MOTEN ei HETTES
VAN DEN
Opgericht 16 Mei 1895.
L. oct.
3906
/v-Squot; ivfe.
*
STiWEN i ÏEITEll
VAX DEN\'
JlJtrecRtscfien^tuclenten-^ond.
Opgericht 16 |VIei 1895.
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT
utrecht.
In quot;bruikleen afgestaan door: UW ITAS . 3 T GD IOS ORUM. HEEN O-TP.A IE C T IK A aan de Universiteitsbibliotlieek December 1936.
Proces-VerMai
der oprichting van den Utrechtschen Studenten-Bond, 16 MEI 1895.
Ondergeteekenden, Studenten aan de Rijks-Universiteit te Utrecht;
overwegende, dat meerdere kennisimaking en aaneensluiting zeer bevorderlijk zullen zijn aan hunne belangen en evenzeer bevorderlijk, aan den meerderen bloei en het aanzien der Utrechtsche Universiteit;
overwegende bet. groote belang van dagelijkschen omgang van Studenten van verschillende faculteit, en maatschappelijke richting;
overwegende, dat d\'ie noodige kennismaking, aaneensluiting en dagelijkschen omgang bet best verkregen kunnen worden door bet hebben van een ten allen tijde toegankelijk vereenigingsgebouw;
overwegende de noodzakelijkheid van het vooropstellen eener zedelijke basis;
overwegende, dat de oprichting eener Studentenvereeni-ging, die aan het bovenvermelde voldoet, door Hoogleer-aren, Studenten eh Burgerij met ingenomenheid zal worden begroet;
overwegende, dait het bestaande Utrechtsche Studentencorps reeds ten deele aan het bovenvermelde voldoet, doch dat de wettelijke bepalingen, toestanden en gebruiken van dien aard zijn, dat zij zich niet bij bovengenoemd Studen-ten-Gorps kunnen of willen aansluiten ;
hebben besloten, op te richten: den Utrechtschen Studenten-Bond, steunende op d\'e volgende, grondslagen:
a. het zedelijk bewustzijn der aaneengeslotenien tot zijn recht te doen komen door op te treden tegen het groen-wezen c. s. niet alleen, maar ook tegen verdere den student als mensch onteerende misbrui ken en gewoonten;
b. den dagelijkschen omgang te bevorderen van studenten van verschillende faculteit, en richting, door het hebben van een ten allen lijde toegankelijk vereeni-gingsgebouw;
c. de wetenschappelijke belangen te behartigen door het erkennen van faciliteiten en het instellen van faculteitsbesturen;
4
d. de algemeene wetenschappelijke ontwikkeling te bevorderen door het instellen van een leestafel en bibliotheek;
e. de geldelijke opofferingen, aan een en ander verbonden, zoodanig te doen zijn, dat zij voor zoo weinig mogelijk studenten een hinderpaal zijn tot toetreding;
f. nadere betrekkingen aan te knoopen met den Ulreclil-schen Senaat van Hoogleeraren;
g. nadere betrekkingen aan te knoopen met Studenten-Corporaties van gelijke doeleinden.
Ondergeteekenden beloven hi\'ernevens door hianditeeke-ning, zich te zullen houden aan de bepalingen van Statuien en Wetten.
Utrecht, 10 Mei 1803.
Was geteekend door 70 Studenten.
StÉtea rei to DMtscIi Slotateii-Mfl.
Goedgekeurd bij Koninklijk Besluit.
Artikel I.
Naam én doel van den Utrechtschen Studenten-Bond.
Er bestaat te Utrecht eene vereeniging, onder den naam Van: „Utrechlsche Studenten-Bondquot;, met het devies: „Spec-temur agendoquot;.
§ 2.
De Utrechtsche Studenten-Bond amp;lclt zich ten doel: de bevordering van d\'e belangen zijner leden en van den bloei der Universiteit Van Utrecht.
§ 3.
Dit doel tracht hij lei bereiken: door het zedelijk bewustzijn zijner leden tot zijn recht te doen komen, door het aan-
5
knoopen en onderhouden van nadere betrekkingen lot den Academisch en Senaat van hoogleeraren en lot Studentsn-corporalies met gelijke heiginselen, door zijn vereenigings-gebouw, zijn noviliaat, zijne faculleiten, zijn bondsblad en zijn bondsalmanak.
§ 4.
De duur van den Utrechtschen Studenten-Bond is bepaald op negen en twintig achtereenvolgende\' jaren.
Art. II.
Lidmaatschap.
§ 1-
De Uirechtsche. Studenten-Bond kent eereleden, gewone leden en oud-leden.
§ 2.
Eerel\'eden zijn, zij, die daartoe verkozen zijn op voorstel van het Collegium of van minstens vijftien gewone leden met meer dan § der geldig uitgebrachte, stemmen.
Gewone leden kunnen worden zij, die zich als student bij den Rector Magnificus der Universiteit van Utrecht hebben doen inschrijven, ter verkrijging van een Academischen graad of tot het afleggen van het Staatsexaimen in de medicijnen of pharmacie.
Oud-leden worden zij, die. bij het verlaten der Universiteit, met bet kennelijk doel niet als student aan de Utrecht-sche Universiteit terug te keeren, gewoon lid van den Utrechtscben Studenten-Bond waren en aan hunne verplichtingen, als gewoon lid, jegens den Utrechtsche Studenten-Bond hebben voldaan.
§ 3.
Ieder, die gewoon lid wenscht te worden van den Bond. moet zich schriftelijk, onder opgave van voornamen, naam, faculteit en woonplaats, aanmelden bij den Ab-Actis Collegia.
§ 4.
Een gewoon lid heeft het recht, deel te nemen aan alles, wat van den Bond uitgaat, behoudens de uitzonderingen in de wetten vermeld.
G
Men lioiidL op, eereliil Ie zijn;
a. wanneer men schriflelijk bedankt;
Ij. wanneer men van liet eerolulinaatschap vervallen wordt verklaard.
§ 6.
Men houdt op, gewoon lid te zijn;
a. wanneer men schriftelijk voor zijn lidmaalschap bedankt;
h. wanneer men de Universiteit verlaait, met het kennelijk doel er niet als student terug te keeren:
c. wanneer men van het lidmaatschap vervallen wordt verklaard;
d. wegens wanbetaling.
§ quot;•
Men houdt op, oud-lid te zijn:
r. wanneer men schriftelijk bedankt;
b. wanneer men van het oud-lidmaatschap vervallen wordt verklaard;
c. wanneer men zijne Academische Studiën te Utrecht hervat;
d. wegens wanbetaling.
Art. III.
Bestuur.
§ i.
De Utrecht,sche Studenten-Bond wordt bestuurd en vertegenwoordigd door een lichaam, dat den naam draagt van:
„Collegium Supremum Societatis Studiosorum Univer-sitatis Rheno-Trajectinae.
§ 2.
Het Collegium Supremum Societatis Studiosorum Univer-sitatis Ilheno-Trajectinaei beslaat uit vijf leden: een Praeses, een Ab-Actis, een Quaestor, een Assessor I en een Assessor II.
§ 3.
Zij worden gekozen uit de gewone leden voor den lijd van één jaar;
§ 4.
Zij zijn tcrs|on,d herkiesbaar
Art. IV.
Vergaderingen en Verkiezingen.
§ 1.
De vergaderingen worden onderscheiden in:
a. bondsvergaderingen;
b. openbare Gollegiumvergaderingen;
c. gewone Colieigmmvergaderingen.
§ 2.
Zij worden uilgeschreven door liet Collegium.
§ 3.
De verkiezingen geschieden bij volstrekte meerderheid der geldige stemmen, behoudens de uitzonderingen, in de wetten vermeld.
§ i-
Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd, tenzij ook in het laatste gevat schriftelijke stemming gewenscht wordt.
§ 5.
Er beslaat eene verkiezingsconnmissie, die de verkiezingen, welke daarvoor in de wetten zijn aangewezen, voorbereidt, uitschrijft en leidt.
Art. V.
Geldmiddelen.
§ 1.
Het hondsjaar loopt van primo October tot ultimo Sept.
§ 2.
De jaarlijksche contributie bedraagt ten hoogste f 15.—.
§ 3.
Hoofdelijke omslaigen worden geheven op voorstel van het Collegium, wanneer zich in eene bondsvergadering 4/5 der geldige stemmen ervoor verklaren.
8
1
§ 4.
De gezamenlijke hoofdelijke omslaigen, gedurende één hondsjaar geheven, mogen de- som van 1\' 5.— niet te boven gaan.
Art. VI.
Bondsgebouw.
De helangcn van het bondsge\'houw zijn opgedragen aan een \'bestuur van vijl leden, staande onder controle van het Collegium.
Art. VII.
Bondsvereenigingen.
§ 1.
Er beslaan in den Bond vereenigingen, die door hel Collegium officieel erkend kunnen worden.
§ 2.
Officieel erkende, vereenigingen zijn verplicht, een exemplaar van hunne ledenlijst en reglement bij het Collegium in te zenden. Ook zijn zij, wanneer zulks gewenscht wordt, verplicht, ged uren dei het bezoeken der aanstaande leden van het bondsgebouw, een avond voor deze aanstaande leden op te treden, behoudens in de wetten gemaakte uitzonderingen.
§ 3.
Officieel erkende vereenigingen helbben het recht in een der lokalen van den Bond vrij te vergaderen, behoudens gemaakte uitzonderingen, in de wetten omschreven. Zij genieten moreelen, en, zoo noodig, stoffelijken steun van den Bond.
Art. VIII.
Faculteiten.
§ 1.
De Bond erkent in zijn midden vijf faculteiten: een medische, een philosophische, een theologische, een juridische en een litterarische faculteit, die door even zoovele facul-tejltsbesturen vertegenwoordigd worden. Ieder faculteits-
9
bestuur bestaat uit een praeses on een ab-aclis, tevens vice-prcases, en treedt op, waar de belangen of de eer der faculteit zulks vorderen.
leder lid van den Bond is lid van die faculteit, waarin bij zich bij den Rector Magnificus hecfl laten inschrijven.
§ 3.
Ieder, die in meer dan éénc lacalteil bij den Ree lor Magnificus is intrescreven, moet schriflelijk bij het Collegium verklaren, tot welke faculteit in den Bond hij gerekend wil worden te bebooren.
Art. IX.
Wetten.
Bij afzonderlijke wetten zijn geregeld: de wijze van aanneming en schrapping van gewone leden en oud-leden; hel novitiaat en de installatie van gewone leden; de rechten en verplichtingen van bestuurs- en commissieleden, ge-wone-, eere- en oud-leden; de erkcnnng van vereenigingen; de inrichting van bet bondsniuseum; evenzoo alles, wat be-Irekkng heeft op de vergaderingen, de stemmingen en verkiezingen, de geldmiddelen, de laculteiten, den rouw, de wetswijzigingen, het bondsblad, den bondsalmanak en h-ït bondsigebouw.
Bepalingen in deze wetten, die met den inhoud der Statuten in strijd zijn, zijn krachteloos.
Art. X.
Wijzigingen in de Statuten.
Wijzigingen in de statuten zijn eerst dan van kracht, wanneer er de Koninklijke Goedkeuring op verkregen is.
Aldus vastgesteld in do bondsvergadering van den Utrechtschen Studenten-Bond van 27 Mei, 1895.
H et G o 11 e g i u m:
J. W. WICHERINK Jr., h. t. praeses.
J. N. BONGART VAN DER GRIENT, h. t. ab-aclis.
M. V. REDERT, h. I. ouaestor.
G. .1. F. HOPSTER. h. t. assessor I.
K. E. L. WöSTEN, h. t. assessor II.
Vetten m dei ütrecötsdieo Sloieitee-Bil
Al\'deeliug I.
HOÓPDSTI K J.
Algemeene bepalingen.
Artikel I.
De Utrechtsche Sludenlen-Boiul, onder liet devies; .tSpec-temur agendoquot;, gevestigd te Ulrecht, stelt zich ten doel, door nauwe aaneensluiting en krachtdadige samenwerking zijner leden de belangen van die leden en den bloei der Universiteit van Utrecht te bevorderen.
Art. 2.
Dit doet tracht hij te bereiken, door het zedelijk bewustzijn zijner leden lot zijn recht te doen komen, door hel aan-knoopen en onderhouden van nadere betrekkingen lot den Academischen Senaat van Hoogleeraren en tot. Studenten-corporaties mei gelijke beginselen, door zijn vereenigings-gebouw, zijn noviliaat, zijne faculteiten, zijn bondsblad en zijn bondsalmanak.
Art. 3.
Het wapen van den U. S. 13. is een horizontaal geplaatste bundel van vijf pijlen, waarboven een achter wolken opkomende zon op een zwart veld, waaronder het devies: Spec-tcmur agendo. Boven de zon de letters U. S. B.
Art. i.
De kleuren van den U. S. B. zijn geel en zwart.
IIOOFDSTI K ü.
Van de leden.
Art. 5.
De U. S. B. kent eere-leden, gewone leden en oud-leden
11
Art. 6.
Eereleden zijn zij, die daartoe verkozen zijn in cone bondsvergadering op Voorstel van liet Collegium of van minstens 15 gewone leden, met meer dan 3 der geldig uitgebrachte stemmen.
Art. 7.
Zij*onderscheiden zich liierin van de gewone leden, dat zij geen contributie ol\' hool\'delijken omslag behoeven te beialen en dat de strafbepalingen, met uitzondering van vervallen verklaring, op hen niet van toepassing zijn. Overigens hebben zij dezelfde rechten als de gewone leden, tenzij elders anders is bepaald.
Art. 8.
Gewone leden kunnen worden zij, die zich als student bij den Rector Magnificus te Utrecht liebbcn doen inschrijven, ter verkrijging van eenen academischen graad of tot het afleggen van het staatsexamen in de medicijnen of pharmacie.
Arl. 9.
Van de mogelijkheid tot lid worden zijn uitgesloten zij, die vervallen verklaard zijn van het lidmaatschap van den ü. S. li, of van eene officieel bevriende vereeniging.
Art. 10.
Hij, die gewoon lid wenscht te worden, moet zich schriftelijk, met opgave van voornamen, naam, faculteit en woonplaats tot den ab-actis Collegii wenden.
Art. 11.
Hij wordt als lid aangenomen, wanneer hij, na minstens 3 weken als novifcius te hebben voorgehangen, en in dien lijd zooveel mogelijk met de leden van den Bond kennis Ie hebben gemaakt en aan alles, wat van den Bond uitgaat, te hebben deelgenomen, voor zoover hem deelname geoorloofd is, het authentiek wetsexemplaar teekent, tenzij uit de voor alle novitii vereischte ballotage blijkt, dat J van de bal-loteerende leden zijn aanname als lid niet wenschelijk achten.
Art. 12.
Een eenmaal gedeballoteerd lid kan zich niet eerder dan bij het Begin van een volgend hondsjaar opnieuw voor het lidmaatschap aanmelden.
Art. 13.
Een novilius heelt vrijen toegang tol de lokalen van den Bond, doch niet tot de vergaderingen; een en ander behoudens gemaakte uitzonderingen.
Art. i4.
De novitii, die bij den aanvang van den academisphen cursus zijn ingeschreven, worden in eene, uitsluitend daartoe te houden bondsvergadering, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende wetsartikelen, geïnaugureerd. Voor hen, die verhinderd zijn, in deze vergadering te verschijnen, of die tusschentijds toetreden, geschiedt de inauguratie in eene openbare collegiumvergadering.
Art. 15.
Bij zijne toetreding teekent ieder lid een proces-verbaal, hetwelk, onder meer, de verklaring bevat, dat de onderge-teekende zich verbindt, tijdens zijn lidmaatschap de wetten van zijne vereeniging te gehoorzamen en te helpen uitvoeren.
Art. 16.
Ieder toetredend lid verbindt zich, wat het nakomen van zijne geldelijke verplichtingen betreft, met uitzondering van het betalen van hoofdelijke omslagen, wanneer zij na zijn bedanken zijn uitgeschreven, tot (aan het einde van hel hondsjaar, waarin hij is toegetreden.\'
De bondsvergadering is gerechtigd, hem daarvan te ontheffen. Bij niet bedanken vóór de intrede van het volgend hondsjaar wordt hij ook gedurende dil jaar, met het oog op zijne geldelijke plichten, als lid beschouwd, tenzij ook in het laatslc geval de bondsvergadering hem van \'t nakomen zijner geldelijke plichten vrijstelling verleent.
Zijne overige rechten en plichten van gewoon lid zijn krachteloos van liet oogenblik zijner bedanking af.
Art. 17.
Aan ieder lid moet uiterlijk li dagen na zijne inaugural ie door het Collegium een schriftelijk en van het zegel van het Collegium voorzien bewijs van lidmaatschap worden uitgereikt.
Art. 18.
Geschorste leden missen het recht de lokalen van den Bond en de vergaderingen te bezoeken, — behoudens de uitzondering in art. 19 vermeld en wanneer het Collegium
13
lien voor zich roept, — het recht, Ie kiezen en verkozen te worden, het recht van introductie en gebruikmaking van het beersysteem en alle verdere rechten, den gewonen leden geschonken.
Art. 19.
Voor iedere straf, uitgezonderd die wegens wanbetaling of het niet verschijnen op verzoek van het Collegium, beslaat gelegenheid, zich te beroepen op eene bondsvergadering, met de beperkende bepalingen elders vermeld. In deze vergadering heeft de geschorste toegang.
Art. 20.
Nieuwe leden betalen f 1 entreegeld en ontvangen een exemplaar v. d. wetten van den U. S. B. Van deze betaling zijn eereleden en oud-leden van den Bond en eereleden, leden en oud-leden eener bevriende vereeniging vrijgesteld. Tegen betaling van f 0.25 ontvangen deze een exemplaar der wetten van den U. S. B.
Art. 21.
Oud-leden worden zij, die hij hel verlaten der Universiteit, met het kennelijk doel pr niet als student terug te kee-ren, gewoon lid van den U. S. B. waren en aan hunne ver-plichlingen als gewoon lid jegens den Bond voldaan hebben.
Art. 22.
Oud-leden missen het recht, te kiezen of verkozen te worden, het recht om gebruik Ie maken van het beerstelsel, doch deelen overigens in alle rechten en plichten der gewone leden, behoudens elders gemaakte uitzonderingen; door een vrijwillige jaarlijksche contribulie kan door hen in de onkosten van den Bond worden bijgedragen.
Art. 23.
Men houdt op, eerelid te zijn:
a. wanneer men schrftelijk bedankt;
b. wanneer men van het eerelidmaalschap vervallen wordt verklaard.
Art. 24.
Men houdt op, gewoon lid Ie zijn:
a. wanneer men schriltelijk zijn lidmaatschap opzegt;
b. wanneer men ile Universileit verlaat met hel kennelijk doel, er niet als sludent terug le keeren;
14
c. wanneer men van het lidmaatschap vervallen wordt verklaard;
d. wegens wanbetaling.
Art. 25.
Men houdt op, oud-lid te zijn:
a. wanneer men schriftelijk bedankt;
b. wanneer men zijne academische studiën te Utrecht hervat;
c. wanneer men van hel oud-lidmaatschap vervallen wordt verklaard;
d. wegens wanbetaling.
Art. 2(gt;.
Vervallen verklaring van het eerelid-, gewoon lid-, of oud-lidmaatschap berust bij tie bondsvergadering. Zij heeft plaats op voorstel van het Collegium of van minstens 15 gewone leden, met minstens Jf der geldig uitgebrachte slem-men. De bondsvergadering, waarin een voorstel tot vervallen verklaring Ier lufel zal worden gebracht, moet met opgave van redenen den leden minstens 8 dagen van Ie voren zijn bekend gemaakt.
Art. 27.
Oud leden zeiten hun naam met eerste bestemmingsplaats in een daartoe gehouden register.
HOOFDSTUK UT. v
quot;Van het Bestuur en de Vertegenwoordiging. -
Art. 28.
De U. S. B. wordt bestuurd en vertegenwoordigd door een lichaam, dat den naam draagt van „Collegium Supre-mum Societat-is Studiosorum Universilatis Rheno-Trajec-tinaequot;.
Art. 20.
Hel Collegium bestaat uit 5 leden: een Praeses, een Ab-Actis, een Quaestor, een Assessor I en een Assessor II, allen te verkiezen uit de leden van den Bond.
Art. 30.
Het Collegium treedt jaarlijks af in eene bondsvergadering, te houden in de maand Mei.
15
Art. 31.
Het lidmaatschap van het Collegium is onvereenighaar met dat van de commissie van het bondsgehouw.
Art. 32.
Het Collegium heefl het recht, ieder lid, wegens overtreding van wetten of besluiten, wegens het verstoren, dei-inwendige orde of het schenden der uitwendige eer, voor zich te roepen en de bepalingen der wetten op hem toe te passen, voor zoover liet daartoe gerechtigd is.
Art. 33.
Het Collegium doet, voor zoover het hiertoe de macht heeft, uitspraak in alle geschillen, waaromtrent een lid of novitius van den Bond zich op het Collegium beroept.
Arl. 3\'i.
Hel Collegium brengt alle voor den Rond belangrijke zaken op de bondsvergadering ter kennis van de leden.
Art. 35.
Het Collegium heeft het recht, van de gewone leden de bewijzen te vorderen, dat zij voldoen aan de bepalingen van art. 8, Hoofdstuk II.
Art. 36.
Het Collegium is belast met de opname van nieuwe leden en het inaugureeren der verschillende bondsbesluren en-commissies, die onder controle van het Collegium staan. De Collegiumleden zijn gerechtigd, de vergaderingen dezer besturen en commissies te bezoeken, in welke vergaderingen zij een adviseerende stem hebben; tenzij omlrent een en ander bij deze wet anders is beslist.
Art. 37.
Alle besluiten van het Collegium zijn voor het gebeele Collegium van kracht. Besluiten, welke in strijd zijn met de wetten of met besluiten der bondsvergadering, zijn nietig.
Art. 38.
Het Collegium is voor al zijne daden aan de bondsvergadering verantwoordelijk.
16
Art. 39.
Jaarlijks in dc maand November levert het Collegium ecne begrooting in voor het loopend jaar.
Art. 40.
De Praeses is het hoofd en de vertegenwoordiger van het Collegium. Hij treedt op namens hot Collegium en namens den Bond. Hij opent, leidt en sluit de vergaderingen. Üp de in art. 30 bedoelde bondsvergadering brengt hij verslag uit van de handelingen en lotgevallen van den Bond, sedert de een jaar vroeger plaats gehad hebbende bondsvergadering, waarin hel Collegium geïnaugureerd is.
Art. 41.
De Ab-Actis is verplicht, alle niet met de financien in verband staande stukken le onderteekenen, te ontvangen, resp. te verzenden; hij zorgt voor alle publiciteit van wege den Bond, hij houdt afschrift van alle brieven, welke hij ambtshalve verzendt en bewaart die, welke hij ontvangt. Van allo vergaderingen geeft hij, door middel van aanplakking in een der bondslokalen, kennis aan de leden, van bondsvergaderingen bovendien door toezending van een convocatie-biljet. Hij schrijft een kroniek van de lotgevallen van den Bond, hij bewaart het archief van den Bond en het zegel van het Collegium, hij houdt een lijst bij van de gewone leden en oud-leden en is verder belast met al het overige schrijfwerk van don Bond en hot Collegium, dat niet van financieolen aard is, met uitzondering van de notulen der vergaderingen.
Art. 42.
Alle missiven en adressen, voor het Collegium bestemd, moeten bij den ad-actis worden ingezonden.
Art. 43.
De Quaestor beheert de bondskas in gemeen overleg mot het Collegium, zonder welks voorkennis en machtiging hij geen uitgaven dool. Hij ontvangt on goeft uit alle geldon ton behoeve en in naam van don Bond, hij is verplicht, voor elke aan hem betaalde som quitantie af te geven en voor iedere door hem betaalde som quitantie te eischen. Hij int de aan den Bond verschuldigde gelden en de door het Collegium opgelegde booten; hij voert de financieele correspondentie. Hij is ten allen tijde aansprakelijk voor de onder
i7
zijne bemsting- zijnde gelden en documenlen en geeft reken-schap van zijn handelen, zoo dikwijls liet Gollegiunl zulks verlangt.
Art. 44.
De Assessor I is vice-praeses en vice-quaeslor.
Art. 45.
De Assessor II is vice-ab-actis en tevens gehouden tot hot opmaken der notulen van bondsvergaderingen, openbare en gewone collegiumvergaderingen.
Art. 40.
Do notulen eener bondsvergadering, openbare of gewone eollegiumvergadering worden in eene bondsvergadering, resp. openbare resp. gewone collegiumvergadering voorgelezen. Na te zijn goedgekeurd, worden zij door praeses en assessor 11 onderteekend.
Art. 47.
Rij ontstentenis van een der assessoren treedt de andere in diens plaats .
Art. 48.
De praesides der faculteiten zijn liet Collegium behulpzaam overal, waar hun bijstand verlangd wordt, liovendien staan alle door den Bond ingestelde besturen of commissies onder controle van het. Collegium en zijn verplcht het Collegium op zijn verzoek alle gevraagde inlichlingen, zoo mogelijk, te verschaffen.
Art. 49.
Zoodra eeniig bondsbestuur of -commissie zich heeft tre-consWIueerd, wordt daarvan binnen 3 dagen mededeeling gedaan aan liet Collegium.
Art 50.
Zoo spoedig mogelijk na de; installatie stellen de onder controle van het Collegium staande besturen of commissies ©en huishoaidelijk regleiment op, dat aan de goedkeuring van het Collegium wordt onderworpen.
Art. 51.
Bij het periodiek aftreden van onder controle van het Collegium staande bondsbesturen of -commissies worden de
2
16
Art. 39.
Jaarlijks in de maand November levert liet Collegium eene begrooting in voor het loopend jaar.
Art. AO.
De Praeses is bel hoofd en de vertegenwoordiger van hel Collegium. Hij treedt op namens liet Collegium en namens don Hond. Hij opent, leidt en sluit de vergaderingen. Op de in arl. 30 bedoelde bondsvergadering brengt hij verslag uil van de handelingen en lotgevallen van den Bond, sedert de een jaar vroeger plaats gehad hebbende bondsvergadering, waarin het Collegium geïnaugureerd is.
Art. 41.
De Ab-Actis is verplicht, alle niet met de financiën in verband staande stukken te onderteekenen, te ontvangen, resp. te verzenden; hij zorgt voor alle publiciteit van wege den Bond, hij houdt afschrift van alle brieven, welke bij ambtshalve verzendt en bewaart die, welke bij ontvangt. Van alle vergaderingen geeft hij, door middel van aanplakking in een der bondslokalen, kennis aan de leden, van bondsvergaderingen bovendien door toezending van een convocatie-biljet. Hij schrijft een kroniek van de lotgevallen van den Bond, hij bewaart het archief van den Bond en bet zegel van bet Collegium, hij houdt een lijst bij van de gewone leden en oud-leden en is verder belast met al het overige schrijfwerk van den Bond en het Collegium, dat niet van financieelen aard is, met uitzondering van de notulen der vergaderingen.
Art. 42.
Alle missiven en adressen, voor het Collegium bestemd, moeten bij den ad-actis worden ingezonden.
Art. 43.
De Quaestor beheert de bondskas in gemeen overleg met bet Collegium, zonder welks voorkennis en machtiging hij geen uitgaven doet. Hij ontvangt en geefl uit alle gelden ten behoeve en in naam van den Bond, bij is verplicht, voor elke aan hem betaalde som quitantie af te geven en voor iedere door hem betaalde som quitantie te eischen. Hij int de aan den Bond verschuldigde gelden en de door het Collegium opgelegde boelen; bij voert de financieele correspondentie. Hij is ten allen lijde aansprakelijk voor de onder
17
zijne berusting zijnde gelden en documenten en geeft rekenschap van zijn handelen, zoo dikwijls het Colleglunl zulks verlangt.
Art. Ai.
De Assessor I is vice-praeses en vice-quaestor;
Art. 45.
De Assessor II is vice-ab-actis en tevens gehouden tot bel opmaken der notulen van bondsvergaderingen, openbare en gewone collegiumvergaderingen.
Art. 4G.
De notulen een er bondsvergadering, openbare of gewone collegiumvergadering worden in eene bondsvergadering, resp. openbare resp. gewone collegiumvergadering voorgelezen. Na te zijn goedgekeurd, worden zij door praeses en assessor II onderleekend.
Art. 47.
Rij ontstentenis van een der assessoren treedt, de andere in diens plaats .
Art. 48.
De praesidas der faculteiten zijn liet Collegium behulpzaam overal, waar hun bijstand verlangd wordt, liovemlion staan alle. door den Bond ingestelde besturen of commissies onder controle van het. Collegium en zijn verplclil het Collegium op zijn verzoek alle gevraagde inlichtingen, zoo mogelijk, te verschaffen.
Art. 49.
Zoodra eeniig bondsbesluur of -commissie zich heeft 2:3-consWIueerd, wordt daarvan binnen 3 dagen mededeeling gedaan aan het. Collegium.
Art 50.
Zoo spoedig mogelijk na dei installatie stellen de onder controle van hel Collegium staande best.uren of commissies een buisbondelijk regleiment op, dat. aan de goedkeuring van het Collegium wordt, onderworpen.
Art. 51.
Bij bet periodiek aftreden van onder controle van het Collegium slaande bondsbesluren of -commissies worden de
O
18
archieven dezer besturen resp. commissies door het Colls-gium onderzocht. Evenzoo wordt bij het periodiek aftreden der besturen of commissies als ook bij tusschentijds aftreden van quaestoren het getdelijk beheer der betreffende besturen, resp. coimmissies nagegaan.
Art. 52.
Ieder lid van het Collegium of van eenig onder controle van liet Collegium staand bondsbestuur of -commissie i.s gerechtigd en verplicht, tenzij hij ophouden mocht, lid van den Bond te zijn, of tenzij de bondsvergadering of het Collegium hem het recht ontzegt, langer in functie te blijven, zijne function te blijven waarnemen, totdat zijn opvolger in zijn plaats is getreden. Hel Collegium kan hem van lie plicht ontheffen. Hij behoeft echter niet langer in functie te blijven dan 14 dagen, gerekend van het oogenblik van zijn bedanken af.
Art. 53.
De afgetreden leden van het Collegium of van andere besturen en commissies zijn verplicht., hun opvolgers c!e meest mogelijke inlichtingen te geven.
Arl. 5\'i.
Het Collegium heeft hel recht, een lid van den Bond voor zich te doen verschijnen. Blijft zulk een lid in gebreke, zich op schriftelijk verzoek voor het\' Collegium Ie vertoonen, dan beloopt hij, zoo \'hij geen, volgens het oordeel van hel Collegium, gegrondei redenen voor zijn wegblijven kan of wil aanvoeren, eene boete van f 0.50. Verschijnt hij op een tweede schriftelijk verzoek evenmin, zonder dal\' hij zijn wegblijven voldoende kan of wil motiveeren, dan wordt aan zijne eerste boete een tweede len bedrage van f 1.— toegevoegd. Het Collegium neemt vervolgens zelfstandig besluiten.
Art. 55.
Tusschen twee oproepingen moeien minstens 3 maal 2\'i uur verloopen.
Art. 5(5.
Een lid, al of niet in zijne hoedanigheid van lid van een bondsbesluur of eene bondscommissie, door het Collegium schuldig bevonden aan het overtreden der wetten of besluiten, het verstoren der inwendige orde of het schenden der uitwendige eer van den Bond, kan door hel Collegium
19
gestraft worden met de volgende straffen, afzonderlijk ot meer dan één:
a. eene geldboete van f i.— tot f 10.—;
1). vervallen verklaring der betrekkingen, die bij mocbt bekt ©eden;
c. schorsing als lid voor den lijd van hoogstens 3 maanden, aanvangende een week, nadat ze is uitgesproken.
Art. 37.
Bij igelegenbeid van bet periodiek aftreden van bet Collegium dn de maand Mei -en ook bij Insscbenlijds aftreden van den quaestor geeft deze schriftelijk rekeningen verantwoording, waarvan een afschrift gedurende minstens eene week voor de leden wordt ter lezing gelegd. Hij aftreding volgens het eerste geval moet dil Ier lezing leggen geschieden in de maand April. Bij aftreding in het Iweede geval uiterlijk een week na zijn bedanken als quaestor.
Arl. 58.
Gedurende de dagen, dal het verslag ter lezing ligt, wordt eene commissie van 3 leden verkozen tot nagaan van bet beheer van hel Collegium in het algemeen en van den quaestor in het bijzonder. Van haar bevinding geefl zij zoo spoedig mogelijk schriftelijk verslag aan het Collegium en aan de leden, terwijl zij bare conclusies onderwerpt aan het oordeel der eerstvolgende bondsvergadering.
Ail. 39.
Ieder lid. dat minstens één jaar onafgebroken zilling heeft gehad in hel Collegium en het Collegium niet heeft \'moeten verlaten wegens schorsing door de bondsvergadering, wordt eerelid van het Collegium, tenzij de. bondsvergadering, op gemoliveerd verzoek van hel Collegium of van minslens 10 gewone leden, zich daartegen verklaart.
Ingeval iemand korter dan één jaar onafgebroken zilling heeft gehad, kan hem het eerelidmaatschap van hel Collegium nog door besluit van eene bondsvergadering worden toegekend.
Art. 60.
Als bewijs ontvangen de eereleden van het Collegium een van bet collegiumzegel voorzien en door het Collegium onderteekend diploma.
20
Art. 61.
Het zegel van het Collegium bestaat in liet wapen van den Bond, omgeven door het randschrift: Sigillum Collegii Supremi Societatis Sludiosoram Universilatis Rheno-Tra-jectinae.
IIOOFDSTI\'K IV.
Van de stemmingen en verkiezingen.
Art. 02.
Alleen zij lieben hel recht om lo stemmen over personen en verkozen te worden in hondsbesturcn of bondsconinris-sies, die minstens 3 achtereenvolgende maanden lid van den Bond geweest zijn.
Alle leden hebben hel rechl over zaken te stemmen. Een en ander behoudens elders genoemde uitzonderingen.
Arl. 03.
Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd, tenzij ook in het laalsto geval door het Gollaghim of minstens 15 leden schriftelijke stemming verlangd wordt.
Art. 04.
Van waarde zijn die sleimbiljelten, welke voorzien zijn van het steimpel der verkiezingscommissie, niel blanco zijn, de personen of zaak, waarover gestemd wordt, duidelijk aangeven en op verkiesbare personen zijn uitgebracht.
Art. 05.
Bij- of toenamen op stembiljellen worden niet als duidelijke aanwijzingen van personen beschouwd.
Art. 00.
Bevatten stembiljetten meer namen dan er te verkiezen personen zijn, dan zijn ze van onwaarde.
Arl. 07.
Bij stemmingen is de volstrekle meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen voldoende, behoudens de uitzonderingen, elders nader omschreven. Onder volstrekle meerderheid wordt verslaan: bij een even aantal stemmen de helft plus één; bij een oneven aantal slem men de grootste helft.
21
Art. 68.
Bij slaking van slemmeu beslisl over zaken liet Collegium, over personen het lot.
Art. G\'J.
De stemmingen over zaken geschieden door oproeping der namen volgens de presentielijst; de praeses collegii stemt liet laatst.
ArI. 70.
De stemmingen voor leden van besturen en commissies hebben plaats onder leiding van eene verkiezingscommissie. Als zoodanig fungeert liet Collegium.
ArI. 71.
Alle bondsbesturen en -commissies worden aangesteld voor den tijd van een jaar, tenzij elders anders is bepaald. De leden dezer besturen en commissies zijn direct herkiesbaar.
Art. 72.
De jaarlijksche verkiezingen voor leden van door den Bond ingestelde besturen en commissies hebben plaats:
voor leden van liet Collegium in de maand Mei;
voor leden van het bestuur voor hel bondsgebouw in de maand Mei;
voor leden van de faculteitsbesturen in de maand Januari;
voor leden van de novitiaat-commissie in de maand Mei.
Art. 73.
De stemmingen worden den leden minstens 2\'i uren van te voren schriftelijk bekend gemaakt door middel van het bondsblad of per convocatiebiljet.
Art. 7i.
Alle verkiezingen geschieden in eene bondsvergadering Zoo spoedig mogelijk na de verkiezingen heeft de installatie der nieuw benoemde bestuurs- od\' commissieleden plaats door het in functie zijnde Collegium, in eene openbare collegiumvergadering of in eene bondsvergadering.
Art. 75.
De besturen en commissies, met uitzondering van het Collegium constitueeren zich zelf, met in acht name van de bepalingen in art. 77.
22
Art. 76.
Wanneer bij het constilueereu der besturen en commissies een voor eenig ambt verkozen persoon weigert, dat ambt te aanvaarden, dan is hij gebonden, zijn ontslag te nemen. Hij is ecliler verplicbt, de functie, waarin bij verkozen is, Ic blijven waarnemen, totdat een opvolger gekozen is, niet de beperkende bepalingen, elders vermeid.
Arl. 77.
Bij de besturen en commissies wijst het Collegium leden aan voor die ambten, omtrent liet bezetten waarvan de leden der betreffende besturen of commissies niet tot eene beslissing kunnen geraken.
Arl. 78.
Het stembureau ter stemopneming bij verkiezingen, is de verkiezingscommissie of drie barer leden, waarvan één president is.
Arl. 79.
Ieder stemgerechtigd lid ontvangt, na zijn naam op een daartoe bestemde lijst gezet te hebben, een van hel stempel der verkiezingscommissie voorzien stembiljet.
Arl. 80.
De stembriefjes moeten door hen, die er een ontvingen, terstond worden ingevuld en in een in het lokaal aanwezige verzegelde bus worden geworpen,
Arl. 81.
Een uitgebrachte stem kan niet herroepen of veranderd worden.
Arl. 82.
De president telt het aantal ingeleverde stembriefjes en vergelijkt dal met het aantal der op de lijst, bedoeld in art. 79, geteekend hebbende personen. De stemming is nietig, zoo er meer of minder stembriefjes aanwezig zijn, dan er namen van stemmers op de in art. 79 bedoelde lijst voorkomen, wanneer zulks op den uitslag der stemming invloed kan gehad hebben.
Art. 83.
De president leest de stembiljetten een voor een overluid op ;de overige leden van het stembureau houden als stem-
23
opnemers aanteekening. Zijn alle stembriefjes voorgelezen, dan maakt de president terstond bekend, hoeveel stemmen er zijn uitgebracht, hoeveel er van onwaarde zijn en hoeveel er op de personen, waarover gestemd werd, zijn uitgebracht.
Art. 8i.
Het stembureau zorgt voor de aanwezigheid van een naamlijst der stemgerechtigde bondsleden.
Art. 83 .
Het stembureau maakt alle quaestiën over de geldigheid eener uitgebrachte stem uit.
Art. 86.
Bij eerste stemming wordt voor de benoeming van een persoon de volstrekte meerderheid der geldige stemmen vereischt, behoudens gemaakte uitzonderingen.
Art. 87.
Verkrijgt niemand, of zoo er meerdere personen moeten gekozen worden, een niet voldoend aantal, het vereischte getal stemmen, dan moet herstemming plaats hebben tus-schen hen, die de meeste stemmen op zich vereenigd hebben. Alsdan zijn zij gekozen, die de meeste stemmen op zicli verwerven.
Art. 88.
Bij herstemming komen zoo mogelijk 2 maal zooveel personen in aanmerking, als er te benoemen zijn. Er komen alleen dan meer personen in aanmerkig, wanneer naast die dubbeltallen andere personen evenveel steimmen verworven hadden. Deze personen worden aan de dubbeltallen toegevoegd.
De uitslag van stemmingen wordt bij aanplakking aan de loden bekend gemaakt en als proces-verbaal aan de stemlijst loegevoegd, welke in het archief van de verkiezingscommissie gedeponeerd wordt.
Art. 80.
De verkiezing,scommissie geel\'! den benoemden personen direct na afloop» der stemming, zoo hij niet ter vergadering aanwezig is, schriftelijk kennis van hunne benoeming. Ontvangt de verkiezingscommissie niet binnen 2 maal 24 uur schriftelijk antwoord, dan wordt zulks beschouwd als eene weigering om de benoeming te aanvaarden,
24
Bij uitstecliglicid niet opgave van adresverandering, is die lijrl 3 maal 2i uur.
Arl. 90.
Bij liissfhcniijiisclic viicaluron niuet daarin zoo mogeiijk binnen l i dagen voorzien worden.
Arl. UI.
Bij ballolage zijn de bepalingen van ilii hoofdstuk van kracld, voor zoover ze kunnen worden toegepast.
üe ballolage lieet\'l plaats nki lalcr dan 2 maal 2\'j uur voor de vergadering, waarin eventueel de inauguratie zal plaats hebben.
lUXtRKSTl K \\ .
Van de Vergaderingen.
Arl. 92.
De vergaderingen, welke worden uitgeschreven door het Collegium, worden onderscheiden in:
a. bondsvergaderingen;
b. openbare collegiumvergaderingen;
c. gewone collegiumvergaderingen.
Art. 93.
Bondsvergaderingen zijn die, lol bijwoning waarvan alle gewone leden van den Bond worden opgeroepen, behoudens uilzonderingen, elders vermeld.
Art. 91.
Zij worden uitgeschreven door den ah-aclis collegii:
a. wanneer hel collegium ze noodig oordeelt;
b. op schriftelijk, mei redenen omkleed, verzoek van minstens 15 gewone leden, behoudens de uitzonderingen, in de wetten omschreven.
Art. 95.
Behoudens de uitzonderingen, in de wel ten vermeld, moet eene bondsvergadering den gewonen leden minstens 2-i uur van te voren worden aangekondigd, met vermelding van de redenen van bij een roeping.
Bij niet nakomen van een dezer bepalingen is de vergadering nietig,
25
Art. ye.
Een bondsbesliiit is bindend voor alle bondsleden.
Art. Ü7.
Buiten dringende noodzakelijkheid mogen geene bondsvergaderingen gehouden worden;
a. op Zon- en feestdagen;
b. binnen 8 dagen vóór of na de oJïieieele Kerst-, Paasch-en zomervacanlie.
Arl. US.
Oordeelt hel Collegium hei noodzakelijk, dat op een der dagen, genoemd in art. 97, een bondsvergadering moet gehouden worden. dan mag deze vergadering geen andere voorstellen in behandeling nemen, dan die, welke volgens de meening der vergadering geen nilslel gedoogen.
Art. 99.
In elke bondsvergadering legt de ub-aelis collegii een presentielijst ter leekening: zonder deze lijM geleekend le hebben, mug geen lid zijn stem uitbrengen.
Arl. 100.
Wanneer de presentielijst niel door minstens | der gewone leden geteeke-nd is. mag de bondsvergadering niet beslissen over zaken, die niet op de agenda étaan.
Art. 101.
leder lid heeft het rechl. in «ene bondsvergadering voorstellen le doen, den Bond belreffende. Wordt een voorslel van ecu lid door minstens drie andere leden ondersteund, dan moet door de vergadering worden uitgemaakt, of de behandeling al dan niel tot een latere bijeenkomst zal worden nilgesleld. behoudens de beperkende bepaling van artikel 100.
Arl. 102.
In bijzondere gevallen heefl het Collegium het recht van introductie op eene bondsvergadering.
Art. 103.
De praeses collegii is belast met de leiding der vergaderingen; hij handhaaft de orde en verleent hel woord.
26
Art. 104.
Hij behoeft aan niemand meer dan tweemaal over hetzelfde onderwerp hel woord te verlecnen.
Deze bepaling geldt niet voor;
a. den voorsteller;
b. den beklaagde;
c. liem. wien de vergadering bij bijzondere vergunning verlof verleent.
Art. 105.
Niemand mag in zijn rede gestoord worden, tenzij hij:
a. aan het opvolgen van de bepalingen van orde moet worden herinnerd;
b. van het in behandeling zijnde onderwerp afwijkt;
c. zich beleedigende uitdrukkingen veroorlooft.
^ Art. 106.
De praeses collegii heeft het recht, de discussies over een onderwerp tesluiten, tenzij de meerderheid der aanwezige leden zich daartegen verklaart.
k
Art. 107.
Ieder lid heelt het recht, in eene bondsvergadering inlichtingen te vragen, den Bond betreffende.
Art. 108.
Het Collegium kan het geven van inlichtingen uitstellen tot een volgende bondsvergadering welke binnen 3 weken gehouden moet worden.
Art. 109.
De uilslag van stemmingen in eene bondsvergadering wordt bij monde van den praeses collegii dadelijk bekend gemaakt.
Art. 110.
Amendeinenlen op eenig voorstel moeten den praeses, zoo hij zulks wenscht, schriftelijk ter hand worden gesteld. Amendementen, die duidelijk de tegenovergestelde strekking van liet voorstel hebben, komen niet in behandeling.
Art. 111.
Wijzigingen in een amendement worden beschouwd en geformuleerd als amendementen op het oorspronkelijk voorstel.
27
Art. 112.
Over het voorstel en de amendementen wordt tegelijk de discussie geopend en gesloten.
Art, 113.
Na hel sluiten der discussies wordt het eerst gestemd over het amendement, dat volgens oordeel van den praeses de verste strekking heeft, zoo vervolgens over elk der overige amendementen, ten slotte over het voorstel zeil\', gewijzigd ol\' ongewijzigd.
Art. lli.
De bepalingen van arlt. 104, 110, 111 en 112 zijn ook op moties toepasselijk.
Art. 113.
Bij verstoring der orde in eene bondsvergadering heeft de praeses het recht, de rustverstoorders de vergadering te doen verlaten.
Bij niet opvolgen van zijn gebod wordt het weerspannige lid eene boete oogelegd van f 0.25 welke lot 1 1.— verhoogd wordt, zoo het Üd ook bij de tweede aanmaning, om dc vergadering te verlaten, weigerachtig blijft.
Art. 116.
De praeses is gerechtigd, eene vergadering wegens wanordelijkheid, te langen duur, als anderszins, te schorsen of te verdagen.
In overleg met zijn medecollegiumleden bepaalt bij den duur der schorsing\'resp. verdaging.
Art. 117.
Als eene bijzondere bondsvergadering wordt beschouwd die, welke plaats heeft in de maand November, voor de plechtige inauguratie der novitii van den Bond.
Art. 118.
In de onder art. 117 genoemde vergadering verschijnen de leden der bondsbesturen en -commissies allen officieel.
Art. 119.
Staande quot;de vergadering, in art. 117 genoemd, mag niet worden gerookt en mogen geene ververschingen worden gebruikt.
28
Art. 120.
Dc agenda der vergadering, in art. 117 genoemd, is als volgt:
a. opening;
b. voorlezing der op de inauguratie betrekking hebbende stukken;
c. binnenleiden van de novitii;
d. toespraak van den praeses eollegii, waarin bij de novitii wijst op bunne rechten en verpliehtingen als bondslid. Aan bet einde van zijne rede inaugureert hij hen plechtig als leden van den U. S. B.;
e. onderleekening van de bondswetten en liet procesverbaal van toetreding door de nieuwe leden;
1. gelegenheid voor de officieele personen van den U. S. B., van bevriende vereenigingen en voor novilii om hel woord te voeren;
g. sluiting.
Art. 121.
De vergaderingen van hel Collegium worden gehouden in een daartoe bestemd lokaal.
Art. 122.
Openbare collegiumvergaderingen zijn die vergaderingen van het Collegium, waarin alle bondsleden bet recht hebben te verschijnen, behoudens elders vermelde uilzonderingen. Zij worden gehouden ter inauguratie van tusschentijds aangekomen leden of ter installatie van tusschentijds verkozen leden van besturen of commissies in den Bond en verder in die gevallen, waarin het Collegium eene openbare colle-giumverga\'dering wenschelijk acht.
Art. 123.
Gewone collegiumvergaderingen zijn die. welke door het Collegium op verzoek van een collegiumlid gehouden worden ter bespreking van de bondsbelangen van meer dage-lijkschen aard. Zij worden, evenals de bondsvergaderingen en de openbare collegiumvergaderingen, door den ab-actis eollegii uitgeschreven.
Art. 124.
Voor het houden eener openbare of gewone collegiumvergadering is de aanwezigheid van minstens 3 collegiumleden noodig.
29
Art. 125.
Zoo mogelijk vergadert hel Collegium minstens eenmaal per week.
A ii. 120.
Het Collegium heeft het recht, iemand in eene collegium-vergadering te introduceeren.
Art. 127.
Tot de gewone collegiumvergaderingen hebben, behalve de collegiumleden, steeds toegang de eereleden van het (\'ol-legium en de praeskles der laculteiten, tenzij hel Collegium hei wenschelijk oordeeil, zonder eereleden en laculleilsprae-sides le vergaderen.
A rl. 128.
De ordebepalingen, van krach! in eene bondsvergadering, zijn, voorzoovor ze kunnen worden loegepast, ook geldend voor col 1 egiumvergaderingen.
A li. 120.
Openbare collegiumvergaderingen moeten den leden mins-lens 2\'{ uur van le voren worden bekend gemaakt.
Ali. ino.
De stemmingen in collegiumvergaderingen hebben plaals op een wijze, zooals ze voor de bondsvergadering zijn vastgesteld.
IIOOFDSTI K VI.
Van de geldmiddelen.
Art. m.
liet hondsjaar loopt van primo October tot ultimo September.
Art. 132.
De gelden, noodig ter bestrijding van de door den Rond le maken onkosten, worden onder meer verkregen door:
a. een entree van 1\' I.—. (Zie art. 20.)
b. een jaarlijksche contributie van f rgt;.—;
c. de opbrengst, der boeten;
d. de opbrengst der, bij liet uittreden uil den Bond door ieder lid le betalen sortie ad f 2.50;
30
e. vrijwillige contributiën van oud-leden;
f. de opbrengst der wets-exemplaren a f 0.25;
g. de opbrengst der lioot\'delijke omslagen, welke Ie za-men niet meer dan i\' 2.50 per jaar mogen bedragen.
Art. 133.
Onder noodzakelijke uitgaven worden onder meer verslaan:
a. de gelden, noodig voor liet bestuur en de vertegenwoordiging van den Rond door het Collegium;
b. de gelden, noodig voor het optreden, voor of namens tien Bond door de overige bondsbesluren en -commissies;
c. de gelden, noodig voor den jaartijkschen huur en het onderhoud der lokalen van den Bond;
Art. 13 \'i.
7.oo noodig helpt de bondskas de kassen der onder controle van het Collegiimi staande besturen en commissies. Ten behoeve dezer besturen en commissies wordt zoo noodig jaarlijks een op de bondsbegrooting vastgestelde som uilgetrokken.
Art. 135.
De quaestor collegii maakt jaarlijks vóór 1 November een nauwkeurig verslag van alle zekere en vermoedelijke inkomsten en uitgaven van den Bond voor het komende jaar. Deze begrooting wordt zoo mogelijk vóór 15 November door het Collegium aan de goedkeuring van eene bondsvergadering onderworpen, nadat de begrooting gedurende 8 dagen voor deleden ter inzage gelegen heeft. Gedurende dien lijd heeft ieder lid het recht, een voorstel tot wijziging of bijvoeging van afzonderlijke posten schriftelijk bij tiet Collegium in te zenden, dat verplicht is, dusdanig voorstel in de voornoemde bondsvergadering Ier tafel Ie brengen. Een voorstel, niet schriftelijk ingeleverd, behoeft het Collegium niet. in behandeling le doen nemen.
Art. I3C.
Wordt de begrooting, al of niet voorzien van de sub art. 135 genoemde schriftelijk ingediende voorstellen, verworpen, dan moet binnen 14 dagen eene nieuwe begroot ing in eene volgende bondsvergadering worden ingediend. Ook ttians moeten wederom de bepalingen van art. 135, voor zoo ver ze van toepassing zijn. in acht genomen worden.
si
Art. 136a.
De quaestor collegii maakt een balans op over liet afgeloo-pen jaar, welke balans tegelijk met de begrooting aan de leden zal worden bekend gemaakt.
Art. t3T.
Na vaststelling der begrooting kunnen tusscbentijds wijzigingen of bijvoegingen worden vastgesteld:
a. op voorstel van bet Collegium;
b. op voorstel van minstens 10 gewone leden bij gemoti-veerden brief.
Ait. J38.
Het Collegium kan een voorstel doen tot het lieffen van een hoofdetijken omslag, wanneer liet dezen onvermijdelijk acht.
Art. 139.
Hoofdelijke omslagen kunnen slechts worden geheven, wanneer zïïMi in «ene bondsvergadering i/5 der geldige stemmen daarvoor verklaren.
Art. liO.
De jaarlijksche contrihntae moet worden voldaan in twee gelijke gedeelten, respectievelijk in de maanden November, en April. Zij. die na Januari als leden geïnaugureerd worden. betalen voor het reeds gedeeltelijk verloopon hondsjaar eene contributie van f 2.50.
De sortie moet voldaan worden binnen 3 maanden na opzegging van liet lidmaatschap.
Eereleden en oud-leden, die op nieuw lid zijn geworden, zijn van de betaling dezer sortie vrijgesteld.
Art. l\'il.
Nieuwe leden voldoen hun «ntréegelden tegelijk mei den eersten termijn van hun contributie.
Art. 142.
IToofdclijke omslagen worden betaald in de 3de week, volgende op die, waarin tot de heffing besloten werd.
Art. m.
Tot. de inning van conlrihutie, entree, behalve waar het tusscbentijds aangekomen leden betreft, en hoofdelijke om-
slagen, houdt de quaestor op den daarvoor bestemden lijd minstens 2 namiddagen van 4—5 uur zitting in een der lokalen van den Bond.
Art. 14\'i.
Het tijdstip der zittingen wordt minstens 8 dagen van te voren aan de leden scliril\'telijk bekend gemaakt.
Art. l\'ió.
De boeten, welke een lid door bet Collegium zijn opgelegd (uilgezonderd die wegens wanbetaling), moeien voldaan worden in de derde week, volgende op die, waarin ze werden opgelegd.
Art. l\'iO.
Blijft een lid in gebreke, de gelden, die bij aan het Collegium verschuldigd is, (uitgezonderd die wegens wanbetaling), op lijd Ie voldoen, dan ontvangt hij eene waarschuwing van den quaestor en beloopt tevens eene boete van I\' 0.25. Heelt liij binnen drie dagen nog niet aan zijne verplichtingen voldaan, dan ontvangt hij eene tweede waarschuwing, terwijl zijne boete lot f 1.— verhoogd wordl. Heelt hij ti dagen later zijn oorspronkelijke schuld, vermeerderd met de boele van 1\' t.— nog niet betaald, dan wordt de laatste lot f 2.50 verhoogd en hel lid geschorsl Overhandigt hij de verschuldigde gelden niel binnen een maand (30 dagen), gerekend van den dag dei- schorsing al\', dan wordt het lid geroijeerd. De toepassing dezer bepaling wordt aan bet Collegium overgelaten.
Art. I \'iT.
Voor straffen, die het gevolg zijn van wanbetaling, beslaat geen appèl op eene bondsvergadering.
Ail. 148.
Voor boelen, schadeloosstellingen of andere slraffen. dooi\' eenig ander bondslicbaam dan het Collegium opgelegd, behalve die wegens wanbetaling, gelden evenzeer de bepalingen van art, 145, Bij niel op lijd betalen zijn wederom de bepalingen van arl. 146 toepasselijk.
Arl. 149.
Schorsing wegens wanbetaling houdl op door voldoening der gelden, waarvoor dé schorsing is uilgesproken.
ns
Art. 150.
jaarlijks wordt § van het batig saUlo door liet Collegium rentegevend belegd, tenzij de bondsvergadering anders moclif beslissen. Met do rest van bet saldo wordt gebamleld volgens het oordeel van de bondsvergadering.
HOOFDSTUK VII.
Van de faculteiten.
Art. 151.
De Bond erkent in zijn midden vijf faculteiten, nl. een medische, een philosophische, een theologische, een juridische en een litterarische faculteit.
Art. 1(52.
Ieder gewoon lid van den U. S. B. is lid van die faculteit, waarbij iiij zich bij den Rector Magnificus beeft doen inschrijven.
Art, 153.
Indien iemand bij den Reclor Magnificus voor meer dan één faculleit is ingeschreven, moet hij aan bet Collegium schriftelijk verklaren, lot welke faculleil in den Bond hij wenschl gerekend Ie worden.
Arl. 154.
De faculleiten worden vertegenwoordigd door een prae-ses en een ab-actis, die levens vice-praeses is. Zij worden door do stemgerechtigde leden dor respectieve facultoiten uit de verkiesbare faculteilsledon gekozen.
Art. 1555.
De bepalingen, van kracht voor de bondsvergaderingen, zijn dat ook. voor zoover toepasselijk, voor do facidteitsver-ga deringen.
Art. 150.
De praeses is belast mol de leiding dor faculleilsvergade-ringen.
Art. 157.
De ab-actis is belast met al hel schrijfwerk der faculteit. Hij bewaart liet archief.
3
34
Art. 158.
De viee-praeses heeft het recht, wanneer hij de vergacle-ring leidt, een der aanwezigen Ie belasten met liet houden der notulen.
Art. 159.
Onder vergaderingen eener faculteit verstaat men die ver-gadcrina-en/ tot bijwoning waarvan, binten het Collegium, slechts de leden der respectieve, faculteit worden uitgenoo-digd en die gehouden worden ter bespreking van onderwerpen, de faculteit betreffende.
Art. 1(50.
Faculteitsvergaderingen worden belegd, wanneer het fa-culleits-bcstuur ze noodig acht; voorts op last van het Collegium of op gemotiveerd, schril lel ijk verzoek van minstens l der faculteitsleden.
Art. 101.
leder faculteitsbesluit is bindend voor alle leden der faculteit.
Art. 1G2.
Binnen 24 uur na Iedere faculteitsvergadering zendt de ab-actis der faculteit een verslag van het in de vergadering behandelde aan het Collegium.
Art. 163.
Zijn faculteitsbesiluiten, volgens het oordeel van het Collegium in strijd met de wetten, de besluiten ot de heli\\n};e)i van den Bond, dan moet het Collegium binnen 24 uur, nadat het van het faculteitsbestuur kennis heeft gekregen, de uitvoering daarvan schorsen en zoo spoedig mogelijk de bondsvergadering over hel al of niet vernietigen van het faiculteilsbeshut doen beslissen. Van deze schorsing en beslissing moet het Collegium aan de faculteit kennis geven.
Art. 164.
Ieder jaar, vóór liet einde der maand October, geeft ieder faculteitsbestuur een schriftelijk verslag van het in den afge-loopen cursus verstrekt onderwijs aan de respectieve faculteiten. Dit verslag wordt aan het oordeel der farullcilsver-gadering onderworpen en. al of niet gewijzigd, bij het Collegium en eventueel bij de almanak-redactie ingeleverd.
Art. 165.
De faculteitskleuren zijn;
voor do medische lïieulleil; groen;
voor de pliilosopliisclie facultieil: geel;
voor de theologische faculteit: rose;
voor de juridische faculteit: rood;
voorde lilterairische faculteit: blauw.
Art. 166.
Iedere faculteit, is verplicht in de maand October en in den loop van het. Hondsjaar, nog eenmaal een avondlezing te doen houden.
Art. 167.
Iedere faculteit bezit een bibliotheek. Het faculteitsbestuur is bevoegd tijdschriften, boeken en brochures op de leestafel te leggen, doch moet daarvan mededeeling doen aan liet. bestuur van het bondsgebouw, dat de werken, zoolang ze op de leestafel liggen, als aan zijne hoede toevertrouwd beschouwt.
Art. 168.
Hij schenkingen van iijdelijken of blijvenden aard door leden of andere personen is de ab-actis gerechtigd, met in-achtneming der door do schenkers gemaakte bepalingen, naar eigen goedvinden to handelen.
Art.. 169.
De ab-actis houdt een register van uitgeleende boeken en lijdschriften en ieekcnt daarin aan don naam van het Uitgeleende werk, en van den leener en den datum van af-gifie en van ontvangst.
Art. ITO.
De leener is aansprakelijk voor de door hem geleende werken. Hij is verplicht, onder vergoeding van kosten en toegebrachte schade, ieder door hem geleend werk na 14 dagen terug te geven.
Art. 171.
De ab-actis is bevoegd, den termijn van nitleening telkens met li dagen te verlengen, met inachtneming der bepalingen van art. 169.
36
Art. 172.
In de maand December levert het faculteitsbestuur bij liet Collegium een verslag in van de handelingen en loi-gevallen der faculteit in het afgeloopen jaar, van den loc-stand der bibliotheek, benevens een verslag van den toestand der kas. Dit laatste levert het evenzeer in bij tusschen-tijds aftreden van pracscs, ab-actis of beiden.
HOOFDSTUK VIII.
Van het novitiaat en de novitiaat-commissie.
Art. 173.
Ten einde de wederzijdsche kennismaking tusschen do leden en de aanstaande leden van den Bond, de kennismaking van laatstgenoemden met de hondsbos luren en -commissies, de bondsveroonigingon, de bondsinstellingen en de bomisprincipos en met do l niversiteit als kweekplaats van wetenschap en kunst mogelijk te maken, wordt oen tijdperk van minstens 3 weken geöischl. een z. g. novitiaat, waarin de aanslaande loden of novilii onder direct loezichl slaan van eene commissie van 5 leden, die gehouden is, de belangen van de novilii zooveel mogelijk in alle opzichten le behartigen.
Art. 174.
De commissie beslaal uil 5 leden: een praoses, een ab-actis, een quaestor, een commissaris-vice-praesos, oen com-missaris-vice-ab-actis, bij voorkeur te kiezen uit de leden der faculleilsbesluren en van hel B. G. B.
Art. 175.
De bepalingen, welke de werkzaamheden der Collegiumleden omschrijven, zijn voor zoover toepasselijk, ook van kracht voor de leden der novitiaats-coimmiss-io.
Ail, 176.
Gedurende hun novitiaat zijn de novilii verplicht, zooveel mogelijk kennis Ie maken met de leden van den Bond.
Art. 177.
De uitgaven der novilii tijdens het noviliaal komen niet ten laste van den Bond.
37
Art. 178.
Het. novitiaat-programma voor de bij het begin van den aeademischen cursus tot den Bond toetredende novitii wordt door do commissie bij aanplakking bekend gemaakt.
Op het programma komen o. a. voor;
a. bijeenkomsl-avond van de olficicclc bondsbesluren en commissies met de novitii;
b. oefenings- of andere avonden van bondsvereenigingen;
c. spreekavonden van de leden der taculleiten en anderen.
Art. 179.
Bij tusschentijds toetreden van novitii handelt de novi-tiaat-commissie in overleg met het Collegium.
HOOFDSTUK IX.
Van het bondsblad.
Art. 180.
Van Avege en voor rekening van den U. S. B. en cven-lueel andere studentencorporaties kan op vaste1 lijden of bij buitengewone gelegenheden een blad worden uitgegeven, volgens regels door het Collegium onder goedkeuring der Bondsvergadering te stellen.
HOOFDSTUK X.
Van den bondsalmanak.
Art. 181.
Van wege en voor rekening van den U. S. B. en eventueel andere studentencorporaties kan een almanak worden uitgegeven volgens regels door hel Collegium, onder goedkeuring der Bondsvergadering, te stellen.
HOOFDSTUK XI.
Van de bondsvereenigingen.
Art. 182.
Het Collegium heeft het recbl, het bestaan van sommige bijzondere vereenigingen van bondsleden officieel te erkennen.
38
Art. 183.
Wensch!• eene vereeniging als zoodanig officieel erkend le worden, dan moet haar bestuur zich niet schriftelijk verzoek om erkenning tol hef Collegium wenden, onder overlegging van haar reglonienl en ledenlijst en een verklaring, dal de stenigereclitigdc leden uilsluifend leden van den Bond zijn.
Art. 18i.
Bepalingen, die hel doel hebben, zekere categories of clubs onder de bondsleden van de mogelijkheid lol lid worden uit te sluiten, mogen bij officieel erkende vereenigingen niet beslaan, dan in zoover de vereeniging haar leden slechts uil de leden van éóne faculteit of uil enkele faculteiten trekt.
Art. 185.
Van liesluursveranderingen, reglementswijzigingen, als anderszins, wordt door de officieel erkende vereeniging aan bel Collegium mededeeling gedaan.
Art. 180.
Houdt eene officieel erkende vereeniging op te bestaan, dan vervall haar archief aan den Bond.
Art. 187.
Hel Collegium is gemachtigd, de verleende erkenning in te trekken.
Art. 188.
Eveneens heeft de officieel erkende vereeniging het recht, op haar verzoek de erkenning als ingetrokken te doen beschouwen. Na ophouden der erkenning vervallen ook dadelijk de daaruit voortspruitende wederzijdsche rechten en verplichtingen.
Art. 189.
Van de erkenning -en van haar intrekking of ophouden geeft hel Collegium den bondsleden op de gebruikelijke wijze kennis.
Art. 1(J0.
Eene officieel erkende vereeniging is verplicht:
a. een haar door de novifiaat-commissie aangewezen avond voor de novitii op te treden.
Van dit optreden kan de novitiaat-commissie eene vereeniging, op verzoek van deze, vrijstelling verleenen;
39
b. luister bij te zetten tot de viering van den Dies Na talis van den Bond, o. a. door aanwezigheid van haar bestuur en vaandel, een en ander volgens regeling der ceremonie-meosters;
c. een exemplaar liarer insignes, reglementen, als anderszins, aan het honds-archief te doen toekomen. Deze blijven steeds hel eigendom van bet bondsarchief.
Art. 191.
Officieel erkende vereenigingen hebben het recht, hare aankondigingen en verdere mededeetingen op een daartoe in liet bondsgebouw aanwezig bord en in het bondsblad te plaatsen.
All. 192.
Officieel erkende vereenigingen genieten moreelen en, zoo noodig, ook stoffelijken steun van den Bond. Het verschaf feu van den laaisten geschiedt volgens besluit der bondsvergadering.
Art. 193.
Het Collegium heeft het recht, de vergaderingen der officieel erkende vereenigingen ten alle tijde te bezoeken.
HOOFDSTUK XII.
Over het sluiten van officieele vriendschapsbanden met studenten-vereenigingen, welke niet tot den U. S. B. behooren.
Art. 194.
Officieele vriendschap kan alleen bestaan tusschen den U. S. B. en die studentenvereenigingen, welke met den U. S. B. in grondslagen overeenkomen.
Art. 195.
Een besluit, om vanwege den U. S. B. een aanvrage te doen, om als officieel bevriende vereeniging erkend Ie worden, wordt genomen door de bondsvergadering.
Art. 196.
Wordt door eenige vereenigingen het verzoek, om ol\'tt-ciëel als bevriend erkend te worden, tot den U. S. B. ge-
40
richt, dan deelt het Cullegium dit verzoek ten spoedigste den leden mede en doet eene bondsvergadering beslissen.
Art. 197.
Het Collegium is verplicht, zooveel mogelijk vriendschappelijke connecties aan te knoopen en te onderhouden met de besturen der olïiciëel bevriende voreenigingen. Hel houdt deze besturen op de hoogte van de voornaamste gebeurtenissen, die in den Bond plaats grijpen en stelt ze in het. bezit van de statuten en wetten van den Bond. Bij officieel bezoek hunnerzijds zijn zij de gasten van het Collegium.
Art. 198.
De leden van officieel bevriende vereenigingen hebben zonder introductie toegang tot de lokalen van den Bond, voor zoover deze zijn opengesteld. Echter kan hun voor een nader te bepalen lijd als straf de toegang lot de honds-lokalen ontzegd worden. Het Collegium brengt, een cu ander ter kennis van hel bestuur der bevriende vereeniging, waar het gestrafte lid thuis hoort.
Art. 199.
Verder zijn alle strafbepalingen, geldend voor leden van den U. S. B., ook geldend voor de leden der officiëel bevriende vereenigingen, voor zoover ze kunnen worden toegepast.
Art. 200.
Hel afbreken der officiëele vriendschappelijke betrekkingen geschiedt bij besluit van eene bondsvergadering. Bij hef ophouden der officiëele vriendschappelijke betrekkingen vervallen tegelijk alle wederzijdsche rechten en verplichtingen.
HOOFDSTUK XIH.
Van de insignia voor leden der besturen en commissies van den U. S. B,
Art. 201.
De leden van het. Collegium en van de onder controle van het Collegium staande besturen en commissies dragen, in functie, een daarvoor vastgesteld teeken hunner waardigheid. Deze waardigheidsteekenen worden uil de honds-kas betaald en blijven het eigendom van den Bond.
41
Art. 202.
Het insigne voor de leden van liet Collegium bestaat in een vijfstralige ster, in het midden waarvan liet wapen van den Bond, gedeeltelijk oiingeven door de woorden; Speclemur agendo, lii de bovenste drie stralen acblereenvolgens de lettel U., S., B. Het geheel hangende aan een lint, bestaande uit twee gelijke banen, een gele en een zwarte. ()p hel lint voor den praeses zijn een eiken- en een lauriertak geborduurd. Op den rechterkant van het lint zijn;
voor den ab-actis een veder;
voor den quaestor twee elkaar kruisende sleutels;
voor den assessor l twee sterren;
voor den assessor II één ster geborduurd.
Bovengenoemde leekens in zilver.
Art. 203.
liet insigne voor de leden van het bestuur voor het honds-gebouw. bestaat in een penning, hangende aan eim lint, bestaande uit twee gelijke banen, een roode en een witte.
Op de voorzijde van de penning staat een Minervabeeld, omgeven door de woorden; ,,Jungit Junetos Et Servat Ami-cosquot;, op de achterzijde hel wapen van de Academie, omgeven door het randscliril\'t; ..Sol Justitiae tllustra Nos.\'
Art. 20i.
Het insigne voor de leden van de faculteitsbesturen is een penning, hangend aan een lint van de kleur der lacul-teit. De penning beval het wapen der Academie, omgeven door de woorden; „Faculteit van den U. S. B.quot;
Art. 203.
Het insigne voor leden van de novitiaat-commissie bestaat in een lint van 4 gelijke banen, een gele. een zwarte, een roode, een witte, in voornoemde orde op elkaar volgend en van links naar rechts over het vest te dragen.
Hetzelfde insigne is geldend, wanneer de leden der novitiaat-commissie op treden als ceremoniemcesters-feest-commissarjssen.
Art. 20G.
Het insigne voor leden van de redactie voor het bondsblad is een schildje, hangend aan een wit lint. Op hel schildje een veder, links waarvan heiwoord „Bouds , rechts het woord „bladquot;.
42
Art. 20T.
Het insigne voor leden van de almanakredactie is een penning, hangend aan een wit lint. Op de penning een boek met veder, omgeven door de woorden: „Almanakredactie U. S. B.quot;
HOOFDSTUK XIV.
Van den rouw.
Art. 208.
Bij overlijden van een der leden van liet Koninklijk Huis, een der curatoren ol\'professoren der Ltrechtsche Universiteit. een der gewone leden ol eereleden van den U. S. B., wordt voor oen door hel Collegium Ie bepalen tijd de rouw aangenomen.
Art. 209.
Voor andere, dan de in art, 208 genoemde personen, kan de rouw worden aangenomen, doch slechts volgens bestuit cener bondsvergadering, die dan tevens den duur bepaalt.
Art. 210.
De rouw beslaat in liet dragen van eene kokarde aan den hoed, welke als volgt is samengesteld: een rozet van de kleur der l\'aculleil; hierop een kleinere zwarte rozet, gedekt door het academisch wapen. Bij overlijden van leden van het Koninklijk Huis wordt de l\'aculteitskleur door oranje vervangen.
Art. 211.
Het dragen van den rouw is niet verplichtend, behalve voor de leden van het Collegium en voor de leden der la-culteitsbesturen.
Art. 212.
Gedurende den rouw hebben geene feestelijkheden vanwege-den Bond plaats.
Art. 213.
Het Collegium zal bij de familie van den overledene een rouwbeklag indienen.
43
HOOFDSTÜK XV.
Van de statuten en wetsveranderingen.
Arl. 21 i.
Ue Bond ondersclicidl wijzigingen van Ujdelijken en wijzigingen van blijvendcn aard.
Arl. 213.
Wijzigingen van lijdelijken aard zijn die. welke bestemd zijn slecliis gedurende eeli bij bel. voorstel bepaalden lijd le werken. Daartoe wordl besloten in eene bondsvergadering, op voorstel van bel Collegium of van minstens ld gewone leden met J der geldige slemmen. Dit voorstel moei den leden niet later dan 8 dagen vóór de le houden bondsvergadering bekend gemaakt zijn.
Art. 210.
Onder wijzigingen van blijvenden aard verstaat men die, welke worden gemaakt op voorstel van hel Collegium ol van minstens 10 gewone leden in eene bondsvergadering. De voorgestelde wijzigingen moeten den leden niet later dan 8 dagen vóór de te houden bondsvergadering bekend gemaakt
Aangenomen wijzigingen worden door den ab-aclis colte-gii aangeplakt en zoo spoedig mogelijk den leden ter hand gesteld. De bondsvergadering bepaalt, wanneer de vastgestelde wijzigingen van kracht zijn.
Arl. 218.
Wetswijzigingen van lijdelijken aard worden aangeplakt en bovendien opgenomen in hel besluitenboek. In dit boek worden alle bestuiten der bondsvergaderingen opgeteekend, welke tijdelijk van kracht zijn ol\' die volgens verlangen dei-bondsvergadering erin moeten worden opgenomen.
Art. 219.
Voorstellen lot wetswijzigingen van blijvenden aard kunnen, indien ze verworpen worden, niet eerder dan na verloop van 3 maanden weder Ier latei worden gebracht.
Art. 220.
Voorstellen lot wetswijziging mogen niet in strijd zijn met den inhoud der slatnteii.
44
Art. 221.
Wijzigingen in de statuien worden geniaalst op voorstel van liet Collegium ot\' van minstens 20 gewone leden, volgens besluit van eenc bondsvergadering, welke niet eerder dan 8 dagen, nadat bet voorstel den leden schriftelijk bekend gemaakt is, gehouden wordt.
Arl. 222.
De statuten en wijzigingen in de statuten zijn van kracht, zoodra daarop de Koninklijke Goedkeuring verkregen is.
])e wijzigingen worden ten spoedigste in het bondsgebouw aangeplakt, en verder ieder lid schriftelijk afzonderlijk ter hand gesteld.
HOOFDSTI\'K XVI.
Slotbepalingen.
Ar1.223.
De 16de Mei is de Dies Natalis van den U. S. H. Deze wordt op nader te bepalen wijze feestelijk herdacht.
Art. 224.
Ter zake van bijzondere aangelegenbeden kan de U. S. B. zich, volgens besluit eener bondsvergadering, door eene Commissie doen vertegenwoordigen. Deze commissie moet uit minstens 3 leden bestaan, welke, voor zoover niel de bondsvergadering hieromtrent bepalingen maakt, zelfstandig hun werkzaamheden regelen en van rechtswege van hun verplichtingen ontheven zijn, wanneer hun mandaat geëindigd is.
Art. 225.
Waar in de wetten sprake is van Bond, zonder nadere aanduiding, of van t\'. S. B., wordt daarmede steeds bedoeld de Uirechtsche Studenten Bond.
Art. 226.
leder lid van tien IJ. S. B. wordt, geacht de artikelen van de wetten zijner vereeniging tekennen.
Art. 227.
In gevallen, waarin niet voorzien is of omtrent de uitlegging van de artikelen dezer afdeeling verschil van meening
45
bestaat, beslist in spoedeischende gevallen het Collegium. Een zoo spoedig mogelijk te houden bondsvergadering neemt daaromtrent een definilief besluit, dal van invloed is, lodat een volgende hondsvergadering het vernioligt. Dit besluit heeft echter geen terugwerkende kracht op de door het Collegium genomen beslissing.
Art. 228.
De bepalingen dezer afdeeling (reden in werking den Uden Maart 1904.
Afdeeling II.
Van het bondsgebouw.
Art. 220.
De belangen van hel hondsgebouw zijn opgedragen aan een besluur van 5 leden, bestaande uil een praeses, een ab-nclis, eon quaoslor. een commissaris voor leeslal\'et en hi-hliolheek, tevens vice-ab-aclis en een commissaris voor con-sumabel en meubilair, tevens vice-quaestor.
Arl. 230.
Het besluur draagt zooveel mogelijk zorg. dat steeds minstens één besluurslid in het hondsgebouw aanwezig is.
Art. 231.
Hel besluur belaall uil zijn kas alle uitgaven van hel bonds-gebouw, met nilzondering van de huur der lokalen.
Art. 232.
Na iedere Kerst-, en zomervacanlie doet het besluur aan het Collegium een kort verslag van den toestand van zaken.
Dit verslag wordt den leden op aanvrage ter inzage verstrekt.
Art. 233.
Het bestuur brengt jaarlijks vóór 1 Nov. aan het Collegium verslag uit van alle ontvangsten en uitgaven in het al\'geloo-pe\'n jaar en voegt daarbij eene begrooling voor het volgende
46
Art. 234.
Deze balans on begrooling liggen gedurende een week voor de leden op aanvrage Ier inzage.
Art. 235.
Ieder lid kan in de begrooting wijzigingen voorstellen. Het bestuur behoef! deze wijzigingen echter niet op te nemen. Het Collegium lieell het recht, de begrooling te verwerpen. Geschiedt zulks, dan dient het bestuur binnen 8 dagen een andere in, die op dezelfde wijze aan het oordeel der leden en aan de goedkeuring van het Collegium onderworpen wordt.
Art. 236.
Hei bestuur stelt een reglement, op voor de bibliotheek en de leestafel, een reglement voor het gebruik van biljart en andere spelen, benevens een reglement op het dagelijksch verkeer, welke het aan de goedkeuring der bondsvergadering onderwerpt en na goedkeuring op de daarvoor het meest geschikt zijnde plaatsen aanplakt.
Art. 237.
Hazardspelen worden gestraft met f 5,— tot f 10,— boete.
Art. 238.
15ij onvoorziene omstandigheden, bij afwezigheid van bestuursleden. of wanneer hun macht te kort schiet bij handhaving der orde, nis anderszins, treden de aanwezige colle-giumteden als commissarissen op.
Art. 239.
Een bestuurslid kan iemand verzoeken, de lokalen te verlaten, zoo daartoe in hel oog van dat bestuurslid gegronde redenen bestaan. Geldt het een lid, dan wordt, bij weigering, na tweemaal herhaald verzoek den weerspannige een boete van f 2.50 opgelegd. Blijft de schuldige ook dan nog weigeren, dan wordt hij met geweld verwijderd.
Tegelijk met de beboeting treedt schorsing in. welke eindigt, zoodra de boete voldaan is. Bij niet voldoen binnen 3 weken volgt royement.
Geldt het een introducé, dan wordt deze, zoo tilj aan liet verzoek, om de lokalen te verlaten, niet goedschiks gehoor geeft, met geweld verwijderd en het recht, om geïntroduceerd Ie worden, hem gedurende een tijd. door het hstuur te bepalen, ontzegd.
Zijn naam wordt geplaatst op de lijst, bedoeld in art. 256.
47
Art. 240.
Hij die ingevolge art. 239 de lokalen heeft verlaten is gehouden gedurende den dag, waarop, of den nacht, waarin hem het verder verblijf in het hondsgebouw ontzegd werd, afwezig te blijven, op boete van f 1.—, zoo het een lid betreft.
Art. 241.
De tijden van opening en sluiting der lokalen worden door het bestuur voor het bondsgebouw in overleg mei het Collegium bepaald. Deze bepalingen moeten in liet bondsgebouw zijn aangenlakt.
Art. 2i2.
In de zomervacantie kan het. bondsgebouwbestuur de lokalen gedurende een met het Collegium overeen te komen tijdperk sluiten.
Art. 243.
Eereleden en gewone leden hebben het recht van introductie, behalve op vergaderingen en in gevallen, waarin anders is bepaald.
LUrechtsche studenten kunnen niet meer dan 3 maal per jaar geïntroduceerd worden. Dit geldt niet voor hen, die, alvorens lid te worden, voorhangen.
Art. 244.
Iedere introductie is geldend voor 2 geheele achtereenvolgende dagen of gedeelten van twee achtereenvolgende dagen.
Art. 245.
Van introductie zijn uitgesloten:
a. voormalige leden van den Bond, die geen oud-lid zijn:
b. geschorste leden;
c. geroijeerde leden;
d. die personen, wien de bestuursleden en de collegium-leden in het belang van den Bond den toegang meenen te moeten weigeren.
Ari. 240.
De namen der personen, bedoeld in art. 243 a, b, c en d, alsmede de namen van die rtrechtsche studenten, die 3 maal in een jaar geïntroduceerd zijn. worden door aanplakking in het bondsgebouw bekend gemaakt.
48
Art. 2\'i7.
Het lid, dat een persoon introduceeren wil, moet dadelijk den naam van dien persoon, zijn eigen naam, liet beroep en de woonplaats van zijn gast en den datum van introductie schrijven in een daartoe bestemd boek, voor de aanwezigheid waarvan door liet bestuur wordt zorg gedragen. Bij in gebreke blijven beloopt hij een boete van i\' i.—, terwijl de. naam van liet beboete lid en die van den introducé door het bestuurs- of collegiumlid worden ingeschreven en door de handteekening van den laatste gewettigd.
Art. 248.
Rij introductie van een persoon, die volgens art. 245 niet, of volgens art. 240 niet meer geïntroduceerd mag worden, worden de introductor voor f 2.50 beboet en de introducé verwijderd.
249.
Behalve leden van den Bond, geïnlroduceerden en leden van officieel bevriende vereenigingen. word! niemand zonder uitdrukkelijke toestemming der bestuurs- of collegium-leden toegelaten.
Art. 250.
Bij bijzondere gelegenheden kan, volgens besluit van liet bestuur in overleg met het Collegium, aan niet-leden zonder introduclie toegang lot de lokalen van den Bond worden verleend. Tevens wordt bepaald, voor welke personen of welke categories van personen en voor hoe lang de openstelling plaats heeft.
Art. 251.
Hel bestuur zorgt voor het onderhoud der aan het bestum toevertrouwde eigendommen van den Bond en van die, waarover het verder als zoodanig beschikt.
Art. 252.
Een lid is aansprakelijk voor de betaling der door zijn gast gemaakte verteringen, welke direct voldaan moeten worden, op boete van f J.—. Het bestuur bepaalt daarop den datum, vóór of op welken hel lid de door zijn gast gemaakte verteringen moet betalen.
Art. 253.
In een der lokalen van den Bond bevindt zich een aanplakbord voor aan te plakken kennisgevingen.
49
Ail. 254.
Bij liet bestuur berust een klachtenboek, dal aan ieder lid op zijn verlangen verstrekt wordt. Van de in dit boek voorkomende klachten neeml het bestuur, mits ze onderteekend zijn, nota en Iraclit, indien de klachten gegrond worden bevonden, de redenen, die tot klagen aanleiding geven, uit den weg te ruimen.
Art. 255.
De commissaris voor leestafel en bibliotheek zorgt voor de aanwezigheid van een exemplaar van de wetten van den ü. S. 13. en een adreslijst van de leden van den U. S. B.
Arl. 250.
Ieder lid. dat goederen in het bondsgebouw beschadigt of zoek maakt, moet daarvoor een door het besluur te bepalen schadevergoeding geven, liet besluur bepaalt, wanneer dil geschieden moet, mag echter niet een termijn stellen, kleiner dan 2 weken. Geschiedt dit beschadigen of zoek maken door een introducé, dan is voor de betaling zijn introductor aansprakelijk.
De namen der beschadigers, of zoo deze introducés zijn, de namen hunner introductors, worden met eene nauwkeurige omschrijving van de aangerichte schade door een tier aanwezige bevoegde personen dadelijk in een daarvoor hestemd boek opgeschreven, en voorzien van de handleeke-ning van den bevoegden persoon.
Art. 257,
De praeses is de leider van het besluur in de vergaderingen en in alle voorkomende gevallen.
Art. 258.
De ab-actis voert de correspondentie, niet het geldelijk beheer bet renende, hij houdt copie van alle eenigszins belangrijke missiven, bewaart naar rangorde en tijd alle ingekomen stukken en houdt het archief in orde. In de maand April geeft hij aan het Collegium een schriftelijk verslag van de handelingen en lolgevallen van het bestuur sedert de maand April van hel voorgaande jaar en van den toestand van het bondsgebouw.
Art. 259.
De quaestor is belasl met het beheer der geldmiddelen, in overleg met de overige bestuursleden, hel bewaren van alle
50
qiiitanlies, met hijvoeging der rekening, zoo de quitantie niet daarop is aangebracht, het voeren der correspondentie, betreffende financieele zaken en het houden van copie van alle ©enigszins belangrijke verzonden missiven, het in de maand April of bij tusschenlijdsche aftreding bij het Collegium inleveren van een verslag omtrent den toestand der kas en het doen van rekening en verantwoording van de eventueete ontvangsten en uitgaven. Voor alle uitgaven eischt hij quitantie, van alle door hem ontvangen gelden geeil hij quitantie af. Bij afwezigheid van den praeses neemt hij diens functie waar.
Art. 260.
De quaestor houdt de volgende hoeken:
a. een kasboek;
b. een quitanliehoek met de registers van quilanties;
c. een ledenboek;
d. een boek voor verschuldigde gelden wegens gebruikte consumptie der leden;
e. een boek voor de baten van hiljnrl en andere spelen;
f. een boek voor opgelegde boeten;
g. een boek voor door leden of introducés aangohrachle schade.
Art. 2(11.
De commissaris voor leestafel en bibliotheek is meer bepaald belast mei het beheer over leestafel en bibliotheek van den Hond. Hij zorgt in hel bijzonder, dat de bepalingen van het reglement voor leestafel en bibliotheek worden opgevolgd. In de maand April en bij lusschenlijds aftreden levert hij bij het Collegium een schriftelijk verslag in van den toestand van bibliotheek en leestafel benevens een catalogus van de aanwezige werken. Verder is hij gehouden, zich te gedragen volgens den inhoud der artikels. Hij afwezigheid van den ab-actis neemt hij diens functie waar.
Art. 202.
De commissaris voor consumabel en meubilair hoadt toezicht op de hoedanigheid, de prijs en de verscheidenheid der ter consumptie verkrijgbare artikelen. Van een en ander geeft tiij den leden door aanplakking kennis. Hij houdt toezicht op de lokalen en de zich daarin bevindende voorwerpen. Hij zorgt, dat een en ander zich in goeden staat bevinden.
Bij ontstentenis van den quaestor neemt hij diens functie waar.
51
Art. 263.
Bij arwezigheid van een der commissarissen neemt de andere levens de functies van den afwezige waar.
Art. 264.
Zoo mogelijk vergadert hel bondsgebouwbestuur eenmaal per week, Ier beliandeling van de ingekomen stukken, klachten, als anderszins.
Art. 26.quot;3.
Het besluitenboek, dat door den ab-actis collegii wordt bijgehouden, wordt op de leestafel gedeponeerd en slaal onder loezichl van den commissaris voor leestafel en bibliotheek.
Arl. 2(56.
Alle consumplie, gebruik! in een der lokalen van den Bond, zoowel in vasten als in vloeibaren vorm. moet bij ontvangst direcl belaald worden, mei consuinpliebons, welke aan hel, buffel lol bedragen van een of meer guldens a contant of op crediel verkrijgbaar zijn.
Art. 267.
leder half uur biljartspel wordt direct betaald of in het biljarlboek ingeschreven met vermelding van den naam van den belalingschuldige. De betaling van verschuldigde bil-jarlgelden geschiedt uiterlijk in de maand volgende op die waarin de schuld gemaakt is.
Art. 268.
Van den eersten tot en met den laatsten van iedere maand heeft ieder gewoon lid of eerelid nog een maximum crediet van 1\' 5.—, met uüzondering van den eersten Juli tot en met den laatsten Augustus, als wanneer het maximum crediet voor deze 2 maanden tezamen f 5,— bedraagt. Hij ontvangt voor het geteekend bedrag een dit bedrag verlegen-woordigende hoeveelheid consumptiebons.
Art. 269.
Bij hel nemen op crediet worden steeds de daarvoor in omloop gebrachte schuldbekentenissen geteekend, die bij kwijting van de schuld het lid worden ter hand gesteld.
Ail. 270.
Geen nieuw cmliel mag worden aangegaun, voordat liel een maand (len opzichte van September twee maanden) vroeger geopend crediet, geheel is vervallen.
Art. 271.
In het begin van iedere maand, met uitzondering van Augustus, zendt de quaestor van het bondsgebouwbesluur aan hem, die de vooral\'gegane maand (ten opzichte vau September: de 2 voorafgegane maanden) gecrediteerd heeft, een schriftelijke waarschuwing met opgave van de verschuldigde som, welke vóór het einde der loopende maand betaald moet worden.
Art. 272.
Bij overtreding der bepalingen der artt. 266, 2()7, 268, 269 en 270 vervallen de overtreders in een boete van f 1.—.
Art. 273.
Bij bijzondere feestelijke gelegenlieden kan het bondsgebouwbesluur tot e\'en nader met het Collegium overeen te komen bedrag een afzonderlijk crediet openen, geheel onafhankelijk van het in art. 268 genoemde crediet.
Binnen 3 dagen na afloop der feestelijkheden zendt de quaestor van het bestuur aan hen, die gecrediteerd hebben, een schriftelijke waarschuwing met opgave van de verschuldigde som en van den termijn binnen welke deze schuld moet zijn voldaan.
Art. 27i.
Bij niet op tijd voldoen aan de bepalingen in arl. 271, is art. 1-46 van kracht, met uitzondering der taaiste zinsnede. De toepassing van dat artikel is aan hel B. G. B. overgelaten. Omtrent het niet op tijd betalen van boelen wordt verwezen naar art. 1-45.
Art. 275.
De commissaris voor leestafel en bibliotheek zorgt, dat steeds een nauwkeurig bijgehouden lijst van de Ier leestafel gedeponeerde geschriften en een juiste catalogus van de in de bibliotheek voorhanden werken aanwezig is.
Art. 276.
Hij legl, in overleg met het bestuur, boeken, tijdschriften on brochures op de leestafel ter lezing.
53
Art. 277.
Vuur de werken, die door een l\'uculleit mei medeweten van liet boiulsgebomvbestiuir ter lezing gelegd worden, is liet bestuur aansprakelijk.
Art. 278.
De artt. 108, 109, 170 en 171 zijn. voor zoover toepasselijk, ook voor de leestafel en de bibliotheek van kracht.
Art. 279.
Het bondsgcbouwbestuur beslist over het aan- of afschaffen van tijdschriften en couranten, behoudens art. 278.
Art. 280.
Bij besluit van de bondsvergadering kan door het bonds-gebouwbestuur eene verkooping gehouden worden van door de vergadering aangewezen werken uit de bondsbibliotheek. De opbrengst dezer verkooping vloeit in de kas van het bestuur. De betaling der door de leden gekochte werken geschiedt uiterlijk 8 weken na den koop.
Art. 281.
Bij het handhaven der orde, liet toestaan van introductie, als anderszins, gaat de beslissing van de aanwezige bestuursleden boven die der aanwezige collegiumleden.
Art. 282.
In gevallen, waarin niet voorzien is of omtrent de uitlegging van de artikels dezer afdeeling verschil van meening bestaat, beslist in geen uitstel gedoogende gevallen het bondsgebouwbestu ur.
De eerstvolgende bondsvergadering, waarin de quaestie ter tafel kan worden gebracht, neemt daaromtrent een definitief besluit, dat van kracht blijft, totdat eene volgende bondsvergadering tiet vernietigt. Dit besluit heeft echter geen terugwerkende kracht op de reeds door het bestuur genomen maatregelen.
Art. 283.
Bij verschil van meening tusschen twee bestuursleden of twee collegiumleden, ten opzichte van het handhaven der orde, het toestaan van introductie, als anderszins, is de beslissing geldend van dal bestuurslid of collegiumlid, dat in het bestuur, resp. het Collegium, het hoogste ambt bekleedt.
54
Art. 284.
De bopaliniron dezer afdecling treden in werking den llden Maart 1904.
Aldus vastgesteld in de bondsvergadering van den rirec.lilsclien Studenten Bund, gehouden den llden Maart 1904.
J. KRAAIJ, li. t. praeses. H. (j. L. .M(gt;RYS, li. t. ab-actis. li. C. A. Cd\'dtLI\\(iS, li. I. quaestor. G. 1). A. OSKAMP, li. I. assessor I. S. iWDELA, li. I. assessor ii.
INHOUD.
Bldz.
Proces-verban 1 der oprichting.............3.
STATU T E Nquot;.
Art. I. Naam en doel van den U. S. B........4.
„ II. Lidmaatschap...............5.
„ III. Bestuur.................G.
„ IV. Vergaderingen en Verkiezingen........7.
„ V. Geldmiddelen...............7.
„ VT. Bondsgebouw...............8.
„ VIE. Bondsvereenigingen.............8.
,, VUL faculteiten................8.
„ IX. Wetten.................9.
„ X. Wijzigingen in de Statuten..........9.
WETTE X.
Al\'dceling I.
Hoofdstuk I. Algemeene bepalingen.........10.
II. Van de leden............10.
„ 111. Van het bestuur en de vertegenwoordiging . 14.
„ IV. Van de stemmingen en verkiezingen. ... 20.
„ V. Van de vergaderingen.........24.
,, VI. Van de geldmiddelen.........29.
„ VII. Van de faculteiten..........33.
„ VIII. Van het novitiaat en de novitiaat-commissie. 30.
„ IX. Van het bondsblad..........37.
„ X. Van den bondsalmanak.........37.
„ XL Van de bondsvereenigingen.......37.
„ XIL Over liet sluiten van officieele vriendschaps
banden met studentencorporaties, welke niet
tot den U. S. B. behooren.......39.
„ XIII. Van de insignia...........40.
„ XIV. Van den rouw............42.
„ XV. Van de wetswijzigingen . .......43.
,, XVI. Slotbepalingen............44.
Aftlrrliug If.
Van het bondsgebouw................45.
r