-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

IN ZIJNE VOETSTAPPEN

OF

WAT ZOU JEZUS DOEN

-

» r\'

BIBUOTHIEK NED. HE8V. KERK r

^^ — CL— ^

1% 74 55

-ocr page 6-
-ocr page 7-
-ocr page 8-

Hy greep Burns by den kraag en trok hem terug op het trottoir. (Bladz. 317.)

-ocr page 9-

IN ZIJNE VOETSTAPPEN

OF

WAT ZOU JEZUS DOEN?

DOOR

CHARLES M. SHELDON.

UIT HET ENGELSCH

DOOR

A. L. GERRITSEN.

NIJMEGEN. - P. J. MILBORN.

-ocr page 10-

SCHENKING UIT DE BIBLIOTHEEK TAN ff li DE KONINGIN

Typ. dkr Wkkstnrichting tk Nekruosch.

-ocr page 11-

HOOFDSTUK I.

Want hiertoe zyt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een exempel nalatende opdat gij Zijne voetstappen zondt navolgen. I Petr. 2:21.

Het was Vrijdag-morgen. 1 )s.\'ireJywipji trachtte zijn preek klaar te krijgen voor-den\' Zonölag. Verscheidene keeren was hij al gestoord geworden en hij werd zenuwachtig bij de gedachte dat do morgen zon verstrijken zonder dat hij een bevredigend slot gevonden had. ..Mary/\' riep hij zijne vrouw toe, bij het opgaan van de trap na de laatste stoornis, „als er nu weer iemand komt, zeg dan maar dat ik het erg druk heb en ik niet beneden kan komen, of het moest iets heel gewichtigs zijn.quot;

„Ja Henry. Maar ik ben van plan naar den kindertuin te gaan en dan heb je \'t rijk alleen.quot;

De predikant ging naar zijn studeerkamer en sloot de deur. Een paar minuten later hoorde hij zijn vrouw uitgaan. Met een zucht van verlichting zette hij zich aan zijn schrijftafel en begon te schrijven. Zijn tekst

1

-ocr page 12-

was 1 Petr. quot;2 : quot;21: Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een exempel nalatende, opdat gij Zijne voetstappen zondt navolgen.

In het eerste gedeelte van zijn preek had hij er den nadruk op gelegd, dat de Verzoening een persoonlijk offer was en do aandacht gevestigd op Jezus\' lijden in verschillend opzicht, iu Zijn leven zoowel als in Zijn dood. Hij had voorts de Verzoening beschouwd als een voorbeeld, daarbij feiten uit het leven van Jezus en sommige Zijner uitspraken aanhalende om te doen zien, hoe het geloof in Christus kan dienen tot behoudenis der menschen door het ideaal dat Hij hun ter navolging voorhoudt. Hij was nu aan het dorde en laatste punt: de noodzakelijkheid om Jezus na te volgen beide in het offer dat Hij bracht en in het voorbeeld dat Hij stelde.

Hij had juist geschreven: „Ten derde: Voetstappen; wat zijn dat?quot; en zou beginnen dat uiteen te zetten, toen er driftig aan de bel werd getrokken. Het was er een met slagwerk en hij liep altijd af als een klok, die twaalf slagen tegelijk wil laten hooren.

Henry Maxwell fronste liet voorhoofd. Hij bleef aan zijn schrijftafel zitten en maakte geen aanstalten om te gaan zien wat er was. Al heel gauw ging de bel weer. Toen stond hij op en liep naar een der vensters dat uitzicht gaf op de voordeur.

Er stond een man op de stoep. Hij was nog jong en zag er haveloos uit.

-ocr page 13-

3

„\'t Lijkt wel een landlooperquot;, zei de predikant. ..Ik i zal wel naar beneden moeten en ... .quot;

b Hij voltooide den zin niet, maar ging de trap af

en deed de deur open.

i Een oogenblik stonden de beide mannen stil en keken

: elkander in de oogen. Eindelijk zeide de bezoeker, die

l er zoo haveloos uitzag: „Ik ben zonder werk, meneer,

l en ik dacht, misschien zoudt u mij op streek kunnen

1 helpen om wat te krijgen.quot;

„Neen, ik weet niets; er is weinig werkquot; antwoordde de predikant en begon langzaam de deur dicht te doen.

„Maar misschien zoudt u mij een aanbeveling kunnen geven om geplaatst te worden aan \'t spoor of iets dergelijks,quot; hervatte de jonge man, terwijl hij zijn ver-fonfaaiden hoed zenuwachtig van de eene hand in de andere nam.

„Het zou niets helpen. Maar neem me niet kwalijk, ik heb \'t van morgen erg druk. Ik hoop dat je iets zult vinden. Het spijt me dat ik je hier niets te doen kan geven, maar ik houd slechts een paard en een koe en beredder alles zelf.quot;

Ds. Henry Maxwell sloot de deur en hoorde den man de stoep afgaan. Toen hij op zijn studeerkamer kwam zag hij door \'t venster dat de man langzaam de straat af liep, nog altijd met zijn hoed in de hand. Zijn geheele houding vertoonde zoozeer het type van oen armen zwerver, dat de predikant terwijl hij naar hem stond te kijken een oogenblik aarzelde. Toen keerde

-ocr page 14-

4

liij terug naai- zijn schrijftafel en ging met een zucht weder aan zijn preek.

Hij werd verder niet gestoord en twee uur later, bij de thuiskomst van zijn vrouw, was de preek klaar, de losse bladen waren bijeengezocht, netjes aan elkaar gebonden en op zijn Bijbel gelegd, zoodat alles klaar was voor den dienst op Zondagmorgen.

„Er gebeurde van morgen iets wonderlijks in den kindertuin Henry,quot; zeide zijn vrouw aan het middageten. „Je weet dat ik met Mevr. Brown do school ging bezoeken en juist na het spelen, terwijl de kinderen aan tafel waren, giug de deur open en kwam een jonge man binnen met een vuil en hoed in beide handen. Hij ging vlak bij de deur zitten en .zei in \'t geheel niets. Alleen keek hij naar tie kinderen, \'t Was waarschijnlijk een landlooper en Jufirouw Wren en haar helpster, juffrouw Ivijle, waren eerst een beetje bang. Maar hij zat heel stil en ging na een paar minuten weer weg.quot;\'

„Misschien was hij vermoeid en wou hij ergens wat rusten. Ik geloof dat dezelfde man hier geweest is. Zei je dat hij er uitzag als een landlooper?quot;

„Ja, erg bestoven en haveloos, heelemaal het uiterlijk van een landlooper. Mij dunkt hij was niet ouder dan dertig of drie en dertig jaar.quot;

„Dan is hij \'t wel,quot; zei Ds. Maxwell peinzend.

„Heb je je preek klaar, Henry?quot; vroeg zijn vrouw na een oogenblik van stilte.

„Ja, gelukkig, \'tls een drukke week geweest voor

-ocr page 15-

O

me; de beide preeken hebben mo heel wat werk gekost.quot;

„Ik hoop dat een talrijk gehoor er van genieten zal,quot; hernam zijn vrouw glimlachend. ..Waarover zul je \'t hebben?quot;

„Over het volgen van Christus. Ik begin met de Verzoening, waarbij ik als hoofdpunten aangeef: Offer en Voorbeeld. En dan toon ik aan welke stappen noodig zijn om Zijn offer en Zijn voorbeeld te volgen.quot;

,,Ik geloof stellig dat het een goede j^reek is. quot;t Is te hopen dat het Zondag niet regent. We hebben in den laatsten tijd al zooveel regenachtige dagen gehad.quot;

„Ja, er waren soms erg weinig menschen in de kerk. Als het stormt en regent komen ze niet.\'\'

Ds. Maxwell zuchtte toen hij dit zeide. Hij dacht aan al de zorg en moeite, die hij besteed had aan het maken van preeken voor een talrijk gehoor, dat in gebreke was gebleven te verschijnen.

Maar de Zondag was ditmaal voor de stad Raymond een van die heerlijke dagen zooals soms volgen na een lange periode van wind, regen en modder. De lucht stond helder en strak, van dreigende voorteekenen was niets te bespeuren en iedereen in Henry Maxwell\'s parochie maakte zich gereed om naar de kerk te gaan. Toen om elf uur de dienst begon, was het ruime gebouw gevuld met hoorders, die gerekend mochten worden tot de deftigste en meest gegoede bewoners van Raymond.

De Eerste Kerk te Raymond maakte er aanspraak op de beste muziek te hebben, die voor geld te verkrijgen

-ocr page 16-

was en haar vierstemmig koor was dezen morgen een bron van genot voor de gemeente. Het gezang was bezielend. De muziek bleek geheel in overeenstemming met het onderwerp van de preek en de lofzang was een met zorg bewerkte toepassing van de meest moderne muziek op de hymne:

Jezus, \'k heb mijn kruis genomen,

\'k Verliet het al en volgde U.

Juist voor de preek zong de sopraan een solo, het welbekende gezang:

Waar Hij mij leidt, wil ik Hem volgen Ik g(\' met Hem het leven dour.

Rachel AVinslow was zeer schoon dien morgen toen zij opstond achter het van snijwerk voorziene eikenhouten scherm, waarop de zinnebeelden van het kruis en de kroon waren aangebracht. Maar haar stem was nog schooner dan haar gelaat. En dat wil heel wat zeggen. Als zij opstond kwam er een algemeen geritsel, waaruit bleek hoezeer de verwachting gespannen was. Henry Maxwell ging tevreden achter het spreekgestoelte zitten. Het zingen van Rachel AVinslow kwam hem altijd te stade en daarom wist hij het gewoonlijk zoo te schikken, dat zij vóór de preek een lied ten gehoore bracht. Hij wist dat de menschen daardoor in een stemming kwamen, die zeer bevorderlijk was aan den indruk, dien zijn voordracht maakte.

Algemeen was het ooi\'deel dat men nooit zoo schoon

-ocr page 17-

(

had hooren zingen, en als het niet in een godsdienstoefening geweest was zon men haar solo stormachtig hebben toegejuicht. ITet kwam Henry Maxwell, toen zo weer zat, zelfs voor, dat men een poging deed om in de handen te klappen of te rrappelen. Hij ontstelde er van. Toen hij evenwel opstond en zijn preek op den geopenden Bijbel lei, stelde hij zich gerust met de gedachte dat hij zich wel zou vergist hebben. Het zou dan ook heel ongepast zijn geweest. Weinige oogenblikken later werd hij geheel in beslag genomen door zijn toespraak en al het andere was vergeten.

Het zou niemand in de gedachte zijn gekomen te beweren dat Henry Maxwell een droog spreker was. Integendeel, men had hem dikwijls beschuldigd dat hij op het gevoel werkte. Xiet zoozeer door hetgeen hij zeide als wel door de wijze waarop hij dat deed. Maar daar hielden de bezoekers van de Eerste Kerk wel van. Het gaf hun predikant en hun parochie een opgeruimd aanzien.

Het was ook waar dat Ds. Maxwell gaarne voor zijn gemeente optrad. Zelden verruilde hij zijn beurt. Als de Zondag aanbrak verlangde hij er naar op zijn kansel te staan. Hij voelde zich altijd opgewekt gedurende het half uur dat hij tegenover een volle kerk met menschen stond en wist dat men naar hem luisterde. Hij was er bijzonder gevoelig voor als de aandacht verminderde en preekte nooit goed voor een klein gehoor. Ook het weer had merkbaar invloed op

-ocr page 18-

8

hem. Hij was in zijn kracht ais hij oen publiek tegenover zich had als nu en op een morgen als deze. Met een gevoel van voldoening trad hij dan ook op. De kerk was de voornaamste van Raymond en bezat het beste koor. Tot hare leden behoorden de aanzienlijkste bewoners der stad. vertegenwoordigers van den rijkdom, het gezellig verkeer en de geleerdheid, \'s Zomers, gedurende zijne vacantia van drie maanden, ging hij naar het buitenland en de voordeden verbonden aan zijn herderlijk ambt. zijn invloed en zijn positie als leeraar aan de voornaamste kerk der stad — —

Het is niet zeker, dat Ds. Maxwell zich precies bewust was hoe hij al die gedachten in verband kon brengen met zijn preek, maar aan het einde er van wist hij, dat hij op een zeker punt van zijn toespraak al deze gevoelens had gehad. Ze waren misschien slechts gedurende enkele seconden ingedrongen in den wezenlijken inhoud van zijne gedachten, maar hij was zich zoo bewust geweest van zijn toestand en zijne gevoelens alsof hij een alleenspraak had gehouden en in zijne rede trilde een toon van diepe persoonlijke voldoening.

De preek was belangwekkend. Ze bevatte vele treffende passages, die de aandacht wel moesten prikkelen. Uitgesproken met een vuur alsof het een dramatische voordracht ware, zonder den goeden smaak te belee-digen door ook maar den schijn aan te nemen van hoogdravendheid, maakten ze een goed effect. Indien Ds. Henry Maxwell zich dezen morgen voldaan gevoelde met zijn loeraarsambt, de leden van zijn gemeente

-ocr page 19-

9

hadden een dergelijk gevoel en wenschten zich zelf geluk dat hun predikant zulk een geleerd en beschaafd man was, met een sympathiek gelaat en innemende houding, die zoo bezielend preekte en vrij was van platheid, luidruchtigheid en onaangename gewoonten.

Deze volkomen overeenstemming tussehen den prediker en zijn gehoor, werd echter plotseling op een ongewone wijze verstoord. Het is onmogelijk te beschrijven welk een opschudding deze stoornis teweegbracht. Het geschiedde zoo onverwacht, zoo geheel in strijd met de gedachten van ieder der aanwezige personen, dat voor het oogenblik niemand aan tegenspraak dacht of tegenstand bood.

Het was op het einde der preek. Ds. Maxwell had de helft van den grooten Bijbel over zijn handschrift geslagen en was op het punt te gaan zitten, terwijl het vierstemmig koor zich gereed maakte om op te staan en ten besluite te zingen:

k Wijd alles aan Jezus, \'k wijd alles aan Jezus \'k A\\ ijd Hem al de krachten, die Hij mij verleent.

toon de geheele vergadering opschrikte door het geluid van een mannenstem. Het kwam achter uit de kerk van een der zitplaatsen onder de galerij. In het volgende oogenblik kwam een gedaante te voorschijn, die door hot schip van de kerk liep.

Voordat de aanwezigen goed wisten wat er gaande was had de man de open ruimte voor den preekstoel

-ocr page 20-

10

bereikt en zich omgekeerd zoodat hij met het gelaat naar het publiek stond.

„Ik ben sedert ik hier binnen kwam benieuwd geweestquot;\' — dat waren de woorden, die hij onder de galerij staande had gebezigd en nu herhaalde — „of ik in de gelegenheid zou zijn aan het eind van dezen dienst iets te zeggen. Ik ben niet dronken en ook niet krank-

O O

zinnig, mij mankeert niets. Maar indien ik. zooals naar alle waarschijnlijkheid binnen weinige dagen gebeuren zal, kom te sterven, wil ik de voldoening hebben op een plaats als deze en ten aanhooren van een schare als hier bijeen is, gezegd te hebben wat mij op \'t hart ligt.quot;

Henry Maxwell was niet gaan zitten maar bleef staan, leunende op den rand van den preekstoel en keek omlaag naar den vreemdeling. Het was de man die Vrijdagmorgen bij hem aan huis was geweest, dezelfde bestoven, havelooze jonge man. Hij hield, dat scheen hij zoo gewoon te zijn, zijn hoed in beide handen. Hij was niet geschoren en had blijkbaar geen enkele poging gedaan om zijn verwarde haren wat glad te strijken. En het was de vraag of ooit iemand als hij binnen het heiligdom van de Eerste Kerk was geweest. Zulke ongelukkigen op de straat te zien, in den omtrek van de werkplaatsen van quot;t spoor of heen en weer drentelende op de Avenue, was volstrekt niet vreemd, maar niemand had ooit gedroomd dat hier zich zoo iemand zou vertoonen.

Er was niets aanmatigends in \'s mans houding noch

-ocr page 21-

n

in den toon waarop hij sprak. Hij sclieen volstrekt niet opgewonden en had een zachte maar duidelijke stem. Het kwam Henry Maxwell, hoe groot zijn verbazing ook was, voor alsof zijn optreden hem op de een of andere wijze herinnerde aan iemand dien hij eens in zijn slaap op dezelfde wijze had zien staan en hooren spreken.

Niemand in de geheele kerk maakte aanstalten om den vreemdeling het spreken te beletten of hem op eenige wijze te storen. Waarschijnlijk was de eerste schok van zijn plotselinge verschijning oorzaak, dat men volstrekt niet wist wat er kon gedaan worden. Hoe het zij, hij ging voort alsof hij er niet aan dacht dat men hem zou kunnen verhinderen en zijn ongewone wijze van doen in strijd was met de waardigheid en den ernst van de godsdienstoefening. En gedurende al den tijd dat hij stond te spreken leunde Ds. Maxwell over den kansel, terwijl zijn gezicht van oogenblik tot oogenblik bleeker en ernstiger werd. Maar hij deed geen enkele poging om den man in de rede te vallen en onder de hoorders heerschte een ademlooze stilte. Nog een ander gelaat, dat van Rachel Winslow, staarde van oen der zitplaatsen in het koor bleek en in gespannen verwachting op de havelooze gestalte met den verfonfaaiden hoed. Een oogenblik kleurde ze sterk. Onder den drang van het ongehoorde feit, dat plaatsgreep, was ze zoo duidelijk te onderscheiden alsof zo in vuur was gezet.

„Ik ben geen gewone bedelaar; trouwens ik weet geen enkele uitspraak van Jezus, waaruit zou blijken

-ocr page 22-

12

dat een bedelaar minder waard zou zijn gered te worden dan een ander. Weet u or een? Hij vroeg dit zoo natuurlijk alsof de gelieele bijeenkomst een kleine catecliisatie was. Hij hield even o]) en hoestte pijnlijk. Toen vervolgde hij:

,.Tion maanden geleden raakte ik zonder werk. Ik ben drukker van beroep. De nieuwe zetmachines zijn schoone proeven van vernuft, maar ik weet dat binnen den tijd van één jaar zes mannen zich van het leven beroofd hebben alleen wijl de invoering van deze machines hen van hun bestaan beroofde. Natuurlijk maak ik er de dagbladen geen verwijt van dat ze deze machines aanschaffen. Intusschen. wat moet een niensch doen? Ik heb nooit iets geleerd dan mijn handwerk, zoodat ik slecht wat anders kan beginnen. Het heele land heb ik afgeloopen om iets te vinden. En er zijn er velen die in \'t zelfde geval verkeeren als ik. Ik wil echter niet klagen, ik wil alleen de bloote feiten vermelden. Maar ik kon mij niet begrijpen, toen ik daar onder de galerij zat, dat wat gij noemt ,,Jezus volgen,quot; hetzelfde is als wat Hij er mede bedoelde. Wat meende Hij, toen Hij zeide: Volg Mij?quot; De dominee — hier keerde de man zich om on keek op naar den preekstoel — zeide dat hot de roeping van Jezusquot; discipel was Zijne voetstappen te volgen en beweerde dat dit bestaat in gehoorzaainlieid, geloof, liefde en navolging.

„Maar ik heb hem juist niet hooren zeggen, wat dat alles naar zijne meoning beteekende, inzonderheid die

-ocr page 23-

13

laatste „voetstapquot;\'. Wat bedoelen tie Christenen als zij spreken over liet volgen van Jezus? Ik heb nu drie dagen lang getracht in deze stad werk te krijgen en in al dien tijd heeft niemand mij ecu woord van sympathie of troost toegesproken, uitgezonderd uw predikant, die mij zeide dat hij medelijden met mij had en hoopte dat ik ergens aan den gang zou komen. Ik veronderstel dat de bedriegelijke handelingen van zoovele bedelaars van beroep oorzaak zijn, dat u geen belang meer stelt in die, welke tot een andere klasse behooren. Ik wil echter niemand beschuldigen, ik wil alleen de bloote feiten vermelden. Ik begrijp natuurlijk wel, dat u niet allen in de gelegenheid zijt werk te gaan zoeken voor menschen zooals ik. Ik vraag er u ook niet om; ik zou alleen graag willen weten wat men verstaat onder het volgen van Jezus. Meent u dat u lijdt, u zelf verloochent en de verloren lijdende menschheid tracht te redden zooals mijns inziens Jezus deed ? Wat verstaat u daaronder? Ik heb veel van de ruwe, scherpe kanten der dingen gezien. Er zijn naar ik verneem meer dan vijfhonderd mannen in de stad die in dezelfde omstandigheden verkeeren als ik en de meesten hunner hebben een crezin. Vier

O

maanden geleden stierf mijne vrouw en ik ben blij dat ze uit al de ellende is verlost. Mijn kleine meid is bij een mijner vroegere kameraden in huis totdat ik werk heb gevonden. Ik weet niet wat ik er van denken moet als ik zoo vele Christenen zie, die in weelde leven en daarbij zingen: ..Jezus, quot;k heb mijn

-ocr page 24-

14

kruis genomen, quot;k verliet liet al en volgde U,quot; en ik herinner mij dan lioe mijn vrouw stierf in een woning te New-York, hijgende naar den adem en Grod biddende ook de kleine meid tot Zich te nemen. Ik verwacht natuurlijk niet dat u ieder voor den hongerdood kunt bewaren of behoorlijk voedsel en een luchtige woning-kunt verschaffen, maar wat beteekeut het Jezus te volgen? Ik weet dat een groot aantal woningen in \'t bezit zijn van de Christenen. Die, waarin mijne vrouw overleed, behoorde aan een lid van de kerk en ik kan mij niet voorstellen dat het er hem ernstig om te doen was Jezus te volgen. Den volgenden avond hoorde ik op een bidstond in de kerk eenige personen zingen:

\'k Wijd alles aan Jezus, \'k wijd alles aan Jezus,

\'k Wijd Hem al mijn krachten, wijl Hij voor raij leed;

Mijn denken en hand\'len, \'t is alles voor Jezus Mijn tijd is voor Hem, die zooveel voor mij deed.

en ik werd terwijl ik buiten op de treden van de stoep zat, nieuwsgierig om te weten wat ze er mee bedoelden. Het schijnt mij toe dat er ontzaglijk veel ellende in de wereld is, die stellig zou verdwijnen indien allen die zulke liederen zingen, ze ook in praktijk brachten. Het kan zijn dat ik het niet bij het rechte eind heb. Maar bedoelt u met het volgen van Zijne voetstappen ook dat men nooit vraagt; Wat zou Jezus gedaan hebben? Het komt mij soms voor dat de menschen, die in de steden in de kerk komen, goede kleederen hebben om aan te trekken en fraaie huizen om in te

-ocr page 25-

15

wonen benevens geld om te besteden aan luxe-artikelen, zomerreisjes gedurende de vacanties enz., terwijl duizenden van hen, die buiten de kerken blijven, in liun woning van honger vergaan of de straten doorkruisen om te probeeren of ze hier of daar wat kunnen verdienen. Van weelde of gemak is bij hen geen sprake, zij groeien op in ellende en dronkenschap, iu zonde. . ..quot;

De man wierp een vreemden, loerenden blik in de richting van den Avondmaalsdisch en legde er zijn vuile hand op. Zijn hoed viel vlak bij zijne voeten op het tapijt. Er kwam beweging in de vergadering. Dr. West ging half overeind staan, maar tot dusverre verbrak geen enkele stem, geen noemenswaardig ge-druisch de stilte onder do hoorders. De man bracht zijn andere hand voor zijn oogon en viel toen eer iemand er aan dacht met een zwaren plof voorover, zoodat hij languit in het pad lag.

„We zullen dezen dienst als geëindigd beschouwen,quot; zeide Henrv Maxwell en was iu een ooswenk de kan-

«/ O

seltrap af. Vóór een der aanwezigen den onbekende die tegen den grond geslagen was had bereikt, knielde hij naast hem neer. Het publiek stond op en het pad was spoedig volgepropt.

Dr. West verklaarde dat de man nog leefde. Hij was in zwijm gevallen. „Het hart klopt zwakjes,quot; mompelde Dr. West, terwijl hij hem naar de studeerkamer van den predikant hielp dragen.

Henry Maxwell en enkele van zijne gemeenteleden bleven eenigen tijd in de studeerkamer. De bewustelooze

-ocr page 26-

1(5

lag daar op een rustbed en ademde zwaar. Toen zicli de vraag voordeed wat er met hem gedaan zou worden stond de predikant er op liem in zijn huis te mogen opnemen. Hij woonde dichtbij en had een kamer disponibel. Rachel AYinslow beweerde; Mijn moeder heeft op \'t oogenblik niemand bij zich in huis; ik weet zeker dat zij blij zou zijn hem bij ons een plaats te mogen geven. Ze zag er vreemd en opgewonden uit. Niemand nam echter bijzondere notitie van hetgeen ze zeide, allen waren vervuld van de vreemde gebeurtenis, de vreemdste, die men zich herinneren kon dat ooit in de Kerk had plaats gevonden. Maar de predikant drong er op aan dat hem de zorg voor den vreemdeling zou overgelaten worden en toen er een rijtuigje kwam werd de bewustelooze maar nog levende arme man naar zijn huis gebracht. Daarmede begon een nieuw tijdperk in het leven van Henry Mr.xwell en noo- niemand, hij zelf het allerminst, vermoedde welk eene merkwaardige verandering het zou te weeg brengen in zijne beschouwing over de navolging van Christus.

Dit alles verwekte heel wat sensatie onder de leden zijner gemeente. Een geheele week lang was het het onderwerp van alle gesprekken. Algemeen was men van oordeel dat de man de kerk binnen gekomen was in een toestand van verstandsverbijstering, veroorzaakt door de ellende waarin hij geraakt was en dat hij gedurende zijn toespraak in een koortsachtige opgewondenheid verkeerde, die hem geheel deed vergeten waar hij zich bevond. Dat was de meest welwillende ver-

-ocr page 27-

klaring die men van zijn daad wist te geven. Ook was men het er algemeen over eens dat er volstrekt niets bitters of aanmatigends was in hetgeen hij zeide. Hij had aldoor gesproken op een innemenden, verdedigenden toon, bijna alsof hij een der gemeenteleden was die licht trachtte te verkrijgen in oen duistere zaak.

Den derden dag nadat hij in de woning van den predikant was opgenomen kwam er een merkbare verandering in zijn toestand.

De dokter sprak er over en gaf geen hoop op herstel. Zaterdagmorgen kwam er eenige verademing, ofschoon hij naarmate het einde der week naderde sneller achteruitging. Zondagsmorgens, juist voordat de klok een uur sloeg, verzamelde hij al zijn krachten en vroeg of zijn kind gekomen was. De predikant had iemand gestuurd om haar te halen zoodra hij haar adres had kunnen te weten komen uit eenige brieven, die hij had gevonden in den zak van zijn beschermeling. Sedert het oogenblik dat de ziekte hem aangreep was hij slechts enkele minuten bij kennis geweest en in staat eenige dingen geregeld te vertellen. „Uw kind is op weg, ze zal spoedig hier zijn,quot; zei Henry Maxwell, die naast zijn leger zat en op wiens gelaat duidelijk te zien was hoeveel inspanning het hem gekost had zoowat de heele week te waken. En toch had hij dat bijna iederen nacht willen doen.

„Ik zal haar hier op aarde niet meer zien,quot; fluisterde de man. Toen uitte hij met groote moeite de woorden; „IJ zijt goed voor mij geweest. Het kwam mij soms

2

-ocr page 28-

18

voor alsof dit liet was, wat Jezus zou gedaan hebben.quot; Eenige oogenblikken daarna keerde hij zijn hoofd een weinig om en vóór Henry Maxwell zich bewust was wat er gebeurde zei de dokter: „hij is heengegaan.quot;

De Zondagmorgen die over de stad Raymond lichtte was volkomen gelijk aan dien van een week te voren. Henry Maxwell betrad den kansel terwijl een groote menigte, grooter dan ooit, het kerkgebouw vulde. Hij was geheel ontdaan en zag er uit, alsof hij pas was hersteld van een zware ziekte. Zijn vrouw Avas thuis gebleven bij het kleine meisje, dat dien morgen met den trein was aangekomen, een uur na den dood haars vaders. Deze lag nu, vrij van zorgen en verdriet, in het eenvoudige vertrek en Henry Maxwell had zijn gelaat steeds voor oogen toen hij den Bijbel opensloeg en zijn verschillende aanteekeningen op den kant van den lessenaar lei, zooals hij reeds sedert tien jaar gewoon was te doen. Er was iets bijzonders in den dienst van dezen morgen. Niemand kon zicli herinneren dat de dominee \'s morgens ooit had gesproken zonder zijn preek op papier te hebben. Wel had hij dat toen hij pas predikant was nu en dan gedaan, maar reeds sedert langen tijd schreef liij ieder woord van zijn morgen-preek zorgvuldig op en meestal ook van zijn rede in den avonddienst. Men kan niet zeggen dat zijn preek dezen morgen bijzonder treffend was en een diepen indruk maakte. Hij sprak aarzelend. Blijkbaar was er iets zeer belangrijks, dat hem op de lippen brandde, maar het kwam niet te pas in het onderwerp dat hij

-ocr page 29-

19

voor zijn prediking had uitgekozen. Tegen liet einde

in van zijn rede echter werd hij zich zeiven weer geheel

as meester. Hij sloot den Bijbel, ging, terwijl hij zijn hoor-dors in de oogen zag, ter zijde van den lessenaar staan

te en begon te spreken over de opmerkelijke gebeurtenis

n. die een week te voren had plaats gegrepen,

te „Onze broederquot;\' — dergelijke woorden klonken vreemd

lij van Maxwell\'s lippen — „is heden morgen ontslapen,

as Ik heb nog geen gelegenheid gehad mij van al zijn

lis wederwaardigheden op do hoogte te stellen. In Chicago

et woont een zuster van hem aan wie ik geschreven heb.

a-s Maar ik ontving nog geen antwoord van haar. Zijn

et dochtertje is bij ons en zal vooreerst bij ons blijven.quot;

at Hij hield even op en keek hot gebouw rond. Ge-

jn durende al den tijd van zijn ambtsbediening had hij

e- nog nooit zooveel ernstige gezichten voor zich gezien,

as Hij was nog niet in staat zijn hoorders deelgenoot

m te maken van alles wat hij ervaren had, van de

:le crisis, die hij zoo pas had doorgemaakt. Maar er deelde

jn zich iets van hetgeen hij gevoelde aan hen mede en

1[j het scheen hem niet toe, dat hij handelde onder den

,rt indruk van een ondoordachte opwelling, als hij voort\'

q. ging en hun dezen morgen iets vertelde van hetgeen

in er in hem omging. Daarom vervolgde hij:

3^ „De verschijning van dezen vreemdeling in de kerk

3tl en al wat hij gezegd heeft maakte een diepen indruk

as 0P mij- Ik kan het mij zelf noch u verhelen, dat

[ej zijne woorden, gevolgd als ze werden door zijn dood

te mijnen huize, mij genoodzaakt hebben beslister dan

-

-ocr page 30-

ooit de vraag te stellen: Wat beteekent het Jezus te volgen? Ik ben nog niet in staat een oordeel te vellen over u en, tot op zekere hoogte, over mij zelf met betrekking tot onze verhouding als Christen tegenover dezen man en allen die hij vertegenwoordigt. Dit belet echter niet, reeds nu als mijn gevoelen uit te spreken, dat er veel waars was in hetgeen hij zeide en wij dat alles onder de oogen moeten zien bij een poging om op die vraag te antwoorden. Doen wij dit niet, dan zijn wij als discipelen van Christus veroordeeld. Wat hier de vorige week gezegd werd was in den grond der zaak een veroordeeling van het Christendom, zooals het zich in onze kerken openbaart. Ik heb dat eiken dag met toenemende duidelijkheid gevoeld. En ik geloof niet dat ik een meer geschikt oogenblik zou kunnen vinden om een voorstel te doen, dat in mijn hart is opgekomen als een afdoend antwoord op veel van hetgeen hier toen werd uitgesproken.quot;

Weer hield Henry Maxwell een oogenblik op en keek zijn hoorders aan. Er waren eenige vermogende heeren en dames in de kerk, die het leven ernstig opnamen. De predikant zag Edward Norman, uitgever van Het Dagblad van Raymond. Deze was reeds gedurende tien jaar lid van de Eerste Kerk en in der. geheelen omtrek was niemand zoo gezien als hij. Ook waren er Alexander Powers, directeur van de spoorweg-werk-plaatsen en Donald Marsh, voorzitter van het in een der voorsteden van Raymond gelegen Lincoln-college. Verder was er Milton Wright, een der grootste kooplui

-ocr page 31-

21

der stad, die in verschillende winkels op zijn minst honderd man in dienst had, en Dr. West, die hoewel nog betrekkelijk jong, beschouwd werd als een autoriteit in buitengewone ziektegevallen, benevens de jonge Jasper Chase, de schrijver van een boek dat groeten opgang had gemaakt en van wien men vertelde dat hij aan een nieuwen roman bezig was. Ook zag men er Miss Virginia Page, die van haar kort te voren overleden vader minstens een millioen dollars had geërfd en zoowel door een ongewone bekoorlijkheid als door hare verstandelijke ontwikkeling ieder voor zich innam. En niet het minst van alle: onder de aanwezigen was ook Rachel Winslow, die op haar plaats in liet koor dezen morgen in het oog viel door de eigenaardige schoonheid van haar blozend gelaat, een gevolg van haar groote belangstelling in hetgeen gebeurd was.

Er was met het oog op zulke elementen misschien wel reden voor Henry Maxwell om zich voldaan te gevoelen wanneer hij, zooals den vorigen Zondag, over zijn positie nadacht. Onder de leden zijner gemeente waren vele personen met een zeer zelfstandig karakter. En toen hij dezen morgen hen in \'t gelaat zag, was hij nieuwsgierig hoeveel hunner zouden antwoorden op het vreemde voorstel dat hij op \'t punt was te doen. Hij ging langzaam voort, nam den tijd om zijn wroor-den met zorg te kiezen en verwekte bij zijne hoorders een indruk, zooals zij nooit te voren gekregen hadden, zelfs niet in zijn beste oogenblikken, als zijn voordracht liet welsprekendst was.

-ocr page 32-

22

„quot;Wat ik u nu ga voorstellen is iets, dat u niet vreemd of onuitvoerbaar moet toeschijnen. Toch ben ik mij bewust, dat het wellicht door een aanzienlijk deel der gemeente zoo zal beschouwd worden. Maar opdat allen volkomen zullen begrijpen wat ik op \'t oog heb, zal ik mijn voorstel zeer openhartig, misschien wel wat onbescheiden, uiteen zetten. Ik wenschte vrijwilligers op te roepen uit de leden dezer gemeente, die zich in allen ernst en eerlijk willen verbinden gedurende een geheel jaar niets te doen zonder eerst te vragen; Wat zou Jezus doen? En na deze vraag gedaan te hebben moet ieder naar zijn beste weten Jezus volgen zonder te zien op de gevolgen. Ik zelf wil mij natuurlijk ook bij dezen bond van vrijwilligers aansluiten en zal het als aangenomen beschouwen, dat mijn gemeente zich niet verwonderen zal over mijn handelingen, omdat ze berusten op dat beginsel en wat er ook gebeure geen oppositie zal voeren, indien ze zich bewust is dat Christus ook zoo zou gedaan hebben. Heb ik mijn bedoeling duidelijk genoeg gemaakt? Alle leden der kerk die bereid zijn zich tot zulk een bond te vereenigen, noodig ik uit na afloop van den dienst te blijven, dan kunnen wij spreken over de bijzonderheden van het plan. Ons motto zal zijn: Wat zou Jezus doen? Ons streven zal zijn juist zoo te handelen als Hij zou doen, indien Hij in onze plaats was, afgezien van de onmiddellijke gevolgen. Met andere woorden, wij stellen voor Jezus\' voetstappen te volgen zoo nauwgezet en zoo letterlijk

-ocr page 33-

als wij gelooven dat Hij van Zijn discipelen verwachtte. En zij, die zich daartoe bereid verklaren, moeten zich verbinden een geheel jaar, van dit oogenblik af, zoo te handelen.

Henry Maxwell pauseerde weer een oogenblik en keek het kerkgebouw rond. Het is niet gemakkelijk de ontroering te schetsen, die zoo\'n eenvoudig voorstel maakte. Men keek elkander in de grootste verbaziner

O O

aan. Het was iets ongewoons Henry Maxwell zoo te hooren spreken over den dienst des Heeren. Velen waren het blijkbaar lang niet eens met zijn voorstel. Wel had men het goed begrepen, maar er was groot verschil van opinie over de toepassing van hetgeen Jezus had geleerd en de wijze waarop men Zijn voorbeeld moest volgen.

Henry Maxwell sloot op kalme wijze den dienst met een kort gebed. Terstond na het uitspreken van den zegen begon de organist zijn naspel en het volk verliet langzaam het gebouw. Er werd druk geredeneerd. Door de geheele kerk stonden levendige troepjes het voorstel van den predikant te bespreken. Klaarblijkelijk lokte het discussie uit. Na verscheidene minuten ce-wacht te hebben noodigde Henry Maxwell allen, die wenschten te blijven, uit om zich naar de catechisatiekamer te begeven, welke zich ter zijde van het kerkgebouw bevond. Hij zelf werd even opgehouden in het schip van de kerk waar hij met verscheidene personen stond te spreken, en toen hij eindelijk om zich heen zag was hot gebouw leeg. Haastig liep hij naar don

-ocr page 34-

24

ingang van de catechisatiekamer en trad binnen. Hij ontstelde bijna toen hij de personen zag die zicb hier bevonden. Van geen zijner gemeenteleden had hij vooruit berekend wat deze doen zou. toch had hij niet verwacht dat zoovelen bereid zouden zijn zich te onderwerpen aan zulk eene beproeving van hun getrouwheid in den dienst des Heeren, als hun nu wachtte, hr waren misschien vijftig leden aanwezig. Onder hen bevonden zich Rachel Winslow en Virginia Page, Mr. Norman, President Marsh, Alexander Powers, directeur van de werkplaatsen der spoorwegen, Milton Wright, Dr. West en Jasper Cliase.

De leeraar sloot de deur van de catechisatiekamer en stond voor de kleine groep. Zijn aangezicht was bleek en zijn lippen trilden van ontroering. Het was hem alsof hij inderdaad een crisis doormaakte in zijn eigen leven en in zijn gemeente. Niemand kan zeggen waartoe hij in staat is als hij door den Geest dos Heeren wordt aangevuurd, of hoe hij dan wijziging kan brengen in den stroom van den tijd waarin hij leeft, in vastgewortelde gewoonten van denken, spreken en handelen. Henry Maxwell wist, zooals we reeds zeiden, zelf nog niet van hoe wijde strekking de crisis was, die hij doormaakte, maar hij was zich bewust dat zijn verklaringen over den dienst des Heeren zeer zouden verscherpt worden. En een diep gevoel, dat hij niet nader kon omschrijven, vervulde hem als hij deze mannen en vrouwen in \'t gelaat zag.

Het eerste woord dat gesproken werd moest, zoo

-ocr page 35-

meende liij, een gebed zijn. Hij noodigde allen uit met hem te bidden en reeds bij de eerste woorden die hij uitte, werd de tegenwoordigheid des Heiligen Geestes door ieder duidelijk waargenomen. En onder het gebed werd de indruk daarvan steeds krachtiger. Allen gevoelden het. Het vertrek was zoo onmiskenbaar met den Geest vervuld, alsof Hij zichtbaar geweest ware. Toen het gebed was geëindigd bleef het gedurende eenige oogenblikken stil. Aller hoofden waren gebogen, üe oogen van Henry Maxwell stonden vol tranen. Indien een hoorbare stem uit den hemel hun belofte om ;s Meesters voetstappen te volgen had bezegeld, zou niemand der aanwezigen daardoor meer zekerheid verkregen hebben dat men op den zegen des Heeren mocht rekenen. En dit was het begin van de meest ernstige opwekking, die ooit in de Eerste Kerk van Raymond ontstond.

„AVij allen zijn ons helder bewust,quot; zeide Henry Maxwell zeer zacht, „wat we ons hebben voorgenomen te doen. Wij verbinden ons in ons dagelijksch leven steeds te vragen: Wat zou Jezus doen? en daarnaar te handelen zonder er op te letten wat daarvan voor ons de gevolgen zullen zijn. Ter gelegener tijd zal ik in staat zijn u mede te deelen welk eene wonderbare verandering er binnen ééne week met mij heeft plaats gegrepen. Xu kan ik dat niet. Maar de ervaring die ik sedert den vorigen Zondag heb gemaakt, heeft mij zulk een gevoel van onvoldaanheid gegeven met mijn vroegere voorstelling van de

-ocr page 36-

26

wijze waarop wij don Heer moeten dienen, dat ik genoodzaakt was te doen zooals ik deed. Ik weet dat de hand der Goddelijke liefde mij bij dit alles geleid heeft. Dezelfde Goddelijke aandrang moet ook u hebben geleid. Begrijpen wij allen ten volle wat we hebben ondernomen?quot;

..Ik zou wel eens iets willen vragen,quot; zei Eachel AVinslow.

Aller blikken werden op haar gericht. Haar gelaat bezat een schoonheid, die geen beminnelijkheid er ooit aan had kunnen geven.

„Ik ben eenigszins in twijfel hoe wij zullen te weten komen wat Jezus doen zou. Wie zal voor mij beslissen wat Hij juist in mijn omstandigheden zou doenV We leven in een geheel anderen tijd. Er doen zich in onze beschaafde kringen kwesties voor die ons in verlegenheid zullen brengen, omdat er in hetgeen Jezus geleerd heeft niet over gesproken wordt. Hoe zal ik leeren wat Hij zou doen?quot;

„Ik weet geen anderen weg,quot; hernam üs. Maxwell ,,dan dat wij in het licht van den Heiligen Geest be-studeeren wat Jezus gedaan en gesproken heeft. Ge herinnert u, wat Hij tot Zijn discipelen gezegd heeft van den Heiligen Geest;

Maar wanneer die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der Waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden. AVant Hij zal van zich zelf niet spreken, maar zoo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en ■ de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij

-ocr page 37-

27

verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en zal het n verkondigen. Al wat de Vader heeft is Mijne; daarom heb Ik gezegd, dat Hij \'tuit het Mijne zal nemen, en it verkondigen.

Ik weet niet dat er een andere toetssteen is. Wij zullen allen moeten beslissen wat Jezus zou doen na ons tot die bron van kennis te hebben gewend.quot;

..Hoe hebben we ons te houden als wij iets doen waarvan anderen beweren dat Jezus zoo niet zou handelen?quot; vroeg Mr. Powers.

..Dat kunnen we niet voorkomen. Maar we moeten tegenover ons zelf volkomen eerlijk zijn. De maatstaf van een Christelijken wandel moet bij al onze daden dezelfde zijn.quot;

„En dan, wat een lid van de eene kerk denkt dat Jezus zou doen, zal iemand die tot een andere kerk behoort weigeren even zoo te beschouwen. Wat betee-kent het dat we ons steeds christelijk moeten gedragen? Zal het mogelijk wezen dat wij altijd en in alle gevallen tot dezelfde conclusie komen?quot; vroeg President Marsh.

Gfedurende eenigen tijd zweeg Henry Maxwell. Eindelijk antwoordde Inj:

.,Neen, ik geloof niet dat we dat kunnen verwachten. Maar indien wij er toe komen oprecht en eerlijk Jezus voetstappen te volgen, schijnende als lichten in de duisternis, dan kan ik niet gelooven dat er eenige verwarring zou ontstaan, zoo min in onze eigen meeningen als in het oordeel van anderen. Wij moeten aan de eene zijde vrij blijven van dweperij en ander-

-ocr page 38-

28

zijds van te groote omzichtigheid. Als het voorbeeld van Jezus een voorbeeld is voor geheel de wereld, dan moet het bepaald doenlijk zijn om het te volgen. Maar het is noodzakelijk dat wij steeds deze gewichtige zaak voor oogen houden; nadat wij den Heiligen Greest hebben gebeden ons duidelijk te maken wat Jezus zou doen en daarop antwoord bekomen hebben, zullen wij handelen zonder er op te letten welke daarvan voor ons zelf de gevolgen zullen zijn. Is dat begrepen?quot;

Alle aanwezigen knikten op plechtige wijze met het hoofd ten teeken dat zij het hadden ingezien. Er was geen misvatting mogelijk. .Ds. Maxwell\'s gelaat trilde weer toen liij den president van de Endeavour-Society \') aanzag, die met verscheidene leden achter de oudere mannen en vrouwen was gezeten.

Zij bleven nog eenigen tijd bijeen om te spreken

\') De Christian Endeavour Society is eene vereeniging van jongelieden. mannen en vrouwen, tusschen de 18 en 45 jaar. Afdeelingen van deze Vereeniging vindt men in alle wereliideelen. In Amerika alleen telt zij meer dan 2 millioen leden, die tot allerlei kerkgenootschappen behooren. Om lid te kunnen worden moet men een belofte teekenen waarbij men zich verbindt tot dagelijksch gebed, het lezen van de Heilige Schrift en het bijwonen van den wekelijk-schen bidstond, waaraan men behoort deel te nemen door voor te gaan in liet gebed, te getuigen van den Heiland of iets voor te lezen. Hoofdzaak is dat men op zich neemt er naar te streven, zoolang men leeft, alles te doen wat Christus van ons verlangt.

Noot van den Vertaler.

-ocr page 39-

■29

over enkele bijzonderheden en eenige vragen, die zicli voordeden en kwamen overeen elkander iedere week in een geregelde bijeenkomst mede te deelen wat hun ervaringen waren bij het volbrengen van hetgeen waartoe zij zich verbonden hadden. Henry Maxwell ging nogmaals voor in \'t gebed. En wederom, evenals den vorigen keer, openbaarde de Heilige Geest zich in hun midden. Allen hielden langen tijd het hoofd gebogen. Ten slotte verwijderden ze zich zwijgend in een stemming, die het spreken belette. Ds. Maxwell gaf hen toen ze heengingen allen de hand. Daarop ging hij naar zijn eigen studeervertrek achter den preekstoel en viel op de knieën. Een half uur bijna bleef hij daar alleen. Toen hij naar zijn woning terugkeerde ging hij de kamer binnen waar het doode lichaam lag, en het gelaat van den overledene ziende riep hij in zijn hart nogmaals tot God om kracht en wijsheid. Maar nog wist hij niet dat er een beweging was ontstaan die leiden zou tot een reeks van jrebeurte-nissen, merkwaardiger dan ooit in de stad Raymond hadden plaats gevonden.

-ocr page 40-

HOOFDSTUK II.

Die zegt. dat hü in Hem blijft, moet ook zelf alzoo wandelen, gel\\jk P-ü gewandeld heeft.

I Joh. 2 : 6.

Edward Norman, Redacteur en Uitgever van Het Dagblad van Raymond, zat den volgenden Maandagmorgen op zijn kantoor en stelde zicli voor lioe alles voortaan zou gaan. Hij liad zijne belofte afgelegd met liet vaste voornemen bij alles wat hij deed eerst te vragen; ..Wat zou Jezus doen?quot; en naar bij meende had hij al de mogelijke gevolgen er van onder de oogen gezien. Maar toen de nieuwe week kwam met heel den maalstroom van bedrijvigheid die verbonden is aan de verschijning van een nieuwsblad, dacht hij er aan met een gevoel van aarzeling, die na verwant was aan vrees. Hij was reeds zeer vroeg op het kantoor gekomen en \' bevond er zich gedurende weinige minuten geheel alleen. Aan zijn schrijftafel gezeten nam zijne bezorgdheid hand over hand toe, totdat deze eindelijk overging in een verlangen, waarvan hij wist dat het

-ocr page 41-

31

even sterk was als ongewoon. Evenals al de anderen, die behoorden tot liet kleine gezelschap dat zich verbonden had altijd den wil des Heeren te doen, moest ook hij nog ondervinden dat de Geest des levens zoo krachtig als nooit te voren invloed oefende op zijn eigen leven. Hij stond op, sloot de deur en voor het eerst sedert verscheidene jaren knielde Lij neder bij zijn lessenaar biddende om de nabijheid Gods en Zijne Wijsheid, opdat die hem zou leiden.

Hij maakte zich gereed om zijn arbeid te beginnen terwijl zijne belofte hem helder en duidelijk voor den geest stond. „Nu aan den arbeidquot; scheen hij te zeggen. Maar hij wilde zich laten leiden door de gebeurtenissen die komende waren.

De deur geopend hebbende begon hij aan zijn gewone kantoorwerk. De directeur van het blad was juist binnengekomen en had zich naar zijn lessenaar in de aangrenzende kamer begeven. Een van de verslaggevers was daar bezig met een schrijfmachine.

Edward Norman begon een artikel te schrijven. Zijn courant was een avondblad en hij maakte gewoonlijk vóór achten het hoofdartikel af.

Ongeveer een kwartier had hij geschreven toen de directeur der courant hem toeriep: „Hier is het verslag van den wedstrijd op de Beurs, \'t Zal zoowat drie en een halve kolom zijn. Ik denk dat quot;t er wel heelemaal in kan.quot;

Edward Norman was gewoon op alle bijzonderheden die de uitgave van zijn blad betroffen het oog te

-ocr page 42-

32

houden. De directeur raadpleegde zijn chef in alle zaken van min of meer belang. Soms, zooals in dit geval, geschiedde dit slechts voor den vorm.

...Ja. — ISTeen; laat het eens zien.quot;

Hij nam de drukproef zooals zij kwam van den redacteur voor do telegrammen en doorliep die met bezorgden blik. Toen lei hij do vellen op zijn lessenaai en bleef oen oogenblik in gedachten verzonken.

,,We zullen dit vandaag niet plaatsen,quot; zei hij eindelijk.

Do directeur stond in de deur tusschen twee kamers. Hij Avas verbaasd over hot antwoord van den redacteur en dacht dat hij hem niet goed verstaan had.

„quot;Wat zegt u ?quot;

,,Neeni het er uit, we kunnen \'t niet gebruiken.quot;

„Maar . . . .quot; De directeur wist niet wat hij hoorde en keek Norman aan alsof deze krankzinnig was geworden.

„Ik geloof, Clark, dat het niet goed zou zijn het te drukken en daar blijft het bij, zei Edward Norman, terwijl hij van zijn lessenaar opkeek.

Clark was het bijna altijd eens met zijn chef. AVat Mr. Norman zei was op t bureau altijd beschouwd als een wet en men kon zich niet herinneren, dat hij ooit van opinie was veranderd. De omstandigheden schenen nu echter zoo buitengewoon te zijn dat Clark zich niet

kon bedwingen.

..Meent u, dat we de courant moeten opleggen zonder dat er iets over den wedstrijd in staat.

„Ja, dat is mijn bedoeling.\'

-ocr page 43-

33

„Maai\' dat is iets ongehoords. Alle andere bladen zullen er iets over opnemen. Wat zullen onze abon-né\'s er van zeggen? Heuscli, \'t is ... .quot; Clark liield op, liij kon geen woorden vinden voor wat hij wou zeggen.

Edward Norman zag Clark aan met een veelbetee-kenenden blik. De directeur was lid van een ander kerkgenootschap als dat waartoe hij behoorde. De beide mannen hadden, ofschoon ze reeds sedert verscheidene jaren aan hetzelfde blad waren verbonden, nooit samen over godsdienstige dingen gesproken.

..Kom een oogenblik hier Clark en doe de deur dicht,quot; zei Norman.

Clark kwam binnen en beide mannen keken, toen ze alleen waren, elkander indeoogen. Norman zeide eerst niets. Onverwacht begon hij:

„Clark, zeg eens eerlijk, indien Christus een dagblad moest uitgeven, zou je denken dat Hij er dan drie en een halve kolom zou inzetten over een wedstrijd?quot;

Clark was stom van verbazing. Eindelijk antwoordde hij: „Neen, ik geloof met dat Hij quot;t doen zou.quot;

„Nu, dat is de eenige reden die ik heb om dit verslag achterwege te laten. Ik heb mij voorgenomen gedurende een geheel jaar met betrekking tot de courant niets te doen, waarvan ik niet overtuigd ben dat Jezus het ook zon doen.

Als zijn chef plotseling krankzinnig geworden was zou Clark er niet zoo ontsteld hebben uitgezien als nu. Inderdaad dacht hij dat er zoo iets gaande was, ofschoon

3

-ocr page 44-

Mr. Norman naar zijn oordeel do laatste was om zijn verstand te verliezen.

Ten laatste stelde hij aarzelend de vraag: „Welke «revoleen zal dat hebben voor ons blad ?

O ~

„Wat denk je daarvan?quot; vroeg Edward Norman terwijl hij hem doordringend aankeek.

„Ik geloof dat ons blad er eenvoudig door te gronde zal gaan,quot; hernam Clark snel. Hij had zieh intusschen van zijn verwarring hersteld en begon zijn meening met redenen te omkleeden. „Inderdaad, het is onmogelijk tegenwoordig op zulk een grondslag een nieuwsblad te exploiteeren. Dat is al te idealiscli. Daar is de wereld niet op ingericht. Ik wil er wat onder verwedden, dat als u het verslag van dezen wedstrijd niet opneemt, we honderden abonné\'s zullen verliezen. Om dat te kunnen verzekeren behoeft men waarlijk geen profeet te zijn. Het beste deel van de burgerij wil van zulke dingen op de hoogte gehouden worden. Ze weten dat de wedstrijd heeft plaats gehad en als ze van avond de courant krijgen verwachten ze er minstens een halve pagina over te kunnen lezen. Heusch, u moet in zulke dingen rekeningquot; houden mot de wenschen van het

O O

publiek. Het zou mijns inziens een onvergefelijke misgreep zijn als u bij uw voornemen blijft.quot;

Edward Norman zat een oogenblik zwijgend voor zich uit te kijken; toen zei hij vriendelijk maar beslist:

„Clark, wat is naar jouw innige overtuiging de ware maatstaf om te beoordeelen hoe we ons hebben te gedragen? Is niet de eenige ware maatstaf, voor iedereen.

-ocr page 45-

35

datgene wat Jezus waarscliijnlijk zou doen? Moet je niet toestemmen, dat liet voor iedereen het beste is altijd te vragen: „Wat zou Jezus doen?quot; en dan zoo te handelen afgezien van de gevolgen ? Met andere woorden: geloof je niet dat het onze plicht is in het dagelijksch leven altijd zoo nauwkeurig mogelijk het voorbeeld te volgen ons door Jezus gegeven?

Clark kreeg een kleur en bewoog zich onrustig in zijn stoel heen en weer alvorens op de vraag van den redacteur te antwoorden.

„Zeker, ik neem aan dat indien u de vraag stelt wat onze plicht is, er geen andere maatstaf kan zijn. Maar we moeten er rekening mee houden of het int-voerbaar is. Financieel gaan we er door te gronde. Zal onze courant opgang maken, dan hebben we ons te schikken naar de gewoonten en de beginselen die men tegenwoordig volgt. We moeten in aanmerking nemen dat we niet in een ideale wereld leven.quot;

..Denk je dat ons blad geen levensvatbaarheid heeft indien we ons strikt houden aan de Christelijke beginselen ?quot;

„Ja, dat is mijn opinie. Het is iets onmogelijks. Binnen een maand zijn Ave bankroet.quot;

Edward Norman gaf niet dadelijk antwoord. Hij was te zeer in gedachten verdiept.

„We zullen er nog wel eens weer over praten, Clark. Intusschen, we moeten elkander goed begrijpen. Ik heb mij zelf voorgenomen een jaar lang, zoo eerlijk mogelijk, bij alles wat met het nieuwsblad in verband staat eerst

-ocr page 46-

36

te vragen: Wat zou Jezus doen? En ik zal dat volbrengen in quot;t geloof dat we niet alleen zullen slagen, maar we zelfs meer succes zullen hebben dan ooit te voren.quot;

Clark stond op. ..Het verslag moet er dus niet in?quot;

..Neen, er zijn goede artikelen en bericbten in overvloed om bet blad toch vol te krijgen, en je weet er nu alles van.quot;

Clark aarzelde.

..Zult u er iets van zeggen waarom dat verslag niet werd geplaatst?quot;

„Xeen, laat het blad maar afgedrukt worden, we doen alsof er gisteren in \'t geheel geen wedstrijd of iets van dien aard geweest is.quot;

Clark verwijderde zich en ging naar zijn eigen lessenaar met een gevoel alsof alles op losse schroeven stond. Hij was in verwarring gebracht, geprikkeld, vertoornd. Zijn groote achting voor Mr. Norman beteugelde wel de verontwaardiging en den weerzin die bij hem opkwam, maar toch verbaasde hij zich steeds meer over de plotselinge verandering van beginsel op het bureau van Het Dagblad, die, naar hij vast geloofde, op een algeheelen ondergang zou uitloopen. Vóór den middag wist iedere verslaggever, iedere drukker, ieder die aan Het Dagblad verbonden was. dat de courant ter perse was, zonder dat er een woord in voorkwam over den belangrijken wedstrijd die den vorigen Zondag was gehouden. De verslaggevers wisten niet hoe ze \'t hadden, toen het hun werd medegedeeld. Iedereen, op de druk-

-ocr page 47-

kerij zoowel als op de zetterij, sprak zijn oordeel uit over het ongehoorde feit. Mr. Norman kwam gedurende den loof) van den dag twee- of driemaal op de zetterij on telkens staakten de gezellen een oogenblik hun arbeid of keken ze steelsgewijze op om hem met nieuwsgierigen blik aan te zien. Hij wist dat hij niet bevreemding werd aangestaard, maar zei niets en deed alsof hij het niet opmerkte.

Er waren onder invloed van den redacteur verscheidene ofschoon weinig in \'t oog loopende veranderingen in de courant aangebracht. Hij wou niet overhaast te werk gaan en overwoog alles rijpelijk. Hij gevoelde dat er tijd mee gemoeid was en hij een bijzondere wijsheid noodig had om zich een meening te vormen over verscheidene dingen, die hij weten moest om het rechte antwoord te geven op de vraag die hem steeds voor de aandacht zweefde. Daar hij in vele opzichten nog grootelijks in twijfel verkeerde omtrent hetgeen Jezus zou doen had hij nog geen ingrijpende maatregelen genomen, ofschoon er dingen genoeg waren in de exploitatie van het blad, geheel in strijd met den geest van Christus.

Toen het „Dagbladquot; dien avond uitkwam veroorzaakte het onder de abonné\'s heel wat sensatie. Het verslag van den wedstrijd zou lang niet zoo de aandacht getrokken hebben, als de omstandigheid dat het achterwege was gelaten. Honderden personen in de hotels en de winkels der stad, zoowel als de vaste abonné\'s namen verlangend het nieuwsblad ter hand

-ocr page 48-

38

en keken liet door om liet verslag van den grooten wedstrijd. Eu als ze \'t niet vonden haastten ze zich naar de kiosken en kochten andere bladen. De krantenjongens hadden geen erg in hetgeen er gebeurd was. Een van hen riep luide: „Dagblad! Volledig verslag van den grooten wedstrijd! Wil U een nummer meneer?quot;

Op den hoek van de straat, dicht bij het bureau van Het Dagblad, kocht iemand een exemplaar, keek in de haast de verschillende pagina\'s door en riep nijdig den jongen terug.

..Hei jongen, wat is dat voor \'n krant? Er staat niks in van den wedstrijd. Hoe kom je er bij oude kranten te verkoopen?quot;

„Watblief, oude kranten?quot; hernam de verontwaardigde jongen. „Wat mankeert u, \'tis het nummer van vandaag.quot;

„En er staat geen verslag in van den wedstrijd. Kijk maar.quot;

De man gaf het blad aan den jongen terug, die het vlug doorkeek en het bewuste verslag niet vindende geheel in verwarring raakte. Juist kwam er een andere jongen voorbij met nieuwsbladen en toen riep hij: „Zeg, Sam, laat me jouw stapel eens kijken?quot; Een vluchtig onderzoek bracht aan het licht, dat al de exemplaren van Het Dagblad zwegen over den wedstrijd.

..Geef me een andere krant, een waar \'t verslag in staat van den wedstrijd,quot; vroeg de kooper. H\'j kreeg wat hij verlangde en liep door terwijl de beide jongens

-ocr page 49-

H9

een oogenblik bleven staan praten en elkaar hun verbazing te kennen gaven. ..Er is stellig een vergissing begaan of een ongeluk gebeurd,quot; zei de eerste jongen. Meer kon hij er niet van zoggen, maar hij spoedde zich naar het bureau om het te onderzoeken.

Er waren nog meer jongens in do tijdingzaal en allen gaven luide hun ergernis to kennen. Al de brutale uitroepen aan liet adres van den bediende achter de lange toonbank zouden ieder ander wanhopig gemaakt hebben. Maar hij was aan zulke dingen oenigs-zins gewoon geraakt en kon er dus tegen.

Juist kwam Mr. Xorman do trap af om naar huis te gaan: bij de deur van de tijdingzaal gekomen bleef hij even staan en keek naar binnen.

„Wat is er aan de hand, George,quot; vroeg hij aan den bediende, toen hij de ongewone drukte bemerkte.

.,De jongens zeggen dat ze van avond geen enkel exemplaar kwijt kunnen raken omdat het verslag van den wedstrijd er niet in staat,quot; antwoordde G-eorge en keek den redacteur even nieuwsgierig aan als de andere bedienden dien dag gedaan hadden.

Een oogenblik stond Mr. Xorman besluiteloos, toen kwam hij in het vertrek en plaatste zich tegenóver de jongens.

..Hoeveel exemplaren hebben jullie daar, jongens? Tel ze maar, van avond zal ik ze je afkoopen.quot;

Ze wisten niet wat ze hoorden, maar begonnen spoedig te doen wat hun gezegd was.

.,Geef ze hun gold Geoi\'ge en als er nog meer jon-

-ocr page 50-

40

gens komen met dezelfde klacht, koop ze dan de exemplaren die ze overhielden voor mijn rekening af. Ben je nu tevreden?quot; vroeg hij aan de jongens, die door de ongewone handelingen van den redacteur zoo stil waren geworden als ze anders nooit konden zijn.

„Tevreden? Natuurlijk. Maar zult u dat volhouden? Geeft u eiken dag zoo\'n voorstelling ten voordeele van de broederschap?quot;

Mr. Norman glimlachte even, maar vond het niet noodig op die vraag te antwoorden. Hij verliet het bureau en ging naar huis. Onderweg stond hem voortdurend de vraag voor den geest: „Zou Jezus dat gedaan hebben?quot; En dat niet zoozeer met het oog op hetgeen er in de tijdingzaal was voorgevallen als wel in verband met het beginsel dat hem had gedreven sedert hij zijne belofte deed. De krantenjongens waren er de slachtoffers van. En waarom moesten die er geld door verliezen? Zij hadden niets misdaan. Hij was een rijk man en kon, indien hij dat wou, best iets doen om hun leven te veraangenamen. Terw ijl hij zijn Aveg naar huis vervolgde kreeg hij allengs de zekerheid dat Jezus, om vrij te blijven van het geringste gevoel van onrechtvaardigheid, hetzelfde zou gedaan hebben wat hij deed of iets dergelijks. Deze vragen besliste hij niet voor ieder ander, maar ten opzichte van wat hem zelf te doen stond. Hij was er niet de man naar om voor anderen te beslissen en hij voelde dat hij alleen, naar zijn eigen meening en volgens zijn geweten, er over kon oordeelen wat Jezus

-ocr page 51-

41

waarschijnlijk zou gedaan hebben. Dat er veel minder exemplaren zouden verkocht worden had hij in zekere mate voorzien, maar hij trachtte zich nu een voorstelling te maken van den vollen omvang der verliezen, die zijn blad zou lijden indien hij op deze wijze voortging.

Gedurende de week die volgde ontving hij tallooze brieven, waarin er aanmerking op gemaakt werd dat in Het Dagblad geen verslag had gestaan van den wedstrijd. Twee of drie daarvan waren van eenig belang.

Aan de Redactie van Het Dagblad.

Waarde Heer!

Ik was reeds sedert eenigen tijd van plan mij te abonneeren op een ander nieuwsblad. Ik wensch een courant te lezen die op do hoogte van den tegenwoor-digen tijd is, vooruitstrevend en in alle opzichten voldoende aan de eischen van hare lezers. De laatste gril van uw blad om geen verslag op te nemen over den beroemden wedstrijd heeft mij doen besluiten aan mijn voornemen gevolg te geven. Ik verzoek u mij uw blad niet langer te zenden.

Met achting

Uw dstiv.

Do brief was onderteekend door een handelsman, die reeds verscheidene jaren geabonneerd was.

-ocr page 52-

42

Mr. Edward Nokman,

Redacteur-Uitgever van Het Dagblad van Raymond.

Waarde Redacteur!

Wat is tocli uwe bedoeling met liet verwekken van zooveel sensatie\'? Ge wilt toch niet door middel van de Pers ..Hervormingenquot; trachten in te voeren ? Het is gewaagd dat op die wijze te beproeven. Volg mijn raad en staak die onderneming. Het publiek houdt van wedstrijden en dergelijke dingen. Geef het wat \'t verlangt en laat het tot stand brengen van hervormingen aan anderen over.

Uw toegenegen

(Hier volgde de naam van een zi jner oudste vrienden, redacteur van een dagblad in een naburige stad).

Mijn waarde Mr. Norm an,

Ik haast mij u een bewijs van waardeering te zenden dat ge zoo onomwonden voor uw beginsel zijt uitgekomen. Het is een schitterend begin en niemand kan beter begrijpen van hoeveel beteekenis dat is, dan ik. Ik weet er iets van hoeveel het u kosten zal, maar niet alles.

Uw leeraar Henrv Maxwell.

-ocr page 53-

43

Onmiddellijk nadat hij den brief van Ds. Maxwell had gelezen opende hij een anderen, waaruit hem bleek hoeveel schade zijn zaken waarschijnlijk zonden lijden.

Mk. Edward Xoeman

Redacteur van Het Dagblad.

Waarde Heer.

Ik verzoek u beleefd na afloop van het contract niet voort te gaan met plaatsen mijner advertenties, zooals u vroeger deedt. Ik voeg hierbij een wissel ter voldoening van hetgeen ik u schuldig ben en zal van nu aan mijn betrekking tot uw blad als afgebroken beschouwen.

Met achting

Uw dstiv.

(Volgde de naam van een der grootste tabakshandelaars van de geheele stad. Hij was gewoon geweest groote advertenties te plaatsen en betaalde daarvoor een zeer hoogen prijs.)

In gedachten verdiept lei Mr. Norman den brief neer, nam even later een exemplaar van zijn blad ter hand en keek de kolommen door, die met advertenties waren o-evuld. In den brief van den tabakshandelaar stond

o

niet, dat er verband was tusschen het weglaten van

-ocr page 54-

u

liet verslag over den wedstrijd en de opzegging van het contract betreffende liet plaatsen van advertenties. Maar onwillekeurig schreef hij het een toe aan het ander. Later vernam hij dat de tabakskoopman zijn advertenties niet meer wilde geplaatst hebben, wijl hij vernomen had hoe de uitgever van Het Dagblad op \'t punt was zich aan te sluiten bij „een zonderlinge hervormingspartij,quot; ten gevolge waarvan het aantal abonné\'s stellig vermindereu zou. Maar de brief vestigde Normans aandacht op de advertenties in zijn blad. Daar had hij vroeger nooit veel notitie van genomen. De kolommen overziende begon hij er aan te twijfelen of het wel naar \'s Heeren wil was dat enkele advertenties er in voorkwamen. Wat zou Jezus doen met die lange advertentie van alcoholische dranken ? Men verheugde zich te Raymond in dat opzicht in een groote vrijheid. Gelagkamer, biljartzaal en biertuin maakten er oen deel uit van de christelijke beschaving. Norman deed eenvoudig wat ieder man van zaken te Raymond meende te mogen doen. En het was een belangrijke bron van inkomsten. Wat zou er van zijn blad worden indien hij ze voortaan weigerde? Zou het kunnen bestaan? Dat was de vraag. Maar —was het de belangrijkste vraag ? Wat Jezus zou doen, dat was de vraag waarop hij deze week een antwoord trachtte te vinden. Zou Jezus advertenties van brandewijn enz. in zijn blad opnemen?

Edward Norman stelde die vraag eerlijk en na den Heer te hebben gevraagd om hulp en wijsheid liet hij Clark op zijn kantoor komen.

-ocr page 55-

•iö

Clark kwam binnen in \'t bewustzijn dat hun blad een crisis doormaakte en bereidde zich voor op iets dergelijks als hij \'s Maandags had ervaren. Het was nu Donderdag.

„Clark,quot; begon Norman langzaam en aarzelend, „ik heb de advertenties eens nagekeken en ben besloten enkele er van, zoodra het contract is afgeloopen, niet meer te plaatsen. Ik had graag dat je de agenten daar bericht van zondt. In dit nummer heb ik aangestreept welke annonces ik bedoel.quot;\'

Hij overhandigde het bedoelde exemplaar aan Clark, die het aannam en met een ernstig gelaat de verschillende kolommen doorliep.

..Dat zal een groot verlies zijn voor onze krant. Hoe lang denkt u dergelijke maatregelen te kunnen volhouden?quot; Clark was er ten hoogste verbaasd over. Hij begreep er niets van.

„Clark, indien Jezus in mijn plaats ware, zou Hij dan advertenties willen opnemen, waarin brandewijn enz. wordt aangeboden?quot;

Clark zag zijn chef aan met denzelfden blik van verwondering waarmede hij hem de vorige maal had aangekeken.

„Och, ik geloof niet dat Hij \'t zou doen. Maar wat gaat dat ons aan? Wij kunnen niet doen wat Hij zou doen. Wie een nieuwsblad wil uitgeven kan zoo\'n beginsel niet gebruiken.quot;

„Waarom niet?quot; vroeg Norman rustig.

„Waarom niet? Wel, eenvoudig omdat hij dan meer

-ocr page 56-

46

geld zou verliezen clan verdienen. Clark sprak deze woorden uit op een wijze, waaruit bleek hoe ontstemd lüj was. „Als u op deze wijze zaken wilt doen gaat ons blad stellig bankroet.quot;

„Zoo, denk je dat?quot; Norman deed die vraag niet omdat hij daar een antwoord op verlangde maar eenvoudig alsof bij met zicli zelf sprak. Na een oogenblik gewacht te hebben zei hij;

„Ge kunt terstond tegen Marks zeggen, dat hij ei-voor zorgt. Ik geloof, dat Jezus het zou doen en ik heb mij verbonden een jaar lang te trachten evenzoo te handelen, zonder te vragen wat er voor mij de gevolgen van zullen zijn. Niemand kan dunkt mij met eenigen grond beweren dat Jezus, in deze eeuw, in een krant brandewijn enz. zou geadverteerd hebben. Er zijn nog meer advertentiën van twijfelachtigen aard waar ik eens over zal denken. Intusschen ben ik overtuigd dat de aangestreepte niet mogen geduld worden.quot;

Clark ging naar zijn lessenaar terug met een gevoel alsof hij met een zeer bijzonder persoon in aanraking was geweest. Hij kon de bedoeling van dat alles maar niet vatten en was vertoornd en ontsteld. Hij twijfelde er niet aan of het blad zou te gronde gaan zoodra het alsemeen bekend werd dat de hoofdredacteur zulk een dwaas beginsel tot grondslag van al zijn handelingen maakte. Hoe zou men ooit zaken kunnen doen indien zulke beginselen werden aangenomen? Het zou alle gebruiken veranderen en een eindelooze verwarring te

-ocr page 57-

47

weeg brengen. Het was eenvoudig dwaasheid. Zoo redeneerde Clark bij zicli zelf en toen Marks op de hoogte gebracht was van hetgeen hij doen moest zuchtte deze even zwaar als de directeur. Wat mankeerde hun chef toch? Was hij krankzinnig? Wou hij de heele zaak ruïneeren ?

Maar het ergste moest nog komen.

Toen Edward Norman Vrijdagsmorgens op zijn kantoor kwam moest hij de Zondagmorgen-editie in orde gaan brengen. Het Dagblad was een van de weinige avondbladen, waarvan een Zondagsnummer werd uitgegeven en dat had steeds groote financiëele voordeelen opgeleverd. Dat nummer bevatte gemiddeld een pagina met letterkundige en godsdienstige aanteekeningen en voorts dertig of veertig pagina\'s met mededeelingen over sport, tooneelnieuws, verhalen, maatschappelijke en staatkundige artikelen enz. Dat alles vormde een waar magazijn van allerlei wetenswaardigheden en al de abonné\'s, de trouwe leden der kerk even goed als de anderen, beschouwden dat als een welkome afleiding voor den Zondag.

Deze zaak zag Mr. Norman thans onder de oogen en hij stelde zich de vraag; Wat zou Jezus doen? Indien Hij uitgever ware van een nieuwsblad zou Hij er dan op uit zijn in al de woningen te Raymond, ook in die van de Christenen, een dergelijke verzameling lectuur te brengen, juist op den dag dat het voor de hand ligt iets beters, iets hoogers te geven? Hij wist natuurlijk heel goed welke argumenten men aanvoerde

-ocr page 58-

48

voor de uitgave van een Zondagsnummer, nl. dat liet publiek iets van dien aard noodig had en dat in \'t bijzonder de werkman, die tocli niet naar de kerk wou, zich op Zondag, zijn eenigen vrijen dag, met onderhoudende en leerzame lectuur moest kunnen bezighouden. Maar verondersteld dat hot Zondagsnummer geen winst opleverde, dat er geen geldzaken mee gemoeid waren, zouden de redacteurs en uitgevers er dan ook zooveel moeite voor over hebben om aan die dringende behoefte van den werkman te voldoen? Edward Norman overwoog deze vraag eerlijk. Alles in aanmerking genomen, was er dan eenige waarschijnlijkheid dat Jezus een Zondagmorgen-editie van een blad zou doen verschijnen ? Of het veel winst opleverde dat deed er niet toe. Dat was de vraag niet. Niettemin was het een feit dat het Zondagsnummer goed betaald werd en het een dadelijk verlies van duizenden dollars zou veroorzaken, indien men de uitgave er van staakte. Bovendien hadden de abonné\'s betaald voor een blad, dat zevenmaal per week uitkwam. Had hij nu het recht hun iets minder te geven dan waarvoor zij gemeend hadden te betalen?

Die vraag bracht hem bepaald in verlegenheid. Er waren zooveel bezwaren verbonden aan het doen ophouden der Zondagseditie, dat hij aanvankelijk bijna zou afgeweken zijn van het beginsel om zich te laten leiden door do vraag wat Jezus waarschijnlijk zou doen. Het blad was zijn persoonlijk eigendom, hij kon dus alles regelen zooals hij verkoos en behoefde niemand te raad-

-ocr page 59-
-ocr page 60-

Clark, indien Jezus in myn plaats ware zou Hy dan advertenties willen opnemen waarin brandewyn enz. wordt aangeboden? (Bladz. 45.)

-ocr page 61-

49

plegen. Maar toen hij gezeten was te midden van het gewone materiaal dat voor het Zondagsnummer uoodig was, nam hij eenige vaste besluiten. En daartoe behoorde ook dat hij zijn blad zou gebruiken om openhartig zijn voornemen bekend te maken en de redenen die hem daartoe hadden geleid uiteen te zetten.

Hij stuurde aan Clark en het overige kantoorpersoneel, benevens aan de reeds aanwezige verslaggevers en den meesterknecht met de gezellen der drukkerij een boodschap, dat ze in de expeditie-zaal moesten komen. De mannen kwamen hoogst verbaasd het groote vertrek binnen en gingen op de tafels en toonbanken zitten. Het was iets heel ongewoons maar allen waren hot er over eens, dat Het Dagblad voortaan van heel andere beginselen zou uitgaan, welke dat wisten ze niet en daarom luisterden allen met belangstelling naar hetgeen Mr. Norman zeide.

.,lk heb u hier laten komen om u mede te deelen welke plannen ik heb met Het Dagblad. Ik stel mij voor eenige veranderingen aan te brengen, waarvan ik geloof dat ze noodig zijn. Ik begrijp heel goed, dat sommige dingen die ik reeds gedaan heb velen uwer zeer vreemd voorkwamen, maar ik zal u zeggen welke redenen ik daarvoor had.:\'

Daarop vertelde hij aan allen hetzelfde wat hij reeds aan Clark had medegedeeld en toen hij gedaan had, staarden allen hem met pijnlijke verbazing aan.

„In overeenstemming met de beginselen die ik daar uitsprak, heb ik een besluit genomen dat zonder

4

-ocr page 62-

50

twijfel eenige verwondering zal wekken. Ik heb n.1. beslist, dat na a.s. Zondag liet Zondagsnummer niet meer zal verschijnen. In dat nummer zal ik de redenen uiteenzetten die mij er toe geleid hebben de uitgave er van te staken. Ten einde de abonné\'s te geven waar ze aanspraak op kunnen maken zullen we, evenals zooveel andere bladen doen waarvan quot;s Zondags geen nummer verschijnt, \'s Zaterdags een dubbel nummer geven. Ik ben er van overtuigd dat uit een Christelijk oogpunt beschouwd ons Zondagsnummer meer kwaad dan goed deed. Ik geloof niet dat Jezus, indien Hij vandaag in mijn plaats ware, de verantwoordelijkheid daarvoor op zich zou willen nemen. Het zal eenige moeite kosten de abonné\'s en hen die advertenties plaatsen met die verandering genoegen te doen nemen. Maar dat is van later zorg. De verandering zal toch doorgaan. Voor zoover ik berekenen kan zal ik alleen er schade van hebben. Noch de verslaggevers noch de gezellen van de drukkerij behoeven er iets om te veranderen.quot;quot; Edward Norman keek de zaal rond, maar er was niemand die sprak. Voor het eerst in zijn leven was hij getroffen over het feit, dat hij in al de jaren dat zijn blad bestond, nooit de kracht had bezeten op deze wijze te handelen. „Zou Jezus dat doen? Dat wil zeggen, zou Hij waarschijnlijk een nieuwsblad doen verschijnen en daarbij in overleg treden met redacteurs, verslaggevers, drukkers en allen, die er aan werkzaam waren, om er een blad van te maken dat zich zou ten doel stellen.....quot;

-ocr page 63-

51

Hij gevoelde dat liij ging breken met allerlei ge-Avoonten, die men in „zakenquot; er op nahoudt en die een groot dagblad opgang doen maken. Maar toch, de vage schilderij die hem in de expeditie-zaal voor oogen had gestaan zou niet meer verdwijnen, zelfs niet toen hij naar zijn kantoor was gegaan en de mannen naar hun plaatsen waren teruggekeerd met verbaasde blikken en allerlei vragen op de lippen over de merkwaardige handelwijze van den uitgever.

Clark kwam binnen en had een langdurig en ernstig gesprek met zijn chef. Hij was geheel buiten zichzelf en zijn protest ging bijna zoover dat hij zijn betrekking wou neerleggen. Xorman bleef volkomen kalm. Iedere minuut dat liet onderhoud duurde werd de verhouding pijnlijker, maar hij voelde meer dan ooit de noodzakelijkheid om naar Gods wil te handelen. Clark was een zeer bekwaam man en het zou moeilijk vallen een ander in zijn plaats te vinden. Maar hij was niet bij machte een enkele reden op te geven voor het doen verschijnen van een Zondagsnummer, waardoor een antwoord gegeven werd op de vraag wat Jezus in dat geval zou doen.

„Het komt dus hier op neer,quot; zei Clark ten slotte, ,,u wilt binnen een maand ons blad te gronde richten. Het zal goed zijn dat feit onder de oogen te zien.quot;

„Ik denk niet dat het daartoe komen zal. Maar wilt ge aan ons blad verbonden blijven tot we de uitgave moeten staken ? vroeg Edward Norman met een vreemden glimlach.

-ocr page 64-

52

„Mr. Norman ik begrijp u niet. U is deze week lieel anders als ik u altijd gekend heb.quot;

„Ik ken me zelf niet eens Clark. Iets merkwaardigs beeft me aangegrepen en mij geheel veranderd. En ik was nooit vaster overtuigd dat we ten slotte zullen zegevieren en ons blad in degelijkheid zal winnen. Maar je hebt mijn vraag niet beantwoord. Wil je blijven ?quot;

Clark aarzelde een oogenblik maar eindigde met ja te zeo-o-en. Norman gaf hem de hand en keerde terug

OO ~ v-\'

naar zijn lessenaar. Clark ging naar zijn kamer terwijl allerlei tegenstrijdige gevoelens hem trachtten te overmeesteren. Nog nooit was hij zoo opgewonden en in de war geweest. Hij had een gevoel alsof hij meedeed aan een onderneming, die te eeniger tijd fiasco zou maken en waardoor hij en allen die er in betrokken waren zouden geruïneerd worden.

Het was weer Zondagmorgen te Raymond en de kerk van Henry Maxwell was weer stampvol. Voordat de dienst begon was aller aandacht gevestigd op Mr. Norman. Hij zat rustig op zijn gewone plaats, drie banken van den preekstoel af. Het Zondagsnummer van Het Dagblad met de uiteenzetting van de redenen waarom het ophield te verschijnen, was bijna door ieder dei-aanwezigen gelezen. De mededeeling er van was gesteld in zoo merkwaardige bewoordingen dat ieder die het las er door getroffen werd. Nog nooit had zulk een reeks van onderscheidene gewaarwordingen te Raymond den gewonen gang van zaken verstoord. En wat er met

-ocr page 65-

53

Het Dagblad gebeurd was stond niet alleen. Iedereen had liet over de vreemde dingen die gedurende de week waren gedaan door Alexander Powers in de werkplaatsen der Spoorwegen en door Milton quot;Wright in zijn winkels in de Avenue. Gedurende den dienst was er in alle banken duidelijk een zekere opgewondenheid waar te nemen maar Henry Maxwell stelde daar een kalmte tegenover, die blijk gaf van een meer dan gewone kracht en zijn uitwerking niet miste. Zijn gebeden waren zeer opwekkend. Hoe zijn preek was is moeilijk te zeggen. Wat zou een predikant zijn gemeente kunnen verkondigen als hij voor hen stond na een gansche week nauwgezet te hebben, gevraagd: Hoe zou Jezus prediken? quot;Wat zou Hij waarschijnlijk zeggen? Zeker is het, dat Henry Maxwell heel anders preekte als twee Zondagen te voren. Dinsdags had hij gestaan bij het graf van den overleden vreemdeling en gezegd: „Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren! De mensch keert terug tot de aarde, waaruit hij genomen is.quot;\' En nog voelde hij in zich een aandoening waarvan hij de diepte niet kon peilen, als hij dacht aan de leden zijner gemeente; en hij smachtte van verlangen hun de boodschap des heils te brengen als hij weer op den kansel zou staan.

Xu was de Zondag gekomen en de menschen waren bijeen om te hooren wat de predikant hun te zeggen had. Hij had onder vreeze en beving zich daartoe voorbereid en nog was hij zich bewust zijn boodschap niet zoo te kunnen brengen als hij zich voorstelde dat Christus zou doen. Toch kon niemand zich herinneren ooit eerder

-ocr page 66-

54

zulk een preek te hebben gehoord. Scherp berispte hij de zonde, in \'t bijzonder de huichelarij. Hij geeselde het streven naar rijkdom en het leven voor zichzelf, twee zaken die men in de Eerste Kerk te Raymond nooit op die wijze had hooren veroordeelen, en uit zijne woorden sprak een liefde tot zijne hoorders waaruit hij nieuwe kracht putte toen hij zijn rede voortzette. Bij het einde der toespraak dachten velen in hun hart: ..De Heilige Geest bezielde den prediker.quot; En zoo was het.

Na de preek stond Rachel Winslow op om te zingen. Henry Maxwell verzocht het haar. Ditmaal lokte haar gezang echter geen applaus uit. Welke diepere gevoelens bewogen de harten der aanwezigen tot een eerbiedige stilte en tot teedere gedachten? Rachel was beminnelijk en zong werkelijk schoon. Maar dat wist zo ook. En daardoor werd voor hen, die diep gevoelden, haar zingen altijd bedorven. Het was ook oorzaak dat ze zelf voelde sommige muziekstukken niet te kunnen zingen. Ditmaal evenwel was daarvan niets te bespeuren. Haar heerlijke stem miste niets van haar uitwerking. Er was een nederigheid en reinheid in waar te nemen die op de hoorders diepen indruk maakte.

Voordat de kerk uitging vroeg Henry Maxwell aan hen, die den Zondag te voren waren gebleven, weer even te wachten om eenige oogenblikken te kunnen beraadslagen, en richtte datzelfde verzoek tot allen die bereid waren nu nog de belofte af te leggen. Toen hij den dienst had geëindigd begaf hij zich naar de catechisatiekamer, die tot zijn groote verbazing bijna vol was.

-ocr page 67-

oo

Er waren veel jonge menschen, maar sleclits weinigen die zaken deden of een kerkelijk ambt bekleedden.

Evenals den vorigen keer noodigde Ds. Maxwell hen uit met hem te bidden. En ook nu kwam er een duidelijk antwoord. De Heilige Geest openbaarde zich in hun midden. Green der aanwezigen twijfelde er aan of hetgeen ze zich voornamen was zoo duidelijk in overeenstemming met Gods wil, dat er een bijzondere zegen op rusten zou.

Ze bleven eenigen tijd bijeen tot het bespreken van allerlei vragen die zich voordeden: er was een gevoel van gemeenschap ontstaan zooals ze nooit hadden gekend gedurende al den tijd dat ze reeds lid van de kerk waren geweest. Allen zagen duidelijk in van hoe groote beteekenis het was wat Edward Norman gedaan had, en deze moest verscheidene vragen beantwoorden.

..Wat denkt ge dat de gevolgen zullen zijn van uw besluit om geen Zondagsnummer meer uit te geven? quot; vroeg Alexander Powers, die naast hem zat.

.7Ik weet het nog niet. Ik vermoed dat het aantal abonné\'s sterk zal verminderen en er weinig advertenties ter plaatsing zullen worden aangeboden. Maar dat wist ik vooruit.quot;

,,Twijfelt go er wel eens aan of ge correct Lebt gehandeld?quot; vroeg Henry Maxwell: „ik meen dat ge er spijt van hadt uit vrees dat het niet precies was wat Jezus zou doen.quot;

„In \'t minst niet. Maar voor mijn eigen gerustheid zou ik grjiag willen vragen of iemand der hier aan-

-ocr page 68-

wezigen van meening is dat Jezus op Zondagmorgen een nummer van een nieuwsblad zou uitgeven.quot;

Gedurende een enkele minuut zei niemand iets. Toen nam Jasper Chase het woord: „Wij schijnen er allen evenzoo over te denken, maar ik heb gedurende de verloopen week heel wat moeite gedaan om steeds juist te weten wat Hij zou doen. Op die vraag is lang niet altijd gemakkelijk een antwoord te geven.quot;

„Ik vind het ook erg moeielijk,quot; zei Virginia Page. Ze zat naast Rachel AVinslow. Ieder die haar kende was er benieuwd naar hoe zij \'t zou aanleggen om hare belofte te volbrengen.

„Ik vind het zoo vreeselijk moeielijk te weten wat ik moet doen met betrekking tot mijn geld. Jezus had geen bezittingen en er is niets in Zijn loven, dat ik mij ten voorbeeld kan stellen bij het gebruik van de mijne. Ik overweeg alles biddend en geloof wel, dat ik gedeeltelijk zie wat Hij zou doen, maar niet geheel. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog geen bevredigend antwoord kan geven op de vraag wat Jezus zou doen met een paar millioen.quot;

„Ik zou wel kunnen zeggen wat met een deel er van te doen,quot; merkte Rachel op, zich tot Virginia wendende.

„O, dat is het niet wat me in verlegenheid brengt,quot; antwoordde Virginia eventjes glimlachende. „Ik zou zoo graag weten welk beginsel mij in staat zou kunnen stellen zoo nauwkeurig mogelijk te doen zoo als Hij, met betrekking tot mijn rijkdom en het gebruik dat ik daarvan maak.quot;

-ocr page 69-

CW

„Daar is tijd voor noodig,quot; zeide Henry Maxwell aarzelend, en alle aanwezigen waren het daarmede eens.

Milton Wright deelde een en ander mede van zijn ervaringen. Hij was bezig geleidelijk een plan uit te voeren dat een geheele wijziging bracht iu zijn zaken en in zijn verhouding tot zijn ondergeschikten. Ook eenige jongelui vertelden iets van hunne pogingen om de groote vraag te beantwoorden. Men was hijna eenstemmig van gevoelen dat het er voornamelijk op aan kwam in alle dingen van het dagelijksch leven te handelen in den geest van Jezus. Maar dat vereischte een kennis van Hem en een inzicht in Zi jne beginselen, als de meesten hunner nog niet bezaten.

De verdere besprekingen werden uitgesteld tot een volgende bijeenkomst en na een stil gebed, dat de tegenwoordigheid des Heeren nog krachtiger deed gevoelen, verliet men het kerkgebouw. Intusschen werden de moeilijkheden nog druk besproken en zocht de een bij den ander het licht dat hem ontbrak.

Rachel Winslow liep met Virginia Page. Edward Norman en Milton Wright waren zoo verdiept in hun gesprek dat ze voor Norman\'s woning op en neer bleven loopen; Jasper Chase en de president van de Endeavour Society stonden ernstig te praten in een hoek van \'t vertrek, Alexander Powders en Henry Maxwell bleven er nog toen alle anderen reeds weg waren.

„Het zou me een groot plezier doen, als u morgen in de werkplaatsen zoudt willen komen om te zien hoe ik het aanleg en eens met het personeel te

-ocr page 70-

58

praten. Het komt mij voor dat u in deze omstandigheden veel meer invloed op lien kunt oefenen clan iemand anders.quot;

„Ik zou idet weten waarom; maar ik zal komen,quot; hernam Ds. Maxwell eenigszins gedrukt. Was hij wel geschikt om op te treden voor twee- a driehonderd werklui en hun iets onder het oog te brengen? Maar reeds op hetzelfde oogenblik dat hij deze vraag stelde verweet hij zich zijne zwakheid. Wat zou Jezus doen? Dat maakte een einde aan allen twijfel.

Den volgenden dag ging hij er op uit en trof Alexander Powers in zijn kantoor. Het was een paar minuten voor twaalf en de directeur der werkplaatsen zei tot hem: „Kom mee naar boven en ik zal u laten zien wat ik getracht heb te doen.quot;

Ze gingen door de machinekamers, beklommen een menigte trappen en kwamen toen in een tamelijk groot ledig vertrek, dat vroeger door de maatschappij als magazijn werd gebruikt.

„Sedert ik verleden week mijne belofte heb afgelegd, ben ik over allerlei dingen gaan nadenken,quot; zei Mr. Powers, „en daaronder behoort ook dit. Onze maatschappij heeft mij de beschikking gegeven over dit vertrek en nu ben ik bezig het in orde te brengen door er tafels en banken in te plaatsen en in don hoek, vlak bij die stoompijpen, een groote koffiekan te laten maken. Ik ben van plan de werklui een goede geleheid te verschaffen om hun boterham op te eten; bovendien wil ik mij tweemaal of driemaal in de week

-ocr page 71-

59

een kwartiertje met hen bezighouden en hun iets vertellen over allerlei dingen die hun in \'t dagelijksch leven kannen te pas komen.quot;

Ds. Maxwell keek verbaasd op en vroeg of ze voor zoo iets te vinden waren.

„Zeker, ze komen allemaal. Bovendien, ik ken het werkvolk tamelijk goed. Allen behooren tot de meest ontwikkelde arbeiders die men tegenwoordig hier te

O O

lande aantreft. Maar ze zijn, zooals met de meesten het geval is, geheel verstoken van allen kerkelijken invloed. Ik vroeg mij af wat Jezus zou doen en onder meer andere dingen scheen het mij toe dat Hij op de een of andere wijze zou trachten hen meer stoffelijk en geestelijk genot te verschaften, \'t Is eigenlijk van weinig beteekenis, die kamer en wat er in gedaan zal worden, maar ik deed het eerste het beste dat mij voor de aandacht kwam om blijk te geven van mijn goeden wil, en ik zal trachten mijn idee ten uitvoer te brengen. U zou me een groot plezier doen met de werklui als ze straks hier zijn eens toe spreken. Ik heb ze gevraagd eens te komen kijken en zal ze dan meteen iets vertellen over \'t geen ik van plan ben.quot;

Henry Maxwell schaamde zich te zeggen hoe onaangenaam hij \'t vond, dat men hem gevraagd had eenige oogenblikken te spreken tot een troep werkvolk. Hij was niet gewoon iets te zeggen zonder dat hij \'t op papier had. En dan nog wel tot een groote menigte! Het maakte hem zenuwachtig en hij zag er werkelijk tegen op dat hij al die mannen voor zich zou zien.

-ocr page 72-

58

praten. Het komt mij voor dat u in deze omstandigheden veel meer invloed op lien kunt oefenen dan iemand anders.quot;

„Ik zou niet weten waarom; maar ik zal komen,quot; hernam Ds. Maxwell eenigszins gedrukt. Was hij wel geschikt om op te treden voor twee- a driehonderd werklui en hun iets onder het oog te brengen? Maar reeds op hetzelfde oogenblik dat hij deze vraag stelde verweet hij zich zijne zwakheid. Wat zou Jezus doen? Dat maakte een einde aan allen twijfel.

Den volgenden dag ging hij er op uit en trof Alexander Powers in zijn kantoor. Het was een paar minuten voor twaalf en de directeur der werkplaatsen zei tot hem: .,Kom mee naar hoven en ik zal u laten zien wat ik getracht heb te doen.quot;

Ze gingen door de machinekamers, beklommen een menigte trappen en kwamen toen in een tamelijk groot ledig vertrek, dat vroeger door de maatschappij als magazijn werd gebruikt.

„Sedert ik verleden week mijne belofte heb afgelegd, ben ik over allerlei dingen gaan nadenken,quot; zei Mr. Powers, „en daaronder behoort ook dit. Onze maatschappij heeft mij do beschikking gegeven over dit vertrek en nu ben ik bezig het in orde te brengen door er tafels en banken in te plaatsen en in den hoek, vlak bij die stoompijpen, een groote koffiekan te laten maken. Ik ben van plan de werklui een goede gole-heid te verschaffen om hun boterham op te eten; bovendien wil ik mij tweemaal of driemaal in de week

-ocr page 73-

59

een kwartiertje met hen bezighouden en hun iets vertellen over allerlei dingen die hun in quot;t dagelijksch leven kunnen te pas komen.quot;

Ds. Maxwell keek verbaasd op en vroeg of ze voor zoo iets te vinden waren.

„Zeker, ze komen allemaal. Bovendien, ik ken hot werkvolk tamelijk goed. Allen behooren tot de meest ontwikkelde arbeiders die men tegen woord ie: hier te

O O

lande aantreft. Maar ze zijn. zooals met de meesten het geval is, geheel verstoken van allen kerkelijken invloed. Ik vroeg mij af wat Jezus zou doen en onder meer andere dingen scheen het mij toe dat Hij op de een of andere wijze zou trachten hen meer stoffelijk en geestelijk genot te verschaffen. :t Is eigenlijk van weinig beteekenis, die kamer en wat er in gedaan zal worden, maar ik deed het eerste het beste dat mij voor de aandacht kwam om blijk te geven van mijn goeden wil, en ik zal trachten mijn idee ten uitvoer te brengen. U zou me een groot plezier doen met de werklui als ze straks hier zijn eens toe spreken. Ik heb ze gevraagd eens te komen kijken en zal ze dan meteen iets vertellen over \'t geen ik van plan ben.quot;\'

Henry Maxwell schaamde zich te zeggen hoe onaangenaam hij \'t vond, dat men hem gevraagd had eenige oogenblikken te spreken tot een troep werkvolk. Hij was niet gewoon iets te zeggen zonder dat hij \'t op papier had. En dan nog wel tot een groote menigte! Het maakte hem zenuwachtig en hij zag er werkelijk tegen op dat hij al die mannen voor zich zou zien.

-ocr page 74-

60

Het ware zulke heel andere mensclien als die waarvoor hij gewoon was Zondags op te treden.

Er stonden in het ruime vertrek een half dozijn verbazend lange, ruwe tafels en banken en toen de stoomfluit het sein daartoe gaf stroomde het volk van alle kanten de werkplaatsen uit. Ze kwamen allen de trap op en gingen aan de tafels zitten om hun boterham op te eten. In \'t geheel waren er misschien driehonderd man. Ze hadden de biljetten gelezen die de directeur overal had laten aanplakken en kwamen voor een groot deel uit nieuwsgierigheid.

Ze kregen een gunstigen indruk. De zaal was ruim

O O O

en luchtig, vrij van rook en stof en goed verwarmd.

Ongeveer twintig minuten was Alexander Powers bezig hen te vertellen wat hij van plan was te doen. Hij sprak heel eenvoudig, ieder van zijn woorden getuigde dat hij volkomen op de hoogte was met het karakter van zijn hoorders. Ten slotte stelde hij Ds. Henry Maxwell voor, predikant van de Eerste Kerk, tot wiens gemeente hij behoorde en die beloofd had enkele minuten tot hen te spreken.

Ds. Maxwell zal nooit vergeten hoe hij te moede was toen hij voor \'t eerst tegenover al die werklui stond, die er zoo robuste uitzagen. Evenals honderden andere predikanten had hij nooit gesproken dan in een vergadering van personen die in kleeding, opvoeding en gewoonten ongeveer met hem op eene lijn stonden. Dit was echter iets nieuws voor hem en alleen zijn belofte om in alles te vragen wat

-ocr page 75-

G1

Jezus zou doen, stelde hem in staat zijn taak zoo te vervullen, dat hij er zijti doel mee bereikte. Hij sprak over de ware tevredenheid en stelde in \'t licht hoe die verkregen wordt en waar die alleen uit voortvloeit. Hij had den tact het niet te doen voorkomen alsof het werkvolk tot een andere klasse van menschen behoorde dan hij zelf; het woord „werkmanquot;\' gebruikte hij in \'t geheel niet en met geen enkel woord zinspeelde hij er op, dat er eenig verschil zou zijn tusschen hun levensomstandigheden en de zijne.

De mannen waren voldaan over hetgeen ze gehoord hadden. Verscheidene hunner kwamen Henry Maxwell een hand geven voor ze weer aan hun werk gingen en toen deze, thuisgekomen, alles aan zijn vrouw vertelde, zei hij nooit geweten te hebben welk een genot het was een fermen handdruk te wisselen met menschen, die gewoon zijn lichamelijken arbeid te verrichten. Deze dag was voor zijn leven als Christen van meer gewicht dan hij zelf vermoedde. Door zijn optreden in de werkplaats van Mr. Powers ontstond er een nauwe gemeenschap tusschen hem en de werklieden. Het was de eerste plank, die gelegd werd over de kloof tusschen de kerk en de arbeidersklasse te Raymond.

Alexander Powers plaatste zich dien middag voor zijn schrijftafel met een gevoel van voldaanheid over zijn plan en had meer dan te voren den indruk dat de werklui er inderdaad wat aan zonden hebben. Hij wist eenige goede tafels te krijgen uit een ledigstaande volksgaarkeuken op een van de stations aan den spoor-

-ocr page 76-

62

wog en daclit er over na op welke wijze hij alles een aantrekkelijk aanzien zon kunnen geven. De houding-van zijn arbeiders had zijn verwachting overtroffen en de lieele zaak beloofde inderdaad een groot voorrecht voor hem te zullen worden.

Met een uitdrukking van voldoening op \'t gelaat begon hij aan zijne gewone bezigheden. Trouwens, hij had het bewustzijn te willen doen zooals Jezus zou handelen.

Het was nauwlijks vier uur toen hij een der groote enveloppen van de Maatschappij opende, in de veronderstelling er een aanschrijving in te zullen vinden om inkoopen te doen. Met zijn gewone vlugheid, zooals van iemand die zaken doet verwacht kan worden, doorliep hij de eerste bladzijde en bemerkte toen eerst dat de brief niet voor hem bestemd was maar voor den chef van het Expeditie-kantoor.

Werktuigelijk sloeg hij een blad om, zonder dat hij plan had te lezen wat niet aan zijn adres gericht was, maar eer hij \'t wist bleek het hem dat de maatschappij stelselmatig de onderlinge handelstractaten der Ver-eenigde Staten schond, en zich schuldig maakte aan een bepaalde wetsovertreding. Het was even erg alsof oen burger ergens inbraak pleegde om te stelen. Het maken van verschil in de korting was geheel in strijd met de verordeningen. Het was een weloverlegde schending van zekere bepalingen, sedert kort door de wetgevende macht gemaakt om het plegen van bedrog te voorkomen. Er viel niet aan te twijfelen of hij had be-

-ocr page 77-

63

wijzen te over in handen om de maatschappij to overtuigen van bedriegelijko handelingen.

Hij liet de papieren op zijn schrijftafel vallen, alsof het vergif ware en tegelijk schoot hem de vraag door het brein: quot;Wat zou Jezus doen? Hij trachtte haar echter le onderdrukken door zich zelf voor te redeneeren dat het iets was, waar hij niets mee te maken had. Evenals bijna al de, ambtenaren die do maatschappij in dienst had vermoedde hij wel dat er op al de lijnen zulke dingen plaats vonden, zijn positie in de werkplaatsen was echter oorzaak dat hij geen rechtstreek-sche bewijzen had en hij beschouwde hot als iets dat buiten hem omging. Maar de papieren die nu voor hem lagen hadden hem de heele zaak duidelijk gemaakt. Door onachtzaamheid van den afzender waren ze hem in handen gekomen. Wat was in dozen zijn plicht? Als hij zag dat iemand het huis van zijn buurman binnensloop om te stelen, was het dan niet zijn plicht de gerechtsdienaars te waarschuwen? AVas een spoorwegmaatschappij iets zoo buitengewoons, dat voor haar andere beginselen bestonden volgens welke zij behoorde te handelen? Kon zij in strijd handelen met de wet zonder daarin verhinderd te worden omdat zij zooveel invloed bezat? quot;Wat zou Jezus doen? Hij dacht aan zijn gezin. Natuurlijk zou hij terstond zijn betrekking verhezen als hij stappen deed om de zaak aan \'t licht te brengen. Zijn vrouw en zijn dochters hadden altijd een zekere weelde genoten en een goede positie in de maatschappij gehad. Indien hij tegen deze

-ocr page 78-

64

onwettige handelingen ging getuigen zou dat hem voor den rechter brengen; dan zou het kunnen zijn dat zijn motieven niet werden begrepen en het slot van de geschiedenis zou wezen dat hij in ongenade viel en zijn betrelddng kwijt raakte. En ongetwijfeld ging het heelemaal buiten hem om. Hij kon de papieren gemakkelijk terugsturen naar het Expeditie-kantoor en niemand zou er iets van merken. Wat ging hem die ongerechtigheid ook aan. Moest hij zorgen dat de wetten worden nageleefd? Hij wilde zijn voornemens tot verbetering van allerlei toestanden ten uitvoer brengen. En wat kon er meer gedaan worden in een maatschappij, waarin zooveel dingen gebeurden, die het onmogelijk maakten altijd te handelen naar den eisch van het Christendom. Maar wat zou Jezus doen indien Hij deze dingen wist? Dat was de vraag waar Alexander Powers noc voor stond toen do avond viel. De lichten in het kantoor waren opengedraaid. Het gesnor van de groote machine en het gekraak van het pletten in de uitgestrekte werkplaats duurde tot zes uur.

Toen de stoomfluit zich liet hooren gingen de machines langzamer loopen en stonden spoedig stil; de werklui legden hun gereedschap neer en liepen naar het portiershuisje.

Alexander Powers hoorde het gewone klik-klak van de blokken als de mannen vlak bij zijn raam ze in de daarvoor bestemde ruimte wierpen. „Ik ga nog niet weg,quot; zei hij tot zijn bedienden, „ik heb nog iets te doen van avond.quot; Hij wachtte tot hij hoorde dat de

-ocr page 79-

(gt;5

laatste man zijn blok neerloi. Ook de portier verwijderde zich. De machinist on zijn helpers hadden nog een half uur work maar verlieten do fabriek door een andere deur.

Als dien avond om zeven uur iemand in het kantoor van den directeur had kunnen kijken, zou hij er iets ongewoons hebben gezien. Mr. Powers knielde er en bad. En met de hand onder quot;t hoofd zat hij langen tijd gebogen over do papieren op zijn schrijftafel.

-ocr page 80-

HOOFDSTUK III.

Indien iemand tot My komt on niet haat zijn vader en moeder, en vrouw en kinderen, en broeders en zusteri, ja, ook ze!f: zijn eisren leven, die kan Mijn discipel niet zijn. Alzoo dan een ie^eiyic van a die nvet verlaat ai es wat hü heeft, die kan Myn discipel niet zyn. Lak. 14 ; 20 iS.

Tuen Rachel Winslow en \\\'irginia Page na de samen-kom.st in de kerk afscheid van elkander narneu. kwamen ze overeen den volgenden dag hun gesprek te zullen voortzetten. Virginia inviteerde Rachel bij haar te komen koffiedrinken en tegen half twaalf trok deze dan ook aan de bel van het heerenhuis, dat de Page\'s bewoonden. Virginia zelf deed haar open en beiden zaten spoedig ernstig en druk te praten.

-Xeén.quot; zei Rachel nadat ze enkele minuten hadden o-ezeten. ..ik kan het niet overeenbrengen met wat ik geloof dat Jezus zlt;mi duen. Wat een ander zou doen weet ik niet. maar ik voel dat het niet op mijn weg ligt.

..En wat zul je dim \'quot;\' vroeg Virginia met groote belangstelling.

-ocr page 81-

67

„Dat weet ik nog niet, maar dit aanbod weiger ik beslist.quot;

Rachel nam een brief in de hand. die op haar schoot lag en begon den inhoud nog eens na te gaan. Het was een schrijven van den directeur eener opera, waarin hij haar voor het maken van een kunstreis tegen hoog salaris een plaats aanbood bij zijn gezelschap. Het aanbod van den directeur was gesteld in zeer vleiende bewoordingen. Hij had Rachel hooren zingen op dien Zondagmorgen toen de vreemdeling den dienst had verstoord, en was er verrukt over geweest. Haar stem was goud waard en het zou jammer zijn haar voor de opera verloren te doen gaan, zoo schreef hij en vroeg antwoord binnen den kortst mogelijken tijd.

„Het zou volstrekt geen verdienste zijn dit aanbod af te slaan, indien ik nog een ander had,quot;\' ging Rachel voort. „Dan zou het heel wat gemakkelijker vallen. Toch weet ik wat mij te doen staat. Om de waarheid te zecrgen Virginia, ik ben er zeker van dat Jezus nooit

O O O /

eenig talent, zooals bijv, een goede stem, zou gebruiken uitsluitend om geld te verdienen. Het gezelschap, dat de reis zal ondernemen, bestaat uit menschen van goede reputatie en ik ben gevraagd mij daaraan te verbinden om de eerste sopraan te zingen op een salaris van tweehonderd dollars p^r maand gedurende het geheele seizoen. Maar ik heb niet het gevoel dat Jezus het doen zou. Wat denk jij er van?quot;

,.Je moet van mij niet vergen dat ik voor jou zal beslissen,quot; antwoordde Viro-inia met een ernstigen erlim-

o r? o

-ocr page 82-

lacli. „Mijns inziens had Mr. Maxwell gelijk toen hij zei dat ieder onzer handelen moest in overeenstemming met hetgeen naar zijn meening de wil des Heeren was. Het valt mij nog veel moeilijker om voor mij zelf te beslissen wat Hij zon doen, dan jou.quot;

„Is dat heusch?quot; vroeg Rachel. Ze stond op en liep naar \'t raam om naar buiten te kijken. Virginia kwam naast haar staan. Het was vol en druk op straat en de beide jonge vrouwen zagen een oogenblik zwijgend op het gewoel neer. Eensklaps begon Virginia te praten zooals Rachel nog nooit van haar had gehoord.

..Rachel, wat deuk je van al die contrasten met het oog op de vraag wat Jezus zou doen? Ik vind het zoo\'n vreeselijke gedachte, dat de maatschappij waarin ik ben opgevoed, dezelfde waar wij beiden toe be-hooren. niets hoogers kent dan het eene jaar na het andere zich bezig te houden met de vraag: wat zullen wij eten en drinken en waarmede zullen wij ons kleeden, en niets beters weet te doen dan visites te maken of te ontvangen, geld uitgeven voor gemak en weelde en als het zoo -eens te pas komt een kleinigheid te geven voor een of ander liefdadig doel, niet om barmhartigheid te bewijzen maar om zijn geweten gerust te stellen. Ik ben evenals jij opgevoed in een van de voornaamste scholen van Amerika, ik deed mijn intrede in de maatschappij als erfgenaam van een groot vermogen, en ieder meende dat mijne positie zeer te benijden was. En geen wonder. Ik kan op reis gaan of thuis blijven en uet doen wat ik goed vind. Iedere

-ocr page 83-

69

wenscli of begeerte die in mij opkomt kan ik bevredigen. Maar als ik mij eerlijk tracht voor te stellen dat Jezus zoo zou leven als ik tot dusverre lieb gedaan en, gelijk zoo vele anderen van mijn stand, misschien mijn verdere leven zal doorbrengen dan heb ik het gevoel een van de slechtste, zelfzuchtigste, nutteloosste schepsels van de wereld te zijn. Sedert weken heb ik telkens als ik het raam uitkijk en al die menschen zie een gevoel van afschuw van mij zelf.

Virginia verwijderde zich van het venster; ze begon de kamer op en neer teloopen. Rachel bespiedde haaien kon de gedachte niet onderdrukken aan wat er met haar zelf was voorgevallen. Had zij de gave die zij bezat in haar stem gebruikt zooals dat een christen betaamt\'? Kon zij niets beters doen dan voor een bepaalde som per maand haar talent te verkoopen. met een gezelschap een reis te ondernemen om concerten te geven, prachtig gekleed te gaan, lof in te oogsten en naam te maken als zangeres? AVas dat hetgeen Jezus

O O

zou doen?

Ze voelde zich sterk en gezond en mankeerde nooit iets. Ze was zich bewust van haar talent om te zingen en wist dat ze veel geld verdienen kon en naam zou maken indien ze wilde optreden in wereldsche kringen. Ofschoon het nog te bezien stond of ze haar geschiktheid om dat alles te volbrengen niet overschatte, ze gevoelde er zich toe in staat. Wat Virginia zeide trof haar diep, omdat zij bijna in hetzelfde geval verkeerde.

-ocr page 84-

70

Er werd geroepen voor de koffie en spoedig zaten ze aan tafel met Virginia\'s grootmoeder, Mevrouw Page, een vriendelijke, deftige dame van ongeveer vijf en zestig jaar en haar broer Rollin, een jonge man, die het grootste deel van zijn tijd doorbracht in allerlei clubs en nergens bijzondere voorliefde voor had. Hij was echter vol bewondering voor Rachel Winslow en wanneer ze ten eten kwam of op de koffie dan zorgde hij, indien hij \'t van te voren wist, thuis te zijn.

Virginia vormde met haar broer en haar grootmoeder de familie Page. Haar vader die pas een jaar tevoren gestorven was, was bankier geweest en had gespeculeerd in graan. Haar moeder was al voor tien ja,ar gestorven. Haar grootmoeder, door geboorte en opvoeding een Zuidelijke, bezat al de tradities en gevoelens die een gevolg zijn van liet ongestoorde bezit van weelde en maatschappelijken welstand. Zij was een sluwe en voorzichtige vrouw en bestuurde de bezittingen der familie, die aan haar persoonlijke zorgen waren toevertrouwd, met meer dan gewone bekwaamheid. Virginia had, zonder eenig voorbehoud, de beschikking over het deel dat haar toekwam en was door haar vader geoefend in alles wat betrekking heeft op geldzaken, zoodat zelfs haar grootmoeder was genoodzaakt geweest te erkennen, dat zij mans genoeg was om haar vermogen zelf te beheeren.

Er zouden misschien geen twee personen kunnen gevonden worden die zoo weinig geschikt waren om een meisje als Virginia te begrijpen, als Mevrouw Page

-ocr page 85-

71

en Eolliii. Rachel, die de familie reeds kende toen ze nog een meisje was en Lij \\ irginia kwam spelen, kon het niet helpen dat zij dacht aan den tegenstand, dien Virginia in haar eigen huis zou ontmoeten wanneer

O O

zij haar beginsel in toepassing ging brengen. Aan de koffietafel dacht ze nog aan Virginia\'s uitval in de voorkamer en trachtte zich de scène voor te stellen, die te eeniger tijd tusschen Mevrouw Page en haar kleindochter moest plaats hebben.

„Ik kan me begrijpen dat u concerten gaat geven en meezingen in opera\'s. Miss Winslow. Het zal verrukkelijk zijn u te hooren, daar ben ik zeker van, zei Eollin gedurende een van de pauzes in het gesprek dat niet best vlotten wou.

Rachel kreeg een kleur en voelde zich niet op haar gemak.

„Wie heeft u dat verteld?quot; vroeg zij, terwijl Virginia die tot dusverre stil en teruggetrokken was geweest plotseling scheen te ontwaken en zich gereed maakte aan het gesprek deel te nemen.

..O, wij hooren van alles bij onze buren. Bovendien ieder heeft voor veertien dagen Crandall den muziekdirecteur in de kerk gezien. En die komt daar heusch niet om de preek te hooren. Intusschen, ik ken men-schen genoeg die er volstrekt niet komen om te luisteren, zelfs niet als er iets beters te hooren is.\'

Xu kleurde Rachel niet maar antwoordde bedaard:

.,Het is toch niet zoo, ik ben niet van plan mij aan een gezelschap te verbinden.quot;

I

-ocr page 86-

„Dat is bepaald jammer. U zoudt opgang maken. Iedereen spreekt over uw stem.quot;

Ditmaal kreeg Rachel werkelijk een kleur van boosheid.

Voor zij iets kon zeggen kwam Virginia tusschenbeideu.

„Wie bedoel je met iedercen\'f1

„Wie? Wel ik bedoel ieder die Miss Winslow des Zondags heeft hooren zingen. Dat is de eenige gelegenheid dat ze zich heeft laten hooren. Ik vind het ero-

O

jammer dat het groote publiek buiten Raymond niet van haar stem zal kunnen genieten.quot;

..Laten we ergens anders over praten,quot; zei Rachel een weinig bits. Mevrouw Page keek haar aan en zei met de haar eigen wellevendheid:

„Lieve Rachel, Roli in heeft er nooit slag van gehad iemand zijdelings een complimentje te maken. In dat opzicht lijkt hij op zijn vader. Maar we waren allen nieuwsgierig iets te hooren van je plannen. Je weet, we maken aanspraak op cle rechten van oude bekenden. En Virginia had ons al iets verteld van het aanbod dat men je heeft gedaan.quot;

„Ik dacht natuurlijk dat iedereen het al wist,quot; zei Virginia meesmuilend, „het stond gisteren ook al in de courant.quot;

„Ja, ja, dat begrijp ik, Mevrouw,quot; antwoordde Rachel haastig. „Virginia en ik hebben er over gepraat. Ik heb besloten hut aanbod niet aan te nemen, maar verder is het nog niet gekomen.quot;

Rachel was zich bewast dat alles wat er tot nu toe

-ocr page 87-

over dit onderwerp gezegd was hare aarzeling had weggenomen om mot betrekking tot het haar gedane aanbod een beslissing te nemen, die volkomen in overeenstemming wa^ met haar opinie over hetgeen Jezus waarschijnlijk zou gedaan hebben. Het zou echter nooit in haar opgekomen zijn te wenschen. dat. zooals nu bleek liet geval te zijn, ieder er van wist. Een en ander van hetgeen Eollin Page gezegd had en vooral de manier waarop hij dat deed hadden haar besluit verhaast.

„Vertel ons eens. Rachel, waarom je toch dat aanbod weigert ? Het schijnt mij voor een jong meisje zoo:n goede gelegenheid om vooruit te komen. \\ ind je ook niet dat het groote publiek je eigenlijk moest hooren? Ik denk er net zoo over als Rollin. Een stem als die van jou behoort aan een grooter aantal hoorders dan van de Eerste kerk te Raymond.quot;

Rachel Winslow was zeer gesloten van aard. Ze kwam er niet licht toe haar plannen of gedachten aan anderen mee te deelen. Maar met al liaar geslotenheid kon ze oogenblikken hebben dat ze haar hart lucht moest geven. Dan gaf ze eenvoudig maar met overtuiging. bedachtzaam en toch openhartig uiting aan hetgeen er in haar omging. Zij had toen ze Mevrouw Page antwoordde een van die zeldzame oogenblikken van openhartigheid, die de aantrekkelijkheid van haar karakter zoozeer verhoogden.

„Ik heb geen andere reden dan de overtuiging dat Jezus evenzoo zou doenquot; zei ze terwijl ze Mevrouw Page ernstig aanzag.

-ocr page 88-

74:

Mevrouw Page kreeg een kleur en Rollin keek strak voor zich. Eerdat haar grootmoeder iets kon zeggen nam Virginia het woord. Haar verhoogde blos toonde hoe opgewonden ze was. Virginia\'s bleek, open gelaat getuigde van gezondheid maar vormde over \'t algemeen een merkbaar contrast met het schoone Zuidelijk type van Rachel.

„Grootmoeder, u weet dat wij beloofd hebben een jaar lang volgens dat beginsel te handelen. Het voorstel van Ds. Maxwell was volkomen duidelijk voor allen die het hoorden. Wij zijn echter niet gauw tot een beslissing kunnen komen. De moeilijkheid om te weten wat Jezus zou doen heeft Rachel en mij eenigszins van de wijs gebracht.quot;

Mevrouw Page keek Virginia erg boos aan voor ze iets zeide.

„Natuurlijk, ik begrijp wat Mr. Maxwell wil. Maar het is totaal onmogelijk dat in praktijk te brengen. Ik had direct de overtuiging dat zij die de belofte deden, na het geprobeerd te hebben dat ook wel zouden ontdekken en het als iets dweepachtigs en ongehoords zouden opgeven. Met Miss Winslows aangelegenheden mag ik mij niet inlaten, maarquot; — ze hield even op en vervolgde toen met een bitsheid die Rachel ontstelde — „ik hoop niet dat jij in dat opzicht dwaze ideeën hebt, Virginia.quot;

„Ik heb allerlei ideeën,quot; antwoordde Virginia bedaard. „Of ze dwaas zijn of niet, dat hangt er van af of ik zal kunnen te weten komen wat Jezus zou

-ocr page 89-

lt;o

doen. Zoodra ik dat weet, zal ik mij daaraan houden.quot;

„Neem me niet kwalijk, damesquot; zei Rollin van tafel opstaande, ,,liet gesprek gaat mijn bevatting te boven. Ik ga in de bibliotheek een sigaar opsteken.quot;

Hij verliet de eetkamer en er was een oogenblik stilte. Mevrouw Page wachtte tot de meid iets had binnengebracht en beval haar toen heen te gaan. Ze was boos en haar boosheid was, al werd ze getemperd door de tegenwoordigheid van Rachel, verschrikkelijk.

„Meisjes, ik ben verscheidene jaren ouder dan jullie,quot; zei ze en haar geheele houding scheen Rachel toe een hoogen ijsmuur te plaatsen tusschen haar en iedere voorstelling die ze zich gevormd had van den lijdenden Heiland. „Wat jullie in een oogenblik van opwinding hebt beloofd zal blijken niet uitvoerbaar te zijn.quot;

„Meent u grootmoeder, dat wij onmogelijk zullen kunnen handelen zooals Jezus doen zou, of denkt u dat wij als we daar ons best toe doen in botsing zullen komen met de gewoonten en vooroordeelen der men-schen?quot; vroeg Virginia.

„Het wordt niet geëischt, het is niet noodig. Bovendien, hoe kun je met eenig.....quot;

Mevrouw Page voltooide den zin niet maar wendde zich tot Rachel.

,,En wat zal je moeder wel zeggen van je voornemen? M\'n lieve kind \'tis toch zoo dwaas. Wat kun je anders met je stem doen?quot;

„Ik weet nog niet wat moeder er van zeggen zal,quot; hernam Rachel en durfde niet te denken aan hetgeen

-ocr page 90-

76

haar moeder waarschijnlijk ten antwoord zou geven, als zij \'t haar meedeelde. Indien in Raymond iemand trotsch was op het talent en het succes van haar dochter, dan was zij het.

,.Nu, als je er eens verstandig over nagedacht hebt zul je er wel anders over denkenquot; hernam Mevrouw Page van tafel opstaande. „En als je dit of een dergelijk aanbod niet aanneemt, zul je er je leven lang berouw van hebben.quot;

Rachel zinspeelde in haar antwoord op den strijd, dien ze in haar binnenste voerde. Kort daarna ging ze heen met de zekerheid dat na haar vertrek een pijnlijk onderhoud tusschen Virginia en haar grootmoeder zou plaats hebben. Zooals ze later vernam streden gedurende de scène met haar grootmoeder verschillende gevoelens bij Virginia om den voorrang. Toch verhaastte het haar besluit omtrent het gebruik dat ze maken zou van haar geld en haar maatschappelijke positie.

Rachel Avas blij dat ze gauw thuis zou zijn. Er was langzamerhand een plan bij haar opgekomen en ze wou graag alleen zijn om het rustig te overwegen. Maar eer ze aan de tweede dwarsstraat was ontdekte ze tot haar schrik dat Rollin Page naast haar liep.

„Het spijt me, dat ik u stoor in uw overdenkingen, Miss Winslow, maar ik moest toevallig denzelfden weg als u en ik had een idee, waar ik hoop dat u niets tegen zult hebben. Ik loop al een heele poos naast u en u hebt er geen bezwaar tegen gemaakt.quot;

-ocr page 91-

i i

„Ik heb ii niet gezien,quot; antwoordde Rachel.

„Nu dat komt er ook niet op aan, als ik maar hopen mag dat u aan mij gedacht hebt/\' zei Rollin onverwacht. Hij deed een laatsten zenuwachtigen trek aan zijn sigaar, wierp die op de straat en wandelde met een bleek gelaat naast haar voort.

Rachel was verrast maar raakte niet van haar stuk. Ze had Rollin al gekend toen hij nog een jongen was en er was een tijd geweest, dat ze elkaar heel vertrouwelijk bij den voornaam hadden genoemd. Later evenwel had iets in Rachels houding daar een eind aan gemaakt. Ze was er aan gewoon dat hij haar allerlei complimentjes toevoegde en had zich daar heel dikwijls vroolijk over gemaakt. Xu evenwel wenschte ze hartelijk van hem ontslagen te zijn.

..Denkt u wel eens aan mij. Miss Winslow?quot; vroeg Rollin na een oogenblik zwijgens.

„O ja, heel dikwijls,quot; zei Rachel lachend.

..Denkt u op dit oogenblik aan mij?quot;

..Ja, ten minste.....ja ik dacht aan u.quot;

„Heusch? En wat dacht u van mij?quot;

„Wilt u dat ik u een openhartig antwoord geef op die vraag?quot;

„Natuurlijk.quot;

„Xu, ik dacht op :t oogenblik dat ik heel blij zou zijn, als u hier niet was.quot;

Rollin beet zich op de lippen en keek somber voor zich uit. Rachel had heel wat anders gezegd als hij hoopte.

I

-ocr page 92-

„Maar hoor eens, K ach el — o neen, dat mag ik niet zeggen, die tijd is voorbij — maar u weet wat er in mij omgaat. Hoe komt het dat u mij zoo hard behandelt? U weet toch, dat n altijd wel van mij hebt gehouden.quot;

„Zoo? Natuurlijk, toen we nog kinderen waren gingen we vertrouwelijk met elkaar om, maar nu zijn we geen kinderen meer.quot;

Rachel sprak nog altijd op den luchtigen gemakke-lijken toon waarop ze begonnen was toen ze hem zag. Ze was nog te veel vervuld van het plan dat ze bezig was te overdenken toen Rollin haar stoorde.

Eenige oogenblikken liepen ze zonder te spreken naast elkaar voort. Het was erg druk op straat. Onder de personen die ze tegenkwamen Avas ook Jasper Chase. Hij zag Kachel en Rollin en groette buigend toen hij hen voorbij ging. Rollin gaf nauwkeurig acht op Rachel.

„Ik wou dat ik Jasper Chase was; misschien had ik dan eenige kans,quot;\' zei hij gemelijk.

Ondanks zich zelf kreeg Rachel een kleur. Zij zei niets en verhaastte haar stap. Rollin scheen vast besloten iets tot Rachel te zeggen en zij scheen het niet te kunnen voorkomen. Intussehen, zij dacht dat hij toch den een of anderen tijd de waarheid zou moeten hooren.

„Je weet heel goed. Rachel, hoe ik over je denk. Is er heelemaal geen hoop? Ik zou je gelukkig kunnen maken. Ik heb je al sedert jaren liefgehad . . . .quot;

-ocr page 93-

79

„Is \'t heusch? Maar lioe oud denkt u dan dat ik ben?quot; viel Rachel hem in de rede terwijl ze zenuwachtig lachte. De houding die ze tegenover hem had aangenomen moest ze echter opgeven.

„Je weet wel wat ik bedoel,quot; ging Rollin op ver-drietigen toon voort; „en je hebt geen recht mij uit te lachen omdat ik je ten huwelijk vraag.quot;

„Dat doe ik niet. Maar \'t is noodelooze moeite er langer over te praten.... Rollinquot;\' zèide Rachel na eenige aarzeling en noemde hem toen zoo vrijmoedig en zoo gewoon weg bij zijn naam, dat er niets meer in lag opgesloten dan een zekere vertrouwelijkheid, die zijn oorzaak vond in de bekendheid met zijne familie. „Het is niet mogelijk.quot; Ze was er nog wat zenuwachtig van, dat ze daar zoo opeens,- midden op straat, een huwelijksaanzoek kreeg. Maar liet rumoer op de straat en op de trottoirs was oorzaak dat ze zoo rustig en onopgemerkt konden praten alsof ze binnenshuis waren geweest.

„0, als je me maar de tijd er toe wilt geven dan zal ik.....quot;

„Neen,quot; zei Rachel. Ze sprak op beslisten toon. Naderhand dacht ze dat ze misschien, zonder het te willen, wreed was geweest.

Zonder iets te zeggen wandelden ze een eind verder. Ze waren vlak bij het huis waar Rachel woonde en beiden zagen er tegen op een eind te maken aan het onderhoud.

Toen ze de hoofdstraat verlieten en in een meer

-ocr page 94-

80

rustige straat gekomen waren, begon Kollin in eens te spreken met veel meer mannelijkheid als hij tot dusverre aan den dag had gelegd. Er was in zijn stem een waardigheid te bespeuren, die Rachel nog niet in hem opgemerkt had.

„Miss Winslow, ik vraag u of ge mijn vrouw wilt worden. Mag ik hopen, dat ge daarop te eeniger tijd een gunstig antwoord geeft?quot;7

,,Neen,\'in geen gevalquot;, zei Rachel vastbesloten.

..En wilt ge mij ook zeggen waarom niet?quot; Hij stelde die vraag, alsof hij er recht op had een openhartig antwoord te ontvangen.

..quot;Wel, ik heb voor u niet die gevoelens, die een vrouw behoort te hebben voor den man, dien ze tot echtgenoot neemt.quot;

„Met andere woorden, ge houdt niet van mij?quot;

„Neen; en ik kan niet van u houden.quot;

„Waarom niet?quot;

Dat was een andere vraag en Rachel vond het onaangenaam daarop te moeten antwoorden.

„Omdat.....quot; Ze aarzelde uit vrees dat ze te ver

zou gaan in haar poging om de volle waarheid te zeggen.

„Maar waarom dan toch? Zeg het gerust. U kunt me toch niet meer pijn doen. dan u reeds gedaan hebt.quot;

„Nu, ik hou niet van u en zou dat ook niet kunnen, omdat u geen levensdoel hebt. Wat doet u voor liet welzijn van anderen? U brengt den tijd door in clubs en met allerlei vermaken of gaat op reis en neemt er

-ocr page 95-

SI

een gemakkelijk leventje van. En wat is er in dat alles, -waardoor een vrouw zich aangetrokken zou kunnen gevoelen?quot;\'

„Niet veel, dat is zoo,quot; antwoordde Roll in even glimlachend. „Maar toch weet ik niet dat ik slechter ben dan anderen. En dat is ook niet zoo. Tntusschen ben ik blij te weten wat u tegen mij hebt.quot;

Eensklaps bleef hij staan, nam zijn boed af, maakte een diepe buiging en liep een anderen kant uit. Eachel ging naar huis en haastte zich in haar kamer te komen. Ze was geheel in de war gebracht door de gebeurtenis, die zich zoo ongedacht was komen mengen in haar ervaringen.

Toen ze tijd had om alles eens te overdenken veroordeelde ze zich zelf omdat ze zoo\'n hard oordeel had uitgesproken over Rollin Page. Wat was het doel van haar leven? Ze was buitenslands geweest om muziekonderwijs te ontvangen van een der beroemdste musici in Europa. Daarna was ze in Raymond teruggekeerd en had nu gedurende een jaar gezongen in de Eerste Kerk. En daar werd ze goed voor betaald. Tot op dien Zondag, nu twee weken geleden, was ze bijzonder voldaan geweest over zich zelf en over haar positie. Ze had in de eerzucht van haar moeder gedeeld en zich bij voorbaat verheugd over den bijval dien ze in de muzikale wereld vinden zou. En er was alle kans dat ze een schitterende carrière zou maken.

Xogmaals stelde ze zich dezelfde vraag en onder den invloed van hot antwoord, dat ze pas aan Rollin

6

-ocr page 96-

82

Page had gegeven, dacht ze er nogmaals over na of zij zelf wel een waardig levensdoel had. AVat zou Jezus doen? Ze bezat een onwaardeerbaren schat in haar stem; dat wist ze, hoewel ze er niet bepaald trotsch op was. En ze moest bekennen dat ze, tot voor veertien dagen, zich niet anders had voorgesteld dan haar stem te gebruiken om geld te verdienen en roem in te oogsten. Maar was dat nu van meer beteekenis, van meer waarde dan het leven van Eollin Page?

Langen tijd zat ze in haar kamer; eindelijk ging ze naar beneden, besloten eens openhartig met haar moeder te praten over het aanbod van het muziekgezelschap en haar nieuwe plan dat langzamerhand een meer vasten vorm aannam.. Ze was er al eens met haar moeder over begonnen en ze wist hoe deze de verwachting koesterde, dat zij het aanbod zou accepteeren waardoor haar een roemvolle loopbaan als zangeres verzekerd werd.

„Moeder,quot; zei Rachel, met de deur in \'thuis vallende, „ik ben van plan mij niet te verbinden voor die kunstreis, en daar heb ik een goede reden voor.quot;

Mevrouw Winslow was groot van postuur en had een knap uiterlijk. Zo hield dol veel van uitgaan, was er zeer op gesteld een eervolle positie te hebben en wijdde zich in overeenstemming met hetgeen zij daaronder verstond, aan het geluk van haar kinderen. Haar jongste zoon, Lodewijk. tien jaar jonger dan Rachel, zou dien zomer zijn studiën aan de militaire academie voltooien. Tot zoolang woonde zij alleen met Rachel. Evenals

-ocr page 97-

83

Virginia\'s vader, was ook die van Racliel gestorven terwijl de familie buitenslands was. En evenals Virginia zou ook zij thuis heftigen tegenstand ondervinden als ze liet beginsel, nu onlangs aangenomen, in toepassing zou willen brengen.

Mevrouw Winslow waclitte even om Rachel te laten uitsjareken.

„U weet van de belofte die ik veertien dagen geleden deed, niet waar moeder?quot;

„De belofte van Mr. Maxwell?quot;

„Xeen, de mijne. U weet toch wel wat het was?quot;

„Ik geloof het wel. Natuurlijk willen alle leden van de kerk, voor zooverre dat bestaanbaar is met onze hedendaagsche toestanden, Christus navolgen. Maar wat heeft dat te maken met je besluit in zake het geven van concerten?quot;

„Dat heeft er heel veel mee te maken. Als ik mij afvraag: „Wat zou Jezus doen?quot; en biddend om wijsheid daarop een antwoord tracht te geven, dat moet ik erkennen dat het Zijn wil niet zijn kan zoo\'n gebruik te maken van mijn stem.quot;

„Zoo ? Is er dan iets verkeerds in concerten te geven?quot;

„Neen, dat kan ik niet zeggen.quot;

„Maar je verbeeldt je toch niet anderen, die het wel doen, te mogen veroordeelen? Zou je durven beweren dat zij de geboden van Christus overtreden?quot;

„Moeder, ik hoop dat u mij begrijpt. Ik veroordeel niemand. Ook hen niet, die er hun beroep van maken. Ik beslis er alleen over wat mij te doen staat. En als

-ocr page 98-

84

ik alles wel overdenk, clan geloof ik vast dat Jezus tot iets anders zou overgaan.quot;

.,AVat anders?quot; Mevrouw Winslow had kaar bedaardheid nog niet verloren. Ze begreep niet veel van wat er in Rachel omging, maar verlangde er naar dat haar dochter roem zou behalen. En ze hield zich overtuigd, dat zoodra die ongewone opwinding in de Eerste Kerk maar wat bedaard was, Rachel aan de wenschen van de heele familie wel zou voldoen en zich aan de kunst wijden. Ze was geheel onvoorbereid op hetgeen liachel haar zou antwoorden.

„AVat anders? quot;Wel, ik wil mij zelve ten dienste stellen van anderen overal waar ik met mijn stem iets goeds kan uitrichten. Moeder, ik ben van plan de gave die God mij geschonken heeft zoo te gebruiken, dat het mijn eigen hart voldoening schenkt. Ik wou iets beters doen dan een fatsoenlijk publiek behagen of geld te verdienen. Ik wou mij bezighouden met iets dat mij bevredigt als ik de vraag stel: Wat zou Jezus doen? En het bevredigt mij niet, als ik mij voorstel dat ik zou optreden als zangeres in de concerten van een gezelschap kunstenaars.quot;

Rachel zei dit alles op een toon zoo krachtig en ernstig, dat haar moeder niet wist wat ze er van denken moest. Mevrouw Winslow was boos geworden. En ze was niet gewoon van haar hart een moordkuil te maken.

,,\'t Is bepaald ongehoord! Rachel, kind, je weet niet wat je zegt. Wat zou jij kunnen doen?quot;

„Er zijn menschen geweest, mannen en vrouwen.

-ocr page 99-

85

die oneindig veel meer dan hun talenten besteed hebben ten bate van anderen. Waarom zou ik, omdat ik het voorrecht heb een goede stem te bezitten, daar een soort van handel mee moeten drijven om toch maar zooveel mogelijk geld te verdienen? U weet moeder, dat u mij altijd voorgehouden hebt een muzikale loopr baan te kiezen ten einde iinancieel en maatschappelijk vooruit te komen. Maar sedert ik veertien daag geleden die belofte deed. heb ik niet kunnen gelooven dat Jezus zich zou aansluiten bij een kunstkring om te doen wat ik mij voorstel en te leven zooals ik dat zou wenschen.quot;

Mevrouw AViuslow stond op en ging weer zitten. Met inspanning van alle krachten wist ze haar kalmte te bewaren.

„Maar wat ben je dan toch van plan? Je hebt nog geen antwoord gegeven op mijn vraag.quot;

„Ik zal voortgaan in de kerk te zingen gedurende de godsdienstoefening. Ik heb mij daartoe verbonden tot het voorjaar verstreken is. Op gewone dagen ga ik zingen op de samenkomsten van het Witte Kruis in de Rectangle.

„Wat? Rachel Winslow! Weet je wat je daar zegt? Weet ie onder wat voor soort van menschen ie daar komt?quot;

Rachel verloor tegenover haar moeder bijna den moed. Een oogenblik aarzelde ze en zweeg.

„Ik weet het heel goed. Dat is juist de reden waarom ik er heenga. Mijnheer en Mevrouw Gray

r

f

1

-ocr page 100-

86

hebben daar reeds verscheidene weken gearbeid. Eerst van morgen hoorde ik dat ze in hun samenkomsten graag de hulp van zangers of zangeressen zouden hebben. Ze hebben een tent opgeslagen in een deel der stad waar het dringend noodig is dat onder de bevolking gearbeid wordt. Ik ga hen vragen of ik ze kan helpen, moeder!quot;

En hartstochtelijker dan ze tot nu toe gesproken had voegde ze er aan toe:

„Ik wil iets gaan doen dat mij eenige zelfverloochening kost. Ik hoop dat u mij begrijpt. Ik hun kei-er naar mij eens een opoffering te getroosten. Wat hebben wij ooit gedaan voor de in ellende en zoude levende bewoners van de achterbuurten onzer stad ? Hoe dikwijls hebben we ons zelf verloochend of ons persoonlijk gemak en genoegen opgeofferd ten behoeve van onze stadgenooten ? Hebben wij er naar gestreefd Jezus na te volgen ? Zijn we altijd bereid geweest te doen wat voor het behoud der maatschappij vereischt werd?quot;

„Wou je voor mij een preek houden?quot; vroeg Mevrouw Winslow langzaam. Rachel begreep wat haar moeder bedoelde.

„Neen, ik heb me zelf op \'t oogquot;, antwoordde ze zacht. Ze wachtte een poos denkende dat haar moeder misschien nog iets wou zeggen. Toen verliet ze het vertrek. Op haar eigen kamer gekomen was het haar duidelijk dat ze, ten minste wat haar moeder betrof, geen sympathie kon verwachten en de verstandhouding er niet beter op worden zou.

-ocr page 101-

87

Ze knielde neer. Men kon veilig zeggen dat gedn-rende de beide weken, die er verliepen sedert die schamel gekleede gestalte met zijn verfonfaaiden hoed in Henry Maxwell\'s kerk was opgetreden, meer leden zijner gemeente zich gedrongen hadden gevoeld tot het gebed, dan in al den tijd dat hij predikant was.

Toen ze opstond was haar schoon gelaat nat van tranen. Een oogenblik bleef ze zitten peinzen; daarna schreef ze een briefje aan Virginia Page en liet dat door een knecht wegbrengen. Beneden gekomen, vertelde ze aan haar moeder dat zij en Virginia dien avond naar de Rectangle zonden gaan om een bezoek te brengen aan Mr. Gray en diens echtgenoote.

„Virginia\'s oom Dr. West zal waarschijnlijk met ons meegaan. Ik heb haar gevraagd hem per telefoon daartoe uit te noodigen. Hij is een vriend van de Gray\'s en woonde verleden winter eenige der samenkomsten bij.quot;

Mevrouw AVinslow zei niets, maar met haar geheele houding gaf ze haar afkeuring te kennen over hetgeen Kachel ging doen. En deze voelde haar onuitgesproken verbittering.

Ongeveer zeven uur kwamen Dr. West en Virginia en met hun drieën vertrokken zij naar de samenkomsten van het Witte Kruis. De Rectangle was de meest bekende wijk van heel Raymond en lag in de nabijheid van de spoorwegwerkplaatsen en de pakhuizen. In de kamertjes en kleine gehuurde woninkjes in dit gedeelte van Raymond waren de armoedigste en ellendigste bewoners der stad gehuisvest. Het was een onvruchtbaar

-ocr page 102-

veld, dat quot;s zomers gebruikt werd door eircusgezelschap-pen en rondtrekkende goochelaars, en werd ingesloten door heele rijen van kroegen, speelholen en goedkoope, vuile kosthnizeu en slaapsteden.

De Eerste Kerk te Raymond had zich nooit beziggehouden met de vraag of hier niet wat moest gedaan worden. Het was te vuil, te gemeen, te zondig, te afschuwelijk om er mee in aanraking te komen. Laat ons eerlijk zijn. Men had getracht in deze toestanden verandering te brengen door er nu en dan een zanggezelschap heen te zenden, Zondagsscholen op te richten en er door bezoekbroeders van verschillende kerken huisbezoek te laten doen. Maar de kerk van liaymond als zoodanig had nooit een ernstige poging gedaan om de Rectangle, die sterkte des Satans, te vermeesteren.

In dit brandpunt van zonde en ongerechtigheid hadden de reizende evangelist en zijn moedige kleine vrouw een ruime tent opgeslagen en waren daarin samenkomsten begonnen. Het was voorjaar en de avonden begonnen heerlijk te worden. De Evangelist had een beroep gedaan op de hulpvaardigheid der Christenen en deze hadden zich niet onbetuigd gelaten. Maar hij gevoelde groote behoefte aan meer en betere muziek. Bovendien was gedurende de samenkomsten op den Zondag te voren de helper die het orgel bespeelde ziek geworden en de weinige vrijwilligers, die uit de stad waren gekomen om te zingen, hadden maar zeer middelmatige stemmen.

-ocr page 103-

89

„Er zullen er uiet veel komen van avond Jolin.quot;\' zei zijn vrouw toen ze oven over zevenen de tent inkwamen om de stoelen klaar te zetten en liet licht op te steken.

„ISTeen, dat denk ik ook niet.quot; Mr. Gray was klein maar stevig, had een prettige stem en een buitengewonen moed. Hij had reeds enkele vrienden gekregen in deze buurt en een van zijn bekeerlingen, een zwaar gebouwd man die juist was binnengekomen begon ijverig te helpen.

Even over achten opende Alexander Powers de deur van zijn kantoor om naar huis te gaan. Op den hoek van de .Rectangle wilde hij een rijtuig nemen, maar toen hij er dicht bij kwam werd zijn aandacht getrokken door een stem, die uit de tent scheen te komen.

Het was Rachel Winslow. Haar gezang herinnerde hem aan zijn strijd over de vraag wat Jezus zou doen, die hem als in de tegenwoordigheid Gods had gebracht. Hij was nog niet tot een besluit gekomen, maar de onzekerheid was hem ondragelijk. Zijn loopbaan als spoorwegambtenaar was wel de slechtste voorbereiding die zich denken laat voor een leven van zelfverloochening. Kwam er maar een eind aan die verschrikkelijke onzekerheid!

Hoor, wat werd daar gezongen? Hoe kwam Rachel Winslow daar? Verscheidene vensters in den omtrek werden opgeschoven. Enkele mannen in de kroegen hielden op met twisten en gingen zitten luisteren.

-ocr page 104-

90

anderen liepen haastig in de richting van de tent.

Rachel Winslow was stellig nooit in haar leven zoo gelukkig geweest. Zoo als nu, had ze in de Eerste Kerk nooit gezongen. Wonderlijk schoon klonk haar stem. Maar wat zong ze toch? Weer stond Alexander Powers, de directeur van de machine-werkplaatsen, stil om te luisteren:

Waar Hij mij leidt, wil ik Hem volgen Waar Hij mij leidt, wil ik Hem volgen Waar Hij mij leidt, wil ik Hem volgen Met Hem, ga ik het leven door.

Het woeste, dwaze, ruwe, ontuchtige leven in de Rectangle kwam in beroering toen hot gezang, even rein als de omgeving onrein, de kroegen, holen en vuile woningen binnenzweefde.

..De tent zal van avond te klein wezen,quot; hoorde Mr. Powers zeggen door een paar mannen die hem voorbij liepen. ..Dat is nog eens muziek, he?quot;

Ook hi j liep er heen. Maar aan den ingang bleef hij staan. En na een oogenblik van besluiteloosheid sloeg hij den hoek om en nam een rijtuig om zich thuis te laten brengen. Maar voor hij buiten het bereik van Rachels stem was, wist hij dat hij voor zich zelf een bevredigend antwoord had op de vraag wat Jezus doen zou.

-ocr page 105-

HOOFDSTUK IV,

Zoo iemand achter Mü wil komen die verloochene zichzelven en neme zyn kruis op en volge My. Matth. 6 : 24.

Hemy Maxwell liep in zijn studeerkamer op en neer. Het was quot;Woensdag en hij overdacht het onderwerp waarover hij dien avond sproken zou.

Uit een der vensters had hij het gezicht op de hooge schoorsteenen van de werkplaatsen der Spoorwegmaatschappij. Ook kon hij de tent van den Evangelist zien die boven de woningen rondom de Rectangle uitstak.

De predikant van de Eerste Kerk keek telkens als hij naar ;t venster toe liep het raam uit. Na eenigen tijd ging hij voor zijn schrijftafel zitten en haalde een groot stuk papier naar zich toe.

Geruimen tijd bleef hij nadenken en schreef toen in duidelijke letters:

Eex aantal dingen, die Jezus waarschijnlijk

in deze gemeente doen zou.

1. Sober en eenvoudig leven, zonder overbodige

-ocr page 106-

92

weelde aan de eene of onverplichte onthouding aan de andere zijde.

2. Onbevreesd de huichelaars ontmaskeren, welke hun maatschappelijke positie ook zij.

3. Op alle mogelijke wijze sympathie en liefde be-toonen aan den minderen man even goed als aan de bemiddelde, welopgevoede, beschaafde klasse, die de meerderheid in de gemeente vormt.

4. Door zelfverloochening en zelfopoffering het lijden der menschheid in zich opnemen.

5. Gretuigen tegen de kroegen in Raymond.

6. Zich doen kennen als een vriend en metgezel van de zondaren in de Rectangle.

7. Dit jaar liet zomeruitstapje naar Europa opgeven. (Ik ben reeds tweemaal buitenslands geweest en kan. geen enkele reden opgeven, waarom het noodzakelijk wezen zou nog eens te gaan. Ik ben goed in orde eu kan best afstand doen van dat genot. Het geld kan ik gebruiken voor den een of ander die meer behoefte heeft aan vacantie als ik. Er zullen er genoeg voor in aanmerking komen.)

Hij was zich bewust, met een nederigheid die hem vroeger gansch en al vreemd was, dat zijn schets van wat Jezus waarschijnlijk doen zou alle kracht en diepte miste. Maar hij deed wat Hij kon om voor zijn gedachten daarover den juisten vorm te vinden. Bijr.a ieder punt van hetgeen hij had opgeschreven was in lijnrechten strijd met de gewoonten, die hij gedurende

-ocr page 107-

93

de jaren van zijn ambtsbediening had aangenomen. In weerwil daarvan trachtte hij steeds dieper door te dringen in den Greest van Christus. Hij deed geen moeite nog meer op te schrijven maar zat aan zijn schrijftafel, verdiept in zijn poging om meer van dien Greest in zich op te nemen. En hij vergat te eenen-male het onderwerp voor den bidstond, dat hij dien morgen was begonnen te overdenken.

In gedachten verzonken hoorde hij niet dat er gebeld werd. Eerst toen de meid kwam zekeren dat er

oo

iemand was om hem te spreken ontwaakte hij uit zijn overpeinzing. De bezoeker liet zich aandienen als Mr. Gray.

Maxwell kwam aan de trap staan en vroeg Mr. Gray boven te komen.

„We kunnen hier beter praten.quot;

Mr. Gray kwam boven en vertelde de redenen van zijn komst.

.,Ik wou uw hulp komen inroepen, Mr. Maxwell. IT hebt natuurlijk gehoord Avelk een gezegende samenkomst wij Maandagavond en gisterenavond hebben gehad. Miss Winslow heeft met haar stem meer uitgewerkt dan ik kon gedaan krijgen en de tent was werkelijk te klein voor zoo\'n menigte.\'\'

„Ja, ik heb er van vernomen. Het is de eerste keer dat die menschen haar gehoord hebben, \'t Is niet te verwonderen dat ze daardoor werden aangetrokken.quot;

„Het was voor ons een verwonderlijke openbaring van de hulp des Heeren en quot;t heeft ons allen aange-

-ocr page 108-

94

moedigd om te volharden in onzen arbeid. Maar wat ik zeggen wou, ik kwam eigenlijk om u te vragen of

van avond niet bij ons zoudt kunnen komen om een toespraak te houden. Ik ben zwaar verkouden en durf niet op mijn stem te vertrouwen. Ik weet dat het met het oog op uw drukke bezigheden wel wat veel van u gevergd is, maar als u niet kunt zeg het dan gerust en ik zal zien of iemand anders mij helpen kan.quot;

,.Het spijt me wel, maar \'t is van avond juist bidstond,quot; zei Henry Maxwell. Toen kreeg hij een kleur en voegde er bij: „Maar ik kan het misschien wel zoo schikken, dat ik toch komen kan. U kunt wel op mij rekenen.quot;

Mr. Gray bedankte hem hartelijk en wilde heengaan.

„Zoudt u nog niet\'een oogenblikje blijven, Mr. Gray, om samen te bidden?quot;

„Ja,quot; antwoordde Gray eenvoudig weg. En beide mannen knielden in de studeerkamer. Ds. Maxwell bad recht kinderlijk en Gray was tot schreiens toe bewogen. Het had iets meewarigs te hooren hoe iemand, die zich gedurende een vrij lange herderlijke loopbaan binnen zulke enge grenzen had bewogen, nu smeekte om wijsheid en kracht ten einde de boodschap des heils te kunnen brengen aan de bewoners van de Rectangle.

Gray stond 023 en drukte hem de hand.

„God zegene u, Mr. Maxwell. Ik ben er zeker van dat de Heilige Geest u van avond de kracht zal schenken die u noodig hebt.quot;

Henry Maxwell gaf geen antwoord. Hij trachtte niet

-ocr page 109-

95

eens te zeggen dat hij daarop hoopte. Maar hij dacht aan zijn belofte en dat vervulde hem met een vrede, die zoowel zijn hart als zijn geest verkwikte.

De afspraak met Mr. Gray was oorzaak dat hun, die in de catechisatiekamer kwamen om den bidstond bij te wonen, een verrassing wachtte.

Een ongewoon groot aantal personen waren er aanwezig. Sedert dien merkwaardigen-Zondagmorgen werden alle diensten zoo druk bezocht als nog nooit het geval geweest was. zoolang de Eerste Kerk bestond.

Henry Maxwell wachtte niet lang met te zeggen wat hij Mr. Gray beloofd had.

„Ik heb den indruk, dat het mijn plicht is daar van avond heen te gaan en ik wou alleen maar vragen of men hier met den bidstond wil voortgaan zonder mij. Het zou misschien goed wezen als er een paar vrijwilligers waren die met mij meegingen naar de Rectangle om te helpen in de navergaderiug en de overigen hier bleven om te bidden dat de kracht des Heiligen Geestes in ons openbaar worde.quot;

Een zestal der aanwezigen gingen met Henry Maxwell mee, de rest van de hoorders bleven in de catechisatiekamer. Toen hij het vertrek verliet kon Ds. Maxwell de gedachte niet onderdrukken dat er waarschijnlijk onder al de leden der gemeente geen twintig te vinden waren, in staat om werk te verrichten waardoor zondaren gebracht werden tot de kennis van Christus. En dat die gedachte hem op weg naar de tent bleef kwellen was toe te schrijven aan zijn nieuwe opvatting

-ocr page 110-

96

van wat liet beteekende een volgeling van Christus te zijn.

Op het oogenblik dat hij met zijn klein gezelschap vrijwilligers de Kectangle bereikte was de tent al propvol. Het kostte hun vrij wat moeite het eenvoudige platform te bereiken. Rachel was er met Virginia en Jasper Chase, die dezen avond was gekomen in plaats van den dokter.

Terwijl de bijeenkomst werd geopend mot het zingen van een solo door Rachel, en het publiek op verzoek instemde met het refrein, bleef er geen enkele staanplaats in de tent onbezet. Het was warm en de zijwanden waren weggenomen. Een breede rij van personen deden alle moeite om naar binnen te kijken en vermeerderde het aantal hoorders.

Nadat het zingen geëindigd was en een der aanwezige predikanten uit de stad gebeden had, deelde Mr. Gray mede waarom hij niet in staat was te spreken en droeg toen op de hem eigen eenvoudige manier de leiding van den dienst over aan „Broeder Maxwell van de Eerste Kerk.quot;

„ Wie zal er spreken?quot; vroeg een heesche stem dicht bij den buitenkant.

„De dominee van de Eerste Kerk. Er komen van avond voorname lui op de proppen.quot;

„ Wat zeg je? De dominee van de Eerste Kerk? Dien ken ik. Mijn huisbaas heeft daar een van do voorste banken gehuurd,quot; zei een andere stem en er ontstond een uitbundig gelach want die woorden kwamen uit den mond van een kroeghouder.

-ocr page 111-

97

„Werp de lijn uit over de donkere golven!quot; begon een dronken man vooraan, en zong verscheidene regels zonder liet zelf te weten precies op de manier van een liedjeszanger, zoodat men aan alle kanten schaterde van lachen en er luide bijvalsbetuigingen weerklonken. Er ontstond eenige verwarring onder het volk en van verschillende zijden riep men: ..Cxooi hem eruit! Laat hem eens wat zegge1:1! Zingen, zingen. Laat ons nog een paar liederen hooren!quot;\'

Henry Maxwell stond op en een namelooze angst maakte zich van hem meester. Dat was heel iets anders dan te preeken voor de net gekleede, achtenswaardige, welgemanierde bewoners der boulevards. Hij begon iets te zeggen, maar de verwarring werd al grooter. Gray begaf zich tusschen het volk en trachtte het tot bedaren te brengen. Maar daar was geen denken aan. Ds. Maxwell hief zijn hand op en begon nogmaals. En het scheen dat nu de menigte binnen de tent er eenige aandacht aan zou schenken. Maar het geraas en ee-

O O

schreeuw daar buiten nam zoozeer toe dat hij binnen weinige minuten zijn gehoor niet meer meester was. Met een verdrietigen glimlach wendde hij zich tot Rachel.

„Toe, zing u iets, Miss Winslow. Naar u willen ze luisteren^\' zei hij. Daarna ging hij zitten en verbergde zijn gelaat in zijn handen.

Kachel had een gunstig oogenblik en was volkomen op haar gemak. Ze vroeg aan Vii-giuia die voor het orgel zat een paar maten te spelen van het lied:

7

-ocr page 112-

98

Heiland, ik volg U Waar Gij ook zijt;

Al zie ik de hand niet,

Die mij geleidt;

Dan ben ik rustig En vrees ik geen kwaad,

Ja, \'k wil mij voegen Naar uwen Kaad.

Xog had Rachel den eersten regel niet gezongen of het rumoer bedaarde en de menigte luisterde aandachtig. Voor zij het vers ten einde had gebracht, was het volk uit de Rectangle bedwongen en gedwee gemaakt. Gelijk een wild dier lag het aan haar voeten en haar gezang maakte liet onschadelijk. A\\ at beteekenden die spraakzame, geparfumeerde, critiseerende hoorders in de concertzalen in vergelijking met deze havelooze, dronken, onreine, verdwaasde menigte, die beefde en weende en zonderling te moede werd onder den invloed van het goddelijk gezang van deze schoone jonge vrouw! Toen Henry Maxwell het hoofd ophief en zag hoe de stemming van het gepeupel veranderd was, kwam het hem voor, dat Jezus waarschijnlijk met een zoo fraaie stem hetzelfde zou doen wat Rachel Winslow deed. Jasper Chase hield de oogen onafgebroken op de zangeres gevestigd: al zijn eerzucht als schrijver maakte plaats voor de gedachte aan den invloed, dien de liefde van Rachel quot;Winslow op hem zou kunnen hebben. En buiten, in de schaduw, stond iemand dien men wel het minst zou verwachten aan te treffen bij een godsdienstoefening in deze tent. . . Rollin Page. Aan alle kanten

-ocr page 113-

99

geduwd en gestooten door ruwe mannen en vrouwen, die den fijn gekleeden fat aangaapten, scheen hij toch in :t geheel niet te letten op hetgeen er om hem voorviel, maar was blijkbaar onder den invloed van de macht die Rachel bezat. Hij was juist uit de club gekomen en noch Rachel noch Virginia zagen hem dien avond.

Toen het lied ton einde was stond Henry Maxwell weer op en voelde zich volkomen kalm. Wat zou Jezus doen? Die vraag stond hem voor den geest. Hij sprak zooals hij nooit gedacht had te kunnen spreken. Wat waren dat voor menschen die hij voor zich zag? Het waren onsterfelijke zielen. Waarin bestond de Christelijke godsdienst? In het roepen van zondaars, niet. rechtvaardigen, tot bekeering. Hoe zou Jezus spreken? En wat zou hij zeggen? Alles te zeggen wat zijn boodschap inhield, dat ging niet, maar de hoofdzaak kon hij hen toch voorhouden. In dat bewustzijn sprak hij voort. Xooit te voren had hij deernis met „de groote menigtequot; gevoeld. Gedurende de tien jaren dat hij aan de Eerste Kerk verbonden was had hij de groote menigte steeds beschouwd als een onbetimuv-baren, gevaarlijken, gemeenen, lastigen factor in de maatschappij, buiten de kerk staande en dus niet onder zijn bereik, een element dat hem nu en dan een onaangename gewaarwording bezorgde en zijn geweten deed spreken, waarover men te Raymond in de vereenigingen sprak als de „massaquot; en waarvan do broeders in hun geschriften beweerden dat er niets mede aan te vangen was. Maar nu staande tegenover deze massa, vroeg

-ocr page 114-

lOO

hij zich af of dit niet juist een menigte was zooals die waar Jezus herhaaldelijk mede te doen had, en hij voelde die oprechte liefde voor .;de scharequot;, welke voor den prediker het beste bewijs is, dat hij in nauwe gemeenschap staat met Hem die gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Een enkelen zondaar persoonlijk lief te hebben, vooral als hij iets belangwekkends heeft, is gemakkelijk maar die liefde uit te strekken tot den zondaar in \'t algemeen, tot de groote menigte van zondaren, eerst daarin openbaart zich de geest van Christus.

Bij het einde van de samenkomst toonde niemand bijzondere belangstelling. Het volk verwijderde zich haastig van de tent- en de kroegen, waarin het gedurende eenigen tijd ongewoon leeg was geweest, kregen liet weer druk. Als om zich schadeloos te stellen voorden verloren tijd wierpen de bewoners van de Rectangle zich op de nachtelijke uitspattingen waaraan ze gewoon waren, terwijl Henry Maxwell en zijn klein gezelschap, waaronder Virginia, Rachel en Jasper Chase, langs de rij kroegen en danstenten wandelden totdat zij den hoek bereikten waar de rijtuigen passeerden.

rHet is een verschrikkelijke plaats,quot; zei Henry Maxwell toen zij op hun rijtuig stonden te wachten. ..Ik had nooit gedacht dat zoo iets in Raymond bestond. Het is bijna niet mogelijk te gelooven dat het een stad is, die onder hare bewoners zooveel volgelingen van Christus telt.quot;

Hij hield even op en vervolgde:

-ocr page 115-

101

„Denkt ge dat ooit iemand dien vloek van den werkman, de kroeg, zon kunnen doen verdwijnen? Waarom treden we er niet gezamenlijk tegen op? Wat zou Jezus doen? Zou Hij werkeloos blijven? Zou Hij die kweekplaatsen van zonde en dood dulden?quot;

Hemy Maxwell sprak meer tot zich zelf dan tot de anderen. Hij wist dat hij zich altijd uitgesproken had voor de toelating er van en bijna al de leden zijner gemeente eveneens. Wat zou Jezus doen? Kon hij die vraag beantwoorden? Zou Jezus, indien Hij nu leefde, met woord en daad optreden tegen de kroegen? Maar gesteld dat de menschen daar niet van hooren wilden. Gresteld dat de Christenen het beter oordeelden ze in stand te houden ter wille van de voordeelen verkregen uit een kwaad dat men als ..noodzakelijkquot; beschouwt. En als de leden der gemeente eens eigendommen bezaten op de plaats waar die kroegen enz. werden gevonden. Wat dan? Ds. Maxwell wist dat het in Raymond zoo geschapen stond. En steeds drong zich de vraag aan hem op: Wat zou Jezus doen?

Toen hij zich den volgenden morgen naar zijn studeerkamer begaf was die vraag nog slechts gedeeltelijk beantwoord. Hij dacht er den geheelen dag over na en was er nog mede bezig toen de avond-editie van Het Dagblad kwam. Zijn vrouw bracht hein het blad boven en bleef een paar minuten zitten terwijl hij er haar uit voorlas.

Er was op dat oogenblik in Raymond geen enkele courant, die zoo van zich deed spreken als Het Dag-

-ocr page 116-

102

blad. Het werd n.1. op zoo eigenaardige wijze geredigeerd, dat de abonne\'s zicli geprikkeld voelden om blijken te geven van limine ontevredenheid.

Eerst had het hun aandacht getrokken dat er geen verslag in had gestaan van den wedstrijd, en langzamerhand hadden ze gemerkt dat er niet langer berichten in werden opgenomen over allerlei misdaden en schandalen die vroeger, evenals nu nog in andere bladen, met vermelding van alle bijzonderheden werden geplaatst. Daarna kwamen ze tot de ontdekking dat de advertenties van sterke dranken enz. waren verdwenen, evenals sommige annonce\'s van twijfelachtigen aard. Vooral had men er niet weinig aanmerking op gemaakt dat er Zondags geen nummer meer verscheen en de beginselen, die in de hoofdartikelen werden uitgesproken en verdedigd, verwekten de grootste verontwaardiging. Hoe Edward Norman zijn belofte hield, kan blijken als we iets overnemen uit het nummer dat quot;s Maandags van diezelfde week uitkwam. Het hoofdartikel droeg tot opschrift:

DE ZEDELIJKHEID IN DE STAATKUNDE.

Do Hoofdredacteur van „Hot Dagbladquot; hoeft altijd do beginselen verdedigd van de groote politieke partij die op \'t oogenblik iu de meerderheid is en beeft om dat te kunnen doen alle vraagstukken beschouwd ten opzichte van hun nuttigheid of van het standpunt der partij, voor zooverre dat van andere organisaties hiervan verschilde. Voortaan zal hij, om eerlijk te blijven tegenover al onze lezers, bij het bespreken van de staatkundige kwesties de vraag naar recht of onrecht op den voorgrond stellen. Met andere woorden: de

-ocr page 117-

103

voornaamste vraag zal niet zijn: „Is dit of dat in het belang van onze partij?quot; of: „Is het in overeenstemming met de beginselen, die door de partij worden beleden!quot; De eerste vraag zal steeds zijn: Is bij deze zaak rekening gehouden met den geest en de uitspraken van Jezus, die boter dan iemand anders de beginselen die op elk gebied gelden heeft aangegeven. Om volkomen duidelijk uit te drukken wat wij bedoelen: van iedere politieke kwestie zal de zedelijke kant als de belangrijkste beschouwd worden. Als grondslag nemen we daarbij aan dat voor volken zoowel als personen dezelfde wet geldt n.1. dat zij bij al hun doen en laten in de eerste plaats de verheerlijking van den naam des Heeren op \'t oog moeten hebben.

Hetzelfde beginsel zal worden in acht genomen ten aanzien van candidaten voor openbare betrekkingen die een post van vertrouwen moeten bekleeden of op wie eenige verantwoordelijkheid rust. Afgescheiden van alle partijpolitiek zal de Redactie doen alles wat in haar vermogen is om de meest betrouwbare personen met het gezag te bekleeden en nooit willens en wetens steun verkenen aan onwaardige candidaten voor eenig ambt ook al worden zo nog zoo aanbevolen door de partij. De hoofdvraag zal steeds zijn: fs hij de rechte man op de rechte plaats ? Kan men hem zoowel om zijn karakter als om zijn bekwaamheden met gerustheid aanbevelen ?

Er stonden nog veel meer dergelijke dingen in te lezen, maar we liebben genoeg aangehaald om te doen zien van welken aard de artikelen waren.

Honderden personen te Raymond hadden het gelezen en wreven zich de oogen uit van verbazing. Met weinigen hunner hadden terstond hun abonnement opgezegd. Maar het blad bleef\' verschijnen en werd door heel do stad met buitengewone belangstelling gelezen.

De week was om en Edward Norman wist dat

-ocr page 118-

104

hij inderdaad reeds een groot aantal van de beste abonné\'s verloren had. In alle kalmte overzag liij den toestand ofsclioon Clark, de directeur, hem onder weinig vriendelijke bewoordingen voorspelde dat het ten slotte op een bankroet zou uitloopen vooral tengevolge van het veelbesproken artikel in het nummer van Maandag.

Terwijl I)s. Maxwell dien avond zijn vrouw voorlas, kon hij bijna op iedere kolom de bewijzen vinden dat Norman zijn belofte in alle nauwgezetheid vervulde. Opzienbarende en weerzinwekkende opschriften waren zorgvuldig vermeden en de leesstof onder de hoofdregels was daar geheel mede in overeenstemming. Het trok zijn aandacht dat in twee kolommen de namen van de verslaggevers voorkwamen die hunne bijdragen hadden onderteekend. Daarbij was er duidelijk vooruitgang te bespeuren in den stijl en de degelijkheid van hetgeen ze hadden doen plaatsen.

„Dus Norman begint er zijn reporters toe te krijgen hunne artikelen te onderteekenen. Hij had er mij over gesproken. Ik vind het een uitstekende maatregel. Daardoor rust op ieder de verantwoordelijkheid voor hetgeen hij geschreven heeft en dat moet een gunstigen invloed hebben op zijn werk. Zoowel lezers als schrijvers zullen er wel bij varen.quot;

Plotseling zweeg Henry Maxwell. Zijn vrouw keek op van haar handwerkje. Hij las iets dat hem blijkbaar zeer veel belang inboezemde.

„Luister eens even Mary,quot; zei hij na eenige oogen-blikken met trillende stem.

-ocr page 119-

1

105

Dezen morgen heeft Alexander Powers, directeur van de werkplaatsen der Spoorwegmaatschappij te dezer plaatse, zijn ontslag als zoodanig ingediend en gaf als reden daarvoor op dat hem het bewijs in handen gekomen was van de overtreding der handelsovereenkomsten, die tusschen de verschillende Staten bestaan en dus ook van de Staatswet, die voor korten tijd werd uitgevaardigd om te voorkomen dat door dc Spoorwegmaatschappij wordt geknoeid ton voordeele van enkele bevrachters. Mr. Powers verklaart in zijn aanvrage om ontslag dat hij meende dit niet te mogen verzwijgen en hij dus zijn bewijzen tegen do maatschappij gesteld heeft in handen van de justitie, die zal hebben te beslissen of zij in dezen moet optreden.

Het Dagblad wenscht onomwonden zijn meening uit te spreken over de handelwijze van Mr. Powers. Vooreerst: hij heeft er niets bij te winnen. IKj heeft vrijwillig een voordeelige positie opgegeven, die hij door te zwijgen had kunnen behouden. In de tweede plaats: wij gelooven dat zijn daad zal toegejuicht worden door alle weldenkende eerlijke burgers, die met ons van oordeel zijn dat de wet moet nageleefd worden on het ieders plicht is de overtreders aan de justitie over te leveren.

In een geval als dit, waarin het zooals ieder begrijpen kan bijna onmogelijk is bewijzen te verkrijgen tegen een spoorwegmaatschappij, is men over \'t algemeen van gevoelen dat de beambten der maat schappijen dikwijls wel bekend zijn met strafbare feiten, maar zich er afmaken door te zeggen dat het niet op hun weg ligt de overheid daarmede in kennis te stellen. En dat van zich afschuiven van alle verantwoordelijkheid door hen, dio toch inderdaad verantwoordelijk zijn, werkt demoraliseerend op iederen jongen man die bij de maatschappij geplaatst wordt. De redactie van dit blad herinnert zich hoe een uitstekend spoorbeambte voor eenigen tijd verzekerde, dat bijna iedere klerk op zeker departement, die wist welke groote sommen gelds werden verdiend door een listige ontduiking van de handelsovereenkomsten tusschen de verschillende staten, met bewondering vervuld was over de geslepenheid waarmee het werd aange-

-ocr page 120-

lOG

egd on allen verklaarden dat ze precies zoo zouden doen indien ze een positie hadden die er hen toe in staat stelde. 1)

Het is overbodig te zeggen dat zulke toestanden een hoogst na-deoligcn invloed hebben op alle edeler beginselen en geen enkel jongmensch kan loven te midden van zulk een omgeving, waar met eerlijkheid en goede trouw de spot gedreven wordt, zonder dat zijn karakter in den grond wordt bedorven.

Onzes inziens deed Mr. Powers wat in die omstandigheden de plicht van iederen Christen zou geweest zijn. Hij heeft a;in den Staat en aan het gansche publiek een onschatbaren dienst bewezen. Het is niet altijd gemakkelijk uit te maken welke verplichtingen iemand heeft tegenover zijn medeburgers. In dit geval bestaat er, dunkt ons, geen twijfel of de stap waartoe Mr. Powers besloot, zou gedaan zijn door ieder die gelooft aan de bindende kracht van de wet. Er zijn oogenblikken waarin een enkel persoon moet handelen voor heel het volk en geen offer of verlies te zwaar achten. Velen zullen Mr. Powers niet begrijpen, anderen opzette,ijk een verkeerde voorstelling van de zaak geven, maar het is buiten allen twijfel dat zijn handelwijze de goedkeuring zal wegdragen van ieder burger, die wenscht dat de grootste corporaties zoowel als de Zvvakste enkele persoon onderworpen zijn aan dezelfde wet. Mr. Powers heeft gedaan al wat een eerlijk en rechtgeaard burger doen kon. Het staat nu aan de justitie om handelend op te treden op grond van zijn aanwijzingen die, daar zijn wij van overtuigd, bewijzen te over zal opleveren voor de gegrondheid zijner beschuldiging. Het recht moet zijn loop hebben zonder aanzie?) des persoons.

Henry Maxwell hield op met lezen en liet het blad vallen.

..Ik moet naar Powers. Dat is het gevolg van zijne belofte.quot;

1

De Sclirüver kan verzekeren dat dit werkelijk zoo gezegd was op een der voornaamste kantoren.

-ocr page 121-

I

107

Hij stond op en toen liij de deur uit zou gaan zei zijn vrouw:

„Geloof je, Henry, dat Jezus evenzoo zou gehandeld hebben ?quot;

Ds. Maxwell wachtte een oogenblik. Daarna zei hij langzaam:

„Ja, dat geloof ik. In allen gevalle. Powers heeft dat gemeend en ieder van ons, die de belofte hebben afgelegd, weet dat hij niet voor eeu ander maar alleen voor zich zelf daarover te beslissen heeft.quot;\'

„En zijn familie dan? Hoe zullen Mevr. Powers en Celia het opnemen?quot;

„Met best, daar ben ik zeker van. En dat zal voor Powers het zwaarste kruis zijn. Ze zullen het niet begrijpen.quot;

Henry Maxwell ging de straat op en bereikte spoedig de woning van den directeur. Hij voelde zich verlicht dat Powers zelf hem open deed.

Zwijgend gaven de beide mannen elkaar de hand. Ze hadden geen woorden noodig om elkander te ver-

O O

staan. Xooit was er zulk een band van gemeenschap geweest tusschen den leeraar en het lid van zijn gemeente.

„En wat zijt ge nu verder van plan?quot; vroeg Henry Maxwell nadat zij de verschillende feiten hadden besproken.

„U meent hoe ik voortaan in mijn onderhoud zal voorzien? Dat weet ik nog niet. Ik kan mijn vroeger werk als opzichter bij de telegraphic weer opvatten.

-ocr page 122-

108

Mijn gezin zal er niet onder lijden, alleen onze maatschappelijke positie.quot;

Alexander Powers sprak kalm maar neerslachtig. Ds. Maxwell behoefde niet te vragen hoe zijn vrouw en dochter er onder gestemd waren. Hij wist dat dit hem de grootste smart veroorzaakte.

„Er is één ding, waarop ik graag wou dat n bleef toezien,quot; zei Powers na een poos, „n.1. de arbeid dien ik begonnen ben in do werkplaatsen. Voor zoover ik weet zal de maatschappij zich daar niet tegen verzetten. Het is een van de tegenstrijdigheden in. de spoorwegwereld dat allerlei christelijke werkzaamheden worden aangemoedigd, vooral de christelijke jon-gelingsvereenigingen, en tegelijkertijd de meest onchristelijke en onwettige handelingen door het bestuur worden gepleegd. Het is natuurlijk in het belang van een spoorwegmaatschappij personen in dienst te hebben die matig, eerlijk en christelijk zijn. Daarom twijfel ik er niet aan of de ingenieur zal dezelfde welwillendheid betoonen ten opzichte van de kamer en het gebruik dat er van gemaakt wordt. Ik zou echter graag willen, Mr. Maxwel, dat u voor de geheele uitvoering van mijn plan trachtte te zorgen. Zoudt u dat willen doen? U weet wat mijn bedoeling was. U maakte cp het het werkvolk een gunstigen indruk. Ga er zoo dikwijls heen als u kunt. Tracht van Milton Wright te verkrijgen dat hij zorgt voor hetgeen noodig is om een buffet en leestafels aan te schaffen. quot;Wilt u dat op u nemen ?

-ocr page 123-

109

„Ja,quot; was Henry Maxwell\'s antwoord. Hij bleetquot; nog eenigen tijd. Voor Mj vertrok baden de beide mannen samen en zij scheidden met dien zwijgenden handdruk, die hun toescheen een nieuw kenteeken te zijn dat zij discipelen waren van Christus.

De predikant van de Eerste Kerk ging huiswaarts, diep geroerd door hetgeen er die week was voorgevallen. Langzamerhand was het hem duidelijk geworden dat de uitvoering van het voornemen om te doen zooals Jezus, een totalen omkeer teweeg zou brengen in zijn gemeente en in de geheele stad. Eiken dag bracht nieuwe ernstige feiten die dat bevestigden en Ds. Maxwell moest bekennen er het eind niet van te zien. Hij stond inderdaad nog maar aan het begin van een reeks gebeurtenissen waardoor de geschiedenis van honderden gezinnen, niet alleen in Raymond maar in den geheelen omtrek, een andere wending moest nemen. Als hij dacht aan Edward Norman. aan Rachel en Mr. Powers, en aan de gevolgen die hun optreden reeds had, maakte zich zijns ondanks een gevoel van verlangen van hem meester om te weten wat er waarschijnlijk uit zou voortvloeien indien al de leden zijner gemeente, die de belofte hadden afgelegd, haar getrouw volbrachten. Maar zouden allen dat doen of zouden sommigen hunner zich terugtrekken als het kruis te zwaar werd?

Deze vraag hield hem nog bezig toen den volgenden morgen de president van de Endeavour Society hem een bezoek bracht.

-ocr page 124-

110

j.Het spijt me dat ik u lastig moet vallen met de moeilijklieden die ik heb, zei de jonge Morris, zonder eenige inleiding om tot zijn onderwerp te komen, „maar ik daclit, Mr. Maxwell, dat n mij wel een beetje op streek zoudt willen helpen. quot;

„Ik ben blij dat je komt: ga voort Fred.quot; Ds. Maxwell had den jongen man reeds gekend sedert het eerste jaar van zijn ambtsbediening en hield van hem en achtte hem hoog omdat hij zoo n standvastig en getrouw lid der gemeente was.

„Nu, ik ben bezig een betrekking te zoeken. IJ weet dat ik nu een jaar lang, sedert mijne promotie, ver-slao\'o-ever ben geweest voor de ochtend-editie van de

OO \'

„Sentinel1\'. Verleden Zaterdag droeg Mr. Burr mij op Zondagmorgen naar den trein te gaan om navraag te doen naar de bijzonderheden van den pas gepleegden spoorwegdiefstal en er een bericht van op te stellen voor de extra-uitgave die Maandag-morgen verschijnt. Ik weigerde te gaan en Mr. Burr gaf mij mijn ontslag. Hij was in een slechte luim anders zou hij het waarschijnlijk niet gedaan hebben. Hij heeft mij altijd goed behandeld. Gelooft u ook niet dat Jezus evenzoo zou gehandeld hebben als ik? Ik vraag dat omdat de andere reporters zeiden dat ik een dwaas was als ik niet deed wat mij werd celast. Ik wou zekerheid hebben dat een Christen handelt volgens motieven, die anderen inisschien vreemd toeschijnen maar toch niet dwaas mogen genoemd worden. Wat dunkt u er van?quot;

„Ik geloof, dat je je belofte vervuld hebt, Fred. Ik

-ocr page 125-

Ill

kan niet aannemen dat Jezus op Zondag dergelijk werk zou gedaan hebben, als men van jou eisclite.quot;\'

„Dank u, Mr. Maxwell. Ik was er niet lieelemaal gerust op; maar hoe langer ik er over denk hoe beter ik het inzie.quot;

Morris stond op om heen te gaan en Ds. Maxwell logde hem vriendelijk de hand op den schouder.

„En wat ben je nu van plan Fred ?quot;

„Dat weet ik nog niet. Ik heb er over gedacht naar Chicago of een andere groote stad te gaan.\'quot;

„Waarom probeer je niet geplaatst te worden aan Het Dagblad?quot;

„Ik geloof niet dat daar iemand noodig is. Maar ik heb er ook niet aan gedacht mij daar aan te bieden.quot; Henry Maxwell dacht een oogenblik na.

„Gra met mij mee naar het bureau van Het Dagblad, dan zullen we er eens met Mr. Norman over spreken.quot;

Zoo kwam het dat eenige minuten later Edward Xor-man den predikant en den jongen Morris in zijn kamer ontving. Henry Maxwell vertelde in quot;t kort wat ze kwamen doen.

„Ik kan u een plaats geven aan Het Dagblad,quot; zei Edward Norman, terwijl een glimlach zijn scherpen blik verzachtte en hem een innemend voorkomen gaf. ..Ik zoek verslaggevers die op Zondag niet werken. En wat meer is, ik ben voornemens een bijzondere rubriek te openen in mijn blad, die ik geloof aan niemand beter te kunnen toevertrouwen als aan den jongen

-ocr page 126-

112

Morris, omdat liet in overeenstemming is met hetgeen Jezus zou doen.quot;

Hij wees vervolgens Morris moer bepaald aan wat hij te doen had en Henry Maxwell keerde huiswaarts met het gevoel van voldaanheid, dat iemand heeft als hij een ander, die zonder werk is, aan een betrekking heeft kunnen helpen.

Ds. Maxwell was van plan weer naar zijn studeervertrek te gaan, maar op den terugweg kwam hij voorbij een der magazijnen van Milton Wright en meende ei-even te moeten aanloopen om hem de hand te drukken en hem de hulp des Heeren toe te wenschen, bij hetgeen hij gehoord had dat zijn vriend bezig was te doen om voortaan zijn zaken zoo te kunnen drijven als God dat in Zijn Woord eischt. Toen hij echter eenmaal in het kantoor was, drong Milton Wright er op aan dat hij blijven zou om eens met hem te praten over zijn plannen. Henry Maxwell vroeg zich af of dit dezelfde Milton Wright was, dien hij had leeren kennen als den bij uitstek practischen man van zaken, die evenals alle handelslui gewoon waren te doen, bij alles in de eerste plaats vroeg; „zal het voordeel opleveren?quot;

.,Het valt niet te ontkennen, Mr. Maxwell, dat ik mij sedert ik die belofte deed genoodzaakt zie een geheel anderen weg in te slaan bij het behandelen van mijn zaken. Gedurende de laatste twintig je,ar heb ik in dezen winkel een menigte dingen gedaan, waarvan ik weet dat Jezus zoo niet zou doen. Evenwel dat beteekent nog maar weinig, vergeleken met al wat ik begin te

-ocr page 127-

113

gelooven dat Jezus wel zon gedaan liebbeu. Als ik alles naga dan kom ik tot do overtuiging dat ik veel meer schuldig ben doordien ik zooveel goeds heb nagelaten, dan door liet kwade dat ik bedreven lieb.quot;

„En wat is de eerste verandering die u hebt ingevoerd?quot;\' vroeg Ds. Maxwell. Hij kreeg een gevoel alsof de bestudeering van zijn leerrede wel wat kon uitgesteld worden. Toen hij zijn onderhoud met Milton Wright voortzette was hij er zeker van, dat hij een onderwerp voor zijn preek had gevonden zonder naar zijn studeer-; vertrek teruggekeerd te zijn.

„De eerste verandering betrof mijn personeel. Na dien merkwaardigen Zondag kwam ik \'s Maandags \'s morgens hier en vroeg ik mij af: Wat zou Jezus doen als Hij in aanraking kwam met deze klerken, boekhouders, kantoorjongens, sleepers, bedienden enz. Zou Hij trachten nog in een andere, meer persoonlijke betrekking tot hen te komen dan waarin ik al deze jaren tot hen gestaan heb? En deze vraag beantwoordde ik al spoedig toestemmend. Toen deed zich de moeilijkheid op om te weten waarheen Hij mij leiden wilde. Ik meende dat ik het best uit die verlegenheid zou raken door al mijn bedienden rondom mij te vereenigen en eens met hen te praten. Ik zond dus aan ieder van hen een uitnoodiging en wij hadden Dinsdagavond een bijeenkomst in het pakhuis.

Er kwamen heel wat dingen te berde op die vergadering. Ik kan \'t u niet allemaal vertellen. Ik trachtte met de menschen te spreken zooals ik mij voorstelde

8

-ocr page 128-

114

dat Jezus zou doen. Het viel mij niet gemakkelijk want ik was zoo iets nooit gewoon; en ik lieb stellig allerlei fouten begaan. Maar ik kan u verzekeren Mr. Maxwell, dat verscheidene der aanwezigen onder den indruk waren. Voordat ik eindigde zag ik er een twaalftal die hun tranen niet konden weerhouden. Ik vroeg maar steeds; AVat zou Jezus doen? en hoe meer ik dat vroeg, hoe vertrouwelijker ik met hen werd en hoe meer ik die mannen, die zoovele jaren voor mij gewerkt hebben, leerde liefhebben. En nu is er iederen dag weer iets anders, zoodat ik op weg ben mijn geheele zaak op een andere leest te schoeien. Ik ben totaal onwetend op het gebied van coöperatie en de toepassing daarvan, en tracht daarom van alle mogelijke zijden inlichtingen te verkrijgen. Onlangs bestudeerde ik het leven van Titus Salt, den grooten fabriekseigenaar van Bradford in Engeland, die aan de oevers van de Aire die modelstad heeft gebouwd. In zijn ontwerpen is veel dat mij van dienst kan zijn, maar ik ben ten opzichte van ettelijke bijzonderheden nog niet tot een besluit gekomen. Ik ben nog niet genoeg ervaren in de leerstellingen van het Christendom. Maar kijk eens.

Mr. Wright strekte de hand uit naar een der loketten van zijn schrijftafel en haalde een papier te voorschijn.

„Ik heb een kleine schets gemaakt van een program, waarnaar volgens mijn beste weten Jezus zich zou richten bij het exploiteeren van een zaak als de mijne. Ik zou graag willen dat u mij eens wondt zeggen wat u er van denkt.

-ocr page 129-

115

WAT JEZUS WAARSCHIJNLIJK ZOU DOEN INDIENquot; HIJ EEN HANDELSMAN WARE ALS MILTON WRIGHT.

1. Hij zou zaken doen met het duel daarin God te verheerlijken en niet in de eerste plaats om er geld mee te verdienen.

2. Al het geld dat Zijn bedrijf opbracht zou Hij nooit als Zijn eigendom beschouwen, maar als kapitaal, dat Hem was toevertrouwd om het tot het -welzijn der menschheid te besteden.

3. Zijn verhouding tot al Zijn ondergeschikten zcu gebaseerd zijn op liefde en hulpvaardigheid. Ilij zou altijd voor oogen houden dat Hij niets onbeproefd mocht laten om hun ziel te redden van het verderf. Eu deze gedachte zou Hij van veel meer belang achlen dan om met Zijn zaak geld te verdienen.

4. Nooit zou Hij ook maar iets doen dat oneerlijk of twijfelachtig was of trachten op minder royale wijze anderen concurrentie aan te doen.

5. Het beginsel van onbaatzuchtigheid en hulpvaardigheid zou Hij doorvoeren tot in de kleinste onderdeelen van Zijn bedrijf.

G. Van dit beginsel zou Hij uitgaan bij de regeling van Zijn verhouding tot Zijn ondergeschikten, tot Zijn klanten en tot allen met wie Hij door Zijn zaken in aanraking kwam.

Hemy Maxwell las deze schets langzaam door. Het lierinnerde hem aan zijn eigen pogingen om zijn gedachten over hetgeen Jezus waarschijnlijk zon doen een vasten vorm te gewen en hij Avas nog in gedachten verdiept toen hij opkeek en zijn blik liet vallen op het vastbesloten gelaat van Milton AVright.

„Gelooft u werkelijk dat op den duur uw zaak zal rendeeren, als u op die wijze te werk gaat?quot;\'

„Ja, dat staat bij mij vast. Als men het verstandig aanlegt, moet men het met zelfverloochening verder brengen dan door de baatzucht vrij spel te laten. Denkt

-ocr page 130-

116

u ook niet? Wanneer allen die in de zaak werkzaam zijn beginnen te voelen dat ze er persoonlijk belang bij hebben als alles goed loopt en, wat meer is, dat ze liefde en waardeering ondervinden van de zijde dei-firmanten, zou dat dan niet meer zorg, minder verkwisting, meer ijver, meer vertrouwen ten gevolge hebben?quot;

..Dat denk ik ook wel. Maar de meeste handelslui doen zoo niet, is \'twel? Eu hoe zult u dan handelen met betrekking tot de wereld, die zelfzuchtig is en op allerlei wijze geld tracht te verdienen zonder daarbij de Christelijke beginselen in \'t oog te houden? \'

„Dat maakt het natuurlijk voor mij meer ingewikkeld.quot;

..En blijkt uit uw plannen ook wat men te verstaan heeft onder coöperatie?quot;

.,Ja, ten minste voor zoover ik er mee klaar ben. Zooals ik u reeds zei ben ik bezig een grondige studie te maken van al de onderdeelen. Ik ben stellig overtuigd dat Jezus in mijn plaats volkomen onbaatzuchtig zijn zou. Hij zou al Zijn ondergeschikten met liefde behandelen. Hij zou het als het hoofddoel van alle zaken beschouwen elkander wederkeerig hulp te betoonen en zou alles daarheen leiden dat blijkbaar in de eerste plaats het Koninkrijk Gods werd gezocht. Dat zijn de grondslagen waarop ik wensch voort te bouwen. Maar ik moet tijd hebben om mijn beginselen tot in bijzonderheden uit te werken.quot;

Toen Henry Maxwell eindelijk heenging was hij geheel

-ocr page 131-

117

onder den indruk van wat hij had vernomen. Om op straat te komen moest hij den winkel door en bespeurde daar reeds iets van den nieuwen geest. Het was duidelijk waar te nemen, vooral aan het gedrag en het gelaat der bedienden, dat de verhouding waarin Milton Wright nu tot zijne ondergeschikten stond, na minder dan twee weken reeds een geheelen omkeer in de zaak had te weeg gebracht.

„Indien Milton quot;Wright volhoudt zal hij een van de invloedrijkste predikers zijn in Raymond,quot; zei Ds. Maxwell tot zich zelf toen hij op zijn studeerkamer kwam. De vraag kwam bij hem op of quot;Wright op deze wijze zou kunnen voortgaan indien hij. wat toch niet onmogelijk was, er geld bij zou verliezen. En een vurig gebed kwam over zijne lippen dat de Heilige Geest, die zich met toenemende kracht had geopenbaard in ieder der tot het verbond toegetreden leden der Eerste Kerk, met hen allen blijven zou. Met dat gebed op de lippen en in het hart begon hij zich voor te bereiden voor zijn preek, waarin hij den eerstvolgenden Zondag tot zijne hoorders zou spreken over de kroegen te Raymond op een wijze zooals hij geloofde dat Jezus het zou doen. Zóó had hij nooit te voren tegen de kroegen gepredikt. Hij wist dat de dingen die hij zeggen zou ernstige gevolgen moesten hebben. Niettemin ging hij rustig voort met zijn arbeid en bij iederen zin dien hij opschreef vroeg hij eerst: Zou Jezus dat zeggen? Eens viel hij midden in zijn studie op zijn knieën. Niemand dan hij zelf kon weten wat dat voor

-ocr page 132-

118

hem beteekencle. Wanneer liad liij dat ooit gedaan bij de bostiuleering van zijn preeken vóór de verandering die bij hem had plaats gegrepen? Als hij nu aan zijn ambtsbediening dacht, durfde hij niet te prediken zonder to bidden om wijsheid. Om zijn voordracht of om het effect dat hij daarmede bij zijn hoorders bereikte, bekommerde hij zich niet langer. De vraag die al zijn aandacht in beslag nam was nu: Wat zou Jezus doen?

Zaterdagsavonds was de Rectangle getuige van een der merkwaardigste voorvallen die Mr. en ilevr. Gray ooit hadden bijgewoond. Sedert Rachel AVinslow zong was het aantal hoorders eiken avond toegenomen.

Een vreemdeling, die overdag door de Rectangle kwam, zou ongetwijfeld op de een of andere wijze gehoord hebben van de samenkomsten. Intusschen kan niet gezegd worden dat er tot op dien Zaterdagavond eenige vermindering was te bespeuren in het vloeken en drinken en het bedrijven van onzedelijkheid. De bewoners zouden niet hebben willen erkennen dat de toestanden iets beter werden, noch zelfs dat het weg-sleepende zingen een weldadigen invloed had op hunne onderlinge gesprekken of hun uiterlijke manieren. Ze waren er trotsch op dat ze niet gemakkelijk konden bearbeid worden. Maar huns ondanks gaven ze zich over aan een kracht, die ze nooit hadden gevoeld en die ze niet genoeg kenden om er weerstand aan te bieden.

Mr. Gray was weer zoover hersteld dat hij dien Zaterdag in staat was om te spreken. Daar hij echter

-ocr page 133-

119

zijn stem nog ontzien moest, bleek het noodig dat liet volk, wilde het hooren wat hij zeide, zeer stil was. Allengs hadden ze begrepen dat deze man nu reeds zoovele weken tot hen had gesproken, en al zijn kracht eu tijd had besteed om hen bekend te maken met den Verlosser, uit volkomen belanglooze liefde tot hen. Dien avond was de groote menigte even stil en rustig als het meer aanzienlijke gehoor van Henry Maxwell ooit geweest was. De kring van hoorders rondom de tent was breeder eu de kroegen waren feitelijk leeg. Ten laatste was de Heilige Geest gekomen en Gray had de overtuiging dat een van de dingen, waarom hij zijn gansche leven gebeden had, stond vervuld te worden.

En Rachel - haar a-ezano; was beter en bewonde-

O O

renswaardiger dan Virginia of Jasper Chase hadden kunnen verwachten. Ze waren beiden weer gekomen met Dr. West, die gedurende de week daarvóór al zijn vrijen tijd had besteed met allerlei liefdearbeid in de Rectangle. Virginia was op het orgel, Jasper zat in de voorste rij en hield den blik op Rachel gevestigd, en de bewoners van de Rectangle keerden zich als een eenig man naar het platform, toen zij zong:

Ik kom zoo ik ben, beladen met schuld,

Tot ü, die aan \'tkruis voor mij leed;

Gij roept mij, o Heiland, met liefde vervuld,

En ik kom want Gij maakt mij bereid.

Mr. Gray sprak daarna ernstig en dringend. Hij

-ocr page 134-

120

strekte de hand uit en wenkte de aanwezigen te komen. En door de beide gangen tusschen de zitplaatsen in de tont kwamen schoorvoetend mannen en vrouwen naar het platform, zondige schepsels wier hart was gebroken. Een dezer vrouwen stond vlak bij hot orgel. Virginia werd getroffen door de uitdrukking crp haar gelaat en voor het eerst van haar leven kwam plotseling en met hartvernieuwende kracht de gedachte bij het rijke meisje op, hoe Jezus aan een zondige vrouw Zijne liefde betoonde. Ze verliet haar plaats aan het orgel, ging naar haar toe, zag haar aan en nam haalbij de hand. De jonge vrouw viel toen snikkend op hare knieën, met het hoofd geleund op den rug van de bank, die voor haar stond terwijl ze zich vastklemde aan Virginia. En deze, na een oogenblik geaarzeld te hebben, knielde naast haar neer en boog het hoofd tegen liet hare.

Maar toen de menigte in dubbele rijen het platform geheel in beslag had genomen, de meesten hunner knielende en schreiende, drong eeu heer in gekleed costuum tusschen de zitplaatsen door naar voren en knielde naast den man, die in beschonken toestand de vergadering had verstoord, waarin Henry Maxwell was opgetreden, op geringen afstand van liachel quot;Winslow, die nog bezig was zacht te zingen. En toen zij zich even omkeerde en onwillekeurig naar hem keek, was ze meer dan verbaasd het gelaat te zien van Rollin Page. Een oogenblik weifelde haar stem. Toen ging ze voort:

-ocr page 135-

121

Ik kom zoo ik ben, G\' ontvangt en verlost.

Verwelkomt, vergeeft mij o Heer;

Omdat ik mij vasthoud aan *t geen Gij belooft Zoo kom ik en kniel voor U neer.

Haar stem trilde van verlangen naar Grod en de bewoners van de Rectangle, die tot nu toe slechts leefden voor deze aarde, werden gedreven naar de haven der verlossende genade Gods.

-ocr page 136-

HOOFDSTUK V.

Zoo iemand Mij dient, die vol ge Mij.

Joh. 12 : 26.

Het was bijna middernacht toen do bijeenkomst in de Rectangle werd gesloten. Mr. Gray bleef echter nog tot in den vroegen Zondagmorgen met een klein getal bekeerlingen. Bij de eerste ervaringen van hun nieuwe leven klampten zij zich aan den Evangelist vast met een hulpeloosheid, die het hem even onmogelijk maakte hen te verlaten alsof hij ze van een dreigend levensgevaar moest redden. Onder deze bekeerlingen was ook li oil in Page.

Virginia was omstreeks elf uur met haar oom naar huis gegaan, tot aan de straat waar zij woonde in gezelschap van llachel en Jasper Chase. Dr. West had de beide laatsten vergezeld tot aan zijn eigen woning en daarna gingen deze samen verder naar het huis van Rachels moeder.

Toen was het even over elven, nu sloeg liet middernachtelijk uur en Jasper Chase zat in zijn kamer te

-ocr page 137-

123

staren naar de papieren die op zijn lessenaar lagen. Pijnlijke gewaarwordingen veroorzaakte hem voortdurend wat in het laatste halfuur was vooxgevallen.

Hij had Rachel AVinslow zijne liefde verklaard en dezo had hem afgewezen.

Het zou moeilijk uit te maken zijn wat hem den krachtigsten stoot had gegeven om er dien avond met haar over te spreken. Hij had aan. zijn gevoel toegegeven zonder te bedenken welke gevolgen het voor hem kon hebben, in de stellige overtuiging dat Rachel zijne liefde zou beantwoorden. Hij trachtte zich op dit oogenblik te herinneren welken indruk zij op hem gemaakt had toen hij haar het eerst ontmoette.

Sboit te voren was hij zoo onder de bekoring geweest van haar schoonheid en de beslistheid waarmede ze optrad. Terwijl zij zong had hij geen oog of oor voor iemand of iets anders. De tent wemelde van een verwarde menigte en hij wist dat hij was gezeten te midden van liet gepeupel. Maar daar lette hij niet op. Hij voelde dat hij niet nalaten kon haar te zeggen wat er in hem omging en wist dat hij spreken zou zoodra ze alleen waren.

Nu had hij gesproken. Hij meende óf verkeerd geoordeeld te hebben over Rachel of wel een zeer ongeschikte gelegenheid uitgekozen te hebben. Het was geen geheim tusschen lien, dat hij in de heldin van zijn eerste novelle Rachel had geteekend en de held niemand anders voorstelde dan hem zelf. En in het boek hadden ze elkander bemind en had Rachel

-ocr page 138-

124

geen bezwaren gemaakt. Niemand vermoedde iets van dit alles. De karakters waren ecliter zoo fijn en scherpzinnig geschetst dat Rachel, toen ze van Jasper een exemplaar ten geschenke kreeg, terstond merkte dat hij haar liefhad. Ze had zich evenwel niet beleedigd getoond. Dat was nu bijna een jaar geleden.

Dezen avond riep Jasper Chase alles wat er tusschen hen was voorgevallen in zijn herinnering terug. Hij ■\\vist nog dat hij Avas begonnen juist op de plek, waar hij eenige dagen te voren Rachel tegen was gekomen toen zij met Roll in Page wandelde. Hij was nieuwsgierig geweest naar hetgeen Rollin met haar besproken had.

„Rachel,quot; had Jasper gezegd, en het was de eerste keer dat hij haar bij haar voornaam had genoemd, „van avond ben ik eerst tot de ontdekking gekomen hoe veel ik van je houd. Waarom zou ik nog langer trachten te verbergen wat je ongetwijfeld reeds hebt opgemerkt. Je weet dat ik je liefheb, meer dan mijn leven. Ook al wilde ik het, toch zou ik het niet voor je kunnen verbergen.quot;

De eerste aanduiding van een afwijzend antwoord was het beven van Rachels arm in de zijne. Ze had hem laten uitspreken en voortdurend recht voor zich gekeken. Toen ze antwoordde klonk haar stem droevig maar vast besloten.

„Waarom zegt u mij dat? En dan nog wel juist nu? Ik kan het na al wat we dezen avond gezien hebben bijna niet dragen.

-ocr page 139-

125

„Waarom — wat?quot; had hij gestameld en verder zweeg hij.

Rachel trok haar arm terug en liep zonder te spreken naast hem voort.

Eindelijk zei hij op smartelijken toon, als iemand die zich getroffen ziet door een groot verlies op een oogenblik dat hij een groote vreugde verwacht had:

„Rachel, hebt ge mij niet lief? Is mijn liefde u niet meer waard dan liet leven?quot;

Nog slechts eenige passen verder en ze kwamen bij een straatlantaarn en hij zag dat haar gelaat bleek was. Wat was ze schoon! Jasper maakte een beweging om haar arm te nemen, maar ze was wat minder dicht naast hem gaan loopen.

„Neen,quot; had ze geantwoord. „Er was een tijd — ik kan het niet helpen —• dat u zoo niet tot mij zoudt gesproken hebben.quot;\'

Deze woorden had hij beschouwd als haar antwoord. Hij was buitengewoon prikkelbaar. Niets minder dan een blij beantwoorden van zijn eigen liefde zou hem bevredigd hebben. Er was geen denken aan dat hij haar zou trachten te overreden.

„Eens, ... als ik \'t meer waardig ben?quot; had hij bijna onhoorbaar gevraagd. Maar zij scheen hem niet gehoord te hebben en was hare woning binnengegaan. Duidelijk herinnerde zich Jasper Chase dat ze hem zelfs niet gegroet had.

Terwijl hij nu nog eens naging wat er in dat korte maar gewichtige half uur was gebeurd, verweet

-ocr page 140-

126

hij zich zijn dwaze overijling. Hij had er geen rekening mee gehouden dat Rachel hartstochtelijk vervuld was van de voor haar zoo geheel ongewone gebeurtenissen, die in de tent hadden plaats gegrepen. Hij kende haar echter niet genoeg om te weten wat hij moest denken van het weigerend antwoord dat zij hem had gegeven. Toen de klok van den toren der Eerste Kerk één uur sloeg zat hij rustig aan zijn schrijftafel en hield onafgebroken den blik gevestigd op de laatste bladzijde van het handschrift zijner nog onvoltooide novelle.

Rachel Winslow ging naar hare kamer en ook zij overdacht onder allerlei tegenstrijdige gevoelens alles wat haar dien avond was wedervaren. Had zij Jasper Chase ooit liefgehad? Ja, en neen. Het eene oogenblik was het haar alsof haar levensgeluk er mee gemoeid was. En dan weer had ze een gevoel van verlichting dat ze hem zoo had geantwoord. Er was iets dat haar geheel in beslag nam en al het andere op den achtergrond drong, n.1. de invloed van haar zingen op de ongelukkige schepsels in de tent. De ontzagwekkende tegenwoordigheid des Heiligen Geestes had haar aangegrepen en in een toestand gebracht, die met geen woorden is te beschrijven. Op het oogenblik, dat Jasper haar bij den naam had genoemd en het tot haar doorgedrongen wTas dat hij haar sprak van zijne liefde had hij zich plotseling van hem vervreemd gevoeld. Hij had moeten bedenken van welke wonderbare gebeurtenissen ze een oogenblik te voren getuigen waren geweest. Ze vond dat het geen tijd was voor iets anders dan God te loven en te prijzen

-ocr page 141-

127

voor deze bekeeringen. De gedachte dat terwijl zij onder haar zingen slechts eéne vurige begeerte had. n.1. om het geweten te treffen van zoovele zondaars als in de tent aanwezig waren, bij Jasper Chase daardoor gevoelens van liefde waren opgewekt, groep haar zoo aan dat ze zoowel zich zelf als hem van oneerbiedigheid beschuldigde. Ze kon zich van deze veranderde stemming geen rekenschap geven maar ze wist, dat zij indien hij haar dien avond niet had gesproken nog dezelfde gevoelens tegenover hem zou hebben gehad als altijd. En hoe was hare verhouding tot hem dan geweest? Had ze wellicht verkeerd gehandeld ? Ze ging naar haar boekenkast en nam er de novelle uit die Jasper haar gegeven had. Een donkere blos bedekte haar gelaat toen ze aan zekere bladzijden kwam, die ze reeds dikwijls had gelezen en waarvan ze wist dat Jasper ze met het oog op haar had geschreven. Ze las ze nogmaals over, maar ze schenen geen indruk op haar te maken. Ze kwam langzamerhand tot de ontdekking dat ze nog aan niets anders kon denken dan aan hetgeen ze in de tent had bijgewoond, aan die mannen en vrouwen, voor het eerst vervuld met den Heiligen

Geest........ Wat een wonderlijk iets is toch het

leven. De volkomen vernieuwing, die zich openbaarde in den aanblik van aan den drank verslaafde, losbandige personen, neergeknield met het voornemen een ingetogen leven te gaan leiden naar den eisch van

Gods geboden......o, dat was wel een getuigenis

van het bestaan eener andere, eener hoogere wereld.

-ocr page 142-

128

Zc zag nog hoo ook Rollin Page daar lag gebogen in liet stof, hoe even voordat zij de tent verliet Virginia met tranen in de oogen afscheid nam van haar broeder en daarna Mr. Gray met hem bad. Zoo duidelijk stond dat alles Rachel voor den geest, dat het was alsof op dat oogenblik al die personen in haar kamer waren en zij ze zag optreden in do tragedie van het menschelijk leven, die in de meest verwaarloosde buurt van Raymond haar keerpunt bereikt had.

„Neen, neen,quot; zei ze hardop. „Na dat alles had hij mij niet met zijn aanzoek mogen lastig vallen. Hij had eerbied moeten hebben voor de dingen waarmede we vervuld waren. Ik ben er zeker van dat ik hem niet liefheb. Niet genoeg ten minste om mij geheel aan hem te geven.quot;

Nadat ze zich aldus had uitgesproken kwam hetgeen er in de tent gebeurd was haar weer in de gedachten en verdreef al het andere. Dat er een machtige geestelijke beweging in de Rectangle was ontstaan, blijkt misschien hot best uit de omstandigheid dat Rachel, zelfs toen de groote liefde van iemand als Jasper Chase haar zoo dicht nabijkwam, gevoelde hoe de openbaring des Greestes haar veel sterker had aangegrepen dan hetgeen Jasper voor haar gevoelde of zij voor hem.

De inwoners van Raymond zouden dieu Zondag meer hooren van de gebeurtenissen, waardoor een geheele omkeering zou tot stand komen in allerlei dingen waaraan men was gewoon geraakt. De houding

-ocr page 143-

129

van Alexander Powers in zake de bedriegelijke handelingen van liet spoorwegbestuur hadden groote sensatie verwekt, niet alleen in de stad zelf\' maar ook ver daarbuiten. In langen tijd had geen enkele politieke gebeurtenis zooveel ontsteltenis te weeg gebracht en zooveel bespreking uitgelokt als de wijze waarop Edward Xorman dagelijks in zijn blad de politiek behandelde. Het optreden van Kachel Winslow in do bijeenkomsten voor de bewoners van de Rectangle had groote opschudding in de stad veroorzaakt en de verbazing opgewekt van al haar vrienden. Het gedrag van Virginia Page, het feit, dat ze eiken avond bij Rachel kwam en zich niet meer vertoonde in den lering harer vermogende bekenden, had overvloedig stof opgeleverd voor allerlei praatjes en veronderstellingen. En behalve deze gebeurtenissen, die zich groepeerden rondom genoemde algemeen bekende personen, waren er door heel de stad in verscheidene gezinnen en affaires en maatschappelijke kringen vreemde dingen voorgevallen. Bijna honderd personen, leden van Henry Maxwell\'s gemeente, hadden de gelofte gedaan niets te doen zonder vooraf te vragen: „Wat zou Jezus doen?quot; en in vele gevallen waren ongehoorde daden er het gevolg van geweest. De geheele stad was er door in opschudding. En als het belangrijkste van alles wat er die week was voorgevallen had men gehoord van de geestelijke opwekking in de Rectangle. Nog voor kerktijd wisten de meesten dat in de tent bijna vijftig van de ruwste, onverschilligste personen uit de buurt werkelijk tot

9

-ocr page 144-

130

bekeering waren gekomen benevens Rollin Page de welbekende bezoeker van de societeit en allerlei clubs.

Het is niet te verwonderen, dat onder den invloed van al deze dingen de leden van de Eerste Kerk de godsdienstoefening bijwoonden in een stemming die ben ontvankelijk maakte voor de waarheden deslieils.

Wellicht had niets bij de bevolking meer verbazing verwekt dan de verandering die had plaats gegrepen met den predikant, sedert deze hun had voorgesteld in handel en wandel Jezus na te volgen. De uiterlijke welsprekendheid was hem niet langer hoofdzaak. De zelfbewuste, tevreden, gemakkelijke houding en het verfijnde voorkomen van de gestalte op den kansel was vervangen door een optreden, dat niet kon worden vergeleken met zijn vroegere voordracht. De leerrede was evangelieverkondiging geworden. De boodschap des heils werd niet langer „voorgedragenquot;. Ze werd tot do hoorders gebracht met een liefde, een ernst, een vuur, een aandrang, een ootmoed die hun den indruk gaf alsof God zelf door hem sprak. Zi jne gebeden waren geheel anders als men gewoon was ze te hooren. Ze waren dikwijls onsamenhangend, een paar keer zelfs werden eenige zinnen niet goed afgemaakt. Wanneer had Henry Maxwell ooit zich zelf in het gebed zoozeer vergeten dat hij een dergelijke fout maakte? Hij was zich bewust dat hij dikwijls in zijne gebeden evenals in zi jn preeken, hoogmoedig was geweest op inkleeding en voordracht. Was het mogelijk dat hij nu zulk een afkeer had van den sierlijken vorm bij het

-ocr page 145-

131

openbaar gebed dat hij opzettelijk verkoos zijn vroegere nauwkeurige wijze van bidden te veroordeelen? Waarschijnlijk daclit hij daar in \'t geheel niet aan. Zijn groote begeerte om de nooden en wenschen van zijn gemeente onder woorden te brengen was oorzaak dat hij op een enkele wellicht minder juiste uitdrukking niet lette. Zeker is, dat hij nooit zoo krachtig had gebeden als nu.

Er ziju tijden dat er van een preek een kracht uitgaat, die meer moet worden toegeschreven aan den toestand waarin de hoorders verkeeren, dan aan iets nieuws of iets treffends of welsprekends in de woorden of argumenten. In zulk een toestand verkeerden de hoorders van Ds. Maxwell toen hij dien morgen, gelijk hij zich gedurende de dagen der week had voorgenomen, predikte tegen de kroegen. Hij moest nu nieuwe dingen meedeelen over den verderfelijken invloed van de kroegen in Raymond. Wat was er voor bijzonders? Hij wist geen verontrustende feiten, waaruit zou kunnen blijken dat staat en maatschappij er door werden ondermijnd. Wat kon hij zeggen dat al niet o zoo dikwijls door predikers der matigheid was aangevoerd ! Maar het effect dat zijn prediking dien morgen maakte was te danken, vooreerst aan het ongehoorde feit, dat hij van den kansel der Eerste Kerk tegen de kroegen en alles wat daarmee in verband staat te velde trok en ten andere aan de gebeurtenissen die het volk in beroering hadden gebracht. Gedurende de tien jaren van zijn ambtsbediening had hij nooit over de kroeg

-ocr page 146-

132

gesproken als een vijand, niet alleen van de armen en aan den drank verslaafden, maar van heel de maatschappij en de kerk. Hij sprak daar nu over met een \'vrijmoedigheid die niet anders kon zijn dan een gevolg van de overtuiging dat Jezus even zoo spreken zou. Hij besloot zijn pleidooi met te herinneren aan het nieuwe leven dat in de Rectangle was ontstaan. Spoedig zouden de gewone verkiezingen plaats hebben van leden der stedelijke regeering en de kwestie der vergunningen zou daarbij aan de orde komen. En wat hing er voor die arme schepsels, die pas begonnen te gevoelen hoe heerlijk het is verlost te zijn van de macht der zonde, niet veel af van de vraag of in hun omgeving die drankholen zouden blijven bestaan of moesten opgeruimd worden. Moest er door de volgelingen van Christus, welk bedrijf ze ook uitoefenden, ook maar iets gedaan worden of gesproken ten gunste van de instandhou-dinc dezer broeinesten van misdaad en schande\'? Was het voor iederen Christen geen plicht bij de verkiezingen de kroeg te bestrijden, waardige mannen te kiezen en te doen wat mogelijk was tot verwijdering van alle ongerechtigheid? Wat had het gebaat of men al gebeden had om bekeering en behoud van Raymond, terwijl men bij de stemmingen en in allerlei andere dingen in den grond der zaak zich gesteld had naast de vijanden van Jezus? Wilde Jezus dat gebed niet verhooren? Wie dergenen, die Hem volgden, kon zich voorstellen dat Hij weigeren zou ook te dezen opzichte te lijden en Zijn kruis op zich te nemen? Hadden de

-ocr page 147-

133

leden zijner gemeente ooit geleden bij een poging om in alles Jezus te volgen\'? Was het een gevolg van overeenkomst of gewoonte, of door traditie als men tot de discipelen des Heeren behoorde? En waar begon het lijden? Was het om de voetstappen van Jezus te volgen bepaald noodzakelijk zoowel den heuvel Golgotha te beklimmen als den Berg der Verheerlijking?

Zijne beschuldiging op dit punt was zwaarder dan hij vermoedde. Zonder overdrijving kan gezegd worden dat de geestelijke spanning der gemeente haar hoogste punt bereikte. Het navolgen van Jezus waarmee de vrijwilligers waren begonnen, werkte als zuurdeeg en deed zijn invloed gelden in de geheele maatschappij. Als Henry Maxwell had kunnen vermoeden, hoe sterk nu reeds bij het volk de begeerte was om het kruis op te nemen, dan zon hij verbaasd gestaan hebben. Terwijl hij, alvorens te besluiten met een liefdevolle aansporing om zich te verbinden aan den dienst des Heeren, sprak over hetgeen men reeds gedurende twee duizend jaren van den Meester had ervaren, was er menige man en vrouw in de kerk, die tot zich zelf zeide, evenals Rachel quot;Winslow met zooveel vuur tegenover hare moeder had uitgesproken: Ik wensch iets te doen dat mij opoffering kost, ik wil gaarne om \'s Heeren quot;wil lijden. Inderdaad; Mazzini had gelijk toen hij de opmerking maakte: „ Er is geen roepstem, waaraan men zoo gemakkelijk gevolg geeft als; Kom om te lijden.quot;

De dienst was geëindigd, het talrijke gehoor had zich verwijderd en Henry Maxwell stond weer te midden

-ocr page 148-

134

van het gezelschap dat zich even als de beide vorige Zondagen in de catechisatiekamer had vereenigd. Hij had verzocht of allen die de belofte hadden afgelegd wilden blijven, benevens zij die zich nog wenschten aan te sluiten. Do samenkomst na de godsdienstoefening scheen iets te zijn waar men niet meer buiten kon. Toen hij binnen kwam en de aanwezigen overzag trilde zijn hart. Er waren ten minste tweehonderd personen. Nog nooit had de Heilige Geest zich zoo krachtig geopenbaard. Hij miste Jasper Chase. Maar al de anderen waren er. Hij vroeg Milton Wright om te bidden. Het was alsof het vertrek was vervuld met de mogendheid des Heeren. Kon er wel iets weerstand bieden aan zulk een uitstorting van kracht? Hoe was het mogelijk dat ze het zoovele jaren er buiten hadden kunnen stellen!

Ze beraadslaagden te zamen en er werd menig gebed gedaan. Van deze bijeenkomst dagteekenen eenige dei-gewichtigste gebeurtenissen die later deel uitmaakten van de geschiedenis der Eerste Kerk te Raymond en toen men eindelijk van elkander scheidde waren allen vervuld met de vreugde, die een gevolg is van de gemeenschap des Heiligen Geestes.

Donald Marsh, President van het Lincoln-College, wandelde met Ds. Maxwell naar huis.

„Ik heb eindelijk een besluit genomen. Maxwell,quot; zei hij langzaam. „Ik heb mijn kruis gevonden en liet is een van de zwaarste; maar ik zal geen rust hebben voor dat ik het opneem en ga dragen.quot;

-ocr page 149-

135

Ds. Maxwell antwoordde niet; toen ging de President voort:

„Uw preek heeft mij van morgen volkomen zekerheid gegeven omtrent hetgeen ik reeds lang voelde dat mijn plicht was. Wat zon Jezns doen in mijn plaats V Sedert ik mijn belofte deed, heb ik dat herhaaldelijk gevraagd. Ik heb getracht mij tevreden te stellen met de gedachte dat Hij eenvoudig zou voortgaan, zooals ik tot dusverre deed, mijn plicht doende aan de hoogeschool en de studenten der verschillende studiejaren onderwijzen in de ethiek en de philosophic. Maar ik heb steeds het gevoel gehad dat Hij nog iets meer zou doen. En daar juist schrik ik voor terug. Het zou mij een ware marteling zijn. Kunt ge niet raden wat het is?quot;

,.Ja, ik geloof wel dat ik het weet,quot; antwoordde Henry Maxwell. „Het is ook mijn kruis. En bijna alles zou ik liever doen dan dat.quot;

Donald Marsh keek verwonderd op en voelde zich gerustgesteld. Toen zei hij droevig maar met overtuiging :

„Maxwell, wij behooren beide tot een klasse van personen, wier ambc er toe geleid heeft dat wij steeds onze plichten als burger verwaarloosden. Wij hebben geleefd in een kleine wereld van afzondering op wetenschappelijk gebied; we gingen op in ons werk en deinsden terug voor de onaangename verplichtingen die tot het leven van iederen burger behooren. Ik moet tot mijn schande bekennen, dat ik opzettelijk trachtte te ontkomen aan de verantwoordelijkheid die op mij rust door

-ocr page 150-

130

het feit dat ik persoonlijk deel uitmaak van de burgerij dezer stad. Ik weet maar al te goed dat de stedelijke magistraatspersonen een bedorven troep beginsellooze menschen zijn, die voor een groot deel staan onder den invloed van den alcohol en ook waar het de zaken van het stadsbestuur betreft, toch altijd hun eigen belang op het oog hebben. Evenals bijna alle hoogleeraren heb ik er mij tot dusverre steeds toe bepaald anderen voor de gemeentezaken te laten zorgen en geheel geleefd in mijn eigen kleine wereld zonder eenige sympathie te betoonen met de werkelijke wereld daarbuiten of er zelfs mee in aanraking te komen. Ik heb steeds trachten te vermijden een eerlijk antwoord te geven op de vraag wat Jezus zou doen. Maar dat kan ik niet langer volhouden. Het is eenvoudig mijn plicht persoonlijk deel te nemen aan de op handen zijnde verkiezing, de voornaamste kiezers te bezoeken en al mijn invloed te gebruiken om de verkiezing te bevorderen van achtenswaardige personen. En daartoe zal ik mij moeten werpen in die verschrikkelijke draaikolk van bedrog en omkooping, listige kunstgrepen van kroeghouders en hun aanhang, zooals dat tegenwoordig helaas hier ter stede wordt aangetroffen. Ik zou echter nog liever tegen den mond van een kanon inloopen. Ik zie er tegen op omdat ik er een weerzin in heb mij met al die dingen te bemoeien. Het zou me wel iets waard zijn als ik kon zeggen: „Ik geloof niet dat Jezus zich met dergelijke dingen zou inlaten.quot; Maar ik ben overtuigd dat Hij het doen zou. En hiermede begint voor mij het lijden. Het

-ocr page 151-

1B7

zou mij niet hal f zooveel kosten indien ik mijn betrekking of mijn huis moest verliezen. Ik walg er letterlijk van mij met gemeente-zaken te moeten gaan bemoeien. Ik zou veel liever rustig bij mijn studie blijven en mij bezighouden met mijn colleges in ethica en philosophie. Maar duidelijk, zoo duidelijk dat ik er mij niet aan kan onttrekken, kwam tot mij de roepstem: „Donald Marsh, volg Mij. Help den grooten gemeente-winkel reinigen, zelfs al zoudt go er uw aristocratische gevoelens een weinig door bezoedelen.quot; Maxwell, dat is mijn kruis. En ik moet het opnemen of mijn Heer verloochenen.quot;

„Met mij gaat het juist zoo,quot; antwoordde Ds. Maxwell mot een droevig lachje. „Waarom zou ik, alleen omdat ik geestelijke bon, mij verschuilen achter mijn verfijnde, weekelijke gevoelens en lafhartig weigeren, uitgenomen misschien in een enkele preek, mijn plichten als burger na te komen? Ik ben totaal een vreemdeling in de stedelijke politiek. Nooit heb ik een werkzaam aandeel genomen in de benoeming van overheidspersonen. Er zijn honderden predikanten die in hetzelfde geval verkeeren. Wij brengen ten opzichte van hot staatkundig leven niet in practijk wat wij op den kansel anderen als hun plicht voorhouden. Wat zou Jezus doen? Ik ben, evenals u, in de noodzakelijkheid deze vraag te beantwoorden. En het ligt voor de hand wat mij te doen staat: ik moet lijden. Al mijn gemeente-arbeid, al mijn zwakke pogingen om mij zelf te verloochenen dat alles heeft niets te beduiden vergeleken bij het feit, dat ik mijn gewoonte om mij aan allerlei

-ocr page 152-

138

dingen te onttrekken en mij in hoofdzaak toe te leggen op de studie heb vaarwel gezegd en mij zal gaan mengen in den zwaren, openlijken strijd tegen de zonde die zich in onze stad zoo vreeselijk openbaart. Ik zou het overige mijner dagen kunnen gaan doorbrengen in de Rectangle om er te arbeiden onder het volk en er een eenvoudig leven te leiden. En dat lijkt me heel wat aangenamer dan de gedachte mij te moeten werpen in den strijd tot hervorming van onze stad. Het zou me veel minder kosten. Maar evenals u, heb ik mijn gevoel van verantwoordelijkheid niet van mij kunnen afzetten. Het antwoord op de vraag wat Jezus doen zou geeft mij geen vrede, dan alleen wanneer ik zeg: Jezus wil dat ik mijn plichten als Christenburger zal nakomen. Het is zooals ge zegt, Marsh, wij jn-edi-kanten, professoren, kunstenaars, letterkundigen, geleerden, zijn bijna zonder uitzondering, als het de politiek betreft, lafaards. We hebben ons onttrokken aan onze duurste verplichtingen als burgers van den staat, hetzij uit onwetendheid of uit zelfzucht. Heusch, Jezus zou dat indien Hij in onzen tijd leefde niet doen. En wij mogen niet anders dan dit kruis opnemen en Hem volgen.quot;

Zwijgend wandelden beide mannen verder. Eindelijk begon President Marsh :

„Maar we behoeven in dezen niet alleen te blijven staan. Als allen die de belofte hebben gedaan zich vast aaneensluiten kunnen wij stellig heel Avat kracht ontwikkelen. Laat ons de krachten die zich in Raymond

-ocr page 153-

139

beschikbaar stellen voor den dienst des Heeren orga-niseeren en den strijd aanbinden tegen den alcohol en de zedelijke verdorvenheid. En vooral de eerste aanval moet krachtig zijn, en niet enkel bestaan in het aanteekenen van protest. Het is een feit dat men-schen die gewoon zijn in de kroegen te zitten lafhartig zijn en licht bevreesd worden. Met het oog op de ongebondenheid en het bederf dat er heerscht zou men het wel niet verwachten, maar het is zoo. Laat ons een plan ontwerpen voor een veldtocht, waarvan gerechtigheid de grondslag is. Jezus zou dat met groote wijsheid organiseeren. Alle middelen zou Hij gebruiken en uitgebreide plannen zou Hij uitwerken. Laat ons evenzoo doen. Indien wij dit kruis dragen dan willen we dat doen als mannen.quot;

Ze spraken lang over alles wat met hun plan in verband stond en den volgenden dag kwamen ze weer bijeen op de studeerkamer van Henry Maxwell om het verder uit te werken. De voornaamsten der stad werden opgeroepen tot een vergadering op den eerstvolgenden Vrijdag. Geruchten van vreemde, ongehoorde gebeurtenissen deden de rondte in de politieke kringen te Raymond. Het stemmen volgens het stelsel Crawford was in den staat niet in gebruik en daarom werd er eene voorbereidende vergadering uitgeschreven die gehouden zou worden in het Rechtsgebouw.

De burgerij van Raymond zal nooit deze bijeenkomst vergeten. Het ging er zoo geheel anders toe dan op de politieke vergaderingen die tot dusver in Raymond

-ocr page 154-

14U

waren gehouden, dat er aan geen vergelijken te denken valt. Er moest gestemd worden voor een burgemeester, een stadsadvocaat, een commissaris van politie, een secretaris en een gemeenteontvanger.

De Zaterdagavond-editie van Het Dagblad bevatte een volledig verslag van de vergadering en in een hoofdartikel besprak Edward Norman met openhartigheid en overtuiging de houding van de Christenen te Raymond, die hem de hoogste achting afdwong omdat men klaarblijkelijk zoo oprecht en onbaatzuchtig was. Een deel van dit hoofdartikel nemen we over wijl een belangrijke episode van onze geschiedenis er in wordt beschreven.

Men kan veilig zeggen, dat er nog nooit oen vergadering in Raymond is geneest zooals die welke gisterenavond in liet ReeLts-gebouw werd gehouden. Het was een ware verrassing voor hen. die er reeds aan gewoon geraakt waren de zaken van het stadsbestuur als hun eigene te beschouwen waar ieder ander eenvoudig niets mee te maken had. Die verrassing bestond hierin dat een groot aantal burgers der stad die tot dusverre zich nooit met regeeringsaangelegenheden bemoeid hadden, ter vergadering verschenen en eenige der achtenswaardigste personen aanwezen voor al de betrekkingen die bij de komende verkiezingen moesten vervuld worden.

Het was een uitstekende les voor degenen die nog niet weten wat tot do verplichtingen van een rechtgeaard burger behoort. President Marsh van het Lincoln-college, die voor de eerste maal zich in de vergadering vertoonde en zelfs bijna allen, die zich met de politiek bezighouden van aangezicht onbekend was, hield een van de beste redevoeringen, welke ooit bij een dergelijke gelegenheid werden ten gehoore gebracht. Het was bijna kluchtig de gezichten te zien

-ocr page 155-

141

i iiiiMiiiai-m—m

,

vaa die mannen, die gedurende jaren gedaan hadden wat ze wilden, toen President Marsh opstond om te spreken. Velen hunner vroegen: Wie-is dat? Hun ontsteltenis nam toe gedurende den loop der vergadering vooral toen het duidelijk werd dat de dagen van Olim voor de regeeringspersonen voorbij waren. Henry Maxwell, predikant van de Eerste Kerk, Milton Wright, Alexander Powers, de professoren Brown, Willard en Park van het Lincoln-ccllege, Dr. John West, Dr. George Maine van de Pelgrim-Kerk, Dean Ward van de Drie-eenheidskerk benevens tientallen van handelslui en industriëelen waren aanwezig en het duurde niet lang of men wist dat ze gekomen waren met de bedoeling om de geschiktste en betrouwbaarste personen gekozen te krijgen. De meesten hunner bevonden zich op geheel vreemd terrein en waren totaal onbekenden voor hen, die gewoon waren zich met de politiek te bemoeien. Maar ze hadden, zooals te begrijpen is, hun voordeel gedaan met de tekortkomingen van hen, die tot dusvere de macht in handen hebben gehad en waren door hun goede organisatie en volkomen eensgezindheid in staat al hun candidaten op de lijst te krijgen.

„Zoadra het openbaar werd dat de partij der stadsregeering van het kussen raakte trok de regeeringspartij zich ontstemd terug en maakte een andere candidatenlijst op. De Redactie vestigt eenvoudig de aandacht van alle rechtschapen burgers op het feit, dat deze laatste lijst de namen bevat van personen, die het gebruik van jenever en brandewijn aanmoedigen. De grens is scherp getrokken tnsschen de regeering die zich, zooals we reeds jaren lang hebben ondervonden, ophoudt met allerlei knoeierijen en een zuiver, eerlijk, bekwaam, voortvarend bestuur, zooals ieder goed burger behoort te begeeren. Het is niet noodig de bevolking er aan te herinneren dat bij do verkiezingen de vraag van .local optionquot; zal ter sprake komen. Dat zal do belangrijkste kwestie wezen. De zaak van het stadsbestuur maakt thans een crisis door. En de afloop zal ongetwijfeld in ons voordeel zijn. Zv.llen we personen die onder den invloed zijn van den alkohol en totaal ongeschikt bleken, op het kussen laten, of zullen we, zooals Presiuent Marsh in zijn indrukwekkende rede

1

li i

-ocr page 156-

142

betoogde, ontwaken tot een aniler leven en als reohtgeaarile burgers een nieuwe orde van zaken in bet leven roepen, onze stad bevrijden van den ernstigsten vijand, dien men in een welgeordende raaat-schappij beeft te vreezen, en alles doen wat in onze macht staat om door de verkiezingen ons burgerlijk leven te zuiveren van on-gewcnschte bestanddeelen ?

Het Dagblad scbaart zieb zonder voorbehoud aan de zijde van hen die optreden als leiders der nieuwe beweging. Wij zullen voortaan al onze krachten inspannen om do kroeg te doen verdwijnen en de politieke macht die zij vertegenwoordigt te verbreken. Wij zullen de verkiezing bevorderen van de candidaten, gesteld door de meerderheid der burgers, die bijeen waren gekomen in de eerste voorbereidende vergadering.... en we wekken alle Christenen, alle leden der kerk, alle voorstanders van recht en billijkheid en allen die het vaderland liefhebben op om steun te verleenen aan Marsh on de overige burgers, met wie hij, op de bekende wijze, een hoog noodige hervorming in onze stad heeft ter hand genomen.

Toen President Marsh dit hoofdartikel gelezen had, dankte hij God voor den steun dien hij van Edward Norman ondervond. Tegelijkertijd werd het hem duidelijk dat alle andere nieuwsbladen in Raymond tegen hem partij zouden kiezen. Het gewicht en den ernst van den strijd die nu was ontbrand gevoelde hij ten volle. Het was geen geheim dat sedert Het Dagblad de vraag: Wat zou Jezus doen? als grondslag had aangenomen het aantal abonné\'s enorm was verminderd. Het stond nu te bezien of de Christenen te Raymond zouden volharden. Zouden zij Edward Xorman zooveel steun kunnen bieden dat het eenige positief Christelijke dagblad kon blijven bestaan? Of zou hun begeerte om z.g. gemengde berichten te lezen, wier inhoud bestaat uit

-ocr page 157-

143

misdaden, schandalen enz., en een zekere afkeer om zich in moeielijkheden te wikkelen voor een zoo merk-waardigen omkeer in de journalistiek, hen bewegen om het blad in den steek te laten en flnancieelen steun te weigeren? Dat was de vraag waarmee Edward Norman zich bezig hield terwijl hij een hoofdartikel schreef voor het nummer dat Zaterdag zou verschijnen. Hij wist heel goed, dat het artikel waarmee hij bezig was hem duur zou te staan komen. Daar zouden de meeste handelslui van Raymond wel voor zorgen. En toch was er iets anders dat hom aandreef, toen hij de pen over het papier liet glijden n.1. de vraag: Wat zou Jezus doen ? Deze vraag maakte een deel uit van zijn leven on drong alle andere op den achtergrond.

Voor het eerst, zoover men de geschiedenis van Raymond kon nagaan, had men het beleefd dat personen die een of ander ambt bekleedden, onderwijzers, professoren en doctoren, predikanten, zich op politiek gebied lieten gelden en zich beslist en scherp plaatsten tegenover de booze machten, die zoolang reeds de zaken van het gemeentebestuur hadden bedisseld. Het feit alleen was voldoende om de verbazing gaande te maken. President ilarsh bekende zich zelf met een gevoel van schaamte dat hij nog nooit had geweten waartoe een rechtschapen burger in staat was. Sedert dien Vrijdagavond gold voor hem en zijn leerlingen een nieuwe definitie van de versleten uitdrukking: „Student in de Rechten.quot; Voor hem en allen die onder zijn invloed stonden, was sedert

-ocr page 158-

lU

dien tijd opvoeding onafscheidelijk verbonden met lijden en opoffering een noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling.

In de Rectangle steeg gedurende die week nog steeds tiet peil van liet geestelijk leven en er waren vooralsnog geen teekenen die er op wezen dat er weer achteruitgang zou komen. Rachel en Virginia gingen er eiken avond heen. Virginia had al heel spoedig een besluit genomen betreffende een groot deel van haar vermogen. Ze had er met Rachel over gesproken en beiden waren van oordeel dat indien Jezus een groote som gelds tot Zijn beschikking had gehad, Hij er iets dergelijks mee zou gedaan hebben als Virginia voornemens was te doen. Intusschen waren ze zich bewust, dat wat Jezus in zulk een geval zou gedaan hebben zooveel anders en beter zou geweest zijn als het verschil van persoon en omstandigheden meebracht. Er kan geen sprake van zijn dat er één bepaalde manier is, waarop een Christen zijn geld behoort te besteden. Het onbaatzuchtig streven om anderen te helpen moet daarin den rechten weg aanwijzen.

Te midden van dit alles was al hun streven er op gericht den Naam des Heeren te verheerlijken. Avond aan avond was gedurende die week getuige van wonderen, even groot als het wandelen op de zee, of de spijziging der menigte met weinige brooden en enkele vischjes. Inderdaad, is er wel grooter wonder dan de vernieuwing van den mensch? De herschepping van deze ruwe, onbeschofte, meestal door den drank bene-

-ocr page 159-

145

velde personen in biddende, opgewekte volgelingen des Heeren vervulde Rachel en Virginia telkens weer met dezelfde verbazing, welke zicli meester moet gemaakt hebben van de menigte die Lazarus uit het graf zag te voorschijn komen.

liollin Page sloeg geen enkele samenkomst over. Aan de verandering die met hem had plaats gegrepen viel niet te twijfelen. Hij was buitengewoon stil en het scheen alsof hij immer zat te peinzen. Zonder twijfel was hij niet meer de Rollin Page van vroeger. Meer dan met iemand anders was hij in gesprek met Mr. Gray. Wel bleek uit niets dat hij Rachel trachtte te mijden maar hij wachtte zich zorgvuldig voor den schijn alsof het zijn begeerte ware de oude betrekking tot haar weer aan te knoopen. Rachel vond het zelfs moeilijk tegen hem haar blijdschap uit te spreken over het feit, dat hij bij aanvang het nieuwe leven had leeren kennen. Hij scheen die vroegere verhouding tot haar te willen vergeten. En toch dacht hij er nog dikwijls aan. Maar hij was nog niet in staat zijn innerlijke overtuiging dienstbaar te maken aan het leggen van een nieuwen band.

Voordat de week ten einde was ontstond er in de Rectangle een zware strijd tusschen twee buitengewone aan elkander tegenovergestelde krachten. De Heilige Geest streed met geheel Zijn bovennatuuiiijke macht tegen den kroegduivel die zijn slaven reeds zoo langen tijd met ijzeren greep hield omklemd. Indien de Christenen te Raymond zich konden voorstellen wat die

10

-ocr page 160-

146

strijd beteekende voor de pas tot een nieuw leven ontwaakte zielen, dan zouden de verkiezingen zonder twijfel een einde maken aan het tot nog toe gevolgde stelsel bij het verleenen van vergunning tot drankverkoop. Het afgrijzen waarmede vele der bekeerden hunne dagelijksche omgeving beschouwden kwam langzamerhand al meer ter kennis van Virginia en Rachel, en iederen avond als zij naar de stad terugkeerden en hun weelderige woningen opzochten voelden ze zich daarover al meer bezwaard.

„Niet weinigen van die arme schepsels zullen weer iu hun vorige zonden vervallen,quot; zei Mr. Gray dikwijls met een droefheid die te diep was dan dat hij er tranen om kon storten. ..De omgeving heeft een ver-bazenden invloed op het karakter. Het zou dwaas zijn te verwachten dat die menschen altijd weerstand zouden kunnen bieden aan de verleiding, als ze dat helsche vocht dagelijks zien en ruiken, ü God, hoe lang zullen de Christenen voortgaan door hun stilzwijgen en het kiezen van onwaardige magistraatspersonen die verschrikkelijke slavernij te bestendigen?quot;

Hij stelde die vraag maar had niet veel hoop er spoedig een antwoord op te ontvangen. Een straal van hoop was hetgeen er Vrijdagsavonds was voorgevallen in de vergadering ter voorbereiding van de verkiezingen, maar of het veel zou uitwerken durfde hij niet te gelooven. De tegenpartij was goed georganiseerd en wakker: ze ging aanvallenderwijze te werk, aangespoord door de ongewone haat die de

-ocr page 161-

147

gebeurtenissen in de tent en in geheel de stad bij haar verwekt had. Zouden de Christenen met vereende kracht den strijd aanbinden tegen de kroegen en al de ellende, die daaraan verbonden is? Of zouden ze verdeeld blijven ter oorzake van hunne particuliere belangen of omdat ze niet gewoon waren gemeenschappelijk op te treden zooals hun tegenstanders deden? Dat alles was nog volstrekt onzeker. Intusschen richtte de kroeg zich in de Rectangle op gelijk een vergiftige adder, sissend en geraasmakend, gereed om haar prooi te treffen zoodra de kans daartoe schoon is.

Zaterdagsmiddags, juist toen Virginia hare woning verliet om. naar Iiachol te gaan en met haar te spreken over nieuwe plannen, kwam er een rijtuig aanrijden waarin drie van hare vriendinnen gezeten waren. Virginia begaf zich naar den rijweg en bleef daar eenige oogenblikken met hen staan praten. Ze waren niet gekomen om een formeel bezoek af te leggen maar noodigden Virginia uit met hen de boulevards langs te rijden. Er zou in het park een concert gegeven worden en liet weer was bovendien veel te prachtig om in Imis te blijven.

„Waar heb je toch gezeten, Virginia, dat we je zoo lang niet hebben gezien?quot;\' vroeg een der dametjes, terwijl ze haar vriendin schertsenderwijze met haar rood zijden parasol op den schouder tikte. „We liooren dat je aan het tooneel verbonden zijt. Vertel er ons eens wat van.quot;

\\ irginia kleurde; toch verhaalde ze na eenige aarze-

-ocr page 162-

148

ling oen en ander van hetgeen ze in de Rectangle had ervaren. En de dametjes in liet rijtuig begonnen er heusch belang in te stellen.

„Weet je wat,quot; stelde een hunner voor, „laten we van middag eens met Virginia meegaan in plaats van het concert bij te wonen. Ik ben nog nooit in de Rectangle geweest. Zooals ik gehoord heb moet het een verschrikkelijk goddelooze buurt zijn. Virginia zal er ons wel

willen rondleiden. Heusch het zal —--quot; „grappig

ziinquot;\' wou ze zeggen maar een blik van Virginia was oorzaak dat ze zei: „interessant zijn.quot;

Virginia was boos. Eerst nam ze zich voor onder zulke omstandigheden in geen geval te gaan. De anderen schenen het met de spreekster geheel eens te zijn en drongen er in allen ernst bij Virginia op aan dat ze hen mee zou nemen.

Plotseling kwam de gedachte bij haar op dat zij van de ijdele nieuwsgierigheid harer vriendinnen moest gebruik maken. Zij hadden nooit gezien hoe in Raymond de zonde woedde en hoeveel ellende er heerschte. En zou het niet goed kunnen zijn hen daar eens mee op de hoogte te stellen, ook al hadden ze geen andere bedoeling dan eenvoudig den middag er mee zoek te maken?

„Nu goed, ik zal met je meegaan. Maar je moet je geheel aan mij toevertrouwen, dan zal ik je meenemen naar die plaatsen, waar het meest te zien is,quot; zei ze terwijl ze in het rijtuig stapte en plaats nam naast haar, die het plan om een uitstapje naar de Rectangle te doen had opgeworpen.

-ocr page 163-

149

„Zouden we niet beter doen een agent van poiitie mee te nemen?quot; vroeg een der dametjes met een zenuwachtig lachje. ..Het is daar werkelijk niet veilig, vind je wel?quot;

„Er is volstrekt geen gevaar bij,quot; antwoordde Virginia kortaf.

„Is het werkelijk waar, dat Ivollin bekeerd is?quot; vroeg de eerste spreekster, Virginia nieuwsgierig aanziende. Het viel haar gedurende den tocht door de Rectangle op dat alle drie haar vriendinnen haar voortdurend aankeken, alsof er iets zeer buitengewoons aan haar te zien was.

„Ja, dat is hij ongetwijfeld. Ik zag hem zelf op den avond toen hij voor quot;t eerst belangstelling toonde, Zaterdag voor acht dagen,quot; hernam Virginia, die niet goed wist hoe ze vertollon moest wat er met hem was voorgevallen.

„Naar ik gehoord heb loopt hij de clubs af die hij vroeger bezocht, om het aan zijn oude vrienden te vertollen en zo te bepreeken. Vind je dat niet grappig?quot; zei de dame met de rood zijden parasol.

Virginia antwoordde niet en hare vriendinnen begonnen wat ernstiger te worden toen het rijtuig de straat insloeg die naar de Rectangle leidde. Hoe meer zij de buurt naderden hoe zenuwachtiger ze werden. Wat ze zagen en roken en hoorden was voor Virginia niet zoo vreemd meer, maar kwam deze fijn beschaafde, teergevoelige dametjes voor afschuwelijk te zijn. De Rectangle scheen als het ware mot groote door den

-ocr page 164-

150

drank benevelde oogen du koets met net gekleede jonge meisjes aan te gapen. De mensclien uit de achterbuurten waren te L\'aymond nooit in aanraking gekomen met de gegoede burgerij en liet was misschien de eerste maal dat beider wegen elkaar kruisten. Virginia\'s vriendinnen gevoelden het en in plaats dat zij de Rectangle bezichtigden, waren zi j zelf het voorwerp van de nieuwsgierigheid der bewoners. Vrees en afkeer vervulde hen.

..Laten we terugkeeren. Ik heb genoeg gezien,quot; zei een hunner, die naast Virginia zat.

Ze waren op dat oogenblik vlak tegenover een algemeen bekend drank- en speelhuis. De straat was nauw en op de trottoirs verdrong zich de menigte. Plotseling kwam een jonge vrouw waggelend naar buiten. Ze zong op dronkemanswijze een lied, dat haar eigen afschuwelijken toestand scheen te beschrijven; ,.Zooals ik bea, beladen met schuld\'\'; en toen het rijtuig voorbijreed zwaaide ze er op af en hief haar hoofd op, zoodat Virginia haar van zeer nabij vlak in \'t gelaat kou zien. Het was hetzelfde meisje dat den vorigen avond snikkende naast haar op do knieën had gelegen en voor wie ze gebeden had.

..Halt!quot; riep Virginia den koetsier toe die zat ronc. te kijken. Het rijtuig hield stil en in minder dan geen tijd was ze uitgestapt, op het meisje toegeloopen en had ze haar bij den arm genomen.

„Loreen,quot; was het eenige dat ze zeide. Het meisje keek haar aan en kreeg een onbeschrijfelijk angstige

-ocr page 165-

151

uitdrukking op liet gelaat. Virginia\'s vriendinnen in het rijtuig raakten van verbazing geheel van streek. De kroeghouder kwam in de deur staan en bleet\' met de handen op de heupen kijken naar hetgeen er voorviel. En de bewoners van de Rectangle stroomden van alle kanten toe en verdrongen elkander om te zien wat er gebeurde. De warme voorjaarszon wierp haar zachte stralen op het tooneel. Een zwak windje voerde de tonen der muziek uit het park over naaide Eectangle. Het concert was begonnen en al wat aanzienlijk was in Eaymond vertoonde zich op de boulevards.

-ocr page 166-

I

?

HOOFDSTUK VI.

Want Ik ben gekomen om den mensch tweedrachtig te maken tegen zijnen vader,

en de dochter tegen hare moeder, en de schoondochter tegen hare schoonmoeder, en zy zullen des menschen vyanden worden,

die zün huisgenooten zün. Matth. 10 : 35.

Zjjt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen: en wandelt in de liefde, gelijkerwys ook Christus ons liefgehad heeft. ^

Efeze 5 : I, 2.

Toen Virginia liet rijtuig verliet en naar Loreen toeliep wist ze eigenlijk nog niet wat ze doen zou en nog minder welke gevolgen het zou hebben. Ze zag eenvoudig een ziel, die iets gesmaakt had van de vreugde des beteren levens, weer terugzinken in de hel van schande en dood waarin ze vroeger had geleefd. En voordat ze het dronken meisje bij den arm nam had ze alleen gevraagd: ,,Wat zou Jezus doen?quot; Die vraag was haar, evenals voor zoovele anderen, een levensvraag geworden.

Toen ze dicht bij Loreen stond keek ze om zich heen en met volkomen helderheid overzag ze haar toestand.

«

-ocr page 167-

Het eerst dacht ze aan haar vriendinnen in het rijtuig.

„Rijd maar door, wacht niet op me. Ik ga een vriend hier in de buurt bezoeken,quot; zei ze tamelijk kalm.

De dame met de roode parasol wist niet wat ze hoorde toen Virginia sprak van een „vriendquot;. Maar ze antwoordde niets. En ook de andere vriendinnen waren stom van verbazing.

,,Gra maar door, ik kan niet met je naar huis terug-keeren,quot; zei Virginia.

Op het oogenblik dat de koetsier de paarden langzaam in beweging bracht, stak een der meisjes het hoofd buiten het rijtuig.

„Kunnen we .... wil je liever niet dat we je helpen? Kunnen we niet . . . .quot;

„Neen, neen,quot; riep Virginia. „Je kunt op quot;t oogenblik niets voor me doen.quot;

Het rijtuig verwijderde zich en Virginia was alleen met de ongelukkige.

Ze keek rond. De meeste omstanders namen een welwillende houding aan. Ze waren niet allen wreed of onmenschelijk. De Heilige Geest had reeds grooten invloed gehad op de bewoners dezer buurt.

„Waar woont zij?quot; vroeg Virginia.

Niemand antwoordde. Het kwam Virginia later, toen ze tijd had over alles na te denken, voor dat deze onbeschaafde menschen door te zwijgen een kiesch-heid toonden waaraan meer beschaafden een lesje konden nemen.

Eerst nu bedacht ze dat het onsterfelijk wezen, als

-ocr page 168-

154

een wrak geworpen op den oever van die hel op aarde die men kroeg of café-cliantant noemt, waarschijnlijk geen plaats had die ze haar tehuis mocht noemen.

Plotseling rukte het meisje zich van Virginia los. Het scheelde maar weinig of deze was daarbij op den grond terecht gekomen.

,,Raak me niet aan. Ga weg. Laat me naar de hel gaan. Daar hoor ik thuis. De duivel staat op me te wachten. Kijk, daar is hij,quot; schreeuwde ze met heesche stem. Ze keerde zich om en wees met een bevonden vinger op den kroeghouder. De menigte begon te lachen.

Virginia ging op haar toe en sloeg don arm om haar heen.

„Loreen,quot; zei ze op beslisten toon, „kom met me mee. Je behoort niet in de hel thuis. Je behoort bij Jezus en Hij wil je redden. Kom.quot;

De ongelukkige barstte bij deze woorden eensklaps in tranen uit. Ze was bijna geheel ontnuchterd van schrik toen ze Virginia herkende.

Virginia keek weer naar de omstanders.

„Waar woont Mr. Gray?quot; vroeg ze. Ze wist dat de evangelist ergens dicht bij de tent zijn kamers had.

Een aantal stemmen duidden het haar aan.

„Kom Loreen, ik wou dat je met me meegingt naar Mevr. Gray,quot; zei ze, nog altijd het heen en weer zwaaiende, bevende schepsel vasthoudende. Loreen antwoordde niet maar kermde en snikte en klemde zich nu met evenveel kracht aan Virginia vast als ze haar eerst van zich had gestooten.

-ocr page 169-

löo

Zoo bewogen ze zich door de Rectangle in de richting van liet huis waar de Evangelist verblijf hield. Op alle bewoners der buurt scheen liet een diepen indruk te maken. Xooit hadden ze er zich iets van aangetrokken als er iemand dronken was; maar in dit geval was het iets anders. Hot feit, dat een van de fraai gekleede dames van Raymond zich interesseerde voor een der meest beruchte personen uit de liectangle, die in beschonken toestand waggelend naast haar liep, was belangrijk genoeg om Loreen zelf tot een persoon van gewicht te maken. Als Loreen stomdronken was en in de goot viel lachte iedereen er om en hield men haar voor den gek. Maar Loreen waggelend aan den arm van een jonge dame uit de aanzienlijke klasse die haar ondersteunde, dat was heel iets anders. De Rectangle zag het met kalmte en min of meer met bewondering aan.

Toen zij het huis waar Mr. Gray woonde bereikt hadden, vertelde do vrouw die op haar kloppen had opengedaan dat zoowel Mr. Gray als zijn echtgenoote uit waren en ze niet voor zes uur zouden terugkeeren.

Virginia had nog geen andere plannen gemaakt dan een beroep te doen op de Gray\'s, dat ze voor eenigen tijd Loreen onder hun hoede zouden nemen of een veilige plaats opzoeken waar ze kou blijven tot zo weer geheel nuchter was. Nadat de vrouw had gesproken wist ze werkelijk niet wat ze moest aanvangen. Loreen liet zich als wezenloos op de stoep vallen en verbergde haar gelaat in haar armen. Virginia zag er naar en terwijl haar blik rustte op de ellendige ge-

-ocr page 170-

156

daante kreeg ze een gevoel waarvan ze vreesde dat liet in afschuw eu weerzin zou overgaan.

Eindelijk maakte zich een gedachte van Virginia meester die ze niet meer kwijt kon. Wat verhinderde Loreen met haar mee naar huis te gaan? Waarom zou ze dit ongelukkige daklooze schepsel, doortrokken met alcoholdamp, niet in haar eigen huis opnemen en verzorgen in plaats van haar bij vreemden in een of ander hospitaal of in een liefdadigheidsinstelling onder dak te brengen? Virginia wist intusschen heel weinig van die wijkplaatsen. Wel waren er twee of drie van die inrichtingen te Raymond maar het was zeer twijfelachtig of men iemand als Loreen, en dan nog wel in zulk een toestand, zou willen opnemen. Evenwel dat was op \'t oogenblik van minder belang voor Virginia. Wat Jezus doen zou, dat vroeg ze zich af. En eindelijk had ze het antwoord op die vraag gevonden.

„Loreen. kom. Je gaat met mij mee naar huis. Hier op den hoek zullen we een rijtuigje nemen.quot;

Loreen waggelde en maakte geen bedenkingen. Virginia had tegenstand verwacht of een halsstarrige weigering om mee te gaan. Toen zij den hoek bereikt hadden en een rijtuig namen wemelde het van menschen, die de stad in gingen en Virginia voelde dat aller blikken op haar en haar gezellin waren gevestigd. Maaide gedachte aan hetgeen ze tegen haar grootmoeder zou zeggen nam haar spoedig geheel in beslag. Hoe zou Mevrouw Page het opnemen als ze haar zag verschijnen met Loreen?

-ocr page 171-

157

Deze was nu zoo goed als nuchter maar verkeerde in een staat van verdooving. Het was nog altijd noodig dat Virginia haar bij den arm vasthield. Verscheidene keeren viel ze met al haar zwaarte tegen Virginia aan en een eindje verder de straat in werden ze door een nieuwsgierige menigte aangestaard. Toen ze de stoep opging van het fraaie huis loosde Virginia een zucht van verlichting. Zelfs het vooruitzicht van een onderhoud met haar moeder temperde haar vreugde niet, en nadat ze do deur had gesloten betrad ze met haar daklooze verworpeling de ruime vestibule, onverschillig voor alles wat nu nog zou kunnen gebeuren.

Mevrouw Page zat in de bibliotheek en hoerende dat Virginia thuis kwam, stond ze op en ging haar tegemoet. Haar kleindochter was al binnen en ondersteunde Loreen, die stom van verbazing haar oog liet gaan over de prachtige meubels.

Grootmoeder.....quot; — Virginia sprak zonder eenige

aarzeling en in duidelijke bewoordingen — „ik heb een mijner vriendinnen uit de Rectangle meegebracht. Ze is in verlegenheid en heeft geen onderdak. Ik zal een poosje voor haar zorgen.quot;\'

Met verbaasde blikken keek Mevrouw Page van haar kleindochter naar Loreen.

„Zei je dat dit een van je vriendinnen is?quot; Ze vroeg dat op een kouden spottenden toon die Virginia pijnlijker aandeed dan al wat ze tot nu toe had ervaren.

„Ja, dat zei ik.quot; Virginia bloosde maar ze scheen zich den tekst te herinneren dien Mr. Gray korc te voren

-ocr page 172-

158

had gebruikt als onderwerp voor een zijner toespraken: „Een vriend van tollenaren en zondaren.quot; Ze was er van overtuigd dat Jezus hetzelfde zon doen wat zij deed.

..Weet je wat dat voor een meisje is?quot; vroeg Mevrouw Page op misnoegden fluisterenden toon, terwijl zo dicht hij Virginia kwam staan.

...Ja, dat weet ik heel goed. Zo is een verworpeling, dat behoeft n mij niet te vertellen. Grootmoeder. Ik ken ze zelfs beter dan u. Op dit oogenblik is ze wat dronken. Maar zo is ook een kind van God. Ik heb gezien dat ze vol berouw op de knieën lag. Ik heb ook gezien dat de hel haar vreeselijke klauwen naar haar uitstrekte. En door Gods genade gevoel ik dat het mijn plicht is haar voor zoo groot een gevaar te beveiligen. Grootmoeder, wij noemen ons zelf Christenen.

Hier is een arm, verloren schepsel, zonder tehuis. En wij hebben overvloed. Ik heb haar hier gebracht en zal haar hier houden.quot;

Mevrouw Page staarde Virginia woedend aan en balde de vuisten. Dat alles was geheel in strijd met hare begrippen en hare gewoonten. Hoe zouden hare kennissen het opnemen als ze zich zoo gemeenzaam maakte met iemand uit de heffe des volks? De heele familie zou door hetgeen Virginia deed in opspraak komen en dalen in de schatting hunner vrienden. En dat vond Mevrouw Page vreeselijk. Het verlies van de achting harer vrienden zou moeilijker voor haar te dragen zijn dan iets anders. Ze zou haast nog liever afstand doen gt;

van haar fortuin.

gt;

-ocr page 173-

159

Fier en onbuigzaam stond ze voor Virginia en keek haar aan met een blik die van geen toegeven wilde weten. Virginia sloeg haar arm om Loreen en zag haar Grootmoeder rustig in quot;t gelaat.

Dat zul je niet doen, Virginia. Je kunt haar naar een Tehuis voor Vrouwen sturen en al de kosten op je nemen. Maar onze goede naam laat niet toe dat wij zoo\'n schepsel in huis hebben.quot;

,,Grootmoeder, ik doe niet graag iets dat u onaangenaam is. Maar ik houd Loreen van avond hier en zoolang als ik denk dat het noodig is.quot;

.,Dan moet je maar weten wat er van komt. Ik wil niet in hetzelfde huis blijven met een ellendige . . . .quot; Mevrouw Page verloor geheel en al haar zelf beheersching. Virginia belette haar verder te gaan eer ze het volgende woord had uitgesproken.

,, Grootmoeder, dit huis is het mijne. Zoolang als u verkiest te blijven kunt u het ook als het uwe beschouwen. In dit opzicht echter is hot mijn plicht te handelen zooals ik geloof dat Jezus in mijn plaats zou doen. En ik zal er mij niets van aantrekken hoe anderen daarover oordeelen. Aan hetgeen de wereld er van zegt hecht ik trouwens niet do minste waarde.quot;

..Dan zal ik hier niet blijven,quot; zei Mevrouw Page, keerde zich plotseling om en liep naar het eind van de vestibule. Toen kwam ze terug en zei met een nadruk, die haar hevige opgewondenheid en hartstocht verried:

..Herinner je altijd, dat je je Grootmoeder het huis

-ocr page 174-

160

uitgedreven hebt ter wille van een ellendig dronken schepsel.quot; Nadat ze dit gezegd had liep ze de trap op zonder Virginia\'s antwoord af te wachten.

Virginia riep een dienstmeisje en had spoedig voor Loreen gezorgd. Deze was in een allerongelnkkigsten toestand vervallen. Gedurende de korte scène in de vestibule had ze zich zoo krampachtig aan haar beschermster vastgeklemd dat Virginia\'s arm pijnlijk was aangedaan door den greep van haar vingers.

Virginia wist niet of haar Grootmoeder het huis zou verlaten of niet. Ze had van zichzelf middelen in overvloed, was volkomen gezond en sterk, en nitmun-tend in staat voor zich zelf te zorgen. Ze had nog zusters en broers die in Zuidelijker streken woonden en ging elk jaar verscheidene weken bij hen doorbrengen. Virginia maakte zich niet bezorgd dat het haar niet goed zou gaan. Toch was het onderhoud zeer pijnlijk voor haar geweest. Alvorens naar beneden te gaan om thee te drinken dacht ze er op haar eigen kamer nog eens over na, maar kreeg niet den indruk dat ze verkeerd had gehandeld. AVat zou Jezus doen? Virginia twijfelde er niet aan of ze had gedaan wat haar plicht was. Indien ze een misstap had begaan was het te wijten aan haar verstand en niet aan haar hart. Toen er voor de thee gebeld werd ging ze naar beneden; haar Grootmoeder verscheen niet. Een dienstmeisje, naar haar kamer gezonden, kwam terug met de boodschap dat ze daar niet was. Weinige minuten later trad Rollin binnen en vertelde dat ze met den

-ocr page 175-

161

avondtrein naar het Zuiden was gereisd. Hij was aan het station geweest om eeuige vrienden te ontmoeten en had bij toeval toen hij naar huis zou gaan zijn grootmoeder gezien. Zo had hem verteld waarom ze heenging.

Met ernstige, droevige gezichten keken Virginia en Rollin elkander aan.

„Rollin,quot; zei Virginia, — en voor het eerst sedert zijn bekeering voelde ze van hoe groote beteekenis die verandering van haar broer voor haarzelve was — „Rollin, wat dunkt jou er van ? Heb ik verkeerd gedaan?quot;

„Neen, beste zus, dat geloof ik niet. Intusschen is het voor ons een nare geschiedenis. Maar als je denkt dat de redding en het behoud van dat arme schepsel afhangt van jouw persoonlijke zorg voor haar, dan kon je niet anders handelen dan je gedaan hebt. 0 Virginia, we zijn al zoovele jaren in quot;t bezit geweest van ons fraaie huis en hebben allerlei weelde genoten, zonder te denken aan die vele ongelukkigen. Werkelijk, Jezus zou in onze plaats hetzelfde doen wat jij gedaan hebt.quot;

Zoo troostte Rollin zijn zuster en overlegde vervolgens met haar wat hun te doen stond. En van al de wondervolle veranderingen die Virginia voortaan als een gevolg van hare belofte ondervond, trof niets haar zoozeer als de gedachte aan hetgeen er met Rollin had plaats gehad. Inderdaad deze man was in Christus een nieuw schepsel. Het oude was voorbijgegaan, zie het was alles nieuw geworden.

Op verzoek van Virginia kwam Dr. West dien avond

11

-ocr page 176-

1(5-2

ou deed alles wat voor de arme verworpeling moest gedaan worden. Ze leed tengevolge van het drankmisbruik aan een soort van waanzin. T iet beste wat men voor haar kon doen was haar rustig te verplegen, met zorg te bewaken en persoonlijke liefde te betoonen. Loreen lag in een gezellige kamer waarin aan den wand een schilderij hing voorstellende Jezus, wandelende op den oever der zee. Haar verbijsterde oogen vestigden zich daar telkens op en eiken dag leerde zij beter de verborgen bet eikenis er van verstaan, totdat ze, zonder zelf nauwelijks te weten hoe, de veilige haven was binnengesleept. En nauwer dan ooit kwam Virginia in gemeenschap met den Heer toen haar hart uitging naar deze ongelukkige, die als een wrak, ontredderd en uiteengeslagen, voor haar voeten was geworpen.

Intusschen wachtte men in de Rectangle met meer dan gewone belangstelling den uitslag van de verkiezingen af en schreiden Mr. Gray en diens vrouw tranen van droefheid over de deerniswaardige schepsels, die, strijdende met hun omgeving vol verleiding, evenals Loreen, vermoeid hun armen uitstrekten om hulp terwijl ze ronddraaiden in den kokenden afgrond van hun vroegere zonden.

De navergadering in de Eerste Kerk werd nu geregeld gehouden. Henry Maxwell werd in de week nadat de voorbereidende bijeenkomst voor de verkiezingen had plaats gehad in de catechisatiekamer begroet met een geestdrift die hem met vrees vervulde.

-ocr page 177-

1(53

Weer merkte hij op dat Jasper Chase ontbrak; al de overigen waren aanwezig en schenen door de omstandigheid dat ze allen kinderen Gods waren, zich nauw aan elkaar verbonden te gevoelen en zich te verheugen iu het onderlinge vertrouwen.

Algemeen was het gevoelen dat de Geest des Heeren er toe leidde openhartig en vrijmoedig aan elkander mededeeling te doen van hetgeen men ervaren had. Zoo scheen het de natuurlijkste zaak der wereld dat Mr. Norman aan de overigen tot in de kleinste bijzonderheden vertelde hoe het met zijn nieuwsblad geschapen stond.

„Het is een feit, dat ik gedurende de laatste drie weken heel wat geld heb verloren. Jk zou niet eens kunnen zeggen hoeveel. En eiken dag zeggen nog tal van personen hun abonnement op.quot;

„En wat geven de abonné\'s op als reden voor hun bedanken?quot; vroeg Henry Maxwell. Allen luisterden aandachtig.

„Daar hebben ze verschillende redenen voor. Sommigen beweren dat ze een courant willen hebben, waar al het nieuws in staat. Met al hot nieuws bedoelen ze dan de bijzonderheden van misdaden, in spanning brengende berichten bijv. van wedstrijden, schandalen en gruwelen van verschillenden aard. Anderen maken er bezwaar tegen dat het Zondagsnummer niet meer verschijnt. Daardoor heb ik honderden abonné\'s verloren ofschoon ik schikkingen had getroffen waardoor ze in een extra Zaterdagavondeditie nog meer te lezen kregen

-ocr page 178-

1G4

dan vroeger in het Zonclagsnummer. Mijn grootste verlies is echter veroorzaakt door het verminderen van het aantal advertenties en door de houding die ik meende te moeten aannemen ten opzichte van de politieke kwesties. Misschien heeft dit laatste mij meer schade berokkend dan al het andere. De groote massa mijner lezers zijn heftige partijmannen. En ik kan u eerlijk verzekeren dat indien ik mijn plan doorzet om te doen wat naar mijn beste weten Jezus doen zou ten opzichte van staatkundige vraagstukken, n.1. ze behandelen van een onpartijdig en zedelijk standpunt, het Dagblad niet de exploitatie-kosten zal kunnen goedmaken, tenzij op één factor in Raymond kan vertrouwd worden.\'

Hij hield een oogenblik op en het was zeer stil in het lokaal. Vooral Virginia scheen levendig belang te stellen in hetgeen Mr. Norman meedeelde. Dat was op haar gelaat te lezen. Men zou gezegd hebben dat ze over dezelfde dingen reeds meer ernstig had nagedacht.

„Die ééne factor,quot; vervolgde Norman, „is het christelijk element in Raymond. Het Dagblad heeft zware verliezen geleden door het bedanken van velen die niet gediend zijn van een christelijk blad, en van anderen die er eenvoudig een courant op nahouden om in \'t bezit te komen van allerlei nieuws, dat hen prettig bezighoudt of waar ze belang in stellen. Maar zijn er nu niet genoeg ware Christenen in onze stad, die zich willen vereenigen ten einde het bestaan te verzekeren van een blad, zooals naar alle waarschijn-

-ocr page 179-

165

lijkheid Jezus zou uitgeven indien Hij in onze plaats ware? Of zijn de eischen die men aan de journalistiek stelt zoo onveranderlijk, dat men geen nieuwsblad wil lezen of het moet alle christelijke en zedelijke bedoelingen volkomen ter zijde stellen? Ik mag in deze vergadering van kinderen Gods wel zeggen, dat de gebeurtenissen van de laatste weken een zoodanigen omkeer in mijn zaken veroorzaakt hebben, het Dagblad nu buiten rekening gelaten, dat ik een groot deel van mijn vermogen er bij heb moeten inschieten. Ik heb den regel waarnaar wij beloofd hebben te zullen handelen moeten toepassen bij het doen van zaken met personen, die zich daar niet door lieten leiden en het gevolg is geweest dat ik veel geld verloor. Als ik de belofte, die we deden, goed begrijp dan hebben wij niet te vragen: zal deze of gene zaak ons voordeel aanbrengen of schade berokkenen, maar al ons doen en laten eenig en alleen te laten afhangen van de vraag wat Jezus zou doen. Door volgens dit beginsel te handelen heb ik bijna al het kapitaal dat ik in mijn blad had gestoken verloren. Het is niet noodig in bijzonderheden te treden. Maar na een ervaring van drie weken staat het bij mij vast dat indien men volkomen gehoorzaam is aan zijn belofte, velen der hier aanwezigen groote sommen zullen verhezen bij de uitoefening van hun bedrijf. Ik deel hier iets mede over de verliezen welke ik heb geleden omdat ik geen oogenblik er aan twijfel of een nieuwsblad, uitgaande van de beginselen die

-ocr page 180-

166

ik onlangs heb uiteengezet, moet ten slotte succes hebben. En om dat te bereiken was ik van plan mijn geheele vermogen er aan ten koste te leggen. Maar zooals de zaken nu staan kan ik de uitgave niet volhouden tenzij, zooals ik zeide, de Christenen te Raymond het blad steunen door er zich op te abonneeren en er hun advertenties in te plaatsen.quot;

Virginia had nog iets te vragen. Met de grootst mogelijke belangstelling had ze geluisterd naar de bekentenissen van Mr. N orman.

..Denkt u dat het goed zou zijn voor een christelijk dagblad een groote som gelds beschikbaar te stellen, evenals bijv. voor een christelijke universiteit? Zou het dan niet kunnen rendeeren yquot;

„Dat is juist mijn bedoeling. Ik heb plannen ontworpen om in Het Dagblad zulk een verscheidenheid van artikelen op te nemen, alle in rechtstreeksch verband staande met het waarachtig welzijn der lezers, dat het ruimschoots zou opwegen tegen hetgeen in zijn kolommen niet kan opgenomen worden, omdat het onchristelijk is. Voor de verwezenlijking mijner plannen is echter een zeer groote som gelds noodig. Een christelijk dagblad dat de goedkeuring van Jezus kan wegdragen en alleen bevat wat ook Hij zou laten drukken, moet, naar mijn vaste overtuiging, als het op de rech te wijze wordt aangepakt financieel kunnen slagen. Maar nog eens: er zou een zeer groote som gelds voor noodig zijn.quot;

,,Hoeveel denkt u?quot; vroeg Virginia kalm.

-ocr page 181-

1(57

Mr. Norman keek haar scherp aau en bloosde een oogenblik nu een vermoeden van wat Virginia in den zin had hem door het brein vloog. Hij had haar gekend op de Zondagsschool, toen ze nog een klein meisje was en met haar vader op vertrouwelijken voet gestaan daar ze samen zaken deden.

„Ik zou zeggen,quot; antwoordde hij, ..dat er voor de oprichting van een dergelijk blad in een stad als Raymond, wel een half millioen dollars moet besteed worden.quot; Zi jn stem trilde. Ziju blik gaf duidelijk te kennen dat hij reeds genoot in het vooruitzicht van het grooto feit in de courant en wereld, dat in de laatste enkele seconden werkelijkheid scheen te zullen worden.

..Dan.7\' zei Virginia op een toon waaruit bleek dat ze de zaak ten volle had overwogen, „dan ben ik bereid dat bedrag tot uw beschikking te stellen op voorwaarde natuurlijk dat het blad zal worden geëxploiteerd op de door u aangegeven wijze.\'quot;

„Heer, wij danken U,quot; riep Henry Maxwell zacht, maar toch voor allen verstaanbaar. Edward Norman was bleek. Aller oogen waren gevestigd op Virginia. Ze had nog meer te zeggen.

„Lieve vrienden,quot;\' zoo ging ze voort ~ en ze sprak met een droefheid die een zoo diepen indruk maakte dat niemand ooit zou kunnen vergeten wat ze zcide — „ik hoop niet dat iemand uwer daarin een bewijs van groote edelmoedigheid of menschlievendheid zal zieu. In den laatsten tijd is het mij duidelijk geworden dat wat ik tot nu toe het mijne noemde niet mij toebehoort

-ocr page 182-

168

maar den Heer. Indien ik, als Zijn rentmeester, gelegenheid heb Zijn geld te beleggen op eene wijze die Hem welgevallig is. dan is dat geen oorzaak tot ijdelen roem. Er is geen reden mij dankbaar te zijn omdat ik eerlijk wil wezen in mijn beheer over het kapitaal, waarvan Hij mij vraagt het tot Zijn eer te besteden. Ik heb al gedurende eenigen tijd over ditzelfde plan gedacht. En het is ontwijfelbaar, lieve vrienden, dat we in den aanstaanden strijd met de macht van den alcohol — want we zijn pas aan het begin Het Dagblad noodig zullen hebben. We weten allen dat geen der andere bladen zich aan onze zijde zal scharen, maar ze zonder onderscheid zich zullen plaatsen in de rijen van hen die het drankgebruik aanmoedigen. Zoolang als er kroegen bestaan is het een onbegonnen werk in de Rectangle pogingen te doen tot redding van zielen. Wat baat het of Mr. Gray al evangelische samenkomsten houdt, indien de moeste zijner bekeerlingen, menschen die aan den drank verslaafd zijn geweest, eiken dag opnieuw zijn blootgesteld aan de verzoeking om weer in hun oude zonde te vervallen? En dat doen de kroegen, die men er bij menigte aantreft. Wij moeten een christelijk dagblad hebben. De vijand zou er munt uit slaan indien we Het Dagblad in den steek lieten. Ik heb groot vertrouwen in de bekwaamheden van Mr. Norman. Hoewel ik van zijn plannen geen keunis heb genomen, geloof ik stellig dat ze zullen slagen indien ze op behoorlijke schaal kunnen uitgevoerd worden. Ik

-ocr page 183-

169

kan niet aannemen dat wij Christenen wat de journalistiek betreft zouden achterstaan bij onze tegenstanders en er niet even goed als zij in kunnen slagen een blad te doen rendeeren. Dat is dan ook de reden waarom ik dit geld — dat niet, mij, maar den Heer toebehoort — op deze wijze wil gebruiken als een krachtig middel om den wil Gods te kunnen volbrengen. Indien we een paar jaar lang zulk een nieuwsblad kunnen gaande houden, zal ik gaarne dat bedrag voor de proefneming afstaan. Dank er mij niet voor en beschouw het niet als iets wonderlijks. Gedurende zoovele jaren heb ik met liet geld dat den Heer toebehoort niet anders gedaan dan mijn persoonlijke begeerten bevredigen. Kan ik met hetgeen er van overbleef beter doen, dan trachten eenigermate te vergoeden wat ik den Heer heb te kort gedaan?\'\'

Duidelijk gevoelde men in de catechisatiekamer de onzichtbare tegenwoordigheid des Heeren. Een oogen-blik was er niemand die sprak. Terwijl Ds. Maxwell daar stond en aller blikken zich op hem vestigden, was het hem alsof hij zich uit onze negentiende eeuw verplaatst zag in den tijd der eerste gemeente, toen de discipelen alle dingen gemeen hadden en er een samenstemming heerschte, als in de Eerste Kerk te Raymond totaal onbekend was. Wat hadden de leden zijner kerk geweten van die gemeenschap in dagelijksche belangen, voordat deze kleine kring er mee begonnen was te doen zooals Jezus zou doen\'? Het kostte hem moeite weer te denken aan den tijd waarin hij leefde

-ocr page 184-

170

eu aan zijn. omgeving. Alle aanwezigen waren vervuld van dezelfde gedachte. Zonder dat het werd uitgesproken gevoelde men zich nauwer aan elkander verbonden als ooit te voren. En dat gevoel van één te zijn was merkbaar zoowel toen Virginia sprak als gedurende de stilte die daarop volgde. Indien een hunner had getracht te beschrijven wat er in hem omging, zou het misschien geweest zijn in een vorm als deze: „Wanneer ik door het nauwgezet volbrengen van mijne belofte in moeilijkheid geraak of groote verliezen lijd, kan ik er staat op maken dat ik met raad en daad zal worden geholpen door iedereu Christen hier aanwezig, die met mij zich verbonden heeft om zich bij al zijne handelingen te laten leiden door de vraag: Wat zou Jezus doenJ\'\'

Door de tegenwoordig zijnde kracht des Heiligen Geestes werd dit gevoelen in aller harten gewekt. En het had dezelfde uitwerking als een wonderbare genezing zal gehad hebben up de eerste discipelen, die daardoor versterkt werden in hun vertrouwen op God, zoodat zij met moed, ja zelfs met blijdschap, zich verliezen getroostten of den marteldood tegemoet gingen.

Voor zij ditmaal uiteengingen werden nog door vele anderen vertrouwelijke mededeelingen gedaan van den-zelfden aard als die van Edward Norman. Sommige jonge mannen vertelden boe zij hun betrekking hadden verloren omdat ze getrouw waren geweest in het volbrengen van hetgeen ze beloofd hadden. Alexander Powers zei dat het spoorwegbestuur gedreigd had zoo spoedig mogelijk een aanklacht te zullen indienen.

-ocr page 185-

171

Hij was weer, evenals vroeger, werkzaam bij de tele-grapliie en liet mocht een feit van beteekenis heeten dat sedert liij zijn betrekking had neergelegd noch zijn vrouw, noch zijn dochter zich in \'t openbaar hadden vertoond. Niemand dan wie het ondervond wist hoe smartelijk het was, als de leden van hetzelfde gezin van elkaar vervreemdden omdat er verschil van opvatting bestond over het iu toepassing brengen van hoogere beginselen. Nog vele anderen clie op de samenkomst tegenwoordig waren hadden dergelijke, moeilijkheden waaronder ze gebukt gingen, maar waar ze niet over konden spreken. Henry Maxwell, die op de hoogte was met de toestanden in zijn gemeente, wist zoo goed als zeker dat het nakomen van de afgelegde belofte, in den boezem van vele families scheiding had ver-oorzaakt en er zelfs vijandschap en haat door was ontstaan. Inderdaad, ,,zij worden des menschen vijanden, die zijn huisgenooten zijn,quot; als de voorschriften van Jezus door den een worden gehoorzaamd en door den ander verwaarloosd. Jezus is gekomen om verdeeldheid te brengen op aarde. Men moet een van beiden: óf Zijn voetstappen drukken, öf zich tegenover Hem stellen.

Het overheerschende element iu deze vergadering was echter het gevoel dat allen leden waren van het-zeltde lichaam, allen één waren in Christus. Ds. Maxwell was zich dat bewust en zag met beving het oogenblik tegemoet, waarop dat gevoel van eenheid zijn hoogtepunt zou bereikt hebben. Hij wist dat het nog zoover

-ocr page 186-

17-2

niet gekomen was. Maar als liet zoover kwam, wat zouden er de gevolgen van zijn? Hij kon er zich geen rekenschap van geven en niet ten onrechte maakte hij er zich ongerust over. Het eenige wat hij kon doen was met toenemende verbazing de uitwerking nagaan van die eenvoudige belofte, zooals zij door deze onderscheidene personen werd volbracht. De invloed er van werd reeds heel de stad door waargenomen. En wie kon zeggen hoeveel er na verloop van een jaar door zou veranderd zijn?

Practische uitingen van dat gevoel van eenheid waren de toezeggingen die Edward Norman ontving dat men zijn blad zou steunen. Nadat de samenkomst geëindigd was kwamen allen naar hem toe en het bleek dat zijn beroep op de offervaardigheid en de hulp van de Christenen in Raymond door dezen kleinen kring ten volle was verstaan. De waarde van zulk een blad kou, vooral in de crisis die men op dat oogenblik doormaakte, niet licht worden overschat. Het zou wel blijken hoeveel invloed men er door kon oefenen, nu de middelen om hot te exploiteeren met zoo milde hand waren verstrekt.

Toch was het waar wat Mr. Norman in het licht stelde n.1. dat geld alleen het blad niet kon maken tot wat het wezen moest. Zou men het werkelijk als een groote macht kunnen beschouwen, dan moesten alle Christenen in Raymond er hun steun aan verleenen en hun sympathie voor betoonen.

Gedurende de week die op deze bijeenkomst volgde

-ocr page 187-

173

lieerschte er groote opgewondenheid in de stad. Het was de week van de verkiezingen. Donald Marsh, getrouw aan zijn belofte, nam zijn kruis op en droeg het manhaftig maar bevende, zuchtende en zelfs onder tranen, want zijn heiligste overtuiging was geschokt. Jarenlangquot; was hij gewoon geweest zich evenals zijn collega\'s buiten al dergelijke dingen te houden en het kostte hem meer moeite en strijd om met die gewoonte te breken, dan hij ooit voor zijn geloof in Christus had behoeven te verduren. Behalve hij hadden nog enkele hoogleeraren van het College de belofte afgelegd en hunne ervaringen kwamen geheel overeen met die van den President. Hetzelfde gold ook voor Henry Maxwell, die zich geworpen had in den strijd tegen den alcohol en alles wat daarmee in verband staat. En die strijd was vooral voor hem zoo afmattend omdat hij dagelijks ontmoetingen had met zijn vijand. Xog nooit had hij zulk een zwaar kruis gedragen. Hij wankelde er onder en gedurende de korte tusschenpoozen, als hij rust zocht in zijn studie, brak het zweet hem aan alle kanten uit en voelde hij een angst, alsof hij omringd was van onzichtbare, onbekende gevaren. Als hij later op dit alles terugzag kwam het hem onbegrijpelijk voor. Hij was lang geen lafaard, toch voelde hij denzelfden angst als ieder onzer, die zich evenals hij plotseling geplaatst ziet voor een plicht, waarvan de vervulling gepaard gaat met ongewone dingen, die onze volslagen onwetendheid verraden en ons met schaamte en ootmoed vervullen.

-ocr page 188-

174

Toen de Zaterdag, de dag der verkiezing, aanbrak steeg de opgewondenheid ten top. Men had pogingen aangewend om gedaan te krijgen dat alle kroegen dien dag zouden sluiten. En voor een groot deel was men daarin geslaagd. Toch waren vele kiezers dien gan-sclien dag door onder den invloed van den drank. Vooral in de Rectangle was het rumoerig. Daar kwam aan het vloeken en tieren geen eind en de bewoners van Raymond zagen bij deze gelegenheid die buurt van haar slechtste zijde. Mr. Gray had gedurende die week zijn samenkomsten voortgezet en het succes was zelfs grooter dan hij had durven hopen. Toen het Zaterdag werd scheen het hem toe dat zijn werk een crisis doormaakte. Het was alsof de Heilige Geest en de drankduivel zich opmaakten tot een strijd op leven en dood. Hoe meer belangstelling er was in de bijeenkomsten hoe meer woestheid en gemeenheid zich daarbuiten openbaarde. De kroeghouders en hun aanhang hadden het masker afgeworpen. Openlijke bedreigingen dat men geweld zou plegen werden geuit. Een keer werden Mr. Gray en zijne helpers toen zij laat in den avond de tent verlieten begroet met een hagelbui van steenen en allerlei dingen die voor de hand lagen. De politie moest bijzondere maatregelen nemen voor hun veiligheid en Virginia zoowel als Rachel vertoonden zich alleen onder geleide van Rollin of Dr. West.

De macht die Rachel floor haar gezang uitoefende was echter niet verminderd. Integendeel, eiken avond

-ocr page 189-

scheen ze daardoor cle kracht te verhoogen van de werking; des Heiligen Geestes.

O O

In het eerst aarzelde Mr. Gray dezen avond cle samenkomst te doen plaats hebben. Maar hij had een zeer eenvondigen regel waarnaar hij steeds zijn doen en laten richtte. Het kwam hem voor, dat het de wil des Heeren was de bijeenkomst te laten doorgaan en daarom begaf hij zich ook Zaterdagsavonds, evenals altijd, naar de tent.

Toen de stembus werd gesloten, om zes uur, was de spanning het hevigst. Xog nooit was er in Raymond bij de verkiezingen zoo heftig gestreden. Xog nooit was de kwestie der „Vergunningquot; onder zulke omstan-

O O

digheden een punt van verschil geweest. Xog nooit waren zulke elementen als thans tegen elkander in \'t strijdperk getreden. Het was iets ongehoords, dat de President van het Lincoln-college, de predikant van de Eerste Kerk, de deken van de Cathedraal, de deftige lui uit de fraaie huizen op de boulevard persoonlijk bij de verkiezingen zouden verschijnen om floor hun tegenwoordigheid en door hun voorbeeld te toonen dat er iu Raymond ook een Christelijk deel onder de bevolking was. Zij die gewoon waren zich met de verkiezingen bezig te houden stonden verwonderd te kijken toen ze dat zagen. Maar hun activiteit verminderde er niet door. Met ieder uur werd de strijd hoeter en toen het zes uur was kon geen van beide partijen met eenige zekerheid iets van den uitslag zeggen. Allen waren het er over eens dat er in Raymond nog

-ocr page 190-

17(j

nooit zulk een verkiezing had plaats gehad en aan beide zijden verwachtte men in de grootste spanning de bekendmaking van den uitslag.

Het was al over tienen toen de bijeenkomst in de tent was af\'geloopen. Het was een vreemde en in sommige opzichten merkwaardige samenkomst geweest. Op uitnoodiging van Mr. Gray was ook Henry Maxwell er weer verschenen. Hij was zeer vermoeid van al hetgeen hij dien dag reeds gedaan had. maar het verzoek van Mr. Gray was zoo dringend dat hij meende het niet te mogen weigeren. Ook Donald Marsh was aanwezig. Hij was nog nooit in de Kectangle geweest maar zijn nieuwsgierigheid was opgewekt door alles wat hij had vernomen over den invloed van den Evangelist in deze beruchte wijk. Dr. West en Rollin waren met Kachel en Virginia meegekomen en Loreen, die bij Virginia was gebleven, stond naast het orgel, wel bij haar verstand, nuchter eu met zooveel ootmoed en zelfmistrouwen dat ze zich haast niet van Virginia durfde te verwijderen. Terwijl er gesproken werd en gezongen zat Loreen met het hoofd gebogen, nu en dan schreiende en snikkende. Vooral toen Rachel het bekende lied; „Ik was een verloren zondaar,quot; aanhief, klemde ze zich met bijna zichtbaar verlangen vast aan de hoop, die ze gevonden had, en geheel den avond luisterde ze naar alles wat rondom haar gehoord werd als iemand die deel uitmaakte van een nieuwe schepping, maar nog te vreesachtig wTas om er zich volkomen in thuis te gevoelen.

-ocr page 191-

De tent was stampvol. Evenals bij andere buitengewone gelegenheden was het daar buiten min of meer rumoerig. Naarmate het later werd nam de drukte op straat zoo toe, dat Mr. Gray het niet raadzaam oordeelde do vergadering voort te zetten. Op een gegeven oogenblik drong een gejuich als van een groote menigte tot in de tent door. Er kwamen reeds enkelen binnen die van de verkiezing waren teruggekeerd en al het gepeupel, dat zich anders voor een groot doel verscholen hield in holen en krotten en kroegen, was op de been.

In weerwil van al die dingen, die de aandacht afleidden. kwam de menigte binnen de teut geheel onder den indruk van Kachels gezang. Er waren twaalf of meer personen die er toe besloten zich aan den Heer over te geven. Ten laatste werd liet publiek onrustig en was het noodig dat Mr. Gray de vergadering sloot. De pasbekeerden bleven nog eenigen tijd om met hem te spreken.

Kachel, Virginia, Loreen, Rollin en Dr. West, President Marsh en Henry Maxwell verlieten gezamenlijk de tent om naar de plaats te gaan waar ze gewoonlijk hun rijtuig opwachtten. Nauwelijks waren ze buiten of ze werden gewaar dat er een dronkemansoproer dreigde los te breken en terwijl ze door het in de nauwe straten opeengehoopte gepeupel trachtten heen te dringen, bemerkten ze plotseling dat aller aandacht op hen was gevestigd.

„Daar is hij, die kerel met dien hoogen hoed. Dat is de voorganger,quot; schreeuwde een ruwe stem.

12

-ocr page 192-

178

President Marsh had een fiere gestalte en een im-poneerende houding. Daardoor viel hij in \'t oog.

„Hoe is liet met de verkiezingen gegaan? Het is zeker nog te vroeg om den uitslag te weten, is quot;tniet?quot; Hij vroeg dat hardop en iemand uit de menigte ant-woordde: ..Ze zeggen dat het tweede en derde district zich heeft uitgesproken tegen de Vergunning. Als dat zoo is, zijn de voorstanders van het alcoholgebruik geslagen.quot;\'

„Grode zij dank, ik hoop dat het waar is,quot; riep Henry Maxwell uit. „Marsh, liet is hier voor ons niet pluis, we moeten de dames zoo gauw mogelijk in veiligheid trachten te brengen.quot;

„Dat is zoo,quot; zeide Marsh ernstig. Op hetzelfde oogenblik kwamen een massa steenen en allerlei andere dingen op hen neer. De nauwe straat was propvol. Maar het waren niet de beste bewoners der Rectangle, die hier rondslenterden.

„Dat ziet er kwaad uit,quot; zei Ds. Maxwell en hij trachtte met Marsh, liolliu en Dr. West zich door de nauwe openingen te dringen terwijl Virginia, Rachel en Loreen zoo dicht mogelijk bij hen bleven. Ze begonnen eenigszins te begrijpen hoe groot het gevaar was waarin ze zich bevonden. De menigte was opgewonden door den drank en zag in Donald Marsh en Henry Maxwell twee der leiders van den verkiezingsstrijd, die hen waarschijnlijk beroofd had van de kroegen waaraan ze zoozeer gehecht waren.

„Weg met de rijken,quot; schreeuwde een schrille stem.

-ocr page 193-

179

meer gelijkende op die van een vrouw dan van een man.

Een hagelbui van zand en steeuen volgde. Rachel herinnerde zich later dat liollin aanstonds voor haar ging staan en de slagen opving die waarschijnlijk haar zouden getroffen hebben indien bij haar niet daartegen beschut had.

Even voordat de politie hen bereikte schoot Loreen op Virginia toe en duwde haar op zijde, terwijl ze al gillende omhoog keek. Zoo plotseling dat niemand ge-legenlieid had om hem die het deed op te nemen, werd uit een der bovenste ramen van dezelfde kroeg waar een week te voren Loreen was uitgekomen een zware llesch naar beneden geworpen. Loreen werd er door op \'t hoofd getroffen en viel op den grond. Dadelijk keerde Virginia zich om en knielde naast haar neer. Juist hadden de politieagenten het kleine gezelschap bereikt.

Donald Marsh stak den arm omhoog en riep zoo luide, dat het uitklonk boven het gehuil en getier van de menigte: „Houd op! Je hebt iemand gedood!quot;

Dat deed de menigte eenigszins tot bedaren komen.

„Is het waar?quot; Dat vroeg Henry Maxwell aan Dr. West, die aan de andere zijde naast Loreen op de knieën lag en bezig was haar hulp te bieden.

„Ze sterft,quot; zei Dr. AVest kortaf.

Loreen opende de oogen en glimlachte tegen Virginia. Deze veegde haar het bloed van het aangezicht, boog zich voorover en kuste haar. Nogmaals glimlachte Loreen en in het volgende oogenblik was haar ziel ontvloden.

I

-ocr page 194-

180

Dit was het einde van een uit de duizenden vrouwen, die door den drankduivel zijn vermoord geworden. Terug, gij mannen en vrouwen uit deze zondige buurt. Laat deze verheerlijkte doode gestalte gedragen worden door uw verbaasde, ontnuchterde rijen. Zij was een der uwen. De Rectangle had het merkteeken van het beest op haar gedrukt. Dankt Gfod dat een ander beeld, het beeld van een verloste ziel, u uit deze bleeke trekken tegemoet treedt. Terug, maakt plaats, laat haai-vol eerbied passeeren, gevolgd en omringd door de weenende Christenen. G-e zijt bevlekt met haar bloed, gij door den drank benevelde moordenaars. En toch, en toch, o Christenen, aan wie de schuld, dat deze moord werd gepleegd ? 0, denk het u eens in: er werd een vrouw gedood. Wie? Loreen. Een daklooze. Een arme, ellendige, drinkende zondares .... O, Heer, hoe lange?.... Ja, de drank, de kroeg was de oorzaak van haar dood. Dat wil zeggen: de kiezers ouder de de Christenen, die het bestaan dier pestholen bestendigen. In den dag der dagen zal het aan quot;t licht komen wie de moordenaar was van Loreen.

-ocr page 195-

HOOFDSTUK VII.

Die My volgt, zal in de duisternis niet wandelen. Joh. 6 : 12.

Het lijk van Loreen lag in het aanzienlijke huis van de familie Page op een praalbed. Het was Zondagmorgen en de frissche lucht, die over de stad zweefde, droeg de treuren van de bloesems der wouden door

O O

een van de geopende vensters de groote zaal binnen. De kerkklokken luidden en de bewoners der Avenue, die er voorbijgingen om de godsdienstoefening te gaan bijwonen, wierpen nieuwsgierige, onderzoekende blikken naar het groote huis en liepen door, druk pratend over alles wat in de laatste dagen had plaats gehad en waar ieder mee vervuld was.

Toen Henry Maxwell, die op zijn gelaat de sporen droeg van hetgeen hij den avond te voren had doorgemaakt, dezen morgen in de Eerste Kerk den kansel beklom, zag hij een ontelbare schare voor zich. Xog geheel vervuld van de ervaringen die hem zoo diep hadden geschokt, sprak hij met zooveel vuur en zoo

-ocr page 196-

182

krachtig dat zijne hoorders weer, evenals vroeger, verrukt waren over zijn uiterlijke welsprekendheid. Maar hun houding was nu geheel anders. Door heel zijn vurige toespraak klonk dien morgen een toon van droefheid en verwijt. En zoo streng was zijn oordeel, dat vele der aanwezigen bleek werden van angst bij de gedachte aan hun zonden en tekortkomingen.

Het was bekend geworden dien morgen hoe ondanks al wat er gebeurd was de bevolking der stad zich had uitgesproken ten gunste van de kroegen en de vrijheid van drankverkoop. Het gerucht dat in de Rectangle had geloopen, als zou het tweede en derde district zich er tegen hebben verklaard, was valsch gebleken. Wel was de overwinning behaald met een zeer geringe meerderheid van stemmen doch het resultaat was hetzelfde dan wanneer die meerderheid verpletterend geweest ware. De stemming had uitgemaakt dat men in Raymond ook een volgend jaar de kroegen wilde in stand houden. Die uitslag was te wijten aan de Christenen. Meer dan honderd hunner hadtien zich eenvoudig van stemming onthouden en een nog grooter aantal hadden hun stem gegeven aan de voorstanders van de drinkgewoonten. Indien al de leden der Kerk zich hadden verklaard tegen de toelating van kroegen, zou er heel spoedig een einde gemaakt zijn aan hun verderfelijken invloed. Jaren lang had werkelijk de kroeg in Raymond de wet gesteld. Iedereen was daarvan overtuigd. En was de gewelddadige dood van het ongelukkige meisje, getroffen door dezelfde hand die

-ocr page 197-

1S3

haai\' maatschappelijken en zedelijken ondergang had trachten te bewerken, niet liet noodzakelijk uitvloeisel van het verschrikkelijke stelsel van Vergunning? Dezelfde kroeg, waar men haar zoo menigmaal had binnengelokt om haar te verderven, en vanwaar men liet voorwerp had geslingerd waardoor ze gedood was geworden, zou misschien morgen haar deuren weer openen en nog voor het jaar ten einde was oorzaak wezen dat een honderdtal Loreens voor tijd en eeuwigheid verloren gingen. O, hadden de Christenen in Raymond dat toch verhinderd! Hadden ze zich bij de verkiezingen toch als een eenig man uitgesproken tegen die afschuwelijke wet. Op hen rustte do verantwoordelijkheid.

Dit alles bracht Henry Maxwell op dien Zondagmorgen zijne hoorders onder het oog met een stem, die nu eens luide weerklonk, clan weer door snikken werd afgebroken of trilde vau angst voor de gevolgen. Velen, mannen zoowel als vrouwen, kwamen terwijl hij zoo sprak de tranen in de oogen. Donald Marsh, die anders altijd even fier en vastberaden met schitterende oogen en vol zelfvertrouwen om zich heen zag, zat daar nu met hot hoofd diep voorover gebogen. Tranen vloeiden hem over \'t gelaat en hij scheen er heel niet aan te denken dat hij nog nooit in een openbaren dienst had laten blijken wat er in hem omging. Edward Norman zat niet ver daar vandaan met zijn open, scherpzinnig, fier gelaat; maar zijn lippen trilden en hij omklemde do leuning van de kerkbank om zijne ontroering te verbergen. Memand had

-ocr page 198-

184:

iu de week die nu voorbij was zooveel gedaan en zooveel verdragen om de publieke opinie te bewerken als hij. De gedachte dat de gewetens der Christenen te laat waren wakker geschud en ze niet krachtig genoeg op hun verplichtingen waren gewezen, drukte hem als een zware beschuldiging op liet hart. Als hij eens veel eerder begonnen was met wat Jezus zou gedaan hebben? Wie kon zeggen hoeveel invloed hij dan op dit oogenblik reeds zou kunnen oefenen? Boven, op het koor, gafquot; Rachel AVinslow, met het hoofd steunende op de eikenhouten balustrade, zich over aan een gevoel dat ze tot dusverre nooit plaats had gegeven. En dit maakte haar zoo onbekwaam voor de vervulling van haar dienst dat toen Henry Maxwell had geëindigd en zij na het gebed de slot-solo trachtte te zingen, haar stem haar begaf en zij voor \'t eerst van haar leven genoodzaakt was te gaan zitten, terwijl ze in snikken uitbarstte en niet in staat was voort te lt;raan.

o

Gedurende de stilte die volgde op deze ongewone scène, werd door heel het kerkgebouw het geluid van snikken en schreien vernomen. Had men in de Eerste Kerk ooit zooveel tranen zien storten? Wat was er geworden van de nauwkeurige, koude, vormelijke regeling van den dienst, die nooit werd gestoord doordat degenen die er aan deelnamen aangedaan werden of zich door een dwaze opwekking lieten meevoeren? De menigte was in do ziel gegrepen. Men had zich zoolang tevreden gesteld met oppervlakkige beschouwingen en gevoelens, dat men bijna niet beter wist of

-ocr page 199-

het hoorde zoo. Nu de menschen echter eenmaal cloor de oppervlakte hadden heengebroken, hadden zij ingezien wat het heteekent een discipel des Heeren te zijn.

Henry Maxwell vroeg dien morgen niet of er nog vrijwilligers waren, bereid om zich aan te sluiten bij hen, die de belofte hadden afgelegd te zullen doen zooals Jezus. Maar toen de vergadering uiteen was gegaan en hij de catechisatiekamer binnemrad, zag hij met een onkelen oogopslag dat de oorspronkelijke kring van volgers sterk was vermeerderd. Het samenzijn was innig. De Heilige Greest was kennelijk aanwezig. Met opgewektheid werd het vaste besluit genomen zoo krachtig den strijd aan te binden tegen den alcohol, dat hij zijn heerschappij zou verliezen. Sedert dien merkw aardigen Zondag, toen het eerste gezelschap van vrijwilligers zich had verbonden om te doen wat Jezus zou doen, hadden alle bijeenkomsten zich gekenmerkt door een duidelijkeu aandrang om het een of ander te doen. Dezen dag scheen al de kracht der aanwezigen gericht te zijn op één groot doel. Er werd veel gebeden, men was vervuld met schuldgevoel en berouw en een sterk verlangen naar een nieuw en beter le^eu had zich van allen meester gemaakt. Eu door dat alles heen verhief zich de kreet om verlossino-

O

vau den drankdemon en den vreeselijken vloek, dien hij over de stad bracht.

Maar was de gemeente der Eerste Kerk diep geschokt door de gebeurtenissen die in de laatstverloopen week hadden plaats gehad, ook de Rectangle was, zij

-ocr page 200-

ISC)

het ook in een andoren zin, in sterke beroering gebracht. Niet dat de dood van Loreen op zich zelf als zulk een gewichtig feit werd beschouwd. Maar de betrekking waarin ze stond tot de meer aanzienlijke stadgenooten had haar in het oog doen loopen en gaf haar dood een meer dan gewone belangrijkheid. Iedereen wist dat het lijk van Loreen op dit oogenblik lag in het sroote huis van de familie Page. Overdreven verhalen

O O

over de pracht van de kist hadden al stof verschaft voor allerlei booze praatjes en ieder was nieuwsgierig te weten hoe het bij de begrafenis zou toegaan. Zou het publiek er bij toegelaten worden? De bewoners der Rectangle hadden zich nooit ingelaten met de aristocratie van de boulevards. Trouwens, de gelegenheid daartoe deed zich zelden voor. Mr. Gray en zijn vrouw werden letterlijk bestormd door personen die graag wilden weten wat do vrienden en kennissen van Loreen voornemens waren te doen om haar de laatste eer te bewijzen. Want haar kring van kennissen was groot en menigeen onder de pas-bekeerden behoorde tot hare vrienden.

Het was dus niet te verwonderen dat er \'s Maandagsavonds, toen in de tent een lijkdienst voor Loreen werd gehouden, zooveel menschen kwamen als er nog nooit op eenige samenkomst waren geweest. Mr. Gray had er met Virginia over gesproken en had zijn maatregelen genomen in overleg met haar en üs. Maxwell.

„Ik heb altijd al iets tegen gehad op zulke groote publieke lijkdiensten,quot; zei Mr. Gray, die volkomen openhartig was en daardoor grooten invloed bezat,

-ocr page 201-

187

„maar de droefheid dor arme schepsels die Loreen hebben gekend is zoo welgemeend, dat ik hun begeerte om haar nog eenmaal te zien en haar stoffelijk omhulsel de laatste eer te bewijzen, niet goed kon weigeren. Wat denkt u er van Mr. Maxwell? Ik zal het in dit opzicht van uw oordeel laten afhangen wat ik doen zal. Ik ben er van overtuigd dat wat u en Miss Page er van denkt liet boste zal zijn.quot;\'

„Het gaat mij net als u,quot; antwoordde Ds. Maxwell. „Ik heb eeu grooten afkeer van alles wat bij zulke gelegenheden op vertooning lijkt. Maar hier is het wat anders. AVe zullen de bewoners van de Rectangle niet hier krijgen om een eenvoudigen dienst bij te wonen. Mij dunkt het zou geheel zijn naar den wil des Heeren als we voor hen een bijzondere samenkomst hielden in de tent. Wat dunkt je daarvan Virginia?quot;

,.Ja,quot; zeide Virginia droevig. „Arme ziel! Zij gaf haar leven om het mijne te redden! Wij kunnen noch willen deze gelegenheid gebruiken om vertooning te maken. Maar laat de wenschen van hare vrienden en bekenden bevredigd worden. Ik zie er geen kwaad in.quot;

De noodige maatregelen om in de tent een lijkdienst te kunnen houden werden nu, al was het met eenige moeite, getroffen en Virginia met haar Oom en Rollin, vergezeld van Henry Maxwell, Rachel, President Marsh en het kwartet uit de Eerste Kerk gingen er heen en waren getuigen van een der vreemdste voorvallen die ze ooit hadden beleefd.

Dienzelfden namiddag kwam een beroemd dagblad-

-ocr page 202-

188

correspondent op zijn reis naar een vergadering van journalisten die in een naburige stad zou gehouden worden, door Raymond en hoorde van den merkwaar-digen dienst in de tent. Hij besloot er heen te gaan en gaf den volgenden dag van hetgeen hij er zag en hoorde in zijn blad een interessante beschrijving, die de aandacht trok van zeer vele lezers. Een gedeelte van zijn verslag, dat Ave hier laten volgen, staat in nauw verband met de geschiedenis van Raymond.

•Oozeii namiddag werd bier in de tont van den Evangelist John Gray, geplaatst in een achterbuurt bekend onder den naam ,Rectanglequot; een lijkdienst gehuuden, die werkelijk ecnig in haar soort moet genoemd worden. Er was n.1. bij een vcrkiezingsoyiloop, verleden Zaterdagavond, een vrouw gedood. Het schijnt dat deze vrouw voor korten tijd tot bekeering was gekomen in een der samenkomsten onder leiding van den Evangelist en den dood vond terwijl ze in gezelschap van andere bekeerlingen en eenige harer vrienden van een godsdienstige vergadering kwam. Ze was een gemeene dronken slet geweest en toch was de dienst in de tent indrukwekkender dan ik er ooit een heb bijgewoond in de grootste kerk, bij den dood van den aanzionlijksten burger.

Allereerst werd door een geoefend koor oen heerlijke lofzang gezongen. Daar ik geheel vreemd was in die stad trof het mij natuurlijk bijzonder in een dergelijke samenkomst te hooren zingen op een wijze, zooals men het alleen verwacht in groote kerken ot\' op concerten. Het merkwaardigste echter was, voor zoover de muziek betreft, een solo, gezongen door een jonge dame van buitengewone schoonheid, zekere Miss Winslow. Als ik mij wel herinner is dezelfde dame indertijd door Mr. Crandal, directeur van de Nationale Opeia, aangezocht voor een verbintenis, maar weigerde zij om de een of andere reden zijn aanbod aan te nemen. Haar optreden was varwonderlijk. Voordat zij tvvee regels gezongen had zat bijna ieder

-ocr page 203-

189

te schreien. Ik weet wel dat zoo iets niet zoo vreemd is bij een lijkdienst, maar haar stem was toch één uit tien duizend. Ik hoor dat Miss Winslow geregeld zingt in de Eerste Kerk en waarschijnlijk evenveel salaris zon kunnen eischen als een zanger van beroep. Men zal misschien spoedig van haar hooien Zulk een talent ka-! niet verborgen blijven.

De dienst die met dat gezang verbonden werd was zeer eigenaardig. De Evangelist scheen een eenvoudig man, volstrekt niet pedant. Hij sprak maar weinig. Na hem werd het woord gevoerd door Ds. Henry Maxwell, predikant van de Eerste Kerk te Raymond, een man niet een innemend uiterlijk. Mr. Maxwell verzekerde dat de doode volkomen bereid was geweest om te sterven en sprak op bijzonder indrukwekkende wijze over den invloed van den drank op het leven van mannen en vrouwen als deze doode. Raymond heeft natuurlijk, als spoonvegstad en handelsmiddelpunt van de geheele streek, een verbazend aantal kroegen. Ik ving enkele opmerkingen op o. a. dat hij pas sedert korten tijd tot een geheel ander inzicht gekomen was op het stuk van de Vergunning. Hij maakte ongetwijfeld een diepen indruk op zijn hoorders, en toch was het een toespraak die op een begrafenis in \'t geheel niet te pas kwam.

En wat toen volgde was misschien wel het wonderlijkste van heel dezen vreemden dienst. De vrouwen, ten minste een groot aantal hunner, die naast de doodkist stonden, begonnen op zachten toon, zoodat de hoorders tot schreiens toe bewogen werden, te zingen: ,Ik was een dolend schaap.quot;

Onder het zingen stonden een rij vrouwen op, wandelden langzaam voorbij de kist en allen legden er, als zij er bij kwamen, een of andere bloem op. Daarna gingen zij weer zitten en stond een andere rij op oin hetzelfde te doen. Al dien tijd werd er zacht gezongen alsof men bij volkomen windstilte den regen hoorde ruischen. Nooit was ik getuige van een plechtigheid die zoo eenvoudig was en tegelijk zoo indrukwekkend.

Do zijwanden van de tent waren opgerold; honderden personen

-ocr page 204-

190

die daarbinnen geen plaats konden krijgen stonden buiten, doodstil, en het was opmerkelijk hoeveel droefheid en ernst te lezen was op het gelaat van dat blijkbaar zoo ruwe volk. Er zullen ongeveer honderd van die vrouwen geweest zijn en ik hoorde zeggen dat de meesten hunner pas bekeerd waren in oen der samenkomsten. Het is mij onmogelijk te beschrijven welk een indruk dat gezang maakte. Do mannen zongen niet mee, het waren alleen vrouwenstemmen, zacht en toch duidelijk. De uitwerking van het gezang was inderdaad verrassend.

Ten besluite zong Miss Winslow nog een solo: „Er waren er negen en negentig.quot; Daarna verzocht de Evangelist allen het hoofd te buigen terwijl hij bad.

Om mijn trein niet te missen was ik verplicht mij gedurende het gebed te verwijderen. Het laatste wat ik er van zag, toen de trein daar langs kwam, was een groote schare die de tent verliet en in \'t gelid ging staan, terwijl de lijkkist door zes der vrouwen werd uitgedragen. Het is in lang niet gebeurd dat ik in onze prozaïsche Republiek iets zoo schilderachtigs heb gezien.

Indien de uitvaart van Loreen een zoo diepen indruk maakte op een doortrekkenden vreemdeling, is liet niet moeilijk zich voor te stellen Avelke gevoelens werden opgewekt bij lien, die in zoo nauwe aanraking met liaar waren geweest. Nooit was er iets in de Rectangle gekomen dat de goheele buurt zoo had doen ontroeren als die doodkist met het lijk van Loreen. Het scheen dat de Heilige Geest een buitengewonen zegen gaf\'op het gebruik dat men maakte van dit gevoellooze stof. Dienzelfden avond werden in de gewone bijeenkomst meer dan twintig verloren zielen, meest vrouwen, gedreven in de schaapskooi van den Goeden Herder.

Het bleek dat hetgeen Henry Maxwell had gezegd

-ocr page 205-

191

over liet openstellen van de kroeg, van waaruit Loreen was gedood geworden, bijna letterlijk bewaarheid werd. Voor liet uiterlijke bleef zij \'s Maandags en\'s Dinsdags gesloten, terwijl de rechterlijke macht verschillende personen liet arresteeren en den eigenaar van den moord beschuldigde. Maar er viel niets te bewijzen en eer het weer Zaterdag was ging liet er weer even lustig toe als te voren. Door den aardschen rechter werd nooit iemand gestraft voor den moord op Loreen.

Niemand in heel Raymond, de Rectangle inkluis, was zoo diep getroffen door den dood van Loreen als \\ ir-ginia. Het was voor haar bepaald een persoonlijk verlies. In de korte week dat Loreen bij haar in huis was geweest, was er een nieuw leven in Viginia\'s hart gekomen. Den dag na de begrafenis sprak zij daarover met Rachel Winslow terwijl ze samen gezeten waren in de zaal van de woning der familie Page.

„Ik ben van plan mijn geld te gaan besteden voor deze vrouwen en te helpen wie een beter leven wil gaan leiden.quot; Virginia keek de zaal door tot aan het einde, waar den vorigen dag het lijk van Loreen had gestaan. ..Ik heb, naar het mij voorkomt, een goed plan gemaakt en er ook reeds over gesproken met Rol-lin, die er ook een groot gedeelte van zijn vermogen aan wil ten koste leggen.quot;

Hoeveel geld heb je voor dat doel beschikbaar?quot; vroeg Rachel. Zoo\'n rechtstreeksche vraag zou ze vroeger nooit gedaan hebben, maar nu scheen het even natuurlijk openhartig over geldzaken te spreken

-ocr page 206-

192

als over iets anders dat hot koninkrijk Ciods betreft.

rlk kan er ten minste vier honderd vijftig duizend dollars voor besteden en Rollin dubbel zooveel. Hot is een van de dingen die hij \'t bitterst betreurt, dat hij vóór zijn bekeering door zijn verkwistende levenswijze bijna de helft van hetgeen vader hem naliet is kwijt geraakt. We zijn beiden verlangend zooveel mogelijk alles weer goed te maken. Wat zou Jezus doen met dat geld? We wenschen op die vraag een eerlijk en weldoordacht antwoord te geven. Ik vertrouw dat de som die ik voor Het Dagblad zal besteden, gebruikt wordt zooals Jezus waarschijnlijk zou doen. In onze stad een christelijk dagblad te hebben is even noodig als een kerk of een hoogeschool, vooral nu we den invloed van de kroeg moeten gaan bestrijden. Ik ben overtuigd dat de vijf honderd duizend dollars, die Mr. Norman daarvoor zoo goed weet te gebruiken, een krachtige factor in Raymond zullen zijn ter bereiking van ons doel.

„ Wat mijn ander plan betreft Rachel, reken ik op je medewerking. Rollin en ik zullen trachten eigenaars te worden van een groot deel van de Rectangle. Over den grond waar de tent op staat wordt een proces gevoerd, dat nu reeds jarenlang duurt, maar zoodra het gerechtshof uitspraak gedaan heeft zullen wij de geheele uitgestrektheid in bezit zien te krijgen. Sedert eenigen tijd heb ik een bijzondere studie gemaakt van de verschillende wijzen, waarop men in de achterbuurten der groote steden allerlei Christel ijken arbeid verricht .

-ocr page 207-

19:5

..Ik weet niet of ik al in staat bon precies te zeggen wat het beste is dat we in Raymond kunnen beginnen en waarvan we de beste resultaten kunnen verwachten. Maar dit weet ik zooveel te beter, dat van mijn geld, — of liever het geld des Moeren, want Hij heeft het mij toevertrouwd — goede kosthuizen kunnen gebouwd worden, toevluchtsoorden voor arme vrouwen, wijkplaatsen voor fabrieksmeisjes, tot redding van velen die evenals quot;Loreen dreigen verloren te gaan. Ik geloof niet dat ik goed zou doen dat geld eenvoudig te gaan uitdeelen. Met Gods hulp wensch ik niet alleen mijn geld maar ook mijn krachten te wijden aan de oplossing van dit vraagstuk. Maar ik heb een gevoel alsof door al dat geld en al die persoonlijke toewijding de afschuwelijke toestanden in do Rectangle niet veel zullen verbeteren, zoolang de wet het bestaan veroorlooft van do kroegen met al wat

O

daaraan verbonden is. En ik geloof dat hetzelfde geldt voor iederen arbeid op Christelijk gebied die in de groote steden wordt verricht. De kroegen kweeken meer personen voor wie het reddingswerk zoo hoog noodig is, dan alle takken van Inwendige Zending te zamen bearbeiden kunnen.quot;

Xa dit gezegd te hebben stond Virginia op en begon heen on weer te loopen. Rachel antwoordde op droevigen toon en toch mot een zweem van hoop in haar stem:

„Ja, dat is waar. Maar o Virginia wat kan er met dat geld veel goeds tot stand gebracht worden. En de kroegen kunnen hier niet altijd blijven. Eenmaal

13

-ocr page 208-

194

zal de tijd komen dat de macht van liet Christendom zal zegevieren.quot;

Virginia bleef vlak voor Rachel staan en haar bleek, ernstig gelaat verhelderde.

„Dat geloof ik ook. Het aantal dergenen die beloofd hebben te handelen zooals Jezus zou doen, neemt steeds toe. Indien we maar eerst vijf honderd zulke Christenen in Raymond hebben, dan is het lot van de kroegen beslist. Maar nu, lieve Rachel, wou ik je eens vertellen welk aandeel ik jou heb toegedacht in dit plan om de Rectangle te redden en te behouden. Jouw stem heeft een ongelooflijken invloed. Laatst kwamen er allei\'lei gedachten bij mij op. Een er van is deze. Je kon onder de meisjes een Zangvereeniging oprichten. Laat ze voordeel trekken van hetgeen jij van de muziek hebt geleerd. Er zijn onder die ruwe schepsels velen met een prachtige stem. Heb je ooit zoo hooren zingen als die vrouwen gisteren deden? Rachel, wat een schoone gelegenheid. Die moet je niet laten voorbijgaan. Welk een grooten invloed kan men door de muziek niet oefenen. Hoe-velen kunnen daardoor niet gebracht worden tot een hooger, een beter, een reiner leven!quot;

Voordat Virginia ophield met spreken had de gedachte aan haar levensroeping aan Rachels gelaat een geheel andere uitdrukking gegeven. Haar gansche hart en gemoed werd er door bewogen en ze kon hare tranen idet weerhouden. Wat Virginia zeide was juist wat ze zich ook reeds had voorgesteld, en ze gevoelde dat ze daardoor het rechte gebruik zou maken van haar talent.

-ocr page 209-

195

„Ja,quot; zei ze opstaande, en daarbij haar beide armen om Virginia slaande, terwijl beide meisjes om uiting te geven aan hunne geestdrift de kamer op en neer liepen. „Ja, met blijdschap wil ik mijn leven op die -wijze besteden in den dienst des Heeren! Virginia wat zullen wij niet veel hunnen doen als we zulk een krach-tigen hefboom hebben als geheiligd, aan G-od gewijd geld is, om de dingen in beweging te brengen!quot;

„Vooral door persoonlijke toewijding, zooals die van jou, zullen we gfoote dingen zien gebeuren,quot; zei Virginia glimlachend. En toen, vóór Rachel kon antwoorden, kwam Rol li n binnen.

Hij aarzelde een oogenblik en ging reeds weer de kamer uit en de bibliotheek in, toen Virginia hem riep en een en ander begon te vragen over zijn arbeid.

lïollin kwam terug en ging zitten. Met hun drieën bespraken zij nu hun plannen voor de toekomst. Rol-lin was schijnbaar, terwijl Virginia er bij was, volkomen op zijn gemak in tegenwoordigheid van Rachel. Dit nam niet weg dat zijn houding tegenover haar zoo al niet koud, dan toch zeer in den vorm was. Het verleden scheen geheel te zijn opgegaan in zijn wonderbare bekeering. Hij had het niet vergeten maar voor het oogenblik was het alsof hij volkomen in beslag werd genomen door de gedachte aan het doel van zijn nieuwe leven.

Na eenigen tijd verwijderde Rollin zich en nam het gesprek een andere wending.

„Tusschen twee haakjes, hoe is het met Jasper Chase?quot;

-ocr page 210-

196

Virginia deed die vraag zonder eenige bedoeling, maar Rachel kreeg een kleur en Virginia voegde er glimlachend bij: .,Ik veronderstel, dat hij weer bezig is met een nieuw boek. Zou hij daarin jou weer beschrijven? Je weet ik heb er hem altijd van verdacht dat in zijn eerste verhaal gedaan te hebben.quot;

„Virginia,quot; zei Rachel, met dezelfde openhartigheid,, die beide vriendinnen altijd tegenover elkander hadden aan den dag gelegd, „Jasper Chase vertelde mij onlangs

op een avond, dat hij.... inderdaad____ hij stelde mij

voor de vraag.....

Rachel voltooide den zin niet en bleet\' zitten met de handen gevouwen op haar schoot. De tranen kwamen haar in de oogen.

„Virginia, tot voor korten tijd meende ik dat ik hem zou kunnen liefhebben als hij aanzoek deed om mijn hand. Maar toen hij werkelijk sprak voelde mijn hart zich afgestooten en ik zeide wat ik meende te moeten zeggen. Ik wees hem af, en sedert heb ik hem niet meer gezien. Het was op dien avond toen in de Rectangle de eerste bekeeringen plaats hadden.quot;

„Ik ben er blij om voor jou,quot; zei Virginia kalm.

„Waarom?quot; vroeg Rachel een beetje ontsteld.

„Omdat ik het nooit op Jasper Chase heb gehad.

Hij is te koud____ ik zou hem niet graag veroordeelen,

maar toch heb ik altijd betwijfeld of hij wel oprecht was toen ook hij onze belofte deed.quot;

Rachel keek Virginia aan met een peinzenden blik.

„Ik heb, daar ben ik zeker van, mijn hart nooit aan

-ocr page 211-

107

liem gegeven. AVel maakte liij indruk op mij en bewonderde ik zijn talent als schrijver. Wel heb ik soms gemeend dat ik mij tot hem voelde aangetrokken. Indien hij zich had uitgesproken op een anderen tijd dan hij er voor heeft uitgekozen, zou ik mij zelf misschien gemakkelijk overtuigd hebben dat ik hem liefhad. Maar nu niet.\'1

Weer hield Eacliel plotseling op en toen ze Virginia aanzag waren er Aveer tranen in haar oogen. Virginia

O O O

kwam naar haar toe eu omarmde haar teeder.

Nadat Rachel het huis had verlaten bleef Virginia nog geruimen tijd zitten nadenken over het vertrouwen dat haar vriendin getoond had in haar te stellen. Toch had deze niet alles verteld. Dat bleek ontwijfelbaar uit geheel haar houding. Maar Vriginia voelde zich niet gekrenkt omdat zij iets had achtergehouden. Alleen ze was het zich bewust.

Al heel gauw kwam Eollin terug en evenals zij in den laatsten tijd dikwijls deden liepen broer en zuster arm in arm het ruime vertrek op en neer.

Het was heel natuurlijk dat ten slotte hun gesprek zich bepaalde tot Rachel, daar deze betrokken was in het plan dat ze vormden om te trachten door aankoop eigenaars te worden van de Rectangle.

„Heb je ooit een meisje ontmoet dat zooveel gaven heeft op muzikaal gebied als Rachel en evenals zij haar geheele leven wil wijden aan het heil van anderen V Ze gaat muzieklessen geven in de stad om in haar onderhoud te voorzien en wil haar vrijen tijd benuttigen door haar beschaving en haar schoone stem ten

-ocr page 212-

195

dienste te stellen van de bevolking der Rectangle.,T

..Het is ongetwijfeld een uitnemend voorbeeld vanzelf-opoftering,quot; antwoordde Rollin eenigszins gedwongen.

Virginia keek hem onderzoekend aan.

„Maar vind je niet, dat liet een zeer buitengewoon

voorbeeld is? Kun je je voorstellen, dat..........

(hier noemde Virginia een half dozijn namen van beroemde operazangers) iets van dien aard zouden doen?quot;

.,1seen, dat kan ik niet,quot; antwoordde Rollin kortaf. „Evenmin kan ik me voorstellen dat Miss .. . .quot; — lüj noemde den naam van het dametje met de roode parasol, dat aan Virginia gevraagd had haar en haar vriendinnen eens mee te nemen naar de Rectangle — „zou doen wat jij doet Virginia.quot;

..Zoo zou ik mij ook niet kunnen denken dat Mr----n

— Virginia sprak den naam uit van een jongen clubvoorzitter — „de kringen waarin hij verkeert zou verlaten om jouw werk te doen, Rollin.quot;

Zwijgend wandelden ze nu een oogenblik door de zaal.

„Om nog eens op Rachel terug te komen,quot; begon Virginia, „waarom behandel je haar zoo op een afstand, zoo vormelijk? Ik denk Rollin, dat ze het onpleizievig zal vinden. Je hebt altijd op vertrouwelijken voet met haar omgegaan. Ik geloof niet dat Rachel met die verandering ingenomen is.quot;

Rollin stond plotseling stil. Hij scheen diep bewogen. Hij trok zijn arm uit dien van Virginia en liep naar het eind van de zaal. Vervolgens terugkeerende kwam

-ocr page 213-

199

hij vlak naast zijn zuster staan en zei: „Virginia, hob je nooit iets gemerkt van mijn geheim Vquot;\'

Verwonderd zag Virginia hem aan; maar een ongewone kleur, die langzaam haar geheele gelaat bedekte, toonde dat zij wist wat hij bedoelde.

,,Ik heb nooit iemand anders liefgehad als Rachel Winslow,quot; ging hij op kalmen toon voort. .. Denzelfden dag toen ze hier was en je vertelde dat ze geweigerd had zich te verbinden voor het geven van concerten, vroeg ik haar of ze mijn vrouw wilde worden. Hot was buiten op straat. En zooals ik gevreesd had: zo sloeg mijn aanzoek af. Als reden gaf ze op dat ik geen levensdoel had. Daar viel natuurlijk niets tegen te zegizon, het was maar al te waar. En nu ik een

OO 7

doel voor oogen heb, nu ik een ander mensch ben geworden, kun je wel begrijpen dat ik er moeilijk op terug komen kan. Het zingen van Rachel heeft den stoot gegeven tot mijn bekeering maar ik kan eerlijk verklaren op dat oogenblik haar gezang alleen te hebben beschouwd als een roepstem van Godswege. Al mijn persoonlijke genegenheid voor haar was in die ure geheel opgegaan in mijn liefde voor mijn Heer en Heiland.quot;\'

Rollin zweeg een oogenblik, daarna vervolgde hij met meer aandoening in zijn stem: ..Ik heb haar lief, Virginia. Maar ik twijfel er aan of zij ooit mij zou kunnen liefhebben.quot;

Hij zweeg en keek zijn zuster met een droevigen glimlach aan.

-ocr page 214-

\'200

„Dat zou ik niet kunnen zeggen,quot; dacht Virginia bij zich zeil\'. Tegelijk viel haar aandacht op Rollin\'s schoon gelaat; do sporen van liet verkwistende leven dat hij vroeger geleid had waren zoo goed als verdwenen, de vast op elkaar gesloten lippen teekenden mannelijkheid or moed, zijn heldere oogeu blikten vrijmoedig in de hare. Geheel zijn voorkomen was wel geschikt om ieder voor hem in te nemen, lioliin was een man geworden. Waarom zou Rachel hem op den duur niet leereii liefhebben? Zonder twijfel waren beiden wel geschikt voor elkander, vooral nu dezelfde Christelijke beginselen beider levensdoel bepaalden.

Iets van dit alles bracht zij Rolliii onder het oog, maar hij vond er geen troost in. Toen hun gesprek geëindigd was, had Virginia den indruk dat Rollin voornemens was te volharden in deu arbeid, dien hij zich had gekozen, n.1. zou trachten invloed ten goede te oefenen op do aanzienlijken, die lid waren van de verschillende clubs en hij, hoewel Rachel niet vermijdende, toch geen pogingen zou doen om haar te ontmoeten. Hij vreesde blijkbaar niet bij machte te zijn zquot;u gevoel te bedwingen. Virginia bemerkte duidelijk hoe hij ontstelde zelfs bij de gedachte aan een tweede afwijzing, indien hij aan Kachel liet blijken dat zijn liefde nog dezelfde gebleven was.

Den volgenden dag begaf Virginia zich naar liet kantoor van Het Dagblad om Edward Norman te ontmoeten en de bijzonderheden te regelen in zake de vestiging van het blad op den nieuwen grondslag.

-ocr page 215-

201

Henry Maxwell was bij deze samenkomst tegenwoordig

en zo waren liet er niet hun drieën over eens dat

Jezus zich, in hun geval verkeerende, zou laten leiden door dezelfde algemeene beginselen die Hij als Zaligmaker der wereld aan het licht had gebracht.

,.Ik heb getracht eenige dingen, die Jezus naar mijne meening zou doen, te formuleeren en op te schrijven,quot; zei Xorman. En terwijl hij van een groot stuk papier dat op zijn schrijftafel lag begon voor te lezen, herinnerde Henry Maxwell zich weer zijn poging-om zijn eigen opvatting van hetgeen Jezus waarschijnlijk doen zou op papier te brengen en ook het streven van Milton Wright om ze in zijn zaken toe te passen.

„Ik heb er dit boven gezet: ..Wat zou Jezus doen indien Hij Edward Norman ware, redacteur-uitgever van een dagelijks verschijnend nieuwsblad te Kaymond.

1. Hij zou in Zijn blad nooit een beschouwing ot\' een beschrijving willen opnemen, die in eenig opzicht slecht ot\' ruw of onrein kon genoemd worden.

2. Hij zou zich, wat de politiek betreft, plaatsen op het standpunt van een tot geen partij behoorend burger, steeds alle staatkundige kwesties beschouwende ten opzichte van hun belang voor bet waarachtig welzijn des volks, altijd vragende: AVat is recht? en nooit: „Wat is in het belang van deze of die partij?quot;\' Met andere woorden: Hij zou bij elk politiek vraagstuk de uitbreiding van het koninkrijk Grods op aarde in het oog houden.quot;

Edward Norman hield een oogenblik op met lezen

-ocr page 216-

202

en keek Ds. Maxwell aan. ..Ge begrijpt dat is mijn persoonlijk gevoelen van wat Jezus waarschijnlijk ten opzichte van politieke zaken zou doen als redacteur van een dagblad. Ik spreek daarmee geen oordeel uit over andere journalisten wier meening in dit opzicht van de mijne verschilt. Ik tracht eenvoudig op eerlijke wijze de vraag te beantwoorden wat Jezus zou doen in de plaats van Edward Norman. En dat antwoord heb ik opgeschreven.quot;

3. Het doel van een dagblad zou voor Jezus zijn: den wil te doen van God, d. w. z. Hij zou niet in de eerste plaats vragen hoe Hij met de uitgave van een nieuwsblad geld zou kiinnen verdienen, of politieken invloed zou kunnen winnen, maar er voor zorgen aan al de abonné\'s duidelijk te doen blijken dat Hij ook door middel van Zijn blad trachtte in de eerste plaats het koninkrijk Gods te zoeken. Deze bedoeling zou zoo duidelijk en ontwijfelbaar zijn als dat van een predikant, een zendeling of eenig ander onbaatzuchtig arbeider in den wijngaard des Heeren.

4. Alle advertenties van twijfelachtigen aard zouden worden geweigerd.

5. De verhouding van Jezus tot allen, die aan het blad verbonden waren, zou zoo viendschappelijk en hartelijk zijn als maar mogelijk was.

„Ik ben van meening,quot; zei Norman nogmaals opziende van zijn papier, ..dat Jezus op de een of andere wijze zijn ondergeschikten aandeel zou geven in de zaak, zoodat niet alleen allen zich gezamenlijk inspanden

-ocr page 217-

203

ter bereiking van het groote doel. maar ook aller belangen daardoor evenzeer werden behartigd. Ik zal trachten die gedachte te verwezenlijken en ben overtuigd dat het goede resultaten zal opleveren. In ieder lt;xeval behoort in een zaak als deze niet het financieel belang van een enkel persoon of een vennootschap de spil te zijn waarom alles draait, maar het gemeenschappelijk belang van redacteur, uitgever, verslaggevers, drukkers en allen die er iets toe bijdragen om het blad te doen verschijnen. En daarvoor is het niet voldoende dat allen elkaar persoonlijk genegen zijn en liefhebben, maar moet ieder deelen in de voordeden die de zaak oplevert.quot;

G. Als Uitgever van een dagblad in den tegen-woordigen tijd, zon Jezus een ruime plaats beschikbaar stellen voor den arbeid in het Koninkrijk Gods. Hij zou wellicht een geheele pagina of moer wijden aan hetgeen er gedaan wordt voor het waarachtig welzijn des volks, zoowel op maatschappelijk als op godsdienstig gebied.

7. Hij zou in Zijn blad met alle macht de kroeg bestrijden als de grootste vijand van den mensch en een geheel onnoodig bestanddeel van onze tegenwoordige beschaving. Hij zou dat doen onafhankelijk van de publieke opinie te dezen opzichte en, natuurlijk, zonder te letten op de gevolgen met betrekking tot het aantal abonné\'s.

Weer zag Edward Norman op van zijn papier. „Ik spreek,quot; zeide hij, „daarmee uit, wat mijn heilige over-

-ocr page 218-

204

tuiging is op dat punt. Intusschen avü ik geen vonnis vellen over de Christenen die andere bladen uitgeven. Maar als ik moet verklaren wat Jezus zou doen. ce-

7 o

loof ik, dat Hij den invloed van Zijn blad zou gebruiken om de kroeg uit liet staatkundig en maatschappelijk leven des volks te doen verdwijnen.quot;

8. Jezus zou geen Zondagsnummer laten verschijnen.

9. Hij zou alle berichten laten drukken waarvan het volk kennis behoort te nemen. Onder de dingen, die voor het volk van geen belang zijn en die hij dus ook niet publiceeren zou, moeten gerekend worden verslagen van woeste wedstrijden, uitvoerige berichten van misdaden, schandalen van bepaalde families en allerlei andere dingen waardoor Hi j op eenigerlei wijze in conflict zou komen met het eerste artikel van dit program.

10. Indien Jezus had te beschikken over een zoo groot kapitaal, ten einde een dagblad te exploiteeren, zou Hij zich waarschijnlijk verzekeren van de medewerking der bekwaamste en ijverigste Christenen voor het leveren van bijdragen. Dat zal ook mijn streven zijn, gelijk ik binnen weinige dagen hoop te kunnen toonen.

11. Welke eischen bij een voortgaande ontwikkeling volgens het vastgestelde plan ook aan de verschillende rubrieken van het blad zullen gesteld worden, altijd moet het dienstbaar gemaakt worden aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods op aarde. Dit groote alge-meene doel behoort zijn invloed te doen gelden tot in de kleinste bijzonderheden.quot;

-ocr page 219-

Edward Norman had de voorlezing van zijn plan geëindigd en bleef een oogenblik peinzend voor zich uit kijken.

Ik heb slechts een zeer gebrekkige poging gedaan om een plan op te stellen. Allerlei ideeën om aan ons blad invloed te verzekeren hel) ik nog niet voldoende doorgedacht. Wat ik u voorlas zijn slechts wenken, waarover ik reeds gesproken heb met andere journalisten. Sommigen hunner beweren dat ik een onbeduidend, onnatuurlijk Zondagsschoolblad in \'t leven wil roepen. Maar indien ik iets kon uitgeven dat zooveel nut stichtte als de Zondagsschool dan zou ik zeer tevreden zijn. Hoe komt het toch dat velen, als ze het een of ander willen karakteriseeren als bijzonder zwak, het steeds vergelijken bij de Zondagsschool, terwijl ze toch behoorden te weten dat de Zondagsschool een van de krachtigste middelen is waardoor tegenwoordig hier te lande de ware beschaving wordt bevorderd. Maar een nieuwsblad behoeft toch niet onbeduidend te wezen omdat het goed is? Graat er van goede dingen niet altijd meer kracht uit dan van slechte\'? Het is voor mij hoofdzakelijk de kwestie of de Christenen te Eay-mond mij niet alleen zullen laten staan. Er ziju twintig duizend personen in de stad die lid zijn van een dei-kerken. Indien de helft daarvan mij wil steunen, dan is het bestaan van Het Dagblad verzekerd. Wat denkt n dominee, zou er zooveel medewerking gevonden worden ?quot;

„Ik weet er te weinig van om een afdoend antwoord

-ocr page 220-

206

te kunnen geven. Ik geloof met mijn gansche hart dat uw plan zal slagen. Het is zooals Virginia terecht opmerkte niet te berekenen wat de resultaten zullen zijn, indien zulk een dagblad een jaar lang bestaat.

De groote zaak is al het mogelijke te doen. dat het zoo dicht mogelijk nabijkomt aan betgeen wij ons voorstellen dat Jezus waarschijnlijk zou doen. We moeten er alleen stukken in opnemen die een Christelijken geest ademen en eerbied afdwingen door het vermijden van alles wat zweemtnaar schijnheiligheid, dweperij, bekrompenheid of iets anders dat in strijd is met den geest des Heeren. We moeten er bovendien naar streven het beste dat door nadenken kan verkregen worden, aan de lezers voor te leggen, en de bekwaamste en scherpzinnigste personen moeten hun uiterste krachten inspannen om het welslagen van zulk een Christelijk dagblad te verzekeren.\'\'

..Ja,quot; zei Edward Norman nederig, „ik zal ongetwijfeld groote fouten begaan. Ik heb veel wijsheid noodig. Maar het is mijn eenige begeerte te handelen zooals Jezus zou doen. Dagelijks heb ik daarnaar gestreefd en dat zal ik blijven doen, afwachtende wat er de gevolgen van zullen zijn.quot;

,.Ik geloof dat wij beginnen te begrijpen\'\' merkte Virginia op „wat het zeggen wil toe te nemen in de genade en de kennis van onzen Heer en Zaligmaker Jezus Christus. Ik geloof niet dat ik in bijzonderheden alles zal weten wat Hij doen zou, voordat ik Hem beter heb leeren kennen.quot;

-ocr page 221-

207

„Zoo is hot inderdaad,quot; zei Henry Maxwell. „Ik begin ook in te zien dat ik in vele gevallen niet kan aangeven wat Hij Avaarseliijnlijk zou doen, voordat ik meer in Zijn geest ben ingedrongen. Mijns inziens komt liet in allo omstandigheden en bij alles wat we ondernemen er op aan, dat wo vragen wat Jezus doen zou, maar dan ook hot antwoord daarop trachten te verkrijgen door vermeerdering van do kennis die wij van Hom zelf reeds bezitten. Vóórdat wij Jezus kunnen navolgen moeten wij Hem kennen.quot;

Toen de noodige schikkingen waren getroffen tus-schen Virginia en Edward Norman, bevond de laatste zich in :t bezit van vijf honderd duizend dollars, uitsluitend bestemd voor het oprichten van eon Christelijk dagblad.

Nadat Virginia en Henry Maxwell waren heengegaan sloot Norman de deur van zijn kamer en, alleen, in do tegenwoordigheid Grods, vroeg hij als een kind om de hulp van zijn Almachtigon Vader. Terwijl hij knielde voor zijn schrijftafel en bad was hij vervuld van de gedachte: „Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God bogeere, die een iegelijk mildolijk geeft en iiiot verwijt; on zij zal hom gegeven worden.quot; Zekerlijk, zijn gebod zou verhoord worden en hot Koninkrijk Gods zou worden uitgebreid ook door do macht der Pers die in dienst van de baatzucht on eerzucht zoozeer was ontaard, maar nu weer een instrument zou worden in de hand Gods.

Twee maanden verliepen. Er ging heel wat om in

-ocr page 222-

208

Raymond, in \'t bijzonder in de gomeente van Ds. Max-quot;well. Maar de resultaten bleven niet uit.

Ofschoon liet langzamerhand zomer was geworden ou de hitte zich dood gevoelen, werden de naverga-deringen door allen die hadden gehoor gegeven aan do uitnoodiging tot het doen van do bekende belofte, trouw en met opgewektheid bijgewoond. Mr. Gray had zijn arbeid in de Rectangle gestaakt en voor den opper-vlakkigen beschouwer waren do oude toestanden dezelfde gebleven. Xiettemiu had er met honderden een alge-lieele omkeering plaats gegrepen. Maar do kroegen, danshuizen, speelholen enz. bestonden nog en maakten steeds nieuwe slachtoffers, welke de plaats moesten innemen van hen, dio door den arbeid van den Evangelist tot inkeer waren gebracht. En de duivel vulde met verbazende snelheid zijn gelederen weer aan.

Henry Maxwell deed dit jaar geen buitenlandsche reis. In plaats daarvan besteedde hij in stilte het geld, dat hij voor zijn uitstapje had bespaard, om oen heele familie uit do Rectangle, die nooit buiten de bedompte morsige buurt was geweest, in do gelegenheid te stellen een zomerreisje te maken. Do predikant van de Eerste Kerk zal nooit vergeten welk eon genot hij smaakte toon hij met dat gezin alles daarvoor in crde maakte. Op eon heeton dag toon de verstikkende hitte die in do benauwde woninkjes heerschen kan zich reeds begon te doen gevoelen, ging hij naar de Rectangle, hielp het geheele gezin naar het station en vergezelde hen naar een der vele schoone kustplaatsen, waar

-ocr page 223-

209

eon godvreezencle dame lien in hnis nam zoodat zo voor liet eerst in jaren de frisscho zeelucht konden inademen en de welriekende geur der pijnboomen hen weldadig aandeed.

De moeder had een ziekelijk kindje bij zich. Van de drie andere kinderen was er een kreupel. De vader, die reeds zoolang zonder werk was geweest dat hij, zooals hij later aan Ds. Maxwell vertelde, verscheidene koeren op hot punt was geweest zelfmoord te plegen, zat den hoeion dag mot het kloino kind op den arm en toen Ds. Maxwell naar Raymond zou torugkeeren nadat hij had gezien hoe zijn boschormelingen gehuisvest waren, greep de man hem voor hij wegging bij de hand en deed op allo mogelijke wijzen zijn best om uiting te geven aan zijn dankbaarheid. De moeder, een vermoeide, uitgeputte vrouw, die het vorige jaar drie kinderen had verloren door een kwaadaardige koorts waaraan in de Rectangle tallooze kleinen bezweken, zat aldoor bij het geopende venster en genoot mot volle teugen van de zee- en boschlucht. Zo wist niet hoo ze het had. En Honry Maxwell, die tegen hot oindo van de week weer in Raymond terug was, had te meer last van do ongezonde, verzengende hitte nu hij zich een enkelen dag verkwikt had aan den frisschon zeewind. Toch dankte hij God voor de vreugde waarvan hij getuige was geweest on ging mot een nederig hart voort op den ingeslagen weg, nu hij wellicht voor do eerste maal in zijn leven deze bijzondere soort van zelfopoffering had leeron kennen. Want nog nooit te voi\'en

14

-ocr page 224-

210

liad hij zich zelf zijn zomer uitstap je ontzegd dat hij deed om te ontkomen aan de hitte die in Raymond gedurende eenige weken heerschte, ook al gevoelde hij geen groote behoefte aan rust.

„Het is heusch waar,quot; antwoordde hij telkens als hem door leden zi jner gemeente gevraagd werd of hij niet uit de stad ging, „het is heusch waar, ik voel van \'t jaar volstrekt geen behoefte aan vacantie. Ik ben volmaakt gezond en blijf liever thuis.1\' Een blij gevoel vervulde hem dat hij er in slaagde voor ieder, behalve voor zijn vrouw, te verbergen wat hij gedaan had voor dat arme huisgezin. Hij had er behoefte aan iets van dien aard te doen zonder dat anderen het wisten en er hun goedkeuring over uitspraken.

Op die wijze ging de; zomer voorbij en Henry Maxwell nam steeds toe in de kennis des Heeren. Xog altijd openbaarde zich de kracht des Heiligen Geestes in zijne gemeente en hij verwonderde zich er over. Hij wist dat alleen de tegenwoordigheid van dien Greest een scheuring in de Kerk had voorkomen, als een gevolg van de merkwaardige wijze waarop het geloof en de oprechtheid der leden was op de proef gesteld. Zelfs nu waren er onder hen, die de belofte niet hadden willen afleggen, nog velen dezelfde meening toegedaan als Mevrouw Winslow, n.1. dat de geheele beweging was te beschouwen als een dweepzieke uitlegging van de plichten eens Christens. En mot verianeen zacen wie er zoo over dachten uit naar een

O O

terugkeer van den vroegeren normalen toestand. Intus-

-ocr page 225-

•211

schen waren de meeste leden der gemeente vervuld met den Heiligen Geest en Henry Maxwell verrielitte dien zomer met groote blijdschap zijn arbeid als herder en leeraar, terwijl hij, zooals hij aan Alexander Powers beloofd had, samenkomsten bleef houden met de werklieden van de Spoorwegmaatschappij.

Op een koelen dag in Augustus, die na een lange periode van hitte eenige verkwikking had aangebracht, stond tegen het vallen van den avond Jasper Chase voor het venster van zijn kamer naar buiten te kijken.

Op zijn schrijftafel lag een stapel beschreven papier. Sedert dien avond waarop hij Rachel ten huwelijk had gevraagd, had hij haar niet meer ontmoet. Zijn bijzonder gevoelige aard die tot geraaktheid oversloeg als hij tegenstand ondervond, scheen oorzaak te zijn dat hij zich geheel van de buitenwereld afzonderde. Maar ook zijn leven als schrijver droeg daartoe veel bij.

Gedurende de hitte van den zomer had hij onverpoosd zitten schrijven. Thans was zijn boek bijna gereed. Met een koortsachtige inspanning die hem ieder oogenblik dreigde te verlaten, — en als dat gebeurd was zou hij niet bij machte zijn geweest zijn werk te voltooien, — had hij zich in zijn onderwerp ingeleefd. De belofte, die hij evenals vele anderen in de Eerste Kerk had afgelegd, was hij niet vergeten. Die had zich telkens aan hem opgedrongen onder zijn arbeid, ook nadat Rachel hem had afgewezen. Duizend malen had hij zich afgevraagd: Wat zou Jezus doen? Zou Hij dit verhaal schrijven? Het was een novelle, aan liet

-ocr page 226-

•212

dagelijkscli leven ontleend, geschreven in een stijl die gebleken was in den smaak te vallen van het publiek. De strekking er van was geen andere dan de lezers aangenaam bezig te houden. De moraal was niet slecht, maar ook niet positief Christelijk. Jasper Chase wist dat een dergelijk verhaal koopers in menigte zou vinden. Hij was zich bewust in dit opzicht talenten te bezitten, die algemeen werden gewaardeerd en bewonderd. Maar wat zou Jezus doen? De gedachte daaraan maakte zich van hem meester op de meest ongelegen oogenblikken. Hij werd er ongeduldig onder. Dat was immers een onbereikbaar ideaal. Natuurlijk zou Jezus Zijn krachten inspannen om iets te leveren,, dat nut stichtte, waardoor anderen geholpen werden of dat ten minste een bepaalde strekking had. AVat had hij, Jasper Chase, voor bedoeling met zijn novelle V Wel, wat iedere schrijver op het oog had, n.1. geld te verdienen en naam te maken. Hij verheelde het zich niet dat hij met geen andere bedoeling dit werkje geschreven had. Om het geld belioetde hij t niet te doen, hij was rijk genoeg. Maar hij werd vooral gedreven door de zucht om zooveel mogelijk naam te\' maken. Hij moest schrijven in dezen trant. Maar wat zou Jezus doen? Die vraag kwelde hem nog meer dan het weigerend antwoord van Rachel. Was hij bezig zijn belofte te verbreken?

Juist terwijl hij voor :t venster stond kwam Rollin Pace uit het clubgebouw, vlak aan den overkant der

O O \'

straat. Jasper kon niet nalaten bij zich zelf de opmer-

-ocr page 227-

213

king te maken hoe innemend zijn gelaat en hoe nobel zijn gestalte was en ging daarop naar zijn schrijftafel, waar hij eenige papieren doorbladerde. Toen kwam hij weer voor :t raam. Rollin wandelde voorbij \'t blok huizen aan den overkant en Kachel AVinslow liep naast hem. Rollin had haar stellig ingehaald, terwijl zij van Virginia terugkwam.

Jasper oogde beiden na totdat ze verdwenen te midden van de menigte, die zich op straat bevond. Daarna zette hij zich aan zijn bureau en begon te schrijven. Toen hij de laatste pagina van het laatste hoofdstuk zijner novelle had voltooid was het bijna donker. Wat zou Jezus doen? Die vraag had hij ten slotte beantwoord met zijn Heer te verloochenen. Het werd duisterder in Jaspers kamer. Hij had met bewustheid zijn weg gekozen onder den indruk van zijn teleurgestelde liefde.

„Maar Jezus zeide tot hem: Niemand, die de hand aan den ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods.quot;

-ocr page 228-

HOOFDSTUK VIII.

Wat gaat liet u aan? Volg gy Mij.

Joh. 21 : 22.

Toen Rollin op dien namiddag, dat Jasper Chase voor zijn venster naar buiten stond te kijken, over de straat liep, dacht hij in quot;t geheel niet aan Rachel Wiuslow en had hij in quot;t minst niet verwacht haar te zullen ontmoeten. Maar zijn hart was sneller beginnen te kloppen toen zij plotseling, uit een zijstraat komende, voor hem stond. Hij wandelde nu naast haar, zich ondanks alles een oogenblik gelukkig voelende in zijne aardsche liefde, die hij niet van zich af had kunnen zetten.

..Ik ben zooeven bij Virginia geweest,quot; begon Rachel. „Ze vertelde me dat alles nu bijna in orde is voor de overdracht van de eigendommen in de Rectangle.quot;

„Ja. Het is voor de rechtbank een lastige kwestie geweest. Heeft Virginia u al de plans en teekeningen laten zien?quot;

„We hebben er verscheidene bekeken. Het is mij

-ocr page 229-

215

een raadsel, ■■.vaar Virginia de kennis vandaan heeft om over al zulke dingen een oordeel te kunnen vellen.quot;

„Virginia weet op \'t oogenblik meer van Arnold Toynbee, van toestanden in Oostelijk Londen en van den arbeid die in Amerika van de Kerk uitgaat, dan de meesten, die zich geheel aan het werk in de achterbuurten wijden. Bijna den geheelen zomer heeft ze besteed om zich daarvan op de hoogte te stellen.quot;

Rollin begon zich meer op zijn gemak te gevoelen, toen ze over deze dingen spraken. Daarbij stonden ze op een veiligen gemeenschappelijken bodem.

..Wat hebt u den heelen zomer gedaan? Ik heb u maar zelden ontmoet?quot; vroeg Rachel onverwacht en een gloeiende blos bedekte haar gelaat, alsof ze te veel belangstelling had betoond in Rollin of te veel spijt dat ze hem niet vaker had gezien.

„Ik heb niet stil gezeten,quot; antwoordde Rollin kortaf.

„Vertel er mij iets van,quot; hield Rachel vol. „U zegt zoo weinig. Of mag ik dat niet vragen?quot;

Zo deed die vraag in alle oprechtheid en stelde werkelijk belang in hetgeen Rollin deed.

„Ja zeker,quot; antwoordde hij vriendelijk glimlachend. „Maar ik geloof niet, dat ik u veel kan vertellen. Ik heb getracht op de een of andere wijze invloed te verkrijgen op de personen ait mijne omgeving en ze te overreden hun leven niet langer zoo doelloos te laten voorbijgaan.quot;

Plotseling hield hij op, alsof hij bevreesd was nog meer te zeggen en Rachel deed geen enkele poging

-ocr page 230-

216

om hem tot verdere mededeelingen aan te sporen.

„Ik ben lid van denzelfden kring waartoe u en Virginia beliooren,\'quot; begon Rollin eindelijk weer. „Ik Leb de belofte afgelegd altijd te handelen zooals naar mijn beste weten Jezus zon doen, en bij al wat ik deed heb ik getracht met die vraag rekening te houden.quot;

„Hé, dat begrijp ik niet. Het komt me zoo wonderlijk voor dat n dezelfde belofte tracht te houden, die wij hebben gedaan. Maar wat kunt u met clie bezoekers der clubvergaderingen aanvangen?quot;

„U vraagt mij dat zoo op den man af, dat ik er wel op moet antwoorden,quot; hernam Rollin terwijl hij weer glimlachte. Sedert dien avond in de tent, dien ge u wel herinnert, — hij sprak gejaagd on zijn stem trilde — heb ik mij zelf afgevraagd: wat kan ik doen om mijn verbeuzelden tijd weer in te halen en te voldoen aan mijn begeerte om Christus te volgen. En hoe meer ik daarover dacht, hoe vaster mijn overtuiging werd dat ik mij moest vertoonen op die plaats waar ik wist dat ik mijn kruis op mij moest nemen. Zoudt Ti ooit gedacht hebben dat van al de verwaarloosde wezens in onze maatschappelijke samenleving niemand zoo volkomen aan zich zelf wordt overgelaten als de jongelui die de clubs bezoeken en op dezelfde wijze hun tijd en geld verkwisten als ik gewoon was te doen? De kerken schenken hun aandacht aan de arme, ellendige schepsels zooals die in de Rectangle; ze doen pogingen om de werklieden onder hun bereik te krijgen; ze hebben een groote vereeniging onder

-ocr page 231-

217

den middenstand, de personen die een vast salaris verdienen; ze zenden geld en zendelingen naar de verre heidenen. Maar men denkt er niet aan iets te doen om de losbandige jongelui van aanzienlijken liuize die dagelijks allerlei clubs bezoeken tot Christus te brengen. En toch is er geen enkele klasse van personen voor wie dat zoo noodig is. Ik zei tot mij zelf: ..Ik ken deze menschen. zoowel hun goede als hun slechte karaktertrekken, want ik ben een hunner geweest. Ik bon niet goscliikt om te arbeiden onder de bewoners van de Rectangle. Maar ik geloof dat ik misschien invloed ten goede kan oefenen op deze jongelui, die met hun geld en leegen tijd geen raad weten. Ziedaar nu wat ik getracht heb te doen. Als ik evenals u vroeg: Wat zou Jezus doen? was dat mijn antwoord. En hot is ook mijn kruis geworden.quot;

Rolliii\'s stem klonk bij den laatsten zin zoo zacht, dat het Rachel te midden van al het geraas rondom haar moeite kostte hem te verstaan. Toch begreep ze wat hij gezegd had. Graag zou zo hem gevraagd hebben hoe hij daarbij te werk ging, maar ze wist niet hoe ze haar vraag zou inkleeden. Haar belangstelling in zijn plannen was meer dan een bloote nieuwsgierigheid en Rollin Page was zoozeer veranderd sedert hij haar gevraagd had zijn vrouw te worden, dat zij onwillekeurig aan hem dacht en met hem sprak alsof hij een geheel nieuwe bekende van haar was.

Intusschen waren ze aan het einde der Avenue gekomen en sloegen de straat in waar Kachel woonde.

-ocr page 232-

218

\'t Was dezelfde straat waar Rollin haar had gevraagd waarom zij hem niet kon liefhebben. Een plotselinge beschroomdheid had zich van hen beiden meester gemaakt. Rachel zoo min als Rollin had dien dag kunnen vergeten. Eindelijk verbrak zij het lange stilzwijgen door hem te vragen wat zij eerst niet onder woorden kon brengen.

..Hoe legt u dat toch aan met uw vroegere kennissen? En hoe nemen ze het op? Op welke wijze tracht u ze te bereiken en wat zeggen ze wel?quot;\'

Rollin wachtte een oogenblik nadat Rachel gesproken had. Toen antwoordde hij:

.,0, dat hangt er van af. Xiet weinigen denken dat-ik met draaierij omga. Ik ben heel gewoon lid gebleven en dat heeft een goeden indruk gemaakt. Ik tracnt zoo verstandig mogelijk te zijn en geen aanleiding te geven tot onnöodige aanmerkingen. Maar n zoudt niet kunnen gelooven hoeveleu op mijn vermaning hebben acht geslagen. Een paar avonden geleden waren wel een twaalftal hunner in een oprecht gemeend en ernstig gesprek gewikkeld over godsdienstige onderwerpen. Tot mijn groote vreugde heb ik mogen opmerken dat sommigen hun slechte gewoonten vaarwel zeggen en oen ander leven gaan leiden. Wat zou Jezus doen, dat blijf ik vragen. En hot antwoord komt langzamerhand. Eén ding heb ik ondervonden n.l. dat ze niet schromen mij te bestrijden. Ik geloof echter dat dit geen slecht teeken is. Xog iets anders; ik ben er in geslaagd eenigen hunner belang te doen stellen in den arbeid onder de

-ocr page 233-

219

bewoners van de Rectangle en ze liebben zich bereid verklaard dat werk met een geldelijke bijdrage te steunen. En boven dat alles heb ik een middel gevonden om enkele jongelui te beAvegen dat ze zouden breken met hun gewoonte om te dobbelen.quot;\'

Vol enthousiasme had Eollin dit alles verteld. Zijn trelaat had een heel andere uitdrukkine; gekregen en

O O O O

teekende de belangstelling in hetgeen nu een deel van zijn leven geworden was. Weer werd Rachel getroffen door den kraehtigen, mannelijken, gezonden toon waarop bij sprak en ze gevoelde den diepen ernst, die hem zijn kruis met vreugde deed dragen. Toen ze terstond daarna sprak was het met de overtuiging dat ze verplicht was haar oordeel over Rollin zooals ze dat vroeger had uitgesproken, te wijzigen.

..Herinnert ge u nog. hoe ik u eens heb verweten dat u geen doel had waarvoor het de moeite waard was te leven?quot; vroeg zij, terwijl het Rollin toen hij zijn zelfbeheersching genoegzaam had teruggekregen om op te durven kijken toescheen dat zij schooner was dan ooit te voren. .,Oni rechtvaardig te zijn tegenover voel ik mij gedrongen te zeggen, dat ik hooge achting heb voor uw moed en de trouw, waarmee ge uw belofte vervult. Thans is uw leven geen doelloos leven meer.quot;

Rollin beefde. Zijn aandoening was te sterk om die te verbergen. Rachel bemerkte het. Geruimen tijd wandelden ze zwijgend naast elkander voort. Ten slotte zei Rollin: ..Dank u. Ik kan u niet zeggen hoe ik het

-ocr page 234-

\'220

op prijs stel dat van u te liooren.\'7 Een oogenblik zag hij haar in de oogen. En in zijn blik las zij zijne liefde. Maar hij zei niets.

Toen ze afscheid genomen hadden ging Rachel regelrecht naar huis en naar haar kamer. Daar gekomen viel ze op een stoel neer. steunde het hoofd met beide handen en zei tot zich zelf: Nu weet ik wat het zeg-ffen wil bemind te worden door een edel man. Ik zal

O

ook hem liefhebben. Maar wat zeg ik daar! Rachel AVinslow heb je vergeten.........

Ze stond op en begon in hevige gemoedsaandoening heen en weer te loopen. Echter was het geen spijt of droefheid die haar vervulde. Veeleer was het een heerlijk blij gevoel, dat zich van haar had meester gemaakt. Een nieuwe wereld van ervaringen had zich voor haar ontsloten en later op den dag gevoelde ze zich overgelukkig in het bewustzijn, dat dit alles niet in strijd was met haar belofte om Jezus te volgen. Inderdaad hinc het daar ten nauwste mee samen want ofschoon ze nu Rollin Page begon lief te hebben, was het de Christen, die haar hart had gewonnen. Als man van de wereld zou hij nooit invloed op haar verkregen hebben.

Terwijl Rollin naar huis ging herleefde in hem een hoop die hij sedert den bewusten dag, waarop Rachel hem afwees, had laten varen. In die hoop ging hij, terwijl de dagen voorbijsnelden, voort met den arbeid dien hij zich ten taak had gesteld en nooit had hij zooveel succes op het streven om zijn vroegere vrien-

-ocr page 235-

2-21

den onder zijn invloed te krijgen en op den goeden weg te brengen, als in de dagen na zijn ontmoeting met Racliel Winslow.

De zomer was voorbij en de winter deed zicli te Raymond in al zijn strengheid gevoelen. Virginia was er in geslaagd een deel van haar plan om, zooals zij liet noemde, .,de Rectangle te veroveren,quot; ten nitvoer te leggen. Maar het bouwen van luchtige buitenwoningen, het veranderen van die kale, kille buurt in een vriendelijk uitziend woningpark, zooals ze voornemens was te laten doen. was een veel te uitgebreid plan om het nog dien herfst nadat ze eigenares was geworden te kunnen volvoeren. Maar met een millioen dollars kan iemand die zijn geld werkelijk wil besteden zooals Jezus zou doen, in korten tijd heel wat in :t belang der menschheid tot stand brengen en toen Henry Maxwell op een dezer dagen \'s middags over het tooneel van den nieuwen arbeid kwam. nadat hij zich een uur had beziggehouden met de werklui van de spoorwegmaatschappij, stond hij verbaasd over de uitwendige verandering, die reeds zoo duidelijk was op te merken.

Maar hij wandelde peinzend verder en kon de gedachte niet van zich afzetten aan het nog steeds onopgeloste vraagstuk dat zich aan hem had opgedrongen sedert hij de vreeselijke gevolgen van het drankmisbruik had leeren kennen. Hoeveel was er nu al niet voor de Rectangle gedaan? En zelfs als hij mee rekende wat Virginia en Rachel en Mr. Gray hadden tot stand ge-

-ocr page 236-

bracht waren de resultaten nog niet bevredigend. Natuurlijk wist liij wel dat de wonderbare openbaringen van de kracht des Heiligen Geestes, zoowel in de Eerste Kerk als bij de samenkomsten in de tent, invloed hadden geoefend op liet leven der bewoners van Raymond. Maar als hij de eene kroeg na de andere passeerde en zag hoevelen ingingen en uitkwamen, als zijn blik viel op die pestholen, grooter in aantal dan ooit te voren, als zijn aandacht werd getrokken door de dierlijkheid en vuilheid, de ellende en ontaarding, die op het gelaat van tallooze mannen en vrouwen en kinderen te lezen stond .... dan sneed hem dat door de ziel. Onwillekeurig rees de vraag bij hem op hoeveel het helpen zou, zelfs wanneer er een millioen dollars aan werd besteed om dien modderpoel te reinigen. Bleef niet de levende bron van al de ellende, die ze zochten te bestrijden, onaangetast zoolang als die kroegen hun doodelijken maar toch bij de wet geregelden arbeid verrichtten ? Hoe weinig vermocht zelfs zulk een onbaatzuchtig volgen van den Heer als dat van Virginia en Rachel, om dien stroom van ongerechtigheden te stuiten, zoolang als de groote bron van ondeugden en misdaden even ruim vloeide als altijd! Was het geen verkwisting van hun schoone jonge leven, dat deze jonge vrouwen die hel op aarde binnendrongen, als toch de kroeg voor iedere ziel, die door hun zelfopoffering werd bevrijd van de boeien der zonde, twee nieuwe slachtoffers maakte?

Hij kon die vraag niet ontwijken, quot;t Was dezelfde

-ocr page 237-

223

gedachte die Virginia reeds Lad uitgesproken toon ze voor Rachel haar plan uiteenzette. Ook zij had als haar meening te kennen gegeven dat zoolang de kroegen niet uit de Rectangle verdwenen waren, alle moeite zou blijken vruchteloos te zijn. En toen Henry Maxwell dien namiddag tot den arbeid in zijn eigen wijk terugkeerde was zijn opinie over de verderfelijkheid van het Vergunningsstelsel niet weinig versterkt.

Maar indien de kroeg een der hoofdzaken was in de vraagstukken die te Raymond aan de orde kwamen, niet minder was dat het geval met d« Eerste Kerk en den kleinen kring harer leden, die elkander beloofd hadden steeds te handelen zooals Jezus zou doen. Henry Maxwell, die liet middelpunt was van heel do beweging, kon niet zoo goed oordee\'en over do kracht er van als iemand die er buiten stond. Eén ding stond echter ontwijfelbaar vast: Raymond zelf voelde den invloed er van en veranderde in vele opzichten, zonder zich de oorzaak daarvan bewust te zijn.

Do winter was voorbijgegaan en het jaar was om, het jaar n.1. dat Henry Maxwell had vastgesteld als de termijn gedurende welke men de belofte zou nakomen steeds te doen zooals Jezus. De Zondag waarop men het feit herdacht dat een jaar te voren zoovelen zich daartoe hadden verbonden was in vele opzichten de merkwaardigste dag, dien do Eerste Kerk ooit had beleefd. Dat feit was van voel grooter beteokenis geweest dan ook maar iemand had kunnen denken. Zóóvele en zóó ernstige dingen waren er in dit éóno

-ocr page 238-

224

jaar reeds uit voortgevloeid, dat de groote massa niet in staat was er zich rekenschap van te geven hoe gewichtig het was. En de dag zelf waarop men een vol jaar op die wijze den Heer had gediend bracht er zoovele gevolgen van aan het licht, dat zelfs zij die er rechtstreeks in betrokken waren de groote waarde van hetgeen reeds tot stand was gekomen op verre na niet konden berekenen, noch den invloed konden nagaan dien zij door hun streven hadden geoefend op de overige kerken en in naburige steden.

In de week vóór dien gedenkwaardigen Zondag bevond zich Ds. Calvin Bruce, doctor in de theologie en voorganger bij de Nazareth-kerk te Chicago, in Raymond, met liet doel enkele oude vrienden en tegelijk zijn studie-vriend Henry Maxwell te bezoeken. Hij was aanwezig in de Eerste Kerk en behoorde onder de aandachtigste en meest belangstellende toehoorders. Het verslag dat hij gaf van hetgeen to Raymond voorviel, in :t bijzonder op dien Zondag, werpt op den geheelen toestand meer licht dan eenige andere beschrijving zou kunnen doen. We laten daarom hier volgen wat Dr. Bruce er over schreef.

Brief van Dk. Calvin Bruce te Chicago aan Dr. Philip S. Caxton, predikant te New-Yckk.

Waarde Caxton.

Het is Zondagavond laat, maar ik ben zoo weinig

-ocr page 239-

gestemd om te gaan slapen en zoo vervuld met hetgeen ik heb gezien en gehoord, dat ik mij gedrongen voel je nu iets mee te deelen over den toestand in Raymond, waarvan ik me zoo goed mogelijk heb op de hoogte gestold en die schijnbaar vandaag zijn toppunt heeft bereikt. Ziedaar mijn eenige verontschuldiging dat ik zoo\'n grooten brief ga schrijven.

Je herinnert je Henry Maxwell nog wel, die tegelijk met ons studeerde. Ik meen dat je me den laatsten keer toen ik bij je was vertelde hem sedert we promoveerden niet meer te hebben gezien. Hij was zooals je weet een beschaafde, geleerde jongen eu toen hij nog binnen het jaar nadat hij zijn studiën voltooid had het beroep kreeg naar de Eerste Kerk te Raymond, zei ik tegen mijne vrouw: ze hebben daar in Raymond een goede keuze gedaan, als kanselredenaar zal Maxwell daar wel opgang maken. Hij is er nn reeds elf jaar geweest en naar ik vernomen heb viel er tot voor een jaar geleden in zijn ambtsbediening niets bijzonders voor. Hij voldeed goed en had vooral in de ochtendbeurten volle kerken. Zijn gemeente werd gehouden voer de grootste en rijkste van Raymond. Alle deftige lui behoorden er toe. Het kwartet dat zich bij de godsdienstoefeningen liet hooren was beroemd, inzonderheid door zijn sopraan. Miss Winslow, van wie ik straks nog een en ander heb te vertellen. Om kort te gaan Henry Maxwell had daar een plaats uit duizend, een goed salaris, een aangename omgeving, in één woord een kerk en een gemeente zooals in onzen

15

-ocr page 240-

226

tijd iedere student zich als een ideaal voorspiegelde.

„Maar juist vandaag voor een jaar deed Henry Maxwell op Zondagmorgen aan het einde van den dienst het opzienbarende voorstel, dat de leden van zijn kerk zouden beloven een jaar lang niets te doen zonder eerst te vragen: Wat zou Jezus doen? en na die vraag eerlijk beantwoord te hebben, zoo te handelen, afgezien van de gevolgen die dat voor hen kon hebben.

„Een honderdtal leden van de Eerste Kerk hebben dit voorstel aangenomen en er aan gehoorzaamd en de gevolgen daarvan waren zoo merkwaardig, dat de aandacht van geheel het district door deze beweging getrokken werd. Ik noemde het een „beweging\' , omdat wat ik er heden van gezien heb mij den indruk geeft, dat het van invloed zal zijn op andere gemeenten en niet alleen een omkeer zal veroorzaken in de wijze waarop de kerk tot dusverre gearbeid heeft, maar ook den stoot zal geven tot een geheel nieuwe openbaring van het leven in den dienst des Heeren.

,,Henry Maxwell vertelde me hoe verbaasd hij geweest was dat zijn voorstel zoo goed werd opgenomen. Eenige van de beste leden zijner gemeente deden de belofte. Daaronder waren Edward Norman, de uitgever van Het Dagblad, wiens optreden in de journalistenwereld zooveel sensatie heeft verwekt, voorts Milton Wright, een van de grootste kooplui in Raymond, Alexander Powers, die een jaar geleden zooveel van zich deed spreken door zijn aanklacht tegen de spoor-

-ocr page 241-

2-27

wegmaatschappij in zake de overtreding der handelswetten tusschen de verschillende staten, Miss Page. een van de rijkste jonge dames der stad, die naar ik vernomen heb onlangs haar geheele vermogen heeft besteed voor de oprichting van een christelijk dagblad en voor verbetering van de toestanden in de z.g. Rectangle, een van do achterbuurten, en Miss Winslow, die als zangeres een goede reputatie genoot, maar in overeenstemming met wat zij meende dat Jezus waarschijnlijk zou doen haar talent heeft gewijd aan den arbeid onder de meisjes en vrouwen, die een groot deel uitmaken van de slechtste en meest verwaarloosde bevolking der stad.

„Een allengs toenemend aantal Christenen, later ook uit andere kerken te Raymond, hebben zich bij deze algemeen bekende personen aangesloten. Niet weinigen van hen, die de belofte ailegden altijd te zullen handelen zooals Jezus zou doen, waren reeds lid van de Endeavour Society. Deze verklaarden dat zij in de belofte, die ieder lid hunner vereenio-ingr heeft

o o

moeten afleggen, reeds hetzelfde beginsel hebben belichaamd. Die belofte luidt woordelijk aldus: „Ik beloof Hem er naar te streven te doen alles Avat Hij wil dat ik doen zal.quot; Nu is dat, nauwkeurig bezien, niet hetzelfde als wat Maxwell voorstelde, die er op aandrong „dat ieder zou trachten te doen, wat, in zijne plaats, Jezus waarschijnlijk zou doen.quot; Maar in de practijk komt het vrij wel op hetzelfde neer, zoodat het idet moeilijk te verklaren is, waarom zoovele leden der Endeavour

-ocr page 242-

228

Society zich bij den nieuwen bond hebben aangesloten.

„Ik kan me begrijpen dat je begint met te vragen of dat alles iets goeds heeft uitgewerkt, of het op eenigerlei wijze verandering heeft gebracht in den gewonen gang van zaken in kerk en maatschappij.

..Iets weet je daar natuurlijk al van door de. berichten uit Raymond die in onze nieuwsbladen de ronde deden. Maar men moet zelf eenigen tijd hier vertoeven en zich op do hoogte stellen van de omkeering, die heeft plaats gehad zoowel in het loven van bijzondere personen als in de Kerk, om zich een idee te kunnen vormen van wat liet in heeft zoo in den letterlijken zin van \'t woord de voetstappen van Jezus te volgen. Het zou een lange geschiedenis worden of liever een reeks van geschiedenissen, als ik je dat alles zou gaan vertellen. Daar ben ik ook niet toe in staat. Maar ik heb er van mijn vrienden en van Henry Maxwell zelf wel zooveel Van gehoord, dat ik je er eenigszins over kan inlichten.

„Voor de Eerste Kerk zijn do gevolgen van deze beweging tweevoudig. Vooreerst is er oen geest van broederlijke gemeenschap ontstaan, zooals, naar Henry Maxwell meedeelde, vroeger nooit door hem is opgo-merkt en die op hem den indruk maakt zeer weinig te verschillen van hetgeen in de eerste Apostolische gemeente werd aangetroffen. En dan: de gemeente is verdeeld in twee duidelijk te onderscheiden groepen van leden. Zij die de belofte niet hebben gedaan beschouwen de pogingen van de anderen om het voorbeeld van Jezus na te volgen als dwaze letterknechten]\'.

-ocr page 243-

229

Sommigen hunner hebben de Kerk verlaten en zich bij een andere gemeente aangesloten. Anderen, die bleven, veroorzaken twist en tweedracht en ik hoorde zelfs bij gerucht dat zij moeite doen om Maxwell den voet te lichten. Ik weet echter niet of ze over eenigen invloed hebben te beschikken. Zeker is, dat ze in hun optreden belemmerd worden door een wonderbare werking van den Heiligen Geest, die zich bij voortduring openbaart van den dag af dat, nu een jaar geleden, de merkwaardige belofte werd afgelegd en eveneens door het feit dat vele van de invloedrijkste leden met du beweging zijn meegegaan.

.,De invloed van dit alles op Henry Maxwell is zeer opmerkelijk. Vier jaar geleden hoorde ik hem op de vergadering van alle predikanten uit onzen Staat en toon kreeg ik den indruk dat hij bijzonder welsprekend was.... maar zich daar ook wel wat veel op liet voorstaan. Zijn preek was goed gesteld en vloeide over van wat de studenten gewoon zijn te noemen „mooie zettenquot;. En de hoorders in\'t algemeen genoten er van. Dezen morgen hoorde ik Maxwell voor het eerst weer sedert dien tijd. Maar wat is hij veranderd! Hij maakte op mij den indruk alsof er in zijn leven een geheele omkeer heeft plaats gegrepen. Hij vertelde mij dat die verandering eenvoudig een gevolg is van zijn nieuwe opinie over het volgen van Jezus. Het is waar: verscheidene van zijn vroegere meeningen zijn gewijzigd. Zijn houding in zake het alcoholvraagstuk is geheel tegenovergesteld aau die welke hij een jaar

i

-ocr page 244-

230

geleden aannam. En liet komt mij voor dat zijn ge-lieele beschouwing over de herderlijke bediening, zoowel op den kansel als in de gemeente, totaal veranderd is. Als ik het wel heb gaat hij uit van de meening dat de Christenen van onzen tijd in den letterlijken zin des woords Jezus behooren na te volgen, in het bijzonder wat Zijn lijden betreft. Hij haalde in den loop van ons gesprek versr-heidene keeren den tekst aan uit den zendbrief van Petrus: „Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijne voetstappen zoudt navolgen,quot; en hij scheen de vaste overtuiging te hebben dat voor ouze hedendaamp;gsche Kerken niets zoo noodig is als op eenigerlei wijze te lijden om Jezus\' wil.

„Ik weet niet of ik het in alle opzichten met hem eens ben, maar, mijn waarde Caxton, het is in ieder geval verwonderlijk om op te merken welk een grooten invloed deze gedachte heeft gehad op hem zelf, op de Kerk en op geheel de stad.

„Je vraagt misschien welke de gevolgen er van waren voor de personen zelf, die de belofte deden en eerlijk getracht hebben die te vervullen. Zoo;ils ik reeds zei, hangt dat heelemaal af van de verschillende levensomstandigheden, en kan ik dat niet in bijzonderheden meedeelen. Iets er van moge volstaan om te bewijzen dat we er ons niet van kunnen afmaken met het als dweperij te beschouwen of als jacht maken op effect.

-ocr page 245-

231

„Neem bijvoorbeeld de kwestie van Alexander Powers, die directeur was van de werkplaatsen der Spoorwegmaatschappij hier ter stede. Toen hij op goede gronden een beschuldiging inbracht tegen de maatschappij verloor hij zijn betrekking en wat meer is: naar ik van mijn vrienden vernam zijn de omstandigheden waarin hij verkeert op \'t oogenblik van dien aard, dat de familie niet meer uitgaat. Ze hebben zich moeten onttrekken aan den kring waarin zij eens den toon aan-aangaven. Intasschen kan ik me heel goed voorstellen dat do justitie om allerlei redenen in dit geval aan do aanklacht geen gevolg heeft gegeven. Nu gaat het praatje dat de spoorweg binnen kort in andere Juinden zal overgaan. De president der maatschappij, die zooals uit de bewijsstukken van Powers onwederlegbaar bleek de voornaamste overtreder was, is afgetreden en allerlei feiten wijzen er op dat het gerucht niet van grond ontbloot is. Met dat al is do voormalige directeur weer teruggekeerd tot zijn vroegeren werkkring bij de telegraphic. Ik ontmoette hem gisteren in de kerk en kreeg van Hem den indruk dat hij evenals Henry Maxwell wat zijn karakter betreft een crisis heeft doorgemaakt. Onwillekeurig kwam de gedachte bij mij op dat hij uitstekend op zijn plaats zou geweest zijn in de gemeente der apostelen, toen de geloovigen alle dingen gemeen hadden.

„Een ander geval is dat van Mr. Norman, uitgever van Het Dagblad. Deze had er zijn heele vermogen voor over om te kunnen handelen zooals hij meende

-ocr page 246-

■232

dat Jezus waarschijnlijk zou doen en bracht, op gevaar af bankroet te gaan, een geheelen omkeer tot stand in den inhoud van zijn blad. Ik zal je een nummer sturen dat gisteren verscheen, lees het eens met aandacht. Mijns inziens is het een der belangrijkste en merkwaardigste kranten die ooit in de Vereenigde Staten het licht zagen. Er valt nog wel wat op aan te merken maar dat is geen wonder, menschenwerk is nu eenmaal niet volmaakt. Alles te zamen genomen staat het zoo ver boven het gewone peil der nieuwsbladen, dat ik er me over verbaasd heb. Mr. Norman vertelde me, dat steeds meer Christenen in Raymond zijn blad gaan lezen en hij twijfelt er niet aan of hij zal er ten slotte succes mee hebben.

.,Je moet eens lezen wat hij in zijn hoofdartikel schrijft over het muntvraagstuk en ook zijn stuk over de a. s. verkiezing te Raymond, waarbij de kwestie der ..Vergunningquot; weer het shibbolet zal wezen. Beide artikelen zijn, van zijn standpunt, bepaald uitstekend. Hij zegt nooit aan een hoofdartikel of eenigen anderen arbeid voor zijn blad te beginnen, zonder eerst te vragen: Wat zou Jezus doen? En blijkbaar vraagt hij dat niet tevergeefs.

„Dan heeft zich nog zekere Milton Wright, een handelsman, bij de beweging aangesloten. Naar ik vernam heeft zijn zaak daardoor zoo groote verandering ondergaan dat niemand in Raymond op \'t oogenblik zoo algemeen bemind is als hij. Trelfend is het te zien hoe veel zijn eigen bedienden van hem houden. \\ au den

-ocr page 247-

283

winter, toon hij gevaarlijk ziek was, boden zij zich als om strijd aan om te waken of op oenigerlei wijze hulp te verleenen en toen hij voor de eerste maal weer in zijn winkel kwam werd hij met uitbundige vreugde begroet. Dat alles was een gevolg van de onderlinge persoonlijke liefde die als een hoofdelement in de zaak was opgenomen. Eu die liefde bestaat uiet bloot in woorden, of in gunstbewijzen als erkening van bewezen diensten, maar de heele zaak berust op een stelsel van coöperatie, zoodat allen er een werkelijk aandeel in bobben. De meeste handelslui die hun magazijnen in dezelfde straat hebben beschouwen Milton Wright als een zonderling. Toch is het een feit, dat hoewel hij in sommige opzichten zware verliezen heeft geleden, zijn zaak zich aanmerkelijk uitbreidde eu hij up dit oogenblik wordt beschouwd als een der aanzienlijkste kooplui in Raymond.

„Ook moetikje nog iets meedeelen van Rachel Wius-low, die besloten heeft haar groote talenten ten dienste te stellen van de arme en ongelukkige bewoners dei-stad. Onder meer is ze van plan een muziekschool te stichten, hoofdzakelijk voor de beoefening van den zang, mot verschillende klassen eu koren. Vol enthousiasme is ze aan den arbeid getogen. In overleg met haar vriendin, Miss Page, heeft ze een leerplan opgesteld en er valt niet aan te twijfelen of het zal, indien het geheel is uitgevoerd, veel bijdragen tot opheffing van den minderen man. Ik ben nog niet te oud, mijn beste Caxton, om belang te stellen in den romantischen

-ocr page 248-

234

kant van de dingen, die hier zijn gepasseerd. Daarom deel ik je ook daarvan iets mee. Het is een algemeen bekend feit dat Miss Winslow dit voorjaar in \'t huwelijk hoopt te treden met een broeder van Miss Page die ziel) vroeger veel bezighield met maatschappelijke vraagstukken en een getrouw bezoeker was van de clubs, maar bekeerd is geworden bij een godsdienstige samenkomst in een tent. Die samenkomst werd geleid door verschillende personen, waaronder ook zijn toekomstige vrouw. Al de bijzonderheden van dien kleinen roman weet ik natuurlijk niet, maar ik kan me voorstellen dat er een geschiedenis aan is verbonden, waarvan het wel de moeite waard zou zijn om kennis te nemen.

„Dit zijn nu nog maar enkele voorbeelden van den invloed, die liet gehoorzamen aan de afgelegde belofte geoefend heeft op het leven van hen die zich daartoe verbonden. Ik meen dat ik ook al den naam noemde van Donald Marsh, President van hot Lincoln College. Hij ju\'omoveerde aan dezelfde universiteit als ik en in mijn laatste studiejaar kwam ik nu en dan met hem in aanraking. Bij de laatste verkiezingen voor het gemeentebestuur is hij handelend opgetreden en bij de eerstvolgende zal naar het algemeen gevoelen van zijn houding zeer veel afhangen. Evenals van alle anderen die aan deze beweging deelnemen kreeg ik ook van hem den indruk dat hij, al is het niet zonder veel strijd, enkele moeielijke kwesties heeft opgelost en lasten op de schouders heeft genomen die het lijden

-ocr page 249-

235

-J

hebben veroorzaakt, en nog veroorzaken, waarvan Henry Maxwell sprak, een lijden dat de ware vreugde niet uitsluit maar te voorscfin roept en grooter maakt.

„Maar mijn brief wordt te lang, misschien verveel ik er je al mee. quot;Wat mij betreft ik kan me niet onttrekken aan de betoovering die zich van mij heeft meester gemaakt gedurende de enkele dagen van mijn verblijf te dezer plaatse. Ik moet je nog iets vertellen over do samenkomst in de Eerste Kerk die ik vandaag bijwoonde.

„Zooals ik zei, ik hoorde een preek van Maxwell. Op zijn dringend verzoek had ik den vorigen Zondag de beiu\'t voor hem waargenomen en ik hoorde hem dus voor het eerst sedert de Vergadering, nu vier jaar geleden. Zijn toespraak van hedenmorgen verschilde 5 echter zoozeer van de rede die hij destijds hield, alsof

1 hij was opgesteld en werd uitgesproken door iemand

die op een andere planeet thuis hoorde. Ik was diep getroffen. Soms kreeg ik zelfs tranen in de oogen. En ik was niet de eenige die zoo aangedaan was. Hij had tot tekst; „Wat gaat het u aanV Volg gij Mij.quot; Up buitengewoon krachtige wijze vermaande hij de Christenen te Raymond dat zij de geboden des Heeren zouden volbrengen en Ziju voetstappen volgen zonder te letten op wat anderen deden. Ik zou je graag een schets van de preek geven maar dat zou te lang worden. Na afloop van den dienst werd de gewone navergadeiiug gehouden. Het was een bijeenkomst van allen dio de belofte hadden afgelegd waarvan ik je reeds schreef en de tijd werd doorgebracht met onder-

nflU

-ocr page 250-

230)

linge gesprekken en het mecledeelen van ervaringen. Voorts werd er over gepraat wat Jezus zou doen in bijzondere gevallen en gebeden om do leiding en voorlichting des Heiligen Greestes voor ieder in\'t bijzonder.

„Maxwell noodigde mij uit deze samenkomst bij te wonen. En in al de jaren dat ik nu reeds predikant ben heb ik nooit zulk een ure beleefd. Nooit gevoelde ik zoo duidelijk en zoo krachtig de tegenwoordigheid van den Heiligen Geest. Do teederste herinneringen vervulden ons en allen waren één van hart en één van zin. Mijne gedachten werden met onweerstaanbare kracht teruggevoerd naar de eerste jaren van het Christendom. Over alles lag een waas van eenvoud en echt Christelijken zin, die herinnerde aan den apostolischen tijd.

„Ik vroeg eenige ophelderingen. Met grooto belangstelling overwoog men de door mij opgeworpen kwestie hoever het brengen van offers voor den Heer zich uitstrekte ten opzichte van het persoonlijk eigendom. Zooals Henry Maxwell mij vertelde was tot dusverre nog niemand tot de overtuiging gekomen, dat het de wil des Heeren was van al zijn aardsche bezittingen afstand te doen, of op eenigerlei wijze navolgers te worden bijv. van Franciscus van Assissi. Overigens was men eenstemmig van oordeel, dat wanneer iemand don indruk had: in mijn bijzonder geval zou Jezus dat doen, hot antwoord niet twijfelachtig kon zijn. Maxwell bekende openhartig dat het hem nog niet volkomen helder was hoe Jezus waarschijnlijk zou gehandeld

-ocr page 251-

hebben in verschillende buiselijke omstandigheclen, en in hoeverre men zich zekere gemakken en eenige weelde mocht veroorloven. Intusschen hebben verscheidene van zijn volgelingen hunne gehoorzaamheid aan Jezus tot do uiterste grens doorgevoerd ook al ging daar geldelijk verlies mee gepaard, en getoond dat het hun in dit opzicht niet ontbrak aan moed en volharding. Ook is het waar dat sommige handelslui door trouw te blijven aan die belofte groote sommen gelds hebben verloren en velen hunner hebben evenals Alexander Powers een voordeelige betrekking moeten opgeven omdat zij do onmogelijkheid inzagen om allerlei oude gewoonten te blijven volgen en tegelijkertijd te handelen zooals zij gevoelden dat Jezus in dezelfde omstandigheden zou doen. Gelukkig mag er bijgevoegd worden dat zij, die op deze wijze in moeilijkheden geraakten, meestal dadelijk financieele hulp ontvingen van de meer gegoeden onder hen, zoodat men zonder overdrijving kan zeggen dat zij alle dingen gemeen hebben. Inderdaad, noch in mijn eigen gemeente, noch ergens anders heb ik zulke dingen gezien als waarvan ik heden morgen getuige Avas op die naver-gadering in de Eerste Kerk. Ik had nooit gedacht dat in dezen tijd zulk een gemeenschap der heiligen zou kunnen bestaan. Ik kon soms mijn eigen oogeu niet gelooven en dikwijls vroeg ik mij af of dit nu het einde is van de negentiende eeuw in Amerika.

„En nu, waarde vriend, ga ik je vertellen wat de reden is, waarom ik je dezen brief schreef. Het betreft

-ocr page 252-

238

het hart van de kwestie zooals ik die in de Eerste Kei\'k te Raymond heb leeren kennen. Voordat lieden de bijeenkomst werd gesloten, werden er stappen gedaan om zich de medewerking te verzekeren van alle andere Evangeliebelijders hier te lande. Ik veronderstel dat Henry Maxwell eerst na rijp beraad daartoe is overgegaan. Dat kon ik aan hem merken toen ik hem

O O

dezer dagen bezocht en wij oen gesprek hadden over den invloed van deze beweging op de kerk in \'t algemeen.

„Stel u eens voor,quot; zei hij, „dat het meerendeel van de leden onzer Kerk die belofte deed en zich daaraan hield. Hoe geheel anders zon ons Christendom er uit zien. En waarom zou dat niet kunnen ? Is het eigenlijk niet de plicht van iederen geloovige? Kan hij zonder dat te doen Jezus volgen? Uf is er heden ten dage een andere maatstaf om te beoordeelen wie een discipel dos Heeren is, als ten tijde van Jezus\'?

„Of men er reeds vroeger over gesproken en gedacht heeft wat er buiten Raymond kon en moest gedaan worden, weet ik niet. Maar vandaag werd er oen bepaald plan vastgesteld om al do Christenen in Amerika te bewegen zich bij hen aan te sluiten. Bij monde van hunne voorgangers zullen, zoo mogelijk, de gemeenten worden uitgenoodigd dergelijke kringen van geloovigen te vormen als die in de Eerste Kerk. Uit het groot aantal lidmaten van de Kerken der Vereenigde Staten zullen vrijwilligers worden opgeroepen die willen beloven altijd te handelen zooals Jezus zou doen. Maxwell legde er den nadruk op hoe grooten invloed dat, bij een

-ocr page 253-

239

algeineeiie deelneming, zou hebben op bet misbruik dat gemaakt wordt van sterken drank. Voor de drank-kwestie interesseert bij zicb sterk. Hij vertelde mij dat naar zijn meening de voorstanders van liet drankgebruik bij de a. s. verkiezingen stellig in do minderbeid zouden blijven. En als dat gescbiedt dan kunnen zij met moed bet reddingswerk voortzetten, dat door don Evangelist werd aangevangen en nu door loden van zijne gemeente was overgenomen. Moebt de uitslag een andere wezen dan vreest bij dat de toewijding der Christenen een geduchten stoot zal krijgen. Op dit punt waren we het echter niet eens. Inmiddels heeft bij zijne gemeente weten te overtuigen dat de tijd daar is om zicb met andere Christenen te vereenigen. En hot is zoo: als de Eerste Kerk in staat geweest is veranderingen tot stand te brengen zooals die waarover ik schreef, wat mogen we dan niet verwachten van den invloed der Kerk in \'t algemeen op heel de natie. Doch dan moet zij niet in naam, maar inderdaad een dergel ijken bond kunnen vormen als bier in Raymond reeds bestaat.

„Het is een grootsche gedachte, Caxton, en toch ben ik liet er nog niet met mijzelf over eens wat ik doen zal. Ik kan niet ontkennen dat de discipelen van Christus de voetstappen van hun Meester even nauwgezet behooren te volgen, als men hier te Raymond getracht heeft te doen. Maar onwillekeurig komt telkens de gedachte bij mij op wat de gevolgen zullen zijn, als ik mijne gemeente in Chicago tracht te be-

-ocr page 254-

24lt;)

wegen eveneens deze belofte af te loggen. Ik schrijf dit niettegenstaande den diepen indruk dien ik hier heb ontvangen van de werking des Heiligen Cleestes. Maar, onder ons gezegd, ik zou in mijn gemeente geen twaalftal invloedrijke personen kunnen aanwijzen van wie ik mag verwachten dat zij ten koste van alles wat hun lief is zich aan een dergelijke proef willen onderwerpen. Zou hot in jouw gemeente beter gesteld zijn? Moeten we niet bekennen dat de gemeente geen gehoor geven zal als ze geroepen wordt om zichzelf geheel ten offer te brengen? De duidelijk waarneembare gevolgen van de getrouwe nakoming der belofte zijn hier in Raymond van dien aard, dat ze iederen leeraar met beving vervullen en tegelijkertijd een smachtend verlangen in hem doen ontstaan, dat liet in zijn eigen gemeente ook zoo moge worden. Oprecht gesproken: nog nooit heb ik een gemeente leeren kennen, die op

zoo zichtbare wijze gezegend werd als deze. Maar----

zijt gij zelf bereid die belofte af te leggen, vraag ik mij gedurig af en ik beef er voor terug een eerlijk antwoord te geven. Ik weet maar al te goed dat ik heel wat zou te veranderen hebben in mijn leven indien ik zoo nauwkeurig Zijne voetstappen zou willen volgen. Lange jaren reeds heb ik mij zelf beschouwd als eeu Christen. Gedurende de laatste tien jaren heb ik er mij in mogen verheugen dat er betrekkelijk zoo weinig was, waardoor mij het leven onaangenaam werd gemaakt. Ik wil eerlijk bekennen, dat ik mij in\'t geheel niet bemoei met maatschappelijke vraagstukken

-ocr page 255-

241

en mij weinig bekommerde over liet lot der armen en verlatenen. En welke eisclien zou die belofte mij wol niet stellen? Ik aarzel daarop een antwoord te geven. Mijn gemeente is rijk en bestaat uit leden die een zekere welvaart bezitten en alles kunnen krijgen wat hun liart begeert. Zij zouden er, daar ben ik zeker van, geen oogenblik aan donken om toe te stemmen dat liet de pliclit is van den Christen zich zeiven te verloochenen en op te offeren. Ik zeg dat ik daar zeker van ben. Evenwel, ik zou me kunnen vergissen. liet is mogelijk dat ik hun zieleloven verkeerd beoordeel. Ziezoo, nu heb ik mijn geheele hart voor je uitgestort. Zal ik naar mijn gemeente terugkeeren en aanstaanden Zondag in het ruime kerkgebouw voor hen optreden met de vermaning: „Laat ons dichter 1)ij Jezus blijven. Laat ons in Zijn voetstappen wandelen ook al zouden wij daardoor schade lijden. Laat ons de belofte afleggen nooit iets te doen zonder eerst gevraagd te hebben: Wat zou Jezus doen?quot; Ze zouden er vreemd van ophooren als ik met die boodschap tot hen kwam. Maar is daar eigenlijk wel reden toe? Is het niet onze dure plicht in alles Jezus te volgen? En wat hebben we er onder te verstaan, Hem na te volgen en Zijn voetstappen te drukken?quot;

Dr. Calvin Bruce, predikant van de Nazareth-kerk te Chicago, liet de pen op het papier vallen. Hij stond op een tweesprong en gevoelde dat menigeen, zoowel onder de ambtsdragers als onder de leekeu, denzelfden

16

-ocr page 256-

gt;242

strijd had door te maken als hij. Het gewicht van zijn overtuiging drukte in zijn volle zwaarte op liem, het werd hem te benauwd in de kamer en hij opende het raam om op te zien naar de sterren en met zijn blik door te dringen in do oneindige ruimte.

Hot was een stille nacht. De klok van de Eerste Kerk sloeg juist twaalf uur. En terwijl de zware klepelslagen hom nog in de ooren klonken drong van den kant der Rectangle uit de diepte een krachtige heldere stem, als gedragen op glanzende wieken, tot hem door.

Moet Jezus alleen een Kruisdrager wezen?

Blijven menschen van lijden steeds vrij?

Neen, ieder heeft zorgen en moeiten te vreezen,

En een kruis is bereid ook voor mij.

Het was de stem van een der vroegere bekeerlingen van Mr. Gray, die dienst deed als bewaker bij eon pakhuis en hot gevoel van eenzaamheid trachtte te verdrijven door een paar verzen te zingen van een of ander bekend lied.

Dr. Bruce verliet het venster en na eenigo aarzeling wierp hij zich op de knieën. „Wat zou Jezus doen? Wat zou Jezus doen?quot; Voor het eerst in zijn leven gat\' hij zich gohool ovor aan don invloed des Heiligen Geostes, en duidelijker dan ooit openbaarde Jezus zich aan hem. Lang duurde het eer hij opstond. Toen begaf hij zich ter ruste en bracht een onrustigen nacht door. Nog voordat het helder dag was verliet hij het bed om weer zijn venster open te worpen, en terwijl

-ocr page 257-

243

in liet Oosten de dageraad gloorde herhaalde hij steeds bij zich zelf de woorden: Wat zou Jezus doen? Wat zou Hij doen? Zal ik Zijn voetstappen volgen?

De zon ging op en overdekte de stad met een helderen glans. Wanneer zal die nieuwe dag aanlichten, waarop een vernieuwde algeheele overgave aan den Heer de belijders van het Evangelie zal in staat stellen om te wandelen met Jezus? Wanneer zullen de Christenen leeren zonder af te wijken naar rechts of links Hem te volgen op den weg, dien Hij hen voorging?

Is dit niet de weg, dien de Meester betrad,

En volgt niet de dienaar [leni trouw op Zijn pad?

Met deze vraag in het hart en er geheel door ontroerd keerde Dr. Bruce naar Chicago terug en ook hij had een crisis door te maken, die van beslissenden invloed was voor zijn ambtelijk leven.

-ocr page 258-

HOOFDSTUK IX.

Meester ik zal U volgen, waar Gy ook heengaat. Luk. : 57.

Hot is Zaterdagmorgon. Do matinéo in do Stadsgo-lioorzaal to Chicago is zoooven geëindigd en do gewone bezoekers trachten elk voor zich hot eerst hun rijtuig te bereiken. Een bediende roept de nummers af van do rijtuigen en do portieren worden dichtgeslagen terwijl de koetsiers, verkleumd door den scherpen Oostenwind als ze zijn, met moeite de paarden in bedwang houden. Eu nu gaat hot voort, eenigo minuten lang, in don stroom van rijtuigen, die zich onder do spoor-bruc voortbeweegt om eindelijk rlien maalstroom te

O ~

verlaten en do Avenue op te draaien.

„Zes honderd vier on twintig voor!quot; riep do bediende. „Zes honderd vier en twintig!quot; herhaalde hij en een rijtuig, bespannen met twee prachtige zwarte paarden, de initialen C. li. S. in vergulde letters op de paneelen der portieren, reed voor.

Twee jonge dametjes stappen op de koets af. De

-ocr page 259-

245

oudste zat spoedig op liaar plaats en de bediende hield nog liet portier open voor de jongste, die aarzelend op den rand van hot trottoir bleef staan.

„Kom Felicia, waar wacht je op\'r1 Ik zal nog dood-vriezen,quot; werd uit liet rijtuig geroepen.

liet meisje binten liet rijtuig maakte een bouquetje welriekende viooltjes van haar costnum los en gaf het aan een kleinen jongen, die bibberende van kou op den hoek van het trottoir stond, vlak voor de pooten der paarden. Met een blik van verbazing nam hij het aan en verbergde terstond zijn gezicht, Vuil als modder, in hot welriekende bouquet. Het meisje stapte in, het portier werd met een harden slag dicht gellapt, zooals men gewoon is bij dat soort van rijtuigen te doen en binnen weinige oogenblikken reed de koetsier in snellen draf een der buitenwijken in.

„Wat doe jij toch altijd gekke dingen Felicia,quot; zei tie oudste dor beide meisjes terwijl ze voorbij de schitterend verlichte villa\'s reden.

„Vind je\'? Wat heb ik dan weer voor dwaasheid gedaan, Rose?quot; vroeg de andere plotseling haar zuster aanziende.

„Wel, dat je die viooltjes aan dien jongen gaf. Hij zag er uit alsof hij meer behoefte had aan een Hink maal dan aan een bouquetje viooltjes, \'t Is wel wonder dat je hem niet gevraagd hebt met ons men te gaan. Dat zou net iets voor jou geweest zijn, je doet toch altijd zulke dwaze dingen.quot;

„Zou het zoo dwaas geweest zijn zoo\'n jongen mee

-ocr page 260-

•24G

te uemen en eens goed te laten eten?quot; vroeg Felicia zacht, alsof ze tot ziclizelf sprak.

„Nou ja, dwaas is misschien \'t rechte woord niet,\'1 hernam Ho-se onverschillig. „Mevrouw Blanc zou zeggen excentriek. Maar nu ik je op die gedachte gebracht heb zul je toch dien jongen of anderen van dat slag niet gaan vragen om bij ons warm eten te komen halenV Lieve deugd wat bon ik verschrikkelijk moe. \'

Zo geeuwde en Felicia zat stil het raam uit te kijken.

„Het concert was vervelend en de solo voor viool was eenvoiulig niet om aan te hooren. Ik kan me niet begrijpen hoe jij den heelen tijd zoo rustig hebt zitten luisteren,quot; zei llose op ongeduldigen toon.

„Wel, ik vond de muziek mooi,quot; antwoordde Felicia kalmpjes.

„Jij vindt ook alles mooi. Ik heb zelden iemand gezien die zoo weinig critisch is aangelegd.quot;

Felicia kreeg een kleur maar antwoordde niet. Rose geeuwde nog eens en neuriede een gedeelte van een algemeen bekend wijsje. Plotseling riep zo:

„Bijna alles verveelt me. Ik hoop maar dat de „Schaduwen van Londenquot; me van avond zullen kunnen boeien.quot;

„De schaduwen van Chicago,quot; mompelde Felicia.

„De „Schaduwen van Chicagoquot;\'? De „Schaduwen van Londenquot;! het groote drama dat een paar maanden geleden in New-York zoo\'n opgang gemaakt heeft. Je weet dat we voor van avond met de Delano\'s oen loge hebben besproken?quot;

-ocr page 261-

247

Eilicia keek liaar zuster aan. Haar groote bruine sprekende oogeu sclntterdeu niet een ongewonen glans.

„En toch storten wij nooit tranen over de toestanden die werkelijk in dit leven voorkomen. Wat hebben de Schaduwen van Londen zooals ze op liet tooneel worden voorgesteld te beteekenen in vergelijking met de Schaduwen van Londen of Chicago, zooals die in de werkelijkheid worden aangetroffen? Waarom worden wij niet getroffen door de feiten zooals ze werkelijk zijn?quot;\' „Omdat de mensehen in de werkelijkheid te vinl en te onaangenaam zijn, zoodat we er ons te veel a;in zouden ergeren,quot; antwoordde 1\'ose losweg. „Felicia geloof maar niet, dat je de wereld kunt hervormen. Waar zon dat ook toe dienen? Wij kunnen het immers niet helpen dat er zooveel armoede en ellende is. Er zijn altijd armeu en rijken geweest en dat zal wel nooit anders worden. Laten wij maar dankbaar zijn dat we tot de rijken behooren.quot;

.,Stel je eens voor dat Christus van datzelfde beginsel was uitgegaan,quot; hernam Eelicia met ongewone vasthoudendheid. „Herinner je je die preek van Ds. Bruce, een paar Zondagen geleden, over den tekst: „Want gij weet de genade onzes Heeren Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijne armoede zoudt rijk worden?quot;

.,0, dat herinner ik me zoo best,quot; gaf Rose ten antwoord met iets in haar stem dat naar moedwil geleek „Zei hij niet dat er niets up de rijken te zeggen valt als ze maar vriendelijk zijn en in de nooden der armen

-ocr page 262-

248

helpen voorzien? Ik weet stellig dat liij ook in goeden doen is en hij zal ook geen afstand doen van alles wat liij niet strikt noodig heeft, omdat enkele mensehen in de stad niet genoeg te eten hebben. Wat zou het ook helpen of liij dat al deed. Greloof me, Felicia, er zullen altijd arme en rijke mensehen zijn ondanks alles wat wij kunnen doen om de armoede tegen te gaan. Sinds Rachel schreef over al die dwaze dingen, die ze in Raymond hebben aangehaald, heb je de heele familie op stelten gezet. Maar je zult zien dat Rachel \'t ook niet lang volhoudt. \'t Is erg jammer dat ze niet te Chicago komt om te zingen op de concerten in de Gehoorzaal. Vandaag hoorde ik nog vertellen dat ze een aanbieding bad gekregen. Ik zal haar eens schrijven, misschien kan ik haar overhalen \'t toch maar te doen. Je weet niet boe graag ik haar zou willen booren.quot;

Felicia keek liet raam uit en zweeg. Het rijtuig rolde eenige prachtige woningen voorbij en draaide toen een groot hek in. Een oogenblik later haastten zich de beide zusters om in buis te komen. Het was een fraai hardsteenen gebouw, bijna vorstelijk inge-ricbt, en bevatte een schat van kunstwerken op allerlei gebied.

De eigenaar van dit alles, Mr. Charles R. Sterling, stond voor het open haardvuur een sigaar te rooken. Hij bad fortuin gemaakt door te speculeeren in granen en spoorwegaandeelen en werd geschat op minstens twee millioen. Zijn vrouw, een zuster van Mevr. Winslow te Raymond, was reeds sedert verscheidene jaren suk-

-ocr page 263-

249

kelend en de beide meisjes, Rose en Felicia waren do eenige kinderen. Rose, die een en twintig jaar oud was, had een innemend uiterlijk en een levendig karakter. Op een deftige kostschool had ze haar opvoeding ontvangen en eerst kort geledon deed ze haar intrede in de wereld. Zo was, zooals haar vader dikwijls schertsend, soms ook in ernst zei, een jonge dame wie men het niet gemakkelijk naar den zin kon maken. Felicia was negentien en had iets Zuidelijks iu haar voorkomen evenals haar nicht Rachel Winslow. Zo was bepaald mooi. Edelmoedig en medelijdend van aard, vatbaar voor alle mogelijke indrukken ook voor don invloed van liet Christendom, was zo voor haar vader oen raadsel en voor haar moeder een bron van ergernis. In allo omstandigheden dos levens kon zo zich heel gemakkelijk schikken indien haar slechts de vrijheid werd gelaten om te handelen naar do inspraken van haar geweten.

„Hier is een brief voor je Felicia,quot; zei Mr. Sterling en reikte haar oen gesloten enveloppe over.

Felicia ging zitten, brak den brief dadelijk open en begon to lozen met den uitroep: „\'t Ts van Rachel.quot;

„Zoo, en wat is or voor nieuws te Raymond?quot; vroeg Mr. Sterling, terwijl hij zijn sigaar uit don mond nam on Felicia met halfgesloten oogen aankeek. Dit laatste deed hij dikwijls als hij zijn jongste dochter eens goed wou opnemen on trachtte to doorgronden.

„Rachel schrijft dat Dr. Bruce in Raymond geweest is en blijkbaar met grooto ingenomenheid heeft kennis

-ocr page 264-

250

genomen van de beweging, die door liet optreden van Ds. Maxwell is ontstaan.quot;

„En wat sclirijft Rachel over haar zelf,quot; vroeg Rose die bijna begraven onder een half dozijn sierlijke kussens op een rustbed lag uitgestrekt.

..Ze gaat \'s avonds nog altijd naar de Rectangle. Sedert er geen samenkomsten meer gehouden worden in de tent zingt ze in een oud zaaltje. Als het gebouw klaar is dat haar vriendin Virginia Page in die buurt laat zetten, krijgt ze daar een lokaal tot haar be-schikking.quot;

„Ik zal Rachel schrijven of ze niet eens naar Chicago komt. Ik vind zo moet haar stem sparen voor menschen die haar zingen beter kunnen waardeeren dan zulke spoorweglui.quot;

Mr. Sterling stak een nieuwe sigaar aan en Rose ging voort:

„Rachel lijkt wel gek. Als ze hier een uitvoering gaf in de Gehoorzaal zou ze heel Chicago in verrukking brengen en nu gaat ze nota bene haar stem gebruiken om te zingen voor lui die niet eens weten wat zo hooren.quot;

„Rachel zal niet hier willen komen of ze moet tegelijk haar belofte kunnen volbrengen,quot; zei Felicia na een oogenblik van stilte.

„Welke belofte?quot; Mr. Sterling vroeg dat en voegde er haastig bij: „O ja, ik weet hot al. \'t Is wat moois. Powers, met wien ik op hetzelfde kantoor de telegraphie leerde, is altijd een vriend van mij geweest. Wat heeft

-ocr page 265-

251

dat een sensatie verwekt toen hij die bewijzen dat er wetsontduiking plaats had aan de Kamer van Koophandel zond. Hij is nu weer bij de telegraphic. Er zijn in \'t laatste jaar wonderlijke dingen gebeurd in llay-mond. \'t Zal me eens benieuwen wat Dr. Bruce er van zegt. Ik moet er eens met hem over praten.\'\'

„Hij preekt morgen,quot; zei Felicia, „\'t Kan best zijn dat hij er zich over uitlaat.quot;

\'t Was eenigc oogenblikken stil. Plotseling alsof ze met een onzichtbaren hoorder had doorgepraat, ging Felicia voort: „En als hij nu eens aan de leden van de Nazareth-Kerk voorstelde dezelfde belofte af te leggen?quot;

„Wat? Waar heb je \'t over?quot; vroeg haar vader een weinig bits.

„Over Dr. Bruce. Ik vraag net wat er gebeuren zon als hij eens in onze kerk hetzelfde voorstelde als üs. Maxwell in de zijne en vrijwilligers opriep die wilden beloven bij alles wat zij doen te vragen: Wat zon Jezus doen in mijne plaats?quot;

„Nou, je hoeft niet bang te zijn dat Ds. Bruce zoo iets doen zal,quot; zei Rose opstaande van haar rustbed omdat er gebeld werd voor de thee.

„\'t Schijnt mij toe ook iets te zijn dat moeilijk door te voeren is,quot; voegde Mr. Sterling er bij.

„ Rachel schrijft nog dat de Kerk te Raymond pogingen zal aanwenden om ook andere gemeenten te bo-wesren tot het aflesgen van dezelfde belofte. En als

O oo

dat lukt geloof ik dat het zoowel in de kerk als in

-ocr page 266-

de maatseliappij en de liuisgezitinen heel anders zal toegaan als op \'t oogenblik.quot;

„Nou, \'tis goed; laten we maar eerst gaan tliee-drinken,quot; zei Rose en ging de eetkamer binnen. Haar vader en Felicia volgden en er werd onder den maaltijd niet meer over gesproken. Mevr. Sterling werd op haar kamer bediend. In gedachten verdiept zat Mr. Sterling aan tafel, hij gebruikte heel weinig, stond al gauw op om heen te gaan en zei voor hij vertrok dat hij waarschijnlijk eerst laat zou thuiskomen daar hij, hoewel \'t Zaterdagavond was, belangrijke bezigheden had te verrichten.

„Vind je niet dat vader in den laatsten tijd erg afgetrokken is,quot; merkte Felicia op kort nadat hij de kanier verlaten had.

„Ik weet het niet. Ik heb niets bijzonders gemerkt,quot; hernam Rose. Na een oogenblik zwijgens ging ze voort: ,,Ga je van avond naar de komedie, Felicia? Mevrouw Delano zal ons om half acht komen halen. Me dunkt dat je niet best anders kunt. Ze zal belee-digd zijn als je thuis blijft.quot;

„Och, ik zal wel meegaan. Ik geef er anders niets om. Ik kan „schaduwenquot; genoog zien zonder naar een tooneelvertooning te gaan.quot;

„Dat is geen opmerking zooals men van een meisje van negentien jaar zou verwachten,quot; sprak Rose. „Maar jij hebt altijd van die zonderlinge ideeën. Als je naar boven gaat om moeder goeden nacht te zeggen, zeg haar dan dat ik van avond na de voorstelling nog

-ocr page 267-

253

even bij haar kom, ton minste als ze dan nog op is.\'

Felicia ging naar hoven en bloei bij haar moeder totdat liet rijtuig vau de Delano\'s kwam. Mevrouw Sterling maakte zich bezorgd over haar man. Ze praatte onophoudelijk en werd hoos telkens als Felicia wat zei. Toen deze haar iets uit Rachels brief wou voorlezen luisterde ze er niet naar en haar aanbod om den geheelen avond bij haar te blijven werd op bitsen toon afgeslagen.

Felicia ging naar den schouwburg. Ze voelde zich ongelukkig, wat trouwens altijd min of meer het geval was. Dat gevoel was dezen avond oorzaak, dat ze zich geheel in zich zelf terugtrok. Toen het gezelschap was gezeten en de voorstelling begon scheidde Felicia zich van de anderen af en bleef den geheelen avond achter in de loge. Mevrouw Delano die een zestal jonge dames had meegenomen, kende Felicia lang genoeg om te weten dat ze wel eens meer zoo\'n „dwaze buiquot; had en liet haar dus stil aan haar lot over.

Er werd een Engelsch stuk opgevoerd vol schokkende passages. Eén scène in het derde bedrijf maakte zelfs op Rose Sterjing een diepen indruk.

Do toeschouwers zagen zich verplaatst op een brug over de Theems waar het water akelig klotsend onderdoor spoelt, \'t Is middernacht. De St. Paul is in de schemerende duisternis in vage omtrekken zichtbaar en de zware toren schijnt te zweven boven de huizen die er omheen staan. Daar verschijnt een klein kind op de brug en blijft een oogenblik staan rondkijken

-ocr page 268-

254

alsof hot iemand zoekt. Maar er gaan zooveel personen de brug over. Ongeveer op \'t midden staat in een dor nissen een vrouw over de leuning gebogen in \'t water te staren. De doodsangst op haar gelaat en geheel haar houding doet vermoeden wat ze van plan is. En juist nu ze over de leuning wil klimmen om zich in de rivier te werpen krijgt de kleine haar in \'t oog, loopt onder het uitstooten van kreten die meer dierlijk dan menschelijk schijnen op haar toe, grijpt haar bij de kleeren en trekt haar met al de kracht van den kleinen arm terug.

Nu verschijnen plotseling op het tooneel twee personen die al eerder in het stuk optraden: een lange, krachtig gebouwde man, naar de laatste mode gekleed, in gezelschap van een slanken knaap die met zijn fraaie kleeding en welverzorgd uiterlijk een scherpe tegenstelling vormde met het kleine in lompen gehulde meisje, dat tegen haar moeder aandringende een toonbeeld van armoede was. Deze beide personen, de heer en de knaap, beletten de vrouw zich van \'t leven te berooven en uit een heftige woordenwisseling blijkt dat de chique heer en de schamel gekleede vrouw broer en zuster zijn.

Er komt verandering van tooneel. De brug heeft plaats gemaakt voor het inwendige van een huis in een der armste achterbuurten van Londen. De decorateurs haddon hun uiterste best gedaan een bekend hofje zoo getrouw mogelijk voor te stellen benevens een steeg waarvan de bewoners tot de armoe-

-ocr page 269-

digsto klasse behoorden. Do armoedo en ellende, de ongeloofelijkc vuilheid en het bijna dierlijke bestaan, dat geleid werd door monsclien, naar Gods beeld geschapen, dat alles werd zoo natuurlijk voorgesteld dat meer dan een elegante dame, evenals Koso Sterling gezeten in een weelderige loge met zijden draperieën en fluweelen leuningen, onwillekeurig wat achteruitschoof alsof zij besmet konden worden door de nabijheid van het beschilderde doek. Het was haast te natuurlijk. Maar op Felicia maakte dat alles een be-tooverenden indruk terwijl ze, van de anderen verwijderd, achterover leunde in haar gemakkelijke fauteuil en vervuld was met gedachten die ver verheven waren boven hetgeen door de acteurs word gesproken.

Weer komt er verandering van tooneel. In plaats van de armzalige woning ziet men hot inwendige van een adellijk kasteel en er gaat in het gansche gebouw een zucht van verlichting op onder de toeschouwers. De tegenstelling was treffend. Door een handige tooneel-manoeuvre verliepen er slechts enkele mimiten eer het scherm weer werd opgehaald en men het verblijf der weelde te zien kroeg. En toen was de herinnering aan de ellende der achterbuurten nog levendig. De samenspraak werd voortgezet, de spelers kwamen op en gingen af. Maar op Felicia maakte het spel slechts één overheerschenden indruk. In werkelijkheid waren de tafreelen op de brug en in de achterbuurt slechts onderdeolen van het stuk dat vertoond werd, maar Felicia ging juist daar geheel in op en stelde in het

-ocr page 270-

25G

ovorige volstrekt geen belang. Ze had nooit ernstig nagedacht over de oorzaken van de ellende onder de menschen, daartoe was ze nog te jong en bovendien: ze was niet wijsgeerig aangelegd. Maar ze voelde diep en het was niet do eerste keer dat ze een indruk had gekregen van liet scherpe contrast tussclien de bovenste en onderste lagen der maatschappij. Steeds meer was ze er van doordrongen geworden en eindelijk was zo in oen stemming gekomen die Uose „dwaasquot; noemde en door haar vermogende kennissen „heel buitengewoonquot; werd gevonden. De onhoudbare toestanden op maatschappelijk gebied, die uitersten van rijkdom en armoede, van beschaving en verwaarloozing, hadden, ondanks hare pogingen om zich aan don invloed der feiten te onttrokken, oen zoo overweldigenden indruk op haar gemaakt dat zij ton slotte óf oon toonbeeld moest worden van liefde on zelfopoffering, óf oen onaandoenlijk schepsel, onvordragelijk en onbegrijpelijk voor allen die haar kondon.

„Kom Felicia, ga je niet mee naar huis?quot; riep liosu haar toe. De voorstelling was geëindigd, het scherm viol en hot publiek verwijderde zich met veel drukte, lachende en pratende, alsof de „Schaduwen van Londenquot; geen andere geen hoogore gevoelens konden wakker roepen dan de overweging, dat hot vermakelijk was en naar te gaan kijken, vooral als de rollen zoo verdienstelijk werden gespeeld en do decoratie zoo natuurlijk was.

Felicia stond op en ging zonder iets te zoggen met

-ocr page 271-

257

do anderen mee. Zo verkeerde nogquot; in dezelfde stemming, die oorzaak was dat ze haar plaats niet had verlaten en niet opgemerkt had dat het stuk geëindigd was. Ze was nooit gedachteloos maar had dikwijls een gevoel alsof ze te midden van een groote menigte geheel aan zichzelf werd overgelaten.

„En, wat zeg je er van? \' vroeg IJose toen de zusters thuis waren gekomen. I\'ose hechtte bepaald waarde aan Felicia\'s oordeel over dergelijke dingen.

„Ik vond dat het een vrij getrouwe schildering was van het werkelijke leven.quot;

„Ja maar, ik bedoel wat het spel betreft,quot; hernam iiose ongeduldig.

„De scène op de brug werd goed gespeeld, vooral de rol van de vrouw. Het kwam me voor dat de man wel wat overdreef.quot;

„He, dat vond ik juist nog al goed. Vooral het moment toen ze tot ontdekking kwamen dat ze familie van elkaar waren was dunkt me heel aardig. Maar dat tooneel in de achterbuurt was akelig. Ze moesten zulke dingen niet op t tooneel brengen. Je griezelt er van.quot;

„Och. in \'t werkelijke leven zijn die dingen zeker ook akelig,quot; merkte Felicia op.

„Ja maar in werkelijkheid boeven we ze niet te zien. t Is al erg genoeg in do Schouwburg waar we er voor moeten betalen.quot;

Rose ging de zitkamer binnen en begon te eten van oen schaal met gebakjes on vruchten die op een buffet stond.

17

-ocr page 272-

\'löS

„Ga je nog naar boven, naar Moeder ?quot; vroeg Felicia die voor liet haardvuur was blijven staan na een poos.

„Neen,quot; antwoordde liose. „Ik zal ze van avond maar niet meer lastig vallen. Als jij gaat, zeg haar dan dat ik veel te moe ben om gezellig te wezen.quot;

Met die boodschap ging Felicia naar boven. Toen ze de breede trap opging en het portaal over liep kwam het meisje, dat Mevrouw Sterling altijd verpleegde, haar vragen om binnen te komen.

..Zeg aan Clara dat ze heen kan gaan,quot; riep Mevrouw Sterling toen Felicia bij haar bed kwam en er voor neerknielde.

Felicia verwonderde zich daarover, maar deed wat haar moeder gezegd had en vroeg hoe tmet haar was.

„Felicia,quot; begon Mevrouw Sterling, ..kun jij bidden?quot;

Felicia ontstelde. Nog nooit had haar moeder haar iets dergelijks gevraagd. Maar ze antwoordde:

„Ja zeker moeder. Maar waarom vraagt u dat?quot;

„Felicia, ik ben ongerust over je Vader. Ik heb zulk een angstig voorgevoel. Er is iets niet in orae met hem. Je moet eeus bidden.

„Hier? En nu dadelijk Moeder?quot;

„Ja, Felicia, bid.quot;

Felicia nam de hand harer moeder, die sterk beefde, in de hare. Nooit had Mevrouw Sterling haar jongste dochter veel teederheid betoond en haar vreemd verzoek was het eerste bepaalde blijk van vertrouwen dat ze Felicia gal\'.

En nog steeds geknield, met de bevende hand harer

-ocr page 273-

•259

moeder in de hare, bad Felicia, \'tis niet waarschijnlijk dat ze ooit te voren overluid gebeden had. Maar ze schoen in haar gebed de woorden gebruikt te hebben die haar moeder noodig had, want toen het stil was in de kamer weende de zieke zachtjes en haar zenuwachtige spanning was voorbij.

Felicia bleef nog eenigen tijd en toen ze overtuigd was dat haar moeder haar niet meer noodig had, stond ze op om heen te gaan.

„Goeden nacht, moeder. Als u van nacht misschien minder wel wordt laat Clara mij dan roepen.quot;

„O, ik voel me nu veel beter.quot; En als Felicia zich verwijderde: „Geef je me geen kus, Felicia?quot;

Felicia kwam terug en boog zich over haar moeder. De kus die ze haar gaf was iets even ongewoons als haar gebed was geweest. Toen ze de kamer verlaten had waren haar wangen nat van tranen. En ook dat was iets buitengewoons. De laatste maal dat ze geschreid had was ze nog een klein meisje.

\'s Zondagsmorgens was het gewoonlijk erg stil bij de Sterlings. De meisjes gingen om elf uur meestal naar de kerk. Mr. Sterling was geen lidmaat maar gaf veel aan de gemeente en woonde \'s morgens bijna geregeld de godsdienstoefening bij. Ditmaal verscheen hij niet aan het ontbijt en liet door den huisknecht zeggen dat hij zich niet wel genoeg gevoelde om uit te gaan, zoodat Rose en Felicia alleen naar de Xazareth-Kerk reden, waar ze plaats namen in hun familiebank.

Toen Dr. Bruce de kamer achter het platform uit-

-ocr page 274-

2(30

kwam om den preekstoel op te gaan en als naar gewoonte den Bijbel opende, konden zelfs zij die hem van nabij kenden niets bijzonders aan hem bespeuren. De dienst verliep precies zooals altijd. Dr. Bruce was volmaakt kalm; zijn stem klonk helder en beslist. Onder het gebed kreeg zijn gemeente het eerst den indruk dat er iets ongewoons was. Gedurende de twaalf jaar van zijn ambtsbediening in de Xazareth-Kerk had men hem nooit zoo hooren bidden. Hoe zou het gebed zijn van een predikant wiens opinie over hetsreen men te verstaan heeft onder het vollt;rea van

O c

Jezus, plotseling zoo geheel was veranderd? Er was niemand in de Xazareth-Iverk, die er eenig vermoeden van had, dat de Weleerwaarde Heer Calvin Bruce, de waardige, ontwikkelde, beschaafde Doctor in de theologie, reeds sedert een paar dagen had geschreid als een kind en op zijn knieën had gebeden om kracht en moed en Christenzin ten einde dien Zondag in allo getrouwheid de boodschap des heils aan zijn hoorders te brengen. Zijn gebed nu was een onbewuste en onwillekeurige openbaring van hetgeen zijn ziel had ervaren en zoo iets had de gemeente zelden gehoord. En in haar eigen kerkgebouw, van haar eigen kansel nooit.

In de stilte die op het gebed volgde kwam op duidelijk waarneembare wijze de kracht de Heiligen Greestes over de vergaderden. Zelfs zij die niet gewoon waren eenige aandacht te schenken aan de prediking gevoelden het. Eelicia, wier gevoelige godsdienstige natuur terstond onder den invloed kwam van iedere aandoening

-ocr page 275-

2(51

ook al was die nog zoo zwak, huiverde onder liet voor-bijzweven van die bovennatuurlijke kracht, en toen zij haar hoofd ophief om den predikant aan te zien, was er een uitdrukking in haar oogen, waaruit haar vurig verlangen sprak naar hetgeen ze gevoelde dat volgen zou.

En ze was niet de eenige die in zulk een stemming verkeerde. Er was iets in het gebed dat het hart van menigen geloovige in de Xazareth-Kerk in beroering bracht. Door het gansche gebouw heen zaten mannen en vrouwen voorover gebogen om beter te kunnen luisteren en toen Dr. Bruce reeds in de eerste zinnen waarmede hij zijn preek inleidde begon te spreken over zijn bezoek aan Raymond, was er een ademlooze stilte, een merkbaar contact tusschen spreker en hoorders, waardoor bij den eerste de hoop levendig werd op een zoo milde uitstorting van den Heiligen Geest als hij gedurende al de jaren dat hij predikant was niet had bijgewoond.

„Ik ben pas teruggekeerd van een bezoek te Raymond,quot; begon Dr. Bruce, „en ik wil u iets mededeelen over den indruk dien ik gekregen heb van de beweging die daar is ontstaan.quot;

Een oogenblik hield hij op. Met deernis bewogen en met een pijnlijke onzekerheid in \'t hart liet hij zijn blik gaan over zijne hoorders. Hoevelen hunner, rijk, chique, beschaafd als zij waren, zouden de strekking begrijpen van het voorstel dat hij hun binnen weinige oogenblikken zou doen? Daaromtrent tastte hij geheel in quot;t duister. Maar hij overwon zijn aarzeling en was

-ocr page 276-

260

kwam om den preekstoel op te gaan en als naar gewoonte den Bijbel opende, konden zelfs zij die hem van nabij kenden niets bijzonders aan hem bespeuren. De dienst verliep precies zooals altijd. Dr. Bruce was volmaakt kalm; zijn stem klonk helder en beslist. Onder het gebed kreeg zijn gemeente het eerst den indruk dat er iets ongewoons was. Gedurende de twaalf jaar van zijn ambtsbediening in de Nazareth-Kerk had men hem nooit zoo hooren bidden. Hoe zou het gebed zijn van een predikant wiens opinie over hetgeen men te verstaan heeft onder het volgen van Jezns, plotseling zoo geheel was veranderd? Ei- was niemand in de Nazaretli-Kerk, die er eenig vermoeden van had, dat de Weleerwaarde Heer Calvin Bruce, de waardige, ontwikkelde, beschaafde Doctor in de theologie, reeds sedert een paar dagen had geschreid als een kind en op zijn knieën had gebeden om kracht en moed en Christenzin ten einde dien Zondag in alle getrouwheid de boodschap des heils aan zijn hoorders te brengen. Zijn gebed nu was een onbewuste en onwillekeurige openbaring van hetgeen zijn ziel had ervaren en zoo iets had de gemeente zelden gehoord. En in haar eigen kerkgebouw, van haar eigen kansel nooit.

In de stilte die op het gebed volgde kwam op duidelijk waarneembare wijze de kracht de Heiligen Geestes over de vergaderden. Zelfs zij die niet gewoon waren eenige aandacht te schenken aan de prediking gevoelden het. Felicia, wier gevoelige godsdienstige natuur terstond ouder den invloed kwam van iedere aandoening

-ocr page 277-

261

ook al was die nog zoo zwak, liuiverde onder liet voor-bijzweven van die bovennatuurlijke kracht, en toen zij Laar hoofd ophief om den predikant aan te zien, was er een uitdrukking in haar oogen, waaruit haar vurig verlangen sprak naar hetgeen ze gevoelde dat volgen zou.

En ze was niet de eenige die in zulk een stemming verkeerde. Er was iets in het gebed dat het hart van menigen geloovige in de Xazareth-Kerk in beroering bracht. Door het gansche gebouw heen zaten mannen en vrouwen voorover gebogen om beter te kunnen luisteren en toen Dr. Bruce reeds in de eerste zinnen waarmede hij zijn preek inleidde begon te spreken over zijn bezoek aan Raymond, was er een ademlooze stilte, een merkbaar contact tusschen spreker en hoorders, waardoor bij den eerste de hoop levendig werd op een zoo milde uitstorting van den Heiligen Geest als hij gedurende al de jaren dat hij predikant was niet had bijgewoond.

„Ik ben pas teruggekeerd van een bezoek te Kay-mond,quot; begon Dr. Bruce, ,.en ik wil u iets mededeelen over den indruk dien ik gekregen heb van de beweging clie daar is ontstaan.quot;

Een oogenblik hield hij op. Met deernis bewogen en met een pijnlijke onzekerheid in quot;t hart liet hij zijn blik gaan over zijne hoorders. Hoevelen hunner, rijk, chique, beschaafd als zij waren, zouden de strekking begrijpen van het voorstel dat hij hun binnen weinige oogenblikken zou doen\'? Daaromtrent tastte hij geheel in quot;t duister. Maar hij overwon zijn aarzeling en was

-ocr page 278-

262

bereid te doen wat liij achtte zijn plicht te zijn, ook al was het lijden dat er misschien aan verbonden was nog zoo groot. En toen ging hij na die korte pauze voort en vertelde de geschiedenis van zijn verblijf te Raymond. De meeste der aanwezigen hadden al iets vernomen van hetgeen daar in de Eerste Kerk had plaats gevonden. In heel het land was de aandacht er op gevestigd en hield men zich er van op de hoogte tot welke consequenties de bekende belofte zou voeren, nu ze door zoovelen in het dagelijksch leven werd toegepast. Eindelijk had Henry Maxwell beslist dat het oogenblik gekomen was om te trachten zich in verbinding te stellen met de andere kerken des lands. De resultaten, die men in Raymond had verkregen door getrouwe nakoming van de afgelegde belofte, waren zoo bevredigend dat Ds. Maxwell er alle kerken in wenschte te doen deelen. Reeds was er in vele kerken, over het geheele land verspreid, een vrijwillige beweging ontstaan onder hen wier begeerte het was met meer nauwgezetheid te wandelen iu de voetstappen van Jezus. De leden der Christen Endeavour Society, behoorende tot allerlei kerken en richtingen, hadden met geestdrift de belofte afgelegd te handelen, zooals Jezus zou doen en de invloed daarvan werd al bespeurd in een dieper geestelijk leven en in zoo krachtige vermeerdering van den invloed der kerken dat het scheen alsof de leden tot een nieuw leven waren ontwaakt.

Dit alles vertelde Dr. Bruce zoo eenvoudig en met zoo hartelijke instemming dat de bekendmaking die

-ocr page 279-

er op volgde niet kon uitblijven. Met gespannen aandacht had Felicia geluisterd naar elk woord dat over zijn lippen kwam. Ze zat in haar bank naast Rose en ofschoon deze zoo aandachtig en opgewekt was als ze maar bij mogelijkheid zijn kon, was er een conteist tusschen de beide zusters als tusschen vuur 011 sneeuw.

„Waarde vrienden,quot; zei hij, en weer was evenals bij zijn gebod een diepe aandoening merkbaar in zijn stem en in zijn gebaren, „ik stel u voor dezelfde belofte af te leggen, die de leden dor Eerste Kerk te Raymond hebben gedaan. Tk ben mij bewust hoeveel daaraan is verbonden zoowel voor u als voor mij. Het zal in vele gewoonten een algeheelen omkeer brengen. Waarschijnlijk zullen velen uwer daardoor in maatschappelijken zin\' achteruitgaan, anderen zich geldelijke verliezen moeten getroosten. In één woord: Er is lijden aan verbonden. Do nakoming van die belofte brengt nog even als in do eerste eeuw lijden, verlies en verdrukking mede en eischt van ons dat we afstand doen van al wat niet werkelijk Christelijk is. Het kenmerk van den waren geloovige is nog steeds hetzelfde als in do dagen der apostelen n.1. eenvoudig te „wandelen in Zijn voetstappen gelijk Hij ons een gebod gegeven hoeft.quot;

Dr. Bruce hield weer even op en do uitwerking van zijn woorden was zichtbaar in de opschudding die onder de aanwezigen ontstond. Bedaard voegde hij er nog aan toe dat al wie zich vrijwillig wou verbinden om steeds te handelen zooals Jezus zou doen, verzocht werd na afloop van den dienst te blijven zitten.

-ocr page 280-

264

Terstond daarop ging hij voort: met zijn predikatie. Tot tekst had hij gekozen „Matth. 8 vs. 19: Meester, illt; zal U volgen, waar Gij ook heengaat.quot;

Het was een toespraak waarin hij de diepste roerselen van het hart blootlegde, een duidelijke uiteenzetting gaf van hetgeen hij bij liet begin had medegedeeld, en zijn hoorders in den geest terugvoerde naar de eerste gemeente der apostelen. Bovenal trachtte hij hen wakker te schudden, opdat ze zouden breken met den sleur, waarin ze ook met betrekking tot hun lidmaatschap van de kerk allengs gekomen waren. Het was een predikatie zooals iemand slechts eens in zijn leven houden kan, maar waar dan ook de hoorders voor hun heele leven zielevoedsel genoeg aan kunnen ontleenen.

Bij het einde van den dienst heerschte er een diepe stilte die slechts langzamerhand werd verbroken. Xu en dan stonden enkelen op van hunne zitplaatsen. Het was treffend te zien hoezeer men aarzelde om zich te verwijderen.

Hose evenwel liep zonder zich te bedenken haar bank uit. Toen ze het pad had bereikt waren de meeste aanwezigen opgestaan. Ze keerde zich om en wenkte Felicia.

..Ik blijf.\'\' zei deze en Rose die haar bij andere gelegenheden meer dan eens op denzelfden besüsten toon had hooren spreken, wist dat er aan Felicia\'s besluit niets viel te veranderen. Toch ging ze twee ol\' drie stappen terug en zag haar zuster in de oogen.

„Felicia,quot; fluisterde ze, en haar wangen gloeiden van

-ocr page 281-

ergernis, .,\'t is dwaas van je. Je zult oorzaak zijn dat we thuis groot ongenoegen krijgen. Wat zal Papa zeggen\'? Toe kom mee.quot;

Felicia doorstond haar blik maar antwoordde niet dadelijk. Haar lippen bewogen zich tot een stil gebed, dat voortvloeide uit een diepe ontroering en een uiting was van het nieuwe leven dat in haar werkte. Ze schudde het hoofd.

„Neen, ik blijf. Ik zal de belofte afleggen en ben bereid er aan te gehoorzamen. Je weet niet welke reden ik er voor heb.quot;

Rose gaf het op; ze keerde zich om, verliet de bank en spoedde zich door het pad naar do deur. Zo gunde zich zelfs geen tijd even stil te staan om met haar kennissen te praten. Mevr. Delano verliet juist het kerkgebouw toon Rose in de vestibule kwam.

„Zoo, moet je je ook niet aansluiten bij den kring van vrijwilligers die gehoor geven aan het verzoek van don dominee Vquot; De toon waarop Mevrouw Delano die vraag deed was zoo spottend dat Rose een kleur kreeg.

„Dank u wel. Ik vind hot bepaald ongehoord. Die beweging te Raymond hob ik altijd als dweperij beschouwd. U weet dat onze nicht Rachel ons er van op de hoogte houdt.quot;

„Ja, ik geloof ook dat er in veel gevallen allerlei moeilijkheden uit ontstaan. Mijns inziens hoeft Ds. Bruce door zijn voorstel aanleiding gegeven tot verdeeldheid in onze gemeente. Je zult zien dat ik gelijk heb. Er zijn veel te veel leden wier omstandigheden niet toe-

-ocr page 282-

\'266

laten zulk oen belofte af te leggen, laat staan dat ze die kunnen houden. En tot die velen behoor ook ik,quot; voegde Mevrouw Delano er bij toen ze met Rose buiten de kerk kwam.

Rose, thuisgekomen, vond haar vador in zijn gewone houding voor het open haardvuur staan, een sigaar rookende.

„quot;Waar is Felicia ?quot; vroeg hij toen Rose alleen binnenkwam.

..Ze is gebleven om een navergadering bij te wonen,quot; antwoordde Rose kortaf. Daarop ontdeed ze zich van haar mantel en wilde naar boven gaan, maar Mr. Sr.er-ling riep haar achterna:

.,Een navergadering? AVat bedoel je daar mee?quot;

„O, Dr. Bruce heeft aan de leden der gemeente gevraagd dezelfde belofte te doen die te Raymond door zoovelen is afgelegd.quot;

Mr. Sterling nam zijn sigaar uit zijn mond en kneep er zenuwachtig in.

„Dat had ik niet van Dr. Bruce gedacht. Zijn er veel leden gebleven?quot;

„Dat weet ik heusch niet,quot; hernam Rose. Toen ging ze naar boven en liet haar vader alleen in de zitkamer.

Weinige minuten later ging hij voor :t raam staan en staarde naar buiten op het gewoel en de drukte die daar heerschte. Zijn sigaar was uitgegaan, maar nog steeds bleef hij er even zenuwachtig mee draaien en in knijpen. Het duurde niet lang of hij kwam weer van quot;t raam terug en begon het vertrek op en neer te

-ocr page 283-

loopen. Aan de meid, die kwam zeggen dat het diner was opgediend, antwoordde liij te willen wachten tot Felicia thuis kwam. Even later kwam Rose binnen en ging naar de bibliotheek. Xog altijd liep Mr. Sterling onrustig in de zitkamer op en neer.

Eindelijk scheen hij vermoeid te zijn van het loopen en wierp hij zich in een gemakkelijken stoel. En daar lileef hij in diep gepeins verzonken zitten totdat Felicia binnenkwam.

Hij stond op en keek haar aan. Blijkbaar was ze nog geheel onder den indruk van hetgeen ze had bijgewoond in de samenkomst waar ze pas vandaan kwam en voelde ze volstrekt geen lust er veel over te praten. Juist toen ze de kamer inkwam, verscheen ook Rose.

..Hoeveel waren er gebleven ?quot; vroeg ze, nieuwsgierig als ze was.

..Ongeveer honderd,quot; antwoordde Felicia ernstig.

Mr. Sterling was er verbaasd over en toen Felicia de kamer wou gaan verlaten riep hij haar en zei:

„Ben je werkelijk van plan die belofte te houden?quot;\'

Felicia kreeg een kleur tot achter de ooren toe en antwoordde:

.,Papa, als u bij de samenkomst tegenwoordig geweest was, zou u zoo iets niet vragen.quot; Nog een oogenblik talmde ze, verontschuldigde zich daarna en ging naar haar moeder.

Niemand heeft ooit geweten wat er tusschen Felicia en haar moeder werd verhandeld. Maar er valt niet aan te twijfelen of ze heeft haar moeder iets verteld van

-ocr page 284-

\'268

de kraclit des Geestes die zich openbaarde in de vergadering na den morgendienst in de Nazareth-Kerk, en ieder der aanwezigen met eerbied en ontzag vervulde. Ook is liet zeker dat Felicia nooit dergelijke ervaringen had gehad en er niet aan gedacht zou hebben er haar moeder deelgenoot van te maken als ze niet don vorigen avond zoo\'n intiem oogenblik met

o o

haar had doorgebracht. Er is nog iets bekend van hetgeen Felicia ondervond. Toen ze eindelijk weer bij haar vader en liose terugkwam en zich aan tafel plaatste, was ze niet in staat hen iets meer te vertellen over de samenkomst. Ze kon niet besluiten er over te beginnen evenzeer als men zou aarzelen een beschrijving te geven van een heerlijken zonsondergang voor iemand die nooit over iets anders spreekt dan over het weer. Tegen het einde van dien Zondag terwijl het zachte, warme licht uit de woning der Sterlings door de groote vensters naar buiten scheen, lag Felicia op hare knieën in een vertrek dat niet verlicht was en bad. En toen ze opstond en uit de donkere kamer te voorschijn kwam stond het op haar gelaat te lezen dat zij voor zichzelf tot beslissing was gekomen in de gewichtigste aangelegenheden van dit aardsche leven.

Dienzelfden avond, na de avondgodsdienstoefening in de Nazareth-Kerk, sprak Dr. Bruce met zijn wouw over hetgeen dien dag gebeurd was. Ze waren in dat alles een van hart en een van zin en zagen de toekomst tegemoet met het geloof en den moed van menschen in wie het eerste vuur der bekeering nog

-ocr page 285-

269

brandende is. Tocli maakte geen van beiden zich een bedriegelijke voorstelling van de gevolgen die het nakomen der belofte zoowel voor henzelf als voor do kerk hebben zou.

Zij hadden nog niet lang zitten praten of er werd gebeld en toen Ds. Bruce, die zelf ging kijken, de deur had geopend riep hij verheugd uit: ..ben ji j daar, Edward\'? Kom binnen.quot;

Een indrukwekkende gestalte kwam de vestibule in. De Bisschop was bijzonder lang en breed geschouderd maar toch zoo goed geproportioneerd dat niemand er aan zou denken hem lomp of zelfs ongewoon groot te noemen. Bij eene eerste ontmoeting maakte de Bisschop den indruk allereerst dat hij een zeer goede gezondheid genoot en dan dat bij zeer vriendelijk en hartelijk met anderen omging.

Nadat hij binnengekomen was en Mevrouw Bruce had gegroet werd de laatste al heel spoedig de kamer uit geroepen zoodat beide heeren alleen waren.

De Bisschop zat in een lagen gemakkelijken stoel voor den haard, liet vroege voorjaar was juist vochtig en kil genoeg om zich bij een warme kachel behage-lijk te gevoelen.

..Bruce, je hebt vandaag een zeer gewichtigen stap gedaan,quot; zei hij eindelijk terwijl hij zijn groote donkere oogen op zijn ouden studievriend vestigde. „Ik heb er dezen middag van gehoord en ik kon geen weerstand bieden aan de begeerte om daar van avond eens met je over te komen praten.quot;

-ocr page 286-

270

„Kom, dat doet me pleizier.quot; Dr. Bruce zat naast den Bisschop en lei hem de hand op den schouder. „Weet je al wat er aan die belofte verbonden is, Edward ?quot;

..Ja, dat denk ik wel, of liever ik ben er zeker van dat ik het weet.quot;quot; De Bisschop sprak zeer langzaam en met nadruk. Hij had do handen gevouwen en zijn gelaat, waarop toewijding zoowel als plichtsgevoel en menschlievendheid te lezen stond, betrok, toen hij nogmaals den blik op zijn ouden vriend vestigde.

..Bruce, we hebben het samen altijd goed kunnen vinden. Zelfs sedert onze wegen op kerkelijk gebied uiteenliepen hebben we elkaar toch als broeders in Christus beschouwd.quot;

„Ja, dat is zoo,quot; viel Ds. Bruce hem in de rede zonder dat hij moeite deed zijn aandoening to verbergen of te onderdrukken. „God zij daarvoor gedankt. Jouw vriendschap is mij meer waard dan die van iemand anders. En ofschoon het altijd meer was dan ik verdiende heb je mij die niet onthouden.quot;

De Bisschop keek zijn vriend aan met een liefdevollen blik. Maar zijn gelaat bleef betrokken. Xa een pauze begon hij;

„Het afleggen van de belofte steeds te doen zooals Jezus zou gedaan hebben zal een crisis veroorzaken in je arbeid. Als je die belofte houdt, en dat zul je geloof ik doen, behoeft men geen profeet te zijn om te voorspellen dat er in je gemeente gewichtige veranderingen zullen plaats hebben.quot; De Bisschop zag Bruce peinzend aan en vervolgde;

-ocr page 287-

271

„Inderdaad, ik geloof dat liet Christendom, d. w. z. de vorm waarin wij hot thans kennen, spoedig geheel zal op zij gezet worden indien de predikanten en dc gemeenten in het algemeen zich aansluiten bij de beweging die van Raymond is uitgegaan.quot; Hij hield even op als verwachtte hij dat zijn vriend iets zou zeggen of vragen. Maar Dr. Bruce vermoedde niet wat er in het hart van den Bisschop omging met betrekking tot dezelfde kwestie, die hij en Ds. Maxwell reeds hadden uitgemaakt.

„In mijn kerk bijvoorbeeld,quot; vervolgde de Bisschop, „zou het vrees ik zeer moeilijk zijn menschen te vinden, die een dergelijke belofte willen afleggen en houden. Martelaar zijn is een kunst die verloren is geraakt. Tegenwoordig zijn de Christenen te zeer op hun gemak gesteld dan dat zij iets zoo ruw en zwaar als een kruis zouden opnemen. En bovendien, wat wil het zeggen Jezus te volgen? Hoe kanmen in Zijn voetstappen wandelen?quot;

De Bisschop sprak dit als tot zieh zelf en het is te betwijfelen of hij voor het oogenblik zich wel bewust was van de tegenwoordigheid zijns vriends. Nu eerst dook er bij Dr. Bruce eenig vermoeden op van de waarheid. O, als de Bisschop zijn gewicht eens in de schaal wierp ten gunste van de beweging die te Raymond was ontstaan. De deftige, chique, aristocratische lui, niet alleen te Chicago maar in verscheidene groote steden, behoorden tot zijn volgelingen. O, indien de Bisschop zich eens bij dezen nieuwen kring van geloovigen aansloot I

-ocr page 288-

Daar moest een poging toe gewaagd worden. Dr. Bruce legde vertrouwelijk zijn hand op den schouder van den Bisschop en was juist gsan plan hem een alles afdoende vraag te stellen, toen beiden opschrikten door een hevigen ruk aan de bel. Mevrouw Bruce was gaan opendoen en stond in de vestibule met iemand te praten. Zo hoorden luide uitroepenen toen Dr. Brace zich naar het gordijn begaf dat voor den ingang van do spreekkamer hing. kwam Mevrouw bevende en mot ontsteld gelaat binnen.

„O, Calvin, wat is dat verschrikkelijk! Mr. Sterling.... O, ik kan het niet zeggen. AVat een vreeselijke slag voor die beide meisjes!quot;

„Maar wat is het dan?:\' Dr. Bruce liep, gevolgd door den Bisschop, naar de vestibule en vond den bode, een huisknecht van de Sterlings. De man had niets op het hoofd en was blijkbaar met het nieuws komen aan-loopen, omdat Dr. Bruce het dichtst bij woonde van alle vrienden der familie.

..Mr. Sterling heeft zich een paar minuten geleden in zijn slaapkamer met een pistoolschot van het leven beroofd! Mevrouw Sterling....quot;

„Ik moet er dadelijk heen. Edward,quot; zei Dr. B.\'uce. ..Ga je soms met me mee? De Sterlings zijn nog oude bekenden van je.quot;\'

De Bisschop was erg bleek, maar even kalm als altijd. Hij keek zijn vriend aan en antwoordde:

„Voor altijd, Calvin, wil ik met je meegaan, niet alleen naar dit sterfhuis, maar zoo de Heer wil heel

-ocr page 289-

273

den weg van de zonde en het lijden der mensclien.quot;

En zelfs in dat oogenblik, geheel onder den indruk van de onverwachte, vreeselijke gebeurtenis, begreep Calvin Bruce ten volle wat de Bisschop beloofd had te zullen doen.

-ocr page 290-

HOOFDSTUK X.

Deze zyn het, die het Lam volgen waar het ook heengaat.

Openb. 14 ; 14.

Toen Dr. Bruce en de Bisschop de woning dor Sterlings binnentraden lieersehte in de gewoonlijk zoo goed geregelde huishouding de grootste vcrwamng. De ruime benedenvertrekken waren geheel verlaten, maar boven boorde men haastige voetstappen en verwarde geluiden. Een van de dienstboden kwam met een ontsteld gelaat de trap af juist toen de Bisschop en Dr. Bruce naar boven wilden gaan.

..Miss Felicia is bij Mevrouw,\'quot; stamelde de meid in antwoord op een vraag van Dr. Bruce, barstte toen los in een zenuwachtig snikken én liep jammerende door de zitkamer de deur uit.

Boven aan de trap ontmoetten beide heeren Felicia.

Zij kwam in eens op Dr. Bruce toe en nam beide zijn handen in de hare. De Bisschop lei zijn hand op haar hoofd en zoo stonden ze daar eenige oogenblik-

-ocr page 291-

quot;275

ken met hun drieën zonder een woord te spreken.

De Bisschop had Felicia al gekend sedert ze nog een klein meisje was. Hij was de eerste die het zwijgen verbrak.

„De God van alle genade zij met n, Felicia, in deze moeilijke omstandigheden. Uw moeder......quot;

De Bisschop aarzelde. Gedurende de weinige oogen-blikken die noodig waren geweest om uit de woning van zijn vriend in dit sterfhuis te komen was de eenige liefdeshistorie uit zijn jongelingsjaren uit het reeds lang begraven verleden komen opdoemen. Zelfs Bruce wist daar niets van. Toch was er in zijn jeugd een tijd geweest dat hij een hartstochtelijke liefde had gekoesterd voor de schoone Camilla Eolfe. Maar zij had den millionair gekozen boven hem. Die herinnering verbitterde den Bisschop volstrekt niet. Maar hij wist het toch nog.

Als antwoord op de onvoltooide vraag van den Bisschop keerde Felicia zich om en ging naar de kamer harer moeder. Ze had nog geen woord gesproken en toch waren beide heeren verbaasd over haar kalmte. Ka eenige oogenblikken verscheen ze weer aan de gangdeur en wenkte beide predikanten, die gevoelden dat ze iets zeer ongewoons zouden zien, om binnen te komen.

Met de armen uitgestrekt lag liose op het bed terwijl Clara, de verpleegster, met het hoofd in de handen krampachtig zat te snikken. En met een hemelschen glans op \'t gelaat lag daar Mevrouw Sterling, zoo

-ocr page 292-

rustig, dat zelfs de Bisschop eerst niet begreep wat er gebeurd was. Spoedig evenwel drong de vreeselijke waarheid tot hem en Dr. Bruce door; zijn knieën knikten en een snerpende pijn sneed hem door het hart. Het was de oude wonde die nogmaals schrijnde. Lang duurde het niet; nog terwijl hij in de kamer stond herkreeg hij die kalmte en die kracht om te lijden waarin alleen de kinderen Gods zich mogen verheugen. En wel zou hij kalmte en kracht noodig hebben in de dagen die volgden.

Intussclien was beneden het heele huis in rep en roer gekomen. Tegelijk met den dokter om wien men dadelijk gestuurd had maar die op eenigen afstand woonde, kwamen een paar inspecteurs van politie binnen, die door de verschrikte dienstboden waren geroepen. Bovendien waren er vier of vijf verslaggevers van nieuwsbladen en verscheidene buren. Dr. Bruce en de Bisschop troffen dat gemengde gezelschap aan bij de trap en slaagden er in ze allen te verwijderen, uitgenomen natuurlijk hen, wier tegenwoordigheid noodzakelijk was. Met dezen vernamen de beide vrienden al de bijzonderheden, die ooit zijn bekend geworden van „het drama in de familie Sterling\'quot;, zooals het genoemd werd in de opzienbarende verslagen welke er den volgenden dag door de nieuwsbladen van werden gepubliceerd.

Ongeveer negen uur was Mr. Sterling dien avond naar zijn kamer gegaan en men had niets meer van hem bespeurd totdat, een half uur later, een schot

-ocr page 293-

werd gehoord. Een der dienstboden die zich in de vestibule bevond was de kamer binnengeloopen en had den heer des huizes levenloos op den vloer gevonden. Felicia was op dat oogenblik bij haar moeder. Rose zat te lezen in de bibliotheek. De laatste liep dadelijk naar boven waar ze haar vader zag die juist door de dienstboden op een rustbank werd neergelegd. Gillende vluchtte ze de kamer van haar moeder binnen en viel aan het voeteneind van het bed bewusteloos neer. Bij den eersten schok geraakte ook Mevrouw Sterling buiten kennis, maar verwonderlijk spoedig weer bijkomende, had ze iemand uitgestuurd om Dr. Bruce te roepen. Toen stond ze er op haar man te gaan zien en ondanks de tegenkanting van Felicia dwong ze Clara en een kamermeisje, die beiden beefden van schrik, haar te ondex-steunen. Leunende op beiden strompelde ze de gang over en ging het vertrek binnen waar haar echtgenoot lag. Zonder een enkele traan in de oogen en zonder één woord te spreken had ze eenige minuten op hem gestaard. In haar kamer teruggekeerd was ze te bed gaan liggen. En op het oogenblik dat Dr. Bruce en de Bisschop de deur inkwamen had ze met een gebed om vergeving voor haar zelf en haar man op de lippen den laatsten adem uitgeblazen, terwijl Felicia zich over haar heenboog en Rose nog altijd bewusteloos aan haar voeten lag.

Plotseling en schrikaanjagend was de dood dien Zondagavond de vensters van het paleis der weelde binnengeklommen. Maar de ware oorzaak van zijn

-ocr page 294-

278

komst werd eerst bekend toen liet ruclitbaar werd hoe liet stond met de zaken van Mr. Sterling.

Het bleek dat bij eenigen tijd te voren geruïneerd was tengevolge van geldspeculaties, die binnen een enkele maand zijn groot vermogen hadden verslonden. Met al de bedrevenheid van iemand die wanhopige pogingen doet den strijd om het bestaan vol te houden, wanneer hij zijn geld. het eenige waaraan hij ooit waarde hechtte, ziet opraken, had hij zich tot op het laatste oogenblik trachten voor te redeneeren dat het nog wel terecht zou komen. Zondagsmiddags evenwel had hij berichten ontvangen waaruit hem gebleken was, zonder eenigen twijfel over te laten, dat hij zijn geheele vermogen had verloren. Het heele huis dat hij \'t zijne noemde, de stoelen waarop hij zat, de tafel waarvan hij at, zijn rijtuig, quot;t was alles gekocht van geld, waar hij zelf nooit een hand voor had uitgestoken.

Zijn geheele rijkdom berustte op een weefsel van bedrog en speculaties, die geen werkelijke waarde vertegenwoordigden. Dat wist hij natuurlijk beter dan iemand anders, maar hij had gehoopt, zooals de meesten doen die in zulke omstandigheden verkeeren, dat dezelfde kunstgrepen waardoor hij het geld had verkregen ook bij machte zouden zijn te voorkomen dat hij :t verloor. Maar evenals zoovele anderen was hij bedrogen uitgekomen. Zoodra het hem duidelijk voor oogen stond dat hij tot den bedelstaf was geraakt zag hij geen anderen uitweg dan zelfmoord. Dat moest wel het einde wezen van een leven als het zijne. Zijn

-ocr page 295-

geld was zijn god. Xu d;e god was woggonomon uit den kleinen kring waarin zijn gedachten zich bewogen, had hij niets meer om te aanbidden. En met het voorwerp van iemands vereering verdwijnt ook het doel van zijn leven. Zoo stierf de alom geëerde millionair Charles R. Sterling. En waarlijk hij stierf als de dwaas uit de gelijkenis, want wat beteekent het winnen of verhezen van aardsche goederen vergeleken met de oneindige schatten in den hemel, die buiten het bereik liggen van speculatie, kans of verlies?

De dood van Mevrouw Sterling was het gevolg van den schrik. Sedert jaren had haar echtgenoot haar buiten allo zaken gehouden, maar ze wist dat de bron van hun inkomsten zeer onzeker was. Reeds lang was haar leven eigenlijk geen leven meer geweest. De familie Eolfe had altijd den indruk gegeven dat zij moer rampen kon verduren dan de meeste menschen en toch het hoofd boven water houden. En Mevrouw Sterling gaf het bewijs dat die oude familie-traditie wel recht van bestaan had, toen ze zich naar de kamer begaf waar ze haar man vond liggen. Maar het zwakke lichaam kon do ziel niet langer bevatten; vele jaren van lijden eu teleurstelling hadden het zoozeer gewond en verzwakt dat het den geest moest loslaten.

De driedubbele slag: do dood van vader en moeder en het verlies van haar vermogen, miste haar uitwerking op de beide zusters niet. Rose was weken lang geheel van streek. Ze was totaal ongevoelig voor iedere betuiging van deelneming en weerde iedere poging om

-ocr page 296-

280

haar wat up te beuren beslist af. Naar liet scheen kon zo zich nog niet voorstellen dat het geld, waar ze haar gansche hart op gezet had, voor haar verloren was. Zelfs toen men haar mededeelde dat zij en Felicia het fraaie huis zouden moeten verlaten en voortaan afhankelijk zouden zi jn van betrekkingen en vrienden, scheen ze het zich nog niet te kunnen begrijpen.

Felicia daarentegen was zich ten volle haar toestand bewust en gaf zich behoorlijk rekenschap van hetgeen er gebeurde. quot;Weinige dagen na de begrafenis sprak ze met haar nicht Rachel over haar toekomst. Mevrouw Winslow en Kachel waren naar Chicago gekomen, zoodra de verschrikkelijke tijding van hetgeen er bij de Sterlings gebeurd was hen bereikt had en waren nu bezig met enkele vrienden der familie te beraadslagen over de toekomst van Rose en Felicia.

„Felicia, jij en Rose moeten bij ons in Raymond komen, daar gaat niets af. Moeder wil van geen andere plannen hooren,quot; had Rachel gezegd, terwijl op haar schoon gelaat hartelijke liefde voor haar nicht te lezen stoud, een liefde die nog sterker was geworden toen ze wist dat zij beiden behoorden tot deu kring van hen die in de voetstappen des Heeren wilden wandelen.

„Tenzij ik hier een werkkring kan vinden,quot; antwoordde Felicia. Ze keek Rachel ernstig aan en deze zei:

„En wat zou je kunnen vinden?quot;

„Ik weet het niet. Ik heb niets geleerd als een beetje

-ocr page 297-

281

muziek eu daar weet ik nog niet eens genoog van om het te kunnen onderwijzen en daarmee in mijn onderhoud te voorzien. Ik heb ook nog een beetje van quot;t koken geleerd,quot; voegde Felicia er met een zwak glimlachje bij.

„Nu, dan kun je voor ons koken. Moeder heeft altijd onaangenaamheden met haar keukenmeid,quot; zei Rachel, begrijpende dat Felicia er tegen opzag voortaan afhankelijk te zijn van de vriendelijkheid van welwillende bloedverwanten.

De beide meisjes ontvingen wel is waar nog een zeer klein doel van het fortuin huns vaders, maar met den dwazen overmoed van een speculant had hij de zaken zoo laten loepen dat zoowel het vermogen zijner vrouw als het erfdeel dor kinderen bij de groote schipbreuk verloren was gegaan.

„Zou ik dat kunnen? Zou dat gaan?quot; antwoordde Felicia op Rachels voorstel, alsof dat in ernst moest opgevat worden. „Ik ben bereid alles te doen wat maar eenigszins aannemelijk is om in mijn onderhoud en dat van Rose te voorzien. Arme Kose, ze zal het nooit te boven komen.quot;

„Nu, als we in Raymond zijn zullen we er nog wel eens over praten,quot; hernam Rachel, door haar tranen heen glimlachende dat Felicia zoo volkomen bereid was om voor zich zelf te zorgen.

Eenige weken later waren Rose en Felicia goed en wel te Raymond bij de familie Winslow gehuisvest. Voor Rose was liet een bittere ervaring, maar er viel niets aan te doen en ze moest zich wel schikken in

-ocr page 298-

282

liet onvermijdelijke, hoe moeilijk het haar ook viel. Intusschen verzwaarde op allerlei wijze den last, dien Felicia en haar nicht Rachel hadden te dragen.

Felicia gevoelde dadelijk dat ze gekomen was in een kring van geloovigen die in broederlijke gemeenschap met elkander leelden en dat in alles openbaarden. Wel was Mevrouw Winslow het er nog niet geheel mee eens dat liachel zich bij den kring van Ds. Maxwell had aangesloten, maar de merkwaardige gebeurtenissen die gevolgd waren op het afleggen der belofte waren van te groote beteekenis dan dat ze geen indruk zouden maken op een dame als Mevrouw Winslow. Rachel en Felicia konden het uitstekend vinden samen. De laatste had spoedig een deel van den arbeid inde Rectangle voor haar rekening genomen. Onder den indruk van haar nieuwe omgeving stond zij er op allerlei bezigheden te verrichten in het huishouden van haar tante en het duurde niet lang of haar bekwaamheid in liet koken bleek zoo duidelijk dat Virginia haar voorstelde de leiding van de kookschool in de Rectangle op zich te nemen.

Met de grootste opgewektheid begon Felicia dien arbeid. Voor het eerst in haar leven ondervond ze hoe heerlijk het is iets te doen om het geluk van anderen te bevorderen. Haar besluit om bij alles te vragen wat Jezus zou doen had haar gansche hart in beroering gebracht. Maar langzamerhand ontwikkelde zij in dat opzicht en werd ze krachtiger. Zelfs Mevrouw Winslow moest erkennen hoe edel haar karakter en

-ocr page 299-

lioe bruikbaar zij was. Met verbazing zag zij hoe baar niclitje, de docliter van een millionair, opgevoed in de stad te midden van de grootste weelde, bezig was in de keuken. Trouwens dat was aardig om te zien. Dikwijls waren haar armen bedekt met meel en soms ook de punt van haar neus die ze, vooral in het eerst, gewoon was te wrijven als ze stond na te denken over een recept waarvan ze zich de bijzonderheden trachtte te herinneren. Met do grootste belangstelling of het lukken zou bereidde ze allerlei schotels, maakte de pannen en ketels schoon en deed het meest gewone werk zoowel in de keuken van Mevrouw Win slow als in de kamers van de Kolonie in de Rectangle. In het begin maakte Mevrouw AVinslow er bezwaren togen.

..Felicia, dat is geen werk voor je, ik zal het je heusch moeten verbieden.quot;

„Waarom niet, tante? Vondt u de pasteitjes die ik vau morgen gemaakt heb niet lekker?quot; Felicia vroeg dat heel deemoedig: doch glimlachte in stilte daar ze

O O

wel wist hoezeer haar tante juist op zulke pasteitjes gesteld was.

..Ze waren heerlijk Felicia. Maar me dunkt het past niet voor jou zulk werk te doen.quot;

..He, waarom niet tante? Wat zou ik anders kunnen doen?quot;

Mevrouw Winslow zag haar peinzend aan. Hoe schoon en vol uitdrukking was haar gelaat.

„Je bent toch niet van plan altijd zulk werk te blijven doen Felicia?quot;

-ocr page 300-

284

„Misschien wel, tante. Ik heb er wel eens over gedacht in Chicago of een andere groote stad een model-kookschool te openen en dan de arme huisgezinnen in de achterbuurten rond te gaan om de moeders te leeren hoe ze op de goedkoopste manier smakelijk voedsel kunnen bereiden. Ik herinner mij Dr. Bruce eens te hebben hooren zeggen dat zijns inziens een der grootste ellenden van de armen hierin bestond dat ze zulk slecht voedsel krijgen. Zelfs ging hij zoover van te beweren dat sommige bepaalde misdaden hun oorzaak hadden in vochtige beschuit en taaie biefstuk. En ik ben verzekerd dat ik op die wijze nuttig bezig kan zijn en tegelijkertijd voor Rose en mij den kost verdienen.quot;

Felicia dacht net zoo lang na over dat alles tot het werkelijkheid was geworden. Inmiddels won zij de liefde en het vertrouwen van het publiek in Raymond, vooral van de bewoners der Rectangle die haar de vleiendste namen gaven. En dat alles was niet zoozeer een gevolg van haar edel karakter als wel het trouw vast-

o

houden aan de belofte die ze in de Nazareth-kerk te Chicago had afgelegd.

„Wat zou Jezus doen?quot; Ze bad en hoopte en arbeidde en richtte heel haar leven in naar het antwoord op die vraag.

Drie maanden waren voorbijgegaan sedert den Zondagmorgen waarop Dr. Bruce den kansel besteeg met het voornemen er op aan te dringen dat zijn hoorders zich zouden verbinden steeds zoo te handelen als Jezus

-ocr page 301-

zou doen. Nooit had hij zich kunnen voorstellen dat de leden zijner kerk zoo diep voelden en hij bekende ootmoedig dat zijn uitnoodiging tot het afleggen der belofte op ongedachte wijze weerklank had gevonden in het hart van vele mannen en vrouwen, die evenals Felicia behoefte gevoelden aan iets anders dan het gewone lidmaatschap der Kerk hun had kunnen geven.

Maar Dr. Bruce voelde zich nog niet voldaan. Wat er in hem omging en in welke richting hij ten slotte tot groote verbazing van allen die hem kenden de beweging leidde, kan het best blijken uit een gesprek dat hij omstreeks dezen tijd had met den Bisschop. Evenals vroeger bevonden beide vrienden zich op de studeerkamer van Dr. Bruce.

„Weet je waarvoor ik van avond hier gekomen ben?quot; begon de Bisschop nadat ze eenigen tijd hadden gepraat over de gevolgen die het nakomen der belofte had voor de leden der Nazareth-kerk.

l)r. Bruce keek den Bisschop aan en schudde het hoofd.

„Ik ben gekomen om een bekentenis te doen, namelijk dat ik mijn belofte om in Zijn voetstappen te wandelen niet op zoodanige wijze heb vervuld dat het beantwoordt aan hetgeen ik meen dat we daaronder hebben te verstaan.quot;

Dr. Bruce was opgestaan en liep met groote stappen de kamer op en neer. De Bisschop zat nog steeds in zijn gemakkei ijken stoel met de handen gevouwen. Maar zijn oog schitterde met een ongewonen gloed,

-ocr page 302-

286

die er altijd in was op te merken vóór dat liij een of ander gewichtig besluit nam.

„Edward,quot; zei Dr. Bruce onverwacht, „ik heb ook geen bevrediging kunnen vinden in de wijze waarop ik mijn belofte volbreng. Ten laatste ben ik tot een beslissing gekomen met betrekking tot hetgeen mij te doen staat. Ik geloof dat ik verplicht zal zijn ontslag te nemen als voorganger in de Nazareth-kerk.quot;

,.Ik wist dat je daartoe komen zoudt,quot; hernam de Bisschop bedaard, „en ik kwam van avond hier om je mee te deelen dat ik me eveneens gedrongen voel om afstand te doen van mijn waardigheid.quot;

Dr. Bruce keerde zich om en liep naar zijn vriend toe. Beiden hadden moeite hun aandoening te verbergen.

„Is dat bepaald noodig?quot; vroeg Bruce.

„Ja en ik zal je zeggen waarom. Waarschijnlijk zijn het dezelfde redenen die er jou toe noodzaken.quot; Een oogenblik zweeg de Bisschop. Daarna ging hij met toenemende ontroering voort:

„Calvin, je weet hoe vele jaren ik mijn waardigheid heb bekleed en je weet ook iets van de verantwoordelijkheid en de zorgen die er aan verbonden zijn. Ik wil niet zeggen dat ik mijn deel niet heb gehad van de lasten des levens. Maar toch heb ik zooals de armen en ellendigen in deze zondige stad het zouden noemen een goed, ja een weelderig leven geleid. Ik heb een fraai huis om in te wonen, voedsel en kleeding in overvloed en allerlei gemakken. Ik ben in de ge-

-ocr page 303-

•287

mm-v

leffculicid geweest ten minste twaalf koer een buiten-

O O

landsche reis te maken en verscheidene jaren lang heb ik genoten van het beste wat op allerlei gebied, kunst en letteren zoowel als muziek, te genieten viel. Gebrek aan gold of zoo iets heb ik nooit gekend. Maar ik heb geen bevredigend antwoord kunnen geven op de groote vraag: Wat heb ik over gehad voor de zaak van Christus? Paulus spreekt van vele dingen die hij voor de zaak dos Hoeren heeft moeten verduren. De positie van Maxwell te Raymond is, ten minste indien hij blijft wandelen in de voetstappen van Christus, welbeschouwd oen voortdurend lijden voor den Heer. Maar waarin bestaat mijn lijden? De kleine beproevingen en onaangenaamheden die ik in mijn ambtelijk loven heb gehad zijn niet de moeite waard om als zelfverloochening on opoffering in don dienst des Hoeren te mogen gelden. Vergeleken bij Paulus of een dor martelaren of der eerste discipelen, heb ik een weelderig, zondig leven geleid, hoofdzakelijk voor mijn gemak en genoegen. Maar dat is me nu onmogelijk geworden. Sedert eenigen tijd gevoel ik maar al te goed dat zulk een wijze van Jezus te volgen scherp te veroordeelen is. Ik heb tot dusverre niet gewandeld in Zijn voetstappen. En onder de tegenwoordige toestanden in kerk en maatschappij zie ik geen anderen uitweg om te ontkomen aan die veroordeeling dan door mijn leven te wijden aan do stoffelijke en geestelijke belangen van het diepgezonken volk in de achterbuurten dezer stad.quot;\' Do Bisschop was opgestaan en liep naar het raam.

-ocr page 304-

288

\'t Was op straat even licht alsof het dag ware en hij liet eenige minuten den blik rusten op de menigte die zich daar bewoog. Daarna zich omkeerende riep hij met een hartstochtelijkheid, waaruit bleek hoe diep hij geschokt was: „Calvin wat wonen we toch in een

O 11

vreeselijke stad. quot;t Is werkelijk een pool van ellende en zonde en zelfzucht, lïeeds jaren lang heeft zich herhaaldelijk de benauwende vrees aan mij opgedrongen dat het oogenblik komen zou waarop ik gedwongen werd afstand te doen van de behagelijke weelde die mijn positie mij veroorloofde, om mij in contact te stellen met het moderne heidendom van deze eeuw. De verschrikkelijke toestand van de meisjes in de groote magazijnen, de ongehoorde zelfzucht in bjna alle kringen der maatschappij, de weelderige levenswijze van de meeste bewoners onzer stad, die \'t hun onmogelijk maakt aan hun verplichtingen te voldoen, de vreeselijke vloek van drank- en speelholen, de jammerklachten van hen die nergens werk kunnen krijgen, de haat tegen de kerk van tallooze personen die haar beschouwen als opeenhoopingen van kostbaarheden en de predikanten uitmaken voor leegloopers die een weelderig leven leiden, dat getier en geschetter, waarheid vermengd mot leugen, overdrijving en bitterheid, dat alles in tegenstelling met het gemakkelijke leven dat ik heb geleid vervult mij meer en meer met een gevoel van schrik en zelfbeschuldiging, lïeeds zoo menigmaal heb ik de woorden van Jezus gehoord: ,,Voor zooveel gij dit een van deze minsten niet gedaan

-ocr page 305-

289

hebt, zoo hebt gij dat Mij niet gedaan.quot; Eu wanneer heb ik persoonlijk de gevangenen bezocht of de lijdenden of de zondaars? AVat voor opolïeringen heb ik mij voor dezulken getroost? Ik heb veeleer zoo gemakkelijk geleefd als in mijn positie gebruikelijk is en omgang gezocht met de rijke, beschaafde, aristocratische leden mijner gemeenten. Wat heb ik geleden om \'sHeeren wil? Wil ik je eens wat zeggen Calvin,quot; de Bisschop keerde zich plotseling tot zijn vriend, — „onlangs kwam ik in de verzoeking mij zelf met een geesel eens duchtig te kastijden. Als ik in den tijd van Maarten Luther had geleefd zou ik mijn rug ontbloot hebben voor een mij zelf opgelegde pijniging.quot;

Dr. Bruce was buitengewoon bleek. Nog nooit had hij den Bisschop zoo hartstochtelijk gezien en zoo opgewonden hooren spreken. Xu was het eensklaps stil in \'t vertrek. Ue Bisschop was weer gaan zitten en ondersteunde het hoofd met beide handen. Eindelijk verbrak Dr. Bruce het stilzwijgen.

„Edward, het is niet noodig te verzekeren dat ik het volkomen eens ben met wat je gezegd hebt. Zoo denk ik er ook over. Jaren lang reeds verkeer ik in dergelijke omstandigheden. Ook ik heb betrekkelijk weelderig geleefd. Ik bedoel natuurlijk niet dat ik verschoond ben gebleven van beproevingen en onaangenaamheden iu mijn kerkelijke bediening. Maar ik zou niet kunnen zeggen dat ik iets voor Jezus heb geleden. Dikwijls word ik verontrust door dien tekst uit Petrus; Christus heeft voor ons geleden ons een voorbeeld nalatende,

19

-ocr page 306-

290

opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen. Ik heb weelderig geleefd; ik weet niet wat liet is gebrek te lijden. Ook heb ik heel wat ledigen tijd besteed om te reizen en in aangename gezelschappen doorgebracht. Alle mogelijke gemakken die in beschaafde kringen worden gevonden stonden mij ten dienste. En te midden van dat alles sloegen de zonde en de ellende van deze groote stad als woeste golven tegen de steenen wanden van mijn kerk en liet huis waarin ik woon. Maar ik lette er nauwelijks op: de muren waren zoo dik! En nu is het eindelijk zoover met mij gekomen dat ik het niet langer uithouden kan. Ik wil de Kerk niei ver-oordeelen. Daartoe heb ik haar te lief. Ik zal haar ook niet verlaten. Ik geloof dat zij een roeping heeft en heb volstrekt geen lust haar afbreuk te doen. En wel het minst van alles is \'t mijn bedoeling niet den stap dien ik op \'t punt ben te doen, mij te ontrukken aan de gemeenschap met mijn medechristenen. Ik gevoel echter dat ik mijn ambt als voorganger van de ISTazareth-kerk moet neerleggen ten einde mijn begeerte te bevredigen om te doen wat ik verplicht ben en te kunnen wandelen in Zijn voetstappen. Daarmee wil ik echter geen oordeel uitspreken over andere predikanten noch het Christendom van anderen in verdenking brengen. Maar ik persoonlijk moet in nauwere aanraking komen met de zonde en schande en verdorvenheid van deze groote stad. En ik weet dat daarvan alleen sprake kan zijn indien ik mijn rechtstreeksche betrekking tot de Nazareth-kerk afbreek. Ik zie geen

-ocr page 307-

291

anderen weg om op zoodanige wijze te kunnen lijden voor de zaak des Heeren als ik gevoel dat mijn plicht is.quot;

Weer lieersclite er eenige oogenblikken een hoorbare stilte. De zaak waarover ze bezig waren te beslissen was van het grootste gewicht. Langs denzelfden weg waren beiden tot dezelfde overtuiging gekomen en ze waren te verstandig dan dat ze den ernst van hun positie zouden onderschatten.

„En wat is nu je plan?quot; De Bisschop sprak zeer zacht en keek zijn vriend aan met zijn eigenaardigen glimlach, die hem zoo goed stond.

„Mijn plan,quot; hernam Dr. Bruce langzaam, „is kort gezegd, mij te vestigen in het centrum van de grootste ellende die ik in de stad kan vinden. Mijn vrouw is ten volle bereid met mij daar te gaan wonen. We hebben al afgesproken een woning te zoeken in dat gedeelte van de stad waar we het meest anderen ten zegen kunnen zijn.quot;

„Laat mij een plaats aangeven.quot; De Bisschop was in vuur geraakt. Zijn fijnbesneden gelaat gloeide van geestdrift voor de beweging waarin hij en zijn vriend werden medegevoerd. En toen hij voortging ontvouwde hij een plan zoo volledig en van zoo wijde strekking-dat Dr. Bruce met al zijn bekwaamheid en ervaring vol verbazing toeluisterde.

Tot laat in den nacht zaten zij op en ze waren zoo blij en zoo verlangend alsof ze een plan hadden gemaakt voor een uitstapje naar een vreemd, nog niet bezocht land. En geen wonder. De Bisschop vertelde

-ocr page 308-

\'2! »2

later dikwijls hoe hij op het oogenblik dat zijn besluit was genomen om voortaan oen leven van zelfopoffering te leiden in den dienst des Hoeren, plotseling een verlichting gevoelde alsof hem een groote last van de schouders genomen werd. Hij was buiten zichzelf van vreugde. En Dr. Bruce eveneens.

Eindelijk hadden ze hun plan uitgewerkt en konden ze aan de uitvoering gaan denken. In hoofdzaak bestond het hierin dat ze een groot gebouw zouden huren dat vroeger gediend had tot bergplaats van een brouwerij. Na het wat opgeknapt te hebben wilden ze er in gaan wonen. Het stond midden in een buurt waar de kroeg onbeperkte heerschappij voerde, de woningen er het ellendigst uitzagen, waar zonde en onwetendheid, schande en armoede in de afschuwelijkste vormen were aangetroffen. Het was volstrekt geen nieuw idee. Het was een denkbeeld dat zijn ontstaan had te danken aan Jezus Christus, die het huis Zijns Vaders verliet en zich van Zijn heerlijkheid ontdeed ten einde de men-schen gelijk te worden en voor hen tot zonde gemaakt zijnde, hen van de zonde te verlossen. Het idee van zulk een Kolonie is niet van den laatsten tijd. Het dag-teekent reeds uit Bethlehem en Nazareth. En in dit bijzonder geval was er niets dat zoozeer voldeed aan de begeerte dezer beide mannen om zich op te offeren in den dienst van Christus. In beiden was ter zelfder tijd een verlangen ontstaan, weldra aangegroeid tot een hartstochtelijke begeerte, om de groote stoffelijke armoede en geestelijke ellende van de groote stad te

-ocr page 309-

\'29B

midden waarvan ze leefden beter te leeren kennen. En hoe konden zij dat zonder dat ze er in gingen deelen, ten minste voor zooverre het mogelijk is hot lijden van anderen in zich op te nemen? Daarvoor was echter noodig dat zij, hoe dan ook, zich zelf wilden verloochenen. En die zelfverloochening moest zoowel ter wille van hen zelf als voor anderen een tastbaren vorm aannemen doordien ze zich vereenzelvigden met de diepstgezonkenen en verstafgedwaalden.

Tot die gevolgtrekking kwamen ze voor zich zelf zonder anderen te oordeelen. Het was eenvoudig hun streven om steeds te handelen zooals naar hun beste weten Jezus zou doen. En wat behoefden ze zich te verontrusten over de gevolgen, indien ze in de onvermijdelijke noodzakelijkheid waren te doen zooals ze van plan waren?

De Bisschop was bemiddeld. Iedereen in Chicago wist dat hij een aanzienlijk vermogen bezat. Dr. Bruce had door letterkundigen arbeid te verrichten zijn inkomen als leeraar aanzienlijk vermeerderd en een aardig sommetje weten te besparen. De beide vrienden kwamen overeen een groot deel van dat geld te besteden voor de verwezenlijking van hun plan, in de eerste plaats tot verkrijging van een huis voor de Kolonie.

Inmiddels had er in de Nazareth-Kerk iets plaats dat tot dusverre een eenig feit was in haar geschiedenis. Do eenvoudige aansporing van den leeraar der gemeente om steeds te handelen zooals Jezus zou doen had een opschudding verwekt, die nog niet tot bedaren

-ocr page 310-

294

was gekomen. Het resultaat er van was vrijwel gelijk aan wat Henry Maxwell te Raymond bereikt liarl. Maar de aristocratische Nazaretli-Kerk te Chicago be-schikte over meer rijkdom en was veel meer gehecht aan vormen. Toen evenwel in \'t voorjaar op zekeren Zondagmorgen Dr. Bruce van den kansel bekend maakte dat hij zijn ambt neerlegde, kwam de geheele stad in opschudding. Toch had hij eerst geraadpleegd met het kerkbestuur en kon de verandering waartoe hij besloten had geen verrassing genoemd worden.

Maar de verbazing van het publiek bereikte haar toppunt t,oen het bekend werd dat ook de Bi.sschop zijn voornemen had te kennen gegeven om afstand te doen van de waardigheid, die hij zoo lang had bekleed, ten einde zich te kunnen vestigen in de meest beruchte buurt van Chicago.

„Maar waarom . . . .quot; voegde de Bisschop een zijner beste vrienden toe, die hem met tranen in de oogen trachtte over te halen zijn voornemen te laten varen, „waarom maakt men toch zooveel drukte over hetgeen Dr. Bruce en ik van plan zijn ? Is het dan zoo ongehoord dat een doctor in de Godgeleerdheid en een bisschop willen trachten op deze bijzonder geschikte manier zielen te redden? Indien wij ons ambt hadden neergelegd met het doel naar Bombay of Hongkong of eenige plaats in Afrika te gaan, dan zou er één roep uitgaan over onzen moed om God te dienen in liet werk der zending. Waarom wekt liet dan zooveel bevreemding, nu wij er toe zijn geleid geworden ons

-ocr page 311-

295

leven te wijden aan de redding van de heidenen en de verlorenen in onze eigen stad? Is het dan zoo vree-selijk, dat twee Christen-predikers niet alleen bereid, maar zelfs verlangend zijn te gaan leven midden in de ellende der wereld ten einde die te leeren kennen en er zich een duidelijke voorstelling van te kunnen maken. Is het iets zoo buitengewoons dat liefde tot de menschen, de begeerte om het verlorene te redden zich op deze wijze zou uiten ?

Maar ofschoon er naar de overtuiging van den Bisschop niets bijzonders was in dat alles bleef ieder er toch over praten en er zijn bevreemding over uitspreken dat twee zoo uitstekende predikers hun geriefelijke woningen zouden verlaten en vrijwillig hun voordeelige positie in de maatschappij opgeven voor een leven vol moeite en zelfverloochening.

Christenen, die dit leed, het is een ernstig verwijt tegen de wijze waarop wij God dienen, dat het altijd verwondering wekt als zij die in de voetstappen van Jezus willen wandelen toonen dat ze zich werkelijk voor Hem willen opofferen. Dat moest immers iets heel gewoons zijn!

Met leedwezen zaeren de meeste leden der Nazareth-

O

Kerk hun herder en leeraar vertrekken, toch ging er een zucht van verlichting op bij velen, n.1. bij hen die geweigerd hadden de belofte af te leggen. Dr. Bruce had zich vooral in den laatsten tijd de achting verworven van niet weinigen, die door hun zaken derwijze waren gebonden dat de volbrenging van de be-

-ocr page 312-

296

lofte hen totaal zou geruïneerd hebben, maar die toch in hun hart ongeveinsde bewondering koesterden voor den moed en de consequentie van anderen. Ze hadden Dr. Bruce verscheidene jaren gekend als een vriendelijk, betrouwbaar man, maar met zijn ideeën over do nood-zakolijklieid van oen leven van zelfopoffering hadden ze zich niet kunnen vereenigen. Zoodra zij tot hetzelfde inzicht kwamen, gaven zij hun voorganger blijk getrouw to zijn aan hun nieuwe overtuiging van wat het zeggen wil Jezus te volgen. De Xazareth-Kerk is altijd onder den invloed gebleven van den stoot dien Dr. Bruce gegeven had aan iiet ontstaan van de merkwaardige opwekking. Zij die met hem meegingen en de belofte deden bezielden de Kerk mot nieuw Goddelijk leven en gaan daarmede voort tot op den huldigen dag.

Het was weer herfst en er stond een moeilijke tijd voor de deur als de strenge winter kwam. De Bisschop verliet op zekeren namiddag de Kolonie met het doel een van zijne nieuwe vrienden in deze buurt te gaan bezoeken. Reeds was hij vier blokken woningen gepasseerd, toen zijn oog viel op een winkel die er heel anders uitzag als de overige. De buurt was hem nog vreemd en eiken dag ontdekte hij nog iets bijzonders.

De plaats waar zijn aandacht door werd getrokken was een klein huis dicht bij een Chineesche wasscherij. Er waren naast de deur twee ramen die er, merkwaardig genoeg, helder uitzagen. Achter de ramen zag hij een verleidelijke uitstalling van gekookte eetwaar. De verschillende artikelen waren zoo laag geprijsd

-ocr page 313-

dat de bisschop er zicli over verwonderde. Hij was n.1. langzamerhand op de hoogte gekomen met allerlei dingen uit het volksleven, die hem vroeger totaal onbekend waren.

Terwijl hij naar een en ander stond te kijken ging do deur open en kwam Felicia Sterling naar buiten.

„Felicia!quot; riep de Bisschop. En na de eerste verbazing; ..Wat kom je zonder mijn voorkennis in mijn wijk doen?quot;

„Hoe vindt u mij zoo gauw?quot; vroeg Felicia.

„He, begrijp je dat niet? Dit zijn de eenige zindelijke ramen in \'t heele blok huizen.quot;

„Ja, dat is zoo,quot; hernam Felicia met een helderen lach, die den Bisschop aangenaam aandeed.

„Maar hoe durf je in Chicago te komen zonder het mij te vertellen en wat doe je in mijn kerspel zonder dat ik er iets van weet?quot; Felicia geleek zoo op die schoone, reine, welopgevoede, beschaafde wereld te midden waarvan hij eens geleefd had, dat het hem niet euvel was te duiden als hij door haar aan dat Paradijs van vroeger werd herinnerd. Evenwel, om hem geen onrecht aan te doen: hij had niet de minste begeerte er weer in terue; te keeren.

O O

„Wel, waarde Bisschop,quot; — zoo had Felicia hem altijd genoemd als ze hem ontmoette, — „ik wist hoe overstelpend druk u \'thebt, en daarom wou ik u niet lastig vallen met mijn plannen. Bovendien, ik wou u mijn diensten komen aanbieden. Ik was juist op weg u een bezoek te brengen en uw raad in te winnen.

-ocr page 314-

29S

Voor hot oogenblik woon ik hier met juffrouw Bascom, een uitdraagster, die ons drie kamers verhuurt, en met een der leerlingen van Rachel\'s muziekschool die door Virginia Page in staat wordt gesteld een cursus in \'t viool spelen te volgen. Ze is een der onzen,quot; ging Felicia voort en gebruikte die woorden „een der onzenquot; met zooveel ernst en zoo onwillekeurig dat de Bisschop niet kon nalaten te glimlachen — „en ik doe het huishouden; tegelijkertijd neem ik een proefneming om liet volk zuiver voedsel te verschaffen. Ik kan goed koken en allerlei eten klaar maken en ik heb een plan dat u eens moet bewonderen en verder uitwerken. Wil u. dat doen, waarde Bisschop?quot;

„Zeker wil ik dat,quot; was het antwoord. De buiamp;en-gewone levendigheid en de geestdrift van Felicia brachten hem bijna in verwarring.

„Martha kan in de Kolonie helpen met haar viool en ik met mijne gerechten. U ziet ik wou het eerst zoo\'n beetje voor mekaar hebben dan had ik iets om mee voor den dag te komen. Ik kan nu ten minste in mijn eigen onderhoud voorzien.quot;

„Heusch?quot; Do Bisschop zette een ongeloovig gezicht. „En hoe dan? Met het klaarmaken van die dingen?quot;

„Die dingen !quot; zei Felicia op verontwaardigden toon, „me dunkt u moest weten dat ,,die dingenquot; de best bereide, zuiverste eetwaren zijn, die in de heele stad gevonden worden.quot;

„O, daar twijfel ik niet aan,quot; zei de Bisschop haastig

-ocr page 315-

299

terwijl hij haar een knipoogje gaf. „Toch zou ik \'t wel eens willen probeeren.quot;

„Komt u maar binnen en proef er eens van,quot; riep Felicia uit. „Ik heb bepaald met u te doen; quot;t lijkt wel of u in een heele maand geen goed maal hebt gehad.quot;

En ze hield niet op totdat de Bisschop in de kleine voorkamer kwam waar Martha, een bijdehand meisje met kort krullend haar en het onmiskenbare uiterlijk van iemand die zich aan de kunst wijdt, bezig was zich te oefenen.

„Ga maar stil door, Martha. Dit is de Bisschop, waarvan ik je al zoo dikwijls heb verteld. En gaat u nu eens een oogenblik zitten, dan zal ik u een proefje geven uit de vleeschpotten van Egypte, want ik geloof dat u werkelijk een poos gevast hebt.quot;

Zonder veel omslag te maken gebruikten Felicia en de Bisschop nu iets. De laatste had om de waarheid te zeggen zich al weken lang den tijd niet gegund om behoorlijk te eten of te drinken en was niet weinig in zijn schik met de onverwachte ontdekking, die hij gedaan liad. \'t Ging dan ook van ganscher harte toen hij ziju verwondering eu ziju tevredenheid betuigde over de spijzen die hij geproefd had.

„Ik dacht dat u ten minste zoudt verklaren hier even goed gedineerd te hebben als u vroeger placht te doen op de groote feestmalen in de Gehoorzaal,quot; zei Felicia schalks.

„Even goed! De diners in de Gehoorzaal waren een-

-ocr page 316-

300

voudig ongenietbaar vergeleken bij het heerlijke maal dat jij me hebt voorgezet, Felicia. Maar je moet eens in de Kolonie komen en zien wat we daar al zoo doen. Ik ben er bepaald verbaasd over dat ik je hier heb aangetroffen en je op deze wijze voor je zelt kunt zorgen. Fk begin er zoo zoetjes aan achter te komen wat je van plan bent en geloof stellig dat je ons daarmee onschatbare diensten zult bewijzen. Is het werkelijk je voornemen hier te blijven wonen en de menschen in de buurt te overtuigen van hoe groote beteekenis een goede maaltijd is?quot;

„Ja, dat is mijn plan,quot; antwoordde Felicia ernstig. „Ik geloof dat de Heer mij daartoe roept, en zou ik het dan niet doen?quot;

„Zeker, zeker, je hebt gelijk. Grod zij geloofd dat Hij quot;t je in \'t hart gegeven heeft dat te doen. Toen ik de wereld verliet (quot;de bisschop glimlachte bij deze woorden) werd er druk gesproken over de emancipatie dei-vrouwen. Maar als jij ook behoort tot die geëmancipeerde vrouwen dan ben ik er nu in en dit geval een voorstander van geworden.

„Gaat u mij nu nog vleien? Is daar dan niet aan te ontkomen zelfs niet in de achterbuurten van Chicago?quot; Felicia lachte weer. En de Bisschop, hoewel hij zwaarmoedig geworden was gedurende de maanden dat hij den druk had gevoeld van don vreeselijken last der zonde, verheugde zich toen hij het hoorde. Die lach klonk zoo goed. Haar overgegevenheid aan den Heer sprak er uit.

-ocr page 317-

301

Felicia wou heel graag de Kolonie bezoeken en ging daartoe dadelijk met den Bisschop mee. Ze was er verbaasd over wat met een aanzienlijke soms gelds en met goed overleg was tot stand gebracht. Terwijl ze door het gebouw wandelden praatten ze onophoudelijk. Felicia was een en al geestdrift zoodat zelfs de Bisschop zich er over verwonderde.

Ze kwamen ook op de onderste verdieping en toen de Bisschop een deur openduwde hoorden ze dat een timmerman druk bezig was te schaven. Het was een kleine maar van alle benoodigdheden goed voorziene timmerwinkel. Een jonge man met een licht petje op en gekleed in een werkbroek en linnen kiel hanteerde lustig fluitende zijn schaaf. Hij keek op toen de Bisschop en Felicia binnen kwamen en zette zijn pet af.

Bij de beweging die hij daarvoor maakte bleef liein een kleine houtkrul aan den vinger hangen, die in zijn haar terecht kwam.

„Juffrouw Sterling, Mr. Clydequot; zei de Bisschop. „Clyde is een van onze helpers, die hier twee middagen in de week komt werken.quot;

Op dat oogenblik werd de Bisschop naar boven geroepen en na zich voor een oogenblik te hebben verontschuldigd liet hij Felicia en den jongen timmerman alleen.

„We hebben elkaar al eerder ontmoet,quot; begon Felicia, terwijl ze hem vrijmoedig aankeek.

„Ja, vroeger; in „de wereldquot; zooals de Bisscliop het noemt,quot; antwoordde de jonge man en zijn vingers beefden

-ocr page 318-

302

toen hij de hand up lt;le plank lei die hij geschaafd had.

„Ja.quot; Felicia aarzelde even. „Ik ben blij u te ontmoeten.quot;

„Heusch?quot; Er kwam een glans van genoegen op het gelaat van den jongen timmerman. „U hebt sedert we elkaar \'t laatst spraken heel wat doorgemaakt?quot; Hij ontstelde er zelf van dat hij haar had zeer gedaan of pijnlijke herinneringen had opgewekt. Maar daar was al Felicia overheen.

..Ja, en n ook meen ik. Hoe komt het toch dat u hier aan \'t werk is?quot;

„Dat is een lange geschiedenis, juffrouw Sterling. Mijn vader verloor zijn gansche vermogen en zoo was ik verplicht een handwerk op te vatten. Maar dat heeft me geen kwaad gedaan. Do Bisschop beweert, en terecht, dat ik reden heb om dankbaar te zijn. En dat ben ik ook. Ik voel me tegenwoordig bepaald gelukkig. Ik leerde oen handwerk hopende mij op de een of andere wijze nuttig te kunnen maken. Ik ben nu bediende in een der hotels voor den nachtdienst. Up dien Zondagmorgen toen u de belofte deed oin bij alles te vragen wat Jezus zou doen, behoorde ik ook tot degenen die zich daartoe verbonden.quot;

..Ja?quot; zei Felicia langzaam. „Daar ben ik blij om.quot;

Het gesprek werd gestaakt omdat de Bisschop terugkwam. Een oogenblik later verwijderden hij en Felicia zich en lieten den jeugdigen timmerman alleen met zijn werk. En hot scheen wel dat hij daarna onder het schaven luider Hoot dan gewoonlijk.

-ocr page 319-

3( )3

Felicia, keade je Stephen Clyde?quot;

„Ja, vroeger toon we beiden nog in do wereld leefden, waarde Bisschop. Hi j was een van mijn kennissen uit de Nazareth-kerk.quot;

„Ah zoo,quot; zei de Bisschop.

„Ja, we waren bijzonder goede vrienden,quot; voegde Felicia er bij.

„En niets meer?quot; waagde de Bisschop te vragen.

Even kleurde Felicia; toen keek zo, haar leidsman vrijmoedig in de oogen en antwoordde:

„Neen, niets meer.quot;

„Het zou,quot; zoo dacht de Bisschop, „\'s werelds loop zijn geweest als deze beide jonge menschen elkander hadden liefgekregen. En zelfs de gedachte maakte hem ernstig. Het was alsof de oude wroeging over Camilla weer boven kwam. En toen even later Felicia afscheid van hem had genomen en hij met tranen in de oogeu was achtergebleven, voedde hij de stille hoop dat Felicia en Stephen elkander beminden. „Met dat al,quot; zei de goedhartige Bisschop bij zichzelf, „liefde is een deel van \'s menschen leven. De liefde is ouder en wijzer dan ik.quot;

De daarop volgende week had do Bisschop een ervaring die met de geschiedenis der Kolonie in nauw verband staat. Laat in den avond huiswaarts keerende van een vergadering, belegd door werkstakende kleermakers, kwamen onverwachts twee mannen, die zich achter een schutting van een leegstaand fabrieksgebouw hadden verborgen gehouden, uit hun schuilhoek te

-ocr page 320-

304

voorschijn en plaatsten zicli vlak voor hem. Een hunner hield den Bisschop een pistool voor \'t gezicht en de ander dreigde hem met een stuk hout dat hij blijkbaar van de schutting had afgebroken.

„Handen omhoog, gauw een beetje,11 zei de man met het pistool.

Het was een eenzame plaats en de Bisschop dacht er niet aan tegenstand te bieden. Hij deed wat hem bevolen werd en de man met het stuk hout begon zijn zakken te doorzoeken. De Bisschop was kalm en beefde in \'t geheel niet. Terwijl hij daar stond met de handen opgeheven zou iemand die niet wist wat er gaande was gezegd hebben dat hij bad voor de zielen dezer beide mannen. En zoo was liet. Dienzelfden nacht nog werd zijn gebed op merkwaardige wijze verhoord.

-ocr page 321-

HOOFDSTUK XI.

De Gerechtigheid zal voor Z^jn aangezicht heengaan, en Hü zal ze zetten op den weg Zyner voetstappen.

Ps. 85 : 14.

De Bisschop was niet gewoon veel geld op zak to hebben en de man die zijn zakken doorzocht vloekte geweldig dat hij maar zoo\'n gering bedrag aan klein geld vond. Op ruwen toon riep de ander hem toe; ,,Neem hem zijn horloge af. We moeten er van halen wat we kunnen.quot;

Nog was echter de ketting niet losgemaakt of ze hoorden voetstappen naderen.

„Gauw achter de schutting. We hebben zijn kleeren nog niet half doorzocht. Wat, wou je \'t er nou al bij laten? Als je \'t niet doet.....quot;

De man met het pistool maakte een dreigend gebaar en zijn kameraad sleepte den Bisschop den weg over en duwde hem door een nauwe opening in de schutting. Toen bleven ze alle drie verborgen in de schaduw totdat de voetstappen zich verwijderd hadden.

-ocr page 322-

306

.,Heb je nou zquot;n horloge al?quot; vroeg de man met, het pistool.

„Nee, de ketting zit ergens vast.quot; En de ander begon weer vreeselijk te vloeken.

„Maar trek hem dan kapot.quot;

„Nee, maak hem niet stuk,quot; zei de Bisschop, \'t Waren de eerste woorden die over zijn lippen kwamen. „De ketting is een cadeau van een van mijn heste vrienden. Het zou me spijten als hij brak.quot;

Toon hij den klank hoorde van \'s Bisschops stem ontstelde de man met liet pistool zoo hevig alsof\' hij plotseling door een schot uit zijn eigen wapen getroffen was. Met een vlugge beweging van de hand die hij nog vrij had draaide hij het hoofd van den Bisschop naar het beetje licht dat van den straatweg scheen, hij was oen stap dichterbij gekomen en zei ruw tot zijn makker die blijkbaar hoogst verbaasd was:

„Laat het horloge maar zitten. We hebben \'t geld. Dat is genoeg.quot;

„Genoeg ? Vijftig cents! Je moet niet denken dat ik....quot;

Voor de man met het stuk hout nog iets kon zeggen zag hij den loop van het pistool van den Bisschop afgewend en op zijn eigen hoofd gericht.

„Laat het horloge zitten zeg ik je. En geef het geld ook terug, \'t Is de Bisschop dien we hebben aangehouden. De Bisschop, hoor je?quot;

„En wat zou dat? De President van de Vereenigde Staten zou niet te goed zijn om aangehouden te worden. als.....quot;

-ocr page 323-

307

„Ik zeg nog eens; geef het geld terug, of ik jaag jo een kogel cloor den kop,quot; zei de ander.

Een oogenblik scheen de straatroover te aarzelen bij deze vreemde verandering van toestanden, alsof hij de bedoeling van zijn kameraad wou doorgronden. Daarop liet hij haastig het geld weer in den zak van den Bisschop glijden.

.,U behoeft uw handen niet meer omhoog te honden mijnheer.quot; De man liet zijn wapen langzaam zakken terwijl hij steeds zijn makker in \'t oog hield, en sprak op ruwen maar toch beleefden toon. De Bisschop liet de armen langs de zijden vallen en keek beide mannen ernstig aan. In hot schemerlicht was bet moeilijk gelaatstrekken te onderscheiden. Blijkbaar was hij nu vrij om zijn weg te vervolgen, maar hij bleef staan en maakte geen enkele beweging.

,, U kunt gaan. Waf ons betreft behoeft u niet langer te blijven.quot; De man, die telkens het woord had gedaan, keerde zich om en ging op een steen zitten. De ander stond van nijd met zijn stuk hout den grond om te woelen.

„Ja maar, nou wou ik juist nog wat blijven,quot; hernam de Bisschop en hij zette zich op een plank, die schuins tegen de schutting stond.

„Je schijnt van ons gezelschap gediend te wezen. Doorgaans gaat het zoo gemakkelijk niet om van ons af te komen,quot; zei de man die nog was blijven staan met een ruwen lach.

„Houd op,quot; riep de ander, „\'t Is wel zeker dat wij

-ocr page 324-

SOS

op den weg zijn naar de hel. We hebben beter gezelschap noodig dan onszelf en den duivel.1\'

„Als je mij maar wondt toestaan je te helpen . . .quot; Du Bisschop sprak op zachten, liefdevollen toon terwijl de man op den steen hem door do duisternis heen in \'t gelaat trachtte te zien. Na een oogeublik van stilte vroeg li ij aarzelend, als iemand die er toe komt iets te zeggen dat hij eerst had willen verzwijgen:

„Herinnert ge u nog, mij vroeger wel meer gezien te hebben?quot;

„Neen,quot; zei de Bisschop, „liet is te donker, ik heb je nog niet eens goed kunnen opnemen.quot;

„Kent u me nu dan?quot; De man zette plotseling zijn hoed af, stond op van den steen en plaatste zich vlak voor den Bisschop zoodat ze elkaar bijna aanraakten.

De man had koolzwart haar, behalve op zijn kruin waar een witte plek was ter grootte van de palm eener hand.

Toen de Bisschop dat zag, ontstelde hij. Herinneringen van vele jaren geleden doemden in hem op. De man kwam hem te hulp.

„Weet u nog dat ongeveer vijftien jaar geleden, in \'81 of \'82, iemand bij u aan huis kwam en u een geschiedenis vertelde van zijn vrouw en kind die waren omgekomen bij een brand te New-York?quot;

„Ja, nu herinner ik het mij,quot; zei de Bisschop. De andere man scheen er belang in te gaan stellen, ten

O O \'

minste hij lei zijn stuk hout neer en bleef stil staan luisteren.

-ocr page 325-

309

„Weet u ook nog dat u mij dien nacht in uw eigen huis liet slapen en den ganschen volgenden dag besteedde om werk voor mij te zoeken. Toen het u eindelijk gelukte mij een betrekking als opzichter in een magazijn te bezorgen beloofde ik, omdat u \'tmij vroeg, geen drank meer te zullen gebruiken.quot;

„O ja, nu weet ik het allemaal weer. Ik hoop dat je die belofte gehouden hebt.quot;

„Gehouden? Een week later was ik alweer stomdronken, en sedert dien tijd ben ik blijven drinken. Maar ik heb nog dikwijls aan u gedacht en nooit heb ik vergeten dat u toen met mij gebeden hebt. U weet wel, dien morgen dat ik bij u aan huis was, na het ontbijt, vroeg ii mij met de anderen binnen te komen. Dat maakte indruk op mij. Want mijn moeder was ook gewoon te bidden. Ik zie ze nog, zooals ze voor mijn bed knielde toen ik nog een jongen was. Op een avond dat ze weer bij mijn bed knielde kwam vader thuis en begon haar te schoppen en te slaan. Maar ik zal nooit dat gebed van u, op dien morgen, vergeten. U bad voor mij precies zoo als mijn moeder dat altijd deed, en u scheen er niet aan te denken dat ik er ruw en wreed uitzag en meer dan half dronken was toen ik bij u aanbelde. O, wat heb ik sedert een leven geleid. Den meesten tijd zat ik in de kroeg en dat werd voor mij een hel op aarde. Maar dat gebed bleef me altijd bij. Dg belofte om niet te drinken had ik binnen twee weken al wel duizendmaal gebroken, ik raakte de betrekking die u voor mij opgezocht had weer kwijt

-ocr page 326-

310

on kwam twee dagen later in do gevangenis terecht; maar n en uw gebod kon ik niet vergeten. Ik begrijp niet wat ik er aan had, maar ik denk er nu nog telkens weer aan. Nu weet u, waarom ik u geen kwaad wou doen en liet mijn kameraad niet wou toelaten.quot;

T)e Bisschop verroerde zich niet. De klok van een der kerktorens in den omtrek sloeg één. De man had zijn hoed opgezet en was weer op den steen gaan zitten.

„Hoe lang is het al geleden sedert je zonder werk bent,quot; vroeg do Bisschop en de ander, die tot dusver gezwegen had, antwoordde voor hem en zijn makker.

,,Hot is al meer dan zes maanden dat we geen van beiden iets van beteekenis hebben gedaan, behalve wat men noemt aanranden. En dat behoort niet tot het prettigste werk, vooral niet als we zooals nou iemand te pakken krijgen zonder dat het wat oplevert.quot;

„Maar stel eens dat ik voor jullie beiden werk vond zou je dan je tegenwoordig bedrijf willen opgeven en een nieuw leven beginnen?quot;

„Och, hoe gaat het gewoonlijk?quot; zei de man op den steen gemelijk. „Ik heb al wel honderdmaal mijn leven gebeterd. Maar iederen keer zink ik weer dieper. De duivel hoeft mij al heelemaal in zijn macht. Hot is te laat.quot;

„Neen,quot; zei do Bisschop, „hot is niet te laat.quot;

Nog nooit, zelfs niet als do hoorders verrukt waren over zijn toespraak, had hij een zoo vurige begeerte gehad om zielen te behouden, en lieel den tijd dat dit merkwaardige voorval duurde bad 11ij in stilte: 0 Heer

-ocr page 327-

311

mpem w.t.^h

Jezus doe liet mij gelukken do zielen van deze beide mannen to winnen voor U. Het is mijn innigste begeerte. Doe het om Uws naams wil.quot;

„Neen,quot; herhaalde de Bisschop, ..het is niet to laat. Wat zou Grod van u beiden willen\'? Wat ik graag zou hebben doet or weinig too. Maar Hij verlangt in dit geval juist hetzelfde als ik. (rij beiden zijt voor Hem van onschatbare waarde.quot;

Het merkwaardige geheugen van don Bisschop stolde hem in staat beiden daarna te vermanen op een wijze, zooals onder zulke omstandigheden niemand tor wereld het hem zon kunnen verbeteren. Ondanks de vele drukke jaren die er verloopen waren sedert het tijdstip dat die man bij hem aan huis was geweest, herinnerde hij zich zijn naam.

„Burns,quot; begon hij op een toon waaruit bleek hoezeer hij met ontferming over hen beidon bewogen was, „indien jij en je vriend mot me mee willen gaan naar mijn woning, zal ik een geschikte betrekking voor jullie zoeken zoodat je op eerlijke wijze je brood kunt verdienen. Ik zal vertrouwen in jullie stellen. Jullie zijn betrekkelijk nog jonge mannen. Waarom zou je verre blijven van God? O, hot is van zoo groot belang do liefde van den hemelschen Vader te winnen. Dat ik jullie liefheb beteekent zoo heol veel niet. Maar indien het je helpen kan te voelen dat er nog mensehen zijn die bewogen zijn met je lot, geloof me dan, broeders, als ik je verzeker in den naam van Hem die gekruisigd werd voor onze zonden, dat ik je Helheb

-ocr page 328-

312

en liet mij aan \'t hart gaat als je niet genieten kunt van de heerlijke gave die God ons heeft gegeven in het leven. Kom, weest mannen. Beproeft met Gods hulp een ander leven te beginnen. Niemand behalve Grod en wij drieën behoeft ooit iets te weten van hetgeen hier is voorgevallen. Hij heeft het reeds vei\'geveu. Op het oogenblik dat je naar Hem begint te vragen zul je de waarheid daarvan ondervinden. Kom, we willen er samen, jullie beiden en ik, om strijden. Het is wel oen worsteling waard want er is een eeuwig leven. En het is juist voor de zondaren dat Christus gestorven is. Wat mij betreft, ik zal voor je doen wat ik kan. O God, ontferm U over de zielen van deze beide mannen!quot;

De Bisschop deed nu een gebed dat een voortzetting kon genoemd worden van de vermaning welke h j hun gegeven had en het duurde niet lang of Burns zat met de handen onder het hoofd te snikken. Het scheen alsof de gebeden zijner moeder nu nog hunne uitwerking deden gevoelen en zich vereenigden met de smee-kingen van den Bisschop. Zijn kameraad, die den Bisschop voor het eerst leerde kennen en minder licht bewogen was, stond tegen de schutting geleund. Hij vond hetgeen er gebeurde een vrij dwaze vertooning. Toch kwam hij onder den indruk van liet gebed. Welke kracht des Heiligen Geestes invloed oefende op dit sombere, woeste, ruwe leven zal eerst de Eeuwigheid openbaren. Maar dezelfde bovennatuurlijke Verschijning die Pa ul us ter neer wierp op den weg naar Damaskus,

-ocr page 329-

313

die de Eerste Kerk vervulde op dien morgen toon Henry Maxwell er bij zijne hoorders op aandrong dat ze in Jezus\' voetstappen zouden wandelen, en latei-zijn onweerstaanbare werking deed gevoelen bij de samenkomst in de Nazaretli-kerk, openbaarde zich nu in die gevaarlijke buurt van de groote stad aan de harten dezer beide diepgezonken mannen, wier geweten schijnbaar was toegeschroeid en die de herinnering aan God te eenenmale hadden verloren. Het gebed van den Bisschop scheen de korst te verbreken, die hen jaren lang had omgeven en alle gemeenschap met God had belemmerd. En zelf waren ze geheel verslagen en gebroken van hart.

De Bisschop eindigde zijn gebed en hij kon zich in\'\'t eerst geen rekenschap geven van wat er had plaats gegrepen. Beide mannen natuurlijk nog minder. Burns zat nog altijd op den steen met het hoofd tus-schen de handen. De ander stond nog geleund tegen de schutting en keek den Bisschop aan met een blik waarin allerlei hem tot nu toe vreemde gevoelens: eerbied, berouw, verbazing en vreugde stonden te lezen.

De Bisschop richtte zich op.

„Kom broeders. God is groot van goedertierenheid. Je kunt van nacht in de Kolonie blijven en mijn belofte om je aan werk te helpen hoop ik te vervullen.quot;\'

Zwijgend volgden ze den edelen man. Het was reeds twee uur toen ze de Kolonie bereikten. De Bisschop liet hen binnen en bracht ze in een slaapvertrek. Vóór hij zich verwijderde bleef hij een oogenblik bij de deur

-ocr page 330-

314

staiin. Zijn Iiooge, Here gestalte, met liet bleeke gelaat dat getuigde van uitputting tengevolge van wat hij in de laatste uren liad ondervonden, scheen omgeven van een goddel ijken glans.

„God zegene u, mijn broeders,quot; zeide liij op innigen toon en met dien wenscli liet hij ze alleen.

Den volgenden morgen zag hij er bijna tegen op de mannen te ontmoeten. Maar zoowel hijzelf als zijne beide beschermelingen waren nog geheel onder den indruk van hetgeen \'s nachts was gebeurd. Gretrouw aan zijn belofte zorgde de Bisschop dat ze werk kregen. Do portier van de Kolonie had een helper noodig daar het werk voor hem alleen te veel werd. Als zoodanig werd Burns aangesteld. Voor zijn makker wist do Bisschop een betrekking te krijgen als opzichter in het magazijn van een fabriek op geringen afstand van de Kolonie. En de Heilige Geest werkte aan het hart van deze beide snoode zondaren tot vernieuwing des levens.

Dienzelfdeu middag, nadat Burns \'s morgens was aangesteld als hulpportier, maakte hij de stoep schoon aan den voorkant van de Kolonie. Terwijl hij een oogenblik rustte, ging hij overeind staan en keek om zich heen.

Het eerste waar zijn aandacht op viel was het uithangbord van een bierhuis vlak tegenover hem. Het scheelde niet veel of hij kon er met zijn bezem bij. Aan den overkant van de straat waren twee groote druk bezochte kroegen en even verder nog drie.

-ocr page 331-

315

mKTm w.t.»-

Eensklaps ging de deur van de naaste kroeg open en kwam een man naar buiten. Twee anderen gingen er tegelijkertijd binnen. Een sterke bierlucht kwam Burns die nog altijd op de stoep stond tegemoet.

Den steel van zijn bezem vast omklemmende begon hij weer ijverig to vegen. Met den eenen voet stond hij in \'t portaal en met den anderen op de eerste trede van de stoep. Al vegende kwam hij een trede lager. Ofsclioon bet vriezend weer was stond bet zweet hem op \'t voorhoofd. Nogmaals ging de kroegdeur open en drie of vier mannen kwamen naar buiten. Een kind met een kom in de hand ging er in en verscheen eenige oogenblikken daarna weer op straat met een kwart liter bier. Het meisje liep juist onder hem over het trottoir, zoodat de lucht van het bier hem in den neus kwam. Do tweede trede was klaar, maar hij bleef wanhopig doorvegen. Zijn vingers werden er rood van zoo stijf omklemden zij den bezemsteel.

Plotseling dwong hij zich een trede naar boven te gaan en begon hij te vegen waar hij al geweest was. Met een krachtige poging sleepte hij zich den drempel over zoodat hij weer op den vloer van quot;t portaal stond en ging in een hoek, zoover mogelijk van de kroeg verwijderd, staan vegen.

„0 God,quot; riep bij uit, „kwam de Bisschop maar terug.quot; De Bisschop was uitgegaan met Dr. Bruce en er was niemand in de Kolonie dien hij kende.

Twee of drie minuten bleef hij in dien hoek van \'t portaal staan vegen. Do angst stond hom op het

-ocr page 332-

316

gelaat te lezen. Langzamerhand naderde hij de stoop weer en ging hij tred voor tred naar beneden.quot; Hij keek naar het trottoir en zag dat er nog een trede moest gedaan worden. Dat scheen hem een goede reden toe om do stoep geheel af te gaan en zijn werk af te maken. Eindelijk stond hij op het trottoir en veegde de laatste trede met hot gezicht naar de Kolonie gekeerd en don rug naar de kroeg aan den overkant. Wel tien keer veegde hij die laatste trede. Het zweet stond hem op \'t gelaat en viel in groote druppels op den grond. Al sterker voelde hij zich getrokken naar den kant van de stoep, die het dichtst bij de kroeg was. Thans kon hij het bier en de rum ruiken; het scheen wel alsof hij stond te midden van uit de hel opstijgende sulferdampen en met onweerstaanbare kracht al dichter werd getrokken naar do bron waaruit ze te voorschijn kwamen.

Reeds was hij midden op liet trottoir en nog altijd werkte hij zenuwachtig door. De geheele ruimte voor de Kolonie veegde hij schoon on zelfs do goot kreeg een beurt. Eindelijk stond hij een oogenblik stil en veegde zich met de mouw het zweet van \'t gezicht. Zijn lippen waren bleek en zijn tanden klapperden. Alsot hij door een beroerte getroffen was, zoo beefde hij over al zijn leden en wie niet boter wist zou uit de wijze waarop hij stond te wankelen afgeleid hebben dat hij reeds dronken was.

Nu was hij de kleine met stoenen bestrato ruimte, die hem van de kroeg scheidde, overgestoken en stond

-ocr page 333-

317

m-wm m-j-m,

hij vlak togenover de telkens open en dicht gaande deur. Nogmaals keek hij naar het uithangbord en staarde toen door de ruiten naar binnen, waar hem een groote piramide van bier- en jeneverflesschen in \'t oog viel. Hij likte zich de lippen en deed schuw om zich heen kijkende een stap vooruit. Juist ging do deur weer open en kwam iemand naar buiten. De heete, doordringende geur van den alkohol vervulde de koude buitenlucht en Burns deed nog een stap naaide deur van de kroeg, die zich achter den bezoeker gesloten had. Maar juist toen hij de hand aan den knop van de deur bracht kwam een rijzige gestalte om den hoek van de straat. Het was de Bisschop. Hij greep Burns bij don kraag en trok hem terug op het trottoir. Do ongelukkige man, wien de zucht naar drank had aangegrepen, stootte een vloek uit en sloeg woest om zich heen ten einde zich van den Bisschop los te rukken. Het valt te betwijfelen of bij dadelijk zag wie hem van het verderf wilde terughouden. Misschien zonder te weten wat hij deed trof hij den Bisschop in het gelaat, zoodat deze een diepe wond kreeg.

De Bisschop zeicle niets. Toch was het hem aan te zien hoeveel droefheid hem dit alles veroorzaakte. Hij nam Burns mee alsof hij een kind was en droeg hem bijna de stoep op en de Kolonie binnen. Na hem in de vestibule te hebben neergezet sloot hij de deur en ging er met den rug tegen staan.

Burns viel op de knieën, snikkende en biddende. De Bisschop hijgde van inspanning ofschoon Burns

-ocr page 334-

B18

niet zwaar gehouwd was un het iemand als de Bisschop niet moeilijk kon vallen hem te dragen.

.,Bicl, Burns. Bid zooals je nog nooit gebeden hebt. Dat is voor jou het eenige middel tot behoud,quot; zei de Bisschop, die met een onuitsprekelijk medelijden vervuld was.

„O God! Bid met mij. Red mij. O, verlos mij van de macht der hel,quot; riep Burns uit. En de Bisschop knielde bij hem in de vestibule en bad zooals alleen hij dat kon.

Daarna stonden zij op en nam hij Burns mee naar zijn kamer. Zoo deemoedig als een kind, kwam de beklacenswaardige man daar dien avond uit. En de

O O

Bisschop, geleerd ook door deze ervaring, ging voortaan zijn weg, dragende de merkteekenen van den Heer Jezus in zijn lichaam. Inderdaad was het hem iets duidelijker geworden wat het zeggen wil in Zijn. voetstappen te wandelen.

Maar de kroeg! Die stond daar nog steeds en zoowel deze als alle andere die zich verderop in de straat bevonden waren zoovele valstrikken voor Burns. Hoe lang zou hij in staat zijn weerstand te bieden aan den geur van dat verwenschte vocht?

De Bisschop verliet het portaal. In de gehoele stad scheen de lucht doortrokken met den reuk van alcohol. ,,Hoe lang, o God, hoe lang?quot; was het voortdurend gebed van den edelen man.

Ook Dr. Bruce kwam naar buiten. Beide vrienden spraken over Burns en de verleiding waaraan hij blootstond.

-ocr page 335-

319

„Heb je er wel eens naar gevraagd wie de eigenaar is van die kroeg vlak naast ons?quot; vroeg rle Bisschop.

„Neen, claar heb ik nog geen tijd voor kunnen vinden. Maar indien je denkt dat liet de moeite waard is, wil ik er wel eens onderzoek naar doen. Maar Edward, wat vermogen wij tegen de kroegen in deze groote stad? Ze zijn oven vast geworteld als de Kerk of\' de Staat. Wie zal er ons van bevrijden?quot;

rDat zal God doen op Zijn tijd, evenals Hij de slavernij heeft doen ophouden,quot; hernam de Bisschop ernstig. ..Toch kan het voor ons van belang zijn te weten wien die kroeg aangaat, zoo dicht bij de Kolonie.quot;

„Ik zal hot wol te weten komen,quot; zei Dr. Bruce.

Twee dagen later liep hij het kantoor binnen bij oen der leden van do Nazaroth-kerk on gai\' zijn wensch to kennen hom een. oogenblikje te mogen spreken. Hartelijk werd hij door dit lid van zijn vroegere gemeente ontvangen. Deze noodigde hem uit in zijn kamer te komen en verklaarde dat hij gaarne zooveel tijd beschikbaar zou stollen als noodig was.

„De reden van mijn komst is dat ik eens met u wou praten over het gebouw, vlak naast de Kolonie, waar zooals u bekend is de Bisschop en ik tegenwoordig wonen. Ik ben van plan rondweg te zeggen wat ik op \'t hart heb. Het leven is te kort en te ernstig voor ons beiden om zoo dwaas te zijn in dit opzicht eenige aarzeling aan den dag te leggen. quot;Waarde heer Clayton gelooft u dat het lt;roed is dat huis te verhuren aan

O O

iemand die er een kroeg in houdt?quot;

-ocr page 336-

320

De vraag vau Dr. Bruce ging, zooals ook zijn bedoeling was, recht op den man af en had een oogen-blikkelijke uitwerking op zijn oud gemeentelid.

Het bloed steeg Mr. Clayton, type van een handelsman als hij was, naar het gelaat. Spoedig daarop werd bij bleek, liet het hoofd rusten in beide handen en tot groote verbazing van Dr. Bruce stonden hem toen hij weer opkeek de tranen in de oogen.

„Dominee, weet u dat ik dien morgen evenals de anderen die belofte heb gedaan?quot;

„Ja, dat herinner ik mij.quot;

„Maar u kunt niet weten hoeveel ellende ik mij daardoor op den hals heb gehaald. Het gebouw, waarin die kroeg is gevestigd, was het middel waarmede ik door den duivel in verzoeking werd gebracht. Het is de beste geldbelegging die ik op het oogenblik heb. Toen u bier binnen kwam, was het nog maar enkele minuten geleden dat ik gekweld werd door zelfverwijt bij de gedachte door een luttel aardsch. gewin mij er toe te laten brengen Jezus Christus te verloochenen, dien ik beloofd had te zullen volgen. Ik ben mij bewust dat Hij nooit Zijn eigendom zou verhuren aan iemand die er zulk een gebruik van maakte en het is niet noodig dat u daarover meer een woord zegt.quot; Clayton stak de hand uit en Dr. Bruce schudde die hartelijk. Eenige oogenblikken later verliet hij Mr. Clayton. Maar het duurde nog een geruimen tijd eer hij leerde inzien hoe zwaar de strijd was, dien Clayton had doorgemaakt. Het was slechts een onkel feit uit de geschiedenis van

-ocr page 337-

321

hetgeen er gebeurde in de Nazareth-kerk sedert dien raerkwaardigen morgen, dat de Heilige Geest het Amen had uitgesproken op de belofte die zoovelen hadden afgelegd. Zelfs de Bisschop en Dr. Bruce, die zoo vaak getuigen waren van veler pogingen om Gods wil te volbrengen, wisten niet dat de Heilige Geest op heel de zondige stad met vurig verlangen nederzag, wachtende dat de geloovigen zouden gehoor geven aan de roepstem om zichzelf ten ofter te brengen, en reeds bezig was harten die langen tijd ongevoelig en koud waren gebleven te verteederen, te maken dat menschen die alleen leefden om geld te verdienen of hun zaak te bevoordeelen zich onbevredigd gevoelden dat ze zoo geheel opgingen in dien strijd om meerdere welvaart en door geheel de Kerk een beweging te veroorzaken zooals nooit te voren was waargenomen. Gedurende den korten tijd van hun verblijf in do Kolonie hadden de Bisschop en Dr. Bruce reeds vreemde dingen zien gebeuren. En spoedig zouden ze er nog grootere zien: verbazingwekkende openbaringen van de kracht des Heiligen Geestes, zooals ze niet hadden kunnen denken dat in deze tegenwoordige bedoeling mogelijk was.

Nog geen maand later was de kroeg naast de Kolonie reeds gesloten. Het huurcontract van den kroeghouder was afgeloopen en Clayton weigerde niet alleen zijn pand langer aan den brandewijnverkooper te verhuren, maar bood zelfs den Bisschop en Dr. Bruce aan de voormalige kroeg te gebruiken voor hun arbeid, die zich zoo had uitgebreid dat hun gebouw niet groot

21

-ocr page 338-

322

lt;

^GiioG0* meer Wcxs om li uil plciniien tot liet beoefenen dei verschillende talvken van nijverlieid te verwezenlijken.

Een van de gewichtigste daarvan was het plan, aan-o-eo-even door Felicia, n.l. om een inrichting te openen voor liot beréitlen van zuiver voedsel. Bmnen een maand nadat Clayton zijn eigendom had overgedragen aan het bestuur der Kolonie, was Felicia in hetzeltde vertrek Wiiar zoovele zielen in liet verder! waren gestoit leeds gevestigd als hoofd van een afdeeling waar niet alleen allerlei spijzen werden bereid, maar ook meisjes, die wilden gaan dienen, onderricht ontvingen in alles wat daarbij te pas kwam. Zo hield nu verblijf in de Kolonie en vond een tehuis bij Mevrouw Bruce en de andere jonge dames uit de stad die daar vertoefden. Martha, de violiste, bleef op lt;le plaats waar de Bisschop de beide meisjes het eerst had aangetrotTen en kwam op bepaalde avonden naar de Kolonie om muzieklessen te geven.

„Felicia, vertel ons nu eens alles wat je van plan bent,quot; zei de Bisschop op een avond toen hij in een der zeldzaam voorkomende oogeublikken dat het werk hem rust gunde, met T)r. Bruce en F elicia thuiskwam.

..Ik heb reeds lang nagedacht over het dienstboden-vraagstuk,quot; gaf Felicia ten antwoord, en Mevr. Bruce moest glimlachen bij de gedachte lioezeer dat schoone levenslustige jonge meisje was veranderd door de belofte die ze had afgelegd. „En ik heb te dien opzichte eon overtuiging gekregen, die heeren misschien niet zullen kunnen doorgronden. Maar Mevrouw Bruce zal mij kunnen verstaan.quot;

-ocr page 339-

323

„We erkennen graag dat we iu dit opzicht geen recht van spreken hebben.quot; hernam de Bisschop nederig. .,Maar ga voort, Felicia.quot;

„Dan wil ik een voorstel doen. Het gebouw hiernaast is groot genoeg om in een stel kamers een gewoon huishouden in te richten. Nu zou ik willen dat Ave daartoe konden besluiten en op die wijze in de gelegenheid kwamen meisjes, die later willen gaan dienen, een goede opleiding te geven. Daarvoor zou een cursus van zes maanden voldoende zijn. In dien tijd zie ik kans meisjes met een goeden aanleg en van goeden wil liet koken te leeren en ze aan zindelijkheid en vlugheid te gewennen.quot;

„Houd op, Felicia,quot; viel de Bisschop haar in de rede. „We leven niet in een eeuw van wonderen.quot;

„Ik weet wel,quot; hernam Felicia, „dat dit een onmogelijkheid schijnt, maar ik wil het beproeven. Ik weet reeds verscheidene meisjes die aan den cursus willen deelnemen en indien het ons gelukt hen er toe te brengen dat ze elkander liefhebben en voor elkaar in de bres springen, ben ik zeker dat ze daar veel nut van zullen hebben. Ik heb al gehoord dat het voedsel zooals wij het bereiden in vele gezinnen een heele verandering heeft te weeg gebracht.quot;

„Felicia, al kun je ook maar de helft van hetgeen je je voorstelt volbrengen, dan zou het toch reeds een zegen zijn voor de maatschappij,quot; zei Mevrouw Bruce. „Ik zie nog wel niet in, hoe je het ten uitvoer zult kunnen brengen, maar ik hoop dat God je pogingen zal zegenen.quot;

-ocr page 340-

324

„Dat hopen we allen!quot; riepen Dr. Bruce en de Bisschop. Felicia begon met geestdrift aan de uitwerking van haar plan en werd bij den dag bruikbaarder en practischer.

Het moet gezegd worden dat Felicia\'s plan boven alle verwachting slaagde. Ze ontwikkelde oen bewonderenswaardige volharding en leerde de meisjes met verbazende snelheid allerlei, huiswerk verrichten. Het duurde niet lang of dienstboden die een bewijs konden toonen dat ze de school van Felicia met goed gevolg hadden bezocht, waren in de geheele stad gewild. Maar we loopen op ons verhaal vooruit. De geschiedenis dei-Kolonie is nog niet beschreven geworden. Als het daartoe komt zal het blijken dat Felicia er een belangrijk aandeel in heeft gehad.

In het hartje van den winter vertoonde Chicago evenals iedere groote stad aan de Christenen het scherpe contrast tusschen rijkdom en armoede, tusschen ontwikkeling, beschaving, weelde en gemak aan de eene zijde en onwetendheid verdorvenheid, gebrek en een bitteren strijd om het bestaan aan de andere. Het was een strenge winter, maar tegelijk een vroolijke winter. Nooit was er zulk een reeks van partijen, recepties, bals, diners, feestmalen en vermakelijkheden gegeven. Nooit was er zulk een talrijk en aanzienlijk publiek m de opera en in den schouwburg geweest. Nooit was er zooveel pracht ten toon gespreid in juweelen, toiletten en equipages. En daartegenover: nooit was er zooveel gebrek geleden, nooit was het lijden zoo wreed, zoo smartelijk,

-ocr page 341-

325

zoo moorddadig geweest. Nooit was de wind die over liet meer kwam strijken en door de dunne wanden blies van de woningen in de buurt der Kolonie, zoo verstijvend geweest. Nooit was de belioefte aan voedsel en brandstof en kleeren zoo dringend. lederen nacht gingen de Bisschop en Dr. Bruce met hun helpers uit om mannen, vrouwen en kinderen die allerlei ontberingen te verduren hadden hulp te verleenen. Ongeloofelijke hoeveelheden voedsel en kleeding en groote sommen gelds werden door de kerken, de instellingen van liefdadigheid, de burgerlijke overheid en de philanthropische vereenigingen geschonken tot leniging van den nood. Maar waar bleven de geloovigen die het bevel des Meesters wilden gehoorzamen en lijden met de lijdenden, die zich zelf wilden geven bij hun gaven ten einde deze tot waarde te brengen door ze op het rechte oogenblik uit te reiken? De Bisschop werd soms moedeloos als hij daaraan dacht. G-eld. ja, dat wilden velen nog wel afstaan, maar zich zelf te geven, daar dacht men niet eens aan. En het geld dat ze gaven kostte hun niet de minste wezenlijke opoffering omdat ze het gemis er van niet gevoelden. Ze gaven wat ze het gemakkelijkst geven konden, wat hun de minste schade berokkende. AVas er wel één voorbeeld van zelfopoffering aan te wijzen\'? Bestond daarin nu het wandelen in de voetstappen van Jezus? Was dat nu het Lam volgen waar het ook heengaat? Hij was geweest bij vele bemiddelde aristocratische leden van zijn eigen genootschap en was verslagen toen hij bemerkte hoe weinige

-ocr page 342-

326

mannen en vrouwen zich quot;werkelijk iets wilden ontzeggen ter wille van de lijdende menschlieid. Is het liefdadigheid als meneenige afgedragen klGedingstukken geeft? Of een biljet van tien dollars aan een betaalden collectant? Zullen de mannen er ooit toe kunnen besluiten zelf hun gift te gaan brengen aan wie hulp noodig heeft? Zullen de vrouwen er ooit toe komen zich zelf te verloochenen, recepties, partijtjes en muziekavondjes op te geven ten einde in aanraking te komen met de snoode, zondige, lijdende bevolking van de groote stad, waar zijn bisschoppelijke zetel was gevestigd? Mag men uit sleur en gemakzucht de liefdadigheid beoefenen door tusschenkomst van vereenigingen? Kan men van liefde spreken, als de arbeid aan anderen wordt overgelaten zoodra er iets onaangenaams aan verbonden is?

Dat alles vroeg de Bisschop zich af toen hij gedurende dien strengen winter steeds meer in aanraking kwam met de zonde en de ellende. Met vreugde droeg hij zijn kruis. Maar hij gloeide van verontwaardiging over zoovelen, die de persoonlijke overgave van zich afschoven en al den last daarvan op weinige getrouwen lieten neerkomen. En toch werkte de Heilige Geest onmerkbaar, maar met onweerstaanbare kracht in geheel de kerk, zelfs in de aristocratische, deftige, gemakzuchtige leden die evenzeer schuwden het maatschappelijk vraagstuk onder de oogen te zien als ze iemand zouden mijden die aan een besmettelijke ziekte lijdt.

De Bisschop en allen die hem terzijde stonden bij

-ocr page 343-

1327

pgHWrfplpJI

den arbeid in do Kolonie kwamen op zekeren morgen op ontzettende quot;wijze onder den indruk daarvan. Misschien bleek dien winter uit geen enkel feit zoo duidelijk hoeveel kracht er reeds was uitgegaan van de beweging in de Nazareth-kerk en van de wijze waarop Dr. Bruce en de Bisschop liun belofte naleefden om to handelen zooals Jezus zon doen.

Aan het ontbijt hadden allen die in de Kolonie verblijf hielden een oogenblik gelegenheid om met elkander te praten. Hot was oen uur van ontspanning. Er werden heel wat geestige zetten gedaan, snedige antwoorden gegeven en vroolijke grappen verkocht. En bij dat alles werd geen enkele wanklank vernomen. Do Bisschop kon dan interessant vertellen en Dr. Bruce bracht menige anecdote op hot tapijt. Allen gaven blijk niet misdeeld te zijn mot gezonden humor ondanks de zorgen on moeilijkheden waarmede ze voortdurend omringd waren. De Bisschop maakte meermalen de opmerking dat liet vermogen om te schertsen even goed een gave Grods was als iedere andere, en wat hem persoonlijk aanging was het de eenige veiligheidsklep die hij had om niet te bezwijken onder den druk.

Dezen morgen las de Bisschop ten genoegen van de anderen enkele gedeelten voor uit een ochtendblad. Plotseling hield hij op. Zijn gelaat teekende ernst en droefheid. Allen keken op en de oen vermaande don ander tot stilte.

..Doodolijk gewond terwijl hij een klomp steenkool van oeu wagen stal. Zijn gezin verkleumd van kou

-ocr page 344-

328

en hij reeds sedert een half jaar zonder werk. Zijn zes kinderen en zijn vrouw opeengehoopt in een hut aan den Westkant. Een der kinderen in lompen gehuld in een kast!quot;

Dat was het opschrift. De Bisschop las het langzaam. Daarna ging hij voort en las al de bijzonderheden van het ongeval en het bezoek van den verslaggever der courant aan de woning waarin het gezin was gehuisvest.

Toen de Bisschop het geheele bericht had gelezen heerschte er een diepe stilte. Dit treurige stukje werkelijkheid had alle scherts verdreven. Rondom de Kolonie klonk het getier en geraas van de groote stad. De ontzaglijke stroom des menschelijken levens vloeide er voorbij en zij die werk hadden werden meegevoerd in den roes der bedrijvigheid. Maar midden in dien stroom waren duizenden die zich vastklemden aan den laatsten stroohalm, letterlijk omkomende te midden van den overvloed wijl het voorrecht om zwaren arbeid te verrichten hun was ontzegd.

Er werden verschillende opmerkingen gemaakt door de bewoners der Kolonie. Een hunner, een jonge man die er pas was gekomen en opgeleid werd voor predikant, zei: „Waarom wendde die man zich niet tot een der liefdadigheidsgenootschappen om hulp? Of tot de burgerlijke overheid? Het is onmogelijk, zelfs in het ergste geval, dat men in een stad waarin zoovele Christenen wonen iemand willens en wetens gebrek zou laten lijden aan voedsel of brandstof.quot;

„Neen, dat geloof ik ook niet,quot; hernam Dr. Bruce.

-ocr page 345-

329

M\'.pwm\'i\'m

„Maar Ave weten niet alles wat er met rtien man is voorgevallen. Misschien had hij al zoo dikwijls om hulp gevraagd, dat hij ten slotte in een oogenblik van wanhoop besloot zich zelf te helpen. Zulke gevallen zijn mij dezen winter meer ter oore gekomen.quot;

„Maar dat is in dit geval het ergste niet,quot; meende de Bisschop. „Het verschrikkelijkste is dat die man in volle zes maanden geen werk had kunnen vinden.quot;

„Waarom gaan zulke menschen niet naar het platteland en beproeven daar aan den gang te komen?quot; vroeg de student in de theologie.

Een der aanwezigen, die zich op de hoogte gesteld had van de gelegenheden en de kansen om op het platteland werk te krijgen, gaf op die vraag een antwoord. Bij onderzoek was hem gebleken dat de mogelijkheid om vast werk te bekomen op het platteland zeer gering was en dan nog in bijna alle gevallen ongehuwde mannen de voorkeur hadden. En bovendien, veronderstel dat iemands vrouw en kinderen ziek zijn. Hoe kan hij er dan komen? Waar zal hij de geringe som gelds vandaan halen om zijn weinige huisraad vervoerd te krijgen? Er zijn duizend redenen waarom zoo\'n man niet naar een andere plaats gaat.

„En zitten die arme vrouw en haar kinderen daar nu hulpeloos?quot; vroeg Mevrouw Bruce. „Hoe vreeselijk! Waar was het ook weer zei u?quot;

De Bisschop nam het nieuwsblad weer ter hand.

„He, het is maar drie blokken woningen hier vandaan. quot;t Is in een der huizen van Penrose. Als ik

-ocr page 346-

330

quot;t wel heb, bezit Penrose bijna de helft van al de huizen in dat blok. \'t Zijn mee van de slechtste woningen hier in den omtrek. En Penrose is nog wel lid der kerk.quot;

..Ja. hij behoort tot de Xazareth-kerk,quot; antwoordde Dr. Bruce op een ontmoedigden toon.

Met een gelaat dat gloeide van heilige verontwaardiging stond de Bisschop van tafel op. Zijn mond opende zich reeds om iets te zeggen dat zelden van hem werd vernomen, een scherpe aanklacht misschien, toen er aan de bol werd getrokken en een der kolonisten naar do deur ging om te zien wat er was.

..Zeg aan Dr. Bruce en aan den Bisschop dat ik hen spreken wou. Mijn naam is Penrose, Clarence Penrose. Dr. Bruce kent mij wel.quot;

Allen die aan de ontbijttafel zaten hoorden ieder dezer woorden. De Bisschop wisselde een beteekenis-vullen blik met Dr. Bruce en beiden verlieten terstond hun plaats en begaven zich naar de vestibule.

„Kom binnen, Penrose,quot; riep Dr. Bruce en leidde met den Bisschop den bezoeker naar de spreekkamer. Ze sloten de deur en waren alleen.

Clarence Penrose was een van de chicste lui in Chicago., Hij behoorde tot een der aanzienlijkste families, die veel geld had en welker leden altijd sen goede positie in de maatschappij hadden. Hij bezat veel onroerende goederen in de stad en was van der jeugd aan lid gew7eest van Dr. Bruce s gemeente.

Met een ontstelden blik zag deze man den Bisschop

-ocr page 347-

331

en zijn vroegeren 1 eeraar aan en geheel zijn houding toonde dat hij onder den indruk was van een buitengewone ervaring. Zijn gelaat was doodsbleek en zijn lippen trilden toen hij begon te spreken. Wanneer had Clarence Penrose ooit zoo toegegeven aan zulk een vreemde gemoedsaandoening ?

„Die zaak met dien man! U begx\'ijpt me wel. U hebt het zeker al gelezen. Het gezin woonde in een van mijn huizen. 0, het is verschrikkelijk. Maar dat is niet de voornaamste reden van mijn komst.1\'

Penrose begon te stotteren en zag de beide mannen tegenover hem angstig aan. De Bisschop keek ernstig. Hij kon het niet helpen dat zich een onaangenaam gevoel van hem meester maakte bij de gedachte, hoeveel deze elegant gekleede man met al zijn ledigen tijd had kunnen doen tot verzachting van de ellende die in zijn eigen huizen heerschte. Misschien had hij die ongelukkige geschiedenis kunnen voorkomen indien hij eenige van zijn persoonlijke gemakken had willen opgeven en iets van zijn weelde had willen afstaan om de toestanden te verbeteren onder hen, die zijn woningen hadden gehuurd.

Penrose wendde zich tot Dr. Bruce.

„Dominee!quot; riep hij uit met een bijna kinderlijke uitdrukking van vrees in zijn stem, „ik kwam u vertellen welk een buitengewone ervaring ik heb gehad, zoo buitengewoon dat er geen natuurlijke verklaring van mogelijk is. U herinnert u, dat ik behoorde onder degenen, die de belofte deden altijd te vragen wat

-ocr page 348-

332

Jezus zou doen en daarnaar te handelen. Op dat oogenblik meende ik, dwaas die ik was, dat ik reeds lang deed wat een Christen betaamt. Ik gaf van mijn overvloed milde bijdragen aan de kerk en voor allerlei liefdadige doeleinden. Maar nooit gaf ik mij zelf, nooit behoefde ik er mij iets voor te ontzeggen. Sedert ik die belofte deed heb ik geleefd in een ware hel van tegenstrijdigheden. Mijn dochtertje Diana legde zooals u weet tegelijk met mij ook die belofte af. Onlangs nu deed ze mij allerlei vragen naar de arme menschen, waar ze woonden enz. Ik was wel verplicht haar antwoord te geven. Gisteren avond vroeg ze mij iets dat me pijnlijk aandeed n.1. of ik ook huizen bezat waarin zulke arme menschen woonden en of die woningen even prettig en warm waren als de onze. U west wel hoe een kind dergelijke vragen doen kan. Toen ik naar bed ging werd ik gekweld door mijn geweten en ik ben me nu bewust dat Grod zelf daardoor tot mij sprak. Aan slapen was geen denken. Het was mij alsof de oordeelsdag was aangebroken en ik geplaatst was tegenover den Rechter van levenden en van dooden. Mij werd gevraagd rekenschap te geven van hetgeen ik in mijn leven gedaan had: hoevele zondaren ik had bezocht in de gevangenis, wat ik gedaan had met de mij toevertrouwde schatten, en met die woningen waarin de menschen \'s winters bevroren en \'s zomers verstikten, of ik me ooit met die menschen bemoeid had, behalve om de huur te ontvangen. Ik moest zeggen of ik gedeeld had in hun lijden en mijn

-ocr page 349-

B83

belofte had gehouden, welk gebruik ik gemaakt had van het geld, de ontwikkeling en den maatschappelijken invloed dien ik bezat, of ik dat alles besteed had ten zegen van de menschheid, om smarten te lenigen, vreugde te bereiden aan de bedroefden en hoop aan de vertwijfelden. Ik had zooveel ontvangen en moest vertellen hoeveel ik had gegeven.

Dat alles doorleefde ik wakende, in een visioen even duidelijk waarneembaar als ik u beiden en mij zelf op het oogenblik zie. Ik was niet in staat het slot van het visioen waar te nemen. Ik had een vaag beeld voor oogen van den lijdenden Christus, die dreigend den vinger tegen mij ophief. Het overige was onzichtbaar door mist en duisternis. Ik heb in geen vier en twintig uur geslapen. Het eerste wat ik dezen morgen zag was het bericht van het ongeluk met den kolenwagen. Ik las het met een gevoel van afgrijzen, dat ik nog met van mij heb kunnen zetten. Ik ben een misdadig schepsel voor God.quot;

Penrose zweeg. De beide mannen zagen hem diep ernstig aan. Het was de kracht des Heiligen Geestes, waard. jr deze elegante, beschaafde, tot nu toe zelf-genoegz^.uc jonge man was aangegrepen. Hij behoorde tot de klasse der maatschappij, die gewoon was kalm haar weg te gaan, onbewust van al de ellende in een groote stad en onbekend met wat het zeggen wil te lijden voor de zaak des Heeren.

De tegenwoordigheid des Geestes was in het vertrek waarneembaar, evenals het geval was geweest in de

-ocr page 350-

334

kerk van Henry Maxwell en in die van Dr. Bruce. De Bisschop legde de hand op Penrose\'s schouder en zei; „Mijn broeder, Grod is u zeer nabij geweest. Laat ons Hem danken.quot;

„Ja, ja,quot; snikte Penrose en ging terwijl hij het gelaat met de handen bedekte op een stoel zitten. De Bisschop bad. Daarna vroeg Penrose kalm: „Wilt u met mij meegaan naar dat huis ?quot;

Tot antwoord trokken beiden. Dr. Bruce en de Bisschop, hun overjassen aan en begaven zich met hem naar de woning waar het gezin van den onge-lukkisren man e:eh\',iisvest was. Dit was voor Clarence

O O

Penrose het begin van een nieuw, een ander leven. Van hot oogenblik af waarop hij dat armzalige krot vair een huis binnenging en voor het eerst in zijn leven getuige Avas van een wanhoop en een lijden waarvan hij wel eens gelezen had maar waarmede hij nooit persoonlijk in aanraking was gekomen, begon hij een nieuw leven. Het zou een nieuwe lange geschiedenis worden om mee te deelen hoe hij, in gehoorzaamheid aan zijn belofte, met de woningen die hij bezat begon te handelen zooals hij wist dat Jezus doen zou. Wat zou Jezus doen indien Hij in Chicago of een der andere groote steden gebouwde eigendommen bezat? Ieder, die zich een eerlijk antwoord kan voorstellen op deze vraag, kan gemakkelijk vertellen wat Clarence Penrose begon te doen.

Voordat de winter op zijn strengst was gebeurden er verscheidene dingen in de stad met betrekking tot

-ocr page 351-

het leven der personen die in dit verhaal voorkomen en beloofd hadden te wandelen in de voetstappen van Jezus.

Door een merkwaardige samenloop van omstandigheden, haast te merkwaardig om natuurlijk te schijnen, gebeurde het op een namiddag, toen Felicia de Kolonie verliet met een mand levensmiddelen, die ze naar een bakker zou brengen als een proeve van haar wijze van bereiden, dat Stephen Clyde de deur van de timmermanswerkplaats opende en naar buiten kwam juist op het oogenbhk dat Felicia het trottoir bereikte.

„Laat mij uw mandje dragen als \'t u blieft,quot; zei Stephen.

„Wat ben je beleefd met je „als \'t u blieftquot;,quot; zei Felicia terwijl ze hem haar mandje overreikte.

„Ik zou wel graag wat anders zeggen,quot; hernam Stephen haar bedeesd aanziende en tocli met een moed waar hij zelf van schrikte. Sedert liet oogenblik dat hij Felicia hier het eerst had ontmoet was zijn liefde voor haar steeds toegenomen en vooral sedert zo op dien bewusten morgen met den Bisschop in zijn werkplaats was geweest. Gedurende de laatste weken hadden ze elkander verscheidene keeren gezien en gesproken.

„Zoo, wat dan?quot; vroeg Felicia zonder erg. En daarmee liep ze in de val.

„Wel.. zei Stephen, terwijl hij zijn fraai, edel gelaat geheel naar haar toekeerde en haar in de oogen zag met een blik alsof hij het beste van alle dingen op de wereld begeerde te bezitten, — „wel, ik zou

-ocr page 352-

83«

graag zeggen: laat mij je mandje dragen, lieve Felicia.quot;

Nog nooit was Felicia zoo schoon geweest als op dat oogenblik. Ze liep eenige oogenblikken door zonder hem aan te zien. Ze was zich bewust dat ze reeds vroeger haar hart aan Stephen had gegeven. Eindelijk keerde zij zich om en zei bedeesd, terwijl ze een hooge kleur kreeg en hem teeder aanzag: ..Waarom zeg je dat dan niet?quot;\'

..Mag ik?quot; riep Stephen uit, en hij dacht een oogenblik zoo weinig aan het mandje dat Felicia uitriep: ,.Ja, maar pas op, laat mijn spulletjes er niet uitvallen.quot;

„Ik zou voor niets ter wereld iets zoo kostbaars willen laten vallen, lieve Felicia,quot; zei Stephen en wandelde met een vroolijk hart langs verscheidene b.okken woningen met haar mee. Wat er tusschen die twee verder werd verhandeld moet een geheim blijven. Alleen dit mag gezegd worden, omdat het deel uitmaakt van ons verhaal, dat het mandje dien dag zijn bestemming niet bereikte. Dienzelfden avond, \'t was al laat geworden, liep de Bisschop rustig te wandelen op een eenzame plaats, tamelijk ver van de Kolonie verwijderd. Op eens hoorde hij een bekende szem zeggen: .,Maar vertel me eens Felicia, wanneer heb je voor \'t eerst gevoeld dat je mij liefhadt?quot;

„Onze liefdesgeschiedenis begint met een kleine krul van vurenhout vlak boven je oor, op dien middag toen ik je ontmoette in de werkplaats,quot; zei een andere, even bekende stem en lachte daarbij zoo helder, zoo rein.

-ocr page 353-

337

zoo innig, dat het ieder die het gehoord had goed zou gedaan hebben.

Het volgende oogenblik kwam de Bisschop den hoek om en stond voor hen.

„Waar ga je met dat mandje naar toe?quot; vroeg hij en trachtte daarbij ernstig te blijven.

„We gaan het brengen naar... ja, waar brengen we \'t ook heen, Felicia?quot;

„Waarde Bisschop, we gaan het naar huis brengen om ..

„Om er een huishouding mee te beginnen,quot; kwam Stephen haar te hulp.

„Heusch?quot; zei de Bisschop. „Ik hoop dat je mij zult uitnoodigen er deel van uit te maken. Ik weet hoe goed Felicia koken kan.quot;

„Bisschop, waarde Bisschop,quot; antwoordde Felicia, zonder dat ze trachtte te verbergen hoe gelukkig ze was, „u zult altijd de meest welkome gast zijn. Vindt u dat goed?quot;

„Ja, dat is goed,quot; hernam de Bisschop haar woorden opvattende zooals zij dat wenschte. Daarna wachtte hij even en vervolgde toen vriendelijk: „God zegene u beiden.quot; Met een traan in hot oog en een bode in het hart ging hij zijns weegs eu liet hen alleen met hun vreugde.

Zou niet dezelfde goddelijke liefde, waardoor Hij met ontferming bewogen was over deze aarde, wonen in het hart der discipelen van den Man van Smarten, die den last der zonde op zich nam? Ja, waarlijk. Eu

oo

1

.

-ocr page 354-

338

deze man en vrouw zullen hand in hand gaan door de groote woestijn van menschelijke ellende in deze stad, elkander steunende en juist door hun liefde nauwgezetter wandelende in Zijn voetstappen, zogen verspreidende en brengende aan duizenden verongelukte daklooze schepsels, met wie zij liun eigen tehuis willen deelen. „Daarom,quot; zoo zegt onze lieer Jezus Christus, .,zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen.quot; Hun aardsche genegenheid voor elkander, waarin zo kennelijk door Grod gezegend werden, was oorzaak dat zij, \'s Meesters voetstappen volgende, Hein meer liefhadden en Hem trouwer en met inniger toewijding dienden.

Eenigen tijd later kwam Henry Maxwell uit R aymond naar Chicago. Hij was vergezeld van eenige zijner vrienden, n.l. Alexander Powers, President Marsh, Rachel Winslow, Virginia Page en haar broer Roll in. Het was bij gelegenheid dat door den Bisschop en Dr. Bruce in de groote zaal van de Kolonie een samenkomst was georganiseerd.

Tot bijwoning vau die samenkomst waren door den Bisschop uitgenoodigd: werkloozen, verongelukte personen, dio het geloof in Grod en menschen verloren hadden, anarchisten, vrijdenkers en menschen die volmaakt onverschillig waren. Toen de vergadering werd geopend zagen Henry Maxwell en de overigen een publiek tegenover zich dat bestond uit de slechtste, gevaarlijkste, meest ontaarde elementen uit de stad. En toch bracht de Heilige Geest die groote, zelfzuchtige.

-ocr page 355-

339

wufte, in zouden verharde menigte iu beroering. Iedere man en vrouw onder du aanwezigen had het opschrift gelezen boven do deur van de Kolonie, dat door den student in de godgeleerdheid in letters van een doorschijnende stof, met schitterend licht er achter, was aangebracht. Het luidde: „Wat zou Jezus doen?quot;

Toon Henry Maxwell er voor de eerste maal onder doorliep, was hij dieper aangedaan dan hij in langen tijd geweest was. De gedachte kwam bij hom op aan den eersten keer dat die vraag tot hem was gekomen door den mond van don deerniswaardigen, schamel gekleeden jongen man, die in de Eerste Kerk te Raymond was verschenen tijdens den morgendienst. Was zijn vurige begeerte naar gemeenschap tusschen de Christenen vervuld? Zou de beweging, die in Raymond was ontstaan, zicb over heel het land uitbreiden? Hij was met zijn vrienden to Chicago gekomen, gedeeltelijk om te zien of de bewoners dier aanzienlijke stad het antwoord op de vraag zouden willen geven. En nu zou hij binnen weinige minuten voor hen optreden. Sedert hij voor de eerste maal met bevende stem had gesproken voor die vergadering van werklieden in de werkplaats der Spoorwegmaatschappij was hij heel wat kalmer en vrijmoediger geworden. Toch zond hij nu, evenals toen, een vurig gebed op om de hulp des Hoeren. Daarop ging hij naar binnen en doorleefde hij met den Bisschop en de overigen een der groote en gewichtige gebeurtenissen van hun leven. Hij had een gevoel alsof deze samenkomst een antwoord

-ocr page 356-

340

zou geven op do vraag, dio hem steeds voor de aandacht zweefde, n.1. wat Jezus zou doen. En terwijl hij deze mannen in \'t gelaat zag, mannen die jaren lang do kerk links hadden laten liggen of zich heftige vijanden er van hadden betoond, bad hij in stilte: „O mijn Heer, leer Uw kerk wat zij te doen heeftom nauwgezetter Uw voetstappen te volgen.quot; Is dat gebed van Henry Maxwell verhoord? Zal de kerk in. die stad gehoor geven aan de roepstem om Hem te volgen? Zal zij de goede keuze doen om Zijn voetstappen te drukken ook waar Hij voorging op den lijdensweg? De Heilige Geest zweeft met levenwekkende kracht over de stad. O, wat ik xr bidden mag, weersta, bedroef Hem niet. Nooit was Hij meer bereid deze wereld te vernieuwen dan op dit oogenblik.

-ocr page 357-

HOOFDSTUK XII.

No? een ding ontbreekt u: verkoop alles wat gü hebt en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben ia den hemel; en kom herwaarts, volg M\\j.

Lukas 18 : 22.

Het valt to betwijfelen of Hemy Maxwell ooit in zijn leven was opgetreden voor een publiek als dien avond in de groote zaal der Kolonie was saamgestroomd. Zeker is, dat te Raymond zulk een verscheidenheid van menscben niet te vinden was. Zelfs in do Rectangle waren toen het er op hot ergst toeging niet zooveel mannen en vrouwen die geheel en al bviiten het bereik lagen van de kerk en verstoken waren van allen gods-dienstigen of zelfs Christel ij ken invloed.

Waarover zou hij tot hen spreken? Dat had hij reeds van te voren beslist. In de eenvoudigste bewoordingen die hij vinden kon vertelde hij iets over de gevolgen, die het gehoorzamen aan de eens afgelegde belofte te Raymond na zich sleepte. Ieder der aanwezigen, mannen zoowel als vrouwen, wist iets van

-ocr page 358-

342

Jezus Christus. Allen hadden een voorstelling van Hom, al Avas het dan vaag, en hoewel de meesten de verschillende Christelijke kerken scherp veroordeelden zoowel als de maatschappelijke verhoudingen, bezaten ze toch nog een zekeren maatstaf voor waarheid en recht, en wat enkelen hunner nog in het rechte spoor hield ontleenden ze aan den Timmermanszoon van Nazareth.

Ze stelden inderdaad belang in hetgeen Maxwell zeide. Hij begon met mede te deelen wat er in Raymond was gebeurd en paste daarna de vraag wat Jezus doen zou toe op de sociale quaestie. Zijn gehoor luisterde met aandacht, ja meer dan dat: allen waren een en al belangstelling. Terwijl Mr. Maxwell sprak hingen allen aan zijn lippen, op een wijze als men in de kerken of ergens anders maar zelden ziet gebeuren. „Wat zou Jezus doen?quot; Veronderstel eens dat dit de leus was niet alleen van de kerken, maar van kooplui en industriëelen, van staatslieden, journalisten en werklui, hoe lang zou het dan duren eer de geheele maatschappij was hervormd? Waardoor ontstaat de ellende in de wereld? Plet is een gevolg van de zelfzucht waardoor ze gedreven wordt. Nooit heeft er iemand geleefd die zoo volkomen vrij was van zelfzucht als Jezus. Indien de menschen in Zijn voetstappen wilden wandelen zonder zich door de gevolgen te laten weerhouden, dan zouden er spoedig andere toestanden komen.

Heury Maxwell had nooit geweten hoe moeilijk het

-ocr page 359-

343

wimmitm

was de aandacht te boeien van een zoo groot aantal personen, in wie de zonde zoo groote verwoestingen had aangericht. De Bisschop en Dr. Bruce, die ook tegenwoordig waren, zagen al die gezichten, waarop minachting voor all (in godsdienst, haat tegen de maatschappelijke instellingen, wai hopigo bekrompenheid en zelfzucht te lezen stonden en het verwonderde hen dat zoo spoedig door den invloed van het leven in do Kolonie bij velen die vervuld waren geweest met bitterheid een betere, zachtere stemming was ontstaan.

En toch, ondanks de uiterlijke betooning van eerbied voor don spreker, had niemand, zeli\'s de Bisschop niet, een juiste voorstelling van hetgeen or dien avond in de harten der aanwezigen omging. Onder degenen die hadden vernomen dat deze bijeenkomst zou gehouden worden en gevolg hadden gegeven aan de uituoodiging om er bij tegenwoordig te zijn, waren twintig of dertig personen die geen werk hadden. Ze waren dien middag al slenterende langs de Kolonie gekomen, hadden de aankondiging van de samenkomst gelezen en waren er heengegaan deels uit nieuwsgierigheid, deels om geen last te hebben van don scherpen Oostenwind. Het was bitter koud dien avond en do kroegen waren overvol. Maar in die gehoole wijk met meer dan dertigduizend bewoners was met uitzondering van de kroegen geen enkel gebouw dat openstond voor hot volk, dan de kleine Christelijke Kolonie. Waar moest iemand die geen tehuis kende of zonder werk rondliep en geen vrienden had, een toevlucht zoeken anders dan in de kroeg?

-ocr page 360-

344

Het was de gewoonte in de Kolonie een samenkomst als deze te beleggen ten einde een vrije discussie mogelijk te maken, en toen Henry Maxwell zijn toespraak geëindigd had en was gaan zitten, stond de Bisschop, die dezen avond de leiding had, op en maakte bekend dat ieder der aanwezigen de vrijheid had vragen te stellen, zijn gevoelen uit te spreken of een verklaring te geven van zijn overtuiging, altijd met dien verstande dat men kalm en waardig moest blijven en zich had te onderwerpen aan den regel om slechts drie minuten aan het woord te blijven. Tot dezen laatsten maatregel zou wegens hot groot aantal aanwezigen besloten worden als allen zich daarmee konden vereenigen.

Terstond riepen een aantal personen, die reeds vroeger dergelijke samenkomsten hadden bijgewoond: „Voor! voor!quot;

De Bisschop ging zitten en onmiddellijk stond midden in de zaal iemand op en begon te spreken.

,.Bv wou zeggen dat ik van nabij betrokken ben in hetgeen Mr. Maxwell van avond heeft meegedeeld. Tk heb Jack Manning, den jongen man over wien hij gesproken heeft en die bij hem in huis is gestorven, goed gekend. Twee jaar geleden stond ik vlak naast hem op een drukkerij in Philadelphia. Jack was een beste kerel. Eens, toen ik in verlegenheid was, leende hij mij vijf dollars ofschoon er geen kans was dat ik ze ooit terug zou kunnen geven. Hij ging naar New-York, omdat hij tengevolge eener verandering in den gewonen gang van zaken op de drukkerij ontslagen werd. Sedert

-ocr page 361-

345

hob ik liem niet. weergezien. Toen de zetmachines werden ingevoerd was ik een dergenen die aan den dijk worden gezet evenals hij. Sinds dien tijd ben ik zoo goed als altijd zonder werk geweest. Men zegt dat uitvindingen zoo nuttig zijn. Ik kan het niet toegeven. Maar ik denk dat ik bevooroordeeld bon. En dat is niet te verwonderen van iemand die oen vaste betrekking heeft verloren omdat do machine zijn plaats heeft ingenomen. Wat Ds. Maxwell van het Christendom zeide, dat is alles goed en wel. Maar ik heb niet de minste verwachting dat zij die lid zijn van de kerk zich zulke offers als waarvan hij sprak zullen getroosten. Voor zoover ik kan nagaan zijn ze precies zoo zelfzuchtig en zoo begeerig naar geld en voorspoed in wereldsche dingen als iedereen. Ik maak natuurlijk een uitzondering voor den Bisschop, Dr. Bruce en enkele anderen. Maar ik hob, zoodra het op zaken doen of gold verdienen aankomt, nooit veel onderscheid kunnen bespeuren tusschen monschon van de wereld, zooals men ze noemt, ou ijverige leden der kerk. In dat opzicht is de oen zoo goed of liever zoo slecht als de ander.quot;

Met uitroepen als: „Juist!quot; „Zoo is het!quot; „Natuurlijk!quot; viel rneu den spreker in do rede on hij was nog nauwelijks gezeten of twee mannen, die roods waren gaan staan lang voordat hij klaar was, begonnen tegelijk iets te zoggen.

De Bisschop riep hen tot de orde en wees aan wie van beiden gerechtigd was het woord te voeren. Deze begon op levendigen toon:

-ocr page 362-

;uü

„Hut is de eerste keer dat ik hier ben en misscliien zal liet wel de laatste keer zijn ook. Ik zie geen uitweg meer. Ik heb de heele stad afgeloopen om werk, totdat ik niet meer kon. En ik ben lang de eenige niet. Als :t niet onbescheiden is zou ik den dominee wel iets willen vragen. Mag ik?quot;

Dat staat aan Mr. Maxwell om te beslissen,quot; zei de Bisschop.

„Zeker, zeker,quot; antwoordde Mr. Maxwell levendig. „Maar natuurlijk kan ik niet beloven een antwoord te zullen geven dat dien heer bevredigt.quot;

„Dit is mijn vraag.quot; De man boog zich voorover en sti\'ekte den langen arm uit met een dramatisch talent dat oen natuurlijk gevolg was van de omstandigheden waaronder hij zijn bestaan voortsleepte. „Ik zou wel eens willen weten wat Jezus zou doen in mijn geval. Sedert twee maanden heb ik geen slag werk gehad. Ik heb een vrouw en drie kinderen waar ik zooveel van houd, dat ik ze voor geen millioen dollars zou willen missen. Ik heb geleefd van de weinige spaarpenningen die ik heb oververdiend gedurende de wereldtentoonstelling. Ik ben timmerman van beroep en heb op alle mogelijke wijzen getracht werk te vinden. U zegt dat we verplicht zijn te handelen zooals Jezus zou doen. Maar wat zou Hij doen als Hij zonder werk was zooals ik? Bij het stellen van die vraag heb ik rekening te houden met mijn eigen positie. Ik zou o zoo graag werken. Ik zou wat willen geven indien ik evenals ik vroeger gewoon was, tien uren daags

-ocr page 363-

B47

kon werken totdat ik eens goed moe werd. Tv au ik liet helpen dat ik mij zelf geen werk kan verschaffen ? Tot dusverre ben ik met mijn vrouw en kinderen door \'t leven heen gescharreld, maar niemand moet vragen hoe. Wat zou Jezus doen? U zegt dat we allen die vraag raooteu beantwoorden.quot;

Henry Maxwell zat te staren in die zee van men-schen die allen in gespannen verwachting den blik op hem gevestigd hadden. En voor het oogenblik scheen het hem niet mogelijk toe de vraag van dezen man te beantwoorden. „O Grod,quot; bad hij in stilte. Deze vraag raakt het gebeele sociale vraagstuk met al zijn verbijsterende moeilijkheden, die ontstaan zijn door de afdwalingen der menschen en zoo geheel in strijd zijn met deu wil Gods, die inderdaad het goede voor den mensch op het oog heeft. Is er iets verschrikkelijkers dan dat een man, die gezond van lijf en leden is, bekwaam om te werken en verlangend om op een eerlijke wijze zijn brood te verdienen, in de volstrekte onmogelijkheid verkeert werkte krijgen en dus genoodzaakt is zijn toevlucht te nemen tot een der drie volgende dingen: de liefdadigheid inroepen van vrienden of vreemden, zelfmoord plegen of omkomen van gebrek. Wat zou Jezus doen? Het was oprecht gemeend van den man toen hij dat vroeg. En voor een geloovig Christen was het de eenige vraag die hij doen kon. Maar hoe moeilijk moest het zijn als men verplicht was onder zulke omstandigheden die vraag te stellen.

-ocr page 364-

348

Dit alles en nog meer kwam Henry Maxwell voor de aandacht, lün al do anderen, hadden dezelfde gedachten. Do Bisschop zat zoo ernstig en treurig te kijken dat men niet behoefde te vragen hoezeer deze kwestie hem ontroerde. Dr. Bruce Loog het hoofd. Nooit had hem het menschelijk leven zoo tragisch toegeschenen als sedert hij de belofte deed en zijn ambt had neergelegd om zich te vestigen in de Kolonie. Wat zon Jezus doen? Het was een ontzettende vraag. En nog altijd stond de man daar, met zijn hooge gestalte en zijn vermagerd bijna, schrikverwekkend uiterlijk, en hield den arm uitgestrekt tot een waarschuwing, die met elke seconde krachtiger werd.

Ten laatste stond Mr. Maxwell op om iets te zeggen.

„Is er wellicht een geloovige in ons midden die in dezelfde omstandigheden heeft verkeerd en toen getracht heeft te doen zooals Jezus zou gedaan hebben? Indien dat het geval mocht zijn, dan zou zoo iemand deze vraag beter kunnen beantwoorden als ik.quot;

Er was een oogenblik stilte in het lokaal. Eindelijk stond bijna heel vooraan oen der aanwezigen langzaam op. \'t Was een oude man en terwijl hij sprak beefde de hand die hij liet rusten op den rug van do bank vlak voor hem.

„Ik geloof zonder overdrijving te kunnen zeggen dat ik verscheidene keeron iu juist zulke omstandigheden hel) verkeerd en altijd heb getracht, hoe het ook ging, een Christen te zijn. Ik weet niet of ik telkens als ik zonder werk was do vraag heb gesteld:

-ocr page 365-

34!)

Wat zou Juzus doen? Maar wel weet ik dat ik te allen tijde ei- naar gestreefd heb Zijn discipel te wezen. Ja,quot; zoo ging do man voort met een droevigen glimlach, die een veel gunstiger indruk maakte op den Bisschop cn Ds. Maxwell dan de uitdrukking van wanhoop op \'t gelaat van den jongen man, „ja, als ik geen werk had heb ik gebedeld en ben ik in inrichtingen van liefdadigheid geweest; ik heb om voedsel en brandstof te krijgen alles gedaan, behalve stelen en liegen. Ik weet niet of Jezus sommige dingen waartoe ik genoodzaakt was om niet van gebrek om te komen, ook zou gedaan hebben, maar ik weet wel dat ik in die omstandigheden nooit met bewustzijn iets heb gedaan dat verkeerd was. Soms denk ik dat Hij misschien liever had willen sterven dan dat Hij was gaan bedelen. Maar ik weet het niet.quot;

De oude man sprak mot bovendo stem en keek verlegen do zaal rond. .Er volgde oen stilte die werd afgebroken door do ruwe stem van een langen man met zwarte haren en een zwaren baard. Hij zat slechts drie plaatsen van den Bisschop af. Gedurende do oogenblikken dat hij sprak waren aller oogen verlangend op hem gericht. De man die zooeven gevraagd had wat Jezus in zijn geval doen zou, ging langzaam zitten en vroeg aan degene die naast hein zat:

„Wie is dat?quot;

„Dat is Carlsen, de leider der socialisten. Nu zul je wat hooren.quot;

„Dat is mijns inziens allemaal lapwerk,quot; begon

-ocr page 366-

350

Carlsen, terwijl het schudden van zijn grooten borste-ligen baard deed blijken hoe diep verontwaardigd hij was. „Onze heele maatschappij is bedorven. Wat wij beschaving noemen is door en door verrot. En het zou dwaas zijn dat te ontkennen of te bemantelen. We leven in een tijd van maatschappijen en syndicaten, een tijd waarin groote kapitalen worden opeengehoopt. Maar dat alles heeft ton gevolge dat duizenden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen ondergaan in den strijd om hot bestaan. Ik dank God, indien er ten minste een God is, vvat ik zeer betwijfel, dat ik nooit heb durven trouwen eu nooit pogingen heb gedaan om een eigen tehuis te bezitten. Tehuis! Is er verschrikkelijker toestand denkbaar dan van dien man met zijn drie kinderen? En hij is er slechts één uit duizenden. En toch zijn er in deze stad en in alle andere steden des lands duizenden menschen die bekend staan als Christenen en zich baden in overvloed. Ze gaan \'s Zondags naar de kerk en zingen er liederen, waarin zo verklaren alles aan Jezus te geven, hun kruis op te nemen om Hem overal te volgen, en gered te zijn. Ik zal niet zeggen dat er niet enkele mannen en vrouwen onder zijn die het oprecht meenen, maar laat do dominee die van avond tot ons gesproken heeft eens in een twaalftal grootelui\'s-kerken, die ik hem aanwijzen zal, aan de leden hetzelfde voorstel doen dat hij ons van avond gedaan heeft, dan zal hij ondervinden hoe gauw men hem zal uitlachen en zal beweren dat hij een gek is of een dweper. Maar wat hij wil

-ocr page 367-

351

zou ook niets baten. Dat haalt toch niets uit. We moeton zien dat we de toestanden verbeteren door invloed te oefenen op de regeering. De heele maatschappij moet gereorganiseerd worden. Van een hervorming die van de kerken uitgaat verwacht ik idets geen heil. De kerken zijn niet op de hand van het het volk maar van de bezittende klasse. De groote maatschappijen en zij die zich van den alleenhandel verzekerd hebben, oefenen den grootsten invloed in de kerken, en ook de voorgangers zijn over \'t algemeen van hen afhankelijk. Wat we noodig hebben is een staat van zaken waarbij wordt uitgegaan van de grondstellingen van het socialisme, en rekening gehouden wordt met de rechten van den minderen man.quot;

Carlsen was blijkbaar vergeten dat hij maar over drie minuten te beschikken had en was bezig een redevoering op te zetten waarvoor hij, optredende voor zijn gewone hoorders, minstens een uur noodig had. Maar zijn naaste buurman trok hem zonder veel plichtplegingen op zijn stoel en ging zelf staan. In \'t eerste oogenblik was Carlsen erg boos en dreigde de orde verstoord te worden, doch toen de Bisschop hem herinnerde aan de afspraak dat niemand langer dan drie minuten mocht spreken, ging hij mopperend zitten. De volgende spreker hield een vurige toespraak ter aanbeveling van een enkelvoudig belastingstelsel als het eenige geneesmiddel voor alle maatschappelijke kwalen. Daarna deed een der aanwezigen een heftigen aanval op de kerken en de predikanten en verklaarde

-ocr page 368-

352

dat do knoeierijen van de rechterlijke maclit en van den geestelijken stand alle ware hervormingen tegenhielden.

Nadat deze uitgesproken luid en weer was gaan zitten sprong een sjouwerman op en goot een stroom van beschuldigingen uit over de maatschappijen, voor-namelijk de spoorwegmaatschappijen. Op het oogenblik dat zijn tijd was verstreken beklom een groote, gebruinde jonge man, naar hij zeide bankwerker van beroep, hot platform en verklaarde dat zijns inziens de vakvereenigingen liet eenigo middel waren ter verbetering van de onhoudbare toestanden in de maatschappij. Daardoor zou, meende hij, meer dan door iets anders de komst van de gouden eeuw voor den werkman verhaast worden.

Nog een andere spreker trachtte eenige oorzaken aan te geven waardoor zoovelen zonder werk waren en veroordeelde de uitvindingen als liet werk van den duivel. Luide bijvalsbetuigingen bewezen dat de hoorders het daarmee eens waren.

Eindelijk verklaarde de Bisschop het debat voor gesloten en vroeg hij Rachel om te zingen.

Gedurende liet wonderbare jaar dat de inwoners van Raymond doorleefd hadden sedert den Zondag waarop zoovelen do belofte aflegden om steeds te handelen zooals Jezus zou doen, was Rachel Winslow opgewassen in een zeer krachtig, gezond en nederig Christelijk leven en haar talent als zangeres had zij geheel toegewijd aan den dienst van haar Meester. Toen ze dezen

-ocr page 369-

353

avond op de samenkomst in de Kolonie begon te zingen, verkeerde ze in een bijzondere stemming. Nooit had ze inniger gebeden dat ze eenigen voor den Heer mocht winnen door middel van haar stem, haar stem, die ze nu beschouwde als het eigendom des Meesters, en die ze alleen in Zijn dienst wilde gebruiken.

En ongetwijfeld werd terwijl zij zong haar gebed verhoord. Ze had een lied gekozen dat begon met de woorden;

Hoort, do stem van Jezus roept u Hein te volgen op Zijn paan.

Terwijl Henry Maxwell het aanhoorde werd hij nogmaals herinnerd aan dien eersten avond in de Rectangle, toen Rachel door haar zingen het volk tot rust wist te brengen. Ook nu gelukte haar dat. Welk een invloed gaat er toch altijd uit van een mooie stem, die gebruikt wordt in den dienst des Heeren. Rachel\'s natuurlijke gaven waren zoo groot dat zij een van de eerste operazangeressen van haar tijd had kunnen worden. Zij die op dit oogenblik naar haar luisterden hadden nooit zoo hooren zingen. Hoe zou dat ook gekund hebben. De menschen die zoo van de straat naar binnen waren gestroomd zaten met verrukking te luisteren naar de stem die vroeger, toen Rachel nog in „de wereldquot; leefde, niet door gewone menschen kon gehoord worden om de eenvoudige reden dat de bezitster dat voorrecht met twee of drie dollars liet betalen. Zoo vrij en blij, alsof het een voorsmaak was van de hemelsche heer-

•23

-ocr page 370-

354

1 ijlchcid klonk het gezang door de zaal. Oarlsen, met zijn forscli gelaat genoot er van niet al de liefde voor muziek die aan zijn landaard eigen is. Een traan liep hem over de wangen en glinsterde in zijn baard. Zijn gelaat nam een zachte uitdrukking aan en kreeg een bijna edel voorkomen. De werkelooze man die zijn wenscli to kennen had gegeven om te weten wat Jezus in zijn plaats zou doen, zat met zijn vuile hand op den rug van de bank vlak voor hem, met open mond te luisteren en scheen voor een oogenblik zijn groot leed vergeten. Het gezang was voor hem voedsel en werk en warmte en vereeniging met zijn vrouw en kinderen, alles tegelijk. De man die zoo heftig was uitgevaren tegen de kerken en predikanten zat in \'t eerst met opgericht hoofd, mot een blik waaruit dwaze onaandoenlijkheid sprak, alsof hij zich zeer beleedigd achtte dat men er een soort van godsdienstoefening van maakte, ten minste iets dat, al was het dan ook in de verte, herinnerde aan de kerk of haar vorm van eere-dienst. Maar allengs gaf hij zich over aan de kracht die de harten van alle aanwezigen in beslag nam. En de uitdrukking van zijn gelaat deed vermoeden dat er droevige herinneringen bij hem opkwamen.

De Bisschop kwam dien avond onder het zingen van Rachel tot de overtuiging dat indien aan de zondige, ontaarde, verloren menschheid het Evangelie kon gepredikt worden door zangers en zangeressen van naam, die hun gaven aan den dienst des Heeren wilden wijden, de komst van het Koninkrijk Gods daardoor meer

-ocr page 371-

verhaast zon worden dan door iets anders. ,,Waarom, o waarom,quot; zoo vroeg liij zicli af, terwijl hij luisterde, „waarom heeft men den zang, dien grooten aardschen schat, altijd zoo angstvallig verborgen gehouden en niet ook toegankelijk gesteld voor de armen\'? Waarom hebben zij die een goede stem hadden die gave zoo dikwijls uitsluitend beschouwd als een middel om geld te verdienen? Zouden er onder hen geen gevonden worden die zich willen opofferen? Zou niemand deze gave den Heer willen wijden evenals men zoo dikwijls andere gaven doet?quot;

En Henry Maxwell begon met sterker verlangen zijn hoorders in de Rectangle op te wekken met meer getrouwheid op deze nieuwe wijze den Heer te dienen. Wat hij in de Kolonie had gezien en gehoord versterkte hem in het geloof dat alle kwesties tot een goede oplossing zouden komen, indien de Christenen maar Jezus volgden, zooals Hij een gebod gegeven heeft. Maar wat kon er gedaan worden voor die groote menigte, voor wie de Heiland toch ook was gekomen om ze te behouden, die menigte met haar dwalingen en bekrompen meeningen, zonder God en zonder hoop en bovenal met haar ongemotiveerde bitterheid tegenover de kerk. Dit laatste trof Henry Maxwell het diepst. Was de kerk dan zoo ver afgeweken van den Heer dat het volk Hem er niet meer in vond? Was het waar dat de kerk haar invloed had verloren op dezelfde klasse van menschen die in vroegere eeuwen in grooten getale zich bij haar hadden aangesloten? In hoe verre

-ocr page 372-

356

was liet gegrond wat do leider der socialisten beweerd had over de nutteloosheid om van de Kerk hervorming en verlossing te verwachten, daar do leden verteerd werden door zelfzucht en als ze tot de hoogere standen behoorden niet waren te genaken?

Meer en meer kwam hij onder den indruk van het verschrikkelijk feit dat do betrekkelijk weinigen die zich in de zaal bevonden en nu een oogenblik rustig werden gehouden door Rachel\'s schoon gezang, duizenden anderen vertegenwoordigden die in precies dezelfde omstandigheden verkeerden, die als middel tot genot of geluk meer heil verwachtten van de kroeg dan van de kerk en meer ophadden met een bier huishouder dan met een dominee. Moest dat zoo blijven? Indien de leden der kerk allen deden zooals Jezus zou doen, zou er dan geen verandering komen in dien verschrikke-lijken toestand dat geheele scliarcn de straten afliepen om werk te vinden, dat honderden hunner de kerk verwenscMen en duizenden de kroeg beschouwden als hun besten vriend ? In hoe verre moesten de Christenen verantwoordelijk gesteld worden voor deze en dergelijke onhoudbare toestanden die dezen avond in deze zaal zoo duidelijk waren aangewezen door personen die er in betrokken waren. Was het waar dat de kerken in de groote steden stelselmatig weigerden zoo nauwgezet te wandelen in Jezus\' voetstappen dat ze zouden moeten lijden, werkelijk lijden voor Zijn z:aak?

Henry Maxwell bleef zich nog met die vraag bezighouden zelfs nadat Rachel haar gezang reeds had

-ocr page 373-

357

geëindigd er., de samenkomst, die op sociaal gebied zeer leerzaam was geweest, ten einde liep. Hij vroeg zich dat af, terwijl het kleine gezelschap dat in de Kolonie thuis hoorde met de bezoekers uit Raymond do gewone heiligingsbijeenkomst hield. Hij vroeg bet bij een onderhoud met den Bisschop en Dr. Bruce dat tot één uur duurde. Hij vroeg bet terwijl bij alvorens te gaan slapen nederknielde en met zijn gansche hart smeekte om een buitengewone uitstorting des Heiligen Gfeestes op do kerk van Amerika. Hij vroeg dat bij bet eerste wat hij \'s morgens deed en verder den gebeden dag door, terwijl hij de Avijk doorging waar de Kolonie gevestigd was en daar het volksleven bespiedde in al zijn armoede. Zouden de leden der kerken en de Christenen, niet alleen in Chicago maar in het gansche land, weigeren in Zijn voetstappen te wandelen indien zij daartoe werkelijk een kruis moesten opnemen en Hem volgen? Die vraag trachtte bij telkens te beantwoorden.

Toeu bij te Chicago kwam was hij van plan nog voor den Zondag weer te vertrekken ten einde dan in zijn eigen gemeente te kunnen optreden. Vrijdagsmorgens echter had hij in de Kolonie een schrijven ontvangen, waarin hij door den predikant van een der grootste kerken in Chicago uitgenoodigd werd zoowel in beide morgenbeurten als \'s avonds den dienst te leiden.

Eerst aarzelde hij, ten slotte nam hij het aanbod aan, daar hij er de leiding des Heiligen Geostes in

-ocr page 374-

358

meende te bespeuren. Daarbij nam bij zich voor te beproeven of bij geen antwoord kon vinden op de vraag die liem zoozeer bezig hield en te onderzoeken of er grond was voor de beschuldiging die op de bijeenkomst in de Kolonie tegen de kerken was uitgesproken. Tn hoeverre zou men zich zelf willen ver-loochcnen voor de zaak des Heeren? Hoe dicht zou men bij Hem willen blijven? Was men bereid voor Hem te lijden?

Den Zaterdagavond bracht hij nagenoeg geheel door in gebed. Nooit bad hij zulk een strijd gevoerd in zijn binnenste, zelfs niet tijdons de moest schokkende ervaringen in Raymond. En inderdaad, hij maakte een nieuwe reeks van ervaringen door. Zijn eigen leven als Christen word in deze dagen op een nieuwe proef gesteld en daardoor werd hij dieper ingeleid in de waarheden des Christendoms.

Hot groote kerkgebouw was stampvol. Toen Henry Maxwell den kansel beklom voelde hij dat aller oogen vol nieuwsgierigheid op hem waren gericht. Evenals overal was ook hier bekend geworden wat in Raymond bad plaats gehad en de opzienbarende daad van Dr. Bruce had do algomeene belangstelling nog vermeerderd. Toch was er nog iets meer dan nieuwsgierigheid. Ook dat ontging Mr. Maxwell niet. En in het bewustzijn dat de tegenwoordigheid des Heiligen Ceestes hem er toe in staat stelde bracht hij dien dag de Blijde Boodschap des heils aan de bewoners van Chicago.

-ocr page 375-

359

Nooit was hij geweest wat men noemt een groot prediker. De kracht en de eigenaardige hoedanigheden die merkwaardige predikers kenmerken bezat hij niet. Maar sedert hij beloofd had altijd te zullen doen zooals Jezus in dezelfde omstandigheden zou handelen sprak hij met die overtuiging, die de eerste, de wezenlijke voorwaarde is voor ware welsprekendheid. Dezen morgen gevoelden zijn hoorders de volkomen oprechtheid en nederigheid van een man die was doorgedrongen tot in het hart van een groote waarheid.

Na in korte trekken iets medegedeeld te hebben van hetgeen in Raymond had plaats gevonden sedert men de belofte had afgelegd, vervolgde hij met de vraag te doen, die hem sedert de bijeenkomst in de Kolonie niet met rust had gelaten. Als onderwerp van zijn toespraak had hij de geschiedenis genomen van den jongen man die tot Jezus kwam en Hem vroeg: Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? Jezus had hem op de proef gesteld: „Verkoop al wat gij hebt en geef het den armen en gij zult een schat hebben in den hemel en kom herwaarts en volg Mij.quot; Maar de jonge man was niet bereid tot een zoo groote opoffering. Indien dat verbonden was aan hot volgen van Jezus, dan kon hij er niet toe besluiten. Gaarne zou hij Jezus gevolgd zijn, maar er zooveel voor op te geven was hem een al te zware eisch.

„Is het waar,quot; hervatte Henry Maxwell en zijn fijn-besneden, schrander gelaat gloeide van toorn over de beschuldiging, zoodat zijn hoorders ontroerden als nooit

-ocr page 376-

360

te voren, „is het waar dat de hedendaagsche kerk, de kerk die genoemd is naar Christus zelf, zou weigeren Jezus te volgen omdat er lijden en stoffelijk verlies aan verbonden is of ter wille van tijdelijk gewin? In oen druk bezochte vergadering werd door een leider van de werklieden beweerd dat er voor maatschappelijke hervormingen of verbetering van toestanden van de kerk volstrekt geen heil te verwachten was. Waarop was die bewering gegrond? Blijkbaar op de veronderstelling dat de leden der kerk voor het grootste deel mannen en vrouwen zijn die meer vervuld zijn niet de gedachte aan eigen genot en weelde dan met het lijden en de nooden en de zonden der menschheid. In hoeverre is dat zoo? Zijn de Christenen in ons land bereid om hun Christendom op do proef te stellen? Hoe staat het met hen die groote rijkdommen bezitten? Zijn ze gewillig die zoo te besteden als Jezus zou doen? Eu de mannen en vrouwen aan wie groote gaven geschonken zijn. Willen ze die aanwenden ten bate der menschheid, zooals Jezus ontwijfelbaar doen zou?

„Ts het niet waar dat we in dezen tegenwoordigen

77 O O

tijd geroepen worden tot een nieuwe openbaring van ons geloof, ons Christelijk geloof? TJ, die in deze groote stad woont, vol van zonde en ongerechtigheid, moet dat beter weten dan ik. Is het mogelijk dat gij uw weg kunt gaan zonder u te bekommeren over den verschrikkelijken toestand van mannen eu vrouwen en kinderen, die naar lichaam en ziel verloren gaan omdat de Christenen hen niet helpen? Is het geen zaak

-ocr page 377-

361

die persoonlijk aangaafc, dat de kroegen met meer zekerheid lum slachtofters bij duizenden tellen dan de oorlog? Moet het u niet aansporen tot het brengen van persoonlijke offers, als duizenden mannen, gezond van lijf en leden en gewillig om te werken, de straten afloopen niet alleen van deze stad maar ook van alle andere, roepende om werk en gedreven wordende tot misdaad en zelfmoord daar ze dat niet kunnen vinden? Durft u beweren dat die dingen u niet aangaan? Zou hot niet waar wezen, dat indien ieder Christen deed zooals Jezus zou doen de geheele maatschappij een verandering zou ondergaan, waardoor het lijden der mensch-lieid tot een minimum werd teruggebracht?

„Wat zou er het gevolg van zijn als alle leden dei-kerk in deze stad trachtten te handelen zooals Jezus zou doen? Dat is met geen mogelijkheid in bijzonder-lioden te zeggen. Maar het is gemakkelijk in te zien dat daarmede terstond de sociale kwestie op bevredigende wijze zou zijn opgelost.

..Waaruit blijkt het of iemand inderdaad een discipel van Christus is? Hebben we daarvoor nu een anderen toetssteen als in de dagen van Jezus\' omwandeling op aarde? Indien Jezus vandaag hier ware, zou Hij dan niet van sommige leden dezer gemeente eischen precies hetzelfde te doen wat Hij den rijken jongeling beval, n.1. afstand te doen van al hun bezittingen en in den letterlijken zin des woords Hem te volgen? Ik geloof dat Hij zoo doen zou indien Hij den indruk had dat iemand uwer meer dacht aan zijn geld en goed dan

-ocr page 378-

362

aan zijn Heiland. De maatstaf is heden ten dage nog dezelfde als destijds. Ik geloof dat Jezus zou eisclien, en Hij nu ook van ons eisclit, dat we even dicht bij Hem zullen blijven, evenveel zullen opofferen, evenzeer ons zelf zullen verloochenen als toen Hij op aarde rondwandelde en zeide: „Indien iemand niet verlaat al wat hij heeft, hij kan Mijn discipel niet zijn.quot;\' Dat wil zeggen: Indien hij niet bereid is dat om Mijnentwil te doen, hij kan Mijn discipel niet zijn.

„Wat zou er hot gevolg van zijn als in deze stad alle leden der kerk begonnen te handelen zooals Jezus zou doen? Dat is niet zoo gemakkelijk te zeggen. Maar dit staat vast dat allerlei dingen die nu door hen worden gedaan, dan onmogelijk zouden kunnen plaats hebben. Wat zou Jezus doen met aardsche schatten\'? Hoe zou Hij dio gebruiken? Welk beginsel zou Hij in toepassing brengen bij het besteden van Zijn geld? Is liet waarschijnlijk, dat Hij zich in weelde zou baden en tienmaal meer uitgeven voor Zijn persoonlijk onderhoud en voor opschik dan voor de leniging van de nooden der lijdende menschheid? Door welke overwegingen zou Hij zich laten leiden in zake Zijn inkomsten? Zou Hij huur willen ontvangen van kroegen en andere eigendommen die in kwaden reuk staan, of zelfs van woningen die zoo zijn ingericht dat de huurders er onmogelijk een tehuis in kunnen vinden en er van een behoorlijke afzondering of van reinheid geen sprake kan zijn?

„Wat zou Jezus doen ten opzichte van dat groote

-ocr page 379-

363

leger van personen, die buiten betrekking zijn en in wanhoop door de straten zwerven, die de kerk vloeken of zich om haar niet bekommeren, die ondergaan in den strijd om een bestaan dat voor een groot deel zijn waarde verliest omdat het met zoo wanhopige inspanning voortgesleept wordt? Zon Jezus hen aan hun lot overlaten? Zon Hij dat alles aan kunnen zien en zelf een betrekkelijk gemakkelijk en weelderig leven leiden? Zou Hij beweren dat die dingen Hem niet aangingen? Zou Hij allo verantwoordelijkheid voor liet bestaan van dergelijke toestanden van zich afschuiven en zich ontslagen rekenen van de verplichting om de oorzaken er van op te sporen en weg te nemen?

„Wat zou Jezus doen te midden van een beschaving die er zoo zeer op uit is om toch maar geld machtig te worden dat zelfs de meisjes, in betrekking bij de groote magazijnen, niet genoeg loon ontvangen om in liet leven te blijven zonder de grootste ontberingen, ontberingen die soms zoo vreeselijk zijn dat die ongelukkige schepsels bij menigte ten val komen en boven den grooten kokenden afgrond der zonde worden geslingerd. Wat zou Hij doen te midden van een maatschappij die honderden jongens opoffert aan de eischen van den handel, zoodat er tegenover hen van Christenplicht geen sprake is en er van hun opvoeding en hun zedelijke vorming niets terecht komt? Zou Jezus, indien Hij nu deel uitmaakte van de kringen die zich met handel en nijverheid bezighouden, niets gevoelen, niets doen, niets zeggen ten op-

-ocr page 380-

364

zich te van deze feiten waarvan niemand die zaken doet onkundig is ?

„Wat zou Jezus doen? En is ieder die Hem vreest niet verplicht evenzoo te handelen? Is hun niet bevolen Zijn voetstappen te drukken? Zijn de Christenen van den tegenwoordigen tijd bereid voor Hem te lijden? Verloochenen zij zich zelf ook al zouden ze daarvoor afstand moeten doen van gemak en genot, van welvaart en weelde? Wat is in onzen tijd meer noodig dan persoonlijke toewijding? Komt de kerk haar verplichtingen na, als ze een weinig geld besteedt om hier en daar zendingsposten te stichten eu eenige hulp te verleenen in de verschrikkelijkste gevallen van armoede? Mag het opoffering heeten als iemand, die tien milhoen dollars bezit, tien duizend dollars afzondert voor een of andere liefdadige instelling? Dat kost hem immers inderdaad niets. Daarvoor behoeft liij zich immers niets te getroosten of te ontzeggen. Is het waar dat de belijders van het Christendom heden ten dage iu de meeste onzer kerken een rustig, gemakkelijk, zelfzuchtig leven leiden en er niet aan denken zich ook maar in een enkel opzicht op te offeren?

„De persoonlijke overgave is het, waar de Christenen van dezen tijd den nadruk op moeten leggen. De gift zonder den gever is van geen waarde. Een Christendom dat het lijden, de zelfopoffering aan een ander wil overdragen is niet het Christendom van Christus. Iedere Christen in het bijzonder, hetzij hij zaken doet of niet, behoort Hem te volgen op den weg van persoon-

-ocr page 381-

365

lijke algi.\'lieolc toewijding. Er is tlians geen andere weg als in den tijd dat Jezus op aarde leefde, liet is nog altijd dezelfde weg. De eisch van deze wegstervende eeuw zoowel als van de nieuwe die spoedig zal aanbreken, is de eisch tot een vernieuwde overgave aan den Heer, tot een vernieuwd volgen van Jezus meer gelijkende op dat eerste, eenvoudige apostolische Christendom der discipelen die alles verlieten en in den meest letterlijken zin Jezus volgden. Alleen een Christendom van die soort is bij machte mot eenige hoop op welslagen het hoofd te bieden aan de alles verwoestende zelfzucht van onzen tijd. Er zijn zooveel naamchristenen tegenwoordig. Er is zoo groote behoefte aan werkelijk, aan levend Christendom. AVe hebben een wederopleving noodig van het Christendom van Christus. Zonder het zelf te weten zijn we door onze traagheid, onze zelfzucht en gehechtheid aan vormen gekomen tot een Christendom, dat Jezus zelf niet zou willen erkennen. Tot menigeen onzer, die roept: ,.Heere Heere!quot; zou Hij zeggen: „Ik heb u nooit gekend.quot; Zijn wij bereid ons kruis op te nemen en Hem te volgen? Is het mogelijk voor deze gemeente zonder dat zijquot; een leugen op de lippen neemt te zingen:

Jezus, \'k heb mijn kruis genomen,

\'k Verliet het al en volgde U.

Als we dat met een oprecht hart kunnen zingen, mogen we werkelijk aanspraak maken op den naam van Christen. Maar indien we meenen Christenen te

-ocr page 382-

3(j6

zijn, als \\vo eeiivoudig genieten van de voorrechten van den godsdienst, edelmoedig zijn en niet te verkwistend voor ons zelf, een goed en gemakkelijk loven leiden te midden van prettige vrienden en alles wat we begeeren, en er bovendien niets op ons aan te merken is omdat we de verleidingen der wereld vermijden, uit overweging dat we er niet tegen bestand zouden wezen, .... indien we dan meenen Christenen te zijn, waarlijk, dan zijn we nog lang niet waar we wezen moeten om de voetstappen te kunnen volgen van Hem, die Zijn weg ging onder zuchten en tranen, weonende over een verloren menschheid, die zweette van angst alsof er groote droppelen bloeds op de aarde vielen, die aan het kruis uitriep: „Mijn God, Mivti God, waarom hebt Gij Mij verlaten!quot;

„Is het ons voornemen ons bij vernieuwing aan den dienst des Heeren te verbinden? Zijn we bereid onze opinie te wijzigen over hetgeen we te verstaan hebben onder het Avoord „Christenquot;? Wat wil het zeggen een Christen te zijn? Een Christen zijn beteekent: Jezus navolgen, doen zooals Hij zou doen. Als we Christenen zijn, dan wil dat zeggen dat wij in Zijn voetstappen wandelen.quot;

Toen Henry Maxwell zijn toespraak had geëindigd, stond hij een oogenblik stil en overzag de menigte met een blik die nooit werd vergeten, ofschoon men op dat oogenblik niet begreep wat er in lag opgesloten. Honderden mannen en vrouwen die jaren lang een

-ocr page 383-

367

gemakkelijk en zelfvoldaan leven hadden geleid, en altijd naameliristenen waren gebleven, waren dien dag-in het kerkgebouw saamgestroomd. Er ontstond een diepe stilte in de vergadering. En in die stilte kregen alle aanwezigen een gewaarwording die hun jaren lang vreemd was gebleven. Do kracht Gods openbaarde zich in hun midden.

Iedereen verwachtte dat de prediker vrijwilligers zou oproepen die beloven wilden te handelen zooals Jezus zou doen. Maar de Heilige Greest leidde het zoo, dat hij besloot ditmaal alleen zijn last over te brengen en af te wachten welke gevolgen dat hebben zou.

Ds. Maxwell sloot den dienst met een hartelijk gebod. Iedere hoorder gevoelde de nabijheid des Heeren. En onder dien indruk stond de menigte langzaam op om het gebouw te verlaten.

Nu volgde een tooneel dat onmogelijk had kunnen plaats hebben indien slechts een mensch pogingen gedaan had om het daarheen te leiden.

Mannen en vrouwen verdrongen zich in grooten getale rondom liet platform om met Ds. Maxwell te spreken en de belofte af te leggen dat ze zich er in wilden geven steeds te doen zooals Jezus zou doen.

Maxwell was er door overstelpt. Hij had daar immers niet eens om gebeden\'? Het was een antwoord boven bidden en denken.

Op dit alles volgde een bidstond, waarin men gelijke ervaringen opdeed als te Raymond bij de eerste na-vergadering in de catechisatiekamer. Tot groote vreugde

-ocr page 384-

368

van Maxwell kwamen \'s avonds bijna alle leden van de Endeavour Society dezelfde belofte afleggen, die \'s morgens reeds door zoovele leden der kerk was gedaan. Ernstig en plechtig sprak men liet uit dat men altijd wilde handelen zooals Jezus zou doen. Tegen het einde van den avonddienst scheen hot alsof allo aanwezigen vervuld werden met den Heiligen Geest en het is niet te beschrijven hoe feeder, hoe heerlijk, hoe verblijdend de uitwerking daarvan was.

Het was een merkwaardige gebeurtenis in de geschiedenis van die kerk. En ook voor Henry Maxwell was het een gewichtige dag. Eerst zeer laat verliet hij de bijeenkomst om naar zijn kamer te gaan in de Kolonie waar hij zijn intrek had genomen en na een uur lang met den Bisschop en Dr. Bruce alles wat er dien dag gebeurd was nog eens vol blijdschap to hebben besproken, was hij eindelijk alleen en overdacht hij nog eens al de ervaringen die hij in den dienst des Heeren had opgedaan.

Hij knielde neder om te bidden, zooals hij altijd deed voor hij zich ter ruste begaf. En terwijl hij op de knieën lag had hij, wakende, een visioen, waarin hem getoond werd hoe het er op aarde zou uitzien, wanneer het hernieuwde Christendom allerwegen tot het geweten en het bewustzijn der Christenen zou doorgedrongen zijn. Hij twijfelde er geen oogenblik aan of hij wel werkelijk wakende was, maar niet minder zeker was hij er van dat hij met groote duidelijkheid zag, gedeeltelijk hoe het in de toekomst werkelijk zou zijn, en voor een

-ocr page 385-

369

andev deel wat hij vurig wensclite dat werkelijkheid worden mocht. En wat zag Henry Maxwell in zijn visioen?

Vooreerst zag hij zicli zelf, teruggekeerd op zijn post in de Eerste Kerk te Raymond, eenvoudig levende en zich zelf meer clan tot dusverre verloochenende, opdat hij daardoor bij machte zou zijn anderen te helpen, die geheel van zijn hulp afhankelijk waren. Ook zag hij, maar minder helder, dat er een tijd komen zou waarin zijn positie als leeraar hem een bron van lijden zou worden als een gevolg van de toenomende oppositie tegen zijn beschouwing over Jezus en hetgeen Hij doen zou. Dit waren echter slechts vage omtrekken. En door dat alles heen hoorde hij de woorden: „Mijne genade is u genoeg.quot;

Hij zag hoe Rachel Winslow en Virginia Page den arbeid der dienende liefde in de Rectangle voortzetten en tot ver buiten de grenzen van Raymond liefderijk de hand uitstrekten om hulp te verleenen waar die noodig was. Rachel zag hij gehuwd met Rollin Page en beiden hun leven wijdende aan den dienst des Heeren, beiden Zijn voetstappen volgende met een ijver, die versterkt en gelouterd werd door hun liefde voor elkander. En nogmaals zag hij Rachel, voortgaande met te zingen en zielen weer te brengen tot God in de achterbuurten en op plaatsen waar de zonde heerschappij voert, de wanhoop haar slacht-ofters maakt.

Hij zag President Marsh bezig zijn groote geleerdheid

24

-ocr page 386-

370

ea al r:ijii invloed aan ie wenden ton gnnste van de bewoners dor stad, ten einde liun burgerzin te veredelen en de jonge mannen on vrouwen, die liem liefhadden en bewonderden, aan te sporen bun leven te wijden aan den dienst des Heeren, daarbij in bet liebt stellende dat op ben, die een goedo opvoeding genoten, een groote verantwoord el ijkb ei d rust ten opziebte van zwakken en onwetenden.

Hij zag Alexander Powers te midden van de smartelijke beproevingen in zijn familieleven, voortdurend met droefheid vervuld over de verwijdering, ontstaan tusseben bom en zijn vrouw zoowel als tusscben hem en zijn vrienden, en toch gelaten zijn weg gaande, in alle eerbaarheid, omdat hij in alles gesterkt werd door Hom, wien hij had gehoorzaamd ook dan wanneer er bet verbos van zijn eervolle en winstgevende betrekking mee gepaard ging.

Hij zag Milton Wright, den handelsman, kampende mot allerlei tegenspoed, geruïneerd door een samenloop van omstandigheden, zonder dat hij zich iets te verwijten had, en uit dat alles te voorschijn komende met een ongerepte eer. En nog eenmaal zag hij hem, zich opwerkende tot een positie, waarin hij weer honderden jonge mannen een voorbeeld kon geven van wat Jezus doon zou in handelszaken.

Hij zag boe Eduard Norman, Eedacteur-Uitgever van Het Dagblad, met behulp van bet geld door Virginia verstrekt, een blad in hot leven riep waarvan spoedig erkend werd dat bot een van de krachtigste middelen

-ocr page 387-

371

was voor do politieke vorming van het volk, een dagelijks terugkeerend bewijs van de macht eener Christelijke pers en het eerste van een geheele reeks dergelijke nieuwsbladen, opgericht en in stand gehouden door anderen, die eveneens de belofte hadden afgelegd.

Hij z ag Jasper Chase, die zijn Meester had verloochend, een koud, terugstootend leven leidende, steeds bezig novellen te schrijven die ondanks hot succes dat hij er bij de wereld mee had toch alle het bewijs leverden dat hij een bittere wroeging gevoelde over zijn afval, een wroeging die, wat hij ook deed, door geen maatschappelijk succes kon worden weggenomen.

Hij zag Rose Sterling, gedurende eenige jaren levende op kosten van haar tante en Felicia, eindelijk getrouwd met een man, veel ouder dan zij zelf, den last aanvaardende van een verbintenis waarbij van haar kant geen sprake was van liefde, alleen om te voldoen aan haar begeerte om een rijk huwelijk te sluiten en te genieten van de weelde waar haar geheele leven naar uitging. Ook over dit leven wierp het visioen enkele duistere, schrikwekkende schaduwen, waarvan liem de bijzonderheden niet werden getoond.

Hij zag Felicia en Stephen Clyde gelukkig getrouwd, elkander het leven veraangenamend, vol geestdrift en met vreugde zich opofferende en hun krachtige dienende liefde, waardoor ze zich aangenaam maakten bij God en bij de inenschen, bestedende om in de donkere deelen der groote stad zielen te redden door persoonlijken omgang met hen te zoeken en ze te ontvangen

-ocr page 388-

372

in hun tehuis dat ze openstelden voor de aan heimwee lijdende menschheid te midden waarvan ze zich bewogen.

Hij zag Dr. Bruce en den Bisschop den arbeid in de Kolonie voortzettende. Het was hem als zag hij het groote verlichte opschrift boven de deur: ..Wat zou Jezus doen?quot;\' al grooter worden. En het antwoord dat dagelijks op die vraag werd gegeven was do verlossing van de stad uit haar grootsten nood.

Hij zag Burns en zijn makker benevens een groot aantal mannen van hetzeltdo slag, zelf verlost en op weg om anderen te redden; door Gods genade hun hartstochten beteugelend en in hun dagelijksch leven het bewijs leverend van een vernieuwing des harten.

Nu werd hot visioen verstoord. Het kwam hem voor dat hij tocu hij knielde begon te bidden, en het visioen meer eon verlangen was voor de toekomst dan een toekomstige werkelijkheid. Zou de Kerk van Christus in do stad en door heel het land Jezus volgen? Zou de beweging die in Raymond begonnen was zich voortzetten in wéinige kerken zooals do Xazareth-Kerk en zooals die waarin hi j heden was opgetreden en dan wegsterven als oen plaatselijke opwekking, als een beweging aan de oppervlakte, die zich niet uitscrekt tot in de diepte en zich niet verbreidt?

Later, als hij aan het visioen terugdacht, maakte zich nog do angst van hem meester. Hij meende te zien hoe de Kerk van Christus in Amerika zich bereid toonde do beweging, door den Geost des Hoeren gewekt, in zich op to nemen en oprees om haar gemakzucht

-ocr page 389-

373

en zelfgenoegzaamheid in den naam van Jezus te bestrijden. Hij meende te zien dat het opschrift: „Wat zou Jezus doen?quot;\' geplaatst was boven iedere kerkdeur en die zelfde woorden gegrift waren in het hart van ieder lid der kerk. Nogmaals verdween het visioen. Maar het kwam weer terug, helderder dan te voren, en hij zag de afdeelingen van de Endeavour Society over heel do wereld dragende bij hun groote optochten, als er bijeenkomsten van eeuige beteekenis werden gehouden, een banier waarin geschreven stond: ..AVat zou Jezus doen?quot; En naar het hem toescheen zag hij in het gelaat van de jonge mannen en vrouwen toekomstige vreugde en smart, verlies, zelfverloochening, martelaarschap. En nadat dit deel van het visioen langzaam verflauwd was, zag hij de gedaante van den Zone Grods, hem eu alle andere personen die in deze geschiedenis handelend optreden, toewenkende. Een koor van engelen deed zich hooren. Een gejuich alsof een groote overwinning behaald was werd vernomen. En de gedaante van Jezus nam steeds toe in heerlijkheid. Hij stond aan het einde van een lange reeks van stappen. .,0, Heer, is nog de tijd niet aangebroken voor de komst van Uw Rijk op aarde? O, vervul het Christendom van dezen tijd niet Uw licht en Uw waarheid. Help ons U te volgen, waarheen Gij ook gaat!quot;

Ten laatste stond hij op, eerbiedig, als iemand die hemelsche dingen heeft aanschouwd. Hij voelde de nooden en de zonden der wereld als nooit te voren. En met een hoop die hand aan hand gaat mot geloof

-ocr page 390-

374

en licf\'du, legflo Henry Maxwell, de dienstknecht van Jezus zich neder om te slapen en droomde van een herboren Christendom en zag in zijn droom een Christelijke Kerk zonder vlek ot\'rimpel of iets dergelijks,quot; Hem volgende, waarheen Hij gaat, gehoorzaam wandelende in Zijn voetstappen.

-ocr page 391-

, Ar h s»

BISLlOTHSEfC nedlherv. kerk:

-ocr page 392-
-ocr page 393-
-ocr page 394-
-ocr page 395-
-ocr page 396-