-ocr page 1-

SCHOOLHYGIÊN E IN NEDERLAND

DOOR

CA THAI; iN E VAK TUSSENBROEK.

Overgedrukt nit fir „Catalogus der Flistorisch-Geneeslcundige Tentoonstelling te Arnhem, Juli 1899.

-ocr page 2-

180, A

10

i /

f

-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-

. . .

18

-ocr page 7-

ifr/ÏAjllyO

SCHOOL HYGIENE IN NEDERLAND.

DOOE

CATHARINE VAN TUSSENBROEK.

Do geschiedenis der schoolhygiëne in Nederland is nog jong, maar niet zóó jong, dat men haar in een paar bladzijden neer zou kunnen schrijven. Dit kort verslag kan dus slechts eenige hoofdpunten geven.

De officiëele schoolhygiëne vangt aan met de wet op \'t Lager Onderwijs van 17 Aug. 1878: de geschiedenis der schoolhygiëne reikt editer veel verder terug. Het eerste streven valt samen met den tijd» waarin de school zich van de kerk begon los te maken, en het beginsel wortel schoot, dat het lager onderwijs een zaak is van nationaal belang. Dat was de tijd nïi de Fransche revolutie; de tijd van de eerste schoolhervormers: hkxdrtk wester, nieuwot.d en van dek pai.m.

Een krachtige stoot vooruit werd aan het volksonderwijs gegeven door de jonge »Maatschappij tot nut van \'t Algemeenquot;. Door haar initiatief werden volksscholen gesticht, kweekscholen voor onderwijzers opgericht, nieuwe leer- en leesboeken geschreven ; kortom, een nieuwe richting geopend voor het onderwijs. Zij was dan ook de aangewezen raadsvrouw der Regeering, toen de Nationale Vergadering in 170(3 met een eerste poging begon, om het schoolwezen in Nederland te regelen bij wettelijk voorschrift. Onder de vraagstukken, die daarbij een punt van overweging uitmaakten, vind ik er vier, die de schoolhygiëne raken, nl. :

— »De beste inrichting der schoolhuizenquot;,

— »Getal der kinderen boven hetwelk in één school geene zullen »worden toegelatenquot;,

— »De verdeeling der kinderen in onderscheiden klassenquot; en

— »Zullen de twee sexen afzonderlijk zitten, of afzonderlijk school »gaan?quot; 1)

1) Zie s. Bl.ArpoT TFN Ca te en A. MÖEX9, de Wet op liet, Lager Ümlcrwijs. — WOLTERS 1870.

-ocr page 8-

rr -

fn 1801 kwam rle eerste Wet op het Lager Onderwijs tot stand. Zij omvatte in de eerste plaats de zoro- voor een voldoend aantal scholen in de verschillende gemeenten en voor een behoorlijk bestaan der onderwijzers, liet acte-examen werd ingesteld, en het toezicht dooide aanstelling van schoolopzieners en schoolbesturen geregeld.

Bij de wet van 1800 werd een en ander scherper en meer in bijzonderheden omschreven. Plaatselijke Commissiën van toezicht werden voor de grootere gemeenten verplichtend gesteld.

De grondwet van 1848 maakte het openbaar onderwijs tot een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering. Intusschen was tegen dit onderwijs langzamerhand een soort oppositie gekomen: de strijd tusschen openbaar en kerkelijk onderwijs was ontstaan. Die strijd, reeds in 1823 door da costa aanorebonden. liet aan de zoro- voor het

o 7 rgt;

lichamelijk welzijn der kinderen weinig plaats. Geheel uit het oog-verloren wordt die echter niet: de Wet op het Lager Onderwijs van 1857 bevat in artikel 4 de bepaling:

»Geen schoolonderwijs wordt gegeven in localen, die door den

»districts-schoolopziener verklaard zijn voor de gezondheid schadelijk

»te wezen, of van onvoldoende ruimte voor het aantal schoolgaande lt; .

» kinderen.

»Indien in zijne uitspraak niet wordt berust, beslissen Gedeputeerde Staten »na een nieuw zelfstandig onderzoek.quot;

Veel praktisch resultaat kon dit artikel niet geven, zoolang de hygiënische eischen van den scholenbouw niet waren vastgesteld. Daaraan begon men nu echter in vollen ernst te arbeiden.

De Inspecteurs van het Lager Onderwijs behandelden de quaestie in hunne vergadering in 1861 1).

In hetzelfde jaar verscheen een hoogst belangrijke publicatie van Dr. n. a. x. atJjEBE en Dr. h. van cappelle 2), bevattende de nauwkeurige beschrijving van veertien Amsterdamsche armenscholen, en het luchtonderzoek, in vier dier scholen verricht. Er zit een stukje historie in die onopgesmukte beschrijving. Hoe slecht de toestand was, moge blijken uit twee korte citaten. Van de schoolbanken heet het: »De banken zijn veelal te smal en sommige te hoog. De scho-»lieren, die nog niet schrijven, hebben niets vóór zich om hun boekje »023 te leggen. -— De verhouding tusschen tafel en bankquot; (dit geldt

1) Men zie bierover de straks te vermelden //Bijdragen tot de kennis vau de jeisclieu, aan welke een schoolgebouw moet beantwoordenquot;

2) Zie //De Gezondheidsvereiscliten van sclioolgebouwen, met toepassing op de //lokalen der openbare Armenscliolon te Amsterdamquot;, door Dr. g a. n. ai.i.ebè eu Dr. h, van cappele. Haarlem, a c. kruseman, 18(11.

-ocr page 9-

— Ill —

»voor scholieren die wèl schrijven) »is niet overal dezelfde, maar aan »dezeltde tafel zitten kinderen van verschillende statuur. Zij, die een »grootere lengte hebben dan de gemiddelde, zitten daardoor gebogen »met krommen rug; de kleinere met hooge schouders om de tafel te »kunnen bereiken; hier en daar namen wij gebrekkige kinderen waar, »die de reeds hooge schouders nog hooger moesten optrekken, uls zij »hun werk wilden verrichten.quot;

Het verslag betreffende de privaten wordt aldus geresumeerd:

»Wij sparen deti lezer de nadere bijzonderheden van een onderwerp »dat, hoe belangrijk ook uit een hygiënisch en moreel oogpunt, voor »hem niet veel aanlokkelijks kan hebben en dat voor ons niet het «aangenaamste gedeelte van ons onderzoek heeft uitgemaakt. Wij ver-»zekeren hem, dat er soms moed toe behoorde om die stinkende, niet »of slecht geventileerde spelonken binnen te treden, en verzoeken hem »ons op ons woord te gelooven als wij verklaren, dat de privaten »der armenscholen in vele opzigten gebrekkig zijn.quot;

Schrijvers komen tot de slotsom, dat de lokalen der Amsterdamsche armenscholen afkeuring verdienen, »onidat hunne oppervlakte te gering »is, omdat hun inhoud te klein is, omdat zij of slecht, of onregel-»matig verlicht zijn, omdat zij niet of slecht geventileerd zijn, som-»mige omdat zij vochtig zijn, bijna allen omdat de privaten gebrekkig, »en banken en tafels ondoelmatig zijnquot;.

De Amsterdamsche scholen stonden daarin niet alleen. Dat blijkt onder anderen uit het feit, dat de Vereeniging tot Verbetering der Volksgezondheid te Utrecht in den winter van 1872—73 noodiquot;- vond

J O

vier bijeenkomsten te wijden aan de bespreking der eischen, aan welke goede schoollokalen moeten beantwoorden 1). Behalve de bouwkundige eischen van een schoolgebouw en het luchtbederf in de scholen werd hier gehandeld over verwarming, ventilatie, verlichting en inrichting der schoolbanken. De ventilatie in schoolgebouwen was reeds vroeger door Dr. j. m. van bkmmki.kx in De Schoolbode (1870) besproken. In de zooeven genoemde »Bijdragenquot; wordt naar aanleiding van het door VAX bkmmelk.v aanbevolen ventilatie-stelsel (liet bekende ventilatie-verwarmingssysteem met dubbelen schoorsteen, waarvan de buitenste als trek-schoorsteen dienst doet) door Dr. c. b. sprcyt de opmerking

J) Onder den titel: «Bijdragen over Selioolliygiëuo, j van duitkn. Utrecht, 1880, zijn deze voordrachten dooi\' de Vereeniging gepubliceerd. 7)e uamcn der medewerkers waren: A. m. e. van DEVENïkr, (Bouwkundige eiselieu), i.. Ml\'i.dkk, (Verdeeling der ruimte). Prof c. b. SPEUYT, (Luehtl.ederf), Dr F. w. c. kkecke,\' (Luchtverversching en verwarming), Prof. v oveebeek de meyek, (Toepassing van het :ü beide voorgaande bijdragen betoogde; de reinheid in en ^m het schoolgebouw), Prof. Dr.. H. SNELLEK, (Verlichting), Prof. Dr. M. SALveeda, (Schoolbanken).

-ocr page 10-

- IV -

gemaakt; »Een afdoende verbetering schijnt mij echter van deze eenvoudige en goedkoope ventileermethode in den regel niet te ver-»wachten, omdat goede waarnemers, zeker ook wel onder de onder-xwijzers, zeldzaam zijn, en de onderwijzer gewoonlijk al zijn aandacht »zal moeten besteden aan zijn onderwijs, en aan het bewaren der ordequot;.

Het door ai.lebk en van cafpklt.e aanbevolen stelsel van van heckk (impulsie-stelsel, waarbij versche, voorat\'verwarmde of afgekoelde lucht, in het lokaal wordt binnengeperst 1) heeft een ander bezwaar: »Er »moet een man zijn, die den ventilator in beweging houdt en den »calorifere stookt. Het loon van dien man kan niet veel minder zijn »daii het minimum-traktement van onze hoofdonderwijzers. Ik geloof, »dat het zeer lans zal duren, voordat onze gemeentebesturen daarvoor

o o

»/300 of zelfs /\'200 op de begrooting zullen willen brengen. Er szijn natuurlijk uitzonderingen, maar als ik mij niet bedrieg, zou »men in de meeste gemeenteraden niet kunnen gelooven, dat een «dergelijk voorstel in ernst gedaan werdquot;.

Men zou dat nog heden neer kunnen schrijven.

Blijkens het vorige zijn bij ons te lande in zake schoolhygiëne vooral de ingenieurs en natuurkundigen aan \'t woord, en treedt de hygiëne van den scholenbouw, inclusive ventilatie en verwarming, geheel op den voorgrond 2). Dat de toestand ernstig was en dringend voorziening eischte, blijkt uit al wat men in die dagen over het onderwerp schrijft. In een brochure, door h. ü. van da at,en, leeraar in de Wis- en Werktuigkunde aan de H. Burgerschool te \'s Graven-

o o

hage in liet licht gegeven, lezen wij onder anderen:

»Alle vaders en moeders weten, dat de gezondheid hunner kinderen »in den regel meer of minder zichtbaar begint te lijden, zoodra zij »de school gaan bezoeken.quot;

»0ok de onderwijzer lijdt onder de bedorven schoollucht; velen »verklaarden mij eiken namiddag de school te verlaten met een hevige »hoofdpijnquot;. »Het heeft mij bevreemd, dat in geen der rapporten van »het Schoolverbond uitgaande, als reden van schoolverzuim voorkomt, »(lat de ouders hunne kinderen niet aan het leven in het ongunstige

1) Zie de beschrijviug vau liet stelsel lu liet artikel van allebé eu van cap-pelle, hlz. 32

2) Al ontbreekt het niet aau verwijzing naar wat op \'t gebied der hygiëne van het schoolkind elders, met name door cohn, güillausie, fahkner eu anderen werd verricht, en al wordt ook nu en dan de schoolbankquaestie en do myopie door Nederlandsohe geneeskundigen opzettelijk behaudeld, o. a. door Ür. J. J c. m. van dieren iu xiDe schoolbank en haar invloed op het kindquot;, \'s Hertogenbosch, gebe. muller, 1867.

-ocr page 11-

— V -

»sclioolkliniaiit wilden blootstellen; toch zou ik zulke gevallen b. v. »in deze gemeente kunnen aanwijzenquot; 1)

Bij de gebleken onvoldoendheid der hier en daar bestaande plaatselijke verordeningen 2), wordt wettelijke regeling van den scholenbouw meer en meer noodzakelijk. Deze eisch wordt door van daalen op de volgende wijze geformuleerd.

»De schoolopzieners hebben volgens de wet op het Lager Onderwijs sgt;het recht, schoollokalen af\' te keuren en te doen ontruimen, die »schaclelijk zijn voor de (jezondheid; deze uitdrukking is zeer vague en »daarbij komt, dat vele schoolopzieners er te zeer op gesteld schijnen »om alle conflicten te vermijden, zoodat het afkeuren slechts zelden »plaats vindt. Het moet dan ook gezegd worden, dat zulke conflicten »tot groote bezwaren aanleiding kunnen geven en zij, wanneer de «gemeente onwillig is, zelfs het staken van het onderwijs tengevolge »zoiiden kunnen hebben.

»Een nadere omschrijving van de, in de wet voorkomende woorden »«schadelijk zijn voor de gezondheidquot;, komt mij, in de eerste plaats, »zeer gewenscht voor als een begin van verbetering, en ik zou daarom »willen voorstellen, dat de Regeering bepaalde voorschriften aangeve, »die bij het bouwen van nieuwe scholen moeten worden gevolgd en «voorwaarden stelle, waarop reeds bestaande gebouwen voor het onderswijs mogen worden gebruikt.quot;

Het was aan de nieuwe Wet op het Lager Onderwijs van 17 Aug. 1878 voorbehouden, dezen eisch in vervulling te doen gaan. Art. 4 dezer wet bevat de volgende bepaling: «Bij algemeenen maatregel «van inwendig bestuur worden door ons, zoowel in het belang van «de gezondheid als van het onderwijs, algemeene regelen vastgesteld, «omtrent den bouw en de inrigting der lokalen, waarin openbaar «lager schoolonderwijs gegeven wordt, alsmede omtrent het aantal «kinderen dat daarin mag worden toegelaten, met bepaling of en in «hoeverre deze regelen verbindend zijn voor de lokalen, waarin door gesmeenten gesubsidieerd bijzonder lager schoolonderwijs wordt gegevenquot;.

Dit wetsartikel zou het aanzijn geven aan het Koninklijk Besluit.

1) Zie h. b. van daalen. Een dringend volksbelang. De ventilatie en verwarming onzer woonhuizen, der scholen, fabrieken, hospitalen en andere openbare gebouwen, \'s Gravenhage, g. van doorn en zoon, 1871.

2) Zoo had de Rotterdamsche gezondheidscommissie eenige „regelenquot; gesteld, „bij „het bouwen en inrigtsn vau schoollokalen in de gemeente Rotterdam, in het belang „der gezondheid in acht te nemenquot;, welke regelen grootendeels aan het Belgisch programma van 1856 ziju ontleend. Ook Gedep. Staten vau Zuid-Holland en Utrecht hadden bij resolutie vau Oct. 1859 en Juli 1860 dergelijke regels voorgeschreven, •eu waren daarin door die van Friesland, Maart 1861, gevolgd. Zie de voorrede vau allebé en van cappelle.

-ocr page 12-

— VI —

regelende den bouw eu de inrichting der scholen, tot welks vaststelling de regeering de voorlichting van ervaren deskundigen noodig had. En zoo werd in Februari 1879, onder het ministerie kappeyxk, van regeeringswea\'e eene commissie benoemd, wier arbeid nog heden

o o o 7 o

den tfrondslag- vormt van de inrichting onzer scholen. Deze commissie

o o ~

was uit zeer verschillende elementen saamgesteld 1). Als voorzitter was aangewezen de inspecteur van het middelbaar onderwijs, Dr. m. salverda, die vroeger de betrekking van schoolopziener, daarna ook die van inspecteur van het lager onderwijs bekleed had. Naast hem namen zitting: de directeur der gemeentelijke kweekschool voor onderwijzers te Amsterdam, h. boumax; de hoofdonderwijzer eener openbare lagere school te Leiden, .r. a. vax dijk : de hoofdonderwijzer eener bijzondere lagere school te Amsterdam, x. m. fekixga; de hoofdonderwijzer eener bijzondere lagere school te Utrecht, a. .r. xylaxd ; de medicinae doctores fi. a. x. atj.ebÉ, te Amsterdam, en s. sk. coronet,, te Leeuwarden; de architect der Rijksmuseum-gebouwen te Amsterdam, p. j. h. cuypkks ; de leeraar in de burgerlijke bouwkunde aan de polytechnische school te Delft, g. j. morrh; ; terwijl tot secretaris der commissie werd aangewezen de bouwkundige, belast met het toezicht op de gebouwen voor onderwijs, j. vax lokhorst, te \'s Gravenhage.

Den 15den Oct. \'79 was de commissie gereed met haar rapport. Het omvat, in 22 punten: Het bouwterrein, zijn hoogte en fundeering: het gebouw, zijne muren, buitenmuren, portalen, gangen, trappen; de afmetingen en de onderlinge afscheiding der lokalen; lichtramen, vloeren en plafond; privaten en urinoirs; verwarming en luchtver-versching der localen; drinkwater, kunstlicht, schoolbanken en verder schoolmeubilair. De eischen, ■ aan elk dier onderdeden gesteld, worden uitvoerig toegelicht, en door een 18-tal platen verduidelijkt. Voor de ventilatie wordt op het stelsel t.evoir—vax bemmelex bijzonder de aandacht gevestigd; in de schoolbankquaestie wordt de voorkeur gegeven aan de klepbank, door het commissielid moure van eigen be-weeginrichting voorzien (commissiebank).

Nadat de technische (iiiasties zijn afgedaan, volgt eene «toelichting »tot de punten, op te nemen in de instructie voor het onderwijzend «personeelquot;. Ik schrijf daar twee zaken uit over, die men in onze dagen nog wel eens lezen mag. De eerste betreft de taak van het

o d ~

hoofd eener school.

»Zij (de commissie) vleit zich, dat de naam van »hoofd der schoolquot; »niet tot een doode letter zal worden gemaakt doordat uit zeer mis-

i) Zie P. F. HUBRECHT, l)e onderwijswetten in Nederland en hare uitvoering» C, 3de Afd., Lager Onderwijs, 1ste deel. \'s Gravenhage, j. stemberg, 1S80.

-ocr page 13-

_ VII —

«plaatste zuinigheid hij, die dezen titel draagt, niet minder dan elk lid »van zijn onderwijzend personeel, geheel aan een bepaalde klasse wordt »gebonden. Integendeel, zij wenscht hem zich voor te stellen, zoo, »als hij overal worden zal, waar ernstige overweging der belangen »van het onderwijs den doorslag geeft, — vrij en onbelemmerd in »zijne bewegingen, wakende voor het lichamelijk welzijn van qllen, »die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, den gang besturende van »geheel het onderwijs, — de »zielquot; van zijn school!quot;

Het tweede punt betreft de opleiding van den onderwijzer.

»Dit alles laat zich voorschrijven.

»Maar het zal, naar de innige overtuiging der Commissie, eene »doode letter blijken, indien niet van elkeen, die als onderwijzer op-streden wil, verlangd wordt, dat hij zich hebbe bekend gemaakt met »de hoofdbegrippen der gezondheidsleer.

»Want alleen dit is bij machte, de belangstelling te wekken, die, »waar zij bestaat, alle verordeningen in de schaduw stelt, en waar zij «ontbreekt, de beste voorschriften nutteloos maakt.quot;

Wie het Rapport der Commissie met eenige kennis van zaken leest, vraagt zich af hoe het mogelijk is, dat een zoo veel omvattend voortreffelijk werk in zoo korten tijd werd volbracht. De verklaring-ligt eensdeels in den voortvarenden ijver van den bekwamen voorzitter, anderdeels in het feit, dat vele leden zich te voren reeds ernstig met de schoolhygiëne hadden bemoeid, en dus vroeger deugdelijk werk slechts hadden saam te vatten.

Van Dr. allebe weten we dit reeds. De voorzitter-zelf, Dr. salvkiida, was door zijn vroegere en tegenwoordige functies bij het onderwijs met alle hangende quaesties vertrouwd, en had, in de door hem geredigeerde Sfhoolho\'le — een Tijdschrift voor Volksopvoeding en Volksonderwijs, waarvan de eerste jaargang in 1869 verscheen— een rubriek geopend: »Over de inrichting van schoolgebouwen en schoollocalen ; »de schoolarchitectuur; de schoolhygiënequot;. Zijn mede-redacteur en mede-Commissie-lid h. bouman\' had, in overleg met den toenmaligen wethouder van onderwijs ue koning, de deuren der kweekschool wijd voor de nieuwe strooming opengezet. Daar werden cursussen gegeven, die niet alléén de schoolhygiëne omvatten, maar ook de sociale hygiëne en de hygiëne in het huisgezin, en al wat daarmee in betrekking staat. Prof. Israels had zich met het geven dier lessen belast: na diens dood werden zij door Dr. blookkr, destijds jong medicus, nu wethouder van publieke werken te Amsterdam, voortgezet, boiiman-zelf doceerde paedagogiek en psychologie.

Er was in den eersten tijd groote belangstelling. Het getal toehoorders bedroeg 80 en meer, zoodat het moeite kostte een goed

-ocr page 14-

— VIII -

lokaal te vinden. Er kwamen raenschen, die met het onderwijs niets te maken hadden, maar die breeder ontwikkeling zochten. Kortom, de vooruitstrevende directeur had het beginsel der University Extension in de jonge kweekschool ingevoerd.

Wat is er van die mooie instelling geworden ?

»Ik weet niet recht hoe quot;t kwam,quot; vertelde mij de directeur in ruste, »maar de belangstelling verflauwde, en de cursus verliep. Ik »denk, omdat er geen examen achter zat. Het moest alles op de «kweekschool examenstudie worden.quot;\'

Nu klaagt men over \'t gemis van wat toen werd verspeeld: straks zal men terugvragen, wat nu wordt weggegooid; zoo gaat het in de wereld. Ervaringslessen worden traag geleerd en vlug- vergeten. Toch

o o o o o

gaan wij op den duur vooruit.

De arbeid der Commissie van 1879 heeft vruchten gedragen. Al is

o o

het boekje van Dr. couonki. 1) vol van de klacht, dat het Koninklijk Besluit van 30 Aug. 188U niet geeft, wat de Commissie heeft gevraagd. en de eischen der hygiëne beknibbelt; al is, èn uit de verslagen van schoolcommissies, èn uit een onderzoek, drie jaar geleden vanwege de Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst verricht 2), duidelijk gebleken, dat aan de handhaving van het Koninklijk Besluit hier en elders veel ontbreekt, — toch kunnen wij van vooruitgang spreken.

Dat blijkt reeds daaruit, dat de schoolhygiëne-quaestie zich heden ten dage in een andere phase vertoont dan destijds: de hygiëne van den scholenbouw is wel niet van de agenda afgevoerd, maar treedt toch min of meer op den achtergrond, nu de eerste, meest dringende eischen zijn vervuld.

Na de ingenieurs komen vooral de medici aan \'t woord. Dr. coronkt, doet in zijn zooeven genoemd boekje een zeer verdienstelijke poging om de schoolhygiëne in de onderwijswereld te populariseeren 3). doxdkks wijst trouwens reeds in 180(3 in zijn «Myopie en hare behandelingquot; op de gevaren, die vooral het reeds bijziende oog, dreigen in de school. snki.lkn\' construeert zijn schoolbank, eu bespreekt in de jaarvergadering van de Gewestelijke Vereeniging van het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap (1889) het »Lezen en schrijven uit het gezichtspunt

1) De Gezond lieidheidslcer der school eu van liet schoolkiDd. \'s Graveuhage, h. j. stemberg, 1881.

2) Zie Weekblad van het Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, 4 April 1896.

3) Reeds iu 1806 was het boekje van GTJILLAUME (Neufchatel) over Hygiene Soolaire voor Nederland omgewerkt door den Heer n. J. VAX LUMMEL, hoofd eeuer Christelijke school, te Utrecht

-ocr page 15-

IX -

van de functiën van het »oogquot;. Dr. dk joxcj stelt een onderzoek in naar de oogen der schoolgaande kinderen in Leiden 1); Dr. coij.aud naar die van de studenten te Utrecht 2). Prof. gitye leert de aprosexie kennen als gevolg van de adenoide vegetaties 3). Prof. strav. b behandelt de oorzaken der bijziendheid in de Gids{ 1897, No. 3).

In de plaatselijke Conmiissiën van Toezicht op het Lager Onderwijs treden hier en daar medici op 4). Gezondheidscomniissiën, geneeskun-kige Raden, straks ook de Gemeentelijke Gezondheidsdienst te Amsterdam, nemen maatregelen om verspreiding van besmettelijke ziekten door de scholen zooveel mogelijk te voorkomen, en wijden ook in andere opzichten hun aandacht aan de gezondheidsbelangen van de school 5). Door den Amsterdamschen Gemeenteraad worden, bij wijze van proef, schoolbaden ingevoerd op een paar scholen der ]stc klasse. Vacantie-kolonies ontstaan door particulier initiatief, en brengen medici en onderwijzers tot gemeenschappelijk streven samen.

De belangstelling der onderwijzers in de schoolhygiëne, die nooit gesluimerd heeft, wordt in de laatste jaren ter dege wakker. Artikels over schoolbaden en school wandelingen, over Slöjd, over de nieuwe hygiënisch-paedagogische richting van het weeshuis te Cempuis, vullen de schoolbladen. Aan het steilschrift wordt ernstige studie gewijd (3). Scholen voor achterlijke kinderen worden in de openbare bladen besproken 7). Schoolartsenstelstelsels verlangt men, op buitenlandsche leest geschoeid. De overladingsquaestie brengt in en buiten de schoolwereld de gemoederen in beweging 8). In het Vaktijdschrift coor Ou-

1) Bcitrag zur Eutwickluugsgeschioiitc clcr Myopie. Loideu, J. J. GUOEN. 188\'J.

2) De oogen der studeuteu aau de llijksuniversiteit to Utrecht Utrecht, P. J. DIEHL. 1881.

3) Zie Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, 1887.

4) lu deu eersten jaargang van de SchooViode (1869) viud ik reeds het bericht dat in de Commissie van toezicht op de twee nieuwe gemeentelijke bewaarscholen te Leiden een medicus is benoemd.

5) Men zie o. a. het verslag dor Vergaderingen van dc Geneeskundige Raden in het Tijdschrift voor Geneeskunde, dc Verslagen van de gemeentelijke Gezondheidsdienst te Amsterdam, en de circulaire in ISW ;tan deu Geneeskundigen Raad voor Zuid-Holland, door haren Voorzitter, Dr. j. menno huizixga, gericht.

0) Zie o. a Steilschrift, Handleiding voor School- en Zelfonderrioht door a. n oeuhard, en göbel en lustig, Handleiding voor Loodrecht en Rondschrift.

7) Zie het artikel van de geus over Scholen voor achterlijke kinderen, Kieinrs vjii Dai] 7 Juni 1S\')7.

8) Een eigenaardige uiting daarvan was het door ccnige Haagsche ingezetenen aan den Gemeenteraad gerichte verzoek om verkorting der vacanties; waarover meu leze het hoofdartikel in het IVeekhlad ojh X. \'1\'. v. Gen. van 0 ïebr 1897 en het opstel van den Heer a. van oven, directeur der Hoogt-re Burgerschool te Üordt, in de Telegraaf van 24 Jan. 1897.

-ocr page 16-

— X —

dericijzers 1) wordt aan de hygiëne, vooral aan de geestelijke hygiëne van \'t schoolkind een groote plaats ingeruimd. De strijd tegen het alcoholisme vindt in de rangen der onderwijzers kraehtigen steun. Kortom, er is nieuw leven in de onderwijzerswereld ontwaakt.

»Er openbaart zich,quot; zoo schrijft de redactie in het eerste nummer van het Vaktijdschrift, »een krachtig Excelsior bij de onderwijzers van »onzen tijd, een bewust streven naar meerdere kennis, naar volmaking »hunner praktische werkzaamheden, naar een grootere toewijding aan »hun beroep.quot;

En bij dat streven openbaarde zich tevens het bewustzijn van gebrekkige opleiding, van onvoldoende kennis, óók en vooral op hygiënisch gebied. De tijd scheen gekomen, dat de gemeenschappelijke belangstelling van geneeskundigen en paedagogen den grondslaw vormen

c_j c j cj x o cj ij \' o

kon eener samenwerking, die de gezondheid van het schoolkind en de ontwikkeling der schoolhygiëne ten goede komen zou. Want geleidelijk begon van beide zijden de erkenning te komen, dat de geestelijke hygiëne van het schoolkind voor zijn grondige bestudeering op die samenwerking wacht.

Het was in dezen tijd, dat de Ned. Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst de schoolhygiëne binnen haar arbeidsterrein betrok 2).

Hier kan ik de pen neerleggen. De benoeming der eerste commissie en het door haar uitgebracht rapport: de benoeming der tweede cn derde commissie en het verslag barer werkzaamheden, het is alles te vinden in de jaargangen 1895, \'9(3, \'97, \'98 en \'99 van het Tijdschrift coor (Joieeskunde, en wordt in het laatstgenoemde verslag (Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, 27 Mei 1899) nog eens kort en zakelijk saamgevat.

Dit laatste verslag vult dus aan, wat aan deze korte schets ontbreekt.

En de Algemeene Vergadering te Arnhem zal het slotwoord spreken.

Ik eindig met den wensch, dat het geen slotwoord moge zijn. De Ned. Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst verzake niet wat zij beeft begonnen: zij late de schoolhygiëne niet weer los.

1) Onder reductie van bigot, holïzappel en schrkuder iu Maart IS\'j? opgericht.

2) (Jok liet Ned. Congres voor openbare gezoudlieidsregeling heeft sinds 1897 hare aandacht aan de schoolhygiëne gewijd. Oe commissie, door het Congreshestuur benoemd, houdt /-icii met voorbereidende werkzaamheden bezig, eu is met haar eindrapport nog niet gereed.

-ocr page 17-
-ocr page 18-
-ocr page 19-
-ocr page 20-
-ocr page 21-
-ocr page 22-