voor het tanden vijlen. 4 stuks.

3879 Spinnewiel (sorka).

3880 IJ z e r e u pen (hesi sorka) om garen op te winden.

7

-ocr page 20-

BATAK-IiANDEN.

3881 Instrument {djbitara) tot het zuiveren der kapas van de pitten.

*3882 Slijpste entje (foedani/ hoek manxiL).

*3883 Als no. 3882, maar grooter en met bijbehoorend zakje.

*3884 Beurs (parbolitou) van netwerk, tevens ikat pinggang.

*3885 Kond, houten doosje (goembar) tot het bewaren van visch [sicj.

3886 Ronde ni pa-zak (aoeinpit) tot berging van goederen op reis.

3887 Tasch van grot\' linnen [anaL- iam/nl) tot berging o. a. van de kampil-sirih. 2 stuks.

*3888 Weegschaaltje (voor stofgoud \'().

*38ï-;) Bewerkt tin (gewicht?), gevonden in een veld bij de kampong Soengal. 2 stuks.

3890 Patroon- tasch {tlt;a lampan;/ bedil).

*389 1 K o g e 1 - b e w a a r d e r (parseh) met meuschelijk gelaat, meer of min fraai besneden. 3 stuks.

*3892 Kruithoovntje Qjanyi/alahan). i stuks.

3893 Lange, bamboe fluit (sordan (/odan;/).

3894 Korte „ „ ( „ puentoeny). 3 stuks.

*3895 Langwerpig vierkant, plat stuk been {tjoetjoek wart)

met drie rijen gaatjes, elk van tien gaatjes, om dagen te tellen, hetgeen geschiedt door een touw in of uit de gaatjes te halen

3896 T o u w {tali landjaati), van hoofd-haar vervaardigd ; (komt ouk op Java voor en wordt aldaar uitsluitend gebruikt om misdadigers te binden).

*3897 Vreemdsoortige, bronzen li a a k (•\'), gevonden op de onderneming Kwala liergoemit.

*3898 Wit, vierkant steentje {j/roiKjuiiy), in gebruik, vooral bij de Pak-pak-batak, tot verhooging van den geslachts-drift.

*3899 Stofgoud.

PADANG-LAWAS.

3900 Hoofd-doek (toe koet van zwart katoen, vroeger, toen de radja\'s nog niet tot den Islam waren overgegaan, teeken van vorstelijke waardigheid. De roode ring werd op het achterhoofd gedragen, om welken ring vroeger een gouden band was, evenals aan de vier uiteinden, van welke twee in de hoogte stonden en de twee andere over de ooren hingen.

8

-ocr page 21-

Batak-landen.

*3901 Bamboe haar-naald {djagar-djaijar — bloem) met laken eu kralen, versiering voor maagden. Komt zelden meer voor ; tegenwoordig vervangen door de tjoetoek kondé van zilver of goud.

*3902 Vrouwen versiersel (loet-loef) van zeer fijne bast (poetjoek iboes, palmsoort), met sirih rood geverfd. Wordt door en om de kondé gedragen.

3903 Zi tin at je van pandan bladeren met a jour bewerkten rand, gemaakt te Goenoeng-toea: in gebruik bij kamponghoofden en voorname inlanders. Vrouwen-arbeid.

3904 Zitmatje (/aye na /jondok) voor voorname hoofden. V rou wen-arbeid.

3905 Zitmatje [lai/e nu poudok), uit drie, boven elkaar bevestigde, met laken bekleede matjes bestaande, voor voorname hoofden. Vrouwen-arbeid.

3906 Gebakken s t e e n e n (loenykoes) om een pot op te zetten bij het koken. 3 stuks.

3907 Sirih-tasch {harondoek) voor radja\'s en namora\'s (adelstand) Vrouwen-arbeid.

*3908 Bamboe i n s t r u m ent (.si;/ah-tiii/ali of djanyko) met scherpe ijzeren puntjes om pandan-bladeren voor vlechtwerk te snijden. 3 stuks. Zie de beschrijving der bewerking in Not. Bat Gen., 1890 bl. 56.

*3909 Bamboe latje (kiatt-kias) om de bereide paudan-bla-deren glad te strijken. 2 stuks.

*39 L0 Bamboe naald {[jaiwet-ijaimt) tot het verstellen van matten.

3911 Bord (xafja) van haloempang-hout. Vroeger in Fadang Lawas in gebruik, vóórdat ;ildaar aardewerk bekend was. Om dit bord schaarden zich alle vrije leden van een huisgezin: slaven aten van bladeren

*3912 Fraai bewerkte, steenen gendi, Kiouwsch fabricaat. Honistak.

3913 Steel (porda) van een bijl of dissel. De rotan om-vlechting heet hoerahat.

t3\'J 14 Muizen-val (djolocny).

3,915 Visch-netje {tumboeren, sanyyek) van boomschors. Wordt bij het visschen om het lijf gebonden ter bewaring van het gevangene.

9

-ocr page 22-

Batak-i.anden.

3916 Visch-fuik (sindirauX In het half weggesneden gedeelte worden steenen geplaatst om de fuik te doen zinken. Dicht bij de opening, aan de kant der steenen, ligt het aas (djagoeng).

8917 Idem (rimhoer) van rotan badoar. Wordt aan liet spitse gedeelte met een idjoek-touw vastgebonden en vervolgens in het water geworpen. Een kolf djagoeng dient als aas.

3918 Idem (hoeboe). Wordt stroomafwaarts geplaatst. Aan beide zijden der opening en bovenop legt men een steen, terwijl de geheele fuik aan een lang idjoek-touw, aan den oever vastgebonden, bevestigd wordt.

3919 Ronde visch-fuik (tapiré) vau de nerven der aren-palm-bladeren. De opening aan de zijde heet meyapa; die aan de bovenkant wordt gesloten en dient alleen om de viseh uit de fuik te nemen, in welke gestampte djagoeng in een bamboe als aas dient. Met een stok wordt de fuik in het water bevestigd.

3920 Visch-fuik (saroewah) van de nerven van palmbladeren. Aan de onderzijde, tegenover de opening, wordt een steen gebonden. Het aas wordt gedaan in de bamboe bij de opening.

39:21 Model van een bamboo visch-fuik (t any gal) op \'/in van de ware grootte. Wordt in de rivier geplaatst met de opening naar den stroom gericht. Onder de fuik wordt een steen gelegd, zoodat het open gedeelte hooger komt dan het uiteinde. Wordt vastgebonden aan stokken, tor wederzijde van de opening. 2 stuks.

3922 Beschreven bamboe, bedreigings-brief (moesoek bring in), opgehangen geweest aan een boom bij de woning van den controleur te Goenoeng Toea. 3 stuks.

quot;3923 Model van een graf voor een oud en voornaam hoofd, dat kinderen en kleinkinderen nalaat. Va der ware grootte. Dolok. Zie de beschrijving in Not. Bat. Gen. 1892, bijlage VII, bladz. XXVI en XXVII.

3924 Driehoekige vlag met kwasten, gebruikt door het onder-districts-hoofd van Oeta Nopan (oeloe Broemoen;.

8IP1KOK.

3925 Hoofd-versiering (hoelang).

3926 Kralen baud (rajoen-vajoen), \'/2 der ware grootte.

10

-ocr page 23-

Batak-landen.

3927 Koperen been-ring (poentoé). Model.

3928 Bord en- be waarder irakke ping y an aloes). Model op ils der ware grootte.

3929 Damar-lamp (nanyyaran) in den vorm eener vrouw.

8930 Als voren, model op \'/s der ware grootte.

*3931 Sigaren-koker [toemhoe-toemhoe yotd) van getah pertja met sigaren {pangidoepan).

*3932 Bamboe, met rotan omvlochten kokertje {abal-abal). \'/io der ware grootte.

*3933 Bamboe koker (toemboe-toemboe). \'/5 der ware grootte.

3934 Bamboe koker (toehoei). \'/j der ware grootte.

3935 Rijst-blok? (panoeloean), model op \'/o der ware grootte.

3936 Bamboe koker {qarigit) voor water. Model, lengte Vs, breedte \'/3 der ware grootte.

3937 Houten spade (intjoewan pakkó). Model op 1/« der ware grootte.

3938 Dissel (pal,-oer), model op \'/4 der ware grootte.

3939 S e k i n (renljony).

3940 W er p-net (djala), \'/m der ware grootte.

3941 Model van een schep -net (doeroeng), op Vio der ware grootte.

3942 Visch-liju (hail) met haak.

3943 Rotan ring (harpe) om de visch-lijn om te winden.

3944 Net [doran), \'/e der ware grootte.

3945 Totebel (soelangat), \'/i der ware grootte.

3946 Visch-fuik (boehoe), \'jt der ware grootte.

3947 Harpoen (tampoeuing).

ANGKOLA.

039 48 Lans met korten steel, welke met allerlei figuren is besneden.

039 49 Too ver-stok (toenggal panaboean), gedeeltelijk a jour bewerkt.

3950 Strik (djaring) tot het vangen van bosch-hanen.

3951 Ruw, steenen beeldje (hatoe panghoeloe balang), gevonden nabij Bintoedjoe.

11

-ocr page 24-

Batak-landen.

MANDHÉLING.

3952 Muts (urpe) vau paudan-bladereu,

3953 Steen (pangjoer balei), in gebruik bij liet vormen vau potten om eene holte in de klomp klei te makeu. Penjaboengan.

3954 Gekerfd stuk hout (tanqya-tangga), waarmede de klei rondom uo. 3953 wordt geklopt ten einde deze dunner te maken.

3955 Plankje (pangf/arnat), met uitgesneden figuren om bij de eind-bewerking de kleiwand dunner te kloppen.

3956 Plat staafje Ipanjahai ot\' jianjaiiioe), hetgeen no. 3954 vervangt, wanneer de wand van de pot dun genoeg geslagen is en de inkervingen te grof zouden worden.

3957 Hond s t a a f j e {fampoel tdlonaii) om in het ruwe de rand van de pot in de klei te slaan, welke verder met een nat lapje tusschen duim en wijsvinger wordt afgewerkt.

3958 Model eener sawah-p I o e g [hadjak) met tand van niboeng-hout of ijzer voor twee karbouwen, met twee gevlochte rotan-strikken (katajo) aan de ploeg verbonden.

3959 Model eener egge (hoeclali) rnet tanden van niboeng-hout of jjzer. Bij gebruik dezer egge worden ploeg, noch patjoel gebruikt.

3960 Model eener r o 1 {datar). Akkerbouw-gereedschap.

3961 Model van een Maleiseh bru ids-bed.

flaatx van herkomst onbekend.

*3962 Uood katoenen buik-band (t/oton;/-lt;/otoHf/\\ met kralen versierd.

3963 Mandje (rakke sumbony) om schoteltjes te bewaren.

3964 Lepel (sondoek) van klapperdop.

3965 Lepel (sondoek indahan), gemaakt van het lid eener bamboe. 1/1 der ware grootte.

3966 Als voreu (sondoek ikkajoe). \'/i der ware grootte.

*3967 Taschje (lambak yattony na ni paromon).

3968 T a s c h (partayamn).

3969 S e k i n (tapak koeda). Model.

U397U Model van een huis (boetar), gedekt met sirappen van nieranti-hout. Zie Not. Bat. Gen , 1891, bladz. 65.

»3971 Model van een raadhuis (sopo). Zie Not. als voren.

12

-ocr page 25-

Padangschf, Boven- en Reneden-landen.

*3972 Model van een steenen graf-monument eener aanzienlijke vrouw. Het origineel is levensgroot. Zie de beschrijving in Not. Bat. Gen., quot;1891, bladz. 65.

PADANGSCHE BOVEN- EN BENEDEN-LANDEN.

quot;3973 Toedoeng van pandan-bladeren. v. Hasselt, XVIl, 5. quot;3974 Hoofd- en rug-bedekking (toerlneng) van gebang-bladeren. Loeboe Sikaping.

quot;3975 Famboe toedo eng. Alahan Pandjang. lt;gt;397ö Pandan toedoeng. Pajakoemboeh. 3 soorten. *3977 Koperen armband ipoentoe), gevonden in 1884 bij Moeara-Nènan tijdens het werken aan den weg van Mahi naar Kapoer nan Sembilan. Vroeger in gebruik in de laras Kapoer nan Sembilan (onder-afdeeling Poear-datar).

3978 Slendang van aongket (half zijde, half katoen, met gouddraad doorweven).

3979 Lederen gordel om geld te vervoeren. Oud-Agam.

2 soorten.

3980 Rotan gordel. Palembajan.

3981 Als voren. Loeboe Sikaping.

3982 Aarden pot {walaxr/a) om rijst te koken. 2 stuks. Painan.

3983 TC w a 1 i. Painan.

*3984 Pannetje tot het maken van koevve serabi. 3 stuks. Painan.

*3985 Aarden wierook-brander {oekoes), Painan. *3986 Kom (tjowef) om de vingers bij het eten te wasschen.

3 stuks, waaronder 1 groot.

3986» Koperen kom [alnM basoeh), Soengei Poear (Oud-Agam).

3987 Soort van g e n d i ((/oi/ok) voor drinkwater. 5 stuks. Painan.

3988 Lamp {angkUf) van gebakken aarde bij feesten. 4 stuks. Painan.

3988quot; Koperen lamp [karany tiga). Soengei Poear (Oud-Agam).

13

-ocr page 26-

Padanosche- Boven- en Benedes-laxdek.

3989 Soort van g e n d i (jnantany) om drinkwater te bewaren. Painan.

3990 Rotan voetstuk (harpè) voor pot. Loeboe Sikaping eu Rau.

3991 Oebli-vorm {tjitakan koewé sapit). Oud-Agam, Soengi Poear.

3992 Koperen karbouwen- of sapi-b e 1. Oud-Agam.

3993 Koperen v o r m (tjitakan koewé kamhang) voor gebak. Oud-Agam.

3994 Ploerten -dooder {panygada). Oud-Agam.

3995 Koperen water-ketel (tjèrèK Oud-Agam.

3996 Koperen sirih-kalk-doosje (kapoeran). Oud-Agam.

3997 Koperen schaal (talam). Oud-Agam.

3998 Koperen trens {leakang bardoeri). Oud-Agam. *3999 Kajoe-gaboes om messen, hanen-sporen, enz. op af te

vegen, nadat men die op een slijpsteen gescherpt heeft. *4000 Katoenen garen om hanen-sporen aan te binden. *4001 Met verguld zilverdraad (hénang Macr.o) op fluweel geborduurde kapala hantal. 2 stuks. v. Hasselt XIII, 4. *4002 Passement (rêndo) van verguld zilverdraad, v. Hasselt, 118. 2 soorten.

*4003 Rotan mat. Palembajan. 2 soorten.

*4004 Idem, model, rotan en bamboe. Palembajan. 2 soorten.

4005 Bid-matjes (tikar pandan). Taloe. 4 stuks.

4006 Bamboe mandje. Pajakoemboeh.

4007 Mandje van lembang-bladeren. Pajakoeraboeii. 5 soorten.

4008 Zak van gevlochten lembang-bladeren. Pajakoemboeh. 5 stuks.

4009 Hanger {gantoeng-gantoeng). Matoer-districten en Matoer.

4010 Als voren. Agam, Manindjoe.

o4011 Pandan toetoep sadji. Pajakoemboeh.

4012 Zeef. Pajakoemboeh. 3 soorten (1 nest). *4013 Toestel (lantak api) om vuur te maken. Palimbajan. 14014 Rotan wieg. Loeboek Si Kaping.

4015 Stalen van met gouddraad doorweven stoffen (songket), 10 stuks. Pad. Bovenlanden.

14

-ocr page 27-

Padangsche- Boven- en Beneden-landen. 15

t4016 Vogel-kooi (san;/kar hoeroeng). Soelit-ajer, Pad. Bovenlanden.

t40l7 Als voren. Solok, XIII en IX Kota.

f4018 Bamboe raam {sone/f/aJi, timbakau ), waarop de in dunne reepjes gesneden tabak in de zon gedroogd wordt. Singkarah.

4019 Bamboe raam (anak samiah timbakau), waarop tabakplantjes, in \'t vierkant gelegd, te koop worden gedragen of waarvan de uiteinden gebruikt worden ter bescherming van groote pakken tabak, Worden zoowel van bamboe en sampir-vezelen, als van tali-rameh en anau(aren)-vezelen gemaakt. 2 stuks.

4020 Katoenen t a s c h voor het bewaren van boeken (manuscripten). ïanah-datar.

4091 IJzeren krabber [tadja pantjoekil) bij het goudgraven in gebruik. Koebang nan doea (afd. XIII en IX Kota).

4022 Rotan mandje voor het verzamelen van goud-erts. Simpang Tonang (afd. l.oeboo Si Kaping en Hau).

4023 Houten bak (djahi palindattf/ atnas) bij het goud-wasschen in gebruik. Koebang nan doea.

4024 Platte, houten schotel (doclang) voor het wasschen van goud. Simpang Tonang.

4025 Rotan en bamboe schepper voor erts uit de mijnen te Simpang Tonang.

4026 Breek-ijzer (tabak hesi). Koebang nan doea (afd. XIII en IX Kota).

4027 Toestel voor het kerven van tabak. Batoe Tabal (afd. Batipoeh en X Kota).

*4028 Spinnewiel. Batipoeh.

*4029 Model van een weef-getouw. Boeuga Tandjoeng (afd. Batipoeh en X Kota).

O4030 Model eener suikerriet-pers ikdangan taboe). Simawang (afd. Batipoe en X Kota).

4031 Slot met sleutel. Navolging van Europeesch werk. Si Roekam (onderafd. Soepajang, afd XIII en IX Kota).

4032 Aardewerk. Loeboe Si Kaping. 4 stuks.

4033 Patjoel {pangkoe,■). Model op 1/2 der ware grootte. Si Barambong.

*4034 Houten kandelaar (toyo), waarop de damar mata,

-ocr page 28-

Padangsche Boten- en Beneden-landen.

gewikkeld in een pisang-blad, wordt geplaatst. Batipoe en X Kota.

4035 Biezen zakje (kampia koelakar palang ai) om tabak, sirih, enz. te bewaren. 7 soorten. Solok, XIII en IX Kota.

40.36 Rijst-zakje {kampia ni/ajam r/ilo) van gevloohten l)iezen 4 soorten. Solok, XIII en IX Kota.

4037 Boek-staander {reha) om do koran of andere kitab\'s geopend op te leggen.

4038 Doos [fampat daioat) voor een inktpot, in gebruik bij leerlingen Tan soerau\'s.

4039 Schrijf-plankje (djidoer). Het beschreTen wordende papier ligt op de plank, welke met de linkerhand wordt vastgehouden. Singkarah.

4040 Bamboe rijst-wan (niroe). Soolit-ajer. v. Hasselt, LXXIV, 5.

4041 Pandan rijst-zakje (kamhoel ngajam i/ilo). 2 stuks Solok, XIII en IX Kota.

4042 Model van een vierkanten mand (kambal) van rotan getah met deksel. 1/4 der wane grootte. Solok. Wordt gebruikt tot het bewaren van godsdienstige boeken, sieraden, geld en andere voorwerpen Tan waarde; ook als reis-koffer.

4043 Ronde, rotan m and (katiding) Qp Toetstuk. Solok, XIII en IX Kota.

4044 Rotan kor f\' j e (kataw), hetgeen bij het koffij-plukken aan een band OTer den linker schouder wordt gedragen, v. Hasselt LXXIV, 6.

4045 Pandan zak {kampia sandang) met dito draagband. Solok, XIII en IX Kota

14046 Model eener ploeg (hadjak) op Zjs der ware grootte. Panindjawau (Pad. Bovenlanden). Het ploeg-ijzer ontbreekt. f4047 Model eener egge (s/kaf) op 1/2 der ware grootte. Tandjoeng Balit (Pad. Bovenlanden).

4048 Model eener ploeg hadjak). Simawang.

4049 Hoornen priem, in gebruik bij het planten van padi. Loeboe Sikaping.

14050 Wild-verschrikker (katoek-kaioek). Koebang nan doea (afd. XIII en IX Kota). De klapperdop hangt in stroomend water.

16

-ocr page 29-

Padangsohe Boven- en Beneden-landen.

f4051 Als yoren (tiinha ajar). De bamboe wordt onder eene pantjorau geplaatst.

4051a Model van een visch-fuik (tinglcaluk) welke iu allerlei afmetingen voorkomen, voor snelvlietende stroomen, waarin deze fuiken aan het einde eener afdamming -worden geplaatst.

4052 Voorstelling van het leggen eener fuik. Bondjol.

4053 Toestel om schelpen te vangen. Simiawang atas (afd. Batipoeh en X Kota).

4053a Model eener paling-fuik (saroembing). Manindjo.

4054 Model eener fuik. Pajakoemboeh.

4055 , „ „ Alahan Pandjang.

4056 Als voren (sanggoeng^. Bondjol.

4057 Als voren (loekah). Bondjol.

4058 Model eener fuik met twee openingen. Pajakoemboeh.

4059 Fuik {loekah oenak) van rotan doeri. Palembajan. f4060 Model eener p r a u w {bidoek gadang). Batipoeh en X

Kota, Solok. 1 /30 der ware grootte. In gebruik op het meer van Singkarah, kan tot 200 pikols padi laden. Voert één groot zeil.

De haakvormige uitsteeksels vóór en achter heeten pisnng-pisang, de roef koning en de boeg ka pa la, beide laatsten van snijwerk voorzien en bont beschilderd.

f4061 Model eener prauw (bidoek). Alahan Pandjang. f4062 Als voren [bidoek dajoeng). Soempoer (afd. Batipoeh en X Kota).

f4063 Als voren (bidoek gadang). Simiawang di atas (Batipoeh en X Kota).

f4061 Als voren {bidoek kètèk). Goegoek (afd. Batipoeh en X Kota).

f4065 Model van een woonhuis {roemah gadang leran-djoeng] te Pandei-Sikat (Laras XI Kotta\'s) op Vso van de ware grootte. Deze, van soerian-hout gemaakte woning heeft twee zijstukken {andjoeng) welke verschillende verdiepingen {pangkat), — gewoonlijk twee, — hebben en dienen tot verblijfplaats voor aanzienlijke personen. De hoornvormige spitsen van het met idjoek gedekte dak heeten gondjong. Uitwendige versiering bestaat uit beschildering met levendige kleuren en snijwerk (oekiran). Gegoede inlanders bekleeden gewoonlijk de nok van

Catalogus Ethu. voorwerpen. 2

17\'

-ocr page 30-

18 Padangsche Boten- ek Beneden-landen.

het dak en de gondjong\'s met uitgesneden blik. Inwendig is het huis afgeschoten met een veelkleurige doek, waardoor de slaap vertrekken (bilik) van het overige gedeelte {tengah roemah) zijn afgezonderd. Een bilik beslaat gewoonlijk de ruimte tus-schen vier stijlen, terwijl een romttif/ de ruimte voorstelt tusschen twee, opeenvolgende, evenwijdige rijen palen, gerekend van de voor- tot de achterzijde van de woning. De kookplaats is in deze soort van huizen in een afzonderlijk vertrek, — niet rechts van de ingmg, zooals gewoonlijk het geval is. De soorten van deze huizen worden onderscheiden naar het aantal stijlen, waarop de woning in de breedte rust, en hebben elk haar eigen naam. Eene woning met vier stijlen in de breedte is die van den gewonen inlander, terwijl die met vijf of meer stijlen door hoofden en personen uit een aanzienlijk geslacht worden bewoond.

t4066 Model van een gemeente -huis (balei }gt;alengyat) te Panjaleian (Laras VI Kotta\'s, afd. als voren) op \'/so van de ware grootte. Dient tot rechtplaats, bespreking van gemeentebelangen, enz. Staat gewoonlijk op een open plek, perdameian (vrede-plaats) geheeten, in het midden der negorij. Andjoeng\'s, gondjong\'s, snijwerk, enz. kunnen ook aan balei\'s voorkomen. In het midden van de vloer bevindt zich eene opening, laboeh gadjah (oliphants-pad) genaamd, waarbij, overeenkomstig de adat, de volgelingen van hoofden plaats nemen.

f41167 Model eener moskee (mesdjid) in de negorij Kota Lawas VI Kotta\'s, op \'/25 van de ware grootte. Het piramidaal dak heet poentjaq.

f4068 Model eener rijstschuur I loemboeng rangkiang) in de negorij Kota Hahroe, Laras VI Kotta\'s, op \'/is van de ware grootte. Dikwerf aan de zij-stukken, uit planken bestaande, en aan de boven- en benedenlijst versierd met gekleurd snijwerk, afgewisseld door spiegeltjes en blinkend metaal.

04(gt;69 Als voren (loemboeng Icatik bêranaq) in de negorij Andalas laras Hatipoeh di baroeh, op \'/13 van de ware grootte; bevat vier bergplaatsen en wordt slechts voor de woningen van rijke inlanders aangetroffen.

O4070 Voorstuk eener padi-schuur {rangkiang), Paja-koemboeh. Natuurlijke grootte.

f4071 Model van eene dorps-school (soerau baleinggaf)

-ocr page 31-

Padanosche Boven- en Beneden-landen,

in de negorij Djaho, Laras IV Kotta\'s, op l/in vau de ware grootte. Aan de achterzijde komt soms een zij-stuk voor, waarin de onderwijzer (geestelijke) woont. Het dak is bij enkele gebouwen piramidaalvormig. Deze gebouwen zijn de eigendom van particulieren en fraaijer of meer versierd naar gelang van den rijkdom van den eigenaar. Bij eene soerau behoort een kleine vijver voor de verplichte wassching. meermalen tevens visch-vijver vau den eigenaar.

o 072 Besneden en beschilderd venster-luik. 2 stuks.

04073 Besneden en beschilderd lijst-werk (sitindih) onder vensters. Kopij van eene lijst aan de woning van het laras-hoofd van Batoe-ampat (L Kotta\'s).

04074 Besneden en beschilderde deur.

4075 Proeve van hout-snij werk.

407fi Als voren. Alahan-pandjang. 2 stuks.

TAMBOESI.

4077 (iroen laken tasch voor het bewaren van manuscripten.

4078 Sirih-tasch.

ENG-ANO.

04079 Pandan muts {kajak) tegen regen.

4080 Muts van bloestroe.

4081 Hoofd-doek van boombast.

4082 Hoofd-tooisel (êja pako), houten mutsje, waarop een onduidelijk beeldje tusschen met veêren versierde stokjes. Vrouwendracht bij het kalea-feest. Zie Tijdschr. Bat. Gen. Ill, 376; Not. 1888, bl. 266 en Modigliani, pag. 156 en 158. 3 stuks.

4083 Halsband (?), uit kralen, lapjes, schillen van vruchten, koraal, schelpen, enz. bestaande, waaraan een zakje van geklopte boombast hangt.

4084 Hals-keten (?), bestaande uit langwerpige stukjes hout, met vogel-veêren beplakt.

4085 Ronde, houten s c h ij f j e s (paléké karéhe), aan ééne zijde vertind, met drie snoeren roode, fijne kralen. 2 stuks. Behooren bij no. 488. De schijfjes worden vooral door vrouwen by feesten gebruikt.

19

-ocr page 32-

Engano.

4086 Hals - snoer (ckéhu peroeroe] van mannen-haar met een gegraveerd stuk schelp. 2 stuks.

4087 Armband van tamelijk dik ijzer-draad.

4088 Borst- en rug-bedekking, bestaande uit uitgerafelde, gedroogde pisang-bladeren. 3 stuks,

4089 Buikband, met kralen versierd. 4 soorten. Cf. Modigliani, p. 154 en 155.

4090 Zeer smalle, kralen buikband (èjapi).

4091 Heup-band [êpoko] voor rouw dragende vrouwen, als bij no. 4082. Modigliani, p. 203.

4092 Als voren, doch van gerafelde rotan- en resam-bladeren (èjapi) voor rouwende vrouwen.

4093 Tja wat van gedroogde en uitgerafelde pisangbladeren voor kinderen. 4 stuks.

14094 Model van een woonhuis (lt;\' oeha kakarto). Modigliani, p. 113.

f4095 Model van een voorhuis of rook- en receptie-zaal (è oeha kadi ofè).

14096 Model van een varkens-hok (è oeha è kajak) t4097 Model van een kippen-hok (è oeha ajam).

4098 Pot van gebakken aarde in den vorm van een pot in suiker-fabrieken.

f4099 Pandan mat.

4100 Een ronde en drie ovale, groote, rotan manden (manèkè). Modigliani, p. 121, fig. 8.

4101 Idem kleiner (ore/).

4102 Water-vat [poea j bestaande uit eene klapper-vrucht in een mandje met hengsel. 3 stuks. Modigliani. p. 122.

4103 Ovale, houten bak (é perao) met steenen vijzel (lt;i dako) om lagoe-vruchten (kladi) fijn te wrijven. 3 stuks.

4104 Met touw omwonden stuk bamboe tot het bewaren van vogel-veèren voor hoofd-banden, enz. 4 stuks.

4105 Net Ckahaha) om vogels te vangen.

4106 Toestel fjaeroegen ahej om vogels te vangen.

4107 Zeer grof netwerk fkaho ejahanókdj om schildpadden te vangen.

4108 Model van een toestel fa roe roe abahe) om apen te vangen

20

-ocr page 33-

Ekoano.

4109 Model van een toestel om wilde varkens te vangen.

4110 Net Ckabo ohoJ om wilde varkens te vangen. Het touw wordt van de bast van den bagoe-boom (melindjoe) gemaakt.

4111 Als voren, doch anders dan no. 41)0.

4112 Werp-net (kaho ehija) met grove mazen. Touw ala bij no. 4110. Met fijnere mazen heet dit net: kaho èoeöko. 2 stuks.

4113 Schep-net.

4114 Model van een net, 2 stuks. Zio over netten van Engano Notulen Bat. Gen. 1888, bl. 165.

4115 Elger met twee ijzeren punten. 2 stuks.

4116 „ „ drie „ „

04117 Korte lans, twee soorten.

*4118 Versiersel aan den achter-steveu eener prauw. Modigliani, p. 211.

4119 Zee-hoorn (kemioe), welke als blaas-instrumentgebruikt wordt. 3 stuks.

4120 Gips-m a s k e r s van Enganezen. 6 stuks.

BENK0ELEN.

Kleedijsg.

4121 Hoofd-deksel (detar lahoeny) van boomschors. Serawai-streken, Ommelanden van Benkoelen.

4122 Muts Cketoepoeiu/ sehoekanj van boomschors. Liwa, Kroë.

4123 Rotan muts {songkoh). Kroë.

4124 v ( „ ). Ommelanden van Benkoelen.

4125 „ ( „ ). Manna.

quot;4126 Toedoeng, gemaakt van de schubben van zeker geschubd dier (tenggiling).

lt;4127 Toedoeng hakoewang. Ommelanden van Henkoelen. 04128 Toedoeng nipa. Liwa, Kroë.

quot;4129 Toedoeng hamboe. Pasëmah oeloe-Manna. *4130 Hoornen kam met tinnen versierselen. Ommelanden van Benkoelen.

21

-ocr page 34-

Benkoelen.

*■4 131 Oor-versiersel [anthuf-antiny gadis) vau maagtien. Mas moeda. 2 stuks.

*4132 Hoornen armband met tinnen versierselen. Ommelanden van Benkoelen.

4133 Mannen-b a d j o e {hadjue latotng) van geklopte boomschors, in gebruik bij ladang- en sawah-arbeid. Pasëmah Oeloe Manna.

41S4 Als voren. Serawai-streek, Ommelanden van Benkoelen, 2 stuks.

4135 Als voren. Kedjang, Ommelanden vau Benkoelen.

4136 Stuk goed voor mannen-badjoe. Bovenstreken Semindo, afd. Kauer.

4137 Blauw badjoe voor boedjang\'s.

4138 Badjoe ginggang voor vrouwen. Selooina.

4139 Wit badjoe voor vrouwen. Seloema.

4140 Vrouwen badjoe [badjoe tampan). Marga Lima, Oeloe-Kroë.

4141 Als voren. Marga Oeloe-Kroë.

4142 Badjoe voor meisjes, met afgeslepen schelpjes versierd.

4143 Sarong voor mannen. Saloema. 3 stuks

4144 Als voren. Bovenstreken Semindo, afd. Kauer.

4145 Sarong ypoeling fimhitok). Marga Boewai Bloengoc Kroë.

4146 Sarong voor vrouwen. Saloema. 2 stuks.

4147 Sarong voor vrouwen en meisjes. Semindo, afd. Kauer.

4148 Slendang {sampang djarang). Serawai-streken. Feestkleed. Behoort tot den uitzet eener bruid.

4149 Slendang {sampang) met rooden rand. Serawai. Zie no. 4148.

4150 Slendang [katoeloek dag am). Serawai. Zie no. 4148.

4151 Slendang (tjéla). Serawai-streken.

4152 S 1 e n d a n g (sampaMtjf rawah). Serawai-streek, Ommelanden van Benkoelen.

4153 Kain pandjang voor vrouwen. Saloema.

4154 Kleed [kemban) om den boezem te bedekken. Wordt boven de kain gedragen. 2 stuks.

22

-ocr page 35-

Benkoelen.

4155 Gordel van boomschors. Redjang, Ommelanden van Benkoelen.

4156 Gordel {hebintiny). Marga Loegoeng Bandar, Kroë.

4157 V r o u w e u - d r a c h t {namjian;/ femjkoeloek). 2 stuks. Seloema.

4158 Bad kleed (sampan;/ djararnj) voor mannen.

Bruidstooi.

4159 Zilveren hoofd-sieraad (pias tèya). *4160 Oor-versiersel {soebeng) met pemanykar J £ telinyya. I stel. / 3

*4161 Idem, door een kettingje, dat achter om het | ^ hoofd gaat, verbonden. \\

*4163 Zilveren halsband (sinykil). 1 a

*4163 Zilveren armband (yP.lany lida tioeng). \\ S;

*4164 Blikken buikband {pending of emas). I g

4165 Badjoe dajé. \'■ quot;

4166 Sarong (tapis djoendany). Marga Oeloe Kroë.

4167 Sarong {tapis tjénnó). Tjërmo = Chineesch bladtin. Behoort tot den uitzet van bruiden en wordt alleen bij feesten gebruikt. Bovenstreken afd. Kroii.

4168 Met stukjes spiesglas rijk versierde sarong (tapis).

4169 Slendang (tengkoeloek). . O

4170 Kain pandjany. j gquot;

4171 Vierkante doek (sapoe tanyyan kapala kinang), g g1 ook bij het dansen (mënari) der maagden gadis) in 1 ^ g. gebruik. ! p

*4172 Groots, bamboe zit-mat (tikar par an). Als no. 4150. *4173 Pandan zit-matje {tikar patjar), waarop met patjar-sap gekleurde ornamenten. Serawai-streken van de Ommelanden.

*4174 Slaap-mat fsoelam roemhaij van roembai, eene pandan-soort.

*4175 Slaap-mat [tikar masiang\\ Masiang is de naam van de bies-soort, waarvan deze mat is gemaakt. Liwa-streek, Kroë.

*4176 Slaap-matje (lampar apai pandan) van pandan-bladeren. Marga Lima ilir, Kroë.

23

*4177 Matje (sèbrah adjaran sang brani), dat vóór op den grond zittende gasten wordt gelegd om bij maaltijden de

13

-ocr page 36-

Hexkoelen.

borden of bladen, waarvan zij eten, daarop te plaatsen. Adjaran sang brani is de naam van het patroon. Pasemah Oeloe Manna.

*4178 Matje {lampit limasan] van gebrande rotan, als no. 4177.

*4179 Hamboe matje (sehrah proatin (/o/dioih) ter bedekking van de koperen (ingevoerde) of houten (zelfgemaakte) talam (aan-rechtblad) om daarop de borden met spijzen te rangschikken. Pasëmah Oeloe Manna.

*4180 Mat (tikar kelak), vervaardigd van de schors van den këlak-boom, tot het droogen van padi. ^erawai-streken van de Ommelanden van Benkoelen.

*4181 Hamboe mat (tepioek) om padi te droogen. Liwa-streek, Kroë.

*4182 Bamboe mat {rinding poemjjoe layoe) met figuren; ■wand-versiering van huizen in de marga\'s Boewai, Bloengoe en Soewah, afd. Kroë.

*4183 Tikar pandan. -Serawai streken van de Ommelanden.

*4184 Bamboe matje {piting tandjaan). Vóór de voltrekking van haar huwelijk moet in de Pasëmah-Oeloe-Manna de bruid op bepaalde tijdstippen tot driemalen toe aan haren aanstaanden echtgenoot zenden proeven van hare vaardigheid in het vlechten van matten, waaraan de piting tandjaan niet mag ontbreken.

4185 Mandje (lioeng) voor het wasschen van rijst in stroo-mend water, Liwa Kroë.

4186 Pandan mandje (langki^, dat bij feest-maaltijden, met rijst gevuld, voor eiken gast wordt geplaatst. Liwa Kroë. 2 stuks

4187 Bamboe doos (pinasi-an) ter bewaring van gekookte rijst, wanneer men niet verre van huis gaat. Liwa Kroë.

4188 Kotan mandje (koeal) om de rijst-pot, welke een bolvormigen bodem heeft, op te plaatsen, nadat die pot van het vuur is afgenomen. Liwa Kroë.

t4189 R ij s t - w a n fniroe) Pasemah-oeloe-Manna.

4190 Vierkant, bamboe mandje (bakoel bering in) met dito franje, in gebruik bij de heidensche bevolking van de Pasëmah oeloe Manna voor met koenjit geel gemaakte rijst, welke bij het aanroepen der dewa\'s vóór het slachten van buffels, geiten enz. bij gelegenheid van huwelijks- en andere feesten gestrooid wordt.

4il91 Groote, bamboe doos [sap toeloep\') ter bewaring van

24

-ocr page 37-

Benkoelen.

niet dagelijks benoodigde kleederen en sieraden. Pasëmah Oeloe Mauna.

4192 Bamboe mandje (bnkotil anjamari) voor sëdékah, d. w. z. geschenken, bestaande uit gebak en vruchten, welke bruid en bruidegom elkaar gedurende de bruids-dagen toezenden. 2 soorten. Pasëmah Oeloe Mauna.

4193 D r a a g - m a ii d (bakoel bronany^. Ommelanden van Benkoelen.

4194 Dr aag-mand; een baud van boomschors of een lap katoen over het voorhoold houdt de op den rug hangende mand in evenwigt. Bovenlanden van Kroë. 4 stuks.

4195 Platte, rotan mand (kisoj om borden te bewaren; wordt aan den wand gehangen. Liwa Kroë,

f4196 Rotan mand (ranykinyj, welke, dicht bij de kookplaats aan den wand bevestigd, dient tot berging van lepels, enz. Liwa Kroë.

t4197 Reis-mand Ckempèkj. Ommelanden van Benkoelen.

*4198 Model van een aarden prioek \\ , , ,

1 Keuken-gereedschap,

quot;^199 » vvv pasoeh

. . ,, 1 hooldplaats Benkoelen.

-4200 „ „ blangya I

4201 Flesschen- of gendi -hanger (déwangJ van bamboe banban. 3 stuks. Liwa-streken van Kroë.

*4202 Zeer eenvoudige, bamboe koker. In den deksel van een dezer kokers bevindt zich een spiegeltje. 2 stuks. Redjang, Ommelanden van Benkoelen

*4203 Pandan sigaren-koker. Moko-Moko.

*4204 Als voren met gekleurde figuren. 2 stuks.

4205 iiamboe sirih-doos, als bij no. 4186.

4206 Bamboe sirih - en tabak-doos Ctumpahj. Batoe-brah, Kroë.

4207 Bamboe sigaretten- en t a b a k - d o o s parokoanj, geverwd met het sap (gëtah) van den paling-boom. Liwa Kroë.

quot;4208 Deksel Ctoedoenr/ sacljij om spijzen, op de talam geplaatst, te bedekken. Liwa Kro5.

4209 Handdoek (tampan sapoej. Marga Poegoeng Bandar, Kroë.

4210 Als voren. Marga Oeloe Kroë.

25

-ocr page 38-

BE!Jicoet,EN.

4211 Kleedje [tampan penoedoeng) om bij het aanbieden van spijzen of versnaperingen deze te bedekken. Marga Boewai Bloengoe, Kroë.

4212 Tampan suelra om de schotels met eten, op de talam geplaatst, te bedekken. Marga Poegoeng Bandar, Kroë.

*4213 Zilveren baard-knijper (jsipit djanyoet) en instrumentjes tot het reinigen van ooren, nagels, enz., aan zilveren kettingjes en dito ring bevestigd. Worden aan eene punt van de zakdoek gedragen. Hoofdplaats Benkoelen.

4214 B ij 1 , tevens dissel (helioeny). Pasëmah Oeloe Manna.

4215 ï a s c h (kampé sirih) tot het medenemen van sirih naar ladang of sawah. Pasëmah Oeloe Manna.

quot;Wapenen.

c,421ó Lans van aren-hout met zilveren beslag.

4217 Zwaard (roedoes).

4218 Hechte k r i s.

4219 Kris met 7 loek.

4220 Kris met 5 loek.

*4221 Eenigszins gebogen, aan beide kanten scherp mes {ramhai).

*4222 Idem grooter en krommer {ratnbai ajam).

*4223 Badik.

*4224 Sewar. 2 stuks.

*4225 Rembau.

*4226 Pisau raoet. 2 soorten.

*4227 Dolk (dodonrj), staatsie-wapen van een bruidegom Hoofdplaats Benkoelen.

*4228 Krom mes {kèrambü\\ voor dagelijksch gebruik. 2 stuks.

quot;4229 Zeer oud. rond, rotan s c h i ld.

Vischvakgst.

quot;4230 Lang visch-net (djaring) voor rivieren. Liwa Kroë,

f4231 Net (djarang) voor rivier-vischvangst. Liwa Kroë.

4232 Schep-net [tanggoehV Wai Sindi, Kroë. 2 stuks.

4233 W e r p - n e t (djala) voor zee-visch langs het strand. Kroë. (Hangt aan den zolder).

26

-ocr page 39-

Benkoelen,

14234 Fuik {boeboe) voor het vangen van kleine rivier-visch. Liwa Kroë.

t4235 „ „ (stuk van een bamboe petongj

4236 „

14237 v „ Liwa Kroë.

4238 Visch-lijn (kenoer), in gebruik op de strand-plaatseu met rotan ring ter bewaring van de lijn.

14239 Model van eene tuik (loekah limbat), 2 soorten.

4240 B „ „ mand (keroentoeny) om visch te ver

voeren.

4241 „ „ , soort van fuik (tjoeboeng).

4242 „ „ , s e k o

■f\'4243 , , een mandje {tan;/(jok oedany) om garnalen te vangen.

4244 „ , „ visch-schepper {lapoen).

4245 „ „ , hengel (tjemetik).

t4246 B n , serowo,2 soorten.

4247 „ „ „ schepnet (lenggi).

4248 , „ „ visch-lijn {pantjing koer an), ge-

woonlijk 60 a 70 M. lang, met haken om twee visschen te gelijk te vangen.

4249 „ „ , visch-lijn {pantjing t eng ah laoet).

4250 „ „ „ net {djaring anjoet).

t4251 vvv soort van fuik (tengkaloek). 4252 „ „ „ soort van t o t e b e 1 , naam onbekend.

Scheepvaart.

t4253 Model eener handels-prauw {pentjalang). De prijs van zoodanig vaartuig is f 200 per kojan. Inhoud 3 a 20 kojan Hoofdplaats Benkoelen.

t4254 Model van een visschers-vaartuig {prahoe poekat) met net (poekat). Hoofdplaats Benkoelen.

f2255 Model als no. 4254 (prahoe manfjing), doch uitsluitend met lijn {kenoer of tali pantjing, zie no. 4238).

27

Vakia.

f4256 Model eener pedati Door de geheele residentie in gebruik,

-ocr page 40-

Benkoelen.

f4257 Model van een tweewielig rijtuig (plankin) op veeren; wordt getrokken door sapi\'s. Hoofdplaats Kenkoelen. ■f4258 Model van een toren {taho) op \'/io van de ware groote. Wordt gebruikt bij het Hasan-Hoesin-feest. (

*4259 Tinnen d j i m a t, gewoonlijk om den hals gedragen, 2 stuks.

*4260 Met Redjaug-schrift gegriffeld stukje bamboe.

4261 Stopflesch met ingewerkten haspel [tjeniaya).

4262 Pot Croembij met vier ooren, afkomstig van het grat van Oempoe Si ïambah te Soerabaja, Marga Liwa. Zeer oud.

LAMPONG-.

KLEEDING.

4263 Muts O. opia rakoep kekaref) van de bast van den karetboom, in gebruik bij karet-zoekers. 2 stuks.

4264 Mutsje [kopia pies) van piës, dracht van jongens en mannen bij den veld-arbeid. 2 stuks.

4265 Mutsje {kopia oeroeng), gemaakt van de bloestroe-vrucht. Mannen-dracht. 2 stuks.

4266 Plat, rood mutsje {kopia tnoengiati) met geborduurden rand van gouddraad, dracht van een bruidegom. Tot afwisseling mag hij een zwart, laken, met gouddraad gestikt mutsje, maar in geen geval een hoofddoek dragen.

4267 Muts (kopia mZnüjH) voor adelijken bij het tournooi-spel (mènigelj, hetgeen, in tegenstelling met het menari, over dag plaats heeft. De opstaande punt der muts wordt van achteren gedragen.

*4268 Papieren en rood katoenen h o o f d - b a n d ipandau kértas), bij feesten door meisjes en mannen gedragen.

4269 B a d j o e van dc schors van den karbang-boom.

4270 Model van een badjoe {kawai rakoep) in gebruik bij karet-zoekers.

4271 Model van een buikband {hehat behadoeng). De plaat is .meestal van koper, met djadam ingelegd. Mannen-dracht.

4272 Buikband (tjawet rakoep kekaret) van de bast van

28

-ocr page 41-

Lamponö.

den karet-boom, waarin de tjoeri of golok wordt gestoken. In gebruik bij karet-zoekers.

4273 Broek (tjelana rakoep) van de bast van den karet-boom Model. In gebruik bij karet-zoekers.

4274 Sandaal (tropa bala oentjal) van herten-huid. Wordt gebruikt door mannen met gewonde voeten.

4275 Sandaal (tropa pïilepa anutü van de bast aan den voet der bladstelen van den aren-palm. Een paar.

4276 Houten sandaal (gaparan) voor mannen

4277 Bewerkte bast van den ipoe-boom, fijner en duurder dan de bewerkte bast van den karbang-boom, voorkleeding-stukken.

4278 Bewerkte bast van den karbang-boom voorkleeding-stukken. 2 stuks-

4279 Stuk karbang-ho ut, waarvan de geklopte bast als kleeding gebruikt wordt.

Huisraad

4280 Bamboe (pring bënër) m a n d j e {njawan kehelah] voor het wassehen van rijst, het bewaren van vruchten, enz. Worden ook bij feestelijke gelegenheden gehangen aan d9 reboetan-mast voor de sësat (feest-zaal), nevens andere voorwerpen, bestemd om onder de feestgenoten verdeeld te worden. 2 stuks.

4281 Rotan mand {njawan hêlah tjina) voor rijst, padi, enz.

*4282 Vierkant, bamboe doosje (njawan sisip) met doorgevlochten sisip (bamboe-soort), bij jong gehuwden als rijst-schaaltje, overigens als bergplaats van kleinigheden in gebruik. Door indompeling in het sap van baba selam of kajoe sepang bruin geverwd.

4283 In elkaar passende, bamboe of pring bënër d o o z e n {njawan mi), als rijst-schotels in gebruik, 4 stuks.

4284 Deksel van een njawan mi voor pas gehuwden.

4285 Vierkant, bamboe mandje {tjelégé) met kokervor-mige opening tot het bewaren van zout op de balei (zoldertje) boven den vuurhaard.

4286 Bamboe mandje {tjelégé kisi of ètè), eenigermate in den vorm van een eend, tot het bewaren van zout.

4287 Vierkante, platte, bamboe mand (joran) met rotan rand, waarop de pas gekookte rijst wordt uitgestort om met de

29

-ocr page 42-

Lampong.

tjitoeng (no. 4319) omgewerkt en met de kipas mi afgekoeld te worden.

t4288 Mandje (kelelö) van bamboe en hout om borden te bewaren.

4289 Bamboe mand (hajoeh) tot het reinigen in de rivier van aardvruchten, visch, enz.

4290 liéngoes haboei (varkens-snoet) of sa lei poetih lébain (nest van de lëbain, een klein, padi-etend vogeltje); wordt binnenshuis aan den wand gehangen om allerlei kleinigheden te bergen.

4291 Kotan mandje {leker) om pannen (koeali), potten (prioek), enz. op te zetten, wanneer deze van het vuur worden genomen. 4 stuks.

*4292 Vierkante, bamboe doos (Jjapayang) op voetstuk voor kinderen om bloemen en vruchten te halen; ook tot het bewaren van kleinigheden. 2 stuks, groot en klein.

4293 Puntig, bamboe mandje {sepan) tot het stoomen van rijst of këtan (Jav. koekoesau). 3 stuks.

4294 Vierkant mandje {hisik loenih) van pring bënër en sisip met deksel tot het bewaren van sirih en tabak. 2 stuks. Eene grootere soort heet hisik balak.

4295 Mandje (lakai) van bamboe (pring bënër) en daar door heen gevlochten sisip (geele bamboe-soort); wordt gebruikt bij de toezending van geschenken, b. v. vruchten, eetwaren, enz.

4296 Plat, hoog mandje (sap) met deksel, vervaardigd van pring bënër en sisip, om den koran in te dragen.

4297 Rond, rotan mandje (rantang) met deksel tot het bergen van kleinigheden.

4298 Lang en hoog mandje fbeloeling) van bamboe bënër en bamboe sisip.

4299 Koffertje (kepek)\\ komt in verschillende grootten, ook in Palembang, enz. voor.

f4300 Hooge, rotan draagmand (bekalau) om land- en tuin-producten te vervoeren. De draagbanden van oelës worden als bij een randsel over de schouders en over het voorhoofd gelegd.

t4301 Bamboe mand ikindar) voor vrouwen om op hare hoofden veld- en tuin-vruchten naar huis te brengen.

30

-ocr page 43-

Lampong,

4302 Ramboe d raa^-korf (kipo) om veldvruohten te vervoeren.

. *4303 Bamboe vegertje of bezem (penjapoe tui) om na den maaltijd de rijstkorrels weg te vegen. 2 stuks.

4301 Kom van gebakken aarde [helanygah tanah], vervaardigd door vrouwen uit klei van de Soekadana-rivier.

4305 Pot van gebakken aarde [radja fnnah), vervaardigd als bij no. 4304. 4 stuks.

4306 Etens- bakje (soeroeh goelai) van klapper-dop.

4307 Houten blad (falaiii) tot het aanbieden van spijs en drank.

quot;4308 Deksel {(uedoenff) van gebaug-bladeren voor de met spijzen beladen talam. Vrouwen-werk. Bij feesten wordt hier over een doekje gelegd.

o4309 Deksel {toedoeng) van nipah-bladeren om de talam, met eten voorzien, te bedekken.

4310 Doek {sipa tangan) om iets in te wikkelen ofte bedekken, b. v. een toedoeng talam.

4311 Kralen versiersel (djënar) om op de sipa tangan of toedoeng talam te leggen.

t43l2 Water-emmer (boendjoer) voormannen. De opening wordt met een bosje bladeren digt gemaakt.

4813 K la p p e rd o p (grrehoek) als water-emmertje en drink-bakje in gebruik.

4314 Water-emmer (laboe), gemaakt van de taboewai-vrucht (soort van kalabas), welke men laat staan, tot dat de inhoud vergaan is, waarna de schil met hout-asch en water wordt gereinigd en vervolgens in den rook gehangen. 2 stuks.

4315 Bamboe water-emmertje ihehiling), tevens drinkbeker. Wordt gedragen door een vinger in de opening te steken.

4316 Zeef (penjaringan klapa) tot het laten uitdruipen van de fijn geraspte, met water gemengde en reeds uitgewrongen klapper.

4317 Houten deksel (toetoep separi) van de koekoesan.

4318 Bamboe mesje [sekin p\'wrjr) tot het snijden van groenten. De Lamponger gelooft namelijk, dat een gewoon mes de planten zal doen kwijnen, omdat ijzer en staal macht hebben (bisa) over de planten. ,

31

-ocr page 44-

Lampong.

4319 Houten lepel (tjitoeng) om de rijst van de joran(no. 4287) in de njawan mi (no 4283) te scheppen.

4320 Houten lepel («roe mi) om de gekookte rijst uit den* rijstketel op den joran (no. 4-287) to scheppen. 2 stuks.

4321 Lepel (aroe goelai) van klapper-dop met houten steel; dient om gekookte groenten uit eene pot te scheppen, gebraad te bedruipen, enz.

•|-432\'i Eet-lepel isisoei soeroeh) van klapper-dop.

*4323 Schepper (gajoeng) van klapper-dop met houten steel.

*4324 Klapper-rasp (koekw.r). De gebruiker plaatst zich hurkende op het houten gedeelte, waardoor de rasp eene schuins opstaande richting aanneemt. 2 stuks.

4325 Blikken klapper-rasp (paroet kalapa).

4326 Gendi. vrucht van eene kalebas-soort. 3 stuks.

4327 Klapper-dop (soeroe kèkaras) met gaatjes om deeg voor koekjes door te laten, hetgeen straalsgewijze in kokende olij valt.

4328 Rotan bezem (penjapoé) voor huisgebruik.

4329 Water-emmer (tjoendang), wordt door vrouwen aan een rotan-band over den schouder gedragen (Jav. lodong).

4330 Houten standaard (pcdamaran) voor een schoteltje of blikken bakje (takoer peda mar an) met olij, waarin een boomwollen (kapas) pit ligt.

4331 Kandelaar {tjangguh lanah) van gebakken aarde voor een damar-kaars (blemboeng).

4332 Kandelaar (tjangga) van kajoe gemër.iwan voor een damar-kaars.

\' 4333 Model van een da ma r-kandelaar {tjangga). Voor het voetstuk, hier van kapok-hout gemaakt, wordt ook dikwerf gebruikt een stuk bladsteel van het klapper-blad.

4334 Zakje (soempit tikèr) van tiker-bladeren om vruchten en drooge eetwaren te verzenden of op reis mede te nemen ; ook ter bewaring van dodol-doerian, een zeer geliefkoosd gebak. 2 stuks.

o4335 Behangsel {lebbig), gemaakt van bamboe tamiang. Wordt horizontaal langs de binnenwand van de woning opgehangen.

*4336 Njaraploeng-vrucht {boewah iboel) werd vroeger gebruikt ter bewaring van tabak, inkt, enz.

32

-ocr page 45-

Lampo.vg.

*4337 Houten naai-kruk (l-oeda-koeda). Vermits de naaister op den grond zit, dient haar de koeda-koeda tevens als plorob.

*4338 Geld-zak ikradjoet doelt).

*4339 Houten s p i e g e I -1 ij s t j e (sèkèno). 2 stuks.

4340 R ij s t b 1 o k {ïcsoeng), gewoonlijk ran kajoe kibau. Model op \'/8 der ware grootte.

f4341 Draagkorf {lepioeng kibau) van bamboe en rotan, waarin de karoeng\'s met peper, rijst, enz. worden vastgebonden. Wordt aan een kruk (toeking) aan het zadel opgehangen en met touw vastgesjord.

t4342 Rotan draagkorf (saran) voor mannen. Wordt op den rug gedragen.

■(•4343 Hooge, bamboe mand (jtalang). Model op \'/j der ware grootte. Wordt door mannen op den rug gedragen tot het vervoeren van gras, padi, oebi, enz. Bij vervoer van peper, rijst, enz. legt men er een lossen bodem in van boombast of takoeng (oepi) S voet van den bladsteel van de pinang-palm.

4344 Mandje (keloekoe ajam) om een kipte transporteren. De vogel wordt door de groote opening in het mandje gedaan, waarna zijn kop door de kleine opening steekt en de groote gesloten wordt.

*4345 Vierkante, met allerlei figuren beteekende, rotan mat {lampit). Wordt slechts bij huwelijken en vergaderingen door voorname Lampongers gebruikt. Atd. Semangka.

*4346 Zit-matje {apnï tiker) van tikër-bladeren, eene bies-soort, welke in moerassen groeit en ook opzettelijk wordt aangeplant.

4347 Bamboe matje (apar) tot het bedekken van eetwaren : de witte soort heet apar andak, de roode apar soeloe en de zwarte apar Ham.

4348 Matje (panganan) van bamboe apoes. Ter verkrijging van de zwarte kleuren wordt de bamboe met kajoe setjang geverwd en daarna gedurende plm. 3 etmalen in modder gelegd.

4349 Bamboe wan (njoé) met rotan mand voor het wannen van padi.

f4350 Bamboe wan [tapah) met rotan rand, om bij het rijststampen het kaf van de korrels te scheiden. Wordt ook gebruikt om allerlei eetwaren in de zon te droogen.

Catalogus Ethn. voorwerpen. 3

33

-ocr page 46-

Lampong.

f Böl Ronde, bamboe zeef (ajak héas) voor rijst. 2 soorten. f-135\'2 Bamboe zeef [tanijgoek] met rotan rand om bladgroenten te wasschen en klappermelk te ziften.

t4353 Zeef (tanggoek) voor peper-korrels.

4354 Stamper {loe) om de padi in de lësoeng tot rijst te stampen; gewoonlijk van kajoe giak.

4355 Houten vijzel (lesoeng sambel) met dito stamper [anak lesoeng) om kruiderijen of geneesmiddelen fijn te wrijven of te stooten.

4356 W r ij v e r (anak lesoeng sambal), zie n0. 4355.

4357 Rotan mand [gegantoeng) voor groote borden (talam) of gong\'s. De band is van tali boenoek. 2 stuks.

4358 Platte, rotan mand [gegantoeng) om borden in op te hangen.

4359 Hanger [gegantoeng) van ati bamboe voor glazen, kommetjes, enz.

4360 Kralen hanger {gegantoeng katjang) met koperen munten, bij feesten in gebruik tot het ophangen van kommetjes, enz.

4361 Hanger {oesap tangan) met daaraan bevestigden handdoek van Lampongsch weefsel. Wordt bij feesten als seroet gebruikt.

4362 Bamboe hanger {gegantoeng betjoeping), als bij n0. 4359.

4363 Bamboe gendi - en glas-hanger. 2 stuks. Atd. Semangka. Komt niet in den handel voor.

f4364 Kooi {koeroengan betetoe) voor tortelduiven. f4865 Kooi {koeroengan) poejoe voor poejoe\'s.

4366 Rotan kooitje {koeroengan srindit) voor srindit, naam van eene kleine parkieten-soort.

f4367 Bamboe kippen-nest {saka nianok), hetgeen aan den buiten-wand der woning wordt gehangen.

4368 Plat, bamboe hok {tjitjoep nianok) tot het opsluiten gedurende een paar dagen van pas uit het ei gekomen kuikens,

4369 Zak (karoeng tiker) van gevlochten tikër-bladeren om peper, rijst, padi, enz,, voor den handel bestemd, te bewaren of te verzenden.

4370 Vrucht (taboe koemhang) van eene reusachtige slingerplant, waarvan de rank de dikte van een dijbeen heeft. Wordt gebruikt als bewaarplaats van kleinigheden.

34

-ocr page 47-

Lampono.

De schil van deze vrucht, geroost en met water tot pap gemaakt, wordt aan jonge kinderen als laxeer-middel gegeven.

Een aftreksel van de gerooste en gestampte vrucht-schil bezigt men als zweet-middel.

Spinnen, weven.

*4371 Spinnewiel (tinkiran). Afd. Sepoetih.

4372 Garen-winder (labajan) om het gesponnen garen tot strengen te maken.

4378 Standaard idoeger) voor den garen-winder, zoo men dezen (oendar) niet aan den rotan-haak hangt.

*4374 Soort van garen (goejoen), gewonnen van een slingerplant.

*4375 Garen-kam {sikat saboe) van aren-vezels. 3 stuks.

4376 Garen-kam [sikaf haroe), gemaakt van de schil van de kokos-noot.

4377 Kam (soeri), waardoor de ketting-draden loopen.

4378 Bamboe tamiang (Jcesoeran), de witte voor het weven van tapis, de bruine van kain\'s.

*4379 Pen {ptulo) van een stekel-varken om ongelijkheden in het weven te verbeteren.

*4380 Pen (Jangan) om de ketting-draden door de soeri te halen,

4381 Ingekeepte lat [idjari). Behoort bij het weefgetouw. 2 stuks.

4382 Bamboe kokertje (troepong) voor de weefspoel.

4388 Bamboe (hoehoek pamalakan) met twee gleuven, waarin de pematakan gestoken worden. Fehoort bij het weefgetouw.

4384 Weefplank (tarikan), de witte voor het weven van tapis, de bruine voor het weven van kain\'s, met bamboe latten, welke bij iederen slag van den aanzetter tegen de plank slaan en het telkens in de kampong\'s weerklinkende klak-klak veroorzaken.

4385 Iboel-liniaal (blida), waarmede de inslag-draad (pakan) wordt ingeslagen. De scheering- of ketting-draden heeten

tagéan.

4886 Dubbele lat fapièhj, waarop het doek, naar mate het afgewerkt is, wordt gespannen.

35

-ocr page 48-

Lampong,

4387 Twee stokken (pamatakan), met rotan lussen, waarin de tarikan (no. 4384; hangt.

4388 Bamboe latten (hëlebas), meestal van iboel-hout,

4389 Iboel-lat {goejoenan), waaromheen losse garenlussen [goejoen).

4390 Rug-steunsel {amhën) van herten-vel.

Landbouw,

4391 Schoffel [koerit) tot het schoonmaken van tuin en veld.

4392 Bamboe hark (karat/ pring) om drooge bladeren bij een te harken. Model.

4393 Stok (tandja) van iboel-hout om de gaten te steken, waarin de padi of djagoeng op de ladang\'s wordt gepoot. Model op ]/s der ware grootte.

4394 Rotan mand (njawan paimnikan) met deksel, uitsluitend tot het medenemen van de padi-korrels bij het zaaijen. 2 stuks.

4395 Bamboe (kekohan), waarop geslagen wordt om wilde varkens, herten, enz. uit de tuinen te verjagen. Ook om de veld-arbeiders tot den maaltijd te roepen. Dit instrument hangt in de garang ^stoep) van het ladang-huisje.

4396 Bamboe klepper {tjëkap pring) tot het verdrijven van vogels uit de rijpende padi-velden. Wordt aan een stok in den grond gestoken en met een touw uit het wacht-huisje in beweging gebracht.

*4397 Padi-mesje (getas).

4398 Bamboe mandje (bajoe lada), waarin bij het peper-plukken de peper wordt gedaan. Model op \'/4 der ware grootte.

quot;4399 Trap (idjan moetil lada) om peper te p\'.ukken. Model op \'/4 der ware grootte.

4100 Houten standaard (përadjangan) tot het kerven van tabak. Model op \'/4 der ware grootte. Een bundeltje opgerolde bladeren wordt in de opening gestoken.

14401 Bamboe horde (kirang temhako) om de gekorven tabak op te droogen.

4402 Weegschaal (tinibangan temhako) voor tabak-verkoopers.

36

-ocr page 49-

Lampono,

4403 Model van een suikerriet-pers {pewjilangan gasing)-, wordt door oude lieden gebruikt om het suikerriet te kneuzen. Het stokje boven den rietstengel laat men als hefboom werken op het riet, dat in de opening van het schuins hangende, peervormige instrument wordt gestoken.

4 404 Als voren. Afd. Sepoetih.

4405 Model van een vaststaande o 1 ij - p e r s (pengapoan) op \'/i der ware grootte. De kemiri-, widjen-, djarak-, këtiave-en andere pitten worden in een rijstblok gestampt, in een koekoesan gestoomd, in saboe gewikkeld, in een stuk dubbel gevouwen takoeng (oepi) gelegd en aldus tusschen de pers-bladen gebracht.

4406 Model van een bijl (kapak) om boomen te vellen, enz. Het handvat heet basoeng; de steel pida; het rotan bindwerk krawat en de bijl kapak. ,

4407 Model van een b ij 1 {batji) tot het bekappen van boomen en het vervaardigen van prauwen uit boomstammen.

4)08 Rimbas, als no 4407.

4409 Model van een ladder (selapak) op i/io of ï/ao der ware grootte, in gebruik bij het vellen van boomen. Wordt in schuinsche rigting tegen den boom geplaatst, waarna de hakker met den eenen voet op het plankje en met den anderen op de oelës (lus) gaat staan.

t4410 Bamboe horde {lioeng tanah) om aarde, grint, enz. te verplaatsen.

4411 Sprei of deken (pioe rakoep) voor veld- of bosch-gebruik. De bruine soort is gemaakt van de schors van den karet-boom, de witte van den tatai-boom.

4412 Deken Crolangj van boomschors. Afd. Semangka.

Paarden- en KAKBOüWES-Tuia.

t4413 Hoofdstel voor een rijpaard, vervaardigd van de schors van den karbangboom.

f4414 Tuig voor een karren-paard, vervaardigd van de schors van den karbangboom.

4415 Kussens Ckasoer koedaj, welke onder het draag-zadel op het paard worden gelegd.

37

-ocr page 50-

Lampong,

4416 Houten draag-zadel (këkapa koeda) voor paarden, met buikriemen van tali waroe. Aan de punten worden de te vervoeren goederen gehangen.

4417 Rotan rr i n g (këliker), welke door het middenschot van den neus van buffels of runderen wordt gestoken. Hieraan wordt bevestigd de këkili (krakeling van buffelhoorn) eu aan deze de këla baroe (waroe-touwtje) om door het aanknoopen van een lang touw de dieren vast te leggen of te leiden. Genoemde voorwerpen dragen de dieren altijd, ook als zij los loopen.

4418 Draag-zadel (kekapo kibau) voor karbouwen, met staart-riem {tali ikoeï). Aan de krukken worden, zoowel de buikriem van oelës-touw vastgemaakt, als de draagmanden opgehangen.

4419 Houten klokje (klitoengan of kelikoek) voor karbouwen.

4420 Bamboe kokertje (tjoetjó kibau) om karbouwen zout water te laten drinken.

VlSCHVANGST,

t4421 Model van een visch-net {pajang arat) om langs strand te visschen Gewoonlijk 35 vadem lang; wordt gehanteerd door 10 man, t. w. 5 aan elk uiteinde.

t44\'22 Model van een net voor het vangen van ikan blanak, gewoonlijk 60 tot 100 vaam lang en 0,75 M. breed. De dobbers worden van kajoe karbang gemaakt.

4423 W e r p n e t (djald) om in rivieren te visschen. 2 stuks. (Hangen aan den zolder).

4424 Model van een w e r p n e t (djala).

f4425 Rotan vise li- korf (kétjendaiuj), welke bij het visschen met een werp-net om het middel wordt gedragen ter bewaring van gevangen visch. 2 stuks.

t4426 Model van een totebel {tangkoel hoerang) zonder hefboom. Dient voor garnalen-vangst langs strand. Gewoonlijk 1 M. □ groot.

4427 Schep-net {iangean) In de rivier loopende, houdt de visscher het net voor zich uit en haalt zulks op, wanneer hij aan het trekken aan het touwtje, hetgeen hij in do rechter

38

-ocr page 51-

Lamponö.

hand Yasthoudt, bemerkt, dat visch in het net is. Gewoonlijk vischt men in gezelschap, zoodat eene rivier geheel afgezet wordt. 2 stuks.

04428 Fuik (soeroei oenek) om groote visschen te vangen, waarbij de rivier wordt afgesloten, behoudens eene opening ter grootte van den mond der tuik. 2 stuks.

■|-4429 Fuik (Iweboe); wordt in allerlei grootte gebruikt met de opening benedenstrooms, ook op de wijze der soeroei oenek.

f4430 Bamboe fuik [boehoe hading), welke men in zee, liefst in de nabijheid eener klip, aan het ankertouw laat zinken. Is gewoonlijk een vadem lang en een meter breed. Een dobber wijst de plaats aan, waar de fuik is te water gelaten. Met eene soort van hark (karate) worden de vissohen door het vierkant luikje uit de fuik gehaald.

t4431 V i s c h t u i g (boemboen). Model op Vs der ware grootte. Wordt met de opening beneden-strooms (ook wel naar den oever gekeerd) in de rivier gelegd, gevuld met stukken hout, enz. (liefst ruitsgewijze). Met een steen of zwaar stuk hout belet men het afdrijven.

14432 Visch-kaar {koehiny pénjoe), wordt met een touw of rotan aan den wal vastgebonden in diepe inhammen eener rivier, waar zij heen en weder drijft. De valdeur wordt opgetrokken, waardoor de bamboe zich spant. Ue pen aan de onderkant van de deur wordt door het latwerk van de deur gestoken, over de koebing heen, en in het gaatje van de beweegbare pen, in de koebing hangende, vastgezet. Aan die pen wordt als aas gestoken het vleesch van de groote moeras-slak, van visch of krab.

f4433 Visch-kaar (koebing) als bij no. 4432. Bij deze soort valt de met zware steenen voorziene deur door haar eigen gewicht neder.

f4434 Bamboe viseh-tuig (tjaboeh) met houten ring als handvat. Wordt gebruikt in moerassen en plassen, waarin men het instrument langzaam vooruit schuift.

04 4 3 5 Visch-tuig (tanggoek) voor vrouwen en meisjes. Wordt onder water langs den oever voortbewogen. 2 stuks.

4436 Rotan visch-schepper (tanggoek sesoei). Model op V* der ware grootte.

39

-ocr page 52-

Lampong.

4437 Rotau v i s c h t u i g (tanggoek oedang) om garnalen te vangen. Model op ^j-gt; van de ware grootte.

f4438 ï op-hengel (katjar) met snoer, welke in het water heen en weer wordt bewogen (katja s heen en weêr gaan) om het looden vischje aan iiet einde der snoer op een werkelijk visehje te doen gelijken, althans voor de groote, gulzige vissehen, welke er naar happen.

f4139 Hengel {koetjoek) met snoer, waaraan witte kippen-veêren als aas zijn bevestigd.

f4440 V i s c h - 1 ij u (kawil atép) met haak om als zetlijn uit te zetten. De bamboe wordt aan den oever geplaatst op een stok, zoodat de lijn kan aiioopen. Een levend vischje dient als aas. In gebruik tot het vangen van groote vissehen.

4441 V i s c h -1 ij n , (kawil pc. tig edik of pangranggueng), gewoonlijk 15 vaam lang. Aan het hoornen, tweearmige voorwerp onder aan de lijn zijn bevestigd twee lijntjes ter lengte van een meter en daaraan weder een stukje Chineesche viool-snaar met haken. Het looden gewicht heet uempan kirim en bevat ook aas. Dient tot het vangen van kleine vissehen.

4442 V i s c h - 1 ij u {kawil (li laoet) voor zee-visscherij. Als aas worden garnalen gebruikt.

4443 V i s e h - 1 ij n (kawil) met snoer (antép) om in rivieren te vischen.

4444 Visch-haak (rangoeug) van bijzondere constructie, gedeeltelijk uit buffel-hooru bestaande. Dient om gedurende de Oostmouson in zee kleine visch te vangen.

4445 Visch-haak (kawil toenda); aas een klein vischje

of garnaal.

4446 „ ( n mamilt); als aas worden kippen-veêren gebruikt. De visscher, in eene prauw djoekoeng gezeten, laat de beide uiteinden der vischlijn (kenoer) achter de prauw slepen, terwijl hij liet middelste gedeelte vasthoudt.

4447 Hout-soort (kajoe karhang) voor dobbers van netten. Van de schors wordt zeer sterk touw gemaakt, alsmede eene soort kains, bidak of pioe genaamd.

Scheepvaart.

f4448 Model eener prauw djoekoeny Lampong. Do vlerken

40

-ocr page 53-

Lampong.

heeten katir, het zeiltuig lajar pilang, het dek lantar; wordt gebruikt voor vischvangst, persouen-vervoer, enz.

t4449 Model eener prauic-djoekoeny-Bauean. Zeiltuig breeder dan van no. 4448; loopt ook sneller. In gebruik voor pantjing toenda.

Vogel-vangst.

4450 Knip (tjitjoep poejoe) voor kwartels (poejoe) en andere padi etende vogels. Het korfje, waarin padi hangt, wordt, met een paar steenen bezwaard, ongeveer drie meters van den grond opgehangen tussehen gelei-staafjes, welke den gevangen vogel beletten de knip om te werpen .

4451 Knip (djêbak poejoe) om poejoe\'s te vangen.

4452 Knip (koebiny poejoe) voor poejoe\'s, als no. 4451.

4453 Strik (ratjik) om ajam hoetan te vangen. Worden op een open plek in jong bosch kringsgewijze in den grond gestoken. Te midden van dien kring bevindt zich een lok-haan, vastgebonden aan een pen (fainhaiif/an).

t4454 Val (selangkap) voor kleine vogels. Deze soort wordt in allerlei grootte en van allerlei materialen (zelfs van boomstammen) gemaakt om apen, moesang\'s, tijgers, beeren, enz. te vangen. Bij groote exemplaren wordt het vorkje vervangen door een gespannen touw, dat een haakje loslaat, waardoor de val neerslaat.

4455 Net (dj ar in// boeroeny\') om vogels te vangen. Wordt verticaal opgehangen.

MuZIJK-rNSTKUll ENTEN.

4456 Houten trom (ijenduny), aan beide zijden met geiten-vel bespannen. Wordt met de hand bespeeld. Meestal vindt men in den cylinder een paar stukjes hout, welke volgens den Lamponger het geluid verbetereu

*4457 Mond-trom [djoering) in fraai besneden, bamboe

koker. Wordt gemaakt van de bast van den bladsteel van de

aren-palm; geliefdkoosd instrument van verliefde jongelieden. 2 stuks.

4458 Tamboerijn {i-èlana), in gebruik bij godsdienstig gezang.

f4459 Rotan mand (kélela) tot berging eener gong.

41

-ocr page 54-

Lampowo.

Spellen.

*4460 Koker met hanen-sporen.

*4461 SI ij ps te e u (arimjan tadjï) voor hauen-sporen. Het grootste steentje is batoe napal, het kleinste batoe assahan. 2 stuks.

*4462 Stuk wortel {yahoes tadjï) van den djoerak-boom om hanen-sporen, na geslepen te zijn, af te vegen. Alleen dat gedeelte van den wortel, hetgeen boven den grond uitsteekt, wordt gebruikt.

*4463 Stuk hout (ran;/ inatjoer tadji) met gaatjes om de schoon gemaakte hanen-sporen in te steken en met citroensap in te smeren.

*4464 Garen [hoelang) om hanen-sporen aan te binden. *4465 Schede (saroeng tadji) voor een hanen-spoor om deze te bedekken, nadat zij aan den poot van den haan is vastgebonden ter voorkoming van zelfverwonding vóór het gevecht. *4466 Baroe-houten doos [saroengan tadjï) tot het bewaren van hanen-sporen.

*4467 Stuk klapper-dop (toetoep dadoe of soeroe) om hij liet djoedi-spel de tol, terwijl deze draait, te bedekken.

4468 Bast {baba gélam) van de gëlam-boom, een versterkend middel voor vecht-hanen. Nu en dan wordt een pil van dat middel ingegeven, in de hoop, dat de haan sterker worden en bij verwonding minder bloeden zal.

Vakia.

4469 Draagstoel (djepana), model op plm. der ware grootte. Dient om den pepadon-bestijger en diens tegenpartij naar het tournooi-veld te dragen ftournooi-spel heet menig al). Twee draagstokken worden links en rechts aan de stijlen vastgebonden. Zie ook no. 612.

4470 Zege-kar [hoeroeng-groeda). Model op \'/s der ware grootte. Door menschen getrokken en geduwd, wordt deze kar gebruikt om bezitters van de pangkat pepadon naar de sesat te rijden. Zie ook no. 615.

t4471 Model eener pepadon op \'/i der ware grootte. Zie ook no. 610.

42

-ocr page 55-

Lampong.

t4472 Model van eene sesako op [U der ware grootte. Zie ook no. 610

4473 Model van eene bruids-troon [poeade of tindi sila).

4474 Met papier versierde stokjes (kemhang patjar), welke, in een oebi of katella gestoken, op een langen en dunnen, met oranje en wit papier omwoelden bamboe bij feestelijke gelegenheden aan het hoofd van den optocht worden gedragen. Soms hangen aan de atokjes gekleurde eijeren of zijn ze door eijer-schalen gestoken. Uitsluitend mannen-arbeid, waarscliijnlijk van Palembangschen oorsprong. {Aanwezig hij de Bantunisclie gamelan).

4475 Houten masker (lojieiig) voor feestelijke gelegenheden.

4476 Vracht-kar (glèbakan), model op \'/e der ware grootte. Wordt door buffels, zelden door runderen getrokken.

4477 Model van het dak (atap glèbakan) eener vracht-kar. *4478 Steunsel [ari hoorn) voor eene vracht-kar, opdat

deze horizontaal blijve staan.

4479 Timmermans-gereedschap {penjipatan] om lijnen op hout aan te brengen.

4480 Houten n ij p t a n g (patue bekaka) om rotan randen op en om tanggoek\'s, tapis, toedoeng\'s, enz. te maken. De dubbele rotan-ring wordt tusschen den knijper gezet, zoodat de werkman beide handen vrij krijgt om den rand met rotan sterk vast te naaijen.

4481 Toestel (pengéïak) om bij het touw-slaan het touw, gedraaid van aren-vezels, op te winden.

4482 T o u w , vervaardigd van de bast van den waroe-boom.

4483 „ (kelah sahoek), bewerkte poelas saboek (aren-

vezels).

4484 ( „ alim) van de vezelbast van den alim-

of garoe-boom.

4485 „ ( „ haroe) idem baroe-boom (waroe).

4486 „ ( „ oeles) idem oeles-boom.

4487 „ ( „ oei) van de rotan-soort oei sisa.

4488 Hamboe maat (koelak) voor drooge waren.

4489 Houten maat {koelak) voor drooge waren.

f4490 Wind-molentje (tigangin), hetgeen, in de ladang op een hoogen boom of staak geplaatst, door zijn snorren en suizen tot amusement van volwassenen strekt.

43

-ocr page 56-

Lampono.

14491 Houten rotten-val (sélangkap tikoes). 14493 Model van een houten tijger-val (perangkap). Afd. Sepoetih.

4493 Bamboe proppen-schieter {bedil getah), kinderspeeltuig (gëta — knippen, wegknippen).

04494 Bamboe stelten {aroel).

*4495 Rotan sprinkhaan-klap (pcnepoek ba lang) om sprinkhanen (het geliefdste voedsel van poejoe\'s) te vangen. *4496 Zandsteenen kogel-vorm, in bamboe bevestigd. *4497 Bamboe kokertje, met een monster gëtah karbang gevuld. *4498 Dj i mat.

PALEMBANG.

HOOFDPLAATS.

4499 Model van een hoofd-tooisel, meestal geheel van goud.

*4500 Zilveren oor- versiersel {anting-anting). 2 stuks. *4501 Zilveren versiering van de haarvlecht (kondé) met drie zilveren haarspelden.

4502 Zwart b a d j o e van kain gaas met zilveren versierselen en kraag van goud galon; kleeding van aanzienlijke vrouwen.

4503 Rood zijden broek met goud galon onder aan de pijpen. Als bij no. 4502.

4504 Geruitte zijden sarong. Als bij no. 4502.

*4505 Horologie-ketting, vervaardigd van het hoornachtige neus-uitwas van den rhinoceros-vogel. Imitatie van een Europeesch model.

4506 Langwerpig vierkante lap Uoegoe), met hoorntjes, enz. versierd. Soengei Baoeng (?).

4507 T a m b o e r ij n (rebana) . 2 stuks.

4508 Model van de groote moskee ter hoofdplaats Pa-lembang.

KAWAS.

*4509 Hoofd-band van eene riet-soort, trili (?) geheeten, Afdeeling Rawas, grens van Redjang.

44

-ocr page 57-

Palembang.

*4510 Hoofd-versiersel (fampoeng), soort van krans. Soeroelangon.

*4511 Zilveren oor-versiorsel (soebang). Lesoeng-batoo. *4512 Zilveren, geslagen borst-versiersel (pasoeng) Lesoeng-batoe.

*4513 Zilveren borst-versiersel voor jonge meisjes. Oeloe Rawas.

PASOEMAH.

*4514 Zilveren hals-band. 2 stuks.

*4515 Hoornen doosje met deksel, waarin Chineesche munten, welke gebruikt worden tot het maken van hals-versieringen; ook tot opluistering van no. 4514.

*4516 Versiering tusscheu hel ijzer en het handvat eener kris (Jav. sèloet). •gt; stuks.

01517 Lans met zilveren beslag.

04518 Lans.

RANAU-DISTRICTEN.

t4519 Bamboe toedoen g.

4520 Badjoe van inlandsch weefsel. 2 soorten.

4521 Kain pinggang. 3 soorten.

4522 Sarong. 2 soorten.

4523 Sarong, met zijde en gouddraad doorweven. t4524 Bamboe koekoesan.

4525 Badjoe van boomschors (groot on klein model). 4326 Kain van boomschors voor bosch- en veld-arbeid.

4527 T j a w a t, als voren.

4528 Broek „ „ 2 soorten.

4529 Twee stukken bereide boomschors.

Zie over no. 4523—4529 Motulen Bat. Gen. 1888, bladz. 3.

4530 Geweven, vierkant kleedje {tampan ?). 2 soorten. ■j-4531 Mat (tapioek) van (te bast van den linjau-boom om

padi te droogen.

•j-4532 Mand (hehalang) om padi, enz. te vervoeren. 4533 Mandje {goj an) om gekookte rijst te bergen, wanneer men naar de ladang, enz. gaat

45

-ocr page 58-

Palemba-NG-

éBSl Als no. 4533 (peiiasian).

14535 Vierkante draagmand (saamp;) van bandroeng (bosch-plant) tot het vervoeren van padi, welke gestampt of gedroogd moet worden.

t4536 Platte, vierkante, bamboe mand (bakoeï) om rijst te wasschen. Makakau.

KOMERING-OELOE.

f4537 Bamboe mat (adas) om padi te droogen. Kesam. 4538 Reismand (kempek).

■f4539 Hooge, bamboe mand [hajoek) om vleesch of visch te wasschen.

4540 Mandje Choejan) om gekookte rijst te bewaren. t4541 Mand (njoe) om bras van de padi-doppen te zuiveren. f4542 Model eener balei, gebouw voor vergaderingen en feesten. Kesam.

f4543 Model eener m e s i g i t. Kesam.

f4544 Model van een huis {lemhuhan teloengaman) in de boven-landen.

f4545 Model eener prauw lingkis. Komering-Oeloe, beneden-streken.

DJAMBI.

4546 Kleedje Ctoetoep sadjij om over iets te leggen.

4547 Zwaard met Arabische inscriptie en het jaartal ir. i.

4548 Zwaard [pedany).

*4549 Tinnen gewicht, i soorten.

4550 Geel koperen schaal.

*4551 Koperen s c h a a 11 j e.

4552 W erp-net (djala). Hangt aan den zolder. f4553 Visch-net.

*4554 V ij 1, Europeesch fabrikaat, behalve het handvat. *4555 Stuk bamboe met kwikzilver.

*4556 Houten koker, rijstmaat ?

No. 4552—4556 zijn op 28 October 1883 veroverd in prauwen in de kwala Dindang (Djambi).

46

-ocr page 59-

Paxembano.

AFDEELING ONBEKEND.

4557 Rotan mand om ongekookte rijst te wasschen.

*4558 Instrument {djangka) om pandan-bladeren in reepen te snijden voor vlechtwerk. 2 stuks.

f4559 Model van een huis in de binnenlanden.

•{•4560 Als voren.

14561 „ „

f4562 Model van een vlot {rakit,] om producten af te voeren.

INDEACrIRL

4563 Geklopte boomschors (kodit trap), eenig kleeding-stuk van de Orang-mamak.

*4564 Ronde, pandan sigaren-koker van de Orang-tjinako. 2 stuks.

*4565 Pandan sirih-doos {ketoemhoh) van de Orang-se-manhela (?).

*4566 Pandan sigaren-kokertje van de Perbatinan anam soekoe.

4567 Zeer korte, bamboe fluit. 2 stuks.

4568 Gevlochten, pandan vogel (soempit koean), doel onbekend. Perbatinan anam soekoe.

KWANT AN.

4569 L ij n w a a d (gehar panjian).

,4570 „ ( „ smibtlan koe,fa). Koeta Kreseq.

4571 „ ( n // , )• , Soengi Pinang.

4572 , ( „ „ „ , Sabrabah. 5573 „ ( „ yi r )■ r Sebakoel.

4574 „ ( , „ T ). yj Soengi-alah.

4575 Saroeng (semhilan koeta). Loeboeq Terantang.

4576 „ ( v j) )• Koeta Toewai.

4577 a ( , , , Goenang.

4578 jj ( „ , ), Loeboeq Djambi.

4579 , ( jj „ ). Koeta Moeara.

4580 „ {linui „ ). Sanendelak.

47

-ocr page 60-

Palembang.

4581 Saroeng {lima koe la). Koeta Saboeaja.

4582 # B ). , Sabrakoen.

4583 v {inoeman).

4584 „ (sentadja).

4585 Saroeng besera h.

4586 Slendang saloengkang bandjaran loe-boeq anbatjang.

4587 Slendang kari.

No. 4569 t/m 4587 worden door den geringen man gedragen.

DELL

04588 Toestel in den vorm van een huis, beplakt met allerlei figuren, gekleurd papier, enz., gediend hebbende tot het aanbieden van spijzen aan den Resident van Sum. Ok. bij gelegenheid vau het huwelijk eener dochter van den Sultan van Deli. 4 stuks.

4589 Papieren dj i mat met Arabische inscriptie.

4590 Als voren op katoen. 6 stuks.

ATJEH.

Kleedinq.

4591 Hoofd-deksel van pandan-bladeren.

04592 Toedoe ng van pandan-bladeren. 2 stuks.

*4593 H aar-pen [hoengony tadjöq) in den vorm van eene lotus-bloem voor meisjes van 6 a 9 jaar. 2 stuks. ,

4594 Kleedingstuk (idja planggi) voor kinderen, ten wier aanzien men de gelofte heeft gedaan hen daarmede te zullen kleeden, b. v., wanneer zij van eene ziekte herstellen. De stof wordt in roode kleur van Poeloe Pinang aangevoerd en in Atjeh met gom-lak (malo) geverfd.

*4595 Lig-mat van ön seuké (pandan-blad). Pidir.

4596 Zitmat (tika doeëq), geringste soort.

4597 Pandan mat. 2 stuks.

*4598 Stoel-matje. 24 soorten.

*4599 Groote, ronde, rotan mand met deksel.

48

-ocr page 61-

Atjeit.

4600 Kotan mand.

*4601 Mand van klapper-bladeren. 2 stuks.

4602 Mandje van klapper-blad. 5 soorten.

4603 Zakje van kain met bamboe rand. Doel onbekend. quot;4604 Zak van pandan-bladeren.

4605 Pandan zakje, 3 soorten.

04606 Toetoep sadji vau lontar-bladeren. 3 soorten.

4607 Toetoep sadji. 2 stuks.

04608 Deksel (satigv daja) voor kleine schotels met spijzen (krikaj). Eene grootere soort met denzelfden naam dient als deksel voor dalong\'s. In Daja vervaardigd.

f4609 T a m p a.

4610 Geelkoperen bakje (baté) met inleg-kleedje (lapl/i), waarin men aan gasten sirih en pinang voorzet.

4611 Aarden lamp (panjdt) voor zeven pitten (daïh) van boomwol (gapeuëh), met doorboorden steel {tangké), waarin het touw wordt aangebracht om de lamp op te hangen.

f4612 Emmer itima) van de blad-scheede (sentoeëq) van niboeng, soms ook van sentoeëq pineung gemaakt.

f4613 Wan (djeuèë), gevlochten van ritiëng (ook wel van bi li), voor bëras. Met den vorm dezer wan vergelijken de Atjehers die van de 3 sagi\'s van Atjeh.

*4614 Rasp ((jeunoekoé) voor klappers. Het ijzer heet mata. Model.

4615 Als no. 4614, doch zonder rasp.

4616 Lepel van klapperdop. 3 stuks.

4617 Gajoeng van klapperdop.

*4618 Versiering {Jampoq hantaj) van kussens aan de uiteinden. 2 stuks.

*4619 Model van den boven- en beneden-rand van tirè ^klamboe), kussens, enz. Het patroon heet mirahpati of tjradi. *4620 Koperen instrument (tjoehèq) tot het stampen van sirih met kalk, gambir en pinang voor tandelooze vrouwen. Die voor mannen zijn langer en gewoonlijk van een stuk van een ouden geweerloop gemaakt.

4621 Gevlochten touw, eenigzins in den vorm van een slinger, om kommen, enz. op te hangen.

4622 Houtel model eener w a d o e n g.

Catalogas Ethu. voorwerpen. 4

49

-ocr page 62-

Atjeii.

4623 Dissel (Jjenkèh). Behoort met de grootere bliöng tot de ouderwetsche, in Atjeh vau den profeet Soelejman (Salomo) afgeleide timmermans-werktuigen.

4624 Penrawat, als zakmes in gebruik. Oostkust van Atjeh,

4625 Sikin sadeuëb of sadeuëb toenoug voor het snijden van geiten-voer, enz.

•j-4626 Vogelkooi. 3 soorten.

f4627 Muizenval {pentah).

4628 Bamboe knijper (tjatjapif).

4629 Model van een meel-stamper.

4630 W eeftoestel.

4631 W eeftoestel a(Jal teupeuëri) met begonnen, zijden kleed (idja). De houten opstand heet tjakah (waarbij twee papeuën tjakah) en wordt op bepaalde wijze tegen twee stijlen bevestigd. Dairin rust de peunggoelong, waarop al de zijde gewonden is, welke zijde aan den anderen kant eindigt om de in de peusa aanwezige aneuq apat. Bij de teuroeso komen alleen daar twee aneuq pennjaröq, waar in do zijde gouddraad (kasab) wordt geweven. De bamboe latjes (tjakopeuuiléh) dienen om de zijde telkens zóó op te nemen, als voor het inwerken van het kasab-patroon noodig is. De tjakah is gewoonlijk 4 hasta breed; een kain voor mannen 1 span breeder dan dit model. Het hout (bóh tjidoh), dat tegen deu rug der wevende vastzit, wordt door touwen met het weeftoestcl verbonden. liet bankje, waarop de wevende zit, heet neudoeëq meunanjeum.

4632 Monster geel gekleurd ananas-garen.

*4633 Model van een touw of ga ren-win der {wèt-w\'et pakoe) op plm, de helft der ■ware grootte. Het handvat (boelöh) is ongeveer een duim dik. Het materiaal voor touw, b. v. boeleë djöq, wordt een weinig in de hand gedraaid, vervolgens om één der beide punten van hot kruis gewonden en verder afgewerkt door draaijing van hot handvat met de rechterhand, terwijl de linker het materiaal vasthoudt en spant. Het afgewerkte wordt telkens om het kruispunt gewonden.

*4634 Modellen van drie instrumenten om touw te slaan {wèt-wèt), namelijk van touw, vervaardigd met no. 4633, hetgeen verdubbeld en verdriedubbeld wordt.

50

-ocr page 63-

Atjeh.

Modelled van huizen.

04635 Model van een h u i a . 2 soorten.

Landboü w-oereedschap.

01636 Spade (chain) om poot-gaten te graven. No. 4G36, 4639—4G41 worden aan peper-planters als uitzet gegeven door het hoofd, dat gedurende de drie eerste jaren van den aanleg van een peper-tuin in hun onderhoud voorziet.

04637 Ploeg (lanyaj). Bij het ploegen is de steel (go) ter rechter zijde van den buffel, links de talöë linggang of dham. Het zwarte touw dient om den rotan nekband (talöë lihië) aan het juk (jöq) vast te maken. De band, waarmede de jöq aan de gó bevestigd wordt, heet talöë. peunganaq en wordt gemaakt van de blad-nerf van klappa (dada oe;. Model.

04 6 38 Model van een ploeg (langaj).

4639 Yzeren schop (sangkioq) om onkruid uit een pepertuin te verwijderen. Model.

4640 Soort van patjoel (toekoj) om padi-velden te wieden. Model.

4641 Soort van parang {parang tjandong) om struiken weg te kappen bij het aanleggen van peper-tuinen Model.

4642 G r a s m e s {sadeuëh) met tanden als een fijne zaag. 2 stuks.

Müzijk-instkümenten.

4643 Viool (harenhah) van tjoe-hout.

*4644 Zijden snaren, 3 soorten, welke de drie verschillende toonen vereischen Behoort bij no. 4643.

4645 Strijk-stok (peungeusök), gemaakt van vezels der lucht-wortels van den semiphiëq-boom.

*4646 Haar voor strijkstok.

4647 Bamboe fluit.

4648 ï r o m (gendoemhaq) vun nangka-hout. 2 stuks.

No. 4643 en 4648 dienen in Pedir en Sihöng tot begeleiding van den zang van pantdn\'s, door eene vrouw of een jongen voorgedragen.

Vogel-vangst

4619 Strik {taron, algemeene naam voor strikken) om

Dl

-ocr page 64-

A.tjeh.

vogels op sawah\'s te vangen. De staakjes heeten aneuq taron; de touwtjes kadja; en de lus paq,

vlscu-v angst.

4650 Boe boe.

4651 Vischtuig {ali) om garnalen of krabben te vangen. Een djalo (no. 4658) zet er plm. 50 stuks uit en laat die aan vrijgelaten dobbers drijven.

f4652 Vischtuig (kawc ranggong) om in niet al te diepe en tamelijk rustige zee te gebruiken. Het touw, dat zich aan het stuk hoorn (alëë) bevindt, is soms 100 vadem lang.

f4653 Vischtuig Ckawé hoeëj met kippeveêren als aas (eumpeuën1. De veêren moeten zijn van kippen met een siséq van bepaalde descriptie, welke voor gelukkig (mentoeah) geldt. Het vischtuig wordt medegesleept door eene voor den wind zeilende prauw.

f4654 Model van een in een punt of zak eindigend v i s c h n e t.

04 6 55 Schep-net.

f4656 Tjoeajé (model). Met het hout (gatoq) iu de lendenen haalt men, achteruitloopend, het net (poekat) uit zee naar land.

f4657 Mand om visch te bewaren.

Scheepvaart.

f4658 Model eener kano [djalo), hoofdzakelijk voor riviervaart.

f4659 Model van eene sampan poekat met net (poekat) en toebehooren.

f4660 Model eener prauw. 7 soorten.

f4661 Model van een schoener.

Wapenen,

04662 Lans met eenig snijwerk aan den steel,

4663 Eeuntjöng mentjanggé, gewone soort = sekin,

04664 Klewang (sekin toempang heunteuimf)) afkomstig van de Oostkust 4 stuks.

04665 Sikin panjang.

4666 Houten schede van een zwaard.

4667 Houten schede voor een sekin.

52

-ocr page 65-

Atjeh.

Varia.

*4668 Houten ring {poelès*. waarvan bij zekeren ratéb (nabootsing van een gezamelijk dikir, echter met reciteren van Atjehsche pantoen\'s) elk der medespelenden een in de hand houdt om daarmede allerlei, door den ratéb-leeraar geregelde, rhytraische bewegingen uit te voeren.

*4669 Knijper (seupét), besnijdenis-instrument. Wordt gebracht achter no. 4670 om niet meer te beschadigen dan noodig is.

*4670 Zeer dun houtje (poerch). Wordt tusschen de glans en het preputium gestoken 2 stuks.

No. 4669 en 4670 maken met een scheermes de Atjehsche besnijdenis-instrumenten uit.

*4671 Kinder-speeltuig (geundrang tjanggoeëq — kik-vorschen-trom).

4672 Model eener prauw, gemaakt van aren-steel. Kinder speelgoed. 4 stuks.

4673 Halve klapper-dop; rijst-maat?

4674 Achtkantige, eenigzins puntig uitloopende stok. Doel onbekend. 2 stuks.

JAVA.

Kleedikg.

»4675 Toedoeng tjloempring. Banjoemas.

quot;4676 ïoedoeng anggawan; doorzichtig, wordt met kain gedekt.

quot;4677 ïoedoeng léang, model. Banjoemas.

04678 Toedoeng torokek.

04679 ïoedoeng lantjip, model op halve grootte. Banjoemas.

04680 ïoedoeng kowangan. Banjoemas.

04681 ïoedoeng van gevlochten pandan-bladeren {song song kowangan).

04682 ïoedoeng tjëtok.

04 6 83 ïoedoeng soesoen.

04 6 84 ïoedoeng hoeloesan. Banjoemas.

53

-ocr page 66-

Java.

quot;4685 Zeer puntige toedoeng van lontar-bladeren. Sa-marang.

4686 Gevlochten bamboe cirkel om binnen een toedoeng te plaatsen {boehoebèlmigker). 2 stuks.

04687 Toedoeng lèang. Tagal.

04688 v tjontom ketjil. Tagal.

quot;4689 „ k o e w o e (eiidok sepotong). Tagal.

04690 „ endok sepotong voor in commissie gaande volgelingen. Tagal.

04691 Toedoe rig (tjaping basoenondo).

04692 Model van een toedoeng blènong. Tangerang.

04693 Bamboe toedoeng. Kangkas-betoeng (Bantam). 3 stuks.

04694 Bamboe toedoeng. desa Datar-tjae, afd. Lebak. 3 stuks.

04695 Bamboe Ji o e d. Rangkas-betoeng. 2 soorten.

4696 Tulband. Banjoemas.

4697 Hoofd-doek batik gadoeng melati.

4698 Fluweelen, met verguld zilveren figuren versierd mutsje voor kinderen van 3—8 jaren.

*4698» Versiering (ponfjol belang) van de toedoeng oi\' pending. Vrouwen-dracht.

*4699 Met zilver beslagen, hoornen kam {sisir tjeplolc) voor jonge mannen.

4700 Hoornen kam voor mannen. Desa Tjikoeloer (Lebak). 2 stuks.

4701 Idem voor vrouwen {sisir èkor). Als voren. 2 stuks.

*4702 Verzilverde h a a r p e n sisir melati). 2 stuks.

*4703 Zilveren haarspeld (pakoe konclè). 3 soorten, waarvan eene met vijf kleine diamanten.

*4704 Oor-versiersel {soeweng). 2 verschillende stellen.

*4705 Oor-versiersel {anting-anting togè). 2 stuks.

§4706 Gouden soemping, gevonden in Kadoe. 2 soorten.

*4707 Oorknop {giicang) met geslepen glas als diamanten. 1 stel. W. Java.

*4708 Verguld zilveren oor-v ersiersel {soebeng gombèl). 1 stel. Zeer oud. Soekapoera-kolot.

*470!) Zilveren borst-speld {kemhang tak) met steenen, bandjar geheelen. Batavia.

54

-ocr page 67-

Jata.

*4710 Koperen armband {gelang) voor kinderen. 2 stuks. *4710a Zilveren vergulde armband (gelang kemharg loden mafa poendoek) voor aanzienlijke vrouwen.

*47101) Als voreu {gelang khnhang ia pok mangis). *4711 Ringen {tjintjin meneng) voor ongetrouwde vrouwen. 3 stel. De zilveren heeten penghapit.

4712 Hals- en borst-sieraad {kalong gógó), vroeger dracht van aanzienlijke vrouwen.

4713 Lange, verguld zilveren hals-ketting {rante kern-hang tangkil). Vrouwen-dracht.

4714 Zilveren hals-keten voor kinderen met tijger-nagels en twee nagebootste katimoen-pitten. Djiraat.

*4715 Zilveren borst-sieraad [peniti rantej] voor vrouwen. W. Java.

*4716 Idem, kleiner. VV. Java.

*4717 Horst-speld in den vorm eener kapel. W. Java. :f4717a Zilver vergulde gordel {pending puhoa) met zilveren plaat [kemhang wajang sepanggoeng).

4718 üadjoe songket voor mannen. Zeer oud.

4719 Kort mannen-badjoe {sadaria). Zeer oud.

4720 Als voren.

4721 Badjoe songket, oud. Buitenzorg.

4722 „ „

4723 Kabaja b o e n g a s i a m , in 1890 plm. 100 jaren oud.

4724 Zijden, met gouddraad doorweven {songket) vrouwen-kabaja. Zeer oud.

4725 Kabaja masroeh. Buitenzorg. Dracht van aanzienlijke vrouwen.

4726 Kabaja dj am b lang. W. Java.

4727 Vrouwen-kabaja {klengkan faboer prada). In 1890 plm. 80 jaren oud.

4728 Sarong songket, oud. Buitenzorg.

4729 Sarong si ra boet toelis, vervaardigd in de desa Katoembiri, afd. Tjaringin (Bantam). Bij haar huwelijk krijgt de bruid een zoodanige sarong, alsmede een kasang, van hare ouders.

4780 Sarong songket. Zeer oud.

4731 Zijden rok {koen) voor kleine meisjes. Vroeger in gebruik. Afkomstig van Depok.

55

-ocr page 68-

Java.

4732 Slendang {kain pandjany palèkad semhagi) voor vrouwen. W. Java.

*4733 Gebreide, wollen buikband (ami/en) met twee ijzeren gespen {ketimoncj). Mannen-dracht.

*4734 Buikband (hëntén) van gouden passement met vergulde sluitstukkeu. Vrouwen-dracht. W. Java.

*4734» Laken buik-band (pending) met zilveren plaat {ketiman).

4735 Tja wat basahan, dracht der voormalige Han-tamsche poetri\'s. Zeer oud.

4736 ü o d o t, afkomstig van een Bautamschen pangeran. Zeer oud.

4737 Houten schoeisel Igamparan) voor mannen. Desa Tji-koelou (Lebak).

4738 Houten schoeisel (hahkiak) voor vrouwen. Desa Tji-koelon (Lebak).

4739 K a i u (gadjih), geweven van de vezels van de gebang-palm. Vooral bij visschers in gebruik, omdat de stof vrij goed tegen zeewater bestand is, geen water opneemt, integendeel het water geheel doorlaat. Adiredjo (Tjilatjap).

4740 Badjoe {karong), kleeding van Badoei\'s.

4741 Kain-pandjang (saloek), als voren.

474\'2 Sarong, als voren.

*4743 Verzameling van zilveren sleutels, vruchten, enz. (ambar-amhar) aan een ring en deze weder aan een haak. Vrouwen-sieraad.

*4744 Gedreven, zilveren tabak -doos (njópok) met zilveren haak, oor- en tanden-stokers, nagel-reinigers, dalima-vrucht voor palè bibir, enz. Vrouwen dracht.

4745 Zakdoek {selampércttdah) voor vrouwen en kinderen; wordt aan de tali pending op de heup gedragen. Batavia.

4746 Als voren {tjelèmet). Patavia.

Modellen van gebouwen, enz.

t4745 Huis van een Demang. Tji-ampea, Buitenzorg.

f4746 Als voren. Soebang, Krawang.

f4747 P end o po. Behoort bij no. 4746.

5B

-ocr page 69-

Java.

f4748 Huis van de soort patjoel gowang. Banjoemas. f4749 Als voren tikëlan. Banjoemas. f4750 „ , sinoman. Banjoemas. f47öl „ „ srotongan. Banjoemas.

f4752 „ n mas Koemambang. Banjoemas. f4753 „ v trodjogan. Banjoemas. f4754 „ „ limasan. Banjoemas.

f4755 Met sirappen gedekt huis {limasan]- Krawang. f4756 Met verguld houtsnijwerk versierd bijgebouw [plankiran kalanggënan), vroeger achter een huis te Tji-parai aanwezig. Woning van goendik eu dochters. Preanger. f4757 Duiven-til (pèyoepon Jcasajan). Banjoemas. f4708 Sehaaps-kooi.

f4759 Karbouwen-kraal (kandany kerbo). Krawang. f4760 Bamboe kippen-hok {koerong hatamj). f4761 Kippen-hok. Banjoemas.

f4762 Raadhuis {tèpas) der Badoei\'s.

f4763 Woning van het hoofd der Badoei\'s, girang poe-oen.

f4764 Idem van het 2de hoofd, girang seurat. f4765 Smederij. Madjalengka.

f4766 Versierde bindbalk {dodo pëksi) van eene pendopo. Bagelen. 2 soorten.

f4767 Moskee {inesigit). Krawang.

f4768 Bede-huis {lauggar) met steenen padasan, padoepan en put. Banjoemas.

f4769 Gebouwtje {kobongan), waarin de besnijdenis geschiedt. Banjoemas.

f4770 Graf-kapel (tjoengkroeh). Het graf bevindt zich in dit gebouwtje. Banjoemas.

f4771 Desa-poort (régol). Banjoemas. f4772 Bijst-schuur {loemboenj, leidt). Banjoemas. f4773 v {loeinhoenf/ ging gang). Banjoemas.

f4774 „ {loemboeng).

f4775 Met doek gedekte loemboeng en daarbij behooren-de ladder. Krawang.

f4776 Bamboe hang-brug,

f4777 Bamboe brug. Preanger.

57

-ocr page 70-

Java.

Huisraad.

4778 Bamboe mandje (sosolckari) om eten naar de sawah te brengen.

4779 Model van een mandje (tenony), van lidi gemaakt.

4780 Bamboe mandje {tanggok) voor bereiding van medicijnen.

4781 Bamboe mandje (jgt;engkï) om vuilnis weg te dragen. 2 soorten

4782 Model van een mand (kèbhi) om goederen te transporteren met behulp van oen pikoelan.

4783 Bamboe mand (kekcba) tot vervoer van goederen.

4784 Als voren, doch kleiner,

4785 Vierkant bamboe mandje (tampèkan), met blad-tin aan de hoeken versierd, om geschenken te brengen.

*4786 Groote, bamboe mand [hoclag) om rijst na het stampen in te bewaren.

*4787 Bamboe mandje (èpok) met zilveren beslag om bereidde sirih, tabak, enz. te bewaren. Volgens traditie afkomstig van pangeran Segiri te Djatinegara.

04788 Platte mand {s rig en) van aren-steelen. Banjoemas.

f4789 Bamboe mand (bakoel) op houten voetstuk om ongekookte rijst in te wasschen, dan wel gekookte te presentereu bij aanwezigheid van veel gasten.

t4790 Bamboe mand (tenong). 5 soorten. Tagal.

4791 Model van eene platte mand om kedelé op te ontbolsteren.

4792 Model van den stok, waarmede het ontbolsteren van kedelé geschiedt.

f4793 Eeis-mand {k\'émpek). Leuwiwangklang (Lebak).

t4794 Eonde, bamboe mand [tenong) om eten te bewaren. Desa Peutjang Pari (Lebak).

f4795 Manden met pikoelan tot het rondventen van bloemen. Tagal.

4796 Model van een grasman d. ïagal.

4797 Gajoeng van klapper-dop.

4798 Koperen, versierde gajoeng.

f4799 W ater-schepper van pinang-bast.

58

-ocr page 71-

Java.

4800 G a j o e n g, afkomstig van Cheribon. Behoort bij no. 4801.

4801 Beschilderde boejoeng {\'jog ok) om water te bewaren. Afkomstig van Cheribon.

4802 Lepel {sendok manisan) van klapper-dop.

4803 Model van een aarden water-vat {pengangsan, boejoeng),

4804 Bamboe (gondjè) tot het vervoeren en bewaren van water.

4805 Water-potje (boejoeng) van gebakken aarde. Kra-wang.

f4806 Tali a p i (ëinjms). 3 stuks

4807 Vier stukken bamboe (piroeha) om vuur te maken door wrijving.

4808 Bamboe {songsong seune) om vuur aan te blazen.

4809 Bamboe w a a ij e r {hihid) om vuur aan te blazen. Desa Bodjong Manik (Lebak). 2 stuks.

4810 Bamboe s p a d e 1 (tjotjolek of sóclet) bij visch- en vleesch-braden in gebruik. 8 stuks.

4811 Bamboe pen {panggangan) om vleesch te braden. 18 stuks.

f4812 Bamboe koekoesan {Soend. asëpan) met dito voetstuk {koekoemboeng).

4813 Model van een bamboe tangetje {sepit) om eten uit een braadpan te nemen, enz., enz.

4814 Pot met deksel van gebakken aarde om groenten voor te dienen. Krawang.

4815 Koperen vijzel (loempang). Bantam.

4816 Steenen vijzel {panggilingan) met stamper voor geneesmiddelen. Lebak.

4817 Idem {loempang). Lebak.

4818 Steenen vijzel {panggilingan) voor zout, boemboe, enz. Lebak. 2 stuks.

4819 Bamboe koker {katoeng) om gekookte groenten te bewaren

4820 Bamboe koker (roewas Irasi) om trasi te bewaren. *4821 Mes {piso gobed) voor het bereiden van verschillende

soorten van manisan W. Java.

59

-ocr page 72-

Java.

H a k m o s , keuken-gereedschap.

Bamboe keukeu-kastje {grohoy) met deuren. Model van een k w a 1 i met deksel om groenten te koken. Model van een aarden komfoor {kerm).

Als voren, andere vorm.

VVV V

Model van een aarden-schotel (jjaso) met deksel. Model van een aarden d a n g d a n g met bamboe koekoesan.

4830 Model van een blikken dangdang.

4831 Model van een aarden vuurhaard {hawoe).

4832 Model van een aarden bak (pane) om gekookte rijst in te roeren, met lepel (pangari) en waaijer (Jtihicl].

4833 Model van een aarden schaaltje (fjo/cek) met houten moetoe of oelëkan om sambal te maken.

4834 Model van een tempajan.

4835 Lamp (palitas. Krawang.

4836 Model van een lamp (palita) van gebakken aarde met deksel voor nacht-gebruik.

f4837 Bamboe lampen -hanger (adjoek yantoeng)

4838 Bamboe (adjoeg tempel) om, na in de pagger van het huis gestoken te zijn, eene lamp op te hangen.

14839 Bamboe lampen-standaard (jjapatok)

*4840 Lampen-standaard (adjoek-adjoek sajap) in den vorm van een vogel. Banjoemas

*4841 Bamboe lampen-standaard {adjoek).

4842 Fraai in hout gesneden kandelaar, imitatie van Europeesch werk, vroeger eigendom van Buitenzorgsche regenten. Hing boven de deur van een slaapvertrek. (Aanwezig in het vertrek links van de vestibule).

4843 Hartvormig, besneden, houten voorwerp (kandelar) tot het ophangen van twee lampions. 2 stuks.

quot;4844 Koperen muur-hanger {kendelar) voor lampion. 2 stuks. Djapara.

4845 Licht-seherrn (këlir hoesa, tèdengan) in den vorm van een houten vogel met lofwerk.

4846 Bamboe kokertje (oelakan) om garen op te winden. 4 stuks. Lebak,

60

4822 t4823

4824

4825

4826

4827

4828

4829

-ocr page 73-

Java.

4847 Bambo9 k okertje (palet), behoort bij het weefgetouw.

4848 Bamboe garen-winder (lawajan).

04849 Bamboe p i h a n ë a n, behoort bij het weefgetouw.

4850 Model als voren.

4851 Besneden bamboe [koeloewoeng) om garen om te winden. 2 stuks.

f4852 Eorogan, behoort bi; het weefgetouw.

4853 Boog (peteng) om garen gelijk te maken. t48ó4 Sampiran, behoort bij het weefgetouw. f4855 Hangende garen-winder (oendar). *4856 Garen-winder (oendar).

quot;4857 S n ij w e r k in hout, versiering boven eone deur. f4858 Verguld, houten s n ij werk, vermoedelijk gediend hebbende tot versiering boven eene deur.

04859 Verguld, houten s n ij werk [pem\'uhinyan), versiering van de pintoe Srimenganti in de Eegents-woning te Tjiandjoer. Zeer oud. (Aanwezig in het vertrek links van de vestibule).

04860 Houten, met twee staande raksasa\'s, enz. versierde poort, afkomstig van eene vroegere regents-woning te Garoet.

04861 Besneden bovenstuk van een schutsel (sampajan).

04862 Zeer oude, met figuren besneden, houten deur, afkomstig van van eene regents-woning in Krawang.

§4863 Zilveren s i r i h - b a k met zilveren tabak-doos en dito gambir- en pinang-doozen met agaten deksels,

4864 Koperen, versierde sirih-bak. Deksel ontbreekt.

4865 Geel koperen sirih-bak met toebehooren. Solo.

4866 Koperen sirih-bak (asta hond) met toebehooren. Soerabaija.

4867 Houten sirih-doos met fraai, geel koperen beslag. Koedoes.

4868 Mandje (hakoel) op houten voet om rijst te wasschen, enz.

4869 Rijst-mandje (pepiti) op versierden, houten voet, afkomstig van een Krawangschen regent.

f4870 Met veel snijwerk en verguldsel versierd vóór- en achter-stuk van een ouderwetsch, inlandsch ledikant [tapang]. Djati-negara, Meester-Cornelis.

61

-ocr page 74-

Java.

f4871 Fragment yan een rijk besneden ledikant van kajoe-areng. 2 stuks. Batavia.

*4872 Zilveren, met gedreven figuren versierde platen om aan de uiteinden van kussens bevestigd te worden. 6 stuks.

4873 Zilveren klamboe-haak {sanffkètan klamboe). 2 stuks.

4874 Houten gordijn-haak (tjantèlan gèler). 2 soorten, 3 stuks. Kediri.

04875 Pajoeng-standaard (planyka). Banjoemas.

*4870 Zilveren, gedreven schaaltje. Bantam.

*4877 Als voren Cpiring simpingj. Zeer oud.

*4878 Zilveren brieven-bus {songsong), vroeger door aanzienlijken aan de linkerzijde, door minderen op den schouder gedragen.

4879 Wierook-brander C/indoepaanj van gebakken aarde. Krawang.

4880 Model van een aarden wierook-brander (paroe-koejan, padoepaiin).

4E81 Koperen kwispedoor CpaidonJ. Tagal.

4882 Bamboe spuw- bak {lampolong).

4883 Kwispedoor van gebakken aarde. Krawang.

4884 Model van een aarden kwispedoor.

4885 Model eener aarden g e n d i igogok tjêtjep). Tagal.

4886 Geel, rood en groen gekleurde g e n d i. 2 stuks. Oud.

4887 Gendi gogok met twee tuiten van gebakken aarde.

4888 Aarden spaarpot [glondong djonggol). Tagal.

4889 Idem in den vorm van een haan {tjèlengan djagoan).

Tagal.

4890 „ „ „ „ „ „ karbau. Tagal.

4891 „ „ „ „ v v schildpad. Tagal.

4892 Bamboe spaarpot ftjèlenganJ. 2 stuks.

4893 S i g a r e n - k o k e r van Singaparna. Volgens traditie in 1889 plm. 100 jaren oud.

4894 Bamboe sigaren-koker, 7 soorten. Eangkas-betoeng, Bantam.

4895 Besneden, houten sigaren-koker.

4896 Bamboe sigaren-koker ChrenoekJ op voetstuk.

4897 Als voren, kleiner. 2 stuks.

62

-ocr page 75-

Java.

48^8 Als voren, ander model.

4899 Zeer groote pinang -knijper (katjip djamhe sina-jar) in den vorm van het lioofd van Hanoman. Vroeger in het district Karang, afd. Soekapoera kolot, in gebruik bij huwelijks-aanvragen imelamar). wanneer de aanstaande bruid zoodanig voorwerp als bewijs van toestemming isanygoeh) verlangde.

*4900 Zeer fraaije pinang-knij per Ckatjip), volgens traditie afkomstig van üewi Manikan te Cheribon.

*4901 Pinang-knijper in den vorm van een paard.

*4902 Zilveren fleschje niet dito kettingje, ter bewaring van het poeder, vervaardigd uit dadel-pitten, om de ooghairen, enz. zwart te maken isipat mata).

4903 Model van een bamboe instrument CgegèlingJ in den vorm van een halve galg om kinderen te leeren loopen. quot;Wordt in den grond gestoken.

f4904 Model van een bamboe kippen-kooi (koeroengan ajanO.

t4905 Bamboe kippen-hok.

f4906 Bamboe mand Cpetrangan, sajang ajamj voor kippen om eijeren te leggen.

f4907 Fraaije kooi voor perkoetoet. Banjoemas.

f4908 Bamboe kooi voor poejoeh\'s.

f4909 Kooi voor poejoeh\'s. Banjoemas.

4910 Mandje Ctèlik bamjbanj om insecten (balang) als voedsel voor poejoe\'s te bewaren.

4911 Bamboe touw- winder ftjohan lelesanj.

*4912 Zak (kantong kodjaj, van tali rameh gebreid. Lebak.

quot;4913 Toestel fdjaqa-rendahj in gebruik bij feesten. Krawang.

4914 Model van een rijstblok floempangj met stamper.

4915 „ „ „ d (lësoengj „ „

04916 Bamboe, gesloten t a n d o e.

f4917 Model van een toestel fdjodang, dondangj om eten te transporteren. Banjoemas.

04918 Dondang om eten te transporteren.

4919 Bedog om hout te kappen. Bantam.

4920 Tjaloek.

4921 Geel koperen, versierd bakje (hokor) om de handen te wasschen.

63

-ocr page 76-

Java.

4922 Koperen, a jour gewerkte vruchten-schaal {ho-kor). Batavia.

4923 Geel koperen bedak-pot {tjoepoé).

4924 Versierde, geel koperen water-ketel. Soerabaija.

4925 Versierde, geel koperen kom {hokor). Soerabaija. 2 stuks.

4926 Als voren, andere vorm.

4927 Bokor kanas (Soend.), eenigzins in den vorm eener ananas-vracht, vroeger in gebruik bij mantri\'s en koewoe\'s om hunne vingers te wasschen. Madjalengka.

4928 Koperen kom (bokor) met Arabische inscriptie, bevattende het beroemde vers uit de Qoran, gewoonlijk ajat al-koeroï genaamd iSoera II, vs. 256).

4929 Houten bak {(/edah) met deksel om gekookt eten te verzenden. 2 stuks.

O4930 Deksel {foetoep sadjï) van bamboe en lontar om suiker-gebak te bedekken (djèngkrèng). Tji-parai (Pre-anger).

*4931 IJzeren mes en heft uit één stuk fpiso pangotj, vroeger in gebruik bij het ngaratjib (snijden) van boemboe bij sedekah\'s door vrouwen.

4932 Model van een bloempot.

4933 Als voren (pot songcjd). Tagal.

4934 Trekpot (tikoek) van klapperdop.

4935 Model van een aarden trekpot {ketel). Tagal.

4936 Koperen trekpot (klpsau). Tagal.

4937 Koperen o lij-kan {tjèrèt minjak). Tagal.

4938 Koperen doos {tènong papak) voor eetwaren. Tagal-

4939 Koperen doos {tènong pentjoe) voor eetwaren. „

4940 Model van een koperen dandangkwali. „

4941 Model eener koperen gendi {fjogok tjëijèp). „

4942 Als voren, andere vorm.

4943 Trechter van klapperdop,

4944 Veger van klapper-vezels.

4945 Aarden zoutvat {klowoh). Tagal.

04946 Bamboe zeef {ajakkan) voor klappermelk (santen), enz. Desa Aweh (Lebak). 2 soorten.

04947 Bamboe zeef {kalo) voor tjendol. Desa Aweh.

64

-ocr page 77-

Java.

t4948 Eotan mat. Serang.

f4949 Bamboe b a k o e 1 om bij feesten rijst mede rond te dienen. Desa Pasir Koepa, Lebak.

4950 Idem voor dagelijksch gebruik.

4951 Schoteltjes {pisiti) voor bedak (pëparëm) en boreh of bloemen. 2 stuks. ïagal.

4952 Koperen r a a d j e {gilingan koeweit) om deeg voor koek te snijden. Tagal.

4953 Houtsn gebak-vorm. 3 soorten.

4954 Model eener koperen pan op 3 pooten voor gebak. Tagal.

4955 Koperen vorm [tjitakan koeweit kering) voor koekjes. 13 stuks. Tagal.

4956 Koperen tulband-vorm [tjitakan bloeder). Tagal.

4957 Hamboe doos (kalakat) met openingen in den bodem om koekjes te stoomen.

4958 Tabak-pot van gebakken aarde in den vorm eener laboe-vrucht. Zeer oud Afkomstig uit het distriet Tji-Kaloeng, Tjiandjoer. Vroeger eigendom van een regent van Tji-koendoel.

4959 Mesje, behoorende bij no. 4958.

4960 A.arden pannetje met deksel om koeweh srabi te maken.

4961 Model .als voren voor koeweh tjara

4962 Koperen theebus. Tagal.

4963 Model van een koperen bord (talam). Tagal.

4964 Kleine klapperdop (tampat tjentjèman) ter bewaring van welriekende olie.

4965 Popje (golèkan) van gebakken aarde. Tagal.

Landbouw.

04966 Nagenoeg levensgroote, mensehelijke figuren (man, vrouw en kind), vervaardigd van boom-wortels, vroeger voorwerp van aanbidding of soort van orakel (pitakonan) bij het aanleggen van sawah\'s.

4967 Model van een ploeg voor tegalan\'s (hatden-grond) met juk (pasangan).

4968 Als voren voor sawah\'s.

4969 Egge (garoe giling) in den vorm eener rol, niet meer in gebruik. Bekasi.

Catalogus Ethn. voorwerpen. 5

65

-ocr page 78-

Java.

4970 Model van eene egge igaroè).

4971 Model van een rol {yaroe) om sawah\'s gelijk te maken; wordt door karbouwen getrokken.

4972 Zeer leelijke buste van Njai Sri, godin van den landbouw; werd vroeger in het Koeningausche bij de geplante rijst op eene tetampa geplaatst om ziekten in het gewas (hama) af te weren; ook wel na den oogst bij de met rijst gevulde loem-boeng. De figuur moet van eene gajoeng voorzien zijn.

f4973 Vogel-verschrikker door water bewogen.

f4974 Als no 497 3 {■pantjoran rendang).

f4975 Vogel-verschrikker (kekoprak) op sawah\'s, in vruchtboomen, enz.

f4976 Bamboe vogel-verschrikker (kolètjer).

f4977 Als no. 4976, andere vorm.

4978 Arit tjongkrang, zeer oud, andere vorm dan de tegenwoordige.

4979 Koedi gobed om in de sawah te wieden. Cheribon.

*4980 Ani-ani met wajang figuren. ïagal.

4981 Bamboe kokertje {roewas èiém), behoort bij de ani-ani. 2 stuks.

quot;4982 Sanggar gapoeroe, in gebruik bij het begin van den padi-oogst en alsdan gevuld met eieren, olie, roedjak, wit katoen, tempah, enz. Schijnt eene soort van offer te zijn. Poerwakarta (Krawang).

f4983 Model van een wacht-huis {ranggon) op de sawah. Tagal

f4984 Als voren. Banjoemas.

n4985 Bamboe toestel {pikoelan patik) tot het vervoeren van padi.

04986 Stok {tjis egel) met menschelijke figuur als knop.

quot;4987 Padi-mes {ani-ani rangkong).

04988 Mandje (sosokari).

No. 4985 t/m 4988, af komstig uit de desa Siloeman (Krawang), werden vroeger gebruikt bij afloop van den padi-oogst.

4989 Model van eene slede (parèred) om padi te slepen. quot;Wordt door karbouwen getrokken.

O4990 Model van een bamboe toestel (soendoeng) om gras te dragen.

66

-ocr page 79-

Java.

4991 Soort van mes (peso penjatjaran), in gebruik bij vrouwen om gras te wieden, enz., wanneer zij eene hoema aanleggen. Krawang.

4992 Model van een jjzeren schoif\'el (tjongkrang) om gras te wieden. 2 stuks.

4993 Pedang saw ah, uitgesneden als londok (soort van kadal), wordt gebruikt om te babad.

f4991 Bamboe toestel (kremhengan) om jonge boomen te beschermen.

f1995 Als voren [hehadak dioek).

4996 Bamboe spuit {angsrot, scmprdtan) om planten, euz. te begieten.

04997 Model van een dubbelen, bamboe ladder (papanggé).

4998 Groote sikkel {tjangkring), vroeger in gebruik om zich door alang-alang, enz. een weg te banen.

4999 Model van een pat joel bawak, 2 stuks, verschillend.

5000 Model van een patjoel miring, Tagal.

5001 IJzeren land bou w-gereedschap {hlatoek). Toeban

5002 „ „ {laming). „

5003 „ „ ijankah). „

5004 „ „ {koedi tjandoeng)

2 stuks. Toeban.

5005 „ „ [pedang). „ 5C06 „ „ (koedi). 2 stuks. 5007 „ „ [koedi tjandoeng).

Toeban.

5003 Model eener egge (garoe teyalan). Krawang.

5009 vvv (koeroeng) met idem leidsel van een

karbau. Tagal

5010 Model van een bakje (pengloeloeran) bij het planten van padi op gaga\'s. Tagal.

f5011 Model van een bamboe water-wiel (kinfjir) om tuinen te begieten. Krawang.

f5012 Model van een water-schepper om water uit de slokan op de sawah te brengen. Kediri.

f5013 Soort van fuik {impes) om vliegende insecten (balang) op sawah\'s te vangen. Indramajoe.

f5014 Als voren (poeling), waarin de insecten gejaagd worden.

67

-ocr page 80-

68 Java.

Nijverheid.

5015 Model eener koperen pan (kwalen) tot het smelten van was bij het batikken. Tagal.

5016 Batik-patronen, grove (doesoen). 28 soorten. Afkomstig van Bandjar-negara (Banjoemas).

5017 Idem, middelsoort. 11 soorten. Als voren.

5018 „ beste soort. 10 B „ „

5019 Katoen, grondstof voor batik. 3 soorten.

5020 Reep katoen, waarop de 10 achtereenvolgende bewerkingen van het batik-patroon gandasoeli zijn aangegeven.

5021 Koperen stempel voor batik tjapan. 9 stuks. Tagal.

5022 Houten clichés voor het drukken van wajang-figu-ren op batik, 63 stuks, met afdrukken op papier.

5023 In leder uitgeslagen, oude batik-patronen. 8 stuks. Hagelen.

5024 Zeef veor koffij of malam (was om te batikken).

5025 Toestel {dampor), waarop het te batikken katoen wordt gelegd

5026 Borduur-werk [tenggèng). Batavia.

5027 „ (kembang pak is). „

5028 „ (tekët). „

5029 „ ((/«/i halang,t w. de rand). Batavia.

5030 „ met goud- en zilver-draad op flu

weel en laken. Nederlandsch wapen, gekroonde W en ornament. Vervaardigd door hadji Mohamad Saleh te Bandjar-negara.

5031 Toestel (pranggian) om boordsels te maken. Niet meer in gebruik.

5032 Bast van den waroe-boom om touw van te maken, ia onverwerkten toestand.

5033 Als voren, tusschen twee stukken bamboe getrokken en op die wijze verdund (dipaoet).

5034 Bast van den bénda-boom om touw t« maken, in onverwerkten toestand.

5035 Touw (rara pondoh) van pisang-bast.

5036 Soort van touw {rara kasoengka).

Oö037 Wan (ajakan boeboek).

-ocr page 81-

Java.

O5038 W a u {ajakan widjina) voor widjen. -

f5039 Kapok-wan [ajakan tjampego, djega). Krawang.

quot;5040 Thee-zeef (ajakan souchon).

quot;5041 Idem (ajakan pi\'koe souchon).

ü5042 T a m p i r.

Oö043 Thee-zeef {ajakan broken pékoe).

quot;5044 Idem {ajakan pékoe).

O5045 Thee-wan {njiroe paranti nampi thé).

quot;5046 Als voren [ajakan congou).

O5047 Als voren {ajakan broken tea).

5048 Instrument {klingan karang) voor het bewerken van klipsteen.

5049 Touw, enz. van oeris-oerisan. Tagal.

5050 „ * d talok. Tagal.

5051 „ n » oeter-oeteran. Tagal.

5052 „ v v den këndal-boom. Tagal.

5053 „ „ „ , katimaha-boom. Tagal.

5054 „ „ „ „ pësot-boom. Tagal.

5055 „ „ „ „ bënda-boom. Tagal.

5056 „ v k ananas-bladeren. Tagal.

5057 „ „ „ de klapper-vrucht (tepës). Tagal.

5058 „ » » rameh-vezels. Tagal.

5059 „ v v wedoeri, hetgeen als toovermiddol aan vischnetten wordt bevestigd om krokodillen af te schrikken. Tagal,

5060 T o u w , enz van woenoeng. Tagal.

5061 Touw van klapper-vezels {dadoeng sepct).

5062 Aren-vezels voor touw, enz. Tagal,

5063 Aren-touw, nog niet afgewerkt. Tagal.

5064 Idem, afgewerkt Tagal.

5065 Kajoe wisnoe, van welks bast touw wordt gemaakt. Tagal.

5066 Wisnoe-touw, nog niet afgewerkt. Tagal.

5067 Idem, afgewerkt. Tagal.

5068 Vezels van de gëbang-palm; uit de blad-stelen (pa-pah) vervaardigt men touw voor schepen; uit de bladeren (agël) vischnetten, koffij-zakken, enz. Tagal.

5069 Touw, enz van waroe-vezelen. Tagal.

69

-ocr page 82-

Java.

5070 T o u w -vau bamboe-tali. Tagal.

5071 Bamboe-tali, waarvau no. 5072 gemaakt wordt. Tagal.

5072 Gespleten bamboe-tali (toetoes) voor het bijeen binden van padi, atap, enz. Tagal.

t5073 Bamboe vlechtwerk voor het rollen van tabak. Tagal.

t5074- T a t a k a n peugrawisan met kapet tembako voor het snijden van tabak. Tagal.

f5075 Model eener puntig toeloopende mand tot het verzamelen van tabak-bladeren op het veld. Tagal. 2 soorten.

f5076 Model eener slede {sèret) voor het slepen van balken. Kediri.

f5077 Model eener k a r voor houttransport. Kediri.

5078 Model van een pot. bij suiker-fabriekeu in gebruik. Tagal.

5079 Geweven stoffen {ginggam, songket, enz.J 6 soorten. Krawang.

5080 Papier {loeloeb) van de bast der pendjo. Tagal.

Jacht.

5081 Golok bendo (tjatok), in gebruik bij jagt op rhi-nocerossen. Segala-heran (Krawang).

f5082 Model van een tijger-val (pigasul). Bantam. f5083 Idem, anders Krawang. f5084 „ „ Krawang.

f5085 „ {hiraluek). Wordt in een gat in deu grond geplaatst. Lebak.

f5086 Idem, {tjura). Lebak.

f5087 „ {tawjieh). „

05088 Lans [toeinbak tjaoe sasisir) met ijzer in den vorm eener halve maan en ketting aan den steel om banteng\'s te jagen. Pagindarau, district Djati-baroe, afd. Indramajie (Che-ribon).

f5089 Model van een net (landjay pondoh) om herten te vangen.

f5090 Als voren.

f5091 Model van een val Ujroyol babi) voor wilde varkens.

70

-ocr page 83-

java.

f5092 Groot en zwaar net ora varkens te vangen, gemaakt van schors van den teureup- of bëndah-boom. Lebak. O5093 Tampoeling voor de jacht op wilde varkens. f5094 Model van een val (yaroengsang) voor badjing\'s. Krawang.

f5095 Model van een net om snippen, meliwi\'s, enz. te vangen. Lebak.

5096 Bamboe krekel -klap (panijèpoel.- later).

05097 Harpoen voor krokodillen-jacht.

05098 Zeer zware harpoen (tempoeling) met 9 punten om krokodillen te vangen.

05099 Voorstelling eener wijze van vogel-vangst {nga-hatong) bij nacht op sawah\'s met behulp van een fluitje, eene plita en net. Preanger.

5100 Toestel (paser) om op sawah\'s tusschen de padi vogels te vangen. Tagal.

510L Vogel-net (kala hïékok [vogel-soort]). Tagal. f5102 Model van een duiven-knip. Tagal. f5103 Sosog poejoeh f5104 Model van no. 5103.

vlscii vangst.

5105 Garnalen-net {krakat aloes). Tagal. Hangt aan kolommen.

t5l06 Visch-net (djaring kedjêr). Tagal.

t5107 Model van een net (pajang), dat door prauwen gesleept wordt, Lebak,

f5108 Idem, idem om op zee de kada-visch te vangen. Tagal. f5109 Model van een schep-net {aesser). Bantam.

5110 Schep-net {Jamhit). Rangkas-betoeng. f51 H Model van een schep-net {san) om garnalen te vangen. Bantam,

f5112 Ka rong boedëg voor totebel. Lebak. *5113 Bamboe instrument (tjobanj om netten te knoopen.

5114 Visch-tuig Cpantjing poeloj, 3 soorten. Kali-poetjang, atd. Soekapocra-kolot, Preanger.

05115 Mand {irik, tanggok) om op sawah\'s, enz. visch te vangen.

71

-ocr page 84-

Java.

5116 Bamboe mandje (kempis) tot het bewaren van kleine visch. Preanger. 2 stuks.

f5117 Idem, idem (koran;/). Raugkas-betoeng.

5118 Model van een visch-korf (koelanding). Krawaug. 2 stuks.

t5119 Mandje (Icèmboe) voor kleine visch.

t5120 Model eener visch-fuik (hoeboe dioek). 4 stuks. Krawaug.

■(■5121 Als voren. W. Java.

05122 Visch-tuig (boehoe dioek) voor vijvers. Indramajoe. Niet meer in gebruik.

t5123 F u i k. Tagal.

t512-t Bamboe fuik {hoehoe) Kangkas-betoeng.

5125 Fuik (boehoe) van aren-stelen. Rangkas-betoeug.

t5126 Visch-tuig {hoehoe seksek).

f5127 Model van eene boeboe impës. Krawaug.

f5128 Boe boe. W. Java.

f5129 Model van eeu visch-fuik [yaoel) voor rivieren, waarin veel steenen voorkomen. Krawaug.

f5130 Model van een onafgewerkte visch-fuik {panysar). Krawaug.

f5131 Model van een bamboe vischtuig {badodon). W. Java.

f5132 Model van zeker vischtuig (reinhoe?), W. Java.

f5133 Vischtuig (sosoy hen ter).

f5134: Idem Csoesoekj.

f5135 Idem, idem. Rangkas-betoeug.

f5136 Model van een toestel om visch te vangen.

5137 Model van zeker vischtuig (sriying). 2 stuks. f5138 Vischtuig {yaoel).

5139 Model eener niet meer gebruikt wordende g a o e 1. Het stuk klapperhout heet kloewoeng, de vleugels titkliny, de mand koraag radjoet. Aan den oever eener rivier waakten daarbij twee mannen, dag en nacht, in een goeboeg en hielden zich wakker (ook om tijgers, enz. te verdrijven) door op eene soort fluit llëntoet) te blazen.

f5140 Bamboe toestel (tiplak) om paling te vangen. f5141 Model van een pósong om paling te vangen. 05142 Boog en acht pijlen, met doek versierd, bamboe

72

-ocr page 85-

Java.

schachten en areu-houten punten. Vroeger in gebruik om op rawa\'s yisch te schieten. Indraraajoe.

5143 Model van een harpoen (tjiroek). K ra wang.

5144 Krom mes (pësoet), in gebruik bij vrouwen uit de desa Pisang-sambo (Krawang), wanneer zij \'s nachts, voorzieu van een fakkel, visch gaan zoeken.

5145 Toestel (grèning) om vissollen, slangen, enz. in gaten te vangeii. Tagal

5146 Visch-lijn fpantjiny hèrat [visch-iiaamj ) met haken. Tagal.

t5147 Geluidgevende heugel [pautjiiKj amboer) om gaboes op sawah\'s en rawa\'s te vangen. Tagal.

t5l48 Model van 1 a h a i r o e p om visch in bewaarplaatsen tegen te houden. Tagal.

15149 Model van een toestel om iu de Bonorowo, Zuid-Bagelen, met een totebel te visschen.

5150 Pijpjes (klantiuy) van gebakken aarde om visch-netten te bezwaren. Tagal.

Wapenen.

5151 Badé-badé.

5152 Als voren met pon tang schede.

5153 „ „ van geel koper.

*5154 n „ , waarvan lemmet en gevest uit één stuk, met goud ingelegd.

*5155 liade-bade tj om bong, met opening in hot lemmet.

*5156 I5adé-badé met zilveren gevest en schede.

5157 Als voren met poutang toelang schede, vroeger gebruikt door santri\'s bij sedekah\'s (distr. Tjiblagoeng, afd. Tji-andjoer).

5158 Kromme b a d é.

05159 Zeer oude maliënkolder (badjoe ranteï). Midden-Java.

5160 Soort van wapen fucdoyj met wajang-hoofd aan het uiteinde.

5161 Bendo bëntik met opstaande punt.

73

-ocr page 86-

Java.

5162 Bend o met schede pontang tandoek, gemaakt te ïji-këroh.

5163 Bendo tjombong met gat in het lemmet wegens veelvuldig gebruik.

5164 Kleine bendo.

5165 Ala voren, andere vorm.

5166 Als voren met a jour bewerkt gevest.

5167 B ë n d o met hoornen greep. Tji-këroh.

5168 Matrozen-mes fhiaj.

quot;5169 Ruiter -wapen (dadapj. Het ijzer gelijkt op het blad van den dadap-boom.

5170 Korte, breede dolk (djoeloenyj.

5171 Koperen geweer-loop, gevonden in de rivier ïenggoeloenan, Malang. Notulen Bat. Gen. XXV, 166.

5172 Go lok.

5173 G o 1 o k met a jour besneden hoornen gevest, voorstellende Klana Growong uit de topeng.

5174 Golok (of sëkin) met koperen beslag op de schede.

quot;5175 Zeer groote en zware golok, roovers-wapen, afkomstig van zekeren Pak-Gede. Wordt ook gebruikt bij het schermen (mëntja).

5176 Golok met houten krokodillen-kop als greep en fraai besneden schede. Afkomstig van Tji-këroh.

5177 Golok, afkomstig van Garoet.

5178 Gol ok , waarvan de pamor heet: remhaay aoeria kentjanu.

\'gt;5179 Golok, Atjeesch model.

quot;5180 Zeer breed en kort zwaard (yolok).

5181 Golok met pontang schede en zilveren beslag.

5182 Golok met pontang delapau schede, fijn besneden handvat en zilver aan de schede.

5183 Golok met pontang schede, zilver beslag en punt naar boven.

5184 Golok met pontang schede en zeer spitse punt.

5185 Golok met pontang tandoek en toelaug schede, vroeger in gebruik bij panakawan\'s van Regenten, wanneer zij misdadigers, enz. moesten opvatten. Afkomstig van Tjiandjoer.

5186 Golok met pontang schede en zilveren beslag, punt benedenwaarts.

74

-ocr page 87-

Java.

5187 Go lok met pon tang schede, zilveren beslag, punt naar boven.

5188 Golok roentjang met uitholling van het lange lemmet.

5189 Golok soedoek, aan beide zijden scherp.

5190 Golok met hoornen leeuwen-kop als greep en de Arabische inscriptie op het lemmet: yjj\'

5191 Golok met de Arab, inscriptie,-

5192 Golok lotjan. 2 stuks.

5193 Golok lohen, in gebruik bij amil\'s. Garoet. (Door eene vrouw vervaardigd).

5194 Zeer fraaije golok met zilveren greep en schede.

6195 Golok met krokodil als pamor aan beide zijden.

5196 Korte golok met koperen heft en schede.

5197 Golok met zeer fraai gesneden, hoornen gevest.

5198 Golok met houten krokodil-kop als greep, besneden schede van kajoe djoelang. Afkomstig van Garoet.

5199 Golok (Soend. genaamd atikoemba mahalaba. Afkomstig van Djati-nagara.

5200 Eenigzins gebogen golok met houten vogel-kop als greep; wordt gebruikt om beesten te slachten.

5201 Kleine golok b e n d o.

5202 Zeer kleine golok (of sëkin).

5203 Golok, scherp aan beide zijden van de punt. Pamor boedoeg baroe; sarong pontaug.

5204 Klewang, afkomstig van Tji-këroh, met gegraveerd ijzer.

5205 Klewang met pamor boedoek basoe.

5206 Klewang van geel metaal,

5207 Klewang, vervaardigd te ïjisoerat (Melambong), met langwerpig vierkant gat, enz. bij wijze van versiering aan het lemmet.

5208 Klewang met fraai versierden rug. Buitenzorg.

5209 K o e d i.

5210 Als voren W. Java.

5211 Koedi balioeng.

5212 Koedi in den vorm van een vogel-kop (Imroeny tjanak).

75

-ocr page 88-

Java.

5213 Koedi {koecli boeroeny) in den vorm van een vogel.

5214 Als voren.

5215 Koedi a r i t.

5216 Koedi pengaaten.

5217 Koedi soepal, bajoh of sempog, diende vermoedelijk om leder te snijden.

05218 Koedi tjengkrong.

5219 Koedi in de figuur van eene wajang-pop met hert-hoornen gevest.

5220 Koedi, afkomstig uit de desa Manirantjan, nabij Tjilatjap, met beenen gevest.

5221 Koedi m on jet

5222 Koedi. Tagal.

5223 Koedi tjongkrang met Arab, inscriptie als djimat, i\' het jaartal 1124 en eenige andere figuren.

5224 Koedi met houten apen-kop als greep.

5225 Koedi met hoornen apen-kop als gevest.

5226 Koedi. Lebak.

5227 Koedjang met 5 loek.

*5228 Zoogenaamde krakeling, veeht-instrument. Gebrekkige nabootsing in tamarinde-hout van een Europeesch model.

5229 Soort van mes (krentjeng) voor dieven, moordenaars, enz ; niet meer in gebruik.

§5230 Eechte kris {kris heroes), tot aan de punt met goud ingelegd. Afkomstig van een Hantamschen pangeran.

5231 Zeer lange kris loeroes, ain de onderkant ajour bewerkt.

5232 Kris loeroes met twee kembang katja.

§5233 Kris loeroes met buitengemeen fraai bewerkte, zilver vergulde schede.

Hreede en korte, rechte kris met zeer dik handvat. Kris loeroes met pamor blarak sinèrat.

Kris loeroes met fraaie schede.

Lange, rechte kris.

n n V

„ sa niet naga aan het lemmet.

„ n v (kris radjoeg) met pamor wëlit wësi-

Zeer lange, rechte kris.

76

5234

5235

5236

5237

5238

5239

5240

5241

-ocr page 89-

Java,

5242 Kris loeroes.

5243 Zeer smalle, rechte kris.

5244 Kris (rechte) met twee langwerpige gaten in het ijzer, gevolgen van ouderdom en veel slijpen.

5245 Korte, rechte kris.

5246 Korte en zeer smalle, rechte kris met wajang-ftguur als greep.

5247 Zeer kleine, rechte kris

5248 Zeer dunne, rechte kris.

5249 Rechte kris {kris loeroes) met versierde, koperen schede

5250 Rechte kris met fraai pamor en koperen schede.

5251 Rechte kris (kris djalak woeloeng). Zeer oud.

5252 Zeer kleine, rechte kris met ivoren handvat {knpnla

5253 Rechte kris met naga bij den greep.

5254 Kris loeroes, breed, maar zeer kort,

5255 Kris [kris loek oecljoeng) met éene bocht aan de punt.

5256 Kris met 2 loek en ivoren gevest. Zeer oud. W.Java.

5257 Kris met 2 loek. Zeer oud.

5258 Zeer kleine kris {shnpana soyoy) met 2 loek.

5259 Als voren. Preanger.

5260 Kris met 2 loek en gekleurd, ivoren (?) gevest.

5261 Kris met 3 loek.

5262 Kleine kris met 3 loek en hoornen gevest, eene wajang-figuur voorstellende.

5263 Als voren, vrouwen-wapen.

5264 Zeer dunne kris met 4 loek-

5265 Kleine kris sempana met 4 loek.

5266 Kris met 5 loek.

5267 Kris met 5 loek en zeer fraai gedreven, zilveren schede.

5268 Kris met 5 loek en een eenigzins menschelijk gezicht aan den houten greep.

5269 Kris oelar lempèh met 5 loek.

5270 Kris (kris djalak, dapoer pandawa) met 5 loek en . pamor blarak nglajoeng.

5271 Lange kris met 5 loek en eene dieren-figuur (tijger?) aan het breedste gedeelte van het lemmet.

77

-ocr page 90-

Java.

5272 Kris met 5 loek. Zeer oud.

5273 Kris gadjah ugoeling met 5 loek.

5274 Kris {kris roentjang hoenghent) met 5 loek eh ivoren gevest. Vroeger in het bezit van een Regent van Djati-negara.

5275 Kris (kris sempana sahak in tan) met 6 loek en een weinig ingelegd goud.

5276 Kris met 7 loek.

5277 Als voren.

5278 Kris met 7 loek en greep van been (menschelijke figuur).

5279 Kris met 7, weinig zichtbare loek en in hoorn gesneden beeld als greep.

5280 Kris met 7 loek eu ivoren greep.

5281 Kris tjonggong met een gat in het lemmet en 7 loek.

5282 Kris met 7 loek en steenen greep (akik).

5283 Korte kris met 7 loek.

5284 Breede kris met 7 loek en pamor boedoek baso.

5285 Kris naga roenting met 7 loek. Zeer oud.

78

5286

Kris

met 7 loek en fraai gegraveerde, verzilverd

koperen schede.

5287

Kris

d j a 1 a k , 7 loek, met kunstig uitgesneden

ivoren

handvat

, waaronder kleine diamanten. Soeasa schede.

Afkomstig van

een Pangeran Soeraedang.

5288

Kris

met 8 loek.

5289

Kris

met 9 loek.

5290

Kris

met 11 loek en merkwaardig pamor (pantjoran

mas).

5291

Kris

naga-lima-warak met 11 loek.

5292

Kris

met 12 loek.

5293

Kris

tjonggong met 12 loek.

5294

Kris

met 13 loek.

5395

Groote

kris (tjombong) met 13 loek.

5296

Kris

met 15 loek en ivoren greep.

5297

Kris

{sahoek inten) met 24 loek

5298

Kris

met 25 loek.

5299

Kris

(saboek inten) met 31 loek.

-ocr page 91-

Jata.

B300 Kris koentjanglima met 5 ribben op het ijzer. 5301 Kris soewid met vogel-kop als greep om badjot-rantei te doorsteken.

§5302 Kris naga sasra met bijzonder fraai bewerkt lemmet, pellet schede en ivoren greep,

5303 Zeer groote kris met weerhaak in het midden. 630-1 Kris loeroes met ivoren gevest en met zilver beslagen schede.

5305 Kris loeroes sëmpana boengkëm, met pamor blarak sèret. Gemaakt door Empoe Toeban omstreeks 1740.

5306 Kris soedoeg paboengkëm.

5307 Rechte kris, aan het onder-einde a jour bewerkt. §5308 Gouden kris-gevest, gevonden in Kadoe. §5309 Gouden kris-gevest, voorstellende eene zittende

vrouw met haar panakawan.

5310 Ivoren kris-heft in den vorm eener wajang.

5311 Rood laken, geborduurde kris-drager {oekoep). In 1890 ruim 100 jaren oud.

05312 Lans met zeer kort, versierd ijzer, waarop de Arab, inscriptie: O «dSl lt;*111 ^ A*»* ill)

05313 Lans met de Arabische inscriptie;

l,i! *1 rl3 A, J-L .01 Jr.) jcill J.»

aan de andere zjjde versiering

05314 Lans met twee punten en de Arabische inscriptie: bis-millah enz.

quot;5315 Lans met de Arabische inscriptie op het lemmet; aill ü ï ï ï U yjb O\'.J

05316 Lans met de Arabische inscriptie jtü

05317 Lans met gevlamd ijzer, waarop de Arab, letters: aJill *11) *11)

05318 Lans in den vorm eener trisoela.

05319 Als voren met dubbele trisoela.

05320 Als no. 5318, doch met loek.

05321 Lans met ijzer, eenigzins in den vorm eener trisoela. quot;5322 Lans met steel kalapa tioeng en vierpuntig ijzer. 05823 Lans met 5 punten.

05324 Als voren.

79

-ocr page 92-

Java.

053 25 Lans met versierde punt. W. Java.

05326 Lans, waarvan de steel met koper beslagen is.

05327 Lans met koperen versiering onder het ijzer.

05328 Lans met ijzer, eenigzins als een herten-hoorn.

\'\'6329 Lans met versierd ijzer.

quot;5330 Lans [toemhak pèrèk). Pèrèk, soort van zeevisch.

05331 Lans met vreemdsoortig ijzer, waarop maan, sterren, enz.

05332 Lans (tjétjèpèt ==• vinnen van een visch) met vier puntige dwars-ijzers rechts en links onder het ijzer.

05333 Lans met menschelijke figuur op en twee onduidelijke versierselen onder het ijzer.

0a334 Als no. 5333,

quot;5335 L a n s met breed ijzer, waarop de afbeelding van eene gevlamde lans (?) en daaronder het jaartal (ros

0533 6 Lans met zeer lang, aan de punt als eeie zaag bewerkt ijzer.

05337 Lans met aan weerszijde getand ijzer.

05338 Lans (toemhal: kibas), afkomstig van Tji-kalong, district Radjamendala. Wapen van een hoofd in den prang pakoewoean (desa-oorlog) in de 18lt;le eeuw.

0B339 Lans met ijzer, eenigzins als een kruis.

05340 Lans met recht en lang ijzer.

05341 Zeer lange lans

05342 Lans met versierd ijzer.

(gt;5343 Lans met ijzer, eenigzins als het blad van een boom.

05344 Lans met gevlamd ijzer, waaraan een menschelijk gezicht.

\'5345 Lans met gevlamd ijzer en twee vleugels onder aan het ijzer.

05346 Toembak loeroes.

05347 Lans, waarvan het ijzer onderaan gespleten is.

05348 Lans met lang, van onder breed ijzer.

05319 Lans met vierzijdig ijzer, eenigzins als een bajonet.

05350 Lans met dwars ijzer, als van een hellebaard.

05351 Lans met ingelegde schildpad en andere figuren ter wederzijde van het breede lemmet en het jaartal | p^o

053 52 Zeer lange lans met dunnen steel.

80

-ocr page 93-

Jata,

«5353 Lans met zeer lang, versierd ijzer.

0ó354 Lans met uitgeslagen figuren in het ijzer.

05355 Als uo. 5354.

05356 Lans met ijzeren steel.

05357 Lans met ijzer, eenigzins in den vorm eener rog. 0535S Lans met versiering onder aan het ijzer.

05359 Lans met zeer lang en smal, a jour bewerkt ijzer.

05360 Lans met zeer lang, dun ijzer.

05361 Lans met versierd ijzer, waarop eene trisoela is gesmeed.

\'\'6362 Lans met gevlamd, recht ijzer en koperen-streep in het midden.

05363 Lans met bladvormige versieringen aan het ijzer. .

05364 Lans met 3 loek.

05365 Lans met zeer groot ijzer, 3 loek.

05366 Lans met 3 loek en van onderen breed ijzer. . lt;gt;5367 Lans met 3 loek en lange, rechte punt

053lt;i8 Lans met getand ijzer, 3 loek.

05 369 Lans met 4 loek.

O5370 Lans met buitengewoon groot ijZGr) 4 loek. 05a71 Lans met 5 loek.

t,5372 Lans met afbeelding van een oliphant op het breede, onderste gedeelte van het ijzer en 5 loek aan het dunne, bovenste gedeelte.

05373 Korte lans met 5 loek en 2 kwastjes.

05374 Lans met aan de punt gespleten ijzer.

»5375 Lans met vreemdsoortige weerhaken en versiering op het ijzer.

05376 Lans met doorboorden gulden onder het ijzer en zilver beslag.

05377 Lans met ijzer in den vorm van een gelijkbeenigen driehoek.

05378 Lans, waarvan de onderste helft van het ijzer tus-schen twee stiften is gevat.

05379 Als uo. 5378.

oj880 Lans met versierde punt.

05381 Als ao. 5370.

06382 Lan s met weêrhaken.

Catalogus Ethn. voorwerpen. 6

81

-ocr page 94-

Java.

05383 Lans met ingelegde figuur op het ijzer, waaronder twee opstaande weêrhaken.

05384 Lans met eene bovenwaarts en eene benedenwaarts gebogen weêrhaak.

05385 Lans met twee ronde gaten onder aan het ijzer.

05386 Lans met rlerkvormige en andere versieringen onder aan het ijzer.

0B387 Lans met breed ijzer, waarop eene menschelijke figuur.

05388 Lans met gegraveerde versiering op het ijzer en ijzerhouten, met zilver beslagen steel. Volgens traditie afkomstig van pangeran Ali Basa (Sentot).

•gt;5389 Lans met kort, versierd ijzer.

05390 Korte lans met versierd ijzer.

quot;5391 Als no. 5380.

»5392 Lans.

05 393 Lans met ijzer in den vorm eener naga.

05391 Lange lans met recht ijzer.

d5395 Lans met ijzer in den vorm eener lotus.

05396 Lans met ijzer eenigzins in den vorm van een vleermuis.

05397 Lans met 5 loek en zeer dun ijzer om maliënkolders te doorbooren

05398 Lans met 7 loek.

05399 Lans met ijzer als trisoela, 9 loek.

05400 Lans met 10 loek.

05401 Lans met 11 loek en naga rechts en links (Naga penoetoep kiwa-téngën). Indramajoe.

05402 Lans met 12 loek.

05403 Lans met 13 loek.

®5404 Lans met 23 loek.

oB40ó Lans met twee opstaande weêrhaken aan de breede zijden van het lemmet,

O5406 Lans, imitatie van het Chineesche wapen, genaamd kau-li-am.

»5407 Lans, imitatie van het Chin, wapen, genaamd sa-tjé.

o5408 „ „ „ „ „ „ „ kam-kam;

met ijzeren steel.

82

-ocr page 95-

Java.

O5l09 Korte lans, waarvan het ijzer met zilveren figuren is ingelegd. Chineesck fabricaat.

*5410 Lans-punt [koentjoe of koedoep fjempaka), met eenig goud versierd.

5411 Lans-punt, met eenig goud versierd.

5412 Zeer dunne en lange lans-punt om badjoe rantei te doorbooren.

5113 Zeer fraaije lans-punt, met zilver versierd. Gevonden in de Preanger.

5114 Lans-punt met 3 loek, afkomstig -van Pendjaloe (Cheribon).

5415 Driehoekige lans-punt, als een bajonet.

5416 Versierde lans-punt {toemhak tjohong).

5117 Fraai gedamasceerde, lange lans-punt. Kadoe.

5418 Lans-punt met zaag aan ééne zijde der punt {toemhak seyrek). Demak.

§5119 Zeer fraaije, met ingelegd goud versierde lanspunt.

5119a Lange, rechte lans-punt met bijzonder fraai, zilverachtig paraor i hrondjong kawat).

541\'.)1) Lans-punt [kembang sintoeng soeloek t eng ah ke-mantren).

5420 L i 11 a.

05421 Geel koperen 1 i 11 a. 2 stuks.

5422 Zeer dunne 1 i 11 a , eenigermate in den vorm van een geweer-loop.

5423 Koperen geweer-loop.

5424 P a k o e t om zich een weg in het bosch te banen.

5425 Sabel {pasren kapatinggian) met zilveren greep en schede.

5426 Pasren pengaran met zilveren greep en schede.

5427 Pasren in gebruik bij kliwon\'s, enz. met zilveren greep en schede.

*5428 Patrem met zilveren gevest en schede.

5429 Patrem in gebruik bij de para-njai in de kraton te Djokjo; ook da;ir buiten \'s nachts.

*5430 Patrem belangkas (driekantig) met hoornen schede en gevest. Bantam.

83

-ocr page 96-

J AT A.

*6431 P a t r e m met 4 loek.

*5432 P a t r e m (kehchoan tjangkring), vroeger in gebruik bij de Trouwen van aanzienlijke inlanders (Nji Mas Ratoe).

5433 Zeer kleine kris {putrem) Toor vrou-vren.

5434 Pedang met zÜTeren greep en schede, in gebruik bij tjoetak\'s (kapala kampong).

5436 Pedang mot hoornen Garoeda-kop als greep.

5436 Pedang, als bij no, 5435, met pontang-hoè-schede.

5437 Pedang, als bij no. 5435, doch zÜTeren greep en schede.

5438 P o d a n g met Eur. koperen greep ; het lemmet eeniger-mate versierd.

5439 Pedang met hoornen leeuwen-kop als greep.

5440 Pedang soedoek met wajang-greep Tan hoorn.

6441

5442 Kromme pedang. Soekawajana (Melambong).

6443 Pedang met tinnen greep.

5444 Pedang met fraai besneden, hoornen gevest en zil-Teren beslag aan de schede.

5445 Pedang pëtjoek om te babad met de inscriptie in Arabische karakters (pégon-schrift): damel sangking Soeme-dang,

05446 Zeer breede en lange pedang.

5447 Zeer dunne pedang met 5 loek.

5448 Pedang met fraai pamor belarak sèret.

5449 Kromme pedang met hoornen leeuwen-kop als greep.

5450 Pëdang këmantren met zÜTeren schede

5451 Pedang sengget, aan de rug-zijde uitgesneden.

5452 Pedang soedoek.

5453 Als Toren.

5454 Zeer lange pedang soedoek, in het midden eenig-zins gebogen en met versiering aan het geTest.

5455 Pedang toembak lada.

5456 Pedang met hoornen bètet-kop als greep.

5457 Pedang soedoek apit. Indramajoe.

5458 Pedang met greep op Europeesche wijze.

5459 Zeer breede en lange pedang.

6460 Pedang rantjakan met tanden als eene zaag.

84

-ocr page 97-

Java.

5461 Pedang soedoek apit met Arabische inscriptie (djimat). Indramajoe Zeer oud.

5462 Driehoekig ijzeren wapen (piso tvalilis) met korten steel, vroeger gebruikt in de desa Legok, afd. Koeningan (Cheribon).

5463 Piso raoet met verzilverden greep.

5464 Piso raoet.

5465 Bijzonder groote piso raoet.

5466 Piso raoet roentjang.

5467 Piso raoet met zilveren beslag aan de schede en dito kettingje.

5468 Knuppel (roejoeng) van gali-asëm-hout.

5469 Houten hand [kajoe penaboek), vroeger als knuppel gebruikt.

5470 Zakje {tampat titrikan) van gevlochten touw tot het bewaren van vuursteen, tondel, enz. om vuur te maken. Behoort bij no. 5469.

5471 Kromme sabel, afkomstig van Soeka-wajana.

5472 S ë k i n.

5473 Als voren.

5474 Sëkin met gevest van herten-hoorn.

5475 Sëkin met 2 loek.

5476 Sëkin met fraai gesneden hoornen gevest.

5477 Sëkin of kleine kris met 3 loek.

5478 Sëkin met tinnen greep.

*5479 Sëkin mdt zilveren gevest en schede.

5480 Korte, maar breede sëkin.

*5481 Sëkin met geel koperen gevest en schede. Op het lemmet bevinden zich eenige gouden versierselen. ,

5482 Sëkin soedoek, model lar hango.

5483 Sëkin met hoornen gevest

5484 Sëkin met a jour bewerkt, hoornen gevest.

5485 Sëkin met zilveren beslag, in gebruik bij panghoeloe\'s, hadji\'s en santri\'s om karbouwen en geiten te slachten bij feesten.

5486 Sëkin met zilveren beslag op de schede.

5487 Sëkin met fraai uitgesneden, hoornen gevest en zilveren versiering aan de schede.

85

-ocr page 98-

Java.

6488 S ë k i n met koperen greep.

5489 Korte s ë k i n.

5490 S ë k i n met baraboe-toetoel schede.

5491 Lange sëkin met koperen greep.

5492 Sëkin met houten krokodil-kop als greep. Afkomstig van Tjikeroh.

5493 Zeer groote sëkin met pamor omhak banjoe, man en vrouw. 2 stuks.

5494 Zeer breede sëkin met houten menschen-hoofd als greep.

5495 S i b a k , soort van mes, vroeger in gebruik bij hadji\'s.

5196 Si war, soort van sëkin, met handvat mawoeA: petjoek.

5497 S o e d o e k , met goud ingelegd.

5498 S o e d o e k met hoornen gevest, een wajang-kop voorstellende.

5199 Tjarèkèk, soort van koedi.

5500 Tjondre besi itam tjombong. Preanger.

5501 Tjondré. 2 stuks.

5 502 Tjondré walat pamoroan met zilveren greep en met rotan omwonden schede om herten te jagen.

5503 Tjondré gobed, wapen van een amil.

5504 Wapen {kamkany) met lang, gebogen ijzer en ijzeren steel.

5505 Steek -wapen in den vorm eener openstaande, doch onbeweegbare schaar.

O5ó06 Kopij van een zeer oud, rond scliild {taming grihig) van gevlochten rotan. 2 soorten. Pantjawati (Krawang).

»5507 Als voren, langwerpig.

O5f)08 Kopij van een boog en pijl {boelang-haling), gebruikt in den strijd tusschen Chinezen en bewoners van Indra-majoe (17de eeuw?) te Panggadaran.

i

Onderscheidiugs- teekenen.

Toedoeng\'s van Preanger-hoofden:

5509 Boepati pangeran.

86

-ocr page 99-

Jata.

5510 Eaden adipati.

5511 Raden toemenggoeng

5512 Patih.

5513 Hoofd-djaksa.

5514 Hoofd-panghoeloe.

5515 Onder-collecteur.

5516 Adjunct hoofd-djaksa en djaksa.

5517 Wedana, kliwon, raantri tor hoofd-negonj.

5518 Wedana district.

5519 Adsistent-wedana.

5520 Hoofd-mantri, onderwijzer bij eene kweekschool voor inlandsche onderwijzers.

5521 Hoofd-mantri bij het kadaster, docter djawa, onderwijzer bij eene gouv. inl. school.

5522 Mantri bij het kadaster.

5523 Mantri goedang kopi, mantri goedang garem, mantri oeloe-oelpe, mantri tjatjar, mantri hoetan, mantri roemah sakit.

5521 Schrijver bij den Resident, Regent of Adsistent-resident

5525 Schrijver bij een wedana of djaksa.

5526 Schrijver bij een controleur of onder-collecteur.

5527 Kalipah op eene hoofd-negorij.

5528 Naib district.

5529 Kalipah in een district.

5030 Loerah desa.

5531 Toea kampong.

5532 Amil desa.

5533 Mandoer van een gouv. koffij-tuin.

5534 Schrijver van een loerah.

No. 5509 t/m 5534 bevinden zich in de zoogenaamde goud-kamer.

05535 Met snijwerk en verguldsel versierde, rechtop staande stokken (kclir), welke vroeger geplaatst werden naast en achter gasten, die men vereeren wilde. 3 stuks. Koeningan, Indramajoe.

553G Kris mot 5 loek en fraai pamor. Zie bij no. 5338.

5537 Hoofd-deksel van oepas-tjaro (voorrijder). 2stuk8.

5538 Hoofd-deksel van goelang-goelang (begeleider van een voornaam persoon). 2 stuks.

5539 Rood katoenen, met goud-papier versierde bandelier CsalémpanqJ van een goelang-goelang. 2 stuks.

87

-ocr page 100-

Java.

Oepatjara van den Soesoehoennn (?); verkleinde kopiën in geel koper:

5040 Leeuw.

5541 Oliphant.

5042 Kameel.

5543 Naga.

5544 Kerbo.

6545 Tijger.

554 fi Varken.

5547 Kidang.

5548 Haan.

5549 Pauw.

5550 Hen.

5551 Eend.

5552 Gans.

5553 Hert.

05554 Lans (sodor) met Hollandsch vlagje; wordt gevoerd door voor-rijders bij het geleiden van voorname personen. 2 stuks.

05556 Piek met Nederlandsch vlagje, in gebruik bij voorrijders [oepas tjara). 2 stuks,

• quot;5557 Korte, maar breede wimpel (bandmngan oemhoel-oemboel), aan een langen stok bevestigd, vroeger in gebruik bij begeleiding van ambtenaren, bruid en bruidegom, enz.

05558 Zeer zware g o 1 o k met houten menschelijk hoofd als greep. Werd vroeger als staatsie aan hoofden vooruitgedragen

05559 Lans [toemhak liman) met 5 punten, staatsie-teeken van den aanvoerder Andjim bij den prang pakoewoean. Pa-nembong, distr. Tji-poetri.

5560 Geweven bandelier {slempang) van een desa-hoofd (loerah) in de residentie Bagelen, vastgesteld bij circulaire van den Resident van dat gewest, dd. 5 Augustus 1890 no. 4094/10 (geel, mag ook goud zijn).

5561 A.ls voren onder-desahoofd (bekel blakang, tjongkok, baoe); rood, wit en blauw.

5562 Als voren desa-schrijver (tjarik desa); groen.

5563 , „ kampong-hoofd (kamitoea); zwart, aan beide

zijden met geel afgezet.

88

-ocr page 101-

Java.

5664 Als Toren kebajan, eigenlijk hoofd eener golongan; blauw.

6565 , v policie-hoofd (kapetengan); rood.

5566 „ „ dorpa-geestelijke (kaoem); wit, mag ook zilrer zijn.

Zie over no. 5560 t/m 5566 Notulen Bat. Gen. April 1894.

Muzijk-im strumenten.

f5567 Glazen gamelan pelok, afkomstig van Ngaloek, distr. Tji-beureum, afd. Soemedang. Oud.

fnSÖS Bamboe gamelan, Bantam. Zie Notulen Bat. Gen. XXXI, 46 vlg.

05569 Bamboe gong [gong awi). W. Java.

05570 Bamboe t j ë 1 ë m p o e n g. W. Java.

5571 Tamboerijn (rebana kempiang).

5572 Als voren ( „ kótek).

5573 n n ( B gmdoeng).

5574 Strijkstok voor rëbab. Fantam.

5575 Soort van fluit Qétitoed) voor kinderen. 2 stuks. Sinagar.

*5576 Ivoren fluit in den vorm eener klarinet.

5577 Hand-trom (Jcendang). W. Java.

Spellen.

*5578 Onvolkomen ronde, hoornen knikker (goendoe) tot het main parètja (knikkeren). 3 stuks.

f5579 Houten bal met twee handvatsels, welke, langs een hellend vlak rollend, door met een houten vork voorziene lieden opgevangen moest worden. Oud spel, geloetidoengan geheeten, uit het distr. Madjalaja, afd. Tjitjalengka (Preanger). Hij, die den bal wist te vangen, kreeg een prijs in geld, meestal één godën = Z\'/o cent of 3 duiten. De angkloeng goebrak mocht bij dit spel niet ontbreken.

O5580 Langwerpig vierkant schild {taming radjoek) van gevlochten bamboe met vele punten en daarbij belioorende knods (pentoengan) tot het houden van spiegel-gevechten {pentja) bij feestelijke gelegenheden, zooals huwelijken, besnijdenissen, enz. Werd alleen \'s nachts gebruikt. Vermoedelijk een overblijfsel uit zeer ouden tijd. Tji-baroesa (Buitenzorg).

89

-ocr page 102-

Java.

5581 Korte, doch zware sabel, aan ééne zijde plat, in gebruik bij het pgntja-spel. 2 stuks =; een stel. Twee dergelijke sabels worden door één der tweo spelers gebruikt, terwijl de andere met eene lans en rotai schild gewapend is.

5582 Boog voor het schijfschieten met pijlen.

5583 Pijlen, bohoorende bij no. 5582. 12 stuks.

5584 P ij 1, 2 stuks. Krawang. Speel-tuig.

5585 P ij 1 e n voor het pëtènggan-spel. De pijlen worden weggeslingerd met behulp van het hout (kisi), waaraan zich een touwtje bevindt. Krawang.

05586 Voorwerpen, benoodigd bij het totog-spel (vogelschieten, eigenlijk worpen), bestaande uit een stok, waarop een van kain gemaakte vogel, en zes werplansen met ijzeren punt.

*5587 Blikken doos met 13 hanen-sporen.

5588 Hoofd-deksel {topisonglcok). \\ Beliooren bij het

5589 Schild (pennalinq-aling) met] , ,

1 J •\' ■quot; 1 spel hunyseng, vroe-menschelijke gezichten beschilderd. i ger in gebruik hi.

5590 Lans (ioembak pengalak). I feesten (be5nijdeniS)

5591 Stuk rond staaf -iizer (pe- \\ . v-i v t

1 ) huwelijk, enz.), des nënwöl), met touw versierd, om te slaan. - naehtS) na afloop yan

55J- !s e k i n. 1 (jen feest(iisoh.

5593 Bos dunne bamboe (pomhabed), I Tji.waroe (Soeka.

waarmede op den linker-arm sreslafiren I i i

1 poera-kolot).

werd om do strijdenden aan te moedigen.

0559i Ka tja-ka tja, oud spel, waarbij twee personen, gewapend met knuppels (f/adaJt) en stok (lindoelian), een dorden door den met puntige ijzers voorzienen toestel joegen. Depok.

5595 Oor-versiersel (sy; koeping), in gebruik bij het gedoboes-spel. 15 stuks.

5596 Lange naalden {sip pijn), welke door de wangen worden gestoken. Als voren 4 stuks.

5597 Als no. 5E96, doch aan wier einden kleine, brandende was-kaarsen worden bevestigd. 2 stuks.

5598 Priem (aloehan), waarmede men zich op de borst ia de nabijheid van de oksels steekt. Als voren. 2 stuks.

5599 Priem (soellan) met houten bal aan het eeno einde, waaraan ijzeren kettingjes om onder het draaijen van de priem geluid te maken. Als voren. 2 stuks.

90

-ocr page 103-

Java.

5600 Groote, ronde steen, waarmede men hoofd, borst, enz. stoot. Als voren,

5601 Vlag voor gédëboes-spel met Arabische inscriptie.

5602 Vaandel met koran-spreuken. Als voren. Wordt bevestigd aan een stok met vergulden punt. 2 stuks.

5C03 Tol {yangsing). 2 stuks.

f5604 Scherm-stok (sodor) voor main pëntja. Kediri. *5605 Blikken fluitjes, welke aan de slagpennen van duiven worden bevestigd. 6 soorten. Bagelen. Zie Notulen Bat. Gen. April 1894.

Dansen.

5G06 Schouder-bedekking (ioka-toka) eener vrouwelijke topeng. 2 stuks.

5607 Koetang, als voren.

5608 Hoofd-versiersel (sobrah) als voren, soort van kroon.

5609 A m p o k , als voren.

5610 Verzilverde buikband (mèr) van topeng. .

5611 Soort van zakdoek {tjelhned of tjérètjet), wordt aan de linkerzijde gehangen, als voren.

5612 Kaloeng van kralen, als voren.

5C13 Hoofd-versiersel (sobrah). \\

5614 Koetang. j Kleeding van een

5615 Slendang toka-toka.

5616 Soort van manchetten

5617 Kaloeng.

5618 „ rantej. ƒ

£619 Hoofd-versiersel (talpa) voor blenggó of ba-

linggoe, met accompagaemeut van rebab en rebana tandakkende kinderen.

5620 Koperen armband van mannelijke dansers, lènong geheeten.

5621 Sarong (soedji kembang patjar) voor blenggó. Buitenzorg.

5622 Verzilverde schotel tot het aanbieden van de slendang bij het tandak.

5623 Barongan in den vorm van een tijger met rëbana. quot;Worden somtijds bij het tandak en topeng gebruikt.

91

danser bij ang-kloeng-spel {rong-geng angkloeng].

-ocr page 104-

Java.

Tooneel-spel.

5624 Kaloeng van een poetri bij Abdoe\'1 Moeloek.

5625 Op Chineesche wijze rijk versierd opper-kleed van een Abdoe\'l-Moeloek-acteur in de rol van een Vorst.

5626 Kood fluweelen b a d j o e , met passement afgezet, als voren in de rol van Mantri. 2 stuks.

5627 Met gouddraad geborduurd, groen fluweelen badjoe, als voren in de rol van Vorsten-zoon.

5628 Slendang, als voren in de rol van Vorsten-vrouw of dochter (poetri).

5629 Borst-lap (kemberi), idem, idem.

5630 Buikband met de Hollandsche kleuren, als voren.

5631 Valsche baard, als voren in de rol van een Vorst.

5632 Kroon, idem, idem.

5633 Kroon, als voren in de rol van poetri.

5634 Kroon van een wajang-orang-acteur in de rol van Bima.

5635 Wajang-golek.

5636 Voorstelling uit de wajang-golek, Djalansari en Petro. Orakel (pitakonan) voor dansers (tanduk).

5637 Model eener wajang-lamp (blentjong). Tagal. *5638 Wajang-pop van koe-leer, voorstellende Pandji

Asmoro bangoen. Bandjar-negara, Desa-arbeid.

*5639 Als voren, Tjondro Kisono, Pandji\'s vrouw. Ibidem. *5640 „ „ Bantjak, bediende van Pandji. ,

*5641 „ „ Dojok, n » » »

*5642 , „ van buffel-leer, voorstellende Nala-gareng. Bandjar-negara.

*5643 Als voren van geiten-leer, voorstellende Adipati Karna (enge ver wd).

5644 Tjèmen met bijbehoorende rëbab en tjëlëmpoeng; ontbreekt soeling. De hierbij voorgestelde personen heeten: Lesmana, dewi Pertèwi, dewi Soeminta, Tjakra, Djaja Troesn, dewi Dj a hi en twee hahoe\'s.

Paarden-tüig.

5645 Hoofd-stel met zilveren beslag. In gebruik bij aanzienlijke vrouwen. 2 stuks.

93

-ocr page 105-

Java.

5646 Hoofd-stel met doeri-stang. Tagal.

5647 Lederen zadel. Tagal.

5648 Chabrak, 3 soorten.

5649 Roskam (kêrok) van klapper-dop.

Huwelijk.

quot;5650 Houten pop (goegoeiwengari), aan alle zijden met dito eetwaren en vruchten (tales, oebi, katela, tèrong, ketimoen, tjabe, enz.) behangen Werd vroeger op de grenzen der Pre-anger en van Cheribon gebruikt bij hot ngëlamar (ten huwelijk vragen), wanneer de vruchten, enz. werkelijke vruchten waren. De aanzoeker liet verscheidene vau die poppen naar de woning zijner uitverkorene brengen, voorafgegaan door eene lampoe sangsang. Het meisje nam eenige vruchten, liet die droogen en plantte later de pitten. Het einde der ceremonie was, dat de poppen door de omstanders onder veel lawaai van Imnne vruchten beroofd werden.

5651 Soort van orakel [Oemlak Karna) bij huwelijken. De aanstaande echtgenoot stak een rekest in den bamboe, welke het beeldje draagt; vroeg mondeling antwoord en kreeg zulks schriftelijk, hetgeen hij aan zijne geliefde aanbood. Ernst heerschte bij deze handelwijze niet.

*5652 Met kralen geborduurde tasch {dompel songket moeta) voor sigaren, geld, enz., gewoon geschenk van bruiden aan hare verloofden. Buitenzorg.

5653 Zeer groote pinang-knijper [katjih djamhe sina-gar) in den vorm van het hoofd van Hanomau. Werd vroeger in het district Karang (afd. Soekapoera-kolot) bij huwelijks-aanvragen (ngëlamar) door de aanstaande bruid verlangd als sanggoeb.

05654 Lans {toemhak seliran) met geelachtig vaandel, vroeger te Depok in gebruik bij het ngëlamar (ten huwelijk vragen).

5655 Hoofd-doek voor een bruidegom. Zeer oud. 2 stuks.

5656 Hoofd-sieraad (talpa, dastar) van een bruidegom.

5657 Zijden badjoe voor een bruidegom.

5658 Als voren van ginggang Sam.

*5659 Soort van diadeem voor bruiden.

93

-ocr page 106-

Java.

*5660 Zilveren, vergulde haar -naald (kembang hongquot;) voor bruiden.

*5f)61 II aar-na aid (Jcembang gojang) voor bruiden. 3 soorten.

*5602 Kleine haar -naald (pakoe koude) voor bruiden. 2 stuks.

*5663 Versiering (kembang kondé hoender) van de kondé van bruiden.

*5664 Versiering {soesoenting) van het voorhoofd van bruiden.

5665 Versierde voorhoofd-band {toetoep moeka). Hruids-tooi, \\V. Java.

*5066 Oor- versiersel {anting-anting togè) voor bruiden. Een paar.

*5007 Zeven dubbele hals-ketting van kralen, enz. voor bruiden.

5668 Versierde borstlap (kembang tratè). Bruidstooi. VV. Java.

5609 Met prada versierde kabaja eener bruid.

5670 Vrouwen badjoe (koeroeng kadjawa-an), in gebruik bij vrouwen, die volleerd (tamat) iu den godsdienst zijn, bij huweljjk, besnijdenis, enz. Wordt gewoonlijk voor die gelegenheden gehuurd.

5671 Grof gebatikte sarong (simboet toelis), vervaardigd in de desa Katoembiri (Tjaringin, Bantam). Waarde in loco een réal s: ƒ 2 en 16 duiten. Bij haar huwelijk krjjgt de vrouw zoodanige sarong van hare ouders, alsmede een kasang (no. 1137).

5672 Soort van v r o u w e n - r o k (koen), iiruidstooi. W. Java.

5673 Zijden broek {kain masroeh). Oud. 2 soorten.

5674 Muilen (kasoet) bruidstooi. quot;W. Java.

*5675 Slof (kasoet sèlatri) voor bruiden of voor te besnijden vrouwelijke personen. Oud model. 1 paar.

5676 Houten vogel. Werd vroeger vóór bruid en bruidegom geplaatst te midden van de voor hen staande schotels met eten.

05677 Model van eene tandoe worakin gebruik bij het ngarak van besnedenea, gehuwden, enz. W. Java.

94

-ocr page 107-

Java.

f5678 Model van een bamboo draagstoel (djempana), waarmede bruid en bruidegom, dan wel te besnijden personen rondgedragen worden. Hierbij behooren een vlag en vlaggestok, welke afzonderlijk worden rondgedragen.

5679 Model van een toestel (djempana) waarin bruid en bruidegom worden rondgedragen, alsmede een persoon, die besneden moet worden. De bruid zit in het midden; laatstbedoelde persoon rechts van haar; links de bruidegom. Er moeten steeds drie personen zijn. Oosthoek van Java. De stijlen onder het model behooren niet daarbij.

föGSO Bamboe instrument fsampiranj, bij het ronddragen van bruid en bruidegom (arak) in gebruik om bloemen, kain\'s, enz. aan le hangen

0ö68l Hand rang an, vroeger in gebruik bij huwelijksoptochten. Bestaat uit: lans met bajonet-vormig ijzer, pajoeng, lans met lange en smalle, witte vlag en vier lansen met houten knoppen

05682 Draagbaar (djoelian pak si naga liman) voor geld bij huwelijks-optochten, afkomstig van Garoet, vervaardigd in 1704.

05C83 Holle, bekleede, zeer groote bamboe pop (barongan), voorstellende Jioeta üaroesa. Wordt bij huwelijken aan den optocht vooruit gedragen door een persoon, die zich in de pop verbergt.

05G84 Als voren, Ombak Siigiira.

05685 Als voren, man en vrouw. 2 stuks.

5686 Buitengewoon groote kris {kris keboan), vroeger in gebruik bij huwelijken ter versiering van de poeadè en om bij het ngarak van bruid en bruidegom rondgedragen te worden. Buitenzorg.

05G87 Toestel (damar siivoe), welke vroeger des avonds rechts en links van het bruidspaar of van den besnedene bij het ngarak gedragen werd.

05688 Idem, idem, vóóraan (penapit ider-ider). 5B89 Kandelaar {lampoe kapiagam), werd vroeger in de bruidskamer geplaatst. Preanger.

6690 Model van eene bruids-kooi {poeadè). 5(591 Versiering (plisir) van een bruids-bed of vaneen poeadè.

95

-ocr page 108-

Java.

5692 Versiering (lidah-lidah) Tan het bed, de deuren, lëlangsé, enz. bij huwelijken. 2 stuks.

5693 V ersiering (njopok) van het huwelijks-bed. 2 stuks.

5694 , „ 2 stuks (verzilverd).

5695 „ ( r ) n » * 8 stuks.

Godsdienst. Bijgeloof.

5696 Toedoeng van ramboetan-bladeren, dracht van san-tri\'s (Bantam).

I,5697 Model van een toedoeng lejang, vroeger in gebruik bij het badikir tijdens de maand Moeloed (njalaivat), distriet Tji-kemboelan, afdeeling Soekapoera-kolot.

5698 Hoofd-deksel (sorban) voor geestelijken, santri, enz. Banjoemas

O5690 Gajoeng met langen steel. Als bij no. 5697.

05700 Toembak roejoeng. Als bij no. 5697.

5701 Witte, met passement versierde doek tot het bedekken van het aangezicht voor vrouwelijke hadji\'s.

5702 Zeer lange kabaja, vroeger in gebruik bij het gaan naar de moskee. Zeer oud.

5703 Verzilverde staf (tjïs), welke de priester bij liet voorlezen van de preek in de moskee vasthoudt. Krawang, Tji-asem.

5704 Ais voren, doch van hout en gedeeltelijk verguld.

5705 Model van een water-vat (padasan) om zich voor het bidden (semhajan) te reinigen.

5706 Blikken lamp in den vorm eener ananas-vrucht, afkomstig uit eene moskee.

*5707 Bamboe rek al.

5708 Mutsen-bol (kalboet).

5709 Hoofd-sieraad {talpa, dastar) van een\' te besnijden persoon.

*5710 Besnijdenis-instrument voor jonge meisjes. Weinig in gebruik.

5711 Houten pop, voorstellende Nènè Siblak, welke vroeger dicht bij pas geboren kinderen werd geplaatst om booze geesten te verdrijven. W. Java.

96

-ocr page 109-

Java.

5712 Als voren, voorstellende Nènè Tjiploek, welke vroeger bij de rijst in de loemboeng of pendaringan (tampat beras) geplaatst werd met hetzelfde doel als bij uo. 5711.

5713 Soort van orakel {Nènè Tjoewong). Deze pop, waarvan het hoofd en de handen van klapper-dop moeten gemaakt zijn, wordt aan een touw gebonden, waarvan de uiteinden door twee personen worden vastgehouden. Op die wijze trekt de pop, naar men beweert, bedoelde personen naar de plaats, waar verloren of gestolen goed te vinden is.

05714 Drie menschelijke figuren (man, vrouw en kind) van wortels van boengoer-boomen. Vroeger orakel bij het aanleggen van sawah\'s. Afkomstig uit de kampong Petjandaran. afdeeling Huitenzorg.

5715 Beelden, voorstellende de raksasa Lëinboean Dana en Satria Kaden Djaran Sari. Werden door dalang\'s als pita-konan gebruikt.

05716 Houten figuur met menschelijke gedaante, doch duivelachtig hoofd en geheel met slangen-schubben beschilderd, in de linkerhand een boeli-boeli (bewaarplaats van djimat\'si houdende Dit beeld. Naga Soma geheeten, werd vroeger aangebeden, wanneer men eene eenigszins verre reis ging ondernemen, bevreesd was voor roovers of wilde dieren, enz., waarbij mënjang gebrand werd. Gagar bitoeng, district Tji-baroesa (Buitenzorg).

*5717 Houten slang met metalen schel in den bek, vervaardigd van een slinger-plant. quot;Werd vroeger als pitakonan gebruikt. Overblijfsel van slangen-dienst ?

*5718 Doepa-brander, behoorende bij no. 5717.

5719 Twee, in een kastje rechtopstaande klewang\'s, genaamd: bradja-pati, zonder scheden. Werden vroeger door de bewoners van Tomo (Soemedang) medegenomen als djimat, wanneer zij naar Pengadaran (Indramajoe) op reis gingen, om reden onder weg veel slecht volk woonde.

*5720 Hamboe, met figuren besneden wigchel-instru-m e n t der Hadoei. Bantam.

5721 IJzeren djimat in den vorm van een visch [tjong-krang) met koperen beslag en ketting, pl.m. 300 jaren oud. Werd op reizen over den schouder, onder den arm, gedragen. Banjoewangi.

Catalogus Ktlm. voorwerpen. V

97

-ocr page 110-

Java.

5722 Lange, wit linnen dj i mat met Arabische inscriptie.

5723 Djimat (rantei koei) voor kinderen tegen ziekten, bestaande uit een zilveren, gegraveerd, rond plaatje met zilveren ketting.

*57\'i4 Dj i mat (tjaprtkquot;1, bestaande uit een vierkant, aan beide zijden besneden houten plankje en schildpad van klapper-noot. J?ij herstelling uit eene ziekte wordt de met een bloem versierde zijde vau het plankje naar boven gekeerd. Hij ziekte wordt de schildpad op de andere zijde geplaatst, na eerst met water gevuld te zijn eu nadat dit water door den patient is opgedronken Batavia.

§)7-2d Kinder-halsband van roode koralen met één groote en zes kleinere, gouden penningen. Bezwerings-middel van ziekten.

0572,i Lans (Joemhak djedjer andong], waaraan geheimzinnige krachten worden toegeschreven. Bantam. Zie Notulen Hat. Gen. XXXI, bl. 48 vlg.

5727 Heilige, aarden kom (piring pc\'jah serihoe, craquelé). Bantam. Zie Notulen Bat. Gon., XXXI, bl. 48 vlg.

5728 Plat, aarden schaaltje. Als bjj no. 5727.

5729 Koperen blad {toendoeh) met combinatiën van punten, enz. om goede en kwade dagen te berekenen.

057;)0 Zak (kisu) van gcbang-bladeren Als bjj no. 5697. 5731 Hamboe waai j er bjj badikir om zich af te koelen. Desa Aweh ^Lebak).

f5732 Model eener m i m b a r. Hagelen.

•j-5733 Model van het verblijf [sanggar) voor een biddend persoon. Tagal.

05734 Versierd water-vat (padasan) van gebakken aarde; in gebruik bij het sembajang.

Modellen van vaartuigen.

f5735 Prauw k o 1 e k. Hantam. 3 stuks.

f3736 Prauw djoekoeng. Bantam. 4 stuks.

f5737 Prauw djègong. Bantam.

f5738 Prauw tjondong. Bantam.

f5739 Prauw m a j a n g a n. Bantam.

f5740 Model vaneen vlot (yètek bandoengati), zooals vroeger

98

-ocr page 111-

Java.

op de Tji-tandoei door ambtenaren en inlandsche hoofden gebruikt werd. Afkomstig uit het district liandjar Patoman, afdeeling Soekapoera (Preanger).

f5741 Visschers-prauw op rivieren. Kediri. f5742 Prauw banting. ïagal.

5743 Prauw k o 1 e k. Urebes, Tagal.

5744 „ b e n g k o e n g. Brebes, Tagal. Hierbij model eener djaroh = soort van harpoen voor groote visschen.

f5745 Vlerk-prauw (djoekomg), in gebruik bij de desa Binoeangen (Lebak, Bantam) om met snoer te visschen. f5746 Prauw (djoekoeng djaring). Tagal. f5747 „ ( „ lawak). „ f5748 „ {soto dapangan). ,

f5749 , [majangan). „

f5750 Djoekoeng èdèr. Tagal.

Beelden.

5751 Levensgroote pop, voorstellende RaladewaofAgoeng-Madoera uit de wajang-orang

5752 Als voren, bima.

No. 5751 en 5752 werden verhuurd tot opluistering van feesten.

5753 Houten beeld, voorstellende Soejoet of Këlana uit de topeng-sarian.

5754 Als voren ïogog, panakawan van Soejoet.

5755 Als voren de serimpi Ganda Aroem, met boog en Pijl-

5756 Als voren dewi Sékar VVinidjat, met knods.

5757 Houten beeld van een danser {tandak baksa). Afkomstig van Tjidadap, district Tandjoeng-sari, afd. Soemodang.

5758 Beeld van eene ronggeng angkloeng rotvel. Indramajoe.

5759 Idem van haren bodor (paillas).

6760 „ n een tandakkenden man.

5761 Nagenoeg levensgroote pop, voorstellende een bruidegom.

5762 Beeld van een bruidegom en eene bruid (dujang-dajangan). Werden vroeger bij bruiloften verhuurd voor een gulden koper en een bakoel met gebak en gedurende 14 dagen

99

-ocr page 112-

Java.

ter weerszjjden van de deur der bruids-kamer geplaatst. Alvorens te gaan slapen maakten bruid en bruidegom een sembah voor die beelden. Ook bij besnijdeuis-feesten werden zij ter opluistering gebezigd. llt;odjong, distr. Tjibaroesa (Buitenzorg).

05763 Levensgroot, houten beeld, voorstellende een monster [Behegïk) met het hoofd omgekeerd tusschen de beenen. Werd gebruikt als no. 57 81—5783; ook a\'s pitakonan. Een inlander verbeelde zich in een bosch zoodanig wezen ontmoet te hebben, volgens wiens beschrijving dit beeld is gemaakt. quot;Wquot;. Java.

0ö7G4 Houten naga, genaamd Loemas. Een dergelijk beeld stond vroeger rechfs en links van de poort der Srimenganti, behoorende bij de woning van den Eegent van Bloeboer Lim-bangan.

05765 Zittend, gevleugeld, houten, mythisch beest {paksi naga lima) met het lichaam van een tijger, hoofd van een naga en vogel-klaauwen.

Ó76G Beeldje van een hosch-mensch {awoel), hetgeen vroeger door visschers als orakel werd gebruikt. Men beweert, dat zijne ellebogen uitsluitend uit been bestouden. Afkomstig van Parakantroes.

5707 P a n d i t a S i d i k P a n i n g g a 1. De hulp van dit beeld werd vroeger in moeielijke omstandigheden ingeroepen. Afkomstig uit de desa Lewa, district Djatibarang.

57GS Voorstelling eener oude straf op overspel. De man moest zijn hoofd met eene geschilderde koekoesau bedekken en werd, even als de vrouw, achterste voren op een paard zittende, door de negorij rondgeleid.

0n7i)9 Houten beelden, voorstellende eene vroeger in het distr. Tji-panas, afd. Lebak (Hantam) gebruikelijke doodstraf (hoekoeman soetv/satifj). Do beul werd genaamd djaga do lok.

05770 Als voren, desa Tipar, district Hajabang (Preanger). De straf wordt gezegd uit den Padjadjaranschen tijd afkomstig te zijn. De persoon, die op liet blok .idoy-dog) slaat, werd genaamd baradja pali.

05771 Voorstelling van eene soort van kruisiging {hoekoeman pitjis). Geschied ie bij voorkeur op een viersprong. Met een bedoeg werd volk bij elkaar geroepen. Na met tama-

100

-ocr page 113-

Java.

rinde-water begoten te zijn, werd de misdadiger door alwie zulks verlangde te doen, mot messen gekorven. Bandoeng.

05772 Voorstelling eener oude straf-oefening (hoekoeman ranggah). Afkomstig van Madjalaja, afd. Tjitjalengka.

05773 Voorstelling oener vroeger in het district Wanajasa, afdeeling Poerwakarta (Krawang) gebruikelijke p ij n i g i n g van beklaagden, die niet wilden bekennen Hun gezicht werd beklad (ditjonth\'engj met kalk en houtskool Zelfs ging men zoo verre van hunne oogen met tjabe rawit iu te smeeren, als zij in hun ontkennen bleven volharden.

\'\'5774 Als voren van dieven. Alwie wilde, mocht den delinquent tergen door in diens nabijheid rook te maken, hem in het gezicht te spuwen, enz., enz. Afkomstig van Djenglapa-koelon, district Djasinga (Buitenzorg).

0.:)775 Voorstelling eener vroegere dood-straf Choekoeman soendoengj voor zware misdadigers. De veroordeelde werd, zittende op de van een scherp ijzer voorziene soendoeng, langs de pasar en kampoeng\'s rondgedragen. Het ijzer wordt beweerd authentiek te zijn. W. Java.

0Ó776 Voorstelling eener vroeger in de Preanger gebruikelijke straf (djèpret). liet touw boven aan de zamengetrokken bamboe werd doorgekapt.

5777 Holle pop (harongan toëdj, waarin vroeger bij feesten, b. v. na afloop van den padi-oogst, iemand zich verschool om pret te maken door te trachten omstanders te bijten, enz. District liandjar-patoman, afdeeling .Manondjaja (Preanger). Hierbij behooren angkloeng, bedoeg en uo. »778 en 5779.

5778 Fluitje (loëdj, waarmede de in no. 5777 verscholen persoon floot.

5779 Br om-tol fgangsingj. 2 stuks. Behoort bij no. 5777,

quot;\'5780 Ruw van areu-vezels gemaakte poppen. Aki Tedja

MPntëring en Singa VYedi geheeten, vroeger rondgedragen bij bruiloft- en besnijdenis-optochten; ook om regen te doen ophouden. Zij werden daartoe door den eigenaar voor suiker, bras, enz., maar niet voor geld verhuurd. Zeer oud. \'Iji-parai (Preanger).

quot;5781 Houten rak sas a met menschelijk hoofd in de rechterhand. W. Java.

101

-ocr page 114-

Java.

05782 Zeer groote, houten rak sas a met trisoela in de rechterhand en lamp op den neus. \\V. Java.

O.T783 Als voren met knods in de rechterhand en zeer lange neus.

No. 5781 — 5783 werden vroeger gebruikt om booze geesten af te weeren van het huis, do karbouweu-kraal en njst-schuur.

o578-l Houten beeld, voorstellende een wachter (raksa loemi) bij de lawang saketeng der regents-woning te Dajeh-kolot (Bandoeng), gewapend met een koedjang pengarangkas en bandil rangga. Zeer oud.

05785 Houten beelden, afkomstig van de desa Siloeman (Kra-wang), welke moesten dienen als bewakers van zeker huis. Het mannelijke beeld draagt den naam Eagawati, het vrouwelijke dien van Bandasoeati. Zeer oud.

Vaeia.

5786 Kinder-speelgoed (beledilan getrek).

5787 Als voren {behidilan tarik).

5788 Proppen-schieter {bëhedilan, pëlëtokan), kinderspeelgoed. 3 stuks.

57b9 Kinder-speelgoed. Kediri. 2 stuks f5790 Bamboe toestel (rangki, Imgkh-) om hout te dragen, 2 stuks.

fö791 Mand (tjarangka ar engj tot het vervoeren van (houtskool. 2 stuks.

5792 Model van een toestel om goederen te dragen.

5793 Model vaneen toestel (keserj om tabak te vervoeren. Banjoemas.

5794 Model van een bamboe 1 ij k b a a r (kasoeraga, koeroeng batangj.

5795 Kain a r o s. In de Soenda-landen vroeger, op Java nog in gebruik tot het inwikkelen van lijken.

.15796 Model eener bamboe mand (Ijalongtjongj om een kip te transporteren. De kop van den vogel wordt door het kleinste gat gestoken.

f5797 soort van mand (Ijalongtjong bagong, sëlongsongj om varkens in te pakken. W. Java.

102

-ocr page 115-

Java.

fó798 Bamboe hok (penjara fentjang) voor kantjil\'s. W.Java. *5799 Stuk koehoorn om bloedige koppen (sang gr ahJ ta zetten Chirurgisch iustrunient. 2 stuks.

*0800 1) i e v e n - m e s j e {penoerat\\. Djokjakarta. 0580 1 Metalen klok. Zie Notulen Bat. Gen. XXVI, 140. f5802 Bamboe tong-tong

Oi803 Model van een toestel (laoengan), waaraan een zingende perkoetoet in eene kooi wordt gehangen. Vroeger hielden priaji\'s op de aloen-aloen te Tjiamis wedstrijden met dergelijke vogels, waarbij de iaoengan gebruikt werd. De bamboe staak behoort langer te zijn.

5^04 Figuurlijke voorstelling van den dieren-riem met

de inscriptie: Geel koper. Notulen Bat.

Gen. XXVIII, 20 (no. 137).

5805 Als voren, met de inscriptie: = (de woekoe) Langkir geeft roem en hulde. Geel koper. Zie Notulen Bat. Gen. XXIV, 105.

5806 Fragment als voren, met de inscriptie; = naam van de llde maand van het Javaansche jaar. Geel koper. Notulen Bat, Gen. XXIV, 106).

• • • Q/\'\'

5807 Fragment als voren, met de inscriptie: =

asceet Geel koper. Notulen Bat. Gen. XXIV, 106.

5808 „ „ „ Geel koper.

^809 „ TT 71 Tl

5810 Instrument (fjaloek), vroeger in gebruik om steile hoogten te beklimmen, tevens hakmes. VV. Java.

5s 11 IJzeren dieven-gereed schap (loedjoe). Toeban.

5812 „ „ (kèkèt). „

5813 „ „ (linggis maling). „ 58 4 „ „ (gorak).

5815 „ gereedschap (linggis). „

5816 „ „ (per koel). „ fnSi? Model van een sondari met kitiran, in gebruik,

zoowel op sawah\'s, als in de woning, als amusement wegens het geluid, hetgeen op dat eener fluit gelijkt.

f5818 Als voren met oendar. Tagal,

103

-ocr page 116-

104 Madüka.

MADURA.

Rijks-sieraden van het opgelieven panembahanschap Bangkalang:

0ö819 Zadel met toebehoorenmetyerguldzilverenyersierselen.

5820 1) Gouden presenteer-blaadje, waarin gegraveerd : gedagtenis toeken van de Compagnie aan den Panem-bahan van Madura Adipatty Tjaera Deningrat, by geleegendheid dat de Madureesen als hulptroepen op Batavia hebben gediend in den oorlog van den jaare 1783 tegens de Engelschen. — Hetzelfde ook in het Javaansch.

5821 Gouden bedak-doos (tjoepoe) met gedreven ornamenten.

5822 Gouden rozen-oiij-vat {kihas). 2 stuks.

5823 Gouden tab aks-pijp, Hollandsch model. 2 stuks.

5824 Gouden sigaren-koker. Inwendig zilver.

5825 Ouderwetsche, Europeesehe steek, versierd met 693 diamanten en met struis-veêren.

5826 Gouden kwispedoor, inlandsch model.

5827 Rijk gegraveerde degen met zilveren, met vele diamanten versierd gevest, vervaardigd door Jan Hossee, meester zwaardveger op den Vijgendam te Amsterdam; 18Je eeuw.

5828 Sabel met zilver verguld gevest en lederen schede.

5829 Wortel-houten sirih- doos met gouden toebehooren. 6 stuks.

5830 Zilver vergulde g e n d i met drie pijpen.

5831 Knoop met sardonix-steen. 32 stuks.

5832 „ „ amethist- „ (keijoeboeny). 24 stuks.

5833 Gouden, geëmailleerde knoop (kembang iandjoeng). 14 stuks.

5834 Knoop met witten steen (?nas oeroeng), 25 stuks,

waarvan één zonder steen-

5835 vvv topaas. 18 stuks.

5836 Gouden knoop. 18 stuks.

5b37 „ ring met amathist (batoe mirah Siam) en twee

diamanten. 2 stuks.

5838 „ v v brillant.

1

No. 5820 tot en met 5847 zijn in de zoogenaamde goudkamer aanwezig.

-ocr page 117-

Madura.

5839 Ring, sekar kedaton geheeten, met één groote en twee k\'.eine diamanten.

5840 Versiering van eene tjaping in den vorm eener met juweelen bezette, halve maan.

5841 Kris topengan met verzilverde schede en gevest. 8 stuks.

ö8-)2 Harts-vanger, aan gevest en schede met goud versierd. 4 stuks. Behoort bij no 5843.

5843 Houten, met versierd goud bedekt schild. 4 stuks.

5844 Rotan karwats met gouden beslag, behoort bij no. 5819.

5845 Zeer groote, gouden kom (bokor) met gedreven ornamenten.

5846 Deksel voor no. 5845 van gevlochten bamboe met gouden punt.

58J7 Rotan wandelstok met goud en zilver beslag, waarin de punt eener lans verborgen is.

5St8 Rotan wandelstok met gouden beslag en hamer als greep, waarin drie lanspunten verborgen zijn.

5849 Rotan degen-stok met gouden knop.

5850 Zilveren water-keteltje, Europeesch model.

5851 Giberne, versierd met eene zilveren M [adoera]. 6 stuks.

5852 Rotan zitmatje. 3 stuks.

5853 Bade-bade met soeasa en zilveren schede en gevest.

5854 „ „ gouden „ „ ,

5855 Kris, genaamd kananga ginoebah, met 5 loek en tijger aan de gandja

5856 Kris, genaamd Kjai Si Kepel, met 7 loek en fraai, a jour bewerkte gouden schede met topeng.

5857 Kris, genaamd djaka piloeroen, met 5 loek, voortreffelijk pamor en deels gouden, deels soeasa schede, aan het boveneinde met prachtige diamanten versierd, nabootsende eene topeng.

5858 Kris, genaamd Si Tambal, met 13 loek en ivoren, menschelijke figuur als greep.

5839 Kris, genaamd Hoedan Lampes, met 13 loek, voortreffelijk pamor en schede, als bij no. 5856.

Ï05

-ocr page 118-

Madura.

5860 Kris, genaamd Si Garit, met 5 loek en greep als no. 5-58.

5861 Kris, genaamd si seuet, met 7 loek en greep als no. 5858.

5862 Ring (fjitifjin oka) van de schil der kemiri-vrucht.

5863 Vrouwen vinger-ring (tjinljin listring). 58H4 Zijden saboek tjindé.

5865 Kris met 9 loek.

Koperen lilla, met de inscriptie:

£) rgt; o gt; -» ■-» o. o c\'

nr. ixji rf m\'n tui ui ,xji ii,it i.i .tjt tti w jo mnjf nn t?» cm 7 \\jn on rn -n ir,t ,1/j rn y

o . o cï. s

\\^^«s») mijh/ncmim tl» vnnat**t iu» v* jj me- juxa u*

BORNEO.

WESTEE-AFDEELING.

PONTIANAK.

05867 Zeer groote toetoep sadji voor radja\'s.

SAMBAS.

5868 Mannen mutsje van bamboe. Kampong Goembang.

5869 Vrouwen mutsje van kralen. Kampong Goembang.

5870 Zijden sarong.

LOEMAR-DAJAK.

5871 Bamboe mutsje voor vrouwen. Kendajan-stam. oa-der-afdeeling Lara en Loemar.

MANDOR.

5872 Houten s n ij w e r k , voorstellende den kop van een rhinoceros-vogel, eene vrouw en een varken; geplaatst geweest op eene staak vóór de woning van een Dajak, die zich had onderscheiden, en na diens dood op zijn graf, doch zonder staak. Afgebeeld in Notulen Bat, Gen , deel XXVI.

106

-ocr page 119-

Bohxeo.

LAN-FOXG.

05873 Staatsie-bord van den Kapthai van Lanfong met de inscriptie: ^

.. Lan Fon?: t-.ü tsonar tsee = Gou-

\'Bu.- veruuur van Lau Foug.

\'\\o7

05871 Als voren met: s Op zijde!

05875 Als voren met: ~ Stilte!

Pf?

*5876 Zilveren zegel-stempel van den Kapthai van Lanfong met de inscriptie:

t* Lan-Fong-hoi-ki = stempel van het Lan-Fong

sn lit verbond.

«L gt;7 i

*5877 Tinnen idem met de inscriptie : j- — j-1 Lan-Fong-kong-si.

*5878 Houten idem met dezelfde inscriptie als no. 5877. *5S79 Steenen idem met dezelfde inscriptie als no. 5877. O5880 Rond, rotan schild, in het midden puntig. 2 stuks.

LANDAK.

5881 Mutsje van sëkèh-bladeren. Menjoekei-Dajak. 6 stuks.

05882 T o e d o e u g , Dajaksche dracht.

5883 Mand of doos (loeboeh) [Mal.], ipoeh [Daj.], gevlochten van sëkèh-bladeren, Fantoe-Dajak, dicht bij Ngabang. Worden op de Chineesche pasar te Ngabang verkocht.

5884 Mandje (tanpong pemhenèh) in gebruik bij het zaaijen van padi. De stijltjes zijn van rotan, het vlechtwerk van ge-

107

-ocr page 120-

Borneo.

spleten bamboe, de boven-rand van gespleten akar bangkil (liaansoort). De roode kleur is aangebracht met gëtah djërnang, de zwarte met in den rook yan damar zwart gemaakte djérnang. Mënjoekei-Dajak.

5885 In hout gevatte zand-steen (peroenoef), in gebruik bij de jonge, Mënjoekei- en Behe-Dajak vrouwen om de huid te schuren

TAJAN.

05886 ïoedoeng van insang-bladeren, door Chinezen gemaakt. 3 stuks.

quot;5887 Als voren van lëdang-bladeren, door Maleiers gemaakt. 05888 Hoofd-deksel (toedoeng kaló) van de Sëgëlam-Dajak; gevlochten van gespleten bamboe pindjèn.

SANGGAU.

5889 Bëmbëm mutsje (selapoe). Sëkajam-Dajak.

5890 Eotan mandje om groenten te wasschen. Sëkajam-Dajak.

t5891 Kotan mand (djerai) tot het bergen van koopwaar. Mëntakei-Dajak. 2 stuks.

f5892 Eotan draagmand (djangkok) om padi van het veld te halen. Oeloe-Sëkajam-Pajak.

f5893 Mand (ambiri) om de padi van het veld te halen. Këdoekoel-Dajak. 2 stuks.

5894 Eotan mand (penangkin) om padi te vervoeren. Sëka-jam-Dajak.

5S95 Eotan mandje voor zaad-padi. Këdoekoel-Dajak.

5896 Eotan reis-mand (apih). Oeloe-Sëkajam-Dajak.

5897 .Bamboe na ai-mandje {s amp it). Sëkadau-Dajak.

5898 Eotan sirih-taschje (Jtoengking). Eiboen-Dajak. 2 stuks.

5899 llotan-sëgah sirih-taschje (toengIcing) met toebe-hooren Het mesje voor het snijden der pinang heet sing ah. Sëkajam-Dajak.

59(i0 Eijst-wan van poedak-bladeren en dito van bamboe. Sëkajam-Dajak.

108

-ocr page 121-

Borneo.

O5901 Mand (kodoh) om tijdelijk rijst vóór het wannen te bewaren, Sëkajam-Dajak. 3 stuks.

15902 Tanggok ikan. Sëkajam-Dajak. 3 stuks

SINTANGr.

TEBIDAH-DAJAK.

Kleeding.

5903 Bamboe muts (trapoek lagoeng) voor mannen.

oB904 Bamboe toedoeng (tangoehi) voor vrouwen, overtrokken met tangkoeb (no. 5905) en van binnen voorzien van een rotan of bamboe trapoek. Vrouwen-arbeid.

5905 Vlecht -werk (tangkoeb), door vrouwen van bamboe boeloeh vervaardigd tot versiering van ioedoeng\'s. De roode kleur wordt verkregen met djërnang (draken bloed), de zwarte met sap van de bast van den samak-boom, vermengd met roet. 5 soorten

5906 Bamboe hoofd-band (lahoeng ringkaï), versierd met krullen der blad-schede (oepih) van de pinang-palm; wordt door bëlian\'s bij het toedienen van geneesmiddelen aan zieken gedragen. 2 stuks.

*5907 Oor-versiersel (soebang) voor vrouwen. 3 stuks.

*5908 Oor-versiersel [soebang] in den vorm eener stralende zon voor vrouwen en meisjes, somtijds ook voor mannen.

*5909 Hals - sieraad (koengkoeng repang) van langki en mani voor jongelieden en meisjes.

*5910 Hals-sieraad (koengkoeng) van rësëm-hout voor kinderen. De witte kralen zijn van djëli bangkln, de zwarte van boewah kabèh.

*5911 Hals-snoer (saga) van saga-pitten.

5912 Baadje (badjoe soengkit) voor mannen, gemaakt door vrouwen van képoeak en nilau.

5913 Baadje [badjoe beroeti) voor mannen, vervaardigd van de vezels der wortels van de tëngang-plant.

*59U Schelpjes [boerik), door Chinezen ingevoerd. Worden, na een weinig geslepen te zijn, gebruikt tot versiering van kleederen.

109

-ocr page 122-

Borneo.

5915 Geelkoperen enkel- en arm-ring (lantjoeng)\\ worden door meisjes en vrouwen ten getale van 35 a 40 stuks aan eiken arm gedragen. lgt;e bewerkte worden alleen om de enkels gedragen, van I tot 10 stuks aan eiken enkel.

5916 IJzeren voet-ring (lantjoeng kakii voor meisjes en vrouwen. Worden van 1 tot 10 siuks aan eiken voet gedragen 5 stuks.

Huisraad.

f5917 Mat (lajan) van singang-bladeren. Vrouwen-arbeid. 3 soorten.

j-.ï9 18 Pandan hoofd-kussen.

5919 Plat, houten bakje (lintoeng) met steel om Spaansche peper fijn te wrijven.

5920 Houten deksel {toedoeng kwali) voor potten. Mannen-arbeid.

5921 Rijst-lepel (tjatoé) van klapper-dop,

f5922 Eotan rijst-mand [bakoei). Vrouwen-arbeid. f5923 Rotan mandje (hroengoet) tot het bewaren in de

keuken van Spaansche peper.

f5924 Kleeren-hanger {pelompaï).

5925 Fragment van een kleêren-hanger (pelompai).

5926 Rotan ringetjes {kensiloeng) voor een draagmand.

5927 Uitgesneden, houten rug-steunsel (poentjak hèla-daoe) van de zitplaats voor bruid en bruidegom. 2 stuks.

Rust-cultuur.

f5928 Rotan mandje [rèndjoeng peniênéh); wordt door vrouwen over den schouder gedragen, gevuld met zaad-padi, bij het zaaijen van rijst. Vrouwen-arbeid.

5929 Pad i-mesje (pengètin).

f0930 Rotan mand {takïn); wordt bij het padi-snijden om den middel gedragen tot het bewaren der afgesneden aren. Vrouwen-arbeid.

*59-\'il Soort van houten, versierden haak {pë-igkabit), woTamp;t met een band om den middel bevestigd om de takïn (no. 59;i0j te dragen.

no

-ocr page 123-

Borneo,

Nijverheid.

5932 Stuk staal {badja), ingevoerd, waarvan de Tebidah-Dajak messen, pieken, enz. maken.

5933 Aanbeeld {lonas), door Chinezen ingevoerd.

5934 Mesje (seraoet) voor het bewerken van rotan. Eigen maaksel.

5935 B ij 1 (hëlioetiff), eigen maaksel.

5936 H o 1 - b ij t e 1 (pahat), eigen maaksel, waarmede de gëtah-boomen worden bewerkt.

fó9 i7 Besneden plank {amban taHf/koeb), puntig toeloopend. Worden door jongelieden gesneden en aan meisjes ten geschenke gegeven om daarop de tangkoeb (no. 59051 te vlechten. 4 stuks.

5938 Vezels (akar temng) van den wortel van den tënang-boom tot het vervaardigen van touw.

5939 M a n d a u fpangbajaiO, eigen maaksel.

Wapenen.

5940 Touw (tali nilauj, vervaardigd van de bast van de nilau-plant; wordt gebruikt als garen bij het maken van baadjes.

5941 Lans-punt flilah pajau), eigen maaksel.

59J2 Ijzerhouten en bamboe voet-angels {soebak).

59« Zakje (krimbang) van apen-huid ; wordt in den koker

(tëmbilah, no. 2287) gedaan om het bot worden der blaas-pijltjes te voorkomen.

quot;5944 Lans uit de Tebidab-streek. 7 stuks.

05945 Geweer, in gebruik bij Tebidah-Hajak.

5946 Lange, stalen boor (prodjang soempit) om blaaspijpen te maken. Uitsluitend door Tebidah-Uajak gebruikt, de eenige makers van blaaspijpen.

Jaot en vischvangst.

5947 Model van eene soort v a 1 (tjapan langgai) om pëlan-doek (dwergherten) en sëmpidan (boschhoenders) te vangen.

59 4 S IJzer van een harpoen (srëpawg\'} om kleine visschen te vangen.

59-49 Harpoen {tempoeliri) om groote visschen te vangen.

111

-ocr page 124-

Borneo.

Varia.

5950 Besneden, dunne bamboe (entandoh) om bloed op te zuigen. Wanneer bij feesten de vrijer dronken wordt, neemt het meisje haren beschonken sweetheart op haren schoot. Gaat diens roes niet spoedig voorbij, dan maakt zij met een mesje eene kleine snede in diens voorhoofd en zuigt met de entandoh een weinig freed uit de wonde. Gewoonlijk is na die operatie de jonge man al ras weder in staat met zijn meisje verder feest te vieren.

0595l Gong (t/omj hernaga), van Hroenei ingevoerd. Heeft groote waarde.

f5952 Mandje (ramhaï), met schelpen en andere voorwerpen behangen, bewaarplaats van afgevallen navel-strengen. Het middelste korfje heet Icrantoeng. Met het afsehraapsel van de aanhangende voorwerpen, tot eene soort van zalf bereid, smeert men zieke deelen van het lichaam. Bij onweêr wordt de rambai geschud om booze bosch- en rivier-geesten uit het huis te verdrijven. l ij het overbrengen van kleine kinderen uit het eene huis naar het andere wordt de rambai medegenomen om booze geesten op een afstand te houden. 2 stuks.

RANDOEK-DAJAK.

05 9 33 Hoofd-deksel {tanggoi randoek) voor mannen, door Randoek-Dajaksche vrouwen van rotan segah en bamboe gevlochten.

05954 Hoofd-deksel {tanggoi ha toe kékap) voor mannen en vrouwen, door Sintang-Maleische vrouwen van Batoe kékap (Heneden-Melawi) vervaardigd. De buiten-zijde bestaat uit daoei djërënis, de binnen-zijde uit proepoek.

5955 Mandje, vervaardigd, zoowel door mannen, als door vrouwen. 6 stuks.

5956 Sirih-doos {oetar pelimping [langwerpis; vierkant] of jpesirak) voor mannen en vrouwen van rotan sëgah.

5957 Langwerpige, rotan schep-mand (pcmangseï) om kleine visschen te vangen of groenten te wasschen.

6958 Rotan draag-mand {Lerioet) voor mannen.

112

-ocr page 125-

Borneo.

MEL AW I-GEBIED.

Kleeding.

05959 Toedoeng. 6 stuks.

quot;5960 „ 2 ,

5961 Koppen-snellers muts (ketapoe).

*5962 Gevlochten, rotan armband. 2 soorten. 3 stuks.

5963 Badjoe prang. 2 stuks.

5964 Rijk met witte knoopen, enz. versierd badjoe voor maagden.

5965 Als no. 5964, doch voor getrouwde vrouwen

5966 Witte t j a w a t (sahoh) zonder versiering.

Huisraad.

quot;5967 Mat (tikar kelassa). Lebong.

05968 Mat (tikar hoei seyah). 5 stuks.

5969 Rotan mand (cmtiliri) in den vorm van een koeroengan.

5970 Plat, ovaal, pandan mandje. 2 stuks.

5971 Onafgewerkt exemplaar van no. 5970. 2 stuks.

5972 Pandan mand (kehari) met deksel.

5973 Pandan mandje {kehan anjam) met deksel. 2 soorten.

5974 Plat, vierkant, rotan mandje met houten voet.

5975 Pandan mandje (tanggoi).

5976 Zeven, onderling zamenhaugende, pandan mandjes (tanghoh anjarn).

5977 Vijf als voren.

5978 Model (?) van een bamboe draag-mand.

5979 Als no. 5978. 2 stuks.

5980 Onafgewerkt exemplaar van no. 5978.

5981 Bamboe mandje, waarvan de versiering aan de binnen-zijde is aangebracht.

5982 Bamboe mandje.

5983 Als no. 5982, doch onvoltooid.

5984 Bamboe mandje.

5985 Als no. 5984, doch onvoltooid.

5986 Rotan mandje.

5987 Onafgewerkt, bamboe mandje.

5988 Bamboe mand.

Catalogot Ethu. voorwerpen. 8

113

-ocr page 126-

Borneo.

5989 Onafgewerkt exemplaar van no. 5988.

5990 Rotan mand (sampif) met deksel en houten Toet. 3 stuks.

5991 Pandan doos {meloe/ngap] met vier étages. 2 stuks.

5992 Gevlochten pandan toestel (simpoi kerawong) om iets in op te hangen.

5993 K ij s t - w a n (tjapan).

5994 Als no. 5993, doch onafgewerkt. 2 stuks.

5995 Ajak-ajakan.

5996 Als no. 5995, doch onafgewerkt.

5997 Kotan zeef (tjerony).

5998 Model van een bamboe deksel [antoedong) voor eten.

5999 G o r d ij n [heloenr, lajar lembah) voor huizen. 3 stuks.

6000 Bamboe koker (gajoeng?),

6001 Uitgeholde 1 a b o e om water te scheppen. 2 stuks.

6002 Als no 6001, doch kleiner. 2 stuks.

Wapenen.

6003 Koppen- sneller (parang kajan) met toebehooren. 3 stuks.

06004 Lans.

06005 Lans (lidah pajan). 4 stuks.

06006 W e r p - s c h i c h t. 10 stuks.

06007 Werp-schicht met weerhaak. 5 stuks.

06008 Blaas-roer (soempitan).

06009 Schild (klao).

6010 Pijl-koker met vergiftigde pijlen.

*6011 Houten instrumenten tot het bereiden van pijlgift. 2 stuks.

vlschv angst.

6012 Visch-haak. \'2 stuks.

06013 Korte v i s c li -1 a n s

Mczijk-instrumenten.

6014 Blaas-in strum ent {keledi). 2 stuks.

6015 Zeer lange, bamboe fluit (telali).

6016 Korte, bamboe fluit [telali). 2 soorten.

114

-ocr page 127-

Borneo.

6017 Fluit (hangsi), welke met den neus geblazen wordt. 2 soorten.

Modellen tax huizen.

f6018 Dajak-huis.

t6019 Batang-loepar-huis.

Varia,

*6020 Houten aapje met joug op den rug, in gebruik bij de bliang\'s bij bezweringen van ziekten.

*6021 Houten, zittende figuur met staand kind achter zich en kralen halsversiering. Gebruik als voren.

*6022 Steentje, gebruik als voren.

*6023 P i t van de.....vrucht, gebruik als voren.

6024 Bamboe versiering aan \'den vóór- en achter-steven van prauwen. 2 stuks.

KAJAN-DAJAK.

Kleedikg.

06025 Toedoeng {tanggoi sisik nanas) voor mannen.

06026 Toedoeng (tanggoi) van biroe-bladeren voor mannen bij veld-arbeid en varen. De topbedekking heet rinoehni.

06027 Toedoeng van léjoeng = binnenbast van de bamboe. Onafgewerkt.

06028 Toedoeng {tanggoi tang hoep) voor vrouwen. De binnenzijde is gemaakt van daun krapar.

06029 Als no. 6028 (pajoeng). Wordt op de ladang gedragen. 2 stuks.

06030 Toedoeng (tanggoi tangkoep sansang kaki) voor jonge meisjes. Sangsang kaki = met tegen elkaar inloopende voeten, naam van het patroon van het vlechtwerk.

quot;6031 Als no 6028 (tanggoi toelis).

6032 Rotan muts (trapoek), door auak dara voor boedjang\'s gevlochten.

6033 Bamboe mutsje (terapok lahong), met draken-bloed gekleurd, voor mannen.

6034 Bamboe mutsje.

115

-ocr page 128-

Borneo.

6035 Haar-versiering [gohal boek), welke met de tjemara om de sanggoel (kondé) wordt bevestigd.

6036 Bezempje {djoedjong) van welriekende takjes en bladeren voor jongens en meisjes om in het haar te dragen.

6037 Haar-versiersel {gohal sampoek manis) voor vrouwen in de sanggoel, voor mannen tusschen den haarband op liet achterhoofd, een weinig ter zijde.

*6038 Bamboe kam {soegoek) voor mannen en vrouwen. 2 stuks.

6039 Bamboe haarband (luboeng rïngkai) voor bëlian\'s. Moet versierd zijn met boenga ramboek (djénggér ajam) en uitgerafelde stukken van de bloem-schede van de pinang-palm.

6040 Haarband [laboeng krawang), door meisjes voor ongehuwde mannen gemaakt. 3 stuks.

6041 Haarband {laboeng hoewah petai) van bladeren van de tandoek-plant. Als bij no. 6010.

6042 Eotan halsband {oei hoentmg leher) voor boedjang\'s en anak dara.

6043 Geel koperen armbanden {lanljong tarikari) voor vrouwen. Worden door Ambalau- en Kajan-liéadjoe-Dajak gemaakt.

6044 B a d j o e Cbadjoe kapoewak soesökJ voor mannen. Soe-sok = doorregen.

6045 B a d j o e {sènajau pantak atjei boe rik) voor vrouwen en meisjes bij feestelijke gelegenheden. Atjei = glazen knoop; boerïk = geslepen schelpjes.

6046 B a d j o e {hadjoe soesoek tentalang) voor mannen. Da-gelijksehe dracht. Tentalang = met wijde steeken.

6047 Vrouwen badjoe {semajau tampong\'*, versierd met schelpjes Oboeri). ïampoug — samboengau.

6048 Badjoe.

6049 Vrouwen rok {kain soesoek kelait). Kelait =5 naam der figuren, krom groeijende wortel.

6050 Bovenste gedeelte van den snavel van den neus-hoorn-vogel. quot;Wordt gebruikt als knoop voor den gordel-band van een parang.

6051 Witte staart-veêren van den belajau-vogel; worden door mannen op den rug van hun badjoe gehangen en door vrouwen rechtopstaande in de kondé of sanggoel gebruikt.

116

-ocr page 129-

Borneo.

6052 Staart-yeeren van den neus-hoorn-vogel flangsi tingangj, versiering aan mannen bad joe\'s en aan parang-scheden.

6053 Zit-matje (tapi hoetat) van kidang-huid voor mannen. Wordt onder den rug gedragen.

*6054 IJzeren enkel-banden [lantjoetuj kaki) voor meisjes.

huisraad.

6055 Mandje [kohan) met deksel van tandoeh-bladeren tot het bewaren van witte rijst. 2 stuks.

^16056 Rotan hang-mand igoentoeng) met deurtje tot het bewaren van vleesch, visch en andere eetwaren.

t6057 Als voren met nauwen hals en deksel.

f6058 Rotan draag-mand (tempadjang) tot het vervoeren van padi, welke gedroogd moet worden.

f6059 Rotan draag-korf (tengkaluk).

f6060 Rotan d r a a g - k o r f\'j e (kampil koenloek), waarin mannen hunne kleederen vervoeren, wanneer zij uit logeren gaan (berambih).

f6061 Draag-mand (helunsei peboewah kaé ngajau) van gevlochten tandoeh-bladeren tot vervoer van mondkost bij snel-tochten.

6062 Rotan draag-korf (takin kontok) voor vrouwen. Het patroon van het vlechtwerk heet anjam kambing ~ met geiten figuren.

6063 Als no. 6062. Liwe aroi baoelang — met draaikolkenfiguren.

6064 Mandje in den vorm van de rahan-vrucht, voor ëtnping. Kinder-speclgoed.

6065 Mandje om zout te bewaren,

6066 Rotan mandje voor gekookte rijst op reis.

6067 Rond mandje (kohan penaroeh tembakau) met deksel, gevlochten van eene bies-soort [poeroen], om tabak te bewaren.

f6068 Gevlochten rotan korf (berioet). quot;Wordt over den schouder aan een lus gedragen.

6069 Rotan mand [takien kedomoek) met deksel, waarin de bëlian zijne (of hare) steentjes, houtjes en kruiden bewaart.

6070 Mandje (roendjoeng) van bémban (rotan-soort), bjj vischvangst in gebruik.

117

-ocr page 130-

Borneo.

f6071 Mandvormig, rotan deksel {rienykak penoetoep takien djomoer) om de takien djomoer te sluiten. Deze laatste is eene peervormige mand. waarin gedroogde en te drogen padi vervoerd wordt.

16072 Kapstok ypdoempai), door Maleijers gemaakt en gebruikt.

f6073 Kleêren-hanger {peloenipai}. 4 stuks. f6074 Hanger (jjenggantoeny), van een ruwen tak vervaardigd, voor kleêren, kokers, enz., meestal aan een stijl van het huis bevestigd. Wanneer het voorwerp op een mensch of dier gelijkt, heet het pengguntoein/ kedjahan. Kedjahan =; bosch- oT berg-geest. 4 stuks.

6075 Zakje (selipi pinang sirih), van poeroen-stengels gevlochten. om pinang en sirih te bewaren.

f6076 Borden-rak {ensolang mangkok), hangt naast de dapoer (kookplaats).

f6077 Hanger (guntony) voor borden, enz. 2 stuks. f6078 Ligmatje {tikar xoenyyany konlok), gevlochten van de bast der soenggang-plant. Köntök = golvend gevlochten rand. i stuks.

f6079 Z i t m a t van rotan sëgah voor feesten. Onvoltooid. f6080 1\'iiezen mat (tikar poeroen krawang) om op reis te gebruiken.

f6081 L i g m a t [tikar ijoeromi) van gespleten poeroen-stengels. Onvoltooid.

f6082 Groote m a t [lajun] van tandoeh-bladeren om padi te droogen. Onvoltooid.

f6083 ,\\-jour-gewerkt ligmatje (tikar kratvany). 2 stuks.

6084 Kussen (galany poeroen), van poeroen-bladstelen gevlochten en met drooge padi-steeltjes gevuld.

6085 E in ra e r tj e , vervaardigd van den noot van den ijzerhout-boom, om toeak uit de tepajan (groote, aarden pot) te scheppen.

t6086 E m ra e r (tronoeng pengoempan babi) van rnëropak-schors voor varkens-voeder.

6087 iiot.in mand (apik) met deksel ter bewaring binnen quot;s huis van kleederen.

6088 Rotan mandje (raguk) om groenten of rijst ti wasschen.

118

-ocr page 131-

Borneo.

6089 CiliBdervormig, rotan mandje (tamboek qaram) cm zout te bewaren.

*6090 Zakje (sëlipt), van stelen der poeroen-plant gevlochten, voor zout, enz , enz.

6091 Vuurmaker. Hestaat uit 3 stukken.

6092 Rotan schepper (pengaoek loepoen) om zeker gebak, uit meel-b:illetjes bestaande, op te scheppen.

6093 Bezem (penopat tikar). vervaardigd van den staart van een hert, om matten schoon te maken.

t6094 Bezem.

t6095 Eotau borden- rek (enaolawj pinyyan). Plnggan = bord.

6096 Bamboe ter omvatting van een bijl-lemmer bij het slijpen.

6097 W eegschaal (penlmhang tali nweloeny) voor tali moeloeng = buikband voor vrouwen, bestaande uit zilveren schakeltjes. Bij het betalen van bloed-schuld (pati) of andere schuld heeft een stuk tali moeloeng, wegende een dollar, de waarde van een reaal {Itjar). Een pëmakei is gelijk aan tien léjar.

f6098 Rotan mandje (ranihet), waaraan schelpen, gedroogde vruchten en bladeren, schubben van den mieren-eter, enz, hangen. Dient tot hot bewaren van afgevallen navel-strengen der kinderen van het huisgezin. In het mandje bevinden zich gewoonlijk bladeren of takjes van planten, welke eene groote groeikracht bezitten.

6099 Dunne bamboe (enlandoek) om bij het bëbëdak bloed uit te zuigen.

6100 Doos voor no. 6099. Wordt bij het bëbëdak als kussen gebruikt.

6101 Mes (selanggai penloerik) om bij het bëbëdak sneden in de huid te maken.

6102 Rijst-maat [koelak poeloli). Poeloh = tien.

6103 Idem (koelak pasoe). l\'asoe = eene hoeveelheid rijst, gelijk aan 16 dezer gantang\'s. Dient ter afmeting van de rijst, welke bij den koopprijs eener vrouw behoort en aan de bëlian\'s als loon wordt verstrekt.

6104 Deksel (toedoenq tempajan Manga) van pëlai-hout

119

-ocr page 132-

Borneo.

voor een grooten, aarden pot, waarin meestal beras bewaard wordt. Het handvat moet een eekhoorn verbeelden.

quot;6100 Deksel (entoedoeng) voor opgediend eten. Het patroon heet: awan herkoeroeng = rondom koepelende lucht of uitspansel.

»6106 Deksel als bij no. 6105. De binnenzijde is gemaakt van daun marau. eenc dikke rotan-soort.

quot;6107 Deksel (entoedoeny hoelai), onafgewerkt. 6108 Bamboe, waarvan no 6107 gemaakt wordt. quot;6109 Deksel van tandoeh.

6110 Standaard (tihang tjelita) voor een tengkawang-lamp. f6111 Kandelaar {tihang lihau) voor damar-kaars. t6112 Kandelaar (djangka damarj van gevlochten rotan voor damar-kaars bestaande uit een cilindervormig op

gerold pisang-blad, gevuld met damar-gruis.

f6113 Hak bord (sengkalan pengotah laoekj in den vorm van een blad. Laoek = toespijs. 2 stuks.

f6114 Houten vijzel (pellndas bodak) voor bëdak. f6115 Lepel (söndofk kaé mengaoek oelam alem kaliek) van klapper-dop met langen steel. Oelam = visch of vleesch; alem kaliek = koewali.

f6116 Zetnelen-zeef (njuk sokam). Mal. sëkam. f6117 Vierkante beras-zeef (ajak gantoeng). quot;Wordt aan de vier hoeken opgehangen.

f6118 Eonde beras-zeef (ajak) zonder houten rand. f6119 Wan (tjapan penampi heras padl) van de schors van de soenggang-plant. 2 stuks.

f6120 Zeef (djagan) tot het scheiden der padi-steelen van de vrucht.

06121 Ijzerhouten njst-staraper (aloe) zonder versiering.

06122 Fraai a jour bewerkte, ijzerhouten njst-stamper [aloe beranak), waarin twee, uit hetzelfde stuk hout gesneden staatjes, bij het stampen op en neer gaande, geluid maken. Vooral bij oogst-feesten in gebruik.

6123 Klopper (grtntang) van tapang-hout. 2 stuks.

6124 Ijzerhouten klopper, waarmede men in de toekau de padi-stelen slaat ter voorkoming, dat de padi spoedig opraakt. Poesaka.

120

-ocr page 133-

Borneo.

6125 Ronde, rotan sirih-doos {oetur).

6126 Sirih-zakje (pasirah krawang).

f6127 Kotan, gevlochten onder-legger (lokar kaük) eener ijzeren braadpan.

6128 Eij st-schepper {tja toe ngaoek nasi) van klapper-dop.

6129 Regen- en zonne-scherm (toenoek hoengkoek) van daoen pajoeng. Boengkoek = gebogen.

6130 Idem [toenoek pandjang) om op reis onder te slapen. Pandjang = recht.

6131 Rotan foedraal voor no, 6129 en 6130.

6132 Bamboe (loempang) tot het bewaren van de piso-raoet.

6183 Tabak-zak (blansei long). Löng = slang (?) met twee koppen. 2 stuks.

6134 Pandan zak.

*6135 Koperen d o o s j e.

6136 Laboe.

6137 Met figuren versierde steen {toengkoe matang), welke in het midden van de kookplaats wordt gezet. Poesaka.

6138 Band (aman heladaii) voor bruid en bruidegom bij het beroengkelan.

6139 IJzeren haak fa ran) tot het ophangen van een ge-snelden kop.

6140 Bamboe koker tot berging van een selangei (piso raut) en ëntandoek voor het aftappen van bloed bij het bëbedak en bij feesten.

f6141 Kooi (koeroeng manoekj voor eene hen met hare kuikens.

Kinder-speelgoed.

6142 Houten zwaard (apang bajaoe).

6143 Houten parang {isaoe patah).

6144 Als no. 6143 (djadjap). 2 stuks.

6145 ï o 1 (ffastri). 5 stuks.\' Het touw van kapoeak-vezels heet amboe.

f6146 Prauwtje [prahoe pegoerau anak béjalc). Anak béjak s klein kind; pegoerau s spel, speelgoed, 2 stuks.

121

-ocr page 134-

Borneo.

6147 Mandje {entoengap toendjing hantien) met eene nauwe opening. Toendjing = spoor; bantien = wild rund,

6148 Als voren (entoengap herëmhên), Bergmbgn = in een tros. 3 stuks.

6149 Mandje (koban toendjing bantan) van tandoeh-bla-deren voor Smping of sagoe.

6150 Mandje {entoengap home ah rahan) met nauwe opening. Boewah rahan = wilde manggistan-soort. 3 stuks.

6151 Vlechtwerk {entoengap ketoepat) voor ëmping.

6152 Waaijer (hian krawang). Hiau = waaijer; kra-wang s; ii jour bewerkt. Het stelt vooi- de terrassen van den schimmen-berg (tingkasaran). 2 stuks.

6153 Mandje (roendjoeng).

6154 Gevlochten zakje (roendjoeng).

■{•6155 Met anjam-bladcren gevlochten voorwerp (entoengap rnanoek) in den vorm ran oen haan. waarin ïtmping (niet geheel rijpe padi, zonder olij gaar gebakken en daarna in het rijstblok ontbolsterd) bewaard wordt. 3 stuks.

6156 Als voren (entoengap kelajang) in den vorm van een zwaluw.

6157 Als voren (entoengap poeting tiga) in den vorm eener driehoekige pyramide.

6158 Mandje (timpos) van tandoek-bladeren,

6159 Klein, vierkant, rotan mandje (sodoong) om groenten en visch te bewaren.

6160 Naam en doel onbekend.

Huizen.

6161 Blad eener huis-deur (lawang) met naga in hdt midden, boewah lajoeng boven en onder, alsmede sikoe kaloewang als vak-randversiering.

6162 Idem. De versiering heet hoeta ma kan hoelan. De klink heet sikang pintoe.

06163 Plank aan den voorwand eener kamer, versierd met uitgesneden naga en krokodil.

06164 Lijst (ladoeng amhan) boven aan den wand over de geheele lengte van de lawang (woon-vertrek).

122

-ocr page 135-

Borneo.

06165 Drempel-trede (mériót), als versiering op de so-bang aangebracht. 2 stuks.

0616B Eind-versiering [heloeiubueru/ pin toe) boven eene deur.

6167 V ersiering [loeiiipan;/ igt;intoe) der deurposten rechts en links aan den bovenkant.

•f6168 Ronde, houten s c h ij i\' {djempajang toekan) aan de stijlen van eene rijstschuur ter voorkoming, dat muizen binnendringen

•f6169 Houten menschen-hoofd (empntotiy). Wordt geplaatst op een paal voor de huisdeur of op een stijl binnen quot;s huis.

Landbouw.

O6170 Fraai bewerkte, geluidgevende, ijzerhouten plant-stokken {toef/al beranak), door jongens en meisjes gebruikt. 3 stuks,

6171 Kamboe mandje (roendjoeng pemonik) voor zaad-padi. Onafgewerkt.

*6172 X-vormig symbool (sa-sak) van bamboe latjes. Wordt boven den ingang der lawang bevestigd om aan te geven, dat het maken der plaut-kuilen en het daarin storten der zaad-padi (menoer/al) is afgeloopen.

6173 Hamboe mandje {keloengkang pengoendjoek boeroeng oema), hetgeen, met nasi gevuld, aan een stok ot struik op de ladang wordt gehangen van het mënëbas (neerslaan van het onkruid) af tot het oogsten toe als offer voor vogels en aan het rijstgewas schadelijke geesten.

6174 Offer-mandje. Wordt op het veld gehangen, ais de padi rijpt. Zeven dagen daarna kan men met oogsten een aanvang maken.

6175 Ani-ani (pengétin) voor anak dara.

6176 Rotan mand (takien Inhoeng kaé mangi padi) met houten rand tot het bewaren van de padi-aren onder het snijden. Wanneer deze mand vol is, wordt do padi in een tempadjang gestort.

*6177 Haak {pengobit), bevestigd aan het touwtje van no. 6176 ten einde dit om den middel te hangen. 3 stuks.

128

-ocr page 136-

Borneo.

f6178 Groote rotan mand (lonjjk) om gesneden padi huiswaarts te vervoeren. Onvoltooid.

Nijverheid.

f6179 Fakkel {meramhang kaé nwicar manjïk) van akar këmahak om bijen uit hunne nesten te verdrijven. Manjik bijen-nest.

f6180 Emmer (tronoeng pe moe war manjik) van mëropak-schors om bijen-nesten uit een boom neer te laten. Moewar =3 met rook verjagen.

6181 Fraai gedraaide stok {jiejijetak tanglr) tot het kneuzen van zeep-hout, waarmede meisjes het hoofdhaar wasschen. 3 stuks.

6182 Se moekan -wortel; wordt als zeep gebruikt. f6183 Houten, schuitvormige bak (Joelang) ter opvanging

van uit de pers vloeijende tengkawang.

6184 Monsters van weefsels, vau lembak (kruidachtige plant) vervaardigd, voor sarong\'s en badjoe\'s. 6 stuks. f6185 Hamboe koker tot het opvangen van witte gëtah.

6186 Vlechtwerk (tangkoey) van gekleurd bamboe voor hoeden, geverwd met djernang en torong toelis met roet. 18 stuks.

*6187 Gepunt been (pentjHit) van den tempiau om valsche steken in vlechtwerk op te halen. 2 stuks.

f6188 Fijn besneden plank famhan tangkoepj, waarop getrouwde en ongetrouwde vrouwen haar fijn vlechtwerk volgens patronen van fijne reepen jonge bamboe-bast, geel, zwart en rood gekleurd, maken. Onder het vlechten rust de tangkoep op de uitgestrekte beenen. 2 stuks.

6189 Vezels der wortels van de tingang-plant.

6190 Houten toestel (toendai pengaoes tingang), waarop met een mes de grove vezels der wortels van de tingang-plant (grondstof voor touw) verwijderd worden.

6191 Mesje van gespleten rotan om bamboe glad te maken.

6191quot; Schede (kerïmbang) voor no. 6191.

f6192 Boor {djempajan pengadji tjintjin langki) met steenen punt om gaten in schelpen te maken. Ngadji = maken; langki c: schelpsoort.

124

-ocr page 137-

Borneo.

6193 Steen (hatoe pengasah langki) tot het slijpen van schelpen. Langki = kiong = schelp. De bamboe, waarin de steen gevat is, heet kopak.

t6194 Blaasbalg (poepoet). De cilinders heeten oer au, de met kippen-veêren rondom de schijf voorziene zuigers dahoe, de steen (niet aanwezig), waarin de geleiders zamenkomen, trodoek.

W APENEN.

quot;GlDö Ijzerhouten b 1 a a s p ij p {soonpit) met lanspunt en vizier.

06 1 96 Schild (klaoë) van sëriam-hout. 3 stuks.

6197 Kapmes (parang putah).

6198 Mand au met bijbehooren.

6199 Kotan bal {raga) tot het bewaren van kapoeak voor geweer-proppen,

6200 Bamboe koker (temilah) tot het bewaren van kruit, kogels of vergiftigde pijltjes voor een blaasroer.

6201 Kruit- en kogel-koker {kelépai).

6202 Katoenen kruit - en kogel-zak {kelépai).

Jacht.

6203 Muts, overtrokken met de huid van een hertekop. In gebruik bij jacht op herten.

6204 Lange rotan (njaring roesa), waaraan rotan-strikken hangen om herten te vangen.

t6205 Val (tjapan langei) voor herten en varkens. Wordt opgesteld in openingen van een ladang-pager en aan een omgebogen, veerkrachtigen tak verbonden. 2 stuks.

6206 Val (tjapan lang si) voor kleine, viervoetige dieren.

Vischvasgst.

f6207 Schep-net (ëmhang).

6208 Harpoen (tempoeling).

6209 Harpoen. 2 stuks.

t6210 Lantaarn, vervaardigd van een laboe-vrucht (teioe menjoeloeh], in gebruik bij het visch-harpoeneren.

16211 Stok (entadjoer) voor zet-lijn.

125

-ocr page 138-

Borneo.

f6212 Hengel (pelampan).

f6213 Totebel (esat).

f6214 Fuik (temiar di tang gar kar ngolih ha hoe) om bahoo (vischsoort) te vangen.

f6215 Groote, rotan schep-mand [tanggok pemansei ikan) voor vischvangst.

6216 Bamboe schep-mandje (tanggok pemansei ikan, oendang) tot het vangen van visch of garnalen. 2 stuks.

6217 Rotan mandje {koeroeng penaroek ikan aloes-aloes hidoep kaé ngoempan kaïl) tot het bewaren van kleine vischjes. welke als aas aan een hengel moeten dienen.

6218 Kotan mandje {roendjoeng), bij vischvangst in gebruik,

MüZ I.I K- r NST ru MENTE N.

f6219 Bëlian-trom {ketoboeng helian), waarop de bëlian\'s slaan, voordat zij in hypnotischen slaap vallen en als somnambule ziekten genezen. 2 stuks.

6220 Bamboe neus-fluit Ctalalïkj voor mannen.

6221 Mond-harmonica

6222 Ijzerhouten klopper voor tawah-tawah (koperen bekken). Hel uiteinde, waarmede men slaat, wordt gewoonlijk met getah besmeerd en met tali tëngang omwonden.

Scheepvaart.

06223 Draken-kop ter versiering eener prauw (dahoep), waarin jonge lieden van beider kunne, al vrijende, bij lagen waterstand door toeba bedwelmde visschen harpoeneren.

c6224 Stijlen (tihang tang an dahoep), waarop de veêren-versiering der prauw rust. 2 stuks.

06225 Houten rugleuning {ladoeng dahoep\') met snijwerk der prauw.

06226 Prauw-versiering {temanei sikap dahoep), bamboe, voorzien van argus-faisant-veêren, welke de vleugels van den draak (no. 7i09) moeten voorstellen. 9 stuks.

\'\'6227 Met snijwerk versierde pagaai (patar).

126

-ocr page 139-

Borneo.

Spellen.

6228 Touw (tamhat manoek sohoengJ om een klophaan rast te binden. Het stuk klapper-dop dient ter voorkoming, dat de haan zich in het touw verwarre.

f6229 Etens-bak Cloelanff oempan manoek tamhatj roor een klophaan. Tambat — vastbinden, omdat klophanen meestal in de lawang bij de deur aan den wand worden vastgelegd.

BATANG-LOEPAR-DAJAK.

6230 Eood b a d j o e csonc/katj. Katoenggau.

6231 Badjoe (\'kain sadongj. Katoenggau.

6132 Badjoe b e b a n g.

6233 Badjoe (kain sadongj.

6234 Vrouwen sarong (tapeli). Katoenggau.

6235 „ „ (tapeh sahoh itamj. Als voren.

6236 Sarong (tapeh).

6237 T j a w a t (kain sadonyj.

6238 T j a w a t (sahoh soengkit) voor feesten.

KATOENGGATJ-DAJAK.

6239 Geweven tja wat (sahoh petasj. Lebong.

6240 Rotan draagmand.

*6241 Zilveren oor-versiersel {hoehang mapang ~ lange boebang).

6242 T j a w a t (sahoh soengkit).

6243 Doos [tenwng) van boomschors.

6244 Wit, rood en blauw garen. 3 strengen.

EMBALAV-DAJAK (BOVEN-KAPOEASJ

6245 Geelkoperen armring (lantjoeng lang an) voor meisjes of vrouwen; worden van 35 tot 40 stuks, de onbewerkte tusschen de bewerkte, om den beneden-arm gedragen. 8 stuks.

6246 Kuit-ring (anjing) van gespleten rotan, waaromheen zwarte ringetjes van rësëm en geele van lantjang (menghel van geel en rood koper), voor mannen, vrouwen en kinderen, doch niet voor ouden van dagen 2 stel.

6247 Geelkoperen armband (lantjoeng tangkelai) voor mannen aan den boven- arm.

127

-ocr page 140-

Borneö.

6248 IJzeren punt (sangkoeh) van een blaaspijp.

KEBAHAN-DAJAK.

*6249 Oor-versiersel isoebang) voor mannen. Vrouwenarbeid. 2 soorten. Kebahan- en Kajan-Dajak.

06 2 50 Rotan mat.

LEBANG-DAJAK.

6251 Baadje (badjoe soengkit) voor mannen, gemaakt door vrouwen van zelve vervaardigd garen.

RANDOEH-DAJAK (N. PINOH).

6252 Rotan mand (hakah keraivangy

BEA-DAJAK (MATAN)

06253 Stel muziek-instrumenten, bestaande uit vijt lange bamboe\'s, waarvan de onderste of de middelste geleding gespleten is, waarin zich bevindt een langwerpig rond, hard stuk hout, iets korter en dunner dan de geleding lang en dik is, en daaronder een dito schijfje. Nadat de gespleten geleding met rotan omwonden en het ondereinde der bamboe met een houten klos voorzien is, wordt het instrument bespeeld door zulks met het ondereinde op den grond te laten vallen. Het instrument heet témiang naar den naam van de bamboe-soort, welke daarvoor gebruikt wordt. Twee mannen houden in elke hand een tèmiang en een derde de vijfde tëmiang. De toonhoogte verschilt naar gelang van de dikte en lengte der gespleten geledingen.

OT-DANOM.

6254 Badjoe (serajoeng koelit mengkoelï) van tijger-vel.

PLAATS VAN HERKOMST ONZEKER.

f6255 Groote, hooge draag-mand van boomschors met deksel.

128

-ocr page 141-

Borneo.

f6256 Kotan mandje (takin tajaty, door vrouwen gemaakt en gebruikt tot berging van kleederen. De houten rand wordt door mannen gemaakt.

6257 Klewang met tinnen gevest.

6258 Golok.

\'■6259 Patroon-ira sch.

*6260 Touw (tali daoen rouas) van de vezels van ananasbladeren voor schep-netjes om visch te vangen.

ZUID- EN OOSTER-AFDEELING.

06261 Toedoeng (sraong) voor mannen en vrouwen bij ladang-arbeid. Koetei.

6262 Bamboe muts, met vederen versierd. Pare-Dajak.

5263 Ikat pinggang van geklopte boomschors. Pare-

Dajak.

06264 Mat van de Ot-danom.

06265 Lans. 2 stuks.

6266 Sirih- en sigaren-doos. Amoefitei.

6267 Sirih-doos. Amoentei.

o6268 Gebogen zwaard {patjat gantoeng) 2stuks. Bandjer-masin.

\'6269 Recht zwaard. Bandjermasin.

O6270 Klewang.

*6271 Sierlijk bewerkt mes, op een Europeesch scheermes gelijkende, doch met ronde gaten in het lemmet.

t6272 Model eener prauw kol ek.

f6273 Model van een toestel, geplaatst voor de woning van een overleden Dajaksch hoofd, waarop zijn lijk gedurende eenigen tijd wordt tentoongesteld.

CELEBES.

ZUID-CELEBES.

6274. Sarong.

6275 Bui kb ank met ingeweven, Arabische inscriptie.

6276 Kain bira. Boelekomba.

Catalogus £thc. voorwerpen. 9

129

-ocr page 142-

Celebes.

6277 Breede, rechte kris met zilveren versiersel aan de schede.

6278 Kris met 6 loek.

6279 Rechte kris.

6280 Kris {lalahó). Bikeroe. 2 stuks.

6281 „ (sapoekala), gemaakt van een Europeeschen sabel. Bikeroe.

6282 Kris (golo). Bikeroe.

6283 „ (lamhd). Bikeroe.

6284 „ (sapoekala honto metena). Oud model; wordt niet meer gemaakt.

6285 Kris {sapoekala). Bikeroe.

6286 Sekin.

6287 Bade, vervaardigd in Loehoe. 2 stuks.

6288 Bade. 6 stuks.

06289 Lans [todjarroeng). Bikeroe.

»6290 , ( „ ). Loehoe.

quot;6291 „ [hiring). Soembawa,

06292 Strik-lans (tjekelé).

KARAMA (WESTKUST).

6293 Groen b a d j o e met geborduurd voorstuk.

6294 Houten bakje.

6395 Houten lepel. 3 stuks.

6296 Houten lepel voor manisan.

6297 Houten instrument om gekookte rijst om te roeren. 2 stuks.

6298 Veger van aren-steelen.

6299 Rood en geel koperen b o k o r om de handen te was-schen. 5 stuks.

6300 Rood en geel koperen kwispedoren. 2 stuks-

6301 Geel koperen schaal op dito voet, 5 stuks.

6302 Geel koperen lamp voor twee pitten op dito standaard,

6303 Geel koperen doos met deksel.

6304 Koperen waterketel.

6305 Geel koperen schaaltje.

6306 Rijk versierde klamboe.

130

-ocr page 143-

Celebes.

6307 Met wit katoenen figuren versierd stuk rood katoec, voorhangsel eener deur (?).

Mo. 6293 t/m 6307 zijn veroverd bij gelegenheid van de tuchtiging der kampong Karama in 1888.

NOORD-KUST.

6308 K a i n benténan. Bwool.

6309 Zwarte, met gouddraad doorweven, katoenen sarong. Bwool.

6310 Geruitte sarong. Bwool.

f6311 Wieg (töéni). Bwool.

6812 Plankje (fotadilo) om het hoofd van zeer jonge kinderen plat te drukken. Bwool. Zie Notulen Bat. Gen., 1892, bladz. 82 en 83.

6313 Driehoekig stukje a a g o e-h a s t (kobonatanio loe7ig-gaka), hetgeen onder het hoofd wordt gelegd. Behoort bij no. 6312.

6314 Borst-plankje {doedontoegoe doedoehoe). Behoort bij no. 6312.

6315 Groote pop (diotofenoenad), kinder-speelgoed. Bwool.

6316 Speel-goed Bwool.

06317 Mat. 3 stuks. Bolang-itam.

6318 Met gouddraad doorweven, katoenen sarong. Bolang-besi.

6319 Blauw gekleurde sarong. Bovenlanden van Bolang-mongondo.

6320 Kain benténan, poesaka van de familie Manopo, als zijnde afkomstig van den Sultan van Bolang-mongondo (omstreeks 1800).

06321 Langwerpig, geel koperen tjekalèlè-schild.

06322 Tjekalèlè-lans.

06323 Idem zwaard.

No. 6321 tot en met 6323 zijn poesaka\'s van den Vorst van Bolang-mongondo.

MINAHASA.

6824 Badjoe van boomschors (kajoe moëma), in gebruik bij werk in bosschen en aan wegen.

131

-ocr page 144-

Celebes.

6325 Kleeding-stuk van boomschors (kajoe lahendong), meer gewild dan no. 6324.

6326 Idem (kajoe matawoekoen ?). Deze schors wordt de beste geacht (cf. no. 2736).

6327 Muts van geklopte boomschors ilahendongquot;! / J . g

6328 Badjoe van , n

6329 Broek „ n ( )j j

6330 Houten schild.

ff C3 « ra 0

6331 , zwaard. I \'quot;\'\'S\'gjo

n v p- « c

6332 Mat. 2 stuks. Tombatoe, district Tonsawang, afd. Belang.

6333 Ovale doos van silar-bladeren en het binnenste van den sagoe-palm.

6334 Eonde idem.

6335 Groote mand van silar-bladeren.

6336 Idem kleiner.

6337 „ nog kleiner.

f6338 Model van een woonhuis.

GORONTALO.

Kleedikg.

6339 Toedoeng van daoen gebang. 3 stuks.

06340 Hoed (toloe, wontoeü), gemaakt van de stengels van de silar, welke stengels men eenigen tijd in modder legt om ze zwart te doen worden. 7 stuks.

6341 Mutsje, als voren. 2 stuks.

06342 Hoed, gemaakt van nipah-bladeren. 3 stuks, waarvan één onafgewerkt.

6343 Rotan hoed. Afd. Limboto, district Batoedaii.

6344 Zwart zijden hoofd-versiersel {paloervala) van adelijken bij groote plechtigheden. Hij dit exemplaar vervangen koper, wat goud moet zijn, en kralen diamanten.

6345 Hoofd-versiersel eener bruid. Als bij no. 6344.

6346 Nabootsing in\'koper van een gouden nagel {hilioe). 4 stuks.

6347 Badjoe (hostahoa) van adelijken bij trouwplechtigheden, waarover een buikband met breeden, gouden plaat wordt gedragen. De knoopen behooren van goud te zijn.

132

-ocr page 145-

Celebes.

6348 Bad joe (boötoenggohoe) van aanzienlijke vrouwen bij trouwplechtigheden. Bij dit exemplaar vervangt koper, wat goud moet zijn.

6349 Wit katoenen b a d j o e {boö mongopoetoe) van geringe vrouwen.

6350 Borst-bedekkiug (wolimotno) voor vrouwen, wanneer zij, b. v. binnen \'s huis, geen baadje gebruiken.

6351 Buikband {étango) niet plaat, in gebruik bij zeer plechtige gelegenheden over de jas of het badjoe door Goron-talosche hoofden (model). Gewoonlijk van goud en mot diamanten versierd.

6352 S a r o u g (lipa-Upa). 2 stuks.

6353 Sarong {lipa-Upa pilitota). Limboto, distr. Tibawa. 2 stuks.

6354 Wit katoenen broek (/alula daa) van aanzienlijken, vooral vroeger in gebruik.

6355 Wit katoenen b r o e k {talala iiianélo, popo) van geringe lieden.

6356 Als voren [talala Atjeh).

6357 , „ ginggam {talala padjama). \'2 stuks.

6358 Wit katoenen broek (talala ivolóerloe), dracht van gegoede, Goroutaleesche vrouwen, wanneer zij te paard rijden.

6359 Ka in (talala pilitota) voor broeken. Limboto, district Tibawa.

6360 Slendang (talambé),

6361 „ (selendang pilitota). Limboto, district Tibawa. 2 stuks.

6362 Zakdoek (léto), dient meer als sieraad, dan als neusdoek.

6363 Stuk geklopte, witte boom-schors, vrouwen-dracht.

Huisraad.

6364 Eonde doos van pandan-bladeren.

06365 Ronde doos (depoehoe palipalilingo) van silar-bladeren. 17 stuks.

06366 Langwerpig vierkante doos (depoehoe lomhilomhihialo) van silar-bladeren, 2 stuks, ............ . _

133

-ocr page 146-

Celebes.

6367 Vierkante doos {ahila lombilomhibiato) van silar-bla-deren. 5 stuks.

6368 Als voren, wit.

6369 Ronde doos {abila paUpalilingo) van silar-bladeren. 5 stuks.

f6370 Bamboe mand (pnda) voor kleêren, enz. 3 stuks.

6371 Bamboe klapper-zeef (dapi-dapi), algemeen in gebruik.

6372 Bamboe wan (u: a dj a he), als voren.

06373 Idem id. (tiïHhe), als voren. \'2 stuks.

6374 Mand {abaoengo) van de bast van de seho. De kleine soort wordt gebruikt tot berging van tabak, enz.; de groote voor kleêren, enz. 3 stuks.

6375 Tas eb (loepilo) van silar-bladeren voor pinang, tabak, enz. 4 stuks, waarvan twee onafgewerkt.

6376 Karong (balati) van daoen nipah. 2 stuks.

6377 „ { n ) v i) silar. 4 stuks.

06373 M a-t (amungo tiohoe) van daoen tioboe. Gorontalo en Limboto. 5 stuks.

6379 Mat (amonyo lomoeli) van daoen pandan. 2 stuks. f6380 Deur-mat {hoela) van daoen nipa voor geringe lieden. 2 stuks.

6381 Karong lajar van daoen silar. 4 stuks.

Modellen van werktuigen om van kapas garen te maken: f6382 Lilihita om de pitten te verwijderen ;

63\'3 Boelio om de kapas losser te maken;

6384 Pipini om de kapas van gebroken pitten, enz te zuiveren ;

6385 Boeboö om de gereinigde kapas plat te slaan, alvorens die in rolletjes ter grootte van een sigaar te verdoelen;

f6386 Tinggola om draden te maken ;

6387 To.Ua om strengen te maken ;

6388 Boeboloeiu om het garen glad te maken ;

f6389 Hoehoeloela om het garen in kluwen te winden: 2 soorten;

6390 Tototadenga om het garen voor het weven gereed te maken.

6391 Sigaren-koker van daoen nilar. 3 stuks.

134

-ocr page 147-

Celebes.

6392 Sigaren-koker, gemaakt van de stengels van de seho. 3 stuks.

Modellen van huizen.

16393 Huis vau een districts-hoofd, moderne bouworde.

^6394 II u i s {hélv) van een gegoeden Gorontalees.

16395 „ ( „ ) „ „ districts-hoofd, oude bouworde.

Paardek-tuig.

6396 Kort zadel {icapidoe limboe-limhoe) voor mannen.

6397 Lang zadel [wapidoe ha ja haja) voor man en vrouw, de laatste achteraan. A.lleen vrouwen van aanzienlijken mogen volgens eene oude adat een geele sprei over haar zadel hebben.

6398 Toom {icacingadoe) en zweep (hoeboö),

ijandbouw-GEREEDSCHAI\'.

f6399 Model eener ploeg (popadeo).

16400 , y, egge (hoeheïdoé).

Wapenen.

O6401 Grooto 1 i 11 a (tjotjoran).

Scheepvaart.

f6402 Model eener prauw.

RIJKS-SIERADEN VAN HET VOORMALIGE RADJASCHAP GORONTALO.

§6403 Boegineesche kris met gouden schede en ivoren gevest.

§6404 Boegineesche bade-bade met igouden greep en schede. Het lemmet ontbreekt.

§6405 Zilveren kwispedoor.

06406 Korte lans (djoewalele) met zeer lang en breed ijzer en vijf loek.

06407 Katoenen p a j o e n g.

6408 Rond. rotan schild (parite).

135

-ocr page 148-

Celebes.

TOMINI-BOCHT.

6409 Muts (songka) van apen- of koese-vel, dikwerf met kippen-veeren versierd. 3 stuks. Wordt vooral in den oorlog gedragen door Altheren van Todjo, Poso, Mapané, Saoesoe en Parigi.

6410 Hoofd-doek (siya lemhd) van foeja ambo. 7 stuks.

6411 Beschilderde hoofd-dock van foeja.

6412 Strijd-muts van Poso (pangehi, halalaangi). Zie Intern. Archiv. für Ethnogr. V, 1892.

6413 II air-band {tali bonto), vrouwen-dracht van den stam ïonapo (landschap Poso).

6414 Hoofd-versiersel van dans-meisjes in Todjo en Parigi.

6415 Langwerpig vierkante lap geklopte en roodgeverwde boomschors (foeja) met versierde uiteinden. Mannen-dracht. Door het gat, hetgeen zich in het midden bevindt, wordt het hootd gestoken, waarna de slippen voor en achter het lichaam hangen.

6416 Grove badjoe (badjoe lemba saloedende) van foeja oemajo voor veld- en anderen arbeid. 2 stuks. Kleeding-stukken van foeja of lemba worden algemeen gedragen in Todjo, Poso, Mapané, Saoesoe en Parigi. De mannen dragen tjidako\'s van foeja, liefst beschilderd met figuren, welke allerlei kruipende dieren nabootsen. In huis gebruiken de vrouwen ook wel eens een tjidako, welke breeder is dan die van de mannen, en de neerhangende slip langer.

6417 Fijne badjoe {badjoe lemba). 15 stuks.

6418 Beschilderd, zeer dun, vrouwen badjoe van foeja. Costuum als bij no. 6420.

*€419 Vrouwen armband (baso), uit schelp gesneden; algemeen langs de Tomini-bocht in gebruik.

6420 Met figuren beschilderd stuk geklopte boomschors {foeja) ; imitatie van batik. Costuum van de Alfoersche Tolage-vrouwen te Todjo. 2 stuks.

6421 Nog niet beschilderde sarong {koemoe lemba] Van foeja ambo. 4- stuks. Vrouwen-dracht.

6422 Beschilderde sarong van foeja ambo 8 stuks. Als voren.

136

-ocr page 149-

Celebes.

6423 Geruitte sarong, in de kapala met gouddraad doorweven. Parigi.

6424 Eoode kain. Todjo

6425 Bil-bedekker (palapé), gemaakt van het vel van den sapi hoetan (anoa depressicornus) ; algemeen in gebruik, vooral in het binnenland.

6426 Grove, geklopte boombast of foeja (oemajo).

6427 Fijne idem (ambo). Van de foeja-plant (Brons-senetia papyrifera) komen in de landschappen Parigi, Saoesoe, Poso en Todjo twee soorten, oenajo en ambo, voor. Nadat de schors van jonge stammen of\' takken gedurende eenige dagen in water geweekt is, wordt ze op een harde plank gelegd en zoolang met steenen hamertjes (ikeh) geklopt, totdat het binnenste van de schors zoo dun als papier is geworden. Kerst worden grove, daarna fijne hamertjes gebruikt (zie no. 2865). Groote stukken worden verkregen door vele kleine aan elkaar te kloppen. Met een rotan- of bamboe-penceel wordt de foeja beschilderd, soms ook met eiwit bestreken en geglansd.

6428 Onbewerkte foeja ambo (leniba).

6429 Bereide, maar nog niet beschilderde foeja ambo voor badjoe\'s (lemba). 3 stuks.

Huisraad.

06430 Pandan mat, in gebruik in de landschappen Moöeton, Parigi, Saoesoe, Poso en Mapanc. 4 stuks.

6431 Vierkant, bamboe mandje {hingka). Todjo, Poso, Saoesoe en Parigi. 6 stuks.

6432 Mandje (hapipi) voor kauw-ingredienten. In het binnenste mandje wordt gambir bewaard. Algemeen in gebruik.

6433 Mandje (doeli-doeli), als bij no. 6432. 2 stuks.

6434 Mandje (ohota tabo) om den klapper-dop bij het sagoeweer-drinken op te zetten. Algemeen in gebruik.

16435 Bamban draag -mand (haso) voor vrouwen.

t6436 Bamboe „ {tambagó) voor vrouwen.

6437 Sirih-, pinang-, enz. mand. Todjo, Poso, Saoesoe en Parigi.

6438 Mand i/untang) tot het medenemen van eten op reis. Moöeton, Parigi, Saoesoe, Poso en Todjo. 3 stuks..

137

-ocr page 150-

Celebes,

6139 Mand voor kommen, enz. van daoen silar. Algemeen in gebruik. 4 stuks.

6440 Eotan mand {palamping koe ra) met dito voetstuk. Algemeen in gebruik. 3 stuks.

6441 Eotan mand {pawjisa) voor kommen, enz. Todjo, Poso, Saoesoe en Parigi. 2 stuks.

6442 Deksel voor eetwaren, gemaakt van tabisasoe. Mo-oeton en Tomini.

6443 Eotan eten-mand (padja). Todjo, Poso en Saoesoe. 2 stuks.

6444 K alk-kokertje van laboe hoetan. Algemeen in gebruik.

6445 Houten lepel [iyoe). Algemeen in gebruik.

6446 Soort van bord {lampat nasi) van daoen silar. Mo-oeton en Tomini. 3 stuks.

6447 Schotel {ahoho). De kleine soort wordt als bord gebruikt. 7 stuks.

6448 Weef-toestel met onafgewerkte kain. Met geringe wijzigingen algemeen bij de niet-Alfoeren in gebruik, vooral te Gorontalo, Parigi en Todjo.

Modellen va\\ huizen.

t6449 Alfoersch h u i s. Meestal is het huis in twee deelea verdeeld door eene zóó lage wand, dat men, staande, daar over heen zien kan. Onderaan deze wand is eene strook opengelaten. Aan beide einden is eene opening. Het binnenste gedeelte dient tot slaapvertrek, het voorhuis [tamhalé) om gasten te ontvangen.

f6450 Eaadhuis {lobo), gewoonlijk steviger gebouwd dan andere, Alfoersche woningen; dikwerf versierd met dieren (vocral krokodillen, een heilig dier voor vele stammen) voorstellend snijwerk, met verschillende trommen, waarop bij onraad geslagen wordt, en met schedels en scalpen van vijanden. Een in de lobo genomen besluit wordt den volke bekend gemaakt na alvorens met alle kracht geslagen te hebben op den middelsten, uitgeholden bovenstijl. In sommige lobo\'s is in den middelsten vloer-balk eene uitholling, waarin onder oorverdoovend geschreeuw met een stuk hout wordt gestampt.

138

-ocr page 151-

Celebes.

w apenes.

06451 Lans (totoboko), algemeen ia gebruik.

06452 Piek (tawala), algemeen langs de Tominibocht in gebruik.

quot;6453 Piek {tawala^, mot bokken hair yersierd. Als voren.

06454 Piek [sorongi), met bokken hair, kippen-veeren en blad-tin versierd, wapen van Uadja\'s en andere aanzienlijken.

06455 Blaasroer met vizier (?).

06156 Blaaspijp {sopué) vaa bamboe-toei, vooral in gebruik bij Alfoeren in het binnenland van Sagenti, Kasimbar, A mfibaboe, Toribolo en Parigi.

6457 Bamboe kokertje met vergiftigde pijlen. Behoort bij no. 6456.

6458 Dubbele, bamboe koker voor vergiftigde pijlen. Mo-oeton.

6459 Koppen-sneller (soemura of (jocna), met bladtin versierd. Het gevest is eene nabootsing van een geopenden krokodillen-bek. Vooral in Poso wordt veel werk van de soe-mara gemaakt.

O6460 Schild (kanta, kaleawó), met schelpen belegd en met rood, zwart en wit bokken-hair versierd. Algemeen langs de Tomini-bocht in gebruik,

\'6461 Jacht-spiets (kendjai), algemeen langs de Tominibocht in gebruik.

quot;6462 Werp-lans met weerhaak. Zoodra het wild getroffen is, laat het ijzer, met eeu touw aan de schacht verbonden, los en raakt de schacht dwars tusschen de boomen, enz., tengevolge waarvan het wild niet ver meer loopen kan.

Muzijk-instkumenten

6463 Bamboe neus-fluit {soelingi). Algemeen in gebruik. 2 stuks.

6464 Als voren (ialdlo). 2 stuks.

6465 Bamboe fluit (toelali). 2 stuks

189

-ocr page 152-

Celebes.

CENTRAAL-CELEBES.

6466 Rotan muts (songko hati), met apen-vel overtrokken. Wordt als knjgsdos door de Alfoeren van centraal-Celebes gedragen.

6467 Badjoe van foeja, met katoenen figuren versierd; dracht van de Tonapo-vrouwen.

6468 Stuk vel {palapé) van de anoa. waarmede de Alfoeren van centraal-Celebes zich de posteriora bedekken. Het haar wordt naar buiten gedragen.

06469 Koppen-sneller (f/oena of soemara) van de Alfoeren van centraal-Celebes.

BONI.

6470 Met allerlei figuren versierde, bamboe hoed in den vorm van een Europeeschen matrozen-hoed.

6471 Bloemen-mandje met hengsel. 6 soorten,

6472 Bloemen-vaas. 3 soorten.

6473 Onderlegger van bord of schotel. 6 soorten.

6474 Ronde of aehtkantigp doos (bahoe hodó). 4 soorten.

6475 Mandjes (teAw? iodu) van allerlei vormen. 16 soorten.

6476 Sigaren-koker. 6 soorten.

6477 Eten-drager [rantjang).

6478 Bijzonder fraaije, langwerpige tikar met twee randen, de binnenste met zilverdraad geborduurd, de buitenste van rood laken.

6479 Lans (todjarrveng).

BOETON.

6480 Kain ginggang. 6 soorten.

6481 Geruite kain.

SALEIER.

6482 Kain {tjélé).

PLAATS VAN HERKOMST ONZEKER.

quot;6483 Hoofd-deksel in den vorm van een jockey-pet, vervaardigd van daoen gehang. \'

140

-ocr page 153-

Celebes.

6484 Vierkante bamboe d o o s.

6485 Bamboe sigaren-koker, met figuren besneden.

6486 Klopper voor boomschors.

SANGI- EN TALAUER-EILANDEN.

Kleeding.

06487 Toedoe ng (saroa). 2 soorten. 61-88 Hoofd-doek (paporongnga).

6489 Lange en smalle, zwarte doek {tapasa darandoenga) van ananas-garen. Wordt bij feesten om het hoofd gewonden.

6490

Als

voren.

geel.

6491

\'»

V

blauw.

6492

D

V

geruit.

6493

n

v

wit.

6494

V

V

ginggang saloer.

6495

V

V

geruit (seréndet).

6496

n

n

wit met ingeweven bloemen.

6497

K a m van

eene adelijke bruid. Talauer.

6498 W a a ij e r , als voren.

6499 Vrouwen badjoe (laoeboë icawine). 3 soorten.

6500 Mannen v ( , esaka palhcoengngd). 4 soorten.

6501 Sar o eng (na.ia).

6502 Broek (salana maloë). 5 soorten.

6503 Lange mannen badjoe (laoeboë esaka lamansodani) fan katoen en koffo-garen. 4 soorten. -

6504 Badjoe {laoeba tapasa) als voren.

6505 Broek {tarana „ ) , „

6506 Armband (boeala lirimbangna) van schelp. 2 soorten.

6507 „ ( „ aloelida) » « 4 n

6508 , ( „ adalaa) B „ 5 stuks.

6509 Vinger-ring {sinsin bianga) , 7 ,

6510 Vinger-ring (sinsin) van schelp. Sangi.

6511 Armband (boekalah), als voren.

141

-ocr page 154-

Sakoi- en Talaüer-eila.nden.

Huisraad.

6512 Mandje (haugobeh) met deksel van sësak- of sila-bladeren tot het bewaren van kleêren en sieraden. Sangi. 2 stuks.

6513 Mandje, doel onbekend. 2 stuks.

6514 Pandan doosje (alaro).

6515 „ „ (atoanna), driehoekig, met dito rond doosje voor tabak en nipa-vrucht voor kalk.

6516 Ovale rotan doos {aroewanga) met houten deksel en bodem.

6517 Konde , , bodem.

6518 Hooge, vierkante en ronde als voren.

6519 Ronde als voren, anders dan no. 6517. 4 stuks.

6p20 Gebang mandje {soana) ter bewaring van eetwaren.

6521 Gebang en bamboe tamiang mandje, als voren. 2 stuks.

6522 Als voren, andere vorm. 4 stuks.

6523 , „ met voetstuk voor vruchten. 2 stuks.

6524 „ „ 4 stuks.

6525 Bamban en gebang mandje (pioh) voor sawah-ge-bruik. 3 stuks.

6526 Bamban mandje met voetstuk om ketel, gendi, enz. in te plaatsen 2 stuks.

6527 Pandan mat (bilata).

6528 Zakje (patoa) tot berging van pinang, sirih, kalk, tabak, enz.

6529 Lepel (sasahidek) van lahang-schelp (nautilus) voor aanzienlijken.

6530 Lepel {towé) van schelp. 4 stuks.

Koffo-industrie.

6531 Monster koffo-vezel, grof en fijn. 6 soorten.

6532 Werktuig (Jcakahoedueng of angingoetana) tot het vervaardigen van kofifo-vezels.

6533 Eakahoedang (\'/2 grootte) voor de bewerking der vezels uit de koffo-boom. Taroena. 2 stuks.

142

-ocr page 155-

Sanoi- ku Talacf-r-eilanden.

6584 Bawolénge, waaraan een stuk kotfo-boom bij de bewerking wordt vastgebonden.

6535 Koffo-garen -winder (sasahoerang). Model op \'/io der ware grootte.

6536 Weeftoestel voor fijne stoffen (gordijnen).

6537 „ „ kleedingstukken.

„ »i)

6539 „ v bedgordijnen,

6540 „ „ vischnetten.

6541 Weeftoestel (aolaana arwoeana pinilé) tot het vervaardigen van koffo-artikelen met ingewerkte figuren.

6542 Als voren zonder figuren {aolaana ariwoeana).

6543 Zwarte koffo (handoesa toeroena) voor kleederen.

6544 Witte „ (

deren, fijne soort.

6545 Witte

Gestreepte koffo.

Monster koffo [tapasa darandoenga) voor kleedjes, enz. Talauer.

Monster „ voor kamer-gordijnen, enz. „ , , vischnetten.

(

soort.

6546

6547 4 stuks.

6548

6549

6550 Monster, aantoonende de wijze, waarop no. 6547 wordt gemaakt.

6551 Monsters koffo (halia pinilé) voor kleedingstukken met figuren en in verschillende kleuren. 11 stuks.

143

lalawani of rttaa) voor klee-mawira) voor kleederen, grove

Talauer.

6552

Als voren.

6553

Wijze van bewerking

van

no.

6551.

i

6554

Als no. 6551.

© gt;

6555

Wijze van bewerking

van

no.

6554.

Ö

6556

Als no. 6551.

N

6557

Wijze van bewerking

van

no.

6556.

M ©

a

6558

Als no. 6551.

2 -*-a

6559

Wijze van bewerking

van

no.

6558.

PH

6560

Als no. 6551.

N O

6561

Wijze van bewerking

van

no.

6560.

6562

Als no. 6551.

lt;

a

lt;o

-ocr page 156-

144

Saksi- en Talaüer-kilandbk.

6563

Wijze van bewerking

van

no.

6562. ,

13 \\ ö

6564

Als no. 6551.

1

6565

Wijze van bewerking

van

no.

6564. j

1

f ü

6566

Als no. 6551.

1 SH O

6567

Wijze van bewerking

van

no.

6566. I

d

6568

Als no. 6551.

N

6569

Wijze van bewerking

van

no.

6568. [

M

9 Ö

6570

Als no. 6551.

O u

6571

Wijze van bewerking

van

no

6570. |

c8 p-

agt;

N3 O

\' rr*

6572

Als no. 6551.

6573

Wijze van bewerking

van

no.

6572. \'

lt;5

6574

Monster k o f f o. 10

soorten.

6575

Mandje (tapéIé), waarin

de koffo, voorzichtig öpge-

rold, bewaard wordt.

6576 Wit ananas-linnen (ariwoeana roté parangina)

Toor grove baadjes, broeken, enz. Talauer.

6577 Als no. 6576 {ariwoeana lalawana of ritaa). doch iets fijner. Talauer.

Wapenen.

06678 Schild {aloengngd). 2 soorten.

06579 Schild van het hoofd van Arangkoó, eil. Karakalong.

Talauer.

«6580

Schild. 2 stuks. Talauer.

6581

Zwaard. 3 stuks. Talauer.

6582

Klewang (getélé).

lt;gt;6583

Werp-spies (alaita). 2 soorten.

»6584

„ (samheangnga).

6585

Bamboe kruithoorn.

6586

Zwaard.

6587

Klewang met houten schede.

6588

Tjatok v v

6589

M e s.

6590

Lanspunt.

Modellen vau peauwen.

16591 Prauw londeh. gewoon visschers-vaartuig. Ta-roena. 3 stuks.

-ocr page 157-

Sangi- en Talauer-eilandes.

f6592 Prauw sepeh, vaartuig om van Taroena naar Siauw of Menado over te steken.

t6593 Prauw kora-kora, vaartuig voor vorsten en aanzienlijken, vroeger ook oorlogs-vaartuig.

t6594 Prauw bininta, oorlogs-boot der Sangirezen. 2 stuks.

f6595 Prauw pelang voor het vervoer van steenen en balken langs de kust.

f6596 Prauw kirap, visschers-vaartuig. Taroena. f6597 Prauw tembiioeng, vissehers-prauw. Taroena. f6598 Prauw pelong [saatama pölo).

f6599 „ b i n i n t a ( „ binintaa). 3 stuks. f6600 „ 1 o n d é ( „ asana adioa). 2 stuks. f6601 „ kora-kora [saatama ora-ora]. f6602 „ toembiloeng {saatama asana bahewa). 2 stuks.

f6603 Kotter (saatama sopé).

f6604 Prauw (naam onbekend). Sangi-eilanden. 3 stuks. Vischvangst.

6605 Schep-net [sasilé) voor riviertjes en slooten. Model op l/i der ware grootte. Sangi.

6606 Trek-net (somma) voor het strand. Model.

6607 Visch-net van koffo.

6608 Sleep-net.

6609 Visch-net.

6610 Djala.

6611 Rond schep-net.

6612 Hengel {tahango\\ enz. om de ikan sako te vangen.

6613 Lijn en haak {laroengnga masalaka] voor de vangst van haaijen en andere groote visschen.

6614 Visch-lijnen en haken {ararapd). 7 soorten

6615 Lawakofganggoe om den antoni-visch te vangen. De stokjes, waaraan de visch-hjn is bevestigd, blijven drijven. 5 stuks.

6616 Steek-vischtuig (sahémpang). Model op 1/2 der ware grootte. Wordt des nachts gebruikt, wanneer men met flambouwen den visch naar boven lokt.

CaUlogo* Ethn. voorwerpen. 10

145

-ocr page 158-

Sangi- en Talal\'ee-eilanden.

6563

6564

6565

6566

6567

6568

6569

6570

6571

6572

6573

6574

6575

rold, bewaard wordt.

6576 Wit ananas-linnen (ariwoeana roté parTingind) voor grove baadjes, broeken, enz. Talauer.

6577 Als no. 6576 {ariwoeana lalawana of ritaü), doch iets fijner. Talauer.

144

Wijze van bewerking van no. 6562.

Als no. 6551.

Wijze van bewerking van no. 6564.

Als no. 6551.

Wijze vau bewerking van no. 6566.

Als no. 6551.

Wijze van bewerking van no. 6568.

Als no. 6551.

Wijze van bewerking van no 6570.

Als no. 6551.

: ra

Wijze van bewerking van no. 6572. I Monster k o f f o. 10 soorten.

Mandje (tapélé). waarin de koffo, voorzichtig opge-

ts

a

O)

o

fl

o

o u

cö p-

Wapenen.

06678 Schild {aloengnga). 2 soorten.

(,6579 Schild van het hoofd van Irangkoó, eil. Karakalong.

Talauer.

»6580

Schild. 2 stuks. Talauer.

6581

Zwaard. 3 stuks. Talauer.

6582

Klewang (getélé).

quot;6583

Werp-spies (alaita). 2 soorten.

«6584

„ (satnheangnga).

6585

Bamboe kruithoorn.

6586

Zwaard.

6587

Klewang met houten schede.

6588

Tjatok „ „ ,

6589

M e s.

6590

Lanspunt.

Modellen van prauwen.

t6591 Prauw londeh, gewoon visschers-vaartuig. Ta-roena. 3 stuks.

-ocr page 159-

Sanoi- en Talauer-eilanden.

t6592 Prauw sepeh, vaartuig om van Taroena naar Siauw of Menado over te steken.

t6593 Prauw kora-kora, vaartuig voor vorsten en aanzienlijken, vroeger ook oorlogs-vaartuig.

16594 Prauw bininta, oorlogs-boot der Sangirezen. 2 stuks.

f6595 Prauw pelang voor het vervoer van steenen en balken langs de kust.

t6596 Prauw k i r a p , visschers-vaartuig. Taroena. 16597 Prauw tembiloeng, visschers-prauw. Taroena. f6598 Prauw pelong (saatama pclö).

f6599 „ b i n i n t a ( „ binintaa). 3 stuks. f6600 „ londé ( „ asana adioa). 2 stuks, f6601 , kora-kora [saatama ora-ora\\. f6602 „ toembiloeng {saatama asana hahewa). 2 stuks.

f6603 Kotter (saatama sopé).

f6604 Prauw (naam onbekend). Sangi-eilanden. 3 stuks. Vischvangst.

6605 Schep-net [sasilé) voor riviertjes en slooten. Model op x/i der ware grootte. Sangi.

6606 Trek-net [somma) voor het strand. Model.

6607 Visch-net van koffo.

6608 Sleep-net.

6609 Visch-net.

6610 üjala.

6611 Rond schep-net.

6612 Hengel [tabango\\ enz. om de ikan sako te vangen.

6613 Lijn en haak (laroengnga masalaka] voor de vangst van haaijen en andere groote visschen.

6614 Visch-lijnen en haken [ararapa). 7 soorten

6615 Lawak ofganggoe om den antoni-visch te vangen. De stokjes, waaraan de visch-hjn is bevestigd, blijven drijven. 5 stuks.

6616 Steek-vischtuig (sahémpang). Model op \'/o der ware grootte. Wordt des nachts gebruikt, wanneer men met flambouwen den visch naar boven lokt.

Cstalogoi Ethn. voorwerpen. 10

145

-ocr page 160-

Sangi- en Talauer-eilanden.

6617 Als voren (sariewpah) voor het vangen van inkt-visch. Wanneer de visch aan de afgerolde lijn (sasanèmpah) bijt, wordt hij doorstoken.

6618 Bawahé-oe-taling (\'/2 grootte) om de taling te vangen. Aas wordt niet gebruikt; de blinkende haken verlokken den visch toe te happen

6619 Pangoetak (\'/2 grootte) om de boentoleh (Mina-hassaasch bobarah) te vangen. Hoetak s menschen-hair, aan den haak bevestigd.

6620 Hengel féké-oe-hetoengj, model op \'/e der ware grootte, om de hetoeng of hitoeng (Minahassaasch tjikalang) te vangen.

6621 Visch-lijn (oelanqj. Model op \'/2 der ware grootte, om de kemboleug (goerami) te vangen.

6622 Mes (ha-oek) om de goerami te dooden, nadat deze in de haak van no. 6621 heeft gebeten.

6623 Eotan visch-lijn coewèhj, model op \'/2 der ware grootte, om groote visschen, zelfs haaijen, te vangen, 150 a 200 vademen lang.

6624 Soort van harpoen fsarampangaj om ikan antoni te vangen.

6625 ti v n firoej om ikan antoni te vangen.

6626 Harpoen. 4 stuks. Talauer,

6627 Fuik CoelakJ\\ wordt met geraspte klapper als aas gevuld en met steenen bezwaard tegen het afdrijven.

6628 Model van een visch- fuik. 4 stuks.

6628a Fuik (boewoehj voor diep water. Wordt met den bijgevoegden haak opgehaald.

6629 l?adjoe en broek voor jacht en visscherij. -3 soorten.

6630 Model van eene soort s e r 0.

6631 Toestel om visch in de sero te jagen.

Modellen vas huizen,

6632 Huis Cbalé). 3 soorten,

Müzijk-instrumenten.

6633 Trom (tahonggongnga). 2 soorten.

6634 Schelp (hudoean) om seinen te geven, menschen bij elkaar te roepen, enz.

U6

-ocr page 161-

SaNGI- EN TiLiUER-eilanden.

Varia.

06635 Staatsie-stok van een niet door het Gouvernement aangesteld hoofd (negorij Lirong). 3 soorten.

6636 Stok vau het hoofd van Arangkoó.

6637 „ „ „ Liroeng (Talauer).

6638 „ , den priester van Arangkoó.

6639 Pop, voorstellende een Talauer in krijgsdosch.

6640 „ eene Talauersche vrouw in dans-coshtum.

Deze poppen zijn te Liroeng (eiland Saliboboel door een Talauer vervaardigd.

TERNATE.

6641 Rood geruitte k a i n.

HALMAHERA.

•f\'6642 Vlag (empei = wimpel aan den voortop) van den Oetoesan van Maba.

f6642® Standaard (istandelJ aan de tweede of achtermast. Behoort bij no. 6642.

f6643 Vlag (koimaraoe) aan weerszijden van de prauw. Behoort bij no. 6612. 10 stuks, waarvan 8, alle gelijk aan de tentoongestelde, verwijderd zijn.

16644 Geus fpadji maoeli se majomaJ aan deu voor- en achter-steven. 2 stuks. Als bij no. 6642.

BATJAN.

06645 Toedoen g.

MAKIAN.

6646 Kain djamblang.

6647 Katoenen hoofd-doek, 2 soorten.

147

-ocr page 162-

Ceram.

CERAM.

6648 Boog.

6649 P ij 1 e n.

O66ó0 Tjekalèlè-schild,

06651 Houten tjekalèlè-zwaard.

6652 Bamboe p ij 1 met aren-houten punten voor do visch-vangst.

AMBON.

6653 Model van een toedoeng bamboe boeloe.

665i Mandjes met twee en één étage tot berging van eetwaren, welke de Ambonees op de pasar koopt. 2 stuks. ■f-6655 Mandje Ctagalaja soeson) voor sagoe, enz. f6656 Bamboe mandje tot het bewaren van kleine voorwerpen.

6657 Rond, plat, bamboe mandje (tapisan bras) om rijst te bergen.

6658 Bamboe mand j e cotitinj in den vorm eener toedoeng om kleine voorwerpen te bergen.

6659 Model eener mat Ctik ar d\'aoen kikerj.

6660 Mat. 3 soorten.

6661 Model van een destilleer-toestel voor koolwater.

6662 Model van eene g o t i om sagoe te bereiden.

6663 Houten, fraai besneden voorwerp, in den vorm van een kruis; doel onbekend.

6664 Viseh-lijn met houten haak.

f6665 Fuik om garnalen te vangen. 4 stuks. f6666 Model van eene s e r o.

f6667 Model van een fuik. 2 stuks.

f6668 Model eener vlerk-prauw.

f6669 Model eener visschers-prauw (rorege). 2 stuks.

f6670 Model van het raadhuis (haïleoe) in de negorij Allang.

148

-ocr page 163-

Sapaeoea.

SAPAROEA.

6671 Pandan betel-doos.

6672 Sagoe-zeef.

6673 1\'amboe sigaren- koker.

6674 Lampen-matje. 2 stuks.

6675 Driehoekige, hamboe wan Ctatohij.

6676 Als no. 6675, doch rond.

6677 Model eener mat. -t stuks.

f6678 Model eener vlerk-prauw 3 stuks.

f6679 Model eener vlerk-prauw ipaiszl) met scherpen hoeg. 2 stuks.

NOESA-LATJT.

6fi80 Visch-fuik (hoehoe hehel).

f6681 Model van eene visch-fuik (inaël tindes). f6682 Model van een boeboe maël tikam, met twee modellen van bijbehoorende lansen.

f6683 Model van boeboe maël, van boven gesloten. f6684 Model van een boeboe bowan.

BOEROE.

6685 Saboek (kain seho) van agel.

GrORAM.

06686 Kist, met schelpjes versierd. 3 soorten.

SAROEA.

6687 Geweven tja wat.

KEI-EILANDEN.

66S8 Laboe-vrucht tot het bewaren van sirih-kalk.

6689 Klapper-noot met besneden deksel om katjang te bewaren. Larat.

6690 ï a s c h. Larat.

6691 Houten lepel (semoet).

0669 2 Lans met weerhaak.

0G693 Klewang. 2\'stuks. Teor.

149

-ocr page 164-

Kei-eilanden.

6 694 Armband van schelp. 3 stuks. 6695 Groen bi er-glas zonder voet

(Europeesch fabricaat).

6696 Aarden kopje. 2 stuks

6697 Bord. 6 stuks. 1 -H J S

6698 Cranium uit de dooden-grot van Soesoewok op Klein-Kei.

6699 Parang. Als bij no. 6698.

6700 Houten tang met lepelvormige uiteinden. Als bij no. 6C98.

6701 Houten lepel (oes of fes). Als bij no. 6698.

6702 Drink-nap, uit schelp geslepen. Als bij no. 6698.

*6703 Stuk ijzer-houdende steen, waarmede vermoedelijk

de op rotsen voorkomende teekeningen zijn vervaardigd. Zie Notulen Pat. Gen, 1885, bl. 116 vlg.

*6704 Looden, open ringen, welke door jonge meisjes, na ongeoorloofde gemeenschap met een man, aan de geesten-grot geofferd worden. Negorij Toeal. 2 stuks. Zie Notulen Rat. Gen. 1885, pl. 115.

06705 Model van een mannelijk, houten afgods-beeld isedeoé), bescherm-geest eener negorij. Ter hoogte van den navel bevindt zich eene met eene schuif gesloten holte, waarin offerhanden (.sirih, pinang, soms ook duiten) worden gelegd. Deze beelden komen zoowel mannelijk, als vrouwelijk voor. \'I-: der ware grootte.

06706 Bewerkte steen, afkomstig van het graf van den vorst van het eiland Keor, Makara, stamvader van de negorij Workar.

150

6707 Platte, aarden schotel. Behoort bij no. 6706.

AR0E-EILANDEN.

6708 Korte vrouwen sarong (kïr) van gevlochte pandan-bladeren, waarin de volwassen vrouwen van den achterwal (Watoelei) haar lichaam persen, dientengevolge binnenwaarts gebogen knieën, zoogenaamde x-beenen, en een waggelenden gang krijgen. Elke familie heeft op die sarong\'s hare eigene figuren, welke door geene andere familie gebruikt mogen worden. 3 stuks.

-ocr page 165-

Arok-eii.andew.

6709 Matje, op dezelfde wijze als no. 6708 bewerkt, hetgeen van achteren over de kïr gedragen wordt.

6710 Geweven, rood, wit en blauw gekleurde krijgs-t j i d a k o.

6711 Koperen ketting , waarmede de vrouwen haar kain vastbinden. Dobo.

t6712 Kakoja m a t van pandan. Dient voor velerlei doeleinden. Zie Wallace, Insulinde, Holl. vert., II, 276.

TENIMBER-EILANDEN.

Kleedisg.

6713 Met kippen-veêren versierde kam voor jonge mannen bij feesten. Riedel XXXI, 10.

6714 Met veeren versierde, bamboe kam (hoea).

6715 Als no 6714. Eil. Djandena.

6716 Kam van hoofden (dawan of ilaa) en voorvechters (wadoewa). Wordt, evenals de overige mannen-kammen, horizontaal in den haarbos gestoken Riedel, pi. XXXI (minder juist afgebeeld).

6717 Zeer lange, bamboe kam voor mannen.

*6718 Lange, bamboe kam (oewal perana) voor mannen. Gewone dracht.

*6719 Bamboe mannen kam, gedragen in hun rijken, bijna wit gebeten haar-dosch. Seira.

*6720 Versierde, bamboe vrouwen kam {oewal wata).

6721 Voorhoofd-versiering, vervaardigd van rugwervels van groote visschen. Wordt gedragen te gelijk met no. 6716. Riedel XXIX, 15.

*67 22 Oor-versiersel (ilwelak) van doejoeng-been. Mannen-dracht.

*6723 Koperen oor-hanger (lor lor a), dikwijls ook van goud en zilver vervaardigd, zoowel voor mannen, als voor vrouwen. Stereotyp model op al de Z. W. eilanden der Babar-en Tenimber-groepen. Bij de harta en het betalen van boeten speelt de gouden lorlora een groote rol. Zij worden meestal op Loeang gemaakt.

*6728» Koperen oor-versiersel voor mannen en vrouwen.

15!

-ocr page 166-

Tenimber-kilanden.

*6724 Mannen hals-ketting (kaketrelari) van rotan-vruchten {erboea).

6lt;25 Ebben-houten armband voor mannen.

*6726 Mannen armband (roen hoetom), gemaakt van den hals-wervel van de doejoeng.

*6727 Ebben-houten armband [angar).

*6728 Koperen armband, waarschijnlijk door Makassaren ingevoerd en door de inboorlingen eenigermate versierd. Seira. 3 soorten.

*6729 Mannen (heidenen) arm-band van slacht-tanden van wilde varkens. Kisar.

*6730 Pols-ringen (sisloo), vervaardigd door slijping van de onderste winding van de grootste schelpen van het geslacht Volutae. Mannen-, vrouwen- en kinderen-dracht. 4 stuks.

6731 Vrouwen buik-band (ngesa) van lontar-schors, met eigenaardige sluiting. 4 stuks. Riedel, XXX, 4.

*67 32 Gordel-versiersel, uit schelpen, koperen belletjes, enz. bestaande. Eiland Djandena,

6733 Zware, koperen ring (rilt), welke door vrouwen om de enkels, soms tot vijf in getal aan elk been, gedragen wordt. Ook op de Aroe-eilanden en Babar in gebruik.

6734 Garen, geweven, mannen tjidako (eman).

6735 Sarong, geweven in de negorij Ritabel, eil Larat.

6736 Vrouwen sarong (hakan aloari), van bladvezels geweven.

6737 Geweven vrouwen sarong.

6738 Vrouwen sarong van garen.

Hdiseaad,

6739 Pandan mand. Larat.

6740 Lontar mandje om garen te bewaren. 2 stuks.

6741 Pandan mandje in den vorm van een bord of schotel.

6742 Rond mandje van lontar met kapas en draai-pen om deze van pitten te zuiveren. Eiedel XXVIII, 1.

*6743 Bamboe, met schildpad bekleede kalk-koker. Seira.

*6744 Versierde, bamboe sirih-kalk-koker met koperen kettingje. Timor-laut.

*6645 Ivoren kalk-doosje, op Tenimber vervaardigd.

152

-ocr page 167-

Tenimbee-eilanden.

6746 Ovaal, van schildpad vervaardigd kalk-doosje.

6747 Pandan doosje voor sirih en tabak. 3 stuks.

6748 Lederen tasch (sirih-doos), met schelpen versierd. Seira.

6749 Sirih-zak. Negorij Kaliabar, eil. Larat.

*6750 Mes, bij het tijferen van sagoeweer in gebruik. Het mes is Europeesch fabricaat, de schede gevlochten van bladeren van de kole-palm. Riedel, XXXVI, 3 en 4.

67 51 Weef-toestel.

6752 Garen, vervaardigd van de blad-vezels van de kole-palm (borassus flabelliformis), voor het weven.

6753 Wan (tenjaan) van kole-bladeren. Riedel, XXVIII, 10.

*6754 Lepel (oeroe lilir), vervaardigd van de Nautilusschelp en met allerlei figuren (stoomboot, prauw, menschen, enz.) gegraveerd. 3 stuks.

*6755 Paarlmoeren, gegraveerde lepel. Larat. 5 stuks.

*6756 Gegraveerde, paarlmoeren lepel. 17 stuks. Djandéna.

6757 Schelp, waarvan lepels gemaaki worden.

Wapenen.

06758 Zeer lange lans van pinang-hout met ijzeren punt.

06759 Lans.

6760 Werp-schicht. 5 stuks.

6761 Hoog. 2 stuks.

676S? F ij 1 e n. 49 stuks.

6763 Lederen patroon-taschje (soedawd). Riedel, XXX, 5.

vlschv angst.

6764 Zeer lang visch-net. 2 stuks.

6765 Harpoen.

6766 W erktuig voor het brejjen van netten.

6767 Voorwerp, gevonden in de nabijheid van netten. Doel onbekend.

6768 Kleine p ij 1 e n voor vischvangst. 12 stuks.

Scheepvaart.

6769 Pagaai. Babar. 2 stuks.

153

-ocr page 168-

Tenimber-eilandbn.

Godsdienstige voorwerpen.

*6770 Zittend, mannelijk beeldje (waloed) met een potje in beide handen. Tjjdelijke verblijfplaats van de ziel van een afgestorvene, waaraan geofferd wordt om de wenschen van de levenden bij den zonnegod (Doedilaa of Oepoe lèra) te bepleiten. Het offer, meestal een stukje schildpadvleesch, wordt in het potje gelegd.

*6771 Zeer ruw, houten beeld zonder armen en beenen. Afkomstig van Larat.

*6772 Zittend, houten beeldje, nagenoeg als no. 6771. Afkomstig van Seira.

*6773 Zittend, houten beeldje. Afkomstig van Seira.

*677 Zeer ruw, zittend, mannelijk, houten beeld Afkomstig van de negorij Hitabel, eiland Larat.

*6775 Tamelijk groot, zittend beeld met links omgewend hoofd en met beide handen een colossalen toedoeng steunend Stond in de negorij Werain op een hoogen paal.

*6776 Klein hurkend, houten beeldje {oepoe lere). Uawe-laar.

Varia.

6777 Cranium van een man.

6778 Cranium.

BABAR-GROEP.

*6779 Oor-versiersel (lor-lora). Negorij Roemah-le-wang, eil. Wetan. 2 stellen, 2 soorten.

*6780 Oor-versiersel van karbouwen-been. 2 stuks.

6781 Sarong.

6782 Sirih-zakje. Eil. Dawelaar tusschen Tenimber en Babar.

6783 Lans. 2 stuks.

678i Boog. \'6 stuks. Misschien van Timor-laut afkomstig.

6785 Pijlen. 14 stuks.

164

DAMMER.

•{•678(\'i

Prauw-versiersel. Batoeh-merah.

-ocr page 169-

Wetter.

WETTER.

6787 Sarong, oude mode.

6788 „ nieuwere mode.

6789 S a b o e k , nieuwste mode.

LETI-EILANDEN.

(LETI, MOA, ROMA EN KISAR).

§6790 Zeer lange, gouden ketting met eigenaardige versiering aan de einden.

§6791 Gouden borst-sieraad (?) in den vorm van een plat, zeshoekig bakje of schaaltje. 4 soorten.

§6792 Als voren, in den vorm van een ronden plaat met versieringen. 3 soorten.

§6793 Gouden schoteltje. 7 soorten, waarvan 3 zeer beschadigd.

§6794 Gouden schoteltje met daarin gedreven krab en de inscriptie : P A J M A L J.

6795 Lontar mandje.

6796 Modellen van op Leti, Koma en Kisar geweven patronen. 5 stuks.

6797 Hand-trom (Ufa). Koma. Riedel, XXXIIf, 7. Stereotyp model, grooter of kleiner, op de Z. W. en Z. O. eilanden.

*6798 Zittende figuur met op de knieën rustende handen, groote ooren en hoog hoofd-ornament; alles op eene soort van vierkante, versierde kolom. Genius loei, bewaarder van de ziel van den bouwmeester der woning, waarin dit afgodsbeeld in den gevel prijkte, dan wel op zolder bewaard werd.

*6799 Vrouwelijk, zittend beeldje {iëne) van eene afgestorvene, waarin haar ziel, na \'t brengen van offers, tijdelijk verblijf houdt. Met beide handen omklemt zij eene doos. Opvallend is de overeenkomst van dit beeldje met Boedha-beelden.

*6800 Als voren, mannelijk, op eene stoel zittend en met een hoogen, ronden hoed op het hoofd. Afkomstig van de Christenen 0p het eiland Roma.

155

-ocr page 170-

1 56 liETI-EILANDEN.

*6801 Als voren, vrouwelijk, zonder hoed. Eoma. *6802 Als no. 6798, maar zonder kolom. Drie groote veêren (?) boven het hoofd.

*6803 Als no. 6802, maar met eene vreemdsoortige, van achteren opene, zeer hoog\'e hoofd-versiering.

*6804 Als no. 6802, doch met een klein hoofd-versiersel, hetgeen met een band achter om het hoofd bevestigd is. *6805 Vrouwelijk b e e 1 d j e in den vorm eener therme. Babar. *6806 Houten vogel op versierde kolom, waaraan een bakje bevestigd is. Afkomstig uit de kampong Toetoekei, eiland Leti. Zeer oud. Hieraan werd geofferd om de padi- en djagoeng-tuinen te vrywaren van beschadiging door vogels.

NIETJW-GrUINEA.

ZUIDZIJDE VAN DE Mo CLUER-GOLF, WESTKUST VAN NIEUW-GUINEA.

A. ROEMBATI.

t6807 Lans van pinang-hout.

6808 Kleine boog.

6809 Kleine p ij 1 e n om vogels en visschen te schieten. •f6810 Zeer lange, doch dunne, bamboe elger met twee

ijzeren, met weerhaken voorziene punten.

f6811 Elger met zes pinang-houten punten.

B. SEKAR.

6812

Bamboe kam.

6813

Bamboe kalk-doo

s j e.

6814

Tabak-doosje.

12 stuks. Cf.

de Clercq, pi. XIV,

no. 21.

6815

Mandje om sagoe

te bewaren,

vervaardigd door

Papoea\'s

van Tanah-berau.

6816

P ij 1 e n. 48 stuks.

6817

Boog. 6 stuks,

-ocr page 171-

Nieüw-Güinea.

C. ÏIOER.

6818 Aarden pot.

6S19 Schuld-meter. Wanneer van de schuld een gedeelte wordt afbetaald, trekt de schuldeischer een stukje aren van dit voorwerp, de Clercq pi. XXXVI, no. 1.

6820 Kleine boog van pinang-hout.

6821 P ij 1 e n. 40 stuks.

D. DAREMBANG.

6822 Toestel van gevlochten rotan (om borden te bewaren ?).

6823 P ij 1 e n. 34 stuks.

6824 Boog.

E. GORAS.

Halsband van touw, waaraan allerlei amuletten hout, wortel, enz) bevestigd zijn. 2 stuks.

Eotan armband. 7 stuks.

Kleine zak van rameh-touw.

P ij 1 e n. 12 stuks.

Roei-spaan.

Hand-trom {tifa).

Eigenaardige d j i m at.

Amulet. 5 stuks.

Rotan baud, doel onbekend.

F. BENTOENI.

6834 Oor-versiersel (?). Gebroken.

6835 Bamboe kam. 2 stuks.

6836 Armband, uit twee varkens-tanden vervaardigd.

6837 Boog. Siritoe en Bonggoseh.

f6838 P ij 1 e n. 26 stuks. Als voren.

6839 Pijl-punt van visch-graat (ikan pari). Als voren.

*6840 Dj i mat. 2 stuks.

*6841 Verschillende djimat\'s, welke om den hals worden gehangen. Als voren.

6842 Rotan baad, doel onbekend. 2 stuks.

157

*6825 (stukjes 6826

6827

6828 •j-6829

6830

6831 *6832

6833

-ocr page 172-

Nieuw-Güinea,

PAPOEA SÈGÈT.

(WESTKUST VAN NIBÜW-GUINEA BIJ STRAAT (ÏALEWO [KOTOBOLOL]).

Bamboe kam.

Pandan mat.

Houten sagoe-iepel.

Besneden bamboe koker.

Lans met bamboe of beenen punt. 2 stuks.

Bamboe boog.

Boog.

P ij 1 e n. 24 stuks.

Houten p ij 1 p u n t,

D j i m a t. 2 stuks.

AMBÈRBAKÈN.

(NOORDKUST VAN NIEUW-GUINEA), KAMPONG SAOEKORÈM.

6863 Sagoe-lepel. 2 stuks.

6854 Bamboe boog.

6855 Bamboe p ij 1 e n. 49 stuks.

*6856 K o r w a r.

DOREH.

Kleeding.

6857 Soort van muts van casuari-veêren. 2 stuks, de Clercq, pi. I, no. 10.

*6858 Kam (assi). 3 stuks Cf de Clercq pi. II, no. 7. *6859 Hoofd-versiersel (atoemeer) bij verlovingsplechtigheden. 4 stuks.

*6860 Haar-versiersel (akié) bij bruiloft. *6861 Hals-sieraad (moengaii) bij feesten.

*6862 Van bladeren gevlochten band. waarvan twee stuks kruisselings over de borst gedragen worden.

6863 Soort van sjerp (manhesron ?) van casuari-veêren, gedragen om het bovenlijf bij expeditiën. 2 stuks.

6864 Band (woom) ter bevestiging van het vrouwen-schort; wordt op Biak, Roon, enz van boom-bladeren gevlochten. 3 stuks.

158

6843 «6844

6845

6846 t6847

6848 t8649 8650

6851

6852

-ocr page 173-

Nieuw-Gtdinea.

Huisraad.

068 65 Pandan mat, bij feesten in gebruik.

6866 W ater-schepper [ajoeh).

6867 Sagoe-lepel {adoear songee (?) =■ geluidmakende lepel) met houten kettingje aan het boven-einde. 6 stuks.

6868 Sagoe-lepel (anjoh). 16 stuks.

6869 Lepel {atari) om rijst te scheppen.

6870 Bamboe tabak-.koker (amin suhako).

6871 Versierde deksel {kaïcef] eener mand, bij feesten in gebruik.

6872 Ronde, houten etens-bak (sajer) voor sagoe-pap.

6873 Als no. 6872, doch kleiner.

*6874! Rond, pandan doosje voor tabak.

*6875 Vierkant, pandan doosje (knmon) voor tabak en snuisterijen

6876 Pot (periri) van gebakken aarde, klein model. Voor het koken worden grootere gebruikt, gemaakt van klei, welke in de nabijheid van Doreh gevonden wordt.

6877 Plat, rond mandje [baja] van pandan-bladeren. 2 stuks.

6878 Pandan doosje (karawa) in den vorm vaneencubus voor kalk en pinang. 2 stuks.

Wapenen,

6879 Piek met lang en fraai bewerkt ijzer. 2 stuks.

6880 P ij 1 e n, 25 stuks.

Scheepvaart.

06881 Pagaai.

Varia.

*6882 Amulet (ai mamoem); wordt gedragen op de borst en rug. Sommige dienen tot hulp bij het vangen van slaven, andere tot bezorging van goeden wind of afweering van geesten, vreemdelingen, enz. Cf. de Clercq, pi. XXXVII, no. 8.

*6883 Amulet (?), bestaande uit yier houten schakels.

6884 Amulet [ai mamoem), bestaande uit een langwerpig stukje hout, aan de bovenzijde waarvan eene menschelijke figuur is gesneden. 2 stuks. Cf de Clercq, pi. XXXVII, no. 1.

159

-ocr page 174-

Niedw-Guinea.

MANSIN AM (TEN ZUIDEN VAN DOREH).

6885 V ersiersel [kapiopes) van vrouwen bij feesten, hetgeen boven de sarong op de heupen wordt vastgemaakt,

6886 Hakmes (soembeer), door Papoea\'s gesmeed.

WANDAMMEN (GEELVINK-BAAI).

6887 Sagoe-schepper. Cf. de Clercq, pi. XVI, no. 11-quot;6888 Houten versiering onder eene, voor ongehuwden

bestemde woning.

68S9 Besneden, bamboe koker.

16890 Prauw-versiersel. 2 stuks.

6891 Groote t i f a.

6892 K o r w a r met doodshoofd, de Clercq, pl. XXXVi, no. 15.

*6893 Kor war. Waropen en Woriai.

*6894 Als no. 6893, de Clercq, pl. XXXIV, no. 1-

WANDESI

(WESTZIJDE VAN DE GEELVINK-BAAI).

P ij 1 met breeden, bamboe punt. 2 stuks.

Handvat voor een steenen bijl.

Lans met bamboe punt en kasuari-veêren.

Lans met snijwerk in den vorm van weerhaken. „ „ ijzeren punt.

GEBIED VAN DE AMBERNO (NAMBERAMO) OF ROCHÜSSEN-RIVIER.

*6900 Kam met amulet bovenaan. Negorij Mawa.

6901 Voorhoofd-v.ersiersel van varkens-tanden. Negorij Koekoendoeri.

6902 Krans van kasuari-veêren. Behoort bij no. 6901. *6903 Steenen neua-versiersel.

160

16895 6896 16897 t6898 t6899

-ocr page 175-

NiF.rw-GnxEA.

*6904 Neua-versiersel, gemaakt van de pen eener vogel-veêr. 2 stuks.

*6903 Hals - versiersel van schelpen

*6906 Hals-keten van schelpen.

*6907 Krokodillen-tand, als versiersel in gebruik.

6908 Zakje van tali rameh. Negorij Mawa.

6909 Sagoe-wasscher. Negorij Mawa.

6910 Sagoe-lepel met amulet bovenaan. Negorij Mawa.

6911 Kinder boog en pijlen. Mawa.

06912 Pagaai. Negorij Pawoi. 2 stuks.

6913 Pijlen. Negorij Pawoi.

*6914 Kor war {djamhoeng). Nogorjj Pawoi.

WALCKENAARS-BAAI (VOORDKUST VAN iMEUW-GUINEA).

f6915 Rivier-prauw.

TAXA II MEK AH (NOORDKUST VAN NIEÜW-GUINEA).

091G Met veeren versierde kam.

6917 Armband, vervaardigd uit zaamgebonden varkenstanden.

6918 Heup-band van aaneengeregen, kleine vruchten. *6919 Slaap-toestel iü den vorm van een krokodil.

Sadipi-baai, bewesten Humboldt\'s-baai. 2 stuks.

6920 Lans-punt van kasuari-been. 2 stuks.

6921 Hamboe p ij 1 - p u n t.

06922 Houten visch, versiering onder een huis.

HUMBOLDT\'S-BAAI Kleedikg.

6923 Bamboe kam. 2 stuks.

6924 Kam, waar boven een stuk dieren-huid en veeren.

6925 Gevlochten, rotan hoofd-versiersel. 8 stuks.

6926 Pluim van gras-bloemen.

Catalogns Ethn. voorwerpen. 11

If. I

-ocr page 176-

Nieuw-Guikea.

6927 Hoofd-yersiersel in den vorm van een krokodil boven op een halve maan, bij feestelijke gelegenheden (vooral bij dansen) in gebruik. Waseoe.

6928 Hoofd-versiersel van rotan als no. 6927, doch zonder den krokodil.

6929 Hoofd-versiersel van djali-vruchten.

*6930 Beenen ueus -ver siersel in den vorm van twee varkens-tanden, de Clercq, pi. V, no. 4.

6931 Oorring, van schildpad vervaardigd.

6932 Oorring (?), uit schelp vervaardigd,

6933 Hals-versiersel met schelpen. 3 stuks.

6934 Hals-ketting van rotan-vruchten.

6935 Zes ringen, uit schelp geslepen en aan een touw geregen.

*6936 Rotan armband, waaraan twee, uit schelpen geslepen ringen.

*6937 Armband van schelp.

6938 Borst-ver siersel. 2 stuks, de Clercq, pi. VIII, no. 10.

6939 Buik-band van beenderen en vruchten.

6940 Met schelpjes versierde buik- band. 4 stuks. Cf. de Clercq, pi. XII, no. 1.

6941 Buik-band van kralen en visch-beenderen. 2 stuks.

6942 Soort van sjerp.

6943 Tja wat van boomschors.

6944 Vrouwen sarong.

6945 Bereide boomschors, fijn en grof. 9 stuks.

6946 Met figuren besneden, mannelijk schaamdekscl.

Huisraad.

*6447 Pandan t a s c h j e , met vogel-veêren versierd.

6948 Besneden, bamboe tabaks-koker.

6949 Kleine, besneden klapper-dop, kalk-doos. 2 stuks.

6950 Idem, idem van gevlochten rotan.

6951 Deken van boomschors. 2 stuks. 6252 Sagoe-lepel. 5 stuks,

6953 Beenen naald.

6954 Houten hoofd-kussen.

162

-ocr page 177-

Nieüw-Guinea.

Wapenen.

f6955 Pijlen. 10 stuks.

6956 Steenen b jj 1.

Scheepvaart.

t6957 Houten vogel, versiering der masten van prauwen. 2 stuks, de Clercq, pi. XXV, no. 7.

f6958 Prauw- versiersel (ï1). 3 stuks. f6959 Roei-spaan (P). 3 stuks.

vlschvangst.

quot;6960 Klein visch-net (?).

6961 Schep-net.

*6962 Bamboe instrument voor hot vlechten van netten.

6963 Touw van aren-vezelen.

Muzijk.

6964 Hand-trom (Ufa).

Doel osbekend.

6965 Bal, van dieren-huid vervaardigd. 5 stuks.

6966 Met ingegrifte lijnen en punten versierde, aan de bovenzijde eenigzins puntige b a 1 van gebakken aarde.

*6967 Eonde, platte s c h ij f van grijze, gebakken aarde met twee varkens-tanden.

*6968 Elliptisehe, beenen s c h ij f met rond gat.

6969 Houten v i s c h j e en twee dito krokodillen.

6970 Dun, tamelijk lang, besneden hout. 4 stuks, de Clercq, pi. XXI, no. 1.

EILANDEN IN DE NABIJHEID VAN NIEUW-GUINEA.

A. SAL AAV ATI (.WESTKUST VAN NIEUW-GUINEA;.

*6971 Kor war met zwaard, schild en lans voor oorloos-

\' O

prauw. Seilolof (West-Salawati).

163

-ocr page 178-

Nieüw-Guinea.

B. WAIGEOE.

6972 Armband van schelp. Waiomin. 2 stuks.

6973 Pandan doosje voor tabak. Waiomin.

6974 Armband van gevlochten touw en rotan. Waiomin.

6975 Pandan kalk-doosje. Waiomin.

6976 Pandan mand voor huisraad. Waiomin.

*6977 K o r w a r. Oemka.

6978 Langwerpige, houten bak voor gekookte visch (sajer). Saonek.

C. LAWAK (TEN NOORDEN VAN WAIGEOE).

6979 Bamboe kam. Oesba.

4980 Armband van boom-varen. Oesba. 2 stuks.

6981 Armband van schelp voor kinderen. Oesba.

6982 Kralen heup-band. Oesba.

*6983 Houten slaap-kussen. Oesba.

*6984 Klein, houten slaap-kussen. Kampong Wamio, nabij Oesba.

6985 Lepel van schelp. Oesba.

6986 Kotan b o e b o e. Oesba.

t6987 Soort van s e r o , gemaakt van de bladstelen van den aren-boom. Oesba.

*6988 K o r w a r. Oesba.

*6989 Houten vat zonder bodem. Oesba de Clerq, pi. XXXI, no. 14.

D. SCHOUTEN-EILANDEN.

I. KORIDO OF SOEPIORI,

f6990 Pandan mat.

6991 Zeer groote, ronde, houten bak.

*6992 Groote, witte schelpen, materiaal voor versieringen. 3 stuks.

164

-ocr page 179-

Nieuw-Guinea.

6993 Boog en p ij 1 e n.

f6994 Prauw- versiersel. 2 stuks.

06995 Visch-net. 5 stuks.

6996 Nautilus-schelp. 3 stuks.

6997 Zee-hoorn, blaas-instruraent 6 stuks.

6998 Hand-trom (tifa). -2 stuks.

*6999 Djimat.

II. B1AK OF WIAK.

Kleedixg.

7000 Tja wat van boom-schors. 3 stuks

7001 Stuk blauw katoen. Doel onbekend.

Huisraad.

*7002 Bamboe drink-beker (?).

*7003 Laboe-vrucht als kalk-doos.

7004 Laboe-vrucht om water te bewaren.

7005 Breede. houten schepper met korten steel.

7006 Sagoe-schepper. 2 stuks.

7007 Houten v ij z e 1.

7005 Ronde, houten bak.

7009 Ovale, houten bak. 2 stuks.

7010 Sagoe-lepel met menschelijke figuur als heft,

7011 Sagoe-lepel. 3 stuks.

*7012 Houten slaap-kussen. 4 stuks, de Clerq, pl. XXl, no. 4 en 18.

*7013 Slaap-kussen. 2 stuks, waarvan één — de Clercq, XXI, no. 14.

7014 Klapper-dop met rotan hengsel. Emmertje? *7015 Halve klapper-dop, doel onbekend. 7016 Beitel (Jav. wadoeng).

Wapenen.

■j-7017 Lans met beenen punt.

t7018 „ , ijzeren „

t7019 „ „ beenen „

f7020 v „ houten „

165

-ocr page 180-

Nievw-Guinea.

f7021 Lans met pinang-houten punt.

t7022 „ „ lang ijzer.

•i-7023 Pinang-houten lans zonder ijzer.

7024 Boog van pinang-hout.

^7025 Bamboe koker met 6 lange p ij 1 e n,

t7026 Schild.

7027 Besneden, houten k n o d s

Scheepvaart.

f7028 Prauw- versierel aan den achter-steven. f7029 „ , v v vóór-steven.

f7030 Prauw-versiersel. 3 stuks. f7031 Prauw-versiersel. 13 stuks Cf. de Clercq, XXIV, no. 8 en 9.

■\'7032 lioei-spaan.

f7033 Vlag van den Kowor van de kampong Sapoor. 7034 Als voren ; volgens sommigen een fantaisie-wimpel van Tidoresche visschers-prauwen

Visciivakgst.

f703ó K1 g e r met zes, van weerhaken voorziene, houten punten. f7036 E 1 g e r met ijzeren punt.

f7037 Bamboe visch-olger met ijzeren punten. O7038 Groot schep-net 3 stuks.

7089 Groot schep-net met twee handvatten.

7040 Schep-net.

7041 Visch-net.

Muzijk,

7042 Hand-trom (tifa). 4 stuks

7043 Hand-trom (tifa). Korter model dan no. 7042, 2 stuks.

7044 Zee-hoorn, blaas-instrument. 2 stuks.

Varia.

*7015 Kor war, vervaardigd van een doods-hoot\'d, afkomstig van een familie-lid van den vroegeren eigenaar. Meak, Ansoes, enz,

166

-ocr page 181-

Nieüw-Guinea.

*7046 K o r w a r. 2 stuks.

E. NOEMFOR (GEELVINK-BAAI)

KAMPONG ANDAI.

7047 T j i d a k o van boomschors.

7048 Houten p ij p.

F. JAPPEN.

7049 Soort van sjerp. Ansoes.

*7050 Slaap-toestel in den vorm van een uitgerekten haan. Ansoes.

7051 S ago c-le pel. Ansoes. 2 stuks. Cf. de Clercq, pi. XVI, no. 57.

*7052 Besneden, bamboe koker voor tabak. Ansoes, t7053 Boog en pijlen. Ansoes.

*7054 K o r vv a r, Ansoes.

*7055 Als no. 7054.

*7056 K o r \\v a r. 7 stuks. Soeroei.

G. KOON (GEELVINK-BAAI).

ï7057 Houten s c h i 1 d. 4 stuks.

7058 K o r \\v a r met doodshoofd *7059 Klokje, van schelp gemaakt.

H. JAMNA

(NOORDKUST VAN NIEUW-GUlNEA).

7060 Doods-hoofd {tangyora). 2 stuks.

I. ANOES OF MERKUS-EILAND (NOORDKUST VAN NIEÜW-GUINEA BIJ DE WALCKENAARS-BAAI).

Kleedinq.

7061 Hoofd-versiersel van beesten-vel.

7062 Hoofd - versiersel van kasuaris-veêren. *7063 Pluim van paradijs-vogel-veêren. 3 stuks.

7064 Met een veêr versierde kam.

167

-ocr page 182-

Nieuw-Guinea.

*7065 Bamboe kokertje, waardoor een haarlok wordt gestoken. 3 stuks. Eeu stel bestaat uit vier stuks, één op het voorhoofd, een ter wederzijde van het hoofd en een wijdere op het achterhoofd, de Clercq, pi. V, no. quot;it.

*7066 Zeer groot oor- versiersel van schildpad-hoorn.

*7067 Oor -ver siersel vau kajoe gaboes.

*70ö8 Beenen oor-versiersel (?), eenigermate eene men-schelijke figuur voorstellende. 3 stuks.

*7069 Steenen ster aan een schildpad-ring, oor-versiersel. 8 stuks, de Clercq, pi. V, no. 30.

70 70 H a 1 s - s i e r a a d. 3 stuks.

7071 Hals-sieraad van touw met kralen en schelpjes.

*7072 Hals-sieraad van saga-pitten.

7073 Hals-sieraad van tanden.

7074 Var kens-tanden, hals-sieraad (?). 4 stuks.

7075 Armband van schelp. 20 stuks, de Clerq, pi. VI, no 6.

7076 Armband van touw, met schelpen en lapjes dieren-vel versierd.

7077 Armband van gevlochten touw, met witte schelpjes versierd. 2 stuks.

*7078 Rotan armband. 6 stuks, de Clercq, pi. IX, no. 10.

*7079 Van riet gevlochten, met rood katoen versierde armband {kaak). Eeu paar.

7080 Armband (?).

7081 Vrouwen sarong f?) van agel met franje aan twee zijden. 2 stuks.

7082 Buik-band. 9 stuks.

7083 Buik-versiersel.

7084 Buik-versiersel (\'0

7085 Buik-band van schelpen.

Huisraad

7086 Zak van rameh-touw. 5 stuks.

7087 Zakje, vervaardigd van met hairen bekleed vel van een onbekend dier.

7088 Uitgeholde en met snijwerk versierde laboe-vrucht voor het bewaren van kalk.

168

-ocr page 183-

Nieüw-Guinea.

7089 Halve klapper-dop, doel onbekend.

7090 Besneden, houten steel met hand aan het uiteinde, üoel onbekend.

Wapenen.

7091 Steenen b ij 1 met houten handvat. 9 stuks.

7092 Beenen dolk. Wordt gedragen in den band om den boven-arm. 5 stuks.

Scheepvaart.

*7093 Houten versiersel aan den steven eener prauw. •(•7094 Houten vogel, versiering van de mast eener prauw. 17095 Pr au w- versiersel.

7096 Touw. 3 soorten

V aria.

7097 Zeer lange, bamboe, tevens heilige fluit. *7098 K o r w a r.

*7099 Amulet (?) in den vorm van een korwar.

J. K RET Y-EI LANDEN (DÜIÏSCH NIEUW-6UINEA).

»7100 Model eener prauw.

PLAATS VAN HERKOMST ONBEKEND.

*7101 Hoofd-versiersel van vederen. *7102 Besneden, bamboe oor-sieraad.

7103 Hals-sieraad van tanden. *7104 Borst-sieraad met fragmenten van krabben. 2 stuks.

t7105 Pandan slaap-mat.

O7l06 Platte, bamboe mand. 2 stuks.

7107 Touw van aren-vezels.

7108 Prauw, waarvan de mast buitenboords op een uitlegger is geplaatst.

7109 Mand van klapper-bladereu. Aanwezig bij no. 7108.

7110 Gereedschap (meer) om visch te vangen door vrouwen, die daarmede van de bruggen vóór hare woningen in zee springen. 2 stuks.

169

2 stuks. 2 stuks.

-ocr page 184-

NIEUW-Guinba.

f7111 Zeer lange, houten elger. 3 stuks.

t7112 Houten visch-elger met kasuari-beenen-punten. 2 stuks.

*7113 Djimat. 2 stuks.

7114 Wandel-stok met menschen-hoofd als knop en slang langs den stok.

7115 Als voren met vogel-kop als knop en krokodil of leguaan langs den stok.

TIMOR.

7116 Kain (tais salirin), gemaakt door de orang Koa (Portugeesch gebied). Deze kain heet aldus, omdat het patroon van den rand ontleend is aan dat van de orang Salirin (Portugeesch gebied).

*7117 Steen-soort {fatoe kail), welke veel aan het strand gevonden wordt en waarvan de inlanders met hunne parang\'s vormen voor loodjes hunner werpnetten maken. 4 stuks.

*7118 Steen-soort, gevonden op \'t gebergte tussehen de benteng en kampong Tatoeala di atas (Tatoeala lettin), waarvan de inlanders met hunne parang\'s kogels voor hunne geweren maken. 3 stukken.

*7119 Sirih-zak (liOba), gemaakt door eene vrouw van Lidak (Beloneescli).

*7120 Cilinder-vormige, steenen kogel (ktlul foean). Beloneescli.

*7121 Bamboe kruit-kokertje {(jarga). De inhoud van een kokertje is voldoende voor een schot. Beloneesch. 3 stuks.

*7122 Rood katoenen zakje met drie pamali-steentjes. 3 stuks.

•7123 Pandan taschje. Atapoepoe.

*7124 Fluitje (foeë). Djeniloe.

170

SAVOE.

07125 Toedoeng voor vrouwen bij het overplanten van oeritan, bjj welke gelegenheid zij ook eene witte, anders niet gebruikelijke sarong en kabaja dragen.

-ocr page 185-

SOEMBA.

SOEMBA.

7126 Pandan zak met ingevlochten, menschelijke figuur, alleen gebruikelijk in midden Soemba en aan de zuidkust. Zeldzaam.

07127 (1) Pandan vrouwen-hoed {toefoepa) bij veld-arbeid. *7128 Kralen hoofd-versiersel (katipa) voor vrouwen.

2 soorten.

7129 Veêren idem (iombo) bij het dansen. 3 stuks. *7130 Hoornen kam (oeura).

*7131 Oor- versiering {peyo) in den vorm van een kleinen cilinder met koperen beslag.

7132 Zwarte slendang (ingi) voor mannen.

7133 Idem van boombast {ingi of kabala); wordt ook als hoofd-doek gebruikt.

7134 Zwarte vrouwen-sarong (geë). 2 stuks. *7135 Armband (klago kedoe) vau vrucht-pitten. 2 stuks. *7136 Koperen been-ring {baga).

7137 Pandan sirih-zakje [kadamoe) voor vrouwen. 2 stuks.

7138 Pandan sirih-zakje (keleko).

7139 Sirih- stamper (aloe) met hoornen blok (ngaoe). *7140 Fraai besneden, bamboe kalk-doos (kapoe). *7141 Kalk-doos met baard-knijper, oor-lepel en tandenstoker.

*7142 Zakje, van tali rameh gevlochten en met sirih-kalk gevuld.

7143 Houten bord {enga) voor rijst.

7144 Idem voor groenten.

7145 1) rink-nap (koba) van klapper-dop.

7146 Hakmes (ketapo).

7147 Slaap- matje (tepé).

07148 Lans {noemboe). 2 stuks.

07149 Schild (tonda). 2 stuks.

171

7150 Klewang (téko) met paarden-hair aan de schede. Wordt op reis over den schouder gedragen.

1

No. 7127—7168 ziju afkomstig van Laora, Z. W. gedeelte van Soemba.

-ocr page 186-

SOEMIU.

7151 Hak-mes {kèto pcbiloe), ook als wapen in gebruik, met koperen versiering aan greep en schede.

7152 Slinger (kapéti).

7153 Hoofd-versiersel van een paard (kadoe hanyoe ndara). 2 stuks.

7154 Idem voor den hals {koko ndara).

7155 Idem voor de beenen {oeloe rgai). 2 stuks.

7156 Karwats {holé ndara), welke aan den gordel bevestigd wordt. 2 stuks.

7157 Gordel van touw (kelére kento\'o) bij het paardrijden.

7158 Paarden-toom (katangan).

7159 Idem (rari).

7160 Rol met tabak {bakoe peloeloe); wijze, waarop tabak bewaard wordt,

7761 Spel met boontjes (motto), Javaansch dakon-spel.

7162 Muzijk-instrument (doenga).

7163 Kleine hand-trom (beondoe).

7164 Werp-net (ikala) voor groote visschen. Hangt aan den zolder.

7165 Schep-net (mangogo) voor garnalen. Hangt aan den zolder.

7166 Afgods-becldje (kasalete) van kalksteen, de groote Goesti voorstellende. De kasalete moet eigenlijk bestaan uit eene minder kiesehe voorstelling van man en vrouw.

*7167 Touw (mogola) met kralen in het midden en aan de uiteinden; bijgeloovig middel om iets te onderzoeken.

*7168 Uitgeholde pakei-galar (lontar)- vrucht (ke-timhoe] ter bewaring van no. 7167.

FLORES.

7169 Vierkant, rotan mutsje (pandaug doeri). *7170 Gouden (?) oor-versiersel, in gebruik bij de heidensche bevolking. 3 stuks.

*7171 Lange, van gouddraad gevlochten ketting. *7172 Koperen armband. 3 soorten.

172

-ocr page 187-

F LORES.

7173 Mannen-rok van poetjoek-bladeren. Behoort bij het oorlogs-costuum.

7174 Stuk katoen met fraaijen rand {lipa mita).

7175 Model van een weefgetouw.

*7176 IJzeren baard-uittrekker aan lange ketting van kralen, koperen kettingjes, Chineesche munten, enz.

7177 Lange, pandan zak (loeni) 3 stuks.

7178 Bamboe water-kan. Flores en Timor. 2 stuks.

7179 Laboe-vrucht als g e n d i.

7180 Laboe-vrucht als gendi, met rotan omwonden.

07181 Zwaard.

07182 Lans met kort en dun ijzer.

7183 Mandje. Lio, midden-Flores.

*7184 Zilveren (?) oor-versiersel. Angela, Lio, Zuidkust van Flores. 3 stuks.

*7185 Geel koperen vinger-ring. Lioneesch werk. Angela. 2 soorten.

*7186 Besneden, bamboe kalk-koker. Kampong Bo-Eewoe, confederatie Wolowio, Zuid-Flores.

7187 Feest-kleed (doeroe) voor aanzienlijken. Als bij no. 7186.

7188 Paarden- hoofdstel {rati) van gevlochten rotan, met hoornen stang. Als bij no. 7186.

*7189 Koperen oor-versiersel. Endeh. 3 stellen.

*7190 Als voren, langwerpig plat. Endeh. 1 stel.

*7191 Zilver verguld oor-versiersel. Endeh.

*7192 Lange, bamboe kam (sgóbi). Roka.

7193 Zeer grove, geweven hoofd-doek (pokoe). Roka.

7194 Zeer grove, geweven s 1 i ni o e t (loe-e). Roka.

7195 Sarong {syupoe\'), Roka.

7196 Koperen armband {namak) in den vorm van een spiraal. Roka. Wordt aan beide armen gedragen.

*7197 Weegschaal {tiba wadjok) voor goud in houten doos met drie gewichten. Roka.

*7198 Gegraveerde, bamboe sirih-kalk-doos (okhd rikha). 3 stuks. Boka.

07199 Rond schild {kili, salhakoe) van karbouwen-huid. Roka.

173

-ocr page 188-

Flores.

07200 Fragment van een uitwendig huis-versiersel {khaha pfèrè), bestaande uit eene met figuren versierde plank. Roka.

7201 Dubbele, bamboe fluit (pfgoï). Roka. 2 stuks.

7203 Slendang. Larantoeka.

7204 Halve sarong. Larantoeka.

7205 Geweven b u i k b a n d. Larantoeka, 2 soorten. *7206 Bamboe g a r e n - w i n d e r met klapper-dop schijfje.

(Model). Larantoeka.

7207 Lederen harnas met langen, veèreu staart van de orang goenoeng bij Larantoeka.

7208 Smal, met schelpen en lang, boven uitstekend, veêren ornament versierd schild. Als voren.

7209 Bamboe boog. Als voren.

7210 Bamboe pijlen met ijzeren, houten of beenen punten. 19 stuks. Als voren.

7211 Muts van herten-vel met veêren pluim. Als voren.

7212 Patroon-tasch. Als voren.

7213 Doos van silar-bladeren. Maumeri. 19 stuks.

7214 Uoos van bamboe. Maumeri. 3 stuks.

*7215 Bamboe h aar-kam met koperen versiering. Maumeri.

7216 Helm van klapper-hout. Roete.

*7217 quot;Wit koperen vinger-ring Sikka. *7218 Vierkant, lontar doosje. Lio, midden-Flores, Man-garai.

*7219 Als voren, rond.

BALL

Kleeding.

O7220 Bamboe toedoeng [tjetjapil). 2 soorten.

7221 Zijden hoofd-doek. 2 soorten,

*7222 Rechte, hoornen kam (soefi).

*7223 Houten kam (soenggar) in den vorm van een waaijer; wordt gebruikt om het hoofdhaar glad te maken alvorens het verder uit te kammen.

174

-ocr page 189-

Bali.

7224 Zeer fraaije kain pandjang songket (met gouddraad doorweven).

7225 Saboek met opgeplakte, gouden bloemen, èuz.

7226 Gebatikde saboek (vermoedelijk Soerabaijaasoh fa-bricaat).

7227 Zijden tjawat, half rood, half blauw, met opgeplakte, gouden bloemen, enz. en geelen rand.

7228 Tjawat songket.

7829 K a i n songket.

Huisraad.

7230 Bamboe, vierkant mandje (loempiari); wordt als bord om rijst te eten gebruikt.

7231 Bamboe mandje {penurak), waarmede de vrouwen naar de pasar gaan.

7232 Plat mandje (ingke) om offerhanden naar den tempel te brengen.

7233 Deksel van no. 7232. 5 soorten.

7234 Rond, gevlochten, bamboe presenteer- blad {tïi-tempèh). 2 soorten.

7235 Met bloemen, enz. beschilderd, rond, houten bord (doelang) op voetstuk om vruchten, enz. aan te bieden.

7236 Zeer eenvoudige, houten sirih-doos (penginangan).

7237 Met kleuren versierde, bamboe sirih-doos {pidada sïilat) zonder vakken.

7238 Als no. 7237, doch kleiner (gegrtnsingan), in gebruik bij den kleinen man.

7239 S i r i h - z a k {kmnpek), van lontar-blad gevlochten, door mannen meestal bij zich gedragen.

*7240 Lontar sigaren-koker (kopok), door mannen meestal bij zich gedragen. 3 soorten.

*7241 Als voren tabak-doos.

7242 Groote, vierkante, bamboe doos {sok ast kèben) ter bewaring van kleeding-stukken.

7243 Als no. 7242, doch kleiner {sok asi icadah prabot] ter bewaring van borden, enz,

7244 Als no. 7243, doch kleiner {sok asi) om gekookte rijst in te doen.

175

-ocr page 190-

Bam.

7245 Blikken trommel, met bloemen beschilderd.

7246 Model van een staande lamp {têtongkok).

7247 Model van een muur-lamp. Op het vooruitstekende gedeelte wordt het olij-bakje (ijeloepakari) geplaatst.

7248 Water-schepper (sënenff), van een lontar-blad gemaakt.

7249 Lontar water-schepper (sajoeng) met handvat om de toeak uit de djien (aarden pot) te scheppen.

7250 Bamboe koekoesan orh rijst te koken.

7251 Model van een spinne-wiel {djantra).

7252 Lontar dekseltje voor eetwaren. 2 soorten.

Model van een weef-toestel (prahot toenoen):

7253 ïjagtjag.

7254 Përorogan.

7255 Por.

7256 P ë 1 i d a.

7257 P andalan.

7258 A p i t.

7259 Dj ë 1 i r i n g.

7260 S ë 1 ë r a n.

7261 Model van een weef-toestel.

7262 Model van een njst-blok (lèsoeng).

7263 Model van een r ij s t b 1 o k (ketoengan).

7264 Model van den stamper (Zoë), behoorende bij no. 7 263. f7265 Model eener pendopo {halé gedê of mamheng) voor

eene woning, met atap gedekt.

f7266 Model eener pendopo (halé ugoeng) bij tempels voor het plaatsen van offeranden bij godsdienstige feesten, met doek (gemoetoe) gedekt.

7267 Model van een juk (oega) voor karbouwen. 7263 Pak-zadel (kalesan) met vier manden.» 7269 Model eener ploeg en karbouwen-juk.

Wapenen.

O7270 Kris met 7 loek, pellet-schede en fraai uitgesneden, ivoren greep.

*7271 Verkoperde dolk met menschelijke figuur als greep. Onzeker van Bali.

176

-ocr page 191-

Bali.

§7272 Gouden greep eener kris, een raksasa roor-stellende. Gevonden in Kadoe.

§7273 Lans {prong-orongan) met vergulde bloemen op den steel. Lombok. 2 stuks

Vischvangst.

727 Model van een net {moe) om garnalen te vangen.

Varia.

7275 Met allerlei figuren beschilderd doek, voorstellende de vuurproef van Dewi Sinta.

7276 Palilintangan.

■i-7277 Geschilderde togog, eene danseuse voorstellende. 2 stuks.

t7278 Togog, verschillende Vishnoe, op Garoeda zittende.

•f-7279 Model van eene draagstoel {pengoyongan), waarmede de dewa\'s (goden) bij feestelijke optochten naar het strand worden gedragen.

7280 Klapper-dop zonder oogen. Wordt als djimat gebruikt om zich onkwetsbaar te maken.

7281 Beschreven lontar-bladeren.

7282 Gespleten bamboe, dienende tot bewaring van beschreven lontar-bladeren. 2 stuks.

07283 Model eener offer-plaats {piasan) in een poera (tempel). 2 soorten,

07284 Tjandi bëntar, ingang van de poera wanaja te Sangsit. Model.

07285 Padoraksa, ingang van de poeril-desa te Sawan. Model.

RIOTJW.

07286 Toedoeng. 7 stuks,

7287 Parang.

f7288 Model eener prauw. 4 stuks.

*7289 15 e wijs van lidmaatschap van het Ghi-hin-verbond (1879). 4 stuks.

Catalogus Ethn. voorwerpen. 12

177

-ocr page 192-

Kiouw.

f72yO Model eener gambir- fabriek (gambir-hangsal).

Zie beschrijving in Catalogus Tentoonstelling te Batavia 1893, bladz. 161 en 162.

SINGKÉP.

*7291 Rotan mutsje.

KARIMON-EILANDEN.

f7292 Model van een huis (roeinah Trenggano).

f7293 Model van een visschers-vaartuig [kolek).

f7294 Model van eene sampan Boegis, voornamelijk in gebruik tot het overvoeren van bakau-bast.

f7295 Model van eene sampan.

f7296 Model van een visschers-vaartuig {kolek Singapore).

7297 Model van een net [cljaring). 2 stuks

729S Model van een totebel {tangkoe.l).

f7299 Model van een seroh [kélong).

7S00 V i s c h t u i g {pengereh).

7301 Model van een boeboe (lokah).

7302 Model van een sero (belat).

7303 Model van zeker vise h- tuig [toen).

ANAMBAS-EILANDEN.

7304 Fraai bewerkte, pandau bid-mat. Djimadja

NATOENA-EILANDEN.

7305 Zeer fraajje b i d - m a t.

f7306 Model eener p r a u w.

BANKA.

KL KR DING.

7307 Mutsje van rësam.

178

-ocr page 193-

Banka.

7308 Stel mannen-kleêren (muts, badjoe [quot;2 stuks] en broek [2 stuks] ) van boomschors, in gebruik bij de heidensche bevolking in Soengei-liat en Blinjoe bij het werken op do ladang en in het bosch.

7309 Idem vrouwen-klecren (muts, badjoe en kain [2 stuks]).

Huisraad.

7311) Lange mat (lèpcmy), waarmede de planken-vloer {fii-lingka) in de rechter helft der woning bedekt wordt, bestaande naar gelang van de grootte van het huis uit 1,2 of meer stukken. Model op ongeveer Vlo der ware grootte.

7311 Ij i g - en slaap-mat {til-ar pllsir), waarin een kussen wordt geborgen en welke slechts bij gebruik ontrold wordt

7312 Rotan mandje (lëker), waarin aarden vaatwerk, enz. wordt geplaatst. Model.

7813 Mandje (timpak), vroeger in gebruik als bord. Model op ongeveer \'/s dor ware grootte.

731-1 Lepel (sendok) van klapper-dop. Model als voren.

7315 Houten instrument {koendil), waarmede gekookte rijst wordt omgeroerd (mëngarih nash. Model als voren.

7316 Plankje {pegaraman), waarop ruw zout wordt fijn gewreven. Model.

7317 Rijstblok {lesoeny) met stamper (aloe). Model.

7318 Mandwerk [penampi), hetgeen aan weêrszijden van het rijstblok wordt geplaatst om het verloren gaan van rijst te voorkomen en de gepelde rijst te winnen. Model.

7319 Bijl {hlioeng) tot het kappen van zwaar geboomte. Het handvat heet perda en taloef, waar het metaal met rotan aan de përda is bevestigd. Model op \'/s der ware grootte.

7320 Als voren (rimhas); dient zoowel tot bijl, als tot dissel door liet metalen blad half om te draaijen. Model.

7321 Als voren (patil); kleiner. Model.

7322 Hakmes (bendo). Model.

7823 Hakmes (parang) I In verschillende variëteiten

7324 Mes (piso raoet) ( voorkomende. Modellen.

179

-ocr page 194-

Banka,

7325 Draag-maud (sojak of kroentoeng); wordt gedragen met een band van boomschors om het voorhoofd. Model.

7326 Kruiwagen, vermoedelijk door Chinezen ingevoerd, doch bij de bevolking algemeen in gebruik. Model.

Landbouw.

7327 Poot-stok (loeyul), waarmode bij den ladang-bouw door mannen gaten, 4 a 5 c.M. diep, in den grond worden gestoken, in welke gaten achter hen aankomende vrouwen rijstkorrels strooijen. Model op \'/lo der ware grootte.

7328 Mandje (pintan(j) voor zaad-padi. Wordt gewoonlijk door de strooijeude vrouwen tusschen den duim, wijs- en middelvinger van de linkerhand vastgehouden. Model op \'/4 der ware grootte.

7329 Mand [leiding), welke met een baud van boomschors om den middel wordt gedragen en waarin bij den rijstoogst de rijpe korrels worden verzameld, nadat deze met de hand van de stengels zijn gerist. Model op \'/s der ware grootte.

7330 Mand (landjoeng), zeven a, acht-maal grooter dan ce kiding, welke, gevuld zijnde, in de landjoeng wordt geledigd om op nieuw gevuld te kunnen worden.

Gambie-bereiding.

7331 Houten koker [koekoes).

7332 Mand (kampak) van benkoeang-blad, waarin de uitgekookte gambir-bladeren ter verdere bereiding worden gedaaa. Bevindt zich bij no. 7333.

7333 Houten pers (apit). De pers-blokken zijn tusschen de lantjoeng poetjoek en de lantjoeng bawa gevat.

7334 Hamer (toekoel). 1 „ . ... , , .

; Behooren bi) de gambir-pers.

7335 W i g (hadji). \\ J 5

7336 P a n t e i. Het uit de bladeren geperste sap wordt in een vorm gegoten en aan zonne-warmte blootgesteld.

vlschvangst.

7337 F ui k (boehoe). Model.

7338 Idem (tekalak) „

180

-ocr page 195-

Banka.

7339 Schep-mand (tanglt;jok] voor het vangen van garnalen en rivier-vischjes. Model.

Jacht.

7340 Strik (djariny) voor herten.

7341 Idem voor kidang\'s,

7342 Idem voor pelandoek\'s.

Scheepvaart.

7343 Model ecner prauw.

Modellen van huizen.

f7344 W o o ii li ii i s op palen, oud model (ongeveer 1/iu der ware grootte). Zie de beschrijving van deze woning in Notulen Hal. Gen. 1893, bladz. 137 en 138.

LANDEN BUITEN DEN 0. 1. ARCHIPEL.

CHINA.

07345 Wapen {kam-kam), gebruikt bij Tandjoeng-poera in den zoogenaamden „prang Macaoquot;. De steel is langer geweest. u7346 Als voren, andere vorm.

*7347 Oude bril.

NIEUW-HOLLAND.

7348 Boemerang.

BR1TÖ0H-INDIË.

7349 Steek -wapen, eeuigzins in den vorm eener trisoela. Zie Burnouf et Jacquet, l\'Inde Frangaise, 7e livr., pl. 111.

7350 Zeer fraaije, metalen g e n d i.

7350« Beschilderd doek, voorstellende ecue scène uit de Ramajana.

181

-ocr page 196-

Landen buiten den O. I. Archipel.

AKABIE,

HAURAMAUT.

7.\'5 51 Kond mandje met langen hals — mahqab)

van dadel-bladeren gemaakt, vooral in gebruik tot het bewaren van gemalen koffij. ^jilir.

7352 Als voren, doch vierkant.

7353 Als no. 7362, doch veel grooter ( — dardjah).

7354 Als no. 7353, doch kleiner.

7355 Mandje ( = maqsam) tot het bewaren van dadels.

735fi Mandje ( 0gt;i - sjat), eenigermate in den vorm eener wijnflesch.

7357 Als no. 7351, doch kleiner ( =3 mahqab).

7358 Twee aan elkaar verbonden mandjes als no. 7352, doch veel kleiner (=3 mahqab).

7359 Eenigzins plat, rond mandje ( = dardjah).

7360 Waaier ( — maroehah). 3 stuks.

7361 Langwerpig mandje ( (jaa.3 = qafag).

7362 Y 1 e oh t - w e r k in den vorm van een bord (ï^jks.0 iijvj.* = mhrufèh gayhïrèh).

7363 Als no. 7363, doch grooter (2iij—*) = mèsrafèh kahirèh).

7364 Water-drinkbeker van gebakken aarde ( lt;«»quot;11= t= tasah).

7 365 Touw (

PLAATS VAN HERKOMST ONBEKEND.

7366 Hals-sieraad (Turksch ?).

7367 Rotan voorwerp, wellicht bewaarplaats van klapper-vezels voor geweer-proppen. Gevonden in eene in de St. Lucie-baai (Oostkust van Borneo) veroverde zee-roovers-prauw.

182

-ocr page 197-

Vaiiia.

VARIA.

Oude, Batatiasche gewichten.

7368 -Na stads slaper van 5 0 ponden ter ordre van den Ed. IIr. President, Elias de Haeze, en verdrc Eerw. II». Scheo-penon geconf\'ronteert door de li\'\'. Abraham van Dyk, vice-president en Johannes liernliardus liuys, Schoepenen in \'t zelve Eerw. eollegie, gemaakt door don stads Yk-meester, Hendrik van der Crap, Anno 1739, F, 7.

7369 Als voren, doch zonder inscriptie.

7370 Na stads slaper van 2 5 ponden ter ordre van \'t Eerwaarde eollegie van Jleeren Scheepenen deser stede gemaakt in Augustus anno 1750.

7371 Als voren; doch zonder inscriptie.

7372 Xa stads slaper van 10 ponden (als bij no. 7370).

7373 Als voren, doch zonder inscriptie. Twee exemplaren, waarvan één met hot jaartaai 179ö.

7374 Koper gewicht van 5 A m s t e r d a m s c h e ponden. Twee exemplaren, waarvan één met het jaartal 1798.

7375 Na stads slaper van 4 ponden (als bij no. 7370).

7376 Als voren, doch zonder inscriptie, maar met het jaartal 1798.

7377 Na stads slaper van 3 ponden (als bij uo. 7370).

7378 Als voren (als bij no. 7376).

7379 Stads slaper van 2 Amsterdamsche ponden (als bij no. 7376). Twee exemplaren,

7380 Koper gewicht van 1 A m s t. pond.

7381 „ „ v 1 li v v Twee exempl.

v V 1) A » V v n

7383 „ » » Vs „ gt;, (Achtël).

7384 Stads slaper van 5 0 kati, ter ordre van den Ed». IIr. president Elias de Haeze en verdre Eerw. Hquot; Scheepenen geconfronteert door de IIquot;. Abraham van Dyk, vice-presidt en Johannes Bernhardus Ruys, Scheepenen in \'t selve Eerw. Colle-gie, gemaakt door den stads-ykmeester, Hendrik van der Crap, Anno 1739. F: 7: [Halve pikol].

183

-ocr page 198-

Varia.

7385 Na stads slaper van 10 kati (als no. 7384).

7386 Stads slaper, 5 kati, z. j. 7887 „ 4 „ „

7388 „ „ 3 „ ,

7389 , „ 2 B

7390 „ 1 „ „ ^391 „ » \'/2 d 7)

7392 „ „ \'/i „ , 2 stuks.

7393 „ „ J/s » ji

7394 Stads slaper van 128 realquot; in alle zyne gedeelts ter ordre van den Edquot;. Hr. President, Elias de Haeze en verdre Eerw. Hd. Scheepenen geeonfronteert door de Hquot;. Abraham van Dyk, vice-presidt en Johannes Bernhardus Ruys, Scheepenen in \'t zelve Eerw. Collegie, correct, gemaakt door den stads Yk-meester, Hendrik van der Crap, Anno 1739, E, 7. (Sluit- of pijl-gewichten).

7395 Als no. 7394, doch zonder inscriptie. 2 stel.

7396 Stel mark-gewichten, incompleet. 6 stuks.

7397 Als voren, incompleet. 12 stuks.

7398 50 ponden, mare gewigt.

7399 20 „ „

7400 16 „ r

7401 12 „

7402 10 „

7403 8 „ „ „

7404 4 ,

7405 2 „ „ „

7406 Stads slaper tot een brood gewight, weegt elf onzen, ter ordre van den Edn. Heer president, Elias de Haeze, en verdere Eerw. H». Scheepenen geeonfronteert (als bij no. 7413), F, 7.

7407 VVaterloot van l\'/s ons = 3 lood, 1736, F, 7.

Oude, Bataviasche lengte-maten.

7408 Slaper van stads el Ie, door ordre van den Edle Hr. Presidt, Christoffel van Zwol en agbquot;. Baad van Hn. Scheepenen, in alle zyne verdeelinge correkt gemaakt door den

184

-ocr page 199-

Varia.

stads Yk-meester, Abraham Crena, A0 1705. K, 4. — Gecon-fronteert door den welgemelte Heer president en verdere Heerec Scheep enquot; deser stat Batavia.

7409 Mate van stads elle, enz. (als bij no. 5485).

7410 Stads slaper tot een duymstok met alle zyne ge-deeltens, Eeynlandse maat.

Oude, Bataviasciie inhouds-maten.

7411 Stads ryst-baly of slaper van vyf gantinghs, ge-bruykt by den stads yk-meester.

7412 Stads ryst-baly of slaper van vyf gantangs, gemaakt door den stads yk-meester, Abraham Crena, Anne 1706, M, 4.

7413 Na stads slaper tot uen ryst-baly van 3 gantings, tor ordre van den Ed. Hr. President, Elias de Haeze en verdre Eerw. H». Scheepenen geconfronteert door de H». Abraham van Dyk, vice-presidt en Johannes Bernhardus Ruys, Scheepenen in \'t zelve Eerw. Collegie, gemaakt door deni stads-ykmeester, Hendrik van der Crap, Anno 1739, F, 7.

7414 Stads slaper tot een ryst-baly van 3 gantings (als bij no. 7413).

7415 Stads gantingh of slaaper, gemaakt door den stads yk-meester. Abraham Crena, 1709, lï, 4.

7416 Stads halfe gantingh, enz. (als no. 7415).

7417 Stads quart gantingh, enz. (als no. 7415). Maat voor kadjan en boonen en kistteryen eu verderen klynigheden, die op de klyne passer verkoft wert

7418 Een ach sten van stads gantingh, enz. (als no. 7415 en 7117).

7419 Pintje of \'/g mutsje.

7420 De onderste diameter van stads kal lick baali of slaaper, gemaakt door den stads-ykmeester, Abraham Crena, 1709, bestaande in 3 maten. No. 8, T, 4.

Oude, Bataviasciie vormen voor steenen, esz.

7431 Stats vloersteen- vorm of slaper, met koper beslagen door ordre van dquot; Ed. IIquot;. Preside, Mattheus de Haan

185

-ocr page 200-

Vauia.

en Agtbaren liaad van Ileeren Scheepenen dezer stat Batavia door den stats yk-meester, Abraham Crena, Anno 1706. M, 4. Geconfronteert door den welgemelde lieer President en verdere Heeren Scheepenen dezer stad Batavia. Slaper van stads vloersteen-vorm, bestaande in 2 maten. - Vierkant.

7422 Deksel vau een vorm, als no. 7421.

7428 Stads-slaper tot een vierkante vloersteen- vorm van 24 duym, ter ordre van don Ed. Hr. President, Elias de Haeze on verdre Eerw. Hn. Seheopenen geconfronteert door do Hr. Abraham van Dyk, vice-presidt on Johannes Bernhardus liuys. Scheepenen in quot;t solve Collegie, gemaakt door den Stads yk-meester, Hendrik van der Grap, Anno, 1739 E: 7:

7424 Als voren, 18 duym

7425 „ „16 „

742(5 „ „ 15\'/a „

7427 „ „ Ui/,, ,

7428 Deksel van een vorm als no. 7427.

7429 Stads slaper tot een soskante vloersteen-vorm van Ift1/^ duyme, ter ordre van den Edquot;. Hr. President, Elias de Haeze en verdre Eerw. Hu. Scheepenen, geconfronteert door de liquot;. Abraham van Dyk. vice-presidt en Johannes Bernhardus Buys, Scheepenen in \'t selve Eerw. Gollegie, gemaakt door den stads-ykmeester, Hendrik van der Crap Anno 1739. F, 7.

7430 Stads dekpanne-vorm of slaper......Crena

(als no. 7421). Anno 1705. L, 4. Geconfronteert door den welgemelte Heer President en verdere Heeren Scheepenen dezer stad Batavia, — Slaper van stads dekpanne-vorm, bestaande in 3 maten.

7431 Stads vorstpanne-vorm......Batavia (als

no. 74 301. — Slaper van stads vorstpanne-vorm, bestaande in 3 maten.

7432 Deksel van een vorm als no. 7431.

7433 Slaper van stads dekpanne-vorm, bestaande in 3 maten. Zonder jaar.

7434 Correcte holte-maat van stads vorstpanne-vor m, door ordre..... 1706. M, 4 (als no. 7421).

186

-ocr page 201-

Varia.

7435 Correcte holte-maat van stads dekpanne-vorm, door ordre..... 1706. M, 4, (als no. 7421). Twee exemplaren, één in geel en één in rood koper.

7436 Correcte langte-maat van stads dekpanne-vorm. Anno 1706. Na stads slaper gemaakt door den stads yk-meester, Abraham Crena,

7-137 Correcte dikte-maat \'van stads dekpanne-vorm, door.ordre..... 1706. M, 4, (als no. 7421). Twee exemplaren als bij no. 7435.

7438 Stads metselsteen-vorm, met koper beslagen, correkt gemaakt met des stads slaper, door den stads ykmeester.

Abraham Crena, 1705. L, 4. Geconfronteert.....Batavia

(als no. 4368). — Stads metselsteen-vorm, bestaande in 2 maten.

7439 Slaper van stads metselsteen-vorm, bestaande in 2 maten. Zonder jaar.

7440 Deksel van een vorm (als no. 7430).

7441 Model van een metscl-steen-vo rm. Zonder jaar.

Wapenen.

7442 Oud-Hollaudsche hellebaard ot\' partizaan.

71-43 Hellebaard, anders dan no. 7442.

7444 Lans, Enropeesch maaksel. Zeer oud,

7445 Lans, Enropeesch maaksel, vermoedelijk bestemd geweest voor een vaandel.

7446 Als no. 7444.

7447 Als no. 7144, breed ijzer en onder dat ijzer een dwars-ijzer.

7448 Als no. 7444.

7449 Als no. 7444, spits ijzer.

Z

7450 Bronzen v ierponder met het merk : gegoten te Middelburg door M. Everhard, anno 1766. 2 stuks.

A

7451 Idem met het merk : gegoten te Amsterdam door Pieter Seest, anno 1758.

3 87

-ocr page 202-

Varia.

Inktkokers.

§7452 Zilveren inktkoker met de inscriptie; De Oostzse Br. Comp. Aquot; 1732 (Oostzijdsche burger-kompagnie). - §7453 Zilveren inktkoker en tafel-schel, afkomstig van de Bataviasehe burger-cavalerie, 1784.

§6454 Zilveren inktkoker en dito schel, afkomstig van het Collegie van Heemraden der Bataviasehe Ommelanden.

7456 Gedicht op het huwelijk van den koopman, C. Verburgh, en „d\'eerbarc, dcucht- en zedenryeke juffrouwquot;, M. van Rietbeeck, gedrukt op satijn te Batavia in 1G74.

§7457 Zilveren schenkblad, vervaardigd ter gelegenheid van het overlijden van den ordinaris Raad van Indië, Corn. Chastelin, op 28 Junij 1714.

§7458 Gedreven, zilveren plaatje, voorstellende een schip van de O. I Compagnie. Fragment van het zilveren beslag van een bijbel.

07459 Zwaard van den gerechte, afkomstig van het Collegie van Schepenen te Batavia. In een sierlijk kastje met inscriptie.

7460 Ebbenhouten, fraai besneden stoel uit de 17c eeuw, afkomstig van Menado.

7461 Verguld, oud-Hollandsch, houten snijwerk, vermoedelijk gediend hebbende als versiering boven eene deur. 3 soorten.

§7462 Glazen beker, waarop gegraveerd zijn een schip en de inscriptie: „het Oostindische Compagnies welvarenquot;.

§7463 Groot glas met het merk Doel onbekend,

§7464 Idem zonder merk.

7465 Ouderwetsche, glazen kroon voor kaarsen.

7466 Zilveren knop van een wandelstok, versierd met het Nederlandsche wapen. Onderscheidings-teeken voor inlandsche hoofden in het Oostelijke gedeelte van den Archipel.

7467 Zilveren peper-bus. Wordt gezegd in vroeger jaren op Timor, bij gebrek aan no. 7466, daarvoor gediend te hebben.

188

-ocr page 203-

Varia

*7468 Besneden klapper-dop op voetstuk,vervaardigd te Padang.

7469 Drie uitgesneden, boven elkaar geplaatste klapperdoppen. Padangsch fabricaat.

7470 Tamelijk groote, metalen klok met de inscriptie: J. Borclihard. Gegoten in \'t Ambagts quartir tot Batavia 1774.

7471 Stoel, afkomstig uit de receptie-zaal in het residentie-huis te Djokjokarta. De hoogste was voor den Sultan bestemd. 3 stuks.

APPENDIX lt;1i.

BATAK-LANDEN.

7472 Zwarte slendang met blauwe streepen

7473 Houten beeldje.

ATJEH.

7474 Chineesch zijden broek, met gouddraad geborduurd.

7475 Idem van poleng saloer, met zilverdraad geborduurd.

7476 Houten pilaar, afkomstig van de perrakna semhah (gebouw tot het ontvangen van aanzienlijke personen) in den kraton te Kota-Radja. 2 stuks.

JAVA.

7477 Toedoeng pëlëntoeng: wordt uitsluitend vervaardigd in de desa Naming, district Rangkas-betoeng, Bantam. 3 stuks.

7478 Met zilveren, gedreven, ronde platen versierde toedoeng. Vroeger dracht van mantri\'s, enz., wanneer zjj te paard reden. Cheribon.

139

*7479 Zilveren, vergulde armband met tapok-manggis-vruchten.

1

De hier vermelde voorwerpen zijn gedurende het afdrukken \\an dit supplement ontvangen.

-ocr page 204-

Appendix.

*7480 Zilveren, vergulde a r m b a n d {gelang lodètti).

*7481 Zilveren vinger-ring (telor mimi) voor vrouwen.

*7482 Horst-speld voor aanzienlijke vrouwen met vierkanten steen (katjoeboeng), omzet mot tatoe bandjar. Afkomstig van Tjiamis.

7483 Laken gordel {hënfhi) met zilveren, vergulde plaat voor mannen.

*7484 Zilveren been-band {gelang kling fSoend.j, krontjong |Jav.]) voor kinderen. 1 paar.

07 135 Fraai besneden kapstok, waarvan de knoppen boven elkaar zijn aangebracht. 2 stuks.

7 86 Pedang soedoeg met menschelijke figuur aan de hoornen greep. Staatsie-wapen. Wordt in de schede in de hand gedragen, recht tegen het bovenlijf opstaande, bij gelegenheid van feesten, koudangan, enz.

7487 Go lok met rijk versierde schede. Oud model. 2 stuks.

7488 Vreemdsoortig wapen {hesi patjoek), bestaande uit een rond, ijzeren staafje aan oene dito korte ketting. Wordt in Krawang gebruikt tegen kwaad volk.

7489 Soort vau schild (patjoek Tcajoe). Behoort bij no. 7488.

7 490 ï j o n g k r a n g.

7491 Groot mes {piso soeling), vroeger in gebruik bij Amil\'s om beesten te slachten.

7492 Kris topengan met fraaije, met geel koper beslagen schede en gevest.

quot;7493 Korte lans (loembak pèpètek [naam van eene visch-soort] ) met proengoe lemmet. Vroeger als wandelstok, tevens wapen, in gebruik bij kiai\'s, wanneer zij naar eene sedekah, enz. gingen.

7494 Lans-punt (soeloek pandan). Demak.

7495 Idem met 10 loek.

7496 Model van een vise h-net (sair waring).

t^497 „ „ n schep -net {oemhing) voor garnalen.

t7498 „ „ zeker visch-tuig {taheng), gemaakt van de vrucht van den brènoek-boom. Bantam.

f7499 Als voren van klapper-vrucht. Bantam.

190

-ocr page 205-

Appendix;

f7 500 Zeer lange, bamboe vogel-versehr ikker {titi-rari).

7501 Plat, vierkant stuk ijzer (ijohed radjan;/), waarvan eene der lange zijden scherp is gemaakt; vroeger in gebruik om daloeang (papier van boomschors) te snijden door op de niet scherpe, lange zijde te kloppen.

07502 Oud zadel met koperen beslag, af komstig uit de desa Paroong-poentang, afdeeling Mangoenredja, Preangor-Regont-schappen. Zie Notulen Bat. Gen. 1893, bladz. löi.

Maskers, behoorende bij de niet meer gebruikelijke wajang lelingong. Bantam

750:5 Praboe Lelingong.

7504 Tjoetjoek Manggong.

750.\') Praboe Haramoda.

7506 Sang Karadjoena.

7507 Sang Hima.

7508 Si Mëlam.

7509 Boeloe Dewa.

7510 Si Akil.

7511 Kang Simar.

7512 Porasé.

7513 Gada^an.

7511 Sang Menak.

7515 Pilos.

7516 Krèsék.

7517 Dobol.

7 51S Segar.

75)9 Radjëk quot;Wesi.

7520 Sang Kala Maradat.

7521 Sang Mèga.

7522 Sang Gantoe.

7523 Sang Giris.

7521 .Nenè Ambrak.

7525 Gabroek.

7526 Houten beeldje, voorstellende Menak Djingga, die zijn panakawan, Dajoen Doei, draagt. Vroeger pitakonan voor dalang\'s.

191

-ocr page 206-

Appendix.

BORNEO.

WESTER-AFDEELING.

07527 Toetoep sadji, afkomstig uit de desa Klougkong. 2 stuks.

7528 Bamboe mutsje zonder versiering. Melawi-gebied.

7529 Lederen patroon-taseh. Als voren.

75\'iO Speelgoed (^). Als voren

f7531 Draag-mand. „ „

7 532 H a m p a t o e met drie beelden, welke schuins van elkaar afwijken, zooals de onderste takken van den boom, waarvan deze hampatoe is gemaakt, van elkaar afweken,

7533 Idem met vooruitstekend, gekleurd, viervoetig dier, enz. Kampong Tapen,

7534 Idem met vrouwelijke bliang.

7535 Als voren, gekleurd.

753G Idem met staande, mannelijke figuur, welke op een zwaard rust.

7537 Idem met groot, duivelachtig hoofd, hetgeen de tong uitsteekt.

OELOE-AJER-DAJAK.

Kleeding.

f7538 Vrouwen toedoeng bij feestelijke gelegenheden.

7539 Mannen muts met kralen band en veêr.

7540 Kralen hoofd-band voor mannen.

7541 Idem voor vrouwen.

7542 V ersiering van de koude.

7543 Houten oor-schijf voor-vrouwen. 2 stellen.

7544 Oorlogs-muts. Rondom het spiegeltje aan de voorzijde worden veêren van den argus-faisant en van andere vogels als eene krans gestoken.

7545 Vrouwen hals-band.

7516 Als voren.

7547 Mannen badjoe. Eigen weefsel, maar het katoen wordt gekocht.

7548 Vrouwen badjoe met mouwen.

7549 Idem zonder mouwen.

192

-ocr page 207-

Appendix.

7550 Als voren, grover.

7551 Vrouwen rok.

7652 Als voren, doch ander patroon.

7553 Als voren.

7554 Slendang, geweven van gekauwde bamboe-bast.

7555 Weefsel, vervaardigd van gekauwde bamboe-vezels en roeba (Mal. lemba).

7556 Idem van bajoe en laboe (soort vau boomschors. Mal. banjoer).

7557 „ „ lemba (soort van boomschors)

7558 „ niet lemba-scheering eu kenas (ananas)-inslag.

7559 „ van raboe (schors-vezel van een vrij grooten boom met doorns).

7560 Gekleurd, bamboe weefsel.

7561 Oorlogs-kleed van geiten-vel. Ook in gebruik bij de Poenan-Dajak.

7562 Zeer dunne, rotan ring, welke als arm- en beenversiersel in grooten geta\'e (pl.m. 50 stuks) boven de elleboog en onder de knie wordt gedragen.

Huisraad.

7563 Z i t - in a t j e.

7564 Matje vau roode en geele rotan.

7565 Pandan mat,

7566 Groote, rotan d r a a g - m a n d. Ook in gebruik bij de Poenan-Dajak.

7567 Mand met ingevlochten figuren, menschen en vogels voorstellende.

7568 Mandje voor het bewaren van djimat\'s en kinderspeelgoed.

7569 IJzeren mes voor huiselijk gebruik.

7570 Betrekkelijk smal, doch zeer lang kleed, van bamboevezels geweven, voor het afsluiten der dans-ruimte bij feesten.

Tatoeëer-gereedsciiap.

7571 Bamboe, bevattende damar-roet en teeken-peu.

7572 Koperen staafje met scherpe punt.

7573 Besneden stokje, waarmede op no. 7572 wordt geslagen,

Catalogus Etlm. voorwerpen. 13

193

-ocr page 208-

Appendix.

7574 Grespleten bamboe, dieneiule als palet voor het damar-roet.

Muzijk-instbumentex.

7575 Mond-harmonica, met eeue soort van pik bezwaard om deu toon te regelen. Aan het uiteinde bevindt zich een voorraad pik. Ook in gebruik bij de Poenan-Dajak, 2 stuks.

7576 Groote, tweesnarige guitar. Ook in gebruik bij de Poenan-Dajak.

7577 Soort van eénsnarige viool met strijkstok.

7578 Fluit met Poenan-versiering

Scheepvaart.

7579 Resuedeu stok van een roeispaan.

Vakia.

7580 IJzeren versiering van een doodeu-paal (haüi-patoe), ook aau den nok van een dak.

POENAN-DAJAK.

Ki.eeding.

7581 Rotan mannen m u t s.

7582, Oor- versiersel met panter-tanden eu kralen.

7583 Mannen armband

7584 Kotan a r m - en been-ringen voor vrouwen.

Huisraad.

7585 Beeneu (gibbon radius) messen-hecht met snijwerk.

7B86 „ ( „ „ \'jvlecht-naald met snij

werk,

7587 A n i - a n i; wordt ook gebruikt om het haar te reinigen.

7588 Met snijwerk versierde, bamboe koker met deksel. Ook in gebruik bij de Oeloe-Ajer-Dajak.

7589 Als voren. Poenan-snijwerk.

7590 Besneden bamboe tot het bewaren van kleinigheden,

7591 Eotan zit-matje.

Muzijk-instrumenïen,

7592 Ne us-flu it. 3 stuks.

194

-ocr page 209-

Appendix.

BATANG-liOEPAR-DAJAK.

7593 Met snijwerk versierde, bamboe koker met deksel.

7594 Weefspoel. Maleisch fabricaat. Heneden-Mandai.

ZUID- EN OOSTER-AFDEELING.

*7595 Met goud-passement versierd mutsje; drackt van kindereu vau hcofden. Amoeutei.

*7596 Gordel van goud-passement. Amoentei.

CELEBES.

MINAHASA.

f7597 Model eener vlerk-prauw; ware grootte 5 a 6 meter lang, zelden meer dan \'/j meter breed.

f7598 Model eener prauw van het meer van Tondano; ware grootte 3 a 10 meter lang, \'/* ^ 1 meter breed. De kleinste soorten worden voor vischvangst, de grootere tot vervoer van menschen, goederen, enz. gebruikt. De uiteinde worden met klei dicht gemaakt. Staande, roeit men deze prauwen met roeispanen van 5 a 6 voet lengte.

KEI-EILANDEN.

f7 599 Grroote, houten bak met dito deksel; doel onbekend.

BABAR-GKOEP.

*7600 Ronde kalk-doos van schildpad.

*7601 Houten, zittend beeldje met de armen op de knieën. Loeang.

NIE ü W -GUINEA.

7602 Boog. Amberno-gebied.

7603 Idem van pinang-hout. Negorij Goras.

7604 Vlag.

BALI.

quot;7605 Kris loeroes met fraai pamor.

7606 Gekleurde togog, voorstellende eene zittende raksasa. 2 stuks.

7607 Als voren, voorstellende een Vorst en eene Vorstin. 2 stuks.

195

-ocr page 210-

AANWIJZING-

TOT HET

VINDEN DER VOORWERPEN IN HET MUSEUM.

Voorwerpen, bij wier nummer in dezen catalogus yeen teeken is gevoegd, zijn aanwezig in de staande kasten, tenzij de plaats dier voorwerpen speciaal is aangegeven.

Voorwerpen, bij wier nummer in dezen catalogus is gevoegd: * zijn aanwezig in, op of onder de lir/gende kasten; -j- „ „ op, onder of boven de tafels; o „ „ aan of bij den wand;

§ „ n in de zoogenaamde (joud-kamer; Muzijk-instrumenten en vischtuig zijn vereenigd in de zaai achter de leeskamer; voorwerpen uit de ITde en ISJe eeuwen grootendeels in de zaal links bij het binnengaan der vestibule.

-ocr page 211-
-ocr page 212-
-ocr page 213-
-ocr page 214-