i
^.quot;,l.:.'''k
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
VOOR DE
»1ACOWIE
Nederduitsche Hervormde (Cerafornieenle) Gemeente
ü
Wmm
lÜi h^rïkvf;;
quot; 1
m
^8 11
.mmmk
:V5-or.'^lTvrtquot;
BiBLlO HEEK NED. HERV. KERK
, , ........ mtm ii i ■ i r ' —n—■———
^ ^^0 ~ %
D /3
ALGEMEEN
1^, '• -v • 2v TA
v •,i' r^v
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
»1 ACOUT IE
bibliotheek
NED. HEr-y. KERK
Nederduitsche Hervormde (Gereformeerde) Gemeente
AMSTERDAM.
(Voorafgegaan door het Synodaal Reglement voor de Diaconieën der Nederlandsche Hervormde Kerk.)
SYNODAAL REGLEMENT
VOOR DE
Diaconieën der Nederlandsche HervormdeKerk.
Art. i.
_ In elke gemeente der Nederlandsche Hervormde Kerk bestaat eene diaconie of kerkelijke instelling ter verzorging van armen.
Art 2.
Diaconieën zijn instellingen van weldadigheid, van zuiver kerkelijken aard, onder kerkelijk bestuur en toezicht, en bestemd den armen der gemeente met hulp en ondersteuning te gemoet te komen.
Art. 3.
De kerkelijke verzorging van armen wordt uitgeoefend door diakenen, onder medewerking en goed-
4 synodaal reglement.
keuring van den kerkeraad i), en onder toezicht van het classicaal bestuur.
Art. 4.
De zorg der diakenen voor de stoffelijke belangen der armen wordt, zooveel maar immer mogelijk, dienstbaar gemaakt aan de bevordering van hunnen geestelijken welstand.
Art. 5.
Ten aanzien van het getal der diakenen, hunne vereischten, hunne benoeming, hunne verhouding tot den kerkeraad en het classicaal bestuur, en wat den duur hunner bediening betreft, wordt gehandeld overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Reglement en de bijzondere Reglementen.
Art. 6.
Elke diaconie zorgt voor de armen, die in het kerkelijk ressort van hare gemeente wonen. Aan armen, die elders wonen, of die zich tijdelijk in eene gemeente ophouden, wordt niet dan in den uitersten nood door diakenen ondersteuning verleend.
Art. 7.
Diakenen zorgen allereerst en bij voorkeur voor de arme lidmaten der gemeente en hunne kinderen, doch zullen hunne zorg ook uitstrekken tot
1) „De kerkeraad is de Algemeene.quot; Verklaring der Syn. Coram, goedgekeurd door de Synode den I5n Juli 1S58.
synodaal reglement.
armen, die geen lidmaten zijn, indien en in zoover hunne middelen daartoe strekken.
Art. 8.
Geen arme heeft recht op bedeeling; de kerkelijke verzorging van armen is eene vrije en ongedwongene liefdadigheid.
Art. 9.
Diakenen richten hunne bedeeling in naar de stoffelijke behoeften en den zedelijken toestand der armen, in verband met de middelen, waarover zij kunnen beschikken. In geen geval zijn zij gehouden meer personen te ondersteunen of meer ondersteuning te verstrekken, dan hunne middelen gedoogen.
Art. 10.
Bij armen, die van elders komen inwonen, geven diakenen bijzonder acht op de redenen, die hen tot verandering van woonplaats hebben genoopt en bepalen hiernaar het bedrag hunner bedeeling.
Art. ir.
Allereerst zien diakenen toe, dat zij door hunne ondersteuning geene luiheid of onmatigheid, noch eenige zedeloosheid bevorderen. Zij trachten het gebruik van sterken drank bij hunne bedeelden tegen te gaan, en verleenen hun, die zich aan misbruik daarvan schuldig maken, in geen geval eenige geldelijke ondersteuning.
6 synodaal reglement.
Art. i2.
Diakenen zorgen, zooveel zij kunnen, voor de verstandelijke, zedelijke en godsdienstige belangen van de bedeelden en hunne kinderen; zij dienen hen met raad, hulp en vertroosting; zij zoeken bun arbeid te verschaffen en bevorderen werkzaamheid onder hen; zij zorgen voor het bijwonen der openbare godsdienstoefeningen bij de bedeelden, voor het gebruik maken van de catechisatie, vooral ook voor het schoolgaan der kinderen.
Art. 13.
Om in den nood der armen te voorzien, zamelen diakenen de liefdegaven der gemeente in, beheeren de Inkomsten der diaconie, en zorgen voor hare bezittingen en eigendommen, ook, zooveel de gebouwde eigendommen aangaat, door verzekering tegen brandschade. Zij doen wat in hun vermogen is, om hunne middelen uit te breiden, vooral door beroep op de liefdadigheid der gemeente, en zoeken alzoo aan de kerkelijke verzorging der armen den ruimsten omvang te geven.
Art. 14.
Kerkelijke gemeenten nemen geene subsidie aan van het burgerlijk bestuur en sluiten met dat bestuur geene zoodanige overeenkomsten, als waardoor diakenen op eenigerlei wijze zouden beperkt worden in de vrijheid en onafhankelijkheid hunner handelingen en in de naleving der kerkelijke wet.
synodaal reglement.
Art. 15.
Diaconieën, die, tijdens de invoering van dit Reglement, gesubsidieerd zijn, of met burgerlijke besturen overeenkomsten hebben aangegaan of vereenigd zijn, keeren op éénmaal of van lieverlede tot den normalen toestand eener diaconie terug.
Tot het voorloopig voortduren van den abnormalen staat eener diaconie kan door de Algemeene Synodale Commissie, op aanvrage en om gewichtige redenen, vergunning worden verleend.
Art. 16.
Diakenen zijn gehouden aan het burgerlijk bestuur de inlichtingen te geven, die bij de Algemeene Armenwet van 28 Junij 1854 [Staatsblad n0. 100) gevorderd worden.
Art. 17.
Diakenen bewaren charters, titels, papieren van geldswaarde en bewijzen van eigendom der diaconie; zij zijn aansprakelijk, ieder zooveel hem aangaat, voor elk nadeel en verlies, daaraan geleden, uit achteloosheid, verzuim of kwade trouw voortspruitende.
Art. 18.
Van alle bezittingen der diaconie wordt door diakenen een behoorlijk register of ligger aangelegd, geregeld bijgehouden, en door den kerkeraad gewaarmerkt. De ligger zelf berust bij den admini-streerenden diaken ; afschrift daarvan^ eveneens gewaarmerkt, wordt neêrgelegd in het archief van den kerkeraad.
7
synodaal reglement.
Het classicaal bestuur is bevoegd een afschrift van de?i ligger te vragen, (i October 1862.)
Art. 19.
Het al of niet opmaken en vaststellen van eene jaarlijksche begrooting omtrent de ontvangsten en nitgaven voor het volgende dienstjaar, wordt aan huishoudelijke bepalingen overgelaten.
Art. 20.
Diakenen mogen geene levering aan de diaconie doen, onderhands geen goed van haar huren of koopen, noch aan haar verkoopen, geen bezoldigd werk voor haar verrichten, en geene aanbesteding van haar aannemen.
Van deze bepaling kan, om dringende redenen, dispensatie worden verleend door den kerkeraad, met kennisgeving aan het classicaal bestuur.
Art. 21.
Diakenen beleggen de gelden, die zij voor hun beheer niet noodig hebben, met toestemming des kerkeraads. Zij leenen geene gelden van de diaconie, noch gaan beleeningen met haar aan zonder toestemming des kerkeraads en goedkeuring van het classicaal bestuur. Evenzoo wordt ook de goedkeuring van dit bestuur vereischt, indien de geldbelegging plaats heeft op eene andere wijze, dan door inschrijving op een der grootboeken van de nationale schuld; alsmede tot het verkoopen, verruilen, bezwaren of verpanden van goederen der diaconie.
8
synodaal reglement.
Art. 22.
De kerkeraad is bevoegd diakenen te vergunnen, het batig saldo der rekening tegen behoorlijke rente aan de plaatselijke kerkekas ter leen te geven.
Art. 23.
Tot het voeren van rechtsgedingen de diaconie betreffende, hetzij eischende, hetzij verwerende, behoeft de kerkeraad de toestemming van het classicaal bestuur.
De rechtsvordering der eischende partij wordt ingesteld door de Hervormde gemeente, ten name van diakenen of van het college van diakenen.
Art. 24.
Legaten van honderd gulden en daarboven, aan de diaconie vermaakt, mogen niet worden verbruikt, maar moeten worden belegd of tot aflossing van schuld worden gebezigd, tenzij de erfmaker iets anders hebbe voorgeschreven.
Dispensatie van deze bepaling zal niet dan in dringende omstandigheden worden verleend door het classicaal bestuur.
Art. 25.
Geene betaling mag door den boekhouder of administreerenden diaken voor de diaconie worden gedaan, _ tenzij onder doorloopende of bijzondere machtiging van diakenen. Bij verschil doet de kerkeraad uitspraak.
9
synodaal reglement.
Art. 26.
De boekhouder of adminislreerende diaken is ten allen tijde verplicht aan diakenen, aan den kerke-raad en aan het classicaal bestuur, wanneer dit om gewichtige redenen aanvrage daartoe doet, opening te geven van den staat der kas, de boeken te ver-toonen en van de aanwezigheid der kasgelden te doen blijken.
Art. 27.
Diakenen doen jaarlijks, vóór den eersten April, rekening en verantwoording van hunne administratie over het afgeloopen jaar, ten overstaan van den kerkeraad, en leggen daarbij over al de rentegevende effecten en bewijzen van eigendom der diaconie, om met den ligger (art. 18) vergeleken te worden. Bij de beraadslagingen over de goedkeuring der rekening hebben diakenen geen concludeerende stem.
Deze rekening, door den kerkeraad goedgekeurd, wordt voor de gemeente ter inzage gelegd, en op dag en uur, vooraf bekend gemaakt, in orde bevonden zijnde, ten overstaan van de gemeente gesloten. '
Bezwaren omtrent de gehouden administratie worden bij den kerkeraad ingebracht en behandeld, behoudens beroep op het classicaal bestuur. In de vergadering des kerkeraads hebben diakenen, bij de behandeling dezer bezwaren, geen concludeerende stem.
Het classicaal bestuur is bevoegd, om gewichtige redenen, afschrift der rekening te vragen.
Art. 28.
Diakenen zijn verplicht zich aan de bepalingen.
synodaal reglement.
in dit Reglement vervat, te houden; de kerkeraad zorgt voor hare handhaving en uitvoering, het classicaal bestuur houdt daarop een waakzaam oog en zorgvuldig toezicht; bij verschil in den kerkeraad beslist het classicaal bestuur, behoudens hooger beroep.
Art. 29.
Ter voorziening in plaatselijke behoeften kunnen door den algemeenen kerkeraad bijzondere reglementen gemaakt worden, overeenkomstig art. 25 van het Algemeen Reglement.
II
ALGEMEEN
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
VOOR DE
Diaconie der Ned. Herv. (Geref.) Gemeente
TE
AMSTERDAM.
HOOFDSTUK I.
ONDERSTAND.
Art. i.
Onderstand kan verleend worden aan lidmaten der gemeente, aan weezen en aan kinderen van lidmaten.
Art. 2,
Met inachtneming van art. 7 van het Synodaal reglement voor de Diaconieën der Nederlandsche Hervormde kerk, wordt als regel tot het bekomen van onderstand vereischt, het lidmaatschap der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, gedurende ten minste 5 jaren.
Bij korteren tijd van lidmaatschap kan onderstand verstrekt worden, indien ten minste twee diakenen, ten genoege der Vergadering van diakenen, getuigenis afleggen aangaande Christelijken levenswandel, blijkende o. a. uit voorbeeldig levensgedrag, getrouw kerkbezoek, alsmede catechisatie-, schooien zondagsschoolbezoek der kinderen.
De onderstand vervalt van zelf, wanneer de hier bedoelde vereischten niet meer bestaan.
hoofdst. i. onderstand.
Art. 3.
Bij voorkeur wordt hulp verleend:
a. Aan hulpbehoevenden, die den ouderdom van ten minste 60 jaren bereikt hebben.
b. Aan weduwnaars en weduwen boven de 45 jaren, met de zorg voor hulpbehoevende kinderen belast.
c. Aan hen, die, door lichaamsgebreken of ten gevolge van andere oorzaken, niet in staat zijn in hun onderhoud te voorzien.
d. Aan kinderen van overleden lidmaten.
Art. 4.
De onderstand bestaat in:
I. Genees- en heelkundige hulp. II. Winterbedeeling (5 vierwekelijksche bedeelingen van November tot Maart).
III. Doorloopende (vierwekelijksche) bedeeling.
IV. Buitengewone bedeeling, welke verstrekt wordt;
a. door extra bedeeling.
b. uit het fonds Dijk.
c. uit het fonds Hulpbetoon (schaalcollecte).
d. uit zoodanige andere fondsen, als nog aan de diaconie, met of zonder bepaalde bestemming, mochten worden gemaakt.
V. Verpleging in de gestichten.
Art. 5.
Genees- en heelkundige hulp wordt verstrekt aan alle bedeelden, alsmede aan de bij hen inwonende tot hun gezin behoorende kinderen, totdat deze den igjarigen leeftijd bereikt hebben.
i6
hoofdst. I. onderstand.
Winter- en doorloopende bedeeling wordt gegeven tot een minimum van / 1.— en een maximum van ƒ 6.—, benevens een broodpenning, alle 4 weken. De aldus bedeelden ontvangen des winters turf, en, zoo mogelijk, kleedingstukken.
Extra bedeeling wordt uitgereikt tot een maximum van ƒ 25.— per partij.
Niet meer dan eens per jaar wordt aan een en dezelfde partij hulp verleend uit het fonds Dijk, tot een bedrag van ten hoogste /30c.—, en uit het fonds Hulpbetoon tot ten hoogste /100.—.
Opneming in de gestichten geschiedt volgens de daarvoor geldende bepalingen.
Art. 6.
Aan bedeelden, die in het Stedelijk Armenhuis zijn opgenomen, wordt, gedurende den tijd van hun verblijf aldaar, geene bedeeling verstrekt; de in het Gasthuis of Weduwenhof verblijf houdenden ontvangen brood- noch turf bedeeling.
Art. 7.
Onderstand wordt in den regel verstrekt aan het hoofd des gezins.
Wanneer de man lidmaat is van een ander, door de Nederlandsche Hervormde Kerk als Protestantsch erkend, kerkgenootschap, moet hij bedeeling van zijne gemeente ontvangen, alvorens zijne vrouw bij de Ned. Herv. Diaconie daarvoor in aanmerking komt (zie Overeenkomsten met andere kerkgenootschappen). Is hij Roomsch-Katholiek, dan is tot het ontvangen van ondersteuning noodig, dat de kinderen uit zijn gezin in de doopboeken der Ned. Herv. Gemeente zijn overgeschreven.
17
hoofdst. II. vergadering
HOOFDSTUK II.
VERGADERING en DIENSTREGELING.
Samenstelling der Vergadering.
Art. 8.
Het kerkelijk jaar vangt aan op den dag der openbare bevestiging, den laatsten Zondag in Februari.
Art. 9.
De diakenen worden, ter verdeeling van het dienstwerk, bijeengeroepen voor eene vergadering op den volgenden dag, bij voorkeur in de Kerkeraadskamer der Nieuwe kerk.
Art. 10.
Deze vergadering wordt geleid door de Finan-cieele Commissie, die daartoe uit haar raidden een voorzitter en een scriba kiest. Laatstgenoemde houdt aanteekening van het verhandelde, en deze aantee-kening, na aan het einde der vergadering voorgelezen en goedgekeurd te zijn, wordt door den voorzitter geteekend, en, als bijlage voorde notulen, in het archief opgenomen.
i8
en dienstregeling.
Art. ii.
In de vergadering, bij art. 9 en 10 bedoeld, worden de posten tot waarneming van het bestuur en het beheer der Diaconie, op voordracht of bij vrije keuze, verdeeld.
Die posten zijn:
A. ie en 2e Grootboekhouder.
B. ie en 2è Scriba.
C. 5 leden der Fmancieele Commissie, nl. ie en 2e Erfenisboekhouder, ie en 2e Thesaurier,
3= Thesaurier, adjunct-Erfenisboekhouder, tevens Archivaris.
D. 4 Bestuurders (benevens 2 Gemeenteleden-Bestuurders) van het D./.A. Weeshuis.
E. 4 Bestuurders (benevens 2 Gemeenteleden-Bestuurders) van het D.l.A. Oude Vrouwen-, Mannen- en Besiedelingenhuis.
F. 4 Bestuurders (benevens 2 Gemeenteleden-Bestuurders) van de D.l A. Bakkerij en de Turf-bedeelifig.
G. 3 Leden der Aitestatiekamer.
H. Praeses 1 en XII.
I. 42 Bezoekbroeders.
Voorts worden daaruit, aanstonds of later, tot de onderstaande betrekkingen of diensten geroepen : K. 6 Bestuurders van het D.l.A. Corvershof, te weten, de ie Grootboekhouder, ic Scriba, Praeses I en XII, en 1 Bestuurder van het Weeshuis, 1 Bestuurder van het O. V., M. amp; B. Huis, door de besturen dier stichtingen aan te wijzen. L. 6 Bestuurders der Magdalena Hodshon-, der van Limmik- en van de Willem Hendrik Hilmanstichting, te weten: 2 leden der Finan-
19
HOÜFDST. II. VERGADERING
cieele Commissie, i Bestuurder van het Weeshuis, i van het O. V., M. amp; B. Huis, en 2 leden der Commissie voor de Bedeeling en Plaatsing in de Gestichten.
M. 3 Bestuurders van het Gesticht van Sandrina Louisa Geertruida Holthuijsen.
N. 5 Bestuurders der Weduwen-Stichting.
O. 4 Bestuurders van het D. 1 .A. Ziekenfonds, t. w.; Praeses I en XII, en 1 Bestuurder van het AVees-huis, 1 Bestuurder van het O. V., M. amp; B. Huis, door de besturen dier stichtingen aan te wijzen.
P. 17 Leden der Commissie voor de Bedeeling en Plaatsing in de Gestichten, t. w.: de ie en 2e Grootboekhouder, de leden der Attestatiekamer en 12 Bezoekbroeders.
Q. 8 Leden der Commissie voor het Fonds Hulpbetoon (Schaalcollecte), waarvan de ie Grootboekhouder en 2 andere leden der Commissie voor de Bedeeling (voorts 5 Gemeenteleden).
R. 3 Leden der Commissie voor het Fonds Dijk.
S. 5 „ „ „ tot het doen vervaardigen
en uitreiken van kleedingstukken.
T. 3 Leden der Commissie voor de uitreiking van traktaatjes.
U. 10 Leden der Commissie, met Pr. I en XII, voor de i4daagsche Uitdeeling (Pr. II—XI). Vrii gesteld zijn de Grootboek houders, de Scriba's, de Financieele Commissie, de Besturen der Gestichten D en E en de jongste 12 Bezoekbroeders.
V. 12 Boekhouders bij de uitdeeling, zijnde de jongste 12 Bezoekbroeders.
W. 24 Leden der Kwartier-Commissien. Vrijge-
EN DIENSTREGELING.
steld zijn de ie Grootboekhouder, ie en 2e Scriba, ie en 2e Erfenisboekhouder, ie en 2e Thesaurier, de oudste Bestuurder van het Weeshuis en de oudste van het O. V. M. amp; B. Huis, de oudste Bestuurder der Bakkerij en de 31 Wijkdiakenen.
X. 31 Wijkdiakenen. Vrijgesteld zijn de posten Lr. A—H en de oudste 10 leden der Commissie voor de Bedeeling.
Y. 20 Leden tot het tellen der gebosseerde gelden,
t. w. de jongste 20 Wijkdiakenen.
Z. 62 Leden tot de Kerkcollecten. Vrij zijn de ie Grootboekhouder, ie Scriba, ie Erfenisboekhouder, ie Thesaurier, de oudste Bestuurder v. h. Weesh. en de oudste Bestuurder v. h. O. V., M. amp; B. huis.
AA. 48 Leden tot bet tellen der gecollecteerde gelden. Vrij zijnde ie en 2e Scriba, ie en 2e Grootboekh., de leden der Financ. Commissie, de beide oudste Bestuurders van het Weeshuis en van het O. V., M. amp; B. Huis, de Bestuurders der Bakkerij en de leden der Attestatiekamer.
BB. 62 Leden tot de Jaarlijksche Collecte aan de huizen. Vrij zijn de ie Grootboekh., de ie Scriba, de i0 Erlenisboekh. en de ie Thesaurier.
CC. 7 Leden der Commissie voorde Revisie, t. w. de ie en 2C Grootboekhouder. ie en 2e Scriba, ie Thesaurier, Praeses I en XII.
DD. 3 Leden des Commissie in zake: a. dispen-•quot; satie-aanvragen, b. voorloopige opneming van Weezen, en c. Weezen, bedoeld bij art. 126; t. \v. 1 lid der Financieele Commissie, 1 Bestuurder van het Weeshuis en 1 van het O. V., M. en B. Huis.
21
hoofdst. II. vergadering
Voor hem, die ter vergadering in art. g en 10 bedoeld, niet aanwezig is, en niemand tot de keuze van dienstwerk last heeft gegeven, geschiedt die keuze door den Voorzitter.
Art. 12.
De posten Lett. A, B en H worden vervuld op voordracht eener commissie van 5 leden, in de eerste vergadering van Januari, bij schriftelijke stemming en volstrekte meerderheid te benoemen.
De vervulling der plaatsen C—G, L, M, N, P(i2 Bezoekbroeders) en Q geschiedt op voordracht der betrokken corpor atiën.
De onder Lett. R, S, T en DD genoemde diakenen worden door de Vergadering bij vrije stemming aangewezen.
Met uitzondering van M (zie Art. 224) worden al deze posten, alsmede die onder Lett. I, K en O vermeld, voor een geheelen diensttijd, 4 jaren, aanvaard.
Het overige dienstwerk wordt voor een jaar gekozen.
De volgorde der vrije keuze (Lett. I en het dienstwerk voor een jaar) regelt zich naar volbrachte dienstjaren, en, waar die gelijk staan, naar ouderdom, met dien verstande dat den bezoekbroeders, den wijkdia-kenen en den in de kerken collecteerenden, gelegenheid gegeven wordt hun bezoekboek, bosseerwijk ot kerk weder in te kiezen.
Tusschentijds ontstane vacatures worden op dezelfde wijze vervuld.
Art. 13.
De in het vorig artikel genoemde voordrachten
22
en dienstregeling.
worden bij de Financieele Commissie, ten minste S dagen vóór de vergadering ter werkverdeeling, ingediend en door haar op de agenda geplaatst, die in duplo met het oproepingsbiljet rondgezonden wordt. Het duplicaat wordt als stembiljet gebezigd.
Bij afwijzing eener voordracht wordt ze terugge-gezonden en uiterlijk ééne maand daarna eene nieuwe ingewacht. De vergadering, ook deze verwerpende, gaat zonder voordracht tot de benoeming over. Zij handelt evenzoo wanneer eene voordracht ontbreekt.
Art. 14.
In de Besturen, in de Commissie voor het Fonds Hulpbetoon, in samenkomsten voor het tellen van gebosseerde en gecollecteerde gelden, bij dienst in de kerken en collecte aan de huizen, mogen geen twee diakenen samen werkzaam zijn, die elkander bestaan, als: vaderen zoon, schoonvader en schoonzoon, broeders en schoonbroeders.
Art. 15.
De Gemeenteleden-Bestuurders van het Weeshuis, het Oude Vrouwen-, Mannen- en Bestedelingenhuis, de Bakkerij en het Fonds Hulpbetoon, worden ge-installeerd, in den regel in de eerste gewone Vergadering van diakenen des kerkelijken jaars.
Art. j6.
De Diakonessen, deel uitmakende van het Bestuur van het Weeshuis en van het Oude Vrouwen-, Mannen- en Bestedelingenhuis, vier voor elke stichting, op voordracht der Vergadering van diakenen.
hoofdst. II. vergadering
door den Algem. Kerkeraad benoemd, vervullen een diensttijd van vier jaren, en worden bevestigd in eene buitengewone Vergadering van diakenen, den Dinsdag vóór den laatsten Zondag in Februari.
Vergaderingen.
Art. 17.
Tot het nemen van besluiten wordt de tegenwoordigheid van Va van het aantal leden vereischt.
Wanneer een kleiner aantal leden tegenwoordig is, wordt de vergadering verdaagd (Art. 9 Reglement voor de Nederl. Hervormde Kerk).
Ter behandeling van een of meer voorstellen tot verandering in de bepalingen van dit reglement, wordt de tegenwoordigheid van ten minste 3U der leden vereischt.
De leden moeten hunne voorstellen, stukken en rapporten, uiterlijk op den dag der vergadering, vóór'smid-dags 12 uur, ten kantore der diaconie, inzenden.
Art. 18.
De gewone vergaderingen hebben plaats in de Diaconie-vergaderzaal. Zij worden gehouden des Dinsdagavonds om de veertien dagen en vangen te half zeven uur aan.
Alle leden zijn, behoudens geldige verhindering, verplicht de vergadering bij te wonen. Ongesteldheid, overlijden van echtgenoote en naaste bloedverwanten, alsmede de verplichte diaconale diensten en schutterplichtigheid, zijn redenen tot verschooning, doch hiervan moet vóór het openen der vergadering schriftelijk worden kennis gegeven. Het
24
en dienstregeling.
moderamen beslist of andere redenen van afwezigheid als geldige verhindering aangemerkt worden.
Art. ig.
Buitengewone vergaderingen worden belegd, zoo dit door den voorzitter, in overleg met den scriba, noodig geacht wordt, of op schriftelijke aanvraag van ten minste 5 leden, bij den voorzitter in te dienen. De oproepingen voor die vergaderingen worden uiterlijk één dag te voren bezorgd.
Art. 20.
De eerste vergadering van het kerkelijk jaar wordt geopend door den eersten grootboekhouder, nadat hij den leden hunne zitplaats aangewezen heeft. Bij afwezigheid wordt hij door den tweeden grootboekhouder of het oudste lid in dienstjaren vervangen.
Hij stelt vervolgens de benoeming van een voorzitter aan de orde, overeenkomstig het bepaalde bij Art. 21.
De voorzitter bekleedt die betrekking gedurende drie maanden.
In de eerste vergadering heeft mede de keuze plaats van een vice-voorzitter, die in het tweede kwartaal het voorzitterschap zal waarnemen.
De benoeming der volgende voorzitters geschiedt in de eerste vergadering van elk nieuw kwartaal.
De voorzitter in het eerste kwartaal is vice-voor-zitter gedurende het vierde kwartaal.
Art. 21.
De voorzitters worden benoemd bij schriftelijke stemming en volstrekte meerderheid.
hoofdst. II. vergadering
Na twee vrije stemmingen geen volstrekte meerderheid verkregen zijnde, wordt er gekozen uit de twee, welke de meeste stemmen op zich vereenigd hebben.
Verkiesbaar zijn alle leden, die een of meer dienstjaren tellen, uitgezonderd de eerste en tweede grootboekhouder en de eerste en tweede scriba.
De benoemde verbeurt bij niet-aanneming eene boete van ƒ 6.—, tenzij de vergadering hem vrijstelt.
Art. 22.
Bij ontstentenis van den voorzitter en den vice-voorzitter worden de vergaderingen door den eersten grootboekhouder geleid.
Art. 23.
De vergaderingen worden geopend met gebed en het lezen van een gedeelte van Gods Woord. Zij worden met dankgebed gesloten. De scriba leest de naamlijst der leden voor, benevens de notulen der vorige vergadering, die — goedgekeurd zijnde door den voorzitter onderteekend worden.
De werkzaamheden geschieden in de volgende orde:
a. het behandelen der verzoeken tot opneming van kinderen in het weeshuis en het besluiten dienaangaande;
b. het lezen en behandelen van de verantwoordingen der kwartier-commissiën;
c. het behandelen van ingekomen stukken, rapporten en loopende zaken;
d. het houden van omvraag naar volgorde en ranglijst.
20
en dienstregeling.
De voorzitter kan in sommige gevallen dit laatste doen vervallen, door de vraag te stellen: wie in het belang der vergadering nog iets heeft mede te deelen.
Art. 24.
Niemand heeft het recht over dezelfde zaak meer dan tweemaal het woord te voeren, tenzij met toestemming der vergadering.
De stemming over zaken geschiedt door rondvraag, naar volgorde der ranglijst, of door zitten en opstaan.
Benoemingen geschieden schriftelijk bij volstrekte meerderheid, tenzij de vergadering den voorzitter machtigt tot het doen eener keuze.
Ieder is verplicht zijne stem uit te brengen, uitgezonderd in zaken welke hem persoonlijk aangaan, of indien de vergadering hem vrijstelt.
Bij staking der stemmen wordt de beslissing tot de volgende vergadering aangehouden. Staken de stemmen alsdan op nieuw, zoo wordt een voorstel of voordracht als verworpen beschouwd.
Art. 25.
In commissiën tot onderzoek, consideratie of advies fungeert het oudste lid in diensttijd van zulk eene commissie als voorzitter, en het jongste lid als scriba en rapporteur.
Aan commissiën, benoemd op voorstel van een of meer leden, kunnen een of meer voorstellers toegevoegd worden, om te dienen van advies.
Hij, die reeds met eene commissie is belast, kan niet verplicht worden eene tweede aan te nemen.
27
hoofdst. II. vergadering
alvorens de taak der eerste commissie is afgeloopen.
Lidmaatschap van eene bij reglement ingestelde commissie is geene reden tot vrijstelling.
Eene commissie brengt binnen vier weken rapport uit, tenzij de vergadering een anderen termijn stelt.
Art. 26.
Eene boete van /0.50 is verschuldigd door ieder die na het lezen der notulen ter vergadering komt, en eene boete van ƒ 1.— door elk die wegblijft, evenals door ieder die de vergadering verlaat, zonder verlof van den voorzitter.
Van deze boeten zijn vrijgesteld:
a. de leden der financieele commissie, behalve de 3= thesaurier;
b. de beide oudste bestuurders van het weeshuis, van het oude vrouwen- en mannenhuis en van de attestatiekamer.
Eene boete van f 3.— verbeurt ieder die weigert, zonder met zoodanige taak belast te zijn, eene hem door de vergadering opgedragen commissie te vervullen.
Eene boete van f 1.— verbeurt ieder die weigert zijne stem uit te brengen, uitgezonderd in het geval bij art. 24 genoemd.
Die weigert opgelegde boete te voldoen, wordt in de omvraag voorbijgegaan, zoolang tot het verschuldigde is betaald.
Art. 27.
Bij de omvraag wordt de volgende orde in acht genomen :
28
eerste voorzitter en eerste scriba. 29
a. de voorzitter;
b. de eerste grootboekhouder;
c. de eerste erfenisboekhouder;
d. de eerste thesaurier;
e. de tweede erfenisboekhouder;
ƒ. de tweede thesaurier;
g. de eerste scriba.
Verder de leden der vergadering volgens de ranglijst.
Het is den voorzitter vergund in sommige gevallen de volgorde anders te nemen.
Art. 28.
Voor de buitengewone vergaderingen gelden dezelfde bepalingen als in art. 18 en 26 zijn omschreven, uitgezonderd de vrijstellingen.
Bij de bevestiging van diakonessen en bij het afscheid nemen der weezen, worden bestuurdersgemeenteleden en bestuurderessen van de gestichten, tot bijwoning uitgenoodigd.
Eerste Voorzitter en Eerste Scriba.
Art. 29.
De voorzitter en de eerste scriba houden toezicht op de handhaving der reglementen. Zij waken voor de goede orde in de vergadering en voor de uitvoering van hare besluiten en hebben toegang tot de vergaderingen van alle corporatien.
Art. 30.
Zij zijn verplicht vóór den aanvang der verga-
eerste voorzitter en
dering tegenwoordig te zijn, en, bij verhindering, hunnen plaatsvervanger, zoo tijdig mogelijk, schriftelijk kennis te geven, op verbeurte eener boete van fz-—.
Art. 31.
De voorzitter is niet verplicht een voorstel in behandeling te nemen, dat niet door ten minste drie leden der vergadering ondersteund wordt.
Art. 32.
De voorzitter zendt, na inzage, aan den eersten scriba de stukken welke de vergadering betreffen.
Art. 33.
Den eersten scriba is in het bijzonder opgedragen het houden der notulen, het voeren der correspondentie en het controleeren van alle ontvangsten en uitgaven.
Hij is verplicht:
a. in elke vergadering te herinneren aan de werkzaamheden, welke op bepaalde tijden moeten geschieden, zooals het collecteeren in de kerken en aan de huizen, het tellen der gelden, het houden van uitdeelingen enz., met opnoeming der namen van de diakenen, die in de eerstvolgende weken daarmede zullen belast zijn.
b. in elke vergadering mededeeling te doen van het bedrag der gecollecteerde gelden.
c. de goedgekeurde verantwoordingen te viseeren.
d. de ingekomen stukken te nummeren, en, als
3°
EERSTE SCRIBA.
bijlagen van de notulen, met een register te bewaren.
e. aan het Gemeentebestuur te zenden : bij den aanvang van het kerkelijk jaar, eene lijst met de handteekeningen van de leden der vergadering, en, vóór den aanvang van het burgerlijk jaar, eene opgave van de dagen, waarop de collecten aan de huizen gehouden zullen worden.
f. er voor zorg te dragen, dat tijdig gezonden worden :
I. aan den Algemeenen Kerkeraad, de voordrachten ter benoeming van Diakonessen.
II. aan de daartoe aangewezen personen: de opgaven en roosters, alsmede de aanvraag om subsidie, betreffende de school in het D.I.A. Weeshuis, bedoeld bij 't Kon. besluit van ly Febr. 1893 (Staatsblad N0. 26).
III. aan de Kerkel. Commissie, vóór 1 Nov. van elk jaar, eene lijst met de namen van diakenen en oud-diakenen, die op eene plaats in de D.I.A. kerkbanken recht hebben of ze begeeren (zie besluit der Kerk. Comm. dd. 19 Juni'84, N0.27).
IV. aan de Gemeente, door de bosseerders, de circulaires bedoeld in art. 55/$, terwijl H.H. Predikanten, door tusschenkomst van den Kerkeraad, uitgenoodigd worden de collecten daarin omschreven, op den aan haar voorafgaanden Zondag, der gemeente aan te bevelen.
31
32 eerste voorzitter en eerste scriba.
Art. 34.
Alle wijzigingen van of toevoegingen aan dit reglement, laat hij in den vorm van bijlagen drukken, en doet daarvan aan ieder lid der vergadering een exemplaar uitreiken.
Art. 35.
Voor eene goede controle van ontvangsten en uitgaven houdt hij contrarekening van:
a. alles, wat door erfenisboekhouders en thesau-rieren wordt ontvangen.
1). de gelden, waarover door de verschillende corporatien en personen bij de financieele commissie wordt beschikt.
Die corporatiën en personen zijn verplicht, vóór het einde der maand, hem van dit alles copie of vide toe te zenden, welke door hem worden bewaard totdat alle rekeningen zijn afgesloten.
Art. 36.
Verplicht zijnde alle ontvangsten en uitgaven der diakenen, met de uitdeelingen belast, na te zien, let hij er op, of de saldo's bij de financieele commissie worden ingebracht, en doet hij daarvan opgaaf in de eerstvolgende vergadering.
tweede voorzitter en tweede scriba. 33
Tweede Voorzitter.
Art. 37.
Eij afwezigheid of ontstentenis van den eersten voorzitter vervult hij diens plaats.
Tweede Scriba.
Art. 38.
Bij afwezigheid of ontstentenis van den eersten scriba vervult hij diens plaats.
Art. 39.
Hij houdt in de daartoe bestemde registers aan-teekening:
a. van de namen, voornamen en woonplaatsen der kinderen, die tot opneming in het weeshuis worden aangeboden.
b. van de namen, voornamen en hoedanigheden van hen, die de kinderen aanbieden.
c. van de in zake de verantwoordingen der kwar-tier-commissiên genomen besluiten.
Art. 40.
Hij is verplicht alle boeten in te vorderen, ten bate der Diaconie.
3
GROOTBÜEKHOUDERS.
Grootboekhouders.
Art. 41.
De eerste grootboekhouder is verplicht een ligger te houden van de grootboekpartijen, vermeld in Art. 4 II, III en IVa, vermeldende naam, nummer, bedeeling en verdere gegevens, die kunnen strekken tot voortdurende controle.
Art. 42.
Hij iE verplicht zorg te dragen:
a. dat de naam van ieder, die voor bedeeling is aangewezen, overeenkomstig art 4, sub I, II en III, naar volgorde in het grootboek wordt ingeschreven, met bijvoeging van het rapport, het nummer, den ouderdom, den tijd van lidmaatschap en het bedrag der toegestane bedeeling.
b. dat de namen der bedeelden op een alphabet worden geplaatst, en dat zij bij overlijden, bedanken, plaatsing in de gestichten of afschrijving, zoo van dat alphabet als van het grootboek worden afgeschreven.
c. dat voor iedere bezoekwijk een ligger gemaakt wordt, behelzende de namen enz. der tot haar behoorende bedeelden, sub a genoemd, waarin ook de verhuizingen worden bijgehouden.
d. dat ieder bezoekbroeder in het bezit gesteld wordt van een bezoekboek zijner wijk, geheel overeenkomende met den ligger, in de vorige alinea bedoeld, alsmede van de opgaven, betreffende verhuizing, wijziging van bedeeling, afschrijving, enz.
34
grootboekhouders.
e. dat de registers voor de vienvekelijksche uit-declingen, in twee afdeelingen, hooge en lage nummers, vóór den aanvang van elk burgerlijk jaar worden vernieuwd, en dat tijdig opgaaf geschiedt aan de financieele commissie van de voor elke uitdeeling benoodigde gelden en broodpenningen.
ƒ. dat aanteekening gehouden wordt van de opengevallen plaatsen in de gestichten, waarvan hij in de vergadering moet kennis geven.
Art. 43.
De eerste of tweede grootboekhouder moet des Donderdags bij de uitdeeling tegenwoordig zijn, op verbeurte eener boete van ƒ3.—.
Hij houdt aanteekening van hetgeen aan iederen behoeftige wordt uitgereikt, sluit het registei af en laat het door den isten scriba viseeren.
Akt. 44.
De eerste grootboekhouder ziet toe of de kamerloopster zich naar hare instructie gedraagt.
Art. 45.
Van alle bedeelden, die bedankt hebben, overleden of afgeschreven zijn of ter opname in eender gestichten zijn aangewezen, maakt hij de rekening op en sluit die af.
Art. 46.
Vóór den 15den October van elk jaar doet hij
35
36
opgaaf aan het bestuur der turfbedeeling van het aandeel, dat de bezoekboeken, de weduwenstichting en de 'attestatiekamer ontvangen, met voorbehoud van een deel voor hen, die in den loop des winters ter bedeeling worden aangewezen. Het te veel gereserveerde wordt pondspondsgewijze over de bezoekboeken verdeeld.
Hij dient jaarlijks, vóór primo November, eene begrooting in bij de ünancieele cotnmissiej voor de uitdeeling aan grootboekpartijen en voor extra-bedeelingen.
Art. 47.
Hij zorgt voor eene geregelde uitdeeling van de broodpenningen, waarvan in art. 116 wordt melding gemaakt.
Art. 48.
Bij afwezigheid of ontstentenis van den eersten grootboekhouder wordt hij door den tweeden grootboekhouder vervangen.
Diaconale corporatiën in het algemeen.
Art 49.
De vergaderingen worden met gebed geopend en met dankzegging gesloten.
Van het verhandelde wordt aanteekenmg gehouden.
Art. 50.
Alle corporatiën zenden telken jare, vóór den
financieele commissie.
jsicn November, eene concept-begrooting van ontvangst en uitgaaf voor het volgende jaar (i Januari/31 December) bij de financieele commissie in.
Art. 51.
Blijkt het dat door onvoorziene omstandigheden overschrijding van een of meer posten onvermijdelijk is, dan wordt eene suppletoire begtooting bij de Vergadering van diakenen ingediend.
Art. 52.
Bij den aanvang des jaars wordt aan de commissie voor de revisie rekening en verantwoording gedaan van het gehouden beheer en elke door haar gevraagde inlichting en inzage gegeven.
Art. 53.
Uiterlijk in de voorlaatste samenkomst der Vergadering van diakenen van het kerkelijk jaar, wordt de in het vorig artikel genoemde rekening en verantwoording (waarvan reeds in Januari een afschrift aan de financieele commissie verstrekt werd) overgelegd.
Financieele Commissie.
Art. 54.
De eerste erfenisboekhouder is voorzitter der commissie.
37
38
Art. 55.
De commissie is belast met:
a. Het vereffenen van erfenissen en het ontvangen van erfstellingen, legaten, schenkingen en collecten ten behoeve van de diaconie, hare gestichten en instellingen, alsmede van de vruchten en interessen harer kapitalen en bezittingen.
1). Het betalen van alle gelden, waarover door de verschillende corporatien der diaconie, door vruchtgebruikeis of rentegenieters, gepension-neerden en geëmployeerden mag worden beschikt.
c. Het geregeld bijhouden der boeken, als: kasboek, journaal en grootboek, alsmede het houden van aanteekening van erfstellingen en legaten.
d. Het doen van mededeeling aan de Vergadering van diakenen en aan de betrokken corporatien van alle erfstellingen, legaten en schenkingen.
e. Het beleggen van aflossingen der kapitalen, toebehoorende aan de diaconie, hare gestichten en instellingen en van alle — in geld besprokene — erfenissen, legaten en schenkingen.
ƒ. Het houden van toezicht op den bouw, en met het beheer der onroerende goederen, behoo-rende aan de diaconie (uitgezonderd hare gestichten).
g. Het opmaken der ontwerp-begrooting, waarvan een gedrukt exemplaar, in de maand December, aan ieder der leden van de Vergadering van diakenen wordt afgegeven.
h. Het ontwerpen, in overleg met het moderamen der Vergadering van diakenen, der circulaires
financieele commissie.
aan de gemeente in zake de Collecte aan de huizen (Wintercollecte) en de Turfcollecte. Deze circulaires worden in die vergadering ten minste vier weken vóór de collecte ter tafel gebracht.
Art. 56.
De commissie vergadert op Dinsdagavond, aanvangende te 6 '/a uur, en op den Donderdag, volgende op de gewone Vergadering van diakenen, des voormiddags te elf uren.
Art. 57.
In hare vergaderkamer moet aanwezig zijn eene brandkast, waarin de kasgelden, fondsen en alle andere papieren van waarde geborgen worden. De kassen der erfenisboekhouders en thesaurieren in twee — voor elke kas eene afzonderlijke — bewaarplaatsen, elke voorzien van twee verschillend werkende sloten, waarvan de verschillende sleutels berusten bij den eersten en tweeden erfenisboekhouder en bij den eersten en tweeden thesaurier.
De fondsen en alle andere papieren van waarde in eene afzonderlijke bewaarplaats dier brandkast, voorzien van vijf verschillend werkende sloten, waarvan ieder der leden dezer commissie een sleutel heeft.
Art. 58.
Op thesaurieren rust de taak, aan wijkdiakenen, de boeken der wijken, de quitantien, de kohieren en de sleutels af te geven, ten einde zij tijdig kunnen aanvangen met de inschrijving en de bussen-
39
financieele commissie.
lichting. Bovendien om ten dienste van collecte- en bussentel, bij den aanvang van het kerkelijk jaar, het noodige in gereedheid te brengen tot het wegen van bronzen munt.
Art. 59.
De financieele commissie stelt den eersten scriba ter beschikking het kasboek, hetzij elke drie maanden, hetzij op zoodanigen tijd als hij dit vordert.
Art. 60.
In de maand Februari levert de financieele commissie aan de Vergadering van diakenen eene balans met winst- en verliesrekening in.
Aan den eersten scriba wordt alsdan daarvan ter hand gesteld één exemplaar voor het archief, terwijl één exemplaar aan het Classicaal Bestuur, vóór de eerste vergadering van het kerkelijk jaar, wordt gezonden, om te dienen als ligger (art. 18 van het Syn. Reglement) en een drietal ex. aan den Alg. Kerkeraad (Art. 34 Huish. Regl. v. d. Alg. Kerkeraad).
Art. 61.
Aande commissie voor de revisie moet de financieele commissie vertoonen alle boeken, bescheiden, fondsen en andere geldswaarden, en verder al die inlichtingen verstrekken welke gevraagd worden.
Zij legt daarbij tevens over de balans, in het vorig artikel bedoeld, welke, door de commissie voor de revisie onderteekend, strekken zal tot décharge voor haar gehouden beheer.
40
41
Attestatiekamer.
Art. 62.
De leden der attestatiekamer houden zitting tot het ontvangen van aanvragen om onderstand (die, zoo mogelijk, in persoon geschieden) des Dinsdags namiddags te uur in het gebouw der Diaconie.
Te laat komen wordt met f 1.— beboet.
Art. 63.
De oudste hunner is voorzitter, de tweede kassier, de jonoste scriba.
Bij onderlinge schikking kunnen deze betrekkingen worden verwisseld.
Art. 64.
De attestatiekamer ondersteunt ieder, die hulp verlangt en daaraan oogenblikkelijke behoefte schijnt te hebben, met eene gift, de waarde in eens van f 2.50 niet te boven gaande, in geld, broodpenningen of turfkaartjes.
Art. 65.
Zij onderwerpt alle aanvragen om bedeeling aan een onderzoek, overeenkomstig een door de commissie voor de bedeeling vastgesteld formulier.
Art. 66.
Na dit onderzoek deelt zij de uitkomst daarvan mede aan de commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten.
bezoekbroeders.
De formulieren van onderzoek worden, genummerd naar volgorde, in het archief bewaard.
Bezoekbroeders.
Art. 67.
In elke bezoekwiik is een der bezoekbroeders belast met de zorg voor de maatschappelijke, zedelijke en godsdienstige belangen der in die wijk woonachtige bedeelden.
Zij bezoeken hen daartoe, dienen hen met raad en daad, bevorderen het schoolgaan der kinderen, bij voorkeur op de Diaconiescholen en zien toe of de bedeeling nuttig wordt besteed (zie art. 11 en 12 Syn. Regl.).
Zij behartigen zooveel mogelijk ook de belangen der overige behoeftige gemeenteleden.
Indien zij meer bijzonder herderlijk werk noodzakelijk achten, geven zij daarvan kennis aan den predikant of aan de ouderlingen hunner wijk, met wie zij ook in wijk-commissiên kunnen samenwerken.
Art. 68.
Ieder bezoekbroeder ontvangt een boek, bevattende zoo volledig mogelijk, en, voor zooveel noo-dig, naam, voornaam, woonplaats, plaats en datum van geboorte, huwelijk en lidmaatschap (attestatie), burgerlijke stand en beroep van ieder der bedeelden en hunner kinderen, datum van overlijden van man of vrouw, van echtscheiding of lijdende partijverklaring, bedrag en aard der bedeeling, datum der candidatuur voor een met name genoemd D.I.A,
42
bezoekbroeders.
gesticht, met alle bijzonderheden, welker aanteeke-ning van nut kan zijn.
Hij houdt dit boek geregeld bij.
Art. 69.
De bezoekbroeder beveelt partijen, door tusschen-komst der attestatiekamer, hetzij voor wijziging of verhooging der bedeeling of ter verkrijging van extra-bedeeling, hetzij ter plaatsing in de gestichten, op daartoe bestemde formulieren, bij de commissie voor de bedeeling aan.
Ieder jaar in de maand Juni zendt hij haar eene volledige lijst van de in zijn boek voorkomende candidaten.
Ook doet hij haar, 5 maanden na de toekenning van extra-bedeeling, rekening en verantwoording van zijn gehouden beheer toekomen.
Art. 70.
Hij onderzoekt de oorzaken van 't niet afhalen van bedeeling (zie art. 115), adviseert tot het ver-leenen van consent en laat partijen, die hulp onwaardig zijn of ze niet behoeven, afschrijven.
Hij draagt zorg dat de bedeeling der consentpartijen, uiterlijk vóór het einde der week waarin ze werd afgegeven, in handen dier bedeelden komt. De bij die bedeeling behoorende kaarten levert hij vóór den daaropvolgenden Donderdag weder bij den grootboek houder in.
De kaarten van overleden, geplaatste of afgeschreven partijen, en van hen die bedankt hebben of wier bedeeling gewijzigd is, stelt hij den grootboekhouder ter hand.
43
bezoekbroeders.
Art. 71.
Wanneer eene aanvraag tot opneming van weezen uit zijne wijk hem bereikt, overtuigt hij zich zoo spoedig mogelijk of zij daartoe in de termen vallen. Is dit het geval, dan maakt hij, bij het ontbreken van een notarieelen inventaris, met medewerking van den suppoost, eene beschrijving in duplo van den boedel op, met taxatie der roerende goederen, zorg dragende, dat daaraan niets wordt onttrokken, en dient die, met de noodige bescheiden, bij de eerstvolgende Vergadering van diakenen of der commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten, in.
Art. 72.
Bericht ontvangen hebbende, dat candidaten zijner wijk door de commissie voor de bedeeling enz. ter plaatsing in D.I.A. gestichten zijn voorgedragen, maakt hij een inventaris op, naar de wijze in het vorig artikel omschreven, en zendt, door tusschen-komst van den suppoost, de noodige bescheiden, uiterlijk drie dagen na bedoeld bericht, aan de kwartier-commissie of het betrokken bestuur.
Art. 73.
Vernemende, dat eene partij uit zijne wijk verhuist, zendt hij door haar: ie. een formulier van verhuizing, c. q. niet de bedeelingkaart, aan den hoofdsuppoost: 2e. een gedrukt bewijs aan den be-zoekbroeder naar wiens wijk de verhuizing plaats vindt. Beide stukken moeten binnen 24 uren worden bezorgd.
Hij reikt aan partijen, welke na 1 November en vóór 1 Maart verhuizen, voor dien winter nog de
44
bezoekbroeders.
voor hen ontvangen ondersteuning in turf, brood als anderszins uit.
Art. 74.
De bezoekbroedar geeft aan de bedeelden en hunne kinderen (laatstgenoemden tot op hun igja-rigen leeftijd) die genees- of heelkundige hulp behoeven, een „doktersbriefjequot;, waarop naam en woonplaats der patiënten zijn ingevuld. Is het noodig dat de zieke aan huis wordt bezocht, dan wordt dit uitdrukkelijk op het biljet vermeld.
Hij dringt er op aan, dat de bedeelden zich voor verpleging in de gasthuizen laten inschrijven.
Art. 75.
De bezoekbroeder tracht, wanneer bedeelden komen tot een zeker vermogen, of wanneer bij hun overlijden blijkt, dat zij in goeden doen verkeerden, het door hen van de Diaconie genotene, ten haren bate op hen of hunne nalatenschap te doen verhalen, ingevolge de bepalingen der Wet tot regeling van het armbestuur.
Art. 76.
De bezoekbroeders in de wijken 1 en 2, 3 en 4 en zoo vervolgens, vervangen elkander over en weder bij ziekte of afwezigheid, daarvan kennis gevende ter plaatse waar zulks behoort.
Art. 77.
In dezelfde orde, twee en twee, brengen zij het „groote bezoekquot; aan alle bedeelden in de maanden
45
commissie voor de bedeeling
Juni—September. Ieder broeder teekent in zijn be-zoekboek, bij elke partij, den datum van 't bezoek en zijne bevinding, op. Vóór i October worden de boeken ter beschikking eener commissie van revisie gesteld
Art. 78.
Deze commissie bestaat uit zes bezoekbroedeis, in de laatste Vergadering van diakenen der maand September benoemd. Zij vergelijkt de bezoekboeken met de liggers en de registers der uitdeeling, brengt de noodige wijzigingen aan en zorgt er voor, dat de bezoekbroeders vóór uit, October weder in 't bezit hunner boeken zijn. Zij brengt rapport uit aan de Vergadering van diakenen.
Art. 79.
De bezoekbroeder, aftredende, stelt zijn bezoek-boek met hetgeen hij ten behoeve der bedeelden nog onder zijn beheer heeft, ter beschikking van de grootboekhouders.
Commissie voor de Bedeeling en Plaatsing in de Gestichten.
Art. 80.
De commissie komt bijeen eiken Dinsdag, waarop de Vergadering van diakenen niet gehouden wordt, des namiddags ó1^ uur.
Art. 81.
De eerste grootboekhouder is voorzitter en een der leden van de attestatiekamer scriba.
46
en plaatsing in de gestichten.
Art. 82.
De commissie behandelt:
a. alle aanvragen om onderstand.
b. de voorstellen tot wijziging van bedeeling, door bezoekbroeders ingediend, met het formulier, gediend hebbende bij het verleenen van vroegeren onderstand.
c. aanvragen tot plaatsing in de gestichten.
Art. 83.
Zij beslist of — en zoo ja — met welk bedrag edere partij zal worden bedeeld, en is ten allen tijde bevoegd een nader onderzoek naar de be-hoeftigen in te stellen. Zij schrijft hare besluiten op rapporten, die door den voorzitter en den scriba onderteekend worden.
Zij behandelt de aanvragen tot buitengewone bedeelingen, aan haar gezonden door de Vergadering van diakenen.
Zij onderzoekt de verantwoordingen, ter zake der extra-bedeelingen, door de bezoekbroeders (zie Art. 69) bij haar ingediend.
Art. 84.
Rapporten betreffende extra-giften of extra-bedeelingen worden door den 2den grootboekhouder in het daarvoor bestemde commissieboek ingeschreven, en van het toegestane bedrag wordt eene contravide aan den eersten scriba uitgereikt.
Art. 85.
Bedeeling toegekend zijnde, reikt zij, door tus-
47
commissie voor de bedeeling.
schenkomst van den bezoekbroeder, eene bedeeling-kaart uit, door den grootboekhouder en den scriba onderteekend, waarop de naam en de woonplaats der partij, de soort en het bedrag der bedeeling (G. H. = Geneeskundige Hulp, W. B. = Winter-, D. B. = Doorloopende Bedeeling), dé datum der uitreiking, alsmede het folio van het grootboek en het nummer van het bezoekboek vermeld zijn.
De bezoekbroeder ontvangt daarbij mededeeling van den dag, waarop de eerste uitdeeling zal plaats hebben.
Art. 86.
Weduwnaars en weduwen met kinderen belast, worden, na verloop van 5 jaren, in hernieuwd onderzoek genomen. Zoo mogelijk geschiedt dit onderzoek en eene daaruit voortvloeiende wijziging der bedeeling, in overeenstemming met den bezoekbroeder.
Art. 87.
Bij wijziging der bedeeling wordt eene nieuwe kaart afgegeven en de oude vernietigd. Dit laatste geschiedt ook bij afschrijving van partijen.
Art. 88.
Bezoekbroeders kunnen in de vergadering der commissie de belangen hunner partijen behartigen, mits zich daartoe vóór 7 uren aanmeldende.
De commissie geeft, bij afwijzing eener aanvraag, daarvan, met redenen omkleed, den bezoekbroeder schriftelijk kennis onder gesloten omslag.
Art. 89.
De commissie plaatst de candidaten voor elk ge-
48
commissie voor het fonds hulpbetoon. 49
sticht op eene lijst met volgnummers, gerekend naar den tijd hunner inschrijving en stelt voortdurend een onderzoek in naar hen, die het meest behoefte hebben aan plaatsing.
Art. 90.
Eene partij, ter plaatsing aangewezen zijnde, wordt daarvan onmiddelijk aan den bezoekbroeder kennis gegeven, tot het in orde maken der benoo-digde stukken. Verzuimt hij dit, dan verricht de commissie voor de bedeeling deze werkzaamheden des bezoekbroeders, en geeft daarvan bericht aan de Vergadering van diakenen.
Art. 91.
De commissie brengt na afloop van elk burgerlijk jaar verslag uit in de Vergadering van diakenen, waarbij van ieder bezoekboek wordt aangegeven het -aantal in dat jaar geplaatste personen en toegekende extra-bedeelingen.
Commissie voor het Fonds Hulpbetoon. (Schaalcollecte.)
Art. 92.
De commissie vergadert eiken Donderdagavond te 7 uren in de D.I.A. vergaderzaal.
Art. 93.
Zij kiest in de eerste vergadering des kerkelijken
4
50 commissie voor het fonds hulpbetoon.
jaars een moderamen, bestaande uit een praeses, een scriba en een thesaurier (diakenen) en voorts uit de overige leden eene commissie van onderzoek en eene commissie van controle over de collectanten.
Art. 94.
De commissie stelt personen aan tot het collecteeren voor het fonds, overeenkomstig de Instructie en tegen een salaris, door haar opgemaakt en vastgesteld, met goedkeuring der Vergadering van diakenen.
Art. 95.
De rooster voor de collecte wordt in November, telkens voor een volgend jaar, in overleg met wijk-diakenen, vastgesteld.
Art. 96.
De bussen worden, na gehouden collecte, gedeponeerd aan de D. I. A. telkamer, om de vier weken geteld door 5 personen, waarvan ten minste twee leden der commissie en verder diakenen ot oud-diakenen door de vergadering van diakenen tot collecteeren gemachtigd, en daarna wordt de opbrengst bij de iinancieele commissie gestort.
De vides daarvan worden afgegeven aan den praeses en den thesaurier der commissie, aan de financieele commissie en den isten scriba.
De praeses van den collecte-tel zendt eene specifieke opgaaf, vermeldende de opbrengst der verschillende wijken aan de commissie van controle, na afloop van eiken collecte-tel.
(schaalcollecte.)
Art. 97.
De commissie onderzoekt de bij haar inkomende aanvragen om ondersteuning en verleent hulp, tot geen hooger bedrag evenwel dan ƒ 100.— 's jaars aan eene en dezelfde partij.
De commissie verleent hulp aan partijen, welke niet voor gewone bedeeling in aanmerking kunnen komen, als ondersteuning bij het drijven eener nering, in bruikleen geven van eene naaimachine of mangel, en geldelijke ondersteuning, wanneer het hoofd van het gezin door ziekte tijdelijk buiten staat is te kunnen werken, onder verband van art. 2 Huish. reglement.
Iedere ondersteuning moet door bemiddeling van den bezoekbroeder, of, bij uitzondering, door een lid der commissie worden aangevraagd. In het laatste geval zorgt de commissie er voor, dat de betrokken bezoekbroeder daarvan niet onkundig blijft.
Art. 98.
Zij houdt aanteekening van de namen van hen, aan en voor wie gelden zijn uitgereikt, benevens van de verantwoordingen, die uiterlijk zes maanden na de beschikbaarstelling bij haar behooren te zijn ingekomen en door haar worden onderzocht.
Zij beschikt over de benoodigde sommen bij de financieele commissie, op door praeses en scriba harer commissie geteekende quitantiën.
Art. 99.
Bijaldien de schaalcollecte in eenig jaar een batig saldo overlaat wordt dit gevoegd bij het fonds tot
Si
52 commissie voor het fonds dijk.
aankoop of bouw en onderhoud van woningen voor weduwen.
Art. ioo.
De commissie zendt, na het einde des jaars, aan de Vergadering van diakenen een verslag harer verrichtingen.
Commissie voor het Fonds Dijk.
Art. ioi.
De commissie onderzoekt alle door de Vergadering van diakenen in hare handen gestelde aanvragen om hulp uit het Fonds Dijk, en brengt deswege in die vergadering advies uit, rekening houdende met de volgende bepaling des erflaters:
„De jaarlijksche renten zullen moeten worden „aangewend tot ondersteuning van zulke huisge-,,zinnen, of ook wel van enkele personen, tot de „Nederd. Hervormde Gemeente te Amsterdam be-„hoorende, die door buitengewone omstandig-„heden, ongelukken of tegenspoeden, ook buiten-„gewone geldelijke hulp behoeven, en door braafheid „en godsvrucht die toelagen waardig zijn, zullende „in geen geval de jaarlijksche uitkeering aan één „huisgezin of enkel persoon het maximum van ƒ 300 „mogen te boven gaan.quot;
Art. 102.
De commissie ziet toe, of de toegestane gelden
KLEEDING-COMMISSIE.
ten meesten nutte der personen of huisgezinnen, voor welke ze bestemd zijn, worden besteed.
Zij onderzoekt de rekening- en verantwoordingen, wegens het gehouden beheer, welke binnen een jaar na de beschikbaarstelling behooren in te komen, en onderteekent ze bij accoordbevinding.
ART. 103.
Het jongste lid der commissie houdt een register, be'vattende, behalve den datum van behandeling, de namen van aanvrager en ondersteunden, het toegestaan bedrag en den datum van indiening der rekening- en verantwoording.
Kleeding-Comtnissie.
ART. 104.
De commissie is belast met de zorg voor het aankoopen van grondstoffen en het verwerken daarvan tot kleedingstukken, waartoe jaarlijks ƒ 2200.— ter harer beschikking gesteld wordt.
ART. 105.
De vervaardiging dier kleedingstukken geschiedt zooveel mogelijk door de bewoonsters der D.I.A. weduwenstichting en de leerlingen der D.I.A. naaien breischolen.
ART, 106.
Bij het begin van den winter worden de alzoo
53
54 TRAKTAAT-COMMISSIE. — UITUEELING.
verkregen goederen ponds-pondsgewijze over de be-zoekboeken verdeeld.
ART. 107.
De commissie levert jaarlijks (vóór uit. Januari) een overzicht van haren arbeid bij de Vergadering van diakenen in.
Traktaat-Commissie.
ART. 108.
De traktaat-commissie draagt er zorg voor, dat aan alle bedeelde partijen jaarlijks een Bijbelsche Almanak en bij de uitdeeling elke vier weken een Christelijk traktaatje uitgereikt wordt.
ART. 109.
Het daarvoor benoodigde geldelijk bedrag wordt door haar jaarlijks in overleg met de financieele commissie vastgesteld, welke commissie de door haar geviseerde rekeningen voldoet.
Uitdeeling.
ART. IIO.
De uitdeeling, waarbij de bedeelden het hun toegekende in geld met een broodpenning en een
55
godsdienstig traktaatje ontvangen, wordt gehouden in de D.I.A. uitdeelkamer des Donderdags om de }4 dagen. Telkenreize krijgt de helft der bedeelden, in „lagequot; en „hoogequot; nummers gesplitst, eene beurt.
Art. iii.
Ieder praeses van uitdeeling is met den boekhouder gedurende eene maand in functie.
Art ii2.
De praeses ontvangt in tijds van de financieele commissie de noodige gelden en broodpenningen, en van de traktaat-commissie de traktaatjes.
Art. 113.
De beide leden zijn op den dag der uitdeeling te S'/a uur tegenwoordig, en zorgen er voor, dat de kamerloopster de bedeelingen voor de consentpartijen, overeenkomstig de onder toezicht des grootboekhouders opgemaakte lijsten, vóór den aanvang der uitdeeling ontvangt en ten spoedigste bij de bezoekbroeders aan huis bezorgt.
Art. 114.
De praeses houdt de uitdeeling, die te 9 uren aanvangt. Het jongste lid der commissie houdt, evenals de grootboekhouder, er aanteekening van in een register, waarin naam en grootboeknummer der bedeelden, alsmede het bedrag, dat ieder ontvangen moet, vermeld zijn.
Op het bepaalde uur niet aanwezig zijnde, verbeurt de praeses ƒ 5.—, het jongste lid ƒ 3.—.
uitdeel1ng.
Wettige bezwaren worden door den opvolgenden broeder vervuld, die daarvan ten minste een dag te voren heeft kennis ontvangen.
Art. 115.
De bedeeling wordt slechts afgegeven aan op de kaart vermelde personen, bij uitzondering ook aan anderen, op schriftelijk verzoek des bezoek broeders.
Op bedeelingen, die driemaal onafgehaald bleven, wordt beslag gelegd, en daarvan aan den bezoek-broeder kennis gegeven.
Partijen, in D.I.A. stichtingen opgenomen, ontvangen de bedeeling voor 't laatst over de maand waarin zij geplaatst zijn.
Art. 116.
Bij iedere uitdeeling worden nog verstrekt: des zomers 20 broodpenningen, te weten: den praeses 8, den grootboekhouder en het jongste lid der commissie ieder 6 stuks;
des winters 40 broodpenningen, te weten aan ieder hunner het dubbele;
en telkens 3 broodpenningen aan de vrouw met het uitreiken der traktaatjes belast.
Voorts worden bij de eerste uitdeeling in de maanden Maart en September gezonden, telkens voor 6 maanden, gerekend per maand:
aan eiken bezoekbroeder voor iedere partij, in Maart 2, in September 5 broodpenningen;
aan de leden der financieele commissie, de bestuurders en bestuurderessen der D.I.A. hoofdstichtingen ieder 8 broodpenningen ;
56
k wartier-co mm issiën.
aan de leden der commissie voor de bedeeling en der schaalcollecte ieder 6 broodpenningen;
aan den ien scriba der Vergadering 12, den 2en scriba 8 broodpenningen.
Art. 117.
Na elke zitting wordt door de uitdeelers het saldo met de optelling van het register vergeleken en na de laatste uitdeeling der maand doet de praeses, op vides in triplo, rekening en verantwoording aan de financieele commissie, die voor het saldo kwiteert.
Eene dier vides is voor den grootboekhouder, eene voor de financieele commissie, eene voor den eersten scriba.
Kwartier-Commissiën.
Art. 118.
De kwartier-commissiën zijn belast met het nader onderzoek naar den toestand en de behoeften van hen, die de Vergadering van diakenen of de commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten ter opneming in het D.I A. weeshuis en het oude vrouwen-, mannen- en bestedelingenhuis aanwees, en met de daaruit voortspruitende handelingen. Te dien einde ontvangt, uiterlijk des Vrijdags na die aanwijzing, elke kwarcier-commissie de stukken, in zake de tot haar ressort behoorende candidaten.
57
KWARTIER-COMMISSIËN.
ART. 119.
Hare vier en twintig leden zijn in de vier afdee-lingen der stad, en wel twee in ieder kwartier, gedurende vier maanden werkzaam. Ieder lid neemt twee maanden het scribaat waar.
Bezwaren komen, voor elk kwartier, beurtelings ten laste van de overige leden, aanvangende met het jongste lid.
ART. 120.
Het in te stellen onderzoek omvat, behalve het voor de plaatsing wettelijk vereischte;
a. bij weezen alles, wat henzelven, hunne ouders, familie en den boedel betreft.
b. bij personen, ter plaatsing in het D. I. A. oude vrouwen-, mannen- en bestedelingenhuis bestemd, de oorzaken hunner behoefte, hun levenswandel, en den toestand des boedels.
ART. 12 1.
De commissie vult het daartoe bestemde formulier in, en neemt in haar rapport (de verantwooi-ding) alles op waaruit beoordeeld kan worden, of de vereischten tot plaatsing aanwezig zijn.
Zij tracht de boedels en nalatenschappen, die daarvoor vatbaar zijn, te vereffenen, met afdoening der schulden op de meest billijke wijze.
Zij onderzoekt nauwkeurig of de ter plaatsing aangewezenen niets achtergehouden hebben, en vraagt de stukken van waarde, alsmede de begrafenisboekjes, enz. op.
Zij kan, wanneer een nadeelig saldo dreigt over
58
59
te blijven, adviseeren tot afwijzing des boedels. Is de boedei niet voor ontniddelijke afdoening geschikt, dan stelt zij voor, de vereffening aan het betrokken bestuur over te laten.
Art. 122.
De verantwoording, waarvan zij een afschrift in het commissieboek plaatst, wordt, door hare beide leden onderteekend, vóór den aanvang der eerstvolgende Vergadering van diakenen (zie art. 23) ingediend. Zoodra de vergadering tot opneming besloten heeft, wordt de verantwoording met de offi-cieele bescheiden, alsook met een verhuisbiljet en een toelatingsbewijs, door de commissie aan het betrokken bestuur toegezonden.
Zij zorgt ook dat c. q. de boedel en het aanwezige geld of de geldswaarden, evenals zulke goederen, die aan de te plaatsen personen ten gebruike mochten zijn afgestaan, in handen van dit bestuur komen.
D. I. A. WEESHUIS.
Opneming.
Art. 123.
In het D. I. A. Weeshuis worden opgenomen wettige kinderen uit den behoeftigen stand, mits a. zij, op den sterfdag van den langstlevende hun-
d. i. a. weeshuis.
ner ouders, den leeftijd van 16 jaren nog niet bereikt hebben.
b. zij gedoopt zijn in de Nederlandsche Hervormde kerk, hetzij Nederduitsch, hetzij Waalsch, of, in geval van gemengd huwelijk, vóór den dood van den langstlevende hunner ouders, in de boeken onzer gemeente zijn overgeschreven.
c. zij een voogd en een toezienden voogd hebben, die zich schriftelijk verbinden, na aanschrijving, de opgenomen kinderen terug te zullen nemen.
d. ten minste één hunner ouders lidmaat der Nederlandsche Hervormde kerk geweest is, en in hare gemeenschap, wonende te Amsterdam, stierf.
Art. 124.
De opneming van weezen moet gevraagd worden door hunne bloedverwanten of voogden, die zich, binnen drie dagen na het overlijden van den langstlevende der ouders, vervoegen tot den bezoekbroeder der wijk, waarin de ouders of de langstlevende hunner het laatst hebben gewoond; tenzij er redenen worden aangegeven, welke eene latere aangifte kunnen doen goedkeuren.
Art. 125.
De Vergadering van diakenen of der commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten neemt het verzoek tot opname der kinderen en de geteekende verklaring tot terugname aan. De weezen behooren door een hunner bloedverwanten of voogden te worden aangeboden, nadat vooraf door den bezoekbroeder in duplo is opgemaakt, een staat des boedels, behoorlijk beschreven en gewaardeerd.
6o
6i
Art. 126.
Indien uit den staat des boedels blijkt, dat het vermogen van ieder der kinderen meer dan ƒ 3000 bedraagt of een jaarlijksch inkomen van /200 oplevert, wordt de voorlichting gevraagd van de commissie, genoemd in art. 11.
Art. 127.
Na voorloopige aanneming, worden de stukken de weezen betreffende, gesteld in handen van de kwartier-commissie.
Art. 128.
De opneming van kinderen in het weeshuis geschiedt, na goedkeuring door de Vergadering van diakenen van het door de kwartier-commissie deswege uitgebracht rapport, den eerstvolgenden Donderdag of Vrijdag, s'avonds half zeven uur.
Bestuur.
Art. 129.
Bestuurders en bestuurderessen vergaderen samen den eersten en derden Donderdag van elke maand des avonds te 6V2 uur in het daarvoor bestemde lokaal, tot het opnemen van weezen (zie art. 128) en het behandelen van alles wat de stichting en de verzorging der verpleegden betreft.
Bestuurders vergaderen afzonderlijk tot voormeld doel, den tweeden Vrijdag en den vierden en laat-
d. i. a. weeshuis.
sten Donderdag van elke maand, op tijd en plaats als boven, en voorts zoo dikwijls dit door den voorzitter wordt noodig geoordeeld.
Bestuurderessen vergaderen afzonderlijk eiken Donderdag des namiddags te 2 uren, of, zoo noodig, des voormiddags te 10 uren, in het daartoe aangewezen lokaal, tot het behandelen van zaken die eigenaardig de huishouding betreffen.
Art. 130.
De president heeft liet recht, in overleg met de presidente, ten allen tijde bestuurders en bestuurderessen tot eene buitengewone vergadering op te roepen.
Art. 131.
In de eerste bijeenkomst van het kerkelijk jaar zullen bestuurders en bestuurderessen, bij onderlinge schikking, de werkzaamheden voor het geheele jaar verdeelen.
Art. 132.
Ieder bestuurder vervult eene der volgende betrekkingen gedurende het kerkelijk jaar ;
scriba.
grootboekhouder.
kassier.
erfenisboekhouder.
ambachtsboekhouder.
rekening- en provisieboekhouder.
Indien het bestuur sub-commissiën benoemt, heeft in elke sub-commissie eene bestuurderesse zitting.
Het voorzitterschap, waaraan het verplichte da-
02
63
gelijksch bezoek der stichting is verbonden, wordt bij keuze bepaald.
In elke vergadering wordt besloten bij meerderheid van stemmen. Ingeval de stemmen staken, beslist de voorzitter.
Art. 133.
De scriba houdt van het in de vergadering verhandelde aanteekening in een notulenboek, en vermeldt daarin den korten inhoud bij wijze van kant-teekening. Hij leest die notulen elke drie maanden in de vergadering van diakenen voor; hij is belast met het bijhouden van de bevolkingsregisters der stichting; voorts is aan hem opgedragen het voeren der correspondentie; ook zorgt hij, dat het archief in orde blijft, het register behoorlijk wordt bijgehouden en de verschillende werkzaamheden overeenkomstig dit reglement geschieden.
Art. 134.
De grootboekhouder is verplicht, voor ieder kind dat in het weeshuis wordt opgenomen, een hoofd op het grootboek te stellen en aanteekening te houden van zijne bezittingen en aankomende nalatenschappen.
Voorts zal hij jaarlijks belasten voor verplegings-kosten, ieder kind van 1—8 jaar met /133.—, van 8—14 jaar met f 174.—, van 14—20 jaar met f 234.—-. Daarentegen worden de kinderen gecrediteerd voor wat de stichting aan rente van hun eigen kapitalen of werkloonen genoten heeft.
Hij schrijft den hoofdinhoud der verantwoording in het commissieboek, en bewaart de documenten.
Art. 135.
De kassier doet maandelijks opgaaf aan den
64
eersten scriba, en aan de financieele commissie, van de bij hem verantwoorde gelden, waarvan in de notulen melding moet worden gemaakt.
Hij zal niets mogen assigneeren dan met toestemming van het bestuur. De assignatiën, door hem afgegeven, moeten mede door den rekeningen provisieboekhouder worden geteekend.
Hij zal tevens contra-boek houden van alle kapitalen en renten, die ten behoeve der stichting door de financieele commissie worden beheerd en ontvangen.
Art. 136.
De erfenisboekhouder opent voor elk kind, dat iets bezit, een hoofd van rekening in de erfenis-boeken, en brengt daarop:
a. Alle bezittingen bij de opname.
b. Erflatingen gedurende de inwoning.
c. De inkomsten van beide, gedurende de verpleging, voor zooveel die meer dan de kosten bedragen, en na de verpleging geheel.
Wanneer het bedrag daarvoor vatbaar is, plaatst hij het op een der Grootboeken der Nationale Schuld.
Hij zal de hoofden van rekening stellen als volgt: Amsterdam (Regenten van de D. I. A. Weeshuizen der Nederduitsche Gereformeerde Gemeente te) als voogden over defn) minderjarige(n)......
In- of afschrijvingen op het Grootboek worden in de notulen opgenomen, en aan den eersten scriba medegedeeld.
De renten der kinderen, voor zooveel die niet op hunne rekening worden geplaatst, keert hij uit aan den kassier. Bij overlijden in de stichting verhaalt
D. 1. A. WEESHUIS.
hij zoo mogelijk de alimentatiekosten uit hunne nalatenschap.
Bij meerderjarigheid der kinderen, zorgt hij voor de afrekening.
ART. 137.
De ambachtsboekhouder zal de ambachtsgelden ontvangen, en elke maand aan het bestuur verantwoorden.
Verder zal hij in zijn boek iederen jongen een hoofd geven, waarop zoowel de uitgaven als ontvangsten worden geboekt, om het voor- of nadeelig saldo te kunnen opmaken. Eindelijk zal hij zorgen, dat de jongens, nadat zij de dagschool hebben verlaten, zoo spoedig mogelijk eene betrekking verkrijgen of bij een ambacht worden geplaatst.
ART. 138.
De rekening- en provisieboekhouder is verplicht, van de ontvangsten en uitgaven der benoodigdhe-den voor verbruik en verwerking behoorlijk rekening te houden, en toe te zien, dat geen onvoegzaam gebruik daarvan wordt gemaakt. Tevens zal hij de kelderboeken in behoorlijke orde houden, en de ontvangen gelden, ook van de verkochte onbruikbare goederen en kleedingstukken, aan den kassier verantwoorden.
Hij doet na afloop van ieder jaar, in eene der eerstvolgende bestuursvergaderingen, rekening en verantwoording.
ART. 139.
De levering der provisie en verdere benoodigd-heden zal, evenals elke werkzaamheid tot onderhoud
d. i. a. weeshuis.
van het gebouw, voor zooverre die daarvoor vatbaar is, bij inschrijving worden aanbesteed, zooveel mogelijk bij lidmaten der gemeente.
Art. 140.
Gelden, papieren en documenten van waarde zullen in eene brandkast, voorzien van twee verschillend werkende sloten, geborgen worden, en de sleutels daarvan bij twee bestuurders berusten.
Art. 141.
Met de inkomsten en bezittingen der verpleegden wordt gehandeld overeenkomstig de bepalingen der Wet tot regeling van het armbestuur.
Art. 142.
Het loon, dat de verpleegden verdienen, komt voor 2/3 ten voordeele van het gesticht, en voor Vs ten voordeele van den verpleegde. Het door de verpleegden af te dragen 2j3 deel zal echter in geen geval meer dan ƒ 3.50 per week bedragen. Van het Va deel dat 'de verpleegde geniet, ontvangt hij een deel als zakgeld; een ander deel wordt voor hem op een spaarboekje geplaatst.
De regeling daarvan is, als volgt:
Die 60 cent 's weeks verdient, ontvangt voor zich Va deel: namelijk 12 ets. zakgeld en 8 ets. op een spaarboekje; terwijl Va of 4° cts- aan de Diaconie komen.
Die ƒ 1.20 's weeks verdient, ontvangt voor zich Va deel; namelijk 24 cts. zakgeld, en 16 cts. op
66
D. I. A. WEESHUIS.
een spaarboekje, terwijl -t3 of 80 ets. aan de Diaconie komen.
Die /2.40 s weeks verdient, ontvangt voor zich Va deel, namelijk 48 ets. zakgeld, en 32 ets. op een spaarboekje, terwijl -'/s deel of ƒ 1.60 aan de Diaconie komen.
Die ƒ 4.80 's weeks verdient, ontvangt voor zich Ys deel, namelijk 96 ets. zakgeld en 64 ets. op een spaarboekje, terwijl 2/3 deel of ƒ 3.20 aan de Diaconie komen.
Die ƒ 5.25 's weeks verdient, ontvangt voor zich Va deel, namelijk ƒ 1.— zakgeld en 75 ets. op een spaarboekje; terwijl 2/3 deel of /3.50 aan de Diaconie komen.
Verdient een verpleegde meer dan ƒ5.25 's weeks, dan komt het meerdere naar bovenstaande verdeeling geheel op zijn spaarboekje.
ART. 143.
In den regel worden de meisjes tot dienstboden en huishoudsters opgeleid; zij verrichten regelmatig beurtelings de huisdiensten, en worden in de nuttigste vrouwelijke handwerken onderwezen. De jongens worden opgeleid tot zoodanige beroepen en bedrijven, als de beste uitzichten schijnen op te leveren voor hun toekomstig bestaan.
ART. 144.
Het bestuur draagt zorg, dat de verpleegden de godsdienstige bijeenkomsten en catechisatiën geregeld bijwonen.
6?
d. i. a. weeshuis.
Art. 145.
De weezen verlaten de stichting, na hun 2oste jaar.
Het blijft echter aan het bestuur overgelaten, om zulken die lichaamsgebreken hebben, ondersteuning binnen of buiten het gesticht te verstrekken, totdat zij den ouderdom van 25 jaren bereikt hebben.
Het bestuur zal over de zoodanigen toezicht blijven houden, en indien na verloop van dat tijdsbestek blijken mocht, dat hunne kwalen of gebreken ongeneeslijk zijn, en dit gestaafd wordt door een attest van den genees- of heelkundige, zullen zij_ aan de Vergadering van diakenen tot verder verblijf in het gesticht, of ter opname in het D. I. A. beste-delingenhuis worden voorgedragen, onder overlegging van geboorte- en lidmaat be wijs.
Art. 146.
Het bestuur zorgt voor de huiselijke tucht.
In buitengewone gevallen kan het bestuur verpleegden uit de stichting verwijderen, en geeft daarvan kennis aan de Vergadering van diakenen.
Art. 147.
Aan de weezen die met loffelijk ontslag het gesticht verlaten, wordt een uitzet in geld of kleeding verstrekt ter waarde van f 80.—.
Een tweede uitzet wordt, uit de daarvoor bestemde fondsen, twee jaar daarna verstrekt, wanneer zij zich gedurende dien tijd goed hebben gedragen.
Art. 148.
Volledig uitzet wordt niet gegeven aan weezen.
68
acTvn
_
D. I. A. WEESHUIS. 69
die geene belijdenis des geloofs hebben afgelegd, tenzij zij door gebrek aan geestvermogens daartoe buiten machte waren.
ART. 149.
Het bestuur is bevoegd kinderen, door de Vergadering van diakenen tot het gesticht geconcludeerd, mits onder zijne voogdij, ter inwoning af te staan.
Het ziet toe, dat zoodanige kinderen goed geplaatst en verzorgd worden, en met de verzorgers, leden onzer gemeente, moet het eene overeenkomst aangaan, benevens zoodanige bepalingen en schikkingen maken, als het nuttig en noodig zal achten.
ART. 150.
De uitwonende verpleegden moeten, evenals de andere kinderen, worden ingeschreven in de bevolkingsregisters van het weeshuis.
ART. 151.
Het aanstellen en ontslaan van beambten en dienstpersoneel, lidmaten der Ned. Herv. Gemeente, is opgedragen aan het bestuur.
Van de aanstelling van hoofdbeambten wordt kennis gegeven aan de Vergadering van diakenen.
De beambten zullen van instruction worden voorzien.
ART. 152.
Op den laatsten Donderdag van ieder kerkelijk jaar zullen de aftredende bestuurders verantwoording doen van hunne werkzaamheden.
D. I. A. WEESHUIS.
De overgifte van gelden en geldswaarden, boeken en bescheiden, moet in de daarop volgende bijeen-komsl geschieden.
ART. 153.
Bestuurderessen beheeren de gelden, haar door den erfenisboekhouder verstrekt, onder den naam van „Legatenkasquot;; zij zorgen, dat die gelden worden besteed voor het doel, waarvoor zij bestemd zijn.
De opbrengst der gelden van de naai- en brei-winkels wordt, om de 6 maanden, gesteld in handen van den bestuurder-kassier.
Op den laatsten Donderdag in ieder kerkelijk jaar, doet de aftredende bestuurderesse verantwoording barer werkzaamheden, en draagt de onder hare berusting zijnde gelden en bescheiden aan de aanblijvende over.
ART. 154.
Bij den aanvang van het kerkelijk jaar zullen, in bijzijn van de verpleegden en suppoosten, op plechtige wijze de aftredende leden bedankt, en de nieuw aankomende geïnstalleerd worden.
7°
D. I. A. OUDE VROUWEN- MANNEN- en BESTEDELINGENHUIS.
Opneming.
Art. 155.
In het D. I. A. Oude Vrouwen- en Mannenhuis worden opgenomen ongehuwden, weduwen en weduwnaars, of zij die wettig gescheiden zijn, ook zulken, wier echtgenoot sedert 10 jaren vermist of vermoedelijk overleden is, hetgeen door officieele bescheiden moet zijn gestaafd.
Zij moeten den ouderdom van 60 jaren hebben bereikt, gedurende de laatste 5 jaren lidmaat der Ned. Herv. Gemeente te Amsterdam zijn, alhier gewoond, en geene minderjarige kinderen hebben.
Bij lichaamsgebreken, waardoor zij niet in hun onderhoud kunnen voorzien, ook blijkende uit een attest van het bestuur van het D.I.A. Ziekenfonds, kan de opneming reeds op sojarigen leeftijd geschieden.
Voor hen, die gedurende vele jaren lidmaat der
d. i. a. oude vrouwen-, mannen-
Ned. Herv. Gem. alhier waren, doch zich tijdeUjk elders ophielden, is een jaar weder-inwoning voldoende.
Art. 156.
In de Woningen voor gehuwden worden opgenomen echtelieden, voldoende aan de bepalingen in de 2e en 4e alinea van het vorig artikel omschreven. Indien de man lijdende is aan eene ongeneeslijke kwaal, zoodat hij, blijkens attest, buiten staat is zijn gezin te verzorgen, kan de opneming reeds op 55jarigen leeftijd plaats hebben.
Art. 157.
In het Bestedelingenhuis worden opgenomen on-gehuwden, weduwnaars en weduwen, zonder minderjarige kinderen, tusschen de 23 en 50 jaren oud, en door ongeneeslijke gebreken, ook blijkende uit een attest, niet in hun onderhoud kunnende voorzien. Zij moeten zijn lidmaat der Ned. Herv. Gem. te Amsterdam, tenzij door hun wijkpredikant of die hem vervangt, verklaard wordt, dat zij buiten staat zijn belijdenis des geloofs af te leggen.
Art. 158.
De opneming in het gesticht geschiedt, na goedkeuring door de Vergadering van diakenen van het door de kwartier-commissie deswege uitgebracht rapport, den eerstvolgenden Donderdag des avonds te 6'/2 uur.
72
EN BESTEDELINGEN HU IS.
Bestuur.
ART. 159.
Bestuurders en bestuurderessen vergaderen in hnnne kantoren eiken Donderdagavond te 6'/2 uur. Zoo dikwijls dit noodig is heeft eene vereenigde vergadering plaats.
ART. 160.
De wekelijksche vergaderingen van bestuurders zijn bestemd tot het opnemen van partijen, door de Vergadering van diakenen tot een der huizen geconcludeerd, en voorts tot het behandelen van zaken den dienst en de verzorging der huizen betreffende.
ART. 161.
Bestuurderessen plaatsen de partijen, die door bestuurders zijn toegelaten, en behandelen voorts in hare vergaderingen alles wat tot de huishouding en eigenaardig tot hare bemoeiing behoort.
ART. 162.
Het aanstellen en ontslaan van beambten en dienstpersoneel, lidmaten der Ned. Herv. Kerk, is opgedragen aan het bestuur.
Van de aanstelling van hoofdbeambten wordt kennis gegeven aan de Vergadering van diakenen.
De beambten zullen van instructiën worden voorzien.
ART. 163.
In de eerste bijeenkomst van het kerkelijk jaar
73
74 d. I. a. oude vrouwen-, mannen-
worden onder de bestuurders bij onderlinge schikking de navolgende betrekkingen verdeeld (behalve de sub-commissiën), waarvan geen twee door één bestuurder mogen vervuld worden, te weten;
scriba.
kassier.
commissieboekhouder.
grootboekhouder.
rekening- en provisieboekhouder en erfenisboekhouder.
Het voorzitterschap wordt maandelijks door een der bestuurders bij afwisseling, met uitzondering van den scriba, waargenomen.
Art. 164.
De voorzitter mag, indien hij dit noodig oordeelt, ten allen tijde eene buitengewone vergadering beleggen, zoo ook, in overleg met de presidente, eene buitengewone gecombineerde vergadering. ■—■ In iedere vergadering wordt besloten bij meerderheid van steramen; ingeval de stemmen staken, beslist de voorzitter.
Art. 165.
De scriba zal van het verhandelde in de vergadering aanteekening houden in een notulenboek, en den korten inhoud bij wijze van kantteekening vermelden.
Hi'j leest die notulen elke drie maanden in de Vergadering van diakenen voor. Hij is belast met het bijhouden van de bevolkingsregisters der stichting.
Voorts is hem opgedragen het voeren der corres-
EN BESTE DELINGENHUIS.
pondentie. Ook zorgt hii, dat het archief in orde blijft, het register behoorlijk wordt bijgehouden, en de verschillende werkzaamheden overeenkomstig dit reglement geschieden.
Art. 166.
De kassier doet maandelijks opgave aan den eersten scriba en aan de financieele commissie, van de bij hem verantwoorde gelden, waarvan in de notulen melding moet worden gemaakt. Hij zal niets mogen assigneeren dan met toestemming der bestuurders. De assignatiën, door hem afgegeven, moeten mede door den rekening- en provisieboekhouder zijn geteekend.
Art. 167.
De commissieboekhouder zal den hoofdzakelij-ken inhoud van de verantwoording der opgenomen partijen in het daarvoor bestemde commissieboek inschrijven en de documenten in behoorlijke orde bewaren.
ART. 168.
De grootboekhouder zal van iedere partij, die in de stichting wordt geplaatst, een hoofd op het grootboek stellen, en aanteekening houden van de ontvangsten en uitgaven, die ten haren behoeve geschieden; voorts zal hij ieder persoon jaarlijks belasten met f 120 voor verplegingskosten of zooveel meer als die kosten zullen hebben bedragen.
Hij zal den inboedel van de opgenomen partijen,
75
D. I. A. OUDE VROUWEN-, MANNEN-
worden onder de bestuurders bij onderlinge schikking de navolgende betrekkingen verdeeld (behalve de sub-commissiën), waarvan geen twee door één bestuurder mogen vervuld worden, te weten:
scriba.
kassier.
conimissieboekhouder.
grootboekhouder.
rekening- en provisieboekhouder en erfenisboekhouder.
Het voorzitterschap wordt maandelijks door een der bestuurders bij afwisseling, met uitzondering van den scriba, waargenomen.
ART. 164.
De voorzitter mag, indien hij dit noodig oordeelt, ten allen tijde eene buitengewone vergadering beleggen, zoo ook, in overleg met de presidente, eene buitengewone gecombineerde vergadering. — In iedere vergadering wordt besloten bij meerderheid van stemmen; ingeval de stemmen staken, beslist de voorzitter.
ART. 165.
De scriba zal van het verhandelde in de vergadering aanteekening houden in een notulenboek, en den korten inhoud bij wijze van kantteekening vermelden.
H'j leest die notulen elke drie maanden in de Vergadering van diakenen voor. Hij is belast met het bijhouden van de bevolkingsregisters der stichting.
Voorts is hem opgedragen het voeren der corres-
74
EN BESTE DELINGENHUIS.
pondentie. Ook zorgt hii, dat het archief in orde blijft, het register behoorlijk wordt bijgehouden, en de verschillende werkzaamheden overeenkomstig dit reglement geschieden.
ART. 166.
De kassier doet maandelijks opgave aan den eersten scriba en aan de financieele commissie, van de bij hem verantwoorde gelden, waarvan in de notulen melding moet worden gemaakt. Hij zal niets mogen assigneeren dan met toestemming der bestuurders. De assignatiën, door hem afgegeven, moeten mede door den rekening- en provisieboekhouder zijn geteekend.
ART. 167.
De commissieboekhouder zal den hoofdzakelij-ken inhoud van de verantwoording der opgenomen partijen in het daarvoor bestemde commissieboek inschrijven en de documenten in behoorlijke orde bewaren.
ART. 168.
De grootboekhouder zal van iedere partij, die in de stichting wordt geplaatst, een hoofd op het grootboek stellen, en aanteekening houden van de ontvangsten en aitgaven, die ten haren behoeve geschieden; voorts zal hij ieder persoon jaarlijks belasten met ƒ 120 voor verplegingskosten of zooveel meer als die kosten zullen hebben bedragen.
Hij zal den inboedel van de opgenomen partijen.
75
76 D. I. A. OUDE VROUWEN-, MANNEN-
voor zoover deze daartoe geschikt is, door publie-ken verkoop te gelde maken.
Na het overlijden van partijen, of het verlaten van het gesticht, zal het bestuur gevolg geven aan de bepalingen der Wet tot regeling van het armbestuur.
ART. 169.
De rekening- en provisieboekhouder is verplicht nauwkeurig toe te zien, dat de voedingsmiddelen voldoen aan de gestelde voorwaarden; hij verzekert zich van de juistheid van maat en gewicht.
Hij houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven, geeft op de verschillende leveranciers vides van het benoodigde af, en zorgt dat daarvan een voegzaam en spaarzaam gebruik wordt gemaakt.
Na afloop van elk Jaar doet hij, in eene der eerstvolgende bestuursvergaderingen, rekening en verantwoording.
ART. 170.
De inkoop der provisien en verdere benoodigd-heden verblijft aan de bestuurders en zal, evenals alle werkzaamheden tot onderhoud der gebouwen, voor zooverre die daartoe vatbaar zijn, bij inschrijving worden aanbesteed, zooveel mogelijk bij lidmaten der Ned. Herv. Gemeente.
ART. 171.
De erfenisboekhouder is belast met het ontvangen en aanteekenen van de huren en recognities, alsmede der legaten, gildegelden en pensioenen der verpleegden, hij zal tevens contraboek houden
KjPMïME
EN BESTEDELINGEN HU IS. 77
f
van alle kapitalen en renten, die ten behoeve dezer stichting door de financieele commissie worden beheerd en ontvangen, terwijl hij aan den kassier alle daaruit voortvloeiende ontvangsten zal verantwoorden.
ART. 172.
Gelden, papieren en documenten van waarde zullen in eene brandkast, voorzien van twee verschillend werkende sloten, geborgen worden, en de sleutels daarvan bij twee bestuurders berusten.
ART. 173.
Bestuurders zullen van de vacante plaatsen wekelijks opgaaf doen aan den voorzitter, den ien grootboekhouder en den ien scriba der Vergadering van diakenen.
Art. 174.
Bestuurders zorgen voor de huiselijke tucht. Zij zijn bevoegd in buitengewone gevallen verpleegden uit de stichting te verwijderen. Wanneer dit voorgekomen is geven zij daarvan kennis aan de Vergadering van diakenen.
Art. 175.
Op den laatsten Donderdag van het kerkelijk jaar doen aftredende bestuurders verantwoording van hunne werkzaamheden.
De overgifte van gelden en geldswaarden, boeken en bescheiden, moet in de daarop volgende bijeenkomst geschieden.
78 D. I. A. OUDE VROUWEN-, MANNEN-
ART. 176.
In de eerste bijeenkomst van het kerkelijk jaar worden de werkzaamheden onder de bestuurderessen verdeeld en geregeld.
ART. 177.
Bestuurderessen houden nauwkeurig boek van de kleedingstukken en van al hetgeen door haar ten behoeve der verpleegden wordt verstrekt.
ART. 178.
Van alle ontvangsten en uitgaven ten behoeve der verpleegden, wordt door bestuurderessen in een afzonderlijk boek aanteekening gehouden, welk boek aan bestuurders moet worden overgelegd vóór het opmaken der jaarlijksche begrooting.
ART. 179.
Van alle benoodigdheden, waarvoor de zorg aan haar is opgedragen, doen bestuurderessen schriftelijk opgaaf aan bestuurders, die dan, door afgifte van vides op de leveranciers, in de behoeften voorzien.
ART. 180.
Op den laatsten Donderdag van het kerkelijk jaar doet de aftredende bestuurderesse verantwoording harer werkzaamheden en draagt de onder hare berusting zijnde gelden en bescheiden aan de aanblijvende over.
T
é
EN BESTEDELINGEN HUIS. 79
ART. 181.
De verpleegden in de stichting worden elke week door een bestuurder en eene bestuurderesse bezocht (de beurt van bezoek bij rooster onderling te regelen). Van het bezoek wordt in elke vergadering gerapporteerd.
Het bestuur draagt zorg, dat in de geestelijke behoeften der bewoners, overeenkomstig en op grond van Gods Woord, wordt voorzien.
ART. 182.
In de maand Mei houdt het bestuur eene vergadering in het Bestedelingenhuis, ten einde de aldaar verpleegden te hooien, en hen die de ver-eischten hebben om in het Oude Vrouwen of Mannenhuis te worden opgenomen, over te plaatsen.
ART. 183.
In den aanvang van het kerkelijk jaar worden door een der bestuurders, daartoe tijdig aangewezen, r in bijzijn van verpleegden en suppoosten, op plech
tige wijze de aftredende bestuursleden bedankt en de aankomende geïnstalleerd.
I
_
D. I. A. CORVERSHOF.
Opneming.
Art. 184.
In het Corvershof worden opgenomen gehuwde lieden, de man tenminste 60, de vrouw tenminste 55 jaren oud, sedert niet minder dan 10 jaren lidmaat der Ned. Herv. Gem. te Amsterdam, er metterwoon gevestigd zijnde en geen minderjarige kinderen hebbende. Zij moeten een vast inkomen bezitten van tenminste /3.— per week, uit eigen middelen, of ook door pensioen of hulp van anderen. In beide laatstgenoemde gevallen moeten zij een pensioen-acte of borgstelling overleggen.
Art. 185.
De in het vorig artikel genoemde borgstelling, door tenminste twee solide personen op zegel te teekenen, moet volgens onderstaand model worden opgemaakt.
„Wij ondergeteekenden (namen der borgen voluit) „verklaren ons, onder afstand der voorrechten van „uitwinning, schuldsplitsing en van alle andere — „door de wet aan borgen toegekende — voor-
D. I. A. CORVERSHOF. 81
„rechten, solidair te verbinden om aan (namen van „'t echtpaar voluit) en ten hunnen behoeve uit te „keeren, aanvang nemende den (datum) en voorts „zoo langen tijd zij in het D. I. A. Corvershof „zullen inwonen, de som van Drie Gulden per week (of zooveel meer als men wil geven, of zooveel minder als door andere inkomsten blijkt noodig te zijn) „te voldoen telkens 3 maanden bij vooruitbetaling op quitantie van het Bestuur over ge-„noemd Gesticht, op het eerste vertoon, zonder „eenige andere formaliteit en zonder tegenspraak „van iemand; en zal deze verbintenis niet ophou-„den, dan met het overlijden van een der genoemde „personen, en alzoo tot dien tijd voor ons, onze „erven of rechtverkrijgenden van volle kracht en „waarde blijven, alles onder verband als volgens „de Wet.quot;
Gedaan en geteekend te den
des jaars.
Bestuur.
ART. IS6.
Het bestuur vergadert in de stichting, in den regel des Woensdagsavonds om de 14 dagen, en regelt zijne werkzaamheden bij huishoudelijk reglement.
De vergaderingen zijn bestemd tot het opnemen van partijen tot het „hofquot; geconcludeerd, en tot het
6
D. I. A. CÜRVERSHOF.
behandelen van zaken den dienst en de verzorging der stichting en harer inwoners betreffende.
ART. 1S7.
Het bestuur doet opgaaf aan den grootboekhouder van de vacante plaatsen.
ART. 188.
Het bestuur, van de commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten, bericht ontvangen hebbende dat eene partij ter plaatsing Js aangewezen, stelt door eene commissie uit zijn midden een onderzoek in en zendt, wanneer geen bezwaren zich voordoen, de verantwoording aan de Vergadering van diakenen.
ART. 189.
Na het overlijden van man of vrouw van een der inwonende partijen wordt de langstlevende in het D. I. A. Oude Vrouwen- en Mannenhuis geplaatst en blijft de boedel ten bate van het D. I. A. Corvershof. Mocht de opbrengst des boedels het van laatstgenoemde stichting genotene overtreffen, dan wordt het saldo aan hét O. V. en M. H. afgegeven.
Wenscht de langstlevende niet naar het O. V. en M. H. over te gaan dan moet het genotene worden gerestitueerd, tenzij het bestuur redenen vindt pm van deze bepaling ten deele of geheel ontheffing te verleenen.
Het bestuur behoudt de vrijheid, indien daarvoor termen zijn, overblijvende personen naar een der andere D. I. A. stichtingen te doen overgaan.
82
MAGDALENA HODSHON-STICHTING.
Opneming en Verpleegden.
Art. 190.
In de stichting worden opgenomen: gehuwde lieden, beiden niet beneden de 50 jaren oud, ten minste sedert 10 jaren lidmaat van de Nederd. Hervormde, of ook der Waalsche Hervormde Gemeente, sedert ten minste 10 jaren te dezer stede woonachtig, en geen minderjarige kinderen hebbende, mits zoodanig paar een wekelijksch inkomen van ƒ 3.— bezitte, hetzij uit eigen middelen, hetzij door pensioen of hulp van anderen.
De opname van weduwnaars of weduwen, of ook wel van bejaarde jonkmans of jonge dochters is niet uitgesloten, maar blijft aan het bestuur overgelaten, in overleg met de commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten.
Art. 191.
Ingeval de verpleegden het wekelijksch inkomen
MAGDALENA HODSHON-STICHTING.
van ƒ 3.— bezitten door pensioen of hulp van anderen, moeten zij de pensioen-acte of solide borgstelling overleggen. De borgstelling is als voor het Corvershof. Zie art. 185 van dit reglement.
Evenzoo moeten de op te nemen verpleegden aantoonen dat zij leden zijn van eene solide inrichting tot verschaffing van geneeskundige hulp, alsmede van een begrafenisfonds.
De verantwoording van de partijen geschiedt door het bestuur.
ART. 192.
Bij overlijden van een der echtelingen zal de overblijvende weduwe, zoo spoedig mogelijk en zoodra aldaar eene plaats vacant is, naar de Willem Hendrik Hilman-sb.chting worden overgeplaatst; terwijl de overblijvende weduwnaar in de van Limniik-stichting wordt opgenomen; — welke bepaling echter niet van toepassing is op de partijen door de Waalsche Gemeente geplaatst.
Wanneer door overlijden van een der echtelingen het wekelijksch inkomen van f 3.— mocht komen te vervallen, zal het bestuur bevoegd zijn om den langstlevende inwoning te blijven verschaffen, tot zoolang de verplaatsing naar een ander gesticht zal kunnen geschieden.
Zoolang de overplaatsing niet is geschied, blijven de verpleegden in het genot der maandelijksche uitkeering, op den voet als bij art. 193 wordt bepaald.
Het bestuur zal, bij uitzondering, bevoegd zijn om aan overblijven den (langstlevenden van gehuwde paren), of ook aan enkele inwonende personen, twee mannen of twee vrouwen, gezamenlijk ééne woning ten gebruike af te staan.
84
magdalena hodshon-stichting. 85
Art. 193.
Uit de rente van het kapitaal, door den stichter afgezonderd, zal door het bestuur maandelijks worden uitgekeerd aan ieder gehuwd paar samen ƒ25.— en aan iederen enkelen bewoner of bewoonster ƒ12.50.
In buitengewone gevallen, ter beslissing van het bestuur en in het geval van samenwoning bij art. 192 bedoeld, is het bestuur bevoegd, om naar bevind van zaken en naar bestaande behoeften te handelen.
Bestuur.
Art. 194.
Het bestuur vergadert in de stichting den eersten Woensdag van elke maand, en voorts zoo dikwijls zulks door den voorzitter en den scriba in het belang der stichting of der verpleegden mocht worden noodig gekeurd.
Art. 195.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vice-voorzitter, een scriba en een kassier.
Art. 196.
De scriba houdt van het in de vergadering verhandelde aanteekening in een notulenboek en vermeldt daarin den korten inhoud bij wijze van kant-teekening. Hij leest die notulen elke zes maanden in de Vergadering van diakenen voor.
86 MAGDALENA HODSHON-STICHTING.
Hij is belast met het bijhouden van een bevolkingsregister der stichting.
ART. 197.
De aanstelling en het ontslag van een suppoost worden, evenals de verdere werkzaamheden, aan het bestuur overgelaten.
VAN LIMMIK-STICHTING.
Opneming en Verpleegden.
Art. 198.
In de stichting worden opgenomen:
Twaalf gehuwde paren en ten minste vijftien bejaarde mannen of weduwnaars, allen lidmaten der Nederduitsche Hervormde Gemeente en niet beneden den leeftijd van vijf en vijftig jaren.
De verpleegden hierboven genoemd, moeten vóór hunne opname aantoonen, dat zij een vast weke-lijksch inkomen (gehuwde paren samen) van ten minste / 2,50 bezitten, hetzij uit eigen middelen, hetzij door hulp van anderen. Zij moeten vóór hunne opnarne lid zijn van eene solide inrichting tot verschaffing van geneeskundige hulp, alsmede van een begrafenisfonds, waarvan de kosten voor rekening der verpleegden zijn.
Art. 199.
De aanwijzing tot plaatsing der verpleegden geschiedt ;
van li m mi k-stichting.
Voor de eerste maal, door Mejuffrouw A. M. van Lirnmik, voor de eene helft, en voor de wederhelft door de Diaconie der Nederduitsche Hervormde Gemeente; terwijl bij latere vacaturen — zoolang Mejuffrouw A. M. van Limmik of hare schoonzuster Mevrouw de wed. P. van Limmik, geboren Borghorst, leven — aan haar de voorkeur tot plaatsing blijft voorbehouden.
Art. 200.
Indien de verpleegden het wekelijksch inkomen van f 2.50 bezitten door pensioen of verkrijgen door hulp van anderen, moeten zij de pensioen-acte of solide borgstelling overleggen. De borgstelling is als voor het Corvershof (zie art. 185 van dit reglement) met dien verstande dat aan het slot gelezen wordt „en zal deze verbintenis ophouden ,,raet het overlijden van den (de) langstlevende der „genoemde personen, en alzooquot; enz.
De verantwoording van de partijen geschiedt door het bestuur.
Art 201.
Bij overlijden van een der echtelieden zal de overblijvende weduwe zoo spoedig mogelijk en zoodra eene plaats vacant is, naar de Willem Hendrik Hilman-stichting worden overgeplaatst, terwijl de overblijvende weduwnaar in de mannen-afdee-ling der van Limraik-stichting wordt opgenomen.
Wanneer door overlijden van een der echtelieden het wekelijksch inkomen van f 2.50 mocht vervallen, zal het bestuur bevoegd zijn, om aan den
88
gl
VAN LI M MIK-STICHTING. S9
langstlevende inwoning te blijven verschaffen, tot zoolang de verplaatsing naar een ander gesticht zal kunnen geschieden.
Zoolang de verplaatsing niet is geschied, blijven de verpleegden in het genot der maandelijksche uitkeering op den voet als bij art. 202 wordt bepaald.
Het bestuur zal, bij uitzondering en zoolang geene vacature voor haar in de Willem Hendrik Hilman-stichting bestaat, bevoegd zijn om aan de overblijvende weduwen, twee gezamenlijk, éene woning ten gebruike af te staan.
ART. 202.
Uit de renten van het kapitaal, voor het bestaan dezer stichting afgezonderd, zal door het bestuur maandelijks worden uitgekeerd aan ieder gehuwd paar samen f 20.—, en aan iedere enkele bewoonster, of aan iederen weduwnaar, die nog niet naar de mannen-afdeeling is overgeplaatst, f 10.—.
In buitengewone gevallen, ter beslissing van het bestuur en in het geval van samenwoning, bij het voorgaande artikel bedoeld, is het bestuur bevoegd, om naar bevind van zaken en naar bestaande behoeften te handelen.
Bestuur.
ART. 203.
Het bestuur der Magdalena Hodshon-stichting is tevens het bestuur der van Limmik-stichting.
Volgens den giftbrief moeten— zoolang beiden of
I
VAN LIM MI K-STICHTING.
een hunner in leven zijn — in het bestuur der „van Limmik-Stichtingquot; zitting hebben de H.H. E. van Meer en H. J. Paris, hetzij als diaken, hetzij als gemeentelid.
ART. 204.
Het bestuur vergadert op den avond na afloop der bestuursvergadering in de Magdalena Hodshon-stichting, of op den avond van den daaraanvol-genden dag, ter beslissing van het bestuur, en voorts zoo dikwijls dit door den voorzitter en den scriba in het belang der stichting of van de verpleegden mocht worden noodig geoordeeld.
ART. 205.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vice-voorzitter, een scriba, een kassier en een provisieboekhouder.
ART. 206.
De scriba houdt van het verhandelde in de vergadering aanteekening in een notulenboek en vermeldt daarin den korten inhoud bijwijze van kant-teekening. Hij leest die notulen elke zes maanden voor in de Vergadering van diakenen.
Hij is belast met het bijhouden van een bevolkingsregister der stichting.
ART. 207.
De aanstelling en het ontslag van een suppoost of suppoostin worden, evenals de verdere werkzaamheden, aan het bestuur overgelaten.
90
WILLEM HENDRIK HILMAN-STICHTING.
Opneming en Verpleegden.
Art. 208.
In de stichting worden opgenomen ongehuwde vrouwen of weduwen, alsmede wettig gescheiden vrouwen, tenminste sedert 10 jaren lidmaat der Nederduitsche Hervormde Gemeente, even zoo lang te dezer stede woonachtig en geen minderjarige kinderen hebbende.
Met inachtneming van het bepaalde bij art. 189, 192 en 201, worden bij voorkeur ter plaatsing aangewezen dienstboden, die door lichaamsgebreken of door ouderdom niet meer in haar onderhoud kunnen voorzien, mits die met lichaamsgebreken den ouderdom van 30 en de overigen dien van 45 jaren hebben bereikt, en zij voldoende bewijzen van goed zedelijk gedrag kunnen overleggen.
De lichaamsgebreken moeten worden gestaafd door een geneeskundig attest.
De op te nemen verpleegden moeten aantoonen
92 WILLEM HENDRIK HILMAN-STICHTING.
dat zij leden zijn eener solide inrichting tot verschaffing van geneeskundige hulp, alsmede van een begrafenisfonds.
De verantwoording der partijen geschiedt door het bestuur.
ART. 209.
Ingeval er in de stichting eene vacante plaats is, zal die worden vervuld door eene weduwe uit de Magdalena Hodshon-stichting, de van Limmik-stich-ting, of uit het Corvershof.
Indien aldaar geene weduwe is, voor welke overplaatsing gewenscht wordt, geschiedt de plaatsing als in het voorgaande artikel is omschreven.
ART. 210.
De rente van het door den stichter afgezonderde kapitaal zal, na aftrek der kosten van onderhoud van het gebouw etc , door het bestuur pondspondsgewijze aan de verpleegden worden uitgekeerd.
ART. 211.
Bij overlijden van verpleegden blijft de inboedel en andere bezittingen het eigendom der erfgenamen, maar zal het bestuur het recht hebben de alimen-tatiekosten terug te vorderen.
WILLEM HENDRIK HILMAN-STICHTING. 93
Bestuur.
ART. 212.
Uit bestuurders der Magdalen a Hodshon-stich-ting worden drie diakenen als effectieve en drie als adviseerende leden des bestuurs benoemd.
Jaarlijks treedt één der effectieve leden af, zonder herkiesbaar te zijn, en wordt een der adviseerende leden in zijne plaats gekozen.
ART. 213.
Het bestuur vergadert in het gebouw der Mag-dalena Hodshon-stichting den eersten Woensdag van iedere maand, of zoo dikwijls zulks door den voorzitter en den scriba, in het belang der stichting of der verpleegden wordt noodig gekeurd.
ART. 214.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een scriba en een kassier.
ART. 215.
De scriba houdt van het in de vergadering verhandelde aanteekening in een notulenboek en vermeldt daarin den korten inhoud bij wijze vankant-teekening. Hij leest die notulen elke zes maanden in de Vergadering van diakenen voor.
Hij is belast met het bijhouden van een bevolkingsregister der stichting.
94 WILLEM HENDRIK H1LMAN-STICHTING.
Art. 216.
Zoodra er eene vacante plaats in de stichting is zal het bestuur, in overleg met de bestuurders der Magdalena Hodshon- en der van Limmik-stichting of ook die van het Corvershof, beslissen of er aanleiding bestaat tot overplaatsing eener weduwe uit laatstgenoemde stichtingen.
Zoo er geene aanleiding tot overplaatsing bestaat, wordt de vacature zoo spoedig mogelijk vervuld op de wijze als in de orde tot plaatsing in de Hilman-slichting nader is omschreven.
Art. 217.
De betrekking van suppoost zal worden waargenomen door den suppoost der Magdalena Hod-shon-stichting. Hij wordt aangesteld door het bestuur, waaraan tevens de regeling van verdere werkzaamheden wordt overgelaten.
GESTICHT VAN SANDRINA LOUISA GEERTRUIDA HOLTHUIJSEN.
Opneming en Verpleegden.
Art. 2i8.
In de stichting worden opgenomen:
„ten hoogste veertien bejaarde vrouwen, bij voorkeur de zoodanigen door wie de stichtster ten haren genoege is gediend geworden, hetzij weduwen, hetzij ongehuwden, mits den leeftijd van zestig jaren bereikt hebbende en den Ned. Herv. godsdienst belijdende.quot;
Zij mogen geen minderjarige kinderen hebben.
De verpleegden moeten, vóór hare opname, aan-toonen dat zij een vast wekelijksch inkomen van ten minste f 2,50 bezitten, hetzij uit eigen middelen, hetzij door hulp van anderen. Zij moeten vóór hare opname lid zijn van eene solide inrichting tot verschaffing van geneeskundige hulp, alsmede van een begrafenisfonds, waarvan de kosten voor rekening der verpleegden zijn.
GESTICHT VAN SANDRINA LOUISA
ART. 219.
„De aanwijzing tot plaatsing geschiedt door de Groote Vergadering van diakenen.quot;
Zij laat zich daarbij voorlichten door de Commissie voor de bedeeling en plaatsing in de gestichten.
ART. 220.
Indien de verpleegden het wekelijksch inkomen van bezitten door pensioen of verkrijgen door
hulp van anderen, moeten zij de pensioen-acte of solide borgstelling overleggen. De borgstelling is als voor het Corvershof (zie art. 185 van dit reglement.) behoudens wijziging van het meervoud der verpleegden, in enkelvoud.
ART. 221.
De verantwoording der partijen geschiedt door het bestuur.
ART. 222.
Uit de renten van het kapitaal voor het bestaan dezer stichting afgezonderd, zal door het bestuur maandelijks aan elke der verpleegden de som van f \o.— worden uitgereikt.
In buitengewone gevallen, ter beslissing van het bestuur, is het bestuur bevoegd om naar bevind van zaken en naar bestaande behoeften te handelen.
96
geertrui da holthuijsf.n.
Bestuur.
Art. 223.
„De geldelijke administratie wordt gevoerd door de Financieele Commissie der Diaconie.quot;
Art. 224.
„Het bestuur bestaat uit eene Commissie van drie leden der Vergadering van diakenen. Een dier leden moet jaarlijks aftreden en door een ander worden vervangen.quot;
Art. 225.
Het bestuur vergadert op den middag of den avond van een der dagen in de eerste week van elke maand, en voorts zoo dikwijls dit door den voorzitter en den scriba, in het belang der stichting of van de verpleegden, mocht worden noodig geoordeeld.
Art. 226.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vice-voorzitter tevens scriba, en een kassier.
Art. 227.
De scriba houdt van het verhandelde in de vergadering aanteekening in een notulenboek en vermeldt daarin den korten inhoud bij wijze van kant-teekening. Hij leest die notulen elke zes maanden voor in de Vergadering van diakenen.
97
7
g8 GESTICHT VAN S. L. G. HOLTHUIJSEN.
Hij is belast met het bijhouden van een bevolkingsregister der stichting.
ART. 228.
De aanstelling en het ontslag van een suppoost of suppoostin worden, evenals de verdere werkzaamheden, aan het bestuur overgelaten.
WEDUWEN-STICHTING.
Opneming en Bewoonsters,
Art. 229.
In de stichting worden opgenomen weduwen, bij voorkeur met jeugdige kinderen.
Zij moeten, voor zooverre zij te dezer stede geboren werden, ten minste drie jaren lidmaat der Ned. Herv. Gemeente alhier zijn, terwijl voor de van elders komenden vereischt wordt, dat zij ten minste 6 jaren te dezer stede woonachtig en even zoo lang lidmaat der Ned. Herv. Gemeente alhier zijn.
De verantwoording der partijen geschiedt door het bestuur.
Art. 230.
De bewoonsters kunnen, den 60-jarigen leeftijd bereikt en geene kinderen meer ten haren laste hebbende, candidaat gesteld worden voor het D. I. A. Oude Vrouwenhuis.
WEDUWEN-STICHTING.
ART. 231.
Aan de bewoonsters, weduwen, wordt geneeskundige hulp verleend; zij hebben, wat de turf-bedeeling betreft, dezelfde rechten als de bedeelde grootboekpartijen, en bij het toestaan eener extra-bedeeling in den winter, dealen zij mede daarin.
Van de bewoonsters kan worden gevorderd, als eene bijdrage ter vergoeding der voorrechten die zij genieten, voor de huisjes 80 ets., voor de kaniers 60 ets. per week.
Bestuur.
ART. 232.
Het bestuur vergadert in de stichting ten minste eenmaal in de maand, en voorts zoo dikwijls dit door den voorzitter in het belang der stichting wordt noodig geoordeeld.
ART. 233.
In de eerste bijeenkomst van het kerkelijk jaar worden de werkzaamheden voor het geheele jaar onder de bestuursleden verdeeld en daartoe gekozen: een praeses, scriba, kassier en 2 leden voor den bouw.
ART. 234.
Het bijhouden van een bevolkingsregister der stichting behoort tot het werk van den scriba.
De kantnotulen der bestuursvergaderingen wor-
TOO
jfccÉjiBnp
WEDUWEN-STICHTING. 101
den elke zes maanden in de Vergadering van diakenen voorgelezen.
ART. 235.
De aanstelling en het ontslag van een opzichter en eene bewaarplaatshoudster, zijn aan het bestuur opgedragen, dat daarvan kennis geeft aan de Vergadering van diakenen.
ART. 236.
In het begin der maand April houdt het bestuur eene vergadering, om te beoordeelen of de bewoonsters de ondersteuning van de diaconie nog langer behoeven, en bepaalt het tijdstip waarop eene of meer harer de stichting zullen verlaten.
D.I. A. BAKKERIJ EN TURFBEDEELING.
Art. 237.
Het bestuur vergadert eiken Dinsdagavond te 8 uren in het gebouw der D. I. A. Bakkerij.
Art. 238.
In de eerste vergadering des kerkelijken jaars worden de werkzaamheden voor het geheele jaar onder de bestuursleden verdeeld.
De te vervullen betrekkingen zijn;
scriba.
kassier.
loodenboekhouder.
granenboekhouder.
turf- en kolenboekhouder.
toezichthouder over de bakkerij.
Het voorzitterschap wordt maandelijks door een der leden bij afwisseling, met uitzondering van den scriba, waargenomen.
Art. 239.
Het bestuur zorgt voor den inkoop van granen
d. i. a. bakkerij en turfbedeel1ng. 103
en turf. De termijnen van betaling worden in over-leg met de financieele commissie vastgesteld. De doove kolen worden op de meest voordeelige wijze verkocht.
De aankoop van brandstof voor de uitdeeling wordt telken jare naar de opbrengst der laatstgehouden Turf-collecte geregeld.
Art. 240.
De scriba houdt van het in de vergaderingen verhandelde aanteekening in het notulenboek, en vermeldt daarin den korten inhoud bij wijze van kantteekening. Die notulen worden elke drie maanden in de Vergadering van diakenen voorgelezen.
Hij voert de correspondentie en draagt er zorg voor dat de verschillende werkzaamheden overeenkomstig dit reglement geschieden.
Art. 241.
De granenboekhouder en de turf- en kolenboek-houder houden rekening van de ontvangen en verwerkt wordende benoodigdheden en zien toe dat er geen onvoegzaam gebruik van wordt gemaakt.
De loodenboekhouder plaatst in het loodenboek, behalve hetgeen daarin eigenaardig behoort, ook een overzicht van den loop der bakkerij, alsmede de jaarlijksche balans.
De toezichthouder over de bakkerij zorgt er voor dat de bakkerij steeds in goede orde verkeert en het brood aan alle billijke eischen voldoet.
Zij doen na afloop van elk jaar in eene der eerste bestuursvergaderingen, rekening en verantwoording, met opgaaf van den aanwezigen voorraad.
d. i. a. bakkerij
Art. 242.
De kassier doet elke drie maanden opgaaf aan den eersten scriba en aan de financieele commissie van alle ontvangsten en uitgaven, waarvan in de notulen melding moet worden gemaakt. Hij assigneert niets dan rnet toestemming des be-stuurs. De door hem afgegeven assignatiën worden mede door den scriba geteekend.
Art. 243.
De door den meester-bakker eiken Dinsdagavond ingeleverde staat, volgens vastgesteld model, wordt, na accoordbevinding, in het daartoe bestemde boek overgeschreven, waarna de origineele aan den eersten scriba gezonden wordt.
Art. 244.
De ingekomen broodlooden worden in zakken van 500 st. aan de financieele commissie gezonden, en aan het einde van elke maand wordt den eersten scriba het gestorte aantal opgegeven.
Art. 245.
Aan eiken diaken worden op aanvrage briefjes uitgereikt, waarop door de bedeelden, met bijvoeging van een broodlood, een tarwebrood kan worden ontvangen.
Art. 246.
Vóór den ren October van elk jaar doet het be-
104
EN TURFBEDEELING. I05
stuur opgaaf, aan den grootboekhouder en aan de nnancieele commissie, van de ter uitdeeling voorradige brandstof, die op zoodanige plaatsen opgeslagen is, als meest in het belang der bedeelden kan worden geacht.
Het bestuur, van den grootboekhouder de in Art. 46 bedoelde opgaaf ontvangen hebbende, zorgt er voor dat de noodige turfkaartjes vóór den ien December worden rondgezonden.
ART. 247.
De turfuitdeeling aan de bedeelden vangt aan den isten of aden Maandag in December.
ART. 248.
Gelden, papieren en documenten van waarde worden in eene brandkast, voorzien van twee verschillend werkende sloten, geborgen. De sleutels berusten bij twee bestuursleden.
ART. 249.
De meester-bakker wordt van eene instructie voorzien.
ART. 250.
De aanstelling en het ontslag van dienstpersoneel (lidmaten der Ned. Herv. Gem.) geschieden door het bestuur. Benoeming of ontslag van den meesterbakker wordt aan de Vergadering van diakenen medegedeeld.
D. I. A. GENEES-, HEEL- EN VERLOSKUNDIGE DIENST.
(D. I. A. Apotheek.)
Art. 251.
Het bestuur vergadert den ien Vrijdag van elke maand, des avonds te zeven uur, in het gebouw der D.I. A. Apotheek.
In de eerste vergadering van het kerkelijk jaarver-deelt het de werkzaarrheden, naar keuze volgens dienst en leeftijd voor een jaar, ter vervulling der betrekkingen van voorzitter, scriba, kassier en boekhouder.
Art. 252.
Het bestuur is belast met alles wat de apotheek en den genees-, heel- en verloskundigen dienst betreft. Het regelt en verdeelt den genees- en heelkundigen dienst in wijken, en geeft bij het begin van het kerkelijk jaar daarvan een rooster aan de Vergadering van diakenen.
Art. 253.
In den genees- en heelkundigen dienst wordt voorzien door H.H. genees- en heelkundigen.
In de verloskundige hulp wordt voorzien door eene of meer vroedvrouwen.
D. I. A. GENEES-, HEEL- EN VERLOSK. DIENST. IO7
Van elke aanstelling en wijziging wordt kennis gegeven aan de Vergadering van diakenen.
ART. 254.
Het bestuur geeft eene instructie aan HH. genees* en heelkundigen en aan de vroedvrouwen, en regelt den dienst in de gestichten in overleg met derzelver besturen.
ART. 255.
De boekhouder geeft orders af voor alle benoo-digdheden. en houdt toezicht op de ontvangst van goederen en genees- en heelmiddelen. Tevens houdt hij aanteekening van alle kapitalen ten name van het D.I.A. Ziekenfonds op het Grootboek ingeschreven, zoomede van alle andere inkomsten en bezittingen.
ART. 256.
De kassier betaalt geene andere rekeningen dan die door den boekhouder voor accoord zijn ge-teekend, en beschikt bij de financieele commissie over de sommen waartoe het bestuur hem machtigt en waarvan hij contravide afgeeft aan den eersten scriba.
ART. 257.
De aanstelling en het ontslag van den apotheker en verder personeel der apotheek geschieden door het bestuur. Benoeming of ontslag van den apotheker wordt aan de Vergadering van diakenen medegedeeld.
ART. 258.
Het bestuur draagt zorg voor het onderhoud van het gebouw.
WIJKDIAKENEN.
Wijkdiakenen.
ART. 259.
Wijkdiakenen vergaderen in de eerste helft van Maart onder leiding van den oudste in dienstjaren, tot het benoemen van een voorzitter, vice-voor-zitter en scriba en eene commissie voor controle.
De benoeming weigerende verbeurt men ƒ3.—.
ART. 260.
De gewone vergaderingen worden gehouden den tweeden Woensdag van April, Juli, October, Januari en Februari.
Voor vrijstellingen en boeten gelden de bepalingen voor de Vergadering van diakenen vastgesteld.
ART. 261.
Aan wijkdiakenen is opgedragen:
a. het benoemen, schorsen en ontslaan van bos-
seerders en assistent-bosseerders;
h. het houden van toezicht over de bosseering en het nemen van maatregelen, waardoor de opbrengst er van kan worden vermeerderd; c. de zorg voor het plaatsen en het lichten der bussen in de verschillende wijken.
ART. 262.
Van de in het vorig artikel sub a genoemde besluiten geven wijkdiakenen kennis aan de Vergadering van diakenen.
io8
WIJKDIAKENEN.
ART. 203.
Wijkdiakenen maken intijds, voor elk burgerlijk jaar, den rooster op, waarnaar, in den regel op Maandag en Dinsdag, elke veertien dagen beurtelings ten behoeve van het D.I.A. Weeshuis en het D.I.A. Oude Vrouwen-, Mannen- en Bestedelingen-huis gebosseerd wordt.
De bussen dragen de initialen van het D. I. A. W.H. en het D.I.A. O. V. M. en B.H.
ART. 264.
Het lichten der bussen (art. 261 sub lt;r) geschiedt ten minste eenmaal 'sjaars in de tweede helft van November, door twee wijkdiakenen (1 en 2, 3 en 4 enz.) in iedere wijk.
Het moderamen ontvangt daartoe van de finan-cieele commissie de registers met sleutels, en houdt aanteekening van de opbrengst van elke bus, alsmede van eventueele verplaatsingen. Het ontvangen bedrag, met de geteekende vides in duplo, levert het met de registers en sleutels bij de finan-cieele commissie in.
ART. 265.
Bezwaren door ziekte, overlijden of vacaturen ontstaan, worden overeenkomstig huishoudelijk reglement vervuld.
110 COLLECTE IN DE KERKEN.
Collecte in de kerken.
Art. 266.
De kerken worden voor den collectedienst naar een rooster bediend als volgt;
de Noorder- en Westerkerk, ieder door 6 diakenen;
de Nieuwe-, Oude-, Zuider-, Amstel-, Koepel- en Muiderkerk, ieder door 5 diakenen;
de Ooster-, Eilands- en Overtoomkerk, de Nieuwe-zijds- en de Oudezijdskapel, ieder door 4 diakenen.
Als voorzitter fungeert voor iedere kerk No. 1.
Men komt na Dinsdagavond in dienst.
Art. 267.
De dienstdoende diakenen behooren, in het zwart gekleed, met rok, witte das, bef en zwarte handschoenen, hunne plaatsen in te nemen, zoodra de predikant den kansel betreedt.
Zij houden de collecte, nadat de predikant (of voorganger) haar aanbevolen heeft; doch kunnen er ook mede aanvangen, indien de aanbeveling een half uur na zijne optreding uitblijft.
Art. 268.
De diakenen, eene inzameling volbracht hebbende, ledigen gezamenlijk de collectezakken en tellen na eiken dienst het gecollecteerde in de diakenkamer hunner kerk.
Zij maken daarbij twee vides op, behelzende de eene eene gespecificeerde opgave van het gecollec-
collecte in de kerken.
teerde met serieën en nummers van bank- en muntbiljetten en coupons; de andere het bedrag in eens, welke som ook in het collecteboek der kerk wordt ingeschreven.
Beide vides moeten voorts bevatten: No. van den kolder, datum, beurt, naam van den dienstdoenden predikant, en de onderteekening der dienst gedaan hebbende diakenen, ook vermelden ze de niet mede te tellen giften voor afzonderlijke doeleinden.
De opbrengst der schalen bij de bediening van het H. Avondmaal wordt afzonderlijk genoteerd.
Het geld in specie wordt in de daarvoor bestemde zakken gestort; het papier van waarde in enveloppe in den zak, waarop de gespecificeerde vide gebonden wordt. De zakken worden samen in een lederen kolder gedaan, die met een ijzeren bout en slot gesloten, en in een buitenzak gewikkeld wordt.
Art. 269.
De inkomende diaken draagt er zorg voor, dat; ie. de kolders met de gecollecteerde gelden, die onder zijne verantwoordelijkheid, hetzij in de kerk, hetzij ten zijnen huize, bewaard worden, op den dag der telling des voormiddags aan de telkamer der Nieuwe kerk worden bezorgd, waarvoor een suppoost der diaconie een bewijs afgeeft;
2e. de eerste scriba, zoo spoedig mogelijk, in den regel des Maandags per eerste post, de vide, aanwijzende de hoofdsom van het gecollecteerde, ontvangt.
Art. 270.
Ziekte of sterfgeval onder naaste betrekkingen
I I r
COLLECTE IN DE KERKEN.
geeft recht tot bezwaar, door tusschenkomst van den voorzitter der kerk, die uiterlijk des voormiddags van den dag vóór de collecte van de verhindering behoort kennis te hebben ontvangen, en den aan 't bezwaar liggende, vóór 6 uur 's avonds van dien dag, de aanschrijving doet toekomen.
Deze bezwaren, alsmede de vacaturen, komen ten laste van de tot dezelfde kerk behoorende diakenen; het eerste wordt vervuld door hem, die 't laatst is uitgegaan; het tweede door hem, die eene week vroeger uitging, en zoo vervolgens.
ART. 271.
Mocht onverhoopt slechts één dienstdoende diaken bij eene godsdienstoefening aanwezig zijn, dan noodigt deze een der aanwezige H.H. diakenen, collectanten of den koster uit, hem ter zijde te staan.
ART. 272.
In de eerste gewone Vergadering van diakenen des kerkdijken jaars kunnen, telkens voor een jaar, oud-diakenen tot het waarnemen van collectebeurten worden gemachtigd.
ART. 273.
De collecte voor de Turf bedeeling op de beide kerstdagen en andere collecten, ten bate der diaconie, in de kerken of aan de deuren der kerken, komen ten laste van alle dienstdoende diakenen, en worden door den voorzitter der kerk geregeld.
112
tellen der ingezamelde gelden.
Art. 274.
Overtreding van een of meer der vorenstaande bepalingen wordt met eene boete van ƒ 1.— tot ƒ 12.— gestraft.
Bij vermissing van een kolder moet het bedrag van het gecollecteerde worden gerestitueerd.
Tellen der ingezamelde gelden.
Art. 275.
Het tellen der kerkcollecte geschiedt in de D.I.A. telkamer des Dinsdagsavonds te 5 uren (na de Kerstcollecte in den regel den eerstvolgenden werkdag des voormiddags te 10 uren) maandelijks door vier diakenen.
Art. 276.
Met een sleutel, die steeds bij het oudste lid in bewaring is, wordt, als de tellers present zijn, de kast geopend, waarin zich de sleutel, tot het openen der kolders met de collectezakken, bevindt.
De inhoud van iederen kolder wordt afzonderlijk geteld en met de vide vergeleken.
Het oudste lid teekent in het collecteboek gespecificeerd en in totaal de opbrengst aan.
De overigen sorteeren het geld, bergen het geldswaardig papier in enveloppe, en storten de gouden en zilveren specie in zakken, ze voorziende van een onderteekend brielje, dat den inhoud vermeldt.
De 2 Va centstukken en de centen en halve centen
quot;3
114 tellen der ingezamelde gelden.
worden gewogen en in zakken resp. van f 25.— eu f 10.— afgepast.
De ongangbare munt wordt in eene bus gestort.
Art. 277.
Twee vides worden opgemaakt; de eene gespecificeerd, de andere in totaal de opbrengst vermeldende, beide door alle tellers geteekend; eerstge-melde vide wordt met de gelden terstond aan de financieele commissie afgegeven, de andere bij den eersten scriba bezorgd.
Art. 278.
Het tellen der bussen geschiedt des Dinsdags om de 14 dagen des avonds te 7 uren ter bovengenoemde plaats, elke drie maanden door 5 wijk-diakenen.
Art. 279.
De bepalingen bij den collecte-tel geldende, worden in hoofdzaak ook hierbij in acht genomen, met dien verstande, dat voor „koldersquot; „bussen ' gelezen en de inhoud der bussen van iedere wijk afzonderlijk geteld en aangeteekend wordt.
Art. 280.
Vier vides worden opgemaakt en door allen geteekend, eene, die gespecificeerd de opbrengst vermeldt, en met de gelden terstond aan de financieele commissie afgegeven wordt, eene, door den eersten scriba te contrasigneeren, voor het bestuur van het
TELLEN DER INGEZAMELDE GELDEN. 115
gesticht, waarvoor de bosseering plaatsvond, en twee die met het totaal bedrag ook de opbrengst van elke wijk afzonderlijk vermelden, waarvan de eene voor de commissie van controle van wijkdiaken, de andere voor den eersten scriba bestemd is.
ART. 281.
Bij collecte- en bussentel is de leiding aan het oudste lid opgedragen, die er voor zorgt, dat, behalve de scriba en de suppoost met het wegen der centen belast, niemand in de telkamer wordt toegelaten.
Alle verzuimen brengt hij ter kennis van den eersten scriba.
Van elke wettige verhindering behoort hij, op den aan de telling voorafgaanden dag, des avonds vóór s uren, bericht ontvangen te hebben.
Hij draagt er zorg voor, dat de aan het bezwaar liggende, daarvan onmiddelijk kennis bekomt.
Deze bezwaren, alsmede de vacaturen, komen beurtelings ten laste van alle voor de telling aangewezen broeders, beginnende van den jongsten vrij-zijnden af. Wegblijven wordt met f 1.—, te laat komen met ƒ 0.50.—, vergissing bij het tellen met / 0.50 beboet.
Il6 COLLECTE AAN DE HUIZEN.
Collecte aan de huizen.
ART. 282.
De jaarlijksche collecte aan de huizen, met ontvangst der quitantiën, ten behoeve der Diaconie, geschiedt in de tweede helft der maand November, door ten minste twee diakenen in elke wijk.
Bij deze collecte worden wijkdiakenen door een en dertig leden der Vergadering van diakenen (zie art. 11) bijgestaan. Deze leden teekenen daartoe vóór 31 October op eene, door de financieele commissie tijdig rond te zenden, naar de ranglijst opgemaakte tabel, de wijk aan, welke zij kiezen.
Oud-diakenen, tot collecteeren in de kerken gemachtigd, kunnen ook bij deze collecte assisteeren.
ART. 283.
In de aan de collecte voorafgaande vergadering wordt door den eersten scriba medegedeeld, welke diakenen samen collecteeren.
De diakenen der door dezelfde bosseerders bediende wijken, verstaan zich met elkander omtrent de dagen, waarin (binnen den bepaalden tijd) de collecte geschieden zal. Bij verschil van gevoelen kiest de oudste hunner het eerst.
ART. 284.
De dienstdoende diakenen ontvangen voor elke wijk de door de financieele commissie gereed ge-
COLLECTE AAN DE HUIZEN. 117
maakte en geteekende quitantiën, volgens eene mede hun ter hand te stellen lijst, waarop zij alle veranderingen door overlijden en verhuizing, alsook nieuwe inschrijvingen aanteekenen.
ART. 285.
Zij collecteeren, gekleed in het zwart met zwarte handschoenen en witte das, bij de leden der gemeente, ook bij de dienstboden, en bij allen van wie eene bijdrage mag worden verwacht; wekken tot inschrijving op, en ontvangen de quitantiën, ook van hen die naar eene andere wijk blijken verhuisd te zijn. Van die verhuizing geven zij voorts kennis aan de financieele commissie.
ART. 286.
Zij tellen gezamenlijk de collecte en maken daarvan twee vides op, behelzende de ééne eene gespecificeerde, opgetelde opgave van het ontvangene, de andere het bedrag in eens. Beide vides, alsmede de lijst, door hen ingevuld en geteekend, worden met het gecollecteerde zoo spoedig mogelijk, in elk geval vóór of op den tweeden Dinsdag van December, bij de financieele commissie ingebracht.
Met elk later ingekomen bedrag wordt op dezelfde wijze gehandeld.
ART. 287.
Bezwaren worden vervuld beginnende met de jongste wijkdiakenen.
Bij plotseling gebrek aan hulp worden door de
Il8 COMMISSIE VOOR DE REVISIE.
financieele commissie maatregelen ter voorziening genomen.
ART. 288.
Overtreding of niet nakoming van een of meer dezer bepalingen wordt met f tot/quot;25.— beboet.
Commissie voor de revisie.
ART. 289.
De op 31 December van elk jaar afgesloten ad-ministratien der diaconie, en de balans en winst- en verliesrekening, worden door de commissie voor de revisie nagezien, en met de begrooting vergeleken. Zij controleert de verschillende boeken, bescheiden, quitantiën en geldswaardige stukken; telt de saldo's en voorziet, bij accoordbe vin ding, de boeken van een, door ten minste twee harer leden, geteekend bewijs van goedkeuring.
De bussen, bij de verschillende corporatiën aanwezig, worden tevens geteld, en de opbrengst aan de betrokken besturen of aan de financieele commissie afgegeven.
ART. 290.
De eerste scriba der Vergadering van diakenen is voorzitter der commissie en doet aan de verschillende corporatiën opgave van dag en uur, door hem voor de revisie bepaald.
COMMISSIE VOOR DE REVISIE.
119
Zij heeft in den regel plaats: den voorlaatsten of laatsten
in het D.I.A. Corvershof en de
Holthuijsen Stichting.
bij de Com.v. Hulpbet. (schaalcoll.) , in 't D. I. A. O. V. M. en Best. huis.
in de Weduwenstichting.
„ Magd. Hodshon-, W. H. Hil-man- en van Limmik-stichting. gt; „D.I.A. Bakkerij.
Ibij het D.I.A. Ziekenfonds, in „ D.I.A. Weeshuis.
'bij de Fin^anc. Commissie.
De rekening der attestatiekamer, der kleeding-com-missie en wat verder daarvoor vatbaar mocht zijn, wordt bij de commissie rondgezonden.
De revisie van de administratie der Turfbedee-ling heeft plaats nadat de uitdeeling afgeloopen is.
ART. 291.
De leden der commissie kunnen niet fungeeren bij de corporatiën waartoe zij befiooren.
Zij worden alsdan, zoo noodig, vervangen door andere leden der Vergadering, door het moderamen aangewezen.
Bezwaren worden op dezelfde wijze vervuld.
ART. 292.
De commissie brengt, bij monde van haren voorzitter, vóór het einde van het kerkelijk jaar, aan de Vergadering van diakenen verslag uit harer bevinding.
Woensdag
Donderdag Zaterdag den eersten Maandag
Woensdag
Donderdag Vrijdag Zaterdag derden Zat.
in
Jan.
in
Feb.
slotbepalingen.
Slotbepalingen.
Art. 293.
Voorstellen tot wijziging of aanvulling van dit reglement kunnen ten allen tijde, mits door 6 leden der Vergadering van diakenen geteekend, worden ingediend. Elke verandering in dit reglement, die naar buiten werkt, wordt ter kennis van den Alge-meenen Kerkeraad gebracht, en, zoo zij betrekking heeft op de ondersteuning der armen, ook aan het Burgerlijk Bestuur medegedeeld.
Art. 294.
Bij verschil van meening over de beteekenis van eenig artikel, beslist de Vergadering van diakenen.
Aldus vastgesteld in de Vergadering van diakenen, gehouden 27 December 1898.
J. E. Everts, Pracses.
J. M. Hessel, Scriba.
Goedgekeurd door den Kerkeraad der Ned. Herv.
Gemeente, den 511 Januari 1899,
C. F. Gronemeijer, Pracses.
C. J. Lammerink, Scriba.
120
instructie voor den hoofd-suppoost. 123
Instructie voor den Hoofd-Suppoost.
Art. i.
Hij moet zich eiken werkdag van 81/2 tot 3 uren (op de bosseerdagen tot 4 uren), in Let Diaconiegebouw, Gravenstraat, bevinden, tot het verrichten zijner werkzaamheden, en ten allen tijde tegenwoordig zijn, wanneer Diakenen aldaar vergaderen, ten einde, des gevorderd, dienst te doen.
Art. 2.
Hij is verplicht aan Diakenen alle inlichtingen te geven, welke omtrent de Diaconie en de armen worden gevraagd, en tevens aan particulieren, op hun verzoek de noodige aanwijzingen te verstrekken.
Art. 3.
Wanneer personen in zake opneming van kinderen 'n. ^6'.. Weeshuis zich aanmelden, zal hij hen on-raiddelijk verwijzen naar den Bezoekbroeder, in wiens wijk het sterfgeval plaats had. Hij zal bij de opmaking der noodige documenten den Bezoekbroeder behulpzaam zijn, en dezen tegen de eerstvolgende D. I. A. Vergadering de hoofden van aanvraag zoo spoedig mogelijk ter hand stellen of doen bezorgen.
Art. 4.
De in de vergaderingen aangevraagde „Hoofdenquot; schrijft hij in een der daarvoor bestemde boeken in, opdat ze des Vrijdags in commissie kunnen genomen worden.
124 instructie voor den hoofd-sotpoost.
Art. 5.
Hij moet zorgen dat de kladboeken voor de uit-deeling behoorlijk in orde zijn, en ze zoo noodig door overschrijving vernieuwen.
Art. 6.
Bij elke uitdeeling geeft hij aan haren Praeses een nota van het bedrag der gelden en broodpenningen, aan de Kamerloopsters voor de consentpartijen te verstrekken.
Art. 7.
Bij het einde van elk praesidium van uitdeeling, doet hij de kladboeken aan den isten Scriba toekomen.
Art. 8.
Hij draagt zorg dat de zakken voor de wekelijk-sche collecte in de kerken ten behoorlijken tijde, in genoegzaam getal, aanwezig zijn.
Art. 9.
Hij zorgt er voor, dat de bussen op tijd kunnen afgegeven worden, neemt ze in ontvangst en is verantwoordelijk zoo voor de behoorlijke berging der bussen als van de kolders met de kerk-collecte, welke laatste tegen quitantie bij hem worden ingeleverd.
instructie voor den hoofd-suppoost. i25
Art. 10.
Vóór de winter-collecte zorgt hij, dat in tijds aan Diakenen een naamlijst wordt aangeboden waarop zij de wijk vermelden, in welke door hen zal worden gecollecteerd.
Art. 11.
Hij voert de orders uit, hem door den Grootboekhouder gegeven en mag, zonder diens goedkeuring, aan niemand de stukken en geschriften tot het Grootboek behoorende, afgeven.
Art. 12.
Onder zijne verantwoordelijkheid zorgt hij, dat alle bescheiden, stukken, brieven enz., bij Diakenen aan huis worden bezorgd.
Art. 13.
Hij staat ten allen tijde ten dienste der Finan-ciëele Commissie.
Art. 14.
Hij houdt toezicht op de werkzaamheden van den 211611 en den 3den Suppoost.
Art. 15.
Hij staat onder controle van de Financieele Commissie en het moderamen der D. I. A. Versraderina:.
O o
126 instructie voor den 2en suppoost.
Instructie voor den 2den Suppoost.
Art. i.
Hij moet zich alken werkdag te 81/2 ure in het Diaconiegebouw, Gravenstraat, bevinden en als geen bijzondere werkzaamheden dit verhinderen tot 3 uren blijven, en ten allen tijde tegenwoordig zijn, wanneer Diakenen aldaar vergaderen, ten einde des gevorderd dienst te doen.
Bij afwezigheid of ziekte van den Hoofd-Suppoost is hij verplicht diens plaats te vervullen.
Art. 2.
Hij zorgt eiken Dinsdagnamiddag vóór vijf uren dit de Attestatiekamer in orde is, tot ontvangst van Gecommitteerden dier kamer.
Van 5 uren af tot zoolang Gecommitteerden zijne diensten behoeven, verwijdert hij zich niet zonder hun verlof.
Art. 3.
Hij is verplicht de rapporten in te vullen van de partijen welke hem door voorn. Gecommitteerden worden aangewezen.
Art. 4.
De nieuw ingeschreven partijen worden door hem in den loop dier week bezocht. Van zijn bevinding brengt hij in de eerstvolg. vergadering der Commissie voor de Bedeeling rapport uit.
instructie voor den 2en suppoost. 127
Art. 5.
Verder is hij belast met al datgene wat tot het werk der Attestatie-kamer behoort; de handhaving der goede orde, onder de zich ter inschrijving aan-meldenden, is hem opgedragen.
Art. 6.
Hij is Diakenen behulpzaam bij het inventariseeren en taxeeren der boedels van partijen die in de Gestichten worden opgenomen; zoodanige boedel door de Vergadering aanvaard zijnde, zal hij toezien, dat de inventaris in zijn geheel naar het verkooplokaal wordt overgebracht.
Art. 7.
Hij _ brengt alle werkzaamheden hem door de Commissie voor Hulpbetoon (Schaalcoll.) opgedragen, ten uitvoer, en is bij de ontvangst en het tellen der gecollecteerde gelden behulpzaam.
Hij zorgt dat _ die gelden vóór de telling in de telkamer aanwezig zijn; in deze werkzaamheden wordt hij door den 3tlen Suppoost geassisteerd.
Art. 8,
Hij staat onder toezicht van den isten Suppoost en onder controle van de Fin. Commissie en het moderamen der D. I. A. Vergadering.
128 instructie voor den 3en suppoost.
Instructie voor den 3den Suppoost.
Art. i.
Hij moet zich eiken werkdag te 81/2 ure in het Diaconiegebouw, Gravenstraat, bevinden, en als geen bijzondere werkzaamheden het verhinderen tot 3 uren blijven.
• Art. 2.
Hij brengt de zakken voor de wekelijksche collecte in de kerken; en die voor de te doene collecten aan de huizen der Diakenen.
Art. 3.
Hij brengt alle bescheiden, de Diaconie betreffende, rond, alsmede de oproepingsbriefjes voor alle buitengewone Vergaderingen van Diakenen.
Art. 4.
Hij moet vóór den aanvang en na afloop der Vergadering van Diakenen het notulenboek bij den jsten Scriba afhalen en bezorgen, en verder de diensten verrichten die hem door den isten Scriba worden opgedragen; voorts zal hij zorgen dat de Commissieboeken vóór de Vergadering present zijn.
Art. 5.
Vóór de uitdeeling zal hij het kistje met de gelden bij den Praeses der uitdeeling tijdig bezorgen en terughalen.
instructie voor de kamerloopster. 129
Art. 6.
Hij is belast met de handhaving der orde bij de uitdeeling.
Art. 7.
Op de bij den rooster daartoe aangewezen dagen geeft hij de bussen aan de bosseerders af.
Art. 8.
Bij Collecte- en Bussentel, zoomede bij elke vergadering door Diakenen gehouden, moet hij in dienst zijn.
Art. 9.
Hij moet mede ten alle tijde zijne diensten bewijzen aan de Financieele Commissie en aan de Commissie voor Hulpbetoon (Schaalcoll.) in ver-eeniging met den 2del1 Suppoost.
Art. 10.
Hij staat onder toezicht van den isten Suppoost en onder controle van de Financieele Commissie en het moderamen der D. I. A. Vergadering.
Instructie voor de Kamerloopster.
Art. i.
Zij moet op eiken Donderdag van uitdeeling, zich
9
130 instructie voor de kamerloopster
des morgens te 81/2 ure bevinden, behoorlijk gekleed, in het Diaconiegebouvv, Gravenstraat.
Art. 2.
Van den Praeses der uitdeeling neemt zij in ontvangst het geld en de broodpenningen, volgens vooraf opgemaakt consentklad.
Art, 3.
Zij overtuigt zich, dat geld en broodpenningen accoord zijn en verdeelt die volgens het consentklad en bedeelingkaarten der aangeduide bezoekboeken.
Art. 4.
Zij bezorgt de, voor de bedeelde partijen, uitgetrokken gelden en het lood, bij de Bezoekbroeders, uiterlijk den dag, volgende op dien der uitdeeling.
Art. 5.
Het is haar ten strengste verboden, bedeelingen aan de partijen uit te keeren.
Art. 6.
Twee maal 's jaars, en wel in de maanden Maart en September, bezorgt zij aan de Bezoekbroeders en Gecommitteerden van de verschillende afdeelingen der Diaconie, de broodpenningen, met behulp van een kruier.
Art. 7.
Zij staat onder controle der Commissie voor de bedeeling.
OVEREENKOMST tusschen Diakenen der Ne-derduitsche en der Waalsche Hervormde Gem. te Amsterdam, betreffende de wederzijdsche bedeeling bij gemengde huwelijken of in geval de vrouw door haren man verlaten wordt.
Art. i.
Aangezien de man steeds voor het hoofd des huisgezins gerekend wordt, zal hetzelve worden bedeeld door die Gemeente waarbij hij lidmaat is, zoolang hij als zoodanig bekend staat, ook al ware hij tijdelijk op reis en dus afwezig, zoolang er geene voldoende bewijzen van zijn overlijden kunnen worden geproduceerd.
Art. 2.
Bij het overlijden des mans wordt het huisgezin bedeeld door die Gemeente waarvan de vrouw lidmaat is, zonder dat van wederzijden immer restitutie van bedeeling zal plaats hebben, zelfs al is deze na het afsterven van den overledene uitgereikt.
Art. 3.
Beiden de ouders overleden zijnde, komen de kinderen ten laste van die Gemeente, waarvan de langstlevende lidmaat is geweest.
Art. 4.
Wanneer een man zijne vrouw kwaadwillig ver-
BIJLAGEN.
laat, zal zij met hare kinderen bedeeld worden door die Gemeente, waartoe zij behoort.
Art. 5.
De geneeskundige hulp wordt voor het geheele huisgezin verstrekt door die Gemeente, welke volgens bovenstaande artikelen tot de bedeeling is verplicht.
Art. 6.
Bij elke toepassing dezer overeenkomst blijven echter de bij iedere diaconie alsdan bestaande be palingen betreffende den ouderdom en den duur van het lidmaatschap om tot de bedeeling of geneeskundige verzorging te kunnen worden toegelaten, van kracht.
Art. 7.
Hiermede zijn de overeenkomsten dd. 25 December 1622 en 29 Januari 1777 ingetrokken en buiten effect gesteld.
Amsterdam, 16 Feb. 1858.
Namens Diakenen der Ned. Herv. Gem.: W. J. Ankersmit, Voorzitter. J. Knol, Scriba.
Namens Diakenen der Waalsche Herv. Gem.: P. J. Teding van Berkhout,
President W. C. Backer, Secretaris.
NB. Bij besluit der Vergadering van Diakenen
132
BIJLAGEN.
dd. 19 Jan. 1858, is bepaald: dat indien een man, die tot de Waalsche Gemeente had behoord en door deze was bedeeld geweest, komt te overlijden, de vrouw van onze Gemeente zijnde, en het radi-kaal bezittende, niet voorat op noodpenning zal behoeven gebracht te worden, maar dadelijk tot de vaste bedeeling zal worden geconcludeerd, ten welken einde eene extra plaats door de Vergadering zal worden disponibel gesteld.
OVEREENKOMST tusschen Diakenen der Ne-derduitsche Hervormde Gemeente en Diakenen der Evangelisch Luthersche Gemeente, binnen deze stad.
Wenschende de bepalingen vast te stellen, ten aanzien van de verzorging van kinderen geboren uit gemengde huwelijken, zijn overeengekomen als volgt: dat de bestaande conventien tusschen diakenen der Gereformeerde gemeente en diakenen der Luthersche gemeente van dato 10 April 1778, alsmede de nadere bepalingen door heeren diakenen der beide gemeenten gemaakt van dato 20 Maart 1837, bij dezen worden ingetrokken en geheel vernietigd.
En dat voortaan kinderen geboren uit huwelijken, aangegaan tusschen een lid der Nederd. Gereformeerde en der Luthersche gemeente, na den dood van een of beiden der echtgenooten, zullen komen ten laste van het armbestuur dier gemeente, waarbij dezelve door den doop behooren, behoudens de algemeene bepalingen in de huishoudelijke reglementen van elk der armbesturen voornoemd,
133
bijlagen.
betrekkelijk de vereischten tot bedeeling en opneming in het Weeshuis. En zijn van de tegenwoordige overeenkomst gemaakt twee eensluidende afschriften, welke door den Voorzitter en Secretaris van de Vergaderingen van diakenen der beide gemeenten zijn onderteekend.
Aldus gedaan te Amsterdam^ 18 Maart 1850.
Namens de Vergadering van diakenen der Gereformeerde gemeente;
C. van Rinsum Jr., Praeses.
J. Knol, Scriba.
Namens de groote Diakonie-Vergadering der Evang. Luth. gemeente,
N. C. Willemsz, Voorzit/er.
J. G. Kuhn, Secretaris.
Besluit Verg. 14 Mei 1850. Gesanctioneerd dooiden Eerw. Kerkeraad, 21 Mei 1850.
OVEREENKOMST tusschen Diakenen der Ne-derduitsche Hervormde Gemeente en Diakenen der Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam, over het bedienen der wederzijd-sche armen binnen deze stad.
Beide Gemeenten de noodzakelijkheid hebbende ingezien om verandering te maken in het Verdrag, door haar wederzijds op den 9 April 1759 aangegaan, hebben goedgevonden hetzelve bij dezen in te trekken en door de volgende bepalingen te doen vervangen :
134
bijlagex.
Art. i.
De verarmde huisgezinnen, die tot beide Gemeenten behooren, zullen als volgt worden verzorgd : de man en de vrouw ieder afzonderlijk, door die Gemeente waarvan zij lidmaten zijn; —- en derzel-ver kinderen door de Hervormde Gemeente, voor zoo verre zij in dezelve den Heiligen Doop hebben ontvangen, of door de Doopsgezinde Gemeente, voor zoo verre zij bij dezelve zijn ingeschreven geworden.
Art. 2.
Dien ten gevolge zal bij het overlijden van gehuwde lieden niet in aanmerking genomen worden tot welke gemeente de langstlevende heeft behoord, maar zullen de nageblevene kinderen worden verpleegd door de Gemeente, waartoe dezelve op de wijze van Art. i door de ouders zijn bestemd.
Art. 3.
De bovenstaande bedeelingen zullen door de beide Gemeenten afzonderlijk geschieden, overeenkomstig ieders huishoudelijke wetten of bijzondere inrichtingen.
Art. 4.
Bijaldien er eenig geval mocht voorkomen, waarin door de bovenstaande bepalingen niet was voorzien, zullen wederzijdsche Diakenen zich bij minnelijke schikking deswege verstaan.
Art. 5.
Deze Overeenkomst zal door beide Gemeenten worden in acht genomen en nageleefd, te beginnen
ÏSS
bijlagen.
met i Januari 1832, en voor geene terugwerkende kracht vatbaar zijn.
En zijn hiervan twee eensluidende afschriften gemaakt en door Gecommitteerden der beide Colle-giën onderteekend, binnen Amsterdam den 30 December des jaars 1831.
Diakenen der Nederduitsche Herv. Gem. :
J. J. van Weezelenburg.
D. Hissink..
H. van Domselaar.
Diakenen der Vereenigde Doopsgez. Gem :
J. OosTERwijK Bruin.
D. H. de Vos.
S. de ClERCQ.
CONTRACT voor de kostelooze uitwoning van Weeskinderen.
Op heden den hebben Diakenen Bestuurderen van het Diaconie weeshuis der Nederduitsche Gereformeerde Gem. te Amsterdam, als daartoe gemachtigd bij besluit der groote vergadering van Diakenen in dato 14 Juli 1835, ter kostelooze opvoeding afgestaan het weeskind
aan
welke zich bereid verklaren en verbindeu om genoemd kind of kinderen als hun eigen kind te zullen opvoeden en verzorgen, zonder daarvoor, onder welke benaming ook, eenige belooning of vergoeding te genieten.
136
BIJLAGEN.
Verder verbinden zij zich tot naleving der volgende bepalingen:
i0. Dat zij voor bovengenoemd kind
de noodige zorgen zullen betoonen, even als ware het hun eigen kind, hetzelve vroegtijdig school-onderwijs doen genieten en voor hunne lichamelijke en zedelijke ontwikkeling alle gepaste middelen aanwenden.
20. Dat zij het in onzen Gereformeerden godsdienst zullen opvoeden, daarin naarmate van hunne vatbaarheid vroegtijdig laten onderwijzen en tot lidmaten der Gemeente doen aannemen.
30. Dat zij de kinderen, tot eenen gepasten ouderdom gekomen zijnde, in eenig ambacht of handwerk zullen opleiden, na vooraf over de keuze van een beroep Diakenen-Bestuurderen van het Weeshuis geraadpleegd, en hunne goedkeuring verkregen te hebben.
40. Dat ingeval van ziekte dadelijk de noodige geneeskundige hulp zal ingeroepen worden, en bij ernstige ongesteldheid onmiddelijk hiervan kennis gegeven worden aan Bestuurderen van het Weeshuis.
5°. Dat bij onverhoopt overlijden, hiervan alsmede dadelijk bericht zal gezonden worden, opdat door Bestuurderen van het weeshuis de aangifte bij den Burgerlijken Stand zal kunnen geschieden, en door hen zoodanige schikkingen voor de begrafenis worden gemaakt als zij doelmatig zullen achten.
6°. Dat zij aan wien een kind of kinderen ter opvoeding zijn afgestaan, van woonplaats veranderende. hiervan evenzeer onmiddelijk zullen
137
BIJLAGEN.
kennis geven, om Bestuurderen steeds in de gelegenheid te stellen, naar deze kinderen onderzoek te doen, hen te kunnen zien en spreken.
7°. Dat alle rechten der voogdij aan Bestuurderen van het weeshuis blijven overgelaten, en geene omstandigheden hoegenaamd daarop eenige inbreuk zullen kunnen maken.
8° Dat Diakenen-Bestuurderen zich het recht voorbehouden, wanneer aan den inhoud van bovenstaande bepalingen niet v/erd voldaan, of om welke andere redenen zij zulks ook zouden noodig oordeelen, genoemd kind of kinderen ten allen tijde terug te nemen en op zoodanige wijze te doen verzorgen, als zij in hun belang nuttig zullen oordeelen.
9°. Dat in het tegenovergestelde geval, wanneer door overlijden, teruggang van zaken of andere omstandigheden, de vervulling der op zich genomene taak voor de pleegouders bezwarend mocht worden, de kinderen het recht op het weeshuis blijven behouden, en na voorafgaand onderzoek ten allen tijde weder ingenomen kunnen worden, tot op den leeftijd bij de diaconale reglementen bepaald.
io0. Eindelijk, dat de uitwonende kinderen, den leeftijd bereikt hebbende waarop zij het gesticht zouden moeten verlaten, geen aanspraak op een uitzet kunnen doen gelden.
Ter bekrachtiging en getrouwe naleving dezer bepalingen, zijn hiervan twee eensluidende ter beider zijde onderteekend en uitgewisseld.
Amsterdam, den 18
Namens Bestuurderen voornoemd,
139
BEPALINGEN ten aanzien van het bij onze gemeente overschrijven van kinderen, bij andere Protestantsche gemeenten gedoopt, volgens ker-keraads-besluit van 19 April 1855.
Kinderen, in andere Protestantsche kerkgenootschappen gedoopt, worden niet overgeschreven in onze doopboeken, terwijl echter voor kinderen, die in andere Protestantsche kerken gedoopt zijn, wanneer één van de beide ouders door belijdenis tot onze kerk behoort, doch de andere nog geene belijdenis bij eenig Kerkgenootschap heeft afgelegd, of wanneer beide ouders tot ons Kerkgenootschap zijn overgegaan, de vorenstaande bepaling wegens den doop, maar in zulke gevallen ook alléén; buiten toepassing blijven zal.
BEPALINGEN ten aanzien van het bij onze gemeente overschrijven van kinderen, in de Roomsch-Katholieke Kerk gedoopt, volgens Kerkeraadsbesluit (notulen van den bijzonderen Kerkeraad 20 Maart en 19 Juni 1856 art. 9.)
BIJLAGEN.
Zitting in de Kerkbanken voor Diakenen.
De Commissie tot het bestuur over de kerkgebouwen, goederen, fondsen en inkomsten der gemeente, besloot, dd. 19 Juni 1884, art. 27.
i0. aan Diakenen die negen en meer jaren dienst vervulden, vrijdom van plaats in de kerken toe te kennen gedurende hun leven,
20. aan Diakenen die een minder aantal dienstjaren vervulden, vrijdom gedurende een gelijk getal jaren als zij dienden. Laatstgenoemden kunnen zich daarna tegen betaling van ƒ10.— per jaar het recht op eene plaats in de bank, voor Diakenen bestemd, verzekeren.
14°
INHOUD.
Synodaal Reglement voor de Diaconie der Ned. Herv. Kerk....................................
Algem. Huish. Regiem, voor de Diaconie etc, ..
Onderstand.......................................
Vergadering en Dienstregeling.
Samenstelling der Vergadering.....................
Vergaderingen...................................
Eerste Voorzitter en Eerste Scriba.....................
Tweede Voorzitter. Tweede Scriba.....................
Grootboekhouders....................................
Diaconale corporatiën in het algemeen..................
Financieele Commissie...............................
Attestatiekamer......................................
Bezoekbroeders......................................
Commissie voor de Bedeeling en Plaatsing in de Gestichten.........................................
Commissie voor het Fonds Hulpbetoon. (Schaalcollecte)..
Commissie voor het Fonds Dijk.......................
Kleeding-Commissie.................................
Traktaat-Commissie. — Uitdeeling.....................
Kwartier-Commissifin...............................
D. I. A. Weeshuis.
Opneming................................
Bestuur...............................
D. I. A. Oude vrouwen-, mannen- en bestedelin-
genhuis.
Opneming...................................
Bestuur............................
D. I. A. Corvershuf.
Opneming......................................
Bestuur....................
inhoud.
Biz,
Magdalen a Hodshon-Stichtxno.
Opneming en Verpleegden..............................................83
Bestuur................................................................................85
Van Limmik-Stichting.
Opneming en Verpleegden............................................87
Bestuur................................................................................89
Willem Hendrik Hilman-Stichting.
Opneming en Verpleegden..............................................91
Bestuur..............................................93
Gesticht van Sandrina Louisa Geertruida Holt-huijsen.
Opneming en Verpleegden............................................95
Bestuur..........................................................................97
Weduwen-Stichting.
Opneming en Bewoonsters..............................................99
Bestuur................................................................................100
D. i. A. Bakkerij en Turfbedfeling..............................102
D. I. A. Genees-, Heel- en Verloskundige dienst.
(D. I. A. Apotheek)........................................................106
Wijkdiakenen............................................................................io8
Collecte in de kerken..............................................................11°
Tellen der ingezamelde gelden..............................................113
Collecte aan de huizen............................................................Hó
Commissie voor de revisie......................................................n8
Slotbepalingen..........................................................................120
Bijlagen .
Instructie voor den Hoofd-suppoost..............................123
11 11 quot; , quot; o
oden ..............................128
„ „ de Kamerloopster..................................129
Overeenkomst met de Waalsche Diaconie....................131
„ „ „ Ev. Luth. „ ......................133
„ ,, „ Ver. Doopsgez. „ ......................134
Contr. voor de kostel. uitwoning van Weeskinderen .... 136
Bepalingen enz..........................................................................139
Zitting in de Kerkbanken voor Diakenen..........................14°
142
i.
BIBLIOTHEEK I NED. HERV. KERK
BIBLIOTHEEK NED. HERV. KEPK