-ocr page 1-

™- -LI , ■ ■ ^\'2\'.......

AN DL 10 I 1) I N(!

IJ Ill\'.T Ul\'MAiU.N KN IK

BALANS

Jquot;, lt;3-- Oj r-

LTD 1quot; KLASSE VAN TIKT NEDKKLANDSOU [XSTITUUT VAN ACCOUNTANTS

LKKRAAK IN HKT BOlCKlIOl\'niCN.

% I

• o/

. -x/

- lt;^y

U r R K C UT,

\\\\r. ANTON ABKLS. 18 9 5.

vi r-.^

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

9^ /^j

HANDLEIDING

BIJ HET OPMAKEN EN CONTROLEEREN

f

YAN - ^

INVENTARIS EN BALANS

DOOR

O. O11.

LTD 1quot;- KLASSE VAN HET NEDERLANDSCH INSTITUUT VAN ACCOUNTANTS

EN

LEERAAR IN HET BOEKHOUDEN.

UTRE C HT,

W. ANTON ABELS. 1 8 9 5.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

3 H fl O H^Op^a ue.

Voorwoord.

i. DE JAARLIJKSGHE INVENTARIS EN BALANS.

Inleiding...............................pag. 3

De staat en balans in het algemeen.

§ 1. Begrip.............................. ^ 7

§ 2. Do opname.......................... „ 9

§ 3. De waardebepaling...................... „ 13

Beschouwingen over de voornaamste balansposten.

activa.

§ 1. Kaswaarden.......................... tt 21

§ 2. Koopwaren..............................21

§ 3. Meubilair...............................24

§ 4. Levende inventaris..................... „ 25

g 5. Vorderingen.......................... t) 20

S G. Papier van waarde................................................32

g 7. Varia.............................. „ 38

g 8. Onroerende goederen..........................................40

g 9. Fundus instruetus...................... „ 42

passiva....................................................................45

hut zuiver vkrmogex......................... ^ 47

nabetrachting............................. ;) 51

tabellen en modellen................................................52

-ocr page 8-

ii. DE PROEFBALANS, BALANS EN WINSTREKENING IN HET DUBBEL-BOEKHOUDEN.

De Proefbalans.

g 1. Inrichting..........\'................ quot; ^

g 2. Controle door de proefbalans................ » M

De Balans en Winstrekening.

g 1. Theoriën........................................................quot;

g 2. Personalistisclie verklaring..................................gt;gt;

g 3. Materialistische verklaring..................................gt;. 72

Het gebruik van de door de boekhouding verschafte gegevens.

pag. 75

Errata............................... quot;

Grafisch plan.

-ocr page 9-

woo td.

Hoewel de onderscheiding tusschen de balans vut) a en extra comptable niet nieuw is, bestaat er, voor zooveel tk weet, geen enkel werk, waarin beproefd is om deze scheiding konsehcent door te voeren.

Voor een goed deel bewoog ik mij dus op ongebaande wegen, wat de leemten in het ln opstel moge verontschuldigen.

Het 2 gedeelte blijft daarentegen op overbekend ten ein, waardoor er weinig nieuws vn zal gevonden worden.

Toch meen ik het geheel eene bruikbare handleiding voor hen, die eene meer dan oppervlakkige

-ocr page 10-

hennis van het wezen van inventaris en balans moeten hehhen, in de plaats dus voor H.H. directeuren en commissarissen van vennootschappen, accountants en leeruren in het boekhouden.

Voor hunne op- en aanmerkingen houd ik mij zéér aanbevolen.

UTRECHT, 31 December 1894.

-ocr page 11-

De Jaaiiijksche Inventaris

EN

BALANS.

BEKROOND ANTWOORD

op eene prijsvraag, uitgeschreven door de Vereeniging van Handelsbedienden „M e r c u r i u squot;.

On pent voir tons les jours par experience quune manière de eompter 71\'est autre chose, le plus souvent, qiCune manière de penser.

J. G. COUECELLE SENEUIL.

-ocr page 12-
-ocr page 13-

I TST ZL IB I ID 1 INT O-

Reeds de Romeinen bepaalden op periodieke tijdstippen de grootte en waarde van de deelen van iurn vermogen, minder ter voldoening aan eene door liet bedrijf gevoelde behoefte, dan wel ter vervulling eener legale verplichting \').

Nadat aan de censuur minder streng de hand gehouden werd, verdween allengs deze gewoonte, en eerst in Paciuolo\'s „Trac-tatus de computis et scripturisquot; vinden wij het eerste onwraakbare bewijs voor hft bestaan van den inventaris, om in bijna elke volgende handleiding van het boekhouden nieuwe voorbeelden te vinden.

De geschiedenis van den inventaris valt daardoor geheel samen met die der boekhouding.

Ik meen daarom te kunnen volstaan met de ontwikkeling van inventaris en balans in hoofdtrekken te schetsen 2).

1) Vcor de boekhouding der Romeinen raadplege men: Voigt „Ueber die Bankiers, die Bucbführung und die Litteral Obligation der Römer.

Hoe de censuur werkte, wordt in bijna elk werk over Romeinsche antiquiteiten aangegeven; zeer uitvoerig o. a. in Becker „Röm.-AIter-thümer, II pag. 191/247.

2) Voor de geschiedenis der boekhouding, zie;

1°. Jiiger, Lucas Paccioli und Simon Stevin.

2quot;. Jiiger, Bei trage zur Geschichte der Doppelbuchhaltung.

3quot;. F. A. Bonalumi. Sulla svolgimento del pensiero computistico in Italia.

■i0. B. Boon. Simon Stevin\'s Coopmans bouckbouding.

o0. V. Gitti. Herdruk van Paciolo\'s „Tractatus de computis et scripturis.

Gquot;. J. G. Ch. Volmer. Herdruk van de Kempteu\'s Practique brifue pour tenir liures de compte.

terwijl Dr. H. V. Simon in zijn: ,,Die Bihmzeu der Actiengesellschaftenquot; nagenoeg alles heeft aangehaald, wat voor de geschiedenis van de „balansquot; van belang kan zijn.

-ocr page 14-

4

Paciuolo kende, zooals de meeste zijner tijdgenooten, slechts den openings-inventiirip; de periodieke opname was hem vreemd.

Was het folio, dat men voor eene rekening bestemd had, vol, dan werd de rekening afgesloten en het saldo — niet de tellingen zooals men het tegenwoordig doen zou — op nieuwe rekening overgebracht.

Was het geheele boek vol, dan werden alle rekeningen afgesloten. De saldi der onkosten, huishouding en andere kapitaalsrekeningen werden op de winstrekening overgeboekt, die der overige rekeningen in liet nieuwe boek ingeschreven, en op een los vel papier „lo bilancio del libroquot; genoteerd.

Veith beweert, dat de volgens do boeken aanwezige goederen tot kostenden prijs werden geboekt. Het bewijs voor deze bewering blijft echter achterwege. Mij schijnt het meer en meer waarschijnlijk, dat gedurende de le periode der italiaansche boekhouding de winst op eene of andere soort van goederen behaald, eerst afgeboekt werd, nadat de voorraad uitgeput was. Slechts het arithmetisch verschil tus-schen de tellingen van beide zijden der rekening, het boek-saldo, werd opgenomen in de balans, die weinig meer dan een proefbalans was 1).

Den eersten stap op den goeden weg deed men, toen men eerst hier eu daar, later meer algemeen, de boekeu jaarlijks afsloot.

De tweede ingrijpende wijziging was het jaarlijks opmaken van den inventaris, wat omtrent 1600 in zwang schijnt, te zijn gekomen. Stevin (1605) toch schrijft èn jaarlijksche opname è:i taksatie van de waarde der goederen voor, terwijl Paschier Goessens (1594) daarover zwijgt.

Vrij kort daarna moei, de „balansrekeningquot; hare „entree glorieusequot; gemaakt hebben. Wel vervulde zij aanvankelijk — zelfs nog bij de la Por te (1685) — slechts eene admini-

1) Eeoigermate kan het volgende citaat tot bewijs dezer redeneering dienen: „E se Ia fosse piü in avere ditta roba die in dare, allora faresti per 1\'avverso (Cap. XXVII).

-ocr page 15-

stratieve rol, maar later zag men in tlat zij eene belangrijker taak kon vervullen, dat zij een beeld leverde van den stand van het vermogen, de bas-is vormen moest voor de berekening van de vermeerderingen (verminderingen) van het kapitaal, de resultaten van het bedrijf.

Voor zooverre zulks bekend is, was onze landgenoot Abraham de Graaf de eerste welke dat inzag, en aan de balans de aandacht schonk, welke zij verdient.

Zooals uit de navolgonde aanhalingen blijkt, komen zijne denkbeelden met de moderne opvatting nagenoeg overeen.

„Wel verstaande, dat men in de credit van de „Balance brengt het geene dat men in de debet op de „rekening heeft moeten bijvoegen om ze te slnijten, en in „de debet van de Balance dat men in de credit van de „rekening heeft moeten bijvoegen.

„En om dat deze verschillen (de saldi der rekenin-„gen) altijdt (gelijk?) zijn, zoo wert de rekening, waarop „deze vergadert werden genaamt Evenaar, of Balance.

„Hier uit werd de gantsche gelegentheid van den „Handelaar gekent; in Credit vint men zijn Rijkdom, en „\'t geene hij aan andere schuldig is, en in het Debet „het geene hij van andere te eijschen heeft, en zijne „effecten; maar zoo hij ten achteren is, zo staat zijn „achterwesen aan de linkerzijde in den Debet.

(Instructie pag. 9).

„maar van de Rekeningen der goederen, welke niet „geheel verkocht zijn, sluijt men het onverkochte per „Balance, dit naar waarde, dat is prijs-courant, taxerendequot;.

(Instructie pag. 32).

Eerst in den loop dezer eeuw, nadat in alle cultuurstaten het opmaken van een inventaris voor den koopman verplichtend gesteld werd, is de leer van de Graaf in de praktijk overgegaan, al wordt ook nu nog in menige zaak de balans of niet of zoo onachtzaam samengesteld, dat de stand van het

-ocr page 16-

6

vermogen er zelfs niet bij benadering uit opgemaakt kan worden 1).

Is dit bij balansen van naamlooze vennootschappen het geval, dan leveren ze een publiek gevaar op.

Terecht werd dan ook van verschillende zijden, hier te lande o. a. door C. J. Theunisse, Wm. Evertson en E. Layton Bennett, aangedrongen op een beter toezicht op de admini-stratiën der vennootschappen.

Maar al te vreemd wordt in menige vennootschap met de boekhouding omgesprongen, en in bijna geen enkel opzicht gaan daar onkunde en fraude brutaler hand aan hand, dan bij het opmaken van inventaris en balans.

Dringend is het daarom nooilig, dat men in steeds ruimer kringen de noodzakelijkheid van eene eontróle door vakkundige personen beseft, dat juiste denkbeelden omtrent het wezen en de economische beteekenis van den inventaris worden verbreid.

Moge deze verhandeling daartoe medewerken.

1) Juist voor het ter perse giiun ontving ik vim den Heer K. Bes te Tilburg de 2e druk (I öOï) van „Boeckhouden op die Italiensche maniere door Nicolaus Petri Daventriensis.quot;

In dit werk, dat een schitterend bewijs is voor de snelle ontwikkeling van de leer der boekhouding hier te lande, komt eene volledige ballans voor, waarvan een nadruk gegeven wordt als bijlage I.

Petri zegt o. a.

„Aengaende de goederen suldy op beyde syden ooversien oftse oock „alle vereott syn , ofte niet, ende soo dan eenich goedt onvercoft is gebleven , so suldy op die rechter syde so veele lasten, stucken, ellen, etc. „bydoen, ende taxeerent voor so vele als die niarekt daer van is, ofte „stellent voor die weerde die het u gecost heeft, ofte daer ghij \'t selve „voorbegeert te houden, ende dragliet alsdan die selvighe onvercofte „goederen, in die Balance op die slincker syde, dit gedaen synde so „besiet oock op die Eeekeninge der goederen int Schultboeck hoe veele „gelts ghy meerder op d\'eene syde vindet als op d\'andcre, ende maket „die selve Eeekeninge aen beyde syden gelyck, brengende die res;e op „die Reekeninge van winninge ende verlies dit alles gedaen synde , so „sluyt oock die Eeekeninghe van winninge ende verlies, ende brenget die „reste opt Cappital, daerna so sluyt ooc het Cappital, endet brenget die „rest in do Balance, als ghy dan aldus het gcheele Schultboeck duer in allen „partyen geslooten ende op die Balance allen resten ghebracht hebt, so „moet die Balance in Debito, ende Credito, over beyden zyden gelyck syn.quot;

-ocr page 17-

Hoofdstuk 1.

De staat (inventaris) en balans in het algemeen.

§ 1. Begrip

In den meest algemeenen zin is elke opsomming van eenige, één geiieel vormende, waarden een inventaris. In het bizonder bedoelt men er echter mede den staat, vermeldende de grootte en eigenschappen van alle deelen van een vermogen.

Zoolang een algemeen erkende waardemeter ontbrak, en de omzet van te geringe beteekenis was om de ruilwaarde der verschillende bezittingen voldoende stabiliteit te geven, bleef de waardebepaling achterwege. Thans echter heeft ze bijna altijd plaats, eensdeels om de draagkracht van het vermogen in één cijfer uit te drukken, anderdeels omdat eene wettelijke bepaling deu koopman er toe noodzaakt.

Volgens art. 8 van ons Wetboek van Koophandel 1) moet d.I. ieder koopman niet alleen op periodieke tijdstippen eenen staat [inventaris) opmaken, maar dient hij ook te becijferen hoeveel het totaal der activa meer of minder bedraagt dan dat der passiva (balans maken) 2) wat slechts mogelijk is,

1) Hij is verplicht alle jaren, binnen de zes eerste maanden van elk jaar, eenen staat en balans op te maken , in een afzonderlijk daartoe bestemd register in te schrijven en eigenhandig te onderteekenen (art. 8, W. v. K.)

2) Oorspronkelijk waren balans en saldo synoniemen, zoo zegt Paciuolo in cap. XXXIII: .,Ma se faccende ti accadesse in quel mezzo che fai il tuo saldo, ovvero bilaneioquot; etc.

In Engeland heeft „balancequot; nog deze beteekenis, zoo leest men o. a. in Hamilton and Ball: „The difference between the totals of the entries on the two sides of an account is called its Balance.

-ocr page 18-

8

indien de ongelijksoortige deelen van liet vermogen onder denzelfden noemer zijn gebracht, d. i. wanneer van alle de waarde in geld is uitgedrukt.

Reeds dadelijk zij toegegeven, dat lit een liistoriseh oogpunt deze lezing te bestrijden is.

Langen tijd was de balans — de definitie van delaPorte 1) laat daaromtrent geen twijfel loe — niet anders dan de sluitrekening der dubbele boekhouding, de verzamelstaat der boeksaldo\'s.

Heeft den samenstellers van ons wetboek iets in dien zin voor de oogen gezweefd, wat vrij waarschijnlijk is, dan zou art. 8 voorschrijven:

1°. jaarlijks opmaken van een inventaris;

2°. jaarlijks afsluiten der boeken.

Zeker is het echter, dat ook in rechtsgeleerde kringen thans vrij algemeen, Bara\'s bepaling „c\'est line photographic redui te de l\'inventairequot; wordt aanvaard 2).

Deze bepaling is echter strijdig met den geest onzer handelswetgeving, welke nergens tot nutteloos kopieeren dwingt.

Ik acht het daarom beter de balans te omschrijven als den

]) De la Porte (le Guide des Negocians et teneurs de livres pag. H 3). Balance ou bilan.

„C\'est un état de la solde de tous les comptes, que l\'on fait quand „on veut faire un inventaire ou prendre des nouveaux livres.quot;

Uit de door Veith (cc pag. Ui6, enz.) aangehaalde plaatsen blijkt, dat ook nu nog velen deze meeuing deelen.

2) Als een staaltje van de vreemde lezingen, welke van art. 8 de rondte doen, ontleen ik aan een overigens goed verzorgd leerboek van het boekhouden de volgende verklaring:

.,Met den staat wordt bedoeld eene gedétailleorde opgave der behaalde „winsten en geleden verliezen, terwijl de balans een uitvoerig overzicht „moet geven van de bezittingen en schulden, die aanwezig zijn op hot „einde van het tijdvak, waarover de staat loopt.quot;

Het dubbel boekhouden dus eene wettelijke verplichting. Arme winkeliers !

-ocr page 19-

n

staat, vermeldende de waarde van alle deelen van het vermogen en de grootte van liet zuiver vermogen.

Inventaris en balans vullen elkander dus aan. De laatste moet echter op den quot;eerste zijn gebaseerd.

§ 2. De opname.

Het opnemen van de grootte en eigenschappen van elk der deelen van het vermogen J) noemt men inventariseeren.

Allo titels van vruchtgebruik, van eigendoms- of gebruiksrechten zijn positieve deelen van het vermogen, activa.

De verplichtingen tot uitkeeriug van waarden aan derden vormen met de lasten, welke het eigendom bezwaren, de passiva.

Er moet voor gezorgd worden, dat zij alle, maar ook zij alléén op den inventaris voorkomen.

Noch de onderpanden voor verleend crediet, noch de in commibsie ontvangen of andere vreemde waarden mogen daarop voorkomen.

Orde dient voor te zitten bij de opname, welke met de grootste nauwkeurigheid moet plaats hebben. Wie daarbij van den hak op den tak springt, verricht tegelijk dubbel en half werk. Nuttig bleek het daarom een model inventaris tot leiddraad te nemen.

Rationeel, ook in verband met de rechtskracht en overige eigenschappen der verschillende waarden, f-chijnt mij omme-staande indeeling:

1) Schrott geeft in zijn „Lehrbuch der Verrechnungs-wissenschaftquot; de volgende deünitie van Vermogen:

„Vermogen ist die Menge dor Saclien (üüter;, welclie sich im Eigen-„thum einer Person befinden; Sache (Gut) wird om rechtlichen Sinue „alles genannt, was von der Person unterschieden ist, und zuin Gebruuclio „dos Mensclien dient; Eigenthum ist, als Recht betraehtct, die Befügniss „ruit der Substanz und der Niitzungen einei Sache nach Willkür zu „schalten und jeden anderen davon aus zu schliesseu.quot;

Zie ook artt. 555 en (525 Burg. Wetb.

-ocr page 20-

10

I. A-OTIV^-

a. BEDRIJFSKAPITAAL.

1. Kaswaarden (Geld).

2. Goederen (Handelsartikelen en Grondstoffen).

3. Meubilair incl. gereedschappen en werktuigen.

4. Levende inventaris (paarden, rund- en hoornvee, etc.)

5. Boekvorderiiigen;

a. Soliede;

1. door onderpand gedekte;

2. in blanco;

b. dubieuse;

c. oninbare.

6. Papier van waarde;

a. cheques en ander aan toonder gesteld kortzichtpapier;

b. wissels en promessen;

c. effecten (obligatiën, aandeelen en loten);

d. varia (assur. polissen, etc.)

7. Varia;

a. zwevende posten;

b. nog te goed komende rente;

e. nog te verrekenen voorschotten;

d. bureaubehoeften, etc.;

e. verbonden waarden (valours engagées).

b. STAMKAPITAAL.

8. Onroerende goederen;

a. grondbezit (akkers, weiden, bosch);

b. gebouwen;

c. bergweiken.

9. Fundus instructus;

a. spoorbanen, machineriën, etc. (art. 568 B. W.);

b. aan onroerend goed verbonden rechten,

(art. 564 B. W.)

10. Schepen en Scheepsaandeelen.

-ocr page 21-

11

II. I3 -A- SSI quot;V -A—

1. Boekschulden;

a. door onderpand gedekte;

b. iu blanoo;

1. vlottende;

2. dubieuse.

2. Wissel-, Obligatie- eu Polisverplichtingen;

a. te betalen wissels en promessen;

b. giroverpllchtingen;

c. obligatieleening;

1. door onderpand gedekte ;

2. in blanco;

d. polisverplichtingen;

1. premiereserven;

2. uit te heeren schadevergoedingen.

3. Varia;

a. zwevende posten;

b. nog verschuldigde renten;

c. nog verschuldigde onkosten ;

d. op het onroerend goed drukkende lasten;

e. oprichtersaandeelen.

4. Uit te deelen winsten.

5. Afschrijvingen.

-ocr page 22-

12

III. ZXJIVIEIR, quot;VIBIFlTMIOa-IBlSr.

I. Passief geboekt.

a. Noniiiitial kapitaal.

b. Bespaarde winsten.

o. Reservefondsen (eigenlijke);

b. Geealeuleerde verliezen;

c. Onverdeeld winstsaldo.

II. Actief geboekt.

a. Aandeden in portefeuille.

is. Te amortiseeren verliezen;

n. ojiriehtingskosten, concessie;

b. dienst der leening.

Van alle stoffelijke bezittingen (inclusief het papier van waarde) wordt, indien dit maar eenigszins mogelijk is, de grootte en eigenschappen door rechtstreeksche opname bepaald, waarbij acht gegeven moot worden op die eigenschappen, welke invloed uitoefenen op de bruikbaarheid en de waarde van het artikel.

Ter controle vergelijkt men verder de bij opname gevonden cijfers niet de boeksaldi.

Grove vergissingen worden daardoor geheel voorkomen.

Omgekeerd vergelijkt men de uit de boeken over te nemen vorderingen en schulden niet de ontvangen rekeningen-courant en soortgelijke bescheiden.

Van veel belang is verder het tijdstip van opname.

Niet voor alle zaken is 1 Januari de meest geschikte dag. Waneeer de slappe tijd is aangebroken en de goederenvoorraad nagenoeg uitgeput is, dan moet de inventaris worden opgemaakt, niet alleen omdat de loopende zaken dan toelaten, dat de opname met de noodige zorg wordt verricht, maar ook omdat bij een kleinen voorraad de fouten door onjuiste taksalie veroorzaakt, vau minder overwegenden aard zullen zijn.

-ocr page 23-

13

Uit ccn legaal oogpunt 1) blijft het gelijk of de balansen in Januari, in Maart of in Augustus worden opgemaakt, alléén periodieke opname cn uitwerking is voorgeschreven.

§ 3. De waardebepaling.

Wie zich een oordeel over de waarde van eenig goed wil vormen, moet zich afvragen:

a. is het goed geschikt om aan een of meer behoeften te voldoen;

b. welke andere waarden, hoeveel geld willen andere personen gewoonlijk ter bevrediging dier behoefte geven.

Let men daarbij op de voordeelen, welke het bezit en het gebruik oplevert, dan noemt men de bevonden waarde „de gebruilcswaardequot;. Gaat men na, welke andere bezittingen men zich door ruiling kan verschaffen, dan vindt men de ruilwaarde (prijs).

Van het bepalen der absolute, der objectieve waarde kan nimmer sprake zijn. Eerstens omdat de waarde geen eigenschap vormt van het vermogen, geen daadzaak maar een begrip is. Ten andere, omdat ze in elk bijzonder geval van allerlei, aan het goed vreemde, invloeden afhankelijk is.

Een overvoerde markt doet de ruilwaarde van een artikel dalen, en omgekeerd zal bij zeer beperkt aanbod en veel vraag de prijs ver boven den normalen stijgen.

Met de gebruikswaarde is het niet anders gesteld. Zoo herinner ik mij, dat een stuk grasveld den bezitter (een bleeker) nagenoeg waardeloos werd door de oprichting eener grofsmederij op een belendend perceel.

Een geheel betrouwbaren maatstaf levert daardoor geen dei-gewone grondslagen voor de waardebepaling.

1) Naar de lettor der wet moet de koopman binnen de zes maanden van elk jaar oen balans opmaken.

Zonder eenigeii twijfel is hier echter aan boekjaar gedacht.

-ocr page 24-

14

Als zoodanig gelden:

1°. de zuivere opbrengst;

2°. de marktprijs;

3°. de kostende prijs;

4°. de nominale waarde.

Over de bruikbaarheid van elk dezer grondslagen, speciaal van den 2\'len en 3den bestaat groot verschil van gevoelen.

Wat moet men nu in een gegeven geval als de balanswaarde aannemen ?

Alvorens deze vraag te beantwoorden is het noodig te weten, waartoe de taksatie der doelen van liet vermogen bij het opmaken der balans dient.

Hiervoor werd reeds op een der redenen — het uitdrukken van de draagkracht van het vermogen in 6én cijfer — gewezen.

Dat men de grootte van de winst wil kennen, ook met het oog op de winstverdeeling, is eene tweede aanleiding daartoe.

De draagkracht van het vermogen wordt bepaald door de productiviteit en de verkoopswaarde van de deelen. Daarom zou voor balanswaarde dus öf de marktprijs, öf de gemiddelde opbrengst tot maatstaf genomen moeten worden.

Op de prijsnoteering kan gewoonlijk 1) degene welke de balans opmaakt, geen invloed uitoefenen; ongetwijfeld eeue goede aanbeveling.

Het behoeft ons daarom niet te verwonderen wanneer wij zien, dat bijna alle theoretici — zoo docenten in het boekhouden als rechtsgeleerden — leeren, dat de waarde der activa zooveel mogelijk tot marktprijs is te berekenen, en zich in het algemeen weinig geneigd toouen eene andere taksatie-methode goed te keuren.

Vele vakmannen zijn echter een andere mecning toegedaan.

1) Over de betrouwbaarheid der officieel en niet officieel genoteerde marktprijzen is het misschien beter het zwijgen te bewaren. Ieder weet echter, hoe bijv. in den effectenhandel noteeringen „gemaaktquot; worden. In andere vakken is het niet beter.

-ocr page 25-

15

Inglis (Bookkeeping pag. 18) zegt o. a.:

„The goods are valued at cost price, or, when necessary, at „a percentage below cost price, to allow for bad stock, or „depreciation in value.quot;

Ook Léautey en Guilbault, welke men toch waarlijk niet tot de traditioneele suf geworden boekhouders zal rekenen, verklaren zich voor het gebruik van den kostenden prijs (prix de revient), en ze lichten hunne denkwijze toe als volgt:

„Dans 1\'inventaire d\'ordre, le prix de revient offre sur la „méthode devaluation au cours du jour, I\'avantage précieux „de ne pas laisser ?i l\'appréciation, forcément intéressée, quel-„quefois erronde du com meiwant, la détermination des valeurs „qu\'il doit mettre en ligne de compte. C\'est la méthode „scientifique, 1\'autre est un reste de l\'empirisme qui, malheu-„reusement, a toujours régné en comptabilité. II n\'est d\'ailleurs „pas aisé d\'appliquer, les cours du jour, même pour le com-„mergant le plus consciencieux, car les cours du jour n\'ont „pas de fixité, ils varient suivant les lois de l\'offre et de la „demande.

„Quant au cours moyens, ils sont d\'une exactitude douteuse „et ils peuvent avoir des conséquences dont on ne se pré-„oceupe pas assez ..

Het uiteenloopen der meeningen laat zich slechts verklaren door het verschillend standpunt waarop de schrijvers zich plaatsen.

Sommigen, vergetend dat het doel van den inventaris beslissen moet over de wijze van schatten, verlangen dat elke inventaris opgemaakt worde met dezelfde gestrengheid als bij eene likwidatie, vragen alleen de berekening van het zuivel\' vermogen.

Anderen daarentegen zien in de periodieke inventaris weinig anders dan een hulpmiddel tot bepaling van de gedurende het afgeloopen tijdvak verkregen wineten.

Dat dit 2 verschillende eischcn zijn is nog weinigen opgevallen. Bijna zonder uitzondering redeneert men als volgt:

„Vergelijkt men de inventarissen van twee opeenvolgende „jaren met elkander, dan blijkt daaruit terstond, of men ge-

-ocr page 26-

ir,

„wonnen of verloren heeft. Is n.1. liet zuivere kapitaal in den „lautsten inventaris grooter dan in den voorlaatsten, dan is „het verschil de winst, die men behaald heeft. Is daarentegen „het zuivere kapitaal in den voorlaatsten inventaris grooter „dan in den laatsten, dan wijst het verschil het verlies aan, „dat men geleden heeft.quot; (Knapper).

Men onderscheidt niet tusschen winst en kapitaalsvermeerdering, verlies en kapitaalsvermindering; ten onrechte.

Winst is gerealiseerde kapitaalsvermecrdering, ze is voor uitkeering vatbaar, voor zooverre ze althans niet strekken moet om geleden verliezen en andere waardeverminderingen te dekken.

Zoolang derhalve de verkoop niet heeft plaats geluid, kan er van geen winst of verlies sprake zijn, tenzij het goed in kwaliteit is achteruitgegaan.

Door de voorraad op een gegeven oogenblik tot de marktwaarde in de balans op te nemen, becijfert men cene winst die nog niet gerealiseerd is en wellicht nooit gerealiseerd zal worden; belast men de winstrekening met een verlies op een artikel, dat later door eeue levendiger stemming van de markt, ten slotte blijken zal winst af te werpen 1).

In beide gevallen geeft de winstrekening het provenu onjuist weer, en vooral het verdeden van eene nog niet gemaakte winst kan de schromelijkste gevolgen hebben 2)

1) De meeste winkeliers, welke hunne goederen uit de 2de hand betrekken, betalen bij inkoop eenen prijs, welke gewoonlijk eenige porconten boven de noteering is.

Dit maakt, dat do waarde der goederen niet tot den marktprijs mag aangeslagen worden.

Wel kan do taksatie in verband met de marktwaarde plaats hebben.

A bijv. koopt in het laatst van December van zijn gewone grossiers eene voor zijn doen belangrijke partij koffie (ordinair Java) voor 58 cents, terwijl de noteering 56 cent was. Ultimo December is de marktprijs 57 cent. Moet A nu — hoewel de prijzen stijgende zijn en hij dus op \'t goede oogenblik kocht — een verlies calculeeren?

2) Een voorbeeld hiervan levert de suikerfabriek „Kalibagorquot;.

Uit het laatste jaarverslag, dat me juist voor afdruk in handen kwam, citeer ik slechts de volgende zinnen;

-ocr page 27-

17

Tegenover flit gevaar, hetwelk mannen der praktijk de berekening tot beursprijs doet ontraden, staat, dat ook de andere grondslagen voor de taksatie leemten toonen.

Zoo spreekt Scherber het volgende oordeel over den kos-tenden prijs uit: „Die Selbstkosten sollen erst in letzter „Linie, in Ermanglung anderer Schatzweisen namlich, zur An-„wendung kommen, weil der Kaufer hierauf keine Rucksicht „nirnmtquot;; terwijl Löw beweert „die Kosten der Erzeugung hier „meist mit den Erzeugungskosten anderer Vermogensbe-„standtheile so vielfach verblinden sind, dass eine Tren-„nung der Antheile soldier geineinschaftliclier Kosten für „einzelnen Objekte nur mit sehr grossem Aufwande vou „Zeit und Miihe und doch niciit mit voller Scharfe zu bewerk-„stelligen ist.quot;

„dat, luidons de opgave van don administrateur, die den 28en Februari „te voren had afgemalen, de oogst, met inbegrip van de suiker over-„genomen uit den 18!Uer oogst, 71000 pikols suiker zou uitleveren, „terwijl bij schrijven van don 28en Maart, onder verwijzing naar den „inhoud van het vorig schrijven, de juistheid beaamd werd van de alhier „aangenomen grondslag voor de gecalculeerde winst, die tot het door ons „voorgesteld dividend over 1802 geleid hadquot;....

„Waar achteraf gebleken is, dat geen winst behaald werd, moest de „aan de reserve toegedachte dotatie ad f 7202,41 vervallen.quot;

Deze maatregel (en ook de terugbetaling van de tantièmes) is correct. Waarom echter niet verder gegaan en ook de ten onrechte uitgekeerde dividenden opgevraagd? Ten onrechte zeg ik, want art. 49 W. v. K. staat alléén uitkeering aan aandeelhouders toe uit het batig saldo der ontvangsten en uitgaven, dor gerealiseerde baten alzoo.

Opmerkelijk is het zeker, dat niettegenstaande de bittere ervaring het vorig jaar opgedaan, de onjuiste taksatiewijze gehandhaafd blijft, op de balans van 1893 komt althans weêr een post voor: Ongerealiseerd product f 221.347.65; welk cijfer in het verslag wordt toegelicht als volgt:

„Dit bedrag representeert de waarde van het nog onder Uit. October „1893 verwadd product aiingonoinen per taxatie op 23.364.43 pikols jhoofdsniker tot een netto waarde van f 8.50 p. p. en op 7000 pikols „zaksuikor, inclusief 500 pikols ex-oogst 1892, tot een netto waarde van ,,/quot;3.25 p. p., waarvan sedert 1 Nov. 1893 reeds werden verantwoord „14.492.12 pikols hoofdsuiker tot een netto waarde van f 130.816.13.quot;

2

-ocr page 28-

18

Er bestaat bovendien verschil van gevoelen omtrent het becijferen van den kostemlon prijs 1).

\'t Lijkt een varen tusschen Scylla en Charybdis; met wat zeemanschap zijn ecltter beide gevaren wel te ontkomen.

Er zijn zelfs twee manieren. De eerste is o. a. gehuldigd in het duitsche wetboek van Koophandel, dat de volgende voorschriften bevat:

„Werthpapiere und Waaren 2), welche einen Börsen-oder Marktpreis haben, dürfen höchstens zn diesem, wenn derselbe aber den Anschaffungs-oder Herstellungspreis übersclireitet, höchstens zu letzterem angesetzt werden.

Andere Vermögensgegenstande dürfen höchstens zu dem Anschaffungs-oder Herstellungspreise angenommen werden.quot;

De noteering is hier als „maximale waardequot; beschouwd. Neem inkoops- of kostenden prijs, neem elke waarde, welke ge maar wilt, \'t is al goed, mits ze niet hooger dan de koers van den dag is.

Als middel tot voorkomen van geflatteerde balansen is het voorschrift even eenvoudig als afdoend. Zijn evenwel gedepre-cieerde balansen ook niet onjuist, al zijn hare gevolgen gewoonlijk minder ingrijpend?

Oueindig veel beter is het middel, door Perrot aan de hand gedaan. Zijn voorstel op het „Congrès des Comptabiesquot; luidde:

„Nous croyons devoir émettre eet avis, d\'etablir d\'abord 1\'inventaire tel qu\'il résulte des écritures en prenant pour base le prix d\'achat ou de revient, point de depart qui ne doit jamais être perdu de vue.

1) Sommigen beweren: kostende prijs = grondstoffen onkosten, anderen nemen er ook een deel der algemeene onkosten in op. Zie o. a. Dr. E. Jager „Altes und Neues, pag. 115-110 en Dr. H. V. Simon o. c. pag. 176.quot;

2) Over deze waarden loopt feitelijk bet geschil. Ten slotte beslist de winst, voortspruitend uit den omzet der handelsartikelen, over de levensvatbaarheid van het bedrijf. Zij moet, zoowel het kapitaal als de arbeid vergoeden. De overige kapitaals vermeerderingen zijn inconstant, daardoor slechts zelden van overwegend belang.

-ocr page 29-

19

Puis dans 1c page de gauche, a la droite de la colonne de 1\'actif oil Ton a eu soin de ménager tine double colonne pour recevoir les variations qui sont la conséquence des cours du jour, inscrire dans Tune les plus values réalisables et dans 1\'autre les moins-values. Le solde de cette double colonne, qu\'il soit en faveur des plus-values ou des moins-values, lors qu\'il sera mis en regard du capital net de l\'invontaire, donnera satisfaction aux partisans du second système (beurswaarde) tout en complétant le premier, mais les valeurs ou inarchan-dises ou prix de revient devront toujours, selon nous, rester le nouveau point de départ.quot;

Deze methode voldoet nagenoeg volkomen aan de hoogste eischen van theorie en praktijk. De voordeden er van zijn onmiskenbaar.

Door do goederen tot kostenden prijs te verhoeken blijft de winstrekening zuiver. De taksatie tot marktwaarde wijst aan, welke resultaten de vermoedelijk yelijlelijke verkoop zal opleveren. Is dus een belangrijke daling ingetreden, dan ontsnapt het te verwachten verlies niet aan de waarneming en kunnen daartegen, door het reserveeren van een deel der winst van het afgeloopen jaar. maatregelen genomen worden.

In een enkel opzicht mag Perrot\'s advies echter niet gevolgd worden. De inventaris moet de bij opname bevonden hoeveelheden vermelden, niet de boeksaldi.

In alle anders opzichten ga ik met hem mede. Zelfs voor likwidatiebalansen acht ik zijne methode aanbevelenswaardig, al zal in elk speciaal geval nagegaan moeten worden, hoe groot de „reserven voor koersverschillenquot; moeten zijn.

Rest nog de vraag of in alle gevallen en elk jaar de waarde met even groote nauwkeurigheid moet geraamd worden.

Uit een wetenschappelijk oogpunt is er slechts dit eene antwoord denkbaar - „ja.quot;

Bij ervaring bleek echter:

1°. dat liet opmaken van een beslist nauwkeurige inventaris en balans zooveel werk veroorzaakt, dat er in weinig zaken aan gedacht kan worden dit elk jaar te doen;

-ocr page 30-

20

2°. dat daarom bij enkele vennootschappen — o. a bij levensverzekeringmaatschappijen — slechts eens in de 3 of 5 jaren eene zoogenaamd wetenschappelijke balans wordt opgemaakt. Do overige jaren wordt volstaan met eene meer globale berekening, eene maatregel, welke nog nimmer schadelijke gevolgen had, omdat men de winst-nitkeeringen beperkte tot een bepaakl cijfer (veelal 4 0/0).

Wat nu voor groote maatschappijen voldoende blijkt te zijn, is zeker ook voor andere zaken bruikbaar, want al verschillen principieel de balansen van naamlooze vennootschappen niet met die van particulieren, tocii doet zich bij de eerste de behoefte aan betrouwbaarheid der grondslagen der waardebepaling duidelijker gevoelen dan bij de laatste.

Het voorafgaande resumeerend komen wij tot de volgende algemeene regels voor de waardebepaling: \')

a. ten behoeve der winstrekening;

Sla alle goederen en rechten, zoolang ze niet in kwaliteit zijn verminderd, aan tot kosteuden prijs;

b. ten behoeve van de bepaling van het zuiver vermogen:

Xeem alle goederen, rechten en verplichtingen tot die waarde in de balans, welke naar alle waarschijnlijkheid bij likwidatie zou bedongen worden.

In het volgende hoofdstuk zal van enkele der voornaamste vermogensbestanddcelen worden aangegeven, hoe kostende prijs en verkoopsvoorwaarde zijn te bepalen.

Ij Ook in de fransclie vak-litteratuur komt de scheiding vau de „balance des iivresquot;, waarvoor de kostende prijs tot basis genomen wordt, en de „bilan sortant de l\'inventairequot;, waarin de activa tot niarkt-piijs worden getakscerd, steeds meer op don voorgrond.

-ocr page 31-

Hoofdstuk II. Besdioiiwingen over de voornaainste Balansposten.

§ 1. Kaswaarden.

In de Lste plaats behooren hiertoe de wettige betaalmiddelen, (gemunt metaal en muntbiljetten), in de 2\'ie plaats liet a pari verhandelbaar kredietpapier (bankbiljetten, kassiersbriefjes, gangbare coupons).

Minder aanbevelenswaardig is het om vreemde circulatie-middelen, welke meer het karakter van handelsartikel hebben, onder dit hoofd te brengen.

Uitsluitend tot betaalmiddel dienend, moeten de kaswaarden steeds tot beursprijs worden getaxeerd. Waar geen papiergeld met gedwongen koers of gedeprecieerd metaal in omloop is, wordt het iiilandsche geld steeds met de nominale icaarde in de balans opgenomen.

S 2. Koopwaren.

Alle stoffelijke, roerende goederen, voor zooverre zij bestemd zijn om vei werkt of onverwerkt van de hand gezet te worden, noemt men koopwaren of hoopmanschappen. Grondstoffen en fabrikaten, stapelartikelen, zoowel als de voortbrengselen van kunsten en weteuschappen, komen onder die benaming ver-eenigd op de balans voor.

Als eenige eisch zij gesteld, dat zij den persoon, wiens vermogen wordt opgenomen, rechtens toebehooren.

Roerende zoowel als onroerende goederen worden eerst eigendom door levering

Zoolang geene levering heeft plaats gehad mogen derhalve

-ocr page 32-

22

de gekochte waren niet, moeten de verkochte ivel iu de inventaris voorkomen.

Veith schijnt hierover anders te denken.

Hij zegt althans !) „dat niet het juristische eigendom, maar de daadzakelijke vraag, of iets naar koopmansbegrippen een deel van het te berekenen vermogen is, beslissend moet zijn voor de opnam i in de balansquot;, „de koopman vindt daarbij een wegwijzer in de boekenquot;. „Slechts datgene, wat in richtig gehouden koopmausboekcn als ontvangen en nog niet uitgegeven geboekt moet zijn, is in do balans op te nemen.quot;

Wat moet nu in richtig gehouden koopmansboeken voorkomen?

Had V. zich deze vraag gesteld, hij zou gezien hebben dat de moeielijkheid slechts verschoven is.

Men kan slechts kiezen tusschen vrij spel, willekeur en eigendom.

Zonder eenigen twijfel verklaar ik mij voor het laatste, en daarom moeten m. i. ook goederen welke op eigen naam, voor rekening van andere gekocht zijn, maar den committent nog niet geleverd werden, op de balans voorkomen 2).

Ook de zeilende goederen (goederen van buitenslands) vormen eene balanswaarde, al wordt in de praktijk dikwijls het goed eerst bij ontvangst geboekt

De waardebepaling hebbe plaats:

]) O. C. pag. 89.

2) Ook hier beweert V. juist het tegendeel. Zijne stelling is ook nu gebaseerd op eene avereehtsche opvatting van de boekhoudersehe stijl. \' Wie niet vreemd aan de praktijk is, weet 1°. dat de gewone boekingen in dat geval zijn:

Ooederen aan Crediteuren bij de inkoop en X z/e aan Ooederen,

aan Onkosten,

aan Provisie,

na het verzenden van de inkoopsrekening.

-ocr page 33-

23

a. ten behoeve der winstberekening :

Van alle onbeschadigde goederen tot kostenden prijs, waaronder te verstaan is liet totaal van alle kosten en uitgaven, welke rechtstreeks noodzakelijk waren ter verkrijging van het bewuste artikel I).

Bij grooten omzet van eenzelfde artikel moet, wanneer uiet meer in voorraad is dan de laatst aangekochte hoeveelheid, de berekening van den kostenden prijs gebaseerd zijn op de laatst ontvangen factuur; anders op de laatsten.

VOORBEELDEN:

1°. In voorraad 207 balen rijst.

Laatste factuur over 250 balen a f 9.25.

Vracht etc., per baal v/100 K. „ - 0.15.

Kostende prijs.......- 9.40.

2°. Voorraad 307 balen rijst.

Laatste factuurover 250 balen h /quot;9.25 /quot;0.15 onkosten. Voorlaatste „ „ 150 „ „ - 9.30 - 0.121/2 « Kostende prijs:

Voor 57 balen . . f 9 421/2.

„ 250 „ . . - 9.40.

Mocht in een gegeven geval van een marktprijs hebbend artikel de kostende prijs niet met voldoende juistheid bepaald kunnen worden, dan neme men „faute de mieuxquot; de marktwaarde.

b. Ten behoeve van de controle-balans:

1°. Alle waren, welke eene marktprijs hebben, moeten tot of in verband met de noteering worden aangeslagen.

2°. Andere waren tot kostenden prijs, indien althans uit later gedane offerten niet blijkt, dat de verkeerswaarde aanmerkelijk is veranderd.

1

De bepaling van den kostenden prijs is vooral in fabriekzaken niet altijd even gemakkelijk, al zijn de bezwaren niet zoo groot als enkelen willen doen voorkomen.

In een goed ingerichte fabriek is van de voornaamste fabrikaten de kostende prijs bekend, door nauwkeurige berekening verkregen.

-ocr page 34-

24

Indien dit het geval is, moet de prijs daarmede in overeenstemming worden gebracht. 3°. Cultuur-maatschappijen kunnen de onverkochte producten van het afgeloopen oogstjaar brengen tot de waarde bij verkoop gemaakt.

De wet staat een termijn van 6 maanden toe Binnen dien tijd zal de oogst meestal wel van de hand zijn gezet.

§ 3. Meubilair incl. gereedschappen en werktuigen.

Hiertoe behooren:

1°. het meubilair in engeren zin 1);

2°. de inrichting van magazijnen;

3°. gereedschappen en kleine werktuigen;

4°. verpakkingsmateriaal van goederen, welke excl. emballage geleverd worden.

De nieuwe goederen berekent men tot kostenden prijs, op dien der gebruikte goederen moet afgeschreven worden.

Hoeveel afgeschreven moet worden, is zoozeer afhankelijk van onderhoud en gebruik, dat algemeene cijfers moeielijk zijn aan te geven.

Zooveel mogelijk moet het afscbrijvingspercent in overeenstemming zijn met de gemiddelde duur van het goed.

Op gereedschappen welke na 5- a lOjarig gebruik versleten zijn, moet 20 a 10o/o afgeschreven worden, terwijl voor de inrichting van woning, bureau en magazijnen meestal 2 3% voldoende blijkt.

1) In de balansen van vennootscliappen wordt natuurlijk het meubilair van de woning der vennooten, evenmin als klecdingstukken, byouteriön etc. in de balans opgenomen. lu de inventaris, welke ieder der vennooten voor zich zelf opmaakt, moeten ze echter wel voorkomen.

-ocr page 35-

25

Eens om de 5 jaren moet eene nauwkeurige op opname berustende schatting plaats hebben 1).

In sommige zaken slaat men voor de gereedschappen en kleine werktuigen een anderen weg in. Men boekt n 1. de kosten van reparatie en aanvulling direct als verlies af, en brengt alleen die aankoopen, welke gedaan werden tot uit-breiding, ten laste van dit hoofd. In de balans komen ze dan voor met 2/3 van den kostenden prijs.

Deze oogenschijnlijk ruwe schatting blijkt ten slotte eene groote mate van nauwkeurigheid te bezitten.

§ 4. Levende inventaris.

Paarden, pluimgedierte, hoorn- en wolvee vormen den levemlen inventaris.

De waarde is moeielijk anders dan door deskundige schatting te bepalen 2).

Tramweg-maatschappijen en andere inrichtingen, met een groot aantal paarden werkend, nemen veelal den kostenden prijs lot maatstaf met jaarlijksche afschrijvingen.

VOORBEE\'LD:

Paard gemiddeld bruikbaar 8 jaar (tram).

Aankoop f 400. —

Verkoop - 80.— ________f 320.—

1) Als controlemitldel kunnen de volgende normaalcijfers dienen :

Meubilair in engeren zin......2.1 o/0

Gereedschappen.........15 quot;/o \'H\' voldoend

Houten vaten \' yoor tran?.Port- \' \' \' quot;quot;derhoud

( m magazijn.....10 7o en

t____________( voor transport. . . . 12.!quot;/,.

IJzelen \\tiLeu •gt; ■ .. »rf»vvnr»Ti \\ in magazijn.....0 /0 gewoon

Manden (teenen)......... 33 0/(1 gebruik.

„ (spaansch riet).......l(j 0/u .

2) Voor do waardebepaling ten behoeve van het landbouwbedrijf verwijzen wij naar:

H. \\\\r. von Pabst, Landwirtlisehaftliche Taxationsléhre, Mk. 5 1 Editie

i)r. Th. von der Goltz, ,, „ „12 j P. Parey,

Dr. K. Birnbauoi, „ ,, 2.! J Berlin.

-ocr page 36-

26

Jaarlijks af te schrijven f 40.— per paard. Deze waardevermindering boeke men op eene „Afschnjvings-rekeningquot; 1), om het ua sterfgeval of bij verkoop geconstateerde verlies op deze rekening over te brengen.

Journaalposten;

a. Boeken van de jaarlijlsche a f schrijn ng.

Winst...........f 800.—

aan Afschrijving op lev. inventaris:

voor afschrijving op 20 paarden.....f 800.—

b. Bij verkoop.

Kas . .........../80.-

Afschrijving op lev. inventaris. . - 320.— aan Paarden:

voor verkoop merrie „Mirzaquot;......f 400.—

c. Bij sterfgeval.

Afschrijving op lev. inventaris. . . /quot;375. — aan Paarden:

voor gestorven ruin „Klaasquot;.......f \'ólö.—

Groote anomaliën springen alsdan beter in het oog.

Minstens eens om de 5 jaren en na epidemiën moet echter eene nauwkeurige taxatie plaats hebben, waarbij in het bizonder te letten is op den ouderdom, en algemeenen toestand van eik der dieren afzonderlijk. In casu moet minder de verkoopwaarde dan de tijd, dat ze nog voor alle diensten bruikbaar zijn, de balanswaarde bepalen.

§ 5 Vorderingen.

Alleen rechtsgeldige vorderingen vormen een deel der activa. Hunne grootte wordt, voor zooverre ze niet uit acten of andere iu ons bezit zich bevindende geschriften blijkt, uit de boeken overgenomen. De waarde van elk afzonderlijk is afhankelijk van:

1) Ten onrechte geeft men dit soort rekeningen den naam van reserven. Men onderscheidt niet tusschen bespaarde winsten (reservefondsen) en gecalculeerde verliepen (afschrijvingen).

-ocr page 37-

27

1°. hare nominale grootte;

2°. den vervaldag;

3°. de soliditeit van don schuldenaar en het onderpand.

Art. 31 „Allg. Handelsgesetzbuehquot; zegt hieromtrent:

„Bei der Anfnahme des Inventars und der Bilanz sind „samratliche Verinogensstücke und Forderungen nach dem „Werthe anzusetzen, welcher ihneii zur Zeit der Anfnahme bei-„zulegen ist.

,,Z\\veifelhafte Forderungen sind nach ihrem wahrscheinlichen „Werthe anzusetzen, uneinbringliche aber abzuschreiben.quot;

In de bepaling dezer waarschijnlijke waarde schuilt de moeielijkheid.

Scherber heeft beproefd vaste regels voor de berekening te geven. Hij zegt o. a.:

„Sind beispielsweise 3 Grimde dem Eingange der Forderung „gunstig, 2 ungünstig, so ist, da 5 alle günstigen und nngün-„stigen Fiille subsmnmirt, die VVahrscheinlichkeit des Eingangs „1/5, rekte 60% der Erwartungswerth der Forderungquot;.

Vei tb teekent hierbij terecht aan: „Dass ist Wilkür. Es „können 20 Gründe dem Eingange ungünstig und 1 demselben „gunstig, und dennoch die Forderung voll aufzunehtnen sein. „Nicht auf die Anzahl der Gründe, sondern auf die innere „Bedeutnng derselbeu kommt es an.quot;

Ik waag de stelling, dat men in de praktijk niet beproeft deze „innere Bedeutungquot; onder cijfers te brengen 1), maar alleen het uit de niet-inuing voortspruitend verlies over eenige (bijv. 5 jaren) wil verdeden.

J)e eenvoudigheid dezer methode verklaart voldoende hare algemeene verspreiding 2).

1

Bij liet berekenen van de verkoopsprijzen verhoogde hij den inkoopsprijs met 20/() delcredere — een cijfer naar zijn zeggen gevonden door

-ocr page 38-

28

Toch schijnt mij eene andere wijze van han\'delen meer correct, al is ze evenmin van empirisme vrij te pleiten.

Eene vordering is twijfelachtig, indien de schuldenaar onwillig of onmachtig is om te betalen. In het eerste geval moet, indien do rechtmatigheid of grootte der vordering bestreden wordt, en er eenigen twijfel omtrent den uitslag van een event, proces bestaat, de minimum waarde genomen worden I).

Bij onmacht moet onderscheiden worden in tijdelijke, chronische en absolute.

Onder tijdelijke onmacht is te verstaan de toestand, welke veroorzaakt wordt door eene wanverhouding tusschen de som der opeischbare schulden en de kasmiddelen eener overigens soliede zaak.

Eene toestand dus, welke surséance van betaling zou rechtvaardigen Met eene waardevermindering van enkele percer.ten (hoogstens 10o/o) kan in zulke gevallen worden volstaan.

Met chronische onmacht is bedoeld de positie van zooveleu, die moeite hebben het hooft! boven water te houden, welke dag in, dag uit, met financieele zorgen te kampen hebben, en in negen van de tien gevallen eindigen moeten met zich failliet te verklaren.

Dit zijn dubieuse vorderingen in den meest gewonen zin.-Het toeval meer dan iets anders beslist of de vordering in zijn geheel zal voldaan worden of niet.

Op zulke vorderingen moet, indien ze ook na gewoon uitstel niet betaald worden, zooveel worden afgeschreven, als men vermoedt bij failliet te zullen verliezen (nitkeering gemiddeld 4; 33 0/0).

Absolute onmacht blijkt door faillietverklaring, indien ze althans niet zoo evident is, dat crediteuren van vordering in rechten afzagen, als wanneer de vordering niet dubieus, maar oninbaar is.

langjarige ervaiing. Jaarlijks crediteerde hij do rekening „Deleréderequot; voor 20/„ van den omzet. Verliezen tengevolge van failliet en nonbetaling werden op dit hoofd overgeboekt. Hij toetst zoodoende een bij do calculatie gebiiiikt cijfer aan de werkelijkheid.

I) Kleine posten, de kosten van een proces niet loonend, schrijve men geheel af.

-ocr page 39-

29

Bij failliet neemt men de geannonceerde of vermoedelijke nitkeering 1) tot tot basis aan.

Door hypotheek of pand gedekte vorderingen zijn slechts dnbiens, voor zoovene de dekking onvoldoende blijkt. Slechts de waarde van dat saldo is te ramen.

In allen gevalle moet ook de nominale waarde der „dubieuse postenquot; uit de balans blijken -).

Oudshof, van Veen e. a. boeken daarom de afschrijvingen op de rekening. „Reserve voor Dubieuse postenquot; (beter, Afschrijvingen op dubieuse posten).

• Een voorbeeld moge het voorafgaande verduidelijken.

EINDE 1quot; JAAE.

Totaal vervallen vorderingen, waarvan betaling geweigerd is, f 22000.—, waarvan:

a. op geaccrediteerde firma\'s uit bizondere

omstandigheden.....f 5000.—

b. op zwakke huizen .... - 12000. -

c. in failliete boedels . . . | j^QO

cl. oninbaar.......- 2000.—

Af te schrijven op a 10% = f 500.— „ „ „ „ h 662/3 o/0 = . 8000.-

,, „ „ „ e 720 -f 9G0 = 1680.—

Totaal f 10180.—

Journaalposten:

a. Dubieuse Debiteuren . . . f L7000.—

Fnill. boedel X en Y . . . - 3000.—

Oninbare vorderingen ... - 2000.— aan Debiteuren.........f 22000.—

1) Gemeenlijk is deze een paar maanden na faillietverklaring met voldoende zekerheid bekend. Het is beter, de waarde tot zoolang open te laten, dan maar zoowat neêr te schrijven.

2) In dien zin „Ontwerpen van wetten op de vennootschappenquot; art. C9, 3lt;le clausule.

-ocr page 40-

30

b. Balans........f 20000.—

aan Dubieuse Debiteuren...../ 17000.—

aan Faill. boedel X en Y.....- 3000.—

e. Winst.........f 12180.—

aan Oninbare vorderingen.....f 2000.— 1).

„ Afschrijving op dub. debiteuren . - 10180.—

LOOP VAN HET 2^ JA AH:

Ontcangen 60% faill. X; 220/0 faill. Y; X gehomologeerd; Y insolvent verklaard; Vordering op A geïnd; met B (12000) geaccordeerd voor 30%.

Kas.

Voor ontvangen f 1080.— -j- f 264.— -j- f 5000.—

-f /■3600.— = f 9944,— Afschrijving op dubieuse debiteuren - 605(5.—

Aan Dubieuse Debiteuren.......f 13000.—

„ Faill. X en Y.........- 3000.—

EINDE VAN HET W JAAR:

Over te boeken op lt;lul). debiteuren volgens

a. f 3500.—

b. - 7400.—

c. faill. H. f 5800,— 40 o/o

„ S. - 1600.— 10o/o

Afschrijving moet bedragen:

A. 10 % van f 3500.—.....- f 350.—

B. 662/3 lt;V0 „ - 7400.---f /-4000.— = - 7600.—

C. 60 % „ - 5800.—.....= - 3480.—

90 % ., - 1200—.....= - 1080.—

f 12510.

Afschrijving bedroeg:

f 10180.- f 6056.—.......= f 4124.—

Nog afschrijven. . . / 8386,—

(Journaliseering als 1°. jaar).

1) Sommigen brengen de oninbare posten pro inemorie of niet f 1.— in het debet der balans. Eene goede methode.

-ocr page 41-

31

De solied geachte vorderingen worden voor de nominale waarde op dc balans gebracht. Het verschil niet de contante waarde neemt men in hol passief der balans onder „de verschuldigde rentenquot; op.

In de praktijk maakt men het zich msestal met het berekenen van het disconto der niet vervallen posten niet lastig. Dit is onjuist. De daardoor ontstane fout is echter van weinig ingrijpenden aard.

Ts de grootte eener vordering in vreemd geld uitgedrukt, dan moet deze herleid worden tot den kortzicht koers (geld).

VOORBEELD:

Vordering R. M. J 0.000.— op Hannover.

Noteering 31 Dec. Berlijn kz. 09,05\'\'\', 59,15p

Waarde Rm. /10000.— op Hann. A/59,05.— —/quot;5905.— af Vs7o plaatsverlies 1).....- 7.38

/quot;5897.62

OPMERKING:

De in rekening-courant verschuldigde intrest is regelmatig reeds in het saldo opgenomen 2).

De rente welke men te vorderen heeft op uitstaande deposito\'s, prolongatiën en hypotheken zijn te berekenen tot den gecontracteerden rentevoet.

Tot basis voor de becijfering van het disconto op niet vervallen posten, diene niet het bankdisconto, dat slechts voor negotiable wissels kan dienen.

Het gecalculeerde disconto moet zooveel mogelijk in over-

1) Huewel de Duitsche Reichsbatik geen plaatsverlies in rekening brengt voor wissels op plaatsen, waar zij filialen gevestigd heeft, en ook veel duitsche bankfirma\'s deze wissels zonder eenige extra korting in disconto nemen, berekenen hollandsche bankiers hiervoor | il ^0/,,, omdat er minder vraag naar is dan naar gelijkwaardig papier op Hamburg, Berlijn on Frankfurt.

2) Voor de berekening van den intrest in rekening-courant zie men: J. G. Ch. Volmer en P. Kats „de Rekening-Courantquot;, Utrecht, A. W. Bruna, 1S92.

-ocr page 42-

H2

eensteinniing zijn met dat, hetwelk wij toegestaan zonden hebben bij betaling op den dag van balansopmaking \').

§ (i. Papier van waarde.

I. a —c.

Naai- den inhoud is papier van waarde niets anders dan het bewijs in geschrifte eener vordering of van aandeel.

In eeonornischen zin is papier van waarde èn betaalmiddel én handelsartikel 2).

Dit laatste is beslissend voor de waardebepaling, welke in het algemeen moet plaats hebben naar dein §2ontwikkeldedenkbeelden.

Wij kunnen daarom hier kort zijn en ons bepalen tot het geven van regels, die wel geen nadere verklaring zullen behoeven.

Men schatte:

«. Voor de winstverdeeling:

1°. vervallen coupons, chèques en ander aan toonder gesteld kortzicht papier tot kostenden prijs.

2°. Wissels en Promessen:

aa. in eigen geld, tot de nominale waarde.

Het disconto neme men als verschuldigde rente onder de schulden op.

Voor alle verhandelbare wissels neme men het bauk-disconto tot basis 3).

\\, In den engrosliandcl in goederen disconteert men niet vervallen posten gewoonlijk il 5 0/0 \'s jaars. Dit cijfer is vrij wel in overeenstemming met de gebruikelijke korting voor contant, varieerend tusschen 4°/,, en C

2) Een en ander gevolg van de geringe formaliteiten, waarmede deze vorderingen kunnen overgedragen worden. Toonder papier gaat van hand tot hand, order papier vereischt alleen endossement.

3) Dit advies is strikt genomen niet in overeenstemming met de in § 2 verkondigde beginselen. Van alle noteeringen is echter het disconto de coustantste en meest betrouwbare. Bovendien zou het bij een oenigs-zins belangrijke portefeuille zoo niet ondoenlijk dan toch uiterst bezwaarlijk zijn het disconto te berekenen volgens den rentevoet, welke bij aankoop gold. Het praktisch onuitvoerbare leere men niet.

-ocr page 43-

33

hh. in vreemd geld.

De aankoopsprijs vorme ook hier zooveel mogelijk den grondslag. Voor het sedert deu aankoop verloopen aantal dageu verhooge men de waarde:

cc. e f f e c t e n.

De kostende prijs moet hier gelden.

Bij beleggingsfondsen, omdat de bezitter de waarden niet kocht om van een kleine koersverandering te pro-fiteeren, en dit gewoonlijk ook niet doet.

Bij speculatieve waarden, omdat uit het behoud der stukken blijkt, dat de bezitter tot beurswaarde niet kon of niet wilde realiseeren De koersen dezer fondsen zijn bovendien zóó variabel, dat ze uitmuntend dienen kunneu om aan te toonen, dat de noteering van één dag niet voor de waarde mag aangezien worden.

I). Ten behoeve van de Controle-balans:

Alle wissels, promessen, chèques etc. berekene men evenals courante fondsen volgens den koers van den dag.

Voor incourante fondsen raadplege men Broekman amp; Houders bekende prijslijst, tenzij men een vergelijk met eenige gelijkwaardige noteering hebbende fondsen mocht verkiezen.

De zoo gevonden koers moet dan verminderd worden met: i 1 0/0 voor soliede fondsen (waterschap, prov. en sted. leeningen) waarvan de coupons te Amsterdam betaalbaar zijn; Jz U/20/0 indien de coupons niet te Amsterdam betaalbaar zijn; -4- 2i/20/o voor minder bekende fondsen;

-I- 50/0 voor speculatieve waarden.

VOORBEELD:

Gevraagd de waarde van l a f 1000.— 3\'/2 % Groninger-Locaalspoorweg (coupon te Amsterdam betaalbaar, garantie der Maat*1 tot Expl. van Staatsspooi wegen).

Middenkoers van soliede 31/2% fondsen .... 973/40/0

Af................l\' 0/o

Waarde. . . 9Gs/4 % (Aangeboden voor 963/8 %).

-ocr page 44-

34

d. Assurantie-polissen.

Naar den aard der verzekering onderscheidt men brand-, transport-, hagel- en veeverzekering en die op het leven, tegen invaliditeit en ongelnkken.

De polissen moeten met hunne innerlijke waarde in de balans voorkomen.

1°. Transportverzekering {xee-assiirantie).

Werd een enkele reis verzekerd, dan is de waarde van de polis zoolang de reis niet beëindigd is, gelijk aan de betaalde prijs.

Werd een contract gesloten voor alle reizen binnen bepaalden tijd ondernomen, dan moet de waarde in verband gebracht worden met den duur van het contract in den verloopen tijd, pro rata temporis, worden aangeslagen.

2°. Verzekering tegen hagelslag, brandgevaar, veeziekten, ongelukken, etc.

Ook de waarde dezer polissen moeten pro rata temporis worden bepaald.

3°. Levensverzekering.

Hoewel bij verkoop deze prijs gewoonlijk niet bedongen kan worden, is de waarde eener polis gelijk aan de wiskundige reserve \').

Hare berekening eischt vrij veel wiskundige kennis. \\Arij zullen ons daarom moeten bepalen tot het leveren van enkele gegevens, welke kunnen dienen tot benadering der poliswaarde van enkele der meest voorkomende verzekeringen.

aa. L ij f r e n t e.

De reserve eener, door het storten vaneen som in ééns, gekochte onmiddellijk ingaande lijfrente is nil 1, 2, 3 ... n jaren gelijk aan de koopsom der rente (Xa) voor iemand, die J, 2,

1) De moeste maatschappijen koopon polissen terug voor 75ö;0 van do reserve —, dus 25°/,, benoden de waarde. Ik weet geen beter voorbeeld om te bewijzen, dat niet altijd do verkoopswaarde de waarde is.

-ocr page 45-

35

3... n jaren ouder is. (Hollman, Wiskundige schets der levensverzekering).

In tabel II (le kolom) is de contante waarde gegeven eener bij het begin van elk jaar betaalbare lijfrente van f 1.— (1 Xn)

Is eene lijfrente, zooals gewoonlijk, bij het einde des ver-zekeringsjaars betaalbaar, dau moet de waarde f \\.— lager gesteld worden.

VOORBEELD:

Gevraagd de waarde eener lijfrente /\'400.— \'sjaars, staande ten name van een 44-jarig persoon.

Tabel II geeft voor 1 -f- Xa = /\'15.1186 af/quot;].— . . . = - 1.—

Xa = /quot; 14.1186 _ 400

Waarde der lijfrente . . f 5647.4400 hb. Levens verzeker in g.

a. Verzekering van kapitaal uit te keer en na het overlijden ran den verxekerde.

Poliswaarde volgens Lemckc = 1gt;, volgens Langheinrich = L.H.

rtf quot;Wquot; -A. _A- IEI ID E ID E IR E O L I S HST A-

-O

Cm

O

5 JAAR.

10 JAAR.

15 JAAR.

20 JAAR.

25 JAAK.

(D

A

Lquot;-.

L.H.

Lü.

L.H.

Le.

L.H.

Le.

L.H.

Le.

L.H.

20 25 30 35 40 45 50 55 60

4.597 5.346 5.82.\' 6.803 8.357 10.098 11.545 13.282 16.990

3.733 4.496 5.428 6.624 8.188 9.850 11.594 13.551 15.642

9.697 10.856 12.314 14.674 17.6\' 1 20.478 2^.294 28.015 36.156

8.062 9.6 gt;0 11.698 14.269 17.231 20.302 23.57 i 27.074 30.516

14.955 17.002 19.642 23.290 27.123 31.040 .36.326 41.636 56.594

13.052 15.663 18.923 22.714 26.828 31.101 35.528 39.933 44.114

20.817 23.938 27.756 32.147 36.802 42.756 51.028 62.359 74.911

18.812 22.568 26.909 .31.675 16.742 41.879 46.897 51.687 56.169

27.435 31.618 36.097 41.159 47.540 55.973 66.705 78.243 100.000

25.548 30.196 35.385 40.93; 46.638 52.129 57.288 6;M(9 66.820

De waarde voor tusschenliggende leeftijden vindt tnen door interpe\'atie vrij juist.

-ocr page 46-

36

Volgens de formule 1) R = P(a -f- n) — Pu (1 4quot; ^ a n) bedraagt de reserve voor eene verzekering aangegaan op 50-jarigen leeftijd:

na 5 jaar f 11.171

§ f 11.082

-2 3 quot;o

„10 „ - 22.876

1 - 22.584

O

„15 „ - 34.864

* KN - 34.408

. £ gt;-3 si, 3 »2 5 \' U quot;S

„ 20 „ - 46.553

| - 45.679

® ^ rrj Mg J

„25 „ -57 159

g - 56.091

De waarden van Langheinrich komen hiermede het meest overeen.

/gt;. Verxekering van kapUaal uit te keer en na het hereiken van een bepaalden leeftijd door den verzekerde of na diens vroeger overlijden.

(Gemengde verxekering)

De Reserve moet in dit geval berekend worden ais volgt:

„Verminder de netto premie voor n r jaren met die voor „n jaren, en vermenigvuldig het saldo met de contante waarde „eener dadelijk ingaande jaarrente ad f 1.—, welke loopt tot ;,het tijdstip, waarop in het geval de verzekerde mocht leven, „het bedongen kapitaal moet worden uitbetaald,quot; (Haberl)

VOORBEELD:

A is 25 jaar oud en verzekert zich een kapitaal van f 1000. uit te betalen op 45jarigen leeftijd of bij vroeger overlijden.

Hoe groot is de reserve na 5 jaar?

Netto premie op (« -|- r) 30 j. leeftijd = f 53.084 „ „ „ O) 25 j. „ = - 37.385

Contante waarde van de direct betaalbare jaarrente ƒ 10.9235.

Reserve = (/quot;53.084 — /quot;37.385) x /quot;10.9235 = /\'171 59.

In de meeste gevallen zal echter de verzekerde noch de netto premiën, noch de contante waarde van de direct betaalbare lijfrente kennen.

1) Hollman, o. c.

-ocr page 47-

37

De Reserve kan daardoor alleen bij benadering bepaald worden.

De berekening van de reserve kan alsdan plaats hebben als in \'t volgend voorbeeld.

Opgave als boven:

Jaarpremie gemengde verzekering per jaar . . f 42.60 l) „ voor verzekering van f 1000.—, betaalbaar indien de verzekerde sterft binnen

5 jaar.............- 12.80

Verschil . . . f 29.40

Waarde eener jaarlijksche storting van f 1.—

na 5 jaar = f 5.63297546 (zie Tabel I).

Reserve = 29.4 X f 5.63297546 = f 165.09.

Hoewol niet wiskundig zuiver, is de berekening voor de praktijk nauwkeurig genoeg.

Blijkt uit de tafel op pag. 35 hoezeer de wiskundige reserve bij eenvoudige kapitaalsverzekering afhankelijk is van de sterftetafel en den rentestand, waarop ze gebaseerd is, bij gemengde verzekering is dit nauwelijks minder het geval. Ook hier geven de verschillende tafels voor de reserve vrij sterk uiteenloopende waarden.

cc. Premiën in eens.

Aan Haberl/s „Lehrbuch der politischen Arithmetikquot; (pag. 244 en 264) ontleen ik den volgenden regel:

„Indien eeu n jarig persoon zich door eene storting iu eens „een kapitaal verzekert, dan is de waarde der polis m\\ r jaren, „gelijk aan de storting welke een (u -)- r) jarig persoon zou „moeten doen om zich onder gelijke voorwaarden een even „groot kapitaal te verzekeren.quot;

1) Tarieven van de „Onderlinge Levensverzekering van Eigen Hulpquot;.

-ocr page 48-

38

VOORBEELDEN;

1°. R (25 jaar oud) verzekert zich door storting van f 339.30 bij de „Onderl. Lerensverx.Maaij van Eigen Hulpquot; f 1000.— te betalen bij overlijden. Wat is de waarde van de polis na 10 jaren?

Oplossing: Op 35jarigen leeftijd zou K volgens tarief A moeten storten / 407.50, wat dus de poliswaarde is.

2°. R (25 jaar oud) verzelcert zich door storting van f 46S.80 bij bovengenoemde Maat\'j f 1000.— te betalen bij overlijden of na het bereiken van den leeftijd van 50 jaar. Hoe groot is de Reserve na 10 jaren?

Oplossing: In tarief E vindt men dat R op 85-jarigen leeftijd zou moeten betalen f (520.90. Zoo groot is ook de Reserve l).

§ 7. Varia.

Van de hieronder te rangschikken bezittingen verdienen de „zwevende postenquot; en „verbonden waardenquot; cene bizondere bespreking.

a. Zwevende posten.

In de lc plaats behooren hiertoe de tijdaffaires, waarvan de afwikkeling nog niet heeft plaats gehad, en welke dus nog niet in het grootboek voorkomen 2).

1) De reserve der Maatü zal iets minder bedragen, omdat deze met netto premiën rekent. Voor den verzekerde is de waarde echter als hierboven aangegeven, hoogstens zou daarop eene leductie van ± 20 quot;/o aangebracht mogen worden, cm de poliswaarde meer in overeenstemming met de reserve der maatschappij te brengen.

2) Sommige journaliseren hot sluiten eener tijdaffaire als volgt:

Tijdaffaires in Koffie aan Koch en Co.

Dit is echter onjuist voor hier te lande aangegane contracten. Men leze hieromtrent „Mercuriusquot; be Jaargang N0. 13 en 17.

-ocr page 49-

39

Met de halansopmaking moet op deze posten echter nauwkeurig acht gegeven worden, niet omdat ze reeds eeu actief vormen, m:iar omdat de afwikkeling zulke zware verliezen kan veroorzaken, dat het noodzakelijk geacht mag worden een deel der winst te reserveeren.

In de controle-balans vinden de negatieve of positieve waarden dezer loopende zaken eene plaats.

Ook op andere nog niet geheel afgedane zaken moet om die redenen gelet worden.

b. Verbonden waarden.

Alle uitgaven gedaan voor een nog niet afgeleverd werk; allo bedragen ten koste gelegd aan de te veld staande oogst, moeten vergoeding vinden in de waarde van het provenu.

Ze vormen derhalve een actief, waarvan de waarde eener-zijds bepaald wordt door hetgeen er aan ten koste gelegd is, anderzijds door de vermoedelijke waarde van het reeds aanwezige.

quot;Voor de berekening van de winst kan slechts de kostende prijs gelden; en ook voor de controle-balans zal slechts bij uitzondering eeu andere waarde genomen moeten worden.

Indien tegenspoeden bij de uitvoering van een werk ondervonden, doen vermoeden dat het provenu de kosten niet zullen dekken, dan is daaatoe evenwel aanleiding.

Dan vermindere men dat provenu met wat daaraan waarschijnlijk nog ten koste te leggen zal zijn, en neme dit voor balanswaarde.

VOORBEELD:

Aangenomen de bouw van een fabriek voor f 25000.—.

Nog uit te geven:

Voor schilderen, binnenbetimmering etc. i - 8500.—

Balanswaarde . . f 16500.—

-ocr page 50-

40

jiTAMKAPITAAL.

§ 8. Onroerende goederen.

Scherber wijdt aan de taxatie van deze vermogens-bestanddeeleu niet minder dan 38 pagina\'s Zulk een uitvoerigheid meen ik mij niet te mogen veroorloven, vooral ook omdat m. i. de taxatie dezer waarden geen grooter moeielijk-heden oplevert dan die van andere bezittingen, welke geen marktprijs hebben.

a. Grondbezit (akkers, iveide, hosch)

Is de inkoopsprijs bekend, (bij vennootschappen zal ze dit altijd zijn), dan vorme deze de basis voor de waardebepaling, voor zooverre dezelve de berekening van de winst ten deel

heeft.

Belangrijke uitgaven tot amelioratie van den grond gedaan — bijv. draineeren — moeten in meerdering gebracht worden. Gewone kosten van bemesting, beploegen komen ten laste der exploitatie, maar verhoogen de waarde niet.

b. Gebouwen.

De kostende prijs is ook hier tot grondslag te nemen. De waarde van het gebouw wordt evenwel telken jare geringer. Er dient dus afgeschreven te worden. Een percentage dat voor de praktijk voldoende nauwkeurigheid bezit, vindt men op de volgende wijze:

f 15400.— - 7000.—

Koopprijs......

Waarde grond en afbraak

f 8400.—

Bij voldoend onderhoud zal herbouw niet noodig zijn binnen 60 jaar. Afschrijven per jaar f 140.— of \'quot;/jj %.

Ter controle diene volgende cijfers gedeeltelijk aan Scher-ber\'s werk, gedeeltelijk aan de opgaven van vakkundigen ontleend.

-ocr page 51-

41

isr A

_A- nvt.

w aarde verminde ring in percenten.

Reparatie in percenten.

Woonhuizen.

Schcrber.

Holl. opgaven.

Scherber.

Holl. opgaven.

le kwaliteit

3e

Zocr inférieure

(Revolutiebouwers)

in de stad . . .

0.4

0.5 0.7

| gem. 0.6 1.3

0.30 0.30 0.40

| gem.040 0.5

le kwaliteit \\ 2e

3e „ J

op het land . .

0.5 0.6 1.0

jgem. 0.75

0.40 0.50 0.75

jgem. 0.60

Fabrieken.

Machinefabrieken, drukkerijen, molens en andere inrichtingen tot bewerking van drooge grondstoffen .........

1.2—0.8

l0/„

0.6—0.4

0.6quot;/,,

Olie, verf en laks tokerijenjfabrieken van chocolade- en suikerwerken.

(

1.6—1.2

1.5 quot;lo

0.6—0.8

0.75 «/„

Bleekerijcn, ververijen, suiker- en stijfselfabrioken, kunstboter en z u i velf abricken, glasovens, kal k-branderijen, steen- en pannen-fabrieken ........

2.5 —1.6 2 0/o

1 5 »1 1.0 1 0

1.75 »/„

Inrichting tot chemicaliën

vervaardiging van en bijtende stoffen.

\\ 1

5—2.5

1

91 1) / -

•) 0 / - /o

2.25 »l„

c. Bergwerken.

Bijna nimmer is de waarde van deze activa ook maar bij benadering juist te ramen. Zoo ergens dan ligt iiier het land der verrassingen en ontgoochelingen.

Van alle middelen welke voor de taxatie aan de hand worden gedaan, schijnt deze mij nog de beste:

Voor de aanvaarding van het bedrijf wordt de mijn door deskundigen onderzocht. Uit hun rapport blijkt gewoonlijk hoeveel jaren de exploitatie naar alle waarschijnlijkheid productief kan zijn — een minimum.

Zij in een gegeven geval daarvoor aangegeven 20 jaar, ter-

-ocr page 52-

42

wijl de aankoopsom van liet terrein f 200.000 bedroeg met een waarde aan bovengrond van f 800.000.

Het le jaar is het bergwerk dan op te brengen voor inkoopsprijs; de latere jaren schrijve men telkens

2000.000 —800.000 _ oO.OOO of H% af. 20 ~

Ter contröleering der boekwaarde van alle onroerende goederen verdient hut aanbeveling nn en dan (bijv. eens om de 10 jaar) eene schatting door deskundigen te doen plaats hebben.

Slechts zelden zal deze waarde uit het provenu afgeleid kunnen worden; want al moge het provenu een factor zijn, welke grooteu invloed op de prijs van landelijk bezit uitoefent, de eenige is het niet.

Voor in pacht gegeven landerijen zal echter 20voud van de gemiddelde netto pacht vrij wel de waarde aangeven.

§ 9. Fundus Instructus.

n. Spoorbanen, Machinerien, etc.

Zooals van alle andere goederen bestemd tot uitoefening van het bedrijf, wordt de waarde dezer bezittingen bepaald door den inkoopsprijs, den duur en de waarde der oude materialen.

SPOORBANEN (Wey en Werken).

De kosten voor aankoop van den grond en de onderbouw van den baan blijve voor kostende prijs op de balans voorkomen — ouder voorwaarde, dat door voldoende onderhoud wordt zorg gedragen, dat de bruikbaarheid niet vermindert.

Mocht nil afloop der concessie tic haan om niet aan den staat worden afgestaan (voor zooverre mij bekend is dit hier te lande bij niet ééue maatschappij het geval) dan moet elk

-ocr page 53-

43

jaar een doel worden afgeschreven. Bij eene GOjarige concessie bijv- l2/3n/o-

Omtrent de taxatie van den bovenbouw bevat liet „Miiiis-terialblatt für innern Verwaitnng 1S58quot; liet volgende:

De kosten per tnijl bovenbouw bedragen. . . 90.000 Thaler.

Hierin liggen 8000 dwarsliggers a 1 /34 Thalors,

alzoo voor 14.000 Tlialers Bij een ge-middeldon duur van 14 jaar zijn jaarlijks dus voor vernieuwing te besparen..... 1000 „

Elke mijl bevat 1.152.000 pond rails, welke

te zamen 52.992 Thaler kosten. De duur

der rails op 15 jaar, de waarde van het

oude materiaal op 24 Thaler, de slijtage

op 152.000 pond per mijl stellend, vindt

men dat voor vernieuwing der rails jaarlijks

52992 — 24000 lr,no .. , ----------- _----= 19o2 zijn op zijde te leggen.

X O

Voor rails en dwarsliggers te zamen dus 2932 Thaler of 3,25 0/,,

Mij schijnt dit percentage wel wat laag. Ik wacht inij er echter voor een ander te geven. De duur van den weg is daarvoor te zóóv afhankelijk van de kwaliteiten der materialen en de afgelegde treinkilometers. Het is het werk van den technicus om jaarlijks op te geven hoeveel, in verband met de afgelegde treinkilometers, voor vernieuwing is te reserveeren. De boeking dezer afschrijvingen op een speciale rekening „Vernieuwingsfonds van den AVegquot; is algemeene usance.

MACH IX KR IKK

Ook hier zou door den vakman zijn aan te geven met hoeveel tie kostende prijs jaarlijks is te verminderen.

Volgens welwillend verstrekte inlichtingen kunnen de volgende cijfers als normaal gelden:

-ocr page 54-

44

Ketels....... 8 0/0

Stoommachines, vaststaande 21l20l0 Looomobilen, Locomotieven 3 %

Drijfriemen.....20 % \'varieer, tussehen 12n /0 en 30°/ 0).

Machineriën, voor bewerking van hout, metaal en mineralen....... fi 0/0 (varieer.tussehen 5quot;/0en 7ü/0).

Drukpersen, molens, weefgetouwen, inrichtingen voor brouwerijen, branderijen

en distilleerderijen . . 4 % (varieer, tussehen 3 quot;/„en 50/0). Kranen en soortgelijke los-

en laadwerktuigen . . 4 0/0 Daarbij behoorende kettingen en trossen . . . 12 %

b. Aan onroerend goed verbonden rechten.

Tiend-, jacht- en visscherij- en soortgelijke rechten zijn te taxeeren naar de gemiddelde opbrengst der laatste jaren. Met het oog op de wankelende positie van de meesten dezer rechten is eene te hooge taxatie zéér te ontraden. Bij verkoop is zelden meer dan het lOvoudige provenu te bedingen.

SCHEPEN en SCHEEPSAANDEELEN -).

Op den kostenden prijs moet jaarlijks worden afgeschreven.

Eene handleiding daarbij vindt men in onderstaande cijfers, welke door eene compilatie der gegevens voorkomende in Sweys\'s „Neerland\'s vloot en reederijenquot; zijn verkregen.

1

Mr. Asser heeft in zijn „Schets van het Nedcrlandsch Handelsrechtquot; de formaliteiten welke bij de eigendoms-overdracht van schepen en scheepsaandeelen zijn te vervullen, zoo volkomen duidelijk aangegeven, dat eene verwijzing naar dit werk, dat in elke kantoor-bibliotheek eene plaats moet innemen, mij voldoende toeschijnt.

-ocr page 55-

45

Houten schepen:

1—10 jaar

10 -16 „

16-22 „

22-28 „

71/3 %

1) 28-33 „

Afbraak.

IJzeren schepen:

1-20 jaar. . . 21/4%

20-35 „ . . - 1 \'V4 %

35-55 „ . - - 11/4%

Afbraak. . . . 42/4 %

van den kostenden

prijs.

Op absolute juistheid kunnen deze afschrijvings-percenten geen aanspraak maken. Daarvoor is vooral de waarde van een schip te zeer afhankelijk van allerlei uevenomstan-digheden.

Aanbeveling verdient het de waarde van het schip bij het eindigen der klasse door bevoegden te doen taxeeren.

II. ZP^SSI-V^A..

Elke verplichting tot betaling vormt eene schuld, moet onder de passiva voorkomen.

Hunne grootte wordt op dezelfde wijze als die der vorderingen bepaald.

Met Veith en den schrijver van „Theorie en Praktijkquot; (Mercurius 7e Jaarg. n0. 9) ben ik het eens dat van Obligatie-

1

C. F. Steinhaus, ,,Der Eisen Schiffbau. Und kann das Durchschnitts

2

schepen af te schrijven, bespaarde ik mij veel onaangename ontgoochelingen.quot;

-ocr page 56-

46

leeningen etc. alleen het geplaatste deel in de balans mag voorkomen. Wordt dit niet gedaan, dan moet het niet geplaatste deel a pari worden geboekt.

Verboeking tot de koers van uitgifte is beslist ford \').

Dubieus kan slechts de grootte of rechtsgeldigheid der verplichting tot betaling zijn.

Niet dubieuse schulden moeten, voor zooverre ze in Neder-landsch courant zijn uitgedrukt, met hunne nominale grootte op de balans voorkomen.

Voor de herleiding der schulden in vreenul geld (saldi der M/R) geldt wat onder „vorderingenquot; pag. 31, is gezegd.

Het disconto der niet vervallen posten neme men onder de „tegemoetkomende rentequot; op.

Dubieuse schulden boeke men met de maximale grootte, tenzij het nagenoeg zeker is, dat de uitslag van een eventueel proces in ons voordeel beslist zal worden.

Indien dit althans mogelijk is, wachte men met de invulling der waarde, totdat omtrent de grootte der schuld c.q. rechterlijke uitspraak zekerheid is verkregen.

Speciaal bij geschillen in assurantiezaken schijnt mij dit zeer gewenscht.

De taxatie der polisverplichtingen is trouwens eene minuti-euse arbeid, en speciaal kost de berekening van de zoogenaamde premie-reserve bij eene levensverzekering-maatschappij veel tijd en moeite 2).

Ook de raming van de grootte der schuld, voortspruitend uit giro-verplichtingen, is vrij lastig.

Voor dc winstrekening komen daarbij slechts die wissels

1) Vroeger was ik eene andere meening toegedaan — een dieper indringen in de zaak heeft mijne opinie gewijzigd.

2) Zonder uitzondering is deze arbeid aan wiskundigen opgedragen. In liet belang der administratie is liet zeer gewenscht, dat ook do boekhouder der maatschappij een helder inzicht in het wiskundig deel uer levensverzekering heeft. In C. Orhaan\'s „de Levensverzekering populair verklaardquot;, vinden zij een goede handleiding.

-ocr page 57-

47

in aanmerking, waarvan de betaling door den betrokkene is geweigerd.

Het verschil tusschen het bedrag der retourrekening en de som, welke op vorige houders of trekker verhaald kan worden, is de grootte der schuld.

Doen buitengewone omstandigheden vreezen, dat op de nog niet vervallen wissels, waarvan wij houders waren, zware verliezen geleden zullen worden, dan is het noodig hierop bij de controle-balans aciit te geven. In de praktijk wordt dit te weinig gedaan.

Zoolang de rechten van houders van opriehtersaaudeelen niet zijn geregeld, zul met eene pro-memoria vermelding volstaan kunnen worden 1).

De waardebepaling der „zwevende postenquot; moet op dezelfde wijzen plaats hebben als der gelijknamige activa.

Het zuiver vermogen.

Omdat de statuten der naamlooze vennootschappen — en ook der commanditaire vennootschappen op aandeden — de grootte van het kapitaal bepalen, komt dit in zijn geheel in de boeken voor 2).

De verschillen tusschen liet statuaire kapitaal en het zuiver vermogen worden op afzonderlijke rekeningen geboekt en afzonderlijk op de balans vermeld.

De behandeling dezer rekeningen wordt in de meeste leerboeken van liet boekliouden verklaard. Zeer volledig o. a. in Latorf\'s ,Het dubbel boekhoudenquot; en Rei man\'s gelijknamig werk.

Voor détails naar die werken verwijzend, meen ik met het volgende te kunnen volstaan.

1) Zie omtrent opriehtersaaudeelen „R. Fruin Azn., Opriehtersaaudeelen bij Naamlooze Vennootschappen. (Inaug. diss.)quot;

2) Noodzakelijk is dit niet. Het blijft zelfs de vraag of het geweuscht is. Zie o. a. Schrott\'s „Lehrbuch der Verrechnungswissenschaftquot;.

-ocr page 58-

48

Het nominale kapitaal komt in het credit van de balans. Het ongeplaatste deel der aandeelen wordt a pari onder de activa opgenomen, waai- tnsschen ook de te amortiseeren verliezen, als oprichtingskosten en de kosten verbonden aan de uitgifte van geldleeningen (dienst der leening), een plaats vinden.

Het door aandeelhouders nog te storten bedrag is eene rechtsgeldige vordering van de vennootschap op de aandeelhouders en komt onder de gewone boek vorderingen voor, meestal op de rekening „Aandeelhouders nog te storten.quot;

De bespaarde winsten 1) boekt men op de rekeningen onverdeeld winstsaldo 2) of reservefonds, het saldo dezer rekeningen komt in het credit der balans voor.

Naar de algemeene opvatting moet het reservefonds afzon-

-ocr page 59-

40

derlijk belegd en het resultaat der belegging in vermeerdering (vermindering) van de reserve gebracht worden.

Zoowel het een als het ander is onjuist.

Veith zegt o. a.: ,,Von einer Anlegung des Reserve-„fonds im eigentlichen Sinne kann nicht die Rede sein. Der „Reservefonds bildet keine juristisch abgeschlossene Vermö-„gensmasse. I n der Bilanz der offenen Handels- und der „einfachen Kommanditgesellschaft wird jeder in der Gesell-„schaft zurückgelialtene Gewinu, als das Kapital unmittelhar „vermehrend, ein integrirender Theil des Kapitaleontos; hei „dem Actienverein wird dieses mit Rücksicht auf die noth-„wendige (?) Stabilitat des Gruud (Gesammt(?) kapitals in drei „ïheile: „Aktienkapitalconto, Reservefonds, Gewinn- und „Verlustconto getheilt. Die verschiedenen Büchungsformen „können materielle Wirkungen abcr in Hinsicht auf die von der „Buchungsform der Passiva völlig unabhangigen Activa nicht „zur Folge haben.quot; 1)

Aan duidelijkheid laten deze regels niets tc wenschen over. Zo zullen echter degenen, welke belegging uit utiliteitsgronden vragen, niet ontmoedigen.

Bij verliezen, zeggen zij, doet zicli de beiioefte aan kasgeld gevoelen -- hoe die te bekomen, indien het reservefonds niet afzonderlijk belegd is?

Ik zou hen er op willen wijzen, dat niet om \'t evenwicht tusschen de som der opeischbaro schulden en dc makkelijk te realisceren waaiden te bewaren, het reservefonds gesticht werd; dat trouwens door belegging in hypotheken of gebouwen — een zeer geliefde vorm — dit doel liet allerminst bereikt wordt. Ik be weer zelfs, dat dit door statnaire regeling van een betrekkelijk klein deel der activa bijna nimmer te verkrijgen is.

Daarvoor is méér noodig. Bovenal een bekwaam actief bestuur.

Slechts uit één oogpunt is afzonderlijke belegging aan te

1) Anders Immink o. c. „Mijns inziens ligt het in haren geest, dat do statuten steeds afzonderlijke belegde fondsen zouden voorschrijven.quot;

4

-ocr page 60-

50

bevelen: n.1. om ook het onkundige publiek te doen gelooven, dat de reserve geen boekpost, maar werkelijk aanwezig is.

Omtrent de proveuuën van het Belegd Reservefonds zegt lm mink (o. c. pag. ]Ü6): „De renten komen, als het afzonderlijk belegd is, aan do vennootschap ten goede en worden „niet hij het reservefonds gevoegd: altijd natuurlijk uitgezonderd het geval, dat in de Statuten uitdrukkelijk bepaald is ,,dat de renten aan het fonds zelve zullen komen.quot;

Mij schijnen deze regels in logisch verband met de door Veith geconstateerde daadzaak, dat het zoogenaamd belegd Reservefonds geen juridisch afgesloten geheel vormt.

-ocr page 61-

Proefbalans, ^alans en Winstrekening

IN HET

DUBBEL-BOEKHQUDEN.

De Proefbalans.

§ 1. Inrichting.

Een der meest in liet oog vallende eigenaardigheden van de gebruikelijke vormen der dnbbele-boekhouding is bet evenwicht. In de meeste vakwerken wordt er uitdrukkelijk op gewezen.

Zoo zegt Knapper 1); „Het dnbbel-boekhouden draagt „dien naam, omdat elke post op twee verschillende rekeningen, „n.1. op die van den debiteur en tevens op die van den „crediteur geboekt wordt. Geen rekening wordt gedebiteerd, „of een andere wordt voor hetzelfde bedrag gecrediteerd.quot;

Brenkman-) noemde het evenwicht een der beginselen der dnbbele-boekhouding.

Gérard van de Linde 3) beweert zelfs:

„De beginselen der boekhouding zijn samengevat in het „algemeen bekende axioma „Tegenover ieder debet staat ecu „creditquot; en „omgekeerdquot;: „heeft men deze allerbelangrijkste „daadzaak eenmaal begrepen en toegepast op verschillende „posten, dan is al het overige zoo simpel als A. B. C.

„Het is inderdaad de sluitsteen van het gebouw.quot;

Of het evenwicht nu werkelijk een zóó belangrijk moment

1) Leerboek voor het Boekhouden. {3lt;-\' druk. Rinkes, Arnhem).

2) Nieuwe theorie van het dubbel boekhoudeu. (IJkema, den Haag).

3) Bookkeeping. (Effingham Wilson, London).

-ocr page 62-

50

bevelen: n.1. om ook het onkundige publiek te doen gelooven, dat de reserve geen boekpost, maar werkelijk aanwezig is.

Omtrent de provenuën van liet Belegd Reservefonds zegt Immink (o. c. pag. 106): „De renten komen, als het afzon-aderlijk belegd is, aan de vennootschap ten goede en worden „niet bij het reservefonds gevoegd: altijd natuurlijk uitgezou-„derd het geval, dat in de Statuten uitdrukUelijk bepaald is ,,dat de renten aan het fonds zelve zullen komen.quot;

Mij schijnen deze regels in logisch verband met de door Veith geconstateerde daadzaak, dat het zoogenaamd belegd Reservefonds geen juridisch afgesloten geheel vormt.

-ocr page 63-

Proefbalans, ^Balans en ^instrekening

IN HET

DUBBEL-BOEKHOUDEN.

De Proefbalans.

§ 1. Inrichting.

Ecu der meest in het oog vallende eigenaardigheden van de gebrniUelijke vormen der dubbele-boekhouding is het eveuwicht. In de meeste vakwerken wordt er uitdrukkelijk oj) gewezen.

Zoo zegt Knapper 1): „Het dubbel-boekhouden draagt „dien naam, omdat elke post op twee verschillende rekeningen, „n.1. op die van den debiteur en tevens op die van den „crediteur geboekt wordt. Geen rekening wordt gedebiteerd, „of een andere wordt voor hetzelfde bedrag gecrediteerd.quot;

Breukman quot;-) noemde het evenwicht een der beginselen der dubbele-boekhouding.

Gérard van de Linde 3) beweert zelfs:

„De beginselen der boekhouding zijn samengevat in het „algemeen bekende axioma „Tegenover ieder debet staat een „credif\' en „omgekeerdquot;: „heeft men deze allerbelangrijkste „daadzaak eenmaal begrepen cu toegepast op verschillende „posten, dan is al het overige zoo simpel als A. B. C.

„Het is inderdaad de sluitsteen van het gebouw.quot;

Of het evenwicht nu werkelijk een zóó belangrijk moment

1) Leerboek voor liet Boekhouden. (3e druk. Rinkes, Arnhem).

2) Nieuwe theorie van het dubbel boekhouden. (IJkema, den Haag).

3) Bookkeeping. (Effingham Wilson, London).

-ocr page 64-

04

iu de leer der boekhouding is — deze vraag blijve hier on-hesproken 1). \'t Zij genoeg te constateeren, dat in liet journaal der Italiaansche methode, post voor post, het debet gelijk is aan liet credit.

Een dit eet gevolg hiervan is, dat de eindtellingen van het journaal in debet en credit gelijk zijn, omdat „gelijke bij gelijke gedaan, de sommen gelijk zijn.quot; (A. de Graaf, Instructie).

Evenzoo zal de som der bedragen in bet debet van het grootboek gelijk zijn aan het totaal der in het credit geboekte getallen, omdat alle posten uit het journaal in liet grootboek worden overgeboekt, zoodat: debet van het grootboek — debet van liet journaal -- credit van het journaal == credit van het grootboek.

Worden dus bij het overbrengen der posten geen fouten gemaakt, dan zullen de eindtellingen van de beide zijden overeenstemmen.

Omgekeerd zal de overeenstemming dezer tellingen eenigen waarborg geven voor de juistheid der cijfers in het grootboek.

Deze zelfcontrole, ongetwijfeld een der belangrijkste voordeden van het raechanismus der dubbele-boekboiuling, is belichaamd in de zoogenaamde proejbalans; dat is de staat, waarop de tellingen van de bedragen, die in het debet en in het credit van elke rekening voorkomen, worden vermeld.

Gewoonlijk is deze staat in 6 kolommen verdeeld, nl.:

1°. voor de folio\'s van de rekeningen in het grootboek;

2°. „ ,, namen der rekeningen (de hoofden van rekening);

3°. „ „ som der debetposten van iedere rekening:

4°. „ „ „ „ creditposten van ,, „

5°. ., ,, debetsaldi;

6°. „ „ creditsaldi.

Zijn de tellingen en de saldi alle ingevuld, dan worden de laatste vier kolommen opgeteld.

]) Men raadplege: B. Boon, „Schetsen over Koopmnns boekhoudingquot;

(Leiden. S. C. van Doesburgh).

-ocr page 65-

0 C aamp;etzacfii\'incj.

„Quoi que l\'on fasse, les bilans seront toujours trés arbi-traires,quot; zegt Courcelle Seneuil.

Geen vakman zal deze woorden weêrspreken.

Den werkelijken toestand zal de balans bijna nimmer aangeven; en toen op het Congrès des Comptables f\'ranyais een der sprekers zeide „dut de balans de waarheid, niets dan de „waarheid moest weergeven,quot; gaf hij een ideaal aan, dat met allo andere idealen het onbereikbare gemeen heeft.

Dit moet ons evenwel niet beletten naar volmaking te streveu — het bereikbare te eischen.

Vooral echter moet de juistheid van de balansen der naam-looze vennootschappen zooveel mogelijk gewaarborgd zijn.

Het nieuwe ontwerp op de vennootschappen bevat menige bepaling, welke daarop gunstig zal werken 1).

Gewenscht is het zeker, dat de acte van oprichting ook voorschriften omtrent de winstverdeeling, het reservefonds cq. de belegging, en de oprichtersaandeelen moet bevatten; dat geen uitkeering van dividend raag plaats hebben dan nil goedkeuring der balans door een daartoe bekwaam controleur (accountant).

Moge geene vooroordeelen de invoering van een beslist noodzakelijke maatregel in den weg staan.

Eene instelling, welke in Engeland en Amerika burgerrecht verkreeg, ja onmisbaar geacht wordt, kan ook hier te lande niet dan gunstig werken.

1) Waarom in dat ontwerp de Kon. goedkeuring niet meer wordt verlangd, is mij niet recht duidelijk. Do waarborg, welke zij geeft moge gering zijn, geheel (kitlibeeldig is zij niet, en ons oud-hollandsch spreekwoord zegt: „Heter een half ei, dan een ledige dop.quot;

----------

-ocr page 66-

I (rente è 4%). ^

Waarde van f 1.— nil van 1 .jaar op samen-«icsteiden intrest te liebben uitgestaan.

Contar.te waarde van f 1,— betaalbaar ntl

verloop van een bepaald aantal jaren.

Waarde eener jaar-Ujksche storting ad f 1.— na verloop van een bepaald aantal jaren.

Contante waarde eener jaarrenle van f 1.— gedurende een bepaald aantal jaren te ontvangen.


3846

4967

9103

9522

2233

3686

5467

4488

3161

9578

7671

lt;376

4785

2293

8743

9561

6885

9697

3940

2634

5995

1533

4167

6314

7994

6918

8575

6322

1463

3330

9356

5150

4567

9776

1323

8195

7880

6423

8484

7388

5181

2674

9494

4129

3970

5356

3612

3088

7200

8462

3846 5621 9636 0419 2711 1453 1781 9021 8674 6417 8093 9705 7409 7508 6450 0818 7325 2812 4242 8695 3360 5539 2633 2147 1680 8923 1657 7747 5141 1867 6026 5794 9417 5209 1547 6872 9685 8543 2061 3904 7793 7493 6820 4635 9841 1386 8256 9470 4112 1262

0 9615 0 9245 0 8889

1 04 liOSKi 111248

1121(56 1 2653 113159 1 1

1 4802 ! 5394 6010 6650 7316

8009 8729 9479 0258 1068 1911 2787 3699 4647 5633 6658

24 8833 9987 3 1186 3 2433 3 3731 5080 3 6483 7943 9460 1039 2680 4388 6163

8010 9930 1927 4004 6165 8411 0748 3178

6|5705 6 8333 |l006

64 5856 5290 1902 3178 6905 1181 4428 5406 3222 7351 7645 4351 8125 0050 1652 4918 2314 6807 1879 1554 0416 3633 6978 6858 0332 5145 9751 3341 5875 8110 1631 8899 3255 8986 1345 6599 2063 6145 8391 9527 1508 1568 2271 1562 2824 4937 8335

4

5

6 8 9

11

12

14

15 17

) 8548 ) 8219 7903 7599 7306 7025 I 6755 0 6495 i 6245 i 6005 i 5774 i 5552 • 5339 i 5133 0 4936 0 4746 0 4563 0 4388 0 4219 0 4057 0 3901 0 3751 0 3606 0 3468 03334 0 3206 0 3083

3685 4233

81 9 9 10 11 11 12 12 13

13

14 14

14

15 15

15

16 16 16 1

1 1 18 18 18 18

19 0235 8764

18245 3114 16975 1239 =6454 1288 26 6712 2940 2817780 7858 30 9692 0172 33 2479 6979 3516178 8858 38 0826 0412 40 6459 0829 43 3117 4462

20 22 24 i

46 48 51

55 58 61 65 68 72 16 80 84 89 94 98 103 109 114 120 125 131 138 144 151 158

2964 2850 2740 0 2635 0 2534

2436 2342 2252 2166 2082 2002 1925 1851 1780 1711 0 1646 0 1582 01521 01463 01407 1

19 19

20 20 20

0842 1440 9675 8298 9662 8630 0849 3775 3283 3526 014 6867 2095 2742 8579 0851 6522 2486 5983 1385 7022 4640 9703 3626 4091 4971 0255 1570 8265 3633 8195 9778 0123 8169 4128 7696 0293 9204 8705 6772 9453 9043 2632 0605 8337 3429 66(0 8366 7737 6701

4163 2256 6329 7546 8982 9448 2142 2626 5827 9531 0061 0712 4863 5141 0258 0546 6268 3768 2919 1119

1 04

2 1216

3 2464 64

604 3850 9856 5631 1183 6522 1656 6592 1339 5903 0291 4511 8568 2469 6220 9827 3295 6630 9837 2920 5884 8735 1476 4111 6646 9082 19 1425 19 3678

\' 1856 gt; 3707 »5488 20 7200

20 8846

21 0429 21 1951 2113414 21 4821

9615 8860 7750 6298 4518 12421 6 0020 67327 7 4353 8; 1108

5844 7927

19 9930

1) Voor andere reutestanden viiuil men o. a. in Knapper\'s Leerboek van bet Haudels-rekenen (pag. 175—185) tafel».__

-ocr page 67-

T -A» E X-i II.

3

I

1- Xa.

P.a.

pa.

£

Contante waarde eener by

Contante waarde van

Netto jaarpremie voor

9 V

het begin van elk jaar

ftOO.— kapitaal uittekeeren

f 100.— kapitaal uittekeeren

betaalbare lijfrente ad fl.—.

by overlijden.

bij overladen.

20

1!

4504

25

1908

i

2951

21

19

3293

25

6565

i

3273

22

19

2042

2(

13(8

i

3611

23

19

0747

20

6358

i

3964

24

18

9410

27

1502

14334

25

18

8027

27

6817

1 \'4722

20

18

0598

2S

2314

1

5129

27

18

5122

28

7991

1

555 lt;

28

18

3597

29

3857

1

6006

2!)

18

2022

29

9913

1

6477

:-!0

18

0390

30 0109

1

6972

31

17

8718

31 2625

l

7493

32

17

0985

319290

1

8041

•_)0 oo

17

5190

32

0108

1

8617

34

17

3350

33

3268

1

9225

35

17

1444

340001

1

9867

3(5

10 9475

348171

2

0544

3 i

10

7443

35

5989

2

1260

38

10

5342

30 4009

2

2019

39

10

3172

31

2418

2

2824

40

10

0929

38 1042

\'gt;

3678

41

15

8010

38 9961

2

4586

42

15

6212

39 9184

2

5554

43

15

3730

408709

2

6585

44

15

1180

41 8515

•)

7682

45

14

8571

42 8572

9

8846

4()

14

5890

43

8863

O O

0081

47

14

3170

44

9347

3

1380

48

14 0394

40

0023

3 2767

4!)

13

7572

47

0878

Q •J

4228

50

13

4703

48

1910

\'i

O

5770

51

13

1792

49

3108

3 7416

52

12

8841

50

4458

3

9154

53

12

5853

51

5949

410996

54

12

2832

52

7507

4 2950

55

1 1 \'9779

53

9312

4 5026

5(5

1 110098

55

1101

4:7230

57

11

3593

50

3104

4 9572

58

11

0403

57

5142

5

2007

5i)

10

7313

58

7258

5 4724

00

10

4147

59

9433

5 7556

(il

10

0970

01

1629

0 0571

(i2

9

7805

62

3820

613783

03

9

4041

63

5995

6

7201

()4

9

1489

64

8120

V

0842

05

8 8355

00

0174

i

4718

00

8

5248

07

2125

7

8844

07

8

2170

083902

8

3238

08

~

9130

69 5055

8

7913

09

i

0130

70

7192

9

2893

70

7

3172

71

8509

9

8203

71

V

0201

729765

10

3865

72

0

7400

740708

10

9900

73

0

4593

75

1506

11 6354

74

0

1840

76

2154

12

3240

75

5

9140

77

2514

1310611

-ocr page 68-

54

i

Balance van desen boock is sahuldieh aen

|

1

dese naervolgende sommen beuondon by-

slot van Rekeninghe omme welcke te

sluyten zijn Crediteurs ghemaeckt in desen

Boeck A ende voorts ghedragan Debiteurs

in den nieuwen Boeck B. omme desen te

sluyten.

Aquot;. 00 den

lesten December aen buys den gulden Hooien

Aquot;. 9

ghenaerapt

10

I

2106

-

voorsebreuen aen Hooftpenningen van Renten 75 gulden t\'siaers te lossen den penning JU, duer

Jacob Gerrijtsz.

10

1

1200

voorsehreuen aen ïonnenmeel lasten 5, ton (j voorsebreuen aen Assche lasten 24, ton (j

10 10

1 1

171

1053

17

10

_

voorsebreuen aen Boggbe lasten (5

12

1

294

-

voorsebreuen aen Fluweel stucken 2 ellen 48

12

I

240

-

voorsebreuen aen Linnewant stueken 20 el 804

12

1

423

-

voorsebreuen aen Armezynen stucken 4 ellen SO

14

1

320

_

\'

voorsebreuen aan Cornells pietersz.

14

1

800

J 7

-

voorsebreuen aen Coppen elaesz.

16

1

750

-

voorsebreuen aen Goosen gerrijtsz versebijnt op

Paesscben van wegben Hans kemerling

10

1

400

-

voorsebreuen aen Hans groen

20

3

360

-

voorsehreuen aen Hans cardinal

20

3

335

4

-

voorsebreuen aen Carseyen stucken 8 ellen 244

24

3

745

10

-

voorsebreuen aen Scbeepspart gbenaempt den Kot

gans

26

3

420

-

voorsehreuen aen Schip de Fortuna gbenaempt

26

3

1000

-

voorsehreuen aen Safferacn balen 3 lib. 241

26

3

1159

16

-

voorsehreuen aen Cassa

34

3

10092

1

f

voorsebreuen aen Wljn-seck, voor booten 10

36

3

720

-

voorsebreuen aen Bastart, voor pijpen

36

3

936

-

voorsebreuen aeu Suycker, voor kisten 19 voorsebreuen aen Silverwerck, vooreen Hantbecken

36

3

1368

! —

ende Cop weghende t\'samen marck 12, loot (i

40

3

198

|

Somma gulden 25003.10.

i

-ocr page 69-

Balance van desen boeek moet hebben van dese naervolgende sommen beuonden by-slot van Rekeninghe, omme welcke te sluyten zijn Debiteurs ghemaeckt in desen Boeek A ende voorts ghedraghen Crediteurs in den nieuwen Boeek B omme desen te sluyten.

-\'

A0. !gt;(j den lesten December van Oolof tonisz quot;) ti 040 2 12

voorschreuen van Hooftpenninglien van Renten 0 gulden erffelijcx den penning 24 op mijn buys don gulden Hooren, den heffer is Goosen cool i) 2 144 —

- voorsebrenen van Hooftpenningben van Eenten

50 gulden t\'siaers te lossen den penning 10, den I

better is barpert Hemmen i) 2 j 800 ; — —

voorscbreuen van Willem mor verscbijnt den 2Ueu

January Anno 97 • 13 0

- voorscbreuen van Hans pellicooren 21 0

— voorschreuen van Hans kemerling 33 0

~[ voorscbreuen van Hans kemerling voor rekeninge des tijts, dat bem noch rest van Goosi n Gerrijtsz.

verschijnt op Paesscben 37 0

023 47:i 127

4.00

■3

o , — 11 i)

— voorscbreuen van Pieter claesz 37 0 ó.i-voorscbreuen van Cappital 3 0 21553

1(3 11

Somma gulden 25093.10

-ocr page 70-

50

BALANS

(C

Boek

Div Ij.

Wiss

Te 4;1 Coi

Over Pre

Te

Afscl Op

Papier van Waarde.

Wissels en promessen in eigen geld .... ld. „ in vreemd geld....

Belegd Beservefonds.

5 a/\' 1000.— Ncd.-Ind. Handelsbank.

Gebouwen.

Pakhuis „de Morgenzonquot;........

Grond naast id. ........

Gebouw „Liberia en Mockaquot;.......

Geld...........

Koopwaren.......

Meubilair.........

Vorderingen.

Aandeelhouders te storten . . .

Solvente.........

Dubieuse.........

Failliete boedel Hestervold. . . Oninbare.........

Machineriën, etc. . . . Toekomende interessen. Prolongatie-rente .... Disconto quot;/Schulden . . .

Te amortiseeren verliezen.

Oprichtingskosten .... Dienst der leening. . . .

Aandeelen in Portefeuille

f 512.22

*) Inventaris en Gewone Balans na png. GO.

4325 64985 1155

/\' 25000

- 27642

- 3999

- 3518

42

-i - 60160

12

28364 5020

/\' «16000

- 3000

- 45000

Opri

Zuiv

A a Re:

W

64000 5680

53 183

/\' 32.80 -f /\' 150.61

236 59

/■ 876 - 1606

20

2482 20 30000,—

f 266409 26

-ocr page 71-

S(C on tróle). ^

Boekschulden.

Diverse Crediteuren......

L. Schmollc Huvre j\\J/B.....

Wissel- en Oblig. verplichtingen.

ïe betalen wissels.......

4! quot;/„ Obligatie-leening.....

Courons ..........

42

Overige verplichtingen.

Proces met Ducert, Havre ïe betalen intrest . . . ,

/\' 12örgt;ii(i(i

1081184

22750 — 80000;— 18!)0j—

533 05 14O!O8

Afschrijvingen.

Op gebouwen........

„ machineriëii........

, meubilair.........

„ vorderingen........

Oprichtersaandeelen {pm memoria) Zuiver vermogen.

12

/\' 13S0 — 40(i 4(1 87 — - 3200li S3

5074 33

A andeelen-kapitaal. Reservefonds . . .

/\' 12500,— - ÜOGO!—

- 1310(10 —

- 10783 80

Winst.

-ocr page 72-

58

WINS

w

Verliezen.

|

1 Wins

Bureaukosten.............

f 6860

Koff

- 2085

Hnu

Koffiebranderij.............i

\'

- 1862

Sclu

Algemecne onkosten..........

- 3218

- 3885

Afschrijvingen.

! van de oprichtingskosten........

/\' 292 —

! van de dienst der leening........

- 53.-140

1

Op gebouwen.............

(i\'JG —

inaehineriën............

- 203 20

„ meubilair.............

43 50

|

„ vorderingen (/quot;3200 93—/\' 1400.13) 1) . . .

- 1800,80

- 3564

Buitengewone schade.

Proces Ducert....... .....

- 102

Winstsaldo............

- 11521

j

/\' 33100

1

Afschrijving van Au. P0,

-ocr page 73-

59

= r

Si EKEN ING.

Winsten.

W.) ■ Koffie............

)85 : Huur gebouw „Liberia cu Mocka\'\' . 362 ij Sfhmolle M/E.........

/■ atKHtü 70

- 3000 — 0 70

/\' 33100 40

-ocr page 74-

00

Voorgestelde winst verdeeling.

Saldo winst. . . f 11.521.25 Te reserveereu voor waardevermindering

koffievoorraad.........- 1.885.53

Rest. . .

Volgens § 18 der statuten te verdeden als volirt:

f 6.800.— waarvan

f 6.800.—

Afronden . .

Aandeelhouders. . . 50ü/o. . f 3.400.— Reservefonds .... 20%. • - 1.360.— Oprichtersaandeelen 50/o. . - 340.— Commissarissen. . . 50/0. . - 340.—

Directie.......10%. . - 680.—

Personeel.......10%. . - 680.—

f

9.635.72

-

2.800.—

f

6.835 72

Dividendberekening.

Te verdeelen f 2.800.— -|- f 3.400.— — / 6.200.—

over 70 aandeelen = f 88.— per aandeel.

Onverdeeld saldo /\' 40.—.

Oprichtersaandeelen.

Te verdeelen /\'340.— over 25 aandeelen— /13.60 per aandeel.

Uittreksel van de nota van toelichting.

In het einde der maand December daalde de prijzen der Javakoffie door gunstige oogstberichten aanmerkelijk. Sedert zijn de prijzen niet merkbaar verbeterd. Wij hebben daarom gemeend niet de geheele winst ter verdeeling te mogen aanwijzen.

Na het gereed komen der nieuwe kaden is de prijs van de daaraan gelegen gronden belangrijk gestegen, lleeds bood men / 3000.— voor het nog onbebouwde terrein naast het pakhuis „de Morgenzonquot; (zie Contróle-balans). Van dit bod is geen gebruik gemaakt, omdat naar alle waarschijnlijkheid nog in dit jaar besloten zal moeten worden tof aanbouw van een 2e pakhuis, waarvoor wij meenden de grond te moeten reserveeren.

Deze waardevermeerdering hebben wij, omdat ze niet gerealiseerd werd, niet in de winstrekening opgenomen.

Wij stellen echter voor de waarde dezer grond ook in de gewone balans op /\'3000.— te brengen, en de waardevermeerdering in het passief onder het hoofd „niet gerealiseerde waarde\\ermeerderingenquot; te boeken.

-ocr page 75-

_ _ 1

oa o _ -. - - 1

—^ ^5 es cc i t-h -t oi 10

O -----: ~T 1 O —

CM ! r - ! X i —

W

H

EH lt;j

A P ü hl lt;1 ü

—. q

»C r-

7 I j _ ! «

CQ

H

lt;1 Eh

W

H

I

w

ö

G .

Z ^

a «

É-i ^ ^

a a

5 gt;

w

= co = 1^ = = ö= ö ~

71 CC i c —

v \', c: 71 e i -r . ~ O —r 1- 1-^ — Cl . Cl

H ü H ft

(fi

•JC x rc x O -f I - X

CC

• • C- X ^

® ^ . . . . \'H

g cc t: lt; q o

^ ^ ^ ^ t

01 a

§

c 2:

© O

O ^

W «x,

fo ct ao

c

-ocr page 76-

O 1

O

GO 1

O T-H

CO

i—i (M

»r: o o

IC — —

CO CM

£ \'5 -S

o ti)

Cu. .

^l-g s IS -2

^ 3 G O Q

s s

s .S

c3 .

^ bet:

•73 fl

M

o

O

c W

bC C

« c5

;

»C O »o CO 00 CD (M CC CO CO r-Clt;1 T-H

• ■ c quot;S • • • so

oJ2 ë • . ■■= ^ g|p g ■ d|

S N g r M | o c

^o^a-gii»

a O iT gt;o 2 i3 ■quot; S

gfc :®s

^ ~ ^ G .O

r- ^3 -» O K

■ll-lïlll 2 «- O nj

agt; :5s:srs ^ ^ o

aHHn^Wlt;;c

-

rj -

© ri

CC ^ _ 32 i

Ct w ö lt;

S S 5 =

3 ©2 § 2,5 pqj WfeaQ^i

Gi

X

lgt;

w

l -

Cvi I quot;- CM

CO

CM

•—;

O

CO

Ol X Ol

CO

y-1

Ö X

oi

i -^ 06 c l

CM

CC

X

CO

co

lgt;-

CM iO »c:

Ol

•-H

»o X CM T-H

Clt;1

rH CO

-ocr page 77-

Geld...........

Koopwaren........

Meubilair........

Vorderingen.

Aandeelhouders nog te storten.

Solvente.........

Dubieuse........

Faill. boedel Hesterveld . . Oninbare.......

60160 ; 42

28364 i 12

1

\'5012 50

/\' 20000 — - 8304 12

f 10000 ;

- 45000 | —

- 2000 i —

/\' 512.22 i

Papier van Waarde.

Wissels en prom, in eigen geld . . Id. id. in vreemd geld *)

Belegd Reservefonds.

5 ü f 1000.— Ned. Ind. Handelsbank

63000 5680

f 53 18 - 183 1 41

236 : 59

Gebouwen.

Pakhuis: „de Morgenzonquot;.............

Gebouw: „Liberia en Moekaquot; . . . ,........

Grond naast Pakhuis „de Morgenzonquot;.........

Machineriën, etc.................

Toekomende interessen.

Prolongatierente.................

Disconto quot;/Schulden......./quot;32.80 / loO.öl

f 4325 18 66871 i 28 - 1155 —

/quot; 25000

- 27642

02

- 3999

53

- 3518

87

Boekscliulden.

Diverse Crediteuren .... L. Schmolle Havre M/R . .

quot;Wissel- en Oblig. verplichting

Te betalen wissels.....

4\' 0/(, Obligatieleening . . . Coupons........

Overige verplichtingen.

Proces met Ducert Havre . . Te betalen intrest.....

Afschrijvingen.

Op gebouwen.......

„ machineriën......

„ meubilair.......

„ vorderingen......

Oprichtersaandeelen (pro rnernor

Zuiver vermogen.

Aandeelen-kapitaal.....

Reservefonds.......

Winst.


Te amortiseeren verliezen.

/\' 8^6 : — - 1606 20

f 10.60

Oprichtingskosten §) . . . Dienst der leening ....

20

2482 30000

Aandeelen in Portefeuille

f 267287

•1 Dp KiDSt OD deze rekening is op de intrest-rekening overgebracht.

I Volgens de statuten zijn de kosten van oprichting en het veriies van de uitgifte der leening in o jaar te amort.seeren.

29

-ocr page 78-

(B-zedit.

f 12556 - 1681

66 84

22750 80000 1890

533 280

P

05 16

Bal an

f 1380 — 406 \' 40 87 — - 3200 93

5074 1 33

f 125000 - 6000

- 131000

- 11521

25

DTJI

f 267287

29

-ocr page 79-

PEOEFBALAiSrS,

ilans en Winstrekening

IN HEX

DUBBEL-BOEK HOL1 DEN.

-ocr page 80-

H fi hl

lt;1 CC

£ H Ó

H Hl

a w b

O

hH

Ï5

Kgt;

H

!gt;

Cd Q

C O

w

_

•Oljc

-ocr page 81-
-ocr page 82-

CO

De reden van de onderlinge gelijkheid der tellingen van kolom 3 en 4 werd hiervoor aangegeven.

Dat ook de som der debetsaldi (kolom 5) gelijk moet zijn aau het totaal der creditsaldi (kolom 6), verklaart men als volgt:

Het saldo eener rekening wordt verkregen door van heide zijden evenveel at\' te trekken, namelijk zooveel, dat men aan een der zijden 0 tot rest bekomt.

VOOKBEELD:

Kas: Deb. f 128547.5)9 Cred. f 124324.01 trek af „ - 124324.01 = „ - 124324.01

Saldo Deh. f 4223.98 0

Telkens wordt dns van het totaal der debetposten (kolom 3) evenveel afgetrokken als van de som der creditposten (kolom 4)

en (lelijke ran gelyke afgetogen de Eesten zijn gelijk. (A. de Graaf).

§ 2. Controle door de Proefbalans.

Fouten in het grootboek ontstaan:

1°. door verwisseling van cijfers;

2°. door verschuiving van een cijfergroep;

3°. door het uitlaten of dubbel boeken van posten;

4°. door een post op de verkeerde zijde eener rekening te plaatsen; -

5°. door voor eenig bedrag eene andere rekening te belasten of te ontlasten, dan in het journaal is aangegeven;

(i0. door fouten en uitlatingen in journaal of memoriaal.

Afgezien van het hoogst zeldzame geval, dat 2 of meer fouten tegen elkander opwegen, wordt door de 4 eerstgenoemde fouten het evenwicht verstoord en zal de proefbalans dus niet stemmen.

De fouten onder 5 eu 6 aangegeven verstoren het evenwicht evenwel niet, en het blijkt hieruit dus reeds afdoend, dat het overeenkomen der debet- en credittellingen van de

-ocr page 83-

67

proefbalans geen voldoende bewijs voor de juistheid der boekingen oplevert. Reeds Jones (1795) zeide:

„Hoe kan men er toekomen te beweren, dat uit de gelijkheid der debet- en creditsommen van het grootboek blijkt, ,,dat de overboeking uit het journaal juist is. Wanneer 2 „goudstukken even zwaar zijn, bewijst dat dan, dat zij vol-„wichtig zijn ? Het is niet genoeg, dat de som van alle „debetposten in het grootboek gelijk is aan de som van alle „creditposten, maar deze totalen moeten ook overeenstemmen „met de telling van het journaal.quot;

Door de vergelijking met het journaal wordt de controle bovendien vereenvoudigd, want zijn de debet- en credittellin-geu verschillend, dan wijst een vergelijk met het journaal aan, op welke zijde van het grootboek waarschijnlijk de fout voorkomt. Is bijv. de debettelling der proefbalans gelijk aan het eindcijfer van het journaal, dan mag aangenomen worden, dat een fout gemaakt is bij het overbrengen der creditposten.

Tot opsporing van die fouten kende men vroeger slechts een enkel middel: pointeeren of collatiomeren, een even tijd-roovend als ontmoedigend werk.

Dank zij de aandacht o. a. in Knapper\'s meergenoemd Leerboek aan dit detail gewijd, is ook hierin, althans hier te lande, meer methode merkbaar.

Een fout ontstaan door eene omzetting van cijfers of verschuiving \\7an een cijfergroep kenmerkt zich daardoor, dat het verschil tusschen de ware en de verkregen uitkomst door 9 deelbaar is.

Werden 2 opeenvolgende cijfers verwisseld, bijv. 27 en 72, dan is de fout het negenvoud van het aantal eenheden, welke de verwisselde cijfers verschillen. 1)

Werden van 3 opeenvolgende cijfers de beide uiterste ver-

1) Zij \'t aantal eenheden ö, dat der tientallen a, dan schrijft men door verwisseling van b en a in plaats van 10« -j- b, 10/; a, wat een verschil van 0a—i)fc of \'Hab) geeft.

-ocr page 84-

68

wisseld, men schreef bijv. 785 voor 537, dan zal eene deeling van de font door 99 aanwijzen, hoeveel eenheden de verwisselde cijfers velschillen, en ook hun rangwaarde (tientallen, honderdtallen, enz.) 1)

Door verschuiving van een cijfergroep een plaats naar links (rechts) wordt de waarde er van 10 maal vergroot (verkleind). De fout is dan gelijk aan negenmaal het getal.

Werd het getal 2 plaatsen verschoven, dan wordt het daardoor 101 of lOOmaal vergroot of verkleind.

Geeft bijv. een proefbalans voor het totaal der creditposten aan 433614.22 in stede van 431634.22, dan kan die fout ontstaan zijn, doordat men bij het overbrengen van een der posten 2000 in plaats van 20 boekte. 2)

Werd een post uitgelaten of dubbel geboekt, dan is het verschil tusschen de uitkomst der optelling van de proefbalans cn de som, die bij optelling van het journaal verkregen is, gelijk aan de grootte van die post.

Is een bedrag in het debet in plaats van in het credit geboekt, of omgekeerd, dan is de fout gelijk aan het dubbele van de onjuist geboekte post, die daarna in het journaal spoedig is gevonden.

Indien bij het overboeken evenwel meer dan één fout werd gemaakt, dan kunnen deze hulpmiddelen geen diensten bewijzen, en besluit men er gewoonlijk toe om de posten van het journaal met die van het grootboek te vergelijken (pointeeren).

M. i. verdient hot evenwel aanbeveling om eerst de saldi

1

/• 433614.22 - 431634.22

/\' 1980.—

- = 20

99

-ocr page 85-

69

te trekkeu, en deze zooveel mogelijk te vergelijken met andere comptabele instrumenten.

Men vergelijke bijvoorbeeld:

de kasrekening met kasboek en kassaldo,

de rekeningen over vordering en schuld met de tellingen

van het rekening-courantboek,

die over te innen tvissels met wisselboek en wisselportefeuille 1).

Ik geef dit advies te eerder, waar mij bij ervaring bleek, dat er meermalen de lang vergeefs gezochte fout door werd gevonden. Bovendien verricht men geen dubbel werk, omdat ook wanneer de proefbalans stemt, dit vergelijk moet plaats hebben 2), omdat het vrijwel het eenige middel is om de onder 5 en 6 genoemde fouten te ontdekken.

Hoe noodzakelijk deze controle kan zijn met het oog op de winstverdeeling, blijkt uit het volgende feit:

Bij eene vennootschap werd een post van / 2600. —, welke in het debet der intrestrekening thuis hoorde, door eene vergissing van den boekhouder in bet debet der rekening „Beleening en Prolongatiequot; gebracht.

Deze fout werd niet bemerkt en daardoor werd het creditsaldo der winstrekening f 13900.—, hoewel in werkelijkheid de winst slechts f 11300.— bedroeg.

Dit had tengevolge, dat aan houders van actions de jouis-siance eene uitkeering van f 8.— per aandeel werd gegeven, hoewel deze slechts /\' 1.25 bad moeten bedragen.

Eerst geruimen tijd daarna, te Iaat voor herstel, werd de fout ontdekt.

Steeds houde men voor oogen, dat uit de overeenstemming van de sommen der debet- en credittelUnyen van de proefbalans

1) Splitsing dezer rekening in: „Wissels in Eigen yeldquot; en „Wissels in Vreemd geldquot; verdient cok hiervoor aunbeveling. Dc hollandsche wissels boeko men a pari.

2) Zie C. J. Theunisse „Proeve van administratieve controle, pag. 20 en 21.quot;

-ocr page 86-

70

onderling en met de eindlelling van het journaal alleen de arithmetische en niet de innerlijke juistheid der boekingen blijkt. (Dr. J. Schrott).

De Balans en de quot;Winstrekening.

§ 1. Theoriën.

De verschillende theoriën der boekhouding laten zich inet het oog op de verklaring der rekeningen tot 2 hoofdgroepen terugbrengen, nl.:

de personalistische — en de materialitische.

lu het bizonder komt bij de verklaring van winstrekening en balans het verschil tusschen beide theoriën goed uit.

Hieronder volgt eene beknopte verklaring van beide rekeningen in personalistischen, — en tevens eene in materialistischen geest, leder beslisse voor zich wat Wahrheit, wat Dichtung is )

§ 2. Personalistische verklaring.

Het dubbel-boekhouden berust op 2 principen, nl.,

1°. dat eigendom eu beheer steeds van elkander onderscheiden zijn ;

2°. dat tegenover iederen ontvanger (nemer) een gever staat.

Hierbij sluit zich aan de aloude regel:

„Wie wat ontvangt wordt debet, wie wat uitgeeft wordt credit.quot;

Alleen personen kunnen uitgeven en ontvangen, en daarom denkt men zich personen, die met de bewaring der stoffelijke deelen van het vermogen zijn belast. (Agenten)

De finantiëele verhouding tusschen 2 of meer personen blijkt uit eene staat, die rekening genoemd wordt.

1) Vergis ik mij niet al te zeer, dan erkent op \'t oogeiiblik uc n.eerderheid der deskundigen, dat do materialistische theorie strenger en wetenschappelijker is, al gebruikt men uit paedagogische redenen nog bijna algemeen de personificatie der rekeningen.

-ocr page 87-

71

Op de kapitaalrekening boekt de beheerder (Koopman), wat de eigenaar (Gelckckieter) gaf en terugkreeg.

Is liet rekeningjaar afgelonpen, dan laat de eigenaar deu beheerder alle bezittingen overgeven 1) aan zijne opvolgster „de balansquot;, die ook alle schulden zal betalen.

Zoo stort de kassier het kassaldo, en geeft de inagazijn-meester, wat er nog aan goederen is, aan de balans, en men boekt:

de Kassier geeft — Kas credit,

de Magazijnmeester geeft — Goederen credit,

de Balans ontvangt — Balans debet.

Dat de balans nu ook de schulden zal betalen geeft aanleiding tot den journaalpost:

Crediteuren aan Balans, want de crediteuren zullen het bedrag hunner vorderingen van de balans ontvangen.

Ten slotte zal de balans, die als vertegenwoordigster van den eigenaar optrad 2), wat zij den beheerder nog schuldig bleef voor diens rekening aan den eigenaar uitkeeren. De eigenaar, die ontvangt, is daarvoor te debiteeren, terwijl de balans, omdat zij uitgeeft, gecrediteerd moet worden.

Nadat deze posten op de rekeningen zijn overgebracht, zullen vele sluiten, de andere echter of een debet- öf een creditsaldo aanwijzen.

Een creditsaldo wijst dan een winst aan (de beheerder van de op de rekening geboekte waarde gaf meer, dan hij ontving), een debetsaldo verlies. Deze saldi moeten naar de kapitaalrekening, of de haar vervangende winstrekening, worden overgebracht, omdat met het oog op de winst alle rekeuingen hulp-rekeningen van de kapitaalrekeningen zijn. De laatste, of de

1) Niet wat er moest zijn, maar wat er is, want alleen dat kan gegeven worden.

2) Daarom noemt men de balansrckening cene hulprclcening van het kapitaal.

-ocr page 88-

haar vervangende \'winstrekening wordt dus debet voor de verliezen en credit voor den winsten. 1)

§ 3. Materialistische verklaring.

Boekhouden is het systematisch aanteekenen van do grootte en samenstelling van een vermogen en van de daarin voorkomende veranderingen.

De veranderingen kunnen zijn verminderingen of vermeerderingen.

Eene rekening is eene staat, aangevende de aanvankelijke grootte van eenige waarde en van de daarin voorkomende veranderingen.

o

Worden deze rekeningen in scontrovorm gehouden, dan geven de gebruikelijke slagwoorden „debetquot; en „credit,quot; in verband met de naam der rekening, waarop zij voorkomen, aan wilt negatieve, wat positieve posten zijn.

Het aantal rekeningen is onbeperkt, de keuze moet in overeenstemming zijn met de eischen van het bedrijf.

1) Deze verklaring is logischer dan zij schijnt. Denk eens het geval, dat een kapitaal bestond uit 10 aandeden, geschat op f 10000.—, dan boekt men :

Effecten aan Kapitaal f 10000.—.

Blijkt nu bij het einde des jaars, dat de waarde der eft\'ecten f 10500.— (/\'9.500—) is, dan heeft de eigenaar op 1 Jan. meer (minder) gegeven, en de effecten evenveel meer (minder) ontvangen, dan men boekte.

Dit meerdere of mindere is de verandering der waarde, welke de bezittingen in den loop van het jaar onderging, ergo de winst of\' het ververlies Het overboeken van het voor- of nadeel ig saldo is dus niet anders dan het storneeren van een fout. Nu moge door den omzet dit meestal minder duidelijk zichtbaar zijn, toch blijft het wezen der zaak hetzelfde Pro eurosia schrijft ik hier nog de verklaring at\', welke een aanhanger der gever- en nemertheorie mij eens gaf:

„Wie de boom geeft, geeft ook de vruchten; maar ontvangt ook alles, wat tot behoud, instandhouding of verbetering van dien boom wordt uitgegeven.

Zoo geeft ook de eigenaar met het kapitaal de winsten, en ontvangt hij de verliezen.quot;

-ocr page 89-

73

ïer vereenvoudio\'insr van liet overzicht duidt men de reke-

O O

ningen van gelijksoortige waarden aan met een algemeenen naam. Zoo spreekt men van de rekeningen „over goederenquot;, over „vorderingenquot;, over „wisselschulden\'\', over „onkostenquot; etc.

Elk dezer groepen vormen weder het onderdeel van 2 hoofdgroepen van rekeningen, nl.:

a. die der dee!en van het vermogen (statistische rij): I positieve of bezittingen.

II negatieve of schulden.

h. die van het zuiver vermogen (economische rij), ïer bekoming van zooveel mogelijk gedétailleerde gegevens is het openen van vee! rekeningen gewenscht (decentralisatie), tot het verkrijgen van een triobaai overzicht is het daarentegen beter de boekhouding onder zoo min mogelijk hoofden te brengen (centralisatie). Aan beide eischen voldoet men gewoonlijk door gedurende den loop van het jaar het stelsel van decentralisatie te huldigen en bij het einde des jaars over te gaan tot samentrekking der boekhouding, op 2 hoofdrekeningen; nl.: de balans (groep a) en kapitaal (groep b).

Om eene goede cijfercontrole (evenwicht) te verkrijgen behandelt men de groepen a amp; b tegenovergesteld. Men boekt nl.: op de rekeningen van het zuiver vermogen de kapitaalsvermeerderingen in het credit en de verminderingen in het debet, terwijl men op de rekeningen over de deelen van het vermogen de vermeerderingen van het kapitaal in het debet en de verminderingen in het credit noteert.

Uit paedagogische redenen formuleert men dlt;; verboekings-regels 1) als volgt:

OP REKENINGEN VAN I

DEBET.

CREDIT.

a. I. Bezittingen. [ Wat er is en bijkomt.

a. 11. Schulden. Verminderingen en het

saldo.

b. Het zuiver vermogen. Verliezen en het kapitaal

j bij afsluiting.

Wat er afgaat en overblijft. AVat men schuldig is en wordt.

Het aanv. (positierj kapitaal en de winsten.


1) Noodig zijn ze niet. Veel aanhangers dezer theorie prefereeren het doceeren naar typen o.a. Boon amp; Gitti.

-ocr page 90-

Do saldi der rekeningen van vermogensbestanddeel en zonden ook de waarde dier dt-elen aanwijzen, indien men gedurende eene rekening-periode (boekjaar) alle mntatiën, dus ook die in de waarde, regelmatig boekte. I)

Een voorbeeld zal dit verduidelijken.

O O E ID E R E HST.

1

Jan. liVoorraad 100 zak suik.

f 4550 —

Jan. 20 Verkocht 50 zak suik.

I

/\' 2300 —

20 Waardevermeerdeiing

Juni 10 „ 30 id.

- 1320 —

op 50 zakken suiker

25 —

„ Waardevermindering

op 30 zakken suiker

- 45 —

„ „ Saldo 20 zak suik.

- 910 —

/\' 4575,—

f 4575—

Dit saldo /\'jlO.—, komt overeen met den kostenden prijs der resteerende 20 zakken, dus met de balanswaarde (zie I). Jn de practijk is liet evenwel in zeer veel gevallen ondoenlijk, en ook onnoodig, om deze wijzigingen telkenmale en dadelijk in te schrijven.

Voor dat men, na afloop van het boekjaar, de verrekening op de beide hoofdrekeningen [balans en kapitaal) kan terugbrengen, moeten deze wijzigingen evenwel geboekt worden.

Daarom vergelijkt men alsdan de boeksaldi met de waarde der bij opname bevonden resten. Blijkt daarbij, dat de waarde van eene bezitting is gestegen (verminderd), dan moet de desbetreffende rekening gedebiteerd (gecrediteerd) worden, terwijl te zelfder tijd een der rekeningen van het zuiver vermogen (de W inst) is te crediteeren (debiteeren) voor de toe (af-)nanie van het kapitaal.

Is een schuld grooter (kleiner) dan de boeken aangeven, dan is de rekening, waarop die schuld voorkomt te crediteeren (debiteeren), en de winstrekening voor de daardoor veroorzaakte vermindering (toename) van het kapitaal te debiteeren (crediteeren).

1) A priori aannemend, dat er geen fouten bij het inschrijven der posten zijn gemaakt.

-ocr page 91-

Is op deze wijze de boekhouding gezuiverd van alle leemten, dan brengt men de saldi der rekeningen van vermogeusbe-standdeelen over op de balans, eu die van de rekeningen van het zuiver-verniogen op het kapitaal.

De balans wordt dan:

yedebiteerd voor de bezittingen,

gecrediteerd voor de schulden,

terwijl bet saldo dat de grootte aanwijst van het zuiver-verniogen, evenals op alle andere rekeningen in scontrovorm aan die zijde, waarvan de optelling de kleinste som geeft, wordt geboekt. Zoolang het kapitaal positief is komt het dus op de creditzijde der balans voor.

Na overbrenging van alle wijzigingen in het zuiver-vermogen staat de kapitaalrekening.

credit: voor het aanvankelijk kapitaal en de winsten, debet: voor de verliezen.

Zoolang men solvent is, zal derhalve het saldo in het debet voorkomen.

Dit saldo wijst eveneens de groote van het zuiver-verniogen bij het einde des jaars aan.

Deze tweevoudige berekening van de grootte van het kapitaal is een der kenmerkende voordeden van de dubbele methode. 1)

Het gebruik van de door de boekhouding verschafte gegevens.

Niet laug geleden schreef me een oud-leerling:

„En als dan de boeken afgesloten zijn — dan worden ook „balans en winstrekening ter griffie gedeponeerd, en \'t is één „van de honderd, als men er later nog een oog inslaat.\'^

Er schuilt in deze pessimistische beschouwing helaas! veel wat waar is.

Meu maakt, de uitzonderingen bevestigen ook hier den regel.

1) Men zie overigens o. a. Schar „Versuoh einor wissensch:iftliclien Behandlung der Buchhaltung (Basel Benno Schwabe)

-ocr page 92-

76

de gegevens, welke de boekhouding verschaft, niet zóó vruchtdragend als ze dat kunnen zijn.

Ik geloof dat aan een tweetal oorzaken te moeten toeschrijven, en wel:

1°. Zijn nog al te veel boekhouders weinig anders dan rou-tinisten, niet wetenschappelijk toegerust voor hun vak. Bovendieu zijn ze gewoonlijk zóó zeer met arbeid overladen, dat voor dergelijke aardigheidjes, zooals men ze noemt, geen tijd is.

2°. Hebben onze leerboeken over \'t algemeen dit detail verwaarloosd, en niet aangetoond hoe de gegevens verwerkt moeten worden.

Een gunstige uitzondering maakt de te weinig bekende Handleiding tot het doelmatiy boekhouden op een landelijk bedrijf, door J. G J. van den Bosch (Middelburg. Auer 1843), waarin het aanleggen van een resnltaienboek „ter overziening van de resultaten van elk gewas, elke tak van het bedrijf over meerdere jarenquot; wordt aanbevolen.

De schrijver zegt o. a. „onder iedere rekening worden daar-„toe de uitgaven gerangschikt, en wat de vruchten aangaat „buudersgewijze uitgerekend; hetzelfde heeft plaats met de ingezamelde producten en bedongen prijzen. Dit alles is in „het rekeningboek aangewezen. Men gevoelt dadelijk, dat het „van groot belang is, deze uitkomsten met die van vorige ja-„ren vergelijken, ten einde door het gemiddelde bedrag over „een aantal jaren, eenen maatstaf tot bepaling der verhouding „en waarde van al de gebezigde krachten en middelen, bene-„vens de verkregen resultaten, te bekomen Hiertoe inoet het „resultatenboek dienen, waar ieder product en iedere zaak, „waarvan men bizonderheden wenscht te leeren kennen, onder „rubrieken wordt bijeengevoegd en verzameld, dit resultatenboek bevat dus de slotsom van alles en kan tot maatstaf bij „landhuishoudelijke berekeningen dienen.quot;

„Men kan niet te veel drukken op het gewigt van dit boek „waardoor de beschrevene boekhouding eerst hare eigenlijke

-ocr page 93-

„waarde en beteekenis bekomt, en de bestede moeite rykelijk „beloond wordt; door dit hoek tvordt de boekhouding middel „tot onderricht en vermeerdering van kennis.

Van de vele modellen copiëer ik slechts deze:

STRO O- en M E S T B, E K E N IN G.

Rekening\' straat-

. van vuil ingang.

Gekochte mest.

Gekocht stroo.

Stroo hofstede.

Schade rundvee.

Divers.

Paaiden-werk.

TOTAAL.

li!1: 1837|/O50.-!/quot;69.-- /\'35.40 /\'397.50 /quot;638.23

38 enz.

39 1 1 !

enz.

III! i

CO

GO

CO —.

1

/\'85.— \'/1815.58

STROO- en MESTKEKENING.

KOSTEN PER VOER

WICHT 7h STROO. i T0TAAL

Straatvuil.

i

Gekochte niest.

Eigen mest.

Eigen.

K.

Ciekocht. vocren n,est-G.

| 1 1S37 f 1.045 1 f 1.14 38 39,

enz.

i 1

! ! | -f 2.— 69805 28875 ! ^G90 voer. enz.

| j 1 1 1

Ook iu Schar\'s „Kaufman. Unterrichtsstunden (Berlin 1894) komt eene verhandeling over dit onderwerp voor - gelukkig. De boekhouding toch zal slechts dan aan hare roeping als bewaakster der fortuin volkomen beantwoorden, indien de gegevens, die ze verschaft op practische wijze verwerkt en voor toekomstige ealculatiën dienstbaar gemaakt worden. Dit is alleen mogelijk door elke volgende balans- en winstrekening met de vorigen, of beter nog met de gemiddelden van vorige jaren, wordt vergeleken. Bij dit vergelijk doet men vaak verrassende ontdekkingen. Zoo werd, door eene verlaging van den verkoopprijs harer fabrikaten met 5% de omzet van een fabriek verdubbeld, en de netto winst verdrievoudigd.

1

Zie mijne bespreking van dit werk \\n Mercvriiis, 8e Jaargang, No. quot;22.

-ocr page 94-

78

In een tweede geval bleek, dat het geld aan reclame uitgegeven, vrij wel weggeworpen was. In een andere zaak bleek het aanhoudend adverteeren daarentegen rijke vruchten te dragen

Het bijhouden van een reszdtatenhoek, om die naam te behouden acht ik ook overal mogelijk, nuttig en noodig.

Bij het aanleggen ervan moet er acht op gegeven worden dat:

1°. de rekening-indeeling eene natuurlijke is;

2°. het aantal rekeningen niet te zeer beperkt wordt;

3°. de verboeking volgens een vast stelsel plaats heeft, zoodat het niet voorkomt, dat posten, welke het eene jaar in \'t debet der goederen, \'t volgende jaar in het debet van eene andere rekening worden gebracht.

Bij de berekening der normalen kieze men eene zoo groot mogelijk periode, en contróleere men verder de graad van betrouwbaarheid van de gevonden cijfers door ook voor kortere perioden gemiddelden te bepalen. Men kan bijvoorbeeld te werk gaan als volgt:

Onkosten: gemiddeld over 20jaren 8 %v/d goederen omzet. „ id. eerste 10 id. 31/4% „ id.

„ id. 5 -15 jaar 3 % „ id

„ id. laatste 10 id. 21Ji0t0 „ id.

Hieruit blijkt dan, dat de onkosten (door toename van den omzet) regelmatig afnemen, en in de volgende jaren niet boven 2^%, althans niet boven de 3% mogen stijgen.

Door met elk der andere cijfers op gelijke wijze te handelen verkrijgt men -- vooral indien men over de gegevens van eetiigzins groot aantal jaren kan beschikken, waardoor de invloeden door buitengewone omstandigheden uitoefend zoo al niet door elkander opgeheven, dan toch weinig merkbaar worden — een beeld van het in elk opzicht normale, typische bedrijf. 1)

1

berekeningen geven.

-ocr page 95-

70

Hierin heeft men een controle-middel, dat altijd moest worden beproefd, en bijna altijd bruikbaar zal blijken.

Meent men met dezen arbeid den boekhouder niet te kunnen belasten, dan vertrouwe men een erkend accountant de inrichting en het bijhouden van het register toe. Men verkrijgt zoodoende een dubbel voordeel, want: 1°. is men zeker, dat deze veel doorzicht en administratieve kennis eischende arbeid aan bekwame handen is toevertrouwd; 2°. wordt de geheele boekhouding regelmatig gecontroleerd, en de inrichting waar noodig doelmatig verbeterd, wat de juistheid der geboekte cijfers en dus ook de vertrouwbaarheid der daarop berustende conclusiën verzekerd. Door de cijfers in lijn te brengen doet men ze nog meer spreken, vertoont zich het gezochte verband tusschen oorzaak en gevolg duidelijk en klaar, en dikwijls worden wij verrast door een of andere betrekking van afhankelijkheid, die wij niet vermoedden, of vinden wij een numerieke wet klaar en ondubbelzinnig uitgedrukt. Door den zonderlingen vorm dei-lijn, of door hare onvermachte buigingen wordt men op abnormale toestanden gewezen. Bestaat er geen eenvoudige betrekking tusschen de verzamelde gegevens, dan wordt dit door de lijn terstond aangetoond en behoeft men niet langer te zoeken naar een betrekking, die duidelijk blijkt niet te bestaan. 1).

Dit groote voordeel der graphische methode was oorzaak van hare algemeene verspreiding en zal haar ook in de boekhouding spoedig ingang doen vinden.

Een paar voorbeelden zullen beter dan een lang betoog de inrichting en voordeelen der graphische-boekhouding doen kennen. 1° Opgave. Een kapitalist bevindt, dat opbrachten In percenten gedurende de jaren: si !82 83 84 85 86 87 ss

Aandeelen in Stoomv.- M\'-i™. i i).0 ! 2.7 2.rgt; i — I 1.31 — I 3.7 i 10.3 id. „ Bank-ifeCred1.-Vers.I 7.2, 7.2 7.3 1 (5.7 j 6.1 ! 5.9 1 (i.2 6.5 id. „Hypotheekbanken. |21.3|l4.0 14.4 j 12.7 112.8 j 13.2 113.7 |14.4

Prolongatieionte......\' 4.68j 4.27] 3.14| 2.7!)| 2.62| 3.08I2.66

In Iqu zijn deze cijfers voorgesteld door figuur I.

1

Marey-Jaegcr. De grafische methode. (\'sHage, H.J. Stemberg 1881).

-ocr page 96-

Iz; «

1

8

ü S

O

-i-3

co O

O

veel-

)0.—.

é o

o CO

10

CM

O

O

^5

O cc

0 co

VH

O

•quot;?

g

3 pj

Ö |

(M 1

^ i

O ^ 1—, lt;V ld

O ^ d

PH

0 c

cd

rr a

c a

§ (§

1

c

0

CO

cd

c 3

4-1 ^ \' 1 to e cd

g

K- tD

O

C ^

O r-

11

gt;

N

N t-

CÖ 1

lt;v

tc

0

O

^ 0

cd

■Ö c

O

Ui

gt;

S-. gt;

3

c

quot;5 ^

— \'quot;C

5 o

co

Qj

O

OH

rH

1—

co

OH

■lt;

\'BH

gt;

cC

p 5

50 ^

amp;

O)

05

05

O

■a

cd

M

2

-S c

^ b

CO

00

GQ

00

CO

OS gt;

rH

rH

rH

co

co

10

co

O

co

O

CM~

T

Ol

I

r-i

Gi

GO

O

»q

T—1

CM

CO

rH

O

O

cq

!gt;•

1

rH

-rfi

co

»o

Igt;

cvi

CM

ci

CM

ci

CO

a

co

»o

CO

1^

Ol

»o

co

CO

Cl

(M

co

O

D-

CM

co

c:

co

co

co

00

D—

p

co

o

CM

co

»0

CM

T—•

0

CM

CO

rH

C

.

.

.

i

.

.

.

1

1

.

CO

Ci

co

O

coquot;

r—.

L—

T

IC

o~~

O

. (M

O

co

CM

lO

co

co

uM

lgt;;

»q

»q

1—1

.0

quot;O (X

CD

co

co

D-

ö

oi

rH

0^

CO

TT

O

lO

O

Ci

O

co

C2

co

O

»0

CM

•= co

(M

T—^

D—

co

CM

CM

c

co

rji

cc

rH

Igt;-

Igt;

i00

Igt;

Ci

T

Lquot;—

CO

^___

1

\'

\'

i

1

\'

\'

\'

^—

\'

lO^

IQ

00

Ol

O

00

rH

T-Hquot;

0

I

»CD

CS

. N

r-i

C5

p

cq

CO

»q

rH

p

rH

01

1,

Ol

cq

. 0

2 ®

O

co

!gt;•

r-\'

ö

oi

r-\'

O

CO

Igt;-

O)

oi

CO

C5

lO

Ol

O

CT-

CC\'

co

O

CC

0

co

0

•s 00

T—

co

CVJ

-P

CM

O

L-

OI

ïO

quot;t1 CM^

c 00

c-i JS: fcc 00

c?

cc

Cl

T—

Ol

r—

0

CM

V

rH

\'

\'

1

1

1

*

1

1

1

1

\'zo

x

00

CM

~öö~

co

co

0^

O

cc

quot;co

1

r—,

lO

co

Igt;

cq

CM

co

rH

CO

O

0

cq

1^

P

(M 05

ö

co

co

ci

co

co

O

rH

cc\'

o

ö

CD

ci

co

D-

■rr

Ol

O

0

quot;rr

co

•rr

cc

Ol

ca

O

»o

co

Tfi

1 -

CM

CO

1-^

cr.)

0

W

00

r-

ia

CM

C\'

co

cT

rH

co

1—1

•H

\'

\'

\'

\'

\'

1

1

£

00

T

iQ

Lquot;^»

co

O

CO

0

Tquot;

quot;r—

co

z

(M

CM

!gt;•

CO

T—^

cq

»q

CO

rH

1

co

10

Ld

rH

O)

Ö

co

O

cc

oi

co

c:

oi

ö

co

Tj«

O

co

co

CM

O

CO

L—

co

CO

00

CO

co

co

Ol

rtlt;

c.

C5

-rfi

Igt;-

p

z lt;

co

rH

ia

Igt;

CM

1

1

,

,

,

rH 1

,

O

rH

10

z

»o

r-

CM

lO

C—

r—,

0

IC

CO

O\'

~\\

co

CO

lil

CO

co

00

er

O

T-H

cq

rH

CM

,rgt;1

Cv]

O a

»o

co

co

■ff

rH

r-*

1 -

CO

\\6

gt;d

»ó

O

to

O

CO

co

CO

rH

co

Ol

r^-

lt;/D

O

1 -

GO

s

co

co

!gt;•

CO

CC

rH

co

O

CM

CC

00 rH

Ol

co

co

CM

CM

C^l

Cl

co

cT

O

1

,

,

,

1

,

1

1

1

1

,

gt;

(M

T

«6

1^-

crT

01

cc

00

■^r

0

1

03

»o

cq

1—1

•—1

co

T-H

CO

CM

•-H

l#

!gt;•

p

ÜJ

05 00

cvi

ö

Igt;-

CM

co

0]

co

gt;Ó

ci

ci

O

C5

00

co

»0

co

Cl

co

co

0

co

igt;-

O

CO

CM

co

O

Ci

»0

0

i-H

c^

00

00

c:

CM

Ol

rH

1—1

co

co

cT

,,

rH

H—

1

1

i

1

1

1

1

1

quot;1—

1

V

--

coquot;

T-i

co

00

•o~

00

L-

CO

lO

-f

cc\'

1

!gt;•

00

CM

co

CYt

»q

—H

1

-Q

00 00

d

CM

Igt;

cc

O

Ol

cc

r4

oi

ö

«2 c

V

co

-n

IC

O

Ol

CO

T—1

O

ic

0

Ol

cc

0^

00

IC

O

co

CM

CM

Ol

CM

rgt;-

ïCl

00

L-

quot;T

0

00

co

CO

CM

Cl

-d*

r-1

r-t

c-

rH

co

co

.E5

1

1

\'

1

\'

1

1

00

co

co

lgt;-

Ol

lO

CMquot;

co

00

0

1

coquot;

^ Cl

\'lt;7)

• Igt;

CO

co

T—t

lO

1—1

CM

cq

cq

cc

1.

p

»c

32 oo

iO

\'quot;Óquot;

»d

Tjï

co

rH

»0

tgt;

»6

ci

co

»cr

O

cc

0

C5

co

co

6 gt;

\'fl W C 00

O ^

(M

co

oo

CM

co

co

gt;0

r-

r^

co

Cl

00^

Oi CM

\\C3

T—(

co

co

cö bi)

W) ® rH

.

.

\'

1

i

^ i

CO

O

rX

4a

s

O

O

*SH a

4^

ptï

d

d -O

CQ

O

CQ

O

(M

g

a

d

lt;D N

O

•rH

-M co

a

p

3 O

a a

2 ö

CQ O

cS

-4-J gt;

d O -t-j ■*■3

Q

•rH

O

3

u

O

r^

O

s

a

(V 3

co

c

co 0

SN

_a quot;C

gt; •S

•r4

O

c

0

N

a

.2 S

s ^

O

agt;

*-

ei bp

i-H

O

d

O

O

c

O .N \'0

O

r™

43 43 0

^ 1 gt; j

O

p cc

O

CfJ

pq

gt;

HH

O

Ph

hH

Q

3 1

-ocr page 97-

81

Drukt men nu de factoren van de winst uit in percenten van den omzet, bijv. als volgt:

gom.

|83/87 i %

88 7

/O

»9 %

90 7

/ O

91

%

92 %

88/92183/92 93 % ! 7o i °/o

bruto winst. .

25

25

25

20

21.8

20

21.9

23.0

18.4

verliezen. . .

21.7

21

17.0

15

19

15.4

17.2

18.8

14.0

netto winst. .

3.3

4

7.1

5

2.8

4.C

4.7

4.2

3.8

dividend . . .

4.8

fi

9.9

9.2

5.9

9.2

7.24

Ü.02

8.0

dan kunnen deze cijfers weergegeven worden als in figuur 11 van bijliggend plan.

Daaruit blijkt o. a. dat de lijnen ,,bruto winstquot; en „netto winstquot; elkander steeds meer naderen of m. a. w. dat de exploitatie in verhouding tot don omzet goedkooper werd. Verder bleek, dat eene rationeele verlaging der verkoopprijzen, welke een verrassenden invloed, op den omzet uitoefende, ook de uit-keering aan aandeelhouders belangrijk deed toenemen.

Bestudeert meu op soortgelijke wijze ile reclamekosten, de reizen etc, dan zal men ook hier menig cijfer ontdekken waarvan de beteckenis voor liet beheer of de controle zoo duidelijk uitkomt, dat ik meen, dat de uitwerkingervan ieder vakkundige van do hooge waarde der grafische boekhouding zal doen inzien.

Mij bleek ze steeds de scherpste kritiek uit te oefenen, zoowel op die zuinigheid welke de wijsheid bedriegt, als op de verkeerde huishouding van hen, die stokpaardjes bereiden, en deze dure beestjes, de haver geven, welke den aandeelhouders rechtens toekomt.—

-ocr page 98-

ERRATA

Bfii-oepsbezigheden belette mij de correctie der drukproeven steeds zelf te bezorgen. Er zijn daardoor enkele fouten blijven staan, waarvan flc zinstorende hieronder zijn vermeld, met beleefd verzoek ze te verbeteren.

Pa!;. 3. Xoot 2 (3quot;) staat .,Sulliiquot; lees „Sulloquot;.

„ 9. „1, 5U regel staat „omquot; lees „iniquot;.

„ 19. liegel 10 v. b. staat „on prixquot; lees „au prixquot;.

„ 29. „ 8 „ slaat „van Veenquot; lees „van der Veenquot;.

,, 30. Lees de formule 1® regel: E = Pla quot;) — pa(l X

., „ Regel 4 v. b. staat 11.082 lees 1 1.079.

,, „ „ 5 ., slaat 22.58i lees 22.t)84.

„ 40. „ 12 ,, staat „ton deelquot;\' lees „ten doelquot;.

„ 42. „ 1 staat /\'200.000— lees f 2000.000.—.

„ 4(5. „ 13 v. b. staat „tegemoetkomendequot; lees „te goed komendequot;.

„ 4S. Noot 2, regel 7 v.o. staat „duizendenquot; lees „duizendquot;.

-ocr page 99-

4

5 3

te

-ocr page 100-

0Q

r-J-

c-.

__l.l

T

^.

■o

03

i

vf

Ui-

..J-

\'20-

iv i

0Q

N

^5 N

•51 •N

\'V

lt;N

N

-ocr page 101-

t

-f

1-

- t-

-■W.

____L

-t- T

—tt ^ f

I-

--#-

_l

gt;

jr--

---1—

--

-V

■ -T I I

—f t I

lt;*gt;

•vh

-ocr page 102-
-ocr page 103-
-ocr page 104-
-ocr page 105-
-ocr page 106-

-—

-

■■1