-ocr page 1-

Algemeene en bijzondere RECEPTEERKUNST.

( Ars formulas medicas praescribendi et praeparandi.)

TEN DIEXSTK VAN

ARTSEN EN APOTHEKERS.

BEWKKKÏ DOUU

II. J, OPWIJRDA.

Viordc vermoordordo Druk.

—----

AMSTERDAM. — U. B. CENTEN. — 1887.

-ocr page 2-
-ocr page 3-

Bibliotheek der Kyksuniversi\'.cit te Utrecht Md. Dier^jneeskunde

-ocr page 4-
-ocr page 5-

ALGEMEENE EN BIJZONDERE

RECEPTEERKUNST.

-ocr page 6-

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

2035 9943

opwurba s drukkerij — dieren.

-ocr page 7-

State

Algemeene en bijzondere

RECEPTEERKUNST.

I

(Ars formulas medicas praescribendi et praeparandi.)

TEN DIENSTE VAN

ARTSEN EN APOTHEKERS.

BEWERKT DOOR

R. J. OPWIJRDA.

Vierde vermeerderde Druk.

AMSTERDAM. — D. B. CENTEN. — 1887.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

VOORBERICHT.

Bij dezen vierden druk van een werk, behandelend de rationeele receptuur, waarvan het aanzienlijk debiet de behoefte heeft leeren kennen, wil ik alleen vermelden, dat ik bijzonderheden uit den lateren tijd ingelascht en ook met nieuw in gebruik gekomen en gebleven artsenijmiddelen rekening gehouden heb.

Overigens is de inrichting dezelfde gebleven. Het werk is zoowel ingericht voor pharmaceuten, wat het „gereedmakenquot; als voor artsen, wat het „voorschrijvenquot; betreft. Het eerste staat echter op den voorgrond.

Ik gevoel zeer goed, dat niet alle receptarii het omtrent de opgegeven bereidingswijzen, in den regel uit eigen praktijk afgeleid, met mij eens zijn. De ondervinding leert vaak langs verschillende wegen hetzelfde doel bereiken. Ik heb steeds getracht de gronden voor mijne aanwijzingen op te geven, en ik vertrouw, dat men daarmede vrede kan hebben.

Er is in den tekst weinig verschil gemaakt tusschen de woorden „geneesmiddelenquot;, „artsenijmiddelenquot; en „artsenijenquot;. Het is bekend, dat men onder „geneesmiddelenquot; in het algemeen verstaat alles wat tot herstel der verloren gezondheid aangewend wordt, onder „artsenijmiddelenquot; die stoffen, welke daartoe uitsluitend of althans meer bepaald bestemd zijn; onder „artsenijenquot; de artsenijmiddelen in de artsenijvormen gebracht. Het is echter even goed bekend, dat de grenzen tusschen de beteekenis dezer woorden in vele gevallen niet scherp uitkomen.

R. J. OPWIJRDA.

Nijmegen, October 1887.

-ocr page 10-

INHOUD.

Algemeene recepteerkimst.

Blatlz. 1

Medische recepteerkunst ....

• • §

i

Blz. 1

Pharmaceutische recepteerkunst.

n

2

» 1

Officinale en obsolete middelen .

. § 3 en

4

» 2

Namen der geneesmiddelen . . .

• • §

5

„ 2

Abreviaties. . . ......

• * V

6

3

Gewicht in de geneeskunst . . .

7

„ 3

Indeeling van het gewicht . . .

n

8

„ 5

Maten en droppels......

9

7

Formulen.........

10

„ 10

Receptenformaat.......

11

„ 10

Omschrijving van een recept.

12

, 10

Samenstelling van een recept . .

n

13

„ 13

Corrigentiën........

14

„ 13

Aflevering der artsenijen ....

15

„ 14

Niet bijeen passende middelen . .

16

„ 17

Kleurveranderingen......

17

» 19

Doses...........

18

„ 20

Hoeveelheden der artsenijen .

19

„ 22

Duidelijk schrift op de recepten

ii

20

„ 22

Recepten op één pajiier ....

21

» 22

Iteraties..........

22

,, 22

Dadelijke gereedmaking ....

ii

23

» 24

Bewaring der recepten en afgift

van

copieën.........

24

„ 24

-ocr page 11-

Bijzondere recepteerkunst. Bladz. 37«

Eerste Af deeling.

I. Overzicht der meest gebruike-

1 ij k e a r t s e n ij v o r m e n.....

Blz.

27

Artsenijvormen tot inwendig gebruik.

§ 25

77

27

Artsenij vormen tot uitwendig gebruik

77

26

77

28

Omschrijving der artsenij-

vormen ..........

77

28

Mixtuur (Mixtura).......

77

27

77

28

Schudmixtuur {Mixtura media)

77

28

77

30

Liksap, Looch (Linctus).....

77

29

77

32

Afkooksel (Decoctum)......

77

30

77

33

Aftreksel (Infusum)......

77

31

77

33

Geneesmiddelen voor decoctum of

infusum.........

77

32

77

34

Decocto-infusum........

77

33

77

36

Gereedmaken van decocta en infusa

77

34

77

36

Emulsies (Emulsiones), echte (verae),

onechte (spuriae)......

77

35

77

41

Oplossing {Solutio)......

77

36

77

51

Saturatie (Saturatio)......

77

37

77

64

Kruidensappen (Succi plantarum).

77

38

77

69

Wei (Serum lactis)......

77

39

77

70

Droppels (Guttae)......

77

40

77

72

Likpot of Conserf (Electuarinm),

Cataplasma, Sinapismus ....

77

41

77

74

Gelei (Gelatina).......

77

42

77

76

Pillen (Pilulae).......

77

43

77

77

Capsules (Capsulat gelatinosae)

77

44

77

103

Koekjes, Pastieljes enz. (Trochisci,

Pastilli etc.)........

77

45

77

105

Poeder (Ftdois), Poeders (Ptdoeres),

Ouwelpoeders (Capsulae amylaceae)

7

7 46

77

109

Theekruiden (Species ad decoctum

seu infusum)........

77

47

77

122

Pomentatie of Stoving (Fomentum),

Inspuiting (Injectio), Oogwater (Col-

lyrimn), Waschwatér (Lotio), Mond-

-ocr page 12-

spoeling (Collutorium), Gorgeldrank (Oargarisma), Lavement ( Clysma),

Penseelvocht (Linctus oris) . . . § 48 Blz. 123 Verschil tusschen smeersel, zalf,

pleister, bougies, zetpillen, en

stokjes..........„ 49 „ 127

Smeersel {Linimentum)....... 50 „ 128

Zalf (Unguentum).......»51 » 129

Pleister (Emplastrum).....„ 52 „ 135

Bougies (Cereoli), Zetpillen, Kaarsjes,

(Suppositoria, Candelaé), Stokjes (Bacilli), Vaginaalbollen (Capsulae vaginales), Spongia praeparata en cerata......... . „ 53 „ 143

Tweede Af deeling.

Overzicht der meest gebruikelijke artsenijmiddelen met betrekking tot vorm en dosis. „ 146

Vergelijking van de sterkte,

van bij de receptuur gebruikelijke geneesmiddelen in de Pharm. Neerl. en German. . „ 187

Derde Afdeeling,

De belangrijkste synoniemen

der artsenijmiddelen ... „ 194

-ocr page 13-

ALGEMEENE RECEPTEERKUNST.

§ 1. De medische recepteer kunst {Ars formulas medicus praescribendi) heet dat gedeelte der geneeskundige wetenschap , hetwelk leert de geneesmiddelen in doelmatige artsenijvormen voor te schrijven, zooals de arts verlangt, djxt zij in de apotheken gereed gemaakt en aan de zieken afgeleverd worden.

§ 2. De pharmaceutisehe recepteerkunst (Ars formulas medicus praeparandï) omvat de doelmatige en wetenschappelijke bereiding der geneesmiddelen tot de artsenijvormen, waarin de arts ze verlangt.

Zij maakt de hoofdwerkzaamheid uit bij de uitoefening der artsenijbereidkunst en is het essentieele gedeelte van het vak, waarbij de apotheker als tusschenpersoon optreedt tus-schen arts en zieke. Op hare juiste beoefening steunt zoowel de arts bij zijne pogingen om ziekten te bestrijden, als de zieke in zijn vertrouwen op de hulp van den arts.

Blijft het voor den arts in het algemeen nuttig en ge-wenscht, dat hij geen vreemdeling is in de pharmaceutisehe recepteerkunst, onder onze geneeskundige wetgeving is het een vereischte, dat hij haar in haar geheelen omvang kent. De wet toch geeft hem onbeperkte vrijheid op plaatsen, waar geen apotheek gevestigd is, geneesmiddelen af te leveren, en dus aldaar als apotheker op te treden. Zelfs op plaatsen, waar ééne apotheek gevestigd is, kan hij daartoe vergunning erlangen. De geneesmiddelen moeten door hem zeiven of onder zijn toezicht door een bevoegd hulppersoneel (apothekers-bediende der tegenwoordige, hulp-apotheker of leerling-apotheker der vorige, of apothekers-bediende der oude

1

-ocr page 14-

2

wet) worden gereed gemaakt. Met recht eischt de wet dan ook, dat voor het verkrijgen van de bevoegdheid als arts bij het praktisch eindexamen voldoende bewijzen moeten gegeven worden van bekwaamheid in het gereedmaken van recepten.

§ 3. De enkelvoudige en samengestelde geneesmiddelen (medicamina, medicamenta), die in de Pharmacopoea beschreven worden, heeten offleinale middelen. De apotheker is verplicht een tal dier middelen steeds voorhanden te hebben, terwijl de overige niet verplichte middelen eveneens aan de eischen der Phann. moeten beantwoorden en naar hare voorschriften bereid worden.

De arts, tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd, behoeft slechts een gering aantal middelen, hem door de wet aangewezen, in voorraad te houden. Hij wordt echter van zelf gedrongen dezen voorraad uit te breiden.

§ 4. Behalve de geneesmiddelen der Pharmacopoea en de telkens nieuw aan- en ingevoerde, vindt men in de apotheken nog vele middelen, vroeger officinaal, thans grooten-deels in onbruik geraakt, maar door enkele artsen boven de nieuwere verkozen of door het publiek somtijds als huismiddelen verlangd. Deze heeten obsolete middelen.

§ 5. Voor de namen der artsenijmiddelen en in het algemeen bij het voorschrijven bedienen zich de geneeskundigen bij ons, even als in de meeste landen, van de Latijnsche taal. Vele geneesmiddelen zijn onder meer dan één naam bekend, namelijk onder een nieuwen wetenschappelijken of offleieelen naam en één of meer oudere of offieinale namen, gegrond op uiterlijke eigenschappen of soms ontleend aan het toeval. De wet eischt, dat de voorwerpen, waarin de geneesmiddelen in de apotheken bewaard worden, den offleieelen en den meest gebruikelijken offlcinalen naam duidelijk tot opschrift hebben. De artsen bezigen bij het voorschrijven der geneesmiddelen bij voorkeur den meest gebruikelijken

-ocr page 15-

3

officinalen naam. Zoowel voor arts als apotheker is het echter dringend noodig, de synoniemen te kennen, ten einde mogelijke vergissingen te vermijden. Aan het einde van dit werk wordt eene lijst van de meest bekende synoniemen gevonden.

De oude alchymistische teekens zijn gelukkig geheel in onbruik geraakt.

§ 6. De artsen zijn bij het voorschrijven der geneesmiddelen meestal gewoon de woorden af te korten (te abreviëeren) en slechts zooveel syllaben te schrijven, als noodig zijn, om toch nog voor den apotheker verstaanbaar te blijven. Het gebruik van enkele letters is af te keuren, alsook abreviaties, waardoor twijfel kan ontstaan bijv. bij de nieuwere benamingen : chloretum hydrargyrosum en chloretum hydrargyricum, of bij de oude benamingen voor deze geneesmiddelen: murias hydrargyri oxydulati en murias hydrargyri oxydati. De abreviaties: „chloret. hydrargyr.quot; of „mur. hydrarg. oxyd.quot; zouden den apotheker in tweestrijd brengen, welk der beide middelen bedoeld werd, die zoo zeer in werking verschillen.

De gewoonte komt hier den apotheker zeer tegemoet, doch hij mag nooit een geneesmiddel afleveren, indien hij den minsten twijfel omtrent de bedoeling van den geneeskundige koestert. In de recepten, die in de derde af deeling van dit werk voorkomen, zal men de meest in zwang zijnde abreviaties der geneesmiddelen vinden.

§ 7. Sinds 1 Januari 1872 is het metriek of grammen-gewicht in ons land als wettelijk gewicht in de geneeskunst ingevoerd. Het is raadzaam, dat de geneeskundigen hierbij enkel de uitdrukkingen gram en milligram bezigen. Ook is aan te bevelen het woord gram niet te abreviëeren als gr., wegens de verwisseling met het oude grein; verder, indien men onderdeelen van het gram verlangt, deze niet als fracties van het gram, maar, in overeenstemming met

1*

-ocr page 16-

4

de wettelijk voorhanden gewichten ©n de daarop geplaatste cijfers in de Nederlandsche apotheken, in milligrammen uit te drukken; dus bijv. niet te schrijven 0,12 of gramm. 0,12, maar müligramm. (of milligr.) 120.

De gewoonte is hierbij echter reeds veel te hulp gekomen en nadat het grammengewicht zoolang in gebruik is, blijkt het geen bezwaar op te leveren, het woord „gramquot; na te laten, en, indien grammen zonder onderdeelen voorgeschreven worden, dezen aan te duiden door achter het cijfer eene komma en eene nul te plaatsen, bijv. 1,0, 10,0 enz.; komen er fracties bij het gram, dezen door 3 decimalen uit te drukken, bijv. 1,200, 10,500 enz., de milligrammen door eene 0 met komma en daar achter 3 decimalen, bijv. 0,120. Bij minima hoeveelheden schrijft de voorzichtigheid voor, het woord milligram vóór het cijfer der hoeveelheid te plaatsen, bijv. milligr. 10 enz.

Nog hebbe de geneeskundige er op te letten, dat de apotheker slechts gewichten van 1, 2 en 5 gram (met hunne veelvouden en onderdeelen) tot zijne beschikking heeft, althans wettelijk behoeft te bezitten. De geneeskundige schrijve dus zooveel mogelijk hoeveelheden voor, die daaraan beantwoorden, om den apotheker het afwegen gemakkelijk te maken. Met betrekking tot de doses is zulks bij mixturen lichtelijk te vinden, door het volumen der vloeistof naar verhouding te vermeerderen of te verminderen (bijv. 1, 2 of 5 gram dei-ingrediënten tot 10, 15, 20_, 25, 50, 250, 500 gram enz. vloeistof); bij pillen en poeders, door dezen ten getale van de veelvouden der cijfers 1, 2 of 5 (bijv. 5, 10, 20, 25, 50, 100 enz.) voor te schrijven.

Dewijl de geneeskundigen niet verplicht zijn het grammen-gewicht op hunne recepten te bezigen en enkele oudere zich nog van het oude medicinaal gewicht blijven bedienen, merken wij nog op, dat daarbij in den regel de gewichten

-ocr page 17-

5

met letters, de gewichtshoeveelheden met Arabische cijfers worden geschreven, bijv. unc. 2, dr. 3. scr. 4, gr. 5. Zeer enkelen gebruiken nog van oudsher teekens voor de gewichten en Eomeinsche cijfers Yoor de gewichtshoeveelheden, bijv- o i 3 i i j; 9 i V, gr. V.

De apothekers mogen echter het oude medicinaal gewicht niet meer in hunne apotheken voorhanden hebben of gebruiken, en zijn dus steeds verplicht de hoeveelheden, die in oud medicinaal gewicht op de recepten uitgedrukt zijn, tot die in grammengewicht te herleiden.

§ 8. De indeeling van het metriek gewicht is als volgt:

1 Kilogram, Kilogramma, Kilogr., bevat 10hectogrammen.

1 Hektogram, Hectogramma, Hectogr., bevat 10 deka-grammen.

1 Gram, Gramma, Grarnm., bevat 10 decigrammen.

1 Decigram, Decigramma, Decigr., bevat 10centigrammen.

1 Centigram, Centigramma, Centigr., bevat 10 milligr.

1 Milligram, Milligramma, Milligr. is dus het \'/„ooSte gedeelte van het gram.

In de Nederlandsche apotheken komen enkel gewichten voor met de benamingen: kilogram, hektogram, dekagram, gram, milligram.

Het kilogram is het gewicht van een kubieken decimeter, het gram het gewicht van een kubieken centimeter gedestilleerd water bij -|- 4° C.

De indeeling van het oude medicinaal gewicht was:

Het medicinaal pond, libra, Ibr., bevat 12 oneen.

Het once, uncia, unc., 8 drachmen.

Het drachme, drachma, dr., „ 3 scrupels.

Het scrupel, scrupulus, scr., „ 20 greinen.

De verhouding tusschen het grammengewicht en het oude medicinaal gewicht is als volgt:

-ocr page 18-

6

1 Kilogram is gelijk aan 15360 grein of 32 med. oneen. 1 Hektogram is „ „ 1536 grein, benaderd 3 med. oneen. 1 Dekagram „ „ „ 153,6 grein, benaderd 2 J/2 drachme. 1 Gram „ „ „ 15,36 grein, benaderd 15 grein. 1 Milligram „ „ „ 0,01536 grein, benaderd 0,015 grein.

Omgekeerd is:

1 Medicinaal pond gelijk aan % kilogram of 375 gram. 1 once benaderd gelijk aan 32 gram.

1 drachme benaderd gelijk aan 4 gram.

1 scrupel „ „ „ 1,3 gram of 1300 milligram. 1 grein „ „ „ 0,065 gram of 65 milligram.

Bij deze verhouding drukken wij op het woord benaderd. De juiste verhouding zou, bij de reductie van het medicinaal gewicht tot grammengewicht voor de receptuur, in de praktijk niet uitvoerbaar zijn. In de herleidingstabellen, bij ministeriëele beschikking vastgesteld, wordt naast de juiste herleiding de benaderde herleiding aangegeven, die tot dat doel kan worden gevolgd.

Wij plaatsen de tabellen met de benaderde herleiding aan het einde van het werk.

De balansen (geelkoperen) bij de receptuur in gebruik, moeten natuurlijk nauwkeurig zijn. Voor de kleine gewichten heeft men afzonderlijke balansen. Dat hierbij echter geene fijne scheikundige of analytische balansen kunnen gebruikt worden, is eiken practicus bekend. Zij zouden te veel tijd rooven bij de receptuur. Eene goede fijne balans voor de receptuur zal echter bij behoorlijke belasting op 1 milligram moeten doorslaan (op 10 milligram zeer duidelijk). De gewone balans voor het afwegen van grootere hoeveelheden moet bij behoorlijke belasting minstens 200 milligram doorslaan. De weegschalen zijn voor de groote balansen van

-ocr page 19-

geelkoper, liefst met hoornen of caoutchouken dekstukken, bij de kleinere van glas, hoorn of zilver.

Van ouder dagen zijn nog somtijds eenige termen in gebruik, om zonder afwegen zekere hoeveelheden te bepalen. Wegens hunne onzekerheid verdienen zij echter geheel in onbruik te geraken, bijv.:

fasciculus, een bundel, omstreeks 30 gram;

manipulus; een handvol, omstreeks 15 gram;

pugillus, een greep of zooveel als men tusschen drie vingers kan vatten, omstreeks 2 gram.

§ 9. Medicinale maten zijn wettelijk bij ons niet bekend. Wel vindt men bij het grammengewicht, even als vroeger bij het oude medicinaal gewicht, in de apotheken ingedeelde glazen, porseleinen of tinnen maten, waarop de inhoud staat vermeld, maar deze slaat enkel op het gewicht van gedestilleerd water. Voor stropen en oliën heeft men maatjes, waarvan de inhoud met het gewicht correspondeert. Bij het groot verschil in de soortelijke gewichten der vloeistoffen is het noodig ook de vloeibare geneesmiddelen af te wegen.

Dewijl de wijze van gebruik der drankjes gewoonlijk bij lepels of kopjes wordt opgegeven, voegen wij hierbij, dat

1 kopje vloeistof wordt geschat op 120 gram, 1 eetlepel „ „ „ „15 gram,

1 theelepel „ „ „ „ 4 gram.

Het invoeren van juist ingedeelde medicijnkelken is hoogst wenschelijk, dewijl de arts de doses op bovengenoemde verhoudingen berekent, terwijl het verschil in de grootte van kopjes en lepels deze berekeningen vaak grootendeels doet falen.

Kleine hoeveelheden vloeistof worden in droppels bepaald. Deze bepaling is echter zeer onzeker, daar, naar gelang van

-ocr page 20-

8

de temperatuur en de wijdte en dikte van den rand van het glas, zelfs bij eene en dezelfde vloeistof het aantal droppels zeer afwisselt met betrekking tot eene aangegeven gewichts-hoeveelheid. Het gevaar is hier zooveel te grooter, omdat hét gewoonlijk sterk werkende geneesmiddelen zijn, die in den droppelvorm worden voorgeschreven.

Derhalve mag men nooit in de receptuur, wanneer de droppels «ener vloeistof zijn voorgeschreven, daarvoor een gewicht geven, berekend naar de aangenomen verhouding van 16 droppels op 1 gram (60 droppels op 1 drachme). Dit is alleen waar voor gedestilleerd water en dan nog bij eene behoorlijke afmeting der opening van het fleschje, waaruit men droppelt, en bij eene temperatuur van 15° C. — Le-baigue toch heeft opgegeven, dat voor een en hetzelfde vocht het gewicht der droppels in eene rechte reden staat tot den geheelen diameter van de uitdroppelingsbuis en dat de vermeerdering is 13 milligram per millimeter. Hij heeft afzonderlijke droppelfleschjes vervaardigd, waarvan men hier afbeeldingen vindt.

Droppelfleschjes, op hetzelfde beginsel gegrond, doch in

-ocr page 21-

9

een anderen vorm, zijn in den laatsten tijd in de receptuur en bij het uitreiken der artsenijen in gebruik gekomen.

Om het groote verschil aan te toonen tusschen het gewicht van droppels water en dat van die van andere vloeistoffen, geven wij het navolgend vergelijkend lijstje op, waarbij tot grondslag heeft gediend een droppelfleschje, hetwelk bij 15° C. van 1 gram water 16 droppels levert.

Gram

gedestilleerd water

=

16 droppels.

n

acetum lithargyri

=:

12

V

acidum phosphoricum

=

13

V

acidum sulphuric, dilut.

=

16

J7

aether

=

50

n

aether aceticus

32

V

chloroform

=

32

v

elixir acidum Halleri

=

25

V

kreosotum

25

V

oleum anisi

-

25

V

--cajuputi

=

25

77

—— caryophyllorum

=

20

7t

77

—— crotonis

-----

25

n

77

--foeniculi

=

25

n

77

--menthae

=

25

»

77

--terebinthinae

=

25

77

77

solutio arsenic. Fowleri

=

16

77

77

solutio chloreti ferrici

=

10

77

77

spiritus nitri dulcis

=

32

77

77

spiritus (van 0,8-30)

=

40

77

77

spiritus (van 0,880)

=

25

77

77

tincturae spirituosae

=

25 a 30

77

77

tinctura ferri cydoniata

=

18

77

77

vinum stibiatum

20

77

77

vimun opii

22

77

77

vinum opii aromaticum

- -

20

77

-ocr page 22-

10

In het algemeen kan menstellen, dat van aether houdende vloeistoffen 30 droppels, van spiritueuze vloeistoffen en van die vluchtige oliën, welke lichter dan water zijn, 25 droppels, van vluchtige oliën, zwaarder dan water, 20 droppels, van waterige vloeistoffen, lichter dan water, 20 droppels, van die echter, welke zwaarder dan water zijn, 15 of minder droj^els op 1 gram komen.

§ 10. In onderscheiding van de voorschriften voor de artsenijmiddelen, die in de apotheken in voorraad worden gehouden, officinale for muien, formulae officinales, noemt men do voorschriften, die door de geneeskundigen voor elk afzonderlijk geval bij zieken worden afgegeven, magistrale formulen, formulae magistrales s. medieae s. extemporaneae, of gewoonlijk recepten (ordonnanties, praescripties).

§ 11. Als het geschiktste formaat voor recepten dienen bijna algemeen papieren strooken, verkregen door een kwartblad in 3 of 4 gelijke deelen te verdeelen. In den laatsten tijd zijn bijzonder daartoe ingerichte boekjes met aangeriste receptpajneren (bloc-notes) in gebruik gekomen, waarbij tevens gelegenheid bestaat verkort afschrift van het recept te nemen.

§ 12. Een recept is op de volgende wijze ingericht. Bovenaan staat de datum, waarbij door sommigen de plaats gevoegd wordt, waar zij het recept schrijven (Inscriptio). Dan begint de eerste regel met Rv:, Ep., Ree. of K. als verkorting van „Recipequot;, „Neemquot; (Praepositio). Vervolgens schrijft men een weinig van den linker rand van het papier af de namen der artsenijmiddelen en hunne gewichtsbepalingen (Praescriptio seu Vesignatio materiarum) en, zoo noodig, eene opgave van de wijze van toebereiding en uitreiking (Subscriptio). Nu volgt de aanwijzing van het gebruik (Signatura), vóór welke in de meeste gevallen komt te staan: M. D. S. (Misce, Detur; Sig-netur, — Da, Signa — Misceantur, Dentur, Signentur; —

-ocr page 23-

11

meng, geef, teeken; zij worden vermengd, gegeven, geteekend.) Bij het voorschrijven van enkelvoudige middelen valt natuurlijk de M. weg en, wanneer de apotheker het gebruik niet behoeft bij te voegen, ook de S. — Een weinig lager komt de naam van den zieke (of een pseudoniem, een cijfer of N. N.), terwijl eindelijk het recept door den arts wordt geteekend of geparapheerd.

Als voorbeeld diene de volgende formule:

A........d. 9 XI 81 (Imcriptio.)

Praepositio f \\

Rp. I extr. chinae fuscae gramm. 5, J 1 — cascarillae gramm. 2. f Designatio / Solve in \\ Prae-

materiarurn. J aquae destillatae gramm. 120; 1 scriptio. j adde \\

\\ syrupi simplicis gramm. 30. J M. D. ad vitrum album (Subscriptio).

S. Viermaal daags een halve eetlepel (Signatura). Het gebruik wordt gewoonlijk in het Nederduitsch opgegeven ; sommige artsen bezigen hiervoor echter ook de Latijn-sche taal, zoo in het bovenstaande geval: „quater de die cochlear dimidium.quot; Bij het opschrijven van het gebruik in het Latijn worden vaak abreviaties gemaakt, soms enkele letters gebezigd, bijv.

O. h. c. (ommi hora cochlear), alle uren een lepel; juister: S. h. c. (singulari hora cochlear), om het uur een lepel.

O. b. h. c. (omni bihorio cochlear), alle twee uren een lepel; juister: S. b. h. c. (singulari bihorio cochlear), om de twee uren een lepel.

4 d. d. c. p. (quater de die cochlear parvum), viermaal daags een theelepel.

U. n. of U. c. (usus notus of usus cognitus), gebruik bekend.

-ocr page 24-

12

U. e. (usus externus), uitwendig gebruik.

U. a. (ut ante), als voren.

P. c. (post coenam), na den maaltijd.

Verder zijn gebruikelijke abreviaties op recepten:

aa voor ana, van elk evenveel.

Div. (of D.) in p. aeq. voor Divide in partes aequales, verdeel in gelijke deelen.

Disp. voor Dispensentur, zij worden gegeven of uitgereikt. 1. a. voor lege artis, naar de regelen der kunst.

lag. voor lagena, flesch.

M. P. voor Misce. Fiat, of Misceantur. Fiant, men menge en make.

m. pil. voor massa pilularis, pillenmassa.

q. pl. voor quantum placet, zooveel men verlangt, q. 1. voor quantum libet (luhet), zooveel men verkiest, q. s. voor quantum satis of quantum sufficit, zooveel als genoeg is.

q. v. voor quantum vis, zoo gij wilt.

s. a. voor secundum artem, volgens de kunst.

s. q. voor sufficiens quantitas of sufficiente quantitate, eene voldoende (in eene voldoende) hoeveelheid.

solv. voor solvatur, solvantur, solve, worde, worden opgelost, los op.

scat, voor scatula, doos.

oil. voor olla, pot.

tct., tr. of tinct. voor tinctura, tinctuur.

vitr. voor vitrum of vitro, flesch of in eene flesch; bijv. 1). ad vitr., geef het in eene flesch, enz.

§ 13. De arts schrijft op het recept of slechts één geneesmiddel, enkelvoudige artsenij, èf een mengsel van meerdere geneesmiddelen, samengestelde artsenij. In laatsc-genoemde worden onderscheiden:

-ocr page 25-

13

a. de basis , het hoofdmiddel;

b. het adjuvans, het ondersteunend middel;

c. het constituens seu vehiculum, het vormgevend of omwikkelend middel;

d. het corrigens, het verbeterend middel, voornamelijk van smaak of reuk.

In het voorbeeld bij § 12 is extractum chinae fuscae de basis, extractum cascarillae het adjuvans, aqua destillata het constituens en syrupus simplex het corrigens. Het is echter slechts bij weinig recepten mogelijk, de bestanddeelen zoo juist van elkander te onderscheiden. Dit is ook niet volstrekt noodig. Uitgenomen de basis, kan de arts het een of ander middel weglaten, hij kan meerderen van eene categorie opnemen of ook een middel tot meerderlei doel bestemmen. Het is echter den geneesheer aan te bevelen, zoo eenvoudig mogelijk voor te schrijven. Hij is dan veel zekerder omtrent de werking der afzonderlijke artsenijmiddelen op het zieke lichaam, zoowel wat de intensiteit als de kwantiteit betreft. Het homoeopathisch stelsel van Hahnemann geeft bij zijne vele overdrijvingen hier een nuttigen wenk.

§ 14. De arts zorge zooveel mogelijk voor een goeden smaak en reuk en ook voor een goed uiterlijk voorkomen dei-artsenijen. In het tegenovergestelde geval verliest de patiënt al lichtelijk het noodige vertrouwen op het geneesmiddel, of hij gevoelt daartegen in het een of ander opzicht bepaalden tegenzin (idiosyncrasie). Men kan in het algemeen stellen, dat de zure, alcalische, zoute of scherpe smaak door zoete of slijmige zelfstandigheden, de bittere, flauwe of walgelijke smaak door specerijachtige (aromatische), aetheerische olie bevattende, zure of spiritueuze middelen verbeterd wordt.

Zoete corrigentiën zijn: saccharum, mei, maar vooral succus liquiritiae.

-ocr page 26-

14

Slijmerige corrigentiën: radix althaeae, radix saleh, cara-gheen, gummi arabicum, tragacantha enz.

Zure corrigentiën: acetum, rob ribesiorum, syrupus rubi idaei, syrupus rnororum enz.

Specerijachtige corrigentiën: aqua cinnamomi, aqua naphae, aqua menthae crispae en pipe.ritae. Deze, benevens specerijen , aether, chloroform, aromatische tincturen, stropen, aetheeri-sche oliën en oliesuikers (elaeosacchara) dienen tevens als corrigentiën van den reuk.

§ 15. De apotheker zorge bij het zoo nauwkeurig mogelijk gereedmaken der recepten voor eene nette aflevering dei-artsenijen. Over den vorm (cilinder, karaf, amplet) der witte of groene flesschen (voor artsenijmiddelen, die door het licht ontleding ondergaan, zwarte of gele), waarin de mixturen enz. worden afgeleverd, moge verschil van opvatting zijn (hoewel tegenwoordig bijna algemeen de cilindervorm aangenomen is), de grootste reinheid moet altijd op den voorgrond staan. De grootte der flesch moet zooveel mogelijk in verhouding zijn tot den omvang der mixtuur, zoodat de vloeistof niet tot boven aan de kurk reikt, maar ook niet de flesch slechts voor 3/j of voor de helft vult. De flesch moet nauwkeurig uiten inwendig zijn schoongemaakt, zoodat er zich aan de kanten geen strootjes of stofjes bevinden, die in de vloeistof geraken, niet het minste aanzetsel aan den bodem gevonden wordt enz. Ook moet men zich vooraf goed overtuigen, dat zij niet het geringste barstje bevat. Vóór de aflevering van het geneesmiddel wordt de flesch nog eens met schoon water afgespoeld en goed afgedroogd.

Voor het afleveren van uitwendige geneesmiddelen zijn flesschen van bijzonderen vorm (aan de eene zijde plat met het woord „uitwendigquot; ingebrand) in gebruik.

De sluiting geschiedt met eene nauwkeurig passende kurk, zoodat de flesch kan worden omgekeerd, zonder dat

-ocr page 27-

15

een droppel op de daaronder gehouden hand valfc. Men kieze de kurk altijd liever iets te groot, zoodat zij met eenige moeite in den hals der flesch wordt gedreven, waarbij men de flesch tusschen duim en wijsvinger der linkerhand houdt en met de rechterhand de kurk, al draaiende, tot hare halve lengte inbrengt. Wegens het mogelijk breken der flesch is het gevaarlijk, haar bij de sluiting met de kurk met de ge-heele linkerhand te omvatten; daarom verrichte men ook de sluiting steeds boven de werktafel of recepteerbank en niet boven den kurkenbak. Hoewel het in den tegenwoordigen tijd overbodig kan geacht worden, mogen wij om der volledigheid wille niet zwijgen van de walgelijke gewoonte, om eene kurk van te grooten omvang voor de sluiting geschikt te maken, door haar tusschen de tanden te knauwen, zoodat de indruksels der tanden zichtbaar blijven. Wij vertrouwen, dat elk onzer lezers van de onwelvoegelijkheid dezer handeling is overtuigd en in het gegeven geval den doelmatig ingerichten kurkenknijper of de kurkentang te baat neemt. Over de kurk heen wordt gekleurd of zoogenaamd goudpapier (papier met geelkoper, hetwelk dringend verbetering of vervanging vereischt), naar de gewoonte der apotheek en den stand van den patiënt, sierlijk gevouwen, deze kap onder (in enkele gevallen boven) den hals der flesch met wit of gekleurd bindtouw gebonden en verder opgetoomd. In enkele gevallen, bij geneesmiddelen, die de kurk aantasten, is het noodig eene flesch met glazen stop (vitrum epistomio vitreo) te gebruiken of de kurk met perkament-papier te omgeven.

Het gebruik van het middel wordt geschreveli op zoogenaamde signaturen, tot wier sierlijke uitvoering de lithogra-phie genoegzame gelegenheid aanbiedt. Voor inwendige geneesmiddelen dienen signaturen van stevig wit, voor uitwendige van blauw papier. Op deze signaturen staat net

-ocr page 28-

16

en duidelijk de naam van den zieke (of een pseudoniem of een cijfer), het gebruik van het geneesmiddel (niet met cijfers, maar ook de getallen in letters), de datum en, zoo hij niet reeds gedrukt op het signatuur aanwezig is, de naam van den apotheker. Op de blauwe signaturen schrijft men het duidelijkst met een witten inkt, uit fijn loodwit, gom en karnemelk bereid. Van ouds worden deze signaturen als langwerpige, vooruitstekende strooken onder het kapje dei-kurk met bindtouw aan de flesch gehecht. In vele apotheken bezigt men echter thans aan den achterkant gegomde signaturen , die na bevochtiging tegen den wand der flesch worden vastgekleefd. Hieraan is ontegenzeggelijk het voordeel verbonden, dat het signatuur niet van de flesch verloren kan gaan. Het signatuur wordt door den receptarius vóór het gereedmaken van het recept geschreven, opdat het den noodi-gen tijd tot drogen hebbe. Dadelijk echter; nadat het geneesmiddel gereed is, wordt het daaraan vastgehecht. Vergissing kan niet uitblijven, indien men meerdere artsenijen eerst gereed maakt en dan na elkander met de signaturen voorziet.

Poeders, in witte papieren (poederpapieren) verdeeld, die net en nauwkeurig dichtgemaakt zijn, zoodat er bij schudding geen deeltjes uitvallen, worden meestal in schuif- of klep-doozen (convoluten) afgeleverd (vroeger altijd en ook nu nog soms in gekleurde of witte papieren). In sommige gevallen, bijv. bij sterk riekende stoffen, worden de poeders afgeleverd in gewast papier (charta cerata), in perkamentpapier (charta pergamenea) of in paraffinepapier (charta paraffinata) en verder in eenfe flesch met wijde opening, die met eene glazen, houten of kurken stop gesloten is. Voor onverdeelde poeders bezigt men kartonnen doozen. De ouwelpoeders (capsulae amylaceae) worden in verlengde doozen of busjes afgeleverd.

Pillen worden in platte ronde doozen afgeleverd, waarbij

-ocr page 29-

17

men zorg drage, dat de doos altijd groot genoeg zij, om te verhoeden, dat bij het sluiten van het deksel de pillen gedrukt worden en haar vorm schade lijdt. In vele gevallen, bijv. bij vluchtige of hygroscopische bestand deelen, wordt ook voor pillen eene aflevering in fleschjes met wijde opening (pillenfleschjes), soms van donker of gekleurd glas vereischt. Deze fleschjes worden met eene kurk gesloten, die aan een houten deksel verbonden kan zijn, waarop gelegenheid voor het schrijven van het signatuur bestaat.

Bij de doozen voor poeders en pillen zij men bedacht niet dezulken te bezigen, welke met groen, arsenik-koperkleurstof bevattend papier zijn bekleed.

Voor species enz. worden zakken van wit glad papier gebezigd. Geleien, electuariën en zalven worden afgeleverd in witte potten of in flesschen met wijde opening. De potten worden eerst met perkamentpapier (geen dierlijke blaas meer) of een plaatje caoutchouk en dan verder met papier (voor uitwendige geneesmiddelen blauw), geschikt voor het opschrijven van het gebruik, bedekt. Ook zijn in gebruik zalfpotten met houten deksels of in opzettelijk daarvoor ingerichte kartonnen doozen.

Orde, oplettendheid en netheid zijn hoofdvereischten bij de receptuur. Al de bijzonderheden daartoe betrekkelijk laten zich niet beschrijven, maar de groote waarde dezer vereisch-ten wordt den receptarius dagelijks door de ondervinding bevestigd.

§ 16. Middelen, die elkander wederkeerig ontleden, mogen niet in één artsenijvorm worden gebracht, tenzij de bedoeling is, dat het product der ontleding als geneesmiddel diene. Kennis der scheikundige processen leidt hier den geneeskundige op den rechten weg, en bij het gereedmaken der recepten is het diezelfde kennis, welke den apotheker de doelmatigste wijze aan de hand geeft, om de geneesmiddelen naar

2

-ocr page 30-

18

hun aard opvolgend bijeen te voegen. Van onmiskenbare beteekenis is dus voor de receptuur kennis der scheikundige grondbeginsels.

In het algemeen gelden de volgende regels.

Men schrijve bij basen geen zuren, iood, chloor, vetten of balsems voor.

Bij zuren geen basen, basische zouten, neutrale (normale) wijnsteenzure zouten, zeepen of zwavelmetalen.

Bij zouten geen basen, zuren, zeepen of andere zouten, die eene wederzijdsche ontleding zouden doen plaats grijpen. Het gemakkelijkst worden metaalzouten ontleed, eenige reeds door organische stoffen, toetreding van dampkringslucht en licht.

Bij sterk oxydeerende stoffen geen oxydeerbare; dus bij ontplofbare geen brandbare.

Bij vette oliën geen basen of minerale zuren.

Bij gomslijm geen zelfstandigheden, die het doen stremmen, zooals sterke zuren, nitras argenticus, borax, acetum lithargyri, chloretum ferricum of spiritus.

Bij het gereedmaken der recepten geve de apotheker acht, geene gereedschappen te bezigen, die van invloed op de geneesmiddelen kunnen zijn, bijv. geen koperen bij zuren of zouten, geen ijzeren of blikken, wanneer looizuur of looizuur-bevattende stoffen in het recept voorkomen.

Nog moet opgemerkt worden, dat sterke wrijving vermeden moet worden, indien soms ontplofbare zelfstandigheden, bijv. chloras kalicus of penuanganas kalicus, met brandbare, bijv. zwavel of hypophosphiten of glycerine, in het recept voorkomen; in het algemeen, dat zelfstandigheden, die scheikundige werking op elkander kurmen uitoefenen, zoo ver mogelijk van elkander verwijderd en eerst, na elk afzonderlijk zoo verdund mogelijk te zijn, gezamenlijk behandeld worden.

-ocr page 31-

19

§ 17. Nog is op te merken, dat de meeste organische kleurstoffen door basen, zuren en vele zouten veranderd en door chloor ontleed (ontkleurd) worden.

Zoo wordt de roode kleur (bijv. van mixturen met syrupus rubi idaei of rhoeados) door zuren donkerrood, door alcaliën bruin of groen.

De hlauwe kleur (bijv. van mixturen met syrupus violarum) wordt door zuren rood, door alcaliën groen of geel.

De gele kleur (bijv. van infusum rhei) wordt door alcaliën roodbruin.

Eindelijk verdient hierbij nog vermelding de bijzondere verkleuring , die sommige geneesmiddelen óf dadelijk of na eeni-gen tijd ondergaan. Zoo worden looizuur-bevattende geneesmiddelen bij aanwezigheid van ijzerzouten (ferridzouten) dadelijk blauwzwart of groenzwart (bijv. tinctura cinnamomi met solutio chloreti ferrici) door de vorming van looizuur ijzeroxyde (ferridtannaat); aqua naphae wordt in tegenwoordigheid van sterke zuren (acidum sulphuricum, nitricum, phosphoricum) weldra rozerood, waarschijnlijk door eene tweede vluchtige olie in het destillaat van versche flores naphae; het eerst kleurlooze mengsel van spiritus nitri dulcis met spiritus aromaticus wordt na eenigen tijd staan geel, wegens oxydatie van de vluchtige oliën, die zich in den spiritus aromaticus opgelost bevinden, door het salpeterigzuur van den spiritus nitri dulcis (nitris aethylicus cum alcohole); een mengsel van acidum tannicum met bicarbonas natricus, gummi arabicum en aqua destillata wordt na eenigen tijd zwartbruin, ook dan wanneer alles ijzervrij is, door een immer voorkomend gehalte van galluszuur in het looizuur, hetwelk in tegenwoordigheid van alcaliën in de lucht bruin wordt; eene oplossing van iodium in aetheerische olie wordt na eenigen tijd kleurloos, doordien het iodium, in de bestand-deelen der olie intredend, een kleurloos substitutieproduct

-ocr page 32-

20

vormt; een mengsel van eene harsbevattende tinctuur, bijv. tinctura composita Whytii, met water is bij eene hoogere temperatuur veel minder troebel dan bij eene lagere, bijv. meer in het koude, dan in het warme jaargetijde, omdat de afgescheiden harsen beter in warmen dan in kouden verdunden spiritus oplosbaar zijn, oleum menthae piperitae wordt met chloralhydraat of met iodoform rozerood enz. In andere gevallen wordt de reuk van sterk riekende stoffen door bijvoeging van andere zelfstandigheden geheel weggenomen, bijv. die van muskus door sulphur auratum of door secale cornutum, zelfs door sulphas chinini.

Zoowel geneeskundige als apotheker moet zooveel mogelijk met deze bijzonderheden bekend zijn, eerstgenoemde omniet dadelijk een ongunstig oordeel omtrent het gereed gemaakte geneesmiddel te vellen, wanneer het zich in uiterlijke eigenschappen anders vertoont, dan hij van de door hem voorgeschreven middelen verwacht, laatstgenoemde, om ongegronde aanmerkingen van geneeskundigen of van het publiek te kunnen weerleggen en het noodige vertrouwen te behouden of te versterken.

§ 18. Benevens de keus van het middel, is de bepaling der dosis eene hoofdzaak op het recept. Wij zullen in het bijzonder gedeelte bij de geneesmiddelen de doses opgeven, door dr. Knebuseh gesteld, waar noodig gewijzigd volgens onze Pharm. Is bij sterk (heroïsch) werkende geneesmiddelen het, ook in de Pharm. opgegeven, maximum der dosis (hetwelk wij met een dik cijfer zullen aanwijzen) door den arts op het recept overschreden, zonder dat hij dit door het teeken ! aangegeven heeft, dan is de apotheker verplicht nadere inlichting te vragen.

Bij deze opgegeven doses voegt Knebuseh de volgende opmerkingen. De doses zijn berekend voor volwassenen tot het 60ste jaar. Zij worden gewijzigd:

-ocr page 33-

21

a. Naar den ouderdom:

tot

drie maanden

/,0

V

één

jaar

\'/12

V

twee

7?

Vs

V

drie

?gt;

Vo

n

vier

»

Vs

V

zes

n

\'/4

n

acht

77

\'/3

v .

twaalf

77

\'A

n

achttien

77

3/4

over

de zestig

77

3/4

der geheele dosis.

Kinderen verdragen van metaalaardige middelen (calomel, sulphur auratum, oxyduni zincicum), purgeermiddelen en uitwendige middelen betrekkelijk meer, van narcotische, specerijachtige en spiritueuze middelen betrekkelijk minder, — oude menschen van specerijachtige en spiritueuze middelen gewoonlijk veel meer.

h. Naar het geslacht. Aan volwassen vrouwen geeft men slechts % der volle dosis, gedurende de menstruatie en zwangerschap slechts V.2 dosis.

c. Naar het temperament. Het choleerisch temperament verdraagt slechts kleine doses, het sanguinisch groo-tere, het melancholisch nog grootere en het phlegma-tisch de grootste dosis.

d. Naar de wijze van aanwending;

in lavement de dubbele dosis (behalve bij narcotica, die, door den endeldarm ingebracht, zeer sterk werken en dus slechts in kleine doses mogen worden toegediend); in baden de 40 tot 60 voudige dosis;

in suhcutane (onderhuidsche) injectie % der dosis.

e. Naar de pharmaceutische bereiding:

in het extract \'/2;

-ocr page 34-

22

in de tinctuur 11/2;

in decoctum en infusum 2—3;

in maceratie 3—5.

§ 19. De geneeskundige houde de middelmaat in het voorschrijven der hoeveelheid van een geneesmiddel. Van geneesmiddelen, die spoedig bederven, worden slechts kleine hoeveelheden voorgeschreven. Een geneesmiddel, waarvan de geheele voorgeschreven hoeveelheid in eens genomen wordt, heet een haustus.

§ 20. De geneeskundige schrijve de recepten zoo duidelijk mogelijk, liefst met inkt. Het, helaas maar al te veel voorkomend, onduidelijk schrift der geneeskundigen is eene ware kwelling voor den apotheker en zijn hulppersoneel, en geeft tot misvattingen aanleiding.

§ 21. In den regel gebruikt men voor elk recept een afzonderlijk papier. Wil men twee recepten op één papier schrijven, dan scheidt men ze gewoonlijk door het teeken \'P* (hetwelk ook wel door sommige geneeskundigen altijd boven hunne recepten wordt geplaatst). Minder doelmatig is ook op de andere zijde van het recept te schrijven, omdat zulks door den apotheker kan over het hoofd gezien worden, tenzij de geneeskundige op de zijde, waarop de datum staat, beneden „vertequot; (keerom), en aan de ommezijde bovenaan eveneens „vertequot; toevoegt.

§ 22. Verlangt de geneeskundige, dat een geneesmiddel herhaald wordt, dan schrijft hij op het recept: „Eepetaturquot;, „Itereturquot;, of „Reïtereturquot; medicamentum (het geneesmiddel worde herhaald), met invulling van den datum, waarop het geneesmiddel het eerst is gereed gemaakt.

Veelvuldig bestaat echter de gewoonte, voor eene vernieuwde gereedmaking van het geneesmiddel het signatuur van flesch, doos enz. in de apotheek te bezorgen. Naam

-ocr page 35-

23

en datum geven dan voldoende aanwijzing. Indien voor denzelfden zieke, op onderscheidene tijden van denzelfden dag, verschillende geneesmiddelen zijn afgeleverd, duidt men dit voor mogelijke iteraties op het signatuur aan door „manequot; (\'s morgens), „ante meridiemquot; (in den vóórmiddag), „meridiequot; (\'s middags), „vesperequot; (\'s avonds), „noctequot; (\'s nachts), en schrijft deze woorden tevens op de respectieve recepten.

Behoeft de apotheker er in den regel geene zwarigheid in te zien, zonder voorschrift van den geneeskundige een geneesmiddel opnieuw gereed te maken, bij sterk werkende middelen zal hij daaromtrent omzichtigheid moeten gebruiken en hetzij de hernieuwde gereedmaking zonder bepaald voorschrift van den geneeskundige weigeren of hem daarvan kennis geven. Vooral is deze voorzorg noodzakelijk gebleken bij het gereedmaken van subcutane morphine-injecties.

De geneeskundige kan zijn verlangen, dat het geneesmiddel niet zonder zijne voorkennis herhaald worde, uitdrukken door over het recept heen te schrijven: „Ne itereturquot;, het worde niet herhaald.

Verlangt de geneeskundige, dat in de iteratie een dei-ingrediënten door een ander vervangen wordt, dan duidt hij zulks aan door het woord „locoquot;, beter door „proquot;, (in plaats van), bijv.:

Iter: medicamentum ut dato ....

loco f)!. pro

syrupi papaveris syrupo papaveris

detur syrupus simplex.

Wenscht hij, dat een der ingrediënten weggelaten of eene mindere hoeveelheid daarvan in de artsenij gebracht wordt, dan geeft hij dit aan door „omittequot; (neem weg), bijv.:

-ocr page 36-

24

Rep: enz.;

omitte

laudanum liquiclum Sydenhami.

Rop: enz.;

omitte

laudani liquidi Sydenhami gtt. 10.

Somtijds acht de geneeskundige het noodig, bij het slechts gedeeltelijk opgebruikte geneesmiddel iets bij te voegen. Het restant wordt dan mede naar de apotheek gebracht (medica-mentum allatum) en de geneeskundige drukt zijn verlangen uit door op het recept te schrijven:

Adde medicamento allato bijv. laudani liquidi Sydenhami gtt. 10.

Wordt eene geringere of grootere hoeveelheid van het geneesmiddel verlangd, dan schrijft de geneeskundige: Deiur of Sumatur in dimidio of in dimidia \'parie, in duplo, triplo, quadruplo etc. (het worde gegeven, genomen in de helft, de dubbele, de drievoudige, de viervoudige hoeveelheid enz.) bijv. Rep: medicamentum ut dato etc.

Detur (Sumatur) in dimidia parte.

Detur (Sumatur) in 2 plo, 3 plo, 4 plo etc.

§ 23. Is het dringend noodig, dat de artsenij dadelijk wordt gereed gemaakt en afgeleverd, dan schrijft de geneeskundige op het recept boven bij den datum: „Statimquot;, „Citoquot; of „Citissimequot; (terstond, schielijk of zeer schielijk).

§ 24. De geneeskundige verzuime niet het recept nog eens goed na te lezen alvorens het af tt geven. Niemand is tegen schrijffouten verzekerd, vooral op de ziekenkamer, waar men soms met vragen wordt bestormd, en deze schrijffouten kunnen de nadeeligste gevolgen hebben.

De apotheker, die het recept ontvangt, leest het eerst met behoorlijke aandacht door, vóórdat hij zich tot het gereedmaken begeeft, maar ook nadat het gereed gemaakt is, her-

-ocr page 37-

25

leest de receptarius het recept nauwlettend, om na te gaan of hij ook de eene of andere vergissing of omissie heeft begaan, en vergelijkt eindelijk het geschreven signatuur met het aangegeven gebruik op het recept. Moet het recept dadelijk berekend worden, dan schrijft hij den gestelden prijs in cijfers of in bij de apotheek aangenomen teekens aan de linkerzijde; is de betaling contant, dan komt daaronder „solv.quot;

Nadat de artsenij is afgeleverd, wordt het recept gelias-seerd, om volgens de wet gedurende 20 jaren bewaard te blijven. Het is te verwachten, dat bij den slechten aard van het tegenwoordige papier de bewaring der recepten gedurende dit lange tijdsverloop hare beteekenis zal verliezen. Heeft de geneeskundige de gewoonte gehad met potlood te schrijven, dan zullen de recepten in dien tijd zeker wel geheel onleesbaar worden.

Hoewel het dagelijksch „inboekenquot; niet als vroeger dooide wet is voorgeschreven, achten wij dit, met alphabetische volgorde der patienten, ook voor de dadelijk betaalde recepten en voor die personen, welke niet tot de gewone clientele behooren (Varia), van uitstekend nut bij de dikwijls en soms na geruimen tijd verlangde iteraties der recepten, en het levert tevens een groot gemak op bij het opmaken der rekeningen.

Terwijl de wetgever aan de Nederlandsche apothekers voorschrijft, de oorspronkelijke recepten te bewaren en geheim te houden, geeft hij hun vrijheid van die recepten inzage en ook een afschrift te geven aan den geneeskundige, die ze voorschreef, of die den zieke behandelt, en aan den zieke zeiven. Deze afschriften (copieën geheeten) moeten nauwkeurig, met den datum van het gereedmaken en met den naam van den geneeskundige voorzien, en door den apotheker onderteekend zijn.

Ten einde een ander apotheker, aan wien de copie tot ge-

-ocr page 38-

26

reedmaken wordt aangeboden, in de gelegenheid te stellen ook het uiterlijk voorkomen der artsenij geheel te doen beantwoorden aan dat der eerst afgeleverde, worden op de copie al die bijzonderheden opgeteekend, welke daartoe kunnen strekken, bijv. bij pillen, niet het een of ander extract aangemaakt, de hoeveelheid van dit extract, het gewicht der massa, de wijze van aflevering enz. Bijzondere vermelding verdienen hier de narcotische extracten, waarvan de aard „aquosumquot; of „spirituosumquot; niet op het oorspronkelijk recept aangeduid is. De apotheker vermelde op de copie, welke soort van extract door hem afgeleverd is. Ook achten wij het hoogst wenschelijk, dat de afgever van de copie ter zijde of onderaan in het Latijn den prijs opteekent, welken hij daarvoor berekend heeft. Het is de collegialiteit, die deze eischen stelt, bij wier vervulling de kunst met hare beoefenaren rijst in het vertrouwen en de achting van het publiek.

Somtijds verlangt de geneeskundige, dat de inhoud van het recept verkort op de achterzijde van signatuur, het deksel van het doosje enz. vermeld worde; ook wel, dat deze inhoud als signatuur diene. Hij drukt dat verlangen uit door op het recept te schrijven: „Signetur formulaquot;.

-ocr page 39-

BIJZONDERE RECEPTEEEKUNST.

Eekste Afdeeling.

I. Overziclit der meest gebruikelijke artsenijvormen.

§ 25. Artsenijvormen tot inwendig gebruik (Formulae ad mum internum.)

Mixtuur, Mixtura.

Schudmixtuur, Mixtura media.

Liksap, Linctus.

Afkooksel, Decoctum.

Aftreksel, Infmum, Infusio.

Afkook-aftreksel, Decocto-infusum.

Zaadmelk, Emulsio.

Oplossing, Sólutio.

Saturatie, Saturatio.

Kruidensappen, Sued plantarum reeentes.

Wei, Serum lactis.

Droppels, Guttae, Guttulae.

Likpot of Conserf, Electuarium.

Gelei, Gelatina.

Pillen, Pilulae.

Capsules, Capsulae gelatinosae.

Koekjes, Pastieljes enz. Trochisci, Pastïlli etc.

t

-ocr page 40-

28

Poeder, Pulvis. Poeders, Pulveres. Ouwelpoeders, Capsulae amylaceae.

Theespecies, Species ad decoctum seu infusum.

§ 26. Artsenijvormen tot uitwendig gebruik (Formulae ad usum externum, seu medico-chiruryicae).

Fomentatie of Stoving, F omentum, Fomentatio.

Inspuiting, Injectio.

Lavement, Klisteer, Clysma.

Oogwater, Lavacrum ophthalmicum, Collyrium.

Wasehwater, Lotio.

Mondwater, Collutorium, Collutio oris.

Gorgeldrank, Gorgelwater, Gargarisma.

Penseelvocht, Linctus oris.

Pap, Cataplasma.

Mostaardpap, Sinapismus.

Smeersel, Linimentum.

Zalf, Unguentum.

Pleister, Emplastrum.

Tandpoeder, Pulvis dentifricius, Pulvis ad dentes. Kruiden tot uitwendig gebruik. Species ad mum externum.

Bougies, Kaarsjes, Stokjes, Cereoli, Candelae, Sup-positoria. Bacilli.

Bij de nadere omschrijving der artsenijvormen geven wij telkens een voorschrift tot voorbeeld. In de recepten in de tweede Afdeeling kunnen de verschillende artsenijvormen gemakkelijk herkend worden.

II. Omschrijving der artsenijvormen.

§ 27, Mixtuur, Mixtura. Onder mixtuur verstaat men

-ocr page 41-

29

in engeren zin een mengsel van heldere, meestal waterachtige vloeistoffen, die in eene tamelijk groote hoeveelheid (gewoonlijk 150—200 gram) voorgeschreven en in den regel eetlepelswijs genomen worden. In een uitgebreiden zin omvat de uitdrukking „mixtuurquot; of „potusquot;, „potioquot; (drank), al de inwendig te nemen emulsies, saturaties, soluties, de-cocten en infusies.

Bij het voorschrijven van een mengsel vloeistoffen begint men met de kleinste hoeveelheid, gewoonlijk het hoofdmiddel, laat daarop het constituens volgen en eindigt met het corri-gens. Beneden komt te staan: M. D. S., bijv.:

[l-: spiritus nitri dulcis gramm. 5,

laudani liquidi Sydenhami gutt. 40,

aquae menthae crispae gramm. 150,

syrupi simplicis gramm. 25.

M. D. S. Viermaal daags een eetlepel.

aquae chloratae gramm. 15,

aquae destillatae gramm. 150.

M. D. ad vitrum nigrum.

S. Om de twee uren een eetlepel.

Bij het gereedmaken van zulk een eenvoudig mengsel heeft men de ingrediënten slechts opvolgend in de flesch te brengen en, na de flesch met de kurk gesloten te hebben, door een te schudden. Wij herinneren aan hetgeen wij omtrent vloeistoffen, die in soortelijk gewicht met water verschillen, in het algemeen gedeelte hebben opgemerkt, namelijk dat zij moeten worden gewogen. Nu kan men, volgens Hag er, de kleinste hoeveelheid, gewoonlijk de meest werkzame stof, het eerst in de medicijnflesch wegen en vervolgens de andere

-ocr page 42-

30

stoffen. Het komt ons echter doelmatiger voor, dat men zelfstandigheden, als aqua chlorata, spiritus nitri dulcis, liquor Hoffmanni, solutio ammoniaci spirituosa anisata enz. het laatste bijvoegt, na ze afzonderlijk in een cilinderglaasje te hebben afgewogen. Komen echter in het voorschrift droppels voor, dan worden deze het eerst in de flesch gebracht, om des noods eene fout bij het droppelen zondek-schade te kunnen herstellen (zie ook bladz. 8 en 9).

Dat zich in de mixturen geene onzuiverheden, als strootjes, stukjes kurk enz. mogen bevinden, zullen wij na onze opmerkingen in het algemeen gedeelte wel niet behoeven te herhalen. Alvorens de mixtuur af te leveren, beziet men haar tegen het licht, en, zoo er zich onreinheden in mochten bevinden, wordt zij daarvan bevrijd, hetzij door uitgieting in een mortier of glas, hetzij door doorzijging door een glaasje van neteldoek.

§ 28. SchHdmixtnur, Mixtura media. Men geeft dezen naam aan mixturen, welke onoplosbare, fijn verdeelde be-standdeelen bevatten, dei-halve troebel zijn en een bezinksel vormen.

Bij het voorschrijven zet men eerst het onoplosbare bestanddeel op het recept, dan het constituens en eindelijk het corrigens. Op het signatuur staat: S. Omgesehud enz.

Tot voorbeeld strekke;

i)c: magnesiae ustae gramm. 10,

aquae destillatae gramm. 200,

syrupi althaeae gramm. 25.

M. D. S. Omgesehud om het uur een eetlepel.

Bij het gereedmaken der schudmixturen wrijft men het onoplosbare poeder vooraf in een mortier met eene kleine hoeveelheid van het vehiculum, totdat het poeder goed

-ocr page 43-

31

vochtig en verdeeld is, en mengt dan langzamerhand met de overige vloeistof af. Zelfstandigheden, die lichtelijk in de poriën van den mortier kunnen gewreven worden, zooals sulphur auratura, worden het best met een weinig der stroop aangemengd.

Eene bijzondere vermelding verdienen mixturen met lycopo-dium, die door sommigen ten onrechte tot de emulsies gerekend worden. Het lycopodium, na door eene fijne zeef van grove onzuiverheden bevrijd te zijn, wordt eerst droog en vervolgens met eenige droppels water aanhoudend en duchtig gewreven, totdat het eene vochtige en samenhangende massa uitmaakt. Vervolgens wrijft en mengt men met de stroop en het vehiculum langzamerhand af. Als bewijs van de goede bereiding dezer mixtuur dient, dat het lycopodium volkomen gesuspendeerd is en geene korreltjes op de oppervlakte drijven.

Om moschus in eene mixtuur goed te verdeelen, zijn onder scheidene methoden opgegeven.

a. Men wrijft de muskus met 2 deelen suiker goed fijn, slaat door een zeefje en mengt af.

h. Men wrijft de muskus met eenige droppels kokend water fijn, voegt vervolgens eene grootere hoeveelheid kokend water bij en mengt eindelijk met de overige vloeistof af.

c. Men droppelt op de muskus in den mortier driemaal eene vijfvoudige hoeveelheid van haar gewicht spiritus van 50%. Na de twee eerste opdroppelingen roert men vlijtig om, ten einde de muskus tot eene brijachtige massa te brengen. Dan droppelt men de laatste hoeveelheid spiritus op, voegt vervolgens den syrupus bij en, zoo er arabische gom in de mixtuur voorkomt, ook deze, waarna men eenig water bijvoegt voor het verkrijgen eener goede mucilago, en eindelijk met het

-ocr page 44-

32

overige water verdunt. De muskus is dan zeer fijn verdeeld.

§ 29. Liksap, Looch, Linctus. Deze vorm is eene kleine, meestal zoete mixtuur, van de consistentie eener dunne stroop, die theelepelswijs genomen wordt. Als vehikels voor een linctus dienen stropen, honig, vette olie, gomslijm en, om haar niet al te dik vloeibaar te doen zijn, meestal kleine hoeveelheden van het een of ander waterig lluidum. Vooral in de kinderpraktijk is de linctusvorm geschikt. Ook is hij aan te prijzen, wanneer men onoplosbare fijnverdeelde zelfstandigheden in een vloeibaren vorm wil toedienen, omdat dergelijke stoffen beter gesuspendeerd blijven in deze dikke vloeistoffen dan in dunne mixturen.

Bij het voorschrijven zet men het onoplosbare hoofdmiddel voorop en laat dan het vloeibare bindmiddel volgen met het onderschrift: M. F. linctus, bijv.:

R-: sulphuris aurati antimonii milligr. 150,

aquae foeniculi gramm. 5,

syrupi althaeae gramm. 25.

M. F. linctus. D. S. Omgeschud om de 3 uren een theelepel.

Het penseelvocht, linctus oris, voor het bestrijken van het slijmvlies van den mond, is eene soort van linctus, doch gewoonlijk iets dikker van consistentie. Het vloeibare deel is hier meestal mei rosarum. Men schrijft gewoonlijk 10—25 gram voor, bijv.:

it: boracis gramm. 5,

meilis rosarum gramm. 25.

M. D. S. Met een penseel te bestrijken.

Bij de bereiding van een linctus wrijft men de vaste deelen

-ocr page 45-

I

33

in den mortier eerst goed fijn, vermengt ze dan nauwkeurig onder de stroop of den honig en doet er ten laatste het water bij, indien dit tot verdunning is bijgevoegd. Een vloeibaar hoofdmiddel, bijv. solutio ammoniaci spirituosa anisata of acidum hydrochloricum, wordt in de medicijnflesch nauwkeurig onder de stroop geschud.

§ 80. Afkooksel, Decoctmn. Bij het voorschrijven van een decoctum is het in vele gevallen voldoende, den naam van de af te koken zelfstandigheid, benevens de hoegrootheid der colatuur op te geven, bijv. decoctum radicis sarsa-parillae gramm. 500. De verhouding is in den regel 1 van het extrahendum (de species) tot 10 colatuur. Verlangt de arts eene andere verhouding, dan geeft hij dit bepaald op, bijv.:

R-: caragheen gramm. 2.

Coque cum sufficiente quantitate aquae ad

colaturam gramm. 180;

adde

phosphatis natrici gramm. 10,

syrupi papaveris gramm. 25.

Ook wel in dezen vorm:

it: decocti caragheen gramm. 180 (ex gramm. 2.);

etc.

§ 31. Bij het voorschrijven van een aftreksel, infusum of infusio, gaat men op overeenkomstige wijze te werk als bij een decoctum. Vooral bij narcotica verzuime men niet de hoeveelheid op te geven. Dezelfde bekorting als bij decocta kan bij het voorschrijven van infusa worden gebezigd, bijv.:

3

-ocr page 46-

34

: florum arnicae gramm. 5.

Infunde aquae fervidae sufficiente quantitate ad colaturam gramm. 150, cui adde spiritus cornu cervi succinati,

liquoris anodyni mineralis Hoffmanni aa gramm. 2, syrupi simplicis gramm. 25.

M. D. S. Om het uur een lepel.

of

R-: Infusionis florum arnicae gramm. 150

(ex gramm. 5),

etc.

§ 32. Als decoctum worden in den regel die geneesmiddelen voorgeschreven, welke slijmige, harsige, extractieve stoffen bevatten, als infusion zelfstandigheden met vluchtige bestanddeelen. De volgende plantaardige stoffen worden het doelmatigst voorgeschreven

als infusum: als decoctum:

Gort. cascarillae. Caragheen.

n

cinnamomi.

Cort.

chinae.

Radix

alihaeae.

n

quercus.

;;

angelic, ae.

n

salicis.

n

arnicae.

n

simarubae.

calami aromatici.

V

uhni.

n

liquiritiae.

Lichen

islandicus.

n

ipecacuanhae.

Radix

hardanae.

n

rhei.

n

calumba.

»

serpentariae.

n

graminis.

n

Valerianae.

n

ratankiae.

Sem.

anisi en Anismn stellatum.

Radix

sarsaparillae.

n

phellandrii.

n

senegae.

»

santonici.

Stipites

dulcamarae.

Secale

cornutum.

Fruclus

tamarindi.

-ocr page 47-

35

Bloemen, Maden (met name folia sennae, die wel geen vluchtig beginsel bevatten maar bij koking eene buikpijn verwekkende stof afgeven) en kruiden van alle officinale planten als infusum.

Evenwel zijn de gevoelens hier niet altijd eenstemmig, terwijl bovendien de toediening van het middel in decoctum of infusum vaak naar de omstandigheden wordt gewijzigd.

Van radix althaeae bijv. wordt door velen het deeootum verlangd, echter ten onrechte. Het decoctum radicis althaeae heeft een onaangenamen smaak, is troebel en bederft spoedig, doordien de althaea wortel eene eiwitachtige stof bevat. Een infusum radicis althaeae , bereid met water van 75° C., waarin de wortel onmiddellijk gebracht wordt (dus niet met koud water opzetten en verwarmen), is helder, houdt zich langer goed en is voldoende slijmig.

Cortex cascarillae en radix calami aromatici worden gewoonlijk als infusum gegeven. Verlangt men echter eene meer toniseerende en niet tevens eene opwekkende werking, dan worden zij als decoctum toegediend.

Radix arnicae wordt door sommigen in decoer.um, door anderen als infusum verlangd; zoo ook wordt herha salviae, die wegens gehalte aan vluchtige olie als infusum behoort te worden gegeven, door sommigen als decoctum verlangd, doch ten onrechte, daar het vluchtige bestanddeel (oleum salviae) zeker wel in geen geval schaden zal.

Cortex chinae wordt het best op het vrije vuur een kwartier en wel met gedestilleerd water of zuiver regenwater gekookt, omdat het decoctum daardoor beter van kleur en, zooals men zegt, werkzamer wordt. De calciumzouten in gewoon bronwater aanwezig, kunnen ontledend op de verbindingen werken, waarin de alcaloïden in den kinabast voorkomen. Bij zwakke spijsverteringsorganen schrijft men de kina voor, met heet water getrokken (Infusum fervide

-ocr page 48-

36

paratum), ook wel koud getrokken met water (Infusum frigide paratmn). Eene trekking bij de gewone temperatuur draagt ook den naam van „weekingquot;, „maceratio.quot;

Eindelijk hebben wij nog op te merken, dat men bij de infusa somtijds andere extrahentes (vloeistoffen tot uittrekking) als water verlangt, bijv. wijn, azijn, zuurbevattend water enz. Het spreekt van zelf\', dat de arts dit uitdrukkelijk op het recept aangeeft.

§ 33. Behalve decoctum en infusum kent men nog eene combinatie van beiden, namelijk het infuso-decoctum, hetwelk weinig voorkomt, en het decocto-infusum, wanneer meerdere stoffen en wel van verschillenden aard tegelijkertijd met hetzelfde extrahens moeten behandeld worden. De arts schrijft eerst het middel op, dat gekookt moet worden, en voegt vervolgens den term bij: Suh finem coctionis adde et infumle (Aan het einde der koking voeg bij en trek), bijv.

corticis chinae fusci gramm. 15.

Coque cum aquae destillatae gramm. 400;

sub finem coctionis adde et infunde radicis calami aromatici gramm. 10.

Colaturae gramm. 200 adde

spiritus nitri dulcis gramm. 5,

syrupi simplicis gramm. 25.

M. D. S. Om de 3 uren een eetlepel.

of beknopter:

IV; corticis chinae fusci gramm. 15,

radicis calami aromatici gramm. 10.

Coque et infunde ad colaturam gramm. 200.

etc.

§ 34. Bij het gereedmaken der decocta en infusa bestaat

-ocr page 49-

37

groot verschil tusschen de bereidingswijze van ouds gebruikelijk, die bij ons te lande nog het meest gevolgd wordt, en de nieuwere methode.

Volgens de oude bereidingswijze overgiet men voor een deeoctum de species in eene tinnen, blikken of vertinde koperen zoogenaamde decoctumpan van voldoende grootte met eene hoeveelheid koud water, die dubbel zooveel bedraagt, als de verlangde colatuur, brengt op het open vuur aan de kook, onderhoudt bij gesloten deksel de koking gelijkmatig, totdat bij onderzoek blijkt, dat men de verlangde colatuur verkregen heeft (omstreeks een half uur), en zijgt eindelijk door.

Bij de bereiding van een infusum volgens de oudere wijze overgiet men de te infundeeren zelfstandigheid met kokend water, het best door in de infundeerpan water aan de kook te brengen, de pan van het vuur te nemen en de behoorlijk verdeelde ingrediënten terstond in het heete water te brengen , vooral zorg dragende dat zij goed onder het vocht staan. De pan wordt gesloten en de trekking geschiedt zoolang, totdat de vloeistof bijna bekoeld is, waarna men doorzijgt. De hoeveelheid water, tot uittrekking gebezigd, hangt van de colatuur en van den aard en de hoeveelheid der uit te trekken stoffen af. Zij zal bij wortelen minder bedragen dan bij bloemen of bladen. In allen gevalle is het beter, hierbij te weinig dan te veel water te bezigen, omdat men de onvoldoende colatuur kan aanvullen door de species bij of na het doorzijgen met de ontbrekende hoeveelheid warm water te behandelen.

Bij de nieuwere bereidingswijze voor decocta en infusa bestaat het verschil tusschen beiden enkel in den tijd, voor het uittrekken bestemd. De bereiding geschiedt namelijk dooide uittrekking in tinnen of porseleinen pannen of bussen te doen plaats hebben door middel van den damp van kokend

-ocr page 50-

38

water, bij decocta gedurende een half uur, bij infusa gedurende een kwartier uur, in beide gevallen na voorafgaande overgieting der species met eene voldoende hoeveelheid heet water. De temperatuur van den waterdamp mag in geen geval zoo hoog zijn, dat de vloeistof in de pan kookt. Waar men een dampapparaat tot beschikking heeft, geschiedt de bereiding eenvoudig daarin te midden der overige werkzaamheden in het laboratorium. Bij gemis aan een dampapparaat maakt men in de apotheken gebruik van zoogenaamde decoc-toriën, groote of kleinere toestellen, waarin één of meer pannen of bussen aan den damp van kokend water kunnen worden blootgesteld. Het vuur, hetwelk tot verhitting van het water dient, wordt in het beneden gedeelte van den toestel zeiven aangebracht of de verhitting geschiedt door middel van gas. Bij gemis aan gas dienen daartoe doelmatig ingerichte petroleum-kooklampen.

De nieuwere bereidingswijze voor decocta en infusa verdient de voorkeur, wat gelijkmatigheid van temperatuur en het vermijden van het gevaar van overkoken of aanbranden betreft. Wordt op het recept uitdrukkelijk verlangd, dat de species met eene aangegeven hoeveelheid water tot eene bepaalde cola tuur moet worden verkookt, dan blijft het in allen gevalle de plicht van den apotheker aan dit voorschrift te beantwoorden en op het vrije vuur te koken (bijv. bij decoc-tum chinae, zie § 32, bij lichen islandicus enz.)

Geschiedt de uitkoking of uittrekking met zuur- of alcali-bevattend water , dan moet zulks natuurlijk in porseleinen of aarden pannen of bussen geschieden.

Eene combinatie van de nieuwere en oudere methode bij de infusa bestaat daarin, dat men gedurende eenige (bijv. 5) minuten bij eene temperatuur van 90° C. trekt en alsdan verder laat bekoelen.

Eene voorafgaande weeking der species van houtachtigen

-ocr page 51-

39

aard werd vroeger meer dan thans verlangd. Zoo gaf men voor radix sarsaparillae zelfs eene weeking van 24 uren op. Even goed en nog beter bereikt men echter hierbij het doel, namelijk het zooveel mogelijk uittrekken van het werkzame bestanddeel (smilacine), door de sarsaparille, vóór de koking, met heet water geheel murw te stampen. Na een uur koken met gesloten deksel verkrijgt men dan een zeer werkzaam decoctum en de sarsaparille blijft geheel smakeloos achter. Langdurige trekking en koking is noodig bij een decoctum van cortex granati indicus.

Bij sommige zelfstandigheden wordt slechts kort (ongev. 6 min.) gekookt, bijv. bij caragheen, fructus tamarindi (tama-rindorum) enz.

Een decocto-infmum wordt volgens de oude methode bereid, door bij het nog heete niet gecoleerde decoctum de te infun-deeren zelfstandigheid te voegen, goed om te roeren en ter zijde te zetten, totdat alles bekoeld is. (Een decocto-infusum met cortex chinae maakt hierop eene uitzondering, zie beneden).

Dewijl bij de nieuwe methode voor het bereiden van decocta en infusa alleen de tijd van uittrekking verschil oplevert, blijft bij een decocto-infusum de bewerking dus geheel dezelfde als bij decoctum of infusum. De af te koken species worden eerst, de te infimdeeren species later ingebracht.

Voor een infusum frigide paratim overgiet men de species met eene voldoende hoeveelheid water van 15—20° C. en laat zoolang staan, als het voorschrift opgeeft. Ook wordt soms een deplaceertoestel gebruikt, waarin de tot fijn poeder gebrachte zelfstandigheid opvolgend met geringe hoeveelheden Avater overgoten wordt, totdat de verlangde colatuur verkregen is, bijv. bij infusum (beter maceratio) chinae succi-rubrae Jav., waarbij het poeder eerst met verdund chloor-waterstofzuur aangemengd is.

-ocr page 52-

40

Nadat alles een behoorlijken tijd gekookt heeft of geïnfun-deerd is, moet men de vloeistof van de uitgetrokken species afscheiden, zoogenaamd coleer en of doorzijgen. Dit geschiedt door middel van een linnen coleer- of doorzijgdoek, cólatorium, uitgespreid (of op een tenakel vastgemaakt) over een porseleinen of tinnen coleerbak. Nadat de vloeistof door den doek is gezegen, wordt de species uitgeperst hetzij door uitwrin-ging van den doek, hetzij met behulp van eene kleine handpers (recepteerpers). Voor sterk gekleurde of sterk riekende zelfstandigheden heeft men afzonderlijke coleerdoeken. Hot doorzijgen der colatuur geschiedt ook wel door zeefjes, doch hierbij mist men de goede gelegenheid, om de vloeistof, die in de species achterblijft, voldoende uit te persen. De cola-tuur wordt gewogen en een gering tekort door water aangevuld.

Men laat in den regel de colatuur bijna tot koud worden bezinken, om haar van mede doorgegane fijne deeltjes dei-species door afgieten (decantheeren) te bevrijden. In enkele gevallen en wel bepaald bij het decoctum chinae laat men slechts eenige oogenblikken bezinken, ten einde de mede doorgegane fijne kinadeeltjes te doen afscheiden, maar de colatuur wordt nog zeer warm in de flesch geschonken, dewijl de deelen, die tijdens de bekoeling uitzakken, tot de wezenlijk werkzame bestanddeelen van het decoctum behoo-ren, namelijk onzuivere zouten der kina-alcaloïden zijn.

Daarom moet bij een decocto-infusum, waarvan cort. chinae een bestanddeel uitmaakt, ook op het laatst tijdens het infun-deeren voortdurend warmte aangewend en de drank warm gecoleerd worden.

Decoctum tamarind! moet geheel van het bezinksel bevrijd, dus helder zijn, dewijl de troebel makende deelen hun werkzaam bestanddeel (tartras kalicus acidus) aan het water afgegeven hebben en den drank noodeloos een onaanzienlijk

-ocr page 53-

41

voorkomen geven. Volkomen bezinking wordt eerst verkregen na het geheel koud worden van het gecoleerde decoct.

De species voor decocta of infusa worden gesneden (flores, folia, herbae, radices, cortex citri, cortex aurantiorum), gekneusd (stipites dulcamarae, semina, baccae), of als grof poeder (cortex chinae, cortex radicis ipecacüanhae, radix ratanhiae, secale cornutum) aangewend. Semen lini wordt niet gekneusd, omdat men in het decoctum of infusum enkel de slijmdeelen verlangt, die zich in de buitenste laag der zaadhuid bevinden.

Gewoonlijk worden nog andere geneesmiddelen bij het decoctum of infusum voorgeschreven (de additie). Bestaat deze uit eene vluchtige zelfstandigheid, zooals bijv. liquor Hoffmanni, dan wordt zij niet dan na volkomen bekoeling bijgevoegd. Zouten, extracten enz. mogen niet in het niet doorgezegen decoctum of infusum, maar moeten altijd in de colatuur worden opgelost. Overigens gelden hier de regels, die men bij de mixturen en de soluties vindt opgegeven.

§ 35. De emulsies of zaadmelken, emulsiones, zijn innige mengsels van olie (vetten, balsems of harsen) met slijmige of gomachtige stoffen en water. Zij zijn van tweeërlei aard: a. echte emulsies, emulsiones verae.

h. onechte emulsies, enndsiones spuriae.

a. De echte emulsies worden uit oliehoudende zaden (vooral amandelen, verder semina cannabis, papaveris, cardui mariani) zeiven bereid. Als voorbeeld van het voorschrift eener echte emulsie diene:

: amygdalarum dulcium gramm. 25.

Emulgeantur cum aqua destillata ad

colaturam gramm. 250;

adde

aquae laurocerasi gramm. 5,

-ocr page 54-

42

sacchari albi gramm. 20.

M. D. S. Om het uur een eetlepel.

De bereiding dezer emulsies geschiedt op die wijze, dat men de zaden eerst eenige malen met warm water afwascht, om ze van aanhangende onzuiverheden te bevrijden (de amandelen worden eenigen tijd in warm water geweekt, waarna men de gele zaadhuid wegneemt), en vervolgens in een steenen mortier met houten stamper (geen geelkoperen vijzel) tot een deeg stampt en wrijft. Men voegt reeds dadelijk eene kleine hoeveelheid water (1 deel op de 10 deelen) bij, om het uitpersen der olie bij het stampen te verhinderen. Bij de semina papaveris enz. blijft echter na het afwasschen genoegzaam water aanhangen. Men moet flink en duchtig stampen en niet eerder eindigen, voordat men in het deeg tusschen de vingers geen stukjes eiwitachtig lichaam van het zaad meer voelt. Dan wordt onder wrijven en roeren de vereischte hoeveelheid koud gedestilleerd water langzamerhand bijgevoegd, en eindelijk wordt door een doek doorgezegen en het daarop achterblijvende uitgewrongen. De emulsio amygdalarum (amandelmelk) en de emulsio papaveris zijn dik en ondoorschijnend wit. Zijn zij tegen het licht gehouden doorschijnend en van eene blauwachtige kleur, dan heeft men niet vlijtig genoeg gestampt. Ook mag zich bij rust niet spoedig eene vetlaag afzonderen. Het voorkomen moet zijn dat eener goede koemelk. Men rekent gewoonlijk op 10 deelen emulsie 1 deel zaad.

Bij het voorschrijven van emulsies doet de geneesheer wel, zoo min mogelijk addities daarin te brengen, dewijl deze zeer lichtelijk stremming (schifting) van het eiwitachtig lichaam veroorzaken. Dit geschiedt vooral met zure vloeistoffen, die dus zooveel mogelijk moeten vermeden worden. Komt spiritus nitri dulcis in de additie voor, dan heeft de

-ocr page 55-

43

apotheker acht te geven, dat deze niet zuur reageert, maar eenigen tijd op magnesia usta gestaan heeft, om het vrij zuur te binden. Ook mogen nooit heete vloeistoffen bij eene emulsie gevoegd worden.

De geneesheer schrijve eene emulsie voor niet langer dan 2 dagen voor.

Tot de emulsies wordt ook wel de schudmixtuur met ly-copodium gerekend (zie bladz. 31), omdat het lycopodium olieachtige deelen bevat. Reeds de naam zaadmelk is hier misplaatst, dewijl het lycopodium geen zaad is. Bovendien verschilt de schudmixtuur met lycopodium geheel van de gewone emulsies, doordien men haar niet coleert. Het volgende voorschrift:

ty:: seminum cannabis,

lycopodii aa gramm. 20.

Fiat lege artis emulsio gramm. 250;

zal dus zoodanig moeten worden opgevat, dat men eerst de emulsio cannabis vervaardigt en met de gecoleerde emulsie verder het lycopodium afmengt op de wijze, zooals wij bladz. 81 hebben omschreven.

h. De onechte emulsies worden bereid door vette oliën (oleum amygdalarum, - olivarum, - ricini, - lini), balsems (balsamum copaivae, - peruvianum), ook gomharsen (galba-num, ammoniacum, asa foetida, myrrha), harsen (terebin-thina, resina guajaci, resina jalapae), aetheerische oliën (oleum terebinthinae, camphora), cera, sperma ceti, oleum cacao, —■ met behulp van een bindmiddel (gummi arabicum, zelden en minder doelmatig traganth, eidooier, in den laatsten tijd bijzonder aanbevolen caragheenslijm) — zoo innig met water te omhullen en te vermengen, dat er eene ondoorschijnende,

-ocr page 56-

44

doch homogene vloeistof ontstaat, die veel beter kan worden ingenomen dan de vette olie enz. op zich zelve.

Bij het voorschrijven der meest voorkomende emulsiones spuriae met vette olie, meer algemeen mixturae oleosae ge-heeten, geeft de arts eerst de vette olie en vervolgens het bindmiddel op. De hoeveelheid van het bindmiddel wordt gewoonlijk aan den apotheker overgelaten, dus met q. s. aangeduid. De opmerkingen, die wij op de vorige bladzijden omtrent de addities bij de emulsies en den tijd van bewaring maakten, gelden ook hier. Als voorbeeld eener „mixtura oleosaquot; diene het volgende voorschrift:

Re: olei amygdalarum gramm. 20,

gummi arabici (seu mucilaginis gummi arabic!)

quantum sufficit,

aquae laurocerasi gramm. 5,

aquae destillatae gramm 150,

syrupi simplicis gramm. 25.

M. D. S. Om het uur een lepel.

Voor de bereiding der mixturae oleosae zijn onderscheidene methoden bekend. Bij allen staat echter op den voorgrond, dat men de vereischte hoeveelheid bindmiddel, gewoonlijk gummi arabicum met water tot slijm gebracht, bezigt. Op 1 deel olie (oleum amygdalarum) dient het best /2 deel gummi arabicum met % deel water. Voor oleum ricini kan men minder (J/4 deel) gummi arabicum nemen. (Van de zeldzaam opgegeven en minder doelmatige traganth wordt op 1 deel olie J/24 deel traganthpoeder en l/2 deel water genomen).

1°. De oudste methode bestaat daarin, dan men eerst uit de boven opgegeven hoeveelheid gom en water eene mucilago maakt, waaronder men de olie bij gedeelten, eerst zeer

-ocr page 57-

45

kleine, later grootere hoeveelheden roert, totdat alles nauwkeurig gemengd is, waarna men langzamerhand met de overige hoeveelheid water onder voortdurend omroeren af-mengt. Deze methode leidt wel het zekerst tot eene goede vermenging, maar houdt lang op.

2°. Bij eene tweede, thans gewoonlijk gevolgde, methode mengt men in een drogen mortier eerst de olie onder de gom, voegt dan onmiddellijk de (3/4) deelen water bij en roert vlijtig om. De bewerking is alsdan binnen eenige minuten geëindigd. De afmenging met de verdere hoeveelheid water geschiedt langzaam bij kleine gedeelten, als bijl0.

3°. Nog eene andere methode, die ook zeer goed tot het doel leidt, is, dat men de olie (1 deel) met het water (% deel) in een ruimen mortier brengt en onder dit mengsel handig de gom (/2 deel) roert. Komt er eene stroop of suiker in het recept voor, dan kan deze zeer geschikt bij het water en de olie gevoegd worden. De verdere afmenging met het water geschiedt als bij 1° en 2°.

Bij al deze methoden levert een eigenaardig knetterend geluid der nog uiet afgemengde massa bij het omroeren het bewijs, dat de olie goed onder de mucilago gemengd is. Het afmengen der massa met de overige hoeveelheid water mag niet geschieden, voordat dit geluid is waargenomen.

Bewijzen voor de goede bewerking eener afgemengde mixtura oleosa zijn verder, dat zich bij het staan geene olie afscheidt en de mixtuur niet aan de wanden der flesch hangt, zoodat de flesch, na het uitgieten der mixtuur, met water kan worden schoon gespoeld.

De addities moeten niet eerder worden bijgevoegd, voordat de emulsie geheel afgewerkt is. Bestaan deze addities uit zouten, extracten enz., dan worden zij vooraf in een klein gedeelte achtergehouden water opgelost of daarmede afge-mengd. Er mag echter niets warm worden bijgevoegd. Indien

-ocr page 58-

46

zuren of spiritueuze vloeistoffen bij eene mixtura oleosa zijn voorgeschreven, dan voorkomt men het nadeel dezer addities eenigermate, door ze vóór de bijvoeging met een achtergehouden hoeveelheid water te verdunnen.

Indien lycopodium bij eene mixtura oleosa voorkomt, moet het afzonderlijk vooraf met een gedeelte water op de wijze, bladz. 31 opgegeven, worden afgewreven, waarna men de twee vloeistoffen ondereenmengt.

Phosphorus wordt vooraf door schudding in de olie opgelost in een fleschje, hetwelk men telkens in warm water dompelt. De bekoelde oplossing wordt volgens de boven aangegeven wijze met de gom en het water geëmulgeerd. Hiervoor is echter de eerste methode te verkiezen.

Bovenstaande bereidingswijzen gelden voornamelijk voor de mixturae met oleum amygdalarum. Bij eene emulsie met oleum olivarum, oleum ricini, halsamum copaivae en balsamum peruvianum is men het meest verzekerd van het welslagen, indien men de eerste methode volgt. Bij de mixturae met oleum ricini wordt vaak magnesia usta voorgeschreven. Deze wordt öf vooraf met de olie óf, en nog beter, onder de gom gemengd. Is balsamum peruvianum tegelijk met eene vette olie voorgeschreven, dan mengt men eerst de olie onder de mucilago en voegt vervolgens droppelswijs den balsem bij.

In enkele gevallen wordt eene vette olie tegelijk met eene echte emulsie voorgeschreven, zonder bijvoeging van een ander bindmiddel, bijv. emulsio amygdalarum met oleum ricini en syrupus. Is op het recept niets anders aangegeven, dan wordt de olie met den syrupus ondereengemengd en langzaam met de emulsie afgemengd. Men verkrijgt alsdan echter slechts een los mengsel, waarbij de olie zich gedeeltelijk afscheidt. Is op het recept bepaald aangegeven, dat de olie met behulp van de emulsie moet worden geëmulgeerd, dan gaat men op de volgende wijze te werk. Men voegt bij het

-ocr page 59-

47

weeke deeg der zaden (zie bladz. 42) de olie in kleine hoeveelheden, benevens zeer geringe hoeveelheden water, onder vlijtig omroeren, totdat er eene homogene massa ontstaan is, die, met het overige water verdund, door vochtig gemaakt neteldoek wordt gecoleerd.

Voor de emulsie met gomharsen en harsen wordt als bindmiddel, in plaats van gom, ook eidooier (vitellum ovi) gebezigd. Eén eidooier komt in bindkracht omstreeks met 8 gram arabische gom overeen. Bij de gomharsen is veeltijds een bindmiddel overbodig, dewijl zij veel gomachtige zelfstandigheid bevatten. Men rekent anders op 1 deel gomhars y2 deel arabische gom of op 15 gram gomhars 1 eidooier.

Voor de bereiding der emulsies met gomharsen zonder bindmiddel worden deze eerst zeer fijn gewreven. Dan voegt men er langzamerhand onder vlijtig omroeren water bij, doch niet meer dan eenige droppels tegelijk, totdat de massa een gelijkvormig deeg is geworden. Vervolgens wordt zooveel water bijgemengd, dat men de melkachtige vloeistof in de fiesch kan afschenken, hetwelk men voorzichtig doet, zoodat grovere deelen in den mortier achterblijven. Deze worden verder fijngewreven, opnieuw met water aangemengd, afgeschonken enz. en dit zoolang voortgezet, totdat geene dan grove onzuiverheden in den mortier achterblijven. In den zomer kan men bij de gomhars tijdens het fijnwrijven 1 a 2 droppels amandelolie voegen, of wel men brengt de niet fijn te wrijven gomhars in stukken in een mortier, besprenkelt ze met een weinig water en zet mortier met stamper zoolang op eene matig warme plaats (bijv. op een waterbad), totdat de gomhars zoo week als honig is geworden. Met behulp van goed warm water, in kleine hoeveelheden daaronder gewreven, verkrijgt men op deze wijze eene goede emulsie. Komt eene stof, die

-ocr page 60-

48

azijnzuur bevat, met eene gomhars voor (bijv. acetum scillae met ammoniacum), dan wordt de gomhars hiermede afge-mengd, omdat zij daarin voor een groot deel oplosbaar is.

Indien, zooals gewoonlijk, gom of eidooier voor het emul-geeren is voorgeschreven, zoo wordt de gomhars eerst insgelijks fijn gewreven, en dan daarmede de arabische gom en zooveel water, als de gomhars bedroeg, vlijtig vermengd of wel de voorgeschreven eidooier onder de fijne gomhars geroerd. Nadat alles door wrijven nauwkeurig vermengd is, wordt met het overige water verdund en de vloeistof als boven in de flesch afgeschonken; de achterblijvende grovere deeltjes opnieuw met water gewreven enz. Bestaat er geene mogelijkheid de gomhars fijn te wrijven, dan maakt men haar, even als wij boven beschreven, door zachte verwarming week en voegt er dan het poeder van arabische gom en warm water in kleine hoeveelheden bij. Is eidooier als bindmiddel voorgeschreven, dan mag het water niet boven de 60° C. warm zijn, omdat anders het albumen van den dooier zou stremmen (coaguleeren).

Voor het emulgeeren van harsen roert men ze onder de mucilago of den eidooier en mengt vervolgens langzaam met water af.

Bij terebinthina neemt men eene gelijke hoeveelheid arabische gom, met water tot een dik slijm aangemengd, of op de 15 gram terebinthina 2 eidooiers.

Resina guajaci wordt tot fijn poeder gebracht en met de helft van haar gewicht aan arabische gom in den mortier door wrijven goed vermengd en verder langzaam met water afgemengd. Deze emulsie wordt aan de lucht blauw, latei-groen.

Resina jalapae, die men niet met gom kan emulgeeren, wordt met eenige geschilde amandelen (op de 50—60 milligram resina 2 amandelen) tot een gelijkmatig deeg gestooten

-ocr page 61-

49

en dit voorzichtig in water verdeeld. De hars scheidt zich echter weldra af.

Emulsies met aetheerische oliën, bijv. oleum terebinthinae, worden vervaardigd door de olie droppelswijs onder de mucilago of onder den eidooier te mengen. Men neemt evenveel arabische gom als olie of op 15 gram olie 2 eidooiers.

Camphora wordt, met een weinig spiritus bevochtigd, zeer fijn gewreven. (Ook de pulvis camphorae, dien men in voorraad houdt, moet opnieuw gewreven worden). Het poeder wordt gemengd met de arabische gom, die het 10 voudige van de kamfer moet bedragen, en dan met kleine hoeveelheden water of stroop afgemengd. Komt op het recept geen gom (of eidooier) maar slechts eene stroop (bijv. syrupus althaeae) voor, dan roert men de kamfer eerst goed onder do stroop. Maakt kamfer een bestanddeel uit van eene mixtura oleosa, dan wordt zij insgelijks eerst fijn gewreven en in de olie opgelost, waarna verder de gom en het water worden bijgevoegd, zooals bladz. 45 (bij 2°) beschreven is. Al komt in het recept eene spiritueuze vloeistof voor, waarin de kamfer oplosbaar is, bijv. spiritus nitri dulcis, men make hiervan nooit tot het oplossen der kamfer gebruik, omdat bij het vermengen dezer oplossing met water de kamfer zich dadelijk in een vlokkigen staat zou afscheiden. De bewerking geschiedt ook alsdan, zooals beschreven is, en de spiritueuze vloeistof wordt later afzonderlijk bijgevoegd.

Eindelijk schieten ons nog ter behandeling over de meer zeldzaam voorkomende emulsies met cera, oleum cacao, sperma ceti. Een voorschrift van dien aard is bijv. het volgende:

i^: cerae fiavae gramm. 10.

Liquefactis leni calore adde in mortario calefacto

4

-ocr page 62-

50

mucilaginis gummi arabici calefactae gramm. 20, aquae fontanae gramm. 120,

syrupi althaeae gramm. 40.

M. D. S. etc.

De 10 gram was (bepaald geel was) worden in een porseleinen pannetje gesmolten en te gelijkertijd wordt een mortier met breeden stamper zoo heet gemaakt, dat men beiden ter nauwernood in de hand kan houden. De reeds afgewogen 10 gram arabische gom worden in den mortier gebracht en door omroeren met den stamper goed warm gemaakt, waarna het gesmolten was daarop gegoten en goed dooreengemengd wordt. Men neemt vervolgens 15 gram water, bijna tot koken verhit, en voegt deze in eens bij het mengsel van de gom en het was in den warmen mortier en wrijft en roert alles goed dooreen. Indien men deze verhouding van gom en water nauwkeurig genomen en alles vlijtig onder-eengemengd heeft, dan vereenigen zich de 3 zelfstandigheden tot eene fraaie, gelijkmatige, witte emulsie. Men zet nu den mortier met zijn inhoud op eene koele plaats en verdunt na bekoeling de emulsie langzamerhand met de nog ontbrekende 105 gram (koud) water. Zij verkrijgt dan geheel het voorkomen eener goede mixtura oleosa. Eene was-emnlsie met eidooier wordt op gelijke wijze vervaardigd, namelijk door den eidooier in den heeten mortier sterk te verwarmen en met het gesmolten was samen te wrijven. Zij is echter wegens de noodzakelijk sterke verwarming minder doelmatig.

Emulsies met oleum cacao en sperma ceti worden op gelijke wijze bereid. Bij cacaoboter behoeft echter de temperatuur niet zoo hoog te zijn, omdat deze een lager smeltpunt heeft.

Ook voor uitwendige middelen worden emulsies vervaardigd, zooals voor waschwater (lotto) en voor lavement

-ocr page 63-

51

(clysma). Bij lavementen is het bindmiddel voor oliën gewoonlijk honig, waaronder men de olie (oleum lini of oleum ricini) bij gedeelten voegt, waarna men met het overige water afmengt en alles door een gaasje zijgt, om geen gevaar te loopen, dat er zich stukjes in bevinden, die de openingen in het pijpje der lavementspuit zouden verstoppen. Als voorbeeld voor zulk een lavement dient;

infusionis florum chamomillae gramm. 100,

olei lini,

meilis communis aa gramm. 25.

Misce fiat clysma.

Tot de mixturae oleosae behoort niet eene mixtuur van gurjunbalsem (balsamum Dipterocarpi) met kalkwater en gompoeder, zooals voor in- en uitwendig gebruik voorgeschreven wordt. Men heeft hier veeleer te doen met de vorming eener kalkharszeep, die door de gom gebonden wordt. Eene dergelijke mixtuur wordt eenvoudig bereid dooide ingrediënten in de flesch gezamenlijk eenigen tijd te schudden, totdat de massa homogeen geworden is.

§ 36. Oplossing, Solutio, is een artsenijvorm, waarbij een of meer vaste lichamen in eene vloeistof zijn opgelost. De vaste stof, welke opgelost wordt, heet: Solvendum, het oplosmiddel heet: Solvens of Menstruum. Het meest wordt als solvens, vooral voor inwendig gebruik, water gebezigd; verder dienen ook spiritus, aether en voor uitwendige geneesmiddelen, vette oliën of glycerine. Het water lost de meeste zouten, slijmerige stoffen, zeepen en de waterige extracten op (de laatste echter gewoonlijk niet zonder eenige troebeling). Spiritus lost harsen, kamfer en eenige zouten op. Aether en vette oliën lossen kamfer, phosphorus en sperma ceti op. In enkele gevallen wordt ook chloroform

-ocr page 64-

52

als oplosmiddel gebezigd. Vooral wordt in den laatsten tijd de glycerine gebruikt of gevoegd bij het oplossen van zouten, alcaloïden, iodium enz. tot uitwendig gebruik, omdat zij de oplosbaarheid verhoogt.

De mate van oplosbaarheid der solvenda in dezelfde hoeveelheid menstruum biedt veel verschil aan en de arts dient hierop bij het voorschrijven der geneesmiddelen acht te geven.

De volgende tabel wijst de oplosbaarheid van onderscheidene zelfstandigheden in 30 gram water aan bij

eene gemiddelde temperatuur tusschen de 10—20° C.

Acidum arsenicosum „ benzoicum „ boricum „ citricum „ phenylicum „ salicylicum „ tannicum „ tartaricum Alumen

Ammonicum, chloretum

------et chloretum

ferricum Ammonicus, sesquicarbonas Argenticus, nitras Atropini, sulphas Atropinum

Aurico-natricum, chloretum et

chloretum natricum Baryticum, chloretum Borax

Chinini, hydrochloras

0,5 0,2 1,5 12 1,5

0,0045 0,26 20 2 10

10 15 15 10 0,1

18 10

2,5 0,75

ongeveer gramm, » »

V V

V V

V IJ

-ocr page 65-

53

Chinini, sulphas (het offic. zout) ongeveer

Chlorali, hydras „

Codeinum ,,

Cupricus, sulphas „ Ferricus, pyrophosphas cum citrate

ammonico „

Ferrosus, sulphas (cryst.) „

Gummi arabicum „ Hydrargyricum, chloretum (Mercu-

rius sublimatus corrosivus) „

lodium „

Kalicum, brometum „

--, iodetum „

Kalicus, acetas „

---, bicarbonas „

--, carbonas „

— ■— , chloras „

——, nitras „

--, sulphas „

--, tartras „

—■— , — acidus (cremor tartari) „

Magnesicus, sulphas „

Morphini, aeetas „

--, hydrochloras „

Natricum, chloretum „

Natricus, acetas „

bicarbonas „

carbonas (cryst.) „

nitras „

phosphas „

salicylas „

sulphas „

Plumbicus, acetas (cryst.) „

gramm. 0,04 „ 50

0,35

30 15 15

1,5

0,003

8

40

30 7,5 30 2 6 2 30 0,18 15 1 1,2 10 10 2

15 15

8 30 10 15

-ocr page 66-

54

ongeveer gramm. 60

Saccharum album

lactis

8,5 0,3

0,004

Strychnini, nitras Strychninum

Tartarus boraxatus

—■— emeticus

-- ferratus

--- natronatus (Sal Seignetti)

Zincicum, chloretum Zincicus, sulphas

7,5

Gewoonlijk overtreft op de recepten de hoeveelheid van het menstruum den graad van oplosbaarheid van het solvendura. Bij den wijnsteen (cremor tartari) wordt echter zijne geringe oplosbaarheid in koud water vaak voorbijgezien, zoodat men wel vindt opgegeven 1 a 2 deelen cremor tartari met water of in een decoctum tamarindi te koken tot 6 a 8 deelen colatuur. Bij het koud worden zal dan de wijnsteen kristallijn uitzakken en de patient verkrijgt een zanderig schudmixtuur.

Bij het voorschrijven eener oplossing zet men eerst de op te lossen zelfstandigheid, vervolgens (nieuwe regel): Solve in (los op in), waarna het oplosmiddel volgt. Dit „Solve inquot; wordt echter ook vaak nagelaten, bijv.:

R;; nitratis argentici milligr. 150. iodii milligr. 100,

Solve in aquae destillatae gramm. 50.

iodeti kalici gramm. 2, aquae destillatae gramm.


180.

M. D. S. Uitwendig.

M. D. S. Driemaal daags een lepel.

Oplossingen worden dikwijls voor den droppelvorm ge-

-ocr page 67-

55

bezigd, zoo ook voor oogwaters, waachwaters, gorgelwaters en inspuitingen.

Het beste en doelmatigste oplosmiddel is aqua destillata.

Voor de oplossing van sommige zelfstandigheden, zooals nitras argenticus, chloretum hydrargyricum, chloretum bary-ticum, acetas plumbicus . carbonas kalicus, carbonas natricus, acidum tannicum enz. is men bepaald verplicht aqua destillata te bezigen, omdat deze stoffen door de zoutachtige of organische stoffen in bron- of regenwater (chloreten, sulpha-ten, carbonaten, van natrium of calcium) zouden ontleed worden of daarmede verbindingen aangaan. Voor het oplossen van vele zouten, zooals chloretum ammonicum, nitras kalicus, sulphas magnesicus, sulphas natricus enz. kan men gerust zuiver gewoon water (aqua communis), d. i. regenwater (aqua pluvialis) of bronwater (aqua fontana), bezigen, omdat zij daardoor geene verandering ondergaan en ook, omdat deze zouten niet scheikundig, maar pharmaceutisch zuiver zijn. Ook voor het oplossen van vele extracten kan men gewoon water bezigen, maar men vermijde water, hetwelk veel calciumzouten bevat, omdat daardoor de troebelheid der oplossing , die toch altijd eenigszins ontstaat, vermeerderd wordt door gevormde onoplosbare calciumverbindingen. Het voorschrijven van „gekookt waterquot; (aqua cocta), d. i. water, hetwelk men na opkoking heeft laten koud worden,- wordt meer en meer verlaten, omdat in die gevallen gewoon water geen schade doet of gedestilleerd water veel doelmatiger is.

Bij het bereiden der oplossingen zijn onderscheidene bijzonderheden op te merken, afhankelijk van den aard der stoffen, die opgelost moeten worden.

Zelfstandigheden, die minder gemakkelijk in water oplosbaar zijn, wrijft men in den mortier fijn en giet daarop eerst eene kleine, vervolgens eene grootere hoeveelheid Van de voorgeschreven waterige vloeistof, maar houdt hiervan zoo

-ocr page 68-

56

veel achter, dat na het afschenken in de flesch de mortier nog een paar maal kan worden nagespoeld. In den regel geschiedt de oplossing beter niet warm dan met koud water. Lichamen, die zeer gemakkelijk oplosbaar zijn, bijv. chlore-tum ammonicum, iodetum kalicum, kunnen onmiddellijk in de flesch gebracht en dan een weinig koud water hierop gegoten en hiermede tot volkomen oplossing geschud worden. Brometum kalicum kan in de flesch insgelijks opgelost worden , wanneer men het zout eerst fijn gemaakt heeft of het alzoo in voorraad houdt. Chloras kalicus lost veel beter in warm dan in koud water op. Om spoediger gereed te zijn, overgiet men den chloras kalicus derhalve in de flesch met een gedeelte warm water, al is de voorgeschreven hoeveelheid water voldoende voor oplossing in de koude. Kleine hoeveelheden van sterk werkende geneesmiddelen, bijv. tar-tarus emeticus, mercurius sublimatus corrosivus, zouden in den mortier al lichtelijk voor een deel blijven aanhangen, terwijl het aan den anderen kant bezwaar oplevert ze onmiddellijk in de flesch te brengen, omdat men daarin niet zoo zeker de volkomen oplossing kan waarnemen. Het voorzichtigst is, deze geringe hoeveelheid vooraf in een reageerbuisje in een weinig gedestilleerd water volkomen op te lossen (zoo noodig onder verwarming), na geheele oplossing in de flesch te brengen en het buisje nog een paar malen met eene andere hoeveelheid van het water na te spoelen.

Bijzondere voorzorg vereischt het oplossen van narcotische of vergiftige alcaloïden of alcalo\'idezouten, bijv. strychninezouten. Niet alleen dat de receptarius voor volkomen oplossing moet zorgen, maar hij dient acht te geven of er in de mixtuur ingrediënten voorkomen, die het alcaloïde kunnen uitpraeci-piteeren, bijv. looizuurhoudende extracten of alcalische stoffen, zooala» liquor ammoniae anisatus. Daardoor toch ontstaat het gevaar, dat het alcaloïde niet door de mixtuur verdeeld maar

-ocr page 69-

57

als een bezinksel aanwezig is, en de patient, die het drankje niet telkens heeft omgeschud, in den laatsten lepel wellicht eene letale (doodelijke) dosis inneemt. In zulke gevallen is de receptarius verplicht, daarop den geneesheer opmerkzaam te maken, want niet zeldzaam zijn de ongelukken, die door dergelijke bezinksels ontstaan zijn. Het best nog is het afzonderlijk opgelost alcaloïde of alcaloïdezout het laatst bij te voegen.

Is de oplossing van een zout niet volkomen helder, dan moet zij doorgezegen of gefiltreerd worden. Vooral\'is dit laatste noodig bij oogwaters, indien zij uit dergelijke oplossingen bestaan.

Indien de oplossing van twee zouten of in het algemeen van zelfstandigheden, die ontledend op elkander werken, is voorgeschreven, zoo worden deze elk afzonderlijk in een evenredig gedeelte van het water opgelost en dan deze oplossingen bijeengevoegd, teneinde het nieuw gevormde lichaam zooveel mogelijk fijn verdeeld te verkrijgen, omdat hierbij gewoonlijk een onoplosbaar of moeilijk oplosbaar lichaam gevormd wordt (bijv. acetas plumbicus en sulphas zincicus; nitras argenticus en extractum opii).

Voor de dusgenaamde fomenta frigida worden oplossingen van gemakkelijk oplosbare zouten, zooals chloretum am-monicum en nitras kalicus, voorgeschreven. De werking dezer fomentaties is gegrond op de koude, die bij het oplossen der zouten ontstaat. Deze werking gaat echter groo-tendeels verloren, wanneer het oplossen in de apotheek geschiedt en de gereed gemaakte oplossing den patient toegezonden wordt. De geneeskundige zal veel beter zijn doel bereiken, indien hij de op te lossen zouten en het oplosmiddel (gewoonlijk water met azijn) elk afzonderlijk voorschrijft en de oplossing onmiddellijk vóór de aanwending bij den patient doet bewerkstelligen.

-ocr page 70-

58

Verder kan het voorkomen, dat de oplosbaarheid van de eene zelfstandigheid door een ander, in het geneesmiddel voorkomend, lichaam bevorderd wordt, bijv. de oplosbaarheid van chloretmn hydrargyricum door chloretum ammonicum, de oplosbaarheid van iodium door iodetum kalicum. In dit geval maakt men eene geconcentreerde oplossing van het lichaam , hetwelk de oplosbaarheid bevordert, en lost de andere zelfstandigheid daarin tegelijkertijd op. Bijv. voor de bereiding van het recept, inhoudende eene oplossing van iodium en iodetum kalicum in water (bladz. 54), brengt men het iodium en het iodetum kalicum tegelijkertijd in de flesch en voegt hierbij eerst een weinig water, waardoor het op zich zelf in water zeer moeilijk oplosbaar iodium tegelijk met het iodetum kalicum zeer gemakkelijk oplost.

Over de verandering, die de oplossing van iodium in aethee-rische oliën ondergaat, zie men bladz. 19. Wij voegen hierbij , dat eene soortgelijke ontkleuring geschiedt, indien de mixtuur tegelijk iodium met een elaeosaccharum bevat.

Citras magnesicus wordt onder verwarming opgelost, totdat er eene heldere vloeistof ontstaan is.

Sulphas chinini lost moeilijk in water op, doch zeer goed, indien het water vrij zwavelzuur en vooral, indien het vrij chloorwaterstofzuur bevat. Gewoonlijk wordt door de geneeskundigen zulk een zuurbevattend water voor het oplossen van den sulphas chinini voorgeschreven, waarbij de hoeveelheid bij te voegen zuur somtijds opgegeven, doch meestal aan den apotheker overgelaten wordt (q. s.). Van acidum sulphuricum dilutum en elixir acidum Halleri zijn 2 droppels, van acidum hydrochloricum dilutum is 1 droppel voldoende op 100 milligram sulphas chinini. Om de oplossing spoedig te doen plaats hebben, brengt men den sulphas chinini in aanraking met het zuurbevattend water en niet eerst met het zuur zelf, om later het water op te gieten. Indien men het

-ocr page 71-

59

zuur op den sulphas chinini droppelt en dan water bijvoegt, verkrijgt men eene massa, die aan mortier of flesch vasthecht en slechts met moeite later in het water oplost. Men giet dus eerst een weinig water op den sulphas chinini en droppelt hierbij vervolgens het zuur, waarbij het zout dadelijk oplost. Komt tegelijkertijd succus liquirifciae in de mixtuur voor, dan moet deze eerst met eene 5—6 voudige hoeveelheid van het oplosmiddel verdund worden, voordat men de kinine-oplossing bijvoegt, omdat anders zuur en alcaloïde zich met het werkzaam beginsel van het zoethout (glycyr-rhizine, d. i. een zuur ammoniumzout van het glycyrrhizine-zuur) tot eene klonterige zelfstandigheid vereenigen, die moeilijk is fijn te krijgen. Wordt door den geneeskundige geen zuur op het recept voorgeschreven, dan is de apotheker niet gerechtigd dit er bij te voegen, al is deze bijvoeging ook veel meer rationeel. In dat geval moet de sulphas chinini in den mortier met eenig water zeer fijn gewreven worden. Komt gom, een syrupus of een extract in de mixtuur voor, dan kan de fijngemaakte sulphas chinini daaronder vermengd en verdeeld worden.

De oplossing van sulphas chinini met verdund zwavelzuur heeft een blauwen weerschijn (fluorescentie), die echter niet waargenomen wordt, indien acidum hydrochloricum dilutum tot betere oplossing gediend heeft, ook niet wanneer chloreta of brometa in het recept voorkomen.

Acetas morphini vereischt gewoonlijk een paar droppels azijnzuur tot volkomen oplossing.

Over de oplossing van kamfer in waterige mixturen, zie blz. 49; en over de oplossing van phosphorus in vette olie, zie blz. 46. Eene oplossing van kamfer in spiritueuze vloeistoffen of in oliën geschiedt zeer spoedig, het oplossen van phosphorus in aetheerische oliën moet ondersteund worden, door het fleschje, hetwelk de olie en den phosphorus bevat,

-ocr page 72-

60

in warm water te plaatsen. Aetheerische oliën worden met een weinig suiker gewreven (tot elaeosacchara) en dan met water afgemengd. Als geschikt middel om aetheerische olie in water te doen opnemen; kan magnesia usta dienen. De olie wordt hiermede afgewreven en met gedestilleerd water aangemengd, waarna het troebele mengsel wordt gefiltreerd. Eene dergelijke oplossing wordt vaak in plaats van het gedestilleerde aromatisch water gegeven, maar op haar eenigszins alcalischen aard zal in sommige gevallen moeten worden acht geslagen, bijv. bij alcaloïdezouten (zie blz. 56).

Bij eene zeer drukke receptuur houdt men oplossingen van bekende sterkte in voorraad, bijv. van chloretum ammonicum (1 deel met 2 deelen water), nitras kalicus (1 deel met 4 deelen water), sulphas natricus (1 deel met 2 deelen water). Van deze oplossingen worden voor 1 voorgeschreven gewichts-deel chloretum ammonicum of sulphas natricus 3 gewichts-deelen oplossing, voor 1 deel nitras kalicus 5 deelen der oplossing genomen. In gewone apotheken zouden wij het in voorraad houden van oplossingen geheel ontraden. Ook zal het aantal dezer oplossingen steeds klein zijn, dewijl vele lichamen in oplossing bij het bewaren verandering ondergaan, bijv. tartras kalicus, tartarus emeticus. Het best houdt zich nog de oplossing van tartarus emeticus, indien er eene kleine hoeveelheid spiritus is bijgevoegd, bijv. 1 deel tartarus emeticus, 40 deelen water, 9 deelen spiritus. (50 Gewichtsdee-len dezer oplossing komen overeen met 1 gewichtsdeel tartarus emeticus).

Weeke extracten worden op een papier afgewogen, nadat men een papier van gelijk gewicht op de andere schaal gelegd heeft. Eene breede platte spatel is het meest geschikt, om het extract uit den pot op het papier en van het papier in den mortier te brengen. Het handig overbrengen van het extract in het midden van den mortier (nooit aan den

-ocr page 73-

61

bovenwand) en aan de benedenvlakte van den stampei- kenmerkt den geroutineerden receptarius. Het extract wordt eerst met weinig en dan met eene grootere hoeveelheid van het vehi-eulum afgemengd en in de flesch geschonken, waarbij men een weinig van het vehiculum achterhoudt, om den mortier te kunnen naspoelen. De extracten geven zelden volkomen heldere oplossingen. Voordat men het extract, afgemengd met water, in de flesch schenkt, laat men de vloeistof eerst een oogenblik in den mortier in rust, om misschien aanwezige grovere deeltjes achter te houden. Kleine hoeveelheden van sterk werkende extracten worden van het papier aan de bene-denzijde van den stamper afgestreken en afzonderlijk afgemengd.

Droge (poedervormige) extracten worden vooraf fijn gewreven en eerst met eene kleine hoeveelheid water week gemaakt. Het lactucarium wordt vooraf met de dubbele hoeveelheid suiker fijngewreven. Spiritueuze of aetheerische extracten, in het algemeen extracten, die harsige bestand-deelen bevatten en niet of moeilijk oplosbaar in water zijn, zooals extractum seminis santonici (aethereum), extractum granati (spirituosum), de extracta alcoholica der Ed. I, worden met de dubbele hoeveelheid poeder van arabische gom in den mortier door wrijven goed ondereen gemengd, waarna de massa met het vehiculum afgemengd wordt.

Saccharum album is gemakkelijk oplosbaar in water. Eene oplossing van 2 deelen witte suiker in 1 deel water levert den syrupus simplex, dien men in plaats van saccharum album in de mixturen kan bezigen, door daarvan 1 /, maal zooveel te nemen als suiker is voorgeschreven en van het gewicht van den syrupus van het menstruum af te trekken. Saccharum lactis wordt met warm water opgelost.

(Een zoet gemaakt drankje droeg van ouds den naam van „Julapiumquot;).

Gewone manna wordt onder verwarming opgelost en de

-ocr page 74-

62

oplossing gecoleercl, tot bezinking gezet en dan helder afge-schonken. Manna dejmrata lost in koud water volkomen op.

Eene oplossing van gummi arabicum kan verkregen en in voorraad bewaard worden, door 1 deel tot grof poeder gebrachte gom met 2 deelen water te overgieten. Deze oplossing kan helder worden afgeschonken en levert dus het zuiverste gom-slijm. Gewoonlijk wordt eene mucilago gummi arabici opzettelijk voorgeschreven en bereid, door 1 deel poeder van gom in den mortier te brengen en daarop 1 deel water te gieten, waarbij men, vlijtig omroerende, een dik gomslijm zonder klonters verkrijgt. Komen er zouten in de mixtuur voor, bijv. borax, die het gomslijm doen stremmen (zie bladz. 18), dan lost men ze afzonderlijk op en voegt deze oplossing bij de zooveel mogelijk verdunde mucilago. (Eene met borax gestremde mucilago gummi arabici kan gewoonlijk door bijvoeging van suiker hersteld worden, omdat suiker de oplosbaarheid van borax in water verhoogt). Ook solutio chloreti ferrici, tinc-tura nervina Bestucheffii, zuren, mogen nooit met de mucilago gummi arabici in aanraking gebracht worden, voordat laatstgenoemde zeer verdund is. Tincturen met harsige bestanddeelen, bijv. tinctura myrrhae , — benzoës, worden langzaam (droppelswijs) onder de dikke mucilago gemengd.

Onder den naam van solutio gummosa verstaat men eene vloeistof, bereid uit 1 deel pulvis gummosus en 50 deelen water. De goed fijne pulvis gummosus wordt in den mortier met een klein gedeelte van het water (liefst warm water) onder vlijtig en niet te kort wrijven, ook door schudding in de flesch, tot eene mucilago gebracht en deze met het overige water afgemengd. Met betrekking tot de addities gelden dezelfde regels als bij de mucilago gummi arabici. De solutio gummosa vervangt op vele plaatsen het decoctum hordei. Zoo dit laatste bepaald verlangd wordt, kan men het be-

-ocr page 75-

63

reiden door fijn gestampt semen hordei geruimen tijd met kokend heet water te schudden.

Mucilago tragacanthae, mucilago saleh en mucïlago seminum cydonioruni behooren wel niet tot de eigenlijke oplossingen, maar wij achten het hier de geschiktste plaats om ze te behandelen.

Mucilago tragacanthae wordt bereid; door 1 deel traganth in den mortier met de 12voudige hoeveelheid water in eens te overgieten en dan stevig te roeren, totdat al de klonters verdwenen zijn.

Mucilago saleh (of salep), eigenlijk „dilatatio salebquot;, gewoonlijk doch verkeerd „solutio salebquot;, ook wel decoctum saleh geheeten, wordt bereid uit 1 deel tot fijn poeder gebrachte saleb met 100 deelen heet water (mucilago saleb tenuis uit 1 deel saleb met 150 deelen water). Er bestaat bij de practici verschil in zienswijze over den staat van fijnheid van het poeder en over de wijze van bereiding der mucilago. Sommigen mengen het fijn salebpoeder eerst in de fiesch met een weinig koud water aan en gieten vervolgens het overige water kokend heet bij, waarna vlijtig geschud wordt. De bereiding geschiedt zeer goed, indien men eerst \'/4 gedeelte van de benoodigde hoeveelheid kokend water in de flesch giet, daarin het goed fijngewreven salebpoeder brengt, even doorschudt, nu het verdere kokend water bijvoegt en eindelijk schudt, van tijd tot tijd, om het springen der flesch te voorkomen, de kurk losmakend, totdat een gelijkmatig dik slijm zonder klonters verkregen is. Men loopt nog veel minder gevaar van klonteren, indien het salebpoeder vooraf met eene gelijke gewichtshoeveelheid suiker vermengd is. De bereiding geschiedt het best, indien men het salebpoeder vooraf met eenige droppels sterken spiritus bevochtigt. Men behoeft alsdan slechts kort met het heete water te schudden; onder het staan wordt van zelf

t

-ocr page 76-

64

een gelijkmatig slijm gevormd. Indien, benevens de mucilago saleb, andere waterige vloeistoffen in de mixtuur voorkomen, bijv. aqua menthae, dan laat men vóór de vermenging de mucilago saleb eerst bekoelen, dewijl men anders gevaar loopt van uitzakken. Somtijds wordt pulvis saleb voorgeschreven bij een decoct, bijv. bij decoctum calumba. In dat geval wordt de colatuur opnieuw tot de kookhitte gebracht en het salebpoeder daarmede als met het heete water behandeld.

De mucilago saleb verdraagt zich niet met alcaliën. Zij wordt daarmede tot eene dikke geleiachtige massa, die niet uit de flesch kan geschonken worden. Dit is onder anderen zeer sterk het geval met solutio ammoniaci spirituosa anisata. De geneeskundige vermijde dus deze addities bij het voorschrijven van een salebdrank.

Mucilago seminum cydoniorum, veeleer eene maceratie, wordt bereid door de semina cydoniorum (1 deel) met gedestilleerd water (32 deelen) in eene flesch te weeken, van tijd tot tijd schuddend, waarna men de dikke vloeistof, eene oplossing van plantenslijm, door een doek coleert.

Amijlum, tarwezetmeel, (bijv. in lavement) wordt eerst met zijne drievoudige hoeveelheid koud water in een mortier aangemengd en vervolgens met kokend water (in het geheel 100 deelen water op 1 deel amylum) behandeld. Voor het Glycerinum cum amylo (unguentum glycerini) wordt het amylum insgelijks eerst met eene kleine hoeveelheid water (1 deel) aangemengd en dan met de glycerine (15 deelen) even opgekookt.

§ 37. Onder Saturatie, Saturatio, verstaat men een art-senijvorm, waarbij een zuur met een koolzuur alcali is voorgeschreven , welke zelfstandigheden natuurlijk op elkander inwerken, ten gevolge waarvan het alcali zich met het bijgevoegde zuur verbindt, terwijl het koolzuur wordt losgemaakt.

-ocr page 77-

65

De hoeveelheid zuur wordt meestal aan den apotheker overgelaten. Het meest gebruikelijk zuur bij saturaties is het citroenzuur, hetzij als suocus citri, hetzij in kristallen. Dit laatste wordt thans gewoonlijk aangewend en verdient de voorkeur, omdat het telkens bereiden van verschen succus citri te veel tijd rooft en de succus moeilijk zonder verandering bewaard kan blijven. Bovendien wisselt het zuurgehalte in het citroensap zeer af, zoodat men hierop geen vaste berekening maken kan. Het meest gebruikelijke alcali is de carbonas kalicus (sal tartari). Verder komen als zuren in saturaties voor: acidum aceticum dilutum of acetum, in enkele gevallen acidum tartaricum; als koolzure zouten: carbonas natricus of in den laatsten tijd veelvuldig bicarbonas natricus, sesquicarbonas ammonicus, in zeer enkele gevallen carbonas calcicus of magnesicus.

Als voorschrift voor eene zoogenaamde pot in Eiveri diene het volgende:

1^: carbonatis kalici gramm. 5,

acidi citrici crystallisati quantum satis,

aquae fontanae gramm. 200,

syrupi rubi idaei gramm. 30.

Zeer verschillend is de zienswijze omtrent den aard en , ten gevolge daarvan, omtrent de bereidingswijze van dezen artsenijvorm. Sommigen meenen, dat men enkel gevolg moet geven aan de benaming „saturatiequot; of aan de uitdrukking, die door den arts soms op het recept wordt gebezigd: „acidi .. . quantum sufficit ad perfectam saturationem (neutra-lisationem).quot; Het opgeloste zuur wordt door hen op het koolzuur alcali in den mortier gegoten, zij laten het koolzuurgas (kooldioxyde) ontwijken en onderzoeken nauwkeurig met lakmoespapier of de neutralisatie bereikt is. Zij, die de

5

-ocr page 78-

66

saturaties op zoodanige wijze bereiden, leveren dus slechts eene neutraal reageerende oplossing van het zout, hetwelk uit het zuur met het alcali gevormd is (bijv. van citras kalilus) ; het koolzuur blyft buiten rekening.

Anderen, en wij scharen ons geheel aan hunne zijde, meenen, dat de geneeskracht eener saturatie niet enkel van het gevormde en opgeloste zout afhangt, maar ook en hoofdzakelijk in een gehalte aan vrij en opgelost koolzuur gelegen is. Indien toch de bedoeling was, enkel eene neutrale oplossing van een zout te geven, dan zou het veel eenvoudiger zijn, indien de arts den citras of acetas kalicus enz. in den drogen staat in de noodige hoeveelheid water liet oplossen. Het opgeloste koolzuur echter verleent aan het geneesmiddel eene frischheid, die in de gevallen, waarin de potio Eiveri wordt noodig geacht, gunstig op den zieke werkt. Een neutrale toestand van den drank is hierbij echter niet te verkrijgen, dewijl het vrije opgeloste koolzuur zuur reageert.

Om het doel te bereiken, dat de drank koolzuurhoudend is, worden verschillende wegen ingeslagen. Mohr laat den drank onder kunstmatige afkoeling bereiden en de flesch sluiten met eene kurk, die met een champagneknoop bevestigd is. Hij neemt minder zuur dan tot neutralisatie van het koolzuur alcali noodig is, zoodat een gedeelte van dit laatste hierdoor niet aangetast, maar door vrijgeworden koolzuur van een ander gedeelte tot bicarbonaat wordt overgebracht, hetwelk volgens zijne stelling door het vrije zuur in de maag zal worden ontbonden. Het ander gedeelte vrij koolzuur blijft bij de lagere temperatuur geheel opgelost.

Deze methode komt ons minder geschikt voor. Zij geeft te veel aanleiding, dat bij de hoogere temperatuur in de ziekenkamer het sterk ingedrongen koolzuur zich als gas uitzet en dé flesch verbrijzeld wordt. Bovendien heeft de saturatie als-

-ocr page 79-

67

dan eene zeer onaangename kleur, wanneer er eene gekleurde stroop, bijv. syrupus rubi idaei of rhoeados, bijkomt.

Onzes inziens moet de potio Eiveri de oplossing zijn van eene neutrale verbinding, maar tevens van zooveel vrij koolzuur als bij de gewone temperatuur mogelijk is. Om dit doel te bereiken, geven wij de volgende bereidingswijze voor bovenstaand recept op.

De 5 gram carbonas kalicus (vooral vrij van kiezelzuur, opdat later geen filtratie noodig zij) worden in de flesch gedaan ; hierop wordt bijna de geheele hoeveelheid water (bijv. 180 gram) gegoten en verder de syrupus bijgevoegd. Door omschudding wordt de carbonas kalicus spoedig opgelost en de syrupus door de vloeistof verdeeld. In de resteerende 20 gram water heeft men de hoeveelheid citroenzuur opgelost, welke men weet, dat tot neutralisatie van de 5 gram carbonas kalicus vereischt wordt (namelijk 4,5 gram, zie bladz. 69). Men laat deze zure oplossing langzaam langs de wanden der flesch bij de oplossing van den carbonas kalicus afloopen, waarna men de flesch een weinig heen en weder beweegt, om alles dooreen te mengen. Er mag eene geringe opbrui-sing plaats hebben, maar de grootste hoeveelheid van het vrij geworden koolzuur wordt in het water opgelost, en is oorzaak, dat de drank in de flesch en vooral bij het uitschen-ken parelt en een frisschen smaak heeft.

Komen in de saturatie, behalve syrupus, nog andere indifferente stoffen, dan mengt men deze in den regel vooraf onder de oplossing van het koolzuur alcali, om het schudden der gereed gemaakte saturatie zooveel mogelijk te vermijden. Komt in de additie eene spiritueuze zelfstandigheid voor, dan is de opbruising het geringst. Aetherhoudende geneesmiddelen daarentegen worden het laatst bijgevoegd, omdat men anders gevaar loopt, dat zij met het ontwikkelde koolzuurgas gedeeltelijk ontwijken.

-ocr page 80-

68

Ook indien mucilago gummi arabici, rob sambuci, syrupus althaeae of extracten tot de addities behooren, moeten deze bij de gereed gemaakte saturatie worden gevoegd, omdat deze zelfstandigheden, vooraf onder de oplossing van het koolzuur alcali gemengd, tijdens de bijvoeging van het zuur door haar slijmigen aard aanleiding zouden geven tot het vormen van een sterk schuim, hetwelk uit de flesch zou kunnen dringen.

Eene vrij groote hoeveelheid koolzuur, hoewel minder dan bij de opgegeven methode, blijft in den drank opgelost, wanneer men het koolzuur alcali en het zuur, indien dit eene vaste stof is, bijv. citroenzuur, beiden in de vereischte verhouding gezamenlijk droog in den mortier ondereenwrijft en het water, vermengd met de addities, die daartoe geschikt zijn, in eens hierop giet. Eene dergelijke bereidingswijze is noodig, indien men later mucilago, rob enz. moet bijvoegen.

De arts doet wel, dergelijke zelfstandigheden nooit in eene saturatie voor te schrijven.

De flesch, waarin de saturatie afgeleverd wordt, moet van dik glas zijn en de kurk moet goed, doch niet te vast sluiten. Het papieren kapje wordt boven den hals der flesch om de kurk gebonden, opdat bij eene vermeerderde spanning van het opgeloste koolzuur door verhoogde temperatuur des noods de kurk uitgelicht kan worden, zonder dat de flesch uiteen-springt. Bovendien wordt bij den zieke aanbevolen, de flesch op eene koele plaats of in koud water te zetten en niet te schudden.

Zooals wij boven zeiden, is het bij de rationeele bereiding der saturaties noodig, de hoeveelheid zuur te kennen, die tot neutralisatie eener zekere hoeveelheid koolzuur alcali noodig is.

De volgende tabel voor de meest gebruikelijke zuren en koolzure zouten kan daartoe behulpzaam zijn.

-ocr page 81-

69

1 Gram carbonas kalicus wordt geneutr. door 0,9 gram aci-

dum citricum.

„ „ „ „ „ v „ 9 gi-am succus

citri.

„ „ „ „ „ „ „15 gram aci-

dum aceticum dilutum of ace-tum.

„ „ 0,5 gram aci-

dum citricum. „ „ 5 gram succus

citri.

„ „ 8 gram aci-

dum aceticum dilutum of ace-tum.

„ „ 0,8 gram aci-

dum citricum.

„ „ „ „ „ „ „ 8 gram succus

citri.

» v igt; » » » i) gram aci-

dum aceticum dilutum of ace-tum.

Onder succus citri wordt hier verstaan recens, of artificiale, hetwelk op de 10 deelen 1 deel acidum citricum bevat. Acidum aceticum dilutum of acetum 5,66 procentisch.

Solutio citratis magnesici, bereid door 3 deelen magnesia alba (carbonas et hydras magnesicus) bij gedeelten en onder zachte verwarming te brengen bij eene oplossing van 5 deelen citroenzuur in 30 deelen water, wordt geheel helder, maar bevat natuurlijk geen vrij koolzuur (zie ook blz. 58).

§ 38. Kruidensappen, Sued plantavum recentes, expressi,

1 Gram oai\'bonas natricus (crystall.)

1 Gram bicarbonas natricus

-ocr page 82-

70

worden verkregen door uitpersing van versche kruiden, gewoonlijk in het voorjaar, zooals van Taraxacum, Nasturtium, Chelidonium, Trifolium fibrinum (Menyanthes trifoliata), Co-chlearia, Beccabunga, Millefolium enz. Zij waren vroeger veel meer dan nu als lentekuur, onder den naam van „meidrankquot;, in gebruik.

Men schrijft gewoonlijk slechts de hoeveelheid voor, die op één dag opgebruikt wordt, en laat gedurende eene maand dagelijks itereeren, bijv.:

it: succi recenter expressi

herbae cochleariae,

--nasturtii aquatici,

-- beccabungae,

--trifolii fibrini aa gramm. 20.

Succos colatos et decanthatos misce.

D. S. In één dag met een weinig Rijnschen wijn vermengd te gebruiken.

De bereiding der kruidensappen geschiedt door de planten eerst met water af te wasschen, dan zoo noodig te snijden, vervolgens in eenen mortier tot eene brij te stampen en deze eindelijk uit te persen. Men laat het uitgeperste sap 12 uren tot bezinking staan, giet het dan af (decantheert het), of zijgt het door. Zij worden telkens den avond vóór den dag der aflevering bereid.

§ 39. Wei, Serum lactis, is melk, waaraan vetdeelen en kaasstof (caseïne) onttrokken zijn. Men bezigt voor de bereiding der wei: koemelk, ezelinnenmelk of geitenmelk. Tot afscheiding (coagiüatie) der vet- en kaasdeelen (coagulum) dienen kalfsleb of zure zelfstandigheden, zooals cremor tartari (tartras kalicus acidus), aluin, citroenzuur, tamarinde. Indien de wei bereid is met behulp van kalfsleb of met niet

-ocr page 83-

71

meer zuur, dan tot afscheiding der kaasstof vereischt wordt, dan heet zij zoete wei; serum lactis dulce. Heeft men meer zuur bijgevoegd, zoodat dit duidelijk in de afgezonderde vloeistof merkbaar is en mede als werkzaam middel optreedt, dan verkrijgt men de zure wei, serum lactis acidum, die naar den aard van het bijgevoegde zuur heet: serum lactis tartarisatum, — aluminatum, — citratum, — tamarin-datum. Ook wordt wel de overmaat van zuur door eene base (kalk) geneutraliseerd, wanneer zij zoetgemaakte wei, serum lactis dulcificatuin, heet.

Als voorbeeld dezer laatste diene het volgende voorschrift:

13.-: lactis vaccini kilogramm. 1.

Ebulliat in vase figulino; tune admisce cremoris tartari gramm. 5.

.Coagulatione peraeta liquorem semirefrigeratum cola et cum

albumine ovorum in spumam redacto ad albuminis coagulationem usque coque et filtra.

Colaturae adde

carbonatis calcici quantum sufficit ad neutralisationem acidi.

i- De arts schrijve van de wei slechts zooveel voor, als op één dag gebruikt wordt. Dewijl de bereidingswijze in het algemeen aan den apotheker bekend is, kan de arts meestal volstaan met eenvoudig de hoeveelheid der verlangde serumsoort op het recept te schrijven, bijv.

R-: seri lactis tartarisati gramm. 500.

D. S. In één dag te gebruiken.

Voor de bereiding van het serum lactis dulce digereert

-ocr page 84-

72

men de melk met de kalfsleb {stomachus seu ventriculm vitu-linus) bij eene temperatuur van omstreeks 40° C. Gewoonlijk wordt de kalfsleb gedurende een halven dag in de tienvoudige hoeveelheid lauwwarm water gedigereerd en de colatuur tot beréiding der wei gebezigd.

Voor de bereiding der verschillende sera lactis acida brengt men de melk eerst tot de kookhitte, voegt er vervolgens de zure zelfstandigheid bij en scheidt eindelijk door coleeren de vloeistof, het serum, af van de coaguleerde caseïne, die tevens de vetdeelen houdt omwikkeld. (Werkt men met groote hoeveelheden, dan laat men de melk eerst eenigen tijd staan, en schept het bovendrijvende room af). Het serum bevat, behalve melksuiker en de zouten der melk, steeds nog eenig caseïne en sporen vet, waardoor het een groenwit of geelachtig voorkomen heeft.

De hoeveelheid der zure zelfstandigheid voor de bereiding van zure wei is op 500 gram melk: 1,5 gram crèmor tar-tari, — 0,5 gram acidum tartaricum, — 1,75 gram alumen,

— 0,5 gram acidum citricum, 5 gram succus citri recens of artificiale — 2,5 gram acidum aceticum dilutum of acetum,

— 13,5 gram pulpa tamarindorum.

Het klaren met eiwit en het neutraliseeren van het zuur na het doorgieten geschiedt niet, dan tenzij het opzettelijk is voorgeschreven.

Bij het bereiden der zure wei bezige men nooit metalen vaatwerk en vermijde ook het omroeren met eene ijzeren spatel.

§ 40. Droppels, Guttae, Guttulae, Mixturae contractae. In dezen vorm worden aetherachtige vloeistoffen, tincturen, verdunde zuren, ook wel oplossingen van zouten en extracten, in kleine hoeveelheid gegeven. Bepaalde voorwaarden zijn echter, dat de vloeistof dun zij; en geene onoplosbare zelfstandigheid bevatte.

-ocr page 85-

73

Op de weinige zekerheid, die de droppelvorm met betrekking tot de dosis geeft door het verschil in het gewicht dei-droppels, werd reeds bladz. 8 en 9 gewezen. De arts doet altijd beter, het sterk werkend hoofdmiddel der droppels door verdunning met het een of ander vehiculum in eene mixtuur te brengen, die eetlepelswijs genomen wordt. Verzuimt toch de patient de vereischte nauwkeurigheid bij het droppelen van sterke middelen, bijv. van de solutio arsenicalis Fowleri, dan heeft men groot nadeel te vreezen.

Een paar voorbeelden van droppels, het eene een eenvoudig mengsel, het andere eene oplossing, zijn:

R;: tinturae Valerianae, iodeti kalici gramm. 5,

liquoris anodyni mineralis aquae destillatae gramm. 25.

Hoffmanni aa gramm. 10. M. D. S. Driemaal daags

25 M. D. S. Viermaal daags 15 25 droppels, droppels.

De droppels bestaan ook zeer dikwijls uit eene enkele artsenij, bijv.:

li-: vini colchici gramm. 20.

D. S. Driemaal daags 20 droppels.

In enkele gevallen wordt het gebruik van dezen artsenij-vorm in theelepels opgegeven.

De hoeveelheid guttae, die wordt voorgeschreven, bedraagt zelden meer dan 10—30 gram.

De droppelvorm komt ook uitwendig voor, bijv. bij oogdroppels (sulphas atropini 1 deel op 250 deelen aqua; de oplossing altijd vóór de aflevering te filtreeren), bij oordroppels (oplossingen van borax of carbonas natricua) enz.

Bij de bereidingswijze der guttae gelden dezelfde regels als bij de mixturae en de solutiones.

-ocr page 86-

74

§ 41. Likpot, en Conserf, Electuarium, is een artsenij-vorm van eene dikke consistentie, die uit plantenpoeders (met of zonder zouten) bestaat, welke met honig, stroop of vruchtensap tot de noodige consistentie zijn gebracht. Men onderscheidt naar de consistentie het electuarium spissum of eigenlijk electuarium, hetwelk slechts langzaam of ter nauwer-nood van de spatel afvloeit, en het electuarium molle of conditum, hetwelk van de spatel afvloeit, maar toch dikker is dan de linctus (§ 29).

Bij het voorschrijven van een electuarium begint men met de poeders, en wel, indien meerdere poeders voorkomen, met de kleinste hoeveelheid, waarna de andere volgen, terwijl men met het bindmiddel (constituens of excipiens) eindigt. De hoeveelheid van het bindmiddel wordt gewoonlijk aan den apotheker overgelaten door de uitdrukking q. s. ut fiat electuarium (spissum seu molle). Is de hoeveelheid van het bindmiddel opgegeven, dan luidt het onderschrift: M. Fiat electuarium.

Voorbeeld:

R.-: pulveris radicis jalapae gramm. 2,

---radicis Valerianae gramm. 5,

---seminis cinae gramm. 15,

oxymellis scillae quantum sufficit ut fiat electuarium molle.

De arts schrijve van dezen artsenijvorm, die spoedig bederft, geen grootere hoeveelheid voor dan 50—100 gram.

Voor de bereiding der electuariën worden eerst de droge zelfstandigheden in den poedervonn in den mortier gebracht en vermengd en dan met het bindmiddel aangemengd. Komen extracten in het electuarium voor, dan verdunt men deze vooraf met een deel van het bindmiddel. Is de hoe-

-ocr page 87-

75

veelheid van het constituens door den geneeskundige aan den apotheker overgelaten, dan voegt men dit langzamerhand bij. Organische poeders zuigen veel vochtigheid in, zoodat de electuariën bij het staan dikker worden. Men doet wel, hiervan eerst een electuarium molle te bereiden en een uur te laten staan, om te beslissen of nog meer van het constituens noodig is. Bij moeilijk oplosbare zouten of zware stoffen maakt men een dikker electuarium, om te verhinderen dat deze uitzakken. Men rekent gewoonlijk op 30 gram mei depuratum of syrupus 10 gram poeder, op 30 gram rob sambuci of pulpa tamarindorum 5 gram poeder.

Tot de weeke electuariën behooren ook de zoogenaamde tandopiaten, namelijk de ingrediënten voor een pulvis ad dentes (pulvis dentifricius) met mei rosarum of syrupus rhoeados aangemengd.

Verder kan tot de electuariën voor uitwendig gebruik gerekend worden de pap, cataplasma, uit plantenpoeders (gewoonlijk lijnmeel alleen of vermengd met grof poeder van geneeskrachtige kruiden), gemeenlijk met water, ook met melk, bier, wijn, azijn enz. tot eene dikke consistentie aangemengd.

Gewoonlijk worden in de apotheken slechts de zelfstandigheden, tot den groven poedervorm gebracht (zoogenaamde papkruiden, species ad cataplasma), voorgeschreven en geschiedt de toebereiding der pap bij den patiënt.

In plaats van lijnmeelpap is in den laatsten tijd een cataplasma urtificiale in gebruik gekomen, een plantenweefsel, doortrokken met lijnzaadslijm.

Voorbeeld van papkruiden:

1^: foliorum conii,

---hyoscyami aa gramm. 50,

farinae lini gramm. 150.

Misce. Fiat pulvis grossus ad cataplasma.

-ocr page 88-

76

Ook de mosterdpap, sinapismus, bereid uit pulvis seminis sinapis nigri, behoort tot de electuariën voor inwendig gebruik. (Zij wordt in den laatsten tijd met goed gevolg door het mosterdpapier vervangen.)

§ 42. Gelei; Gelatina, is een artsenijvorm, die uit eene veerkrachtige, gewoonlijk doorzichtige of doorschijnende, weeke, taaie en lillende massa bestaat. Zij wordt verkregen bij bekoeling van geconcentreerde afkooksels van dierlijke weefsels, die rijk aan gelatine of chondrine zijn, of ook van plantaardige stoffen, die veel zetmeel of pectine bevatten. Gewoonlijk is er suiker bijgevoegd.

Van de dierlijke zelfstandigheden gebruikt men voor den geleivorm meestal hertshoorn of vischlijm; van de plantaardige caragheen, ijslandsch mos, saleb, arrowroot; — johannes-bessen, frambozen, vlierbessen enz. De geleiën der vruchten dragen meer den naam van roh.

Voor des gelatina cornu cervi kookt men 1 deel cornu cervi praeparatum met 50 deelen water in eene gesloten pan, totdat de helft verdampt is, en zijgt door. Bij de colatuur worden 4 deelen suiker gevoegd, waarna men tot 20 deelen laat verdampen, door linnen zijgt en op eene koele plaats neerzet. De consistentie wordt bevorderd door bijvoeging eener geringe hoeveelheid, bijv. /l0 deel, vischlijm.

Gelatina caragheen wordt bereid uit 1 deel caragheen met 6 deelen suiker tot 25 deelen gelei.

Gelatina Uchenis islandici van 2 deelen zorgvuldig van vreemde bijmengsels gezuiverd en met koud water afgewas-schen ijslandsch mos en 2 deelen suiker tot 5 deelen gelei.

Dewijl deze voorschriften voor de geleiën, afkomstig uit de eerste uitgave der Pharmacopoea, in de apotheken bekend zijn, schrijft de arts eenvoudig de verlangde gelatina voor; óf alleen, óf met hetgeen hij er wil bijvoegen, bijv.;

-ocr page 89-

77

R-: gelatinae cornu cervi gramm. 120,

vini rhenani gramm. 15.

M. D.

Met te groote hoeveelheden worden hiervan voorgeschreven wegens het spoedig bederf.

Addities moeten bij de nog warme gelei, dus vóór het ge-latineeren, gevoegd worden,

§ 43. Pillen, Pilulae, is de van oudsher meest gebruikelijke artsenijvorm, waarmede de arts in staat wordt gesteld, geneesmiddelen, die onaangenaam van smaak of kwalijk van reuk zijn, op eene gemakkelijke wijze toe te dienen en waardoor hij tevens geneesmiddelen voor langeren tijd kan voorschrijven, zonder dat zij in den regel in waarde verliezen.

De pillen zijn bolletjes ter grootte eener erwt, zelden zoo klein als eene peperkorrel of zoo groot als een kersesteen.

Hare zwaarte varieert tusschen de 60 tot 300 milligram. In de kinderpraktijk worden zij wel van 30 milligram voorgeschreven. Zeer kleine pillen dragen ook den naam van granulae, granulen, die vaak zeer werkzame bestanddeelen bevatten. Bedraagt het gewicht meer dan 300 milligram (tot 4 gram), dan noemt men ze holi, brokken.

Men brengt in dezen artsenijvorm zoowel droge zelfstandigheden (meestal poeders), als taaie en vloeibare geneesmiddelen (extracta, syrupi, olea, spiritus etc.) Gezamenlijk leveren deze de dusgenaamde pillenmassa of het pillendeeg [massa pïlularum of pilularis).

Bij het voorschrijven der pillen geeft de arts eerst de hoofd-bestanddeelen op, te beginnen met die, welke in de kleinste hoeveelheid voorkomen. Verlangt men extracten in het recept te brengen, dan bedenke men, dat deze niet altijd van gelijke consistentie zijn en dat door het eene poeder meer dan door het andere wordt opgezogen. Het is derhalve

-ocr page 90-

78

van den arts niet te vergen, dat hij de juiste verhouding voor eene goede pillenmassa opschrijft. Het is voldoende, indien hij de hoeveelheid der werkzame stoffen opgeeft en tevens voor eene goede doseering bij, de verdeeling der massa zorgt. Het „lege artisquot; (naar de regels der kunst), hetwelk, al is het niet opzettelijk voorgeschreven, toch voorondersteld wordt, laat den receptarius zooveel mogelijk vrij, om met het bindmiddel eene goede massa te maken. Bij zelfstandigheden, waarbij het er minder op aan komt, schrijve de arts derhalve bij het constituens „q. squot;. De subscriptie is dan: q. s. ut fiat l. a. massa pilularis {pilularum), e qua formentur (of korter q. s. ut fiant l. a.) pihdae Nn. 25, 50, 100 enz. Kan de geneeskundige met waarschijnlijkheid berekenen, dat de pillenmassa eene behoorlijke consistentie heeft, dan schrijft hij: Fiant pilulae N0. 25, 50, 100 enz. of pihdae ponder is milligr. 100, 200 enz., bijv.:

aloës gramm. 2.

pulveris radicis rhei gramm. 3,

extracti taraxaci gramm. 5.

Misce fiant pilulae N0. 100.

of

Misce fiant pilulae ponderis milligr. 100.

Men kan ook, en dit is wel de eenvoudigste weg, elke afzonderlijke pil doseeren, zoo in het aangegeven voorbeeld:

R-: aloës milligr. 20,

pulveris radicis rhei milligr. 30,

extracti taraxaci milligr. 50.

Misce fiat pilula; dentur tales N0. 100.

of de laatste regel eenvoudiger:

Dentur tales pilulae N0. 100.

-ocr page 91-

79

Om het aaneenkleven der pillen te verhoeden, laat men ze hetzij met bladzilver bekleeden, verzilveren, hetzij met een droog poeder bestrooien of daarin rollen. Verlangt de geneeskundige eene verzilvering der pillen, dan schrijft hij onder de aangegeven hoeveelheid pillen: Ohducantur argento foliato (zij worden met bladzilver bedekt), of eenvoudiger: Ex (de) argento of Argento (uit zilver.) Het vergulden der pillen [Ohducantur aura foliato, zij worden bedekt met bladgoud) is bijna geheel in onbruik geraakt. — Als involveerend poeder voor pillen wordt gewoonlijk gebezigd lycopodium, ook wel pulvis einnamomi, liquiritiae, amylum, pulvis radieis iridis florentinae, magnesia alba, zelden cinnaber. De arts schrijft op het recept: Conspergantur lycopodio enz. of ook wel (Dentur) in of ex hj-copodio enz. (zij worden bestrooid met lycopodium, of zij worden gegeven in of uit lycopodium).

Niet alle pillen zijn geschikt voor verzilvering, bijv. niet de pillen met chloorverbindingen (chloretum ammonicum), met zwavelverbindingen (sulphur auratum, asa foetida), met iood- en broomverbindingen (iodetum of brometum kalicum), met kwikverbindingen enz. Het zilver zou dan worden aangetast. Vele geneeskundigen laten het geheel aan den apotheker over, om de wijze te kiezen, waarop de pillen moeten worden afgeleverd. Indien de pillen niet geschikt tot verzilveren zijn, dan bezigt de apotheker lycopodium. Heeft de geneeskundige ook bij minder daartoe geschikte ingrediënten het verzilveren bepaald voorgeschreven (om aan het verlangen van den patient te voldoen), dan volge de apotheker dit voorschrift, maar neme daarbij de voorzorgen in acht, die beneden bij de omwikkeling der pillen worden opgegeven.

In later dagen is in gebruik gekomen de pillen te kan-deeren, dat is met suiker te overdekken (pilulae canditae, pilulae saccharo obductae). Verder worden de pillen ook wel met eene laag gelatina overdekt (pilulae gelatinatae). Nog

-ocr page 92-

80

komt voor, de pillen met een vernis van tolubalsem te bedekken, zooals bij de pilulae Blancardi, ook (doch minder doelmatig, omdat alsdan de pillen slecht geabsorbeerd worden) met collodium.

De nieuwste wijze om pillen te omhullen is die met hoorn-stof (pilulae keratinatae, gekeratiniseerde pillen), die niet in zure vloeistoffen, zooals het maagsap, maar alleen in alcalische, zooals de inhoud der darmen, ontbonden worden. Van daar dragen zij ook, volgens Unnu, den naam van „dundarmpillenquot;.

De bereiding eener goede pillenmassa is in vele gevallen eene moeilijke taak. Zij mag niet te week noch te hard en moet geheel homogeen zijn, zoodat in de doorgebroken massa geene afzonderlijke deeltjes der ingrediënten herkend kunnen worden; eindelijk moet zij goed vast en volstrekt niet brokkelig zijn. De receptarius beginne de massa niet eerder af te deelen, voordat zij aan al de gestelde eischen voldoet. Anders levert hij slecht gevormde pillen met gleuven, of het werk kost hem later zooveel te meer moeite.

De toebereiding der pillenmassa geschiedt in mortieren. De koperen pillenvijzels, vroeger in gebruik, zijn in de meeste gevallen nadeelig. De mortieren moeten tamelijk diep zijn en liefst den vorm van een halven bol hebben. De stampei-moet minstens 2 J/2 maal zoo lang zijn als de mortier diep is; zijne beneden vlakte moet geheel afgerond zijn. Het boveneinde is vaak met een bol of met eene kruk voorzien.

Nadat uit de poedervormige bestanddeelen met het bindmiddel eene goede pillenmassa is verkregen, wordt deze op de bekende pillenmachine \') of zoogenaamde „pillenplankquot; ver-

1) Voor eenigen tijd zijn wezenlijke pillenmachines uitgevonden en bekend gemaakt door Kahler en Bushby, later door Pindar 1 nieuwe onlangs door iJeriey (afgebeeld en beschreven in het Journal de Pharmacie et de Chmue, Kov. 1881), waarmede door eene gemakkelijke beweging binnen

-ocr page 93-

81

deeld. Het kanalen- of gotenvormend gedeelte of nies dezer pillenplank, waarop de verdeeling der pillen geschiedt met behulp eener daarop sluitende smalle plank, insgelijks met

korten tijd een groot aantal pillen kan vervaardigd worden. Deze machines mogen misschien goede diensten verleenen op plaatsen, waar groote afleveringen derzelfde soort van pillen tot verzending voorkomen, voor de gewone receptuur zijn zij gebleken niet geschikt te zijn. Bovenstaande figuur stelt Kahler\'s pillenmachine voor.

De nieuwste pillenmachine is die van Vomacka, welke echter gebleken is niet altijd aan het doel te beantwoorden.

6

-ocr page 94-

82

kanalenvormende insnijdingen voorzien, is van metaal, hoorn of hout (liefst palmhout). De messen van beide planken moeten scherp zijn en nauwkeurig op elkander passen. Voor pillen, die zelfstandigheden bevatten, welke door metalen worden aangetast, zooals chloretum ammonicum, chloretum hydrargyricum of hydrargyrosum, nitras argenticus, sulphi-dum stibicum enz., bezigt men steeds de pillenplank met hoornen of houten kanalen. Voor het uitrollen der pillen-massa op de pillenplank tot stangen, gebruikt men een houten plankje met langwerpigen knop of handvat. De kanalen op de pillenplank zijn tot heden 30 in getal. In verband met het grammengewicht zou het verkieslijk zijn dit getal in 25 te veranderen, indien althans de artsen het aantal voor te schrijven pillen ook naar het decimaal stelsel willen inrichten (zie blz. 4). Dewijl bij het afsnijden der uitgerolde pillenstang zelden volkomen ronde pillen gevormd worden en soms zelfs de pillen nog aaneengehecht zijn (pillensnoer), zoo moeten zij nog aan eene nadere bewerking worden onderworpen , om ze volkomen rond te maken. Dit geschiedt met behulp van een houten werktuig, „pillenbordquot; of „pillenrol-lerquot; (in het Duitsch „Fertigmacherquot;) geheeten, eene uitvinding van Moihr. Dit pillenbord bestaat uit twee schijven van verschillende grootte (de bovenste met een handvat voorzien), tusschen welke de pillen gewreven worden. Vooral heeft eene wijziging daarvan, het pillenbord van Vial, bijval gevonden, dewijl, zooals uit ommestaande afbeelding blijkt, de bovenste schijf en de ring afzonderlijke deelen zijn, hetwelk een groot gemak oplevert, om de pillen bijeen te houden.

Het uitrollen der pillenmassa met en het rondmaken („draaienquot;) der pillen tusschen de vingers, vroeger uitsluitend in, thans nog niet geheel buiten, gebruik, moet om der welge-voegelijkheid wille worden afgekeurd. Moge het gebruik van het pillenbord in den beginne eenig bezwaar ontmoeten, bij

-ocr page 95-

83

oefening gaat het werk niet alleen goed, maar ook spoedig van de hand, althans, indien de receptarius voor eene goede, vooral niet te weeke, pillenmassa heeft gezorgd.

De gereed gemaakte pillen worden in bijzonder daartoe ingerichte porseleinen, houten of hoornen bakjes in het een of ander poeder gewikkeld, of in glazen of houten ronde doozen (uit twee halve bollen bestaande), dusgenaamde „pil-lenschudders,quot; verzilverd, of op andere, later te vermelden, wijzen behandeld.

De drie hoofdzaken bij de bereiding van pillen zijn dus: 1°. de vervaardiging der pillenmassa;

2°. de verdeeling en afronding der fnllen; 3°. de omwikkeling der pillen.

Wij omschrijven daarom deze punten nader.

1°. De vervaardiging der pillenmassa. Men brengt eerst de poedervormige ingrediënten in den mortier. Indien er geneesmiddelen zijn voorgeschreven, die tot poeder moeten gewreven worden, zooals extractum aloës, dan begint men hiermede. Komen weeke zelfstandigheden in geringe hoe-

6*

-ocr page 96-

84

veelheid voor, zooals narcotische extracten, dan worden deze, na vooraf met een weinig water tot eene dikke vloeistof te zijn aangemengd, eerst onder eene kleine hoeveelheid poeder goed verdeeld. Ook indien eene geringe hoeveelheid van een sterk werkend geneesmiddel, bijv. tartarus emeticus, aci-dum arsenicosum (in de Pilulae asiaticae), een bestanddeel der pillen uitmaakt, dan wordt dit eerst op gelijke wijze na aanmenging met een weinig water nauwkeurig gemengd onder een klein gedeelte van een poedervormig bestanddeel. De gezamenlijke droge bestanddeelen worden nauwkeurig onder elkander gemengd, zoodat geene afzonderlijke deeltjes meer kunnen waargenomen worden. Eindelijk wordt het weeke bindmiddel (extract of syroop) of de eene of andere vloeistof (water, spiritus of gomoplossing) voor het verkrijgen der consistentie toegevoegd. Deze bijvoeging van vloeistoffen geschiedt uit een lepeltje, maatje of droppelfieschje, nooit uit eene groote flesch, omdat men alsdan gevaar loopt, dat men in eens te veel bijgiet.

Met betrekking tot het bindmiddel kunnen zich verschillende omstandigheden voordoen.

a. De arts heeft geen bindmiddel voorgeschreven, maar dit met of zonder het „1. a.quot; geheel aan den apotheker overgelaten. De receptarius heeft nu de keus tusschen een tal bindmiddelen, als pulvis gummi arabici, pulvis radicis liqui-ritiae, tragacantha, pulvis radicis saleb, terwijl men dan verder met water, syrupus simplex, of eenige andere geschikte vloeistof tot massa kneedt. Minder geschikt is pulvis radicis althaeae, dewijl de pillen daarmede bij het bewaren in den regel zeer hard worden. Ook glycerine is zeer geschikt als bindmiddel, en verhindert tevens de te sterke uitdroging der pillen.

Naar onze ondervinding levert het beste bindmiddel, hetwelk tevens gemakkelijk in de maag ontbonden wordt (eene

-ocr page 97-

85

voorwaarde, waarop bij de keuze van een bindmiddel acht gegeven moet worden), een mengsel van gelijke deelen pulvis radicis liquiritiae en pulvis succi liquiritiae j(op 1 deel van de poedervormige ingrediënten bijv. /2 of /3 deel), waarbij eene dunne mucilago gummi arabici (1 deel gom op 2 deelen water) tot het kneden der massa dient. Ook ingeval de arts extractum of succus liquiritiae als bindmiddel heeft voorgeschreven, vervangen wij dit door het genoemde poedermengsel met de gomoplossing. Bij zelfstandigheden, die door plantaardige poeders verandering ondergaan, zooals nitras argenticus, verdient witte bolus en het kneden der massa met water de voorkeur.

In sommige gevallen is zeer dienstig eene geleiachtige massa, bereid door 1 deel traganth met 6 deelen glycerine aan te mengen. Na eenig staan verkrijgt deze massa eene vaste consistentie. Men moet haar altijd in voorraad gereed houden.

h. De arts heeft een extract (of syroop) als hindmiddel voorgeschreven, maar de hoeveelheid aan den apotheker overgelaten. Men rekent gewoonlijk op 1 \'/^ tot 2 deelen poeder 1 deel extract van weeke honigachtige consistentie. Slijm bevattende stoffen, zooals pulvis radicis senegae, vereischen gewoonlijk iets {/3) meer extract. De receptarius voegt de hoeveelheid extract (of syrupus), die hij meent noodig te hebben, niet in eens, maar in 2 of 3 gedeelten bij, totdat er eene goede massa verkregen is. Het zal wel bijna overbodig zijn om op te merken, dat men de nieuwe hoeveelheden extract niet uit den pot neemt met dezelfde spatel, die bij het vormen der pillenmassa gebruikt wordt, omdat men daardoor groot gevaar loopt, het extract te verontreinigen. Berekent men, dat de hoeveelheid van het bij te voegen extract tot het vormen der massa te veel zou zijn (hetzij door de groote hoeveelheid voorgeschreven poedervormige zelfstandigheden, hetzij door een te dikken aard

-ocr page 98-

86

van het extract) en alzoo de pillemnassa eene zwaarte zou verkrijgen, onevenredig met het aantal der te vormen pillen, dan voegt men.op het laatst eenige dunne mucilago bij.

c. De arts heeft te ■weinig extract voorgeschreven voor het vormen der pillenmassa. Men verhelpt dit weder het best door bijvoeging van dimne mucilago.

cl. De arts heeft te veel extract voorgeschreven, zoodat de massa te week is. Als regel moet gelden, dat de apotheker geeft, wat door den arts is voorgeschreven. Men maakt dus de massa geheel volgens het recept, maar voegt van het een of ander onschuldig plantenpoeder, bijv. pulvis radicis liqui-ritiae, pulvis radicis saleb, pulvis gummi arabici bij, zooveel als tot de goede consistentie der massa noodig is. De pillenmassa en dus ook de pillen worden alsdan weliswaar grooter dan uit het recept zou blijken, maar dit is in de meeste gevallen van geen beteekenis. Wanneer de arts heeft voorgeschreven, dat uit de pillenmassa pillen van een bepaald gewicht (bijv. van 130 of 150 milligram) moeten gemaakt worden, dan berekent men in zoodanig geval niet naar de verkregen pillenmassa, maar naar het gezamenlijk gewicht der ingrediënten, die op het recept voorkomen. De pillen zijn dan wel grooter dan er is voorgeschreven, maar de bedoelde dosis is in elke pil vervat.

Bijv. het voorschrift:

%: pulveris radicis rhei gramm. 5,

extract! chelidonii gramm. 10.

Misce. Fiant lege artis pilulae ponderis milligr. 150;

kan niet zonder bijvoeging eener poedervormige zelfstandigheid worden gemaakt. De massa zal dus grooter worden, maar men maakt daaruit toch niet meer dan 100 pillen.

Het gewicht der pillenmassa zou echter zoodanig kunnen vermeerderen, dat de pillen eene ongewone zwaarte (van

-ocr page 99-

87

meer dan 250 of 300 milligram) verkrijgen. Is het extract, waarvan de groote hoeveelheid wordt voorgeschreven, wezenlijk van beteekenis, dan moet dit extract op een waterbad tot eene dikkere consistentie gebracht worden. Het indampen der geheele te weeke pillenmassa achten wij steeds onraadzaam, omdat daarbij de ingrediënten verandering kunnen ondergaan of op elkander kunnen inwerken. Is het extract niet veel van waarde, bijv. extr. taraxaci, dan geeft het „1. a.quot; den receptarius vrijheid, een gedeelte van het extract of zelfs het geheele extract weg te laten en daarvoor een onschuldig poeder, of bijv. bij extractum gentianae in plaats van het weggelaten gedeelte extract een gelijk gewicht pulvis radicis gentianae, te nemen. Bestaat het recept uit een week extract en een zout (bijv. chloretum ammonicum, nitras bismuthicus basicus, sulphas chinini) zonder eenig bindend poeder, dan voege de receptarius altijd een weinig onschuldig plantenpoeder als bindmiddel bij, omdat anders de pillen bij den zieke lichtelijk vochtig worden en aaneenkleven, terwijl het een plicht van den receptarius is te zorgen, dat de pillen niet alleen op den oogenblik der aflevering voldoen, maar ook dat zij geruimen tijd haar goede geaardheid behouden.

De volgende pillenmassa\'s vereischen wegens den aard der bestanddeelen nog eene bijzondere bespreking.

A. Pillenmassa met aloë of pix solida. Aloë of extractum aloës maakt somtijds de geheele voorgeschreven pillenmassa uit. Voor de bereiding van pillen, enkel uit aloë of extractum aloës bestaande, neemt men eene hoeveelheid, omstreeks overeenkomend met die welke is voorgeschreven, wrijft fijn en voegt liquor Hoffmanni bij, totdat de massa goed vochtig is. Hieronder kneedt men langzamerhand nieuwe hoeveelheden tot poeder gebrachte aloë of extractum aloës, totdat de massa de verlangde consistentie heeft verkregen (niet te

-ocr page 100-

88

week, maar ook niet te hard, dewijl zij anders onder het uitrollen brokkelt). Van deze massa weegt men de voorgeschreven hoeveelheid (bijv. 5 gram) af en rolt hieruit het opgegeven aantal pillen (bijv. 50), terwijl men de overgebleven massa weder in den extractpot brengt, alwaar zij spoedig tot de gewone aloë-consistentie indroogt. Hager ontraadt bij aloëpillen de bijvoeging van spiritus, dewijl de pillen, daarmede bereid, vooral neiging hebben breed uit te loopen, en beveelt de bijvoeging van een weinig plantaardig poeder, bijv. van radix althaeae, aan, terwijl de massa dan verder met water wordt gekneed. Indien men voor eene goede massa zorgt, hebben wij bij de door ons beschreven bereiding dit bezwaar niet ondervonden. De aloëpillen moeten bij den patient op eene koele plaats bewaard worden. Komt aloë onder meerdere bestanddeelen eener pillenmassa voor, dan bedenke men bij het maken der massa, dat deze neiging heeft om spoedig hard te worden.

Eene pillenmassa, enkel uit irix solida bestaande, wordt op overeenkomstige wijze verkregen. Men wrijft het pik lijn en maakt het met spiritus tot eene massa, die, misschien te week uitgevallen zijnde, door bijvoeging eener nieuwe hoeveelheid tot poeder gebracht pik tot de noodige consistentie wordt gebracht, waarna men de voorgeschreven hoeveelheid tot uitrollen afweegt. Deze methode levert volstrekt geen moeilijkheid op, terwijl het ook wel gebruikelijke weeken van het pik in warm water eene kleverige massa levert, die bijna niet is uit te rollen.

B. Pillenmassa met gomharsen. De bereiding eener pillenmassa met gomharsen, of enkel uit gomhars bestaande, levert in de koude geen bezwaar op. De gomhars wordt fijn gewreven en onder de andere poedervormige ingrediënten gemengd of, indien de gomhars het eenige bestanddeel der pillenmassa uitmaakt (bijv. asa foetida), dan kneedt men

-ocr page 101-

89

haar\' volgens sommigen met een weinig spiritus, volgens onze ondervinding het best met dun gomslijm tot de ver-eischte consistentie. Meer moeilijkheid leveren gomharsen in het warme jaargetijde op, omdat zij dan (zelfs in den ge-depureerden staat) taai zijn en niet kunnen worden fijn gewreven. Het best geraakt men alsdan tot eene gelijkmatige massa, indien men de gomhars in den mortier op een waterbad tot eene geheel weeke consistentie brengt, waarna men haar in den nog warmen mortier met een weinig muoilago aanmaken of tusschen de overige ingrediënten (poeder, extract) kneden kan. Het afrollen der massa geschiedt na volkomen bekoeling.

C. Pillemnassa met sapo medicatus. Sapo medicatus in den poedervorm (zeeppoeder) maakt veelvuldig een bestanddeel van pillenmassa\'s uit en levert, goed toebereid, eene massa van uitstekende consistentie. Komt geen extract of andere weeke stof op het recept voor, dan kneedt men met dunne mucilago of water aan. Men zij hierbij echter omzichtig, en late zich, ook indien een extract in het voorschrift voorkomt, niet door den eerst drogen en brokkeligen toestand der massa uitlokken tot het bijvoegen van eene groote hoeveelheid extract, mucilago of water, omdat de massa door het aanhoudend kneden zeer week kan worden. Is de weekheid slechts gering, dan kan men dit door bijvoeging van een plantenpoeder verhelpen; bij eene te weeke massa zou men te veel plantenpoeder moeten gebruiken en daardoor de massa te groot en onbruikbaar maken. Men voegt dus het extract, de mucilago of het water in kleine hoeveelheden bij en kneedt na elke bijvoeging opnieuw, totdat de massa de vereischte consistentie heeft verkregen. Heeft de arts te veel extract opgeschreven, dan gaat de receptarius te werk, zooals boven bij d. is omschreven. Zuren en zouten moeten in den regel in pillen met sapo vermeden worden (bladz. 18). Pillen bijv..

-ocr page 102-

90

die sapo en chloretum ammonicum bevatten, ontwikkelen wegens een natuurlijk voorkomend vrij alcaligehalte der zeep den reuk van ammoniak. (In enkele gevallen, zie blz. 93 en 94, kan sapo tot het binden van zuurachtige zelfstandigheden dienen.)

D. Pillenmassa met halsamum copaivae. Deze wordt het best verkregen door middel van was (cera). Ook zelfs dan, wanneer de arts geen was in het recept heeft opgegeven, make de receptarius, althans indien de bijvoeging van was niet uitdrukkelijk op het recept verboden is (zie beneden), weder van het recht, hem door het „1. a.quot; gegeven, gebruik, om cera (flava) toe te voegen, want zonder deze levert de bereiding, met welk bindmiddel ook, moeilijkheid op. Op de 2 deelen copaïvabalsem wordt 1 deel was genomen. Het was wordt door sommigen geraspt of geschaafd onder den copaïvabalsem gebracht. De gewone bereiding is echter, dat men het was met den copaïvabalsem bij eene zachte warmte (bijv. op het waterbad) samensmelt, waarbij men, om zooveel mogelijk verlies der vluchtige olie van den balsem te vermijden, slechts een klein gedeelte van den balsem met het was smelt en bij dit mengsel vóór het bekoelen den overigen copaïvabalsem voegt. Nadat de massa bijna bekoeld is, wordt het poeder of worden de poeders bijgevoegd en ondergemengd. Indien geene poeders op het recept voorkomen, achten wij het steeds raadzaam eenige magnesia usta bij te voegen, omdat men daardoor niet alleen eene betere massa verkrijgt, maar de pillen niet week worden, al draagt de patiënt de doos met pillen bij zich. Ook, wanneer het een of ander poeder in de pillen voorkomt , achten wij het bijvoegen van eenige magnesia nuttig, die tevens als involveerend poeder kan dienen.

Pillenmassa\'s met halsamumperuvianum, halsaitnm canadense, terebinthina (veneta), pix liquida en ook met kreosotum kunnen op gelijksoortige wijze bereid worden.

-ocr page 103-

91

Hoe doelmatig ook de bijvoeging van was bij pillen met oopaïvabalsem is, er zijn geneesheeren, die uitdrukkelijk voorschrijven: „Fac sine cera\'\' (maak de massa zonder was). Als eenig geschikt bindmiddel is in dit geval gebleken pulvis catechu, maar de apotheker zal daartoe niet kunnen overgaan, zonder den geneeskundige daarmede in kennis gesteld te hebben.

E. Pillenmassa met oleum terehinthinae. Aetheerische oliën in kleine hoeveelheden (eenige droppels) in pillenmassa\'s, leveren over het algemeen geen bezwaar op. Zij worden het laatst onder de poedervormige ingrediënten gemengd. Anders wordt echter de zaak, indien eene groote hoeveelheid aetheerische olie, bijv. oleum terebinthinae, het hoofdmiddel uitmaakt (bijv. 3 a 4 gram op de 50 pillen). Er zijn hiervoor onderscheidene bindmiddelen voorgeslagen, zooals magnesia usta, sapo medicatus, cera. Het best is gebleken aan het doel te beantwoorden de cera, waarvan men eene gewichts-hoeveelheid, gelijk aan die der terpentijnolie, geraspt onder de olie roert, waarna men verder met eene voldoende hoeveelheid pulvis radicis althaeae de massa maakt.

F. Pillenmassa met chloretum hydrargyricum (sublimaat-pillen). Het gewone voorschrift voor deze pillen (pilulae Dzondiï) is:

: mercurii sublimati corrosivi milligramm. 500.

Solve in

aquae destillatae sufficiente quantitate;

adde micae panis albi,

sacchari albi aa quantum sufficit ut fiant lege artis pilulae N0. 150.

Consperge lycopodio.

-ocr page 104-

92

Het sublimaat wordt in den mortier gebracht en, na eerst met eenige droppels spiritus bevochtigd te zijn, in een weinig water opgelost en verdeeld. Nu roert men er de suiker goed onder en kneedt vervolgens met droog kruim van wittebrood duchtig en nauwkeurig tot massa. Blijft de massa bij het kneden droog, dan doet men er een weinig dunne gomoplossing bij. Is de massa te week of misschien brokkelig, dan wordt er een weinig poeder van arabische gom onder gekneed. Men neemt gewoonlijk van de mica panis 6 gram, van het saccharum 2 gram op de massa van 60 pillen, dus voor het bovenstaande recept 15 gram mica panis en 5 gram saccharum.

Deze pillen, die meestal in tamelijk groote hoeveelheid voorgeschreven en bij opklimming toegediend worden, beginnende met 1 pil een paar maal daags, worden dus vrij lang bewaard. Volgens het bovenstaande recept bereid, worden zij daarbij zeer hard en bovendien verliest het sublimaat (chloretum hydrargyricum) in langdurige aanraking met suiker in werkzaamheid, dewijl het daardoor deels tot calomel (chloretum hydrargyrosum) wordt gereduceerd. Men heeft minder voor hard worden te vreezen, indien men, in plaats van mica panis, pulvis radicis althaeae neemt. Zoowel dit als de reductie van het sublimaat worden het best verhinderd , indien de arts als bindmiddel opgeeft het poedervormig mengsel van gelijke deelen succus en radix liquiritiae, en glycerine tot het aankneden der massa laat bezigen. De apotheker heeft hier echter geene vrijheid af te wijken van het bindmiddel, hetwelk op het recept voorkomt.

G. Pillenmassa met hydrargyrum (metallisch kwik) worden bereid door onder mucilago gummi arabici {pilulae Plenckn) of onder conserva rosarum (pilulae coeruleae) het kwik te wrijven (te dooden, extinctio), totdat geen kwikbolletjes meer met het gewapend oog (met eene 2—3 maal vergrco-

-ocr page 105-

93

tende loupe) kunnen waargenomen worden, en vervolgens met een plantenpoeder tot massa te brengen. Zij geraken echter hoe langer zoo meer in onbruik.

H. Pillenmassa met phosphorus. Deze komt zeer zeldzaam voor. Men heeft daartoe als bindmiddel axungia voorgeslagen (10 deelen axungia op 1 deel phosphorus). De phosphorus wordt met de axungia op een waterbad voorzichtig gesmolten, waarna men de vloeibare massa in een mortier uitgiet en tot volkomen bekoeling roert. De massa wordt vervolgens, gewikkeld in poeder van zeep, uitgerold, waarna de pillen met gelatine overdekt worden.

Nog beter bindmiddel zal tolubalsem (1 : 24) zijn, waarmede de phosphorus onder warm water gesmolten wordt.

I. Pillenmassa met fer rum pulveratum of fer rum hydrogenio reductum. Indien bij de pillenmassa met metallisch ijzer zelfstandigheden voorkomen, die meer of min tot de klasse der zuren behooren of zuurachtige bestanddeelen bevatten, bijv. sommige extracten, zooals extractum colocynthidis, dan wordt het ijzer langzaam geoxydeerd, maar daarbij heeft tevens ontwikkeling van waterstofgas plaats, waardoor de pillen opzwellen. Hiertegen is natuurlijk niets te doen. Men ondersteunt dus liever de werking, door de pillenmassa onder omroeren eenigen tijd bij eene zachte warmte te houden, waarbij tevens het gas wordt uitgedreven. Het opzwellen wordt verhinderd door bijvoeging van een weinig sapo me-dicatus (bijv. 1 gram op de massa van 50 pillen), die het zuur bindt. Pillen, die ijzer of ijzerzouten bevatten, worden spoedig hard. De massa voor de pilulae italicae nigrae (pilulae aloëticae ferratae), bestaande uit gelijke deelen sulphas ferrosus exsiccatus en aloë met spiritus gekneed, levert pillen, die bij het bewaren gleuven verkrijgen. Men voorkomt dit het best door eerst met spiritus eene brijachtige massa te maken, deze op eene warme plaats te laten indrogen, ver-

-ocr page 106-

94

volgens fijn te wrijven en nu opnieuw met spiritus tot pil-lenmassa te kneden.

K. Pillenmassa met souten. Vooreerst geldt hier de opmerking (zie bladz. 87), dat men niet uit het zout met een week extract alleen de pillenmassa make. Voor sulphas chinini kan als bindmiddel dienen het zoethoutpoedermengsel (zie blz. 85), ook pulvis radicis gentianae (de helft van den sulphas chinini) met extractum gentianae (q.s.). — Ook mei album geeft met sulphas chinini eene goede pillenmassa. Tragant is niet geschikt, omdat daardoor de pillen weinig oplosbaar worden. Bij licht vervloeibare zouten zij men zeer voorzichtig met het toevoegen van waterige vloeistof, extract of syrupus. Koolzure en vooral dubbel-koolzure zouten doen de pillen sterk opzwellen in dezelfde gevallen als bij metallisch ijzer. Men laat de massa eerst eenigen tijd staan, voordat men haar uitrolt. Het opzwellen wordt ook hier, evenals bij I (blz. 93) verhinderd, indien men eene geringe hoeveelheid sapo medicatus onder de massa kneedt.

Komen in de pillenmassa meerdere zouten of in het algemeen zelfstandigheden voor, die ontledend op elkander werken, bijv. acetas of hydrochloras morphini en nitras bismuthicus basicus; nitras argenticus en extractum opii, dan volge men den regel bij de oplossingen opgegeven (bladz. 57), dat de op elkander werkende lichamen in den meest verdeelden staat met elkander in aanraking gebracht worden, door ze namelijk elk vooraf afzonderlijk onder een gedeelte van het poeder te mengen en te verdeelen.

Indien carbonas calcicus in den vorm van lapis cancrorum in pillen voorkomt, moet het poeder zeer fijn zijn, dewijl de pillen anders lichtelijk een gestippeld voorkomen verkrijgen en moeielijk glad te verzilveren zijn.

L. Pillenmassa met zuren. Sulphas chinini (ook hydrochloras chinini) wordt vaak onder bijvoeging van eenig zuur in den

-ocr page 107-

95

pillenvorm gebracht. Men neemt op 5 deelen sulphas chinini omstreeks 1 deel acidum sulphuricum dilutum (beter nog 1 deel acidum tartaricum), op 10 deelen hydrochloras chinini 1 deel acidum hydrochloricum dilutum.

Eene goede pillenmassa met hydrochloras chinini wordt verkregen door enkele bijvoeging van acidum hydrochloricum concentratimi (op 5 gram hydrochloras chinini 6 droppels zuur, niet meer). Er ontstaat daarbij eene vaste, gemakkelijk oplosbare chemische verbinding.

Acidum phosphoricum glaciale wordt met plantenpoeder (bijv. het mengsel van pulvis radicis liquiritiae en pulvis succi liquiritiae) tot massa gebracht. Heeft men geen gekristalliseerd acidum phosphoricum in voorraad, dan neemt men eene evenredige hoeveelheid gewoon acidum phosphoricum en verdampt deze tot de gewenschte consistentie. 100 Deelen officinaal acidum phosphoricum komen overeen met 26 deelen gekristalliseerd zuur.

M. Pillenmassa voor Blaud\'s of Vallet\'s pillen. Deze massa bestaat uit sulphas ferrosus crystallisatus met carbonas kalicus (pilulae Blaudi) of met carbonas natricus crystallisatus (pilulae Valleti) en een bindmiddel. De oorspronkelijke bereiding is als volgt. Gelijke deelen sulphas ferrosus en carbonas kalicus (of natricus) worden elk afzonderlijk fijn gewreven en de fijne poeders vervolgens nauwkeurig ondereengemengd, door ze gedurende eenigen tijd stevig in den mortier te roeren, totdat bij de onderlinge ontleding der zouten tot sulphas kalicus of (natricus) en carbonas ferrosus door het vrij wordend kristalwater eene vochtige massa ontstaat. (Mocht de massa soms ook na geruimen tijd roeren niet goed vochtig worden, hetwelk bij door praecipitatie verkregen kristallijn-poeder-vormigen sulphas ferrosus gewoonlijk het geval is, dan voegt men er een paar droppels water bij). Eindelijk brengt men de vochtige massa met pulvis radicis liquiritiae (liefst ver-

-ocr page 108-

96

mengd met een weinig pulvis gummi arabici of tragacanthae) tot pillenmassa. (Pulvis radicis althaeae geeft aanleiding, dat de pillen na verloop van eenigen tijd een onaangenamen ammoniakalen reuk ontwikkelen). De bereiding geschiedt op deze wijze zeer goed, de massa is gemakkelijk uit te rollen en de pillen zwellen niet op.

Er zijn evenwel onderscheidene wijzigingen in deze pillenmassa gebracht, die wij niet onopgemerkt mogen laten voorbijgaan, omdat zij vooral ten doel hebben carbonas ferrosus in den versch gevormden en zoo weinig doenlijk tot bruinen hydras ferricus hooger geoxydeerden staat als hoofdbestanddeel der pillen te leveren.

Zoo wordt door sommigen voorgeslagen, in plaats van ge-kristalliseerden sulphas ferrosus te nemen sulphas ferrosus exsiccatus (ruim de helft in gewicht van het eerstgenoemde zout), dezen met carbonas kalicus (of natricus] te wrijven en met honig (wegens het reduceerend vermogen van de daarin vervatte druivesuiker) tot pillenmassa aan te maken.

Anderen nemen bicarbonas kalicus (of natricus) en wel in overmaat; bijv.:

Rc: sulphatis ferrosi,

bicarbonatis kalici aa gramm. 20,

pulveris gummi arabici gramm. 5,

pulveris radicis liquiritiae gramm. 3.

Misce. Fiant lege artis pilulae N0. 100.

Men rolt de pillenmassa niet af, voordat zij omstreeks een kwartier uur gestaan heeft, zoodat het vrij geworden koolzuurgas ontweken is. De pillen worden in fijn poeder van ijzer gewikkeld en met de eene of andere vernislaag bedekt.

Het meest aan te bevelen voorschrift voor Pilulae Blaudi is het volgende:

-ocr page 109-

97

ty:: sulphatis ferrosi exsiccati gramm. 6,5,

carbonatis kalici subtilissime pulverati gramm. 10, massae ex tragacantha et glycerino (zie blz. 85)

gramm. 4.

Misce. Fiant pilulae N0. 100 in pulvere cinna-momi; dentur in lagena.

Vooral moet hierbij gelet worden op het volkomen fijn wrijven van den earbonas kalicus.

De pillenmassa volgens dit voorschrift bereid, is groen en zeer goed uitrolbaar.

Voor de pilulae Valleti (met earbonas natricus) laat men gewoonlijk van den sulphas ferrosus en earbonas (of bicar-bonas) natricus oplossingen maken, hetzij in luchtvrij, hetzij n kokend water, waarna deze oplossingen bij elkander gevoegd worden, en het gevormde neerslag van earbonas ferrosus zooveel mogelijk buiten toetreding der lucht van het vocht afgezonderd en zoo schielijk mogelijk met honig vermengd wordt.

Komen addities in deze soort van pillen voor, dan worden deze niet bijgevoegd, dan nadat de onderlinge ontleding van sulphas ferrosus met earbonas kalicus (of natricus) volbracht is.

N. Pillenmassa voor de pilulae Blancardi. De bedoeling van het voorschrift is, in de massa een iodetum ferrosum te leveren. Daartoe worden, volgens de Ed. II, 10 deelen iodium met 5 deelen ferrum pulveratum onder toevoeging van 4 (beter 3) deelen water, 6 deelen saccharum lactis, 10 deelen pulvis succi liquiritiae en 10 deelen pulvis radicis liquiritiae bijeengebracht. (In andere voorschriften komt honig, nog in andere, in plaats van pulvis radicis liquiritiae, saccharum album en pulvis radicis althaeae voor.)

Bij het gereedmaken dezer massa hebbe men te zorgen, dat geen iodium vervliegt en het ijzer geen hoogeren verbindingstrap dan tot ferrosum aangaat. Daartoe doet men eerst

7

-ocr page 110-

98

het water in den mortier, voegt hierbij vervolgens het ijzerpoeder en eindelijk bij gedeelten het iodium; na eenig omroeren heeft de verbinding plaats gegrepen en is de bruine kleur door de licht zeegroene (van het gevormde ferrozout) vervangen. Dan wordt onmiddellijk de melksuiker, benevens het drop- en zoethoutpoeder bijgevoegd en alles tot massa gekneed, zoo noodig nog onder bijvoeging van een paar droppels water. (Men wrijve nooit het ijzerpoeder met het iodium droog of in eens te gelijk in den mortier, omdat dan te veel warmte ontwikkeld en het iodium voor een gedeelte in violette dampen uitgedreven wordt.) Terwijl de melksuiker reeds tot reduceerend middel in de massa dient, worden voor ditzelfde doel de pillen na de bereiding in ijzerpoeder gewikkeld en eindelijk met eene vernislaag bedekt.

Vooral dienstig is ookquot;, de pillenstang in talcum veneium (kiezelzure magnesia) uit te rollen.

2°. De verdeeling en afronding der pillen. Voordat de recepta-rius zich tot het verdoelen der pillenmassa begeeft, bepaalt hij eerst haar gewicht en teekent dit op het recept aan. Dit is noodzakelijk voor mogelijke iteratie. Bedraagt het aantal pillen zooveel als, of minder dan, er kanalen op de pillenplank zijn (30, 25 of minder), dan kan dadelijk tot het maken der pillenstang en de verdere verdeeling tot pillen worden overgegaan. Is het aantal pillen grooter, dan kan men eerst uit de ge-heele massa eene pillenstang maken en deze dan verder in zooveel deelen verdoelen als met het aantal pillen overeenkomt (bijv. voor 120 of 100 pillen in 4 deelen), of wel, men weegt van het bekende gewicht der massa zooveel af als men berekent, dat voor 30 of 25 pillen noodig is. Dit laatste is noodzakelijk bij een groot aantal pillen of ook, indien pillen van bepaald gewicht zijn voorgeschreven. Is de pillenmassa kleverig, dan moet de pillenplank en hetpil-lenbord met een weinig involveerend poeder bestrooid worden.

-ocr page 111-

99

(Bij het uitrollen der massa met de hand en het ronddraaien der pillen tusschen de vingers, is men in dat geval gewoon een weinig vet of glycerine aan hand en vingers te nemen, eene gewoonte, die zeker uit het oogpunt van reinheid niet te verdedigen is.) Zijn de pillen na de verdeeling op de pillenplank nog geheel of gedeeltelijk als een snoer aaneen-gehecht, dan maakt men ze even los, voordat zij onder de schijf van het pillenbord worden gebracht. Bij gebruik van het pillenbord maakt men kleine kringen met de schijf en oefent een matigen druk uit.

3°. De omwikkeling der pillen.

a. Op bladz. 79 is reeds vermeld, dat daarvoor gewoonlijk gebezigd wordt lycopodium, hetwelk ook het meest geschikt is. Zelfs raden wij aan, wanneer andere in volvoerende plan-tenpoeders, zooals pulvis liquiritiae of cinnamomi, zijn voorgeschreven, deze altijd met eenig lycopodium te vermengen, omdat de pillen alsdan een gladder voorkomen verkrijgen. De overvloedige hoeveelheid poeder laat men achter, hetzij door de pillen met een lepeltje op te nemen, hetzij en beter, door ze in een dusgenaamd pillenzeefje te brengen. Indien men voor het aaneenkleven der pillen bezorgd is, laat men eenig poeder in doosje of fleschje.

I). Met bladzilver. Men doet eenige blaadjes zilver in de benedenste helft van den pillenschudder, brengt daarin de versch vervaardigde pillen en schudt nu eerst zacht, dan sterker gedurende eenigen tijd. De pillen moeten zich met eene glanzende zilverlaag bedekt vertoonen, terwijl men de aanhangende zilvervlokjes nauwkeurig (door schudden) verwijdert. De gladheid der pillen wordt zeer bevorderd, indien men ze na de verzilvering nog eens op het pillenbord behandelt. De hoeveelheid bladzilver voor een zeker aantal pillen hangt te veel van den aard der zelfstandigheden en der massa af, dan dat hier eene vaste verhouding kan worden opgegeven.

-ocr page 112-

100

Sommige pillen zijn moeilijk te verzilveren. Bij al hetgeen wij reeds hebben opgegeven, om eene aanraking der pillen met de handen zoo veel mogelijk te vermijden, spreekt het van zelf, dat wij de gewoonte om alsdan de pillen te beademen, geheel afkeuren. Ligt het bezwaar der verzilvering in een te drogen aard der massa, dan boude men de pillen eenige oogenblikken vóór de verzilvering boven den damp van kokend water. Nog beter en altijd fraaier geschiedt de verzilvering, indien men eenige droppels dunne mucilago gummi arabici (1 tot 2) op de pillen, in den pil-lenschudder of op een papier gelegen, laat vallen en ze al schuddend daarmede even overdekt.

Is eene goede vaste consistentie in het algemeen nattig voor pillen, die verzilverd moeten worden, inzonderheid is dit noodig, indien de massa ingrediënten bevat, die het zilver aantasten, zooals chloor-, zwavelverbindingen enz. (bladz. 79), en de geneeskundige desniettemin verlangt dat ook zoodanige pillen verzilverd moeten Worden. Men make in dat geval de massa zoo hard als slechts eenigszins doenlijk is. De pillen zullen dan althans de eerste dagen goed blijven en niet zwart worden. Het bezwaar wordt echter geheel opgeheven, indien men de pillen eerst eenige uren op eene matig warme plaats oppervlakkig uitdroogt, vervolgens met collo-dium bedekt, dan met gomslijm kleverig maakt en eindelijk verzilvert.

c. Met\' suiker. Het met suiker bedekken of kandeeren der pillen (püulue can dit ae) geschiedt, door in het waterbad eene oplossing te maken van 1 deel gelatina alba in 4 deelen gedestilleerd water. Verder maakt men een mengsel van 20 deelen saccharum, 10 deelen amylum en 6 deelen traga-cantha, welke gezamenlijk in een mortier tot zeer fijn poeder gewreven worden. Men brengt van dit poeder omstreeks twee opgehoopte theelepels in eene ronde doos of in den

-ocr page 113-

101

pillenschudder, giet dan omstreeks 30 droppels der warme lijmoplossing in een porseleinen schaaltje , voegt daarbij 50 a 60 pillen, die vooraf op eene matig warme plaats aan de oppervlakte eenigermate zijn uitgedroogd, wentelt ze in de lijmoplossing, zoodat zij daarmede geheel overdekt worden, brengt ze nu zoo snel mogelijk in het poedermengsel in de doos en schudt voortdurend, de doos ronddraaiend. Na omstreeks 3 minuten brengt men de pillen op een zeefje, slaat het poeder af en schudt de pillen nog 2 a 3 minuten op gelijke wijze, opdat zij eene gladde oppervlakte verkrijgen. Schijnt de kleur der pillen soms door, dan onderwerpt men ze nog eens aan dezelfde bewerking, na alvorens de eerste laag op eene matig warme plaats voldoende hard te hebben laten worden. Het suikermengsel kan door den arts gekleurd of met een oliesuiker gearomatiseerd voorgeschreven worden.

Het kandeeren met syrupus simplex en een poedermengsel van gom en suiker is minder doelmatig, dewijl het eene ruwe en niet vast aanhangende bedekking geeft.

d. Met gélatina. Voor de bereiding der gegelatineerde pillen (pïlulae gélatinatae) kan -men ze, elk afzonderlijk aan eene naald gestoken, in eene warme oplossing van 2 deelen gélatina alba in 5 deelen gedestilleerd water dompelen. Veel sneller gaat echter de bewerking, indien men op eene porseleinen schaal 50 :i 60 pillen in 30 droppels der warme lijmoplossing wentelt, daarna zoo snel mogelijk op waspapier verdeelt en 1V, uur laat opdrogen. Deze bewerking moet echter zeer snel geschieden, vooral het losmaken op het waspapier.

e. Met toluhalsem. Men maakt een aetheerisch aftreksel van tolubalsem, het best door 3 deelen tolubalsem (en 1 deel mastik) met 2 deelen spiritus rectificatissimus en 10 deelen aether te digereeren.

De zacht gedroogde pillen (van eene vaste consistentie)

-ocr page 114-

102

worden op een bord met dit aftreksel besprenkeld en daarin rondgewenteld, totdat de vochtigheid verdampt is, of de pillen worden in een weinig van het aftreksel in een wijdmonds fieschje gebracht, waarna het aftreksel afgegoten en de pillen op een plat bord op eene matig warme plaats te drogen gezet worden. Zij zijn dan met eene vernislaag overdekt.

Deze bedekking wordt voornamelijk toegepast bij de pilulae Blancardi, zooals ook de Ed. II. verlangt. Bij bijzondere voorschriften geeft de geneeskundige deze wijze van bedekking op het recept bijv. op de volgende wijze aan: „Agiten-tur in tinctura aetherea hahami tolutani et siccentur,quot; (zij worden geschud in een aetheerisch aftreksel van tolubalsem en gedroogd) of „Ohducantur halsamo tolutanoquot; (zij worden bedekt met tolubalsem).

f. Met collodium. „Obducantur collodioquot; (zij worden bedekt met collodium). Men gaat op dezelfde wijze te werk als bij het aftreksel van den tolubalsem. Het collodiumvliesje is bij de gewone temperatuur reeds spoedig om de pillen gevormd. Heeft men de pillen niet vooraf gedroogd, dan verkrijgen zij een dof wit, bont voorkomen. (Over het minder doelmatige van het bedekken der pillen met collodiumvlies, zie blz. 80.)

cj. Met hoornsiof. De hoornstof, keratine, wordt of van hoornen lepeltjes, penneschachten enz. door behandeling met azijnzuur of ammonia bereid, öf uit den handel betrokken en in azijnzuur of ammonia liquida (ongeveer 1 : 4) opgelost. De pillen worden met deze oplossing evenzoo behandeld als bij het be-kleeden met gelatina (blz. 101 , d.) en op waspapier in de lucht gedroogd. Zij hebben eene glanzend zwarte kleur.

Betreffende het afleveren der pillen in doozen of flesschen (het laatste voor pillen met chloretum ammonicum, asa foetida, aetheerische oliën enz.) verwijzen wij naar blz. 17. Vóór het afleveren worden de pillen altijd geteld, terwijl men niet verzuimt op het recept alle bijzonderheden betref.

-ocr page 115-

103

fende bindmiddel, massa, wijze van aflevering enz. aan te teekenen, die bij eene iteratie, ook na langen tijd, kunnen te stade komen.

Bij de vervaardiging der holi gelden dezelfde regels als bij die der pillen. Zij worden gewoonlijk met lycopodium of amylum geïnvolveerd.

§ 44. Capsules, Capsulae gelatinosae. Deze zijn ronde of eivormige omhulsels van gelatina, zeer goed geschikt, om artsenijmiddelen van onaangenamen smaak en reuk, bijv. balsamum copaivae, oleum ricini, in de maag te brengen, zonder de reuk- of smaakzenuwen aan te doen. De groote omvang maakt ze echter niet voor alle patienten geschikt.

Bij het voorschrijven bepaalt men de gewichtshoeveelheid van het artsenijmiddel, die elke capsule bevatten moet, en het aantal capsules, die moeten worden uitgereikt; bijv.

li;: capsularum gelatinosarum

(cum balsami copaivae gramm. 1) N0. 20.

D. S. Driemaal daags één.

De ronde capsules worden gewoonlijk parels geheeten en bestaan uit twee aaneengehechte halve bollen, bijv. met oleum terebinthinae gevuld.

In later dagen zijn vooral in gebruik gekomen weeke of Russische gelatineuze capsules (het eerst door den apotheker Taetz te Moskou vervaardigd), die door hare buigzaamheid gemakkelijk naar binnen glijden.

Terwijl vroeger de bereiding der capsules uitsluitend fabriekmatig geschiedde, deels omdat daarvoor kostbare werktuigen vereischt werden, deels omdat de ingrediënten voor de gelatinemassa en vooral hunne juiste verhouding niet bekend waren, heeft men er zich, ook hier te lande, op toegelegd, de capsules in de apotheek te vervaardigen, waarbij

-ocr page 116-

104

de apotheker verzekerd is van de deugdelijkheid en van de juist afgewogen hoeveelheid van het geneesmiddel, hetwelk zij bevatten. Eenvoudige toestellen zijn gevonden en tevens is eene goede verhouding der ingrediënten opgegeven.

Voor de weeke of Eussische capsules is deze de volgende: 1 Deel gelatine, 2 deelen water, en 4 deelen glycerine worden gezamenlijk opgelost en tot 5 deelen verdampt; of

7,4 deelen gelatine worden bij zachte warmte opgelost in 14,4 deelen water; bij het warme vocht, door een zeefje gezegen, worden gevoegd 14,4 deelen glycerine. In dit mengsel worden kleine vormen van zuiver tin, in de gedaante van een ei en van het volumen van 3 a 8 c.M3. of grooter, gedompeld. Deze vormpjes zijn voorzien van eene cilindervormige verlenging, waarin een sterke ijzerdraad gebracht is, die als steel dient. Na de oppervlakte van do vormen dun met olijfolie bestreken te hebben, dompelt men ze in de gelatineuze oplossing, die in een toestel met dubbelen wand vloeibaar gemaakt is, door warm water in de ruimte tusschen de wanden te brengen; vervolgens draait men ze rond, om de aanhangende vloeistof te doen stollen en vast worden tot eene gelijkmatige dikke laag; eindelijk plaatst men ze met den steel rechtop in de openingen eener plaat. Na 10 minuten is de laag vast genoeg, om van de vormen losgemaakt te worden. De aldus afgezonderde capsules worden in een bakje geplaatst met de openingen omhoog, ten einde ze te vullen. Dit geschiedt door middel van een glazen spuitje of van eene fijne kraan aan den toestel. Men moet daarbij nauwkeurig vermijden, dat de rand der capsule bezoedeld wordt. Om de capsule te sluiten, laat men op de opening een droppel vallen van het gelatineuze mengsel, waaruit de wand der capsule bestaat. Eindelijk spreidt men dezen nauwkeurig over den rand uit met behulp van een pennemes; binnen eenige minuten is alles vast.

-ocr page 117-

105

De praktijk leert door kleine manipulaties de zwarigheden overwinnen, die zich in den beginne voordoen en voornamelijk hierin bestaan, dat de capsules niet volkomen sluiten, maar iets van den inhoud doorlaten en aaneenkleven.

Eene andere doelmatige en gemakkelijke soort van Cap-sulae (jelatinosae bestaat uit 2 kokertjes van gelatine, die in elkander kunnen geschoven worden. Deze dienen voor poe-dervormige geneesmiddelen, ook wel voor extracten, bijv. extractum filicis maris, zonder eenig vehiculum.

§ 45. Koekjes, Pastieljes enz., Trochisci, Pastilli etc., behooren tot de minder voorkomende artsenijvormen. Door hunne zoete geaardheid zijn zij vooral in de kinderpraktijk geschikt.

Bij het voorschrijven geeft de geneeskundige de geneeskrachtige ingrediënten, het bindmiddel en het aantal op. Somtijds wordt de hoeveelheid van het bindmiddel aan den apotheker overgelaten.

Voorbeeld:

ïv: hydrochloratis morphini milligr. 200,

sacchari albi gramm. 50,

pulveris tragacanthae milligr. 500,

aquae destillatae quantum sufficit ut fiant lege artis trochisci (pastilli) N0. 50.

De woorden trochisci en pastilli worden vaak dooreen gebruikt; althans er bestaat groote verwarring omtrent de afzonderlijke beteekenis dezer vormen. Onder trochisci verstaat men het meest ronde koekjes ter zwaarte van 300—600 milligram. De massa voor de trochisci wordt op dezelfde wijze vervaardigd als eene pillenmassa. De suiker moet vooral goed gewreven en door eene fijne zeef geslagen zijn. Als bind-

-ocr page 118-

106

middel dient gewoonlijk fijn traganthpoeder, op 100 deelen van de poedervormige massa 1 deel traganth. Met water wordt duchtig tot eene goede massa aangekneed, deze op de pillenplank tot eene stang uitgerold en tusschen de kanaal-vormige gedeelten daarvan verdeeld, waarna men de aaneen-hechtende stukjes met een mes afsnijdt en een ronden vorm geeft, welken men plat drukt met eene kurk, aan wier benedenvlakte insnijdingen gemaakt zijn, of met een cachet, van een stempel voorzien. Zij hebben dan eene platronde gedaante met een eenigszins verheven rand. Is de massa niet behoorlijk bewerkt geweest, dan is de rand spletig. Zij worden vóór de aflevering zacht gedroogd.

Pastilli zijn insgelijks ronde koekjes, gewoonlijk zwaarder (van 400 milligram tot 4 gram), met gladde randen. Zij worden verkregen door de afzonderlijke stukjes, op de pillenplank even als de trochisci afgesneden, in een eigenaardig werktuig, pastieljevormer, te brengen, hetwelk uit twee deelen bestaat, namelijk uit een metalen cilinder, waarin zich een houten stamper bevindt. De cilinder wordt geplaatst op een plank of bord, met involveerend poeder bedekt, en het daarin gebrachte ronde stukje met den stamper, vooraf in het involveerend poeder gedompeld, door eenige stooten plat gedrukt. Men heeft ook „pastieljestekersquot;, die in de tot eene plaat uitgerolde massa gestoken worden.

De pastieljes worden met suiker of met chocolade vervaardigd.

Met suiker. Men bezigt vooral een zeer fijn suikerpoeder, waarvan eerst een \'klein gedeelte met de werkzame stof vermengd en dan het overige bijgevoegd wordt. Als bindmiddel dient traganth (op 100 deelen suiker 1 deel traganth) of beter een mengsel van 1 deel traganth en 3 deelen ara-bische gom. De massa wordt verder door middel van water verkregen. De pastieljes worden insgelijks vóór de aflevering

-ocr page 119-

107

zacht gedroogd. Pastieljes, die aan beide vlakten glad zijn, worden ook wel tabletjes^ tabulae, geheeten.

Met chocolade. Hiermede worden licht ontleedbare, alca-lische en bitter smakende middelen tot pastieljes gebracht. Men bezigt of chocolade alleen of chocolade vermengd met gelijke deelen suiker. Werken de geneesmiddelen scheikundig op de suiker of omgekeerd, dan moet men alleen chocolade nemen. De bereiding en vorming der pastieljes met chocolade geschiedt op dezelfde wijze als die met suiker. In enkele gevallen wordt de chocolademassa in het waterbad verwarmd, om uit de daarbij week geworden en tot eene plaat uitgerolde massa de pastieljes te steken. Ook wel wordt de verwarmde massa in vormpjes uitgegoten.

Met suiker worden vervaardigd pastieljes van: acetas en hydrochloras morphini, acidum benzoicum, acidum tannicum, aethiops antimonialis, aethiops mineralis, bicarbonas natricus, calomel, phosphas calcicus, radix ipecacuanhae, radix zingiberis, sulphur auratum, sulphur depuratum, tannas chinini.

Wei chocolade: carbo, chininum, cinchoninum, digitalinum, extractum haemostaticum, iodetum kalicum, magnesia, opium, oxydum zincicum, santoninum, ijzerpraeparaten.

Andere artsenijvormen van deze soort, zooals torentjes, turbinulae, en drageën (korrels), medicamenta granülata, komen zelden in de receptuur voor. Hunne bereiding behoort meer op het gebied van den suikerbakker dan op dat van den apotheker. De vermenging der geneeskrachtige zelfstandigheden moet echter onder het oog des apothekers geschieden. {Granulae zijn zeer kleine pillen [blz. 77] met suiker en gom tot massa.)

De massa voor de torentjes (bijv. voor de „santonine-torentjesquot;, ook, evenals de trochisci met chocolade, „santo-nine-koekjesquot; geheeten) bestaat uit 120—150 gram poeder van witte suiker, 7l/2 gram zetmeel en 600 milligram fijn

/

-ocr page 120-

108

traganthpoeder met het geklopte wit van 5 eieren. Onder de bij verwarming gereedgemaakte massa wordt het op de massa berekende geneesmiddel (bijv. santonine) gebracht, na het met de dubbele hoeveelheid suiker te hebben vermengd. Alsdan worden van de massa de torentjes vervaardigd. Om zeker te zijn dat elk santonine-torentje de bepaalde hoeveelheid (30 tot 60 milligram) santonine bevat, is de nuttige raad gegeven, dat de apotheker de torentjes zonder de sanquot; tonine bij den suikerbakker laat gereed maken, en dan door middel van eene pipet op de benedenvlakte eenige droppels eener oplossing van santonine in chloroform laat vallen. Deze oplossing wordt bijv. verkregen, door 2 gram santonine op te lossen in 5 kubieke centimeter chloroform. Men heeft berekend, dat elke droppel dezer oplossing 3 milligram santonine bevat. Tien droppels dus op elk torentje gebracht, leveren santonine-torentjes met 30 milligram santonine. Ket chloroform ontwijkt bij zachte droging.

Ook de koekvorm of pasta komt minder voor. Daartoe behooren o. a. de salmiakpastieljes van chloretum ammot i-cum (1 deel) en pulvis succi liquiritiae (8 a 10 deelen), somtijds met een weinig anijsolie gearomatiseerd. Zij worden op de volgende wijze bereid. Het chloorammonium en droppoeder worden met dun gomslijm tot vaste massa gebracht, die op eene plank, beter op een steen (met een weinig olijfolie bevochtigd), met een houten rol zoo dun mogelijk uitgerold wordt. Vervolgens worden de verkregen platen gedroogd, met behulp van een penseel en dun gomslijm aan beide zijden met bladzilver bedekt, opnieuw gedroogd en eindelijk in ruitvormige stukjes geknipt.

Ook maken wij hier melding van de pasta clt lor et i zincici voor uitwendig gebruik , bekend onder den naam van pasta Canquoini. In het oorspronkelijk voorschrift komt voor roggemeel (1 deel chloretum zincicum met 2 deelen meel); volgens

-ocr page 121-

109

onze ondervinding is, in plaats van roggemeel, lijnmeel te verkiezen. De pasta, met water aangemengd en bij zachte warmte gedroogd, houdt zich lang goed zonder vochtig of te hard te worden. Eene geringe hijvoeging van glycerine is voordeelig aan de consistentie.

§ 46. Poeder, Pulvis-, Poeders, Pulveres. De poedervorm is de eenvoudigste en gebruikelijkste artsenijvorm voor de meeste droge geneesmiddelen. Ook onderscheidene vloeibare en weeke artsenijmiddelen, als aetheerische oliën, tincturen, extracten enz., worden, in geringe hoeveelheid en met poeder gewreven, in dezen vorm gebracht.

Bij het voorschrijven der poeders bestaat er groot verschil, of de arts de poedermassa door den apotheker in afzonderlijke doses laat verdeelen dan wel onverdeeld laat uitreiken, opdat de patient zelf daarvan eene bepaalde hoeveelheid (gewoonlijk een theelepel of eene messepunt vol) neme.

Indien sterk werkende stoffen, zooals opium, morphine, calomel enz., in nauwkeurig bepaalde kleine doses moeten worden ingenomen, is het noodig, dat de poedermassa door den apotheker verdeeld worde uitgereikt. Zelfstandigheden , waarvan eene geringe meerdere of mindere hoeveelheid geen schade doet, kunnen als onverdeeld poeder worden gegeven.

Bij den te verdeelen pulvis moet gewoonlijk nog een con-stituens of excipiens worden voorgeschreven, om de hoeveelheid te verkrijgen, die voor het innemen het best geschikt is, namelijk van tot 1 gram voor elk poeder. Meestal wordt daarvoor witte suiker gekozen, — ook melksuiker, magnesia of een plantenpoeder, vooral indien aetheerische oliën, extracten of andere weeke of licht vloeibare zelfstandigheden in het poedermengsel voorkomen. (Van weeke extracten schrijve men echter hoogstens 100 milligram, van vloeistoffen 2 droppels op 1 gram voor).

-ocr page 122-

110

Bij het voorschrijven van poedermengsels begint men gewoonlijk met de kleinste en eindigt met de grootste hoeveelheid, zoodat in den regel het hoofdmiddel bovenaan komt, dan het hulp- of verbeteringsmiddel volgt, terwijl eindelijk het vormgevend middel de formule sluit.

Bij poeders in verdeelde doses geeft men of de dosis voor elk poeder en het aantal poeders op, of de geheele massa met het aantal poeders, waarin zij verdeeld moet worden. Even als bij de pillen houde de arts ook bij het voorschrijven van poeders het decimaal stelsel voor oogen, door namelijk 5, 10, 15, 20 enz., poeders voor te schrijven.

In het eerste geval is het onderschrift: Misce. Fiat pulvis; (dispensentur) tales doses N0. . , of eenvoudiger: Dentur tales (doses) N0. . (men geve van zoodanige doses N0. . ). Bijv.:

tyr: aluminis milligr. 300;

elaeosacchari citri,

sacchari lactis ali milligr. 250.

Misce. Fiat pulvis; dentur tales doses N0. 10.

of

Dentur tales N0. 10.

S. Om de twee uren een poedeiv

In het tweede geval is het onderschrift: Misce. Fiat pulvis; divide (dividatur) in partes aequales N0. . (Men verdeele het bereide poeder in . . gelijke deelen); eenvoudiger: Misce. Fiant pulveres No. . . Bijv.:

-ocr page 123-

Ill

calomelanos milligr. 150,

sacchari albi gramm. 5.

Misce. Fiat pulvis; divide in partes aequales N0. 10. of

Misce. Fiant pulveres N0. 10.

1). S. Driemaal daags een poeder.

Bij een poeder, dat onverdeeld wordt afgeleverd, staat aan het einde eenvoudig: Misce. Fiat pulvis; detur ad scatulain (het poeder worde in eene doos gegeven). Bij vluchtige zelfstandigheden, of bij die, welke spoedig vochtig worden, doet men het poeder in eene flesch met wijden hals. Het gebruik is gewoonlijk theelepelswijs (ook wel eene messepunt). Bijv.:

R:: flavedinis corticum aurantiorum,

radicis rhei,

cremoris tartari aa gramm. 20.

Misce. Fiat pulvis; detur ad scatulam. D. S. Driemaal daags een theelepel vol.

Men rekent in het algemeen een theelepel (gladgestreken vol):

magnesia.....gramm. 0,5

plantenpoeder. . . gramm. 1,5 suiker of zouten . gramm. 2.

Indien zware metaalaardige zelfstandigheden in het poeder voorkomen, kan het gewicht wel 5 gram bedragen.

De theelepel opgehoopt vol bevat omstreeks de dubbele hoeveelheid.

Eene messepunt wordt gewoonlijk gerekend op de helft van een theelepel gladgestreken vol.

Op gelijke wijze als het onverdeelde poeder wordt het tandpoeder, pulvis dentifricius, pulvis ad denies, voorgeschre-

-ocr page 124-

112

ven. Eationeel kiest men daarvoor slechts oplosbare bestand-deelen, zooals alnmen, eremor tartari, myrrha, sapo, saccha-rum lactis enz. Onoplosbare zelfstandigheden, zooals carbo, cortex chinae, radix calami aromatici enz. geven aanleiding tot concreties aan de tanden. Als beste grondslag voor een tandpoeder wordt opgegeven fijn krijt (als in azijnzuur oplosbaar) met zeeppoeder of bijv. in den volgenden vorm:

carbonatis calcioi gramm. 15,

boracis gramm. 5,

radiois iridis florentini gramm. 10,

olei rosarum gtt. 2.

Misce. Fiat pulvis dentifricius.

D. S. Tandpoeder.

Ook voor uitwendig gebruik wordt vaak een poeder voorgeschreven, bijv.:

li-: oxydi zincici gramm. 2,

amyli gramm 15.

Misce. Fiat pulvis.

D. S. Tot bestrooiing.

Hiertoe behoort ook het snuif- of niespoeder (pulvis slenm-tatorius), bijv. de bekende pulver es Kleheri.

Eindelijk worden voor endermatische aanwending poeders in zeer kleine verdeelde doses opgegeven, 100 hoogstens 200 milligram zwaar, bijv.:

r : strychnini milligr. 10.

sacchari albi milligr. 150.

Misce fiat pulvis subtilissimus; dentur (dispensentur) talesN0. 5. S. \'s Avonds één poeder op de spaanschevliegwond aan te brengen.

De bereiding der poeders geschiedt in mortieren en bestaat gewoonlijk enkel in eene nauwkeurige ondereenmenging,

-ocr page 125-

113

dewijl de meeste ingrediënten, die in de poeders voorkomen, in de apotheek in den poedervorm in voorraad worden gehouden. De poedermortieren zijn rond (zonder tuit) en tamelijk diep, om het uitstuiven te voorkomen. Ook moet de inhoud het 10—12 voudige van het poedermengsel bedragen. De stamper moet niet te klein zijn en de middellijn van de kolf omstreeks het vierde of derde gedeelte bedragen van de dwarse doorsnede van den omvang des mortiers. De benedenste of wrijfvlakte van den stamper zij parallel met de binnenste, tamelijk platte grondvlakte van den mortier. Het wrijven geschiedt naar den aard der ingrediënten sterker of zachter. In den regel voldoet eene zachte wrijving; waarbij men den stamper tusschen de vingers houdt en beweegt. Bij een geoefenden receptarius is bij het wrijven nooit het ge-heele lichaam maar zijn enkel hand en benedenarm in beweging.

Komen er zelfstandigheden in geringe hoeveelheid in poeders voor, bijv. calomel, dan brengt men eerst een weinig van de afgewogen involveerende suiker in den mortier en spreidt deze op den bodem uit. Dan wordt hierop de werkzame stof gebracht, met een nieuw laagje suiker bedekt en goed ondergeroerd, waarna men eindelijk de overige suiker bijvoegt.

Zelfstandigheden, die in de apotheek niet in den fijnen gepulveriseerden staat aanwezig zijn, moeten eerst in den mortier fijngewreven worden, voordat men de andere poeders bijvoegt. Zoo ook mengt men een wit poeder eerst met eene kleine hoeveelheid van een gekleurd poeder en een zeer zwaar poeder met een specifiek lichter, om naderhand de overige ingrediënten bij te mengen. Vereischten van een goed ]X)ederinengsel zijn, dat het fijn (zoo noodig door eene kleine fijne zeef geslagen) is en een geheel gelijkmatig voorkomen heeft en ook bij drukking behoudt.

In sommige apotheken maakt men vóór het bereiden der

8

-ocr page 126-

114

poeders deu mortier altijd warm, door er eerst heet water in en uit te gieten. Deze gewoonte verdient in liet algemeen goedkeuring, maar bij bepaalde, later aan te wijzen gevallen kan zij niet worden toegepast.

Eenige bijzondere poedermengsels verdienen nog eene nadere bespreking.

«. Poedermengsel met aethe.erische olie. De aetbeerische olie wordt gedroppeld op eene kleine hoeveelheid van het poedermengsel, nauwkeurig daaronder geroerd en het overige bijgemengd. Gewoonlijk worden aetheerische oliën als zoogenaamde elaeosacchura voorgeschreven, waarbij zij op suiker gedroppeld en daarmede gewreven worden. Volgens de Ed. II. rekent men 1 gewichtsdeel aetheerische olie op 50 ge-wichtsdeelen suiker. Dewijl in den regel (zie blz. 9 en 10) 1 gram aetheerische olie 25 droppels oplevert, kan men voor het elaeosaccharum 1 droppel aetheerische olie op 2 gram suiker stellen. Voor een halven droppel stipt men het vochtige stopje der fiesch aan de benedenvlakte van den stamper. Elaeosaccharum citri wordt ook wel bereid, door de sc-bil eener citroen met een stuk suiker af te wrijven. Elaeosaccharum vanülae wordt verkregen, door 1 deel gesneden vanielje met 5 deelen saccharum lactis en 10 deelen saccharum album (in stukken) te wrijven en het verkregen poeder door eene fijne zeef te slaan.

Bij poedermengsels met vluchtige zelfstandigheden mag natuurlijk de mortier niet vooraf warm gemaakt zijn.

h. Poedermengsel met vinum opii aromaticum of met tincturen. Hier is de vloeistof, die in de poeders wordt voorgeschreven, slechts een draagmiddel voor eene weinig vluchtige geneeskrachtige zelfstandigheid en schaadt eene geringe warmte van den mortier niet. Tincturen en vooral vinum opii aromaticum worden vaak door de artsen in eene betrekkelijk aanzienlijke hoeveelheid in poeders voorgeschreven, bijv.:

-ocr page 127-

115

R.-: yini opü aromatici gtt. 20 (gramm. 1).

sacchari albi gramm. 5.

Misce. Fiat pulvis; divide in partes aequales N0. 10.

Om de te groote vochtigheid van dit poedermeugsel te verhelpen, laat men het op eene voorzichtige wijze verdampen, door bijv. in een warmen mortier de helft der suiker te brengen en daarop den opiumwijn te droppelen, waarna men den mortier op een waterbad plaatst. Na genoegzaam droog-worden mengt men er de andere helft der suiker onder.

c. Poedermengsel met extracten. Het zijn voornamelijk narcotische extracten, die onder een excipiens gemengd, in den poedervorm worden toegediend. De melksuiker, als scherper van aard, is hier het meest geschikt excipiens. Het extract wordt met een weinig melksuiker, die vooraf in den mortier gebracht is , nauwkeurig gewreven, totdat het poeder geheel homogeen geworden is. Een droog extract, bijv. extractum opii, wordt vooraf met een weinig water week gemaakt; hetzelfde geschiedt voor eene juiste verdeeling met sterk werkende extracten, bijv. extractum nucis vomicae. (Extractum cannabis indicae met spiritus). Extractum opii en vooral lactucarium worden ook wel, met de gelijke hoeveelheid melksuiker tot poeder gewreven, in voorraad gehouden, zoodat bij de receptuur het dubbele gewicht van dit mengsel genomen wordt. Het lactucarium kan men ook vooraf bij eene zachte warmte uitdrogen. Het vooraf warm maken van den mortier door ingieting van heet water, is in de meeste gevallen een voldoend hulpmiddel tot het ondermengen der extracten. Bij te groote hoeveelheden extract, of indien het poeder door vooraf bij het extract gedroppeld water (of spiritus) te vochtig geworden is, gaat men te werk als bij h. De narcotische extracten houdt men in sommige apotheken in den drogen poedervormigen staat in voorraad,

-ocr page 128-

116

waarbij men dan natuurlijk de verhouding kent tusschen het gewicht van het droge extract en van het extract in de gewone consistentie. Deze poedervormige extracten zijn echter hygroscopisch, waardoor deze verhouding onzeker wordt. Men bewaart ze derhalve liever in den poedervorm, volgens de Ed. II vermengd met melksuiker, beter met dextrine. De bijgevoegde en bekende hoeveelheid melksuiker of dextrine wordt natuurlijk bij het dispenseeren in rekening gebracht.

d. Poedermengsels met camphor a, harsen en harsachtige stoffen. De kamfer wordt eerst met eenige droppels sterken spiritus bevochtigd en fijn gewreven en vervolgens onder het overige poeder gemengd, doch zonder sterke drukking, omdat zij zich anders voor een deel aan den stamper en aan de wanden van den mortier vasthecht.

Op gelijke wijze worden harsen, bijv. resina guajaci, resina jalapae, colophonium, en harsachtige stoffen, bijv. castoreum, behandeld.

e. Poedermengsel met stdpltas chinini moet zacht gewreven worden, zoo ook dat niet sulphur auraturn (op suiker in den mortier gebracht en dan met eenig suiker bedekt). Anders wordt een deel van beide zelfstandigheden in de poriën van mortier en stamper gewreven, zoodat deze zich bij sulphur auratum zeer gekleurd vertoonen.

f. Poedermengsel met magnesia alha of magnesia usta. Deze lichte zelfstandigheden zijn niet gemakkelijk onder andere poeders zoodanig te mengen, dat men ook bij drukking geen witte stippels meer waarneemt. De ondereenmenging geschiedt zooveel te spoediger, naarmate de magnesia fijner is. Men slaat derhalve de magnesia vooraf door eene zeer fijne zeef, vermengt haar eerst met eene kleine hoeveelheid van een ander (gekleurd) poeder van het poedermengsel en voegt na nauwkeurige vermenging de overige hoeveelheid in gedeelten bij.

-ocr page 129-

117

g. Poedermengsel met moschus. Muskus is niet gemakkelijk onder fijne suiker fijn te wrijven. Men neemt het best harde stukken suiker, die men met de muskus gezamenlijk fijn wrijft. Ook wordt wel in voorraad gehouden een fijn gewreven mengsel van 1 deel muskus met 1 \'/2 deel melksuiker. (Over het verdwijnen van den muskusreuk, zie men bladz. 20.)

li. Poedermengsel met sulphur aurahim en calomel. Deze zelfstandigheden ontleden elkander onderling, vooral bij eenige vochtigheid, indien zij ondereen worden gewreven. Zij komen gezamenlijk voor in de dusgenaamde pulveres Plummeri:

R.-: sulphuris aurati antimonii,

calomelanos aa. milligr. 600,

sacchari albi gramm. 10.

Misce. Fiat pulvis; divide in partes aequales N0. 10.

Men volge ook hier den regel, de zelfstandigheden eerst in den verdunden staat met elkander in aanraking te brengen, vermengt daartoe het sulphur aratum en den calomel elk afzonderlijk onder een gedeelte der suiker en roert verder beide mengsels zonder sterke wrijving dooreen. De suiker moet goed droog zijn. Minder rationeel zijn voorschriften, waarin bij genoemde ingrediënten een extract wordt gevoegd.

Op gelijke wijze gaat men te werk met poeders, die calomel en iodium bevatten. Het volgende voorschrift geeft een bewijs van het groot verschil als gevolg der bereidingswijze:

R;: iodii puri milligr. 65,

calomelanos gramm. 1,

sacchari lactis gramm. 5.

Misce. Fiat pulvis; divide in partes aequales N0. 10.

Indien men, zooals het behoort, het iodium en den calomel

-ocr page 130-

118

eerst elk afzonderlijk onder de helft der goecl droge melksuiker geroerd heeft, vertoont het geheele mengsel slechts eene uiterst geringe geelachtige tint, weinig van wit verschillend, en de mortier is volstrekt niet aangeslagen. Ook laat het poeder droog papier geheel onaangetast en ondergaat, zelfs aan het zonlicht blootgesteld, bij het bewaren bijna geene verandering. Mengt men daarentegen het iodium met den calomel tegelijk onder de melksuiker, dan heeft het poeder eene gele kleur en men vindt roodachtige strepen op den bodem van den mortier. Op droog papier ontstaan nu geringe vlekken en bij het bewaren, vooral aan het licht, wordt do kleur rozerood. Wrijft men het iodium en den calomel eerst gezamenlijk en dan onder de melksuiker, zoo verkrijgt men een roodbruin poeder (door gevormd iodetum hydrargyriciun), hetwelk op droog papier dadelijk eene vlek voortbrengt en bij het bewaren rood wordt.

t. Poedermengsel mei hydrargyrum, bijv. de pulvis Plenckii (der Ed. 11), waarbij men het kwik door lang wrijven geheel onder het poeder (pulvis gummi arabici) wrijft, eenig water toevoegende, totdat alle kwikbolletjes voor het, met eene 2 tot 3 maal vergrootende loupe; gewapend oog verdwenen zijn.

De verdeeling der poeders moet volgens de regelen dei-kunst steeds door afweging geschieden. Het poedermengsol wordt daartoe in den mortier door middel van een stijf papier of hoorntje verzameld en opeengehoopt. Tijdens het onder-eenmengen en verdeelen kan men echter eenig verlies niet ontgaan, waardoor het berekende gewicht bij het laatste poeder niet uitkomt. Om dit te vermijden, kan men voor elke dosis een weinig (bijv. 30 milligram) van het onwerkzame vehikel in het poedermengsel meer nemen (in bovenstaande pulveres Plummeri dus 300 milligram suiker meer op het geheele poedermengsel), terwijl de deeling in de hoe-

-ocr page 131-

119

veelheid, op het recept aangegeven, geschiedt. Gaat de deeling tot in enkele milligrammen (bijv. in het recept met calomel, blz. 111), dan kan men, in zooverre het beneden de 30 milligr. per poeder blijft, deze bij het afwegen buiten rekening laten.

Terwijl het de plicht is van den receptarius bij poeders, die sterk werkende (heroïsche) geneesmiddelen bevatten, de poeders af te wegen, opdat de zieke telkens niets meer of niets minder dan de juiste dosis verkrijgt, zoo valt het evenwel niet te ontkennen, dat bij eene drukke receptuur ilit afwegen, zooals het op de gewone wijze geschiedt, eene tijd-roovende bewerking is, die niet altijd kan worden toegepast. Enkel volgens oogenmaat te verdeelen, is altijd af te raden, maar een geoefend receptarius kan, na het poedermengsel in tweeën verdeeld te hebben, wanneer hij ééne dosis afgewogen en eene spatel met een goed rond lepeltje tot zijne beschikking heeft, bij poeders met minder sterk werkende geneesmiddelen de verdere verdeeling uit de te nemen „schep-penquot; van het poedermengsel berekenen. Het gebruik van zoodanig rond lepeltje biedt ook het voordeel aan, dat het poeder op het papier op ééne plaats komt te liggen en niet daarover verspreid geraakt.

Er is onlangs een werktuig uitgevonden, een „poederwegerquot;, die, hoewel niet algemeen in gebruik genomen, alle bezwaar van tijdrooving zou opheffen en gelegenheid aanbieden, om altijd nauwkeurig volgens de regelen der kunst te handelen. De afbeelding van dezen „poederwegerquot; zal wel geene wijdloopige beschrijving behoeven.

-ocr page 132-

120

Het werktuig bestaat, zooals men ziet, uit eene gevoelige balans, aan wier ééne zijde zich eene gewone weegschaal, aan de andere zijde een hoornen bakje met uitmonding bevindt, geschikt om het af te wegen poeder op te nemen en uit te storten in een poederpapier, hetwelk in de lengte gevouwen en aan den eenen kant omgeslagen is. Bij het gebruik stelt men het werktuig zoodanig, dat de beweegbare hoornen schaal naar den receptarius is gekeerd, zoodat de uitmonding zich aan zijne linkerzijde bevindt, terwijl de ge-wichtschaal in eene rechte lijn tegenover hem staat. De

-ocr page 133-

121

receptarius houdt het omgeslagen poederpapier in de linkerhand en stort het afgewogen poeder daarin uit. Hij neemt telkens weder een omgeslagen papier op, vult, en houdt zooveel gevulde poederpapieren in de linkerhand als hij kan, waarna zij één voor één met de rechterhand daaruit genomen en aan den anderen kant omgevouwen worden.

Het werktuig is ook geschikt, om kleine hoeveelheden bijv. van sulphas chinini, sulphas zincicus af te wegen en ze ter oplossing in de daaronder geplaatste flesch uit te storten.

Het vouwen der poeders is eene manipulatie, die door de gewoonte wordt aangeleerd en in de apotheken verschillend geschiedt. Wij herinneren enkel nog aan hetgeen wij daaromtrent op bladz. 16 hebben medegedeeld. Het waspapier {charta cerata), hetwelk grootendeels door het perkamentpapier [charta pergamema) vervangen is maar toch ook nog voor poeders met sterk riekende zelfstandigheden, zooals muskus, kamfer, ook voor hygroscopische lichamen gebruikt wordt, bereidt men, door een vel gewoon papier boven het vuur met wit was te bestrijken, zoodat het papier daardoor geheel doortrokken wordt. Eene meer gelijkmatige charta cerata verkrijgt men, door het papier met eene geconcentreerde oplossing van wit was in zwavelkoolstof met behulp van een sponsje aan beide zijden te bestrijken. De zwavelkoolstof vervluchtigt dadelijk en het papier is tot gebruik gereed.

Van een oud gebruik bij het innemen van poeders, namelijk ze in ronde ouwelplaten (zoogenaamde nebulae) te wikkelen, is door Limousin gebruikt gemaakt, om geringe hoeveelheden sterk smakende zelfstandigheden zonder eenig vehiculum te doen toedienen. Deze artsenijvorm heet ouwelpoeders, capsulae amylaceae. De capsules bestaan uit twee kleine ouwels (van zetmeel), die op elkander passen. De eene ouwel wordt op een vorm van den bij de bewerking behoorenden toestel gelegd, de rand een weinig bevochtigd

-ocr page 134-

122

en het geneecmiddel, hoogstens 1 gram, in het midden dei-capsule gebracht. Vervolgens wordt er de tweede capsule opgelegd, waarna door drukking met eene soort van houten stamper de capsules aan elkander gehecht worden, zoodat niets van het daar tusschen gelegen geneesmiddel daaruit verloren kan gaan. De gesloten capsules blijven, alvorens men ze opbergt, korten tijd bij de gewone temperatuur tot geheele opdroging staan. Bij het gebruik worden de capsules een weinig vochtig gemaakt, door ze bijv. in den damp van kokend water te houden.

Indien de geneeskundige verlangt, dat het geneesmiddel in ouwelpoeders afgeleverd zal worden, geeft hij dit op het recept aan door : Misce. Fiat pulvis; dentur tales N0. (of Misce. Fiant pulver es ü0. ); dispensentur in capsulis amylaceis (of enkel in capsulis amylaceis).

§ 47. Theespecies of Theekruiden, Species ad decocium seu infusum. Hieronder verstaat men plantenstoffen, in den grof verdeelden staat gebracht, waarbij somtijds zouten, zooals sulphas magnesicus, sulphas natricus, cremor tartari (in de bekende Species St. Germain), sal Seignetti zijn gevoegd. Zij worden aan de zieken afgeleverd, om daarvan dranken (afkooksels of aftreksels) te maken, die gewoonlijk kopjeswijs genomen worden. Bij moeilijk uit te trekken stoffen, bijv. radix sarsaparillae, worden zij voor af kooksels gegeven; gewoonlijk echter worden zij, op de wijze van thee, met heet water geïnfundeerd.

Bij het voorschrijven begint men met de grootste en eindigt met de kleinste hoeveelheid. Het onderschrift luidt: Concisa (Contusa) misce-, fiant species {species in plurali), (vermeng de gesneden, gekneusde, stoffen, dat zij de species vormen), bijv.:

-ocr page 135-

123

R:: radicis althaeae,

radicis liquiritiae aa gramm. 50,

stipitum duleamarae gramm. 25.

anisi stellati gramm. 10.

Concisa et contusa misce; fiant species.

D. S. Borstthee.

Ook voor uitwendig gebruik, zooals voor fomentatie, mondwater, gorgeldrank enz., worden vaak de species voorgeschreven. Hier is veelal het onderschrift: Misce. Fiat pulvis grossus (meng ze, opdat er een grof poeder ontsta). Zie hiervan een voorbeeld, bladz. 75 (Papkruiden).

Bij de bereiding der species worden de naar hun aard gesneden, geraspte of grof gestampte ingrediënten gezamenlijk op een blad papier gebracht en met een paar kaartebladen zoo goed en gelijkmatig mogelijk ondereengemengd. Bestaan de species enkel uit kruiden, dan kunnen de deeltjes in grootte en omvang overeenkomen en door eene daartoe inge-richte zeef (gaatjeszeef) gedreven worden. Komen er echter gestooten wortels of zaden bij, dan is dit niet zoo volkomen te bereiken, evenmin, wanneer het een of ander zout een der bestanddeelen uitmaakt. Is er derhalve voorgeschreven, dat meerdere doses dezer species moeten worden gedispenseerd, dan is men hier verplicht de ingrediënten voor elke dosis afzonderlijk af te wegen en te vermengen.

De zouten worden wel met een weinig suiker vermengd en met eenig water bevochtigd onder de species verdeeld.

§ 48. De meeste artsenijvormen, die § 26 voor uitwendig gebruik opgesomd zijn, kwamen reeds voor onder de vormen voor inwendig gebruik. Zij behooren deels tot de soluties, zooals de fomentatie of stoving 1), fomentum; de

1

De woordelijke vertaling van het woord fomcntvni is stoving (van

-ocr page 136-

124

inspuiting, injectio; liet oogwater, collyrium; het wascli-water, lotio; het mondwater (de mondspoeling), collutormm

sive collutio oris-, de gorgeldrank of het gorgelwater, gar-garisma; deels tot de infusa of emulsiones, zooals het lavement, chjsma; somtijds de fomentatie en het wasehwater, dikwijls ook het mondwater, het gorgelwater of de gorgeldrank; deels tot de linctus, zooals het penseelvocht, lincius oris; deels tot de electuariën of species, zooals pap, cata-plasma; mosterdpap, sinapismus (bladz. 76).

Voorbeelden eener fomentatie, fomentum:

Infusion. Solutio.

]^; foliorum hyoscyami, iv: carbonatis kalici gramm. 5.

---— althaeae aa Solve in

gramm. 15. aquae destillatae

Infunde ad colaturam gramm. 250.

gramm. 350. D. S. Tot indompeling. D. S. Hiermede linnen lapjes te bevochtigen en lauwwarm op te leggen.

Voorbeeld van inspuiting, injectio:

K-: sulphatis zincicimilligr. 250, iv: hydrochloratis morphini aquae destillatae gramm. 120, milligr. 250,

vini opii gramm. 1. glycerini,

M. D. S. Tot inspuiting. aquae destillatae aa.gramm.

10.

M. D. ad injectionem

subcutaneani.

fervco, warm houden, koesteren). Men verstaat hieronder in het algemeen al die uitwendige middelen, welke tot verzachting van pijn worden aangewend, hetzij door indompeling van het zieke deel, hetzij door omslagen of compressen. Zij worden wel niet uitsluitend, maar toch in de meeste gevallen zacht verwarmd aangewend.

-ocr page 137-

125

Voorbeeld van oogwater, collyrium; (en oogdroppels,

guttulae oculares):

: mercurii sublimati corrosivi li-: aceti lithargyri gtt. 12

milligr. 50. (gramm. 1),

Solve in aquae sambuci gramm. 30,

aquae destillatae gramm. 120; vini opii gtt. 20 (gramm. 1).

adde M. D. S. Drie- tot viermaal

laudani liquidi Sydenhami daags eenige droppels in

gramm. 1. het oog te brengen.

M. D. S. Oogwater.

In beide voorschriften wordt de opiumwijn door de metaal-zouten ontleed. Men volge dus hier den regel, waarop wij bladz. 57 wezen, dat men namelijk voor eene zoo goed mogelijke verdeeling van het nieuw te vormen onoplosbaar lichaam den opiumwijn niet bijvoegt, alvorens de metaalzouten opgelost zijn. Aldaar wezen wij tevens reeds op acetas plumbicus en sulphas zincicus, gezamenlijk in oplossing bestemd voor eene injectie (Injectio Brou), namelijk dat men beide zouten afzonderlijk moet oplossen en deze oplossingen bijeenvoegen, dewijl daarbij oplosbare acetas zincicus en onoplosbare sulphas plumbicus ontstaan, welke laatste dus bij de beschreven bereidingswijze fijner en beter verdeeld wordt.

Met betrekking tot de helderheid van een oogwater, hetwelk uit de oplossing van één zout bestaat, verwijzen wij insgelijks naar bladz. 57 en voor sulphas atropini naar bladz. 73. Voor oplossingen bijv. van hydrochloras morphini of cocaini, tot onderhuidsche inspuiting neme men tweemaal gedestilleerd water (aqua bis destillata) of koke het noodige water vooraf in het lleschje op, om het, na bekoeling in het gesloten fleschje, te gebruiken. Al wordt daardoor geen volkomen sterilisatie (onvruchtbaar maken voor zwamm en-woekering) bereikt, het brengt toch nader aan het doel.

-ocr page 138-

126

Voorbeeld van waschwater, lotio:

$-•: spiritus Mindereri,

aquae laurocerasi aa

gramm. 50. M. D. S. Uitwendig.

Pv: mercurii sublimati corrosivi gramm. 2, aquae calcis gramm. 250,

extracti opii gramm. 2. M. D. S. Uitwendig.


Bij het voorschrift met spiritus Mindereri (solutio acetatis ammonici) zorge men, dat deze geen alcalischen aard vertoont, dat wil zeggen, geen vrijen ammoniak bevat, dewijl het mengsel alsdan spoedig wit troebel wordt (door, uit het benzaldehyde van de aqua laurocerasi met den ammoniak gevormd, hydrobenzamide).

Bij de opgegeven wassching met kwik-sublimaat late men dit eerst door het kalkwater decomponeeren, in zooverre dit bij de opgegeven verhouding het geval kan zijn (waartoe het sublimaat in eens met de geheele hoeveelheid kalkwater in aanraking gebracht wordt), en voegt hierbij het extractum opii (met een weinig water aangemengd). Het resultaat zou geheel anders zijn, indien men het opium-extract vooraf met het sublimaat behandelde en dit mengsel met het kalkwater afmengde.

Voorbeeld van mondwater (mondspoeling), collutio oris; tevens gorgelwater of gorgeldrank, gargarisma:

infusionis herbae salviae gramm. 250 (ex gramm. 25),

acidi hydrochlorici diluti gramm. 5,

mellis rosarum gramm. 50.

M. D. S. Voor mondspoeling en gorgeldrank.

Voorbeeld van lavement, dysma (zie ook bladz. 51):

-ocr page 139-

127

asae foetidae gramm. 2,

vitellum ovi N0. 1,

infusionis radiois Valerianae gramm. 150.

Misce. Fiat lege artis emulsio.

D. S. voor 2 lavementen.

Voorbeeld van penseel vocht, linctus oris (zie ook biz. 32):

: aeidi hydrochlorici diluti gramm. 2,

meilis rosarum gramm. 30.

M. D. S. Tot aanstipjüng.

i

Door den geneeskundige wordt bij het voorschrijven van een linctus of eene oplossing voor mond of keel aan het einde van het recept somtijds bijgevoegd: ,,Detur cum penicillo (crasso), (geef het met een [dik] penseel)quot;.

§ 49. Eindelijk blijven ons nog van de geneesmiddelen uitsluitend tot uitwendig gebruik ter behandeling over: het smeersel, linimentum; de zalf, unguentum; de pleister, emplastrum; de bougies, cereoli; de kaarsjes of zetpillen, candelae, suppositoria en de stokjes, bacilli.

Smeersel, zalf en pleister zijn artsenijvormen, bestemd om op de epidermis of bij wonden te worden aangewend. Zij zijn vormen, die in elkander overgaan en niet altijd even gemakkelijk kunnen worden onderscheiden en bepaald.

In het algemeen kan men zeggen: bij eene gemiddelde temperatuur zijn smeersels dikvloeibaar, zalven week, pleisters hard. (Tusschen de pleisters en zalven staan in hardheid de dusgenaamde eeraten, cerala). Er bestaan hier echter veel uitzonderingen. Vele pleisters, bijv. emplastrum conii, zijn minder hard; sommige zalven, zooals unguentum nitratis hydrargyrici (unguentum citrinum), vrij hard; eenige smeersels, zooals het linimentum saponato-camphoratum (de sapo

-ocr page 140-

128

aromaticus solidus of balsamum. opodeldoch der Pharm.), geleiachtig. (De ceraten worden bijna allen bij de bewaring hard.)

Bougies en kaarsjes of zetpillen worden gebruikt, om in de urethra of in den endeldarm te worden gestoken. Bacilli hebben meerdere lengte, bijv. tot aanwending in de neusgaten.

§ 50. Smeersel, Linimentum, is gewoonlijk een zeepachtig mengsel van vette oliën en alcaliën met of zonder aethee-rische oliën en spiritueuze vloeistoffen. Echter worden ook vette oliën of mengsels van vette oliën bijv. met chloroform, oplossingen van kamfer, phosphorus enz. in vette oliën of glycerine, tot de linimenten gerekend.

De arts geeft in het voorschrift eerst het alcali en de olie op en vervolgens, zoo noodig, de overige ingrediënten. Het onderschrift luidt: Misce. Fiat linimentum (vermeng tot smeersel).

Voorbeeld:

; ammoniae liquidae gramm. 10,

olei olivarum gramm. 50,

olei terebinthinae gramm. 2,

vini opii gramm. 5.

Misce. Fiat linimentum.

D. S. Inwrijving.

Het meest bekende smeersel is het linimentum volatile, uit 4 deelen oleum olivarum en 1 deel ammonia liquida bereid. Verder komt ook veel voor het linimentum calcis uit gelijke deelen oleum lini (olivarum) en aqua calcis (liefst iets meer aqua calcis).

Bij de bereiding der linimenten met alcaliën maakt men eerst, door de vette olie met het alcali te schudden, een zeepachtig mengsel en voegt dan de overige ingrediënten (aetheerische oliën, tincturen) bij, alles eindelijk door omschud-

-ocr page 141-

129

ding goed vermengend. (Kamfer of phosphorus wordt vooraf in de vette olie opgelost). Zalven, bijv. unguentum hydrar-gyri, worden met het eerst gevormd zeepachtig mengsel in den mortier afgemengd. Komen extracten in linimenten voor, dan maakt men de extracten eerst met een weinig water dikvloeibaar.

Voor het Unimentum calcis wordt de olie met de geheele hoeveelheid kalkwater te gelijk geschud. Zoo ook gaat men te werk, indien men smeersels uit olie en loodazijn moet maken.

Voor het liniment uit chloralhydraat en kamfer {chloral-kamfer) worden gelijke hoeveelheden van beide in een mortier samengewreven.

§ 51. Zalf, Unguentum. In de zalven is gewoonlijk een vet-achtig lichaam het vehikel, waaronder de meest verschillende geneeskrachtige zelfstandigheden worden vermengd. De arts bedenke, dat van sommige zelfstandigheden, bij name van spi-ritueuze vloeistoffen, slechts kleine hoeveelheden onder de vetten kunnen worden gemengd. Het meest gebruikelijke vet is het varkensvet (axungia porei, adeps suilla s. suillus), ook ongezouten boter (butyrum insulsum; bij gebreke te vervangen door gewone boter, nadat deze gesmolten en herhaaldelijk met water uitgewasschen is), sperma ceti enz. Verder dienen als vehicula of worden op zich zeiven afgeleverd: unguentum simplex, in den laatsten tijd veelvuldig glycerine en het unguentum glycerini (glycerinum cum amylo, zie bladz. 64), nog meer vaselinum (vetachtig bestanddeel uit petroleum); later nog lanolinum (gezuiverd vet uit de schapenwol).

Bij het voorschrijven eener zalf begint men met het hoofdmiddel en eindigt met het vette bestanddeel. Het onderschrift luidt: Misce. Fiat unguentum (vermeng tot zalf).

Voorbeeld eener zalf:

9

-ocr page 142-

130

aceti lithargyri,

laudani liquidi Sydenhami aa gramm. 2,

axungiae gramm. 10.

Misce. Fiat lege artis imguentum.

D. S. Oogzalf.

De bereiding der zalven geschiedt in mortieren, die daarvoor uitsluitend gebruikt worden. Indien het slechts eene ondereenmenging van vetten of oliën betreft, levert de bereiding niets bijzonders op. Er worden echter in zalven vaak zelfstandigheden voorgeschreven^ bij wier ondermenging bijzondere voorzorgen moeten worden in acht genomen. Eenige dezer gevallen willen wij opsommen.

a. Zalven met cera, sperma ceti, oleum cacao enz. Deze hardere zelfstandigheden moeten eerst vloeibaar gemaakt en verder moet geroerd worden; totdat alles bekoeld is.

h. Zalven met mercurius praecipitatus ruber of alhus, oxij-dum zincicum, cerussa, calomel, sulphuretum calcicum, alsmede met alcaloïden, zooals chininum, morphinum, veratrinum, io-doformum, in het algemeen met in water niet of moeilijk oplosbare lichamen. Men wrijft deze zelfstandigheden vooraf in den mortier met een weinig oleum amygdalarum of olivarum, het best met een weinig glycerine; fijn en vermengt ze dan nauwkeurig onder het vet.

c. Zalven met mercurius sublimatus corrosivus, sulphas zin-cicus, nitras argenticus, iodetum kalicum, carbonas kaucus, in het algemeen met in zvater oplosbare lichamen. Men wrijft deze zelfstandigheden met een weinig water fijn en vervolgens onder het vet.

Tartarus emeticus (alsook sulphas zincicus voor een\' ungu-entum ad scabiem) wordt tot een onvoelbaar poeder gewreven en droog onder olie en vet gemengd. Ook chloorkalk en acidum phenylicum worden droog onder het vet gewreven.

-ocr page 143-

131

lodetum kalicum wordt, in een weinig water opgelost, onder het vet vermengd. Bevat het zout iodas kalicus of is het vet oud of een (wit) unguentum ceratum, dan wordt de zalf vroeger of later geel door afgescheiden iodium. Men verhelpt dit het best door bijvoeging van een weinig hyposulphis natricus (op de 50 deelen 2 a 3 deelen van dit zout).

Iodium wordt fijn en dan onmiddellijk onder eene kleine hoeveelheid vet gewreven, terwijl men een weinig aether bijvoegt. Komt het iodium met iodetum kalicum, chloretum ammonicum of oplosbare metaalzouten voor, dan is deze bijvoeging van aether niet noodig, want het iodium wordt met de andere zouten in water opgelost of goed verdeeld.

Kamfer wordt eerst met spiritus fijn gewreven en dan met een weinig olie vermengd, voordat men de vetstof toevoegt.

d. Extracten, bijv. extracta narcotica, worden met een weinig water tot eene mellago (honigdikte) aangemengd, voordat zij onder het vet gebracht worden. Ook pulvis opii wordt met een weinig water (% van het opium) aangemengd. Aetheerische en alcoholische extracten (der Ed. I) worden met een weinig spiritus aangemengd.

In enkele gevallen worden vochtige praecipitaten onder het vet gemengd, bijv. bij het unguentum contra decubitum, bereid naar het voorschrift:

: decocti corticis quercus gramm. 180 (ex corticis gramm. 30),

aceti lithargyri gramm. 15.

Misce. Praecipitatum ortum separa a liquore supra bibulam, adhuc humidum misce cum

adipis suillae gramm. 30,

camphorae gramm. 5.

M. D.

-ocr page 144-

132

Het praecipitaat van tannas plumbicus, ontstaan bij het vermengen van het afkooksel van den eikenbast met den loodazijn (solutio acetatis plumbici basici), van de vloeistof op een papieren filter afgescheiden, moet tot het ondermengen onder het vet met de kamfer nog vochtig zijn, doch de vloeistof zoodanig zijn afgeloopen, dat het praecipitaat aan papier niet meer afgeeft.

e. Waterige of wijnachtige vloeistoffen kunnen, indien zij niet in te groote hoeveelheden voorkomen, tamelijk goed door vlijtig omroeren onder het vet vermengd worden. Wij maken hierbij opmerkzaam op de bereiding der oogzalf uit acetum lithargyri, laudanum liquidum en axungia (zie bladz. 129). Indien men deze waterige en wijnachtige vloeistoffen te gelijk of eerst het laudanum en vervolgens den loodazijn onder het vet wilde mengen, zou men veel moeilijkheid ondervinden. De vermenging geschiedt echter zeer goed en spoedig, indien men begint met het acetum lithargyri onder het vet te roeren (waarbij een begin van zeep- of loodpleistervorming plaats heeft) en eerst dan het laudanum liquidum bijvoegt. Deze rationeele handelwijze moet de receptarius steeds bij alle dergelijke gevallen toepassen.

Glycerine in eenigszins aanmerkelijke hoeveelheid bij eene zalf gevoegd (bijv. bij unguentem iodeti kalici met of zonder extractum belladonnae) is moeilijk onder te mengen, maar dit geschiedt onmiddellijk, zoodra men een weinig oleum oli-varum bijvoegt. Het doel kan ook bereikt worden, indien men de glycerine droppelswijs bij de zalf voegt.

f. Spiritueuze vloeistoffen leveren het meeste bezwaar in zalven op. Het is zelfs lastig, hiervan kleine hoeveelheden onder het vet nauwkeurig en zoodanig te vermengen, dat zij zich bij het staan of door drukking niet afscheiden. Hier mag de receptarius van het „1. a.quot; ruim gebruik maken. Bevat de spiritueuze vloeistof geene zeer vluchtige bestand-

-ocr page 145-

133

deelon, dan kan zij bij eene zachte warmte tot de helft of tot eene mellago worden ingedampt. Is het daarentegen eene tinctuur of een spiritus met vluchtige bestanddeelen, bijv. • de mixtura oleosc-balsamica (balsamum vitae Hoffmanni), die in te groote hoeveelheid is voorgeschreven, dan neemt men zooveel der vluchtige stoffen (bijv. der aetheerische oliën) als men berekent, dat op de voorgeschreven hoeveelheid spi-ritueuze vloeistof komt, en lost ze in een weinig spiritus op, terwijl men den ontbrekenden spiritus door eene gelijke gewichtshoeveelheid vet aanvult.

Balsamum opodeldoch kan bijna in het geheel niet onder vet, en vooral niet onder unguentum neapolitanum, gemengd worden. Wil men geen ongelijkmatig, weldra geheel afgescheiden mengsel afleveren, dan is er ook hier slechts één weg op, dat men namelijk de werkzame ingrediënten (sapo, camphor, oleum aethereum en ammonia), berekend op de hoeveelheid voorgeschreven opodeldoch, in een weinig spiritus oplost en alzoo onder de zalf mengt. De voorkeur verdient echter, den arts op de onmogelijkheid van een goed praeparaat uit zijn voorschrift te wijzen en in overleg met hem te handelen.

Zalven, met harsachtige bestanddeelen, zooals unguentum picis, nemen spiritueuze vloeistoffen in grooter hoeveelheden op.

(j. Dat aetheerische oliën niet onder eene warme vetmassa moeten gemengd worden, zal wel bijna overbodig zijn op te merken. Ook halsamum peruvianum mag nooit bij eene gesmolten vetmassa gevoegd worden (bijv. de sperma ceti), voordat zij bijna bekoeld is; de balsem is onder de warme massa niet te vermengen, maar scheidt zich in klonters af. Men wrijft den balsem eerst met een weinig gesmolten maar bijna bekoeld vet en mengt dit dan verder onder de overige hoeveelheid vet. Op gelijke wijze gaat men te werk met aloë, na deze alvorens tot poeder gewreven te hebben.

-ocr page 146-

134

Het levert soms bezwaar op, styrax liquidus onder oleum olivarum te mengen. Een weinig glycerine met den storax afgewreven, leidt tot een gunstig resultaat.

Bijzondere vermelding verdient nog de bereiding eeneï zalf met terebintkina, colophonium en pix, onder den naam van „Unguentum contra tineam capitisquot; in gebruik. Het voorschrift daarvoor luidt als volgt:

terebinthinae venetae,

colophonii aa gramm. 10,

picis solidae,

farinae tritici aïi gramm. 40,

aceti vini gramm. 160.

Misce. Fiat unguentum molle.

In eene aarden pan wordt het eerst het colophonium ge-.smolten, daarna de pix solida en vervolgens de terebinthina toegevoegd. Nu wordt het meel met ongeveer 100 gram water in een mortier afgemengd en deze hoeveelheid in eens onder de, vooraf zorgvuldig ondereengemengde, gesmolten massa geroerd. Nadat onder vlijtig omroeren de zalf nog eenigen tijd warm gehouden is, voegt men 40 gram water toe, en nadat de pan van het vuur genomen is, 20 gram acidum aceticum der Pharm.

Bij het bewaren wordt de zalf soms brokkelig, maar eene zachte verwarming maakt haar weder voor het gebruik geschikt.

h. Veel opgang heeft eene zalf gemaakt, die bereid wordt door eene overvloedige hoeveelheid oleum olivarum met lithar-gyrum en water te koken. Men verkrijgt dan eigenlijk eene weeke, zalfvormige loodpleister. Het voorschrift luidt:

-ocr page 147-

135

olei oli-varum partes 60,

lithargyri partes 15.

Coque cum suffioiente quantitate aquae ad unguentum molle; dein adde

olei lavandulae partem 1.

Misce. Fiat unguentum.

De 60 deelen olie worden eerst met 100 deelen water verhit, waarna het (gezifte) lithargyrum wordt bijgevoegd. Men kookt, totdat al het lithargyrum gebonden is (omstreeks een half uur), en roert na koud worden de lavendelolie er onder. In den winter neemt men 6 a 7 deelen oleum oliva-rum meer.

Het voorschrift voor deze zalf is afkomstig van Steinhau-ser. Men noemt haar gewoonlijk Unguentum diachylon Ilehrae,-waaronder echter te verstaan is een gesmolten mengsel van gelijke deelen emplastrum plumbi en oleum lini of oli-varum.

§ 52. Pleister, Emplastrum. De hoofdbestanddeelen dei-pleisters zijn was, hars, gomhars, terwijl in de meeste gevallen vet met loodoxyde en water gekookt, de zoogenaamde diapalm- of loodpleister (emplastrum oxydi plumbici), den grondslag uitmaakt.

De pleisters worden meestal gedispenseerd uitgestreken op leder, linnen of zijde. In enkele gevallen worden zij in substantie uitgereikt, opdat zij bij den patiënt zeiven worden uitgestreken.

De meeste pleisters zijn als zoodanig gevormd in de apotheek aanwezig. De geneeskundige schrijft of eene eenvoudige pleister, öf een mengsel van pleisters, óf pleisters met andere bijmengsels voor.

Bij het voorschrijven van mengsels wordt eerst de grootste hoeveelheid pleister, het laatst de additie opgegeven. Ver-

-ocr page 148-

136

langt de arts, dat de pleister in de apotheek tot eene bepaalde grootte wordt uitgestreken, dan geeft hij gewoonlijk de verhouding der pleisterachtige bestanddeelen in deelen (partes) op, maar laat de hoeveelheid daarvan aan den apotheker over. In het onderschrift wordt de gewenschte grootte der pleister opgegeven, benevens de stof, waarop men verlangt, dat de pleister wordt uitgestreken. Voor het bepalen der grootte zijn van ouds onderscheidene geijkte termen in gebruik: bijv. magnitudine (forma) palmae manus (in grootte of vorm van eene handpalm); majoris vel minor is (groote of kleine, welke laatste ook door magn. of form, volae manus wordt aangegeven); magnitudine {forma) manus vel mamis cum dig it is (in grootte of vorm der geheele hand of der hand met vingers) ; magnitudine (forma) chartae lusoriae (in grootte of vorm eener speelkaart) enz.; ook wel naar munten; magnitudine (forma) monetae floreni 1, vel 2,50, centesimae 1. Ook worden wel grootte en vorm op het recept of door een bijgevoegd papier opgegeven: magnitudine et forma hac vel hujus chartae vel chartae allatae (in grootte en vorm hiervan of van dit papier of van het bijgevoegde papier). Het past echter veel beter bij het decimale stelsel van voorschrijven, ook hier de metrieke maat te bezigen, zooals in het onderstaande voorschrift. (De „palma manusquot; major is 11 centim. lang, 8,8 centim. breed; de minor of „vola manusquot; 8 centim. lang, 6,5 centim. breed; de „charta lusoriaquot; 8,2 centim. lang, 5,6 centim. breed). De stof, waarop uitgestreken moet worden, wordt aangeduid door ad alutam of in al ut a (op leder), ad linteum of in linteo (op linnen), ad taffetam of in taffeta (op zijde).

Pleisters, die minder goed kleven, zooals emplastrum can-tharidum, conii, worden met een kleefrand van emplastrum adhaesivum omgeven. Dit heet op het recept: cum margine adhaesivo seu marginem obduce emplastro adhaesivo {met een

-ocr page 149-

137

kleefrand, of bedek den rand met kleefpleister). Somtijds wordt de dikte der pleistermassa, die men op de pleister uitgestreken verlangt, aangegeven door: „Extende tenuiterquot; (dun, d. i. ter dikr,e van een halven messerug), „crasse\'\' (dik, d. i. ter dikte van 1of 2 messeruggen).

Voorbeeld van een pleistervoorschrift:

R;: emplastri saponati partes 4,

-—--cantharidum partem 1,

extract! opii gramm. 1.

Misce et extende ad alutam ut fiat lege artis emplastrum longitudine centimetrorum 12, latitudine centimetrorum 8; cum margine adhaesivo.

Bij de bereiding der pleistermassa heeft men vooral acht te geven, dat zij volkomen homogeen worde en volstrekt geene klontertjes bevatte.

Komen in de pleister harde, maar licht smeltbare zelfstandigheden voor, dan moeten deze in een aarden pan of pot bij eene zachte warmte (op het waterbad) gesmolten worden. Droge zelfstandigheden, die niet gesmolten kunnen worden, bijv. kruiden, zaden, zeep, worden in den poeder-vormigen staat onder de half bekoelde pleistermassa gemengd.

Gomharsen kunnen met azijn aangemengd of in den poe-dervormigen staat onder de massa worden gebracht. In enkele gevallen maakt eene gomhars den grondslag van de pleister uit, bijv. ammoniacum met acetum scillae. De ge-depureerde gomhars wordt dan met den azijn tot eene gelijkmatige dikke, brijachtige massa aangemengd en in dezen staat uitgestreken; de pleister wordt bij eenig staan zeer hard en moet daarom na de bereiding spoedig op de huid worden gelegd.

Komen extracten in pleisters voor, dan worden zij, met

-ocr page 150-

138

water tot eene mellago aangemengd, onder de nog weeke pleistermassa geroerd.

Vluchtige stoffen, zooals kamfer, aetheerische oliën, worden op het laatst bij de bijna bekoelde massa gebracht (de kamfer, na haar met een weinig vette olie te hebben gewreven). In enkele gevallen verlangt de arts, dat de aetheerische olie op de uitgestreken pleister gedroppeld en op hare oppervlakte verdeeld wordt. Hij geeft dit op het voorschrift aan, door aan het einde van de geheele opgave van grootte

enz. te zetten: Instilla olei....... gutt. of gramm...... Dit kan

ook het geval zijn met zouten, bijv. met chloretmn ammoni-cum; „ Consper ge chloreti ammonici (e. g. gramm. 4quot;).

Komen onder eene harde pleistermassa emplastra voor, die door te groote warmte schade zouden lijden, zooals em-plastrum hydrargyri, cantharidum, dan worden deze eerst bij de eenigszins bekoelde massa gebracht. Minder bezwaar met betrekking hiertoe en tot vluchtige bestanddeelen leveren pleisters op, die spoedig week worden. Men brengt deze in een mortier en overgiet ze met warm water, waarna men de „malaxatiequot; met de vingers of met een stamper bewerkt. Kamfer, aetheerische oliën, extracten, worden dan na afgieting van het water onder de massa gekneed, nadat men deze eerst als een blad papier open- en na bijvoeging der ingrediënten dichtgevouwen heeft.

Eene eigenaardige pleistermassa, die somtijds wordt voorgeschreven, ontstaat bij het koken van oleum olivaruni met loodglid of menie, totdat laatstgenoemde (zonder bijvoeging van water) zijn opgenomen. Men verkrijgt alsdan eene bruinzwarte, kool bevattende massa. Eene dergelijke pleister was vroeger onder den naam van emplastrum matris seu fuscum bekend.

Moet de pleistermassa zelve aan den patient worden uitgereikt, dan rolt men haar, bijna bekoeld, op eene steenen plaat, die met eenig water of glycerine bevochtigd is (om he

-ocr page 151-

139

aankleven te verhinderen), tot een cilinder of stang uit en wikkelt dezen in waspapier, verder in gewoon papier of in langwerpige zoogenaamde pleister-convoluten.

Het uitstrijken („smerenquot;) der pleisters is een werk, hetwelk niet allen receptarii even handig afgaat. Wij zullen ons aan geene uitvoerige beschrijving daarvan wagen, dewijl het alleen door practische oefening kan worden aangeleerd.

Enkele opmerkingen mogen hier voldoende zijn.

1°. Bij het uitstrijken op (geel of wit) leder kieze men niet den gladden maar den ruwen kant voor het opbrengen der pleister. Bij linnen sluit men zooveel mogelijk de poriën door bestrijking met een dik, rond glas („klanderenquot;).

2°. Men brenge de pleistermassa vooral niet te week op het leder, linnen enz., dewijl zij dan lichtelijk door het goed heentrekt. De afkoeling mag echter ook niet te ver zijn gegaan, dewijl de massa dan te hard wordt voor eene gelijkmatige uitstrijking. Vooral emplastrum opü, emplastrum picis (oxycroci), thus, resina pini (beide laatstgenoemden onder toevoeging van een weinig Venetiaanschen terpentijn) en andere dergelijke harsachtige pleisters en stoffen ver-eischen veel oefening voor den juisten graad van warmte der massa. — Weeke massa\'s kunnen tusschen de vingers worden gekneed, andere moeten met warm water week gemaakt, nog andere gesmolten en met eene warme spatel opgebracht worden. Het spreekt van zelf, dat ook het jaargetijde hier een aanmerkelijken invloed uitoefent.

3°. Men bedekke de oppervlakte zoo spoedig doenlijk met de pleistermassa, hetzij met eene spatel, hetzij bij weeke massa\'s door drukking met den duim, en strijke haar vervolgens met eene warme breede pleisterspatel (pleistermes) uit, totdat men eene volkomen gelijke, gladde en glanzende oppervlakte verkregen heeft.

Sommige receptarii bestrijken de geheele oppervlakte met

-ocr page 152-

140

pleister. Wij achten het netter, indien men een witten rand laat. Heeft de arts een kleefrand voorgeschreven of ook, indien de apotheker dezen noodig of nuttig acht, dan maakt men dezen rand ter breedte van omstreeks 1 centimeter vóór het opbrengen der pleistermassa door middel eener dunne laag emplastrum adhaesivum. Om te voorkomen, dat men hetzij den witten rand, hetzij den kleefrand met pleistermassa bezoedelt, bedekt men den rand met een strook papier, hetwelk bij een kleefrand met olie (of water) doortrokken is

(om het papier naderhand gemakkelijk te kunnen wegnemen) , of wel men maakt gebruik van metalen vormen of van doelmatige pleisterra-men, zooals nevensgaande figuur er een vertoon-!;, be-

\' ^ ^ ^ ^1 i . \'11 1 1 staande uit twee gegradueerde

— koperen of tinnen winkel-

Z haken, die op elkander gelegd

-^1 worden.

Eene eenvoudige methode, om eene gladde oppervlakte bij eene gesmeerde pleister te verkrijgen, bestaat in het volgende. Men strijkt de pleistermassa uit op een stuk fil-treerpapier ter grootte van de oppervlakte, die men voor het bestrijken der massa verlangt. Men legt en drukt vervolgens de uitgestreken pleister met het papier naar boven op een grooter stuk linnen of leder met of zonder kleefrand. Het papier wordt nu, na met aether of naphta door besprenkeling bevochtigd te zijn, gemakkelijk van de oppervlakte weggenomen.

Indien de arts de hoeveelheid pleister aan den apotheker heeft overgelaten, moet deze eene berekening daarop maken. Men kan berekenen, dat op de oppervlakte van \'eiken vier-

-ocr page 153-

141

kanten centimeter omstreeks 150 milligram harshoudende, 200 milligram loodpleisterhoudende pleistermassa noodig is.

Bij vierkante of langwerpig vierkante pleisters vermenigvuldigt men dus de lengte met de breedte en dit product met 150 of 200. Bijv. voor de pleister, waarvan het voorschrift bladz. 136 is opgegeven, heeft men in het geheel (12 X 8) X 200 = omstreeks 19 gram pleistermassa noodig. Trekken wij hiervan het 1 gram extractum opii af, dan bedraagt zulks verder (in de verhouding van 4 : 1) voor het emplastrum saponatum 14,4 gram, voor het emplastrum cantharidum 3,6 gram.

Om den vlakken inhoud bij pleisters in den elliptischen vorm te berekenen, meet men de beide assen, vermenigvuldigt hare beide lengten met elkander, deelt het product door 4 en vermenigvuldigt het quotient met 3,14.

Bij ronde pleisters verkrijgt men den vlakken inhoud benaderd , door de lengte van den radius eerst met zich zeiven en het product met 3,14 te vermenigvuldigen.

Deze berekening, steeds nuttig, om te voorkomen, dat men overtollige pleistermassa moet wegwerpen of tijdens het uitstrijken der pleister door een te kort in de noodzakelijkheid gebracht wordt eene nieuwe hoeveelheid pleistermassa te maken, is in een geval als bij ons voorbeeld bepaald noodig, omdat er verlangd wordt, dat de opgegeven hoeveelheid opiumextract zich, gelijkmatig verdeeld, in de uitgestreken pleister bevindt.

De witte rand of kleefrand blijft buiten de berekening van den inhoud.

Na het voldoende uitstrijken der pleister knipt men den rand gelijkmatig af, bedekt het geheel met was- of perkamentpapier en dispenseert in blauw papier.

Eene bijzondere vermelding verdient nog het uitstrijken van emplastrum canthariduïn, hetwelk zooveel mogelijk zonder

-ocr page 154-

140

pleister. Wij achten het netter, indien men een witten rand laat. Heeft de arts een kleefrand voorgeschreven of ook, indien de apotheker dezen noodig of nuttig acht, dan maakt men dezen rand ter breedte van omstreeks 1 centimeter vóór het opbrengen der pleistermassa door middel eener dunne laag emplastrum adhaesivum. Om te voorkomen, dat men hetzij den witten rand, hetzij den kleefrand met pleistermassa bezoedelt, bedekt men den rand met een strook papier, hetwelk bij een kleefrand met olie (of water) doortrokken is

(om het papier naderhand gemakkelijk te kunnen wegnemen) , of wel men maakt gebruik van metalen vormen of van doelmatige pleisterra-men, zooals nevensgaande figuur er een vertoont, bestaande uit twee gegradueerde koperen of tinnen winkelhaken , die op elkander gelegd worden.

Eene eenvoudige methode, om eene gladde oppervlakte bij eene gesmeerde pleister te verkrijgen, bestaat in het volgende. Men strijkt de pleistermassa uit op een stuk fil-treerpapier ter grootte van de oppervlakte, die men voor het bestrijken der massa verlangt. Men legt en drukt vervolgens de uitgestreken pleister met het papier naar boven op een grooter stuk linnen of leder met of zonder kleefrand. Het papier wordt nu, na met aether of naphta door besprenkeling bevochtigd te zijn, gemakkelijk van de oppervlakte weggenomen.

Indien de arts de hoeveelheid pleister aan den apotheker heeft overgelaten, moet deze eene berekening daarop maken. Men kan berekenen, dat op de oppervlakte van eiken vier-

-ocr page 155-

141

kanten centimeter omstreeks 150 milligram harshoudende, 200 milligram loodpleisterhoudende pleistermassa noodig is.

Bij vierkante of langwerpig vierkante pleisters vermenigvuldigt men dus de lengte met de breedte en dit product met 150 of 200. Bijv. voor de pleister, waarvan het voorschrift bladz. 136 is opgegeven, heeft men in het geheel (12 X 8) X 200 = omstreeks 19 gram pleistermassa noodig. Trekken wij hiervan het 1 gram extractum opii af, dan bedraagt zulks verder (in de verhouding van 4 : 1) voor het emplasfcrum saponatum 14,4 gram, voor het emplastrum cantharidum 3,6 gram.

Om den vlakken inhoud bij pleisters in den elliptischen vorm te berekenen, meet men de beide assen, vermenigvuldigt hare beide lengten met elkander, deelt het product door 4 en vermenigvuldigt het quotient met 3,14.

Bij ronde pleisters verkrijgt men den vlakken inhoud benaderd , door de lengte van den radius eerst met zich zeiven en het product met 3,14 te vermenigvuldigen.

Deze berekening, steeds nuttig, om te voorkomen, dat men overtollige pleistermassa moet wegwerpen of tijdens het uitstrijken der pleister door een te kort in de noodzakelijkheid gebracht wordt eene nieuwe hoeveelheid pleistermassa te maken, is in een geval als bij ons voorbeeld bepaald noodig, omdat er verlangd wordt, dat de opgegeven hoeveelheid opiumextract zich, gelijkmatig verdeeld, in de uitgestreken pleister bevindt.

De witte rand of kleefrand blijft buiten de berekening van den inhoud.

Na het voldoende uitstrijken der pleister knipt men den rand gelijkmatig aiquot;, bedekt het geheel met was- of perkamentpapier en dispenseert in blauw papier.

Eene bijzondere vermelding verdient nog het uitstrijken van emplastrum cantharidum, hetwelk zooveel mogelijk zonder

-ocr page 156-

142

warmte (met den duim) moet geschieden. Het levert volstrekt geen nut op, deze pleister als blaartrekkend middel (vesicatorium) dik op te brengen, dewijl het alleen te doen is om eene aanraking der oppervlakte met de opperhuid. Om zeker van de goede werking te zijn, strooit en strijkt men nog een weinig pulvis cantharidum gelijkmatig over de oppervlakte der pleister. Van empl. cantharidum zijn nog behalve de blz. 135 vermelde vormen in gebruik: de oorpleister, emplastrum pone aurem, namelijk eene schuitvormige laag empl. cantharidum (groote vorm met 2 /2, kleine met 1 gram empl.) op kleefpleister, en de hoofdpleister, emplastrum cephalicum, een stukje empl. cantharid. ter grootte eener kleine erwt (magnitudine pisi minimi) op kleefpleister plat gedrukt. (Bij emplastra cantharidum zorge men vooral voor een goeden kleefrand.)

Eene andere soort van hoofdpleister wordt van stukjes mastik gemaakt, die met eene warme spatel op zijde worden geweekt en uitgestreken.

Sparadrapa, Sparadrapen. Hieronder verstaat men in het algemeen alle dun op linnen of zijde uitgestreken pleisters zonder bepaalden vorm. In het bijzonder bedoelt men daarmede echter pleisters, die aan beide zijden met de pleistermassa zijn bedekt. Zij worden vervaardigd door strooken linnen door de goed gesmolten pleistermassa te halen, te laten afdruipen en bekoelen en eindelijk zoo glad mogelijk te schaven.

Kleefpleister, emplastrum adhaesivum, wordt dun op linnen uitgestreken, het best met behulp eener machine.

In de laatste tijden zijn veelvuldig in gebruik gekomen fabriekmatig uitgestreken pleisters, die men in den verlangden vorm uitknipt.

Ceraten, Cerata, hebben tot grondslag cera, bijv. het ceratum ad labia (lippenpomade). Deze vorm behoort ook

-ocr page 157-

143

bij vele ouderwetsche voorschriften, die in famieljes van geslacht tot geslacht zijn overgegaan en den apotheker tot bereiding worden aangeboden, bijv. rozen- of druivenzalf, aftreksels of uitgeperste sappen met was en vet of ongezouten boter opgekookt. De ceraten worden gewoonlijk in vormen gegoten en in doosjes afgeleverd.

§ 53. Bougies, Cereoli, zijn cilinders, die bestaan uit linnen strooken, doortrokken van een wasmengsel, welke tot eene lengte van 26—27 centimeter en ter dikte van eene penneveer ineengedraaid en op eene marmeren plaat met een glad plankje vastgerold zijn. Deze bougies zijn thans bijna geheel obsoleet geworden en door die van gevulcaniseerd caout-chouk vervangen.

Zetpillen, Kaarsjes, Suppositoria, Candelae, zijn gladde kegelvormige lichamen, een weinig stomp, 3—4 J/2 centimeter lang, terwijl zij aan de grondvlakte een diameter van 1,2 tot 1,3 centimeter hebben. Zij worden öf uit eene compacte massa, bijv. zeep, cacaoboter, gesneden, öf zij dienen tot het inbrengen van artsenijmiddelen, waarbij ingedampte honig, maar vooral cacaoboter den grondslag der massa uitmaakt.

Voorbeeld:

1^: acidi tannici gramm. 2,

olei cacao gramm. 5.

Misce. Fiat massa ex qua formentur suppositoria N0. 10.

De cacaoboter wordt door kneden in den mortier week gemaakt, hetwelk men het best door bijvoeging van een weinig liq. Hoffmanni ondersteunt, waarna de voorgeschreven ingrediënten er onder gemengd worden. Extracten (bijv. narcotische), zouten, opiumpoeder enz. worden met eenige droppels water gewreven en dan onder de week geknede cacaoboter gemengd. In geen geval wordt echter de cacao-

-ocr page 158-

144

boter gesmolten of worden de ingrediënten daaronder in den gesmolten staat geroerd, omdat zij alsdan bij bekoeling uitzakken. Na voldoende ondereenmenging wordt de massa voor elk kaarsje afgewogen en in den verlangden vorm gebracht. Een weinig sapo helpt aan de consistentie, maar zal niet altijd gewenscht zijn.

Om een goeden vorm te verkrijgen, maakt men uit sterk kartonpapier eene soort van kegel van omstreeks 3 tot i/2 centimeter lengte, waarbij de punt geheel kort afgesneden en de basis horizontaal gemaakt is. Men brengt in dezen papieren kegel een los ineengedraaid stukje waspapier en eveneens zulk een van stanniol. Het laatste steekt uit den eersten kegel. In dezen drievoudig*!! kegelvorm drukt men nu de pro dosi afgewogen geknede massa, neemt den buitensten vorm weg en ontwikkelt liet waspapier, waarna men het nauwkeurig kegelvormige suppositorium in stanniol gehuld vindt en kan afleveren.

Eene massa voor suppositoriën, die gesmolten kan worden, giet men in vormen van dik perkamentpapier, die in zand geplaatst zijn. Door bevochtiging van den vorm met water na bekoeling kan hij gemakkelijk van het suppositorium verwijderd worden. Ook houten vormen (holle suppositoriën) zijn in gebruik.

Bacilli (bacillus, deminutief van baculus, stok), hoofdzakelijk als „neusbougiesquot; („cereoli nasalesquot;) meestal met iodoform , ook met sulphas zincicus of acidum tannicum, worden op de volgende wijze bereid: 6 Deelen gelatine, 4 deelen glycerine en 2 deelen gedestilleerd water worden op het waterbad tot eene geleiachtige massa gebracht, waarna het geneesmiddel, fijn verdeeld (vooral het onoplosbare iodoform) er onder gemengd wordt. Zij worden in cilindrische vormen gegoten (waartoe o. a. glazen buizen of kegelvormig gedraaid paraffinepapier kunnen dienen), beter eenigszins wigvormig, zoodat de punt eene

-ocr page 159-

145

dikte heeft van 3—4 m.M., de basis van 6—8 m.M. De lengte der bougies bedraagt 8—10 c.M., de dikte ongeveer 5—7 m.M. Voor bacilli met acidum tannicum neme men liever traganth in plaats van gelatine, omdat looizuur met gelatine eene leerachtige massa vormt. Als massa voor neus-bougies met iodoform is ook opgegeven arabische gom en suiker, bijv.:

9: iodoformi 26,0,

sacchari albi 6,250,

pulveris gummi arabici 7,500.

Misce. Fiant bacilli 10, crassitudine m.M. 3,5.

Vaginaalhollen of —kogels, Capsulae vaginales, worden in vormen bereid, waarin het geneesmiddel met mucilago gummi arabici besloten wordt. Ook kan als vehiculum dienen klei (argilla) met glycerine, bijv. voor iodetum kalicum:

5: iodeti kalici partes 3,

argillae „ 50,

glycerini „ 10,

aquae „ 5.

Spongia pmeparata en Spongia eer at a, gebezigd tot verwijding, worden op de volgende wijze vervaardigd. Men neemt voor beiden fijne sponsen, door uitkloppen nauwkeurig van zanderige deelen en onzuiverheden bevrijd. Voor de Spongia praeparata dompelt men de eenigszins langwerpige spons in koud of warm water of zeer dunne gomoplossing, drukt sterk uit en omwindt in de lengte stevig met dun bindtouw. De omwindingen moeten dicht aan elkander liggen. De spons vormt nu een dunnen cilinder, dien men laat drogen. — Voor de Spongia cerata dompelt men de spons in gesmolten geel was en perst dit vervolgens tusschen verwarmde platen grootendeels uit de zeer sterk samengetrokken massa.

10

-ocr page 160-

146

Aan het einde van onze omschrijving der artsenijvormen stippen wij nog met een enkel woord aan, dat onlangs een nieuwe artsenijvorm is aangeprezen voor inwendige geneesmiddelen, namelijk gelatineuze plaatjes, waarin de artsenijmiddelen gebracht worden.

Wij schreven bij de recepten in het voorgaande gedeelte in den regel alle woorden voluit en bezigden geene abre-viaties, behalve bij de gewichten, omdat anders telkens te veel ruimte zou zijn ingenomen.

Wij geven daarom aan het einde dezer afdeeling de declinatie (derde) van het Latijnsche woord (neutrius generis) „grammaquot; (respectievelijk „milligrammaquot;).

Singularis. Nominativus et Accusativus: gramma.

Genitious: grammatis.

Dativus: grammati.

Ahlativus: grammate.

Pluralis. Nominativus et Accusativus: grammata.

Genitivus: grammatum.

Dativus et Ahlativus: grammatibus.

Terwijl wij bij de recepten in het voorgaande en ook bij de doses en recepten in de Tweede Afdeeling uitsluitend de gewichten: „grammenquot; en „milligrammenquot; bezigen, herinneren wij aan de herleiding dezer gewichten in oud medicinaal gewicht, zooals wij die blz. 5 en 6 opgaven. Voor vergelijking met het oude medicinaal gewicht heeft men telkens slechts het opgegeven aantal milligrammen door 65 te deelen, om zeer benaderd de bepaling in greinen te verkrijgen (bijv. 200 milligram; 65 = 3 grein), — terwijl het opgegeven getal grammen door 4 gedeeld de waarde in drachmen uitdrukt (bijv. 2 gram: 4 — /2 drachme).

-ocr page 161-

Tweede Afdeelino.

Overzicht der meest gebruikelijke artsenijmiddelen met betrekking tot vorm en dosis.

Absinthium.

Extr. absinth. Inwendig: 1—2 gram, meest in pillen (1).

Tinct. absinth. Inwendig: 25—50 droppels (1—2 gram), in droppels.

1. ferri pulv. 2,0,

asae foetid. 8,0, ol. tanacet. gtt. 10, extr. absinth, q. s. ut fiant 1. a. pilulae N0. 100.

Consperg. cinnam. D. ad vitr.

S. Driemaal daags 6 pillen.

Acidum aceticnm dilu-tnm. (Acetnm).

Inwendig: in suikerwater als drank, in saturatie (zie bladz. 65 en 69).

Uitwendig: in mondspoe-ling en gorgelwater, alleen of verdund voor fomentatie (bladz. 57) en lavement.

Oxymel simplex. Inwendig: in mixtuur (1 op 10—20). Uitwendig: in gorgeldrank en lavement.

Acidum benzoicum.

Inwendig: 50—100 milligram, in poeders (2) en pillen.

2. flor. benzoës 0,200,

cort. rad. ipecac. 0,050, sulph. aurat. ant. 0,300, elaeosacch. foenic. 0,300. M. f. pulv.; dent. tal. N0.10. D. in chartis ceratis (s.

pergamen.). S. Viermaal daags één poeder.

Acidum pbenylicum s. carbolicum.

Inw.: 15—60—130 milligr. (600 milligr. per dag), in solutie en in pillen. Uitwendig: in waschwater, zalf (1 op 100, bladz. 130), voor desinfectie enz.

Acidum citricum.

Inwendig: 300 milligr. tot 1 gram in saturatie (bladz. 65 en 69), in limonade.

Acidum gallicum.

Inwendig: 100—300—600


-ocr page 162-

148

milligr., in pillen of poeders. Uitwendig; in mondwater (1 op 80—100) en oogwater (1 op 150—300).

Acidnm liydrocliloricum «lilntiiui.

Acidnm iiitrictiiii diln-timi.

Inwendig: 5—10—20 droppels (\'/4—Va—l\'A gram), in goed zoetgemaakte mixturen of slijmige dranken (3), in pillen (bladz. 95) (24).

3. solut. gummos. 150,0, acid. hydrochl. dil. 2,0, syr. rubi id. 50,0.

M. D. S. Om de 2 uren 1 lepel.

Uitwendig: in mondspoe-ling en gorgeldrank (bladz. 126), in penseelvocht (bladz. 33 en 127).

Acidum hydrochloricuna coneentr. met acidum nitri-eum eoncentr. {Aquu regio): voor baden.

Acidnm pliosplioricnm.

Inwend.: als Acid. hydrochl. dil.

Acidnm pliosphoricnm glaciale (cryst.) (siccuiu).

Inwendig: 100—200— 500 milligr., in pillen (4) (bladz. 95).

4. acid. phosphor, sicc., asae foetid, aa 10,0, pulv. r. calam. arom. q. s.

ut f. 1. a. pilul. N0. 200. S. Driemaal daags 5—10 pillen.

Acidnui salicylicnm.

Inwendig: in ouwelpoeders 100—200—300 milligr. (2,5 gram per dag). Ui twen di g: in mondwater, liniment (opgelost in collodium 1 : 10), waschwater, strooipoeder en tandpoeder.

Acidnm snlpluiriciim dilntnm.

In- en uitwendig: als Acid.

hydrochlor. dil.

Sulphas aethylieus aeidus oum aleohole. (Elix. acid. Holler.).

Inw.: 5—15 droppels (200— 600 milligr.), in slijmige dranken.

Acidnm taunicnm.

Inwendig: 30—200—400 milligr.; zelden in oplossing (bladz. 52 en 55), meest in poeders en pillen (5). Uitwendig: alleen als styp-ticum, in inspuiting, was-sching, suppositorium (bladz. 143), bacilli (blz. 145). 5. 1^: tannin.,

extr. secal. corn, aa0,500, extr. liquir. q. s. M. F. 1. a. pihüae N0. 25.


-ocr page 163-

149

D. S. Viermaal daags 3 pillen.

Aconitniu..

Extr. aconiti. aq. Inwendig; 50—100—200—300 milligram. (1300 milligr. per dag).

Extr. aconiti. spir. Inwendig: 25—50—130 milligr. (500 milligr. per dag). (Deze doses hebben betrekking op het extr. der Pharm. uit de folia. Bij het extr. der P//. Germ, uit de tub era: max. dos. 25 milligr., per dag 100 milligr.) In poeders en pillen.

Aconitinum (German.). Inwendig: 1—2—4 milligr. (32 milligr. per dag), in pillen of spirit, oplossing.

Uitwendig: in zalf (1 op

50—60) of oplossing.

Nitras aconitini Friedlander. Inw.: 1—2 milligr. in oplossing.

Aether cum splrUu.

Aether accticiis.

Aetker miirlaticiis alco-lioliens.

Aether iillriens alculi.

Inwendig: 5—10—25 droppels (200—400—600 milligr.) op suiker; 1—3 gram in mixtuur (bladz. 29).

Uitwendig: De eerstgenoemde twee als riekmidde-len en tot inwrijving.

Aloë. Exlractuiii aloës

Inwendig: 20—200 milligr. in pillen (bladz. 87).

Uitwendig: in zalf (bladz. 133).

Tinet. aloës. Inwendig: 5— 10—20 droppels (200—400 —800 milligr.), in droppels. Uitwendig: in lavement, oogwater en verbandwater.

Tinct. aloës composita. Inwendig: 15—20—25 droppels (y4—V2—l gram), in droppels.

Altliaeae, Radix.

Inwendig: in decoct., beter in infusie (1 op 10—20), blz. 35), in theekruiden (bladz. 123), in poeder en pillen (bladz. 84) (30).

Uitwendig: in fomentatie, mond- en gorgeldrank. Hiertoe worden echter meestal fol. althaeae gebruikt (blz. 124).

Aliiiuen.

{Sulphas kalico-aluminicus).

Inwendig: 100—400 milligram, in oplossing, pillen, poeders (bladz. 110) (6).

6. R:: alum. dep. 4,0,

extr. opii 0,100, gumm. arabic. 5,0, aq. depur. 150,0, syr. aurant. 40,0. M. D. S. Om de 2 uren 1 lepel.

Uitwendig: in linctus oris.


-ocr page 164-

150

inspuiting, mond- en gorgelwater, tandpoeder.

Aanm. Dewijl het alum. crud. uit den handel steeds ijzer bevat, zullen gargarismen etc. op voorschrift daarvan bereid met mei rosarum eene groenzwarte kleur vertoo-nen.

Alumen ustum. (Sulph. kali-co-alum. exsicc.) (sterkte tot alum, cryst. als 2:1). Uitwendig: in poeder alleen of met suiker als bijtmiddel.

Aanm. Moet vóór de aflevering opnieuw uitgegloeid worden.

Ammoiiiacuui.

Inwendig: 200 milligr. tot 1 gram, in emulsie (12) (bladz. 47), het meest in pillen (bladz. 88.)

Uitwendig: als pleister (bladz. 137).

Ammonium.

Ammonia liquida (10 perc. ammoniakgas) .Inwendig: 2—5—10 droppels (100 — 200—400 milligr.), in slij-mige mixtuur.

Uitwendig: alleen als bijtmiddel of riekmiddel, in inspuiting, wassching, in-wrijving, zalf, vooral in smeersel (bladz. 128).

Solutio ammoniaci spiritu-osBi anisata (Spir. anmon. anis.). Inw.: 5 — 10—15 droppels (200 — 400 — 600 milligr.), in droppels en mixtuur (wordt met water troebel; zie ook bladz. 56 en 64).

Solutio acetatis ammonici

(Spir. Minder.) Inwendig: 10—15 gram in mixtuur (7).

7. spir. Minder. 15,0, vin. stibiat. 5,0, rob sambuc. 30,0,

infus. fl. sambuc. 250,0.

M. D. S. Om het uur een half kopje.

Uitwendig: in gorgeldrank en waschwater (bladz. 126).

Sesquicarbonas ammonicus en Sesquicarbonas ammonicus pyroanimalis {8al cornu cervi, in oplossing Spir. corn, eer v.). Inw.: in saturatie (1 op 1,2 acid. citric.). Uitwendig: het droge zout als riekzeut, de oplossing tot omslagen.

Chloretum ammonicum (Sal a»2w?ow.).Inwendig: 200— 500 milligr., in poeder (minder geschikt), in pillen (niet met sapo, blz. 90) en solutie. (Het beste corri-gens voor den smaak succ. liquir.) (8).

8. chloret. ammon.,

succ. liquir. aa 5,0, tart. emetic. 0,050, aq. foenic. 200,0.

M. D. S. Om de twee uren een lepel.

Uitwendig: in inspuiting,


-ocr page 165-

151

mond- en gorgelwater, koude fomentatie (bladz. 57), op pleister (bladz. 138).

Chloretum ammonieum et chloretum ferricum, zie onder Ferrum.

Solutio suecinatis ammonici pyroanimalis. (Spir. corn, cerv. succ.). Inw.: 10—20— 40 droppels (\'/j - - 1 — 2 gram), in mixtuur en droppels (9).

9. spir. corn. cerv. succ., aq. laurocer. aa 10,0.

M. D. S. Viermaal daags 20 droppels.

Aanm. Indien de spir. c. c. succ. eene alcalische reactie vertoont, wordt het mengsel troebel.

Uitwendig: in liniment.

Amygdalae.

Amygdalae amarae. Inwendig: in emulsie 2—5 gram op 150—200 gram menstruum.

Amygdalae dulces. Inwendig: in emulsie 20—40 gram op 200 gram menstruum (bladz. 41).

Beide uitwendig: voor waschwater.

01. Amygdal. Inwendig: in linctus en emulsie (bladz. 44).

Uitwendig: in zalf en liniment.

Aqua amygdalarum amararurn.

Inwendig: 8—15—20— 60 droppels (/2—1—2—4 gram), in dezelfde vormen als Aqua laurocerasi.

Anisnm.

Semen (fructus) anisi • (vulgaris). Inw. y2—l gram, in infusie; poeder en elec-tuarium.

Anisum stellatum. Inwendig: 2—5 gram in infusie (tot 150 gram colat.), in theekruiden (bladz. 123).

01. a»m. Inwendig: 1—3— 5 droppels (40—100—200 milligr.).

Antlfebrln um.

Aiitipyriniiin.

Inw.: 1—2 gram, in poeders en pillen.

Apoinorpliinum.

Hydrochloras apomorphini. Inwendig: 2—10 milligr. in oplossing, poeders en pillen. Uitw.: in subcut. inject.

Aanm. Bij de oplossing eenige droppels acid. hydrochlor. dil. voegen, om groen worden (door vrije apomor-phine) te verhinderen.

Argeutum.

Nitras argenticus (crystalli-satus). Inwendig: 5— 10—32 milligr. (130 milligram per dag), in oplossing (1 op 80—120aq. destill.,


-ocr page 166-

152

zonder additie, bladz. 29), in pillen (bladz. 85). Aflevering in flesschen met glazen stoppen.

Uitwendig: in verbandwater (1 op 50—100, bladz. 54), inspuiting (1 op 150—500), oogdroppels of oogwater (1 op 200—400), penseelvocht (1 op 25—50), strooipoeder (1 op 20—80 suiker), lavement, zalf.

Nitras argenticus fusus (Lapis infernalis). Uitwendig: in eene penneschacht tot aanstipping.

Arnica.

riores arnicae. Inwendig: gewoonlijk in infusie (5—10 gram tot 150 gram colat. bladz. 34)quot;, zelden 100—500 milligram in poeder en electuarium.

Uitwendig: als infusie tot fomentatie.

Radix arnicae. Inwendig: in infusie als de Flores (21).

Tinct. arnicae. Inwendig: 12—20—50 droppels (/2

1—2 gram), in droppels. Uitwendig: alleen of met weinig water tot omslagen en inwrijving.

Arsenicum.

Acidum arsenicosum. Inw.:

2—3—5 milligr. (niet meer dan 11 milligr. per dag), in pillen (10) (bladz. 84).

10. acid. arsenicos. 0,400, pip. nigr. 5,0,

pulv. g. arab. 1,0, aq. depur. q. s. M. Fiantl. a. pilulae N0.100.

D. S. \'s Morgens en \'s avonds één pil. (Aziatische pillen).

Uitwendig: in wasch- en verbandwater, omslagen, zalf en pasta.

Solutio arseniitis kalici composita (Solid, arsenic. Fowl.). Inw.: 2—4 droppels(100— 200 milligr.), 2—3—4 maal daags; langzaam opklimmend tot 8 a 10 droppels (500— 600 milligr.) pro dosi. Liefst niet alleen in den droppel-vorm te geven, maar vermengd met een aromatisch

• water tot mixtuur (bladz. 73).

Asa foetida.

Inwendig: 200—600 milligram, in emulsie (12) (bladz. 47), in pillen (1, 4, 11) (bladz. 88.)

11. 1^: asae foetidae,

feil. taur. insp. aa 10,0, pulv. rad. rhei 5,0.

M. F. 1. a. pilul. pond. milligr.

100.

D. ad vitrum. S. Driemaal daags 8 pillen.

12. R:: asae foetidae,

ammoniaci aa 5,0; subige c.

vitell. ov. N0. 2;


-ocr page 167-

153

admisce

aq. sambuc. 150,0.

M. D. S. Omgeschud om de 2 uren 1 lepel.

Uitwendig: in pleister (Empl. asae foetid.) (42) en lavement (bladz. 127).

Tinct. asae foetid. Inw.; 20 — 60 droppels (1—8 gram), in droppels (18) en in mixtuur (troebeling met water, soms roodachtig)-

13. %: tinct. asae foet.,

--valerian.,

liq. an. min. Hoffm.

aa 5,0. M. D. S. Driemaal daags 15 droppels.

Atropiunm.

Inwendig: 0,8—0,6—1 mil-ligr. (niet meer dan 3 inil-ligr. binnen 24 uren), in oplossing (1 op 1000 aq.), in pillen en poeders.

Uitwendig: in enderm. poeder (1 op 300—500 suiker), in oogdroppels (1 op 250—400 met 1 acid, sulphur, dil), in liniment, in subcutane injectie.

Sulphas atropini (quot;gemakkelijk oplosbaar in water en in spiritus). Dosis en vormen als Atropinum (oplossing voor oogdroppels, blz. 73).

Aiiranliiiin.

Cortex aurantiorum {flavedo).

Inwendig: 200—800 mil-ligr., in pillen en poeder (bladz. 111).

Syr. aurant. Inwendig: 15 —30 gram, als corrigens in mixturen.

Tinct. aurant. Inwendig: 20 —60 droppels (1—8 gram), in droppels en mixtuur.

Aq. cort. aurant. Als vehikel in mixturen (zoo ook Aqua citri).

01. aurant. Inwendig: 1—

3—5 droppels (40—-100—200 milligr.). (Zie ook 01. citri).

Flores aurantii {Flares na-■phae). Inwendig: in infusie (1 op 10—20).

Aq. flor. aurant. {Aq. naph.). I n w e n d.: in mixtuur (met zuren, zie blz. 19). Uitwendig: in waschwater (17).

Folia aurantii. Inwendig: 1—2 gram, in infusie, poeder en theekruiden (14).

14. : fol. aurant.,

summit, millefol., rad. valerian., — caryophyll. aa 20,0.

Cone. M. F. species (pulv.

grossus

D. S. Een eetlepel vol met 400 gram water overgieten en gedurende den nacht laten staan, vroeg doorzijgen en in het verloop van den dag in 3 gedeelten gebruiken.


-ocr page 168-

154

Anrnm.

Chloretum aurieo-natricum et chloretum natricum

{Sal auri Figuieri). Inw.:

5—15—32 milligr. (130 milligr. per dag), in oplossing (1 op 600 aq. destill., 3 m. d. 6—10 droppels , opklimmend tot 16 dropp.), ook doch minder geschikt in pillen en pastieljes, ongeschikt in poeder.

Uitwendig: in oogwater (1 op 500—1000 aq.), in poeder tot inwrijving (1 op 20 —30 suiker).

Bardauae, Radix.

Inwendig: in decoct. (1 op

6—10). Uitwendig: in wassching.

Extract, bardanae. I n w e n d. 1—2 gram, in mixtuur en pillen.

Barynm.

Chloretum baryticum. Inw.; 20—100 milligr. in aq. destill. (biz. 55J, voor dropp.

Belladonna.

Folia belladonnae. Inw.: 50—150 milligr. (tot 200 milligr. 3 m. d.), in infusie (1 op 100—150), in pillen en poeders.

Uitwendig: in infusie tot lavement (1—1/4 gram), in oogbaden (1 op 10—15), omslagen, als pulv. gross, in papkruiden.

Extr. helladonnae aquos. Inw.: 10—20—32 milligr. (2—3 —4 maal daags;, in pillen of poeders. Uitwendig: in zalf (1 op 15—30 vet).

Extr. helladonn. spirit. Inw.: 5—10—16 milligr. (65 milligr. per dag), in oplossing, pillen en poeders. Uitw.: in oogdroppels (1 op 50— 150), in zalf.

Infusum helladonn. oleos. (01. belladonn.) \\J it vr en dig: tot inwrijving of in liniment.

Badix belladonnae. Inwendig: 30—100—200 milligr. (niet meer dan 600 milligr. in 24 uur), in pillen en poeder (15).

15. 1);: rad. belladonn.,

cort. rad. ipecac, aa

0,200, oxyd. zincic. 0,600, sacch. alb. 5,0. M. F. pulv.; div. in p. aeq.

N0. 10. S. Om de 2 uren een poeder.

Biboras natrlcns (Borax.)

Inwendig: V2—2 gram, in poeders en oplossing (bladz. 17 en 62).

Uitwendig: in mondwater en gorgeldrank (1 op 25— 50), in linctus oris (bladz. 32), in waschwater (17),


-ocr page 169-

155

oogwater, oordroppels, tandpoeder (blz. 112). 17. borac. venet. 2,0, aq. naphae,

— rosar. aa 15,0.

Solve. D. S. Driemaal daags de pijnlijke plaats mede te bevochtigen.

Klsiiiiitlllllli.

Nitras bismuthicus basicus

{Magister, hismuth.). Inwendig: 50—300—600milligrv in pillen en poeders (IQ), ook in ouwelpoeders. 16. ^ : magist. bismuth. 0,100, magnes. ust. 0,500, ol. cajuput. gtt. 1, sacchar. alb. 0,400. M. F. pulvis; disp. tales doses N0. 10. ad chartas ceratas (s.

pergam.) S. Tweemaal daags 1 poeder. Carbonas bismuthicus. Als de Nitras.

Bncco.

Polia bucco (Fol. diosmae crenatae.) Inwendig: 1—\' 2 gram, in infusie en species.

Cacao, Oleum (Btityrum).

Inwendig: 2—4—8 gram,

in emulsie (bladz. 50). Uitwendig: in zalf (bladz. 100)ensupposit. (bladz. 143).

Cajnpntl, Oleum.

Inwendig: {pur. of depur.) 1—3—5 droppels (40— 100—200 milligr.), in droppels, pillen, poeders (16).

Uitwendig: voor inwrijving en tanddroppels.

Calami aromaticl, Radix (Bliizoma).

Inwendig: —1 gram, in poeders, pillen (4) en infusie (bladz. 35 en 36).

Calcium.

Solutio hydratis calcici

{Aqua calcis). Inwendig: /2—1 y.z gram, alleen of met melk enz. Uitwendig: in gorgeldrank, inspuiting, waschvvater (bladz. 126), meest in liniment (bladz. 128).

Carbonas calcicus. Inwendig: y2—1—2 gram, in schudmixtuur, poeder, pillen (bladz. 94).

Uitw.: in tandpoeder (bladz. 112).

Hypochloris calcicus (cum chloreto calcico) (Chloorkalk). Uitwendig: voor gorgeldrank, waschwater, inspuiting (1 op 50—100 aq., gefiltreerd), zalf (bladz. 130), in oplossing {Solutio hypochlor. calcici). Desinfectiemiddel.


-ocr page 170-

156

Aanm. Omzichtigheid bij het in aanraking brengen van chloorkalk met ammoniumverbindingen , dewijl daarbij dikwijls ontploffingen volgen.

Hypophosphis calcicus. Inwendig: 100—200—400 milligr., in pillen.

Phosphas calcicus. Inwendig: ^—1 —2 gram, in poeders en pillen.

Sulphuretum caleieum. Uitwen dig: in zalf (1 : 10^ (bladz. 130). Als liquid, tot wassching.

Calnmba (Columbo), Radix.

Inwendig: y2—1 gram, in poeder, pillen, infusie (21), het best in decoct. (1 op 6 — 10), omdat daarin tevens de slijmige bestanddeelen opgenomen zijn, die het scherpe calumbabitter omhullen. (17).

17. 1^-: rad. calumb. 15,0.

Coq. c. aq. fontan 300,0;

sub finem coctionisadde cort. cascarill. 10,0 ad remanent. 180,0; tinct. aurant. 5,0, syr. cinnam. 30,0. M. D. S. om de 3 uren 1 lepel.

Extract, valumha. Inwendig: \'/4—\'4—1 gram, in mixtuur en pillen.

Tinct. calumba. Inwendig: 20—60 droppels (1 — 3 gram), in droppels of mixtuur.

Camphora.

Inwendig: 30—300 milligr., in poeders (18) (bladz. 116), pillen, droppels (19) en emulsie (20) (bladz. 49).

18. It: camphor, trit.,

moschi aa 0,200, sacchar. alb. 1,0. M. F. pulvis; d. tal. dos. N0,2. ad chart, cerat. (s. per-gam.)

D. S. Om de 5 uren 1 poeder.

19. camphor. 2,0,

liq. Hoffmann. 10,0. Solv. D. S. Om de 2 uren 20 droppels.

20. %: camphor. 1,0,

gumm. arab. 10,0, aq. sambuci 180,0. M. F. 1. a. emulsio;

adde

sol. ammon. spir. anis.

8,0,

syr. simpl. 30,0. M. D. S. Omgeschud om de 2 uren 1 lepel. Uitwendig: voor inwrijving, oogwassching, zalf (bladz. 131), liniment (bladz. 129), lavement, mond- en gorgelwater en pleister (bladz. 138).


-ocr page 171-

157

Solutio camphorae spirituosa (Tinct. camphorae). Uitwendig: voor waschwater (wordt met water troebel).

Camphora monohromata. Inw.: 100—500 milligr. in poeders , pillen of capsul. gelat.

Csmcroriini, I^apides (Oculi).

Inw.: Als Carbonas calcicus.

Cannabis, Semen.

Inwendig: in emulsie (15— 20 gram op 200 gram menstruum) (bladz. 42).

Cantliarides.

Inwendig: 10—30—05 milligram. (niet meer dan 200 milligr. in de 24 uur), in poeders en pillen.

Uitwendig: in zalf en pleister (bladz. 138 en 141).

Tinct. cantharid. Inwendig: 3610—15 droppels (100 —-200—300—500 milligr., niet meer dan 40 dropp. of 1300 milligr. in de 24 uur).

Uitwendig: in liniment.

Caragliecu.

Inwendig: in afkooksel (1 op 100 col., bladz. 83 en 39) en gelei (bladz. 76).

Carduus.

Semen eardui mariani. Inwendig: 1—2—4 gram, in afkooksel (gekneusd 1

op 8—10), in emulsie (bladz. 41), ook in grof poeder. Extr. eardui henedicti. Inwendig: \'/a—1 gram, in mixtuur en pillen.

Cascarillae, Cortex.

Inwendig: |/2—1 gram, in infusie (21, 26) of deooc-tum (1 op 10—15) (bladz. 35), in pillen en poeders. 21. 1^: cort. cascarill., rad. calumb.,

--- arnic. aü 10,0.

Inf. aq. ferv. q. s. ad col.

200,0; ayr. aurant. 30,0. M. D. S. Om de 3 uren 1 lepel.

Extr. cascarill. Inwendig: /2—1 gram, in mixtuur (bladz. 10) en pillen.

Tinct. cascarill. Inwendig; 20 — 60 droppels (1 — 3 gram), in droppels of mixtuur.

Castoreuui (sibiricnni).

Inwendig: 50—500 milligr., in pillen en poeders (bladz. 116).

Tinct. castor. Inwendig: 20—50 droppels (600 milligram tot 2 gram). Castor, caaad. en Tinct. (Dezelfde dosis en vorm).

Catechu.

Inwendig: /,—1—2 gram,


-ocr page 172-

158

in poeders, pillen (biz. 91), in trochisci, in tinct., als extract. fOok als zoodanig in tandmiddelen.)

Electuarium catechu. Inwendig; 1—2—4 gram.

Centaurinm.

Herba et summitates cen-taurii minoris. Inwendig: in infusie (1 op 10) en species.

Extract, centaurii minoris. Inwendig: \'/j—1—2 gram, in pillen en mixtuur.

Cera flara (et alba.)

Inwendig: 1—2 gram, in emulsie (bladz. 50) en pillen (28) (bladz. 90 en 91).

Uitwendig: voor pleisters, zalven en ceraten (blz. 127 en 130).

Cetacenm (Sperma eetl.)

Inwendig: 1—5 gram. in emulsie (bladz. 50) en poeders (met spir. fijn te wrijven).

Uitwendig: voor zalven (blz. 129 en 130) en ceraten.

Cliamomillae vuig., Flores.

Inwendig: in infusie (1 op 10—15), in theekruiden.

Uitwendig: voor cataplasma, gorgeldrank en lavement (bladz. 51).

Extr. chamom. Inwendig:

250—600 milligr., in oplossing en pillen.

01. chamom. {vuig.). Inwendig: 1—2 droppels (40— 80 milligr.) op suiker, in droppels of in poeders (elae-osaccbar.).

Aqua chamom. Als vehic. voor mixturen.

Clielldonii, Herba.

Extr. chelidonii. Inwendig: 300 milligr. tot 1 gram, in oplossing en pillen (bladz. 86).

€taiiia.

Cortex chinao (peruviauus) fuscus. Inwendig: /2— 4 gram, in pillen, poeders, electuarium, infusie, decoct, (bladz. 35 en 36), decoeto-infus. (bladz. 36 en 40) en maceratie (bladz. 30).

Cortex chinae (peruvianus) regalis et mber. (suc-cirubr. blz. 39). Als de fuscus (22).

22. 5: cort. cbin. reg. 15,0, acid. sulpb. dil. 2,0. Coq. c. aq. destill. 360,0 ad colat. 180,0;

post refrig. adde liq. an. min. Hoffm. 2,0, syr. aurant. 30,0. M. D. S. Om de 3 uren 1 lepel.

Uitwendig: in af kooksel tot inspuiting, lavement, ver-bandwater , waschwater , mond- en gorgeldrank.


-ocr page 173-

159

Extr. chinae {cort. perm.) fuse. (coctione et frigid, par.), succirubr. (spir.), cinchonae liquid. Inwendig; 250— 300 milligr., in mixtuur (bladz. 11) en pillen.

Tinct. chinae {cort. peruo.) en Tinct. compos. Whyt. (chinae camp.) Inwendig: 2—4 gram, in droppels (elixir).

Cliiuinnni.

Sulphas chinini. Inwendig 50—250 milligram (wordt door sommige artsen tot 1 \'/^ gram gegeven), in oplossing

(23) (bladz. 58), in pillen

(24) (bladz. 94), in poeders

(25) (bladz. 116).

23. sulph. chinin. 0,300, acid. sulph. dil. gtt. 10, aq. destill. 150,0, syr. rubi id. 30,0.

M. D. S. Om de 3 uren een lepel.

24. sulph. chinin. 3,0, acid. hydrochlor. dil.

q. s.,

extr. liquirit. q. s. ut. f. 1. a. pilul. (pond. milligr. 150) N0. 50. Consp. lycop. D. S. Om de twee uren 3 pillen.

25. sulph. chinin. 0,100, cort. ciaöi,

sacchar. alb. aa 0,250.

M. F. pulv.: dent. tal. N0. 10, S. Om de 2 uren 1 poeder.

Uitwendig: in zalf (1 op 80—100), lavement, sub-cutane injectie.

Hydrochloras, Citras en Tannas chinini, zoo ook Sulphas chinidini, in dezelfde doses en vormen als Sulphas chinini. (Pillen met Hydrochl. chin., zie blz. 95).

Chinoidinum, Cinchoninum-zouten en Chinetum in dubbele doses van den sulphas chinini.

Cliloralnm.

Hydras chlorali. I n w.: 12

gram (6 gram per dag), in mixtuur (25*), in liniment (blz. 129).

25*. IJ; hydratis chlorali 4,0, aq. destill., syr. aurant. ga 15,0. M. D. S. \'s Avonds een eetlepel.

Clilorlum.

Solutio chlorii (Aqua chlo-rata). Inw.: 2—4 gram in mixtuur (zooveel mogelijk organische bijmengsels te vermijden; aflevering in zwarte flesch, blz. 29).

Uitwendig; in wassching, mondwater en gorgeldrank.


-ocr page 174-

160

€lilorof\'orimini.

Inwendig: 1—3 droppels (30—lOOmilligr.) met spiritus of aether, in mixtuur gemengd onder glycerine, beter onder spiritus, minder goed onder gumm. arab.

Uitwendig: in fomentatie, inwrijving, liniment (blz. \' 128), tanddroppels, mondwater.

Als anaestheticum.

Cinae, Seinen, zie San-tonici, Semen.

Cinnaniomi (Ciaöi), Cortex. (Zeyl.)

Inwendig: 100 milligr. — 1 gram, in infusie, pillen en poeders (als Pulvis aro-maticus), als involveerend poeder voor pillen (bladz. 79 en 99).

Aq. cinnamom. Inw.: 15—80 gram, in mixtuur.

01. cinnamomi. Inw.: 1—2 droppels (50—100 milligr.), op suiker en in droppels.

Tinct. cinnamom. Inw.: 20— 60 droppels (1—3 gram), in droppels en mixtuur.

Coclileariae, Herba

(recens).

Inw.: het uitgeperste sap in Mei\'drank 15—60 gram (bladz. 70).

Spit-, cochlear. Uitwendig: in mondwater.

Cocalunin.

Meestal Hydrochloras) cocaini. Inwendig: 50—150 milligr. in oplossing, poeders en pillen. Uitwendig: als poeder, in oplossing (2

— 5 pet.), voor subcutane injectie 1 : 100.

Codeimim.

Inw.: 15—30—50 milligr. (130 milligr. daags), in poeders en pillen, opgelost in syrup, simpl. (1 op 250

— 500).

Hydrochloras codeini gelijk gebruik.

Coffeiuiim.

Inw.: 30 — 60 — 100 —200 milligr., in poeders, pillen, pastieljes.

Aanm. De dusgenaamde Citras coffeini verschilt niet van coffeinum.

Colcliicum.

Semen colchioi, moeilijk tot poeder te brengen (het best in een koffiemolen). Inw.: 100 —200—300 milligr., in poeders en pillen.

Vinum colduci en Tinct. colchici. Inwendig: 10 — 20 — 40 droppels (500 milligr. — 1 gram — 2 gram (6 gram


-ocr page 175-

161

per dag). Alleen in droppels (bladz. 73) of met andere ingrediënten, bijv. extr. aconiti of laudan. liquid.

Tuber (radix, toulbus) col-ehici.

Acetum colchici. Inwendig: 2—4—6 gram, in mixtuur en saturatie.

Oxymel colchici. De dubbele doses van het Acetum.

Collodinm.

Inwendig: voor het bedekken van pillen (bladz. 80 en 102). Uitwendig: alleen met glycerine of met olie (met ol. ricini als Collodinm elasticuvi) tot inwrijving, met het aeth. aftr. van cantharid. als Collodinm cantharidale.

Colocynlliis.

Extract, colocynthidis. I n w e n-dig; als irritans 25—100 —200 milligr., als purgans 20—30—60 milligr. f400 milligr. per dag), in pillen (bladz. 93).

Tinctura colocynthidis. Inwendig: 5—10—15 droppels (200—400—600 milligr.), (50 droppels = 2 gram per dag); in droppels en slijmig mixtuur.

Conii (Clcutae), Folia.

Inwendig: 100—200—300 milligr. (1 gram per dag), in pillen en poeders.

Uitwendig: in cataplasma (bladz. 75), zalf en pleister {Entpl. conii), de infusie (1 op 10—25) tot was-sching, fomentatie en inspuiting.

Extr. conii (cicut.) aquos. Inwendig: 20 — 120 — 260 milligr. (800 milligr. per dag), in poeders, pillen, oplossing.

Extr. conii (cicut.) spirit. Inwendig: 10—60—130 milligr. (400 milligr. per dag), in pillen, oplossing, mixtuur.

Uitwendig: in penseelvocht, oogwater, zalf.

Infusum conii oleosum (Oleum cicutae). Uitwendig: tot inwrijving of in liniment.

Coniinum. Inwendig: 0,5 —0,7—1 milligr. (3 milligr. per dag,), met spiritus in droppels.

Consolidae (Sympliyti), Radix.

Inwendig: in afkooksel (1 : 10).

CopaiTae, Balsamum.

Inwendig; 20—40 droppels (1—2 gram), alleen, of in electuarium, droppels (27), emulsie (bladz. 46), pillen (28) (bladz. 90) en capsules (bladz. 103). Cor-11


-ocr page 176-

162

rigentiën van den smaak: . ol. menth. pip., ol. einnam., tinct. einnam., chloroform.

27. 5: bals. copaivae 30,0, ol. menth. pip. 0,500, spir. nitr. dulc. 5,0. M. D. S. Driemaal daags 30—40 droppels.

Uitwendig: in inspuiting.

Cornn ccrvi raspatnm (praep.).

Inwendig: in gelei (bladz. 77) in decoct. 27*.

27*. ^: corn. cerv. praep. 2,0. Coque cum aquae 350,0

per quadr. horae. Sub finem coctionis adde

mie. pan. alb. 10,0.

Fiat colat. 180,0, in qua solve sacchar. alb. 1,00.

Aanm. Voor het Decoct, alb. Sydenh., hetwelk hier te lande op de beschreven wijze bereid wordt, werd volgens het oorspronkelijke voorschrift, nog in Frankrijk gevolgd, corn. cerv. ust., d. i. phos-phas calcicus, genomen.

Crocu».

Inwendig: 300—600—900 milligr., in poeders en pillen. Uitwendig: voor omslagen , zalf, als poeder (met aluin) voor inblazing.

Crotonlg, Oleum.

Inw.: Vg — V4— 1 droppel.

opklimmend tot 3 droppels (5—10—40—65 milligr., nooit meer dan 5 droppels =200 milligr. in de 24 uur), in pillen of vermengd met ol. olivar. of ricin.

Uitw.: tot inwrijving, alleen (1—10 dropp.) of met vluchtige of vette olie vermengd.

Cnbebae.

Inw.: 1—8 gram, in electu-arium, poeders en pillen (met bals. copaiv.) (28).

28. cerae 5,0,

bals. copaiv. 15,0. Liquef. et semirefriger. adde pulv. cubeb. q. s. ut f. mass. pil. e. qua ferment. pilul. pond. milligr. 150. D. S. 3—4 maal daags 6 pillen.

Extr. cubeb arum. Inw.: \'/2

lVA S1\'»111-

Cuprum.

Oxydum cuprieum. Inw.: 30—60—90 milligr. (3—4 maal daags), in poeders en pillen. Uitw.: in zalf (1 op 6—10).

Sulphas cupricus. Inw.: 10 —50—130 milligr. (om de 4—5 uur, 400 milligr. per dag), in oplossing, poeders en pillen. Als braakmiddel 400 milligr. in 5 doses ver-


-ocr page 177-

163

deeld, binnen 1 uur te gebruiken.

Ui t w.: alleen als bijtmiddel, in inspuiting (1 op 100— 300), in oogwater (1 op 800 —500), in verbandwater (1 op 50—100), in zalf.

Sulphas cuprico-ammonicus basicus. Inw.: 7,5—15— —30—100 milligr., in sy-rupus simplex, in pillen (met mica panis), in poeders (ad chart, pergam.). Uitw.: in gorgeldrank (1 op 200—300). €ydonlorum, Semen.

Uitw.: in aftreksel met water (inticilagö) (bladz. 64).

Digitalis, Folia.

In w.; in poeders en pillen 30—50—130 milligr. (niet meer dan 500 milligr. per dag), in infusie (29) (1 op 100—150) (2 gram per dag).

Aanm. Met te lang trekken, dewijl anders de infusie te slijmig wordt.

29. it: infus. fol. digit. 150,0 _ (ex 1,0), nitr. natric. 5,0, syr. simpl. 30,0. M. D. S. Om de twee uren een lepel.

Tinct. digital. Inw.: 10—25 —50 droppels (\'/4—\'/,—1 —2 gram) (6 gram per dag), gewoonlijk met andere spirit, of aeth. vloeistoffen in droppels.

Extract, digital.. Inw.: 30— 60—130 milligr. (500 milligr. per dag), in pillen en poeders.

Acet. digital., Inw.: 8—15— 30 droppels (l/2 — 1 — 2 gram) (8 gram per dag), alleen of in mixtuur.

Digitalmum (poedervorm). Inw.: 1—2—3 milligr. 2 —3 maal daags in poeders en syr. simpl. (1 op 10000— 12000).

Dulcamarae, Stipites.

Inw.: in theekruiden (bladz. 123), in decoct. (1 op 10 —20).

Extr. dulcamar.. Inw.: 200 —600 milligr., in oplossing en pillen.

Eucalypti globuli, Folia.

Het aftreksel der bladen met water in den vorm van syrupus.

Tinct. eucalypti. Inw.: 10— 15 gram, alleen of in mengsel.

Fel tauri iiispissatum.

Inw.: 1—4 gram, in pillen. (11).

Ferrum.

Ferrum pulveratum. Inw. 100—500 milligr., in pillen (1) en poeders.


-ocr page 178-

164

Ferrum hydrogenio reduc-tum; Perrum oxyd. dia-lysatum; Crocus martis

(Carhonas ferri); Lactas ferrosus; Pyrophosphas ferrieus; Pyrophosphas forrieo-natricus; Pyrophosphas ferrieus cum citrate ammonico; Albu-ninas ferrieus; Citras ammonico-ferrieus; Citras ferrieus et citras chi-uini; alleen omstreeks in dezelfde doses en in denzelfden vorm als Perrum pulveratum; de oplosbare ook in solutie (Solutio al-buminatis ferrici dialysata; — peptonatis ferrici).

Sulphas ferrosus. Inw.: 50 —100 milligr. (als anthel-mint. 300—600 milligr.), in oplossing, electuarium, pillen (30) (bladz. 96) en poeders. Van Sulphas ferrosus exsicc. (niet te dispenseeren, dan wanneer zulks opzettelijk voorgeschreven wordt) de helft der doses, in pillen (bladz. 96 en 97).

30. ^: sulph. ferr.,

extr. gentian, ga 5,0, pulv. rad. alth. q. s. ut f. 1. a. pil. N0. 100. D. S. Driemaal daags 5 pillen.

Uitw.: voor inspuiting (1 op 100—200), lavement en bad, in strooipoeder met

alumen, myrrh. enz. (De venal, tot desinfectie).

Solutio chloreti ferrici (Liq. stypt. Looff.). Inw.: 5—10 —15 droppels (^—1—1 gram), in droppels (met water te nemen) en in mixtuur (verkleuring bladz. 19).

Uitw.: alleen of verdund als styptic.

Chloretum ferricum et chlo-retum ammonicum. {Muri-

as ferro-ammoniacale). Inwendig: 150—300—600 milligr., in mixtuur en pillen.

Tinct. nerv. Bestuch. {Alcohol sulphurico-aethereus ferri). Inw.: 8—25—30 droppels (\'/4—^—l gram), meest in droppels, ook in mixtuur (bladz. 62).

Tinct. ferri cydoniata. Inw.: 15—30—50 droppels (1— 2—3 gram), alleen in droppels of theelepelswijze met wijn, in mixtuur enz.

Tartras kalico-ferrieus. Inwendig: 200—300—600 milligr., in pillen; opgelost in wijn als Vinum tartratis kalico-ferrici {Tinct. ferri tartar is.). Dosis en vorm als Tinct. ferri cydoniat.

Syrupus iodeti ferrosi. Inw.: 200—300—500 milligr. — 1 gram (2,6 gram per dag), alleen of verdund met syr. simplex.


-ocr page 179-

165

Pilulae iodeti ferrosi (Blan-cardi) (zie bladz. 97), 1—2 pillen.

Filicis marls, Radix (Blilzoma).

Inw.: 4—8 gram, in poeder (versch gestampt), pillen en electuarium.

Extr. flic, maris. Inw.: 1— 2 gram, in electuar., meest in pillen (31).

31. extr. filic. mar.,

pulv. rad. filic. ga 1,0. M. P. 1. a. pilul. N0. 20. D. S. \'s Morgens nuchteren om het half uur 5 pillen.

Foenlculi, Semen (Fructus).

Inw.: 1—2 gram, in poedelen electuarium, meest voor theekruiden (5—10 gram op 4 kopjes).

Aq. foenicul. Inw.: vehicu-lum in mixturen. Uitw.: in oogwater.

01. foenicul. Inw.: 1—2—3 droppels (50 — 100 — 150 milligr.).

Frangnlae, Cortex Rlianmi.

Inw.: in decoct. (1 op 10), verder als extract en sy-rupus (de laatste theelepelswijs).

Oalbannm.

Inwendig: l/2 tot 1 gram, in emulsie (blz. 47) en pillen (bladz. 89).

Uitwendig: in pleister (32).

32.^: empl. de galb. croc. 32,0,

--asae foetid. 10,0,

cl. menth. pip. 1.0. M. F. 1. a. emplastrum.

Gallae.

Tinct. gallarum. Inwendig: 10—15—25 droppels (\'/4— \'A—1 gram).

Gentlanae, Radix.

Inw.: \'/2—1—1 \'/a gramgt; in infusie, meest in pillen.

JSxtr.gentian. .Inw.: — 1—2 gram, in pillen en mixtuur.

Tinct. gentian.. Inw.: 2—4 gram, in droppels (elixir) en mixtuur.

Olycerinnm.

Inwendig, vooral uitwendig: alleen en als bindmiddel of oplosmiddel veelvuldig in gebruik (met amylum als ung. glycer., bladz. 64).

Graminis, Radix (Rliizoma.)

Inwendig, in decoct. (1 op 5—10), in theekruiden.

Extr. gramin. .Inwendig: 1— 2 gram, in mixtuur en pillen.


-ocr page 180-

166

Orauati, Cortex.

Inw.: J/2—1—2 y2gram, in decoct. (1 op 5) (zie over het koken van indic. bladz. 39).

Extr. (jranat. Inwendig: 4—7\'/2—10 gram, in oplossing (bladz. 61), meest in pillen.

Gratiolae, Radix et Kerba.

Extr actum gratiolae. Inwendig: 60—200—300milligr., in pillen.

Ouajaci, Liigunm.

Inwendig: 1—2—4 gram, in decoct, en species.

Itesina guajaci. Inwendig: 300 milligr. tot 1 gram, in emulsie (bladz. 48),inelec-tuarium, pillen, poeders.

Tinei, guajac. Inwendig: 12—25—50 droppels (\'/j— 1—2 gram), in droppels. Uitwendig: in mondspoe-ling.

Aanm. Blauwe kleur met (verscli bereiden) spir. nitr. dulc. en met solut. hypochl. natrici.

Tinct. guajaci volatilis. Inwendig: 10—20 droppels (\'^— 1 gram).

Gummi arabicum.

Inw.: \'/2—2 gram, in muci-lago en oplossing (bladz.

62), als bindmiddel in emulsies (bladz. 43), in poeders en pillen.

Ui t w.: in oplossing en poeder.

Ontti (Gummi Guttae).

Inwendig: 20—100—200 milligr. (niet meer dan 1 gram per dag), meest in pillen, ook in emulsie.

Hclenii, Radix.

Inwendig: /2—1—2 gram, in infusie, in poeders (minder geschikt in pillen).

Uitwendig: in afkooksel tot wassching en omslagen, in poeder bij zalf (1 op 4 vet).

Extr. helen. (Ed. II). Inwendig: \'/4—72 gïam , (Ed. I) \'/2—1—2 gram, in mixtuur en pillen.

Tinct. helen. Inw.: 1—2gram, in droppels en mixtuur.

Aanm. Pillen met rad. helen, in lyc. enz. worden bij het staan beslagen met alant-kamfer en zien er als beschimmeld uit.

Hydrargyrum.

Inwendig: zelden, alleen (in groote doses) of in pillen (bladz. 92) en poeder (als Pulv. mercur. Tiende.) (bladz. 118). Uitwend.: in zalf en in pleister (bladz. 138).


-ocr page 181-

167

Oxydum hydrargyricum.

{Mercur. praec. ruber). Inw. 3—15—30 milligram, in pillen en poeders (33).

33. mere, praec. rubr. 0,100, sulph. stibios. nigr. 8,0, sacchar. alb. 2,0. M. F. pulvis; div. in part.

aeq. N0. 20. S. \'s Morgens en \'s avonds een poeder.

U i t w.: alleen of met suiker verdund als strooipoeder, in zalf, hoofdzakelijk oogzalf (bladz. 130)^ bij voorkeur als Oxydum hydrargyricum via hurnida paratum met vaselinum,

Chloretum hydrargyricum (Mercur. suhlim. corros.) I n-wend.: 3—8—16, voorzichtig klimmend, tot 30 milligr. (niet meer dan 85 milligr. per dag), in oplossing (bladz. 53, 55, en 58), vooral in pillen (blz. 91).

Uitw.: in penseelvocht, oogwater (blz. 125), inspuiting, mond- en gorgeldrank, zalf (blz. 180) en wassching (blz. 126), met kalkwater (1 : 144) als Aqua phage-daenica (ruhr.). Als desin-ficiens 1 : 1000.

Chloretum hydrargyricum et amididum hydrargyricum {Mercur. praec. alb.). Uitw.: in zalf (1 op 8— 15) (blz. 130).

Chloretum hydrargyrosum

{Calomelas of Calomel. Mercu-rim dulcis). Inw.: 15—80 —100 milligr. (als purgans 100—300 milligr.) (35), in poeders (blz. 109, 111 en 118) en pillen (niet tegelijk met chloret. ammon. en dergelij-ken, en niet lang in voorraad te houden wegens het gevaar van gedeeltelijken overgang in sublimaat). Uitw.: ih poeder (ook voor snuifpoeder) en met kalkwater als Aq. phagedaen. nigr. (1 : 30).

lodetum hydrargyricum

(rubr.) {Deuto-iodur. hydrar-gyr.) Zelden inw.: 2—4— 8—16 milligr. (6B milligr. per dag), in poeders. Uitw. in zalf (1 op 10—60).

lodetum hydrargyrosum (fiav.) (Proto-iodur. Ivydrur-gyr.). Inw.: 15—30—65 milligr. (260 milligr. per dag), in poeders (minder geschikt), meest in pillen (niet met iodet. kalic.). Uitwendig: in zalf (1 op 8 —15, oogzalf 1 op 20—30).

Sulphuretum hydrargyricum et sulphur {Aethiops mineralis) en Sulphuret. hydrargyricum et sulphi-dum stibiosum [Aeth. an-timon.). Inw.: 50—500 milligr., in poeders.


-ocr page 182-

168

Ilyoscyauii, Folia.

Inw.: 50—100—260 milligr., (1 gram per dag), in poeders en pillen. Uitw.; voor papkruiden (blz. 75), fomentat. (blz. 124) en in pleister (Empl. hyoscyam.).

Extr. hyoscyam. aquos. Inw.: 25—150—260 milligr. (1 gram per dag), in mixtuur, droppels, poeders (34) en pillen.

Extr. hyoscyam. spirit. Inw.: 10—100—130 milligr. (500 milligr. per dag), in mixtuur, droppels, pillen en poeders.

34. extr. hyoscyam. aq.

0,050, cort. rad. ipecac. 0,080, nitr. depur. 0,500, sacehar. lact. 0,250. M. F. pulvis; dent, tales N0. 5.

S. Om de twee uren een poeder.

Infusmn hyoscyami oleosum (01. hyoscyam.). Uitw.: tot inwrijving of in liniment.

Jalapae, Radix (Tuber).

Inw.; als prikkelend middel 100—250 milligr., als pur-gans \'/2—2 gram, in elec-tuarium, pillen en poeder (35).

35. pulv. rad. jalap. 1,0, mercur. dulc. 0,250.

M. D. S. in eens te nemen.

Resina jalapae, Inw.: 100— 500 milligr., in emulsie (blz. 48), het best in pillen.

Sapo jalapinus, de helft der doses van de Resina.

Jecoris a sell i, Oleum.

Inw.: /2~1 eetlepel vol, 2 —3 maal daags, alleen, of met ol. menth. pip., chloroform enz., als corrigentiën van den smaak; ook in emulsie. Uitw.: alleen of in liniment tot inwrijving.

lodium.

Inw.: 3—15—32 milligr.,

(130 milligr. per dag), meestal met iodet. kalic. in oplossing (blz. 54 en 58), in pillen (met ijzer blz. 97), in poeders (blz. 117).

Uitw.: in zalf (blz. 131), meestal met iodet. kalic. (0,1 iod., 2 iodet. kal., 30 aximg.).

Solutio iodii spirit. (Tinct. iodiï). Inw.: 2—6 droppels (60—130 milligr., niet meer dan 20 dropp. of 600 milligr. per dag), in mixtuur met gumm. arab.

Uitw.: alleen of verdund, tot aanstrijking (met penseel) en injectie. (Bij verdunning met water eenig iodet. kalic. bij te voegen, om de afscheiding van het iodium te verhinderen).

Aanm. Blauwe kleur met zet-


-ocr page 183-

169

meelhoudende stoffen (o. a. traganth.).

lodetum sulphuris cum sul-phnre (Sulphur iodatum). Inw.: 15—30—60 milligr. in pillen. Uitw.: in zalf (1 op 8—20).

Syrupus iodo-tannicus. Inw.: 28—16 gram.

Iodoform nm.

Inw.: 50—100—150 milligr., in spirit, oplossing, poeders of pillen. Meestal uitw.: op zichzelf of in zalf (1 op 10 vet, blz. 130), in bacilli(blz. 145). (Corrig. voor den reuk; ol. menth., fabae tonco).

Ipecacuanliae, Radix (Cortex radicis).

Inw.: 5—10—50 milligr.; om misselijkheid op te wekken 60—150 milligr. om de 2—4 uur; als braakmiddel 1—1 \'/2 gram op eens of in 3 deelen verdeeld , om de tien minuten één gedeelte —, in infusie (1 op 100—300) (43), schudmixtuur (36), pillen, poeders (2,15), in trochisci.

36. Ti: pulv. cort. r. ipecac. 2,0, tart. emetic. 0,150, aq. destill. 60,0,

oxym. scill. 15,0. M. D. D. Om de tien minuten een lepel, tot braking volgt.

Vin. ipecacuanh. en Tinct. ipe-cacuarih. Inw.: 10—20 droppels (1 V2—l gram), in droppels en linctus.

Syrup. ipecacuanh.. Inw.: 2—4 gram, in linctus en mixtuur.

Jnglandis, Folia.

Inw.: in decoct, en species.

Extractum juglandis (fol. en fruct. immat.). Inw.: /2— 1—iy2 gram, in oplossing en pillen.

Jnuiperi, Baccae (Fractus).

Inw.: \'/2—1—2 gram, in infusie (1 op 10—20), in species.

Roh juniperi. Inw.: 10—15 gram, in mixtuur.

01. juniperi. Inw.: 1—2—4 droppels (40 — 80 — 160 milligr.), alleen of in droppels. Als elaeosaccharum.

Spiritus juniperi compositus. Inw.: 1—l\'/jj—2V2 gram. Uitw.: in fomentatie.

Kalium.

Acetas kalicus. Inw.: —

2 gram, in oplossing (wegens den hygroscopischen aard ongeschikt in pillen of poeders). Solutio aeeta-tiskaliei. Inw.: 3—6—12 gram.

Carbonaa kalicus {Sal tar-tarï). Inw.: 100—500 milligr. in oplossing (blz. 53 en


-ocr page 184-

170

55) en saturatie (blz. 65), in pillen fmet sulph. ferros., blz. 95 en 97). Ui t w.: in foment (blz. 124), in baden (100—200 gram op één bad) en voetbaden (30 — 60 gram.)

Biearbonas kalicus. Inw.:

als Carbonas kalicus. (koud oplossen).

Chloras kalicus. Inw.: 200 — 400—800 milligr., in oplossing (warm water, blz.

56) of mixtuur, in trochisci.

Aanm. Bij (te ontraden) aflevering in poeders bedenke men, dat wrijving met brandbare lichamen, zooals suiker, maar vooral met zwavel, zwavelverbindingen, hy-pophosphieten enz. tot ontploffingen aanleiding geeft.

U i t w.: in penseelvocht, mond-spoeling, gorgelwater.

Nitras kalicus {Nitrumj. In-wend. : —1 gram, in oplossing (37), poeders en pillen.

37. li: nitri pur. 10,0.

Solve in

emuls. papav. 250,0;

adde

syr. simpl. 50,0. M. D. S. Om het uur 1 lepel.

Uitw.: tot wassching, koude fomentatie (blz. 57), mond-spoeling en gorgeldrank.

Sulphas kalicus en Tartras kalicus. Inw.: ^—2 gram, in oplossing, electuar. en pillen.

Permanganas kalicus. Uitwend.: meestal als desinfectans, ook in mondspoe-ling. (Aflevering in flesschen met glazen stoppen, dewijl met kurk ontkleuring volgt).

Aanm. Zie omtrent het gevaar van ontploffing bij wrijving met oxydeerbare lichamen blz. 18.

Tartras kalicus acidtts (Tartarus depuratus. Cremor tartar i). Inw.: \'4—1gram; als laxans 2—4 gram, in oplossing (blz. 53 en 54), poeder (blz. 111), electuari-um, species (blz. 123), tot bereiding van serum (blz. 71).

Tartras kalico-natricus. (Sal Seignetti). Inw.: — 2 gram, om de 2 uren, als digestiefmiddel; 25 — 50 gram in meerdere doses verdeeld als purgeermiddel, in oplossing en poeders.

Tartarus boraxatus. Inw.: 1—2—3 gram, als purgans 15—20—30 gram, in oplossingen mixtuur, niet in pillen of poeders (hygroscopisch).

Brometum kalicum: Inw.: 100—200—400 milligr. (en meer), in oplossing (blz. 56), pillen en poeders. Uitw.: in zalf.


-ocr page 185-

171

lodetum kalieum. Inwendig; 50—300 milligr., in oplossing voor mixturen of droppels (bladz. 56 en 73), ook in pillen. TJitw.: tot wassching, inspuiting, oogwater, zalf (biz. 131), cap-sulae (blz. 145) en baden.

Trisulphuretum kalieum. Inw. (\'zelden): 100—500 milligr., in pillen en oplossing. Uitw.: op zich zelf tot inwrijving, verder in zalf, in baden. (Trisulphur. kalic. pro balneo 50—100 gram op het bad).

Hamala (Olandulae Rottlerae).

Inw.: 6—8—12 gram, in poeder en electuarium of als tinct.

Konsso, Floret.

Inw.: 12—15—30 gram, in poeder en infusie.

Hreosotum.

Inw.; 1—2—3 droppels (40 — 80 — ISO milligr.) (15 droppels = 600 milligr. per dag), in pillen (blz. 90).

Uitw.; in tanddroppels, mondwater, verbandwater en zalf.

Lactuca virosa.

Extract, lactuc. vivos, aquos. Inw.: 30—600—500 milligr. (2 gram per dag;, in droppels, poeders en pillen.

Extr. lactuc. vivos, spirit. In-wend.; 15—50—260 milligr. (1 gram per dag), in droppels, poeders en pillen.

Lactucarium. Inwendig; 30—60—120—300 milligr. in pillen, poeders (blz. 115), in oplossing (blz. 61) of in emulsie (met gumm. arabic.).

Xiapls diviuus.

Uitw.; in oplossing voor injectie (1 op 100—200), voor oogwater (1 op 200 —500).

lianrocerasi. Folia.

Aqua laurocerasi. Inw.; 10—15—30—100 droppels (\'/2—2—6 gram) (20 gram per dag), alleen in droppels (9) of mixtuur (blz. 41).

Uitw.; in waschwater (blz. 126), omslagen en oogwater.

Oleum laurocerasi. Inw.; \'/4— x/ï—1 droppel (15—25—50 milligr.).

Liavandulae, Flores.

Uitw.; tot omslagen, in kruidenkussen, in aftreksel.

Spirit, lavandulae. Uitw.; tot wassching.

riclien islandicus.

Inw.; als decoct. (1 op 10—


-ocr page 186-

172

15), als gelatina (blz. 76), in species.

Iiiiii, Semen.

Inw.: in decoct, of infus. (1 op 20—40), (blz. 41).

Uitw.: in gorgeldrank, lavement en omslagen.

Farina lini. Uitw.: voor papkruiden (blz. 75) en pasta (blz. 109).

liiqnirltiae, Radix.

Inw.: /2 tot 1 gram, in pillen en poeders, in aftreksel (1 op 10—15, niet in decoct., dewijl de smaak dan bitter wordt), meest in theekruiden (blz. 123); het poeder {flor. liquir.) tot involveeren van pillen (blz. 79 en 99).

Succus liquir. dep., in poeders en pillen (blz. 85), het meest geschikt corrigens voor den smaak van zouten (vooral van chloret. amnionic. , ook van sulph. chinin.) in mixturen (blz. 13). Zoo ook Extractum li-quiritiae.

Litliium.

Carbonas lithicus. Inw.: 200 — 300 — 600 milligr., in poeders en mixtuur (liefst in aqua carbonica). Uitw.: 2—3 gram in oplossing voor injectie.

liObeliae, Her ba.

Inw.: 100—200—400 milligr. , in aftreksel, poeders en pillen. Uitw.: in infus. of decoct.

Tinctura loheliae. Inw.: 12— 25 dropp. C/;—! gram), in droppels.

liuptilinum.

Inw.: 200—300—600 milligr., in poeders en pillen.

Ijyeopodinm.

Inw.: 1 — 2 — 4 gram, in schudmixtuur (blz. 31) en in emulsie (blz. 43 en. 46), als involveerend poeder voor pillen (blz. 79 en 99).

Uitw.: als strooipoeder en in zalf.

Magnesium.

Oxydum magnesicnm. {Magnesia ust.). Inw.: \'/4—1 gram in schudmixtuur (blz. 30) en poeder (blz. 116) (16); als bijvoegsel en omhulsel van pillen (blz. 90).

Carbonas et hydras magne-sicus {Magnesia alb.). In-wend.: in een weinig grootere doses dan Magnesia ust., in dezelfde vormen.

Sulphas magnesicus {Sal anglicanum). Inw.: 2 — 4 gram als digestivum, meermalen daags; 25—50 gram als purgeermiddel in eenige


-ocr page 187-

173

doses verdeeld, meest in oplossing, zelden in poeder of in theekruiden (blz. 123).

Sulphis magnesicus. ïnw.: 1—2 gram, in poeders. Uitw.: in liniment (1 op 8 glycerine).

Citras magnesicus. Inw.: als Sulphas magnes., in oplossing (blz. 58).

Solut. citrat. magmsici. (blz. 69). Inw.: 10—30 gram.

Lactas magnesicus. Inw.: y2—2 gram, in poeders.

Malvae, Folia (Serba).

Inw.: in aftreksel en species. Uitw.; in fomentatie en wassching.

Mangannm.

Sulphas manganosus. Inw.:

als irritans 200—300—600 milligr., in oplossing of pillen, meest met sulphas ferrosus; als purgans en cholagogum 2—4—8 gram. Uitw.: in zalf (1 op 6— 10).

Mauna.

Inw.: 15—50 gram als purgeermiddel in oplossing (blz. 62), meestal in infus. senn.

Voor oplossing Manna depu-rata te verkiezen.

Mastlx.

Uitw.: als kauwmiddel,

plombeersel, in en als pleister (blz. 142).

Spiritus mastiches compositus {Spiritus matricalis). Uit w.: in fomentatie.

Matlco, Folla.

Inw.: 1—2—3 gram, in poeder en infusie (1 : 10). Uitw.: in aftreksel voor injectie.

Menthae crispae et

Mentli. piperitae, Herb.

Inw.: y2—1 gram in aftreksel (1 op 10—15), meest in theekruiden, zelden in poeder.

U i tw.: voor lavement en bad.

Aq. menth. crisp, et piper. Als aromatische wateren in mixturen.

01. menth. piper, et crisp.). Inw.: 1 — 2 — 3 droppels (40—80—^120 milligr.), alleen op suiker, in droppels (27), in pillen, als elaeo-saccharum in poeders. Uitwend.: in tanddroppels, inwrijving, zalf en pleister (32).

Mezerei, Cortex.

I n w.: (zelden): in decoct. (1—4 gram op 1 kilogr. cola tuur). Ui tw.: in decoct. (1—2 op 40—50) tot gorgelwater of wassching; verder


-ocr page 188-

174

geweekt in azijn; als extr, in zalf.

milefolil, Herba (et Milium.).

Inw.: in infusie (1 op 10— 15), in theekruiden (14).

Morptainum.

Hydroohloras morphini.

Inw.: 3—5—15—32 mil-ligr. (65 milligr. per dag), in oplossing, mixtuur (38), pillen , poeders, trochisci en pastilli (blz. 105).

38. E: hydrochlor. morphin.

0,050, solut. gummos. 250,0, aq. laurocer. 5,0, syr. simpl. 15,0. M. D. S. Om de twee uren een lepel. Uitw.: in inspuiting (subcu-

tane) (blz. 124), in zalf. Sulphas en Aeetas morpMni. Doses en vormen als Hy-drochloras morphini. (Over het oplossen van Acet. morphin., zie blz. 59).

Moschng.

Inw.: 50—150 milligr., in sohudmixtuur (blz. 31), linctus (39) en poeders (blz. 117) (18).

39. ]£: moschi opt. 0,150,

aq. foenicul. 25,0, spir. c. c. succ. 1,0, syr. rhoead. 30,0.

M. D. S. Omgeschud om het uur een theelepel.

Aanm. Over het wegnemen van den reuk zie blz. 20.

MyrrUa.

Inw.: 250—500 milligr., in pillen en poeders.

Uitw.: in tandpoeder en pleister.

Extract, myrrh. Inwendig: 250—500 milligr., in poeders en oplossing, meest in pillen. Uitwend.: in zalf, liniment, penseelvocht, tandmiddelen.

Tinct. myrrh. Uitwendig: even als Extract, myrrh., vooral in mondspoeling.

Natrium.

Acetas natrieus. I n w e n-

dig: 1—2—4 gram, in mixtuur en poeder.

Carbonas natrieus {Subcarb. sodae). Inwendig: %—1 gram, in oplossing (blz. 55), saturatie (bladz. 65 en 69} en pillen (bladz. 97). Uitwendig: voor inspuiting , waschwater en mondwater.

Bicarbonas natrieus. (Carb. sod. compl.) Inwendig: gt;/2—1 gram, in oplossing (koud oplossen), saturatie (blz. 65 en 69), pillen (blz. 69) en poeders (40 J, vooral


-ocr page 189-

175

in de Seidlitzpoeders (het acid, tartaric, in wit, do bicarb, natric. in blauw papier).

40. bicarbon. natric. 0,500, pulv. opii 0,300,

saccb. alb. 2,0. M. F. pulv.; div. in part.

aeq. N0. 5.

S. Om de 2—4 uren 1 poeder.

Nitras natricus {Nitr. sod.). Inw.: —4 gram, in oplossing (29).

Salieylas natricus. Inw.: x/2—1 gram in mixtuur en in ouwelpoeders.

Sulphas natricus (Sidjah. so-dae, Sal Glauber.). Inw en-dig: !/2—1 gram als diges-tivum; 15—50 gram als purgeermiddel in eenige doses verdeeld, meest in oplossing (48), zelden in poeder, ook in theekruiden (bladz. 123).

Sulphis natricus. Inwendig: 1—2 gram, in oplossing. Uitw.: in liniment (1 op 8 glycerine).

Phosphas natricus. Doses als Sulphas natricus, in oplossing (blz. 33).

Hypophosphis natricus. In-w en dig: 140—200—400 milligr., in oplossing zonder additie.

Solutio hypochloritis na-trici. Uitwendig: in fomentatie.

Chloretum natricmn, meestal in lavement en in oplossing voor inhalaties (1 : 100).

Brometum natricum. Inw.: 100—200—400 milligr., in oplossing, minder goed in poeders en pillen (hygros-copisch).

Nicotianae, Folia.

Inwendig: 40—60—200 milligr., in pillen en poeders.

Uitwendig: de infusie tot lavement (J/, tot 2 gram op 100).

Knx vomica. (Semen Strycbnl).

Inwendig: 20—50—lOO milligr., in pillen en poeders (pulv. nuc. vom. zoo versch mogelijk.)

Extr. nuc. vomic. (spir.). Inwendig: 10—20—32 milligram (voorzichtig opklimmend, niet meer dan 130 milligr. per dag), in oplossing (volgens bladz. 61), in pillen (volgens bladz. 84) en poeders (bladz. 115). (Extr. uquos. de dubbele doses).

Tinei. nuc. vomic. Inwendig: 5—10—15—25 droppels (200—400—600 milligr. — 1 gram, niet meer dan 3


-ocr page 190-

176

gram per dag), in droppels Uitw.; tot imvrijving.

Olenm animale empyren-iii at I en in depnratnm.

Uitwendig: in liniment en zalf.

Opinm (Pulvis Opii, 9— 13% morphin.)

Inwendig: 10—50—100— ISO milligr. (hoogstens 500 milligr. per dag), steeds met omzichtigheid bij kleine kinderen , zwangere en zoo-gende vrouwen, in poeders (40) en pillen.

Uitwendig: in lavement, zalf (bladz. 131), pleister, in tandpillen.

Extr. opii. Inwendig; 5— 10—65 milligr. (200 milligram per dag), in oplossing (volgens bladz. 61) (6), pillen (blz. 84) en poeders (blz. 115). Uitwendig: in inspuiting (1 op 150—300), lavement (60—120 milligr.), fomentatie (bladz. 126), oogwater (1 op 100—500), zalf (1 op 8—10), oogzalf (1 op 50—150).

Pulvis opii compos. (Pulv. Doveri). Inwendig: 300— 600 milligr. —1 gram, in poeders en pillen, minder geschikt in schudmixtuur.

Vin. opii (Tinct. opii vinos.) en Vin. opii aromat. (Laud, liq. Sydenh.). In wend.: 3 —5—10—15 droppels (100 —200—400—GOO milligr.) (2 gram per dag), in droppels, mixtuur (blz. 29), poeders (bladz. 115). Uitwendig: in tanddroppels, inspuiting (bladz. 124), oogwater (bladz. 125), fomentatie, waschwater, liniment, in lavement (5—10—15 droppels).

Syr. opiatus. Inwendig: 4 —15 gram daags in mixtuur.

Papaver.

Semenpapaveris(album). Inwendig: in emulsie (1 op 10) (blz. 42) (37).

Capsulae (Capita) papaveris.

Inwendig: in afkooksel (1 op 10) en theekruiden. Uitwendig: in afkooksel voor mondspoeling en omslagen.

Syr. papao. (alb.). Inwendig: 5—10 gram, als linc-tus of in mixtuur (42).

Syr. (papav.) rhoead., als cor-rigens voor smaak en kleur in linctus, electuar. (bladz. 75) en mixtuur.

Pepsinum.

Inwendig: 200—300—600 milligr., in poeders met sacchar. lactis, in oplossing met acid. hydrochlor. dil.


-ocr page 191-

177

Pernviannin, Balsa-mimi.

Inwendig: —1 gram, in emulsie (bladz. 46), in pillen (bladz. 90).

Uitwendig: alleen, of in zalf (blz. 133) en spiritueuze oplossing.

Phellandrli, Semen (Friictusj.

Inwendig: x/z—2 gram, in infusie (1 op 10—15), in electuarium, poeder en pillen.

Pliospliorns.

Inwendig: 2—6—8 milligr. (32 milligr. per dagj, opgelost in aether (Aether phos-phoratus 1 : 240) in aethee-rische oliën (bladz. 59), in vette oliën (tot emulsie, bladz. 46), zeldzaam in pillen (bladz. 93).

Uitwendig: in liniment (4) (blz. 129).

Aamn. Phosphorus wordt fijn verdeeld verkregen door smelting in warm water en schudding tijdens de bekoeling.

41. 1^: phosphori 0,250.

Solve in ol. papav. alb. 25,0, ammon. liquid. 10,0, ol. terebinthin. 1,0.

M. F. 1. a. liniment. D. S. Inwrijving.

Pix.

Pix liquida. Inwendig: 1 —l/j—2 gram, in pillen (bladz. 90), in aftreksel met water als Aqua picis, met carbonas natricus als Liq. de goudron. Uitwendig: in zalf.

Pix solida. Inwendig: l/4 — \'/2—1 gram, in pillen (bladz. 88). Uitwendig: in zalf (blz. 134) en pleister.

Plumbum.

Acetas plumbicus (Sacch. saturni). Inwendig: 10 — 30—65 milligr. (400 milligr. per dag), in poeders , pillen en oplossing (in aq. destill.) (42).

42. acet. plumbic. 0,150, succ. liquir. dep. 5,0.

Solve in infus. digital, c. aq.

destill. par. (ex 2,0) 180,0;

adde

syr. papav. alb. 25.0. M. D. S. Om de 3 — 4 uren een lepel.

Uitwendig: in inspuiting (1 op 200), wassching, omslagen, zalf, en oogwater (1 op 200- 600).

Solutio acetatis plumbici 12


-ocr page 192-

178

basici(Acet. lithargyr.). Uitwendig: in zalf(blz. 132), in liniment, in oogwater en oogdroppels (blz. 125), in oogzalf (blz. 130), voor omslagen met water verdund als Aqua Goulardi (1 : 20).

Carbonas et hydras plum-bicua (Cerussd). Uitwendig: in strooipoeder, zalf (blz. 130) en pleister.

Tannas plumbicus. Uitwen-dig: in zalf (liefst versch gepraecipiteerd uit acid. tannic. met acet. plumbic, volgens blz. 131).

lodetum plumbicum. I n-wendig: 100—200 milli-gr., in poeders en pillen. Uitwendig: in zalf (1 op 5—10).

Podopliyllinum.

Inwendig: 15—30 milligr., in pillen.

Propylaminum {juister Trlmethylainmnm).

Inwendig: 2—4—8 droppels (100—200—300 milligr.), in droppels en mixtuur.

Pnclinry (Picliurim), Fabae (C\'otyledones), majores.

Inwendig: —1—3 gram.

eenige malen daags, in poeder en pillen, ook in tinct.

Quasglae, lilgnum.

Inwendig: in infusie of decoct. (1 op 15—30).

Extr. quassiae. Inwendig: 250—500 milligr., meestin pillen.

Tinct. quassiae. Inwendig: 15 — 25 droppels (X/1 — 1 gram), in droppels.

Quebracho, Cortex.

In w en di g: als decoct, en infus. (1 op 20) en als Tinct. en Extr,

Qnercns, Cortex.

Inwendig: in decoct. (1 op

10—15).

Uitwendig: in decoct, voor inspuiting, fomentatie, mondspoeling, gorgeldrank en baden, in zalf (blz. 131). Gland, querc, tost. I nw e n-dig: pulv. gross, als eikelkoffie (10—20 gram daags).

Ratanliiac, Radix.

Inwendig: \'/2—1—2 gram,

in decoct. (1 op 10—15). Extr. ratanh. Inwendig: 200—600 milligr., in oplossing en pillen. Uitwendig: in inspuiting, lavement, zalf, tandpoeder, mondspoeling en gorgeldrank.


-ocr page 193-

179

Tinct. ratanhiae. Inwendig: 12—25—50 droppels (\'^— 1—2 gram).

Uitwendig: in tandmiddelen en gorgeldrank.

Rhei, Radix.

Inwendig: 100—500 mil-ligr., als purg. ,/a—1—2 gram, in poeder (bladz. 111) en pillen (bladz. 78 en 86), in infusie (1 op 15—30) (43).

43. 1^: rad. rhei 5,0,

— ipecac. 1,0.

Inf. aq. ferv. q. s. ad col.

120,0;

adde

gumm. arabic. 5,0, syr. alth. 25,0. M. D. S. Om het uur een lepel.

Extr. rhei. Inwendig: 100— 500 milligr., meest in pillen , ook in mixtuur. {Extr, rhei compos, de helft der doses).

Tinct. rhei aq., Tinct. rhei vinos. (Vin. rhei) en Tinct. rhei spirit. Inwendig: 5— 10 gram, alleen of in mixtuur.

Aamn. Bij Tinct. rhei aq. geene zuren.

Syr. rhei. Inwendig: 10— 30 gram, alleen of in mixtuur , als purgatief voor kleine kinderen 1—2 theelepels, eenige malen daags.

Rlcizti, Oleum.

Inwendig: 15—30 gram, alleen, of in emulsie (bladz. 46).

Rosa.

Flor es rosarumpallidarum.

Aqua rosarum. Uitwendig: oplosmiddel bij injecties en wasschingen.

Flor es rosarum rubrarum. In- en uitwendig: in infusie.

Mei rosarum. Uitwendig: in linctus (bladz. 32 en 127), in mondspoeling en gorgeldrank (bladz. 126).

Aanm. Niet met ijzer in aanraking te brengen.

Sablnae, Herba.

Inwendig: —1 gram, in infusie (1 op 10—15), in electuarium, pillen en poeders.

Uitwendig: als strooipoe-der, in zalf, de infusie tot gorgelwater, inspuiting en verbandwater.

Oleum sabinae. Inwendig: \'/,—1—3 droppels (20—40 —120 milligr.), in droppels, poeders en pillen.

Saccliarnm album et lactls.

Inwendig: als vehiculum en corrigens, in poeders, pil-


-ocr page 194-

180

len, oplossing (bladz. 61) en mixtuur.

Saleb, Radix (Tuber).

Inwendig:- als mucilago (bladz. 63), als gelatina (1 op 40—50), als constituens voor pillen (blz. 84).

Sallcis, Cortex.

In- en uitwendig: als Cort. quercus.

Extr. salicis. Inwendig \'/^— l/2—1 gram, in mixtuur en pillen.

Salviae, Herba.

Inwendig: tot theespecies, een eetlepel gesneden vol op 2—3 kopjes, in decoct, en inf. (blz. 35).

Uitwendig: als infusie voor mondspoeling en gorgeldrank (blz. 126).

Sambnei, Flor es.

Inwendig: 2—3—4 gram tot theespecies, als infusie (1 op 10) (7).

Uitwendig: voor kruidenkussen, geïnfundeerd voor fomentatie, bad, mondspoeling en gorgeldrank.

Aqua sambuci. Inw.: als ve-hicul. in mixturen. Uitwendig: voor oogwater.

Bob sambuci. Inw.: 5—10 gram, in oplossing (7), elec-tuarium en pillen.

Santonicl, Semen. (Flores Cinae).

Inwendig: 2—4 gram, in infusie, electuarium (bladz. 74) en poeder.

Extr. santon. (Extr. cinae aether.). Inwendig: 300— 600 milligr., in oplossing (met gumm. arab. blz. 61) en pillen (44).

44. ^: extr. cinae aeth. 3,0,

pulv. sem. santon. q. s. ut f. 1. a. pilul. N0. 50.

D. ad. vitr.

S. \'s Morgens en \'s avonds 5 pillen.

Aanm. Een weinig (bijv. 1 gram) pulv. gumm. arab. is meestal noodig tot het binden der massa.

Santoninum. Inwendig: 30—50—rl30 milligr. (500 milligr. per dag), in poeders (45), pastieljes, torentjes en trochisci (bladz. 108).

45. santonin. 0,050, sacchar. lant. 0,500.

M. F. pulv.; dent, tales Nquot;. 5.

S. Om de 2 uur een poeder.

Sapo medicatus.

Inwendig:250—800 milligr., in oplossing, poeder en pillen (bladz. 89).


-ocr page 195-

181

Uitwendig: in tandpoeder (bladz. 112), lavement en pleister {Empl. saponat.) (bladz. 137).

Narsaparillae, Radix.

Inwendig: in decoct. (1—10, bladz. 39) en theespecies.

Extr. sarsaparill. Inw. : V2— 1 gram, in oplossing, meest in pillen.

Sassafras, lilgnnm.

Inwendig: 1—2—3 gram, in infusie en species.

Scammoniac, Resina.

Inw.: als irritans 50—100 —200 milligr., als purgans l/4 — V2—1 gram (in 2—3 doses verdeeld), in pillen.

Scilla siccata.

Inw.: 20—ISO milligr., in poeder, meest in pillen (46), zelden in infusie.

46. 5: scill. pulv.,

sulpli. aur. ant., gumm. gutt. aa 1,0, extr. pimpinell. q. s. ut f. piltü. pond. 0,100. D. s. Om de 2—3 uren 1 pü.

Acet. scillae. Inw.: 1—3—5 gram, in mixtuur (blz. 48) en saturatie. Ui tw.: in gorgeldrank, fomentat. en pleister (blz. 137).

Oxymel scillae. Inw.: alleen (theelepelswijs als braakmiddel voor kleine kinderen), of in mixtuur (36) en elec-tuarium (blz. 74).

U i t w.: voor penseelvocht, mondspoeling en gorgeldrank.

Extr. scillae. Inw.: 20—50 milligr., in pillen.

Vin. scill. Inw.: 10—20 droppels (l/2—Igram), in droppels en mixtuur.

Secale cornutum.

Inw.: 100—600 milligr., in

aftreksel (1 op 40—80), meest in poeder, ook in pillen en schudmixtuur.

Aanm. Het poeder moet niet in voorraad gehouden, maar telkens voor het gebruik gestampt of gemalen worden.

Uitw.: de infusie voor inspuiting en lavement.

Extr. secal. cornut. {Extr. haemostaticurn, Ergotinum Bonjean), Inw.: 100—200 —400 milligr., in oplossing en pillen (5). Uitw.: (liefst dialysatuni) in oplossing (1 op 3—4) voor omslagen en inspuiting.

Tinct. secal. cornut. Inw.: 15—25—50 droppels (\'/.j— 1—2 gram).

Seuegae, Radix.

Inw.: (,/4—1 gram), in poe-


-ocr page 196-

182

der en pillen (blz. 85), meest in decoct. (1 op 20 —40) (47).

47. decoct, rad. seneg.

200,0 (ex 10,0), tartar, emet. 0,050, extr. liquirit. 10,0. M. D. S. Om het uur een lepel.

Syrupus senegae. Inw.: 2—5 gram, in mixtuur.

Sennae, Folia.

Inw.: voor geringe werking 250 milligr. eenige malen daags ; als gewoon purgatief 5—10 gram, in gedeelten snel achtereen; in poeder, pillen, electuarium, in species (St. Germain, met spiritus uitgetrokken), het meest in infusie (1 op 8-10).

48. 5: fol. sennae 10,0. Infunde aq. fervid, q. s.

ad. col. 100,0; in qua solve mann. depur.,

sulph. natric. ga 15,0. M. D. S. Om het uur een lepel.

Aanm, Het kookpunt vooral vermijden bij het infun-deeren (zie blz. 35).

Infmum senn. compos. (Aq. laxativa), Inw.: 4—8—12 gram.

Syrupus sennae. Inw.: theelepelswijs of in mixtuur.

Electuarium sennae compositum (lenitivum). Inw.: 15—30 gram (ongeschikt in mixtuur).

Serpentariae, Radix (Rliizoma).

Inw : \'/j—1—2 gram, meest in infusie (1 op 10—20).

Simarubae, Cortex.

Inw.: V2—1—2 gram, meest in decoct. (1 op 10—15).

Sinapis nigrae, Semen.

Inw.: (zelden): 1—3 gram, in substantie of in poeder, in infusie (1 op 15—30).

Uitw.: in grof poeder voor mostaardpap (blz. 76), ge-infund. voor omslagen, mondspoeling en gorgeldrank.

01. sinapls {aether.). Inw.: /,2—\'/0—droppel (4—8 — 12 milligr.), in emulsie. Uitw.: als rubefaciens (25 droppels of 1 gram in 50 gram spiritus, Spiritus si-napis, of 1 op 30—50 vette olie).

Stibinm.

Tartras kalico-stibicus. (Tartar. emetic.). Inw.: als expectorans en diaphoreti-cum 5—15 milligr. om de twee uren; als braakmiddel 150—200 milligr. binnen


-ocr page 197-

183

■/2—3/4 uur (36) (ISO mil-ligr. pro dosi, 600 miligr. per dag), bij delirium 60 —120—300 milligr. om de 1—2—3 uren; in oplossing met aq. destill. (blz. 56) (8,47), in poeders en pillen (volgens blz. 84).

Uitw.: voor inspuiting, oogwater (1 op 200—300), lavement (100 — 200 -— 400 milligr. in slijmig vehikel), pleister en zalf (1 op 4—5) (blz. 130).

SulpMdum stibiosum nigrum. {Antimon. crud.) de-pur. etlaevig. Inw.: —1 gram, in poeders (33) en pillen.

Sulphidum stibioum {Suljph. aurat. antiman.). Inw.: 10 —50 milligr. in poeders (blz. 116) (3,2), pillen (46) en linctus (blz. 32).

Kermes minerale (Oxysul-phuretum stibicum). Inw.: in dezelfde vormen, doch meestal in kleinere doses dan het Sulphidum stibicum.

Vintim stibiatum (Vin. emetic.\'). Inw.: als expector. en diaphoret. 5—10—20 droppels (Vj—\'/j—Igram), als emetic. 4—8—12 gram, in droppels en mixtuur (7).

Stramonii, Folia.

Inw.: 20—150 -20Ö milligr. , in poeders en pillen , in infusie (1 op 100—200)

theelepelswijs.

Uitw.: in zalf, als rook-

kruiden {Species fumdl.) met

nitr. kahc. De infus. in

Charta antasthmatica.

Extr. stramon. aquos. Inw.: 10—50—ISO milligr. (400 milligr. per dag) in poeders.

Extr. stramon. spirit. Inw.: 10—20—65 milligr. (200 milligr. per dag), in oplossing en pillen, meest in poeders. U i tw.: in oogwater (1 op 150—250), in inspuiting (1 op 100—150), in zalf (1 op 10—15).

Sem. stramonii. Inw.: 50— 150—200 milligr., in poeders en pillen.

Vinum sein. stramon, Inw.: 4—6—12 droppels (200— 300— 600 milligr.).

fStrycliiiiinim.

Strychninum, meer gebruikelijk Nitras (ook Sulphas) strychnini. Inw.: 3—5— 8 milligr. (1 — 2 maal daags, niet meer dan 32 milligr. per dag), in oplossing en pillen.

Aanm. Zie over de voorzorgen bij het oplossen blz. 56.

Uitw.: in zalf (1 op 30—100 vet), endermatisch 10—30 milligr. met suiker (blz. 112).


-ocr page 198-

184

Styrax.

Styrax liquidus. Ui t w.;

in zalf (zie blz. 134).

Siiccimim.

Tinct. succini. Inwendig: 10 —30 droppels (—1 gram), in droppels.

Sulphur depuratum en Sulpliur praedpltatum

(Lac sulphur is).

Inwendig: 250—500inilligr., in pillen, poeders en elec-tuarium.

Uitwendig: in zalf en wasch-water.

Taiuariudi, Fructus.

Inwendig: in decoct. (1 op

10) (bladz. 39 en 40).

Pulp. tamarindorum. Inwendig: 5—15 gram, in elec-tuariuni en schudmixtuur.

Taraxaci, Hcrba et Radix.

Inwendig: als versch uitgeperst kruidensap 30—90 gram (bladz. 70), in infusie en decoct. (1— 10).

Extr. taraxac. Inwendig: 1—5 gram, in oplossing en pillen.

Tèrebiiitiiina (veneta).

Inwendig: 150—500 milligram, in emulsie (blz. 48) en pillen (blz. 90). Uitwendig: in zalf (blz. 134) en pleister, als emulsie in lavement (4—8 gram) en injectie (1 op 30—100). 01. terebinth, (dep. s. reet.). Inwendig: 5 — 10 — 20 droppels (200—400— 800 milligr.), in emulsie (bladz. 49), droppels, pillen (bladz. 91) (49) en parels (bladz. 103). Uitw.: voor in-wrijving, liniment (bladz. 128; (41), zalf en pleister. 49. 5: ol. terebinth, reet. 8,0, cerae 20,0,

ol. citri gutt. 2, sacchar. alb. 9,0. M. F. pilul. pond. 0,250 in amyl.

(Elke pil bevat ongeveer 50 milligr. ol. terebinth.).

Tillae, Flores.

Inwendig: in infusie (1 :

10) en species.

Aanm. Niet te lang trekken, dewijl de infusie anders slij-mig wordt.

Tinct. acida aromatica.

(Elixir vitrioli Mynsicht.).

Inwendig: 15—25—40drop-Pels (\'/a—1—1\'/j gram), alleen, in droppels of in slijmigen drank.


-ocr page 199-

185

Tolutamini, Balnainiim.

Inwendig: als constit. van pillen (bladz. 93),hei;aethee-risch aftreksel tot omwikkeling van pillen (bladz. 101).

Tragacantba.

Inwendig: als mucüago (blz. 63) in mixtuur, pillen en trochisci.

Trlfolil flbrlni, Herba.

Inwendig: als versch uitgeperst kruidensap 15—30 gram (quot;bladz. 70), in infusie (1 op 10—15).

Extr. trifol. fibrin. Inwendig: V2—1 gram, in mixtuur, meest in pillen.

Uvae ursi. Folia.

Inwendig: 1—2—4 gram, in poeder, pillen, decoct. (1 op 6—10, de bladen vooraf goed gekneusd), theekruiden , en in Extr. frigid.

Talerianae, Radix (Rbizoma).

Inwendig: —2 gram, in infusie (1 op 8—10), elec-tuarium Cbladz. 74), in pillen , poeders, theekruiden (14).

Uitwendig: geïnfundeerd voor lavement.

Extr. valerian. Inwendig: \'/4—1 gram, in pillen en mixtuur.

01. valerian. Inwendig: 2— 4 droppels (100—200 mil-ligr.), alleen op suiker, of in aether\' opgelost. Als elaeosacchar. in poeders.

Tinct. valerian. Inwendig: 20—50 droppels (800 mil-ligr., tot 2 gram), in droppels (bladz. 73) en mixtuur.

Vawelimun.

Uitwendig: op zich zelf of als vehikel in zalf; (zoo ook Lanolimim (zie blz. 129).

Teratrinum.

Inwendig: lI/2—3—0 mil-ligr. (niet meer dan 30 milligr. per dag), in pillen (^ondoelmatig in poeders en oplossing).

Uitwendig: in spirit, oplossing (1 op 50—100), in zalf (1 op 30—100, bladz. 130). Endermatisch: 5—10 •—20 milligr., in poeder-of zalfvorm.

Aanm. Niet op zich zelf fijn wrijven wegens het sterk niesvervvekkend vermogen.

Timim amaruiu.

Inwendig: alleen, theelepelswijs of in elixir en mixtuur.


-ocr page 200-

186

Vlolae tricolorls, Herba.

Inwendig: 1—2—i gram, in infusie (I : 10), poeder, electuarium. Uitwendig: in aftreksel voor oogwater, wassching, omslagen en baden.

Zincum.

Oxydum zincicum. Inwendig: 50—100 milligr., het best in poeders (15). Uitwendig: in zalf (1 op 4— 10) (bladz. 130), voorstrooi-poeder (bladz. 112).

Acetas zincicus. Inwendig: 50—100—200 milligr., in oplossing of pillen. Als emetic. 1—1,2 gram. Uitwendig: in oogwater (1 op 200—500, in waschwater fl op 60—100).

Iiactaszincicus. Inwendig: \'/4—V2—1 gram, in poeders en pillen.

Sulphas zincicus. Inwendig: 5—20—130 milligr. (BOO milligr. per dag), in oplossing, poeders en pillen. Als braakmiddel 100 —ISO milligr., om de 10 minuten, in oplossing. Uitwendig: voor inspuiting (l op 50—500) (bladz. 124), wassching, penseelvocht, oogwater (1 op 100—500), oogzalf (l op 20—100) en andere zalven (bladz. 130).

Valerianas zincicus.Inwendig: 20—50 milligr., in poeder, meest in pillen.

Cyanetum zincico-ferrosum (Ferrocyanetum zincicum). Inw.: 20—130 milligr. (0OO milligr. per dag), in poeders en pillen.

Cyanetum zincicum. Inwendig: 2—4—8 milligram (32 milligr. per dag), in poeders en pillen.

Aanm. Vooral waken voor verwisseling van Cyanetum zincico-ferrosum met het hoogst vergiftige Cyanetum zincicum.

Chloretum zincicum. Uitwendig: in oplossing (2,5 gram op 1 kilogr.), in pasta (bladz. 108).


-ocr page 201-

187

Wij herinneren aan hetgeen wij omtrent de Extracta narcotica blz. 26 opmerkten, namelijk dat de geneeskundige duidelijk op het recept uitdrukke, welke soort hij verlangt, dat afgeleverd zal worden: „aquosumquot; of „spirituosumquot; of wol een van de extracten der Ed. I. Ook in elk ander geval, wanneer de geneeskundige een geneesmiddel volgens eene andere bereiding dan die der vigeerende Pharm. of een, hetwelk in die Pharm. niet voorkomt, voorschrijft, drukke hij dit op het recept uit. De geneeskundige hebbe verder bij het overnemen van voorschriften uit geneeskundige werken van andere landen er op te letten, dat niet altijd de sterkte van het bedoelde aldaar gebruikelijk geneesmiddel met die van het gelijksoortig geneesmiddel onzer Pharm. overeenkomt. Bijv. de opiumwijnen der Pharm. Germanica hebben slechts de halve sterkte van die der Neerlandica. Hetzelfde houde de apotheker in het oog, wanneer hem recepten van buitenlandsche geneeskundigen tot gereedmaking worden aangeboden. Om de noodzakelijkheid hiervan aan te toonen en tevens om tot gebruik en, waar noodig, tot reductie te dienen, laten wij hier volgen eene vergelijking der sterkte van bij de receptuur gebruikelijke geneesmiddelen uit de Pharm. Neerlandica en de Pharm, Germanica.

VERGELIJKING VAN DE STERKTE VAN BIJ DE RECEPTUUR GEBRUIKELIJKE GENEESMIDDELEN IN DE PHARM. NEERLANDICA EN GERMANICA.

Acidum aceticum Neerl. 39—43 pCt., Germ. 100 pCt.

Verhouding: lO d. Neerl. = 4 d. Germ. Acidum aceticum dilutum Neerl. 6,6 pCt., Germ. 30 pCt. Verhouding: 9 d. Neerl. = S d. Germ.

-ocr page 202-

188

Acidum hydrochloricüm Need. 30—31 pCt., Germ. 25 pCt.

Verhouding: 5 d. Neerl. = 6 d. Germ.

Acidum hydeochloeicum dilutum Neerl. 10—11 pCt., Germ. 12,5 pCt.

Verhouding: 6 d. Neerl. = 5 d. Germ.

Acidum niteicum Neerl. 53—54 pCt., Germ. 30 pCt.

Verhouding: 5 d. Neerl. = 9 d. Germ.

Acidum niteicum dilutum Neerl. 17 pCt., Germ. 15 pCt.

Verhouding: 15 d. Neerl. = 17 d. Germ.

Acidum phosphoeicum Neerl. 26 pCt., Germ. 20 pCt.

Verhouding: 10 d. Neerl. = 13 d. Germ.

Acidum sulphukicum dilutum. Gelijke sterkte.

Aether cum spieitu Neerl. gelijke deelen aether en spiritus; Germ. 1 d. aether met 3 d. spiritus.

Verhouding: 1 d. Neerl. -|- 1 d, spiritus rectificatiss. = 3 d. Germ.

Ammonia liquida. Gelijke sterkte.

Aqua amygdalaeum amaeaeum Neerl. 0,1006 pCt. cyaarwa-terstofzuur. Germ. 0,1 pCt.

Verhouding: 0,991 d. Neerl. = 1 d. Germ.

Aqua goulardi Neerl. 1 : 20 aq.; Germ. 1 : 45 aq. -j- 4 spirit.

Verhouding: 80 d. Neerl. -|- 36 d. aq. -|- 4 d. spirit, rectificatus == SO d. Germ.

(Bovendien komt in de Germ, voor Aqua Plumbi 1 : 49 aq.)

Aqua lauroceeasi Neerl. 0,0839 pCt., Germ. 0,1 pCt. cyaan.

Verhouding: 1,193 d. Neerl. == 1 d. Germ.

Aqua phagedaenica Neerl. 1 : 144. Germ. 1 : 300.

Verhouding: 1,44 d. Neerl. -)- 1,56 kalkwater = 3 d. Germ.

Chloeetum aurico-nateicum et chloeetum natricum. Bijna gelijke sterkte.

-ocr page 203-

189

Chloretxim feericum et chlobetum ammonicüm. Bijna gelijke sterkte.

Citkas FERRicus et ciTRAS chinini Neerl. 20 pCt. citr. chi-nini; Germ. 13 pCt.

Verhouding: 1,3 d. Neerl. = 3 d. Gterm.

Colloditjm elasticum Neerl. 1 d. ol. ricini op 16 d. collod.; Germ.. 1 op 50.

Verhouding: 1,7 d. Neerl. -|- 3,3 d. collod. = 5 d. Germ.

Elaeosacchaka. Gelijke sterkte.

Emplastrum cantharidum Neerl. 1 canth. op 2,8 empl.; Germ. 1 canth. op 4 empl.

Verhouding: 3 d. Neerl. bijna = 3 d. Germ,

(In de Germ, komt nog een Empl. canth. perpetuum voor 1 : 11.)

Extract a narcotica in de Germ, uitsluitend spirituosa.

Glycerinum cum amylo Neerl. 1 : 15; Germ. 1 : 5.

Verhouding: 1 d. Neerl. = 1 d. Germ, -f-10 d. glycerin.

Infusum rhei aquosum. De verhouding tusschen radix rhei en de extrahenda, in Neerl. en Germ, omstreeks gelijk maar geheel andere voorschriften.

Mucilago gummi arabici Neerl. gelijke deelen; Germ. 1 gumm. arab. tot 2 water.

Verhouding: 3 d. Neerl. = 3 d. Germ.

Niteis aethylicus cum alcohole. Gelijke sterkte.

Oxymel colchici en scillae. Gelijke sterkte.

Oxymel simplex Neerl. 1 d. 39—43 p.ctisch acid. acet. op 20 d. mei depur.; Germ. 1 d. 30 p.ctisch acid. acet. op 40 d. mei.

Verhouding: 1,5 d. Neerl. 3.5 d. mei dep. = 4 d. Germ.

Pulvis aëbophoeus. De Germ, bevat op dezelfde verhouding

-ocr page 204-

190

van bicarbonas natricus en acid, tartar. 9 d. suiker meer dan de Neerl.

Verhouding: 2,0 d. Neerl. -f- 0,9 d. sacchar. = 3,8 d. Germ.

Pulvis aromaticus Neerl. gelijke deelen rad. zingib., cort. cinnam. en sem. cardamom.; Germ. 5 d. cinnam. chinens., 9 d. cardamom., 2 d. rad. zingiber.

Pulvis gummosus Neerl. gelijke deelen gumm. arab., tragac. en sacch.; Germ. 3 d. gumm. arab., 2 d. pulvis rad. li-quir., 1 d. sacchar.

Pulvis opii compositus. Gelijke sterkte.

Sapo ammoniak. Gelijke sterkte.

Sapo jalapinus. Gelijke sterkte.

Solutio ACETATis ammonici. Neerl. 22—24 pCt., Germ. ISIS pCt.

Verhouding: 5 d. Neerl. = 8 d. Germ.

Solutio acetatis kalici Neerl. 10,5—11.5 pCt., Germ. 38,5— 34 pCt.

Verhouding: 3 d. Neerl. = 1 d. Germ.

Solutio acetatis plumbici basici Neerl. 1,252— 1,256 soort, gew.; Germ. 1,235—1,240 soort. gew.

Verhouding: 4 d. Neerl. bijna = 5 d. Germ.

Solutio ammoniaci spirituosa anisata Neerl. 6 d. ammon. liq. op 24 d. spirit, en 1 d. ol. anisi; Germ. 5 d. ammon. liquida op gelijke hoeveelheid spir. et ol. anis.; dus bijna gelijk van sterkte.

Solutio arseniitis kalici composita. Gelijk arsenikgehalte. De Liq. kali arsenicosi der Germ, bevat echter geen spirit, lavandulae, zooals het praeparaat der Neerl., en is dus geheel helder.

Solutio camphorae spirituosa Neerl. 1 d. camph. op 12 d, spiritus; Germ. 1 d, camph, op 9 d. spiritus.

Verhouding: 4 d. Neerl. = 3 d. Germ.

-ocr page 205-

191

SoLUTio CHLOHETi FERRici. Gelijke sterkte.

Solutio chlorii Neerl. 0,362 pCt., Germ. 0,4 pCt.

Verhouding: 10 d. Neerl. = 9 d. Germ.

Solutio hypochloeitis natrici Neerl. 0,6 pCt. chloor. Germ. 0,5 pCt.

Verhouding: 5 d. Neerl. = 6 d. Germ.

Solutio iodii spirituosa Neerl. 1 :12, Germ. 1 : 10.

Verhouding: 6 d. Neerl. = 5 d.. Germ.

Solutio succinatis ammonici pyro-animalis. Gelijke sterkte. Sulphas aethylicus acidus cum alcohole Neerl. gelijke deelen acid. sulphur, en spiritus; Germ. 1 d. acid. sulphur. en 3 d. spiritus.

Verhouding: 1 d. Neerl. -f- 1 d. spir. rectificatiss. = 3 d. Germ.

Syrupus diacodii Neerl. gelijke deelen syr. papav. en syr. alth.; Germ, synoniem van syr. papav., die echter (zie aldaar) veel zwakker is dan die der Neerl.

Voor 10 deelen syr. diacod. Germ, te dispenseeren 7 d. syr. papav. Neerl. -|- 3 d. syr. simpl.

Syrupus iodeti ferrosi Neerl. 80 pCt., Oertn. 5 pCt.

Verhouding: 1 d. Neerl. = 4 d. Germ.

Syrupus ipecacuanhae Neerl. 1 rad. ipecac, op 160 syrupus; Germ. 1 op 100.

Verhouding: 8 d. Neerl. = 5 d. Germ.

Syrupus opiatus Neerl. 1 d. vin. opii met 47 d. syr. simpl. Germ. 1 d. extr. opii met 1000 d. syr. simpl.

Verhouding met betrekking tot de oplosbare bestand-deelen van het opium: 1 d. Neerl. = 3 d. Germ. Syrupus papaveris. Verhouding: 7 d. Neer 1. = lO d. Germ. Tinctura acetatis ferrici aetherea. Gelijke sterkte. Tinctura acida aromatica Neerl. 1 d. acid. sulphur, op 10 d. spiritus; Germ. 1 d. acid. sulphur, op 25 d. spiritus. Verhouding: 1 d. Neerl, = 3,5 d. Germ.

-ocr page 206-

192

Tinctura aloös Neerl. 1:8, Germ. 1 : 5.

Verhouding: 8 d. Neerl. = 5 d. Germ.

Tinctuka cantharidum Neerl. 1:8, Germ. 1 : 10.

Verhouding: 4 d. Neerl. = 5 d. G-erm.

Tinctura digitalis Neerl. 1 d. pulv.: 4; Germ. 5 d. fol. ree. : 6. Dewijl 5 d. versche bladen 1 deel droge geven, wordt de Verhouding: 3 d. Neerl. = 3 d. Germ.

Tinctura nervina Bestucheffii Neerl. 1,6 pCt. ijzer. Germ, 1 pCt.

Verhouding: 5 d. Neerl. = 8 d. Germ.

Tinctura nucis vomicae Neerl. 1:6, Germ. 1 : 10.

Verhouding: 3 d. Neerl. = 5 d. Germ.

Tinctura secalis coknuti Neerl. 1:5, Germ, 1 : 10.

Verhouding: 1 d. Neerl. = S d. Germ. Unguentum cantharidum. Gelijke sterkte.

Unguentum chloreti hydrargyrici et amididi hydrargyrici. Neerl. 1 : 16, Germ. 1 : 9.

Verhouding: 16 d. Neerl. = 9 d. Germ. Unguentum hydrargyri Neerl. 1 : 3,5, Germ. 1 : 2.

Verhouding: quot;7 d. Neerl. = 4 d. Germ. Unguentum iodeti kalici. Gelijk gehalte aan iodetum kalicum.

Neerl. geel, Germ. wit.

Unguentum oxydi hydrargyrici (Unguentum ophthalmicum rubrum) Neerl. 1 : 32 axung.; Germ. 1 tot 49 d. van een mengsel\'van cl. amygd. (30 d.) en eera flava (19 d.). Naar het gehalte aan oxydum hydrargyrieum is de Verhouding: 3,3 d. Neerl, == 4,9 d. Germ. (Deze zalf heet in de Pharm. Germ. Ung. ophthalmicum. Onder den naam: „Ung. hydrargyri rubrumquot; komt aldaar een mengsel voor van 1 d. oxyd. hydrargyr. met 9 d. axungia.J Unguentum oxydi zincici. Bijna van gelijke sterkte. Unguentum tartratis kalico-stibici Neerl. 1:6, Germ, 1 : 4,

-ocr page 207-

193

Verhouding 3 d. Neerl. = 3 d. Germ.

Vinum colchici Neerl. 1 : 9 (8 d. vin. hispan. en 1 d. spir.).

Germ. 1 : 10 (xereswijn). Bijna gelijke sterkte.

Vinum ipecacuanhae Neerl. 1 : 14, Germ. 1 : 10.

Verhouding: T d. Neerl. = 5 d. G-erm.

Vinum opii Neerl. het oplosbare van 1 d. opium in 5 deelen extrahens (4 d. vin. hispan. en 1 d. spirit.); Germ, (onder den naam van „Tinct. opii simplexquot;) het oplosbare van 1 d. opium in omstreeks 10 deelen van een mengsel van gelijke deelen 68—69 p.ctischen spiritus en water. Naar het opiumgehalte is dus de

Verhouding; 1 d. Neerl. = 2 d. Germ.

Vinum opii aromaticum Neerl. het oplosbare van 1 d. opium in 6 deelen aromatische tinctura vinosa-spirituosa; Germ. (onder den naam van „Tinctura opii crocataquot;) het oplosbare van 1 d. opium in 10 deelen aromatische tinctura spirituosa.

Naar het opiumgehalte is dus de

Verhouding: 3 d. Neerl. = 5 d. Germ.

Vinum stibiatum Neerl. 1 : 240, Germ. 1 : 250; dus bijna van gelijke sterkte.

13

-ocr page 208-

Derde Afdeelino.

De belangrijkste synonie

Officinale namen.

Acetas ammonicus liquidus.

Spiritus Mindereri.

Acetas kalicus liquidus.

Liquor terrae foliatae tartari. Acetas morphicus.

Acetas plumbicus cum aqua.

Saccharum saturni.

Acetas plumbicus liquidus en Acetas plumbicus tribasicus, zie Acetum lithargyri. Acetas potassae.

Terra foliata tartari.

Acetas sodae.

Terra foliata tartari crystal-lisabilis.

Acetum.

Acetum antisepticum.

Acetum glaciale (radicale). Acetum lithargyri.

Acetum plumbi.

Acetas plumbicus liquidus. Acetas plumbicus tribasicus. Acetum scilliticum (squilliti-

cum).

Acidum boracicum.

Sal sedativum 1) Hombergii. Acidum borussicum (prussi-cum).

ien der artsenijmiddelen. Officiëele namen.

Solutio acetatis ammonici.

Solutio acetatis kalici.

Acetas morphini.

Acetas plumbicus.

Acetas kalicus.

Acetas natricus.

Acidum aceticum dilatum. Acetum aromaticum.

Acidum aceticum concentratum.

Solutio acetatis plumhlci bastei.

Acetum scillae.

Acidum boricum.

Acidum hydrocyanicum.


1

Sedativum = pijnstillend.

-ocr page 209-

195

Acidum carbolicum.

Acidum hydrochloricum venale.

Acidum muriaticum. Spiritus salis (marini) (acidus, fumans).

Acidum muriaticum dilutum. Acidum nitricum venale.

Aqua fortis.

Spiritus nitri (acidus). Acidum pyrolignosum crudum. Acidum sulphuricum.

Oleum vitrioli.

Acidum sulphuricum purum. Adeps suilla, us, zie Axungia

porcina depurata.

Aerugo.

Viride aeris.

Aether aceticus.

Aether nitricus alcoholicus,

zie Spiritus nitri dulcis. Aether phosphoratus.

Aether sulphuricus, zie Oxy-

dum aethylicum.

Aether sulphuricus alcoholicus, zie Oxydum aethylicum cum alcohole.

Aethiops 1) antimonialis, zie Sulphuretum hydrargyricum et stibicum.

Aethiops martialis.

Aethiops mercurialis.

Aethiops mineralis.

Alcali minerale, zie Carbonas

natricus cum aqua.

Alcali vegetabile, zie Carbonas potassae.

Acidum phenylicum.

I Acidum hydrochloricum crudum,

Acidum hydrochloricum dilutum. I Acidum nitricum crudum.

Acetum pyrolignosum crudum. I Acidum sulphuricum crudum. Acidum sulphuricum,

I Acetas cupricus basicus.

Acetas aethylicus.

Solutio phosphori aetherea.

Oxydum ferroso-ferricum (in de Ed. I. onjuist Oxyd. ferrosum}. Sulphuretum hydrargyricum et sulphur.


1

Aethiops = Moor.

-ocr page 210-

196

Alcali volatile, zie Carbonas am-moniae.

Alcohol cum aqua, zie Spiritus vini rectificatissimus.

Alcohol sulphurico-aethereus ferri.

Alcohol sulphuris.

Alumen, zie Sulphas aluminico-kalicus cum aqua.

Alumen ustum, zie Sulphas ka-lico-almninicus.

Anima rhei, zie Tinctura rhei aquosa.

Antimoniimi crudum, zie Sul-phidum hypostibiosum.

Aqua calcis.

Aqua chlorata.

Aqua ciaöi.

Aqua coïs.

Aqua depurata.

Aqua fortis, zie Acidum nitri-cum venale.

Aqua hepatica.

Aqua laxativa [Viennensis].

Aqua melissae magistrahs.

Aqua naphae.

Aqua regia. 1)

Aqua vegeto-mineralis 2) Gou-lardi.

Aqua vulneraria.

Aqua vulneraria Thedenii.

Tinctura neroina Bestucheffii. Sulphidum carhonicum.

Solutio hydratis calcici. Solutio chlorii.

Aqua cinnamomi.

Aqua communis.

Aqua destillata.

Acidum hydrosülphuricum

aqua solutum. Infusum sennae compositum. Spiritus melissae compositus. Aqua florum. aurantii.

Acidum chloro-nitrosmn.

Aqua Goulardi.

Spiritus traumaticus.

Mixtura vulneraria acida(Acid. sulphur, dil. 1, spirit. 3, acet. 6, mei 2).


(1) Koningswater (van regius, koninklijk) wegens de eigenschap om, goud (koning, rex, der metalen) op te lossen.

(2) Vegeto-mineralis, plantaardig-mineraalachtig slaande op den acetas plumbicus.

-ocr page 211-

197

Arcanum duplicatum, zie Sulphas potassae.

Argentum vivum, zie Mercu-

rius vivus.

Arrowroot.

Arsenicum album.

Axungia porcina depurata. Adeps suilla (us).

Baccae cubebae.

Piper caudatum.

Balsamum Arcaei.

Balsamum Fioraventi. Balsamum Locatelli. Balsamum nigrum indicum. Balsamum nucistae. zie Oleum nucum moschatae expres-sum.

Balsamum opodeldoch. Linimentum saponatum cam-

phoratum. 1)

Balsamum opodeldoch liqui-dum.

Balsamum sulphuris. Balsamum sulphuris terebin-

thinatum.

Balsamum vitae Hoffmanni. Biboras natricus cum aqua. Borax.

Subboras sodae.

Bicarbonas kalicus cum aqua. Bicarbonas natricus cum aqua. Bioxydum manganicum nati-vum.

Bitartras kalicus, zie Tartras,

Amylum marantae. Acidum arsenicosum.

Axungia.

Cubebae.

Unguentum elemi.

Spiritus polijavomaticus. Unguentum terebinthinaceum. Balsamum pervvianum.

Sapo aromaticus solidus.

Sapo aromaticus liquidus.

Oleum lini sulphuratum.

Oleum terebinthinae sulphuratum.

Mixtura oleoso-balsamica. Biboras natricus.

Bicarbonas kalicus.

Bicarbonas natricus. Peroxydum manganicum nati-


1) Te onderscheiden van Linimentum volatile camphoratum (Linimentum ammoniato-camphoratum), hetwelk uit Linimentum volatile (4 d. oleum olivarum en 1 d. ammonia liquida) met 0,4 d. kamfer in de 4 d. olie opgelost bestaat.

-ocr page 212-

198

kalicus acidus cum aqua depuratus.

Borax, zie Biboras natricus

cum aqua.

Bulbus colchici, zie Badix

colchici.

Butyrum cacao.

Calomel. \\

Calomelas (genit. Calome- j lanos). |

Mercurius dulcis. \\

Proto-chloruretum hydrar- /

gyri- |

Murias hydrargyri oxydula- |

lati. / Calx usta [viva], zie Oxydum

calcicum venale.

Cancrorum lapides s. oculi. i

Lapides s. Oculi cancrorum. | Capita papa veris.

Carbonas ammoniae. j Subcarbonas ammoniae.

AlcaU volatile. )

Carbonas ammonicus pyroani- j

malis. J

Sal cornu cervi. )

Carbonas ammonicus pyroani- \\

malis liquidus. I

Spiritus cornu cervi. )

Carbonas calcicus depuratus. i

Creta praeparata. |

Carbonas natricus cum aqua. \\

Carbonas sodae. I

Subcarbonas sodae. \\

Sal sodae. 1 Alcali minerale.

Carbonas potassae. \\

Subcarbonas potassae. (

Sal tartari. i Alcali vegetabile.

Oleum cacao.

Chloretum hydrargyr o su m.

Lapis cancrorum.

Capsulae papaveris.

Sesquicarbonas ammonicus.

Sesquicarbonas ammonicus py-roanimalis.

Solutio sesquicarbonatis ammo-nici pyroanimalis.

Carbonas calcicus.

Carbonas natricus.

Carbonas kalicus.


-ocr page 213-

199

Carbonas potassae completum. Carbonas sodae completum. Cassava.

Ceratum saturni.

Ceratum simplex.

Cerevisia antiscorbutica Syden-

. hami.

Cerussa.

Cetaceum.

Chamaelon minerale.

Chloreti ferrici solutio.

Liquor stypticus [Looffii]. Chloreti stibici solutio. Chloretum ammonicum depu-ratum.

Murias ammoniae depura-tum.

Flores salis ammoniaci. Sal ammoniacum. Chloretum baryticum cum a-qua.

Murias barytae.

Terra ponderosa salita. Chloretum (Chloruretum) calm

(Chloorkalk).

Chloretum natricum depu-ratum.

Murias sodae. Sal commune (culinare, marinumj.

Chloretum (Chloruretum) sodae (Chloorso da, Eau de

Labarraque). Chloretum zincicum cum aqua.

Murias zinci. Chloroformylum.

Cinnaber (Cinnabaris), zie Sul-phuretum hydrargyri.

Bicarhonas kaiicus.

Binarbonas natrkus.

Anij/lurn brasiliense.

Unguentum {ceratum) acetatis

plumbici.

Unguentum. simplex.

Spiritus cochleariae compositus.

Carbonas et hydras plumb kus. Sperma ceti.

Fermanganas kal km.

Solutio chloreti ferrici.

Solutio chloreti stibiosi.

Chloretum ammonicum.

Chloretum baryticum.

Hypochloris calcicus (c u m chloreto c a l c i c o).

Chloretum natricum.

Solutio hypochloritis natrici (cum chloreto natrico).

Chloretum zincicum. Chloroformum.


-ocr page 214-

200

Coeruleum berolinense.

Cornu cervi ustum nigrum.

Cortex ciaöi (Zeylanici et Java-nici).

Cortex citri exterior.

Cortex cum ligno sassafras.

Cortex peruvianas (fuscus, regius, ruber).

Cortex radicis granatorum.

Cortex salicis albae.

Cremor tartari depuratus, zie Tartras kalicus acidus cum aqua depuratus.

Cremor tartari solubilis.

Creta praeparata, zie Carbo-nas calcicus depuratus.

Crystalli lunae.

Cuprum aluminatum.

Deuto-chloruretum hydrargyria zie Mercurius sublimatus corrosivus.

Deuto-ioduretum hydrargyri. Mercurius iodatus ruber.

Electuarium lenitivum.

Electuarium sennae cum pulpis.

Elixir acidum Halleri.

Elixir paregoricum.

Elixir proprietatis (Paracelsi).

Elixir roborans Whytii, zie Tinctura chinae composita.

Elixir stomachicum Viennense.

Elixir viscerale Hoffmanni.

Elixir vitrioli Mynsichti.

Emplastrum adhaesivum.

Emplastrum adstringens.

Emplastrum cephalicum.

Cyanetum ferroso-ferricum

{Ferrocyanetmn ferricum). Curbo ossium.

Cortex cinnamomi (Zeylanici

et Javanicï).

Cortex fructuum citri.

Lignum sassafras.

Cortex chinae (fuscus, regius

s. Calisayae, ruber).

Cortex granati.

Cortex salicis.

Tartarus horaxatus.

Nitras argenticus. Lapis divinus.

lodetum hydrargyri cum.

Electuarium sennae compositum

Sulphas aethylicus acidus cum

alcohole.

Tinctura henzoatis ammonici

composita.

Tinctura aloës composita.

Vinum amarum alcalisatum. Vinum amarum.

Tinctura acida aromatica. Emplastrum resinosum. Emplastrum. resinosum rub rum. Emplastrum opiatum.


-ocr page 215-

201

Emplaatrum cicutae.

Emplastrum defensivum coe-ruleum.

Emplastmm diachylon 1) cum gummi.

Emplastrum diapalmae, zie Emplastrum oxydi plumbici semivitrei.

Emplastrum foetidum.

Emplastrum mercuriale.

Emplastrum oxycroci.

Emplastrum oxydi plumbici semivitrei.

Emplastrum plumbi.

Emplastrum diapalmae.

Emplastrum stomachicum.

Emplastrum vesicatorium.

Ergotinum CBonjean), zie Extractum haemostaticum.

Extractum catholicum. 2)

Extractum cicutae aquosum.

Extractum cicutae spirituo-sum.

Extractum cinae aethereum, zie Extractum seminis san-tonici.

Extractum corticis peruviani (fusci, frigide paratum, rubri).

Extractum haemostaticum. 3) Ergotinum (Bonjean).

Extractum physostigmatis.

Extractum saturni.

Emplastrum conii. Emplastrum oxydi cobaltici.

Emplastrum gumrnosum.

Emplastrum asae foetidae. Emplastrum hydrargyri. Emplastrum picis.

Emplastrum oxydi plumbici.

Emplastrum aromaticum. Emplastrum cantharidum.

Extractum rhei compositum. Extractum conii aquosum.

Extractum conii spirituosum.

Extractum chinae (fuscae, frigide paratum, ruhrae).

Extractum secalis cornuti.

Extractum calabar.

Acetas plumbicus tribasicus Ed. I.


1) Diachylon = met sap bereid.

2) Catholicum = algemeen.

3) Haemostaticum = bloedstelpend.

-ocr page 216-

202

Extractum seminis santonici. I Extractum cinae aethereum. (

Fabae calabar. I

Semen physostigmatis. )

Fabae pichurim majores.

Farina Tik.

Fel bovinum inspissatum.

Ferrocyanetum kalicum.

Ferrocyanetum zineicum.

Flores anthos (pleonasme).

Flores aurantiorum. )

Flores napliae. j

Flores 1) benzoës.

Flores brayerae.

Flores cinae, «ie Semen cinae.

Flores s. spicae lavendulae.

Flores naphae, zie Flores aurantiorum.

Flores papaveris rboeados.

Flores salis ammoniaci, zie Chloretum ammonicum de-puratum.

Flores (salis ammoniaci) mar-tiales, zie Murias ferro-ammoniacale.

Flores sulphuris loti.

Flores sulphuris venales, zie Sulphur sublimatum venale.

Flores zinci.

Folia buchu.

Folia diosmae crenatae.

Folia recentia juglandis regiae.

Glandulae 2) rottlerae.

Gummi aloë.

Gummi galbanum.

Extractum mntonici.

Semen calabar.

Fabae puchury majores. Amylum indicum.

Fel tauri inspissatum. Cyanetum kalico-ferrosum. Cyanetum zincico-ferrosum. Flores rosmarini.

Flores aurantii.

Acidurn benzoicum.

Flores kousso.

Flores lavandulae.

Flores rhoeados.

Sulphur depuratum.

Oxydum zincicum.

Folia bucco.

Folia juglandis.

Kamala.

Aloë.

Galbanum.


1) Wijzende op de bereiding door sublimatie.

2) Glandulae = klieren.

-ocr page 217-

203

Gummi guttae.

Gummi resina ammoniacum. Gummi-resina asae foetidae. Gummi-resina myrrhae. Gummi tragacantha.

Guttae (febrifugae) Fowleri, zie Solutio arsenicalis Fowleri. Hepar (genit. hepatisj anti-

monii calcareum.

Hepar sulphuris.

Hepar sulphuris calcareum. Herba aconiti.

Herba althaeae.

Herba anthos, zie Herba

rorismarini.

Herba belladonnae.

Herba cicutae.

Herba cum summitatibus ab-

sinthii.

Herba digitalis purpureae. Herba hyoscyami.

Herba jaceae.

Herba lactucae virosae.

Herba malvae.

Herba recens et radix taraxaci. Herba rorismarini.

Herba anthos.

Herba stramonii.

Herba trifolii fibrini. Hydriodas (Hydroïodas) pot-assae.

Hydrochloras chinicus.

Murias chinini. Hydrochloras morphicus.

Murias morphini. Lac sulphuris.

Lapis calaminaris.

Lapis causticus.

Potassa fusa.

Gutti.

Ammoniacum. Asa foeticla. Myrrha. Tragacantha,

Sulphostihias calcicus.

Trisulphuretum kalicum. Sulphuretum calcicum. Folia aconiti.

Folia althaeae.

Folia belladonnae.

Folia conii.

Summitates absinthii.

Folia digitalis.

Folia hyoscyami.

Herba violae tricoloris. Folia lactucae virosae. Folia malvae.

Radix taraxaci cum herba.

Folia rosmarini.

Folia stramonii.

Folia trifolii fibrini.

lodetum kalicum. Hydrochloras chinini.

Hydrochloras morphini.

Sulphur praecipitatum. Oxydum zincicum nativum.

Hydras kalicus.


-ocr page 218-

204

Lapis haematites (haematitis) (bloedsteen).

Lapis infernalis.

Laudanum liquidum Sydenha-mi.

Tinctura opii erocata.

Lichen carrhagenicus.

Lignum et cortex quassiae amarae.

Lignum sanctum.

Limatura martis alcoholisata.

Linimentum saponatum cam-phoratum, zie Balsamum opodeldoch.

Linimentum volatile.

Linimentum volatile (s. am-moniato-) camphoratum, zie de noot bij Balsamum opodeldoch.

Liquor ammoniae anisatus, zie Solutio ammoniaci alcoholi-co-anisata.

Liquor anodynus mineralis Hoffmanni, zie Oxydumae-thylicum cum alcohole.

Liquor cornu cervi succinatus, zie Succinas ammonicus py-roanimalis liquidus.

Liquor ferri acetici.

Liquor Fowleri, zie Solutio arsenicalis Fowleri.

Liquor kali caustici.

Potassa liquida.

Liquor stypticus, zie Chloreti ferrici solutio.

Liquor terrae foliatae tartari, zie Acetas kalicus liquidus.

Lithargyrum.

Oxydum ferricum nativum. Nit ras argenticus fusus.

Vinum opii aromaticxvm.

Caragheen.

Lignum quassiae surinamense.

Lignum guajaci.

Ferrum pulveratuvi.

Sapo ammoniae.

Oxydum plumbicum semivitreum.

Solutio acetatis ferrici. Solutio hydratis kalici.


-ocr page 219-

205

Magisterium bismuthi.

Subnitras bismuthi.

Magnesia alba.

Subcarbonas magnesiae. Magnesia usta.

Mastiche electa.

Mercurius dulcis, zie Calomel. Mercurius iodatus flavus, zie Proto-ioduretum hydrargyri. Mercurius iodatus ruber, zie Deuto-ioduretum hydrargyri.

Mercurius praecipitatus albus.

Mercurius praecipitatus ruber. Mercurius sublimatus corro-sivus.

Deuto-chloruretum hydrar-

gyri-

Murias hydrargyri (oxydati). Mercurius solubilis Hahne-manni.

Mercurius vivus.

Argentum vivum.

Mucilago gummi tragacanthae. Murias ammoniae, — barytae,

— sodae, — zinci, zie Chlo-retum ammonicum depura-tum, — baryticum cum aqua,

— natricum depuratum, — zincicum cum aqua.

Murias chinini, — morphini, zie Hydrochloras chinicus,

— morphicus.

Murias ferri.

Murias ferro-ammonicale. Plores (salis ammoniaci) martiales. Murias hydrargyri (oxydati),

Nitras hismuthicus hasicus.

Carbonas et hydras magnesicus.

Oxydum magnesicum.

Mastix.

Chloretum hydrargyricum et

amididum hydrargyricum. Oxydum hydrargyricum.

Chloretum hydrargyric u m.

Nitras hydrargyroso-ammonicus hasicus.

Hydrargyrum.

Mucilago tragacanthae.

Chloretum ferricum crystallisa-tum.

Chloretum ferricum et chloretum ammonicum.


-ocr page 220-

206

zie Mercurius sublimatus cor-rosivus.

Murias hydrargyri oxydulati,

zie Calomel.

Muscae hispanicae.

Nitras potassae.

Nitrum (depuratum et tabu-latum).

Nitras sodae.

Nitrum cubicum.

Nitras strychnicus.

Nuclei amygdalarum (amara-

rum et dulcium).

Oculi cancrorum, zie Cancro-

rum lapides.

Oleum anthos.

Oleum belladonnae.

Oleum cajeputi (cajaputi^). Oleum cajuputi rectificatum. Oleum castoris.

Oleum cicutae.

Oleum cornu cervi rectificatum.

Oleum Dippelii.

Oleum hyoscyami.

Oleum naphae.

Oleum neroli.

Oleum nucum moschatae ex-pressum.

Balsamum nucistae.

Oleum succini rectificatum. Oleum terebinthinae rectificatum.

Oleum vitrioli, zie Acidum

sulphuricum.

Olibanum sylvestre. Opobalsamum siccum. Oxydum aethylicum.

Aether sulphuricus.

Cantharis.

Nitras kaliens.

Nitras nat riem.

Nitras strychnini.

Amygdala (amara et dulcis).

Oleum rosmarini.

Infusum belladonnae oleosum.

Oleum cajuputi.

Oleum cajuputi depuratum.

Oleum ricini.

Infusum conii oleosum.

Oleum animale empyreumaticum depuratum.

Infusum hyoscyami oleosum.

Oleum florum aurantii.

Oleum nucis moschatae.

Oleum succini depuratum. Oleum terehinthinae depuratum.

Thus sylvestre.

Balsamum tolutamim.

Aether.


-ocr page 221-

207

Oxydum aethylicum cum alco-hole.

Liquor anodynus mineralis Hoffmaimi. Aether sulphuricus alcoholicus.

Oxydum calcicum veiiale.

Calx usta [viva].

Oxydum cobalti cum terra silicea.

Oxymel scilliticum (squilliti-cum).

Oxysulphuretum stibicum. Petroleum.

Phosphas natricus cum aqua.

Sal mirabile perlatum. Pigmentum indicum.

Pilulae Blancardi.

Piper caudatum, zie Baccae

cubebae.

Pomum colocynthidis.

Potassa fusa, zie Lapis caus-ticus.

Potassa liquida, zie Liquor

kali caustici.

Principium dulce oleorum

Scheelii.

Proto-chloruretum hydrargyri,

zie Calomel. Proto-ioduretum hydrargyri.

Mercurius iodatus flavus. Pulvis antispasmodicus.

Pulvis diatragacanthae.

Pulvis Doveri [Doweri]. Pulvis lycopodii.

Pulvis mercurialis Plenckii. Pulvis terrestris. Pyrophosphas ferricus citrico-ammoniacalis.

Aether cum spiritu.

Oxydum calcicum crudum. Smaltum.

Oxymel scillae.

Kermes minerale.

Oleum petrae.

Phosphas natricus.

Indigo.

Pilulae iodeti ferrosi. Colocynihis.

Glycerinum.

lodetum hydrargyr osu m.

Pulvis salinus compositus. Pulvis ijummosus.

Pulvis opii compositus. Lycopodium.

Pulvis hydrargyri guinmosus. Pulvis antacidus. Pyrophosphas ferricus cum trate ammonico.


-ocr page 222-

208

Radix seu Bulbus colchici.

Radix columbo [colombo].

Radix consolidae majoris, seu symphyti.

Radix enulae seu inulae.

Radix et herba gratiolae.

Radix et herba polygalae amarae.

Radix gentianae luteae seu rubrae.

Radix glycyrrhizae.

Radix jalappae.

Radix saponariae officinalis.

Radix scillae.

Radix veratri albi.

Rasura cornu cervi.

Resina benzoës.

Resina elemi.

Resina guajaci nativa.

Saccharum saturni, zie Acetas plumbicus cum aqua.

Sal amarum, anglicum, cathar ticum, ebshamense, zie Sul phaa magnesicus cum aqua

Sal ammoniacum, zie Chlore turn ammonicumdepuratum

Sal auri Figuieri.

Sal commune (culinare, ma-rinum), zie Chloretum na-tricum depuratum.

Sal cornu cervi, zie Carbonas ammonicus pyroanimalis.

Sal essentiale tartari.

Sal mirabile Glauberi, zie Sulphas natricus cum aqua.

Sal mirabile perlatum, zie Phosphas natricus cum aqua.

Tuber colchici.

Radix calumba.

Radix consolidae.

Radix helenii.

Herba gratiolae.

Herba polygalae amarae.

Radix gentianae.

Radix liquiritiae.

Radix jalapae.

Radix saponariae.

Scilla siccata.

Radix hellebori albi. Cornu cervi raspatum. Benzoë.

Elemi.

Resina guajaci.

Chloretum aurico-natricum chloretum natricum.

Acidum tartaricum.


-ocr page 223-

209

Sal polychrestum (Glaseri),

zie Sulphas potassae. Sal sedativum Hombergii, zie

Acidum boracicum. Sal Seignetti, zie Tar tras ka-

lico-natrieus cum aqua. Sal sodae, zie Carbonas natri-

cus cum aqua.

Sal succini.

Sal tartari, zie Carbonas potassae.

Semen cardamomi minoris. Semen cinae (Semen contra).

Flores cinae.

Semen physostigmatis, zie

Fabae calabar.

Semen sinapeos nigrae. Solutio ammoniaci alcoholico-anisata.

Liquor ammoniae anisatus. Spiritus salis ammoniaci

anisatus. Solutio arsenicalis Fowleri. Liquor Fowleri.

Guttae (febrifugae) Fowleri.

Solutio Leras.

Species laxantes St. Germain. Spiritus carminativus.

Spiritus ciaöi.

Spiritus cornu cervi, zie Carbonas ammonicus pyroani-malis liquidus.

Spiritus cornu cervi succina-tus, zie Succinas ammonicus pyroanimalis liquidus. Spiritus matricalis.

Spiritus Minderei, zie Acetas ammonicus liquidus.

Acidum succinicum.

Semen cardamomi.

Semen santonici.

Semen sinapis.

Solutio ammoniaci spirituosa a-nisata.

Solutio arseniitiskalici composita.

Solutio pyrophosphatis natrico-

ferrici.

Species laxantes.

Spiritus aromaticus.

Spiritus cinnamomi.

Spiritus mastiches compcsitus.


14

-ocr page 224-

210

Spiritus nitri (acidus) zie Aci-dum nitricum venale.

Spiritus nitri dulcis.

Aether nitricus alcoholicus.

Spiritus salis ammoniaci ani-satus, zie Solutie ammoniaci alcoholico-auisata.

Spiritus salis dulcis.

Spiritus salis (marini) (acidus, fumans), zie Acidum hy-drochloricum venale.

Spiritus salis volatilis oleosus.

Spiritus vini.

Spiritus vini camphoratus, zie Tinctura camphorae.

Spiritus vini rectificatissimus. Alcohol cum aqua.

Spiritus vini rectificatus.

Spiritus vitrioli.

Storax liquidus.

Subboras sodae, zie Biboras natricus cum aqua.

Subcarbonas ammoniae, zie Carbonas ammoniae.

Subcarbonas ferri.

Subcarbonas magnesiae, zie Magnesia alba.

Subcarbonas potassae , zie Carbonas potassae.

Subcarbonas sodae, zie Carbonas natricus cum aqna.

Subnitras bismuthi, zie Magis-terium bismuthi.

Succinas ammonicus pyroani-malis liquidus.

Spiritus cornu cervi succina-tus.

Liquor cornu cervi succina-tus.

| Nitris aethylicus cwn alcohole.

Aether muriaticm alcoholicus.

Spiritus aromaiicus ammoniacalis. Spiritus.

Spiritus rectificatissimus.

Spiritus rectificatus.

Acidum sulphuricum dilutum. Styrax liquidus.

Crocus mart is.

Solutio succinatis ammonici pyroanimalia.


-ocr page 225-

211

Sulphas aluminico-kalicus cum aqua.

Supersulphas alumiuae et potassae.

Alumen.

Sulphas chinicus basicus. Sulphas cinchonicus basicus. Sulphas cupricus cum aqua. Vitriolum coeruleum.

Sulphas cupro-ammoniacale.

Sulphas ferrosus.

Sulphas ferrosus cum aqua. Sulphas ferri.

Vitriolum viride.

Sulphas kalico-aluminicus.

Alumen ustum.

Sulphas magnesicus cum aqua.

Sal amarum, anglicum, ebs-hamense. Sulphas morphicus.

Sulphas natricus cum aqua. Sulphas sodae.

Sal mirabile 1) Glauberi. Sulphas potassae. Sal polychrestum 2) (Gla-seri).

Tartarus vitriolatus. Arcanum duplicatum 3;. Sulphas sodae, zie Sulphas natricus cum aqua.

Sulphas kalico-aluminicus.

Sulphas chinini.

Sulphas cinchonini.

Sulphas cupricus.

Sulphas cuprico-ammonicus basicus.

Sulphas ferrosus exsiccatus. Sulphas ferrosus.

Sulphas kalico-aluminicus

exsiccatus.

Sulphas magnesicus.

Sulphas morphini.

Sulphas natricus.

Sulphas kalicus.


1) Mirabile = wonderlijk (Sal mirabile — wonderzout.)

2) Polychrestum = veel nuttig.

3) Arcanum duplicatum = verdubbeld geneesmiddel.

-ocr page 226-

212

Sulphas zincicus cum aqua. Sulphas zinci.

Vitriolum album.

Sulphidum hypostibiosum. Sulphuretum antimonii. Antimonium crudum. Sulphidum hypostibiosum (de-pur.).

Sulphur auratum antimonii. Sulphur sublimatum venale.

Flores sidphuris venales. Sulphuretum antimonii, zie

Sulphidum hypostibiosum. Sulphuretum hydrargyri.

Cinnaber [Cinnabaris]. Sulphuretum hydrargyricum et stibicum. Aethiops antimonialis. Supersulphas aluminas et po-tassae, zie Sulphas alumi-nico-kalicus cum aqua. Supertartras potassae, zie Tar-tras kalicus acidus cum aqua depuratus.

Syrupus corticum aurantiorum. Syrupus papaveris albi. Syrupus papaveris rhoeados. Syrupus sacchari.

Tanninum.

Tartarus \\) chalybeatus.

Sulphas zincicus.

Sulphidum stibiosum nativum.

Sulphidum stibiosum. Sulphidum stibicum.

Sulphur sublimatum.

Su Iphu return hydrargyricum

rubrum.

Sulphuretum hydrargyricum et sulphidum stibiosum.

Syrupus aurantiorum. Syrupus papaveris. Syrupus rhoeados. Syrupus simplex. Acidum tannicum. Tartras halico-ferrictis.


1) Te letten op het verschil tusschen de woorden: Tartarus en Tartras. Onder Tartarus wordt verstaan wijnsteen, d. i. zure wijnsteenzure kali; onder Tartras een zout van het wijnsteenzuur (een tartraat).

Tartarus crudus, ruwe wijnsteen, beteekent dus: oorspronkelijke (ongezuiverde^) zure wijnsteenzure kali; Tartarus depuratus (gezuiverde wijnsteen): zuivere zure wijnsteenzure kali; Tartarus natronatus: wijnsteen verzadigd met natron; Tartarus tartarisatus: wijnsteen verzadigd met kali; Tartarus boraxa-

-ocr page 227-

213

Tartarus crudus (albus et

ruber).

Tartarus emeticus.

Tartarus stibiatus.

Tartarus natronatus, zie Tar-tras kalico-natricus cum aqua. Tartarus stibiatus, zie Tartarus emeticus.

Tartarus tartarisatus.

Tartarus vitriolatus, zie. Sulphas potassae.

Tartras 1) kalico-natricus cum aqua.

Sal Seignetti.

Tartarus natronatus.

Tartras kalicus acidus cum aqua depuratus.

Cremor tartari depuratus. Tartarus depuratus. Bitartras kalicus. Supertartras potassae. Terebintliina veneta.

Terra foliata tartari, zie

Acetas potassae.

Terra foliata tartari crystalli-

sabilis, zie Acetas sodae. Terra japonica.

Tartras kalicus acidus crudus. Tartras kalico-stihicus.

Tartras kalicus.

Tartras kalico-natricus.

Tartras kalicus acidus. Terehinthina.

Catechu.


tus: boraxwijnsteen; Tartarus chalybeatus: ijzerwijnsteen; Tartarus emeticus: braakwijnsteen; Tartarus vitriolatus: wijnstee:! door gloeiing met zwavel foude bereidingswijze) overgegaan tot Sulphas kalicus; enz.

Tartras kalicus beteekent: (normale) wijnsteenzure kali of kaliumtartraat; Tartras kalicus acidus : zure wijnsteenzure kali of kaliumhydrotartraat; Tartras kalico-natricus: wijnsteenzure kali-natron of kaliumnatriumtartraat; Tartras kahco-ferricus: wijnsteenzuur kali-ijzeroxyde of kaliumferryltartraat; Tartras kalico-stibicus: \'wijnsteenzuur kali-stibiümoxyde of kalium-stibyltartraat; enz.

-ocr page 228-

214

Terra ponderosa salita, zie Chloretum baryticum cum aqua.

Thridax.

Tinctura alexipharmaca Hux-

hami.

Tintura camphorae.

Spiritus vini camphoratus. Tinctura chinae composita.

Elixir roborans Whytii. Tinctura ciaöi.

Tintura corticis peruviani

(fusci, rubri).

Tinctura ferri tartarisata.

Tinctura martis aperiens. Tinctura iodii.

Tinctura martis aperiens, zie

Tinctura ferri tartarisata. Tinctura martis cydoniata.

Tinctura nervina Klaprothii.

Tinctura opii crocata, zie Laudanum liquidum Syden-hamu Tinctura opii vinosa.

Vinum opii fortius. Tinctura rhei aquosa.

Anima rhei.

Tinctura rhei spirituosa. Tinctura rhei vinosa. Trochisci ad vermes. Unguentum ad scabiem.

Unguentum aegyptiacum.

Unguentum album, zie Unguentum album simplex. Unguentum album campho-ratum.

Lactucarium galUcum.

Tinctura composita lluxhami

Solutio camphorae spirituosa.

Tinctura composita Whytii. Tinctura cinnamomi.

Tinctura chinae {fuscae, ruhrae).

Vinum tartratis kalico-ferrici. Solutio iodii spirituosa.

Tinctura ferri cijdoniata. Tinctura acetatis ferrici aethe-rea.

Vinum opii.

Infusum rhei aquosum.

Tinctura rhei.

Vinum rhei.

Trochisci santonici.

Unguentum Viennense (in de Ed.

I = Unguentum sulphuratum.) Unguentum acetatis cuprici cum melle.

Unguentum carbonatis plum-bici camphoratum.


-ocr page 229-

215

Unguentum album simplex.

Unguentum album. Unguentum anthelminticum.

Unguentum Autenriethii.

Unguentum basilicum. Unguentum cinereum, zie Unguentum neapolitanum.

t

Unguentum carhonatis plumhici.

Unguentum aloës cum petroleo. Unguentum tartratis kalico-sti-bici.

Unguentum picis.


Unguentum citrinum. 1)

Unguentum defensivum

coeruleum.

Unguentum de Garou.

Unguentum thymelei. Unguentum glycerini. Unguentum griseum. j

Unguentum e lapide cala- / minari. ;

Unguentum mercurii praeci- l pitati albi. J

Unguentum mercurii praeci-pitati rubri.

Unguentum ophthalmicum rubrum.

Unguentum neapolitanum. Unguentum protoxydi hy-

drargyri.

Unguentum cinereum. 3) Unguentum nervinum.

Unguentum nutritum. 4)

Glycerinum cum amylo.

Unguentum oxydi zincici natici.

Unguentum chloreti hydrargy-rici et amididi hydrargyrici.

Unguentum nitratis hydrargy-rici.

^ | Unguentum oxydi cohaltici. | Unguentu

turn mezerei.

Unguentum oxydi hydrargyrici. Unguentum hydrargyri.

Unguentum laurinum. Unguentum acetatis plum-hasici.


1) Citrinum = citroengeel, de kleur van de versch bereide zalf.

2) Defensivum = afwerend (namelijk roosachtig huiduitslag of erisypelas, in verband met den gewonen naam dei-zalf: „rooszalfquot;).

3) Cinereus = aschgrauw (van cineres, asch).

4) Nutritum = gevoed, van nutrire, voeden, wegens de

-ocr page 230-

216

Unguentum ophthalmiemn ru-brum, zie Unguentum mer-curii praecipitati rubri.

Unguentum protoxydi hj\'-drargyri, sie. Unguentum neapolitanum.

Unguentum thymelei, zie Unguentum de Garou.

Vinum emeticum.

Vinum opii fortius, zie Tinctura opii vinosa.

Vinum scilliticum.

Vinum seminum colchici.

Viride aeris, zie Aerugo.

Vitriolum album, zie. Sulplias zincicus cum aqua.

Vitriolum coeruleum, zie Sulphas cupricus cum aqua.

Vitriolum viride, zie Sulphas ferrosus cum aqua.

Vinum stibiatmn.

Vinum scillae. Vinum colchici.

dikke consistentie, die de olie bij de bereiding der zalf door de bijvoeging van den loodazijn aanneemt (zeep- of pleistervorming).

-ocr page 231-

Tabellen voor benaderde herleiding van het oud medicinaal gewicht tot het decimaal of grammengewicht en omgekeekd.

Oud medicinaal gewicht tot decimaal of grammengeicicht.

\'/. grein

=

16 milligram.

1 scrupel :

1.300

gram.

%

grein

n

33 milligram.

2 scrupel

n

2.600

gram.

%

grein

77

49 milligram.

l/2 drachme

n

2

gram.

1

grein

n

65 milligram.

1 drachme

n

4

gram.

2

grein

n

130 milligram.

2 drachme

77

8

gram.

3

grein

n

200 milligram.

3 drachme

77

12

gram.

4

grein

n

260 milligram.

4 drachme

77

16

gram.

5

grein

n

330 milligram.

5 drachme

77

20

gram.

6

grein

n

400 milligram.

6 drachme

77

24

gram.

7

grein

u

460 milligram.

7 drachme

77

28

gram.

8

grein

V

530 milligram.

1 once

77

32

gram.

9

grein

600 milligram.

2 once

77

64

gram.

10

grein

n

650 milligram.

3 once

77

96

gram.

11

grein

n

730 milligram.

4 once

77

128

gram.

12

grein

n

800 milligram.

5 once

77

160

gram.

13

grein

77

860 milligram.

6 once

77

192

gram.

14

grein

77

930 milligram.

7 once

77

224

gram.

15

grein

77

1 gram.

8 once

77

256

gram.

16

grein

77

1.060 gram.

9 once

77

288

gram.

17

grein

77

1.130 gram.

10 once

77

320

gram.

18

grein

77

1.200 gram.

11 once

V

352

gram.

19

grein

77

1.260 gram.

1 pond

77

384

gram.

= %oo grein1/ioo grein\'

« Vio grein-

3/20 grein. „ 3/10 grein. „ % grein. » 2 /2 grein-„ 3 grein. V 7 /2 grein. „ 15 grein.

II. Decimaal of grammengewicht tot oud medicinaal gewicht.

|/2 drachme.

2 gram 5 gram

1 dekagram

2 dekagram 5 dekagram

1 hektogram

2 hektogram 5 hektogram 1 kilogram

1 x/i drachme.

2 y2 drachme. 5 drachme.

12 J/j drachme. 25 drachme. 50 drachme. 16 med. oneen. 32 med. oneen.


1

1 gram

2

milligram

-ocr page 232-

216

Unguentum ophthalmicmn ni-brum, zie Unguentum mer-curii praecipitati rubri.

Unguentum protoxydi hy-drargyri, zie Unguentum neapolitanum.

Unguentum thymelei, «ie Unguentum de Garou.

Vinum emetieum.

Vinum opii fortius, zie Tinctura opii vinosa.

Vinum scilliticum.

Vinum seminum colchici.

Viride aeris, zie Aerugo.

Vitriolum album, zie. Sulphas zincicus cum aqua.

Vitriolum coeruleum. zie Sulphas cupricus cum aqua.

Vitriolum viride, zie Sulphas ferrosus cum aqua.

Vimmi stihiatum.

Vinum scillae. Vinum colchici.

dikke consistentie, die de olie bij de bereiding der zalf dooide bijvoeging van den loodazijn aanneemt (zeep- of pleistervorming).

-ocr page 233-

Tabellen voob benaderde herleiding van het oud medicinaal gewicht tot het decimaal of grammengewicht en omgekeeed.

I. Oud medicinaal gewicht tot decimaal of grammengewicht.

/4

grein

=

16

milligram.

1 scrupel :

1.300

gram.

x/?

grein

T)

33

milligram.

2 scrupel

»

2.600

gram.

%

grein

n

49

milligram.

l/2 drachme

»

2

gram.

1

grein

n

65

milligram.

1 drachme

»

4

gram.

2

grein

V

130

milligram.

2 drachme

77

8

gram.

3

grein

n

200

milligram.

3 drachme

77

12

gram.

4

grein

V

260

milligram.

4 drachme

77

16

gram.

5

grein

n

330

milligram.

5 drachme

77

20

gram.

6

grein

n

400

milligram.

6 drachme

77

24

gram.

7

grein

n

460

milligram.

7 drachme

77

28

gram.

8

grein

77

530

milligram.

1 once

77

32

gram.

9

grein

71

600

milligram.

2 once

77

64

gram.

10

grein

77

650

milligram.

3 once

77

96

gram.

11

grein

77

730

milligram.

4 once

77

128

gram.

12

grein

77

800

milligram.

5 once

77

160

gram.

13

grein

77

860

milligram.

6 once

77

192

gram.

14

grein

77

930

milligram.

7 once

77

224

gram.

15

grein

77

1

gram.

8 once

77

256

gram.

16

grein

77

1.060

gram.

9 once

77

288

gram.

17

grein

77

1.130

gram.

10 once

77

320

gram.

18

grein

77

1.200

gram.

11 once

77

352

gram.

19

grein

77

1.260

gram.

1 pond

77

384

gram.

= \'/200 g1,ein-

» 3/ioo grein-

» 3/40 g1quot;6\'quot;\'

» /\'20

quot; \'/.o

n /4

II. Decimaal of grammengewicht tot oud medicinaal geicicht.

\'/2 drachme.

1 milligram

2 milligram 5 milligram

10 milligram

20 milligram

50 milligram

100 milligram

200 milligram

500 milligram

1 gram

2 gram 5 gram

1 dekagram

2 dekagram 5 dekagram

1 hektogram

2 hektogram 5 hektogram 1 kilogram

1 drachme.

2 y2 drachme. 5 drachme.

12 \'/2 drachme. 25 drachme. 50 drachme. 16 med. oneen. 32 med. oneen.

grein, grein, grein, grein, grein, grein, grein.

„ 3

7/2

15

-ocr page 234-

Uitgaven D. B. CENTEN, Amsterdam:

HANDLEIDING

VOOR

Adsistenten in de Apotheek.

(APOTHEKERS quot;BEDIEN DEN.)

BEVATTENDE TEVENS

eene beknopte beschrijving der zoogenaamde

„SIMPLICIAquot;

(ook ten dienste van aanstaande Geneeskundigen;

DOOR

R. J. O P W IJ R D A.

TWEEDE DRUK.

Prijs: f 1.90, franco p. p. f3.—.

„Ik wensch bij dezen tweeden druk te doen uitkomen, wat ook op het Titelblad vermeld staat, dat het grootste gedeelte van dit werk:

„De beknopte beschrijving der zoogenaamde Simplicia,quot; op de wijze, zooals deze hier gegeven wordt, de aanstaande Geneeskundigen, zoo ik mij vlei, de studie der pharmakognosie voor het tweede iiatiiiirkiindig examen zal vergemakkelijken.

Ik heb die geneesmiddelen ingelascht, welke sinds den eersten druk in blijvend gebruik gekomen zijn, en bij de vermelde planten de meest bekende familiën gevoegd.quot;

(Uit de Voorrede.)

-ocr page 235-

Latijnsch-Nederlandsch

WOORDENBOEK

OP DE

Pharmaeopoea Neerlandica

EDITIO II.

MET BEKNOPTE OMSCHRIJVING VAN

KUNSTWOORDEN EN EIGENNAMEN

DOOK

R. J. 0 P W IJ R D A.

Prijs f 1.90, franco p. p. f2.—.

„Hoeveel gemak een werk als dit tot recht verstand der Pharmaeopoea oplevert, is mij reeds bij ondervinding gebleken, toen ik een mijner leerlingen de afgedrukte vellen ten gebruike gaf. Er is ons toen echter opgevallen, dat ik bij het groot aantal woorden eenige weinigen verzuimd had op te nemen, en ook in eenige beteekenissen was te kort geschoten. Ik heb dezen als Addenda aan het einde geplaatst.quot;

(Uit «le Voorrede.)

-ocr page 236-

Rationeele Prijsbepaling

DER

RECEPTEN.

MET EENE

PRIJSLIJST

der meest gebruikelijke Geneesmiddelen,

EN EEN

TARIEF

voor in de Apotheek verlangde

WETENSCHAPPELIJKE ONDERZOEKINGEN

DOOR

EL J. OPÏUBDA,

Derde vermeerderde druk.

Prijs; f 1.—, franco p. p. /quot;1.10.

-ocr page 237-

PRIJS-COURANf

VAN

J. B. DELIUS amp; C0.

CHEMISCHE EN P H A R M A C E U T I S C H E

Apparaten en Utensilien

-ocr page 238-
-ocr page 239-

O O O

O §

cc o

O O

o

O O

d) SL fi.

O *-«

CO

c^r

lt;D •4-»

03

O cc

if3 t- t-i

O ^

O O O

0

m

01

O O

CM

O «O Cd

#bX)

S

«5

i—I r—t

O ö

S

CD

O S-

O)

co

O S3

quot;S

CD O

ogt;

bp

O OS O O

O O d ö

O

E

quot;ë5

«4-»

CO \'si

gt;

^2 cd

CO

E

CD

c

cd gt;

S

Q)

s »

3

CO* .

tb ;

C \'

GJ *

M

O* •

O

en [

amp;

o

O

O 1

£

cn O

fi

3 CS

O rH

\'bC

n*

=co

o

JC

O

co co

O

M fl 15 O ë Q

4=

co

E*.a

O

»o o o

CO 1—! GO

co

d d d

»o

»o «o o

CO rH

oi

d d d

o

Os

0 o o

01 rH CO

r—1

d d d

O

CO

o o o

CM rH jr?

r—(

d d d

O CO

CO o

rH rH T?

rH

d d d

i£3 rH

iO (M lO rH rH CO

rH

1 1

d d d

iO CM »0 O r-J CM

rH

d d d

O

»0 (M o

O rH CM

ö

d d d

O co

10 CM lO O rH rH

d

d d d

t-

O 2 r—1

d

d d d

t— CO

O CM

O I—1 ,—i

d

d d d

-ïfi CO

«o O rH

rH rH

d

d d d

Oi

CO

CO O CS O rH O

d

d d d

o

CM o o O rH o

d

d o d

co

lO d

CM co o o O o odd

lO d

CM CO O O O O o ö d

X

5 s 81

öl ^ 5

N ^ Ö

••SO

W2 \'O §

S 55 fcuo

o

S\'S c

r ®

Pr-I ö

lt;l\'3 ^ i^a N

:0 g O J fcuOcf

S3 s

O \'ö

P ® S pzl o S-S M „ ...

^.a

:© © Ö © w ^

tuog p ^ §

Sn gt;

as S

ft

co

o

h-t quot; co

lt;u

O.

lt;u co

O» O)

•Hquot;

lt;u E

E

lt;u

êi E

03

•a

O A

CM

»o igt;-

o

io

O

co

o o

O

lO

co

CM

0\'

O

gt;o

co

w

CM

d

d

O OS

CO

CM

d

0\'

«5 lO

»o co

O Oè

rH

d

0\'

»C5 CO

o

CM

»n

d

d

O

CM

o

».o

d

4=5

O

rH

2

CM

d

d

O

»o O

d

0\'

Os

ia o

os p

d

d

d

o Os

lO p

o

d

d

d

i.O

co

gt;o O

O o

d

O

o

5

*

C02 S

Sic S ^ s O © d

amp;Z1 O lt;^3

Jz; a °

:© © © -u»

CB

1 ^

^ N

-ocr page 240-

iC

CL

cd

bC

tb

0 gr

O

1

O

O

O

(M

O

O

lO

O

1/3

|

O

O

»o

co

O

t--

O

O

X—^

CQ

!_

rH

1—1

O

oi

IQ

ö

O

rH

r—1

O

ö

c:

O

rH

oei

ö

ci

tH

rH

O

ö

rH

o

O

3.20

1

O

ira

O

»f3

CQ

lO

co

rsi cd

»o

)f3

bb • 1—1

o

O

O

rH

lO ï-

O

t-

1—1

Ö

ö

S

Ol

CO

èt-

O

CO

rH

rH

1

O

O O

O

co

CQ f—1

»o

Oi

un s

r-

c:

TH

ö

ö

Ö

500

1.70

ö

m

O

ö

O CL

o o

1

lO

Oi

CD CL

O

CD

lO

Jgt;-

O

O

O

O

«O

)

O

-quot;7^

O

O

O-I

O

OD

m

oi

ö

SL

o

ö

ö

lO

co

t—lt;

t-

ingt;

C-i

Cgt;1

co

O

ö

co

rH

ö

ö

O)

• -

co

o

lO

bi

CJ3

©

lO

gt;-0

O

O

CO

lO

fM

o

t--

co

s

O O

O

GQ i—t

lO rH

CL O

CQ

1—1 O

sz

30

t-

ö

2

O ö

Oi

rH

rH

ö

v—\'

co

I—H

O

Ö

03

fvf

O

O

CD §

£2- W

CL

O •#-»

CO

I lt;** i2l

. ^ •

t-H Ö 0

O

• X

: X ^

CJD

sz ü? O

o o

N

O O O

co agt; o c

03

CD

CD O

co

cd ^ 05

cd cd o

^ 5 5

bJD

s

CO CL

-S2 co

CD

O

O

co

O amp;-

C3) gt;%

cd

M

2-

O _gt;

O

CL

CL

5

L-

a

O

O bfl

ö

©

\'Ö

p

O W)

(D

c

cd gt;

S

O O

co co

CD

CD M

cd

Ö3

N

CS *

N

cd

CD

O

cd

S-

lt;D CL

_o

CO O O)

(D

X LÜ

t-i

03 N

O CO

co agt;

.SB

•4-»

cd gt;

s_ o co c: o O

O J= O

co co agt;

(D

o _■

lt;D

sz

O

co co

CD

rS Ö

11 3S

© T3

?H

O O

Q

-O -2

U a

O to

3 Ö

S S

a ë

:® ^3

0) o

bJD cö

o

es g

S

:§ -g

fcüO Cö

O

.22 O

co

0

0 h: br Sj

Cu

1 ^ H N

c

!= ^ O)

IM £Ö OD O

co co

O

O -2=

O CO

co

O

q=

CL O O

S-•*-*

CO

in

Cö .

S .2

:cd s

© ?h

bC ,0

a

O Ti 2 O bfl

O \'d u

o

cd

cö N

05 o o

t_ § «gt; s

13 o

03

a .a

:lt;D s

O t.

bC p

O

co co

(D

«4-

CL

cd

O \'Ö fH

O Q

:ü CD ÈUO

O gt;

NI

:lt;D O

-ocr page 241-

lO co

»-0 CO

O

O

co

O

CO

IC CM Ö

oquot;

(M

IC CM

CM

O

CM

bJ}

bJD

bJD

O -1-3 - 3

c So

O quot;O j5

r—

O

O gt;

JD CD CO 1_ O

O O

O

co s-

(D CO

O

■s

ts:

O bJ}

c

O

bJ} O

bX)

bj}

cd

05

o ^ bJD cd

s ^

cö 4^

3 O

O

- O

d

\'rH O

lt;X) ^

■a 3 o

O)

«4H

O 05 Lm

cd

b/D

o

CD

03 O)

O CO S-

o

£2-

A

*— « Ph

Hd o

_ ö ^t1

O O

O

co

O

E

cd gt;

(D

cd

C gt;

s

CD

-f-» -•

O O.

O) quot;53

O

O

(D CL C. O E

O

O L. CÖ ï?

cd cd

CÖ gt;

b£) cö

nz3 CD rQ

cd CO

oi

O lO

gt;o

lO

d

irs tgt;-

O

co

o

CQ

r-~i

d

d

O

O

co

o

02

0\'

d

oi

O

co

o

CM

r-i

ö

Ö

O

O

co

s

r—i

d

O

O

co

O 02

O

ö

d

d

irr

0

01

s

O

d

d

%

d o \'d

o

hD

lt;D :5s

Vi

= d

« o

cc r^j

5* O .

te 00 s

/VI

N (M M

3 «M

I—lt; ©

CD

X

Cd M

cd

M

CQ Z

-ocr page 242-

J. B. DEL1US amp; COJIP. AMSTERDAM.

Aetherproefbuisjes.........................................

„ op Mahoniehouten voetje..............

Alambic. Destilleer-apparaat tot het onderzoeken der percenten zuivere Alcohol in vloeistoffen, bestaande uit: Destilleerketel, Koelapparaat en Spirituslamp van koper, afgedeeld cilinderglas, Aleoholmeter, Thermometer en Pipet, benevens Tabel, in kist...........

Alcoholmeter afzonderlijk........................

Alcalimetrische apparaten, volgens Fresenius en quot;Will.......

Idem, tot koolzuurbepaling (Kaliapparaatjes)

volgens Gteisler, in kartonnen doos...............

« Liebig n „ „ ...............

„ Mitscherlich „ n ...............

Idem, tot Stikstofbepaling volgens Varentrap en Will.. Idem, voor Zwavelwaterstofgas-ontwikkeling, volgens

Kipp

groot soort ....................................

middel „ ....................................

klein . ....................................

rgt;

per

/\' 0 „ 1

18

2

1) 10 11

-ocr page 243-

J. ü. DELIUS amp; C0J1P. AMSTERDAM.

Alcohollampen.

zonder Tubus, groote...........................

„ „ kleine............................

met „ extra groote......................

„ „ groote...........................

„ „ kleine..........................

op Porseleinen voetstuk met gegoten ijzeren standaard

Amoniakflesohjes (Insectenstiften) in houten etui..........

Apparaat tot het vervaardigen van Gelatineuse Capsules, bestaande uit; Tinnen plaat waarop 37 Tinnen vormen bevestigd zijn, alsmede het daarbij behoorend toestel

ter vulling der Capsules........................

Idem, bestaande uit 24 Tinnen vormen in 6 verschillende grootten met daarbij behoorendc houten plank.

Afzonderlijke vormen...........................

Idem, ter bewaring van Aqua Laxativa (systeem van

Ledden Hulsebosch), inh. 250, 500 en 1000 gr.....

Idem, ter bewaring van Joodjjzerstroop............

Idem, voor Melkonderzoek volgons Soxlet...........

Idem, ter vulling van Medicijn-ouwels (Limousin)....

Idem, vereenvoudigd in kartonnen doos............

Medicijnouwels, zie N\'1. 303.

Areometers:

voor Aether..................................

„ Alcohol, volgens Richter en Trailles, met Thermometer.................................

„ Gedestilleerd, bestaande uit 2 stuks met afzonderlijken Thermometer, in Etui.............

Tafels tot het bepalen der percenten zuivere Alcohol in gedestilleerd, ten gebruike bij boven-

staanden Areometer.......................

„ Melk, aangevende ^ en \\ watergehalte .... „ Zware en lichte vloeistoften, volgens de Phar-macopoea Neerlandica niet Themometer, het stel.

Idem, zonder Thermometer, het stel..........

Idem, bestaande uit 4 stuks zonder Thermometer,

het stel..................................

Idem, bestaande uit 4 stuks met afzonderlijken Thermometer en cilinderglas op koperen voet

in bekleed mahoniehouten Etui.............

voor Urine:

ter bepaling van het specifiek gewicht...........

volgens Heller................................

„ Vogel, bestaande uit 2 stuks.............

7

stuk

per

f 0

« 0

. 1

. 0

„ 0 2

* 0

„ 22 50

10

ö

2 2 l 18

3

„ 1

, 3

50

„12

50

„ 1

75

* o

65

, 7

„ 3

„ 5

„ 12

50

„ 1

10

* 1

10

, 1

75

-ocr page 244-

J. U. DELIUS amp; C05IP. AMSTERDAir.

voor zware vloeistoffen, volgens Beaume, in I,0 verdeeld.

„ zwavelzuur, volgens Beaurac . ..............

Arsenikbuisjes. groote.................................

„ kleine.................................

„ volgens Marsh..........................

Balansen.

Grambalans met hoornen schaaltjes aan koordjes.... Idem, aan koperen standaard op mahoniehouten voet.; Pharrnaceutische balans voor 50 gram op iedere schaal,! op gepolitoerde Mahoniehouten doos met lade, gevoelig voor 1 milligram bij volle belasting............

Idem, voor 30 gram op iedere schaal, ingepolietoerde Mahoniehouten glazen kast, schuifraam met tegen-gewichten, gevoelig voor ]■ milligr. bij volle belasting

Idem, als boven, vernikkeld.......................

Idem, voor 50 gram op iedere schaal in Mahoniehouten1

glazen kast..............................• . . . ,

Idem, als boven, vernikkeld......................

Idem, als no. 46, met waterpas en stelschroeven.....

Recepteerhalansen:

draagkracht 100 gram, gevoelig voor 5 milligram....

8

-ocr page 245-

50

Idem, vernikkeld................................

draagkracht 250 gram, gevoelig voor 10 milligram.. . .

Idem, vernikkeld................................

draagkracht 500 gram, gevoelig voor 15 milligram..

Idem, vernikkeld................................

draagkracht 1000 gram, gevoelig voor 20 milligram.

Idem, vernikkeld...............................

Balans volgens Mohr, ter bepaling van liet specifiek

gewicht van vloeistoffen, gewijzigd door Westphal,. .

Hanyhulansen:

Lengte 15 17 20 2-1 32 c/m.

draagvermogen) lrr. „_,, .„A 1AAr.

0 100 200 2o0 oOO lOOOgram. aan eiken arm i 0

zonder sclialen/\'2.44 2.57 2.70 2.97 3.42 met platte 1

schalen en [/■3.44 3.77 4.-- 4.57 5.82 kettingen )

met bak- \\

schalen en / 4.— 4.47 4.54 5.52 7.17 kettingen i

Verder worden door ons tot fabrieksprijzen geleverd, alle soorten van analytische, wetenschappelijke en andere fijne balansen, li

-ocr page 246-

J. B. DELIUS amp; CO.MP. AMSTERDAM.

10

58

Bovenwegers of Toonbankbascules.

draagkracht 1 2 3

N0. 60

10 Kilon-r.

f 13.— 14.— 15.— 17.50 20.75 Verkrijgbaar met \'2 platte losse koperen schalen,— met een platte en een diepe losse koperen schaal, — met een vaste platte ijzeren en een diepe koperen schaal — of niet een vaste platte ijzeren en een losse koperen tuitschaal.

Tiendeelige Bascules van groen vernist hout, voorzien van hefboom, waardoor de brug tijdens de belasting geheel vaststaat.

draagkr. 50 100 150 200 250 300 kilogr. ƒ18.— 20,— 22.50 24 — 28. - 30.50 400 500 750 1000 1500 „

61

draagkracht 12

ƒ16.— 18.-Afzonderlijke hoornen schalen. Zonder handvat.

voor Pharmaceutische balansen voor 30

„ Recepteerbalansen voor

II » !\'

Met handvat.

voor Pharmaceutische balansen voor 30 „ Eecepteerbalansen voor

ƒ35.— 45.— 53.— 73.50 110.—

Idem. van fijn gepolitoerd hout en gebronst, met hefboom voor het vaststaan der brug, (voor

25

62

63

64

65

66

67

68 69

20.-

winkelgebruik). 50 kilogram.

per

en 50 100

stel

en 50 gram, 100 „ 250 „ 500 „ 1000 „

gram, per stel


-ocr page 247-

J. B. DELIUS amp; COJIP. AMSTERDAM.

voor recepteerbalansen voor 250 gram, per stel....

n ÏÏ 500 j, n ))••••

n ji 1000 j? j, ,,....

Afzonderlijke glazen schaaltjes.......... per stel

Bekerglazen, zonder tuit,zuiver afgekoeld glas m. platten bodem inhoud: 30 60 125 200 250 350 500 650gram. /\'0.15 0.17| 0.20 0.25 0.27| 0.35 0.40 0.45 inhoud: 1 li 1-| 2 21 Liter: f 0.50 0.55 0.65 0.75 0.1)0 per nest van 13 stuks No. 0—12.....

ii ii ii ^ ii n 0 6......

11

No,

70

71

72 i

73

74

Idem, met tuit, per nest van 6 stuks No. 1—6.......

Bekers, van Quassiahout.............................

Bindtouw, (Engelsch).

wit en gekleurd, per pak van 12 kluwens.........

„ „ kluwen.....................

....... „ pak van 12 kluwens .........

„ ........... „ kluwen.....................

Idem, extra fijn in dozen van 8 kluwens.

wit en gekleurd, per doos.......................

rosé.......... „ „ .......................

Bindtouwbussen, van gepolitoerd hout...................

Blaasbuizen.

van koper, gewone..............................

„ „ met cilinder of trompet-mondstuk.......

■n quot; . quot; , quot; quot; quot; en mas\'

sive platina spits...............................

van nieuwzilver met cilinder of trompet-mondstuk. . .

l°\\ 7

77

78

79

80

81 82

83

84

85

86

»

rosé.

87

-ocr page 248-

.1. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

12

94 101

van nieuwzilver met cilinder of trompet-mondstuk en

massive platina spits..........................

enkele platina spits.........

van glas....................................

Bladzilver, chemisch zuiver, per 10 boekjes = 150 blaadjes

« 100 ,, = 1500 „ \' Bloedzuigerspotten, van glas met Mahoniehouten doorboorden deksel en guttapercha-rand, inh. 2 3 Liter.

/2750 3.—

Bloedzuigerzetglaasjes................................

Bollen van glas met haakje voor Praeparaatglazen.......

Borstels,

tot schoonmaken van Reageerbuizen..............

„ „ „ lange buizen................

. „ » « wijde „ ................

,, » r Zeven.....................

Borstglazen.

zonder pijp....................................

met „ ....................................

Boterbuizen, volgens Hoorn...........................

Idem,r met ingeslepen glazen stop.. . .

Buizen, van gemakkelijk smeltbaar glas in diverse wijdten

(Buigbuizen) per | kilogram. ..................

per stuk 20, 25, 80, 40 cents en hooger.

Idem, van moeiehjk smeltbaar glas, in diverse wijdten . . (Verbrandingsbuizen) per J kilogram.

per stuk 30, 40, 50 cents en hooger.

Buretten.

Volgens Mohr met glazen kraan.

10 25 50 75 100 200 CC

C C

verdeeld in „ ■/,„ V, \'/, V2

ƒ1.50 1.90 2.40 2.75 2.75 3.— Volgens Mohr met glazen kraan op zijde.

10 25 50 75 100 200 verdeeld in V10V5 V,

ƒ1.75 2.15 2.65 3.—- 3.— 3.25

N0. 88

89

90

91

92

93

94

95

9G

97

98

99

100 101 102

103

104

105

106

107

-ocr page 249-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

Volgens Mohr mot klemkraan.

10 25 50 75

verdeeld in

\' / in \' / 1 () \' / r. __7\'i__

108

13

?T°. 108

per

7,0

/0.90 1.25 1.75 2.25 2.25 2.75 Chameleon Buretten volgens Mohr, op houten voet

109

stuk.

verdeeld in

50 CC

l/,

ƒ1.50 2.25

Klemkranen van koper..........................

üitvloeibuisjes met guttapercha voor klemkranen... Burettenhouders.

van wit hout met 1 klem........................

„ „ „ » 2 klemmen....................

„ mahoniehout „ 1 klem.......................

„ „ „ 2 klemmen.....................

„ koper op ijzeren voet, nieuw model, zonder schroef, waarvan de ijzeren klemmen door middel van spiraalveeren geopend en gesloten worden... Burettenstandaards.

van wit hout voor 6 Buretten en Pipetten........

19

)) i) _ i) n 1 - ii )) quot; ........

„ mahoniehout „ 6 „ „ „ ........

ïj n w ^ » ygt; quot; ........

Casserollen, van Saniteitsgoed met deksel en houten steel . inhoud: { \\ i 1Liter

7T.1Ö 1.20 1.65 1.75 2.15 van Koper met deksel en houten steel inhoud: J 1 2 Liter /•2.25 2.75 3.50

f 0 „ 0

» t

o » -

„ 3 „ 3

110 111

112

113

114

115

116

117

118

119

120 121

122

-ocr page 250-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTEEDAM.

Cbloorcalcïumbuizen, gewone

met 1 bol...................................

„ 2 bollen................................

Idem, volgens Marchand, ü vormig,

met 1 bol...................................

„ 2 bollen.................................

Cilinderflesschen, met ingeslepen stop, verdeeld in Cub. Centimeters (Mengcilinders)

100 250 500 1000 CC /•quot;1.50 2. 2.50 5.—

Cilinderflesschen, met stop, (voor Extraeten)

inh.; 15 30 60 100 125 200 250 500 1000gram. /quot;0.15 0.25 0.30 0.50 0.75

Cobaltfleschjes, met ingeslepen langen, in een punt uitloopenden stop en luchtdicht sluitende glazen kap,

inhoud 15 en 30 gram..........................

Idem, zonder glazen kap, inhoud 15 en 30 gram......

Coleerapparaat van Saniteitsgoed.......................

Coleerkommen van fijn aardewerk, hoog model.

diam. 21 24 c. M.

/■0.60 0.75 Idem, laag model.

diam. 31 35 c. M.

/•0.60 0.75

Collodiumfleschjes, met ingeslepen glazen stop en penseel

inhoud 15 en 30 gram..........................

Idem, zonder penseel............................

Idem, (Likdoorntinctuurfleschjes), vierkante vorm met Brittannia schroefsluiting en penseel, inhoud 10, 15, 20 en 30 gram.................................

14

N0.

123

124

125

126 127

128

129

120

131

132

133

134

135

136

-ocr page 251-

J. B. DELIUS amp; COJIP. AMSTERDAM.

15

stuk

N

137

500 750 gram.

llygroseopische geneesmiddelen, inhoud: 30 60 125 250

/\'0.30 0.35 0.40 0.45 12 3 4

0.80

0.70 Liter

3.-

1.50 2.-glas

125 250 500 750 1000 gram.

ƒ!•-Idem, van bruin inh.; 30 60

138

ƒ 0.40 0.45 0.50 0.60 0.85 1.15 1.50

Cremometers, volgens Chevalier..................

Idem, „ Galvanowski...............

Decanteerpotten van steengoed

inh. 2 5 10 20 Liter

50 50

139

140

141

/\'0,60 1.50 3.— 6.— Dekglazen voor Praeparaatglazen, rond, diam. 6 8 10 12

142

16 \'20 e.M.

0.30 0.35 0.45 0.75

143

25 Liter.

15

20

f 0.15 0.20 Demyonts (bemande fiessohen) inh. 5 10

f 0.55 0.80 1.25 1.50 1.80 Deplaceertoesteilen volgens Robiquet, bestaande uit een| langen, in den hals eener llesch ingeslepen, van boven met een stop gesloten scheitrechter

de flesch inhoudende 12 4 Liter.

144

Dozen, (kartonnen).

Rond, fijn met goud. Nquot;. 0 12 3 4

ƒ3.50 4.50 6.50

145

9 10

p.100/3.95 3.9» 5.25 6 85 8.45 10. ■ 11.70 13.60 15.50 17.00 23,— Rond, fijn zonder goud.

Nquot;. 01234 567 89 10

p.100/1.40 1.40 1.70 2.20 2.70 3,30 3.80 5.10quot; 6,30 8.10 11.50,,

146

-ocr page 252-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

1G

Nquot;. 147

stuk

per

Rond, halffijn. N0. 0 1 2

3

6

9 10

p.100 /0.95 0.95 1.15 1.40 1.80 3.25 3.85 3.75 4.50 6.— 8.35 Rond, ordinair (blauw, van binnen wit). N°. 0 I 2 3 4 5 6 7 8 9 10

148

p.ioo /0.78 0.78 0.95 1.30 1.45 1.70 3 -Scliuifdozen, fijn met goud. N». 1 2 3 4

3 65 3 35 3.85 5.30

149

p. 100 f 5.30 5.80 6.40 7.10 7.80 9.50 Scliuifdozen, fijn zonder goud.

N0. 1 2 3 4 5 6

100

p. LUU ƒ 2.90 3.40 3.90 4.40 4.80 5.3U Scliuifdozen, halffijn.

N». 1 2 3 4 5 6

p. 100 f 2.40 2.70 3.10 3.40 3.80 4.20

Fijn hoog model (Ouwelkokers) ter aflevering van Limousin Capsules.

N0. 1 2 3 4 5 6

voor 6 6 6 12 12 12 Capsules p. 100

5.50 6.-

153

f 3.— 4.— 5.

B ij bestelling van e e n i g kwantum worden, alle soorten kartonnen dozen zonder prijs-: v e r li o o g i n g geleverd, voorzien van Firma\' en Monogram.

Dozen, spanen, zeer net afgewerkt, gelijmd met een kleefstof, die zelfs tegen vocht bestand is, waardoor \'iet; losspringen der dozen wordt voorkomen.

|crs 2ers 3crs 4ers Gers 8ers 4\' 3 2 2 1 1 rei per pak f 0.10 0.11 0.121 0.12^ 0.12 0.20

„ 100 pak f 9,— 10.— 11.50 11.50\' 11.— 18.— B ij bestelling per kist, inhoudende plus minus 600 pakken gesorteerd, tot lag eren P r ij s.

150

151

152

-ocr page 253-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM. J 7

Dialysator, bestaande uit glazen schaal en guttapercha ring

met perkamentpapier overtrokken............

Drievoeten van Ijzer

hoog 15 20 2G c.M. diameter der ringen 8 13 17 „ 70.75 0790 1.15 Droogtoestellen van Koper, volgens Liebig, met opening

voor Thermometer.....................

Idem, van Uzer.......................

Droppeltellers, gewone, met en zonder voet.....

Idem, volgens Herbert..................

per dozijn in Kartonnen doos...........

Idem, volgens Lebaigue.

Nquot;. 12 3 4

inh. 15 25 50

7T= LOS TTTO 1.40 Nquot;. 5 met tubus inh. 150 gram.....

1

80

0

55

1

10

15

1

161

162

163

164

165

166

Droppelverzamelaars van Tin, voor Olie- en Stroopflesschen

in verschillende grootten......................

Idem, met Tinnen kap.........................

Etikettenkastjes voor 50 Etiketten....................

Etikettenbevochtigers van glas........................

Exsiccators van glas, volgens Fresenius, bestaande uit twee op elkander geslepen deelen en daarin passenden glazen

of koperen drievoet.............................

Extract- of Winkelpotten van Saniteitsgoed, cilindervorm.

inh.: 60 125 250 500 750 gram 1 2 kilogr.

N0.

154

155

per

f 6

156

157

158

159

1G0

250 gram

9

is;

15

hoog 8

11

16 19; c.M.

ƒ 0.55 0.60 0.70 0.90 1.05 1.20 2.20 Enkele deksels voor Extractpotten van Saniteitsgoed. inh. 60 125 250 500 750 gram 1 2 kilogr. / 0.27; ().27| 0.35 0.40 0.40 0.45 0.55

167

-ocr page 254-

J. B. DELIXJS amp; COJIP. AMSTERDAM.

18

170

Enkele inh.

hangers 250

168

voor Extraetpotten van Saniteitsgoed. 500 750 gram 1 2 kilogr.

0.35 0.45

/\'0 27A-Filtreerstandaards.quot;

van Hout

169

170 1 1

172

173

174

voor 2 trechters........................

4

v ïJ » ^ n ......................

„ „ met conische gaten voor 2 groote trechters „ Koper op gegoten ijzeren voet met 3 verschuifbare ringen.............................

„ IJzer op gegoten ijzeren voet met 3 verschuifbare ringen.............................

Flesschen.

Nauwmondsflesschen (groen glas) zeer geschikt voor voorraadflesschen of tot verzending.

inh. 250 400 500 750 gram 1 1| 2 Liter,

0.55 0.65

0.09 0.11 0.12^0.17 0.21 4 5 6 8 10 Liter.

/\' 0.08 inh. 2 J

0.08 J

3

175

176

0.08 1

0.12 2

0.10 1!

f 0.26 0.30 0.40 0.50 0.60 0.80 1.20 Idem, van wit glas met kraangat.

inh. 2 4 6 8 10 Liter. ƒquot;1.50 1.75 2.25 3.— 4.—

Wijdmonds- of PoederHesschen van wit glas. inh. 250 300 400 500 750 gram.

/\'

0.14 0.17 3 kilogram.

177

3 kil.

_y_

1

ƒ 0.19 0.29 0.34 Idem, van groen glas.

inh. 250 400 500 750 gr.

0.50

/ 0.06 0.07r\' 0.09 0 10 0 12 0.173 0.223 0.85 : No. 176 en 177 bij afname van minstens 100 stuks van iedere soort tot lageren prijs. Wijdmondsfiessehen zonder hals van wit glas, cilindervorm (Suikerglazen).

1 78

-ocr page 255-

B. DELIUS amp; COJir. AMSTERDAM.

19

J.

stuk

179

per

Nquot;.

179

180 181 182

183

184

185

186

187

188

189

190

f 6 „ 5 7 6 11

50 50

50

12 11

191

inh. 30 60 125 200 250 400 500 gr.

f 0.03= 0.04 0.05 0.06 O.OT 0.Ü9 012 inh. 1 1 J- 2 3 4 kilogram.

foTOT 0.22 0.30 0.35 0.50 lieele Engelsche Langhalzen, zwart glas, per 100

halve „ „ „ „ „

heele LevertraanHesschen „ „ v n

halve » n „

heele Engelsche Langhalzen, wit „ „ ,,

halve » » r „ „ „

Flacons, wit glas, inhoud 1 Liter..................„ n

» « » 750 gram................„ „

w d v ii 500 j, ..............„ n

v v v v 350 n ..............j, n

igt; quot; ii ii 300 „ ....... jj „

» v v ii ii ....... rt ii

Verder worden door ons geleverd alle soorten van Eau] de Cologne-, Parfumerie- en Vrucht en flacons tot concurree rende prijzen. Flesschenbakken van hard Guttapercha.

Diameter 52 78 105 130 m.M. /0.25 0.40 0T5Ö 0.75 Florentijnsche flesschen met tubus nabij den bodem en hierin door middel eener kurk een gebogen glazen buis. inhoud J 1 1| 2 3 Liter. /•0.75 1.— ï.25 1.50 2.—

192

9*

-ocr page 256-

J. B. DELIUS amp; COJIP. AMSTERDAM.

20

-ocr page 257-

J. B. UELIUS amp; COM I*. AMSTERDAM.

Gewichten.

Voor fijne weging.

Stellen van af\' 1 Kilogr. tot 1 Milligr. m. pincet in Mali. Etui j? »gt; )? 2 Hectogr1 ir ,,

J7 ÏJ ï? 1 )gt; ÏJ 1 V 57 n )? t)

ïj jï ï? ^ Decagr. 1 n ,, ,,

ï) )ï 5) 500 ,j 1 jj J7 -) ï? !) jj

„ „ „ 500 ,, 1 „ in enveloppe......

Enkele stukken Koper gewicht,

l Kgr. 5 2 1 Hgr. 5 2 1 Dgr. 5 2 1 gr.

21

Nquot;.

20G

207

208

209

210 211 212

per

f14

„ 8 „ ?

n 1 9

213

ruiters.

,,15

50

V 18

.21

„ 25 \'J8

n -0

„ 35

,-12

„ 50

„ o

35

„ o

20

„ 17

50

214

uk

215

2 KJ

)

217

218

\')

219

220

[)

L

222

223

5

0

224

0

225

5

22G

en 3 3

ij ^

„ 3

» 3

„ 3

227

20

ï? »ï 57 57

ÜO

5 7 5 ï 57 1 00

57 5, 200 „

5 7 5 7 Ó00 „

57 57 1 0 0 0 „ ,

Afzonderlijke pincetten van Koper...........

Glaswoi, om zuren te filtreeren, per gram.........

„ 100 gram.....

Gutta-percha buizen,

per Meter /0.60, t.75, 1.— , 1.10, 1.75.

Gutta-percha papier, per Meter....................

Gutta-percha stoppen, zonder gaten per } Kilogram. . per stuk /\' 0.15, 0.17 % 0.20 en hooger. Met gaten, per stuk voor ieder gat meer.. Hevels van glas.

Gewone.

lanquot;\' 315 170 G30 m.M.

/3.45 1.80 0.95 0.55 0 45 0.30 0 25 0 20 0.17^0.17 Enkele stukken Alluminium gewicht.

500 200 100 50 20 10 5 2 1 Milligr. I! /•0.45 0.30 0 25 0.20

Voor Chemisch gebruik, in gepolitoerd Mahonie-1 houten Etui, van binnen bekleed met fluweel, het! koperen gewicht gevernist, de onderdeden van het gram van Platina behalve die beneden 20 Milligr. ,1 welke van Alluminium vervaardigd zijn, zeer nauwkeurig gejusteerd.

Stellen van af 1 gram tot .V Milligr.

ïï \'Ï j) fo

j üquot; i

i o 1

/\' 0.40 Met ophaalbuis.

lano- 315 470

0.50 0.75 G30 785

m.M.

/\' 0.90 1.10 1.50 2.

228

-ocr page 258-

J. B. DELIÜS amp; COMP. AMSTERDAM.

22

per

Met ophaalbuis en afsluitkraan.

lans 470 630

m.M.

0 0 0

0 0 0 0

1

0

f 2.50 3.—

Ooghevels bestaande uit 2 gebogen glazen buizen door

Grutta-perohabuis verbonden...................

Hoornen blaadjes tot het schoonmaken der Mortieren.....

Horlogeglazen.......................................

Houders:

Voor Platinadraad..............................

„ Platinaplaat...............................

„ Keageerbuizen, van hout of koper............

„ „ „ koperdraad..............

„ „ „ gepolijst ijzer met kurk

bekleed (Tangvorm).....................

„ Uitdampschaaltjes..........................

Hulsapotheken, bestaande uit openslaande Mahoniehouten kast, waarin 24 stopflesschen, benevens lade voor Instrumenten en Utensilien...........................

,20

-ocr page 259-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

2.r!

Idem, (Medicijnkastjes voor huishoudelijk gebruik) van Mahoniehout met 18 vierkant geslepen kristallen Stop-fleschjes in verschillende grootten, met lade voor

Utensilien.....................................

Idem, van zwart gepolitoerd Mahoniehout............

Idem, van Mahoniehout met 1.6 ronde stopflesohjes in

verschillende grootten...........................

Idem. van zwart gepolitoerd Mahoniehout...........

Idem, van zwart gepolitoerd Mahoniehout, de flessehen

met ingebrande etiketten........................\'

Infundeerapparaat. bestaande uit koperen pan dienende tot waterbad, waarin passende een tinnen Infundoerpan

van 500 gram.................................

Idem, met Infundoerpan van Saniteitsgoed van 500 gram Idem, voor Gas, niet ovalen koperen waterbad, weinig ruimte innemende, met Gasbrander, 1 tinnen Infundeer-pan van 250 gram en 1 Infundeerpan van Saniteitsgoed a 500 gram...............................

Idem, bestaande uit een tot waterbad dienende koperen ketel waarin passende 2 porseleinen Infundeerpannen van 250 en 500 gram en 1 vertind koperen Infundeerpan van 250 gram.............................

Idem, met daarbij passend tweevlams Petroleum kook-

toestel........................................

Infundeerpannen van Saniteitsgoed met houten steel.

inhoud: 250 500 1000 gram. f 1.65 2^= 2775quot;

Idem, van zuiver Tin met houten steel.

inhoud: 250 500 1000 gram.

f 6750 7750 10.^ |

Nquot;. !

-ocr page 260-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

Inneemglaasjes, cilindervorm, verdeeld in Thee-, Pap- en

Eetlepel........................

Idem, Bekervorm op voet.........

Klemmen van Koper voor Horlogeglazen Knoppen van porselein voor laden, kasten etc., zie rubriek

apotheek-inrichting met ingebrande Etiketten Koelapparaten volgens Liebig, bestaande uit Koelhuis van gelakt zink lang 680, wijd 05 m.M., waarin een glazen buis luchtdicht bevestigd is, op houten voet

stuk, met zinken trechter en glazen afvoerbuis.....

Idem, als boven, kleiner soort....................

Idem, geheel van glas...........................

Afzonderlijke verlengstukken voor Liebig\'s Koelapparaten ....................................

Kookflesschen met dunnen bodem.

24

N0.

252

253

254

255

256

per

ƒ 0 „ 0

257

258

259

200

201

inh.: 30 60 125 200 250 500 gr. 1 2 Liter ƒ0.08 0.10 0.125 O.TöÖ.lS 0.25 0.35 0T70~ Idem, volgens Erlenmeyer.

500 gram.

inh.: 60 125 200 250

ƒ0.125 0.15 0.20 0.25 0.35 Idem, zeer nauwkeurig afgedeeld, met eencn ring aan den hals en den inhoud op de fleseh bemerkt (Maat-kolven)

5 10 25 50 100 150 200 250 300 500 1000 CC

/0.121 0.15 0,25 0.30 0.35 0.40 0.521 o.62| 0.70 0.85 1.15

262

-ocr page 261-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

25

Idem, met 2 ringen aan den hals.

50—55 100—110 CC

ƒ0.40 OlSO

Kookpannen van geel koper, hoog model.

inhoud; J- 1 1Liter. f 8.\'- 3.50 4.50

Kopergaas 70 eM. breed, por Meter.........

Kopglazen.

No. 1 2 3

f 0.09 0.10 0.12

Kranen van Compositie.

No.

1

12 15 19 24 30 c. il.

2

f 1.10 1.25 1.50

Kroezen.

Hessische. hooquot;-

per stuk

/10|-

f 0.15 0.20 0.30 0.55 0.80 1.—

per nest van 6 stuks...........

Van Berlijnsoh porselein met deksel, inh.: 5 10 15 30 50 60

50

100 «ram.

f 0.20 0.25 0.35 0.45 0.60 0.70 0.80 zonder deksel.

inh.: 5 10 15 30 50 60 100 gram. f 0.15 0.20 0.27{ 0.35 0.50 0.60 0.70 Kroestangen.

Van gepolijst ijzer..............................

„ koper.....................................

„ „ dubbel gebogen.......................

Kurken.

Medicijnkurken p. 1000 f2.—, 2.50, 3.— en hooger, Wijnkurken „ „ „ 5,—, 6.—, 7,— „ „

50 75

-ocr page 262-

J B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

276

Kurkenboren van getrokken koper.

per nest van 3 5 7

20

Nquot;. 270

per

12 stuks.

277

278

279

280 281 282 28:5 284

1 2 1 1 0 0 0

0

9

f

285 280

287

288

0.60

10 18 21 24 26 c.M.

/ 0.40 van Hoorn, ï 8 10 13

289

290

ƒ2.— — 4.— 5.—

Kurkenknijpers. van gebronst ijzer tot hot samenpersen van

kurken.......................................

Idem, van gepolijst ijzer (tangvorm)...............

Lactobutyrometer, volgens Marchand....................

Lactodensimeter, „ Quevennes...................

Lapis Infernalishouders, van glas.......................

Idem. van glas in houten Etui....................

Idem, ,, hout met koperen ring.................

Lapisstiften (Engelsche), bestaande in houten met Lapis

gevulden koker, per stuk........................

„ dozijn.......................

1 Lepels, van Glas.

lang 15 18 21 c.M.

Idem,

lan

V0.15 0.17| 0.20 0.25 0.30 0.40 0.50 0.60

Idem, van Hoorn, extra groot, lang 35 c.M..........

Idem, ,, ,, aan beide zijden een lepel, met

opschrift ,,giftquot;, lang 14 c.M..................

Idem, van porselein.

lang 12 17 20 c.M.

f ÖS) 030 ÖM

f 0.25 0.40 0.60 Idem, van Eboniet met spatel.

lang 15 20 25 c.M. /■quot;025 040 (TOO Idem, van Eboniet aan beide zijden een lepel, lang 14 20 c.M.

291

-ocr page 263-

27

J. B. DELirS amp; COMP. AMSTERDAM.

Idem, van

N0. 292

per stuk

19

23 c.M.

f 0.45 0.G0 0.75

Luchtpomp van koper volgens Liebig

Idem, schuinliggende op Mahoniehouten plank met glazen

klok..........................................

Maten, in grammen afgedeeld.

Yan glas, cilindervorm.

i 5 10 15 25 30 50 75 100 150 1 / 0.30 0.35 0.40 0.50 0.55 0.60 0.70 0.80 0.90 250 300 400 500 1000 gram. /••1.15 1.35 1.50 1.85 2,60 Van glas, konische vorm.

25 50 100 150 200 250 300 400 500 gr.

/quot;0.65 0.80 0.95 1.10 1.25 1.40 1.60 1.75 2 10 Van glas, konische vorm (voor stroopen).

30 60 gr.

fOM 070 3. Van porselein, konische vorm.

/•18 „27

293

50

200 gr. 1,—

295 290

297

298

299

25 50 75 100 125 150 200 250 300 400 5001000 gr

500

/•0.S0 0 85 0.40 0.43 0.50 0.53 0.05 0.75 0.85 1.- 1.25 2 25 Van Saniteitsgoed, cilindervorm.

25 50 75 100 150 200 250 300 350 400

1000 gr.

/0.40 0.45 0.55 0.65 0 82quot; 1.10 1.40 1.05 1.80 1.95 2 20 2.75 Van Saniteitsgoed, konische vorm.

25 50 75 100 150 200 250 300 350 400 500 1000 gr.

0.50

/0.45 0.55 0.70 0.82-11.10 1.37^ 1.05 1.95 2.20 2.50 2.75 3.25 Van Saniteitsgoed, cilindervorm (voor stroopen). 30 60 gram.

/\' 0.45

300

-ocr page 264-

J. B. DELIUS amp; CO.MP. AMSTERDAM.

28

van fijn Engelsch tin, konisehe vorm.

25 50 \'100 200 250 300 400 500 1000 gram

stuk

JSC. 301

per

302

303

50 30

f 2 .. 0

304

305

306

307

25

I gt;gt; 2

sterk

Monsterbuisjes, van zeer monsters per post

lan? 5 6

ƒ1.—1.20 i.00 2.30 2.75 3.— 3,25 4.— 5.75 Medicijnglas, zie afzonderlijke prijscourant.

Medicijnouwels, voor poeders.

N0. 1 2 3 per 1000 stuks

kleine middels, groote „ lOO ,, Idem, voor 01. Kicini, 01. Jeeor. Asell. enz.

per doos van 25 50 100 250 500 stuks yiLoOquot; 0.75 1.— 2.25 3.75 Medicijntrommels van gelakt ijzerblik met iO afdeelingen... Minimetrische toestellen ter bepaling van hot koolzuurgehalte

in de lucht, met tabel, in kartonnen doos..........

glas, ter verzending van j

8 10 c.M.

/■0.05 0.05 0.00 0.07 per 100 stuks tot lageren prijs. Mortieren.

van Agaat, met stamper.

diam. 32 39 45 52 60 70

m.M.

O3

21 c.51

O2 19

ƒ3.50 4— 4.75 6.— 6.50 7.— van Kristal, met tuit en stamper.

diam. 7 9 12 16 e.M.

70.75 1.10 1.40 2.25 van Saniteitsgoed, met tuit.

N». 7 6 5 4 3 2 1 0

diam. 6\' 8 9 11 12 14 16 18

308

309

met Stamper ƒ 0.55 0.65 0.82-*- 1.— 1.15 1.45 1.65 1.95 2.85 3.75 zonder „ „ 0.40 0.45 0.55 0.65 0.82^- 1.05 1.35 1.45 2.30 3.—

310

-ocr page 265-

J. B. DEL1US amp; COMP. AMSTERDAjr.

317

van Saniteitsgoed, zonder tuit, van binnen mat, voor poeders.

Squot;. 5 4 3 \'2 10 O2 diam. 9 11 12 13 16 18 20 c.M.

29

per

Nquot;. 311

312

313

314

315

f 1

c.M.

0

20

0

10

0

90

6

0

50

0

60

0

30

5

75

0

40

7

50

0

45

8

316

317

318

319

320

321

Papier.

Filtreerpapier,

Idem, Idem,

met Stamper ƒ0.75 0.90 1.—■ 1.10 1.35 1.60 1.80 zonder „ „ 0.50 0.70 0.82,gt; 0.95 1.05 1.25 1.40 van Saniteitsgoed, met tuit en Stamper, diam. 14 c.M. met verschillend opschrift: Gift, Jodofonn, Moschus

Merc. Sublim. Corr. etc....................

van Saniteitsgoed, op voet met platten tuit en

stamper met houten steel. Nquot;. 6 5 4 3 2 1 diam. 8 10 13 16 19 22 ƒ 0.821 1.10 1.40 1.65 2.20 3.— Afzonderlijke Stampers voor Mortieren N0. 310 en 311 N0. 7 6 5 4 3 2 1 0 02 03

70.22 0.33 0.45 0.50 0.50 0.55 0.70 0.77\' 0.90 1.05 Naamplaten van porselein of geëmailleerd ijzer, zie prijscourant van Apotheek-inrichtingen met ingebrande Etiketten.

Oogbaden van glas..................................

Oogdroppelbuisjes...................................

per dozijn. . .

„ 100 stuks Oogdroppelfleschjes met pipet en guttapercha....

Idem .. ,, u

in kartonnen koker

ffrijs, per boek..................

„ riem..................

wit „ boek.................

„ riem..................

riltachti;/ „ boek.................

„ riem..................

322

-ocr page 266-

J. B. DEL1US amp; COMP. AMSTERDAM.

28

per stuk

tin, konische vorm. 250 300 400 500

gram

ƒl—1.20 1.60 2.30 2.75 3.— 3.25 4 Medicijnglas, zie afzonderlijke prijscourant.

Medicijnouwels, voor poeders.

N0. 1 2 3 per 1000 stuks

kleine middels, groote „ lOO „ Idem, voor 01. Ricini, 01. Jecor. Asell. enz.

per doos van 25 50 100 250 500 stuks ƒ0.50 §.75 1.— 2.25 3.75 Medicijntrommels van gelakt ijzerblik met 10 afdeelingen.. . Minimetrische toestellen ter bepaling van het koolzuurgehalte

in de lucht, met tabel, in kartonnen doos..........

Monsterbuisjes, van zeer sterk glas, ter verzending van monsters per post

lang_5__6 8 _ 10 c.M.

ƒ0.05 0.05 0.06 0.07 por 100 stuks tot lageren prijs.

Mortieren.

van Agaat, met stamper.

diam. 32 39 -45 52 60 70 m.M. ƒ 3.50 4— 4.75 6.— 6.50 7.—

van Kristal, met tuit en stamper.

diam. 7 9 12 16 c.M.

ƒ 0.75

van Saniteitsgoed,

N0. 7 6 5 4 3 2 1 0 diam. 61- 8 9 11 12 14 16 18

van fijn Engel sell 25 50 100 200

1000 5.75

50 30

25

1.10 1.40 2.25 met tuit.

O2 0^ 19 21 c.M

met Stamper ƒ0.55 0.65 0.82A 1.— zonder „ 0.40 0.45 0.55 0.65 1.45 1.65 1.05 1.35 2.85 3.75 2.30 3 —

1.15

0.821.

1.95 1.45


-ocr page 267-

J. B. DEUÜS amp; COMP. AMSTERDAir.

317

van Saniteitsgoed, zonder tuit, van binnen raat, voor poeders.

N». 5 4 3 \'2 1 0 O2 diam. 9 11 12 13 16 18 20 c.M.

29

N0. 311

312

313

314

315

c.M.

316

317

318

319

320

321

322

Idem.

wit

riltachtiij

Idem,

1.10 1.40 1.65 2.20 3.— Afzonderlijke Stampers voor Mortieren N0. 310 en 311 N0. 7 6 5 4 3 2 1 0 02 O3

/•0.22 0.33 0.45 0.50 0.50 0.55 0.70 0.77»- 0.90 1.05 Naamplaten van porselein of geëmailleerd ijzer, zie prijscourant van Apotheek-inrichtingen mot ingebrande Etiketten. i

Oogbaden van glas....... ..........................

Oogdroppelbuisjes...................................

per dozijn. . . „ 100 stuks

Oogdroppelfleschjes met pipet en guttapercha............

Idem „ „ „ „ in kartonnen koker

Papier.

Filtreerpapier, grijs,

met Stamper /\'0.75 0.90 1.—• 1.10 1.35 1.60 1.80 zonder „ „ 0.50 0.70 0.82| 0.95 1.05 1.25 1.40 van Saniteitsgoed, met tuit en Stamper, diam. 14 c.M. met verschillend opschrift: Gift, Jodoform, Moschus

Mere. Sublim. Corr. etc.......................

van Saniteitsgoed, op voet met platten tuit en

stamper met houten steel. N». 6 5 4 3 2 1 diam. 8 10 13 16 19 22 /■0.821

per boek., „ riem.. ,, boek . „ riem., boek , riem.,

-ocr page 268-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

Perkamentpapier, per Kilo.......................

Idem, gesneden tot poederpapieren

per 1000 stuks. Pastillestekers van Koper met Houten handvat.

zonder gravure.................................

met „ .................................

Mede verkrijgbaar met firmastempel.

Penseelen.

Gewone, korte, per dozijn.......................

Lange (Keelpenseelen)

N»._1 2 3

per dozijn /\'0.55 0.90 1.50

Idem, met nieuwzilverdraad......................

per dozijn.

Idem, van gesponnen glas voor Zuren.............

Picnometers.........................................

Pillenborden.

Volgens Mohr, bestaande uit Mahoniehouten bord met 2 schijven voor 2 en 3 greins pillen, groot

soort.......................................I

klein soort..................................|

Volgens Vial, bestaande uit Mahoniehouten bord met schijf en lossen ring, waarmede alle grootten van pillen gerold kunnen worden, groot soort..

klein soort................................

Pillenmachines.

Van Eboniet voor 1 of 2 greins pillen...........

30

stuk

60 50 50

55

per

f 1

9 ■gt;•) quot;

» 4 „ 6

323 :3\'24

325

326

327

328

0

20

\'2

20

0

40

0

40

329

330

331

332

2 1

50 50

333 33-4

335 330

-ocr page 269-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

353

Van Eboniet (dubbele) voor 1 on 2 groins pillen...

Koper voor 2 greins pillen.................

„ ,, granules.......................

„ „ 2 greins pillen, met breede messen

,, ,, 2 greins pillen, met loopers......

,, (dubbele) voor 1 en 2 greins pillen....

Uzer (dubbele) voor 1 en 2 greins pillen.....

Pillenplankjes van Mahoniehout tot het uitrollen der massa Pillenverzilveraars.

Van Kristal...................................

,, gewoon hout in 2 grootten..................

,, Palmhout ,, 2 ,, ..................

,, ,, met speciale inrichting voor die

pillen, welke door hare hardheid moeielijk te

verzilveren zijn..............................

Pillenzeven van Hoorn ..............................

Pioscopen voor Melkondei-zoek.........................

Pipetten.

Gewone Cylindervorm.

30 60 125 gram.

345

per

stuk

/\' 7

50

j) 1

8

„ 9

» 8

50

„10

„ 8

,, o

60

„ 1

75

i

20

„ i

50

Nquot;.

337

338

339

340

341

342

343 34-4

345

346

347

348

349

350

351

352

10

i i li

0.75

CC

D 1

ij\' 1.-

150 1.05

200 CC 1.40

ƒ0.25 0.30 0.35 0.45 0.57,1

f 0.20 Meetpipetten.

1

afgedeeld in

ƒ0.45 Vollpipetten. 2 5 10.

i

2 I)

0.45 0.60 25 50

0.25 0.35

100 0.70

i

2 0

353

-ocr page 270-

J. B. DELIUS amp; CO.MP. AMSTERDAM.

334 33(5

Perkamentpapier, per Kilo.......................

Idem, gesneden tot poederpapieren

per 1000 stuks. Pastillestekers van Koper met Houten handvat.

zonder gravure.................................

met „ .................................

Mede verkrijgbaar met firmastempel.

Penseelen.

Gewone, korte, per dozijn.......................

Lange (Keelpenseelen)

N0._1 2_3_

per dozijn ƒ0.55 0.90 1.50

Idem, met nieuwzilverdraad......................

per dozijn.

Idem, van gesponnen glas voor Zuren.............

Picnometers.........................................

Pillenborden.

Volgens Mohr, bestaande uit Mahoniehouten bord met 2 schijven voor \'2 en 3 grains pillen, groot

soort.......................................

klein soort ..................................

Volgens Vial, bestaande uit Mahoniehouten bord met schijf en lossen ring, waarmede alle grootten van pillen gerold kunnen worden, groot soort....

klein soort.................................

Pillenmachines.

Van Eboniet voor 1 of\' 2 greins pillen.............

30

-ocr page 271-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

.11

3-45

353

Van Eboniet (dubbele) voor 1 en 2 greins pillen...

„ Koper voor 2 greins pillen.................

» gt;, „ granules.......................

,, ,, ,, 2 greins pillen, met breede messen

„ ,, ,, 2 greins pillen, met loopers......

,, ,, (dubbele) voor i en 2 greins pillen....

„ IJzer (dubbele) voor 1 en 2 greins pillen.....

Pillenplankjes van Mahoniehout tot het uitrollen der massa Pillenverzilveraars.

Van Kristal...................................

,, gewoon hout in 2 grootten..................

2

Palmhout

,, ,, met speciale inrichting voor die

pillen, welke door hare hardheid moeielijk te

verzilveren zijn..............................

Pillenzeven van Hoorn ..............................

Pioscopen voor Melkonderzoek.........................

Pipetten.

Gewone Cylindervorm.

30 60 125 gram.

0.25 2

0.35

25 CC

10 i

11)

0.75

i 10

0.45 0.60 50 100

150 200 CC

/0.20 Meetpipetten.

1

afgedeeld in 1

ƒ0.45

Vollpipetten.

2 5 10 . 25

t

\'2 0quot;

/0.25 0.30 0.35 0.45 0.57 J 0.70 1.05 1.40

-ocr page 272-

32

J. B. DELIÜS amp; COMP. AMSTERDAM.

y

358

Platinadraad en plaat in verschillende dikten, per gram Platina Kroesjes met deksel in verschillende grootten, inclusief

fa^on, per gram................................

Pokstof buisjes, per 100 stuks..........................

Praeparaatgiazen worden op bestelling in verschillende afmetingen met of zonder ingeslepen glazenstop geleverd. Reageerbuizen.

lang 100 135 140 145 155 160 165 170 180 mM. diam. 10 10 13 15 17 19 21 25 30 „

per

f 0

85

10

9

50

Nquot;.

354

355

356

357

358

p.100 /2.25 2.90 3.— 3.25 „doz. „0.30 0.40 0.45 0.50 Idem, op voet.

359

105 15

hoog diam.

3.75 4.— 5.— 6.— 9.— 0.60 0.75 0.82 J 0.90 1.20

m.M.

160 20


dozijn f\\.— 1.50 „ stuk „ 0.10 0.15

Reageerkelken op voet, inhoud 100 gram................

Reageerrekjes, van gepolitoerd Mahoniehout.

Voor 12 buisjes................................

,, 18 v ................................

Idem, van wit hout met inrichting tot drogen dei-buisjes.

voor 12 buisjes.................................

oa ...........................

5) -\'I V ................................

Idem, van wit hout, draaiende.

voor 12 buisjes.................................

71 18 „ ................................

Reagentiënkisten van Mahoniehout, waarin lade voor instrumenten.

360

361

362

363

364

365

366

367

16 24 30 61 H

ƒ15.— 17.- 20.— 30.— „15.75 18.25 21.25 32.— „22.-- 31.— 38.— 70.—

per

de kist inhoudende de flesschen zonder Etiketten „ ,, met gedrukte ,, ......ingebrande „

Afzonderlijke Etiketten voor Eeagentien, per stel

-ocr page 273-

J. li. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

Receptenbezwaarders ( vierkante blokken) van geslepen kristal

Idem, (liggende leeuw) van Saniteitsgoed..........

Receptliassen op zwarthouten voet.

met rechten draad.............................

gebogen „ ..............................

Roerstaven, aan beide einden afgeslepen.

per stuk f 0.07 ■% per 10 stuks

Retorten van wit Boheemsch moeielijk smeltbaar glas.

inh.: 30 60 125 200 250 500 gr. 1 IJ Lit.

Kilogram.

Nquot;.

368

369

370

371

372

stuk

60 55

per

/\' o 0

65 50

373

zonder tubus/quot;0.221 0.25 0.28 0.30 0.35 0.45 0.60 0.75

Hjngesf.^top Iquot; 0-quot;5 0\'40 0-45 0-50 0-65 0-90 1 •- -1-10

inh : 2 3 4 5 6 10 Liter

zonder tubus ƒ1.— 1.40 1.75 2.— 2.25 4.—

met tubus en ) . Kria 0 ,

, , „1.50 2.— 2.a0 3.— 4.— /.—

ingesl. stop r\'

Kolven van denzelfden inhoud dezelfde prijs.

Retorthouders.

Van wit hard hout. de klem met kurk bekleed

met enkele beweging.........................

„ dubbele ,, .........................

Yan Mahoniehout, de klem met kurk bekleed,

met enkele beweging........................

„ dubbele „ .........................

Van Mahoniehout, met beweegbare klem, verschuifbaren trechterhouder en kolfdrager, geheel com-\' pleet........................................

374

375

376

377

378 370

50 50

3

10

-ocr page 274-

34

381

Snijmessen.

Gewoon soort met plank en heft, lengte van het mes: 20 23 26

/16

382

16 14

30 cM.

ƒ4.50 5.50 6 — 7.— met stelschroeven om op verschillende maat te snijden,

met bak en schuiflade...................... • •

Amerikaansch systeem, geheel van Metaal, zeer weinig

ruimte innemende...........................

Fransch systeem, zoodanig ingericht dat het mes nim-mer het houten blok raakt en dientengevolge langer scherp blijft.

groot soort....................................ij

klein „ .....................................

per

N0. 380

381

383

-ocr page 275-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

0.50 0.70 1.— 1.25 22 30 37 45 e.M.

Spatels, van Saniteitsgoed. Zonder lepel, (dubbele).

ƒ 0.55 Met knop (bijtelvorm). lang 10 15 22

0.60 0.82 1.10

lang 15

385

30

35

386

384

Nquot;.

384

385

386

45 e.M.

37

22

30

ƒ 0.45 Met lepel, lang 15

1.375-

37 45 cM.

lana

11 13

16

f 0.50 0.77» 0.90 1.10 1.30 1 65 Idem, van gepolijst ijzer, met lepel.

18 21 23 e.M.

f 0.45 0.55 0.60 0.65 0.T0 0.85 0.95

387

3*

-ocr page 276-

J. B. DELIUS amp; COM P. AMSTERDAM.

0.90 1.— 1.20 onder lepel (dubbele). 13 16 18 c.M. f (1.15 072(1 0.25 0.35 Idem, van Eboniet, zonder lepel (dubbele).

lang 13 16 21 c.M.

f 0.25 0.30 0.10

Idem, van glas, bijtelvorm............. • • • .......

Idem, van zeer buigzaam staal tot het uitstrijken van pleisters met houten handvat (Pleisterspatels).

lengte van bot mes 10 14 16___19 cM.

/ 0.50 0.60 0.70 0.85

Idem, geheel van staal..........................

Spuiten van Glas.

Iniectiespuiten in verschillende grootten en modellen

van /quot;0.10 tot

Lavementspuiten in verschillende grootten „ „ 0.7.) ^

Oogspuiten....................................

Oor- en neusspuiten.............................

Uterusspuiten..................................

Idem, van

seeren.................

Idem, van koper, met lepel.

lang 8 11_13_ 16___

/■ 0.55 0.05 0.70 0.80 0.90 Idem, van nieuwzilver, met lepel, lang 8 11 13 16 18

23 c.M. Ï760

388

36

394 400 398 399 396

gepolijst ijzer met handvat om te botani-

stuk

60

per

f o

Nquot;.

388

389

21 23 c.M. 1.05 1.25

390

21 1.30

ƒ 0.75 0.80 Idem van Hoorn z lang 10

391

392

15

393

394

1 75

395

396

397

398

399

400

u

0

50

quot;

2

50

i v

0

25

L

0

20

i\' T

0

50

-ocr page 277-

0. B. DELIUS amp; COM P. AMSTERDAM.

37

402 407 408

Spuitflesschen.

volgens Berzelius met 1 buis...................

„ Fresenius „ 2 buizen.................

Springkolen, volgens Berzelius.......................

Strookransen.

diam. 15 18 21 c.M.

ƒ0.20 0.25 0.30 Stopflesschen, van wit glas met gewone stoppen.

inh. 2—60 100 125 150 200 250 300 400 gr. Nauwmonds / 0.10 0.11 0.12 0.13 0.13 0.14 0.15 0.16 li Wijdmonds „ 0.12 0.14 0.16 0.18 0.20 0.22 0.23 0.24 „ j| inh. 500 750gr. 1 IJ- 2 2J 3 4 5Liter. Nauwmonds f 0.20 0.25 0.30 0.sTö.óO 0.65 0.75 0.90 1.10 Wijdmonds „ 0.25 0.30 0.40 0.55 0.60 0.65 0.80 1,— 1.10 j inh. 6 8 10 Liter Nauwmonds f 1.20 1.40 2.20 Wijdmonds ,, 1.50 1.90 2.40 Idem. met dekselstoppen.

inh 2—60 100 125 150 200 250 300 gr.

407

408

3 Liter.

409

410

Nauwmonds f 0.12 0.13 0.14 ü.15 0.15 0.16 0.17 Wijdmonds „ 0.13 0.15 0.17 0.18 0.20 0.23 0.24

inh. 400 500 750 gr. 1 I J

Nauwmonds /\' 0.18 0.24 0.271 0.35 0.40 0.55 0.80 Wijdmonds „ 0.25 0.27 J 0.32J 0.42 J 0.60 0.65 0.85

inh. 4 5 6 8 10 Liter.

Nauwmonds /1.— 1.20 ï.30 1.50 2.50 Wijdmonds „ 1.20 1.30 1.60 2 — 2.75 Idem. van Hyalietglas (bruin, zwart of blauw),

inh. 5—60 100 125 200 250 400 gr. Nauwmonds f 0.17| 0.20 0.25 0.27| 0.35 0.45 Wijdmonds „ 0.20\' 0.25 0.30 0.40 0.50 0.60

inh. 500 750 1000 1500 gr. Nauwmonds f Ó.60 0.75 1.— 1.30 Wijdmonds „ 0.75 1.— 1.25 1.75

Nquot;.

401

402

403

404

per

stuk

f o

40

„ o

65

, 0

10

405

406

-ocr page 278-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

38

N«. 411

stuk

per

U

1

413

Idem, van wit glas, met (Haringflesschen).

ink.

415

gewone stoppen, laag model 2 3 Liter.

/■0.45 0.60 0,75 1,—

Idem, van wit glas, met gewone stop en tuit van 10 — 60 gr.. . Idem, van wit glas, met aan beide zijden van gleuven voorziene stop en gaatje in den lials tot toelating der lucht. (Droppelstopfleschjes) inh. 10, 15, 30, 50, en 60 gr.

Idem, van bruin glas................................

Idem, van wit glas, voor Zuren, bestaande uit stopflesch met op den hals luchtdicht gesloten glazen kap (Kapflesschen). inh. 30 60 125 200 250 400 500 gr.

/0.60 0.80 0.90

412

413

f 0

11

14 20

414

415

1.25 1.50 2.—

Idem, van wit glas, voor Olieteiten met ingeslepen droppelverzamelaar en luchtdichtgesloten glazen kap. inh. \\ -j 1 1 ,V Liter.

/TTlO L25 1.40 1.60 2.25 Idem, van wit glas (vierkant) mot dekselstoppen.

inh. 15 30 60 100 125 gram. Nauwnionds /0.12 0.12 0.13 0.15 0.18 Wijdmonds „ 0.13 0.13 0.14 0.16 0.20 Idem, van bruin glas (vierkant) met dekselstoppen.

inh. 15 30 60 100 125 gram.

Nauwmonds /\'0.21 0.21.....0.22,; 0.25 0.30

Wijdmonds „ 0.25 0.25 0.27^ 0.30 0.35 Idem, van fijn geslepen kristal (vierkant) met hooge stop.

inh._15 30_60_125 200 250 500 gr.

Nauwmonds /0.35 Ö.37J-0.42i 0.50 0.60 0.75 1.10 Wijdmonds „0.375-0.40 0.45 0.55 0.65 0.85 1.25

416

417

418

419

420

421

422

-ocr page 279-

J. n. DELIDS amp; COMP. AMSTERDAM.

Stroopflesschen.

Met tuit, laag model, om in extractpotten te plaatsen, voor potten van J 1 2 Liter.

fö.20 0.30 0.40 Zonder tuit, lioog model,

inh. 200 250 300 350 gr.

f 0.25 0.25 0.30 0.35 Afzonderlijke losse stoppen,

van Glas....................................

„ Palmhout...............................

Stroopkaraffen met losse glazen stop,

inh. 250 500 gr.

/0.25 Ö^Öquot;

Suppositoriënpersjes, van tin met palmhouten stamper.

Voor Suppositoriën van 3 gram.................

n li Ti 0 » .................

n „ „ 1J en 3 gram (dubbele)...

Idem, geheel van Palmhout voor Suppositoriën van 5 gr

Tarreerbusjes met dubbele tuit, vernikkeld............

Thermometers, voor chemisch gebruik.

Met papieren schaal,

van 0—100° C..............................

„ 0—200° ...............................

Met melkglas schaal, -100° C. . . ,

van 0-

„ 0—200°,,.........

„ 0-360°,,.........

Met de schaal op de buis,

van 0—100° C.........

„ 0-200° „........

„ 0-360° „ ........

Idem, (Koorts of Maximaal-).. Idem, voor Boter en Kaas... .

39

423

424

425

426

427

428

429

430

431

432

433

434

435

436

437

438

439

440

441

442

-ocr page 280-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

Tinctuur- of Laboratoriumpersen.

van 1 Liter met gegoten ijzeren beugel, zonder voetstuk

met houten „ van 5 Liter met geslagen ijzeren beugel, zonder voetstuk

met houten „

Trechters van glas.

Gewone.

40

per

stuk

f 7

50

. 8

75

„21

„22

50

N0.

443

444

445

44G

diam. 4 5 6 8 10 12 14 16 18 20 22 25 cM

quot;7 0.12^.0.12^0.15 0.20 0.20 O.STTOinüO 0.45 0.50 0.55 0.60 Filtreertrechters met holten in den vorm eener spiraal diam. 10 12 14 17 19 21 cM.

f 0.60 0.70 0.75 0.85 0.95 1.—

Idem,

447

12 eM.

6

10

geribt. diam.

0.25 0.25 0.35

448

18 cM.

14

16

f 0.15 0.17» Idem, met glazen kraan, diam. 10 12

f 1.45 1.60 1.80 2.— 2.50 met glazen kraan en stop (Scheitrechters), inh. 125 250 500 gram

449

Idem,

Idem, van Spitse vorm.

f 1.75 Saniteitsgoed.

2.75

inh.

1 Liter.

met staven f 1.45 1.75 2.20 zonder „ v 1.20 1.65 1.95 Klokkenvorm.

diam. 10 14 17 cM.

f 1)785 EÏÖ ÏXö

Filtreertrechters met staven.

diam. 13 14 18 23 cM. f 1.10 Olieteittrechters.

450

451

452

453

1.25 1.65 2.20

12 cM.

71-2

diam. 4

f 0.25 0.30 0.35 1.

454

-ocr page 281-

J. B. DE1.IUS amp; CO.MI\'. AMSTERDAM.

401

Idem, van blik tot flltreeren van opodeldoch niet dubbelen wand voor warm water Met spirituslamp Idem, van hard

dlam. 5 8 10 13 15 cM. ƒ 1.25 1.50 1.75 2.50 3.50

Trekflesschen voor tincturen, inh. 2 Liter.....

Uitdampschalen, van Glas, half kegelvorm.

diam. 6 8 10 12 14 16 cM.

41

Nquot;.

455

456

457

per

gutta pereha. 5 8 10

458

459

460

461

462

463

1.50 1.80 2.55 2e kwaliteit, korting, proeven. 6 5 9 10 125 200

f 1.— 1.25 Dezelfde soort, gebruik met 20% Zonder rand, voor I\\o. 9 8 7 diam. 6 7 8 inh. 40 60 75

4 12 250

2

14 400

3

13 300

Idem, van

f 0.25 0.35 Saniteitsgoed,

0.50 0.60 met rand.

0.70

N».

6

5

4

3

2

1

0

00

diam.

19

21

23

26

28

30

34

39 cM. [{

inh.

\'i

1

2

2.r

3.1

5

8 Liter.Ij

2.90 4.40 6.— echter even goed

f 0.25 0.30 0.40 0.50 0.60 0.75 Idem, van Lood.

diam. 5 8 10 12 15

16 c.M. 500 gr.

eJL

0.27 0.27 0.35 0.35 0.35 per nest van 9 stuks No.

n ji n n a

/\'0.20

Vlakke, met vertikale wanden.

No. 7 6 5 4 3

diam. 7 8 9 10 12

inh. 25 40 50 100 150

464

465

466

467

0.45 0.45

1-9____

1—4____

5—9____

2

14

250

0.50

1

16 c.M. 350 gr.


0.45 1—7.

/0.35 per

0.50

0.35 0.35 nest van 7

0.35 0.45 stuks No.

468

-ocr page 282-

J. B. IIEI.IUS amp; COMP. AMSTERDAM.

472

Idem, van Berlijnsch Porselein.

No. 00 0 1 2 3 4 5 G 7 diam. 7 7,1 8 9 10 11 12 14 18 c.M inh. 40 CO 75 125 200 250 300 400 500 gr. ƒ 0.25 0.32^0.45 0.50 OTCO 0.70 0.90 1.10 1.55 f

per nest van 9 stuks No. 00—7..........

Idem, van Geëmailleerd IJzer.

diam. 8 9 10 11 13 14 15 ISc.M. /■ 0.30 ()740 0.55 0.70 0.80 1.— 1.15 1.25

Urinalen.

Yoor mannen.................................ii

„ vrouwen..................................I|

Vaccinatieglaasjes.

Hol geslepen, per stel...........................

Ylakke „ „ ...........................

Veiligheidsbulzen, (Weltersehe),

zonder bol...............................

met 1 „ ...............................

„ 2 bollen..............................

„ 1 bol en 2 hoeken....................

Vergiftteekens. (Doodskoppen of sterren), per vel.... Vochtwegersglazen op voet zonder rand,

hoog 20 30 35 40 e.M.

f 0.30 0740 0.50 0.60 Vijzelmortieren, van Saniteitsgoed met stampers.

No. 4 3 2 1 0 CO diam. 9 11 12 13[ • 15 17 e.M. /•quot;0770 0.825 1.25 1.50 1.80 2.20 Vijzels, van Saniteitsgoed met stampers van Saniteitsgoed of Palmhout.

42

per

f 6

-ocr page 283-

43

487

No. 3 2 1 0 00 diara. 10 13 16 18 21 c.M.

hoog 0 12__14 1(5 19 „

met Saniteits stamper/11.40 1.65 2.50 4.70 6.60 „ Palmhouten „ „ 1.50 1.90 2.75 5.— 7.15 Idem, van gepolijst ijzer met ijzeren stamper (Pillcimjzel). diam. 9 11 13 e.M.

hoog 6 7 9 „

^ /\' 2.50 3.50 4.50 Waterbaden, van rood koper.

diam. 13 20 25 c.M.

met____(! 8 10 ringen

f 3.50 5.— 7.50

-ocr page 284-

J. B. DELIUS amp; COMP. AMSTERDAM.

44

N«.

486

487

stuk

per

f 6

10

2

488

489

490

491

492

493

, 2 , 3 ,20

494

495 49G 497

49(5

Idem, met Constant niveau...........................

Idem, „ „ „ met voedingsflesch en kraan door middel van een guttapercha buis aan liet waterbad verbonden .................................

Waterkannen, van half kristal.........................

Waterkaraffen, met ronde ingeslepen stop.

inh. I, J 1 1\'. 2 3 Liter. 70718quot; 0.22 0.40 0.50 0.60 1.05 Woulfsche flesschen.

inh. | J 1 1.V 2 3 Liter, met 2 halzen f 0.50 Ö.75 1.— 1.20 1.30 1.75 „ 3 „ „ 0.65 0.90 1.25 1.50 1.75 2.25 Wrijfschalen van Saniteitsgoed, met platte tuit en stamper met houten steel.

Nquot;. 6 5 4 3 2 1 diam. 21?,- 23 26 28 30 33 c.M. f 2.75 3.20 3.60 4.70 5.50 6.60 Stampers afzonderlijk.

N0. 6 5 4 3 2 1 f 0.70 0.70 0.82} 0.82J 0.82,1 1.10 Ijskappen met dubbelen bodem.

van grijs guttapercha........................

„ rood of zwart guttapercha.................

Ijsmachines, volgens Bernh. Pretsch..................

IJszakken van Perkamentpapier.

N». 0 12 3 lang 20 25 30 34 cM.

breed 11 20 20 25 „

f 0.20 0.25 0.30 0.40

50

-ocr page 285-

J. B. DEMI\'S Sc COUP. AMSTERDAM.

45

498 503

Nquot;.

498 Zalfpotten, van porselein, conische vorm.

inh. 10 15 30 50 60 100 125 gr.

p. 100 Stuks f 2.25 2.75 3.25 3.75 4.50 5.50 6.50

499 Idem, met fijn gepolijst houten deksel.

inh. 10 \'15 30 50 50 100 125 gr.

p. 100 stuks f 5.75 6 25 6.75 7.25 8.50 10.— 11.— 500 Idem, van porselein, cilindervorm, de inhoud in den bodem vermeld.

; inh. 10 15 30 50 60 100 125 gr.

p. 100 stuks ƒ 2.25 2.75 8.25 3.75 4.50 5.50 6.50 501 Idem, met fijn gepolijst houten deksel.

inh. 10 15 30 50 60 100 125 gr.

p. 100 stuks /\'5.75 6.25 6.75 7 25 8.50 10.— 11.—

502 Idem, van Melkglas, cilindervorm met fijn gepolijst houten

deksel.

inh. 10 15 30 60 100 125 gr. p. 100 stuks f 6.— 7.— 8.— 10.— 12.— 15.—

503 i Idem, van fijn aardewerk, laag model, cilindervorm.

inh. 5 10 15 30 \' 60 100 125 250 gr.

\\ p. 100 stuks ƒ 2.— 2.— 2.50 3.— 3.50 4.-- 5.— 7.50 inh. 350 500 650 900 1250 gr. „ „ „ f 10.— 12.50 16.— 25.— 30.—

504 Idem. van fijn aardewerk, hoog model, conische vorm.

NJ. 0 1 2 3 4 5 6 inh. 10 15 30 50 75 100 150gr.i| p. 100 stuks f 2.— 2.50 3.— 3.50 4.— 5.— 6.—

505 Idem, van grof aardewerk (gele) hoog model.

inh. 15 30 60 100 125 200 250 gr. p. lOOstuks / 1.— 1.40 1.60 1.90 2.50 4.— 5.— inh. 400 500 1000 gr.

p. 100 stuks /\'6.50 8.— 15.—

Nquot;. 499, 501 en 502 worden ook door ons geleverd met firma onder den politoer tegen een prjjsverhooging van ƒ2.— per 100 stuks.

506 Zandbaden van geslagen LTzer, half kogelvorm.

diam. 10__12_16 22 c.M.

ƒ0.50 0.60 0.75 1.10

-ocr page 286-
-ocr page 287-
-ocr page 288-
-ocr page 289-
-ocr page 290-

/

-ocr page 291-
-ocr page 292-

\' ■ . -!l

^ ■■■-:■ ■ ;■ \'::f, :^\'W\'

\'. . i , ■ • \'% - .

;: ■ .VV; r,?/\' ■ i ■• ■\'W\'quot;\'

\' 5 1 i,.

i.....K v . .. ft.....