-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

4^.

ALGEMEEN REGLEMENT _ ^

quot; ^ -

OP IIKT

li E H E E R

KERKELIJKE GOEDEREN EN FONDSEN

HEEVOHMDE GEMEENTEN IN NEDERLAND,

HET TOEZICHT DAAROP.

-ocr page 4-

\\

\\

-ocr page 5-

ALGEMEEN REGLEMENT op hef beheer der kerkelijke (joederen en fondsen van de Her vormde Gemeenten In Nederland, en het toezicht daarop.

Artikel 1. Tiet beheer der kerkelijke goederen en fondsen der Hervormde gemeenten in Nederland en de zorg voor de kosten van haren eeredienst zijn in iedere gemeente opgedragen aan Kerkvoogden, onder medewerking van Notabelen en onder toezicht van Provinciale Colleges en van oen Algemeen College.

De Waalsche gemeenten vormen een bijzonder ressort, met oen eigen College van toezicht, dat ten aanzien van zijnen werkkring en zijne bevoegdheid met do Provinciale Collogos gelijk staat.

EERSTE HOOFDSTUK.

VAN HET BEHEER.

Eerste Afdeel ing. ^

Orcjanifiatie der gemeenten ten aanzien van hef beheer. •

Art. 2. Stemgerechtigde leden eener gemeente zijn alle manslidmaten, die bij het vaststellen der lijst, vermeld in art. 5, onder haar ressort wonen, den ouderdom van 23 jaren bereikt hebben en ten minste één jaar geleden hetzij bij den Kerkeraad geloofsbelijdenis afgelegd hebben

-ocr page 6-

4

hetzij op ingediende attestatie of bewijs van lidmaatschap als lidmaten der gemeente erkend zijn.

Van de stemgorechtigheid zijn uitgesloten zij, die in het laatste jaar door eenig armbestuur zijn bedeeld geworden, die onder censuur of curateele staan, alsmede die nalatig zijn in het voldoen van het aan de gemeente verschuldigde, hetwelk op den dag van de sluiting der stemlijst opvorderbaar is.

Voorts zal in iedere gemeente de uitoefening van het stemrecht ter verkiezing van Notabelen bij plaatselijk Reglement van eenen census of van andere beperkende voorwaarden afhankelijk kunnen worden gesteld.

In gemeenten, waar het aantal der stemgerechtigde manslidmaten in verhouding tot het zielental zeer gering is, kunnen bij plaatselijk Reglement met hen tot do uitoefening van het stemrecht geroepen worden de mansleden, die den ouderdom van 23 jaren bereikt hebben en, hetzij door betaling in den hoofdelijken omslag, hetzij door huur van zitplaatsen of op andere wijze, jaarlijks tot stijviug van de inkomsten der gemeente bijdragen.

Art. 3. Notabelen worden door stemgerechtigde leden der gemeente. Kerkvoogden door Notabelen, hoogstens voor den tijd van zes jaren, benoemd.

De Kerkvoogden en Notabelen blijven bij hunne periodieke aftreding zitting houden totdat zij door hunne opvolgers zijn vervangen.

Art. 4. Tot Kerkvoogden en Notabelen zijn alleen benoembaar stemgerechtigde leden der gemeente, voor welke de benoeming plaats heeft.

In gemeenten, waar slechts één Kerkvoogd is, kan van aeze bepaling, onder goedkeuring van het Provinciaal * College, worden afgeweken.

De betrekkingen van Kerkvoogd en Notabel zijn onver-eenigbaar.

Bij plaatselijk Reglement kan de benoembaarheid van stemgerechtigden tot Kerkvoogd van eenen census of andere beperkende voorwaarden afhankelijk worden gesteld.

-ocr page 7-

5

Art. 5. De leiding der verkiezing van Notabelen is opgedragen aan Kerkvoogden.

Zij zorgen, dat de lijst van stemgerechtigden jaarlijks voorloopig worde opgemaakt of herzien en dat daarvan afkondiging geschiede, een en ander vóór den lsten October.

De gemeenteleden worden gedurende acht dagen na de afkondiging in de gelegenheid gesteld, van deze lijst kennis te nemen en hunne bezwaren schriftelijk bij Kerkvoogden in te brengen.

De lijst wordt vóór den lsten November vastgesteld en na afkondiging gedurende acht dagen ter visie gelegd.

Van de beschikkingen op de ingediende bezwaarschriften genomen, wordt binnen vijf dagen na de vaststelling dei-lijst een afschrift toegezonden aan de betrokken personen.

Deze kunnen binnen acht dagen na de dagteekening van de kennisgeving der genomen beschikking bezwaren inbrengen bij het Provinciaal College, \'twelk daarover beslist.

Art. 6. Kerkvoogden zijn gezamenlijk voor het hun opgedragen beheer verantwoordelijk.

Behoudens deze verantwoordelijkheid kunnen zij, hetzij uit hun midden, hetzij uit andere meerderjarige manslidmaten van hunne of van eene naburige gemeente, tot wederopzegging, eenen rentmeester of ontvanger benoemen.

Aan dezen kan eene belooning worden toegekend bij een door het Provinciaal College van toezicht goedgekeurd besluit van Kerkvoogden en Notabelen.

De rentmeester of ontvanger, die geen Kerkvoogd is, zal ten genoege van Kerkvoogden zekerheid stellen.

Art. 7. De Kerkvoogden of Notabelen, die zich aan ontrouw of verregaand plichtverzuim of aan wangedrag schuldig maken, kunnen uit hunne betrekking worden ontzet.

Zoodanige ontzetting heeft niet plaats dan op voordracht van het Provinciaal College, door het Algemeen College, nadat de betrokken Kerkvoogden of Notabelen door dit laatste zijn gehoord, althans tot verdediging in de gelegenheid zijn gesteld.

-ocr page 8-

6

Hij, die van de bediening van Kerkvoogd ol\' Notabel is ontzet, kan in den loop der eerstvolgende vijf jaren noch tot Kerkvoogd, noch tot Notabel worden benoemd.

Het Provinciaal College is bevoegd, om, hangende het onderzoek, de beklaagde Kerkvoogden of Notabelen inde uitoefening van hunne bediening te schorsen en gedurende dien tijd in het beheer te voorzien.

Art. 8. Het aantal van Kerkvoogden en Notabelen, do graad van bloedverwantschap of zwagerschap, waarin zij elkander niet mogen bestaan, de aanwijzing der met hunne bediening onvereenigbare betrekkingen, de duur van hunnen diensttijd, de tijd en rooster van aftreding, de tijd, wijze en leiding der verkiezingen, mitsgaders de gang en onderlinge verdeeling der werkzaamheden, worden in iedere gemeente bij plaatselijk Reglement geregeld.

Tweede A F D E E L I X g.

Van den werkkring van Kerkvoogden en Notabelen.

Aut. 9. Kerkvoogden voeren het beheer over de kerkelijke goederen en fondsen van de gemeente, en voorzien uit de inkomsten in de kosten van den eeredienst en in het onderhoud van kerken, pastorijen en andere eigen- 1

dommen.

Zij zorgen, dat de inkomsten der kerkelijke goederen niet aan hare bestemming worden onttrokken.

Voor zoover eenige der gemelde goederen en fondsen,

krachtens voldoenden rechtstitel, onder het beheer van T

een ander staan, zien Kerkvoogden toe, dat de belamcn der gemeente niet worden verkort.

Meer bepaald is hun het toezicht en, bij klaarblijkelijk misbruik, de tusscheukomst aanbevolen, ten aanzien van het beheer der pastorij- en kosterijgoederen, waar dit,

hetzij door hen, die tot de inkomsten zijn gerechtigd, hetzij door anderen, wordt gevoerd.

Indien de beheerders ontbreken, voorzien de Kerkvoogden in het beheer der pastorij- en kosterijgoederen.

ï wk

éi

-ocr page 9-

7

Art. 10. Kerkvoogden bewaren allo stukkon, die tot de kerkelijke goederen en fondsen van hunne gemeente betrekking hebben.

Bij de invoering van dit Reglement maken zij onder medewerking van Notabelen inventarissen van de goederen, fondsen, baten, schulden en lasten.

Van de onroerende goederen, waaronder worden begrepen allo zakelijke rechten in zullvc goederen, worden daarbij aangeduid de kadastrale indeeling en grootte, dejaarlijk-sche vaste of gemiddelde opbrengst, de plaatselijke benaming en ligging, met eene nauwkeurige opgave van de voordooien en lasten, daaraan verbonden.

Deze inventarissen worden, voor zooveel de pastorij- en kosterij goederen betreft, na overleg met de tijdelijke gebruikers of beheerders, vastgesteld.

Een afschrift van deze inventarissen, door Kerkvoogden gewaarmerkt, wordt nan het Provinciaal College gezonden en een ander, voor zooveel de paatorijgoederen betreft, aan den Kerkeraad.

Zoo dikwerf daartoe aanleiding bestaat, worden gemelde inventarissen bijgewerkt, waarvan aan genoemde Colleges kennis wordt gegeven.

Art. 11. In iedere gemeente wordt jaarlijks eene begrooting opgemaakt van al hare inkomsten en uitgaven, loopende van den lsten Januari tot den 31sten December.

Het ontwerp dier begrooting, ingericht naar een door het Provinciaal College te bezorgen model, wordt vóór den lsten November, voorafgaande aan het jaar waartoe zij betrekking heeft, door Kerkvoogden in eene gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen, ter tafel gebracht, en door deze vergadering, na onderzoek, zoo noodig gewijzigd, vóór den 15Jon derzelfde maand vastgesteld.

Is na do vaststelling eene verandering in de begrooting noodig, dan wordt daartoe door Kerkvoogden en Notabelen besloten.

Van deze begrooting en de besluiten tot verandering wordt aan het Provinciaal College afschrift gezonden.

-ocr page 10-

8

Art. 12. Indien de gewone inkomsten niet voldoende zijn om de uitgaven te dekken, kan het ontbrekende gevonden worden door eenen hoofdeiijken omslag.

In den hoofdeiijken omslag worden begrepen alle personen, die een eigen middel van bestaan hebben, binnen de kerkelijke gemeente hun hoofdverblijf houden en volgens het Algemeen Reglement van de Hervormde Kerk in het Koningrijk der Nederlanden tot die Kerk behooren.

De grondslagen, naar welke de hoofdelijke omslag geheven wordt, en de wijze van invordering worden bij plaatselijk Reglement geregeld.

Art. 13. Het kohier van den hoofdeiijken omslag wordt door Kerkvoogden opgemaakt en door Kerkvoogden en Notabelen vastgesteld.

Van die vaststelling wordt aankondiging gedaan, onder mededeeling, dat het kohier gedurende veertien dagen voor de gemeente ter inzage is gelegd.

Omtrent bezwaren, tegen den aanslag binnen dien termijn ingebracht, wordt beslist door Kerkvoogden en Notabelen.

Zij stellen daarna het kohier definitief vast.

Van de beslissing van Kerkvoogden en Notabelen kan binnen drie weken, na de dagteekening der kennisgeving aan den belanghebbende, in hooger beroep worden gekomen bij het Provinciaal College, dat in het hoogste ressort beslist.

Art. 14. Kerkvoogden doen vóór den lsten Juni in eene gecombineerde vergadering aan Notabelen rekening en verantwoording van hun beheer over het afgeloopen jaar.

Deze rekening, ingericht naar de orde der begrooting, wordt binnen vier weken opgenomen en vastgesteld. Kerkvoogden onthouden zich hierbij van medestemming.

Art. 15. Nadat de rekening door Notabelen is vastgesteld, ligt zij gedurende acht dagen ter inzage van do gemeenteleden, op tijd en plaats bij openbare afkondiging-aangewezen.

Binnen veertien dagen zenden Kerkvoogden een afschrift der rekening aan het Provinciaal College.

-ocr page 11-

9

Art. 16. Elk stemgerechtigd lid der gemeente is bevoegd de bezwaren, welke hij tegen de rekening en verantwoording van Kerkvoogden mocht hebben, aan het Pro-viciaal College mede te deelen.

Art. 17. De regeling van het gebruik der kerkgebouwen voor de godsdienstoefeningen blijft aan den Kerkeraad.

Tot veranderingen, welke invloed hebben op de inkomsten of uitgaven der gemeente, is overleg met Kerkvoogden noodig.

Art. 18. Organisten, kosters en andere kerkelijke bedienden, met uitzondering van voorlezers, voorzangers, godsdienst-onderwijzers en krankbezoekers, worden door Kerkvoogden benoemd, van instructiën voorzien, geschorst en ontslagen, den Kerkeraad gehoord.

De jaarwedden of andere belooningen aan kerkelijke beambten, die niet ter benoeming staan van Kerkvoogden, uit de kas der gemeente te betalen, worden, na overleg met den Kerkeraad, door Kerkvoogden en Notabelen in eene gecombineerde vergadering vastgesteld.

Art. 19. Kerkvoogden vertegenwoordigen de gemeente bij alle handelingen, de kerkelijke goederen en fondsen of de kosten van den eeredienst betreffende.

Zoodra die handelingen echter de perken van het gewoon beheer te buiten gaan, doen zij deswege een voorstel aan de gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen, en gedragen zich naar de besluiten in die vergadering gevallen.

Tot conservatoire maatregelen zijn Kerkvoogden inmiddels bevoegd.

Tot de besluiten, waarbij de medewerking van Notabelen wordt gevorderd, behooren die tot het onderhands verhuren van onroerende goederen en tot onderhandsche aanbesteding van werken of leveringen, ■wanneer de aan-nemingsprijs meer dan drie honderd gulden beloopt.

Art. 20. Aan de goedkeuring van het Provinciaal Col-

si!

-ocr page 12-

10

loge zijn onderworpen de besluiten der gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen, betreffende de goederen en fondsen, genoemd in art. 9, al. 1, 3 en-J, en wel waar het geldt:

a. het opnemen van gelden;

h. het vervreemden, bezwaren of\' verpanden van onroerende goederen of van inschrijvingen op het Grootboek en andere schuldbrieven;

t\'. het aanvaarden van schenkingen, erfenissen of legaten, waaraan lasten verbonden zijn;

d. het voeren van rechtsgedingen, behalve tot invordering van kerkelijke belasting, van huur van zitplaatsen of van andere in het openbaar verhuurde eigendommen, van interessen en van andere dergelijke inkomsten;

e. het aangaan eener dading of van een compromis, of het berusten in eene rechtsvordering.

Art. 21. De gelden der gemeente mogen, zonder mach tiging: van het Provinciaal Coileo\'e, niet anders worden

O o 0 \'

belegd dan door aankoop van onroerende goederen, van inschrijvingen op een der Grootboeken van de Nederlandsche Nationale Schuld, of bij uitleening onder eerste hypothecair verband op landerijen, welker waarde het bedrag der leening ten minste met een derde overtreft.

Art. 22. Kerkvoogden mogen middellijk noch onmiddellijk deelnemen aan onderhandsche huur of pacht van goederen of inkomsten onder hun beheer, aan leveringen of aannemingen ten behoeve der gemeente of aan het koopen van schuldvorderingen ten haren laste, waaronder echter niet zijn begrepen aandeelen in geldleeningen.

Ontheffing van deze bepaling kan in het belang der gemeente door Notabelen worden verleend onder goedkeuring van het Provinciaal College.

Art. 23. De Kerkvoogden, die zich veroorloven tot eene der handelingen in de artikelen 19 en 20 vermeld, zonder de vereischte goedkeuring te hebben verkregen,

-ocr page 13-

11

over te gaan, of de \'gelden der gemeente anders dan op den voet, bij artikel 21 aangewezen, te beleggen, blijven daarvoor persoonlijk aansprakelijk.

Art. 24. GeschiMen omtrent de toepassing van dit Reglement of van de Plaatselijke-R\'églementen worden door het Provinciaal College beslist.

Art. 25. De werkzaamheden, bij dit hoofdstuk aan de Provinciale Colleges opgedragen, worden, wanneer zij betreffen het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van eene Waalsche gemeente, door het College van toezicht voor de Waalsche gemeenten, met het oog op hare eigenaardige behoeften en omstandigheden, verricht.

TWEEDE HOOFDSTUK.

VAN HET TOEZICHT.

Eerste Afdeeling.

Van de Provinciale Colleges.

Art. 26. In iedere provincie is een Provinciaal College van toezicht op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde Gemeenten.

De Kerkelijke Administratiën der Waalsche gemeenten in alle provinciën staan oniler het toezicht van een bijzonder College.

Elk dezer Colleges bestaat uit zeven leden.

Art. 27. Een lid van elk Provinciaal Kerkbestuur, uit zijn midden daartoe afgevaardigd, is rechtens lid van het Provinciaal College, evenzoo een lid der Commissie tot de zaken der Waalsche Kerken van haar College.

De overige leden moeten zijn stemgerechtigde leden eener gemeente onder het ressort van het College.

Het lidmaatschap is onvereenigbaar met de betrekkingen van Kerkvoogd en Notabel.

-ocr page 14-

12

Art. 28. Behoudens het bepaalde in al. 1 van art. 27 worden de leden der Provinciale Colleges rechtstreeks gekozen door afgevaardigden uit de gecombineerde vergaderingen van Kerkvoogden en Notabelen in het ressort.

De afgevaardigde eener gemeente van niet meer dan 1000 zielen heeft bij de verkiezing ééne stem; die eener gemeente van 1001 tot 10000 zielen twee stemmen en voor iedere 10000 daarboven ééne stem meer.

Art. 29. Wanneer in een Provinciaal College een of meer plaatsen te vervullen zijn, geeft dat College daarvan kennis aan de Kerkvoogden en Notabelen in de provincie, en roept te gelijk de door dezen te benoemen afgevaardigden op om zich in de hoofdplaats op bepaalden tijd en in een aangewezen lokaal te vereenigen, om aldaar onder de leiding van genoemd College hunne stem uit te brengen.

Voor het College van Toezicht der Waalsche gemeenten worden de afgevaardigden opgeroepen in eene plaats, door het College aan te wijzen.

Art. 80. De leden der Provinciale Colleges worden benoemd voor den tijd van zes jaren.

Om de drie jaren treedt de helft dier leden met den Isten Januari af.

De verkiezingen ter vervulling dier vacaturen hebben plaats vóór den Isten October bevorens.

Tusschentijds ingevallen vacaturen kunnen te gelijk met de periodieke worden vervuld, ten ware het getal der leden tot minder dan vijf mocht zijn gedaald.

Art. 31. Elk College verkiest uit zijn midden eenen Voorzitter, alsmede uit of buiten zijne leden eenen Secretaris.

Aan den Secretaris kan een honorarium worden toegelegd.

Art. 32. Elk Provinciaal College heeft zijnen zetel in de hoofdplaats der provincie. Het vergadert ten minste eens in de drie maanden, en voorts zoo dikwijls de Voorzitter het noodig oordeelt, of drie leden zulks, met opgaaf van redenen, schriftelijk verlangen.

-ocr page 15-

13

Het College van toezicht voor de Waalsche gemeenten vergadert ter plaatse door zijnen Voorzitter te bepalen, ten minste eenmaal \'s jaars

Art. 33. De wijze, waarop spoedeischende zaken tus-scheutijds zullen worden afgedaan, wordt door elk College by zijn Reglement van orde geregeld.

Art. 34. Door de zorg van elk College worden de inventarissen, in art. 10 vermeld, verzameld, in orde gehouden en zooveel mogelijk bijgewerkt.

Art. 34*. Wanneer hetzij Kerkvoogden, hetzij Notabelen in gebreke blijven uitvoering te geven aan de voorschriften van het Algemeen of van het Plantselijk Reglement, of wanneer een der beide of beide Colleges ontbreken, wordt in die uitvoering door het Provinciaal College voorzien.

Art. 35. Zoo dikwijls een Provinciaal College het voor een behoorlijk toezicht noodig acht, kan het van Kerkvoogden en Notabelen mondelinge of schriftelijke inlichting en overlegging van bescheiden vragen.

Tweede A f d e e lik g.

Van het Algemeen College.

Art. 36. Het Algemeen College van toezicht op hot beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde gemeenten bestaat uit dertien leden.

Door elk Provinciaal College en door het College van toezicht voor de Waalsche gemeenten wordt één lid uit hun midden benoemd.

Deze benoeming geschiedt voor den tijd van driejaren.

Een derde der aldus benoemde leden treedt jaarlijks met den lsten Januari volgens daartoe op te maken rooster af.

De vervulling der plaatsen, door zulk aftreden open te vallen, heeft bij voorraad plaats in de laatst voorafgaande vergadering van het betrokken College; die van

-ocr page 16-

14

andere vacaturen in de eerste vergadering na haar ontstaan.

Verder wordt door de Algemeene Synode één lid uit haar midden aangewezen.

Aan elk lid wordt een secundus toegevoegd, die de ver-eischten heeft om als lid op te treden.

Art. 37. Het Algemeen College kiest jaarlijks uitzijn midden eenen Voorzitter en eencn Under-Voorzitter, alsmede uit of buiten zijne leden eenen Secretaris en des noodig eenen Thesaurier.

Aan don Secretaris en aan den Thesaurier kan een honorarium worden toegelegd, door het College vast te stellen.

Art. 38. Het Algemeen College vergadert eens in het jaar te \'s-Gravenhage.

De tijd dier vergadering wordt door den Voorzitter bepaald.

Indien de Voorzitter het noodig oordeelt of vijf leden hem daartoe, met opgaaf van redenen, een schriftelijk voorstel doen, wordt er eene buitengewone vergadering belegd.

Art, 39. De wijze, waarop in de afdoening vanspoed-eischende zaken, buiten den tijd der vergaderingen, zal worden voorzien, wordt bij reglement van orde bepaald.

Art. 40. Het Algemeen College waakt voor de belangen der Hervormde gemeenten ten aanzien van hare kerkelijke goederen en fondsen en van andere middelen om in de kosten van den eeredienst te voorzien.

Het is ambtshalve bevoegd, de bepaling van een goedgekeurd Plaatselijk Reglement, welke in strijd is met het Algemeen Reglement, na het Provinciaal College van toezicht gehoord te hebben, te schorsen of te vernietigen.

Het regelt daarbij de gevolgen van deze schorsing of vernietiging.

Het neemt, behoudens de uitzondering in art. 13, al. 3, in hooger beroep kennis van alle besluiten en beslissingen van dj Provinciale Colleges en van het College van toezicht voor de Waalsche gemeenten, waar belanghebbenden dit vorderen.

-ocr page 17-

15

Zoodanig beroep moet binnen drie weken nadedagtee-kening der kennisgeving van liet besluit of de beslissing worden ingesteld.

liij de behandeling eener zaak in hooger beroep kan het lid, dat voor het betrokken College zitting heeft, inlichtingen geven, maar niet aan de stemming deelnemen.

Geldt het de ontzetting van een ot\' meer Kerkvoogden of Notabelen, zoo onthoudt het lid, benoemd door het Collego, van hetwelk de voordracht is uitgegaan, zich eveneens van alle medewerking tot de te nemen beslissing.

Art. 41. Indien eene gemeente mocht te niet gaan of zoodanig teruggaan, dat hare goederen en fondsen als buiten wettig beheer kunnen worden beschouwd of indien het om andere gewichtige redenen noodzakelijk is, in de regeling van het beheer te voorzien, geeft het betrokken Provinciaal of Waalsch College daarvan kennis aan hot Algemeen College, dat alsdan in dat beheer voorziet en beschikkingen maakt, die strekken kunnen om gemelde goederen en fondsen bij voortduring, althans zoo na mogelijk, aan hunne bestemming te doen beantwoorden.

Art. 42. Wanneer liet Algemeen College oordeelt, dat dit Reglement wijziging of aanvulling noodig heeft, zal het daartoe een besluit ontwerpen en dit ontwerp, met de noodige toelichting, aan de Provinciale Colleges en aan hot College van toezicht voor de Waalsche gemeenten doen geworden, met uitnoodiging om Kerkvoogden en Notabelen bij de gemeenten in hun ressort daarop te hooron, en om voorts, onder mededeeling van den zakelijken inhoud der aldus ingewonnen berichten, het Algemeen College binnen oenen door dit laatste te bepalen termijn, van ton minste drie maanden met hunne eigene beschouwingen bekend te maken.

Wanneer deze termijn verstreken is, zal hot Algemeen Collego, na kennis te hebben genomen van de ontvangen adviezen, het oorspronkelijk ontwerp, tenzij hot mocht worden ingetrokken, zooveel noodig wijzigen of aanvullen, om vervolgens dat ontwerp in beraadslaging on ter be-

-ocr page 18-

16

slissing te brengen in eene vergadering, bestaande uit de gewone leden van het College, versterkt door een lid dei-Synode, door haar aan te wijzen, en door een Stemgerechtigde uit iedere provincie, en uit de Waalsche gemeenten, te kiezen door Afgevaardigden van de vergaderingen van Kerkvoogden en Notabelen, op de wijze bij art. 28 van dit Reglement bepaald.

Wanneer ten minste drie Provinciale Colleges van toezicht of ten minste een tiende der toegetreden gemeenten wijziging verlangen, is het Algemeen College verplicht die in beraadslaging te brengen, overeenkomstig het in dit artikel bepaalde.

Art. 43. De Voorzitter, Onder-Voorzitter en de Secretaris van het Algemeen College vervullen dezelfde betrekkingen in het aldus versterkt College.

ALGEMEENE BEPALINGEN.

Art. 44. De leden van de in dit Reglement of bij plaatselijke Reglementen genoemde Colleges genieten geen honorarium, dan voor zoover bij dit Reglement is toegelaten.

De vergoeding van reis-, verblijf- en bureaukosten wordt door het Algemeen College, voor zooveel de Provinciale Colleges betreft, op hunne voordracht, geregeld.

Wanneer de uit anderen hoofde te verkrijgen gelden niet voldoende mochten zijn, worden de kosten gevonden uit bijdragen van de Kerkvoogdijen der provincie voor het College van hare provincie, uit bijdragen van de Waalsche gemeenten voor het College van toezicht dier gemeenten en uit bijdragen van alle gemeenten voor het Algemeen College.

De bijdragen worden voor iedere gemeente bepaald door het Algemeen College, zooveel mogelijk in evenredigheid van de inkomsten der gemeenten, de Provinciale Colleges en het College voor de Waalsche gemeenten gehoord.

Art. 45. Verlies van het radikaal tot eene der naar dit

-ocr page 19-

17

Reglement opgedragen kerkelijke betrekkingen heeft aftreding ten gevolge.

Art. 46. Bij de benoeming ter vervulling eener tusschen-tijds ingevallen vacature, treedt de nieuw benoemde, ten aanzien van den tijd van aftreding, in de plaats van zijnen voorganger.

De aftredende blijft zitting houden tot dat hij vervangen is.

Art. 47. Aan elk College, krachtens dit Reglement samengesteld, wordt overgelaten, den gang zijner werkzaamheden bij een Reglement van orde te bepalen.

Art. 48. In de vergaderingen van het Algemeen College wordt geen besluit genomen, zoo niet ten minste twee derden, in de vergaderingen der overige in dit Reglement genoemde Colleges, zoo niet meer dan de helft van het bepaalde getal leden en in de gecombineerde vergaderingen van Kerkvoogden en Notabelen, zoo niet onder het ver-eischte getal de meerderheid van hët bepaalde getal Notabelen tegenwoordig is.

Wanneer het in de voorgaande alinea vereischte getal ontbreekt, wordt na afloop van ten minste vierentwintig uren eene nieuwe vergadering belegd.

In deze laatste vergadering worden de besluiten door de dan tegenwoordige leden genomen.

Art. 49. Bij het nemen van een besluit wordt de volstrekte meerderheid der stemmende leden vereischt.

Bij staking van stemmen is een aanhangig voorstel afgewezen of eene aanklacht ten voordeeie van den bezwaarde beslist.

Art. 50. Benoemingen geschieden bij gesloten en onge-teekende billetten.

Levert eene eerste stemming geen volstrekte meerderheid op, zoo heeft er eene nieuwe vrije stemming plaats.

Is ook bij deze geene volstrekte meerderheid verkregen, zoo wordt er herstemd tusschen de twee personen, die de meeste stemmen hebben bekomen.

-ocr page 20-

18

Verkregen onderscheifiene personen het grootste aantal stemmen, zoo geschiedt de herstemming tusschen deze allen.

Heeft het grootste getal stemmen zich op óón persoon vereenigd, terwijl het daarop volgend getal door twee of meer is verkregen, zoo wordt bij eene tusschenstemming uitgemaakt, wie van de laatsten in de herstemming zal deelen.

Indien bij eene herstemming de stemmen staken beslist het lot.

Bij het Plaatselijk Ileglement, regelende de verkiezing van Notabelen, kan van deze bepalingen worden afgeweken.

Art. 51. De Plaatselijke Reglementen, waarvan in dit Reglement sprake is, worden, na op voordracht van Kerkvoogden of Kotabelen, in eene gecombineerde vergadering, vastgesteld te zijn, ten minste veertien dagen voor de stemgerechtigden ter inzage gelegd en vervolgens aan de goedkeuring van het Provinciaal College onderworpen.

Elk stemgerechtigd lid der gemeente is bevoegd binnen evengenoemdon termijn de bezwaren, welke hij tegen het vastgestelde Reglement hebben mocht, aan het Provinciaal College mede te deelen.

Art. 52. De uitvoering van een besluit, waarvan belanghebbenden in hooger beroep zijn gekomen, wordt geschorst, tot dat op dit beroep zal zijn beslist.

Art. 53. De afkondigingen en bekendmakingen, waarvan in dit Reglement sprake is, geschieden des Zondags in of aan de kerkgebouwen.

OVERGANGSBEPALINGEN.

Art. 54. Dit Reglement treedt in werking op den lsten October 1870.

Art. 55. De Hervormde Floreenplichtigen in Friesland blijven in iedere gemeente, waar zij bestaan, voorloopig

-ocr page 21-

19

den werkkring vervullen , elders aan Notabelen toegekend, en zulks voortaan in overeenstemming met de voorschriften van dit Reglement.

De door hen benoemde en verder te benoemen Kerkvoogden gedragen zich eveneens naar dit Reglement en naar Plaatselijke Reglementen, daarmede zooveel mogelijk in overeenstemming gebracht.

Deze Plaatselijke Reglementen behoeven de goedkeuring van het Provinciaal College.

Art. 56. De kerkvoogden en Notabelen, benoemd naar de voorschriften van het besluit ter voorloopige organisatie van de Nederlandsche Hervormde Kerk aangaande het beheer dor kerkelijke goederen en fondsen van hare gemeenten en het toezicht daarop, vastgesteld den 12den October 1868, blijven bij het in werking treden van dit Reglement in functie, voor zoover zij de overige bepalingen van dat besluit hebben nageleefd.

Evenzoo de Provinciale Colleges en het Algemeen College van toezicht, krachtens hetzelfde besluit samengesteld.

Art. 57. Binnen zes maanden na het tijdstip bij art. 54 bepaald, zorgen de dan fungerende Kerkvoogden, dat de noodige Plaatselijke Reglementen tot stand gebracht zijn, en binnen denzelfden tijd maken zij zoowel als Notabelen, ieder voor zich, in eene gecombineerde vergadering eenen rooster van aftreding op, in dier voege, dat bij hen eene eerste aftreding plaats heeft den lsten Januari 1872, en dat het ledental hunner Colleges aldan tevens in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van het Plaatselijk Reglement.

Art. 58. Op denzelfden voet als in het voorgaande artikel ten aanzien van Kerkvoogden en Notabelen is bepaald, wordt de aftreding der leden van de Provinciale Colleges en van het Algemeen College van toezicht, binnen zes maanden na het in werking treden van dit Reglement geregeld, en heeft de eerste aftreding bij die Colleges mede op den lsten Januanj 1872 plaats.

-ocr page 22-

20

Art. 59. Bij voorgenomen aansluiting van Gemeenten is het Provinciaal College van toezicht bevoegd, om naar zjjne voorschriften — en zoo noodig — onder zijne leiding de wijze van aansluiting, de verkiezing van Notabelen of van Kerkvoogden en de vaststelling van een Plaatselijk Reglement te regelen.

Art. 60. Het College van toezicht voor de Waalsche gemeenten wordt, onmiddellijk nadat de meerderheid dier gemeenten zich tot aansluiting bereid heeft verklaard, naar de voorschriften van dit Reglement benoemd en treedt alsdan, na kennisgeving aan het Algemeen College, in functie.

Vastgesteld door het dubbel Algemeen College van toezicht op het beheer der goederen van de Hervormde gemeenten in zijne vergadering van 17 Juni 1870, en krachtens besluit dier vergadering door het enkele Algemeen College, na kennisgeving aan de Regeering, volgens de wet van 10 September 1853 {Staatsblad nquot;. 102), uitgevaardigd den 21 Juli 1870.

J. J. Loke, Voorzitter.

S. F. van Hasselt, Secretaris.

Gewijzigd of aangevuld wat betreft de Artikelen 2, 3, 5, 6, 7, 12, 13, 20, 28, 34*, 35, 40, 41, 42, 44, 46, 48, 49 en 59 door het dubbel Algemeen College van Toezicht op het beheer der goederen en fondsen van de Hervormde Gemeenten in Nederland in zijne vergadering van den 27 Maart 1895 en door het enkel Algemeen College, na kennisgeving aan de Regeering, volgens de wet van 10 September 1853 {Stb. n0. 102) uit te vaardigen den 1 Juli 1895.

B. P. van Versciiuer, Voorzitter.

E. van Loon, Secretaris.

-ocr page 23-
-ocr page 24-
-ocr page 25-
-ocr page 26-