-ocr page 1-

IL. IE Vquot; IB INquot;

van onzen

GLORIEfOLlEN PAUMOUIIG

E O S111.

naar he beste eeonsen beweekt en aan het NEDEEI.andsche volk verhaald

door

JOS. A. C. M. SMITS Az.

\'s-Bosch. G. MOSMANS Senior. 1887

Met liet oog op bet aanstaande gouden Priesterfeest

___ _ \'2. H. bieden wij\'den inteekona^en op de Bibliotheek ter versprei*

van aangename \'lectuur liet LEVEN VAN Z. H. «judo liet 2e deel van den jaarg. aan in groot formaat.

van l/nff ■ 8en

-ocr page 2-

306 C

25

CENTRALE OUD-KATHOLIEKE BIBLIOTHEEK.

Universiteits-bibliotheek, Utrecht.

-ocr page 3-

v-\'K-v

hBBB fffwl MM wmêim WÊmM

■v\',■

V H -T\' Bi • \' I r . \' - l/^S

kigt;êk ?M


i SIBBKI\'-IH£■

pp#ri l^H

-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

LEVEN

van onzen

GLORIEVOLLEN PAOS-KONING

O Z^XXX.

NAAR DE BESTE BRONNEN BEWERKT EN AAN HET NEDERLANDSCHE VOLK VERHAALD

DOOR

JOS. A. 0. M. SMITS Az.

\'s Bosch. G-. MOSMANS Senior. 1887.

Tu es Petrus et super liane petram aedificabo Ecclesiam meam, et portae inferi non praevalebunt atlversus eam.

(Matth.),

Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijne Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overmogen.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

AAN DEN LEZER.

Weldra mag de katholieke Kerk den onvergetelij-ken dag herdenken, waarop haar glorievolle Stedehouder, de tegenwoordige Paus-Koning Leo XIII vóór vijftig jaren, uit de handen vau den toenmaligen kar-dinaal-vicarius Odescalchi, in de kapel van het Vicariaat te Kome, de H. Priesterwijding ontving.

O, hoe gelukkig gevoelde zich de bijna achtentwintig-jarige Joachim Pecci, toen hij, met de gewijde priesterkroon om de slapen, in de kapel van den H. Stanislas op het Quirinaal, de trappen van het altaar besteeg, om den Driewerf-heilige voor de eerste maal het Onbloedig Offer des Nieuwen Verbonds op te dragen. Hoe weinig dacht hij toen, dat zich aan de kroon des priesters zoo spoedig reeds de bisschoppelijke mijter, weldra ook de kardinaalshoed en eindelijk zelfs de pauselijke tiara huwen zou!

Wel hadden zijne leeraars, de nitstekendste mannen van hun tijd, den godvruchtigen en leergierigen knaap, den deugdzamen en vernuftigen jonkman, den

-ocr page 10-

4

voorbeeldigen en geleerden leviet, eene schoone en groote toekomst toegedacht!

Wel rielitte de bisschop Laïs di Ferentino, administrator van het diocees Anagni, bij gelegenheid, dat hij den jongeling de Mindere Orden toediende, deze beteekenisvolle woorden tot hem : „God heeft groote dingen met u voor; Hij heeft met u zijne bizondere inzichten!quot; Maar dat hij eenmaal op den Stoel van Petrus zetelen en als een schitterend Licht aan den hemel zijne weldadige stralen over den ganschen aardbol zou uitschieten, dat Keizers en Koningen de hulde van eerbied en bewondering aan zijne voeten zouden komen nederleggen, dat de grootste Staatslieden van Europa in hem hun meester erkennen, ja zijne vriendschap en zijn steun zoeken zouden, dat zijn groote naam in de wetenschappelijke wereld met schier ongekende geestdrift zou worden uitgesproken, dat vriend en vijand hem als om strijd zouden vieren en verheerlijken als het Licht z ij n e r e e u w, moge al iemand het toen vermoed hebben, allerminst de nederige priester, die den 31cn December 1837 in zijn geliefkoosd kapelletje, waar hij de eerste quot;Wijdingen ontvangen had, ook de eerste H. Mis opdroeg.

En toch zijn wij van dit alles, thans reeds jaren lang, getuigen! Sedert 1878 zetelt de nederige en geleerde priester van 1837 op den onvergankelijken en eerbiedwaardigen troon der Roomsche pausen en dagelijks verhalen ons de dagbladen van zijn roemvol en vruchtbaar Pontificaat.

-ocr page 11-

5

Waar ter wereld wordt de naam „Leo XI11quot; niet met eerbiedige vereering uitgesproken, maar welk hoekje van den aardbol blijft ook verstoken van de rijke vruchten, welke zijn onvermoeide werkzaamheid als paus in overvloed afwerpt!

Wat al gloriën omstralen de gouden kroon van den jubileerenden Priestervorst, de driekroon van den Paus-Koning!

Nu eens bewonderen wij den Staatsman en Diplomaat, die, zonder zijn toevlucht te nemen tot de listige en sluwe kunstgrepen der hedendaagsche real-politiek, den grootsten staatslieden en diplomaten onzer eeuw eerbied en ontzag afdwingt en langs den weg der ware, echt christelijke staatkunde, zoo meesterlijk in zijne Encycliek „Immortale Deiquot; afgebakend, de banden tusschen den H. Stoel en de verschillende staten van het wereldrond steeds nauwer en nauwer poogt toe te halen.

Dan wederom bewonderen wij den Paus-Leeraar, die in onsterfelijke Encyclieken de heillooze en verderfelijke leerstellingen onzer goddelooze eeuw brandmerkt, en de ware onvergankelijke grondbeginselen van het heilig Evangelie aan de geheele wereld predikt. Of wij roemen den „Man der wetenschapquot;, die de onovertroffen wijsbegeerte van den „Engel der schoolquot; in eere herstelt en hemzelven, te midden onzer eeuw van dwalingen op elk gebied, een luistervol voetstuk opricht; die de rijke boekerijen van het Vaticaan voor den ernstigen geschiedvorscher openstelt en den

-ocr page 12-

6

beoefenaars der hoogere klassieke studiën en der Dante-litteratuur de schoonste gelegenheid aanbiedt, om hun dorst naar kundigheden te laven. Glansrijk lichtpunt in de levensgeschiedenis van onzen Paus-Koning ! Te midden der ontelbare geheime genootschappen, die, woelend in het groote lichaam der christelijke Maatschappij, de grondzuilen van troon en altaar ondermijnen, zien wij duizenden en honderdduizenden katholieken op de roepstem van hun Opperherder ouder de banier vau St. Franciscus tot één machtigen bond vereeuigd, om als „kinderen des lichtsquot; den geestelijken strijd te voeren tegen de „kindereu der duisternisquot; en te midden eener eeuw van weelde en zingenot door de gulden middelmaat van een oprecht christelijkeu levenswandel, alle men-schen, hunne broeders in Christus, te stichten.

Heerlijke bladzijde in de kerkelijke geschiedenis van den jongsten tijd 1 Jaarlijks, gedurende de dagen der Octobermaand, stroomen de millioeuen katholieken van den aardbol in hunne kerken en heiligdommen samen, om door het bidden van den H. Rozenkrans de machtige voorbede der Vlekkelooze Moeder-Maagd in te roepen en den Hemel een heilig geweld aan te doen voor de ons zoo dierbare belangen der fel vervolgde Bruid van Christus.

Ja, wel vormt het Pontificaat van Leo XIII een gouden schakel in de reuzenketen der Geschiedenis! Wel mogen wij, oprechte kindereu der katholieke Kerk, Gods Vaderlijke Voorzienigheid danken, dat

-ocr page 13-

7

Zij iu de hachelijke tijden, welke wij doorleven, aulk een toonbeeld van deugd en heiligheid, zulk een machtigen en onvermoeiden geest, zulk een verlichten leeraar, voorzichtigen herder en goedbartigen vader aan het hoofd der geheele Christenheid geplaatst heeft.

Deze gedachte, W. L., was ons een prikkel te meer, om, daartoe uitgenoodigd, tot meerdere verheerlijking van Christus en Zijne Ylekkelooze Bruid op aarde, het werkdadig en stichtend leven van onzen grooten Paus-Koning in korte trekkeu en eenvoudige taal aan het Nederlandsche volk te verhalen.

En te gretiger gaven wij aan deze uitnoodiging gehoor, om ook hun, wien het niet gegeven is, met de keurige, Nederlandsche vertaling van het wereldberoemde „Leven van Leo XIII door Bernard O\'Reillyquot; kennis te maken, een geschikte gelegenheid aan te bieden, de levensomstandigheden en daden van onzen glorievollen Opperherder, is het dan ook slechts in vluchtige trekken, toch meer van nabij te leeren kennen.

Bij de samenstelling dezer korte levensschets hebben wij, behalve van het reeds genoemde standaardwerk, 1) ook een ijverig gebruik gemaakt van „Unseres heiligen Yaters Papst Leo XIII. Leben, von Igt;. Anton de Waalquot; en waar de beide levensbeschrijvers in

1

Life of Leo XIII, by Bernard (VReilly, D. D., L. D. (Laval) London. Sampson Low. Marston, Searle and Rivington 1887.

Vie de Léon XIII, Edition francaisc entièrement refondue et annotée avec soin, par P. M. Brin, P. S. S., Paris, Librairie De Firmin-Didot et Cie. 1887.

-ocr page 14-

8

gevoelen verschilden; hebben wij ons steeds aangesloten bij de meening van Dr. Bernard O\'Reilly, die de authentieke bescheiden, op last van Z. H. te zijnen dienste gesteld, getrouw heeft gevolgd.

Moge dit ons werk, onder Gods milden zegen, iets bijdragen, om het glorievol Pontificaat van paus Leo XIII meer en meer te doen kennen en waar-deeren, en onze doorluchtige Paus-Koning nog lange jaren aan het roer van Petrus\' Scheepje staan tot meerdere eer en glorie van Christus en Zijne Vlek-kelooze Bruid.

De Schrijver.

-ocr page 15-

INLEIDING.

Het einde der achttiende en liet begin der negentiende eeuw waren voor Europa tijdperken van beroeringen, woelingen en omwentelingen, zoo op staatkundig al? godsdienstig gebied. De heillooze en verderfelijke leerstellingen, welke, in den misdadigen schoot der geheime genootschappen, en met name der v r ij m e t s e 1 a r ij, gekoesterd en tot rijpheid gekomen, allerwegen aanhangers en voorvechters vonden, gingen aldra tot schrik en ontzetting van Europa in stroomen bloeds op. ïe laat betreurden de besten onder hen, die de groote Eransche Staatsomwenteling, hetzij door zedelijken steun, hetzij metterdaad hadden helpen bevorderen, dat zij de speelbal, ja het slachtoffer van bedriegelijke beloften en ijdele hersenschimmen waren geworden.

Maar één, — zijn onsterfelijke naam „Napoleonquot; leeft nog op aller lippen — overzag met zijn arends-blik den hachelijken toestand van Europa, dat naar rust en verademing smachtte. Met reuzenkracht sloeg hij het omwentelingsondier in boeien, doch in stede

-ocr page 16-

10

van het te dooden en Europa voor altoos van dit gedrochtelijk monster te bevrijden, maakte hij het slechts dienstbaar aan de grootsche maar euvele plannen zijner grenzeulooze heerschzucht. Langs den weg van ruw geweld eerste Consul geworden, verkreeg hij twee jaren later deze waardigheid voor zijn leven, doch verwisselde ze ten jare 1804 reeds met de keizerlijke waardigheid en zette zich-zelven en keizerin Josephine, in tegenwoordigheid van paus Pius VII, de keizerskroon op het hoofd. Langs denzelfden weg poogde hij de wereldheerschappij te bemachtigen en de vorsten van Europa, ja zelfs den Paus-Koning, onder zijn ijzeren schepter te doen bukken. Zóó zette de revolutie haar sloopingswerk voort, maar thans in dienst van den machtigen Corsikaan, en niet slechts bj\'nnen de grenzen van Frankrijk, maar over geheel Europa.

In een oogwenk was ons werelddeel van aanschijn veranderd ; naast het keizerlijk diadeem schitterde weldra ook de Lombardische koningskroon op het hoofd van den overweldiger, en zijn schoonzoon Eugène Beauhar-nais voerde daar als Onderkoning van Italië in naam des Keizers het bewind. De slag bij Austerlitz, waar Napoleon een schitterende en beslissende overwinning behaalde, maakte een einde aan het Duitsche keizerrijk en Erans II moest zich voortaan tevreden stellen, als Erans I de erfelijke keizerskroon van Oostenrijk te mogen dragen. Het overig gedeelte van Duitschland, in kleine vorstendommen verbrokkeld, zag voor een groot deel gunstelingen des Keizers op de trDnenen

-ocr page 17-

11

zich voor het grootste deel genoodzaakt, toe te treden tot het .Rijnverbond, waarvan de Keizer zich als den oppermachtigen beschermheer gelden deed.

In Spanje werd koning Karei IV gedwongen ten behoeve van zijn zoon Ferdinand VII de kroon neder te leggen, en deze moest op zijn beurt al spoedig plaats maken voor Napoleons broeder Joseph, die op den troon van Napels door Murat vervangen werd. In Portugal, waar de koninklijke familie naar Brazilië was gevlucht, heersclite Junot als hertog van Abrantes, in naam des Keizers; in Nederland droeg Lodewijk Napoleon de koningskroon, docli kort voor den nood-lottigen veldtocht naar Husland, werd Lodewijks gematigd bestuur vervangen door algeheele inlijving bij het l\'ransche Rijk.

In zijn verblinden eigenwaan had de trotsche wereldbedwinger zelfs den euvelen moed, zich op eene heiligschennende wijze te vergrijpen aan het Erfdeel van den H. Petrus, aan de onkreukbare rechten van den H. Stoel. Het continentale stelsel, dat de Euro-peesche havens voor Engelsche schepen sloot, wilde Napoleon allen keizers en koningen opdringen, maar geen, die zich krachtiger tegen dezen maatregel van willekeur verzette, dan de zwakke grijsaard van het Vaticaan, dan Pius VII.

Duur moest de Paus-Koning dit krachtig verzet boeten; zijn wereldlijk gebied werd nu geheel bij het Fransche rijk ingelijfd, de tijdelijke macht des Pausen afgeschaft, en Pius VII zelf eerst gevankelijk naar

-ocr page 18-

12

Savona en vervolgens naar Fontainebleau overgebracht.

De banvloek tegen allen, die aan deze heiligschennis hunne medewerking verleend hadden, was het antwoord des pausen, maar toen Napoleon vernam, dat hij geëxcommuniceerd was, barstte hij in een hoonend gelach uit en schreef in een brief aan den „Onderkoning van Italiëquot; : „Houdt hij (de paus) mij dan voor een dwaas, of gelooft hij, dat zijn banvloek de geweren uit de handen mijner soldaten zal doen vallen ?quot;

De Geschiedenis zou, spoediger dan men vervrachtte, het antwoord op deze vraag geven. De trotsche Corsi-kaan had het toppunt zijner grootheid bereikt en terwijl z ij n e gloriestar ging tanen, daagde aan den blauwen hemel van Italië een niet minder luistervol en liefelijk Licht, dat ruim een halve eeuw later, van Rome uit, zijne weldadige stralen over den ganschen aardbol zou uitgieten.

-ocr page 19-

EERSTE TIJDPEEK.

DE VOORBEREIDING.

1810-1838.

HOOFDSTUK I.

Carpiueto. — De familie Pecci. — De 2e Maart 1810.— Broeders en zusters.

In het schier ontoegankelijk, maar schilderachtige bergland van Latium, waar in langvervlogen dagen de Volsken en Hernikers woonden, ligt een oud en volkrijk stadje, met name Carpineto.

Als zwevende tusschen twee reusachtige rotsen der Monti Lepini, hoog boven eene diepe klove, vertoont het van verre de gedaante van een „Arendsnestquot;. 1) Ue omgeving is rijk aan tooverachtige, wild-afwisselende natuurtafereelen.

Hooge rotswanden met boomen, struiken en wilde bloemen, in speelsche verscheidenheid en kleurenpracht, bedekt, de bruisende wateren van den onstuimigen bergstroom, een lichtende, geurige nevel, die den omtrek nu als in een zachtblauwen, dan als in een purperen sluier hult, de frissche, gezonde en verster-

1

Deze schilderachtige uitdrukking is van kardinaal Joseph Pecci. den broeder des pausen.

-ocr page 20-

14

kende berglucht, de schoone, krachtige en deugdzame bevolking, die, afgesloten in \'t gebergte, de ontzenuwende verfijning der moderne beschaving niet kent, dit alles werkt mede, om den toerist reeds aanstonds voor deze schilderachtige landstreek in te nemen.

Het stadje zelf, weleer eene sterke vesting, gelijk de overblijfselen van muren en torens nog heden getuigen, vertoont zich in middeleeuwsche kleedij en schijnt ons te herinneren aan den tijd, toen het als leenheerlijkheid deel uitmaakte van de bezittingen der Aldobrandini\'s.

Kardinaal Pietro Aldobrandini, een neef van paus Clemens VIII (1592—1605) verrijkte het stadje met een klooster van Observanten, een tak der groote familie van Sint l\'ranciscus, die den Eegel van den serafijnschen Yader in al zijne gestrengheid onderhoudt en waarmede wij in het volgend hoofdstuk nader kennis hopen te maken.

Vier parochie-kerken, waarvan twee, iu gothischen stijl opgetrokken, uit de vijftiende eeuw dagteekenden, voorzagen in de geestelijke behoeften der bevolking, doch alle, ook de Collegiaalkerk, die door paus Clemens XIV gebouwd was, verkeerden ten jare 1810 in een staat van droevig verval. De soldaten der Franse he Republiek en van het Keizerrijk hadden ook hier de onzalige sporen hunner heiligschennend e roof-en vernielzucht achtergelaten.

Op het hoogste punt van het rotsplateau, over welks golvende oppervlakte de middeleeuwsche straten

-ocr page 21-

15

en huizen van Carpineto met eene bevallige ordeloosheid verspreid liggen, in de onmiddellijke nabijheid der St. Nicolaaskerk, verheft zich het paleis der familie Pecci, een eerbiedwaardig gebouw, dat uit de 16e eeuw dagteekent.

De toenmalige bewoners van dit paleis, Domenico Lodovico Pecci, een man van 41 jaren, en zijne trouwe, deugdzame echtgenoote Anna Prosperi-Buzi, die ruim 36 jaar oud was, leefden daar iu stil geluk en onge-stoorden vrede, te midden hunner vijf lievelingen, drie jongens en twee meisjes, welke onder de voortreffelijke leidiug der echt christelijke ouders in devreeze des Heeren opgroeiden.

De Pecci\'s behooren tot een aanzienlijk en doorluchtig geslacht, afkomstig uit Siena, gelijk daar het Pecci-paleis aan \'t Kathedraal plein en de graftomben der verschillende hoogwaardigheidbekleeders van dien naam in de prachtige Kathedraal-zelve nog heden ten dage aan den bezoeker getuigen.

In de bloedige, maar ongelijke worsteling, tusschen de vrijstad Siena en Florence, waar het machtige geslacht der Medici\'s, dat ook Siena aan zijne heerschappij wilde onderwerpen, den schepter zwaaide, schijnen de Pecci\'s tegen hunne landgenooten partij te hebben gekozen. Het mag ons niet verwonderen, dat hunne verbitterde medeburgers, wier ontembare woede en hardnekkige strijd, bij gelegenheid der belegering hunner stad, van historische bekendheid zijn, hun dientengevolge het leven lastig maakten, zoodat

-ocr page 22-

16

in de eerste helft der 16e eeuw een tak der Pecci\'s, onder begunstiging van paus Clemens VII (1523—34), die mede tot het geslacht der Medici\'s behoorde, naar de Kerkelijke Staten verhuisde en zich metterwoon te Carpineto vestigde.

De aanzienlijkste en doorluchtigste geslachten van Italië hebben het zich steeds tot een hooge eer gerekend, den adel der wetenschap te huwen aan den adel der geboorte.

Zoo ook dat der Pecci\'s te Carpineto.

Ferdinand Pecci was een beroemd advckaat, tijdens de pauselijke regeering van Benedictus XIV (1740— 1758); Joannes Baptist Pecci, vicaris-generaal van Anagni, was benoemd-bisschop van Segni, toen de dood hem kwam verhinderen bezit te nemen van zijn zetel; eindelijk, ten tijde van paus Pius VI, genoot een monseigneur Joseph Pecci zulk een iiaam in de rechterlijke wereld te Rome, dat genoemde paus niet aarzelde hem de belangen der familie Braschi, die in een reeks van processen gewikkeld was, toe te vertrouwen. Pius VII verhief hem tot de hooge waardigheid van Commissaris-Generaal der Apostolische Kamer, een post, die den geleerden advokaat in macht en invloed nog stijgen deed.

Met trots dus mocht graaf Lodovico, dien wij reeds als bewoner van het paleis te Carpineto leerden kennen, op zijn beroemde voorvaderen terugzien. Maar niet minder aanzienlijk en doorluchtig was het geslacht, waaruit zijn beminnelijke echtgenoote, Anna

-ocr page 23-

17

Frosperi-Buzi gesproten was. In de aloude stad der Volsken, met name Cori, en hare omgeving namen de Prosperi-Buzi\'a dezelfde eereplaats in, als de Pec-ci\'s in hun eigen geboorteland.

Gravin Anna had haar echtgenoot een rijken bruidsschat van aanzienlijke bezittingen aangebracht; maar grooter was de schat van christelijke deugden en edele hoedanigheden, welken hij in haar bezat, kostbaarder het bloeiende vijftal, dat zij hem reeds had geschonken, kostbaarder vooral de schat, welke zij weldra hem en, zonder het zelve te vermoeden, de geheele wereld schenken zou.

Denken Maart 1810, omtrent één uur in den nacht, zag Joachim, Vincent, Eaphael, Lodovico (of Louis), vierde zoon van graaf Lodovico en gravin Anna, in het paleis te Carpineto het levenslicht. Twee dagen later, op het feest van den H. Lucius, paus en martelaar, werd de veelbelovende kleine tegen het vallen van den avond in de parochiekerk van den H. Nico-laas gedoopt en opgenomen in den schoot der katholieke Kerk, welke hij thans als Paus Leo XIII zoo glorievol bestuurt. Monseigneur Joachim Tosi, bisschop van Anagui, die vertegenwoordigd werd dooiden kanunnik Hyacinthe Caparossi, en vrouwe Candida Pecci-Caldarozzi, eene aanverwante van vaderszijde, hielden het kind ten doop, terwijl de plechtigheid, met toestemming van den pastoor der parochie, door den kanunnik Michael Catoni voltrokken werd.

De bisschop van Auagni was de vriend en raadsman

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 2

-ocr page 24-

18

der familie en het mag ons dus niet verwonderen, dat hij, bij de geboorte van Joaclum, welwillend de taak van peetoom had aanvaard. In moeielijke levensomstandigheden raadpleegde graaf Lodovico steeds zijn bisschoppelijkeu vriend en niet, dan in overleg met hem, had hij besloten, aan den eisch van Napoleon gevolg te geven en als kolonel in Franschen dienst te treden.

De jeugdige familie des huizes telde thans zes leden. Karei, de oudste broeder, die bij de geboorte van Joachim elders vertoefde, om zijne opvoeding te voltooien, was den 28en November 1793 geboren en is ten jare 1879 in ongehuwden staat te Eome gestorven. Op hem volgden den 25en Mei 1798 Anna Maria (t 1870) en den 4«» November 1800 Catharina, die zich door den echt met de familie Lolli verbond en ten jare 1867 overleed.

Den 26en October 1802 zag Joannes Baptist, de stamhouder der familie, die den 7en Februari 1830 Angela Salina huwde, het levenslicht en vijf jaren later, den 15en September, Joseph, dien wij in den loop dezer biographie nog meermalen zullen ontmoeten.

Na de geboorte van Joachim, die bestemd was om eenmaal de pauselijke driekroon te dragen, schonk gravin Anna nog het leven aan een vijfden zoon, met name Ferdinand, die reeds in den eersten bloei zijner jeugd, als kweekeling van \'t E-omeinsche Seminarie te Rome, zijne nog schuldelooze ziel aan God teruggaf.

In dezen huiselijken kring groeide de toekomstige

-ocr page 25-

19

Paus-Kouiiig, door den H. Malachias als: Lumen in G o e 1 o — Licht aan den hemel — voorspeld, ouder de voortreffelijke leiding zijner voorbeeldige ouders, op en ook in hem werd het woord der H. Schrift bewaarheid ; „Hij nam toe in wijsheid en jaren en ia behaaglijkheid bij God en de menschen.quot;

-ocr page 26-

HOOFDSTUK II.

Tijdsomstandigheden. — Joachims eerste kinder jaren. — De leerschool van christelijke deugden. — Gravin Anna en de Derde Orde van St. Franciscns.

Donker is de achtergrond, waarop zich het liefelijk en aanminnig beeld van Joachims eerste kinderjaren fiftcekent. De toestand van Italië en, met name, die van de Kerkelijke Staten was treurig en jammervol, zoowel op staatkundig en maatschappelijk, als op zedelijk en stoffelijk gebied. Het schoone land, dat in hetere tijden als modelstaat aller bewondering afdwong, was gelijk geworden aan dat door den Hemel bevoorrecht wezen, hetwelk, toegerust met de zeldzaamste gaven naar geest en hart zoo in de natuurlijke als bovennatuurlijke orde, door den engel des verderfs misleid, zijue hooge roeping uit het oog verloor en van zijn verheven standpunt met duizelingwekkende snelheid in den peilloozen afgrond der verdierlijking uederstortte.

-ocr page 27-

21

De lieillooze hegiuselen vau Voltaire en zijne aanhangers, in voortreffelijke vertalingen tot de salons der Italiaansche aristocratie en vandaar tot de kringen der burgerij doorgedrongen, verspreidden zich aldra ouder de lagere klassen der bevolking en met hen de meest verderfelijke vooroordeelen, dwalingen eu hartstochten.

Godsdienstige onverschilligheid, welke spot met alles wat heilig is en geheel met het verleden breken wil, valsche begrippen omtrent vrijheid, gelijkheid en menschenliefde en verleidelijke theorieën, die noodzakelijk daaruit voortvloeien, hadden het voorheen zoo bloeiende veld in een doodsche woestenij herschapen. De revolutionaire soldaten van de Eransche Republiek en het Keizerrijk hadden kerken en heiligdommen geplunderd, priesters en kloosterlingen aan hoon eu verachting prijsgegeven en de heerlijkste scheppingen der oude en der christelijke kunst vernield, omvergehaald of als buit naar Parijs gevoerd, naar Parijs, dat — de trotsche Corsikaan had het gezworen — het middelpunt der wereldbeschaving en -heerschappij worden moest. Men had het doorluchtige Hoofd der Katholieke Kerk aan het volk voorgesteld als een overweldiger en den gezworen vijand van allen vooruitgang en beschaving. Napoleon had in zijn verblinden trots zelfs den euvelen moed, zich te vergrijpen aan de heilige rechten des Pausen en Pius VII, te midden eener smartvolle en doodelijke ziekte, van de eeue gevangenis naar de andere te sleuren,

-ocr page 28-

22

om hem met geweld, voor de Katholieke Kerk noodlottige, concessiëu af te persen. \'

De inkomsten der Kerkelijke Staten, alle kerkelijke eigendommen, inrichtingen van onderwijs en liefdadigheid, en voornamelijk de huizen en inkomsten der religieuse Orden waren door de revolutionaire legers in beslag genomen, en wat weleer geheel hel koninkrijk zoo naar ziel als naar lichaam ten goede kwam, strekte nu slechts tot bevrediging der heerschzucht van één man, den vreemden overweldiger, Napoleon Bonaparte.

De ongodsdienstige nationale scholen, welke de religieuse inrichtingen van onderwijs, waaraan de Pausen hunne teederste zorgen wijdden, vervangen moesten, waren allen op één doel ingericht, nl. om het volk meer en meer te vervreemden van godsdienst en paus.

Aan deze zedelijke jammeren huwde zich groote, stoffelijke ellende; zware, ondragelijke oorlogsschattingen, overstroomingen en slechte jaren hadden de bevolking\', die met den godsdienst ook alle begrip van christelijk geduld verloren had, geheel en al uitgeput en het bandietenwezen in omvang, sluwheid en driestheid doen toenemen.

Het Volskengebergte, in welks gebied ook Carpineto gelegen is, was de hoofdzetel der roovers, die vooral het zuidelijk gedeelte des lands tot tooneel hunner roof- en plundertochten hadden uitverkozen.

Zóó leerde onze kleine Joachim reeds in zijne prilste jeugd het bandietenwezen met zijne geheime ver-

-ocr page 29-

2.3

takkingen, met al zijne listen en sluwheden kennen, en de verhalen hunner onmenschelijke gruweldaden, waarnaar de knaap, op moeders schoot gezeten, vol ontzetting luisterde, boezemden hem een diepen afschuw in tegen die bandelooze horden, welle alle wetten van recht en orde met voeten traden.

Ook hoorde de knaap in zijne omgeving dikwijls spreken van Napoleons bloedige krijgsbedrijven, waarvan de berichten werden overgebracht door de terug-keerende soldaten, die den overweldiger in vreemde gewesten hadden moeten dienen.

Naast deze beelden van ruw geweld nam zijne jeugdige, maar reeds ontwakende fantasie ook andere meer liefelijke en treffende gestalten in zich op. De herstelling der heerschappij van Pius Vil, die, na eene vijfjarige gevangenschap, in triomf te Rome terugkeerde en de teugels van \'t bewind weer in handen nam, de feesten, waardoor de bevolking hare vreugde over dit herstel allerwege lucht gaf, en de straf van den trotschen Corsikaan, die zijn strijd tegen de onvergankelijke, alles trotseerende Eots der Kerk op de naakte basaltrotsen van St. Helena boeten moest, dit alles maakte een diepen en levendigen indruk op het ontvankelijk gemoed van den vluggen knaap.

Het geheim, dat de voor vele geesten zoo noodlottige tijdsomstandigheden, waaronder ook Joachim opgroeide, op hem slechts een heilzamen invloed uitoefenden, moeten wij zoeken in het huiselijk leven der familie Pecci.

-ocr page 30-

24

Doch, vooraleer wij in dit heiligdom van vrede en deugd, van godsvrucht en liefdadigheid, doordringen, zij ons een enkele opmerking omtrent den naam van Joachim veroorloofd. Zijue brave moeder, gravin Anna, noemde hem steeds met zijn tweeden naam Vincent, omdat zij eene bizondere vereering koesterde jegens den grooten Dominicaner missionaris^ den H. Vincen-tius Ferrerius, aartsbisschop van Valencia. Zoolang zijne moeder leefde, was hij dan ook enkel bij dezen naam bekend, doch na haren dood en wel omstreeks het jaar 1830 besloot hij om goede redenen van naam te verwisselen en zich voortaan Joachim te noemen.

Om der geschiedkundige waarheid geen geweld aan te doen, zullen ook wij ons tot genoemd tijd-s t i p van den naam „Vincentquot; bedienen.

Het was een paradijs op aarde, de huiselijke kring, waarin onze kleine quot;Vincent het eerste gedeelte van de lente zijns levens doorbracht. Geen liefelijker tafereel dan de gelukkige ouders te midden hunner dierbare lievelingen. Het waakzaam oog des vaders en de zorgen der moederlijke teederheid hielden alles, wat de deugd en het geluk hunner kinderen in gevaar kon brengen, met liefdevolle angstvalligheid verre van het ouderlijk huis verwijderd, maar stelden ook alles in het werk, om hun het huiselijk leven zoo aangenaam mogelijk te maken. Wat zalige vreugde vervulde het moederlijk hart van gravin Anna, als zij hare lieve kinderen in de rijkbehangen zalen van het paleis, of op de grasperken en in de kastanjeboschjes van hun

-ocr page 31-

25

landhuis buiten de stad, met kinderlijke vroolijkheid zag dartelen en stoeien!

Het landhuis der familie was zeer schilderachtig en bekoorlijk gelegen op den top eener groene zacht-glooiende vlakte tusschen twee steile hoogten en omgeven door groepjes, hooge kastanjeboomen.

Daar speelde Vincent met zijne oudere broeders, Joseph en Joannes, terwijl zijne beide zusters, aan de zijde der gravin gezeten, of met haar wandelend, het vroolijke spel der vlugge knapen gadesloegen.

Het gebulder van Napoleons kanonnen in Spanje, Pruisen en Eusland kon hunne schuldelooze vreugden niet storen en onder de veilige hoede hunner beminde en teederminnende moeder waren ze voor de roovers van het gebergte niet beducht. Daarenboven zou, bij \'t minste gevaar, een noodkreet voldoende zijn geweest, om de bevolking der omgeving, die de familie Pecci op de handen droeg, te zien toestroo-men en het leven hunner weldoeners met het eigen leven verdedigen.

Immers graaf en gravin Pecci waren, in den alge-meenen en nijpenden nood dier dagen, de toevlucht van armen en ongelukkigen en kwistig deelden zij van den grooten rijkdom, dien God hun geschonken had, aan hunne hulpbehoevende broeders in Christus mede.

Gravin Anna was niet slechts goed voor de armen, maar zij was hun inderdaad eene teedere moeder. Geen moeiten, geen opofferingen vielen haar te zwaar, om hun treurig, maar verdienstvol lot eenigermate te

-ocr page 32-

26

verzachten. In tijden van grooten nood liet zij dagelijks brood bakken en onder eigen toezicht polenta, eene krachtige, voedzame soep, waarop de boeren dier streken verzot zijn, in groote ketels bereiden. De uit-deeling had steeds in hare tegenwoordigheid plaats en de noodlijdende zieken en huisarmen waren het bizon-der voorwerp harer moederlijke zorgen. De kieschheid, welke altoos hare liefdadigheid kenmerkte, schrikte niemand af, om in nood zijn toevlucht tot haar te nemen. Behalve deze liefdewerken, welke zij op eigen handje verrichtte, was zij steeds de ziel van ieder werk van godsvrucht en liefdadigheid, dat in het stadje tot stand kwam, maar niets van dit alles kon haar ooit hare plichten als echtgenoote en moeder ook maar in het minst doen vergeten ; zij was eéne trouwe en liefdevolle gade, eene zorgvuldige en teedere moeder.

De geestdrift voor de volmaaktheid, welke haar-zelve bezielde, was in hooge mate mededeelzaam; op eene uitnemende wijze verstond zij het geheim, haren kinderen liefde in te boezemen voor hetgeen zij-zelve liefhad, haat tegen alles, wat zij-zelve verfoeide. Van kindsbeen af, leerde zij hen, hoe ze steeds uit geheel hun hart en met al hunne krachten, de plichten van het oogenblik te vervullen hadden en de natuurlijke gaven, waarmede God hen had toegerust, tot Zijne eer en het welzijn der menschheid, dienstbaar te maken aan den heiligen godsdienst.

Was het wonder, dat de door de natuur zoo kwistig bedeelde bloesems, onder de teedere hoede van zulk

-ocr page 33-

27

eeue kweekster, welig groeiden en, de een na den ander, hunne schitterende blaadjes ontplooiden, om straks in vollen bloei, de oogen hunner omgeving tot zich te trekken!

Is het wonder, dat in zulk eene kweekschool van deugd eu heiligheid de Paus werd gevormd, die in waarheid der armen vader eu de steun van ongeluk-kigen heeten mag; die onvermoeid zijne groote en bewonderenswaardige talenten dienstbaar maakt aan de verheerlijking van Christus\' Vlekkelooze Bruid, aan de bestrijding van den geest des ongeloofs, die onze eeuw beheerscht, aan de herstelling der vriendschapsbetrekkingen tusschen Kerk en Staat, dienstbaar, in één woord,, aan het tijdelijk geluk en het eeuwig heil der menschheid!

De zelfopofferende, moederlijke liefde van gravin Anna werd door hare kinderen en niet het minst door Vincent en Joseph met kinderlijke wederliefde beantwoord.

De ware liefde streeft naar gelijkvormigheid met het voorwerp, dat zij liefheeft; zoo ook die der kinderen van graviu Anna.

Vooral echter was het onze kleine quot;Vincent, die trachtte, in alles, voor zoover dit mogelijk was, het treffend evenbeeld zijner moeder te wordeu, en als wij hem later als Paus Leo XIII, met een vurige devotie tot den H. Franciscus van Assisië bezield, de Derde Orde van den Seratijnschen Vader in eer en luister zien herstellen, dan moeten wij de bron dezer lieve-

-ocr page 34-

28

Hugs-devotie van den Paus-Koning zoeken in liet hart zijner godvreezende moeder.

Gravin Anna droeg den Religieusen van het Observanten-klooster le Carpineto groote achting en eerbied toe en wist ook haren kinderen voor die edele zonen van Sint Eranciscus eene hartelijke vereering in te prenten.

De Observanten vormen een krachtvollen en vruchtbaren tak, door den H. Beruardinus van Siena en Petrus van Alcantara op den bloeienden en saprijken stam van Assisië geënt.

Reeds had deze welige tak een H. Joannes Capis-tranus, een H. Leonardus de Porto-Mauritio voortgebracht, en tallooze legioenen van mannen en vrouwen, die geen andere eerzucht kenden, dan deu arme van Assisië op het verheven pad van zelfopofferende toewijding te volgen. Ten jare 1797 door de soldaten der Pransche revolutie uit hun klooster te Carpineto verdreven, keerden zij ten jare 1815 daarin terug, maar vonden het voor een groot deel verwoest en vervallen. Graaf en gravin Pecci waren de eersten, om den Religieusen, in hun uitersten nood, een hulpvaardige hand te bieden en dit edelmoedig voorbeeld vond bij vele familiën navolging.

De revolutionaire soldaten van Bonaparte legden steeds een blinde woede en ongekende razernij aan den dag, als het gold de kerken en kloosters der Pranciscanen te plunderen en te verwoesten.

Ook de zonen van het eene Italië, die zoo hoog

-ocr page 35-

29

opgeven van hunne bewondering voor den dichter der „Divina Comediaquot;, bezwalken en vervolgen zonder ophouden de zonen dier doorluchtige heiligen, welke Dante ons in dichterlijke taal voorstelt als „de reinste glorie van Italië en den onvergankelijken roem van het menschelijk geslachtquot;.

Evenals elders waren de Religieusen te Carpineto voor den ganschen omtrek steeds een onuitputtelijke bron van geestelijke en stoffelijke weldaden. In tijden van grooten nood, in epidemieën, ziekten en alle beproevingen des levens, behoefde men slechts aan de kloosterpoort te kloppen, om hulp en bijstand deelachtig te worden. De Religieusen deelden het schamele brood met de hongerigen en vermoeiden; bij hen vond men geneesmiddelen voor ziel en lichaam, raad in de moeielijkste omstandigheden des levens, troost en opbeuring voor het gebroken hart.

Gravin Anna was een ijverig lid der Derde Orde van St. Franciscus; steeds onder de eersten bij de vergaderingen tegenwoordig, welke in de kloosterkapel te Carpineto gehouden werden, schepte zij er vermaak in, hare kinderen met zich mede te nemen.

De Derde Orde van Boetvaardigheid, welke in de middeleeuwen millioenen leden onder alle rangen en standen der maatschappij telde, was eene stichting van Gods Vaderlijke Voorzienigheid en droeg in alle christelijke landen machtig veel bij tot de herleving der Evangelische deugden. Steeds hebben vrome zielen den Patriarch van Assisië en hen, die hem op het steile

-ocr page 36-

30

pad van volstrekte armoede en zelfverlooclieuing volgden, tot voorbeelden en leidslieden uitverkoren. De geest van den Heilige, neergelegd in een korten en eenvoudigen regel, ademt verachting van rijkdommen en weelde, liefde voor armoede en zelfverloochening, hulpvaardigheid jegens armen en zieken, de praktische toepassing der christelijke liefde, welke Christus in den persoon onzer lijdende broeders vereert, liefde voor de eeuwige, onvergankelijke goederen, kinderlijke onderwerping aan Gods H. Wil en vreugde in beproeving en vernedering.

En van dezen geest was gravin Anna zoo diep doordrongen, dat hij zich als vanzelf mededeelde aan de ontvankelijke zielen harer dierbare lievelingen. Zij ademden, om zoo te zeggen, tegelijk met de frissche lucht der bergen den geest van St. i\'ranciscus in, en de kostbare vruchten van dien Lemelschen geest, door de brave en teedere moeder in het hart van V in cent gestort komen in onze dagen nog der gansche wereld ten goede.

Zóó werkte het voorbeeld van zijn geloovigen en deugdzamen vader met de vurige en werkdadige gods vrucht zijner teedere moeder samen, om het hart van Vincent te vormen voor de verheven roeping, welke hij eenmaal zou moeten vervullen; en zijn vertrouwelijke omgang met de nederige en zelfverloochenende zonen van St. Franciscus liet zulke levendige indrukken in \'s knapen gemoed achter, dat schier alle daden van den Paus-Koning Leo XIIl er den onloochenbaren stempel van dragen.

-ocr page 37-

HOOFDSTUK III.

Pins VII en liet Christelijk Onderwijs^ — Volksmissie te Carpineto. — Ai\'sclieid van het onderlijk hnis. — Een jaar te Rome. — Het College te Viterbo.

Pius Vil, uit zijne smartvolle vijfjarige gevangeu-schap, te Eotne, in het midden der zijnen teruggekeerd, wijdde, naar liet voorbeeld zijner doorluchtige voorgangers, de eerste en teederste zorgen van zijn vaderlijk hart aan de opvoeding der jeugd.

De groote zegepraal der ongeloovige, achttiende-eeuw-sche wijsbegeerte was de opheffing der beroemde Compagnie van Jesus, die keurbende der Katholieke Kerk, welke dertigduizend leden telde en, over alle landen van Europa, zijne overzeesche bezittingen, en andere werelddeelen verspreid, hare onmiskenbaar groote talenten dienstbaar maakte aan het christelijk apostolaat. Verguisd, verbannen, ja getroffen door den banvloek der openbare meening, vonden die doorluchtige slachtoffers van den haat der Jansenisten en achttiende-eeuwsche wijsgeeren, die ballingen, welke het geheim

-ocr page 38-

kenden, om voor het welzijn der Kerk te lijden, te zwijgen en zwijgend zich ten offer te brengen, nog slechts eene veilige schuilplaats in het schismatieke Rusland. Middelerwijl maakten de revolutie en het ongeloof zich meester van de opvoeding der jeugd, wel wetende, dat hem de toekomst behoort, die de opvoeding van het jonge geslacht in handen heeft. En toen Napoleon de revolutie een oogenblik aan zijn zegekar vastsnoerde, gebruikte hij, op zijne beurt, de opvoeding der jeugd, om de grootsche maar euvele plannen zijner onverzadigbare heerschzucht te verwezenlijken en Parijs tot het middelpunt van alle heerschappij en beschaving op te voeren.

Zóó moesten die beroemde scholen van Italië, welke in de middeleeuwen en zelfs nog in de laatste eeuwen de glorie der christelijke wereld uitmaakten, de plaats ruimen voor scholen, welke niet aan geestdrift voor ware beschaving, maar aan antichristelijke strevingen en persoonlijke begeerlijkheden haar bestaan te danken hadden. Rome bleef evenmin gespaard als Bologne of Milaan; toch was de „Eeuwige stadquot;, volgens het getuigenis der ongeloovige wereld, zelve, altoos het brandpunt geweest van wetenschap, letteren en schoone kunsten.

Maar de Romeinsche beschaving was in de oogeu van het revolutionaire volkje een verouderde; alleen de beschaving, die van Parijs als middelpunt uitging, was de ware, zij alleen kon der wereld een nieuw tijdperk van vooruitgang openen.

-ocr page 39-

33

Pius VII, die gedurende zijii balling- en gevangenschap de ellenden en nooden der Kerk, maar ook hunne oorzaken en geneesmiddelen had leereu kennen, zag, naarmate hij zijn einde naderde, donkerder in de toekomst. Ten einde de revolutionaire propaganda te stuiten en der jeugd een geschikt tegengif aan te bieden, nam hij een edelmoedig besluit en herstelde den 7en Augustus 1814, door zijn beroemde bulle „Solli-citudo omniumquot; de zoo fe) vervolgde Sociëteit van Jesus.

Gelijk zij aan de stem van Clemens XIV, die, schoon met bloedend vaderhart, hen tot welzijn der Kerk aan den haat hunner vijanden moest opofferen, vaardig gehoorzaamden, zoo gaven de Jezuïeten ook aan de roepstem van Pius VU gehoor en keerden onverwijld uit het oord hunner ballingschap terug. Terstond sloegen de ijverige zonen van den H. Ignatius de handen weder aan den arbeid en stichtten allerwegen scholen, om de jeugd door een degelijke, christelijke en wetenschappelijke opleiding tegen de gevaren der negentiende eeuw te wapenen.

Tegelijkertijd werkten sommigen hunner broeders, onder den door de faam zijner heiligheid vermaarden pater Capelloni, met brandende q ijver voor het heil der zielen in de volksmissiën, welke den geest van geloof en godsvrucht onder de bevolking deden herleven en de rijkste vruchten voor tijd en eeuwigheid afwierpen.

Ten jare 1817 hield pater Capelloni met eenigen

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 3

-ocr page 40-

34

zijner medehelpers ook zulk eene missie te Carpineto, en de familie Pecci bereidde hun de hartelijkste ontvangst in haar paleis. Het groote vertrouwen, dat de Paters der Sociëteit den Kolonel inboezemden, bracht dezen op de gedachte, hun wijzen raad omtrent de verdere ontwikkeling en opvoeding zijner kinderen in te winnen, en zóó kwam hij tot het besluit, zijne beide zoontjes, den tienjarigen Joseph en Yincent, die twee jaren jonger was, naar het Jezuïeten college te quot;Viterbo te zenden.

Ongetwijfeld viel het graaf en gravin Pecci zwaar, zich van twee hunner lievelingen te moeten scheiden ; de opgeruimde knapen brachten zooveel gulle vreugde en vroolijk leven in den huiselijken kring, zij hadden nu juist den leeftijd bereikt, waarop zich hunne afwezigheid het meest moest doen gevoelen. Maar het welzijn der knapen vorderde dit offer van het minnend oudrenhart. Carpineto, het kleine bergstadje, was de plaats niet, om jongelieden van dien stand en zulk een aanleg, als Joseph en Yincent waren, voor het openbare leven te vormen, wilden ze eenmaal den maatschappelijken rang, waarvoor zij én door afkomst én door natuurlijke begaafdheden bestemd schenen, met eere kunnen innemen.

Ook de beide knapen moesten hun natuurlijk gevoel geweld aandoen, om zich los te rukken van de plaats, waaraan de teedere zorgen eener liefdevolle moeder, de omgang met broeders en zusters, de vroo-lijke spelen der onschuld en tal van dierbare herinne-

-ocr page 41-

35

ringen hen met onverbreekbare banden als hadden vastgeketend.

Om de droefheid der scheiding een weinig te lenigen, besloten de verstandige ouders Vincent en Joseph persoonlijk naar Rome te brengen, waar zij dan een jaar bij een oom konden vertoeven, ten einde zich aan de afwezigheid van huis te gewennen en zóó voor het college-leven voor te bereiden.

Treffend was het afscheid van het ouderlijk paleis; nog eens doorliepen de knapen alle zalen en vertrekken der ouderlijke woning, en schier ieder hoekje voerde aangename herinneringen voor hun geest terug. In de familiezaal, waar zij zoovele gezellige uren hadden doorgebracht, wierpen zij nog eens een beteekenis-vollen blik op de portretten, die de wanden versierden. Vooral het portret hunner moeder, dat in de eerste jaren van haar huwelijk vervaardigd was, en dat van hun beminden vader, in de uniform van Kolonel der Italiaansche garde, boeiden geruimen tijd hunne aandacht en toen zij door eene andere rijkgemeubileerde zaal in de slaapkamer; welke tegenover de huiskapel ligt, gekomen waren, dacht Vincent allerminst, dat hij bij zijn laatste bezoek aan Carpineto ten jare 1857 daar als Kardinaal-Aartsbisschop van Perugia logee-ren zou.

De huiskapel was een aantrekkelijk heiligdom; de vloer vormde een mozaïek van gekleurde porseleintegels en het altaar, rijk aan relikwieën, vertoonde een schilderij, waarop Maria, de Onbevlekte Moeder-

-ocr page 42-

36

Maagd, tusschen den H. Domimcus en den H. Lodewijk van Toulouse, den schutspatroon des huizes, werd voorgesteld. Daar hadden de beide knapen de gevoelens van hun kinderlijk hart zoo dikwijls in een hartelijk en vurig gebed uitgestort; daar had Vincent Maria als de „Koningin van den H. Rozenkransquot; leeren liefhebben en vereeren. Was het wonder, dat zij op dit oogenblik behoefte gevoelden, om nog eens voor dat altaar neder te knielen en Gods milden zegen over hunne toekomst af te smeeken.

Thans nog een laatste groet gebracht aan den kleinen tuin met zijn heerlijk uitzicht, waarvan zij zoo menigmaal al de bekoorlijkheid mochten genieten. Midden in het tuintje, bevond zich eene waterbron, wier marmeren ringmuur door een ijzeren stellage, waarin de putrol bevestigd was en waarboven zich een kruis verhief, bekroond werd. Op de voorzijde dezer bronwering is het familiewapen der Pecci\'s in steen uitgehouwen; het vertoont op een blauwen grond in het midden een cypres tusschen twee leliën, terwijl boven, rechts van den boom, een komeet met haar lichtstreep schittert. De witte dwarsbalk deelt den cypres midden door.

Vincent beschouwde het eenige oogenblikken met stille aandacht, maar al nam hij toen het heilig besluit, om dit blazoen nimmer door zijn gedrag te onteeren of te bezoedelen, allerminst vermoedde de knaap, dat hij het met zooveel eer en luister omgeven zou.

-ocr page 43-

87

Een traan van weemoed parelde Vincent en Joseph in de levendige oogen, toen zij hun afsclieidstocht door het paleis volbracht hadden en eenige oogen-blikken later in gezelschap hunner dierbare ouders naar Rome vertrokken.

Eome, de „Eeuwige Stadquot;! Wie beschrijft den indruk, die zich van onze knapen, wier wereld tot nog toe Carpineto en hare omgeving geweest -was, bij de aanschouwing van de stad der pausen, het middelpunt der katholieke wereld, moest meester maken. Sommigen onzer lezers kennen wellicht de beroemde schilderij, welke ons eene schaar pelgrims uit het Zuiden van Italië voorstelt, op het oogenblik, dat zij van de hoogten der Monti Albani Rome aanschouwen. Jubelend roepen de voorsten het den volgenden toe; mannen en vrouwen vallen op hunne knieën en strekken groetend de armen uit naar de heilige Stad; moeders houden hunne lievelingen in de hoogte en toonen hun Rome, met hare koepels en torens, door de stilte der Campagna omgeven, stralend in den glans der morgenzon.

Met zulk eene geestdrift en vreugde moeten Vincent en Joseph Pecci, bij hun eerste bezoek, de „Eeuwige Stadquot; hebben begroet.

Het was in den herfst van het jaar 1817. Graaf en gravin Pecci namen met hunne beide zoontjes hun intrek bij Antonio Pecci, een oom der knapen, die in het paleis Muti, nabij Ara Coeli, als vrijgezel een teruggetrokken leven leidde.

-ocr page 44-

38

Daar vonden zij het hartelijkst onthaal en nadat Yincent en Joseph in gezelschap van ouders en oom alles aanschouwd hadden, wat de „Eeuwige Stadquot; voor hun leeftijd aantrekkelijks aanbood, viel het hun zoo zwaar niet meer, zich voor een tijd van hunne dierbare ouders te moeten scheiden.

Het éénjarig verblijf in het paleis AI u t i te Eome werkte zeer gunstig op hnnne ontwikkeling voor geest en hart en was eene zeer geschikte voorbereiding tot het gemeenschappelijk leven en de ernstige studiën, welke hen te Viterbo wachtten.

In den herfst van het jaar 1818 deden de beide broeders hun intrede in het college te Viterbo.

Dit college, het eerste, dat de Jezuïeten, na den terugkeer uit hunne ballingschap openden, had in korten tijd zulk eene faam verworven, dat de eerste familiën van Italië hare zonen er aan toevertrouwden.

Men wist, dat de mannen, die deze inrichting bestuurden, eigenbaat noch menschelijke eerzucht kenden; men was er van overtuigd, dat zij enkel uit hoogere inzichten aan de vergetelheid van het college-leven boven het verdienstelijke en eervolle apostolaat der missiën de voorkeur gaven.

Sommigen dier voortreflelijke meesters hadden den weg van hun geboorteland naar Moskou te voet afgelegd, om het lijden en de vervolgingen der fel geslagen Sociëteit van Jesus met christelijken heldenmoed te deelen. Zoowel te Moskou als te Viterbo hielden zij het devies der oude riddertijden: „Adel verplicht!quot;

-ocr page 45-

89

steeds in hooge eer; in één woord, het waren levende toonbeelden van christelijke deugd en tegelijk volmaakte meesters.

Ouder zulk een voortreffelijke leiding moesten knapen van zulk een gelukkigen aanleg als Vincent en Joseph noodzakelijkerwijze snelle vorderingen maken, zoo in deugd, als in wetenschap; en als wij beide, in onzen Paus-Koning Leo XIII bewonderen, dan moet daarvoor, naast zijne voorbeeldige moeder, ook deels aan de Jezuïeten van Viterbo dank worden geweten.

-ocr page 46-

HOOFDSTUK IV.

De lagere studiën. — Een ernstige ziekte.-Vacantie-dagen. — Het jaar 1823. — Dood van graxin Anna.

De Jezuïeten beseften steeds het groote gewicht van de eerste letterkundige en wetenschappelijke opvoeding der jeugd. De lagere klassen werden dan ook altoos toevertrouwd aan mannen van verdienste, die daarenboven het kostelijk geheim verstonden, hunne wetenschap onder het bereik van jeugdige geesten te brengen. Zoowel de eerste letterkundige studiën als de grondbeginselen van andere wetenschappen waren degelijk en uitmuntend.

Ook droegen zij zorg, de zedelijke opvoeding der hun toevertrouwde jongelingen op niet minder hechte grondslagen te vestigen. Het is eene groote, en toch eene dwaling onzer eeuw, dat jeugdige geesten nog niet vatbaar zijn voor degelijk godsdienst-onderwijs. De ervaring leert, dat juist de knapenleeftijd en jongelingsjaren bij uitnemendheid geschikt zijn, om de

-ocr page 47-

41

verheven leeringen van onzen heiligen godsdienst diep in het menschelijk hart te prenten. God, die het oog voor het licht en het licht voor het oog geschapen heeft, maakt ook de ziel, door het H. Doopsel als tot een nieuw leven herschapen, ontvankelijk, om de stralen der Goddelijke Openbaring op te vangen en te bewaren.

Van zijn eerste intrede in het college af, was het Vincents vurigste streven, zich degelijke beginselen van vroomheid en godsvrucht eigen te maken; gedurende de vijf jaren van zijn college-leven gaf hij de hoofdrichting aan geheel zijn volgend leven.

De teedere bloesems, met zooveel zorg door eene brave en godvreezende moeder in het jeugdig kinderhart gekweekt, ontloken, onder de vaderlijke leiding der Jezuïeten, als schoone bloemen, welke de oogen der omgeving tot zich trokken.

Tegelijkertijd werden de ontwikkeling en beschaving zijns geestes, onder de leiding eener beschaafde en ontwikkelde moeder te Carpineto begonnen, met verstandige prikkeling door de paters der Sociëteit voortgezet. De beroemde Jezuïet Leonard Giribaldi wist den knaap die geestdriftige liefde voor de schoone Latijnsche taal in te boezemen, welke de beoefenaars der klassieken nog heden in den Grijsaard van het Vaticaan bewonderen; van hem ook leerde de leergierige knaap de schier eenige bevalligheid van het Italiaansch, de taal van Dante en Petrarca. De zeldzame begaafdheden van den student te Viterbo beloofden

-ocr page 48-

42

reeds eene schitterende toekomst en zijne snelle vorderingen en fijn letterkundige smaak deden de loftuitingen reeds voorzien, welke de wertld eenmaal den Paus der Encjcliekcn, den Paus-Dicliter, den vurigen Vereerder van Dante, zou toezwaaien.

Ten jare 1822 vereerde de vermaarde pater Vincent Pavani, een man van buitengewone geleerdheid en uitstekende deugd, het College te Viterbo met een bezoek, en de Jezuïeten maakten van deze gelegenheid gebruik, om, door organiseering van een zoogenaamd academiefeestje, de verdiensten hunner leerlingen in het licht te plaatsen en een heilzamen naijver ouder hen op te wekken. Vincent Pecci vervaardigde ter eere van den eerbiedwaardigen Pavani een puntdicht in de Latijnsclie taal, dat men tot den dag van heden met zorg bewaart en dat den twaalfjarigen knaap tot groote eer strekt.

Vincent was door de natuur met een krachtig gestel bedeeld en de frissche, gezonde berglucht van het oord zijner geboorte, de lichamelijke oefeningen, welke door de teedere zorgen zijner moeder de eerste studiën van den knaap afwisselden, en het eenvoudige, maar krachtvolle voedsel der ouderlijke woning hadden deze natuurlijke gesteldheid nog bevorderd.

Intusschen wierp in den zomer van het jaar 1821 een ernstige maagziekte, die het ergste deed vreezen,, den veelbelovenden knaap op het ziekbed neer.

Of hij zich had overwerkt, of misschien gedurende zijn college-leven de lichamelijke oefeningen van het

-ocr page 49-

43

ouderlijk huis en de altoos wakende zorgen der moederlijke liefde eeuigermate miste, wie zal het uitmaken, maar zeker is het, dat hij zijn herstel voor een groot deel aan de teedere en rustelooze zorgen zijner oversten en de natuurlijke kracht van zijn gestel te danken had.

Het door \'t eerste gevaar zoo zeer beangstigde moederhart van gravin Anna werd met een onuitsprekelijke en steeds aangroeiende vreugde vervuld, naarmate de gevaarlijke ziekteverschijnselen afnamen, om ten laatste geheel en al te verdwijnen. Mochten hare kinderen te Carpineto over al de oogenblikken van haar steeds werkdadig leven beschikken, ook Vincent en Joseph vergat zij niet; hare hartelijke brieven en de kleine verrassingen van het vindingrijke moederhart, welke ze dikwijls vergezelden, getuigden dit op de welsprekendste wijze. Gravin Anna wist maar al te goed, dat niets ter wereld de teederheid, zorgen en troostrijke woorden eener moeder vervangen kan, en daarom putte zij geheel de vindingrijkheid van haar liefdevol hart uit, om hare beide lievelingen de vacan-tiedagen te Carpineto zoo aangenaam mogelijk te maken.

Deze dagen van geluk en vreugde, onder de oogen van zulk eene teedere moeder, als gravin Anna was, doorgebracht, werkten weldadig op ziel en lichaam van de beide knapen en de grootsche en wilde natuur van Carpineto\'s bergachtige omgeving was hun een rijke bron van genoegens en uitspanningen, welke ziel en lichaam met nieuwe en frissche levenskracht toerustten. Vooral het geschokte gestel van Vincent had

-ocr page 50-

44lt;

bij het vacantieleven van 1822 gewonnen en, al zou hij nimmer de krachtige gezondheid van weleer terugbekomen, hij kon toch zijne studiën met verstandige gematigdheid doorzetten.

Het studiejaar 1822—23 ging met denzelfden ijver, met dezelfde schitterende uitkomsten voor quot;Vincent en zijn broeder voorbij, als de vorige jaren.

Vincent was thans op de poësis en men kon het hem aanzien, dat hij zich in die dichterlijke wereld op zijn plaats gevoelde.

De letterkundigen, welke zijne studiën leidden, schepten een innig behagen in den braven en ijverigen jongeling, die alle zijne medeleerlingen verre overtrof en wiens ijver eer matiging dan prikkeling behoefde.

De meesterstukken der Eomeinsche, Grieksche en Italiaansche klassieken, door mannen van de hoogste verdienste verklaard en toegelicht, moesten in hooge mate den naijver opwekken van dat jeugdig vernuft, hetwelk de letterkundige schoonheden reeds uit al zijne krachten beminde.

De vacantiedagen van het jaar 1823 voerden de beide broeders nogmaals terug naar Carpineto, waar een teederminnende moeder hen met open armen verbeidde ; de knapen vulden immers de leegte, welke hunne afwezigheid telkens in haar huiselijken kring veroorzaakte. Vincent en Joseph waren in de oogen der gravin de schoonste bloemen harer huwelijkskroon ; zij mocht in hen zoo geheel en al haar geest en haar hart terugvinden.

-ocr page 51-

45

Met volle teugen genoten de vroolijke knapen al de genoegens, welke de zonnige hoogten van Carpine-to\'s bergen aanbieden, al de zaligheid van het huiselijk leven. Zij waren in de lente huns levens, in het vruchtbare tijdperk, dat de ziel, door de zorgen der moederlijke teederheid en de opoSeringen van uitstekende meesters gekweekt, in hare schitterendste beloften voor de toekomst ontluiken ziet.

Ook ditmaal keerden onze studenten krachtiger en frisscher naar Viterbo terug en hervatte\'n hunne stadiën met een ijver, dien de rust en uitspanningen der vacantiedagen schenen te hebben verdubbeld. Diepe weemoed vervulde het hart van gravin Anna, toen zij hare beide lievelingen ditmaal zag vertrekken. Eeeds hadden zich onheilspellende verschijnselen, voorboden eener doodelijke ziekte, bij haar geopenbaard, en het was, alsof een zeker voorgevoel haar zeide, dat zij in het paleis te Carpineto, dat paradijs van vrede en geluk, hare kinderen nooit meer om zich heen zou zien.

In den loop van den herfst nam het gevaar met den dag toe, en graaf Pecci achtte het raadzaam vóór den winter naar Eome te vertrekken, ten einde het dierbaar leven der zieke aan de zorgen der uitstekend-ste geneesheeren, die Eome bezat, toe te vertrouwen.

Maar alle pogingen waren vruchteloos; de wetenschap bleek onmachtig, om het kostbaar leven dier aangebeden vrouw en moeder te redden. De uitverkoren ziel, wier geheel leven ééne voorbereiding tot den dood mocht heeten, was rijp voor den Hemel en

-ocr page 52-

46

werd zij in den bloei haars levens, op het tijdstip, dat echtgenoot en kinderen haar het meest moesten missen, aan hunne liefde ontrukt, met heilige gelatenheid onderwierp zij zich aan Gods heiligen Wil. Steeds had zij van die christelijke onderwerping hare voornaamste studie gemaakt; steeds had zij troost en opbeuring gezocht in hunne ware brotmen, op Calva-rië ontspringend, en, was het dan wonder, dat beide haar ook in de laatste oogenblikken des levens niet begaven ? Zij was bereid om te sterven, en zoo iets haar nog aan het leven had kunnen boeien, het zou de liefde geweest zijn, die zij haar echtgenoot en haren kinderen toedroeg.

Men ontbood Vincent en Joseph, om aan het sterfbed hunner teerbeminde moeder tegenwoordig te zijn. Dubbel zwaar moest de onverbiddelijke slag des doods hen en den kleinen Ferdinand, die nog slechts acht jaren oud was, treffen; zij waren nog zoo jong, om de zorgen der moederlijke liefde te derven, en toch reeds oud genoeg, om de gansche zwaarte van zulk een verlies te gevoelen. Met tranen in de weemoedvolle oogen stonden zij daar, rondom hare stervenssponde geschaard, om de laatste moederlijke vermaningen van hare veege lippen op te vangen en voor altoos in hun hart te bewaren. Het verheven voorbeeld, dat zulk eene christelijke vrouw in het alles-beslissende oogen-blik haars levens geven moest, liet een diepen indruk achter in de ziel harer kinderen en besliste voor een groot deel over hunne toekomst.

-ocr page 53-

47

Zij stierf den 5en Augustus 1824, omgeven door hare diepbedroefde familie en, gelijk allen, die slechts geleefd hebben voor de vervulling hunner plichten en het welzijn hunner naasten, gezegend door God en de menschen.

Zij had gedurende de lange maanden van haar smartvol lijden het schamele kleed van Sint Franciscus geen oogenblik willen afleggen en zelfs in de laatste oogenblikken haars levens droeg zij het nog, als kostbaar onderpand der onzichtbare tegenwoordigheid van den beminnelijken Heilige, dien zij zulk eene bijzondere vereering had toegedragen. De Tertiarissen genoten het voorrecht, haar stoffelijk hulsel in het bruine kleed der armoede gehuld, naar zijne laatste rustplaats te dragen. In de Franciscanerkerk der Veertig Martelaren werd zij begraven, en rondom haar treurenden echtgenoot en schreiende kinderen verdrongen zich de edelste familiën van Eome en de armen, die haar als eene moeder hadden leeren kennen en liefhebben, om der dierbare afgestorvene de laatste eer te bewijzen.

De Graaf en zijne kinderen waren ontroostbaar en vooral het teedere hart van Vincent gevoelde eene droefheid, welke niets ter wereld stillen kon ; zóó vurig beminde hij die moeder, wier beeltenis in elk zijner gelaatstrekken bleef voortleven en wier ziel met de zijne als tot ééne versmolten was.

Nog steeds houdt hij de kerk der Veertig Martelaren met den kostbaren schat, dien ze bevat, in

-ocr page 54-

48

hooge eere en in den loop van dit werk hopen wij nog aan te toonen, welk eene bizondere zorg hij wijdt aan dat hem zoo dierbaar heiligdom, de wieg en het brandpunt van een der zegenrijkste broederschappen, waarop Home bogen mag.

Ja, wel diep moet de liefde tot zijne moeder in \'s pausen hart zijn gegrift. Men verhaalt, dat zijn gelaat verheldert, zijne oogen vreugdestralen schieten en zijne stem al de teederheid zijns harten verraadt, als hij eene moeder met hare lievelingen voor zijne voeten ziet neergeknield en zegenend zijne handen over hen uitstrekt. Zóó diep is het beeld van gravin Anna in zijn minnend kinderhart geprent.

-ocr page 55-

HOOFDSTUK V.

Leo XII. — Het Romeinscli College. — Het jaar 1825. — Vincents lioogere studiën. — Op Carpineto\'s bergen. — Het College ,jler adellijken. —

Eerste onderseüeidingen. — De H. Priesterwijding,

i

Terwijl de loftuitingen, welke men aan de deugd en de schitterende talenten harer beide zonen toezwaaide, gravin Anna\'s laatste levensmaanden met eene zalige vreugde vervulden, gaf de felbeproefde en heilige paus Pius VII zijne gelouterde ziel aan zijnen Schepper terug.

Veertig dagen na zijnen dood, zesentwintig na den aanvang van het conclaaf, werd kardinaal Hannibal della Genga tot zijn opvolger gekozen en nam den naam „Leo XIIquot; aan.

Gelijk eens paus Leo de Groote zich door de Goddelijke Voorzienigheid tusschen de woeste horden van Attila met zijne Hunnen, Genserik met zijne Vandalen en de armzalige overblijfselen van het Ro-meinsche volk, dat door God en de menschen ver-

LEVEN TAN PAUS LEO XIII. 4

V

-ocr page 56-

50

laten scheen, geplaatst zag, zoo ook Leo XII tussclien de antichristelijke revolutie en de verwoestingen, allerwegen door haar aangericht.

Ook kardinaal Hannibal della Genga had de ballingschap gekend, ook hij was getuige geweest van de puinhoopen, welke de revolutie in het „Land van den tl. Lodewijkquot; had opeengestapeld, ook hij kende door en door zijn tijd en was bezield met den ijver van een heilige, ja van een apostel.

Evenals zijn roemvolle Voorganger z. g. wijdde Leo XII de eerstelingen van zijn Pontifikaat aan de opvoeding der jeugd, de hoop der toekomst. Hij wist maar al te goed, over welke ontzagwekkende strijdkrachten de mannen der revolutie allerwegen, ja in Rome zelve, waar zij, onder de machtige bescherming van Napoleon, een hunner hoofdkampen hadden opgeslagen, reeds beschikken konden, en is het onmogelijk, dat God zijnen Plaatsbekleeder op aarde een blik heeft laten werpen in de nog bangere toekomst ?

I)e vijanden der Kerk maakten het onderwijs dienstbaar aan de geheime genootschappen, die in hunne onderaardsche of verborgen schuilhoeken aan de omverwerping van troon en altaar arbeidden; een god-delooze, ja satanische pers stelde alles in het werk, om de heillooze beginselen van vrijheid, gelijkheid en broederschap onder het volk en vooral onder de argelooze jeugd te verspreiden en de laatste kiemen van het christelijk bewustzijn in hunne rampzalige slachtoffers te dooden.

-ocr page 57-

51

W at kon paus Leo XII beter doen, dan den geest zijner eeuw bestrijden door hetzelfde machtige middel, waarvan de mannen der revolutie zich bedienden, om dien belschen geest te doen zegevieren ?

Rome, het brandpunt der katholieke wereld, de zetel van het Goddelijk Leergezag, moest stralen in den lichtgloed van heiligheid en wetenschap beide ; Eome moest voor de volkeren een lichtbaak wezen, die, hoogrijzende boven het strand der woeste wereldzee, met hare alles doordringende stralen de dikste duisternissen verdrijft, klippen en afgronden voor het oog van den schepeling zichtbaar maakt, stormen en onweders voorspelt en, door al die gevaren heen, den weg ter veilige reede aanwijst.

Deze gedachten waren het richtsnoer van Leo XII, toen hij de uitstekendste mannen van zijn tijd rondom den pauselijken troon verzamelde, om te Eome een opvoedingsstelsel van hooger onderwijs in het leven te roepen, dat geen andere staat, over wat hulpmiddelen hij ook beschikken kon, ooit heeft mogen verwezenlijken.

Ja te Rome, rondom het Vatikaan en het Graf der H. Apostelen Petrus en Paulus, bevonden zich ten jare 1824 de groote bronnen van gewijde en ongewijde wetenschap, van kerkelijk recht en apostoli-schen geest, de grootsche stichtingen, door Pausen, Kardinaals en Prelaten met heiligen naijver in het leven geroepen, om mannen te vormen van alle afdeelingen van den geestelijken werkkring en het tweevoudig bestuur der Kerk.

i

tSi

-ocr page 58-

52

Zoo was en bleef Rome, het ideaal van Napoleon ten spijt, het Kanaan des Nieuwen Verbonds, de harten levensader der christelijke wereld, het middelpunt dier zedelijke kracht, welke spot met arsenalen en kanonnen. Als een droom waren keizer en keizerrijk voorbijgegaan, maar Pius VII zette in zijn doorlucli-tigen opvolger zijne verheven zending voort.

Nauwelijks den pauselijken troon beklommen, of Leo XII haastte zich, den Jezuïeten het schitterendste blijk zijner hoogachting en vaderlijke liefde te geven, om zóó het gerucht te logenstraffen, als ware hij tegen de Sociëteit van Jesus ingenomen. Ongetwijfeld stichtte hun college te Viterbo veel en groot nut, maar Viterbo was eene stad van den tweeden rang; te Eome zelve moest een college van die Apostelen der wetenschap herrijzen, om met de Universiteit der Sapienza en de groote Scholen der Minerva en Propaganda een edelen en heiligen wedstrijd aan te gaan. Vóór hunne opheffing bezaten de Jezuïeten, in het centrum der Stad, het Collegium Romanum, of de Gregoriaan-sche Universiteit, die, door Gregorius XIII gesticht, van de eerste jaren van haar bestaan af, eene eereplaats onder de beroemdste scholen der Christenheid innam. Wat schitterende rij van talentvolle mannen had zich, van de zestiende eeüw af, niet binnen hare muren doen hooren ; de namen Cornelius a Lapide, Bellarmi-nus, Suarez, Perrone, de Vico en Secchi zeggen meer dan de schoonste lofrede.

Leo XII gaf het Romeins ch College aan de Jezuïeten

-ocr page 59-

53

terug en in October van het jaar 1825 werden de studiën weder plechtig geopend en 1400 studenten getuigden door hunne tegenwoordigheid de dankbaarheid van het katholieke Eome voor deze onwaardeerbare weldaad.

Onder deze bevond zich ook Vincent Pecci, die eenmaal als tiende in de rij der Pausen, uit deze kweekschool van groote mannen te voorschijn getreden, op den Stoel van Petrus zetelen zou. Zijn broeder Joseph, getroffen door den dood zijner teerbeminde moeder en door het voorbeeld zijner meesters te Viterbo aangespoord, om zich onverdeeld aan God te wijden, had van zijn vader de toestemming gevraagd en verkregen, om het lot der Compagnie van Jezus te deelen.

Meer dan naijver, ja geestdrift heerschte op het Eomeinsche College, waar de Jezuïeten de schitterendste talenten der Sociëteit vereenigd hadden, en den jongen quot;Vincent dus alle gelegenheid werd aangeboden, om zijne schier onverzadigbare leergierigheid naar hartelust te bevredigen.

Zijn gelukkige aanleg, door pater Giribaldi te Viterbo met alle zorg gekweekt, moest zich onder de leiding van meesters als Ferdinand Minimi en Joseph Buon-vicini nog breeder ontwikkelen, ja in al zijne kracht ontplooien. Met schitterend gevolg voltooide hij zijne Ehetorica en onderscheidde zich dermate onder alle zijne medeleerlingen, dat hem reeds in het midden van het studiejaar de eervolle taak te beurt viel, om in de groote zaal van het college voor al zijne

:

-ocr page 60-

54

leeraren en medestudenten een Latijnsche rede over het christel ij ke in tegenstelling met het h e i-densche fiome uit te spreken. De gelukkige zinspelingen op de zegepralen der Kerk, op de jongste lijdensgeschiedenis van Pius VII en zijn zedelijken triomf over het ruw geweld en soldatendespotisme van Napoleon behaald, toonden op de klaarblijkelijkste wijze, dat de vijftienjarige spreker toen reeds de diepe oorzaak der godsdienstige en staatkundige omwentelingen onzer eeuw begon te begrijpen.

De eervolle onderscheiding, in de groot e zaal van het College als spreker te mogen optreden, viel quot;Vincent Pecci ten deel, omdat hij den eereprijs in \'t Latijnsch proza behaald had. Ook in de Latijnsche poëzie overtrof hij alle zijne medeleerlingen. Binnen het tijdsverloop van zes uren vervaardigde hij, zonder eénig hulpmiddel, honderdtwintig zesvoetige verzen over het Feestmaal van Balthazar en dit zoo keurig en vloeiend, dat de examinatoren ze als uit één mond den eereprijs waardig keurden. Aan deze beide eereprijzen huwden zich bovendien de eerste prijzen in de zoo uiterst moeielijke Grieksche taal. Het volgend vleiend getuigenis legt een medeleerling van Pecci, na meer dan vijftig jaren, af, omtrent de voortreffelijke hoedanigheden, welke de veelbelovende knaap en jongeling aan den dag legde: „Ik kan getuigen,quot; zoo zegt hij, „dat wij allen, zoolang hij te Yiterbo was, zijn schitterenden aanleg, maar meer nog de vlekkelooze reinheid zijner zeden bewonderden. Op

-ocr page 61-

55

de Poësis was ik zijn boezemvriend en mededinger; en telkens, als ik hem zag, maakte hij op mij den indruk van een knaap vol levenslust en tintelend vernuft. In den loop zijner studiën te Rome hield hij van gezellige bijeenkomsten noch gesprekken, van uitspanningen noch spelen. Zijne kleine studeertafel was zijn eenige wereld j zijn éénige liefhebberij zich te verdiepen in zijne studiën. Op twaalf a dertien-jarigen leeftijd schreef hij zoo keurig en vloeiend Latijn in proza en poëzie, dat het voor dien leeftijd schier een wonder heeten mocht.quot;

Het jaar 1825 was voor de gansche katholieke wereld en inzonderheid voor onzen jeugdigen Vincent een jaar van heil en zaligheid. Leo XII had een plechtig Jubilé afgekondigd, begaan, als hij was, met den treurigen en jammervolien toestand der wereld, die hem het minnend vaderhart bloeden deed. Hij zag den eerbied voor het geloof hunner vaderen bij de Latijnsche volkeren met den dag verminderen, ja kwijnen, de natiën door tal van onwentelingen verbasterd en onverschillig geworden voor alles behalve voor rust en veiligheid. Sinds het jaar 1800, toen de in gevangen- en ballingschap gestorven Pius VI als door een wonder des Hemels een opvolger kreeg in den persoon van Pius VII, had de katholieke wereld het voorrecht van zulk een buitengewonen Aflaat niet meer genoten. Maar Leo XII wilde de volkeren uit den slaap der lauwheid tot een nieuw leven doen ontwaken; hij wilde uit alle oorden en windstreken

-ocr page 62-

56

der beschaafde wereld weder pelgrims zien toestroo-men rondom de graftombe der HH. Apostelen Petrus en Paulus.

De ongeloovige pers, in dienst der geheime genootschappen, dreef in tijd- en scholschriften en dagbladen openlijk den spot met de verheven en heilige inzichten des Pausen, doch de tallooze scharen van pelgrims, die elkander gedurende leute, zomer en herfst schier onafgebroken opvolgden, beschaamden de schimpende voorspellingen des ougeloofs en vervulden het vaderlijk hart van Leo XII met eeu on-uitsprekelijken troost.

De Romeinsche Adel gaf, in navolging van Paus, Kardinalen en Prelaten, het treffendst voorbeeld van naastenliefde, gastvrijheid en weldadigheid, als slechts i de bloeiendste tijdperken der christelijke historie hadden aanschouwd. In heiligen wedijver sloegen zij de handen samen, om den pelgrims de hartelijkste ontvangst, goede huisvesting en andere gemakken te bereiden. Leo-zelf scheen zijne zwakke en geschokte gezondheid geheel en al te vergeten, om zijn volk en de te Eome aanwezige pelgrims door de diepste en teederste godsvrucht te stichten. Men zag hem blootvoets door de straten trekken en de verschillende kerken bezoeken, welke tot het verdienen van den jubilé-aflaat waren aangewezen. Door het verhevenst voorbeeld van zelfverloochening trachtte hij zijne kinderen op te wekken, den toorn, der verbolgen Godheid, door de heiligschennende gruwelen der laatste

-ocr page 63-

57

vijftig jaren over het mensclidom afgeroepen, door diepe vernedering, vurig gebed, en strenge boetvaardigheid te stillen.

quot;Wie ook voor dit opperpriesterlijk voorbeeld ongevoelig mocht blijven, allerminst Vincent Pecci; meermalen volgde Lij den H. Vader op zijne schreden, als deze bij herhaling de kerken van Eome bezocht, en het beeld van dien eerbiedwaardigen Opperpriester bleef hem altoos bij, ja zou hem, eenmaal zelf op den pauselijken stoel verheven, als zijn verheven toonbeeld voor oogen staan.

De vroomheid van Leo XII scheen zich in meerdere of mindere mate mede te deelen aan allen, die hem zagen, hem den Plaatsbekleeder van Christus op aarde zich vernederende als de geringste der zondaren. Vooral de jeugd der Eomeinsche scholen haastte zich haar Opperherder en Vader op den weg van vernedering, gebed en boete te volgen.

De 14 a 1500 leerlingen van het Eomeinsche College, met hunne hoogleeraren aan het hoofd, openden den stoet. Het was een treffend schouwspel die duizenden jongelieden in boetgewaad gehuld, door de straten te zien trekken, om zingende en biddende den Hemel een heilig geweld aan te doen en de barmhartigheid Gods over hunne ouders, zichzelven, en de schuldige wereld af te smeeken. Deze plechtige optocht werd besloten door een bezoek aan de St. Pieter, waar die duizenden edelmoedige harten, voor het Graf der H.H. Apostelen, Petrus en Pau-

-ocr page 64-

58

lus, nog eens de vurigste gebeden ten Hemel zonden.

Leo XII, gesticht en tot in het diepst zijner ziel getroffen door de godsvrucht dier jongelieden, wenschte hen, bij het verlaten der St. Pieter, aan het Vaticaan op \'t groote plein van het paleis „Belvedèrequot; ver-eenigd te zien. De H. Vader had op de Loggia, te midden van de Gale r ij der Landkaarten plaats genomen en vandaar uit strekte hij zijne vaderhanden zegenend over die jeugdige, geestdriftvolle scharen uit. Zonder de Loggia te verlaten, liet hij eene deputatie uit die jongelieden, met Vincent Jfecci aan het hoofd, in zijne tegenwoordigheid toe en dezen was de eervolle taak opgedragen, Z. H. in eene La-tijnsche toespraak den hartelijken dank en de vurigste wenschen der studeerende jeugd van Eome over te brengen. De paus toonde zich ten zeerste voldaan over de toespraak van den jongen Pecci en de kinderlijke hulde, hem door die veelbelovende jongelingen gebracht. Vincent en de overige medeleden der deputatie ontvingen ieder, als blijvende herinnering aan deze zalige oogenblikken, een medailje, welke het beeld des pausen droeg, in een keurig en passend étui. Zoo leerde Vincent meer van nabij den Paus kennen, voor wien hij zulk een eerbiedige bewondering opvatte en bleef koesteren, dat hij-zelf, met de tiaar, de driedubbele doornekroon der Pausen, gekroond, zijn naam en met zijn naam, ook zijn levenswandel tot richtsnoer zijner handelingen, heeft aangenomen.

Om tot zijne studiën terug te keeren, Vincent be-

-ocr page 65-

59

studeerde thans de philosophische, wis-en natuurkundige wetenschappen en maakte ook op dit gebied zulke snelle en buitengewone vorderingen, dat hij al zijne leeraren en medeleerlingen vol verbazing tot zich deed opzien. Zijn vlugge geest scheen ontvankelijk voor alle takken van het tnenschelijk weten, verstand, geheugen, verbeelding en gevoel openbaarden zich in volmaakt evenwicht en gelukkige harmonie. Volgens den prijscatalogus, op het einde van \'t jaar 1828 gedrukt, behaalde hij den eersten prijs iu de natuur- en scheikunde en het eerste accessit in de wiskunde, toegepast op de natuurkunde.

Hoe kon het anders! Waar mannen als Andreas Carafa en Joannes-Baptist Pianciani, wier namen van Europeesche vermaardheid zijn, een leerling ontmoetten van zulk een gelukkigen aanleg als Vincent Pecci, daar moest wel iets voortreffelijks, iets buitengewoons gevormd worden.

Maar ook in zijne wijsgeerige studiën schitterde Pecci boven alle zijne medeleerlingen uit, en wel dermate, dat hem op het einde van den philosophischen cursus de hoogste onderscheiding te beurt viel. Hij werd door zijne leeraren uitverkoren, om in het openbaar tweehonderd stellingen, handelende over de leerstof, in de drie verloop en jaren onderwezen, tegen ieder, die zich als bestrijder wilde opwerpen, te verdedigen. Zulk een geduchte, maar eervolle proef doet ons onwillekeurig denken aan de lans- en steekspelen der Middeleeuwen, waarbij

-ocr page 66-

60

een ridder van naam zich gereed hield, om een lans te breken, met alwie tegen hem in het strijdperk wilde treden.

Met de hem aangeboren naarstigheid en vlijt bereidde Pecci zich tot deze wijsgeerige worsteling voor, maar in Mei van het jaar 1829 werd hij andermaal ongesteld en bleef gedurende zijn herstel zóó zwak, dat hij van alle ernstige studie en derhalve ook van de uitvoering der hem opgelegde taak moest afzien. Dit offer viel hem zoo zwaar, want zulk een intel-lectuëel tornooi was de vurigst begeerde onderscheiding bij den aanvang der eigenlijke universitaire studiën. Ook zijne oversten en leeraren vonden het spijtig, zoowel voor zichzelven als voor den jonkman, wiens geweten te teeder en wiens godsvrucht te degelijk was, om zich over te geven aan de beuzelarijen dei-eigenliefde.

Ten einde hem echter voor dit onvrijwillig offer eenigermate schadeloos te stellen, werd hem door den Prefekt der Studiën, den beroemden pater Fran-ciscus Manera, namens de faculteit der Wijsbegeerte een getuigschrift overhandigd, melding makende van zijne bekwaamheid, de schitterende uitkomsten, door hem behaald, en het ongeval, dat hem van eene zoo eervolle onderscheiding beroofd had. Dit getuigschrift wordt in het Archief der familie Pecci met zorg bewaard.

De geest van Franciscus, welken onze Vincent van kindsbeeu af had ingeademd, dreef hem als vanzelf tot een leven van zelfverloochenende liefde. Had hij

-ocr page 67-

61

de zoete poëzie, in het leven van den seraphijnschen quot;Vader opgesloten, reeds aan moeders schoot leeren smaken, de lezing daarvan, op rijperen leeftijd voortgezet, de kennis der groote werken, door de nederige zonen van Sint Pranciscus ondernomen en tot stand gebracht, dit alles werkte samen, om den waardigeu zoon van gravin Anna naar \'s Heeren heiligdom te geleiden.

De toonbeelden van deugd en wetenschap, welke hij in de Paters der Sociëteit van Jesus te Viterbo en te Eome steeds voor oogen had, het innemend en heilig gelaat van Pius VII, omstraald door de aureool des lijdens, en het voorbeeld van Leo XII, die blootvoets en in boetgewaad gehuld biddend door Home\'s straten trok en voor wien hij een hartelijke genegenheid en diepen eerbied had opgevat, deden het verlangen zijns harten, om God onverdeeld te dienen, nog aangroeien.

Ten jare 1830 werd Vincent als student der theologie op de registers van het Ilomeinsche College ingeschreven.

De Sociëteit van Jesus, sinds 16 jareu in eere hersteld, mocht op een groot aantal uitstekende mannen bogen en zoowel de leerstoelen der Theologie en Schriftuur als die der letteren en andere wetenschappen droegen de beroemdste geleerden van hun tijd. De namen „Perronequot; en „Patrizziquot; zeggen voldoende, onder welke leiding Vincent Pecci de Godgeleerdheid beoefende.

-ocr page 68-

62

Zijn ijver behoefde geen aanwakkering, vast besloten als hij was, om de plichten van zijn staat steeds met alle mogelijke stiptheid te vervullen. Ook zijne medeleerlingen van het Eomeinsche College waren allen bezield met een edelen naijver en het vurig verlangen, om in alles, zooveel mogelijk, naar de volmaaktheid te streven. De geleerdheid hunner uitstekende meesters en de offers, welke deze zich voor hen getroostten, oefenden op deze talrijke en veelbelovende schaar van jongelieden een machtige, ja een schier onwederstaanbare prikkeling uit.

Tegen het einde van \'t eerste studiejaar werd Pecci andermaal uitverkoren, om in de G r o o t e Zaal van het College, tegen al wie zich ter bestrijding opwierp, theologische stellingen te verdedigen, handelend over de gezamenlijke leerstof van het verloopen jaar. De plechtigheid werd opgeluisterd door de tegenwoordigheid van verschillende prelaten, geleerden en aanzienlijke personages en was den jongen Pecci eene aangename vergoeding voor de bittere teleurstelling, het vorig jaar ondervonden. Het Eegister van \'t Eomeinsche College, melding makende van dit openbaar dispuut, zegt, dat de jonkman zulke ondubbelzinnige blijken van bekwaamheid aan den dag legde, dat men gemakkelijk kon voorzien, welk eene schitterende toekomst hem wachtte. Ook het Jaarboek der Universiteit, de gelauwerden en met prijzen bekroonden opsommende, maakt melding van deze theologische worsteling en voegt er nog bij: „De werkzame

-ocr page 69-

63

jonkman legde evenveel aangeboren talent, als opgenomen en zich eigen gemaakte kennis aan den dag.quot;

Spoedig daarop zag hij zijn onvermoeiden ijver ai wederom beloond, door zijne benoeming tot repetitor in de philosophie aan liet Duitsche College. Deze werkkring wierp zoo voor hem-zelven, als voor anderen de rijkste vruchten af. Want, daar hij steeds zorgde, dat hij de stof, welke moest behandeld worden, geheel en al meester was, moest dit herhalings-onderwijs voor hem eene leerrijke oefenschool wezen, om het talent van leeraar, dat hij reeds in hooge mate bezat, meer en meer te ontwikkelen. De jonge Pecci verstond toen reeds de kunst, om de dorre analysen der wijsbegeerte, door ze in zuivere en keurige Latijnsche vormen te gieten, frissche aantrekkelijkheid bij te zetten. De dichter kwam hier den wijsgeer ter hulp.

De ijvervolle paters Perrone en Manera waren op het denkbeeld gekomen, eene Akademie te stichten voor de leerlingen, die er van hielden, zich gedurende hun vrijen tijd in het verklaren en verdedigen der geopenbaarde waarheden te oefenen. De belangrijkste stellingen werden daar in den vorm eener Latijnsche samenspraak verklaard, bestreden en verdedigd.

Telkens namen vijf leden aan deze akademische oefening deel; een hunner vervulde de rol van katholiek leeraar, de vier anderen bestreden beurtelings zijne leer in de hoedanigheid van Lutheraan, Jansenist, Staatsman en Eationalist. De bevallige vorm der samenspraak was bizonder geschikt, om de tegen-

-ocr page 70-

64-

werpingen kort en duidelijk voor te stellen en verlichtte den Katholiek in niet geringe mate zijne taak, om ze aanstonds te weerleggen. Twee van deze akademische zittingen hadden plaats in de Groote Zaal van het College, op eeae hooge estrade, vanwaar de jeugdige kampioenen door het gansche gehoor gemakkelijk konden gezien en gehoord worden. Volkomen als zij slaagden, werden ze telkens levendig toegejuicht; Vincent Pecci had beide malen de heilige leer verdedigd.

Zoo leerde hij van jongs af de dwalingen en drogredenen van het ongeloof koelbloedig onder de oogen zien en ze met de wapenen der ware wetenschap bestrijden; zoo ontwikkelde en vormde hij zijn geest volgens de strenge, maar doeltreffende methode van den „Engel der Schoolquot;, welke de „Scholastieke Godgeleerdheidquot; genoemd wordt.

Omtrent dit tijdstip veranderde Vincent Pecci, vooral uit kinderlijke liefde jegens zijne moeder, zaliger, die Anna heette, van naam en noemde zich voortaan Joachim, tot hij, op den stoel van Petrus verheven, ook dezen verwisselde met den naam „Leo XIIIquot;.

ïen jare 1832 ontving hij den graad van doctor in de Theologie en nam, door het ontvangen der Mindere Orden, plaats in de rij der seculiere geestelijkheid.

Doch treden wij een oogenblik in het verleden terug. Sinds den dood zijner teerbeminde moeder

-ocr page 71-

65

woonde Joachim bij zijn oom Antonio in het paleis M u t i, doch een gedeelte der vacantiedagen bracht hij gewoonlijk door op de heuvelen van Carpineto, in de schaduw van het vaderlijk huis. De frissche lucht, welke hij daar inademde en de uitspanningen, die de bergachtige omgeving van zijn geboorteland hem aanbood, oefenden een weldadigen invloed uit op zijn altoos nog zwak gestel en deelden zijn vermoeiden geest nieuwe veerkracht en frischheid mede. Ook de herinnering aan zijne teergeliefde moeder, welke in den omtrek van zijns vaders huis allerwegen scheen rond te zweven, was hem een heilzame balsem naar geest en hart.

De jacht was een der geliefkoosde bezigheden, waarmede Joachim zich gedurende zijne vacantiedagen placht onledig te houden. Bij voorkeur volgde hij op zijne avonturen den weg van het heiligdom der An-n u n z i a t a, waar door de bergbewoners een mira-kuleus beeldje der Allerheiligste Maagd vereerd wordt. Hoe dikwijls had hij in zijne kinderjaren, aan de hand zijner vrome moeder, dat landelijk kapelletje niet bezocht en daar vertrouwvol gebeden ! Met innige vreugde vlijde hij zich in de schaduw der portiek neder, als hij vermoeid behoefte gevoelde aan rust, doch altoos bracht hij der Moeder Gods eerst de tolken zijner oprechte en vurige vereering. Zoo kwam hij eens op het denkbeeld, de geschiedenis van dit heiligdom op te sporen en de ouden van dagen vertelden hem, dat het mirakuleuze beeldje weleer in een klein

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 5

-ocr page 72-

66

bedehuisje aan de oevers van den bergstroom daarbeneden gestaan had. Doch ver van den grooten weg als dat heiligdom lag, was het bovendien door de diepte van het dal aan de blikken der bergbewoners onttrokken en zag derhalve weinig vrome bezoekers.

In de vorige eeuw vormde men het plan, dit beeldje naar een meer toegankelijk oord en in een heiligdom, den godsdienstzin van Carpineto\'s bewoners meer waardig, over te brengen. De familie Pecci stond voor dit heilig doel bereidwillig het vereischte grondgebied af en de overige bewoners der omgeving brachten het noodige geld bijeen, om op die meer toegankelijke en schilderachtige plek het tegenwoordig heiligdom te doen verrijzen.

Joachim wilde de herinnering dezer gebeurtenis in steen vereeuwigd zien. Hij koos een steen, liet hem volgens eigen teekening houwen en graveerde met eigen hand, letter voor letter, het opschrift, dat daar nog heden in steenschrift te lezen staat en in kernachtig Latijn de hierboven verhaalde geschiedenis teruggeeft. Zoo toonde Joachim Pecci reeds in zijne jongelingsjaren die teedere devotie tot de Allerheiligste Moedermaagd, en dien gelouterden smaak vanzaiver, klassiek Latijn, welke wij in den „Paus van den Allerheiligsten Rozenkransquot;, in den „Paus der Encycliekenquot; bewonderen.

Thans was voor Joachim het tijdstip aangebroken, om ts kiezen tusschen den werkkring van parochiale zielzorg of den meer onmiddellijken dienst van den

-ocr page 73-

67

H. Stoel. Hij gaf de voorkeur aan de laatste loopbaan en trad met toestemming van vader en oom in de Akademie of het College der adellij-k e n, die groote kweekschool voor alle administratieve en diplomatieke betrekkingen, onder het bestuur des pausen.

De studenten dezer inrichting volgden aan de groote Universiteit der Sapienza de bijzondere cursussen, welke daar met het oog op huu toekomstigen werkkring gegeven werden. De leerstoelen dezer Eomein-sche Universiteit bij uitnemendheid werden door de pausen steeds bij openbaren wedstrijd vergeven, zoodat ze steeds door mannen van de hoogste verdiensten bezet waren.

Joachim Pecci spande al zijne krachten in, om zich onder de leiding der uitstekende hoogleeraren eene grondige kennis van het kerkelijk en burgerlijk recht eigen te maken. Ook liet hij de schoone gelegenheid, welke de Sapienza hem aanbood, om zijne theologische studiën nog verder door te zetten, niet ongebruikt. Ten jare 1835 behaalde hij een schitterende zegepraal en een prijs van 60 z e c c h i n e s, als bekroning zijner verhandeling „Over het onmiddellijk beroep op den Eoomschen Opperpriester,quot; een vraagstuk, hem uit honderd bij loting toegevallen. Na een vijfjarig verblijf aan het College der adel-1 ij k e n, voegde hij bij zijn doctorsgraad in de Theologie, nog de titels van doctor in het Kerkelijk en in het Burgerlijk Kecht.

-ocr page 74-

68

De edele zucht, om zich. meer en meer te volmaken in alle wetenschappen, welke hem in den werkkring, waartoe hij zich geroepen achtte, noodzakelijk of althans nuttig konden zijn, had geen andere bron dan het vurig verlangen om God en de Kerk beter te kunnen dienen.

Onder Joachims medeleerlingen aan het zooëven genoemde College, ontmoeten wij ook graaf Sixtas Riario Sforza, die den aartsbisschoppelijkeu zetel van Napels door deu glans zijner naastenliefde en heiligheid met zooveel luister omgaf. Heilige vriendschapsbanden verbonden deze twee edele en vrome harten, vriendschapsbanden, welke, op het college gelegd, sterker blijken dan alle illusiën en alle beproevingen van een langdurig leven en vruchtbaar zijn aan groote werken van liefde tot God en tot den naaste. Zóó toonde graaf Joachim zich niet enkel een volmaakt student, maar ook een waar en getrouw vriend, het ideaal van den christenjonkman bij uitnemendheid.

Het kon wel niet anders, of zijne aanzienlijke afkomst en schitterende hoedanigheden moesten noodzakelijk de aandacht der doorluchtigste Eomeinsche Prelaten tot hem trekken. Onder deze bevonden zich ook de kardinaals Pacca en Sala, beiden van historische vermaardheid, deze wegens zijne onderhandelingen met den eersten consul Bonaparte, gene als vriend, raadsman en lijdensbroeder van den paus-martelaar Pius VIL

Na den dood van Leo XII, ten jare 1829, liet het College van Kardinaals zijne keuze vallen op een

-ocr page 75-

69

\\

I man, niet minder schitterend door zijne deugd, dan

door zijne wetenschap. Maar Pius VIII mocht slechts een oogenblik op den Stoel van Petrus zetelen; reeds den 2en lebruari 1830 werd hij opgevolgd door Gregorius XVI, die onder allerhachelijkste tijdsomstandigheden en onheilspellende voorteekenen den pauselijken troon beklom.

Deze paus, die om zijne geleerdheid de bewondering van een kardinaal Wiseman afdwong, koesterde eene bizondere belangstelling voor de studenten van de Akademie der adellijken, daar zij in zekeren zin voor de Kerk eu de Pauselijke Staten de hoop der toekomst vormden. Kardinaal Facca was toen de beschermheer dezer universiteit. Zijn geoefend en onfeilbaar oog van menschenkenner had in den jongen Pecci buitengewone verdienste en de belofte eener schitterende toekomst ontdekt. Hij laastte zich daarom de bizondere aandacht van paus Gregorius XVI op den veelbelovenden jonkman te vestigen en reeds spoedig mocht hij zijne herhaalde en warme aanbevelingen met den gewenschten uitslag bekroond zien.

In Januari van het jaar 1837 benoemde Z. H. de paus graaf Joachim Pecci tot huisprelaat en van alle kanten werd deze benoeming toegejuicht, als de rechtmatige belooning eener algemeen erkende verdienste.

De tijd der voorbereidende studiën was thans voorbij; monseigneur Pecci moest nu in de praktijk worden ingewijd. Hij had het College der adellijken verlaten, om weder zijn intrek te nemen bij zijn oom

-ocr page 76-

70

Antonio in het paleis M u t i. Den 16den Maart volgde zijne benoeming tot referendaris aan het gerechtshof der Segnatura1) en kort daarop deed de paus hem mede plaats nemen in de rij der Prelaten, verbonden aan de Congregatie di Buongoverno2), waarvan kardinaal Sala prefekt was. Zoo zag hij zich geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van zijn vriend en beschermer, onder wiens uitstekende leiding hij in alle takken van het tijdelijk bestuur des pausen werd ingewijd.

Intusschen brak de zoo gevreesde Aziatische cholera te Eome uit. Kardinaal Sala, aan wien de Paus het oppertoezicht over de hospitalen der stad had toevertrouwd, vond in mgr. Joachim een onvermoeiden, verstaudigen en trouwen medehelper. De ijverige Leviet bewees in deze zoo hachelijke omstandigheden grootere diensten, dan hij als priester had kunnen bewijzen, want daar de bezigheden, aan het heilig priesterambt verbonden, geen tijd van hem vorderden, kon hij zich onverdeeld aan het nemen van gezondheidsmaatregelen, welke eene stad als Rome in zulke gevallen eischt, en aan de stoffelijke nooden der ontelbare zieken wij-

1

\') Dit Gerechtshof behandelt de aan den paus gerichte verzoekachriften en appellen.

2

) Deze congregatie, door paus Sixtua V ingesteld, heefteen waakzaam oog te houden over het burgerlijk bestuur der provinciën en neemt een niet gering aandeel aan de beraadslagingen betreffende de algemeene belangen der Kerkelijke Staten.

-ocr page 77-

71

den. Wel moet het voor een hart al§ het zijne, waarin de christelijke liefde alle andere gevoelens beheerscht, een zwaar offer geweest zijn, die rampzaligen, door den „engel der verschrikkingquot; geslagen en bij honderden meedoogenloos weggemaaid, de laatste troostmiddelen van onzen H. Godsdienst niet te kunnen toedienen. Kardinaal Sala vergat den onvermoeiden ijver van zijn jeugdigen beschermeling niet; nauwelijks was de ijselijke plaag voorbij, of mgr. Joachim ontving de heuglijke tijding, dat hij zich tot het ontvangen der H. Orden moest voorbereiden.

Kardinaal Odescalchi, vicarius-generaal van Z. H., diende hem den 13CI1 November op het feest van den H. Stanislas Kostka, in de kleine kapel, waar de Pool-sche Heilige gestorven is, de heilige wijdingen van het subdiaconaat en diaconaat toe.

De kleine kerk van den H. Andreas van het Quirinaal was ten jare 1837 verbonden met het novicen-huis der Jezuïeten. Dit huis is slechts door de straat gescheiden van het paleis, waar de pausen weleer een deel van het jaar doorbrachten, ja soms jaren achtereen woonden. Het is een van die talrijke heiligdommen, welke te Eome, gelijk eene oase, te midden der brandende hitte van de dorre woestijn, den vermoeiden vreemdeling uitnoodigen, een oogenblik te genieten van de bekoorlijke frischheid der heilige plaats. Ook heden nog, nu de Plaatsbekleeder van Christus het paleis, waar Pius IX zooveel geleden en geschreid heeft, niet meer bewoont, doet het den waren zoon

-ocr page 78-

72

der Kerk goed, daar eens te mogen rondwandelen. Die oorden zijn als vervuld met een geur van heiligheid, zij voeren \'s menschen ziel in geestdrift op tot God, zij roepen de herinnering van waren en christe-lijken heldenmoed voor onzen geest terug. Daar omstuwden de groote en heilige mannen der zestiende eeuw den troon des pausen; daar nam Franciscus de Borgia, Stanislas Kostka, nog een jongeling, wel is waar, maar reeds verteerd door den serafijnschen gloed der Goddelijke liefde, in de Compagnie van Jesus op.

Kardinaal Odescalchi zelf haakie tenjare 1837 met een schier onwederstaanbaar verlangen naar den zaligen stond, waarop hij het purperen gewaad zou mogen afleggen, om als novice te worden opgenomen in dat huis, waar de H. Stanislas het leven van een engel geleid en zijn kostbaar overschot de laatste rustplaats gevonden had.

En in dat bevoorrecht heiligdom ontving mgr. Joachim Pecci de eerste heilige wijdingen. O, indien de vrome Kardinaal-Vicarius, op het oogenblik der plechtige handoplegging, eens een blik had mogen werpen in de toekomst, wat zalige weelde zou dan zijn jubelend hart overstroomd hebben!

Joachim Pecci smeekte met al het vuur zijner in God verslonden ziel, dat de Hemel het offer van zich zeiven, het offer van geheel zijn leven, genadiglijk mocht aanvaarden. Ook de talrijke bloedverwanten en vrienden, die de ruimte van het aantrekkelijk heiligdom vervulden, baden met aandrang des harten voor

-ocr page 79-

73

den jeugdigen Leviet, wien de Goddelijke Voorzienigheid eene zending had weggelegd, niet minder noodzakelijk voor de wereld en moeitevol voor hem-zelven, dan die der eerste apostelen.

Op den laatsten dag van hetzelfde jaar 1837 ontving hij uit de handen van den Kardinaal-Vicarius, in de kapel van het Vicariaat de H. Priesterwijding en van dezen onvergetel ijken stond, die mgr. Joachim een oogenblik als met de engelen deed medeleven, mag de Katholieke Wereld weldra het Gouden Ju bil éi de Vijftigjarige Herinnering, vieren.

EINDE VANquot; HET EERSTE TIJDPERK.

-ocr page 80-

TWEEDE TIJDPERK.

MONSEIGNEUR PECGI\'S EERSTE ADMINISTRATIEVE EN DIPLOMATIEKE WERKKRING. 1838—1846.

HOOFDSTUK VI.

Benoeming tot gouverneur van Benevento. — De toestand dier provincie. — Een doodelijke ziekte. — Vurige gebeden der bevolking en zijn herstel. — Een blijk van kinderlijke dankbaarheid. — Zijn krachtig optreden. — De jeugdige Staatsman. — De vruchten van zijn arbeid. —

Naar Kouie teruggeroepen.

Dienstbaar te zijn aan de belangen van den H. Stoel, dit was bet levensideaal, dat monseigneur Pecci van nu af met alle krachten van ziel en lichaam nastreefde. Wel dreef hem de neiging zijns harten, om te Rome te blijven en zich met zuiver kerkelijke aangelegenheden bezig te houden, maar op het woord van den H. Stoel gevoelde hij zich tot elk offer, tot iederen werkkring bereid.

Kardinaal Sala kende de wenschen en kundigheden van zijn jeugdigen beschermvriend en had hem aan

-ocr page 81-

75

de Congregatie der Propaganda, der Bisschoppen en Regulieren en van het Concilie verbonden. Kardinaal Lambruschini, \'s pausen staatssecretaris, die voor den jongen Prelaat niet minder hoogachting en genegenheid koesterde, had hem bovendien benoemd tot raad-gevend lid eener andere belangrijke Congregatie, waar hij onder de bizondere leiding stond der geleerde prelaten Prezza en Brunelli, die later beiden den kardinaalshoed ontvingen.

Het schijnt wel, dat monseigneur Joachim zijne doorluchtige beschermheeren redenen van hooge tevredenheid en innige voldoening gaf; want Gregorius XVI, de staatsman, die de kunst verstond, zijne mannen te kiezen, benoemde hem in Pebruari van het jaar 1838 tot delegaat of burgerlijk gouverneur van Benevento, met het bevel, om onmiddellijk deze betrekking te aanvaarden.

Het kleine hertogdom Benevento was een bekoorlijke en vruchtbare landstreek in het koninkrijk Napels en door de edelmoedigheid zijner vroegere bezitters het eigendom van den H. Stoel geworden. Bij eene uitgestrektheid van twee vierkante geographische mijlen, telde het ongeveer 23000 inwoners eu had in betere tijdsomstandigheden eene bloeiende provincie der Kerkelijke Staten kunnen wezen. Thans echter was de toestand van Benevento allertreurigst en jammervol. Recht eu orde schenen die schoone landstreek voor goed vaarwel te hebben gezegd, om plaats te maken voor de wreede willekeur der ban-

-ocr page 82-

76

dieten en hun aanhang, die zich als de heeren en meesters der provincie deden gelden en allerwegen schrik en ontzetting verspreidden. Deze bandelooze horden, die met de Carbonari gemeene zaak maakten, waren een overblijfsel der zoogenaamde gnerilla-ben-den, welke den Franschen, gedurende hunne korte maar despotieke overheersching, geen oogenblik rust gunden. Maar toen de paus en de koning van Napels op hunne tronen hersteld waren, bleef een gedeelte hunner aan het bandietenleven de voorkeur geven, en, daar de Franschen de landstreek ontruimd hadden, werden zij de schrik der eenvoudige bevolking. Bene-vento was het middelpunt hunner samenscholingen; deze provincie bood hun wegens de onschendbaarheid van haar grondgebied een veilige schuilplaats, als zij door de koninklijke troepen van Napels achtervolgd werden. Ook alle politieke misdadigers beschouwden Benevento als een asyl, de smokkelhandel tierde er welig op de grenzen, de groote heeren der kasteelen namen de misdaad niet zelden onder hunne hooge bescherming, ja deinsden zelfs niet terug, hunne versterkte kasteelen tot bolwerken van onrecht en onmen-schelijkheid te maken.

Door den druk der ondragelijke belastingen en zware oorlogsschattingen was de bevolking schier uitgeput; handel en nijverheid verkeerden in een kwijnenden toestand; de landbouw werd verwaarloosd, in één woord, aan een diep zedelijk verval paarde zich groote stoffelijke ellende.

-ocr page 83-

77

De jeugdige Gouverneur, door den paus gezonden, om aan deze treurige toestanden een einde te maken, bezat alle vereischtea naar geest en hart, om zulk een hervormingswerk tot stand te brengen, maar, hetzij hij de kiemen eener kwaadaardige typhuskoorts uit Rome had meegebracht, hetzij zijn zwak gestel tegen de vermoeienissen der reis niet bestand was geweest, reeds drie dagen na zijne aankomst te Bene-vento werd hij door eeue doodelijke ziekte aangetast.

De bevolking, die de komst van den nieuwen Dele-gaat, wien zulk een schoonklinkende faam was voor-uitgevlogen, met verlangen verbeid had, gevoelde zich niet weinig teleurgesteld, ja verslagen, toen zij eenige dagen na zijne aankomst hooren moest, dat monseigneur Pecci doodelijk ziek was. Wat men van den jongen Priester gehoord had, had hem reeds een groote plaats in de harten van Benevento\'s bevolking veroverd. De deelneming was dan ook algemeen; vuriger gebeden werden ten Hemel gezonden, naarmate het gevaar toenam. Men had den beroemden geneesheer Bene-diktus Vulpes, directeur-generaal der stadshospitalen, uit Napels outboden, maar de wetenschap scheen tegen de woede der koorts machteloos. In alle kerken werden openbare gebeden gehouden voor het herstel van den dierbaren Zieke, en het volk, hiermede nog niet tevreden, deed in plechtige processie een bedevaart naar het heiligdom van de „Madonna delle graziequot;, in de nabijheid der stad.

-ocr page 84-

78

De heilige pater Tessandari, rector van het Jezuïeten-college te Benevento, was op het eerste gerucht van gevaar naar de lijdenssponde van den doorluchti-gen Zieke gesneld en, daar hij een groote devotie tot den H. l1ranciscus de Geronimo koesterde, bevestigde hij eene relikwie van dezen Heilige op de borst des Lijders en bad met aandrang des harten om zijne genezing.

Zijn gebed werd verhoord. Was het een wonder van Gods almacht, op de voorbede van dien Heilige gewrocht? De Hemel weet het, maar zeker is het, dat het dierbaar leven van monseigneur Pecci gespaard bleef en dat de wetenschap van den beroemden Vul-pes ook het hare bijbracht tot zijn volkomen herstel.

Gregoriua XVI had gedurende de ziekte van zijn nieuwen Delegaat de levendigste belangstelling getoond; zijn secretaris van inwendigen dienst, kardinaal Gam-berini, moest hem dagelijks van den toestand des lijders op de hoogte houden en zijne vreugde over het herstel van den veelbelovenden priester was onuitsprekelijk.

Ook de blijdschap van Benevento\'s bevolking kende schier geen grenzen; de bewoners van het Zuiden zijn zoo onstuimig, zoo hartstochtelijk, maar ook zoo oprecht in de gevoelens huns harten.

De eerste openbare handeling, welke monseigneur Pecci na zijn herstel verrichtte, was een blijk van kinderlijke dankbaarheid jegens de Moeder van genade. In naam van kardinaal Bussi, aartsbisschop van Bene-

-ocr page 85-

79

vento, legde hij in tegenwoordigheid der geestdriftige bevolking den eersten steen eener nieuwe kerk van de „Madonna delle grazie.quot; Deze kerk werd gebouwd ingevolge eene plechtige gelofte, door de inwoners van Benevento ten vorigen jare, toen Napels en hare omgeving door de cholera geteisterd werden, aan de Onbevlekte Moedermaagd gedaan. Benevento en het omliggende gebied bleven van de heillooze plaag gespaard en de bewoners schreven dit voorrecht toe aan de bescherming hunner hemelsche Patrones.

Terwijl mgr. Pecci zelf met den dood worstelde, had zijn beminde en deugdzame vader het stoffelijke met het eeuwige verwisseld. Hoe zwaar deze slag zijn minnend kinderhart ook trof, wel verre van zich over te geven aan die matelooze droefheid, welke den mensch voor eiken arbeid ongeschikt maakt, zocht hij in het gebed en den arbeid kracht en troost en sloeg, met nieuwen ijver bezield de handen aan de teugels van het bewind. Zijn eerste optreden was krachtig; hij vervolgde de bandieten tot in hunne meest verborgen schuilhoeken en zelfs de doortraptsten ontgingen niet aan zijn arendsblik, ontsnapten niet aan zijn rechtvaardig vonnis. Zekere Pascal Colletta, de schrik van den omtrek, had zijne villa „Mascam-broniquot; in eene sterkte herschapen en ondernam van daar uit, aan het hoofd van veertien bandieten, in de misdaad vergrijsd, plundertochten door het land. Monseigneur Pecci liet de villa onverhoeds door de pauselijke gendarmerie omsingelen; geen enkele vermocht

-ocr page 86-

80

te ontsnappen en reeds den volgenden dag werden Colletta en zijne medeplichtigen in boeien geklonken, door Benevento\'s straten geleid en in de gevangenis geworpen. Allen, die de rust der bevolking bij dag of bij nacht durfden storen, wachtte hetzelfde lot ; de nieuwe Delegaat liet zich nooit door menschelijk opzicht, maar steeds door het bewustzijn van plicht leiden. Hoe hooger van rang, ontwikkeling en beschaving de misdadiger was, des te onverbiddelijker toonde zich de gerechtigheid, des te strenger was het vonnis van den pauselijken Gouverneur.

Een aanzienlijk edelman, die de schuldigen onder zijne bescherming nam, kwam zich op zekeren dag bij monseigneur Pecci beklagen over de gestrengheid van het onderzoek der politie, die zelfs de onschendbaarheid van den eigendom niet eerbiedigde. De Delegaat trachtte zijn bezoeker onder het oog te brengen, dat de wetten voor allen zonder uitzondering gemaakt zijn en dat juist de Grooten het voorbeeld moeten geven van gehoorzaamheid en onderwerping aan de bevelen des pausen.

Maar de edelman wilde daar niets van hooren en vergat zich zelfs zoozeer, dat hij den Gouverneur durfde dreigen, onmiddellijk naar Eome te zullen vertrekken en niet te zullen terugkeeren dan met zijn ontslag als pauselijk Delegaat van Benevento in handen.

„Ga uw gang, mijnheer de Markies,quot; antwoordde de Prelaat met edele waardigheid, „maar weet wel.

-ocr page 87-

81

dat gij, om het Vaticaan te bereiken, de Engelenburcht1) voorbij moet.quot;

De Markies begreep deu onheilspellenden ziu dezer woorden, vertrok niet en onderwierp zich morrend. Om den smokkelhandel het hoofd te bieden, legde monseigneur Pecci op de grenzen douane-posten aan en stelde deze in gemakkelijke verbinding met de pauselijke garnizoenssteden. Met het oppertoezicht dezer douane-stations belastte hij een vertrouwd officier met name Sterbini, die hem reeds gewichtige diensten bij zijn hervormingswerk bewezen had.

Doch niet alleen de misdaad moest uitgeroeid, ook handel, nijverheid en landbouw moesten uit hun kwijnenden staat worden opgebeurd.

De Napelsche Regeering, die steeds afgunstige blikken sloeg op de vruchtbare provincie Benevento, te midden van het Koninkrijk gelegen, had zich lang verzet tegen het voorstel van den H. Stoel, om door het aanleggen van gemeenschappelijke verkeerwegen den handel tusschen Napels en Benevento te bevorderen. Gevoelde het Koninkrijk de nadeelige gevolgen van dit verzet, meer nog de provincie Benevento, voor wier nijverheid en landbouw het de doodsteek was. De verwikkelingen tusschen de kabinetten van Rome en Napels, tengevolge van het asylrecht, dat in Benevento scheen te bestaan, hadden, dank het krachtdadig optreden van monseigneur Pecci, opge-

1

De Engelenburcht was de staatsgevangenis van Rome. LEVEN VAN PADS LEO XIII. G

-ocr page 88-

82

houden en koning Ferdinand had daarvoor den jongen Delegaat, bij monde van zijn minister, den markies Caretto, zijn innige voldoening en oprechten dank laten betuigen. De ijvervolle Gouverneur, ziende, dat hij van dien kant geen tegenwerking meer ontmoeten zou, ontwierp een plan voor den aanleg van nieuwe wegen, ging er persoonlijk mede naar Home en smaakte de niet geringe voldoening van het in zijn geheel door Gregorius XVI te zien goedgekeurd.

Ook verkreeg hij van het vaderlijk hart des pausen, de volledige volmacht, om het hatelijk en drukkend belastingstelsel, door de Franschen ingevoerd, af te schaffen en door een nieuw, meer in overeenstemming met het vermogen der bevolking, te vervangen. De vermindering der lasten, nog meer dan de aanleg der nieuwe verkeer wegen, opende voor landbouw, handel en nijverheid een nieuw tijdperk van bloei. Monseigneur Pecci begon de eerste vruchten van zijn reuzenarbeid te plukken. In vlekken, dorpen en steden kon ieder zich veilig aan zijn da-gelijkschen arbeid wijden; grooten en kleinen zagen zich door de wet beschermd ; orde, rust, veiligheid en voorspoed heerschten allerwegen, en de bevolking zou haren Gouverneur op de handen hebben gedragen.

Intusschen had de Koning van Napels met het Hof van Home ernstige onderhandelingen aangeknoopt, welke den afstand der provincie Benevento, in ruil voor een uitgestrekter en meer nabijgelegen grondgebied, ten doel hadden.

-ocr page 89-

83

Kardinaal Lambruschini raadpleegde mgr. Pecci omtrent dezen ruil en vroeg hem naar zijn gevoelen!. Deze verzette zich met kracht tegen zulk een voorstel, en zond den H. Vader een uitvoerig verslag, waarin hij de redenen, waarop zijn verzet gegrond was, meesterlijk uiteenzette. Deze waren deels van staatkundigen, deels van godsdienstigen aard, maar vooral met het oog op de zedelijke belangen der bevolking ontried hij den H. Stoel den voorgestelden ruil. „De aartsbisschoppelijke zetel van Beneventoquot;, zoo schreef hij, „heeft niet minder dan veertien suffragaanzetels en moet onder de onmiddellijke afhankelijkheid van den paus blijven.quot;

En inderdaad, het vaderlijk bestuur der pausen was meer geschikt, om de geestelijke belangen der bevolking te waarborgen, dan eenig ander wereldsch gouvernement. Het gevoelen van monseigneur Pecci kreeg te Koine dan ook de overhand en de onderhandelingen werden gestaakt. Dit was de laatste van de vele onwaardeerbare diensten, welke hij zijn volk van Benevento, gedurende zijn driejarig verblijf in hun midden, bewees. Gregorius XVI, ziende, dat hij zich in zijne verwachtingen omtrent den jongen Prelaat niet bedrogen had, haastte zich een meer uitge-strekten en moeitevollen werkkring voor den ijvervollen Priester te openen. Onverwachts werd mgr. Pecci naar Eome teruggeroepen. Met innig leedwezen zag de dankbare bevolking van Benevento den hervormer der provincie henengaan. Zij hadden den deugdzamen Pries-

-ocr page 90-

84

ter, met zijne liooge, bleeke en tengere gestalte, met zijne edele en innemende gelaatstrekken, die het geheim verstond ieder, naar omstandigheden, een geschikt en hartelijk woordje toe te voegen, leeren kennen en liefhebben. Was het wonder, dat zijn vertrek hun tranen kostte en dat zijn naam bij de inwoners van Benevento steeds in dankbare herinnering bleef ?

-ocr page 91-

HOOFDSTUK VII.

Benoeming tot gouverneur van Spoleto. — Grego-rius XYI komt op deze benoeming terug. — Toestand van de provincie Umbrië. — Mgr. Pecci bereidt Gregorius XVI te Perugia een luistervolle ontvangst. — De Paus in de hoofdstad van Umbrië. — De gouverneur en zijn provincie. — De Paus herinnert zicü zijne belofte van Cittü della Pieve.

Nauwelijks was monseigneur Pecci te Rome teruggekeerd, of hij ontving zijne benoeming tot burgerlijk gouverneur van Spoleto, maar nog voordat hij de Eeuwige Stad verliet, om zich naar zijne nieuwe standplaats te begeven, kwam Gregorius XVI op deze benoeming terug en zond hem als gouverneur naar Perugia, de hoofdstad van Umbrië. De reden dezer plotselinge verandering moeten wij in den toestand dezer provincie, in verband met de staatsmanswijsheid des Pausen, zoeken.

Perugia, evenals Spoleto en Orvieto, Chiusi en Siena, eene sterke stad, op een steile helling der hooge heuvelen van Midden-Italië gebouwd, behoorde

-ocr page 92-

86

weleer tot die kleine Italiaansche Eepublieken, scheppingen van den vrijen arbeid, maar van den arbeid bestierd, geadeld, ja geheiligd door den godsdienst.

Aan de Katholieke Kerk hebben die vermaarde steden der Middeleeuwen, met hare kathedralen en kloosters, met hare universiteiten en andere inrichtingen van wetenschappen, letteren en schoone kunsten, ontstaan, ontwikkeling en bloei, in één woord, haar glorievol verleden te danken. Zij heeft de overblijfselen van het Romeinsche volk tegen de woedende aanvallen van Hunnen en Vandalen, van Gothen en Longobarden beschermd en voor algeheelen ondergang behoed ; zij heeft, onder de banier des kruizes, die ridderlijke, vrijheidlievende volkeren gevormd, bereid, om voor godsdienst en vaderland hun bloed tot den laatsten druppel te geven ; zij heeft hen tot de ware beschaving opgevoerd en daardoor de gemeenschappelijke samenleving in steden, dorpen en vlekken mogelijk gemaakt. Umbrië telde vele van die steden, welke, als schatkamers der christelijke kunst, nog heden van de gloriën der duistere Middeleeuwen verhalen.

Op geringen afstand van Perugia ligt Assisië, weleer ook eene vrije en onafhankelijke stad en vereeuwigd door twee harer kinderen, den H. Franciscus en de H. Clara. Maar die tijden van luister, roem en ware grootheid, zij waren voorbij.

De noodlottige kiemen van ongeloof en bandelooze vrijheid, uit Frankrijk op Italiaanschen bodem over-

-ocr page 93-

87

gebracht, dreigden het werk der edele voorgeslachten te verstikken. De partijmannen, die zich als de tolken van het negentiendeeuwsche Italië opwierpen, eischten meer dan de bevrijding van vreemde overheer-sching, meer dan de vrijheid om den godsdienst hunner vaderen ongestoord uit te oefenen, meer zelfs dan het eervolle recht, om eene stem uit te brengen in de Raadzaal der christelijke natiën. Zij wilden een demokratisch, een radikaal Italië en, tegen den stroom der historie in, een Italië zonder koning, zonder paus, zonder priesters, zonder godsdienst, ja zonder God.

Straks zou het genie van Mazzini, de ziel dier onheilspellende, revolutionaire beweging, en Garibaldi\'s ruwe kracht haar machtige arm worden, en, gesteund door een koning, die verblind door lieerschzucht en onder den invloed van zijn onwaardigen minister Ca-vour, de banden des bloeds, zijn eigen geweten en de glorie van het katholieke Huis van Savoye vergat, Italië voeren naar den rand des gapenden afgronds, vanwaar het in onze dagen hulpeloos om redding schreit.

Perugia was een der voornaamste brandpunten dezer revolutionaire woelingen. Mochten de overige vorsten van Italië al insluimeren en hunne oogen voor de dreigende toekomst sluiten, allerminst paus Grego-rius XVI, de groote staatsman, wiens blik verder reikte, dan het heden. Hij was op de hoogte van den toestand zijner eeuw en begreep, dat, in eene stad als Perugia, een man noodig was, die, toegerust met de edelste gaven naar geest en hart, het vertrouwen en

-ocr page 94-

88

de genegenheid der bevolking zou weten te winnen; een man, in staat, om groote hervormingen tot stand te brengen en de, oorzaken der algemeene ontevredenheid weg te nemen ; een man, die de kunst verstond, om met kracht op te treden, zonder de gemoederen door onvoorzichtige maatregelen te verbitteren; een man eindelijk, die aan al deze hoedanigheden een meer dan gewone deugd huwde.

Monseigneur Pecci had zich gedurende zijn driejarig verblijf te Benevento zulk een man getoond en vandaar dat paus Gregorius XVI plotseling van besluit veranderde en hem in Juli 1841 als gouverneur van Umbrie naar Perugia zond.

De nieuwe Delegaat vertrok onmiddellijk naar zijne standplaats in het blijde vooruitzicht, dat hij daar weldra een bezoek van den H. Vader ontvangen zou ; want de paus had besloten, eene rondreis door de Kerkelijke Staten te doen, om zich persoonlijk van de toestanden der verschillende provinciën te kunnen vergewissen.

Perugia, hoog boven de vlakte op een heuveltop gelegen, was tot dan toe slechts bereikbaar langs een steilen, schier onbegaanbaren weg. In één oogopslag had de nieuwe Gouverneur gezien, wat hij te doen had. Met behulp van bekwame ingenieurs en arbeidzame werklieden, die hij door woord en beloften wist aan te wakkeren, legde hij in twintig dagen een nieuwen, breeden en schoonen weg, die den toegang tot de stad, van Poligno uit, niet weinig vergemakkelijkte.

-ocr page 95-

89

Het volk was er zeer mede in zijn schik en begreep, wat het in de toekomst voor stad en provincie van zijn Delegaat verwachten mocht.

Monseigneur Pecci had reeds belangrijke hervormingsplannen ontworpen, om ze den Paus, bij zijn bezoek aan Perugia, ter goedkeuring voor te leggen.

Gregorius XVI deed zijn plechtigen intocht in Um-brië\'s hoofdstad, langs den nieuw-aangelegden weg, welke van toen af „Via Gregorianaquot; genoemd werd. De stad was in feestgewaad gehuld ; monseigneur Pecci had zijne geestdrift in de harten der bevolking overgestort, alom heerschten jubelende vreugde en ongekunstelde blijdschap. Gedurende zijn verblijf te Perugia mocht Zijne Heiligheid de zoete ontroeringen smaken, welke de kinderlijke vereering van een trouw volk in een vaderhart, zoo gevoelig als het zijne, verwekken moest. Eq deze ontroeringen waren te levendiger, omdat Gregorius XVI voor de hoofdstad van Umbrië een geheel bizondere voorliefde koesterde. Met bewondering nam hij de vele luistervolle bezienswaardigheden, welke de oude stad der Etruskers, schier bij iedere schrede, aanbiedt, in oogenschouw eu kon niet nalaten, vóór zijn vertrek de innige voldoening zijns harten in deze woorden lucht te geven.

„Monseigneur,quot; zeide hij tot den Delegaat, „op mijne rondreis door de Kerkelijke Staten ben ik hier eu daar ontvangen als een monnik, in sommige steden met den luister, aan een Kardinaal verschuldigd, maar te Ancona en hier was mijne ontvangst die van een Souverein.quot;

-ocr page 96-

90

Monseigneur Pecci vergezelde Zijne Heiligheid tot Civita della Pieve, waar de paus drie dagen van zijne vermoeienissen uitrustte. Daar stelde Gregorius zijn Gouverneur tal van geschenken en ordelinten voor de meest verdienstvolle burgers van Umbrië ter hand en voegde er deze belofte bij Binnenkort, monseigneur, als ik te Rome terug ben, zal ik ook aan u deuken.quot;

Te Perugia teruggekeerd, begon monseigneur Pecci onverwijld zijn hervormingswerk; de hoofdstad was het voorwerp zijner eerste zorgen en vervolgens wilde hij persoonlijk alle stedeu en gemeenten der provincie bezoeken, om de handelingen der plaatselijke besturen aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, de wenschen en grieven der bevolking te aanhooren en die hervormingen te treffen, welke hij in \'t belang der provincie dienstig oordeelde. Overal en alom werd hij met vreugde ontvpugen; men had eeu hoog denkbeeld van zijn praktisch verstand en van zijne liefde voor recht en orde; men wist, dat hij de man was, om bij de hoogere autoriteiten alle hervormingen te bewerken, welke het algemeen welzijn eischte.

Evenals te Benevento, ontnam iiij elk voorwendsel aan misdadige samenscholingen en oproerige bewegingen. ïe allen tijde was hij bereid aan de billijke eischen der bevolking voldoening te geven, maar wachtte zicli wel, ook slechts den schijn aan te nemen van te wijken voor den drang van gewetenlooze volksmenners en volksverleiders.

Ook bracht hij een nieuwe regeling in het Eechts-

-ocr page 97-

91

wezen en maakte een einde aan het eeuwig verschuiven van eindvonnissen, door alle hoven van Perugia in één gebouw te vereenigen. Deze maatregel stelde hem in staat, het geheel te overzien en den loop der verschillende rechtsgedingen te volgen. Zijn ijver in het tot stand brengen der noodige hervormingen was zoo onwankelbaar, maar tegelijk ook zoo taktvol, dat hij al zijne plannen met een gunstigen uitslag bekroond zag, ja, dat zelfs de dag aanbrak, waarop alle deuren van Perugia\'s gevangenissen openstonden.

Om te toonen, hoezeer het lot van den ambachtsman en eenvoudigen arbeider hem ter harte ging, zorgde hij voor de oprichting eener spaarbank te Perugia en verschafte zelf een deel van het vereischte kapitaal. Het openbaar onderwijs was niet minder het voorwerp zijner teederste zorgen. Om van het vele, wat hij in dit opzicht tijdens zijn verblijf in Umbrië gedaan heeft, slechts iets te noemen, de hervormingen, welke hij in het College Eosi te Spello tot stand bracht, herstelden het geschokt vertrouwen in deze inrichting en de eerste familiën van Umbrië en hare Marken haastten zich hunne zonen weder derwaarts te zenden.

Niets ontging zijne aandacht. Er waren klachten tot hem gekomen, dat de bakkers het brood te licht bakten, en op een morgen zag men hem met twee beambten, twee politieagenten en eenige korfdragers persoonlijk een onderzoek instellen in alle bakkerswinkels. Het brood, dat te licht bevonden was, werd.

-ocr page 98-

92

in de korven geladen en aan de poort van zijn paleis gratis aan de armen uitgedeeld, maar de schuldigen wachtten zich ia het vervolg voor dusdanige oneerlijke praktijken.

Nog vele andere plannen had de ijverige Delegaat voor liet welzijn van Umbrië ontworpen en reeds maakte hij zich gereed er uitvoering aan te geven, toen Gregorius XVI zich de belofte herinnerde, te Civita della Pieve aan monseigneur Pecci gedaan, en hem onverwachts uit het midden van Umbrië\'s dankbare bevolking naar Rome terugriep.

-ocr page 99-

HOOFDSTUK VUT.

Eene fjroote verrassing. — Ontvangst te Brussel. — Mgr. Pecci, het koninklijk Hof en de Adel. — Toestand van België ten jare 1843. — De ÜVuntius en liet Onderwijs der jeugd. — Het Belgisch College te Rome. — Afscheid van België. — De wensch van Perugia\'s bevolking vervuld. — Reis door Engeland, Frankrijk en Duitschland. — Terugkeer te Rome. — Dood van Gregorius XVI. —Mgr.

Pecci en de nieuwe Paus.

Het was eene groote verrassing voor monseigneur Pecci, toen hij, in de eerste dagen van het jaar 1843 te Eome teruggekeerd, uit den mond van Zijne Heiligheid mocht vernemen, dat hij besterad was voorde nuntiatuur van België, ter vervanging van mgr. For-nari, die tot nuntius te Parijs benoemd was.

In den regel laat de Curie zich slechts door bisschoppen bij de met haar bevriende Regeeringen vertegenwoordigen en het mag ons dus niet verwonderen, dat de nieuw-benoemde Nuntius van België in het geheim Consistorie van den 27en Januari tot aarts-

-ocr page 100-

94

bisschop, met den titel van Uamiette, verheven werd. Na een vurige en waardige voorbereiding, gelijk men van den zoon van gravin Anna verwachten mocht, ontving hij op Zondag, den 19en Februari daaropvolgende, uit de handen van zijn doorluchtigen beschermheer, kardinaal Lambruschini, met de heiligste gevoelens de bisschoppelijke wijding, üeze indrukwekkende plechtigheid werd voltrokken in de eerbiedwaardige kerk van den H. Laurentius in Panisperna, welke, volgens de aloude overlevering, gebouwd is op de plek zelve, waar de heldhaftige Diaken de huiveringwekkende folteringen zijner glorievolle marteling onderging.

Een maand later, den 19en Maart, ging mgr. Pecci, na vrienden en bekenden vaarwel te hebben gezegd, met den zegen van Gregorius XVI, te Civita Vecchia aan boord van de Eransche pakketboot „Le Sésostrisquot;, die voor Marseille bestemd was. Van daar uit reisde hij inallerijl door Erankrijk en toefde slechts even te Namen, waar hij zijn vroegeren studiemakker, den kanunnik Montpellier, die later door zijne uitstekende hoedanigheden den bisschoppelijken zetel van Luik heeft opgeluisterd, met een bezoek vereerde.

Bij zijne aankomst te Brussel werd hij door zijn voorganger mgr. Eornari, die hem aan het College der adellijken onder zijne leerlingen geteld had, hartelijk ontvangen, aan het Hof van koning Leopold I voorgesteld, in de toongevende katholieke kringen binnengeleid en volkomen op de hoogte gebracht van de staatkundige en maatschappelijke toestanden, te mid-

-ocr page 101-

95

den waarvan hij zijne moeilijke zending vervullen moest. Toen nam mgr. Fornari afscheid van zijn beminden oud-leerling, om zelf naar zijne nieuwe standplaats, naar Parijs te vertrekken.

In den kring der koninklijke familie werd mgr. Pecci al spoedig gaarne gezien. Spraakzaam, fijnbe-schaafd en geleerd als hij was, won hij zich aanstond s de hoogachting van koning Leopold I, die, schoon protestant, de buitengewone hoedanigheden van den jongen Prelaat naar verdienste wist te waardeeren. Niet zelden vroeg Leopold zijn .Nuntius om raad, en vooral schiep hij er behagen in, hem moeilijke en ingewikkelde vraagstukken ter oplossing voor te leggen. Maar deze had altoos zijn antwoord gereed en de vlugge gevatheid, waarmede hij eens eene zware moeilijkheid oploste, deed den koning verrast uitroepen : „Waarlijk, Monseigneur, u is even goed diplomaat, als uitstekend prelaat!quot;

Leopolds vrome gemalin Louisa Maria, dochter van den Eranschen koning Louis Philippe, met welke hij sedert 8 Augustus 1832 gehuwd was, vereerde in den Nuntius een toonbeeld van priesterlijke deugd en heiligheid; de drie koninklijke telgen, van welke de oudste, kroonprins Leopold, hertog van Brabant, acht, de tweede, prins Philippus Eugenius, graaf van Vlaanderen, vijf, en prinses Charlotte drie jaren oud was, beijverden zich als om strijd, de gunst van den vriendelijken Priester te winnen. Welk eene vreugde, als hij een hunner op zijne knieën nam, en zelf kind

-ocr page 102-

96

met de kinderen scheen te worden, om hunne schul-delooze spelen te deelen. Wat klopte het hart der vrome en deugdzame Koningin van zalige blijdschap, als zij zag, hoe de jeugdige Prelaat hare kinderen tot zich wist te trekken, om met den heiligen ernst des priesters de zaden van deugd en ware vroomheid in hunne teedere harten uit te strooien. Hoe dikwijls knielde zij-zelve met hare lievelingen niet voor hem neder, om zijn bisschoppelijken zegen te ontvangen !

De oogenblikken in den kring der koninklijke familie te Brussel doorgebracht, bleven mgr. Pecci steeds levendig bij. Een Belgisch priester, die hem later te Perugia zijne opwachting kwam maken, mocht dit persoonlijk van hem vernemen,

„Ja,quot; zeide hij, „ik heb den vader uws konings en zijne brave, deugdzame moeder zeer goed gekend. Ik was de huisvriend der koninklijke familie en heb meermalen den kleinen Leopold, hertog van Brabant, op mijne armen gedragen. Ik herinner mij uog, dat koningin Maria Louisa, die echt christelijke vrouw, mij telkens vroeg, hem, haar oudsten zoon, te zegenen, opdat hij een goed koning worden mocht. En in die hoop heb ik hem dikwijls mijn zegen gegeven !quot; A.an het Hof te Brussel leerde mgr. Pecci een menigte groote diplomaten kennen, maar onder deze velen, die, met eene vijandige gezindheid tegen Rome en de Kerk bezield, het onnoodig achtten deze in tegenwoordigheid van den Nuntius te verhelen. Eens ter koninklijke tafel genoodigd, zag deze zich geplaatst

-ocr page 103-

97

naast zulk een heerschap, dat hem gedurende den maaltijd met allerlei hatelijke zinspelingen en spitsvondigheden lastig viel. Zwijgend verdroeg hij deze ouheuschheden. Na het diner ontmoetten zij elkander andermaal iu een kring van gasten en thans bood de kwelgeest monseigneur Pecci met een hoonend lachje een prise aan uit eene snuifdoos, waarop een schaamteloos vrouwenbeeld was voorgesteld. De Nuntius meende nu te moeten spreken en zeide met kal-men ernst: „Mijnheer de Graaf, dat is zeker uw liefste \\quot; Deze woorden joegen den onheuschen Graaf het bloedrood van schaamte naar de wangen en, zonder iets te kunnen antwoorden, trok hij zich ijlings uit dien kring terug, terwijl de overigen den Nuntius hunne goedkeuring te kennen gaven, dat hij den onbeschaamde zoo flink op zijn plaats had gezet.

Maar niet slechts aan het Hof, ook in de voornaamste kringen van den Belgischen Adel was de jeugdige Prelaat met zijn innemend voorkomer en hoffelijke manieren, steeds een welkome gast. Yooral zag men hem dikwijls ten huize van den toenmaligen minister van staat, graaf Felix de Mérode, waar hij door zijn geestig onderhoud het sieraad uitmaakte van den schitterenden kring, die eene luistervolle bladzijde van België\'s jongste geschiedenis vult.

Toen monseigneur Pecci zijne moeitevolle taak uit de handen van zijn doorluchtigen Voorganger oyernam, was de toestand van België verre van rozekleurig. Yan den dag af, waarop dit land een onafhankelijk

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 7

-ocr page 104-

98

koninkrijk geworden was, vereenigden zich al de antichristelijke strijdkrachten onder den weidschen naam „Liberale partijquot;, om tegen het Katholicisme, den godsdienst der overgroote meerderheid van Beigië\'s bevolking, een strijd te openen, zoo hardnekkig en woedend, dat de katholieken een oogenblik hunne zaak verloren waanden en slechts met de uiterste krachtsinspanning, na jaren worstelens, als overwinnaars uit het strijdperk te voorschijn kwamen.

Die strijd was ten jare 1843, wel is waar, nog in zijn begin, maar daarom niet minder gevaarlijk. Immers de katholieke Belgen hadden hunne tegenstanders nog niet leeren kennen; deze hadden het masker der huichelarij nog niet afgeworpen en genoten nog het volle vertrouwen hunner argelooze mede-burgers. Waarom hen ook wantrouwen? Hadden zij aan de zijde van de Mérode, de Theux en de Nothomb niet gestreden tegen de drukkende anti-katholieke wetten van het Huis van Oranje ? Maar de dag zou aanbreken, waarop zij zich in geheel hunne karakterloosheid vertoonen zouden en dan, ja dan, zouden ook Beigië\'s katholieken uit hun slaap worden wakker geschud.

Eeeds ten tijde van monseigneur Pecci trad de strijd om de school tusschen de beide partijen op den voorgrond. Op het gebied van hooger onderwijs waanden de liberalen zich reeds heer en meester. En niet zonder reden; immers de Nationale Universiteit te Brussel was, hare nationaliteit ten spot, een bolwerk

-ocr page 105-

99

tegen den godsdienst van het grootste gedeelte der Belgische bevolking, het Katholicisme. Doch hiermede nog niet tevreden, wilde het Liberalisme zich ook van het middelbaar en lager onderwijs meester maken, om het gif zijner gevaarlijke leerstellingen ook in de middel- en arbeidersklassen te doen doordringen.

Ten jare 184-3 ging de strijd om het middelbaar onderwijs, om de opvoeding der middelklassen, die den overgang vormen tusschen de hoogste en laagste standen der bevolking. Mgr. Pecci onderzocht en bestudeerde het gewichtige vraagstuk met al den ernst, dien het eischte; eene reeks van nota\'s werd gewisseld tusschen de Nuntiatuur te Brussel en de Curie te Eome en niet, dan na zich volkomen op de hoogte te hebben gesteld, mengde hij zich als vertegenwoordiger van den H. Stoel in het hartstochtelijk debat. Maar de gelukkige keuze van het juiste oogenblik en de heuschheid, welke zijne tusschenkomst kenmerkte, maakten een einde aan den onzaligen strijd en verzekerden de Geestelijkheid een invloed op het middelbaar onderwijs, grooter dan men in den beginne had durven hopen !

Overtuigd van de waarheid, dat de opvoeding der jeugd van het hoogste gewicht is voor de ontwikkeling en den bloei van het katholieke leven, stelde mgr. Pecci het grootste belang in de katholieke inrichtingen van onderwijs. Dikwijls bezocht hij het Jezuïeten-college van den H. Michaël te Brussel, een juweeltje in zijn soort, dat den Koning, zijnen Mi-

-ocr page 106-

100

nisters en ^Wetgevers als een model kon worden voorgehouden. De dorst naar wetenschap, welke zijn eigene ziel verteerde, wist hij ook aan anderen mede te deelen, en de leerlingen van het College droegen hem zulk eene hartelijke genegenheid toe, dat zijne verschijning telkens nieuwe geestdrift wekte. Tweemalen zagen zij hun geliefden beschermheer de plechtigheden der Eerste Heilige Communie voltrekken en eenigen hunner medeleerlingen voor de eerste maal het „Brood der engelenquot; uit zijne hand ontvangen. Wat zalige herinneringen moeten toen de vrome ziel van mgr. Pecci hebben vervuld! Gewis, droomde hij zich een oogenblik terug in die onvergetelijke oogenblikkeu, welke hij in de Jezuïetenkerk te Viterbo mocht doorleven, toen de God van Hemel en aarde voor den eersten keer in zijne engelachtige kinderziel nederdaalde, en zijne dierbare ouders, met tranen van vreugde in de jubelende oogen, dat hartverteederend schouwspel gadesloegen. En eene hartelijke bede voor de zielerust zijner ouders, die beiden reeds in deu killen schoot van het graf rustten, repte zich uit zijn minnend kinderhart ten hemel.

Den 27en Juli van het jaar 1843 vinden wij mgr. Pecci te Leuven, om de plechtige uitdeeling van graden in de Theologie en het Kerkelijk Recht, welke in de Groote Zaal van het eerbiedwaardig Universiteitsgebouw plaats had, door zijne tegenwoordigheid op te luisteren. Behalve het Belgische Episcopaat, met zijn doorluchtigen primaat, kardinaal-aartsbisschop

-ocr page 107-

101

Sterckx aan het hoofd, ontmoette hij daar den eerbiedwaard igen bisschop van Nancy en primaat van Lotharingen, mgr. Forbin-Janson, die juist van zijn apostolische zending in Canada en de Vereenigde Staten was teruggekeerd. Ontvangen met de hartelijkheid, den Belgen eigen, en met al den eerbied, aan den Vertegenwoordiger van den H. Stoel verschuldigd, werd hij door den Kektor en de Leden der Faculteiten gekomplimenteerd in een keurig adres, waarop hij aanstonds in juiste en treffende bewoordingen wist te antwoorden.

De studenten hadden zich in de groote boekerij der Universiteit verzameld. Een hunner, de heer Ca-pelle, thans rechter aan het Hoog Gerechtshof te Namen, hield voor Zijne Excellentie eene toespraak namens de leerlingen der verschillende faculteiten.

„Tk gevoel mij gelukkig,quot; antwoordde de Nuntius, „getuige te mogen wezen van de rassche vorderingen eener instelling, die op eene geheel bizondere wijze hare herleving en bloei verschuldigd is aan het Belgisch Episcopaat, waarvan wij de eer hebben het doorluchtig Hoofd in ons midden te zien. Maar deze grootsche stichting is ook tevens de schepping van haar waardigen Rector, van hare geleerde Professoren, van alle katholieke Belgen... Ja, de overleveringen der oude Leuvensche Universiteit zijn nog levendig en het is uwe taak. Mijne Heeren, ze door uw arbeid te vereeuwigen. Reeds hebt gij getoond, hoe gij het werk der vervlogen eeuwen weet voort te zetten; de

-ocr page 108-

102

Kerk en de Revolutie weten, wat zij in de toekomst van u mogen verwachten. Gaat steeds op den eenmaal ingeslagen weg voort en uwe moeiten en opofferingen zullen overvloedige vruchten afwerpen. Wat mij betreft, ik gevoel me ontroerd te midden dezer edele en veelbelovende jongelingschap, bezield als zij is met liefde voor de ware wijsheid en innige gehechtheid aan den H. Stoel. Hoe zou men kunnen twijfelen, dat deze schitterende schaar eenmaal het geluk en de glorie van België zal uitmaken ?quot;

In den namiddag bezocht de Nuntius de verschillende Colleges en overige gebouwen, welke aan de grootsche stichting, waarop Leuven met recht roem draagt, verbonden zijn. Alles wilde hij in oogenschouw nemen; de minste bizonderheid wekte zijne belangstelling. Des avonds ontving hij, ouder een grooten toevloed van volk, eene Serenade aan de woning van den Rektor, bij wien hij zijn intrek had genomen, en toen hij \'s anderen daags innig voldaan naar Brussel terugkeerde, nam hij uit de grijze Universiteitsstad indrukken met zich mede, welke nooit werden uit-gewischt.

In zijn rusteloozen ijver voor de opvoeding van het toekomstig geslacht, ontwikkelde zich bij mgr. Pecci het denkbeeld, om te Rome, in het brandpunt der wereldbeschaving, naast de Colleges der andere natiën, ook een Belgisch College op te richten.

Al dra deed zich de gelegenheid voor, om de verwezenlijking van dit gelukkig denkbeeld te bewerken.

-ocr page 109-

103

In Augustus van het jaar 184)4. werd te Meehelen, onder voorzitterschap van den Kardinaal-Aartsbisschop dier stad, de jaarlijksche bijeenkomst van het Belgisch Episcopaat gehouden. Daar was het, dat mgr. Pecci het eerst met aijn plan voor den dag kwam, en aanstonds algemeenen bijval en geestdrift mocht vinden. Van dit oogenblik af stelde men alles in het werk, om de uitvoering er van te bespoedigen en de H. Stoel bood daarin gaarne eene behulpzame hand.

Al spoedig had men eene gezonde plaats, op de kruin van den Quirinali s, gevonden. Het was een oud Carmelitessenklooster, in de zeventiende eeuw gebouwd, en, nadat deze liet verlaten hadden, onder de pauselijke regeering van Pius VII aan Zusters der Eeuwigdurende Aanbidding geschonken. Deze hadden het thans op hare beurt verlaten, om een voor haar beter gelegen en meer geschikt huis, in de nabijheid van het Quirinaalpaleis, te betrekken. Gregorius XVI bekrachtigde den aankoop van dit klooster voor het Belgisch College, dat daardoor eene plaats verkreeg onder de blijvende, katholieke inrichtingen der Eeuwige Stad.

Mgr. Pecci bleef steeds eene bizondere voorliefde voor het Belgisch College koesteren. Als aartsbisschop van Perugia, nam hij er gewoonlijk zijn intrek, telkens als zijne ambtsbezigheden hem naar Rome riepen en zijn verblijf in de hoofdstad der katholieke wereld noodzakelijk maakten. Ook schiep hij er behagen in de leerlingen van dit College gedurende hunne vacan-

-ocr page 110-

104

tiedagen in zijn aartsbisschoppelijk paleis te Peragia eene gastvrije ontvangst te bereiden en zich nu en dan persoonlijk met hen te onderhouden.

Het Belgisch College te Home verkeert nog steeds in bloeienden toestand en is een welsprekend monument van mgr. Pecci\'s ijver voor de belangen van het katholieke België.

De winter van het jaar 1845 was reeds in aantocht, toen Gregorius XVI besloot den ijvervollen Nuntius uit België naar Rome terug te roepen. Dit besluit werd te Brussel en allerwegen in het Koninkrijk met innig leedwezen vernomen; de werkzame Prelaat had reeds zooveel voor het geluk en welzijn van België gedaan en door zoovele en nauwe banden het Belgische volk aan zich verbonden. De koning bewonderde in hem een uitstekend diplomaat, de koningin vereerde hem als het toonbeeld van een heiligen priester, het Belgisch Episcopaat vond in hem zijn hechtsten steun, de Adel beschouwde hem als het pronkjuweel zijner schitterende kringen, de katholieken juichten hem toe als hun edelen voorvechter, de vijanden der kerk prezen zijne voorzichtige gematigdheid; ja, wie was er, die hem niet liefhad of hoogachtte ? Bij zijn vertrek uit België begiftigde Leopold hem met het Grootkruis der Leopoldsorde en gaf hem bovendien een eigenhandig geschreven brief aan Zijne Heiligheid mede, waarin hij deu paus verzocht, den algemeen geachten Prelaat, tot loon voor zijne uitstekende diensten, met het Eomeinsche purper te bekleeden.

-ocr page 111-

105

Met leedwezen, ja met diepe droefheid, zagen de Belgen hem henengaan en de zegeningen van groot en kiein vergezelden zijne schreden. Maar hij, hoe smartelijk hem het afscheid ook vallen moest, hij had met vreugde de stem vernomen van den Opperherder en met de vaardigheid van een kind gaf hij aanstonds aan die vaderlijke roepstem gehoor.

De bisschop van Perugia, mgr. Cittadini was gestorven en aanstonds vereenigden zich Geestelijkheid en volk, om van paus Gregorius XVI de benoeming van mgr. Pecci te verkrijgen.

De leden van den Gemeenteraad en andere aanzienlijke personen der stad deden Zijne Heiligheid een verzoekschrift toekomen door bemiddeling van kardinaal Mattei, toen ter tijde beschermheer van Perugia. Hun verzoek werd gunstig ontvangen ; want het deed Gregorius XVI goed, te mogen zien, dat mgr. Pecci hetzelfde geschiedde, wat eens den H. Ambrosius overkwam, toen hij, als burgerlijk gouverneur van Aemi-lia naar Milaan geroepen, om de kerkelijke verkiezing van een bisschop te leiden, zichzelven bij acclamatie gekozen zag. De Paus toonde zich derhalve bereid, den wensch van Perugia\'s bewoners in vervulling te doen treden, mits mgr. Pecci de benoeming wilde aannemen.

En mgr. Pecci, voor wien zelfs de wenschen van den Roomschen Opperpriester wetten waren, nam de benoeming bereidwillig aan en zeide, getroffen door de liefdeblijken van Perugia\'s bevolking, den diplo-matieken werkkring, waarin hij zich zoo uitstekend

-ocr page 112-

106

op zijne plaats gevoelde, vaarwel, om zich voortaan onverdeeld aan het geestelijk welzijn der hem toevertrouwde kudde te wijden.

Doch, vooraleer naar Italië terug te keeren, ondernam hij eene groote reis door Engeland, Frankrijk en Duitschland, bezocht de voornaamste steden dier landen, nam hare bezienswaardigheden in oogenschouw, leerde de grootste mannen onzer eeuw kennen en sloeg nauwkeurig acht op de maatschappelijke en staatkundige toestanden, welke hij in de verschillende Eijken en hunne deelen ontmoette. Zoo werd deze reis voor hem eene rijke bron van allerlei wetenswaardigheden, waarmede hij te gelegener ure zijn voordeel zou doen in het belang van den H. Stoel, waaraan hij onverdeeld zijne talenten dienstbaar maakte.

Den 22sten Mei keerde mgr. Pecci te Rome terug en smartelijk overviel hem de mare, dat Gregorius XVI gevaarlijk ziek was. Innig betreurde hij het, dat hij zijn edelen Weldoener niet meer kon naderen, ja, dat hem het zoet genot ontzegd was, de tolken zijner welgemeende dankbaarheid te mogen nederleggen aan de voeten van den Opperpriester, die hem voortdurend eene meer dan vaderlijke belangstelling betoond had. Met de droefheid van een waren en liefhebbenden zoon, ontwaarde hij, hoe de ziekte van zijn doorluch-tigen Beschermer met den dag in hevigheid toenam, om ten laatste aan de harten, die den waarlijk groo-ten Paus met kinderlijke liefde beminden, alle hoop op herstel wreedaardiglijk te ontnemen.

-ocr page 113-

107

Mgr. Pecci besefte de gansche zwaarte van den slag, die de Kerk van Christus door het afsterven van Gregorius XVI op den vooravond van bloedige omwentelingen ging treffen. Hij had dien Opperpriester in al zijne grootheid leeren kennen; hij vereerde in hem den geleerde bij uitnemendheid, maar den geleerde, die door zijn strengen en vlekkeloozen levenswandel den luister der wetenschap door der deugden glans verhoogde.

Hij was getuige geweest van de mannelijke kracht, waarmede Gregorius de revolutionaire woelingen, voor-bodinnen van den naderenden storm, die weldra over de Kerk en geheel Europa zou losbreken, wist te onderdrukken. Hij bewonderde in hem den kloeken strijder, die de vijanden van den godsdienst, de samenzweerders tegen recht en orde, onversaagd in de oogen durfde zien, die zich niet liet ontmoedigen door de schijnbaar geringe voordeelen, welke hij op hen behaalde, die den satanischen geest van zijn tijd volkomen kende en in al zijne snoodheid wist te ontmaskeren.

Maar Gregorius had in de plannen der Goddelijke Voorzienigheid zijne loopbaan volbracht; hij had zijn strijd met mannenmoed volstreden en werd opgeroepen, om de kroon der gerechtigheid, welke hem was weggelegd, uit de handen van Christus, Wiens plaats hij zoo glorievol bekleed had, te ontvangen.

Onder de leden van het H. College, die naar Kome gekomen waren, om aan de keuze van een nieuwen Paus deel te nemen, bevond zich ook kardinaal Mastaï

-ocr page 114-

108

Feretti, aartsbisschop van Imola, wiens naam mgr. Pecci gedurende zijn verblijf in Umbrië zoo dikwijls met warme geestdrift had hooren uitspreken. Hij gevoelde zich innig getrokken tot dien man, wiens verheven hoedanigheden en echt apostolische deugden geheel Italië als om strijd verhief en besloot derhalve den kardinaal, nog vóór den aanvang van het Conclaaf, een bezoek te brengen. Deze ontving hem met eene bizondere welwillendheid, onderhield zich geruimen tijd met hem en zwaaide hem een hartelijk woord van lof toe, voor de vele diensten, welke hij de Kerk van België als nuntius te Brussel bewezen had.

Eenige weken later zetelde kardinaal Mastaï Feretti als paus Pius IX op den onvergankelijken Stoel van Petrus, en toen mgr. Pecci hem thans als Opperherder der Kerk een bezoek bracht en den brief kwam overhandigen, welken Koning Leopold van België den nuntius bij zijn heengaan voor Paus Gregorius XVI had medegegeven, herhaalde Pius IX andermaal de loftuitingen, welke hij, eenige weken te voren, als kardinaal den verdienstvollen oud-Nuntius had toegezwaaid. In het antwoord, dat de Paus den Koning der Belgen deed toekomen, gaf hij de verzekering, dat mgr. Pecci te gelegener tijd de verwezenlijking van \'s Konings wenschen ondervinden zou; m. a. w. dat de Bisschop van Perugia, zoodra de geschikte gelegenheid zich aanbood, tot het Romeinsch purper zou verheven worden.

Mgr. Pecci was getuige van de indrukwekkende

-ocr page 115-

109

plechtigheden, van al den luister en geestdriftvolle vreugde, welke de kroning van den nieuwen Pausen zijne inbezitneming der St. Jan van Lateranen hooger glans bijzette\'n. Toen al deze feestelijkheden, welke een diepen indruk in zijne gevoelige ziel achterlieten, tot het verleden behoorden, haastte hij zich Eome te verlaten, na eerst nog bij den nieuwen Staatssecretaris, kardinaal Lambruschini\'s Opvolger, officieele rekening en verantwoording van zijne nuntiatuur in België te hebben afgelegd.

EINDE VAN HET TWEEDE TIJDPERK.

-ocr page 116-

DERDE TIJD PEEK.

Mgr. PECCrS HERDERLIJKE WERKKRING TE PERUGIA.

1848—1876.

HOOFDSTUK IX.

Mgr. Pecci op weg naar Perugia. — Ziju plechtige intoolit in de stad. — Na \'t „Hosanna!quot;, „Kruisig Hem!quot; — De jaren 1848 en -49.

De schitterende en luistervolle feesten, waarmee de tot geestdrift opgezweepte Romeinen in Juli 184.6 de afkondiging der door Pius IX verleende amnestie vierden, namen een einde, toen mgr. Pecci de Eeuwige Stad verliet, om van zijn bissclioppelijken zetel te Perugia bezit te gaan nemen. De teedere liefde zijns harten voor zijne moeder zaliger bracht hem op het loffelijk denkbeeld, den feestdag van hare Patrones, de H. Moeder Anna, voor zijn plechtigen intocht te Perugia uit te kiezen. Doch, vooraleer de zware verplichtingen van zijn herderlijk ambt kerkwettelijk te aanvaarden, dreef zijne vrome en godvruchtige ziel hem naar Assisië, de wijdvermaarde geboortestad van den H. Pranciscus en de H. Clara. Daar, in de scha-

-ocr page 117-

Ill

duw van het heiligdom, dat de kostbare overblijfselen van een „Engel in het vleeschquot; van den serafijnschen Vader bevat, in de kerk van de Koningin der Engelen wilde hij eerst met al den aandrang zijns harten bidden om den geest van zelfverloochening en altoos offervaardige liefde, die den Bisschop, in de woelige tijden, welke in aantocht waren, zoo uitnemend zou te stade komen. En welke plaats \'was meer geschikt om dien hemelschen geest in zich op te wekken en te verlevendigen, dan de bevoorrechte plek, waar eens de wieg stond van den grooten Patriarch, die met alle recht het verhevenst toonbeeld van zelfverloochening en christelijke liefde mag genoemd worden ?

Te Assisië schijnt de geest van Sint Eranciscus de lucht te vervullen, welke men met volle teugen inademt ; daar kan de menschelijke geest gemakkelijker zich-zelven en geheel de stoffelijke wereld vergeten, om geheel en al op te gaan in de beschouwing van het eenig ware, éénig goede en éénig schoone, in de aanbidding van zijnen Liefdevollen God.

De 26e Juli, de dag, met zulk een vurig verlangen door Perugia\'s bewoners verbeid, was eindelijk aangebroken.

De stad prijkte in feestdos; duizenden toeschouwers waren van heinde en ver in Umbrië\'s hoofdstad samengestroomd, om getuigen te wezen van de luisterrijke ontvangst, welke de liefde der bevolking haren nieuwen Bisschop bereid had. Men was verlangend,

-ocr page 118-

112

dien anderen Ambrosius, door de geestelijkheid en het volk van Perugia als met ééne stem uitverkoren, om hun eene lichtbaak en een leidsman te wezen op den weg ten hemel, te mogen zien en hem het hartelijk wellekom toe te roepen.

Het was een grootsche en prachtige, een majestueuze en schilderachtige stoet, welke den nieuwen Bisschop tot de stadspoort te gemoet trok. Na het kruis, dat verheven zinnebeeld van lijden en zelfverloochening te hebben omhelsd, werd mgr. Pecci door het Kapittel en de Geestelijkheid, het provinciaal en stedelijk Bestuur, alsmede door den Rektor en de Professoren der Universiteit officieel verwelkomd. Vervolgens begaf men zich in statigen optocht naar de smaakvol en prachtig gedecoreerde kerk van den H. Dominicus. De jubelende tonen van het blijde „Ecce sacerdos magnusquot; ruischten in golvende akkoorden door Perugia\'s straten en voerden de vreugde der bevolking, welke zich knielend boog onder de zegenende handen van haar nieuwen Herder, tot ongekende geestdrift op. In de Dominicuskerk ontving mgr. Pecci de eerste huldiging van het Kapittel en de Geestelijkheid der stad, en, na afloop daarvan, zette de stoet zich andermaal in beweging en nu, naar de bisschoppelijke Kathedraal, welke, in bruidsgewaad uitgedost, de zoolang verbeide komst van haren Bruidegom verlangend te gemoet zag.

Een kostbaar, witzijden kleed bedekte het paard, waarop de Bisschop, met den mijter op het hoofd en

-ocr page 119-

113

den gouden staf in de hand, vol vorstelijke fierheid gezeten was.

De straten waren rijk versierd ; met bloemen bestrooid was zijn weg, en een schitterend baldakijn overschaduwde het hoofd van den doorluchtigen Kerkvorst.

Verschillende Broederschappen, met hare fladderende vaandels en blinkende schilden, gingen den Prelaat vooruit; eene afdeeling der pauselijke bezettingstroepen in groot-uniform vormde zijn geleide, het Kapittel en de Geestelijkheid in plechtgewaden, het provinciaal en stedelijk Bestuur en de fiektor en Professoren der Universiteit; allen in hunne eigenaardige ambtskleedij, sloten den onoverzienbaren stoet.

Zoo trok men de Kathedraal, die thans al den rijkdom harer welvoorziene schatkamer voor het oog van den toeschouwer ontvouwde, onder het gelui van alle klokken, binnen. Het koor hief den heerlijken lofzang, welke aan den H. Ambrosius en den H. Augustinus wordt toegeschreven, het „Te Ueum laudamusquot; aan, en middelerwijl stapte mgr. Pecci langzaam en statig naar den voet van het Hoogaltaar, waar hij een oogenblik in stil gebed voor het Allerheiligst Sacrament, dat was uitgesteld, bleef neergeknield. Daarna nam hij op zijn bisschoppelijken troon plaats, terwijl het Kapittel en de Geestelijkheid hem ten tweedemale als hun herder huldigden en den eed van trouw en gehoorzaamheid zwoeren. De Zegen met het Allerheiligste besloot de hartroerende plechtigheid; eivol was

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 8

-ocr page 120-

114

de Kathedraal; honderden hadden zich tevreden moeten stellen met een plaatsje op het groote plein, honderden verdrongen zich nog in de naburige straten, om tenminste van verre den nagalm te mogen opvangen der daverende lof en dank-akkoorden, waarmede zich allen van ganscher harte vereenigden.

De menigte verliet thans het kerkgebouw en verstrooide zich in de straten en over de pleinen der oude Stad, welke de Middeleeuwen met zooveel luister bekleed en met zoovele meesterstukken van christelijke kunst verrijkt hebben. Het Kapittel en de Autoriteiten van het provinciaal en stedelijk bestuur geleidden mgr. Pecci naar zijn paleis, terwijl het volk in herhaalde jubelkreten zijne geestdriftvolle blijdschap lucht gaf.

\'s Avonds baadde Perugia in een zee van licht; vreugdevuren brandden allerwegen, in den omtrek, en de gloed, welken zij afwierpen, gaf aan de schilderachtige streek een tooverachtig aanzien.

Hoe zou een hart, als dat van mgr. Pecci, gevoelloos hebben kunnen blijven voor zooveel blijken van innige gehechtheid en ongekunstelde liefde! Neen, de jeugdige Bisschop kende zijn volk; hij wist, dat het hem innig liefhad en dat de godsdienst een machtigen invloed op die zoo ontvankelijke gemoederen kon uitoefenen ; maar, hij wist ook, aan welke dreigende gevaren dat zoo gemakkelijk te verleiden volk was blootgesteld, welk een misbruik men maakte van zijne geestdrift voor vrijheid, vooruitgang en bescha-

-ocr page 121-

115

ving, wat grootsche en pralende beloften men liet voorspiegelde, om het te winnen voor de gedroomde eenheid en de gedroomde grootheid van het „jonge Italië,quot; het Italië der toekomst. Mgr. Pecci sloeg te zeer een diepen blik in de geschiedenis van zijn tijd, om de stormen niet te voorzien, welke over geheel Europa en niet het minst over Italië een lange reeks van ijselijke jammeren zouden uitstorten. Perugia was een der brandpunten van de revolutionaire propaganda, die machtig werd bevorderd door de vrijmetselarij en andere geheime genootschappen, welke den ondergang van Kerk en Paus gezworen hadden.

Men trachtte de bevolking tegen het tijdelijk bestuur des Pausen in verzet te brengen, door haar grootere vrijheid, sneller\' vooruitgang en hoogere beschaving in \'t vooruitzicht te stellen; niet het geestelijk gezag des Pausen, niet den godsdienst, maar alleen den Koning der Kerkelijke Staten beweerde men aan te randen. En men deed dit in het belang van den godsdienst, zoo zeide men, want de beslommeringen der tijdelijke macht waren eeu hinderpaal voor het geestelijk gezag der Kerk. Arm volk, dat aan de sirenentaal van zulke laaghartige verleiders bloot stond! Mgr. Pecci had den duren eed gezworen, zijn volk tegen de verleiding te wapenen, door het te omgorden met de wapenrusting des geloofs.

Ook hij zou vrijheid, vooruitgang en beschaving prediken, niet slechts door woorden, maar ook door daden. De ware vrijheid, die der kinderen Gods, zou

-ocr page 122-

116

hij zijne zonen en dochters in Christus leeren smaken ; de ware beschaving en den waren vooruitgang zou hij in hun midden bevorderen en doen bloeien.

Maar de eerste jaren van zijn herderlijk ambt waren zijne vredelievende plannen niet gunstig.

De geestdrift, waarmede de eerste regeeringsdaden van Pius IX z. g. begroet en gevierd werden, begon zich aldra in haar waar karakter te vertoonen. Hoe meer de groote Paus-Koning de goedheid van ziju vaderlijk hart scheen uit te putten, des te hooger, des te driester werden de eischen van zijn volk. Eu toen hij eindelijk, na zooveel blijken van hartelijke teederheid te hebben gegeven, aan zijne waardigheid en zijnen plicht verschuldigd was, om het „non possumusquot; — meer kunnen wij niet — uit te spreken, toen kwam de dolk, welke tusschen het groen en de bloemen der feestguirlandes flikkerde, voor den dag, ja, toen werd de nagalm gehoord van het geestdriftvolle „Evviva 1quot;, dat de eerste dagen van Pius\' regeering vervulde, maar opging in de hemeltergende kreten „Weg met Hem!quot;, Kruisig Hem!quot;

De aanhangers der geheime genootschappen, de mannen van het „jonge Italiëquot;, zij waren de bewerkers geweest van die feestelijke manifestatiën, waarin de bevolking allerwegen hare vreugde over de hervormingen van Pius IX lucht gaf.

Voorwaar, zij wisten, wat zij deden! Was het niet de schoonste gelegenheid, om het volk van zijne getalsterkte en macht te overtuigen, om het telkens

-ocr page 123-

117

nieuwe leuzen en nieuwe eisclien in te fluisteren. Nauwelijks had het amnestie-dekreet honderden staatsgevangenen en politieke ballingen in de armen hunner dierbaren teruggevoerd, nauwelijks had Pius IX maatregelen getroffen, om zijn volk, dat hem zoo na aan het hart lag, voor hongersnood te bewaren en gedurende de barre wintermaanden werk te verschaffen, of men schreeuwde om uitbreiding der v r ij h e i d van drukpers en de oprichting van nationale burgergarden. Was degrooterevrijheid, aan de pers geschonken, de gemakkelijkste weg om het volk te bewerken en zijne hartstochten op te zweepen, ook de nationale burgergarden werden een machtig middel in de handen der revolutie, om hare helsche plannen te doen zegevieren ; Mazzini en zijn aanhang zouden het overige wel doen.

Het jaar 1848 brak aan f in het revolutionaire kamp was men gereed. Milaan, Palermo, en Napels gaven het sein tot den opstand; het eene oproer volgde bet andere, de woede der heethoofden kende geen grenzen. Vooral de Eeuwige Stad was het tooneel hunner geweldige dwingelandij; de Jezuïeten zagen zich genoodzaakt haar te verlaten, de Kardinaals, ja zelfs de Paus-Koning, werden als gevangenen behandeld. De overwinningen der Oostenrijkers, op het leger der vrijwilligers, dat aan hunne heerschappij in Italië een einde wilde maken, bij quot;Vicenza en op Karei Albert van Savoye bij Castozza behaald, schonken het land eenige oogenblikken verademing.

-ocr page 124-

118

Met krachtige hand trad den 15en September de pauselijke minister Rossi op, maar Mazzini en zijne aanhangers rustten niet en zouden hun eenmaal begonnen werk voltooien. Den 15en November viel minister Rossi als slachtoffer van hun haat door den dolk van een bravo, en stervend lispten zijne veege lippen deze woorden : „De zaak des Pausen is de zaak van God.quot; Daarop volgde de bestorming van het Quirinaal en den 24en November moest Pius IX Rome ontvluchten, om op Gaëta een veilig toevluchtsoord te zoeken. Januari van het volgende jaar was getuige van de oproeping eener wetgevende nationale vergadering en in den namiddag van den 9en Februari werd van het Kapitool af de Romeinsche Republiek uitgeroepen ; Mazzini en twee zijner aanhangers namen de teugels van het bewind in handen.

Maar hun Rijk was van korten duur; in het Consistorie van den 2Oen April deed de Paus een beroep op de katholieke Mogendheden van Europa en vijf dagen later landden de Franse hen reeds bij Civita Vecchia. Terwijl zij Rome belegerden, rukten de Oostenrijkers met 50.000 man de Kerkelijke Staten binnen ; Bologna gaf zich den 15en Mei over en prins von Lichtenstein trok met 4000 soldaten en 16 kanonnen naar Perugia, dat zich bij deze gelegenheid evenmi\'i als in de jaren 1831, 1843 en 1845 onbetuigd had gelaten.

Doch keeren wij een oogenblik in het verleden terug.

Reeds in den herfst van het jaar 1846 moest mgr.

-ocr page 125-

119

Pecci getuige wezen van een oproerige beweging, en alleen aan zijn heldhaftige tusschenkomst was het te danken, dat Perugia van een ijselijk bloedbad gespaard bleef. De opgewonden bevolking wilde de gevangenissen met geweld openbreken en de hechtelingen in vrijheid stellen, maar deze poging van ruw geweld stuitte af op het verzet der pauselijke bezetting. Het volk hierdoor verbitterd liep te wapen en de stad dreigde in een slagveld te worden herschapen, toen mgr. Pecci op het tooneel van den strijd, het plein Grimani, verscheen en door zijn vaderlijken invloed bewerkte, dat de menigte uit elkander ging.

Deze vredelievende tusschenkomst van den Bisschop was een doorn in het oog der revolutie; duur zou hij deze daad van christelijke liefde boeten. Ten jare 1848, toen allerwegen de fakkel des oproers haar ros-sigen gloed afwierp, werd zijn bisschoppelijk paleis bestormd en zag hij zich gedwongen in het Seminarie een schuilplaats tegen de woede der bevolking te zoeken. De heilzame onderrichting over de „maatschappelijke beschaving,quot; welke de Bisschop ten vorigen jare, bij gelegenheid van den eersten verjaardag van Pius\' Pontificaat, tot zijne geloovigen gericht had, was helaas! niet in alle harten op goede aarde gevallen en velen hadden de ooren voor zijne vermanende stem gesloten, om slechts te luisteren naar de stree-lende beloften der verleiding. Die ongelukkigen wilden de vrijheid, de beschaving en den vooruitgang eldors zoeken dan in hunne ware bronnen, welke de

-ocr page 126-

120

Bisschop hun had aangewezen, elders, dan in de vervulling der plichten en voorschriften van hunnen heiligen godsdienst.

In December van hetzelfde jaar was de stad andermaal het tooneel van revolutionaire vernielzucht. De Citadel was nog altoos door pauselijke troepen bezet, maar de mannen der revolutie konden dit niet langer met leede oogen aanzien en spoorden de inwoners van Perugia aan, om het sterke bolwerk tot den grond toe te sloopen. De Perugianen gaven wederom gehoor aan de stem hunner verleiders; den 13e van genoemde maand gingen zij aan den arbeid en daar de bezetting wegens gebrek aan levensmiddelen en amunitie geen ernstigen tegenstand bieden kon, was de oude vesting binnen weinige dagen in woeste puinhoopen herschapen.

Nog ijselijker gruwelen zou het jaar 1849 over Perugia en hare omgeving brengen. De benden van Garibaldi, door Ancioni en Forbes aangevoerd, gaven zich naar hartelust over aan al de buitensporigheden en uitspattingen hunner onmenschelijke wreedheid en ontzagen zich zelfs niet, de heiligdommen te schenden en de priesters aan smaad en hoon prijs te geven. Met bloedend hart moest mgr. Pecci die afschuwelijke tooneelen gadeslaan, want noch hij, noch iemand zijner Collega\'s vermocht het, die bedorven harten, in de misdaad als versteend, te vermurwen.

Vooral, toen de zegevierende Eransche wapenen Rome heroverd en het gezag des Pausen hersteld

-ocr page 127-

121

hadden, steeg hunne woede een oogenblik ten top, maar op hetzelfde oogenblik verscheen de prins von Lichtenstein voor de poorten van Perugia, om rust en orde met geweld te herstellen. De bandieten hadden zich ijlings uit de voeten gemaakt, de bevolking zag in, dat het thans ernst begon te worden, en mgr. Pecci wist door zijne invloedrijke tusschenkomst te bewerken, dat de Oostenrijksche Veldheer, zonder tot bloedige krijgsoperatiën genoodzaakt te zijn, na eenige dagen, met achterlating eener flinke bezetting, den aftocht blazen kon.

Zoo was dan eindelijk de heerschappij der revolutie, althans weer voor een tijd lang, onderdrukt; het volk, afgemat als het was, gevoelde innige behoefte aan rust en keerde tot zijn dagelijkschen arbeid terug. Wel bleven sommige geesten nog voortwoelen, maar de bezettingen, welke de vreemde Mogendheden te Eome en in de andere groote steden der Kerkelijke Staten hadden achtergelaten, hielden die onruststokers in bedwang.

Mgr. Pecci sloeg thans met verdubbelden ijver de handen aan het werk, om de verwoestingen, welke de jongste stormen in zijnen wijngaard hadden aangericht, naar vermogen te herstellen. Drievoudig was de taak, welke hij zich oplegde; hij zou zijn wijngaard zuiveren, tot nieuwen bloei en ongekende vruchtbaarheid opvoeren, en door eene sterke omheining tegen nieuwe verwoestingen beschutten. Zijn vindingrijke geest vond in den godsdienst, die onuitputtelijke goudmijn van

-ocr page 128-

122

maatschappelijke bevrediging, al de grootsche hervor-mingsplannen, welke hij door de middelen, die de vindingrijke liefde zijns harten hem telkens opende, gedurende zijn twee en dertig-jarigen bisschoppelijken werkkring tot stand bracht.

En toch was de glans, waarmede hij zijn bisschoppelijken troon omgaf, noch slechts een schemering van den glorievollen luister, waarin eenmaal de Paus-Koning stralen zou!

-ocr page 129-

HOOFDSTUK X,

Opleiding der Geestelijkheid. — Joseph Pecci. — Het provinciaal Concilie te Spoleto. — De luister van Gods Heiligdom. — De Terlichte Leeraar. — De liefdevolle en zorgzame Vader. — Herderlijke bezoeken. — Privaatleven,

Gelijk men van den vurigen Vereerder van paus Leo XII verwachten moest, waren de eerstelingen van mgr. Pecci\'s werkdadig herderlijk ambt aan de opvoeding der jeugd gewijd. Het jonge geslacht was vooral blootgesteld aan de strikken der verleiding, welke de aanhangers der geheime genootschappen allerwegen met sluwe behendigheid spanden, en het ongeloof der eeuw ontplooide al zijne krachten, om de verheven roeping tot den geestelijken stand, door bevordering van den geest der wereld onder de bloem der christelijke jongelingschap, in gevaar te brengen ja, bij hare eerste openbaring te smoren.

Mgr. Pecci doorschouwde de misdadige en hemeltergende plannen van de vijanden der Katholieke Kerk; hij zag, dat men den godsdienst in het hart

-ocr page 130-

124

wilde treffen, door de keurbenden harer bedienaren te doen uitsterven, om zóó, in de toekomst, vrij spel te hebben en, zonder ernstigen tegenstand te ontmoeten, het helsche doel der revolutie te verwezenlijken.

Wat kon de Bisschop beter doen, dan de jeugd, in het algemeen, en vooral de kostbare „bloesems van het Heiligdomquot; naar het voorbeeld van een H. Carolus Borromaeus, tot het bizonder voorwerp zijner vaderlijke zorgen te kiezen!

Het bisschoppelijk seminarie van Perugia, in de nabijheid der Kathedraal, naast het bisschoppelijk paleis gelegen, heeft buitengewoon veel aan mgr. Pecci te danken. Deze kweekschool van priesters, ten jare 1871 door kardinaal Fulvio della Corgna, bisschop van Perugia, gesticht, was op eene bizondere wijze begunstigd door mgr. Napoleon Comitali, een der onmiddellijke voorgangers van onzen Bisschop. Het gebouw was echter te klein en mgr. Pecci, die dit aanstonds bemerkte, ontwierp te gelijker tijd het plan dit ongerief te verhelpen, door een vleugel van zijn paleis er bij te trekken. Om deze veranderingen te bekostigen, zonderde hij gedurende de jaren, welke verliepen tusschen 1846 en 1850, niet minder dan 18000 gulden van zijne persoonlijke inkomsten af.

De verbinding van het seminarie met het bisschoppelijk paleis vergemakkelijkte onzen Prelaat in niet geringe mate den toegang tot de klassen en het oppertoezicht over orde en tucht. Ook bracht hij aanzienlijke en doeltreffende hervormingen in het plan

-ocr page 131-

125

der studiën, zoowel wat het gehalte als den omvang betrof, richtte nieuwe leerstoelen op, vertrouwde deze slechts toe aan geleerden van onderscheiding en liet geen middelen onbeproefd, om én bij de leeraars én bij de leerlingen liefde voor den arbeid en geestdrift voor de wetenschap op te wekken.

Overtuigd als hij was van het gewicht en de moeilijkheid der taak, om jeugdige zielen en vooral die, welke zich voor den dienst van het Heiligdom voorbereiden, een goede richting te geven, waren orde en tucht het bizonder voorwerp zijner vaderlijke waakzaamheid. Hij zorgde dat aan de geestelijke opleiding zijner toekomstige priesters hechte godsvrucht, heilige ingetogenheid en diepe nederigheid ten grondslag gelegd en dat de regels van het huis én op het klein én op het groot Seminarie stipt in eere gehouden werden. Dikwijls zag men hem in de gangen, speelzalen en kapel, om zich persoonlijk van het gedrag zijner levieten, die hem zoo na aan het harte lagen, te overtuigen; dikwijls ook ontving hij hen bij zich, om door goede raadgevingen en een hartelijk woord van opwekking hun vertrouwen te winnen. Daarenboven vorderde hij van de ijvervolle en voorbeeldige geestelijken, die hij met de leiding van zijne Seminarie belast had, dagelijks verantwoording, en twee- of driemaal in de week begaf hij zich naar eene kamer, welke hij de zijne noemde, liet de seminaristen, hem door den Eektor aangewezen, een voor een bij zich komen, bracht hun de fouten, waarvan zij beschuldigd

-ocr page 132-

126

werden, met heiligen ernst en vaderlijke goedheid onder de oogen en spoorde hen aan, zich onverwijld te beteren. En, om hun de verbetering hunner fouten gemakkelijker te maken, schreef hij ze met eigen hand op een blaadje papier, voegde de tegenovergestelde deugd, welke zij tot uitroeiing dier fouten moesten beoefenen, er bij, en wilde, dat dit blaadje op den lessenaar van den seminarist bleef berusten, tot de fouten met den wortel waren uitgeroeid. Zóó boezemde mgr. Pecci zijne seminaristen van jongs af den geest van leergierigheid en onderdanigheid in, zoo leerde hij hen met kracht strijden tegen de eigenliefde en hoovaardij, de twee hoofdbronnen van alle zedelijk kwaad. Vooral de beminnelijke deugd der nederigheid trachtte hij in zijne toekomstige priesters aan te kweeken, wel wetende dat, waar deze grondslag van het geestelijk leven ontbreekt, geen deugd en allerminst priesterlijke deugd tieren kan. Met dit doel schreef hij eene kleine verhandeling over de nederigheid en dit gulden boekske, waarin hij de middelen aan de hand gaf, om zich die deugd, welke het kenmerkend karakter van den priester moet uitmaken, eigen te maken, droeg hij aan zijne seminaristen op. Maar vorderde mgr. Pecci van de leerlingen vaardige en trouwe gehoorzaamheid aan de regels van het Huis, hij eischte niet minder van hunne leeraars. Deze moesten het voorbeeld geven van stipte plichtsvervulling; daarom koos hij voor Hektor en Direkteur slechts mannen van uitstekende deugd en kennis en gaf hun alle

-ocr page 133-

127

volmaclit, welke zij voor de vervulling hunner zware taak noodig hadden. En niettemin rekende hij het zich nog steeds ten plicht, persoonlijk na te gaan, of niemand in de uitoefening van den hem opgelegden werkkring te kort schoot.

quot;Wij willen hier een bizonderen trek inlasschen, welke niet slechts mgr. Pecci\'s onvermoeide waakzaamheid in het helderst daglicht stelt, maar tevens bewijst, hoe meesterlijk hij de kunst verstond, om de studeerende jeugd liefhebberij voor de letterkunde en heilzame leergierigheid in te boezemen. Deze bizon-derheid werd in het eerste jaar van zijn Pontificaat openbaar gemaakt en, om ze den Lezer in al hare frischheid en bekoorlijkheid te laten genieten, geven wij het woord aan den Geestelijke, die er persoonlijk bij betrokken was.

„Ik weet niet hoe het kwam,quot; zoo verhaalt professor Brunelli, „maar op zekeren dag vond het gestelde uur mij niet op mijn leerstoel, in de klas der R h e-t o r i c a. Toen ik mijne nalatigheid bemerkte, haastte ik mij, ze te herstellen, bevreesd als ik was, den Kardinaal te ontmoeten in de gangen, waar hij gewoon was al wandelende toe te zien, of de orde en het stilzwijgen onderhouden werden. Maar wie schetst mijne verbazing, toen ik, bij het binnentreden van mijne klas. Zijne Eminentie op mijn leerstoel vond, terwijl hij bezig was voor mijne leerlingen eene plaats uit Cicero\'s redevoering „Pro Milonequot; te vertalen en hen den goeden smaak en de verborgen schoonheden

-ocr page 134-

128

van opvatting en uitdrukking met de hem eigene welsprekendheid deed proeven en bewonderen. Op den eersten aanblik onthutst, schepte ik weldra moed en zette mij onder mijne leerlingen op de bank neder, met het verzoek aan den Kardinaal, zijne les toch te willen voortzetten. Maar deze verliet den leerstoel, noodigde mij vriendelijk uit, mijne plaats weder in te nemen en spoorde zijne jeugdige bewonderaars aan, alle mogelijke vruchten van hunne letterkundige studiën te plukken. Wellicht was de glimlach, welke hij mij toestierde, eene stilzwijgende maar vriendelijke berisping voor den leeraar/\'

Het laat zich vanzelf begrijpen, hoe machtig veel deze rustelooze waakzaamheid moest bijdragen, om de vlijt der leerlingen aan te wakkeren en den ijver der leeraars te prikkelen.

Behalve de strenge examens, die om de drie maanden onder zijne leiding gehouden werden, en waarbij hij de leerlingen persoonlijk ondervroeg, had jaarlijks, na de eindexamens en vóór de prijsuitdeeling, eene plechtige akademische zitting plaats, welke de Bisschop allen mogelijken luister trachtte bij te zetten. Dit wetenschappelijk feest werd bijgewoond door verschillende Autoriteiten en beroemde Personages uit stad en provincie, ja zelfs de naburige Bisschoppen en de aanzienlijkste Eomeinsche Prelaten rekenden het zich tot eene hooge eer, de tournooien dier jeugdige ridders in de wetenschap door hunne tegenwoordigheid op te luisteren, om daardoor den Bisschop een blijk van

-ocr page 135-

129

waardeering te geven voor de vele moeiten en opofferingen, welke hij zich voor de opleiding der Geestelijkheid getroostte. Ook de leerlingen van het Groot Seminarie moesten bij het einde van iederen cursus een strenge proef doorstaan, en de uitstekendste onder hen werden uitverkoren om, in een niet minder plechtige en luistervolle zitting, een zeker aantal stellingen, tot het gebied der Wijsbegeerte en Godgeleerdheid behoorende, tegen hunne aanvallers te verdedigen.

Een geheel bizondere zorg wijdde de Bisschop van Perugia aan die Seminaristen, welke, buiten het Seminarie, bij hunne ouders inwoonden. Om hen tegen de ergernissen der wereld te wapenen, de vruchten der geestelijke opleiding niet te doen missen en, evenals de internen, aan een ordelijk leven te gewennen, gaf hij hun ten jare 1851 een reglement, volgens hetwelk zij hun leven moesten inrichten, en belastte een bejaarden en deugdzamen priester met de leiding van en het toezicht over die jongelieden.

Zóó namen door mgr. Pecci\'s teedere zorgen de gewijde en ongewijde wetenschappen in zijn bisschoppelijke residentie-stad een hooge vlucht, en dwong zijn Seminarie, dat hij gewoon was zijn „oogappelquot; te noemen, de bewondering van Umbrië en de naburige provinciën af. Was het wonder, dat de Bisschop zoo gaarne te midden zijner Seminaristen toefde en met vaderlijke vreugde aan hunne feesten en uitspanningen deelnam ! Was het wonder, dat geen Kardinaal of Prelaat hem met een bezoek kon vereeren, zonder

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 9

-ocr page 136-

130

dat hij hen te midden zijner lievelingen bracht en uitnoodigde een woordje vau stichting tot hen te spreken ! Wat moest tnen anders verwachten van een herder als mgr. Pecci, die ten jare 1857 aan Z. H. Pins IX schreef: .,lk kan het niet verzwijgen, welk een hemelsche blijdschap mij het hart vervult, telkens, als ik te midden mijner Seminaristen, die ik met vaderlijke teederheid bemin, toeven mag! Zoo groot is de reinheid en aantrekkelijkheid van hun levenswandel, zoo vaardig hunne gehoorzaamheid, zoo voorbeeldig de vlijt, de naijver en de vorderingen, welke hunne studiën kenmerken, zoo schitterend in één woord, de belofte voor de toekomst, welke mij uit dezen bloeienden wijngaard voor het gansche veld der Kerk van Perugia toelacht, t)

Sinds 1851 had mgr. Pecci een ijverigen medehelper voor de opleiding zijner Geestelijkheid in zijnen ouderen broeder Joseph, die, gelijk wij reeds zagen, na deu dood van gravin Anna in de Sociëteit van Jesus trad, om zich onverdeeld aan den dienst van God te wijden. Zoowel gedurende de jaren zijner voorbereiding tot het H. Priesterschap, als na 1837, toen hij de H. Wijdingen ontving, was pater Joseph iu verschillende colleges der Sociëteit als professor in de Rhetorica of de Philosophic werkzaam. Tijdens de ballingschap, welke de Jezuïeten ten jare 1848 trof, begaf hij zich tot zijn broeder, den Bisschop van Perugia, die hem met open arnien ontving en tot pro-

f) Relatio ad Limica.

-ocr page 137-

131

fessor in de Wijsbegeerte aan zijn Seminarie benoemde Daar werkte hij gedurende tien jaren met onvermoei-den ijver aan de opleiding der Geestelijkheid, wekte door zijn schitterende begaafdheden de bewondering van leerlingen en medeleeraars en hielp zijnen broeder met de ontwerping van het plan tot oprichting eener akademie van den H. Thomas, die evenwel eerst ten jare 1871 definitief tot stand kwam.

In hefc jaar 1861 werd hij door paus Pius IX naar Rome geroepen, om, als opvolger van den afvalligen Passaglia, die echter onlangs, na zich met God te hebben verzoend, in gevoelens van oprechte godsvrucht gestorven is, het hoogleeraarsambt in de Philosophic aan de Romeinsche Universiteit der Sapienza te be-kleeden. Door zijne uitstekende verklaring der Thomistische Wijsbegeerte maakte hij zich grooten naam, werd bij gelegenheid der voorbereidingen tot het Vatikaansch Concilie lid der dogmatische Commissie en zette, ook na de verovering van Rome door de Piëmonteezen, op uitdrukkelijk verlangen van Zijne Heiligheid, evenals de overige Professoren zijn onderwijs nog voort, tot de Regeeriug ten jare 1871 den eed op de grondwet van het eene Italië van hen eischte. Dezen eed mochten noch wilden zij afleggen en derhalve namen ze gezamenlijk hun ontslair.

O J ~

Van toen af leefde Joseph in stille afzondering alleen voor zijne studiën, tot het tijdstip aanbrak dat zijn broeder, op den stoel van Petrus zetelend, hem Hudermaal tot zich riep.

-ocr page 138-

182

Doch keeren wij tot den Bisschop van Perugia terug, om hem te midden der veelvuldige bezigheden van zijn herderlijk ambt, dat hij met zooveel heiligen ijver in ziju ganschen omvang vervulde, gade te slaan en in stilte te bewonderen. De maand November van het jaar 1849 zag de Bisschoppen van Umbrië te Spoleto, in de residentie-stad van den Aartsbisschop, verzameld, waar een provinciaal Concilie gehouden werd. De „Handelingen van dit Concilie,quot; welke voor een groot deel den Bisschop van Perugia verraden, werpen zulk een helder licht op den geest, welke mgr. Pecci van het begin zijner herderlijke werkzaamheid af bezielde, en leveren zulk een treffend bewijs van den invloed, dien hij, in weerwil van zijn nog jeugdigen leeftijd, op de overige Prelaten van Umbrië wist uit te oefenen, dat wij er een oogenblik bij moeten stilstaan. Na eene levendige toejuiching van den raad des Pausen, om, te midden van de heillooze pogingen des ongeloofs, de fakkel des geloofs hoog te houden, haar stralend licht in ongekenden luister te doen schitteren, en door heiligheid van levenswandel den eerbied voor het geloof van de volkeren af te dwingen, lezen wij in de genoemde „Handelingenquot; het volgende, doeltreffende besluit: „Het is daarom, dat wij, in overleg en beraad met elkander, cns als drievoudig doel hebben voorgesteld: den geest des geloofs te verlevendigen; daardoor het volk op te wekken, om zijne tot nu toe bedorven zeden weder in overeenstemming te brengen met de wet van God

-ocr page 139-

133

en Zijne Heilige Kerk; en eindelijk de tucht onder de Geestelijkheid volgens de voorschriften van het Kerkelijk Recht te herstellen.quot;

En de „quot;Verklaring,quot; welke aan de „Handelingenquot; voorafgaat, is niet minder duidelijk, als zij o. a. zegt: „Maar omdat in onze eeuw, de eenheid en de noodzakelijkheid des geloofs, het gezag der wettige Machten en het recht om rechtvaardig verkregen goed in eigendom te bezitten met tot nog toe ongekende woede worden aangerand, willen wij diezelfde waarheden luide verkondigen, en voorzooverre het in ons is, ze zelfs ten prijze van ons leven verdedigen; wij willen ook al onzen ijver en waakzaamheid ontplooien, om ze door prediking, opwekkingen en alle middelen, welke hunne intellectueele krachten niet te boven gaan, aan de ons toevertrouwde geloovigen te onderwijzen.\'\'

Dezen weg, welken de Bisschop van Perugia op het Provinciaal Concilie te Spoleto mede afbakende, had hij zelf reeds drie jaren met rusteloozen ijver bewandeld. Toch had hij zich, gedurende dien bij uitstek woeiigen tijd, meer in \'t bijzonder moeten bepalen tot de opleiding zijner Geestelijkheid en de restauratie zijner Kathedraal.

De knagende tand des tijds had aan dezen gothi-schen tempel, die, schoon nog onvoltooid, reeds op verschillende plaatsen door de zich indringende Renaissance ontsierd was, zijne sloopende kracht beproefd, en, daar mgr. Pecci de Kanunniken aanstonds bereid vond, om edelmoedig de noodige middelen totrestau-

-ocr page 140-

134

ratie en opluistering van het Heiligdom, dat aan deu H. Laurentius gewijd was, te verschaffen, sloeg hij onverwijld de handen aan den arbeid. Dak en muren werden hersteld, de fresco\'s bijgewerkt en opgehaald, enten jare 1859 werd de oude vloer van roode tichelsteeuen door een marmeren vervangen. Op het einde van zijn verblijf te Perugia, liet mgr. Pecci de kapel van den H. Onofrio met nieuwe fresco\'s opluisteren en een groot gedeelte van de onkosten, welke al deze herstellingswerken eischten en die niet minder dan 60,000 gulden bedroegen, bestreed hij uit zijne persoonlijke inkomsten. Ook wist hij de oefeningen van onzen H. Eeredienst, welke in zijne Kathedraal plaats hadden, grooten luister bij te zetten ; orde en regelmaat vormden het kenmerkend karakter van deze plechtigheden, die, meer nog dan de luister der architectuur en de artistieke rijkdommen van het Heiligdom, een diepen indruk in de harten der geloovigen achterlieten.

In de nabijheid van Perugia, liet bij het prachtig heiligdom der Ponte della Pietra, ter eere van O. L. Y. van Barmhartigheid bouwen, ter vervanging van het oude, dat, in betere tijden een aantrekkingspunt voor godvruchtige zielen, tot een puinhoop vervallen was. Zijn vurig verlangen, om de godsvrucht allerwegen te bevorderen, deed alom nieuwe kerken verrijzen, en gaf anderen haar vorigen luister terug. Tijdens zijn bestuur werden niet minder dan zes en dertig nieuwe kerken gebouwd, zes andere voltooid, en nog grooter aantal vergroot en hersteld of opgeluisterd.

-ocr page 141-

135

Zijn edelmoedig voorbeeld wekte den naijver zijner onderhoorige geloovigen. Dank hunne offervaardigheid kon de Bisschop de kerk van den H. Martinus in Campo, die 36,000 ^gulden kostte, doen verrijzen, en de groote kerk van Castiglione del Lago vorderde niet minder dan het dabbele bedrag.

Het zon ons te ver voeren alles te vermelden, wat de Bisschop voor den luister van Gods Heiligdom tot stand bracht, en het is meer dan tijd, dat wij onze aandacht gaan wijden aan de grootsche werken, welke den geest van den verlichten Leeraar en het hart van den liefdevollen en zorgvuldigen Vader verraden.

Pius IX, die de groote geleerdheid van mgr. Pecci, zoowel als zijn ouvermoeiden ijver en praktischen zin op hoogen prijs stelde, had hem bij zijn vertrek naar Perugia tot apostolisch visitator der stedelijke Universiteit benoemd.

De Bisschop deed voor deze inrichting van hooger onderwijs hetzelfde, wat hij voor zijn Seminarie gedaan had. Hij bracht treffende verbeteringen en wijzigingen in de verschillende faculteiten, riep de beroemdste professoren van dien tijd naar Perugia en stelde alles in het werk, om de Alma Mater zijner residentie-stad den luister der vorige eeuwen, toen zij met schitterend gevolg met Bologna en Padua wedijverde, terug te geven.

quot;Van denzelfden aard waren de diensten, welke hij aan het College Pio della Sapienza en dat Tan Todi bewees. Het eerste, een opvoedingsgesticht voor jon-

-ocr page 142-

136

gelieden uit de hoogere standen, dat na de Frausche overlieersching door Pius VII weder in liet leven was geroepen, had een sieraad van Perugia kunnen wezen, maar onderwijs, orde en tucht lieten, bij de komst van mgr. i\'ecci, veel te wenschen over. Hij hervormde het onderwijzend personeel van beide colleges, breidde het studieplan uit, voerde het hooger op, herstelde orde en tucht en bracht een gelukkigen ommekeer in den staat der financiën.

De opleiding der jonge dochters lag onzen Bisschop niet minder na aan het hart. Hij besefte maar al te zeer, welk eene moeitevolle zending de christelijke huisvrouw wachtte, te midden der nieuwe, maatschappelijke toestanden, welke de revolutie in Italië en allerwegen scheppen zou. Met zorg moest zij tot deze zware taak worden voorbereid, want zonder christelijke zelfverloochening zou hare vervulling onmogelijk wezen. Eeeds ten jare 1816 had Pius VII last gegeven, de goederen van twee vrouwenkloosters, welke tijdens Napoleons overheersching waren opgeheven, aan te wenden, tot stichting eener Akademie voor jongedochters uit den aanzienlijken stand, alsmede tot oprichting eener kostelooze school voor de kinderen der behoeftige en arbeidende klassen. Deze was ten jare 1819 bereids geopend, maar gene had, vóór de komst van mgr. Pecci te Perugia, steeds tevergeefs uitgezien naar den man, die haar kon en wilde tot stand brengen. In mgr. Pecci mocht zij echter zulk een man vinden; hij kocht een der schoonst gelegen

-ocr page 143-

137

bouwterreinen van de stad en deed een prachtig, groot gebouw verrijzen, waarin niet slechts de Akademie, maar ook de kostelooze school over de noodige plaatsruimte beschikken kon.

Overtuigd als hij was, dat de dochters van de eerbiedwaardige Moeder Barat het onderwijs der armen als een der zegenrijkste liefdewerken beschouwen, vertrouwde hij de leiding dezer grootsche stichting, welke, uit dankbaarheid jegens Pius VII, Conservato-r i o P i o genoemd werd, aan de Dames van het H. Hart. Onder de bizondere bescherming gesteld van de H. Moeder Anna, die hij als de Patrones zijner onvergetelijke moeder-zaliger eene geheel bizondere vereering toedroeg, bloeide deze stichting boven alle verwachting, en wel dermate, dat zij, die de wonderen, welke de ijver van een man Gods vermag te wrochten, niet kenden, hunne verrassing en bewondering niet luid genoeg wisten lucht te geven.

Was de Akademie het voorwerp zijner onverpoosde zorgen, niet minder de school, waar de kinderen der armen en behoeftigen kosteloos ouderwijs ontvingen. Hij wist, dat de uitstekende meesteressen, die aan het hoofd der Akademie stonden, niets onbeproefd zouden laten, om haren kweekelingen eene schitterende opvoeding te geven, eene opvoeding, welke, in den volsten zin van het woord, „voltooidquot; mocht heeten. Maar het vaderlijk hart van den Bisschop was niet minder bezorgd voor de dochters van het volk en gevoelde de groote noodzakelijkheid, om ook haar eene degelijke.

-ocr page 144-

138

verstandelijke en godsdienstige opvoeding, geheel en al in overeenstemming met de behoeften harer toekomst, te verschaffen. Daarom stelde hij buitengewone belooningen in het vooruitzicht aan haar, die bizondere blijken van bedrevenheid gaven in de kennis van den catechismus. Hij schonk haar een volledigen bruidsschat, bij gelegenheid van haar huwelijk.

Bekend met de tallooze, steeds aangroeiende gevaren, waaraan de dochters der arbeidende en behoeftige klassen, naarmate zij in leeftijd toenemen, van alle kanten blootstaan, stichtte mgr. Pecci, uit de rijke nalatenschap van gravin Anna Graziani, het naar haar genoemde Conservatorio Graziani, eene industrie-school, waarop Perugia met alle recht bogen mocht. Deze inrichting werd verbonden met een gesticht voor gevallen meisjes, en beide werden toevertrouwd aan de moederlijke zorgen van de Zusters der Voorzienigheid, die hij te Champion, in de Belgische provincie Namen, had leeren kennen en waardeeren, en vandaar naar Perugia ontboden had. Andere scholen en inrichtingen van denzelfden aard, welke bij zijne aankomst te Perugia reeds bestonden, ontwaakten onder zijn werkdadig bestuur tot een nieuw leven en ongekenden bloei; het was, als hadde de Hemel het welslagen van alle liefdewerken onafscheidelijk aan zijne persoonlijke bemoeiingen verbonden. Hij verstond het geheim om gestichten, welke reeds ten ondergang gedoemd schenen, weder tot hunne vroegere grootheid op te voeren; het Hospitaal van Barmhartigheid ge-

-ocr page 145-

139

tuigt dit op de welsprekendste wijze. Door de instelling eener permanente Commissie, maakte hij een einde aan de vele misbruiken, welke in het bestuur van verschillende broederschappen geslopen waren en gaf de inkomsten, welke sinds geruimen tijd voor andere doeleinden gebruikt werden, aan den godsdienst en de armen terug.

Dezelfde liefde, welke de onschuld onder hare bescherming nam en de berouwvolle Magdalena vol teeder-heid eene schuilplaats bood, diezelfde liefde riep weldra het gesticht Antinori en het gasthuis üonnini in het leven. Het eerste, bestemd voor verwaarloosde kinderen en vondelingen, stelde hij onder de leiding van de Zusters der Wondteekenen van den H. Iranciscus, terwijl in het andere zij, die aan chronische ziekten leden, of de kiemen eener ongeneeselijke kwaal in hun lichaam droegen, de zorgvuldigste verpleging deelachtig werden.

Ook de knapen en jongelingen uit den werkmansstand vergat de edele menschenvriend niet; hij stichtte voor hen avondscholen, waar uitstekende meesters, op eene voor hunne ontwikkeling bevattelijke wijze, onderricht gaven in al de vakken, welke konden bijdragen tot veredeling van den bescheiden werkkring, die de bron van hun bestaan wezen moest, maar ook de bron hunner grootere welvaart worden kon. Zdó werden de dagen der jeugdige werk-en ambachtslieden door lichamelijken arbeid, hunne avonden door nuttige oefeningen des geestes ingenomen, en kon de „engel des verderfsquot;, die zoovele jonge bloesems in

-ocr page 146-

140

onzaligen lediggang en vadsige luiheid verstikt, geen gelegenheid vinden, om hen te naderen.

De Zon- en Feestdagen hebben, in \'t bizonder voor de arbeidende standen, hunne gevaarlijke zijde, zoo ze niet volgens den geest der Kerk, gevierd en geheiligd worden. De rust, welke die dagen den mensch aanbieden, wordt, buiten den invloed van den godsdienst, lediggang en geeft aanleiding tot verderfelijke bijeenkomsten, zondige vermaken en allerlei uitspattingen, waartoe het zwakke menschenhart van nature zoo licht geneigd is. Om de jongelieden aan al die gevaren en vooral aan de verleiding der clubs te onttrekken en om bovendien de heiliging van Zou- en Feestdagen te bevorderen, verrijkte mgr. Pecci, in navolging van vele andere ijverige P relaten, zijne bisschoppelijke zetelstad met de zoo beroemde g i a r-dini di San Filippo Neri of „tuinen van den H. Philippus Nerius.quot;

„Deze vriend en vader der jeugd,quot; zegt de Bisschop in zijne verordening, „deze liefdevolle gezel der kleine kinderen, de H, Philippus Nerius had de gewoonte, om de jongelieden, die in de straten en op de openbare pleinen te Rome werkeloos rondslenterden, rondom zich te verzamelen. Hij nam ze dan met zich mede naar eene schoone vlakte of naar de helling van een bekoorlijken heuvel, om hun eene zoete en aangename rust te verschaflén. Met eene beminnelijkheid en lieftalligheid, welke hem bizonder eigen waren, mengde hij zich in hunne schuldelooze spelen.

-ocr page 147-

141

nam deel aan hunne kinderlijke gesprekken, werd klein met de kleinen, legde zijne hand op hunne onschuldige hoofdjes en zegende hen met onuitsprekelijke teederheid, naar het goddelijk voorbeeld van Hem, die de kinderen tot zich liet komen.

„Om het geestelijk welzijn met de lichamelijke rust te vereenigen, was de H. Philippus gewoon bij het begin, te midden en op het einde dier uitspanningen, al zijne krachten in te spannen, om die jeugdige har-len diep te doordringen van de verheven waarheden van onzen heiligen godsdienst; en met klem en nadruk trachtte hij hen te overtuigen van de noodzakelijkheid, om slechte makkers te mijden, Maria eene teedere godsvrucht toe te dragen, een ijverig en geregeld gebruik te maken van de H. Sacramenten en den vrede der ziel boven alles te waardeeren. Hij sprak hun van het heerlijk schouwspel, dat de onschuld van den jonkman aan God en Zijne Heilige Engelen biedt en voegde er nog honderden dingen bij, welke geschikt waren om die jeugdige zielen voor degelijke vroomheid te vormen.

Zóó mocht de glorievolle Apostel van Rome de jeugd onttrekken aan al de gevaren van den lediggang, aan zondige vermaken, uitspattingen en ergernissen en hen de zoetheid van \'s Heeren juk leeren

smaken.....Wij dan, ook wij openen, binnen onze

muren, zoogenaamde bedeplaatsen of tuinen, geheel gelijk aan die, welke de liefde van den H. Philippus Nerius, den beschermer van ons Perugia,

-ocr page 148-

142

voor de teedere jeugd te Rome ia het aanzijn riep. Die „tuinen,quot; welke in andere steden reeds bloeien, vormen een liefdewerk, dat de medewerking en den steun van alle verstandige en deugdzame lieden, die hun evenmensch, volgens het goddelijk gebod, oprecht beminnen, te overwaardig is. Ziehier het doel en den aard dezer instelling: de jongelieden op Zonen feestdagen onder de waakzame en vriendelijke hoede van personen, met den geest van Philippus Nerius bezield, op een geschikte en aangename plaats te verzamelen, hen voor de verveling der ledigheid en het bederf van slechte gezelschappen te behoeden en hun passende en vroolijke uitspanningen te verschaffen. Door dit middel kan men trapsgewijze de stralen der waarheid tot hun geest doen doordringen en alle onwetendheid er uit verbannen. Men kan door stichtende en hartelijke onderrichtingen in die jeugdige harten het vuur der goddelijke liefde ontsteken, hen leeren het door vurige gebeden te voeden, door het dikwijls ontvangen der Heilige Sacramenten te sterken, en door het voorbeeld van vrome zielen te onderhouden. Men verbindt al die jeugdige harten aan het geloof, door hen te gewennen aan den omgang met stichtende personen, door aan lichaam en geest eeu nuttige bezigheid te verschaffen, door hun eene vaardige gehoorzaamheid in te prenten jegens hunne ouders en jegens allen, die hunne plaats bekleeden, door hun vreedzame onderwerping aan de wetten in te boezemen, door hen te leeren, de Geboden Gods eu die

-ocr page 149-

143

der Kerk stiptelijk te onderhouden, door hen gewoon te maken aan zachtmoedigheid, orde, geduld en alie dingen, welke onmiddellijk strekken tot bereiking van het doel van elk christelijk leven,quot;

De giardini diSanPilippoNeri werden aan de zorgen der Oratorianen toevertrouwd en vooral de jeugdige Geestelijkheid werd door den Bisschop aangespoord, om den Paters hare welwillende medewerking te verleenen. Tevens deed mgr. Pecci een welsprekend beroep op de rijken en aanzienlijken, de huisvaders en huismoeders, in één woord op allen, die den bloei van dit edel liefdewerk konden en moesten helpen bevorderen. Aan hoe groote en ontelbare gevaren toch werd de argelooze jeugd door deze vrome en heilzame stichting niet onttrokken ! In de „tuinen van den H. Philippusquot; vond zij alle uitspanningen, welke met de christelijke deugd overeen te brengen en zonder zielsgevaar te genieteu waren.

De liefderijke zorgen des Bisschops strekten zich tot allen in alles uit. Zelfs de malaise, waarin handel en nijverheid te Perugia en geheel ümbrië door, verkeerden, ging hem innig ter harte. Vooral maakte bij zich ten opzichte der armen nog verdienstelijk door het sluimerend liefdewerk der monti di piëta tot een nieuw leveu op te wekken. In het midden der vijftiende eeuw bewoog een vrome Pater, begaan met het lot der arme bevolking, die door den woekerhandel der joden werd uitgezogen, de rijkste burgers van Perugia tot het bijeenbrengen van een aan-

-ocr page 150-

144

zienlijk kapitaal, om daaruit den armen en behoefti^en tegen matige renten voorschotten te doen. Het voorbeeld van Perugia vond allerwegen navolging ; weldra zag men overal in den omtrek zoogenaamde m o n t i d i piëta verrijzen. Langen tijd mochten deze instellingen van christelijke liefdadigheid door de ijverige bemoeiingen van groote christenen bloeien, maar ten tijde, dat mgr. Pecci als bisschop te Perugia kwam, verkeerden vele in een staat van droevig verval, terwijl andere in handen van woekeraars zonder hart gevallen waren. De Bisschop stelde alles in het werk, om ze weder in eere te herstellen, en ook hierin werden zijne ijverige pogingen met een gunstigen uitslag bekroond.

Wonderbaar, ja schier ongeloofelijk klinkt het, wat een man Gods, die niets overheeft voor de gemakken, lusten en genoegens der eigenliefde, vermag ! Te midden der tallooze liefdewerken, waaraan de Bisschop van Perugia zijne edelste krachten wijdde, kweet hij zich steeds op de voorbeeldigste wijze van al de plichten, welke zijne herderlijke waardigheid hem oplegde, van al de lasten, welke het bestuur van zijn bisdom medebracht. Nooit verzuimde hij, xijdens zijn bisschoppelijken werkkring te Perugia, zijne herderlijke bezoeken ; integendeel, hij beschouwde deze als een zijner heiligste plichten en vervulde ze steeds met stipte nauwgezetheid en regelmatige orde. Het volk had hem als een vader lief; overal werd zijne komst reikhalzend te gemoet gezien. Zijn woord was

-ocr page 151-

145

zoo aantrekkelijk, zoo verheven, zoo vol evangelische zalving; zijne goedheid kende geen luimen en boezemde zelfs den grootsten zondaar vertrouwen in. Om de vier jaren bezocht hij alle deelen van zijn bisdom, ging alles tot in de minste bizonderheden na, en, zoo goed als hij was voor hen, die hunne plichten met ijver vervulden, zoo onverbiddelijk streng toonde hij zich ten opzichte van allen, die zich aan plichtverzuim schuldig maakten.

Op zijne herderlijke rondreizen beval hij allerwegen het Jongens-weeshuis te Perugia, een liefdegesticht, dat hem na aan het harte lag, met eene zekere voorliefde in de milde liefdadigheid zijner geloovigen aan. Dit Gesticht had hij, bij het aanvaarden van zijn herdersambt, in een allerhachelijksten toestand aangetroffen, en daar hij wist, van welk een groot belang het is, den kinderen der armen een bedrijf te bezorgen, besloot hij dit Weeshuis tot een groote industrie-school in te richten en ontbood met dit doel eenige Broeders van Barmhartigheid uit Mechelen. Daar had hij de wonderen aanschouwd, welke die Congregatie, door den kanunnik Scheppers gesticht, in hare scholen wrocht, en zijne hoop, dat zij te Perugia met dezelfde schitterende gevolgen werkzaam zou wezen, zag zich niet teleurgesteld. Het Weeshuis veranderde onder de uitstekende leiding der Broeders van Barmhartigheid geheel en al van aanzien en werd eene kweekschool van bekwame ambachtslieden en uitstekende christenen. De Zusters der Voorzienigheid namen voor de haar

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 10

-ocr page 152-

146

toevertrouwde kweekelingeu hetzelfde opvoedings-sy-steem aan.

Maar was mgr. Pecci in zijn openbaar leven een toonbeeld van stipte plichtsvervulling, ook de stilte van zijn privaatleven was rijk aan stichting en mocht niet slechts den wereldlijken priester, maar zelfs den kloosterling, die het bedrijvig leven aan het eenzame en beschouwende paarde, als een navolgenswaardig voorbeeld voor oogen worden gehouden. Eenvoudig in zijue levenswijze, onvermoeid in den arbeid en met altoos jeugdige leergierigheid bezield, voegde hij dagelijks nieuwe schatten bij den overgrooten rijkdom zijner kundigheden. Doch hij was niet slechts een man van arbeid en studie, hij was ook een man des gebeds. Bij het eerste morgenkrieken verliet hij zijne legerstede, om God de eerstelingen van den dag aan te bieden, en ook de laatste oogenblikken van den avond waren aan het onderhoud met zijnen Schepper gewijd. Aan het altaar ving hij de hemelsche lichtstralen op, welke hem hielpen, een goed gebruik te maken van zijne, ten koste van zooveel arbeid, verkregen kennissen; in het heilig Geheim vond hij de kracht, om den steilen weg, welken zijn plicht hem afbakende, met onbezweken moed te bewandelen. Met diepe ingetogenheid en innige godsvrucht bad hij de kerkelijke getijden ; strengheid en matigheid kenmerkten zijn dagelijkschen levenswandel. Nooit werd de ongerepte reinheid van dat leven, hetwelk, zoo het niet door de tallooze en aanhoudende bezigheden van

-ocr page 153-

147

zijn ambt werd ingenomen, in studie en gebed opging, door tocliten uit een lager lucht bezwalkt.

Door de leiding der Goddelijke Voorzienigheid te midden van het worsfelperk der eeuw geplaatst en in het volle bewustzijn, dat de zaak, welke hij voorstond, de zaak van God was, kreeg hij den strijd lief, wijdde daaraan zijne beste krachten en vergat zijne lichamelijke zwakheid, zich met de diepste nederigheid overgevende aan de hand Gods, die zich gewaardigde, hem tot werktuig te gebruiken. Ja, de Bisschop van Perugia mocht bij den eersten aanblik al een kamergeleerde, verloren te midden zijner studiën, schijnen, hij was niet minder de man der wereld, die de kunst verstond met groot en klein, geleerd en ongeleerd om te gaan, die deelnam aau alle grootsche werken van godsvrucht en liefdadigheid, de ziel was van al wat schoon is edel en goed en geen ander doel kende dan het welzijn van zijn volk en de verheerlijking van Christus\' Bruid.

-ocr page 154-

HOOFDSTUK XI.

De w.aarscliiiTv ende stem des Herders. — De straffende hand Gods. — Zonnestralen te midden der duisternis. — De Kardinaal-Bisschop Tan Perugia en de Maria-Tereering. — Paus Pius IX te Perugia. — Laatste bezoek van mgr. Peeci aan zijne vaderstad. — Voorbereiding tot den strijd.

Niet zonder trotseering van groote moeilijkheden en tallooze hinderpalen had mgr. Peeci de vele groot-sche werken van christelijke liefdadigheid, waarvan wij in het vorige hoofdstuk gewaagden, tot stand gebracht. De anti-christelijke geest der eeuw, welke onder verschillende vormen en gedaanten allerwegen rondwaarde, trad hem bij iedere schrede vijandig te gemoet en was er voortdurend op uit, zijne edelste pogingen door listige sluwheid te verijdelen. Onverschilligheid op godsdienstig gebied en zucht naar omwentelingen en bandelooze vrijheid, ziedaar de karakteristieke kenmerken van den geest der eeuw, die al zijne krachten in het werk stelde, om het volk ongevoelig te maken voor het hoogste goed, dat het op aarde bezit.

-ocr page 155-

149

den schat van zijn geloof, en tegen het tijdelijk gezag des Pausen, als de heillooze bron van alle maatschappelijke kwalen, in het harnas te jagen. Hoe dikwijls had mgr. Pecci zijn volk vol vaderlijke teeder-beid gewezen, op de strikken, welke de engel der verleiding, in dienst der geheime genootschappen, allerwegen spande.

Zijne herderlijke brieven over de heiliging van den dag des Heeren, de godslastering, de steeds voortwoekerende zedeloosheid en andere belangrijke onderwerpen, welke de tijd meebracht, waren evenzoovele uitingen zijner vaderlijke teederheid, die met heiligen ernst en onuitputtelijke liefde het argelooze en vaak verblinde volk vermaande, om den toorn der oneindig rechtvaardige Godheid toch niet over hunne schuldige hoofden af te roepen. Maar, evenals de Joden voor de stem van Israëls en Juda\'s profeten, bleven velen doof voor zijne ernstige, ja, in zekeren zin profetische waarschuwingen en holden voort op het hellende pad, dat voert tot den afgrond.

Het is eene waarheid, die, zoowel in de geschiede, nis van het Oude als het Nieuwe Verbond, op schier iedere bladzijde geschreven staat, dat Gods verbolgen rechtvaardigheid de zonden en afdwalingen van het menschelijk geslacht dikwijls reeds hier op aarde met voorbeeldige en afschrikwekkende gestrengheid pleegt te straffen.

Hij, Wien het eigen is, altoos vol ontfermende liefde te sparen. Hij neemt bijwijlen tot tijdelijke straffen

-ocr page 156-

150

zijn toevlucht, om een afgedwaald en trouweloos volk op eene gevoelige wijze aan de eeuwige waarheden te herinneren en, zoo mogelijk, nog voor den eeuwigen ondergang te behoeden. En heil, ja driewerf heil, zoo dat zondige volk de welsprekende waarschuwingen dier Goddelijke loutering beseft en met gebroken hart de louterende roede kust, om langs den weg van boete en berouw tot zijnen Schepper terug te keeren.

i)e jaren 1853 en \'54 zagen zulk een ijselijk wraakgericht Gods over de stad Perugia en hare omgeving losbarsten. Het was, als wilde de Hemel die bevoorrechte landstreek, welke door het woelen der geheime genootschappen helaas! een der bolwerken van het negentiendeeuwsche ongeloof, een der brandpunten van de revolutie geworden was, door vreeselijke plagen uit den slaap der zonde en de bedriegelijke droomen, waarin zij verzonken lag, doen ontwaken. Watershongersnood en aardbeving schenen met den „engel der verschrikkingquot;, de zoo gevreesde Aziatische cholera, een verbond te hebben aangegaan, om het zwaar beproefde volk beurtelings te kastijden en tot de uiterste ellende te brengen. Een nieuw en uitgestrekt veld werd der onvolprezen liefdadigheid van Perugia\'s Bisschop geopend en de Zoon van gravin Anna toonde zich, in deze dagen van algemeenen nood en ellende, zijner moeder, wier grafsteen met recht den eeretitel „Voedster der armenquot; droeg, ten volle waardig. Hel beeld van paus Leo XII, die ten jare 1825 blootvoets en in boetgewaad gehuld door Rome\'s stra-

-ocr page 157-

151

ten trok, om met zijn volk den toorn der verbolgen Godheid door boete en gebed te stillen, stond mgr. Pecci nog levendig voor oogen, en naar het voorbeeld van dien waarlijk grooten Opperpriester, schreef hij openbare gebeden en godsdienst-oefeningen uit, en hield met zijn volk een plechtige processie, waarbij het kostbaar kleinood, dat de stad Perugia bezat, de Bruidsring der Allerheiligste Maagd, met diepen eerbied in en om de stad werd rondgedragen. Maar hierbij liet de Bisschop het niet; integendeel, hij was de eerste, om zijn dierbaar volk ook in zijn stoffelijken nood te hulp te komen. Hij stichtte monti fru-m e n t a r i, bewaarplaatsen van meel en koren, op den aard en de wijze, als de monti d i piëta, welke wij reeds leerden kennen, richtte in zijn bisschoppelijk paleis eene keuken voor de armen in, en deelde gedurende den hongersnood dagelijks in persoon soep, brood en andere levensmiddelen aan de armen en behoeftigen uit. Zijn stichtend voorbeeld wekte den naijver der grooten en rijken, en er ontstond een edele wedstrijd om wel te doen, onder allen, die in staat waren hunne behoeftige broeders en zusters te helpen. In de maand Januari van het jaar 1854 verscheen eene bisschoppelijke verordening, waarbij de zorg voor de nooden en behoeften der bevolking werd opgedragen aan eene liefdadigheidscommissie, uit de voornaamste geestelijken en leeken gevormd. Deze Commissie had niet slechts tot taak, de ontberingen der hulpbehoevende klassen door milde

-ocr page 158-

152

aalmoezen te lenigen, maar ook en wel vooral, om door werkschaffing de nooddruftige bevolking eigen bronnen van bestaan te openen. Het herderlijk schrijven, dat de Bisschop bij deze gelegenheid uitvaardigde, maakte zulk een diepen indruk op de gemoederen zijner geloovigen, dat allen zich voelden aangespoord, om aan zijne vaderlijke uitnoodiging gevolg te geven en het hunne, tot welslagen van dit Godgevallig liefdewerk, bij te dragen.

Toen mgr. Pecci dit doeltreffend liefdewerk ontworpen had, liet hij de uitvoering er van aan zijne waardige medehelpers in het herderlijk ambt over en nam met gerust hart voor eeuige weken afscheid van zijn volk, om te Rome, in het middelpunt der katholieke wereld, de welverdiende belooning zijner schitterende hoedanigheden en uitstekende plichtsvervulling uit de handen van den Paus te gaan ontvangen. De wensch, door koning Leopold I, in zijn brief aan Gregorius XVI uitgedrukt, trad in vervulling; de geleerde en deugdzame Aartsbisschop-Bisschop van Perugia werd door paus Pi us IX in het Consistorie van den 19en December 1853 tot het Eomeinsche purper verheven en als Kardinaal-Priester in het eerbiedwaardig College van Kardinaals der H. Roomsche Kerk opgenomen.

Aangezien mgr. Pecci geen eigen paleis te Rome bezat, werd zijne verheffing tot Kardinaal, tegelijk met die van mgr. Brunelli, nuntius te Madrid, die reeds in het Consistorie van den 7en Maart tot Kardinaal benoemd, maar eerst nu naar Rome gekomen was,

-ocr page 159-

153

in het prachtig paleis der Brunelli\'s met allen mogelijken luister gevierd.

Daar, in de rijk versierde en schitterend verlichte zalen, verdrongen zich in den avond van den 19en December 1853 tal vau Kardinaals, Bisschoppen en Prelaten, de diplomatieke Vertegenwoordigers bij den H. Stoel, de Generale Staf en de Officieren, zoo van het Pauselijk leger, als van de Fransche bezettingstroepen, en eindelijk ook de Vertegenwoordigers van den Romeinschen en vreemden adel, om den beiden nieuwbenoemden Eminenties hunne welgemeende geluk-wenschen aan te bieden. De eerste dagen, welke op dezen feestelijken avond volgden, gingen met tegenbezoeken aan Kardinaals, Bisschoppen, Prinsen en andere voorname Personages voorbij. Den 22s\'en December had het openbare Consistorie plaats, waarin mgr. Pecci, tegelijk met mgr. Brunelli, den kardinaalshoed ontving. Na eerst in de Sixtijnsche Kapel, in tegenwoordigheid van de overige Eminenties en tal van andere Prelaten, den eed, gelijk die door de Apostolische Constitutie is voorgeschreven, te hebben afgelegd, werden zij door twee Kardinaal-Diakens naar de Consistorie-zaal geleid, waar Pius IX hunne komst verbeidde. Zij naderden den troon des Pausen, kusten eerst zijn voet en daarna zijne hand, om vervolgens door hem te worden omhelsd. Daarop volgden, op de rij af, de omhelzing en de vredekus der andere Kardinaals, en, nadat de nieuwbenoemden hunne zetels plechtig in bezit hadden genomen, knielden zij ander-

-ocr page 160-

154

maal aan de voeten des Pausen neder, om uit zijne handen den kardinaalshoed te ontvangen.

Thans trok men in processie naar de Sixtijnsche Kapel terug, waar de plechtigheden met het „Te Deumquot; en het door de Kerk voorgeschreven gebed „Super electosquot; besloten werden.

Onmiddellijk na dit openbaar Consistorie, werd een geheim Consistorie gehouden, waarin de Paus den beiden nieuwen Kardinaals den mond sloot, om hun, na de benoeming van verschillende nieuwe Bisschoppen, den mond weder te openen en de voor hen bestemde titelkerken aan te wijzen. Kardinaal Pecci ontving den priestertitel van den H. Chrysogonns, kardinaal Brunelli dien van de H. Cecilia.

In den loop der maand Januari van het jaar 1amp;54 kwamen verschillende deputation uit Perugia en andere steden van het bisdom naar Eome, zoowel om hunnen Kardinaal-Bisschop bij voorbaat de gelukwenschen van zijn volk over te brengen, als om den Paus hun oprechten dank te betuigen voor de verheffing van hun Bisschop tot Kardinaal der H. Roomsche Kerk.

Ook eene deputatie uit zijne vaderstad Carpineto kwam kardinaal Pecci nog tijdens zijn verblijf te Eome met de gelukwenschen van zijne landgenooten verrassen.

Den 5en Februari nam hij plechtig bezit van zijne titelkerk, een aloude baziliek, welke uit den tijd van Constantijn den Groote dagteekent en aan den H. Chrysogonns is toegewijd. De zuilen van rood graniet

-ocr page 161-

155

en het blanke albaster der pilaren van liet Hoogaltaar zijn van eene zeldzame sclioonheid; behalve de andere merkwaardige grafmonumenten, welke deze kerk bezit, ontmoet men, in den recliter-zijbeuk, dat der gelukzalige Maria Taïgi; de dienst van het Heiligdom wordt waargenomen door de paters ïrinitarissen, die in de onmiddellijke nabijheid een klooster bezitten.

Thans rekte de Kardinaal-Bisschop van Perugia zijn verblijf te Home niet langer meer, dan hoogst noodzakelijk was, want hij verlangde vurig weder te midden van zijn dierbaar volk te wezen, vooral sinds hem de treurige mare ter oore was gekomen, dat een vreeselijke aardbeving nieuwe jammeren over zijn bisdom gebracht had.

Paus Pius IX, wiens vaderlijke goedheid zich over alle deelen der Katholieke wereld uitstrekte, stelde mgr. Pecci, bij zijn vertrek uit de Eeuwige Stad, een geschenk van 1500 gulden voor de meest behoeftigen zijner felgeteisterde kudde ter hand; ook van andere zijden waren den Kardinaal rijke liefdegiften toegevloeid, en mgr. Patrizi, kardinaal-vicarius, had in naam van Zijne Heiligheid een beroep gedaan op de liefdadigheid der Eomeinen, welke weldra nieuwe giften naar Perugia zou doen toestroomen.

Ofschoon mgr. Pecci met aandrang verzocht had, dat men, te midden der treurige omstandigheden, welke zijn bisdom doorleefde, van eene feestelijke ontvangst zou afzien, om de daarvoor bijeengebrachte gelden onder de armen en hulpbehoevenden uit te deelen,

-ocr page 162-

156

prijkte Perugia den 2fisten Februari 1854 in feestgewaad, üe bevolking wilde deze schoone gelegenheid, om baren Bisschop de hartelijkste en teederste blijken van liefde en dankbaarheid te geven, niet ongebruikt laten voorbijgaan. Hij had immers reeds zooveel voor haar gedaan; op allerlei wijzen had hij haar tijdelijk en geestelijk welzijn helpen bevorderen, en de vinding, rijke liefde zijns harten scheen onuitputtelijk in weldaden. JEn thans, nu de Paus zelf de uitstekende verdiensten van hun Bisschop met den kardinaalshoed beloond had, hem, zonder eenig uiterlijk vertoon van vreugde, zonder hunne jubelende geestdrift in een huiselijk familiefeest lucht te geven, stilletjes in hun midden laten terugkeeren ? Neen dit kon zijn dankbaar volk niet van zich verkrijgen; men zou de armen en behoeftigen met milde hand bedeelen, maar ook den feestdag van hem, die zich zoowel der rijken als der armen vader toonde, met schitterenden luister vieren.

Eeeds in den vroegen ochtend van genoemden dag, wemelden alle wegen, langs welke Perugia, zoo schilderachtig op een bergkruin gelegen, bereikbaar is, van honderden landlieden, stede- en dorpelingen, die uit den omtrek naar de stad samenstroomden, om deel te nemen aan de plechtigheden, waarmee de verheffing van hun Bisschop tot Kardinaal der H. Koomsche Kerk zou gevierd worden.

De stad was van het eene einde tot het andere kunst- en smaakvol versierd, uit alle woningen, van de paleizen der grooten tot de stulpen der armen.

-ocr page 163-

157

wapperde de pauselijke tweekleur; een heiligen wedijver had men aan den dag gelegd, om de kerken en woningen zoo luistervol mogelijk te decoreeren, en het glanspunt der geheele versiering bood het Kathedraalplein, waarop ook het bisschoppelijk Paleis gelegen is. De voorgevel der Kathedraal, een meesterstuk van het genie der middeleeuwen, maar helaas ! door dolle woede tegen den spitsbogenstijl verbasterd, was met prachtige, scharlakenkleurige gobelins behangen; ook het inwendige van het gebouw bood een verrukkelijk en indrukwekkend schouwspel, alles, wat de uitgelezen kunstzin van Umbrië\'s hoofdstad had kunnen uitdenken, was daar vertegenwoordigd.

In dicht opeengedrongen drommen lag het jubelende volk in de reusachtige gangen neergeknield, alle Autoriteiten en Openbare Lichamen waren in offi-ceele ambtskleedij tegenwoordig en eene talrijke Geestelijkheid verdrong zich in het priesterkoor. Aller harten, aller blikken waren gericht naar den kant van het Hoogaltaar, waar de Kardinaal het Onbloedig Offer des Nieuwen quot;Vérbonds opdroeg. De stichtende houding, welke hem aan het altaar en bij alle verrichtingen van zijn heilig ambt kenmerkte, mocht op zichzelve reeds eene welsprekende prediking genoemd worden, diep doordrongen als hij was van den geest van geloof en godsvrucht.

Na het Evangelie beklom hij den predikstoel, om zijn volk, dat in zoo grooten getale was toegestroomd, een van die hartroerende onderrichtingen toe te stie-

-ocr page 164-

158

ren, welke door de verhevenheid en kracht der gedachten en door de zalving van het gevoelige hart zich zoo diep in \'s menschen geest en gemoed vast-nestelen, dat geen macht ter wereld ooit in staat is, den indruk er van voor goed weg te nemen.

TVij hebben reeds aangestipt, dat tijdens zijn verblijf te Rome eene verschrikkelijke aardbeving nieuwe ellenden over zijn volk gebracht had. De goede Herder nam deze omstandigheid gretig te baat. Hij richtte naar aanleiding der jongste rampen een vaderlijk woord van troost en opbeuring tot zijn volk en vermaande allen met waarschuwende stem, toch alles in het werk te stellen, om de wrekende hand Gods te ontwapenen door werken van godsvrucht, boete en liefdadigheid.

Na de plechtige Hoogmis bleef het Allerheiligste uitgesteld; de Kardinaal wilde dat zijn feest meer een dag des gebeds dan een dag van wereldsche genoegens en vermaken wezen zou. Het volk, dat den laat-sten tijd door zoovele en verschrikkelijke plagen geteisterd was, had behoefte aan troost en opbeuring, aan kracht en sterkte, en waar kon het die beter vinden dan aan den voet van het altaar? Den gan-schen dag door lagen de geloovigen in grooten getale voor den troon van den verborgen Godmensch neder-geknield, om \'s Hemels milde ontferming en genade over zich-zelven, hunne familie en hun gemeenschappelijk vaderland af te smeeken.

i)es avonds werden de kerkelijke plechtigheden met

-ocr page 165-

159

poutificale Vespers en het „Te Deumquot; gesloten ; de gansche stad was schitterend verlicht en deze glansrijke illuminatie, werd door een kostbaar en prachtig vuurwerk, dat aller bewondering afdwong, op eene waardige wijze bekroond.

Eerst toen begonnen de c o n t a d i n i 1) er aan te denken, dat het hoog tijd werd, om naar huis terug te keeren. Ook de Adel van Umbrië was bij deze plechtigheden talrijk vertegenwoordigd, zoowel om den uitstekenden Prelaat een onmiskenbaar blijk van bewondering en vereering, als om het volk van Peragia een bewijs van hartelijke sympathie te geven. Het Bestuur der stad stelde zich niet tevreden, met al de onkosten van het feest te dragen, maar liet daarenboven rijke aalmoezen onder de armen, zoo talrijk in die dagen van algemeenen nood, uitdeelen en nam het edelmoedig besluit, vijf jonge dochters, welke de Kardinaal mocht aanwijzen, met een volledigen bruidsschat te begiftigen.

Nog in hetzelfde jaar, den Ssten December 1854, verzamelde paus Pius IX de Kardinaals en Bisschoppen van den Katholieken aardbol rondom zijn opperpriesterlijken leerstoel, vanwaar hij het dogma der Onbevlekte Ontvangenis van de Allerzaligste Moeder-Maagd plechtig uitsprak. Bij deze voor het katholieke hart zoo indrukwekkende plechtigheid, welke alleen reeds voldoende zou wezen, om den grooten Pius in

1

Contadini beteekent zooveel als buitenmensolien of landelijke bewoners.

-ocr page 166-

160

de dankbare herinnering van het geloovige nageslacht te doen voortleven, was ook de Kardinaal-Bisschop van Perugia tegenwoordig. In zijne bisschoppelijke residentie-stad teruggekeerd, haastte hij zich niet slechts, het dogma der Onbevlekte Ontvangenis aan zijn volk bekend te maken, maar was ook aanstonds op nieuwe middelen bedacht, om de vereering der Onbevlekte Hemelkoningin onder de hem toevertrouwde geloovi-gen meer en meer uit te breiden en te bevorderen. Door de edelmoedige liefdadigheid van graaf Alexander Sforza, die eene vurige vereering jegens de H. Maagd koesterde, was het Kapittel der St. Pieter te Rome in het bezit gekomen van een fonds, bestemd, om Moedergodsbeelden, welke door de aloude vereering der geloovigen en de verkrijging van buitengewone genadegaven beroemd waren, met een gou den kroon te begiftigen. De handeling der kroning werd steeds door den Paus, een Kardinaal of een Bisschop voltrokken en ging altoos met bizondere plechtigheden gepaard.

Nu bezat de Kathedraal van Perugia een vermaard Moeder-Godsbeeld, dat Maria als de Madonna delle grazie, de Moeder der genade, voorstelde. Was dit beeld eenmaal het voorwerp der vurigste vereering van Perugia\'s bevolking geweest, gedurende de heillooze dagen der revolutie was de godsvrucht tot hetzelve merkbaar verkoeld. De broederschap, welke zich de bizondere vereering van de Moeder der genade ten doel stelde, was in haren ijver vertiauwd,

-ocr page 167-

161

en verkeerde, bij de komst van mgr. Pecci te Perugia, evenals andere vrome genootscbappen, in een droevigen, kwijnenden toestand.

Mgr. Pecci nam, in zijne hartelijke en kinderlijke liefde tot de E\'oningin des Hemels, de geestdrift, welke de afkondiging van het dogma der Onbevlekte Ontvangenis allerwegen verwekt had, gretig te baat, om de Mariavereering alom, maar vooral te Perugia, tot een nieuw leven en eene nog ongekende hoogte op te voeren. Den Sen September 1855 werd in de Kathedraal het feest van de Moeder der genade, dat sinds jaren in vergetelheid was geraakt, weder plechtig gevierd, en de laatste dag van het octaaf zag, evenals weleer, de Bruidsring der H. Moeder-Maagd den geloovigen ter vereering uitgesteld. Niet lang daarna had de plechtige kroning der Madonna delle g r a z i e plaats. De Kardinaal had op zijn verzoek van het Kapittel der St. Pieter te Eome een gouden kroon voor het eerbiedwaardig beeld zijner Kathedraal ontvangen; met buitengewonen luister en in tegenwoordigheid van verschillende Bisschoppen werd deze plechtigheid voltrokken, en sinds dien dag mocht mgr. Pecci de niet geringe voldoening smaken, den geest van teedere godsvrucht, welke eens de vaderen bezielde, in de harten van zijn volk te zien herleven. Op den verjaardag der dogmaverklaring richtte de Bisschop een herderlijk schrijven tot zijne geloovigen, om hunne godsvrucht tot Maria nieuw voedsel te geven en hunne harten te doen ontgloeien van liefde tot

LEVKN VAN PAUS LEO XIII. 11

-ocr page 168-

162

Haar, die met alle reclit het Pronkjuweel van Gods scheppende Almacht, en het Meesterstuk Zijner verlossende Liefde heeten mag.

De Maria-maand werd door zijn toedoen in alle kerken van zijn bisdom met dagelijksche oefeningen vau godsvrucht gevierd, en de liefdadigheid van een zijner geloovigen had hem de middelen geopend, om de Mei-oefeningen in zijne Kathedraal door dagelijksche predikatiën hooger luister bij te zetten. In zijne vurige godsvrucht tot de Viekkelooze Moeder van Jesus, was de Kardinaal-Bisschop van Perugia het treffend evenbeeld van den grooten Paus, die de schoonste parel aan Maria\'s stralende gloriekroon gehecht heeft. Deze onmiskenbare overeenkomst zal ongetwijfeld het hare hebben bijgedragen tot de hartelijke en verheven genegenheid, welke Pius IX en Kardinaal Pecci elkaar wederkeerig toedroegen.

Ten jare 1857 bereidde Pius IX den Bisschop van Perugia eene aangename verrassing, door hem een prachtigen, gouden kelk voor zijue Kathedraal toe te zenden.

Kort daarop bracht de Paus persoonlijk een bezoek aan Perugia. Üe rustelooze bedrijvigheid van de co-rypheëu der revolutie, die allerwegen door de Pauselijke Staten rondwaarden, om het nog altoos smeulende vuur weder aan te wakkeren, had Pius IX tot het besluit gebracht, om met eeue reeds lang beloofde bedevaart naar Loreto eene rondreis door ümbrië en de Markeu te verbinden. Hij wilde, door zijne per-

-ocr page 169-

163

ooonlijke verschijning te midden van zijn volk, paal en perk stellen aan de allerverderfelijkste woelingen der revolutionaire propaganda en den toestand dier provinciën meer van nabij leeren kennen, om des te beter aan de gegronde klachten en billijke eischen harer bewoners voldoening te kunnen schenken. Den 7en Mei van genoemd jaar kwam Pius IX te Assisië aan en werd daar, aan de Kerk der H. Clara door kardinaal Pecci ontvangen; in den avond van den volgenden dag trok Zijne Heiligheid Perugia binnen.

Ofschoon het regende, kenmerkte zich \'s Pausen ontvangst in de hoofdstad van Umbrië door alge-meeue en schier grenzeulooze geestdrift; aan de kerk van den H. Petrus, zoo rijk aan meesterstukken van beroemde mannen, als Perugino, Rafael, Sassoferrato en anderen, werd hij door den Apostolischen Delegaat en de Autoriteiten van stad en provincie ontvangen. In de Kathedraal verbeidde de Kardinaal, met tien andere Bisschoppen, van welke eenige uit Toscane naar Perugia gekomen waren, den beminden Opperherder, om de tolken hunner oprechte hulde en innige gehechtheid aan den H. Stoel aan zijne voeten neder te leggen. Ook de jonge aartshertog Karei, de tweede zoon van den groothertog Leopold II van Toscane, was daags te voren te Perugia aangekomen, om den algemeenen Vader der Christenheid zijne kinderlijke verknochtheid te betuigen.

Op het Domplein, waarop de hoofdstraat van den Corso uitloopt, had de Kardinaal een prachtigen

-ocr page 170-

161

troon laten opslaan en vandaar uit gaf Pius het verzamelde volk den Apostolischen zegen. Vervolgens begaf zijne Heiligheid zich te voet naar het paleis van den Delegaat, wien van ambtswege de eer toekwam, den Paus te logeeren. \'s Avonds baadde de stad in een oceaan van licht; te midden van het Domplein was een groote, elektrische zon aangebracht, welke den ganschen Corso als in een lichtzee herschiep. Den volgenden morgen begaf Fins zich naar het bisschoppelijk Paleis, waar de Kardinaal hem zijne Geestelijkheid en Seminaristen voorstelde, vereerde vervolgens den Bruidsring der Allerheiligste Maagd en deed daarop in gezelschap van den Kardinaal en den Aartshertog van Toscane een wandelrit door de stad, om hare talrijke merkwaardigheden in oogenschouw te nemen. In den namiddag bezocht de Paus te voet de verschillende inrichtingen van liefdadigheid en kloosters; gernimen tijd vertoefde hij inhetConser-vatorio Pio, dat wij bereids als de Universiteit, waar jonge dames uit de hoogere kringen eene in alle opzichten schitterende opvoeding ontvingen, hebben leeren kennen en liet bij zijn vertrek een aanzienlijk geschenk in geld, tot het aanbrengen van verschillende gewenschte verbeteringen, achter. Ook bij deze bezoeken werd Zijne Heiligheid verge\'.eld door den Kardinaal en den jongen aartshertog Karei, wien Pius den vorigen avond het Grootkruis der door hem gestichte en naar hem genoemde Orde op de borst had gehecht. Na, van de Loggia van het bisschop-

-ocr page 171-

165

pelijk paleis uit, uognnals den Apostoliscben zegen over het knielende en jubelende volk te hebben uitgesproken, zette de Paus zijne reis voort, in gezelschap van mgr. Pecci, die hem tot de grenzen van zijn Bisdom begeleidde. Pius bezocht Loreto, Bologne Florence en andere steden en werd overal met eene geestdrift ontvangen, welke niet liet vermoeden, dat het „Kruisig Hemquot; zoo spoedig op dezen zegetocht volgen zou. Te Foligno werd hij wederom door kardinaal Pecci begroet en op zijn uitdrukkelijk verlangen vergezelde deze hem naar Viterbo. Toen de Kardinaal vandaar naar Perugia wilde terugkeeren, uitte Pius den wensch, dat hij mede naar Rome zou gaan, om aan de plechtige onthulling der Maria-zuil op het plein der Propaganda deel te nemen. Deze plechtigheid werd den 5en September 1857 door Zijne Heiligheid voltrokken, en Kardinaal Pecci behoorde bij deze gelegenheid tot \'s Pausen gevolg.

Van dit onverwacht uitstapje maakte de Kardinaal gebruik, om een bazoek te brengen aan zijne vaderstad Carpiueto, welke hem sinds het jaar zijner benoeming tot Bisschop van Perugia niet meer binnen hare muren had mogen ontvangen. Uit bezoek zou het laatste wezen. In de kamer tegenover de Huiskapel bracht hij den nacht door. Alles kwam hem daar zoo bekend voor; het roode behangsel der muren, de hemel van het ledikant, met blauwe en witte zijde bekleed, en het kleine schilderstuk, dat aan den wand hing en den H. Franciscus van Assisië in geest-

-ocr page 172-

166

verrukking voorstelde, dit alles riep de dagen zijner jeugd met hunne schuldelooze spelen en vreugden voor zijnen geest terug. Neen, toen had hij niet gedroomd, dat eenmaal zulk een zware last van herderlijke zorgen op zijne schouderen drukken zou !

Niet lang toefde de Kardinaal in het ouderlijk huis, waar toen zijn broeder Joannes Baptist, die met Angela Salina gehuwd was, te midden der zijnen een gelukkig en echt christelijk leven leidde. Na een kort verblijf in hun midden zeide hij het dierbaar oord zijner geboorte, en thans, zonder het wellicht zelf te vermoeden, voor goed vaarwel, om naar Perugia en zijn volk, dat hem zoo overdierbaar was, terug te keeren.

Met verdubbelden ijver zette de Kardinaal zijne moeitevolle taak voort; zijne geloovigen onderwijzen ia hunne onwetendheid en bijstaan in al hunne noo-den en behoeften, kuische, verstandige en arbeidzame echtgenoolen, goede huismoeders en degelijke huisvaders vormen, in één woord, een vroom en deugdzaam geslacht, dat godsdienst en vaderland boven alles liefheeft, voor den Hemel opvoeden, ziedaar het grootsch en verheven ideaal dat mgr. Pecci\'s dagen en vaak slapelooze nachten vervulde.

Een strijd, ja, het ontging niet aan zijn scberpzien-den blik, een geweldige strijd was in aantocht; alle wapenen van geloof, van hoop en van liefde zouden noodig wezen, om aan de woede van den vijand wederstand te bieden. Wat kon de Bisschop dus beter doen dan door zijne onderrichtingen het geloof van

-ocr page 173-

167

zijn volk versterken, door zijne welsprekende opwekkingen hunne hoop op de eeuwige en onvergankelijke goederen des Hemels verlevendigen en door zijne allesbezielende liefde, het vuur der liefde tot God en den eveumensch in hunne harten ontsteken!

-ocr page 174-

HOOFDSTUK XII.

De „slachting van Perugiaquot; — De welsprekende verdediger van \'s Pausen tijdelijke inaelit — De ver-overingr van Unibrie en de Marken — Ten strijde toegerust — Het sloopingswerk der revolutie — Mgr. Pecci en de nieuwe lieeren.

In weerwil der vaderlijke vermaningen en ernstige waarschuwingen van Perugia\'s Bisschop en trots de tallooze pogingen, waarin de vindingrijke liefde zijns harten zich scheen uit te putten, om zijn volk den weg der christelijke deugd te doen bewandelen, kon hij niet verhinderen, dat velen der zijnen het rechte pad bijster werden, om zich, door dolle vrijheidszucht verblind, te werpen in de armen der .Revolutie. Arm volk, dat zich zoo deerlijk liet misleiden door de ijdele en pralende beloften van gewetenlooze raddraaiers, die, in dienst der geheime genootschappen, alles in het werk stelden, om de belangen der Revolutie op alle mogelijke wijzen te bevorderen. Hoe bitter zou het zich eenmaal beklagen, als het uit zijn vrijheidsroes wakker geschud, al zijne verwachtingen en illusiën als nachtelijke droombeelden zou zien ver-

-ocr page 175-

169

dwijnen eu de zoo gevierde en duur gekochte vrijheid als de ondragelijkste slavernij vloeken zou!

Het jaar 1859 opende zijn loopkring onder onheilspellende voorteekenen.

Op Nieuwjaarsdag deed Napoleon III den Oosten-rijkschen keizer Frans Jozef indirekt eene oorlogsverklaring toekomeUj en den I0en Januari vroeg en verkreeg Victor Emmanuel van de Kamer een buitengewoon oorlogsbudget van vijftig millioen voor de bevrijding van Italië. Kort daarop brak de oorlog tus-schen Oostenrijk eu de vereenigde strijdkrachten van Frankrijk en Sardinië uit, en nauwelijks zagen zich de Oostenrijkers, na eene gevoelige nederlaag bij Magenta, genoodzaakt, om hunne bezettingstroepen uit de Kerkelijke Staten terug te trekken, of de Revolutie, die eensklaps al hare hoop voelde herleven, stak daar wederom vol schaamtelooze driestheid het hoofd op. Binnen weinige dagen breidde zich de revolutionaire beweging over geheel het Noordelijk gedeelte van \'s Pausen gebied uit; 13ologne gaf, als weleer, het sein tot den opstand, en twee dagen later, den 14en Juni, hief Perugia het vaaudel des oproers ten top, haalde het Pauselijk Wapen, dat boven hare poorten prijkte, naar beneden en verklaarde, zich aan te sluiten bij de vijanden van \'s Pausen tijdelijke macht, bij de gemaskerde vijanden van den katholieken godsdienst.

Met bloedend harte was mgr. Pecci getuige van dezen plotselingen ommekeer; nog zoo kort geleden had zijn volk den Heiligen Vader, bij zijn bezoek

-ocr page 176-

170

aan Perugia, geestdriftig toegejuicht en thans klonk het uit zijn mond: „Weg met Hemquot; en thans werd Victor Emmanuel, het willoos weiktuig der geheime genootschappen, boven den beste der vaders, boven den edelen Pius gesteld.

Den 20sten van dezelfde maand verscheew een pauselijk leger, onder bevel van generaal Schmid, vóór de poorten van Perugia, om de stad te ontzetten. Na vergeefsche pogingen, om het volk tot vreedzame overgave te bewegen, zag de Generaal zich eindelijk gedwongen tot het beleg der stad over te gaan. Mi-t eene tot dolle razernij opgezweepte woede werden de pauselijke troepen door de oproerige bevolking, onder aanvoering van drie Piëmonteesche officieren, die door Cavour derwaarts gezonden waren, ontvangen; op de meest verraderlijke wijze werd van de woningen uit op hen geschoten, kokend water over hunne hoofden uitgestort en van alle kanten met reusachtige straat-steenen geworpen. Geen wonder dus, dat de tot het uiterste getergde soldaten, niet uit loutere wreedheid, gelijk men wel eens heeft willen beweren, maar meer uit zucht naar zelfbehoud, geweld met geweld trachtten te keeren, en dat dientengevolge menigeen, die onschuldig was, voor de schuld van lafhartige verra ders boeten moest. De liberale dagbladpers, die een verbond met de logen schijnt te hebben aangegaan, om de Katholieke Kerk en haar doorluchtig Opperhoofd in het hatelijkst daglicht te stellen, mag de herovering van Perugia door de Pauselijken met de

-ocr page 177-

171

bloedigste kleuren afschilderen, zij mag steen en been klagen over de onmensclielijke gruweldaden, welke zij hun toedicht, zij mag zelfs gewagen van de „slachting van Perugia,quot; maar de geschiedenis straft de leugen en wreekt de waarheid.

Gelijk men van hen mocht verwachten, maakten de raddraaiers der revolutie, zoodra zij zagen, dat hunne zaak verloren was, zich ijlings uit de voeten en lieten het arme, bedrogen volk aan zijn lot over. Vóór het vallen van den avond was de opstand onderdrukt; reeds te half acht ure waren de pauselijke soldaten in de kazernen geconsigneerd.

Nauwelijks waren orde en rust in zijne bisschoppelijke residentie-stad eenigermate hersteld, of mgr. Fecci, nog tot in het diepst zijner ziel bedroefd, dat hij, niettegenstaande zijne liefdevolle pogingen, het aangerichte bloedbad niet had kunnen voorkomen, was er aanstonds op bedacht, den ongelukkigen slachtoffers ter hulp te snellen.

Ja, hij aarzelde zelfs geen oogenblik, om voor zijn ondankbaar volk bij Zijne Heiligheid als bemiddelaar op te treden, voor de schuldigen kwijtschelding van straf te vragen, en voor hen, die zich door de bloedige botsing in hunne goederen benadeeld zagen, eene billijke schadeloosstelling te verzoeken. Deze onmiskenbare blijken van echt vaderlijke liefde gaven den Bisschop ongetwijfeld aanspraak op de wederliefde van zijn volk, maar door den tooverdrank der vrijheid en nationale eenheid als bedwelmd, luisterde het helaas !

-ocr page 178-

172

meer naar het zoet gefleem zijner verleiders, dau naar de wijze wenken en voorzichtige raadgevingen van zijn waakzamen Herder. Droevige dagen had de Kardinaal-Bisschop van Perugia reeds doorleefd en toch was hij nog slechts aan het Gethsemane van zijn lijdensweg en de alsem, dien hij geproefd had, was nog maar een voorsmaak van den bitteren lijdenskelk, welken hij tot den bodem toe zou moeten ledigen. Intusschen zette hij met onverpoosde vlijt en waakzaamheid en vol vertrouwen op \'s Heeren hulp ziju zware herderlijke taak voort.

Op het oogenblik dat de legers van Piëmont zich uitrustten, om met schending der heiligste rechten d*? Pauselijke Staten binnen te rukken, richtte mgr. Pecci een herderlijk schrijven tot zijne geloovigen, waarin hij met eene welsprekendheid zonder weerga eu met al den gloed zijner vurige overtuigingskracht de tijdelijke rechten van den H. Stoel verdedigt en de noodzakelijkheid van de tijdelijke macht des Pausen voor de vrije uitoefening van zijn geestelijk gezag op eene meesterlijke wijze aantoont. Bij liet lezen dier treffende onderrichting is het ons, als hooren wij weder de stem van Israëls en Juda\'s profeten, die, op ingeving van den Geest Gods, het afgedwaalde en trouwelooze volk de eeuwige waarheden in forscheen gespierde taal voorhielden en de goddelooze Koningen, uit den tijd van Achab, op hunne misdadige tronen deden sidderen eu beven. Keeds toen schilderde hij met de kleuren der werkelijkheid den trearigen en

-ocr page 179-

173

onhoudbaren toestand, waaria de revolutie den Paus-koniog brengen zou, zonder te vermoeden, dat hij eenmaal als Leo XIII de bitterste ervaring van de waarheid zijner woorden zou opdoen.

Den 12en Februari vaardigde mgr. Pecci zijn herderlijken brief „Over de tijdelijke macht des Pausenquot; uit; zes maanden later overstroomden de Piemontee-zen Umbrië en de Marken. Na de glorievolle nederlaag der pauselijke vrijwilligers, die, onder aanvoering van den beroemden generaal de Lamorioière, de velden van Castelfidardo door hun heldhaftigen marteldood vereeuwigden, verscheen generaal l\'anti aan he.t hoofd van een Piemonteesch legerkorps in Umbriö en stond eensklaps vóór de poorten van Perugia. De stad werd slechts verdedigd door een kleine bezetting pauselijke Zwitsers; alle ernstige tegenstand was dus onmogelijk, waut behalve, dat de muren toch niet bestand waren tegen de operatiën der moderne artillerie, was ook het garnizoen niet talrijk genoeg, om ze in staat van verdediging te stellen.

De pauselijke bezetting, iu den vroegen morgen onverhoeds aangetast, moest, na eeu heldhaftigen tegenstand, voor de verpletterende overmacht der belegeraars zwichten en trok zich in de Paulinische Citadel terug. Tijdens de onderhandelingen, welke tusschen den bevelhebber van het pauselijk garnizoen en generaal Panti gevoerd werden, verschaften de Piëmonteezen zich door middel van ruw geweld, met de bijl in de hand, toegang tot het bisschoppelijk paleis, de woning

-ocr page 180-

174

van het Kapittel en het Semiuarie, onder voorwendsel, dat daar pauselijke soldaten verborgen waren. Het gros van hun leger hield zich gereed, om met een ontzaglijke artillerie, welke vóór de deur der Kathedraal was opgesteld, de Citadel te bombardeeren en vervolgens te bestormen.

Zoo de belegerden dit vuur beantwoordden, zou de stad weldra in puinhoopen herschapen en met lijken overdekt zijn.

üe Kardinaal-Bisschop en de Vaandeldrager der stad verzochten nu om een onderhoud met generaal Eanti, die opperbevelhebber van het legerkorps en tevens minister van oorlog was. Zij wilden hem van het heillooze plan om het fort te bombardeeren doen afzien, maar de herderlijke bezorgdheid van mgr. Pecci onderging eene harde weigering, want nauwelijks had hij zijn wensch te kennen gegeven, of men begon met hevige woede het bombardement en de bestorming, welke daarop volgde, was niet minder geweldig.

Toch was de tusschenkomst van den Bisschop niet geheel vruchteloos; zij beveiligde de burgerij tegen gewelddadigheden en mishandelingen, beperkte liet aangerichte bloedbad en bracht niet weinig bij, tot het verkrijgen van meer gunstige capitulatie-voorwaarden voor het pauselijk garnizoen. Hoe pijnlijk de indrukken ook waren, welke de bloedige tooneelen van den lien September 1860 in het gemoed van den Kardinaal achterlieten, nog smartelijker werd zijn gevoelige

-ocr page 181-

175

ziel den volgenden dag aangedaan door den onverdienden dood van don Baltassar Santi, een der pastoors van Perugia. Deze uitnemende priester werd valsclielijk beschuldigd, dat Lij tot verdediging der stad de wapenen bad gehanteerd. Men deed hem in den nacht van den 14™ op den 15en September vóór een krijgsraad verschijnen en daar werd hij zonder eenig doorslaand bewijs veroordeeld, om den volgeuden dag gefusilleerd te worden.

Eeeds in den vroegen ochtend kwam de Kardinaal deze treurige tijding te vernemen en aanstonds stelde hij alle pogingen in het werk, om bij den komman-dant der vesting, generaal de Sonnaz, gehoor te verkrijgen. Toegelaten, bad en smeekte hij, dat men de uitvoering van het in overijling gevelde vonnis, eenigen tijd zou uitstellen, ten einde omtrent den uitstekenden Priester, wiens onberispelijke en deugdzame levenswandel alle reden gaf, om aau zijne onschuld te ge-looven, nadere inlichtingen in te winnen. Maar wat pogingen het liefdevolle hart van den Herder ook aanwendde, alles bleef vruchteloos ; barsch werd zijn verzoek afgewezen en de onschuldige priester moest sterven als slachtoffer van het blinde fanatisme der revolutionaire heethoofden.

Van dien dag af is de levensweg van Perugia\'s Bisschop een aanhoudende en smartvolle kruisweg, want het dictatoriaal Bestuur, dat met onbeperkt gezag en ruwe dwingelandij over Umbrië heerschte, wierp alle kerkelijke instellingen omver, hervormde

-ocr page 182-

176

alles, volgens den geest der Eevolutie, en gunde zich het wreed vermaak, den Bisschoppen en hunnen medehelpers in \'s Heeren wijngaard telkens nieuwe kwellingen en bittere beproevingen te bezorgen. De worsteling, welke mgr. Pecci zoolang reeds voorzien had, nam een aanvang, en voorwaar! zij was ijselijker en verschrikkelijker, dan hij zich voorgesteld en in zijne herderlijke onderrichtingen zoo dikwijls reeds voorspeld had.

Maar de vijand overviel hem niet; hij was gereed, en kon met vertrouwen den groeten strijd tegen de Revolutie en het moderne ongeloof aanvaarden. Had hij gedurende de eerste veertien jaren zijner herderlijke loopbaan overpoosd gearbeid, om zijn volk en de toekomstige priesters met de wapenrusting des geloofs te omgorden, ook zijne priesters, ook hen, die hem reeds in den wijngaard des Heeren behulpzaam waren, had hij met onverpoosden ijver tot de groote worsteling voorbereid. Hij had hen tot een hoogen trap van deugd en wetenschap opgevoerd, hij had hen gevormd tot evangelische mannen, die alle hoedanigheden in zich vereenigden, om ook te midden der moeielijkste en hachelijkste omstandigheden, met vrucht te arbeiden aan het eeuwig heil der mensch-heid. Door woord en voorbeeld had hij hun liefde weten in te boezemen voor een leven van arbeid en zelfverloochening, bezield door den geest der christelijke liefde en geheel en al ingericht volgens de grondbeginselen der evangelische wijsheid. Hij had hun

-ocr page 183-

177

geleerd de geloovigen door hun voorbeeld te stichten, alles voor allen te zijn, de deugdzaraen aan te sporen, de zondaren op te beuren, de bedroefden te troosten, de onwetenden te onderwijzen, de ongehoorzamen te vermanen, de weerspannigen te berispen, de armen en behoeftigen in al hunne nooden bij te staan. Nederigheid, zachtmoedigheid, kuischheid, gehoorzaamheid en lijdzaamheid, al deze priesterlijke deugden had hij hun ingeprent en diepe wortels hadden zij geschoten in hunne harten. In één woord, de Bisschop van Perugia had zijnen priesters geleerd, „zich nooit te laten overwinnen door het kwaad, maar door het goede over het kwade te zegevieren.quot; 1)

Van de eerste dagen, dat hij als Herder in hun midden verscheen, had hij hun getoond, dat hij met hen één van hart en één van geest wilde zijn, om met ijver te arbeiden en met kracht te strijden voor de belangen der waarheid, voor de zaak van God en Zijne Kerk. Hij liet jaarlijks verschillende geestelijke oefeningen houden, ten einde zijne priesters in de gelegenheid te stellen, ten minste om de drie jaren eenige dagen in ongestoorde afzondering en gebed te kunnen doorbrengen, om den apostolischen geest in zich te hernieuwen en aan te wakkeren. Door verschillende verordeningen bracht hij nuttige en ingrijpende hervormingen in de kerkelijke bijeenkomsten, hier te lande conferenties of congregaties geheeten,

12

1

Paul. ad Romanos XII, 21.

LEVEN VAN PAUS LEO XIU.

-ocr page 184-

178

leidde persoonlijk die, welke in zijne residentiestad gehouden werden en droeg voor andere plaatsen de leiding daarvan aan de meest uitstekende geestelijken op.

Aan den catechismus, welke geheel en al door hem omgewerkt en verbeterd, ten jare 1856 verschenen was, had hij, ten behoeve zijner priesters, eene reeks van practische wenken omtrent de beste wijze, om de christelijke leer te ouderwijzen, toegevoegd. Ten jare 1857 schreef hij een praktische handleiding voor pastoors en kapelaans, een gulden boeksken vol bewonderenswaardige raadgevingen met betrekking tot de uiterlijke tucht en de uitoefening van het heilig ambt, een vraagbaak vooral, te midden der moeilijke omstandigheden, waarin de Geestelijkheid weldra door de Eevolutie zou geplaatst worden.

Zóó had mgr. Pecci zijue priesters voorbereid tot de groote en ontzettende worsteling, welke wij wel niet in al hare kronkelingen kunnen volgen, maar waarover wij toch een vluchtigen blik willen werpen, te meer daar zij de leerschool was van den onver-moeiden en kloeken verdediger van de rechten der kerk, die thans als Leo X! II op den roemvollen troon der Roomsche Pausen zetelt.

Nauwelijks hadden de Piëmonteesche troepen Jmbrië door het snoodst geweld veroverd, of de stad Perugia zag zich overstroomd door steeds aangroeiende drommen van politieke ballingen, die tot dan toe, onder de door de Revolutie zoo smadelijk onteerde vlag van

-ocr page 185-

179

het katholieke Huis van Savoye in het koninkrijk Sardinië een veilige en hunner waardige schuilplaats mochten vinden. Daar hadden zij geruimen tijd in armoede en ontberingen omgezworven; geen wonder dus, dat zij zich met onverzadigbare hebzucht op de nalatenschap van het pauselijk Gouvernement en zijne aanhangers, op de goederen van de Kerk en hare Priesters wierpen, om ze met heiligschendende handen onderling te verdeelen.

De martelaars der Revolutie, welke zich „vrienden des vaderlandsquot; durfden noemen, werden op kosten der schatkist of, beter gezegd, ten koste der provinciën en hare bevolking, welke in handen der Revolutie gevallen waren, onderhouden en met goederen verrijkt. Onder dit uitvaagsel der maatschappij bevonden zich verschillenden, uit Perugia geboortig, die nog menige oude rekening met hunne medeburgers en vooral met de Geestelijkheid, welke zij met het pauselijk gezag vereenzelvigden, te vereffenen hadden. Bij deze ballingen hadden zich ook de oude wapenbroeders van Garibaldi en zijne Officieren aangesloten, en de willekeur, waarmede deze lieden hunne roof- en plunder-zucht botvierden, kende geen grenzen. Perugia, de hoofdstad van Umbrië, de hoofdzetel der Kerk van den H. Herculanus, in betere tijden, stralend in de glorie der Christelijke kunst, was helaas! een roovers-hol geworden, eene verzamelplaats van verloopen lieden, die de openbare orde straffeloos verstoorden, de zeden met bederf en ondergang bedreigden en allen

-ocr page 186-

180

eerbied voor den godsdienst en hare bedienaren aan de harten der bevolking trachtten te ontrukken.

De Geestelijkheid in het algemeen en, met name, die van Umbrië, welke wegens haren voorbeeldigen levenswandel altoos het bizonder voorwerp der pauselijke gunstbetooningen geweest was, had het bij de cory-pheën der revolutie, de mannen van het eene Italië, verkorven, en zij vooral was het mikpunt van den haat dier duizenden dwingelanden, welke de geheime genootschappen tegen de Kerk van Christus uitzond. Spoedig reeds werden de alles omverwerpende wetten, die de Eevolutie door haar gekroonden slaaf, Victor Emmanuel, deed uitvaardigen, in de wederrechtelijk veroverde provinciën afgekondigd. Den Sisten October 1860 verscheen een besluit van den koninklijken Commissaris, waarbij de instelling van het burgerlijk huwelijk aan de bewoners van Umbrië werd opgedrongen, met eene lange reeks van strafbepalingen tegen de parochiale Geestelijkheid, welke zich aan deze onrechtvaardige wet zou durven vergrijpen. Tevens werd den Pastoors formeel en uitdrukkelijk bevolen, de doop- en huwelijksregisters, alsmede de doodenlijsten aan de burgerlijke bewindvoerders over te leveren.

Slechte en afgevallen priesters, die weleer door de kerkelijke gerechtshoven veroordeeld, allerwegen door de wereld als herauten der Eevolutie hadden rondgezworven, doch met de Piëmonteezen en Garibaldisten, en door ruwe kracht gesteund, in Umbrië wa-

-ocr page 187-

181

ren teruggekeerd, werden met allerlei gunsten, eerbe-tooningen en goederen overladen en, als wilde men hunne vroegere veroordeeling wreken, werden de kerkelijke gerechtshoven door het revolutionair bewind afgeschaft. Zóó werd der door Christus gestichte Kerk het recht, of, beter gezegd, de uitoefening van het recht, om hare eigen bedienaren te veroordeelen en te strafien, het toezicht over de uitoefening van het heilig ambt, en de handhaving der eerbiedwaardige wetten, welke de deugd van den priester en de eer en faam van het H. Priesterschap waarborgen, door menschelijke willekeur ontnomen. Tezelfdertijd werden kerken en kapellen, met schending van alle voorrechten, welke de heilige plaats, sinds den oorsprong van het christendom, genoten had, aan hare geheiligde bestemming onttrokken, en spoedig daarop werd aan de Bisschoppen alle toezicht en alle gezag ontzegd over de opvoedingsgestichten, welke door de Katholieke Kerk gesticht en tot een hoogen trap van volmaaktheid en bloei waren opgevoerd.

En terwijl slechte en afvallige priesters de blakende gunst der nieuwe meesters genoten, waren de deugdzame, die zich altoos trouw van hunne plichten gekweten hadden, blootgesteld aan kwade vermoedens en ruwe bedreigingen, onderworpen aan een scherp toezicht der politie en het slachtoffer van lastertaal en boosaardige aantijgingen. Een schijn van vermoeden zelfs was voldoende, om hen voor de rechtbanken te sleuren, in den kerker te werpen, in

-ocr page 188-

182

steden en dorpen te interneeren, ja, uit Italië te verbannen.

De Kardinaal-Bisschop van Perugia ontsnapte ternauwernood aan dit nieuw soort van vervolging. Ten jare 1862 deed men hem een proces aan, onder beschuldiging dat hij een vijand was der nationale instellingen. Hij had gemeend, dat zijn herderlijke plicht hem gebood, eenige priesters, die een adres van den toenmaals beruchten en afvalligen pater Passa-glia tegen de tijdelijke macht des Pausen onderteekend hadden, met heiligen ernst te berispen en voorbeeldig te straffen en dit was een gruwel in de oogen der mannen van het ééne Italië.

Men durfde het evenwel niet wagen, hem te ver-oordeelen, en vrijgesproken hervatte hij met verdubbelden ijver zijne taak, verdedigde met onversaagden moed de belangen van den H. Godsdienst en toonde zich voor zijne Geestelijkheid, te midden der hachelijke omstandigheden, waarin zij door de Eevolutie verplaatst was, een wijzen, verstandigen en kloeken leidsman.

Nog meer dan de wereldlijke geestelijken, stonden de kloosterlingen aan den woedenden haat der Maz-zinistische en Garibaldistische partij bloot, en dit was niet slechts het geval met de Jezuïeten en aanverwante Orden, maar zelfs met die Eeligieuzen, welke, de stille eenzaamheid hunner kloostercel nooit verlieten, tenzij wanneer de plicht der christelijke naastenliefde hen naar de stulpen der armen en behoeftigea dreef

-ocr page 189-

183

en aan de lijdenssponde der stervenden riep. Die monniken, wier kloosters even zoovele heiligdommen van deugd, wetenschap en christelijke liefdadigheid waren, die zich nooit met politieke aangelegenheden hadden ingelaten, verslonden als zij waren in de beschouwing van de eeuwige en onvergankelijke goederen des Hemels, die de klassieke letteren en schoone kunstgewrochten der Oudheid van den wissen ondergang, waarmede Hunnen en Vandalen. Gothen en Lougo-barden ze in de eerste eeuwen der christelijke tijdrekening bedreigden, gered en tot beschaving der meiisch-heid hadden aangewend, zij werden door het blinde fanatisme van de handlangers der geheime genootschappen als „staatsgevaarlijkquot; voorgesteld, meêdoogen-loos op straat geworpen en zonder middelen van bestaan, ja, zonder dak, aan hun treurig en jammervol lot overgelaten.

Zoo werden de beroemde kloosters van Monte Cassino, Monte Corona, Monte Alvernia en Monte Soratto, welke, te midden der eenzame wildernis gelegen, de berooide schatkist van het Koninkrijk niets geen voordeel konden aanbrengen, alleen uit blinden haat tegen het kloosterleven aan hunne vreemdzame bewoners ontnomen en tot staatseigendom verklaard.

Op eene verschrikkelijke wijze hielden de Sardi-nische troepen in de kloosters van Perugia huis; een dezer inrichtingen, het Benediktijnerklooster van San Piet r o Cassinese, het oudste en schoonste van alle, moest meer dan andere het woeste vandalisme

-ocr page 190-

184

dezer moderne barbaren ondervinden en van de prachtige f r e s c o \'s, welke het stille kloosterpand en de wanden der eetzaal versierden, bleef, in den letterlijken zin van het woord, niets ongeschonden. Men kan zich eenig denkbeeld vormen van de dolle razernij, waarmede de aanhangers van Mazzini bij de uitvoering der kloosterwetten te werk gingen, als men slechts iu aanmerking neemt, dat zelfs Protestanten, en onder deze verlichte mannen en uitstekende schrijvers, hunne stem verhieven, om de onmenschelijke wreedheden dier revolutionaire dwingelanden naar verdienste te brandmerken.

Maar die lieden stoorden zich aan goddelijke noch menschelijke, aan kerkelijke noch burgerlijke rechten. Die kloosters waren het volk door een lange reeks van weldaden, gedurende den loop van meer dan tien eeuwen bewezen, te over dierbaar geworden; daar had het hulp en bijstand gevonden in alle nooden en behoeften des leven, troost en opbeuring in alle benauwdheden en kwellingen, kracht en sterkte iu rampen en beproevingen en vrede voor het inzonden en ongerechtigheden afgebeulde hart. De kloosterlingen hadden zich een groote plaats in de harten der bevolking veroverd, en dit was juist hun groote misdaad in de oogen der Revolutie, en daarom werden hunne woningen meêdoogenloos aan de roof- en vernielzucht van gewapende benden overgeleverd.

quot;Wat de geheime genootschappen, die den Koning, het leger, de Ministers, de Wetgevers en alle openbare

-ocr page 191-

185

Beambten van Piemont tot hun dienst hadden, beoogden, was voor onbenevelde en oupartijdige blikken gemakkelijk te doorschouwen; men wilde de Katholieke Kerk, de Vlekkelooze Bruid van Jesus Christus, in het hart trefcen en, om dit hemeltergend doel te bereiken, waren geen wetten noch dekreten te scherp, geen maatregel te wreed.

Men had de kerkelijke goederen en inkomsten ia beslag genomen, de jeudige Levieten tot den militairen dienst verplicht, aan het huwelijk zijn verheven en heilig karakter ontnomen, de inrichtingen van onderwijs en christelijke liefdadigheid aan het gezag en toezicht der Bisschoppen onttrokken, de kerkelijke gerechtshoven opgeheven, zich vergrepen aan de onschendbaarheid van kerken en heiligdommen, de benoemingen van pastoors en kapelaans aan de koninklijke goedkeuring onderworpen, de religieuze Orden uit hunne vreedzame woningen verdreven, in één woord, men had alles gedaan, om de instandhouding en ontwikkeling van het katholiek en godsdienstig leven te belemmeren. Vervalschte bijbelvertalingen en boeken vol verpestende dwalingen en onzedige tafereelen werden in het openbaar tegen spotprijzen verkocht, en dat, in steden, waar vóór eenige maanden van zulke schandelijke voortbrengselen zelfs niet eens werd gesproken. Straffeloos kon men de ijselijkste godslasteringen uitbraken, vrij mocht men zijne gevoelens tegen Kerk en Paus, door meer dan helsche boosheid ingeblazen, in publieke gezelschappen lucht geven. De stukken

-ocr page 192-

186

en tooneelen, welke in de schouwburgen werden opgevoerd, dreven den spot met de Kerk en haar doorluchtig Opperhoofd, met priesters en kloosterlingen, in één woord, met alles wat het geloof en de godsvrucht van den katholiek overdierbaar wezen moet. Beeldjes, schilderijen en gravuren, welke den godsdienstzin, de eerbaarheid, ja, zelfs de meest alledaagsche begrippen van welvoeglijkheid moesten kwetsen, werden ongestraft iu de straten en op de openbare pleinen uitgestald en verkocht; de onschuld der jeugd werd door verachtelijke listen en kunstgrepen belaagd, de losbandigheid der zeden op alle mogelijke wijzen bevorderd ja, men stelde alles in het werk, om de zedeloosheid, oneerbaarheid en ontucht in alle klassen der maatschappelijke samenleving te doen zegevieren. En als men nu bij dit alles de tyrannieke willekeur der hoogere en lagere ambtenaren, die, om den Koning en zijne Ministers te believen, hunne bevoegdheden nog vaak te buiten gingen, in aanmerking neemt, dan kan men zich een zwak en flauw beeld scheppen van den onhoudbaren toestand, waarin de Bisschoppen, de Geestelijkheid en de gansche katholieke bevolking door de macht der Revolutie gebracht waren.

Maar de Kardinaal-Bisschop van Perugia, was evenmin als zijn vriend en studiegenoot kardinaal de An-gelis, die zijne vrijmoedigheid in den kerker boeten moest, de man, om zich door ruw geweld en woeste bedreigingen te laten afschrikken en ontmoedigen. Na den 15en September 1860, en gedurende de lange

-ocr page 193-

187

worsteling der achttien volgende jaren, bleef hij met zulk een onwankelbaren moed strijden voor de belangen van God en Zijne Kerk, alsof de zegepraal van het katholicisme alleen van zijne kloekmoedigheid, van zijne pen en van zijne stem afhing. Eeeds bij de afkondiging der eerste dwangwetten en verordeningen gaf hij aanstonds zijne diepe verontwaardiging lucht in een welsprekend schrijven, door alle Bisschoppen van Umbrië onderteekend. Dit protest is geen uitdaging aan het adres van den vervolger, maar als het ware een plechtige akte van beschuldiging, onder het alziend Oog van den Driewerfheiligen God, opgesteld en onderteekend door mannen, die, zich bewust van het gevaar, waaraan zij zich blootstellen, hunne persoonlijke belangen voor niets tellen, met het oog op de zedelijke rampen, welke hun volk bedreigen, en waarvan zij met diepen weemoed in het harte getuigen zijn.

„Wij protesteeren,quot; zoo lezen wij daar o. a., „wij protesteeren tegen de besluiten, welke de personen der Kerk treffen, de kerkelijke gerechtshoven opheffen en den uitverkoren priesterlijken stam, van zijne aloude en geheiligde voorrechten beroofd, in alles aan de wereldlijke macht willen onderwerpen.

„Wij protesteeren tegen allen, die zich vergrijpen aan de goederen der Kerk, die de voorrechten der heilige plaatsen, het koop- en erfrecht, en de onver-jaarbare bevoegdheid, om tienden en offers voor godvruchtige doeleinden te innen, eigendunkelijk af-

-ocr page 194-

188

schaffen, die de iukomstea en het erfgoed der Kerk met overmatige taksen en buitengewone lasten bezwaren.

„Wij protesteereu tegen hen, die de kerkelijke instellingen vernietigen; die alle kerkelijke benoemingen en beschikkingen aan de goedkeuring van den Staat onderwerpen; die den Bisschoppen het bestuur en de waakzaamheid betwisten over de vrome stichtingen, en zelfs over die, welke haar bestaan aan de Kerk te danken hebben of haar door de uiterste wilsbeschikking der gevers zijn toevertrouwd; die de opvoedingsgestichten en inrichtingen van onderwijs geheel en al aan de zorgen en bemoeiingen der Bisschoppen onttrekken; die de pastoors der parochiën dwingen, zich te berooven van de doop- en huwelijks-registers, de doodenlijsten, en alle boeken, onmisbaar voor de uitoefening van hun herderlijk ambt.

„Wij protesteeren eindelijk, met steeds stijgende droefheid, tegen den hoon de katholieke overtuiging en het heilig sacrament aangedaan, door aan het Kerkelijk Recht vreemde en daarmede strijdige voorschriften omtrent het huwelijk, tegen den roof en de heiligschendende verbeurdverklaring van kerkelijke eigendommen, tegen de opheffing en verbanning der religieuze kloosterorden.quot;

Dit eerste gezamenlijk schrijven van het Umbrisch Episcopaat opende de lange reeks van protesten, brieven en geschriften, waarin de Kardinaal-Bisschop van Perugia, hetzij alleen, hetzij in vereeniging met aijne

-ocr page 195-

189

Eerwaardige Broeders, de Aartsbisschoppeu en Bisschop\' pen van Umbrië, het sloopingswerk der revolutie naar verdienste aan de kaak stelde, de schending van alle Goddelijke en menschelijke rechten brandmerkte en aanhoudende doch vruchtelcoze pogingen aanwendde, om de uitvoering der heillooze wetten, waartegen hij zich met alle kracht verzette, te verhinderen. In de verzameling, getiteld : „Het Episcopaat en de Kevo-lutie in Italië, Gemeenschappelijke Handelingen der Italiaansche Bisschoppenquot; vindt men de volgende protesten van het Umbrisch Episcopaat opgeteekend : 1864: tegen den verplichten krijgsdienst voor jongelieden, die zich tot den geestelijken stand voorbereiden ; tegen de staatsbemoeiingen in de Seminaria; tegen het dekreet, dat de benoeming van de pastoors en kapelaans der parochiën aan het koninklijk placet onderwerpt; 1865: tegen het wetsontwerp tot opheffing der religieuze Orden. In de „Verzameling der bisschoppelijke handelingen van kardinaal Joachim Pecciquot; ontmoet men negen gezamenlijke protesten door hem en de andere Bisschoppen geteekend en negen vertoogen aan het adres van quot;Victor Emmanuel, welke alle de verdediging der godsdienstige belangen, door de hervormingen der Piëmonteezen bedreigd, ten doel hebben.

Het zou ons te ver voeren, zoo wij aan elk dezer protesten en vertoogen onze bizondere aandacht wilden wijden; toch kunnen wij sommige, en met name die tegen de invoering van het burgerlijk huwelijk en

-ocr page 196-

190

tegen de opheffing en uitdrijving der religieuze Orden niet stilzwijgend voorbijgaan.

Eeeds ten jare 1851 vas bij de Kamer te Turin een wetsontwerp tot invoering van het burgerlijk huwelijk ingediend, maar, schoon tot zesmalen toe gewijzigd, werd het telkens door den Senaat verworpen. Tezelfdertijd richtte koning Victor Emmanuel zich tot Z. H. den Paus met verzoek, om toestemming en goedkeuring voor de invoering van het burgerlijk huwelijk, maar, wel verre van deze te geven, verklaarde Pius IX den 19en September met nadruk ; „Een burgerlijke wet, die van de vooronderstelling uitgaat, als zou voor de katholieken met betrekking tot het huwelijk het sacrament van het contract kunnen gescheiden worden, is in tegenspraak met de katholieke leer.quot;

Hiermede rustte de zaak tot den 19en Juli van het jaar 1860, toen de Minister van Justitie andermaal een wetsvoorstel tot invoering van het burgerlijk huwelijk bij de wetgevende lichamen van Turin indiende. De Bisschoppen van Italië verhieven luide hunne stem tegen dit onzalig wetsontwerp en wezen in merkwaardige vertoogen op de tegenstrijdigheid van zulk eene wet met de kerkelijke wetten, alsmede op de groote gevaren, waarmede zij het christelijke volk, het huisgezin en de maatschappij bedreigde.

Het wetsvoorstel was in de Kamer nog niet aan de orde, toen de Piömonteezen Umbrië veroverden, en de markies Pepoli, als Commissaris des Konings, met het voorloopig bestuur der provincie belast werd.

-ocr page 197-

191

Deze, een ruwe, woeste dwingeland, die met eenvin-nigen haat tegen Kerk en Paus bezield was, veroorloofde zich de ongehoorde willekeur, het wetsontwerp tot invoering van het burgerlijk huwelijk als eene reeds bestaande, door de Kamers goedgekeurde en door den Koning bekrachtigde wet op de provincie Umbrië toe te passen. Den Sen October vaardigde hij het hemeltergend dekreet uit, waarbij het burgerlijk huwelijk aan de bevolking van Umbrië werd opgedrongen ; den laten Januari d. o. v. zou de nieuwigheid in werking treden.

De Kardinaal-Bisschop van Perugia haastte zich, in vereeniging met de overige Bisschoppen, bij de Regeering een krachtig protest tegen dezen eigendunkelijken en onwettigen maatregel in te dienen en ds intrekking van het dekreet te eischen. Maar dit baatte niets; het bleek dat de Commissaris handelde in overleg met het Ministerie, dat de provincie Umbrië tot proefveld voor de uitwerking der nieuwe wet had uitverkoren.

Daarop ging mgr. Pecci aan het werk, om in een uitvoerige Memorie het wetsontwerp tot invoering van het burgerlijk hu welijk nader toe te lichten. In dit meesterstuk van apologetische welsprekendheid en waarlijk apostolische vrijmoedigheid beschouwt de geleerde Prelaat eerst het wetsvoorstel op zichzelf en toont op de klaarblijkelijkste wijze, dat het niet slechts in strijd is met de grondwet van den Staat, maar ook met de grondbeginselen der katholieke Kerk. Vervolgens spoort

-ocr page 198-

192

hij, aan de hand der geschiedenis, den oorsprong van het burgerlijk huwelijk op en bewijst, dat deze misgeboorte aan het Protestantisme haar bestaan te danken heeft, door het Jansenisme gevoedsterd en door de Eevolutie is grootgebracht. In het derde gedeelte wikt hij de gronden, waarop het voorstel rust en toetst de belangrijkste bepalingen met betrekking tot de verloving, de huwelijksbeletselen, den vorm der echtverbintenis en de huwelijksprocessen aan de dogmatische uitspraken der Kerk. Vervolgens wordt het wetsontwerp beschouwd in zijne onvermijdelijke gevolgen, als : bevordering van ongodsdienstigheid, voortdurende botsingen tusschen Kerk en Staat, gewetensdwang der onderdanen, zedenbederf, schending der onontbindbaarheid en gevaar voor de eenheid van het huwelijk, ondermijning van het familie-leven en de maatschappelijke orde.

Ten slotte klaagt de Kardinaal over de voorbarige en onwettige invoering van dit wetsontwerp in de provincie (Jmbrië en richt zich met klem en nadruk tot zijne geloovigen, maar vooral tot het geweten van hen, die geroepen zijn om de staatswetten goed te keuren of te verwerpen.

Deze Memorie van toelichting verscheen in Juni van het jaar 1861 in druk en was door alle Bisschoppen van Umbrië onderteekend.

Maar de Kardinaal, hiermede nog niet tevreden, daar hij voorzag, dat de Ministers des Konings en hunne onderhoorigen met deze Memorie geen rekening

-ocr page 199-

193

zouden houden, wendde zich iu een heerlijken brief onmiddellijk tot den Koning, bij wien, naar men zeide, het geloof nog niet geheel en al was uitgedoofd.

Wij betreuren het deze schoone letteren niet in haar geheel te mogen teruggeven, en kunnen niet nalaten, hier ten minste het slot te laten volgen.

„Bewijs, Sire, aan het Katholicisme, dat de eenig ware eenig wettelijke en in geheel Italië heerscheude godsdienst is, dezen enkelen dieust van gerechtigheid. Geef den christelijken echt zijne godsdienstige vrijheid, zijn bovennatuurlijk en verheven karakter terug. Maak een einde aan die drukkende uitzonderingswet, welke op eene zoo onverdragelijke wijze liet geweten van ons volk bezwaart! Maak een einde aan die kettersche instelling, welke aan het sacrament des huwelijks zijn geheiligd karakter ontneemt, de kiemen van het huiselijk en burgerlijk leven vergiftigt en de reinheid van geloof en zeden grootelijks in gevaar brengt.quot;

Maar noch de meesterlijke Memorie van toelichting, noch de zoo hartroerende brief aan den koning, noch de verschillende andere protesten, welke op dezen volgden, brachten eenige wijziging of verzachting in den onhoudbaren toestand, waarin de provincie Umbrië door de corypheën der Kevolutie geraakt was. Niet de Koning en zijne Ministers waren de heeren van Italië; neen, zij waren slechts willooze werktuigen in de handen van hem, dien het Groot Oosten van Italië als zijn Opperhoofd huldigde, den Grootmeester der vrijmetselarij.

LEVEN\' VAN PAUS I.EO XIII. 13

-ocr page 200-

194,

In weerwil vau de ernstige en vaderlijke waarschuwingen des Pausen en trots de tallooze vertoogen en krachtige protesten der Bisschoppen van Italië, werd het antichristelijk wetsontwerp ten jare 1865 wet en de uitvoering er van allerwegen met onverbiddelijke gestrengheid doorgedreven.

Ook tegen de onmenschelijke wreedheid, waarmede de kloosterwetten ouder zijne oogen en geheel ümbrië door, werden uitgevoerd, verhief mgr. Pecci herhaalde malen, doch al even vruchteloos, zijne stem. Deze wetteu, welke aan den maijonnieken haat tegen het kloosterleven en den neteligen toestand der berooide schatkist haar ontstaan te danken hadden, waren iu het koninkrijk Sardinië reeds geruimen tijd van kracht, toen Umbrië door de Piëmouteezen veroverd werd. De Sardinische Eegeeriug kou der verzoeking uier, wederstaan, zich ook ia deze nieuwe provincie ten bate der schatkist van de goederen der kloosters meester te maken, en daarom haastte zich de Commissaris des Koniugs, bij verordening van den Hen December 1860, de kloosterwetten ook voor Umbrië van kracht te verklaren. Binnen een tijdsverloop van twee maanden moesten de gezamenlijke kloosters der provincie ontruimd wezen, en werd aan deze verordeniEg geen gevolg gegeven, dan zou het provinciaal Bestuur toonen, dat het geweld wist te gebruiken. De onmenschelijke wreedheid dezer verordening, welke zoovale parochiën eensklaps van hare zielzorgers berooven en zoovele bloeiende inrichtingen en opvoedingsgestichten

-ocr page 201-

195

deu genadeslag geveu zou, werd iutusscheu al spoedig door de Hooge Regeeriiig ingezien en deu 17en Februari van het volgend jaar verscheen het koninklijk besluit van Milaan, dat in de toepassing der toch reeds zoo scherpe kloosterwetten eenige verzachting bracht.

Toeu dit koninklijk besluit door het Dagblad van Umbrië ter openbare kennis werd gebracht, was het door de eerste verordening gestelde termijn reeds verstreken eu waren reeds verschillende kloosters onder protest hunner eigenaars ontruimd.

Men stelde nu een nieuw termijn van veertig dagen, om de bewoners der nog niet ontruimde kloosters in de gelegenheid te stellen, alsnog van de verzachtende bepalingen van het koninklijk besluit, te Milaan uitgevaardigd, gebruik te maken. Ofschoon het derde artikel van dit koninklijk besluit groot gewicht hechtte aan de zienswijze der Bisschoppen, die alleen bevoegd zijn, om over de diensten, welke de kloosterlingen den geloovigen bewijzen, met kennis van zaken te oordeelen, voegden de dwingelanden van Umbrië, die van geen verzachtingen voor de arme kloosterlingen wilden weten, aan de koninklijke bepalingen de geheel willekeurige voorwaarde toe, dat de verzoekschriften der kloosterlingen moesten vergezeld gaan van gelijke verzoekschriften, af te geveu door de gemeentebesturen der landstreek, waarbinnen hunne kloosters gelegen waren.

Tevens droeg men zorg, dat de circulaires, waarin

-ocr page 202-

196

deze voorwaarde bedongen werd, niet in handen kwamen van de Bisschoppen en de Oversten der kloosters. Wat meer is, tien dagen vdor het einde van het vastgestelde termijn, vaardigde de Commissaris des Konings een nieuwe circulaire uit, waarin den gemeentebesturen verboden werd, de verzoekschriften der kloosterlingen te steunen, zonder dat de Burgemeesters door het provinciaal Bestuur gemachtigd waren, ze den Raad voor te leggen.

Met diepe bekommering en innige ontroering zag de Kardinaal-Bisschop van Perugia het eene klooster na het andere ontruimd en opgeheven, en de goederen ten bate der schatkist in beslag genomen. Reeds deu 13en December, twee dagen na de afkondiging der door den koninklijken Commissaris uitgevaardigde verordening, had mgr. Pecci zijne stem verheven tegen de onzalige kloostervervolging en een krachtig protest bij het provinciaal Bestuur ingediend. Maar dit baatte niets; men zette de uitvoering der verordening met onverbiddelijke gestrengheid voort.

In eene eenzame, woeste bergstreek, op eenige uren afstands van Perugia, lag de oude en eerbiedwaardige Abdij van den Monte Corona, een klooster, dat den Kardinaal overdierbaar was.

De wreedheden, welke de Camaldulen, de bewoners dezer abdij, van den kant der revolutionaire woestelingen te verduren hadden, wapenden andermaal den geest en scherpten de pen van Perugia\'s Bisschop. Het was nutteloos, zich te wenden tot den Gommis-

-ocr page 203-

197

savis des Konings, van wien al deze onmenschelijke bevelen, waarover de Geestelijkheid zich te beklagen had, uitgingen. Daarenboven had waarschijnlijk de geheime Macht, die zelfs den Koning en zijne Ministers beheerschte, hate hand in deze gruwelijke maatregelen.

Mgr. Pecci richtte zich derhalve direkt tot den Koning in een schrijven, dat, uit het hart gevloeid, wel geschikt was, om een hart, waarin nog slechts een greintje gevoel overbleef, te treffen. quot;Wij ontlee-nen aan dezeu brief de volgende schoone passage: „Die deugdzame monniken, aan welke een doorluchtig voorzaat van Uwe Majesteit, Karei Emmanuel, hertog van Savoye, op verzoek van den eerwaarden pater Alexander de Ceva ten jare 1601 eene eervolle standplaats in zijne Staten verleende, zijn thans blootgesteld aan laaghartigen wrok en vuige lastertaal. Van het verlof, dat hun was toegestaan, om in hun klooster te blijven wonen, hebben zij geen gebruik mogen maken. In acht dagen tijds heeft men hen verstrooid en met geweld gedwongen, zich te verwijderen van het eerbiedwaardig heiligdom, dat zij zei ven gesticht hadden.

„Mannen van een vlekkeloos leven, door de bevolking op de handen gedragen, mannen, welke de eenzaamheid, het stilzwijgen en het gebed voortdurend ver van alle aardsche eerzucht verwijderd hielden, ze zijn in verdenking gebracht door de konkelarijen van staatkundige dweepers. Mannen, die de wereld nooit van de eenzame kruin hunner ontoegankelijke bergen

-ocr page 204-

198

zag nederdalen, tenzij dringende plichten van eliriste-lijke liefde hen riepen, — want hun klooster was steeds het toevluchtsoord van den pelgrim, den zieke, den arme — ze worden beschuldigd van de belangen der natie in gevaar te brengen.

„En zoo men hun dan nog slechts den tijd en de

gelegenheid gegeven had, om zich te verdedigen.....

Maar noch de getuigenissen, te hunner gunste afgelegd, noch de bemiddeling der meest eerbiedwaardige personen vermochten het, de onschuldigen eenigertnafe te rechtvaardigen. Men stond zelfs den vertegenwoordigers der Gemeenten niet toe, een woord te hunner gunste te spreken. Reeds ondergaan zij hun onverbiddelijk lot, de genadige beschikkingen van het koninklijk besluit ten spijt. In dit tijdperk van verdrukking, dat Italië is ingetreden, is aan die Religieuzen het treurig lot beschoren, het slachtoffer te wezen van al de buitensporige strengheden eener wet, waarvan, gelijk onze geschiedschrijvers met zorg verhalen, tijdens de vreemde overheersching van het Fransche Keizerrijk, de heilige Kluis van den Monte Corona, krachtens een loffelijke uitzondering, bleef uitgesloten.

„Maar niet slechts aan d i e Religieuzen, Sire, ook aan andere heeft men iederen weg, om aan de uitdrijving te ontsnappen, afgesloten. Ja, ook voor andere lichamen nog is het besluit van Uwe Majesteit zonder uitwerking gebleven, tengevolge der fijn uitgedachte en onoverkomelijke hinderpalen, welke men hun bij de uitdrijving en opheffing in den weg heeft gesteld.\'*

-ocr page 205-

199

Mgr. Pecci vreesde den haat der dwingelanden, dien hij zich door deze aanklacht op den hals moest halen, volstrekt niet; hij was gewoon steeds ridderlijk voor zijne gevoelens uit te komen. Zijne tegenstanders wisten dit; het herderlijk schrijven „over de tijdelijke macht des Pausenquot; was nog niet vergeten. Zoo groot de liefde was, die de katholieken den Bisschop van Perugia toedroegen, zoo groot was liet ontzag en de hoogachting, welke de vijanden der Kerk voor hem koesterden. Zijn hooge, tengere gestalte, met fijnbesneden gelaatstrekken, zijn bedachtzame en kernachtige taal, de hooge roep zijner klassieke vorming, zijne grondige kennis van het burgerlijk recht, de vrijmoedigheid, waarmede hij zijne beginselen verdedigde, de onverstoorbare kalmte van zijn karakter, dat geen overijling kende en hem in staat stelde altoos het juiste woord en de rechte handelwijze te treffen, de vlekkeloosheid van zijn handel en wandel, de eenvoud zijner levenswijze, de grootsche en talrijke inrichtingen van opvoeding en onderwijs, waarmede hij Perugia verrijkt had, de degelijkheid van den Clerus, dien hij gevormd

had........dit alles maakte een geweldigen indruk

op die lieden. Zij zagen een man, een kerkvorst tegenover zich, op wien de maat van een gewoon mensch niet paste, die zoo hoog boven hen verheven was, dat zij hem niet vermochten te naderen.

Wij zouden dien buitengewonen man in zijn strijd tegen de revolutie nog verder kuuuen volgen, wij zouden nog menige heerlijke plaats kunnen aanhalen

-ocr page 206-

200

uit de protesten, waarin hij verzet aanteekende, tegen elk der besluiten, welke de Revolutie tot hervorming, der provincie Umbrië in antichristelijken zin, uitvaardigde, doch de beknoptheid van dit werk gedoogt het niet. Toch willen wij aan het slot van dit hoofdstuk nog even stilstaan bij enkele maatregelen, welke mgr. Fecci te midden der hachelijkste tijdsomstandigheden in het belang van zijn diocees wist te treffen.

Van den aanvang der kloostervervolging af, deed mgr. Pecci alles, wat in zijn vermogen was, om het rampzalig lot der kloosterlingen eenigermate te verzachten. Hij werd in dit verheven liefdewerk gesteund door zijne geloovigen en vooral door eenige adellijken, die den Bisschop vaak rijke giften ter hand stelden, de kloosterlingen op hunne bezittingen een veilig onderkomen verschaften, ja, soms zelfs de kloosters kochten, om ze den vroegeren bewoners weder heimelijk terug te geven.

De Dominikanen van Perugia mochten door de veelvermogende tusschenkomst van mgr. Pecci, na een ballingschap van twee jaren, terugkeeren en, al was het dan ook slechts in beperkt getal, weder bij hunne kerk verblijf houden. Het Benediktijnerkloos-ter van San Pietro Cassinese ontsnapte aan de scherpe kloosterwetten, doordat de Bisschop er eene landbouwschool aan verbond, en de Barnabieten nam hij in zijn eigen paleis op, niettegenstaande het onderhoud van zijn bisschoppelijk Seminarie ook reeds geheel te zijnen laste kwam.

-ocr page 207-

201

Ook zijne Geestelijkheid en zijn volk waren in deze woelige tijden het voorwerp zijner teederste zorgen.

Om alle ontheiliging van den openbaren Eeredienst, bij gelegenheid der politieke omwentelingen, te voorkomen, drukte hij ten jare 1861 zijne Geestelijkheid op het hart, de voorschriften der liturgie bij alle gewone en buitengewone plechtigheden stipt te volgen en voor een voorbeeldige tucht in de kerken zorg te dragen. Ten jare 1863 bekrachtigde hij voor al zijne priesters de instelling der Conferenties van den H. Vincentius a Paulo, en hechtte zijne goedkeuring aan de voorschriften, welke de leden dezer vereenigingen te onderhouden hadden; drie jaren later richtte hij een circulaire tot de Geestelijkheid vau zijn bisdom, waarin hij eenige voorzichtige raadgevingen en praktische wenken ten beste gaf, welke haar bij de met den dag toenemende moeilijkheden tot richtsnoer konden strekken, om het pad der evangelische voorzichtigheid en priesterlijke gematigdheid niet bijster te worden.

De verbeurdverklaring der kerkelijke goederen en de gedwongen conversie der kerkelijke eigendommen in staatsrenten hadden vele priesters tot de diepste armoede, om niet te zeggen, tot den bedelstaf gebracht, en om de behoeften van deze slachtoffers der Revolutie naar vermogen te lenigen, richtte mgr. Pecci de Ver-eeniging van den H. Joachim op. In December van het jaar 1869 spoorde de Bisschop in een hartroerend schrijven zijne geloovigen aan, om hem uit al hunne

-ocr page 208-

202

macht te helpen, in het tot stand brengen van een grootsch en edel werk van liefdadigheid. Het gold de oprichting eener broederschap voor den vrijkoop van dienstplichtige Seminaristen. De opheffing der kloosters, of, beter gezegd, de verstrooiing en uitdrijving der kloosterlingen had een groote bres geschoten in de gelederen der Geestelijkheid; men wilde het volk berooven van de onderrichtingen, de vermaningen, den steun en den troost hunner geestelijke leidslieden, om, wij hebben het reeds vroeger gezegd, zonder tegenstand het helsch bestaan der Revolutie, de verontchris -telijking der maatschappij te verwezenlijken. Maar trots de woelingen en verleidingen der geheime genootschappen en in weerwil van de protestantsche propaganda, die zich niet schaamde met haar natuurlijk kind, de Revolutie, arm in arm te gaan, was het volk van Perugia innig godsdienstig gebleven en deed de Bisschop niet vruchteloos een beroep op de liefdadigheid en den godsdienstzin zijner kudde. Maar bij de oprichting dezer broederschap, welke ongetwijfeld het hare bijbracht, om de gelederen der Geestelijkheid weder aan te vullen, liet de onversaoeide en zorgzame Herder het niet. Hij wilde, dat het zijn volk, te midden der tallooze en steeds stijgende gevaren, niet aan godsdienstonderricht ontbrak, dat zijne geloovigen onophoudelijk gevoed werden met het geeotelijk brood der ziel, het Woord Gods, en dat het werk der missiën, geestelijke oefeningen en eerste H. Communiën niet verwaarloosd werd en daarom was het, dat hij

-ocr page 209-

203

de Vereeniging der Predikheereu in het leven riep.

Maar te midden der ontelbare en steeds aangroeiende gevaren was mgr. Pecci ook zelf een waakzame wachter. Met de Piëmonteesche legers en de benden der Revolutie, had zich ook de protestantsche propaganda een weg gebaand naar Perugia en de overige steden van Umbrië. Deze bracht door de verspreiding van bijbels en anti-katholieke werken, en door woedende uitvallen tegen Paus, monniken en priesters, machtig veel bij tot het zedelijk verval der bevolking, door tal van godsdienstige en staatkundige omwentelingen beroerd. Zij maakte van de armoede der ouders, ja, zelfs van hunne zedelijke bedorvenheid misbruik, om hen te bewegen hunne kinderen naar de scholen te zenden, welke zij allerwegen deed verrijzen. Was het wonder dat de goede Herder een noodkreet slaakte, om zijne kudde van de tegenwoor-heid der wolven te verwittigen.

Terwijl het protestantisme zich door middel van bijbelverspreiding toegang trachtte te verschaffen tot de katholieke huisgezinnen, was de vrijmetselarij er op uit. Re nan\'s „Leven van Jesusquot; in alle kringen der maatschappelijke samenleving ingang te doen vinden. De Bisschop, van dit nieuw gevaar onderricht, wilde niet eens den heiligen Vastentijd afwachten, om zijn volk tegen de gruwelijke godslasteringen van den goddeloozen Franschen schrijver te waarschuwen, en richtte zich in een welsprekend schrijven, waarin hij zijne grenzelooze verontwaardiging lucht gaf, tot zijne

-ocr page 210-

204

beminde geloovigen. Wij betreuren het dezen brief niet in zijn geheel te mogen teruggeven, maar laten toch de slotwoorden hier volgen: „U nog langer te onderhouden over de betoogingen van het rationalisme ware een beleediging voor uw geloof, en zou uw geweten kwetsen, dat toch reeds met heilige verontwaardiging vervuld wordt, bij het zien, dat dit schaamteloos en hemeltergend boek in het openbaar verkocht wordt. Veeleer verlangt gij, mijne beminde kinderen, dat uw Herder u uitnoodigt tot plechtig eerherstel voor den afgrijselijken hoon, uw Verlosser en Zaligmaker door dien nieuwen Arius aangedaan. Welaan dan, aan het slot van dit schrijven, noodigen wij u tot eerherstel uit.quot;

De Kardinaal-Bisschop van Perugia was den strijd tegen de revolutie gewassen. Zelfs in het heetste van het gevecht, ontging hem geen enkele verdachte beweging van zijn vijand. Hij stelde zijne Geestelijkheid en zijn volk, die met hem onder de banier des Kruizes streden, op de hoogte van alle listen en lagen, welke de vijand hun bereidde; hij verijdelde menige poging der Revolutie en ontdekte menigmaal de hel-sche plannen van de aanhangers der geheime genootschappen, zonder dat deze het zelfs konden vermoeden. Maar die kloeke strijder voor God en Zijne Kerk zou zich eerst in zijne volle grootheid toonen, als hij straks, op den Stoel van Petrus zetelend, de Kerk van Christus van zegepraal tot zegepraal voeren zou!

-ocr page 211-

HOOFDSTUK XIII.

De Akademic van deu H. Thomas. — Het vijfeu-twintig-jarig Bisscliopsfeest. — De Beschermer der Derde Orde vau den H. Frauciscns. — Het gouden jubilé van Pius IX. — Mgi\\ Pecci, Camerlengo der H. Koomsche Kerk. —

Dood van Pins IX.

Wij zijn thans gekomen, W. L,, aan het laatste tijdperk van mgr. Pecci\'s bisschoppelijken werkkring. Heeft, hetgeen wij tot nog toe van zijn smetteloos en werkdadig leven leerden kennen, onze harten reeds met hooge bewondering en hartelijke vereering jegens hem vervuld, die bewondering en vereering zullen nog stijgen, als wij nader kennis maken met het glorievolle einde, waarmede hij zijn herderlijke loopbaan te Perugia bekroonde. Eeeds als student van het Ko-meinsch College te Rome, toonde mgr. Pecci, dat de diepe oorzaken der godsdienstige, staatkundige en maatschappelijke omwentelingen onzer eeuw hem niet ontgingen: wat kon men dus van hem verwachten, na zoovele jaren van aanhoudende en ernstige studie, na een tijdperk, rijk, wel is waar, aan woelingen en ellenden, maar ook rijk aan heilzame lessen en kostbare ervaring.

-ocr page 212-

Ü06

De Kardinaal-Bisschop vaii Perugia wist maar al te goed, dat de bronnen van het hoogste wetenschap-pelijk en staatkundig leven besmet, ja vergiftigd waren; dat de staatkundige en maatschappelijke omwentelingen, waarvan hij met bloedend hart getuige was, slechts een natuurlijk en noodzakelijk gevolg waren van de groote omwentelingen op het gebied des geestes, waarvan de Hooge Scholen en Universiteiten het too-neel waren. Vele geesten waren op het onmetelijk veld der wetenschap verdoold geraakt, omdat zij de veilige leiding van de groote Gidsen der Middeleeuwen hooghartig versmaad hadden en zonder gids het uitgestrekte gebied des geestes wilden doorkruisen.

Mgr. Pecci was een oud-leerling der Jezuïeten, en daar deze van hun roem vollen stichter, den H. Ignatius, een bizondere veieering jegens den H. Thomas, den „Engel der School,quot; ten erfdeel ontvingen, mag het ons niet verwonderen, ook onder hunne oud-leerlingen mannen te ontmoeten, die het vaandel der Tho.-inistische wijsbegeerte en godgeleerdheid hooghouden.

lleeds ten jare 1858 had de Bisschop van Perugia het verheven plan opgevat, om de beoefening der Christelijke wijsbegeerte, volgens den geest en de methode van den „Engel der School,quot; in eere te herstellen en tot dit doel te Perugia, in de hoofdstad van Umbrië, eene Akademie van den H. Thomas op te richten; de uitvoering van dit plan moest echter, tengevolge der woelige tijdsomstandigheden, welke de provincie Umbrië reeds toen en vooral gedurende de

-ocr page 213-

207

eerste jaren, na hare verovering door de Piëmouteezeii, doorleefde, voor onbepaalden tijd worden uitgesteld, en zoo zag eerst het jaar 1871 de Akademie van den H. Thomas definitief tot stand komen, lutusschen had het program eene ingrijpende wijziging ondergaan, door inlassching der bepaling, dat alleen de priesters van het bisdom Perugia tot het lidmaatschap zouden worden toegelaten. Was deze door de tijdsomstandigheden gevorderde beperking van deu hellen zegenrijke werkkring der Akademie eene niet geringe teleurstelling voor den ijvervollen Stichter, deze werd hem al weldra ruimschoots vergoed, doordat het voorbeeld der Geestelijkheid van Perugia, niet slechts in de overige bisdommen van Italië, maar in alle landen van den katholieken aardbol navolging vinden mocht.

De Akademie van den H. Thomas was dus, gelijk alle grootsche werken van christelijke liefdadigheid, niet zonder trotseeriug van tallooze en groote moeilijkheden tot stand gekomen. De Bisschop van Perugia is rechtens haar voorzitter. De verhandelingen, welke iu de maandelijksche bijeenkomsten worden voorgelezen, locpen over een „vraagstukquot; of „artikelquot; dei-zoo beroemde Summa Theologiae, die groote vraagbaak, welke de oplossing bevat der gewichtigste vraagstukken, welke zich in het leven der menschheid ooit voordeden en kunnen voordoen. Elke verhandeling bestaat uit drie deeleu; in het eerste wordt de leer van den H. Kerkleeraar uiteengezet en ontwikkeld.

-ocr page 214-

208

in het tweede worden de gronden, waarop deze leer steunt, in het volle licht gesteld en de voornaamste tegenwerpingen wederlegd, eindelijk, in het derde gedeelte, wordt deze leer toegepast op de stelsels en dwalingen onzer eeuw. Ongetwijfeld moet het hun, die de werken van den H. Thomas nooit gelezen en zich met zijne uitstekende methode niet vertrouwd gemaakt hebben, vreemd in de ooren klinken, dat de leer van een dertiendeeuwschen Theologant tot leiddraad, ja tot richtsnoer dienen kan voor den modernen wijsgeer, voor den geleerden vorscher der negentiende eeuw. En toch, zonder aarzelen, durven wij het met mgr. Pecci bevestigen, nooit is er bewonderenswaardiger en doeltreffender methode op het gebied van onderwijs en wetenschap uitgevonden. De zwakke menschengeest, door het goddelijk licht des geloofs omstraald, ziet zijn rijksgebied in omvang toenemen en kan, zoolang hij zich niet van zijn hemelscheu metgezel berooft, altoos hooger stijgen, zonder eenig gevaar van af te dwalen.

Het zesde eeuwfeest van den H. Thomas, dat ten jare 1874 gevierd werd, gaf de Akademie van Perugia een nieuwen stoot. Het eerste deel harer „Handelingen,quot; dat bij deze gelegenheid verscheen, werd met zulk eene algemeene geestdrift ontvangen, dat de leden zich voelden aangespoord, hunne edele en prijzenswaardige taak, zoo mogelijk, met verdubbelden ijver voort te zetten. Sinds zijn nog andere deelen verschenen, maar alle dragen den stempel dier hooge

-ocr page 215-

209

wetenschappelijke vorming, welke mgr. Pecci niet slechts zich-zelven had eigen gemaakt, maar waaraan hij ook anderen door zijne milde vrijgevigheid wist deelachtig te maken.

Het jaar, dat de Akademie van den H. Thomas zag verrijzen, mocht ook getuige wezen van de plechtige viering van mgr. Pecci\'s vijfentwintig-jarig bisschops-feest. Ofschoon de harten van Perugia\'s katholieken, evenals die van den overigen katholieken aardbol, nog van droefheid overstelpt waren over den heiligschen-nenden roof aan de „Eeuwige stad,quot; aan Rome, de hoofdstad der Katholieke wereld, gepleegd, konden zij het feest van hun Herder en Vader, die de beste krachten van zijn mannelijken leeftijd aan hun welzijn besteed had, en voor wien hunne liefde en bewondering met het stijgen der jaren waren aangegroeid, niet laten voorbijgaan, zonder uiterlijke blijken van vreugde te toonen. üe Kardinaal liet zijn volk begaan. Een godsdienstig feest kon die gevoelige harten, wier geloof en gehechtheid aan den H. Stoel aan een zoo wreede proef onderworpen werden, slechts in deugd en godsvrucht bevestigen.

De ijver, welken de Bisschop in de opleiding zijner Geestelijkheid ontplooid had, mocht bij gelegenheid van dit schoone feest de zoetste voldoening smaken. Verschillende geestelijken slaagden er in, het vijfentwintig-jarig jubilé van hun geliefden Herderin Latijn-sche opschriften, klassiek van vorm en verheven van gedachten, te vieren. De beide opschriften, welke het.

LEVEN VAN PADS LEO XIII. 14

-ocr page 216-

210

portaal der Kathedraal versierden en waarvan mgr. Eotelli, aartsbisschop van Pharsalus en tot vóór korten tijd nuntius te Parijs, de maker was, verdienen vooral vermelding, omdat zij in zekeren zin profetische wenschen bevatten.

Het eene luidde: „Maria, Moeder der Genade, Gij die de beschermster, de eer en de vreugde van het volk van Perugia zijt, geef onzen Kardinaal-Bisschop eenmaal een luistervolle kroon, tot vergelding van de gouden kroon, waarmede hij uw maagdelijk hoofd getooid heeft \\quot; en het ander: „H. Laurentius, die over de krachten der natuur hebt gezegevierd, wij bidden en smeeken U, aan den Kardinaal, onzen Herder, altoos die kracht te verleenen, waarmede gij uwen beulen schrik om het harte joegt, terwijl gij de blakerende vlammen van het vuur, onder uw rooster ontquot; stoken, verduurdet; en maak dat de lieden, welke de Kerk door hunne samenzweringen onophoudelijk folteren, nooit haren Herder vermogen te overwinnen en hem huns ondanks bewonderen!quot;

De Heilige Vader, die in den loop van hetzelfde jaar het zilveren jubilé van zijn pausschap vieren mocht, deed den Bisschop van Perugia de hartelijkste gelukwenschen toekomen. Verschillende fiomeinsche Prelaten, de leden der familie Pecci, de Bisschoppen van ümbrië en een groot aantal zijner vrienden en bewonderaars waren naar Perugia gekomen, om het eest, dat daar gevierd werd, door hunne hooge tegenwoordigheid hooger luister bij te zetten. De vreugde.

-ocr page 217-

211

schoon niet onvemengrl, was innig en hartelijk.

Te 10 ure, in den morgen, droeg mgr. Pecci de Pontificale Hoogmis op. Na deze plechtigheid, ontving hij in zijn paleis de commissie van leeken, welke hem namens zijn volk een adres van gelukwensching en als zichtbaar blijk van liefde en vereering een bronzen beeld der Onbevlekte Moeder-Maagd kwam aanbieden. Dit meesterstuk van kunst was het werk van den Perugiaanschen beeldhouwer Cecepinion, ten vorigen jare, te Eome met den eersten prijs bekroond.

Het Allerheiligste bleef den ganschen dag door in de prachtig versierde Kathedraal uitgesteld en het volk, dat innige behoefte gevoelde, om met vurige hartelijkheid te bidden, verdrong zich tot laat in den avond voor den troon der Ontfermende Liefde.

Nog grooter vreugde, nog zaliger troost zou het jaar 1875 den Kardinaal-Bisschop van Perugia brengen. De godsvrucht tot den H. Pranciscus, en de eerbied en bewondering jegens zijne zonen en dochters vormen een familietrek der Pecci\'s. Wellicht moet men de reden hiervan zoeken in het volgende wetenswaardige voorval. Ten jare 1767 leefden te Carpineto, de grootouders van onzen tegenwoordigen paus, graaf Karei Pecci en zijne vrome gemalin Anna-Maria Ja-covacci in stillen en huiselijken vrede, maar er ontbrak iets aan hun echtelijk geluk; zij hadden nl. geen kinderen en hun doorluchtig geslacht was dus tot uitsterven gedoemd. De deugdzame gravin maakte den eerbiedwaardigen pater Raymond van het Observanten-

-ocr page 218-

212

klooster te Carpineto deelgenoot van haar leed en deze gaf haar den raad een noveen te houden ter eere van den H. Lodewijk van Anjou, wiens beeltenis, gelijk wij reeds zagen, het altaar der huiskapel van het paleis der Pecci\'s te Carpineto versiert. Ook liet hij haar de gelofte afleggen dat zij, zoo zij door de voorbede van den H. Lodewijk van Anjou een kind ontvangen zou, het naar hem noemen en jaarlijks met hare gansche familie een feest te zijner eere vieren zou. De raad van den eerwaarden pater Raymond werd opgevolgd en tot loon van haar onwankelbaar vertrouwen werd gravin Anna-Maria moeder van een zoon, die Lodewijk genoemd werd en eens de vader van paus Leo XIII worden zou.

Dit voorval moet, dunkt ons, wel de reden wezen van de bizondere vereering, welke de familie Pecci, en inzonderheid \'s pausen vrome moeder gravin Anna, de Orde van den H. Franciscus toedroeg.

De Bisschop van Perugia was evenals zijne moederzaliger lid der Derde Orde van den H. Franciscus, en men kan zich dus eenigermate de vreugde voorstellen, welke mgr. Pecci\'s hart moest vervullen, toen de paus hem den eervollen titel schonk „Beschermheer der Derde Orde van den H. Franciscusquot; en de verheven taak opdroeg, om de godsvrucht tot dien groo-ten Heilige onder het volk te verlevendigen en te bevorderen.

Mgr. Pecci was altoos van oordeel geweest, dat er geen krachtdadiger middel tot hervorming der chris-

-ocr page 219-

213

telijke wereld en tot bevordering der maatschappelijke bevrediging bestaat, dan de verspreiding der Derde Orde, welke, tijdens het leven van den doorluchtigen Leerling des gekruisten Verlossers, meer dan vijfhonderdduizend leden telde. Voor hen, die de vele punten van overeenkomst kennen, welke bestaan tusschen onze eeuw en den tijd, te midden waarvan de Arme van Assisië door de Goddelijke Voorzienigheid geplaatst werd, om in zijn leven en zijn persoon het beeld van den gekruisten Jesus terug te geven, voor hen, zeggen wij, kan het niet vreemd klinken, dat de wereld slechts te redden is door de deugden van een H. Franciscus, door een schouwspel van armoede, zuiverheid en zelfverloochening, zoo heldhaftig, als het apostolische tijdperk te aanschouwen gaf.

Wat wonderen heeft de H. Franciscus, die groote standaarddrager van den Goddelijken Meester, niet gewrocht! Het tooneel zijner heldendaden in Italië en Spanje strekt zich uit van de heuvelen, die Bologne en het Arno-dal beheerschen, tot Florence, van Florence tot Home, van Home tot Barcelona, den ganschen weg over, welken de pelgrims der Middeleeuwen moesten volgen, om Compostella te bereiken. Mannen, als Charles Dickens en Frederik Ozanam, weten zelfs de dichterlijke legenden te waardeeren, welke zich aan het geheel bovennatuurlijk leven van Franciscns van Assisië vastknoopen. Ja, zulke geesten kunnen begrijpen, wat men in den omtrek der Spaansche stad Vich verhaalt van een onvruchtbaar dal, waar de Heilige zich

-ocr page 220-

214

terugtrok, om zich geheel en al met zijnen God te onderhouden. Dat dal werd onder de voeten van dien engelachtigen Man een bloemrijke landstreek en de bron, waaraan de Heilige het hemelsche vuur, dat hem verteerde, placht te lesschen, verkreeg de kracht om al de kwalen des lichaams te genezen. Mag het wel iemand verwonderen, dat de voeten, welke later waardig werden gekeurd, door de goddelijke liefde met dezelfde woeden als de voeten des Verlossers door-boord te worden, allerwegen, waar zij wandelden, bovennatuurlijke bloemen deden ontkiemen, op eene aarde, welke zoozeer behoefte heeft aan heiligheid, armoede, christelijke liefde en zelfverloochening! Ja, aan mannen als de H. Franciscus heeft ook onze eeuw behoefte! Meer dan weidsche welsprekendheid vermag, ook in onze dagen, het voorbeeld van een man, schitterend in den stralenden glang van christelijke deugd en heiligheid! Dit begreep de Bisschop van Perugia en daarom wijdde hij, sinds den dag, waarop bij te Assisië, in de geboorteplaats van deu H. ïranciscus en de H. Clara, met den eervollen titel „Beschermheer der Derde Orde van den H. Fran-ciscusquot; ook een verheven taak op zich nam, zijne beste krachten aan de verspreiding en uitbreiding der Derde Orde, welke reeds eenmaal het aanschijn der aarde hernieuwd heeft.

Intusschen naderde het einde van zijn werkkring te Perugia met rassche schreden. Tenjare 1877 vierde paus Pius IX zijn gouden bis?chopsjubile. Het Piëmon-

-ocr page 221-

215

teesch Gouvernement verwachtte bij deze gelegenheid een groote demonstratie van de katholieke wereld en haastte zich daarom door een onrechtvaardige en hatelijke wet de vrijheid van spreken aan banden te leggen. Pius IX, die dezen vijandigen maatregel in al zijn huichelachtige sluwheid doorschouwde, sprak in het Consistorie van den 12den Maart een krachtig protest uit. Wat kou de Gevangene van hetVaticaan anders doen! De revolutionaire clubs, met de afkondiging dezer wet nog niet tevreden, dachten er reeds aan, de viering van het jubilé te verhinderen en op den verjaardag van \'s pausen bisschopswijding te Kome aan de Kerk en het Pausdom vijandige optochten, bijeenkomsten en demonstraties te houden, maar de spoorwegmaatschappijen, de hotelhouders en de handelsstand, die zich van dit feest groote stoffelijke voordeelen beloofden, verzette\'n zich tegen deze plannen der revolutionaire heethoofden en wisten hunne belangen over het antichristelijke fanatisme te doen zegevieren. Eeeds in de lente van het jaar 1877 nam de strooming der katholieke wereld naar Kome een aanvang. Iedere dag bracht een nieuwen toevloed van vreemdelingen, die zich rondom het Graf der H. Apostelen en in den omtrek van het Vaticaan verdrongen.

In den loop der maand Juni kwam de Kardinaal-Bisschop van Perugia, aan het hoofd der Bisschoppen van Umbrië, Emilia en de Marken, den paus ge-lukwenscheu en de gevoelens van kinderlijke getrouw-

-ocr page 222-

216

heid, gelieclitheid en sympathie aan zijne voeten nederleggen. Schier het gansche Episcopaat van Italië was in den morgen van den 3en Juni vertegenwoordigd in de zaal, waar de eerbiedwaardige Opperpriester de Bisschoppen zijner geliefkoosde provinciën ontvangen zou. De meer dan tachtigjarige Grijsaard, wiens aanschijn reeds straalde van de eeuwige glo-rieglanzen, die weldra voor zijne oogen zouden opgaan, zat op den pauselijken troon; vof5r hem stond kardinaal Pecci, met zijn eerbiedwaardig voorkomen en streng ascetische, van hooger geestelijk leven getuigende gelaatstrekken, een treffend evenbeeld van de engelengedaanten, welke het penseel van Ira An-gelico wist te tooveren. Het H. College en de talrijk vertegenwoordigde Bisschoppen vormden een kring rondom die beide groote historische figuren met hunne wijdklinkende zinspreuken „Crux de Crucequot; en „Lu-men in Coeloquot;.

Mgr. Pecci met de eervolle taak belast, om in naam der Bisschoppen van TJmbrië, Emilia en de Marken het woord te voeren, ja, in zekeren zin, vertegenwoordiger van geheel het Italiaansche Episcopaat, gaf aan de gevoelens van gehechtheid en kinderlijken eerbied, welke de Kerk van Italië, zoo heldhaftig te midden harer felle beproevingen, door zijnen mond uitdrukte, den vrijen loop. Zijne schoone, echt klassieke rede, met welluidende stem en op een toon, welke de gevoelens zijns harten verried, uitgesproken, kkrnk de gansche zaal door en maakte een diepen

-ocr page 223-

217

indruk op het hart vau den paus en alle aanwezigen.

„Gij zijt geboren in de Marken,quot; zoo sprak hij o. a., „uit het edel bloed van Senigaglia. Umbrië mocht het onwaardeerbaar geluk smaken, U het eerst als Bisschop te begroeten, de Kerk van Spoleto mocht de eerste vruchten plukken van uwe werken en schitterende deugden, Emilia eindelijk, het tooneel uwer herderlijke zorgen, straalde in den luister van uw Kardinalaat en zag u, bij uw henengaau, den Stoel van Petrus beklimmen!quot;

De paus was diep ontroerd en antwoordde in bezielde taal op de gelukwenschen, hem bij monde van Kardinaal Pecci, door de talrijk vergaderde Bisschoppen toegestierd; na afloop haastten zich de Kardinaals en overige Prelaten, den Bisschop van Perugia hun hartelijken dank te betuigen en hunne hooge tevredenheid uit te drukken, maar hij, wel verre van eenige lofspraak te verlangen, was er veeleer op uit, ze op alle mogelijke wijzen te ontvluchten.

De ongunstige toestand zijner gezondheid noodzaakte mgr. Pecci, zijn verblijf te Kome tot het einde van Augustus te rekken. Voordat hij naar Perugia terugkeerde, benoemde hij mgr. Karei Laurenzo, die sinds het jaar 1846 als Yicariu s-G e n e-r a a 1 alle beproevingen en worstelingen, allen arbeid, lijden en vreugde getrouw met hem gedeeld had, tot zijn Coadjutor en diende hem in de Kerk van den H. Chrysogonus de bisschoppelijke wijding toe. Toen keerde hij naar zijne bisschoppelijke residentie-stad

-ocr page 224-

218

terug, om, als naar gewoonte, de examiDa en prijs-uitdeelingen van zijn seminarie te leiden; hij wilde getrouw blijven aan de bovennatuurlijke liefde, welke hij zijne Kerk en zijne Geestelijkheid gezworen had.

De dood eischte in den loop van het jaar 1877 van het H. College verschillende offers. Achtereenvolgens zag de Kardinaal-Bisschop van Perugia de beide vrienden zijner jeugd. Kardinaal Eiario Sforza en Kardinaal de Angelis het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. De eerste stierf, na een arbeidzaam leven, dat den aartsbisschoppelijken zetel van Napels ten goede kwam, in geur van heiligheid; de andere, wiens leven door heldhaftige deugd, onvermoeide werkdadigheid en schitterende geleerdheid uitblonk, had zijne heldhaftige verdediging van de rechten der Kerk in de gevangenis moeten boeten en overleed te Rome, als Camerlengo der H. Roomsche Kerk. Pius IX beminde Kardinaal de Angelis met eene geheel bizondere genegenheid; beiden waren in de Marken aan het strand der Adriatische zee geboren en hadden reeds in hunne prille jeugd een hartelijke vriendschap, welke steunde op wederzijdsche achting, aangegaan. Tn het Conclaaf van 1846 had kardinaal Mastaï Feretti telkens op kardinaal de Angelis gestemd en deze had wederkeerig het zijne bijgedragen tot de verkiezing van zijn geliefden boezemvriend. De beproevingen en vervolgingen welke zij beiden voor dezelfde hooge belangen doorstonden, hadden de innige en heilige banden hunner vriendschap nog.

-ocr page 225-

219

nauwer toegehaald. De waardigheid, waartoe Pius IX den vriend zijner jeugd verheven had, was een buitengewoon gewichtige, daar op den Camerlengo der H. Roomsche Kerk, gedurende de tusschenregeering, welke de verkiezing van een nieuwen paus voorafgaat, geheel het tijdelijk bestuur van den H. Stoel rust. De paus verloor dus in Kardinaal de Angelis niet slechts een getrouwen en onwankelbaren vriend, maar ook een onversaagden strijder voor de rechten der Kerk. Daarenboven voelde hij, dat ook zijn einde nabij was en, wetende welk een zware verantwoordelijkheid hij den nieuwen Camerlengo zou nalaten, liet hij zijn oog vallen op den Kardinaal-Bisschop van Perugia.

In de maand September ontving mgr. Pecci de tijding dat zijne benoeming tot Camerlengo der H. Roomsche Kerk in het aanstaande Consistorie volgen zou en tevens de uitnoodiging, om het bestuur van zijn Bisdom aan zijnen Coadjutor over te laten en zelf naar Rome te komen. Men bood hem het bisdom Prascati, in de nabijheid van Rome, aan, maar niets kon hem bewegen, de banden, welke hem met de Kerk van Perugia verbonden, te verbreken. Zijn plicht riep hem naar Rome, maar Bisschop van Perugia wilde hij blijven. Te Rome aangekomen stelde hij zich vol ijver op de hoogte van de plichten zijner nieuwe waardigheid en maakte van zijne snipperuurtjes gebruik om den eerstvolgenden herderlijken brief aan zijne geloovigen in gereedheid te brengen.

-ocr page 226-

220

De vorige maal had hij hen ouderhouden over de Kerk en de beschaving; maar hij had dit rijke en geliefkoosde onderwerp, dat den kloeken strijder tegen den Duitschen Culturkampf voorspelde, niet in eens kunnen uitputten en wilde daarom bij deze gelegenheid de behandeling er van voortzetten.

Het jaar 1878 brak aan. In bange verwachting hielden de katholieken van den aardbol blikken en harten gericht naar de Eeuwige Stad, naar het Vati-kaan, waar paus Pius IX zijn naderenden dood blijmoedig verbeidde. De doorluchtige grijsaard, aan het einde van zijn levensbaan gekomen, had diegenen onder de Kardinaals en Bisschoppen, welke hij op eene bizondere wijze liefhad en op welke hij vooral steunde, den eene na den andere zien vallen; zij waren hun Opperherder in de eeuwige rust voorgegaan, hij zou hen volgen. De vurige gebeden, welke de katholieken van den aardbol ten Hemel zonden, vermochten het niet, dit kostbaar leven te redden. De beslissende dag brak aan, de onverbiddelijke slag viel, en de katholieke wereld stortte bittere tranen bij de lijkbaar van den paus, dien zij als een vader bemind had.

Kardinaal Pecci had, sinds September van het vorige jaar, de plaats van Kardinaal de Angelis aan de zijde van Pius IX ingenomen; op hem had de stervende Opperpriester gedurende zijne laatste levensdagen gesteund en in zijne armen had hij den jong-slen snik gegeven. Toen de telegraaf de treurige

-ocr page 227-

221

mare van Pius\' dood aan Italië en den katholieken aardbol verkondigde, had mgr. Pecci het herderlijk schrijven aan zijn volk van Perugia nog niet voltooid, Nog geheel onder den indruk der felle ontroering, welke Pius\' heilig afsterven in zijne ziel veroorzaakt had, legde hij de laatste hand aan zijn herderlijk schrijven en bekroonde het, door de droefheid zijns harten lucht te geven, in een heerlijke lofrede op den dierbaren afgestorvene. De Bisschop eindigde met deze woorden; „Geliefde medehelpers, vergeet niet die ziel, waarin God zijn treffend evenbeeld had uitgedrukt, gedurende het H. Misoffer aan het altaar indachtig te wezen. Spreekt uwe kudden van zijne verdiensten, verhaalt haar, hoe die groote paus niet slechts voor de Kerk en de zielen maar ook voor de belangen der christelijke beschaving gearbeid heeft.... En ik smeek u, geliefde broeders en welbeminde kinderen, vraagt God met aandrang des harten, dat hij zich gewaardige, spoedig een Opperhoofd aan de Kerk te geven, en zoodra hij gekozen is, hem dekke met het schild zijner kracht, opdat het scheepje van Petrus midden door de klippen heen veilig de zoo vurig verlangde reede binnen zeile.quot;

Hoe weinig vermoedde Kardinaal Pecci ook toen nog, dat hij zijne priesters en geloovigen uitnoodigde voor hem-zelven te bidden. En toch zoo zijne nederigheid de toekomst niet voor zijne blikken verborgen had, zou hij den Bisschop van Perugia den pauselijken

-ocr page 228-

222

troon hebben zien bestijgen en de geestdriftige jubelkreten vernomen hebben, waarmede de katholieke wereld den opvolger van den grooten Pius IX, paus Leo XIII begroette.

E1NDK VAX HET DERDK TIJDPERK.

-ocr page 229-

VIERDE TIJDPERK.

HET GLORIEVOL PONTIFICAAT VAN PAUS LEO XIII.

HOOFDSTUK XIV.

Het laatste protest van paus Pius IX door het H. College bekrachtigd. — De belofte van Christus aau zijue Kerk. — Toebereidselen tot het Conclaaf. — De opening van het Conclaaf en de eerste stemmingen. — Kardinaal Pecci wordt gekozen. — Eerste huldiging en de blijde boodschap aan de Romeinen en de katholieke wereld.

Toeu paus Pius IX de eeuwige rust inging, om uit de handen van zijn Oppersten Hechter, Wiens plaats hij op aarde zoo glorievol bekleed had, den palmtak der belijders en de kroon der martelaren te ontvangen, had Victor Emmanuel, die den grooten paus het zwaarste kruis op de schouderen gelegd had, zijn onherroepelijk vonnis uit den mond van den oneindig Rechtvaardigen Rechter reeds vernomen.

-ocr page 230-

224

Het is bekend, dat Pius IX, toen hij vernam, dat de Koning op zijne stervenssponde lag uitgestrekt, zicli aanstonds met zijne gansche omgeving op de knieën wierp, om Gods liefdevolle barmhartigheid over de rampzalige ziel des Konings af te smeeken. Acht dagen na den dood van Victor Emmanuel, wilde de stervende Pius nog eens voor de gansche wereld met veege lippen verklaren, dat hij in geenen deele berustte in de „voldongen feitenquot; welke de Eevolutie door het snoodst en gruwzaamst geweld had tot stand gebracht. Hij liet door zijn Staats-secretaris, Kardinaal Simeoni, een welsprekend en krachtig protest uitvaardigen tegen de aanspraken, welke de nieuwe Koning van Italië op de souvereiniteit der Kerkelijke Staten gelden deed, en de plechtige verklaring afleggen, dat hij de rechten der Kerk op haar aloud en onvervreemdbaar grondgebied ongeschonden handhaafde. Dit pauselijk protest, aan alle met den H. Stoel bevriende Hoven toegezonden, werd na \'s pausen dood op den dag der opening van het Conclaaf, den 19en februari, door een gezamenlijk protest, dat de leden van het H. College in de gebruikelijke vormen tot alle Mogendheden richtten, met klem en nadruk bekrachtigd.

Toen de telegraaf den dood van Pius IX aan de gansche wereld had bekend gemaakt, vroeg menigeen zich in ernst af, of het Italiaansch Gouvernement de Kardinaals wel vrij zou laten bijeenkomen en de keuze van een nieuwen paus niet belemmeren zou. Ook stelde menigeen zich-zelven de vraag, of Italië, Duitsch-

-ocr page 231-

225

land en andere der Kerk vijandige Mogendheden, ingeval de verkiezing al ongestoord kon plaats grijpen, den nieuwen paus wel zouden erkennen. Ja, zelfs werd openlijk gezegd en geschreven, dat het Italiaansche Gouvernement de schoonste gelegenheid werd aangeboden, om te zijnen voordeele eene scheuring te beproeven en een eigen paus te kiezen, een paus nl., die geen bezwaar zou maken tegen eene verzoening met de moderne beschaving, waarvan mannen/als Garibaldi, De-pretis, Mancini, JBaccelli en anderen de hooge vertegenwoordigers waren. Zóó toch, zeide men, zou een einde worden gemaakt aan de voortdurende botsingen tusscheu de tijdelijke en de geestelijke macht van het schiereiland.

Maar de lieden, die er aldus over dachten, hielden geen rekening met den goddelijken bijstand, welken Christus aan Zijne Kerk tot het einde der tijden heeft toegezegd, en waarvan de wondervolle maar onmiskenbare vervulling op schier elke bladzijde der wereldgeschiedenis geschreven staat. In weerwil van de ontelbare geruchten, welke vooral in de kringen der anti-katholieke pers de ronde deden, bemoeide het Italiaansche Gouvernement zich volstrekt niet, met hetgeen binnen de muren van het Vatikaan omging, en liet den Kardinaal-Camerlengo ongestoord de sou-vereiniteit uitoefenen over het tijdelijk gebied, dat den H. Stoel nog overbleef, en alle maatregelen en schikkingen treffen, welke de negendaagsche oefening voor de zielerust van den overleden paus en de opening van het Conclaaf eischten.

HET LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 15

-ocr page 232-

226

Volgens eene aloude gewoonte, werd het stoffelijk overschot van den paus, zoo hij in het Quirinaal-paleis gestorven was, in de Paulinische kapel aan het volk tentoongesteld; kwam hij echter in hetVatikaan te overlijden, dan werd het pauselijk praalbed in de Sixtijnsche kapel opgeslagen. In de gegeven omstandigheden achtte de Kardinaal-Camerlengo het om meer dan één reden raadzaam, ditmaal van deze oude en eerbiedwaardige gewoonte af te wijken en bepaalde, dat het stoffelijk hulsel van den grooten en onver-getelijken Pius op een praalbed in de St. Pieter rusten zou. Tegelijkertijd trof hij alle mogelijke maatregelen, om iedere verstoring der openbare orde te voorkomen en het Gemeentebestuur der stad Rome geen enkele reden, ja zelfs geen schijn van reden tot eene gewapende tusschenkomst te geven.

Gedurende de negen dagen, welke op den dood des pausen volgen, moet in alle kerken van Rome een plechtige H. Mis voor de rust zijner ziel worden opgedragen, een treffende gewoonte, welke de christenen van alle rangen en standen aan de groote waarheid herinnert, dat, hoe hooger men in Kerk en Staat geplaatst is, des te grooter de verantwoordelijkheid vóór den Rechterstoel van den levenden God wezen zal, en des te verschrikkelijker ook het vonnis, dat eens uit den mond van den oneindig rechtvaardigen Rechter zal klinken. Behalve dat de regeling dezer ne-gendaagsche oefening geheel en al op den Kardinaal-Camerlengo rustte, had hij bovendien te zorgen, dat

-ocr page 233-

227

alles voor bet aanstaande Conclaaf in gereedheid werd gebracht, en het treurig feit, dat de Eeuwige Stad door eene der Kerk vijandige Macht bestuurd werd, maakte in dit opzicht het treffen van geheel bizondere voorzorgsmaatregelen noodzakelijk. Het Quirinaal bood een veel meer doelmatige en geschikte ruimte tot het houden der verkiezing van een nieuwen Paus, vooral met het oog op de algeheele afsluiting der kiezers en de stipte inachtneming der regelen door de pauselijke constitutiën voorgeschreven ; maar van dit paleis wapperde thans de Italiaansche vlag met het roode kruis van Savoye, het Vatikaan was de eenige plaats in de Stad der pausen, welke de Hevo-lutie geëerbiedigd had. Kardinaal Pecci ontbood derhalve onmiddellijk na Pius\' dood de architekten Vespignani en Martinucci, stelde hen op de hoogte der pauselijke voorschriften, gaf Ima alle mogelijke eu nauwkeurige inlichtingen en beval, zoo spoedig mogelijk een voldoend aantal werklieden eu de ver-eischte bouwbenoodigdheden bijeen te brengen, ten einde het aangenomen werk binnen weinige dagen te voltooien.

lieeds den 1 Oen Februari waren meer dan vijfhonderd arbeiders aan het Vatikaan werkzaam ; de cellen van de Kardinaals, Officieren, Conclavisten en geheel het dienstdoend personeel werden met de meest mogelijke zorg in gereedheid gebracht en van de noodige meubelen voorzien en men deed zulk een voorraad van levensbehoeften op, alsof het te voorzien ware, dat het

-ocr page 234-

228

Conclaaf zeer langdurig wezen zou. De Kardinaal-Camerlengo wijdde aan de kleinste bijzonderheden, ja, aan de geringste nietigheden zijne aandacht; hij wilde in de gegeven, voor de Kerk zoo hachelijke tijdsomstandigheden, aan alle vermoedens tegen de wettigheid der keuze en de integriteit der stemming van het H. College den weg afsnijden. Daarom liet hij zelfs de keuken binnen de afgesloten conclaaf-ruimte inrichten en vaardigde het bevel uit, dat van buiten volstrekt geen voedsel noch eenige mondbehoefte mocht worden ingevoerd.

Den 17en Februari werd de negendaagsche oefening van voorbereiding in de Sixtijnsche kapel met een pontificalen lijkdienst gesloten; den volgenden dag werd in de Paulinische kapel de plechtige Mis van den H. Geest gecelebreerd en in den avond van dienzelfden dag werden de plechtigheden voltrokken, welke het Conclaaf onmiddellijk voorafgaan.

De vier laatste pausen waren in het Quirinaal-paleis gekozen. Eome stond toen nog onder de pauselijke heerschappij en de opening van het Conclaaf werd door indrukwekkende processies aan het volk bekend gemaakt. In de St, Pieter werd de Mis van den H. Geest met luistervolle pracht en praal door den Deken van het H. College opgedragen en, in tegenwoordigheid van het graf der H. Apostelen, hield een gewijde redenaar den Kardinaals den verheven plicht voor oogen, welken zij gingen vervullen. In processie trok men van de St. Pieter naar het Quirinaal terug.

-ocr page 235-

229

De Kardinaals droegen, ten teeken van rouw, een violetkleurig gewaad. De Conclavisten openden den stoet en werden gevolgd door de pauselijke Zangers der Sixtijnsche kapel. Het pauselijk kruis werd door den Ceremoniemeester onmiddellijk voor het H. College, waarvan de leden in de orde van hunne waardigheid en het jaar hunner bevordering volgden, vooruitgedragen. De Prelaten en Officieren, welke aan het Conclaaf zouden deelnemen, sloten den eerbiedwaardigen en indrukwekkenden stoet. Met al de geestdrift, welke hun levendig geloof hun instortte, zong het Romein-sche volk den heerlijken lofzang „Veni Creator Spiritusquot; en in die smeekende akkoorden, ruischende door de straten der Eeuwige Stad, trilde iets, wat den mensch, den koning der schepping, verre boven de aardsche sferen opvoert. Ja, vooral voor vreemdelingen was dit een grootsch en treffend schouwspel.

Maar ten jare 1878 zag men niets van die uiterlijke plechtigheden; geen processies midden door de biddende en zingende volksdrommen heen, geen plechtige H. Mis onder de hemelhooge gewelven van den majestueuzen Dom, welks reusachtige koepel Michel Angelo als in de wolken gehangen heeft, geen plecht-statigen terugtocht naar het Quirinaal-paleis, waar de overweldiger der pauselijke Staten „de Italiaansche roo-ver-kouingquot;, zetelde. In de Paulinische kapel, binnen de ommuring van het Vatikaan, werd de plechtige Mis van den H. Geest gecelebreerd. Kardinaal Amat, de deken van het H. College, moest zich in een draag-

-ocr page 236-

230

stoel van zijne vertrekken naar de Paulinische kapel laten dragen en vandaar naar zijne cel in het Conclaaf; kardinaal Morichini kou slechts, door twee personen gesteund, de trappen van het Vatikaan bestijgen eu kardinaal Catteriui, de deken der Kardinaaldiakens had al zijne wilskracht noodig, om, zijne lichamelijke zwakheid ten spijt, aau het Conclaaf deel te nemen. Slechts drie Kardinaals waren afwezig. Kardinaal Brossais-Saint Marc lag op zijue stervenssponde uitgestrekt; mgr. Culleu, Aartsbisschop van Dublin, en mgr. Mac-Closkey, Aartsbisschop van New-York kwamen eerst na de verkiezing van den nieuwen paus te Eome aan. Eenenzestig Kardinaals waren dus in den morgen van den 19en Februari in de Paulinische kapel verzameld; het nas een eerbiedwaardige en indrukwekkende vergadering.

o rgt;

Na de Mis van den H. Geest, trok het H. College in processie door de S a 1 a K e g i a naar de Sixtijnsche kapel. Daargekomen, vallen alle Kardinaals op de knieën, de Onderdeken bidt met luider stem het „Veni Creator Spiritusquot; en de oratie „Deus qui corda fideliumquot; eu na vervolgens eenige oogenblikken in stille aanbidding te hebben doorgebracht gaan alle Eminenties zitten en de Onderdeken leest luide de pauselijke voorschriften met betrekking tot de conclaven voor. Thans moet ieder der Kardinaals op zijne beurt den duren eed zweren, ze met alle mogelijke stiptheid te zullen onderhouden. De Gouverneur, de Prins-Maarschalk en de Secretaris van het Conclaaf

-ocr page 237-

231

leggen vervolgeüs ieder den door hun respectievelijk ambt gevorderden eed af en met deze formaliteiten is het eerste gedeelte van den dag voorbijgegaan. Des namiddags wijden de leden van het H. College aan de afdoening der meest spoedeischende aangelegenheden en her, ontvangen van bezoeken van hen, die bij deze gelegenheid recht van toegang tot het Vatikaan hebben, zooals de Gezanten der met den H. Stoel bevriende Mogendheden, de Romeinsche Patriciërs en de Vreemdelingen van onderscheiding.

De echte Eomeinen eindigen eiken dag hunne werkzaamheden met het „Ave Mariaquot;. Nauwelijks waren de zilveren tonen van het Angelusklokje weggestorven, of de forsche akkoorden der groote klok dreunden door de gangen van het Vatikaan, sn de pauselijke Ceremoniemeester riep met luider stemme : „Exeant omnes!quot; quot;Wat al vurige gebeden waren er in den loop van dien namiddag ten Hemel gezonden, om van het Onzichtbaar Opperhoofd der Katholieke Kerk de keuze van dezen of genen Kardinaal af te smeeken.

De pauselijke tiaar was in de gegeven omstandigheden geen krans van rozen, maar een drievoudige kroon van scherpe doornen. Om ze met waardigheid te dragen moest men aan de kennis der Leeraren, de vrijmoedigheid der Belijders en den moed der Martelaren huwen.

Op het vastgestelde uur verliet de erfelijke Maarschalk der H. Roomsche Kerk en Bewaker van het

-ocr page 238-

232

Conclaaf, prins Chigi, de vertrekken van den Maestro di Camera, om zich van zijn zwaren plicht te gaan kwijten en te onderzoeken, of de uitwendige maatregelen van algeheele afsluiting uitgevoerd en alle voorschriften stipt waren nagekomen.

Deze stoet was op zich zelve reeds indrukwekkend. De Prins in groot-gala uitgedost, doorliep in gezelschap van vier officierea en geëscorteerd door de Edelgarden, de Zwitsersche garde en een talrijk personeel in livrei en met fakkels in de hand, alle gangen, onderwierp alles aan het nauwkeurigst onderzoek en kwam eindelijk weer bij de groote deur, welke toegang gaf tot het Conclaaf, terug. Op den drempel der afgesloten ruimte, stond de Kardinaal-Camerlengo met drie andere Kardinaals, die als Commissarissen van orde dienst deden. Na de gebruikelijke groeten te hebben gewisseld, sloten de Camerlengo en de Prins-Maarschalk de groote deur, de eene aan de binnenzijde en de andere aan den buitenkant. De laatste trok den sleutel uit het slot, en legde hem in een karmozijn-fluweelen zak, om hem met zorg tot het einde van het Conclaaf te bewaren.

Thans stelde de gouverneur van het Conclaaf, mgr. Eicci-Parracciani op zijne beurt een onderzoek in, ten einde zich, zijn eed getrouw, te vergewissen van de algeheele afsluiting der Kiezers en met schier angstvallige voorzichtigheid na te gaan of wel alle gemeenschap met de buitenwereld was afgesloten. Maar alles werd in orde bevonden; de Camerlengo had alle

-ocr page 239-

233

mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen en alle heimelijke gemeenschap onmogelijk gemaakt.

Werpen wij thans een blik in de Sixtijusche kapel, waar de verkiezing van den nieuwen Paus moet plaats grijpen. Aan weerskanten, verheffen zich tweeendertig zetels, waarboven, ten teeken der pauselijke Souverei-niteit, waarvan de Kardinaals thans de bewaarders zijn, een troonhemel is aangebracht. Vóór elk dier vierenzestig tronen staat een tafeltje met papier, pin en inkt. Onder al de zetels met hunne baldakijnen trekken vooral vier onze aandacht, omdat de draperieën, waarmede zij zijn behangen, niet, gelijk die der overige, violetkleurig, maar groen zijn. Deze behooren aan de vier nog levende Kardinaals, die reeds aan het Conclaaf van 1846 hebben deelgenomen.

Wat hevige ontroering moet zich wel van die tijd-genooten van kardinaal Mastaï-Feretti hebben meester gemaakt, toen zij zich geroepen zagen om een paus te kiezen, die in staat zou wezen, het zware en voor menschelijke schouders te duchten kruis, dat Pius IX aan den rand van zijn graf had achtergelaten, met christelijke zelfverloochening en heldenmoed te dragen!

Die eerbiedwaardige grijsaards herinneren ons aan die waarlijk groote en apostolische helden, welke in de Catacomben bijeen kwamen om een Opvolger te kiezen van Petrus, Clemens I, Sixtns I en Paulus I, wier gemartelde en ontzielde lichamen hen luide verkondigden, wat een paus te wachten staat. Inderdaad, de Geschiedenis moge ons van luistervolle congressen

-ocr page 240-

234

en schitterende bijeenkomsten verhalen, maar niets evenaart de bovenaardsche majesteit dier Conclaven, waarin de mannen gekozen worden, die, naar het voorbeeld van Simon Petrus, de gansche kudde van Christus moeten weiden, en, zoo noodig, bereid moeten worden bevonden, om hun leven voor hunne schapen te geven.

De 19de Februari was eindelijk aangebroken. Boven den Quirinaal en den Esquilino gloeide de rozenvin-gerige dageraad en kleurde de hooge koepels der St. Pieter en de tinnen van het Yatikaan.

In de afgesloten ruimte van het Conclaaf, hadden allen, met uitzondering van de zieken, hunne legersteden reeds verlaten, om God de eerstelingen van den gewichtigen dag, die misschien over de hoogste belangen der Kerk beslissen zou, aan te bieden.

Nog waren de vroege ochtenduren niet verstreken, toen de welluidende stem van den Ceremoniemeester zich in de gangen en de nabijheid der cellen deed hoeren, om de Kardinaals ter kapelle op te roepen. Dit was de stem der Katholieke Kerk, die nog in weduwlijken rouw treurde, en met de vaardigheid van een kind zag men al die doorluchtige Prelaten aan de stem hunner moeder gehoorzamen.

In de Sixtijnsche kapel gekomen, zetten zich allen op hunne tronen neder; de zetel van kardinaalPecci bevond zich aan de evangeliezijde en droeg het cijfer 9 tot nummer.

De Onderdeken van het H. College droeg een

-ocr page 241-

235

stille H. Mis op; ua afloop daarvan begon de eigenlijke verkiezing. Drie kardinaals waren met het opnemen der stemmen belast; een groote kelk, welke op het altaar stond, deed als stembus dienst.

Elk stembriefje bestond uit een blaadje papier, dat, volgens den voorgeschreven vorm, in drie deelen was afgedeeld. Bovenaan schreef men in de Latijnsche taal: „Ik, kardinaal N. . . . kies tot Opperherder mijn Hoogwaardigen Heer, den kardinaal N . ., .; in het midden werd de naam geschreven van den Kardinaal, waarop mén zijne keuze liet vallen, en onderaan deze of gene tekst uit de H. Schrift, die, ingeval van twijfel, strekken kon, om de wettigheid der stemming en de echtheid der handteekening te waarmerken. Het bovenste en onderste gedeelte werd dichtgevouwen en verzegeld; het geheel, dat in het midden den naam van den Candidaat liet zien, werd eveneens met alle zorg toegevouwen.

Zoodra de stembriefjes gereed waren, naderden de Kardinaals, de een ua den andere, den voet van het altaar en zwoeren den volgenden eed : „Ik roep onzen Heer Jesus Christus, mijnen Rechter, tot getuige, dat ik mijne keuze laat vallen op deu persoon, dien ik voor God waardig keur te worden gekozen en zal deze, mijne verklaring, in den accessus — het toetreden — bevestigen. Vervolgens beklimmen zij de altaartrappen, leggen huu stembriefje op eene pateen en laten het van de pateen in den kelk glijden. Terwijl de overige Kardinaals

-ocr page 242-

236

op deze wijze iu de kapel stemmen, wordt de stem van Kardinaal Amat, met de strengste inachtneming van den voorgeschreven vorm, in zijne cel opgenomen.

Toen alle stembriefjes zich in den kelk bevonden, bestegen de Kardinaal-stemopnemers andermaal de trappen van het altaar. Een hunner nam den kelk, bedekte hem met de pateen en schudde eenige malen met kracht. Dan werden de stembriefjes één voor één onderzocht, geteld en in een tweeden kelk geworpen, die vervolgens met zijn ganschen inhoud door de drie Kardinaals op een groote vierkante tafel, onder de oogen der Kiezers geplaatst werd. De oudste haalt de gevouwen briefjes uit den kelk te voorschijn, ontvouwt ze, leest met luider stem den naam, die in het midden prijkt, en geeft ze aan den Kardinaal, die in leeftijd op hem volgt, over. Deze en de derde herhalen met luider stemme den naam van den Candidaat en zóó wordt iedere naam tot driemalen toe afgelezen, ten einde een mogelijke vergissing te voorkomen. Behalve de Stemopnemers, houden ook de overige Kardinaals aanteekening van iedere stem op eene gedrukte naamlijst der Kardinaals, waarvan zich op ieder tafeltje een exemplaar bevindt.

Bij de eerste stemming verkreeg Kardinaal Pecci drie en twintig stemmen, een cijfer, dat door geen der andere Eminenties bereikt werd. Toen de eerbiedwaardige en nederige Camerlengo zijn naam zoo dikwijls hoorde aflezen, maakte zich een zichtbare ontroering

-ocr page 243-

237

van hem meester eu een waas van droefheid, met eene mengeling van angst eu ontzetting, verspreidde zich over zijne bleeke, vermagerde en ascetische gelaatstrekken. Maar het verkregen aantal stemmen was nog niet voldoende; de volstrekte meerderheid van twee derden werd gevorderd en de blauwachtige rook, welke weldra uit het den Romeinen welbekende schoorsteentje opsteeg, verkondigde der wereld, dat de eerste stemming tot geene bepaalde keuze had mogen leiden.

Met een looden last op het hart, verliet mgr. Joachim Pecci de Sixtijnsche Kapel, en, in zijne cel teruggekeerd, bad hij God met al den aandrang zijner van droefheid overstelpte ziel, toch niet te willen gedoogen, dat het zware kruis van Pius IX op zijne schouderen zou nederkomen. Verschillende bestuursaangelegenheden hielden hem tot het voor de tweede zitting vastgestelde uur onledig en schonken zijn geprangd gemoed eenige verademing. Maar toen de stem van den Ceremoniemeester, die de Kardinaals weder ter kapelle opriep, eensklaps zijne ooren trof, was het hem te moede, alsof een ratelende donderslag hem eensklaps uit een diepen slaap deed opschrikken.

Gedurende dea tijd, welke tusschen de eerste en tweede zitting verliep, had ieder der kiezers met ernst nagedacht over de uitstekende hoedanigheden van hem, die reeds bij de eerste zitting drie en twintig stemmen op zich had vereenigd. De Italiaansche Kardinalen kenden den Bisschop van Perugia en

-ocr page 244-

•238

wisten hem te waardeeren. De vreemde Kardinalen waren echter niet zoo bekend met zijne verdiensten, werken, geschriften, deugden, en al de zeldzame eigenschappen, welke hem voor administratie en diplomatie als met den vinger aanwezen. Hij zelf hield niet op. God, die harten en nieren doorgrondt, in al den ootmoed zijns hartens te smeeken, toch medelijden te hebben met zijnen dienaar en hem aan de zoo gevaarvolle eer van het Romeinsche Opperpriesterschap te onttrekken.

De opname der tweede stemming is begonnen. Keer op keer klinkt de naam van den ootmoedigen Camerlengo door de stilte der Sixtijnsche kapel; het aantal stemmen, dat hij de vorige maal op zich ver-eenigde, is aldra bereikt, voor de dertigste maal wordt zijn naam tot drie malen toe herhaald, nog keert diezelfde naam telkens terug en een hevige ontroering maakt zich van Kardinaal Pecci meester en een kille huivering vaart door al zijne ledematen.

Kardinaal Donnet, de Aartsbisschop van Bordeaux, die naast mgr. Pecci gezeten was, verhaalt ons, wat hij toen zag, in deze bewoordingen : „Ik bemerkte, dat Kardinaal Pecci, toen hij zijn naam zoo dikwijls hoorde aflezen en zag, dat alles hem tot opvolger van Pius IX scheen aan te wijzen, tot in hel diepst zijner ziel ontroerde en zich niet langer kon inhouden. Groote tranen biggelden langs zijne wangen en zijne hand sidderde dermate, dat de pen, welke zij vasthield op den grond viel. Ik raapte ze op en stelde

-ocr page 245-

239

ae hem weder ter hand met de woorden : „Moed ! Het geldt hier niet U, maar de Kerk en de toekomst der wereld staan hier op het spel! Hij antwoordde niet, maar sloeg zijne blikken ten Hemel en smeekte om Gods krachtigen bijstand.quot;

Mgr. Pecci verkreeg ditmaal acht en dertig stemmen, maar daar dit aantal nog niet de volstrekte meerderheid van twee derden vormde, moest er nogmaals een nieuwe stemming plaats hebben. De derde zitting zou in den morgen van den volgenden dag gehouden worden. De stilte van dén nacht gunde den Camer-lengo, die door de aanhoudende worstelingen van achttien jaren was afgemarteld en wien het vooruit zicht op den pauselijken tiaar met onuitsprekelijkeu angst en ontzetting vervulde, eenige oogenblikken van kalme rust, maar met de eerste morgenstralen viel het lijden van Gethsemané wederom loodzwaar op zijne ziel.

Een Eransche Kardinaal, mgr. de Bonnechose, Aartsbisschop van liouaan, schildert ons, in treffende trekken, het gedrag van mgr. Pecci op den morgen van dien gewichtigen dag, welke de Geschiedenis weldra zou vereeuwigen. „Kardinaal Pecci, die in den namiddag van den eersten dag een groote meerderheid van stemmen op zich vereenigd had,quot; zoo verhaalt hij, „scheen des Woensdags morgens bleek en ontsteld. Op het oogenblik dat de derde stemming zou beginnen, zocht hij een der eerbiedwaardigste leden van het H. College op : „Ik kan mij

-ocr page 246-

240

niet langer inhouden, zeide hij, ik moet een woordje tot het H. College spreken. Ik vrees dat zij een groote dwaling begaan. Men gelooft dat ik geleerd ben en doet mij de eer aan staatsmanswijsheid bij mij te veronderstellen. Maar ik ben noch met geleerdheid, noch met wijsheid toegerust. Zij meenen, dat ik de noodige eigenschappen bezit, om paus te worden; maar ik heb niets van dit alles. Zie, dit wilde ik slechts aan het H. College zeggenquot;. Maar de aangesproken Kardinaal had zijn antwoord gereed. „Wat uwe kennis betreft, het is aan ons en niet aan U er over te oordeelen. Wat uwe hoedanigheden aangaat, God kent ze; stel uw vertrouwen dus op Hem.quot; De Kardinaal gehoorzaamde.

Het mag ons niet verwonderen, dat mgr. Pecci zoo huiverde, in het vooruitzicht der driedubbele doornenkroon, welke men hem op het hoofd ging drukken. Paus zijn, onder de omstandigheden, waarin de H. Stoel door de Revolutie verplaatst was, mocht met recht een pijnlijk martelaarschap genoemd worden. Maar zijne diepe deemoedigheid was voor de Kardinaals juist een krachtige aanbeveling, om de hoogste waardigheid der aarde op zijne schouderen te leggen.

De derde stemming ving aan, alles scheen te voorspellen dat zij beslissend wezen zou. Mgr. Pecci deed zich geweld aan om kalm te blijven ; onverschillig blijven was onmogelijk. Nochtans, hij was bereid, zich aan Gods eeuwige en onveranderlijke raadsbesluiten te onderwerpen.

-ocr page 247-

241

Het beslissend oogenblik naakt; de laatste stem wordt afgelezen, en Kardinaal Joachim Pecci is met vierenveertig stemmen tot Opvolger van den grooten Pius, tot Plaatsbekleeder van Christus op aarde gekozen.

De Ceremonie-meesters, vergezeld van den Onderdeken van het H. College en de Dekens der Kardinaal-Priesters en Kardinaal-Diakens treden vooruit en blijven staan vóór den troon, die het cijfer 9 tot nummer draagt. Te midden der diepste stilte, vraagt de Onderdeken : „Neemt gij de kerk-wettelijke verkiezing tot Opperpriester der Roomsche Kerk aan ?quot; Kardinaal Pecci richt zich op; een lichte huivering kan hij niet onderdrukken. Zijne stem siddert, maar hij antwoordt op verstaanbaren toon en zonder aarzelen. Hij belijdt zijne onwaardigheid, maar ziende, dat het H. College schier eenparig besloten heeft, hem den zwaren last op de schouderen te leggen, onderwerpt hij zich aan Gods aanbiddelijken Wil.

De Onderdeken knielt aanstonds voor zijne voeten neder; dit is de eerste huldiging.

De Opperceremonie-meester klapt in zijne handen. Alle Kardinaals rijzen op en blijven, ten blijke van eerbied, staan. Op hetzelfde oogenblik worden alle troonhemels neergelaten, met uitzondering van dien, welke den zetel van den nieuwen paus overschaduwt.

Vervolgens vraagt de Onderdeken : „Welken naam wilt gij dragen ?quot; en zonder eenige aarzeling antwoordt de Gekozene: „den naam : Leo XIH.quot;

LEVEN VAN PAUS LEO XIH. 16

-ocr page 248-

242

De apostolische Frotonotarius neemt akte van al hetgeen er geschied is. Terwijl hij zich van deze taak kwijt, wordt liet slot opgeheven, de groote deur geopend en met luider stemme afgekondigd, dat het Conclaaf is geëindigd.

De nieuwe paus trekt zich, in gezelschap der twee oudste Kardinaal-Diakens achter het altaar terug, om zijn violetkleurig gewaad te verwisselen tegen de witte toga, met sjerp van dezelfde kleur, de witte barret, koorhemdje en stool. Witte kousen vervangen de roode kardinaalskousen ; alleen de pantoffels zijn rood en dragen een met gouddraad geborduurd kruis.

Terwijl Leo XIII zich met de pauselijke insigniën bekleedde, had men op de bovenste trede van het altaar deu draagstoel of Sedia gestatoria geplaatst en alles voor de eerste plechtige huldiging in gereedheid gebracht. Leo XIII trad toe en zette zich

O O

op den draagstoel neder. Alleen de Onderdeken, die de plaats van Kardinaal A mat, Deken van het H. College, vervult, nadert. Hij trekt den kardinaalsring van \'s pausen vinger en steekt er den Visschersring aan. Vervolgens knielt hij neder, kust de voeten van den Plaatsbekleeder van Jesus Christus, die op het laatste Avondmaal de voeten zijner Apostelen op de knieën gewasschen en gekust heeft. Dan kust hij \'s pausen hand en deze geeft hem, op zijne beurt, deu vredekus op de beide wangen. Hetzelfde doen de overige Kardinaals, alsmede de Officieren van het Conclaaf.

-ocr page 249-

243

Na deze eerste huldiging, vraagt de Deken der Kardinaal-Diakens, mgr. Catterini aan den paus verlof, om der menigte, die buiten het Vatikaan staat te wachteu, den uitslag der verkiezing te mogen aankondigen. De eerbiedwaardige Kardinaal is ziek en kan ternauwernood loopen ; maar hij is te gelukkig met den afloop der verkiezing, om het voorrecht, aan zijne waardigheid verbonden, aan een ander af te staan.

Op het St. Pietersplein is een groote menigte verzameld. Het schoorsteentje had op den bepaalden tijd niet gerookt, en men wist dus, dat de verkiezing was afgeloopen. Alle aanwezigen verkeerden in gespannen verwachting.

Eindelijk vertoonde zich op de Vatikaansche Galerij, welke het reusachtige middelschip der St. Pieter be-heerscht, het pauselijk kruis, gevolgd door een stoet Koorknapen, Ceremonie-meesters en Officieren, welke mgr. Catterini voorafgingen. Deze richtte zich naar het plein en verkondigde der wereld de verkiezing van den nieuwen paus met deze woorden : „Ik verkondig u eene heugelijke tijding. Wij hebben eenen paus in den persoon van den Allerdoorluchtigsten en Hoogwaardigsten Heer Joachim Pecci, Kardinaal-Priester der H. Eoomsche Kerk met den titel van den H. Chrysogonus, die den naam „Leo XIIIquot; heeft aangenomen.quot;

Onmiddellijk begonnen de klokken der St. Pieter fe luiden en alle kerken der Eeuwige Stad beant-

-ocr page 250-

244

•woordden deze feestelijke tonen. Met de snelheid van den bliksem, verspreidden zich de uilslag der verkiezing en de naam van den nieuwen paus, langs de honderden telegraafdraden, naar alle oorden der Oude en Nieuwe Wereld.

Het kanon op den Engelenburcht bleef stom; aan het Quirinaal veinsde men onverschilligheid. Maar de vreugde van de meeste adellijke familiën en het echt Romeinsche volk -was oprecht gemeend. De 100,000 vreemdelingen, welke de Revolutie naar de Eeuwige Stad gelokt had, moesten begrijpen, dat God Zijne Kerk niet verlaat.

Des avonds was de stad op verschillende punten geillumineerd. De Patriciërs, die het pausdom getrouw waren gebleven, wisten, dat zij zich door deze openlijke vreugdeblijken aan de gewelddadigheden der revolutie-mannen blootstelden. In den Corso en andere voorname straten, (iwerd dan ook inderdaad met steenen naar de feestelijk verlichte vensters geworpen.

Op den dag der verkiezing zelve was in de Kathedraal te Perugia een plechtige Mis ter eere van den H. Geest gecelebreerd, om het licht des Hemels over het H. College af te smeeken. Wat geestdriftvolle vreugde maakte zich van de harten der Umbrische bevolking meester, toen de telegraaf hun des middags

de heugelijke tijding bracht, dat de keuze van het

*

H. College op hun geliefden Herder, den Kardinaal-Bisschop van Perugia gevallen was!

-ocr page 251-

HOOFDSTUK XV.

J)e gelukwenschen der katholieke wereld. — De eerste opperpriesterlijke zegen. — De kroning van Leo XIH. De nieuwe Paus en het H. College. — Zijne eerste regeeringsdaden. — Leo XIII en de Rerolutie.— Leo XIII en het Socialisme.

Met jubelende en daverende geestdrift werd paus Pius IX, bij zijne troonsbestijging, ten jare 1846, niet slechts door bet overig gedeelte van den katholieken aardbol, maar ook, en wel vooral, door Eome en geheel Italië begroet.

Diep was de ontroering, welke zich van de onoverzienbare menigte geloovigen meester maakte, toen hij zich op het balkon der buitengaanderij van St. Pieter vertoonde en zijn eersten opperpriesterlijken zegen U r b i et O r b i gaf. Hoog klonken de e v v i v a\'s door de lucht; zijne inbezitneming der St. Jan van Lateranen was een zegetocht. De vreugde der menigte, welke zich op het groote plein vóór die Baziliek verdrong, kende geen grenzen, toen Pius IX, met de pauselijke drie-

-ocr page 252-

246

kroon op het eerbiedwaardig hoofd, zijue handen zegenend over haar uitstrekte.

Mgr. Pecci was nog slechts zes en dertig jaar oud, toen hij getuige was van die treffende tooneelen, welke zich, tijdens zijn leven, in de Stad der pausen niet meer zouden herhalen. Twee en dertig jaren waren sinds verstreken, en Joachim Pecci, met de pauselijke tiaar gekroond, zag zich in het Vatikaan opgesloten, terwijl de gekroonde Slaaf der Revolutie en Vrijmetselarij in het Quirinaal der lloomsche pausen zetelde en wederrechtelijk over Rome en de Kerkelijke Staten heerschte.

Toch was de geestdrift, waarmede de troonsbestijging van Pius\' Opvolger, ten spijt van het ééne Italië, begroet werd, niet minder welgemeend en hartelijk. Uit alle oorden der beschaafde wereld bracht de telegraaf betuigingen van liefde en gehechtheid, waarin de twee -honderd millioen katholieken met hunne herders de blijdschap huns harten lucht gaven, aan de voeten van den nieuwen Opperpriester, üe katholieke Vorsten haastten zich Leo XIII te erkennen en hem hunne gelukwenschen toe te zenden; de bij den U. Stoel geaccrediteerde Gezanten spoedden zich in heiligen naijver naar het Vatikaan, om den nieuwen paus hunne eerbiedige hulde te betoonen. De Spaansche Senaat nam, in de zitting van den 268ten februari, uit eigen beweging en, gelijk hij zelf betuigde, door gevoelens van godsdienstzin gedreven, met alge-meene stemmen het prijzenswaardig besluit, ons

-ocr page 253-

247

Leo XIII zijne hartelijke gelukwenschen te doen toekomen ; de jeugdige Koning had reeds vroeger, in een eigenhandig schrijven, den Opvolger van Pius IX de verzekering van zijn diepen eerbied en innige getrouwheid gegeven. Het echte Fransche volk vaardigde de vertegenwoordigers snjner katholieke Universiteiten naar Rome af, om bij den nieuwen Opperpriester de tolken te wezen van de innige en onveranderlijke gehechtheid, welke de oudste dochter der Kerk nog altoos jegens den H. Stoel koesterde. Ook Perugia, dat zich door zoovele en nauwe banden met Leo XIII voelde verbonden, wilde niet achterblijven.

Reeds in de eerste dagen na de verkiezing, kwam mgr. Laurenzi, aan het hoofd eener talrijke deputatie naar Rome, om, namens Umbrië\'s bevolking, den beminden Bisschop van Perugia als Christus\' Stedehouder op aarde te huldigen. De teederheid, waarmede Leo XIII die vertegenwoordigers der groote christelijke familie, waaraan hij een groot deel van zijn werkdadig leven gewijd had, ontving, is niet te beschrijven. Hij ondervroeg eu zegende elk van deze mannen, die hem reeds zoolang bewonderd, vereerd en bemind hadden.

Doch keeren wij een oogenblik terug tot den heu-gelijken dag, die de quot;Vlekkelooze Bruid van Christus, nog .treurende bij het pasgesloten graf van haar be-minden en onvergeteiijken Pius, een nieuwen Opperherder schonk. In den namiddag gaf paus Leo XIII zijn eersten opperpriesterlijken zegen, niet van het

-ocr page 254-

248

buitenbalkon, dat de gaanderij der St. Pieter bekroont, gelijk zijne doorluchtige Voorgangers tot nog toe gedaan hadden, maar van het binnen-balkon, dat het groote schip van den reusachtigen Dom beheerscht. Te 4\'/2 ure werden de vensters, welke dit balkon omsluiten, geopend en de in de St. Pieter aanwezige geloovigen aanschouwden vóór de balustrade als eene hemelsche verschijning. Het was een eerbiedwaardige grijsaard, wiens majesteit nog werd verhoogd door de engelachtige schoonheid, welke het geestelijk leveu haren beoefenaars mededeelt. Met zilveren haren en bleek gelaat, stond hij daar, in het sneeuwwit gewaad der Roomsche pausen. Achter hem hadden de Kardinaals en Prelaten zich in rijen geschaard.

Het in de St. Pieter verzamelde volk was luid jubelend op zijne knieën neergevallen. Diepe stilte heerschte in de onmetelijke ruimte. Met heldere en welluidende stem spreekt Leo XIII de plechtige woorden van den apostolischen zegen uit, en nauwelijks heeft hij het laatste woord voltooid, of de geknielde drommen rijzen eensklaps omhoog, en in schallende jubeltonen dreunen de e v v i v a\'s langs de hooge tempelgewelven, en de echo geeft ze honderd- ja duizendvoudig terug.

Dat waren de jubelende stemmeu der tweehonderd millioen katholieken van den aardbol.

Ook de kroning van den nieuwen Paus werd binnen het Vatikaan, op hetzelfde balkon, vanwaar hij zijn eersten zegen Urbi et Or bi gegeven had, vol-

-ocr page 255-

249

trokken. Wel had Leo XIII aanvankelijk gedacht, dat zijne plechtige kroning in de St. Pieter moest en kon plaats hebben eu reeds een begin laten maken met de decoratie van het reusachtig heiligdom, maar hij kwam al dra op dit eerste voornemen terug, aangezien het Gemeentebestuur van Rome duidelijk te kennen gaf, dat het volstrekt geen voorzorgen wilde nemen, om de orde op het St. Pietersplein te handhaven en zich reeds bij voorbaat onverantwoordelijk verklaarde, voor de tooneelen, welke binnen of buiten het heiligdom zouden kunnen voorvallen. De paus begreep den liuichelachtigen zin dezer woorden en trok daarom zijne eerste bevelen in. Nochtans bleef de plechtige kroning op Zondag, den 3en Maart, bepaald; zij geschiedde, gelijk wij reeds aanstipten, op het binnenbaikon der St. Pieter, in tegenwoordigheid van de diplomatieke Vertegenwoordigers bij den H. Stoel, de Romeinsche Patriciërs en de te Rome aanwezige vreemdelingen van onderscheiding. Daar Leo XIII besefte, dat het vraagstuk der tijdelijke souvereiniteit voor het Katholicisme eene levensquaestie is, wilde hij dat men de voor de kroning voorgeschreven plechtigheden met alle mogelijke stiptheid nakwam.

Eene onoverzienbare menigte geloovigen verdrong zich ook thans in het middelschip der St. Pieter, vanwaar men een heerlijk uitzicht had op het reeds meermalen genoemde balkon en de voltrekking der plechtigheid zien kon. Na afloop daarvan verscheen Leo XIII, met de pauselijke driekroon op het eerbiedwaardig,

-ocr page 256-

250

grijze hoofd, voor de balustrade en zong de plechtige en indrukwekkende woorden van den opperpriesterlijken zegen. Allen antwoordden met van aandoening trillende stem. Dat volk wist wel, dat de pauselijke tiaar geen kroon van rozen is, maar het wist ook, dat de katholieke aardbol op dien heugelijken dag den gevangen paus-Koning met de driedubbele kroon van eerbied, liefde en getrouwheid omkranste.

Leo XIII trok zich, begeleid door de hartelijke gelukwenschen eu vurige gebeden van zijn volk, van de loggia terug.

Onmiddellijk daarop had eene hartroerende plechtigheid plaats. De souvereine Opperpriester begaf zich, na zijne sieradiën te hebben afgelegd, naar de Sixtijnsche kapel, om de eerbetuigingen van het H. College te ontvangen.

De Kardinaal Ui Pietro, onderdeken van het H. College, voerde namens zijne collega\'s het woord, hernieuwde den eed van getrouwheid aan den H. Vader, reeds in het Conclaaf, op den dag der verkiezing, gezworen, en maakte zich tot tolk der gevoelens, welke allen jegens hun nieuwen Souverein koesterden. „Ziequot; zeide hij, de woorden der H. Schrift tot de zijne makende, „zie, van nu af, zijn wij uw mond en uw vleesch.\'\'

5s Pausen antwoord kenmerkte zich door gevoelens van diepen ootmoed. Hij zeide hun o. a., dat de plechtigheid, welke zij hadden voltrokken, hem herinnerde aan den hoogen rang, waartoe hij verheven

-ocr page 257-

251

was, en hem met kouing David deed uitroepen : „Mie beu ik dau toch, o Heer God, dat Gij mij tot de^e waardigheid verheven hebt!quot;

Nauwelijks was Leo XIII den onvergaukelijken Stoel van Petrus beklommen, of hij opende de lange reeks van groote daden, welke niet slechts der katholieke wereld, maar den ganschen aardbol ten goede kwamen en niet ten oureclite onze bewondering, geestdrift en dankbaarheid wekken. Reeds in de eerste dagen na zijne troonsbestijging, hield bij eene schoone toespraak tot de afgevaardigden der Fransche Hooge-scholen en moedigde hen in bazielde taal aan, om het hetnelsch werk, waaraan zij hunne beste krachten wijdden, met ouverpoosden ijver voort te zetten en alles in het werk te stellen, om de zielen der jongelieden tegen de heillooze en verderfelijke leerstellingen onzer trotsche en zinnelijke eeuw te wapenen. Frankrijk lag hem niet zonder reden nauw aan het hart, zeide hij; met weergalooze vreugde vervulde hem de weldadigheid, waarvan de katholieken blijk gaven, om de christelijke opvoeding der jeugd te bevorderen en de Universiteiten, die groote kweekscholen van de echte katholieken der toekomst, in stand te houden.

Maar niet slechts voor de studeerende jeugd, ook voor de zonen van het volk was Leo\'s teederminnend vaderhart bezorgd. Den llen Maart van het jaar 1878 richtte hij een schrijven van aanmoediging tot het Bestuur van het te Parijs gevestigde Genootschap Olivaint.

-ocr page 258-

252

Deze godvruchtige vereeniging, op het graf van een martelaar ontstaan en spoedig tot een hoogen trap van bloei gestegen, stelde zich ten doel, den geest van geloof en godsvrucht, die de ziel van alle groote volkeren, ja, den levensgeest uitmaakt van alle krachtige natiën, in de harten der jeugdige Parijsche werklieden aan te kweeken en te bevorderen. De jaren, welke de Commune onmiddellijk voorafgingen, zagen pater Oli-vaint met zijne broeders onvermoeid en onverpoosd aan den arbeid, om, te midden van het brandpunt aller revolutionaire hartstochten, de arbeidende klassen te onderrichten en meer en meer tot God op te voeren.

Ook Prins Eugène de Caraman-Chimay, die met andere edellieden in België aan het hoofd van zulk eene vereeniging stond, ontving, ongeveer een maand later, een welsprekend en aanmoedigend schrijven van den nieuwen paus.

Yan den dag der verkiezing af, was de Italiaansche pers in beschouwingen getreden over de staatkunde, welke Leo XIII volgen zou, en zij scheen er behagen in te scheppen, hem in alles als een tegenstander van paus Pius IX z. g. voor te stellen. Maar die woordvoerders van het ééne revolutionaire Italië schenen te vergeten, dat de staatkunde der Koomsche pausen altoos op de onveranderlijke grondbeginselen van waarheid en gerechtigheid rust en dat, zoo er eenig verschil valt waar te nemen tussciien de politiek van dezen en genen paus, dit enkel kan gezocht worden in de toepassing dier christelijke staatkunde, in

-ocr page 259-

253

het politiek genie, waarmede het individu is toegerust.

Paus Leo XIII zou intusschen al heel spoedig aan al die geruchten een einde maken ; den 28stei1 Maart had het eerste Consistorie plaats, en de toespraak, welke Zijne Heiligheid bij die gelegenheid hield, was wel geschikt, om de liberale pers, zoo zij althans aan hare eigen woorden geloof hechtte, voor goed te ontgoochelen. Na eene uitbundige lofrede op het roem- en luistervol pontificaat van zijn doorluchtigen voorganger Pius IX z. g. verklaart de nieuwe paus, dat ook hij zijne beste krachten zal inspannen, om den onwaardeerbaren schat van het heilig geloof ongerept te bewaren, dat hij de rechten en belangen van de Kerk en den H. Stoel met herderlijke getrouwheid zal handhaven, verdedigen en bevorderen, ja, dat hij bereid is, zich voor het eeuwig heil der menschheid de zwaarste moeiten en opofferingen te getroosten.

Maar mocht deze toespraak reeds met alle recht eene bittere ontgoocheling voor de woordvoerders der anticlericale pers genoemd worden, nog verpletterender was de openbaring, welke hun gewerd, toen \'s pausen eerste Encycliek : „Inscrutabili Dei concilioquot; verscheen. In deze heerlijke opperpriesterlijke onderrichting schildert de paus-Koning de talrijke kwalen der burgerlijke maatschappij, de ontelbare ziekten onzer bedorven eeuw, dringt door tot hare eerste oorzaken en toont op de klaarblijkelijkste wijze, dat de maatschappelijke woelingen, waarvan schier alle landen der beschaafde wereld het tooneel zijn, vooral moeten worden toege-

-ocr page 260-

254

schreven aan de miskenning en verwerping, waaraan het eerbiedwaardig en goddelijk gezag der Kerk voortdurend bloot staat. In de verheven, bezielde en waarschuwende taal der profeten, richt hij zich tot de gekroonde Hoofden der beschaafde wereld en herinnert hun, dat God Zijne Kerk gesticht heeft tot verlichting, redding en heiliging der hun toevertrouwde volken ; dat elke schending van haar gezag de maatschappij op hare grondzuilen doet daveren en dat men haar niet kan verwerpen, zonder zich te be-rooven van het éénig anker, dat, te midden der woelingen en omwentelingen onzer eeuw, nog redding biedt. Met kracht treedt hij op tegen de moderne schijnbeschaving en stelt daartegenover de ware christelijke beschaving, die de Roomsche pausen steeds voorgestaan en uit al hunne krachten bevorderd hebben. Hij bezweert de vorsten dezer aarde, de hulp der Kerk in deze noodlottige tijdsomstandigheden toch niet van de hand te wijzen, zich eendrachtig om de hoofdbron van alle gezag en heil te scharen en alle mogelijke pogingen aan te wenden, om de vriendschapsbanden, welke hen en de hun toevertrouwde volkeren met den H. Stoel verbinden, steeds nauwer en nauwer toe te halen.

Nog duidelijker zette Leo XIII zijn politiek program uiteen in deu brief, welken hij den 27stel1 Augustus tot zijn 7iieuwen Staatssecretaris, Kardinaal Nina, richtte. Kardinaal Alexander Franchi, \'s pausen eerste Staatssecretaris, had in deze gewichtige betrekking, he-

-ocr page 261-

255

laas! slechts eenige maanden zijije schitterende hoedanigheden en veelzijdige ondervinding aan de belangen van den H. Stoel dienstbaar mogen maken. Reeds vijf maanden na zijne benoeming, maakte een zware ziekte, tot groote droefheid van den paus, wiens rechterhand hij was, een einde aan dat kostbaar leven, hetwelk grootendeels der Kerk ten goede was gekomen. Hoe smartelijk dit voor de gansche Kerk zoo gevoelig verlies den paus ook had aangedaan, zijn ijver in de uitvoering der groote plannen, welke hij voor het heil der christelijke wereld ontworpen bad, werd er niet door verflauwd. Hij liet zijn oog vallen op Kardinaal Nina, die reeds menige onmiskenbare blijken van ervarenheid, beginselvastheid en zelfverloochenende liefde gegeven had. In het hierboven vermelde schrijven van den 27sten Augustus legde Leo XIII zijn gevoelens en meeningen bloot omtrent de meest belangrijke aangelegenheden en staatkundige vraagstukken, welke de bijzondere aandacht van zijn nieuwen Staatssecretaris zouden eischen.

Doch laten wij het kenmerkend karakter van \'s pausen hooge politiek in eenige woorden samenvatten. Leo XIII, bekend met den treurigen en jammervollen toestand der hedendaagsche maatschappij, neemt gretig iedere gelegenheid te baat, om den heilzamen invloed, welken de Katholieke Kerk, te midden der tallooze woelingen en omwentelingen onzer eeuw, op de afgedwaalde menschheid kan uitoefenen, in het helderst daglicht te stellen. Hij houdt haar den Vorsten en

-ocr page 262-

256

volkeren voor oogen, als de groote scheppende en behoudende kracht der maatschappij, als de onmisbare bondgenoote van elke macht, die in den maalstroom der Revolutie niet wil verdwijnen. En hij richt zich niet slechts tot die vorsten en volkeren, welke door de heilige en hechte banden van het katholiek geloof met hem verbonden zijn, maar in zijne waarlijk apostolische liefde, wil hij ook hen, die in den stikdonkeren nacht der dwaling rondtasten en buiten den schoot der Katholieke Kerk ronddwalen, aan den weldadigen invloed dier Goddelijke Stichting deelachtig maken. En daarom noodigt hij de Machthebbers van geheel het beschaafde wereldrond uit, zich altoos dichter om de Kerk te scharen en in vereeni-ging met haar den strijd tegen de twee gevaarlijkste vijanden van elke welgeordende maatschappij, den strijd tegen de Eevolutie en het Socialisme te aanvaarden.

Reeds in de eerste dagen van zijn pontificaat, deed Leo XIII bij keizer Alexander II van Rusland schriftelijk al zijn invloed gelden, om eenige verzachting te brengen in het lot der Russische Katholieken en het lijden, dat zij onder de heerschappij van den knoet te verduren hadden, eenigermate te lenigen. Van den President der Zwitsersche Confederatie verkreeg hij door zijne veelvermogende tusschenkomst een grootere mate van vrijheid voor de Katholieke Kerk van Zwitserland, en de brief, welken hij tot keizer Wilhelm van Duitsch-land richtte, leidde tot de opening van vriendschappelijke onderhandelingen tnsschen Üuitschland en den H. StoeL

-ocr page 263-

257

Z6o toonde Leo XIII, van den aanvang zijner regeering af, dat de Eevolutie in hem steeds een hard-nekkigen en onversaagdew tegenstander vinden zou.

Nauwelijks had de paus zijn eerste Encycliek de wereld ingezonden, of de handlangers der Revolutie wierpen het masker der huichelarij, waarachter zij zich tot dan toe nog hadden schuil gehouden, ver van zich af, en vertoonden zich in al hunne drieste schaamteloosheid, maar ook in hun éénig en waarachtig karakter.

In de maand Mei van het jaar 1878, was de Eeuwige Stad getuige van een schandaal, dat allen welden-kenden het bloedrood van verontwaardiging naar de wangen moest jagen. Terwijl de godsvrucht der katholieken alles in het werk stelde, om de maand, aan de»bizondere vereering der Vlekkelooze Moeder-Maagd gewijd, zoo luistervol mogelijk te vieren, herdacht de Revolutie te Parijs en te Rome op één en denzelfden dag het eerste eeuwfeest van Voltaire\'s dood. In de stad der pausen, welke om meer dan eene reden de heilige stad zoa mogen genoemd worden, werd de apotheose gevierd van hem, die onder de godlasterende leuze „Ecrasons 1\'infame 1quot; de Katholieke Kerk, ja, den christelijken godsdienst met vernietiging en verdelging dreigde.

In de protestautsclie landen werd deze ontheiliging der Eeuwige Stad ternauwernood besproken. Men had den moed niet, om die helsche saturnaliën, door de Revolutie in de straten van Rome gevierd, vrijmoedig te veroordeelen, want de handlangers dier Revolutie

HET LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 17

-ocr page 264-

258

waren immers de machtigste bondgenooten der bijbelgenootschappen, en daarenboven, het gold slechts de omverwerping, de vernietiging van het pausdom.

Maar toen de ontploffingen te Londen, de werkstakingen in Frankrijk en België en de brandstichtingen te New-York en Chicago, Europa met angst en ontzetting vervulden en de Vorsten op hunne waggelende tronen deden sidderen en beven, toen herinnerde men zich de waarschuwende stem van den paus, den Wachter van het Vatikaan. Ja, toen vroegen sommige Europeesche staatslieden zich in allen ernst af, of men geen onvergeeflijke fout had begaan, door de overweldiging van Eome door Victor Emmanuël, niet alleen zonder tegenstand, maar zelfs zonder eenig protest te hebben laten voorbijgaan ; of men de schending der macht, welke, door achttien eeuwen heen, den Standaard van Christus te midden der natiën hoog hield, niet had moeten voorkomen.

Het laat zich vanzelf begrijpen, dat de helsche bacchanaliën, waarvan Rome in Mei van het jaar 1878 het tooneel was, \'s pausen hart met grenzelooze droefheid en heilige verontwaardiging vervulden. Maar de ware zonen van Rome haastten zich, de ontheiliging der Eeuwige Stad door een openlijk protest en plechtig eerherstel uit te wisschen.

De godsdienstige genootschappen van Rome hadden zich tijdens de laatste jaren der regeering van Pius IX z. g. onder den naam „Federazione Piaquot;, tot één machtigen boud vereenigd, en deze stelde zich niet

-ocr page 265-

259

slechts de uitoefening van christelijke liefde en weldadigheid, maar, in het algemeen, de bevordering van alle katholieke belangen ten doel. De leden van dezen Boud hadden den feestdag van O. L. H. Hemelvaart, die dat jaar op den -30sten Mei viel, uitgekozen, om, aan \'s pausen voeten neergeknield, in naam van alle oprechte Komeinen te protesteeren tegen de heiligschennis, door de leerlingen van den goddeloozen Voltaire en de handlangers der Revolutie bedreven.

Het was een treffend toöneel. Tot in het diepst hunner ziel waren de paus en alle aanwezigen ontroerd. Leo XIII beantwoordde het adres van die ware zonen der Katholieke Kerk met eene bezielde opwekking, om den hoon, der Goddelijke Majesteit door de hemeltergende apotheose van Voltaire aangedaan, naar vermogen te herstellen en wenschte de vertegenwoordigers van het christelijke Rome geluk met den moed en de energie, welke zij betoond hadden.

Ook uit andere oorden van Italië, ja, zelfs uit Duitschland en Spanje kwamen deputatiëu, vóór den troon des pausen, de verontwaardiging van het katholieke hart over het snood bestaan der Revolutie in krachtige protesten lucht geven. Allen drukte Leo XIII met heiligen ernst op het hart, dat de geloovigen, nu de tijd van beproeving en vervolging was aangebroken, vrijmoedig hun geloof moesten belijden en bereid wezen om, zoo noodig, er heldhaftig voor te lijden.

Den 6en Juni kwam generaal Kanzler met de veteranen van liet pauselijk leger den souvereinen Op-

-ocr page 266-

260

perpriester de tolken van kinderlijken eerbied en onwankelbare trouw aanbieden. Leo XIII wist de ridderlijke toewijding en beproefde getrouwheid dier helden te waardeeren. Innig overtuigd als hij was van de noodzakelijkheid der tijdelijke macht voor de vrijheid van Christus\' Vlekkelooze Bruid, had hij besloten, bet vaandel zijner souvereiniteit hoog te houden en zijne onvervreemdbare rechten met alle zorg te handhaven tot den dag, waarop het God zou behagen, aan zijne gevangenschap een einde te maken. Hij hield voor die kloeke verdedigers van Pius IX z. g. zijne verwachtingen niet verborgen. „Tot u, roemvolle strij • ders voor de rechten van den H. Stoel,quot; zoo luidde het slot van \'s pausen toespraak, „zeggen wij : Volhardt ; weest altoos getrouw aan uwe plichten; dat in het vervolg van uw leven nimmer een laakbare handeling den glans van uw eervol verleden bezoedele of verduistere. En indien het God behaagt, den tijd onzer beproeving te verkorten en ons betere dagen te schenken, zult gij op uw post wezen. Maar zoo de Voorzienigheid het anders beschikken mocht, zult gij ten minste den troost smaken, dat gij aan onze beproevingen deelgenomen en hetzelfde lot als uw paus en uw Koning verduurd hebt.quot;

Zij, die deze waardige en in den volsten zin des woords manhaftige taal hoorden, begrepen er de volle beteekenis van, en bewaarden ze diep in hun hart.

Maar er was te Rome nog een ander pauselijk leger, dat den grooten dag des strijds niet behoefde

-ocr page 267-

261

af te wachten, maar altijd onder de wapenen blijven moest. Sinds Constantijn den Groote, was Rome de groote kweekschool, waar de bloem der seculiere en reguliere Geestelijkheid voor wetenschap, tucht en christelijken heldenmoed gevormd werd. Dit was een doorn in het oog der Revolutie; met ontembare woede wierp zij zich op de kloosters, scholen en alle godsdienstige instellingen der Eeuwige Stad, en ontplooide al hare krachten, om de levensbronnen van het Katholicisme, tot de laatste toe, te doen opdrogen.

Leo XIII doorschouwde het gevaar, dat de Kerk van dien kant dreigde, en gaf zich alle moeite, om het, zooveel mogelijk, af te weren. Hij stelde zijn vertrouwen op Gods vaderlijke Voorzienigheid en rekende op de weldadigheid zijner geloovigen, als hij geen kosten spaarde, om de studiën der katholieke Geestelijkheid te bevorderen en de katholieke scholen tot dien trap van volmaaktheid op te voeren, dat zij de vergelijking met de beroemdste Universiteiten konden doorstaan. Hij vergemakkelijkte voor de jeugdige leden van die religieuse Orden, welke nog te Eome geduld werden, den toegang tot die groote scholen van echt christelijke beschaving en voorzag in alle kosten hunner opvoeding.

Den 13en J ani werden de leerlingen van het S e-minario Romano en het Seminario Pio bij Leo XIII in audiëntie toegelaten. Nooit is de paus welwillender, dan wanneer hij zich omringd ziet door de jeugd der scholen; ja, dan straalt zijne

-ocr page 268-

262

teedere goedheid en vaderlijke gemeenzaamheid meer dan ooit uit.

Hij hoort die jongelingen zoo gaarne spreken in de klassieke taal der oude Romeinen, die schoone taal, welke hij zelf met zooveel ijver heeft beoefend. Leo XIIl had bij deze ge\'egenheid het hemelsch ideaal der priesterlijke waardigheid tot onderwerp zijner toespraak gekozen. Hij prees het voorrecht der Romeinsche Geestelijkheid, die, te midden van het algemeene zedenbederf en trots de verachting, waarmede men den priester wilde treffen, hare eer ongeschonden, ja, ongerept bewaard had. En ten slotte toonde hij ook aan hen den vijand, waartegen zij, eenmaal priester geworden, rusteloos door woord en voorbeeld zouden moeten strijden, en dien vijand kenschetste hij als „den heilloozen en verderfelijken geest, die allerwegen door de wereld waait en alles met verwoesting en ondergang bedreigt.quot;

Niet lang daarna, den 26sten Juni richtte Leo XIII een welsprekend en kernachtig schrijven tot zijn Vicarius-Generaal, kardinaal Monaco la Valetta, om te protesteeren tegen de verordening van het Stedelijk Bestuur, welke aan de lagere scholen haar godsdienstig karakter geheel en al ontnam, ja, den godsdienst voor goed uit de opvoeding der jeugd verbande. Hij wijst daarin op de zware verplichting der katnolieke ouders, om hunne kinderen te onderrichten in de bovennatuurlijke waarheden van ons heilig geioof, en verklaart met klem en nadruk, dat een Gouverne-

-ocr page 269-

263

ment, hetwelk den ouders in de vervulling dezer moeie-lijke taak niet te gemoet komt, aan zijne plichten te kort schiet. Meesterlijk toont hij aan, dat de maatregel van het Stedelijk Bestuur, welken hij als strijdig met den godsdienst brandmerkt, ook volstrekt niet strookt met het waarachtig welzijn der burgerlijke maatschappij, en bewijst met de hem eigene overtuigingskracht, dat het onderwijs in den catechismus den mensch veredelt, in zijn eigen achting doet stijgen en zijn eerbied voor zich zeiven en voor anderen vermeerdert.

Ten slotte spoort hij zijne Geestelijkheid aan, om haar ijver in het ouderwijs van den catechismus, zoo mogelijk, te verdubbelen, ten einde de nadeelige gevolgen van de nalatigheid en verwaarloozing, waaraan de Staat zich ten opzichte der jeugd schuldig maakt, uaar vermogen te beperken, en drukt de hoop uit, dat de godvruchtige Vereenigingen der stad, die zooveel bijdragen tot bevordering van het katholieke leven, ook in dit opzicht de taak der Geestelijkheid zullen verlichten.

Wij zouden den paus-Koning nog verder in zijn strijd tegen de Eevolutie kunnen volgen, nog menige vermeldenswaardige plaats uit brieven, protesten, bullen en Encyclieken kunnen aanhalen, maar de plaatsruimte van dit werkje gedoogt het niet. Nog een oogenblik willen wij echter stilstaan bij de door vriend en vijand als om strijd geprezen Encycliek „Quod apostolici munerisquot;, welke den 28sten December van het jaar 1878 verscheen. In dit meesterstuk van staatsmanswijsheid

-ocr page 270-

264

schildert Leo XIII met de kleuren der werkelijkheid het ontstaan, het karakter en den voortgang van het Socialisme en geeft den Vorsten en Staatslieden der wereld de wapenen in de hand, om dien gevaarlijken vijand, die rusteloos in de ingewanden der maatschappij voortwoelt en voortwoekert, met goed gevolg te bestrijden.

De Encycliek over het Socialisme maakte een diepen indruk op de gekroonde Doofden van Europa en vooral op keizer Wilhelm van Duitschland en zijn machtigen Eijkskanselier. Ditmaal vond \'s pausen stem weerklank, niet slechts in de harten, die God danken, dat Hij, te midden eener eeuw van ongeloof en dwaling, zulk een verlicht Leeraar aan het hoofd Zijner Kerk geplaatst heeft, maar zelfs in de harten van hen, die overigens weinig vriendschappelijke gevoelens jegens de Vlekkelooze Bruid van Christus koesteren.

Maar Leo XIII, boven alles een man Gods, een man des gebeds, steunde weinig op menschelijke krachten en zocht hulp en bijstand in hunne ware bron, in het gebed. Meer dan ooit moest er gearbeid, maar vooral, moest er ook meer dan ooit gebeden worden. En daarom kondigde hij den 15en Eebruari 1879 het eerste jubilé af en spoorde de volkeren aan, om door boete, vasten en gebed ■\'s Hemels milde zegeningen over de zondige aarde af te smeeken. Zóó strijdt Leo XIII tegen de twee groote vijanden der maatschappij, de Revolutie en het Socialisme.

-ocr page 271-

HOOFDSTUK XVT.

Leo XIII en Duitschlaiid. — De Pans-Bemiddelaar. — Leo XIII en de oudste dochter der Kerk. — Leo XIII en Engeland, Schotland en Ierland. — Leo XIII en Amerika. — Leo XIII en Het Oosten.

Onder alle moeilijkheden, welke Leo XITI van den aanvang zijner pauselijke regeering af ontmoette, was er geene, die hem zooveel bange zorg en bekommering baarde, als de treurige en onhoudbare toestand, waarin de Kerk van Duitschland en vooral die van Pruisen door de beruchte en onzalige Meiwetten gebracht was.

Ten jare 1868 genoten twee personen, dia zich een treurige vermaardheid verworven hebben, nl. de prins Hohenlohe en de afvallige priester dr. Doellinger zulk een invloed aan het Beiersehe Hof, dat het hun gemakkelijk vallen moest, een vreeselijken storm tegen de Kerk, den paus en de religieuse Orden te ontketenen.

-ocr page 272-

266

Weldra zou het Vatikaansch Concilie geopend en de pauselijke onfeilbaarheid tot dogma verheven worden. Van deze omstandigheid maakteu die twee afgedwaalde geesten gebruik, om de Hoven, Universiteiten en anti-katholieke pers tegen de Ylekkelooze Bruid van Christus in het harnas te jagen ; de dogmaverklaring der pauselijke onfeilbaarheid werd door hen voorgesteld als een dier feiten ia de geschiedenis der volkeren, welke de vijanden der Kerk, sinds Luther, met den titel „pauselijke aanmatigingenquot; plegen te bestempelen.

Eenige maanden vóór de opening van genoemd Concilie werd dan ook een officieele nota, van Beieren uit, naar alle Europeesche Hoven verzonden, om de Gouvernementen tegen die „pauselijke aanmatigingquot; te waarschuwen. Men las daarin o. a. het volgende: „De éénige dogmatische stelling, welke Rome door dit Concilie wil beslist zien, is het vraagstuk der pauselijke onfeilbaarheid, eene stelling, welke de Jezuïeten van Duitschland en Italië met onuitstaanbare luidruchtigheid bespreken. Deze aanmatiging, eenmaal dogma geworden, reikt veel verder dan het zuiver godsdienstig terrein; want het zal de macht van den Roomschen Opperpriester, zelfs in zuiver tijdelijke aangelegenheden, boven die van de volkeren en vorsten der Christenheid stellen.quot;

Men had een gevoelige snaar, de snaar der nationale ijdelheid geroerd. De Augsbiirger Zeitung, door Doellinger geïnspireerd, gaf der anti-katholieke pers van geheel Duitschland den toon aan; er ontstond

-ocr page 273-

^67

een machtige inteilectueele kruistocht tegen den paus en de Jezuïeten. Men hield weinig of geen rekening met hetgeen de riddereer van den aanvaller vordert; alle middelen waren heilig, mits zij de Jezuïeten maar zwart maakten en den paus in een hatelijk daglicht stelden.

Toen de oorlog van 1870 uitbarstte en het nieuwe Duitsche Keizerrijk te Versailles geproclameerd werd, zagen alle Protestanten van den aardbol daarin de beslissende zegepraal der Hervorming, de eiudvictorie, door Luther op het pausdom behaald. De overweldiging van Home door Victor Emmanuël en de vernietiging van \'s pausen tijdelijke macht, vielen schier samen met het ontstaan van het nieuwe Keizerrijk. „De vernedering van Frankrijk, de berooving van den paus en zijne gevangenschap in het Vatikaan, dit alles moest noodzakelijk leiden tot den ondergang der Kerk.quot;

Nauwelijks verscheen von Bismarck met den titel „Rijkskanselierquot; in den Rijksdag, waarvan prins Ho-henlohe ondervoorzitter was, of de vervolgingen tegen de Jezuïeten en de andere religieuse Orden kwamen tot uitbarsting. Men had die standaarddragers van het Katholicisme reeds geruimen tijd gehoond, gelasterd en door het slijk gehaald, men had hen voorgesteld als de vijanden van vrijheid en beschaving, als de groote oorzaak van den intellectueelen en stof-felijken achteruitgang in alle lauden, waar ze nog geduld werden. Thans was de openbare meening ge-

-ocr page 274-

268

noeg tegen hen ingenomen, en men kon gerust onder den hnichelachtigen naam; „beschavings-strijdquot; den grooten krijg tegen de Katholieke Kerk en hare dienaren beginnen. Doellinger en zijne talrijke aanhangers stichtten de zoo beruchte Kerk der oud-katho lieken, welke zich de vrienden van het nieuwe Keizerrijk en de standaarddragers der moderne beschaving noemden. Men vaardigde de heillooze Meiwetten uit. De Pruisische Bisschoppen werden in de kerkers geworpen of met ballingschap getroffen; een groot aantal parochiën zagen zich van alles, wat het katholieke hart te over dierbaar is, beroofd en bleven zonder herders, zonder eeredienst, ja, zonder sacramenten; de Seminaria werden gesloten en de Staat matigde zich eigendunkelijk en uitsluitend het recht aan, om de toekomstige priesters te vormen en op te leiden.

Ten jare 1873, toen de Meiwetten in hare volle kracht woedden, had men op de negen millioen katholieken van Pruisen nog slechts 8,439 priesters, die het heilig ambt uitoefenden; in 1881 waren 1,125 pastoors en 625 kapelaans deels gestorven, deels gekerkerd of in ballingschap gezonden, en hunne plaatsen bleven onaangevuld. En als men daarbij nog in aanmerking neemt, dat ook alle religieuse Orden, die in gewone tijden de ijverige en verstandige medehelpers der parochiale geestelijkheid zijn, door de vervolging getroffen en verdreven waren, dan kan men zich een flauw denkbeeld vormen van den treurigen en jam-mervollen toestand, waarin de Katholieke Kerk van

-ocr page 275-

269

Pruisen bij den aanvang der pauselijke regeering van Leo Xlli verkeerde.

De onderhandelingen, welke de nieuwe paus reeds ten jare 1878 met het Hof te Berlijn poogde aan te knoopen, ten einde voor Duitschlands katholieken den zoo vurig verlangden vrede te verkrijgen, mochten eerst acht jaren later tot gewenschte resultaten leiden.

Gedurende die acht jaren van bange zorgen en onuitsprekelijke angsten, moest Leo XIII alle hulpmiddelen der diplomatie en christelijke lankmoedigheid, om zoo te zeggen, uitputten. Den lOen Maart 1885, had de Aartsbisschop van Keulen nog alle reden, om over den onhoudbaren toestand der Katholieke Kerk van Duitschland, in een brief aan zijn Amerikaanschen Collega, den Aartsbisschop van Baltimore, te klagen. Toch was toeu het tijdstip nabij, waarop Keizer Wilhelm in een eigenhandig schrijven den paus als Sou-verein erkennen en hem als blijk zijner vereering, een kostbaar, gouden, met diamanten en robijnen versierd borstkruis ten geschenke zenden zou.

De flinke organisatie der katholieke partij, onder aanvoering van de kleine Excellentie, de conservatieve neigiugen, den üuitschers, in tegenstelling met de zuidelijke natiën, van nature eigen, het misnoegen en de ontevredenheid, welke de uitkomsten, de vruchten van den Culturkampf zelfs in den schoot zijner voorvechters deden ontstaan, de verzoeningsgezindheid van paus en Keizer, dit alles werkte samen tot verkrijging van den vrede, waarnaar de Katho-

-ocr page 276-

\'270

Jiekeu van Duitschland zoo smachteud uitzagen. Vooral sinds de paus in de quaestie tusschen Duitschland en Spanje met betrekking tot de Carolina- en Palaos-eilanden als bemiddelaar optrad, werden de betrekkingen tusschen Berlijn en den H. Stoel met den dag meer vriendschappelijk. De geldelijke behoeften van het Keizerrijk waren intusschen zoo dringend geworden, dat er voor de Regeering aan geen uitkomst meer te denken viel, zonder zich den steun der katholieke partij te verzekeren; Duitschland werd binnen zijne grenzen door de Sociaal-democratie, buiten door Frankrijk bedreigd ; de houding van Rusland boezemde den Kanselier weinig vertrouwen in, de paus lietgeen enkele gelegenheid voorbijgaan, om het totstandkomen van den vrede te bevorderen, en toen eindelijk April van het jaar 1886 aanbrak, werd bij het Pruisisch Heerenhuis een wetsontwerp ingediend, krachtens hetwelk de hardste bepalingen der bestaande antikerkelijke wetgeving vernietigd werden. De paus stond thans op zijne beurt de aangifte der pastoorsbenoemingen toe, en deze concessie werd door het Pruisisch Gouvernement beantwoord met de toezegging, dat de gan-sche antikerkelijke wetgeving aan eene herziening zou worden onderworpen. Het zooëvengenoemde wetsontwerp werd den 9en Mei 1886 definitief aangenomen en weinige dagen later door den Keizer bekrachtigd. De Culturkampf was nu, wel is waar, nog niet geëindigd, maar had in zijne toepassing toch merkbare wijzigingen ondergaan. Sinds heeft Duitschland nog

-ocr page 277-

271

nieuwe stappen op den weg des vredes gezet. In het begin van dit jaar mocht Leo XIII de onuitsprekelijke voldoening smaken, den terugkeer der religieuse Orden, met uitzondering van de Jezuïeten, de opening van twee groote Seminaria en de afschaffing van die bepaling der Meiwetten, welke op het bestuur der bisdommen betrekking hebben, bij het Pruisisch Gouvernement te bewerken. De grootste moeilijkheden zijn dus, dank den onverpoosden ijver van Leo XIII en de ijverige medewerking van Duitschlauds Katholieken, uit den weg geruimd, en het lijdt geen twijfel, of de toekomst houdt voor de Kerk van Duitschland nog nieuwe zegepralen in haren schoot verborgen.

Tot dezen in den toestand van Duitschlauds katholieken zoo gelukkigen ommekeer, had de scheidsrechterlijke uitspraak des pausen in zake de Carolinen-quaestie machtig veel bijgedragen.

De Carolinen en Palaos-eilanden, een groep van den Stillen Oceaan, waren door Spaansche scheep-vaarders ontdekt, doch ver verwijderd als zij lagen van den gewonen handelsweg en weinig belangrijk als zij ten tijde hunner ontdekking nog waren, dacht men er niet aan, daar volksplantingen te vestigen. Toch lieten de Spaansche missionarissen, alleen op het eeuwig heil der eilandbewoners bedacht, dien Archipel niet aan zijn rampzalig lot over. Vooral onder de regeering van Philippus V werd, met onvermoei-den ijver, en niet zonder vrucht, aan de bekeering der heidensche bewoners dier eilanden gearbeid. Deze

-ocr page 278-

272

missiën werden door den paus en de Congregatie der Propaganda om het zeerst aangewakkerd en bevorderd, doch wegens het verval der Spaansche Marine, ten gevolge van den heilloozen successie-oorlog, moest men weldra het plan, om in den Carolinen-archipel een volksplanting te vestigen, laten varen, en van den zegenrijken arbeid der missiën althans voor het oogenblik afzien.

Ongetwijfeld had Spanje door de ontdekking en tijdelijke bezetting dier eilanden, daarover eenig recht van souvereiniteit verkregen, doch, ten jare 1870, bij het ontstaan van het nieuwe Duitsche Keizerrijk, werden zij feitelijk beschouwd als verlaten landstreken, die het wettig eigendom konden worden van den eerste, den beste, die er zich zou vestigen.

Eeeds ten jare 1875 lieten Duitschland en Engeland hunne oogen op de Carolinen en Palaos-eilanden vallen, en besloten beide er de voordeeligste stellingen te bezetten. Op het protest van Spanje, dat tegen deze schending van zijn eigendomsrecht opkwam, antwoordden de beide Mogendheden, dat zij de aanspraken, welke Spanje op de souvereiniteit dier eilanden gelden deed, niet konden erkennen.

Spanje voelde zich door deze officieeie verklaring van Duitschland en (jroot-Bretagne in niet geringe mate gekwetst; toch zou er nog eenige tijd voorbijgaan, vooraleer de gekwetste eigenliefde der Spanjaarden zich in daden vertolken zou.

Toen in het aar 1885 de Spaansche bladen bericht-

-ocr page 279-

273

ten, dat de Duitsche vlag op de Carolinen geplant was, konden de Spanjaarden hunne verontwaardiging niet langer bedwingen, en deze steeg ten top, toen het kabinet van Berlijn, den l/on Augustus aan het kabinet van Madrid kennis gaf, dat Duitschland het eiland van Yap bezet had. Er werden te Madrid de-monstratiëu gehouden, die den vrede iu gevaar brachten, maar het Gouvernement gedroeg zich vol waardigheid, gematigdheid en kracht.

Weken verliepen in langdradige onderhandelingen, welke het geduld der getergde natie op eene harde proef stelden, en ten slotte toch tot geen gewenscht resultaat leidden. De jeugdige Spaansche Koning, die, met bange bekommering in het harte, zijne schoonste provinciën door cholera en aardbevingen geteisterd zag, wilde zoo maar niet aanstonds aan den drang der bevolking toegeven en zich in een heilloozen oorlog werpen. Daar verspreidde aich eensklaps het gerucht, dat den 25en Augustus, in de haven van Jomil, op het eiland Tap, tegelijk met de Spaansche vlag, ook de Duitsche, ten teeken van inbezitneming, geplant was. Twee oorlogsschepen, een Spaansch en een Duitsch, hadden schier op hetzelfde oogenblik eu op hetzelfde terrein eene handeling van souvereiniteit uitgeoefend ; het was toeval, maar de opgezweepte hartstochten der Spanjaarden namen dit feit ais eene uitdaging van Duitschland op.

Dit bericht werd den 4en September te Madrid ruchtbaar, en aanstonds stormde de verontwaardigde

HET LEVEN VAN PAUS LEO XIII. quot;18

-ocr page 280-

2 74

bevolking de pleinen en straten op, stortte zich in dolle razernij op het paleis van den Duitschen Ambassadeur, haalde het keizerlijk wapen naar beneden, vertrad het onder de voeten, scheurde de Duitsche vlag aan flarden en verbrandde ze onder de oogen van den Ambassadeur.

De toestand was ernstig, maar de Koning en zijn Gouvernement traden met kracht op. Zonder den schijn te geven van te zwichten voor den drang, welken men op hem uitoefende, seinde Alphonso aan zijn Ambassadeur te Berlijn, dat hij zich gereed moest houden, om binnen 24 uren te vertrekken.

Toen had de Duitsche Rijkskanselier een gelukkigen inval, hij stelde Spanje voor, de aanspraken van beide Mogendheden aan de beslissing van den Paus te onderwerpen, met de wederzijdsche verplichting, zich aan zijne uitspraak, als beslissend, te houden. Dit voorstel werd te Madrid te gretiger aangenomen, wijl het uitging van een protestantsche Mogendheid, die bovendien nog in ernstige moeielijkheden met den H. Stoel gewikkeld was. Den 24aten September werd officieel aangekondigd, dat Leo XIII de taak van scheidsrechter aanvaard had.

De Paus liet geen oogenblik verloren gaan; onmiddellijk benoemde hij eene Commissie van Kardinaals, samengesteld uit de bekwaamste diplomaten en meest ervaren rechtsgeleerden, en droeg hun op, het vraagstuk aan een spoedig en nauwgezet onderzoek te onderwerpen.

-ocr page 281-

275

Reeds den 25 October kon de staatssecretaris, Kardinaal Jacobini, \'s Pausen definitieve uitspraak aan de kabinetten van Berlijn en Madrid officieel bekend maken. De pauselijke beslissing bevatte vier punten, waaromtrent de beide Mogendheden tot eene schikking moesten geraken. Het feit, dat Spanje den Archipel in quaestie ontdekt, hem zijn naam gegeven en die eilanden weleer reeds bezet had, vormde den voor-naamsten grondslag voor eene schikking in der minne. Den Duitschers werden door deze uitspraak het recht en de volle vrijheid verzekerd, om, op denzelfden voet cis de Spanjaarden zeiven, landstreken op die eilanden te bezetten en landbouw, handel en nijverheid te ontwikkelen. Duitschland mocht er bovendien eene scheepshalte vestigen en behield het volle recht van vrije en onbelemmerde scheepvaart.

Deze uitspraak, welke het souvereiuiteitsrecht van Spanje, zonder schending van Duitschlands rechten en belangen, handhaafde, mocht aanstonds de goedkeuring van beide Gouvernementen wegdragen; alle oorlogsgevaar was, als bij tooverslag, geweken en de gansche wereld juichte, als om strijd, de beslissing van den H. Yader toe.

Het verdrag, dat ingevolge \'s Pausen uitspraak tus-schen de beide Mogendheden tot stand kwam, werd, den 17en December 1885, aan het Vatikaan, door hunne respektieve Vertegenwoordigers onderteekend. Deze ratificatie had eene vertraging ondergaan, ten gevolge van koning Alphonso\'s plotselingen dood, die hetSpaansche

-ocr page 282-

276

Volk den 25en November in diepen rouw gedompeld had.

Een onverhoopte vrede, in plaats van een heilloo-zen en bloedigen oorlog, was de laatste weldaad, welke Alplionso zijn volk bewezen had. Met moed had de jeugdige Vorst weerstand geboden aan het geschreeuw en den hartstocht van het opgezweepte volk, gelijk hij ook meermalen den moed had, de gevaren der cholera, welke zijne provinciën teisterde, te trotseeren. Hij had zijne onderdanen nog vóór zijn dood willen leeren, dat de ware moed niet bestaat in het toegeven aan den drang der hartstochten, zelfs niet, wanneer deze hun oorsprong vinden in het gekwetste nationaliteits-gevoel.

Esnige maanden na \'s konings dood, bracht de koningin-regentes, Maria Christina, een zoon en opvolger ter wereld en verlangde niets vuriger dan dat de Paus het peetschap over haar kind zou aannemen. Met vriendelijke bereidwilligheid voldeed Leo XIII aanstonds aan haar verzoek en verklaarde zich bereid,, om de taak van peetoom over Spanjes toekoiastigen koning, Alphonso XIII, Ie aanvaarden. Zóó wist de Paus-Koning het katholieke Spanje door verschillende en hechte banden aan zich te verbinden, en had hij door zijne bemiddeling in zake de Carolinen-quaestie de wereld herinnerd aan het glorievolle tijdperk der Middeleeuwen, toen de Plaatsbekleeder van Christus op aarde als de natuurlijke Scheidsrechter tusschen Keizers en Koningen, Vorsten en volkeren erkend en gehuldigd werd.

-ocr page 283-

277

Maar niet minder dan Duitschland en Spanje, was Frankrijk, de oudste dochter der Kerk, het voorwerp van \'s Pausen teederste zorgen. Dat beklagenswaardige land, hetwelk, in betere tijden, heiligen op zijn troon, heiligen aan de spits zijner legerscharen, heiligen op de leerstoelen zijner wereldberoemde Universiteiten aanschouwen mocht, wordt heiaas ! beheerscht door die verderfelijke macht, welkejniet meer in hare geheime schuilhoeken, gelijk weleer, maar driest en in het openbaar aan de omverwerping van het Christendom, den hoeksteen vau elke welgeordende maatschappij, arbeidt. Het mag ons dus geenszins verwonderen, dat dezelfde staatsmanswijsheid, welke, door het gebed der gansche Christenheid gesteund, in Duitschland wonderen wrocht, iu Frankrijk de invoering van heillooze antichristelijke wetten niet verhinderen kon. Tot heden toe bleef het ÏVansche Gouvernement doof voor de ernstige waarschuwingen, roerende klachten en welsprekende protesten des Pausen. Wat anders kon Leo XIII dus doen, dan zich beroepen op het ware Frausche volk op de „allerchristelijkste Natie,quot; welke, door de Katholieke Kerk geworden wat zij eenmaal was, de wereld beheerschte, den standaard des kruizes hoog hield en goed en bloed veil had voor de rechten van den H. Stoel! En dat heeft de Paus reeds herhaalde malen gedaan. Vooral in zijne heerlijke Encycliek „Nobilissima Gallorum Gensquot;, welke door het nageslacht wellicht beter zal begrepen en gewaardeerd worden, spoort hij de ware zonen van Frankrijk tot nauwe

-ocr page 284-

278

aaneensluiting en onderling overleg aan. Hij zou wen-sclien dat de Iranschen voor het oogenblik alle andere politiek vergaten, om enkel eu alleeu de politiek van nauwe aaneensluiting en onderling overleg te volgen.

Hij zou, te midden der tallooze gevaren, waaraan Frankrijk van den kant eener goddelooze Regeering bloot staat, een katholieke partij, naar liet model van het Duitsche Centrum, willen zien verrijzen, om door middel van flinke organisatie en eendrachtige samenwerking in Frankrijk tot dezelfde verblijdende, resultaten te geraken als in het Duitsche Keizerrijk.

Het jaar 1881 stelde Leo XIII in de gelegenheid, om aan Engeland een treffend en onmiskenbaar blijk van zijne herderlijke bezorgdheid en vaderlijke liefde te geven. Door zijne verordening „Romanos Pontificesquot;, een meesterstuk van kerkelijke rechtsgeleerdheid, regelde hij de verhouding der verschillende religieuse Orden tot de Bisschoppen, de wereldlijke Geestelijkheid en het volk.

Door dezen wijzen en verstandigen maatregel, met voorzichtigheid en beleid op het juiste oogenblik getroffen, bracht Leo XIII machtig veel bij tot instandhouding en bevordering der eendracht, die groote bron van alle kracht, zonder welke geen groote en duurzame werken mogelijk zijn. In Schotland hai de Paus, reeds in het eerste jaar zijner regeering, het werk van Pius IX z. g. voltooid en de bisschoppelijke hiërarchie hersteld.

-ocr page 285-

279

Het „groene Erinquot;, door zooveel eeuwen van staatkundige verdrukking en godsdienstvervolging als uitgemergeld, zal nimmer de sympathie vergeten, welke Leo XIII het, gedurende de acht verloopen jaren van zijn roemvol pontificaat, betoond heeft.

Wat zoeten troost stortte \'s Pausen opbeurende taal, ten jare 1882, niet in de fel geprangde, ja, afgebeulde gemoederen van lerlands vertrapte bevolking ! Hoevelen, schoon door nijpenden honger en naakte ellende tot het uiterste gebracht, hield zijne waarschuwende vaderlijke stem niet terug van de verleiding der geheime genootschappen, van de clubs der Tenians, dynamiet-mannen en onoverwiunelijken! Wat heeft \'s Pausen onvermoeide ijver geen machtigen stoot gegeven aan de nationale liga, welke, onder leiding van mgr. Walsh, Aartsbisschop van Dublin, langs den weg van geoorloofde en wettige agitatie, voor de zoolang vertrapte rechten en verwaarloosde belangen der lersche bevolking arbeidt.

Maar niet slechts in Europa, ook in het land, aan gene zijde van den Oceaan, ook in Amerika, trillen de dankbare stemmen van duizenden, en wordt de naam „Leo XIIIquot; als die van een weldoener gezegend. Men behoeft de handelingen en besluiten van het nationale Concilie, dat in November van het jaar 1884 te Baltimore gehouden werd en waaraan alle Aartsbisschoppen en Bisschoppen der Vereenigde Staten deel namen, slechts vluchtig te doorbladeren, om te hooren, wat Leo XIII voor de Kerk van Amerika

-ocr page 286-

280

gedaan heeft. De groote, nationale katholieke Universiteit, welke in de nabijheid van Washington verrijzen zal, en waarvoor eene edelmoedige katholieke dame van New-York, mej. Maria Gwendoline Cadwell, zeven en een halve ton ter beschikking van het Amerikaansch Episcopaat stelde, is een der heerlijke vruchten van het Concilie van Baltimore, dat op \'s Pausen roepstem vergaderd, onder zijne hooge leiding gehouden en door zijne goedkeuring bekroond is.

En aan die dankbare stemmen uit het Westen huwen zich de zegeningen vau duizenden uit het Oosten!

De Slaven danken Leo XIII, omdat hij door zijn bulle „Grande munusquot; de vereering hunner groote Apostelen, van den H. Cyrillus en den H. Methodius, tot de gansche Kerk uitstrekte. Eosnië en Herzego-wina vieren hem als hun Weldoener, omdat hij hun de bisschoppelijke hiërarchie schonk; Armenië juicht hem toe, omdat hij een einde maakte aan de onzalige scheuring, bij gelegenheid der dogma-verklaring van \'s Pausen onfeilbaarheid ontstaan, en vooral omdat hij, tot bevordering van den godsdienstigen en intel-lectueelen vooruitgang der bevolking, te Kome een Armenisch College stichtte.

Den isten Februari 1885 richtte Leo XIJI zich schriftelijk tot den Keizer van China, om de katholieke missiën te onttrekken aan de volkswoede, welke, bij gelegenheid van den oorlog tusschen Frankrijk en Tonkin, tegen haar ontketend was. Ook de belangen

-ocr page 287-

281

der kwijnende christengemeenten van Japan, welke de H. Eranciscus Xaverius ten koste van zoovele moeiten en opofferingen gegrond had, ontgingen zijn altoos wakend vaderoog niet; eigenhandig schreef hij aan den Keizer, om hem voor de belangen der missiën te winnen en ten opzichte der katholieken genadig te stemmen. In één woord, geen plekje, geen hoekje van den aardbol blijft verstoken van de weldaden, waaraan het werkdadig pontificaat van Leo XIII zoo rijk is, en wat tnoeielijkheden en hinderpalen zich ook opdoen, niets kan den roemvollen Gevangene van het Vatikaau weerhouden, om het „Rijk Gods en Zijne Gerechtigheidquot; allerwegen over de wereld uit te breidea.

-ocr page 288-

HOOFDSTUK XVII.

De Paus der wetenschappen, letteren en schoone kunsten — De Octobermaand en de Derde Orde van den H. Franciscus. — \'s Pausen privaatleren. — Lumen in Coclo, Licht aan den hemel!

Naast de christelijke staatkunde, waarvan wij de zegenrijke gevolgen in het vorige hoofdstuk vluchtig schetsten, bedient Leo XIII zich in den strijd tegen de moderne schijn-beschaving nog van een ander, niet minder doeltreffend wapen, nl. de bevordering van wetenschappen, letteren en schoone kunsten.

Eeeds als Bisschop van Perugia zagen wij hem de teederste zorgen wijden aan de opleiding zijner Geestelijkheid en het volksonderwijs, ja, met trotseering van tallooze hindernissen en moeilijkheden, de Akademie van den H, Thomas van Aquine stichten en de christelijke wijsbegeerte in eere herstellen. Het mag ons dus allerminst verwonderen, dat hij, met de tiaar der Eoomsche Pausen gekroond, van de eerste dagen zijner regeering af, alles in het werk stelde, om den bloei en vooruitgang van wetenschappen, letteren en

-ocr page 289-

283

schooue kunsten, thans niet meer in beperkten kring, maar de gansche wereld door te bevorderen. En daar hij er innig van overtuigd was, dat de moderne wetenschap van het rechte pad was afgedwaald, omdat zij de leiding der christelijke wijsbegeerte hooghartig versmaad had, deed hij reeds ten jare 1879, in zijne onsterfelijke Encycliek „Aeterni Patris,quot; een beroep op de wetenschappelijke wereld en noodigde de kampioenen der ware beschaving uit, om de beoefening der christelijke wijsbegeerte, wier éénige voortreflijk-heid en dringende noodzakelijkheid hij op eene meesterlijke wijze aantoonde, allerwegen in eer te herstellen en weder tot haar luister en roem van weleer op te voeren.

Te Eome zelf stichtte hij eene Akademie van den PL Thomas van Aquine en droeg zorg dat daaraan de beroemdste wijsgeeren en meest uitstekende geleerden verbonden werden. Tevens belastte hij eene Commissie met het toezicht over een nieuwe uitgave der werken van den Engelachtigen Leeraar, ten einde hun, die de Thomistische wijsbegeerte aan hare eerste en beste bronnen willen putten, alle waarborgen te geven, dat de tekst echt en ongeschonden is.

De Akademie van den H. Thomas, welke reeds zulke heerlijke vruchten heeft afgeworpen, werd aan de bizondere zorgen der beide Eminenties Zigliara en Pecci toevertrouwd. De eerste, die de Orde der Do-minikanen door den schitterenden glans zijner deugden en den luister zijner wetenschap tot sieraad strekt.

-ocr page 290-

284

is een geestdriftig, ja, schier hartstochtelijk bewonderaar van den „Engel der Schoolquot;, den H. Thomas; den andere, \'s Pausen broeder, dien Leo XIII op aandringen van het gansche H. College tot het Eomein-sche purper verheven heeft, hebben wij te Perugia en aan de Romeinsche Universiteit der Sapienza reeds als een trouwen leerling van den dertiend-eeuwschen Wijsgeer leeren kennen. Het mag dus volstrekt geen bevreemding baren, dat de scholastieke wijsbegeerte gedurende de laatste jaren zooveel nieuwe aanhangers en ijverige beoefenaars in alle kringen der christelijke samenleving verworven heeft.

Den 2üsten Februari 1879 ontving Leo XIII de vertegenwoordigers der katholieke pers in audiijntie, en in de toespraak, welke hij tot die kampioenen, tot die strijdbare mannen van ons H. Geloof, richtte, wees hij met klem en nadruk op de noodzakelijkheid der geschiedkundige studiën voor den christelijken Apologist. Hij wekte hen op, om, aan de hand der historie, de volkeren aan te toouen, wat omvaardeer-bare diensten de Katholieke Kerk der beschaving bewezen heeft, wat tallooze en onschatbare weldaden de Roomsche Pausen over de Eeuwige Stad, over geheel Italië, ja, over den ganschen aardbol als hebben uitgestort. De vijanden der Kerk gebruiken het verraderlijk wapen der geschiedvervalsching, om de Vlekkelooze Bruid van Christus in een hatelijk daglicht te stellen, welaan, neemt gij uw toevlucht tot de bronnen der historie, zoo sprak Zijne Heiligheid on-

-ocr page 291-

285

geveer, om de leugenachtigheid hunner verzinselea en de waarheid der door u verhaalde feiten te staven.

Het is van algemeene bekendlieid, dat geen bibliotheek ter wereld de boekerijen en archieven van het Vatikaan in overvloed en rijkdom aan authentieke historische dokumenten evenaart. Ten einde nu de katholieke schrijvers in hun ijver te prikkelen, wilds paus Leo XIII den toegang tot die stapelplaatsen van de geleerdheid der eeuwen voor den ijverigen en ernstigen geschiedvorscher vergemakkelijken. Met dit doel vaardigde hij den 9en September 1879 een reglement uit, dat later door nieuwe beschikkingen werd aangevuld en volmaakt.

De Vatikaansche bibliotheek en de archieven hebben elk een afzonderlijk bestuur; aan het hoofd van eerstgenoemden staat Kardinaal Pitra, die wegens zijne geschiedkundige navorschingen wereldvermaard is en zelfs ons vaderland bezocht heeft, terwijl Kardinaal Hergenroether, wiens naam niet minder bekend klinkt, tegelijk met het Romeinsche purper de waardigheid van prefekt der quot;Vatikaansche archieven ontvangen heeft. Beiden worden in hun moeite vollen en uitgestrekten werkkring door een uitgelezen schaar van uitstekende en geleerde mannen bijgestaan, en zoowel aan de bibliotheek als aan de archieven, is een officieel korps schrijvers, ouder leiding van beroemde taalkundigen, verbonden.

Ook bestaat er een permanente commissie van Kardinaals, die tot taak heeft, de belangstelling voor

-ocr page 292-

286

de historische studiën te Rome en de gansche Kerk door levendig te houden, aan te wakkeren en te bevorderen.

Maar Leo XIII kent zijn tijd te goed, om niet te weten, dat de waarheid, wil ze met graagte gelezen ja, verslonden worden, in een keurig en behaaglijk kleedje verschijnen moet.

Hij besloot daarom, ten jare 1885, aan het Eo-meinsch Seminarie leerstoelen voor de hoogere studiën in de Latijnsche, Grieksche en Italiaansche talen te verbinden. Met de uitvoering van dit plan belastte hij zijn Kardinaal-vicarius, mgr. Parocchi, een man van hooge en fijne beschaving, geheel en al bekend met de behoeften van zijn tijd en toegerust met de edelste gaven naar geest en hart. Dat deze inrichting voor hoogere taalstudie, ouder zulk eene voortreffelijke leiding als die van Kardinaal Parocchi, spoedig tot een hoogen trap van volmaaktheid en bloei stijgen moest, behoeven wij wel niet te zeggen.

Hoe Leo XIII ten opzichte der christelijke kunst gezind is, getuigen de prachtige, bijgewerkte a b s i-d e n en keurige, nieuwe fresco\'s, welke in de eerbiedwaardige Baziliek vaii St. Jan van Laleranen de blikken van den toeschouwer boeien; maar dit getuigen vooral de heerlijke Latijnsche gedichten, waarvan Zijne Heiligheid zelf de vervaardiger is en waarin verhevenheid van gevoelens en keur van vormen een edelen wedstrijd schijnen aan te gaan, tot verhooging van het goede, het ware en het schooue.

-ocr page 293-

287

Maar de Paus-Koning kent behalve de christelijke politiek en de bevordering van wetenschappen, letteren en schoone kunsten nog een ander wapen, en dit, het machtigste van alle, waarvoor de vijanden van ons H. Geloof het meest beducht zijn, is het gebed.

Thans, op het oogenblik dat wij dit schrijven, viert de gansche Kerk voor de derde maal de plechtige Octobermaand, welke door Leo XIII op eene geheel bizondere wijze aan de vereering der Koningin van den Allerheiligsten Kozekrans is toegewijd. Telken avond stroomen de katholieken in alle landen en werelddeelen naar de Godgewijde tempels en heiligdommen, om door het gezamenlijk bidden van het gebed, dat de H. Maagd zelve aan haar vurigen vereerder, den H, Dominikus, geleerd heeft, den Hemel een heilig geweld aan te doen en Gods milden zegen over de belangen van Christus\' Vlekkelooze Bruid af te smeeken. En op diezelfde vaderlijke stem, welke gedurende de Octobermaand duizenden en nogmaals duizenden katholieken naar de kerken roept, om het heilig rozekrans-gebed te bidden, hebben honderden trouwe zonen en godvreezende dochters der Katholieke Kerk dienst genomen onder de banier van den H. Franciscus, den Arme van Assisië, om, gelijk wij reeds in onze voorrede zeiden, te midden eener wereld van zondige vermaken, het schoonste voorbeeld van christelijke zelfverloochening te geven en alle menscheu, hunne broeders in Christus, door de gulden middelmaat van een oprecht christelijken levenswandel te stichten.

-ocr page 294-

288

De Paus heeft in zijne Encyclieken „Auspicato concessoquot; en „Misericors Dei Filiusquot; het lidmaatschap der Derde Orde van den H. Eranciscus aan alle katholieken aanbevolen, als het machtigste middel, om de wereld weder aan de voeten van den Gekruis-ten Godmensch terug te voeren.

Hij heeft den Regel dier Orde, welke ten tijde van Eranciscus hare leden bij honderdduizenden telde, door wijze en verstandige verzachtingen onder het bereik gebracht van alle rangen eu standen der heden-daagsche maatschappij, zoodat zelfs zij, die door hunne maatschappelijke positie gedwongen zijn, in de kringen der groote wereld te verkeeren, niet behoeven te aarzelen, het schamele kleed der boete, dat de Arme van Assisië ons heeft nagelaten, aan te nemen.

Onze H. Vader zelf is lid der Derde Orde, en als ■wij in de geheimen van zijn privaatleven doordringen, dan kan het ons vooral duidelijk worden, welk een heilzamen invloed de voorschriften van den H. Eranciscus op het leven van den christen uitoefenen.

Nog steeds houdt Leo XIII de schoone gewoonten zijner jeugd, waarvan hij gedurende zijn langdurigen bisschoppelijken werkkring te Perugia nooit afweek, in hooge eere. Hij staat \'s morgens te 6 ure op, en na een kort bezoek aan het H. Sacrament, verricht hij zijne dagelijksche meditatie met de zorg, de nauwgezetheid en de godsvrucht van een heilige. Dat uur, in de innigste gemeenschap met de Bron des levens Zelve doorgebracht, is als een heilzaam bad, dat aau zijne

-ocr page 295-

289

ziel nieuwe kracht en frischheid mededeelt. Hij bidt vervolgens met een zijner kapelaans de kleine uurtjes van het brevier tot de nonen en maakt zich gereed, om het H. Sacrificie der Mis aan den Driewerfheilige te gaan opdragen. Zijne houding aan het altaar is voorbeeldig; zij getuigt, dat hij diep doordrongen is van Gods werkelijke en wezenlijke tegenwoordigheid in het H. Geheim zijner Liefde. Allen, die Leo XHI de H. Mis zien en hooren lezen, worden tot in het diepst hunner ziel ontroerd en gesticht. Nadat hij zelf het H. Offer voltooid heeft, woont hij nog eene H. Mis van dankzegging, welke door een zijner kapelaans wordt opgedragen, met de vurigste godsvrucht bij.

\'ö Pausen dejeuner bestaat uit een kop zwarte koffie met wittebrood, en zijn middagmaal, dat hij altoos alleen gebruikt, is al even sober en eenvoudig. Men behoeft trouwens dat bleek en vermagerd gelaat en dat tenger lichaam slechts even gade te slaan, om te kunnen opmaken, hoe bescheiden \'s Pausen tafel wezen moet; het is waarlijk een kluizenaarsleven, dat Leo XIII in de stille eenzaamheid zijner vertrekken leidt.

Te 10 ure, in den morgen, beginnen de audiënties, welke tot het middaguur voortduren en \'s avonds nog gedurende eenige uren worden voortgezet, \'s Avonds worden gewoonlijk de Bisschoppen van de Katholieke wereld, die bij den souvereinen Opperpriester rekenschap van het bestuur hunner bisdommen komen afleggen, aan het Vatikaan ontvangen. Heden moet de

LEVEN VAN PAUS LEO XIII. 19

-ocr page 296-

290

Paus zich met den Vertegenwoordiger van deze Mogendheid, morgen met dien van een andere onderhouden. De verschillende Congregatiën, welke den H. Vader in het algemeen bestuur der Kerk eeue hulpvaardige hand bieden, hebben elk hare bepaalde dagen en vastgestelde uren, om den Paus verslag te geven van hare respectieve werkzaamheden eu in zijne tegenwoordigheid en onder zijne hooge leiding onderwerpen van bijzonder aanbelang te bespreken. Voegt hierbij de tallooze katholieke broederschappen, congressen, wetenschappelijke vereenigingen en liefdadigheids-genootschappen, wier adressen Leo XIII beantwoordt en wier ijver hij door zijne brieven en zegeningen weet te prikkelen en aan te wakkeren; voegt hierbij nog de pelgrims, welke het gansche jaar door uit alle oorden van den katholieken aardbol naar Eome stroomen en, bij buitengewone gelegenheden, tot duizenden aangroeien, en gij kunt u een klein en flauw denkbeeld vormen van het werkdadig leven, dat Leo XIII leidt. Van alles wil hij zelf zooveel mogelijk de verantwoordelijkheid dragen. Zoowel kleine als groote aangelegenheden gaat hij tot in hare geringste bijzonderheden en met schier angstvallige nauwkeurigheid na. In alle openbare handelingen, welke zijn naam dragen, vindt men dan ook gemakkelijk zijn stijl en zijn gedachten-gang terug ; zoowel in de bullen als in de verordeningen, zoowel in de brieven aan Kardinaals eu Bisschoppen, als in de plechtige onderrichtingen, welke wij met den naam „Encycliekenquot; bestempelen.

-ocr page 297-

291

De weinige oogeublikkeuj welke hij iu den tuin van het Vatikaan aan ontspanning wijdt, zijn volstrekt noodzakelijk, om eene algeheele ondermijning vau zijne natuurlijke en verstandelijke vermogens te verhinderen. Ia de vervulling zijner plichten en oefeningen van godsvrucht is hij van eene voorbeeldige stiptheid. Altoos bidt hij zijn brevier op het vastgestelde uur. Hij verricht eiken dag zijn avondgebed, gewetens-onderzoek en voorbereiding tot de meditatie, juist alsof hij nog in zijn geliefkoosd seminarie te Perugia ware. Op een bepaald tijdstip trekt hij zich in zijne private vertrekken terug, en men zou allicht denken, dat hij dau ten minste aan lichaam en geest de zoo noodzakelijke rust gunnen zou. Meermalen maakt hij van de stilte van den nacht gebruik, om zich aan ongestoorde overpeinzing over te geven en zijne Encyclieken samen te stellen, \'s Pausen jongste en heerlijkste Encycliek „Immortale Deiquot;, waarin als het ware alle onderrichtingen, welke hij tot dau toe gegeven had, op eene meesterlijke en bewonderenswaardige wijze worden samengevat, is een vrucht van dien nachtelijken arbeid. Men verhaalt althans, dat zijn trouwe kamerdienaar hem eens \'s morgens, op het uur dat hij hem wekken moest, vóór zijne tafel vond ingesluimerd, de lamp nog brandende naast hem. Zoo iemand iu dien gedenkwaardigen nacht, terwijl het gansche Ya-tikaan in de diepste rust gedompeld lag, door het venster van het vertrek, waar de lamp nog brandde, had kunnen turen, hij zou dien eerbiedwaardigen

-ocr page 298-

294

Grijsaard aanscliouwd hebben, over zijn werk heengebogen, en bij wijlen zijn blik richtende op het kruis of op het beeldje der Lieve Vrouw van goeden Eaad, welke zijne onafscheidelijke gezellen zijn.

En is het dan wonder, dat het licht, hetwelk van het Vatikaan uitgaat, de gansche wereld bestraalt! Welk katholiek hart gevoelt zich niet ontroerd, als het bedenkt, dat de Paus-Koning zelfs de uren zijner nachtelijke rust aan de eeuwige belangen der menschheid ten offer brengt, ja, gevoelt zieli niet gedrongen, om God te bidden en te smeeken, dat Hij nog lang het leven rekke van hein, die met alle recht door de gansche katholieke wereld gevierd wordt als ; „L u-m e n in c o e 1 oquot; Licht aan den Hemel!

EINDE.

-ocr page 299-

B L A D W IJ Z E R.

Bladz.

AAN DEN LEZER................^

INLEIDING..................^

EERSTE TIJDPERK.

DE VOORUEREIDIMG.

1810-1838.

HOOFDSTUK I.

Carpineto. — l)e familie Pecci. — De 2o Maart 1810. Broeders en zusters.............13

IIOOFDSTDK II.

Tijdsomstandigheden. — Joachims eerste kinderjaren. — De leerschool van christelijke deugden. — Gravin Anna en de Derde Orde van St. Franoiscus........20

HOOFDSTUK III.

Pius VII en het Christelijk onderwijs. — Volksmissie te Carpineto. — Afscheid van het ouderlijk huis. — Een jaar te Rome. — Het College te Viterbo.....31

HOOFDSTUK IV.

De lagere studiën. — Een ernstige ziekte. — Vacantie-dagen. — Het jaar 1823. — Dood van gravin Anna . 40

HOOFDSTUK V.

Leo XII. — Het Komeinsch College. — Het jaar 1825.— Vincents hoogore studiën. — Op Carpineto\'s bergen.— Het College der adellijken. — Eerste onderscheidingen. — De II. Priesterwijding.........49

-ocr page 300-

BLADWIJZER.

Bladz.

TWEEDE TIJDPERK.

MONSEIGNEUR l\'ECCl\'s EERSTE ADMINISTRATIEVE EN DIPLOMATIEKE WERKKRING.

d838—1846.

HOOFDSTUK VI.

Benoeming tot gouverneur van Benevento. — De toestand dier provincie. — £en doodelijke ziekte. — Vurige gebeden der bevolking en zijn herstel. — Een bljjk van kinderlijke dankbaarheid. — Zijn krachtig optreden.— De jeugdige Staatsman. — De vruchten van zijn arbeid.— Naar Rome teruggeroepen...........74

HOOFDSTUK VIT.

Benoeming tot gouverneur van Spoleto. — Grcgorius XVI komt op; deze benoeming terug. — Toestand van de provincie Umbrië. — Mgr. Pecci bereidt Gregorius XVI te Perugia een luistervolle ontvangst. — De Paus in de hoofdstad van Umbrië. — De gouverneur en zijn provincie. —• De Paus herinnert zich zijne belofte van Citta della Pieve................85

HOOFDSTUK VIII.

Eene groote verrassing. — Ontvangst te Brussel. — Mgr. Pecci, het koninklijk Hof en de Adel. — Toestand van België^ ten jare 1843. — De Nuntius en het Onderwijs der jeugd. — Het Belgisch College te Rome. — Afscheid van België. — De wensch van Perugia\'s bevolking vervuld. — Reis door Engeland, Frankrijk en Duitsch-land. — Terugkeer te Rome. — Dood van Gregorius XVI. — Mgr. Pecci en de nieuwe Paus......93

DERDE TIJDPERK.

MGR. PECCl\'S HERDERLIJKE WERKKRING TE PERUGIA.

1846—1878.

HOOFDSTUK IX.

Mgr. Pecci op weg naar Perugia. — Zijn plechtige intocht in de stad. — Na \'t «Hosanna!quot;, «Kruisig Hem !quot; — De jaren 1848 en -49............110

TI

-ocr page 301-

BLADWIJZER.

Bladz.

HOOFDSTUK X.

Opleiding der Geestelijkheid. — Joseph Pecci. — liet provinciaal Concilie te Spoleto. — De luister van Gods Heiligdom. — De verlichte Leeraar. — De liefdevolle en zorgzame Vader. — Herderlijke bezoeken. — Privaatleven ...................-123

HOOFDSTUK XI.

De waarschuwende stem des Heeren. — De straffende hand Gods. — Zonnestralen le midden der duisternis. — De Kardinaal-Bisschop van Perugia en de Maria-ver-eering. — Paus Pius IX te Perugia. — Laatste bezoek van mgr. Pecci aan zijne vaderstad. — Voorbereiding tot den strijd................148

HOOFDSTUK XII.

De «slachting van Perugiaquot; — De welsprekende verdediger van \'s Pausen tijdelijke macht. — De verovering van Umbrië, en de Marken. — Ten strijde toegerust.— Het sloopingswerk der revolutie. — Mgr. Pecci en de nieuwe heeren...............108

HOOFDSTUK XIII.

De Akademie van den H. Thomas. — Het vijfen-twintig-jarig liisschopsf\'eest. — De Beschermer der Derde Orde van den H. Franciscus. — Het gouden jubiló van Pius IX. — Mgr. Pecci, Camerlengo der H. Roomsche Kerk. — Dood van Pius IX..........205

VIEEDE TIJDPERK.

HET GLORIEVOL PONTIFICAAT VAN PAUS LEO XIII.

HOOFDSTUK XIV.

Het laatste protest van paus Pius IX door het H. College bekrachtigd. — De belofte van Christus aan zijne Kerk. — Toebereidselen tot het Conclaaf. — De opening van het Conclaaf en de eerste stemmingen. — Kardinaal Pecci wordt gekozen. — Eerste huldiging en de blijde boodschap aan de Komeinen en de katholieke wereld . . 223

HOOFDSTUK XV.

De gelukwenschen der katholieke wereld. — De eerste

Ill

-ocr page 302-

BLADWIJZER.

Bladz.

opperpriesterlijke zegen. — De kroning van Leo XIII.— De nieuwe Paus en liet H. College. - Zijne eerste regeeringsdaden. — Leo XIII en de Revolutie. — Leo XUl en het Socialisme.............245

HOOFDSTUK XVI.

Leo XIII en Duitschland. — De Paus-Bemiddelaar. — Leo XIII en de oudste dochter der Kerk. — Leo XIII en Engeland, Schotland en Ierland. — Leo XIII en Amerika. — Leo XUI en Het Oosten.......26G

HOOFDSTUK XVII.

IV

Do Paus dor wetenschap, letteren en schoone kunsten. -De Octohermaand en de derde Orde van den H. Francis-cus. — \'s Pausen privaatleven. — Lumen in Coelo. Licht aan den hemel!...............282

T U M.

E R R A

Bladz. HO staat, 3e regel: i8i8—ISTO. Men gelieve te lezen; 1848—-1878.

-ocr page 303-
-ocr page 304-
-ocr page 305-
-ocr page 306-