-ocr page 1-
-ocr page 2-

Kast 21 i PI. E NO.36

-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

1/

quot; [/

DE EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING.

-ocr page 6-

LEIDEN: STOOMDRUKKERIJ VAN L. VAN NIKT ERIK HZ.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

1579 9533

-ocr page 7-

Jin- ^

-ocr page 8-
-ocr page 9-

INLEIDING.

Wat is eene volksvertegenwoordiging? Welke bevoegdheden behooren haar te worden toegekend? Op welke wijze dient zij te worden samengesteld? Wie moeten tot hare samenstelling kunnen medewerken?

Ziehier vier vragen die in onze eeuw heel wat hoofden en harten vervulden, en heel wat pennen in beweging brachten. De beide eersten en de vierde staan met elkander in een nauw verband, doch de derde staat vrijwel op zich zelve.

Dien derden vraag te beantwoorden stel ik mij ten doel.

Die vraag verdient ernstiger overweging dan hem meestal wordt waardig gekeurd. Immers, terwijl duizenden en nog eens duizenden er over twisten wie toch wel kiezer moeten wezen, denken slechts zeer weinigen na over de wijze waarop een kiezer zijn stemrecht behoort uit te oefenen. En toch maakt juist de w ij z e waarop het kiesrecht wordt uitgeoefend, dat recht tot iets wer-kelijks of tot eene fictie.

Dat de eenige goede kieswijze gevonden wordt in de

-ocr page 10-

zoogenaamde stelsels der Evenredige Vertegenwoordiging, hoop ik in de volgende bladzijden aan te toonen.

Moge mijn schrijven, naast dat van meer bevoegden, het zyne er toe bydragen om belangstelling te wekken voor het groote beginsel der Evenredige Vertegenwoordiging, en voor de verschillende stelsels waarin men getracht heeft dat beginsel te belichamen.

-ocr page 11-

HET MEERDERHEIDSSTELSEL.

Alvorens over te gaan tot het verklaren en aanprijzen der evenredige vertegenwoordiging, is het mijn plicht al de gebreken die ons thans vigeerend kiesstelsel aankleven, met zoo weinig woorden als zonder gevaar voor onvolledigheid mogelijk is, aan te wijzen, opdat een ieder den omvang der verderfelijkheid van de thans gevolgde methode, en de dringende behoefte aan verbetering, duidelijk worde.

Dat fouten ja grove fouten, die methode aankleven, zullen weinigen ontkennen \').

1) Dat er nogthans enkelen gevonden worden die daarvoor moedwillig de oogen sluiten, blijkt uit de Arnhemsclie Courant van 27 Augustus 1895. De evenredige vertegenwoordiging bestrijdende op een wyze die het een ieder die eenigszins op de hoogte van deze quaestie is, wel moet duidelijk maken dat het blad van de „gefingeerde theorie der proportionistenquot; geen de minste notie heeft, beproeft de Arnhemmer het meerderheidsstelsel te verdedigen. Hoe zwak die verdediging is, en hoe weinig geschikt om liefde te wekken voor het meerderheidsstelsel, blijkt o.a. hieruit, dat het blad verzuim van kiesplicht noemt: eene „omstandigheid die schijnt te „werken als een correctief voor het door de voorstanders van proportioneel kiesrecht veroordeelde meerderheidsstelsel.quot; Een prachtig correctief!

1

-ocr page 12-

2

Maar de menigte, den omvang, de nadeelige gevolgen dier fouten, kent misschien niet iedereen.

Bovendien vormt de bespreking daarvan als het ware een donkere achtergrond, waartegen straks de schildering van de voordeden der evenredige vertegenwoordiging des te helderder zal uitkomen.

Zwijgende over alles wat ik, als indruischende tegen mijn anti-revolutionaire beginselen, in ons tegenwoordig stelsel ten strengste moet veroordeelen, zal ik mij bepalen tot hetgeen de afkeuring verdient van een ieder, onverschillig tot welke partij hij behoort.

Eene volksvertegenwoordiging in den waren zin des woords moet naar waarheid van zich zelve kunnen getuigen: „Ik kan u zeggen al wat het volk wenscht, wat „het behoeft, wat het denkt. In my vinden de stemmen „van alle meeningen hun echo, en wel een echo, ge-„evenredigd aan de sterkte van den stem die haar in \'t „leven roept. Ik ben nu inderdaad het volk in miniatuur.quot;

Zulk eene vertegenwoordiging kan slechts geboren worden uit de v r ij e keuze des volks; eene keuze, waarvan de vrijheid noch door eenig wettelijk voorschrift, noch door de omstandigheden, daaruit voortvloeiende, mag worden aan banden gelegd.

Den toets van dezen regel kan ons kiesstelsel geenszins doorstaan.

Wel legt het door geenerlei wetsbepaling officieel de vrijheid van keuze aan banden\'), daar het iederen kiezer veroorlooft te stemmen op wien hij wil; maar het

1) Ten minste tot nu toe. Onder de wet v. Houten echter wordt, door de bewuste bepaling omtrent de candidaatsstelling, ook officieel de vrijheid van keuze beperkt.

-ocr page 13-

3

zijn de omstandigheden, voortvloeiend uit de grondstelling waarop het geheels stelsel rust, die deze vrijheid tot een fictie maken.

Deze grondstelling is: „de meerderheid beslistquot;.

Alleen dus voor de meerderheid is het kiesrecht tevens kiesvermogen. Zelfs is het in den grond der zaak alleen de meerderheid die kiest; al de minderheden stemmen slechts1).

Het valt in het oog dat onder den druk van deze den eisch des rechts met voeten tredende bepaling, onmogelijk een volksvertegenwoordiging kan ontstaan, tenzy men, slechts de meerderheid beschouwende als het volk, alle minderheden volkomen negeert.

Immers, slechts de helft der kiezers 1 kan zich doen gelden, en neemt alle zetels in bezit; de helft der kiezers — 1, de partij die in de minderheid bleef, bestaat in de beraadslagende vergadering niet, en mist daardoor de gelegenheid om voldoenden invloed uit te oefenen op haar tegenpartij, en op de publieke meening.

„Maar,quot; zoo zegt men, „de minderheden zullen nooit „geheel en al worden buitengesloten. Zie slechts naar „onze gemeenteraden, die gekozen worden onder de wer-„king van het onverzwakte, niet door de districtsverdee-„ling gewijzigde meerderheidsstelselquot; 3).

1

Terecht zegt de heer J. J. I. Harte in „Onze Wachterquot;, jaargang 1881, deel II, blz. 218 : „Ons kiesstelsel is eene verkrachting „van het recht der minderheden, aan wolken het, onder den naam „van kiesrecht (zijnde het vermogen om een vertegenwoordiger „te benoemen), slechts een ydel stemrecht geeft (zijnde de bevoegd-„heid om zonder eenig resultaat den naam van een candidaat op een stembillet in te vullen).quot;

-ocr page 14-

4

Daargelaten hoe de minderheden daar dan nog zyn vertegenwoordigd, zoo zyn toch al de zetels die zij daar bekleeden mogen öf aalmoezen, hen door de meerderheid gegund, of giften, hen door het grillig toeval in den schoot geworpen. De meerderheid, de helft 1, — onverschillig of zij ten strijde trekt onder een der politieke partijvaandels, dan wel of zij, onder den indruk der toestanden en vraagstukken van het oogenblik, is samengesteld uit aanhangers van zeer verschillende partyen — de meerderheid kan alle zetels bezetten.

En wat kan nu hiervan het gevolg zijn?

Stel eene partij, aangehangen door de helft der kiezers heeft in een of andere vertegenwoordigende vergadering alle zetels in bezit genomen. Stel nu verder dat in die vergadering een voorstel wordt aangenomen met één stem meerderheid. Dan is zulk een voorstel aangenomen door de vertegenwoordigers van 1li der kiezers 1. Ziehier dus het geval dat het meerderheidsstelsel voert tot de heerschappij eener minderheid. Dit voorbeeld is natuurlyk eene overdrijving, maar het is de overdrijving eener waarheid; in negen van de tien gevallen voert op deze wijze inderdaad het meerderheidsstelsel tot de heerschappij eener minderheid.

„De meerderheid beslist,quot; zoo luidt dan de grondregel van ons kiesstelsel.

Alleen reeds in dat woord „beslistquot; ligt de algeheele veroordeeling van het stelsel opgesloten. De kiezer heeft niet over deze of gene vraag te beslissen, maar hij heeft slechts een afgevaardigde te kiezen, die in de verbaden, dat lang niet alle plaatsen worden bezet door de party „waartoe de meerderlieid der kiezers heet te behooreu.quot; Arnhemsche Courant 27 Augustus 1895.

-ocr page 15-

5

tegenwoordigende vergadering de drager zijn zal zijner beginselen; bij de kroon de bepleiter zijner rechten en belangen. Een stelsel nu dat dit verhindert, is eenvoudig de vernietiging van het begrip „volksvertegenwoordigingquot;.

Wien zal het verwonderen uit deze zoo geheel en al verkeerde grondstelling de meest heillooze gevolgen te zien voortvloeien ?

Het kan niet anders, of de stembusstrijd moet dikwijls heftig en onedel worden, daar het voor elke partij de quaestie is „to be, or not to bequot;; uitsluiten, of uitgesloten worden.

De stembusstrijd! Reeds dit woord bevat een scherp verwijt tegen het meerderheidsstelsel. De stembus behoort geen slagveld te zijn, doch een toestel waarmede men van het volk die welgelijkende photographie vervaardigt die in waarheid den naam van volksvertegenwoordiging verdient.

Er is hier tegen aangevoerd dat men zoodoende allen strijd wegneemt, en met den stryd ook elk opgewekt politiek leven.

Niets is minder waar. Maar de strijd der belangen, de worsteling der beginselen, behoort te zijn in de hoofden en harten des volks, en eene juiste afspiegeling daarvan in de volksvertegenwoordiging. Die afspiegeling juist te maken, ziedaar, en daar alleen, de taak van de stembus.

Neen, de verflauwing van het politieke leven, de vermindering der politieke belangstelling, is een wapen dat de verdedigers van het meerderheidsstelsel niet anders kunnen voeren dan met het lemmer in hande. Nu, nu de minderheden dikwijls volstrekt geen kans op slagen hebben / nu sterke meerderheden voor geen nederlaag be-

-ocr page 16-

6

hoeven te vreezen, nu blijven velen van de stembus weg, öf uit moedeloosheid, öf uit zorgeloosheid

En doen zich gevallen voor waarbij het „spantquot;, waarbij van weerszyden alle krachten worden ingespannen, dan is, als het kan, de toestand nog veel verderfelijker. Dan weet men van weerszijden: „Het gaat om alles of „niets. Wij hebben de helft 1 te halen, of het is „evengoed alsof wy niet eens bestonden.quot; Dan worden de eigen candidaten buitensporig opgehemeld, en die der tegenpartij zwart gemaakt. Dan worden er verbonden gesloten, die terecht verdienen als onzedelijk te worden gebrandmerkt, en die in de vrees voor eene algeheele uitsluiting slechts eene zeer geringe verschooning vinden; verbonden, waarin soms de gemeenschappelijke haat de éénige band is. Dan worden er helaas zelfs wel eens lage intriges gesmeed en verachtelijke practijken gebezigd om toch maar te bereiken dat vurig begeerde doel, die premie op knoeierijen: de helft 1.

Met dat alles gaat uit den aard der zaak meestal gepaard, zelfs bij vrij ontwikkelde kiezers, eene zeer gebrekkige kennis van de beginselen en theorieën der verschillende politieke partijen, omdat zij meestal slechts tusschen twee partijen of personen te kiezen hebben, daar de kans op succes hen toch niet toelaat uiting te geven aan de fijnere nuanceering hunner gevoelens, door eene keuze uit den rykdom van denkbeelden, in tal van personen belichaamd.

1) Vandaar dat gemiddeld slechts 62 0/0 der kiezers aan de stembus verschijnt. De cijfers zijn daar om het te bewijzen: In 1873 kwam op 61 u/0, in 1875 69 «/„, in 1877 560/o, in 1881 57 quot;/o, in 1883 59%, in 1884 68 V, in 1886 78 ü/n, in 1887 53%, in 1888 80 %.

-ocr page 17-

7

Ten slotte lijdt onder het meerderheidsstelsel ook het zedelijk prestige en het zelfvertrouwen der vertegenwoordiging zelve. Bij eenig nadenken moet zij wel gevoelen dat zij haar bestaan dankt aan eene onrechtvaardigheid, dat haar samenstelling in stryd is met de billykheid, dat de minderheden te vergeefs uiting in haar zoeken; kortom, dat zij niet is wat zy gevoelt te moeten zyn : de vertegenwoordiging van het geheele kiezersvolk.

Ook Guizot zag dat gevaar in toen hij schreef: ,Een „kiesstelsel dat, by de samenstelling der vertegenwoor-„digende vergadering, den invloed der minderheden ver-„nietigt, vernietigt de vertegenwoordiging zelve.quot;

Maar alleen voor onze gemeenteraadsverkiezingen geldt het meerderheidsstelsel in den uitgebreidsten zin, en in onverzwakte kracht.

Bij verkiezingen voor Prov. Staten en Staten-Generaal heeft men het noodig geacht een correctief aan te brengen, en wel de districts-verdeeling.

Laat ons nagaan in hoever die verdeeling de gebreken van het stelsel wijzigt, en welke nieuwe misstanden zy in het leven roept.

Het land wordt dan verknipt in een aantal deelen, in elk waarvan eene meerderheid eene minderheid onderdrukt, en on vertegenwoordigd laat. „Het is waar,quot; zoo zegt men, „al de reeds genoemde grieven tegen het „stelsel blijven onverzwakt gelden binnen de grenzen van „elk district; maar daar de partij die meerderheid is „in het eene district, de minderheid zal vormen in het „andere, worden toch per slot van rekening op deze wijze „alle meeningen vertegenwoordigd.quot;

Daargelaten dat men zoodoende een onrecht tracht goed te maken door een ander onrecht, een middel dat uit

-ocr page 18-

8

een streng zedelijk oogpunt voorzeker niet valt goed te keuren, zoo heeft men toch hierdoor de vertegenwoordiging der minderheden nog slechts m o g e 1 ij k , hoogstens waarschijnlijk, maar geenszins zeker gemaakt. Er kan immers eene partij zyn die wel is waar in elk district minderheid blijft, maar die toch door de geheele Provincie, door het geheele Rijk, aanhangers genoeg telt om op 1, 2, of meer vertegenwoordigers aanspraak te hebben.

Maar al namen wij ook aan dat die mogelijkheid zekerheid ware, dan ware daarmede nog volstrekt niet bewezen dat dan tusschen de numerieke sterkte eener party, en het aantal barer vertegenwoordigers de juiste verhouding zou bestaan. Elke verkiezingsstatistiek kan ons het bewijs leveren van het tegendeel

Inderdaad, men zal moeten erkennen dat de districts-verdeeling de groote fout van het meerderheidsstelsel, nl. de uitsluiting der minderheden, slechts in zéér onvoldoende mate verzacht, doch geenszins wegneemt.

En deze zéér onvoldoende verbetering wordt dan nog

1) Hiervan slechts één voorbeeld, maar een voorbeeld dat tevens aantoont hoe de meerderheid in de vergadering, en dus de te volgen politieke gedragslijn der eerstvolgende jaren, van zulk eene onjuiste groepeering der kiezers kan afhangen.

Bij de verkiezingen voor de 2C Kamer, in 1886 werden uitgebracht: op de candidaten der Anti-Rev. party 52.186 stemmen. „ „ „ „ Lib. „ 108.357 „

„ „ „ „ R. Kath. „ 61.963 „

Van de 86 leden, waaruit de Kamer toen nog bestond, hadden dus, naar de verhouding der uitgebrachte stemmen gerekend, 20 Anti-Rev. moeten zijn, 42 Lib. en 24 R. Kath. De uitkomst wasechter: 18 Anti-Rev., 47 Lib. en 21 R. Kath. De Liberalen hadden dus 5 zetels meer dan hen billijkerwijze toekwam, en daardoor de meerderheid.

-ocr page 19-

9

slechts verkregen ten koste van een menigte nieuwe gebreken, die de districtsverdeeling met zich brengt.

Het onmiddellijke gevolg der districtsverdeeling is dat, ten gevolge van toeval, of van weinig beteekenende oorzaken, de verkiezingen, in districten waar het „spantquot;, nu eens in dezen, dan weder in genen geest zullen uitvallen, waardoor de meerderheid in de vertegenwoordigende vergaderingen zich telkens kan verplaatsen, en dus een zeer nadeelig dobberen treedt in den plaats van een bestendig en vast sturen in ééne bepaalde politieke richting, welke dan ook. En ware dit nu het gevolg van eene daarmede geëvenredigde omkeering in de mcening der kiezers, men zou die wankelende politiek kunnen betreuren, doch haar moeten billijken. De bewijzen voor het tegendeel liggen echter voor het grijpen, en zyn soms verpletterend sterk

De w y z e van verdeeling in kiesdistricten is in de hand der partij die op het oogenblik dier verdeeling de meerderheid heeft in de vertegenwoordigende vergadering een machtig middel om op den uitslag der verkiezingen te influenceeren. Overgroote meerderheden der tegenpartij kunnen gesteld worden tegenover zéér kleine minderheden der eigen partij, terwyl elders kleine meerderheden der eigen partij, groote minderheden der tegenstanders machteloos kunnen maken ~).

1) Een der sterksten is zeker wel het volgende. In 1882 bezetten de R. Kath. te Brussel met 21.673 stemmen 19 zetels, en de Lib. met 22.467 stemmen 50 zetels. (De verhouding had moeten zijn; 34 R. Kath. en 35 Lib.) Twee jaar later echter, in 1884, verkregen de R. Kath. met 34.080 stemmen 67 zetels, en de Lib. met 22.117 stemmen slechts 2, zegge twee zetels. De verhouding had moeten zyn 42 en 27.

2) Op treffende wijze wordt deze waarheid aanschouwelijk voorge-

-ocr page 20-

10

Ook is het bijna eene onmogelijkheid de verdeeling zóódanig in te richten dat alle districten juist evenveel kiezers tellen; en zelfs al gelukte dat, dan nog zou, door

steld in een brochure getiteld: „Het eiland Cijferenburg met zijn negen districten,quot; door „Sapienti-Satquot;, Rotterdam 1875.

Het eiland is verdeeld in negen districten, elk van 1ÜÜO kiezers. Die 9000 kiezers zijn op de volgende wijze in twee partijen verdeeld.

District A.

490 Anti-Lib.

eu

510

Lib

B.

360

n

ii

640

11

C.

270

ii

ii

730

11

D.

480

ii

ii

520

11

E.

960

ii

ii

40

11

F.

440

ii

ii

560

11

„ Gr.

430

ii

ii

570

11

H.

980

ii

ii

20

11

I-

470

ii

ii

530

11

Totaal. . .

4880

ii

ii

4120

11

In deze 9 enkelvoudige districten zyn dus gekozen 2 Anti-Lib. en 7 Liberalen, terwijl tocli feitelijk de Liberalen in de minderheid zyn. Nu echter gaat men op verschillende wijzen sommige districten

samen voegen tot meervoudigen, en zonderlinge uitkomsten:

verkrygt daardoor de Anti-Lib.

volgende Lib.

A.

B.

C.

A. B. C. E. D. . . .

F. I. 2990 . . 480

3010 520

D.

E.

F.

GL . . .

. . 430

570

H. . . .

. . 980 4880

20 4120

G.

H.

I.

Gekozen 1

Anti-Lib. en 8

Lib.

Anti-Lib.

Lib.

A.

B.

C.

A. D. a. .

. . 1400

1600

D.

E.

F.

B. E. H. .

. . 2300

700

C. P. I. .

. . 1180

.

1820

G.

H.

I.

4880

4120

G-ekozen 3 Anti-Lib. en 6

Lib.

-ocr page 21-

11

het vlotten der bevolking, die gelijkheid slechts zéér kort duren, en dus hare instandhouding eene eindelooze herziening vorderen.

A.

B.

C.

D.

E.

F.

G.

H.

I.

A.

B.

C.

I).

E.

F.

G.

H.

I.

A.

B.

C.

D.

E.

F.

G.

H.

I.

A.

B.

G.

D.

E.

F.

1

G.

H.

I.

A.

B.

C.

1

D.

E.

F.

G.

H.

I.

Anti-Lib.

Lib.

. 1120 . . .

18\'-0

. 480 .. .

520

. 960 .. .

40

. 430 .. .

570

. 1890 . . .

1110

4880 . . .

4120

Lib. en 5 Lib.

Anti-Lib.

Lib.

. 850 .. .

1150

. 710 .. .

1290

. 1440 . . .

560

. 1880 . . .

1120

4880 . . .

4120

Gekozen 5 Anti-Lib. en 4 Lib.

Anti-Lib. A. B. C. . . . 1120 . . D. £. F. . . . 1880 . . G. H. I. . . . 1880 . .

4880 . . Gekozen 6 Anti-Lib. en 3 Lib.

Anti-Lib. A. B. D. E. . . 2290 . .

C. F.....710 . .

G. H. I. . . . 1880 . .

4880 . . Gekozen 7 Anti-Lib. en 2 Lib.

Anti-Lib. A. B. D. E. . . 2290 . .

C...... 270 . .

F. G. H. I. . . 2320 . .

4880 . . Gekozen 8 Anti-Lib. en 1 Lib.

A. B. C.

D. . .

E. . . Gr. . .

F. H. I.

A. B. C. F.

D. E. . Gr. H. I.

Lib. 1880 1120 1120 4120

Lib. 1710 1290 1120 4120

Lib. 1710

730 1680 4120


-ocr page 22-

12

Duldt men echter eene ongelijkheid zooals bestaat tus-schen de kiesdistricten voor onze 2e Kamer, dan komt men te staan voor het feit dat in het eene district meer dan tweemaal zooveel kiezers zijn als in het andere, terwijl toch elk slechts één afgevaardigde zendt

Maar deze ongelijke grootte, gecombineerd met het in de verschillende districten aanmerkelijk uiteenloopend kies verzuim — dat voornamelijk afhangt van de verhouding der partijen —, voert tot nog veel ernstiger misstanden. üe cijfers der verkiezingsstatistiek zijn in deze zéér merkwaardig; zij bewyzen dat ook tusschen die kiezers wier kies recht in waarheid kies vermogen is, nog groot verschil bestaat betrekkelijk den omvang van hun kiesvermogen; zij bewijzen dat er in ons vaderland een verkapt meervoudig stemrecht bestaat, gebazeerd op ... . het toevallig verschil van woonplaats! Ik tenminste weet geen passender naam te bedenken voor het feit dat in het ééne district een candidaat verkozen kan worden met nog geen 500 stemmen, terwijl in het andere district daartoe meer dan 2000 stemmen noodig, ten minste meer dan 1600 nog niet voldoende waren 2).

Het gelieele voorbeeld is natuurlijk niet alleen een fictie, maar ook eene overdrijving ; doch het is de overdrijving van eene w a a I\'ll e i d. Van deze waarheid liggen de bewijzen voor het grypen.

1) Het district Gulpen bijv. telde bij de verkiezing van 1891 slechts 1818 kiezers; Alkmaar daarentegen 4749, dat is dus 2X1818 nog 1113.

1) In 1887 werd Mr. Cremers te Zuidhorn gekozen met 480 stemmen, en de heer Buma te Sneek met 2024, dat is 4 X 480 -|- nog 104 stemmen terwijl de heer Oppendijk aldaar in de minderheid bleef met 1636 stemmen, dat is dus 3 X 480 nog 196 stemmen. Men kan dus zeggen dat in dit geval één stem te Zuidhorn evenveel waarde had als vier stemmen te Sneek.

Men denke niet dat dit voorbeeld eene hoogo uitzondering is, op-

-ocr page 23-

13

I

Ten slotte is het nog een niet gering te achten be-bezwaar dat men, bij het vormen van kiesdistricten, zoo weinig heeft gelet op de natuurlijke grenzen, zooals die getrokken worden door rivieren, grondsoorten, geaardheid en belangen der inwoners. Het is immers onmogelijk dat districten, samengesteld uit geheel heterogene bestanddeelen, welker belangen soms lijnrecht tegen elkander indruischen, door één en denzelfden persoon naar den eisch kunnen vertegenwoordigd worden?1)

gesnuffeld om de zaak zwarter voor te stellen dan zij in waarheid is. De volgende eyfers uit de verkiezing van 1880 mogen bewijzen dat wy hier niet te doen hebben met een op zhh zelf staand geval, ja zelfs niet eens met het sterkste voorbeeld. In 1880 werden o. a. gekozen:

te Leiden

. Baron v. Wassenaar Katwijk

A.-K. met

920 st.

„ Zierikzee .

v. Kerkwijk......

Lib.

11

804 „

„ Steen wijk.

, Mr. v. Meerten.....

11

11

820 „

„ Brielle.

. Goedkoop.......

11

11

737 „

„ Haarlemmern

er, Eeekers........

R.-K.

11

098 „

„ Zuidhorn .

. Mr. Cremers......

Lib.

11

497 „

terwijl o. a.

de minderheid bleven:

te Tiel . .

. Dijkmeester......

Lib.

11

1507 „

„ Gouda

Mr. Koest.......

11

11

1032 „

„ Zntfen.

Baron Brantsen v. d. Zij p

A.-R.

11

1074 „

„ Sneek . .

. Mr. Hubert......

11

11

1795 „

„ Arnhem .

. Mr. Baron Milvil v. Lijnden.

11

11

1809 „

497 kiezers te Zuidhorn slaagden er dus in hun candidaat verkozen te krijgen, terwijl te Arnhem 1809 personen, dus 3 X 497 -|-nog 318, hun candidaat in de minderheid zagen blyven.

1) Zeeuwseh Vlaanderen, Zuid-Beveland, Walcheren, Ovorllakkee, en Beijerland, landsdeelen die elk een duidelijk afgerond en op zich zelf staand geheel vormen, worden willekeurig verscheurd. Een stuk van Zeeuwseh Vlaanderen, en een stuk van Zuid-Beveland, streken die niets hoegenaamd gemeen hebben, en waartusschen de Wester Schelde toch zeker wel gezegd mag worden een grens te vormen.

-ocr page 24-

14

Hiermede genoeg over de districtsverdeeling. Door het meerderheidsstelsel noodzakelijk gemaakt, kan zij toch nooit iets anders worden dan een noodzakelijk kwaad, ook al wordt zij tot haar grootste zuiverheid gebracht door de verdeeling van het Rijk, van de Provincie, in een zeker aantal kiesdistricten die allen door een even groot aantal kiezers bewoond worden, en allen een gelijk getal afgevaardigden naar Kamer of Staten zenden. Het is bekend dat onze verdeeling noch voor de Kamer, noch voor de Prov. Staten, op zulk eene zuiverheid kan bogen.

Dit zijn dus de wrange vruchten die het vigeerende stelsel draagt, en die het, gebaseerd op een volkomen valsch beginsel, dragen moest: het vernietigt het recht van een aanzienlijk getal kiezers; het doet in het hart der natie de giftige zaden van strijd en haat welig ontkiemen ; het verkracht de vrijheid der keuze; het vergroot op eene verontrustende wijze het kiesverzuim en de onverschilligheid voor de publieke zaken... . Maar waarom er langer over uit te weiden, terwyl geen woorden duidelijker en nadrukkelijker kunnen zijn dan de treurige feiten waarmede de ondervinding van elk ten allen tijde en overal heeft gesproken en nog dagelijks spreekt.

En de feiten spraken te luide om niet gehoord te worden, de misstanden werden te pijnlijk gevoeld om niet naar middelen ter verbetering te doen uitzien.

worden met geweld bijeen geknoeid tot het district Hontenisse. Het district (jorinchem loopt over niet minder dan drie provincieën. Bij de vorming van het district Eist heeft men, naar het schijnt, alle verschil tusschen Veluwe, Betuwe, en Rijk van Nijmegen slechts eene niet noemenswaardige kleinigheid geacht, en Rijn en Waal voor een paar ellendige sloten aangezien.

-ocr page 25-

HET BEGINSEL DER EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING.

Wij zoeken een afdoend geneesmiddel voor eene gevaarlijke kwaal. Deze kwaal, waarvan wij hierboven de ernstige ziekteverschijnselen vluchtig beschouwden, is, zooals wij reeds eenmaal zeiden, de verwarring van het recht van beslissing met het recht van vertegenwoordiging. Hare drukt dat volkomen juist uit waar hij zegt: „On the occasion af adverse desires in a society „composed of many free agents, the majority must „necessarily decide; but in the formation of a represen-„tative body, the purpose is that the body thus to be „created, and not the constituent body, is to be intrusted „with the power of decision. If that were the function „of the constituent body, there would be no necessity „for appointing the representativequot;

Sommigen nu hebben gemeend het geneesmiddel voor deze kwaal te vinden in stelsels die de vertegenwoordiging der minderheden verzekerden of althans heetten te verzekeren. Wij komen later op deze stelsels terug, maar wijzen ze reeds nu van de hand, zeggende alweder met

1) The Election of Representatives, Introduction pag. XXX.

-ocr page 26-

16

Hare: „A perfect representation is plainly incon-„sistent with the exclusion of minorities; but the subject „of representation would be very inadequately conceived, „if it were regarded as a mere question between majo-„rities and minorities. The formation of electoral majori-„ties and minorities is no more the natural means of „arriving at political representation than it would be a „natural result of any other association that it should be „divided into two parties, one perpetually labouring to „counteract the wishes of the other. The order and the „occupation of mankind, — the distribution of population, „and the supply of its necessities, are all provided for „by physical and moral laws operating on the diversities „of nature and of preserve the harmony and the vitality „of social life. In political sentiment there is not less „variety than in the other motives of human conduct; „and abstractedly it would be no more likely that the „political opinions of the electors of a borough should „fall into two or three antagonistic divisions, than that „they should be composed of twenty, fifty, or a hundred „distinct views or conceptions. The dissimilarity would „be much more probable than the similarity. Opinion „and action in politics would be as various as opinion „and action in other sciences, if there were not causes „that enter into political bodies, and create a disturbed „and unhealthy movement, provoking antagonistic divisionsquot;

De stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden, schoon allen ongetwijfeld beter dan het vigeerend meerderheidsstelsel, zijn geen van allen meer dan een palliatief; en wij zoeken een geneesmiddel.

1) The Election of Representatives, Introduction, pag. XXIX.

-ocr page 27-

17

Dat geneesmiddel is alleen te vinden in de evenredige vertegenwoordiging, dat wil zeggen de vertegenwoordiging van elke meening in de juiste verhouding met den aanhang die zij heeft onder de kiezers.

Zie hier het ideale doel waarnaar gestreeft moet worden.

Ik zeg het ideale doel; want het spreekwoord: „Zooveel hoofden, zoovee! zinnenquot; is in die mate eene waarheid, dat ter volkomen bereiking van genoemd doel elk kiezer lid van de vertegenwoordigende vergadering zou moeten zyn. Een denkbeeld dat onder de kiezers minder aanhangers telt dan het getal der kiezers gedeeld door dat der te kiezen afgevaardigden kan onmogelijk een pleiter in de vertegenwoordigende vergadering verwerven. Er zyn grenzen gesteld die geens \'s menschen werk kan overschryden, en de volmaaktheid ligt nog zéér ver over die grenzen. Maar verder mag dan ook de uitsluiting niet gaan. Alleen de absolute onmogelykheid om te voldoen aan eenigen eisch van recht en billijkheid, kan het niet-voldoen aan zulk een eisch rechtvaardigen. Zoodra, om ons land nu eens tot voorbeeld te nemen, eene politieke meening, of eenig belang dat men wensoht vertegenwoordigd te zien in de Tweede Kamer, wordt gedeeld door, of gemeen is aan, het honderste gedeelte der kiezers, heeft die meening, dat belang, in onze Tweede Kamer van honderd leden ook recht op één vertegenwoordiger, en moet een goed kiesstelsel de verkiezing van dien vertegenwoordiger niet alleen by toeval mogelijk, maar, bij voldoende opkomst ter stembus, beslist mogelijk maken.

Velen vreezen dat bij eene te getrouwe afspiegeling van al de meeningen en belangen des volks, de vertegenwoordiging te bont, te genuanceerd zal worden, waarvan dan het gevolg zou zijn: een politiek vol verrassingen.

-ocr page 28-

18

een Kamer van welke niet a priori valt te zeggen hoe zy zich zal uitspreken, eene voortdurende onzekerheid voor de Regeering.

Eene te getrouwe afspiegeling! Hoe durft men er de volksvertegenwoordiging een verwijt van maken dat zij te veel in waarheid is wat zij moet zijn: een beeld des volks!

En wat de politiek vol verrassingen betreft; zijn dan n u die verrassingen zoo zeldzaam ? Is er n u sprake van altijd doorloopende lijnen; van eene volkomen homogene, krachtige meerderheid; van een vast sturen in ééne bepaalde politieke richting?

Trouwens, wat hebben wij naar dat alles te vragen?

De volksvertegenwoordiging, hetzij dan bont of niet behoort eene waarheid te zijn.

Zy moet de stem zyn waarmede het volk zijn wen-schen en belangen by de Regeering bepleit. De Regeering vraagt geen fabelen, maar waarheid; geen gemaakte uitspraak, maar het natuurlijk geluid.

Zij moet de spiegel zijn waarin de Regeering het beeld des volks kan zien, met alle meeningen en gedachten die in dat volk leven, woelen en werken. De Regeering vraagt geen fantasie, maar een goed gelijkend portret; geen scherp begrensde kleuren alleen, maar ook al de daar tusschen gelegen tinten en nuances.

Hoofdzaak bij de stelsels der evenredige vertegenwoordiging is de vrije groepeering der kiezers.

Zij vormen dus al onmiddellijk eene scherpe tegenstelling met de districtsverdeeling, dat eene gedwongene groepeering is, nl. eene groepeering naar den woonplaats. Bij het districtenstelsel toch mogen alleen medewerken tot zekere keuze de kiezers die binnen de grenzen van zeker district wonen. In zulk eene willekeurig bijeenge-

-ocr page 29-

19

voegde groep vindt men meestal wel veel verscheidenheid, maar weinig overeenstemming. Wie buiten het district woont kan niet, met effect, zijn stem uitbrengen op een in dat district gestelden candidaat, al is deze ook misschien voor hem het ideaal van een vertegenwoordiger.

Zulk eene gedwongene samenwerking en zulk eene ge-dwongene afscheiding staan de stelsels der evenredige vertegenwoordiging uit beginsel tegen. Zij willen niet dat kiezers van geheel verschillende beginselen zullen vertegenwoordigd worden door één en den zelfden persoon, maar eischen vryheid van keuze voor eiken kiezer, vrijheid om zich te scharen bij, en samen te werken met, wien hij wil.

Natuurlyk is bij zulke stelsels, wil men ze zuiver toepassen, de districtverdeeling opgeheven.

Zij willen haar niet, die geweldadige verknippingen verscheuring eener historische eenheid.

Zij w i 11 e n ze niet, die verbandwindselen van het aan alle zijden rotte en verwondde meerderheidsstelsel.

Zij willen geen correctief, geen geneesmiddel, want zij zijn niet ziekelijk, maar gezond en krachtig, omdat zij niet gegrond zijn op de verderfelijke fictie; „het volk „is eene verzameling van individuen, van gelyksoortige „eenheden, is een getal.quot;

Neen, het volk is geen getal dat men naar goedvinden in volkomen willekeurige groepen kan splitsen, maar een organisch geheel, een levend lichaam. Wie dat volk indeelt in districten, die snijdt en scheurt een levend lichaam in stukken; en die een lichaam verscheurt vindt wel in elk der stukken een deel van het vleesch, een deel van het gebeente, een deel van het zenuwnet en van het bloedvatenweefsel, maar het natuurlijk verband van gebeente, spierenbundels, zenuwdraden, en bloedvaten heeft hij ver-

-ocr page 30-

20

broken en daarmede hunne werking verstoord, het organisme verwoest, het leven verjaagd.

De kiesdistricten opgeheven!

Tegen die opheffing heeft men als bezwaar aangevoerd dat daardoor de locale vertegenwoordiging onmogelijk, dat de behartiging van plaatselijke belangen buiten de Kamer gesloten wordt.

De behartiging van locale belangen, schoon zij nooit hoofdzaak mag wezen in de volksvertegenwoordiging, zou toch van genoeg gewicht zijn om deze tegen de evenredigheidsstelsels ingebrachte beschuldiging tot eene zeer ernstige te maken, indien zij .... gegrond ware. Dit is zij echter niet. Veeleer is zij te keeren tegen de dis-strictsverdeeling zelve. De districten, met hunne voorliet meerendeel staatkundige grenzen, bestaan meestal uit deelen waarvan de belangen zéér uiteenloopen, ja dikwijls zelfs lijnrecht tegen elkander indruischen. By de evenredigheidsstelsels daarentegen, waar de vrije groepeering mogelyk is, zal een gemeenschappelijk belang, zoo het daartoe gewichtig genoeg is, den kiezers van een of andere landsstreek zich doen aaneensluiten ter verkrijging van eenen afgevaardigde die dat belang in de Kamer ter sprake brengt en voorstaat.

Een ander bezwaar tegen de opheffing der districts-verdeeling ziet op de verhouding tusschen kiezers en gekozenen. „Er zal,quot; zoo zegt men, „tusschen hun geen „enkele band meer bestaan de afgevaardigde zal zijn „kiezers niet meer kennen.quot; Maar ik vraag u, kent Mj-die dan nu? Och kom! de stemming is immers geheim.

„Neen, hij kent alleen de leiders der verkiezing, hoogstens de leden eener kiesvereeniging. Die echter zal hij onder een stelsel van evenredige vertegenwoordiging eveneens kennen, want kiesvereenigingen tot voorlichting

-ocr page 31-

21

der kiezers en tot aanbeveling- der candidaten zullen ook dan blijven bestaan. De band tusschen kiezer en afgevaardigde zal niet verbroken worden, maar wel meer in waarheid worden tot wat hij behoort te zyu. Nu toch is die band soms de oorzaak dat een afeevaardigde eigen

O O O

oordeel omtrent feitelijke quaesties opoffert aan het oordeel zyner kiezers, uit vrees voor het verlies van zyn zetel. Spreekt hij zich uit, of stemt hij, op eene wijze die zijn kiezers mishaagt, dan loopt hij misschien gevaar zich in zyn district niet meer te zien candideeren, en dus uit te vallen. Onder een stelsel van evenredige vertegenwoordiging echter zal hij zich veel vrijer gevoelen. Verliest hy door stem of woord de sympathie van een gedeelte zyner kiezers, dan zal hij juist daardoor in het geheele land weer anderen voor zich winnen, die hem zullen handhaven. Het is zooals Mr. Olivier zegt: „Hoe „vrijer des kiezers keuze is, des te zelfstandiger zullen „kiezer en gekozene tegenover elkander staan, omdat zij „zullen verbonden zyn door gemeenschappelijke gezind-„heid en overtuiging, en door niets anders.quot; Inderdaad, de éénige wenschelijko band tusschen kiezer en gekozene is de zedelyke band. De gekozene sta overigens volkomen vrij tegenover zijn kiezers. Alleen zoo hy verandert van zienswyze ten opzichte van de beginselen of belangen waarom, of waarvoor hij indertijd verkozen werd, is hy zedelijk verplicht zijn mandaat neer te leggen.

Ten slotte zij nog genoemd als voordeel van de opheffing der districtsverdeeling, dat er geen, of althans minder, plaatselyke grootheden verkozen zullen worden, die nu op hun zetels, die zij danken aan eene uit zeer verschillende oorzaken voortvloeiende plaatselijke populariteit, een onbeduidend, ja soms een belachelyk figuur maken. Daarentegen zal het niet meer gezien kunnen worden

-ocr page 32-

22

dat mannen van nationalen roem en algemeen erkende bekwaamheid, schoon duizende stemmen over het geheele land op zich vereenigende, de deur der vertegenwoordigende vergadering niet kunnen ingaan, omdat zij in geen enkel district de meerderheid verwierven.

Maar is de groepeering naar den woonplaats eene gedwongene, die in twee en niet meer dan twee groepen: eene meerderheid en eene minderheid, is het niet minder.

Ook daaraan, ook aan den drang tot die onzedelijke coalities, waarin meestal eene gemeenschappelijke haat de éénige band is en die, hoe klein daarbij ook soms de winst zijn moge welke ten koste van een groot en onverschoonbaar non-actief der beginselen behaald wordt, zich zoo licht vormen als men staat voor de onontwijkbare keuze: „to be or not to bequot; maakt de evenredige vertegenwoordiging een einde. Zy doet dat door een einde te maken aan eiken stembusstrijd. Immers, zonder vrees voor een nederlaag, en met de zekerheid dat zijn stem effect zal hebben, zou elk kiezer slechts stemmen op den man dien hij boven alle anderen als zijn vertegenwoordiger begeerde; alleen de vrees voor de eerste en de hoop op het laatste brengt hem er nu toe van dien zoozeer gewenschten eandidaat af te zien, en zijn stem uit te brengen op een die, schoon door hem misschien lang niet in alle opzichten begeerd, meer kans van slagen heeft; ja ook op candidaten van partijen welker beginselen hem tegen de borst stuiten, opdat hij daardoor toch maar den steun dier partyen voor zijnen eandidaat verwerve.

Neem de vrees voor een nederlaag weg, verzeker het succes, en deze knellende boeien vallen den kiezer af.

Dat nu doen de stelsels der evenredige vertegenwoordiging.

Zooals de wilde waterval, van nature eene vernie-

-ocr page 33-

23

lende kracht, door vernuftige machines, door turbines en schepraderen, wordt gedwongen tot nuttigen arbeid, wordt omgetooverd in eene vormende kracht, zóó ook too veren de evenredigheidsstelsels de macht der getallen, die, onbeteugeld, ongeleid, een macht is tot onrecht, om in een macht tot recht, door haar te binden aan zekere regels, door haar te dwingen in de bedding der billykheid. Zij toch verhinderen de geweldige getallen massa\'s der meerderheden den weg naar de vertegenwoordiging,. de deuren der vergaderzalen, als het ware te verstoppen. Zy houden met regelende hand een pad open, waarlangs ook de minderheden kunnen binnen gaan.

„Geen stryd aan de stembus,quot; zoo luidt hun parool.

Het aangewezen slagveld, waar alle meeningen met elkander moeten worstelen, opdat uit hun samenschokken de waarheid moge ontstaan, ligt in de vertegenwoordigende vergadering. De stembus echter behoort niets anders te zijn dan een goed werkend instrument, dat dien strijd, en de sterkte der elkander bekampende partyen, moet maken tot eene juiste afspiegeling van den strijd in den boezem des volks, en de kracht der legers die daar tegenover elkander staan. Dit instrument nu moet door alle partijen met een aan hare sterkte geëvenredigd succes kunnen gebruikt worden, zonder dat zy daarbij elkander mogen kunnen bevoordeelen of benadeelen. Wat er mede te verkrijgen valt worde niet verkregen als aalmoes of als roof, maar door eigen kracht, onafhankelijk van de kracht of de zwakte van anderen.

Alvorens over te gaan tot de behandeling der verschillende stelsels waarin men getracht heeft het beginsel dei-evenredige vertegenwoordiging te belichamen, dient nog eene dikwijls, en tegen allen, geopperde bedenking onder

-ocr page 34-

24

de oogen te worden gezien. Men beschuldigt ze allen van eene groote omslaclitiglieid. 1

Dit bezwaar wordt meer of minder ernstig, naarmate hot geldt voor den kiezer of voor den stemopnemer. Daar het nu in bijna alle evenredige stelsels alleen voor den stemopnemer geldt, verliest het veel van zijn kracht. Wij willen er tevens dadelijk bijvoegen dat hier tegenover een weinig meerdere omslachtigheid het groote voordeel staat dat èn herstemmingen, èn tusschentijdsche verkiezingen vervallen. Wanneer wy nu ten slotte nog kunnen verzekeren dat by bijna geen enkel der evenredige stelsels de werkzaamheden zóó ingewikkeld en veelomvattend zyu of de uitslag der verkiezing kan in één dag worden opgemaakt, dan zal men ons wel willen toestemmen dat het hier geopperde bezwaar al zéér gering is.

Maar al vereischte ook dit opmaken vele dagen, ja weken, wie zou zelfs dan nog den treurigen moed bezitten te erkennen dat gemakzucht hem doet weigeren te streven naar eene regelino: die ter wille van rechtvaar-

O O

digheid, vrijheid, waarheid, vrede, en het heil des vaderlands zóózeer wenschelijk is? »

Ter wille der rechtvaardigheid; want dan zal geen kiezer door de brutale macht der getallen zijn kiesrecht in een niets beteekenend stemrecht zien omgezet; dan zal de kans om zich vertegenwoordigd te zien voor alle kiezers even groot zijn, en slechts hare grens, hare natuurlyke en noodzakelijke grens, vinden in de vereischte tot vorming van groepen die groot genoeg zijn om op één vertegenwoordiger recht te hebben.

Ter wille der vrijheid; want dan zit de kiezer niet langer bekneld tusschen machteloosheid ter eene, en opoffering van zijne voorliefde voor eenigen candidaat ter andere zijde; hy is niet langer gedwongen uit zucht tot

-ocr page 35-

zelfbehoud, en met opoffering van overtuiging en voorliefde, zich aan te sluiten aan de zijde van den sterkere; maar als hij slechts een voldoend aantal van gelijkgezinden ontmoet, kan hij, in volle vrijheid, stemmen op den man van zyne zienswijze, zyne keuze, zijn vertrouwen.

Ter wille der waarheid; want dan, als elk kiezer kan stemmen op den man die hem het meest behaagt, en niet, zooals nu, op den man die hem het minst m i s-haagt, dan, als elke partij, ja elke nuance, haar eigen leven zal kunnen leven, haar eigen gelaat zal kunnen vertoonen, vrij van een haar verstikkend masker, dan, als de wet der coalities niet langer de hoogste wet zal zijn bij elke verkiezing; dan zal ook een afgevaardigde niet langer als het ware de resultante zijn van verscheidene heterogene, ja byna volkomen tegenstrijdige, doch met geweld vereenigde krachten, niet langer een gepersonifieerde leugen, maar daarentegen de goed gelijkende afdruk van zijn kiezers, het volkomen betrouwbare orgaan hunner meeningen en belangen.

Ter wille des vredes; want dan zal de verdeeling des lands in twee of drie legers die elkander te vuur en te zwaard bestryden geen raison d\'etre meer hebben; dan zullen er geen overwinnaars meer zijn die alles inpalmen, noch overwonnenen die zich vernietigd gevoelen, maar slechts burgers die, schoon tegenstanders, vreedzaam, elk op zyne eigene wyze, van een hun geschonken recht gebruik maken.

En ten slotte ter wille van het heil des vaderlands. Nu toch —- dewijl helaas de stemmen niet gewogen, maar geteld worden \') —, nu de onwetende, voor allerlei

1) M. i. is het billijker de stemmen te wegen dan ze te tellen, m. a. w. verdient liet meervoudig stemreclit aanbeveling.

-ocr page 36-

26

oogenblikkelijke indrukken en hartstochten zoozeer vatbare volksmenigte, elke minderheid der meer ontwikkelden en meer bezadigden kan terugdringen op haar weg naar de vertegenwoordigende vergadering, loopt, zéér ten nadeele van het vaderland, het intellect, en het kalm, verstandig oordeel, gevaar in tijden van spanning geheel of nagenoeg geheel uit de vergaderzaal te worden geweerd. Bij eene evenredige vertegenwoordiging verdwijnt dat gevaar. De stem der groote menigte klinkt wel is waar óók daar het luidst, maar andere stemmen worden niet versmoord, en kunnen hunnen overtuigenden kalmeerenden invloed uitoefenen.

-ocr page 37-

DE STELSELS TER VERTEGENWOORDIGING DER MINDERHEDEN.

Zooals ik reeds hierboven opmerkte behooren de stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden eigenlijk niet onder de evenredigheidsstelsels gerekend te worden. Daar zij evenwel tusschen dezen en het meerderheidsstelsel een overgang vormen, kan ik niet nalaten ze te behandelen, te minder daar die overgang zéér geleidelyk is, zoodat sommigen der bewuste stelsels vrij dicht tot de zuiver evenredigen naderen.

De stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden bedoelen slechts eene vertegenwoordiging der minderheden, niet eene evenredige vertegenwoordiging. De besten dezer stelsels maken de laatste slechts mogelijk, maar larig niet altijd waarschijnlijk, en nooit zeker. Van de slechtsten hunner kan zelfs lang niet altijd gezegd worden dat zij de bereiking van hun bescheiden doel, eene bloote vertegenwoordiging der minderheden, verzekeren. Toch wenschen wij allereerst die vertegenwoordiging verzekerd te zien, zeggende met Aubry-Vitet: „Nous voulons que chaque parti, pourvu qu\'il constitue „un groupe suffisamment notnbreux, ait non pas la

-ocr page 38-

28

„chance plus ou moins problematique, mais la certi-„tude d\'optenir sa part de representationquot;1).

Maar ook al ware die vertegenwoordiging volkomen verzekerd, dan kan ons dat nog niet bevredigen. Het vertegenwoordigend stelsel behoort meer te zijn dan een middel om aan elke partij woordvoerders te verschaffen: niet slechts de meeningen, belangen, en wenschen des volk doe het kennen, maar ook hun kracht en gewicht.

Onder de stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden, die ik nu ga bespreken, reken ik niet het bij ons van kracht zijnde districtenstelsel. Sommigen doen dat wel2), daar, zooals zij zeggen, ook het districtenstelsel de verschillende partyen in de gelegenheid stelt hare stemmen in de vertegenwoordigende vergadering te doen hooren.

Naar mijne meening echter heeft men by het deter-mineeren der verschillende stelsels geenszins te letten op de toevallige uitkomsten die zy kunnen opleveren, maar enkel en alleen op huu techniek, en op de bedoelingen welken met onbetwistbare zekerheid de vorming van die techniek beheerscht hebben.

Het districtenstelsel nu is niets anders dan de verdeeling van ééne groote verkiezing in verschillende kleinen, bij elk waarvan het zuivere meerderheidsstelsel geldt. Heeft nu bij deze verdeeling het verlangen naar eene vertegenwoordiging der minderheden voorgezeten? Men mag het veronderstellen zoo men wil, maar ik voor mij betwijfel het sterk, en geloof eer dat

1

„La vraie Réforme Electorale,quot; Paris, 1874. blz. 28.

2

o. a. Mr. H. du Marchie van Voorthuijzen. in zijn Acacl. proef-selirift. „Theoretisclie bescliouwingen over liet kiesreclit,quot; Utrecht 1876, blz. 85.

-ocr page 39-

29

men daarin gezocht heeft een middel om de behartiging der locale belangen te verzekeren, en om den taak der kiezers te vergemakkelijken. In geen geval blijkt hier met zekerheid de bedoeling om de minderheden te vertegenwoordigen, terwijl daarentegen bij de stelsels van dien naam deze bedoeling onmiskenbaar is.

Na deze korte uitweiding willen wij tot de behandeling der bewuste stelsels overgaan.

1. Het stelsel der ophoopende stemming.

(Yote-cumulatif, system of cumulative voting.)

In het stelsel der ophoopende stemming heeft de kiezer het recht meer dan één, ja zelfs alle stemmen waarover hij heeft te beschikken, uit te brengen op denzelfden persoon. Op deze wijze kan eene minderheid op één of enkelen, barer candidaten een zóó groot aantal stemmen „ophoopen\'quot; dat dezen tot de verkozenen behooren.

Gewoonlijk beweert men dat onder dit stelsel het land behoort verdeeld te worden in meervoudige kiesdistricten, waarvan elk op zyn minst drie afgevaardigden moet zenden. Hoe grooter nu die districten zyn, hoe meer kans eene minderheid heeft om zich te doen vertegenwoordigen. Telt bijv. een district dat 3 afgevaardigden zendt 700 kiezers, waarvan er 300 behooren tot partij A. en 400 tot party B., dan zal partij A. één zetel kunnen veroveren en partij B. twee, zoodat dus de verhouding der afgevaardigden (1:2) niet gelijk zal zijn aan de verhouding der beide partijen onder de kiezers (3: 4); maar heeft men daarentegen een kiesdistrict van 28 afgevaardigden, waarin tusschen de beide partijen deze zelfde verhouding van 3 tot 4 bestaat (byv. partij A. 30,000 kiezers en partij B. 40,000), dan kan die verhouding ook

-ocr page 40-

30

tusschen de afgevaardigden zuiver zijn weergegeven; dan kan partij A. 12 zetels vullen en partij B. 16.

Dan kan zulks, mits beide partijen hare stemmen goed verdoelen; en daartoe-is noodig eene bijna ondenkbaar strenge partij-organisatie, bekendheid van het aantal kiezers dat ter stembus zal komen, en volkomen zekerheid omtrent de plannen der tegenpartij.

Wij willen eens nagaan tot welke resultaten het stelsel kan voeren, als één dezer drie voorwaarden voor eene oordeelkundige verdeeling der stemmen ontbreekt.

Wij nemen daarbij dan tot voorbeeld een groot kiesdistrict, omdat daarin, zooals reeds gezegd is, het stelsel zuiverder werkt. Terloops zij hier aangemerkt dat men bij dit stelsel het verstandigst zou handelen door de districts-verdeeling maar geheel en al over boord te werpen; zulks zou ongetwijfeld de zuiverheid der toepassing verhoogen.

In een district dan dat 28 afgevaardigden zendt komen 70,000 kiezers ter stembus, waarvan er 30,000 behooren tot partij A. en 40,000 tot partij B. Naar evenredigheid der uitgebrachte stemmen zouden nu aan partij A. toekomen 12 leden, en aan partij B. 16. Om tot deze billijke verhouding te geraken is het voldoende dat partij A. al hare stemmen — dus 30,000 X 28 = 840,000 — gelijkelijk over 12 candidaten verdeelt, die dus elk 840,000:12 ~70,000 stemmen zouden krijgen. Doet zij dat, dan — en ziehier de deugd van het cumulatieve stelsel — is het party B. door geenerlei manoeuvre mogelijk haar de 12 zetels waarop zy recht heeft te onthouden. Maar daartoe zou dan ook partij A. haar 30,000 ter stembus komende kiezers moeten verdeelen in drie groepen, elk sterk 10,000 kiezers, waarvan de eerste groep zou moeten uitbrengen 3 stemmen op de candidaten a., b., c. en d. en 2 op de acht anderen, de tweede groep 3

-ocr page 41-

31

stemmen op de candidaten e., f., g. en h. en 2 op de acht anderen, en de derde groep 3 stemmen op de candidaten i., j., k. en 1. en 2 op de overigen. Zal het éénig leider, éénig comité, mogelijk zijn zóó met een legercorps van 30,000 kiezers te manoeuvreeren ? En toch, zoodra van deze tactiek wordt afgeweken zyn de 12 zetels der partij niet meer onaantastbaar, maar liggen zij voor de aanvallen der tegenstanders bloot.

Maar gesteld nu eens — ik zou haast zeggen: al ware het slechts voor de aardigheid — dat een zoo volgzaam leger van kiezers te vinden ware, dan nog zou de-aanvoerder daarvan, de sterkte der elkander bevechtende legers niet kennende, geen goed krijgsplan kunnen opmaken; m. a. w., daar geen der beide partijen van te voren weet dat 70.000 kiezers ter stembus zullen komen, kunnen zij ook onmogelijk met zekerheid bepalen over hoeveel candidaten zy hunne stemmen dienen te verdoelen.

Eindelijk moet men ook volkomen op de hoogte zyn van de plannen der tegenpartij, of liever van de manier waarop de kiezers dier partij, hun stemmen zullen uitbrengen. Anders komt er van eene goede verhouding niet veel terecht.

Stel bijv. partij B., vertrouwende dat hare tegenpartij de hierboven aangegeven tactiek (12 candidaten met elk 70,000 stemmen) zal volgen, en dus zich van het bezit harer 16 zetels verzekerd houdende, maakt van het recht tot cumulatie geen of weinig gebruik. Party A. echter voorziet dit, overvalt den argeloozen vijand, en het gevolg is dat A. uitbrengt op 20 candidaten elk omstreeks 41,000, en B. op 28 candidaten elk ongeveer 40,000 stemmen, zoodat dus A. 20 zetels inneemt en B. slechts 8. Natuurlijk is ook eene tegen-overrompeling mogelijk: terwijl partij A. hare stemmen verdeelt over 20 candi-

-ocr page 42-

32

daten, elk met ongeveer 41,000, kan partij B. de haren verdeelen over 26 candidaten, elk met ongeveer 42,000 stemmen. In dat geval komen 26 zetels aan B. en slechts 2 aan A.

Men ziet dus dat het stelsel der „ophoopende stemmingquot; eeue evenredige vertegenwoordiging slechts in het gunstigste geval mogelijk, doch geenszins zeker, of ook zelfs maar waarschynlijk maakt. Zelfs is voor kleine minderheden — bijv. zulken die in het genoemde voorbeeld slechts op 8, 6, of nog minder van de 28 zetels aanspraak zouden hebben — het gevaar om tengevolge van toeval of allerlei vernuftige combinaties geheel te worden buitengesloten, bijzonder groot.

2. Het stelsel der begrensde stemming.

(Yote-limite, Incomplete-voting).

Ook bij dit stelsel, evenals by het voorgaande, is het land verdeeld in meervoudige districten, zendende elk minstens drie afgevaardigden. De kiezer brengt nu echter één stem, of eenige stemmen, minder uit dan het aantal afgevaardigden dat het district waarin hij woont mag zenden. Op deze wyze tracht men, schoon langs een anderen weg, hetzelfde doel te bereiken waarnaar ook het stelsel der „ophoopende stemmingquot; streeft: de vertegenwoordiging der minderheden.

Reeds Mr. Reiger, dit stelsel besprekende, heeft door een eenvoudig voorbeeld duidelijk in het licht gesteld dat het voor de vertegenwoordiging der minderheden slechts een zeer zwakke waarborg is. Hij neemt daartoe tot voorbeeld een district met drie afgevaardigden, waarin elk kiezer twee stemmen uitbrengt. Volgens de theorie van het stelsel zou nu eene minderheid die een derde

-ocr page 43-

33

van de kiezers van dat district onder hare aanhangers telde, ook één der drie zetels moeten kunnen innemen. Mr. Reiger echter toont aan dat deze theorie in practyk niet altyd opgaat: „Immers, gesteld er zyn 2,000 kiezers „voor 3 plaatsen, dan wordt het getal uitgebrachte stem-„men 4,000. Nu kunnen 1,200 kiezers hun stem uitbren-„gen op drie candidaten, die dan ieder 80 stemmen „verkrijgen, en de minderheid van 800 kan ten hoogste „evenveel stemmen aan twee bezorgen. Het blijkt dus „dat niet 1/s der kiezers, maar meer dan 2/5 noodig zijn „om één van de drie zetels te doen vervullen. Zoolang „niet het getal van */- is overschreden, kan een goed „georganiseerde meerderheid haar tegenpartij geheel we-„ren. De organisatie is eene gemakkelijke: stel 2,000 „kiezers, waarvan 1,201 behooren tot de ministerieele „partij, en 799 tot de oppositie, en dat er vier candi-„daten zijn, A. B. C. ministerieel, D. opposant. Nu zou „men meenen dat D. wordt gekozen. Maar dit wordt „belet wanneer de meerderheid zich verdeelt in drie groe-„pen (twee van 400 en eene van 401), waarvan de eene „stemt op A. en B., de tweede op B. en C., en de derde „op A. en C. Dan hebben A. B. en C. ieder ten minste „800 stemmen en D. zal nooit meer verkrijgen kunnen „dan 799. Dus zyne partij, niet 2/5 sterk, is tot zwijgen gebrachtquot;

Dit voorbeeld is duidelijk genoeg om mij van verdere toelichting te ontheffen; het doet ons de „begrensde stemmingquot; kennen als een zeer onzeker en gebrekkig middel ter vertegenwoordiging der minderheden.

Echter houde men hierbij wel in het oog dat in dit voorbeeld het stelsel der „begrensde stemmingquot; ons ver-

ij „Nieuwe Kiesstelsels,\'\' Gids 1866, Deel IV, blz. 202.

3

-ocr page 44-

34

schijnt in zijne meest ongunstige gedaante, d. w. z. de districten zoo klein mogelijk (met 3 afgevaardigden), en het aantal stemmen dat iedere kiezer uitbrengt zoo groot mogelijk, nl. één minder dan het aantal te kiezen afgevaardigden. Aanmerkelijk wint het stelsel in zuiverheid naarmate men de districten meer afgevaardigden laat zenden, en het aantal stemmen dat iedere kiezer uitbrengt verder onder dat der te kiezen afgevaardigden doet dalen. Gaat men hiermede voort tot aan de uiterste grenzen, dus tot het geheele land één district wordt, en iedere kiezer één stem uitbrengt, dan krijgt men een stelsel dat vrij dicht tot de zuiver evenredigen — hoewel dan tot de slechtsten — nadert; het is:

3. Ret stelsel der ^eenvoudige meerderheid\'\'\'1).

(De la pluralité simple).

Hoewel men, zooals ik zeide, dit stelsel bijna zou kunnen rekenen tot de zuiver evenredigen, is het niet alleen dat woord „bynaquot;, dat mij beweegt het niettemin in mijn reeks juist deze plaats aen te wyzen, maar ook, ja vooral, de duidelijk zichtbare verwantschap met het stelsel der „begrensde stemmingquot;, waarvan het, ik zeide het reeds, eenvoudig de uiterste consequentie is. De districten vergroot totdat het geheele land één district wordt; het aantal stemmen van eiken kiezer steeds meer en meer „begrensdquot;, totdat hij er slechts één uitbrengt;.... en het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot; is gekozen.

Gekozen zijn onder dit stelsel de candidaten die de meeste stemmen verkrijgen.

1

In 1793 ontworpen door Condorcet in „Projet de constitution „Francaisequot;, titre X, section II, art. 9. In 1849 opnieuw verdedigd door Emile de Girardin, in „Questions de mon tempsquot;, deel VIII.

-ocr page 45-

35

Vereenigde nu elk der gekozenen op zich juist, of nagenoeg, het kleinst mogelijke, ter verkiezing volstrekt noodige, aantal stemmen — nl. het totaal getal der uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal der te kiezen leden —, dan was de gewenschte evenredigheid gewaarborgd. Dat zal echter wel nooit het geval zyn. Ten allen tijde en in bijna alle partijen zullen onder de candidaten mannen gevonden worden die, doorkundige en vermaarde staatslieden, uit het geheele land een overweldigend groot stemmencijfer zullen verkrijgen. Dat deze mannen dus gekozen zullen worden is wel zeker; en dat is, zooals wij reeds vroeger aanmerkten, onder de vele en groote voordeelen die de stelsels der evenredige vertegenwoordiging boven het vigeerende meerderheidsstelsel onderscheiden, geenszins eeu der minst belangrijken. Maar het getal der sterren van de eerste grootte aan den poli-tieken hemel is slechts gering, en men kan dus niet verwachten hen in de vertegenwoordigende vergadering van vele zetels te zien lichten. En toch — om nu onze Tweede Kamer eens tot voorbeeld te nemen — moeten de 100 plaatsen vervuld worden. Bijgevolg zullen dus velen met een gering, ja zelfs met een zéér gering, aantal stemmen de nog overige zetels innemen.

Was nu zoowel die ophooping van stemmenmassa\'s op enkelen, als die versnippering van stemmen over velen, bij alle partijen even groot, dan oefende dat misschien op de evenredigheid der vertegenwoordiging geen storenden invloed; maar men zal moeten toestemmen dat zulks ai een zéér groot toeval zou zyn. Veel waarschijnlijker is het dat de eene party, die krachtens hare sterkte recht zou hebben op 25 van de 100 zetels, het derde gedeelte barer stemmen ophoopte op 4 of 5 leiders, en het overige zls zóódanig over enkele staatslieden van den tweeden

-ocr page 46-

36

rang en een menigte plaatselijke celebriteiten versnipperde dat daarmede slechts een tiental zetels veroverd werd, terwijl eene andere partij, op de „kopstukkenquot; geen overbodige kracht verspillende, noch tot eene te groote versnippering van stemmen vervallende, veel meer afgevaardigden zendt dan haar toekomen.

In beide gevallen zal het toeval de hoofdrol spelen. Organisatie, wilde zij hier iets uitrichten, zou inderdaad al zéér krachtig moeten zijn. Maar ook al ware zulk eene organisatie, al ware onder het kiezerscorps zulk eene volgzaamheid — welke natuurlijk noodwendig vrijheid van keuze zou uitsluiten — denkbaar, dan nog bleef het gevaar dreigen dat tengevolge van zorgeloosheid, of van een al te groot verlangen naar „het onderste uit de kanquot;, eene partij werd te kort gedaan, ja zelfs geheel uitgesloten.

„En dit stelsel zou nu b ij n a tot de zuiver evenredi-„gen verdienen gerekend te worden?quot; Zóó vraagt men wellicht verwonderd. Doch geduld! Het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot; is herhaaldelijk gewijzigd, en deze wijzigingen brachten het den evenredige stelsels nader. Wel staat elke wijziging onder eenen geheel anderen naam, en als een ander stelsel, bekend, maar dat zy allen zich uit het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot; ontwikkeld hebben is onbetwistbaar, en zal ons bij de behandeling der nu volgende stelsels blijken.

4. Bet stelsel van het ^vastgesteld minimumquot;.

De nadeelen van het stelsel der „eenvoudige meerder-„heidquot; heeft men trachten weg te nemen door vaststelling van een minimum, waarvoor men gewoonlijk neemt de

-ocr page 47-

37

helft van het kiesquotiënt Alleen zij die dat minimum te boven gaan worden terstond verkozen verklaard. Blijven na de eerste stemming nog zetels open, dan wordt eene tweede stemming gehouden, waarbij de betrekkelijke meerderheid beslist.

Deze wijziging doet eigenlijk het stelsel meer kwaad dan goed. Voor auttelooze krachtsverspilling — door ophooping van stemmenmassa\'s op enkele uitstekende can-didaten — is zij geen correctief. Verhinderen dat enkelen met een zéér laag stemmencijfer gekozen worden doet zij slechts ten deele, daar bij tweede stemming van een minimum geen sprake meer is. Het werk van den kiezer verdubbelt zij, door hem tweemaal ter stembus te roepen. Ten slotte, en dit is zeker niet onze geringste grief, geeft zij, daar aan de tweede stemming allen deelnemen, den kiezers wier stemmen reeds uitwerking hebben gehad eenen door niets gemotiveerden dubbelen invloed, die noodwendig ten nadeele der zwakste en ten voordeele der sterkste partijen moet komen.

Voor eene evenredige vertegenwoordiging der partijen, of zelfs slechts voor eene vertegenwoordiging der minderheden, bestaat hier m. i. veel minder kans dan bij het onveranderde stelsel der „eenvoudige meerderheidquot;.

5. Het stelsel Boutkmy 1).

Ook het „stelsel Bouthmyquot; is m. i. niets anders dan eene wyziging van dat der „eenvoudige meerderheidquot;, en

1

Aangenomen door de „Association of electoral „Reformquot; te New-York in 1867.

-ocr page 48-

38

wel eene wyziging die, hoe vreemd zy op het eerste gezicht moge schijnen, inderdaad verdient eene aanmerkelijke verbetering genoemd te worden.

De wijze van stemmen is dezelfde als die hij het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot;, en ook de verkozenen zijn dezelfden, nl. zij die de meeste stemmen verkregen hebben ; maar bij het stelsel Bouthmy -brengt ieder lid in de vertegenwoordigende vergadering een aantal stemmen uit, geëvenredigd aan het aantal stemmen waarmede hij gekozen is.

Het is duidelijk dat hier de ophooping van groote stemmenmassa\'s op enkele zeer gewilde candidaten ophoudt krachtsverspilling te zijn; ziehier dus een stap in goede richting, die ons het ideaal; eene evenredige vertegenwoordiging aanmerkelijk nader brengt.

Men heeft tegen dit stelsel ingebracht dat het eene ongehoorde nieuwigheid is. Volkomen waar, maar dat mag nooit als een ernstig bezwaar gelden.

Men heeft gezegd dat bij de berekening van het aantal stemmen waarover elk lid in de vergadering heeft te beschikken, overschotten noodzakelijk te loor moeten gaan. Maar men kan die overschotten zoo klein maken als men zelf wil, eenvoudig door het aantal stemmen dat men als maatstaf aanneemt te bekrimpen; men kan bijv. bepalen dat elk lid één stem uitbrengt voor elke 10 of 5 stemmen die hij op zich vereenigd heeft; ja zelfs — en dan gaat geen enkele der op de afgevaardigden uitgebrachte stemmen verloren — kan men bepalen dat elk lid ter vergadering evenveel stemmen zal uitbrengen als waarmede hij verkozen is.

Er zijn echter andere, meer ernstige bezwaren tegen het stelsel Bouthmy in te brengen.

Moge hier ook al de ophooping van stemmen op enkelen

-ocr page 49-

39

ophouden voor bet evenredige der vertegenwoordiging een gevaar te zijn, geenszins is dat het geval met de versnippering van stemmen over velen; alles wat daaromtrent bij het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot; gezegd is, blijft hier onverzwakt van kracht.

En bij dit oude nadeel, dat niet wordt opgeheven, is nu een nieuw geschapen. Op den gang van zaken in de vertegenwoordigendee vergadering wordt onder het stelsel Bouthmy aan enkele populaire personen en partijleiders een overwegenden invloed geschonken. Zelfs is de mogelijkheid niet uitgesloten dat één persoon beschikken zal over 1/4) ja Vs van alle stemmen. Zoolang nu die persoon inderdaad stemt of spreekt in den geest van 1/4 of Ys der kiezers, zie ik hierin geenszins een nadeel, maar veeleer eenen zeer gewenschten waarborg voor meerdere beknoptheid der parlementaire debatten. Doch die invloedrijke leden zitten eenige jaren; en in dien tijd kan hunne meening, of die hunner kiezers, veranderen ; kan blijken dat de kiezers zich in hen vergist hebben. En toch — en hier zit de fout — houden die machtige afgevaardigden maar voortdurend 1/4 of l/3 der stemmen in handen.

6. Het stelsel der volmachten.

(The Proxy System).

Het laatst genoemde bezwaar kan niet worden ingebracht tegen het zoogenaamde „Proxy Systemquot; of stelsel der volmachten, ontworpen door Montague Leverson te Charlotsville (Vereenigde Staten)

Overigens volkomen gelijk aan het stelsel Bouthmy,

1

„Draft of a Constitution for Coloradoquot; 1875.

-ocr page 50-

40

ligt het eenige, maar dan ook zeer groote, verschil in de bepaling dat elk kiezer zijn stem van den eenmaal door hem gekozen afgevaardigde ten allen tijde mag overdragen op een ander lid der vertegenwoordigende vergadering, als de genoemde afgevaardigde zijn — des kiezers — vertrouwen beschaamt. Worden aan eenen afgevaardigde zóóveel stemmen onttrokken dat hy daalt tot onder een van te voren bepaald minimum, dan houdt hij op lid der vergadering te zyn. De hem dan nog overblijvende stemmen kan hy bij zijn uittreden op een ander lid overdragen.

De afgevaardigde is dus in dit geval niets anders dan een gevolmachtigde, wiens volmacht elk oogenblik kan worden ingetrokken.

Ter aanbeveling van zijn stelsel zegt Leverson o. a.: „It is obvious that every voter would under this system „be truly represented if voting were free. It is also ob-„vions that every proxy would have a most sensitive „pulse for that portion of the public opinion tribunal to „which he was answerable by the withdrawing of powers „by his constituents if they should be displeased with „him, or by additional powers being recorded to him, „and therefore of an increase of his voting power, should „his conduct be approved by a widening circle of votersquot; \').

Hoewel er in deze woorden veel waarheid ligt, en on-getwyfeld Leverson\'s vernuftige vinding aller bewondering verdient, geloof ik toch dat men met het uitspreken van een oordeel over dit stelsel niet te voorzichtig kan zijn. Tegenover onbetwistbare deugden staan hier grove fouten, of ten minste zeer ernstige vraagteekens. Hoe is dit stelsel practisch uitvoerbaar, tenzij men het geheim

1) „Proportional Representation Reviewquot;, Sept. 1893 biz. 24.

-ocr page 51-

41

der stemming prijsgeve? Is eeu band tusschen kiezers en gekozenen, zóó hecht als wy die hier aantreffen, wel gewenscht ? Zal het onttrekken van stemmen niet meestal gelijk staan met een „dempen van de put, nadat het kalf „verdronken isquot;? Hoe te voorkomen dat de verhouding der partijen geheel en al gewijzigd kan worden als, door ziekte of anderszins, één of meer der meest stemmenrijke leden tydelijk afwezig zijn? (Deze laatste vraag geldt ook voor het stelsel Bouthmy).

Mijn bestek veroorlooft mij niet op dergelijke quaesties bij dit stelsel in te gaan; zij zijn my echter voldoende reden om het niet zeer aanbevelenswaardig te achten.

7. Het stelsel van de afnemende waarde der stemvien.

Dit stelsel is zeker wel het oudste van allen; het dag-teekent reeds uit het laatst der vorige eeuw, toen het in Frankryk werd ontwerpen, en voorgestaan door de Borda en Gondorcet. Ook in lateren, ja zelfs nog in den laat-sten tijd, is het door bekende voorstanders der evenredige vertegenwoordiging met vuur verdedigd

In dit stelsel maken de partijen candidatenlijsten op, bevattende juist zooveel namen als er leden gekozen moeten worden; ieder kiezer heeft ook juist zóóveel stemmen.

Stel er moeten 10 leden gekozeu worden; dan bevat dus elk stembillet 10 namen. Nu berekent men de waarde der stemmen aldus; De candidaat die bovenaan staat krijgt 10 stemmen, de volgende 9, de daarop volgende

1) O. a. in Duitschland door Dr. Gustav Burnitz en Dr. George Varrentrapp, Frankfort a. d. Main, I860, en in Amerika door Dr. L. B. Tuckerman, Cleveland, Oliio, in „The Proportional Representation Reviewquot; van September 1893.

-ocr page 52-

42

8, enz.....tot den tienden candidaat die één stem krijgt.

Laten wij nu aannemen dat er twee partyen zijn, en dat er worden ingeleverd 10,000 stembilletten, waarvan de eerste party er 7,000 krijgt, en de tweede 3,000. De uitslag is nu als volgt:

party

2e

partij

A. 7,000X 10 = 70,000 st.

L. 3,000 X 10 = 30,000 st.

B.

11

X

9 = 63,000 „

M.

X

9 = 27,000 „

C.

11

X

8 = 56,000 „

iï.

X

8 = 24,000 „

D.

n

X

7 = 49,000 „

0.

X

7 = 21,000 „

E.

it

X

6 = 42,000 „

F.

X

6 = 18,000 „

F.

ii

X

5 = 35,000 „

R.

X

5=15,000 „

G.

ii

X

4 = 28,000 „

S.

X

4 = 12,000 „

H.

ii

X

3 = 21,000 „

T.

X

3 = 9,000 „

I.

ii

X

2 = 14,000 „

U.

X

2 = 6,000 „

K.

ii

X

1= 7,000 „

V.

X

1= 3,000 „

Verkozen zijn nu de tien candidaten die de meeste stemmen op zich vereenigd hebben, dat zijn dus A., C., D., E., P., L., G., M. en iV., zoodat de eerste partij 7 zetels krijgt, en de tweede 3, wat juist geëvenredigd is aan de gebleken sterkte dier beide partijen.

Strenge handhaving van de volgorde der candidaten-lijsten is daartoe echter hoogst noodzakelijk. Laten wij bijv. eens aannemen dat bij de tweede partij op 1,500 billetten de volgende gewijzigd was, zoodat men had

1,500 bill.

in volgorde

en

1,500

in

volgorde

dan verkreeg

L.

1,500 x 10= 15,000 st.

F. 1,500 x 10

= 15,000 st.

L. 15,000 3,000 = 18,000 st.

M.

n x

9 = 13,500 „

U.

11 X

9

= 13,500 „

M. 13,500 1,500 = 15,000 „

N.

„ X

8=12,000 „

S.

11 X

8

= 12,000 „

iV. 12,000 4,500=16,500,,

0.

„ X

7 = 10,500 „

T.

11 X

7

= 10,500 „

0.10,500 -f 9,000 = 19,500 „

F.

» X

6= 9,000 „

0.

11 X

6

= 9,000 „

F. 9,000-}- 6,000 = 15,000,,

R.

ii x

5= 7,500 „

R.

11 X

5

= 7,500 „

R. 7,500 7,500 = 15,000,,

S.

» x

4= 6,000 „

F.

11 X

4

= 6,000 „

S. 6,000 -f 12,000 = 18,000 „

T.

„ X

3= 4,500 „

N.

11 X

3

= 4,500 „

T. 4,500 10,500=15,000 „

ü.

„ X

2 = 3,000 „

L.

11 X

2

= 3,000 „

U. 3,000 13,500 = 16,500,,

V.

» x

1= 1,500 „

M.

11 X

1

= 1,500 „

F. 1,500 15,000 = 16,500,,

-ocr page 53-

43

In dat geval waren verkozen van lijst 1 de candidaten A., B., C., O., JE., F., G. en H., die alleen meer dan 19,500 stemmen hebben; dat is dus 8 zetels, terwyl die lyst slechts recht heeft op 7. Yan lijst 2 zouden twee candidaten verkozen zijn; ten eerste natuurlijk C., die de meeste stemmen heeft, nl. 19,500, en daarna L. of A die beiden 18,000 stemmen kregen.

In een zeer moeilijk geval zou men vooral verkeeren als de volgorde op de laatste 1,500 billetten in plaats van afwijkend, eens geheel omgekeerd was, dus Vn U., T., S., B.j O., N., M. en Z., daar dan alle candidaten 16,500 stemmen zouden verkrygen, en men dus de twee zetels tusschen de 10 candidaten zou moeten verloten. Ik geef toe dat zulk een geval al zeer onwaarschynlijk is, maar men mag elke mogelijkheid stellen om door overdrijving een zaak duidelijk te doen uitkomen, en zoo stelde ik ook dit geval om er met de meest mogelijke klem op te wijzen dat strikte handhaving der vastgestelde volgorde broodnoodig is om het evenredige der vertegenwoordiging te verzekeren.

Handhaaft men de volgorde, dan is hier dus eene evenredige vertegenwoordiging verzekerd. Velen hebben daarom dan ook dit stelsel tot de zuiver evenredigen gerekend.

Ik doe dat echter niet, evenmin als ik het distrikten stelsel reken tot de stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden.

Bij het determineeren der verschillende stelsels — ik heb het hier vóór reeds gezegd — heeft men mijns inziens geenszins te letten op de toevallige uitkomsten die zij kunnen opleveren, maar enkel en alleen op hun techniek, en op de bedoelingen welken met onbetwistbare zekerheid de vorming van die techniek beheerschten. Van dit standpunt kan men geen enkel stelsel voor pro-

-ocr page 54-

44

portioueel verklaren dat niet berust op het kiesquotiënt. Doch over het kiesquotiënt later.

8. Het stelsel Rerold.

Volledigheidshalve vermelden wy hier ook nog het stelsel Herold, dat eigenlijk niets anders is dan eene verminking van het stelsel der „eenvoudige meerderheidquot;.

Met de eigen woorden van den ontwerper willen wy het in het kort weergeven \'):

„Chaque circouscription electorale nomme un depute. „II est facultatif a tout électeur d\'écrire deux noms sur „son bulletin. Le premier nom sera celui du citoyen qu\'il „désigne pour être député de sa circouscription. Le second „nom sera celui d\'un citoyen qu\'il désire voir élu représentant de la nation, soit dans la circouscription, soit ail-„leurs. Les deux noms peuvent être celui du même ci-„toyen; mais dans ce cas le bulletin ne comptera jamais „que pour un suffrage dans le scrutin de la circonscrip-„tion. Le second nom sera écrit a la main sous peine de „nullité. Les suffrages accordés au moyen de l\'inscription „d\'un second nom sur le bulletin sont recensés dans toute „la France, et les 60 citoyens qui en out obtenu le plus „grand nombre font partie de la representation nationale, „ pour vu qu\'ils réunissent un nombre de voix égal au „moins a celui obtenu par le député de circouscription „qui a été élu par le moins des suffrages.quot;

1) Un Prqjet de Loi electorale, 187(5.

-ocr page 55-

45

DE STELSELS DER EVENREDIGE VERTEGrEKWOORDIGINGL

Na de stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden te hebben doorloopen, zyn wy dan nu genaderd aan de stelsels der zuiver evenredige vertegenwoordiging. In de laatsten ligt eene geheel andere bedoeling dan in de eersten. Baron de Laijre omschrijft die bedoeling met de woorden: „La representation de chaque electeur ou plu-„tót de chaque opinion dans la proportion de son influence „dans le pays, tel est le but a atteindrequot;

Dus niet slechts, zooals bij de stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden, de vertegenwoordiging van verschillende meeningen, niet alleen zelfs ook de vertegenwoordiging van alle meeningen, maar de vertegenwoordiging van alle meeningen naar verhouding van hare sterkte.

Ter bepaling van die verhouding is eene maat noodig. De meest zuivere maat zou ontegenzeggelijk de eenheid zijn; maar daar het zéér moeilijk is twee, en beslist onmogelyk vijf, tien, of meerdere menschen te vinden die ten opzichte van alle mogelijke quaesties volkomen ge-lijkdenkend zyn, zou het gebruiken van deze maat er toe moeten leiden dat het geheele volk, of nagenoeg het ge-heele volk, zelve optrad als volksvertegenwoordiging. Dit is natuurlijk onmogelyk; en dus moet men het maatgetal grooter maken.

Dat maatgetal, trekkende de grens waarboven elke meening recht heeft op vertegenwoordiging, noemt men het kiesquotiënt.

Meestal stelt men vast dat de volksvertegenwoordiging

1) Les minorités et le suffrage universel. Paris 1868.

-ocr page 56-

46

bestaan zal uit een bepaald aantal personen, en berekent men dan het kiesquotiënt door het getal der te bezetten zetels te deelen op dat der uitgebrachte stemmen. Sommigen echter verkiezen boven een vast aantal zetels met een varieerende kiesquotiënt een van te voren vastgesteld kiesquotiënt met een varieerend aaukal zetels. Op deze quaestie kom ik later terug.

Dit kiesquotiënt nu, het zij dan vast of varieerend, is het onbedriegelijk kenmerk aller stelsels eener waarlijk evenredige vertegenwoordiging.

De stelsels der evenredige vertegenwoordiging worden verdeeld in twee groepen: 1°. de stelsels der partijver-tegenwoordiging, en 2°. die der persoonlijke vertegen-w^oordiging \').

Bij de stelsels der eerste groep moeten de kiezers zich aaneensluiten tot partyen of fracties, die dan naar evenredigheid barer sterkte vertegenwoordigd worden.

Bij de stelsels der tweede groep is de partij formatie een volkomen vrijwillige daad der kiezers; zij kan ook hier plaats hebben, evengoed als bij de stelsels der partijvertegenwoordiging, maar zy is geen noodzakelijk ver-eischte. Hier treedt voornaamlyk de persoon des kiezers op den voorgrond, en staat als hoofdvereischte voorop dat zooveel mogelijk ieders stem effect moet hebben, opdat eene volkomene vrijheid van keuze gewaarborgd zij.

By het bespreken der verschillende stelsels, waartoe wij thans overgaan, zal blijken dat het verschil tusschen de beide groepen meer is dan een quaestie van woorden.

1) Velen noemen de stelsels der eerste groep de proportioneel e kiesstelsels, en die der tweede groep de persoonlyke kiesstelsels.

-ocr page 57-

47

A. De stelsels der partij-vertegenwoor-

d i g i n g.

1. Hef atehel der mededim/ende candidatenlijsten.

(La concurrence des listes)

Elke partij dient bij het centrale verkiezingsbureau een lijst in, bevattende evenveel candidaten als er afgevaardigden verkozen moeten worden, of minder.

De lijsten der verschillende partijen worden nu gepubliceerd, en de kiezer doet daaruit eene keuze. Kiest hij een lijst, dan moet hij ook al de daarop voorkomende namen in onveranderde volgorde overnemen, anders is zijn stembillet ongeldig.

Na afloop der stemming worden aan het centraalbureau al de uitgebrachte stemmen te samen geteld, en hun totaal getal gedeeld door het getal der te kiezen afgevaardigden. Het quotiënt dezer deeling is het zoogenaamde kiesquotiënt.

Van elke partij worden nu, boven aan de lijst beginnende, zóóveel candidaten verkozen verklaard, als het aantal malen dat het kiesquotiënt begrepen is in het aantal stemmen dier partij.

Bijv.:

Uitgebracht zijn 10,000 stemmen, te kiezen 10 afgevaardigden; het kiesquotiënt is dus 10,000:10 = 1,000.

Op de lijst van partij A. werden uitgebracht 6,000 stemmen; dus de 6 op die lijst bovenaanstaande candidaten zijn gekozen. De lijst van partij B. verkreeg 3,000 stemmen; dus zijn van die lijst de 3 bovenste candidaten

1) Voorgesteld in 1867 door de „Association Réformistequot; te Genève.

-ocr page 58-

48

gekozen. De lijst van party C. kreeg 1,000 stemmen; dus is daarvan de eerste candidaat gekozen.

Men ziet, dit stelsel is eenvoudig genoeg. Die eenvoud echter wordt hier ten koste der vryheid van keuze te duur gekocht. De kiezer heeft niet het recht in zijn partij te zoeken naar den man die hem het meest gewenscht voorkomt, maar is gedwongen eene voor hem in gereedheid gebrachte lijst, aan welker samenstelling hy misschien niet eens heeft kunnen medewerken, geheel en in onveranderde volgorde over te nemen.

Dezelfde reden die een kiezer kan beletten aan de samenstelling van de candidatenlijst zijner partij mede te werken, kan ook voor kleinere partijen het indienen van zulk eene lijst uiterst moeilijk, ja zelfs onmogelijk maken. Voor het indienen van eene candidatenlijst wordt namely k een bepaald aantal personen vereischt, en nu kan zich immers zeer goed het geval voordoen dat de aanhangers van een of andere kleine partij te veel over het geheele land verspreid zyn, en te weinig met elkander in aanraking komen om uit hun midden het door de wet vereischte aantal bijeen te krijgen, zoodat dus die partij geen candidatenlijst kan indienen, en bijgevolg onver-tegenwoordigd blijft.

Eene niet minder ernstige grieve is het dat bij het opmaken der candidatenlijsten de onderdrukkende heer-schappy der meerderheid in onverzwakte kracht blijft gelden. De meerderheid in elke partij beveelt: „Op die „en die personen zult gij stemmen.quot; De minderheid heeft slechts te gehoorzamen, of hare stemmen zijn ongeldig. Het blijft wel is waar mogelijk dat, by de samenstelling eener candidatenlijst, de samenstellende vergadering te werk gaat volgens de regels der evenredige vertegenwoordiging, maar dat hangt dan geheel af van het wel-

-ocr page 59-

49

behagen dier vergadering; het stelsel garandeert dat niet.

2. Hef stelsel der dubbele gelijktijdige keuze.

(Le double vote simultané)

Dit stelsel is door eene kleine — maar daarom nog geenszins onbeduidende — wijziging uit dat der mededingende candidatenlijsten ontstaan. Het eenige verschil bestaat hierin, dat de kiezer niet gebonden is aan de volgorde der candidaten van zijn partylijst. Bij den uitslag worden dan ook niet verkozen verklaard de op die partijlijst bovenaanstaande candidaten, maar zij die op de meeste stembilletten de bovensten zijn.

Hier is dus eenige meerdere vryheid van keuze. De kiezer mag nu althans uit de namen op de candidaten-lijst zijner partij eene vrye keuze doen.

Overigens echter gelden ook voor dit stelsel al de bij het vorige genoemde bezwaren.

3. Het stelsel der vrije lijsten.

(Les listes libres. Free listes system)1).

Nogmaals eene kleine wijziging, en wij hebben ons derde stelsel: dat der „vrye lijstenquot;.

Ook hier maken de partijen candidatenlysten op. De kiezer is echter niet aan de lijst zijner partij gebonden, maar mag de candidaten die hij op zijn stembillet plaatst desnoods uit de lysten van alle partijen bijeenzoeken.

4

1

aangenomen door de „Association Réformistequot; te Genève.

-ocr page 60-

50

Bij het opmaken van den uitslag telt men nu voor elke partij de stemmen die de verschillende candidaten dier party verkregen bijeen, en verdeelt dan het aantal zetels naar verhouding der op deze wijze verkregen totale stemmencijfers tusschen de partijen. Gekozen zyn dan in elke partij de candidaten die de meeste stemmen.

Bijv.

Aantal te kiezen leden

6.

De candidaten verkregen:

Candidaten partij X.

Candidaten party IJ.

Candidaten party Z.

A. . . 3,000 st.

Gr. .

2,000 st.

K . .

900 st.

B. . . 2,500 „

H. .

1,700 „

0. . .

950 „

C. . . 2,700 „

I. .

1,900 „

P. . .

900 „

D. . . 3,000 „

K. .

1,850 „

E. . .

800 „

E. . . 2,800 „

L. .

1,300 „

S. . .

750 „

F. . . 1,500 „

M. .

1,250 „

T. . .

700 „

Totaal 15,000 st.

Totaal 10,000 „

Totaal

5,000 „

De 6 zetels worden nu

over de partyen verdeeld in de

verhouding van 15,000:10,000:5,000; dus krijgt partij X. 3 leden, nl. A., D. en C.; partij IJ. 2 leden, nl. Gr. en I.; en partij Z. 1 lid, nl. O.

Later, by het behandelen van de geschiedenis der evenredige vertegenwoordiging in Zwitserland, kom ik op dit stelsel eenigszins breedvoeriger terug.

4. Stelsel „de V Association Ré for miste Belye?\'

Dit stelsel verschilt van het voorgaande alleen door den eigenaardigen vorm van het stembillet. Op het stem-billet zijn nl. de candidatenlijsten der verschillende partijen in afzonderlijke kolommen gedrukt. Boven elke par-tylijst bevindt zich een zwart vak, waarop in \'t midden een wit punt is opengelaten; ook achter den naam van eiken candidaat is zulk een vakje geplaatst.

-ocr page 61-

51

1.

2.

3.

4.

5.

6.

1.

2.

3.

4.

Zulk een sterabillet ziet er ongeveer aldus uit:

Party Q.

Partij X.

Party IJ.

Party Z.

13

D

Gr. H. I. K. L. M. N.

O.

P. K. S.

De kiezer geeft al zijn stemmen — bij alle stelsels der partij-vertegenwoordiging heeft de kiezer evenveel stemmen als er zetels te bezetten zyn — aan ééne lijst, door het witte punt boven die lijst zwart te maken. Hij geeft een stem aan een candidaat, en aan de lijst waarop die can-didaat voorkomt, door het witte punt achter diens naam zwart te maken. Heeft hij aan ééne lijst al zyn stemmen gegeven, dan kan hij aan een of meer candidaten van die lijst de voorkeur geven, alweder door zwartmaking van de witte punten achter hunne namen.

Het werk van den kiezer wordt natuurlijk daardoor zeer vergemakkelijkt.

Wij willen de lijst van de stelsels der partij vertegenwoordiging sluiten met het stelsel van den Luit.-Kolonel

5. liet stelsel Curie.

-ocr page 62-

52

J. Curie te Versailles. Dit stelsel, door hem ontwikkeld in „The Proportional Representation Reviewquot; van September 1893 en Juni 1894, komt ongeveer op het volgende neer:

Het kiesquotiënt wordt van tc voren vastgesteld.

Het land is verdeeld in meervoudige districten. In elk district maken de \'verschillende partyen hun candidaten-lijsten op.

De kiezer heeft één stem, die hij mag uitbrengen ;

1°. voor de geheele lyst zijner partij, in onveranderde volgorde;

2°. voor één der op die lijst voorkomende candidaten;

3°. in de eerste plaats voor één der candicaten, en in de tweede plaats voor de lyst; d. w. z. als zijn stem voor den candidaat niet dienen kan — doordat deze öf reeds gekozen is, öf te weinig stemmen krygt — geldt de stem voor de partijlijst.

In elk district worden nu verkozen verklaard zij die het kiesquotiënt bereiken.

Natuurlyk zullen in elk district stemmen verloren gaan doordat zij werden uitgebracht op candidaten die in de minderheid blijven, of doordat zij behooren tot de overschotten op de verschillende partijlysten, die men krijgt als de deeling van het kiesquotiënt op de stemmencijfers der partijen niet zuiver opgaat. Al deze stemmen worden nu uit het geheele land bijeen gevoegd, om op die wijze nog eenige candidaten het kiesquotiënt te doen bereiken.

De wyze waarop het dépouillement plaats heeft beschrijft Curie als volgt *):

„In the example I have selected the number of votes „required to elect, fixed in advance, is 6,800.

1) „The Proportional Representation Reviewquot;, Juni 1894, biz. 120.

-ocr page 63-

53

„The list a. ^ contains the following names, arranged in order of preference:

List a.

Andrew Anthony August.

„It is arranged in combination with:

„1st the lists lt;?., lt;/., e. etc., of the different precincts; „2d the lists w., o., p. etc.;

„3d the other lists of the pdrty A.;

„4th the different lists of the party C.;

„but not with the party B. This list, before the voting, „has been deposited in the hands of the administrative „authority.

„The form to be preferred for the ballots is this:

! ANTHONY I LIST a.

,,The result of the balloting in Precinct 1, so far as „list a. is concerned, gives:

„Andrew...... 200 votes

„Andrew, list a. .. . 6,000 „

„List a....... 800 „

„Anthony, list «... . 500 „

„August, list n. . . . 50 „

7,550 votes

„To determine the assignment of seats it is necessary

1) „The preparatory work of the formation of the lists can be „accomplished in various ways in conventions which must be composed of the greatest possible number of electors of the same party.quot;

-ocr page 64-

54

„to bear in mind that the vote is absolutely uninominal; „only, if a ballot having the inscription List a. can not „be used for Andrew it wil be for Anthony; if it can „not be used for either Andrew or Anthony, it will be „used for August.

„If the ballot has a name and a list it will be „used for the name; or if it can not be, it will be counted to the list.

6,200 votes 2,200 „ 1,400 „ 800 „ 750 „

Ï7

„According to this rule, Andrew will be chosen as „follows;

„ Andrew .... 200 votes „Andrew, list a. . 6,000 „

„ List a..... 600 200 votes to carry from list a.

„Andrew is elected by 6,800 votes.

„There remains then

„List a. .. . 200 votes „Anthony, list a. 500 „

„August, list a. . 50 „

„Total, list a. . 750 votes to carry to the general returns.

„We proceed in the same way for the other lists of „the same precinct, as well as for the different lists of „each of the other precincts.

„At the general canvas of the returns, the numbers „of ballots supplied by the list arranged with list a. are „in the different precincts (the numbers being arranged „in descending order):

„1. List a. . 750 votes II. List b.

„11. List b. . 6,200 „ III. List c.

„III. List c. . 2,200 „ IV. List d.

„IV. List d. . 1,400 „ V. List e.

„V. List e. . 800 _ I. List a.

-ocr page 65-

55

„Afterwards the highest number is completed by means „of the lowest:

„6. 6,200

„a. 600 150 to carry „One choice of the list 6. 6,800

„In the example discussed in detail in my article, this „choice is the second of the candidates carried on the list

„We pass next to the second number, 2,200 of the „list c., to complete it if possible, like the first, by means „of the lowest numbers:

„Thus we have list c. . 2,200 „Brought from list b. . 150

„List d.......1,400

„List e.......800

„Total, list c. . . 4,550 to carry to other lists.

„The computations required by the combination of the „different shades of the same party, and of the different „parties with one another are precisely the same.

„As is evident, all the work consists in arranging in „convenient order the numbers resulting from the ballots „as cast and in making for each choice an addition to „bring the total the same for each. This number, for the „two candidates above mentioned, the one of list b. is „obtained by the combination for the first of three num-„bers into one, and for the other by the combination of „two numbers.quot;

Ik aarzel geen oogenblik dit stelsel het beste te noemen van alle stelsels der partij-vertegenwoordiging. Hier is de districtsverdeeling geen kwaad, maar integendeel een voordeel. Aan de evenredigheid der vertegenwoordiging doet zij geen afbreuk. Zij waarborgt de locale vertegen-

-ocr page 66-

56

woordiging, zonder mannen van nationalen roem den toegang tot de vergaderzaal te belemmeren. Ook kunnen, nu de candid aten lijsten districtsgewijze worden opgemaakt, meer kiezers aan de candidaatsstelling medewerken, zoodat dus, ondanks de bindende candidatenlysten, de onvrijheid van keuze minder wordt. Tevens komt zoodoende elke nuance in eene partij beter tot haar recht.

Maar al wordt ook de onvryheid van keuze minder, toch blijft zij ook hier bestaan. Ook hier is men gedwongen zich te scharen onder de vanen van een of andere partij, en is elke stem buiten de candidatenlijsten ongeldig.

METHODEN TER VERDEELING VAN HET OVERSCHOT.

Vóór wij overgaan tot de behandeling van de stelsels der persoonlyke vertegenwoordiging, dient het een en ander gezegd over wat men zou kunnen noemen „de verdeeling van het overschot.quot;

Zooals wij reeds weten berusten alle stelsels der zuivere evenredige vertegenwoordiging op de theorie van het kiesquotient. Het totaal getal der uitgebrachte stemmen gedeeld door het getal der te kiezen afgevaardigden geeft een quotiënt dat aanwyst hoeveel stemmen er noodig zyn om recht te hebben op één zetel. Dit quotiënt, het zoogenaamde kiesquotient, deelt men nu op het totaal stemmencijfer van elke partij, en het quotiënt dier deeling geeft dan weer aan het getal afgevaardigden waarop die partij recht heeft.

Het spreekt echter van zelf dat deze deeling zelden zuiver zal opgaan; meestal zal zij by elke partij een rest

-ocr page 67-

57

geven. Het gevolg daarvan is dat in den regel nog zetels onbezet zullen bliiven.

Bijv.:

10,000 stemmen worden uitgebracht, 10 leden moeten gekozen worden; dus het kiesquotiënt is 1,000.

Van de 10,000 stemmen werden uitgebracht op partij A. 3,600, op partij B. 2,850, op partij C. 1,850, en op partij D. 1,700.

Verdeeling der zetels:

partij A. 3,600:1,000 = 3 zetels; rest 600 stemmen. „ B. 2,850; 1,000 = 2 „ ; „ 850 „ C. 1,850: 1,000 = 1 „ ; r 850 „ D. 1,700: 1,000 =_1 „ ; „ 700

Reeds verdeeld 7 zetels; nog toe te wijzen 3.

Hoe nu die drie overschietende zetels onder de vier partijen te verdeelen? Op die vraag wordt verschillend geantwoord.

I. Verreweg het meest gebruikelijk is het dat men de overschietende zetels toekent aan de partijen wier stem-men-overschot het grootst is. Volgens deze methode komen in bovenstaand voorbeeld de drie nog toe te wijzen zetels aan de partyen B., C. en D., zoodat de verhouding der partijen wordt:

A. 3, B. 3, C. 2 en D. 2.

II. Geheel anders gaat men te werk by de methode van d\'Hondt, ook wel genoemd „het stelsel van den ge-meenen deelerquot;

Als by deeling van het kiesquotiënt op de stemmen-

1) Deze methode wordt toegepast in liet stelsel „de rAssociatiou Réformiste Beige.quot;

-ocr page 68-

58

cijfers der verschillende partyen niet dadelijk alle zetels kunnen worden toegewezen, dan is, zoo zegt d\'Hondt, het kiesquotiënt te groot, en moet men een kleiner getal vinden dat, gedeeld op die stemmencijfers, direct alle zetels toewijst. Om dat getal, den zoogenaamden „gemeenen deelerquot;, te vinden, deelt men het stemmencijfer van elke partij door het haar volgens het kiesquotiënt toekomend getal leden 1 ; de quotienten dezer deelingen rangschikt men, te beginnen met het grootste, in volgorde der grootte. Het zooveelste getal in deze volgorde als overeenkomst met het getal der nog te vervullen zetels is de gemeene deeler. Deelt men nu dien gemeenen deeler op de stemmencijfers der verschillende partyen, dan wijzen de quotiënten aan op hoeveel zetels de partyen recht hebben.

Passen wy deze methode toe op het boven aangehaalde voorbeeld:

party A. 3,600:1,000 = 3 zetels, rest 600 stemmen. „ B. 2,850 : 1,000 = 2 „ , n 850 C. 1,850: 1,000 = 1 , , n 850 „ D. 1,700 : 1,000 = 1 „ , „ 700

Reeds verdeeld 7 zetels, nog toe te wijzen 3.

Zie hier dus de gegevens waarmede men den gemeenen deeler moet bepalen. Men doet dat als volgt:

partij

A.

stemmencijfer

3,600

= 900

reeds verkregen zetels 1

3 1

B.

stemmencijfer

2,850

= 950

T)

reeds verkregen zetels 1

2 1

C.

stemmencijfer

1,850

= 925

reeds verkregen zetels 1

1 1

D.

stemmencijfer

1,700

= 850

n

reeds verkregen zetels -f- 1

1 1

-ocr page 69-

59

üe quotiënten geschreven in volgorde der grootte: 950, 925, 900 en 850.

Drie zetels zyn nog toe te wyzen; dus het derde getal in deze volgorde, het getal 900, is de gemeene deeler.

Nu volgt de definitieve verdeeling der zetels:

partij A. 3,600 : 900 = 4 zetels,

„ B. 2,850 : 900 = 3 r , rest 150 stemmen.

„ C. 1,850:900 = 2 „ , „ 50

„ D. 1,700: 900 = 1 „ , „ 800

De stemmenoverschotten worden verwaarloosd, en dus is de verhouding der partyen:

A. 4, B. 3, C. 2, en D. 1.

III. Ten derde krijgen wy de methode van M. Claes te Mechelen 1).

De deeling van de stemmencijfers der partyen door het kiesquotiënt zet men voort tot in hondersten. Elke eenheid in de aldus verkregen quotiënten geeft recht op een zetel. Elke fractie die grooter is dan 0,50 geeft recht op een der na deze verdeeling nog toe te wijzen zetels.

a. Wij willen deze methode toepassen op bovenstaand voorbeeld, na vooraf eene kleine wijziging te hebben gebracht in de sterkte der partyen A. en D.

Wij krijgen dan:

partij A. 3,400 : 1,000 = 3,40 = 3 zetels 0,40 „ B. 2,850 : 1,000 = 2,85 = 2 „ 0,85 „ C. 1,850 : 1,000 = 1,85 = 1 „ 0,85 „ D. 1,900 : 1,000 = 1,90 = 1 „ 0,90

Reeds verdeeld 7 zetels, nog toe te

1

Zie „The Proportional Representation Reviewquot; van September 1894, biz. 14.

-ocr page 70-

60

wijzen 3. Deze drie zetels komen nu aan de partijen wier fracties grooter zijn dan 0,50, dat is dus aan B., C. en D., zoodat de verhouding der partijen wordt:

A. 3, B. 3, C. 2, en D.

b. Stel nu echter dat het aantal overschietende zetels kleiner is dan het aantal fracties boven 0,50, zooals het geval zou zijn als wij de methode toepassen op het reeds meermalen gebruikte voorbeeld, zonder daarbij, als hierboven, de sterkte der partyen k. en D. te wyzigen. Wy hebben dan voor de verhoudingsgetallen der vier partijen:

A. 3,60, B. 2,85, C. 1,85, en D. 1,70.

Al de vier fracties zijn dus hooger dan 0,50.

In dit geval deelt men elk der vorhoudingsgetallen door het naast hoogere geheele getal, en wijst de nog overschietende zetels toe aan de partyen die bij deze deeling de hoogste quotiënten krygen. Aldus:

A. = 0.90, B. ^ = 0.95, C. = 0,92,

en o. = 0,86. S

De drie zetels komen dus aan A., B. en C., en de verhouding der partijen wordt:

A. 4, B. 3, C. 2, en D. 1.

c. Ten slotte is het ook mogelijk dat het getal der overblyvende zetels grooter is dan dat der fracties boven 0,50; bijv. dat, terwijl er nog drie zetels moeten worden toegewezen, de verhoudingsgetallen der partijen zijn:

A. 3,40, B. 3,05, C. 1,95 en D. 1,60.

Ook dan past men dezelfde methode toe als in geval en krijgt dus:

-ocr page 71-

61

A. -^0 = 0,85, B. 3\'05 = 0,76, C. = 0,97 en 4 4 2

D. -1° = 0,80.

De drie overschietende zetels komen dus aan A., C. en D.

IV. Zeer gemakkelijk maakt men zich van de zaak af in het stelsel dat in het canton Neufchatel is ingevoerd \').

Daar wijst men doodeenvoudig al de overschietende zetels toe aan de sterkste partij.

Passen wij deze methode toe op ons voorbeeld, dan wordt dus de verhouding der partijen:

A. 3 3 = 6, B. 2, C. 1 en D. 1.

Laten wy nu zien welk dezer vier methoden de voorkeur verdient.

Wij doen dat door na te gaan op hoeveel kiezers elke partij een zetel krijgt. Hoe minder die getallen uiteen loopen, hoe minder zij van het kiesquotiënt verschillen, des te meer nadert men het ideaal eener zuivere evenredigheid, en des te beter is dus de methode van verdeeling-

Wij hebben dan:

I. De overschietende zetels aan de partijen met de grootste overschotten.

Onderling verschil:

partij A.. 3 leden op 3,600 kiezers = 1 op de 1,200

B.

3 „

. 2,350 „

= 1 n )i

950

C.

2 „

* 1,850 „

— 1 n n

925

D.

2 „

„ 1,700 „

= J n n

850

1) Zie de geschiedenis der Evenredige Vertegenwoordiging in Zwitserland.

-ocr page 72-

62

Het zwakst vertegenwoordigd partij A. met 1 lid op 1,200 k. „ sterkst „ „ D. „ 1 „ „ 850 w

Verschil . . 350 k. Afwijking van het kiesquotiënt:

200 — 50 — 75 — 150 = — 75.

II. Verdeeling d\'Hondt. Onderling verschil:

party

A.

4 leden op

3,600

kiezers =

i

op

de

900

n

B.

^ n Ti

2,850

V

i

V

V

950

n

c.

2 „ .

1,850

V

i

V

V

925

V

D.

1 lid

1,700

n

i

V

V

1,700

Het zwakst vertegenwoordigd partij D. met 1 lid op 1,700 k. „ sterkst „ „ A. „ 1 „ „ 900 „

Verschil . . 800 k.

Afwijking van het kiesquotiënt:

— 100 — 50 — 75 700 = 475.

III. Verdeeling Claes.

Onderling verschil:

partij A. 4 leden op 3,600 kiezers =1 op de 900

B.

3 „

„ 1,850 „

= 1 „

„ 950

C.

2 „

H-i

O O

51

= 1 n

„ 925

D.

1 lid

„ 1,700 „

= 1 „

„ 1,700

Het zwakst vertegenwoordigd partij D. met 1 lid op 1,700 k. „ sterkst „ „ A. „ 1 „ „ 200 r

Verschil . . 800 k. Afwijking van het kiesquotiënt;

— 100 — 50 — 75 100 = 475.

IV. Verdeeling te Neufchatel.

Onderling verschil:

-ocr page 73-

68

partij A. 6 leden op 3,000 kiezers = 1 op de 600

„ B. 2 „ „ 2,850 „ =1 „ „ 1,425

„ C. 1 lid „ 1,850 „ = 1 „ n 1,850

„ D. 1 „ „ 1,700 n =1 „ „ 1,700

Het zwakst vertegenwoordigd partij G. met 1 lid op 1,850 k.

„ sterkst „ „ A. „ 1 „ 600 ,

Yerschil . . 1,250 k.

Afwijking van het kiesquotiënt:

— 400 425 850 700 == 1,575.

Deze getallen zijn zóó welsprekend dat, men zal het toegeven, elk verder betoog ten gunste der eerste methode overbodig geacht mag worden.

B. Overgangsvormen tussehen de stelsels der partij-vertegenwoordiging en die der persoonlijke vertegenwoordiging.

Eene betere benaming dan deze weet ik voor de twee nu volgende stelsels, — dat van Prof. R. Fruin en dat van Dr. Wilhelm Pappenheim — niet te vinden. In deze stelsels vinden wij van beide groepen iets kenmerkends terug. De partij-vertegenwoordiging blijft bestaan; maar daarnaast is het ook geoorloofd buiten alle partyen om op personen te stemmen. De verschillende partijen maken ook hier hare candidatenlysten op ; maar die lijsten zijn öf niet bindend, of de kiezer brengt slechts eén stem uit — nl. op den candidaat die hem persoonlijk het meest gewenscht voorkomt — en behoeft daarbij niet voor het wegwerpen van dien stem te vreezen, daar deze, zoo hij voor den bedoelden candidaat niet dienen kan, op anderer, van dezelfde partij, wordt overgedragen.

-ocr page 74-

64

1. Het stelsel Fruin

Prof. R. Fruin beschrijft zijn stelsel van evenredige vertegenwoordiging met de volgende woorden:

„Ik hef de verdeeling in kiesdistricten op; het geheele „land vormt één district; één centraalbureau bestuurt het „verkiezingswerk over het geheele land. Van wege dit „bureau wordt zoo kort doenlyk vóór den tyd der ver-,,kiezing aan eiken kiesgerechtigden door het gemeente-„bestuur waaronder hij woont een brief bezorgd, waarin „hem gevraagd wordt of hij ditmaal met eenige erkende „kiesvereeniging wil stemmen, en zoo ja, met welke; een „lyst van de kiesvereenigingen, die door het bureau erkend „zijn, gaat daarbij. quot;Wie op dien brief niet antwoordt, „verklaart door zyn zwijgen dat hij geen deel wil nemen „aan de ophanden verkiezing. Anders moet het antwoord, „op den brief zelf geschreven en door den kiesgerechtigde „onderteekend, op de thans gebruikelijke wyze by het „plaatselijk bureau, op een bepaalden dag, in persoon „worden ingeleverd. Uit de ingekomen antwoorden maakt „het centraalbureau nu zoo spoedig mogelijk op: 1°. hoe-„ veel kiesgerechtigden aan de verkiezing deel zullen „nemen; 2°. hoeveel zich voor elke vereeniging hebben „verklaard, en hoeveel buiten alle vereenigingen verlangen „te stemmen. Daaruit leidt het af hoeveel vertegenwooi-„digers elke vereeniging, en hoeveel de afzonderlyk steelenende kiezers te benoemen hebben.

„Het doet dit op deze wijze: De Kamer bestaat uit „80 leden. Indien dus van de 100,000 kiezers 80,000 „voornemens zyn te stemmen bestaat de kiezersafdeeling

1) De quaestic der kiesdistricten. De Gids, October 1809.

-ocr page 75-

65

„die één lid mag kiezen uit 1,000. Stellen wij nu dat „zich voor de vereeniging der liberale partij 35,000 kie-„zers hebben verklaard, dan kiest die vereeniging 35 af-„ ge vaardigden; voor de conservatieve vereeniging hebben „zich 20,000 verklaard, voor de katholieke anti-revolutio-„nairen 12,000, en voor de protestantsche anti-revolutionairen 8,000, derhalve hebben die vereenigingen respectievelijk 20, 12, en 8 vertegenwoordigers te kiezen; de „5,000 overige kiezers zijn tot geen vereeniging toege-„treden; gezamenlijk kiezen zij dus 5 vertegenwoordigers. „Zoodra deze berekening afgeloopen is wordt de uitkomst „bekend gemaakt, en aan ieder kiezer een stembillet ge-„ zonden dat aan het hoofd den naam draagt der vereeni-„ging waarbij hij zich heeft aangesloten, en verder opgaaf „bevat van het getal der door zijne vereeniging te kiezen „leden, en ruimte om er de namen van zooveel candi-„daten in te schrijven. De kiezer brengt dat billet inge-„vuld, maar niet onderteekend, op de thans gebruikelijke „wijze terug. Het centrale bureau sorteert de billetten „naar de vereenigingen, en telt de stemmen op die ieder „der candidaten verworven heeft. Van hen die de meeste „stemmen hebben bekomen worden er zooveel verkozen „verklaard als de partij vertegenwoordigers te kiezen „heeftquot; \').

„Ziedaar het stelsel dat ik in plaats van het bestaande „zou wenschen, in zijn hoofdtrekken. Wezenlijk is het „hetzelfde als dat van Hare. Het bedoelt eene hervor-„ming in zyn geest. Het berust op denzelfden grondslag „als het zijne: de vrije groepeering der kiezers van het „geheele landquot; 1).

1

t. a. p. blz. 34.

-ocr page 76-

66

Een verbijsterend mengelmoes van weinig goeds en veel kwaads is dit stelsel Fruin. De ontwerper zegt dat zijn stelsel op denzelfden grondslag berust als dat van Hare: m y echter is het niet mogelijk van Hare\'s geniale gedachte hier ook maar een zwak spoor te ontdekken.

Het is waar, de kiezer heeft vrijheid zich al dan niet te scharen onder het vaandel van een der politieke partijen, en dat is het wat dit stelsel onderscheidt van die der party vertegenwoordiging. De evenredige vertegenwoordiging der verschillende partijen is gewaarborgd, en dat is het wat dit stelsel stempelt tot een van evenredige vertegenwoordiging. Bindende candidatenlijsten kent het stelsel niet; de kiezer mag tot het bezetten der zijne partij toebehoorende zetels de personen aanwijzen die hij wil; en dus .... heeft hy volkomen vryheid van keuze, zoo zou men wellicht geneigd zijn te denken. Dat is echter helaas zoo niet.

Ten eerste is, daar openlijk verklaard moet worden by welke partij men zich voegt, een afhankelijk kiezer niet vry in de keuze tusschen de verschillende partijen. En nu moge men daartegen zeggen dat hy die, om welke reden dan ook, te beschroomd is om zich openlijk bij de eene of andere partij te voegen toch nog altijd kan verklaren onafhankelijk van alle partijen te willen stemmen; maar ik vraag u, zal de ryke aan macht, kapitaal of invloed zijn „kiesvazallenquot; werkelijk vergunnen in deze vrijstad der zoogenaamde onafhankelijken zich te onttrekken aan het volgen van dat bepaalde politieke vaandel waaronder hij hen wenscht te zien optrekken? Dat is immers de onwaarschynlykheid zelve!

Ten tweede is de kiezer niet vrij in de keuze der personen. In den boezem der partijen en in den boezem van de groep der onafhankelyken, heerscht niets meer

-ocr page 77-

67

of minder dan het onvervalschte meerderheidsstelsel. Van evenredigheid, van kiesquotiënt, is daar geen sprake.

Ook is in dit stelsel de „veelschrijverijquot; geweldig groot. Wel beweert Prof. Fruin dat daardoor zijn stelsel „mm-„der omslachtig wordt dan dat van Harequot;, maar ik moet eerlijk verklaren dat volstrekt niet in te zien. En al ware dat nu eens zoo, dan zou men toch met recht kunnen zeggen dat hier het middel erger is dan de kwaal want waar bij het stelsel Hare de omslachtigheid enkel en alleen ten nadeele van het stembureau komt, doet Fruin die voor een groot gedeelte drukken op den kiezer. Dit nu maakt een groot onderscheid. „En matière „electorale il y a deux sortes d\'opérations qu\'il faut avoir „grand soin de distinguer: 1°. celles qui incombent a „1\'électeur lui même; 2°. celles qui incombent aux fonc-„tionaires et aux citoyens chargés du dépouillement. „Autant il est nécessaire que les premières soient claires, „faciles, accessibles a toutes les intelligences et a toutes „les bonnes volontés, autant il est d\'une importance secon-„daire que les autres soient plus oü moins longues, plus „oü moins minutieuses; il suffit qu\'elles ne puissent se „soustraire t\\ un controle sérieux et éclaréquot; \').

Ten slotte is het lang niet onmogelijk dat velen die verklaarden met deze of gene partij te zullen stemmen, per slot van rekening toch stil te huis blijven, wetende dat zij daardoor hun partij niet kunnen benadeelen. Zoo zouden dus, om bij het gegeven voorbeeld te blijven, de 35 liberalen wel eens gekozen kunnen worden door evenveel kiezers als de 20 conservatieven.

1) En matière electorale. Anbry-Vitet, Revue des denx m o n d e 8 , 15 Mei 1870, blz. 401.

-ocr page 78-

68

2. liet stelsel Pappenheim \').

By dit stelsel is het land verdeeld in kiesdistricten, maar die kiesdistricten zijn niets meer dan administratief, en dienen om het verzamelen der stemmen en het dc-pouillement te vergemakkelijken.

Partijen en groepen van kiezers dragen hunne candi-daten voor, en het centraalbureau vraagt dezen af bij welke partij zij zich aansluiten. Antwoordt een candidaat niet op die vraag, dan wordt hij gerekend tot geenerlei party te behooren.

De kiezer ontvangt bij zijn stembillet een lijst van al de in het geheele land gestelde candidaten. Hij schrijft één naam op zijn billet.

Het hoofdstembureau in elk district neemt al de in dat district uitgebrachte stemmen op, sorteert ze naar de candidaten waarop ze waren uitgebracht, en zendt ze dan naar het centraalbureau.

Het centraalbureau stelt op de gewone wijze het kies-quotiënt vast, en verklaart ten eerste verkozen eiken candidaat die dat kiesquotiënt bereikt of overschrijdt.

Vervolgens worden in elke partij de stemmen die de reeds verkozen candidaten boven het kiesquotiënt verkregen op de nog niet verkozen candidaten van dezelfde partij overgedragen; steeds te beginnen met den candidaat wiens stemmencijfer het dichtst tot het kiesquotiënt nadert.

Daarna worden in de verschillende partijen de stemmen van de candidaten die er de minsten verkregen —

2) Ein Vorschlag zur Lüsung der Verhiiltniss- und Minoritaten-versammlung. Zeitschrift für die gesammte Staats-wissenschaft, 1886, biz. 288—296.

-ocr page 79-

69

steeds beginnende met hem die het laagste stemmeccijfer haalde — op de overige candidaten overgedragen.

Zoover gevorderd zynde gaat men in elke party het totaal stemmencijfer harer candidaten deelen door het getal der haar reeds toegewezen afgevaardigden. De quotiënten dezer deelingen noemt men de verhoudingsgetallen. Voor de candidaten zonder party is het verhoudingsgetal natuurlijk het door elk hunner verkregen getal stemmen. De grootste verhoudingsgetallen geven recht op een der nog niet toegewezen zetels. Voor eene partij komt die zetel aan den candidaat die de meeste stemmen heeft. Een candidaat zonder partij kan, zoo zijn verhoudingsgetal hem recht op nog een zetel geeft, daartoe iemand anders aanwijzen.

Wij zullen een en ander door een veorbeeld duidelyk maken.

20,000 stemmen zijn uitgebracht, 20 leden moeten gekozen worden; dus het kiesquotiënt is 1,000.

Partij A. ! Partij B. 6,100 st. 5,200 st.

Partij C. | Partij D. 3,300 st. 2,400 st.

Zonder partij 3,000 steramen.

a. l,500gek. h. 1,000 „

c. 1,000 „

d. 1,000 „

e. 550

f. 500

g. 450

h. 100

l,250gek. ƒ1,250 „ 1,000 „ l. 750 m. 500 n. 250 o. 200

p. l,100gek. q. 1,000 „ r. 1,000 „ s. 200

t. l,400gek. u. 800 v. 200

x. 2,100gek.

y. 900 gek.

Terstond gekozen zijn dus: van partij A. ^., c. en d.; van partij B. «., J. en ; van partij C. p. en q.: van partij D. t.; van de candidaten zonder partij x. Samen 11 leden, nog te kiezen 9.

Nu worden de stemmen die de reeds gekozen candi-

-ocr page 80-

70

daten boven het kiesquotiënt verkregen overgedragen op de nog niet gekozenen, te beginnen met dengene wiens stemmencijfer het dichtst het kiesquotiënt nadert, terwijl x daarvoor een ander aanwijst, en wel z.

Partij B.

Partij D.

Partij A.

Partij C.

Zonder partij.

a. 500

e. 550 450= = 1,000, gek. ƒ. 500 50 = = 550

Over te dragen is van:

i. 258 jo. 100 | t. 400

j. 250

wordt overgedragen op;

l. 750 450= s. 200 100=!m. 800 200= 1,000, gek. =300 = 1,000, gek.

v. 200 200=

1

: 400

m. 500 250= = 750

x. 1,100

z. 1,000, gek. rest van x. nog 100


Gekozen bij overdracht der stemmen overschotten zijn dus: lt;?., u. en z.; nog te kiezen 5 leden.

Vervolgens worden overgedragen de stemmen der can-didaten die er de minsten hebben.

Partij B.

Partij C

Partij A.

Partij D. I Zonder partij.

Over te dragen is van;

x. 100 y. 900

h. 100

(j. 450

o. 200 n. 250

s. 300

v. 400

wordt overgedragen aan:

f. 550 450= = 1,000, gek.

1,000 gek.

Dus zijn als nog gekozen f. en vi.; nog te kiezen 2 leden.

Overdracht van stemmen is niet meer mogelijk; dus worden de twee overschietende zetels toegewezen aan de drie partijen of groepen welker verhoudingsgetallen het grootst zijn.

»1.750 250=

-ocr page 81-

71

Partij A.

Partij B.

Partij C. 1 Partij D.

Zonder partij

x. | y.

6,100:6 = = 1.016%

5,200 : 5 = = 1,040

3,300 : 3 = = 1,100

2,400 : 2 = = 1,200

2,100:2 = = 1,050

900 : 1 = = 900

niet gekozen candidaten die het diclitst het kiesqiiotiënt naderen: g. 450 | n. 250 | s. 300 gek. | v. 400 gek. | 100 | y. 900

Partij A. heeft dus 1 lid op de 1,016 kiezers, party B. 1 op de 1,040, party C. 1 op de 825, partij D. 1 op de 800, groep tv. 1 op de 1,050, en groep y. geen op de 900. Natuurlijk zou men tot een beter resultaat komen als men de twee nog overblijvende zetels toekende aan de partijen of groepen met de grootste stemmen overschotten.

Verder valt nog aan te merken dat het zeer twijfelachtig kan zijn of een kiezer, wiens stem in het eerste stadium van stemopneming geen effect had, dengene waarop die stem in het tweede of derde stadium wordt overgedragen, schoon tot zijn partij behoorende, wel verkieselijk acht als zijn afgevaardigde.

Overigens kan ik mij met dit stelsel zeer goed vereenigen. Ik stel het verre boven dat van Fruin, en zéér na bij die der persoonlijke vertegenwoordiging. Vooral uit de overdracht der stemmen spreekt altijd een streven naar het geldigmaken van eiken stem, van de persoonlijke keuze van eiken kiezer, en niet alleen van de stemmenmassaas dier groepen van kiezers die men partijen noemt. Dit is dan ook een der redenen waarom ik ook het stelsel Curie bovenaan plaatste in den rij van de stelsels der partij-vertegenwoordiging.

C. De stelsels der persoonlyke vertegenwoordiging.

Zooals wy gezien hebben moeten bij de stelsels der

-ocr page 82-

72

partij-vertegenwoordiging de kiezers zich groepeeren tot partijen, die dan naar evenredigheid harer sterkte vertegenwoordigd worden.

In de stelsels welken ik die der „persoonlyke vertegenwoordigingquot; wensch te noemen bestaat deze dwang niet.

Door het opheffen van dien dwang gaat echter de evenredige vertegenwoordiging der partijen geenszins verloren, maar komt zij integendeel nog beter tot haar recht.

De partij-vertegenwoordiging sluit dus de persoonlijke vertegenwoordiging u i t, maar de persoonlijke vertegenwoordiging sluit de partij-vertegenwoordiging i n.

Bij de behandeling der volgende stelsels zal ons dat blijken.

1. Het stelsel Baily 1).

Het stelsel van Sir Walter Baily berust op het kies-quotiënt, met overdracht der stemmen ter keuze van den gekozene.

Reeds bij de stelsels Curie en Pappenheim hebben wij het beginsel van overdracht der stemmen aangetroffen, en het was ons een reden om die beide stelsels te plaatsen boven de anderen der groepen waartoe zij behoorden. Wij willen thans dat beginsel van overdracht der stemmen eenigszins uitvoeriger bespreken, om het te leeren kennen als voortspruitende uit het meest nauwgezette gevoel van billijkheid; als eene schepping van het meest verfijnde recht.

Iedere candidaat die het kiesquotiënt bereikt of over-

1

A scheme for proportional representation. London 1869. Ook Ernest Naville verdedigt dit stelsel in „La Eeforme Electorale en Francequot;. 1871.

-ocr page 83-

73

schrijdt is gekozen. Laten wij aannemen dat in een bijzonder geval het kiesquotiënt 1,000 is. Bij hen die nu juist 1,000 stemmen verkrijgen is alles in orde. Die 1,000 stemmen doen hun volle werking; niet te veel en niet te weinig, maar dat iemand juist 1,000 stemmen krijgt zal natuurlyk eene uitzondering zyn. Stel nu eens B. krijgt 2,000 stemmen, dan zijn er daarvan 1,000 die geen uitwerking hebben, of, juister, dan doen die 2,000 stemmen op B. hetzelfde als bijv. 1,000 stemmen op A., en dus wordt de waarde van eiken stem op B. tot de helft verminderd. Ziedaar eene onbillijkheid. En al kreeg B. nu slechts 1,001 stemmen, terwijl A. er 1,000 kreeg, dan bleef die onbillijkheid nog bestaan, hoe klein zij dan ook ware. Maar het kan nog erger. Stel B. kreeg 500 stemmen, en hij behoorde niet tot degenen die later met betrekkelijke meerderheid verkozen worden verklaard \'), dan waren al die 500 stemmen verloren, onherroepelijk verloren.

Dat nu mag niet. Een goed stelsel moet, binnen de grenzen der mogelijkheid, er tegen waken dat stemmen verloren gaan, of dat de eene stem eene grootere waarde krygt dan de andere. Al de stelsels der persoonlijke vertegenwoordiging doen dat dan ook, en wel door de overdracht der stemmen.

Keeren wy tot ons voorbeeld terug. B. kreeg dan 2,000 stemmen, dus 1,000 boven het kiesquotiënt, of, zoo gij wilt, 1,001, dus 1 boven het kiesquotiënt; of ook; hij kreeg er slechts 500, en behoorde niet tot de gekozenen. Die 1,000, die 1, of die 500 stemmen, die öf geen voldoende, öf geenerlei uitwerking gehad hebben, worden

1) De verklaring van deze woorden vinden wij later, bij de behandeling van het stelsel Hare.

-ocr page 84-

74

overgedragen op andere candidaten die minder dan 1,000 stemmen verkregen, om hen zoo mogelijk het kiesquotiënt te doen bereiken. Bijv.:

A. krijgt 500 stemmen, B. 2,000, C. 800, D. 600, E. 550, en F. 550. B. is dus verkozen, en overschrijdt het kiesquotiënt met 1,000 stemmen. Van die 1,000 stemmen worden nu 200 overgedragen op C., 400 op D., en 400 op E., zoodat C. (800-f 200 — 1,000), en D. (600 -f 400 = 1,000) het kiesquotiënt bereiken, en E. 950 stemmen heeft. De stand der verkiezing is nu dus; A. 500, E. 950, F. 550. A. heeft de minste stemmen, dus worden zijn 500 overgedragen op E. en F. die daardoor beiden het kiesquotiënt bereiken (E. 950 -|- 50 = 1,000 en F. 550 450 = 1,000).

Dit is de overdracht der stemmen. Maar wie draagt nu de stemmen over? Het stelsel Baily zegt; de gekozene; het stelsel Hare: de kiezer.

Het stelsel Baily zegt: de gekozene. Ziedaar mijn éénig bezwaar tegen dat stelsel, want daardoor geeft de vertegenwoordiging niet volkomen zuiver de meeningen der vertegenwoordigden weer. B. byv. draagt de 1,000 stemmen die hij te veel heeft over op C., D., E. en F., omdat dezen, of enkelen van hen, zijn intieme vrienden zijn, in welken hy gaarne een klein, misschien slechts zéér klein, verschil van richting en denkwijze over het hoofd ziet. Maar voor de 1,000 kiezers wier stemmen worden overgedragen is misschien dat kleine verschil voldoende reden om C., D., E. of F. voor hen minder gewenschte vertegenwoordigers te doen zijn. Nog erger werd het als B,. al de 1,000 stemmen overdroeg op C., die een weinig van hem verschilde in meening. C. de 800 die hij niet noodig heeft op D., die weder een weinig van hem verschilde,.... enz. In dat geval zouden de 400 kiezers

-ocr page 85-

75

die hun stemmen successievelijk zagen overdragen door B. op C., door C. op D., en door D. op E., vertegenwoordigd worden door een persoon die tot driemaal toe een weinig, en dus per slot van rekening zeer veel verschilt van den man dien zij begeerden.

Een tweede, en nog grooter, nadeel aan den „overdracht ter keuze van gekozenequot; verbonden, is dat daardoor de zoo noodige onderlinge onafhankelijkheid der vertegenwoordigers kan verloren gaan; want C., D. en E., die hun verkiezing voor een groot gedeelte aan B. te danken hebben, zullen zich wel driemaal bedenken eer zij in stem of woord van dezen durven te verschillen, uit vrees van bij eene volgende verkiezing zijn hulp te moeten missen.

2. Het stelsel Gove\').

Win. H. Gove ontwikkelt zijn stelsel van evenredige vertegenwoordiging als volgt:

„An ontline of a bill for the election of Representa-„tives in Congress according to the Gove system, one of „the two systems endorsed by the Proportional Represen-„tation Congress in Chicago, August 12, 1893:

„Section 1. The members of the House of Represen-„tatives shall be elected at large in their respective states.

„Section 2. In any state a ticket composed of as many „candidates as the number of representatives which said „state is entitled to choose may be nominated by any „body of voters whose numbers equal one per cent of „the total vote cast for such representatives at the last

1) Zie „The Proportional Representation Reviewquot; van September 1893, December 1894, en Maart 1895.

-ocr page 86-

76

„preceding election, or by a petition of the same number „of voters; and a ticket composed of a smaller number, „or of a single candidate, may in like manner, be nomi-„nated by a smaller number of voters. But no voter shall „join in the nomination of more than one such ticket.

„Section 3. At any time after his nomination and not „less than three weeks before the day of election, any of „said candidates may furnish to the Secretary of said „State a statement in writing signed by himself and acknowledged before any official authorized to take ack-„nowledgment of deeds, which statement shall contain „the names of one or more others of said candidates with „whom he believes himself to be in accord on the most „important public questions, and to one or more of whom „he wishes to transfer any ineffective votes cast for him-„self. And all such statements shall be published for the „information of all voters in convenient tabular form not „less than two weeks before the day of election, and said „statements shall be opened for the inspection of the „press and public generally as soon as received.

„Section 4. Every legal voter shall be entitled to cast „his vote in favor of any person eligible to said office. „No person shall vote for more than one candidate. And „every candidate receiving a quota of votes, to-wit, the „number obtained by dividing the total vote cast by the „number of representatives to be chosen, shall be declared elected. Ineffective votes shall be transferred accor-„ding to the request of the candidate for whom they „were originally cast to a person named in the list, if „any, furnished by said candidate as provided in Section 3.

„Section 5. The following shall be deemed ineffective „votes and shall be transferred in the order named.

-ocr page 87-

77

Any votes cast for a candidate in excess of a quota „as defined in Section 4, beginning with the candidate „receiving the largest vote and proceeding to the one „next highest and so on.

„(5. Votes cast for candidates who have since their „nomination died or become ineligibles in the same „order.

„c. Original votes cast for candidates who received the „smallest number of votes, beginning with the candidate „having the smallest total vote and proceeding to the one „next lowest, and so on, until the number of candidates „whose votes have not been transferred as far as possible „added to those who have received a quota equals the „number of representatives to be chosen. Thereupon these „shall be declared elected.

„Section 6. Every ineffective vote of a candidate shall „be transferred to the candidate named in his said list, „living and eligible at the time of counting the vote, for „whom the largest number of votes were originally cast „and whose vote by transfer or otherwise does not equal „the total vote cast divided by the number of represen-„tatives to be elected, hereinbefore defined as the quota. „If the same number of votes were originally cast for „two or more candidates named in said list, the candidate „residing nearest to one from whom the votes are to be „transferred shall be preferred.

„Section 7. In case a vacancy shall occur in the delegation of representatives from the State after election, „any ineffective votes which have been assigned to the „member whose seat shall have become vacant shall be „returned to the candidate for whom they were originally „cast, and so many of those as are not then effective, „together with the votes originally cast for said member,

-ocr page 88-

78

„shall be redistributed to candidates who previously failed „of election in the same manner as if said member had „died or become inelligible before canvassing of the votes, „and the candidate not before elected who shall then „appear to have the largest number of votes shall be „declared elected.quot;

Dit stelsel komt van A. tot Z. met het voorgaande overeen. Om niet in herhalingen te vallen heb ik mij dan ook bij het stelsel Baily bepaald tot eene bespreking van het beginsel der overdracht van stemmen in het algemeen, en van de bedenkingen die kunnen worden ingebracht tegen een overdracht ter keuze van den gekozene, terwijl ik hier, met Gove\'s eigen woorden, het stelsel zelve in détails beschreef.

Ondanks de volkomen gelijkheid aan dat van Baily meen ik toch in zekeren zin het stelsel Gove als iets oorspronkelijks te moeten beschouwen, daar klaarblijkelijk de ontwerper van Baily\'s arbeid geen kennis heeft gedragen maar volkomen ter goeder trouw plagiaat heeft gepleegd. Immers, geen der bekende Amerikaansche strijders schijnt het stelsel Baily te kennen, maar allen spreken, voor zoover mij ten minste bekend is, van Gove\'s ontwerp als van iets geheel nieuws.

3. Het stelsel Hare.

Boven allen staat in myne oogen het stelsel Hare. Het is daarom mijn voornemen het in een afzonderlijk hoofdstuk eenigszins uitvoeriger te behandelen.

Ik noem het hier slechts omdat het in de volgreeks der stelsels juist past op deze plaats, onmiddellijk vóór het stelsel Droop.

-ocr page 89-

79

4. Het stelsel Droop.

Dit stelsel, overigens volkomen aan dat van Hare gelijk, verschilt slechts in één opzicht daarvan, in welk opzicht het echter tevens van al de stelsels der evenredige vertegenwoordiging afwijkt.

Het kiesquotiënt is hier niet het totaal getal der uitgebrachte stemmen gedeeld door dat der te kiezen leden, maar wordt op eene geheel andere wyze bepaald.

„The accurate determination of this quota, Mr. Droop „remarks, would require the solution of an algebraical „equation of a high degree, but there is no difficulty in „approximating to it to any required degree of accuracy. „One step of this process may be adopted with great „advantage. It is the result of an observation that the „quota proprosed to be adopted cannot be greater than „the quotient produced by dividing the aggregate number „of votes polled for the number of candidates to be elected, who stand highest on the poll, by such last men-„tioned number. Thus, if there were 2,000 candidates, „all polling more or less votes, of whom only 654 can „be elected, it is not necessary to take as the dividend „the whole number of votes polled by the 2,000, but it „is sufficient to take the number of votes polled by the „654 who stand highest on the poll. The quotient thus „obtained, which will be necessarily far smaller in num-„ber than that obtained by the process prescribed in the „text (clause I, page 25) is termed the „first trialquot; quota. „The excess votes of the candidates having more than the „quota will then be reapportioned among the successive „names, and a dividend composed of the numbers attri-„buted to the 654 highest again divided, and a „second „trialquot; quota obtained, and the same process of appro-

-ocr page 90-

80

„priating the excess votes, and again computing the suc-„cessive quotas, repeated, until the uniform quota can „be no further reducedquot;

Een voorbeeld ter opheldering:

200 stemmen worden uitgebracht; 5 leden moeten gekozen worden.

A. krijgt 37 stemmen, B. 14, C. 20, D. 41, E. 16, F. 9, G. 23, H. 21 en I. 19.

Te samen geteld de stemmen van de candidaten die er de meesten kregen :

D. 41 A. 37 G. 23 H. 21 C. 20 = 142.

Dit totaal gedeeld door het getal der te kiezen leden, geeft het

eerste proefq uotiënt 142 : 5 = 283/. = 28.

Over te dragen stemmen:

van D. 41 — 28 = 13 „ A. 37 —28 = 9_

Totaal. . 22

Stel dat daarvan komen 2 op B., 3 op C., 4 op E., 3 op F., 2 op G., 5 op 11. en 3 op I. Dan krijgt men dus:

A. 28, B. 14 2 = 16, C. 20 3 = 23, D. 28, E. 16 4 = 20, F. 9 3 = 12, G. 23 2 = 25, H. 21 5 = 26 en 1. 19 3 = 22.

Weder de vijf\' hoogsten te samen geteld: A. 28 D. 28 H. 26 G. 25 C. 23 = 130.

Dit totaal weder gedeeld door het getal der te kiezen leden, geeft het

1) Hare. Appendix E. page 305.

-ocr page 91-

81

tweede proefquotiënt 130:5 = 26.

Over te dragen stemmen:

van A. 28 — 26 = 2 „ D. 28 — 26 = 2

Totaal. . 4

Stel dat daarvan komen 3 op F. en 1 op C., dan krijgt men:

A. 26, B. 16, C. 23 1 = 24, D. 26, E. 20, F. 12 3= 15, Gr. 25, H. 26 en I. 22.

De vijf hoogsten te samen geteld:

A. 26 D. 26 H. 26 G. 25 C. 24 = 127.

Het derde proefquotiënt is dus:

127 : 5 = 253/5 = 25.

Over te dragen stemmen;

van A. 26 — 25 = 1 „ D. 26 — 25 = 1 „ H. 26 — 25 = 1 Totaal. . 3

Stel dat daarvan komen 2 op C. en 1 op G., dan zijn A., C., D., G. en H. allen gekozen met 26 stemmen.

De meerdere omslachtigheid in het stelsel Droop zou ik ten volle billy ken, indien zij slechts leidde tot eene daaraan geëvenredigde vermeerdering van zuiverheid in uitkomsten, tot eene hoogere mate van voldoening aan de eischen van recht en billijkheid.

Naar mijn oordeel is dat niet het geval.

6

-ocr page 92-

82

De overdracht der stemmen toch bepaalt zich hier enkel en alleen tot de overschotten der reeds gekozen, terwijl voor de stemmen uitgebracht op de candidaten die er de minsten verkregen de kans om door overdracht nog uitwerking te hebben geheel is buitengesloten. Zie slechts in ons voorbeeld de 16 stemmen op B., de 20 op E., de 15 op F., en de 22 op I.

In het stelsel-Hare daarentegen wordt op elk stembil-let dat nog geen werking deed de lijst van overdracht ten einde toe gevolgd, opdat het toch niet verloren moge gaan.

-ocr page 93-

HET STELSEL HARE.

Dit stelsel, het door my boven alle anderen verkozene, zal ik eenigszins uitvoeriger behandelen.

Telkens zal ik de voorschriften van Hare doen volgen door de wijzigingen die ik gemeend heb te moeten aanbrengen, met opgave der redenen die my daartoe noopten.

Indeeling des lands.

Hare: De eigenlyke districten zijn opgeheven. Het ge-heele kiezerscorps in het land kan zich verdeelen in kieskringen die bestaan uit eene gemeente, een kring van gemeenten, of vereenigingen en corporation. Het besluit tot het oprichten van zulk een kring wordt genomen bij meerderheid van stemmen der belanghebbenden. In deze kringen zijn één of meer stembureaux. Voorts is er een cen-traalbureau in de hoofdstad des Rijks.

Men diene wel in het oog te houden het verschil tus-schen de kies kringen waarvan hier sprake is, en de eigenlijk gezegde kies districten. Wat wy thans onder

-ocr page 94-

84

kiesdistricten verstaan zijn landsdeelen die eigen afgevaardigden zenden naar de volksvertegenwoordiging. De kieskringen echter waarvan Hare spreekt zijn onderdeden van een land dat zijn vertegenwoordigers kiest.

Het geheele land of — by verkiezingen voor Prov. Staten — de geheele provincie is als het ware één kiesdistrict geworden, en de kieskringen zijn niets anders dan hulpmiddelen om de stemopname en het opmaken van den uitslag der verkiezing te vergemakkelijken.

Men vraagt misschien: „Indien dit zoo is, welk belang „kunnen dan de kiezers hebben bij de samenstelling dier „zuiver administratieve kieskringen; waartoe zullen zij „zich de moeite geven zulke kringen te vormen?quot;

Hare heeft deze bepaling gemaakt omdat bij hem het dépouillement plaats heeft in de kieskringen. Daardoor kan men — zooals wy straks, over het dépouillement sprekende, zullen zien — van velen der afgevaardigden zeggen dat zy in deze of gene kieskring gekozen zijn Bij gevolg bestaat er dan tusschen een afgevaardigde en een of ander landsdeel een zekere band, waardoor óók de behartiging van locale belangen wordt gewaarborgd.

Dit nu in aanmerking genomen is het zeer zeker een zaak van beteekenis dat de kiezers zich vryelijk kunnen groepeeren tot kieskringen die streken of personen (denk aan corporatiën) omvatten, welke gewichtige locale belangen gemeen hebben.

Daar ik echter het dépouillement wensch te wijzigen hecht ik niet aan den door Hare — van zijn standpunt

1) Men hcracle wel in het oog dat „gekozen in zekere kieskringquot;, m. a. w. door kiezers welken in die kieskring wonen, geheel iets anders is dan „afgevaardigd door dit ot\' dat districtquot;.

-ocr page 95-

85

zéér terecht — gewilden invloed der ingezetenen op de samenstelling der kieskringen.

De behartiging der locale belangen kon op eeue andere wijze verzekerd worden; doch daarover straks meer.

De bepaling omtrent de indeeling des lands verander ik dus als volgt:

Het geheele Rijk (de geheele Provincie) zal ver-verdeeld worden in kieskringen. In elke gemeente zullen een of meer stembureaux, en in de hoofdplaatsen der kieskringen hoofdstembureaux zijn. Voorts is in de Residentie (de hoofdplaats der Provincie) een centraal-burean.

Candidaatstelling.

Hare: Niemand wordt verkozen verklaard wiens naam niet voorkomt op de officieele candidatenlijst. De candidaten geven hiertoe zich op aan het centraal-bureau, met vermelding voor welken kieskring of welke kieskringen, zij zich candidaat stellen.

Het centraal-bureau maakt een lyst op, waarop ten eerste worden geplaatst de candidaten die reeds lid der Vertegenwoordiging zijn geweest, naar den duur hunner zitting, en ten tweede de nieuwe candidaten, in volgorde van hun ouderdom.

Deze lijst wordt algemeen gepubliceerd en verkrijgbaar gesteld.

Nagenoeg deze geheele bepaling omtrent candidaatstelling, kan, als gebaseerd op Engelsche toestanden, vervallen. Dat iemand zich zelve candidaat zou stellen is in ons land een te ongewoon verschijnsel dan dat wy er ooit voldoende aan zouden gewennen. Ik ontken niet dat

-ocr page 96-

86

er sommigen zouden zijn die tot zelf-candidaatstelling bereid -waren, ja dat er na verloop van tijd steeds meerderen zouden gevonden worden die daartegen geen bezwaren hadden, maar ik ontken w e 1 dat er ooit een tijd zou aanbreken waarin geen enkel door en door geschikt persoon meer te bescheiden zou zyn om zich zelve te noemen, ook al ware hij niet ongenegen een zetel te aanvaarden.

En zoolang nu dit het geval is legt de bepaling dat stemmen, uitgebracht op personen die niet op de candi-datenlijst voorkomen, ongeldig zyn, de vrijheid van keuze aan banden.

Trouwens, ik heb het reeds meermalen gezegd, elke mogelyke wetsbepaling ten opzichte der candidaatstelling acht ik verkeerd.

Maar „candidaatstelling door elke partij of groep, zoo-„wel als het geven van openbaarheid op ruime schaal aan „de namen der candidaten zijn ook bij de toepassing van „Hare\'s kiesstelsel evenzeer noodzakelyk, en waar blijft „dan het principieel verschil?quot; Zoo vraagt Mr. J. A. van Gilse in het Sociaal Weekblad van 1 September 1888, blz. 275.

Dat verschil ligt hierin dat bij de stelsels met offi-cieele candidatenlijsten de Regeering zich met die candidaatstelling bemoeit; dat het stemmen buiten de gestelde candidaten ongeldig is. Dit nu is bij het stelsel Hare, althans als het ontdaan is van de op Engelsche toestanden gebazeerde zelf-candidaatstelling, niet het geval.

Candidaatstelling drage geenerlei officieel karakter; men late haar wat zij nu is nml. eene voorlichting, eene aanbeveling, tusschen kiezers onderling, waarmede

1) Ik schreef dit vóór het aannemen der wet-Van Houten.

-ocr page 97-

87

de wet hoegenaamd niets te maken heeft, en waaraan het den kiezers volkomen vrij staat zich al dan niet te storen. Zoodra de wet hier regelend gaat tusschentreden wordt de raad zoo licht tot bevel.

Kan echter de Regeering op de eene of andere wijze zorgen voor de ruimst mogelijke publiciteit van een lijst der door het geheele land (de geheele Provincie) gestelde candidaten, dan zou dat m. i. aanbeveling verdienen.

Zoo blijft dus hier van de geheele regeling der candi-daatstelling niets anders over dan deze ééne bepaling:

Yan Regeeringswege wordt gepubliceerd een lijst der in het geheele Rijk (de geheele Provincie) gestelde candidaten.

Het stemmen.

Hare: Elke stem moet worden uitgebracht op een briefje dat de waarde heeft van één stem; op dit billet wordt geplaatst de naam van den candidaat voor wien het geldt; de kiezer is daarbij volstrekt niet gebonden aan een candidaat voor den kieskring waarin hij woont.

Indien de stemmer de bedoeling heeft de stem, ingeval de candidaat reeds het kiesquotiënt heeft bereikt, of wegens te klein aantal stemmen niet gekozen wordt, over te dragen aan een anderen candidaat, of aan andere Candida ten, kan hij dat doen door de namen dier candidaten onder den eersten te schrijven, in de orde van voorkeur.

Bovenaan het stembriefje staat gedrukt de kieskring waarvoor het geldt.

Er zijn tegen Hare\'s bepalingen omtrent het stemmen

-ocr page 98-

88

verschillende bedenkingen geopperd, die ik, althans g e-deeltelyk, onderschrijf.

In een overigens zeer waardeerend artikel in de Revue des deux Mondes van 15 December 1895 zegt Charles Benoist van het stelsel-Hare: „Que le trans-„fert ou le report des voix d\'un candidat sur l\'autre ait „lieu, d\'ailleurs, au gré de l\'électeur, comme le voulaient „Andrae et Hare, ou bien au gré du candidat, s\'il avait „déclare d\'avance qui il entend faire bénéficier des suf-„frages qu\'il aurait en trop; quel que soit celui de ces „procédés de transfert des voix que Ton choisisse, le vote „dans le système du quotient et de la liste de préférence „est individuel et personel: il est un classement, un ran-„gement de personnes. On ne sontiendrait pas, évidem-„ment, que les partis n\'y sont pour rien ni que l\'élec-„tion n\'a aucune couleur politique; mais c\'est la personne „qui passe devant; le parti ne passé qu\'avec la personne, „et c\'est du gout ou de l\'estime pour les personnes que „dépend surtout la représentation des partif.

„Dans ce système, sur le bulletin, le parti n\'est pas „exprimé, il est sous-entendu; si la représentation est „proportionelle, elle Test par rapport aux sympathies pour „les personnes, plutot que par rapport aux partis en tant „que telsquot;

Ongeveer hetzelfde bezwaar oppert Mr. J. A. van Gilse in zyn opstel over „het Kiesstelsel van Rogetquot; in de Yragen des Tijds van Maart 1881: „Hoe meer toch „de kiezers hun eigen weg volgen, des te grooter versnippering van stemmen zal er plaats hebben, zoodat „met het toenemen van de onafhankelijkheid der kie-

1) De l\'organisation du suffrage universel IV. La représentation proportionelle des opinions, pag. 768.

-ocr page 99-

89

„zersquot; .... „de kansen vergroot worden dat een aantal „briefjes der meest onafhankelijke kiezers volkomen waardeloos zijn.quot; .... „ook in dit opzicht wint het stelsel-„Roget het verre van het stelsel-Hare, daar het briefje „waarop louter namen voorkomen die, wegens het ge-„ringe aantal stemmen dat zy op zich vereenigden, niet „in aanmerking komen, niet waardeloos is, omdat het „meetelt voor het aantal zetels, waarop de partij aanspraak heeft, by welke de kiezer zich had aangesloten. „Zijne persoonlijke keuze heeft dan ten minste nog „dit effect, dat hij zich, zooal niet door de personen zijner „keuze, dan toch door hunne geestverwanten vertegen-„woordigd ziet, terwyl bij het stelsel-Hare zyn stem ge-„heel waardeloos wordtquot;

En verder in het Sociaal Weekblad van 1 Sept. 1888: „Als men bedenkt dat die hooggeroemde vrijheid „en onafhankelijkheid van den kiezer bijna onvermydelyk „gestraft wordt door het wegwerpen van zijn stem, omdat „ter verkiezing van eiken candidaat de samenwerking „noodig is van een aantal kiezers, gelijk aan het cijfer „van het kiesquotiënt, en versnipperde stemmen even goed „als bij het thans geldende meerderheidsstelsel verloren „zijnquot; 1) . . . . enz.

Gedeeltelijk moet ik deze bezwaren, zooals ik reeds gezegd heb, onderschrijven; maar dan ook slechts voor een klein gedeelte.

Al treedt in het stelsel-Hare de persoon van den candidaat op den voorgrond, zoo moeten wij toch niet vergeten dat zulk een persoon voornaamlijk om de beginselen die hij is toegedaan, om de p a r t ij waar-

1

Zie aldaar blz. 275.

-ocr page 100-

90

toe hij behoort, in de oogen zijner kiezers een gewenscht vertegenwoordiger is. Zoo is het immers reeds nu, onder ons meerderheidsstelsel, waaronder ook uitsluitend voor personen en niet voor p a r t ij e n wordt gestemd, en dat bovendien den kiezers nog dikwyls noodzaakt, met het oog op succes, candidaten te stellen van geen te geprononceerde richting, of die, om zuiver persoonlijke redenen in hun district gezien en geliefd zijn.

En zou dan onder het stelsel-Hare, waar men op genoemde bijkomende hoedanigheden niet behoeft te letten, de evenredige vertegenwoordiging der partijen zoozeer lijden onder de sympathie der kiezers voor bepaalde personen, eene sympathie die, ik herzeg het, grootendeels haar grond vindt in de beginselen die\'^personen ?

Echter moet ik toegeven dat personen die eene te zonderlinge keuze doen, en die hun lyst van overdracht te klein maken, onder het stelsel-Hare gevaar loopen hun stem weg te werpen.

Wel is het waar dat de kiezers die zich houden aan voorlichting der kiesvereenigingen voor dit gevaar niet zeer te vreezen hebben, maar het is o o k waar dat men langs dezen weg even goed als bij de stelsels der can-didatenlijsten kan komen tot partyen-tyrannie Het eenige verschil ligt dan hierin dat een stem buiten candida-tenlijst ongeldig, en een stem buiten de candidatuur der kiesvereeniging onvruchtbaar is. In beide gevallen wordt de vrijheid van keuze aan banden gelegd, en of die banden nu al dan niet officieel zyn, is iets dat wel een groot principieel, maar slechts een gering prac-tisch-verschil maakt.

Vryheid van keuze is een beginsel dat ik hoogst ongaarne wil loslaten; maar evenmin de evenredige vertegenwoordiging der partijen.

-ocr page 101-

91

Volkomen vrijheid van keuze, en volkomen zekerheid dat elke meening, door een genoegzaam aantal der kiezers gedeeld, op voldoende wijze zal vertegenwoordigd worden, zijn de twee groote eischen waaraan een goed kiesstelsel moet voldoen.

De stelsels der candidatenlijsten — als ik deze benaming nu eens gebruiken mag — voldoen aan den tweeden eisch ten koste van den eersten; terwijl van het stelsel-Hare in enkele gevallen misschien het tegenovergestelde gezegd moet worden.

Hare stelt de vrijheid van keuze boven de evenredige vertegenwoordiging der partijen.

Volgt hieruit nu dat Hare eene vertegenwoordiging van partijen afkeurt? Zulks is beweerd; en sommige warme, verdienstelijke voorstanders van dit stelsel willen ook inderdaad van partij vertegenwoordiging niets weten.

M. i. is dit echter eene dwaling. Ik geloof dat de bedoeling van Hare het zuiverst wordt weergegeven door Mr. J. J. Tilanus, waar hij zegt: „Partijvorming is eene „goede zaak omdat zij noodzakelijk maakt helderheid en „juistheid van begrippen; daarenboven bevordert zij eene „spoedige en gemakkelijke samenstelling der Vertegen-„woordiging. Maar zij kan worden een kwaad, als het „kiesstelsel zóó is ingericht dat wie zich bij eene party „aansluit daarmede ook zijne individueele vrijheid opoffert. „In de hoofdgroepeering van partijen toch moet elke afkijkende meening niet worden gesmoord, maar in zijn „juiste waarde uitkomen. Van dit al moet de Vertegen-„woordiging een juist beeld gevenquot;1).

Het stelsel-Hare verzet ik tegen partij-tyrannie; niet

1

Evenredige Vertegenwoordiging. Acad. proefschrift. Utrecht, 1888, blz. 80.

-ocr page 102-

92

tegen party-vertegenwoordiging, als de kiezers die wenschen. Zulks zou ook al zeer vreemd zijn in een stelsel dat volkomen vrijheid der kiezers bovenal heet te waarborgen.

Ik meen dus geenszins te handelen in stryd met den geest van Hare\'s stelsel, maar integendeel geheel i n dien geest, als ik eene wijziging aanbreng, waardoor weliswaar de partij vertegenwoordiging eenigszins meer op den voorgrond treedt, maar juist om de vryheid van keuze te verzekeren; niet om haar op eenigerlei wijze aan banden te leggen.

Om nml. den kiezers die eene te grillige keuze doen, en eene te kleine lyst van overdracht maken, te bewaren voor het wegwerpen van hun stem, wenschte ik de bepaling omtrent het stemmen te wijzigen als volgt:

Elke stem moet worden uitgebracht op een stem-billet dat de waarde heeft van één stem.

Indien de kiezer de bedoeling heeft de stem, zoo zijn candidaat reeds het kiesquotiënt heeft bereikt, of wegens een te klein aantal stemmen niet gekozen kan worden, over te dragen op een, of, achtereenvolgens, op meerdere andere candi-daten, dan kan hy die bedoeling kenbaar maken door de namen dier candidaten onder den eersten te plaatsen, in volgorde van voorkeur.

Op de buitenzyde van het stembillet plaats? de kiezer een getal, aangevende hoeveel namen zyn billet bevat.

Ook kan hij op de achterzijde vermelden de party waarvoor hij stemt.

Bovenaan, op de binnenzijde van het stembriefje, staat gedrukt de kieskring en de gemeente waarin de kiezer woont.

-ocr page 103-

93

Op deze wijze kan nu, evenals bij het stelsel-Roget, de stem van den kiezer die eene al te zonderlinge candi-datenkeuze doet toch nog invloed hebben ten voordeele eener party. Op deze wijze kunnen de kiezers, indien zij dat verlangen, zich groepeeren naar partyen, zonder daardoor aan de tyrannie der partij-lijsten onderworpen te zijn. Op deze wijze is dus de grootst mogelijke vrijheid van keuze, voor zoover dit althans langs wettelyken weg kan geschieden, gewaarborgd.

Het Kiesquotiënt Hare: De stembureaux zullen aan het Centraal-bureau onmiddelijk na afloop der verkiezing berichten hoeveel stemmen zijn uitgebracht.

Het Centraalbureau telt alle stemmen te samen en deelt hun totaal cijfer door het getal der te kiezen leden. Het quotiënt dezer deeling noemt men het kiesquotiënt.

Het centraalbureau zal hiervan afkondiging: doen

o O

waar het behoort, en opgave aan de stembureaux.

Niemand wordt als lid van de vertegenwoordiging verkozen verklaard die niet het volle aantal stemmen, door het kiesquotiënt aangegeven, op zich vereenigd heeft.

Ook echter kan iemand verkozen worden met eene betrekkelijke meerderheid. Wannéér zulks het geval is, zal later blyken.

Ik heb hieraan niets anders toe te voegen dan in de tweede alinea, achter . telt alle stemmen te samenquot;, de woorden: „die in het Rijk (de Provincie) zijn uitgebracht, ....quot;. De bepaling dat het Centraalbureau het kiesquotiënt zal opgeven aan de stembureaux wordt door eene strak te bespreken wijziging die ik in het depouil-

-ocr page 104-

94

lement wensch aan te brengen doelloos gemaakt, en kan dus vervallen.

Zooals men ziet wil Hare een variabel kiesquotiënt, rijzend en dalend met de meerdere of mindere opkomst ter stembus.

Sommigen echter onder de voorstanders der E. V. achten verkieselijker een vast kiesquotiënt, waarbij dus het aantal leden der vertegenwoordiging met de opkomst ter stembus rijst of daalt.

Tot deze laatsten behoort o. a. Dr. Kuijper, blijkens zijn toelichting achter art. 11 van het program der Anti-Revol. partij \'), en ook de vurige aanhanger van Hare. Mr. J. J. Tilanus, welke, in zijn reeds genoemd academisch proefschrift, zijn voorliefde voor een vast kiesquotiënt motiveert als volgt: „In dit gevalquot; (n. m. 1. bij een variëerend kiesquotiënt) „ontvangt ieders stem meerwaarde, „hoe minder stemmen er worden uitgebracht. Dit nu mag „niet. Yan het niet-stemmen van anderen mag niet de „waarde van mijn stem afhangen. Dat is juist het ver-„ keerde beginsel dat bij de kiesdistricten wordt tegengestaan.

„Een tegenstander verhinderen te stemmen wordt dan „winst; dit negatieve beginsel moet worden omgezet in „het positieve: hoe meer voorstanders van mijn beginsel, „hoe meer winst, hoe beter, hoe krachtiger, hoe genuanceerder; of er meer of minder van mijn tegenstanders „stemmen; dit moet de kracht van de aanhangers van „myn beginsel onaangetast latenquot; 1).

Ik kan hier — ik mag wel zeggen by h o o g e uitzondering — de meening van dezen bekenden verdediger van Hare\'s stelsel niet deelen, maar schaar mij aan de

1

Zie aldaar blz. 82.

-ocr page 105-

95

zijde van Hare zelve die, zooals wij reeds zagen, een variabel kiesquotiënt voorstaat.

Dat er betrekkelijk de waarde van eiken stem verschil zou bestaan tusschen variabel en vast kiesquotiënt is slechts schynbaar waar. Stel bijv. dat bij de verkiezing voor een vertegenwoordigend lichaam van 100 leden 80,000 stemmen worden uitgebracht, dan is het kiesquotiënt (n. m. 1. het variabel) dus 800. Neem vervolgens in hetzelfde geval een vast kiesquotiënt van 1000 aan, dan zal dus dat vertegenwoordigend lichaam bestaan uit 80 leden.

Wel is waar heeft nu in het eerste geval elke stem de waarde van 1I800 lid — als ik dat nu eens op deze vreemde wijze mag uitdrukken —, en in het tweede geval slechts de waarde van 1/looo lid, maar daartegenover staat dat in het eerste geval elk 1 i d slechts Vmo is van de vertegenwoordigende vergadering, en in het tweede geval 180. Per slot van rekening heeft dus de eerste kiezer voor Vsoo X Vino =:: Vsojooo invloed in de vertegenwoordiging — verontschuldig nogmaals mijne vreemde uitdrukking —, en de tweede voor Viooo X Vso» dat is dus eveneens voor Vsojooo- Beide stemmen hebben dus feitelijk de zelfde waarde.

Tot zoover staan dus heide methoden gelijk.

Maar laten wij ze nu eens bij een eenvoudig voorbeeld toepassen; het zal ons dan weldra blyken dat de schaal ten gunste van het variabel kiesquotiënt overslaat.

Stel dan dat van 10,000 kiesbevoegden voor zeker vertegenwoordigend lichaam 4000 behooren tot partij A. en 6000 tot partij B. Wij nemen nu verder aan : 1° een vast getal van 10 leden met een varieerend kiesquotiënt, 2° een vast kiesquotiënt van 1000 met een varieerend aantal leden.

Vergelijken wy nu de uitkomsten die beide methoden opleveren.

-ocr page 106-

96

c: gt;

C3 gt;

UT

O

~UT~0

p

O

O

O

O

to

to

cdquot;

C/J

-J\'

UT

-?

O

O

11

11

to

li

II

UT

C5

O

Cdgt;

gt;-\'• l-i-

gt;

UT^O

O O

l-i-

O O

Cd

O O

to

O c:

O O II II

II II t-i-

-s

CD

CA

f-*quot;

UT

O

O

gt; C3

- ^

» O C5 ö tgt;

lo ÜT O* O

0 O

co co

-J -J

01 O*

►f) co

r to u\'

CTf O

to O O

Cd-r^

• O O

I r\\ O1

1nJ O O

to Ü? O\' O

O O

a

^ to O C3

to to

CÖ gt;

CO to quot;o\'o

O O O O

ca gt;• jut

quot;o

CO to O

quot;oquot;o P

O O

0 0 5

or cn w oo ■?

II II g

O 0

p

co 10 ~o~o

O O O O

gt; td

10

CO C5 C5 cögt;

co JO quot;Vl ÜT

CT lt;*quot; C5

• • io

JXJO g

Cf O _

00 C:

C5 Ci W

to lO -Q

UX UT •

II II CTi

Jgt; co

. co to ?quot;^bx

OT O

to O O

to

C3J-*

O O , O O O O

C0Kgt;

Cd jgt;

quot;ut^O O O O O

cd gt; j-3

quot;üT CO O

quot;cjt~0 P

0 s ^

o o pr;

-J w

UT UT ,£5

o o •

. to UT

ut O o O

COJ^J^ • O O

UT O O

oo

Cd gt;

^ co r5* UTquot;O

O O

co O O

• O O

,^00 CJT O O

— ^ H ■a g-£? --

I1quot; sagquot;

ïS* o O

—\'• »3 S b

• • s 3 CD \' g

XJ

C u O -

rr ro — CA

2 o

CD i-2

3

CL amp;\' D.\'

3

— Q- Squot;

^ CL fD

3. ro ^ -H ^ quot; 3 \'S ra\' O

?:

3 O-

«SI CD

W CD


l 2 a

cdquot;

C/3

A ff O

£:\'

ts to to l-ïgt;

C5 00 00

CO go OO

H-i. —

to to to

to to to

-^

to ^

to GO 00

00 00

O

O

gt;—5

to

to

to

1-^

to

Ofschoon het mij rationeel voorkomt dat bij een vast kiesquotiënt de overschotten verwaarloosd worden, heb ik volledigheidshalve ook de berekening gemaakt voor het geval men aan de partij met het grootste overschot een zetel meer mocht willen toekennen.

Zooals men ziet geeft een g e 1 ij k m a t i g kiesverzuim het variëerend quotiënt steeds een verhouding der partijen in de vertegenwoordiging, met die onder de kiezers volkomen overeenstemmend, terwijl zulks bij een vast quotient bijna nooit het geval is.

-ocr page 107-

97

\'QJ

O

3

amp;

CO

0)

O)

12

c

0) —

CL

c :agt; \'C

rt gt;

\'lt;ü\'

gt;

-a

C

a

r.

to

QJ tS5

•*

CO

s

gt;

S

.2

s

O

\'SZ

tc

P

0) r3

a

s

D

gt;

gt;

s

lt;u -ö

R

a

c

P

o

*

ri

d

00 ■r-quot;

CM

O co ^ co

CO lgt; CM ^ CO -r^

II

a

«

lO

O

v (

0-1

CM

TH

O

O

00 00 oquot;

cc cc

CM

T- CM

CM -M CM

0-1 CM CM

Tquot; ^ ~

r — ^

|i

ii

m

co

CM

O

O

CO co iO

CO co ve-

CO

«=? O-I

22 •lt;tj

00

CM

o-i

0-1

Cm

O

O

co

00 00 oquot;

T*

— -r- CO

o-i

Ol o-l CM

T\'

-r-1 -th

O O co

T-

II

cd

O XO

o r-

O

■/ ^ o -

-Tcoquot;

IIII

ggco

O O . -T-s-i\' CÜ

o ia cmquot; ■j: r-

-r- CO

lt;i cd

O O O »0

CM

O O

s o

00 lO

CS

cT 5

CO 10

0-1 ^ II M

oo^ O o . th-V-CQ

o O coquot; o o .

OOiO^j cm\' vj^

lt; cd

Cl

II li

O O 8§^ quot;r-TCQ

O O o-f O lO

c-i t- :

G-f 00^

lt; cd

O O O O\' \' O .

O o __

o o co o o, .

o o c-f

o s . CO o, ^

3

CT -

OO^

o *o

CO ^

lt; cd

O o -r-

O ïd 0,0-1 J

■Tco

^ cd

-Jj C2

lO O O O 00

O O CM CM

»o O

CM O

co

cdquot; coquot;

II lltc

»o m . \' CM CM C2 ÏO co

O O ^0\' S i0 J

O 0-1 -aj

TH G-l

-ai cd

CO O

llllo lO lO „

^ 55 C2 00 00 ^

AO CO O

S l! 1 o

. lO lO .

tr Cl c: CÜ M iC »o . • .. -3 o o ^

O lO •

s o

CO1 CO £ I-

m ^

I— .

co

O lO .

ofio

cq^ oo~

ff i c S

c lt;u

CO iO

-iicd

-r- C-l

-ai -li

- 5 ^

J xgt;

oo\' O O OC^JO^

c-r^r : cd

ö

lO CM CO

3 o

O • O

, — —

---

O O

o o

O lO

O O

i O ïO

•o ï^-

C»iC

CM^L-

CO^O_

CMquot;^quot;

j of coquot;

-■quot;coquot;

-ai cd

I lt; C2

lt; P2

5 II . ^

Cr

v:

.2

O coquot; o

§ IMIr,

. O O .

c- O 22

oocoquot;

O O •

-^coquot;

O O O O O O r-^ CO^

| ^ cd

lt; cd

Mij dunkt dat ook hier kiesquotiënt door niemand

bij een grooter kiesverzuim der zwakste partij, het variëerend den palm der overwinning ontzegd zal worden. Dat toch geeft tot aan, ja tot on er, een kiesverzuim van 50 u/o nog steeds volkomen getrouw de verhouding der partijen weer, terwijl bij een vast kiesquotiënt het beeld dier verhouding bijna nooit gelijkend is.

Dat nu bij een kiesverzuim van meer dan 500\'0 ook bet variabel quotiënt onjuiste uitkomsten oplevert — welke echter in grilligheid die van het vast-quotiënt nog lang niet evenaarden — is een nadeel dat niet veel te beteékenen heeft, daar men gerust mag aannemen dat een zóó groot kiesverzuim onder een stelsel van E. V. onbekend zal zijn.

-ocr page 108-

98

CO gt; 1

CO gt;

^ w

Ütjw

lo\'o

0 0

0 0

0 0

0 0

—\' -

-----———

53 gt; j

lO

quot;en\'CD 1

co gt;

CJT co

CD gt; J-3

• • tO ^ CO O

gt;loquot;o •

O O

^00 5 ^ .... ^

-a yj C3 lO lO -Q • o O •

quot;\'ll II g Üt ^ 0

gt;•

* quot;o

to to c?

gt; üt^O P

• -1 O

rr ff c.

t—i ^ ^

C3 ei es Jq

* •

li

bObO O

ïgt;quot;Vo p

üt üt ^

O O ^

O O lt;1

co io 5 88

II II §

Ut UX ^

ÜT

ro O -s O CD O 3 -O- p »3

D P

2 ei» --

^ fo ?r ^ - cp -■• o

cr s

Cfq

o-

o-sr

agt;

to lO O fe» O O

to to CO to O -J

p ?quot;

co gt;

CO gt;

^ ^

. cn o o

. to to

O O JO o O

. to JO gt;quot;010 gt;-3 CO

to — W

1,000 : 1,000 : B. 1

— \'■A

• O O coSS

O O

11 11

o\'o

co§§ II il

Mil i-^

S

3 w

CT CJt O O O O

ll II

fcO to

quot;S

(D

O O

1111

to jo -i

- CD

— C/J

üt

-J CO

CJ*

KKHH

\' I

1 1

gt;

gt;

?- 1

CO 11

co

\'ll

C3

11

cn

1 1 to cn

to ^ :

^ CJt C5

to CJt O

to 0 0

O

to

0 ?

co

CO

li

11

,11

05 C5 C2 O O O

CJ c: Ci O O O

05 Oi C2

000

05 C5 CO O O O

O C2 CO _o O O

0 CO CO JD 0 O

O

C2 O

0

C5

0

CO O

CO

0

w gt;

co gt;

toto

quot;cn\'ux

O O

O O

O O

O O

-

co

03gt;

co

\' O O

^ ^ , p oo

UTJ^ O

0 ff Squot;:

t-n ^ P ^ ^

~ 0

-* c/gt;

0 x 0 0

a ^ w cn

0

0 to 0 0

rest 60 „ 800

CO ?gt;

CO gt;

CO to r wb» 0 0

CO 0 0

3,000: 4,200 : A, 3,

3,500 : 5,100 : A. 4,

cc.^^ • 0 0

co 2 2 w 0 0

CO^^-

• 0 0 ^gg

1111

COJ-^

• 0 0

ut O O

• 0 0

II !

1111

CO JO

quot;S

- (D

— Crt

CO U»

0 0 0 0

Jff CO

(D «1

10

0 0

- 3, rest 500 ~ 5, „ 100

1

HH

HH

gt;

gt;

gt;

CO il

CO

ii

CO

11

to ^

CO ^ ^

CO ^ rfi-

CO 0 C3

^gt;.00

at 0 C3

0

CO

CO

0

CO

?gt; ,

at

II

11

0 C5 CT5

000

1

03 Oi

000

O O C5

000

CO CO CO

000

0^

C5

0

Ci

0

CO -o CO 000 0

C5

0

0 0

CO CO -O»

p 0 0

0

0 0

-J

at

ca gt;

co io quot;co quot;en

O O O O

* * GO CO g

gt; WÜJ •

• O O

5

a» SS S

Cd oo oo ^

• o o •

0II II s

ÜT ^ 0

co

05 O

Men zal toegeven dat ook hier weder de vergelijking zéér ten gunste van een variërend kiesquotiënt uitvalt.

-ocr page 109-

99

Zoo is ons dan proefondervindelijk gebleken dat, ondanks het kiesverzuitn, bij een variabel kiesquotiënt de verhouding der partijen in de vertegenwoordigende vergadering bijna altijd dezelfde zal zijn als onder de kiezers, terwijl bij een vast kiesquotiënt genoemd verzuim op de gelijkheid dier beide verhoudingen meestal een storenden invloed zal hebben.

Uitslag der stemming (Dé po u ille m e n t).

Hare: A. De taak der Hoofdstembureaux.

De Hoofdstembureaux der kieskringen openen de stembussen en sorteeren de briefjes naarmate er 1, 2, 3, enz., namen op voorkomen.

Het eerst worden nu opgelezen de briefjes waarop slechts één naam voorkomt, dan (altijd alleen de eerste naam) die waarop er 2, 3, enz., geplaatst zijn.

Heeft een candidaat het kiesquotiënt bereikt, dan wordt op de vorige stembriefjes waarop zijn naam voorkomt, die naam geschrapt, en worden die briefjes toegekend aan den tweeden daarop vermelden candidaat.

Deze laatsten worden echter eerst toegekend — en wel eveneens in volgorde van het aantal daarop nog overige namen — nadat alle briefjes waarop nog geen naam geschrapt werd, zyn opgelezen.

Nu is het werk van de Hoofdstembureaux afge-loopen, en worden de stembilletten die nog niet hebben medegewerkt om een candidaat het kiesquotiënt te doen bereiken, opgezonden naar het Centraalbureau.

B. De taak van het Centraalbureau.

-ocr page 110-

100

Het Centraalbureau verricht nu dezelfde bewerking, waardoor natuurlyk verscheidene candidaten zullen gekozen worden, die in een kieskring het quotiënt niet konden bereiken, maar dit wèl vermogen door bijeenvoeging van stemmen uit verschillende kieskringen.

Indien na deze bewerking nog zetels te vervullen zijn, worden geschrapt de namen der can-didaten die op het kleinste aantal briefjes bovenaan staan, en worden die briefjes toegekend aan de daarop volgende candidaten.

Deze bewerking wordt voortgezet tot het aantal overgebleven candidaten gelijk is aan het aantal der nog te kiezen leden, ot tot verdere doorschrapping (overdracht van stemmen) onmogelijk is. Tn het eerste geval zijn alle nog overige candidaten, in het tweede zij die daarvan de meeste stemmen hebben, voor de nog te vervullen zetels met be-trekkelyke meerderheid gekozen.

Zooals men ziet wil Hare gedeeltelijk reeds door de Hoofdstembureaux doen uitmaken welke candidaten het kiesquotiënt bereikt hebben, en dus verkozen zijn. Vandaar dan ook natuurlijk zijne bepaling dat het Centraalbureau zoo spoedig mogelijk het kiesquotiënt aan de Hoofdstembureaux zal bekend maken.

Wat hiertoe, m. i., Hare\'s beweegreden was, heb ik reeds medegedeeld: nl. het vormen van zekeren band tusschen den afgevaardigde en een of andere bepaalde landsstreek, om daardoor de behartiging der locale belangen te verzekeren.

Er is echter aan dat verkozen verklaren in de kieskringen een bezwaar verbonden, waarop ook Mr. Tilanus

-ocr page 111-

101

in zijn meergemeld proefschrift *) gewezen heeft, en wel dat daardoor een candidaat in twee of meer kieskringen tegelijk kan gekozen worden.

Wel heeft ook Hare dat geval voorzien, maar de voorschriften die hij voor een zoodanig geval gegeven heeft zijn vrij omslachtig.

M. i. is het dus wenschelijk dat verkozen verklaren in de kieskringen te doen vervallen. Hiermede behoeft het voordeel dat Hare met deze regeling beoogde nog niet verloren te gaan, daar immers op alle stembriefjes die een afgevaardigde op zijn zetel gebracht hebben de naam van kieskring en gemeente waarin zij werden uitgebracht gedrukt staat, en dus hieruit voldoende zal blijken in welke landstreek zijn meeste kiezers wonen. Men kan dan bijv. de bepaling maken dat wanneer meer dan 1j.i dier briefjes uit denzelfden kieskring afkomstig zijn, zulks met den uitslag der verkiezing gepubliceerd moest worden.

Ik wenschte de werkzaamheden op eene andere wyze tusschen de Hoofdsteinbureaux en het Centraalbureau te verdeelen: het sorteeren der briefjes zy de taak der eersten, het eigenlijke dépouillement die van het laatste.

Wij hebben dus:

A. Het sorteeren der stembriefjes.

De Hoofdstembureaux sorteeren de stembriefjes op de volgende wijze:

1°. De briefjes worden gesorteerd naarmate daarop al dan niet voor eenige partij gestemd is; de eersten partijsgewijze bijeen.

2°. De briefjes voor elke partij, en ook die waarop geen partij vermeld is, worden vervolgens gesorteerd naarmate daarop 1, 2, 3, enz. candi-

1

Zie aldaar blz. 144.

-ocr page 112-

102

daten geplaatst zijn. Hierbij zal tevens gecontroleerd worden of het op de achterzyde van elk briefje geplaatste getal inderdaad overeenkomt met het aantal namen dat het briefje bevat.

De briefjes waarop genoemd getal niet met het aantal namen klopt worden byeengevoegd, en eveneens die waarop dat getal niet voorkomt.

De zoodanig gesorteerde briefjes worden nu met een begeleidende staat naar het Centraalbureau gezonden 1).

B. Het dépouillement.

Het Centraalbureau trekt uit de opgaven der Hoofdbureaux het totaal aantal stemmen dat elke partij gekregen heeft, en dat der briefjes waarop geen party vermeld is.

Deze totaalgetallen, gedeeld door het kiesquotiönt, geven het aantal afgevaardigden waarop elke partij, en de kiezers die buiten de partyen stemden, recht hebben.

Gaan deze deelingen niet juist op, dan geven de grootste overschotten recht op de zetels die nog moeten worden toegewezen.

Bij het oplezen der stembriefjes neemt men het

1) Die begeleidende staat kon bijv. ingericht zyn als volgt:

j

Stembriefjes met Partij A.

Partij B. Partij C. Geen Totaal

3 namen........

Totaal,

-ocr page 113-

103

eerst die waarop 1 naam voorkomt, dan die met 2, met 3, met 4 namen, enz. Daarna werden opgelezen de briefjes waarop verzuimd is het getal, aangevend hoeveel namen het briefje bevat, op de achterzijde daarvan te plaatsen; en ten slotte de briefjes waarop dat getal foutief is ingevuld.

Yan briefjes die meer dan één naam bevatten wordt telkens alleen de bovenste opgelezen.

Zoodra onder dat oplezen een candidaat het kiesquotiënt heeft bereikt, wordt op al de volgende briefjes waarop zyn naam nog bovenaan staat, zoodra die bij het oplezen in hande komen die naam doorgeslagen.

Deze briefjes worden dadelijk toegewezen aan den volgenden daarop voorkomenden candidaat. Op deze wijze heeft dus het oplezen der eerste namen, en de overdracht der overschotten tegelijkertijd plaats.

Zijn er nu nog zetels te bezetten, dan worden de briefjes van den candidaat die de minste stemmen heeft, na doorschrapping van dien naam, overgedragen op de dan daarop volgende candidaten.

Hiermede wordt zoolang voortgegaan tot öf alle zetels met het volle kiesquotiënt bezet zijn, of het aantal der nog overige candidaten even groot is als dat der nog te bezetten zetels, öf doorschrapping niet verder mogelijk is, daar de lijst van overdracht op alle briefjes ten einde is. In het tweede geval worden al de nog overige candidaten verkozen verklaard, en in het derde geval diegenen onder hen die de meeste stemmen hebben. Deze laatsten zijn dan gekozen met betrekkelijke meerderheid.

-ocr page 114-

104

Alles wat hier is voorgeschreven geschiedt par-tijsgewijze.

„Bij het depouillement, of liever bij het doorhalen van „namenquot; — zoo zegt Mr. J. A. v. Gilse — „staat de „deur voor willekeur wijd open. ... En waar die moge-„lijkheid bestaat zal het wel niet te veel gezegd wezen, „dat als eenmaal het stembureau, hetwelk niet uit engelen „maar uit menschen bestaat, vertrouwd geworden is met „de praktijk van het stelsel Hare, er ook willekeur zal „heerschen. Door een voorbeeld wil ik trachten dit duidelijk te maken. Het is niet onverschillig, zoo schreef ik „vroeger1), welke briefjes voor A. mede tellen: die „welken onder hem B., C., D. en E., of G., H., J. en „K., of L., M., N. en O. inhouden. Een A. die op drie-, „viermaal meer briefjes bovenaan staat dan voor zijne „verkiezing noodig is, wordt er steeds in elk land ge-„vonden. Voor A. zelve is het zeker volkomen onver-„schillig op welke briefjes de namen die op den zijnen „volgen worden doorgehaald en niet meer meetellen, maar „voor de kiezers die op A. hunne stemmen uitbrachten „is dat van het grootste gewicht. Stel dat A. is voor-„stander van verplichten militairen dienst, van eene rijks-inkomstenbelasting, van onvoorwaardelijk vrijen handel, „van algemeen stemrecht, enz. Voor een deel zyner kie-„zers geeft de dienstplicht den doorslag, zij stellen subsidiair B., C., D. en E. onder hem, omdat A., evenals „zij, voor algemeen stemrecht is, terwijl B., C., D. en „E. op het punt van den dienstplicht niet zoo warm „zijn; een ander deel zijner kiezers hecht bovenal aan „de verkiezing van A. omdat hij behalve voor dienstplicht

1

Vragen des T ij d s, Februari 1880.

-ocr page 115-

105

„ook voor den vrijen handel is, en dezen geven hem „daarom G., EL, J. en K. als subsidiaire plaatsvervangers; een derde deel schrijft A., L., M., N. en O. op „het kiesbillet omdat zij èn van dienstplicht, en van eene „ryks-inkomstenbelasting warme voorstanders zijn, enz. enz.

„Wordt A. verkozen verklaard door de 1,000 briefjes „waarop A., B., C.3 D. en E. voorkomen, terwyl bijv. „later, als het eerste dépouillement is afgeloopen, G., H., „J., L., M. en N. met 900, 800, 700, 600, 500 en 400 ^stemmen een zetel in de Kamer wordt toegekend, dan „is het duidelyk, dat, door het toerekenen van de briefjes „A., B., C., D. en E. aan A., in de Kamer vier stemmen „verloren gaan voor het algemeen stemrecht, voor welk „beginsel 1,000 stemmen waren uitgebracht, terwyl het „beginsel van den vrijen handel en de inkomstenbelasting „elk drie stemmen wint, hoewel daarvoor respectievelyk „slechts 700 a 900, en 400 a 600 stemmen waren uit-„gebracht. En indien nu, gelijk te verwachten is, de leden „van het stembureau aan de combinatie van namen op „de billetten kunnen zien, welk beginsel bij die combi-„natie heeft voorgezeten, en zij, evenals de Heer Kap-„peijne, de invoering van het algemeen stemrecht niet „hopen te beleven, dan zouden zy wel de reinheid van „engelen moeten bezitten om A. verkozen te verklaren „met de briefjes waarop ook G., H., J., K. en L., M., „N., O. voorkomen, en daardoor aan het algemeen stemrecht drie of meer stemmen in de Kamer te verschaffen, „welke zy in hunne macht hebben te vernietigen, eenvoudig door aan A. de briefjes met B., C., D. en E. „toe te rekenen \').

1) Het kiesstelsel Roget. Vragen des Tijds, Maart 1881, blz. 60.

-ocr page 116-

106

Over de getallen die Mr. v. G. by zijn voorbeeld gebruikt wil ik niet spreken; öf ik begrijp ze niet, of zij wijzen op een verkeerd inzicht zijnerzijds. Maar dit is een bijzaak, welke de beschuldiging, door Mr. v. G. tegen het stelsel-Hare ingebracht, niet minder duidelijk maakt. Die beschuldiging zou eene vrij ernstige zyn, indien zij gegrond ware; maar dat is zij nu juist niet.

Immers, voor het déponillement geeft Hare regels, die een willekeur zooals Mr. v. G. onderstelt geheel onmogelijk maken. Men gaat niet alle stembriefjes op A. eerst byeentellen, en dan uit dat totaal naar willekeur die 1000 briefjes zoeken waarmede men nu het liefst A. verkozen wil zien, maar men verklaart A. verkozen met de eerst in hande komende 1000 briefjes, waarop zyn naam bovenaan staat; en die eerst in hande komenden zyn niet die welken men het eerst in hande zou willen nemen — een vryheid waaraan men trouwens, den inhoud der briefjes nog niet kennende, niet veel zou hebben — maar die waarop de minste namen voorkomen.

Is er dus reeds onder het onveranderde stelsel-Hare zeer weinig gelegenheid voor het stembureau om, met een partijdig oogmerk, de briefjes naar eigen keuze te groe-peeren, de wyzigingen die ik gemeend heb te moeten aanbrengen laten daartoe volstrekt geen ruimte meer.

Immers: eerst de briefjes partij sge wij ze gegroepeerd en die waarop geen party vermeld is afzonderlijk; dan, in elk dezer groepen, eerst de briefjes opgelezen waarop één naam voorkomt, daarna die met 2, met 3, 4, enz., vervolgens die waarop geen getal aan de rugzijde is ingevuld, en eindelijk die waarop dat getal foutief is. Nu vraag ik toch een ieder in gemoede: waar blyft hier ruimte voor eene manoeuvre zooals Mr. v. G. hier boven beschrijft?

-ocr page 117-

107

Het voorschrift dat de briefjes waarop het getal aan de rugzijde, vermeldende het aantal namen dat het briefje bevat, foutief is ingevuld, het allerlaatst worden opgelezen, moet beschouwd worden als een soort strafbepaling tegen onoplettendheid of poging tot misleiding.

Tusschentijdsche vacature.

Hare: Bij eene tusschentijdsche vacature treedt hij die, bij de laatste verkiezing, van de niet-gekozenen de meeste stemmen heeft verkregen, in de plaats van het uitgevallen lid.

Een der ernstigste bezwaren, dikwijls tegen de evenredige vertegenwoordiging in het algemeen, en meer nog tegen het stelsel-Hare in het byzonder, ingebracht, is o.a. de onmogelijkheid ^ om in eene tusschentijdsche vacature te voorzien, of althans om op eenigszins aanbevelingswaardige wijze daarin te voorzien.

Evenals in zoovele andere opzichten geldt het ook hier weder van de meeste bestryders der E. V. dat zij eene zaak beoordeelen die zij niet kennen.

Mij tot het stelsel-Hare beperkende zal ik vijf verschillende wegen aanwijzen die in dit geval zouden te volgen zijn:

1°. Men kan zich houden aan het voorschrift van Hare zelve, en verkozen verklaren den candidaat die by de

1) Zoo zegt o. a. H. Christoplile „Le vice commun de tons les „systêmes que nous venons d\'énumérerquot;, (n.m.l. die der zoogenaamde „persoonlijke vertegen w.) „est leur inpuissance en eas de renou-„vellement partiel: déees, demission; aucun n\'assure une juste representation dans ce oas.quot;

De la Eeprésentation proportionelle, Paris 1887, bl. 78.

-ocr page 118-

108

laatste verkiezing van al de niet-gekozenen de meeste stemmen heeft verkregen; eene methode die echter niet valt aan te bevelen, daar zoodoende de plaatsvervanger iemand kan wezen die eene geheel andere richting is toegedaan dan het uitgevallen lid.

2°. Mr. Olivier wil in de vacature doen voorzien door eene eenvoudige meerderheidsstemming over het geheele land Maar daar op deze wijze de meerderheid steeds de opengevallen zetel zou winnen, terwijl mogelijk die zetel vroeger aan de eene of andere minderheid behoorde, is deze weg geheel en al verwerpelijk.

3°. Hetzelfde bezwaar bestaat tegen eene verkiezing in den kieskring waarin het niet gevallen lid verkozen werd, of waarin de meesten zijner kiezers woonden.

4°. Na de wyziging door mij aangebracht, welke ook de vermelding van partijen op de stembriefjes veroorlooft, zou men als lid kunnen aanwijzen hem, die onder de uiet-gekozen candidatcn der partij waartoe het uitgevallen lid behoorde, bij de laatste verkiezing de meeste stemmen verkregen heeft,

Hoe dan echter te handelen indien dat uitgevallen lid vertegenwoordiger was van kiezers die voor geen partij gestemd hadden? Ging men ook dan op dezelfde wijze te werk, dan zou men vergeten dat die uiet-voor-eene-partij-stemmende kiezers alles behalve homogeen zijn.

5°. Eindelijk, en dit acht ik verreweg het beste, kan men ter hand nemen de briefjes der kiezers die indertijd liet uitgevallen lid gekozen hebben, en dan tot dien opvolger verklaren den persoon die, na doorhaling van den naam van genoemd lid, op de meesten dezer briefjes bovenaan staat.

1) Zie diens brochure „Over het kiezen der vertegenwoordiging.quot;

-ocr page 119-

109

Dit is m. i. do meest logische manier. Immers, de kiezers die het uitgevallen lid in der tijd op diens zetel gebracht hebben, zyn op het oogenblik niet vertegenwoordigd; zij, en zy alleen, moeten eenen nieuwen vertegenwoordiger hebben.

Daarom wenschte ik dus, evenals Mr. J. J. Tilanus \'), voor geval van tusschentijdsche vacature, de volgende bepaling vast te stellen:

Alle stembriefjes worden tot eene volgende periodieke verkiezing bewaard, en wel gesorteerd naar de leden waarop zij werden uitgebracht.

By eene tusschentijdsche vacature neemt men ter hand de briefjes die in der tijd het uitgevallen lid op zijn zetel hebben gebracht; men schrapt den naam van dat lid op die briefjes door, en verklaart tot diens opvolger den persoon die dan op de meesten begeerd wordt, volgende daarbij alle hierboven omtrent het dépouillement gegeven voorschriften, met uitzondering natuurlijk van die waarin sprake is van het kiesquoticnt.

Mr. Tilanus wil aan deze tusschentydsche verkiezing ook doen deelnemen de stembriefjes die bij de laatste verkiezing om een of anderen reden buiten invloed zijn gebleven.

Aangezien echter de mogelijkheid geenszins is uitgesloten dat door den invloed dier briefjes het nieuwe lid van eene geheel andere richting zou zyn dan zyn voorganger, acht ik deze bepaling niet menschelijk, tenzij zij slechts gelde voor de buiten invloed gebleven briefjes van dezelfde p a r t ij als waartoe het uitgevallen lid behoorde.

1) Zie diens meergenoemd acad. proefschrift, blz. 158.

-ocr page 120-

no

Eene verkiezing onder hetstelse 1-H are.

Een eenvoudig voorbeeld moge nu de werking van het stelsel-Hare, zooals ik gemeend heb dat te moeten wijzigen, aanschouwelyk voorstellen.

Nemen wij daarvoor eene verkiezing voor een gemeenteraad, waarbij geheel en al dezelfde regels gelden als by verkiezingen voor Prov. Staten en volksvertegenwoordiging, behalve dat hier, met uitzondering misschien van zeer groote gemeenten, natuurlijk geen sprake kan zijn van kieskringen, hoofdstembureaux, en centraalbureau.

Wy veronderstellen dat er eene periodieke verkiezing moet plaats hebben voor een gemeenteraad van 13 leden.

Onder een evenredig kiesstelsel, wil men het zuiver toepassen, dient het te kiezen lichaam, hetzij gemeenteraad, Prov. Staten of Kamer, telkens in zijn geheel af te treden. Treedt bijv. van de 2° Kamer telkens de helft der leden af, dan is het duidelyk dat eene meening die door meer dan Yioo maar minder dan 7.50 ^er kiezers wordt aangehangen, en die dus recht heeft op één zetel, zich niet zal vertegenwoordigd zien. Wel heeft men het aftreden bij gedeelten trachten te verdedigen door te zeggen dat de blij venden dan als het ware de nieuwe leden zouden kunnen onderwijzen, maar aangezien het vrijwel zeker is dat het grootste gedeelte der aftredende leden meestal zal

O O

herkozen worden, schijnt dit motief mij vry zwak.

De Gemeenteraad van 13 leden treedt dus af in zijn geheel.

Stel nu dat ter stembus komen 660 kiezers, en dat daarvan 253 stemmen voor party A., 211 voor partij B., 113 voor partij C., en 83 buiten alle partyen.

Het kiesquotiënt is nu 660 ; 13 — 5010/13 = 51. Meestal, en zoo ook hier, zal deze deeling niet zuiver opgaan;

-ocr page 121-

Ill

men neemt dan tot kiesquotiënt het dichtst bijkomende geheele getal; dat is dus in dit geval 51.

Het aantal stemmen dat elke partij verkreeg gedeeld door het kiesquotiënt geeft nu het aantal zetels waarop die partij recht heeft.

Dat is dus voor partij A. 253 ; 51 = 4 zetels, rest 49

„ B. 211 : 51 =; 4 „ , , 7

„ C. 113; 51 =2 „ , „ li en

83:51 = 1 , , „ 32.

Er zijn dus reeds11 zetels verdeeld.

n •n

voor de kiezers zonde

terwijl 2 nog moeten worden toegewezen, welken komen aan de kiezersgroepen met de grootste overschotten; dus hier 1 aan partij A., en 1 aan de kiezers die voor geen partij stemden.

Bij gevolg zyn nu de 13 zetels verdeeld als volgt: partij A. 5, partij B. 4, partij C. 2, en de kiezers zonder partij 2.

Nadat nu de briefjes volgens de reeds besproken regels gesorteerd zijn, gaat men, partijsgewijze, over tot het oplezen der namen en het aanwijzen der gekozenen.

De volgende lijsten, voorstellende het dépouillement der stembriefjes van partij A., dienen als een voorbeeld van toepassing dier regels.

De eerste lijst stelt voor het oplezen der bovenste namen, en de gelijktijdige overdracht der stemmen van hen, die tijdens dat oplezen het kiesquotiënt overschrijden; de tweede de overdracht der stemmen van hen die op de minste briefjes bovenaan staan.

-ocr page 122-

112

Dépouillement der Stem Het oplezen der eerste namen, met gelijktijdige overdracht der stemmen-

le Sta

= 9 = 21 = 9 -- 10

90

urn ii ui ii m iiiin

= 51

mil ii

= 16

1111111111111111111

= 40

///7

= 14

IIIIIIIIIIII

= 22

111

= 8

-{-////

= 10

mi

4

1

1

76

= 166

9 =1751-27

b r

overs

diu

51

11 = 1111 -44 / =15 // =2

mil -= 8 Hm 1=14; mil mil mil / = so /

//

iii

III

181-

2 111 = 5 //// 11111= 9 //////////// 11 = 6 ///

mil f///// f///

h.

d.

24 ^

////// ///

111 = 4 II 2

f-9-h.

10

■///

Ic.

12 19-1-21 =40 50

-ocr page 123-

113

HI

\'I

brie f j es v o o r part ij A.

overschotten van hen die tijdens dat oplezen het kiesquotiënt overschrijden, dium..

! m

ien-sta

de S t e in quot;quot;o r i e ij e .=

Het getal op de achterzijde.

op

CS 0) •

•3 S ü

^ fi c

?«§ «

g M quot;

o

Niet Foutief

ingevulde. ingevulde.

6.

8.

51

: 18 : 44 : 15 : 24 8 10

51

= 23 = 51 = 18

= 31 8

= 13

1 1

51

24 51 18

: 33

hlllll {-llill II {■III HUIIII

/

//

9i

8 /

4H

/ =

51 51

///// =29 //// =33 51 51

/// =21 // =23 ///////=40 //////=46

9

^3 HI — 16 // — 18

5 / =6 = 2 2 1 1

51

51

/ =34

// =36

51

51

/ =24

// =26

cc

11

/// =51

O

tH

10

18

/ =19

6

*

2

2

1

i

Gekozen.

(xekozen.

Gekozen.

-175

[-27 = 202

5 =245 8 =253:

3 = 205 20 = 225 15 = 240

-

-ocr page 124-

114

^ lt;s. ^

5^

h-«-

h-1

K)

oo

O

bO O

O

O

O

cn

h-1

CD

/ op l.

///

//// \'111111111

100

1—^

II II

to 00

IC o

11 -a

ICO

h-^

22

16

O

11

II

4quot;

II 00 CO

11 1-*

-J

ll op n.

/////=

100

to

II

00

51

C5

bo

co

1 1

111

97

1 1

II

O

51

Over te dragen.

Overgedragen stemmen van h.

Over te dragen.

Over te dragen.

O

?r

O

lt;1

CD amp;

P O S\' ft-

O

Candidaten.

Reeds verkregen stemmen.

Over te dragen.

P O C3-

ert-

o.

O

CD

3

2

CD

P lt;

P P

P-

CD

P amp;

s*

CD

O lt;1

co

co O

o

r -e-t-

CD

P lt;

P P

Q

P amp;

Q*

«rt-

ca:

P-I

CD ö

CD

Ct» N

(X)

cr

CD CD

lt;1 CD t-i

ET

CD OQ CD P

CD

CD i-j

aq

CD

P P

P OQ

Pquot;

CD

CD ^

p

O

ct-

O:

P

e-t-

O H»

lt; 3

® ®

CD

« P. P- CD

CP: aq PJ CD CD ^

P

crq p

p p

CD

-ocr page 125-

115

Zooals men ziet heb ik het aantal personen die stemmen verkregen vry ruim genomen, maar slechts vijf of, als wij ook g. daaronder rekenen, zes personen een eenigs-zins aanmerkelijk stemmental doen verkrijgen. Men bedenke dat, vooral by gemeenteraadsverkiezingen, de leiders of kiesvereenigingen der verschillende partijen meestal vrij nauwkeurig zullen weten hoeveel kiezers zij tot de hunnen kunnen rekenen, en bygevolg ook hoeveel zetels zij kunnen bezetten, en dat dus evenveel candidaten, misschien, veiligheidshalve, een of twee meer, door die leiders of kiesvereenigingen zullen worden aanbevolen, welke candidaten dan natuurlijk verreweg de meeste stemmen krijgen. Niettemin zullen er natuurlijk altijd kiezers gevonden worden die, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, van de candidatenlijsten der kiesvereenigingen afwijken; in mijn voorbeeld zijn dat o. a. zij die op f., h., i., k., 1., m. en n. stemden.

Indien nu zulke kiezers zoo verstandig zijn om in laatste instantie op hun stembriefjes ook nog de candidaten der kiesvereeniging van hun partij te plaatsen, loopt door genoemde afwijking hun stem volstrekt geen gevaar. Doen zij dat echter niet, dan kan by het tweede stadium van het dépouillement hun stem gedeeltelijk verloren gaan — nooit geheel indien zij ten minste voor eene partij stemden —- doordat, by overdracht der stemmen van de candidaten die er de minste verkregen, hun briefjes bij den laatsten daarop voorkomenden naam nog niet kan medehelpen om een candidaat het kiesquotiënt te doen bereiken.

In mijn voorbeeld is dat met drie stembriefjes het geval. Op deze drie stond misschien als eerste candidaat a. of c., die reeds gekozen waren toen deze briefjes werden opgelezen, als tweede f., h., i. of k. wier stemmen werden

-ocr page 126-

116

overgedragen bij het tweede stadium van het dépouille-ment, als derde b.7 die reeds gekozen was bij het oplezen dezer briefjes, of 1. die slechts één stem verkreeg, en eindelijk als vierde m. of n.

Men make echter het verloren gaan van enkele briefjes het stelsel niet tot een verwijt; niets op aarde is immers volmaakt; en bovendien, ik zeide het reeds, dergelijke briefjes behoeven nooit geheel verloren te gaan, indien men zorge dat zij mede tellen in het totaal-cijfer eener party.

Op dezelfde wijze als hier voor partij A. is beschreven, gaat men nu te werk met de stembriefjes der andere partijen, en met die waarop voor geen partij gestemd is, en daarmede is dan de verkiezing afgeloopen.

Ten slotte willen wij nog even veronderstellen dat er eene tusschentijdsche vacature ontstaat, bijv. door overlijden van b.

In dat geval neemt men de 51 stembriefjes ter hand die indertijd b. op zijn zetel gebracht hebben, haal! diens naam op alle briefjes door, en handelt verder als volgt:

-ocr page 127-

117

ö

O S3 O

O

Ci5

•uouiuia-is uajoiaa^

iH

rH

\'at

iH

agt;

(M

O (M

rH

tH

IO

iL 11

tH rH

il

•iiaSujp a^

jaAQ

(M tH

rH

| CO 1 -1

(M tH

II

(M 11

O

tH li

tH

i-H

\\a

s

i t-

•uaS^jp a^ jaAQ

O \\0

1 s

O

00 tH

11

\\0 uO

rH

||

tH \\0

II

II

co

ïiï

•uaS^jp 9} .laAO

Oi (M in IO CO

iO

•uaSBjp 9; J0AQ

O

lt;D bO

OD ld 05 lt;Ü

CM

t-H

HO

CO O (M iO (M CO

t-

co

O t- o ^

-uaSejp

jaAQ

do q itba uaS^jpaSjOAQ

Ot^O^JOO-^tH

-ocr page 128-

118

Beoordeeling van het stelse 1-H are.

Als ik het stelsel Hare een tot nu toe onovertroffen meesterwerk noem, sta ik met dat gunstig oordeel geenszins alleen. De volgende aanhalingen mogen dat bewijzen.

Mr. J. J. Tilanus.

„Zie hier het stelsel Hare zoo kort mogelijk geschetst „Het groote voordeel door dit stelsel boven andere ver-„kregen, valt niet te ontkennen. Het is een geniaal denk-„ beeld.quot;

(Evenredige vertegenwoordiging. Utrecht 1888, P. W. v. d. Weijer. blz. 139).

Mr. W. C. D. Olivier.

„Met dit stelsel, dat niet alleen met het districtenstelsel, „maar ook met het meerderheids- en minderheidsstelsel „breekt, dat in de volste mate de vrije en onbelemmerde „keuze der kiezers, en aan hen al het effect hunner stem-„men verzekert, wordt ook het ellendige systeem verbroken „dezer twee of drie uitsluitende, elkander de opperheer-„schappij betwistende partijen, van welke de tegenwoor-„dige, zoogenaamd het volk vertegenwoordigende verga-vieringen ons het treurig schouwspel leveren. Wanneer „alle openbare meeningen des Lands, ook de meest af-„ wijkende en niet enkel een paar op elkander afgunstige „en elkander balanceerende hoofdrichtingen in de verte-„genwoordiging des Lands zitting en stem hebben, wan-„neer naast de scherp afgescheiden kleuren ook aan de „kleurschakeeringen hare plaats en invloed verzekerd is, „wanneer ook de individueele keuze, gegrond „op de vrijheid der kiezers om zich buiten den strijd der „partijen te houden, en uitsluitend met het oog op de

-ocr page 129-

119

^persoonlijke verdienste van den candidaat zijn stem uit „te brengen, gewaarborgd en gehandhaafd wordt, zullen „de karakters dezer vergaderingen in haar voordeel veranderen. Alle meeuingen zullen gehoord worden, zullen „moeten gehoord, bediscutieerd, door redeneering geronnen en overtuigd worden, omdat men hare stommen „noodig heeft om tot een resultaat te komen. De uitsluitendheid en eenzijdigheid der partijschap, die de vloek „der tegenwoordige parlementen is, zal door veelzijdigheid vervangen worden; verplicht zijnde steeds over en „weder met elkander te redeneeren en te overleggen, zal „men, beter dan nu, leeren elkander te verstaan, te ver-„dragen, en tot gemeenschappelijke overtuigingen en be-„sluiten te komen.quot;

(Over het kiezen der vertegenwoordiging, \'s Gravenhage 1880, Martinus Nijhoff).

Mr. J. J. Hakte.

„Geen enkel stelsel is genialer gedacht, zorgvuldiger „ontwikkeld, nauwkeuriger onderzocht, scherper bestreden, „zegenvierender gehandhaafd.quot;

(Onze Wachter. Jaargang 1881, deel II).

J. H. ter Veer.

„Tegen dit schoone stelsel heeft men — gelijk ik aanstipte — tal van bezwaren ingebracht. Hare en zijn „vrienden hebben roemvol eiken aanval afgeslagen. De „gegronde (geen menschenwerk is volmaakt) zijn onge-„wichtig, de gewichtige zijn ongegrond bevonden.quot;

(Het Centrum, 1 Maart 1890).

E. Aubry-Vitet.

„Est-ce la, oui ou non, de la representation proportio-

-ocr page 130-

120

„nelle? Oni, et c\'est encore uae oeuvre de justice, de „liberte, de vérité, de paix, et de politique.quot;

(Revue des deux Mond es, 15 Mai 1870, page 396).

Chakles Bénoist.

„Des différens systemes oii le rapport de la puissance „politique a la force numérique des partis est rléterminé „aritlimétiquement et qui tendent non seulement k procurer une representation de la minorité variable et aléa-„toire, mais k assurer, dans toutes les conjonctures et toutes „les hypothèses, une représentation vraiment proportio-„nelle; de ces différens systemes, sinon le plus facile, le „moins difficile est celui dont fit l\'assai pratique, il y a „juste quarante ans, le ministre danois Andrse, et qu\' „exposa théoriquement, peu de temps après, avec la vive „approbation de John Stuart Mill, le publiciste anglais „Thomas Hare.quot;

(Revue des deux M o n d e s, 15 Dec. 1895, page 765).

Louts Blanc.

„Le mécanisme en est beaucoup moins compliquc qu\'on „ne serait tenter de le croire au premier abord.quot;

Morin.

„II est vrai que M. Hare poursuit un but plus élevé „que la représentation des minorités et que si celle-ci est „obtenu dans sou système, ce n\'est qu\'indirectement. En „conséquence, ce qui parait une défectuosité, considéré au „point de vue des minorités, peut n\'en être pas une, „lorsqu\'on se place a celui de l\'auteur M. Hare se pro-„pose avant tout d\'affranchir l\'électeur du joug des „part is et de le re lever a ses propres yeux. Pour

-ocr page 131-

121

„cela il le place ert face de lui-raeme pendant Facte important qiril est appelé a accomplir et le rend partièl-„lement responsable de la composition de la legislature. „Ce n\'est done pas sans motifs plansibles que M. Hare „se présente comme fauteur de la représentation person-„nelle, plutót que celles des minorités. La lecture de son „traité conduit faciilement k la persuasion que le pays „qui faconnerait son organisation electorale, d\'après de „telles idees, s\'assurerait les bienfaits d\'un corps législa-„tif, compose d\'hommes capables et estimés, en meme „temps qu\'il élèverait le niveau moral de la population.quot;

(De la Représentation des Minorités).

Ernest Naville.

„The system of list voting is that which has been „adopted in Switzerland. The party ballot was everywhere „the usage. It facilitated the introduction of the reform. „No too great violence could be done to these habits of „the voters. By that I do not mean to say that the Swiss „reformers considered the list voting as the best in theory. „I, for one, would prefer the method which, like that of „Mr. Hare, ^ives the élector a chance of preferential vote „without the party official list, for the purpose of realising better than any other the idea of representation. „My vieuws on this subject are set forth on page 219, „etc., of my book, „The Electoral Question in Europe „and America.quot;quot;

(The Proportional Representation Review, Sept. 1895, page 109.)

Charles Burkly (Zurich.)

„The proportionate system will, no doubt, also work

-ocr page 132-

122

„out in the long run its own proper system, and this, „I am convinced, can be no other than that of the „Hare plan.quot;

(The Proportional Representation Review, Sept. 1895, page 126.)

Wm. H. GtOVE (Salem, Mass.)

„The best form of proportional representation is the „single transferable vote. The best form of this is Hare\'s „system.quot;

(Idem, Sept. 1893, page 20.)

Idem.

„The Hare system is undoubtedly theoretically the „ideally perfect system; the objections to it relate entirely to its practical working.quot;

(Idem, Dec. 1894, page 47.)

Simon Stekne.

„In 1858, when Thomas Hare first published his book „on minority representation, he took by storm that part „of the intellectual world which devoted itself to the „philosophical consideration of politics. Sir George „Cornwall Lewis, probably the most profound stu-„dent of political questions among the just preceding „generation ot English public men, recognised in Mr. „Hare\'s ideas, if not in his specific plans, the answer „to almost every objection which had been or could be „made to the extension of representative institutions.quot;

(Idem, Dec. 1894, page 37.)

Zóó zou ik kunnen voortgaan, en woorden aanhalen van Mr. Macalester Loup, Dr. Menno Huizinga, Prof. R. Fruin, Miss Catharine Helen Spence, Alfred Cridge en

-ocr page 133-

123

anderen, wier bevoegdheid tot oordeelen onbetwistbaar is.

Om eene al te groote uitvoerigheid te mijden doe ik dat echter niet, maar sluit ik myne aanhalingen met de volgende woorden van den beroemden

John Stuart Mill.

„The more it is studied, the stronger, I venture to „predict, will be the impression of the perfect feasibility „of the scheme, and its transcendent advantages. Such „and such numerous are these, that in my conviction, „they place Mr. Hare\'s plan among the very greatest „improvements yet made in the theory and practice of „government.quot;

(On Representative Government, London 1861, page 142).

-ocr page 134-

GESCHIEDENIS DER EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING IN HET BUITENLAND.

Zwitserland.

184ö. In liet jaar 1846 richtte Victor Cousiderant, een der meest bekende leerlingen van Charles Fouraier, een open brief aan de Constitutioneele Conventie van Genève, waarin hij op duidelijke en beknopte wijze de nadeelen van het meerderheidsstelsel uiteenzette, en aandrong op invoering van evenredige vertegenwoordiging.

Een der leden van de Conventie, Hoffman genaamd, diende in dien geest een voorstel in, welk voorstel echter geenerlei gevolg had, en nergens ondersteuning vond.

1862. Geen beter onthaal viel in 186.3 een gelijksoortig voorstel van Antoine Morin ten deel.

1805. Langzamerhand echter braken deze nieuwe begrippen zich dermate baan, dat den 15 Januari 1865 vele bekwame en invloedrijke burgers van Genève besloten zich aan een te sluiten tot de nog heden bestaande „Association Réformiste de Genèvequot;, welke zich het propagan-deeren der E. V. ten doel stelde.

Zonder zich ^door menigvuldige tegenkanting te laten ontmoedigen streefde deze vereeuiging vele jaren achtereen

-ocr page 135-

125

naar de bereiking van het schoone doel dat zij zich voor oogen gesteld had. De geschriften harer leden, ouder welke de tegenwoordige president, Prof. Ernest Naville, een dei-meest bekenden is, zijn velen, en zeer belangrijk. Ook gaf deze vereeniging gedurende eenigen tijd een weekblad uit, getiteld „Reformiste.quot;

1868. Weldra zou het goede voorbeeld van Genève navol-

1869. ging vinden. In het jaar 1868 werd eene dergelyke ver-1872. eeniging opgericht te Zürich, in 1869 te Neufchatel, in 1877. 1872 te Lausanne, in 1877 te Bern, en in 1882 te 1882. Bazel.

De leden dezer vereenigingen maakten door woord en geschrift ijverig propaganda voor de goede zaak, terwijl zij nauwkeurig de verschillende bestaande stelsels onderzochten en met elkander vergeleken. Over het algemeen had dat onderzoek tengevolge dat men de voorkeur gaf aan het stelsel der „Vrije lystenquot;, in welk stelsel men echter hier deze, ginds weder gene kleine wijziging meende te moeten aanbrengen. De vereeniging te Zürich echter, en vooral Charles Burkly, een harer ijverigste leden, schijnt de voorkeur te geven aan het stelsel Hare, welk stelsel ook in de andere cantons vele vurige verdedigers vond, onder welken vooral verdienen genoemd te worden Jean Rivoire (1866) in Genève, Jacottet (1868) en Dubois Mieville (1890—1892) in Neufchatel. Ook Prof. Naville, de ■voornaamste kampioen voor E. V. in Zwitserland, is voor Hare\'s stelsels vol waardeering; hij noemt het het beste, het ideale stelsel, maar.... schijnt het voor prac-tijk ongeschikt te achten.

Vrij lang duurde het eer de vrienden der E. V. de voldoening mochten smaken hun theorieën praktisch te zien toegepast. Het eerst had dat plaats in het canton Tessino.. In dat canton braken den 11 September 1890

-ocr page 136-

126

bloedige onlusten nit, ten gevolge van de ergerlijke misstanden die door het meerderheidsstelsel in het leven waren geroepen. Als geneesmiddel tegen deze kwaal gaf de Zwitsersche Bondsraad in overweging met E. V. een proef te nemen. Dientengevolge werd den 7 Februari

1891. 1891 het stelsel der „vrije lijstenquot; in Tessino ingevoerd.

Zeer spoedig vond nu dit voorbeeld navolging. Nog in het zelfde jaar, den 28 October besloot Neufchatel dat stelsel voor drie jareu. als het ware op proef, toe te

185)2. passen. Genève volgde den 6 Juli 1892.

Zooals te verwachten was leverden deze drie voorbeelden binnen korten tyd het onloochenbaar bewijs dat de invoering der E. V. eene groote verandering ten goede mocht genoemd worden.

Dientengevolge waren dan ook de volgende jaren rijk

1894. aan overwinningen. In Mei 1894 werd de E. V. ingevoerd in het canton Zug, en, voor de gemeenteraadsverkiezingen, in het canton Freiburg; den 22sten November van hetzelfde jaar besloot de Groote Raad van Neufchatel, ten zeerste voldaan over de resultaten der driejarige proefneming, het stelsel voor goed vast te stellen ; den 17\'len December 1894 besloten de burgers van Bern, met 2,526 tegen 2,239 stemmen, de E. V. toe te passen

1895. bij de gemeenteraadsverkiezingen. In Maart 1895 volgde ook het canton Solothurn, en in Mei van dat jaar had te Bern — krachtens het vermeldde besluit van 17 December 1894 ■—- de eerste gemeenteraadsverkiezing volgens een stelsel der E. Y. plaats.

Ten slotte rest ons helaas nog de treurige plicht op een

1896. nederlaag te wyzen. In Mei 1896 heeft het Referendum in het canton Bern met 32,000 tegen 28,000 stemmen ontkennend geantwoord op de vragen of proportioneel kiesrecht voor den Cantonnalen Raad, de Cantonuale Regee-

-ocr page 137-

127

ring, en de Standenraad gewenscht was. Met blijdschap mogen wy echter constateeren dat het cijfer der vóórstemmers ook hier grond geeft voor de hoop op zegenpraal.

Nu nog een enkel woord over de wijze waarop het stelsel der „vrye lystenquot; in de verschillende cantons wordt toegepast.

De regeling in Neufchatel is breedvoerig en dui-delyk beschreven door Mr. J. A. v. Gilse, in de V r a g e n des T ij d s van Juli 1892. Tk meen niet beter te kunnen doen dan die uitmuntende beschrijving hier over te nemen :

De verkiezingen worden uitgeschreven ten minste 20 volle dagen vóór de stemming. De kiezers ontvangen, ten minste 24 uur vóór de opening der stembus, van het gemeentebestuur eene oproepingskaart, vermeldende hun naam, en het nummer waaronder zij op de kiezerslijst voorkomen, (a)

In de kiesdistricten (b) benoemen commissies, samengesteld uit den prefect, den president der rechtbank, en den vrederechter of zijn plaatsvervanger, voor elk stembureau twee comités van 5 leden tenminste, waarvan het eerste het eigenlijk stembureau vormt, en het tweede met het dépouillement der stemmen belast is.

De kiezer overhandigt aan den voorzitter van het stembureau zijne oproepingskaart, en ontvangt daarvoor in ruil een gestempeld couvert, waarop zooveel lijnen getrokken zijn als er afgevaardigden in het district gekozen moeten worden. Tn het kieshokje (couloir) schrijft hij de namen van de candidaten zyner keuze op het couvert, of hij sluit in het couvert een gedrukt of geschreven stem-billet, waarop de namen zijner candidaten voorkomen. Zijn er op het couvert namen geschreven, dan is dit het geldige stembillet, en het billet dat er ingesloten mocht zijn is nietig; is er in een onbeschreven couvert meer dan

-ocr page 138-

128

éene lijst ingesloten, clan zyn al deze billetten eveneens nietig, (c)

In zijne keuze is de kiezer zoo vrij mogelijk, mits de namen der candidaten zijner keuze slechts voorkomen op eene der lijsten welke uiterlijk 5 volle dagen vóór de verkiezing door tenminste twee kiezers namens eëne partij of groep ingeleverd worden aan de prefectuur. Deze lijsten moeten tenminste een aantal namen bevatten, gelijkstaande met de helft van het in het district te kiezen getal afgevaardigden. Deze laatste bepaling is in de wet gebracht om „de vorming van kleine groepen, en de ver-„brokkeling der groote partijen tegen te gaanquot;, fd) Eene kleine groep zal het natuurlijk moeilijk vallen het ver-eischte aantal namen bijeen te krygen.

De kiezer beschikt over zooveel stemmen als er afgevaardigden in zijn district verkozen moeten worden. Hij kan stemmen voor de 1 ij s t van een of andere partij -— welke stem dus invloed heeft op de verhouding der par-tijen — en tevens op personen, deze* bijeenzoekend uit desnoods de lijsten van alle partijen.

Eene tusschentijdsche vacature wordt aangevuld door diengene der niet gekozen candidaten die op de lijst waartoe het uitgevallen lid behoorde de meeste stemmen had.

Cumulatie van stemmen, d. i. het uitbrengen van meer dan één stem op denzelfden candidaat, is verboden.

Van eenig belang is ook de vraag: hoe te handelen indien bij de verdeeling der zetels naar verhouding der stemmen, voor de partijen uitgebracht, — gelijk steeds het geval zal zyn — nog niet alle zetels toebedeeld zijn, en de deeling voor elke lijst overschotten heeft opgeleverd ? De Regeering van Neufchatel had, in overeenstemming met het stelsel-Roget, voorgesteld dat aan de grootste overschotten de nog beschikbare zetels zouden worden

-ocr page 139-

129

toegekend. Maar de commissie uit den Grooten Raad wijzigde dit in dien zin dat alle nog niet toebedeelde zetels zouden toevallen aan de sterkste party, en deze wijziging is wet geworden. De commissie beriep zich op de mogelijkheid dat de partyen door kunstgrepen zich de grootste overschotten verzekeren, ten einde een afgevaardigde te winnen, (e).

Tot hiertoe Mr. v. Gilse.

Mijn bezwaren tegen het stelsel der „vrije lijstenquot;, en in het algemeen tegen alle stelsels met bindende can-didatenlijsten, reeds vroeger opgesomd, zal ik hier niet herhalen. Wel echter wil ik eenige aanmerkingen maken op de wijze waarop men dat stelsel te Neufchatel toepast. Tk heb daartoe tussclien de beschrijving hier en daar een letter gezet, en zal nu zeer kort, bij elke letter mijn opmerking maken.

(a). Het is my niet duidelyk waartoe dat v o 1 g n u m-m e r moet dienen.

(b). De verdeeling in kiesdistricten is een grove fout. Eene zuivere werking der E. V. ware slechts te verkrijgen indien het geheele canton één kiesdistrict was. Bovendien is de districtsverdeeling van Neufchatel nog eene zéér slechte, daar er tusschen de districten een aanmerkelijk verschil in grootte bestaat. Zoo zendt bijv. het district Neufchatel-ville 17 afgevaardigden, en het district Chaux-de-Fonds 30, waardoor dus de eene kiezer 13 stemmen meer uitbrengt dan de andere. Deze bevoorrechting, gebaseerd op een verschil in woonplaats en op niets anders, is eene ergerlijke onbillijkheid.

(c). Deze bepaling geeft aanleiding tot verwarring en

geknoei; waarom niet één uniform stembillet? Desnoods

zou men dan — ten dienste van gemakzuchtige kiezers —

daarbij de bepaling kunnen maken dat het geoorloofd

9

-ocr page 140-

130

was liet zegel van dat stembillet af te knippen, en op een gedrukt candidatenlijstje over te plakken.

(d). Dat de vorming van kleine groepen, en de verbrokkeling der partijen geheel en al de zaak is der kiezers, waarin zich ra. i. de staat niet te mengen heeft, heb ik reeds vroeger gezegd. Ik wil hier alleen aanmerken dat deze bepaling mij al een zeer gebrekkig middel schijnt om tot het beoogde doel te geraken. Zelfs de kleinste groep zal, als het moet, het vereischte aantal namen wel bijeen weten te krijgen, vooral als daarvan slechts de eersten door haar als ernstig gemeenden worden beschouwd.

(e). Het voorstel der Regeering van Neufchatel betreffende de overschotten is billijk; de door den Grooten Raad aangenomen bepaling: „alle overschotten aan de sterkste partijquot; is een door niets gemotiveerd, schreeuwend onrecht. Wat betreft het knoeiën der partijen teneinde de grootste overschotten te verkrijgen, dat zal zéér moeilijk, zoo niet o n m o g e 1 ij k zijn; en bestaat er nog eenige kans toe, dan is het te wijten aan de verdeeling in districten.

De wijze van toepassing der E. V. in het canton G e-nève werd door de wet van 3 September 1892 geregeld als volgt: *)

Art. 1. Bg de verkiezingen voor den Grooten Raad worden de afgevaardigden aan de verschillende partijen toegewezen in verhouding van het aantal stemmen dat dezen verkregen.

Art. 2. Door de politieke partyën of groepen van kiezers worden candidatenlijsten opgemaakt. Deze lijsten moeten geteekend zijn door minstens 10 kiesbevoegde burgers.

1) Volgen eenige artikels uit de kieswet van Grenève.

-ocr page 141-

131

Elke lijst moet door eene bekende partijnaam, of door een nummer, van anderen onderscheiden zijn.

Art. 4. Een candidaat mag op verschillende partijlysten geplaatst zyn, maar hij moet dan vóór de verkiezing zich voor een dezer lijsten verklaren. De stemmen die hem dan gegeven worden zullen allen gerekend worden te zijn uitgebracht op de door hem gekozen party. Kiest hij niet, dan zal door het lot worden uitgemaakt tot welke lyst hij behoort.

Art. 5. De candidatenlijsten zullen tijdig gepubliceerd worden.

Art. 6. De kiezer brengt evenveel stemmen uit als er afgevaardigden te kiezen zijn. Hij heeft het recht op zyn stembillet van de partijlijst af te wijken, of daarop voor minder dan het totaal aantal candidaten te stemmen. Als het stembillet meer namen bevat dan er afgevaardigen gekozen moeten worden, tellen de laatste namen niet mee.

Art. 8. De stem die aan een candidaat gegeven wordt telt zoowel voor dezen persoonlyk, als voor de partij waartoe hy behoort.

Art. 9. Gerekend als stemmen, enkel voor de partij waarvoor de kiezer stemt, worden ook:

a. de stemmen die hij niet heeft uitgedrukt door namen;

b. de stemmen, uitgebracht op personen die op geen enkele partylijst voorkomen;

c. de 2, 3, of meerdere stemmen die hij op een zelfden persoon heeft uitgebracht.

Art. 10. Heeft de kiezer geen bepaalde partijlijst op zijn stembillet aangegeven, dan zijn de stemmen waarvan in het vorige artikel gesproken wordt ongeldig.

Art. 12. Het stembureau bepaalt het totaal stemmen-cijfer van elke party door bijeen te voegen de stemmen die op de lijst of op de enkele candidaten dier partij zyn

-ocr page 142-

132

uitgebracht. De som van alle stemmen gedeeld door het getal der te vervullen zetels geeft het kiesquotiënt. Door dat kiesquotiënt te deelen op de totaal stemmencijfers der partijen, wordt uitgemaakt op hoeveel zetels elke partij recht heeft. Indien hierby nog niet alle zetels verdeeld kunnen worden, wijst men de nog overigen toe. aan de partijen die de grootste overschotten hebben.

Art. 13. Nadat zoo doende bekend is op hoeveel afgevaardigden eene partij recht heeft, worden verkozen verklaard de candidaten die in deze partijen de meeste stemmen hebben. Als twee of meer candidaten evenveel stemmen verkregen is de oudste verkozen.

Art. 14. Als aan eene partij meer zetels worden toegewezen dan zij candidaten op haar lijst heeft worden de overschietende zetels in evenredigheid onder de andere partijen verdeeld.

Art. 16. Bij elke partij worden de candidaten dieniet verkozen zijn op een lyst geplaatst, naar volgorde vau het aantal stemmen dat zij verkregen.

Art. 20. Indien eene tusschentijdsche vacature ontstaat wordt daarin voorzien door verkozen te verklaren n0. 1 van de bij artikel 16 bedoelde lijst der partij waartoe het uitgevallen lid behoorde.

Ontegenzeggelijk is hier de verdeeling der overschotten billijker dan in Neufchatel, maar overigens valt er m. i. ook op de toepassing te Genève veel aan te merken. Zoo is bijv. de bepaling in art. 4 zeer.... vreemd, om geen krasser woord te gebruiken. Ook in Genève weder komt de district verdeeling 1) aan de zuiverheid der toepassing afbreuk doen.

In de andere cantons waar de E. V. is ingevoerd komt

1

Voorgeschreven bij artt. 31 en 32 der constitutie.

-ocr page 143-

133

de toepassing in hoofdzaak met die van Genève en Neuf-chatel overeen. Alleen zij nog opgemerkt dat in Solothurn en Bern bij het verdeelen der zetels de methode van Droop gevolgd wordt.

België.

1881. Oprichting van de Association Réformiste Beige.

1893. Onder toezicht van eene door de Kamer benoemde commissie werd in November 1893 te Brussel eene proefverkiezing gehouden volgens het stelsel der „Vrije lijstenquot;, welke proef zulke gunstige resultaten opleverde dat in

1894. het begin van 1894 de regeering een wetsvoorstel ter invoering van dat stelsel indiende, welk voorstel echter in Maart 1894 met eene kleine meerderheid werd verworpen. Ter oorzake van deze verwerping nam het ministerie zijn ontslag.

De voorstanders der E. V. gaven evenwel den moed

1895. niet op. In 1895 mochten zij gedeeltelijk hun doel bereiken, doch ook slechts zéér gedeeltelijk. In November van dat jaar werd nl. bepaald dat bij de Gemeenteraadsverkiezingen de E.\'V. in zekere mate zou worden toegepast. Bij eerste stemming geldt het gewone meerderheidsstelsel, maar de zetels die bij eerste stemming niet worden bezet, verdeelt men naar evenredigheid onder de partijen die het noodig aantal stemmen hebben behaald om voor deze verdeeling in aanmerking te komen. In steden boven de 20,000 inwoners bedraagt dat vereischte aantal Yo van de uitgebrachte stemmen.

F r a n k r ij k.

1781. De Borda ontwerpt het stelsel van „de afnemende waarde der stemmenquot; (progressive-vote.)

-ocr page 144-

134

1793. Condorcet ontwerpt het stelsel „de la pluralité-simplequot;. Den 24sten Juni van hetzelfde jaar stelde Saint-Juste in de Conventie voor dit stelsel voor geheel Frankrijk in te voeren, welk voorstel echter, naar het schijnt, werd verworpen.

1839. De Villele ontwerpt een stelsel volgens hetwelk de kiezers, bijeengeroepen in de voornaamste steden van alle departementen, zich zouden groepeeren naar hunne staatkundige gevoelens, terwijl dan elk van de dus gevormde groepen een of meer afgevaardigden zou mogen kiezen.

Yooral na 1870 werden herhaaldelijk in de volksvertegenwoordiging voorstellen gedaan ter invoering van een

IS^lr. of ander evenredig stelsel, doch telkens te vergeefsch. Dit

ISTo. geschiedde, o. a. in 1874 door de Rambure en Paul Beth-

1880. mont, in 1875 tweemaal door Pernolet, in 1880 door

1881. Cantagrel, en in 1881 door Amat.

1883. In 1883 werd opgericht de Société Francaise pour l\'Étude de la Representation Propor-tionelle.

1889. Op eene bijeenkomst van deze vereeniging in 1889 bepleitte de gepensioneerde Luit.-Kol. J. Curie een stelsel dat veel overeenkomst had met het stelsel Hare.

Over het algemeen is in de laatste jaren in Prankryk meer over de E. V. geschreven dan dat er voor gewerkt is.

Spanje.

Spanje, over het algemeen anders niet een der toongevende landen van Europa, is op het gebied der E. V. velen vóór geweest.

1876. In het Regeeringsvoorstel ten opzichte der Gemeenteraadsverkiezingen was, in 1876 het beginsel der E. V.

-ocr page 145-

135

reeds opgenomen. Naar aanleiding hiervan verklaarde de Heer Merelles den 16den November in de Kamer van Afgevaardigden dat z. i. nu het stelsel Hare de voorkeur verdiende, daar dat stelsel, misschien moeilijk in practyk te brengen voor de Kamer, toch voor Gemeenteraadsverkiezingen als het ware geknipt was.

Helaas moest de „vote limitequot;, dat tusschending tus-schen E. V. en meerderheidstyrannie, de overwinning wegdragen; bij de wet van 16 December 1876 werd zij 1878. ingevoerd voor de Gemeenteraden, bij de wet van 28 December 1878 voor de Kamer (althans gedeeltelijk), en 1882. bij de wet van 20 Augustus 1882 voor de Prov. Staten.

Voor de Kamer van Afgevaardigden wordt het stelsel slechts zeer onvolkomen toegepast, daar van de 433 afgevaardigden er nog 345 gekozen worden in enkelvoudige districten met volstrekte meerderheid. Zeer merkwaardig is de bepaling dat 10 zetels gereserveerd worden voor candidaten die in het geheele land meer dan 10,000 stemmen verkregen, maar toch in geen enkel district de meerderheid haalden. Van dezen worden verkozen verklaard de 10 die de meeste stemmen kregen. Het goede denkbeeld om het verdringen van mannen van nationalen roem door plaatselijke „groothedenquot; tegen te gaan, ligt aan deze bepaling ten grondslag.

1878. In 1878 is te Madrid eene Vereeniging voor E. V. opgericht.

Portugal.

1872. Oprichting eener Vereeniging voor E. V. in Portugal. 1884. Den 21sten Mei 1884 voerde Portugal eene dergelijke regeling in als Spanje. Het beginsel der E. V. werd daarbij door niemand bestreden. Alleen over de verschillende stelsels liepen de meenigen uiteen.

-ocr page 146-

136

Italië.

ISIS. Reeds in 1848 hebben sommige uitstekende mannen in Italië zich beziggehouden met het vraagstuk eener meer zuivere vertegenwoordiging van meerder-en minderheden ; maar eerst omstreeks 1870 begon deze quaestie meer en meer de algemeene belangstelling op te wekken, waartoe voor een groot gedeelte de geschriften van Genala, Palma, Brunialti, Padebetti eu Ferraras hebben medegewerkt.

1872. In Juni 1872 werd te Rome de Associazione per lo Studio della Rappresentanza Proporzio-nale opgericht, waarbij ook vele afgevaardigden en senatoren zich aansloten.

Het duurde niet lang of door verschillende vereenigin-gen en corporatiën werden proeven genomen met de toepassing der meest bekende stelsels. De werkliedenver-eeniging te San-Giovanni, Val d\'Arno, nam het stelsel van de „mededingende lijstenquot; aan. Het Letterkundig Genootschap te Florence, drie handels- en bankiers-vereenigingen te Genua, en de Associazione Pro-porzionale zelve namen het stelsel Hare aan, welk stelsel over het algemeen den Italiaanschen proportiona-listen het meest schijnt te bekoren.

Intusschen was reeds, hoewel te vergeefsch, in de Kamer een voorstel gedaan tot invoering van de „vote limitequot; welke, evenals de „vote cumulativequot; ook door vele particuliere corporatieën werd toegepast.

1881. Vooral in 1881 en 1882, tydens de herziening der kieswet, spande de Associazione proporzionale alle krachten in om haar doel te bereiken. Onder hare ijverigste leden behoorden toen o. a. Mamiani, vice-president van den Senaat, de afgevaardigden Minghetti en Cairoti, beiden gewezen eerste Ministers, Genala, Minister

-ocr page 147-

137

van openbare werken, Brunialti, lid van den Raad van State, Alberto Roni, en de latere Secretaris van den Raad van State, Francesco Racioppi.

In het ontwerp kieswet was de E. V. niet opgenomen. Daardoor echter lieten hare voorstanders zich geenszins afschrikken. Minghetti bepleitte het stelsel Hare; Genala ontwikkelde een stelsel van eigen vinding; sommigen vroegen „vote cumulativequot;, anderen weder „vote limitequot;.

1882. Ten slotte slaagde men er in de „vote limitequot; met 216 tegen 140 stemmen te doen aannemen.

Dit halve middel werd nu bovendien nog slechts in begrensde mate toegepast. Het land werd verdeeld in 135 districten, waaronder 35 van vijf afgevaardigden. Alleen voor deze 35 districten van 5 afgevaardigden werd nu de „vote limitequot; toegepast, en wel in dier voege dat de kiezer slechts 4 stemmen zou uitbrengen.

1888. Toen nu in 1888 een wetsontwerp werd ingediend betreffende de verkiezingen voor Gemeenteraden, was ook daarin weder van evenredige vertegenwoordiging met geen enkel woord gerept. Evenals in 1882 vroegen ook nu de voorstanders der E. V., aangevoerd door Genala, de invoering der „vote limitequot;, en hoewel het Kabinet, bij monde van Crispi, zich daar tegen verklaarde, mocht het hun toch gelukken hun doel te bereiken. De wet van Juli 1888 kent aan eiken kiezer in elke Gemeente, onverschillig hoe groot de te kiezen Raad zijn moge, 4 of 5 stemmen toe. Eene uiterst vreemdsoortige bepaling!

Bij deze gelegenheid werd er door Genala tevens op gewezen dat de „vote limitequot; eigenlijk geen zuiver evenredig stelsel was, dat bovendien hare toepassing voor de Kamer, volgens de wet van 24 September 1882, zóó onvolledig en gebrekkig was dat zij zelfs onmogelijk aan de verwachtingen kon voldoen die men anders nog ge-

-ocr page 148-

138

rechtigd zou zijn te koesteren. Hij kwam dus nogmaals terug op het reeds in 1882 door hem ontworpen en bepleitte stelsel.

1891. In plaats van nu echter deze halve maatregel der „vote limitequot; door een zuiver evenredig stelsel te vervangen, keerde de Kamer hij de wet van 5 Mei 1891 weder tot de duisternis terug, waarin de „vote limitequot; althans een flauw schemerlicht geworpen had, door weder het meerderheidsstelsel met enkelvoudige districten in te voeren.

Eenige maanden later werd nog eene vergeefsche poging aangewend om de „vote limitequot; weder te herkrygen, en sedert dien tijd, maar vooral na den dood van Genala 1893. (8 November 1893), is in den strijd voor E. V. in Italië eene periode van afmatting ingetreden, die misschien groo-tendeels te verklaren is uit de ernstige rampen en moeilijkheden die tot nu toe in dat ongelukkige land aller aandacht bij andere onderwerpen bepalen.

Oostenryk.

1875. Oprichting eener vereeniging voor E. V. te Praag.

Duitschland.

Voor zoover mij bekend is werd slechts éénmaal in Duitschland eene ernstige poging aangewend tot invoering 1864. der E. Y. Zulks geschiedde in het jaar 1864, in de vrye rijksstad Frankfort a/d Main. Bij de beraadslaging over de verandering der Staatsregeling werden toen door Dr. Passavant de volgende bepalingen voorgesteld: „Die „Wahlart ist die directe. Die Stadt und Sachsenhausen „bilden einen Wahlbezirk. Jeder Wahler gibt einen Zet-„tel mit 84 Stimmen ab. Gewahlt ist, wer 350 Stimmen

-ocr page 149-

139

„erhalt. Auf jedem Zettel gelten nur drei Namen, und „zwar zunachtst die drei obersten, dann die folgenden „der Reihe nach, wenn die vorhergehenden bereids 350 „Stimmen auf sich vereinigt haben. Die Wilhler geben „ferner in eine zweite Urne einen weiteren Zettel mit je „60 Namen für die Suppleanten. Diese werden nach rela-„tiver Stimraenmehrheit silmmtlicher Abstimmenden er-„wiihlt und zwar der meistbestimmte als erster Suppleant „u.s. w. Werden bei der ersten Abstimmung nicht sammt-„liche 84 Mitgleider für den gesetzgebenden Körper er-„wahlt so treten die meistbestimmten Suppleanten als „wirkliche Mitgleider in den Gresetzgebende Körper ein.quot;

Dit voorstel werd echter na eene driedaagsche discussie met 35 tegen 27 stemmen verworpen \').

Denemarken.

Denemarken is het land waar de evenredige vertegen-1855. woordiging het eerst werd toegepast. In het jaar 1855 werd, op voorstel van den minister Andrae, voor de verkiezingen van den Rigsraad, althans gedeeltelijk, een stelsel ingevoerd, dat men de voorlooper van het stelsel-Hare zou kunnen noemen, waarmede het veel overeenkomst had. Destijds werden 20 leden van den Rigsraad gekozen door de Kroon, 30 door de Prov. Staten, en 30 door het volk. De verkiezing nu van deze laatste 30 leden had sinds 1855 plaats volgens het stelsel-Andrae. 1866. In 1866 kwam hierin verandering. Toen werd de Rigsraad vervangen door een Rigsdag, welke verdeeld was in twee kamers, Folkething en Landsthing genaamd.

1) Zie meer uitgebreid Hare, blz. 298—301 en 328—340.

-ocr page 150-

140

De Folkething wordt gekozen volgens het meerderheidsstelsel.

Van den Landsthing worden 12 leden gekozen door den Koning, 7 door de stad Kopenhagen, 45 door groote kiesdistricten, 7 door het eiland Bornholm, en 1 door de Faroër-eilanden.

De verkiezing voor den Landsthing geschiedt in twee trappen. De stemgerechtigden benoemen kiezers, en dezen vaardigen de leden van den Landsthing af. Alleen bij den tweeden trap dezer verkiezing wordt het stelsel-Andrae toegepast. Zooals wij zien, is dus ook in Denemarken de toepassing der E. V. nog zeer gebrekkig.

Zweden.

1878. In 1878 werd in Zweden een voorstel ter invoering van het stelsel-Andrae verworpen.

Noorwegen.

1814. John. R. Commons, Hoogleeraar aan de Universiteit te Indiana u. s. a., beweert in de Proportional Representation Review van Dec. 1893, dat Noorwegen in de Grondwet van 1814 „schijnt eene poging te hebben „aangewend om de vertegenwoordiging der minderheden „te verzekeren.quot;

Indien dit juist is heeft men in Noorwegen tusschen de eerste poging op dit gebied en de tweede heel wat tijd laten verloopen.

1883. Deze tweede poging werd aangewend in 1883, toen een voorstel, om het stelsel-Andrae in te voeren, verworpen werd.

1896. De tweede pauze is gelukkig niet zoo lang van duur

-ocr page 151-

141

geweest als de eerste. Dit jaar heeft de meerderheid der vereenigde commissie voor Justitie en grondwetsherziening uit de Noordsche Shorting zich verklaard vóór de invoering van een proportioneel stelselzoodat wij nu misschien binnenkort de voorbeelden van toepassing der E. V. met één kunnen vermeerderd zien.

Engeland.

Een der eersten die er naar streefden in Engeland de vertegenwoordiging der minderheden te verzekeren was 1831. Praed die in 1831 voorstelde voor de zoogenaamde „three cornered districtsquot; het „system of incomplete votingquot; (vote limite) in te voeren. Deze poging bleef echter zonder gevolg, evenals eene dergelijke van Lord Russel 1854. in 1854.

1867. Een voorstel van J. Stuart-Mill om het stelsel-Hare in te voeren, werd den 29sten Mei 1867 door het Parlement verworpen. Twee maanden later moest ook een amendement van Lowe op den Bill van Disraëli, strekkende tot invoering der „cumulative-votingquot; met 173 tegen 314 stemmen bezwijken.

Beter lot was een ander amendement, ingediend op den Bill van Disraëli door Lord Cairns in het Hoogerhuis, beschoren. Dit amendement, ten doel hebbende de invoering der reeds in 1831 en 1854 door Praed en Russell bepleitte „incomplete votingquot; voor de „three cornered districtsquot; werd door het Hoogerhuis met 142 tegen 51 en door het Lagerhuis met 253 tegen 204 stemmen aangenomen.

Zoo was dus nu ook in Engeland, evenals later in

1) Volgens bericht in de Nederlander van 21 April 189G.

-ocr page 152-

142

Italië, de begrensde stemming ingevoerd; en ook in Engeland, evenals in Italië, zou natuurlijk dit stelsel, hoewel ongetwyfeld beter dan het zuivere meerderheidsstelsel, op den duur blijken geenszins aan de verwachting te voldoen.

Dat de ware voorstanders der E. V. dan ook in de begrensde stemming slechts een stap in goede richting zagen, maar geenszins de bereiking van hun doel, spreekt wel van zelve, en bleek ten duidelijkste uit de oprichting 1S()8. der English Porportional Representation Society in 1868.

Een tweede bewijs dat men met de „incomplete votingquot; 1870. niet tevreden was, is wel het feit dat in 1870 voor de „School-Boardsquot; niet dit stelsel, maar dat der „cumulative votingquot; werd aangenomen.

1872. Den 10tlei1 Juli 1872 werd nogmaals, op het voetspoor van den beroemden Stuart-Mill (zie 1867), eene poging aangewend ter invoering van het stelsel-Hare. Het daartoe strekkende voorstel van Morrison werd echter verworpen.

Van nu af werden geen verdere voorstellen in dien 1885. geest gedaan; en toen in 1885 bij de Restribution-Act ook zelfs de begrensde stemming weder werd afgeschaft, heerschte in Engeland het meerderheidsstelsel opnieuw in volle kracht.

Gelukkig geeft de English Proportional Representation Society onder haren wakkeren voorzitter Sir Joh. Lubbock, nog herhaaldelyk teekenen van leven, welken ons in den toekomst op betere dingen doen hopen.

Vereen. Staten van Noord-Amerika. 1807. In het jaar 1867 benoemde de Constitutioneele Con-

-ocr page 153-

143

ventie van den Staat New-York eene commissie tot liet onderzoeken der verschillende toenmaals bekende stelsels ter vertegenwoordiging der minderheden. Het rapport dat deze commissie uitbracht had ten gevolge dat reeds in hetzelfde jaar voor dien Staat de „begrensde stemmingquot; werd ingevoerd.

186Ï). Twee jaar later benoemde de Senaat van de Unie met hetzelfde doel eene commissie, naar aanleiding van een wetsontwerp ter wijziging van de verkiezingen voor het Congres. Het rapport dezer commissie luidde zeer ongunstig, maar beval, voor proefneming op kleinen schaal, de „op-hoopende stemmingquot; aan. Nog in hetzelfde jaar werd deze ingevoerd door den Staat Illinois.

1872. De Staat Pensylvanië verkoos den 21sten April 1872 de „begrensde stemmingquot;.

Diep valt het te betreuren dat ook weder in Amerika, evenals in Engeland, Spanje en Italië, de eerste verbetering in het kiesstelsel eene verbetering ten halve moest zijn. Hadden toch deze drie staten, Illinois, Pensylvanië, en New-York, in plaats van eene min of meer gebrekkige vertegenwoordiging der minderheden, een of ander stelsel van zuivere evenredige vertegenwoordiging ingevoerd, zoo waren ongetwijfeld binnen korten tijd vele andere staten, ja was misschien de geheele Unie, hun voorbeeld gevolgd. Nu echter sprong de verbetering, hoewel onbetwistbaar, niet dermate duidelijk in het oog als tot krachtige propaganda en snelle vorderingen gewenscht ware.

Gelukkiger dan op politiek terrein, waren de stelsels der zuivere E. V., en in het bijzonder dat van Hare, op het gebied der particuliere vereenigingen en corporatiën.

1870. Den 30sten April 1870 werd, na voorafgaande uitstekend geslaagde proefneming, voor den Raad van Toezicht op

-ocr page 154-

144

H a r v a r d-C o 11 e g e in Massachusetts het zuivere stelsel-Hare ingevoerd. Hetzelfde stelsel werd ook aangenomen voor den Raad van Toezicht op The San Francisco Mechanics Institute, en hoewel daartegen eene zeer sterke oppositie zich gekant had, was deze reeds na enkele jaren, door de uiterst gunstige resultaten, geheel met het stelsel verzoend.

Niet minder dan deze voorbeelden, werkten ook de verschillende Vereenigingen voor E. V. om de kennis van — en sympathie voor — deze quaestie in Amerika in steeds sterkere mate te doen toenemen. Maar vooral won de beweging aanmerkelyk in kracht sinds al deze plaatselijke vereenigingen, waaronder de Association

1869. of Electoral Reform te New-York en te Chicago, — beiden opgericht in 1869 — de oudsten waren,

1893. zich den llden Augustus 1893, op eene bijeenkomst te Chicago, vereenigden tot éénen grooten bond — de American Proportional Representation League —, omvattende Canada en de Vereen. Staten. Deze bond geeft een zeer belangwekkend driemaandelijksch tijdschrift uit — The Proportional Representation Review —, dat ongetwijfeld krachtig medewerkt om de beginselen der E. V. te propagandeeren.

In hetzelfde jaar dat deze bond werd opgericht, voerde de stad Boston voor de gemeenteraadsverkiezingen de begrensde „stemmingquot; in. By periodieke verkiezingen zyn daar telkens 12 zetels te vervullen, en brengt de kiezer 7 stemmen uit. In tusschentijdsche vacature wordt voorzien door gewone meerderheidskeuze.

1894. Het volgende jaar echter mocht de zuivere E. V. eene kleine overwinning behalen: het stelsel-Hare wei\'d ingevoerd voor het Centraal-comité der Democratische party te San Francisco, en voor het bestuur eener Vereeniging

-ocr page 155-

145

van Republikeinsche kiezers te West Chester County, N. Y.

Dat intusschen de groote nationale bond niet ledig zat, bleek uit de levendige bespreking der E. V. in dagbladen en tijdschriften ; uit de vele nieuw-uitkomende werken op dit gebied; uit de wetsvoorstellen in menigen staat der Unie; maar bovenal uit de druk bezochte tweedaagsche 1895. conferentie te Saratoga op 27 en \'28 Augustus 1895.

Op deze byeenkomst werd o. a. voorgelezen een gunstig antwoord van den staatssecretaris te Washington op een verzoek van de League om den Amerikaanschen consuls in Denemarken, Engeland, België en Zwitserland op te dragen de werking der E. V. in die verschillende landen te onderzoeken, en daarover een rapport uit te brengen. Het resultaat van dat onderzoek zal aan de League worden medegedeeld.

Een zeer goed besluit nam deze conferentie te Saratoga ook door te bepalen dat de League een bibliotheek over E. Y. zal verzamelen; waaruit de boeken onder de leden zullen circuleeren.

Ten slotte werd eene commissie van vyf leden benoemd om uit de verschillende stelsels der E. Y. eene keuze te doen, opdat de Conferentie het beste stelsel aan de verschillende afdeelingen zou kunnen aanbevelen. Na langdurig debat over de voor- en nadeelen der stelsels-Hare, Gove en Roget, verklaarde de meerderheid der commissie zich voor het laatste. Evenwel blyven de afdeelingen en leden der League vrij om te werken voor welk stelsel zij verkiezen.

Men ziet in elk geval uit dit alles dat de American

Proportional Representation League

streeft naar invoering van zuivere evenredige stelsels,

en zich niet tevreden stelt met halfslag verbeteringen

zooals de „begrensde stemmingquot; en de „ophoopende

10

-ocr page 156-

146

stemmingquot;. Wy vertrouwen dat deze krachtige vereenigiug vry spoedig op gunstige resultaten zal kunnen wijzen.

Brazilië.

De beweging ten gunste der E. V. is in Brazilië zeer vroeg begonnen; dank zy de geschriften van Nabor Car-neiro Bezerra di Cavalcanti, in 1850 en 1852, en die van José Martiano de Alencar. Door hun beider inspanning nam het aantal aanhangers der E. V. meer en meer toe, en vry spoedig werd het groot genoeg om met goed gevolg eene poging tot invoering te wagen.

1881. Bij de wet van 9 Januari 1881 werd de E. V. ingevoerd voor Gemeenteraden en Provinciale Staten. Het stelsel dat werdt toegepast in ongeveer als volgt: Teder kiezer brengt één stem uit, en gekozen zijn de candidaten die het kiesquotiënt bereiken of overschryden. Worden bij eerste stemming niet alle zetels vervuld, dan volgt er voor de nog te bezetten zetels herstemming tusschen de candidaten die de meeste stemmen hebben verkregen. Voor deze herstemming komen in aanmerking tweemaal zooveel candidaten als er nog ledige zetels zijn. Ontbreekt dit aantal candidaten, dan heeft voor de ledige plaatsen een tweede vrije verkiezing plaats. Bij tusschentijdsche vacature geldt gewone meerderheidskeuze.

Dit stelsel, ofschoon het groote gebreken heeft, staat verre boven „begrensde stemmingquot; en ,,ophoopende stemmingquot;; men mag het gerust onder de zuiver evenredige stelsels rekenen. Het kan ons dan ook niet verwonderen te hooren dat het zeer goed werkt.

Zoo is dus Brazilië vele hooger staande landen vóór geweest.

-ocr page 157-

147

De Kaapkolonie.

1853. In het jaar 1853 werd de „ophoopende stemmingquot; ingevoerd voor den Wetgevenden Raad (Hoogerhuis), en voor de vier afgevaardigden der Kaapstad naar de Wetgevende Vergadering (Lagerhuis).

Australië.

18(12. Het wetgevend lichaam in Nieuw Zuid-AVales neemt het stelsel Hare aan, maar door de spoedig daarop gevolgde verandering van ministei\'ie is het niet ingevoerd.

1892. Het wetgevend lichaam van Queensland voert de overdracht van stemmen in. By deze mededeeling omtrent Queensland, die ik vond in een artikel van Miss. Cathrine Helen Spence in The Proportional Representation Review (het orgaan der American Proper-tional Representation League) van Juni 1894, is het mij niet duidelijk of wij hier al dan niet aan invoering van het stelsel Hare moeten denken.

Miss Cathrine Helen Spence, te Adelaide, Zuid-Australië, is eene vurige voorstandster van Hare\'s stelsel, en maakt daarvoor in Australië ijverig propaganda.

-ocr page 158-

GESCHIEDENIS DER EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING IN NEDERLAND.

Het vraagstuk der E. V. in Nederland.

De geschiedenis der E. V. in ons vaderland is nog slechts van weinig beteekenis. Het dient met schaamte erkend dat wij op dit gebied zeer achterlijk zijn; van toepassing, van proefneming, nog geen spoor; het streven naar toepassing was zwak, ja van bijna geen beteekenis; zelfs de kennis van het vraagstuk, eerst laat tot ons doorgedrongen, is weinig verspreid en gebrekkig.

1866. Het eerste geschrift dat in ons land op dit gebied verscheen was een artikel in De Gids, van Nov. 1866, door Mr. Reiger, getiteld „Nieuwe Kiesstelselsquot;. Wel waren reeds vroeger stemmen opgegaan tegen het meerderheidsstelsel en de districtsverdeeling, was reeds meermalen gewezen op nadeel en onrecht daaraan verbonden, ja hadden reeds in 1848, nog vóór de invoering van dat stelsel. Dr. W. Cnoop Koopmans en Mr. Hugo Beijer-man in hunne brochure „Algemeen stemrecht behoudens maatschappelijke ordequot; die nadeelige gevolgen voorspeld, doch dat alles heeft alleen betrekking op de kwaal, maar rept met geen woord van het geneesmiddel.

-ocr page 159-

]49

Ook na het genoemde artikel van Mr. Reiger in De Gids van Nov. 66, bleef de E. V. vooreerst een zaak die door weinigen bij name gekend, door noch minderen begrepen, en door slechts enkelen tot een onderwerp van studie en bespreking werd gekozen.

Uit de opgave echter der belangrijke geschriften over dit onderwerp die na 1866 hier te lande het licht zagen — welke opgave men vinden kan in de hierachter geplaatste bibliographie de E. V. — blijkt ons eene langzaam toenemende, en vooral in 1880 vry levendige, belangstelling. 1880. Steeds meer traden de meest geachte mannen van alle richtingen op als voorstanders der E. V. en harer verschillende stelsels, zich ook hier, evenals elders, bijeen-scharende in twee hoofdgroepen, waarvan de eene zich verklaarde voor de stelsels waarin de vry beid der keuze, de andere voor die waarin de candidatenlijsten op den voorgrond traden. Tot den eersten groep behoorden Prof. Fruin, Mr. Harte, Dr. Knijper, Mr. Macalester Lonp en Mr. Olivier; van den tweeden groep kan men Mr. v. Gilse de hoofdman noemen.

Met blydschap kunnen wij echter verzekeren dat deze splitsing nooit de propaganda voor het beginsel zal schaden, daar — óók even als elders — elk verklaart zich te zullen verheugen over — en gaarne zal medewerken tot — den triumf van welk stelsel ook, daar ongetwijfeld allen, tot zelfs de slechtsten, zéér ver staan boven het nu van kracht zynde meerderheidsstelsel.

Onder deze toenemende belangstelling voor de quaestie 1878. der E. V. en nadat in 1878 de Anti-Rev. partij in art. 11 van haar bekend Program het streven naar de invoering daarvan tot een harer beginselen gemaakt had, naderde de grondwetsherziening van 1885—1887, en daarmede dus tevens de gelegenheid om voor haar te werken.

-ocr page 160-

150

De richting waarin men te sturen, het werk dat men te doen had, was duidelijk aangewezen: de redactie van art. 76 der Grondwet (van 1848) diende zóódanig gewijzigd te worden dat dit artikel geen grondwettelijken slagboom meer zou vormen op den weg naar eene zuivere evenredige vertegenwoordiging, wanneer men later eventueel dien weg zou willen volgen.

1883. Dit doel ware bereikt geweest indien men de redactie had aanvaard welke door de in 1883 benoemde Staatscommissie tot herziening der Grondwet aan dit art. (in haar ontwerp art. 83) was gegeven: „De Tweede Kamer „bestaat uit 90 leden. In geval van verdeeling des „Rijks in kiesdistricten, wordt het getal naar de bevol-„king over de onderscheidene kiesdistricten verdeeld.quot;

1884. In haar artikelsgewijs verslag lichtte de commissie deze voorgestelde bepaling toe met de woorden: „Het voorschrift dat het Rijk in kiesdistricten wordt verdeeld, is „intusschen uit het voorgaand artikel (art. 76 Grw. 1848) „weggelaten. Den wetgever behoort ten deze geheele vrij-„lieid van handelen te worden gelaten.quot;

1885. De Regeering was het helaas in deze met de Staatscommissie niet eens, en gaf in haar ontwerp de formuleering van het tegenwoordige art. 81, terwijl zij, in hare Memorie van Toelichting, omtrent bovenstaand voorstel der commissie meende te moeten zeggen: „De Regeering „vindt evenwel bezwaar in hetgeen de Staatscommissie „verder aanbeveelt. Zij toch wil niet alleen den gewonen „wetgever geheel vrij laten in de verdeeling van het Rijk „in kiesdistricten, maar laat zelfs onbeslist of het Rijk in „districten verdeeld zal worden. Dus doende zou de moge-„lijkheid bestaan, dat de kiezers in het geheele land, bij „wijze van scrutin de liste geroepen werden om, bij „algemeene verkiezingen, alle leden in eens te kiezen, en

-ocr page 161-

151

„by voorkomende vacaturen in enkele plaatsen te voor-„zien. Dit schijnt een in hooge mate bedenkelijk stelsel.quot;

Zeer zeker! Dit stelsel is zelfs zóó bedenkelyk dat het bevreemding mag wekken den Grondwetgever te zien vreezen dat den gewonen wetgever der toekomst die geringe mate van gezond verstand en juist oordeel zou ontbreken, die noodig is om het bedenkelijke daarvan in te zien!

Het was echter zoo; en dat was voldoende om het voorstel der Staatscommissie te doen verwerpen. Wel waren er bij liet afdeelingsonrlerzoek, blijkens het Voor-loopig Yerslag. „sommige leden met de Staatscommissie „van oordeel dat de beslissing der vraag of het Rijk in „kiesdistricten zal worden verdeeld aan den gewonen wetgever moest worden overgelaten, daar immers nog voort-„durend nieuwe stelsels werden uitgedacht om de „vertegenwoordiging, beter dan tot heden, tot de uitdruk-„king te maken van de verschillende stroomingen der „openbare meening, en het dus niet goed scheen gezien „de toepassing van een dier stelsels bij de Grondwet uit „te sluiten;quot; maar de meerderheid „zag in de verdeeling „in kiesdistricten de beste wijze om de minderheden te „doen vertegenwoordigen die tot dusverre was uitge-„vonden.quot; Volgens haar bleef ook bij districtsgewijze verkiezingen „invoering van een proportioneel kiesstelsel „mogelijk;quot; maar invoering van zulk een stelsel zonder districtsverdeeling zou naar hare meening tot zonderlinge uitkomsten leiden: „In plaats van staatkundige richtingen „zouden alleen speciale belangen worden vertegenwoor-„digd; met betrekking tot het algemeen regeeringsbeleid „zouden de vertegenwoordigers dier belangen door geenerlei „onderlingen band verbonden zyn. Sommige streken des „lands zouden misschien in het geheel niet vertegen-„woordigd worden.quot;

-ocr page 162-

152

Hoe jeuken mij de handen om dit oordeel, dat, uit schromelijke onkunde geboren, zoo duidelijk de trekken zijner moeder draagt, dit Midasoordeel, onbarmhartig te geeselen, op gevaar af van daardoor in herhalingeu te vallen. Gedeeltelijk zijn de geopperde bezwaren geheel onjuist, gedeeltelijk vormen zij een tienmaal scherper wapen tegen hetzelfde districtenstelsel dat zij heeten boven de E. V. te verheffen.

Onkunde in hooge mate by tegenstanders en .... verkeerd begrip bij sommige voorstanders. Bij de tweede 18S6. schriftelijke behandeling in 1886 zou dat laatste blijken. Blijkens het voorloopig verslag van 12 Aug. „werd in „eene Afdeeling door sommigen in overweging gegeven „de bepaling van het Regeeringsvoorstel te handhaven „dat de kiezer moet zijn hoofd van het gezin, doch het „woord rechtstreeks achterwege te laten, ten einde „den wetgever ruimte te geven tot invoering van eenig „stelsel van evenredige vertegenwoordiging, dat aan het „vereischte van rechtstreeksche verkiezing niet ten volle „mocht beantwoorden.quot;

Welk het stelsel mag wezen waarop hier gezinspeeld wordt: een stelsel van E. V. dat met rechtstreeksche verkiezingen niet vereenigbaar is? Men heeft hier misschien wel gedaeht aan het stelsel-Baily; maar my dunkt dat het toch niet aangaat om den overdracht der stemmen, zij het dan ook ter keuze van den gekozene, te beschouwen als eene verkiezing in trappen.

Terecht luidde het dan ook in de Memorie van Antwoord bij brief van Minister Heemskerk van 25 Nov.: „Waarom dit stelselquot; (rechtstreeksche verkiezingen) „invoering van eene evenredige vertegenwoordiging zou ver-„hinderen, is der Regeering overigens niet duidelyk.quot; 1885. Vóór ik afstap van het bij deze grondwetsherziening

-ocr page 163-

153

behandelde, rest mij noch de aangename taak te wyzen op de door de voorstanders der E. V. niet genoeg te waar-deeren poging van Mr. Baron de Geer van Jutphaas en Jhr. Mr. de Savornin Lobman om voor de verkiezing der Eerste Kamer een stelsel van B. V. te doen invoeren. In het Yoorloopig Verslag in 1885 lezen wy daaromtrent: Verscheiden leden geven in overweging, over-„eenkomstig bet advies van de Heeren de Geer en Loh-„man, by het rapport der Staatscommissie gevoegd, de „leden der Eerste Kamer te doen verkiezen door dezelfde „kiezers die de Tweede Kamer samenstellen, docb anders „gegroepeerd, bijvoorbeeld provinciesgewyze. Op deze ver-„kiezing zou dan wellicbt het stelsel Hare of een „ander soortgelijk stelsel zyn toe te passen. Voor eene „Kamer met beperkte bevoegdheid, waarin volgens een „deel der leden de Eerste Kamer moest worden her-„vormd, konden de verkiezingen huns inziens zonder „bezwaar volgens een proportioneel stelsel over „het geheele land tegelijk plaats hebben.quot;

De Regeering heeft dat alles leukweg doodgezwegen!

Bovenstaande besprekingen der E. V. in de Tweede Kamer hadden ten duidelykste bewezen dat op dit gebied de kennis, zelfs bij de meest ontwikkelden van ons volk, nog genoeg te wenschen overliet om voorlichting en onderwys tot eene groote behoefte te maken. De voorstanders der E. V. lieten het dan ook na deze grondwetsherziening aan voorlichting en onderwijs geenszins ontbreken. Vooral Mr. van Gilse, Mr. J. J. Tilanus en Dr. Menno Huizinga zetten het vraagstuk op bevattelijke wijze, en in van geestdrift getuigende bewoordingen, uiteen.

Hun en anderer arbeid zou blijken op den duur niet geheel en al vruchteloos te blyven

Zooals reeds gezegd is, sprak het eerst de Aoti-Rev.

-ocr page 164-

154

partij openlijk haar voornemen uit om naar invoering de evenredige vertegenwoordiging te streven; een voornemen waaraan echter, m. i., noch veel te weinig gevolg is gegeven.

1888. Maar ook andere richtingen volgden binnenkort dit voorbeeld. In de vergadering der Amsterdamsche kies-vereeniging Burgerplicht, op 31 Januari 1888, wendde Mr. Katz daartoe eene poging aan, door voor te stellen dat men in de statuten zou opnemen: „Kiesrecht met „waarborging van de vertegenwoordiging der minderheden „door een proportioneel kiesstelsel.quot; Dit voorstel werd met 117 tegen 76 stemmen verworpen; maar de daarna uit Burgerplicht afgescheiden kiesvereeniging A m-s ter dam nam deze bepaling in hare statuten op.

De eer echter van het eerst — althans voor zoover mij bekend is — ten gunste der E. V. handelend te zijn opgetreden, komt toe aan de R. Kath. kiesvereeniging Recht en Orde te Amsterdam, welke in hare ver-1890. gadering van 16 Januari 1890 besloot aan Z. M. den Koning een adres te zenden ten gunste der E. V. in de Gemeenteraden

1) Dit adres luidde als volgt:

Aan Z. M. den Koning.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen:

Het ondergeteekende bestuur der Katholieke Vereeniging Recht en O r d e te Amsterdam, daartoe door eene algemeene vergadering der Vereeniging gemachtigd:

Dat het thans voor de (xemeenteraadsverkiezingen vigeerend stelsel door jaren lange ervaring is veroordeeld, als zijnde noodlottig voor de gemeenten. Immers, dat stelsel heeft onrechtvaardige toestanden en schromelijke wanverhoudingen in het leven geroepen.

In bijna alle gemeenten des Lands hebben zich partijschappen gevormd, welker streven het in de eerste plaats is, de macht in han-

-ocr page 165-

155

Van dit adres zond zij een afdruk aan de kiesvereeni-gingen van alle party en, die vereenigingen verzoekende

den te krijgen, terwijl de hoofdzaak, het goed, onpartijdig beheer der gemeenten, daarbij maar al te veel uit het oog wordt verloren.

Een natuurlyk gevolg trouwens van deze kieswet is, dat onder het bestaande stelsel de minderheid, veelal een aanzienlijk gedeelte der inwoners vertegenwoordigende, in den regel van elke deelname aan het beheer der gemeente is uitgesloten, zoodat die minderheid hoegenaamd geen invloed op den gang van zaken mag uitoefenen, en derhalve ook niet kan waken voor een goed beheer der gemeente en voor de behoorlijke behartiging van de algemeene belangen.

Onze Grondwet spreekt het beginsel uit, dat alle burgers gelijk zijn voor de wet. Onze Kieswet echter breekt met dat principe en stelt daarvoor feitelijk in plaats het beginsel: „alle rechten aan de „helft plus één der inwoners,quot; zoodat de minderheid door de meerderheid feitelijk wordt overheerseht, ja veelal zelfs onderdrukt.

Dat onder deze omstandigheden de partijstrijd in veel, en bijzonder in de kleine gemeenten, tot scheuring en groote verdeeldheid, vaak zelfs tot verbittering onder de burgerij geleid heeft, is waarlijk niet te verwonderen.

Moge voor de Kamer- en Staten-verkiezingen de ruimere toepassing van het stelsel der enkelvoudige kiesdistricten al eenige verbetering hebben aangebracht, inzonderheid ter verkrijging van eene meer getrouwe en juiste afspiegeling in die vertegenwoordigende lichamen, van de districtsbelangen in den Lande, — voor de Gemeenteraadsverkiezingen is eene indeeling in enkelvoudige districten niet alleen minder aanbevelenswaardig, maar zelfs niet wel mogelijk, wijl deze verkiezingen niet anders kunnen geschieden dan door benoeming van alle Gemeenteraadsleden door alle kiezers, in de gemeente woonachtig.

Als middel ter tegemoetkoming aan het bestaande euvel verdient de invoering der evenredige vertegenwoordiging alleszins aanbeveling.

Evenredige vertegenwoordiging zou o. a. bereikt kunnen worden door aan iederen kiezer voor den Gemeenteraad by de periodieke verkiezingen het recht toe te kennen op even zooveel stemmen als er leden te kiezen zyn, met dien verstande evenwel.

-ocr page 166-

156

haar bij hare poging te willen steunen. Slechts van ééne kiesvereeniging is het mij bekend dat zy aan dat verzoek voldeed, nml. de Anti-Rev. kiesvereeniging „Nederland en Oranjequot; te Amsterdam. Deze adres-beweging had geen ander gevolg dan dat zij van de zijde der pers eene levendige en zeer sympathieke bespreking der quaestie uitlokten, waarbij zich vooral J. H. ter Veer, door zyne artikelen in het Centrum als vurig voorstander der E. V., en meer in het bijzonder van het stelsel-Hare, deed kennen.

dat hij de bevoegdheid heeft, zijn aantal stemmen op één of meerdere personen naar goedvinden uit te brengen, terwyl alsdan de can-didaten, die het grootste getal stemmen op zicli vereenigd hebben, ongeacht of zij al dan niet de volstrekte meerderheid hebben verkregen, als gekozenen zullen worden geproclameerd.

Door bij dit voorstel bovendien te bepalen dat de eventueele vacatures, tusschentijds door sterfgeval of uit anderen hoofde in den Gemeenteraad ontstaan, zullen worden aangevuld door die personen, welke bij de laatste periodieke verkiezingen de meeste stemmen na de geproclameerden op zich vereenigd hadden, — zou tevens het groote voordeel bereikt worden, dat de kiezers alleen voor de periodieke verkiezingen ter stembus worden opgeroepen, daar de herstemmingen en de te veelvuldige tusschentijdsche verkiezingen vanzelf zouden komen te vervallen.

Het is op deze gronden, dat de ondergeteekenden zich wenden tot Uwe Majesteit met eerbiedig verzoek, dat het Uwe Majesteit moge behagen, de indiening van een wetsvoorstel te bevorderen, er tos strekkende om voor de Gemeenteraadsverkiezingen een kiesstelsel in te voeren, waardoor elke groep der burgery in den Gemeenterap.d evenredig, d. i. naar verhouding van haar sterkte, vertegenwoordigd zij.

\'t Welk doende, met diepen eerbied van Uwe Majesteit de getrouwe onderdanen,

Mb. J. F. Faiiensbach, Pres.

J. F. M. Eijgenraam, Secr.

-ocr page 167-

157

Vyf jaren later, aan den vooravond der kieswetwijziging, werd nogmaals en nu van eene andere zijde, een dergelijke poging aangewend. In hare vergadering van 1895. 5 Juli 1895 besloot de Anti-Rev. kiesvereeniging Voor Nederland en Oranje te Goes een adres te zenden aan de Tweede Kamer, waarin werd aangedrongen op invoering der E. V. voor Prov. Staten en Gemeenteraden Ook zy zond afdrukken van dat adres, en het

1) Ons adres luidde als volgt:

Aan de Tweede Kamer der Staten-Greneraal.

De ondergeteekenden, uitmakende het bestuur der Anti-Revolutionaire Kiesvereeniging Voor Nederland en Oranje, gevestigd te Goes.

Overwegende dat, wanneer aan het volk invloed wordt toegekend op de samenstelling der vertegenwoordigende colleges, het wensche-lijk is dat dan ook de verschillende inzichten en meeningen die onder dat volk bestaan zich in die colleges kunnen uitspreken en doen gelden;

dat door de indeeling in kiesdistricten wel eenigermate, maar toch op zeer onvolkomen wijze aan dit billijk en heilzaam verlangen wordt tegemoet gekomen, en dat waar, zooals voor de samenstelling der Gremeenteraden, die indeeling ontbreekt, op den duur slechts ééne meening in staat is zich te doen hooren;

dat de burgerij, de verderfelijkheid van dit systeem gevoelende, zich genoodzaakt ziet tot het vormen van allerlei kunstmatige, niet op de natuur der dingen gegronde verbindingen;

dat, daargelaten of het door sommigen geopperde bezwaar dat in eene politieke vergadering, bekleed met zoodanige bevoegdheden als toekomen aan de Staten-Generaal, eene te groote verbrokkeling in partgen en groepen misschien gevolgen zou hebben die voor het algemeen beleid van \'s lands zaken gevaarlijk zijn, al dan niet grondig is, dit bezwaar toch niet kan gelden voor lichamen als die dei-Provinciale Staten en Gremeenteraden, welke slechts beperkte, bij de wet uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden bezitten, en behalve met

-ocr page 168-

158

verzoek om steun, naar de kiesvereenigingen van alle partijen. De volgende vereenigiugen voldeden aan dat verzoek:

1°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Wemeldinge. 1°. De Centrale Anti-Rev. Kiesvereeniging Vreest Grod eert den Koning in het district Hontenisse, omvattende de gemeenten Kapelle. Biezelinge, Yerseke, Kruiningen en Krabbendijke.

3°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging Voor Nederland

en Oranje te Smilde.

4°. De Centrale Anti-Rev. Kiesvereeniging Voor Ned.

en Oranje in het district Katwijk. 5°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Leiderdorp.

de zorg voor eigen luüsliouding cn bestuur, alleen met de uitvoering der wetten worden belast;

dat mitsdien eene regeling van het kiesrecht, waardoor aan de verschillende inzichten en raeeningen die onder het volk bestaan beter gelegenheid gegeven wordt zich te uiten dan onder het vigee-rende meerderheidsstelsel mogelijk is, ter wille van de ontwikkeling van het politieke leven des volks en den goeden gang van zaken, zeer gewenscht is;

overwegende dat zij in het midden willen laten of het zoogenaamde systeem Hare, dan wel eenig ander het best aan hunne wenschen zou te gemoet komen;

wenden zich tot Uwe Vergadering met het eerbiedig verzoek: dat het Haar moge behagen by de aanstaande wijziging der kieswet by Hare Majesteit aan te dringen op de invoering van een proportioneel kiesstelsel, waardoor eene alzydige vertegenwoordiging beter dan tot dusver tot haar recht komt.

Het welk doende enz.,

J. Doxneii. M. de Jonge Jz. J. Adam. J. de Hoogh.

C. Oiianje Lz.

J. Buijse.

C. E. van Koetsveld Cz.

-ocr page 169-

159

6°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging Voor Nederland en Oranje te Middelburg.

7°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Velp.

8°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging Voor Tholen en St. Philipsland.

9°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Voorschoten. 10°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Vlissingen. 11°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Rruinisse. 12°. De Christelijk Historische Kiesvereeniging te Rotterdam.

13°. De Anti-Rev. Kiesvereeniging te Koudekerk.

Waarom was de hulp zoo luttel? Waarom moest zij uitsluitend van Anti-Rev. zijde komen? Waar bleven vooral de kiesvereenigingen Amsterdam en Recht en Orde? Wat hebben onverschilligheid en kleingeestige partij-jalousie in ons vaderland menigmaal het tot stand komen van iets goeds vertraagd of geheel verhinderd!

Maar deze weinige betuigingen van adhaesie waren gelukkig niet het eenige gevolg van ons adres. In bijna alle persorganen, van welke richting ook, lokte het eene breedvoerige en over het algemeen zeer waardeerende bespreking der evenredige vertegenwoordiging uit. Vooral toen van Katholieke zyde werd aangedrongen op de invoering van stem dwang, oordeelden vele bladen — o. a. het Algemeen Handelsblad, de Middelburg-sche Courant, de Volksstem en de Amsterdammer — dat deze noodwendig met invoering der evenredige vertegenwoordiging gepaard diende te gaan.

Ook in de Kamer kwam de quaestie meermalen ter sprake. Reeds in het Voorloopig Verslag over het kies-wetontwerp leest men o. a. het volgende:

„. . . . Eenige leden noemden als verder correctief de „invoering van proportioueele vertegenwoordiging. Zoo-

-ocr page 170-

160

„lang dit stelsel niet wordt ingevoerd zou de Vertegen-„woordiging huns inziens nooit een juist beeld van de in „den lande heerschende gevoelens kunnen opleveren. Zoo „zouden volgens deze leden de Roomsch-Katholieken naar „hunne getalsterkte recht hebben op 35 a 36 plaatsen „in de Tweede Kamer, maar het meerderheidsstelsel belet „dat zij zoodanige vertegenwoordiging krijgen als waarop „zij aanspraak mogen maken.quot; (§ 4, blz. 14).

. Bovendien merkten sommige leden op dat het „thuis blijven dikwijls een gevolg is van de wetenschap, „dat men, in de minderheid zijnde, op den uitslag der „verkiezing toch geen invloed kan uitoefenen, of van de „overtuiging dat de gewenschte candidaat toch geen kans „heeft. By invoering van een proportioneel kiesstelsel „ware dit anders, en zou voor invoering van stemplicht „meer te zeggen zijn.quot; (§ 7, blz. 33).

„. . . . Daarbij wenschte men ook te vernemen waarom „de Regeering niet voorstelt om voor de gemeenten hec „stelsel van proportioneele vertegenwoordiging in te voe-„ren. Voor Rijk en Provincie mocht de invoering van „dit stelsel groot bezwaar opleveren, voor de gemeenten „was dit stelsel naar de meening van sommige leden „alleszins aanbevelenswaardig. De zaak verdiende in elk „geval, ook in verband met de geslaagde proeven in de „cantons Neufchatel en Genève genomen, alleszins overweging, ----quot; (§ 9, blz. 37).

„ . .. . Eenige leden gaven in overweging de gemeenten niet in kiesdistricten te splitsen, maar het beginsel „van proportioneele vertegenwoordiging reeds in dit wetsontwerp te belichamen, door aan de kiezers de bevoegdheid te geven op denzelfden candidaat zoovele stemmen „uit te brengen als er vacatures waren.quot; (§ 9, blz. 39).

„Op grond van deze vier aanhalingen meen ik te mogen

-ocr page 171-

161

beweren dat bij het voorloopig onderzoek de evenredige vertegenwoordiging hare voorstanders vond onder alle staatkundige partijen.

De eerste aanhaling komt klaarblijkelijk van Katholieke zijde.

Als men in aanmerking neemt hoe het voornaamlijk Liberale en Radicale bladen waren die de noodzakelyk-heid van het samengaan van stemdwang met evenredige vertegenwoordiging betoogden, mogen wij, dunkt mij, wel aannemen dat de woorden van de tweede aanhaling door Liberalen en Radicalen gesproken zijn.

Gelet op de artikelen in de destijds verschijnende nummers van Nederlander en Standaard — hoofdorganen van Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lobman en Dr. A. Knijper — geloof ik — en gedeeltelyk weet ik het vrij zeker — dat de derde en vierde aanhaling afkomstig zijn van leden uit de beide fracties der Anti-Revolutionaire partij

En wat antwoordde de Minister Van Houten, de man die als voorstander der evenredige vertegenwoordiging bekend stond, op deze van zoo verschillende zijden uitgesproken wensch? Men sla op blz. 6 van de Memorie van Beantwoording. Wat leest men daar? Zijne Excellentie ziet niet voor goed af van de verwezenlijking der inzichten welke hij omtrent vrouwenkiesrecht en evenredige vertegenwoordiging heeft verdedigd en nog voorstaat.

Ik wil die houding niet qualificeeren. Zij werd terecht gehekeld door Dr. A. Knijper, toen hy sprak: „Men weet „hoe in bijna alle landen van Europa de zucht naar recht-„ vaardigheid en billy kheid langzamerhand is gaan rea-„ geer en tegen de tyrannieke theorie van de helft-f- 1, en „hoe het denkbeeld om de minderheden te eeren, en de „Vertegenwoordiging meer sociaal iu te richten niet alleen

li

-ocr page 172-

160

„lang dit stelsel niet wordt ingevoerd zou de Vertegen-„woordiging huns inziens nooit een juist beeld van de in „den lande heerschende gevoelens kunnen opleveren. Zoo „zouden volgens deze leden de Roomsch-Katholieken naar „hunne getalsterkte recht hebben op 35 a 36 plaatsen „in de Tweede Kamer, maar het meerderheidsstelsel belet „dat zij zoodanige vertegenwoordiging krijgen als waarop „zy aanspraak mogen maken.quot; (§ 4, blz. 14).

. Bovendien merkten sommige leden op dat het „thuis blijven dikwijls een gevolg is van de wetenschap, „dat men, in de minderheid zijnde, op den uitslag der „verkiezing toch geen invloed kan uitoefenen, of van de „overtuiging dat de gewenschte candidaat toch geen kans „heeft. Bij invoering van een proportioneel kiesstelsel „ware dit anders, en zou voor invoering van stemplicht „meer te zeggen zijn.quot; (§ 7, blz. 33).

„... . Daarbij wenschte men ook te vernemen waarom „de Regeering niet voorstelt om voor de gemeenten het „stelsel van proportioneele vertegenwoordiging in te voe-„ren. Voor Rijk en Provincie mocht de invoering van „dit stelsel groot bezwaar opleveren, voor de gemeenten „was dit stelsel naar de meening van sommige leden „alleszins aanbevelenswaardig. De zaak verdiende in elk „geval, ook in verband met de geslaagde proeven in de „cantons Neufchatel en Genève genomen, alleszins overweging,----quot; (§ 9, blz. 37).

„ . .. . Eenige leden gaven in overweging de gemeen-„ten niet in kiesdistricten te splitsen, maar het beginsel „van proportioneele vertegenwoordiging reeds in dit wetsontwerp te belichamen, door aan de kiezers de bevoegd-„heid te geven op denzelfden candidaat zoovele stemmen „uit te brengen als er vacatures waren.quot; (§ 9, blz. 39).

„Op grond van deze vier aanhalingen meen ik te mogen

-ocr page 173-

161

beweren dat bij het voorloopig onderzoek de evenredige vertegenwoordiging hare voorstanders vond onder alle staatkundige partijen.

De eerste aanhaling komt klaarblijkelijk van Katholieke zijde.

Als men in aanmerking neemt hoe het voornaamlijk Liberale en Radicale bladen waren die de noodzakelijkheid van het samengaan van stemdwang met evenredige vertegenwoordiging betoogden, mogen wij, dunkt mij, wel aannemen dat de woorden van de tweede aanhaling door Liberalen en Radicalen gesproken zijn.

Gelet op de artikelen in de destyds verschynende nummers van Nederlander en Standaard — hoofdorganen van Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman en Dr. A. Knijper — geloof ik — en gedeeltelijk weet ik het vrij zeker — dat de derde en vierde aanhaling afkomstig zijn van leden uit de beide fracties der Anti-Revo-lutionaire partij

En wat antwoordde de Minister Van Houten, de man die als voorstander der evenredige vertegenwoordiging bekend stond, op deze van zoo verschillende zijden uitgesproken wensch? Men sla op blz. 6 van de Memorie van Beantwoording. Wat leest men daar? Zijne Excellentie ziet niet voor goed af van de verwezenlijking der inzichten welke hy omtrent vrouwenkiesrecht en evenredige vertegenwoordiging heeft verdedigd en nog voorstaat.

Ik wil die houding niet qualificeeren. Zij werd terecht gehekeld door Dr. A. Kuijper, toen hij sprak: „Men weet „hoe in bijna alle landen van Europa de zucht naar recht-„vaardigheid en billykheid langzamerhand is gaan rea-„ geer en tegen de tyrannieke theorie van de helft -f 1, en „hoe het denkbeeld om de minderheden te eeren, en de „Vertegenwoordiging meer sociaal in te richten niet alleen

li

-ocr page 174-

162

„ter sprake kwam, maar zelfs in zekere mate gerealiseerd „is in Spanje, Italië, Portugal, Denemarken, Brazilië.

„Is nu iets van deze schoone gedachte in het ontwerp „belichaamd?

„Och neen! Al wat de Minister, die namens de Re-„geering deze voordracht deed, ons biedt, is zijne ver-„klaring in de Memorie van Beantwoording, dat hy zijne „hoogere denkbeelden van dien aard niet prijs geeft voor „de toekomst. Maar eilieve! wie waarborgt hem en „ons, dat hijgt; alvorens zijne portefeuille neder te leggen, „ooit de verdere denkbeelden in wetontwerp zal kunnen „belichamenquot; \')?

Is het wonder dat men niet kon gelooven in de Memorie van Beantwoording des Ministers laatste en onherroepelijk woord over deze quaestie te zien?

Is het worder dat de Heer Michiels van Verduijnen sprak: „Op proportioneel kiesrecht zal ik thans niet aan-„dringen, dat, in tal van adressen met klem gevraagd, „ik zeker niet behoef aan te prijzen tegenover een Minister die het naast en met Prof. Buys, om van anderen „niet te spreken, steeds met zooveel ijver heeft ver-

Is het wonder dat Dr. Kuijper, sprekende over verkiezingen van gemeenteraden, vroeg „of de quaestie van het „proportioneel kiesrecht, door de kiesvereeniging te Goes „met zooveel klem en kracht aangeprezen, bij deze soort „van verkiezingen niet althans in overweging diende te „worden genomenquot; 1)?

En toch.... het was helaas maar al te waar! De Mi-

1

Zitting van 20 Mei 1896, Hand. blz. 1119.

-ocr page 175-

163

uister had in deze quaestie zijn laatste woord gesproken.

Zoo is dan weder deze kieswetherziening voorbij gegaan, zonder ons het doel een stap nader te brengen.

Onze hoop richt zich nu op de toekomst. Daarin begint, zoo wy ons niet bedriegen, voor ons vaderland op dit gebied het licht te schemeren. In samenwerking met Mr. J. A. van Gilse, de bekende, vurige strijder voor evenredige vertegenwoordiging, mocht het my gelukken een aantal ernstige en bekwame mannen uit alle staatkundige partijen te vereenigen tot een commité dat zich ten doel stelt ook in Nederland, op het voetspoor van zoovele andere landen en landsdeelen van Europa en Amerika, eene vereeniging voor evenredige vertegenwoordiging op te richten.

Gij allen die het recht en de billijkheid liefhebt, welke ook uwe staatkundige meening zijn moge, voegt u by deze vereeniging als zij straks uw steun vraagt; en laat in den stryd onder hare banier geen moeite of teleurstelling u doen verflauwen, maar houdt goeden moed, bedenkende dat de rechtvaardigheid eener zaak eene on-wederstaanbare kracht is, die, door nederlagen heen, ontwyfelbaar ter overwinning voeren moet.

-ocr page 176-
-ocr page 177-

BIBLIOGRAPHIE.

1793. Coxdorcet. Projet de Constitution Francaise. Titre X, Section II, art. 9.

1844. Gtilpex, Thomas. The Representation of Minorities of Electors to act

with Majorities in Elected Assemblees. Philadelphia, 1844. 1846. Considerant, victob. De la Sincerité du Gouvernement Représen-tatif, ou Exposition de 1\'Election véridique. Grenève, 1846. Herdrukt Zurich, 1892.

1849. Gikakdin, Emtlb de. Questions de mon temps, deel VIII. 18amp;0. Cavalcanti, Naboe Caeneiro Bezerea de (destijds nog student in de rechten aan de Universiteit te Olinda). Een artikel in het Braziliaansche Album Academica m. 31 Juli.

1852. Idem. Een nieuw kiesstelsel, artikel in de Diario de Pernam-

b u c o. 30 Sept.

1853. Marshall, James Geath. Majorities and Minorities; their relative

merits. London, 1853.

1857. Haee, Thomas. The machinery of Representation. Maxwell, Bell Yard, 1857.

1859. Idem. The elections of representatives parliamentary and municipal.

Ongetwijfeld het hoofdwerk over de quaestie der Evenr. Ver-tegenw. In 1873 verscheen de 4(ie druk bij Longmans, Green and Cquot;. te Londen. 380 pages, price 7 S.

1860 .- Een artikel over Proportioneele vertegenwoordiging in de

Philadelphia Inquirer van 22 Oct,

1863. Eishee, Francis. The degradation of our Representation System, and its reform. Philadelphia, 1863.

-ocr page 178-

166

1863. Büexitz, Dr. Gcstav, en Variientrapp, Dr. G-eobge. Methode bei jeder Art von Wahlen sowolil der jVIehrlieit als den Minder-heiten die ihrer Stiirke entsprecliende Zahl von Vertretern zu sichern. Frankfort a. M., 1863.

1861. Naville, Ernest. Les élections de Genève. Jlemoire présenté au Conseil Féderal et au peuple Suisse. Lausanne et Genève, 1864. „ Lytton, Eobekt. Eeport of Mr. Eobert Lytton, Her Majesty\'s Secretary of Legislation at Copenhagen, on elections of representatives for the „Eigsraadquot;. Presented by command, 1864. Printed in the London Daily Xews, Aug. 30—31.

1865. Eolin-Jaqcfemijns. De la Eéforme electorale. Bruxelles, 1865.

1866. Eeiger, Mr. Nieuwe Kiesstelsels. Gids, November 1866.

„--Eepresentation for minoriteterna genom Val-lag. Upsala, Kongl.

Acad. Boktryckeriet.

„ Fisher, Francis. Eeform in our municipal elections. Philadelphia, 1866. „ Cavalcanti, Nabor Carneiro Bezerha de. A Eegeneracao e a Eeforma. Pernambuco, 1866.

1867. Field, David Dudley. Eeport of the constitutional Convention of

the State of New-York on Personal Eepresentation; and Suggestion on the Eevision of the Constitution of New York.

1868. Layre, Bon de. Les Minorités et le Suffrage Universel. Paris, 1368. „ Alencar, José Martiano de. O Systema Eepresentativo, Eio de

Janeiro, 1868.

„ Bürkh, D., Die Wahlreform in Europa und America. Ziirich, 1868.

„ - U nparteiische Worte zur Zurcherische Bewegung. Zürich, 1868.

„--Eepresentative Eeform. Eeport of Committee of Eeform League

and others in Mr. Hare\'s Scheme of Eepresentation. February and March, 1868.

1869. Früin, Prof. E. De Quaestie der Kiesdistricten. Gids, Oct. 186Cj. „ Stders, Mr. Victor de. De verhouding der Volksvertegenwoordigers

tot hunne kiezers. Bekroonde verhandeling.

„ Baily, AValther. A Scheme for proportional representation. London, 1869.

„ Droop, H. E. On the Political and Social Effects of Different Methods

of Electing Eepresentatives. London, 1869.

„ Paliia, Luigi. Del Portere Ellettorale negli Stati Liberi. Milano, 1869.

„--Eeport of the Select Committee of the United States Senate on

Eepresentative Eeform, 1869. Congressional Eecord.

-ocr page 179-

167

1860.--- Eapport de la Hajorité de la Commission nommé par le Grand

Conseil de la Eépublique et Canton de Neufthatel pour la Eevision de la Loi Electorale.

1870.Aubky-Vitet. Le Suffrage Universel dans 1\'Avenir. Eevue des deux Mondes, 15 Mei 1870, blz. 387.

„ Borély. Eeprésentation proportionelle de la majorité et des minori-tés. Paris, 1870.

„--Constitution of the State of Illinois, as adopted in convention,

with an address to the people. Chicago. 1870.

„ Pedebetïi, Guido. Teoria della Elezione Politica. Napels, 1870.

„ Caelo, Ferrarto. La Eappresentanza delle ilinoranze nel Parle-mento. Turin, 1870.

„ Sonnino, Sidney. II Suffragio Universale in Italia. Firenze, 1870.

1871. Navtlle, Ernest. La question electorale en Europe et en Amérique.

„ Idem. Travaux de l\'Association Eéformiste de Geneve (1865—1871).

Genève et Bale, 1871. (Verzamelde geschriften van de leden dezer Vereeniging).

„ Idem. La Eéforme electoral en France.

n--Proceeding of the American Social Science Association. The

application of Mr. Hare\'s method of voting to the nomination of Overseeërs of Harvard College. New York, 1871.

n--Sessional Proceedings of the National Association for the promotion of Social Science. The School Board Elections. London, 1871.

„ Stetson, Simeon. Eepresentative Government and Personal Eepre-sentation. Philidelphia, Lippincott and C0., 1871. Price £ 1,75.

„ Droop, H. E. Proportional representation applied to the Election of Local Governing Bodies. London, 1871.

„ Hoskin, James Thornton. A Modification of Mr. Hare\'s Scheme for Election of Eepresentatives. London, 1871. Second edition.

„ Brünialti, Attilio. Liberta e Democrazia, studi sulla rappresentanza delle minorita. Milano, 1871.

„ Genala, Francesco. Delia Liberta e Equivalanza dei Suffragi nelle Elezione ovvero della Proporzionale Eappresentanza delle Mag-gioranza e Minoranze. Milano, 1871.

„ Brünialti, Attilio. Degli Inconvenienti e dei Pericoli degli attuali sistemi eletorali. Vicenza, 1871,

„ Didier. La Eéforme electoral en France. Paris.

-ocr page 180-

168

1872. Keiger, Mr. Wijziging van onze kieswet. Gr i d s, 1872. deel II. „ Dobbs, Archibald E. Greneral Representation, on a complete readjustment and modification of Mr. Hare\'s plan. London, Longman. 1872. Second edition.

„ Bajly, Walther. Proportional Representation in large constituencies. London, Ridgway, 1872.

„--Sovereignty: Royal and Representative W estminster

Review. July 1872.

„ Knatchbüll-Hügessen, E. H. Redistribution of Political Power. Maximilian\'s Magazine, Nov. 1872, page 67.

„ Cavalcanti, Xabor Carneiro Bezerra de. Systema proporcional, sua applica(;ao por graos e reivindicagao de sua autoria. Pernam-buco, 1872.

Bctckalew, C. R. (Ex. U. S. Senator). Proportional Representation. Edited by John G. Freese. Philadelphia, 1872. 8vo. Prise £ 3. Includes speeches, address, and report of the Senate Committee. „ Dutchee, Salem. Minority or proportional Representation, its nature, aims, history, processes, and practical operation. New York TJ. S. Publishing Co. 1872, 165 pages. Price £ 1,50.

1871. Girardin. Les lettres d\'un logicien.

„ Aübry-Vitet, La vraie réforme électorale. Paris, 1874.

„ Naville, Ernest. Les Progres de la Réforme Electorale en 1873. Genève, 1874.

1875. Montagne-Leverson. Draft of a Constitution for Colorado. 1875.

„ Sapienti-Sat. Het eiland Cijferenburg met zijn negen kiesdistricten. Rotterdam, 1875.

1876. Marchie tan Voorthüijzen, Mr. H. dii. Theoretische beschouwingen

over het kiesstelsel. Academisch proefschrift. Uitgegeven door J. L. Beijers te Utrecht.

„ Naville, Ernest. Les Progres de la Réforme Electorale 1874 et 1875. Genève, 1876.

1879. Genela. Metodo per applicare la rappresentanza proporzionale in

Italia. Firenze, 1879.

„ Küijper, Dr. A. Ons Program. Derde druk, 1892. J. A. Wormser, Amsterdam.

1880. Gilse, Mr. J. A. van, Eene ernstige kwaal, en een middel tot hare

genezing. Yragen des Tyds. Februari 1880. „ Macalester-Lout?, Mr. R. Artikel in de Tijdspiegel. 1880. II.

-ocr page 181-

169

1880. Olivier, Mr. W. C. D. Over het kiezen der vertegenwoordiging.

Uitgegeven bij Martinus Nijhoff, den Haag, 1880.

■ „ - Voorstel ter wijziging van de stemopname in L\\et stelsel Hare,

Amsterdammer, 16 Mei 1880.

„ - Voorstel ter wijziging van het stelsel Hare door een anoniem

schryver in de Arnh. Courant van 2 Juni.

„ - Artikelreeks indeAmsterdammer, Weekblad voor

Nederland, van 16, 23, 30 Mei en 27 Juni, waarin een eenigszins gewijzigd stelsel-Roget ontwikkeld wordt.

1881. Gilsë, Mr. J. A. van. Het kiesstelsel van Roget, Vragen des

T ij d s, Maart.

„ Harte, Mr. J. J. I. Een artikel in Onze Wachter, tijdschrift onder redactie van Dr. Schaepman en Dr. Nuijens. Jaargang 1881, dl. n, blz. 217.

„ Navillb, Ernest. La Démocratie Representative. Geneve et Paris, 1881.

1882. Sinds dit jaar verschijnt La Eeprésentation Proportio-

n e 11 e, het orgaan der Association Reformiste Beige. Prijs 5 franc per jaar.

„ Stuaet-Mill, John. Considerations on Representative Government. New York, Henry Holt and C0. 365 pages. Price £ 2,50.

1883. Racioppi, Fr. Sulla rappresentanza proporzionale. Rome, 1883.

n--Atti della associazione per lo studio della rappresentanza proporzionale. Bolletino, 1883.

188é. Westlake, John Q,. 0. Proportional Representation, A practical proposal. Contemporary Review. March, 1884. 1886. —■— Exposé du Systeme Pratique de Representation Proportionelle, adopté par le comité de 1\'Association Réformiste Beige. Gent, 1885.

„ Vernes, Maurice. Rapport a la deuxième assemblée générale de la Société Francaise pour 1\'Etude de la representation proportionelle.

n--Bulletin de la Société Suisse pour la representation proportionelle. H. George, libraire-éditeur, Genève et Bale, 1885. „ Campagnole, Edoüard. La Démocratie Représentative, Représentation Proportionelle de la Majorité et des Minorités. Rue Soufïlot, Paris, 1885.

„ Smith, Walther E. Fair Representation. London, Kegan Paul, Trench and C0., 1885. 63 pages. Price 6 S.

-ocr page 182-

170

1886. Hodten, Mr. S. tan, De nieuwe Grondwet. 1886.

„ Pappenheim, Dr. Wilhelm. Ein Vorschlag zur Lüsung des Problems der Verhaltniss- und Minoritüten-versammlung. Zeit schrift für die gesammte Staatswissenschaft. 1886.

1887. Com van dek Linden, Prof. Artikel in de Vragen des Tijds

van Febr. 1888.

„ Cïïristophle, H. De la Representation proportionelle. Paris.

1888. Gilse, Mr. J. A. van. Artikel in de Vragen des Tyds van

Febr. 1888.

„ Idem. Opstel in het Sociaal Weekblad van 11, 18, 25 Aug. en 1 Sept. 1888.

„ MENNO-HtrrsiNGA, Dr. Proportioneele Vertegenwoordiging geen blauw

ideaal. Uitgegeven by P. Noordliolf te Groningen.

„ Til anus, Mr. J. J. Evenredige Vertegenwoordiging. Academisch proefschrift, uitgegeven by P. W. van de Weijer, Utrecht 1888.

„ - La Eeprésentation Proportionelle. Parijs, F. Picher, 1888. 524

pages. 10 franc. Uitgegeven door deSociété Francaise pour 1\'étude de la representation proportionelle.

„ Hagenbach-Biscïïoit, Von. Die Frage der Einfuhrung einer Propor-tionalvertretung statt des Absoluten Mehres. Basel.

1889. Geer, Prof. de. Oude en Nieuwe Kiesstelsels. Vragen des Tijds,

1889, deel II.

„ Lafitte, Paul. Le Suffrage Universel et le Régime Parlementaire.

1890. Lubbeck, Sir John. Representation, Imperial Parliament, n0. 2, 6th

thousand, London, Swan. Sonnenschein and C0. 1890. 90 pages. Paper 9 d.

„ - Initiatiefbegehren betreffend Einfuhrung der Proportionalver-

tretung, bei den Wahlen in den Grossen Rat. Bazel, 1890. „ Veer, J. H. ter. Eene leuze voor 1891, artikel in Het Centrum van 24 Febr. en I Maart 1890.

1891. Curie, J. Eeprésentation proportionelle des Differentes opinions dans

les Elections. Paris, 1891.

„ Momjiaert, Jean. La Eeprésentation Vraie, et la Revision. Sociétë

Beige de librairies. Bruxelles, 1891.

„ Turner, A. J. The Gerrymander of Wisconsin. A review of the législative apportionment act of 1891. The author. Portage, Wis-cousin. 26 pages.

-ocr page 183-

171

1891 .--Artikelreeks in de Zeeuw van 1, 16, 22 en 26 Sept.

„ Commons, J. R. A new plan for Minority Representation, Review

of Reviews, Nov. 1891.

„ Stoüghtox-Cooley. An Urepresentative Congress. B e 1 f o r d s, Dec. 1891.

1892. Idem. Legal Disfranchi ssements. Atlantic Monthly, April 1892, „ Idem. The slaying of the Gerrymander. Atlantic Monthly,

May 1892.

„ Fleming, sanrobd. An Appeal to the Canadian Institute on the Rectification of Parliament. Toronto. The Copp-Clark C0., 1892, 173 pages. Contains also the report of Lord Lytton on the election of representatives in Denmark.

„ Rostand, Eugène. Artikelreeks in het Journal de Marseille. „ Commons, J. R. How to abolish the Gerrymander. Review of Reviews, Dec. 1892.

1893. McCrackbn, W. D. Proportional Representation. Arena, Febr. 1893. „ Stoughton-Cooley. Proportional Representation. New England.

Magazine. March. 1893.

„ Common, J. R. Proportional Representation. A serie of 13 articles in The Twentieth Century, beginning Juny 29, 1893. „ Stoughton-Cooley . Why Municipal Government Fails. American

Journal of Politics, Aug. 1893.

„ -Sept. 1893 verscheen de eerste aflevering van The Proportional Representation Review, A quarterly Magazine. Published by the American Proportional Representation League. 50 cent, per year.

„ Cridge, Alfred. Proportional Representation, including its relations to the Initiative and Referendum. San Francisco 1893. Published by the author, 429 Montgomery Str. 10 cents.

„ Sevekin de la Chapelle. Liste Fractionaire.

1894. Forney, Matthias n. Political Reform by the Representations of

Minorities. Published by the author, New York.

„ Jenks, Prof. J. W. Electoral corruption, its cause and cure. Cornell Magazine.

„ Mommaeet, Jean. La Sincerité du Regime Représentatif en Belgique. 132 pages.

1895. Bénoist, Charles. La Representation Proportionelle des Opinions.

Revue des deux Mondes, 15 Dec. 1895.

-ocr page 184-

172

1895. Koetsveld, C. E. tan. Verandering van kieswijze Artikelreeks in de Zeeuw van 6, 11, 18, 20 en 22 April 1895. ^

„ Idem. Evenredige vertegenwoordiging. Artikelreeks in de Zeeuw van 19, 21, 24 en 28 Sept. 1895.

- Proportioneele vertegenwoordiging. Artikelreeks in de Nieuwe

Prov. Gron. Courant van 9, 10 en 11 Oct. 1896.

-ocr page 185-

1

\'

■■ ■\' \' , ; \' ,,gt;j . { : \'i \' lt; ■■ ■ ■ -V-\', V: , ■ V - ,x

■ ;

- ^ ; i\' . - ^ quot;

- ■■ ■ ■\' ■ \' ■ ■ quot;:.-

■■■:\'. •• r .. \\ ■\' .. ■: ■ : \' :

: \'

- . s..- •\' - s • • -

-

■r .lt;

-v. ■:•• ■■

j lt;. - i - / \' \'\' \' • ^

.• .. ^

,,

- -V\' ■ V,;y •\'■. r . quot;r \' ■■

;: quot;quot;• : \' \' • • \' • • . • . - - ;■ . \' \' •

4,.-

/ -V ^ ^ I ■. . - . • - • ,

■ .

-

■ j i\'\' gt;; \'\' : , \' gt; quot;:

.

\' \'( •• \' \'■ V- r i \'■ \'■ , • / \' •

av;\'\' ^\'vgt;■ j ■■ ■ V;

\'

■ . •• . Vi

\'

*

\' ■ , , \'

\\:, ;

\'

.

\', • . • : \' w\' \'••\' , quot; c lt; . ;. ■ ;, . .; ...:

.

• --

; ■ ^ ■ ■ ■ ;, ■; ; V. \' - ■ ■.

1 ■ , •; ■ . , ,gt; - r. ■ I \' ■. ■

__

-ocr page 186-

-——————

■ I .

Y*w

\'« J ■ A. - 1 , ■- V

- ■ ,, gt; ■)

I

lt;

; :--

^ \' - quot;r

• t- ■

A-:-.. ■gt;.-

■ .t-.

•H- ■

.

. - ■ , ■ \' V,

; \' •

- ■ /-;• r-,V. \' ■

I \' V- ■

V -\'. x \'•

-

\' quot;•\' r\'

. ;v .

i

■ , r.-.;

v\'.-\'- 1-,\' .. \'•t. . ■ ■ \' „•! quot; \'■-v.,

v \\7 quot;

(

-

\'

V ^

i

W \'

I#

. f ..

4

■ \\

\' N V

\\ ■ -a

•y; \' -• 1:

■ gt; - V-

I

• ;

:gt; .. ; gt; J1 . A ^

\' v\'-i.-.-

\'■ •- ■ \\

V C ; v\'V - , \'

•7^-

i-v

, .

f\'bv

\'\'\' \'

\'-J? lt;

-A . \'

-• gt;/

-

_

i£±m

___

-ocr page 187-
-ocr page 188-