-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

lililil \' 1898 0098

-

. t

■■

-ocr page 5-

HET

LEERZAAM HUISRAAD,

VEEïOOKD IK

VYFTIG KONSTIGE FIGUUREN,

MKT

GODLYKE SPREUKEN EN STIGHTELYKE VERZEN,

DOOK

.T V gt; L I I Iv i: X-

LEIDEN. - A. W. SIJTHOFF.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

VOORREDEN.

6 Jlensch! die hier in dezen tyd,

Van \'t tegenwoordig zichtbaar leven,

Verborgentlyk gekomen zyt,

Met al wat vlugtig is, omgeeven:

Gy woond niet in een zeker land,

Daar gy oneindiglyk zult blyven.

Uw wortel is niet vast geplant.

Men zal u als een gast verdryven.

Gy staat geen Punt des levens stil, Uw leven is een weg van spoede.

Sint dat het leven in u vil.

Zo word de snelle gang niet moede.

Waar heen doch? want daar komt een end Hier is een helder oog van noode,

Op dat men eind\'ling wel helend.

En niet vervalt in \'t leet en snoode.

Want op de Eeize door de Tyd Zyn veelderly verkeerde wegen.

Na \'t verre land der Eeuwigheid,

Als een verwarden Hof gelegen.

Maar die \'t op goede uitkomst zet.

Bedaard en wel verklaard van zinnen,

-ocr page 8-

VOOKEEDEN.

En op zyn tree der voeten let. Om eind\'ling \'t Eind des Heils te winnen,

Leer leezen uit het groote Boek, Der dingen, daar zyn gantse leven.

Of op het veld, of in den hoek. Geduuriglyk mee is omgeeven.

\'t Zyn, voor \'t opmerkzaam wys gemoed Al vingers die hem verder wyzen.

Op \'t Doelwit van het hoogste Goed, En hoe hy \'t zelve moet bereizen.

Al wat het leven lief aanbrengt,

Dat kan hem scherp en krachtig leere.

Dat hy het Eeuwig Lief bedenkt,

En zich van \'t klein, na \'t groote keere.

Al wat het leven leed verschaft. Dat leerd hem \'t Eeuwig leed te myden.

Om niet te vallen in die graft,

Van wee en ach, en bitter lyden.

Maar die aan \'t Hert geen ooren heeft, Die hoord geen stomme dingen spreeken.

Zo dat hy als de dooven leeft.

Die van de Reden zyn versteeken.

Al wat \'er weegt in deze tyd,

Tot spyt, of blydschap, of genoege,

Wyst op \'t Gewigt der Eeuwigheid, Op dat het hert zich daar na voege.

De dingen die van waarde zyn.

Getuigen van een hooger waarde.

En heffen \'t Wezen boven schyn,

Gelyk als Hemel boven aarde.

Den Dag is schoonder als de Nacht,

-ocr page 9-

VOORREDEN. VII

Het zoet is beter als het wrange,

Het hard is slimmer als het zacht, Het blyde liever als het bange.

De geur is waarder als de stank, Verzaadheid liever als ontbeeren.

Gebons is doover als de klank,

Het Goud i^ zwaarder als de veeren.

Het Jaar is langer als den Dag,

Om in een goede stand te leeven;

o! Dat het Oog doch verder zag.

En van de grond wierd opgeheven!

Daar is een klaare kaars en bril.

Maar doch, helaas! wat mag het baaten

Voor iemant, die niet zien en wil. Die word in duisternis gelaaten.

Den Os gaat graazen voor hem neêr, En is gerust in weelde dagen,

Vergaard hem zeiven vlees en smeer. Tot dat hy word ter kuip geslagen.

Doch die de naam voerd van een mensch, Behoord niet als een dier te leeven.

En vinden voor hem neêr zyn wens.

Maar hebben \'t Herte opgeheven,

Van stof en vuilis hemel waard,

En moet by al zyn doen en poogen,

Terwyl hy leeft op dezer aard,

Altyd het Hemels-deel be-oogen.

Nu, al die hier gekomen zyt,

Om uwen loop ook af te treeden,

Ziet voor u, want nu is \'t uw Tyd, Eer dat u kans word afgesneeden.

-ocr page 10-

VOORHEDEN.

Daar zynder veel voor u geweest, Wiens Uurglas lang al is verloopen, Al liefden zy de Aarden \'t meest, Zy moesten \'t met de dood bekoopen.

En al \'t belangen leid in \'t stof: Betracht gy d\'allerwaardste dingen.

Die vallen met de Dood niet of.

Gaat gy den weg, die and\'re gingen,

quot;Welks Hert de Wereld heeft versmaad, Het Doolhof dezer tyd ontweeken,

En volgden op des Wysheids raad. En achter lieten guide streeken.

ö Mensch leerd uit het Boek der Tyd, In uw vergunde levens Jaaren,

Het wonderbaarlyk onderscheid.

Van \'t Eeuwig Wel of Quaalyk vaaren.

vin

-ocr page 11-

HET

LEERZAAM HUISRAAD.

VERTOOND IN

VYFTIG FIGUUREN.

-ocr page 12-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

2

DE TAFEL.

Doch ik zegge u, dat veele zullen komen van Oosten en quot;Westen, en zullen met Abraham, en Izaak, en Jakob aanzitten in het Koningryk der Hemelen. Matth. VIII; 11.

-ocr page 13-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur I.

De Tafel dagelyks toebereid,

Met overvloed van voedzaam Eeten,

Alwaar men in gemeenzaamheid, Met Vrede en Eust is aangezeten,

Wyst op den Honger, en de lust. Die uitgaat, tot het Eeuwig leven.

Om eenmaal vrolyk en gerust In zulk een Staat te zyn verheven.

Daar \'t leven Hemels werd gevoed, In Maatschappy van lieve Vrinden,

Die na bestaande van Gemoed,

Malkaar daar zalig zullen vinden;

Van Oost, van quot;West, van Zuyd en Noord, Schoon zy malkander nooit en zagen.

En d\'Een van d\'Aar nooit had gehoord, In \'t Jammerdal van deze dagen.

5 Tafel zo volmaakt bedekt!

En zo volmaakt en schoon omgeeven,

Gy zyt de zeilsteen die ons trekt, Om Eeuwig van uw spys te leeven,

Verzeld zo aangenaam en schoon. Met Ab\'ram, Izaak en zyn Zoon.

-ocr page 14-

het leerzaam huisraad.

Psalm LXXXI: 11.

Doet uwen mond wyd open, en ik zal liem vervullen.

Jezaias XXV: 6.

En de Heeee der heirschaaren zal op dezen berg allen volken een vette maaltyd maaken, een maaltyd van reinen wyn, van vette vol mergs, van reine wynen, die gezuiverd zyn.

En Kapittel LY: 1.

6 Alle gy dorstige, komt tot de wateren, en gy die geen geld en hebt, komt koopt en eetet, ja komt koopt zonder geld, en zonder prys wyn en melk.

Matth. V; 6.

Zalig [zyn] die hongeren en dorsten [na] de gerechtigheid ; Want zy zullen verzadigt worden.

Lukas XIII: 29.

En daar zullender komen van oosten, en westen, en van noorden, en zuiden, en zullen aanzitten in het Koning-ryke Gods.

En Kapittel XIV: 15.

En als een van de geene die mede aanzaten, deze dingen hoorde, zeide hy tot hem: Zalig is hy die brood eet in het Koningryke Gods.

4

-ocr page 15-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Openbaaringe III: 20.

Ziet, ik sta aan de deure, en ik kloppe: indien iemant myne stemme zal hooren, en de deure opendoen, ik zal tot hem inkomen, en ik zal met hem avondmaal houden, en hy met my.

En Kapittel XIX : 9.

En hy zeide tot my; Schryft: Zalig zyn ze, die geroepen zyn tot het Avondmaal van de Bruiloft des Lams. En hy zeide tot my: Deze zyn de waarachtige woorden Gods.

5

-ocr page 16-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

6

DE STOEL.

Komt herwaards tot my alle die vermoeid en belast zyt. en ik zal u ruste geeven: Neemt myn Juk op u. en leerd van my, dat ik zachtmoedig ben. en nedrig van herten; en gy zult ruste vinden voor uwe zielen. Matth. XI: 28, 29.

-ocr page 17-

7

Op Figuur II.

6 Stoel! tot dienst, en tot gemak, Van \'t Vlees, die arme maaden zak, Hoe hoorde ons uw geryf te leeren, Om voor de afgesloofde Ziel,

Daar tegen dat haar \'t vlees ontviel. Een Stoel des Hemels te begeeren. Wie weet hoe menig dat \'er scheid, Van \'t zachte kussen uit der Tyd, Die zonder Steun of Eust gaat zwerven. Om dat het vlees zo mak\'lyk zat, Dat hy der Zielen Stoel vergat, Tot aan zyn heenevaard en sterven! ó Stoel! waar op men Zalig zit, Weest gy ons Doel en stadig wit.

Hebreen IV: 1.

Laat ons dan vreezen, dat niet t\' eeniger tyd. de belofte van in zyne ruste in te gaan nagelaaten zynde, imant van u en schyne achter gebleeven te zyn.

Openbaaringe III: 21.

Die overwind. Ik zal hem geeven met my te zitten in mynen throon, gelyk als ik overwonnen hebbe, en ben gezeten met mynen Vader in zynen throon.

-ocr page 18-

8 HET LEERZAAM HUISRAAD.

HET BED.

Gy die den boozen dag verre stellet: en den Stoel des gewelds naby brengt. Die daar liggen op elpen-beenen bedsteden, en wceldig zyn op haare koetsen: en eeten de lammeren van der kudde, en de kalveren uit het midden van den mcst-stal. Amos VI: 3, 4.

-ocr page 19-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur III.

Daar werd een zacht\'lyk Bed bereid, Op dat den Ezel makk\'lyk leid, Dat booze en looze Dier der zonden; Dat snood verdorven vlees en bloed, Dat d\'arme Ziel veel schaade doet, En in zyn banden houd gebonden. En d\'arme Ziel, waar leid zy doch! Elendig tussen wee en och,

Op \'t barre stroo, van \'t quaad geweeten. Heeft weinig slaap en weinig rust Wyl zy van beter staat bewust,

Gestaag geknaagd werd en gebeeten. ö Mensch! die \'t op een Rusten zet. Bereid en spreid uw Zielen-Bed, In \'t zachte Dons van alle Deugde,

Zo zal uw slaap ter ochtend-schyn. Geen kommerlyke ontwaaking zyn, Maar d\'opgang van een Eeuw\'ge Vreugde.

-ocr page 20-

10

Jezaias XIV: 11.

Uwe hovaardye is in de helle neder gestort, [met] het geklank uwer luiten: de maaden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.

En Kapittel XXVIII: 20.

Want het bedde zal korter zyn, dan dat men zich daar op uitstrekken kenne: en het deksel zal te smal weezen. als men zich [daar onder] voegt.

En Kapittel XXIX : 15.

Wee den geen en die haar diepe versteeken willen voor den Heere, [haaren] raad verbergende: en welker werken in duisterheid geschieden, en zy zeggen. Wie ziet ons? en wie kend ons?

Romeinen XI: 8.

(G-elyk geschreeven is: God heeft haar gegeeven eenen geest des diepen slaaps: oogen om niet te zien, en ooren om niet te hooren) tot op den huidigen dag.

En Kapittel XIII: 11, 12.

En dit [zegge ik te meer] dewyle wy de gelegenheid des tyds weeten, dat het de uure is, dat wy nu uit den slaap opwaaken: want de zaligheid is ons nu naarder, dan doe wy [eerst] gelooft hebben.

De nacht is voorby gegaan, en de dag is nabygekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternisse, en aandoen de wapenen des lichts.

-ocr page 21-

11

Hebreen IV: 1, 2.

Laat ons dan vreezen, dat niet t\'eeniger tyd, de belofte van in zyne ruste in te gaan nagelaaten zynde, iemant van u en schyne achter gebleeven te zyn.

Want ook ons is het Euangelium verkondigt, gelyk als haar: maar het woord der predikinge en deede haar geenen nut, dewyle het met het geloove niet gemengd en was, in de geene die het gehoord hebben.

En Vers 6, 7.

Dewyle dan blyft, dat sommige in dezelve [ruste] ingaan, en de geene dien \'t Euangelium eerst verkondigt was, niet ingegaan en zyn van wegen de ongehoorzaamheid:

Zo bepaalt hij wederom eenen zekeren dag, [namelyk] Heden, door David zeggende zo langen tyd daar na (gely-kerwys gezegt is), Heden, indien gy zyne stemme hooret, zo en verhardet riwe herten niet.

En Vers 9, 10, 11.

Daar blyft dan een ruste over voor het volk Gods.

Want die in gegaan is in zyne ruste, die heeft zelve ook van zyne werken gerust, gelyk God van de zyne.

Laat ons dan ons benaarstigen om in die ruste in te gaan: op dat niet iemant in dat zelve exempel der onge-loovigheid en valle.

-ocr page 22-

12 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE HAARDSTEE.

Hebbende [danj uwe zielen gereinigd in de gehoorzaam-heid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broe-derlyke liefde, zo hebt malkanderen vuuriglyk lief uit een rein herte. I Petrus I : 22.

-ocr page 23-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur IV.

Het rmtbaar Vuur, dat zo veel doet. Tot dienst, om redzaam huis te houde,

Is op de Haardstee kost\'lyk goed. Ter spyze, en tegenweer der koude:

Maar buiten deze paal en maat, Op \'t bedde, of houte zolderinge.

Was \'t schaad\'lyk in den hoogsten graad, quot;Wyl Huis en al, tot As verginge.

5 Mensch! bewaard uw levens vuur! Op dat het in zyn order blyve.

En niet ontsteeke huis en schuur. Om u ontbloot daar uit te dryve.

Zyn order, na behoorlykheid,

Is, in de liefde Gods te branden

En niet in \'t wezen dezer Tyd,

Daar maakt het lyf en ziel te schande. Daarom bereid en vleid zyn gloed. Op d\' Altaar van een vast gemoed.

-ocr page 24-

het leerzaam huisraad.

Psalm XVIII; 2.

Ik zal u hertelyk liefhebben, Heere, myne sterkte.

Markus XII: 30, 31.

En gy zult den Heere uwen God liefhebben uit geheel uw\' herte, en uit geheel uwe ziele, en uit geheel uwen verstande, en uit geheel uwe kracht. Dit is het eerste gebod.

En het tweede [dezen] gelyk, [is] dit: Gy zult uwen naasten liefhebben als u zeiven. Daar en is geen ander gebod grooter dan deze.

Joannes XIV: 21.

Die myne geboden heeft, en dezelve bewaard, die is het die my lief heeft: en die my lief heeft zal van mynen Vader gelievet worden: en ik zal hem lief hebben, en ik zal my zeiven aan hem openbaaren.

Handelingen XVIII : 24, 25, 26.

En een zeker Joode met naame Apollos, van geboorte een Alexandriner, een welspreekende man, quam te Ephezen, machtig zynde in de Schriften.

Deze was in den weg des Heeren onderweezen: en vuurig zynde van geeste, sprak hy, en leerde naarstelyk de zaaken des Heeren, weetende alleenlyk den Doop Joannes.

En deze begon vrymoedelyk te spreeken in de Synagoge: en als hem Aquila en Priscilla gehoort hadden, namen zy hem tot haar, en leiden hem den weg Gods bescheide-lyker uit.

14

-ocr page 25-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Romeinen XII; 11.

Zyt niet traag in het benaarstigen. Zyt vuurig van geeste. Diend den Heere.

I Petrus IV: 8.

Maar voor al hebt vuurige liefde tot malkanderen: want de liefde zal menigte van zonden bedekken.

I Joannes 11:15, 16, 17.

En hebt de wereld niet lief, noch \'t geene in de wereld is: zo iemant de wereld lief heeft, de liefde des Vaders, en is niet in hem.

Want al dat in de wereld is, [namelyk] de begeerlykheid des vlees, en de begeerlykheid der oogen, en de grootsheid des leevens, en is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

En de wereld gaat voorby, en haare begeerlykheid: maar die den wille Gods doet, blyft in der eeuwigheid.

15

-ocr page 26-

16 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE TANGr.

De kloekzinnige ziet het quaad fen] verbergd zich: de slechten gaan lieenen door, [en] worden gestraft. Spreuken XXVII ; 12.

-ocr page 27-

HEÏ LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur V.

Twee Yz\'re Vingers brnikt de hand, Op dat men \'t Vuur na eis regeere,

En evenwel zich niet en brand;

Hier is voorzichtigheid te leere;

Want greep men zo do Dingen aan.

Daar \'t tegenwoordig mensch\'lyk leeven Zyn leeven lang mee om moet gaan. En daar het steeds mee is omgeeven;

Een Vuur der Wereld, \'t geen \'t Gemoed, Door slof en achteloos hanteeren,

Verbrand, en groote weedom doet, Men zouw veel schaade van zich weeren. Maar laaci! \'t Vlees word meer gemj\'d Als \'t eed\'le Deel der Eeuwigheid.

Mattheus X: 16.

Ziet, ik zende u als schaapen in \'t midden der wolven: zyt dan voorzichtig gelyk de slangen, en oprecht gelyk de duiven.

En Kapittel XVI: 26.

Want wat baatet een mensche, zo hy de geheele wereld gewind, en leid schaade zyner ziele? of wat zal een mensche geeven, tot lossinge van zyne ziele?

Ephezen V: 15.

Ziet dan hoe gy voorzichtelyk wandeld: niet als onwyze, maar als wyze.

IL 2

-ocr page 28-

En om dat de ongerechtigheid vermenigvuldigt zal worden, zo zal de liefde van veele verkouden. Maar wie volharden zal tot den einde, die zal zalig worden. Matth. XXIV : 12, 13.

IS HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE DOOFPOT.

-ocr page 29-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur VI.

De Kool, die helder leid te glooren,

Zo schoon, met een vergulde gloed, Jloet in de Doofpot haastig smöoren. En word eerlang zo zwart als roet. Zo is \'t ook met des menschen herte,

Wanneer \'t in hemel-liefde gloeid. En uit de door\'ne struik van smerte,

Gelyk een schoone Kooze bloeid; Wanneer dat, leider werd omgeeven.

Van \'t aardse Vat dat weelden hiet, \\erliest het licht zyn gloeijend leeven,

En zyne glorie word tot niet. o Waarde Zielen blyft in \'t schroomen,

En laat uw eed\'le vuurigheid,

Niet schand\'lyk in verdooving komen Door \'t nietig Ding van dezen Tyd. o Vlees en bloed en werelds leeven,

Gy duist\'re Doofpot van \'t gemoed. Wat hebt gy menig Ziel omgeeven. Tot nadeel van zyn Hemel-gloed! ö Eed\'le Ziel blyft onbeslooten,

En haald uw leevens lucht uit God, Zo werd het Eeuwig licht genooten. En word ontgaan de Helse Pot.

-ocr page 30-

hht leerzaam huisraad.

Hoogelied VIII: 6.

Zet my als een Zegel op u herte, als een Zegel op uwen arm: want de liefde is sterk als de dood: de iever is hart als het graf: haare kooien zyn vuurige kooien, vlammen des Heeren.

Markus IV : 18, 19.

En deze zyn, die in de doornen bezaaid worden, [namelyk] de geene die het woord hooren.

En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleidinge des rykdoms, en de begeerlykheden ontrent de andere dingen inkomende, verstikken het woord, en het word onvruchtbaar.

Romeinen VIII; 35, 36, 37, 38, 39.

Wie zal ons scheiden van Christus liefde? Verdrukkinge, of benaautheid, of vervolginge, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?

(Gelyk geschreeven is: Want om uwent wille worden wy den gantsen dag gedood: wy zyn geacht als schaapen der slachtinge.)

Maar in dezen allen zyn wy meer als overwinners, door hem die ons lief gehad heeft.

Want ik ben verzekert, dat noch dood, noch leeven, noch Engelen, noch Overheden, noch Machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen.

Noch hoogte, noch diepte, noch eenig ander schepsel, ons zal konnen scheiden van do liefde Gods, welke is in lt; \'liristus Jezus onzen Heere.

20

-ocr page 31-

HET LEERXAAM HUISRAAD.

II Korinthen VI: 1, 2.

En wy [als] mede-arbeidende bidden [u] ook dat gy de genade Gods niet te vergeefs en moogt ontfangen hebben.

Want hy zegt; In den aangenaamen tyd hebbe ik u verhoord, en in den dag der zaligheid hebbe ik u geholpen: ziet, nu is \'t de wel aangenaame tyd, ziet nu is \'t de dag der zaligheid.

Hebreen XII: 15.

Toeziende dat niet iemant en veraehtere van de genade Gods: dat niet eenige wortel der bitterheid opwaarts spruitende beroerte en maake, en door dezelve veele ontreinigt en worden.

21

-ocr page 32-

Jezus zeide tot hom: Zo gy wilt volmaakt zyn, gaat lieenen. verkoopt wat gy hebt, en geeft het den armen, en gy zult eenen schat hebben in den Hemel: en komt herwaarts, volgt my. Matth. XIX : 21.

HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE KAS.

-ocr page 33-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur VII.

Daar is wat in, 5 ja! maar och! Verkeerde zin, wat is het doch! Een prondel hoek van veele zaaken, Die meestendeele vrucht\'loos zyn.

Al is het wollig, zacht en fyn, En glinst\'rig om uw hert te raaken.

Het zy dan ook wat dat het zy, \'t Is lap, en leur en voddery,

Daar \'t edel hert aan leid gebonden,

Als in een huis der duisternis.

Zo dat het ook een winkel is,

Daar prondeling in werd gevonden. Is \'t moog\'lyk, dat de hooge Ziel, Op zulke laage Dingen viel.

Om zyne Ruime plaats te stoppen.

En laat de gunst van \'t waare goed Van buiten voor het toe Gemoed,

Met al zyn waardigheid staan kloppen! Ruim uit den Drek, al was \'t van Goud, Uit uwen Kas, van Vlees, en Hout, Op d\'Akkers die na nooddruft zuchten. Op dat den stank en vuile Mest, Verander\' in het allerbest.

Van kostelyke Zielen vruchten.

-ocr page 34-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Spreuken XI: 28.

W ie op zynen rykdom vertrouwt, die zal vallen; maaide rechtvaardige zullen groenen als loof.

En Kapittel XXIII: 4, 5.

En vermoeid u niet om ryk te worden: staat af van uw\' vernuft.

Zult gy uwe oogen laaten vliegen op het geene dat niet en is ? want het zal zich gewisselyk vleugelen maaken; gelyk een Arend die na den Hemel vliegt.

Lukas XII ; 33, 34.

Verkoopt het geene gy hebt, en geeft aalmoesse. Maakt u zeiven buidels die niet en verouden, eenen schat die niet af en neemt, in de hemelen, daar de dief niet by en komt, noch de motte en verderft.

Want waar uwen schat is, aldaar zal ook uw\' herte zyn.

En Kapittel XVI; 9.

En ik zegge u-lieden: Maakt u zeiven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, op dat wanneer u ontbreeken zal, zy u mogen ontfangen in de eeuwige tabernakelen.

Jakobus II; 13, 14, 15, 1G.

Want een oubarmhertig oordeel [zal gaan] over de geene die geen barmhertigheid gedaan en heeft; en de barmher-tigheid roemd tegen het oordeel.

24

-ocr page 35-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

quot;Wat nuttigheid is het, myne broeders, indien iemant zegt, dat hy het geloove heeft, ende heeft de werken niet? kan dat geloove hem zalig maaken?

Indien der nu een broeder of zuster naakt zouden zyn, en gebrek zouden hebben van dagelyks voedsel:

En iemant van u tot haar zoude zeggen: Gaat heenen in vrede, word warm, en word verzaadigt: en gy-lieden en zoudet haar niet geeven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

En Kapittel V: 1, 2, 3.

Wel aan nu gy ryke, weend en huild over uwe elendig-heden, die over u komen.

Uwen rykdom is verrot, en uwe kleederen zyn van de motten gegeeten geworden.

Uw goud en zilver is verroest: en haaren roest zal u zyn tot een getuigenisse, en zal uw\' vlees als een vuur verteeren: gy hebt schatten vergadert in de laatste dagen.

-ocr page 36-

het leerzaam huisraad.

DE KIST.

Beter is weinig met de vreeze des Heerek, dan een grooten schat; en onruste daar by. Spreuken XV : 16.

-ocr page 37-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur YIII.

De Yz\'re, die zo trouw\'lyk sluit. Is Schat-bewaarder, van de buit; o Mensch! bezorgt de Kist uws herten. Dat ander\' is maar Idelheid,

En gaat doch voort met dezen Tyd, En laat noch na een knaagend smerten. Maar \'t Hert, het Edel menschen hert, Dat dat een Kist van rykdom werd, Bezorgd met veelderleije sloten,

Voor Dievery van d\'oude Slang, En \'s Werelds looze ommegang. Zo mogt \'er rijkdom zyn genooten.

Want dat, dat is de rechte Kist, Wiens leveransie niet en mist, In tyden van gebrek en noode,

Ja zelfs, in d\'Uure van de Dood, Als alle and\'re Kykdom vlood. Dan geld zyn stof, en munt voor G-ode.

-ocr page 38-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Psalm XXXVII: 16.

Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter als den overvloed veeier godloozen.

Mattheus VI: 19, 20, 21.

Vergadert u geen schatten op der aarden, daar ze de motte en roest verderft en daar de dieven doorgraaven en steelen.

Maar vergaderd u schatten in den Hemel, daar ze noch motte noch roest en verderft, en daar de dieven niet en doorgraaven, noch en steelen.

Want waar uwen schat is, daar zal ook u herte zyn.

I Timotheus VI; 9, 10.

Doch die ryk willen worden, vallen in verzoekinge en [in] den strik, en [in] veele dwaaze en schadelyke begeer-lykheden, welke de menschen doen verzinken in verderf en ondergang.

Want de geldgierigheid is een wortel van alle quaad, tot welke sommige lust hebbende, zyn afgedwaald van het Geloove, en hebben haar zeiven met veele smerten doorsteeken.

En Vers 17, 18, 19.

Den ryken in deze tegenwoordige wereld beveelt dat zy niet hoogmoedig en zyn, noch [haare] hoope en stellen op

-ocr page 39-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

de ongestadigheid des rykdoms, maar op den leevenden God, die ons alle dingen rykelyk verleend om te genieten:

Dat zy weldaadig zyn, ryke worden in goede werken, gaarne mededeelende zyn, [en] gemeenzaam;

Leggende haar zeiven weg tot eenen schat een goed fondament tegen \'t toekomende, op dat zy \'t eeuwige leven verkrygen mogen.

Hebreen XIII: 5, 6.

[Uwen] wandel zy zonder geldgierigheid: en zyt vergenoegt met het tegenwoordige. Want hy heeft gezegt: Ik en zal u niet begeeven, noch ik en zal u niet verlaaten.

Zo dat wy vrymoedelyk durven zeggen: De Heere is my een Helper, en ik en zal niet vreezen wat my een mensche zal doen.

29

-ocr page 40-

30 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE KACHEL.

Om dat gy het woord myner ljTdzaamheid bewaard hebt, zo zal ik ook n bewaaren uit de uure der verzoekinge. die over de geheele wereld komen zal, om te verzoeken die op de aarde woonen. Openbaaringe III: 10.

-ocr page 41-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur IX.

W anneer de Kouw, by winter tyd In zyn ontsteeking vinnig byt, Dan gaat men dicht besloeten zitte Met zyn bediyving en beslag,

Of wat het anders weezen mag, En Tempert deze macht met hitte. Der dingen Overmaat doet zeer, Derhalven zoekt men tegenweer. Op dat zy ons niet heel verdringen : Dat dan, het wel bedaard verstand Een Tegenweer houw by der hand, In d\'allergrootste en zwaarste dingen. Een Tegenweer in tyd van nood. Ja in de Uure van de Dood,

Wiens bovenmaate Drang moet wyken, Voor \'t Goed en wel gerust gemoed, Door vast Geloof en Hoop gevoed. Die Tegenweer zal winst bereiken. En zetten \'t Leven uit de Tyd, In \'t Temprament der Eeuwigheid.

-ocr page 42-

het leerzaam huisraad.

Psalm XXXII: 6, 7.

Hierom zal u een ieder heilige aanbidden in vindens tyd; •Ja in eenen overloop van groote wateren, zullen zy hem niet aanraaken.

G-y zyt my eene verberginge, gy behoed my voor be-naainvtheid; gy omringd my met vrolyke gezangen van bevrydinge.

En Psalm LXXI; 3.

Weest my tot eenen rotssteen om daar in te woonen, om geduuriglyk daar in te gaan: gy hebt bevel gegeeven om my te verlossen; want gy zyt myne steenrotze en myn burgt.

En Psalm XCI: 1, 2, 3, 4.

Die in de schuil-plaatse des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des Almachtigen.

Ik zal tot den Heere zeggen: Myne toevlucht, en myne burgt: myn God op welke ik vertronwe.

quot;Want hij zal u redden van den strik des vogelvangers: van de zeer verderfelyke pestilentie.

Hy zal u dekken met zyne vlerken, en onder zyne vleugelen zult gy betrouwen: zyne waarheid is een ron-dasse en beukelaar.

En Psalm CXIX:113, 114, 115, 116.

Ik haate de quaade ranken, maar hebbe uwe Wet lief.

Gy zyt myne schuil-plaatse, en myn schild, op u woord hebbe ik gehoopt.

32

-ocr page 43-

het leerzaam huisraad. 33

Wykt van my, gy boosdoenders, dat ik de geboden mynes Gods moge bewaaren.

Ondersteund my na uwe toezegginge, op dat ik leeve: ende en laat my niet beschaamt worden over myne hoope.

Spreuken XVIII; 10.

De Naam des Heehek is eene sterke toren; de rechtvaardige zal daar heenen loopen, en in een hoog vertrek gestelt worden.

En Kapittel XXYII: 12.

De kloekzinnige ziet het quaad, en [verbergdj zich; de slechte gaan heenen door. [en] worden gestraft.

Sephan. II: 3.

Zoekt den Heere alle gy zachtmoedige des lands, die zijn recht werken: zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gy verborgen worden in den dag des toorns des Heer en.

3

ti.

-ocr page 44-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

34

DE POT.

Werkt niet [om] do spyze die vergaat, maar [om] de spyze die blyft tot in het eeuwige leven, welke de Zoone dos menschen u-liedon geeven zal: want dezen heeft God de Vader verzegelt. Joannis VI: 27.

-ocr page 45-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur X.

De Pot, werd daag\'lyks niet vergeeten, Maar gaat te vuur, en kookt de spys. Op dat het lichaam heeft te Eeten, En dat de lust verkrygt zyn eis.

Maar of het geestelyke leven.

Van d\'arme Ziel geheel versmacht. Daar word zo veel niet om gegeeven,

En ook, byna, niet om gedacht.

Voor Hem te kooken en te braaden. Dat zouw te grooten omslag zyn, Hy mag zich onderwyl verzaaden.

Met kranke troost van valse schyn. Wie zouw voor Hem de Tafel dekken?

Dat werk is niet de pyne waard. De Wereld zouw dien Dienst begekken. Zo wierd het lichaam maar bezwaard. Als dat maar wel is aangezeten,

En heeft, by aanzien en gemak.

Maar wel te drinken en te eeten,

Dan rust den Ouden Maaden-zak; Tot dat het afloopt aan een Ende,

En dat de Dood zyn vuisten toond. Dan valt \'er Jammer en Elende,

En \'t leven wenst te zyn verschoond. Om dat het zich nu voeld gebeeten. Van Spyt, wyl \'t noodigst\' is vergeeten.

-ocr page 46-

36

Psalm XXXVII: 18, 19.

De Heeee kond de dagen dei\' oprechten: en haare erfe-nisse zal in eeuwigheid blyven.

Zy zullen niet beschaamd worden in den quaaden tyd; en in de dagen des hongers zullen zy verzadigt worden.

Mattheus Y:6.

Zalig [zyn] die hongeren en dorsten [na] de gerechtigheid; quot;Want zy zullen verzadigt worden.

En Kapittel VII; 24, 25.

Een iegelyk dan die deze myne woorden hoord, en dezelve doet, dien zal ik vergelyken by een voorzichtig man, die zyn huis op een steenrotse gebouwd heeft.

En daar is slagregen nedergevallen, en de waterstroomen zyn gekomen, en de -winden hebben gewaaid, en zyn tegen het zelve huis aangevallen, en het en is niet gevallen, want het was op de steenrotse gegrond.

Lukas X : 41, 42.

En Jezus antwoordende zeide tot haar: Martha, Martha, gy bekommert en ontrust u over veele dingen:

Maar één ding is noodig: doch Maria heeft het goede deel uitgekooren, het welke van haar niet en zal weggenomen worden.

-ocr page 47-

37

En Kapittel XII: 22, 23.

En hy zeide tot zyne Discipelen: Daarom zegge ik u: en zyt niet bezorgt voor uw\' leeven, wat gy eeten zult, noch voor liet lichaam, waar mede gy u kleeden zult.

Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleeding.

Philippenzen III; 19.

Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en [welker! heerlykheid is in haare schande, dewelke aardse dingen bedenken.

-ocr page 48-

38

HET LEERZAAM HUISRAAD.

de SCHOTEL.

broeder gebrek ^ebhtT ^ en Ziet zynen

^ motxz zx nnr.r ^

-ocr page 49-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XL

Die hong\'rig in de keuken quam,

En in het omzien na verzaaden,

A\'eel leege Schotelen vernam,

Zyn Eet-lust zouw ze al versmaaden.

quot;Want Een, al was hy slecht van stof. Voorzien met opgediste spyze,

Verdienden achtbaarheid en lof,

Hy zouw ze boven allen pryze.

Wat vind men in des werelds huis Veel leege Schotels van Gemoeden,

Den honger vind er niemant t\'huis Om zyn begeerte mee te voeden.

AVant deeld de mensch aan Gode mis, En aan de Deugd, zo volgt het vraagen.

Of Hy geen leege Schotel is,

In wien geen Spys word opgedraagen?

De Schotel is dan \'t Oogwit niet,

Maar slechts een Vat van \'t waardig wezen

Het Vlees is \'t niet daar God op ziet. Maar \'t Geest\'lyk Herte werd gepreezen.

-ocr page 50-

li KT LEERZAAM HUISRAAD.

M\'attheus XXV: 28, 29, 30.

Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het den geenen, die de tien talenten heeft.

Want een iegelyk die heeft [dien] zal gegeeven \'worden, en hy zal overvloedig hebben; maar van den geene die niet en heeft, van dien zal genoomen worden ook dat hy heeft.

En den onnutten dienstknecht werpt uit in de buitenste duisternisse, daar zal weeninge zyn en knerzinge der tanden.

II Korinthen IV: 6, 7.

Want God die gezegt heeft dat het licht uit do duisternisse zoude schynen, is de geene die in onze herten ge-scheenen heeft, om [te geeven] verlichtinge der kennisse der heerlykheid Gods in \'t aangezicht van Jezus Christus.

Maar wy hebben dezen schat in aarden vaten, op dat de uitneementheid der kracht zy Godes, en niet uit ons.

Titus III: 14.

En dat ook de onze leeren goede werken voor te staan tot- noodig gebruik, op dat zy niet onvruchtbaar en zyn.

Jakobus II ; 14, 15, 16, 17.

Wat nuttigheid is hot, myne broeders, indien iemant zegt, dat hy het geloove heeft, ende en heeft de werken niet? kan dat geloove hem zalig maaken\'?

40

-ocr page 51-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Indien \'er nu een broeder of zuster naakt zouden zyn, en gebrek zouden hebben van dagelyks voedsel:

En iemant van u tot haar zoude zeggen: Gaat heenen in vrede, word warm, en word verzadigt: en gy-lieden en zoudet haar niet geeven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

Alzo ook het geloove, indien het de werken niet en heeft, is by hem zeiven dood.

II Petrus 1: 5, 6, 7, 8.

En gy tot het zelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegd by uw\' geloove deugd, en by de deugd kennisse,

En by de kennisse maatigheid, en by de maatigheid lydzaamheid, en by de lydzaamheid Godzaligheid:

En by de Godzaligheid broederlyke liefde, en by de broederlyke liefde, liefde [tegen alle].

Want zo deze dingen by u zyn, en [in u] overvloedig zyn, zy en zullen [u] niet leedig noch onvruchtbaar laaten in de kennisse onzes Heeren Jezus Christus.

41

-ocr page 52-

het leerzaam huiseaad.

42

HET VUURSLAG.

Is myn woord niet alzo, als een vuur, spreekt de Heere? en als een hamer, [die] een steenrotse te morsel slaat? Jeremias XXIII; 29.

-ocr page 53-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XII.

Of schoon de vonken ryk\'lyk quamen,

En \'t tintel was niet by der hand, Op dat zy haare wooning namen,

En maakten een gewenste brand, Zo kost men vuur noch licht ontsteeke.

Op dat de naare duisternis Met zyn bedeksel \'t oog ontweeke.

En voorts geschied wat noodig is. Het harde Hert word wel geslaagen.

Daar springen ook wel vonken uit. Van overtuigde droeve vlaagen,

Tot wee en klaagelyk geluid;

Maar t\'elkens zyn zy weer verdweenen.

En \'t Oog der Zielen blyft verblind, Dewyl die vonk, tot licht verscheen en.

Omtrent het Hert geen Tintel vind. Hoe lang dan zult gy acht\'loos weeze,

En maaken geen bereiden grond,

Daar \'t Vonkje van des Heeren vreeze

Zyn voedsel en verblyf in vond? Bekruipt u geen bekommernisse,

Zo uw verzuim te lange wacht.

Dat gy het Eeuwig licht mogt misse.

En zat zo in de helse nacht?

Nu is \'t uw tyd om licht t\'erlangen,

Terwyl Gods Hand uw Hort noch slaat. Isu moet gy \'t levens vonkje vangen. En maaken \'t uwe Ziel tot baat.

-ocr page 54-

44- het leerzaam huisraad.

Jeremias II: 30.

Te vergeefs heb ik uwe kinderen geslaagen: zy en hebben de tucht niet aangenomen; u-lieder zwaard heeft uwe Profeeten verteerd, als een verdervende leeuw.

En Kapittel V; 3.

O Heere, en [zien] uwe oogen niet na waarheid? gy hebt ze geslaagen, maar zy en hebben geen pyne gevoeld; gy hebt ze verteerd, [maar] zy hebben geweigert de tucht aan te neemen: zy hebben haare aangezichten harder gemaakt dan eene steenrotse, zy hebben geweigert zich te bekeeren.

Mattheus XIII: 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9.

En hy sprak tot haar veele dingen door gelykenissen, zeggende; Ziet, een Zaaijer ging uit om te zaaijen;

En als hy zaaide viel een deel [zaads] by den weg: en de vogelen quamen, en aten dat zelve op.

En een ander [deel] viel op steenachtige [plaatsen,] daar het niet veel aarde en hadde, en het ging terstond op, om dat het geen diepte van aarde en hadde.

Maar als de Zonne opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en om dat het geen wortel en hadde, is het verdord.

En een ander [deel] viel in de doornen: en de doornen wiessen op, en verstikten het zelve:

-ocr page 55-

HET I.EEEZAA5I HUISRAAD.

En een ander [deel] viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd, het ander sestig. en het ander dertig [voud.]

Wie ooren heeft om te hoeren, die hoore.

Hebreen III: 7, 8.

Daarom gelyk de Heilige Geest zegt; Heden indien gy zyne stemme hooret.

Zo en verhard uwe herten niet, gelyk [het geschied is] in de verbitteringe, ten dage der verzoekinge, in de woestyne.

45

-ocr page 56-

•Jezus dan sprak wederom tot haar lieden, zeggende: Ik ben \'t licht der wereld: die my volgt en zal in de duisternisse niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Joannes VIII: 12.

, M 1

-ocr page 57-

HET LEERZAAM HUISKAAD.

Op Figuur XIII.

De Kandelaar, daar toe gericht,

Op dat hy draag dat schoons licht, Het geen de lange avond-stonden. Zo welbehaagelyk verklaard,

En alles in zich openbaard.

Dat in het Duister lag bewonden:

Die is een waardigheid en puik. Van nut en noodig Huis-gebruik:

Maar in \'t aanzien\'lyk Huis der Ziele, Daar zo veel noodloos huisraad is. Daar teld men Hem doch veeltyds mis Die \'t waare licht des levens hiele; Een welgeschiktheid in \'t Gemoed, Om vast te houden zulk een Goed, Dat elk tot Heil is aangestooken.

Zo woond men acht\'loos, Jaaren lank, Tot struik\'ling over stoel en bank. En blyft in \'t aardse donker spooken.

-ocr page 58-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Jezaias XLII: 16.

En ik zal de blinde leiden door den weg. [dien] zy niet geweeten en hebben, Ik zal ze doen treeden door de paden, [die] zy niet geweeten en hebben: Ik zal de duis-ternisse voor haar aangezichte ten lichte maaken, en het kromme tot recht: deze dingen zal ik haar doen. en ik en zal ze niet verlaaten.

Lukas XII: 35. 36.

Laat uwe lendenen omgordet zyn, en de kaarzen brandende.

En zyt gy den menschen gelyk. die op haaren Heere wachten, wanneer hy weder komen zal van de bruiloft, op dat als hy komt en klopt, zy hem terstont mogen open doen.

Joannes XII: 35, 36.

Jezus dan zeide tot haar: Noch eenen kleinen tyd is \'t licht by u-lieden: wandeld terwyle gy \'t licht hebt. op dat de duisternisse u niet en bevange. En die in de duis-ternisse wandeld, en weet niet waar hy heenen gaat.

Terwyle gy \'t licht hebt, gelooft in \'t licht, op dat gy kinderen des lichts moogt zyn. Deze dingen sprak Jezus, en weg gaande verbergde hy hem van haar.

Romeinen XIII: 11. 12. 13, 14.

En dit [zegge ik te meer] dewyle wy de gelegenheid des tyds weeten, dat het de uure is, dat wy nu uit den ■slaap opwaaken: want de zaligheid is ons nu naarder, dan doe wy [eerst gelooft hebben.

48

-ocr page 59-

HET LEERZAAM JIUISHAAD.

De nacht is voorby gegaan, endo de dag is naby gekomen. Laat ons dan afleggen do werken der duisternisse, en aandoen de wapenen des lichts.

Laat ons als in den dag, eerlyk wandelen, niet in brasseryen en dronkenschap, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nydigheid:

Maar doet aan den Heere Jezus Christus, ende en verzorgt het vlees niet tot begeerlykheden.

Jakobus I; 21.

Daarom, afgelegt hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid, ontfangt met zachtmoedigheid het woord dat in fuj geplant word, hot welk uwe zielen kan zalig mnaken.

I Petrus 1: 13.

Daarom opschortende de lendenen uwes verstands, [en] nuchteren zynde, hoopt volkomelyk op de genade die u toegebragt word in de openbaaringe van Jezus Christus.

I Joannes 1:5, 6.

En dit is de verkondinge die wy van hem gehoord hebben, en wy u verkondigen, dat God een licht is, en gants geene duisternisse in hem en is.

Indien wy zeggen dat wy gemeenschap met hem hebben, en wy in de duisternisse wandelen, zo liegen wy. ende en doen de waarheid niet.

49

-ocr page 60-

50 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE KAARSSNUITEK.

Alzo dan eon iegolyk van u, die niet en verlaat alles wat hy heefr, die en kan myn Discipel niet zyn. Lukas XIV: 33.

-ocr page 61-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XIV.

Rnypt van het Pit den Dooden-kop, Zo lielderd gy uw Kaars-licht op: Nypt van uw Hert de Overdaade,

Die tot de lichte levens-schyn,

Niet dienstelyk noch noodig zyn,

Jlaar enkel hindernis en schade:

Want al wat boven nooddruft is, Maakt in de Ziel een duisternis;

Hier toe bevind men traage handen, Zo dat \'er veel in dezen tyd,

Grezoten zyn in somberheid,

Wyl haare kaars niet recht kan branden. Het Licht dat puur en Enkel is, En vry van alle duisternis,

Leerd ons het weg doen aller zaaken. Die tussen God, het hoogste Goed, En tussen \'t menschelyk Gemoed, Een duisternis en scheiding maaken.

-ocr page 62-

het leerzaam huisraad.

Jezaias LVIII: 7. 8, 9, 10.

Is \'t dat gy den hongerigen u brood mede deeld, en do arme verdreevene in huis brengt? als gy eenen naakten 7,iet dat gy hem dekt, en dat gy u voor u vlees niet en verbergt\'?

Dan zal u licht voortbreeken als de dageraad, en uwe geneezinge zal snellyk uitspruiten: en uwe gerechtigheid zal voor u aangezichte heenen gaan; [en] de heerlykheid des Heeeen zal uwen achtertocht weezen.

Dan zult gy roepen, en de Heebe zal antwoorden; gy zult schreeuwen, en hy zal zeggen, ziet [hier] ben ik; zo gy uit het midden van u wegdoet het jok, het uitsteeken des vingers, en het spreeken der ongerechtigheid.

En zo gy uwe ziele opent voor de hongerigen, en de bedrukte ziele verzadigt; dan zal u licht in de duisternisse opgaan, en uwe donkerheid zal zyn als de middag.

Matth. V; 16.

Laat uw licht alzo schynen voor de menschen, dat zy uwe goedo werken mogen zien, en uwen Vader, die in de Hemelen is, verheerlyken.

En Kapittel VI; 22, 23, 24.

De kaarze des lichaams is de ooge; indien dan uwe ooge eenvoudig is, zo zal uw\' geheel lichaam verlicht weezen.

Maar indien uw\' ooge boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zyn. Indien dan het licht, dat in u is. duisternisse is. hoe groot [zal de duisternisse [zelve zyn?)

-ocr page 63-

HET LEERZAAM HUlSIiAAD,

Niemant en kan twee heeren dienen, want of hy zal den eenen haaten en den anderen lief hebben, of hy zal den eenen aanhangen, en den anderen verachten. Gy en kont niet Gode dienen en den Mammon.

Markus X ; 21.

En Jezus hem aanziende beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u, gaat heenen verkoopt alles wat gy hebt, en geeft het den armen, en gy zult eenen schat hebben in den hemel. En komt herwaards, neemt het kruis op, en volg my.

Lukas XII : 33, 34, 35, 30.

Verkoopt het geene gy hebt, en geeft aalmoesse. Maakt u zeiven buidels, die niet en verouden, eenen schat die niet af en neemt, in de Hemelen, daar de dief niet by en komt, noch de motte en verderft.

Want waar uwen schat is, aldaar zal ook uw\' herte zyn.

Laat uwe lendenen omgordet zyn, en de kaarzen brandende.

En zyt gy den menschen gelyk, die op haaren Heere wachten, wanneer hy weder komen zal van de bruiloft, op dat als hy komt en klopt, zy hem terstond mogen open doen.

-ocr page 64-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

54

DE SPIEGEL.

Dewyle \\vy dan deze beloften hebben, Geliefde, laat ons ons zeiven reinigen van alle besmettinge des vlees en des Geestes, voleindigende de Heiligmaakinge in de vreeze Gods. 2 Korinthen VII; 1.

-ocr page 65-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XV.

Die dikmaal voor de Spiegel gaat, En ziet hoe hem het hoofd al staat, Uit zucht van idel welbehaagen,

Die zy gewaarschouwd, dat hy \'t weet. En boven alles niet vergeet,

Gods quot;Woord, zyn Herte voor te draagen: Die held\'re Spiegel, daar men ziet. Of \'t zelve zuiver is, of niet.

En waar de misgestalten zitte;

Op dat de smet word weg gedaan.

Door leet, berouw en Boete-Traan. En \'t aangezicht verschynd in \'t witte; Voor \'t Heilig Oog, (dat alles ziet,

Van \'t geen \'er is, en \'t geen geschied.) Hem tot behaagen en gevallen:

Dat brengt u Heil toe, voor geen Deel, Maar Heil, van alles, en geheel.

Dat is de grootste Eer van allen.

Maar, wat om mensohen werd gedaan, Dat zal versmelten en vergaan.

En zyne Geur in stank verkeeren;

Dies eist, de weibedachtzaamheid,

Terwyl het voordeel voor ons leid. Dat wij ons Recht bespieg\'len leeren.

-ocr page 66-

het leerzaam huisraad.

Jezaias III: 16 — Si.

Verder zeit de Heere: Daarom dat de dochteren Zions haar verheffen, en gaan met uitgestrekten halze, en lonken met de oogen: al gaande en trippelende daar heenen treedon, en als of haare voeten gebonden waaren.

Zo zal de Heere den schedel der dochteren Zions schurf-dig maaken; en de Heere zal haare schaamte ontblooten.

Tenzelven dage zal de Heere wegneemen den sieraad der kouzebanden, en de netkens, en de maankens.

De riekdooskens, en de kleine ketenkens, en de glinsterende kleederen.

De hoofd-krooninge, en de arm-versierselen, en de bind-selen, en de reuk-ballekens, en de oor-ringen.

De ringen, en de voorhoofd-sierselen.

De wissel-kleederen, en de mantelkens, en de hoedekens, en de buidels.

Do spiegels, en de fijne linnen deksels, en de hulle-doeken, en de sluijers.

En het zal geschieden, dat \'er voor specerye, stank zal zyn, en lossigheid voor eenen gordel, en kaalheid in plaatse van hairvlechten, en omgordinge eenes zaks in plaatse van eenen wyden rok; en verbrandinge in plaatse van schoonheid.

I Korinthen XIII: 11, 12.

Doe ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind: overleide ik als een kind: maar wanneer ik een man geworden ben, zo hebbe ik te niete gedaan het geene eens kinds was.

Want wy zien nu door eenen spiegel, in een duistere reden, maar alsdan [zullen wy zien] aangezicht tot aange-

06

-ocr page 67-

HET LEERZAAM HUISRAAD. 57

zicht: nu kenne ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen gelyk ook ik gekent ben.

II Korinthen III: 17, 18.

De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vryheid.

En wy alle met ongedekten aangezichte de heerlykheid des Heeren [als] in eenen spiegel aanschouwende, worden [na] het zelve beeld in gedaante veranderd, van heerlykheid tot heerlykheid, als van des Heeren Geest.

Jakobus 1: 23, 24, 25.

Want zo iemant een hoorder is des woords, en niet een daader, die is een man gelyk, welke zyn aangebooren aangezichte bemerkt in eenen spiegel.

Want hy heeft hem zeiven bemerkt, en is weg gegaan, en heeft terstond vergeeten hoedaanig hy was.

Maar die inziet in de volmaakte Wet, die der vryheid is, en daar by blyft, deze geen vergeetelyk hoorder geworden zynde, maar een daader des werks, deze, [zegge ik,] zal gelukzalig zyn in dit zyn doen.

-ocr page 68-

58 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE SCHUIJER.

En daar on is geon schepsel onzichtbaar voor hem: maar alle dingen zijn naakt en geopent voor de oogen des geenen met welken wy te doen hebben. Hebreen IV: 13.

-ocr page 69-

HEÏ LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XVI.

jNoch stof, noch vezel werd geleeden. Op nette en zindelyke kleeden.

De Schuijer moet \'er daad\'lyk by, Op dat Hy \'t zuiver en ter deege. Aan alle zyden heus\'lijk veege.

Zo dat het niet oneerbaar zy.

6! Arme Ziel! zo veel vergeeten, Met gruis en pluis zo zeer bezeten,

Wie weet hoe dat gy zyt versmaad. Voor \'t klaar\' ontzag\'lyk Oog der Oogen, Dat scherp van straal, en onbedroogen.

Door sierelyke kleed\'ren gaat.

En ziet hoe \'t Herte staat van binnen, Dierhalven moet gy daar beginnen.

Begeerd gy net geacht te zyn:

Daar is den Schuijer wel van noode. Op dat het zuiver werd voor Gode,

Daar past het Eerbaare en het Eein.

I Petrus III; 3, 4.

\\t eiker versiersel zy, niet liet geene uiterlyk i.s, [bestaande] in het vlechten des hairs, en omhangen van goud. of van kleederen aan te trekken.

Maar de verborgen mensche des herten, in het onver-derfelyk [versiersel] eens zachtmoedigen en stillen geests, die kostelyk is voor God.

59

-ocr page 70-

HET LEERZAAM HUI-RAAD.

DE KAPSTOK.

Het binnenste is \'t meeste.

_

dit zegge ik, Broeders, dat vlees en bloed Koningryke Gods niet be-erven en konnen, noch do V( derfelykheid en be-erft de onverderfelykheid niet. I rinthen XV: 50.

-ocr page 71-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XYII.

Heeft iemant Rok of Mantel an.

Al ziet men geen van zyne leeden,

Men zegt; daar gaat, of staat de Man; En dat passeert voor waare Eeden.

Maar is de Mantel of de Rok,

(Hoe deftig, en hoe uitverkooren).

Gehangen aan de Mantel-stok,

Hy heeft de Naam van Man verboren: De Ziel, met Arlees en Bloed bekleed, (Al ziet men niets van zyne deelen,)

Werd Mensch genaamt, gelyk men weet, Terwyl zyn krachten daar in speelen.

Maar leid Hy \'t Kleed des lichaams af. Zo gaat dat zeiven uit zyn waarde,

Die Hem de Naam van Menschheid gaf, En \'t word verschooven in der aarde.

Dies is het geene dat men ziet.

Aan \'t Edel Beeld van \'t mensch\'lyk leven.

Den mantel, of het Boven-klied,

Dat door de Dood werd afgeheven.

Wie zet zyn welbehaagen dan,

(Door stompe en ongescherpte zinnen,)

Meer op de Mantel dan de Man, Om Schyn voor \'t waare Zyn te minnen?

-ocr page 72-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Psalm CIV: 29.

V erbergd gy u aangezichte, zy worden verschrikt: neemt gy haaren adem weg, zy sterven, en zy keeren weder tot haaren stof.

Boek der Wysheid IX ; 15.

Want het verderfelyke lichaam bezwaart de ziele, en de aardse tabernakel drukt ter neder het veel bezorgende gemoed.

Romeinen YTII: 8, 9, 10, 11.

En die in den vleese zyn en konnen Gode niet behaagen.

Doch gy-lieden en zyt niet in den vleese, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woond. Maar zo iemant den Geest van Christus niet en heeft, die en komt hem niet toe.

En indien Christus in u-lieden is, zo is wel \'t lichaam dood om der zonden wille: maar de geest is leeven om der gerechtigheid wille.

En indien de Geest des geenen, die Jezus uit den dooden opgewekt heeft, in u woond, zo zal hy die Christus uit den dooden opgewekt heeft, ook uwe sterfelyke lichaamen leevendig maaken, door zynen Geest die in u woont.

I Korinthen III: 16.

En weet gy niet dat gy Gods Tempel zyt, en de Geest Gods in u-lieden woond?

02

-ocr page 73-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

En Kapittel VI; 19.

Of en weet gy niet dat u lieder lichaam een Tempel is des Heiligen Geests, die in u is, dien gy van God hebt. en [dat] gy uwes zelfs niet en zyt?

II Korinthen VI: 16.

Want gy zyt de Tempel des levendigen Gods: gelyker-wys God gezegt heeft: Ik zal in haar woonen, en ik zal onder [haar] -wandelen: en ik zal haar God zyn, en zy zullen my een volk zyn.

II Petrus I : 13, 14.

En ik achte het recht te zyn, zo lange ik in dezen tabernakel ben, dat ik u opwekke door verraaaninge:

Alzo ik weet dat de aflegginge mynes tabernakels haast zyn zal, gelykerwys ook onze Heere Jezus Christus my heeft geopenbaart.

63

-ocr page 74-

64 HET LEERZAAM HUISRAAD.

HET HORLOGIE.

Zo dan, myue geliefde Broeders, zyt standvastig, onbe-weeglyk. altyd overvloedig zynde in het werk des Heeren, als die weetet dat uwen arbeid niet idel en is in den Heere. I Korinthen XV: 58.

-ocr page 75-

HEÏ LEERZAAM 11UISKAAD.

Op Figuur XVIII.

Haald gy niet op h\'et zwaar gewicht, \'t Horlogi zal niet langer leeven,

Noch aan het Oor, noch aan \'t gezicht. Tot uw gebruik zyn dienst meer geeven.

o Mensch! vergeet gy aan \'t Gemoed, \'t Gewicht der Zielen op te trekken, \'t Is stil, gelyk het Uurwerk doet, En weet van wyzen noch van wekken.

Dan leeft het niet maar is als dood. En gy vergist uw schoone uuren,

Te schandelyk, te slecht en snood, In dingen die niet Eeuwig duuren.

En als \'t dan Eind\'ling word zo laat. Dat duisternis begint te wenken.

En dat het aan een sterven gaat.

Begint men om \'t Gewicht te denken;

Dan legt het als een Loot op \'t hert. Dan haald men \'t op, dan komt \'er leeven.

Doch \'s leevens Dag is al te vert, En \'t noodig werk is niet bedreeven.

Daarom, die dit van And\'re ziet.

Laat u \'t Gewicht van groote zaaken.

Dat Zaligheid der Zielen hiet,

\'t Gemoed in Gode leevend maaken.

-ocr page 76-

het leerzaam huisraad.

Psalm XXXIX: 5, 6, 7, 8.

Heere maakt my bekend myn einde, en welke de maate myner dagen zy; dat ik weete hoe vergankelyk ik zy.

Ziet, gy hebt myne dagen een hand breed gestelt, en myn leeftyd is als niets voor u; immers is een ieder mensche, [hoe] vast hy staat, enkel idelheid. Sela.

Immers wandelt de mensche [als] in een beeld, immers woelen ze idelyk: men brengt by een, en men weet niet wie \'t na zich neemen zal.

En nu wat verwacht ik, ö Heere? myne hoope die is op u.

II Korinthen III; 4, 5, 6.

En zodaanig een vertrouwen hebben wy door Christus by God.

Niet dat wy van ons zeiven bequaam zyn let te denken, als uit ons zeiven: maar onze bequaamheid is uit God.

Die ons ook bequaam gemaakt heeft [om te zyn] Dienaars des Nieuwen Testaments, niet der Letter, maar des Geests. Want de Letter dood, maar de Geest maakt leevendig.

En Kapittel IV: 16, 17.

Daarom en vertraagen wy niet: maar hoewel onze uitwendige mensche verdorven word, zo word nochtans de inwendige vernieuwd van dage tot dage.

Want onze lichte verdrukkinge, die zeer haast voorby [gaat,] werkt ons een gants zeer uitneemend eeuwig gewichte der heerlykheid:

66

-ocr page 77-

67

Ephezen V: 15, 16.

Ziet dan hoe gy voorzichtelyk wandeld: niet als onwyze, maar als wyze,

Den tyd uitkoopende, dewyle de dagen boos zyn.

Philippenzen 11:12, 13.

Alzo dan, myne geliefde, gelyk gy alle tyd gehoorzaam geweest zyt, niet als in myne tegenwoordigheid alleen, maar veel meer nu in myn afweezen, werket uwes zelfs zaligheid met vreeze en beeven.

Want het is God, die in u werkt, beide het willen en het werken, na [zyn] welbehaagen.

-ocr page 78-

68 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE SCHILDERT.

Dowyle wy niet en aanmerken de dingen die men ziet, maar de dingen die men niet en ziet. quot;VVant de dingen die men ziet zyn tydelyk, maar de dingen die men niet en ziet zyn eeuwig. 2 Korinthen IV; 18.

-ocr page 79-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XIX.

De Schildery is maar een schyn, Van Dingen die in \'t wezen zyn: Van haare Fruit kund gy niet Eeten, Uit haaren Mond kund gy niet weeten. Zo is de gantse zichtbaarheid,

Van \'t welbehaagen dezer tyd, De wereld met haar doen en weelden, Als schaduwen en doode beelden:

De G-eest word van haar niet voldaan. De Ziel kan uit haar niet verstaan, Tot nut en dienst van \'t waare leven. Om voedsel, of vermaak te geeven.

Het is een schyn-goed daar de hand In \'t grypen nimmermeer iet vant; Die hand, die \'t Hert zoekt toe te voegen. Het waare wezentlyk genoegen.

Want d\'arme Ziel, uit d\'Eeuwigheid, Kan met het wezen dezer tyd.

Haar Eeuw\'gen honger niet verzaaden: Dies moet men \'t Schildery versmaaden Op dat men na het quot;Wezen vat.

Zo komt men tot de rechte schat.

69

-ocr page 80-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Romeinen XII: 2.

Ende en word dezer wereld niet gelykformig. maar word veranderd door de vernieuwinge uwes gemoeds, op dat gy moogt beproeven, welke de goede, en welbehaagende, en volmaakte wille Gods zy.

En Kapittel XIV; 17, 18, 19.

quot;Want het Koningryke Gods en is niet spyze en drank, maar rechtvaardigheid en vrede, en blydschap, door den heiligen Geest.

Want die Christus in deze dingen diend, is Gode wel-behaagelyk, en aangenaam den menschen.

Zo dan laat ons najaagen \'t geene tot den vrede, en \'t geene tot de stichtinge onder malkanderen [diend.]

Kolossenzen II: 20, 21, 22, 23.

Indien gy dan met Christus de eerste beginselen der wereld zyt afgestorven, wat word gy, gelyk of gy in de wereld leefdet, met Inzettingen belast?

[Namelykj en raakt niet, noch en smaakt niet, noch en roerd niet aan:

Welke dingen alle verderven door het gebruik, [ingevoerd] na de geboden en leeringen der menschen:

Dewelke wel hebben eene [schyn-]reden van wysheid in eigenwilligen [Gods] dienst, en nedrigheid, en [in] het lichaam niet te spaaren, [doch] en zyn niet in eenige waarde, [maar] tot verzaadinge des vlees.

70

-ocr page 81-

IIEÏ LEERZAAM HUISRAAD.

En Kapittel III; 1, 2.

Indien gy dan met Christus opgewekt zyt, zo zoekt de dingen, die boven zyn, daar Christus is zittende aan de rechter-[hand] Gods:

Bedenkt de dingen die boven zyn, niet die op de aarde zyn.

I Joannes II: 15, 16, 17.

En hebt de wereld niet lief, noch \'t geene in de wereld is: zo iemant de wereld lief heeft, de liefde des Vaders en is niet in hem.

Want al dat in de wereld is [namentlyk] de begeerlyk-heid des vlees, en de begeerlykheid der oogen, en de grootsheid des leevens, en is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

En de wereld gaat voorby, en haare begeerlykheid, maar die den wille Gods doet, blyft in der eeuwigheid.

71

-ocr page 82-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE BOEKE-KAST.

En dat in do goede aarde [valt] zyn deze, die het quot;Woord gehoord hebbende, hetzelve in een eerlyk en goed herte bewaaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen. Lukas VIII : 15.

-ocr page 83-

HET LEERZAAM HUISRAAD. 73

Op Figuur XX.

Een Boek, gedrukt in \'t Hert als was, Is meer als duizend in de kas:

Want, duizend, tot vermaak der oogen. Waar door de zinnen zich verhoogen, Als waar men wys en zeer geleerd. En wierd dieswegen ook ge-eerd. Die doen geen voordeel; maar, dat Eene, Waar in Gods Wil ons is verscheene, Op dat het menschelyk Gemoed,

Geleid wierd tot het hoogste Goed,

Door deze lessen na te jaagen;

Die dat weet in zyn Hert te draagen, Gelyk zyn kostelykste Schat,

Die heeft de Wysheid recht gevat;

Niet om ge-eerd te zyn van menschen. Maar, om, na \'t innerlyke wensen. Te kiezen, uit het Al en Veel, Het Eenig Een, het beste Deel.

Malachias III: 16.

Alsdan spreeken die den Heebe vreezen, een ieder tot zynen naasten; De Heere merkt \'er doch op, en hoord, en daar is een gedenk-boek voor zyn aangezichte geschree-ven, voor de geene die den Heere vreezen, en voor de geene die aan zynen Naame gedenken.

-ocr page 84-

HET LEEHZAAII HUISRAAD.

74

DE LUIWAGEN.

Naaket tot God, en hy zal tot u naaken. Reinigt de handen, gy zondaars, en zuivert do herten, gy dubbelher-tige. Jakobus IV: 8.

-ocr page 85-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXI.

De treeden van de vuile voet.

Doen \'t, dat de Schrobter zuiv\'ren moet: Maar, ach! wat loopen daar al voeten.

Door \'t open ongeslooten hof,

Van \'t Huis des Herten op en of.

Van veel, die daar niet weezen moeten! Van voor, van achter, van de zy, Met Modder, Drek en kladdery, Van ongebaande en diepe wegen;

Van Oost, van West, van hier en daar. Den gantzen dag zo voor en naar. Van Markt, van straaten en van steegen. En niet alleen van \'s werelds wyk.

Maar voeten uit het helse ryk,

Ja klaauwen ende draake pooten,

Bemorst en vuil van duivels drek. En maaken elk een tree een vlek, Van Satan en zyn mee-genooten.

En deze G-rond, zo vuil begaan,

Blyft ongeschropt en ongedaan:

Dat moet \'er uitzien voor Gods oogen!

Terwyl men \'t Huis, voor \'t Vlees gebouwd. Wel netjes, schoon en zind\'lyk houd,

Hoe is de arme mensch bedroogen!

-ocr page 86-

het leerzaam huisraad.

I Samuel XVI: 7.

Doch de Heere zeide tot Samuel: En ziet zyn gestalte niet aan, nochte de hoogte zyner statuure, want ik hebbe hem verworpen; want het en is niet gelyk de mensche ziet, want de mensche ziet aan dat voor oogen is, maar de Heeee ziet het herte aan.

Psalm VII: 10.

Laat doch de boosheid der godloozen een einde neemen, maar bevestigt den rechtvaardigen, gy, die de herten en nieren beproeft, 6 rechtvaardige God.

Jeremias XVII: 9, 10.

Arglistig is het herte, meer dan eenig ding, ja doodlyk is het: wie zal het kennen?

Ik de Heere doorgronde het herte, [en] proeve de nieren : en dat, om eenen iegelyken te geeven na zyne wegen, na de vrucht zyner handelingen.

Ezechiel XVIII: 30, 31, 32.

Daarom zal ik u richten, o huis Israels, een ieder na zyne wegen, spreekt de Heere Heere: Keert weder, en bekeert u van alle uwe overtredingen, zo en zal de ongerechtigheid u niet tot eenen aanstoot worden.

Werpet van u weg alle overtreedingen, waar door gy overtreeden hebt, en maaket u een nieuw herte, en eenen

76

-ocr page 87-

het leerzaam huisraad.

nieuwen geest: want waarom zoud gy sterven, 5 huis Israels?

Want ik en hebbe geenen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere Heere: daarom bekeerd u, en leevet.

Jakobus 1: 21, 22.

Daarom afgelegt hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid, ontfangt met zachtmoedigheid het woord dat in [u] geplant word, het welk uwe zielen kan zalig maaken.

En zyt daaders des woords, en niet alleen hoorders, u zeiven met valse overlegginge bedriegende.

Openbaaringe II: 22, 23.

Ziet, ik werpe haar te bedde, en die met haar overspel bedryven, in groote verdrukkinge, zo zy haar niet en bekeeren van haare werken.

En haare kinderen zal ik door de dood ombrengen: en alle de Gemeenten zullen weeten, dat ik ben die nieren en herten onderzoeke. En ik zal u-lieden geeven een iegelyk na uwe werken.

-ocr page 88-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Zalig [zyn] de reine van herten: Want zy zullen God zien. Matth. V; 8.

En een iegelyk die deze hoope op hem heeft, die reinigt hem zelven, gelyk hy rein is. I Joannes III: 3.

78

DE RAAGBOL.

-ocr page 89-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXII.

De Eaager gaat omheene zoeken, D\' onzuiverheden in de hoeken,

quot;VVyl dat de reine huis\'lykheid Zich niet alleenig houd te vreden, Dat lang\'s de vloer, en voorts beneden,

Het huis niet overhoop en leid: Zo ook het hertelyk bekeeren.

Schikt niet alleen, na zyn begeeren,

De grove stukken aan een kant,

Maar ziet ook na suptiele dinge.

Voor morsige oogen slechts geringe,

En raagdze uit met zyne hand. Het weefzel van de snoode Spinnen, Dat hangt en zit in al de zinnen.

Daar stof en vuilis in vergaard. Zo werd het steeds opmerkzaam leven. De naam van zind\'lykheid gegeeven, En \'t Zielen-huis zyn Eer bewaard.

I Petrus I; 14, 15, 16.

Als gehoorzaame kinderen, en word niet gelykformig den begeerlykheden, die tevooren in uwe onweetentheid waaren.

Maar gelyk hy, die u geroepen heeft, heilig is, [zo] word ook gy zelve heilig in al [uwen] wandel.

Daarom dat \'er geschreeven is, zyt heilig, want ik ben heilig.

-ocr page 90-

80 HET LEERZAAM HUISRAAD.

HET SPINNEWIEL.

Haare webben en deugen niet tot kleederen, en zy en zullen haar zeiven niet kennen dekken met haare werken: haare werken zyn werken der ongerechtigheid, en een maaksel des wrevels is in haare handen. Jezaias LTX : 6.

-ocr page 91-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXIII.

Vgt; at word \'er moeiten aan besteed. Eer \'t Alas veranderd in een kleed; En \'t kleed tot Eeuwig welbehaagen, Dat wouw den achteloozen mensch, quot;Wel hebben door een bloote wens, Om tot een bruilofts-kleed te draagen.

Maar zo men zo veel moeiten doet, Aan \'t aardse kleed, voor vlees en bloed. Zo mag men, om de Ziel te kleeden. Voorzichtig, van een vroeg begin,

Zijn leeven lang. Jaar uit, Jaar in, Wel aan dat kleed der Zielen Eeeden. En die zo niet en is gezind.

Wat baat het of hy vlytig spind? Zyn Webbens, en zyn Kas vol linden. Die zal hy in het ander land.

Als hem de Dood ter Zielen band,

Niet tot behoorlyk Deksel vinden.

Maar heeft hy \'t Zielen-kleed bereid. Dat voerd hy mee, uit deze Tyd,

En zyne moeiten zal gedyen,

81

Want dat is \'t blyfelyk Gewaad. Dat nooit in Eeuwigheid vergaat, \'t Sieraad der zaal\'ge Hemel-ryen.

n. C

-ocr page 92-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Job YIII: 13, 14, 15.

Alzo zyn de paden aller die God vergeeten: en de ver-wachtinge des huichelaars zal vergaan.

Van den welken zyne hoope walgen zal: en zijn vertrouwen zal zyn een huis der spinnekoppe.

Hy zal op zyn huis leunen, maar het en zal niet bestaan, hy zal hem daar aan vast houden, maar het en zal niet staande blyven.

Mattheus XXII; 9, 10, 11, 12, 13.

Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zo veele als gy \'er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.

En dezelve dienstknechten uitgaande op de wegen, vergaderden alle die zy vonden, beide quaade en goede, en de bruiloft wierd vervult met aanzittende [gasten.]

En als de Koning ingegaan was, om de aanzittende rgastenj te overzien, zag hij aldaar een mensche niet gekleed [zynde] met een bruilofts-kleed.

En zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruilofts-kleed [aan] hebbende? En hy verstomde.

Doe zeide de Koning tot de dienaars: bindet zyne handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hemj uit in de buitenste duisternisse: Daar zal zyn weeninge en knerzinge der tanden.

Openbaaringe III \'.17, 18.

Want gy zegt: Ik ben ryk, en verrykt geworden, ende en hebbe geens dings gebrek: en gy en weet niet dat gy zyt ellendig, en jammerlyk, en arm, en blind, en naakt.

-ocr page 93-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Ik raade u dat gy van my koopt goud, beproeft komende uit het vuur, op dat gy ryk moogt worden: en witte kleederen, op dat gy moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard en worde: en zalft uwe oogen met oogen-zalve, op dat gy zien moogt.

En Kapittel XIX : 7, 8.

Laat ons blyde zyn, en vreugd bedryven, en hem de heerlykheid geeven: want de Bruiloft des Lams is gekomen, en zyn wijf heeft haar zeiven bereid.

En haar is gegeeven, dat zy bekleed worde met rein en blinkende fyn lynwaat: want dit fyn lynwaat zyn de rechtvaardigmaakingen der heiligen.

83

-ocr page 94-

Verbergd uw aangezicht\' van myne zonden: en delgd uit alle myne ongerechtigheden. Schept my een rein herte. ö God: en vernieuwd in hot binnenste van my eenen vasten geest. Psalm LI; 11, 12.

HET LEEEZAAM HUISRAAD.

DE \\VAS-TOBBEN.

-ocr page 95-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXIV.

Het Kleed word weder schoon; maar hoe Het gaat niet zonder lyden toe:

Niet zonder water, vuur en looge;

Maar \'t moet door deze scherpte gaan, Zal \'t van zyn vuilheid zyn ontdaan. En welbehaag\'lyk voor dé Ooge.

Veel vuile Zielen in \'t gemien,

Die deze zuivering ontzien.

Vertroosten haar met deze droomen;

Dat zy zo morsig en zo gruis, In \'t allerzindelykste huis.

Doch zullen worden opgenoomen:

Of zuiver worden met een wens. En zonder leed van d\'Oude mensch,

Door gunst, vergeeving en genade:

Als zeid het vuile linnen kleed,

Ik wil wel schoon zyn, zonder leed: Dat zouw de zuiver hand versmaade. Genaden is \'er, ongemeen,

Maar gy begeert ze om u heen,

En keerd ze met geweld van binne.

Op dat zy \'t vuil\' onwaardig ding Van aardse lust niet uit en dring,

Eu in uw Ziel een plaats gewinne.

Blyft eens voor deze Spiegel staan. En denkt hoe \'t met u af zal gaan.

-ocr page 96-

het leerzaam huisraad.

Jezaias I; 16, 17, 18.

W asset u, reiniget u, doet de boosheid uwer handelingen van voor myne oogen weg, laat af van quaad te doen.

Leeret goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukten; doet den Weezen recht, handeld de twistzaake der Weduwen.

Komt dan, en laat ons t\' zaamen rechten, zeit de Heebe; Al waaren uwe zonden als scharlaken, zy zullen wit worden als sneeuw, al waaren zy rood, als karmozyn, zy zullen worden als [witte] wolle.

Ezechiel XXXVI: 25. 26.

Dan zal ik rein water op u sprengen, en gy zult rein worden; van alle uwe onreinigheden, en van alle uwe dR\'k-goden zal ik u reinigen.

En ik zal u een nieuw herte geeven. en zal eenen nieuwen geest geeven in \'t binnenste van u: en ik zal het steenen herte uit u vlees wegneemen. en zal u een vleesen herte geven.

Hebreen X : 21. 22, 23.

En fdewyle wy hebbenj eenen grooten Priester over het Huis Gods.

Zo laat ons toegaan met een waarachtig herte. in volle verzekertheid des geloofs. [onzej herten gereinigt zynde van de quaade konscientie, en het lichaam gewassen zynde met rein water.

-ocr page 97-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Laat ons de omvankelbaare belydenisse der hoope [vast] houden: (want die liet belooft heeft is getrouw.)

Jakobus IV : 8. 9, 10.

Naaket tot God. en hy zal tot u naaken. Reinigt de handen, gy zondaars, en zuivert de herten, gy dubbel-hertige.

87

Draagd u als elendige. en treurt ende weend. uw\' lachen worde veranderd in treuren, en [uwe] blydschap in be-droeftheid.

Vernederd u voor den Heere, en hy zal u verhoogen.

-ocr page 98-

88 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE EMMER.

En deze zyn, die by den weg [bezaaid worden,] daar in het woord gezaaid word: en als zy het gehoord hebben, zo komt do Satan terstond, en neemt het woord weg, \'t welk in hare herten gezaaid was. Markus IV: 15.

-ocr page 99-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXV.

Den Emmer houd: maar, was \'t een Mand, Het zeeg\' er uit, aan alle kant;

Daar hoeft men \'t kind niet van te reppen. Hoewel de Oude naauw\'lyks weet.

Dat hy zyn leven lang besteed.

Om water met een Mand te scheppen. Dat water van Gods Heilig quot;Woord,

Dat hy geduurig hoord en hoord.

Maar laas zyn herten-vat is open.

En \'t gaat, gelyk het Spreekwoord luid, Het een oor in, en \'t aar weêr uit.

Steeds is \'t hem altemaal ontloopen.

Zo blyft het huis vast ongeklaard Terwyl men menigmaal verjaard,

En komt niet tot een recht gevoelen.

Op dat men \'t open vat eens sluit. En schept een heilig water uit.

Om \'t vuil der Zielen af te spoelen.

Jezaias XL : 15.

Ziet de volkeren zyn geacht als een druppel van eenen emmer, en als een stofken van de weeg-schaale.

Jakobus I; 25.

Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vryheid is, en daar by blyft, deze geen vergeetelyk hoorder geworden zynde, maar een daad er des werks, deze. [zegge ikj zal gelukzalig zyn in dit zyn doen.

89

-ocr page 100-

90 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE LAMP.

Voorwaar, voorwaar zegge ik u; Indien het tenvengraan in de aarde niet en valt en sterft, zo blyft het zelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. Joannes XII; 24,

-ocr page 101-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXVI.

Zo iemant, afgericht, op \'t spaaren,

Zijn Oil, om het Avond-licht,

Kiet wouw verliezen maar bewaaren,

Die zat in \'t duister, by \'t gezicht.

\'t quot;Was wonderlyk, in veeier Oogen 1 Maar ziet eens in de Wereld om,

Hoe veel\' er net zo zyn bedroogen,

Door Gierigheid zo blind en dom,

Dat zy niet willen overgeeven.

De Wereld en dat in haar is.

Op dat zy \'t licht van \'t Eeuwig leven,

Arerkreegen voor die Duisternis:

Want daar het eene gaat verlooren.

Daar word het ander uit gebooren.

Markus VIII: 35.

W ant zo wie zyn leven zal willen behouden, die zal \'t zelve verliezen, maar zo wie zyn leven zal verliezen om mynent wille, en [om] des Evangeliums [wille], die zal \'t zelve behouden.

Ephezen IV: 22, 23, 24.

[Te weeten] dat gy zoudet afleggen, aangaande de voorige wandelinge, den ouden mensche, die verdorven word door de begeerlykheden der verleidinge.

En dat gy zoudet vernieuwt worden in den geest uwes gemoeds.

En den nieuwen mensche aandoen, die na God geschaa-pen is in waare rechtvaardigheid en heiligheid.

91

-ocr page 102-

92 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE BLAASBALK.

En ik zeggo: wandeld door den Geest, ende en volbrengt do begeerlykheid des vleeses niet. Galaten V; 16.

-ocr page 103-

1IEÏ LEEHZAAM HUISRAAD.

Op Figuitr XXVII.

Daar smeuld een Vuurtje, geef wat lucht, Zo baard het u zyn schoone vrucht, Tot warmte of gebruik van \'t Eeten:

Doch \'t geen dat op uw haardstee legt, Dat komt, eerlange wel te recht.

Maar dat, daar \'t hert van is bezeten. Dat smeuld en rookt wel jaaren lang, En raakt niet eensjes aan de gang, Van branden, en een vlammend leeven: Dat vuur, van \'t overtuigt gemoed. Dat knaagd en klaagd met zynen gloed, Dat moest men lucht des leevens geeven. Maar neen, de Blaasbalk tot de lucht. Die is verstopt met aardse zucht.

Of legt in eene hoek versmeeten.

Daar is wat anders op de baan. Om handen aan het werk te slaan,

Zo dat zyn dienst maar blyft vergeeten. o Mensch, geef lucht, geef haastig lucht. Eer gy uw acht\'loosheid bezucht.

Blaast op, het Vuur van uw geweeten. Op dat het doorbreek tot een vreugd. En vlamd van vroomigheid en deugd. Zo zult gy van de vruchten eeten.

93

-ocr page 104-

92 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE BLAASBALK.

En ik zegge: wandeld door den Geest, ende en volbrengt de begeerlykheid des vleeses niet. Galaten V: 16.

-ocr page 105-

HET LEEBZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXVII.

Daar smeuld een Vuurtje, geef wat luclit, Zo baard het u zyn schoone vrucht, Tot warmte of gebruik van \'t Eeten;

Doch \'t geen dat op uw haardstee legt. Dat komt, eerlange wel te recht.

Maar dat, daar \'t hert van is bezeten. Dat smeuld en rookt wel jaaren lang, En raakt niet eensjes aan de gang, Van branden, en een vlammend leeven: Dat vuur, van \'t overtuigt gemoed. Dat knaagd en klaagd met zynen gloed, Dat moest men lucht des leevens geeven. Maar neen, de Blaasbalk tot de lucht. Die is verstopt met aardse zucht.

Of legt in eene hoek versmeeten.

Daar is wat anders op de baan, Om handen aan het werk te slaan.

Zo dat zyn dienst maar blyft vergeeten. o Mensch, geef lucht, geef haastig lucht. Eer gy uw acht\'loosheid bezucht.

Blaast op, het Vuur van uw geweeten. Op dat het doorbreek tot een vreugd. En vlamd van vroomigheid en deugd. Zo zult gy van de vruchten eeten.

93

-ocr page 106-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Psalm LI: 13.

fjn verwerpt my niet van u aangezicht: ende en neemt uwen Heiligen Geest niet van my.

Lukas XI: 13.

Indien dan gy die boos zyt, weet uwe kinderen goede gaaven te geeven, hoe veel te meer zal de hemelse \'V ader den heiligen geest geeven den geenen die hem bidden?

En Kapittel XII: 35.

Laat uwe lendenen omgordet zyn, en de kaarsen brandende.

Romeinen VIII: 8 — 14.

En die in den vleese zyn en konnen G-ode niet behaagen.

Doch gy-lieden en zyt niet in den vleese, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woond. Maar zo ieraant den Geest van Christus niet en heeft, die en komt hem niet toe.

En indien Christus in u-lieden is, zo is wel \'t lichaam dood om der zonden wille; maar de geest is leeven om der gerechtigheid wille.

En indien de Geest des geenen, die Jezus uit den dooden opgewekt heeft, in u woond, zo zal hy die Christus uit den dooden opgewekt heeft, ook uwe sterfelyke lichaamen leevendig maaken, door zynen Geest die in u woond.

94

-ocr page 107-

HEI LEERZAAM HUISRAAD. 95

Zo dan, Broeders, wy zyn schuldenaars, niet den vleese, om na den vleese te leeven.

Want indien gy na den vleese leeft, zo zult gy sterven: maar indien gy door den Geest de werkingen des lichaams doodet, zo zult gy leeven.

Want zo veele als \'er door den Geest Gods geleidet worden, die zyn kinderen Gods.

En Kapittel XII: 11.

Zyt niet traag in het benaarstigen. Zyt vuurig van geeste. Diend den Heere.

Ephezen V : 14.

Daarom zegt hy: Ontwaakt gy die slaapt, en staat op uit den dooden, en Christus zal over u lichten.

-ocr page 108-

96 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE SULFER-BAK.

En de sterke zal weezen tot grof vlas, en zyn werk meester tot eene vonke, en zy zullen beide t\'zaamen branden en daar en zal geen uitblusser weezen. Jezaias 1 : 31.

-ocr page 109-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXVIII.

Als Vuur en Swavel t\'zaamen komen. Zo word \'er haast een vlam vernoomen:

Zo zyn de zonden van een land;

Als die ten vollen zyn gebooren,

Bereiken zy Gods vuur\'ge Tooren,

Die zet het in de lichte brand, o Menschen leerd des Heeren vreezen, Om niet als Sulfer-stof te weezen.

Maar als een onverbrand\'lijk Goud. Dat door den Oven kan passeere,

Zo, dat het vuur hem niet en deere

En hy zyn fixe wezen houd.

o Sulfer, waard om voor te schroomen. Eerst uit de Swavel-poel gekomen.

Wat heeft de list, die \'t quaad begeerd. Door zyn bedriegelyke kunsten.

Met haat, in schyn van groote gunsten,

Zo menig hert met u besmeerd!

Hoe zal dat aan een Einde raaken,

Als zy Gods Tooren-vuur genaaken,

Aan \'t groote Einde dezer tyd!

Daar dreigd een vuur van alle vuuren.

Daar dreigd een brand van Eeuwig duuren, O Wee, o wach! van ach! er spyt!

97

-ocr page 110-

08 het leerzaam huisraad.

0 Dorre Zielen, vet van zonden,

Die, als een Zwavelstok bevonden,

Verwachten moet dat dreigend quaad, Ziet noch, by tyds, uit beter Oogen, En zoekt uit al u Ziels vermogen, By d\'Allerhoogste hulp en raad. Op dat gy deze slag ontgaat.

Jezaias XXXIV; 8, 9, 10.

W ant het zal zyn de dag der wraake des Heeren, een Jaar der vergeldingen, om Slons twistzaake.

En haare beeken zullen in pik verkeert worden, en haar stof in zwavel: ja haare aarde zal tot brandende pik worden.

Het en zal des nachts, noch des daags niet uitgeblust worden; tot in der eeuwigheid zal haaren rook opgaan: van geslachte tot geslachte zal het woest zyn; tot in eeuwigheid der eeuwigheden en zal niemant daar doorgaan.

Malachias IV: 1.

Want ziet, die dag komt brandende als een Oven: dan zullen alle hoogmoedige, en al wie Godloosheid doet, een stoppel zyn, en de toekomstige dag zal ze in vlamme zetten, zeit de Heeke der heirschaaren, die hen noch wortel, noch tak laaten en zal.

II Petrus III: 10, 11, 12, 13, 14.

Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, In welken de Hemelen met een gedruis zullen

-ocr page 111-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

voorby gaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde, en de werken die daar in zyn, zullen verbranden.

Dewyle dan deze dingen alle vergaan, hoedaanige behoord gy te zyn in heiligen wandel en Godzaligheid.

Verwachtende en haastende tot de toekomste van den dag G-ods, in welken de Hemelen door vuur ontsteeken zynde zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten ?

Maar wy verwachten, na zyne belofte nieuwe Hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woond.

Daarom, geliefde, verwachtende deze dingen, benaarstigt u dat gy onbevlekt en onbestraffelyk van hem bevonden moogt worden in vrede.

99

-ocr page 112-

100 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE SUIKERBOS.

Hoe zoet zyn uwe redenen mijn gehemelte geweest meer dan honing mynen monde. Psalm CXIX : 103.

-ocr page 113-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXIX.

De Suikerbos is toebereid,

Om alle wrange en zuure dingen, Te brengen tot een lieflykheid.

En haare macht met zacht te dwingen.

Hield zo de Mensch het rechte zoet, Van Hemel-hoop in \'t Hert beslooten Voor \'t huisgezin van zyn Gemoed, Zo wierd \'er goede spys genooten.

Want alle kommer en verdriet. Een daag\'lyks brood, van \'t aardse leven.

En is zo zuur, of bitter niet,

Als \'t met die Suiker werd doorgeeven:

•Ja \'t diend wel zelfs tot goede smaak; Als zuur en zoet te zaamen komen.

Het Leed veranderd in vermaak. Na \'t oud getuigenis der vroomen.

6 Suiker, van oprechte Deugd,

En hoop, op God, het Eenig Goede,

Gy spyst de Ziel en Geest met vreugd, Die zich uit uwe Rykdom voeden.

-ocr page 114-

het leerzaam huisraad.

Psalm XIX: 10, 11, 12.

De vreeze des Heeeen is rein, bestaande tot in eeuwigheid : de rechten des Heerex zyn waarheid, t\'zaamen zyn ze rechtvaardig.

Zy zyn begeerlyker dan Goud, ja dan veel fijn Goud; en zoeter dan honing, en honing-zeem.

Ook wordt u knecht door dezelve klaarlyk vermaand; in \'t houden van dien is grooten loon.

En Psalm LXXXI; 17.

En hy zoude het gespyst hebben met het vette der tarwe: Ja ik zoude u verzadigt hebben met honing uit de rotssteenen.

Spreuken XYI: 24.

Liefelyke redenen zyn eene honing-raate; zoet voor de ziele, en medicyne voor het gebeente.

En Kapittel XXIV: 13, 14.

Eet honing myn Zoono, want ny is goed: en honing-zeem is zoet voor uw gehemelte.

Zodaanig is de kennisse der wysheid voor uwe ziele: als gy ze vind, zo zal \'er belooninge weezen: en uwe verwachtinge en zal niet afgesneeden worden.

102

-ocr page 115-

het leerzaam huisraad.

Hoogelied V: 16.

Zyn gehemelte is enkele zoetigheid, en al wat aan hem is, is gants begeerlyk. Zulk een is myn Liefste, ja zulk een is myn Vriend, gy dochters van Jeruzalem.

Jezaias LY: 6, 7.

Zoekt den Heeee tenvyl hy te vinden is: roept hem aan terwyle dat hij naby is.

De godlooze verlaate zynen weg, en de ongerechtige man zyne gedachten: en hy bekeere zich tot den Heere, zo zal hij hem zyner ontfermen: en tot onzen God, want hij vergeeft menigvuldelyk.

II Korinthen V: 6, 7, 8, 9.

Wy hebben dan altyd goeden moed, en weeten dat wy inwoonende in \'t lichaam, uitwoonen van den Heere:

(Want wy wandelen door geloove, [en] niet door aanschouwen.)

Maar wy hebben goeden moed, en hebben meer behaagen om uit het lichaam uit te woonen. en by den Heere in te wo on en.

Daarom zyn wy ook zeer begeerig, het zy inwoonende, het zy uitwoonende, om hem welbehaaglyk te zyn.

103

-ocr page 116-

Eu te dien zeiven dage zult gy zeggen: Ik danke u, IJbeiïEj dat gy toornig op my geweest zyt: [maar] uwen toorn is afgekeert, on gy troost my. Jezaias XII: 1.

HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE MORTIER.

-ocr page 117-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXX.

Do Vyzel is, om grove zaaken.

ïe breeken en tot stof te maak en;

Zo breekt het grove en harde Hert, Wanneer \'t moot lyden en verdraagen, Des kruises stampen ende slagen,

Op dal het Gode dienst\'lyk werd. Xochtans is ider een met schroomen, Om in dien Vyzel niet te komen.

Wil liever grof en vrucht\'loos zyn, In \'t onverbrooke en vrye leven,

Met Rust en Lust van \'t vlees omgeeven.

En d\'Enge-Poort, eist, echter, \'t Fyn. Hoe zal de keur het hier dan maaken, In \'t Twee-getal van deeze zaaken?

Men leg ze t\'zaamen in de Schaal, Van \'t wel en ryp\'lyk overweegen.

En zie dan scherp en wel ter deegen.

Welk een, den ander overhaal:

Of voor een korten tyd te lyden. Om \'t Eeuwig eindeloos verblyden.

Of om een korte weelde en lust. Die weg gaat als een Droom der nachten. Een Eeuwig eind\'loos leed to wachten. Daar \'t vuur der pyn niet werd geblust.

-ocr page 118-

het leerzaam huisraad.

Wie hier wel toeziet ait zyn oogen,

Niet heel door tovery bedroogen,

Die hoeft geen breed en lang beraad; Of \'t best is, in het Grof volherden,

Of in de Vyzel fyn te werden,

Daar \'t leed tot Eeuw\'ge blydschap slaat.

Spreuken 111:11, 12.

Myn zoon, en verwerpt de tucht des Heeren niet: ende en weest niet verdrietig over zyne kastydinge:

Want de Heere kastyd den geenen die hy liefheeft; ja gelyk een vader den zoone [in den welken] hy een wel-behaagen heeft.

II Korinthen IV: 16, 17.

Daarom en vertraagen wy niet: maar hoewel onze uitwendige mensche verdorven word, zo word nochtans de inwendige vernieuwd van dage tot dage.

Want onze lichte verdrukkinge, die zeer haast voorby :gaatj werkt ons een gants zeer uitneemend eeuwig gewigte der heerlykheid.

Hebreen XII: 6, 7, 8, 9, 10, 11.

Want dien de Heere lief heeft kastyd hy: en hy geesselt eenen Igelyken zoone dien hy aanneemt.

Indien gy do kastydinge verdraagd, zo draagt hem God tegen u als zoonon: (want wat zoone is \'er dien de vader niet en kastyd?)

-ocr page 119-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Maar indien gy zonder kastydinge zyt, welker alle deelachtig zyn geworden, zo zyt gy dan bastaarden, en niet zoonen.

Verders wij hebben de vaders onzes vlees wel tot kas-tyders gehad, en wy ontzagen ze; zullen wy [danj niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zyn, en leeven ?

Want geene hebben [ons] wel voor eenen korten tyd, na dat het haar goed dochte, gekastyd: maar deze kastyd [ons] tot [onzen] nutte, op dat wy zyner heiligheid zouden deelachtig worden.

En alle kastydinge, als die tegenwoordig is, en schynt geen [zaake] van vreugde, maar van droefheid te zyn; doch daar na geeft zy van haar eene vreedzaame vrucht der gerechtigheid den geenen die door dezelve geoeffent zyn.

1 07

-ocr page 120-

En welken heeft hy geswooren, dat zy in zyne ruste niet en zouden inj^aïiiij anders dan den geenen, die ongehoorzaam geweest waaren? En wy zien dat zy niet en hebben kennen ingaan van wegen [haar] ongeloove. Hebr. Ill: 18, l\'-\'.

HET LUEKZAAM HUISRAAD.

DE RUSTBANK.

-ocr page 121-

HÜT I,EERZAAM HL\'ISUAAD.

Op F i g u u r XXXI.

Men heeft wat op en neer gegaan.

Men heeft wat. dit of dat gedaan,

Het logge lichaam moet wat rusten.

o! Menschen, zoekt gy zo \'t gemak,

Op dat \'er immers niets ontbrak,

Aan uw begeerten ende lusten:

Hoe noodig was het dat de Ziel.

Die zo lang huis in \'t lichaam hiel,

Vermoeid aan \'t Einde van het leven. En eind\'ling van den Stryd des Doods,

En uit den zwaaren tyd des noods,

quot;Wanneer zy word van \'t vlees ontheven, Op eenen zachten Rustbank quam.

En geene Onrust meer vernam.

Doch word dat groot gewigt vergeeten. En \'t vlees alleen bezorgd: Helaas!

Wie weet op welk een harden plaats.

De arme Ziel dan word gesmeetenl ó Mensch neemt dit doch wel in acht.

Op dat gy d\'Eeuw\'ge Rust betracht.

Hebreen IV: 9, 10, 11.

Daar blyft dan een ruste over voor het volk Gods,

Want die ingegaan is in zyne ruste, die heeft zelve ook van zyne werken gerust, gelyk God van de zyne.

Laat ons dan ons benaarstigen om in die ruste in te gaan: op dat niet iemant in dat zelve exempel der onge-loovigheid en valle.

-ocr page 122-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

110

DE WIEG.

Gy zyt alle kinderen des lichts, en kinderen des daags: wy en zyn nk-t des naclits. noch der duisternisse. 7,0 en laat ons dan niet slaapen, gelyk als de andere, maar laat ons waaken en nuchteren zyn. T Thessal. V; 5, C.

-ocr page 123-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXII.

(jelj\'k do kinderlyke zinne,

Op dat de Slaap haar overwinne,

Door een geduurig heen en weer. Getrokken werden tot bedaaren,

Dewyl zy daar by een vergaaren,

Op dat men zo de Onrust koer:

Zo zit \'er een gestaag te wiegen,

Op dat hy \'t oude kind bedriege Door een geduurig tydverdryf;

Zo dat de zinnen niet en waaken. Op d\'allergrootste en zwaarste zaaken.

Maar doen, \'t geen weinig heeft om \'t lyf. Op dat hem al zyn tyd ontginge. Met droomery en sluimeringe.

En dat hy blyf, \'t onweetend kind; Dat onbedacht en onberaaden.

Niet komt tot mannelyke daaden.

Tot hem het Eind des levens vind. Dan schrikt hy op het zachte bedde, En wenst zich uit de quot;Wieg te redde.

En \'t werk van Ouderdom te doen;

Doch, wyl zyn Uurglas is verloopen,

Zo moet hy \'t met do dood bekoopen.

Dies moet men dit by tyds bevroên.

Ill

-ocr page 124-

1 1 2 HET LEERZAAM HUISRAAD.

Markus XIII: 33—37.

Ziet toe. waakt en bid. want gy en weet niet wanneer de tyd is.

Gelyk een mensche buitenlands reizende, zyn huis verliet, en zynen dienstknechten macht gaf. en elk zyn werk, en den deurwachter gebood dat hy zoude waaken.

Zo waakt dan (want gy en weet niet wanneer de heere des huis komen zal, [des avonds] laate, of ter middernacht, of met het haanen-gekraai, of in den morgen-stond.)

Op dat hy niet onvoorziens en kome, en u slaapende vinde.

En t geene ik u zegge, [dat] zegge ik allen: Waakt.

Romeinen XIII : 11, 12.

En dit [zegge ik te meer] dewyle wy de gelegentheid des tyds weeten. dat het de uure is, dat wy nu uit den slaap opwaaken: want de zaligheid is ons nu naarder, dan doe wy [eerst] geloofd hebben.

De nacht is voorby gegaan, en de dag is naby gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternisse, en aandoen de wapenen des lichts.

IJ Korinthen IV: 3, 4.

Doch indien ook ons Euangelium bedekt is, zo is het bedekt in de geene die verloeren gaan:

In dewelke de God dezer eeuwe de zinnen verblind heeft, [narnelyk der ongeloovige, op dat haar niet en bestraale de verlichtinge dos Euangeliums der heerlykheid van Christus, die het beeld Gods is.

-ocr page 125-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Ephezen V: 14. 15, 16.

Daarom zegd hy, Ontwaakt gy die slaapt, en staat op uit den dooden, en Christus zal over u lichten.

Ziet dan hoe gy voorzichtelyk wandeld: niet. als onwyze, maar als wyzen.

Den tyd uitkoopende, dewyle de dagen boos zyn.

Kolossenzen IV: 5.

Wandelt met wysheid by de geene die buiten zyn, den bequaamen tj\'d uitkoopende.

8

II.

-ocr page 126-

11-t HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE KLEERBEN.

En hy antwoordende zeide tot haar. Die twee rokken heeft deele hem mede, die geen en heeft; en die spyze heeft doe desgelyks. Lvikas III: 11.

-ocr page 127-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXIIL

Ontwyd uw Mand met Lynwaad niet, Die naam draagt, van des lyfs behoeve,

Dat zulks liet Oog der Arme ziet.

Op dat zyn hert zich niet bedroeve;

Als gy geheele Ryen teld.

Van deze, die uw huis bewoonen,

Terwyl \'t by hem zo is gesteld.

Dat hy zyn lyf niet kan verschoonen.

\'t Is waar, wy hebben \'t werelds Woord, (Een Zwaan behoefd zo wel zyn veeren,

Als \'t Musjen zyne) wel gehoord. Om deze scheuten af te keeren:

Maar; Die, Haar beide heeft gebeeld, Die heeft ze Groot en Klein geschaapen. Wanneer uw lichaam zo veel scheeld, Dan staat u, na dat scheel te raapen, Zo hebt gy zo veel meer van doen:

Doch meend gy \'t lichaam uwer zaaken.

Van uitgebreidheid en fatsoen.

Gemak en Aanzien, en vermaaken;

Zo overweegt uw\'s herten munt. Of \'t wigtig zy, voor zulke Oogen

Die alles weeten op een punt,

En nooit van iemant zyn bedroegen.

Op dat, als \'t hier is uit geleeft,

De keur geen quaaden uitslag geeft.

11

-ocr page 128-

het leerzaam huisraad.

Deuter. XV; 11.

De arme zal niet ophouden uit het midden des lands: daarom gebiede ik u, zeggende: Gy zult uwe hand mil-delyk op doen aan uwen broeder, aan uwen bedrukten, en aan uwen armen in u land.

Spreuken XIX; 17.

Die zich des armen ontfermd, leent den Heere; en hy zal hem zyne weldaad vergelden.

Lukas VI; 38.

Geeft, en u zal gegeeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde, en overloopende maate zal men in uwen schoot geeven; Want met dezelve maate daar mede gy-lieden meetet, zal u-lieden weder gemeeten worden.

En Kapittel XVI; 19.

En daar was een zeker ryk mensche, en was gekleed met purper en zeer fyn lynwaad, leevende alle dagen vrolyk en prachtig.

Jakobus II; 13, 14, 15, 16, 17.

Want een onbarmhertig oordeel [zal gaan] over do geene die geene barmhertigheid gedaan en heeft; en de barni-hertigheid roemd tegen het oordeel.

-ocr page 129-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Wat nuttigheid is hot, myne broeders, indien iemant zegt, dat hy het geloove heeft, ende en heeft de werken niet? kan dat geloove hem zalig maaken?

Indien \'er nu een broeder of zuster naakt zouden zyn, en gebrek zouden hebben van dagelyks voedsel:

En iemant van u tot haar zoude zeggen: Gaat heenen in vrede, word warm, en word verzadigd; en gy-lieden en zoudet haar niet geeven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

Alzo ook het geloove, indien het de werkon niet en heeft, is by hem zeiven dood.

I Joannes III: 17, 18.

Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zynen broeder gebrek hebben, en sluit zyn herte toe voor hem, hoe blyft de liefde Gods in hem?

Myne kinderkens, en laat ons niet lief hebben met den woorde, noch met de tonge, maar met de daad en waarheid.

117

-ocr page 130-

Ziet dan. hoe gy hoord. want zo wie heeft die zal ge-geeven worden: en zo wie niet en heeft, ook \'t geene dat hy meend te hebben, zal van hem genomen worden. Lukas VIII: IS.

w

-ocr page 131-

HET LEERZAAM HUISRAAD. 119

Op Figuur XXXIV.

\'t Zyn Vaten, doch zy doen geen nut. Om Spyze op den Dis te draagen,

Daar \'t leven mee word onderstut, Maar dienen enkel \'t welbehaagen,

Tot Oogen lust en Pronkery:

\'t Zyn Leege Vaten, fallen tyde;

Dies gaat behoeven haar voorby. En Nooddruft schuift haar aan een zyde.

Wat is een koffer zonder schat? Wat is een lichaam zonder Deugden,

Wat anders, als een leedig Vat,

Daar Ydelheid zich meê verheugden, Maar Honger nooit van is gediend, o Mensch, word een der nutte Vaten.

En zo de Hoogste tot een vriend, Zo zyt gy Eerlyk boven maaten.

Want anders zo en helpt u niet,

Of gy van buiten zyt belaaden

Met mooi, daar \'s werelds oog op ziet. En zo te pronk staat met sieraaden: Het Vat dat niet ten dienste gaat, Is voor de Wysheid maar versmaad.

-ocr page 132-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Romeinen IX : 21, 22, 23, 24.

Of en heeft de potbakker geen macht over het leem, om uit den zeiven klomp te maaken het eene een vat ter eeren, en het ander ter oneeren?

En of God willende [zynenj toorn bewyzen, en zyne macht bekend maaken, met veele langmoedigheid verdraa-gen heeft de vaten des toorns tot het verderf toebereid:

En op dat hy zoude bekend maaken den rykdom zyner heerlykheid over de vaten der barmhertigheid, die hij te voren bereid heeft tot heerlykheid?

Welken hy ook geroepen heeft [namelyk] ons, niet alleen uit de Jooden, maar ook uit de Heidenen.

En Kapittel XII: 1.

Ik bidde u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gy uwe lichaamen stelt tot een leevende, heilige, [en] Gode welbehaagelyke offerhande, [welke is] uwen redelyken Godsdienst.

II Korinthen IV: 6, 7.

Want God die gezegt heeft dat het licht uit de duister-nisse zoude schynen, is de geene die in onze herten ge-scheenen heeft, om ,[te geeven] verlichtinge der kennisse der heerlykheid Gods in \'t aangezichte van Jezus Christus.

Maar wy hebben dezen schat in aarden vaten, op dat de uitneementheid der kracht zy Godes, en niet uit ons.

120

-ocr page 133-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

I Thessal. IV; 4, 5.

Dat een iegelyk van u weete zyn vat te bezitten in heiligmaakinge en eere:

Niet in [quaade] beweeginge der begeerlykheid, gelyk als de Heidenen die G-od niet en kennen.

II Timoth. II: 20, 21.

Doch in een groot huis zyn niet alleen gouden en zil-vere vaten, maar ook houten en aarden [vaten:] en sommige ter eeren, maar sommige ter oneeren.

Indien dan iemant hem zei ven van dezen reinigd, die zal een vat zyn ter eeren, geheiligd en bequaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid.

I Petrus II: 5.

Zo wordet gy ook zelve, als leevende steenen, gebouwd [tot] een geestelyk huis, [tot] een heilig Priesterdom, om geestelyke offerhanden op te offeren, die Gode aangenaam zyn door Jezus Christus.

121

-ocr page 134-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE VLEES-KUIP.

Maar die Christus zyn. hebben het Vlees gekruist met de beweegingen en begeerlykheden. Gal. V; 24.

-ocr page 135-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXV.

Indien men hier het Zout wouw spaaren, Hoe zouw men \'t Osse-vlees bewaaren ?

Maar \'t menschen-vlees dat stinkt alreê, Dewyl \'t van acht\'loosheid vergeeten, Met wel met Zout en wierd besmeeten.

Gelyk men \'t vlees der Dieren deê. Wat tegenweer was hier ten goede, Om \'t zelve voor \'t verderf te hoede?

Dat is het scherp, doordringend Zout, Van \'t Vlees zyn wil en lust te breeken. Zo dat het daag\'lyks blyft versteeken. Van \'t geene daar het veel af houd. 5 Waarde Ziel! u is, van Gode, Die zonting van uw Vlees geboode:

Gy zyt de waard, u is \'t bevel: Gy moet het niet van Zout verschoonen. Om in geen stinkend Vlees te woon en,

\'t Geen u mogt trekken na de Hel. Want stinkende en verrotte dingen.

Die in haar eigen vuil vergingen,

Behooren op de hoop der Mest.

Daarom, 5 Ziel! bedwingt uw leeden, Der aardsgezindheid hier beneden.

Dat is u ver het al derbest.

-ocr page 136-

124 HET LEERZAAM HUISRAAD.

Matth. V; 13.

(jy zyt het zout der aarde: indien nu het zout smaakeloos word, waar mede zal [het] gezouten worden\'? Het en deugd nergens toe meer, dan om buiten geworpen, en van de menschen vertreeden te worden.

Markus IX : 49, 50.

Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en ieder offerhande zal met zout gezouten worden.

Het zout is goed, maar indien het zout onzout word, waar mede zult gy dat smaakelyk maaken? Hebt zout in u zeiven, en houd vrede onder malkanderen.

Lukas IX : 23.

En hy zeide tot allen: Zo iemant achter my wil komen, die verloochene hem zeiven, en neeme zyn kruis dagelyks op, en volge my.

Romeinen VI: 6.

Dit weetende dat onzen ouden mensche met [hem] gekruisigd is, op dat het lichaam der zondo te niete gedaan worde, op dat wy niet meer de zonde en dienen.

-ocr page 137-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

I Kolossenzen IV; 5. 6.

Wandeld met wysheid by de geene die buiten zyn, den bequaamen tyd uitkoopende.

Uw\' woord zy alle tyd in aangenaamheid, met zout besprengd, op dat gy moogt weeten, hoe gy eenen iegelyken moet antwoorden.

II Timoth. 1 :13. 14.

Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gy van my gehoord hebt, in geloove en liefde die in Christus Jezus is.

Het goede pand dat [u] toebetrouwt is, bewaard dooiden Heiligen Geest, die in ons woond.

125

-ocr page 138-

Jezus antwoordde en zeido tot hem: Voorwaar, voorwaar. zegge ik u, ten zy dat iemant wederom gebooron worde, hy en kan het Koningryke Gods niet zien. Joannes III: 3.

HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE PAN.

-ocr page 139-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXVI.

Berst was \'t een Kruidjen op het laad. En heeft, voortaan, door veele wegen, Ten langen laast de staat gekreegen,

Van een bereide en eed\'le stand. En onder des heeft zulks verdraagen, De guure wind en regenvlaagen,

De dorre droogte van de Zon; Het sny-mes, en de handelingen Van \'t voeren, en meer and\'re dingen

Eer dat men \'t in de schuuren won: En voorts, den rooster, en door \'t maaien, D\'ontblooting van de bast en schaalen.

Jsu komt het, toebereid ter Pan, Om over \'t vuur, tot Brood te braaden. En zo te dienen, tot verzaaden,

Het Kind, de Moeder, en de Man.

Beziet, 6 Leven! hoe veel dingen Hier voor \'t be-oogde Einde gingen: En woud Gy zonder slag of stoot. En zonder eens te zyn herbooren. Zo zacht\'lyk worden uitverkooren.

En Gode tot een smaak\'lyk brood?

Laat vaaren zulke vly gedachten.

Door \'t wel en wyzelyk betrachten.

Van \'t geen het Schepsel u vertoond;

-ocr page 140-

128

Hoe \'t al. wat Beter, zal be-erven, Zyn eerste wezen af moet sterven,

JTa \'t stryden word men eerst gekroond. Eer gy u, door dit waan verhoogen. Ten laatsten, leelyk vind bedroogen.

Joannes III: 5, 6, 7, 8.

Jezus antwoordde, Voorwaar, voorwaar, zegge ik u; Zo iemant niet geboren en word uit water en Geest, hy en kan in het Koningryke Gods niet ingaan.

Het geene uit het vlees geboren is, [dat] is vlees: en het geene uit den Geest geboren is, [dat] is geest.

En verwonderd u niet dat ik u gezegt hebbe: Gy-lieden moet wederom geboren worden.

De wind blaast waar heenen hy wil, en gy hoord zyn geluit, maar gy en weet niet van waar hy komt, en waar hy heenen gaat; alzo is een igelyk die uit den geest geboren is.

En Kapittel XII: 24, 25.

Voorwaar, voorwaar zegge ik u: Indien het terwen-graan in de aarde niet en valt en sterft, zo blyft het zelve alleen: maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Die zyn leven lief heeft zal het zelve verliezen, en die zyn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaaren tot het eeuwige leven.

-ocr page 141-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Romeinen VIII: 36, 37.

(Gelyk geschreeven is: Want om invent wille worden vry den gantsen dag gedood: wy zyn geacht als schaapen der slachtinge.)

Maar in dezen allen zyn \\vy meer als overwinners. door hem. die ons lief gehad heeft.

I Korinthen XV: 36, 37, 38.

Gy dwaas, het geene gy zaaid en word niet leevendig, ten zy dat het gestorven zy.

En \'t geene gy zaaid, [daar van] en zaaid gy het lichaam niet dat worden zal, maar een bloot graan, na het voorvalt, van tarwe, of van eenig der andere [graanen.]

Maar God geeft het zelve een lichaam, gelyk hy wil, en een igelyk zaad zyn eigen lichaam.

II Korinthen IV: 11.

Want wy. die leeven worden altyd in den dood over-gegeeven om Jezus wille: op dal ook \'t leven van Jezus in ons sterfelyk vlees zoude geopenbaard worden.

129

-ocr page 142-

De Geest is \'t die leevendig maakt: het vlees en is niet nut. De woorden die ik tot u spreeke zyn geest en zyn leven. Joannes VI: 63.

f :: L»

-ocr page 143-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXVII.

Het Mes, zo goed, om Brood te snyden,

Wanneer men \'t neemt by \'t rechte End, Is ook zo quaad, en zeer te myden,

Op dat het ons niet leelyk schend. Gemeene en ongeachte zaaken,

Die weinig zyn, en laag van Graad, Die konnen ons indachtig maaken,

Hoe \'t met de groote Dingen gaat.

Indien men \'t Woord, van God gegeeven,

(Om, met een trouw, oprecht gemoed, In zynen Wil, daar na te leeven.

En t\'overkomen \'t hoogste goed,)

Wel aan vat, met des Ziels begeeren,

Niet aan \'t verkeerd, maar rechte End, Zo zal de Mensch zich niet bezeeren.

Maar \'t is zyn Geest tot Heil gewend. Het recht gebruik, na eis van Gode,

Is, dat hy met dit scherpe Mes.

De lust van \'t Vlees geduurig doode.

Dat is d\'oprechte en waare les.

Maar zoekt hy \'t vleeselyke leven,

In zyn begeerte, wil en lust.

Daar door een voet, en troost te geeven,

En stelt de valse zucht gerust.

Dan heeft hy \'t Mes, om zich te schende, Gegreepen by \'t verkeerde Ende.

-ocr page 144-

132

Romeinen VII: 22. 23. 24.

\\\\ ant ik hebbe een vermaaken in de \\Vet Gods na den imvendigen mensche:

Maar ik zie een andere Wet in myne leden, welke stryd tegen de Wet niijnes gemoeds. en my gevangen neemt onder de Wet der zonde, die in myne leeden is.

Ik elendig mensche! wie zal my verlossen uit het lichaam dezes doods?

I Korinthen XI; 27: 28; 29.

Zo dan wie onwaardelyk dit brood eet. of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.

Maar de mensche beproeve hem zeiven. en eete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.

Want die onwaardigiyk eet en drinkt, die eet en drinkt hem zeiven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

II Korinthen XIII: 5.

Onderzoekt u zeiven of gy in het geloove zyt, beproeft ii zeiven. Of en kend gy u zeiven niet, dat Jezus Christus in u is? ten zy dat gy eenigzins verworpelyk zyt.

-ocr page 145-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Kolossenzen III: 5, 6.

Doodet dan uwe leeden die op de aarde zyn, [namelykj hoererye, onreinigheid, [schandelyke] beweeginge. quaade begeerlykheid. en de gierigheid, welke is afgodendienst.

Om welke de toorne Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid.

II Petrus III: 16.

Gelyk ook in alle Zendbrieven daar in van deze dingen spreekende: in welke dingen sommige zwaar zyn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste [menschen] ver-draaijen, gelyk ook de andere Schriften, tot haar eigen verderf.

133

-ocr page 146-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

184

DE ROOSTER.

Dat u niemant en verleide met idele woorden; want om deze dingen komt de toorne Gods over do kinderen der ongehoorzaamheid. Zo en zyt dan haare medegenooten niet. Ephezen V: 0, 7.

-ocr page 147-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXVIII.

Waar \'t Visjen \'t Aas voorby geswommen, Zo was hot hier niet toe gekommen.

Van onder \'t kerfmes, over \'t vuur: ó Waarde Ziel laat u niet nooden, Op \'t Aas, van Satan aangeboden Die snoeperij betaalt men duur.

Den Angel weet hy toe te dekken. Om u, door zyne list te trekken,

Met een verleidende manier,

(Uit Gods genaden-ryke stroomen,

Waar in gy tot u Heil mogt komen)

Tot in het Eeuwig Helse vier.

Op deze dreigende Elende,

Is \'t waard uw lasten af te wende,

Van \'s Werelds aangeboden schyn: o Mensch! houd dit gestaag voor oogen. Om niet op \'t laatst te zyn bedroogen. Zo zult gy zeer gelukkig zyn.

135

-ocr page 148-

HET LEEKZAAil HUISRAAD.

Lukas IV: 5, 6, 7, 8.

En als hem de Duivel geleid hadde op eenon lioogen berg, toonde hy hem alle de Koningryken der wereld, in eenen oogenblik tyds.

En de Duivel zeide tot hem, Ik zal u alle deze macht en de heerlykheid der zeiver [Koningryken] geeven; want zy is my overgegeeven, en ik geef ze wien ik ook wil.

Indien gy dan my zult aanbidden, zo zal het all\' uwe zyn.

En Jezus antwoordende zeide tot hem. Gaat weg van ray Satan: want daar is geschreven, Gy zult den Heere uwen God aanbidden, en hem alleene dienen.

136

k1;

i,

..U

m

I

Markus IX : 43—48.

En indien uwe hand u ergert, houwt ze af: het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende henen te gaan in de helle, in dat onuit-blusselyk vuur:

Daar haaren worm niet en sterft, en het vuur niet uitgeblust en word.

En indien uwe voet u ergert, houwt hem af: het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de helle, in dat onuitblusselyk vuur:

Daar haaren worm niet en sterft, en dat vuur niet uitgeblust en word.

En indien uwe ooge u ergert, werpt ze uit: het is u beter maar een ooge hebbende in het Koningryke Gods in te gaan, dan twee oogen hebbende in het helse vuur geworpen te worden:

Daar haaren worm niet en sterft, en het vuur niet uitgeblust en word.

f; 1

f ij I i*

fj

I

||!

m.

-ocr page 149-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

I Timoth. VI: 6—11.

Doch de Godzaligheid is een groot gewin met verge-noeginge:

quot;Want wy en hebben niets in de wereld gebragt, het is openbaar dat wy ook niet en konnen iet daar uitdraagen.

Maar als wy voedsel en deksel hebben, wy zullen daar mede vergenoegd zyn.

Doch die ryk willen worden, vallen in verzoekinge en [in] den strik, en [in] veele dwaaze en schadelyke begeer-lykheden, welke de menschen doen verzinken in verderf en ondergang.

Want de geldgierigheid is een wortel van alle quaad, tot welke sommige lust hebbende zyn afgedwaald van het geloove, en hebben haar zeiven met veele smerten door-steeken.

Maar gy, ö mensche Gods, vlied deze dingen: en jaagd na gerechtigheid, Godzaligheid, geloove, liefde, lydzaamheid, zachtmoedigheid.

137

-ocr page 150-

JIET LEERZAAM HUISRAAD.

DE ASSCHOP.

En Abraham antwoorde. en zeide; Ziet doch. Ik hebbe my onderwonden te spreeken tot den Heere. hoewel ik stof en asse ben. Gen. XVIII: 27.

-ocr page 151-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XXXIX.

Xiet met de hand, maar met een Schop, Zo neemt men \'t Vuil der haardstee op. En wacht zyn handen vuil te maaken. Zo heus\'lyk, en zo wel bedacht.

Neemt heb\'lykheid op alles acht.

En is ordent\'lyk in zyn zaaken:

Maar let eens wel, en ziet eens, hoe, Hoe tast de hand der Zielen toe, In \'t daag\'lyks voorwerp, veeier dinge; Die morsig en besmet\'Iyk zyn, Hoe licht\'lyk maakt hy zich onrein. En acht de vuilheid zo geringe.

Is dat niet wonder voor een Oog,

\'t Geen zich verheven heeft om hoog. Om \'t Hemels boven \'t Aards te achte; Dat d\'Eed\'le Mensch, zo acht\'loos zy. En gaat het waardigste voorby,

Op dat hy \'t minste wel betrachte! 6 Aardworm die maar Asse zyt. Na \'t vlees\'lyk deel der sterflykheid, Verschoond u herte van dat vuile.

En wroed daar mee zo gruizig niet. In d\'As-hoop, die de Wereld hiet.

Waar onder vuur\'ge kooien schuile.

139

-ocr page 152-

het leerzaam huisraad.

Psalm XXIV: 3, 4, 5.

quot;Wie zal klimmen op den Berg des Heeren? en wie zal staan in de plaatse zyner Heiligheid?

Die rein van handen, en zuiver van herten is, die zyne ziele niet op en heft tot idelheid, en die niet bedriegelyk en sweerd.

Die zal den zegen ontfangen van den Heere, en gerechtigheid van den God zyn heils.

Jezaias XXXIII: 13—17.

Hoord gy-lieden die verre zyt, wat ik gedaan hebbe: en gy-lieden die naby zyt. bekend myne macht.

De zondaaren te Zion zyn verschrokken, beevinge heeft de huichelaaren aangegreepen: [zy zeggen:] Wie is \'er onder ons die by een verteerende vuur woonen kan? Wie is \'er onder ons die by eenen eeuwigen gloed woonen kan?

Die in gerechtigheden wandeld, en die billikheden spreekt: die \'t gewin der onderdrukkingen verwerpt, die zyne handen uitschuddet, dat ze geen geschenken en behouden, die zyne oore stopt, dat hy geen bloedschulden en hoore, en zyne oogen toesluit, dat hy het quaade niet aan en zie:

Die zal in de hoogten woonen, de sterkten der steen-rotzen zullen zyn hoog vertrek zyn: zyn brood word hem gegeeven, zyne wateren zyn gewis.

Uwe oogen zullen den Koning zien in zyne schoonheid: zy zullen een verre gelegen land zien.

140

-ocr page 153-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Matth. XI ; 21, 22.

Wee u Chorazin, wee n Bethsaida: Want zo in Tyrus en Sidon de krachten waaren geschied, die in u geschied zyn, zy zouden haar eertyds in zak en asse bekeerd hebben.

Doch ik zegge u, Het zal Tyrus en Sidon verdraaglyker zyn in den dag des oordeels, dan u-lieden.

II Korinthen VI: 17, 18.

Daarom gaat uit het midden van haar, en scheidet u af, zegt de Heere, ende en raakt niet aan het geene onrein is, en ik zal u-lieden aanneemen.

En ik zal u tot eenen Vader zyn, en gy zult my tot zoonen en dochteren zyn, zegt de Heere de Almachtige.

141

-ocr page 154-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

142

DE A S VEE GE R.

By den reinen houd gy u rein, maar by den verkeerden bewyst gy u eenen worstelaar. Psalm XVIII; 27.

-ocr page 155-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XL.

Is \'t door verstrooijing niet ter deegen, Men weet het net by een te veegen, Op dat het schoon en heb\'lyk zy, En niemant, met zyn kleed of voeten, Zit slordig in de As te vroeten,

Zo schuwd men \'t leelyk en het fy. Die zuiverheden en manieren,

Hebt gy gemeen, met veele dieren,

Maar ach! wat zit \'er menig waard, In \'t Huis-bedryf, beschik en zaaken, Die \'t Eeuwig deel der Zielen raaken.

Zo slordig by een vullen haard 1 Het valt en strooid aan alle zyden, Men weet van vlyen noch van myden.

Den Veeger is niet by der hand.

Zo als het leid, zo mag het blyven.

Zo als het wil zo mag het dryven.

o Mensch, waar is uw gaauw verstand! Of is het maar alleen gesleepen.

Op aardse en tydelyke greepen?

Dat alles, wat het vlees betreft, Ordent\'lyk zy, en na behooren?

En word\' er geene lust gebooren.

Die zich, uit Stof en As verheft?

143

-ocr page 156-

142 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE ASVEEGER.

By den reinen houd gy u rein, maar by den verkeerden bewyst gy u eenen worstelaar. Psalm XVIII: 27.

-ocr page 157-

HET LEERZAAM HUISRAAD. 143

Op Figuur XL.

Is \'t door verstrooiing niet ter deegen, Men weet het net by een te veegen, Op dat het schoon en heb\'lyk zy, En niemant, met zyn kleed of voeten, Zit slordig in de As te vroeten,

Zo schuwd men \'t leelyk en het fy. Die zuiverheden en manieren.

Hebt gy gemeen, met veele dieren,

Maar ach! wat zit \'er menig waard, In \'t Huis-bedryf, beschik en zaaken, Die \'t Eeuwig deel der Zielen raaken.

Zo slordig by een vuilen haard! Het valt en strooid aan alle zyden. Men weet van vlyen noch van myden,

Den Veeger is niet by der hand.

Zo als het leid, zo mag het blyven.

Zo als het wil zo mag het dryven.

ö Mensch, waar is uw gaauw verstand! Of is het maar alleen gesleepen. Op aardse en tydelyke greepen?

Dat alles, wat het vlees betreft, Ordent\'lyk zy, en na behooren?

En word\' er geene lust gebooren.

Die zich, uit Stof en As verheft?

-ocr page 158-

het leerzaam huisraad.

Psalm XV.

hi;ere, wie zal verkeeren in uwe Tente? wie zal woonen op den berg uwer heiligheid?

Die oprecht wandeld, en gerechtigheid werkt; en die met zyn herte de waarheid spreekt.

Die met zyne tonge niet achterklapt, zynen medgezelle geen quaad en doet; en geen smaadreden opneemt tegen zynen Naasten.

In wiens oogen de verworpene veracht is, maar hy eerd de geene, die den Heebe vreezen; heeft hy gezwooren tot [zyne] schade, evenwel en veranderd hy niet.

Die zyn geld niet geeft op woeker; noch geen geschenk en neemt tegen den onschuldigen. Die deze dingen doet en zal niet wankelen in eeuwigheid.

Jezaias XXXY; 3. 4.

Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knien vaste.

Zegt den onbedachtzaamen van herten, Weest sterk, en vreest niet, ziet u-lieder G-od zal [ter] wraake komen [met de vergeldinge Gods, hy zal komen, en u-lieden verlossen.

En Kap\'ttel XLIV: 20.

Hy voed zich met asse. het bedroogen herte heeft hem [ter zyden] afgeleid: zo dat hy zyne ziele niet redden en kan, noch zeggen, Is \'er niet een leugen in myne rechter hand ?

144

-ocr page 159-

HET LEERZAAM HUISKAAD.

Hebreen XII: 12, 13, 14.

Daarom recht weder op de traage handen, en de slappe knien:

En maakt rechte paden voor uwe voeten, op dat het geene kreupel is niet verdraaid en worde, maar [dat] het veel meer geneezen worde.

Jaagd den vrede na met allen, en de heiligmaakinge, zonder welke niemant den Heere zien en zal.

II Petrus II: 6.

En de steden van Sodoma en Gomorra tot assen verbrandende, met omkeeringe veroordeeld heeft, en tot een exempel gezet den geenen die godloozelyk zouden leeven.

ii.

10

-ocr page 160-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

146

DE BEZEM.

Dewyle dan deze dingen alle vergaan, hoedaanige behoord gy te zyn in heiligen wandel en godzaligheid; Verwachtende en haastende tot de toekomste van den dag Gods, in welken de Hemelen door vuur ontsteeken zynde zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten? 2 Petrus III: 11, 12.

-ocr page 161-

147

Op Figuur XLI.

\\ erwacht men maar een eerlyk Man, Men veegt het huis met beez\'men an: Hoe word het Hert dan zo bevonden?

Dat waare Woonhuis, daar de Ziel,

Nu Jaaren lang zyn wooning hiel, By vuiligheid en stof der zonden!

Word zo ontdaan, en onbereid,

Die alderhoogste Majesteit,

Die Herte en Nieren kan beproeven,

Verwacht, terwyl men leedig zit,

Wat snoode acht\'loosheid is dit!

Hoe verre wykt dit van \'t behoeven!

Waakt uit dien onlust, traage Ziel,

Eer schande en schade u overviel.

Lukas XII: 45, 46.

Maar indien dezelve dienstknecht in zyn herte zoude zeggen, Myn heere vertoeft te komen, en zoude beginnen de knechten en dienstmaagden te slaan, en te eeten en te drinken, en dronken te worden.

Zo zal de Heere deszelven dienstknechts komen ten dage, in welke hy hem niet en verwacht, en ter uure die hy niet en weet: en zal hem afscheiden, en zal zyn deel zetten met den ontrouwen.

I Joannes III: 20, 21.

Want indien ons herte [ons] veroordeeld, Q-od is meerder dan ons herte, en hy kend alle dingen.

Geliefde, indien ons herte ons niet en veroordeeld, zo hebben wy vrymoedigheid tot God.

-ocr page 162-

148 HET LEERZAAM HUISRAAD.

HET SCHUURTUIG.

Ziet, gelukzalig is de Mensche, den welken G-od straft: daarom en verwerpt de kastydinge dos Almachtigen niet. Want hy doet smerte aan, en hy verbind: hy doorwond, en zyne handen heelen. Job V: 17, 18.

-ocr page 163-

149

Op Figuur XLII.

Ontbrak het scherpe en harde wrijven, De dingen zouden morsig blyven:

Ontbrak de wederwaardigheid, De droefheid, druk, het kruis en lyden, Dat elk doch schroomd en tracht te myden,

De vuile Ziel bleef onbereid.

Maar d\'Allerhoogste, door genade,

Om ons te zuiv\'ren van het quaade,

Verdrukt en wrijft ons met zyn hand, Op dat wy, zoet en zacht bevonden.

Niet gants vervuilen in de zonden.

Als Dingen die de keur verbandt. Om eind\'ling heel te zyn versmeeten. En voor de oogen G-ods vergeeten.

Hebreen XII: 5, 6, 7, 8.

-tin gy hebt vergeeten de vennaaninge, die tot u als tot Zoonen spreekt; Myn Zoone, en acht niet klein de kasty-dinge des Heeren, noch en bezwykt niet als gy van hem bestraft word.

quot;Want dien de Heere lief heeft, kastyd hy: en hy geeselt eenen igelyken zoone dien hy aanneemt.

Indien gy de kastydinge verdraagd, zo draagd hem God tegen u als zoonen; (want wat zoone is \'er dien de Vader niet en kastyd ?)

Maar indien gy zonder kastydinge zyt, welker alle deelachtig zyn geworden, zo zyt gy dan bastaarden, en niet zoonen.

-ocr page 164-

Zo laat ons toegaan met een waarachtig herte, in volle verzekertheid des geloofs, [onze] herten gereinigd zynde van de quaade konscientie, en het lichaam gewassen zynde met rein water. Hebreen X : 22.

H\'

-ocr page 165-

151

Op Figuur XLIII.

Op dat het kleed doch blyf ge-eerd,

En niet bemorst werd noch besmeerd. Zo diend de linne doek tot hoede;

o Droeg men zulk een zorg voor \'t Hert, Op dat liet niet bezoeteld werd;

En wierd het zo bedekt van \'t goede:

En hield zich zuiver ende rein,

Wat zouw dat schoon en prys\'lyk zyn!

Want daar men daag\'lyk is gezeten Ter Dis, van \'t geen dit leven gaf,

Daar smoezeld steeds besmetting af,

Terwyl men bezig is met eeten.

Dat dan het kleed. Aandachtigheid,

Toch over \'t Herte werd gespreid,

Op dat het niet en werd bevonden.

Voor \'t open en naauwkeurig oog,

Wiens klaarheid nooit een schyn bedroog Bemorst, besmeerd, en vuil van zonden.

Psalm VII: 11.

Myn schild is by God. die do oprechte van herten behoud.

En Psalm LI: 12.

Schept my een rein herte, 6 God! en vernieuwt in \'t binnenste van my eenen vasten Geest.

En Psalm CXIX : 11.

Ik hebbe uwe reden in myn herte verborgen, op dat ik tegen u niet zondigen en zoude.

-ocr page 166-

Een osse kend zynen bezitter, en een ezel de kribbe zynes heeren: [maar] Israël en heeft geen konnisse, myn volk en verstaat niet. Jezaias 1: 3.

-ocr page 167-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XLIV.

Wie laat de Drink-kan uit zyn hand, En stelt ze, door \'t niet wel bedenken, In plaats van staande, op zyn kant? Dit is een vinger om te wenken;

Hoe dat de menscli zo schrander zy. Zo snel, in d\'allerminste dinge,

By alles zyn, zyn zinnen by,

Op dat het Rad ordent\'lyk ginge.

Maar in het stuk van \'t hoogste Goed, De zaaken van zyn grootst\' belangen.

De waarde van een goed gemoed,

Daar gaat hy heele and\'re gangen.

Daar zet hy toe, zo \'t gaat van hand; Daar smyt hy neêr, daar laat hy rollen.

Daar stoot hy om en schuifd aan kant. Daar laat hy sling\'ren ende sollen.

En zo de weibedachtzaamheid.

Gewoon in \'t rechte spoor te mennen

Hem \'t kromme stuk voor oogen leid. Zo moet het zyn verstand bekennen. Zo dat men \'t laauwe flaauwe woord, Uit water, zonder vuur gebooren,

Door korte overtuiging hoord;

Het komt een juist zo niet te vooren; Men denkt \'er altyd zo niet om.

-ocr page 168-

het leerzaam iiuishaad.

o Schande! dat de eed\'le zinnen,

Zo afgeleid, verdraaid en krom,

Het laagste boven \'t hoogste minnen.

Waard gy rechtschapen aangedaan, Om \'t hoogste Wel-zyn t\'overkomen, \'t Vergeeten zoud\' u wel vergaan, En \'t ■welbedenken zouw wel stroomen.

Jeremias II: 32.

A ergeet ook eene Jongvrouwe haars versiersels\'? [ofte] eene bruid haarer bindselen? nochtans heeft myn volk myner vergeeten, dagen zonder getal.

En Kapittel III; 20, 21, 22.

Waarlyk, [gelyk] eene vrouwe trouwlooslijk scheid van haaren vriend: alzo hebt gij-lieden trouwlooslyk tegen my gehandeld, gy huis Israels, spreekt de Heere.

Daar is eene stemme gehoord op de hooge plaatsen, een geween [ende] smeekingen der kinderen Israels: om dat zy haaren weg verkeerd, [enj des Heerek haares Gods vergeeten hebben.

Keerd weder, gy afkeerige kinderen, ik zal uwe afkee-ringen geneezen: Ziet [hier] zyn wy, wy komen tot u, want gy zyt do Heere onze God.

En Kapittel IV: 22.

Zekerlyk, myn volk is dwaas, my en kennen zy niet; \'t, zyn zotte kinderen, ende en zyn niet verstandig: wys zyn ze om quaad te doen, maar goed te doen en weeten ze niet.

154

-ocr page 169-

155

Romeinen XIII: 12, 13, 14.

De nacht is voorby gegaan, en de dag is naby gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternisse, en aandoen de wapenen des lichts.

Laat ons als in den dag, eerlyk wandelen: niet in brasseryen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nydigheid:

Maar doet aan den Heere Jezus Christus, ende en verzorgt het vlees niet tot begeerlykheden.

Philippenzen III: 16, 17.

Doch daar wy toe gekomen zyn, laat ons [daar in] na den zeiven regel wandelen, laat ons het zelve gevoelen.

Weest mede myne navolgers. Broeders, en merkt op de geene die alzo wandelen, gelyk gy ons tot een voorbeeld hebt.

-ocr page 170-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

156

DE LANTAAREN.

quot; Jezus dan sprak wederom tot haarlieden, zeggende, Ik ben \'t licht der wereld; dio my volgd en zal in de duis-ternisse niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Joannes VUT : 12.

-ocr page 171-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XLV.

W as \'t heel van Blik, en rondom dicht \'t Lantaareutjen en gaf geen licht;

Maar nu, dat zyne vensteringen Met helder glas besloeten zyn,

Zo geeft het kaarsjen zynen schyn. En komt door alle zyden dringen. De Mensch, bestaande uit vlees en bloed. Waar in het kaarsjen van \'t gemoed, (Tot licht en leiding aangesteeken Door gunst van d\'allerhoogste hand) In \'t binnenste van \'t herte brand.

Werd ook by dit gestel geleeken.

Want sluit het grove vlees hem dicht, \'t Is een Lantaaren zonder licht:

Dat ziet men in de zieke tyden.

Wanneer \'t vervuilde, en dikke glas. (Of \'t hooren en noch erger was,)

Verdund word, door het vuur van lyden. Dan speurd men straaltjes van den schyn. Al scheen het licht schier uit te zyn.

Maar kan het vlees zich weêr herhaal en, En komt tot zyn gezondheids kracht, Zo maakt het wederom de nacht. En overdekt die klaare straalen.

Hier heeft men een getuigenis Hoe \'t vlees der Zielen vyand is;

-ocr page 172-

158 HET LEERZAAM HUISRAAD.

Dies moet men by gezonde dagen Zyn Duisternis geduurig aan,

Door \'t vuur der Zielen wederstaan,

Zyn lust, en rust, en Wil verjaagen,

Op dat het Licht van \'t klaar Gemoed, Kan straalen door het vlees en bloed.

ilattheus V: 14, 15, 16.

(jy zyt het licht der wereld; een stad boven op eenen berg liggende en kan niet verborgen zyn.

Noch men steekt geen kaarse aan, en zet die onder een koorn-maate; maar op een kandelaar, en zy schynt allen, die in den huizo [zyn.]

Laat uw\' licht alzo schynen voor de menschen, dat zy uwe goede werken mogen zien, en uwen Vader die in de Hemelen is, verheerlyken.

Joannes 1: 9.

[Dit] was het waarachtige licht, \'t welk verlicht een igelyk mensche komende in de wereld.

En Kapittel XII; 35, 36.

Jezus dan zeide tot haar. Noch eenen kleinen tyd is \'t licht by u-lieden: wandeld terwyle gy \'t licht hebt, op dat de duisternisse u niet en bevange. En die in de duis-ternisse wandeld, en weet niet waar hy heenen gaat.

Terwyle gy \'t licht hebt, gelooft in het licht, op dat gy kindoren des lichts moogt zyn. Deze dingen sprak Jezus: en weg gaande verborgde hy hem van haar.

-ocr page 173-

Romeinen VIII: 12, 13.

Zo dan, Broeders, wy zyn schuldenaars niet den vleese, I om na den vleese te leeven.

Want indien gy na den vleese leeft, zo zult gy sterven: | maar indien gy door den Geest de werkingen des lichaams doodet. zo zult gy leeven.

en

I Joannes 1:5, 6, 7.

en

in\' En dit is de verkondinge, die wy van hem gehoord

hebben, en wy u verkondigen, dat God een licht is, en 3 gants geene duisternisse in hem en is.

Indien wy zeggen dat wy gemeenschap met hem hebben, [ en wy in de duisternisse wandelen, zo liegen wy, ende en doen do waarheid niet.

Maar indien wy in het licht wandelen, gelyk hy in het licht is, zo hebben wy gemeenschap met malkanderen, en n het bloed van Jezus Christus zyns Zoons reinigd ons van

alle zonde.

-ocr page 174-

160

HET THEE EN KOFEY-GEREEDSCHAP.

En wacht u zeiven, dat uwe horten niet te eeniger tyd bezwaart en worden met brasserye, en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u dien dag niet onvoorziens [over] en kome. Lukas XXI ; 34.

-ocr page 175-

HET LEEHZAAM HUISHAAD.

Op Figuur XLVI.

De Ouden liielden zich te vreden,

Mits dat zy tweemaal op een dag, Den t\'zaamenvoeg ter tafel deeden,

En vierden zo dien omrneslag.

Maar Jongertyd, in onze dagen.

Heeft deze maat verdubbeleerd.

En tot een ieders welbehaagen, De viermaal tafeling geleerd. Of Gulzigheid hier is verbannen,

En maatigheid den teugel houd, Dat staat by ieder uit te wannen,

Wanneer hy \'t opwerpt en beschouwd, o Dorre gronden, zo genegen.

Tot zwelgen van veelvoudig vocht.

Ziet toch in tyds na zulke wegen.

Langs welke gy ontkomen mogt, (Na dat gy deze tyd passeerden,)

Die drooge plaats, daar iemant lag. En maar een Dropje nats begeerden.

Doch deze gaave niet en zag.

10 L

ii

-ocr page 176-

162

Jezaias I; 30.

AY ant gy zult zyn als een elke, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water en heeft.

Lukas XVI; 24.

En hy riep en zeide. Vader Abraham ontfermt u myner, en zend Lazarus, dat hy het uiterste zyns vingers in het water doope, en verkoele myn tonge; want ik leide smerten in deze vlamme.

Joannes IV: 13, 14.

Jezus antwoordde en zeide tot haar. Een ieder die van dit water drinkt zal wederom dorsten:

Maar zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geeven zal, dien en zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water dat ik hem zal geeven, zal in hem worden een fonteine van water springende tot in het eeuwige leven.

En Kapittel VI: 35.

En Jezus zeide tot haar. Ik ben \'t brood des levens: die tot my komt, en zal geonzins hongeren, en die in my gelooft, en zal nimmermeer dorsten.

-ocr page 177-

B

f HET LEERZAAM HUISRAAD. 163

En Kapittel VII: 37, 38.

En op den laatsten dag, [zynde] den grooten [dag] des Feests, stond Jezus en riep, zeggende, Zo iemant dorstet, die kome tot my en drinke.

Die in my gelooft, gelykerwijs de Schrift zegt, stroomen des leerenden waters zullen uit zynen buik vloeijen.

Titus II: 11, 12.

Want de zaligmaakende genade Gods, is verscheenen allen menschen:

En onderwyst ons, dat wy de godloosheid en de wereldse begeerlykheden verzaakende, raaatiglyk, en rechtvaardiglyk, en godzaliglyk leeven zouden in deze tegenwoordige wereld.

I Petrus IV; 3, 4, 5.

Want het is ons genoeg dat wy den voorgaanden tyd des levens der Heidenen wille volbragt hebben, en gewan-delt hebben in ontuchtigheden, begeerlykheden, wynzui-peryen, brasseryen, drinkeryen, en grouwelyke afgoderyen.

Waar in zy haar vreemd houden, als gy niet mede en loopt tot dezelve uitgietinge der overdaadigheid, en [u] lasteren:

Dewelke zullen reekenschap geeven den geenen die bereid staat om te oordeelen de leevende en de doode.

-ocr page 178-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

164

HET KABINET.

Zult gy awe oogen laaten vliegen op \'t geene dat niet en is? want het zal zich gewisselyk vleugelen raaaken; gelyk een Arend die na den hemel vliegt. Spreuken XXII1; 5.

-ocr page 179-

1

Op Figuur XLVII.

Het Hert is \'t rechte Kabinet,

Op dat de quot;Wysheid dat vervulle,

Met Kaarheid, daar Gods oog op let, En niet met aardse, en werelds prulle:

\'t Zy wat het zy, van dit of dat Na elks gevalligheid der zinnen,

Daar zich de lust in heeft gevat. Om \'t zelve als een Schat te minnen.

Want wat gy zo voor waardig acht. En toond aan uwe medgezellen.

Word van de Wysheid maar belacht, Als kinderspel, met leege schellen.

Wat draagd met recht de naam van Raar, Als allerhande soort van Deugde?

Tot aangenaam vermaak van haar. Die oogen op een Eeuw\'ge vreugde.

Want, Raar, is \'t geen, dat weinig is;

Dies mag de Deugd die naam wel draagen;

Haar teld men onder veele mis,

Haar moet men zoeken en bevraagen.

Wie dan op zyne Rykdom let.

Die zoek ze op, al was \'t met smerte,

En maak een Dierbaar Kabinet,

Van \'t wel. met Deugd vervulde Herte.

-ocr page 180-

166 HET LEERZAAM HUISRAAD.

Spreuken VIII; 20, 21.

Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid; in \'t midden van de paden des rechts:

Opdat ik myne liefhebbers doe be-erven dat bestendig is: en ik zal haare schat-kameren vervullen.

En Kapittel X : 14.

De wyze leggen weetenschap weg: maar den mond des dwaazen is de verstooringe naby.

Romeinen XII: 2.

Ende en word dezer wereld niet gelykvormig, maar word veranderd door de vernieuwinge uwes gemoeds, op dat gy moogt beproeven welke de goede, en welbehaagende, en volmaakte wille Gods zy.

En Vers 10—18.

Hebt malkanderen hertelyk lief met broederlyke liefde. Mot eero d\'een den anderen voorgaande.

Zyt niet traag in het benaarstigen. Zyt vuurig van geeste. Diend den Heere.

Verblyd u in de hoope. Zyt geduldig in de verdrukkinge. Volhardet in den gebede.

Deeld mede tot de behoeften der Heilige. Tracht na herbergzaamheid.

-ocr page 181-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Zegent ze die u vervolgen: zegent ende en vervloekt niet.

Verblyd u met den blyden; en weend met den weenenden.

Weest eens gezint onder malkanderen. En tracht niet na de hooge dingen, maar voegt u tot de nedrige. En zyt niet wys by u zeiven.

Vergeldet niemant quaad voor quaad. Bezorgd het geene eerlyk is voor alle menschen.

Indien het mogelyk is, zo veel in u is, houd vrede met alle menschen.

I Joannes II: 16, 17.

Want al dat in de wereld is, [namelyk] de begeerlykheid des vlees, en de begeerlykheid der oogen, en de grootsheid des levens, en is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

En de wereld gaat voorby, en hare begeerlykheid; maar die den wille Gods doet, blyft in der eeuwigheid.

167

-ocr page 182-

Ik weet uwe werken, dat gy noch koud en zyt, noch heet: och of gy koud waart, of heet! Zo dan, om] dat gy laauw zyt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit mynen mond spouwen. Openbaaringe IIT : 15, 16.

\'168 HET LEERZAAM HUISRAAD.

DE HEUGEL.

-ocr page 183-

HET LEEBZAA1I HUISRAAD.

Op Figuur XLVni.

Schort laager, dichter over \'t vuur, Op dat het voor zyn laauwheid, ziede;

Wy meenen \'t laauwe Herts-Natuur, En \'t Vuur dat zich noch aan komt biede,

Van Gods genaden-ryke hand,

Dat vuur, ontstooken in \'t geweeten

Dat in den grond der Zielen brand. Om u te kooken \'t eeuwig Eeten.

Schort laager, eer het word te laat, En eer het u te laat berouwe.

Eer \'t vuur van uwe Haardstee gaat. En laat u heel en al verkouwe.

o Laauwe, flaauwe Herten Vat,

Gewoon te hangen zo verheven,

Dat gy de kracht des vuurs niet vat. Tot een gestadig ziedend leeven.

Dat heet en vuurig is van Geest, Om \'t Eeuwig Erfdeel eens t\'erlangen,

\'t Is lang genoeg dus laauw geweest, \'t Is lang genoeg dus hoog gehangen! Daald neder en word laag geschort. Op dat gy hoog by Gode word.

1G9

-ocr page 184-

us

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Mattheus XXV: 24, 25, 26, 27.

Maar die het een talent ontfangen hadde, quam ook en zeide, Heere, ik kende u dat gy een hard mensche zyt, maaijende daar gy niet gezaaid en hebt, en vergaderende van daar, [waar] gy niet gestrooid en hebt.

En bevreest zynde ben ik heenen gegaan, en hebbe uw talent verborgen in de aarde: ziet, gy hebt het uwe.

Maar zyn heere antwoordende zeide tot hem, Gy booze en luije dienstknecht, gy wist dat ik maaije daar ik niet gezaaid en hebbe, en van daar vergadere waar ik niet gestrooid en hebbe.

Zo moest gy dan myn geld den wisselaaren gedaan hebben, en ik komende zoude het myne wedergenomen hebben met woeker.

II Korinthen IX : 2.

Want ik weet de volvaardigheid uwes gemoeds, van welke ik roeme over u by de Macedoniers, dat Achaja van over een jaar bereid is geweest: en den iver van u [begonnen] heeft \'er veele verwekt.

J.70

I

r É

I

f

III

J\'

Galaten IV: 18.

Doch in het goede alle tyd te iveren, is goed, en niet alleenlyk als ik by u tegenwoordig ben.

a § 1

•\'lii

! -1

|\'|f! s

11 4i: 1

Hebreen VI; 10, 11, 12.

Want God en is niet onrechtvaardig, dat hy uw werk zoude vergeeten, en den arbeid der liefde, die gy aan

«

-ocr page 185-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

zynen naame beweezen hebt, als die den heiligen gediend hebt. en [noch] diend.

Maar wy begeeren dat een iegelyk van u dezelve naarstigheid bewyze tot de volle verzekertheid der hoope, tot den einde toe:

Op dat gy niet traag en word, maar navolgers zyt der geene die door geloove en langmoedigheid de beloftenissen be-erven.

I Petrus 1: 22, 23.

Hebbende [dan] uwe zielen gereinigt in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broe-derlyke liefde, zo hebt malkanderen vuuriglyk lief uit een rein herte.

Die gy wedergeboren zyt niet uit vergankelyken, maar uit on vergankelyken zaade, door het leevende en eeuwig-blyvende woord G-ods.

II Petrus 1:5, 6, 7, 8.

En gy tot het zelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegd by uw\' geloove deugd, en by de deugd kennisse,

En by de kennisse maatigheid, en by de maatigheid lydzaamheid, en by de lydzaamheid Godzaligheid,

En by de Godzaligheid broederlyke liefde, en by de broederlyke liefde, liefde [tegen alle.]

Want zo deze dingen by u zyn, en [in u] overvloedig zyn, zy en zullen [u] niet leedig noch onvruchtbaar laaten in de kennisse onzes Heeren Jezus Christus.

171

-ocr page 186-

HET I,EERZAAM HUISRAAD.

172

DE SCHRYF-LEY.

Myn zoone merkt op myne woorden; neigt uwe oore tot myne redenen. Laat ze niet wyken van uwe oogen; behoud ze in het midden uwes herten. Spreuken IV: 20, 21.

-ocr page 187-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur XLIX.

Op dat de Dingen van \'t Be-oogen,

En zaaken van noodwendigheid, D\'onthouding niet misschien ontvloogen,

Is deze Tafel toebereid:

Schryft op uw herte alle Dingen,

Daar \'t meesten aan gelegen is, Op dat zy immers nooit ontgingen.

De stadige geheugenis.

Bezonder, hoe gy eens moet sterven, En voor het Eeuwig Oordeel staan, Om van des Eechters hand te erven.

Na \'t geen wat gy hier hebt gedaan. Op dat dit niet en werd vergeeten,

Door allerleije bezigheid,

En zo het beste deel versmeeten.

Om vodderyen dezer tyd.

Ja, hier \'s zo noodig op te passen,

Dat gy \'t niet simpel op en schryf. Maar met een grive diep moet krassen.

Op dat het niemant uit en vryf; Want \'t is de zaak van al uw zaake,

Zo iemant zich daar in vergist, Hy doe, en maake, wat hy maake Al zyne slagen zyn gemist.

-ocr page 188-

i 11

het leerzaam huisraad.

Deuter. VI: 6, 7, 8, 9.

En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uwe herte zyn.

En gy zult ze uwen kinderen inscherpen, en daar van spreeken; als gy in uwen huize zittet, en ais gy op den weg gaat, en als gy nederligt, en als gy opstaat.

Ook zult gy ze tot een teeken binden op uwe hand: en zy zullen u tot voorhoofd spanselen zyn tussen uwe oogen.

En gy zult ze op de posten uwes huizes, en aan uwe poorten schrijven.

m* -

I! i;

I

É I\'ll ,

H i

fj1

11;i |: \'

1 ll i-

Psalm CXIX ; 12—16.

Heere, gy zyt gezegent, leerd my uwe inzettingen.

Ik hebbe met myne lippen vertelt alle de rechten uwes monds.

Ik ben vrolyker in den weg uwer getuigenissen, als over allen rykdom.

Ik zal uwe bevelen overdenken; en op uwe paden letten.

Ik zal my zeiven vermaaken in uwe inzettingen; u woord en zal ik niet vergeeten.

Spreuken III ; 1, 2. 3.

Myn zoon, en vergeet myne wet niet; maar u herte bewaare myne geboden.

Want langheid van dagen, en jaaren van leeven, en vrede zullen zy u vermeerderen;

Dat de goedertierenheid, en de trouwe u niet en ver-laaten; bind ze aan uwen hals, schryft ze op de tafel uwes herten.

174

U %

,1

f -ïi\'

Ff

•1 ]

-ocr page 189-

TIET LEERZAAM HUISRAAD.

Joannes VIII: 51.

Voorwaar, voorwaar, zegge ik u, zo iemant myn woord zal bewaard hebben, die en zal den dood niet zien in der eeuwigheid.

En Kapittel XIV: 21.

Die myne geboden heeft, en dezelve bewaard, die is het die my lief heeft; en die my lief heeft zal van mynen Vader gelievet worden: en ik zal hem lief hebben, en ik zal my zeiven aan hem openbaaren.

I Joannes II: 3, 4, 5, 6.

En hier aan kennen wy dat wy hem gekend hebben, zo wy zyne geboden bewaaren.

Die daar zegt. Ik kenne hem, en zyne geboden niet en bewaard, die is een leugenaar, en in dien en is de waarheid niet:

Maar zo wie zyn woord bewaard, in dien is waarlyk de liefde Gods volmaakt geworden: hier aan kennen wy dat wy in hem zyn.

Die zegt dat hy in hem blyft, die moet ook zelve alzo wandelen, gelyk hy gewandeld heeft.

175

-ocr page 190-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

176

DE JU AVE EL-KOFFER.

Vals, tegen \'t waare.

Want de lioorders der Wet en zyn niet rechtvaardig voor God. maar de doenders der Wet zullen gerechtvaar-digt worden. Romeinen II: 13.

-ocr page 191-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op Figuur L.

Daar is een land van ryken gronde,

Elk zantje goud; zeer ongemeen, Elk brokje dat \'er word gevonde Een Paarel of een eedle Steen.

6! (Zeid de lust tot zulke Schatten.)

Indien ik in dat landschap was, Hoe zoud ik grabb\'len ende vatten.

En vullen een gewenste tas.

Onkunde, wenst gy zulks t\'ontmoeten,

quot;Waar zyn dan uwe zinnen heen? Dat land is onder uwe voeten,

Uw blindheid stapt \'er over heen. Gy smaad de wyzen die \'t u wyzen.

Wiens liefde uw groote armoed deert. Wiens gunst u zulks zoekt aan te prijzen.

Op dat gy ryk\'lyk wierd vereert.

Maar boven alle die getuigen

Hoewel \'t u duid\'lyk word gezeid. Zo lust het u niet neêr te buigen.

En op te raapen wat \'er leid.

Waar zyn de paarlen op der aarde,

En \'t fynste goud van \'t rykste land. De Eed\'le steenen hoog van waarde. En \'t beste dat ooit iemant vand. Zo dierbaar als de lieve woorden.

Uit Christus alderwaardste mond? Op dat men die tot rykdom hoorden. En opsloot in des herten grond.

177

-ocr page 192-

jffi i

HET LEERZAAM HUISKAAD.

Dat is uit alles \'t ongemeene,

Dat is dat zilver en dat goud,

Dat zyn de Paar\'le en Eed\'le Steene,

Daar \'t huis des heils mee word geboud. Dat huis dat Eeuwig niet zal vallen, Dat alle stroom en onweer smaad En alle aanloop op zyn ■wallen,

quot;Wyl \'t op de vaste rotssteen staat.

Want wat mag alle ding gelyke

Van \'t geen wat zee en aarde schenkt, (Op dat het vlees en bloed verryke,)

By \'t geen, dat Zaligheid aanbrengt? Diens waarde is niet op te heffen.

Diens Edelheid begrypt geen maat.

Diens deugden kan geen Geest beseffen.

Dat is \'t, dat boven alles gaat. ö quot;Woorden Christi Guide Reden!

Die als een Dauw van balsem droop, Van zyne lippen na beneden.

Voor lust tot Heil, om niet te koop! Wat zyn ze wys die u ontfangen.

Als d\'allerkostelykste Schat,

Wat zyn ze ryk die u erlangen.

En sluiten in haar\'s herten vat!

Die niet alleen met Ezels ooren

(.Daar \'t vlees\'lyk herte niet na doet,) Tot sloffe achteloosheid hooren.

Maar met de ooren van \'t Gemoed.

Die \'t woord der Zaligheid bewaaren.

Om \'t zelve vruchtelyk te doen,

En zo oen Hemel-schat vergaaren,

178

quot;r

!

il

h

Jn i\'i

Il:

lt;ifi:

%■

|||-■É

|f

r4

11

i

Hi

S-É 11

I

I H j i

II [i I

i r

iiii

-ocr page 193-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

Op dat haar rykdom eeuwig groen. Dit zyn de Paarlen en Juweelen,

Die u, het allerrykste land Uit zyne mildheid meê wil deelen,

En geeven in uw open hand.

Maar wyl gy zyt gewoon te vroeten,

Als blinde Mollen in der aard,

Stoot gy het Edele met voeten.

En vind, dat slecht is en onwaard. Dat wil uw onverstand niet laaten,

Dewyl het blinkt in \'t glaze oog \'t Geen niet ter Zielen in kan laaten,

Daar schoone schyn u meê bedroog. Maar \'t Eed\'le daar gy nu af hoorden,

Wiens waarde onuitspreek\'lyk is, Het Eeuwigspreekend Woord zyn woorden,

Die schatten van geheimenis, Die glinst\'ren niet in Ezels oogen

Yan \'t grof en duister vlees en bloed, Waar door zo menig is bedroegen,

Maar in de Oogen van \'t Gemoed. De oogen van Geloof en Hoope,

Als klaare oogen van de Ziel,

Die staan voor deze rykdom ope,

Zo dat haar waarde, in haar viel. Wie zich dan waarlyk wil verryken.

Die keer het oog van dezer Tyd, Om scherp en wel ter deeg te kyken,

Op \'t geen in \'t Evangeli leid,

Een Grond voor elk na by gelegen.

Op dat die Rykdom werd verkreegen.

179

-ocr page 194-

het leerzaam huisraad.

Jeremias XVII: 5—10.

Zo zeid do Heere: Vervloekt is de man, die op eenen raensche vertrouwd, en vlees [tot] zynen arm steld; en wiens herte van den Heere afwykt.

Want hy zal zyn als de heide in do wildernisse, die het niet en gevoeld wanneer het goede komt: maar blyft [in] dorre plaatsen in de woestyne, [in] zouten en onbe-woonden lande.

Gezegend [daarentegen] is de man, die op den Heere vertrouwd; en wiens vertrouwen de Heere is.

Want hy zal zyn als een boom, die aan het water geplant is, en zyne wortelen uitschiet aan eene riviere, ende en gevoeld het niet wanneerder eene hitte komt, maar zyn loof blyft groen: en in een jaar van droogte en zorgd hy niet, ende en houd niet op van vrucht te draagen.

Arglistig is het herte meer dan eenig ding, ja doodlyk is het: wie zal het kennen?

Ik de Heere doorgronde het herte, [en] proeve de nieren: en dat, om eenen iegelyken te geeven na zyne wegen, na de vrucht zyner handelingen.

ilattheus VII: 24, 25, 26, 27.

Een iegelyk dan die deze myne woorden hoord, en dezelve doet, dien zal ik vergelyken by een voorzichtig man, die zyn huis op een steenrotze gebouwd heeft.

En daar is slagregen neder gevallen, en de waterstroomen zyn gekomen, en de winden hebben gewaait, en zyn tegen \'t zelve huis aangevallen, en het en is niet gevallen, want het was op de steenrotze gegrond.

ISO

-ocr page 195-

HET LEERZAAM HUISRAAD.

En een iegelyk die deze myne woorden hoord, en dezelve niet en doet, die zal by eenen dwaazen man vergeleeken worden, die zyn huis op \'t zand gebouwd heeft.

En de slagregen is neder gevallen, en de waterstroomen zyn gekomen, en de winden hebben gewaait, en zyn tegen het zelve huis aangeslaagen, en het is gevallen, en zynen val was groot.

Joannes XIII: 17.

Indien gy deze dingen weet, zalig zyt gy zo gy dezelve

doet.

Openbaaringe 111:20, 21.

Ziet, ik sta aan de deure, en ik kloppe: indien iemant myne stemme zal hooren, en de deure open doen, ik zal tot hem inkomen, en ik zal met hem Avondmaal houden, en hy met my.

Die overwind, ik zal hem geeven met my te zitten in mynen troon, gelyk als ik overwonnen hebbe, en ben gezeten met mynen Vader in zynen troon.

181

-ocr page 196-
-ocr page 197-

BLADWYZER DER FIGUUREN.

Pag.

Mortier............104

Pan..............126

Porselyn............118

Pot..............................34

Raagbol........................78

Rooster.............134

Rustbank...........108

Schildery......................68

Schotel........................38

Schryf-ly...........172

Schuijer........................58

Schuurtuig..........148

Servet.............150

Spiegel........................54

Spinnewiel....................80

Stoel............................6

Suikerbos...........100

Sulferbak......................96

Tafel............................2

Tang............................16

Thee en Kotfy-Gereedschap 160

Vleeskuip...........122

Vuurslag......................42

Wastobben....................84

Wieg..............110

Asschop . . . Asveeger . .

Bed.....

Bezem.....

Blaasbalk. . Boekekast . . I\'oofpot . . . Emmer . . . , Haardstee. . ,

Heugel.....

Horlogie. . . , Juweel-Koffer Kaarssnuiter . Kabinet . . . ,

Kachel.....

Kan......

Kandelaar . , Kapstok . . . .

Kas.......

Kist......

Kleerben . . .

Lamp.....

Lantaaren. . . Luiwagen . . , -Hes.......

-ocr page 198-

In de VIJFTIG-CENTS-EDITIE zijn verschenen:

No.

1. — Mr. J. Van Leuuep, De Pleegzoon.

2. — Mr. J. Van Lenuep, Ferdinand Huyck.

3. — Mr. J. Van Lcnnep, De Hoos van Dekama.

4. — Mr. J. Van Lennep, Elizabetli Musch.

5. — Mr. J. Van Lennep, Novellen en Vertellingen.

6. — Mr. J. Van Lennep, Onze Voorouders.

7. — Mr. J. Van Lennep, Onze Voorouders.

8. — Mr. J. Van Lennep, Onze Voorouders.

9. — Mr. J. Van Lennep, De lotgevallen van Klaasje, I.

10. — Mr. J. Van Lennep, De lotgevallen van Klaasje, II.

11. — Mr. J. Van Lennep, De lotgevallen van Klaasje III.

12. — J. J. Cremer, Dokter Helmond en zijn Vrouw.

13. — J. J. Cremer, Daniël Sils.

14. — J. J. Cremer, Tooneelspelers.

15. — J. J. Cremer, Hanna de Freule.

16. — .1. J. Cremer, Anna Rooze, I.

17. — J. .T. Cremer, Anna Rooze, II.

18. — J. J. Cremer, Overbetuwscbe Novellen.

19. — J. J. Cremer, Novellen en Vertellingen.

20. — J. J. Cremer, Novellen en Vertellingen. 1

21. — J. J. Cremer, Betuwsche Novellen en een Reisgezelschap.

22. — J. .1. Cremer, De Lelie van \'s-Gravenhage.

Ter Perse:

23. — .1. J. Cremer, Emma Berthold en Boer en Edelman.

24. — .T. J. L. Ten Kate, Stichtelijk Huisboek. Nieuwe druk. 2.r). - Mr. J. V an Lennep en J. Ter Gomv, De Uithangteeken

in het algemeen. Geïllustreerd.

26. - Mr. J. Van Lennep en J. Ter Gomv, De Uithangteeken.

in het bijzonder. Geïllustreerd.

27. — Mr. J. Van Lennep en J. Ter Gomv, De Uithangteeken

in verband met Geschiedenis en Volksleven. Geïllustreerd

28. — Mr. J. Van Lennep en .1. Ter Gomv, Het boek der op

schriften. Geïllustreerd.

29. — R. Bennink Janssonius, Dichtwerken, Gebonden.

30. — Jan Luiken, Spiegel van het menselyk bedryf. Geïllustreer

31. — Jan Luiken, Het leerz-am huisraad. Geïllustreerd.

32. — Jan Luiken, Des menschen begin, midden en einde. — D

werken en vergelding der barmhertigheid e onbarmhertigheid. Geïllustreerd.

33. — Jan Luiken, Bykorf des gemoeds. Geïllustreerd.

De 50-Cents-Editie kost by afzonderiyke Deelen gekocht GO Cent ingenaaid en 90 Cents gebonden.

Geïllustreerde boeken kosten altijd lO Cents meer.

^ or--\'

e ?* ♦ - -

-ocr page 199-
-ocr page 200-
-ocr page 201-