.r-S
—
•gt; O ^ ■ O lt;^gt; J C03 O lt;^gt; O C§3 3 lt;^gt; O cgj C lt;^gt; C C§3 C ^CCgaC^O ^\'C»
0 o \\~^vr
^ -
s lt;ai
•amp;
n
■amp;
HiiijEiAHIja MIHSll
F.N I) !■quot;.
E 0 1 ï \'M a ï F ^ 11 Cl 11 f 1 8
1 N \\\\ A L (\' li h R E N
-GEDENKBOEK
VAN HARER MAJESTEITEN V E R B L IJ F A L D A A R.
•i?
ü J
Wil
:2 1... 2 ;gt; VUG U ST US I s 1» 1 \' - -.
M R . M . ]V) . y_E J_, A N G E p O O M . Adjuiict-commics (Jer eerste klasse ter provinciale griflie vimjBralaiid.
MET D I i 1 -E rLATEK.
M 1 D D E L B U R (i. J. C. amp; W. A L T O R F F E R. 1895.
cSJ , u
J11 ij^l li^i i amp;gt;[
\\f
:■§= k ? ^
r
:M *
J 3 J -\'-r- -5 cgD c c dh c c cgD c -:•gt; o c ❖
■o ~quot;\'7ui quot;
❖ o =^gt; ❖ lt;^gt;
Kast 165 PI. B N0.3
GEDENKBOEK.
STOOM BOEKDRUK VAN J. C. it W. ALTORFFER TE MIDDELBURG.
• ■
i
■
/ér. tö- Z
NEERLANDS KONINGIN
EN DE
KONINGIN-REGENTES
IN WALCHEREN.
GEDENKBOEK
VAN HARER MAJESTEITEN VERBLIJF ALDAAR,
21—25 AUGUSTUS 1894,
Mu. M. M. DE LANGE BOOM,
ADJUNCT-COMMIES DER EERSTE KLASSE TEK PROVINCIALE GRIFFIE VAN ZEELAND.
MET DRIE PLATEN.
MIDDELBURG. J. C. amp; W. ALTOREFER. 1895.
\\
Moet men bij het schrijven van bijna elk boek noodzakelijk boeken of handschriften raadplegen, voor het samenstellen van dit Gedenkboek was het in de voornaamste plaats noodig de zoo onmisbare medewerking te verkrijgen van de burgerlijke en militaire autoriteiten, die met HH. MM. op officieele wijze in aanraking waren geweest, van Commandanten der Eerewach-ten, van Bestuurders der verschillende gestichten, openbare en bijzondere inrichtingen, die met een Vorstelijk bezoek waren vereerd, alsmede van Voorzitters , Secretarissen, enz. van de verschillende commissiën, die gevormd waren om zorg te dragen voor de regeling der feesten, of voor de versiering der pleinen , straten, enz.
Het is den ondergeteekende derhalve aangenaam te kunnen verklaren, dat die medewerking hem in alle opzichten ruimschoots is ten deel gevallen, en dat hem steeds bereidwillig de inlichtingen zijn verschaft, die voor eene juiste beschrijving van het tijdens het bezoek der Koninginnen voorgevallene noodig waren; hun allen wordt daarvoor hierbij hartelijk dank betuigd.
Hij gevoelt zich echter verplicht in het bijzonder zijn dank te betuigen aan den heer A. L. A. van Unen, Secretaris van het departement Vlissingen der Maatschappij uTot Nut van \'t Algemeenquot; en Algemeen-Secretaris van de Feestcommissie te Vlissingen , aan wiens welwillende medewerking de gegevens voor het derde en het vierde Hoofdstuk te danken zijn , waardoor dit Gedenkboek , in verband met hetgeen in het tweede en het negende Hoofdstuk voorkomt omtrent het standbeeld van de Ruyïek, tevens een vervolg kan genoemd worden van het in 1842 uitgegeven Gedenkschrift van de eerste onthulling op 35 Augustus 1841. Bovendien stelde de heer van Unen den ondergeteekende in staat in het negende Hoofdstuk eene juiste beschrijving te kunnen opnemen van alle plechtigheden en feestelijkheden , welke op 23 Augustus te Vlissingen hadden plaats gehad, alsmede van hetgeen in verband met het bezoek van HH. MM. na dien dag te Vlissingen was voorgevallen, en in het twaalfde Hoofdstuk wordt medegedeeld.
Ondergeteekende eindigt dit woord vooraf met den wensch, dat de in het prospectus voorkomende onderstelling moge bewaarheid worden , dat dit Gedenkboek ; //ongetwijfeld door zeer velen, die de plechtigheden en de feestelijkheden hebben bijgewoond, later met veel genoegen zal worden ter hand genomen om de herinnering aan de gebeurtenissen te verlevendigen , en om de vroeger ontvangen indrukken weder voor den geest te roepen.quot;
De Samensteluek.
INHOUD.
I. Inleiding.
IT. Het standbeeld van M. Az. ue Euyter te
VlissINGEN. Blad z.
Onthulling in 1841............2.
Hulde, aan het standbeeld gebracht in 1876 . . 2.
III. De verplaatsing van het standbeeld.
Besluit tot verplaatsing...........8.
Resultaten van de onderhandelingen van het Nutsbestuur 9.
Voorbereidende maatregelen voor de verplaatsing . . . 10.
Vervoer van het standbeeld naar de Eotonde . . . . 12. Verzoek aan H. M. de Koningin-Regentes om met H. M.
de Koningin bij de heronthulling tegenwoordig te zijn, en om deze plechtigheid te doen plaats hebben door H. M. de Koningin............14.
IV. De eeuste-steenlegging op de rotonde
van den noordzeeboülevard.
Antwoord op het tot H, M. de Koningin-Regentes gericht
verzoek................17.
Eerste-steenlegging .... ...... .19.
Proces-verbaal..............27.
Concert in het Grand Hotel des Bains......29.
INHOUD.
Hladz,
V. Toebereidselen vook de ontvangst van
. hh. mji. te middelburg.
In de Abdij...............30.
Door de ingezetenen en vanwege de Gemeente. . . 33.
Vanwege de Provincie............36.
Middelburgsche Eerewacht..........37.
Uitreiking vaandel.............38.
Voorstelling van meisjes in Zeeuwsche kleederdracht . . 39.
Huldeblijk aan H. M. de Koningin.......41.
Kindercantate . . . ...........42.
Gondeltocht en vuurwerk...........43.
Circulaire van den Commissaris der Koningin omtrent
de audiëntie..............44.
Mededeeling omtrent de Eaout.........45.
Officieel programma............46.
Versieringen en verlichtingen.........48.
Aankomst van liet detachement huzaren, vau de hofrij-tuigen en de paarden...........62.
VI. Dinsdag 21 augustus.
Buitengewone middelen van vervoer . . . . . . . 63. Vertrek van den Koninklijken trein. Begeleiding daarvan. Gevolg van HH. MM.........64.
Huldebetuiging te \'s-Hertogenbosch.......65.
Huldebetuiging te Roosendaal en te Bergen-op-Zoom . . 6\'3. Aankomst op Zeeuwsch grondgebied en huldebetuiging
te Eilland-Bath.............67.
Inrichting station en aankomst te Middelburg . . . 69.
Intocht in de stad.............71.
Aankomst in de Abdij..........•. . 73.
Uitvoering kindercantate...........74.
Voorstelling van meisjes in Zeeuwsche kleederdracht . 80.
Audiëntie................85.
Rijtoer door de stad. Bezoek aan het Stadhuis . 94.
viii
INHOUD. IX
*■ Bladz.
Diner in de groote Statenzaal in de Abdij . . 99.
Rijtoer door de stad. Illuminatie.......109.
Voorzorgsmaatregelen tegen brandgevaar in de Abdij . 112.
Logies der dames en heeren van liet gevolg van HH. MM. 113.
VII. Woensdag 22 augustus.
Maatregelen voor de veiligheid van het verkeer over de
wegen...............113.
Vertrek uit de Abdij............114.
St. Laurens...............Il5.
Serooskerke.......... .... 116.
Gapinge, Veere.............117.
Vrouwepolder, Zeeduin...........131.
Oostkapelle...............122.
Westhove...............123.
Domburg. Dejeuner aldaar.........124.
Westkapelsche zeedijk...........126.
Westkapelle, Zoutelande...........127.
Biggekerke........ .... .129.
Koudekerke..............131.
Terugkomst in de Abdij..........133
Diner in het paleis. (Zie ook bladz. 243). Aanbieding van het huldeblijk van Middelburg\'s ingezetenen aan
de Koningin...... .......133
Raout................135
VIII. Tobbeeeidselen voor de ontvangst van
hh. hm. te vlissingen.
Vergadering van ingezetenen.........137
Algemeene Feestcommissie en Sub-commissiën. . 138
Versieringen en verlichtingen.........139
Besluit van den Gemeenteraad. De Ruyter-tentoonstel-
ling................142
Eerewacht. Uitreiking van het vaandel.....143
INHOUD.
Bladz.
Aankomst van Hr. Ms. oorlogsschepen......144.
IX. Donderdag 23 augustus.
Buitengewone middelen van vervoer.......145.
Vertrek van Middelburg. Aankomst te Vlissingen . . 146.
Tocht op de Wester-Schelde.........147.
Dejeuner in het Station...........149.
Tocht naar de stad. Bezoek aan het Raadhuis . . . 156.
Rit naar de Rotonde............159.
Heronthulling van het standbeeld van de Ruyter . 160.
Rijtoer door de stad............169.
Programma van den optocht .. ......170.
Bezoek aan het Badhotel..........172.
Terugkomst te Middelburg. Diner in het paleis . 173.
Avondfeest te Vlissingen..........174.
Telegram aan den Burgemeester van Vlissingen . . 176.
X. Vrijdag 24 augustus.
Bezoek aan het Gerechtsgebouw........177.
Bezoek aan het Gasthuis..........178.
Bezoek aan de Nieuwe Kerk.........180.
Bezoek aan het Burgerweeshuis..........185.
Dejeuner in het paleis .........189.
Bezoek aan het Armweeshuis.........191.
Bezoek aan het Oude mannen- en vrouwenhuis . 193. Bezoek aan het gebouw van het Zeeuwsch Genootschap
der Wetenschappen...........194.
Tweede bezoek aan de Oudheidskamer in het Stadhuis. 199.
Bezoek aan de vleeschhal....................200.
Bezichtiging van de vergaderzalen der Provinciale en der
Gedeputeerde Staten...........201.
Diner op het Stadhuis...... ... 202
Gondeltocht. . ............208.
Rijtoer door de stad ter bezichtiging van de verlichtingen 211.
x
INHOUD.
XI. Zaterdag 25 augustus.
Vertrek van HH. MM............
Verzoek van eenige ingezetenen van Goes aan H. M. de
Regentes. Het daarop ontvangen antwoord . Verzoek van hoofden en bestuurders van de lagere scholen aan H. M. de Eegentes. Het daarop ontvangen
antwoord... ...........
Huldebetuiging aan HH. JIM. bij het station Goes. Publicatie van den Burgemeester van Goes .... Kort oponthoud te Rilland—Bath. (Zie ook bladz. 227) Huldebetuiging te Bergen-op-Zoom , te Eoozendaal en te
Tilburg.............
Aankomst van HH. MM. te Soestdijk......
Vertrek van Hr. Ms. oorlogsschepen van de reede van Vlissingen. Vertrek van de hofrijtuigen en de paarden
Vertrek van het detachement huzaren......
Publicatie van den Burgemeester van Middelburg Concert op en verlichting van de Markt te Middelburg Illuminatie van de Palingstraat te Vlissingen . Kennisgeving van den Directeur der Maatschappij quot; de Scheldequot; aan de werklieden........
xi
Bladz.
311.
213.
ï
fi
] I
1 r
I
I h
214 214.. 217.
217.
218. 218.
218. 219. 219.
219.
220.
220.
f
M
XII. Eenige gebeurtenissen na 25 augustus Circulaire vau den Commissaris der Koningin.
Middelburgsche Eerewacht.........
Huldeblijk van Middelburgs ingezetenen .... Uitreiking der prijzen en premiën voor de straatversierin
gen te Middelburg............
Gemeenteraad van Middelburg........
De de Ruyter-tentoonstelling te Vlissingen Serenade aan den Burgemeester van Vlissingen .
Gemeenteraad van Vlissingen........
Huldeblijk aan den Burgemeester van Vlissingen. Vlissingsche Eerewacht..........
220. 221. 222.
222. 223. 223.
223.
224. 224. 226.
I v
INHOUD.
Blad/..
Eerewachten, die HH. MM. op 22 Augustus begeleid
hebben op Haren rijtoer door Walcheren .... 226. Najaarsvergadering der Provinciale Staten .... 226. Koninginnenpolder......... . . 229.
Bijlagen.
I. Voorstelling der meisjes in Zeenwsche kleederdracht 230.
II. Naamlijst van de Leden der Besturen van de Gemeenten, welke door HH. MM. zijn bezocht, alsmede
van de Leden der Eerewachten, der Commissiën , enz. 232.
III. Onderscheidingen door H. M. de Koningin-Regentes verleend gedurende en ter gelegenheid van het bezoek van HH. MM. aan Walcheren......241.
Aanvullingen en verbeteringen......... 243.
Naamlijst der inteekenaren.......... 245.
xii
I.
INLEIDING.
Korten tijd nadat in Juni 1892 HH. MM. de Koningin en de Koningin-Regentes een bezoek gebracht hadden aan een gedeelte van Friesland I), vond men in de dagbladen het bericht dat de Koninginnen in het volgende jaar Zeeland zouden bezoeken. Dit bericht werd later onjuist genoemd, doch nog meermalen kwam dezelfde mededeeling voor , maar steeds gevolgd door tegenspraak.
Sedert 1862, toen Koning Willem III in de laatste helft van de maand Mei een groot aantal plaatsen in Zeeland bezocht , had men in die provincie geen koninklijk bezoek van eenigen duur gehad; 9 Juni 1873 kwam Z. M., vergezeld van Prins He nd kik, de groote kanaal werk en, die op Walcheren in aanleg waren, bezichtigen; 5 Juli van dat jaar bracht Koningin Sophia een bezoek aan Middelburg en 8 September daaraanvolgende was Z. M. met Prins H end kik tegenwoordig bij de opening van het Kanaal door Walcheren, overnachtte ten paleize in de Abdij en vertrok den volgenden morgen reeds weder naar den Haag. 2)
Eene voorname, zoo niet de voornaamste aanleiding, dat juist in 1894 aan Zeeland een vorstelijk bezoek gebracht is, mag
\') Bernh. Behrns. Gedenkboek van het bezoek van H. M. de Koningin en //. M. de Koningin-Regentes aan Friesland in de maand Jitni van iSgs.
3) J. C. Altorffer. Vorsten uit het huis van Oranje te Middelburg {1814—1874). Toevoegsel tot het Zeeuwsch jaarboekje voor 1S74.
1
2
genoemd worden de heronthulling van het standbeeld van den grootsten zeeheld, die in den bloeitijd van de Republiek der Yereenigde Nederlanden overal op de oceanen en zeeën aan alle volkeren door zijn schrander beleid en zijn onverschrokken moed, ontzag inboezemde; Michiel Aduiaansz. de e ü y t e 11.
II.
HEÏ STANDBEELD VAN M. Az. DE RUYÏEE.
Tot huldiging van de nagedachtenis van dien held, en om zijne dankbaarheid te toonen voor hetgeen die onverschrokken vlootvoogd ten dienste van het vaderland, waarvoor hij zijn leven liet, gedaan had, richtte het nageslacht in 1841 een standbeeld voor hem op, dat 25 Augustus van dat jaar plechtig onthuld werd door Z. M. Koning Willem II in het bijzijn van den Kroonprins, Prins Alexander en Prins H e n d u i k , alsmede van twee van de drie naamvoerende afstammelingen van den Admiraal: den heer mr. W. P au keu de Ruytee, Rocheii van Renais, officier van justitie bij de arrondissements-rechtbank te Hoorn en diens stiefbroeder, den heer J.W. de Ruyteu de Wildt, marine-officier; de derde, de heer J. E. de Ruyteu de Wildt, volle broeder van den laatstgenoemde, bevond zich destijds op Java. 1)
Op 29 April 1876, den dag waarop het 200 jaren geleden was , dat de groote zeeheld zijn leven voor het vaderland liet, werd aan den voet van zijn standbeeld door velen het droevig feit van zijn overlijden plechtig herdacht en hem tevens eene dankbare hulde gebracht voor de vele verdiensten door hem aan zijne medeburgers bewezen.
\') Gedenkschrift der oprigtingvan het standbeeld voor^A. K. de Ruyter, plegtig ontbloot te Vlissingen den 25 Augustus 1S41, (samengesteld) door de commissie tot de oprigting.
3
In de Vlissingsolie courant 1) van Donderdag 27 April van dat jaar vindt men de volgende bekendmaking:
//De commissie uit de besturen van het Departement der Maatschappij Tot Nut van H Algemeen , van het Standbeeld en der Volksvoordrachten, maakt bekend, dat het voornemen bestaat om den voor twee eeuwen plaats gehad hebbenden roemrijken dood van den grooten Admiraal Miohiel Adkiaansz. de Rtjytee, te herdenken.
Daartoe zullen op Zaterdag den 29 April aanstaande door een der hier bestaande muziekgezelschappen des. avonds te 8 uren op de Groote Markt eenige muziekstukken uitgevoerd worden. In de zaal van den heer Kuijpeus zal\'door een der leden van het Departement eene toespraak gehouden worden over het leven, de daden en het overlijden van den roemrijken Admiraal. Daarna zal men zich in optocht met muziek en fakkellicht begeven naar het Standbeeld, dat dien dag met vlaggen getooid zal zijn. Aldaar zal door een der leden der Commissie eene korte toespraak gehouden worden, en door een zeeofficier een immortellenkrans aan den voet van het Standbeeld nedergelegd worden. Illuminatie, Bengaalsch vuur en muziek zullen de plechtigheid besluiten.
Op aanstaanden Zaterdag zullen bij den heer P. G. de Vey M e s t d a g h toegang-kaarten tot de voorlezing bij den heer Kuijpeks kunnen verkregen worden.
Be Commissie voornoemd, J. W. Galleneels. H. P. Winkelman. H. Engelsman Kleun hens.quot;
Aan dit programma werd uitvoering gegeven, doch ook van andere zijde werd den grooten vlootvoogd ter herdenking aan zijn sterfdag hulde gebracht.
\') Ook de overige bijzonderheden aangaande de plechtigheden op 29 April 1876 zijn ontleend aan de verslagen van de Vlisslngscho courant.
4
Aan de openbare gebouwen en aan de huizen van vele ingezetenen was op dien gedenkwaardigen dag de Nederlandsche driekleur uitgestoken, welke de zeeheld op de zeeën en oceanen had doen wapperen, en waarmede hij zijnen vijanden ontzag ingeboezemd had.
Na van den Burgemeester daartoe vergunning verkregen te hebben, werd des namiddags ten 2 ure door eenige jongeheeren uit Middelburg een krans van bloemen op het voetstuk van het standbeeld nedergelegd. Het waren C H. Tielenius Krtjijthoïf, J. M. üoouenbos, J. A. T. Dam me, W. W. H coke man, J. H. H. van Dale, A. Gua-vestein, J. J. van der L e ij é en J. A. AlTOKEFEE, die daarmede de nagedachtenis van den grooten be Euytee eerden, en tevens toonden, dat het jonge Nederland nog steeds gedachtig was aan de dappere daden van zijne voorouders.
Tegen het in het programma bekend gemaakte uur trok het muziekgezelschap //Ons Genoegenquot; onder het spelen van eenige opwekkende marschen op om zijne taak in den muziektempel op de Groote Markt te volvoeren. Gelijkertijd stroomden tal van menschen door de straten, die bf naar de tonen der muziek gingen luisteren, of de rede wilden hooren, die in de zaal van den heer Kuypers zou uitgesproken worden.
In deze zaal waren in de omgeving van het spreekgestoelte eenige afbeeldingen opgehangen, welke op de Ruyïeb betrekking hadden.
Onder de aanwezigen bevond zich, onder geleide van den luitenant-ter-zee C. Jquot;. D a m m e, de bemanning ^ van de als wachtschip dienstdoende kanonneerboot.
Tegen 8 uur was de zaal nagenoeg geheel met belangstel-
1) Aan deze bemanuing en aan een aantal jongelingen, die aapleg voor en lust in de zeevaart hadden getoond, was door den heer A. F. de Bruge, ontvanger bij het Nederlandsch loodwezen, een plaat van het standbeeld in steendruk geschonken, alsmede een exemplaar van het bij den heer ue Vev Mestdagh te Vlissingen uitgegeven werkje; De heldendood van den Luitenant-Admiraal M. Az. dk Ruytek.
5
lenden gevuld en werd do samenkomst door het muziekgezelscliap //Eensgezindheidquot; geopend door het spelen van het volkslied.
Daarna trad de voorzitter van het Departement Vlissingen der Maatschappij Tot Nut van H Algemeen, de heer H. P. Winkelman, op om in korte trekken het doel der bijeenkomst aan de aanwezigen mede te deelen en deze tevens uit te noodigen, om na het verlaten der zaal zich in geregelden optocht naar het standbeeld te begeven, waar de in de zaal aanwezige immortellenkrans zou nedergelegd worden.
Na deze woorden tot inleiding beklom de heer A. Snellen, predikant der Doopsgezinde gemeente te Vlissingen, het spreekgestoelte en hield eene boeiende redevoering, welke wegens den weinig beschikbaren tijd kort moest zijn. Hij bracht zijnen toehoorders de feestviering en de pleolitigheden in herinnering, welke in 1811 hadden plaats gehad tijdens de onthulling van het standbeeld, en gaf in gevoelvolle woorden eene levensschets van den grooten Admiraal, waarin de voornaamste door dezen bedreven heldenfeiten werden herdacht. Tevens werd door den spreker het karakter van de Rüyteii geschetst, en gewezen op diens zachtmoedigheid, menscheuliefde, nederigheid en eenvoudigheid , welke goede hoedanigheden hem, niettegenstaande de van vele vorsten ontvangen eervolle en schitterende ouderscheidingen, steeds bijbleven. De heer Snellen eindigde zijne rede met eene krachtige opwekking tot allen om de nagedachtenis van den grooten zeeheld in eere te houden.
Deze toespraak maakte op de toehoorders een diepen indruk en de spreker werd warm toegejuicht, wat deze voor zijn boeiende rede zonder twijfel verdiende.
Daarop werd door het muziekgezelschap nog een noimner uitgevoerd, waarna de aanwezigen zich in optocht stelden en onder de tonen der beide gezelschappen //Ons genoegenquot; en //Eensgezindheidquot; zich naar het standbeeld begaven, ten einde aldaar tegenwoordig te zijn bij het nederleggen van den immortellenkrans.
Toen de stoet bij het standbeeld aankwam, dat met vlaggen
6
versierd en waarbij eene illuminatie aangebracht was, had zich daarbij reeds eene groote menigte verzameld om de plechtigheid bij te wonen.
Nadat alle autoriteiten de voor hen bestemde plaatsen hadden ingenomen, beklom de lieer Kleijnhens eene verhevenheid en sprak onder eene indrukwekkende stilte met luide stem de volgende woorden:
\'/Op de roepstem van het Bestuur der afdeeling van de Maatschappij Tot Nut van \'\'t Algemeen te dezer stede, zijn wij burgers van Vlissingen in grooten getale opgekomen aan deze plek, door het Nederlandsche volk gewijd aan de nagedachtenis van zijn grootsten zeeheld
Een gevoel van innige vereering voert ons aan den voet van dit standbeeld nu het heden 200 jaren is geleden, dat Neerlands groote vlootvoogd Michiel Adrz. de Ruyter, aan Siciliës strand door vijandelijk lood getroffen, den laatsten adem uitblies. Hij stierf, zooals hij had geleefd, te midden der overwinning, vroom en standvastig van gemoed, aan de wereld een heerlijk voorbeeld nalatende van plichtbesef en liefde tot zijn vaderland. Wat de immer wisselende tijd ook moge veranderen, hoevele stormen ook mogen loeien om de beeltenis van dit achtbaar hoofd, zijn naam zal blijven leven in de heugenis van gansch het volk, zoolang onze aloude driekleur in onbezoedelde eere wappert boven de hoofden van Neerlands vrije zonen.
Voorzeker deze stad mag er trotsch op zijn, dat zulk een burger, zulk een held, binnen hare muren werd geboren; en thans willende toonen, die eere steeds waardig te wezen, zoo komt Vlissing\'s burgerij o! groote Admiraal! in dit avonduur aan den voet van uw standbeeld bijeen, om op den 200jarigen gedenkdag van uw roemrijk sterven, aan uwe nagedachtenis hare eerbiedige , hare dankbare hulde te brengen.
Een officier van het wapen, waartoe gij eenmaal hebt behoort , een wapen, dat nog steeds de roem is van Nederland en waarin uw geest en die van zoovele andere zeehelden nog
7
immer krachtig blijft voortleven, hechte aan uw beeld, als een teeken onzer hulde dezen krans van immortellen om later te worden vervangen door een blijvend teeken van metaal.quot; J)
Hierop beklom de luitenant-ter-zee Dam me, commandant van het wachtschip, onder het spelen der muziek, bij eene schitterende verlichting door Eengaalsch vuur, en onder het luid hoera der groote menigte het voetstuk van het standbeeld, en hing den immortellenkrans aan den voet van het beeld, waarna de heer Kleijnhens, — toen de stilte, die nu en dan werd afgebroken door het afsteken van vuurpijlen, eenigszins was teruggekeerd, — zijne toespraak hervatte en aldus voortging:
//Zoo eert een dankbaar nageslacht de gedachtenis van zijne groote mannen en toont daardoor , dat hun geest nog leeft in de harten des volks, en nog immer wekken blijft tot al wat goed is en edel.
Zoo moge ook de Euyte 11 ons leeren houw en trouw te zijn aan onzen plicht en alles veil te hebben voor het behoud van het lieve vaderland.
Mocht dan ooit dat vaderland worden bedreigd, dan sterke zijn geest onzen arm, dan stale zijn voorbeeld onzen moed, om evenals hij , te strijden voor het erf onzer vaderen, moet het wezen, tot den laatsten druppel van ons bloed.
Zoo bezield door het voorbeeld der groote mannen van het verleden , zal het Nederlandsche volk niet ten onder gaan en zal Neerlands vlag steeds rein en smetteloos blijven waaien langs de breede wateren van den oceaan.
Eendrachtig van zin , met Oranje aan het hoofd en den blik tot God gericht , gaan wij dan moedig voorwaarts, en zij en blijve in voor- en tegenspoed het steeds onze leus: Voor Koning en Yaderland! Hoera!quot;
\') Later werd in de zijde van het voetstuk aan de rechterhand van het beeld een wit marmeren gedenksteen aangebracht, waarin een bronzen immortellenkrans, waarbinnen met gulden woorden gebeiteld is: »29 April 1676-1876.quot;
8
Deze woorden werden daverend toegejuicht, waarna de menigte uit elkander ging , onder den indruk, dat de nagedachtenis van den grooten Admiraal nog steeds door het nageslacht in eere wordt gehouden.
Zondag daarna, 30 April, werd vanwege jhr. Westpalm van PI o o ii n van Buugh, oud-zeeofficier te\'s-Gravenhage, een afstammeling uit het beroemde geslacht van dien naam, dat te Vlissingen eertijds vele aanzienlijke betrekkingen bekleedde, en die vroeger ook zelf langen tijd aldaar had gewoond , een fraaie krans aan den voet van het standbeeld nedergelegd. \')
III.
DE VERPLAATSING VAN HET STANDBEELD.
In de algemeene vergadering van het Departement Vlissingen der Maatschappij Tot Nut van H Algemeen, gehouden den 15 Eebruari 1892, werd op voorstel van het Bestuur, daartoe uitgenoodigd door de Permanente Commissie voor het beheer van het fonds voor het standbeeld van M. Az. de Ruytee, na breedvoerige discussie met 17 tegen 3 stemmen in beginsel besloten tot verplaatsing van genoemd standbeeld naar de Rotonde van den Noordzee-boulevard; verder werd het Bestuur gemachtigd aan den gemeenteraad de goedkeuring omtrent die verplaatsing te vragen; wanneer de goedkeuring van den Gemeenteraad verkregen was, van het voornemen mededeeling te doen aan Gedeputeerde Staten van Zeeland , met verzoek of er
*) Behalve het bovenvermelde, bij den heer de Vey Mestdagh uitgegeven werkje zijn naar aanleiding van de toen aan de nagedachtenis van den grooten Admiraal gebrachte hulde nog verschenen: De sjer vends zeeheld Michiel Adriaansz. de Ruyter, door R. Posthumus Meijjes (n0. 641 van het Nederlandsch godsdienstig tractaat-genootschap) 5 Tweehonderdjarige sterfdag van M. Az. de Ruyter, door Antho-nius; Open brief va?i M. Az. de Ruyter aan de ingezetenen van Vlissingen.
aan die zijde al of niet bezwaren zouden bestaan tegen den verkoop der effecten van het fonds: bij verplaatsing het voetstuk met een of meer treden te verhoogen, en ten slotte om al die maatregelen te nemen, die in het belang eener behoorlijke uitvoering van liet besluit konden zijn.
Eene veel omvattende taak werd hiermede op de schouders van het Bestuur gelegd , en ofschoon dit onmiddellijk en met den noodigen ijver aan den arbeid toog , was het toch niet voor den 24 April 1894 mogelijk, dat de Voorzitter in de bestuursvergadering kon mededeelen, dat het resultaat van eene langdurige correspondentie was:
1°. dat door den Gemeenteraad in zijne zitting van den 39 Maart 1893 besloten werd de verplaatsing van het standbeeld naar de Rotonde van den Noordzee-boulevard goed te keuren, mits de gemeente gevrijwaard werd voor alle schaden of lasten, die een gevolg van die verplaatsing zouden kunnen zijn ;
2°. dat van Gedeputeerde Staten van Zeeland de goedkeuring verkregen werd om de kosten der verplaatsing te bestrijden uit het bestaande fonds;
3°. dat van Zijne Excellentie den heer Minister van Oorlog een schrijven ontvangen was, waarbij deze verklaarde geen bezwaar tegen de plaatsing van het beeld op de Rotonde te hebben, mits de gemeente Vlissingen zich bereid verklaarde de schade, die eventueel aan de ondergelegen kazematten zou kunnen ontstaan, te haren koste te doen herstellen;
(Deze verplichting nam de gemeente op zich, nadat door twee deskundigen, de heeren A. Loois, Bouwkundige en Lid van den Gemeenteraad te Vlissingen en S. van d e u M e u d e n. Gemeente-bouwmeester te Middelburg, daartoe vanwege de Permanente Commissie uitgenoodigd, een rapport betreffende den toestand en het draagvermogen van genoemde kazematten werd uitgebracht, welk rapport alleszins bevredigend was.
Den 9 Febuari 1894 werd de desbetreffende overeenkomst tusschen de gemeente Vlissingen en het Departement van Oorlog gesloten);
10
4°. dat blijkens een schrijven van den heer Ingenieur van den Rijkswaterstaat in liet 11e district te Vlissingen, bij Zijne Excellentie den heer Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid geen bezwaar bestond tegen de verplaatsing van het beeld naar het plein, dat indertijd in onderhoud en beheer door de Gemeente van genoemd Departement werd overgenomen, en
5°. dat Zijne Excellentie de lieer Minister van Marine den heer Inspecteur van liet Loodswezen in het 6e district te Vlissingen gemachtigd had om in overleg met den Voorzitter der Permanente Commissie tot de verplaatsing van den lichtop-stand over te gaan, waarvan echter de kosten niet voor rekening van het Rijk konden komen.
De verplaatsing van den lichtopstand was noodzakelijk, omdat daardoor liet standbeeld kon opgericht worden in het midden van het plein, waar tot nog toe de lichtopstand stond. Tegen het verplaatsen van dezen kon te minder bezwaar bestaan , omdat dit in het belang van den loodsdienst was.
Nu in zooverre alle noodige vergunningen verkregen waren kon een plan voor de uitvoering ontworpen worden.
In de eerste plaats moest een houten hulp-lichtopstand opgesteld worden; vervolgens moest eene fundeering gesteld worden voor den ijzeren lichtopstand op het einde van het plein, juist boven de poort, die naar het Groote of Wester-hoofd voert, waarna de lichtopstand kon overgebracht worden; verder moest de fundeering voor het beeld zelf aangelegd worden, waarna men ten slotte tot de overbrenging van het beeld kon overgaan.
De ontwerpen en bestekken werden gemaakt door den heer J. H. Haute, Gemeente-bouwmeester te Vlissingen en verkregen voor zooveel noodig de goedkeuring van de betrokken autoriteiten De verschillende onderdeelen van liet werk werden gegund aan Vlissingsclie ingezetenen en de Koninklijke Maatschappij quot;de Scheldeen wel;
het maken van den houten lichtopstand aan den heer H. «F. Gandekhjsijden;
11
de funcleering voor den te verplaatsen ijzeren lichtopstand aan den lieer J. Loots;
de verplaatsing van den ijzeren lichtopstand aan de Maat-scliappij quot; de Sclielde
de fundeering voor liet standbeeld aan den lieer F. N. de E o ü ij ;
en de verplaatsing van liet beeld aan de Maatscliappij //de Schelde
terwijl voorts het steenhouwerswerk aan den heer D. Walïz en het schilderwerk aan den heer P. G. La er noes opgedragen werd.
Met kracht werden de werkzaamheden aangevat en reeds den 10 Mei kon het houten hulplicht in gebruik genomen worden.
Nu volgde de verplaatsing van den ijzeren lichtopstand. Had men eerst gemeend, dat de verschillende deelen uit elkander moesten genomen worden, wat een langdurigen en kostbaren arbeid ten gevolge zou gehad hebben, spoedig bleek, dat de Maatschappij // de Scheldequot; over werktuigen beschikte, die het haar mogelijk maakte het gevaarte in zijn geheel naar zijn nieuwe standplaats over te brengen.
Den 29 Mei werd het licht voor het eerst op deze plaats ontstoken.
Middelerwijl was op het Euijterplein aangevangen met het wegnemen van het hek om het standbeeld, en werd op de Kotonde de kazemat no. 9 ontbloot om daarop de fundeering van het voetstuk aan te brengen.
Bij het afnemen van het beeld en het voetstuk bleek, dat de dekzerk en verschillende treden gescheurd waren en verder kwam aan het licht, dat, indien het beeld was gebleven , waar het tot nog toe stond, na verloop van korten tijd eene zeer groote herstelling zou moeten plaats vinden. Immers, het scheuren der treden moest geweten worden aan verzakking van het fundament, terwijl ook het metselwerk onder het voetstuk zoo slecht was geworden, dat al de specie verteerd
12
was en de steenen er als het ware met de hand uitgenomen konden worden.
Vermoedelijk was de verzakking toe te schrijven aan de paalfundeering, die, wellicht niet diep genoeg geslagen, nu, zooals dat genoemd wordt, tusschen water en wind lag, waardoor het hout gerot was.
Bij het blootleggen van liet fundament werd de looden koker teruggevonden, die de perkamenten rol bevatte, waarop het proces-verbaal der eerste steenlegging, op 29 April 1840, vermeld was.
Over de wijze waarop èn het voetstuk èn het beeld van hét Euijterplein boven op de Eotonde zou gebracht worden was men het in den aanvang niet eens.
Eerst meende men de beide zware stukken te brengen op de // Lastdrager,quot; een vaartuig van de maatschappij //de Schelde,quot; dat veel meer gewicht dan dat van de beide genoemde deelen kan dragen. Men wilde deze voeren tot bij den Boulevard en dan door middel van een bok bij hoog water beeld en voetstuk ophijschen Aangezien daardoor de mogelijkheid bestond , dat het beeld beschadigd zou worden, werd van deze wijze van handelen afgezien.
Een ander middel was om een stellage van balken te maken over de Roode brug en daarover de beide deelen te sleepen.
Doch ook van dit middel werd afgezien omdat het te omslachtig was.
Men besloot nu eerst het voetstuk en daarna het beeld op een lorrie te plaatsen en zoo het vervoer te doen plaats hebben langs de Bellamijkade, door de Korte Noordstraat, over den Dam, door de Lange Noordstraat, langs de Bierkade, door de Beursstraat, over het Beursplein en zoo langs de helling boven op de Rotonde.
Zonder eenige schade aan de voorwerpen werd dit werk volbracht.
Na eenige beschouwingen over de verplaatsing van het beeld zegt de Vlissiugsche courant in haar notnmer van 18 Juni:
13
quot; Het resultaat van alles is, dat het beeld thans naar de Rotonde overgebracht is en de nieuwe onthulling tegen half Augustus kan te gemoet gezien worden.
Zal er dan feest gevierd worden?
Hoe?
Zullen Vlissing\'s ingezetenen zich daarbij onbetuigd laten?
Zou het zoo geheel en al onmogelijk zijn, dat daarbij Neer-lands Koningin en hare welbeminde Moeder tegenwoordig waren?
Ziedaar enkele vragen , die wij aan het oordeel onzer lezers onderwerpen.
Vermoedelijk zijn er wel onder hen, die het met ons eens zijn, dat de nieuwe onthulling niet zonder feestelijkheden mag afloopen en die zich in commissie willen stellen om een en ander te organiseeren.
Wie weet, wanneer er eens ernstig pogingen toe gedaan werden, of onze beide Koninginnen zich niet bereid zouden toonen om een bezoek aan het zuidelijk deel van ons land te brengen en, kan dat misschien in dezen zomer niet meer, om dan toch deel te nemen aan eene plechtigheid, waarbij indertijd de Grootvader, de Vader en de Oom van onze jeugdige Koningin tegenwoordig waren.
Nog eens, wanneer er ernstige pogingen toe gedaan werden, wij gelooven, dat het wel zou geschieden.
Maar, moet er werkelijk feest gevierd worden, dan mag er niet te veel tijd meer verloren gaan, dan moet er nu begonnen worden, want zal zulk een feest in overeenstemming zijn met de plechtigheid, dan is er veel voorbereiding toe noodig.
Waar zijn de mannen, die zich met de organisatie van het feest willen belasten?quot;
De wenschen van de Redactie der Vlissingsche courant zouden spoedig in vervulling komen.
Reeds vroeger was door het Nutsbestuur de wenschelijkheid besproken om van de verplaatsing van het standbeeld aan Hare Majesteit de Koningin-Regentes kennis te geven
14
In de vergadering van den 18 Juni werd goedgevonden het volgende schrijven tot Hare Majesteit te richten:
quot;Mevrouw !
Geeft met den meesten eerbied te kennen,
het Bestuur van het Departement Vlissingen der Maatschappij Tot Niet van 7 Algemeen,
dat in de algemeene vergadering van genoemd Departement, gehouden den 15 Februari 1892 besloten werd het standbeeld van den Admiraal Mtohiel Adeiaanszoon de Ruyter te verplaatsen naar de Rotonde van den Noordzee-boulevard alhier, waar het beeld beter tot zijn recht zal komen en zeker schooner standplaats zal innemen, dan tot nu toe het geval was;
dat het Bestuur gemeend heeft daarmede te handelen in den geest van hen, die destijds het initiatief namen tot de oprichting van een beeld ter nagedachtenis van genoemden zeeheld, omdat uit een na de onthulling in 1842 uitgegeven «gedenkschrift\'1 blijkt, dat men toen ,• aangezien Vlissingen nog vesting was, geen waardiger plaats heeft kunnen vinden;
dat de voorbereidende maatregelen thans zoo ver gevorderd zijn, dat tegen het laatst van Augustus van dit jaar de nieuwe onthulling zon kunnen plaats hebben;
dat het wijlen onzen geëerbiedigden Koning Willem II behaagd heeft den 25 Augustus 1841 genoemd beeld te willen onthullen, terwijl daarbij mede tegenwoordig waren wijlen onze geëerbiedigde Koning Willem III en wijlen HH. KK. HH. de Prinsen Alexander en Hendrik, aan welker hooge tegenwoordigheid en de groote eer daardoor aan de geboortestad van den grooten Admiraal bewezen, Vlissingen steeds gaarne terugdenkt;
dat het Bestuur meent Uwe Majesteit van deze verplaatsing niet onkundig te mogen laten, overtuigd als het is van Uwer Majesteits warme belangstelling in alles, wat betrekking heeft op den man, die zooveel voor zijn Vaderland heeft gedaan;
dat het zich daarom veroorlooft Uwe Majesteit eerbiedig kennis te geven van het verplaatsen van genoemd beeld, alsmede dat.
15
wanneer het Uwe Majesteit mocht behagen met Hare Majesteit onze zoo geliefde Koningin bij de hernieuwde onthulling tegen het einde van Augustus of welk ander tijdstip Uwe Majesteit in dat geval zoudt wenschen vast te stellen, daarbij tegenwoordig te willen zijn, dat zulks èn door het bestuur van het Departement Vlissingen der Maatschappij Tot Nut van \'t Algemeen, onder wiens beheer genoemd standbeeld staat, èn zeker niet minder door de ingezetenen van Vlissingen op hoogen prijs zou gesteld worden;
en voorts dat, mocht aan de stad onzer inwoning het geluk te beurt vallen, dat Hare Majesteit onze geëerbiedigde Koningin in navolging van wijlen Hoogstderzelver Grootvader, Zijne Majesteit Koning Willem TL het standbeeld opnieuw mocht willen onthullen. daarmede zeker de hoogste eer aan de nagedachtenis van den grooten Admiraal zou bewezen worden.
\'t Welk doende enz. enz. enz.
Het Bestuur van het Departement Vlissingen der Maatschappij Tot Nut van ^t Algemeen , (w. g.) Tuïein Nolthenitjs, voorzitter, n A. L. A. van Unkn, secretaris.quot;
Dit schrijven werd den 20 Juni verzonden, maar aangezien Hare Majesteiten zich in het buitenland bevonden was het niet te verwachten, dat spoedig eene beslissing zou genomen worden.
Toch was liet voor de Vlissingers van zeer groot belang om te weten of Hare Majesteiten bij de plechtigheid tegenwoordig zouden zijn.
Immers reeds meermalen, zooals boven vermeld is, had het gerucht de ronde gedaan, dat Hare Majesteiten een bezoek aan Zeeland zouden brengen. En waar nu de mogelijkheid bestond, dat, als dit bezoek niet in 1894 gebracht werd, dit toch in een der eerstvolgende jaren zou geschieden, daar is het zeer verklaarbaar, dat liet Nutsbestuur, alsof het de tolk van alle ingezetenen was, den wensch uitsprak, dat Hare Majesteiten bij de heronthulling tegenwoordig zonden kunnen zijn.
16
Van deze gevoelens geeft ook de volgende ontboezeming blijk, die aan een dichtlievend hart, dat zich den pseudoniem van F. van de Weg gaf, ontvloeide ;
Waar Schelde en Noordzee samen stoeien,
Waar dikwerf stormen hevig loeien ,
Werd, \'t is ruim vijftig jaar geleden,
Door \'t Nêerlandsch volk ten duren plicht
Voor een\' van onze grootste helden
Een waardig standbeeld opgericht.
Door \'s vorsten komst werd \'t volk begeesterd,
Door praal en luister overmeesterd,
Maar toch, hoe fraai het beeld ook zij,
De geest van de Ruyter waard\' treurig er bij
En hoe men ook juichte, met vroolijk geschater,
De commissie beging een\' geweldigen flater.
Want wie toch ooit denkt zich een held van de zee
Met zijn facie naar den wal en zijn rug naar de rêe?
Een zeeheld als onze Michiel Adriaan
Kon niet alzoo naar zijn welgevallen staan-
De geest van den grootsten van Nederlands helden
Vlood toornig van daar en dook diep in de Schelde.
En hoewel zijn uitroep door \'t water werd gesmoord,
Werd toch zijn\' vloek nog door enk\'len gehoord :
»Kerels, dat blijf\' ik niet altijd verkroppen
Mijn rug te keeren naar de siltige soppen!quot;
De Ruyter verkropt nu zijn woede en zijn spijt
En denkt: »Menschen, wacht maar, Michiel kent zijn\' tijd.quot;
Het is nu reeds eenige jaren gelêen,
Drie burgervaders voerden bevel hier ter stêe
En of ook aan hen zijn schimme verscheen
Dat is voor mij duister, \'t vertelde niet een.
Maar als hier Tutein het beheer kwam te voeren,
Begonnen de baren der zee te beroeren.
De geest van de Ruyter bedoelde hiermêe:
»Welkom gij, Nolthenius, ex-collega ter zee.
Ik heb nu gevonden het eind\' mijner smart
Een borst, waarin klopt een echt zeemanshart.quot;
Dit woord vond zijn weerklank in \'s burgemeesters gemoed,
En deze belegde een zitting met spoed.
Na vele bezwaren gaf de raad op het end,
Tot verplaatsing van \'t standbeeld met meerderheid consent.
17
Nu moesten nog vele bezwaren verwonnen ,
Alvorens het moeielijke werk kon begonnen.
Maar met ijzeren wil en met taaie geduld
Heeft Tutein zijn belofte aan de Ruyter vervuld.
Met kracht werd het beeld van zijn voetstuk gerukt
En boven verwachting is \'t werk gelukt.
Men vervoerde het beeld met het grootste gemak
\'t Was of er de ziel van den zeeheld in stak.
En als nu het beeld, op dien waardigen stand
Ter eere van Michiel, aan stad en aan land,
Den roem van onzen voorzaat, aan \'t volk zal verkonden
En wij ons ten nauwste hier voelen verbonden,
Dan zou aan \'t verbond zeker iets falen
Als het Oranje op de borst niet kon pralen.
Daarom eene bede aan de Vorstinnen
Van alle goede Zeeuwen, die Oranje beminnen:
»Nog nimmer toch raakten uw voeten deez1 grond.
Laat U, o Koninginnen, niet langer verbeiden.
Wil door Uw bijzijn ons, Zeeuwen, verblijden.
Viert met ons mede dien heug\'lijken stond.
Komt in ons midden, voldoet ons begeeren,
Helpt ons mede dien held te vereeren.quot;
IV.
DE EEESTE-STEENLEGGING OP DE ROTONDE VAN DEN NOORDZEEBOTJLEVAED.
Nog vóór Hare Majesteiten in het Vaderland teruggekeerd waren werd de verblijdende tijding vernomen, dat Hare Majesteit de Koningin-Regentes in ernstige overweging nam om met Hare lieftallige Dochter bij de wedcronthulling van het standbeeld tegenwoordig te zijn.
Met kracht werden daarom de voorbereidende werkzaamheden voortgezet en den 7 Juli besloot het Nutsbestuur, dat de eerste steen voor het voetstuk zou gelegd worden op Dinsdag 10 Juli.
Tot het verrichten van deze plechtigheid noodigde het uit den lieer J. C. de Ruyter de Wildt, Inspecteur van het Nederlaudsch Loodswezen, zoon van den op bladz. 2 genoemden heer J. W. de Ruyter de Wildt en naam voerenden afstammeling van den grooten Admiraal.
2
18
Tot het bijwonen van deze plechtigheid werden voorts uit-noodigingen aangenomen door de leden van het Kutsdeparte-ment, Burgemeester en Wethouders van Vlissingen, de Commandanten van het Garnizoen, het Depot van Discipline, der dd. Schutterij en van H. M. kostschip Dorj, den Onder-Inspecteur van het Belgisch Loodswezen , den Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat in Zeeland, den Ingenieur van den Waterstaat te Vlissingen.
Verder waren genoodigd de heeren C. L. van Woelde hen, Oud-zeeofficier, Directeur der Maatschappij //Zeeland,quot; de Ingenieurs der Maatschappij //De Schelde,1\' de heer L. Leeuwenburg, de aannemers van de verplaatsing van het standbeeld: de heeren J. Loois, H. J. Ganderheijden, F. N. de R o o y , D. Waltz, de Gemeente-bouwmeester van Middelburg, de heer S. van der Me ij den en de heer A. Loois, beiden adviseurs voor de verplaatsing, de Commissaris en de Inspecteur van Politie, de Ontvanger van het Neder-landsch Loodswezen en de Commissaris van de Nederlandsche loodsen, de Ontvanger en de Commissaris van het Belgisch Loodswezen, benevens de Consuls, Vice-Consuls en Consulaire Agenten der verschillende mogendheden, de Directeuren van het post- en telegraafkantoor, de Rijksontvanger , twee ridders der Militaire Willemsorde; de heeren J. van den Berg en D. Slot, de Hoofden van Scholen en de Directeur der Burgeravondschool te Vlissingen. Ook vele dames hadden de uitnoodiging aangenomen.
Tevens waren verschillende corporatiën uitgenoodigd om een stoet te vormen , waaraan door de volgende voldaan werd:
1° het muziekgezelschap //Ons Genoegen;11 • 2° eene afdeeling der Marine;
3° de afdeeling Vlissingen van den Bond van Oud-Onder-officieren met banier;
4° de Koninklijke Handboogschutterij //Willem Til,quot; met banier;
5° het kader der Schutterij , met vaandel;
19
6° het Belgisch Loodswezen, met vlag;
7° eene deputatie van //Ylissing\'s Mannenkoormet vaandel;
8° de Scherm- en Tooneelvereeniging //Prinses Wilhel-minamet banier ;
9° eene afdeeling der Infanterie ;
10° het Hollandsch Loodswezen , met vlag ;
11° de Gaaiboogschutterij \'/Eendracht,11 met banier;
12° de Gymnastiekvereeniging //Luctor et emergo,11 met banier , en
tot sluiting een peleton Infanterie.
Op de Groote Markt werd de stoet onder leiding van de heeren W. L. Winkelman, A. A. A. E. Gewin en E. D e l v o ij e opgesteld, die te 7 uur, omstuwd door eene groote volksmenigte en met het muziekkorps «Ons Genoegen11 aan het hoofd , dat een lustigen marsch blies, langs de Groote Markt, de Bierkade en de Beursstraat zich naar de met vlaggen versierde Rotonde begaf, waar , zoodra de verschillende corpora-tiën en overige genoodigden hunne plaatsen hadden ingenomen , de muziek het feest opende met het volkslied , waarbij de geweren werden gepresenteerd. Daarop trad de Voorzitter van het Nutsdepartement, de heer Tutein Nolthenius, naar voren en hield de volgende toespraak :
// Geachte toehoorders !
Alvorens tot de plechtigheid over te gaan, waarvoor wij heden avond bijeen zijn, wensch ik als Voorzitter van liet Departement Vlissingen der Maatschappij quot;Tot Nut van \'t Algemeen\'\' een enkel woord te spreken.
Ik begin met u in herinnering te brengen, hoe op den 27 April 1840 hier ter stede eene plechtigheid verricht werd, die het begin was van een stoffelijk bewijs van hulde in zijne geboorteplaats aan de nagedachtenis van Neerlands grootsten Admiraal Mich iel Aduiaanszoon de Ruyteu.
Wel was kort na het roemrijk sneuvelen van dien zeeheld
20
een prachtig praalgraf gesticht in de Nieuwe kerk te Amsterdam, waar men zijn stoffelijk overschot ter ruste gelegd had, doch er moest meer dan anderhalve eeuw voorbijgaan voor en aleer eene beeltenis in metaal het bewijs gaf, dat zijne groote daden niet vergeten waren.
Zeker is het, dat ook zonder standbeeld onze de Ruyte 11 in de harten van het jSTederlandsche volk blijft voortleven, maar schoon is het, wanneer een dankbaar nageslacht voor de helden, die hun bloed voor vaderland en vorst veil hadden en zoovele diensten aan den lande bewezen als deze Admiraal, door een gedenkteeken aan een ieder doet zien, dat hunne nagedachtenis geëerd blijft.
Hulde daarom aan de mannen, die het initiatief namen tot liet doen van pogingen om een waardig monument voor de R u y t e e tot stand te brengen.
Het waren de heeren P. J. Zijnen en D. Uytten-hooven, die op den 1 Mei 1830 op eene algemeene vergadering van het Departement alhier een voorstel deden om te beproeven een standbeeld voor den grooten quot;Vlissinger op te richten.
Luide werd dat denkbeeld toegejuicht en in die zelfde vergadering werd eene commissie benoemd, waarin behalve genoemde heeren nog zitting hadden de heeren G. ïn. de Haan, lid van het Bestuur, als Voorzitter, O. W. Gobius en A. E. T homp, ten einde zich met de voorbereidende maatregelen tot verwezenlijking van het denkbeeld te belasten.
Door verschillende omstandigheden evenwel, ook ten gevolge van de onrustige tijden, die volgden, bleef de zaak slepende, totdat den 20 April 1836 door die commissie een rapport werd uitgebracht, waarin een plan met opgave van kosten werd medegedeeld.
Het zou ons te ver voeren te vermelden met welke moeie-lijkheden men te kampen had, doch men gaf den moed niet op en liet mocht aan een gedeeltelijk nieuwe commissie, bestaande uit de heeren: D. U y t t e n h o o v e n , Voorzitter, P.
21
J. Zijnen, A. Rtjijsch, Q. Hardee,, W. C. Stouij en J. F. R. Schultz, Secretaris, gelukken het gestelde doel te bereiken. Met alleen deed Z. M. onze Koning Willem I, die den 2 Juli 1837 tijdens zijn verblijf te Vlissingen eene deputatie der commissie ontving van Hoogstdeszelfs belangstelling-blijken, maar ook de andere leden van liet Vorstelijk huis gaven stoffelijke bewijzen van sympathie, terwijl verder de verschillende autoriteiten, zoo burgerlijke als van zee- en landmacht, hunne medewerking verleenden, terwijl van alle zijden in Nederland en in de Oost- en West-Indische bezittingen gelden werden bijeengebracht.
Eindelijk was in 1840 alles zoover gevorderd, dat tot de eerste-steenlegging van het monument kon worden overgegaan.
Als plaats voor het monument werd het u bekende terrein gekozen en wel op verschillende gronden, in het later uitgegeven gedenkschrift vermeld, waarvan ik het volgende woordelijk wensch aan te halen:
//De gekozen plaats daarentegen biedt ongetwijfeld de beste gelegenheid aan, die in Vlissingen zou kunnen opgespoord worden, want daar komt ieder aan, die niet van de landzijde de stad nadert. De ligplaats is er uabij van alle koopvaardij-en binnenschepen; en het is naar dit punt, dat de wandelaars worden heengelokt door de bedrijvigheid, die daar alleen nog eene schaduw vertoont van het eertijds zoo welvarende Vlissingen. Men voege daarbij, dat op deze plaats alleen het standbeeld van verschillende zijden op grooter afstanden zichtbaar is en door de omgevende voorwerpen niet wordt gedrukt.quot;
Zeker waren deze redenen gegrond om het standbeeld te plaatsen daar, waar het voorheen stond en brengen wij dan ook thans nog gaarne hulde aan de keuze van toenmaals.
Op den 29 April 1840 had daarop de eerste-steenlegging plaats door wijlen den Luitenant-Admiraal O. W. Gobius, destijds Directeur en Commandant der Marine alhier en Opperbevelhebber van Zr. Ms. Zeemacht op de Schelde.
Met grooten luister had die plechtigheid plaats.
22
Op den 25 Augustus 1841 werd het standbeeld van M. Az. de Ruytek, in tegenwoordigheid van Z. M. koning Willem II, Z. K. H. den Prins van Oranje en HH. KK. HH. de Prinsen Henduik en Alexander, alsmede van tal van autoriteiten en belangstellenden onthuld.
Zietdaar, een korte blik op het verledene geslagen.
Het beeld bleef onder het beheer van het Departement, terwijl het onderhoud aan eene afzonderlijke commissie werd opgedragen.
Sedert is er veel in het oude Vlissingen veranderd.
De marinewerf werd opgeheven en daarmede een zware slag aan de gemeente toegebracht.
Doch de stad, die in den loop der eeuw aan zoovele wisselvalligheden bloot stond, kwam ook dat weer te boven en weldra verschenen er nieuwe lichtpunten in den aanleg der grootsche havenwerken, in de oprichting der groote maatschappijen de Koninklijke Maatschappij //de Scheldequot; en de Stoomvaart-Maatschappij //Zeeland.1\'
Ook de vestingwerken verdwenen en langzamerhand kwam het schoone plein tot stand, waar wij ons thans bevinden.
Was het wonder, dat er stemmen opgingen om het standbeeld naar dit hoog gelegen punt te verplaatsen?
Hier toch zou het beeld beter nog van alle zijden zichtbaar zijn en niet meer met den rug gekeerd staan naar de reede , zoovele malen bezocht door de vloten onder bevel van den zeeheld.
En toch was het niet dan na rijpe overweging, dat de Commissie van het beeld in 1892 besloot een voorstel tot verplaatsing aanhangig te maken.
Men verplaatst niet gaarne monumenten, door hen, die vóór ons waren, tot stand gebracht.
Het scheen eene soort heiligschennis, het werk van hen, die hulde brachten aan de nagedachtenis van een van Neer-lands grootste zonen af te breken en het beeld te verplaatsen.
En toch is dat hier niet het geval. De tegenwoordige com-
23
missie heeft geen afbreuk gedaan aan de verdiensten der commissie van weleer. Zij erkent ook thans nog , dat de plaats, toenmaals gekozen in alle opzichten de beste was. Toen was Vlissingen nog omgeven door wallen en was het tegenwoordig plein een bewapend bastion.
Thans is het zeker de schoonste, de meest verheven plaats, waar het standbeeld voor den grooten Vlissinger kon gezet worden.
Het tegenwoordig Bestuur van het Departement is dan ook innig overtuigd, dat, wanneer in 184lt;0 dit plein bestaan had, de commissie van destijds zeker geen oogenblik geaarzeld zou hebben , het beeld op deze plaats op te richten, want hier wordt aan den wensch om liet op eene plaats te hebben, die van alle zijden zichtbaar is en door de wandelaars bezocht zal worden, in alle opzichten voldaan.
Na vele onderhandelingen , waarbij ik hier openlijk hulde en dank wensch te betuigen in de eerste plaats aan den Raad der gemeente, die het plein in beheer en onderhoud heeft en zeker niet minder aan Hunne Excell. de heeren Ministers van Marine, Oorlog en Waterstaat, alsmede aan de hoofd- en andere ambtenaren onder die Departementen ressorteerende, die allen met de meeste bereidwilligheid hunne medewerking verleenden , kon met de werkzaamheden der verplaatsing begonnen worden en zijn wij thans zoover gevorderd dat tot de eerstesteenlegging kan overgegaan worden.
Een woord van dank zij hier gebracht aan de Koninklijke Maatschappij //De Schelde,quot; die op zich nam eerst den ijzeren lichtopstand te verplaatsen en daarna het beeld naar hier over te brengen en ook een woord van hulde aan den heer L. Leeu wenbuug , voor den goeden afloop tot nu toe , is zeker niet ten onpas. Een woord van dank verder aan de heeren H. J. Ganderheijdeji en J. Loois, aannemers alhier, met de verschillende onderdeden van het werk belast, vooral ook aan de heeren F. N, de Rooij, die de fundeering voor het voetstuk maakte en D. Waltz, die liet steenhouwerswerk
24.
op zich nam. Tot nu toe ging alles voorspoedig en ik hoop, en twijfel daaraan niet, of ook Gij allen zult medewerken om de verplaatsing tot een goed einde te brengen, waarbij zeker de lieer J. H. Harte, die met het oppertoezicht belast is, niet mag vergeten worden.
En zoo staan wij dan thans gereed den eersten stap te zien doen tot wederoprichting van het monument.
Al kan die steenlegging van heden slechts eene herhaling zijn van die in 1840 , zoo is het toch zeker , dat zulks niet zonder plechtigheid mocht geschieden.
Ue HoogEdel Gestr. heer J. C. de Euyïek de Wildt alhier aanwezig, heeft zich op verzoek van het Bestuur van het Departement bereid verklaard die plechtigheid te verrichten en dat juist Z. H. Ed. Gestr. zulks doen zal is zeker een feit, dat op hoogen prijs mag gesteld worden.
Hij toch, een der afstammelingen van den grooten Admiraal, zelf zee-oflicier zijnde, die op waardige wijze zijn vaderland en vorstenhuis diende en bewijzen gaf, dat de moed van den Admiraal de R u yteii ook in diens nakomelingschap bewaard bleef, is zeker de aangewezen persoon voor deze plechtigheid.
En dat te meer, omdat wij iu zijne echtgenoote begroeten de kleindochter van den hier eertijds zoo geachten Luitenant-Admiraal O W. Gobius, die destijds den eersten steen legde en welke ons welwillend de toenmaals gebruikte troffel en kalkbak ten gebruike afstond. Daardoor wordt zeker hulde gebracht aan dien steenlegger en eveneens aan de commissie, die hem destijds dat gereedschap vereerde.
Hooggeachte heer de Ruïter de Wildï!
Het oogenblik is thans gekomen om tot de plechtigheid zelve over te gaan. Het is ons eene groote eer, dat U zich daartoe bereid heeft willen verklaren en het zal U, naar ik hoop, goed doen uit de algemeene belangstelling, hedenquot; avond hier betoond, te zien, dat de daden van uw grooten voorvader nog steeds onverflauwd blijven voortleven en dat het doel der verplaatsing van het beeld enkel en alleen is voortgekomen uit
25
het streven om hulde te brengen aan de nagedachtenis van M. Az. de Ru y ter.
Mag ik n thans uitnoodigen den eersten steen te leggen en wel na ter linkerzijde te hebben geplaatst den in de oude fundeering teruggevonden steen, in 1840 gelegd, die als blijvende herinnering ook aan het nieuwe voetstuk steun zal geven, en daarna den steen, waarop uwe initialen met den datum van heden zijn vermeld, ter rechterzijde, zoodat beide steenen in volgende jaren nog het zichtbaar bewijs zullen zijn van het verrichte op dezen dag.
Onder het voetstuk zelve zal met het teruggevonden procesverbaal der eerste-steenlegging in 1840 iu dezelfde looden doos worden geplaatst een proces-verbaal van de steenlegging van heden door TJ en het tegenwoordig Bestuur onderteek end.quot;
Bij het einde dezer toespraak klonken fanfaren en was het oogenblik aangebroken, waarop de heer de Rtiyteb de Wildt den eersten steen voor het voetstuk zou leggen. Plechtig klonk hierop het \'/Wilhelmus van Nassauen,quot; naar de oude toonzetting. Het voerde de aanwezigen terug naar den tijd, toen ook de Zeeuwen voor de vrijheid des lands bloed en goed over hadden, naar den tijd, toen een nazaat van die helden voor de bedreigde vrijheid der Zeven Provinciën met machtige vijanden worstelde en in den strijd onvergetelijke lauweren behaalde.
Nadat de heer de Etjyter de Wildt aan de ver-eerende opdracht gevolg gegeven had, nam de heer T u t e i n N o ij t n e n i u s weder het woord en zeide:
//Mij rest thans nog namens het Bestuur een woord van har-telijken dank aan U te brengen voor het daar even verrichte. Moge het U gegeven zijn nog recht vele jaren met genoegen aan dezen avond terug te deuken en de overtuiging met U te nemen, dat onze groote Admiraal M. Az. de Euytee nog
steeds in onze harten voorleeft en in zijne geboorteplaats Vlis-singen niet vergeten wordt.
Namens liet Bestuur bied ik ü voorts dezen gedenkpenning aan en verzoek ik U beleefd deze mede als eene blijvende herinnering aan dezen dag te willen aanvaarden. 1)
Ook aan U, hooggeachte Mevrouw de Ruytee de Wildt, een woord van liartelijken dank voor Uwe tegenwoordigheid alhier, alsmede voor de bereidwilligheid, waarmede U ons de gebruikte gereedschappen wilde afstaan, die wij U spoedig hopen terug te geven, nadat op den troffel van liet feit van heden melding zal gemaakt zijn.
Wij hopen, dat U nog vele jaren met Uwen echtgenoot zult samen zijn en bij het aanschouwen van het gereedschap, eertijds door Uwen waardigen grootvader en thans door Uwen echtgenoot gebruikt tot hulde aan de Ruyteu, nog mee-nigmaal met genoegen zult terugdenken.
Een woord van dank verder aan U allen, zoo burgerlijke als militaire autoriteiten van zee- en landmacht en verdere ge-noodigden, yoor Uwe tegenwoordigheid alhier. Het bestuur van het Departement ziet daarin een bewijs van instemming met het verrichte op dezen dag.
Een woord van dank voorts aan de heeren Commandanten van Schutterij, Zee- en Landmacht, die door het zenden van detachementen aan de plechtigheid luister bijgezet en eer bewezen hebben.
Een woord van dank aan U allen, besturen en leden van corporatiën, die zoo bereidwillig gehoor gaaft aan onze uitnoo-diging om alhier tegenwoordig te zijn, dank aan het muziekgezelschap //Ons Genoegenquot; voor de Yaderlandsche tonen ten gehoore gebracht en zeker niet het minst ook onzen dank aan de heeren, die zich zoo welwillend belast hebben met het samenstellen en regelen van den stoet.
\') Deze zilveren medaille, vervaardigd in de bekende fabriek der heeren J. M. van Kempen amp; Zoon, vertoont aan de eene zijde een afdruk van het standbeeld en relief en aan de keerzijde de opdracht.
27
En wanneer dan in de volgende maand het standbeeld van de R li yteii opnieuw zal onthuld worden , en aan Vlissingen de groote eer bewezen wordt dat HH. MM. onze geëerbiedigde Koninginnen daarbij tegenwoordig zullen zijn, dan wordt daardoor zeker de schoonste hulde gebracht aan den Vlissingschen touwslagersjongen, later onzen grootsten zeeheld, en zullen onze harten dan zeker van vreugde kloppen bij dat hooge bewijs van belangstelling van onze geliefde Yorstinnen , gebracht aan de nagedachtenis van een man, wiens ware grootheid en heldendeugd ten allen tijde zal voortleven en op wien zeker de stad Vlissingen in de eerste plaats trotsch mag zijn.
Ik weet deze plechtigheid niet beter te eindigen dan met een driewerf hoera! voor onze Koninginnen.quot;
Deze toespraak werd door de aanwezigen luide toegejuicht.
Vau de plechtigheid werd opgemaakt het volgende //PROCES-VERBAAL.
Op heden den 10 Juli 1894 heeft het Bestuur van het Departement Vlissingen der Maatschappij //Tot Nut van \'t Algemeen alsmede de Permanente Commissie voor de instandhouding van het standbeeld van M. Az. de Ruyter, bestaande uit de heeren:
H. P. J. Tutein Nolthenius, Voorzitter, ^
§ Dr. J. Hazenberg, quot;S
c °
•s ThvanUijePietebse, lt;;
.«2 p
gt;Jos. van Raalte, b
a 0
g A. D. Brinkeuink , «
g Mr, F. N. tan der Bilt, c
0-4 ^
C. A. Kalbfleisch, Penningmeester, h
A. L. A. van Unen, Secretaris 1). ?
als belast met de verplaatsing van het op 25 Augustus 1841
1
) Het Bestuur van het Departement bestaat voor 1894 uit de heeren H. P. J. Tutein Nolthenius, Voorzitter, Dr. J. Hazenberg, Th.
28
binnen deze gemeente onthulde standbeeld van Neerlands grootsten zeeheld
MICHIEL ADEIAANSZOON DE EUYTER,
waartoe besloten werd in de algeineene vergadering van bovengenoemd Departement, geliouden den 15 Februari 1892,
zullende overgaan tot liet leggen van den eersten steen aan liet voetstuk van dat monument,
zich tot dat einde op de Rotonde van den Noordzeeboulevard vereenigd en is daarop die plechtigheid verricht door den Hoog EdelGestrengen heer
Jan Coeneaad de Rüyter de Wildt, Kapitein-ter-zee , ridder der Militaire Willemsorde ée klasse en van den Nederlandschen Leeuw , Inspecteur van het Neder-landsch Loodswezen in het 6e district te Vlissingen , naamvoe-renden afstammeling van den Luitenant-Admiraal-Generaal en echtgenoot van Cornelia Makia Gobius, kleindochter van wij len den Luitenant-Admiraal O t ï o Willem Gobius, den legger van den eersten steen van het fundament op 29 April 1840.
De eerste steen, die destijds werd gebruikt en waarop de letters O. W. G. 18 \'39/4 40 voorkomen, is thans aan de linkerzijde van het voorfront geplaatst, terwijl eene tweede gelijksoortige steen met de letters J. C. d. R. d. W. 18 10/7 94 gelegd is ter rechterzijde met denzelfden troffel, toenmaals gebruikt en is daarop het feit der verplaatsing gegraveerd.
Het standbeeld wordt verplaatst door de Koninklijke Maatschappij //De Schelde,quot; scheepsbouw- en werktuigenfabriek te Vlissingen, terwijl de fundeering gelegd is door den heer
van U ij e pleterse, A. D. brinkerink, Mr. F. N. van der Bilt, C. A. Kalbfleisch, Penningmeester en A. L. A. van Unen, Secretaris, terwijl de Permanente Commissie voor het Standbeeld gevormd wordt door de heeren H. P. J. Tütein Nolthenius, Voorzitter, Jos. van Raalte en Mr. F. N. van der Bilt, Secretaris-Penningmeester.
29
F. N. de Rooi.t, aannemer alhier, alles onder oppertoezicht van den heer J. H. Haute, Gemeente-bouwmeester.
De kosten der verplaatsing worden bestreden uit het fonds tot onderhoud van het standbeeld, in 1848 bij de eindrekening f 1616,99 en thans ongeveer f 6000 bedragende.
quot;Van al hetwelk door het voorschreven Bestuur en de Commissie is opgemaakt dit proces-verbaal bij vijf eensluidende, alle door haar met en benevens den HoogEdel Gestrengen heer J. C, de Ruyter de Wildt voornoemd onderteekend, waarvan één exemplaar op perkament geschreven met het in 1840 opgemaakte proces-verbaal der eerste steenlegging zal geplaatst worden in dezelfde looden doos onder het voetstuk, — één exemplaar eveneens op perkament geschreven aan den heer J. C. de Ruyteti de Wildt zal aangeboden worden, terwijl de overige zullen gedeponeerd worden in de archieven der Provincie Zeeland, der Gemeente Vlissingen en van het Departement Vlissingen der Maatschappij //Tot Nut van \'t Algemeen,quot; om te strekken tot een blijvend aandenken en tot staving van het verrichte op dezen dag.quot;11)
Volgen de handteeheningen.
Na afloop der plechtigheid richtten de deelnemers aan den
\') De beide processen-verbaal op perkament zijn in keurige pentee-kening vervaardigd door den heer H. P. J. Tutein Nolthenius Burgemeester van Vlissingen, tevens Voorzitter van het Nutsdepartement.
De processen-verbaal van de eerste-steenleggingen van 1840 en 1894 werden op Maandag 30 Juli in eene nieuwe looden doos onder het voetstuk van het standbeeld nedergelegd in tegenwoordigheid van de heeren H. P. J. Tutein Nolthenius, J. C. de Ruyter de Wildt, C. A. Kalbfleisch en den Gemeente-bouwmeester, den heer J. H. Harte.
Twee dagen later, I Augustus, werd het standbeeld met goed gevolg op zijn voetstuk geplaatst, in bijzijn van de heeren H. P. J. Tutein Nolthenius, Jos. van Raalte, Directeur, J.Jansen, Ingenieur en L. Leeuwenburg, Baas van den Scheepsbouw van de Maatschappij »de Schelde.quot; Eene groote menigte toeschouwers was bij deze herplaatsing tegenwoordig.
30
stoet hunne sclireden naar het Grand Hotel des Bains, waar allen, die bij de plechtigheid tegenwoordig waren geweest, door den heer M e u e u, den exploitant van dat hotel, uitgenoo-digd waren een concert bij te wonen, waarop vaderlandsche liederen zouden uitgevoerd worden.
Hier werden een paar aangename uren doorgebracht en met genoegen en geestdrift geluisterd naar de uitvoering van de kapel //Die Wiener Schwalben,\'quot; welke behalve hare gewone nommers, op uitstekende wijze eene reeks van liederen ten beste gaf. De volksliederen //Wien Neerlands bloedquot; en het //Wilhelmus\'\'\'\' werden door het publiek staande aangehoord en met opgewektheid medegezongen.
De leden van //Ons Genoegenquot; hadden eene zware taak te vervullen, doch zij hebben zich daarvan uitmuntend gekweten.
V.
TOEBEREIDSELEN VOOR DE ONTVANGST VAN HH. MM. TE MIDDELBURG.
Nadat gedurende eenige dagen door de dagbladen berichten waren verspreid omtrent een aanstaand bezoek van de Koninginnen aan Walcheren , kon de Middelburgsche courant in haar nummer van Maandag 9 Juli de uit zeer vertrouwbare bron geputte mededeeling doen , dat H. M. de Koningin-Regentes zich voorstelde met H. M. de Koningin tusschen 20 en 30 Augustus een drie- of vierdaagsch bezoek aan de provincie Zeeland te brengen.
Zonder dit te weten kon ieder, die na dien dag het Abdij plein betrad, opmerken, dat er iets bijzonders op til was, daar er een veel grooter aantal werklieden dan gewoonlijk bezig was, om de restauratie van de verschillende gebouwen met .kracht voort te zetten, opdat de Vorstinnen, wanneer Zij uit Haar paleis den blik op de omgeving richtten , daarvan eenen aangenamen indruk zouden ontvangen.
De vreemdeling , die voor een tiental jaren aan Middelburg
31
een bezoek had gebracht en de gebouwen, die het plein omgeven , met aandacht had beschouwd , zou thans, daar wederkomende , eene groote verandering waarnemen. Niet alleen, omdat de aangebouwde lage gedeelten, die aan de Noord-Westzijde tegen de groote gebouwen stonden, verdwenen zijn, waardoor deze een veel dieperen en grootschen indruk maken; maar ook de eeuwenheugende bouwwerken zijn in de laatste jaren als het ware verjongd, door hun, voor zoover kan nagespeurd worden , weder den oorspronkelijken bouwstijl terug te geven.
Volgens de plannen en onder leiding van den Bouwkundige over de gebouwen, den heer J. A. F re de riks, zijn de muren geheel van de kalk- en verflagen, waar die zich bevonden, ontdaan en overal met steen van dezelfde soort en kleur bijgewerkt. De in latere tijden aangebrachte houten ramen met groote ruiten werden vervangen door steenen kruiskozijnen , waarin kleine in lood gevatte ruitjes werden gezet en welke aan het onderste gedeelte voorzien werden van luiken, die , op de wijze van de aan het stadhuis aanwezige, in de rijkskleuren (geel en blauw) geschilderd werden met een cirkel van dezelfde tinten (kleur op kleur) in het midden.
Op de daken van de Noordelijke en Noord-Westelijke gebouwen werden , zoowel aan de zijde van de Abdij als aan die van de Balans en de Korte Burg, de groote dakvensters door een dubbele rij kleinere vervangen , waarvan de luikjes eveneens met de genoemde kleuren prijken. Ook de luikjes in de drie torens , die zich tegen die gebouwen bevinden, werden vernieuwd en van dezelfde kleuren voorzien.
Ue drie houten dakvensters van het gebouw, waarin de bureaux der Provinciale griffie gevestigd zijn, werden door zandsteenen vervangen, geheel in den stijl van dat oude bouwwerk.
De traptoren tegen liet gebouw , waarin zich de beide vergaderzalen bevinden, en de toren, die boven zijn ingang met het wapen van de Provincie en het opschrift //Rekenkamer van Zeelandt,quot; beide in wit marmer, versierd is, werden evenals
32
de muren fier gebouwen van top tot teen , steen voor steen , nagezien en hersteld, terwijl de venstertjes tot hun oor-spronkelijken vorm teruggebracht werden.
Ook de poorten , die tot het plein toegang geven , werden niet vergeten. De dubbele poort aan de zijde van de Balans, waarvan de bodem in vroeger jaren ongeveer een meter was opgehoogd , werd geheel ontgraven en in haar vroegeren toestand hersteld. De kleine poort, reeds sedert drie eeuwen door metselwerk afgesloten, diende indertijd tot wachtlokaal. Zij werd opengemaakt en daardoor is zonder twijfel, zoowel uit het oogpunt van smaak als voor de veiligheid , eene belangrijke verbetering verkregen.
In de poort, waardoor men van de Korte Burg de Abdij kan binnentreden, werden aan weerszijden de schuine wangen verwijderd, en in de plaats daarvan eene borstwering van groote moppen aangebracht; aan de poort zelf werden de noodige herstellingen verricht.
Het boven deze poort aan de Abdij zij de prijkende wapen der Provincie werd opnieuw in kleuren en goud geschilderd.
De poort onder het zoogenaamde //Kapelletje,quot; die de Abdij met het Muntplein verbindt, was reeds voor enkele jaren met hare nette gewelfjes geheel in haren ouden toestand teruggebracht.
De poort aan de Zuidzijde , waardoor men van het Koorkerkhof binnenkomt, was aan de zijde van de Abdij van de verflaag ontdaan en zooveel noodig gerestaureerd. Ook de kleuren en het goud van het wapen der Provincie, dat zich aan de Abdijzijde boven deze poort bevindt, werden vernieuwd.
Wat de bezoeker van het plein niet kan zien, maar toch dient vermeld te worden, is het reeds bovengenoemde //Kapelletje ,quot; waarin het hoog gewelf met zijne prachtige bogen geheel in den ouden toestand hersteld is en van de oorspronkelijke kleuren, donker rood met vergulde ribben, voorzien. Ook zijn voor hem niet zichtbaar de zeldzame oude gewelven en pilaren in den kelder onder de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten , welke eveneens geheel zijn gerestaureerd. Deze kei-
33
ders (ook onder de groote Statenzaal bevinden zich dergelijke gewelven) zijn de oudste thans nog in de Abdij bestaande bouwwerken en dagteekenen uit de 13e eeuw.
Enkele dagen voor de aankomst der Koninginnen werd liet oude eenvoudige bord, dat den ingang van het Provinciaal Archief en de Bibliotheek aanwees, vervangen door een nieuw bord, waarop met gouden letters van fraaien gothischen vorm op zwarten grond de namen van die verzamelingen vermeld zijn.
Het verhoogd terrein voor de lokalen van het Oud-archief, dat tot dusver met slechts enkele heesters was beplant, werd door een net hekwerk omgeven en herschapen in een\' prach-tigen bloementuin, waarin ook kostbare sierplanten in bakken geplaatst werden.
In den hoek, waar het \'/Kapelletjequot; aan de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten aansluit , was een fameuze denneboom geplant, omgeven door een keur van sierplanten.
Aan de rijksgebouwen was verder geen versiering aangebracht , zoodat men de verschillende bouwstijlen volledig kon beschouwen. Des avonds zouden ze alle, alleen het paleis uitgezonderd, langs de lijnen der ramen en dakgoten en langs de verschillende bogen der poorten , met lampions verlicht worden.
Ook de particulieren, die aan het plein gebouwen in eigendom hebben, hadden tot de versiering medegewerkt.
Het Bestuur van den polder Walcheren had aan zijn gebouw een gekroonde W doen aanbrengen om die des avonds met lampions te doen verlichten.
Mej. de wed. Schlüteii had op de marquise voor den ingang van haar hotel //de Abdijquot; eene fraaie versiering doen aanbrengen door haar met een keur van bloemen en planten te tooien en voor de illuminatie eveneens een gekroonde W.
Ook de heer M. T. de Groot had zorg gedragen dat het terrein voor het Notarishuis er net uitzag. Met vlaggen omgeven was daarop een plantentuin aangelegd, waarin een groot aantal fraaie bloemen prijkten, terwijl een en ander des avonds zou verlicht worden.
3
34.
Binnen het paleis werden verschillende vertrekken en salons vorstelijk ingericht om de Koninginnen waardig te kunnen huisvesten.
De voor HH. MM. bestemde slaapkamer was van meubels in den stijl Lode wijk XVI voorzien; op den vloer lag een echt Smyrna-tapijt, terwijl de ramen prijkten met zijden overgordijnen.
Tn de zitkamer van de Koningin, die met veel fraaier en tevens echte origineele meubelen en wandversieringen uit den tijd van den genoemden Franschen Koning gestoffeerd was, trof men mede eene verzameling kostbaar porselein aan in een prachtig bewerkt kastje.
De zitkamer van de Koningin-Eegentes was in empire-stijl behandeld en van daarbij passende meubels voorzien.
De kleedkamers van de Vorstinnen en de vertrekken , bestemd voor de leden van het gevolg, die mede in het paleis hun intrek zouden nemen, waren eenvoudig gemeubileerd.
Ook de benedensalons waren vorstelijk ingericht; dat, waarin de audiëntie zou plaats hebben, was met bloemen versierd, terwijl prachtige draperieën waren aangebracht; in het salon , dat voor eetzaal bestemd was, trof men behalve bloem- en plant-versieringen vier kostbare vergulde candelabres op voetstukken aan , en aan de wanden prachtige spiegels.
Tn de vestibule , waar fraaie meubels in renaissance-stijl waren geplaatst, zag men , evenals aan weerszijden binnen de marquise voor den ingang van het paleis, fraaie exemplaren van sierplanten; de toegang tot de trap was met kostbare draperieën met gouden franje behangen 1).
\') Onder het oppertoezicht van den bovengenoemden Architect, den heer Fr ede riks, werd de decoratie en meubileering uitgevoerd door den heer B. Neei,meijer te Middelburg; alleen de slaapkamer der Koninginnen werd ingericht door de firma Mutters amp; Zoon te \'s-Gravenhage; de heer W. IIeij 110er te Middelburg schilderde de plafonds en aan de firma Sa cher amp; C0. te Amsterdam was het aanbrengen van de versieringen met planten en bloemen opgedragen.
85
Nauwelijks was het heugelijk nieuws van de komst van HH. MM. in ZeelancTs oude hoofdplaats vernomen, of in vele gedeelten der stad kwam de vraag ter sprake op welke wijze men aan de verschillende pleinen , kaaien en straten een feestelijk aanzien zou geven om aan de Koninginnen te toonen, dat Haar bezoek door de ingezetenen op hoogen prijs gesteld werd.
In den avond van Maandag 9 Juli vergaderden reeds de bewoners van de Lange- en Kortedelft om daaromtrent van gedachten te wisselen en achtereenvolgens hielden de bewoners van een of meer straten samenkomsten ten einde te overleggen om voor gemeenschappelijke rekening versieringen te doen aanbrengen, en de buurtgenooten aan te wijzen, die voor de uitvoering van de plannen zouden zorg dragen
Ook door het Gemeentebestuur werden maatregelen beraamd om de Vorstinnen op waardige wijze te ontvangen In de zitting van den Gemeenteraad van Woensdag 11 Juli deelde de Burgemeester mede, dat hij van den Heer Commissaris der Koningin bericht van liet aanstaande bezoek van HH. MM. ontvangen had en stelde tevens de leden in kennis met de naar aanleiding daarvan door Burgemeester en Wethouders voorloopig ontworpen plannen.
In de Stationsstraat zou nabij de Kanaalbrug eene eerepoort opgericht worden , welke door versieringen in verbinding zou gebracht worden met eene bij de Koningsbrug aan te brengen baldakijn. Verder zouden eerepoorten geplaatst worden dwars over den Dam, op de Markt bij den ingang van de Langedelft en op het Hofplein. Ook was hun plan het Stadhuis op de gewone wijze met lampions te illumineeren en om gas-illumi-naties te doen opstellen aan de Stationsstraat, op den Dam en op het Molenwater.
Tevens waren zij voornemens om prijzen en premiën uit te loven voor de straten die het mooist versierd zouden zijn, waarbij rekening moest gehouden worden met de draagkracht der bewoners. Voor de uitvoering van dit plan zou de Vereening Uit het Volk — Voor het Volk uitgenoodigd worden hulp en steun
36
te verleenen. Ook zouden aan buurten, die uit eigen middelen geen versiering konden aanbrengen subsidiën verleend worden. Ten aanzien van liet versieren der pleinen zou met de bewoners daarvan in overleg getreden worden. Bij een mogelijk bezoek aan het Stadhuis zou dit van binnen versiering behoeven.
Verder bestond het voornemen om aan HH. MM. een diner ten Stadhuize aan te bieden.
Voor een en ander werd door den Gemeenteraad aan het Dagelij ksch Bestuur crediet verleend , voor welk besluit de Voorzitter aan de leden dank betuigde en daarbij tevens de hoop uitsprak, dat de plannen , die ïot uitvoering zouden komen , naar wensch mochten slagen.
Aan het slot van de zitting van den Gemeenteraad van 25 Juli werd door den Burgemeester te kennen gegeven, dat de in de vorige vergadering medegedeelde voorloopige plannen van liet Dagelijksch Bestuur eenige wijzigingen hadden ondergaan: de eerepoorten op de Markt bij den ingang van de Langedelft en op den Dam zouden achterwege blijven ; op de Balans zou eene fontein gemaakt worden, vooral omdat de daarvoor genomen proeven geslaagd waren.
Tijdens de zomervergadering van de Provinciale Staten was de wensch geuit, dat die vergadering hare belangstelling zou doen blijken, wanneer HH. MM. het voorgenomen bezoek aan de Provincie zouden brengen. Toen zekerheid verkregen was, dat dit bezoek zou plaats hebben werd door Gedeputeerde Staten overwogen op welke wijze de Staten hunne ingenomenheid daarmede zouden betoonen. Daar slechts een gedeelte van de Provincie zou bezocht worden , kwam het hun voor, dat liet aanbieden van een diner aan de Koninginnen daartoe de meest geschikte vorm was; het zou HH. MM. wellicht\'niet ongevallig zijn op die wijze met de vertegenwoordigers uit de verschillende deelen van het gewest kennis te maken.
De Leden der Provinciale Staten betuigden hunne instemming met dit voorstel en door hunne Gedeputeerden werden
37
de noodige maatregelen genomen tot uitvoering van het plan.
Op initiatief van den Burgemeester van Middelburg kwamen eenige heeren bijeen en werd besloten, om evenals bij vroegere Koninklijke bezoeken was geschied, eene wacht te vormen om HH. MM. bij Hare rijtoeren op het gebied der gemeente Middelburg tot eeregelcide te strekken. Dit denkbeeld vond bij velen bijval, zoodat zich binnen enkele dagen eene eere-wacht had gevormd van drie en twintig leden.
Door den Burgemeester van Middelburg werd de Heer Jhr. M. W. de Jonge van E li e me et uitgenoodigcl als (Jommandant der eerewacht op te treden, terwijl door dien Commandant als Onder-commandanten werden aangewezen , de heeren W. H. de Buuijn van Melis- en Mautekerke en Mr. F. J. Sprengeb.
Het door de heeren te dragen costuum werd aldus vastgesteld : hooge hoed, zwarte rok en vest, witte das , witte rij -broek, rijlaarzen, witte castoren handschoenen en over den rok eene sjerp van witte zijde met oranje afgezet, voorzien van eene kokarde van dezelfde kleuren en van oranje-zijden franjes. Tot onderscheidingsteeken was de sjerp van den Commandant met gouden galon afgezet en van gouden franjes voorzien; evenzoo de sjerpen van de Onder-commandanten, doch deze ter halve breedte van het galon en ter halve dikte der franjes.
Het harnachement was van licht bruin leder, het frondeel omkleed met oranjelint, terwijl op de hoeken van de donker blauwe vilten schabrakken was aangebracht een schild van donker rood laken, waarop een burcht (het stadswapen) van gele zijde gestikt.
Spoedig namen de oefeningen een aanvang onder leiding van den stads-pikeur, den Heer J. M. Urchard, terwijl gedurende de laatste dagen voor de komst der Koninginnen de eerewacht zich op liet Molenwater oefende onder leiding van den Commandant 1).
1
) Eigenaardig mag genoemd worden de proefrit, welke door de eerewacht in den namiddag van Zaterdag 18 Augustus werd gedaan. Ten eiude
38
Op initiatief van Mevrouw Speenger geb. Buteux vereenigden eenige dames zicli om aan de eerewaclit een vaandel aan te bieden, waarom zij, die de Vorstinnen zouden geleiden, zich konden scharen.
Ook dit plan kwam tot uitvoering. Maandag 30 Augustus des middags tegen 3 uur verzamelden zich de leden van de eerewacht in kostuum op het Molenwater en stelden zich op tegenover den schouwburg. De dames, die het vaandel aanboden , waren in eene der zalen van dat gebouw samengekomen.
Nadat de dames zich met het vaandel naar buiten begeven haddeu, nam Mevrouw Sprengeu geb. Buteux het woord en zeide het volgende;
//Mijnheer de Commandant! Het zal wel niemand verwonderen , dat eene eerewacht, gereed om HH. MM. onze geëerbiedigde Koninginnen bij Haar hoog gewaardeerd bezoek aan dit gewest te begeleiden, bij allen de volste instemming vindt. Eenige belangstellende dames meenden dan ook u als stoffelijk blijk van hare hulde en sympathie dit vaandel te moeten aanbieden en verzochten mij het te willen uitreiken. Gaarne voldoe ik aan dit verlangen, daar ik overtuigd ben , dat het door uwe eerewacht op waardige wijze zal worden omhoog gehouden tot eer van Neerlands jonge Koningin.
Zij het tevens het bewijs van de verknochtheid der geefsters aan ons geliefd vorstenhuis.,\'\'
Na overreiking van liet vaandel, dat door den Heer de Jonge van Ellemeet in ontvangst werd genomen, be-
zich een zoo nauwkeurig mogelijk denkbeeld te kunnen vormen van hetgeen in werkelijkheid zou geschieden, had men eenige verpleegden uit het Oude mannen- en vrouwenhuis en het Gasthuis in twee open landauers doen plaats nemen, welke rijtuigen dat van HH. MM. moesten vervangen. \'Deze rijtuigen werden door de eerewacht aan het station afgehaald en vervolgens met een omweg door de stad eerst naar het Oudemannen- en vrouwenhuis en daarna naar het Gasthuis begeleid, alsof inderdaad de Vorstinnen daarin gezeten waren, terwijl alle daartoe behoorende vormen in acht genomen werden.
39
tuigde deze, namens de eerewacht, daarvoor hartelijk dank aan de schenksters en verklaarde dat de eerewacht het prachtige geschenk op hoogen prijs stelde en de goede gedachte der geefsters ten hoogste waardeerde. Tevens gaf hij de verzekering, dat de eerewacht het vaandel hoog zou houden en dat zij de Koninginnen op eene waardige wijze hoopte te begeleiden
Daarop klonk het commando; \'/vaandelpeloton voor.quot; Nadat daaraan door dat peloton, — bestaande uit de heeren J. A. O. H. G. Mu ka mp ter rechter- en Mr. A. O. A. Jacobse Bou de wijnsf. ter linkerzijde van den vaandeldrager , — voldaan was, reikte de Commandant het vaandel over aan den Heer Mr. F. X. van der Bilt, die door hem was aangewezen het vaandel te dragen.
Nadat de eerewacht, eerst in stap en daarna in draf voor haar vaandel 1) gedefileerd had, deed zij met het pas ontvangen geschenk in haar midden nog eene rit door enkele straten om het daarna te brengen naar de woning in de Wagenaarstraat, waar de Commandant tijdelijk zijn verblijf gevestigd had.
In hetzelfde nummer van haar blad van 9 Juli, waarin werd medegedeeld dat de Koninginnen werkelijk zouden komen, deed de redactie van de Middelburgsche courant het idee aan
\') Dit vaandel, omzoomd met gouden franjes en van gouden kwasten voorzien, was vervaardigd van rood zijden fluweel, waarop in goud was geborduurd een burcht (het stadswapen), omringd door de woorden »Mid-delburgsche eerewacht 1894.quot; Aan den top van den stok was een vergulde lanspunt. Door het aanbrengen van eene lat in de daarvoor bestemde sleuf kon aan het vaandel ook de vierkante vorm van eene vlag gegeven worden,
Op den avond van den dag der uitreiking van het vaandel werd dooide eerewacht aan de schenksters en hare familiën een concert aangeboden in de sociëteit St. Joris , gevolgd door een bal. Bij die gelegenheid werd aan Mevrouw Sprenger geb. Buteux door den Commandant namens de eerewacht een prachtig bouquet aangeboden.
40
de hand om de Vorstinnen in de gelegenheid te stellen van nabij kennis te maken met de in vele opzichten verschillende, ja soms in het geheel niet op elkander gelijkende, kleederdrachten , waarmede sinds onheugelijke jaren, ofschoon door den loop der tijden in enkele onderdeelen gewijzigd, zich nog steeds vele vrouwen in verschillende streken van de Provincie tooien. Het kwam haar voor, dat het aardig zou zijn dit te doen door aan de jeugdige Koningin voor of in het paleis in de Abdij eene ovatie te laten brengen door meisjes van Haren leeftijd uit alle deelen der Provincie samengebracht en gekleed in haar fraaiste kostuum.
Kort daarna vormde zich te Middelburg, onder voorzitterschap van den Heer Mr. W. Polman Kruseman, eene Commissie om te trachten aan het aangegeven plan uitvoering te geven.
Deze Commissie, die de hoofdleiding op zich nam, noodigde onder uiteenzetting an hare plannen eenige der voornaamste inwoners van elk der verschillende deelen der Provincie uit, om ter bereiking van het doel, hunne medewerking te willen verleenen. Het plan werd van alle zijden toegejuicht en er vormden zich in Walcheren, Zuid-Beveland, Noord-Beveland, Schouwen en Duiveland , Tholen, het land van Cadzand, het land van Axel en het land van Hulst Sub-commissiën, die zich belastten met het inzamelen van gelden, het aanwijzen der meisjes en het nemen van de verder noodige maatregelen om het beoogde doel te bereiken.
De groote belangstelling en de uitgebreide deelneming, die de Sub-commissiën overal ondervonden 1), verschaften der Hoofdcommissie de voldoening en het genoegen, door de ruime bij-
\') De Heer A. Walraven te Nieuw- en St. Joosland, lid der Subcommissie voor Walcheren had op eene zeer eigenaardige wijze de inteeken-lijstea aan de ingezetenen doen aanbieden. ZEd. noodigde daartoe een achttal aardige boerinnetjes uit, die twee aan twee, ieder met een oranjestrik versierd en op haar Zondags gekleed, van deur tot deur aanklopten en
41
dragen in staat te zijn gesteld om hare plannen in allen deele te kunnen uitvoeren.
Verder werd het denkbeeld geopperd om aan de Koningin ter gedachtenis aan Haar eerste bezoek aan Middelburg een geschenk aan te bieden. Er vormde zich daartoe onder voorzitterschap van Jhr. Mr. A. van Reigeusbeug Veiisluijs eene Commissie, die op zich nam te trachten, dat plan tot uitvoering te brengen. Daartoe richtte zij eene uitnoodiging tot een aantal mannen van verschillenden rang en stand uit de verschillende stadswijken om met hen in den avond van Vrijdag 27 Juli in het Schuttershof aangaande liet opgeworpen denkbeeld van gedachten te wisselen.
Door bijna allen werd aan die uitnoodiging voldaan en velen namen tevens op zich om bij een grooter of kleiner aantal buurtgenooten de circulaire, — welke op dezelfde bijeenkomst vastgesteld werd, — te bezorgen en deze later op te halen.
Uit die circulaire bleek dat het voornemen was om aan H. M. de Koningin eene schilderij aan te bieden, en wel van het prachtige bouwwerk , waarop Middelburg zich kan beroemen, het Stadhuis. De bekende stedenschilder, de Heer J. C. K. Klinkenberg te VGravenhage had op zich genomen om die schilderij te vervaardigen, welke binuensrands bij 80 centimeter hoogte 60 centimeter breedte zou hebben.
De Oommissie gaf tevens haren wensch te kennen dat de deelneming zoo algemeen mogelijk zou zijn, dat de geringste
met uitstekend gevolg aldus de geheele 2emeente doorwandelden. De namen dezer goedwillige meisjes waren: Maatje Ja co ba Dinge-manse, Elizabeth van Waarde, Jannetje Kodde, Fran-cina Polderdijk, Neeltje Reijnoudt, Iza van Waarde, pleternella den hamer en AdRIANA B A a s.
Op verzoek van de Sub-commissie te Terneuzen hebben zich ook aldaar eenige jonge dames met het inzamelen van bijdragen belast, eveneens met een schitterenden uitslag.
42
gift evenzeer op prijs zou worden gesteld als de hoogste bijdrage . opdat liet in waarheid een geschenk der ingezetenen zou zijn.
In het geval, dat het totaal der bijdragen hooger zou zijn dan voor de schilderij en de noodzakelijke onkosten noodig was, zou het meerdere besteed worden ten bate van de armen van alle gezindten.
De Commissie en zij, die zich met liet inzamelen der bijdragen belast hadden, smaakten de voldoening, dat van de ingezamelde gelden ongeveer ƒ 1500 ten bate van hunne arme stadgenooten kon besteed worden.
Door de Vereeniging Uit het Volk — Voor het Volk 1) werd het plan opgevat aan de Vorstinnen eene ovatie te doen brengen en wel door de kinderen, die op hare volkszangschool onderwijs genieten in vereeniging met kinderen van alle openbare en bijzondere lagere scholen, eenige koren te doen voordragen uit de kindercantate Middel Adriaanszoon de Rui/ter, gecomponeerd door den Heer A. Lus en en gedicht door den Heer W. H. H as-se lb ach, beiden onderwijzers aan de Rijkskweekschool voor
Deze Vereeniging in 1865 onder den naam \'Sereeniging tot het regelen en bevorderen van volksvermaken opgericht, nam in 1868 de tegenwoordige benaming aan. Zij stelt zich ten doel: bij Middelburg\'s ingezetenen, voornamelijk bij den handwerksman en den dienstbaren stand, den smaak vooral wat schoon en edel is aan te wakkeren, en tracht dit doel te bereiken door muziek- en zanguitvoeringen, tentoonstellingen, kunstbeschouwingen, voorlezingen, onderwijs in den zang, bevordering van den bloemenkweek, wedstrijden, enz.
Sedert 1875 houdt zij telken jare hare »Floraliaquot; en eenige kunstbeschouwingen; sedert 1880 eene driejaarlijksche tentoonstelling van schilderijen van levende meesters, waaraan het Kunstmuseum zijn ontstaan te danken heeft; sedert 1882 doet zij op de stadsbolwerken eenige perken bloemen aanleggen en onderhouden; in 1883 werd door haar eene volkszangschool opgericht; in 1889 werd door haar de kinderspeeltuin geopend; in den zomer van laatstgenoemd jaar werd op haar initiatief eene zeer goed geslaagde tentoonstelling gehouden van Zeeuwsche nijverheid en van Kunst toegepast op Nijverheid, waaraan een wedstrijd voor den handwerksman verbonden was.
43
onderwijzers te Middelburg. Met de uitvoeringen van die cantate op 25 en 20 Apriï 1893 liad de Vereeniging een zeer groot succes gehad.
Door de kinderen der verscliillende scholen werden de gekozen fragmenten van de cantate onder leiding van hunne onderwijzers weder ingestudeerd, en op Maandag 20 Augustus werd des namiddags half drie in het Schuttershof, met begeleiding van de muziek der Schutterij, Kapelmeester de heer Jan Mouks, eene groote repetitie gehouden, die zeer goed slaagde. Wegens het regenachtige weder kon deze niet in den tuin geschieden, en had derhalve in de groote zaal plaats. Tegen een zeer laag gestelden entrée-prijs kon iedereen tot die repetitie toegang verkrijgen, van welke gelegenheid door zeer velen werd gebruik gemaakt.
Op initiatief van den Heer G. van dkr Bent vormde zich onder het voorzitterschap van den heer D. J. H. van Aken eene Commissie om tijdens het verblijf van HH. MM. eene //gondeltochtquot; te doen plaats hebben en een vuurwerk af te steken , waartoe het breede kanaal door Walcheren steeds eene zeer geschikte gelegenheid aanbiedt.
Door de bijdragen van vele ingezetenen en de welwillende medewerking zoo van autoriteiten, als van particulieren, die voor een dergelijken tocht geschikte schepen te hunner beschikking hadden, werd de commissie in staat gesteld haar plan tot uitvoering te brengen. Voor het houden van den tocht werd de avond van Vrijdag 24 Augustus aangewezen.
De Vereeniging tot bevordering van het vreemdelingenverkeer in Walcheren te Middelburg 1), haar doel getrouw, stelde zich
*) Deze in 1892 opgerichte Vereeniging heeft haar informatie-bureau gevestigd in het bekende antieke gebouwtje aan de Groote Markt. Dit werd door den Eere-voorzitter der Vereeniging, den Heer Mr. G. N. de Stoppelaar, aangekocht; nadat op diens kosten de voorgevel geheel
44
beschikbaar om aan de vreemden, die tijdens liet bezoek van HH. MM. te Middelburg aldaar wenschten te vertoeven , alle mogelijke inlichtingen te verschaffen.
Om dit zooveel mogelijk in alle opzichten te kunnen doen, verzocht zij in eene annonce de ingezetenen, die tijdens de feestdagen kamers voor dag of nacht, vensters enz. wilden verhuren , of zich beschikbaar stellen voor het houden van restauratie of open tafel, zich aan te melden aan haar bureau.
Verder heeft de Vereeniging op de drukste dagen een viertal gidsen, kenbaar aan een band rond hun pet, door de stad doen loopen om aan de vreemdelingen, die dit mochten verlangen , kosteloos alle mogelijke inlichtingen te verschaffen.
Onder dagteekening van 4 Augustus richtte de Heer Commissaris der Koningin tot Heeren Burgemeesters in de Provincie de volgende circulaire:
\'/Zooals U bekendis, hebben HH. MM. de Koningin en de Koningin-Regentes het voornemen in deze maand aan de provincie Zeeland een bezoek te brengen.
Voor de colleges en autoriteiten in Zeeland, die zulks mochten wenschen , zal er gelegenheid bestaan in het Gouver-nements-Hotel te Middelburg hunne opwachting bij H. M. de Koningin-Regentes te maken.
Ook aan bijzondere personen, in Zeeland woonachtig, die hunne belangen aan Hare Majesteit mochten wenschen voor te dragen, zal op dien dag zooveel mogelijk gehoor worden verleend.
Ik heb de eer U te verzoeken het bovenstaande ter kennis van belanghebbenden te brengen, en hun tevens mede te dee-
gerestaureerd en het inwendige vernieuwd was, werd het door hem aan de Vereeniging in bruikleen afgestaan.
Dat deze Vereeniging hare diensten aan vele vreemden , die Walcheren bezoeken, bewijst, blijkt uit haar verslag over 1893; in dat jaar toch werden aan 154 vreemdelingen ten behoeve van 300 personen kosteloos inlichtingen verstrekt.
45
len , dat allen , zoowel colleges en autoriteiten als bijzondere personen, die ter audientie wenschen toegelaten te worden, mij daarvan voor 14 Augustus a. s. beliooren kennis te geven.
Be Commissaris der Koningin , de BRAUW.quot;
Uit deze circulaire bleek, dat liet de wenscli van H, M. de Koningin-Eegentes was, om alle Zeeuwen, zoowel autoriteiten als particulieren , in de gelegenheid te stellen Haar hunne hulde te brengen of hunne bijzondere belangen aan Haar kenbaar te maken.
Enkele dagen later trof men in de Middelburgsche Courant de volgende mededeeling aan :
//Tijdens het verblijf van HH. MM, de Koninginnen in Zeeland zal door H. M. de Koningin-Regentes op een der avonden in het Gouvernementshotel een Kaant worden gegeven, waaide Zeeuwsche dames in de gelegenheid zullen worden gesteld aan H. M. de Koningin-Regentes te worden voorgesteld.
Zij, die van deze gelegenheid wenschen gebruik te maken, worden verzocht voor den 16den dezer haar voornemen schriftelijk mede te deelen aan Mevrouw de Bhauw te Middelburg.quot;
Door deze mededeeling werd bekend, dat H. M. de Koningin-Regentes er ook prijs op stelde om met de Zeeuwsche dames kennis te maken.
Terwijl al de bovenvermelde toebereidselen werden gemaakt, bleef men nog steeds in liet onzekere op welke dagen de plechtigheden en feestvieringen zouden plaats hebben, waaromtrent liet een en ander bekend was geworden. Wel had de Middelburgsche courant in haar nummer van Zaterdag 2] Juli medegedeeld , dat het bezoek der Koninginnen definitief was bepaald op Dinsdag 21 Augustus tot Zaterdag daaraanvolgende en in haar nummer van Dinsdag 24 Juli omtrent hetgeen zou geschieden tijdens dat bezoek verscheidene bijzonderheden bekend gemaakt, maar een officieel programma liet zich nog steeds wachten,
46
Eindelijk , in den namiddag van Donderdag 9 Augustus \'), kon genoemd dagblad in een buitengewoon nummer aan hare abonnés te Middelburg, Vlissingen en Goes doen toekomen liet volgende
PROGRAMMA.
Dinsdag 21 Augustus.
9.5 uur. Vertrek van het station Soest.
1-2.10 uur. Aankomst te Middelburg.
12.45 uur. Dejeuner in het Gouvernements-Hotel.
1.30 uur. Hulde aan Hare Majesteiten, te brengen door de schoolkinderen op het Abdijplein, onder leiding der ver-eeniging Vit liet Volk—Voor het Volk.
Voorstelling van meisjes in de verschillende kleederdrachten der Provincie.
2 30—4 uur. Audiëntie aan inwoners van Zeeland door Hare Majesteit de Koningin-Regentes te verleenen in het Gouver-nements-Hotel.
4—5.15 uur. Rijtoer door de stad en bezoek aan het Raadhuis.
6.30 uur. Diner in de Statenzaal der Abdij, aan Hare Majesteiten aangeboden door de Staten der Provincie Zeeland.
8.30 uur. Rijtoer door de stad. Bezichtiging der illuminatie.
Woensdag 22 Augustus.
9.45 uur. Rijtoer naar Veere.
10.30 uur. Aankomst te Veere. Bezoek aan het Raadhuis en aan de Groote Kerk.
11.— uur. Vertrek naar Domburg. Bezoek aan het Kasteel Westhove.
\') Eene toevallige overeenkomst van dagcijfers mag hier worden vermeld: Z. M. Koning Willem III kwam 21 Mei 1862 te Middelburg aan om een bezoek aan Zeeland te brengen en 9 Mei te voren werd het officieel programma publiek gemaakt.
47
12.45 uur. Aankomst te Domburg. Dejeuner in het Bad-Hotel.
2.15 uur. Vertrek naar Westkapelle en Middelburg.
5.— uur. Terugkeer te Middelburg.
6.30 uur. Diner in het Gouvernements-Hotel.
9.— uur. Eaout in het Gouvernements-Hotel.
Donderdag 23 Augustus.
10.30 uur. Vertrek per extra-trein naar Vlissingen.
10.38 uur. Aankomst te Vlissingen.
11—11.45 uur. Tocht per stoomboot van de,Maatschappij Zeeland.
12.15 uur. Dejeuner in het nieuwe Stationsgebouw, aan Hare Majesteiten aangeboden door den Gemeenteraad van Vlissingen , de Directie der Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Directie der Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, Koninklijke Nederlandsche Postvaart.
2.— uur. Inkomst in de stad per stoomboot.
2.15 uur. Bezoek aan het Raadhuis en de //De Ruyterquot; tentoonstelling.
3.— uur Her onthulling van het verplaatste standbeeld voor Michiel Adriaanszoon de Exjyteu.
4.— uur. Rijtoer door de stad en naar het Badhuis.
4.30 uur. Bezoek aan het Badhuis.
5.30 uur. Terugkomst te Middelburg.
6.30 uur. Diner in het Gouvernements-Hotel. H. M. de Koningin dineert afzonderlijk.
Vrijdag 24 Augustus.
10.— uur. Bezoek van H. M. de Koningin-Regentes aan het Gerechtsgebouw en het Gasthuis. Bezoek van Hare Majesteiten aan de Nieuwe Kerk en aan het Burgerweeshuis.
12.30 uur. Dejeuner in het Gouvernements-Hotel.
•I—4, uur. Bezoek aan het Oude mannen- en vrouwenhuis
48
en Armweeshuis Bezoek aan het Museum van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
6.30 uur. Diner in het Raadhuis , aan Hare Majesteiten aangeboden door den Gemeenteraad van Middelburg.
8.45—9.30 uur. Eijtoer en bezichtiging van den gondel-tocht.
Zaterdag 25 Augustus.
9.34 uur. Vertrek naar Soestdijk.
12.45 uur. Aankomst aan het station Soest.
Reeds verscheidene dagen voordat HH. MM. in Zeelands hoofdplaats Haar intocht zouden doen zag men achtereenvolgens in de verschillende buurten toebereidselen maken voor het aanbrengen van versieringen op de pleinen, de straten en de kaaien, ten einde aan de stad een feestelijk aanzien te geven en daardoor te toonen , dat de inwoners het bezoek der Vorstinnen op hoogen prijs stelden. Waggonladingen en scheeps-vrachten sparre- en denneboompjes en groen werden daartoe aangevoerd alsmede honderden sierplanten en duizenden planten in bloei. De timmerlieden, schilders, behangers, decorateurs, bloemisten enz. hadden het ongekend druk met het oprichten van eerepoorten , eerebogen en liet aanbrengen van versieringen, zoo van vlaggen als van groen en bloemen. Langzamerhand werd de geheele stad in feestdos gestoken, zooals wellicht vroeger nimmer geschied was.
De door den heer Nagtglas \') aangegeven wandeling door de stad als leiddraad nemende, en derhalve van de zijde van het Spoorwegstation over de Kanaalbrug binnenkomende werd het oog terstond getroffen door eene aan het .begin van
*) F. Nagtglas, Gids voor Middelburg en omstreken, derde druk, 1884. Dit boekje bevat een schat van historische bijzonderheden omtrent de openbare en vele particuliere gebouwen , de verschillende stichtingen , inrichtingen enz.
49
de Stationsstraat opgerichte monumentale eerepoort, beschilderd met eene aangenaam groene tint, versierd met vlaggen en groen en zoowel aan de stationszijde als aan de stadszijde prijkende met de wapens van Zeeland en Middelburg. Aan het andere einde van de straat bij de Koningsbrug was een baldakijn aangebracht van roode draperieën met gouden franjes. Deze beide versieringen waren aan weerszijden langs de straat verbonden door groene guirlandes, gehecht aan grootere en kleinere vlaggestokken en voorzien van een groot aantal vlaggen, wimpels en oriliammes. Verder waren de tegenover elkander staande groote vlaggestokken over de straat heen verbonden met koorden, waaraan eveneens verscheidene oriflammes van verschillende kleuren wapperden. Voor de illuminatie waren een groot aantal lampions aangebracht en daarenboven gekroonde naamcijfers van HH. MM. en wereldbollen voor gasverlichting. Ook bij den toegang tot de Koningsbrug waren twee groote gasilluminaties opgesteld, die de woorden; //Welkom in Middelburg1\' en //De Zeeuwen aan Oranje,quot; beide met lauwertakken omgeven , zouden doen schitteren.
Op den Korendijk waren guirlandes van groen aangebracht. De Nieuwepoort was met vlaggen , groen en bloemen versierd en voor de verlichting langs de hoofdlijnen van lampions voorzien. Deze poort doorgaande tusschen eene dubbele rij mast-boompjes trof men in de Eigenhaardstraat eene eigenaardige versiering aan; men had daar aan weerszijden van boom tot boom gebogen latten aangebracht en deze met groen, waartus-schen bloemen, omwonden, zoodat de straat als het ware met eene aaneengesloten reeks eerebogen getooid was.
Aan de huizen op de Loskaai waren geene versieringen aangebracht ; daarentegen had men langs de ramen, de toegangen, de dakgoten en langs andere lijnen verscheiden duizenden lampions doen bevestigen om tijdens den gondeltocht op Vrijdagavond ontstoken te worden.
Ook de Kinderdijk was met groene guirlandes versierd. De Spijkerbrug overgaande merkte men op, dat het in 1819 ter
4
50
herinnering aan het tot stand komen van eene nieuwe haven van Middelburg opgerichte monument langs zijne hoofdlijnen met lampions zou verlicht worden.
In de richting van de Dwarskaai gaande werd het oog ter rechterzijde getroffen door de boven de bateau-porte aangebrachte versiering, eene die men wellicht nog nergens heeft kunnen aanschouwen. Een der bewoners in de buurt, de heer J. J. L. Boüedrez, had het idee opgevat om aan die brug, welke den vorm van een schip heeft, de noodige getimmerten aan te brengen, waardoor zij den vorm zou krijgen van een antiek zeekasteel. Tot model werd door hem gekozen de kog of galjoot, die men op de plaat in de quot;Nieuwe Cronijk van Zeeland\'\' van Smallegange ; //Oud Middelburgh in den jaare 1100quot; op den voorgrond aantreft. Op den voorsteven en op het achterdek waren als het ware groote gebouwen opgetrokken en deze maakten , evenals de kolossale vlakke spiegel van het schip en de mast, een aardig effect. Het dek van de kog, die den naam droeg van //Luctor et Emergo werd voorgesteld door het dek van de bateau-porte, die zelf de romp van het schip vormde. Een en ander was zoodanig ingericht, dat de passage over de brug, zoowel voor voetgangers als rijtuigen geheel vrijbleef, en dat, zoo noodig, de bateau-porte voor liet in- en uitbrengen van schepen kon weggenomen worden. Ket getimmerte was met grijs doek bedekt, dat zoowel aan de buiten- als binnenzijde prijkte met de wapens van bijna alle provinciën, van Middelburg, van eenige oude Zeeuwsche familiën en van geslachten, waarvan een of meer leden hooge betrekkingen in de provincie bekleeden of bekleed hebben : Boddaert, Bokssele van Bkigdamme, de B11 auw, Büïeux, van Citïers, van Heemstra, de Jonge, van Lynden, Marnix, Schorer, Six, Sprenger, van Teïlingen. Verder waren aan de kog verscheidene vlaggen aangebracht en versieringen van groen, terwijl zij tevens met giorno\'s zou verlicht worden.
Op de Dwarskaai en Dam Noordzijde waren langs het droge
51
dok groene guirlandes, waaraan lampions hingen, aangebracht, en de palen , waaraan deze bevestigd waren, met wimpels en vlaggen getooid.
In het dok lag het stoomschip //Oenarangquot; van de Rotterdam-sche Lloyd, dat, evenals vroeger met een tweetal andere stoomers van die Maatschappij geschiedde, eene verlenging van ongeveer 8 meter moest ondergaan. De werkzaamheden aan het schip waren in zoover gevorderd, dat duidelijk zichtbaar was op welke wijze dergelijke verlenging door de Maatschappij //de Scheldequot; te Vlissingen wordt tot stand gebracht. Het achterschip was op den juisten afstand van het voorschip gebracht en die beide deelen, behalve door de nieuwe ribben en de verlengde kiel, aan weerszijden met eene rij rompplaten verbonden, zoodat men zich van het werk een goed denkbeeld kon vormen. Tijdens het verblijf der Koninginnen was het schip met een groot aantal vlaggen getooid.
Vanwege de gemeente waren aan de graanbeurs groene guirlandes en eenige vlaggen aangebracht, en was daarvoor eene gasilluminatie geplaatst, die de woorden //Aan de Koninginnenquot; zou doen schitteren.
Voor den ingang van de Kortedelffc was eene eereboog geplaatst, versierd met rood Üuweelen draperieën, vlaggen en groen. Tn deze straat en in de Langedelft waren door gemeenschappelijk overleg der bewoners prachtige versieringen aangebracht; aan weerszijden waren hooge palen opgericht , aan den top van wimpels voorzien , door groene guirlandes verbonden en met schilden, waarop de naamcijfers der Koninginnen, de wapens van stad en provincie enz., versierd; bovendien waren tusschen die palen over de straat heen eenige baldakijns aangebracht, die door hare heldere kleuren aan de beide straten een nog feestelijker aanzien gaven. Verder waren op verschillende afstanden piedestals geplaatst, zeer net als marmer geschilderd en eveneens prijkende met de zoo even genoemde wapens, alsmede met die van eenige oude Zeeuwsche familiën, terwijl bovenop sierlijke corbeilles geplaatst waren,
52
met een keur van levende planten en bloemen gevuld. Voor de illuminatie waren aan de guirlandes eenige honderden giorno\'s gehangen.
Uit de Langedelft de Markt betredende bemerkte men, dat aan het sieraad van dat plein, het Stadhuis, geene versieringen waren aangebracht, zoodat dit oude bouwwerk zich in al zijn pracht aan de Vorstinnen zou kunnen vertoonen. Tijdens de verlichting zou het evenwel op de gewone wijze, langs de lijnen der ramen, toegangen, enz. met lampions verlicht worden.
Op het midden van de Markt was vanwege de gemeente de muziektent geplaatst, die bij vroegere feestvieringen meermalen dienst bewezen had, en daaromheen zes en dertig candelabres, elk voorzien van vijf gaspitten met witte ballons, waardoor over het gcheele plein een zee van licht kon worden verspreid.
Aan de overzijde van de Markt waren tegenover het Stadhuis drie versieringen van groen en bloemen opgericht, aan elkander verbonden met eene dubbele reeks groene guirlandes, welke werden opgehouden door hooge palen, waaraan wimpels en wapenschilden bevestigd waren. Aan de guirlandes bevonden zich een aantal giorno\'s, terwijl de drie versieringen met lampions zouden worden verlicht. De middelste, tevens de grootste , was geheel uit hoogere en lagere groene en bontbladige heesters samengesteld, terwijl in het daarvoor aangelegde perk, door graszoden omringd, een aantal bloeiende planten waren geplaatst, in het midden waarvan het naamcijfer van de Koningin, geheel uit levende rozen bestaande, tusschen fijn groen prijkte. Tevens was achter dat perk een fonteintje aangebracht, dat met haar stralen de bloemen verfrischte De beide andere versieringen bestonden uit lagere heesters, uit het midden waarvan eene marmerkleurige kolom oprees, waarop corbeilles met een keur van levende bloemen waren geplaatst. Tusschen het groen was bij de versiering aan de zijde van de Langedelft het borstbeeld van de Koningin en bij die aan de zijde van de Gortstraat het borstbeeld van de Koningin-Regentes aangebracht,
terwijl aan den voet van beide mede een met graszoden omgeven bed vol bloeiende planten prijkte.
Eij den ingang van de Lange Noordstraat waren twee pyra-mides opgericht, versierd met vlaggentropeeën, groen en bloemen. Over de straat heen was voor de illuminatie een groot aantal lampions zigzagsgewijze aangebracht en voor de Iloomscli-Katliolieke kerk zouden de woorden; quot;Deo Eeginis Patriaequot; in gas schitteren. Nabij het Postkantoor was eene prachtige eerepoort geplaatst, versierd met donker roode draperieën, vlaggen , wimpels , schilden en bloemen. Aan het andere einde van de straat, bij het Hofplein, waren evenals bij de Markt, twee op dezelfde wijze versierde pyramides geplaatst.
Op het Hofplein was vanwege de gemeente nabij het Gerechtsgebouw eene kolossale eerepoort opgericht, voorzien van donker roode draperieën door embrasses opgehouden. Aan beide zijden van de poort bevonden zich nissen, waarin fraaie planten in sierlijke potten waren geplaatst. Aan de zijde van de Noordstraat was eene vlaggentropee aangebracht met het Rijkswapen , waaronder de daarbij behoorende spreuk //Je mainten-draiquot; en aan de andere zijde de woorden: //Heil den Koninginnen.quot;
De Wagenaarstraat was aan beide zijden met groene guirlandes versierd, bevestigd aan palen , waaraan vlaggentropeeën, schilden en wimpels; aan de, zijde van de Balans had men eene eereboog opgericht, eveneens van vlaggen en groen voorzien. Voor de illuminatie waren lampions aan de versieringen aangebracht.
Op de Balans komende werd het oog getroffen door eene van gemeentewege op het midden van dat plein gebouwde fontein, bestaande uit een van gewone steen gemetseld en met cement afgewerkt bassin van 11 meter middellijn, omgeven door eene strook gazon. In het midden verhief zich eene imitatierots, waarin verschillende soorten van waterplanten waren geplaatst. Voor het hek van het gebouw, dat vroeger voor waag werd gebruikt en waarin tegenwoordig nu en dan een
54
gedeelte van het garnizoen wordt gehuisvest, was eene eereboog van groen opgericht. De sociëteit St. Joris, waarvan de voorgevel in dit jaar geheel is gerestaureerd en thans weder prijkt met de wapens van stad en provincie en met het beeld van den schutspatroon op den top, was met vlaggen versierd. Uit de ramen van de bovenverdieping werden, op de wijze als in oude tijden bij groote feestelijkheden gewoonte was, roode draperieën met gouden franjes gehangen. Tijdens de illuminatie zouden, eveneens naar ouden trant, een aantal brandende kaarsen voor de ramen worden geplaatst. Voor de overige huizen rondom het plein waren palen geplaatst, getooid met vlaggen en wimpels en aan elkander met guirlandes van groen verbonden , waaraan voor de verlichting lampions hingen.
Aan de beide einden van de Bogardstraat waren eerebogen, versierd met groen en vlaggen opgericht, terwijl over de straat heen een aantal lampions waren opgehangen; ook de Blinden-hoek zou op dezelfde wijze geïllumineerd worden.
Zoowel op de Lange als de Korte Burg had men aan weerszijden booge palen opgericht, waaraan wimpels, schilden met de naamcijfers der Koninginnen en verscheidene wapens alsmede eene dubbele reeks elkander kruisende guirlandes van groen , waartusschen een groot aantal bloemen prijkten. Bij de Bogardstraat en bij de Markt waren booge eerepoorten geplaatst, versierd met vlaggen, wimpels , groen en bloemen, terwijl op de laatste bovendien het woord //Welkomquot; was aangebracht. Voor de verlichting waren zoowel de eerepoorten als de versieringen langs de straat van een groot aantal giorno\'s en lampions voorzien.
De Wal was versierd met palen , getooid met wimpels en aan elkander verbonden met guirlandes, terwijl aan de beide einden van de straat eene eereboog van groen prijkte. Dit was ook zoo in de Kapoenstraat waar men aan weerszijden mast-boompjes geplaatst had, waaraan guirlandes.
De in de Abdij aangebrachte versieringen en de verlichtingen, die aldaar zouden worden ontstoken zijn boven beschreven.
55
Tegen de oude t\'rijze Gistpoort waren, aan de zijde van de St. Pieterstraat, eenige guirlandes van groen, waartussclien bloemen opgehangen. Zoowel in de Lange en Korte St. Pie-terstraat als in de Lange Giststraat waren liooge palen opgericht , met wimpels aan den top, voorzien van schilden en verbonden door guirlandes. Voor de Hoogere Burgerschool was eene groote eereboog van groen opgericht; op de stoep waren een aantal planten en bloemen geplaatst, waartusschen de bustes \' van de Koninginnen ; de gevel zou met lampions verlicht worden.
Aan het einde van de Lange St. Pieterstraat aan de zijde van de Balans was eene groote eereboog opgericht, waaraan eene fameuze koninklijke kroon hing, welke evenals de boog voorde verlichting van een aantal lampions voorzien was.
Tn de Spanjaardstraat had men tusschen de huizen over de straat heen kruiselings een groot aantal guirlandes aangebracht, waaraan honderden giorno\'s hingen.
Op het kruispunt van de laatstgenoemde straat, de Koepoortstraat, de Lange Singelstraat en de Molstraat was eene kolossale versiering aangebracht in den vorm van een koepeldak, gedekt door eene groote kroon en gesteund door vier zuilen , alles behangen met donkerkleurige draperieën en voorzien van vlaggen en schilden. Het geheel zou met lampions verlicht worden.
De Koepoortstraat was versierd met guirlandes , voorzien van giorno\'s en gehecht aan palen, waaraan wimpels hingen en schilden aangebracht waren
Op het Molenwater waren een aantal gasilluminaties opgesteld. Yan den kant van de Molstraat komende vond men tegenover de huizen aan de oostzijde van dat plein, de Koepoort , den Schouwburg, de Gasfabriek en de huizen aan dc laan, die naar den ingang van den Kruidtuin voert, achter-» een volgens de namen : Willem de Zwijger, Vader des
Vaderlands, Prins Mauiiits, Predekik Henduik, Willem II, Willem [II, Jan Willem Fuiso, Willem IV, Willem V, Koning Willem I, Koning
56
Willem II, Koning Willem III. Voor het hek van den Kruidtuin prijkte; «Koningin Wilhelminaquot; en tegenover deu naam van den laatsten Koning; \'/Regentes Emma.quot; Tus-schen deze groote illuminaties bevonden zich nog een aantal gekroonde Ws, sterren en wereldbollen Op het midden van het plein , dat voor exercitieterrein wordt gebruikt, was bovendien eene groote illuminatie geplaatst in den vorm van eene fontein, uit honderden kleinere en een aantal grootere gasvlammen , voorzien van witte ballons , samengesteld. Rondom het perk met heesters, schuin tegenover het Burgerweeshuis, waren boogsgewijze gaspitten, eveneens met witte ballons, aangebracht, terwijl tegenover de- gasfabriek boven de hooge boomen eene groote ster zou schitteren. Aan die fabriek zag men een gekroonde W en E en een draaiende slang van gas. Boven de bestrating langs de huizen aan de oostzijde hingen een aantal lampions.
In de Ververij straat was aan den ingang bij het Molenwater eene eereboog, versierd met vlaggen, groen en bloemen opgericht. Aan weerszijden van die straat waren mastboompjes geplaatst , verbonden met guirlandes , waaraan giorno\'s.
Aan het einde van de Nieuwe Oosterstraat aan de zijde van het Molenwater zag men eene eereboog, getooid met groen , bloemen en vlaggen; bovendien waren in de straat, waarover guirlandes hingen, nog een tweetal eerebogen opgericht, op dezelfde wijze versierd en prijkende met de naamcijfers der Vorstinnen, wapenschilden en een portret van de Koningin.
In de Noordpoortstraat had men hooge palen opgericht, waaraan schilden met opschriften, vlaggen en wimpels en tevens van boven tot beneden met slingers van groen omwonden. Daartusschen bevonden zich nog een aantal kleinere palen , die onderling en met de groote door guirlandes verbonden waren, waaraan zich voor de verlichting een groot aantal giorno\'s bevonden.
Boven de Korte Noordstraat waren over de straat elkander kruisende gtdrlandes , alsmede kronen gehangen van groen,
57
waartusschen bloemen, en voor de illuminatie voorzien van giorno\'s en lampions.
Aan de Kazerne waren de deuren en ramen met groen, bloemen en lampions omgeven en bovendien een aantal vlaggen aangebracht, alsmede de beeltenissen van de Koningen Willem I, Willem IT en Willem T1T en bustes van de beide Koninginnen.
Zoowel op de Lange als op de Korte Heerengracbt waren tussclien de huizen en de aan de zijde van het water staande boomen over de bestrating heen eene menigte koorden gespannen , waaraan vlaggen van allerlei kleur en vorm hingen. Bovendien waren aan de einden van beide grachten groene eerebogen opgericht, terwijl voor het Oude mannen- en vrouwenhuis eene eerepoort prijkte. Op de Korte Heerengracht was vanwege de gemeente eene gasilluminatie aangebracht, die //Oranje bovenquot; zou doen schitteren , terwijl de St. Joris-brug geheel met lampions zou verlicht worden.
In de Volderijlaagte had men eene met groen, bloemen en vlaggen versierde eereboog geplaatst en aan weerszijden eene aan palen gehechte reeks guirlandes aangebracht. De Seisstraat en het Seisplein waren op dezelfde wijze versierd; ook daar zag men dergelijke eerebogen.
Bij de Seisbrug was aan den ingang van de Krommeweele eene eerepoort opgericht, waaraan draperieën van oranje en nationale vlaggen, de naamcijfers der Koninginnen en wapenschilden , terwijl bovenop de poort een beeld met een bazuin prijkte.
In de Krommeweele en op de Tlasmarkt had men over de straat guirlandes van groen waartusschen bloemen gehangen, voorzien van giorno\'s voor de verlichting. Bij de Markt was eene eerepoort opgericht, waarop: //Hulde aan Neerlands Koninginnenquot; en versierd met draperieën, groen en bloemen alsmede met de wapens van Middelburg, Walcheren en Zeeland, omgeven door vlaggentropeeën. Deze poort was voorzien van lampions en giorno\'s.
58
In de Baanstraat was eene eerepoort van groen en bloemen geplaatst, waaraan de beeltenissen van de Koninginnen prijkten en boven de boog een groote W. De poort zou geheel met giorno\'s en lampions verlicht worden.
Aan het Militair Hospitaal waren langs de lijnen van de dichtgemetselde ramen en toegang guirlandes en lampions aangebracht,
Boven de Zandstraat zag men een aantal guirlandes en vlaggen. Langs den Pottenbakkerssingel waren palen geplaatst, voorzien van wimpels en met guirlandes aan elkander verbonden.
In de Langeviele had men bij den ingang aan de zijde van de brug eene eerepoort opgericht; aan weerszijden daarvan waren hooge mastboomen geplaatst, terwijl op den boog het woord //Welkom,\'\' was aangebracht, alsmede eene groote kroon, waaronder de naamcijfers der Koninginnen op schilden. Bovendien trof men in de straat een vijftal eerebogen aan, versierd met groen, vlaggen en schilden. Zoowel aan de poort als aan de bogen waren voor de verlichting een aantal lampions en giorno\'s gehangen.
In de Lange Geere had men kruiselings over de straat guirlandes van groen waartusschen bloemen aangebracht.
Hetzelfde was geschied in de Korte Geere, waar het groen uit maagdepalm bestond ; bovendien waren aan de guirlandes groene kronen gehangen en aan de beide einden van de straat eerebogen opgericht, versierd met groen en bloemen en getooid met vlaggen en wimpels. Beide straten zouden met giorno\'s en lampions geïllumineerd worden. In de Beddewijkstraat trof men dezelfde versiering als in de Lange Geere aan.
Op de Pottenmarkt was aan die zijde van het driehoekig pleintje, waarop men van de Markt het volle gezicht heeft, eene groote versiering in den vorm van een altaar geplaatst s waarin tusschen een keur van bloemen eene buste van de Koningin prijkte en mede een fonteintje aangebracht was. Aan de boog zag men het naamcijfer van H, M, tusschen eene tropee van vlaggen, terwijl aan de kolommen schilden waren gehecht,
59
voorzien van de nationale kleuren en de woorden Heil, Vrede en Voorspoed. Deze versiering zou geheel met lampions verlicht worden.
Bij den ingang van de Korte Gortstraat aan de zijde van de Markt waren twee hooge palen geplaatst, waaraan vlaggen, wimpels en schilden, waarop aan de Koninginnen door de bewoners van de Korte en Lange Gortstraat een welkomstgroet gebracht werd. In deze straten had men aan weerszijden op verschillende afstanden van wimpels en schilden voorziene palen geplaatst, waartusschen denneboompjes; die palen en boompjes waren aan elkander verbonden door vlaggendraperieën, die opgehouden werden door oranjestrikken. Voor de illuminatie waren aan die draperieën een groot aantal giorno\'s gehangen.
In de Vlissingsehe straat had men over de straat heen guirlandes van groen met bloemen gehangen, waaraan lampions bevestigd waren.
De Gravenstraat was op dezelfde wijze versierd, terwijl aan de einden der straat eerebogen van groen waren opgericht, met bloemen en vlaggen getooid.
Aan de beide einden van de Zusterstraat waren eveneens dergelijke eerebogen geplaatst.
In de Hoogstraat, op de Nieuwe Haven en in de St. Janstraat zag men aan weerszijden mastboompjes, welke met guirlandes, waaraan giorno\'s en lampions, verbonden waren. In de laatstgenoemde straat was bovendien eene eerepoort van groen en bloemen opgericht, versierd met eene kroon en vlaggen.
Op de Turfkaai en de Houtkaai waren van boom tot boom guirlandes aangebracht. In de Heerenstraat en de Segeerstraat had men palen opgericht, waaraan wimpels en onderling verbonden met guirlandes. Bij den ingang van de laatstgenoemde straat bij de Koningsbrug stond eene eereboog met groen, bloemen en vlaggen versierd en rustende op twee piëdestals. Ook op de Londensche Kaai, de Bierkaai en de Rouaansche Kaai had men van boom tot boom guirlandes van groen, waartusschen bloemen gehangen, terwijl tusschen de boomen op
60
verschillende afstanden voor de verlichting sterren en ruiten van lampions opgesteld waren. Op de laatstgenoemde kaai was bij de Bellinkbrug eene fraaie eerepoort opgericht waaraan donker-roode draperieën met gouden franjes, koorden en kwasten en bovendien versierd met vlaggentropeeën , guirlandes en bloemen. Aan het andere einde van die kaai bij de Spijkerbrug waren twee piedestals geplaatst, waarop aan weerszijden de naamcijfers der Koninginnen en versierd met groen en vlaggen, terwijl bovenop groote vazen prijkten.
Bij den ingang van de Nieuwstraat aan de kaaizijde stond eene fameuze eerepoort met drie doorgangen , alle getooid met vlaggen, groen en bloemen, terwijl aan de middelste en grootste boog een kroon van groen en bloemen was gehangen. Tegenover deze poort was tusschen de boom en een schild geplaatst, een gezicht op Middelburg voorstellende,, waarboven de wapens van Nederland en Waldeck-Pyrmont. Ook aan het andere einde van de straat bij de Langedelft was eene eereboog van groen en met bloemen en vlaggen getooid, opgericht.
In de Bellinkstraat had men tusschen de huizen over de straat heen guirlandes van groen gehangen, waaraan lampions bevestigd waren voor de verlichting.
Aan weerszijden van de Nederstraat waren mastboompjes geplaatst aan elkander met guirlandes verbonden; bovendien was in de straat eene groote eerepoort opgericht, met groen, waar-tusschen bloemen en van eene kroon en vlaggen voorzien.
Op dezelfde wijze was de Breestraat versierd; ook daar had men eene eereboog opgericht, getooid met vlaggen, groen en bloemen, alsmede met schilden, voorzien van opschriften.
In de Schuitvlotstraat waren twee eerebogen geplaatst eveneens met groen , bloemen en vlaggen versierd en voor de verlichting van lampions en giorno\'s voorzien. Ook achter de Oostkerk was een dergelijke eereboog opgericht.
De Korte Singelstraat was aan weerszijden versierd met mastboompjes , door guirlandes verbonden. In de Lange Singelstraat had men over de straat heen aan met vlaggen en
61
wimpels getooide palen een aantal guirlandes gehangen, voorzien van giorno\'s en lampions.
De Molstraat was versierd met palen waaraan vlaggen, wimpels en schilden en aan elkander verbonden door guirlandes, voor de verlichting hingen daaraan lampions.
Op den Dam Noordzijde en op de Eotterdamsche kaai had men langs het droge dok guirlandes aangebracht, voorzien van lampions en gehecht aan palen met wimpels aan den top. Dergelijke versiering zag men ook op de Oostpunt.
Behalve de boven beschreven decoraties, versieringen en verlichtingen , welke door de buurtcommissies, vanwege de gemeente , door de verschillende besturen of corporaties waren opgesteld , hadden ook een groot aantal ingezetenen de gevels van hunne huizen op allerhande wijze met groen, bloemen, vlaggen en schilden getooid; ook zag men hier en daar op de stoepen of binnenshuis een schat van planten en bloemen geplaatst. Een groot aantal winkels prijkten eveneens met tal van decoraties, bustes en afbeeldingen van de Vorstinnen, bloemen, planten en beelden, terwijl in vele eene sierlijke uitstalling van de verschillende te verkrijgen artikelen werd aangetroffen.
Ook voor de illuminatie hadden eenige ingezetenen verlichtingen van gas aan hunne woningen doen aanbrengen, in den vorm van eene eereboog, waaraan naamcijfers der Koninginnen, kronen, zonnen , sterren, guirlandes of andere decoraties. Aan vele huizen trof men deze naamcijfers, kronen, enz. afzonderlijk of te zamen met andere aan. Verder waren die aan vele woningen aangebracht voor eene verlichting met lampions, waarmede ook eenige huizen langs de lijnen der deuren en ramen voorzien waren.
Zeeland\'s hoofdplaats was voor de ontvangst der Vorstinnen in letterlijken zin van noord tot zuid en van oost tot west in een prachtigen feestdos gehuld zooals, volgens heugenis van bejaarde inwoners , nog nimmer geschied was.
62
In den namiddag van Maandag 20 Augustus kwam aan liet station Middelburg van VHertogenbosch met een extra-trein een detacliement van het 2® regiment huzaren, ter sterkte van 50 man aan, onder commando van den Ritmeester T. E. M. van Lil a a ii. 1)
Enkele uren later, ongeveer 7 uur des avonds, stoomde aldaar een extra-trein binnen, die de hofrij tuigen en de paarden aanbracht, waarmede de Koninginnen Hare rijtoeren zouden doen, benevens koetsiers, hofbedienden , lakeien en het noodige stalpersoneel. 2)
VI.
DINSDAG 21 AUGUSTUS
Hoeveel duizenden paren oogen zullen zich in den morgen van dezen dag naar het uitspansel hebben gewend om te zien hoe het weer was? Allen die dit deden hadden ongetwijfeld den vurigen wensch in hun hart, dat het spreekwoordelijk oranjezonnetje zich ook thans, tijdens de blijde inkomst van HH. MM., mocht vertoonen en zijne koesterende stralen ook gedurende de aanstaande vier feestdagen op Neerlands Vorstinnen en de Haar huldigende menigte zoude nederzenden.
De zomer van 1894 toch had tot dusver reeds zooveel regendagen gegeven, dat men onwillekeurig een zeker wantrouwen in de weersgesteldheid gekregen had , zoodat velen er aan gewanhoopt zullen hebben , dat aan hunne wenschen voldaan zou worden. Hoe de adviezen van de weerprofeten op dezen
\') De huzaren werden gehuisvest in de hulpkazeme aan den Zuidsingel; de paarden werden in du nabij de Seis-binnenbrug gelegen stallen van de Heeren J. C. Meert ens en C. Verhage onder dak gebracht.
3) De 12 rijtuigen en de 28 paarden vonden een onderkomen in de stalhouderij »de vijf ringenquot; van den Heer J. J. Hendrikse.
63
morgen ook geweest zijn, het oranjezonnetje heeft op dezen dag geschenen.
Tn den vroegen morgen zag men in verscheidene straten en straatjes de laatste hand leggen aan de versieringen en aan de voorbereidende werkzaamheden voor de verlichtingen, welke des avonds door de Koninginnen zouden aanschouwd worden.
Had men de vorige dagen reeds een groot aantal vreemdelingen opgemerkt, die de stad doorkruisten om behalve de aangebrachte versieringen ook de fraaie zoowel antieke als nieuwerwetsche gevels der openbare gebouwen, gestichten en woonhuizen te bezichtigen, met elk uur, met elk kwartier, groeide hun aantal aan, dat steeds vermeerderd werd door belangstellenden , die door verschillende soorten van rijtuigen, de stoomtram van Vlissingen, de stoombarges, den spoortrein en andere vervoermiddelen werden aangebracht. Men merkte zelfs eenigen op, die de stad per rijwiel introkken.
De stoomtram, die volgens hare gewone dienstregeling 19 ritten heen en weer deed, had voor dezen dag 27 ritten in beide richtingen aangekondigd. De ondernemers van den stoom-bargedienst hadden de salonboot //Excelsiorquot; in huur genomen. De Middelburgsche maatschappij van stoomvaart deed met een harer booten, die des morgens half vier van Botterdam vertrok, eene extra-reis. De Zeeuwsche spoorbootmaatschappij liet des morgens hare beide booten achtereenvolgens te half zeven en te zeven uur van Zierikzee afvaren Ook de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen stelde door het doen loopen van extra-treinen met verlaagd tarief vele bewoners van Zeeland en westelijk Noord-Brabant in de gelegenheid om den intocht der Koninginnen in Zeelands hoofdplaats te kunnen bijwonen Die treinen vertrokken des morgens 8,15 van Goes, 7,34 van Eoosendaal en 7,50 van Lage Zwaluwe. De reizigers uit Breda, die van deze laatste gelegenheid gebruik wilden maken, moesten met den gewonen trein van 8,5 van daar vertrekken. Deze treinen kwamen te Middelburg aan respectievelijk 8,50, 9,31 en 10,52 vm., zoodat allen tijdig genoeg
64
kwamen om voor de aankomst der Koninginnen, zoo niet geheel , dan tocli een gedeelte der aangebrachte versieringen in oogenschouw te kunnen nemen.
Op liet vastgestelde uur, 9,5 vm., vertrok de Koninklijke trein van liet station Soest-Soesterberg, waar eene eenvoudige versiering van vlaggen , groen en bloemen was aangebracht. Deze trein was aldus samengesteld. Zij werd gereden door twee locomotieven, waarvan de voorste met nationale vlaggen was getooid; daarop volgde een bagagewagen en een salonrijtuig van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen , vervolgens twee salonrijtuigen, een le en 2e klasse rijtuig en een bagagewagen, welke aan de Koningin toebe-hooren. De trein werd begeleid door de heeren J. L. Cluy-senaeu, Directeur-Generaal, M. Engeuiisigh, Ohei\' van den dienst der exploitatie, C. W. P. Mie ling, Inspecteur der exploitatie en G. van Eg mond. Ingenieur der tractie van genoemde Maatschappij, terwijl de heer J. W. Verloop, Ingenieur-werktuigkundige, chef van den dienst der treinen en van het materieel van de Nederlandsche centraalspoorveg-maatschappij, mede den trein begeleidde op het gedeelte van de lijn dier Maatschappij , dat bereden werd.
Het gevolg van HH. MM. bestond uit:
Baronesse van Haiidenbuoek van quot;s H e er aartsberg en Bergambacht, geb. gravin van Limburg Stirum, Grootmeesteres van H. M. de Koningin-Eegentes;
Jonkvrouwe F. L. H. van de Poll, Sur-intendante der opvoeding van H. M. de Koningin;
E. G. baronesse van Iïtersum, eerste Hofdame van H. M. de Koningin-Eegentes;
Miss Saxton Winter, Engelsche gouvernante van H. M. de Koningin;
K. J. G. baron van Hardenbroek van \'s Heer-aartsberg en Bergambacht, Opperkamerheer van H. M. de Koningin;
65
Jlir. S. M. S. de Eatstitz, Kamerheer van H. M. de Koningin en Particulier secretaris van H M. de Koningin-Regentes ;
J. W. F. ridder Huyssen van K at ten dijk e , Kamerheer van H. M. de Koningin;
C. A. baron Bentinck, Adjudant in buitengewonen dienst en eersten Stalmeester van H. M. de Koningin:
Jlir. W. J. P, van den Bosch, Kapitein, Adjudant van H. M. de Koningin;
Jhr. P. J Yegelin van Claekbehgen, Kamerheer in buitengewonen dienst van wijlen Z. M. den Koning en Referendaris bij het Kabinet der Koningin;
J. H. P. graaf Du Monceau, Eerste-lüitenant, Ordonnans-officier van H. M. de Koningin.
Te \'s-Hertogenbosch had de Vereeniging van de gerechtigden tot het dragen van het Metalen kruis aan de Regentes verzocht haar de gelegenheid te geven HH. MM. hulde te brengen ; daarop was ten antwoord ontvangen, dat de trein het station langzaam voorbij zou rijden.
Tegen het uur, waarop de Koninklijke trein het station zou naderen . hadden zich op het perron vele autoriteiten verzameld ; de waarnemende Commissaris der Koningin mr. L. A INT. Geruits, het Lid van Gedeputeerde Staten jhr. Jos. de la Court, de Burgemeester jhr. J. van der Does de Willebois met de Wethouders, de Majoor-commandant der Schutterij mr. L A. Rits, de Kolonel-commandant van het 2e regiment infanterie W. Gr. van der Noorda, de Majoor-commandant der huzaren J. C. P. Thirion, de Luitenant-Kolonel O. A. Prins, Commandant der le Divisie der Koninklijke Marechaussee en een groot aantal officieren. Het muziekkorps der Schutterij was mede op het perron aanwezig. Ook eene groote menigte bevond zich in de nabijheid van het station om de Vorstinnen te begroeten.
De trein reed het station langzaam voorbij onder de tonen van het Wilhelmus volgens de oude toonzetting; met het vaan-
5
H6
del van de Vereeniging van de Metalenkruis-ridders werden HU. MM. gesalueerd en de saamgestroomde menigte jniclite Haar hartelijk toe. De Koninginnen , die zich op het balkon van Haar salonwagen bevonden, gaven door aanhoudend wuiven Haren dank te kennen voor de betoonde hulde.
Te Roosendaal waren op het middelperron van het station aanwezig de Burgemeester, de heer Aug. Goenen en de Stationschef, de heer J. B. Hou bag, beiden voorzien van de onderscheidingsteekenen van de door hen bekleede waardigheid. Op uitnoodiging van den Burgemeester bevonden zich aldaar ook de beide Koninklijke harmonieën //Uniequot; en «Vlijt eu Volharding quot; Op de beide buitenperrons had zich een groot aantal ingezetenen verzameld.
Terwijl de Koninklijke trein met tamelijke snelheid tusschen de beide stationsgebouwen doorreed, speelden de beide harmonieën gezamenlijk het oude //Wilhelmus.\'quot; De Koninginnen , door de tonen van de muziek en het juichen der menigte bemerkende , dat Haar ook hier hulde gebracht werd, dankten de aanwezigen daarvoor met een hartelijk toewuiven.
Ook te Bergen-op-Zoom hadden velen zich naar de terreinen nabij het spoorwegstation begeven, en eene nog grootere menigte , waaronder zich vele officieren van het garnizoen, alsmede een groot aantal militairen van minderen rang bevonden, was aan weerszijden van den overweg bij wachtpost 13 en in liet Coehoornpark samengestroomd om HH. MM. te begroeten. Toen de trein voorbijreed werden de Vorstinnen luide toegejuicht en ten dank daarvoor wuifden de Koninginnen allen vriendelijk toe.
De heer Commissaris der Koningin in Zeeland, jhr. mr, W. M. de Bkaüw vertrok des morgens met den trein van 9.36 van Middelburg om HH. MM. aan het eerste op Zeeuwsch gebied gelegen spoorwegstation, Eilland-Bath, welkom te heeten en naar Zeeland\'s hoofdplaats te begeleiden.
Hoewel men aldaar wist, dat de Vorstelijke trein slechts
fi7
enkele minuten aan liet station vertoeven zou, tooli wilde men aan cis Koninginnen eene feestelijke ontvangst bereiden bij Hare aankomst in Zeeland. Het muziekgezelschap //Eillandiaquot; had op het perron plaats genomen op eene voor muziektent ingerichte verhevenheid, welke evenals de omgeving met vlaggen en groen versierd was, waartusschen de wapens van Zeeland en Killand-Bath waren aangebracht, terwijl boven de afrastering van het stations-terrein met groote letters quot;Welkom in Zeeland1\' prijkte.
De heer de Biiauw werd bij zijne aankomst onder de uitvoering van een muziekstuk door den Burgemeester, den heer J. J. van Gobsel, begroet en naar de kamer van den Stationschef geleid, waar de leden van den Gemeenteraad door den Burgemeester aan ZHEG. voorgesteld werden.
Het muziekgezelschap kortte door het voordragen van verschillende compositiën den tijd. die nog moest verloopen voordat de Koninklijke trein kon aankomen.
Het station was van alle zijden omgeven door eene groote menigte, die niet alleen uit het oostelijk gedeelte van Zuid-Beveland was samengekomen, ook uit het aangrenzend Noord-Brabant hadden zich velen naar het station Rilland-Bath begeven om aan HH. MM. hunne hulde te brengen.
Toen de Vorstelijke trein liet station naderde hief het muziek-i gezelschap het //AV ilhelmusquot; aan, werden de Koninginnen met
een daverend hoera! begroet, en door den heer de Biiauw f met eenige hartelijke woorden welkom geheeten op den Zeeuw-
schen bodem.
De Burgemeester en de meisjes Mauia van Da mme Cd. en Wilhelmina CoiiNELiA BLok Ad., in Zuid-Beve-landsch costuum, werden daarna aan HH. MM. voorgesteld, waarna deze meisjes aan de Vorstinnen, die zich aan het geopende portier van Haar salonwagen hadden geplaatst, bouquetten aan-! boden, welke met een hartelijk woord van dank aangenomen
werden.
De Koninginnen wuifden de juichende menigte steeds toe.
i
1
68
en nadat de meisjes liet balkon van den salonwagen hadden verlaten , stelde de trein zich weder in beweging om de Hooge reizigsters in snelle vaart naar Zeelands hoofdplaats te brengen.
Intusschen stroomden te Middelburg zoowel ingezetenen als vreemden in grooten getale naar de omgeving van het stationsgebouw om Hare Majesteiten bij Hare aankomst hun eersten groet te brengen; in den loop van den dag toch, en op de volgende drie dagen zou er nog gelegenheid genoeg zijn om aan de Vorstinnen nogmaals en nogmaals hulde te betuigen. Alle ramen en balkons, die maar eenigszins uitzicht gaven om de blijde intrede te zien, waren bezet met belangstellenden. Hier en daar zag men zelfs op daken en in scheepsmasten menschen op den uitkijk. Hoor de kleurenrijke kleederdrachten van het groot aantal bewoners uit alle deeleu der Provincie, welke zich onder de menigte bevonden, maakte deze een eigenaardigen indruk. Wellicht heeft men nergens ooit eene zoo schilderachtige menschenmassa kunnen zien.
Ongeveer 11 uur kwam de militaire eerewacht, bestaande uit ongeveer 100 man der Schutterij, met de muziek vau het korps aan het hoofd, onder commando van den Kapitein Hekman Sn ij de us, den Eerste-luitenant A. A. van Teylingen en de ïweede-luitenants jhr. R. A. G. Nahuys, M. A. van der Leyé en H. A. M. van Visvliet, om zich op het perron op te stellen ten einde aan HH. MM. bij Hare aankomst het militaire salut te brengen.
Achtereenvolgens begaven zich vele autoriteiten naar het station om de Koninginnen te begroeten; leden van Gedeputeerde Staten , de Burgemeester, leden van den Gemeenteraad, de Secretaris en de Ontvanger der gemeente en nog een aantal burgerlijke en militaire waardigheidbekleeders. Jntusscheu kwam het detachement huzaren onder vroolijk trompetgeschal, alsmede de Middelburgsche eerewacht, die zich beiden op het stationsplein opstelden. Het Koninklijke rijtuig en de hofrij-tuigen kwamen iets later.
69
üc Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen had geene kosten ontzien om haar station in te richten en te versieren ten einde onze Koninginnen waardig te ontvangen. Voor den ingang aan de perronzijde van de wachtkamer eerste klasse, die tot ontvang-salon was ingericht, was een baldakijn aangebracht van Perzische tapijten, welke bevestigd waren aan vergulde speren, terwijl aan weerszijden prachtige sierplanten en bloemen prijkten. Ook liet salon was met een keur van zeldzame planten en bloemen versierd, waaronder prachtige orchideeën en oranjebloemeu. Verder was het vorstelijk gestoffeerd met een sierlijk ameublement in renaissance-stijl, een prachtig tapijt, draperieën van rood fluweel , afgezet met gouden franje en opgehouden door gouden koorden met kwasten.
De toiletkamer en de andere kamertjes waren weggebroken, zoodat men uit het salon komende slechts enkele schreden door den aan weerszijden met planten bezetten doorgang, waarvan de wanden en het plafond met rood en blauw doek bedekt waren, behoefde te doen om liet station over een zachten looper aan de stadszijde te verlaten. Op het trottoir aldaar was eene kostbaar gedrapeerde marquise opgericht, waarboven het Koninklijk wapen aangebracht was en welke eveneens aan weerszijden met planten versierd was 1).
Precies te 12 uur 10 minuten kwam de Vorstelijke trein aan. Onder het spelen van het \'/Wilhelmus1\' (oude toonzetting) door het muziekkorps der Schutterij verlieten de Koninginnen Haar salonrijtuig. Beide Vorstinnen zagen er welvarend uit. De Koningin was allerliefst in Haar wit zijden kleedje en Haar met helder witte vederen bedekte stroohoed. De Regentes was in zwart satijn gekleed en droeg een kanten mantille, met gitten gegarneerd.
1
) Door de Maatschappij was een en ander opgedragen aan de vennootschap »Coronaquot; te Amsterdam, die de stoffeering deed uitvoeren door H. F. Jansen amp; Zonen en de planten en bloemen deed leveren door Groene wegen amp; O., beide firma\'s mede aldaar.
70
Na liet uitstijgen werden aan HH. MM. prachtige bouquetten aangeboden: door freule M a u y S c ii o u e 11, docliter van den Burgemeester aan de Koningin en door de jongejuffrouw Beiitha Tak, dochter van den Heer J. A. Tak, lid van den Gemeenteraad, aan de Regentes. De eerste bloemtuil was voorzien van linten met de Middelburgsclie en de andere met de nationale kleuren. De beide jongedames waren in liet wit gekleed met oraujesjerpen.
Nadat HH. MM. de eerewacht der Seliutterij liadden geïnspecteerd werden door den Commissaris der Koningin de op het perron aanwezige autoriteiten, de Burgemeester van Middelburg, de Wethouders, leden van den Gemeenteraad, de Luitenantkolonel-commandant der Schutterij, leden van Gedeputeerde en Provinciale Staten en vele anderen aan de Koninginnen voorgesteld, waarna het salon werd binnengetreden.
Toen de Koninginnen zich aan de saamgestroomde ontelbare menigte vertoonden, werd een daverend hoera! gehoord, dat geen einde scheen te zullen nemen. Intusschen bestegen de Koninginnen Haar sierlijk rijtuig, dat met vier prachtige paarden ii la Daumont bespannen was en door de fijne tuigen en de kleurige costumes van de jockeys een schitterenden aanblik bood.
Onderwijl deed het carillon, bespeeld door den klokkenist J. F. Klein, zich hooren om met zijn heldere tonen het oude Wilhelmus en het volkslied te doen weerklinken totdat de trein het Abdij plein zou hebben bereikt 1).
Nadat alle leden van het gevolg en de autoriteiten, die HH. MM. zouden begeleiden, in hunne rijtuigen gezeten waren, stelde de Koninklijke stoet zich onder voortdurende luide betuiging van hulde en onder begunstiging van prachtig weder in beweging.
*) Daar aan het speelwerk voor het aangeven van de uren en de kwartieren groote reparatiën verricht werden, stond dit stil. Te 3, 4,5 en 6 uur werden echter dezelfde liederen op het klavier gespeeld.
71
üe stoet, waarmede onze jeugdige Koningin haar intocht in Zeeiand\'s hoofdplaats deed, was aldus samengesteld:
a. eene afdeeling cavalerie ;
h. de Burgemeester van Middelburg, jhr. mr. L. Schouer, in een rijtuig;
c. de Commissaris der Koningin in Zeeland, jhr. mr. W. M. be Bra uw, in een rijtuig;
(l. de Kamerheer van H. M. de Koningin, J. W. I1 ridder Huyssen van K a tt en duke , in een hofrijtuig ;
e. de Middelburgsche eerewacht met haar vaandel onder commando van den Onder-commandant mr. F. J. Spreng er;
f. een hoffourier te paard;
g. Hare Majesteiten de KONINGIN en de KONINGIN-REGENTES , ter rechterzijde begeleid door den Commandant der eerewacht, jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet en den Commandant van het detachement huzaren, den Ritmeester T. E. M. vanquot; Li la a ii en ter linkerzijde door den Onder-commandant der eerewacht, den Heer W. H. de Bruyn van Melis- en Mar ie kerke en den Eerste-luitenant der huzaren J. M. H. van Lelïveld;
h. drie leden van de eerewacht;
i. de leden van Gedeputeerde Staten van Zeeland met den Griffier der Staten, in twee rijtuigen;
h. het gevolg van HH. MM. in drie hofrijtuigen ;
l. de Wethouders en de Secretaris van Middelburg, in een rijtuig;
m. eene afdeeling cavalerie.
Deze schitterende stoet trok van het Stationsplein de Kanaalbrug over om den door den Burgemeester vooraf bekend gemaakten weg te volgen, nl.: Stationsstraat, Konings-brug , Houtkaai, Londensche kaai, Bierkaai, Rouaansche kaai, Bateau-porte, Rotterdamsche kaai, Noordzijde Dam, Dam, Kortedelft, Langedelft, Markt, Lange Noordstraat , Hofplein , Wagenaarstaaat, Balans om door de sedert een paar
72
jaar gerestaureerde poort de aloude Abdij binnen te rijden, waar de Hooge gasten in liet Gouvernements-liotel enkele dagen Haar intrek zouden nemen.
Overal waar de Yorstinnen passeerden waren de kaaien, straten, trottoirs, stoepen, ja elk plaatsje, dat beschikbaar was, bezet. Er was daar ook geen enkel venster, waarachter niet eenige belangstellenden , groot en klein , hadden plaats genomen om de blijde intrede te aanschouwen. Overal werden de Vorstinnen luide toegejuicht. Niet minder, misschien nog meer, geschiedde dit bij de binnenkomst in de Abdij , die, voor zoover mogelijk geheel met toeschouwers gevuld was; alleen de weg, waarlangs de stoet moest passeeren, had men vrij gehouden , zoodat het binnengedeelte van het plein onder de boomen zoo goed als vol met menschen was.
Ook voor een groot aantal autoriteiten en ambtenaren was zorg gedragen, dat zij met hunne dames bij de aankomst der Koninginnen in de Abdij tegenwoordig zouden kunnen zijn. Op het gedeelte van het plein, onder de ramen van de beide vergaderzalen, waar het reeds sedert lang afgebroken zoogenaamde //blauw beursjequot; stond, en zich later een klein gebouwtje bevond, dat \'s Lands brandspuit herbergde en voor het verdere gedeelte door een muur aan de blikken van de voorbijgangers onttrokken was , — w:elk huisje en muur in 1891 mede verdwenen zijn, — was eene groote tribune opgericht voor de leden der Provinciale Staten met hunne dames. Daarop was tevens eene ruimte gereserveerd voor de meisjes in Zeeuwsche kleederdracht en de commissie, welke haar aan HH. MM. zoude voorstellen. Op de archieflokalen boven de Statenzalen waren voor de ramen mede stellages gemaakt, waar vele leden der Provinciale Staten met hune familiën eene zitplaats konden vinden om een prachtig uitzicht te hebben bij de aankomst van de Vorstinnen voor den ingang van het paleis.
Aan de overzijde van het plein had de heer Bibliothecaris der Provincie velen een plaatsje verschaft voor de ramen van de gang, door welken men de lokalen bereikt , die den aan
73
zijne zorgen toevertrouwden boekenschat bevatten; ook hier kon men den stoet goed beschouwen.
Daarnaast, op de bovenlokalen, waar een gedeelte van het oud-archief geborgen is, waren tribunes opgericht voor de ambtenaren der Provinciale griffie en hunne dames,
Voor het paleis was eene militaire eerewacht opgesteld, bestaande uit een gedeelte van de 3e compagnie van het te Middelburg garnizoen houdende 2e bataljon van liet 3e regiment infanterie, onder commando van den Kapitein A. W. van \'t Lindenhout, den Eerste-luitenant R. G. H. A. Von-s teem an van O yen en den ï w e e d e -1 u i t e n a n t A. C. C o u v f: e en ter sterkte van 4 sergeants , ■ 4 korporaals, 2 tamboers, 1 hoornblazer en 40 soldaten. Daarnaast bevond zich de stafmuziek van genoemd regiment onder directie van haar Kapelmeester, den heer N. A. Bouwman, welk korps uit Bergen-op-Zoom was overgekomen om aan liet Vorstelijk bezoek meer luister bij te zetten.
Toen HH. MM even na half een de Abdij binnenreden, werd door de tamboers de eeremarsch geslagen en daarna door de muziek het //Wilhelmusquot; aangeheven. De huzaren en de eerewacht, die zich in den stoet bevonden, stelden zich op tegenover het paleis.
Nadat de Vorstinnen het rijtuig verlaten hadden, werd door Haar onder de tonen van het //Wien Neerlandsch bloedquot; de militaire eerewacht geïnspecteerd en daarop het paleis binnengetreden, waar door mevrouw de Bratjw aan de Regentes en door freule Theodora Wit te et, dochter van den Gar-nizoens-commandant, aan de Koningin kostbare bouquetten werden aangeboden. Tegelijkertijd werd voor het middelste zoldervenster van het paleis de Koninklijke standaard gehe-schen, ten teeken, dat de Koningin aldaar haar verblijf gevestigd had.
Enkele oogenblikken later verschenen de Vorstinnen voor een der ramen van de bovenverdieping van het paleis en werden
74
door de intusschen steeds aangroeiende menigte uitbundig toegejuicht , waarvoor de Koningin door langen tijd met den zakdoek te wuiven blijkbaar met innig genoegen Haren dank betuigde.
Kort daarna kwamen, — terwijl in het paleis het dejeuner gebruikt werd, - door de sedert enkele jaren gerestaureerde poort onder het zoogenaamde //Kapelletjequot; ruim vierhonderd kinderen van de verschillende scholen, die op het Muntplein samengekomen waren, de Abdij binnen. Allen waren met oranje sjerpen of ceintures getooid en de meeste meisjes waren in het wit gekleed of hadden costumes van zeer lichte kleur aan.
Zij werden voor het paleis opgesteld om aldaar eenige der schoonste passages van de kindercantate //Michiel Adriaansz. de Ruyteronder leiding van den componist, den heer A. Lijsen, en in bijzijn van den dichter der woorden, den heer W. H. Hasselbach, beiden leeraar aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Middelburg, ten gehoore te brengen, om daarmede aan de Vorstinnen hulde te betoonen. De zang werd begeleid door de muziek der Schutterij onder directie van den Kapelmeester, den heer Jan Moiiks. De meisjes in Zeeuwsche kleederdracht plaatsten zich met de commissie , die haar aan HH. MM. zou voorstellen, voor de jeugdige zangers en zangeressen.
Op het bepaalde uur , half twee, werd met de uitvoering begonnen en, op de melodie van een der koren van de cantate, de volgende, voor deze gelegenheid gedichte regelen gezongen:
God onzer Vad\'ren ! Uw heil\'ge zegen Dale op Neerlands Vorstinnen steeds neer 5 Geef dat de liefde van allen Haar deel zij ,
En leid Ze in voorspoed naar Zeeland vaak weer.
Daarna werden de met zorg uitgekozen gedeelten\' van de cantate, welke mede hieronder afgedrukt zijn, ten gehoore gebracht, en weerklonken in de Abdij de welluidende kinderstemmen onder flinke begeleiding van de muziek.
75
Yan scheepsjongen tot Jtdmiraal.
Hoe Michiel een man weed.
Met ijzeren wil en standvastige vlijt Bewees wel Michiel 7 wat hij kon ;
Maar bleef, of hij klom tot steeds hoogeren rang, Eenvoudig als toen hij begon.
En nauw\'lijks een man, was hij scheepskapitein ^ Zoo flink en zoo vroom en zoo vroed,
Geprezen om strijd door zijn meerd\'ren en volk , Geëerd om Beleid , Trouw en Moed.
Zijn voorspoed was niet slechts de gunst der fortuin, Maar vrucht van zijn arbeid en vlijt.
En zeker, \'t geluk koos nooit beteren woon ,
Dan \'t huis, waar hij rust na den strijd.
Daar leeft zijn gezin, meer bemind dan de zee , De kostbaarste gave van \'t lot !
En meer dan voor rijkdom en grootheid en eer, Dankt hij voor dien zegen zijn God!
Heï gezin van Kapitein De Euytek.
Van welvaart getuigde er alles in \'t huis,
Waar \'t gezin van De Ruyter in woonde 5
Een welvaart, verhoogd door de zorgvolle hand
Van haar, die zoo liefd\'rijk en trouw, met verstand De zorgen des vaders beloonde.
Vaak valt hun de tijd voor het weerzien zoo lang En korten ze dien met verhalen.
Dan luist\'ren ze in spanning, verrukt of ontsteld,
Als moeder met geestdrift de wond\'ren vertelt, Gelezen in vaders journalen.
De Eerste Engelsche ooklog; De Ruyter in \'s lands dienst. 1653.
Roemvol rustte \'t oorlogszwaard Vier jaar in de scheede.
Vrij verhief zich Nederland,
Bloeiend door den vrede.
76
Groot door wetenschap en kunst,
Rijk door nijver streven,
Wies de jonge Republiek,
Fier door krachtig leven.
Daar klonk Eng\'lands hoonende eisch :
»Mijn vlag eer bewezen !
»Mij de heerschappij ter zee!quot;
Zou jong Neerland vreezen ?
»Neen ! quot; sprak Tromp\'s kanonnentaal,
»Nooit de vlag gestreken !
»Hijsch den bezem in den mast!
»Eng\'land niet geweken ! quot;
\'t Werd niet vervuld, dat woord vol moed 5 Al stortte Tromp zijn heldenbloed,
De driekleur moest toch wijken.
En Neerlands leeuw zag, hoe hij streê , Den Luipaard meester van de zee En zich met buit verrijken.
De Ruyters oude zeemanshart
Leed bij dien smaad een dubb\'le smart.
Een tweestrijd, zwaar te slechten.
Zijn ouderplicht bond hem aan land,
Terwijl de nood van \'t Vaderland Hem drong om mee te vechten.
God onzer vaderen! schenk hem Uw hulpe,
Zegen den strijder voor Nederlands eer!
Geef, dat de vrede zijn arbeid bekrone,
Leid hem genadig in zegepraal weer!
De lcuitenant-Hdmiraal 2)e l^uyter.
Neeiilands bloei vooii 1672.
Wel zwaar was de strijd, doch vol glorie het eind,
Want hoog^was \'s lands aanzien gestegen.
Hoe klein van gebied, in den raad van Euroop\'
Had Neerland de leiding gekregen.
Het zwaard van De Ruyter, \'t genie van De Witt
Kwam alle gevaren te boven;
Fier zwaaide de Leeuw toen den schepter der zee En fier klonk zijn stem aan de hoven.
77
Koor van Matrozen, De Rujters lof zingend.
Een ruiter is onz\' admiraal.
Niet een zoo koen op aard!
Zijn renperk is het pekelveld,
Een oorlogsschip zijn paard.
Hij rent daarmee de wereld door,
Tot eer van Neêrlands vlag 5 Hij werpt den vijand uit het zaal En leert den vriend ontzag!
1672. De Republiek in nood.
Wee , wee , Neêrland ! wee !
Somb\'re wolken pakken saam aan den horizont!
Dreigend rolt het onweer aan , schiet de bliksem rond! »Wraak!quot; eischt koning Lodewijk, dat gij hem weerstondt 5 Eng\'land, Munster, Keulen volgt: »Wraak!quot; in Frankrijks bond.
Wee, wee, Neêrland! wee!
\'s Vijands scharen rukken aan met ontemb\'re kracht.
Luttel dagen en gij valt, bukt reeds voor zijn macht!
Holland slechts en Willem staan, als Oranje placht.
En ter zee houdt Neêrlands hoop, houdt De Ruyter wacht.
Wilhelmus van Nassouwe Ben ick van Duytschen bloet.
Het Vaderlandt ghetrouwe Blijf ick tot \'s lands behoet.
Een Prince van Orangiën Ben ick vrij on ver veert j Den Coninck van Hispaengiën Heb ick altijt gheeert.
Als Davidt moeste vluchten Voor Saul den tyran,
Soo heb ick moeten suchten Met menich Edelman 5 Maer Godt heeft hem verheven ,
Verlost uut aider noot.
Een Coninckrijck ghegheven In Israel seer groot.
78
Mijn schilt ende betrouwen
Sijt Ghij, o Godt, mijn Heer!
Op ü soo wil ick bouwen ,
Verlaet mij nimmermeer!
Dat ick doch vroom mach blijven,
ü dienaer talier stont
De tyranny verdrijven ,
Die mij mijn hert doorwont.
1672—1673. De Republiek aanvankelijk gered. Koor van meisjes.
Met moed en volharding streed leger en vloot; Het dreigend gevaar en de klimmende nood
Zag de aloude Eendracht herleven.
De Ruyter bij Sool\'bay, Prins Willem te land Ze hadden, der vaderen leuze gestand,
Den vijand gestuit of verdreven !
Luctor et emergo !
Koor van matrozen, Corn. Trorap\'s terugkomst op de vloot vierend.
Hoezee, hoezee! komt, Brit en Gal!
Nu maar den dans begonnen!
De Ruyter slaat met Tromp de maat Bij \'t dond\'ren der kanonnen 5 En naast de driekleur, vol ontzag ,
Hoezee! waait weer de Prinsenvlag!
1673. Dueigende landing der. Engelschen en Franschen; df slag bij Kijkduin.
Koor van Meisjes;
»Carthago moet vallen,quot; krijt grimmig de haat, En honderden schepen — geen weerstand meer baat —
Verschijnen en dreigen te landen.
Van Walcherens kust tot de Tesselsche ree Ziet Neerland in doodsangst de worst\'ling ter zee En vouwt in ontzetting de handen.
79
Alien :
Uit de diepten der ellenden Roepen wij om redding, Heer!
Gij alleen kunt uitkomst zenden,
Sla des vijands arm ter neer!
Uit de diepten der ellenden Roepen wij om redding , Heer !
Koor van matrozen, juichende over de zege
Triomf, triomf! de vijand vüedt!
Weer werd zijn macht verdreven !
Nu rijz\' ons juichend zegelied,
De driekleur fier geheven!
Dank, driewerf dank zij God den Heer!
Triomf! den overwinnaar eer!
Allen.
Zingt lof den held, der Staten rechterhand,
Den redder van \'t vervallen Vaderland!
Die in een jaar twee groote koninkrijken
Tot driemaal toe de trotsche vlag deed strijken ;
Het roer der vloot, den arm daar God door streê,
Door hem herleeft de vrijheid en de vreê!
Koor van Meisjes.
Moog\' Steen en Brons, hem toegewijd, Misschien eens zwichten voor den tijd,
Wat hier moog\' vallen of verkeere : Als krijgsman, burger, christen groot, Verwint De Ruyters naam den dood : «Hij blinkt in onbezoedelde eere! quot;
Slotkoor:
Door de Zee werd Neêrland groot,
En door Eendracht rijk en krachtig.
Eens was haar geduchte vloot Zelfs den Gal en Brit te machtig,
Toen het klonk langs ieder strand : Houzee, houzee, Nederland!
80
Streef, o Neêrland! moedig voort,
Houd der vad\'ren leus in eere !
Moog\' De Ruyters daad en woord U ten voorbeeld zijn en leere!
\'t Klinke steeds langs ied\'re ree;
»Houzee , Neêrland! hou, houzee ! quot; ^
Kort nadat met liet zingen aangevangen was verschenen de Koninginnen in een der benedenzalen van liet paleis en namen voor een der ramen plaats. Van de gedeelten der cantate, welke zouden uitgevoerd worden, was door de vereeniging //Uit liet volk — Voor het Volkquot; aan ieder der Vorstinnen een pracht-afdruk aangeboden, met blauwe letter op perkament gedrukt, omzet met vergulden rand en gevat in een licht bruinen band, op de voorzijde versierd met het in goud ingedrukte wapen der provincie 1).
Men merkte op dat de Koningin verscheidene malen het Haar vereerde exemplaar ter hand nam om de woorden, die gezongen werden te volgen, waaruit men mag opmaken dat H. M. den zang met belangstelling aanhoorde.
De uitvoering liep schitterend af, zoodat allen, die voor de voorbereiding daarvan zorg gedragen hadden, hun moeite en ijver beloond zagen.
Nadat de schoolkinderen 3) op deze treffende wijze aan de Vorstinnen hulde gebracht hadden, was het oogenblik aangebroken , waarop de uit alle deelen der Provincie saamgekomen meisjes in haar schilderachtige kleederdracht, allen in het kos-
1
) Aan de kinderen werd later ter herinnering een afdruk van de gezongen woorden uitgereikt, op gewoon papier met blauwe letter in rooden rand gedrukt.
81
tuum van de streek waarin zij wonen, aan HH. MM. zouden worden voorgesteld.
De meisjes, wien deze eer te beurt viel, waren voor walcheren.
Walcheren: Maatje Johanna van dee Meule, te Domburg, geboren aldaar 30 April 1880; Maria van dee Meule, te Aagtekerke , geboren aldaar 25 Mei 1877.
Middelburg\'s amhaeJd: Johanna Dekkee te Middelburg, geboren 28 September 1879 te Oost-en West-Souburg; Din a Eeijnieese te Grijpskerke, geboren aldaar 23 October 1880.
WestJcapelle: Ma ei a Minde eh oud, te Westkapelle, geboren aldaar 16 Augustus 1877; Co ene li a Veehulst , te Westkapelle, geboren aldaar 1 Februari 1879.
Arnemuiclen: vissehersstand. Tannetje Jobse, te Arne-nemuiden , geboren aldaar 26 Juni 1878.
Arnemuiden; burgerstand. P e a n c i n a de T eo ij e , te Arnemuiden, geboren aldaar 24 Juli 1879.
Nieuwland; Tannetje Kodde, te Nieuw- en St. Joos-land, geboren 31 Augustus 1880 te Arnemuiden; Apol-lonia de Vos, te Nieuw- en St. Joosland, geboren aldaar 1 Juli 1879.
Nieuwland: kostuum uit het laatst der vorige eeuw. Lena Bliek, te Nieuw- en St. Joosland, geboren aldaar 11 Maart 1879.
zuid-beveland.
Protest antsch: Ma ei a Rijn, te Sehore, geboren aldaar 24 Augustus 1877; Maatje Geeeteuida Tolhoek, te Kattendijke (Wilhelminadorp), geboren 23 October 1876 te Wolfaartsdijk.
Ttoomsah-Katholieh: M ae i a A c d a , te Baarlaud, geboren aldaar 16 April 1880; Goenelia de Jonge, te VHee-renlioek , geboren aldaar 2 Juni 1879.
NOORD-BEVELAND.
Tegenwoordig kostuum: Josina Maatje Hoveijn. te Wissekerke , geboren aldaar 31 Augustus 1880.
6
8-2
Oud kostuum; Elisabeth Adhiana Pietebnella Hauingman, te Colijnsplaat, geboren aldaar 30 November 1877.
SCHOUWEN.
Elisabeth Wilhelmi.va Boot, te Haamstede, geboren aldaar 30 September 1878; Mak ia Johanna van Z uij en, te Burgli, geboren aldaar 12 Februari 1876.
DUIVELAND.
Lena Rojieijn, te Ouwerkerk, geboren 18 November 1869 te Noordgouwe; Pieteknella Zoeter, te Ooster-land, geboren aldaar 10 Juli 1873.
T H O L E N.
Johanna Lena Geluk, te Tholen, geboren aldaar 2 Juli 1876; Helena Jacoba Giioenewege , te St. Maartensdijk, geboren aldaar 30 September 1876.
I, A N D VAN CADZAND.
Mauia Kot vis, te Zuidzande, geboren aldaar 28 Mei 1878; Suzanna Saua Kotvis, te Zuidzande, geboren aldaar 16 Mei 1877.
LAND VAN AXEL.
Stad Axel: G e e r, t r ü i d a Willemsen, te Zaamslag, geboren aldaar 27 September 1875.
Platteland: Johanna Maria van Hoeve te Axel, geboren aldaar 30 September 1880; Adriana Scheele, te Terneuzen , geboren aldaar 13 Maart 1876.
LAND VAN HULST.
Maria Louisa H-iel, te Hontenisse, geboren aldaar 14lt; Mei 1880; Maria Johanna Nee te son, te Hontenisse, geboren aldaar 3 Februari 1875.
De Commissie, welke inet de meisjes tot HH. MM werd toegelaten, bestond uit de heeren mr. W. Polman Kruse man, J. L. van der Pauw eet, H. J. G. Hartman en J. A. Erederiks , leden der Hoofd-commissie, en uit de beeren A. Walraven, A. Nijssen, W. J, Vader,
83
M. Bolle Lz., B. G. van der Have, J, Sturm, J. W. Wag th o en rar. P. 0. J, Hennequin, leden der verschillende Sub-commissiën.
Door den Yoorzitter, mr. K ruse man, werden de heeren aan HH. MM. voorgesteld, waarna door E. A. P. Haringman aan de Koningin en door H. J. Groene we ge aan de Regentes een bouquet werd aangeboden. De Koninginnen betuigden met een handdruk en enkele woorden daarvoor Haren hartelijken dank.
Lena Rome ijn viel de eer te beurt om aan de Koningin de door de Hoofdcominissie gekozen sieraden aan te bieden, welke in de verschillende deelen der provincie door vele vrouwen gedragen worden. De Commissie had er nauwkeurig acht op geslagen ora zooveel mogelijk voorwerpen te verzamelen, geschikt om door H. M gedragen te worden. Op een donker paars fluweelen kussen, dat met 198 zilveren boe-renknoopjes omzet was, waren de volgende versierselen vastgehecht; eene Walchersche haarnaald van zeklzamen vorm, een ceintuur-gesp van gouden knoopjes, een snoer bloedkoralen met een tonnetje van gouden cantillewerk , twee gouden ringen , eenige paren gouden haarspelden , Walchersche, Zuid-Bevelandsche, Thoolsche en Axelsche, een aantal broches uit verschillende gedeelten der provincie , kraalhaken, mantelhaken, dasspelden, oorknopjes, zijspelden, Thoolsche kussenbellen en eene haarnaald, bestaande uit zilveren boerenknoopjes. Behalve deze sieraden ontving H. M. nog een zilveren beugeltasch, knipje, pepermuntdoosje en lodereindoosje 1).
Nadat de meisjes door den Voorzitter der Hoofdcommissie aan HH. MM. waren voorgesteld, werden de verschillende kleeder-
\') Deze sieraden werden geleverd door de heeren C. A. Hackenberg en Jacq. Frank te Middelburg, H. Witkam te Goes en J. de Smidt Jz. te Terneuzen ; de tasschen aan den zilveren beugel en aan het knipje door Gezusters L a b r a n t te Middelburg en het kussen door den heer L. G. van der Weele aldaar.
84
drachten en de eigenaardige versierselen, welke aan elk daarvan verbonden zijn, door de Vorstinnen met groote belangstelling beschouwd, terwijl omtrent een en ander verschillende toelichtingen gevraagd werden. De Koningin, die zich zeer ingenomen toonde met de ontvangen kleinoodiën, deed intusschen met groote handigheid de beugeltasch aan.
De Regentes dankte, namens de Koningin, met hartelijke woorden voor de aangeboden geschenken en gaf te kennen, dat deze steeds een heerlijk souvenir zouden zijn, en tevens eene blijvende herinnering aan de verschillende kleederdrachten, welke HH. MM. thans mochten aanschouwen. Tevens betuigde de Regentes haar leedwezen, dat, wegens de aan het reizen verbonden vermoeienissen, voor dezen keer door de Koningin slechts aan een gedeelte van Zeeland een bezoek kon gebracht worden, en daarom werd door H. M. de voorstelling der Zeeuwsche meisjes en het aanbieden aan de Koningin van versierselen, die door de vrouwelijke bevolking der provincie gedragen worden, op hoogen prijs gesteld.
Blijkbaar was ook de Koningin met de voorstelling der meisjes zeer ingenomen en op eenvoudige en vriendelijke wijze met de meisjes sprekende vroeg en verkreeg H. M. van vele van haar nog tal van inlichtingen omtrent de kleederdrachten.
Het moet voor de Redactie van de Middelburgsche courant, die het denkbeeld geopperd had , alsmede voor allen, die zich vele moeiten getroost hadden om H. M. dit bewijs van hulde van de bevolking van Zeeland te brengen en tevens voor allen, die tot het slagen daarvan hunne bijdragen hadden geleverd , eene groote voldoening geweest zijn, dat de jeugdige Koningin het kussen met de daarop gehechte versierselen, blijkbaar met innig genoegen, eigenhandig naar boven op Hare kamer bracht l).
\') In den namiddag werd aan de meisjes, die aan HH. MM. waren voorgesteld, door de Commissie de gelegenheid gegeven om de versierde stad te zien : zij reden in rijtuigen de verschillende straten door en overal waar zij passeerden trokken hare schilderachtige kostumes aller aandacht.
85
Nadat de Commissie en de meisjes het paleis verlaten hadden, traden daar binnen de heeren mr. G. N. de Stoppelaae, Voorzitter, J. J. H. Doouenbos, Secretaris, L. K. van der Ha est J.Jz. en T. L. van Wag tend onk, leden van het Bestuur van de Vereeniging Uit het Volk— Voor het Volle, met de heeren A. Lu sen, den componist en W. H. Hasselbach, den dichter van de cantate, waarvan eenige fragmenten voor HH. MM. ten gehoore gebracht waren, alsmede den heer Jan Morks, die de uitvoering met zijn muziekkorps begeleid had.
De Regentes had haar verlangen te kannen gegeven om de Vereeniging, die het plan had opgevat om HH. MM. door de uitvoering hulde te brengen en de heeren, die de cantate hadden in het leven geroepen, met den Directeur van het muziekkorps, dat zijne hulp verleend had, dank te zeggen voor de treffende ovatie. Genoemde heeren werden door den Voorzitter der vereeniging aan HH. MM. voorgesteld, waarna de Regentes zeide, dat Zij zeer ingenomen was met de cantate, waarmede Zij reeds vroeger met zeer veel genoegen kennis gemaakt had en dat het Haar getroffen had, dat de kinderen met zulk eene beschaafde uitspraak der woorden gezongen hadden. Met veel belangstelling nam H. M. kennis van de mededeeling van den Voorzitter, dat aan de uitvoering deel genomen was door leerlingen van alle scholen, zoowel openbare als bijzondere en van allen rang en stand. H. M. betuigde, ook namens de Koningin , den heeren tevens hartelijk dank voor de aan de Koningin gebrachte hulde.
Tntusschen hadden zich een groot aantal waardigheidsbeklee-ders naar de Abdij begeven om van de gelegenheid gebruik te maken H. M. de Regentes hunne opwachting te maken. Men zag aldaar achtereenvolgens bijna allen aankomen, aan wie het bestuur van de Provincie en dat van de Gemeenten is opgedragen; velen, die andere administratieve betrekkingen bekleeden, leden van de rechterlijke machtvan kerkelijke collegiën , van we-
86
tenscliappelijke inrichtingen; een groot aantal militaire en maritieme autoriteiten, officieren van dienstdoende schutterijen in de Provincie, en nog vele anderen, die den heer Commissaris der Koningin den wensch hadden te kennen gegeven om tot de audiëntie te worden toegelaten.
Bij deze plechtigheid maakten de volgende officieren, civiele autoriteiten , besturen en particulieren bij H. M. de Koningin-Regentes hunne opwachting.
De Schout-bij-nacht jhr. T. E. de B r a u w , Directeur en Commandant der Marine te Hellevoetsluis met de Luitenantter-zee le klasse J. B. A. Jonckheer, Adjudant, en de Commandanten der oorlogschepen, in Zeeland aanwezig, de Kapiteins-ter-zee F. J. Stokhuijzen, J. Dalen, H. van de ii Mee ii, Z. J. Ca me ie ii en de Luitenant-ter-zee le klasse W. J. d-e Buuijne, alsmede de overige op die schepen dienstdoende officieren.
De G enera al-M aj o or jhr. L. J. H. Te ding van Berkhout, Bevelhebber der derde militaire afdeeling te Breda, met zijn adjudant, den Kapitein J. L. A. de biiuijn.
De Luitenant-Kolonel F, Cl. Sprenger, Commandant der dd. Schutterij te Middelburg, met het korps officieren.
De Majoor Jos. van Raalïe , Commandant der dd. Schutterij te Vlissingen, met het korps officieren.
De Majoor jhr. A. C. J. Witïeeï, Commandant van het 2e bataljon, 3e regiment infanterie en garnizoens-comman-dant te Middelburg, met het korps officieren.
De Majoor G. van Essen. Commandant van het bataljon van genoemd regiment en garnizoens-commandant te Vlissingen met het korps officieren.
De Ritmeester T. E. M van li i laak, Commandant van het detachement cavalerie, met den Eerste-luitenant J. M. H. van Lelijveld en den Tweede-luitenant A. Simon.
De Kapitein P. van der Meulen, Commandant der dd. Schutterij te Goes.
87
De Kapitein van het korps genietroepen A. E. von Betjcken Fock belast met liet toezicht op het detachement van dat korps tot het met dynamiet opruimen van brugpijlers enz. te Neuzen.
De Commissaris der Koningin in Zeeland met het College van Gedeputeerde Staten en den Griffier der Staten.
Het Gemeentebestuur van Middelburg.
De Luitenant-Kolonel D. -J. H. van Aken, Provinciale Adjudant te Middelburg.
De Luitenant-Kolonel IS. Epkema, Militiecommissaris te Middelburg.
De Kapitein-ter-zee-titulair J. C. de Ruytee de Wildt, Inspecteur van het Loodswezen te Vlissingen.
De Officier van gezondheid le. klasse der Koninklijke Nederlandsche Marine, D. de Bois Ju, te Vlissingen.
De Arrondissements-rechtbank te Middelburg met de Kantongerechten te Middelburg en te Goes en den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Kantongerechten te Oostburg , Neuzen en Hulst.
De Arrondissements-rechtbank te Zierikzee met het Kantongerecht te Zierikzee.
De Gemeentebesturen van Vlissingen, Goes, Zierikzee, Terneuzen (de Burgemeester met het oudste en het jongste lid van den Raad, de heeren Jos. de Feijteii en A. H. Donze) en de Burgemeester van Veere.
De Burgemeesters van de voormalige plattelands-gemeenten op Walcheren : Oostkapelle , Domburg, St. Laurens, Biggekerke, Koudekerke, Oost- en West-Souburg, Serooskerke , Grijpskerke, Meliskerke, Ritthem en Nieuw- en St. Joosland.
De Burgemeesters van andere gemeenten in Zeeland : Hon-tenisse, Zuidzande, Breskens, Nieuw vliet, Groede , Hulst, IJerseke, Kloetinge, Sluis , Cadzand , Tholen , Colijnsplaat , Cats , Cortgene, Ovezand, Nisse, Driewegen, \'s-Heer Arends-kerke, Hoedekenskerke, Hoofdplaat, Aardenburg , St. Kruis , Wolfaartsdijk , Rilland—Bath , quot;s-Heerenhoek , Wemeldinge ,
88
Borssele , Krainingen (met de Wethouders en den Secretaris), Waarde, Wissekerke , quot;Waterlandkerkje en Philippine (met eene Commissie uit den Raad).
De Eerewacht van HH. MM. te Middelburg.
De Hoofdingenieur van VRijks Waterstaat in het lle district, de heer A. van Ho off, met den heer A. A. Be kaak,, Ingenieur te Middelburg.
De Hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat in Zeeland, de heer M. B. G. Hoge iiwaaed.
Het Bestuur van den polder Walcheren.
De Directeur der directe belastingen , invoerrechten en accijnzen te Middelburg, de heer J. J. T. Eveks, met de Inspecteurs L. de Po uw, te Middelburg en H. W. J. Cal-lenfels, te Zierikzee, alsmede den Ontvanger A. K eis eb te Middelburg.
De Directeur der registratie en domeinen voor Zeeland en het westelijk gedeelte van Noord-Brabant, de heer J. P. van Dunne.
De Voorzitter van het Bestuur der visscherijen op de Schelde en de Zeeuwsche stroomen, de heer C. J. de Vuldee van Noouden.
De Inspecteur der posterijen voor Noord-Brabant en Zeeland, de heer W. P. Nagel, met de Directeuren der postkantoren te Middelburg, Vlissingen en Goes, de heeren J. A. J. van dek Scha af f, J. D. J. M. Bek aak en L. J. van Ingen en den Directeur van het Rijkstelegraafkantoor te Middelburg, den lieer P. quot;Veksloot.
De Inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht, tevens Voorzitter van den Geneeskundigen raad voor Zeeland en westelijk Noord-Brabant, de heer dr. A. van dee Loeff te Breda, met den Secretaris van dien raad, den heer J. J, Bek-denis van Beklekom te Middelburg.
Het College van Regenten over het huis van bewaring te Middelburg.
De Districts-schoolopzieners te Middelburg en Goes, de
89
lieeren W. Middel veld Viersen en mr. C. de Witt Ha mek, met de AiTondissements-sehoolopzieners voor Middelburg, Oostburg en Axel, de heereu mr. J. P. F. van dek, Mieden van Opmeek, J. G. Gerritsen en K. J. A. G. baron Gollot d\'Escury.
Het College van Curatoren van het Gymnasium te Middelburg.
De Commissie van toezicht op het middelbaar onderwijs te Middelburg.
De Commissie van toezicht op het lager onderwijs te Middelburg.
Eene commissie uit het College van leeraren aap \'s-Eiiks hoogere burgerschool te Middelburg.
Eene commissie uit het Provinciaal Kerkbestuur van Zeeland.
Eene commissie uit het Classicaal Kerkbestuur van Middelburg , met commissies uit de Kerkeraden der Nederduitsch-hervormde gemeenten te Middelburg en te Vlissingen en den Predikant van Serooskerke (Walcheren), den heer L. I1. A. Wesïerbeek van Eer ten.
Eene commissie uit het College van Kerkvoogden der Neder-duitsch-hervormde gemeente te Middelburg.
Eene commissie uit het Consistorie van de Waalsche gemeente te Middelburg.
Eene commissie uit den Kerkeraad der Evangelisch-Luthersche gemeente te Middelburg.
Eene commissie uit den Kerkeraad der Doopsgezinde gemeente te Middelburg.
Eene commissie uit den Kerkeraad der Engelsche gemeente te Middelburg.
De afgevaardigde van de Gereformeerde kerk van Middelburg , vertegenwoordiger van de Kerkeraden A, JB en C, de heer A. Litïooij.
De Pastoor der Roomsch-katholieke gemeente te Middelburg, de heer G. H. Eengs, met eene commissie uit het Kerkbestuur.
Het Kerkbestuur der Nederlandsch-Tsraëlietische hoofdsynagoge te Middelburg.
90
De Kamers van koophandel en fabrieken te Middelburg en te Ylissingen.
De Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerks-nijverheid in Nederland, afdeeling Middelburg.
Het Hoofdbestuur van de Maatschappij tot bevordering van Landbouw en Veeteelt in Zeeland,
Het Bestuur van het Zeeuwscb genootschap der Wetenschappen te Middelburg.
Het Bestuur der Godshuizen te Middelburg.
De Consuls en de Consulaire agenten van vreemde Mogendheden te Middelburg en te Vlissingen : de heeren J. L. Guu-beii, Keizerlijk-Duitsche consul; P. L. de Bruyne, Vice-consul van Groot-Brittannië en Ierland; P. Smith Vissee, Consulair agent van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika., van Italië en van Griekenland, Vice-consul van Spanje en Consul van Venezuela; H. A. Beniek, Consul van België en Consulair agent van Rusland; J. van Boven, Vice-consul van Portugal; J. Wilkens, Consul van Uruguay; F. H. J. Wibaut, waarnemend Vice-consul van Oostenrijk-Hongarije.
De heer mr. E. Fokker, Lid der Eerste Kamer der Staten-Generaal voor Zeeland.
De heeren mr. C. Lucasse, mr. P. C. J. Henne-quin en mr. J. G. van De ins e. Leden der Tweede Kamer der Staten-Generaal voor Zeeuwsche kiesdistricten.
De heeren J. M. Kakebeeke, H. G. Hammacher en C. L. van Woel de ren, Leden der Provinciale Staten van Zeeland.
De heer H. A. Sijpkens, Betaalmeester in het arrondissement Middelburg.
De heeren H. N. baron Schi mm elpen ninck van der O u e , E. L. baron van Har denbroek, jhr. M. J. H u yd e coper en K. J. A. G. baron Colloï d 1 E s c ü r y , Rentmeesters van het Kroondomein voor de rentambten Goes, Middelburg, Tholen en Hulst.
91
De Luitenant-ter-zee der 2e. klasse op non-activiteit, J. ï\\ H o-s ANG.
De Eerste-luitenant der Koninklijke Marecliaussee, T. X. L. Schoenmaeckeiis, Districts-commandant te Sas van Gent.
De Kapiteins der infanterie van het Oost-Indisch leger , met verlof, P. A. P. Yeumeulen en J. W. Geill.
De Eerste-luitenant-adjudant van het le bataljon 2e regiment infanterie, F. L. Lambeechïsen.
De Officier-machinist der le. klasse bij VRijks stoomvaartdienst, J. J. Kuotter, gedetacheerd bij den aanbouw van het oorlogschip //Evertsen11 te Ylissingen.
De Ingenieur der 2e. klasse der Koninklijke Nederlandsche Marine, J. \'t Hooft, gedetacheerd te Ylissingen.
De Inspecteur van den arbeid in de eerste inspectie, de heer dr. H. F. Kuijpeii te Breda.
De Directeur van het Rijks-landbouwproefstation te Goes, de heer dr. A. J. Swaving, met den Rijks-landbouwleeraar voor Zeeland, den heer I. G. J. Kakebeeke te Goes.
De Onder-inspecteur van het Belgisch Loodswezen te Ylissingen, de heer F. van Schoot en, met den Ontvangerbetaalmeester , den Chef-loods le. klasse en den Eersten geneesheer, de heeren F. J. Blij, P. Baels en F. C. Steward Schul tz.
De Bibliothecaris der Provincie Zeeland, de heer J. Bkoekema.
De Archivaris der gemeente Middelburg, de heer M. H. van Yisvlieï
De Uker, chef van dienst, de heer G. yan den Berge te Middelburg.
De Commiezen ter Provinciale griffie, de heeren jhr. mr. P. Damas van Citters, H. L. Dormaar en mr. D. J. J. Laan.
De Directeuren der Stoomvaart-maatschappij //Zeeland,1\' de heeren C. L. van Woelderen en mr. C. Bakker Cz.
De heer J. Schalkwijk, Heemraad van het waterschap Schouwen.
92
De heer dr. J. C. de Man, medicus te Middelburg-.
De lieer mr. J. H. de Stoppelaaii, oud-voorzitter der Arrondissements-rechtbank te Middelburg, thans vanwege de Nederlandsche regeering zitting hebbende in het internationale Gerechtshof te Cairo, met verlof te Middelburg.
De heer W. S. Bosch, Notaris te Vlissingen.
De Eere-voorzitter en het Bestuur van de afdeeling \'/Middelburg1\' van den Bond van oud-onderofficieren.
Verder werden nog eenige personen tot de audientie toegelaten om hunne bijzondere belangen aan H. M. de Koningin-Regentes voor te dragen.
ïer audiëntie gaf H. M. de Regentes aan den Gemeenteraad van Middelburg te kennen, dat het Haar getroffen had , dat de stad zoo prachtig versierd was, wat zoowel door de Koningin als door Haar zeer op prijs gesteld werd.
De heer mr. P. O. J. Hennequik, Burgemeester van Aardenburg, bood namens den Raad dier gemeente aan H. M. eenige photographieën aan van de verschillende gemeenten in het westelijk gedeelte van Zeeuwsch-Vlaanderen, bestemd voor H. M. de Koningin 1).
De Burgemeester van Philippine, de lieer J. B. Dhooge, vestigde de aandacht van H. M. op den steeds achteruitgaan-den toestand van de haven dier gemeente en riep de hulp van de Regentes in, om door het doen graven van een kanaal daarin verbetering te brengen , opdat de bevolking van de gemeente, welke bijna geheel in de visscherij haar bestaan vindt, niet geheel en al tot armoede zou gebracht worden.
Door den heer Tj. K i e l s t r a , leeraar, en den lieer s. Pak Biiouwee, Mz., voorzitter van het College van dia-
1
) Deze photographieën waren geborgen in een met blauw pluche omkleed en met zilveren beslag versierd kistje, dat voorzien was van het opschrift: »Herinnering bezoek aan Zeeland. Augustus 1894.quot;
93
kenen, werden namens den Kerkeraad der Doopsgezinde gemeente te Middelburg zoowel aan H M. de Koningin, als aan H. M, de Koningin-Regentes, pliototypieën 1) aangeboden van drie in het bezit dier gemeente zijnde oude stukken. Deze zijn gedagteekend 26 Januari 1577 , 29 Januari 1582 en 4 Maart 1593. De eerste twee zijn eigenhandig geteekend door Prins Willem van Oiianje en het derde is eene nota-rieele kopie van een schrijven, door Prins M au kits gericht aan den Magistraat van Middelburg. Bij deze stukken werd den Doopsgezinden vrijstelling verleend van eedsaflegging en van het dragen van wapenen; verder werd hen daarbij vrij handelsverkeer toegestaan en vrijheid van geweten gewaarborgd. Bij de aanbieding der pliototypieën wees de heer Kielstra er op, dat die oude stukken een schitterend getuigenis afleggen van de goede gezindheid , welke de Oranjevorsten reeds in die tijden aan de Doopsgezinden toedroegen , toen de begrippen omtrent verdraagzaamheid op het punt van godsdienst zeer bekrompen waren, en dat in latere tijden tot in deze eeuw toe de Doopsgezinden steeds hulp en steun bij de O u i n j e s hadden gevonden. Uit dankbaarheid daarvoor had de gemeente te Middelburg gedacht niet beter te kunnen doen, dan aan HH. MM. kopieën aan te bieden van die oude stukken , welke steeds met zooveel piëteit bewaard worden 2).
\') Deze fraai uitgevoerde pliototypieën. vervaardigd door de firma Roei, off zen amp; Hübner te Amsterdam, waren vervat in twee wit satijnen portefeuilles met zilveren titel.
s) Tijdens de audiëntie werd ten paleize afgegeven een »Welkomstgroetquot; van de bekende blinde dichteres Antje Ball te Middelburg, door haar zelve in Braille-schrift geprikt en gevat in een blauw linnen band, waarop met vergulde letters: »Aan HH. MM. de Koningin Wilhelmina en de Koningin-Regentes Emma.quot; Vóór het gedicht was een in kleuren bewerkt titelblad geplaatst van de hand van den Heer R. J. Hoogervorst. De Welkomstgroet bestond uit twintig coupletten , elk van vijf regels. De band was vervaardigd in de boekbinderij van den Heer F. J. van Heulen te Middelburg.
94
Bij het einde van de audiëntie bevonden zioli in de Abdij wederom het detachement huzaren en de Middelburgsche Eere-wacht om HH. MM. op den rijtoer door de stad te begeleiden; ook het Koninklijke rijtuig en de hofrijtuigen waren daar weder aangekomen.
De Koninklijke stoet was thans samengesteld evenals bij den intocht; alleen Gedeputeerde Staten en de Griffier alsmede de Wethouders en de Gemeente-Secretaris namen daaraan geen deel.
De trein verliet de Abdij door de Balanspoort en volgde dezen weg: Balans, Spanjaardstraat, Lange Singelstraat, Korte Singelstraat, Brakstraat, Breestraat, Nederstraat, Eotterdam-sche kaai, Batean-porte , Dwarskaai, Zuidzijde Dam , Dam , Kortedelft, Nieuwstraat, Londensche kaai, Houtkaai, Turf-kaai, St. Janstraat, Langedelft 1), Markt, Langeviele, Achter de houttuinen , Seisdam , Krommeweele , Vlasmarkt, Markt, Lange Noordstraat, Helm.
Overal waar de Vorstinnen voorbijkwamen werden zij, evenals bij de intrede , door eene groote menigte hartelijk toegejuicht , waarvoor HH. MM. Haren dank betuigden door buigingen en door toewuiven.
Te 4\' uur 40 minuten kwam het Vorstelijk rijtuig voor den ingang van het Stadhuis 2) in den Helm aan. HH. MM. werden aldaar door den Burgemeester ontvangen.
1
) In deze straat werd door het Middelburgsche meisje, Catharina Pieternella Stevens, die het ongeluk heeft hare beide handen te missen , aan de Koningin een bouquet aangeboden, dat met een woord van dank aangenomen werd.
2
) Het in gothischen stijl opgetrokken gedeelte van dit prachtige oude bouwwerk heeft sedert 1881 vele restauraties ondergaan; behalve de toren en de beneden-verdieping van den voorgevel, zijn aan de zijde van de Lange Noordstraat drie ramen van dezelfde verdieping geheel vernieuwd en in hun oorspronkelijken vorm hersteld.
95
De gang was met planten en bloemen rijk versierd; tegenover de trap was een prachtige spiegel aangebracht, aan alle zijden omgeven door planten en bloemen , waartusschen het borstbeeld van de Koningin prijkte.
Toen de Vorstinnen het rijtuig verlaten hadden en het Stadhuis binnen getreden waren, werd door de jongejuffrouw Lili Salbeug aan de Koningin en door de jongejuffrouw Helena Boiisiüs aan de Regentes een bouquet aangeboden. Daarop werden HH. MM. door een 20tal jonge meisjes 1), die onder de leiding van Mevrouw B o k s i u s geb. Lenshoek en Mevrouw Sal beug geb. Kakebeeke aan weerszijden van den gang geschaard stonden , met bloemen bestrooid en met heldere stemmetjes een //Welkomstliedquot; toegezongen. Vooraf werd een exemplaar van dit lied met blauwe letter in oranje lijst op wit satijn gedrukt, door de jongejuffrouw J. Bolle aan de Koningin en door de jongejuffrouw M. de Vuldeb, van Noorden aan de Regentes aangeboden.
Dat Welkomstlied was het volgende ;
Weest welkom, edel Paar, geliefde Koninginnen !
Met vreugd begroeten we U in onze blijde stad!
Gezegend zij de stond, waarin we onze Vorstinnen.
De hope van het land, met glansen zien omstraald.
Ons hart en onze hand strooit bloemen op uw paden, Het kinderlijk gemoed brengt u zijn huldeblijk;
Neemt dit welwillend aan, Uw liefde maakt ons rijk:
Wij weten \'t: Uw goed hart kan \'t kleine niet versmaden.
Ons need\'rig welkomstlied vindt weerklank allerwegen.
Heel Zeeland jubelt mee met ons eenvoudig koor,
En hoe zou \'t anders zijn , Gij zijt ons volk ten zegen,
De roem van \'t Vaderland gaat, met U, niet te loor.
Wij helpen daarom trouw d\'Oranjeboom omklemmen ,
Ook \'t jonge Nederland vindt daarbij steun en macht;
Wat ook gebeuren moog\', Uw hulpe geeft ons kracht;
Met U \'t gevaar getart: »Wij worstlen en ontzwemmen ! quot;
*) Deze meisjes waren in het wit gekleed met oranje ceinture, wit-glacé handschoenen en goud-lederen schoentjes.
96
Verheffen w\'on zen zang, luid klinken stem en snaren ,
Ter viering van dit feest, dat lang ons heugen zal.
Het jonge Middelburg wil dank aan vreugde paren :
Niet éen onthoude zich, \'t zij blijdschap overal!
De jonge Koningin en Hare lieve Moeder,
Haar blijke \'t kinderlied, zoo innig haar gewijd.
De uiting van \'t gebed, gestameld t\' allen tijd,
Om bloei van \'t Vorstenhuis, gericht tot d\' Albehoeder
HH. MM. schreden zeer langzaam tussclien de strooistertjes-zangstertjes door, en werden daarna door den Burgemeester uitgenoodigd de Oudheidkundige verzameling met een bezoek te vereeren , waaraan de Vorstinnen verklaarden met genoegen te willen voldoen. Binnengetreden, werden door den Burgemeester aan HH. MM. voorgesteld de leden der Eaads-com-missie ten behoeve van de Oudheidkundige verzameling en het Oud-archief, de heeren W. J. Spreng er, Voorzitter, Mr. G. N. de Stoppel a ar en Jhr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje, benevens de Gemeente-Archivaris, de heer M. H. van Visvliet. Daarna werden door den Gemeente-Secretaris, den heer A. de Vulder van Noorden, aan de Koninginnen in lederen prachtbanden gebonden exemplaren van den catalogus der verzameling aangeboden 2).
Op verzoek van de Commissie genoot de heer Mr. de Stoppelaar de eer HH. MM. in de zalen te begeleiden. De aandacht der Vorstinnen werd getrokken door het rijk gebeeldhouwd portaal, afkomstig uit het huis, weleer bewoond door Adole Hardinck, Rentmeester van Zeeland Be-wester-Schelde ; de uit het St. Barbara-gasthuis overgebrachte
\') Dit lied was gedicht door den heer A. Pas senier, onderwijzer , en de melodie gecomponeerd door den heer C. J. Cleuver, .muziekdirecteur , beiden te Middelburg.
3j Catalogus der oud- en zeldzaamheden, schilderijen, teekeningen eti portretten, munten en penningen enz. aanwezig in de oudheidskamer ten stadhuize van Middelburg, door Mr. G. N. d e S t o pp e i, a ar. In dezen catalogus worden omtrent de in de verzameling berustende voorwerpen een groot aantal geschiedkundige bijzonderheden medegedeeld.
97
houten beeldjes; de oude muziekinstrumenten in 1560 en later gebruikt bij den plechtigen omgang op den heiligen sacramentsdag. Toen de aandacht van de Regentes werd gevestigd op de steeds in de oudheidskamer bewaard wordende keure, door Graaf Willem II van Holland, Eoomsch-koning, op 11 Maart 1254 te Dordrecht aan de poorters van Middelburg gegeven (volgens sommigen het oudst bekende charter in het Nederduitsch), vroeg H. M. voorlezing van een gedeelte van dit oude stuk, waaraan op verzoek van den heer de Stop-pelaae door den heer Archivaris van Visvliet voldaan werd. Ook bezichtigden de Koninginnen met belangstelling de verguld-zilveren eeresleutels met ketting, weleer gebezigd bij een Vorstelijk bezoek aan Middelburg; de oude roodfluwee-len burgemeestersstoel van 1595 ; de zilveren gedreven drinkschaal, door den Eaad der Admiraliteit van Zeeland in 1590 vereerd aan quot;Eveiit Heindiiicxssen , den stamvader van het geslacht Eveeïsen; de gouden keten met gedenkpenning, door Fr ede kik III, Koning van Denemarken, in 1659 geschonken aan Co ene lis Eveiitsen en de Japansch verlakte scheepsroeper, waarop het geslachtswapen van de Eveiitsen \' s L algebeeld. Verder vroeg H. M. de Regentes inlichtingen aangaande de tegels van blauw Delftsch aardewerk, afkomstig uit het voormalig gildehuis van de kuipers en wijn-heeren en bij het bezichtigen van de munten en legpenningen , geslagen aan de Munt te Middelburg , omtrent die Munt en het tijdstip van hare opheffing.
Tijdens de bezichtiging van de verschillende oud- en zeldzaamheden gaf de Regentes meermalen te kennen, dat liet Haar trof, dat in de verzameling een zoo groot aantal oude, op Middelburg betrekking hebbende, voorwerpen aanwezig waren en dat er vele jaren noodig moeten geweest zijn om al die zaken bijeen te brengen. Na het ontvangen van inlichtingen onderhield H. M. zich menigmaal met de Koningin over de belangrijkheid van onderscheiden voorwerpen.
Daarna betraden de Vorstinnen de aangrenzende oude vier-
7
98
schaar, waar de heer van Visvliet uit het oud-archief eenige belangrijke charters voor HH. MM. ter bezichtiging nedergelegd had. Het oudste van deze stukken was eene lijst van de accijnzen van Middelburg van 1326; het jongste stuk was de door Prins Willem van Obanje in 157é eigenhandig onderteekende verklaring, afgegeven aan de gemachtigden van de regeering en de burgerij van Middelburg omtrent de voorwaarden van overgave der stad. Verder wijdde de Regentes bijzondere aandacht o. a. aan een charter van Graaf Albrecht van Beu eren van ]393, eene uitspraak van het concilie van Bazel van 1436 , een charter van Maria van Boürgondië, in 1477 te Gent gegeven, een vidimus van eene bul van Paus Innocentiüs VIII, gedagteekend 2 Maart 1486, en nog eenige andere. Ook de origineele keure van Zeeland van 1495, waarop een miniatuur portret van Philips den Schoone, werd aan de Koninginnen vertoond. 1)
Omtrent verscheidene stukken vroeg H. M. deEegentes inlichtingen , die Haar door den heer va n V is vliet werden verschaft.
Na bezichtiging der verzamelingen werden de Vorstinnen uitgenoodigd Hare naamteekening te plaatsen in het Album der bezoekers. Hieraan werd welwillend voldaan en H. M. de Eegentes plaatste onder Haar naam de dagteekening van het bezoek ; //21 Augustus 1894.quot;
De Vorstinnen verlieten daarop het Stadhuis , nadat Haar door de strooistertjes het laatste couplet van het bovenvermelde lied toegezongen was en begaven zich met denzelfden stoet, waarmede Zij aldaar aangekomen waren, uit den Helm, door de Lange Noordstraat, over de Markt, door de Lange en Korte Burg , over de Balans en door de Balanspoort naar het paleis in de Abdij , steeds van alle zijden door de menigte met toejuichingen begroet.
1
) Eene beschrijving van deze keure, door den heer van Visvliet, vindt men in het tijdschrift »Eigen Haardquot; 1894 bladz. 492 en 493.
99
Even voor half zeven begaven de Koninginnen zich in gesloten rijtuig naar het Gouvernementsgebouw om deel te nemen aan het diner, dat Haar door de Staten van Zeeland in de groote zaal zou aangeboden worden , waar sedert eeuwen zoovele belangrijke besluiten genomen zijn en waar de vergaderingen van de Staten van Zeeland nog steeds gehouden worden.
Dit gebouw door den hoofdingang binnentredende, zag men in de vestibule aan weerszijden een keur van sierplanten, terwijl de muren langs de met een prachtigen looper bedekte trap met groen bedekt waren, waartusschen waterlelies. De trapleuning was omwonden met donkerrood fluweel en van draperieën voorzien, die door gouden koorden, waaraan kwasten , opgehouden werden. Ook in de gang, die van de trap naar de zalen leidt, waren aan weerszijden sierplanten geplaatst. Voor den ingang van de zoogenaamde anti-chambre was eene donkerrood fluweelen portière met gouden franje, koorden en kwasten gehangen, terwijl deze kamer aan weerszijden naar den toegang tot de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten met bloemen en planten versierd was. Deze toegang was van eene dergelijke portière voorzien als de ingang aan de zijde van de gang. In die zaal was onder den ouden grooten schoorsteen een tal van bloemen en planten geplaatst; overigens waren geen versieringen aangebracht, zoodat de prachtige gobelins geheel zichtbaar bleven. De toegang van deze zaal tot de groote Statenzaal was voorzien van eene donkerblauw fluweelen portière met gouden franje, koorden en kwasten. Ook in deze zaal was de ruimte onder den antieken schoorsteen geheel met bloemen en planten gevuld. Voor de ramen waren donkerrood fluweelen overgordijnen gehangen, die met goud geborduurd waren, afgezet met gouden franje en opgehouden door gouden koorden met kwasten. Tegenover de ramen bevond zich tus-schen de twee groote gobelins eene buste van H. M. de Koningin, geplaatst op eene console en door draperieën omgeven. Tegen de tribune, waarop tijdens de openbare vergaderingen van de Provinciale Staten het publiek wordt toegelaten , was
100
eene groote tropee van Nederlandsclie en Waldeck-Pyrmontsche vlaggen aangebracht, waartussclien de wapens van die beide landen prijkten. Verder was die tribune geheel door groen gemaskeerd, terwijl aan de bovenzijde tegen het plafond tus-schen de stijlen draperieën van dezelfde vlaggen gehangen waren 1).
Nadat HH. MM. het gebouw binnengetreden waren, begaven Zij zich langs den zooeven beschreven versierden weg naar de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten, waar de gastheeren en de genoodigden zich verzameld hadden s). Na de dames en heeren met buigingen begroet te hebben traden de Vorstinnen de groote zaal binnen, gevolgd door allen, die aan den feestmaaltijd zouden deelnemen 3).
De Koninginnen, de gastheeren en de genoodigden namen aan den feestdisch plaats zooals op onderstaande schets is aangeduid.
101
1. Mr. J. C. R. van der Bilt, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
2. Jhr. Mr. W. M. de Brauw, Commissaris der Koningin in Zeeland.
3. Baronesse van Hardenbroek van \'s - H e er a a r t s b er g en Bergambacht geb. Gravin van Limburg Stirum, Grootmeesteres van H. M. de Koningin-Regentes.
4. Jkvr. F. L. H. van de Poll, Sur-Intendante der opvoeding van H. M. de Koningin.
5. K. J. G. Baron van Hardenbroek van \'s-Heeraartsberg en Bergambacht, Opperkamerheer van H. M. de Koningin.
6. Jhr. S. M. S. de Ranitz, Kamerheer van H. M. de Koningin en Particulier Secretaris van H. M. de Koningin-Regentes.
7. Miss Saxton Winter, Engelsche Gouvernante van H. M. de Koningin.
8. E. G. Baronesse van Ittersum, eerste Hofdame van H. M. de Koningin.
9. J. W. F. Ridder Huyssen van Kattend ij ke, Kamerheer van H. M. de Koningin.
10. C. A. Baron Bentinck, Adjudant in buitengewonen dienst en eerste Stalmeester van H. M. de Koningin.
11. Jhr. P. J. Vegelin van Claerbergen. Kamerheer in buitengewonen dienst van wijlen Z. M. den Koning en Referendaris bij het Kabinet der Koningin.
12. Mevrouw Schorer, echtgenoote van den Burgemeester van Middelburg.
13. Jhr. T. E. de Brauw, Schout-bij-nacht, Directeur en Commandant der Marine te Hellevoetsluis.
14. Jhr. Mr. L. Schorer, Burgemeester van Middelburg.
15. Mevrouw de Brauw, echtgenoote van den Commissaris der Koningin.
16. Jhr. W. J. P. van den Bosch, Kapitein, Adjudant van H. M. de Koningin.
17. J. H. F. Graaf Du Monceau, Eerste-luitenant, Ordonnans-officier van H. M. de Koningin.
18. Jhr. L. J. H. Teding van Berkhout, Generaal-majoor, Commandant in de derde militaire afdeeling.
19. Jhr. K. A. Godin de Beaufort, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor Zeeland.
20. Mr. E. Fokker, Lid ven de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor Zeeland.
21. J. P. I. Bu t eux, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
eene kaart uitgereikt, welke eene afteekening van de tafel bevatte, waarop het nummer was aangewezen van de voor ieder bestemde plaats; dit nummer werd mede aangetroffen op het bij elk couvert aanwezige programma van de tijdens den maaltijd uit te voeren muziekstukken.
102
22. Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs, President der Anon-dissements-Rechtbank te Middelburg.
23 A. van Hooff, Hoofdingenieur in het lle district van den Rijkswaterstaat , te Middelburg.
24. J. F. van Dunne, Directeur der registratie en domeinen, te Middelburg.
25\' J- J■ T. Evers, Directeur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen in Zeeland.
26. J. M. Kakebeeke.
27. Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Commandant van de Mid-delburgsche eerewacht.
28. F. G. Spreng er. Luitenant-kolonel, Commandant der dienstdoende schutterij te Middelburg.
29. J. H. C. Heijse, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
30. C. J. J. A. van Teylingen, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
31. W. A. Graaf van Lynden, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
32. L. J. M. van Waesberghe Janssens, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
33. Jhr. A. C. J. Wittert van Hoogland, Majoor, Garnizoens-com-mandant te Middelburg.
34. D. J. H. van Aken, Luitenant-kolonel, Provinciaal-adjudant.
35. N. Epkema, Luitenant-kolonel, Militiecommissaris in Zeeland.
36. J. C. de Ruyter de Wildt, Kapitein-ter-zee-titulair, Inspecteur van het Loodswezen te Vlissingen.
37 W. C. de Smidt.
38. B. G. van der Have.
39. Jhr. Mr. J. J. Pompe van Meerder voort.
40. Mr. J. G. van De in se.
41. D. A. Dronkers.
42. T. van Uije Pie ter se.
43. H. G. Hammacher.
44. Mr. P. C. J. Hennequin.
45. T. E. M. van Lila ar. Ritmeester der cavalerie. Commandant van het detachement huzaren.
46. M. B. G. Hoger waard, Hoofd-ingenieur van den Provincialen Waterstaat in Zeeland. f
47. H. P. J. ïutein Nolthenius, Burgemeester van Vlissingen.
48. W. Middelveld Vier sen, Districts-schoolopziener te Middelburg.
49 J. H. Snijders.
50. Mr. C. Lucasse, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en Lid der Provinciale Staten.
103
51. Mr. C. J. Fokker.
52. P. Moes.
53. Dr. J. van der Beke Callenfels.
54. M. Bolle Lz.
55. C. J. Huvers.
56. Mr. A. C. B. Thomaes.
57. J. L. C1 u ij s en a e r , Directeur-generaal van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
58. Mr. C. Bakker Cz., Directeur der Stoomvaart-maatschappij «Zeeland.quot;
59. Jhr. Mr. J. F. Scliuurbeque Boe ij e, Substituut-officier van justitie bij de Arrondissements-rechtbank te Middelburg.
60. Mr. J. P. F. van der Mieden van Opmeer, Kantonrechter te Middelburg. v
61. P. F. Fruijtier.
62. C. L. van Woelderen, Lid der Provinciale Staten en Directeur der Stoomvaart-maatschappij «Zeeland.quot;
63. B. M. den Boer.
64. M. N o o r d ij k e.
65. Mr. J. C. van der Lek de Clercq.
66. A. M o e r d ij k.
67. Mr. J. A. Bolle.
68. W. J. Vader.
69. H. A. Sijpkens, Betaalmeester in het arrondissement Middelburg.
70. Mr. W. Polman Kruseman, Griffier der Staten van Zeeland.
71. J. Broekema, Bibliothecaris der Provincie.
72. A. de Vulder van Noorden, Secretaris van Middelburg.
73. C. Ysebaert.
74. Mr. P. J. F. van Voorst Vader.
75. M. de Jonge Jz.
76. J. A. van Rompu.
77. J. L. I. de Bats.
78. Jhr. mr. E. A. O. de Casembroot.
79. H. J. van der Meer.
80. P. J. Siegers.
81. Jhr. Mr. P. Damas van Citters, Commies-chef van de eerste afdeeling der Provinciale griffie van Zeeland.
82. H. L. D o r m a a r, Commies-chef van de tweede afdeeling dier griffie.
83. Mr. D. J. J. Laan, Oommies-chef van de derde afdeeling dier griffie
i) De Heeren achter wier namen geen titel vermeld is, waren Leden der Provinciale Staten. Van de drie leden van die vergadering, welke niet aanwezig waren, had de Heer J. O. Ris-seeuw kennis gegeven, dat hij wegens den min gnnstigen toestand van zijne gezondheid aan het feestmaal geen deel zou knnnen nemen; de Heeren Mr. J. H. L. van Buren eu A. Hollesielle hadden medegedeeld, dat zij niet tegenwoordig zouden zijn.
104
Bij liet binnentreden der Koninginnen werd door de musici 1), die op de tribune hadden plaats genomen het //Wilhelmus,\'1 volgens de oude toonzetting, uitgevoerd en terstond daarna het hier te lande zeer weinig bekende Waldecksche volkslied //Mcin Waldeckquot; van Kaulbach.
Beide Vorstinnen waren in een gedecolletteerd kostuum gekleed. Dat van H. M. de Koningin was van wit satijn , terwijl de hals was getooid met eene léontine van diamanten en robijnen. De Regentes was in het zwart met eene diadeem van diamanten op het hoofd en eene rivière van dezelfde edel-steeneu om den hals.
De tafel was recht vorstelijk aangericht; het servies was van fijn beschilderd Engelsch aardewerk; op de hoofdtafel stond voor de plaatsen der Koninginnen een groot zilveren middelstuk, waarin prachtige bloemen; ook op de beide zijtafels waren eenige met bloemen gevulde corbeilles geplaatst.
De zaal was schitterend verlicht; aan de gaskronen waren branders met gloeilicht aangebracht, terwijl op de tafel nog een aantal candelabres met kaarsen geplaatst waren.
1
Meditation sur le Ir prélude . . . Bach, Gounod.
105
Het menu ^ van den feestdiscli luidde aldus ;
Consommé a l\'Américaine.
Croquettes a la Toulouse truffées.
Petites timbales financière.
Turbot a la Hollandaise.
Selle d\'agneau, sauce a la Périgueux.
Céleris au jus.
Dindonneaux a la moderne.
Asperges de Puteaux.
Roti de bécassines au foies d\'oie,
compote de Montreuil.
Laogoustes a la ravigote,
salade.
Crème Carignan.
Macédoine au kirsch.
Gateau gentil.
Nougat élégant.
Glacé.
Dessert. Fruits.
Tijdens het dessert vroeg en verkreeg de Heer Commissaris
l) Het diner werd geleverd door de firma Zomerdijk Bussink te Amsterdam, welke in 1862 bij het bezoek van Koning Willem III voor den door de gemeente Middelburg op het stadhuis aan Z. M. aangeboden maaltijd zorg had gedragen.
De menu\'s waren geleverd door de firma S. Lankhodt amp; C. te \'s-Gravenhage en op crèmekleurig onafgesneden karton in kleuren en goud gedrukt naar eene teekening van den Heer Berden, Architect, mede aldaar; die voor de Koninginnen waren gedrukt op wit satijn. Het was geheel in gothischen stijl uitgevoerd. In den linkerbovenhoek prijkte het wapen der Provincie, dat ter rechterzijde was vergezeld van een tak van een oranjeboom, waaraan bladeren en vruchten en waaromheen een lint was geslingerd, waarop »21 Augustus 1894,quot; een eu ander gevat in een ornamentalen rand. Onder het wapen zag men in een dergelijken rand een tak, waaraan eene waterlelie met bladeren, waaromheen een lint gestrengeld was met de spreuk van het Zeeuwsche wapen »Luctor et Emergo.quot; Daaronder eene visch en nog lager een aantal bloemen en bladeren , welke zich mede aan de onderzijde van het menu bevonden. Aan de rechterzijde bevond zich eene smalle ornament-versiering, afhangende van die, welke aan het hoofd prijkte.
106
der Koningin, Jhr. Mr. de Brauw, van de Eegentes vergunning eenige ■woorden te spreken en zeide daarna het volgende :
quot;Mevrouwen!
Gebruik makende van het verlof, door H. M. de-Koningin-Regentes verleend aan mij als Voorzitter der Provinciale Staten van Zeeland , om aan dezen maaltijd een oogenblik het woord te voeren, zij het mij allereerst vergund Uwe Majesteiten onzen innigen dank te brengen voor het groote voorrecht, hetwelk dit gewest te beurt valt door het hooggewaardeerd bezoek van Uwe Majesteiten.
Hoogstdezelven kunnen er zich van overtuigd houden, dat de geheele Provincie met het bezoek Uwer Majesteiten zeer is ingenomen en dat de geheele Zeeuwsche bevolking deze heuglijke gebeurtenis ten eeuwigen dage in dankbare herinnering zal houden.
Uwe Majesteiten zullen niet vele uren in dit gewest kunnen vertoeven zonder de diepe waarheid te erkennen van het Vorstelijk getuigenis door wijlen Z. M. den Koning bij Zijn intocht in Middelburg op 21 Mei 1862 uitgesproken; //de bevolking der Zeeuwen — zoo luidden Zijne nimmer te vergeten woorden — heeft van oudslier onder al het lief en leed des Vaderlands steeds getoond trouwe aanhangers van het Huis van Oranje te zijn.quot;
Die trouw en gehechtheid zijn in het hart der Zeeuwen geplant door de geschiedenis der eeuwen. Trouwens geheel Nederland gevoelt, dat ons Koninklijk Huis nog iets meer is dan de uitdrukking van het monarchale beginsel hier te lande. Ieder gevoelt, dat het Huis van Oranje steeds is geweest het symbool van quot;s Lands onafhankelijkheid en de waarborg der volksvrijheid.
Wij genieten het zeldzaam voorrecht, ons door eiken vreemdeling benijd, dat de leuze van onze Vorsten steeds is geweest de echte vrijheidsleuze van het Land; en wij zijn verzekerd, dat dit onder Gods zegen zoo zal blijven , tot heil van het Vaderland.
107
Mevrouw de Koningin-Regentes! Het is ons bekend, dat liet Uwer Majesteits hoogste doel is om aan Uwe Koninklijke Dochter de Regeering over te dragen over een voorspoedig en gelukkig volk. Wij weten, dat Uwe voornaamste zorg is onze Koningin op te leiden voor de zware taak , die H. M. later zal worden opgelegd. Wij wenschen Uwe Majesteit daarvoor dank te brengen en de verzekering te geven , dat Uwe Majesteit de liefde der Zeeuwen heeft veroverd en steeds bij hen hooge waardeering zal vinden.
Wanneer ik mij mag veroorloven thans een enkel woord tot H. M. de Koningin te richten , dan is het om Haar de toezegging te geven, dat de taak , die Hoogstdezelve- wacht, door de liefde van Haar Volk zal worden verlicht, en dat H. M., waar Zij hulp en steun mocht behoeven , bij de Zeeuwen van eiken rang en stand de getrouwste lijfwacht zal vinden , die ergens ter wereld te vinden is.
In het bezoek, door Uwe Majesteiten ons gebracht, vinden wij eene schaduwzijde. Dit mag ik voor Uwe Majesteiten niet verbergen. Geen stad, geen dorp of gehucht zou Uwe Majesteiten niet gaarne in zijn midden hebben gezien. De bevolking buiten Walcheren troost zich echter met het besef, dat van Uwe Majesteiten niet het onmogelijke mag worden gevergd en met de hoop dat een later bezoek haar in staat stellen zal ook van hare genegenheid te doen blijken.
Echter heeft het Uwe Majesteiten reeds behaagd in deze oude zaal vol historische herinneringen aan de vertegenwoordigers van alle Zeeuwsche streken de gelegenheid te geven Uwe Majesteiten te aanschouwen en te leeren kennen. Wij betuigen U voor dit hooge voorrecht onzen hartelijken dank en verzoeken van deze gelegenheid te mogen gebruik maken om een dronk te wijden op het welzijn van onze Hooge Gasten.
Lang leve onze Koningin Wilhelmina!
Lang leve Hare Koninklijke Moeder, onze Koningin-Regentes!quot;
Na deze toast, waarmede de aanwezigen door applaus hunne
108
instemming betuigden, nam H. M. de Eegentes terstond het woord en zeide;
//Mijne Heeren!
De woorden, der Koningin en mij in Uw naam toegesproken door het hoofd dezer provincie, wensch ik dadelijk te beantwoorden en n allen in de eerste plaats oprecht dank te zeggen voor uwe hartelijke ontvangst bij het binnentreden in Zeeland, en voor het feestmaal te onzer eere aangericht in deze historische zaal.
Te midden van u, Mijne Heeren , vertegenwoordigers van de provincie, welke ons op zoo ondubbelzinnige en schitterende wijze het welkom toeriep , gevoel ik behoefte te verzekeren , dat het mij innig leed doet het bezoek aan Zeeland niet tot buiten dit eiland te kunnen uitstrekken.
Ik weet hoezeer de gevoelens van trouw en gehechtheid der Zeeuwen aan het huis van Oranje, gevoelens welke ook de overleden Koning zoo hoog waardeerde, in geheel Zeeland van oudsher bestaan, en indien de ontvangst, ons heden ten deel gevallen , mij met groote dankbaarheid vervult, dan is het vooral daarom, omdat het mij een bewijs is, dat de Koningin , bij de moeilijke taak , die Haar wacht, zal kunnen rekenen op de trouw en den steun, ook van de bewoners dezer schoone provincie.
Ik ben u erkentelijk, Mijnheer de Commissaris, voor de vriendelijke woorden, mij persoonlijk toegesproken.
Bij de gewichtige taak, welke mij werd opgelegd, is het mij een gevoel van groote voldoening te weten, dat de getrouwe aanhangers van het huis van Oranje ook mij hunne genegenheid niet onthouden.
Deze overtuiging geeft mij moed voort te gaan op den weg, mij door het vertrouwen van het Nederlandsche volk aangewezen , en geeft mij de zekerheid , dat ook het Zeeuwsche volk van geheeler harte zal bijdragen om de zware taak, die mijne Dochter wacht, door liefde en steun te verlichten en dat het de oude trouw aan Oranje nooit zal verloochenen.
109
Ik hoop van harte , dat het deze Provincie moge welgaan en ik verzoek U allen te gelooven dat de gevoelens van erkentelijkheid , door de ontvangst in uw midden bij ons opwekt, niet alleen gelden de bewoners van dit eiland, maar die van geheel Zeeland.
God zegene uwe Provincie en de Zeeuwen in ruime mate.
Ik stel u voor met mij een dronk te wijden aan den bloei en den voorspoed van Zeeland en aan het welzijn van alle Zeeuwen.quot;
Deze Koninklijke woorden werden gevolgd door een daverend applaus.
Eenige oogenblikken later werd de feestdisch verlaten en traden allen de ontvang-salon binnen. H. M. de Koningin begaf zich daarna terstond naar het paleis. In deze zaal werd de koffie gebruikt, terwijl H. M. de Regentes zich onderwijl met verscheidene heeren onderhield, waarna de Vorstin mede naar het paleis vertrok.
Tegen half negen, het uur bepaald voor een rijtoer, welke HH. MM. door de stad zouden maken ter bezichtiging van de illuminatie, die intusschen overal ontstoken 1) was, bevonden zich weder in de Abdij de Eerewacht, de huzaren en de hofrijtuigen, om de Vorstinnen op dezelfde wijze te begeleiden als tijdens den namiddagtocht.
Op het genoemde uur stelde de Vorstelijke stoet zich in be-
1
) Tijdens het ontsteken van de illuminatie in de Abdij had een droevig ongeval plaats *, een der werklieden, A. Heuseveldt, viel van een ladder met het noodlottig gevolg dat hij bijna onmiddellijk overleed. Een paar dagen later vormde zich eene Commissie om gelden in te zamelen ten behoeve van de weduwe en kinderen van den ongelukkige. Deze Commissie was samengesteld uit de Heeren J. F. van Dun Né-, Voorzitter, A. Littooij, Secretaris, L. K. van der Harst J.Jz., Penningmeester, J. A. Frederiks, Mr. W. Polman Kruseman, J. Meijers en D. J. Mes. De Koninginnen deden aan deze Commissie de som van f 300 toekomen.
110
weging en volgde dezen weg: Balans, Wagenaarstraat, Hofplein , Lange Noordstraat, rondom de Markt, Gravenstraat, Varkenmarkt, Lange Gortstraat, Korte Geere. Bij het inrijden van laatstgenoemde straat vroeg de Voorzitter van de Versierings-commissie, de Heer R. J. de Müijnck aan de Regentes vergunning om aan HH. MM. een liedje te doen toezingen door eenige meisjes uit de buurt. Nadat de Regentes daarop een gunstig antwoord had gegeven, werd dooi het Koninklijk rijtuig eenige oogenblikken stilgehouden voor de werkplaats van den Heer A. de Troue, molenmaker, waar de meisjes zich op eene met vlaggen versierde tribune verzameld hadden en waarboven een verlicht chassinet prijkte met het volgende rijm:
Wie God niet vreest En de Koningin niet mint,
Krijgt nooit een echten Zeeuw tot vrind.
Maiiia Haepe, klemdochtertje van den Heer de Troue, bood aan de Koningin het door hemzelf vervaardigde lied aan, dat daarna door de meisjes werd aangeheven. Dit lied was het volgende;
Wij vieren feest, wij vieren feest Tot eer der Koningin.
Geheel de stad is blij van geest,
En stemme met ons in!
Leef lang, gij jeugdige Vorstin,
God zelf legg\' u dien band,
Die met \'t Oranjehuis u bindt,
Aan volk en vaderland, (bis).
Na afloop van den zang zette de stoet haren tocht voort door de Lange Geere , Langeviele , Pottenmaikt, Markt (langs de sociëteit //de Vergenoegingquot;), Vlasmarkt, Beddewijkstraat, Langeviele, Pottenmaikt, Markt (langs de //Eendracht\' ), Korte Gortstraat, Lange Gortstraat, Hoogstraat, Nieuwe Haven , Turfkaai, Koningsbrug, Korendijk, Goesche Korenmarkt, Eigenhaardstraat, Nieuwepoortstraat, Korendijk, Koningsbrug, Houtkaai, Londensche kaai, Bierkaai, Rouaansche kaai, Dwars-
Ill
kaai, Zuidzijde Dam. Dam, Kortedelft , Langedelft, Lange Burg, Korte Burg, Balans , Spanjaardstraat, Lange Singelstraat, Korte Singelstraat, Brakstraat, Breestraat, TSTederstraat, Rotterdamsclie kaai, Noordzijde Dam, Lange Giststraat, Lange st. Pieterstraat, Balans , Abdij.
In de Lange Giststraat, ter hoogte van den winkel van den lieer Rekkers, had een ongeval plaats , dat gelukkig geene ernstige gevolgen heeft gehad; door het steigeren van een der achterste paarden brak de boom van het Koninklijk rijtuig , zoodat dit niet verder gebruikt kou worden. De Yorstinnen stapten over in een der rijtuigen van Haar gevolg en zetten den tocht voort.
De illuminatie gelukte uitstekend, hoewel er nu en dan een fijne regen viel, waardoor de rijtoer niet geheel volgens het vooraf bekend gemaakte plan heeft plaats gehad. Yolgens dit toch. zou van de Dam Noordzijde gereden worden door de Molstraat en de Koepoortstraat naar het Molenwater, waarna nog eenige andere buurten bezocht zouden worden.
De Abdij zag er schitterend uit; zooals boven vermeld is, waren de poorten en alle ramen van de Gouvernementsgebouwen langs hunne lijnen verlicht, wat een prachtig effect maakte. Dit mag ook gezegd wordeu van het Stadhuis, dat langs zijne sierlijke boogramen en hoofdlijnen verlicht was en een groot-schen indruk maakte. Door het muziekkorps der Sclmtterij werd in de op het midden der Markt opgerichte tent een aantal composities uitgevoerd.
De op het Molenwater vanwege de gemeente aangebrachte gas-illuminatie verspreidde over het anders zoo duistere plein een zee van licht, terwijl zich in de tent het stafmuziekkorps van het 3e regiment infanterie bevond , dat onderscheidene stukken ten gehoore bracht.
Zoowel in de grootere als kleinere straten , die hetzij met lampions, hetzij met gi or no\'s verlicht waren, bewoog zich eene groote menigte om de aangebrachte illuminatiën te beschouwen, waartoe ongetwijfeld ook de door verscheidene ingezetenen aan
112
hunne huizen aangebrachte gas- of lampionverlichting het hare toebracht, evenals de voor vele vensters en in winkels geplaatste bloemversieringen , welke eveneens met kaarsen , gas of lampen werden verlicht.
Voor het eerst had Middelburg thans het voorrecht dat de Koningin en Hare Moeder in het paleis 1) overnachtte. Door de in de Abdij vertoevende militaire eerewacht werd er zorg voor gedragen , dat de rust van de Vorstinnen niet werd gestoord. Behalve de beide schildwachten, die naast den ingang van het paleis waren geplaatst en de beide voor de poort aan de Balans — waaronder de wacht verblijf hield in hetzelfde lokaal dat in vroegere jaren voor hoofdwacht diende — op post staande, bevonden zich bovendien een tweetal soldaten voor de poort bij de Korte Burg en eveneens voor die bij het Koorkerkhof om degenen, die hunne vroolijkheid door gezang wilden doen blijken vriendelijk te verzoeken tijdens liet gaan over het Abdij plein hunne stemmen niet te verheffen, waaraan door allen gereedelijk voldaan werd.
Door den Heer J. A. Fk ede riks, Bouwkundige over de Abdijgebouwen, waren voorzorgsmaatregelen genomen voor het geval dat er tijdens de illuminatie van die gebouwen gevaar voor brand mocht ontstaan; op het Muntplein was een brandspuit van het garnizoen opgesteld met volle bediening, terwijl de noodige ladders bij de ramen waren geplaatst; in de Abdij stond quot;s Lands brandspuit, waarbij twee mannen de wacht hielden, geheel ingespannen en gereed om onmiddellijk water te geven, terwijl in de gebouwen twee extincteurs met de noodige bediening aanwezig waren. Verder werden den geheelen nacht door eene brandwacht, bestaande uit vijf man, rondes door de gebouwen gedaan.
*) De ordonnancedienst werd ten paleize van des morgens negen uur tot des avonds negen uur verricht door vier onderofficieren, twee van de schutterij en twee van het garnizoen.
113
Behalve HH. MM. liadden in het paleis hun intrek genomen: Baronesse van Ttter,sum, Miss Saxton Winter en Jhr. de Ranitz. Mevrouw de Baronesse van Har-denbroek genoot gastvrijheid bij den heer C. J. J. A. van Teylingen; Jonkvrouwe van de Poll bij Jhr. A. C. J. Wittert ; Baron van Haedenbroek, Ridder Huy s-sen van Katten duke en Jhr. van den Bosch bij Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs; Baron Bentinck en Graaf Du M once au bij den heer J P. van Dunné. Jhr. Vegelin van Claeebergen had zijn intrek genomen in het Hotel //de Nieuwe Doelen.quot;
VII.
WOENSDAG 22 AUGUSTUS.
Op dezen dag zouden HH. MM een bezoek brengen aan een groot gedeelte van Walcheren.
Door den heer Commissaris der Koningin waren de noodige maatregelen in het belang van de veiligheid van het verkeer over de wegen tijdens den rijtoer genomen; voor het verkeer met rij- en voertuigen en voor het vervoer van vee werden de wegen, waarlangs de Vorstelijke stoet zou passeeren, afgesloten; die tusschen Middelburg enVeere van af des voormiddags
9 uur; die tusschen Veere en Domburg van af des voormiddags
10 uur; en die tusschen Domburg en Middelburg van af des namiddags l1/^ uur; zoodra de stoet zou zijn voorbijgegaan, was de passage over de wegen weder vrij.
Tegen half tien kwamen weder in de Abdij de Eerewacht, de huzaren en de hofrijtuigen. Iets later dan het bepaalde uur, kwart voor tien , bestegen de Vorstinnen Haar rijtuig 1)
\') Het rijtuig van HH. MM. was in den afgeloopen nacht geheel hersteld in de werkplaatsen, verbonden aan de stalhouderij »de Vijf ringen,quot; van den heer j. J. Hendrikse, waarin, zooals boven is medegedeeld, de rijtuigen en de paarden onder dak waren gebracht.
8
114
en stelde de stoet, die op dezelfde wijze was samengesteld als bij de rijtoeren van den vorigen dag, zich onder heerlijk weder in beweging. In het rijtuig werd eene kaart 1) van Walcheren medegenomen, waaruit men mag opmaken, dat de Koninginnen daarop den tocht wilden volgen, welke gemaakt zou worden.
De Koningin was in het wit gekleed en de Regentes in een zwart kostuum. De talrijke menigte, welke zich in de Abdij verzameld had, juichte HH. MM. hartelijk toe, wat eveneens sreschiedde in de straten, welke de stoet passeerde.
Door de stad werd de volgende weg gevolgd; Abdij, Balans, waar de fontein in werking was, Wagenaarstraat, Hofplein , Korte Noordstraat, waar het garnizoen voor de kazerne in front was opgesteld en het geweer presenteerde. Noordpoortstraat en over de Noordpoortbrug en den Noordsingel naar den Noord weg.
De bewoners van den Noordsingel hadden voor hunne woningen mastboompjes geplant, verbonden door guirlandes van groen , waartusschen bloemen en met vlaggen getooid.
Aan het begin van den Noordweg was eene eerepoort opgericht , versierd met groen, bloemen en vlaggen , met het portret van de Koningin, schilden , waarop de naamcijfers van HH. MM. en het wapen van Middelburg , terwijl daaraan bovendien met groote letters het woord //Welkomquot; prijkte. Iets verder op den weg , nabij het hek van Klarebeek werd mede eene met groen , bloemen en vlaggen versierde eerepoort aangetroffen.
Aan weerszijden van den weg bevond zich eene groote menigte, die HH. MM. toejuichte. De stoet reed door tot het
*) Namens de Koningin-Regentes had de heer J. Holm, Ambtenaar bij den Provincialen Waterstaat te Middelburg, de opdracht ontvangen, om van de door hem vervaardigde nieuwe chromo-lithographische kaart van Zeeland, welke gegraveerd, gedrukt en in 1892 uitgegeveh was door den heer A. W. den Doop, toen te Middelburg wonende, een exemplaar aan H. M. te doen toekomen. De zes bladen, waaruit deze kaart bestnat, werden ter boekbinderij van den heer A. A. Kuijpers te Middelburg elk afzonderlijk gebonden in een crême-kleurigen band met vergulden titel.
115
gehucht Brigdamme , waar zich ongeveer de geheele bevolking van de gemeente St Laurens verzameld had om aan de Vorstinnen hare hulde te brengen. Bij het binnenkomen van Brigdamme zag men eene eerepoort, versierd met groen, bloemen , wimpels en vlaggen , waaronder ook de Waldeck-Pyr-montsche, en prijkende met het opschrift \'/Welkom in St Laurens.quot; Verder waren in de bebouwde kom aan weerszijden van den weg guirlandes van groen en bloemen aangebracht, gehecht aan met vlaggen getooide palen.
Het Koninklijk rijtuig hield aldaar stil voor de woning van den Burgemeester van St. Laurens, den Heer J. Marinissen.
Deze verwelkomde HH. MM. met de volgende toespraak: «Mevrouw!
Het verheugt ons Uwe Majesteiten te kunnen begroeten , en bij aankomst op de eerste plattelandsche gemeente van Walcheren een hartelijk welkom toe te roepen : een welkom , niet alleen in letteren geschreven, doch een welkom voortkomende uit het hart, en hierbij de verzekering te kunnen geven, dat de inwoners van St. Laurens een liefdevol en toegenegen hart bezitten voor onze Koninginnen en liet Huis van Oranje.
Vol hoop en blijde verwachting gaan wij de toekomst tegen, wetende dat onze geliefde Koningin wordt geleid en beschermd door eene liefhebbende Koninklijke Moeder, wier hart warm klopt voor het Nederlandsche volk. Wij danken voor de eer, aan deze gemeente bewezen, en bevelen haar in Uwer Majesteits bescherming aan, terwijl wij de vrijheid nemen om onze nederige hulde aan te bieden.quot;
De Koningin-Eegentes antwoordde op deze woorden; quot;Ik dank U hartelijk voor Uw woord van welkom en voor de fraaie versiering.quot;
Daarna bood Wilhelmina M indek houd aan de Koningin een bouquet aan, waarvan de zijden linten de opschriften droegen : quot;De bewoners van St. Laurensquot; en «Aan Hare Majesteit de Koninginquot; en Adrian a Lou we use aan de Regentes. welk bouquet op de linten van dergelijke
116
opschriften voorzien was. Tot dank ontvingen de meisjes van de Vorstinnen een handdruk.
Hier verliet de Burgemeester van Middelburg alsmede de Middelburgsche Eerewacht den stoet; de laatstgenoemde werd vervangen door eene Eerewacht, samengesteld uit landlieden uit de gemeente Serooskerke, op hun Zondags gekleed en met eene oranjesjerp getooid.
De tocht werd daarna voortgezet tot het punt waar de Noord weg aansluit aan den weg, welke naar Gapinge voert. Aldaar was eene eereboog opgericht, versierd met groen, bloemen en vlaggen en voorzien aan de eene zijde van eene groote W en het opschrift //Hulde aan de Koninginnenquot; en aan de andere zijde van eene groote E en het opschrift //Eendracht maakt macht.quot; Op die plaats bevond zich de Burgemeester van Serooskerke, de heer W. Maas met de leden van den Gemeenteraad en ongeveer een 200tal ingezetenen. Na diep eerbiedig buigen sprak de Burgemeester de Vorstinnen aldus toe;
//Ik heb de eer HH. MM. de Koninginnen van Nederland welkom te heeten op Serooskerke\'s grondgebied. Als Burgemeester , ook namens heeren Wethouders, Leden van den Raad , Secretaris en ingezetenen van Serooskerke, bied ik Uwe Majesteiten onze eerbiedige hulde aan, met den wensch en de bede, dat het onzen God behage moge het Doorluchtig Huis van Oranje met Nederland en Nederland met het Doorluchtig Huis van Oranje te bevestigen , te zegenen en genadig te zijn van geslachte tot geslachte, ja tot in Eeuwigheid. Ten slotte zij het niet kwaad in de oogen Uwer Majesteiten dat Serooskerke uit volle borst aanheffe: Oranje boven ! Hoezee! quot;
Aan deze uitnoodiging werd door alle aanwezigen met groote geestdrift voldaan, terwijl H. M. de Koningin met levende bloemen werd bestrooid door Wilhelm ina Wësteubeek van E e r t e n , dochtertje van den Predikant, den heer L. F. A. Wesïeiibeek van Eer ten.
Daarna antwoordde de Regentes den Burgemeester het vol-
117
gencle: //Ik dank U, ook namens de Koningin, Burgemeester, voor Uwe hartelijke woorden en wenschen en dank Serooskerke wel voor de eer Ons bewezen.quot;
Onder aanhoudende toejuiching //Leve de Koninginnenquot; werd daarop de tocht naar Gapinge voortgezet.
Te Gapinge, — waar omstreeks half elf door het luiden der klok werd aangekondigd dat de Vorstinnen in aantocht waren, — waren onder leiding van eene feestcommissie een tweetal eerepoorten opgericht, waarvan de eene het volgende opschrift droeg :
Zoolang er menschen zijn En hunnen Schepper loven .
Zoolang de wereld staat,
Dan ook: »Oranje boven.quot;
De Burgemeester van Veere, de heer Jhr. Mr. A. A. van ü o o Ti, x, bevond zich aldaar met de Wethouders en de leden van den Gemeenteraad, heette aldaar HH. MM. welkom en stelde zich, in een rijtuig gezeten , aan het hoofd van den stoet, waarin ter vervanging van de Serooskerksche Eerewacht zich eene uit inwoners van Gapinge bestaande, die eveneens met eene oranjesjerp getooid waren, onder commando van den heer S. J. Maas, geschaard had.
Daarop reed de stoet in gestrekten draf tot den Boschweg, waar de Gapingsche ruiters plaats maakten voor eene eerewacht van Veersche landlieden onder commando van den heer M. A dams e.
Op het gehucht Zandijk was eene eerepoort opgericht, versierd met twee schoven tarwe en twee blikken melkkannen , symbolen van den landbouw en de veeteelt , en voorzien van het opschrift //Welkom in Veere.quot;
Te Veere had men zich reeds dagen te voren beijverd om der Koninginnen eene waardige ontvangst te bereiden. De meeste hoofden van gezinnen en afzonderlijk wonende personen waren door den Burgemeester ten Raadhuize opgeroepen en hadden eene feestcommissie benoemd, die zich met de versie-
118
ring zou belasten. Behalve de op Zandijk geplaatste, had die Commissie nog drie eerepoorten doen oprichten; eene ter hoogte van het telephoonkantoor, versierd met de letters W en E; eene op de Markt bij de Kaai, waarop een opgetuigd schip geplaatst was, waaraan van visch voorziene netten aangebracht waren en die prijkte met het opschrift \'/Hulde aan de Koninginnen;quot; en de derde in de Warwijksche straat op de plaats, waar vroeger een weeshuis stond , getooid met het opschrift //Leve onze Vorstinnen.quot;\'\' Verder waren op de Kaai van boom tot boom guirlandes gehangen, die voorzien waren van lampions, welke des avonds zouden ontstoken worden. De perken op de Markt waren mede met groen en vlaggen versierd, terwijl ook eenige ingezetenen door het versieren van hunne huizen er niet weinig aan toebrachten om aan de omgeving een feestelijk aanzien te geven.
Te Veere aangekomen, reed het Koninklijk rijtuig door den hoofdingang over het binnenplein tot voor de hoofdpoort der Groote kerk, waar HH. MM. ontvangen werden door den Burgemeester en den Architect der Rijksgebouwen, den Heer J. A. F u,ederiks te Middelburg, die bij het doorwandelen van de groote ruimte en het bezoek aan de eerste en tweede verdieping de Vorstinnen inlichtte omtrent de vroegere bestemmingen van het gebouw en aangaande de werkzaamheden , welke er in de laatste tijden aan verricht werden, om het gebouw weder het uiterlijk aanzien van vroegere eeuwen te geven. De kerk werd door de kleine deur verlaten, waarna HH. MM. de stadsfontein bezichtigden en den kanaaldijk beklommen, waar men uitzicht heeft op de sluiswerkcn en de vaarwaters waarheen de uit het kanaal door Walcheren komende schepen zich kunnen begeven.
Daarna bestegen HH. MM. en Haar gevolg weder de rijtuigen en begaven zich in draf naar het Raadhuis, waarvoor het muziekgezelschap van Cortgene geschaard stond , dat bij de aankomst van den stoet op de Markt het volkslied deed hooren.
Voor den ingang van het Raadhuis was een baldakijn aan-
119
gebracht, gedrapeerd met de nationale kleuren; liet bordes en de beide stoepen waren met een looper belegd , evenals de vestibule en de trap, die naar boven leidt. Verder waren in de vestibule drie wapentropeeën , versierd met vlaggen en guirlandes , aangebracht, terwijl in de raadzaal en in de oudheidskamer Perzische tapijten waren gelegd.
De Koninginnen werden op de stoep van het Raadhuis door den Burgemeester ontvangen en de vestibule binnengeleid, waaide dochters der beide Wethouders Tannetje de Buck aan de Koningin en Catiline van Beveren aan de Regentes, namens het Dagelijksch bestuur der gemeente, fraaie bouquetten aanboden van oranjerozen en orchidaeën.
Terstond daarna werd door de leerlingen van de openbare en die van de bijzondere school, onder leiding der heeren H. de Zeeuw en J. van dek Kleun, hoofden van die scholen, het volgende welkomstlied aangeheven , waarvan de meisjes Elisabeth Bouwer en Cornelia Geldof een op satijn gedrukt exemplaar aan de Vorstinnen overhandigden :
U groeten wij , U groeten wij,
U, Neêrlands Koninginnen ;
Weest welkom beiden \'t allermeest,
Wij zijn verheugd en blij van geest ,
Gij maakt deez\' dag ons tot een feest,
Door d\'eer van Uw bezoek, (dis).
Dat lang de Koninginne leev\'
Voor \'t dierbaar Vaderland ;
Dat God Haar Zijnen zegen geev1,
Geluk en voorspoed Haar omzweev\'.
Ja, leef zoo, Koninginne, leef
Tot heil van \'t Vaderland, (dis).
En bij al de vreugd, die Uw komst ons hier schenkt,
Wil ons met een gunst nog verblijden ,
Aanvaard, als bewijs onzer hulde en trouw.
Dit geschenk , dat de jeugd U bereidde.
120
Neem \'t aan, neem \'t aan,
Neem \'t aan van ons te zaam.
Al is \'t geen groote schat, {bis)
\'t Moog U herinn\'ren aan onze stad. {bis).
En nu, geluk, het ga U wel,
Is onze beê en wensch.
Regeer met lust en wijs beleid, God zeeg\'ne U te allen tijd ,
Hij spare Uwe Majesteit,
Is onze hartewensch. {bis).
Onder het zingen van het derde couplet boden, namens alle leerlingen, de meisjes Neeltje van dee Kleun. Suzanna Roelse, Gaïo Dekker en Johanna Vol keus aan HH. MM. eene photographie in lijst aan, voorstellende de zoo even bezichtigde Groote kerk , welk geschenk met een woord van dank aanvaard werd.
Daarna werd de oudheidskamer betreden, waar de Koninginnen den beker van Maximiliaan van Bouegondië met den giftbrief en verschillende schilderstukken , welke betrekking hebben op de Stadhouders van Holland en Zeeland, Markiezen van Veere, in oogenschouw namen.
Vervolgens schreden de Vorstinnen de trap op naar de raadzaal, waar de heeren Wethouders en Leden van den Gemeenteraad aan HH. MM. werden voorgesteld. Aldaar werd verder namens de firma Melchees, Doüdeleï amp; C0. aan de Koningin een vuurscherm van gekleurd glas in houten lijst aangeboden, voorstellende eene Walchersehe boerin, en nadat de Koninginnen in het vreemdelingenboek Hare hand-teekeningen geplaatst hadden werd de raadzaal verlaten.
Bij liet weder betreden van de vestibule zongen de schoolkinderen twee coupletten van het volkslied. HH. MM. bedankten daarna de hoofden der scholen en de kinderen voor de betoonde hulde en bestegen weder Haar rijtuig.
De stoet zette zich onder de tonen van het muziekgezelschap uit Cortgene weder in beweging en reed in draf langs de Kaai
121
en de Warwijksche straat naar den zeedijk op de grens van Vrouwepolder, waar de Veersche Eerewacht den stoet verliet. Jhr. Mr. van Doüen, mede Burgemeester van Vroawepol-der, bleef aan de spits van den stoet, die zijn weg vervolgde langs de Oostwatering, waar door den aldaar wonenden Commies van den polder Walcheren, den heer K. Dekker, eene versiering van groen met bloemen aangebracht was, naar den Bierdijk, waar eene Eerewacht van ingezetenen uit Vrouwepolder zich bij den stoet voegde, en verder langs den grindweg naar het dorp Vrouwepolder, waar de klok werd geluid ten teeken dat de Vorstinnen in aantocht waren.
Hier was door de zorgen van eene feestcommissie midden op het dorp eene eerepoort, versierd met groen en bloemen, opgericht en waren aan weerszijden van de Dorpsstraat guirlandes, eveneens van groen en bloemen, aangebracht.
Voor de openbare school werd door het Koninklijk rijtuig even stilgehouden. Onder leiding van het hoofd dier school, den heer A. van Hou te, zongen de aldaar verzamelde schoolkinderen twee coupletten van het volkslied.
Daarna zette de stoet zijnen weg voort over den Westdijk \') aan het begin waarvan eene eerepoort prijkte met het opschrift //Koningin Emmaweg,quot; terwijl een eindweegs verder door den Landbouwer I. van der Vorst een door hemzelf kunstig met de hand van hout gesneden messenheft aan de Koningin werd aangeboden, die met een woord van dank het geschenk aannam.
Vervolgens reed de stoet langs de Oranjezon, waar de Eere-wacht van Vrouwepolder hem verliet, de buitenplaats Zeeduin op. Hier waren aan weerszijden van de laan aan de boomen kleine
\') De weg van het dorp Vrouwepolder naar het achterhek van de buitenplaats Zeeduin was in de laatste jaren op kosten van den eigenaar van die buitenplaats, den heer A. Lantsheer, van eene kunstbedek-king voorzien. Met welwillende toestemming van H. M. de Regentes ontving daarna het gedeelte van dien weg, dat vroeger Westdijk heette, den naam »Koniugin Emmaweg.quot;
122
vlaggen aangebracht en over de laan heen guirlandes van groen en bloemen gehangen. De familie Lantsheek stond opeen grasperk geschaard, waarvoor het Koninklijk rijtuig eenige oogenblikken stil stond; Mejuffrouw Makia Wilhelm ina Lantsheek, dochter van den eigenaar van de buitenplaats, den Heer A. Lantsheer, bood aldaar aan de Koningin, en Mejuffrouw Jacoba Anna Maria van der Mersch, dochter van den heer Mr. A. A. van der Mersch, Kantonrechter te Haarlem, aan de Eegentes fraaie bouquetten aan , die met een vriendelijk woord van dank werden aangenomen.
Daarop verliet de Burgemeester van Veere en Vrouwepolder, Jhr. Mr. van Doorn, den stoet, die zijn tocht voortzette naar Oostkapelle.
Ook hier was het dorp in feestdosch gestoken; aan weerszijden van de straat waren guirlandes gehangen van groen en bloemen; drie eerebogen waren er opgericht : een aan den ingang bij de woning van den onderwijzer, de tweede aan de kromming van den Grijpskerkschen weg, en de derde aan de Domburgsche zijde, aan den hoek, gevormd door het huis van den geneesheer. Alle waren met groen versierd, waartusschen een aantal levende bloemen waren gestoken en aan hun voet had men levende planten aangebracht, waaronder canna\'s. Het Gemeentehuis en de bewaarschool waren met groen versierd.
Bij het ijzeren hek van de buitenplaats Duino voegde eene Eerewacht van 62 jonge landlieden uit die gemeente zich in den stoet, welke eveneens voorzien waren van oranjesjerpen , waarop de woorden: \'/Leve Koningin Wil helmin a ,quot; terwijl de staarten en de manen der paarden met bloemen en linten getooid waren.
Voor de school, waar de kinderen ieder met een vlaggetje in de hand, binnen eene met groen en bloemen versierde omheining geschaard stonden, onder toezicht van het hoofd der school, den heer A. de Pag ter, en van de beide andere onderwijzers, om, zoo de tijd het toeliet, HH. MM. het //Wilhelmusquot; toe te zingen, hield het Koninklijk rijtuig stil.
123
Daarop sprak de Burgemeester, Jkr. M. W. de Jonge van Ellemeet, den Vorstinnen een kort welkomstwoord toe, waarna de Regentes dank betuigde voor de aan de Koningin en Haar bewezen hulde en de aangebrachte versieringen prees. De Koningin boog en de stoet zette zich, onder het juichen van de saamgestroomde menigte, weder in beweging; de tijd ontbrak om de kinderen hun lied te doen zingen. Ook voor de bewaarschocl werd even stil gehouden , waarvoor een kinderlievend ingezetene eene tribune had doen oprichten, waarop de leerlingen van die school hadden plaats genomen. De kleinen hieven een kort lied aan , waarvoor door de Koninginnen met eenen vriendelijken blik dank werd betuigd.
De stoet zette daarna zijn tocht voort naar het eeuwenheugende kasteel Westhove 1), waar HH. MM. een bezoek zouden brengen om daardoor een bewijs te geven , dat Haar ook het lot van zwakke kinderen van minder bedeelden ter harte gaat. Door de menschlievendheid van de eigenaresse van dat kasteel wordt sedert 1889 telken zomer aan een 20tal kinderen van zwak gestel de gelegenheid gegeven om hunne krachten te sterken en onder bekwame en liefderijke leiding te genieten van de frissche lucht in de prachtige bosschen, die het kasteel omgeven.
Langs de geheele oprijlaan en op het ruime voorplein waren vlagversieringen aangebracht, terwijl ook de groote speelzaal geheel gedecoreerd was.
De Koninginnen werden ontvangen door de tachtigjarige eigenaresse , die , vergezeld van haar dochter en schoonzoon, HH. MM. bij de bezichtiging van de verschillende zalen begeleidde , gevolgd door de directrice mevr. de wed. Pollen geb. Maas en den geneesheer dr. J. H. Zilver Rupe.
\') Vele geschiedkundige bijzonderheden aangaande dit kasteel worden aangetroffen iu den geïllustreerden historischen roman van mevr. Bosboom-Toussaint, voorkomende in den jaargang 1882 van het tijdschrift Eigen Haard. Deze roman is tevens verschenen onder n0. 168 van de Guldenseditie.
124
Bij het binnentreden van liet kasteel werd door de kinderen der Vorstinnen het «Wilhelmusquot; toegezongen en werden door een der meisjes aan de Koningin, en door de eigenaresse aan de Regentes fraaie bouquetten aangeboden, die met een woord van dank werden aangenomen.
De Koninginnen bezichtigden met veel belangstelling de verschillende slaapzalen , de eetkamer, de ziekenkamer, tot zelfs de keuken en lieten zich omtrent de wijze van verpleging en andere bijzonderheden inlichten, waarna de Hooge bezoeksters Haren naam teekenden in het guldenboek.
In de speelzaal waar der Koningin het tweede couplet van //Neerlands kleinoodquot; werd toegezongen, bood een der jongens HH. MM. een op oranje satiju gedrukt exemplaar van dat couplet aan.
Bij het verlaten van het kasteel werd door HH. MM. aan ieder van de kinderen eigenhandig eene fraaie plaat uitgereikt, waaraan telkens eenige vriendelijke en toepasselijke woorden werden toegevoegd, terwijl door de Vorstinnen bovendien een viertal dergelijke platen aan de inrichting vereerd werden, met uitdrukkelijk verzoek die te willen bestemmen voor de ziekenkamer.
Daarop zette de stoet zijn weg verder voort naar Domburg. Op de grens van deze gemeente werd de Oostkapelsche Eere-wacht vervangen door eene, samengesteld uit landlieden uit de gemeente Domburg , met een vierkant blauw vaandel waarop een witte burcht (het gemeentewapen) in hun midden.
Voor het Badhotel, waar het dejeuner zou gebruikt worden, hield de stoet stil.
Op het terras voor het hotel waren eerebogen opgericht en wapperden een aantal vlaggen en wimpels, terwijl in het midden een muziektempel was geplaatst, waarin tijdens het dejeuner het muziekkorps der Schutterij uit Middelburg eenige stukken zou uitvoeren.
Voor den ingang van het hotel was eene fraaie marquise aangebracht, aan weerszijden met planten en bloemen getooid.
125
In het dorp waren een vijftal eerepoorten opgericht, versierd met groen, bloemen, scliilden en naamcijfers, terwijl aan weerszijden van de straten, waarlangs de Koninginnen passeeren zouden groene guirlandes gehangen waren.
Bij het binnentreden van het hotel werd den Vorstinnen door den Burgemeester, den heer E. L. Baron van Hauden-broek., die HH. MM. van de grens der gemeente begeleid had, een kort woord van welkom toegesproken, waarvoor de Regentes met enkele woorden dank zeide. Daarna werden door I1 iiangina Catharina Johanna Vreeburg, dochtertje van den hotelier, den heer H. 3. Vreeburg, aan de Koningin, en door Maatje Kesteloo, dochtertje van den heer W. Kesteloo Jz., aan de Regentes bouquetten aangeboden , terwijl daarenboven door een Duitsch meisje, namens de Duitsche familiën, die in het hotel gelogeerd waren, een bouquet aan de Koningin werd overhandigd , welke alle met een woord van dank aangenomen werden.
Terzelfder tijd werd door de schoolkinderen, die voor het hotel geschaard stonden, onder leiding van de heeren G. van de Putte, hoofd der openbare school en C. We ed a, hoofd der bijzondere school, het eerste en het derde vers van het //Wien Neerlandscli bloedquot; gezongen.
De vestibule, het salon en de eetzaal waren met planten en bloemen keurig versierd en de tafel had een recht vorstelijk aanzien.
Tot bijwoning van het dejeuner, dat uit 18 couverts bestond, waren genoodigd de Burgemeester van Domburg en zijne echt-genoote.
Na afloop van het dejeuner bood de Burgemeester namens de feestcommissie aan ieder der Koninginnen een prachtexemplaar aan van het door den heer H. M. Kesteloo, Secretaris der gemeente Domburg, geschreven boekwerk; Domhurg en zijne geschiedenis. gedrukt op onafgesneden oud-hollandsch papier, en gebonden in blank perkamenten banden , waarop behalve de titel van het werk het wapen der gemeente in kleuren was aangebracht. Verder werd door den Burgemeester
126
namens den lieer E l z i n g a , pliotograaf te Goes en Domburg, aan H. M. de Koningin een album aangeboden, waarin 12 van de fraaiste gezicliten van Domburg bevat waren.
Van het Badhotel begaven de Vorstinnen zich per rijtuig naar het Badpaviljoen , waar op het terras werd stilgehouden. HH MM. stapten daar uit om eenige oogenblikken het prachtige zeegezicht, dat men daar heeft, te bewonderen. Daarna werd de tocht voortgezet naar Westkapelle.
Op de grens van deze gemeente aangekomen, verlieten de Burgemeester en de Domburgsche Eerewacht den stoet, welke daar werd opgewacht door den Burgemeester van Westkapelle, den heer A. Oveiiduin, alsmede eene uit 85 inwoners dier gemeente bestaande Eerewacht, om HH. MM. te begeleiden.
Op het noordeinde van den zeedijk , bij den ijzeren kustlichttoren, had het Bestuur van den polder Walcheren een groote eerepoort in den vorm van een koepel doen oprichten, versierd met groen, nationale, oranje en Waldeck-Pyrmontsche vlaggen. Onder deze poort werden HH. MM. door het genoemd Polderbestuur opgewacht. Dit Bestuur bestond uit de heeren D. A. Duonkeks, Voorzitter, Mr N. 0. Laju-buechtsen van RI ï T hem, A. de nood, P. P O ü-web Az en Dr. A. van dek Swalme, Raden. Ook varen tegenwoordig de heeren I. B. Bourdiiez, Opper-com-mies en M. 0. Koole, Commies aan de Noordwatering van den polder. Het Koninklijk rijtuig hield aldaar even stil. De Voorzitter heette de Vorstinnen welkom en vroeg of HH. MM. de zeeweringswerken van den dijk meer van nabij wilden bezichtigen. De Regentes betuigde den Voorzitter dank voor zijne vriendelijke woorden en zeide dat wegens den weinig beschikbaren tijd van zijn welwillend aanbod geen gebruik kon gemaakt worden.
Daarna werd de tocht over den dijk voortgezét. Het bij den afrit gelegen polderhuis was met guirlandes van groen en bloemen versierd. Bij de intrede van het dorp was door de zorg van de feestcommissie eene eereboog opgesteld , versierd
127
met groen en getooid met vlaggen, terwijl liet Gemeentebestnnr bij bet Raadhuis een dergelijken boog had doen oprichten , waarop liet opschrift «Hulde aan de Koningin Wilh el mi naquot; prijkte.
Voor het Raadhuis aangekomen , werd aan H. M. de Koningin , namens het Gemeentebestuur , door mejuffrouw P i e-t e k ïj e l l a M a r i a O v e ii d u i n , dochter van den Burgemeester , een fraai bouquet aangeboden
Op het plein voor de school, dat met guirlandes versierd was, stonden de kinderen geschaard. Hier hield het Vorstelijk rijtuig even stil en zongen de kinderen , onder leiding van den onderwijzer D. A. van Hou te, HH. MM. het quot;Wilhelmusquot; toe. waarop een daverend hoera volgde.
Daarna trok de stoet onder klokgelui verder door de dorpsstraat , welke met groen en vlaggen versierd was, en werden de Koninginnen door den Burgemeester en de Eerewacht begeleid tot de grens van Zoutelaude.
Met hetzelfde doel bevonden zich daar de Burgemeester van Zoutelande , de heer W. van Sighem, ia een open rijtuig, en eene Eerewacht van landlieden uit die gemeente, die zich in den stoet voegden.
Op het dorp waren in de Langstraat drie eerebogen opgericht , alle versierd met groen en bloemen. De eerste prijkte met het opschrift: quot;Welkom te Zoutelande,quot; de tweede met: quot;Hulde aan onze Koninginnenquot; en de derde met: quot;God zij met U.quot; Aan weerszijden van die straat waren guirlandes gehangen, waaraan een aantal lampions en giorno\'s prijkten.
Op en langs den duinmuur waren een twintigtal vlaggen aangebracht, waartusschen de namen: vWilhelmina.quot; en //Emmaquot; Voor de aloude waterput was een fraaie eerepoort geplaatst, die met den naam: //Willebrordsputquot; prijkte en aan weerszijden met een keur van bloemen en planten omgeven was: boven de put was eene vlaggentropee aangebracht versierd met groen.
Voor het Gemeentehuis , in de nabijheid van de bovengenoemde tweede eereboog , was eene fraaie tribune opgericht ,
128
met keurige tapijten belegd. Boven die tribune hing een kroon, omgeven door eene tropee van vlaggen en versierd met groen. Op de tribune bevonden zich al de Leden van den Gemeenteraad en de sclioolkinderen.
Toen het Koninklijk rijtuig daar aankwam werden de Yor-stinnen door den Burgemeester welkom geheeten met deze woorden :
//Dankbaar voor de onderscheiding, ons heden ten deel gevallen door het bezoek Uwer Majesteiten , heet ik, als Burgemeester , U, mede namens den Gemeenteraad en de burgerij van harte welkom in deze gemeente. Moge de versiering hier aangebracht Uwen Majesteiten een gering bewijs zijn van ons aller toegenegenheid. Spare God U lang voor Vaderland en Volk en zegene Hij U en Uw doorluchtig huis.quot;
De Regentes dankte daarop den Burgemeester voor het gesprokene en betuigde getroffen te zijn door de ontvangst, HH. MM. overal bereid en voor de eer Haar aangedaan, waarna de Koningin zeide ; //O ja, veel te veel eer, veel te veel.quot;
Daarna boden de meisjes Babendina Hendeika Meijees en Johanna Leijnse Cd. aan de Vorstinnen keurige bou-quetten aan, voorzien van zijden linten, waarop de \'woorden: \'/Hulde aan de Koninginnen.quot; HH. MM. reikten den geefsters vriendelijk de hand , daarbij zeggende : //Dank je wel, lieve kinderen.quot;
Door de schoolkinderen werd daarop, onder directie van den heer H. de Vei es en onder begeleiding van het door den heer A. Mindeehoud bespeelde orgel van den Burgemeester het volgende //Wilhelmusliedquot; aangeheven :
Wilhelmus van Nassauwen,
En \'t lieve Vaderland,
Blijf ik altijd getrouwe,
Met hoofd en hart en hand.
Ja, goed en bloed en leven
Heb ik voor \'t land gereed,
Zal ik gewillig geven Zooals Wilhelmus deed.
129
Daarna zette de stoet zijn weg voort naar Biggekerke. Op de grens van deze gemeente gekomen, werd hij door den Burgemeester en de Eerewacht van Zontelande verlaten, die vervangen werden door den Burgemeester van Biggekerke en eene Eerewaclit van landlieden , in die gemeente wonende. Bij den ingang van liet dorp was eene met groen en bloemen versierde eerepoort opgericht, die met het opschrift : \'/Hulde aan de Koninginnenquot; prijkte. Aan de andere zijde van het dorp prijkte eene eerepoort, bestaande uit twee fraaie vijf meter hooge vrouwenbeelden, waarboven het Nederlandsche wapen en de woorden ; //Leve de Koninginnen.quot; Van het wapen hingen guirlandes van groen en vlaggen neder. Tegenover deze poort was een chassinet geplaatst, dat des avonds zou verlicht worden, waarop het beeld van den zeeheld M. Az de Ruyteii en daarenboven het wapen van Vlissingen.
De hoofdingang van het kerkhof was geheel gemaskeerd door vlaggen en oranjedoek , opgehouden door goed geschilderde leeuwenkoppen. Rondom het kerkhof waren aan palen guirlandes van palm- en mastgroen en levende bloemen gehangen en de andere niet beplante zijde van den weg, dien de Koninginnen zouden passeeren , was bezet met mastboompjes.
De gevel van het Gemeentehuis was met groen en bloemen versierd, terwijl de lantarens waren vervangen door eene W en eene E, met maagdenpalm omwonden.
Voor het Raadhuis hield het Koninklijk rijtuig stil en werden de Vorstinnen door den Burgemeester met de volgende woorden toegesproken:
//Mevrouwen !
Als hoofd dezer gemeente heet ik U welkom in ons midden. U kunt U verzekerd houden, dat zulks door ons ten zeerste wordt op prijs gesteld en wij wenschen ü toe,\' dat U nog vele jaren levens geschonken worden om, kon het zijn, den bloei en de welvaart van Nederland te kunnen bevorderen.quot;quot;
Hierop dankte de Regentes voor den toegebrachten wensch en sprak daarna met den Burgemeester over het schoone land
9
130
van Walcheren. De Burgemeester richtte tot de Regentes de vraag: //Valt liet U nog al mee , Mevrouw?quot; waarop door de Vorstin geantwoord werd: quot;Bijzonder.quot; Verder werden nog eenige woorden gesproken over het mooie weer en over de drukte, die er den vorigen dag, tijdens de audientie, in het paleis geweest was, waarna de Koningin den Burgemeester dank betuigde voor de fraaie versiering.
Door Maeia Tredekika Prina Calliber, leerlinge der openbare school, en Kornelia Brasser, leerlinge der bijzondere school, werden aan de Vorstinnen afschriften aangeboden van een door den heer K. Wielemaker, hoofd der bijzondere school, gedichte //Welkomstgroet,quot; welke daarna onder leiding van den heer G K. Allaarü, hoofd der openbare school , aan HH. MM. werd toegezongen en aldus luidde :
Een welkomstgroet Uit vol gemoed,
Vorstinnen, klinke ü tegen!
U klopt ons hart In vreugde en smart,
In onspoed en in zegen.
Wij slaan het oog Voor U omhoog,
Van waar wij hulp verwachten :
Dit vragen wij »0! God schenk Gij Haar wijsheid, schenk Haar krachten.quot;
Dat vaste trouw Het Huis Nassau Met Neêrland blijv\' verbinden ,
En zij elkaar In elk gevaar Gereed ter hulpe vinden.
De taak is schoon ,
De vorstenkroon Eens vrijen volks te dragen ;
Maar zij is zwaar.
O! God , wil Haar,
Die ons regeert dan schragen.
131
Nadat HH. MM. den Burgemeester met een handdruk nogmaals dank hadden betuigd, vervolgde de stoet, begeleid dooide Eerewacht, zijn tocht naar Koudekerke.
Op de grens van deze gemeente bevonden zich de Burgemeester, de heer W. H. de Bhuijn van Melis- en M a riek e li k e , in open rijtuig en eene Eerewacht van inwoners , die de plaats van de Biggekerksche innam. De Burgemeester reed aan het hoofd van den stoet.
Ook hier was het dorp in feestgewaad gestoken. Bij de intrede van de zijde van Biggekerke was eene eerepoort opgericht , versierd met groen, bloemen en vlaggen en aan weerszijden voorzien van schilden, die de naamcijfeTS W en E droegen ; op een derde schild bovenaan zag men het wapen en den naam der gemeente, waarouder het woord //Welkom.quot; Aan de zijde van den straatweg naar Middelburg was mede eene eerepoort geplaatst op dezelfde wijze versierd en dragende het opschrift: //Hulde aan de Koninginnen.\'\'\'\' Ook het marktplein was versierd met guirlandes van groen met bloemen en giorno\'s en met vlaggen, waaronder vele oriüammes. Voor de deur van het Raadhuis was eene marquise aangebracht , prijkende met een schild waarop het Nederlandsche wapen , waarboven de woorden: //Hulde aan de Koninginnen.\'\'\'
Onder klokgelui reed de stoet het dorp binnen en hield voor het Raadhuis stil, waar de Burgemeester de Vorstinnen welkom heette en Haar dank betuigde voor de eer, der gemeente bewezen. Tevens verklaarde hij dat de bevolking, die zich ten innigste aan liet huis van Oranje verknocht gevoelt, zeer ingenomen was met het persoonlijk bezoek der Koningin en van Hare Koninklijke Moeder.
De Regentes dankte den Burgemeester voor de hartelijke woorden en voor de fraaie versiering van het dorp. Blijkbaar was H. M. ingenomen met de schoone ligging daarvan en met de uiterlijke teekenen van welvaart, aldaar aangetrofl\'eii.
De jongedames Johanna Ma ui a Henuiëtta de Butjun en Anna Titeophxla de Buuijn, dochtertjes
132
van den Burgemeester, boden den Vorstinnen fraaie bonquetten aan, terwijl ook de zesjarige jongejuffrouw Elisabeth Petronella Hendrika Wilhelmina Wisboom Verstegen, dochtertje van den lieer D. Wisboom Verstegen, candidaat-notaris, aan de Koningin een ruiker overreikte, waarvoor HH. MM. met enkele woorden Haren dank betuigden.
Nadat de schoolkinderen onder leiding van den onderwijzer, den heer J. Christiaanse, den Vorstinnen het \'/Wilhelmusquot; hadden toegezongen , zette de stoet zich weder in beweging om de Koninginnen naar Haar paleis te Middelburg terug te voeren. De Burgemeester en de Eerewacht begeleidden HH. MM. tot aan de grens der gemeente.
Ook op dezen weg waren fraaie versieringen aangebracht ; in den tuin van het slot Ter Hooge had de heer W. A. Graaf van L y n d e n , lid der Gedeputeerde Staten , een aantal prachtige bloemen doen plaatsen en op den weg eene versiering met vlaggen doen oprichten ; bij Toorenvliedt had de heer Jhr. Mr L. Scrorer, Burgemeester van Middelburg, eene fraaie versiering vau planten, bloemen en vlaggen doen aanbrengen ; en Vijvervreugd, de woning van den lieer Mr. J. van der Lek. de Olercq, Vice-president der Arrondis-sements-rechtbank, was behangen met fluweelen draperieën, waaraan gouden franjes, terwijl ook vele planten en bloemen de omgeving versierden. Op quot;t Zand was eene groote eerepoort opgericht met groen , bloemen en vlaggen getooid en voorzien van schilden, waarop de naamcijfers W en E; bovendien prijkte aan de eene zijde de beeltenis van de Koningin en aan de andere zijde die van de Eegentes.
Hier had de stoet de grens van Middelburg bereikt en werd door den Burgemeester van Koudekerke en de Eerewacht uit die gemeente verlaten. l)e Burgemeester van Middelburg en de Middelburgsclie Eerewacht voegden zich daarop in den stoet, en begeleidden de Vorstinnen over den Singel en de Langeviele-buitenbrug, door de Zandstraat en de Langeviele , over de
133
Markt, (langs de Langedelft), door de Lange Noordstraat, over liet Hofplein , door de Wagenaarstraat en over de Balans naar het paleis in de Abdij, waar HH. MM. enkele minuten voor 5 uur aankwamen. Van alle zijden werden de Koninginnen weder door eene groote menigte, die ziek langs den weg, dien de stoet volgde , bevond, luide toegejuicht.
In de Abdij was intusschen te 4 uur de militaire Eerewacht van het garnizoen afgelost door eene bestaande uit leden der dienstdoende schutterij van Middelburg, onder commando van den Kapitein H e e m a n S n ij d e u s , den Eerste-luitenant Jhr. I1. H. P. J. Gevers en den Tweede-luitenant Jhr. Ej. H. G. N a h u y s en bestaande uit 2 sergeanten, 4 korporaals , 2 tamboers en 30 schutters.
Aan het diner, dat te half zeven ten paleize aanving, waren eenige autoriteiten genoodigd. De stafmuziek van het 3e regiment infanterie bracht gedurende den maaltijd eenige stukken ten gehoore.
Des avonds tegen acht uur begaven zich naar het paleis de leden van de Commissie, die op zich genomen liad het huldeblijk van Middelburg\'s ingezetenen aan H. M. de Koningin aan te bieden. Deze heeren waren; Jhr. Mr. A. van üei-geusbeiig Veesluijs, quot;Voorzitter, Hekman Snijdees, Onder-voorzitter, Mr. quot;W. Polman Kuuseman, le Secretaris, H. J. G. Hartman, 2e Secretaris, G. J. Huveus, Penningmeester, L. K. van deu Harst J.Jz. en D. J. Mes. De vervaardiger van het geschenk , de heer J. G. K. Klinkenberg vergezelde hen. Toen de Vorstinnen waren binnengetreden in de voor de aanbieding bestemde zaal begaf de Koningin zich terstond naar de schilderij en zeide deze beschouwende : //Hoe heerlijk is dat; hoe prachtig, het schoonste gebouw van Middelburg.quot;
De Voorzitter der Commissie nam daarop het woord en bood
134
der Konina\'iii met toepasselijke, welgekozen en wanne woorden liet huldeblijk aan en voegde daarbij den wensch, dat het steeds eene gedachtenis zou zijn aan het innige gevoelen van trouw en liefde, dat de ingezetenen van Middelburg voor H. M. koesteren.
De Koningin gaf te kennen , dat Zij het heerlijk vond eene schilderij van het stadhuis, /\'dat prachtige gebouwte bezitten en de Regentes verklaarde met het huldeblijk zeer ingenomen te zijn, terwijl beide Vorstinnen hunne bewondering uitten over de keurige uitvoering van het kunstwerk.
Daarna stelde de Voorzitter de leden der Commissie en den schilder aan HH. MM. voor, waarbij de Eegentes dezen een compliment maakte over zijn arbeid. Verder verzocht de Regentes den Voorzitter den welgemeenden dank van de Koningin aan de ingezetenen van Middelburg over te brengen voor het prachtige geschenk en zeide met bijzonder veel genoegen te hebben vernomen, dat daaraan zoowel door armen en rijken als door jongen en ouden was bijgedragen. Tevens verklaarde H. M. zich zeer ingenomen met het plan der Commissie om hetgeen van de verzamelde bijdragen mocht overblijven te doen strekken ten bate der arme ingezetenen.
Toen de Vorstinnen de zaal verlieten, betuigde de Koningin den Voorzitter met een handdruk nogmaals Haren dank.
Bij dat huldeblijk was een album gevoegd, een lijvig boekdeel in imperiaal-quarto formaat. De titel daarvan, met Elzevier-letter in zwart en rood gedrukt, was omringd door eene nette lijst en bevatte de woorden ; //Album ten geleide van J. C. K. Klinkenberg\'s schilderij, het.stadhuis te Middelburg , aangeboden aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina door de ingezetenen van Zeelands Hoofdstad ter herinnering aan Hoogstderzelver eerste bezoek aan dat gewest van 31 tot 25 Augustus 1894,quot; Op dezen titel volgden de. namen van de leden der Commissie van uitvoering, daarna die van de overige heeren , die de tot de ingezetenen gerichte circulaire mede onderteekend hadden en verder die van de 6490 inge-
135
zetenen, die bijdragen geleverd hadden. Ai die namen waren geschreven op zwaar geschept Hollandsch papier, bedrukt met eene oranje-kleurige lijst, terwijl alleen de bovenzijde van het papier afgesneden en zwaar verguld was.
Het album was gebonden in kalfsleder en bewerkt naar een model uit de laatste helft der vorige eeuw; de band was op de voor- en achterzijde voorzien van eene vergulde lijst met boekversieringen, terwijl daartusschen het wapen van Middelburg , omgeven door een gestrikt lint, alles eveneens in goud, prijkte. Ook de rug was , in navolging van het model, met vergulde vakken versierd en droeg het opschrift; //Stadhuis te Middelburg. Album van deelnemers.1\' 1)
Te negen uur werd ten paleize door H, M. de Koninginregentes een raout gegeven, waarop de Zeeuwsche dames, die daartoe haar verlangen hadden te kennen gegeven, aan H. M. werden voorgesteld.
De dames, wien deze eer te beurt viel, waren:
Gravin van Lïnden, geb. de Bkuijn, te Koudekerke.
Mevrouw van Tsylingen, geb. van keu Mieden
v a n o p m e e b. 2)
Mevrouw Evees, geb. Juijnbol.
Mevrouw van Dunne, geb. van deu Hoop.
Mevrouw Wit te ut, geb. le Buon de Vexela.
Mevrouw van dek Lek de Clekcq, geb. de Jonge van Ellemeet, te Koudekerke.
Mevrouw Schuuiibeque Boeije, geb. van Hasselt.
Mevrouw van Voorst Yadeii, geb. Schout Velt-h u ij s.
1
) Deze band was vervaardigd ter boekbinderij van den heer C. W. D\'Huij F.Pz. te Middelburg.
2
) De dames, van wie alleen de namen zijn vermeld, woonden te Middelburg.
136
Mevrouw van der Mie den van Opmeeh, geb. Boo-
gaebt.
Mevrouw van Aken, geb, Rolin Couquerque. Mevrouw Snouck Huiiguonje, geb. van der Bilt. Mevrouw Sprenger, geb. de Bruijn.
Mevrouw Sijpkens, geb. Griel laert.
Mevrouw de Bruijnvan Melis- enMariekerke, geb. Six, te Koudekerke.
Mevrouw de Stoppelaau, geb. van Eijs.
Baronesse van H ardenbroek, geb. Gaan van Neck, te Domburg.
Mevrouw T a t e i n Nolïhenius, geb. van H a e f t e n, te Vlissingen.
Mevrouw Lantsheer, geb. van der Mersch, te Oostkapelle.
Mevrouw van Doorn, geb. Schüssleb, te Veere. Mevrouw Sprenger, geb. Buteux.
Mevrouw den Bouwmeester, geb. Dronkers. Mevrouw Huijdecoper, geb. Rasch, te Bergen-op-Zoom.
Mevrouw van der S wal me, geb. Tak.
Mevrouw deVulder van Noorden, geb. Wagtho.
Mevrouw de Gasembiioot, geb Wagtho.
Mevrouw Vermeijs, geb. Biiünings, te Zierikzee.
Mevrouw Boogaert, geb. van den Berg.
Mevrouw Bltteux, geb. van Trigt.
Mevrouw Boddaert, geb. Gastendijk.
Mevrouw von BrüokenFock, geb. Pické, te Utrecht.
Mevrouw Borsius, geb. Lenshoek.
Mevrouw Tak, geb. Plant.
Mejuffrouw G. Sprenger
Mejuffrouw G. Buteux.
Mejuffrouw M. van Hooef.
Mejuffrouw M. A. Snouck Hurgronje.
Mejuffrouw J. Snouck Hurgronje, te Gorssel.
137
Jonkvrouwe 0. A. Nahuijs.
Mevrouw S c h o r e r , geb. P l a a t , echtgenoote van den Burgemeester van Middelburg, was mede tegenwoordig , docli was reeds vroeger aan H. M. de Koningin-Eegentes voorgesteld.
Verder bevonden zich op de raout ook een groot aantal civiele en militaire autoriteiten, die den vorigen dag hunne opwachting bij de Regentes hadden gemaakt.
Tijdens de raout bewoog zich in de Abdij , waar de verschillende poorten langs hunne lijnen met lampions waren verlicht, eene groote menigte, terwijl ook in de straten een groot aantal wandelaars werd aangetroffen die de door eenige ingezetenen ontstoken illuminatiën en de in verscheidene magazijnen en winkels verlichte versieringen in oogenschouw namen.
In de op dezen dag door de Vorstinnen bezochte gemeenten op Walcheren werd na het vertrek van HH. MM. feest gevierd. Hier en daar werden de leden van de Eerewacht, de schoolkinderen en de armen onthaald, werden illuminatiën of vuurwerk ontstoken , waardoor ook aldaar de avond in feestelijke stemming werd doorgebracht.
VIII.
TOEBEREIDSELEN VOOR DE ONTVANGST VAN HH. MM. TE VL1SSINGEN.
Evenals te Middelburg had men ook te Vlissingen zijn best gedaan om aan de stad een aanzien te geven, waardig aan het Vorstelijk bezoek.
Tegen Donderdag 12 Juli hadden de heeren H. P. J. Tu-ï e in Nolthenius, O. A Kalbfleisch, F. Del-voije, W. L. Winkelman en A. L. A. van Unen een ilOOtal ingezetenen, zooveel mogelijk uit de verschillende straten en buurten, uitgeuoodigd tot eene samenkomst ten
138
einde de feestelijklieden te bespreken , die bij gelegenheid van het bezoek van HH. MM. zouden plaats hebben.
Door tal van genoodigden werd hieraan voldaan, terwijl het resultaat van de besprekingen was, dat besloten werd eene Feestcommissie van 18 leden te benoemen en deze op te dragen voor de regeling van een en ander te zorgen en voorts om te trachten gelden te verzamelen om daarmede de algemeene onkosten te dekken.
Aan de 18 gekozenen werden later nog 6 leden toegevoegd, terwijl deze Algemeene Feestcommissie den heer H. P. J. Tu-t e i n Nol t h e n i u s het Eere-Voorzitterschap aanbood en verder benoemde als Algemeen Voorzitter den heer W. L. Winkelman, als Algemeen Penningmeester den heer C. A. Kalb-fleisch en als Algemeen Secretaris den heer A. L. A. van
üne n.
Voorts splitste zij zich in een viertal sub-commissiën.
Van de Commissie voor de Versieringen was Voorzitter de heer J. L. Grüber en waren leden de heeren Mr. C. Bakker Cz,, H. J. Gandeuheijden , H. J. Kakel, C. N. J. de Vey Mestdagh, H. van dek Poel en P. van dek Weiden.
Als Voorzitter voor de Commissie voor den Optocht trad de heer F. Delvolie op en als leden de heeren F. J. Blij, W. P. Edelman, G. L. P. Floksohütz, J. G. Ge ij-se n en F. J. 11. Vanschooten.
Voorzitter van de Commissie voor het Vuurwerk was de heer C. Moktiee, terwijl leden waren de heeren J. Janszen Jr., J. Lag a a u, A. H. Polak en F. H. J. Wibaut.
De Commissie voor de Muziek, bestaande uit de heeren A. E. Dudok tan Heel, F. Cochius, C. A. Kalb-fleisch, W. L. Winkelman en P. de Mak et Tak koos eerstgenoemden tot haren Voorzitter.
Uit een en ander blijkt reeds, dat deze Feestcommissie haar taak breed opvatte en dan ook reeds spoedig een programma ontwierp, dat haar het beste succes beloofde.
139
De Commissie voor de Versieringen stelde zich dadelijk in betrekking tot de reeds gevormde commissiën voor de bnurt-versieringen en trachtte, waar deze nog niet tot stand gekomen waren, zoodanige commissiën in het leven te roepen. Het gevolg van hare bemoeiingen was dan ook, dat er geene straat of buurt was of zij had hare commissie.
Deed de Algemeene Feestcommissie haar best om gelden in te zamelen , ook de Buurtcommissiën bleven in dit opzicht niet achter en weldra waren allerwege de plannen beraamd op welke wijze de versiering zou aangebracht worden.
In die buurten, waar geen genoegzame bijdragen verkregen waren om alle kosten te dekken , kwam de Feestcommissie tusschenbeide , om de levering van groen en boompjes geheel of gedeeltelijk voor hare rekening te nemen.
Eeeds dagen voor den eigenlijken feestdag werden door Vlissings ingezetenen in gepaste opgewondenheid doorgebracht; alle versieringen werden door de buurtbewoners zelf vervaardigd. Hiertoe werden de verschillende gymnastiek-lokalen bij de scholen, andere ledigstaande openbare gebouwen, pakhuizen of in aanbouw zijnde huizen beschikbaar gesteld. Vroolijk was men daar bijeen om de guirlandes van mastgroen en gekleurd papier, bloemen, kronen enz. te maken. De Feestcommissie met den Eere-Yoorzitter aan het hoofd bracht bij beurten aan al deze lokalen een bezoek en verkreeg daarbij den indruk dat de gansche gemeente een recht feestelijk aanzien zou hebben.
Overal masthoornen en guirlandes; nu eens aan weerszijden van de straat tusschen de boomen, dan kruiselings over de straat aangebracht. Massa\'s bloemen, kunstig soms gemaakt door de vaardige vingers der vrouwen en meisjes, tusschen het groen der guirlandes en ook massa\'s giorno\'s of wel vetpotjes voor de verlichting.
Vanwege de gemeente waren kostbare versieringen aan het Raadhuis en vanwege het Nutsdepartement op de Eotonde aangebracht.
Aan de aanlegplaats voor het Raadhuis , in gewone tijden
140
de ligplaats van Hr. Ms. stoomkanonneerboot, was eene loopplank opgesteld, bedekt met een kostbaren looper.
De ingang van liet Kaadhuis was voorzien van een smaakvolle baldaquin, terwijl versieringen in denzelfden stijl de raamkozijnen van de benedenverdieping tooiden. Eene rijke, prachtvolle verzameling van sierplanten lierscliiep het portaal in een plantentuin.
De trouwzaal was bestemd voor de officieele ontvangst van HH. MM. en was door het aanbrengen van een troonhemel en daarbij passende meubelen en draperieën herschapen in een vorstelijk salon.
Aan het begin van den opgang naar de Rotonde was eene eerepoort geplaatst, waaraan op schilden waren aangebracht //Hulde aan onze Koninginnen,quot; links //EMMA,1 en rechts //Wil-h el mi na.\'quot;
Boven op de Rotonde stond een dubbele eerepoort, aan de eene zijde toegang gevende tot den Noordzeeboulevard en aan de andere zijde tot liet afgesloten terrein waar de heronthulling van het standbeeld zou plaats hebben. Door deze dubbele eerepoort werd de schoorsteen van de garnizoensbakkerij, die zich onder het plein in de kazematten bevindt, aan het cog onttrokken.
Voor het door een mantel omhulde standbeeld was voor de Koninginnen en haar gevolg een prachtig //pavilion de üeursquot; ingericht en op de keurigste wijze afgewerkt. 1)
Ter rechterzijde van het beeld bevond zich eene tribune , waarop het kinderkoor plaats zou nemen.
Onder de vele eerepoorten, die nog waren opgericht (geene straat was er zonder) verdienen nog vermelding die van de gemeente aan het begin van den Badhuisweg, en aan den toegangsweg tot het Grand Hotel des Bains, die van het Neder-landsch Loodspersoneel voor het Loodskantoor op \' den Nieu-
1
) De versiering van het Raadhuis en van de Rotonde was opgedragen aan de firma C. H. Eckhart te Rotterdam.
141
wendijk en die, voorkomende in de Slijkstraat en in de Palingstraat. Deze laatste bestond uit twee kolossale torens, welker platten door eene brug verbonden waren. Maar niet het minst van alle trok de versiering de aandacht, die zich bevond aan de kanaalzijde van de Evertsens- en Bankertsstraat, eene buurt hoofdzakelijk bewoond door werklieden van de Maatschappij //de Schelde.quot; Ook hier een kolossale dubbele eerepoort, waarvan de bogen rustten op leeuwen van meer dan natuurlijke grootte, in de hoogte : maagden zwaaiende met vlaggen, alles vereenigd door eene rozette met duizenden rozen en eene Koninklijke kroon.
Wat de pleinen betreft dienen nog genoemd te Worden het Elizabeth Wolflsplein , herschapen in een reusachtige bloem en-tempel ; het plein quot;Vier windenquot; met een eerezuil, wier zijden de opschriften droegen; //A.an de Koninginnen 23 Augustus 1894 — Michiel de Rüyter — Counelis Eveuï-s en — Joost de M oou; quot; de Rittbemsche Markt met eene pyramide, die prijkte met de opschriften; //1841—1894 — W met Kroon — Nederland en Oranje — Hulde aan Hare Majesteiten,quot; en de Oude Markt met eene bloemenp.yramide.
Van de buurtversieringen mogen wel afzonderlijk gemeld worden die van den Nieuwendijk, met 15 eerebogen , zoodat deze als in eene allee herschapen was, die van het Droogdok en het Beursplein , waar men in plaats van boomen , palen, beschilderd in de nationale kleuren en voorzien van vlaggen, aangebracht had, de Breewaterstraat met het Pluimstraatje en de Weststraat, de Slijkstraat met de Koeiestraat en het Oude Gasthuis, de Kerkstraat, de St. Jacobstraat en de Vrouwestraat.
Evenwel geene straat was er of zij toonde dat de bewoners getracht hadden haar zoo keurig mogelijk te versieren. Ook de aangebrachte lampions , vetpotjes en lantaarntjes, alsmede de onderscheidene gasornamenten voor verschillende woningen deden vermoeden dat de stad de? avonds in eene zee van licht zou baden.
14.2
Ook de andere subcommissiën hadden niet stil gezeten.
Die voor den Optoclit ondervond den meest mogelijken steun van onderscheidene vereenigingen en ambachten en beloofde een schitterend succes.
Door tnsschenkomst van de Commissie voor de Muziek was gezorgd, dat Bouwman\'s kapel uit Bergen-op-Zoom zich zou doen hooren. Het stafmnziekkorps van het 6e regiment infanterie te Breda had de begeleiding der kinderkoren op zich genomen; ook het muziekgezelschap //Ons Genoegenquot; en de af-deeling //St. Caeciliaquot; van den Roomsch-Katholieken Volksbond hadden zich tot medewerking bereid verklaard, terwijl verder de fanfarecorpsen van Groede en van Schoondijke het feest zouden opluisteren.
De Commissie voor het Vuurwerk nam de noodige maatregelen om het gedeelte van het feest, waarvan de uitvoering aan hare zorg was toevertrouwd , een goeden uitslag te verzekeren.
In de vergadering van den Gemeenteraad van Vrijdag 27 Juli werd op voorstel van Burgemeester en Wethouders besloten aan dit college een crediet te verleenen van f 5500 om de uitgaven te bestrijden , die voor eene waardige ontvangst der Koninginnen noodig waren.
Door de Commissie voor de Oudheidskamer werd het plan opgevat om tijdens de heronthulling van het standbeeld eene //De Euyter-tentoonstellmgquot; te houden , van voorwerpen, boeken , platen, medailles, enz., welke betrekking hebben op het leven van den grooten Admiraal. HH. MM. zouden daardoor in de gelegenheid worden gesteld een overzicht te hebben van de verschillende zaken, die zich hier en daar in het bezit van particulieren bevinden en bijna nimmer kunnen bezichtigd worden. De commissie verzocht daarom allen, die tot het slagen van dit plan konden bijdragen , hunne medewerking te verleenen. Aan deze uitnoodiging werd door velen voldaan, —
143
het Zeeuwscli genootschap der Wetenschappen stond voor dat doel alle in hare verzamelingen aanwezige voorwerpen af, die op de IIuyteii betrekking hebben , — zoodat de Commissie haar plan tot uitvoering kon brengen.
Door eenige heeren werd het besluit genomen eene Eerewacht te vormen, om de Vorstinnen tijdens Haren tocht door de gemeente te begeleiden. Als Commandant werd door hen aangewezen de heer A. A. A. E. Gewin en als Onder-commandant de heer J. Siege ns. Het kostuum der eerewacht werd aldus vastgesteld: hooge hoed, zwarte rok, wit vest, witte rijbroek en rijlaarzen; over den rok een oranje sjerp en eene oranje kokarde op de borst. De schabrakkeu zouden zijn van zwaar wit vilt en de hoofdstellen der paarden voorzien zijn van oranje rozetten.
Oj) initiatief van mevrouw Tutein Nolthenius, geb. van H a e f ï e n , echtgeuoote van den Burgemeester, vatten eenige dames het plan op om aan de Eerewacht, die zich gevormd had, een vaandel aan te bieden. Aan dit plan werd uitvoering gegeven op Maandag 20 Augustus. Des avonds ongeveer half zeven had de uitreiking van het vaandel plaats voor de woning van den Burgemeester, voor welke woning ook in 1841 het vaandel door de toenmalige Eerewacht in ontvangst werd genomen. Mevrouw T u t e i n N o l ï h e n i u s hield daarbij de volgende toespraak:
//Geachte Commandant en Heeren Leden der Eerewacht!
Het is mij eene rectit aangename taak U lieden het vaandel uit te mogen reiken, dat eenige Vlissingsche dames, waarvan de meesten hier aanwezig zijn , aanbieden aan de Eerewacht, die HH. MM. onze geliefde Yorstinnen begeleiden zal bij Hoogstdezelver aanstaand bezoek aan onze gemeente.
Wij hopen, dat U, mijnheer Gewin, dit vaandel zult willen aanvaarden als een blijk van belangstelling onzerzijds , met den wensch dat deze banier , evenals het oude vaandel , dat in 1841 van uit ditzelfde huis werd aangeboden , jaren
144
lang moge getuigen van de liefde van Vlissing\'s vrouwen voor hare stad en voor het Huis van Oranje!
Leve onze dierbare Koninginnen !
Leve de Vlissingsche Eerewacht!quot;
Na overreiking van het vaandel, dat door den Commandant, den heer A. A. A. E. Gewin, in ontvangst werd genomen, betuigde deze , namens de Eerewacht, aan de dames hartelijk dank voor het prachtige geschenk , waarom heen zich de leden zouden scharen bij liet geleiden van HH MM. op Haren tocht door de gemeente.
Daarna reikte de heer Gewin het vaandel 1) over aan den lieer P. tgt;e Ma het Tak, die door de leden der Eerewacht als Vaandrig was aangewezen.
Voorafgegaan door het muziekgezelschap //Ons Genoegen ,quot; dat eenige stukken uitvoerde , en omstuwd door eene grootc menigte, werd daarop door de eerewacht het ontvangen geschenk naar de woning van den Commandant gebracht.
Door de Feestcommissie werd een //Algemeen programma dei-feestviering te Vlissingen11 uitgegeven en voor iedereen verkrijgbaar gesteld, waarin alle bijzonderheden waren vermeld aangaande de feesten en plechtigheden, die zouden plaats hebben. 2)
Vrijdag 17 Augustus kwamen op de reede H1\'. M\'. fregatten «de Ruyterquot; en //Atjehquot; onder commando van de Kapiteinster-zee F J. Stokiiuijzen en J. Dalen, alsmede Hr. M9. pantserschip \'/Stierquot;1 onder commando van den Kapitein-ter-zee Z. J. Cam bier. Den volgenden morgen werd aldaar ook
1
\') Dit vaandel was vervaardigd van karmozijn rood fluweel, gevoerd met rood satijn, omzoomd met zilveren franje en voorzien van zilveren koorden en kwasten. In het midden was in zilver eene flesch , waarboven eene kroon , geborduurd, terwijl in de bovenhoeken versieriiïgen van hetzelfde metaal waren aangebracht. Aan den top van den stok prijkte een zilveren gekroonde flesch.
2
) Dit programma was op oranje papier gedrukt bij de heeren 1\'. G. v li
145
het anker geworpen door Hr. M\'. pantserschip \'/Guinea,quot; dat onder commando stond van den Kapitein-ter-zee H. van der Meeu. Deze oorlogsbodems waren naar Vlissingen gedirigeerd om aan het Koninklijk bezoek meer luister bij te zetten.
IX.
DONDERDAG 23 AUGUSTUS.
Deze dag was bestemd voor een bezoek van HH. MM. aan Vlissingeii waar de Vorstinnen een bewijs zouden \'geven , dat de herinnering aan mannen , die groote diensten aan het Vaderland hebben bewezen , ook Haar dierbaar is.
Reeds in den vroegen morgen stroomde eene groote menigte de stad binnen. Evenals des Dinsdags te voren hadden verschillende middelen van vervoer extra-reizen aangekondigd: de stoomtram van Middelburg zou weder 27 ritten doen; de salonboot //Excelsiorquot; was weder in dienst van de eigenaren der stoombarges; de Zeeuwsche spoorboot-maatschappij liet hare stoombooten naar Vlissingen doorvaren en van daar vertrekken; de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen deed goedkoope extra-treinen loopen, die des morgens 7.84 en 8.55 van Roosendaal en 8.15 van Goes zouden vertrekken, en respectievelijk 9.48, 11.7 en 9.5 te Vlissingen aan het haven-station aankomen.
Behalve met die gelegenheden begaven zich een groot aantal belangstellenden per rijtuig of te voet naar de stad, die feest zou vieren.
Ook van de overzijde van de Wester-Schelde kwam eene groote menigte met de provinciale stoombooten of met verschillende soorten van schepen aan.
Ongeveer te kwart over tien verlieten de Vorstinnen het paleis, op dezelfde wijze begeleid als de vorige dagen, behalve door de Middelburgsche Eerewacht. De stoet volgde dezen
10
146
weg: Balans, Lange en Korte St. Pieterstraat, Kortedelft, Nieuwst raat, Londensche kaai, Houtkaai, Koningsbrug, Stationsstraat, Kanaalbrug, Stationsplein. Overal waar HH. MM. voorbij kwamen werden Zij luide toegejuicht.
Precies op den bepaalden tijd , half elf, vertrok de Koninklijke trein en kwam 8 minuten later aan het nieuwe havenstation te Vlissingen aan, waar het feest des morgens van 8 tot 9 uur was geopend door het bespelen van het carillon van den St. Jacobstoren, dat een aantal vaderlandsche liederen deed hoor en.
Bij den ingang van de wachtkamer le en 2e klasse, die voor receptie-salon zou dienen, waren aan weerszijden een aantal heesters en planten geplaatst. De naast deze zaal gelegen damessalon was voor een deel ingericht tot toiletkamer voor de Vorstinnen. Versieringen waren in deze lokalen niet aangebracht ; de nieuwe meubelen ^ , welke bestemd zijn om daar te blijven , waren er in geplaatst. Deze meubelen waren vervaardigd van Italiaansch notenhout en bekleed met velours de Naples: rood in de damessalon en blauw in de wachtkamer. De gordijnen in de damessalon waren van eene bruinrood zijden stof met draperieën van bruin pluche , die in de wachtkamer waren van licht blauw rips met lambrequins van blauw pluche. Tn de vestibule en in de gangen waren een aantal sierplanten 1) geplaatst.
Op het perron waren opgesteld eene Eerewacht van de Schutterij en eene Eerewacht van het Garnizoen met het Stafmuziekkorps van het 3e regiment infanterie.
Nadat de Koninklijke trein had stilgehouden, — wat door het luiden der klokken van den St. Jacobstoren werd bekend gemaakt, — werden de Vorstinnen door het Gemeentebestuur
1
) De bloem- en plantversieringen waren aangebracht door de firma Germs te Dordrecht.
147
en eenige andere autoriteiten welkom geheeten en boden mevrouw Tutein Nolthenius, geb. van Haeften, echtgenoote van den Burgemeester, aan de Regentes, en haar dochtertje , de jongejuffrouw Jeanne Tutein Nolthenius aan de Koningin bouquetteu aan , die met een vriendelijk woord van dank werden aangeuomeu. Ook werden aldaar door den Burgemeester aan de Vorstinnen pracht-exemplaren aangeboden van het /\'Algemeen programma der feestviering te Vlissingengedrukt met gouden letter in roode randen op rose glacé karton en gebonden in oranje satijn.
De Koninginnen verlieten daarna het Station en begaven zich door een met vlaggedoek versierde overdekte gang , over het bordes, de zuidelijke brug en ponton aan boord van de stoomboot Nederland van de Stoomvaart-maatschappij //Zeeland waarvan de heer D. W. van Boven gezagvoerder was 1).
HH. MM werden daar ontvangen door de Directie van genoemde Maatschappij, de heeren C. L. van Woel deren en Mr. G. Bakker Cz., terwijl door twee matrozen, in hun beste plunje gedost, keurige bouquetten werden aangeboden.
Behalve de genoemde boot bevonden zich in de haven aan de noordelijke ponton de stoomboot Engeland, en aan de overzijde de Prinses Marie en de Prins Hendrik, alle van dezelfde Maatschappij.
Voor de scheepvaart in de haven en het gebruik der schutsluizen tijdens den tocht waren door den heer Commissaris der Koningin voorschriften uitgevaardigd om te voorkomen dat de boot , waarop HH. MM zich bevonden, in hare bewegingen belemmerd werd.
\') Ongeveer een kwartier voordat de Koninginnen aan boord kwamen, waren in de haven aangebracht vijf stokers van H\'. M\'. Stier, die door eene ontploffing van gas in de bergplaats van steenkolen gewond waren. Zij werden naar het militair hospitaal vervoerd , waar een hunner enkele dagen later overleed. Behalve deze vijf werden nog twee andere stokers licht gewond, die aan boord van de Stier verpleegd werden.
148
Enkele oogeublikken uadat de Vorstinnen en allen, die uit-genoodigd waren den tocht op de Schelde mede te maken, aan boord gegaan waren, stelde de Nederland zich in beweging en stoomde de haven uit.
Op het terrein ten zuiden van het station en op den dijk had zich eene onafzienbare menigte verzameld , die bij het aan boord gaan van de Koninginnen een daverend hoera deed hooren en uit volle borst de volksliederen aanhief.
Tijdens het vertrek van de boot viel een fijne regen, doch toen de Nederland op de Schelde gekomen was, werd de regen allengs zwaarder en viel met stroomen neder, wat, jammer genoeg, tijdens den geheelen duur van het bezoek aan Vlis-singen aanhield.
Op de Schelde bevonden zich een aantal grootere en kleinere stoombooten, alsmede eene menigte vaartuigen van allerlei soort. Deze waren alle met vlaggen getooid en gevuld met een groot aantal toeschouwers.
Hr. Mquot;. fregatten de Ruyter en Atjeh en Hr. M8. pantserschepen Guinea en Stier lagen in slagorde geschaard en waren geheel met vlaggen getooid.
Toen de Nederland in de nabijheid kwam, werd van de oorlogsschepen het Koninklijk saluut, 101 kanonschoten, gelost. De bemanningen stonden in parade in het want, terwijl de tamboers en de pijpers van de mariniers de tonen van hunne instrumenten deden hooren.
De Nederland voer langs de oorlogsschepen en telkens wanneer een van deze voorbij gestoomd werd deed de bemanning, met de muts zwaaiende, een daverend hoera hooren. Ook op den terugtocht had dit plaats.
Nadat de Nederland, enkele minuten later dan het vastgestelde uur, kwartier voor twaalf, weder aan de ponton was aangekomen, begaven de Vorstinnen zich, steeds onder een zwaren regen, naar het Station, waar Haar een dejeuner zou worden aangeboden door de gemeente Vlissingen, de Maat-
Ut)
schappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Stoomvaartmaatschappij //Zeeland.quot;
Terwijl HH. MM. in de voor Haar in orde gebrachte zaal eenige oogeublikken rust namen, werd de Gouverneur van Oost-Vlaanderen R. Graaf de Kerchove d\'Exaerde, voorzien van eene buitengewone opdracht van Z. M Leopold 11, Koning der Belgen , door H. M. de Koningin-Eegentes in particuliere audientie ontvangen.
Het Dejeuner had plaats in de restauratiezaal, die keurig versierd was. Achter de voor de Koninginnen bestemde plaatsen en onder den schoorsteenmantel waren een aantal bloeiende planten geplaatst. Op de vorstelijk aangerichte tai\'el prijkten een miniatuurstandbeeld van de Euytek en eene nauwkeurige afbeelding van het stoomschip Nederland.
Ongeveer half een traden de Vorstinnen, de gastheeren en de genoodigden de feestzaal binnen, en namen plaats zooals op de onderstaande schets is aangewezen.
OOCtSOO^OOOiSOO-^COO^OO»
i-t ot f.« ot n eo ^ tQ »Q to
o^coo^coo^oootso c -#gt; co
r-H f-H r— ei 5« C15 C3 ï*3 «O «O «O
50
ct
cc gt;a
^ ^ -V-; ^ .Q Q
OSSCCC^r-tiOOSCOt^r^ lOOSCOCquot;»
r-tf-HjHenoicccOquot;quot;* ia o
Koningin.
Coningin -Regentes.
M. de Brauw. Commissaris der Koningin in Zeeland.
teinNolthenius, Burgemeester van Vlissingen.
an Har den broek.
i. van de Poll.
S. de Ranitz.
Jaron van Har denbroek.
H. M. de I H. M. de K Jhr. Mr. W. H. P, J. Tu Baronesse v i Jkvr. F. L. 1 Jhr. S. M. K. J. G. E
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
H.
150
I. E. G. Baronesse van Ittersum.
J. Miss Saxton Winter.
K. C. A. Baron Bentinck.
L. J. W. F. Ridder Huyssen van Kattendijke.
M. Jhr. P. J. Vegelin van Claerbergen.
N. Jhr. W.J. P. van den Bosch.
O. J. H. F. Graaf Du Monceau.
1. R. Graaf de Kerchove d\'Exaerde, Gouverneur van Oost-Vlaanderen.
2. J. L. Cluijsenaer, Directeur-generaal van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
3. Mevrouw Tutein Nolthenius, echtgenoote van den Burgemeester van Vlissingen.
4. Mevrouw de Brauw, echtgenoote van den Commissaris der Koningin.
5. J. Verkuijl Quakkelaar, Wethouder.
6. T. van U ij e Pie terse, Lid der Provinciale Staten en Wethouder.
7. Jhr. T. E. de Brauw, Schout-bij-nacht, Directeur en Commandant der Marine te Hellevoetsluis.
8. Mr. C. Bakker Cz., Directeur der Stoomvaart-maatschappij »Zeeland.quot;
9. C. L. van Woelderen, Directeur der Stoomvaart-maatschappij » Zeeland.quot;
10. Jhr. L. J. H. Teding van Berkhout, Generaal-majoor, Commandant in de derde militaire afdeeling.
II. J. P. I. Buteux, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
12. Mr. E. Fokker, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
13 A. van Hooff, Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat.
I4\' J- C. de Ruyter de Wildt, Kapitein-ter-zee-titulair, Inspecteur van het Nederlandsch Loodswezen.
15. C. Mortier, Lid van den Gemeenteraad.
16. W. A. Graaf van Lynden, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
17 Jos. van Raalte, Lid van den Gemeenteraad en Majoor-Commandant der dienstdoende schutterij.
18. Dr. J. van der Beke Callenfels, Lid der Provinciale Staten en Lid van den Gemeenteraad.
19. J. H. C. He ij se. Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
20. F. J. Stokhuijzen, Kapitein-ter-zee, Commandant van Hr. Ms. fregat »de Ruyter.quot;
21. C. J. J. A. van Teylingen, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
22. Mr. C. Lucasse, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
23. W. L. Winkelman, Lid van den Gemeenteraad en Algemeen Voorzitter der Feestcommissie.
151
24. L. J. M. van Waesberghe Janssens, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
25. C. A. Kalbfleisch, Lid van den Gemeenteraad, Penningmeester van het Nutsdepartement Vlissingen en Algemeen Penningmeester dei-Feestcommissie.
26. J. Dalen, Kapitein-ter-zee, Commandant van Hr. Ms. fregat »Atjeh.quot;
27. G. van Essen, Majoor, Garnizoens-commandant.
28. F. Delvoije, Lid van den Gemeenteraad.
29. F. G. Spreng er, Commissaris der Stoomvaart-maatschappij «Zeeland.quot;
30. F.J. R. Vansch o o ten. Adjunct-inspecteur van het Belgisch Loodswezen.
31. E. J. B. H. M. E n g e ri n g h , Chef van dienst der exploitatie bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
32. Joh8 Luteijn, Commissaris van de Stoomvaart-maatschappij »Zeeland.quot;
33. H. van der Meer, Kapitein-ter-zee, Commandant van Hr. M®. pantserschip »Guinea.quot;
34 F. H. J. Wibaut, Lid van den Gemeenteraad.
35. P. J. Siegers, Lid der Provinciale Staten en Directeur der Maatschappij tot exploitatie van gronden.
36. Z. J. Cambier, Kapitein-ter-zee, Commandant van Hr. Ms. pantserschip » Stier.quot;
37. E. M. Chevalier, Lid van den Gemeenteraad en Directeur van den Provincialen stoombootdienst op de Wester-Schelde.
38. H. M. P. van der Kun, Ingenieur der Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
39 J. Ie Sage van Hoeve, Lid van den Gemeenteraad.
40. H. J. van der Meer, Lid der Provinciale Staten.
41. C. W P. Mie ling, Inspecteur der exploitatie bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
42. A. Loois, Lid van den Gemeenteraad.
43. Mr. W. Polman Kr use man, Griffier der Staten van Zeeland.
44. S. Alter, Lid van den Gemeenteraad.
45 W. J. de Bruijne, Luitenant-ter-zee le klasse, Commandant van Hr. M8. stoomkanonneerboot »Dog.quot;
46. A. A. Bek aar. Ingenieur van den Rijkswaterstaat.
47. A. A. A. E. Gewin, Lid van den Gemeenteraad en Commandant der Vlissingsche Eerewacht.
48. De Grave, Griffier van Oost-Vlaanderen.
49. J. Wilkens, Hoofdambtenaar der Stoomvaart-maatschappij »Zeeland.quot;
50 Mr. F. N. van der Bilt, Lid van den Gemeenteraad.
51. T. E. M. van Lila ar. Ritmeester, Commandant van het detache ment huzaren.
52 J. B. A. jonckheer. Luitenant-ter-zee ie klasse, Adjudant van den Schout-bij-nacht Jhr. de Bra uw.
152
53« J- A. de Bruijn, Kapitein, Adjudant van den Generaal-Majoor Jhr. Teding van Berkhout.
54. Mr. J. H. C. Busing, Secretaris van Vlissingen.
55. G. van Eg mond, Ingenieur der tractie bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.
56. H. L. Hermans, Hoofdambtenaar der Stoomvaart-maatschappij »Zeeland.,\'
57. A. L. A. van Unen, Secretaris van het Departement Vlissingen der Maatschappij »lot Nut van \'t Algemeenquot; en Algemeen Secretaris der Feestcommissie.
58. P. van der Weiden, Hoofdopzichter bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, belast met het toezicht over den bouw van het nieuwe Station.
59. D. W. van Boven, Gezagvoerder van het stoomschip Nederland van de Stoomvaart-maatschappij »Zeeland.quot;
Het menu \') van het dejeuner luidde aldus :
Consommé Nelson.
Bouchées et croquettes a la Reine.
Traite a la Chambord.
Selle de chevreuil a la Fermière.
Chaufroid de volaille a la Cour.
Céleri a la demi glacé.
Sorbet a l\'orange.
Perdreaux rótis d\'Allemagne.
Compote variée.
Langouste royale sur socle.
Vlan de pêches.
Paillettes au fromage.
Gateau monté en nougat a l\'Amiral de Ruyter.
Crème plombière au parfait.
Fruits. Dessert.
\') Het dejeuner was toebereid door de heeren Meijer, Reuser amp; Cquot;., restaurateurs aan het station te Vlissingen.
De menu\'s waren geleverd door de heeren P. G. ue Vey Mestdagh amp; Zoon te Vlissingen en op wit karton in kleuren gedrukt. Bovenaan prijkte het Rijkswapen; links daarvan het standbeeld van de Ruyter, waaronder een anker, een hellebaard, een antiek geweer, degen en kanon, alsmede een aardglobe en een lauriertak en over alles heen het wapen van Vlissingen, gedekt door eene kroon. Hieronder, in den linkerbenedenhoek, bevond zich een gezicht op hei. nieuwe station en daarnaast eene afbeelding van een der stoomschepen der Maatschappij «Zeelandquot; in volle zee.
153
Aan het dessert sprak de Burgemeester, de lieer ï u t e i n Nolïhenius, de volgende woorden;
v Majesteiten!
Nu Uwe Majesteit, onze geëerbiedigde Koningin, mij vergunt een enkel woord te spreken, is het mij eene hoogst vereerende taak namens de gemeente Ylissingen, namens de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en namens de Stoomvaartmaatschappij //Zeeland,quot; Koninklijke IVederlandsche Post vaart, aan Uwe Majesteiten onzen diep gevoelden dank te brengen voor de hooge eer ons aangedaan, doordat het aan Uwe Majesteiten behaagde, wel aan dezen disch te willen plaats nemen.
Met de beide Maatschappijen, die hier vertegenwoordigd zijn, heelt de gemeente Vlissingen zoovele belangen gemeen, dat het door haar op hoogen prijs gesteld wordt, dat het Uwe Majesteiten behaagde in de eerste plaats met eene der mailbooten de reede onzer stad te bezoeken en daardoor een blijk van Uwe gewaardeerde belangstelling te geven in de stoomvaartlijn, door wijlen onzen zoo beminden Prins Hendrik gegrondvest, terwijl Uwe Majesteiten thans eenige oogenblikken wilden vertoeven in het onlangs gestichte stationsgebouw, waarop de gemeente evenzeer trotsch is.
Ik breng Uwen Majesteiten daarvoor eerbiedig dank!
Maar het zij mij voorts vergund nog een woord te mogen spreken uit naam der gemeente, waarvan ik aan het hoofd sta, en dan is het mij een groot, nooit te vergeten voorrecht, dat het mij gegeven is Uwe Majesteiten uit naam van Vlissings ingezetenen toe te spreken bij dit eerste bezoek aan deze stad.
Toen de mare tot ons kwam , dat Vlissingen dit bezoek mocht verwachten , heerschte dezelfde vreugde , waarvan onze oude veste steeds blijk gaf, wanneer het den Vorst behaagde hier te komen. Vlissingen was ten allen tijde nauw aan het Doorluchte Huis van Oranje verbonden en denkt dankbaar terug aan het vele goede, haar door de leden van dat Stamhuis bewezen.
Wanneer men de geschiedboeken opslaat van af het oogen-
154
blik, dat het kleine Vlissingen voor ruim 300 jaren liet eerst de zijde van den Prins koos door de vreemde bezetting te verdrijven, tot op lieden, nu wij onze jeugdige Koningin met Hare geëerbiedigde Moeder in ons midden zien vertoeven, dan leest men op al die bladzijden den naam van Oranje.
Dat in vorige tijden de prinsen van Oranje bier als erfheer gehuldigd werden, waarbij van de groote gehechtheid der bevolking bleek , is thans door de veranderde regeeringswijze niet meer gebruikelijk , maar zeker is het, dat de liefde en trouw van destijds nog onverflauwd zijn blijven voortleven en Ylis-sings ingezetenen niet zijn vergeten , wat zij aan Uw Doorlucht geslacht te danken hebben.
Wanneer Uwe Majesteiten gezien hadden, zooals ik, hoe, sedert het bericht uwer komst, oud en jong, rijk en arm zich heeft beijverd om Uwe Majesteiten zoo waardig mogelijk te ontvangen, dan zou het Uwen Majesteiten gebleken zijn hoe innig het ver van Uwer Majesteiten residentie gelegen stadje gehecht is aan onze Vorstin, en dan ben ik er trotsch op Uwe Majesteiten als Burgemeester daarvan mededeeling te mogen doen en de verzekering er bij te kunnen voegen, dat al moge in mijne gemeente de ontvangst niet zoo schitterend en kostbaar zijn als wellicht elders aan Uwe Majesteiten ten deel viel, liet dan toch zeker niet aan den goeden wil en het verlangen Uwen Majesteiten blijk van sympathie te geven, heeft ontbroken.
Ik spreek dan ook den wensch uit, dat, wanneer Uwe Majesteiten Zeeland verlaten hebben, het oude getrouwe Vlissingen den indruk bij Uwe Majesteiten moge hebben achtergelaten , dat de liefde en de eerbied , den vroegeren Vorsten toegedragen, onvertiauwd is overgegaan op onze dierbare Koningin en Hoogstderzelver zoo geëerbiedigde Moeder.
Moge dan ook onze bede voor het welzijn van Uwe Majesteiten verhoord worden en ons dierbaar Nederland nog tal van jaren bloeien onder de regeering van liet stamhuis van Oranje.
En wanneer men dan in de historie zal lezen van onze be-*
minde Koningin Wilhelmina, dan zal daarnaast geschreven
155
staan een woord van eerbiedigen dank aan onze Koningin-Eegentes Emma, aan wie Nederland zoo onnoemelijk veel verschuldigd is.
Ik noodig n allen uit dezen dronk te wijden aan de gezondheid en de voorspoedige regeering van onze Koningin Wilhelmina en van Hare Majesteit de Koningin-Regentes,\'\'\'
Hierop antwoordde H. M. de Koningin-Regentes het volgende ;
vin de eerste plaats U, mijnheer de Burgemeester en verder U allen, mijne heeren, wensch Ik dank te zeggen voor den heildronk uitgebracht op de Koningin en Mij. In de verplaatsing van het Standbeeld van den grooten Burger dezer stad, aan wiens nagedachtenis wij zoo straks eene dankbare hulde zullen brengen, vond ik eene reeds lang gezochte gelegenheid Zeeland en Vlissingen te bezoeken. De uitnoodiging tot de Koningin en Mij gericht door den Gemeenteraad van deze stad, de Exploitatie-Maatschappij der Staatsspoorwegen en de Stoomvaart-maatschappij //Zeelandquot; ter bijwoning van dit feestmaal, was ons zeer aangenaam, en Ik stel het op hoo-gen prijs met Mijne Dochter te mogen aanzitten met U mijne heeren, die allen, elk op uwe wijze en hoe uitgebreid Uw gewichtige werkkring zijn moge , toch voorzeker door Uwen arbeid bijdraagt tot den bloei en werkzaam zijt voor de belangen van deze stad, in dit gebouw, waarin zoo veler belangen hun middelpunt zullen vinden.
Terecht werd door U, mijnheer de Burgemeester, gewezen op de aloude band tusschen Oranje en Vlissingen. Wat het verleden te zamen hechtte, zal de toekomst zeker niet verbreken, en Wij zijn overtuigd, dat de oude trouw en gehechtheid aan het Oranjehuis voortleeft in de harten van de inwoners dezer stad. Bewijzen van liefde en trouw, zij worden ons voorzeker niet onthouden en de wijze, waarop oud en jong, arm en rijk ons eene hartelijke ontvangst voorbereidde, heeft ons zeer getroffen. De herinnering, welke Wij van Ons bezoek aan Vlissingen zullen bewaren, kan niet anders dan eene dankbare zijn.
Mijne Heeren, Ik stel Li voor te drinken op den bloei van
156
de Stoomvaart-maatschappij //Zeeland,quot; die schooue stichting\' van den betreurden Prins Hendeik der Nederlanden, op den voorspoed onzer Staatsspoorwegen en van de Maatschappij, aan wier goede zorgen de exploitatie is toevertrouwd , en eindelijk , mijne heeren, op liet heil, het geluk en de toekomst van deze oude trouwe stad en het welzijn van hare inwoners.quot;
Na afloop van het dejeuner, ongeveer twee uur, verlieten de Vorstinnen het station en begaven zich naar de aanlegplaats der havenbootjes , waar de stoomboot Walcheren van den Provincialen stoombootdienst op de Wester-Schelde, onder commando van den Kapitein C. van Dijk, gereed lag om HH. MM. naar de stad te voeren. Langs den weg naar de aanlegplaats was aan weerszijden eene versiering van vlaggedoek aangebracht, gehecht aan lage palen. De stoomboot was geheel met vlaggen getooid.
Toen de Vorstinnen aan boord kwamen werden door de matrozen J. A. van Dijk en J. Gazan aan de Koninginnen bouquetten aangeboden , welke met een woord van dank werden aangenomen.
Aan de overzijde van het verbindingskanaal lagen een aantal vaartuigen, waaronder ook eenige plezierjachten, alle getooid met vlaggen.
Onderweg werd HH. MM. eene eigenaardige hulde gebracht bij het voorbijstoomen van het zoogenaamde //Eiland,quot; waar twee kolossale eerebogen waren opgericht, waarvoor een honderdtal kinderen uit die, bijna geheel door werklieden bewoonde buurt geschaard stonden en den Vorstinnen eenige nationale liederen toezongen.
Ruim kwart over twee kwam de Walcheren voor het Raadhuis aan. Voor dit gebouw stond eene Eerewacht van de Schutterij opgesteld. De trappen en de gang waren met een breeden looper belegd en in den gang waren sierplanten geplaatst , welke men ook in de ontvangsalon aantrof.
De Vorstinnen werden door den Burgemeester en de leden van den Gemeenteraad ontvangen en geleid naar de trouwzaal,
157
waar Zij zich nederzetten op twee fraaie fauteuils, welke tegenover den ingang van de zaal onder een troonhemel geplaatst waren.
Daarna werd door de zangvereeniging //Ylissings Mannenkoor,quot; die zich met haar vaandel in de gang schaarde, onder leiding van haren Directeur, den heer H. C. de Waal van Middelburg , het volgende lied \') aan HH. MM. toegezongen :
Hoezee! een lied op ouden trant Ter eer van \'t lieve Vaderland!
En ook ter eer van Haar, die Kroon en Schepter torscht. Voor Vaderland en Koningin Klopt steeds het hart vol liefde en min In onze Zeeuwsche borst!
En wat er in den boezem leeft,
En wat het hart aan beden heeft,
Voor \'t lieve Vaderland en Haar, die \'t land gebiedt,
Dat ligt geschreven in ons oog ,
Dat zenden w\' als een bede omhoog
In \'t ongekunsteld lied.
Gods zegen daal vol liefde en trouw
Op Koningskind en Koningsvrouw!
Aan Moeder en aan Kind reik\' Hij de sterke hand!
En wat er dan ook dreigen moog\'.
Wij houden fier het hoofd omhoog!
Hoezee ! voor Nederland !
Na aüoop van den zang traden de Vorstinnen de zaal binnen, waar de voorwerpen, schilderijen enz., welke betrekking hebben op het leven van de Ruytee, waren tentoongesteld. Bij het binnentreden werden door de jongejuffrouw W i l h e l-mina Maria Isidora Wibaut aan de Koningin en door mejuffrouw Wilhelmina van der Beke Gallen f e l s, dochters van Raadsleden, aan de Regentes fraaie
\') Uit lied was gedicht door Luctor (den bekenden kinderschrijver F. Louwerse, te \'s-Gravenhage, uit O. en W. Souburg geboortig), en de muziek was gecomponeerd door den Directeur van het Gezelschap.
158
bouquetten aangeboden, die met een woord van dank werden aangenomen.
De Commissie voor de Oudheidskamer bood aan de Vorstinnen praclit-exemplaren aan van den catalogus 1) der tentoonstelling.
HH. MM. bezichtigden de tentoonstelling met zeer veel belangstelling en vroegen omtrent vele voorwerpen inlichting, welke door de heeren C. A. Kalbfleisch en G. P. I. Dommisse , leden van het Bestuur der Oudheidskamer en J. A. Fee-DEiiiKs, Architect te Middelburg, werden verstrekt.
Na het bezoek aan de tentoonstelling werd aan ieder der Koninginnen eene oorkonde 2) aangeboden van den volgenden inhoud ;
//Het Bestuur der Oudheidskamer te Vlissingen veroorlooft zich met den meesten eerbied aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina (Emma Koningin-Eegentes) der Nederlanden deze oorkonde aan te bieden als eene herinnering aan Hoogst-derzelver bezoek aan de tentoonstelling van voorwerpen , betrekking hebbende op het leven van den Luitenant Admiraal Generaal Miohiel Abuiaanszoon de Rüytek, gehouden bij gelegenheid van de heronthulling van het standbeeld van genoemden zeeheld te Vlissingen op 23 Augustus 1894.
Het Bestuur voornoemd, A. A. A. E. GEWLN. C. A. KALBFLEISCH. C. P. I. DOMMISSE.quot;
1
\') Deze catalogi waren gedrukt bij de heeren P. G. de Vey M est-dagh amp; Zoon en gebonden in lederen banden, op de voorzijde versierd met het wapen vau Vlissingen in zilver, dat geplaatst was in een vergulde lijst.
2
) Deze oorkonden waren in fraaie letter op fijn perkament geteekend door den heer Tutein Nolthenius, Burgemeester. Aan de. onderzijde waren aan perkamenten strooken zegels in rood was gehecht. Op de voorzijde daarvan bevond zich eene afbeelding van het standbeeld van de Ru v ter met het omschrift: »Terror hostium , patriae decus op de achterzijde het wapen van Vlissingen met het omschrift: «Ruyteri manibus statuam Vlissingae pia posteritas dicavitquot; en onder het wapen; MDCCCXCTV.
159
Tevens werden HH. MM. uitgenoocligd Hare handteekenin-gen te plaatsen onder een van het bezoek aan de tentoonstelling opgemaakt proces-verbaal 1), aan welk verzoek welwillend voldaan werd. Dit proces-verbaal was van den volgenden inhoud;
//Het heeft Hare Majesteit Koningin Wil he lm in a der Nederlanden en aan Hare Majesteit de Koningin-Eegentes Emma der Nederlanden behaagd bij Hoogstderzelver bezoek aan de tentoonstelling, gehouden bij gelegenheid der heronthul-ling van het standbeeld van den Luitenant Admiraal Generaal Mioh iel Adiiia a nszoon de Ru YTE R, Hoogstderzelver handteekeningen hieronder te plaatsen , als eene herinnering aan bovengenoemd bezoek.
Vlissingen , den 23 Augustus 1894.quot; 3)
Daarna verlieten HH. MM. het Raadhuis en bestegen Haar rijtuig om zich naar de Rotonde van den Noordzee-boulevard te begeven. De stoet was aldus samengesteld :
a. eene af deeling cavalerie ;
h. de Burgemeester van Vlissingen in een rijtuig ;
c. de Commissaris der Koningin in Zeeland in een rijtuig;
d. de Kamerheer van H. M. de Koningin, Ridder H u y s-sen van Katïendijke in een hofrijtuig;
e. Hare Majesteiten de KONINGIN en de KONINGINREGENTES ;
f. de Vlissingsche Eerewacht:
g. het gevolg van HH. MM. in drie hofrijtuigen ;
h. eene afdeeling cavalerie.
*) Dit proces-verbaal was mede in keurige letter op perkament getee-kend door den beer Tutein Nolthenius. Bovenaan prijkte het Rijkswapen in goud en kleuren.
-) De bandteekeningen geschiedden met een penhouder, bestaande uit eene echte, zeer zeldzame arendsveder, lang 45 c. M., breed 12 c. M. met zilveren huls en gouden pen met diamanten punten.
160
De stoet volgde dezen weg ; Houtkade, Droogdok (Oostzijde) , Leeuwesluis , Steenenbeer , Pottenkade, Zeilmarkt , Nieuwendijk , Beursbrug , Beursplein. Overal waar de Koninginnen voorbij kwamen , werden Zij door eene groote menigte aanhoudend toegejuicht.
Bij den opgang naar de Kotonde hield het Koninklijk rijtuig stil.
Aan weerszijden van dezen opgang stond in twee gelederen een gedeelte van de bemanning , matrozen en mariniers, van de op de reede liggende oorlogsschepen opgesteld.
De Vorstinnen verlieten Haar rijtuig en begaven zich naar de Rotonde , waar HH. MM. ontvangen werden door het Bestuur van het Departement Vlissingen der Maatschappij // Tot Nut van H Algemeen?\'\' Door de jongejuffrouw Theeesa Claea Leonora van R a a l t e , dochter van den heer J o s. van Raalte, Lid van de Permanente Commissie voor het Standbeeld, werd aldaar aan de Koningin, en door de jongejuffrouw Elisabeth van Unen , dochter van den heer A. L. A. van Unen, Secretaris van het Nutsdepartement, aan de Regentes fraaie bouquetten aangeboden.
Onder de tonen van het //Wilhelmusquot; van de stafmuziek van het 6e regiment infanterie uit Breda , onder directie van den heer P. Sïenz, namen de Koninginnen en Haar gevolg daarna plaats onder het \'/pavilion de fleurs,quot; dat tegenover het Standbeeld was opgericht.
Op de Rotonde waren tal van autoriteiten samengekomen, waaronder een aanzienlijk aantal zeeofficieren, uit de onderscheidene Directiën, verder verscheidene deputatiën, o. a. van de Koninklijke Vereeniging //Het eereteeken voor belangrijke krijgsverrichtingen1\' te quot;s Gravenhage, van de Koninklijke Vereeniging Het Indische kruis //Eendracht maakt machtquot; te Amsterdam, van de Koninklijke Vereeniging van Nederlandsch-Indische oud-strijders onder het motto //Je maintiendraiquot; te Rotterdam, van de onderofficiers-vereenigingen der Zeemacht //Van Speijkquot; te Amsterdam en «Admiraal de Ruyterquot; te
161
den Helder, enz. Vele van deze deputatiën stonden onder haar vaandel geschaard.
Bovendien waren de leden van het Nntsdepartement, van den Gemeenteraad , van de Kamer van Koophandel, de Predikanten en Geestelijken der verschillende gezindten, de Ofli-cieren van het Garnizoen en de Schutterij, de Commissarissen en Ontvangers der beide Loodswezens, de Consuls, Vice-consuls en consulaire Agenten van vreemde Mogendheden, de Besturen der Vereenigingen, die aan den optocht zouden deelnemen , en de overige autoriteiten in de gemeente met hunne dames door het Nutsbestuur in de gelegenheid gesteld de plechtigheid bij te wonen.
Terwijl HH. MM, plaats namen werd door ongeveer 800 leerlingen van de openbare en bijzondere scholen, die op eene links van het standbeeld opgerichte tribune geschaard stonden, onder leiding van den heer W. van Kamer, Hoofd der openbare school B en met begeleiding van het zooeven genoemde muziekkorps de volgende //Hulde aan quot;t Voorgeslachtquot; gezongen :
\'t Is schoon , wanneer door \'t nageslacht Den vad\'ren hulde wordt gebracht,
Voor \'t goed, dat zij bedreven;
\'t Is ook behoefte voor \'t gemoed Aan al, wat edel is en goed,
Naar waarde lof te geven.
Slaakt vrij Eu blij Dankb\'re klanken ,
Om te danken En te roemen Hen, die wij met eerbied noemen.
\'t Is goed en zalig voor \'t gemoed,
Dat blaakt van dankb\'ren liefdegloed,
Erkent\'nis te bewijzen;
Om al \'t geen edel is en schoon,
Ook bij een hooger hemelsch loon,
Hier reeds op aard te prijzen,
11
162
Noemt hen.
Roemt hen,
Die hun trachten,
Al hun krachten En hun streven Richtten op het doel van \'t leven.
Nadat dit lied onder eene steeds voortdurende stortbui ten gehoore gebraclit was, hield de Voorzitter van het Nutsdepar-tement, de heer T u t e i n N o l t h e n i u s, de volgende toespraak ;
»Het is eene schoone, maar moeilijke taak, die mij heden als Voorzitter van het Departement Vlissingen der Maatschappij »Tot Nut van \'t Algemeenquot; te beurt valt, om hier een oogenblik het woord te voeren. Die taak is schoon , omdat het hier geldt hulde te brengen aan de nagedachtenis van een man , die door trouw , heldenmoed en braafheid heeft uitgeblonken : die taak is moeilijk omdat mijne woorden wellicht niet weergeven, wat ik zoo gaarne zoude willen, omdat zij misschien niet genoeg blijk geven van dien gloed en die overtuiging, die op dit oogenblik in mij zijn.
En tocht klopt mij het hart sneller van vreugde , dat het mij gegeven is, hier een woord van dank , eerbiedigen dank te brengen aan Hare Majesteit onze zoo dierbare Koningin en aan Hare Majesteit onze geëerbiedigde Koningin-Regentes voor Hoogstderzelver tegenwoordigheid alhier. Het Departement Vlissingen van het «Nut van \'t Algemeenquot; was overtuigd , dat Uwe Majesteiten belang zouden stellen in de heronthulling van het standbeeld van den Admiraal de Ruyter, doch het had ternauwernood durven hopen , dat het Uwen Majesteiten zou behagen daarbij tegenwoordig te zijn.
En nu üwe Majesteiten ons deze groote eer bewijzen, wordt daarmede deze heronthulling even luisterrijk als indertijd de onthulling in 1841, en wordt dat niet alleen door het Nutsdepartemeut, maar zeker niet minder door geheel Vlissingen op hoogen prijs gesteld.
Daarmede toch wordt de hoogste eer bewezen aan de nagedachtenis van den grooten zeeheld, die hier het levenslicht aanschouwde en waarop ieder Vlissinger met recht trotsch is.
Het is schoon, wanneer een volk zijn groote mannen eert, het schoonste is het zeker, wanneer de vorsten zich bij die hulde aansluiten , en dat Uwe Majesteiten hier heden tegenwoordig zijn , zal in Vlissingen nimmei vergeten worden.
Het zij mij vergund met een kort woord te herdenken hoe ruim 50 jaren geleden hetzelfde beeld , dat zich zoo straks aan ons oog zal vertoo-nen, werd opgericht, dank zij de hooge belangstelling van ons Vorstenhuis en den steun en de medewerking, die de Commissie alom ondervond.
163
Was het wonder dnt in Vlissingen het denkbeeld opgevat werd om voor den groeten man een waardig gedenkteeken te stichten; een woord van hulde zij daarvoor aan hen gebracht, aan die heeren der Commissie: D. Uyttenhooven, P. J. Zijnen, A. Ruysch, Q. Harder, J. F. R Schultz en W. C Sïorij, aan wier ijverige pogingen het mocht gelukken het groote werk tot stand te brengen, zoodat den 29 April 1840 de eerste steen van het voetstuk gelegd kon worden, welke plechtigheid onder groote blijken van belangstelling verricht werd door den Sajarigen Opperbevelhebber der zeemacht op de Zeeuwsche stroomen , den Admiraal O. W. Gobius.
De bekwame beeldhouwer L. R o y e r mag daarbij niet vergeten worden en hij heeft in latere jaren dikwijls getuigd , dat de onthulling van dit werk den diepsten indruk bij hem had achtergelaten en wel door de vereerende wijze waarop Koning Willem II hem Hoogstdeszelfs tevredenheid betuigde.
Den 25 Augustus 1841 had de onthulling plaats, nadat het Z. M. Koning Willem II, vergezeld door Hoogstdeszelfs zonen HH. KK. HH. de Prinsen Willem van Oranje, Alexander en Hendrik behaagd had in de Groote Kerk de feestrede aan te hooien , uitgesproken door den Hoogleeraar Des Amorie van der Hoeven, alsmede eene voor dit doel vervaardigde cantate.
«Treffend,quot; zoo luidt de beschrijving in het gedenkboek, »was het »oogenblik waarop Vorst en Volk, door één gevoel geleid, met onge-»dekten hoofde en met den traan van dankbare herinnering in het »oog, hulde bragt aan het beeld des mans, wiens geheele leven aan nde dieust des Vaderlands was gewijd, en die in dezelve eindelijk den «heldendood stierf.quot;
Zeker moet dat een oogenblik geweest zijn , dat onvergetelijk was voor hen, die er getuige van waren en dat steeds dankbaar herdacht zal worden door Vlissings ingezetenen.
En zoo heeft dan ook het metalen beeld des grooten Admiraals meer dan 53 jaren onwrikbaar gestaan; vele stormen gingen over zijn hoofd, doch ongedeerd toonde zijne beeltenis aan Nederlander en vreemdeling, dat, al werd de naam van de Ruytek na eeuwen nog met denzelfden eerbied als tijdens zijn leven uitgesproken , zulks niet voldoende werd geacht en men hem door dit metaal hulde had willen brengen.
Het oude Vlissingen veranderde sinds dien tijd, de vestingwerken verdwenen en het plein, waarop wij ons thans bevinden, ontstond.
Waar kon men het beeld beter plaatsen dan daar, waar het uitziet op de reede, zoovele malen door de ruyters vloten doorploegd?
Door die verplaatsing zou het werk van de commissie van 1841 niet vernietigd worden, maar voleindigd; immers destijds was geen betere plaats te vinden.
164
En toen nu den II Juli 1894 de Inspecteur van het Nederlandsche Loodswezen , de kapitein-ter-zee J. C. de Ruyter de Wild t, afstammeling van den giooten Admiraal, op verzoek van het Nutsbestuur, den eersten steen legde van dit nieuwe voetstuk met dezelfde gereedschappen , destijds door den Admiraal Go bi us gebruikt, met wiens kleindochter hij gehuwd is, toen meende het Bestuur daarmede zeker hulde te bewijzen aan de commissie van voorheen en was die taak dan ook zeker aan niemand beter toevertrouwd.
Dank zij de goede zorgen van hen, die met de verplaatsing en het toezicht belast waren, verrees het beeld op nieuw ongeschonden op zijn voetstuk, waarin aan de linkerzijde een gelijke plaat met krans is aangebracht als die in 1876 bij den 200-jarigen gedenkdag van zijn sterven , waarop vermeld staat de verplaatsing met den datum van heden.
Hiermede is in het kort een overzicht van de geschiedenis van het beeld gegeven; van de daden van den grooten Admiraal zelf sprak ik niet; mij dunkt die zijn aan ieder rechtgeaard Nederlander zoo bekend , dat ze niet in herinnering gebracht behoeven te worden, ook zouden mij de tijd en de kracht om die naar waarde te herdenken , ontbreken.
Ik meen niet beter te kunnen doen dan te zeggen: hij was eenvoudig en vroom als mensch, dapper en edel als zeeheld, trouw en ijverig als dienaar van den Staat, kortom hij was eene persoonlijkheid, wiens nagedachtenis waardig was vereeuwigd te worden in een beeld, dat op een vorstelijk teeken onthuld werd en heden opnieuw door vorstelijke handen voor Neerlands ingezetenen zichtbaar gemaakt wordt.
Het zij mij dan thans vergund tot Uwe Majesteit, onze zoo beminde Koningin, het eerbiedig verzoek te richten tot -de heronthulling te willen overgaan.quot;
Daarop drukte H. M. de Koningin op een knopje, dat geplaatst was op een net tafeltje naast Haar fauteuil en met eene electrische geleiding in verband stond. Hierdoor werd liet omhulsel, waarmede het standbeeld bedekt was, geopend 1).
Door vier Adelborsten der Marine , die zich binnen het hek, dat het standbeeld omgeeft, geplaatst hadden, werd daarna ter-
1
) Ter herinnering aan de heronthulling was in het voetstuk aan de zijde van de linkerhand van het beeld een wit marmeren gedenksteen geplaatst, waarin een bronzen immortellenkrans, waarbinnen met gulden woorden gebeiteld is: «Verplaatst 23 Augustus 1894.quot; Deze gedenksteen heeft denzelfden vorm als die, welke in 1876 aan de andere zijde van het voetstuk was aangebracht.
165
stond de quot;Vaderlandsche driekleur gehesclien aan vier liooge palen , die in de hoeken van het hek opgericht waren.
Door de op de reede tegenover de stad liggende oorlogsschepen werd daarna een groot aantal kanonschoten ter eere van den dapperen Admiraal gelost.
Vervolgens verliet de Koningin Haar zitplaats om eigenhandig, bijgestaan door twee heeren van Haar gevolg, een prachtigen krans van laurierbladen op het voetstuk van het standbeeld neder te leggen. 1)
Aandoenlijk, verheven was het oogenblik waarop Keerlands Koningin op zulk eene wijze hulde bracht aan de nagedachtenis van den grootsten der zeehelden.
Nadat H. M. Hare plaats weder ingenomen had werd door den Schout-bij-nacht Jhr. ï E. de Biiauw, namens de Koninklijke Nederlandsche Marine op het voetstuk eene fraaie krans nedergelegd van levende witte rozen en voorzien van witte linten , waarop met gulden letteren : //Eerbiedige hulde van het korps zeeofficieren aan de nagedachtenis van M i c h i e l Adriaanszoon de Ruytee, Nederlands grootsten zeeheld.quot; De heer de Bra uw betuigde daarbij zijn dank aan de Kegentes voor de aan de Marine verleende toestemming om hulde te mogen brengen aan de nagedachtenis van de Euyter en stelde het op prijs, dat diens standbeeld eene meer waardige plaats verkregen had. Wijzende op de heldendaden van den grooten Admiraal, gaf hij de verzekering, dat wanneer ooit de Marine mocht geroepen worden om het Vaderland te verdedigen , zoowel de officieren als de minderen toonen zouden , dat hun de moed niet ontbrak, waardoor onze voorvaderen zooveel zege behaald hadden.
Daarna vervolgde de heer Tutein Nolthenius zijne rede en zeide het volgende:
\') De krans was van een ovalen vorm, had eene afmeting van 2 bij iVa M. en was versierd met breede zijden oranje linten en de Koninklijke kroon.
166
»Zoo is dan thans opnieuw onthuld het beeld van hem , die door gansch Nederland steeds met trots genoemd werd en den schoonen naam van »Schrik des Oceaan squot; voerde.
Van onzen de Ruyter vernam men nimmer iets, dat aan zijn grootheid te kort kon doen. Eenvoudig van natuur, was hij bemind bij zijne ondergeschikten. Vriend en vijand bracht aan zijne nagedachtenis hulde, en steeds wordt ook nog bij onze Marine zijn naam hoog gehouden , getuige het ginds ter reede liggend fregat.
Ontvang dan, geëerbiedigde Koningin, den innigen dank van het Vlis-singsche Departement der Maatschappij »Tot Nut van \'t Algemeenquot; en zeker niet minder van Vlissing\'s ingezetenen voor hetgeen Uwe Majesteit zoo even verrichtte en waarmede aan de nagedachtenis van den giooten Vlissinger de hoogste eer werd bewezen.
De gedachte aan dit uur zal den band tusschen het Oranjehuis en Vlissingen zoo mogelijk nog meer versterken , want die eer door Uwe Majesteit aan de nagedachtenis van een inwoner dezer stad bewezen , zal met onuitwischbare letteren in de geschiedboeken gegrift worden, en al mochten die eenmaal door den tand des tijds verteerd zijn , dan nog zal de herinnering aan dezen dag van geslacht tot geslicht worden overgebracht, evenals zoovele schoone daden Uwer Majesteits voorvaderen.
Ontvang, geëerbiedigde Koningin-Regentes, mede onzen diep gevoelden dank voor Uwe tegenwoordigheid alhier. Al geniet Vlissingen heden voor de eerste maal de hooge eer Uwe Majesteit hier te zien, toch wordt ook hier, evenals in geheel Nederland, de naam van Uwe Majesteit als Moeder van onze geliefde Vorstin steeds met diepen eerbied genoemd en wordt ook hier dankbaar herdacht hoe onnoemelijk veel Nederland aan Uwe Majesteit verschuldigd is.
Ontvang, Hooggeachte Schout-bij-nacht en verdere Officieren en Eerewacht van de Koninklijke Nederlandsche Marine, Adelborsten van het Koninklijk Instituut, en andere vertegenwoordigers der Marine, onzen dank voor de belangstelling heden betoond. Het daareven aan het voetstuk geplaatste huldebetoon strekt U tot eer en geeft aan geheel Nederland het bewijs, dat ook de Marine niet vergeet wat onze de Ruyter voor Nederland deed. Weest overtuigd, dat Uwe tegenwoordigheid alhier op hoogen prijs gesteld wordt, en wij houden ons verzekerd, dat, wanneer het onverhoopt noodig mocht blijken, ook tegenwoordig nog helden, als de Ruyter was, zouden gevonden worden 5 daarvan gaf de geschiedenis onzer Marine bewijzen te over. Moge de tegenwoordigheid bij deze plechtigheid ook voor Uw schoon korps een nieuw bewijs zijn dat onze Vorstinnen de daden van dappere mannen op prijs stellen, zooals dat voorheen steeds dooide leden van het Oranjehuis werd betracht.
Ontvangt gij allen, zoo burgerlijke als militaire autoriteiten en andere belangstellenden , onzen dank voor Uwe tegenwoordigheid alhier, evenals gij,
167
vertegenwoordigers van vereenigingen en corporatiën, waarvan vele hun bloed voor Vorst en Vaderland hebben veil gehad en die thans met Uwe vaandels hulde bracht aan een van Neerlands grootste zonen.
Dank aan U, kinderen van Vlissingen, die geleid door Uwen bekwamen Directeur eenige liederen ten gehoore bracht, een woord van dank, maar tevens een woord van aansporing om dezen dag nimmer te vergeten. Gij allen staat nog aan \'t begin van \'t leven, maar wanneer gij d e Ruyters beeld voor oogen houdt, dan zult gij, te water of te land, of in welke betrekking gij ook, hetzij burgerlijke of militaire, U verdienstelijk maakt, zeker kunnen zijn , dat in ons Nederland zij , die hun plicht doen, zooals de Ruyter deed, gewaardeerd worden.
Een woord van dank aan allen, die hier verder tegenwoordig zijn, daaronder zeker niet te vergeten onze Belgische Broeders, die in deze dagen wederom toonden hoe goed de verstandhouding tusschen onze beide natiën is, en hoe gaarne zij zich met ons beijverden om de stad, waar ook zij wonen. voor de komst van onze Vorstinnen te versieren en daardoor mede hulde te brengen aan Haar, die ons zoo dierbaar zijn.
Ik noodig U allen uit deze plechtigheid te besluiten met een driewerf hoera voor Hare Majesteiten !quot;
Door de aanwezigen werd aan dit verzoek met geestdrift voldaan. 1)
Daarna ging de heer T u t e i n N o l t h e n i u s over tot het aanbieden van het huldeblijk 2) van de ingezetenen van Vlissingen aan H. M. de Koningin. Hij sprak daarbij de volgende woorden ;
»Majesteit!
Wanneer ik het waag nog een oogenblik van Uwer Majesteits aandacht
1
) Later werd ook nog een krans op het voetstuk van het standbeeld nedergelegd door het Bestuur van de Nederlandsche Oranje-vereeniging te Rotterdam.
2
»Aan H. M. Koningin Wilhelmina der Nederlanden aangeboden door de ingezetenen van Vlissingen bij gelegenheid van Hoogstderzelver bezoek aan die gemeente op 23 Augustus (894.quot;
Het huldeblijk was vervaardigd in de fabriek van de firma J. M. van Kempen amp; Zoon te Voorschoten.
168
te vragen, dan is dit thans als Burgemeester van Vlissingen om Uwe Majesteit namens tal van ingezetenen, rijk en arm, oud en jong, van allerlei rang en stand, eene herinnering aan dezen dag aan te bieden, opdat Uwe Majesteit een stoffelijk bewijs onzer hulde ontvange.
Wij meenden niet beter te kunnen handelen dan dat te doen bestaan in eene nabootsing van het zooeven door Uwe Majesteit opnieuw onthulde standbeeld 5 en al mogen er dan ook reeds vele blijken van hulde Uwer onderdanen van elders in Uw bezit zijn, dit standbeeldje van de Ru y ter kunnen alleen de Vlissingers U geven.
Wil het van ons aanvaarden als eene gedachtenis aan Uwer Majesteits bezoek van heden, met de verzekering, dat het benoodigde daarvoor gegeven werd met kleine giften, geheel vrijwillig bijeengebracht.
Moge het eene plaats in een Uwer paleizen erlangen en moge Uwe Majesteit bij het zien er van herinnerd worden aan het verrichte op dezen dag, waarop U door de nagedachtenis van de Ruyter te eeren , verzekerd kunt zijn van den dank van Vlissing\'s ingezetenen.
Op deze woorden volgde een daverend hoera.
De Regentes betuigde den Burgemeester dank voor het prachtige geschenk. Nadat de Vorstinnen zich nog enkele oogenblikken met den Burgemeester onderhouden hadden verlieten Zij de llotonde terwijl de schoolkinderen onder begeleiding van het muziekkorps de volgende gewijzigde woorden van het Volkslied zongen :
Wien Neêrlandsch bloed door d\' adren vloeit
Wien \'t hart klopt fier en vrij ,
Wie voor zijn volk van liefde gloeit,
Verheff\' den zang als wij !
Hij roem\' met allen , wel gezind ,
Den onverbreekbren band,
Die hier Oranje en Neêrland bindt,
Vorstin en Vaderland.
Bescherm , o God! bewaak den grond ,
Waarop onze adem gaat,
De plek, waar onze wieg op stond,
Wellicht ons sterfuur slaat.
Wij smeeken van Uw Vaderhand
Met blijden kinderzin,
Behoud voor \'t lieve Vaderland,
Voor Land en Koningin.
169
Dring\' luid van uit ons feestgedruisch
De beê Uw hemel in:
«Blijv\' met ons oud Oranjehuis
Het volk steeds éen gezin !
Ja, ook in tijden, droef en bang,
Weerklinke aan allen kant:
»Bewaar de Koninginne lang En \'t lieve Vaderland!quot; 1)
De Koninginnen bestegen Haar rijtuig om de aangekondigde rijtoer door de stad te maken.
De volgende weg werd gevolgd; Beursplein , Beursbrug, Bellamykade, Lange Nieuwstraat, Korte Nieuwstraat, Potten-kade, Roede Brug , Rommelkade, Gravenstraat, Paardestraat, Palingstraat, Hooikade , Leeuwesluis , Droogdok westzijde , Peperdijk , Wagenaarstraat, Lange Walstraat , Scherminkel-straat, Scliardijnkade, Korte Noordstraat, Bellamykade, Beursbrug , Beursstraat, Bierkade, Breestraat, Korenmarkt, Groote Markt, Slijkstraat, Achter den molen , Coosje Buskenstraat, Elisabeth Wolffsplein, Badhuisweg, Badhotel.
In de Palingstraat bood de 92jarige mejuffrouw de wed. Geerteuida Mos, geb. Onlangs, op éen na de oudste ingezetene der stad, aan de Koningin een bouquet aan, dat met een woord van dank werd aangenomen.
Bij het voorbijrijden van de Korenmarkt stonden aldaar de kinderen van het Burger- en van het Roomsch-Katholiek Weeshuis geschaard. Door Anna Tuindeus werd namens de Eoomsch-Katholieke weezen aan de Koningin-Regentes een bouquet aangeboden, dat dankbaar aanvaard werd. Het door de Burgerweezen aan de Koningin toegedachte bouquet, dat zou aangeboden worden door Goknelia Gathaeina Pieteenella Henduikse was nog niet aangekomen, doch werd des avonds aan het paleis te Middelburg afgegeven.
\') Het plan had bestaan ook nog een gedeelte der cantate van 1841 te doen uitvoeren. De steeds voortdurende regenbuien hebben dit echter belet.
170
Op de Groote Markt hield de Koninklijke stoet voor de openbare lagere school 1) stil om den optocht te zien voorbijtrekken , die aldus was samengesteld :
Eerste Af deeling.
I. Twee herauten te paard.
2 Het muziekkorps van het 3e regiment infanterie.
3. Ben detachement der Marine.
4. Eene deputatie van de Feestcommissie in een rijtuig.
5. Eene deputatie van de Vereeniging quot;de Militaire Willemsorde.quot;
6. Eene deputatie van de Koninklijke Vereeniging \'/Het Eereteeken voor belangrijke krijgsverrichtingen.\'quot;
7. Eene deputatie van de Koninklijke Vereeniging het Indische kruis //Eendracht maakt macht.quot;
8. Eene deputatie van de Koninklijke Vereeniging van Nederlandsch-Indische oud-strijders , onder de zinspreuk ; «Je maintiendrai.quot;
9. Een tamboer en pijper in 17e eeuwsch kostuum.
10. Een praalwagen , voorstellende een bezoek van den Stadhouder Prins Willem III van Ou an je aan den Luitenant-Admiraal-Generaal M. Az. de Ruyter op het Admiraalschip //De Zeven Provinciën.quot;
II. Eene deputatie van de Onderofficieren-vereeniging dei-zeemacht //Admiraal de Ruyter.1\'
12. Eene deputatie van de Onderofficieren-vereeniging der zeemacht //van Speijk.quot;
13. Eene deputatie van de //Xederlaudsche Oranje-Vereeniging.quot;
Tweede Afdeeling.
1. Het muziekgezelschap //Ons Genoegen.quot;
2. De Koninklijke Handboogschutterij //Willem IIIquot; met haar vaandel en het oude vaandel van St. Sebastiaan.
3. Eene deputatie van de Feestcommissie in een rijtuig.
171
4. Het Belgisch Loodswezen met een praalwagen.
5. De Afdeeling Vlissingen van den Bond van Oud-onderofficieren.
6. Het muziekgezelschap uit Groede.
7. Het Nederlandsen Loodswezen met eene versierde sloep.
8. De Werklieden-vereeniging //de Scheldequot; met vaandrig te paard.
9. De Gymnastiek-vereeniging //Luctor et Emergoquot; in kostuum.
10. De Gaai- en Doelschieting //de Eendracht11 in een rijtuig.
11. De Scherm- en Tooneelvereeniging //Prinses Wilhel-mina.quot;
12. Vlissings Mannenkoor met zijn vaandel.
13. De Afdeeling Vlissingen van de Vereeniging //Patrimonium11 met haar vaandel.
Derde Afdeeling.
1. De Afdeeling Vlissingen van den Roomsch-Katholieken Volksbond, samengesteld uit:
a. het Muziek- en Zanggezelschap //St. Caecilia;quot;
b. het Bestuur der Afdeeling met de banier ;
c. het Ondersteuningsfonds met het vaandel;
d. //St. Barbaraquot; met het vaandel;
e. het Metaalwerkersgilde met het vaandel;
f. het Bouwvakgilde met het vaandel.
2. Eene deputatie van de Feestcommissie in een rijtuig.
3. De Vlissingsche Bouwkring met twee versierde wagens.
4. Een praalwagen der vereenigde schoenmakers van de fabriek der heeren Gebr. A. en J. K lij be kg met vaandrig te paard.
5. Een praalwagen van het personeel der smederij van Gebr. Tromp met banier.
6. Een praalwagen van de schoenmakersvereeniging //Ghris-pijn.quot;
7. Het muziekgezelschap uit Schoondijke.
172
8. Een praalwagen , voorstellende Flora.
9. Een versierde wagen van de Vlissingsche Melkslijterij.
10. Een versierde wagen van de Vlissingsche Bierbottelarij.
De optocht volgde dezen weg ; Groote Markt, Korenmarkt, Breestraat, Bierkade , Beursstraat, Beursplein , Beursbrug , Nieuwendijk , Zeilmarkt, Roode Brug, Rommelkade, Hooikade, Palingstraat, Onderstraat, Houtkade, Droogdok Oz., Leeuwesluis, Steenenbeer, Pottenkade, Korte Nieuwst raat, Korte Walstraat, Ritthemsclie Markt, Lange Walstraat, Elisabeth Wolffsplein , Aagje Dekenstraat, Nieuwe Kolvenierstraat, Dokkade, Koningsweg , De Ruij terstraat, Laantje , Verlengde Kolvenierstraat, Glaeisstraat, Badhuisweg, Elisabeth Wolffsplein, Coosje Bus-kenstraat, Achterom den Molen , Slijkstraat, Groote Markt.
Toen de praalwagen van het Belgisch Loodswezen het rijtuig van de Vorstinnen passeerde, boden de jongejuffrouw Maiiie Blij, dochtertje van den Ontvanger, den heer F. J, Blij, aan de Koningin, en de jongejuffrouw Valentine Dossaee, dochtertje van den heer P. J. Dossaee, Loods, aan de Regentes bouquetten aan , die met een vriendelijke, dankbetuiging werden aangenomen.
Nadat de optocht voorbij de Vorstinnen getrokken was, werd de rijtoer voortgezet naar het Badhotel , waar de stoet te ongeveer vier uur aankwam. Tn de vestibule werden de Koninginnen met bloemen bestrooid door twee dochtertjes van een der logés, den heer Keg, en werden door de jongejuffrouw Agatha Meijeu, dochtertje van den hotelier, den heer J. G. Meijer, aan de Koningin, en door de jongejuffrouw M a e g o t Heiliger, die in het hotel logeerde, aan de Regentes, bouquetten aangeboden, die met een vriendelijk woord van dank werden aanvaard.
In de groote zaal, welke met fluweelen draperieën, planten en vlaggen versierd was, werden de vorstinnen ontvangen door den heer P. J. Siegers, Directeur van de Maatschappij tot
173
exploitatie van gronden. Aldaar werden eenige ververschin-gen gebruikt , terwijl de stafmuziek van het 6e regiment infanterie buiten onder de gaanderij eenige stukken uitvoerde. HH. MM. onderliielden zich geruimen tijd met de aanwezige autoriteiten en zetten na een klein half uur toevens den tocht voort.
Op de grens van Koudekerke wachtten de Burgemeester en de Eerewacht van die gemeente den stoet op en begeleidden de Vorstinnen tot bij den Koudekerkschen molen; de Burgemeester reed de stoet in zijn rijtuig voor.
Bij \'t Zand voegde zich de Middelburgsche Eerewacht in den stoet en begeleidde HH. MM. langs den volgenden weg naar het paleis: Langevielesingel, Zandstraat , Achter de Houttuinen , Seisdam , Krommeweele , Vlasmarkt, Markt, Lange Burg, Korte Burg, Balans, Abdij.
Alhier was te vier uur de Eerewacht van de Schutterij afgelost door eene van het Garnizoen onder commando van den Kapitein A. Bh.eeman, den Eerste-luitenant J. Buus en den Tweede-luitenant J. H. B hack man van de Water.
Aan het diner, dat te half zeven ten paleize plaats had, werd deelgenomen door:
H. M. de Koningin-Regentes.
Het gevolg van IIH. MM., behalve Jonkvrouwe van de Poll en Miss Saxton Winter, die met H. M. de Koningin afzonderlijk dineerden.
De Commissaris der Koningin Jhr. Mr. de Brauw en zijne echtgenoote.
De Burgemeester van Middelburg Jhr. Mr. Sc hor er en zijne echtgenoote.
De Schout-bij-nacht Jhr. de Brauw.
De Generaal-majoor Jhr. Teding van Berkhout.
De Gouverneur van Oost-V laanderen Graaf de Kerchove d\'Exaerde.
De leden van Gedeputeerde Staten, de heeren van Teylingen en Graaf van Lynden.
De leden van de Eerste kamer der Staten-Generaal, de heeren Jhr. Mr. Godin de Beaufort en Mr. Fokker.
De Directeur der Registratie , de heer van D u n n é.
174
De Directeur der Directe Belastingen, de heer Evers.
De Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer van Hooff.
De Luitenant kolonel van Aken, Provinciaal adjudant.
De Kantonrechter te Middelburg, de heer Mr. van der Mieden van Opmeer.
De Arrondissements-betaalmeester , de heer S ij p k e n s.
De Districts-schoolopziener te Middelburg, de heer Middel veld V i e rs e n.
De Luitenant-ter-zee ie klasse Jonckheer, Adjudant van den Schoutbij-nacht.
De Kapitein de Bruijn, Adjudant van den Generaal-Majoor.
De Substituut-officier van Justitie, de heer Jhr. Mr. Schuurbeque B o e ij e.
De Directeur van de Stoomvaart-maatschappij »Zeeland,quot; de heer van Woelderen.
De Directeur-generaal van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen , de heer C 1 u ij s e n a e r.
Des avonds werden de verscliillende poorten in de Abdij weder langs hare hoofdlijnen met lampions verlicht. Enkele ingezetenen deden de voor hunne woonhuizen opgestelde gasverlichting ontsteken. De Feestcommissie voor de Markt deed in de muziektent aldaar een concert geven door het muziekkorps der Schutterij. De gascandelabres waren weder ontstoken en bij tusschenpoozen werd het plein door bengaalsch vuur verlicht. Een en ander lokte eene groote menigte om naar de muziek te hooren en de verlichtingen te aanschouwen
Te Vlissingen werd de avond in groote feestvreugde doorgebracht. Te acht uur ongeveer werden overal de aangebrachte illuminatiën ontstoken, Van 8 tot 9 uur werden twee muziekuitvoeringen gegeven; eene door het Harmoniegezelschap «Ons Genoegenquot; op de Groote Markt, en de andere door het muziekgezelschap //St. Caecilia1\' van den Eoomsch-Katholieken Volksbond op den Nieuwendijk. Te kwartier over acht bracht de Algemeene Feestcommissie een bezoek aan de verschillende verlichte straten.
Na afloop van de muziekuitvoeringen werd eene taptoe gehouden, die door een gedeelte van de stad trok; zij nam den
175
volgenden weg : Groote Markt, IJzeren brug , Bellamykade, Nieuwendijk, Zeilmarkt, Pottenkade, waar het vuurwerk zou ontstoken worden.
Ten gevolge van den langdurigen regen kon met de opstelling der verschillende stukken niet vroeger dan te zeven uur begonnen worden, zoodat dan ook de eerste vuurpijlen niet dan lang na het voor het begin van het vuurwerk aangekondigde tijdstip, ongeveer 9 uur, de lucht doorkliefden. Niettemin waren duizenden toeschouwers op de Pottenmarkt, de Steenen-beer, de Hooikade en de Rommelkade samengestroomd om het in Vlissingen zeldzaam voorkomende schouwspel te genieten.
Het vuurwerk 1) gelukte uitstekend; behalve een groot aantal serpenten, zonnen , bouquetten, zwermpotten , vuurbom-men en vuurpijlen werden verscheidene grootere stukken ontstoken ; batterijen met contra-batterijen, guillioches , een Malthezer kruis, een driemastschip , zich bewegende in eene golvende vuurzee, een firmament van gekleurde sterren, planeten en kometen, enz. Bovendien stelde een der stukken eene buste van H. M. de Koningin voor, omgeven door een fraaien stralenkrans en bouquetten. Alle stukken werden door de toeschouwers met gejuich begroet, en toen de groote slot-decoratie, het standbeeld van de li u yteu, waarboven //Hulde aan de Koninginnen,quot; werd ontstoken scheen er aan het gejubel geen einde te zullen komen.
Tijdens het vuurwerk werd door het stafmuziekkorps van het 3e regiment infanterie, dat zich op een in de Pottenkade liggend versierd vaartuig bevond, eenige stukken ten gehoore gebracht.
Ook op den Noordzee-boulevard werd voor de Loodsen-sociëteiten eenig vuurwerk ontstoken. De verlichting van de op de reede liggende oorlogsschepen leverde van daar een prachtig
\') Dit vuurwerk was geleverd door den heer A. Gat.l, pyrotechnicus te Rotterdam.
176
gezicht, vooral het electrisch licht en de blikvuren, wat natuurlijk ook daarheen een groot aantal toeschouwers lokte.
Ofschoon de voor de illuminatie op de verschillende pleinen en kaaien en in de straten aangebrachte giorno\'s en lampions door den in den loop van den dag gevallen regen zeer veel geleden hadden, mag de verlichting toch vrij goed geslaagd genoemd worden.
Tn den loop van den avond ontving de Burgemeester het volgende telegram:
//Den heer Burgemeester van Vlissingen.
Gevolg gevende aau de bevelen van Hare Majesteit de Koningin-Regentes , heb ik de eer UWelEdelgestrenge te verzoeken namens Hare Majesteiten de Koningin en de Koningin-Regentes de inwoners uwer gemeente oprecht dank te zeggen voor de buitengewone geestdrift, waarmede Hare Majesteiten heden werden ontvangen. Hoe ook de versiering uwer stad door het ongunstige weder had geleden, toch hebben Hare Majesteiten zich kunnen overtuigen van de hartelijke gevoelens der bewoners van Vlissingen en van de groote moeite, die men in uwe geheele stad heeft genomen om daarvan door eene schitterende ontvangst te doen blijken. Hare Majesteit verzocht UWelEdelgestrenge openlijk allen te willen dank zeggen, zoowel de leden van de eerewacht, de deelnemers aan den optocht en de leden van het Belgisch loodswezen, als zij, die stortbuien trotseerden om Hare Majesteiten toe te juichen en te begroeten.
De Secretaris van Hare Majesteit de Koningin-Regentes,
DE RANITZquot;
Dit telegram werd den volgenden morgen door den Burgemeester bij publicatie ter algemeene kennis gebracht.
X.
VRIJDAG 24 AUGUSTUS.
Op dezen dag zouden de Vorstinnen een bezoek brengen aan eenige openbare gebouwen en gestichten te Middelburg.
177
Te tien uur begaf de Koningin-Regentes zich met het Koninklijk rijtuig, waarin ook Hare Grootmeesteres, Baronesse van Haudenbeoek, had plaats genomen, naar het Gerechtsgebouw op het Hofplein. Haar gevolg bestond verder uit Baronesse van Iïteesum , Ridder Hxiyssen van Katten duke en jhr. van den Bosch. De stoet reed uit de Abdij , over de Balans en door de Wagenaarstraat naar genoemd gebouw.
Alhier was de stoep met een fraaien looper en de vestibule met een Deventer karpet belegd, terwijl tegenover den ingang eene buste van de Koningin was geplaatst op een piedestal, omhangen met eene purperen draperie, waaraan gouden franje.
In de vestibule bevonden zich ter rechterzijde van den ingang de Vice-president der Rechtbank, de heer mr. J. van deu Lek de Glercq, de leden van dat College, de heeren mr. Ph. J. Gallenfels, mr. S. Gkatama Hz., jhr. mr J. Sohuuiibeqüe Boeije en mr. P. J. F. van Vooiist Va de u, de Substituut-officier van Justitie, de heer jhr. mr J. P. Schuurbeque B o e ij e , (de Officier van Justitie was afwezig met verlof) en de Griffier en de Substituut-griffier, de heeren jhr. mr. W. H. Snouok Hurgronje en jhr. mr. E. A. O. de Casembroot, alsmede de Kantonrechter de heer mr. J\'. P P. van der Mie den van Opmeer met den Griffier, den heer mr. J. Ebmerins, en de beide Ambtenaren van het Openbaar Ministerie bij de Kantongerechten in het Arrondissement, de heeren mr. E. Dull en mr. A. Tak. Ter linkerzijde van den ingang bevonden zich de Ambtenaren, die op de verschillende bureaux werkzaam zijn, de Deurwaarders en de Boden.
Bij het binnentreden van het gebouw werd de Vorstin welkom geheeten door den President der Rechtbank, den heer jhr. mr. A. van Reigersberg Versluijs, en dankgezegd voor de eer, die H. M. door dit bezoek aan de Rechterlijke Macht bewees.
12
178
De President, gevolgd door den Griffier en den Substituutofficier van Justitie, geleidde daarna de Regentes door de Raadkamer naar de voor de civiele terechtzitting bestemde zaal , waarin zich de beroemde tapijtbehangsels 1) bevinden, en bood aan H. M. twee prachtige photographieën, elk in eene keurige portefeuille, van het grootste der behangsels aan. Een van deze photographieën was bestemd voor de Koningin.
De Regentes nam de geschenken met een vriendelijk woord van dank aan en bezichtigde de behangsels met zeer veel belangstelling. De President vroeg H M. hoe of Zij de gelijkenis der photographieën vond, waarop de Regentes daarover Hare bijzondere tevredenheid te kennen gaf. Verder bezichtigde de Vorstin in de groote rechtzaal van af de verhevenheid , waarop tijdens de terechtzittingen de Rechtbank plaats neemt het in die zaal aanwezig kunstig gesmeed ijzeren hek.
Daarop verliet de Regentes, na den President bedankt te hebben voor de vriendelijke ontvangst het Gerechtsgebouw om een bezoek te brengen aan het Gasthuis, waarheen de stoet reed door de Korte Noordstraat en de Noordpoortstraat.
In de gang van het Gasthuis was tot de voor ontvang-salon ingerichte wachtkamer een looper gelegd en waren een aantal bloemen en sierplanten geplaatst Ook in die kamer, waarvan de vloer met een tapijt was bedekt, prijkten bloemen en planten. Hier waren met den rug naar de zijde van den tuin twee groote fauteuils geplaatst en was tijdelijk de schilderij wBethesdaquot; opgehangen , die anders in het kunstmuseum aanwezig is, waaraan ze in bruikleen is afgestaan.
De Regentes werd aan den ingang van het gebouw ontvangen door den Voorzitter van het Bestuur der G\'odshuizen ,
*) Deze tapijtbehangsels zijn in 1763 geleverd door Gebr. Leijniers, »fabriquants de tapisserie trés fine de Bruxelles ^quot; ze hebben gekost f 20 per vierkante Brussclsche el, en beslaan eene oppervlakte van 90/^ vierkante Brusselsche el.
179
den heer mr. A. P. Snouck Huugeonje, alsmede de lieeren dr. J. C. de Man en N. Epkema, leden van, en den lieer J. A. Zip, Secretaris-penaingmeester bij genoemd College.
H. M. werd door deze heeren naar de ontvangsalon geleid, waar de Vorstin zich voor eene der fauteuils plaatste Het gevolg schaarde zich ter rechterzijde van H. M. en daarnaast de leden van het Bestuur met den Secretaris-penningmeester.
De Voorzitter sprak daarna de Regentes aldus toe: //Mevrouw!
Het Bestuur der Godshuizen heet Uwe Majesteit eerbiedig welkom in dit ziekenhuis. Wordt een Koninklijk bezoek, aan een onzer gestichten gebracht, steeds als een hooge eer door ons aangemerkt, in dubbele mate waardeeren wij het bezoek Uwer Majesteit aan dit gesticht, omdat Uwe Majesteit de eerste is uit ons Koninklijk huis, die dit nog betrekkelijk jeugdig gebouw binnentreedt.
Met geene feesttenen kunnen onze kranken U het welkom toeroepen, maar Uwe Majesteit gelieve zich echter overtuigd te houden, dat onze lijders niettemin ten hoogste dit bezoek op prijs stellen, en daarin zien de bevestiging hunner meening, dat Uwe Majesteit een open hart heeft voor hen, die lijden. En al moge Uwe tegenwoordigheid, Mevrouw, niet in staat zijn genezing aan te brengen, de overtuiging, dat Uwe Majesteit deel neemt in hun toestand, zal hun voorzeker troost aanbrengen.
Moge de bezichtiging van ons krankenhuis bij Uwe Majesteit den indruk vestigen, dat wij er naar streven, om, aan de hand van de voortschrijdende wetenschap, onzen zieken al datgene te verschaffen, wat tot hunne herstelling kan leiden of althans, waar de kunst mocht falen, wat tot leniging van hunne smart kan strekken.
Aanvaard, Mevrouw, de verzekering van de standvastige gehechtheid van ons Bestuur aan het stamhuis van Oranje in
180
het algemeen, en in het bijzonder aan H. M. onze geliefde Koningin en aan de persoon van Uwe Majesteit.quot;
De Regentes betuigde den Voorzitter dank voor zijne vriendelijke woorden.
Daarna bracht H. M. een bezoek aan de verschillende zalen. De Directrice, mejuffrouw C. E. de Wilde, bood in zaal u0. 18 der Vorstin een prachtig bouquet van orchidaeën in cornet aan, dat met een vriendelijk woord van dank werd aangenomen. Tevens verzocht H. M. de Directrice Haar bij het bezoek aan de verschillende ziekenzalen te vergezellen. Aldaar werd iedere patient afzonderlijk door H. M. toegesproken en ontving uit Hare hand een fijn bouquetje.
Na het bezoek aan de zalen plaatste de Regentes Haren naam in het album der bezoekers, dat in de ontvangsalon op een tafeltje links van den ingang geplaatst was.
De Vorstin betuigde daarna Haren dank voor de welwillende ontvangst en verliet de inrichting om H. M. de Koningin van het paleis af te halen.
De stoet volgde daartoe den volgenden weg: Noordpoortstraat, Korte Noordstraat, Hofplein, Wagenaarstraat, Balans, Abdij.
Alhier bevonden zich weder de Middelburgsche Eerewaclit en het detachement huzaren om de Koninginnen op Haar ritten te begeleiden. Ook al de heeren en dames van het gevolg van HH MM voegden zich in hofrijtuigen in den stoet.
Nadat de Koningin met Hare Moeder in het Vorstelijk rijtuig had plaats genomen . zette de stoet zich in beweging en reed door de Zuidelijke Abdij poort over het Koorkerkhof en de Wal en door de Kapoenstraat naar de Nieuwe Kerk. Onderweg werden de Vorstinnen weder van alle zijdeq luide toegejuicht.
Door heeren Kerkvoogden was zorg gedragen voor eene waardige ontvangst van de Vorstinnen in dit aloude gebouw. In liet portaal was een Smyrnatapijt gelegd en aan weerszijden
181
van den ingang waren een aantal sierplanten geplaatst. Voor den toegang tot de kerk was eene fraaie chenille-portière gehangen ; in de kerk lagen Perzische tapijten , ook in den tnin, waar voor HH. MM. twee fraaie fauteuils en voetkussens waren geplaatst, bekleed met bronszijden pluche; naast liet praalgraf van de E v e r t s e n was eene versiering van planten en bloemen aangebracht, en in de gangen waren loopers gelegd.
Heeren Kerkvoogden hadden ruim 800 uitnoodigingen doen toekomen aan personen uit allerlei rang en stand en van alle kerkelijke gezindten om tegenwoordig te kunnen zijn bij dit Vorstelijk bezoek; aan deze uitnoodiging werd door allen, voor zoo ver zij niet verhinderd waren, voldaan.
In den tijd, die verloopen moest voordat HH. MM, het gebouw binnen zouden treden, bracht de heer A. van Os, organist, eenige fraaie variatiën op de volksliederen ten gehoore.
Nadat het Koninklijk rijtuig voor den ingang van het gebouw op de Groenmarkt had stilgehouden en de Vorstinnen uitgestegen waren, werden Zij in het portaal ontvangen door de volgende leden van het College van Kerkvoogden en Notabelen : de heeren M. de Mol, Voorzitter, J. C. Milbokn, L. S. van Benthem Jutting, J. C. Tiiedeiiiks, H P. van de Ree, J. J. van deu Haiist Az., J. J. T. Evers, J. Borsius, A. de Podw, M. G. Jekas en den heer J. W. Verhulst, Secretaris.
De Voorzitter geleidde daarna de Vorstinnen de kerk binnen en sprak Haar aldus toe;
//Hooggeëerde Majesteiten!
Ik kwijt mij van eene hoogst vereerende opdracht door Uwe Majesteiten namens liet hier vertegenwoordigd College van Kerkvoogden en Notabelen eerbiedig te begroeten en onze nederige hulde te brengen bij het bezoek van Uwe Majesteiten aan dit kerkgebouw , gewijd door aloude herinneringen van grootheid, eerst als deel der vermaarde Middelburgsche Abdij en in zijn tegenwoordigen toestand als bewaarplaats der stoffelijke overblijfselen van het bekende Zeeuwsche heldengeslacht.
182
Kerkvoosrden en Notabelen verklaren er trotsch op te zijn mede-bewaarders en bewakers te mogen lieeten ook van nog andere herinneringen aan Nederlands roemrijk verleden.
In dit gedenkwaardig oogenblik zij liet ons vergund getuigenis af te leggen van onze verknoclitheid en trouw aan het Vaderland en het Huis van Oranje, en onze beste heilwenschen uit te spreken voor het geluk en den voorspoed van Uwe Majesteiten, onze Koningin en Haar voortreffelijke Moeder.
Wij rekenen het ons bovendien tot eene hooge eer Uwe Majesteiten te mogen ontvangen en ons geleide door dit kerkgebouw aan te bieden.quot;
Na deze toespraak geleidde de Voorzitter de Vorstinnen naar het praalgraf der Eteiitsen, waar de Koningin zich binnen het hek begaf om aan den voet van het monument een drietal palmtakken, verbonden door een oranje lint, neder te leggen en daardoor hulde bracht aan de nagedachtenis van de Zeeuw-sche zeehelden , wier stoffelijk overschot daar rust. Het praalgraf werd door HH. MM. met belangstelling bezichtigd; de Regentes vroeg omtrent het monument eenige inlichtingen, in het bijzonder aangaande het overbrengen daarvan in 1818 uit de Oude of St. Pieterskerk naar de plaats waarop het zich thans bevindt, en omtrent den voornaam van een der zeehelden, die , evenals üe Euyïer, door Lode wuk XIV, Koning van Frankrijk met de ridderorde van St. Michiel begiftigd was.
De heer de Mol gaf H. M. de gevraagde inlichtingen en verzocht daarna vergunning om aan de Koningin eene photographic van het monument te mogen doen aanbieden. De Regentes verklaarde dat gaarne te willen toestaan, waarop de heer J. C. Eli ederiks de photographic \') aan de Koningin
\') Deze fraaie photographic was vervaardigd door den heer E. Helder te Middelburg en had het volgende onderschrift: «Herinnering aan het bezoek in de Nieuwe kerk te Middelburg op 24 Augustus 1894, H. M. Koningin Wilhelmina aangeboden door Kerkvoogden en Notabelen der Nederduitsch-Hervormde gemeente.quot;
183
aanbood. H. M. aauvsardde deze blijkbaar met welgevallen en vroeg naar den naam van den vervaardiger.
Daarna deden HH. MM,, door den Voorzitter begeleid , eene wandeling door de gangen, terwijl ondertusschen de organist weder eenige prachtige variatiën op de volksliederen. voornamelijk op het oude //Wilhelmus,\'quot; door het gebouw deed ruischen.
Toen H. M. de Regentes de fraaie steenen opmerkte, die in den muur zijn aangebracht ter gedachtenis aan Flo eis. Voogd van Holland, en aan Willem II, Graaf van Holland, stonden de Vorstinnen eenige oogenblikken stil en deed de Regentes eenige vragen omtrent de beteekenis en de geschiedenis van die gedenksteenen, vooral van die, welke op Graaf Willem IT betrekking heeft, welke vragen door den heer de Mol werden beantwoord.
Daarna werden de Vorstinnen geleid in den zoogenaamden tuin, waar de kerkeraad gezeten was en de Predikanten H. J. L. Pooiit, G. W. A. de Veeu en A. B. ïeu Haar Romenij van de Nederduitsch-Hervormde, en A. W. Prater van de Engelsche gemeente, iu ambtsgewaad bij den predikstoel stonden. De Voorzitter stelde deze heeren aan HH. MM. voor en verzocht voor een hunner verlof om een kort woord te spreken. De Regentes verleende daartoe toestemming, waarna de heer Poort het volgende zeide;
\'/Geëerbiedigde Koninginnen!
Wilt U mij vergunnen een kort woord tot U te richten namens den Kerkeraad der Hervormde gemeente, wier kerkgebouw zoo zeer wordt vereerd door Uwe hooge tegenwoordigheid op den geboortedatum van onzen eersten Koning Willem.
In het bewustzijn van de groote en vele verplichtingen, welke inzonderheid de Hervormde kerk heeft aan Uwe Majesteiten en Uw doorluchtig geslacht, stellen wij het te meer op prijs in ons kerkgebouw Uwen Majesteiten de verzekering te mogen geven van onze oprechte dankbaarheid en innige gehechtheid. Want al is onze tijd gelukkig kalmer en vreedzamer
184
dan de dagen der Eve k t sen, wier graf door U werd be-zoclit, toch is het geslacht niet uitgestorven van hen, die door het geloof de kracht hebben om zoo uoodig goed en bloed te offeren voor Oranje en Nederland.
Doch in de blijdscliap over üw bezoek vergeten wij niet den God en Vader van onzen Heer Jezus Christus te danken, die deze feestoogenblikken ons schenkt.
Wij danken er God voor. Mevrouw de Koningin, dat Hij ons in Uwe Majesteit een telg van Oranje heeft gespaard, op wie wij, naast God, onze hope mogen bouwen voor de toekomst van ons vaderland.
Wij danken er God voor, Mevrouw de Regentes, dat Hij in Uwe Majesteit eene Koningin heeft geschonken, die toont de vreeze Gods het beginsel der wijsheid te achten — ook voor hen, die met Majesteit zijn bekleed.
Allen, die het bidden niet verleerden , bidden U, Mevrouwen, van ganscher harte hulp en zegen toe van dien God, die nog gaarne de laatste bede verhoort van den Vader des Vaderlands en zich wil ontfermen over Uwe Majesteiten en over ons volk.
Week aan week stijgen ook in dit kerkgebouw en van deze.a kansel de gebeden der gemeente op tot den troon aller genade voor het heil Uwer Majesteiten. Daarom wenschen wij, indien Uwe Majesteiten het ons toestaan, ook thans onze bede uit te spreken door het zingen van Gezang 224 vers 1 :
U zeeg\'ne God! Hij steil\' u tot een zegen!
Gezegend zij uw hoofd, uw hart, uw wegen,
Uw aardsch , uw eeuwig lot! quot; \')
Onder begeleiding van het orgel werden deze regelen door alle aanwezigen aangeheven; aan HH. MM. was daarvan een afdruk met vergulde letter op glacé karton aangeboden.
De Regentes dankte, ook uit naam van de Koningin, voor
^ Aan alle aanwezigen was bij het binnentreden van het gebouw een afdruk van deze regelen aangeboden.
185
de hartelijke woorden Haar toegesproken, en de Vorstinnen verlieten daarna liet gebouw, onder geleide van lien, die Haar hadden ontvangen, den Voorzitter in de minzaamste bewoordingen dank betuigende voor de hartelijke ontvangst en voor de van hem verkregen inlichtingen.
Toen de Koninginnen buiten het kerkgebouw kwamen, werden zij weder door do samengestroomde menigte uitbundig-toegejuicht.
Nadat de Vorstinnen Haar rijtuig bestegen hadden , stelde de stoet zich in beweging en volgde van de Groenmarkt dezen weg; Korte Burg, Balans, Wagenaarstraat, Hofplein, Korte Noordstraat, Korte Heerengracht, Molenwater tot het Burgerweeshuis.
Voor den ingang van dit gebouw was een baldakijn aangebracht van rood lluweel met gouden franje en kwasten en aan weerszijden daarvan was een groote oranjeboom geplaatst. In de gang, versierd met guirlandes van groen, was een looper gelegd tot aan de zaal, waar HH. MM. zouden ontvangen worden. Hiervoor was de groote meisjeszaal ingericht. Daar de gewone ingang voor de ontvangst minder geschikt geoordeeld was, had men deze met eene draperie gemaskeerd , en door het uitnemen van een raam een ingang gemaakt, waarvoor een met een tapijt bedekt en aan de zijde van de plaats afgesloten hellend plancher was gelegd, waarvan men met een trap van twee treden de zaal binnenkwam. Aan weerszijden daarvan waren een aantal bloemen en planten geplaatst. Verder waren in de zaal de ramen met roode draperieën behangen , was de schoorsteen met vlaggedoek versierd en het plafond met cretonne bekleed, terwijl op den vloer een tapijt gelegd was. Voor den schoorsteen had men het portret van Lydia Bore ijs gehangen en aan den wand dat van den Raadsheer mr. A. de Buauw, die beiden door aanzienlijke schenkingen het tot stand komen van het gesticht hebben mogelijk gemaakt. Deze schilderstukken waren uit de Regentenkamer, waar zij
186
zich gewoonlijk bevinden, naar deze zaal overgebracht. Aan het einde van de zaal waren voor HH. MM. twee fauteuils in renaissance-stijl geplaatst. Op een tafeltje voor den schoorsteen lag de groote statenbijbel van Keuk met zilveren beslag, die bij aanneming van weezen tot lidmaten der kerk wordt gebruikt, en daarnaast het album der bezoekers.
Bij Hare aankomst werden de Koninginnen aan den ingang van het gebouw ontvangen door de heeren mr. A. P. Snouck H tie g kon je, quot;Voorzitter, jhr. mr. J. F. Schuuubeqüe Boeije en H. A. Bogaeut, Regenten, en J. A. Zip, Secretaris-penningmeester. De weesmeisjes Anthoneïta Pbederika Pieteunella Schippeks en Puancina de Wit boden HH. MM. bouquetten aan en de weesmeisjes Dina Johanna Anïhonia Julianus en Andre-sina Christina Julianus strooiden bloemblaadjes voor de voeten der Vorstinnen totdat Zij, begeleid door de genoemde heeren , de ontvangst-zaal waren binnengetreden.
HH. MM. namen plaats voor de voor Haar bestemde zetels aan het einde der zaal, de dames en heeren van het gevolg schaarden zich voor een deel achter de Vorstinnen en verder aan de zijde van de ramen, terwijl naast hen de Regenten en de Secretaris-penningmeester plaats namen.
De weezen waren met de suppoosten tegenover de Vorstinnen geplaatst en de Regentessen ter linkerhand van de weezen.
De Voorzitter sprak daarna den Koninginnen aldus toe;
//Mevrouwen!
Namens het Bestuur der Godshuizen en namens Regentessen van dit gesticht heet ik Uwe Majesteiten van ganscher harte welkom in dit ons protestantsch weeshuis.
Reeds meermalen mochten onze weezen zich verheugen in bezoeken van de leden van ons Koninklijk huis, en dat ook Uwe Majesteiten aan hen hebben gelieven te denken , wordt door hen en ons ten hoogste gewaardeerd.
Geen sierlijk, naar de inzichten van den tegenwoordigen tijd ingericht gebouw kunnen we Uwe Majesteiten ter bezichtiging
187
geven, want de bouw van ons gesticht dagteekent reeds van bijna twee eeuwen geleden; geen breede weezenschaar kunnen wij aan Uwe Majesteiten voorstellen, want het getal der hier verpleegd wordende weezen is gering; maar wij durven ons vleien, dat een blik in onze zalen bij Uwe Majesteiten de overtuiging zal vestigen , dat hier orde en zindelijkheid heer-schen; wij durven ons vleien, dat een blik op onze weezen geslagen, Uwe Majesteiten zal overtuigen, dat hier een leefregel wordt in acht genomen, die, ofschoon eenvoudig, toch aan alle eischen der gezondheidsleer beantwoordt.
Zelf opgevoed in gevoelens van gehechtheid aan het huis van Oranje is het ons streven bij hen, wier opvoeding aan onze zorgen zijn toevertrouwd, gelijke gevoelens van trouw en liefde aan te kweeken en hen te vormen tot nuttige leden der maatschappij , tot trouwe onderdanen van Uwe Majesteit.
Was de dag van 24 Augustus voorheen steeds in Zeeland een vreugdedag ter eere van den jaardag van koning Willem I, weest verzekerd, Mevrouwen, dat de 24 Augustus voortaan een dag voor ons zal zijn van dankbare herinnering aan dit bezoek van Uwe Majesteiten.quot;
De Kegentes betuigde den heer Snoück Hueguonje dank voor zijne welwillende woorden, waarna deze aan HH. MM. de Regentessen voorstelde: mevrouw de wed. de Maket Tak, geb. Wagenaau, mevrouw Abresch, geb. Cos ter, mevrouw de Raad, geb. van Sonsbeeck, mevrouw de wed. Backer, geb. Btjteux en mevrouw van deu Swalme, geb. Tak.
Nadat daarvoor door de Regentes toestemming was verleend, werd door de weezen aan HH. MM. de volgende //Eerbiedige Hulde en Welkomstgroetquot; toegezongen, waarvan aan de Koninginnen een prachtexemplaar, met blauwe letter in oranje rand op wit satijn gedrukt, door den wees Dirk Cornelis Ploris Hendrikse werd aangeboden, die daarna aan ieder der aanwezige dames en heeren een exemplaar, gedrukt op gewoon papier uitreikte. Dit lied luidde aldus:
188
U Koninginnen, klinkt ons lied
Ons welkom , onze beê!
Waar ied\'re Zeeuw U hulde biedt.
Juicht ook het Weeskind mee.
Oranje siert niet slechts ons kleed,
\'t Staat in ons hart geplant,
Naar d\' oude Zeeuwsche leus en eed:
Oranje en Nederland!
Der Weezen Vader roepen we aan.
Dat Hij U steun verleen\'.
Licht voor Uw voet op \'s levens paan
En kracht in tegenheên!
Tot Hem stijge onze huldezang Aan Neêrlands dierste pand:
Wij blijven trouw ons leven lang Oranje en Nederland ! 1)
Tijdens rleu zang namen de Vorstinnen op de fauteuils plaats, en nadat liet lied ten gelioore was gebracht werden de verschillende zalen en lokalen van liet gesticht door HH. MM. bezichtigd.
In de ontvangst-zaal teruggekeerd teekenden de Koninginnen Hare namen in het Album der bezoekers en onderhield de Eegentes zich nog eenige oogenblikken met de binnenmoeder , mejuffrouw D i e u w k. e W e s b o n k , geb. G11 o er h e l m , aan wie de Koningin eene enveloppe overhandigde om voor den inhoud daarvan de weezen te onthalen.
Daarna verlieten de Vorstinnen het gebouw, geleid door den Voorzitter en de Eegenten, aan wie HH. MM. hartelijk dank betuigden voor de vriendelijke ontvangst.
Nadat de Vorstinnen weder Haar rijtuig bestegen hadden, trok de stoet van het Molenwater, door de Ververij straat, achterom de Oostkerk, door de Schuitvlotstraat, over de Noordzij de van den Dam , door de Lange Giststraat en ,de Lange St. Pieterstraat en over de Balans naar het paleis in de Abdij.
1
) Dit lied was vervaardigd door den heer W. H. Hasselbach te Middelburg.
189
Aan het dejeuner, dat daarna te half een plaats had, namen deel;
H. M, de Koningin.
H. M. de Koningin-Regentes.
De Commissaris der Koningin, Jhr. Mr. de Brauw en zijne echtgenoote. De Burgemeester van Middelburg, Jhr. Mr. S c h o r e r.
De Burgemeester van Vlissingen , de heer Tutein Nolthenius. De Majoor-commandant der dd. Schutterij te Vlissingen, van Raait e. De Majoor, Garnizoens-commandant te Vlissingen, van Essen. De Leden van de Tweede kamer der Staten-Generaal, Mr. Lucasse,
Mr. Hennequin en Mr. van Deins e.
De Inspecteur van het Loodswezen te Vlissingen , Kapitein-ter-zee-titulair,
de Ruyter de Wildt.
De Voorzitter van het Bestuur van den polder Walcheren, de heer. D ro n k e r s. De Secretaris van Middelburg, de heer de Vulder van Noorden. De Onder-commandanten van de Middelburgsche Eerewacht, de heeren de Bruijn van Melis- en Mariekerke en Mr. Sprenger.
Tijdens het dejeuner sprak de Commissaris der Koningin, Jhr. Mr. de Brauw, de volgende woorden ;
//Majesteiten!
Het is thans voor het laatst, dat wij de eer hebben Uwe Majesteiten aan deze tafel in de Abdij te Middelburg te zien aanzitten, en het groote voorrecht valt mij te beurt van bij deze gelegenheid nog een enkel woord tot Uwe Majesteiten te mogen richten.
Dat woord zij een woord van diepgevoelde erkentelijkheid voor het groote vertrouwen, dat Uwe Majesteiten wel in het volk en de overlieden van Zeeland hebben willen stellen , een vertrouwen dat, naar ik mij vlei, niet is beschaamd geworden.
Ts er altijd iets aandoenlijks in de ongeveinsde aanhankelijkheid van eene gansche bevolking aan een Vorstenhuis; waar die gehechtheid zoo natuurlijk en spontaan door eene gewoonlijk kalm en weinig opgewonden bevolking wordt geopenbaard; waar niet de overheden, maar de bevolking zelve het initiatief heeft genomen tot alles wat kan strekken om Uwe Majesteiten het verblijf in deze Provincie aangenaam te maken ; waar in
190
vele duizenden oogen tranen van innige vreugde hebben geglinsterd bij het aanschouwen van Neerlands Koninginnen; daar zullen Uwe Majesteiten wel willen gelooven dat Uw bezoek voor Zeeland onvergetelijk zal zijn.
Wij hopen, dat ook Uwe Majesteiten van dezen tocht, al was die niet altijd zonder bezwaren, eene aangename herinnering zullen behouden. Uwe Majesteiten zullen althans, naar ik hoop, bij Uw vertrek de overtuiging mededragen, dat ook aan de monden van de Schelde alle harten warm kloppen voor Uwe Majesteiten en dat ook daar de oude Oranjekleur en het Wilhelmuslied hunne magische kracht niet hebben verloren.
Zoo Uwe Majesteiten zich geen last en inspanning hebben willen besparen om met dit Gewest kennis te maken, die inspanning is niet vruchteloos geweest, en ik durf Uwen Majesteiten de plechtige verzekering geven, dat dit bezoek de eeuwenheugende banden tusschen het Oranjehuis en Zeeland heeft onverbrekelijk gemaakt.
Bij het vertrek van Uwe Majesteiten zal geheel Zeeland U toeroepen, gelijk wij op dit oogenblik reeds doen : //Ontvangt onzen hartelijken dank voor de ons betoonde welwillendheid ; en moge God Uwe Majesteiten zegenen tot heil van het lieve Vaderland.quot; quot;
De Regentes antwoordde daarop het volgende:
//Mijnheer de Commissaris!
Ik dank U zeer voor Uwe vriendelijke woorden. U kunt verzekerd zijn , dat de Koningin en Ik van Ons verblijf in Zeeland dierbare en gelukkige herinneringen zullen bewaren. Door Uwe goede zorgen en die van mevrouw de Bkauw hebben wij zeer aangename dagen in Uwe woning doorgebracht; Ik zeg U daarvoor dank en Ik stel U voor, mijne heeren, met Ons de gezondheid te willen drinken van den- Commissaris dezer Provincie en van mevrouw de Bbauw.quot;
Te ongeveer twee uur verlieten de Vorstinnen weder het paleis om, begeleid door denzelfden stoet als voor het dejeuner,
191
Hare bezoeken voort te zetten. De weg die gevolgd werd , was deze: Abdij, Balans, Korte Burg, Lange Burg, Markt (langs het Stadhuis), Vlasmarkt, Krommeweele, Seisstraat, Achtergracht, Volderijlaagte , Heerengracht tot het Armweeshuis.
Hier was voor het hek eene eerepoort van groen en bloemen geplaatst terwijl op de trap een looper was gelegd , die over de plaats, de trap in het gebouw en de gang doorliep tot de zitkamer der meisjes, die voor ontvangzaal was ingericht. De zijwanden en de leuningen van laatstgenoemde trap waren geheel bekleed en op den gang waren draperieën aangebracht. De ontvangzaal was aan liet einde links van den ingang over de geheele breedte met planten en bloemen versierd, ovenzoo de hoeken der zaal aan de overzijde. De vloer was met een tapijt belegd, terwijl de ramen met rood Üuweel gedrapeerd waren. Voor HH. MM. waren in de zaal twee fauteuils geplaatst.
Bij het binnentreden van het hek werden de Koninginnen door den Voorzitter, den heer mr. A P. Snouck Hur-geonje, ontvangen, terwijl de weesmeisjes Anna Maria DE SoNNEVILLE en G E E 11 T 11 ü I D A HELENA AdRIANA van Dixhoorn van daar tot de ontvangsalon voor de voeten der Vorstinnen bloembladen strooiden. Beneden de trap voegden de heeren J. ï a k Brouwer en H. A. Boo-Gaert, Leden van het Bestuur, en de heer J. A. Zip, Secretaris-penningmeester, zich bij den stoet, terwijl aldaar door de weesmeisj es L e ij n ï j e Pieternella B o s-schaart en S u z a n n a C a T H a R i N a Koster aan HH. MM. bouquetten aangeboden werden.
In de ontvangzaal stonden de weezen geschaard aan het einde rechts van den ingang en de suppoosten ter rechterzijde van de weezen bij de ramen, terwijl de Eegentessen ter linkerzijde van de weezen plaats genomen hadden.
Nadat de Vorstinnen door den Voorzitter naar de voor Haar bestemde plaatsen tegenover de weezen waren geleid, en het gevolg en de Bestuursleden met den Secretaris-penningmeester zich hadden geplaatst achter de Koninginnen en verder langs
192
den muur tegenover de ramen, werden HH. MM. door den Voorzitter aldus toegesproken :
«Mevrouwen!
Nogmaals valt mij de eer te beurt Uwen Majesteiten den welkomstgroet te brengen en U ditmaal, mede namens Regentessen van dit gesticht, onzen dank te betuigen voor liet ver-eerend bezoek , dat ook aan dit weeshuis ten deel valt.
Reeds mocht ik heden morgen de tolk zijn der gevoelens van eerbied en gehechtheid , die in het hart zetelen van bestuurders en verpleegden van ons protestantsch weeshuis. Uwe Majesteiten vergunnen mij U thans de verzekering aan te bieden , dat dergelijke gevoelens ook hier allen bezielen, dat de oud-Zeeuwsche leus: //Oranje en Nederlandquot; ook hier steeds wordt in eere gehouden en aangekweekt, dat ook hier allen de beste wenschen koesteren voor het voortdurend welzijn van Uwe Majesteiten en dat ook hier dit Koninklijk bezoek niet alleen een bron is van vreugde voor het tegenwoordige, maar ook een bron van dankbare herinnering zal blijven in de toekomst.quot;
De Regentes dankte den heer Snouck Hurguonje voor het gesprokene, die daarna de Regentessen aan HH. MM. voorstelde: mevrouw van Teyungen, geb. van dek. Mieden, mevrouw Schoreu, geb. Plaat, mejuffrouw P. S. van den Thooun, mevrouw Noske, geb. van den Buoecke en mejuffrouw A. P. P. G. de Vbies.
Vervolgens werd met toestemming van de Regentes door de weezen de volgende /\'Eerbiedige hulde en groetquot; aan HH MM. toegezongen, waarvan aan de Koninginnen een praclit-exemplaar, met blauwe letter in oranje rand op wit satijn gedrukt, door den wees Willem Kost eb, werd aangeboden, die daarna aan ieder der aanwezige dames en heeren een exemplaar, gedrukt op gewoon papier , uitreikte. Dit lied luidde aldus:
\'t Wilhelmus ruisch\' U tegen,
Der Weezen hulde en groet,
Als beê tot God gestegen
Uit \'t diepst van hun gemoed.
193
Het trooste Neêrlands zonen
In rampspoeds druk en pijn;
Blij klinken steeds zijn tonen In voorspoeds zonneschijn.
Met groot verlangen wachtten
Wij Uwe komst hier af,
Zij blijft ons in gedachten
Van nu tot aan het graf.
Wilhelmus van Nassouwe
Was onzer Vad\'ren zang,
Het blijft óns lied van trouwe Ons heele leven lang. I)
Nadat dit lied ten gehoore was gebracht bezichtigden de Vorstinnen de verschillende zalen van het gesticht.
In de ontvangzaal teruggekeerd plaatsten de Koninginnen Hare namen in het Album der bezoekers, dat op een tafeltje bij een der ramen was nedergelegd, en ontving de binnenmoe-der, mejuffrouw Johanna Christina Goknelia Muller, geb. van der Bel uit handen van de Koningin eene enveloppe om voor den inhoud daarvan den weezen een aan-genamen dag te bezorgen.
Daarna verlieten de Vorstinnen het gebouw en begaven zich door den tuin, waarin een looper was gelegd, naar het Oude mannen- en vrouwenhuis. In dit gebouw waren de zijwanden en de leuningen van de trappen met vlaggedoek behangen.
Verscheidene verpleegden werden aldaar door de Eegentes toegesproken en het was voor de aanwezigen een indrukwekkend oogenblik toen de Vorstin uit het bouquet, dat Zij in Hare hand hield, eene roos nam en deze aan den bijna geheel blinden Adrianus Gerhardus de Muijnck overreikte. Bij het verlaten van het gesticht werd door de Koningin aan de binnenmoeder, mejuffrouw Elisabeth Ehrenburg, geb. Kama ns Abrahams, eene enveloppe ter hand ge-
\') Dit lied was vervaardigd door den heer W. H. Hassei.bach te Middelburg.
13
194
steld, om den verpleegden voor den inhoud daarvan een ge-noegelijken dag te bereiden.
De Vorstinnen werden daarna door den Voorzitter, aan wien Zij dank betuigden voor de ontvangst, uitgeleide gedaan, bestegen weder Haar rijtuig, en begaven zich van de Heerengracht door de Korte Noordstraat, de Lange ]Moordstraat, den Blindeuhoek en de Bogardstraat en over de Balans naar het gebouw van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in de Wagenaarstraat.
Voor den ingang van dit gebouw was een groote baldakijn van roode en witte banen, voorzien van gouden franje en opgehouden door twee groote vergulde speren, aangebracht. Op de trap, de stoep en in de gang , waarin een aantal sierplanten geplaatst waren, was een breede looper gelegd. Voor den ingang van de zaal, waarin de vergaderingen van het Genootschap gehouden worden , en die tot ontvangsalon was ingericht, hing eene fraaie portière; in die zaal was de vloer met een tapijt bedekt en waren voor de Vorstinnen twee fauteuils geplaatst.
Bij het binnentreden van het gebouw werden HH. MM. ontvangen door den Voorzitter van het Genootschap, den heer dr. H. Ja pik se, terwijl door zijne dochters , de jonge dames Hedwig Marïe en Johanna Niooline Japikse, aan de Vorstinnen een bouquet werd aangeboden, waarvoor met een handdruk dank betuigd werd.
De Voorzitter geleidde daarna HH. MM. naar de ontvangzaal , waar hij de Koninginnen aldus toesprak:
//Veroorloof mij , Majesteit, dat ik U , als onze jeugdige Koningin, en U, Majesteit, als de Koningin-Regentes en beschermvrouw van het Genootschap , hartelijk welkom heet in dit gebouw , en dank zeg voor de groote eer, het Zee jwsch Genootschap door Uw vorstelijk bezoek bewezen. Óns Genootschap is er trotsch op, dat het reeds van zijn stichting af onder bescherming heeft gestaan van het regeerend Vorsteahuis, en het geeft U de verzekering, dat het zicli dien steun waardig
193
zal toonen, door er toe bij te dragen, om den band, die altijd tusschen het Huis van Oranje en Zeeland heeft bestaan , nog inniger te maken. Hierop het oog gevestigd houdende, en overtuigd, dat de toekomst voor ons land ten nauwste samenhangt met het behoud van onze jeugdige Vorstin, neem ik eerbiedig de vrijheid een enkelen versregel aan te halen , ook hier van toepassing, van den grooten voorstander van het huis van Oranje, Bildeedijk:
»Groei welig, dierbre Spruit, in \'s Hoogsten welbehagen ,
Verhef uw kruin met onverdoof\'bren moed.
Doch wees voor alles fier op d\' oorsprong van uw bloed.quot;quot;
De Eegentes betuigde den heer Japikse dank voor zijne vriendelijke woorden en verklaarde, dat het de Koningin en Haarzelve genoegen deed aan het Genootschap een bezoek te kunnen brengen.
Daarna werden door den Voorzitter de heeren dr. J. C. be Man, mr. G. N. de Sïoppelaak, Bestuursleden, M. Pokkek, Thesaurier en mr. VV. Polman Krüseman, Secretaris van het Genootschap , aan de Vorstinnen voorgesteld.
Vervolgens bood de Voorzitter namens het Genootschap aan ieder der Koninginnen zeventien photographieën aan van de verschillende zalen van liet museum , van eenige schilderijen , van de belangrijkste voorwerpen , enz. Bij deze photographieën was gevoegd een fraai geteekend titelblad. Op dat, gevoegd bij de voor de Koningin bestemde collectie , stonden de volgende woorden: «Album aan Hare Majesteit de Koningin Wilheljiina aangeboden ter herinnering aan Hoogstderzel-ver bezoek op Vrijdag 2é Augustus MDCCCLXXXXIV;quot; verder was daarop aangebracht het Rijkswapen, alsmede eene afbeelding van een boerinnetje in Zuid-Bevelandsche kleederdracht met het wapen van Zeeland in de eene en een oranjetak in de andere hand. Op het titelblad , dat bij de voor de Regentes bestemde photographieën gevoegd was, vond men de woorden; «Album aan Hare Majesteit de Koningin-Regentes
196
Emma, Beschermvrouw van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen , aangeboden ter herinnering aan Hoogstderzel-ver bezoek op Vrijdag 24 Augustus MDCCCLXXXXIY;quot; verder prijkte dat blad met de wapens van Nederland en van Waldeck-Pyrmont, waarboven eene koninklijke kroon, alsmede met een dergelijke afbeelding van een boerinnetje als op het voor de Koningin bestemde blad.
De beide collectiën waren vervat in fraaie portefeuilles van douker groen saffiaan-leder, waarop in het midden het symbool van het Genootschap in kleuren met het omschrift ; //Non Sordent in Undis 1894,quot; alsmede het wapen van Zeeland waren aangebracht, omgeven van eene vergulde lijst. Op de ruggen der portefeuilles was de naam van het Genootschap met gouden letters gestempeld en de binnenzijden daarvan waren bekleed met groen fluweel en satijn. 1)
De Vorstinnen betuigden Haren hartelijken dank voor de fraaie geschenken, bezichtigden de photographieën met zeer veel belangstelling en vroegen daaromtrent verscheidene inlichtingen.
De in de zaal opgehangen portretten van eenige leden van het huis van Oranje en van de Buy tee trokken zeer de aandacht van de Regentes.
De Voorzitter noodigde vervolgens de Koninginnen uit Hare namen te schrijven in het Album der bezoekers, aan welk verzoek welwillend voldaan werd.
Daarna werd door de Vorstinnen een bezoek gebracht aan de verschillende verzamelingen van het Genootschap. Eerst werd het munt- en penningkabinet bezocht, waar de conser-
\') De photographieën, gehecht op lichtgrijze cartons met vergulde randen en voorzien van opschriften in roode letter, waren vervaardigd door den heer E. Helder, photograaf te Middelburg; de titelbladen waren geteekend door den heer P. J. H. Cuypers te \'s-Gravenhage; de portefeuilles waren vervaardigd door den heer C. W. Uhuij F.Pz., boekbinder te Middelburg, terwijl de kleuren van het symbool en van het wapen daarop waren aangebracht door den heer J. H o l les tell e te Dordrecht.
197
!sp=-
vatrice, mejuffrouw M. G. A. de Man, HH. MM. rondleidde en waar geruimen tijd vertoefd werd. De Regentes vroeg om de in de verzameling aanwezige oudste munten van Nederland te zien, waarna de Angelsaxische en Frankische munten getoond werden, die alle op liet strand bij Domburg, achter de buitenplaatsen Westliove en Duinvliet gevonden zijn. Deze verzameling is hoogst merkwaardig, niet jonger dan de 9e eeuw en bezit eene buitenlandsche vermaardheid. Vervolgens wenschte de Regentes de oudste munten van Zeeland te zien, en daarna de overige Nederlandse] ie munten. waarvan de verzameling zoo goed als volledig is.
In de af deeling noodmunten trokken zeer de aandacht van HH. MM. een papieren van Middelburg, een gouden van Zie-rikzee, een gouden van Brussel en een groote koperen van een halven daler van Koning Ka rel Xll van Zweden. Verder werd een gouden begrafenispenning van den Gouverneur-generaal van Oost-Indië mr. D. van Cloon vertoond, een eenig bekend exemplaar. ïen slotte verlangde de Regentes de eerekruizen en gedenkpenningen te zien, die op den Belgischen opstand in 1830 betrekking hebben.
Vervolgens werd een bezoek gebracht aan de verschillende bovenzalen. Het eerst traden HH. MM. de antieke kamer binnen, waar Zij onder leiding van de heeren J. A. Tbede eik s en mr. W. Polman K ruse man de aldaar aanwezige voorwerpen en kleederdrachten met belangstelling bezichtigden, vooral de door laatstgenoemde geschonken verzameling porselein.
Daarna werden de Vorstinnen door den Voorzitter geleid naar de zalen voor ethnographie en naar die voor geschiedkundige voorwerpen en zeldzaamheden, waar ook menig voorwerp met aandacht bezichtigd werd o. a. de buizen, die gehouden worden voor de eerste verrekijkers, het geuzennapje, de verzameling kunstig gesneden ivoorwerk uit Oost-Indië en de Egyptische mummie, welke de eerste in Nederland aangebrachte is.
198
Onder de leiding van dr. J. J. Couvee bezochten de Vorstinnen vervolgens de verzameling mineraliën, waarin HH. MM. zeer veel belang stelden, o. a. in de collectie kwartsen en de vuursteenen uit den St. Pietersberg bij Maastricht met daarin opgesloten conchyliën.
In de zaal voor de zoölogische voorwerpen van vreemden oorsprong werden door dr. J. C. de Man aan de Koninginnen een aantal merkwaardigheden getoond.
Daarna brachten de Vorstinnen een bezoek aan de beide zalen voor de Zeenwsche dierenwereld, waar mejuffrouw M. de Bruïne , conservatrice voor de insecten , en dr. de Man aanwezig waren. HH. MM. werden daar door laatstgenoemden gewezen op de belangrijke verzameling Zeeuwsche eieren, waarbij die van den koekoek niet vergeten werden.
Tijdens het bezoek bevonden zich in den kinderspeeltuin, die achter den bij liet gebouw van het Genootschap behoorenden tuin gelegen is, een groot aantal kinderen, die toen HH. MM zich op de boven-achterzalen vertoonden de Koninginnen hartelijk toejuichten en met vlaggetjes zwaaiden, welke huldebetuiging door de Vorstinnen blijkbaar met welgevallen aanschouwd werd.
Vervolgens begaven de Koninginnen zich weder naar de benedenzalen , het eerst naar die welke bestemd is voor de merkwaardige uitgebreide verzameling //Zelandia Illustrata,quot; waaruit eenige zeldzame platen tentoongesteld waren, welke door de Vorstinnen met belangstelling bezichtigd werden, o. a. eene afbeelding van de Markt te Middelburg in 1605, waarbij de aandacht van de Regentes werd getrokken door het gebouwtje aan het stadhuis, waarin vroeger een levende arend placht gehuisvest te zijn. Verder werd aan HH. MM. getoond de photographische afbeelding van de vergulde beeldjes van het uurwerk op het stadhuis , welke vooral de aandacht trok van de Koningin. Er waren ook verscheidene platen opgehangen betreffende Zuid-Beveland; van deze werd o. a. de afbeelding van den moerbezieboom te Goes, volgens de legende
199
door Jacoba van Be ij eren geplant, met belangstelling beziclitigd. Daar werd mede de aandacht van de Eegentes gevestigd op het portret van Joan Coenuaad Brand, natuurkundige, geboren 22 December 1703 te Neukirchen in Waldeck, overleden te Amsterdam 27 April 1791, Directeur van het Genootschap, dat van hem vele geschenken ontving. Verder waren nog een aantal andere merkwaardige platen tentoongesteld , doch de beschikbare tijd liet niet toe ze alle in oogenschouw te nemen en de Regentes betuigde, dat het Haar speet zich slechts te moeten bepalen tot een vluchtig overzicht.
Daarna bezichtigden HH. MM. in de gang het fraaie raam van gekleurd glas, aldaar geplaatst ter eere van- den heer mr. G. N. de Sïoppelaar, den schenker van het gebouw, alsmede de groote Japansche fontein , door wijlen den heer dr. S. Dobbelaer de Wind aan het Genootschap gelegateerd , en bezochten het in antieken stijl aangelegde tuintje, waar zich de oude houten gevel met het beeldje van St. Pieter bevindt, die vroeger in den Langedelft stond.
Vervolgens werden in de zoogenaamde steenen-kamer de votief steenen van Nehalennia en de aan het strand van Walcheren gevonden Frankische voorwerpen door HH. MM. in oogenschouw genomen, waarna de Koninginnen het gebouw verlieten. De Eegentes betuigde den Voorzitter dank voor de vriendelijke ontvangst en voor de vele inlichtingen, welke Haar bij de bezichtiging van de verschillende voorwerpen waren verstrekt. Tevens gaf de Vorstin Haar spijt te kennen dat het bezoek niet van langer duur had kunnen zijn.
Nadat de rijtuigen weder bestegen waren, begaf de stoet zich naar het stadhuis. De Regentes had Haar verlangen te kennen gegeven om aan de oudheidskamer nogmaals een bezoek te brengen. HH. MM. werden ontvangen door de Wethouders, de heeren W. J. Sprenger en H. P. den Bouwmeester, en evenals Diusdag te voren geleid door den heer mr. G. N. de S to pp e l a a u. Dit bezoek bepaalde zich in
200
hoofdzaak tot het den vorigen keer slechts gedeeltelijk bezochte tweede lokaal. Ook thans trokken vele voorwerpen de aandacht der Regentes; vooral de schilderij , voorstellende de reede van Arnemuiden en het afzeilen van eene sterk bemande vloot van dertig oorlogsschepen, vermoedelijk om de Engelsche vloot in 1588 steun te verleenen tegen de verwacht wordende Spaansche zoogenaamde onoverwinnelijke vloot. Op deze schilderij komen vele Hollandsche schepen voor, die de oranje-wit-blauwe vlag voerden. Naar aanleiding daarvan wees de Regentes de Koningin op het fraai gebeeldhouwd model van een scheepsspiegel waarop; //Domburg Anno 1740.quot; Met zeer veel belangstelling werd bezichtigd de belangrijke verzameling gildegoederen: de zoo goed als volledige collectie gil-depenningen, de zilveren presenteerbladen en de gedreven schilden of blazoenen, waarbij de Regentes de aandacht van de Koningin er op vestigde hoe duidelijk en sierlijk daarop de verschillende ambachten zijn afgebeeld. Van de preciosa van het St. Sebastiaangilde (Schuttershof) trok de aandacht de gil-destaf van zwart letterbont, ingelegd met zilver en parelmoer, waarop o. a. het wapen van Nassau en het opschrift: //Liever met Nassau te sterven in \'t velt, Als met list te worden gebracht onder het Spaens gewelt.quot; Verder werd door de Vorstinnen met belangstelling bezichtigd de verzameling gouden en zilveren sieraden, welke door de landlieden in Walcheren gedragen worden
Het door Jacob Cats aan de Regeering van Middelburg ten geschenke gegeven prachtexemplaar van zijne werken werd door de Regentes doorbladerd, en bij het bezichtigen van het in 1793 zeer nauwkeurig van karton vervaardigde miniatuur beeld van het stadhuis gaf H. M. te kennen, dat Zij dat gebouw zeer prachtig vond. Daarna verlieten de Koninginnen het stadhuis, den heer de Sïoppelaak dank zeggende voor de vele van hem verkregen inlichtingen, en brachten daarna een bezoek aan de vleeschhal.
Aldaar had de firma K. Meert ens amp; Zoon, de eenige
301
die nog van deze aloude inrichting gebruik maakt, de gang die midden door het geheele gebouw loopt, met houtzaagsel doen bedekken en daarover eenen breeden looper doen leggen. Bovendien had zij nabij hare tafel, de eerste rechts bij het binnentreden, eene nette eereboog van groen en bloemen doen oprichten. H.H. M.M. bezichtigden dit bouwwerk, dat uit de 15e eeuw dagteekent en een gedeelte van de benedenverdieping van het stadhuis uitmaakt, met zeer veel belangstelling. 1)
Na dit bezoek begaf de stoet zich naar de Abdij. Hier was intusschen te 3 uur de eerewacht van het garnizoen afgelost door eene van de schutterij, onder commando van den Kapitein P. W. H. de Kan, den Eerste-luitenant J. Ho sang en den Tweede-luitenant P. Dumon Tak.
In de Abdij hield het Koninklijk rijtuig stil voor den ingang van het gebouw, waarin de bureaux van het Provinciaal Bestuur gevestigd zijn. H.H. M.M. begaven zich in het gebouw naar de beide vergaderzalen om ook bij daglicht de gobelins te bezichtigen, die Zij tijdens het Haar door de Staten aangeboden diner slechts bij kunstlicht hadden kunnen beschouwen. In de groote zaal werd de aandacht van de Regentes getrokken door het daar bewaard wordende vaandel van de Zeeuwsche schutterij, die tijdens den Belgischen opstand is mobiel verklaard en uitgerukt. Dit vaandel is vervaardigd van licht gele zijde en voorzien van zilveren franjes, koorden en kwasten. Op de eene zijde bevindt zich het wapen der provincie in kleuren, omgeven door een laurier- en een eiketak; op de andere zijde eene groote //Wquot; gedekt door
\') Ter gedachtenis aan dit bezoek werd door de genoemde firma aan de Koningin aangeboden eene groote photographie in lijst van de schilderij , die de hal voorstelt en vervaardigd is door den kunstschilder Hans Hermann te Berlijn. Dit geschenk werd aan het paleis bezorgd. De firma ontving later namens H. M. daarvoor eene dankbetuiging.
202
eene koninklijke kroon, waarboven de woorden: // Aan de Zeeuwsclie schutterij en waaronder de woorden: //Voor Vaderland en Koningquot; zijn aangebracht. Boven aan den stok bevindt zich een leeuw, liggende op een voetstuk en houdende in de rechterklauw een zwaard en onder de linkerklauw een bundel pijlen en daaronder een krans, alles van zilver.
Nadat de Vorstinnen het gebouw verlaten hadden , namen H.H. M.M. de versiering van groen in oogenschouw , die zich in den hoek, gevormd door het // kapelletjequot; en de kleine vergaderzaal, bevond, en bezichtigden daarna met kaarsen bijgelicht de gerestaureerde gewelven, welke zich onder die zaal bevinden. Vervolgens begaven de Koninginnen zich te voet naar het paleis.
Tegen half zeven reden de Vorstinnen met de leden van Haar gevolg , die in het paleis logeerden , in gesloten rijtuigen naar het stadhuis om deel te nemen aan het diner , dat Haar vanwege de Gemeente Middelburg was aangeboden.
In de gang aldaar waren nog de sierplanten aanwezig; op de trap was een breede looper gelegd , terwijl de leuning aan de zijde van de muur met donker rood fluweel bedekt en daaronder draperieën met gouden franje aangebracht waren. Boven op de gang waren een aantal sierplanten en bloemen geplaatst, terwijl voor de ingangen van de Burgemeesterskamer en van de Raadzaal donker roode portières met gouden franje , koorden en kwasten waren gehangen. In de Burgemeesterskamer, die voor ontvangsalon zou dienen waren tal van bloemen en sierplanten geplaatst. In de Raadzaal, waar het feestmaal zou plaats hebben, trof men onder de grcote schoorsteenen een keur van bloemen en sierplanten aan , terwijl voor de ramen fraaie witte gordijnen en roode draperieën met gouden franje , door gouden koorden met kwasten opgehouden, gehangen waren. De wanden van de zaal waren versierd met eenige regentenstukken en het portret van de Ruytee.
203
Aan den ingang van liet stadhuis in den Helm werden de Koninginnen ontvangen door Burgemeester en Wethouders en geleid naar de Burgemeesterskamer. Na daar eenige oogen-blikken vertoefd te hebben traden H.H. M.M. de groote raadzaal binnen.
De Vorstinnen namen daar met de gastheeren en genoodigden aan den feestdisch piaats, zooals op de hieronder staande schets is aangewezen.
1. Jhr. Mr. W. M. de Brauw, Commissaris der Koningin in Zeeland.
2. Jkvr. van de Poll.
3. Baron van Hardenbroek.
4. Baronesse van Ittersum.
5. Jhr. de Ranitz.
6. Jhr. van den Bosch.
7. Graaf Du Monceau.
8. A. van Hooff, Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat.
9. H. P. den Bouwmeester, Wethouder van Middelburg.
10. T. E. M. van Lilaar, Ritmeester der Cavallene.
11. J. A. Tak, Lid van den Gemeenteraad.
12. Jhr. Mr. J. F. Schuur beque Boe ij e, Substituut-officier van Justitie.
13. L. K. van der Harst J.Jz., Lid van den Gemeenteraad.
14. Mr. F. J. Sprenger, Onder-commandant van de Middelburgsche Eerewacht.
15. M. H. van Visvliet, Archivaris van Middelburg.
16. J. W. de Raad, Kapitein-kwartiermeester bij de dd. Schutterij te Middelburg.
17. Mr. S. Gratama, Lid van den Gemeenteraad.
204
18. Mr. J. P. F. van der Mieden van Opmeer, Kantonrechter te Middelburg.
19. Mr. G. N. de Stoppelaar, Lid van den Gemeenteraad,
20. D. J. H. van Aken, Luitenant-kolonel, Provinciaal-adjudant.
21. F. G. Sprenger, Luitenant-kolonel, Commandant der dd. Schutterij en Lid van den Gemeenteraad.
22. C. J. J. A. van Teylingen, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
23. Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs, President der Arron-dissements-Rechtbank te Middelburg.
24. J. P. I. Bu teux, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
25. Mr. A. P. Snouck Hurgronje, Lid van den Gemeenteraad.
26. Jhr. Mr. K. A. Godin de Beaufort, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
27. Mevrouw Schorer, echtgenoote van den Burgemeester.
28. Jhr. T. E. de Brauw, Schout-bij-nacht, Directeur en Commandant der Marine te Hellevoetsluis.
29. Jhr. L. J. H. Teding van Berkhout, Generaal-majoor, Commandant in de derde militaire afdeeling.
30. Mevrouw de Brauw, echtgenoote van den Commissaris der Koningin.
31. Mr. E. Fokker, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
32. W. J. Sprenger, Wethouder van Middelburg.
33. J. H. C. He ij se. Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
34. J. F. van Dunné, Directeur der registratie en domeinen te Middelburg.
35. W. A. Graaf van Lynden, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
36. Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Commandant der Middel-burgsche Eerewacht.
37. Jhr. A. C. J. Wittert, Majoor, Garnizoens-commandant.
38. Jhr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje, Lid van den Gemeenteraad.
39. Mr. W. Polman Kr use man, Griffier der Staten van Zeeland.
40. A. de Vulder van Noorden, Secretaris van Middelburg.
41 W. H. de Bruijn van Melis- en Mariekerke, Onder-commandant van de Middelburgsche Eerewacht.
42. M. Fokker, Ontvanger der gemeente Middelburg.
43. Mr. K. W. Brevet, Lid van den Gemeenteraad.
44. H. A. Sijpkens, Betaalmeester in het arrondissement Middelburg.
45. Dr. A. van der Swalme, Lid van den Gemeenteraad.
46. D. A. Dronkers, Voorzitter van het Bestuur van den- polder Walcheren.
47. N. Epkema, Luitenant-kolonel, Militiecommissaris in Zeeland.
48. L. J. M. van Waesberghe Janssens, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland.
205
49- J. J. T. Evers, Directeur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen in Zeeland.
50. Jhr. Vegelin van Claerbergen.
51. Baron Bentinck.
52. Miss Saxton Winter.
53. Ridder Huyssen van Kattend ij ke.
54. Baronesse van Har denbroek.
55. Jhr. Mr. L. Sc hor er, Burgemeester ran Middelburg. \')
De tafel zag er vorstelijk uit; ze was versierd met een aantal prachtige zilveren candelabres, coupes, enz., vervaardigd in Eocaille en Grieksche stijl; het servies was van fijn Engelsch gekleurd porselein. De verlichting der zaal was schitterend; behalve het groot aantal kaarsen op de candelabres, die op de tafel stonden, verspreidden de aan de gaskronen aangebrachte branders voor goudlicht een prachtigen glans.
Tijdens het diner werden door het muziekkorps der Schutterij , dat in de zoogenaamde kleine trouwkamer plaats had genomen , eenige stukken uitgevoerd. 1)
Het menu 2) van den feestmaaltijd bevatte de volgende gerechten :
1
Danse des moucherons......R. Eilenberg.
2
Valse de concert........E. Walüteufel.
206
Potage crème d\'orge a la Princesse.
Consommé de volaille aux quenelles de truffes.
Petites croustades a la Montglas.
Turbot, Sauce mousseline.
Selle de chevreuil a la Godard, Sauce poivrade.
Poulets de grain a l\'Ambassadrice.
Ris de veau a la Montpensier.
Fonds d\'artichauts a d\'Italienne.
Punch glacé a 1\'ananas.
Bécassines , Compote.
Homards a la Parisienne, Salade.
Suprème de fruits a la Russe.
Glacé panachée.
Fruits. Dessert.
Terwijl het dessert werd gebruikt sprak de Burgemeester , Jhr. Mr. Schoeeii, de volgende woorden;
//Van de vergunning van Uwe Majesteiten om aan dezen feestdiscli tot Hare Majesteit de Koningin en tot U Mevrouw liet woord te richten, dankbaar gebruik makende, wil ik uiting geven aan de gedachten, die mijn gemoed, en ik houd er mij ten volle van overtuigd, ook de gemoederen van alle aanwezigen vervullen.
Ten eerste dan ; de vreugde dat Middelburg de eer te beurt valt Uwe Majesteiten binnen zijne muren te ontvangen. Ten tweede; de gedachte aan het verledene en aan het heden. Ten derde : het vertrouwen in de toekomst.
Voor het verleden getuigt de geschiedenis , de geschiedenis
was in overeenstemming met die van de zaal, waarin de maaltijd plaats had. Het was omgeven met eene vergulde lijst, aan de buiten- en de binnenzijde met eenen rooden rand. Boven in het midden prijkte het wapen der stad in eene tropee van vlaggen, zwaarden en andere wapens. Ter weerszijden daarvan bevond zich een lint met strikken, waarvan een rist van bloemen bladen en vruchten afhing. Daaronder stond aan beide zijden een naakt kinderbeeldje, dat een brandende toorts, in den vorm van een hoorn, in de hoogte hield. In het beneden-gedeelte van de lijst bevond zich in het midden een mand met vruchten, bloemen en bladen en aan weerszijden daarvan een wijngaardtak met vruchten, ranken en bladen. In de beide benedenhoeken was eene schelp aangebracht.
207
die ons leert al het wel en het wee, hetwelk het Doorluchtige Stamhuis van Oranje en het Nederlandsche volk, waarvan wij , Zeeuwen , het ons een eer rekenen deel uit te maken , te zamen hebben doorleefd. Voor het heden getuigt, vergun het mij te zeggen, HoogEdele Vrouwe, de wijze waarop U, Majesteit , Uwe zware maar heerlijke taak opvat, de wijze waarop U , Mevrouw , de leidster zijt van onze veel geliefde Koningin Wilhelmina. En waar nu deze twee gedachten aanwezig zijn , kan dan wel de derde : het vertrouwen in de toekomst, bij ons , Zeeuwen , ontbreken ?
Neen, waarlijk niet. Waar Oranje toch, en dat heeft het Doorluchtige Stamhuis bewezen en bewijst het nog dagelijks , zijn tijd begrijpt, in vooruitgang gelooft en vooruitgang wil, daar voorzeker kunnen wij gerust zijn en onze aloude en beproefde liefde voor het Stamhuis van Oranje blijven\'koesteren, omdat wij weten dat het Hoofd van den Nederlandschen Staat , uit dien stam gesproten, steeds een open oog heeft voor de nooden en behoeften van het volk!
Waar dit nu zoo bij herhaling is gebleken , kan het niet anders of wij zien in onze hooggeëerde Koningin de draagster van het denkbeeld, dat alles beheerscht; rust en orde in, en dus voortdurende ontwikkeling en bloei van ons geliefd Vaderland! Welnu dan, waar dit zoo is, vergunt ons. Majesteiten, uiting te geven aan ons Vaderlandsch gevoel en verzoek ik u allen met mij in te stemmen, wanneer ik uit volle borst roep; Leve de Koninginnen ! Hoezee ! Hoezee! Hoezee !quot;
Aan dit verzoek werd door de aanwezigen met geestdrift voldaan.
De Regentes antwoordde op deze toespraak het volgende ;
quot; Mijnheer de Burgemeester.
Uwe toespraak aan dezen feestdisch is mij dubbel aangenaam. Niet alleen toch omdat Ik de gedachten door U vertolkt namens den Gemeenteraad en namens de inwoners van Middelburg ten hoogste waardeer , maar ook daarom , omdat Ik de aanleiding Mij door Uwe woorden gegeven om voor Ons vertrek
208
uit Zeeland te kunnen getuigen van de gevoelens, die de Koningin en Mij vervullen , zoo gaarne aangrijp.
Waar allen zich vereenigden en moeiten noch kosten ontzagen om Ons te overtuigen van de gehechtheid der Zeeuwen aan het Huis van Oranje, daar is het Mij eene werkelijke behoefte mede namens de Koningin Onzen dank uit te spreken.
Tot het verleden, Mijne Heeren , zal weldra ook behooren Ons bezoek aan Uwe stad en aan deze Provincie; maar wat voorzeker blijven zal bij ü en bij Ons, het is. Ik ben er van overtuigd , de herinnering aan deze dagen; wat niet zal voorbijgaan , het is de oude beproefde trouw der Zeeuwen aan het Huis van Oranje.
Ik wensch U geluk met den geest Uwer bevolking , en Ik vertrouw dat de band tusschen Oranje en Zeeland in deze dagen nog is versterkt.
Wanneer het heden zich kenmerkt door dien geest van orde en van eerbied voor het gezag, waarvan Uwe stad en deze geheele Provincie zoozeer getuigt, dan mogen wij met volle vertrouwen de toekomst te gemoet gaan.
Het is met een gevoel van groote erkentelijkheid , en met de oprechte verzekering dat Ons bezoek in Middelburg en aan Zeeland der Koningin en Mij onvergetelijk zal zijn , dat Ik U voorstel met Ons in te stemmen, wanneer Wij bij het vaarwel dat de Koningin en Ik Zeeland toeroepen, van geheeler harte Uwe stad en deze Provincie een gelukkige en voorspoedige toekomst toewenschen.quot;
Deze Vorstelijke woorden werden luide toegejuicht.
Na afloop van het diner, ongeveer te acht uur , begaven de Koninginnen en zij, die met Haar aan den disch hadden aangezeten , naar de Burgemeesterskamer, waar de koffie werd gebruikt. H.H. M.M. onderhielden zich daar eénigen tijd met verscheidene heeren en vertrokken daarna naar het paleis.
Tegen half negen kwamen de Middelburgsche Eerewacht en het detachement huzaren weder in de Abdij om de Konin-
209
ginnen op Haren avondrit ter bezichtiging van den gondel-tocht en het vuurwerk te begeleiden. Eenigen tijd later trok de stoet, die samengesteld was evenals bij de vorige ritten door de stad, langs dezen weg naar de Loskaai: Abdij , Balans, Korte Burg, Lange Burg, Langedelft, St. Janstraat, Turf-kaai, Houtkaai, Koningsbrug, Stationsstraat.
Hoe meer de stoet de Loskaai naderde hoe dichter de menigte werd, die de Vorstinnen luide toejuichte. Het Koninklijk rijtuig hield stil ter hoogte van de Nieuwepoortstraat Recht tegenover die straat lag aan de overzijde van het kanaal een groot vlot, waarop het vuurwerk zou afgestoken worden. Ter weerszijden van dat vlot lagen de vaartuigen geschaard, die den gondelstoet uitmaakten. Die vaartuigen, alle van verschillende grootte en vorm, waren versierd en met giorno\'s en lampions op verschillende wijze langs romp en want geïllumineerd. Deze vaartuigen waren: eene van de stoombarges van de heeren C. van deb. Bent en H. G. de Bruijn, een van de havenbootjes en twee sloepen van de stoomvaartmaatschappij //Zeeland,quot; het jacht van den Rijkswaterstaat, de nieuwe sedert korten tijd op de scheepstimmerwerf van D. van Duivendijk te Tholen gebouwde hoogaarts van het Bestuur der Domeinen, een voormalig politievaartuig van het Bestuur der Visscherijen op de Schelde en Zeeuwsche stroomen, een sloep van het Belgisch loodswezen, de sleepboot Jacob en een hoogaarts van de firma den Bouwmeestek, Boesius amp; van der Leijé. Op eenigen afstand van deze vaartuigen naar de zijde van de Kanaalbrug lag de Zeeuwsche spoorboot n0. 2, eveneens geheel met lampions geïllumineerd. De vaartuigen waren aan of nabij de werf /\'de Yolharding,, van de zooeven genoemde firma voor den tocht gereed gemaakt, waar ook de stoet in elkander gezet werd. Onder de leiding van den heer C. van der Bent gleed daarna de stoet, voortgetrokken door een stoombootje, langs de Turf kaai, Houtkaai, Londensche kaai , Bierkaai, Rouaansche kaai en door de Maïsbaai naar de Loskaai.
14,
210
Behalve de genoemde schepen waren ook de huizen van de bewoners der Loskaai overvloedig met lampions geïllumineerd. Voor het slagen van het feest werkte ook het weder mede; geen regen, geen wind bracht stoornis aan, zoodat de gladde waterspiegel het licht van de duizende lampions en giorno\'s prachtig weerkaatste. Het enthousiasme van de ontelbare menigte was zeer groot en werd bovendien opgewekt door de tonen van de stafmuziek van het 3e regiment infanterie onder directie van den kapelmeester, den heer N. A. Bouwman,
Toen het Koninklijk rijtuig op de bovenvermelde plaats was aangekomen traden eenige leden van de commissie voor den gondeltocht naar voren, nl. de heeren D. J. H van Aken, jhr. mr. E. A. O. de Casembkoot, A de Vulde u van No o ii den, H. J. Ba leo o ut en E. Boas son met twee jonge dames, freule Mary Sc hor er en mejuffrouw E. W. C. de Vulder van Noorden, die den Koninginnen prachtige bouquetten van orchideeën en rozen en voorzien van zijden linten, waarop //Gondeltocht 24 Augustus 1594 aanboden.
De Voorzitter der commissie, de heer van Aken sprak daarna het volgende:
//Majesteiten, vergunt ons U deze bloemen aan te bieden als een bewijs van onze groote erkentelijkheid voor de hooge eer van Uwe tegenwoordigheid en belangstelling in dit volksfeest te Uwer eere.quot;
De Regentes betuigde dank voor de aan de Koningin en aan Haar aangeboden bouquetten en gaf Hare tevredenheid te kennen over het goed geslaagde feest. Later werd deze betuiging door H. M. tot den Voorzitter herhaald, en jok de Koningin bleek met genoegen het feest bij te wonen; H. M. toch zeide tot den Voorzitter: // O, wat is dat mooi, mijnheer.quot;
Het grootste stuk van het vuurwerk werd het eerst ontstoken; dit was eene groote decoratie; //Leve de Koninginnen\'\'\'\' in diamantvuur met rijzende zon en cascade van slagkardoezen, geflankeerd door guirlandes en links // Nederland1\'\' en rechts
211
quot;Oranje,quot; beide woorden eveneens in diamantvuur; boven de guirlandes prijkten de letters W en E met kroon en lauwertak; het geheel was geflankeerd door mozaïkvuur. Dit groote stuk werd gevolgd door een aantal moord- en donderslagen, batterijen, zwermpotten, staartprojectielen, draaiende zonnen, sterren, vonken, fonteinen , bouquetten, bengaalsch vuur, vuurpijlen en een zeer eigenaardig watervuurwerk. 1)
H.H. M.M. waren bij het grootste gedeelte van het vuurwerk tegenwoordig, deden daarna een rijtoer door de stad om de verschillende verlichtingen te aanschouwen, die ontstoken waren en keerden vervolgens naar bet paleis terug. Behalve het stadhuis, dat weder geheel geïllumineerd was, hadden vele ingezetenen, die voor hunne woningen gasverlichtingen hadden doen aanbrengen, deze weder doen ontsteken. Verder schitterden weder de door de bewoners der Markt en die van verscheidene straten aangebrachte illumination en de prachtige gasverlichting op het Molenwater was weder ontstoken.
XL
ZATERDAG 25 AUGUSTUS.
Op dezen dag zouden de Vorstinnen Zeeland weder verlaten. Des morgens te negen uur plaatste de eerewacht van de Schutterij zich met het muziekkorps voor het paleis. Achtereenvolgens kwamen de Middelburgsche Eerewacht en het detachement huzaren in de Abdij om H.H. M.M. uitgeleide te doen.
Ongeveer kwartier over negen vertrokken de Koninginnen uit de Abdij, begeleid op dezelfde wijze als bij de vorige ritten door de stad. De stoet trok over de Balans, door de Korte en Lange Burg, de Langedelft, de St. Janstraat, over de
1
) Dit vuurwerk was geleverd door de firma Ruijsch te Utrecht en opgesteld door den chef dier firma, den heer Rijshouwer.
212
Turf kaai en de Koningsbrug, door de Stationsstraat en over de Kanaaibrug naar het Station.
Hier was ongeveer te negen uur eene eerewacht van het garnizoen aangekomen ter sterkte van 100 man, onder commando van den Kapitein B. van Bekum, den Eerste-luitenant G. P. Janssen en den Tweede-luitenant L. C. Woktman, voorafgegaan door de stafmuziek van het 3e regiment.
Deze eerewacht werd met de muziek opgesteld op het perron. Achtereenvolgens kwamen daar mede een groot aantal civiele en militaire autoriteiten, allen in galakostuum gekleed, om aan de Vorstinnen bij Haar vertrek den laatsten groet te brengen.
Langs den weg, waar H.H. M.M. passeerden bevond zich overal eene groote menigte, die de Koninginnen voor het laatst luide toejuichte, en in de omgeving van het Station was bijna geen plaatsje onbezet, zoovelen waren daar samengestroomd om den Vorstinnen nog eens te kunnen begroeten.
Toen de Vorstinnen het salon binnentraden werden Haar door Mevrouw Schorer en freule Mary Schorer, echtgenoote en dochter van den Burgemeester, prachtige bou-quetten aangeboden, welke met een woord van dank werden aanvaard. H.H. M.M. onderhielden zich nog eenige oogen-blikken met verschillende heeren en verlieten daarna het salon. Bij het betreden van het perron en tijdens het bestijgen van den trein speelde de stafmuziek de volksliederen.
De Koninklijke trein was samengesteld evenals bij de aankomst, en werd weder begeleid door dezelfde heeren. In den salonwagen, waarin H.H. M.M. plaats namen, waren een aantal van de aan de Vorstinnen aangeboden bouquetten, waarvan Zij een gedeelte in Haar rijtuig hadden medegebracht, geplaatst waardoor de Koninginnen bewezen, dat die geschenken door Haar op prijs gesteld werden. De Commissaris der Koningin, Jhr. Mr. de Brauw steeg mede in den salonwagen om H.H. M.M. tot het laatste, op Zeeuwsch grondgebied gelegen station, Rilland—Bath, te begeleiden.
213
Nadat allen die de reis zouden medemaken in den trein plaats genomen hadden, gaf de stationschef, de heer J. H. van N o u h tt ij s, het sein tot vertrek en zette de trein zich in beweging. Door de ontelbare menigte, die zich nabij het station bevond, werd daarna een daverend hoera aangeheven; de brug voor voetgangers, die over het spoorwegterrein naar den Segeersweg toegang geeft, was geheel met toeschouwers bezet. De Vorstinnen wuifden allen toe, daarmede een laatsten groet aan Zeelands hoofdplaats brengende. Na enkele minuten was de trein uit het gezicht en behoorde tevens het bezoek, door HH. MM. in 1894 aan Walcheren gebracht, tot de geschiedenis.
Toen het officieel bekend was geworden, dat de Koninginnen dat bezoek zouden brengen, werd door eenige ingezetenen van Goes het plan ontworpen om H. M. de Regentes te verzoeken bij de terugreis met H. M. de Koningin aldaar enkele uren te vertoeven. Te dien einde werd een adres ter teekening aangeboden , dat op 7 Augustus verzonden werd en voorzien was van 559 handteekeningen.
In antwoord op dit adres werd 14 Augustus het volgende schrijven ontvangen;
//H. M. de Koningin-Regentes draagt mij op den onderteekenaren van het adres van 7 dezer te berichten, dat Hoogst-dezelve de goede gevoelens, welke tot dit adres hebben geleid, zeer op prijs stelt,quot; doch dat tot Harer Majesteits leedwezen de tijd ontbreekt om tijdens het aanstaande verblijf in de provincie Zeeland ook Goes te bezoeken. Hoe ongaarne ook, H. M. moet zich voor ditmaal het bezoek aan meerdere plaatsen ontzeggen.
Het is evenwel Harer Majesteits voornemen den extratrein op 25 Augustus a. s. van 9,33 tot 9,38 (Greenwich-tijd) aan het station te Goes of daar buiten, indien de heer Burgemeester dit beter oordeelt, te doen stoppen, ten einde aan de inwoners van Goes eenige gelegenheid te geven van hunne geest-
214
driftige gevoelens voor het Huis van Oranje en voor Hare Majesteit te doen blijken.
De Particuliere Secretaris van H, M. de Koningin-Regentes, DE EANITZ.quot;
In eene op 8 Augustus door hoofden en bestuurders van de verschillende lagere scholen en den Voorzitter der Regenten van het weeshuis te Goes gehouden vergadering werd besloten tot H. M. de Regenten een adres te richten, waarin verzocht werd de Goesche jeugd in de gelegenheid te stellen aan H M. de Koningin hulde te brengen, hetzij op de reis naar, hetzij op de terugreis van Middelburg.
Op dit adres werd 12 Augustus per telegraaf ten antwoord ontvangen, dat H. M. op liet verzoek gunstig beschikt had, en dat de Koninklijke trein op de terugreis 5 minuten aan het station Goes zou stilhouden; HH. MM. zouden den trein niet verlaten, doch op het balcon van Haar salonrijtuig blijven.
Reeds in den vroegen morgen van dezen heuchelijken dag trokken een groot aantal kinderen , getooid met oranje en de nationale liederen zingende, door de straten en verzamelden zich voor hunne verschillende scholen. Te kwart over acht begaven zij zich onder geleide van hunne onderwijzers en de Besturen der scholen naar de Wandelkerk , waar zich ook het Comité tot wering van schoolverzuim bevond, In de kerk werden de vlaggen en sjerpen uitgereikt en het //Wilhelmus,quot; volgens de oude toonzetting, nogmaals gerepeteerd onder directie van den heer J. D. van den Berge, Hoofd van school D, en met begeleiding door de muziek van de vereenigde harmonie-gezelschappen quot;Euphonia11 en //Hosannaquot; onder directie van den heer J. Kooiman, Directeur van het eerstgenoemde gezelschap. Vervolgens werden de kinderen door den heer P. van deb Meulen, leeraar in de gymnastiek aan de Hoogere burgerschool, in optocht geschaard De stoet trok daarop onder de tonen van vroolijke marschen door de Korte
215
Kerkstraat, langs de zuidzijde van de Markt, door de Lange Kerkstraat, over de Kreukelmarkt, door de- Boudewijn de Wittestraat en over den Stationsweg naar het ten westen van het station gelegen emplacement, waar de kinderen opgesteld werden. De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen had daar eene estrade doen oprichten, versierd met oranjedoek en belegd met een netten looper. Op het terrein bevonden zich mede de Burgemeester , de Wethouders, Leden van den Gemeenteraad, de Kantonrechter, de Districts-schoolopziener, de geestelijken der verscliillende kerkgenootschappen en een aantal andere autoriteiten. Op het perron en de terreinen in de nabijheid van het station was eene ontelbare menigte samengestroomd om der Koninginnen hulde te betuigen.
Precies op het aangekondigde tijdstip, 9,53 Amsterdamsche tijd, kwam de koninklijke trein aan; het salonrijtuig van HH. MM. hield juist voor de estrade stil. Luide toejuichingen weerklonken door de lucht, waarvoor de Koningin , die aan het portier stcnd, door wuiven met de zakdoek dank betuigde. Terstond werd door de schoolkinderen , onder begeleiding der muziek, het oude quot;Wilhelmus\'quot; aangeheven. De Regentes opende het portier van den salonwagen, waarna de weesmeisjes Johanna Claassen aan de Koningin, en Johanna Nieuwersteeg aan de Regentes fraaie bou-quetten 1) van rozen en orchideeën aanboden. De Koningin betuigde daarvoor dank met de woorden ; «Ik vind het heel lief van U en het gezang mooi.quot; De Regentes verzocht aan de kinderen den dank van de Koningin en van Haar over te brengen. Terwijl nog een paar coupletten van het quot;Wilhelmusquot; werden gezongen, noodigde de Regentes den Burgemeester, den heer mr. J. G. de Witt Hamer, uit aan den salon-
1
) Deze bouquetten, waarvan de kosten werden bestreden uit bijdragen van de jeugdige zangers, waren geleverd door de firma H. van Lun-teren amp; Zoon te Utrecht. Het bouquet voor de Koningin was getooid met linten in de Goesche en oranje kleuren^ dat voor de Regentes met linten in de kleuren van Waldeck-Pyrmont.
216
wagen te komen. H. M. betuigde den Burgemeester, dat de Koningin en Zij diep getroffen waren door de blijken van liefde en vriendschap, die zij overal in Zeeland hadden ondervonden, en die Haar ook hier zoo ondubbelzinnig ten deel vielen. H. M. verzocht den Burgemeester, ook namens de Koningin, daarvoor aan de ingezetenen Haren oprechten dank te willen overbrengen. De Burgemeester antwoordde, dat het hem aangenaam zou zijn zich van die opdracht te kwijten, en betuigde zijne blijdschap, dat de vermoeienissen der laatste dagen blijkbaar geen nadee-ligen invloed op HH. MM. hadden uitgeoefend. De Regentes antwoordde daarop, dat zoowel de Koningin als Zij zich in Zeeland zeer gelukkig gevoeld hadden.
Daarna zette de koninklijke trein zich weder in beweging en reed langzaam verder onder daverende toejuichingen van de verzamelde menigte, aan wie door de Vorstinnen door aanhoudend wuiven dank gebracht werd. Toen de trein uit het gezicht was werd de stoet der schoolkinderen weder opgesteld en trok van het terrein over den Stationsweg door de Ganze-poortstraat, Lange Vorststraat, over de Oude Vischmarkt, door de Lombardstraat, langs de noordzijde van de Markt, over den Opril, langs de Groote en de Kleine Kade, door de \'s-Heer Hendrikskinderenstraat en de Nieuwstraat naar de Beestenmarkt.
Hier hield de stoet stil en werden de kinderen met de muziek voor de woning van den Burgemeester in een halven cirkel opgesteld. De muziek deed het //Wilhelmusquot; hooren, waarna de Burgemeester, die voor een geopend raam verscheen, hartelijk dank betuigde voor deze ovatie. Door de aanwezigen werd daarop een //Leve de Burgemeesterquot; aangeheven.
Vervolgens trok de stoet van de Beestenmarkt door het Waterstraatje, de Wijngaardstraat en de Manhuisstraat weder naar de Wandelkerk. Hier nam de heer mr.\' P. L. van Eeten, Voorzitter van de regelings-commissie voor het huldebetoon , het woord om aan de kinderen den dank van de Vorstinnen over te brengen voor de Haar gebrachte ovatie.
217
Hij noodigde de kinderen daarna uit met hem een //Leve de Koninginnen! Hoera!quot; aan te lieffen, waaraan door allen met geestdrift werd voldaan. Terstond daarop weerklonk: //Leve mijnheer van Eet en,quot;\' waarna de muziek fanfares deed hooren. De heer van Eet en bracht vervolgens aan de kinderen en aan allen, die hunne medewerking hadden verleend aan de aan de\' Koninginnen gebrachte hulde, zijn harte-lijken dank. Daarop werd nogmaals het //Wilhelmusquot; en liet //Wien Neerlandscli bloedquot; ten gehoore gebracht, waarna de stoet ontbonden werd. Zij, die de vlaggen gedragen hadden, brachten deze naar het stadhuis om daar bewaard te worden.
In den loop van den dag deed de Burgemeester de volgende publicatie afkondigen;
//Op verzoek der Koningin-Eegentes brengt ondergeteekende aan de ingezetenen dezer gemeente Haren hartelvjken dank, ook uit naam van H. M. de Koningin, over, voor de treffende blijken van gehechtheid en liefde, dezer dagen ook hier weder van de inwoners van Zeeland zoo ruimschoots ontvangen. H. M. gaf bij herhaling te kennen, dat die bewijzen van verknochtheid Hare Majesteiten diep getroffen hebben, en dat Haar bezoek aan Zeeland bij Haar, zoowel als bij de Koningin, een onvergetelijken indruk zal nalaten.
Goes , 25 Augustus 1894.
De Burgemeester van Goes, J. G. DE WITT HAMER.quot;
Na het vertrek van Goes stoomde de koninklijke trein door tot het station Rilland—Bath, het laatste op Zeeuwsch gebied, om aldaar den heer Commissaris der Koningin gelegenheid te geven den trein te verlaten. Nadat de heer de Brauw van HH. MM. afscheid had genomen en uit den trein gestegen was, zette deze zich weder in beweging en voerde na enkele minuten de Vorstinnen over de Zeeuwsche grens.
Evenals bij de heenreis bevond zich te Bergen-op-Zoom in
218
de nabijheid van het station en van wachtpost 13 weder eene groote menigte om HH. MM. te begroeten.
Op het station Roosendaal bevonden zich de Burgemeester, de Stationschef en de beide harmonieën. terwijl de buitenperrons weder geheel met belangstellenden gevuld waren en op de terreinen in de nabijheid van het Station zich eene groote menigte verzameld had
Terwijl de harmonieën gezamenlijk het «Wien Neerlandsch bloedquot; deden hooreu, reed de trein zeer langzaam voorbij, De Koninginnen bevonden zich aan het portier, de Regentes opende het raampje en beide Yorstinnen wuifden allen, die Haar hulde brachten op de hartelijkste wijze toe.
Te Tilburg, waar de trein van locomotieven moest verwisselen , was het station met vlaggen getooid en het perron versierd.
Het Gemeentebestuur en een aantal autoriteiten bevonden zich met het muziekkorps der schutterij, dat het oude //Wilhelmusquot; en andere volksliederen deed hooren, op het perron.
Aan de Vorstinnen werden bouquetten aangeboden en de Burgemeester, de heer J. F. Jansen, sprak HH MM. toe, waarna de Regentes dank betuigde voor de betoonde hulde.
Op een daartoe door de Redactie van de Middelburgsche courant gedaan verzoek , was de heer de Ranitz, Particulier Secretaris van H. M. de Regentes, zoo vriendelijk na aankomst van den trein aan haar het volgende telegram te zenden;
//Hare Majesteiten zijn te half twee in goeden welstand te Soestdijk teruggekeerd.quot;
In den morgen van dezen dag verlieten Hr. M?. oorlogschepen //de Ruyter//Atjeh,quot; //Guineaquot; en //Stierquot; de reede van Vlissingen.
Te ongeveer half twaalf vertrokken van Middelburg met een
219
extra-trein de koetsiers, lakeien en het stalpersoneel met de paarden en liofrijinigen.
Het detachement huzaren verliet Middelburg, eveneens per extra-trein, ongeveer te half twee. De Middelburgsche Eere-wacht deed het detachement uitgeleide tot het station.
In den loop van den dag deed de Burgemeester van Middelburg de volgende publicatie afkondigen ;
//De Burgemeester van Middelburg brengt ter kennis van de ingezetenen, dat Hare Majesteit de Koningin-Regentes bij het verlaten dezer gemeente hem de vereerende taak heeft opgedragen Harer Majesteits tevredenheid en groote erkentelijkheid te betuigen voor de menigvuldige blijken van gehechtheid , aan Hare Majesteit de Koningin en aan Hare Majesteit betoond , gedurende den tijd, dat Hare Majesteiten in Middelburg hebben doorgebracht.
De Burgemeester kwijt zich met genoegen van dezen vereerenden last en rekent het zich tot een hoogst aangenamen plicht, aan een ieder, onverschillig van welken rang of stand, zijnen hartelijken dank te betuigen voor de krachtdadige en alleszins loffelijke wijze, waarop Middelburgs ingezetenen hem hebben ondersteund en daardoor medegewerkt, om het verblijf van Hare Majesteiten alhier zooveel mogelijk op te luisteren; terwijl hij vooral niet minder dank verschuldigd is voor de uitstekende orde, die alom bij de plaats gehad hebbende plechtigheden heeft geheerscht en welke wederom de goede gezindheid der burgerij heeft gekenschetst en waarvoor Hare Majesteit de Koningin-Regentes hem verzocht heeft Hoogstdeszelfs hartelijken dank aan een ieder te betuigen.
Middelburg, den 25 Augustus 1894.
De Burgemeester voornoemd, SCHORER.quot;
Eenige ingezetenen van Middelburg hadden het plan opgevat om de feesten met een concert te besluiten. Zij hadden
220
het genoegen aan hun voornemen gevolg te kunnen geven; in de tent op de Markt, waar de gasverlichting weder ontstoken was, werd des avonds door liet muziekkorps der Schutterij eenige stukken uitgevoerd, wat weder eene groote menigte hare schreden naar dat ruime plein deed richten.
Te Vlissingen, waar de bewoners van de Palingstraat, wegens den hevigen regen op Donderdag, de door hen aangebrachte illuminatie niet hadden kunnen ontsteken, werd dit in den avond van dezen dag gedaan, wat naar die buurt, waar eene prettige feestvreugde heerschte, een groot aantal toeschouwers lokte.
De Directeur van de Maatschappij //de Scheldequot; aldaar richtte tot de werklieden van die Maatschappij de volgende kennisgeving;
//Hare Majesteit de Koningin-Regentes heeft mij opgedragen om den werklieden der Koninklijke Maatschappij //de Schelde1\'\' en speciaal den bewoners der Bankerts en Evertsenstraten, den innigen dank van HH. MM. de Koningin en de Koningin-Regentes te willen overbrengen voor de allervriendelijkste en hartelijke wijze, waarop Hoogstdezelven bij het bezoek alhier door de werklieden zijn ontvangen.
Ik kwijt mij van die vereerende Hooge opdracht door U daarvan mits deze mededeeling te doen.quot;
XII.
EENIGE GEBEURTENISSEN NA 25 AUGUSTUS.
Door den heer Commissaris der Koningin werd onder dag-teekening van 27 Augustus tot de Colleges van Burgemeester en Wethouders in Zeeland de volgende circulaire gericht:
//Het heeft Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes, behaagd Hoogstderzelver bijzondere ingenomenheid te betuigen met de luisterrijke en hartelijke ontvangst, welke aan HII. MM.
221
van de zijde der Zeeuwsclie bevolking in zoo ruime mate ten deel gevallen is bij Hoogstderzelver bezoek aan dit Gewest. Zoowel de Koningin als de Koningin-Weduwe, .Regentes, gevoelden zich diep getroffen door de vele en ongeveinsde bewijzen van aanhankelijkheid en trouw, waarmede HH. MM. overal werden begroet en waardoor de oude band tusschen Zeeland en Oranje opnieuw werd bevestigd. De dagen, in deze Provincie doorgebracht, zullen bij HH. MM. steeds de schoonste herinnering achterlaten.
Mij werd opgedragen zoowel aan autoriteiten als aan ingezetenen de levendige erkentelijkheid en den innigen dank van HH MM. over te brengen, eene taak, waarvan ik mij gaarne en met ingenomenheid kwijt.
Ik heb de eer U te verzoeken aan deze circulaire door aanplakking algemeene bekendheid te willen geven.
De Commissaris der Koningin, DE BÜAUW.quot;
Op denzelfden dag bood de Commandant van de Middel-burgsche Eerewacht, jhr. M. W. de Jonge vanElle-meet, aan de Onder-commandanten en de leden van die Eerewacht een dejeuner aan in het Badhotel te Domburg.
Op Woensdag 5 September werd door de Onder-commandanten en de leden der Eerewacht aan hun Commandant een diner aangeboden in het Badhotel te Vlissingen.
Door den Commandant werd namens de Eerewacht aan H. M. de Koningin het vaandel aangeboden, dat door de Regentes, namens de Koningin, welwillend werd aanvaard.
De Eerewacht ontving later van HH. MM. eene medaille. Op de voorzijde daarvan bevindt zich de beeldenaar en het omschrift, die op de muntspeciën voorkomen, en op de keerzijde eene geornamenteerde met de koninklijke kroon gedekte en met twee leeuwenkoppen en bloemenguirlandes versierde lijst, waarbinnen gegraveerd is: //21—25 Augustus 1894).quot; De medailles voor den Commandant, de beide Onder-comman-
222
danten en den Vaandeldrager zijn van zilver, die voor de overige leden der Eerewaclit van brons, en alle bevat in een net etui.
Het huldeblijk van de ingezetenen van Middelburg aan de Koningin, de schilderij van den kunstschilder J. C. K Klinken b e k g, voorstellende het Stadhuis werd met het daarbij aangeboden album voor een ieder ter bezichtiging gesteld in het Schuttershof op Zaterdag, Zondag en Maandag ,25,26 en 27 Augustus. Door H. M. was daartoe welwillend toestemming verleend. Van deze gelegenheid werd door zeer velen gebruik gemaakt.
De door het Bestuur van de Vereeniging Uit het Volk — Voor het Volk benoemde jury voor de beoordeeling van de verschillende straatversieringen (zie bladz. 35) kende de volgende prijzen toe;
de eerste prijzen aan de Nederstraat en aan de Schuitvlot-straat;
de tweede prijzen aan de Kinder-, Koren- en Kousteensche dijken, aan de Gravenstraat, aan de Korte Noordstraat en aan het Molenwater (oostzijde).
Verder werden door de jury toegekend;
eerste premiën aan de Baanstraat, aan de Breestraat, aan de Lange Geere, aan de St. Janstraat en aan de Ververijstraat ;
tweede premiën aan de Nieuwe Oosterstraat, aan het Bastion , aan de Brakstraat, aan de Korte Singelstraat, aan de Eigenhaardstraat, aan de Vischmarkt, aan de Volderijlaagte en aan den Wal, enz.
Deze prijzen en premiën werden uitgereikt in den avond van Donderdag 13 September in den tuin van - het Schuttershof, toen de bovengenoemde Vereeniging hare Floralia-tentoon-stelling hield.
De heer J. J. H. Doorenbos, lid der jury, hield daarbij
223
eene toespraak, waarin hij mededeelde welke overwegingen de jury tot hare uitspraak had gebracht.
In de vergadering van den Gemeenteraad van Middelburg van Woensdag 5 September richtte de heer F. G. Sprengee een woord van dank tot het Dagelijksch Bestuur voor de flinke, waardige wijze, waarop dit de gemeente had vertegenwoordigd bij gelegenheid van het bezoek van HH. MM. en voor de smaakvolle wijze, waarop toen het stadhuis was versierd.
Verder betuigde de heer Sprenger dank aan den Burgemeester voor diens tot HH MM. gehouden toespraak, welke de sympathie van zeer velen had mogen ondervinden.
T)e Voorzitter antwoordde daarop, dat het hem waarlijk hartelijk genoegen deed, dat het Dagelijksch bestuur naar den zin van zijn mandataris, den Gemeenteraad, had gehandeld.
De de Ruyter-tentoonstelling te Vlissingen werd van Vrijdag 24 Augustus tot en met Vrijdag 7 September voor een ieder tegen een laag entree ter bezichtiging gesteld. Zij werd bezocht door 1025 personen.
In den avond van Maandag 27 Augustus werd te Vlissingen door het muziekgezelschap //Ons genoegenquot; aan den Burgemeester , den heer T u t e i n N o l t h e n i u s eene serenade gebracht, die eene groote menigte voor diens woning deed samenstroomen. De Voorzitter van het gezelschap de heer W, L. Winkelman, wenschte den Burgemeester geluk met de van H. M. de Regentes ontvangen onderscheiding en noo-digde aan het einde van zijne toespraak de aanwezigen uit om ter eere van den Burgemeester een driewerf hoera aan te heffen, waaraan met geestdrift voldaan werd. Daarna betuigde de heer Tutein Nolïhenixis zijn dank voor de hem bewezen hulde en verklaarde, dat hij er trotsch op was Burgemeester
224
te zijn van eene gemeente, die getoond had zoozeer gehecht te zijn aan het Oranjehuis. Op deze woorden volgde een daverend hoera. Het muziekgezelschap trok daarna, eenige stukken uitvoerende en gevolgd door de samengestroomde menigte , door eenige straten.
In de zitting van den Gemeenteraad te Vlissingen van Vrijdag 7 September vroeg en verkreeg de heer Th. van Uije F i e t e quot;r s e na de lezing en goedkeuring van de notulen der vorige vergadering liet woord. Hij wenschte, ook namens zijn medeleden van deu Raad, den Burgemeester hartelijk geluk met den goeden aüoop van het op 23 Augustus gevierde feest, en dankte hem voor zijne onvermoeide pogingen om dat feest zoo uitstekend te doen slagen. Tevens wenschte hij den Burgemeester geluk met de hem toegekende Koninklijke onderscheiding en met het door zijne echtgenoote van de Regentes ontvangen souvenir. Tevens hoopte hij dat de heer Txitein Noltheniüs nog zeer vele jaren aan het hoofd der gemeente zou mogen staan.
Deze toespraak werd door de leden staande aangehoord en toegejuicht.
De Burgemeester dankte daarna den heer van U u e P i e-t e u s e voor de gesproken woorden, en gaf hem en den leden van den Raad de verzekering, dat het feest van 23 Augustus bij hem steeds in aangename en dankbare herinnering zal blijven. Heeft hij veel voor het welslagen van het feest gedaan , dat ondanks den aanhoudenden regen, aller verwachting nog heeft overtroffen , dat welslagen dankt hij vooral aan den steun en de medewerking , die hij ondervonden heeft van de Wethouders, van de leden van den Raad en van de ingezetenen Bij herhaling hadden de Koninginnen Hare bijzondere ingenomenheid en dank betuigd voor de gebrachte hulde.
Door eenige ingezetenen van Vlissingen werd het plan opgevat aan den Burgemeester ter herinnering aan het bezoek van
225
HH. MM. een huldeblijk aan te bieden. Aan eene commissie, bestaande uit de heeren Th. van Uije Pieterse, W. L. Winkelman, C. A. Kalbfleisch en A. L. A. van Unen werd opgedragen aan dat plan uitvoering te geven.
In den middag van Maandag 29 October begaf die commissie zich naar de woning van den Burgemeester om zich van hare taak te k.vijten.
Het huldeblijk bestond in een gouden gedenkpenning 1), vergezeld van een album 3), waarin behalve de opdracht van het geschenk de namen zijn vermeld van een duizendtal ingezetenen van alle rangen en standen, die door hunne bijdragen de commissie in staat hadden gesteld aan de haar gedane opdracht te voldoen.
De heer van U ij e Pieterse bood den Burgemeester het huldeblijk met eenige toepasselijke woorden aan, waarna de heer Tutein Nolthenius zijn hartelijken dank be-
\') Deze, in de fabriek van de firma J. M. van K km pen amp; Zoon te Voorschcten vervaardigde, medaille heeft 5 centimeter middellijn; op de voorzijde bevinden zich de woorden : »Hulde van de ingezetenen aan H. P. J. Tutein Nolïhenius, Burgemeester van Vlissingen;quot; op de keerzijde treft men een lauwerkrans aan, waarin het wapen van Vlissingen en daaronderquot;. »23 Augustus 1894.quot;
-) Dit album is vervaardigd door den heer Jos. Merckelbach te Utrecht. Op de voorzijde van den kalfslederen band is eene entourage van sierlijke in het leder met de hand gesneden eikebladeren aangebracht, in het midden waarvan zich het wapen van Vlissingen bevindt , en relief gedreven, gepolychromeerd, in goud en zilver bewerkt en omgeven door een lauwerkrans. De achterzijde is eveneens versierd. De binnenvellen zijn verguld op snee en worden door twee rood en wit zijden gevlochten koorden, eindigende in kwastjes, verbonden. De schutbladen zijn voorzien van rood moirée zijde en wit zijden sluitingslinten. Het calligraphisch werk werd opgedragen aan den heer J. C. B a u t z te \'s-Gravenhage. Het album rust in eene eikenhouten cassette met glazen deksel, terwijl deze geplaatst is op een tafeltje in denzelfden stijl uitgevoerd en geleverd dooiden heer B. Neelmeijer te Middelburg.
15
226
tuigde voor het gesprokene, waarin de warme gevoelens van toegenegenheid der ingezetenen jegens hem waren vertolkt, en voor het prachtig souvenir. Tevens verklaarde hij door het geschenk in hooge mate verrast te zijn , en dat op hoogen prijs te stellen, terwijl het hem steeds eene aangename herinnering aan het feest van 23 Augustus zou zijn. Ten slotte verzocht hij de commissie zijn welgemeenden dank over te brengen aan hen, die haar hadden afgevaardigd, en hun de verzekering te geven, dat men hem geen grooter genoegen had kunnen doen dan hem dat geschenk aan te bieden.
Evenals de Middelburgsche Eerewacht bood ook de Vlissing-sche haar vaandel aan H. M. de Koningin aan, dat mede door de Regentes, namens de Koningin, werd aanvaard. Aan den Commandant, den Onder-commandant, den Vaandeldrager en de Leden werden later gelijke medailles als aan de Middelburgsche Eerewacht toegezonden.
Aan de overige Eerewachten en corps schonken HH. MM. eene dergelijke zilveren medaille; de Commandanten en de Onder-commandanten ontvingen zilveren medailles van kleiner model.
Na opening van de najaarsvergadering der Provinciale Staten in den avond van Dinsdag 6 November wijdde de heer Commissaris der Koningin, jhr. tnr. W. M. de Beauw, eenige waardeerende woorden aan de nagedachtenis van het sedert de laatste bijeenkomst overleden lid der vergadering, den heer J. O. Risseeuw, en zeide daarna het volgende:
//Gaat liet u, mijne heeren, zooals mij, dan brengt dit oogenblik u den avond van den 21 Augustus levendig voor den geest, toen wij de eer hadden in deze zelfde zaal Hare Majesteiten als gasten in ons midden te zien.
Dat het bezoek der Koninginnen de ingezetenen van Zeeland met geestdrift en dankbaarheid heeft bezield, is in die dagen
227
overtuigend gebleken. Het is eene gebeurtenis geweest, die in de annalen der Provincie met gulden letteren is opgeteekend.
Het is u bekend dat Hare Majesteiten getroffen waren door de hartelijke ontvangst en de vele bewijzen van trouw en gehechtheid. Ik heb dit reeds, krachtens de mij gegeven ver-eerende opdracht, in het Provinciaal blad aan autoriteiten en ingezetenen mogen mededeelen. Van de zijde zoowel der ingezetenen als der autoriteiten is het mogelijke gedaan om Hare Majesteiten te overtuigen, dat de liefde voor ons Doorluchtig stamhuis even levendig is gebleven als voorheen. En die liefde is door het verblijf der beide Koninginnen in ons midden nog aangewakkerd en versterkt.
Wie de feesten heeft bijgewoond, kan niet anders dan den geest van orde der bevolking roemen en zich verheugen over de ongeveinsde hartelijkheid, waarmede de Koninginnen, overal waar zij zich vertoonden, zijn begroet. Die hartelijkheid is ook aan Hare Majesteiten niet ontgaan, en het bewijs bestaat dat onze jeugdige Koningin daarvan een diepen indruk heeft ontvangen.
Op 25 Augustus, op het oogenblik dat de trein zich te Rilland-Bath weder in beweging zou zettenriep Koningin Wilhelmina mij uit het geopend venster van den Vorste-lijken salonwagen nog dit treffend woord toe:
«Het doet mij leed niets voor het volk te kunnen doen om het mijne dankbaarheid te toonen.quot;
Ik vermeld deze bijzonderheid , omdat de echt Vorstelijke uiting onzer jeugdige Koningin mij waardig voorkomt in de herinnering te blijven voortleven. Waar Vorst en Volk elkander op deze wijze ontmoeten, steeds er op uit middelen te vinden om elkander te steunen en aangenaam te zijn, daar belooft de toekomst nog schoone dagen aan ons vaderland! quot;
De mededeeling van de door de Koningin gesproken woorden werd door de vergadering met applaus begroet, en met de toespraak van den heer de Bra uw betuigde de vergadering door bravo\'s hare instemming.
228
Nadat in de bijeenkomst der Provinciale Staten van Vrijdag 9 November de Commissaris der Koningin tot de vergadering de vraag had gericlit of zij ingevolge art. 65 der Provinciale wet nog langer wensclite bijeen te blijven, vroeg en verkreeg de heer W. C. de Smidï het woord en richtte daarna tot den heer de Bk a tr w de volgende woorden :
//Mijnheer de Commissaris, u heeft bij de opening dezer najaarsvergadering gevoelvol en in gevoelvolle woorden het bezoek der Koninginnen in Zeeland herdacht. U heeft daarbij gewag gemaakt van den gunstigen indruk, dien HH. MM. van haar bezoek aan onze Provincie hebben ontvangen en van de wijze waarop het volk van zijne gehechtheid aan HH. MM. heeft doen blijken. Als bewijs heeft u aangehaald de laatste woorden, door de Koningin op Zeeuwsch grondgebied gesproken. Doch uit hetgeen wij allen hebben gezien en ervaren, hebben wij de overtuiging, dat tot dezen gunstigen indruk ook in de hoogste mate heeft gestrekt de ontvangst, door ü aan HH. MM. bereid, en zeker de wijze, waarop U de Koninginnen over Zeeland en de Zeeuwen heeft ingelicht.
Ik vervul hier de aangename taak, en veroorloof mij dit ook namens de leden der Staten te doen, u hartelijk dank te zeggen voor de wijze, waarop u HH. MM. hebt ontvangen. Zeeland ten volle waardig en den band versterkende, die ons met ons Stamhuis verbindt.
Wij hopen, dat wij u nog lang aan het hoofd der provincie Zeeland mogen zien.quot;
Door toejuichingen gaf de vergadering blijk, dat zij met het gesprokene instemde.
De lieer de Bitauw antwoordde daarna:
//Aangenaam ben ik verrast en diep bewogen door ie vriendelijke, welwillende woorden van den heer de Smidt en de toejuichingen der leden.
Ik mag gerust zeggen dat allen bij de ontvangst hunnen plicht hebben gedaan. Ik vond niet alleen steun bij de Provinciale en Gedeputeerde Staten maar bij het gansche Zeeuwsche volk.
229
Het verheugt mij dat de banden van het Vorstenhuis en Zeeland door dit bezoek nog zijn versterkt en noodig u uit te roepen : Leven de Koninginnen ! quot;
Aan deze uitnoodiging werd met geestdrift voldaan.
Door de eigenaren van den in 1893 in den Brakman bedijkten polder werd in het laatst van Juli aan heeren Gedeputeerde Staten de wenscli te kennen gegeven, om, naar aanleiding van het aanstaande bezoek van HH. MM. aan de provincie , den naam quot;Koninginnenpolderquot; aan de nieuwe bedijking te geven.
Gedeputeerde Staten, aan wie bij de concessie tot bedijking het geven van een naam aan den polder was opgedragen, brachten dat verzoek aan H. M. de Koningin-Regentes over, en gaven daarbij te kennen, dat, wanneer het H. M. mocht kunnen behagen daartoe Hare toestemming te verleenen , zij gaarne aan den wensch der eigenaren zouden voldoen.
In antwoord daarop werd namens de Regentes medegedeeld, dat H. M. met belangstelling en waardeering van het schrijven van Gedeputeerde Staten had kennis genomen, en dat bij H. M. niet het minste bezwaar bestond tegen liet voornemen om aan den nieuwen polder den naam te geven van quot; Konin-ginnenpolder.1\'
Door Gedeputeerde Staten werd daarna aan de nieuwe bedijking die naam gegeven.
BIJLAGEN.
I.
VOORSTELLING DER MEISJES
in
ZEEUWSCHE KLEEDERDRACHT.
Hoofdcommissie te Middelburg.
Mr. W. Polman Kruseman, Griffier der Staten van Zeeland, Voorzitter.
Joh. L. van der Pauwert, Directeur-Hoofdredacteur der Middelburgsche courant, Secretaris.
H. J. G. Hartman, Adjunct-commies der eerste klasse ter Provinciale griffie van Zeeland, Penningmeester.
Jhr. Mr. E. A. O. de Casembroot, Lid der Provinciale Staten van Zeeland en Substituut-griffier der Anondissements-rechtbank te Middelburg.
J. A. Frederiks, Conservator bij het Zeeuwsch genootschap der wetenschappen.
L. K. van der Harst JJz., Lid van den Gemeenteraad van Middelburg.
Jhr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje, Griffier der Anondissements-recht-bank te Middelburg.
Dr. J. C. de Man, Conservator bij het Zeeuwsch genootschap der wetenschappen.
Sub-commissiën.
Walcheren. P. Pouwer, Raad in het Bestuur van het\'waterschap Walcheren , te Middelburg; J. Peper, Burgemeester van Aagtekerke; S. van Eenennaam, Burgemeester van Arnemuiden ; A. Walraven, Geneesheer te Nieuw- en St. Joosland; M. C. Koole, Commies van het waterschap Walcheren , te Westkapelle.
231
Zuid-Beveland. Z. D. van der Bilt la Motthe, Burgemeester van \'s-Heer Abtskerke; A. Nijssen, Wethouder van Kapelle ; J. G. P. Timans, Burgemeester van \'s-Heerenhoek; P. Dekker Jz., Burgemeester van Wemeldinge.
Noord-Beveland. W. F. J. Wagtho, Burgemeester van Colijnsplaat , Cats en Cortgene; W. J. Vader, Lid der Provinciale Staten en Burgemeester van Wissekerke.
Schouwen en Duiveland. B. G. van der Have, Burgemeester van Ouwerkerk; M. Bolle L.Lz., Burgemeester van Burgh en van Haamstede; Mr. J. A. Bolle, Notaris te Renesse; allen Leden van de Provinciale Staten.
Tholen. J. W. Wagtho, Lid van den Gemeenteraad van Tholen; N. Polderman, Burgemeester van St. Maartensdijk; L. J. Dorst, te Stavenisse.
Land van Cadzand. Mr. P. C. J. Hennequin, Burgemeester van Aardenburg en van St. Kruis; H. G. Hammacher, Notaris te Groede; J. L. I. de Bats, te Biervliet; allen Leden der Provinciale Staten.
Land van Axel. J. Sturm, Gemeente-ontvanger en P. Moes, Lid der Provinciale Staten, beiden te Ter-Neuzen; D. J. Oggel, Burgemeester van Axel.
Land van Hulst. K. J. A. G. baron Collot d\'Escury, Rentmeester van het Kroondomein en Burgemeester van Hontenisse ; C. IJsebaert, Burgemeester van St. Jansteen en Lid der Provinciale Staten ; A. van Waes-berghe, Burgemeester van Hulst.
•23-2
11.
NAAMLIJST VAN DE LEDEN
DER
BESTUREN VAN DE GEMEENTEN , WELKE DOOE HH. MM. ZIJN BEZOCHT, ALSMEDE VAN DE LEDEN DER EE11E-WACHTEN, DER COMMISSIËN, ENZ.
MIDDELBURG.
Gemeentebestuur. Jhr. Mr. L. Schorer, Burgemeester; W. J. Spren-ger en H. P. den Bouwmeester, Wethouders; Mr. G. N. de Stoppelaar, Mr. A. P. Snouck Hurgronje, D. Jeras, Mr. S. Gratama Hz., Jhr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje, Jhr. Mr. E. P. Schorer, Dr. A. van der Swalme, J. A. Tak, F. G. Sprenger, W. J. J. Koole, L. K. van der Harst J.Jz., J. F van Dunné, J. C. de Waal, Mr. K. W. Brevet en Mr. W. A. van Hoek, Leden van den Raad; A. de Vulder van Noorden, Secretaris; M. Fokker, Ontvanger; M. H. van Visvliet, Archivaris.
Eerewacht. Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Commandant; W. H. de Bruijn van Melis- en Mariekerke, Ie Onder-commandant; Mr. F. J. Sprenger, 2e Onder-commandant; Mr. F. N. van der Bilt, Vaandeldrager; A. W. Berdenis van Berlekom, J. Blankert Jr., I. H. E. Boasson, Jhr. V. M. de Brauw, H. Couvée, F. B. Evers , H. S. Gratama, J. Hackenberg, E. L. baron van Hardenbroek, W. Hioolen, Mr. A. C. A. Jacobse Bou-dewijnse, J. A. O. H. G. Mij kamp, A. Moclenburgh, Jhr. M. C. Nahuijs, Jhr. J. A. Schorer, Jhr. J. C. Schorer, A. H. Stolte, W. \'L. van Teylingen en B. J. Verheij, Leden.
Commissie voor de kindercantate. Mr. G. N. de Stoppelaar, Voorzitter; J. J. H. Doorenbos, Secretaris; W. J. van den Berghe, J. P. Boudewijnse, D. L. Broeder, W. Frederiks, L. K. van der Harst J.Jz., W. H. Hasselbach, 1\'. D. Koning, A. Lijsen, J, C. Milborc, J. Morks, Mr. F. J. Sprenger en T. L. van Wagtendonk , Leden,
Strooistertjes op het stadhuis. M. M. Broekema, J. Bolle, A. H. Doornbos, C. A. Dhout, M. E. Frederiks, C. A. Gratama, F. H. Snouck Hurgronje, A. A. de Kan, H. C. Kielstra, J. H. B. C. van der Made, M. C. Quist, P. J. Robijn, L. Salberg, E. J. van Voorst Vader, H. J. A. Borsius, M. J, J. J. A. de Vulder van Noorden, J. J. de Brakke, E. M. Boasson, A. J. M. van Bekum, W. E. de Fouw, A. Kist, J. B. C. van Linschoten, A. A. C. Martijn, M. J. A. Remijnse, A. G. J. Neel meijer en H. Ghijsen.
233
Huldeblijk, door de ingezetenen van Middelburg aangeboden aan H. M. de Koningin. Commissie van uitvoering. Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs, Voorzitter; Herman Snijders, Ondervoorzitter 5 Mr. W. Polman Kruseman, ie Secretaris5 H. J. G. Hartman, 2e Secretaris5 C. J. Huvers, Penningmeester; L. K. van der Harst JJz. en D. J. Mes, Leden.
Mede-onderteekenaren van de circulaire. J. Belderok, Dr. J. P. Berdenis van Berlekom, Mr. F. N. van der Bilt, M. G. Boasson, S. Boasson, H. A. Boogaert, J. P. Boudewijnse, H. P. den Bouwmeester, M. van Boven, J. P. I. Buteux , J. J. H. Doorenbos, D. J. Dronkers, J. F. van Dunné, Mr. E. Fokker, M. Fokker, J. A. Frederiks, W. Heijboer, Jhr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje , P. G. de Jager, D. Jeras, C. van Karssen, J. C. Kooman., Mr. D. J. J. Laan , Mr. C. Lucasse , A. A. Mes Gz., A. de Vulder van Noorden, Joh. L. van der Pauwert, H. J. L. Poort, A. Rademaker, Jhr. Mr. L. Schorer, F. G. Sprenger, Mr. G. N. de Stoppelaar, Dr. A. van der Swalme , A. M. Tak, W. van Uije JJz., Dr. J. G. Voegler, Jhr. A. C. J. Wittert van Hoogland en C. L. van Woelderen.
Commissie voor den gondeltocht. D. J. H. van Aken, Voorzitter; A. de Vulder van Noorden, Secretaris; H. J. Balfoort, Penningmeester; C. van der Bent, E. Boasson, P. L. de Bruijne, Jhr. Mr. E. A. O. de Casembroot, W. R. J. Geulen, W. P. Engelberts, L. G. Kakebeeke , M. A. van der Leijé, H. Pieterse, J. J. du Pree en J. A. Wiener, Leden.
Jury voor de beoordeeling der straat ver sieringen. J. J. H. Doorenbos, W. J. van den Berghe, D. L. Broeder en J. J. L. Bourdrez.
Buurtcommissiën.
Baanstraat. H. Tinbergen, Voorzitter; P. van Sorge, Secretaris; J. Jongepier, Penningmeester.
Bellinkstraat. D. van Loo, Voorzitter; H. A. Joosse, Penningmeester; W. Pijpe, J. W. Steijn , J. J. Kokké en J. Pluijmers, Leden.
Bogardstraat. J. F. C. Rozenberg, Voorzitter; J. F. Verhulst, Secretaris ; J. F. H. Rest, Penningmeester.
Brakstraat. A. T. van Baarle, Voorzitter; A. de Jong, Secretarispenningmeester; F. G. de Liefde, D. M. Corstanje en F. L. Klaassen, Leden.
Breestraat (Korte en Lange). J. Koppejan, Voorzitter; Ch. Boel, Secretaris; A. J. Rouffaer, Penningmeester; A. J. van Es, Lid.
Burg (Korte en Lange). J. J. H. Doorenbos, Eere-voorzitter; D. J. Mes, Voorzitter; C. W. D\'huy F.Pz., ie Secretaris; H. B. Wijtman Jr., 2e Secretaris; R. A. Papegaaij, Penningmeester; M. P. van der Harst, A. M. Tak en J. Worrell, Leden.
Dam (Noord- en Zuidzijde) , Dwarskaai , Rotterdamsche kaai en Oostpunt. A. A. Mes Gz., Voorzitter; A. A. van Teylingen, Secretarispenningmeester; mr. F. J. Sprenger, J. C. M. Dhont, P. D. Koning, D. L. Broeder, G. J. Nijland en 1. P. Rosier, Leden.
16
234
Eigenhaardstraat. Jac. Beldeiok, Voorzitter;}. C. M Marsie, Secretaris; C. Riksen, Penningmeester; J. de Jong en P. Jongepier, Leden.
Geere (Korte). R. J. de Muijnck, Voorzitter; A. de Troije, Secretaris; C. Casteleijn, Penningmeester; J. Godeschalk en P. Gans, Leden.
Geere (Lange). J. Vermeulen, Voorzitter; P. Adriaanse, Secretaris; H. M. van Brakel, Penningmeester; P. J. Ie Due, J. H. Roose , H. Step en C. Diesch , Leden.
Gortstraat (Korte en Lange). C. A. H. Billerbeck, Voorzitter; H. Barto , Secretaris; A. C. van Wijck, Penningmeester; L. Hildernisse , Lid.
Gravenstraat. P. Zevenhuizen Az., Voorzitter; L. Looijen, Secretaris; J. Huibregtsen, Penningmeester; M. Ovaa, C. Merk, L. P. A. Poelman en J. M. La\'cor, Leden.
Heerengracht. W. N. van der Burght, Voorzitter; A. Pennij, Ondervoorzitter; K. J. W. van Geuns, Secretaris; J. C. Carelse, Penningmeester; K. J. Kuiler, Technisch adviseur.
Hoogstraat en Nieuwe haven. A. H. van Agten, Eere-voorzitter; J. P. Ilmer Gz., Voorzitter; G. Leer, Secretaris; B C. Hercules, Penningmeester ; F. Jenting en J. E. Desson, Leden.
Hout-, Londensche en Bierkaai. N. Epkema, Voorzitter; M. A. van der Leijé, Secretaris; A. V. A. Looijen, Penningmeester; W. J. van den Berghe, L. E. Hendrikse en W. van Uije J.Jz., Leden.
Janstraat (St.). C. A Kouion, Voorzitter; P. W. H. de Kan, Secretaris-penningmeester; C. W. Bauer, A. P. Casteleijn, quot;W. P. van Pagé, P. Rijkse , T. C. Schermers, J. D. Verhage en M. J. L. Vogel, Leden.
Kinder-, Koren- en Kousteensche diik. J. I. Nierse, Eere-voorzitter: E. A. Baggerman, Voorzitter; J. Hosang, Secretaris; J. J. A Sprenger, Penningmeester; M. Gemier, C. J. Adriaanse en J. C. T. Bouman , Leden.
Korte- en Langedelft. Mr. G. N. de Stoppelaar, Eere-voorzitter; C. L. van Woelderen , Voorzitter; M. C. Roest, Onder-voorzitter; J. Appel, ie Secretaris; D. J. van der Horst Serlé, 2e Secretaris; L. Vogel, Penningmeester; J. A. Altorffer, J. J. Beunke en F. G. C, Rincker, Leden.
Langeviele en Pottenmarkt. M. van Boven, Voorzitter; L. K. van der Harst JJz., Secretaris; G. C. Reijers, Penningmeester; P. J. de Kruij-ter, P. A. A. Kuijpers en M. Snoek, Leden; G. J. Krijger Pz., Deskundig lid.
Markt. Dr. F. P. J. Sibmacher Zijnen, Eere-voorzitter; D. J. Mes, Voorzitter; J. P. Boudewijnse, Secretaris; H. Boasson, Penningmeester; J. Lako , G. J. Rutgers, C. 0. Unger, M. J. Doorenbos en J. M. Boone M.Jz., als commissaris der sociëteit »de Vergenoeging,quot; Leden.
Nederstraat. J. J. van der Jagt, Voorzitter; J. A. van Houte Hz., Secretaris; C. P. Lefeber, Penningmeester; P. de Graaf en M. L. Polak , Leden.
Nieuwstraat. P. S. Buteux, Voorzitter; H. J. Wijnne, Secretaris; L. S. van Ben them Jutting, Penningmeester; G. M. Tamson en W. D. Lüschen , Leden.
235
Noordpoortstraat en Noordplein. K. Baart, Voorzitter; R. J. Hoo-gervorst , Secretaris-penningmeester ; G. J. de Ligny, Lid, tevens deskundige.
Noordstraat (Korte). J. Fak Brouwer Mz., Eere-voorzitter; J. Breed-veld, Voorzitter; C. de Waard, Secretaris; H. IJ. Haccou, Penningmeester; A. van Dorst en A. F. Noest, Deskundige leden.
Noordstraat (Lange). D. Hildernisse, Voorzitter; P. Dumon Tak, Secretaris; A. Wisse, Penningmeester; H. A. de Boer Jr., G. J. den Hollander, C. J. W. Nuijs en C. van Karssen, Leden.
Noordweg. F. C. M. Boenders, Voorzitter; C. J. van Sorge, Secretaris ; C. Wondergem , Penningmeester; G. Machielse en H. Jansen, Leden.
Oosterstraat (Nieuwe). J. de Rijk, Voorzitter; J. W. Lindenberg, Secretaris; L. Eversdijk, Penningmeester; J. C. Kasteleijn , Lid.
Pieterstraat (Korte en Lange St.) en Lange Giststraat. Dr. J. C. de Man, Eere-voorzitter; D. G. Kröber Jr., Voorzitter; mr. W. A. van Hoek Onder-voorzitter; H. J. G. Hartman, Secretaris-penningmeester; J. A. Fre-deriks, L. de Fouw en R. J. P. Heeröldt, Leden.
Pottenbakkerssingei, en Zandstraat. C. de Broekert, Eere-voorzitter; P. J. de Broekert, Voorzitter; A. M. C. J. Thomassen, Secretaris; B. Pluy-mers, Penningmeester; D. Boone en A. G. A. Verdonk, Leden.
Rouaansche Kaai. P. A. Verhuist, Voorzitter; D. de Vries, Secretaris; W. E. Hendrikse, Penningmeester; mr. E. Fokker en F. Machenaud Jr., Leden.
Schuitvlotstraat. J. Snoep Jr., Eere-voorzitter; W. van deWoestijne, Voorzitter; P. Breel Mz., Secretaris; C. Dijkwel, Penningmeester; P. de Troije, J. Willemse, A. Gudde en L. M. Soetens, Leden.
Segeerstraat. J. J. van der Harst Az., Eere-voorzitter; M. S. de Zeeuw, Voorzitter; J. M. Doorenbos, Secretaris-penningmeester; J. J. Matzinger, Lid.
Seisstraat en Seisplein. A. B. Crucq, Voorzitter; D. Tuijnman, Secretaris; A. Verbaan, Penningmeester.
Singelstraat (Korte). S. A, Cornelisse, Voorzitter; P. Koolwijk, Secretaris; J. C. Ie Cointre, Penningmeester; J. Bosschaart, Lid.
Singelstraat (Lange), Molstraat en Koepoortstraat, J. P. I. Buteux, Eere-voorzitter; H. Snijders, Voorzitter; J. W. de Raad, Ondervoorzitter; J. H. van der Bel, Secretaris; W. Frederiks, Penningmeester; E. A. van Trigt, G. van den Berge, C. J. Kooman Jr. en A. Kokké, Leden.
Spanjaardstraat. Dr. J. J. Couvée, Voorzitter; H. L. Gerth van Wijk. Secretaris; M. J. de With, Penningmeester; J. P. de Broekert, J. J. Hendrikse, R. J. van de Poll en J. A. Vertregt, Leden.
Turfkaai. D. Burghardt, Voorzitter; P. Bauer, Secretaris; W. Steijn, Penningmeester; P. Sloover en J. F. Bouwens, Leden.
Ververijstraat. H. Philipse, Voorzitter; A. Praat, Secretaris-penningmeester ; J C. Klaassen en H. Henderikse, Leden.
Vlasmarkt en Krommeweele. J. J. T. Evers, Eere-voorzitter; A. M.
236
van Heuven , Voorzitter; C. Verhage, Secretaris; I. B. Bourdrez, Penningmeester; W. G. Bal, W. A. de Rijcke, C. A. Goethals, J. Meijer, C. F. Wiessner, D. F. Cammelot, J. A. Sprink, J. M. van de Woestijne, A. Wanda en J. F. Scheijbeler, Leden.
Vlissingsche straat. Mr. C. Lucasse, Eere-voorzitter; M. de Mol, Voorzitter; J. R. Domenie, Secretaris; J. S. Frederiks, Penningmeester; J. Augustijn en J. Baljeu , Leden.
Volderijlaagte. A. Janse, Eere-voorzitter; A. Caljouw, Voorzitter; Z. de Hond, Onder-voorzitter; A. van der Weel, Secretaris-penningmeester; C. Groen , J. Krijger, G. Poppe en W. Verhage, Leden.
Wagenaarstraat , Balans en Hofplein. J. F. van Dunné, Eere-voorzitter, J. C. van de Poll, Voorzitter; W. Heijboer, Secretaris, C. J. Huvers, Penningmeester; J. Compter en J. J. van der Horst, Leden.
Wal , Kapoenstraat en Oude Kerkstraat. P. B. van de Kreke, Voorzitter; C. Verwijs, Secretaris : J. C. Klaassen, Penningmeester; C. J. Geldhof, H. Munters, A. A. Kuijpers, C. Hondsmerk en J. van de Boo-gaart, Leden.
Zusterstraat. M. Bastiaans, Voorzitter; M. J. Pluijmers, Secretaris; J. Evertse , Penningmeester.
ST. LAURENS.
Gemeentebestuur. J. Marinissen, Burgemeester; P. A. Abrahamse en Jac. Louwerse , Wethouders; C. Wijkhuijs , H. Vader, C. Willemse, W. Marinissen en W. Rooze , Leden van den Raad; G. J. Nijland, Secretaris ; W. F. Dorraaar, Ontvanger.
Feestcommissie. J. Marinissen, Eere-voorzitter; A. Francke, Voorzitter; J. Wondergem, Secretaris; G. Kwekkeboom Sr., Penningmeester; J. Louwerse, P. A. Abrahamse, C. Willemse, W. Marinissen, H. Vader, W. Rooze, C. Wijkhuijs, A. Abrahamse, J. Gideonse, I. D. Risseeuw, P. Vader, W. Davidse en G. den Boeft, Leden.
SEROOSKERKE.
Gemeentebestuur. W. Maas, Burgemeester; G. Geschiere en P. Melis, Wethouders; P. Wisse, J. de Wolf, H. W. Allaart en J. Christi-aanse, Leden; G. ter Meulen , Secretaris; J. Louwerse, Ontvanger.
V EE RE.
Gemeentebestuur. Jhr. Mr. A A. van Doorn0 Burgemeester; M.J. van Be veren en W. de Buck, Wethouders 5 A. Volkers Jz., A. P. Wouters , Joh. Volkers en J. de Bree, Leden van den Raad; J. A. Geldof., Secretaris en Ontvanger.
Eerewacht. M. Adamse , Commandant 5 A. Simonse , Onder-Comman-dant; A. de Buck, Vaandeldrager; C. de Buck, J. Wouters, L. Wouters,
237
C. de Bre.e, D. de Bree, Ch. Volkers, A. Volkers, Abr. Goedbloed, J. Goedbloed Lz., Abr. Goedbloed Jz., A. Adam se , K. Louwerse, P. Dinge-manse, P. Kasse, W. Kasse, P. Janse, G. Poppe , W. Goverse, G. van Leerzum, Joh. Kasse, F. Gastel en J. Brouwer, Leden.
Feestcommissie. Jhr. Mr. A. A. van Doorn, Eere-voorzitter; H. de Zeeuw, Voorzitter5 W. Dekker, Onder-voorzitter: J. A. Geldof, Secretaris5 J. van der Kleijn, Penningmeester: J. H. Visser, P. P. Visser, J. Bakker,
C. Maas, J. Geijp, A. de Croo, A. Taal en A. Adriaanse, Leden 5 H. Dekker, Technisch adviseur.
VROUWEPOLDER.
Gemeentebestuur. Jhr. Mr. A. A. van Doom, Burgemeester; J. de Kroo en C. Langebeeke, Wethouders; M. C. van Westen, J. Langebeeke, W. Pouwer, F. Dekker en Jac. Maas, Leden van den Raad; J. A. Geldof, Secretaris ; F. de Bruijn , Ontvanger.
Eerewacht (V r o u w e p o 1 d er). W. Walrave, Commandant; L. P. Brasser, Onder-commandant; S. Duvekot, Vaandeldrager; L. Maas, A. van der Vorst, A. Maas, A. Wisse, D. de Kam, L. Duvekot, A. Vermeulen, P. Vermeulen, C. de Bruijn, J. Gastel, C. Langebeeke, J. Langebeeke, P. de Vos, P. Willemse, J. de Visser en P. Geldof, Leden.
Eerewacht (Ga pin ge). S. J. Maas, Commandant; J. Pouwer, Onder-commandant; C. P. de Rijke, Vaandeldrager; A. van Wallenburg, J. Leijnse, J. van Sloten, J. Wisse, W. Vos, F. Dekker, K. Dingemanse Jz ,
D. Pouwer, A. Dingemanse Az., J. Looise, L. Blok, J. Louwerse Wz., P. Sirnonse, W. Kesteloo , A. de Steur, J. Louwerse Lz., J. Sturm, M. de Kroo, D. Koets en C. M. Wisse, Leden.
Feestcommissie (Vrouwepolder). Jac. Maas, A. van Houte , Jac. Willemse, C. de Kam en A. Zwemer.
Feestcommissie (Ga pin ge). F. Dekker, W. Pouwer, D. J. Kesteloo , N. Minderhoud en W. A. van Sorge.
O O S T K A P E L L E.
Gemeentebestuur. Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Burgemeester; P. Maljaars en A. Lantsheer , Wethouders; A. de Kam, W. Sau-derse, P. Brouwer, K. Melis en S. Louwerse, Leden van den Raad; Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Secretaris; G. Kooman, Ontvanger.
Eerewacht. A. de Kam ]\'z.. Commandant; G. in \'t Anker, J van den Bosse, I. Breel, Jac. Coppoolse , L. Corré , G. Dekker, A. Douileijn , Z, Francke, A. den Hollander, A. Janse, C. Janse, H. Janse, J. Janse Az , J. Janse Hz., K. Janse, W. Janse, H. Jasperse, J. Joosse, C. Toziasse, A. de Kam Jz., J. W. Louwerse, C. Louws, J. Louws, Abr. Maljaars, Andr. Maljaars, J. Maljaars Pz., J. Maljaars Wz., P. Maljaars, W. Mal-
17
238
jaars, Z. Maljaars, G. Meijer, P. Melis, B. Poppe, Jan Poppe )z.. Jan Poppe Kz., Joh. Poppe, K. Poppe, P. Riemens, W. Roose , P. Sandeise, VV. Sanderse, J. Schout, W. Spruijt , J. Sturm, W. Versluijs, A. de Visser, J. de Visser, K. de Visser, L. de Visser, P. de Visser Az., P. de Visser Gz., J. de Voogd, L. de Voogd, A. Wagenaar, A. Wattel, S. Wijkhuijs, H. Willemse , A. Wisse, C. van de Woestijne, J. Wondergem Gz. en J. Wondergem Sz., Leden.
Feestcommissie. Jhr. M. W. de Jonge van Ellemeet, Eere-voorzitter; A. de Pagter, Voorzitter; J. Geldof Lz., Secretaris; Jan Maljaars Abrz., Penningmeester.
DOMBURG.
Gemeentebestuur. E. L. Baron van Hardenbroek, Burgemeester; J. Mosselman en S. de Visser, Wethouders; W. Kesteloo Jz., S. Wisse, C. Krijger, J. de Visser en J. Scheele, Leden van den Raad; II. M. Kesteloo , Secretaris, Ontvanger en Archivaris.
Eerewacht. J. Verhage, Commandant; W. Maas , Onder-commandant; L. van Hoek, Vaandeldrager; P. de Visser, G. de Visser, P. Francke , A. Francke, A. Francke, A. de Visser, P. Spruijt, A. Trielier, J. Brouwer, J. Passenier, J. Minderhoud, L. Lourense, P. Lourense, ?. Louwerse , A. Geertse, S. de Pagter, J. de Lange, F. Janse, I. de Buck, C. Verhage, H. Brand, C. Louwerse en W. Vreke, Leden.
Feestcommissie. E. L. Baron van Hardenbroek, Voorzitter; H. J. Boogaert, Onder-voorzitter; T. A. Lambrechtsen, Secretaris; H. M. Kesteloo, Penningmeester; J. H. Duijvis, H. J. Vreeburg, M. E. van der Halen , G. van de Putte, A. J. Pieterse, C. Schout, Joh. Provoost, P. A. Quist, S. de Visser, Jac. Verhage, F. Janse, Jan de Voogt, Jan Minderhoud , C. Schoonenboom , J. Scheele en J. J. van de Velde Olivier, Leden.
WESTKAPEL L E.
Gemeentebestuur. A. Overduin, Burgemeester; J. Minderhoud Kz. en L. van Rooijen, Wethouders; D. Dekker, L. Cijsouw, W. de Visser , J. P. Waeijhaert en I. Verstraate, Leden van den Raad; P. de Vos, Secretaris ; L. Roelse Wz., Ontvanger.
Eerewacht. A. Joosse, Commandant; Jb. Minderhoud Jz., F. Cijsouw Hz., Jak. Cijsouw Hz., Jb. Joosse Jz., H. Cijsouw Hz., H. Jobse Wz., W. Jobse, A. Jobse, P. Minderhoud Jz., J. Gabriëlse Chrz., Jan Kalanc , L. Minderhoud Lz., J. Sanderse, L. Roelse Jz., P. Roelse, W. Huibregtse , Jb. Gabriëlse , Adr. Minderhoud Lz., I. de Vos, H. Minderhoud Lz., Jak. Veiquot;-hulst, N. Minderhoud Pz., L. Minderhout Wz., L. Verhulst Nz., D. Hen-drikse, J. Lous, Js. Roelse, J. Stroo, L. Louwerse, L. Minderhoud Az., G. Roelse, P. Lievense, G. Lievense en K. de Pagter, Leden.
Feestcommissie. J. de Troije, Voorzitter; 1\' L. Bolier, Secretaris-
239
penningmeester; M. C. Koole, Joh. Dekker, A. Dekker, A. Roda en K Minderhoud, Leden.
ZOUTELANDE.
Gemeentebestuur. W. van Sighem, Burgemeester; K. van Sluijs en M. Bakker, Wethouders; J. de Witte, M. Pieterse, A. Kleinepier en J. Kodde, Leden van den Raad; P. de Vos, Secretaris en Ontvanger.
Eerewacht. Jan Riemens, Commancfent; Gillis de Visser, Jan Meijers, Johannis Janse , Kornelis Machielse , Janis Verhage, Andries Olijslager. Jan de Bree, Pieter Adriaanse Pz., Leunis Dingemanse, Pieter Verhage Cz., Aarnoud Cijvatj Adriaan Kodde, Jaeobus Riemens, Pieter Verhage Pz., Willem Verhage Pz., Adriaan Wijkhuijs, Daniël Adriaanse Pz., Jan Wisse, Pieter Louwerse , David Verstraate, lein Leijnse, Frans de Witte en Krijn de Witte, Leden.
Feestcommissie. W. van Sighem, Eere-voorzitter; A. Minderhoud, Voorzitter; H. A. de Vries, Secretaris; G. Sturm, Penningmeester; C. Leijnse, P. 0. A. van Hoepen, Joh. Wittevrongel, H. Cijsouw en M. Bak-,ker. Leden.
BT(tGEKERKE.
Gemeentebestuur. L. Simonse, Burgemeester; D. Coppoolse, Wethouder; A. Moens Az., P. Polderman, J. Koene en P. Schout Pz., Leden van den Raad; P. Florusse, Secretaris en Ontvanger.
Eerewacht. Leunis Krijger, Commandaut en Vaandeldrager; Lein Wijkhuijs Pz., Abraham Koene, Cornelis Coppoolse, Jaeobus Lampert, Aarnoud Moens, Zacharias Zachariasse, Jacob Janse, Pieter Pieterse, Jan Klaasse, Johannes Maas. Elizias de Korte, Gilles Stroo, Jan Simonse Lz., David Coppoolse, Pieter Lampert, Pieter Moens, Lein Zachariasse, Lou-rus Verhage, Klaas Polderman, Maarten Houterman, Cornelis Dekker en Lein Harpe Az., Leden.
Feestcommissie. G. K. Allaard , Voorzitter; P. Florusse, Secretaris-penningmeester; J. Vlieger, I. Verhage, C. Sturm, G. van de Voorde en P. Vader , Leden.
K 0 U D E K E E K E.
Gemeentebestuur. W. H. de Bruijn van Melis- en Mariekerke, Burgemeester; W. Maas Jz. en A. Aarnoutse, Wethouders ; M. Leijnse , L. Vos, W. Reijnierse en P. Boone Pz., Leden van den Raad; P. J. Ter-woert, Secretaris en Ontvanger.
Eerewacht. S. Sanderse, Commandant; H. Boone, Onder-comman-dant; Abr. Wielemaker. P. Vos, A. Verhage, W. Koole, W. Puijpe , P. Klaasse, J. Brasser, A. Luteijn, P. Maas, Mn, Verhage, Ms. Verhage, J. Reijnierse, L. Dingemanse, Abr. Abrahamse, J. Vos, A. Hekkebus,
2éO
P. de Polter, J. Aarnoutse, J. Verhage, A. van de Voorde en A. de Lange, Leden.
Feestcommissie (Koudekerke). W. H. de Bruijn van Melis-en Mariekerke, Eere-voorzitter; Mr. J. I.oeff, Voorzitter; Dr. J. J. van der Harst, Onder-voorzitter; P. J. Terwoert, Secretaris-Penningmeester; D. Wisboom Verstegen, Jan Roose, C. L. van Noppen, J. M. Janse, C. Sanderse en P. Maas Wzv Leden.
Feestcommissie (\'t Zand}. M. de Kan, Voorzitter; J. T. Koele-man, Onder-voorzitter; C. Gernler, Secretaris; L. C. van Noppen, Penningmeester ; H. Leenhouts, Lid; E. Blaas , C. Dekker, A. Jongepier, W. Louwerse Wz., J. Pleijte en L. J. van Pagé, Technische Leden.
VL1SSINGEN.
Gemeentebestuur. H. P. J. Tutein Nolthenius, Burgemeester; Th. van Uije Pieterse en J. Verkuijl Quakkelaar, Wethouders; A. Loois , J. van Raalte, Dr. J. van der Beke Callenfels, C. A. Kalbfleisch , F. Delvoije C. Mortier, F. H. J. Wibaut, S. Alter, W. L. Winkelman,]. Ie Sage van Hoeve, Mr. F. N. van der Bilt , E. M. Chevalier en A. A. A. E. Gewin , Leden van den Raad ; Mr. J. H. C. Busing , Secretaris ; T. C. Dommisse , Ontvanger.
Eerewacht. A. A. A. E. Gewin, Commandant;). Siegers, Ondercommandant: P. de Maret Tak, Vaandeldrager; H. A. Benier, W. S. Bosch, M. van der Beke Callenfels, C. Dommisse T.Cz., J. H. Houbaer, J. Jansen, J. H. van Munster en A. J. van Ockenburg Jr., Leden.
Feestcommissie. i\'Zie bladz. 138).
241
111.
ONDERSCHEIDINGEN
DOOR
H, M. DE KONINGIN-REGENTES VERLEEND GEDURENDE EN TER GELEGENHEID VAN HET BEZOEK VAN HH. MM.
AAN WALCHEREN.
In de orde van den Nederlandschen Leeuw werden benoemd:
tot Ridder ;
Mr. E. Fokker, Lid van de Eerste kamer der Staten-Generaal, Secretaris der Kamer van koophandel en fabrieken te Middelburg, Oud-griffier der Staten van Zeeland;
Mr. P. C. J. Hennequin, Lid van de Tweede kamer der Staten-Generaal en van de Provinciale Staten van Zeeland, Burgemeester van Aardenburg en van St. Kruis, Voorzitter van het Hoofdbestuur der Maatschappij tot bevordering van Landbouw en Veeteelt in Zeeland ;
C. J. J. A. van Teylingen, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland, Voorzitter van het Burgerlijk armbestuur te Middelburg.
In de orde van Oranje-Nassau werden benoemd :
tot Commandeur :
Jhr. Mr. W. M. de Brauw, Commissaris der Koningin in Zeeland; tot Officier:
Mr. J. C. R. van der Bilt, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland ;
Jhr. Mr. L. Schorer, Burgemeester van Middelburg ;
tot Officier , met de zwaarden:
F. G. Sprenger, Luitenant-kolonel, commandant der dienstdoende Schutterij te Middelburg;
de Majoor Jhr. A. C. J. Wittert van het 3\' regiment infanterie, Garni-zoens-commandant te Middelburg;
tot Ridder:
Mr. W. Polman Kruseman, Griffier der Staten van Zeeland, Secretaris van het Zeeuwsch Genootschap der wetenschappen ;
E. L. Baron van Hardenbroek, Burgemeester van Domburg, Rentmeester van het Kroondomein ;
Jhr. Mr. A. A. van Doorn, Burgemeester van Veere en van Vrouwepolder;
Mr. A. P. Snouck Hurgronje, Lid van den Gemeenteraad van Middelburg, Voorzitter van het Bestuur der Godshuizen aldaar;
Dr. H. Japikse, Voorzitter van het Bestuur van het Zeeuwsch Genoot-
242
schap der Wetenschappen , Leeraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Middelburg;
A. Lijsen, Onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Middelburg;
W. H. Hasselbach, Onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor ouderwijzers te Middelburg;
J. A. Frederiks, Bouwkundige, belast met het toezicht op de Gouvernementsgebouwen in de Abdij te Middelburg;
D. W. van Boven, Gezagvoerder van de Stoomvaart-maatschappij «Zeeland;quot;
H. P. J. Tutein Nolthenius, Burgemeester van Vlissingen.
Tot Kamerheer in buitengewonen dienst van H. M. de Koningin werden benoemd;
W. A. Graaf van Lynden, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland;
Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs, President van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg.
Mevrouw de Brauw, echtgenoote van den Commissaris der Koningin, en Mevrouw Tutein Nolthenius, echtgenoote van den Burgemeester van Vlissingen , ontvingen van H. M. een prachtigen armband.
Aan den heer C. F. Westerburger, Commissaris van politie te Middelburg, en aan den heer N. de Graaff, Commissaris van politie te Vlissingen , schonk H. M. een kostbare dasspeld.
AANVULLINGEN EN VEEBETERINGEN.
Bladz. 116 en 117. Uit inlichtingen, ontvangen na liet afdrukken van liet achtste vel, is gebleken, dat er geen Se-rooskei\'ksche Eerewacht geweest is. De Koninklijke stoet heeft derhalve, nadat hij door de Middelburgsche Eerewacht verlaten was, zonder geleide van eene Eerewacht gereden tot Gapinge.
De heer Jhr. Mr. A. A. van Doorn bevond zich aldaar in zijne qualiteit van Burgemeester van Vrouwepolder en wachtte HH. MM. met de Wethouders en de leden van den Gemeenteraad van die gemeente op.
Bladz. 133. Aan liet op deze bladzijde vermelde diner zaten aan;
H. M. de Koningin.
H, M. de Koningin-Regentes.
Het gevolg van HH. MM.
De Commissaris der Koningin, Jhr. Mr. de B h a u w , en zijne echtgenoote.
De Burgemeester van Middelburg, Jhr. Mr. Schoker, en zijne echtgenoote
De Schout-bij-nacht Jhr. de Bra uw.
De Generaal-majoor Jhr. Te ding van Berkhout.
De President van de Arrondissements-reclitbank te Middelburg, Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs.
De Leden der Gedeputeerde staten, de heeren H e ij s e en van WaESBERGHE J an ss e ns.
De Luitenant kolonel Spuengkr, Commandant der dd. Schutterij van Middelburg.
242
schap der Wetenschappen, Leeraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Middelburg;
A. Lijsen, Onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Middelburg;
W. H. Hasselbach, Onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Middelburg;
J. A. Frederiks, Bouwkundige, belast met het toezicht op de Gouvernementsgebouwen in de Abdij te Middelburg :
D. W. van Boven, Gezagvoerder van de Stoomvaart-maatschappij «Zeeland
H. P. J. Tutein Nolthenius, Burgemeester van Vlissingen.
Tot Kamerheer in buitengewonen dienst van H. M. de Koningin werden benoemd;
W. A. Graaf van Lynden, Lid der Gedeputeerde Staten van Zeeland;
Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs, President van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg.
Mevrouw de Brauw, echtgenoote van den Commissaris der Koningin, en Mevrouw Tutein Nolthenius, echtgenoote van den Burgemeester vau Vlissingen , ontvingen van H. M. een prachtigen armband.
Aan den heer C. F. Westerburger, Commissaris van politie te Middelburg, en aan den heer N. de Graaff, Commissaris van politie te Vlissingen, schonk H. M. een kostbare dasspeld.
AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN.
Bladz. 116 en 117. Uit inlichtingen, ontvangen na het afdrukken van het achtste vel, is gebleken, dat er geen Se-rooskerksche Eere wacht geweest is. De Koninklijke stoet heeft derhalve, nadat hij door de Middelburgsche Eerewacht verlaten was, zonder geleide van eene Eerewacht gereden tot Gapinge.
De heer Jhr. Mr. A. A. van Do own bevond zich aldaar in zijne qnaliteit van Burgemeester van Vrouwepolder en wachtte HH. MM. met de Wethouders en de leden van den Gemeenteraad van die gemeente op.
Bladz. 133. Aan het op deze bladzijde vermelde diner zaten aan;
H. M. de Koningin.
H. M. de Koningin-Regentes.
Het gevolg van HH. MM.
De Commissaris der Koningin, Jhr. Mr. de Bkaxiw, en zijne echtgenoote.
De Burgemeester van Middelburg , Jhr. Mr. S c H o n e u , en zijne echtgenoote
De Schout-bij -nacht Jhr. de B ii a ü w.
De Generaal-majoor Jhr. ïeding van Berkhout.
De President van de Arrondissements-rechtbauk te Middelburg, Jhr. Mr. A. van Reigehsbeiig Versluus.
De Leden der Gedeputeerde staten , de heeren H e u s e en van Waesbergite Janssens.
De Luitenant-kolonel Spuengkr, Commandant der dd. Schutterij van Middelburg.
244
üe Majoor Jlir. Wit te ut, Garnizoeiis-comm andant te Middelburg.
Ue Griffier der Staten van Zeeland, de lieer Mr. Polman K ii u s e m a n.
l)e Luitenant-kolonel Epkema, Militie-commissaris.
l)e IToofdingeuieur yan den Provincialen waterstaat, de heer
hogeu waa ed.
De Commandant der Middelburgsclie Eerewaclit, Jhr. de Jonge van Ellemeet.
De Ritmeester der cavalerie yan Lilaah, Commandant van liet detacliement huzaren.
Bladz 146. Inregel 2 v. b. moet in plaats van: //Nieuwst raat , Londensche kaaiquot; gelezen worden: //Langedelft , Se-geerstraat.quot;
Bladz. 189. Aan het op deze bladzijde vermeld dejeuner werd mede deelgencmen door de heeren en dames van het gevolg van HH. MM.
Door H. M. de Koningin-Regentes werd aan de volgende heeren vergunning verleend om Haar wapen te voeren:
F. B den Boer, Boek- en Muziekhandelaar.
J. C. van dek Haust J.Jz., Apotheker.
J. J. Hendiiikse, Stalhouder.
D G, Kiiöbe u Jr., Boekdrukker.
B. Neelmeijeu, Meubelmaker en Behanger.
M L IJ S T
ÜER
K E N A R E N.
N A A
I N T E E
|
H. M. DE H M. DE KON I] Aarnoutse, C., te Middelburg. Abbiog. L. J. Roscam, te Middelburg. Abbing Jr., P, J. Roscam, te Utrecht. Abbing, W. J. Roscam, te Middelburg. Abresch, 1. F. L., te Middelburg. Aken, D. J. H. van, te \'s-Gravenhage. Alberts Lz., G., te Middelburg. Alewijnse Sz., ü., te Middelburg. Allaavt, H. W., te Serooskerke. Anker, Jan in \'t, te Serooskerke. Auer amp; Zoon, ü. F., te Middelburg. Baas Cz., Jan, te Nieuw- en St. Jooslaud. Hack, W, P. de, te Middelburg. Backer—Buteux, mevr. wed. A. J., te Middelburg. Backer—van Diggelen, mevr. wed. P. A. de, te Middelburg. Bakker, C, te Oostkapelle. Bakker, W. L., te Amsterdam, Barentsen, A., te Middelburg. Baurdoux, Jan, te Nieuw- en St. Jooslaud. Baurdoux, P., te Nieuw- en St. Jooslaud. Beheijdt, A., te Rotterdam. Bellingwout, mej. A. H. C., te Middelburg. Bel, J. H. van der, te Middelburg. Belt, H., te Middelburg. Berghuijs, H. J. M., te Serooskerke. Berlekom, A. W. Berdeuis van, te Middelburg. |
: O N 1 quot;N G T N. GFN-EEGENTES. üerlekom. dr. J. P. Berdenis van. te Middelburg. Bertel, J. J., te Middelburg. Besnijen, P., te Serooskerke. Beveren, M. J. van, te Veere. Bibliotheek, de Provinciale, te Middelburg. Bilt. mr. F. N. van der. te Middelburg. Bilt, G. P. van der, te Middelburg. Blankert, J. C. M., te Middelburg. Boassou, Chr., te Middelburg. Boiissou, I., te Middelburg. Boddaert, jhr. J. P., te Middelburg. Boeije, jonkvr. Joh1. Schuurbeque, te Zierikzee. Boeije , jonkvr. J. E. Schuurbeque, te Zierikzee. Boeije, jhr. mr. J. F. Schuurbeque, te Middelburg. Boenders, G. A., te Oost-Sonburg. Boer Jr., H. A. de, te Middelburg. Bolland, A. A. W., te Goes; 13 exx. Boogaart, G,, te Middelburg. Boogaart, G. J., te Middelburg. Boogaert, H. A., te Middelburg. Boone, D. M., te Middelburg. Booue, .1. M., te Middelburg. Boudewijnse, Fh. te Middelburg. Houdewijnse, mr. A. C. A. Jaeobse, te Middelburg. Bourdrez, I. B., te Middelburg. |
NAAMLIJST DER INTUEKKNAREN.
346
|
Bourdrez, .1. L., te \'s-Gravenhage. Boiuvmeestei\', A. den, te Ginoeken. Bouwmeester. H. P. den, te Middelburg. Boven, M. van, te Middelburg. Braam, G., te West-Souburg. Brakman, H. A., te Middelburg. Brakman, J. A., te Rotterdam. Brand, .1. P. la, te Koudekerke. Brauw, jhr. mr. W. M. de, te Middelburg; 2 exx. Bree, J. de, te Nieuw- en St. Joosland. Bree, J. de, te Veere. Breedveld, J., te Middelburg. Breel, M., te Oost-Souburg. Brink amp; de Vries, ten , te Amsterdam. Broecke, mej. H. M. vau den, te Middelburg. Broekeraa, J., te Middelburg. Broerse, S., te Nieuw- en St. Joosland. Brouwer, P. Fak, te West-Souburg. Bruijn—Boddaert, mevr. douair. de, te Middelburg. Bruiju van Melis- en Mariekerke, W. H. de, te Koudekerke. Bruijne, G. de , te Middelburg, Bruijne, P. L. de, te Middelburg. Buck, A. de, te West-Souburg. Burg, mej. van, te Middelburg. Burghardt, D., te Middelburg. Burght, W. N. van der, te Middelburg. Buteux, J. P. I., te Middelburg. Buteux, P. S., te Oost-Souburg. Callenfels, H. W. J., te Zierikzee. Carelse, J. C., te Middelburg. Casembroot, jhr. rar. E. A. O. de, te Middelburg. Cevaal, W., te Ritthem. Citters, jhr. mr. P. D. van, te Middelburg. Claassen, J. J., te Middelburg. Clercq, mr. J. van der Lek de, te Koudekerke, 2 exx. Cointre, K. Ie, te Middelburg. Compter, J., te Middelburg Coppoolse, L., te Serooskerke. Cornelisse, Joh., te Serooskerke. |
Couvee, H., t,e Utrecht. Couvce, M. J., te Delft. Crucq, K. C , te Leiden. Damen , F., te Middelburg. Deinse, mej. S. L. van, te Middelburg. Dekker , W., te Veere. Delzenne, A. L., te Middelburg. Dikkenberg, A. L., te Middelburg. Dingemause, P., te Nieuw- en St. Joosland. Doorenbos, J. J. H., te Middelburg. Doorenbos , M. J., te Middelburg. Doorn , jhr. mr. A. A. van , te Veere. Doorn, jhr. A. M. van, te Sitoebondo. Doorn, mejoukvr. A. VV. van, te Middelburg Doorn, jhr. F. L. C. van, N\'ed. Indië. Doorn, jhr. H. A. van, te Middelburg. Dooru, joukvr, S. van, te Middelburg. Doorn—Snouck Hurgronje, mevr. douairière van , te Middelburg. Dronkers , D. A., te Middelburg. Dronkers , D. J., te Middelburg. Dronkers —Groenewegen , mevr. wed. D. Brou wenaar, (e Middelburg. Dull, mr. E., te Middelburg. Dunne, J. F. van , te Middelburg, Eekelen , mr. A. J. van , te Middelburg. Eenennaam , S. van , te Arnemuiden. Ehrenburg, J. M., te Middelburg. Ehrenburg, mej. M., te Middelburg. Ellemeet, jhr. M. VV. de Jonge van, te Oostkapelle ; 12 exx. Elout, C. K., te Amsterdam. Eutink—Houpt, mej., te Middelburg. Epkema , N., te Middelburg. Erbschloe, C., te Domburg; 2 exx. Ermerins, mr. J., te Middelburg. Ermerins—Tak, mevr. wed. F., te Middelburg, Evers, J. J. T., te Middelburg. Eijsinga , N, R5orda van, te Amsterdam Feen—Ackermaus, meu1. wed, G. B C. van der, te Middelburg. Fiegen —Huijbrechtse , mej wed. J. P. te Middelburg. Flomsse, P., te Biggekerke. Fock,m Fokker, Fokker, Fokker, Fokker, Fortauie Fouw , Frederil Frederil Frederil Frederil Geelkerl van, Geerse, Geldof, Geldof Geldof Gent, Gerrits Geschil Geuns Ghijsei Gilde , Gilde, Gobins St. Godesi Godsh Goozei Gorscl Gotzki Gratai Gratai Grave Groot Gymc Hack Hack Hack Mi Hack Hag£ Ham Ham |
NAAMLIJST DER INTEEKENAllKN.
247
|
Fock, mv. B. F. W. von Bruckeu, te Middelburg. Fokker, mr. E., te Middelburg. Fokker, J. A., te Tholen ; 2 exx. Fokker, M., te Middelburg. :. Fokker, mej. S., te Lareu. Fortauier , G. P. C., te \'a-Gravenhage. Fouw , Ij. de, te Middelburg. Frederiks , F. A., te Middelburg. laud. Frederiks, G. H. C. .1., te Middelburg. Frederiks, J. A., te Middelburg. Frederiks , W., te Middelburg. Geelkerken—van Rijssen, mevr. wed. P. A. van, te Middelburg. ilburg. Geerse, L., te Serooskerke. Geldof, C., te Middelburg. Gelilof, J. A , te Veere. Geldof, R. J., te Rotterdam. airière Gent, W. F. H. K. van, te Middelburg. Gerritse , J. P., te Middelburg; 2 exx. Gesehiere , G , te Serooskerke. Geuns, K. J. W. van, te Middelburg. Brou- Ghijsen , C. M., te Middelburg. Gilde , C. P., te Middelburg. Gilde, M. A. \'t, te Middelburg. Gobius du Sart, ds. J. W. J., te Nieuw- en ;. St. looslaud. Godeschalk , J. W., te Abeele. Godshuizen, het, bestuur der, te Middelburg. Goozen, mej. wed. A. .J. van, te Abeele. i, te Gorsel, Iz. van , te Tholen. Götzke , J. P., te Middelburg. Gratama , C. L., te Middelburg. Gratama, H., te Middelburg. Gravesteiu, W. H., te Middelburg. Groot, P. de , te Nieuw- eu St. Joosland. Gymnasium, curatoren van het, te Middelburg, burg. Hackeuberg, O. J. M., te Middelburg. Hackenberg, Jacques, te Middelburg. Hackeuberg—Vermeulen , mevr. wed. M., te i der, Middelburg ; 2 exx. Hacklij, mej. P., te Middelburg. \'. te Hagen, mej. A. B., te Middelburg. Haman , A. A., te Rotterdam. Hamer, G. de , te Arnemuiden. |
Hamer Cz., J. de , te Nieuw- en St. Joosland. Hammacher, A., te Middelburg, Hardenbroek, E. L. baron van, te Domburg. Harst, J. H. van der, te Middelburg. Harst Az., J. .1. van der, te Middelburg. Harst Jr., dr. J. J. van der, te Koudekerke. Harst J.Jz., J. C. van der, te Middelburg. Harst J.Jz., L. K. van der, te Middelburg. Harst, M. P. van der, te Middelburg. Harst—Homburg, mej. wed. W. A. van der, te Middelburg. Harst—Schraver, mevrouw wed. A. M. van der, te Middelburg. Hartman, H. J. G., te Middelburg. Hasstlbach , W. H., te Middelburg. Have, B. G. van der, te Ouwerkerk. Have , P. van der , te Zierikzee. Heijboer, A. C., te Tholen. Hell, A. M. van der, te Middelburg. Hendrikse , C. L., te Middelburg. Heudrikse, 1. E., te Middelburg. Hertogs , M., te Middelburg. Hildernisse, L., te Middelburg. Hiooleu , W., te Middelburg. Hoek, J. C. L. van, te Middelburg. Hoek, C. J. van den, te Middelburg. Hoek, J. van deu , te Middelburg. Hoeve , Leintje van , te Serooskerke. Hoeve, J. P. van, te Serooskerke. Hogerland, J., te Middelburg. Hollander, G. .). den, te Middelburg. Holthuijzen , mej. M. T, te Middelburg. Hooff, A. van, te \'s-Gravenhage. Hosaug, J., te Middelburg. Hout, M. in \'t, te Middelburg. Houte , A. van, te Nieuw- en St. Joosland. Houte, J. A. van, te Middelburg. Houtzager, G, W., te Middelburg. Hove, M. van, te Serooskerke. Hullu Jr., Jac. de, te Cadzaud. Hurgronje, mr. A. P. Snouck, te Middelburg. Hurgronje, mej. S. W. Snouck, te Middelburg. Hurgronje, jhr, mr. W. H. Snouck, te Middelburg. |
NAAMLIJST DEll IMTEEKENA11EN.
248
|
Huvers, C. J., te Middelburg. Huvers, P. C. H., te Middelburg. Huijsaoon, P., te Nieuw- en St. Joosland. Ilmer Gr.., J. Ph., te Middelburg. Ingelse, J,, te Serooskerke. Jager, P. G. de, te Middelburg. Janse, Adr., te Serooskerke. Japikse, dr. H., te Middelburg. Jeras, D., te Middelburg. Jeras, M. C., te Middelburg. Jeras—vau Nederveen, mevr. wed. G., te Middelburg. Johanuissen, A. P. G., te Middelburg. Jongb, C. de, te Middelburg. Jongkindt—Sohier Serlé, mevr. wed. A. J., te Middelburg. Juten, W. J. F., te Bergen-op-Zoom. Jutting, C. H. J. van Benthem, te Middelburg. Kakebeeke, L. G., te Middelburg. quot; Kamer, mej. N. M. van de, te Middelburg. Kan, C. H. de, te Middelburg. Kan, P. W. H. de, te Middelburg. Kasse, D., te Veere. Keers, ds. W. A. te Veere. Keiser, A., te Middelburg. Kerkmeijer, J., te Middelburg. Kesteloo, H. M., te Domburg. Klaasse, K., te Middelburg. Kleeuwens amp; Zoon, F., te Goes. Kleinepier, M., te Serooskerke. Klerk, P. de, te Nieuw- eu St. Joosland. Kleven, J. van, te Serooskerke. Kooreman Johz. J., te Hoofdplaat. Kouion, C. A., te Middelburg. Kraamer, A., te West Souburg. Kraamer, J., Arnemuiden. Kreke, J. C. van de, te Middelburg. Kreke, P. B. van de, te Middelburg. Krijger, G. J., te Middelburg. Kruijsse—Maehielse, mej. wed. C. J., te Middelburg. Kruseman, mr. W. Polman, te Middelburg. Kuipers, A., te Zierikzee. Kuyper, P. de, te Nieuw- en St Joosland. |
Laan, inr. D. J. J., te Middelburg. Lakenman, H., te Zierikzee. Lako, J., te Middelburg. Langebeeke, Adr., te Serooskerke. Langejan, A., te Middelburg. Lambrechtsen van quot;Ritthem, mr. N. C., te Middelburg. Lantsheer, H. F., te Middelburg. Leerdam, A. van, te Middelburg. Leerdam, H. van, te Nieuw- en St. Joosland. Leeuw, mej. van der, te \'s-Gravenhage. Lelyveld, J. M. H. van, te \'s-Hertogenboseh. Ligny, J. de, te Middelburg. Lijsen, A., te Middelburg. Liude, Joh\'. Adrquot;. van der, te \'s-Heer Abts-kerke. Lindenhout, A. W. van\'t, te Middelburg; 2 exx. Loeff, mr. J., te Koudekerke. Looijen, A. IJ. A., te Middelburg. Louwerse .!., te Serooskerke. Lonwerse Jz., A., te Serooskerke. Louwerse Jz. J., te Oost- en West-Souburg. Louwerse Jz., Jae., te Oost- eu West-Souburg. Lucasse, mr. C., te Middelburg. Luteijn, Johannes, te Middelburg. Luteijn, W. D., te Middelburg, Luijk, H., te Veere. Lynden, W. A. graaf van, te Koudekerke. Maartense, J., te Nienwr- en St. Joosland. Maartense, J11., te Nieuw- en St. Joosland. Maas, P. J., te Middelburg. Maas, W., te Serooskerke. Man, dr. J. C. de, te Middelburg. Mantz, B. M., te Baambrugge. Marinissen, J., te St. Laureus. Mazure, C., te Middelburg. Meertens Jr., R., te Middelburg. Meeuwse, A., te Middelburg. Meijdeu, S. vaii der, te Middelburg. Meijers, Adr., te Serooskerke. Meijers, H. L., te Serooskerke. Meijers, S., te Serooskerke. Melis, P., te Serooskerke. Melis Az., P., te Serooskerke. Mes, D. Mes, E. Mes, G., Mes Gz.. Messer, MestdagV gen, 1 Mets , A Mesu, J Middelbi Mieden te Mi Mijkami Milborn Minderh Mol, ü Morks, Muller, Muijnel Nachteg burg. Nahnys Nahuys Nedervi Neelme Nierse , Nood i Noorde Noorde Noppei Noppei Noske, Os , ra Pagter Papegi Peek . Peuno Peper Plasse Pleijtf Plugg Plugg Polde Pol de |
NAAMLIJST DER INTEEKENAllEN.
349
|
Mes, ü. J., te Middelburg. Mes. E. A. C. F., te Middelburg. Mes, G., te Middelburg. Mes Gz., A. A., te Middelburg Messer, C. A., te Middelburg. Mestdagh amp; Zoon, P. G. deVey, te Vlissin- gen, 100 exx. Mets, A., te Middelburg. Mesu, J., te Nieuw- en St. Joosland. Middelburg, het Gemeentebestuur van Mieden van Opmeer, mr. J. P. F. van der, te Middelburg. Mijkamp, J. A. O. IJ. G., te Middelburg. Milborn, J. C., te Middelburg. Minderhoud, A., te Zoutelande. Mol, M. de , te Middelburg. Morks, Jan, te Middelburg. Muller, J. L., te Middelburg. Muijnek , wed. de , te Oost-Souburg. Nacbtegael—Crucq, mej. wed. W,, te Middelburg. Nahuys, jhr. M. C., te Middelburg. Nahuys, jhr. R. H. G, te Middelburg. Nederveen , Joh. van, te Middelburg. Neelmeijer, B.. te Middelburg. Nierse, J. I., te Middelburg. Nood Jz., A. de, te Veere. Noorden, A. de Vulder van, te Middelburg. Noorden, C. J. de Vulder van, te Tholen. Noppen, C. D. van, te Wissekerke (N.-B.) Noppen, L. C. van, te Koudekerke. Noske, A. A , te Amsterdam. Os, mej. T. van, te Middelburg. Pagter, S. de, te Oost- en West-Souburg. Papegaaij, R. A., te Middelburg. Peek Jzn., A. H. J., te Middelburg. Pennock , l). J., te Middelburg, Peper, J., te Aagtekerke; 2 exx. Plasschaert, A. A., te Veere. Pleijte, wed., te Oost-Souburg. Plugge, J. J., te West-Souburg. Plugge, P. O., te Middelburg. Polderdijk, J.3 te Nieuw- en St. Jooslaud. Polderdijk Pz., (\'., te Nieuw- en St. Joosland C., te island, bosch. Abts-2 exx. urg. iburg. |
Polderdijk, F. P., te Nieuw- eu St. Joosland. Polderdijk—de Kraker, mej. wed. A., te Nieuw- en St. Joosland. Polet, P., te Middelburg. Poort, ds. H. J. L.j te Middelburg. Poort—van Wijk Werneke , mevrouw , te Middelburg. Pouwer, I. A., te Middelburg. Pree, J. J. de, te Middelburg. Puffeleu\'—Scheele, mej. wed, A. van, te Middelburg. Raad, J. W. de, te Middelburg. Raamsdonk, J. C., te Veere. Randwijk , Joh. van , te Middelburg. Remijn , A. J., te Middelburg. lleugs, G. H., te Middelburg. Rest, J. F. H., te Middelburg. Riemens, wed. J., te Serooskerke. Rijeke , mej. A. S. de, te Middelburg. Rijkse , J., te Middelburg. Rineker, F. G. C., te Middelburg. Rosier, 1. P., te Middelburg. Roskes, H. J., te Goes. Santen , P. J. van , te Breskens. Schalekamp, van de Grampel amp; Bakker, te Amsterdam. Schoenakers, C. B., te Oost- en West-Souburg. Schoolmeester, Ph. te Nieuw- en St. Joosland. Schorer, jhr. mr. E. P., te Middelburg. Schorer, jhr. mr. J. W. M. te Haarlem. Schorer, jhr. mr. L., te Middelburg. Schotsman , W., te Middelburg. Schout, J., te Serooskerke. Schouten , E. Landskroon, te Utrecht. Schuman, A. S., te Serooskerke. Schut, mej. J. E., te Middelburg; 2 exx. Schiitz, W. J., te Middelburg. Schutte, mej. W., te Wageningen, villa Nora. Schuylenburg, M., te Haarlem. Serlé, D. J. van der Horst, te Middelburg. Sijpkeus, H. A., te Middelburg. Simons , A., te VHertogeubosch. Simonse , L , te Biggekerke. Simonse Sz., Jacobus, te Serooskerke. |
250 NAAMLIJST DER 1NTEEKENABEN.
|
Slijpe, P. F. van, te Middelburg. Smits, R. M., te Middelburg; 8 exx. Smits—de Brnijn , mevrouw, te Middelburg. Snel, ds. H., te Stavenisse. Snijders, C., te Middelburg. Snijders , Herman , te Middelburg Snijders, J. H,, te Middelburg. Snijders—Zip, mevr. wed. A. J. C., te Middelburg. Snoep , ds. P., te Aagtekerke. Soetens , L. M., te Middelburg. Spaan , K. W., Breskens. Sprenger, mej. C. F., te Middelburg. Spreuger, F. G., te Middelburg. Sprenger , mr. F. J., te Middelburg. Spreuger, mr. J. G., te Oostkapelle. Sprenger, W. J., te Middelburg. Spruijt, F., te Serooskerke. Staal, H. J. van, te Middelburg. Stapele , M. G. van, te Tholen. Steketee , A., te Oost- en West-Souburg. Steenberg, H. \\V,, te Breda. Steenkamp, mej. L. A., te Rotterdam. Stolk , A. P. van, te Rotterdam. Stolk Czn., A. van , te Rotterdam ; 2 exx. Stolte, A. H., te Middelburg. Stoppelaar, mr. G. N. de, te Middelburg. Stoppelaar, mr. J. H. de, te Cairo. Stuart, J. M., te Vlissiugen. Swalme, dr. A. van der, te Middelburg. Tnets van Amerongen van Woudenberg, W. H. baron, te Nieuw Beerschoten, Zeist. Tak , mej. A., te Middelburg. Tak , A. M., te Middelburg. Tak, Henri, te Middelburg. Tak, J. A., te Middelburg; 2 exx. Tak, mej. M. S., te Middelburg. Tak , mej. P., te Middelburg. Tak—Wagenaar, mevr. wed. P. de Maret, te Middelburg. Tavenier, P. J., te Middelburg. Tazelaar, mej. M., te Middelburg. Telchuijs , J. J., te Poortvliet. \'l\'evel, P. C , te Middelburg. |
Teylingen, C. J. J. A. van, te Middelburg. Teyliugen—Schuurbeque Boeije, mevr. van, te \'s-Gravenhage. Thieme\'s boekhandel, H. C. A., te Nijmegen. Tholen , het gemeente-archief van. Thoorn , mej. P. S. van den, te Middelburg. Timmermans, mej. H. W., te Middelburg. Ton , P., te Serooskerke. Trigt, E. A. vau, te Middelburg. Troije, J. de, te Koudekerke. Tnijumau , D, te Middelburg. ürchard, J. M., te Middelburg. Vader, mr. P. J. F. van Voorst, te Middelburg. Veer, mej. (3. J, de, te Alkmaar. Verhey , B. te Middelburg. Verheyden , A. W., te Middelburg. Vei hoeff, Coruelis, te Serooskerke. Verhulst, C., te Nieuw- en St. Joosland. Vermeulen, J., te Middelburg. Vernhout, dr. J. H., te Utrecht. Verschiere Jr., J., te Nieuw- en St. Joosland. Versluijs, jhr. mr. A. van Reigersberg, te Middelburg. Verton , J., te Serooskerke. Vervenue , P. J., te Middelburg. Vierscn, W. Midilelveld, te Middelburg. Villée , L. C., te Middelburg. Viuke, J. C., te Middelburg. Visvliet, M. H. van, te Middelburg. Visvliet, P. R. van, te Middelburg. Visvliet, W. P. van, te Middelburg. | Vlaanderen, mej. wed. A. van, te Oost-Souburg. Vlamings, M., te Middelburg. Vliet, P. van, te Tholen. Vliet, mr. D. van der, te Zierikzee. Vogel, L., te Middelburg. Vollenhoven, mej. M. W. van, te Domburg Voorbeijtel, T. J., te Uitthem. Vos, J. de, te Middelburg. Vos, P. de, te Nieuw- en St. Joosland. Vreeburg, H. J., te Domburg. Vries, mej. A de, te Middelburg. Waal, I. de, te Middelburg. Waarde , Waarde, Waarde land. Wagtenc Wagtho Walchei Wal rave Weel, . W eel, . Welle , J dos!: Wester! roosk Wcsterl Westka |
naamlijst deu inteekenaiien.
251
|
Waarde, A. van, te Nieuw- en St. Joosland. Waarde, Iz. van, te Nieuw-en St. Joosland. Waarde Az., J. van, te Nieuw- en St Joosland. Wagtendonk, T. L. van, te Middelburg. Wagtho, J. W., te Tholen. Walcheren , het polderbestuur van. Walraven, A., te Nieuw- en St. Joosland. Weel, A. van der, te Middelburg. Weel, J. C. van der, te Middelburg. Welle, G. J. van der, te Nieuw- en St. Joosland. Westerbeek van Eerten, ds. L. F. A., te Se- rooskerke (W.). Westerburger, C. F., te Middelburg. Westkapelle, het gemeentebestuur van. |
Wielemaker, K,, te Biggekerke. Wijune, A. L., te Middelburg. Wijnne, H. J., te Middelburg. Wijtman , H. B., te Middelburg. Willeboordse—Dingemanse, raej. wed. W., te Arnemuiden. Willemse, Adr., te Oost-Souburg. Willemse, raej., te Middelburg. Woelderen , C. L. van, te Middelburg. Wolf Wz., Jacobus de, te Serooskerke. Zeegelaar, J. A., te Oost-Souburg; 2 exx. Zeegelaar, P., te Oost-Souburg. Zeeuw, H. de, te Veere. Zijnen, dr. F. P. J. Slbmacher, te Middelburg. Zip, J. A., te Middelburg. Zoutelande, het gemeentebestuur van. |
sland. ? j te
Oost-
)urg.
-•
. \'N
■
__
, -r •\'. —
—
I