|
• |
Scrafimscben Bof li an Sssisic.
COMMUNIEBOEK
voor alle vereerders van den H. Vader Sint Franciscus door
|
IMPRIMATUR. Brugis, 21 Junii 1895, in festo SS. Cordis Jesu. J. A. Syoen, Can. Libr. Cens. | ||
KEN WOORD VOORAF.
Het doel der samenstelling van dit boek is: den leden der Derde Orde van den H. Vader Franciscus een boek aati te bieden, waarin het bijzonder geheim der Orde het onderwerp vormt van het gebed der H. Communie.
Het doelwit der instelling van de Serafijnsche Orde, dat is: de vereeniging van de ziel met God, zocht onze H Vader Franciscus door verloochening en afsterving van al hetgeeti, wat niet tot God voert, alsmede bij zij7ie kinderen te verbreiden de diepe overweging der geheimenis van het bitter lijden des Heeren. Ten et?ide dit heerlijk doeleinde te bereiken, wordt den leden der Derde Orde dit boek aangeboden. Moge het velen op den weg des Hells ten nutte zijn.
Den gebruiker alle heil in
Christus Jezus !
Bloesem.
|
1 | |||
|
lt; • |
*• | ||
|
V- -— | |||
BLOESEM
UIT DEN '
SerafijnsdiEix Hof ban Hsststè,
GRONDSTELLINGEN
der H. Maria Magdalena di? Pazzis over de H, Communie.
1. Wanneer gij te Communie gaat, zoo gedenk, dat gij bij het ontvangen van God, de grootste handeling verricht, welke gij ooit kunt verrichten.
2. Neem u wel in acht enkel uit gewoonte tot de H. Tafel te naderen, maar doe het steeds met levendige godsvrucht.
3. Wanneer gij bedacht, dat gij de H. Drievuldigheid op onuitsprekelijke wijze in u omdraagt, zoo lang de heilige gedaanten bestaan, zoo zoudt gij stellig niet uit gewoonte te Communie gaan; doch van den anderen kant zoudt gij u ook bedenken, alvorens gij de H. Communie verzuimdet en u beroofdet van zulk een kostelijk goed.
4.Neem u wel in acht,dat gij door een zwak verlangen en een onbeduidende voorbereiding van zulk een groot goed niet beroofd wordt.
|
4 | ||||
|
4 BLOESEM UIÏ DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||||
|
5. Daar is geen heilzamer middel om de ziel te volmaken dan de H. Communie. Wanneer gij deze zoo ontvangt, als het behoort, zoo zult gij binnen korten tijd van liefde tot Clod vervuld zijn, want een enkele Communie is voldoende om een ziel te heiligen. 6. Verzuim nooit een H. Communie uit eigen goeddunken, want gij weet niet, of God niet juist in deze H. Communie besloten heeft u een bijzondere genade te verleenen. 7. Men begaat een groot onrecht tegen de liefde,waarmede onze Heiland zich zelfschenkt in het Allerheiligste Sacrament, wanneer men communiceeren kan en het niet doet. 8. Handel zoo, dat een H. Communie een voorbereiding is voor de volgende, dat wil zeggen, nadat gij Christus hebt ontvangen, wees dan zoo op uw hoede, dat uw ziel in een Hem waardigen toestand blijft tot de eerstvolgende H. Communie. 9. Om u daartoe beter voor te bereiden, verricht alle plichten van uw staat met het zuiver voornemen God te behagen. Dit is een uitmuntende voorbereiding. 10. Draag aan God deze plichten op bij de voorbereiding tot het heilig Offer, vooral offer aan Hem tot dit doel op het kostbaar b'oed van Christus Jezus. 11. Wanneer gij in den nacht of den morgen ontwaakt, zoo neem u voor op dezen dag te zullen communiceeren. |
1 ■ |
! |
1 z c l t 1 v r 1 v i d v e t n t | |
|
- |
|
4 |
r | ||
|
. * |
VAN ASSISIE. 5 12. Zoo dikwijls gij een zekere afgekeerd-heid of onverschilligheid voor iemand gevoelt, zoek dan voor de H.Communie een bepaalde genegenheid des harten voor dien mensch in u op te wekken ; en als gij deze niet voelt, zoo bid dan standvastig den Heer daarom,dat Hij u die schenke. Wanneer gij eindelijk een beslistheid van den wil in u ontwaart, om uw leven voor dien persoon te geven, zoo het Gods wil was, ga dan getroost tot de Tafel des Heeren. 13. Bedenk dat God de goedheid en liefde zelf is, en dat Hij zich uit louter liefde door dezen liefdemaaltijd aan de ziel wil schenken. 14. Ga steeds tot de H. Tafel met het gevoel uwer eigen geringheid. Neem uw toevlucht tot het bloed en het lijden van Jezus-Chris-tus. Wanneer ik op dit H. Bloed niet mijn vertrouwen stelde, dan zou ik — zoover het mij betreft, — het nooit wagen tot deze H. Tafel te naderen. 15. Tracht, gelijk Jezus-Christus uit zuivere goedheid u de genade bewijst, u geheel in dit H. Sacrament te schenken, daar gij verdiend hadt in den afgrond der hel gestort te worden. 16. Het is verbazingwekkend, dat zulk een ellendig schepsel in staat is, God in zijn hart te herbergen. Hoe rein moet zulk een hart niet wezen om de bron der reinheid in zich op te nemen ! | ||
|
r |
|
- |
r | |||
|
6 bloesem uit den serafijnschen hof |
1 |
- ; : |
b h ê i c \ 1 1lt; 1 i Y \ c v I g c g z d h u 1 n z | |
|
17. God de Heer heeft zich uit liefde tot ons geschonken, daarom verlangt Hij, dat wij vol wederliefde en dankbaarheid tot Hem komen. 18. Alvorens gij nadertreedt, zoek dan uit alle krachten de .grootheid en goedheid te overwegen van Hem, dien gij wilt ontvangen, wijl de geringe vrees dikwijls daaruit ontstaat, dat men er niet genoeg over denkt: het is God, dien men ontvangt. 19. Laat nooit na deze goddelijke Teerspijze te genieten met de gedachte aan het bitter lijden van Jezus-Christus, gelijk Hij zelf het ons voorschrijft, dat wil zeggen : met liefdevolle herinnering en dankbaarheid voor hetgeen Hij voor u heeft geleden, en met het uitdrukkelijke verlangen zijn lijden te eeren. 20. Wanneer gij de H. Communie hebt ontvangen, zoo geef u geheel aan Hem over, terwijl gij u dan voorstelt, alsof gij alleen met God op de wereld waart. 21. De grootste schat, dien gij bezit, is Jezus-Christus na de H. Communie. Stel alzoo dezen schat op prijs en laat den god-delijken Heiland door de volkomen overgave van zich zelf uw ziel reinigen, verlichten en heiligen. 22. De geschiktste tijd om met God te spreken, zijn stem tehooren en van Hem te leeren, Hem naar zijn H. Wil te dienen, zijn de stonden, waarin gij dezen goddelijken Gast in uw | ||||
van assisie.
binnenste draagt. Let wel op zijn stem ; want hij, dien Jezus-Christus onderwijst, behoeft geen andere onderrichting.
23. Besteed dezen heiligen tijd geheel vol inwendige vreugde en verwek acten van liefde, lof en dank. Geef u geheel over aan zijn wil en welgevallen. Offer u op om alles te lijden, wat tot zijn eer aan Hem welgevallig kan zijn. Koester een groot verlangen de allerheiligste Drievuldigheid te verheerlijken en iedereen te helpen door tusschenkomst van het hoogheilig Sacrament.
24. Ten dage, dat gij te Communie gaat, waak dan met zorg over uw hart en laat het door niets verontrusten, opdat God zich niet van u verwijdere.Herinner u dikwijls 1 )engene, Dien gij ontvangen hebt.
25. Wie dikwijls communiceert, zal uit deze goddelijke spijs krachten genoeg verzamelen om het grootste lijden, zoowel lichamelijk als geestelijk, te verdragen, en gij zult als van zelf u verwonderen en schamen, zoo weinig deugd te bezitten, dat de geringste kleinigheid u in onrust brengt. Bedenk, wat er van u geworden zou, als God u door een groot lijden wilde beproeven. Verootmoedig u dikwerf voor Hem, dit zal uw ziel in staat stellen meer moed en sterkte te erlangen.
26. Een ziel, die dikwerf communiceert, zal zoo zorgeloos en overgegeven aan Gods
7
|
8 BLOESEM UIT DEN SERAF. HOF VAN ASSISIE. H. Wil zijn, dat men niet kan bemerken waartoe zij neiging bezit. 27. Bid God, dat Hij in de harten van alle geloovigen een heiligen honger opwekke naar deze goddelijke Teerspijs. w |
1 . 1 1 4 J |
IL quot; Voc Spieg Voor Voor Cl ij h Zelf 0 En v.i In 't en maa den Gek doei liefc haar de n doo fenii treff dooi gesl; G Lan de | ||
|
j | ||||
1. — COMMUNIE-GEBEDEN. De H. Kindsheid van Jezus en de H. Franciscus.
quot; Voor den vrome zijt Ge, o Heer, levensvorm en richting, Spiegel voor het zondig hart, toonend diens verplichting :
Voor wie zwak is en vermoeid steun en lastverlichting ;
Voor den kranke medicijn, aller sterkte en stichting.
Gij hebt hier een school gesticht, school van liefde en leven, Zelf ons leerend, om alleen naar Gods eer te streven,
En van 's werelds zwaren last, die ons drukt, ontheven, In 't hervonden onschuldskleed tot Hem op te zweven.
- Voorbereiding. -
IJL de geboorte en de dood van Jezus-Christus van even groote beteekenis zijn ten opzichte van onze zaligheid, en beide geheimen even genaderijk ; wijl de maagdelijke Moeder desHeerenmet eigen hand den Nieuwgeborene in dekribbe gelegd, en den Gekruisigde in hare armen genomen, en zoo doende met hare aanbiddende en opofferende liefde het begin en het einde des levens van haar Verlosser geëerd heeft, zoo waren ook de roerende geheimen van de geboorte en den dood onzes Verlossers uwe beminde gebedsoefeningen^ heilige Serafijn van Assisië ! Beide treffende oefeningen van godsvrucht, worden dooru,o heilige Vader Franciscus, aan volgende geslachten overgeleverd.
Gij zendt uwe zonen der Orde naar het H. Land, om den Heiland steeds te dienen op de h. plaatsen van Bethlehem en Jeruzalem.
IO BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Kribbe en kruis waren het altaar, waarop het Offerlam rustte; kribbe en kruis waren de Bondskist, waarin het Hemelsbrood lag. Laat ook mij thans, heilige Vader Franciscus, in vereeniging met u de hooge geheimen van kribbe en kruis door deze H. Communie vereeren, opdat ook mij deze twee geheimen een Jacobsladder worde, die mij van deze aarde naar den Hemel opvoert.
Gij, o goddelijke Heiland ! zijt om onzent-wille arm geworden, daar Gij rijk waart, opdat wij rijk worden door Uw armoede. De Schepper van Hemel en aarde, die met milde hand de kostbaarste schatten indediepten van aarde en zee heeft geborgen, komt in deze wereld als een kind van arme menschen. Hij wordt geboren in een stal, arbeidt in een timmerwin-kel, heeft geen eigen woning en sterft arm aan het kruis. Zoo is Uw leven in de kribbe, Uw dood aan het kruis, Uw leven in het H. Sacrament op onze altaren omgeven door armoede. Gij, o beminlijke Heiland, zocht ons los te winden uit de gehechtheid aan de goederen dezer aarde, wijl deze zelfonthechting de zekerste weg ten hemel is en wijl deze ons aan U gelijk maakt.Daarom beminde ook de Serafijn van Assisië zoo gloedvol de heilige armoede.
De armoede van Uw kribbe en Uw kruis bestrijdt ook tegelijk den gevaarlijksten tocht van ons hart, den hoogmoed, die zich
VAN ASSISIE.
vermengt met al onze gedachten, woorden en werken, en zooveel goeds vergiftigt. Gelijk rijkdom en hoovaardij, 200 zijn armoede en ootmoedigheid vaak voorkomende gezellen. In zulke armoede trof U, o goddelijke Heiland! menigvuldige verachting in geheel Uw leven, welke verachting haar hoogtepunt aan het kruis bereikte, waar het ongeloovige heidendom en het trotsche jodendom U verachtte en bespotte. Leer mij echter, o beminlijke Heiland! naar Uw voorbeeld verachting en achteruitzetting stilzwijgend verdragen en U in het verborgen navolgen. Zoo wilde de H. Franciscus liever veracht worden, om U, goddelijk Kindeke, gelijkvormig te zijn.
De armoede van Uw kribbe en Uw kruis leert ons ook de ongeregelde zinlijkheid be-heerschen, o Heer ! want zij ontneemt ons het middel der genotzucht. Gij onttrekt U, beminlijke Heiland! aan den rijkdom dezer aarde, en belaadt U met de ontberingen der uiterste armoede. Hoe beschamend is dit voorbeeld voor ons, als wij terug deinzen voor i alle moeiten der deugd en vreezen het kruis der versterving!
Dit lijden van kribbe en kruis was voor U, o Heer! niet noodzakelijk ; want alle rijkdommen, eerbewijzingen en vreugde vermochten op U, den driewerf Heilige, geen invloed uit te oefenen, terwijl zij voor ons slechts bronnen van zonde zijn.
|
-? |
1 |
[ | ||
|
12 bloesem uit den serafijnschen hof Gij volgdet deze levenswijs, van de wereld afgestorven, om ons tot navolging van U aan te sporen. Wee mij, zoo ik mijn leven niet verbeter! Millioenen zielen hebben in Uw voorbeeld de kracht geput om U grootmoedig in den strijd tegen de wereld na te volgen. Zij vonden hierin hun vrede en hun zaligheid. Van de dagen onzes H. Vaders Franciscustot onze tijden toe hebben duizenden heiligen onzer drie Orden U op den navolgingsweg van het kruis gevolgd en verkregen als loon hiervoor U als lachend kind of als met bloed-bevlekten Verlosser te mogen aanschouwen, en ontvingen dikwerf velerlei troost doorUwgod-lijke verschijning. Dit kenmerk der zeltver-sterving hebt Gij, o Jezus ! aan al Uwe uitverkorenen ingedrukt en naarmate wij ons versterven, naar die mate behooren wij U toe. 0 beminlijke Heiland, prent door Uw H. Sacrament den geest van Uw leven diep in mijn hart. O leven zoet, leef Gij slechts in mij, gelijk Gij in den geest onzer Serafijnsche heiligen hebt geleefd. Maak mij door deze H. Communie los van de goederen dezer aarde, van alle zondige gehechtheid aan de schepselen, van ijdelheid'en lust der oogen, van alle hoo-vaardij des levens, opdat ik allengs meer leve het innerlijke. Godgevallige leven, en allengs meer en meer aan de wereld afsterve. Goddelijke Heiland ! ten einde aan Uwe kinderen uw zoetheid te bewijzen, wildet Gij |
T c t k k v a I e c g v I r n k b h ]\ t C h s v I \ n n | |||
VAN ASSISIE.
U zelf aan hen geven. Ik geloof in U, dat Gij, o mijn God en Heiland ! in dit H. Sacrament tegenwoordig zijt en wel zoo als Gij in de kribbe laagt en voor ons stierft aan 't bloedig kruis. Zie thans op mij neder, daar ik een vreemdeling in dit dal van tranen ben en niets anders wil zijn. Geef mij thans Uw hemelsch Manna, dat de Heiligen onzer Orden tot Uw eeuwige heerlijkheid gevoed heeft.
Ik hoop op U en stel in U mijn vertrouwen, dat Gij tot mij komen en U met mij vereenigen zult.Uw trouw,Uw erbarming en Uw liefde verheugen alleen mijn ziel. Ik hoop, dat Gij Uw heiligmakende genade in mij vermeerderen, alle gebreken doen verdwijnen, de geneigdheid tot de deugden van het leven uws kruises in mij bevestigen, en mij tegen alle booze neigingen versterken zult.
O mijn Heiland, Uw liefde vervult mij met heilige innige liefde en ontvlamt mijn hart. Mocht ook ik U zoo liefhebben als Uwe trouwste dienaren en dienaressen onzer H. Orden U hebben bemind! Ontsteek mijn koud hart met uw goddelijke liefde, vooral op den stond, waarop ik Uw aankomst in mijn hart verwacht, opdat ik onder de bescherming van Uw H. Moeder en onzen H. Serafijnschen Vader U in een goed hart waardig ontvangen mag.
O bron van zuiverheid en heiligheid. Uw majesteit en mijn armoede jagen mij vrees
13
|
1 | |||
|
14 bloesem uit den serafijnschen hof aan; hoe zal ik het durven wagen, U mijn zondig hart als woning en genadentroon aan te bieden ? Maak, dierbare Heiland ! maak mijn harte rein. Verleen mij een diepen ootmoed, opdat ik de kostbaarheid van de gaven in dit Allerheiligste Sacrament immer met dankbaarheid eere, en zulke groote goederen des Hemels tot Uw eer en mijn heil aanwende. Mijn ziel zucht naar Uw zoete komst, dierbare Heiland ! als het smachtende hert bij zomerhitte naar de koele waterbron, gelijk een arme zondaar naar het eeuwig heil. Mocht ik in mijn hart het verlangen van alle Sera-fijnsche Heiligen onzer H. Orden vereenigen, om door U op dergelijke zoete wijs getroost te worden. Zie mij aan, heilig kind jezus, met zulk een zoetlachenden blik, gelijk Gij den H. Vader Franciscus, de H. Clara, den H. Anto-nius van Padua hebt aanschouwd, opdat ik alle vrees en angst voor U aflegge, en U steeds nadere met een kinderlijk vertrouwen. Mijn ziele wordt verteederd van aandoening over Uw onbegrijplijke minzaamheid en voor-beeldelooze liefde ; o zaligmakende vereeni-ging, die ons het glorievolle onderpand eener gelukkige eeuwigheid schenkt, U zelf, Gij de eenige geliefde van mijn gelukkige ziel. Amen. | |||
van assisie.
Dankzegging.
O liefderijke Jezus liefderijke Jezus, Gij het heil mijner ziel, thans ben ik gelukkig en hoogst verblijd, want ik heb U ontvangen. O, wanneer zal ikUin allen en met alias welgevallig zijnPWan-neer zal ik uit liefde tot U aan mij zelf en aan alle schepselen afsterven ? Erbarm U mijner, o mijn Heiland, en help mij ! Uw goddelijke Majesteit bid ik thans in mijn hart aan, en kus in den geest U, o lieftallig kind van Bethlehem, Uw kleinen mond. Uw klein hart. Uwe lieve handjes en voeten, en mocht ik U zoo teeder liefhebben, gelijk de Heiligen van onze Serafijnsche Orden U hebben liefgehad, toen Gij als een minlijk kind aan hen ver-scheent. O mijn God, mijn wonderbare oorsprong, Gij het eenig licht van mijn verstand en Gij rustpunt van mijn steeds wankelenden wil. Wanneer zal ik U metal de vurigheid van mijn hart beminnen? O mijn Jezus, verwond mijn hart met den pijl Uwer innigste liefde. Gij mijn verlangen, mijn hoop, mijn liefde ! Mocht mijn ziel toch waardig zijn geheel door Uw liefde ontvlamd te worden, opdat al haar lauwheid in dezen goddelijken liefdegloed moge verteeren.
Ik wensch mij geheel aan U, mijn Verlosser, op te offeren, geheel aan den Volmaakte, enkel aan U, den Eenige. Niets wil ik buiten U; ik verlang niets anders dan U ! Gij alleen
IS
|
I 6 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
' |
• j \ |
no vla zit. me vai U lie kra eer on zie do bo mi me en gei gel he toe ver ten golt; U mi mi we Go Uv Uv | |
|
vervult mijn hart, o mijn Koning, mijn Leidsman, mijn God en mijn Al! Gij zijt zoo be-minlijk, zoo hartelijk en zoo getrouw. Wie is milder dan Degene, Die voor zoo gering een schepsel zichzelf heeft gegeven ? Wie is zoo ootmoedig als Gij, mijn God ! die zijn hoogverheven Majesteit zoo vernederde. Gij veracht niemand. Gij wijst niemand af, die U zoekt, o mijn Heiland. Integendeel Gij komt den zoekende in 't gemoet en toont den weg, die naar U geleidt. Heden hebt Gij, mijn beminlijkste Heer, andermaal bewezen, dat het Uw vreugde is bij mij te zijn. O, hoe gelukkig maakt mij uw liefderijke minzaamheid ! Dat uwe heilige Engelen U loven voor deze buitenmatige goedheid, want wat vindt Gij in ons hart dan ellende en zonde, en desondanks wilt Gij bij ons blijven. Uw oneindige liefde tot ons was niet tevreden met Uw heilige menschwording, zij wilde ook nog het sterven voor ons aan het kruis, en het nalaten van Uwe H. Sacramenten, de bescherming van Uwe lieve Engelen, en het steeds verblijven in onze nabijheid! Deze iefde, mijn Heiland ! verdient de teederste wederliefde en de trouwste gehechtheid van mijn zijde. Doe met mij naar Uw welgevallen, aan U wil ik toebehooren en niemand anders. Verleen mij, vreugdezoete Heer, dat ik buiten U niets verlange, dat ik mij geheel af.n U opofifere en U, het hoogste goed der zielen, | ||||
VAN ASSISIE.
nooit meer verlate. Uw liefdegloed door-vlamme mij, Uw liefde neme mij geheel in bezit. O eeuwige liefde, wanneer zal ik U volkomen beminnen! Wanneer zal ik mij losrukken van mijn zinlijkheid en van alles, wat mij van U verwijdert, opdat ik U van banden bevrijd liefhebbe ? Wanneer zal mijn ziel met al hare krachten en vermogens volkomen met U ver-eenigd worden, gelijk de serafijnsche Heiligen onzer Orden het waren? Ozoete leven van mijn ziel. Gij zijt gestorven, opdat ik leve door U, dood al hetaardsche in mij. Verdrijf al mijne booze lusten, mijn eigenzinnigheid en al wat mij van U verwijderen kan, opdat ik volkomen in U leve. Verwek in mij door Uw liefde en Uw gehoorzaamheid een nieuw leven der genade, opdat ik altoos Uwe geboden en de geboden van hen, die Gij boven mij geplaatst hebt, met alle getrouwheid volbrenge, en altoos Uw heilige wil vervulle. O goede Jezus, verleen mij de genade, dat ik al mijne zonden ten diepste verafschuw, terugbeve voor alle goddeloosheid, en mij uit heelerharte tot U wende ; want in U worden al de wenschen mijner ziel vervuld. In U leven al de krachten mijner ziel !
Uw leven in de kribbe, o zoete Heiland ! werd reeds beschaduwd door het kruis van Golgotha ; alzoo hebben de beminnaren van Uw kruis zulk een godvruchtigen eerbied voor Uw heilige kindsheid. Gij openbaardet aan de
Bloesem 2
l8 bloesem uiï den serafijnschen hof
H. Catharina van Bologna, dat Gij reeds in het eerste oogenblik van Uw ontvangenis alles wist en zaagt, wat Gij later zoudt te lijden hebben, dat dit lijden U het geheel leven door voor oogen stond en U zoo heeft bedroefd, dat Gij voor den tijd zoudt gestorven zijn, wanneer de Godheid de zwakke menschheid niet te hulp was gekomen. Dit lijden van Uw kribbe vereerde de heilige Seraf van Assisië zoo godvruchtig, wijl het hem Uw oneindige liefde tot ons openbaarde. O mijn God ! hoe oneindig veel ben ik U schuldig, en door mijne verdiensten kan ik U in eeuwigheid niet voldoen. Derhalve offer ik U, o hemelsche Vader! de verdiensten van Uw eeniggeboren Zoon in vereeniging met de verdiensten aller Heiligen van onze H. Orden. Ik offer U den ootmoed Uws Zoons, dien Hij in den stal te Bethlehem heeft getoond en wel voor mijn groote hoovaardij. Ik offer U de tranen, die Hij in zijn kindsheid weende voor al mijne bedreven zonden, Zijn boete voor mijn onboetvaardigheid, Zijn armoede voor mijn overvloed, Zijn zachtmoedigheid voor mijn toorn, Zijn gebed voor mijn lauwheid,
O Jezus, mijn liefde, hoe zal ik U alles vergelden, wat Gij voor mij hebt gedaan ? Gij hebt het geheele leven door ternauwernood geen enkel vroolijk oogenblik gehad, daar Gij zonder onderbreking in armoede en vervolging leefdet en steeds aan Uw toekomstig
van ass1sie.
lijden dacht. O ondoorgrondelijke liefde, die noch in woorden uit te drukken, noch in gedachten te bevatten is ! Wijl Gij, o Jezus mijn, een voortdurend kruis gedragen hebt, zoo begeer ik ook niet zonder kruis te leven maar ben bereid aan te nemen, al wat Uw goddelijke goedheid mij van eeuwigheid weggelegd heeft! Mijn dierbare Heiland ! geef mij hiertoe Uw zegen en de genade van Uw heiligen bijstand ! Amen.
Oefening der deugd;
Uit liefde tot U. o Jezus neem ik mij voor het kruis, door Gods goedheid mij opgelegd, geduldig te dragen, dat kruis lief te hebben en God daarvoor dankbaar te zijn !
19
2. — COMMUNIK-GEBKDEN.
De H. Armoede en de H. Franciscus.
quot; Gij hebt hier een school gesticht, school van liefde en leven, Zelf ons leerend, om alleen naar Gods eer te streven,
En, van 's werelds zvvaren last, die ons drukt, ontheven, In 't hervonden onschuldskleed tot Hem op te zweven.
Maar de wereld heeft vol spot. Heer, uw school bestreden. En 't beloofde heil verschopt in haar grilligheden.
Toch naamt Gij geen wraak op hen, die zoo zwaar misdeden. Maar boodt schuldvergiffenis aan wie schuld beleden. quot;
S. Bonaventura.
Voorbereiding.
|OEN Gij, o goddelijke Heiland, zeidet; « Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het rijk der Hemelen!» hadt Gij reeds van Uwer kindsheiddagen deze h. armoede beoefend, alvorens Gij ze ons door Uw h. wet hadt bevolen. Gij wildet een kind zijn van arme menschen en grootgebracht door behoeftige handwerkslieden. Tot Uwe leerlingen naamt Gij geene rijke menschen aan, maar wel arme lieden. Arm stierft Gij aan het kruis, en Uw lichaam, door den rechter aan een Uwer leerlingen geschonken, werd in een vreemd graf gelegd, in doeken gewikkeld en gezalfd met hetgeen de barmhartigheid U geschonken had. Deze armoede was U geheel en al vrije liefde en genade. Gij wildet arm zijn aan aardsche goederen om ons rijk te maken aan hemelsche goederen. De navolging van den armen Heiland was ook de
bloesem uit den seraf. hof van ass1sie. 2 i
eerste karaktertrek der heiligheid in het Christendom,en de H.Franciscus zocht deze roeping van Uw navolging, o Heer! vooral door zijn groote armoede te vervullen. Bestond er reeds overeenkomst met U, dierbare Heiland ! in zijn geboorte, daar ook onze H. Serafijnsche Vader in een stal werd geboren, zoo dreef de liefde tot God hem steeds verder, tot hij zich zelf kon zeggen : « Er is niets op aarde, wat ik uit liefde voor mijn Heer Jezus-Christus niet verlaten, niet doen, niet verdragen wil ! » De persoon van het menschgeworden, eeuwig Woord, dat hij in het geheim der menschwor-ding erkende en aanbad, dat hij in zijn leven van armoede, ootmoedigheid en zelfverloochening zoo vereerde en beminde, dat hij in het allerhoogste geheim van het H. Sacrament des Altaars wedervond en innig omhelsde, was Franciscus de voortdurende openbaring Gods en de magneet zijner liefde. Zijn ontbering en zijn lijden met Christus voor God, was het uitwerksel van zijn liefde tot God. Wel verre van de uiterste armoede van Christus als een loodzwaar juk te dragen, vond Franciscus daarin zijn geluk en zijn vreugde. Wijl de armoede, o goddelijke Heiland ! U zoo lief was, daarom had zij zulk een groote waarde voor Uw trouwen dienaar. De Heilige zag de armoede als een verlatene weduwe des Heilands aan, die hij zich als bruid verkoor en als gade huwde. Zij was voor den Heilige
|
1 |
22 bloes km uit den serafijnschen hof |
gelij de Hen zijn nooi wan dage ren, lies vron noch hen, nooi door dierl heili een groo liefd V barn alle onze mijn behc durf goec tight mild groo dan | ||
|
Meesteresse en Koningin. Deze armoede des geestes, die u, H. Franciscus, zoo dierbaar was, vond door u ook in andere grootmoedige harten navolging. Uw Serafijnsche liefde tot den armen Heiland ontvlamde ook duizenden in brandende liefde voor de armoede en navolging van Christus J ezus. 0 H. Patriarch der armen, smeek ook voor mij door deze H. Communie de genade een arme des geestes te worden, u na te volgen in uw brandende liefde voor 't leven des armen Jezus Laat mij, de noodzaaklijkheid der Verlossing bewust, hoe langer hoe meer mijzelf afwenden van de bedrieglijke goederen der wereld en van de hoovaardij des levens, opdat het rijk der genade meer en meer in mij toencme. Laat mij ledig en gering in eigen oogen zijn, opdat ik voortdurend God meer verheerlijke, alle goed slechts van Hem verwachte en dankbaar wedergeve. De armoede, o Heer, die Gij oefendet bij Uw geboorte, was ook de eerste deugd, wier loon Gij in de Bergrede zelf hebt verkondigd, toen Gij zeidet: haar zij het rijk der Hemelen. De armoede, o mijn Godl is in Uwe liefdevolle oogmerken een middel tot ons heil, dat zekerder is als de rijkdom, waarmede enkelen den Hemel koopen, velen echter hun ongeluk behalen. Geef mij door Uw H. Sacrament, dierbare Heer! Uw ongevoeligheid voor de aardsche goederen, en laat mij zoo wandelen. | ||||
|
1 |
VAN ASSISIE.
gelijk de Kerk het afsmeekt, opdat ik zoo door de goederen der aarde wandele, dat ik den Hemel niet verlies. Laat mij, o Heer ! tevreden zijn met mijn lot en mijn levensstaat. Laat mij nooit morren tegen uwe beschikkingen, niet wankelen in de beproevingen des levens, in de dagen van den tegenspoed, wanneer zij naderen, niet in bekoring vallen, maar bij het verlies van have en goed tevreden zijn gelijk de vrome lijder Job. Laat in mijn hart noch haat, noch nijd, noch ijverzucht ontkiemen tegen hen, die meer bezitten. Iaat over mijne lippen nooit zulk een klacht komen, voortgebracht door wangunst en ontevredenheid. Laat mij, dierbare Heiland ! godvruchtig zijn en mij heiligen in de plichten van mijn staat; geef mij een boetvaardig hart en verruim het door uw grootmoedige, medelijdende en milddadige liefde.
Vertrouwend op Uw goedheid en groote barmhartigheid, kom ik in vereeniging me.t alle Engelen en alle Serafijnsche Heiligen onzer H. Orden tot U, dierbare Heiland mijner ziel, als een arme tot den rijke, als een behoeftige tot den Koning dés Hemels. Hoe durf ik het wagen voor U te verschijnen? O goede Heer mijns harten, ik beken mijn nietigheid, ik erken Uw goedheid, ik prijs Uw milddadigheid, en zeg U dank voor Uw al te groote liefde. Wat kan ik beter en heilzamer doen dan mij geheel en al voor U te verootmoedi-
23
|
) 5- | |||
|
24 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
I | ||
|
gen en Uw oneindige goedheid voor mij te roemen ? Ik prijs U, mijn Heer en mijn God, en zegen U in eeuwigheid ; ik veracht mij zelf en onderwerp mij geheel aan U in de diepte mijner nietigheid. Welke liefde, welke minzaamheid betoont Gij, geliefde Heiland, aan mij ? 0, hoe wonderbaar is Uw werk, hoe groot Uw goedheid, hoe zegenrijk Uw raadsbesluit, hoe zoet en lieflijk is mij Uw H. Sacrament ! Uw liefde voor mij neemt niet af, en Uw genadevolheid wordt niet uitgeput. Gij, zoete verkwikking mijner ziel! Laat mij, o Gij Beminde der reine zielen, door Uw wonderbare liefde en genade dit groot geheim met levendig geloof, met diepen eerbied en innige godsvrucht ontvangen. Verdelg in mij alle onreine begeerte. Bevrijd mij van alle ijdele, zondige en verstrooiende gedachten en verleen mij een levendig geloof in uw H. Sacrament. Laat mij, arme met eerbied, met ootmoed en in vreugde des H. Geestes dit allerhoogste geheim vieren en mijn ziel de overgroote zaligheid van Uw heilige en waarachtige tegenwoordigheid ondervinden ! Vertrouwend op Uwe zoete woorden, dierbare Heer ! hoop ik met Uwe hemelsche schatten verrijkt te worden en in Uw H. Sacrament het zekerste onderpand mijner toekomstige heerlijkheid te ontvangen. O, dierbare Heiland! sterk,verlevendig en vermeerder in mij deze hoop ! |
»■ i (j j* 1 |
]\ loss sera len vers vrei met zege Gij mij, gen zwe leve thar vrij tege mij juisi bek F U h Nee dad waa Hei en Ord | |
|
1 |
VAN ASS1SIE.
Moogt Gij thans, mijn beminlijke Verlosser ! mijn koud hart niet de vlam Uwer serafijnsche liefde ontvlammen en het vervullen met al de kracht Uwer heerlijkheid. O versterk thans mijn binnenste, opdat ik al de vreugde Uwer liefde vergelde. Moge mijn ziel met alle goddelijke kracht en hemelschen zegen vervuld worden ! De Engelen verzadigt Gij met de vreugde der zaligheid, laat ook mij, een arme, naar de mate Uwer krachten U genieten en door deze H. Teerspijze op mijn zwerftocht in navolging van Uw armoedig leven verkwikt worden. O H. Sacrament, kom thans in mijn hart, heilig het en maak het vrij van zonden. Verdrijf door Uw heilige tegenwoordigheid van mij alle vijanden, die mij zoeken te verleiden, opdat ik langs den juisten weg Uwer geboden Uw rijk moge bekomen 1
Het berouwt mij van ganscher harte, dat ik U heb beleedigd, mijn Heer en mijn God. Neem weg van mij al mijne zonden en misdaden, opdat ik, rein naar ziel en lichaam, waardig moge ontvangen U, den Heilige der Heiligen, de vreugde der Engelen, de liefde en vreugde aller Heiligen onzer serafijnsche Orden. Amen.
2S
(I
I
|
| | ||||
|
2 6 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
Dankzegging. T T WEbeminlijkeoogen, mijn dierbare Hei-\__J land, hebben op mij neergezien en zich mijner nederigheid en geringheid erbarmd. Gij zijt tot mij gekomen en laat mij thans deelnemen aan al den genaderijkdom van Uw H. Sacrament. Zijt geloofd, Gij vreugde mijner ziel, U zij duizendvoudigen dank betuigd ! Gij kwaamt tot mij, dierbare Verlosser mijner ziel, om mij door Uw genade te verkwikken, en door Uw H. Sacrament mij met geestlijke vreugde te vervullen, die Gij door oneindige goedheid mij, een arme, hebt bereid. In U, o Heer ! bezit ik thans alles, wat ik kan verlangen. 0, hoe gelukkig, hoe verheugd ben ik thans ! Gij zijt mijn heil en mijn verlossing, mijn kracht en mijn sterkte, mijn eer en mijn roem ! Ik wensch U, dierbare Heiland, zoo innig te danken, gelijk onze Serafijnsche Heiligen U na het ontvangen van dit H. Sacrament hebben gedankt om door U veranderd te worden in een beter en volmaakt wezen. Volbreng dit thans aan mij, wien Gij U tot troost Uwer Geloovigen in dit hoogheilig geheim geschonken hebt 1 Gij zijt de zoete spijs onzer ziel en wie U waardig ontvangt, zal deelachtig worden aan Uw eeuwige heerlijkheid. Sterk mij toch, daar ik zoo dikwijls val en zondig, zoo traag en nalatig ben, opdat ik van mijne heilige voorbeelden niet geheel en al |
1 ] li 1 |
afwi mijr boo mijr Gij, Gij, alles liefh verv verb voel en u den gene ten e mij deug vele mij. Gij hoog Gi armo der c oogst der were] verwi werel was l zelf i | ||
VAN ASSIS1E.
afwijk. Kom mij te hulp, mijn Heiland ! want mijne zinnen zijn steeds geneigd naar het booze. Laat mij menigvuldig U herinneren, als mijn God en Verlosser, bemind boven alles. Gij, getrouwste der Vrienden ! Kom tot mij. Gij, edelste der geliefden, dien men boven alles moet beminnen, wat men hier beneden liefheeft. Vervul mij met Uw liefsten zegen, vervul mij met Uw heil, opdat ik Uw vreugde, verborgen in dit Sacrament, smaken en gevoelen kan. Laat mij in U geheel wegsmelten en uit liefde wegvlieten, opdat ik geen vreemden troost meer zoeke. Dit H. Sacrament geneest mijne gebreken, temt mijne hartstochten en overwint mijne bekoringen. Het stort mij Uw genade in, vermeerdert mijn geringe deugd, bevestigt mijn hoop en deelt mij zoo vele bovennatuurlijke goederen mede. Schenk mij, algoede Heiland, wat mij ontbreekt, dien Gij U gewaardigd hebt te roepen tot Uw hoogheilig Sacrament.
Gij, H. Seraf van Assisië, zijt door de armoede des geestes afgestorven aan den lust der oogen en nederig van geest geworden. Gij oogstet met de armoede tegelijk den smaad der wereld. Door de armoede werd u de wereld gekruisigd en met den smaad dien gij verwierft door de armoede, werdt gij door de wereld gekruisigd. De verachting der wereld was u lief en dierbaar, en gij vernederdet u zelf meer, als de wereld u kon vernederen.
27
|
! | |||
|
28 bloesem uit den serafijnschen hof |
» 1 l i |
Trel is, e vred sche de C leve met uwer voor Ik naar toen | |
|
Door de Moeder Gods in een verschijning aan haar Zoon, den vertoornden Rechter als zoenoffer voor de zondige wereld voorgesteld, door den Heiland zelf met de bloedende teekenen in zijn levend offerbeeld herschapen, achttet gij u niet waardig priester te worden, en wildet niet meer zijn dan diaken. Toen de wereld u wegens uwe hoogstralende deugden begon te eeren, hadt gij een onverzadigbaren honger naar schande en smaad; alle werklijke vernederingen konden echter uw deemoed niet verzwakken. Door de armoede stierft gij ook af aan eiken zinlijken lust, en de strijd met deze was in uw verstorven lichaam uitgedoofd. Het vuur uwer liefde tot den armen Heiland ontvlamde ook allen, die in uw nabijheid kwamen. Zij sloten zich bij u aan om den armen Heiland na te volgen. 0 heilige Franciscus, gij gingt arm en ootmoedig als de rijkste den Hemel binnen. Smeek voor mij af deze armoede van den geest, die mij ootmoed en reinheid, liefde tot God en den naaste geven kan! Met haar zijn u alle goederen en door haar hand onberekenbare schatten toegevloeid. Met haar, H. Franciscus, wil ik mijn kruis van Gods hand met lijdzaamheid dragen en het den beminden Heiland met geduld natorsen. Houd mijn hart bevrijd van zinlijken lust, hebzuchtig verlangen en liefdeloozen nijd, opdat ik met vertrouwen mijn verlangen kan stellen in de beloften van Jezus-Christus. | |||
|
------ |
L |
van assisie.
Trek mijn hart hemelwaarts, waar mijn schat is, en smeek voor mij bij den H. Geest den vrede des harten, dien de wereld niet kan schenken, en de vreugden des Hemels, die de Geest slechts vinden kan in een onbesmet leven. Help mij daartoe, H. Vader Franciscus! met de kracht uwer armoede, met de macht uwer liefde en met den zegen uwer heilige voorbede. Amen.
Oefening der Deugd.
Ik wil steeds de afsterving beoefenen, want naar de mate ik mij zelf bedwing, zal ik slechts toenemen in het goede.
29
S. Bonaventiird.
- Voorbereiding. -
pZSfjlOL medelijden en smart van Uw god-'S v|y|i delijk hart hebt Gij, beminde Hei-land! tranen vergoten over de ondankbaarheid der menschen en over de onvruchtbaarheid van Uw verlossingswerk voor velen van hen. Gij weendet over de hardvochtigheid van Jeruzalem, dat Gij met ontelbare weldaden hadt overladen, en Uwe leerlingen konden naar de grootte van Uw smart de diepte meten van Uw lijden. Gij weendet op den Olijfberg en bij Uw dood aan het kruis. Het medelijden met Uwe tranen overstroomde ook het hart des Serafs van Assisië. Hij verlangde naar een zuiver en volmaakt lijden voor God. Gij ver-smadet, o mijn Heiland ! het offer niet van Uw getrouwen dienaar, en verleendet hem de genade van een medelijden met Uwe smarten, dat zich uitte in onhoorbaar zuchten en tranen storten, zoodat zijn mond gewond werd van het geschrei, en zijne oogen op het eind zijns levens verduisterden en het licht verloren.
bloesem uit den seraf. hof van assisie. 3 t
Mijn Heiland ! elk christen moet voor Uwe tranen een innige godsvrucht hebben, vooral echter de zielen, welke met den H. Franciscus U getrouw willen dienen in het dragen van Uw kruis. Ter eere van Uwe H. Tranen, mijn Jezus ! die Gij om mijnentwille gestort, en om de smart en al het leed, dat ik Uw goddelijk Hart bereid heb, met iets te vergelden, wil ik deze H. Communie ontvangen. Zoete Jezus, geef mij door Uw H. Sacrament een innig medelijden met Uwe smarten, ea bewaar mij in het vervolg voor elk toevallig misbruik uwer genaden, opdat ik niet eeuwig verloren ga. Mijn Jezus, laat mij staren op Uw hart; leer mij beminnen en uit liefde lijden en offers brengen !
Uwe tranen, o Heer ! waren de uitdrukking van Uw lijden. Hoe grooter echter de smart is, des te rijklijker en bitterder vloeien de tranen, en wanneer de grootte der smart de spraak doet verstommen, des te luider spreken dan de tranen. Thans waren echter de smarten van Uw goddelijk Hart aan het kruis grooter dan de smart, die ooit eenig menschenhart heeft gevoeld, en grooter dan die ooit door alle menschenharten kunnen geleden worden. Gij hadt het grootste lijden te verdragen en in dit lijden het bewustzijn, dat Uwe tranen en bloed voor alle menschen zouden vergoten worden.
Gij, o Heer! hebt geleden van den kant
|
| | |||
|
• |
32 BLOESEM UIT DKN SERAFIJNSCHEN HOF |
ij ■- ' gt; |
ben en telij G heb heb hen arm Uw nige min liefc gron voor G nadt Verl nadt nen, dat 1 aan ■ toeg( bitte U deze geen gelijl hoon geert vlam die 1. |
|
der heidenen en. der joden, van den kant der overheden en hunne dienaren, van den kant des volks en van de machtigen dezer aarde. Gij hebt geleden door Uwe vertrouwelingen en bekenden, die U verrieden en verloochenden ; van den kant Uwer vrienden, die U verlieten ; in Uw roeping door lasteringen, in Uw eer door bespotting en onrechtvaardigheid ; in het uitwendige door berooving Uwer kleederen; in Uw ziel door droefheid, schrik en vrees; in Uw lichaam door verwonding en geeseling ; in Uw hoofd door de doornenkroning ; in handen en voeten door doorboring der nagelen; in Uw heilig aangezicht door kaakslagen en bespuwing. Gij hebt geleden in al Uwe zinnen; in het gevoel, toen Gij werdt gegeeseld en gekruisigd ; in Uw smaak door de laving met gal en azijn; in den reuk, toen Gij op de onwelriekende plaats der ontzielde lichamen aan het kruis werdt genageld ; in het gehoor, door de woorden der lasteraars; in het gezicht, toen Gij Uw Moeder, Joannes en de vrome leerlingen zaagt weenen. Dat was een onmetelijk lijden, hetwelk Uw goddelijk Hart met een onmetelijke liefde had doordrongen, welk gevoel zich uitstortte in bloedige tranen. Een geloovige blik op het kruis zal voldoende zijn om nooit meer een zonde te bedrijven, en een geloovige blik op het kruis zal voldoende zijn om die zonden levenslang te betreuren en U, o Heer! eeuwig te | |||
|
[ |
BI |
VAN ASSISIE.
beminnen ! De liefde heeft over U, mijn God en Heiland! gezegevierd ; o laat deze onmetelijke liefde ook over mij zegevieren !
Gelijk Gij de armen naar alle menschen hebt uitgebreid, om hen allen te redden, zoo hebt Gij ook om alle menschen geweend, om hen allen tot U te trekken. Velen zullen in de armen van den Gekruisigde snellen, om in Uw bloed, mijn Heiland, zich geheel te reinigen ; velen zullen ook Uw barmhartige omarming ontvlieden, wellicht de tranen Uwer liefde en verlangen versmaden, en eeuwig te gronde gaan. Mijn Zaligmaker ! behoed mij voor zulk een rampspoed !
Geef mij door deze H. Communie de genade mijne misbruikte genaden te beweenen. Verlicht mijn geest tot medewerking Uwer genade, mij zoo dierbaar. Laat Uwe heilige tranen, o Heer ! mijn verstokt hart bewegen, opdat het tranen weene over zijne zonden, die aan Uw Goddelijk Hart zooveel smart hebben toegevoegd. Bedroefde Heiland ! door Uwe bittere tranen, erbarm U over mij !
33
Uw H. Sacrament is machtig genoeg mij deze genade te schenken, en ofschoon ik geen zoo vurig verlangen heb, o mijn God, gelijk de zielen, die U in 't bijzonder toebe-hooren, zoo gevoele ik door Uw genade de begeerte, om door zulk een grooten ijver ontvlamd te worden en te behooren tot de zielen, die U zoo ijverig beminnen.
_uis
-de =iet
—ns-te
Bloesem.
|
34 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
Ik geloof, dierbare Jezus, dat ik U, mijn Heer en God, thans waarlijk en werkelijk zal ontvangen. Sterk mij heden in dit heilig geloof en maak het vruchtbaar tot goede werken. Van U, mijn Jezus ! hoop ik ook alle goed, vermindering en vergiffenis mijner zonden, tijdelijk heil en de eeuwige zaligheid. Bovenal hoop ik op een groote vruchtbaarheid van deze H. Communie ; want Gij zijt even machtig als getrouw om mijn hoop te vervullen. Ik bemin U, dierbare Jezus! met al de krachten mijner ziel, wijl Gij mijn God en Heiland, het beste en beminnenswaardigste goed zijt. Hoe kan en zal ik U niet boven alles beminnen ! Uit liefde tot U, Jezus mijne, vergeef ik aan allen, die mij eenig leed hebben berokkend, of nog doen zullen, opdat ik met geen vijandig hart voor U verschijne en daardoor dit H. Sacrament ontstichte ! Ik belijd en betreur voor U, o Heer ! al mijne zonden, die ik bedreven heb tegen Uw heilige wet. Wist ik, dat er nog een verzwegen ware, niet goed gebiecht of vol berouw beleden, zoo doe ik het nog in dezen stond. Mijn ziel verlangt naar U, gelijk een ongelukkige naar den redder zijns levens. Ik nader thans Uw feestdisch. Kom thans, bezoek mij en blijf bij mij. Gij, mijn Heiland, de troost in mijn pelgrimschap, de vreugde en het geluk mijner ziel ! Amen. |
( 1c h b U d H G in vr m ku be dc ter zo Ve U\ ik de ho tel dei de Uv no lev | |||
van assisie.
35
EBOGEN in het stof, bid ik U, mijn Hei
Dankzegging.
land ! in allen ootmoed aan. U zij eere,
lof en dank in eeuwigheid ! Gij, het heil mijns harten, zij eeuwigen dank betuigd voor Uw binnenkomst in mijn arm hart. Nooit zal ik U vergeten, alsmede hetgene Gij aan mij gedaan hebt. Hoe echter, o Heer ! zal ik U de genade vergelden, die Gij mij betoond hebt ? Ik wil U met liefde en trouw dienen, gelijk Gij het wilt, o Heer, in gebed, in arbeid en in lijden. Laat mij door deze H. Communie vromer en godvruchtiger, weldadiger en zachtmoediger, geduldiger en meer onderworpen, kuischeren zediger worden. Wend elke zware bekoring van mij af, of geef, dat ik telkenmale door Uw genade glansrijk overwin. Wij moe-, ten met U, mijn Heiland, gekruisigd worden, zoo niet in het lijden, als wel in den geest. Verhoor alzoo mijn gebed, o Heer ! en laat Uw kruis op mij nederkomen. Met liefde zal ik dragen elk goddelijk kruis, welks breedte de liefde, welks lengte de eeuwigheid, welks hoogte de almacht, welks diepte de onuitputtelijke wijsheid is. Hecht daaraan mijne handen en voeten. Geef mij de genade, o Heer, de werken des vleesches te ontvluchten en Uw eer te zoeken in de zaligheid Gods. Laat nooit het blinde geluk van het verganklijk leven de zinlijkheid van mijn geest venveeklij-
|
36 bloesem UIT den serafijnsch en hof | ||||
|
ken, en het ongeluk des levens nooit het verstand benevelen. Mijn hart worde verwond door Uw levendig en werkzaam woord, gelijk Uw H. Hart verwond werd door de goddeloosheid des duivels, en het worde geroerd door Uwe tranen,over Uw lijden en Uw over-groote liefde. Tranen van Jezus, welk een geheim zijt gij 1 O eeuwige, waarachtige en klare bron, verborgen voor het oog aller sterflijken, welks water zonder begin, welks diepte zonder grond, welks helderheid standvastig is, en welks diepte zelfs door geene Engelen kan gepeild worden. U, heilige tranen, u heeft het Hart van den allergrootsten God uit Zijn 011-doordringbaren afgrond vergoten en uit deze volheid hebben allen ontvangen : 't mogen dan Heiligen of zondaars zijn. H. Seraf van Assisië, uw ziel was zoo van het lijden des Heeren doordrongen, dat gij uwe luide weeklachten niet kon onderdrukken. Gij klaagdet over die verwoesting, welke de zonden aan den geheiligden persoon des Verlossers hadden teweeg gebracht. Waar kon uw hart genoeg liefde vinden, zulk een liefde te vergelden? Gij trokt door de velden om de schepselen tot liefde voor onzen gekruisigden Heiland aan te sporen. Gij riept de vogelen des hemels op om met u te treuren, en de planten der schepping om het kruis van Christus te eeren. Bij den aanblik der kleine wateraderen, die gelijk tranen over de rots- |
1 . 1 - |
w P.' ri o\ lo S£ S( ee di G H zi( de ge mi wi H( da dit JE go mc bai Ht u vei ligt hei naz ik | ||
van assisie.
wanden van Alverna vloeiden, bleeft gij al peinzend staan en storttet zelf in tranen en riept zuchtend, dat zij met u moesten weenen over het liefderijkste lijden van onzen Verlosser.
In dezen plechtigen stond, waarop het H. Sacrament in mijn hart rust, wil ik met u, H. Seraf van Assisië, Jezus' heilige tranen vereeren. Ik groet, zegen en vereer u met den diepsten ootmoed en de innigste godsvrucht. Gij eerbiedwaardige tranen van mijn lieven Heiland en Verlosser, gij zijt het bloed zijner ziel, en als het kostbare bloed van Zijn Hart, de hooge prijs onzer verlossing ! Kon ik u genoegzaam eer en dank betuigen ! Door u is mijn ziel gereinigd, zijn mijne zonden uitge-wischt, is de genade Gods verworven en de Hemel verdiend. Ik loof u en zeg eindeloozen dank voor zulke weldaden, die mijn hart ten diepste roeren. U, milde tranen ! die mijn Jezus als teeder wicht in de kribbe heeft vergoten, u loof ik en zegen ik met de bede : moge God door u mij steeds genadig en barmhartig zijn ! U, bittere tranen ! die mijn Heiland bij Zijn Besnijdenis heeft vergoten, u loof ik en prijs ik; verwerft gij voor mij de vergiffenis aller zonden, die ik ooit na de heilige reinheid van mijn hart begaan heb ! U, heilige tranen ! die mijn Heiland op de vlucht naar Egypte heeft geweend, eer ik en zegen ik ; mogen door u alle verzuimen van den
37
werend lijk de-=erd ^er-=een en =erf-jptc
—f is —gt; '
-can Zhet -on-
eze zgen
quot;van gij —uk-—Ike —des —k.on —;fdc _i de zzden =len [ hi de —van =me —ots-
|
38 BLOKSEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
m w 01 E zi ri zi 0 zi g( ci lu ee ge dr d€ m ge de he de de ov he m | |||
|
plicht vergeven worden, welke ik ooit in den dienst van God heb begaan. U, tranen vol medelijden, die mijn Jezus bij het graf van Lazarus weende, vereer ik ; verwerft mij de vergiffenis van alle hardvochtigheid,die ik ooit heb begaan ! U, heilige tranen van aandoening en medelijden, die mijn Heiland over Jeruzalem heeft geweend, vereer ik ; verwerft voor mij vergiffenis van alle verledene onboetvaardigheid. U, heete en bloedige tranen ! die mijn Heiland in den hof van .Olijven heeft vergoten, groet en vereer ik ; verwerft voor mij de vergiffenis van al mijn verstrooidheid! U bittere en smartelijke tranen, die mijn Heiland in zijn bitter lijden aan het kruis heeft vergoten, groet ik en vereer ik : verwerft mij de verfoeiing van alle zonden en alle straffen, welke ik daarvoor verdiend heb! O, kon ik dag en nacht over mijne zonden en uw bitter lijden weenen, om U, mijn Heiland! de tranen voor mij vergoten een weinif t vergelden ! Voor de tranen, die ik niet Kan weenen met mijn verhard gemoed,offer ik U, 0 Heer ! de vele bittere tranen, welke de boetvaardige Maria Magdalena, onze H. Vader Franciscus, de heilige boetelingen van alle tijden in de droefheid huns harten geweend hebben met de deemoedigste bede : Gij zult mij de genade verleenen in gestadige boetvaardigheid voor U te wandelen en in Uw liefde, van deze aarde te scheiden ! | ||||
van assisie.
Het vuur Uwer goddelijke liefde, dat Gij, mijn Heiland, op de aarde gebracht hebt, werd vooral in het hart van den H. Franciscus ontstoken tot een serafijnschen liefdegloed. Deze liefdegloed verbreidt zijne vlammen en zijn warmte nog voortdurend in de overlevering van zijn heilig leven, in het reukwerk zijner deugden, en in de stichting zijner H. Orden over den geheelen aardbodem. Moge zijn hart mijn hart ontvlammen. Leer mij, goddelijke Verlosser ! door Uw dienaar Franciscus U onze wederliefde bewijzen door een liefdevolle zelfverloochening en een vrijwillige onthouding, onze gehoorzaamheid, door een ongeveinsde zelfsvernedering en vroom geduld. Leer ons den hoogmoedszin onderdrukken, ons vaak verweekt hart versterken, de zinlijkheid dooden en ons kruis opnemen, opdat wij eenmaal met Uw trouwen en geliefden dienaar verdienen binnen te gaan in de vreugde van zijn en onzen Heer. Amen.
Oefening der deugd.
' Treur met de treurenden : met ingetogenheid om alle genoegens der wereld te vermijden ; met boete, om het lichaam steeds aan den geest te onderwerpen ; met inwendige overweging om steeds te wandelen in Gods heilige tegenwoordigheid. Treur: met weemoed over de zonden der wereld; met mede-
39
|
40 BLOESEM UIÏ DEN SERAF. HOF VAN ASSISIE. |
1 i |
$ |
J 11 In? quot; M En ( Och Zóó Dit Hou Sten Als U vo kruis roem Vadt van kruis zijnei hi era innig Heili eigen en k kunn kruis liefde ik th | |
|
lijden over de arme zondaren, met gestadige herinnering aan den lijdenden Heiland. Bedenk, dat de heilige droefheid tot den vrede des harten voert, tot den ondergang der zinlijkheid, want : « zooveel gij in lusten hebt geleefd, zooveel geeft u de smart en de jammernis ! » Apost. 18, 7. Want : « Wie in tranen zaait, zal in vreugde oogsten!» Ps. 125,5. | ||||
- Voorbereiding. -
IJ hebt mij bemind en ü voor mij opgeofferd, dierbare Heiland. Zoo groot was Uw liefde voor mij, dat Gij U voor mij hebt opgeofferd tot den dood des kruises ! Uw kruis, o Heer ! was Uw eenigste roem en de volmaakte vreugde van onzen H. Vader Franciscus. Het vormt het onderwerp van al zijne verlangens en ijverig streven, wijl kruis en lijden hem als het hoogste bewijs zijner liefde tot U, o Heer ! geldt, wijl hij zich hiermede gelijkvormig maakt aan U, en zich innig aan U verbond. De gaven Gods kon de Heilige niet roemen, wijl zij, o Heer! Uw eigendom en niet de onze zijn; doch lijden en kruis is van U en van ons, en derhalve kunnen wij ons verheugen in en roemen op kruis en lijden. Uit liefde tot Uw opofferende liefde aan het kruis en om haar te eeren, wil ik thans deze H. Communie, al bepeinzend
i
|
42 BLOESEM UIT DEN SERAF1JNSCHEN HOF |
Ij |
m ke 01 g€ w« sc m w( de 0 aa de M trc te on te ee W vir Za de do Gi on Zie de U ste he | ||
|
Uw bitteren dood, ontvangen. Beminlijke Heer, prent Uw liefde thans diep in mijn ziel. Moge de H. Serafijnsche Franciscus en alle beminnaars des kruises van onze H. Orden haar thans voor mij afsmeeken ! Het grootste en verhevenste bewijs Uwer liefde, o mijn God ! is onze Verlossing door de menschwording van Uw eengeboren Zoon en door zijn bitter lijden en sterven. Zijn schuldvergiffenis, genade en zaligheid onschatbare goederen, zoo worden deze hooge goederen in onze oogen nog oneindig vergroot, als wij bedenken, dat de Verlosser zich zulk een lijden en zulke smarten zelf oplegde om ons met deze goederen te verrijken. Gij zaagt ons, Jezus mijne, met zulk een zware schuld tegen de goddelijke gerechtigheid beladen, dat wij ze niet konden torsen ; daarom kwaamt Gij om ons te ontlasten. Gij, dierbare Zaligmaker! zaagt ons met wonden bedekt, aan den weg versmachten; daarom kwaamt Gij als barmhartige Samaritaan om onze wonden te helen, zoodat geen litteeken of spoor meer over bleef. Wat zal ik zeggen, allerdierbaarste Heiland ! wanneer ik bedenk, dat Gij, de volheerlijke en allerheiligste, Gij, God zelf, water en bloed zweetend voor mij in den Olijvenhof met den dood worstelt, de kaakslagen en ruwste lasteringen zwijgend ontvangt, die zich door de geeselslagen van bloeddorstige beulen het lichaam doet verscheuren en | ||||
|
H | |||||
|
VAN ASSISIE. 43 |
, | ||||
|
ijke 2 iel. alle zien -vver -oor Z)on 5ijn ±at-500 Z)Ot, ;ulk om —agt -uld _len, amt —ligquot; iden als =1 te leer -Tste de —;elf, zden _ak- -igt, Horen |
r |
met handen en voeten aan het kruis laat spijkeren? Wanneer de Engelen, die Uw troon omringen, hier tranen storten, wanneer de geheele aarde bij Uw dood schudt en siddert, wanneer de Seraf van Assisië de onredelijke schepselen aanriep om met hem Uw dood, 0 mijn Heiland 1 te beweenen, wat moet ik dan wel doen ? Welk een dank, welk een medelijden, welk een wederliefde moet ik dan aan U, 0 mijn Heer ! wel toonen ? De Godheid liet Uw menschheid, 0 Heer ! aan alle lijden en smarten over, zonder U met den geringsten troost te vervullen. Terwijl de Martelaren dikwerf in hunne smarten zoeten troost ontvingen, wildet Gij, koning der Martelaren ! van allen troost verstoken blijven, om ons door de bitterheid van Uw lijden een des te grooter bewijs van Uw liefde te geven en een des te rijker verlossing te bewerken. Waarheen Gij van het kruis Uwe oogen wendt, vindt Gij slechts smart en ellende, dierbare Zaligmaker ! Blikt Gij op Uw gezegende Moeder, zoo ziet Gij haar in tranen en haar ziel doorboord met de zwaarden der smart. Ziet Gij op Joannes en de vrome vrouwen, zoo ontroeren U haar geklaag en bloedige tranen. Ziet Gij op het joodsche volk en de bende der beulen, welk een hel van boosheid treedt U dan tegemoet! Met zulk een smaad omringd, sterft geen mensch. Welk een bitteren dood hebt Gij, arme Heiland ! voor ons ondergaan |
■ ' ■ |
' .'li ■ ]j a 1: j j-. 1 '' '' 1' k ' t' ( ■ 1 f I ;i • | |
44 BLOESEM UIT DKN SERAFIJNSCHEN HOF
Uw liefde openbaart zich ook in de verscheidenheid van het lijden, dat Gij, bemin-lijke Heiland ! voor ons geduldig verdragen hebt. O hoogste macht, hoogste wijsheid, brandende liefde, wat hebt Gij voor mij gedaan ? Geen smart, geen offer, geen inspanning, geen bitterheid waren U te groot voor mij! Welk een harteleed lag voor U en Uw beminnende Moeder in het afscheid voor Uw lijden, toen Gij U overgaaft aan zulke vijanden ! Welk een bitterheid en menschelijke ontgoocheling in het verraad van den trouw-loozen leerling! Welk een doodsangst bevangt U in Gethsemani; welk een smaad lag in zulk een gevangenneming, welk een krenking in de vlucht Uwer Jongeren, wien Gij nog kortgeleden het Sacrament Uwer liefde hadt toegediend ! Welk een verguizing om den Oorsprong des levens, den grootsten weldoener in Israël achter een moordenaar te plaatsen ! Welk een zee van smarten bood de kruisiging zelve! Zoo stierft Gij, Schepper van Hemel en aarde 1 Gij onze Herder, de barm-hartigste, de mildste, de Zaligmaker in onnoembare smarten !
In deze beschouwing van Uw lijden en sterven verdiepte zich de Serafijn van Assi-sië alle dagen, vooral wanneer hij het allerheiligste Sacrament ontving om zijn liefde voortdurend te ontvlammen en te overwegen welk een offer U, beminlijke Heer ! dit groote
van assisie.
geheim der liefde gekost heeft ! Bij zulk een overweging, dierbare Heiland ! ontvlam mijn liefde tot U en wel thans, nu ik de vracht Uwer grootste liefde van den boom des krui-ses ga plukken. Gij hebt mij bemind en U voor mij opgeofferd. Laat mij U beminnen en mij thans inwendig voor U opofferen ! Uwe beminde oogen schouwen thans uit den Tabernakel tot mij. Jezus mijne, ontvlam mijn hart !
Met vaste overtuiging geloof en belijd ik, mijn dierbare Zaligmaker ! dat Gij waarachtig, werkelijk en wezenlijk in dit allerheiligste Sacrament aanwezig zijt. Ik geloof zulks met een zoo vaste overtuiging, als kon ik U, o dierbare Heiland ! met eigen oogen aanschouwen. Wanneer ik voor deze belijdenis zou moeten sterven, wilde ik liever mijn leven opofferen, als mijn Geloof verloochenen. Vermeerder, o Heer! mijn Geloof.
Zalig, o Heer ! is de mensch, die op U hoopt. Gij zijt de bron van alle goed, de oorsprong van alle genaden, mijn zoete Geliefde! Enkel en alleen op Uw barmhartigheid vertrouwende, waag ik het, zonder op een enkele verdienste te kunnen wijzen, U te naderen. Gij geeft U zelf tot een geestelijke spijs mijner ziel. Daarover verheugt zich thans mijn hart. Welk ander goed wilt Gij mij nog toekennen, wanneer ik U zelf ontvang ?
Verlosser mijner ziel, eeniggeboren Zoon
45
|
r , |
46 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||
|
Gods, Hemel en aarde aanbidden U ! Gij kunt ons verwerpen; doch Gij wilt ons zalig maken. Welk een liefde zijt Gij waardig! Kon ik U beminnen, gelijk ik wenschte, zoodat ik met onzen Serafijnschen Vader kon uitroepen: « Mijn God en mijn Al ! » Doch ik begeer U te beminnen uit geheel mijn hart, uit al de krachten mijner ziel ! Ontsteek Uw liefde in mij! Zoo ik de zuiverheid der Engelen en aller Heiligen bezat, zoo was ik toch onwaardig, dat Gij, 0 Heer ! tot mij kwaamt ! Hoe berouwen mij al mijne zonden en misdaden , konde ik ze uitwisschen met mijn bloed ! Delgt Gij, beminlijke Heiland ! ze alle met Uw kostbaar bloed en Uwe heilige tranen ! Dierbare Heiland ! op deze oneindige barmhartigheid stel ik geheel en mijn hoogste vertrouwen, reinig en heilig mij ; spreek slechts één woord en mijn ziel zal gezond worden ! Neem mij aan ter eere en tot lof van Uw naam en laat mij, U ootmoedig ontvangende, bevrijd blijven van alle straffen en de kracht van Uw heiligen troost ondervinden. Amen. Dankzegging. T U hebt Gij, beminlijkste Heiland ! het verlangen mijns harten gestild en de begeerte mijner ziel vervuld. Gij zijt bij mij, in mij en met mij. Niet ik leef, maar Gij, Heiland mijner ziel, leeft in mij! Hoe hebt | |||
|
P:;, ■ , ■ |
|
i | |||||
|
F |
VAN ASS1SIE. 47 | ||||
|
Gij zalig Kon at ik Den: er U il de le in aller rdig, e beien , 3ed ! met len ! arm-ver-;chts n! Uw nde, ■acht men. het n de mij. Gij, hebt |
1 |
Gij mij begenadigd, o mijn God ! Hoe verheugd ben ik thans! Welk een machtig Heer, welk een geliefde Gast, welk een trouwe Vriend heb ik in mijn hart opgenomen ! Gij, de Almachtige, de Zoon Gods, mijn Heiland en mijn eeuwige Rechter, woont thans in mijn hart! Vervul mij nu, o Jezus ! met Uw geest, en laat mij binnengaan in de gevoelens van Uw H. Hart, gelijk onze H. Vader Franciscus naar Uw geest leefde en in de gevoelens van Uw kruisleven was binnengetreden. Gij hebt mij bemind, dierbare Heiland ! en Gij hebt U voor mij opgeofferd ! De eenige oorzaak van Uw lijden waren de zonden der wereld en het eenige doel daarvan was onze verlossing, om ons het verloren erfdeel des Hemels wederom te schenken. Het is alzoo de reinste, onbaatzuchtige liefde tot mij, die uit Uw lijden te voorschijn treedt; want Gij zelf kondet daarin geen voordeel vinden. Gij leedt om ons, wij veroorzaakten Uw dood. Dewijl Gij, mijn Heiland, de zonden van het verledene, het tegenwoordige en de toekomst op U naamt, zoo beschikt God over alle straffen, welke de zonden verdienen. 0 mijn Jezus, zoo ben ik schuldig aan Uw onschuldig vergoten bloed ! Telkens, wanneer ik een zware zonde bedreef, vereenigde ik mij met Uwe vijanden en kruisigde U. Heer, ik ben schuldiger dan de beulen, die niet wisten, wat zij deden. Ik wist het en deed het toch nog. |
| | •ij; ' i. '1 1 | ||
|
JÏ |
|
r | |||||
|
rf- |
48 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
t ■ ' |
' • |
Laat het mij eindelijk begrijpen door de genade van de H. Communie, 0 Heer ! dat niet de beulen met hunne marteltuigen, maar mijne zonden het gewaad van Uw heilige menschheid verscheurden, en U zoo oneindig veel leed veroorzaakt hebben. Ik leere het in schaduw van het kruis, dat de zonde een kwaad is, dat door den dood des Eengeboren Zoon Gods kan worden uitgeboet. Dat kruis verklaart mij ook de hel: hoe meer ik het kruis beschouw, des te meer zal ik ook de zonden verfoeien, die het kruis opgericht en de hel gegraven hebben. Door Uw verlossing werdt Gij, dierbare Zaligmaker 1 ons hoofd en de bruidegom onzer zielen; want Gij verrijkt ons door haar met de schatten Uwer genade en glorie. Wie kan al de rampen tellen, van welke Gij, 0 J ezus ! ons bevrijd hebt, alsmede de goederen, waarmede Gij ons begiftigd hebt! Door U behielden wij de vergiffenis der zonden, de kwijtschelding van tijdelijke en eeuwige straffen, de genade, de godsvrucht en de vrijheid der kinderen Gods, het Geloof, de H. Sacramenten, den vrede des gewetens en de eeuwige zaligheid : al deze Hemelgoe-deren hebt Gij door Uw lijden en sterven verdiend. Dat is de liefde, welke Gij, mijn Heiland ' ons door Uw lijden en sterven hebt bewezen ! Groot en zwaar is hetgeen, wat Gij voor mij, dierbare Zaligmaker, hebt geleden. | |||
|
1 i |
VAN ASS1SIE.
doch oneindig grooter en inniger is de liefde, waarmede Gij hebt geleden. O, mocht zulk een edelmoedige liefde mij ontvonken, o Heer! gelijk zij de Heiligen onzer Orden heeft ontvlamd ! Welke tongen waren in staat, de verrukkingen van heilige liefde te schilderen, waarin zulke bewijzen Uwer liefde de Heiligen verplaatsten ! Moge Uw bitter lijden, o Heer ! mijn hart steeds aansporen tot wederliefde voor Uw oneindige liefde, waarmede Gij voor mij hebt geleden. Dan wordt mijn hart door Uw liefde omgeschapen, zoodat ik met den Apostel kan zeggen : « Met Christus ben ik ; aan het kruis geheven. Ik leef, doch niet ik leef, maar Jezus-Christus leeft in mij ! » Deze liefde zal mijn hart zoo met U, bemin-lijke Heiland ! vereenigen, dat geen bekoring en geen zonde mij meer van U kunnen scheiden, en Uw kruis mij dierbaarder wordt, dan alle eer en genoegens dezer wereld. Verleen mij, door deze H. Communie, o Heer ! de genade der liefde en ootmoed van het kruis, want er is voor mijn ziel geen heil en geen hoop ten eeuwigen leven dan alleen door Uw H. Kruis. Amen.
Oefening der Deugd.
49
Beijver U heden, mijn ziel ! Uw kruis met bijzondere liefde en offervaardigheid ter eere Gods te dragen.
Bloesem. 4
van Assisië.
5. — COMMUNIE- GEBKDEN.
De Seraf van Alverna en de Seraf
quot; Moest Gij dan, o minlijk Lam ! tot die diepte dalen, En door zulk een schandedood onze schuld betalen?
Och, op Satan hebt Gij zoo willen zegepralen.
Zoo voor ons den liefdegloed van Uw hart doen stralen.
Gij zijt wel de nieuwe vriend, ja de most gevloten,
Naar het woord des Wijzen Mans, en wel zoet genoten ;
Want als wijnstok hebt Ge in wijn U gansch uitgegoten.
Toen Ge Uw lichaam, 't kostbaar vat, ons liet openstooten. quot;
S. Bonaventura.
Voorbereiding.
ÏN vereeniging met onzen H. Vader Franciscus wil ik thans, o mijn God ! hier voor Uw eucharistisch Alverna de geheimen des kruises vieren, die Gij zoo wonderbaar en zoo veelvuldig aan den H. Franciscus hebt geopenbaard, om door deze H. Communie van U, dierbare Zaligmaker ! de genade te verwerven ook naar Uw beeld gevormd en een waar beminnaar des kruises te worden.
Boven alle gaven, die Gij, o Heer ! Uwen vrienden verleent, staat bovenaan om uit liefde tot U smart en smaad vreugdvol te verdragen. Gelijk den Apostel, zoo zal ook slechts Uw kruis de eenige roem en de volmaakte vreugde des H. Vaders Franciscus wezen, wijl lijden hem als het hoogste en beste bewijs zijner liefde voor U geldt, daar hij zich hierdoor
BLOESEM UIT DEN SERAF. HOF VAN ASSISIE. 5 I
aan U gelijkvormig maakte. Zich niet tevreden stellend met het lijden, dat reeds in zijne grootste bekoringen, in zijne harde ontberingen, in zijn uiterste armoede begrepen was, ook niet met datgene, hetwelk ontsproot uit de diepste vernedering van zich zelf en uit de verachting der wereld tegen hem, zocht hij zijn uitgevast lichaam nog door de strengste boete te kastijden, zijn lichaam met geesel-slagen te verscheuren, zijne krachten met vasten en nachtwaken te verzwakken en zijne zinnen met alle tegenstrijdigheden te pijnigen. Niet tevreden met zijn bovenmatige smartelijke krankheid, zuchtte hij naar het martelaarschap en zijn lichaam en leven als een offer voor U, mijn God ! op te dragen. Gij hadt hem evenwel een ander martelaarschap voorbehouden, dat Uw hand zelf zou volbrengen. Op den dag van Kruisverheffing smeekte Uw H. Dienaar U, mijn God, nog om twee geschenken, die Gij hem voor zijn dood mocht verleenen, nam.: om aan lichaam en ziel, zooveel het een mensch mogelijk was, de smarten te verduren, die Gij, dierbare Zaligmaker ! in Uw lijden hebt gedragen, en in zijn hart, zooveel mogelijk, de liefde te gevoelen, welke Gij, mijn Heiland ! in zulk lijden voor onze zonden hebt getoond. Dit volmaakte gebed, ooit uit menschenhart ontstegen, hebt Gij, o God, verhoord. Met al de krachten van zijn geest verdiepte hij zich in de beschouwing van Uw
|
r | |||
|
li 1 til—1 |
52 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
i \ s e £ | |
|
onmeetlijk lijden en Uw oneindige liefde, en voelde zich immer meer tot U, dierbare Zaligmaker ! aangetrokken, en als versmolten met U. Gij dreeft hem in den geest naar de eenzame, schrikwekkende woestenij van den berg Alverna, welks rotsen zich spleten bij Uw dood, en vertroosttet den Heilige hier in zijn uitputting door de muziek Uwer H. Engelen. Terwijl hij in het gebed verzonken, hier knielde, verscheent Gij, dierbare Zaligmaker! Uw Heilige in de gedaante van een Seraf, met zes lichtstralende vleugelen en druktet den Heilige Uw vijf wonden in het lichaam, die van dezen oogenblik steeds vloeiden en een onuitsprekelijke smart en gestadig stervenswee veroorzaakten. Toen was het gebed des Heiligen verhoord, zijn verlangen bevredigd. In zijn hart was de nooit meer te dooven brand Uwer liefde ontstoken, en zijn lichaam was de nooit meer te stillen smart van Uw lijden ingedrukt. Toen was de Heilige naast U aan het kruis opgeheven en een slachtoffer geworden van Uw liefde. Wat bleef hem nog overig te doen dan uit louter liefde voor U te sterven ! Zoo verstomde de nachtegaal, die zijn gansche levenlang den minnezang der goddelijke liefde had gezongen ! Voor het geheimvol Alverna van Uw tabernakel kniel ik thans neder, stamelend en aanbiddend de wondervolle geheimen van het kruis, dat Gij, mijn God ! zoo menigmaal aan | |||
van assisie.
S3
den H. Franciscus hebt geopenbaard. Niet naar zulk een hooge verlichting, niet naar zulke groote genadegaven tracht ik. Ook verlang ik niet, mijn Jezus! naar den troost, die mij de vermorzeling des harten ontrooft. Voor de geringste genade, welke Gij mij door deze H. Communie belieft te schenken, wil ik U dankbaar zijn. Iedere genade aanvaard ik gaarne, krachtens welke ik ootmoediger, godvruchtiger en tot verloochening van mij zelf bereidvaardiger worde. Ik durf mij, o Jezus ! geen het minste goed toe te schrijven, maar ik beken mijn armoede en nietigheid, i en houd de onttrekking Uwer genade voor een mij toekomende straf. Geef mij Uw genade, zoo wil ik U daarvoor danken. Onttrekt Gij haar aan mij, zoo wil ik geduldig zijn en bidden, dat zij terugkeere. Laat mij evenwel steeds zachtmoedig en vol ootmoed zijn, opdat ik Uw genade niet verlieze. Hoe gaarne zou ik uit liefde voor U, mijn Zaligmaker ! alles verlaten, vooral mij zelf, en van mij alles wegschenken om niets van mijn liefde te behouden en slechts Uw liefde en het leven van Uw kruis na te streven. Hoe meer het vleesch door droefheden verzwakt wordt, hoe meer de geest door Uw genade wordt versterkt. Doch het kruis beminnen, het lichaam kastijden, de eer ontvluchten, veracht worden en geen voorspoed in deze wereld te verlangen, zulke dingen druisen tegen onze natuur
|
ï | |||||
|
■ |
54 bloesem uit den sérafijnschen hof | ||||
|
in, en toch zal ik niet eerder de rust des harten in U, o God ! vinden, tot mij de tegenspoeden zoet en om Christus wille aangenaam zijn. Geef mij door deze H. Communie de kracht der genade, o Gij milde en goede Verlosser ! om mijn kruis met grooten moed te dragen, daar Gij uit liefde tot mij zijt gekruisigd. Het lijden van dezen tijd is in het geheel niet te vergelijken met Uw eindelooze heerlijkheid. Verwond nu, o Heer! van Uw allerheiligst Alverna uit mijn hart met de speer van Uw liefde, en zend in mijn koude ziel de heilbrengende vlam, opdat ik door onuitdoof-bare liefde ontvlamd, en doordrongen van de onbeschrijflijke zoetheid Uws geestes, geheel door U veranderd worde. Omhels mij, liefdevolle Bruidegom ! met de teederste omarming Uwer liefde, waarin mijn lauwe geest geheel ontgloeie. Laat de hulpelooze ziel in Uw heiligdom treden, en vereenig haar in erbarming met U. Verdrijf en vernietig dooiden zachten gloed Uwer liefde het stof mijner aardsche genegenheid. Hervorm mij in U, opdat ik, door een niet te breken band der liefde met U verbonden, door U leve en van alle onzuivere liefde bewaard blijve. Vervul mij met den wijn Uwer genade en geef mij kracht tegen mijne vijanden, die nimmer rusten. Vastelijk en zonder twijfel geloof ik, mijn Jezus ! dat Gij in dit allerhoogst geheim van |
Uw dig zen hee He een vol hei ges woi de I lev Gij war hoe vin He hei G trel ziel Gij lijk nig dat ver ] trei ooi doe | ||||
|
-I ■ | |||||
VAN ASSISIE.
Uw liefde waarachtig en werkelijk tegenwoordig zijt. Hier is Uw glorievol lichaam, glan-zender dan de zon, in elke volmaaktheid en heerlijke schoonheid, waarmede Gij in den Hemel troont. Hier is Uw kostbaar bloed, eens vergoten voor ons heil. Hier is Uw ziel, vol van genade en wijsheid. Hier is Uw Godheid, het almachtig Woord, dat alles heeft geschapen. Hier is het kort begrip van Uw wonderwerk. Dit geloof wil ik met Uw genade belijden tot den dood !
Hoe durfde ik het thans wagen, zoetste leven mijner ziel ! tot U te komen, wanneer Gij mij niet uitnoodigt. Op de oneindige waarde van Uw kostbaar bloed steunt al mijn hoop ; ja, ik verheug mij, niets in mij zelf te vinden, waarop ik vertrouwen kan. Goede Heer ! heb medelijden met mij. Gij verlaat hen niet, die op U vertrouwen !
Gij, eenige troost in dit land der verbanning, trek tot U ten hooge alle krachten mijner ziel, en ontvlam Gij zelf de liefde in mij, die Gij op deze aarde hebt gebracht! Hoe rijk-lijker Gij mij Uw genade schenkt, des te inniger wil ik U beminnen. Ach, mijn Heiland! dat ik U nooit zoo beminnen kan, gelijk Gij verdient bemind te worden !
In de diepste vermorzeling des harten betreur ik, o mijn God 1 al mijne zonden, die ik ooit met gedachten, woorden en werken en door nalating van het goede heb bedreven.
55
■
|
1 1 | |||||
|
56 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
h d C n a V l V 1 h 1 l 1 1 V 1 g V 0 l d l r r n n V b ï V | ||||
|
li 1 . ■ 1 1 i . : . |
Heer, beziel en bewaar mij, Gij zijt mijn God en mijn al, en hebt geen behoefte aan mijne goederen. Met welke ootmoedigheid buigt Gij tot mij ! Versier mij met de deugden Uws levens en de verdiensten van Uw bitter lijden. Besproei Gij, mijn Zaligmaker ! den diepsten grond mijns harten, opdat Uw goedheid het onvolmaakte van mijn onwaardige voorbereiding aanvulle. Amen. Dankzegging. \ T 7quot; IE ben ik, groote God ? Ach, slechts VV stof en asch. Gij echter doet den Hemel nederbuigen, daal tot mij af en wil thans vertoeven in de schamele hut van mijn hart. Verwond nu, mijn Jezus ! Gij, bron van alle zoetigheid, het binnenste van mijn ziel met Uw honingvlietende, heilige liefde, opdat mijn ziel meer en meer van liefde en verlangen naar U smachte en wegsmelte, met het verlangen opgelost te worden en bij U te zijn; Gij, naar wiens aanblik de Engelen versmachten, zijt thans de vreugd mijns harten. Naar U, bronader des levens, zal mijn geest dorsten. Gij zult het voorwerp mijner gedachten en wenschen zijn. Iedere polsslag, iedere harle-klop, elke ademtocht en al mijne ondernemingen zijn ter Uwer eere. Gij alleen zult mijn hoop, mijn rijkdom, mijn vertrouwen en mijn vreugde, mijn blijdschap en mijn zoet- | ||||
van assisie.
heid zijn, gelijk Gij het brandend voorwerp der verlangens waart van de Heiligen onzer Orden. Gij, mijn vrede en mijn verkwikking, mijn zoetheid en mijn vreugde, zult mijn aandeel en mijn eenigste bezitting zijn, zoowel in vreugde als in lijden ! O, hoe nietig is U, dierbare Zaligmaker ! mijn hart, dat U wil beminnen, hoe arm is mijn taal om U te loven ! Hoe kan ik U dank betuigen ? Alleen het geringste, dat ik mij zelf aanbied en verlang, dat Gij alleen in mij leeft. Laat mij nooit Uw goedheid en barmhartigheid vergeten, en laat de vrucht van Uw bezoek in mij niet te loor gaan !
H. Seraf van Alverna, Gij die bij de koude wereld, om onze harten met het vuur Uwer liefde te ontvlammen, in het lichaam des zaligen Vaders Franciscus de heilige teekenen van Uw lijden hebt vernieuwd, laat ook mij op geestlijke wijze de heilige teekenen van Uw lijden in mijn lichaam dragen, opdat ik den roem van Uw kruis verkondig. Laat mij U, goede Zaligmaker! Uw kruis nadragen, al mijn arbeid in boetvaardigheid voor U verrichten, alle ziekte en zwakheid, alle zorg en nood, alle leed en kommer gaarne en gewillig, moedig en standvastig in den geest der liefde verdragen, opdat ik voor de wereld gekruisigd ben en overgelukkig leef inUw heiligen dienst. Mijn Jezus ! ik erken door Uw goddelijke verlichting, hoe ik mijn leven heb in te rich-
57
58 bloesem uit den serafijnschen hof
ten, wanneer ik in de voetstappen treed van den H. Vader Franciscus ; want Gij zegt hem en mij : Neem mijn juk op u ! Nadat gij eertijds met alle kracht u inspandet de wereld te dienen, kom thans tot mij; ik wil dezen last van u afnemen en hem veranderen in het zoete juk van mijn genade. Leer, hoe zachtmoedig ik was in het verdragen van allen spot en iederen smaad, van zoo groote wonden en smarten! Zie mijn zachtmoedigheid en volg mij na !quot;
Jezus, mijn goddelijke Leermeester ! hoe zoet is mij Uw leering ! Hoe zoet is mij Uw juk en hoe licht is mij de last van Uw wet! Ik buig mij volgaarne onder dit zoete juk; want Gij laat het mij niet alleen dragen, maar staat mij bij met Uw genade. Bevorder derhalve door Uw hulp datgene, wat ik uit eigen kracht niet kan ; dan zal mijn Godsdienst een zalig einde bereiken.
Van den dag af der H. wondeteekenen, waart gij, H. Vader Franciscus ! onafgebroken in Serafijnsche liefde tot God ontvlamd en hebt in lijden en offeren slechts het heil van den naaste gezocht. Gij badt: « U, mijn Heer en God ! beveel ik Uw familie aan, die Gij mij tot heden hebt toevertrouwd, want thans kan ik voor haar geen zorg meer dragen wegens mijne zwakheden, die Gij wel kent, mijn zoetste Heer ! » Deze zwakheden waren uwe heilige wondeteekenen. Door hare smarten
VAN ASS1SIE.
59
zocht gij uw liefde tot God tevreden te stellen. Ofschoon uw toenmalig leven een voortdurend sterven was, danktet gij toch God voor al uwe smarten en lijden. Weinige dagen voor uw verscheiden openbaarde u God den dag van uw sterven en gaf u tegelijk de zekerheid van de volmaakte vergiffenis van al uwe zonden en tevens met uw scheiden uit deze wereld het daaropvolgend binnentreden der eeuwige zaligheid. Hierna vergat gij al uwe smarten en lijden, en zengt slechts lofgezangen op Gods barmhartigheid, die aan u zijn almacht getoond en in u zoo veel groote dingen volbracht had. Door uw liefderijke voorbede ben ook ik, H. Vader Franciscus ! in uw heilige Orden opgenomen en behoor tot uw H. Familie. Laat mij toch, dit smeek ik u, een waardig lid van uw H. Familie zijn, waarin ik mijn heil zoo licht en zoo zeker kan bewerken ! Ontvlam mijn hart met het vuur der liefde Gods, door wie uw Serafijnsch hart zoo zeer was ontbrand, en laat mij slechts streven God door trouwe naleving zijner geboden en den H. Orderegel steeds welgevallig te zijn. Behoed mij, dat ik niet weder tot de wereld terugkeer in stede van God te dienen. Behoud mij steeds door uw liefderijke voorbede in de genade en vriendschap Gods, geef mij een grooten ijver voor de deugd en het godvruchtig leven, opdat ik voortdurend God diene met een zuiver hart, en door onderhou-
6o bloesem uit den seraf. hof van assisie.
ding zijner geboden en den regel onzer H. Orden het eeuwig leven verwerven moge. Amen.
Oefening der deugd.
Bid dikwerf tot God om den geest der Orde van den H. Franciscus te bekomen, die een geest van boete en wereldversmading is, en streef er naar uwe orderegels zoo nauwgezet mogelijk te volbrengen.
Spreuken van den H. Franciscus.
Zorg voor alles, dat de geest des gebeds in u niet uitdooft !
Een waar dienaar Gods is hij, die heilig denkt, spreekt en doet !
Niemand weet, hoe veel ootmoed en geduld hij bezit, zoolang hem alles naar wensch en wil gaat 1
Dat is de ware eer, dat men alle eer den Heer geeft, Hem getrouw dient en Hem dankt voor elke gave !
Het goed, dat wij in eeuwigheid verwachten, is zoo groot, dat ons elk tegenwoordig genot een smart moet zijn !
Groote dingen hebben wij beloofd, nog grootere zijn ons beloofd !
llt; Want zijn Vleesch gaf Hij als spijs aan wie hong'rig dwalen. En zijn Bloed als zuiv'ringsbad, waar we om niet in dalen, Door 't geopend Hart liet Hij al zijn zoetheid stralen,
Ons zoo toonend, dat geen gloed bij zijn gloed kan halen. quot;
S. Bonaventicra.
Voorbereiding.
|ET H. Sacrament, o Heer ! was voor Uwe Heiligen het kort begrip aller wonderen, die (Jij, mijn .God! ten gunste der menschen gewrocht hebt. Het was der H. Clara grootste schat op deze wereld, en waar haar schat was, daar was, volgens Uw woord, haar hart. Al hare godvruchtige oefeningen, hare dagelijkschc bezigheden, hare menigvuldige vermaningen kwamen in dit eene punt, het Allerheiligste, bijeen. Mocht ik, mijn dierbare Zaligmaker! met denzelfden diepen ootmoed en dezelfde heilige vrees voor U verschijnen. Mocht ik zulke heilige tranen storten en de onuitsprekelijke vertroostingen genieten, die de Heilige uit de rijke liefdebron van Uw H. Sacrament putte ! Mochten mijne zonden in dezen heiligen stond de toe-strooming Uwer genade niet in den weg treden, en ik U, dierbare Zaligmaker ! ontvangen met de zorgvuldigste voorbereiding !
Was ik meer afgestorven in mijne zinnen,
02 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
minder verstrooid in mijn binnenste, verder verwijderd van de wereld en hare goederen, zoo zou ik ook de zoetheid van Uw genade en de lieflijkheid van Uw werken in mijn hart ondervinden. Uw H. Sacrament, o Heer 1 heeft toch zijn kracht niet verloren. Het zou in mij werken gelijk in Uwe Heiligen, als ik leefde gelijk zij. Maar, lieve Zaligmaker! ik hoop en weet het, dat, wanneer Gij tot mij komt, zoo houdt Gij Uwe genadenschatten en Uwe rijkdommen niet in den Hemel terug. Uwe H. Handen zijn gevuld met Uwe gaven en Uw van liefde blakend hart met Uw liefde. Doe met mij, wat Gij wilt. Het is U bekend, wat mij deert. Aan U geef ik mij geheel en al over.
Allerheiligste God en Verlosser 1 Gij die door de Serafijnen geprezen, door de Cherubijnen verheerlijkt en door den ganschen Hemel aangebeden wordt; die alles uit niet geschapen en den mensch naar Uw beeltenis gevormd hebt; die den zondaar niet verwerpt en den rouwmoedige weder opneemt, zie, ik treed heden naar Uw altaar om mij te vereenigen met het Sacrament der liefde. Verberg mij in Uw goedheid, mijn Zaligmaker ! en vergeef mijne zonden. Maak heilig mijn lichaam en mijn ziel, en laat mij U getrouw dienen. Erbarm U over mij naar Uw hoogste goedheid en spreid over mij den rijkdom Uwer genade. Gij, Heer! hebt ons dit hoog-
van assisie.
verhevene Sacrament gegeven, maak mij dat thans waardig en sterk mij door Uw H. Geest, opdat ik rein en waardig voor U verschijne. Mijn God, Gij, die mij thans in Uw rijke barmhartigheid bezoekt, leg zelf Uw lof in mijn hart en de godsvrucht op mijne lippen, opdat ik U waardiglijk love en heilig ont-vange. Gij maakt mij thans deelachtig aan Uw H. Geheim, zie genadig op mij neder, neem mij in Uw hoede door de verdiensten en de voorbede van Uw heilige dienares Clara.
Dierbare Zaligmaker Jezus-Chiustus ! ik belijd voor Uw Majesteit mijn ellendige onwaardigheid. Wat zal ik doen, mijn Heer en mijn God? Ofschoon ik vrees door mijne gebreken, verlang ik toch uit liefde tot U te komen. Gij bemint wel is waar, o Heer! de eenzaamheid, ik daarentegen de verstrooiing. Gij bemint het Hemelsche, ik echter het aardsche. Gij alleen zijt goed en heilig, herschep mij door Uw H. Sacrament in een hemelsch mensch. Verwerp mij, het werk Uwer handen, niet, en toon Uwe wonden ; Gij hebt door mij in Uwe handen geschreven, red mij door haar! Naar U, mijn Heiland! zucht ik. Tot U, mijn leven ! roep ik. Tot U, mijn licht! wend ik de oogen, dierbare Heer! heb medelijden met mij!
Gij zijt de liefde, mijn God ! de onbaatzuchtige, de trouwe liefde ! Gij beveelt mij U
63
|
64 bloesem uit den serafijnschen hof lief te .hebben, en dit gebod is gering en zoet. Gij belooft mij den Hemel, en mijn hart wil niet ontbranden van liefde tot U. Gij hebt mij ontelbare weldaden bewezen, en Uw liefde heeft mijn hart niet verstooten. Wat kan ik nu anders doen, dan tot den vuuroven Uwer liefde op te gaan, tot Uw zoet Sacrament, tot het gestadig behouden Uwer liefde, om mijn hart daar met Uw hemelsche liefde te ontvlammen? Vervul, Jezus mijne! het verlangen. Gij die steeds het verlangen der armen bevredigt! Ofschoon ik U, dierbare Zaligmaker ! nog niet volmaakt bemin, zoo verlang ik toch, U op de volmaaktste wijs te beminnen. Gij weet dit en hebt mij zoo lief, wijl Gij mij met eeuwige liefde bemint en uit medelijden mij naar U getrokken hebt. Gij stelt er hoogen prijs op, dat ik U, mijn heil en mijn vreugde, ontvang en mijn hart U alleen tot een woning bereid. Neem mij dan geheel in bezit, zie, ik kniel hier neder vol verlangen en vol vurig begee-ren naar U. Geniet thans de vreugde, die Gij hebt, bij ons, de kinderen der menschen, te zijn. Het is juist nu de tijd van Uw welgevallen en allergunstigste welwillendheid. Ziedaar nu de troostrijkste stond mijns levens, de tijd, waaropGij mij niet alleen liefderijkaanschouwt maar ook geheel mijn hart in bezit neemt. 0 mocht ik U beminnen, gelijk Gij het verdient. | |||
|
t |
VAN ASSISIE.
of gelijk de zuivere ziel eener H. Clara U liefhad. Mocht ik U zulk een woning bieden, gelijk Gij, beminlijke Zaligmaker! er een vond in het genadenvolle hart dür H. Clara. Mocht ik de kilheid van zooveel verloopen jaren vergoeden ! Kom, Gij, rust mijns harten, vreugde mijner ziel, doe mijn hart overvloeien van Uw blijde en zoete liefde ! Geef mij bij Uw komst een nieuw hart, o Heer ! en een nieuw leven. Laat mij niets denken, niets spreken, niets beminnen, niets doen buiten Ü. Heilig, bovennatuurlijk leven der genade, kom in mij. Met vurig verlangen wacht ik op U. Had ik dat verlangen, mijn Heiland ' hetwelk alle heilige zielen onzer H. Orden voor U koesterden ! Had ik het verlangen der arme zielen in het Vagevuur, welke smachten naar Uw hemelsche heerlijkheid ! Gij ver-langdet zoo teeder naar het bloedig lijden, om mij dit H. Sacrament te geven. Ontvlam, goede Zaligmaker ! mijn verlangen naar U. Amen.
Dankzegging.
JEZUS, mijn Zaligmaker!EZUS, mijn Zaligmaker! Jezus, mijn vriend! Jezus, mijn troost en mijn vreugde ! Gij woont thans in mijn hart. Ik gevoel de zoete omkeering in Uw lieve nabijheid en mijn gemoed klopt van de grootste vreugde !
65
Zijt duizendmaal gegroet en gezegend, o
5
Bloesem.
|
r f ■ li ' !j |
66 bloesem uit den serafijnschen hof | ||
|
heilig Sacrament van onze altaren ! Jezus mijne, zijt gegroet en aanbeden, Gij, de zoon van den levenden God en der Maagd Maria ! Ik geloof vastelijk, dat ik U, dierbare Zaligmaker ! in dit H. Sacrament heb ontvangen. In dit zaligmakend Geloof wil ik leven en sterven ! Wees gegroet en aanbeden, o Jezus ! Gij, anker mijner hoop. Ik vertrouw, dat ik door Uw H. tegenwoordigheid al de genaden ontvang, die ik behoef, en die noodzakelijk zijn tol het heil mijner arme ziel, wijl Gij zoo trouw en machtig zijt ! Wees gegroet en aanbeden, Jezus mijne ! Gij schat mijns harten, en het voorwerp mijner innigste liefde. Met heelerharte omhels en bemin ik U, wijl Gij mij zoo lief hebt en het werk Uwer verlossing met de milddadige gave van Uw H. Sacrament hebt gekroond. Ik loof U, groet U en bid U aan in vereeniging met alle schepselen. Ik wil U zoo innig vereeren, gelijk de H. Engelen des Hemels U vereeren en gelijk zij steeds Uw H. Wil volbrengen. Dit H. Sacrament, met al de verdiensten van Jezus-Christus, offer ik U op, Hemel-sche Vader, met de liefde en trouw, waarmede het door den Zaligmaker zelf voor het heil der geheele wereld werd opgeofferd. Ik offer het op tot een waardige dankbetuiging voor al het goede en alle genaden, die ik heden heb ontvangen, tot het verkrijgen van geheele | |||
— T: *
VAN ASSISIE.
kwijtschelding van al mijne zonden, tot schadeloosstelling van alle nalatigheid in Uw heiligen dienst. Ik verheug mij zoo zeer U een offer te kunnen brengen, hetwelk U boven alles lief is. Dewijl ik thans door Uw H. Sacrament met Uw geliefden Zoon vereenigd ben, zoo schenk ik U ook met Hem mijn kruis en mijne zorgen, mijn leven en mijn goed, wat ik bezit en ben. Gij zult mij als dankoffer, vereenigd met Uw lieven Zoon, aannemen met lichaam en ziel.
Hoe groot, o Heer! en hoe veelvuldig is Uw zoetheid in dit H. Sacrament. Hoe goed zijt Gij voor hen, die U beminnen, wat voor hen, die U boven alles beminnen ! Hierin hebt Gij mij de zoetheid Uwer liefde het meest getoond, dat Gij mij, toen ik niet bestond, geschapen hebt, en toen ik ver van U afdwaalde, mij teruggevoerd hebt, opdat ik U zou dienen. Bron der eeuwige liefde, wat zal ik van U zeggen ? Nimmer zal ik U kunnen vergeten, Gij, die U gewaardigd hebt, mijner te gedenken, toen ik verloren was. Gij hebt mij nog grooter barmhartigheid getoond, toen ik hopen kon, en hebt mij ver boven mijn verdienste genade en vriendschap doen toekomen. Nimmer kan ik U genoeg danken voor deze genade, daar Gij het voorrecht schonkt mij te plaatsen onder het getal Uwer geliefden. Gij hebt, o Heer ! U zelf verwaardigd den mensch te dienen, en hebt U hem zelfs gegeven. Hoe
67
• ' .V?'
68 bloesem uit den serafijnschen hof
kan ik U zulk een weldaad vergelden ? Ik wil u gaarne en vreugdevol dienen, jezus mijne! al de dagen mijns levens. Geef mij de genade in Uw H. dienst, o Heer! allen iust vaarwel te zeggen en den zoeten troost van Uw Geest te ondervinden, in Uw verrukkelijke dienstbaarheid te heiligen en in Uw onderdanigheid de vrijheid des geestes te verwerven. Uw dienst, o Heer! beloont mij hierbeneden met zoete rust des harten en in het andere leven met eeuwige vreugde.
Bij Uw binnentreden mijns harten, wonderzoete Heiland ! is al, wat in mij is, verheugd. Gij zijt mijn eer en de vreugd mijns harten. In den stond der bekoring zijt Gij mijn hoop en mijn toevlucht. Daar ik in Uw liefde nog zoo zwak en in elke deugd nog zoo onvolmaakt ben, zoo versterk mij door Uw H. Sacrament. Bevrijd mij van de booze driften en genees mijn hart van alle ongeregelde neigingen, opdat ik mij verblijde in Uw liefde en opga in Uw dienst.
H. Clara, serafijnsche bruid van het H. Sacrament, Gij, standvastig in het geloof, vast in de hoop, brandend van liefde tot God, streng in de boete, blind in de gehoorzaamheid, onoverwinlijk in het geduld ; Gij, die U zoo beijverdet in het believen van Uw hemel-schen Bruidegom, ik bid U, verwerf mij door Uw groote verdienste en helder stralende deugden, dat ook ik, van zonden bevrijd, in
de genade bevestigd en in ijver voor Gods eer ontvlamd blijve, opdat ik gelijk Gij op de wegen Gods steeds mag volharden voort te gaan. Amen.
Woorden der H. Clara aan hare Zusters.
Gebruik steeds weinig woorden naar het schoone voorbeeld van den goddelijken Zaligmaker, die weinig sprak en veel deed.
Sluit uw oor voor de ijdelheid der wereld, om in uw binnenste de stem Gods te vernemen.
Betracht dik werf de hoogheid van den Godsdienst, waartoe de eeuwige barmhartigheid ons geroepen heeft en de belooningen, welke beloofd zijn aan de standvastigheid.
De booze vijand richt zijne aanvallen tegen onzen smaak, onze neigingen en dagelijksche bezigheden, zelfs tegen onze deugden. Beoefen de versterving der zinnen, welke het eenig middel is om iederen onverdraaglijken vijand te bedwingen, en het gebed, dat een schild is, niet doordringbaar van vlammenpijlen der booze vijanden.
Noch tegenspoed noch lijden zullen de opgeruimdheid uws harten beroeren.
Zijt gij ontboeid van alle aardsche dingen, zoo zult Gij slechts haken naar de goederen des Hemels.
COMMUNIE -GEBEDEN.
Het Kind JEZUS en de H. Anlonius van Padua.
quot; Ongelijkbaar minlijk Kind, o ons zoetst verlangen, Och, hoe zalig, wie Ü mag in zijn armen vangen. Handjes, voetjes kussen mag en betraande wangen. En in needrig dienstbetoon aan Uw wenken hangen. quot;
s. Bonavcntura.
— Voorbereiding. -
(W vriendschap, o Jezus ! is trouw, en het genot van Uw omgang is vol genade en rijk aan zegen. Ik weet, o Heer, dat het Uw vreugde is bij de kinderen der menschen te zijn ; dat Gij echter tot Uw vertrouwden omgang alleen de ootmoedige en zichzelf afgestorven zielen uitverkiest. Onder hen vind ik U en met hen gaat Gij vertrouwlijk om. Tot deze, geheel aan Uw liefde overgegeven zielen behoorde vooral Uw trouwe dienaar Antonius. Zijn geheele leven was de verheerlijking van Uw naam toegewijd, en zijn ziel leefde slechts in de beschouwing Uwer wonderen. Dientengevolge verscheent Gij aan dezen van liefde gloeienden Heilige in de lieftallige gedaante van een kind en gaaft U aan den beschouwende naar zijn har-tewensch om U te omhelzen en te liefkozen.
Van welke liefdewoorden en loftuitingen vloot in die gelukkige oogenblikken het hart des Heiligen over! Nu eens stond hij ver-
bloesem uit den seraf. hof van assisie. 7 i
baasd, in de beschouwing Uwer Godheid als verzonken ; dan bewonderde hij Uw mensch-heid, uit liefde tot ons aangenomen. Hij aanbad U als zijn toekomstigen rechter en hield U in liefde omhelsd als zijn goeden Zaligmaker.
Door zoodanige liefde verdiende hij U, mijn Heiland ! zichtbaar te aanschouwen, U te omarmen en aan zijn hart te drukken om Uw allerzaligste vriendschap in alle zoetheid te genieten. Zoo deelt Gij U, liefderijke Verlosser ! aan hen mede, wier verlangen en zuchten naar U is om bij en met U te zijn. Zulke zielen verkwikt Gij waarachtig in U en laat hen reeds in deze wereld den voorsmaak genieten der hemelsche zoetheid.
Mocht ik toch zoo gelukkig en naar het verlangen mijns harten naar U ook heden zoo waardig zijn om in de H. Communie U te ontvangen en Uw liefde en vriendschap genotvol te genieten. Doch, Jezus mijne ! op welke wijs zal ik Uw bezoek deelachtig worden ? Ik wil mij tooien met het kleed der boete enU te gemoet treden met allen ootmoed mijns harten. Ik wil mijn hart versieren met de neigingen der deugd en het U waardig voorbereiden, opdat ik Uw genadenrijk bezoek waardig word.
Zie, mijn Jezus ! ik kom tot U met het levendigst geloof, met het zekerste vertrouwen, door Uw goddelijke liefde geheel ontvlamd. Ach, versmaad de ziel niet, die zoo naar U
72 bloesem uit den serafijnschen hof
verzucht. Verberg Uw aangezicht niet voor mij, want naar U verlangt mijn hart, dat onrustig is, tot het geheel rust in U, en Gij in dat hart. O groot geluk ! Hier op dit altaar zijt Gij tegenwoordig, verborgen in de schamele gedaante van brood. Hier bid ik in den diepsten ootmoed Uw goddelijke tegenwoordigheid aan. Kom thans, o Jezus ! in Uw H. Altaargeheim tot mij en laat mij hier Uw ver-trouwelijken omgang genieten ! Kom in mijn hart, en wanneer het nog niet bereid is voor Uw zoeten intocht, zoo bereidt Gij het voor opdat het voor Uw hoog bezoek geschikt bevonden worde. Gij kent reeds mijn binnenste, o Heer! en kent het best mijn zwakheid en mijne nooden. Dies smeek ik tot U als tot dengene, die alles weet, wat mijn hart beroert en die mij alleen te hulp kan komen. Ik roep Uw genade en barmhartigheid in, o Heer! spijzig mij, een hongerige. Verlicht mijn blindheid door de helderheid van Uw heilige tegenwoordigheid. Gij zijt voorzeker mijn vriend, mijn liefde en mijn hoogste goed !
Kom, mijn Zaligmaker ! mijn eenige hoop: kom en sterk mijn geloof; vertroost mijn hoop op U ; ontvlam mijn hart in liefde tot U ; daal af tot de ziel, die U zoekt en die zoo vurig verlangt naar den troost Uwer heilige tegenwoordigheid.
H. Moeder Gods Maria, gij zijt de maagdelijke. Moeder van dat allerliefste Kindeke,
van assisie.
dat Uw trouwen dienaar Antonius verscheen, en dat ook thans tot mij wil komen in zijn heilig geheim der liefde. Geef mij thans Uw goddelijk Kindje met die stille vreugde, waarmede Gij het den H. Antonius hebt gegeven. Versier echter mijn hart met Uwe deugden, opdat het een Hem welgevallige woning worde waarin Het gaarne vertoeft en waarin Het zonder afgekeerdheid zijn geheelen zegen aanwendt.
Mocht ik thans, H. Antonius, de goddelijke vertroostingen en de onuitsprekelijke vreugden ondervinden, waarvan uw hart in uw vertrouwlijken omgang met jezus overstroomde ! Mocht ik uw gloeiende liefde gevoelen en toen gij voor de eerste aan uw teeder en zuiver hart druktet, wien de Engelen slechts met neergeslagen vleugelen aanbidden ! Hoe moet het gevoel uwer beminde ziel geweest zijn, o groote Heilige ! toen het vriendelijk oog van het Kindje jezus uw van vreugde stralenden blik ontmoette, toen het Kindje deze teeder-heid van zijn trouwen dienaar niet slechts met wederliefde, maar met de vrijgevigste uitstorting van zijn hemelsche genaden terugschonk ? Deze zijne vriendschapsbetuigingen waren een uitstrooming der Godheid, waren een zeker bewijs van zijne goddelijke voorliefde voor u. Het waren liefkozingen, die door eigen kracht zalige werkingen der genade
73
■'m
m
uw heilige verrukking, maal dengene
|
jl— | ||||
|
74 bloesem uit den serafijnschen hof |
1 s l t c 0 k z b e V v z 1 e l s l | |||
|
te voorschijn riepen. O H. Antonius ! smeek mij op dezen stond de genade, zoo vertrouw-lijk met mijn God en Heiland in zijn H. Sacrament te verkeeren, gelijk gij met hem, het zoete Kindeke, verkeerdet. Laat mij dankbaar ontvangen de vertroostingen, de vreugde, de eer en genade, die gij mij thans wilt bewijzen. Smeek voor mij thans in dezen heiligen stond de trouw van uw geloof, de diepte van uw ootmoed en den gloed uwer liefde. Bid thans voor mij, H. Antonius. Ik weet wel, dat uw liefderijke hulp en uw trouwen bijstand door alle christenen wordt geprezen ! Hoe veel duizenden hebt gij reeds met ontelbare wonderen door uw voorbede geholpen ! Zie nu genadig op mij neder en verhoor mij, daar ik thans uw hulp en uw bijstand inroep, opdat ik door uw hulp meer waardig mag naderen tot de Tafel des Heeren, en mij thans even rijkelijk als u de zegeningen van zijn H. Sacrament mogen toevloeien. Amen. Dankzegging. T) RON der eeuwige liefde, wat zal ik van 1) U zeggen ! Hoe kan ik U vergeten. Gij, die U gewaardigd hebt, mij heden op zulk een teedere wijze te gedenken ! Gij hebt mij, dierbare Verlosser! grooter barmhartigheid getoond, dan ik mocht verwachten, en mij ver boven mijne verdiensten genade en vriendschap bewezen. Gij zijt thans, o Jezus ! waar- | ||||
r
ff?
van assisie.
75
Ch
lijk mijn Geliefde, bij wien mijn ziel haar eenige vreugde en zaligheid vindt. Laat mij thans Uw heilige tegenwoordigheid naar hartelust genieten ! Laat mij U, mijn Zaligmaker! omarmen en teederlijk aan mijn hart drukken. Hoe zoet is mij deze genotvolle vereeniging met U ! Gij hebt U, dierbare Verlosser mijns harten ! voor eeuwen door Uw geliefden Dienaar Antonius als een wonderschoon Kindje persoonlijk laten omarmen, laten liefkozen en naar zijn hartewensch U te genieten gegeven. Ook heden sluit Gij mij een onwaardig, arm schepsel van zulk een zoete omhelzing niet uit. O Jezus, hoe vol troost verheug ik mij thans in U ! Hoe zoet is Uw geest, hoe milddadig is Uw nederdaling, hoe verrukkend is Uw tegenwoordigheid! Wees duizendmaal gegroet in mijn hart, mijn dierbare Zaligmaker! kon ik U toch waardiglijk bedanken ! Voor zulk een buitengewone liefde weet ik U niets beters te geven dan mijn hart, mijn verstand en mijn wil, die ik inwendig met den Uwe vereenig. Zoo aanvaard dan alles, o Jezus ! wat in mij is, mijn gansch bestaan. Al mijne zinnen en krachten zullen U toebehooren en U hun dank betuigen, terwijl zij in alle doen en laten tot Uw eer zullen aangewend worden.
Veroorloof mij, beminlijk Kindje Jezus ! U thans met de oogen des geloofs te aanschouwen en mijn hart innig te drukken aan Uw beminnenswaardig hart! Verhef Uw mach-
n|'
76 bloesem uit den seraf1jnschen hof
tige, sterke handen, schenk mij genadig Uw heiligen zegen, krachtens welke ik voortaan tegen alle aanvallen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden gewapenden beschermdzij. Omgeef mij, o jezus ! met de zegeningen Uwer barmhartigheid. Dood in mij de liefde voor de ijdelheden dezer wereld. Ontvlam in mijn hart het vuur Uwer liefde, opdat ik U ten allen tijde met een zuiver hart diene, en opdat, wanneer Gij eens komen zult om de wereld te richten, ik de heerlijkheid Uwer vergelding mag ontvangen om van U, mijn Zaligmaker ! de vertroostende woorden te hooren : Kom, mijn ziel ! in de vreugde Uws Heeren ; Uw hart zal zich verheugen en deze vreugde kan niemand U meer ontnemen !
H. Antonius van Padua, Gij, onze groote beschermheilige en machtige voorspraak bij God, ook U beveel ik mij aan. Wijl zoo vele Christenen Uw hulp reeds verworven hebben, toen zij in hun nood door Uw heilige voorspraak verhoord werden, zoo hoop ik ook door de rijke verdiensten van jezus-christus en door Uw krachtige voorbede in mijn nood door U getroost te worden. Uw hulp zal mij een machtige aansporing zijn, Gods eer voortdurend meer te verbreiden en Hem in zijne Heiligen meer te loven en te prijzen. Verwerf mij, beminde H. Antonius, de genade van God om naar Uw voorbeeld steeds op den weg der Godsvrucht en deugd te wandelen,
van ass1sie.
iedere zonde en ongerechtigheid met grooten afschuw te verfoeien, God boven alles en mijne naasten als mij zelf te beminnen. Verwerf mij grooten ijver tot de beoefening der heilige deugden, standvastigheid in het geloof en kracht tegen de bekoringen. Laat mij in de liefde van Uw en mijn Zaligmaker volharden tot het einde mijns levens. Amen.
Leeringen van den H. Antonius.
Zoo zalig is geen zalige en zoo gelukkig geen gelukkige als de mensch, die God altoos in zijn hart bezit.
Hoe ongelukkig zijt gij, wanneer gij uit hoovaardij boven u zelf wilt gaan en onder u zelf nederstort.
Het ongeluk wordt verzoet door groot gezelschap, want alle Heiligen leden veel tegenspoed.
77
Li
■ï 'i! i
■
! i:
- •, .R
r»
COMMUNIE - GEBEDEN.
Het H. Hart van JEZUS en de H. Bonaventura.
quot; Met wat vloekbre blindheid was 't menschdom toch geslagen, Daar 't, aan 's vijands hart ten prooi, in onduldbre plagen, Nog den Arts terugstiet, die reddend op kwam dagen,
Wijzend op zijn zoete zij hen die stervend lagen.
Ach, waarom, omensch! wilt gij niet uwe aandacht wijden Aan het heil, u aangebracht, door des Heeren lijden ?
Want van satans boei wilde u Christus zóó bevrijden ;
Zóó u met den overvloed van Gods huis verblijden.quot;
S. Bonaventura.
Voorbereiding.
j1 LLERHEILIGST Hart van Jezus, I dat Uw bloed vergoot, om ons te doen leven en te verwarmen, geef mij zulk een leven, geef mij zulke tranen. Door Uw leven leefde de H. Bonaventura, en door de warmte van Uw H. Hart was zijn Serafijnsch hart ontvlamd, wijl hij Uw H. Hart, dierbare Zaligmaker ! zoo innig vereerde. Om Uw H. Hart te eeren en de liefde van Uw beminlijk Hart te prijzen, wil ik U, dierbare Heiland 1 thans in de H. Communie ontvangen.Laat de. genadenschat van Uw H. Hart rijkelijk over mij nederkomen. Gij hebt U zelfs gewaardigd, o aanbiddenswaardige Zaligmaker ! om ons ongeacht onze zoo veelvuldige onwaardigheid de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw goddelijk Hart uit te gieten. Tot dankzegging voor alle weldaden en tot eerherstel van alle
'V
BLOESEM UIT DEN SERAF. HOF VAN ASSISIE. 79
beleedigingen, waarmede ik en alle menschen Uw goddelijk Hart in het H. Sacrament des Altaars overladen hebben, wijd ik mij toe aan de eer en de verheerlijking van Uw H. Hart, en offer mij geheel daaraan op, mijn lichaam en mijn ziel, al mijne werken en lijden; geheel in het bijzonder echter wijd'ik U mijn hart, vast besloten, het meer en meer van alle zonden te reinigen en het met deugden te versieren, om het aan het Uwe meer gelijkvormig te maken.
Doordrongen echter van een levendige smart bij het aanschouwen der beleedigingen, die Gij reeds geleden hebt, en nog dagelijks lijdt, kniel ik hier voor U neder, om door deze H. Communie eereboete te doen vooral de oneer U aangedaan. Mocht ik toch, dierbare Zaligmaker! al den smaad uitwisschen U veroorzaakt. Mocht ik de vele oneerbiedigheden, onteeringen en ontheiligingen van Uw H. Sacrament met mijn bloed en mijne tranen afwasschen ! Mocht ik door den gloed mijner liefde en godsvrucht bij deze H. Communie de kilheid en onnatuurlijke onverschilligheid van zooveel lauwe christenen vergoeden ! Mocht ik mijn leven, dierbare Zaligmaker ! voor zulk een verheven zoenoffer brengen ! Verleen mij, zoete Jezus! de vergiffenis, die ik van U afsmeek voor zooveel goddeloozen, die U bespotten, voor zooveel dwalenden, die U onteeren, voor zooveel ondankbare Katho-
8o BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
lieken, die het Sacrament Uwer liefde onwaardig ontvangen, vooral voor mij zelf, daar ikU, dierbare Zaligmaker! zoo dikwerf en zwaar beleedigd heb. Gedenk, dat Uw beminlijk Hart den last mijner zonden droeg en om harentwille tot den dood werd vastgenageld. Duld niet, dat Uw lijden en Uw bloed voor mij zonder nut zij; verander mijn zondig hart en geef mij door deze H. Communie een hart, dat aan Uw Hart gelijkvormig is, een vermorzeld en ootmoedig, een geduldig en zachtmoedig, een rein en vlekkeloos hart, een hart, dat geheel aan Uw eer is toegewijd, geheel een offer Uwer liefde is. Ik beloof U, goddelijke Zaligmaker ! van nu af, zooveel mijne krachten het toelaten, al mijne nalatigheden, die ik in de droefheid mijns harten beween, weder geheel te zullen herstellen. Verleen mij, o Jezus ! de noodige genade daartoe. Vermeerder mijn liefde tot U, en neem dit verlangen en deze belofte welgevallig aan, die Gij, barmhartige Zaligmaker ! mij zelf hebt ingegeven.
Hoe zal ik Uw liefde, o dierbare Zaligmaker ! op passende wijze aanroepen ? Uw Hart bemint ons niet slechts met een genegenheid, die spoedig voorbijgaat, maar Uw groote liefde voor ons blijft steeds dezelfde. Gij bemint ons thans nog met denzelfden gloed der liefde die Gij ons toedroegt aan het kruis. De liefde van Uw Hart is oneindig. Uw wijsheid zoo vindingrijk, en Uw macht zoo onbeperkt, dat
VAN ASSISIE.
8l
Gij in waarlijk goddelijke tegenwoordigheid in het H. Sacrament steeds bij ons blijft. Op Golgotha waart Gij, beminlijke Zaligmaker ! drie uren op het altaar des kruises opgeheven; hier blijft Gij onder de gedaanten van het Sacrament, zoolang zij bestaan. Zoo laat Gij alle geloovigen aan het geluk van die vrome zielen deelnemen, die onder Uw kruis stonden en verrijkt hen steeds met de volheid Uwer genade. Uw menschwording en verlossing, de instelling van dit H. Sacrament en de mededeeling Uwer verlossingsgenaden aan ons zijn de werken Uwer liefde, die het menschelijk verstand en de bevatting der Engelen te boven gaan. Uw liefde, dierbare Zaligmaker ! is zoo diep, dat Gij in de duistere gewesten der zonde afdaalt om de zielen tot een nieuw bovennatuurlijk leven te wekken. Haar hoogte stijgt tot den hemel, om de zielen tot een leventeelende aanschouwing Gods te verheffen. Haar duur overtreft de eeuwen en in de veranderlijkheid van den tijd blijft Uw liefde tot ons, beminlijke Zaligmaker ! steeds dezelfde. Haar uitgebreidheid omvat het geheele menschelijk geslacht, want zij heeft het losgeld voor allen betaald, zelfsvoor hen, die verloren gaan. De Engelen, o Heer! kunnen Uw liefde voor ons niet doorgronden. De Heiligen bidden haar aan in stille verzuchting. O, kon ik haar waardig loven.
Uw Serafijnsche liefdegloed, H. Bonaven-
Bloesem.
82 bloesem uit den serafijnschen hof
tura ! werd ontvlamd door het H. Hart van jezus, en uwe hooge deugden verkreegt gij door hetzelfde H. Hart. Gij waart zoo ootmoedig, dat gij u zelf niet toestondt tot de H. Tafel te naderen uit vreeze niet genoegzaam te zijn voorbereid. Daar liet u God, toen gij de Mis diendet, een deel van de H. Hostie door een Engel in den mond leggen. Gij waart de ootmoedigste onder al uwe medebroeders, en schattet u bij uw hooge wetenschap voor den geringste van hen allen. In de waarneming van al uwe ambten waart gij steeds zachtmoedig en mild, en hebt de zwakken steeds in den geest des gedulds onderwezen. Met vaderlijke barmhartigheid naamt gij steeds de arme zondaren in uw bescherming. Bid thans voor mij tot den troon van barmhartigheid, opdat de lieve Zaligmaker mij zulk een hartverleene, gelijk uw hart was, dat zich zoo onwaardig hield bij zijn hoogheilig bezoek. Met volle overtuiging geloof en belijd ik thans, dierbare Zaligmaker ! dat Gij in dit H. Sacrament tegenwoordig zijt. Uw woord is het woord van den Alwetende en Waarachtige. Daarom kan mijn Geloof niet dwalen, en het is onveranderlijk, gelijk Uw heilig woord, de waarheid, onveranderlijk bestaat. Even als ik geloof, wat Gij geopenbaard hebt, zoo hoop ik ook, wat Gij, dierbare Zaligmaker ! beloofd hebt. Uw H. Sacrament zal mij in het goede bevestigen, en datgene in mij voltooien, wat
van assïsie.
Uw liefde in mij heeft begonnen. Gij zult het verlangen mijner ziel niet onvervuld laten, en op Uw goedheid en trouw bouw ik mijn vertrouwen.
Wijl evenwel Uw heilig leven en bitteren dood louter liefde voor mij was, hoe zou ik het dan kunnen nalaten U wederkeerig lief te hebben? Uw liefde, mijn Zaligmaker ! openbaart zich voortdurend met de hoogste volheid in dit H. Sacrament. Getroffen door hetgeen mijn hart slecht ondervinden, en mijn mond echter niet uitspreken kan, roep ik uit : Mijn Heer en mijn God ! Goddelijke liefde, verhoor mijn smeeken en leer mij U innig liefhebben 1
O Jezus! mocht ik zoo aan Uw H. Tafel verschijnen, gelijk het U welgevallig is. Reinig mijn hart van al wat zondig is. Uw H. Sacrament is mij een onderpand, dat Gij mij eenmaal van den dood zult opwekken en eeuwig in U zult verblijden. Ik koester geen grooter verlangen, dan dat Gij in mij blijft en ik in U. Gij zijt de eenige vreugde van mijn hart. Amen.
Dankzegging.
DIERBARE Zaligmaker, Gij, die in de volheid der Godheid woont, Gij zijt het, dien ik heden in dit H. Sacrament heb ontvangen ! Ik erken en belijd het met vreugd en dank, dat Gij zijt mijn Heer en Zaligmaker,IERBARE Zaligmaker, Gij, die in de volheid der Godheid woont, Gij zijt het, dien ik heden in dit H. Sacrament heb ontvangen ! Ik erken en belijd het met vreugd en dank, dat Gij zijt mijn Heer en Zaligmaker,
83
'i
f in|
; ' i.Hl i: I
i ■: .'pl é:
If lil'
|
i | ||||
|
1 ■ • |
84 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
: i C i l t r 1-s k V r g s V h V | ||
|
mijn Heiland en Verlosser ! dat aan Uw bitter lijden mijn eeuwige vreugde, aan Uw sterven mijn leven, aan Uw kracht mijn deugd, aan Uw genade mijn zaligheid ontspringt. Gij zult in mij leven, 0 zoet leven! Gij zult door mij beleden worden, 0 eeuwige waarheid. Gij zult door mij bemind worden, gelijk Gij mij met eeuwige liefde hebt liefgehad. Door Uw voorbeeld aangemoedigd, door Uw licht verlicht, door Uw liefde ontvlamd, door Uw genadekracht gesterkt, wil ik de deugden van Uw goddelijk Hart ter oefening nastreven. Gelijk Gij, dierbare Heiland! het beeld Uws Vaders zijt, zoo wenschte ook ik het beeld Uws Vaders te wezen. Gelijk de ranken met den wijnstok vereenigd zijn, en van hem sap, leven en vruchtbaarheid ontvangen, zoo wenschte ik van Uw goddelijk Hart alle leven te ontvangen, dat mij vruchtbaar maakt voor goede werken. Christelijke deugden en edele daden. Zoo zachtmoedig en geduldig, zoo liefdevol en weldadig, zoo onvermoeid in het gebed, zoo hemelsch gezind en ijverig voor het heil der zielen, gelijk Uw goddelijk Hart was, wenschte ik ook te zijn ! O zoet Hart van Jezus! laat mijn gebed steeds vromer, mijn vertrouwen op U steeds levendiger, mijn liefde tot U steeds zuiverder, mijn ver-eeniging met U steeds inniger zijn ! Gij kent mijn hart, 0 Jezus ! gelijk het is. Gij hebt het geschapen en weet, of ik U liefheb. Aan U | ||||
, .-V-'
VAN ASSISIE.
behoort alles, wat ik ben en bezit. Aan U zal ook alles toebehooren door de vrije schenking van mijn hart. In Uw heiligen dienst en in de volbrenging van Uw heiligen wil zal ik volharden al de dagen mijns levens. De gedachte aan U zal mij, dierbare Zaligmaker ! de liefste van alle gedachten zijn. Uw woord zal mij het zoetste zijn van al, dat ik hoor. De hoogste vreugde van mijn hart zal mij de vreugd in U zijn. Ik wensch mij geheel aan U op te offeren. O, neem mij aan als een U welgevallig offer. De erfzonde heeft wel in ons hart een ontzettend verderf aangericht en een onheilvollen tweestrijd gesticht.
Het schijnt, alsof over ons hart een vloed is gegaan, gelijk over de aarde, toen distels en doornen het goede zaad verstikten, en slechts in het zweet van ons aanschijn het onkruid uitgeroeid en het goede zaad tot wasdom gebracht wordt. Ons hart gelijkt aan de zee, die nu eens op zijn heldere oppervlakte den hemel weerspiegelt, dan in ontzagwekkende stormen opspat, die in hare diepten naast de kostbaarste paarlen ook ontzettende gruwelen verbergt. Zoo behoeft het bij grooter inspanning nog den voortdurenden bijstand van Uw genade, dierbare Zaligmaker,opdat wij de heerschappij over ons hart bewaren, de edele gevoelens tot de deugd verhoogen en de booze hartstochten aan banden leggen. Daarom wildetGij, beminde Heiland ! de verschillen-
85
86 bloesem uit den serafijnschen hof
de tijdperken en standen des levens doorloo-pen, om ons door ieder Uwer handelingen te onderrichten, en door Uw gedrag ons te lee-ren, hoe wij ons te gedragen hebben in de standen en verhoudingen des levens. Gij werdt geboren uit koninklijk geslacht, leef-det echter in armoede en verborgenheid om tegelijk het voorbeeld der voornamen en armen te zijn. Gij groeidet op in het huisje van Nazareth onder de hoede der maagdelijke echtgenooten Maria en Jozef, om het familieleven en de maagdelijkheid tegelijk te adelen. Gij vondt geestdriftige vereering en waart het voorwerp van den zwartsten ondank, In triomf Jeruzalem binnengevoerd, droegt Gij eenige dagen later Uw kruis door de straten dier stad, en stierft onder ontzettend lijden, om de gelukkigen en ongelukkigen te gelijk ten voorbeeld te strekken. Hetzelfde voorbeeld van al deze deugden geeft Gij, beminde Heiland ! ons nog voortdurend in Uw H. Sacrament. Daaruit scheppen wij kracht, om in de deugd te volharden en steeds Gods H. wil te volbrengen.
Goddelijke Zaligmaker, Jezus-Christus ! Gij, die U over eiken mensch erbarmt en Uw liefderijk Hart opent voor alle boetvaardige zondaren, wees allen genadig, die Uw H. Naam aanroepen en laat allen, die Gij tot vereering van Uw H. Hart op de gansche aarde hebt vereenigd, de werking gevoelen
-ry
van assisie.
van Uw barmhartigheid. Bevrijd en bewaar hen voor alle rampen naar lichaam en ziel, Gij die, als ware God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
Gebed tot Jezus' H. Hart om de deugd
van zuiverheid.
Goddelijk Hart van Jezus, bron en spiegel van alle zuiverheid, wijd mijn hart tot een tempel van Uw goddelijke liefde. Roei daarom door Uw heilig vuur in mijn hart alles uit, wat onzuiver en U niet welgevallig is, opdat de lelie van zuiverheid daarin bloeie als in een tuin. Gij weet, hoe vele en groote vijanden deze deugd bestoken : de wereld, de booze geest en mijn begeerlijkheid strijden tegen mij. Kom mij daarom te hulp met Uw barmhartigheid. Alleen door Uw almachtige genade kan ik over zoovele en zulke machtige vijanden zegevieren. Wie kan zich beroemen een zuiver hart te bezitten, zoo Gij het niet bewaart ? Op U stel ik geheel mijn vertrouwen. Gij alleen vermoogt, wat ik zonder U onmogelijk kan. Verberg daarom, allerzoetste Jezus! in de bekoring mijn hart in Uw heilige zijde, opdat ik van alle onzuivere bekoring bevrijd blijve of mij afwende van iedere onzuivere gedachte en elke onzuivere neiging beheersche. U draag ik op mijn lichaam en mijn ziel; behoud hen beide in Uw heiligen dienst, tot ik na dit vergankelijk leven
87
■K,!-
m
H
|
1 | |||
|
1 1 11 h' i l'il l : H ij'!:' |ij! |i!H |
88 bloesem uit den serafijnschen hof | ||
|
toegelaten worde om U, de oorsprong van alle zuiverheid en de beminde der kuische zielen mag aanschouwen van aangezicht tot aangezicht en U beminnen in alle eeuwigheid Amen. Gebed tot het H. Hart van Jezus om een zaligen dood. Barmhartige Jezus, ik, een arme zondaar, sidder wel is waar bij de gedachte aan den dood, wijl ik wegens mijne menigvuldige zonden vrees niet zalig te sterven en eeuwig van U gescheiden te worden. Maar wanneer ik mij herinner, dat Gij den bittersten dood hebt willen verduren, opdat ik niet ongelukkig sterf; dat Gij ook Uw geheiligd Hart door de lans hebt doen openen, opdat ik en alle ge-loovigen daarin, tegen alle vijanden en bekoringen beschermd mochten leven en sterven, zoo neem ik mijn toevlucht tot dit allerzoetste Hart als tot de Arke des heils, en bid U met een vast vertrouwen, dat Gij mij in dit ontzettend oogenblik en in het laatste uur, waarvan de gansche eeuwigheid afhangt, daarin ver-berget tegen alle bekoringen en aanvallen van den boozen vijand, die dan met groote woede tot onheil mijner ziel tegen mij zal optreden. Ik wil mij in dezen benauwden stond met groote hoop aan Uw bedroefd en benauwd Hart vastklemmen, wanneer mij alle vrienden, ja de geheele wereld verlaten zal, en niemand | |||
|
ij^r i. |
van ass1sie.
mij helpen kan dan Gij alleen. Gij hebt eens de H. Mechtilda Uw Hart geschonken als een zalig afsterven uit dit leven tot een pand eener gelukzalige eeuwigheid. Ach, ik erken mij zulk een buitengewone genade niet waardig. Alleen smeek ikU door den bitteren doodstrijd van Uw allerzaligst Hart, dat Gij mij de genade wilt verleenen om mij door een vroom en heilig leven tot een zaligen dood voor te bereiden, en dat de laatste klop mijns harten een volmaakt berouw over mijne zonden en de zuiverste liefde voor U zij, opdat ik waardig worde in deze allerheiligste wonde Uws Harten mijn geest te geven en de vriendelijke uit-noodiging te vernemen : Kom en bezit mijn rijk en mijn Hart in eeuwigheid.
O bedroefde Moeder Maria, ik bid U door het bedroefde Hart van J ezus, verkrijg voor mij de genade, dat bij mijn verscheiden Uw lieve Zoon mijn arme ziel ontvange in de wonde van zijn Allerheiligst Hart. Amen.
Woorden van den H. Bonavéntura.
Het geduld vergeldt het lijden van Jezus ; het ongeduld verliest de aardsche goederen en verkwist de eeuwige.
Wanneer wij wisten, hoe menigvuldig de gevaren zijn, die ons omringen, dan zouden wij eerst Gods barmhartigheid ten volle waar-deeren.
Verootmoedig U en zie in elk mensch uw
89
.•-■■•V
go BLOESEM UIT DEN SERAF. HOF VAN ASS1SIE.
heer, u zelf als de dienaar van allen, zoo zult gij voortaan met allen in rust en vrede leven en geen last hebben van ergernis.
De ootmoed heeft vier trappen. De eerste is ; de wereld verachten. De tweede : geen mensch verachten. De derde : zich zelf verachten. De vierde : niet achten, maar tevreden zijn, wanneer anderen u verachten.
Hoogmoed is de oorsprong van alle zonden. Haar eind is de wanhoop. —
6quot;. Bonavefitura.
Voorbereiding.--
ET geheim van Uw heilig lijden, dierbare Zaligmaker ! was het bijzonder voorwerp der godsvrucht van de H. Elizabeth. Gij verscheent aan haar, beminde Heiland ! menigmaal in de gedaante van den lijdenden Verlosser om zoo door de uitwendige gedaante van Uw verschijning de inwendige wijze van godsvrucht Uwer trouwe dienaresse te beloonen. Toen zij U vroeg, wat U vooral dierbaar was, antwoorddet Gij haar, wanneer zij met innige godsvrucht en dankbaarheid al Uwe deugdenrijke werken in hun geest overwegen, in hoe groote armoede Gij geleefd, hoe veel onbillijkheid en smarten Gij geleden hebt, welk een bitteren dood Gij gestorven zijt, dat was U bijzonder welgevallig. Daarom heeft ook de Heilige Uw leven vol lijden bijzonder vereerd en hierom van U
|
li | |||
|
i |
92 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||
|
zulke groote genaden verworven. Zoo wil ook ik U, zoete Zaligmaker! heden welgevallig zijn, terwijl ik deze H. Communie ontvang ter eere van Uw bitter lijden onder aanroeping van Uw lieve en trouwe dienares Elizabeth. Daar is geen grooter barmhartigheid dan dat Gij, 0 God ! bewogen door het tijdelijk en eeuwig heil der menschen, Uw eeniggebo-ren Zoon in deze wereld zondt om mensch te worden en ons te verlossen door Zijn lijden en kruis. De liefdevolle Zaligmaker verdraagt onze smarten, opdat wij deel zouden hebben aan Zijn eeuwige vreugde. Hij bekleedt Zich met onze zwakheid om ons het gewaad zijner heerlijkheid te bereiden. Hij gaat in den dood om ons een onsterflijk leven te schenken. Hij vergiet Zijn kostbaar bloed om ons een onuit-putlijke bron te verschaffen tot reiniging van al onze zonden. Hoe diep nu ook de afgrond onzer zonden zij, het was de grootste zonde aan Uw barmhartigheid, 0 mijn God ! te twijfelen ; want Gij, 0 God 1 hebt Uw lieven Zoon opgedragen als zoenoffer, door Zijn bloed tot vergiffenis der bedreven zonden. Het is Uw barmhartigheid eigen, 0 mijn God ! dat zij des te meer tot medelijden geroerd en tot hulp geneigd is, naarmate de ellende dieper is, die zij aanschouwt. Zoo werdt Gij, 0 God ! tot medelijden over onze ellende bewogen, en besloot tot onze bovenmate gelukkige Verlossing door Uw lieven Zoon. Wanneer nu de liefde | |||
|
it |
van assisie.
des te verhevener is, naarmate zij de volmaaktheid bereikt, die bemint, wat moet ik dan denken van Uw liefde, o mijn God ! Gij, die oneindig volmaakt zijt en ons met oneindige liefde bemint ? Alzoo gaaft Gij ons Uw eenig-geboren Zoon als priester en offer, als brood des levens, als voedsel der onsterflijKheid. Gij schonkt ons Hem ter menschwording om onze lasten, lijden en armoede te verdragen, om voor onze zonden te voldoen door den doodsangst op den Olijfberg, door de gevangenneming, door de geeseling en doornenkroning en door den smartvollen dood des kruises ; opdat allen, die in U gelooven, niet verloren gaan maar het eeuwig leven bezitten. Dat alles maakt U beminnenswaardig, o zoete Jezus ; dat is het, wat onze godsvrucht met meer zoetheid lokt, met grooter recht tot zich trekt, met sterker licht omstraalt en ons met levendiger innigheid U doet omhelzen. Wanneer ik Uw lijden overweeg, zoo moet ik wel uitroepen : Zie, zoo heeft Hij ons liefgehad !
Uw barmhartigheid, o mijn God ! bereikte echter haar toppunt in den overvloedigen rijkdom der verlossing. Wanneer Gij ons slechts eenmaal de weldaden der verlossing in Christus hadt aangeboden, en met haar de vergiffenis der zonde, en de genade van Uw mensch-heid, dan ware dit reeds den hoogsten lof waardig. Gij, mijn God ! vergenoegt U niet met een enkele vergiffenis, maar Gij steldet door
93
Iflll
Ij j
a
ïl: li
|
1 | |||
|
! |
94 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||
|
de verlossing van Uw eeniggeboren Zoon een schat van voldoening en verdiensten in, die reeds onuitputlijk is tot vergiffenis onzer zonden. Het is een oceaan van alle geestelijke en eeuwige goederen en een schatkamer van heraelsche rijkdommen. Ware den Engelen, die slechts eenmaal zondigden, ook maar een keer de mogelijkheid der verzoening geboden, zij zouden het als een oneindige weldaad beschouwd hebben. Hoe hoog moeten wij nu Uw verlossing schatten, beminlijke Zaligmaker ! die ons de vergeving der zonden zonder einde en beperking aanbiedt, en waarin een schat van verdiensten ligt opgesloten, die onuitputlijk blijft. 0 heilige bronnen der barmhartigheid Gods en zijner verlossing, die ontspringt in het H. Sacrament, vergiet de wateren der genade over mij, opdat ik door deze H. Communie op heerlijke wijze deelachtig worde aan de verdiensten van het bitter lijden mijns dierbaren Zaligmakers ! Eeuwige Vader, tot Uw eer en tot het verkrijgen eener waardige H. Communie, offer ik U op het hoofd van Uw geliefden Zoon met doornen gekroond, het purperen spotkleed, waarin de joden Hem beleedigden, het riet, dat men Hem in de hand gaf, de daarmee gegeven slagen om de doornenkroon dieper in zijn hoofd te drukken, de veracht-lijke kniebuigingen en bespuwingen met den | |||
|
1 |
J. |
van assisie.
uitroep : « Wees gegroet, koning der joden ! Verder zijn openbare terechtstelling van zijn verscheurd lichaam,toen Pilatus uitriep: lt;( Ziet den mensch !» En eindelijk het onmenschlijk geschreeuw der joden : « Weg met Hem, kruisig Hem ! » Voor dit alles dank ik U, loof en prijs ik U in eeuwigheid en bid U door de verdiensten van Uw lijden om vergeving van mijn ijdelen hoogmoed, van mijn eigenliefde en ongeduldigheid. Evenzoo offer ik U, o Heer ! den smaad, dien Uw geliefde Zoon verdroeg, toen Hij naast twee moordenaren het kruis op den Kalvarieberg droeg, den zwaren val, dien Hij deed wegens de zwaarte van het kruis en de zwakheid van zijn gemarteld lichaam ; de slagen en stooten, welke men Hem gaf ;zijn geduld tijdens de mishandelingen op dezen weg ; de vloeken en spotternijen van zijne beulen ; de tranen en weeklachten zijner Moeder en haar begeleiding; de oneindige liefde, ootmoed, het geduld en de gehoorzaamheid, waarmede Hij dit alles leed om U te eeren en ons te redden. Voor dit alles zij U eeuwigen dank en lof ' Schenk mij daardoor liefde en geduld in het lijden, ijver in Uw heiligen dienst en rijke vruchten van deze H. Communie.
Wees gegroet, beminde H. Elizabeth ! ootmoedige dienaresse Gods, gij, ijverige navolgster van het leven des armen Christus Jezus, gij, moeder der armen. Erbarm u onzer, uw
95
|
I] li I' ■ 11 i' ■ |
96 bloesem uit den serafijnschen hof |
v 2 1 r a a 2 a 2 a 1 | ||
|
hart is vol medelijden en bid den lieven God in onzen nood! Gij genadenvolle roos der liefde, sterre der Kerk en krone der vrouwen, gij zijt onze vreugde en hoop, 0 zend ons hulp uit den hemel ! Gij, trouwe leerlinge van den H. Franciscus, gij, sieraad zijner H. Orden, gij, Serafijnsche beminde van den Gekruisigde, gij zendt niemand onverhoord in zijn leven weg. Thans zijt gij rijk en machtig en zult niet minder geven, daar ons de nood zoo omringt! Gij woont thans aan de genadebron daarbij Jkzus en Maria en behoeft slechts een woord te spreken, om voor ons verhoord te worden. Bid toch voor ons ! Uw gebed wrocht heden nog wonderen ; zoo smeek voor mij grooter liefde tot Jezus, mijn dierbaren Zaligmaker ! opdat ik trouw worde als gij, lieve H. Elizabeth, in de medewerking met zijn genade en in zijn heiligen dienst. Door deze H. Communie worde mijn hart hemelwaarts getrokken tot u. Voer mij op naar het Hart des Zaligmakers, waarin gij heden zoo zalig rust en behoud mij steeds in zijn liefde. Amen. Gij opent mij thans de deur des Hemels in Uw H. Sacrament, 0 dierbare Zaligmaker ! en laat zijn Manna in mijn ziel nederdauwen. Gij geeft mij het brood des Hemels en de zoete spijs der Engelen. 0, vermeerder mijn geloof in Uw H. Geheim ! Moge mij niets noch mijn zinlijkheid, noch de kortzichtigheid | ||||
|
r |
van assist e.
van mijn verstand in mijn heilig, bezielend geloof op een dwaalspoor brengen. In dit geloof wil ik leven en sterven !
Zalig de ziel, die op U hoopt, dierbare Zaligmaker ! op U alleen hoop ik, Dien ik hier aanbid in het H. Sacrament als de bron van alle goed en de oorsprong van alle genade. Zonder eigen verdienste waag ik 't slechts, alleen op Uw barmhartigheid vertrouwende, tot Uw H. Liefdemaal te naderen ; want Gij zijt zoo milddadig en goed, zoo genadig en vol erbarming. Gij zijt mijn heil en mijn vreugde, mijn licht en mijn zoet leven. Daarom juicht mijn hart in zalig genot.
AVelk een liefde hebt Gij, dierbare Heiland, aan mij betoond ! Gij kondet mij verwerpen en wilt mij zalig maken. Ik bemin U uit geheel mijn hart, o zoete Heiland ! en wil eeuwig dit geheim Uwer liefde loven ! Ik wil U beminnen als mijn Heer en God. Ik wil U beminnen als mijn dierbare Zaligmaker. Ik wil U beminnen als het beminnenswaardigste goed met geheel mijn hart, met al de krachten mijner ziel en boven alles !
97
Wanneer ik ook de zuiverheid der Engelen en Heiligen had, o Heiland ! zoo was ik toch onwaardig om zulk een groote genade, U te ontvangen. O Jèzus, op wiens oneindige barmhartigheid ik mijn eenig en hoogste vertrouwen stel, reinigen heilig mij, Gij, de Heiligste: zoo zal mijn ziel gezond worden.
Bloesem.
|
r | ||||
|
..vv- t 1 1 i - 1 • 1 |
98 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
d 8 g ë Y l Y e 1 \ c z 2 Y k \ i \ c s c \ 1 c l 1 (. c | ||
|
0 Jezus ! Hoe verlang ik naar U in het H. Sacrament. Daarin wordt de herdenking gevierd van Uw bitter lijden. Mijn hart wordt met de genade vervuld van Uw verlossing en het onderpand mij gegeven van Uw toekomstige heerlijkheid. O kom, goede Heiland ! en vervul mij met al uwe zegeningen. Amen. Dankzegging. yt 7quot; AARMEDE kan ik U alles vergelden, VV teederbeminde Zaligmaker, wat Gij aan mij gedaan liebt ? Welk een machtig Heer, welk een geliefden Gast heb ik in mijn hart opgenomen ! Hoe zal ik U op waardige wijze mijn wederliefde toonen ; hoe de wonderen prijzen van Uw overgroote nederdalende liefde? 0 Heer, doorgloei met Uw liefdevuur mijn hart en verlicht mijn ziel met de stralen Uwer liefde. Aanvaard mijn voornemen en besluit om U zoo innig lief te hebben, gelijk het slechts een mensch vermag en maak mij deelachtig aan die hemelsche goederen en genadegaven, die Gij hen schenkt, welke U waardig ontvangen en die naar Uw wil ons gegeven worden, daar Gij dit H. Sacrament insteldet en alles verdroegt om in dit H. Sacrament tot ons af te dalen. Dat hoop, dat wensch, dat smeek ik met dringend verlangen en met een vast vertrouwen op U, 0 dierbare Zaligmaker ! Ik weet het, en ben gelukkig in dat bewustzijn, dat Gij hen met | ||||
|
' ■ ■■■ | ||||
VAN ASSIS1E.
de rijkste zegeningen overlaadt, in wier woningen Gij komt afdalen. Met welke zegeningen zult Gij thans mij begiftigen ? De Heiligen, die dit erkenden, geraakten daarover in verrukking en smeekten U den stroom van Uw liefdevuur te stuiten, wijl zij zooveel zoetheid niet vermeenden te kunnen verdragen, en wijl zij beneden met U, den Lijdende, liever wilden lijden om met ü gelijkvormig te worden. De H. Elizabeth werd in haar ellende door Uw H. Sacrament zoo getroost, dat zij uit liefde tot U nog meer lijden wilde. Zegen ook mij, goede Zaligmaker! gelijk Gij het wilt en gelijk mijne zwakke krachten het kunnen verdragen. Vervul mij met Lw geest waardoor de Heiligen zoo heilig zijn geworden, in Wien zij leefden en zoo welgevallig voor U wandelden.
Uw H. Sacrament is de glorievolste gedachtenis aan Uw bitter lijden. Alle H. Missen stellen mij Uw bloedig lijden op onbloedige wijze voor. Alle tabernakelen en offer-vaten van het Nieuw Verbond herinneren mij aan Uw heilig lijden. Alle Heiligen leefden in herinnering en dankbaarheid van Uw bitter lijden ; alzoo zeg ik U uit den grond mijns harten door deze H. Communie on-eindigen dank voor Uw bitter lijden en ik begeer U daarvoor in alle eeuwigheid te loven en te zegenen. Beminlijke Heiland 1 hoe on-uitspreeklijk goed waart Gij voor mij, daar
99
mt
I
W;
ioo bloesem uit den serafijnschen hof
Gij uit louter barmhartigheid mijne schulden op U hebt genomen, om met zulk een zware boetedoening Uw hemelschen Vader te verzoenen. Anders was ik voor altoos verloren geweest, en had eeuwig daarvoor in de hel moeten branden. Daar ik thans Uw oneindige liefde niet genoeg danken kan, zoo bid ik U, dat alle Engelen U daarvoor zegenen, en alle Heiligen U hunne verdiensten tot een waardige vergelding zullen opofferen. Ik wil mij beijveren U uit geheel mijn hart innig lief te hebben. Aan U, allerzoetste jezus ! wil ik denken, tot U zuchten, naar U verlangen en alles verrichten dat U, naar mijn weten welgevallig is, om U te believen en voor den veelvuldig aangedanen smaad U eenig eerherstel te bieden. Alzoo wil ik van heden af tot aan het einde mijns levens al mijne werken naar dit voornemen en met deze goede meening verrichten.
Hemelsche Vader ! denk ik aan mijn voor-bijgespoed leven, zoo word ik bang te moede. De schuld, die ik voor U zoo vermeerderd heb, kan ik niet afbetalen, al verrichtte ik zelfs de grootste werken van boetvaardigheid.
In dezen heiligen stond, waarop het H. Sacrament in mijn hart rust, en de koninklijke mantel der deugd van Christus Jezus' rijke verdiensten mij omgeeft, stel ik U den Zoon Gods voor oogen. Wil U over mij ontfermen in zijn tegenwoordigheid. Ik herinner U, aller-
i
VAN ASSISIE.
IOI
F
beste Vader, aan de smarten, waarmede mijn Zaligmaker aan het kruis heeft gehangen en welke zware martelingen Hij voor mij heeft geleden. Zie, hoe zijn koninklijk hoofd met doornen gekroond, hoe zijn goddelijk aanschijn met spuw verontreinigd is. Zie,hoe zijne oogen verduisterd zijn en zijn zoete mond is opgezwollen ; hoe zijne wangen verscheurd, hoe zijne armen uitgerekt zijn ; hoe zijn borst verwond, zijn hoofd verscheurd, zijne handen doornageld, zijne ledematen opgezwollen, zijn lichaam gegeeseld, zijn zijde doorstoken, zijn bloed vergoten, zijn hart doorboord en zijn ziel tot den dood bedroefd is. Herinner U, allerbeste Vader ! dat Uw lieve Zoon dit alles voor mij heeft geleden. Ach, zulks kan Hij niet gedaan hebben, wanneer Hij niet gewild had, dat het voor mijn welzijn was. Gij zoudt Hem niet zoo zwaar hebben doen lijden, wanneer Gij mij nogtans eeuwig wildet straffen. Zoo laat Uw bitter lijden mij ten heil verstrekken en zijne groote smarten voor mijn ziel niet verloren gaan ! Laat zijne bittere tranen mijn ziel afwasschen en zijn kostbaar bloed mijne vlekken uitwisschen. Laat zijn smartlijken dood mij bewaren voor den eeuwigen dood, en aanvaard zijn zwaar lijden als een voldoening voor mijne zware zonden. Een enkel dropje van zijn vergoten kostbaar Bloed kan meer verzoenen, als de zonden der gan-sche wereld verschuldigd zijn. Wat zullen dan
102 bloesem uit den sekafijnschen hof
alle droppels van zijn goddelijk Bloed niet vermogen ! Thans offer ik U zijn kostbaar bloed als voldoening op met alle verdiensten, daaraan verbonden. Ook twijfel ik niet of Gij, goede Heiland ' zult dit offer aanvaarden en mij daardoor alle zonden vergeven en mij alle overige straffen genadig kwijtschelden. Amen.
Deze myrrhetak van het bitter lijden offer ik God op voor mijn arme ziel in vereeniging met uwe rijke verdiensten, met uw heilige gebeden, uw nachtwaken, uw vasten, de veelvuldig geleden smaad, o lieve heilige Elizabeth. Bid gij, groote dienaresse Gods, voor mij, opdat ik, naar uw voorbeeld, in navolging van het arme leven van Jezus volharde en Hem trouw diene, zoowel in vreugde als in lijden. Amen.
Levensregels
welke de H Elizabeth van haar biechtvader, Koenraad van Afarburg, ontving en gedurende haar geheele leve/i navolgde.
1. Verdraag geduldig de verachting in vrijwillige armoede.
2. Laat u de armoede nauw aan het hart liggen.
3. Laat menschelijken troost en lust des vleesches varen.
,4. Wees barmhartig voor uwe evennaasten.
VAN ASSISIE,
5. Dank God, dat Hij u door zijn dood van de hel en van den eeuwigen dood heeft verlost.
6. Wijl God veel voor u geleden heeft, zoo draag uw kruis met geduld.
7. Heb God steeds in uw hart en in uwe gedachten.
8. Wijd u geheel aan God toe.
9. Herinner het u dikwijls, dat gij een werktuig in Gods hand zijt, en streef ernaar, dat gij voor eeuwig met God vereenigd zult worden.
10. Wat gij wilt, dat u de menschen zullen doen, doe dat ook aan hen.
11. Denk er steeds aan, hoe kort het leven des menschen is ; streef daarom voortdurend naar het hemelsch leven.
12. Heb steeds berouw over uwe zonden en bid God, dat Hij 11 die vergeve.
103
H. Petrus van Alcantara.
10. — COMMUNIE-GEBEDEN,
De versterving van JEZUS en de
quot; In dien doodstrijd kan de ziel anders niet dan weenen, En bij 't klimmend smartgevoel, droef en droever stenen. Onweerstaanbaar trekt de blik naar zijn wonden henen, En het hart hecht aan zijn Hart inliet nauwst vereenen. quot;
•squot;. Bonavcntiira.
Voorbereiding.
IjAAR de in versterving levende zielen U aangenaam zijn, dierbare Verlosser ! en Gij zelf Uw geheele leven in oefeningen der versterving doorbracht, ook Uw jeugd sleet in bekommeringen, zoo wil ik, om Uw versterving te eeren dezen morgen de H. Communie ontvangen. Vervul Gij mij, in versterving levende Zaligmaker ! genadiglijk met liefde en hoogachting voor deze deugd, opdat ik vol moed de gelegenheden aangrijpen mag mij geweld aan te doen en ik in waarheid met den Apostel kan zeggen : « Ik ben met Christus aan het kruis geheven ! »
Trouwvolle beminde der menschen, hoe zal ik U ooit kunnen vergelden, dat Gij mijne zonden op U genomen en met zoo vele zware werken van boetvaardigheid uitgeboet hebt ?
Onschatbare liefde, die ik niet genoeg kan loven! Ik heb gezondigd, en Gij deedt boete. Ik heb voor God zoo vele schulden opgestapeld, en Gij betaalt ze voor mij !
|
BLOESEM UIT DEN SERAF. HOF VAN ASSISIE. 105 |
. .. - v A' ÜV' | |||
|
Bij het begin Uws strengen levens sloot Gij, 0 Heer ! een verbond met de armoede, waarin Gij wildet leven en sterven. De honger dreef U en Uwe leerlingen soms tot het plukken van korenaren en de korrels te eten, gelijk de arme menschen. Gij, 0 Heer ! gingt zoo deemoedig door het leven en droegt een armoedige kleeding, gelijk de armen van Gali-lea aanhadden. Met ontbloot hoofd gingt Gij door regen en sneeuw, door hitte en koude. Gij gingt barvoets en bezat in Uw leven niet het geringste eigendom. Gij zeidet zelf, de dieren des velds hebben hunne holen en de vogels hunne nesten. Gij hadt niets, waarop Gij Uw hoofd kondet neerleggen. Deze armoede verwekte bij de joden grooten schimp en smaad voor U. Behalve deze armoede hebt Gij, dierbare Heer! Uw teeder lichaam met vasten en waken en andere boetvaardigheden zoo verstorven, dat het een wonder is, hoe dit alles door U werd uitgehouden. Honger en dorst hebt Gij dikwerf geleden in het zoo warme land. Gij, arme Heiland ! badt, door bovenmatigen dorst gekweld, nederig tot een Samaritaansche vrouw om een dronk koud water. Als de bron des eeuwigen levens, die de Engelen drenkt met bestendige Hemelsche zoetheid ; die als God bronnen en beken voedt, zijt als mensch zoo arm, dat Gij geen dronk water voor U zelf hadt ! Gij, Heer ! hebt zulk een streng | ||||
|
f |
106 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | |||
|
! i | i i' ill 1 IP? i lgt; |
leven geleid om ons te toonen, hoe wij onze zinlijkheid in eten en drinken in toom moeten houden. Ach, laat mij niet ondervinden, wat Gij leert met het ernstig waarschuwend woord: Wee hen, die zich verzadigen, want zij zullen honger lijden. Hoe menig harren tocht en hoeveel doornige wegen hebt Gij bewandeld door onbewoonde, woeste streken en over ruwe gebergten, door regen en storm, door hitte en koude. Gij wandeldet rond als een trouwe herder om de verdwaalde schapen op te zoeken. Hoe dikwerf hebt Gij, beminde Heer ! Uwe voeten bezeerd en verwond! Hoe vele smarten moet Gij toch geleden hebben ! Daarvoor bracht Gij gansche nachten in het gebed door, zoodat de H. Evangelist kon zeggen, dat Gij volgens Uw gewoonte naar den Olijfberg gingt om te bidden. Uw gestreng leven dusdanig overwegende, treft mij zulk groot medelijden met U ; want tot uitboeting mijner zonden gaaft Gij U als'een lam, dat geslacht wordt. Om U, beminlijke Heer ! dit alles te vergelden, wil ik deze H. Communie ontvangen, opdat ik in het vervolg de goddelijke gerechtigheid van Uw streng leven vol offers opdrage tot delging van al mijne schulden en tijdelijke en eeuwige straffen. Ook Uw leven op onze altaren toont mij nog heden hetzelfde offer van Uw heiligen wandel op aarde. Uw armoede en Uw zelfver- | |||
|
i |
VAN ASS1SIE.
loochening onder de gedaante van brood, Uw deemoedige verschijning en zoo vele vergeef-sche toespraken van Uw Tabernakel tot onze harten toonen mij onder andere gedaanten de versterving van Uw leven op aarde hier ten toon gespreid. Laat mij steeds de voornemens gedachtig zijn, die ik heb gemaakt, o mijn God! en prent het lieve beeld van Uw gekruisigden Zoon al dieper en dieper in nr.ijn ziel. Ik word beschaamd, wanneer ik het leven mijns Zaligmakers beschouw, wijl ik niet vlijtiger werd Hem gelijkvormig te worden, ofschoon ik mij reeds zoolang voornam op zijne | wegen te wandelen. Veel en lang moet de mensch strijden, alvorens hij zich geheel leert overwinnen en zijn geheele verlangen richt op U, mijn God. Wie U, Heer ! waarlijk liefheeft, streeft ijverig naar de deugd. Hij zoekt ; geen aardsche vertroostingen, maar wil liever strenge versterving verdragen ter wille van zijn heil. Alzoo wil ik, allerzoetste Verlosser! al mijn hoop en mijn vertrouwen stellen op Uw groote barmhartigheid en op de zoo verwachte hemelsche genade in Uw H. Sacrament.
De liefde tot U, o Heer ! is vindingrijk en vermag door zelfversterving te volbrengen, wanneer zij zuiver en niet eigenbaatzuchtig is. Niemand is evenwel rijker en gelukkiger dan hij, die uit liefde tot U zich zelf en alles verlaat en zich diep vernedert. Wel is waar
|
r | ||||
|
Ir |
108 bloesem uit den serafijnschen hof | |||
|
schijnt mij dikwerf Uw woord zoo gestreng, dat ik mij zelf verloochenen en U op den weg des kruises moet navolgen;maar, daar ik steeds iets te lijden heb, en Gij, mijn God ! niet wilt, dat ik ooit zonder tegenspoed zal zijn, zoo moet ik mijn kruis beminnen, dat mij gewis na een kort lijden op aarde tot Uw eeuwige heerlijkheid zal voeren. Ik smeek uw voorbede in dezen oogenblik, H. Petrus van Alcantara ! Gij waart een wonder en spiegel van boetvaardigheid dergansche wereld. Het gestrenge en verstorven leven van Jezus-Christus hebt gij uit liefde voor uw Heiland nagestreefd. Na uw professie afgelegd te hebben, steegt gij weldra tot zulk een heiligheid opwaarts, dat gij al uwe orde-genooten in gebed en gestrenge werken van boete overtroft.Gij hieldt uwe oogen dusdanig in toom, dat gij een geheel jaar in een cel woondet zonder te weten, waarvan de zoldering gemaakt was. Uwe medebroeders erken-det gij alleen aan hun stem, alhoewel gij drie jaren met hen samengewoond hadt. Het stilzwijgen bewaardet gij zoo streng, dat gij nooit een nutteloos woord na uw professie hebt gesproken. De versterving van al uwe zinnen sprak uit uw vasten en uw nachtwaken. Wegens uwe verheven deugden en voortreflijke heiligheid openbaarde God aan de H. The-resia, dat hij niemand, die in diens naam iets van zijn goedheid begeerde, onverhoord liet. | ||||
|
1 |
van assisie.
Zoo smeek ik thans tot u, groote dienaar Gods, smeek voor mij bij deze H. Communie de genade, de versterving mijner zinnen te beoefenen, zooveel ik eenigszins daartoe verplicht ben, om aan de genade te beantwoorden, die God mij geeft, en om de genade te verdienen, die ik behoef om het eir delooze heil mijner ziel te verwerven.
Dierbare Verlosser onzer zielen ! wijl ons geluk bestaat in Uw navolging, en wijt afsterving alleen ons dit voorrecht kan verschaffen, zoo wil ik met vreugde alle oefeningen dezer deugd in acht nemen. Verwerf mij toch deze genade, dierbare Zaligmaker ! en om mij meer getrouw aan U te maken, zoo prent in mijn hart die onderwijzingen, welke Gij zelf ons over deze deugd hebt geleerd !
Gij, ware Hoogepriester, Jezus-Christus ! die U als een rein, onbevlekt offer op het altaar des kruises voor ons, arme zondaren, aan den Vader hebt opgeofferd, en om ons de vruchten Uwer verlossing ten volle deelachtig te maken, het H. Sacrament ons naliet, zoo bid ik U door deze Uw wonderbare liefde en genade, laat mij toch Uw H. Sacrament met een levendig geloof,met een passenden eerbied en godsvrucht ontvangen. Op Uw woord, allerzoetste Verlosser ! bid ik aan en geloof ik. O Jezus, versterk mijn geloof!
Op Uw dierbaar woord vertrouwend, hoop ik door deze H. Communie ook met de schat-
ICQ
iio bloesem uit den serafijnschen hof
ten des Hemels verrijkt te worden. O Jezus, maak mijn hoop levend en vermeerder haar !
Het doet mij leed, o Heer ! dat ik gezondigd heb en ik wil trachten mij te verbeteren om slechts te leven naar Uw welbehagen. Ik wil U beminnen, allerkostbaarste schat der zielen met al de liefde, waarvoor mijn hart vatbaar is. Ontsteek toch Uw goddelijke liefde in mij !
Zoo onwaardig ik ben, o Heer ! om U te ontvangen, zoo smeek ik toch in vertrouwen tot U, dat Uw H. Sacrament mij toekome tot kwijtschelding mijner zonden, tot verdrijving van booze bekoringen, tot opwekking eener goede meeningen tot heilzame uitwerking van het U welgevallige der deugd en versterving, eindelijk tot een zekeren waarborg tegen alle aanvallen der vijanden van mijn lichaam en : mijn ziel. Amen.
Dankzegging.
MET een groot verlangen, dierbare Heiland ! heb ik naar Uw H. Sacrament uitgezien. Geliefde Bruidegom mijns harten, hoe verheug ik mij, dat Gij U gewaardigd hebt bij mij heden Uw intrek te nemen. Wees duizendmaal gegroet in mijn hart, o dierbare Verlosser mijner ziel ! Het ware geen wonder, wanneer ik door Uw goddelijk Sacrament tot een hemelsch wezen werd omgeschapen. HoeET een groot verlangen, dierbare Heiland ! heb ik naar Uw H. Sacrament uitgezien. Geliefde Bruidegom mijns harten, hoe verheug ik mij, dat Gij U gewaardigd hebt bij mij heden Uw intrek te nemen. Wees duizendmaal gegroet in mijn hart, o dierbare Verlosser mijner ziel ! Het ware geen wonder, wanneer ik door Uw goddelijk Sacrament tot een hemelsch wezen werd omgeschapen. Hoe
1
VAN ASSISIE.
aangenaam bevind ik mij thans door Uw zoete tegenwoordigheid : zij verlicht mijn verstand, zij ontvlamt mijn hart; zij maakt mij vreugdedronken, wijl Gij, mijn God I in mijn hart woont.
Wijl Gij, dierbare Zaligmaker ' thans waarachtig in mijn hart tegenwoordig zijt, zoo kniel ik in den diepsten ootmoed voor U neder en roep uit al mijne krachten : Mijn Heer en mijn God, ik bemin U uit geheel mijn hart en aanbid U met den diepsten eerbied ! Mijn geheugen, mijn verstand en mijn wil bemint en vereert U als zijn geliefden Verlosser. Alle krachten mijner ziel bidden thans in dit H. Sacrament Uw Godheid aan. Ik bemin, loof en omhels ook Uw allerheiligste menschheid. Ik geloof, dat ik U waarachtig met al Uwe volmaaktheden bezit en verheug mij met al uwe schepselen wegens Uw roem en Uw heerlijkheid. Ik vereer en aanbid Uw oneindige Majesteit uit de diepte mijner nietigheid, loof en zegen Uw goedheid. Uw almacht. Uw liefde en barmhartigheid.
Ik wensch, dat Gij, mijn Heiland ! door alle menschen erkend, innig bemind en waardig aangebeden wordt.
Ik bemin U en ben ieder oogenblik bereid duizendmaal te sterven, opdat ik U door een zoo vaak herhaalden dood genoeg liefde kon bewijzen. Zoolang ik leef, zullen mijn hart en mond, al mijne zinnen en krachten U zonder
■ m
a li
|
PT | ||||
|
1 |
112 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | |||
|
li i ; ■ 1 ' |
ophouden beminnen, loven en aanbidden. Al mijne gedachten, woorden en werken zullen slechts lofprijzing wezen van Uw barmhartigheid ! Wat zijn alle blijken van genade, die Gij, mijn Heiland ! Uwen vrienden hebt geschonken, toen Gij nog op aarde wandeldet, tegen diegenen, die Gij mij thans wilt schenken ? Zij mochten met U spreken en met U wandelen, ik echter mocht U genieten in het H. Sacrament. Zij achtten zich reeds zoo gelukkig, dat zij met U mochten omgaan ; tot mij echter kwaamt Gij, getrouwe Zaligmaker ! om in mijn hart Uw woning te nemen. Ach, erkende ik toch deze genade en werd ik zalig verrukt in Uw liefde ! Om mijn dankbetuiging des te krachtiger te maken, offer ik mij geheel en al aan U op en schenk U, wat ik heb en wat ik ben. Het is echter billijk, dat ik ook U, Hemel-sche Vader ! wiens lieven Zoon tot mijn heil in de wereld werd gezonden, een dankoffer aanbied. Alzoo offer ik U Uw lieven Zoon op tot een schuldige aanbidding, vereeringen verhooging van Uw hoogste Godheid. Ik offer Hem aan U op als een dankoffer voor alle genaden en weldaden aan mij ooit betoond. Ik schenk hem U als voldoening voor al mijne bedreven zonden. Ik offer U zijn heilige menschheid op voor de ongehoorzaamheid U bewezen, zijn ootmoed voor mijn hoovaardij: |
| j 1 i i \ 1 i 5 1 1 g r c 5 r C V V d e d d t V d a n | ||
|
jk ji i L. |
van assisie. 113
zijn versterving voor mijn zinlijkheid ;zijn onschuld voor mijne zonden; zijn zachtmoedigheid voor mijn toorn ; zijn liefde voor mijn vijandschap ; zijn godsvrucht voor al mijne gebreken door verstrooidheid en lauwheid; verder offer ik Hem U op tot vermeerdering Uwer eer, opdat ik door Hem verwerf, hetgeen ik ooit aan mijne plichten te kort kwam.
Nadat ik thans U, mijn God, Uw lieven Zoon, mijn zoetsten Verlosser heb opgiofferd, bid ik U in zijn naam, dat Gij mijn hart wilt I bewaren als een zuiveren tempel, als een aan-i gename woning. Verder smeek ik U, dat Gij, mijn God! al de verdiensten van zijn leven, lij-: den en sterven wilt richten naar Hem, op wien ik alle hoop en mijn geheele vertrouwen stel.
Ook smeek ik U, Jezus mijne, wil me door de voorbede van Uw grooten dienaar Petrus van Alcantara de genade verleenen,dat ik mijn vleesch kruisige met zijne lusten en begeerten ; dat ik de zelfverloochening steeds hoogacht en in Uw trouwe navolging gaarne mijn kruis draag ; dat ik het vaste voornemen maak en dikwerf hernieuw Uw voorbeeld, o Heer ! na te volgen en nooit te vergeten, dat een der voornaamste beweegreden van Uw komst op deze aarde is geweest, dat Gij ons God bracht als een Offerlam, naar het vleesch gedood en naar den geest opnieuw opgewekt. Amen.
Bloesem.
114 bloesem uit den sèraf. hof van assisie.
Woorden van den H. Petrus Alcantara.
Het zekerste middel tegen alle bekoring is de vlucht naar het kruis, daar den verlaten en bloedenden Heiland te aanschouwen en zich af te vragen, voor wien en waarom Hij zooveel heeft geleden. En herinneren wij ons, dat Hij voor ons en door onze zonden heeft moeten lijden, zoo bidden wij Hem, dat Hij zulk een monster niet in ons laat leven, hetwelk Hem het leven heeft benomen.Dan make men het teeken des kruises en blijve in vrede.
11. — COMMUNIE-GEBEDEN.
Het Koningschap van Jezus-Ghristus
en de H. Lodewijk.
quot; En zij weeklaagt, hoe het Lam, van geen vlek geschonden. Door de geesels werd verscheurd, aan den paal gebonden ; Hoe 't met doornen wreed gekroond, en om [s menschen zonden Vastgenageld aan het kruis, bloedde uit al zijn wonden quot;
S. Bonavcntura.
Voorbereiding.
|, MIJN Zaligmaker, den Eeuwige, den Onsterflijke, den Onzichtbare, door Wien de koningen heerschen en de heerschers dezer wereld regeeren, die Uw troon hebt opgeslagen in het H. Sacrament en voor alle tijden bevestigd hebt, dien Gij zelf als koning van Uw rijk hebt aangesteld, en de eenige koning in het rijk mijns harten zijn zult, U wil ik in deze H. Communie ontvangen om Uw genadenrijk koningschap te eeren, en om mijn geest en mijn wil, alsook alle tochten van mijn geest aan Uw zoete heerschappij te onderwerpen.
Uw koningschap betuigt Gij plechtig in uw lijden en bevestigt het eveneens glorievol in Uw opstanding.
Het scheen heerlijk uit in Uw Hemelvaart, toen Gij omringd door de verloste rechtvaardigen van het oude Verbond en begeleid door tallooze Engelenscharen in Uw Hemelsch rijk binnentrokt om te zetelen aan de rechterhand
I
li
I 16 bloesem uit den serafijnschen hof
Gods. De milde stralen van Uw koningschap verlichten ook het geloovige volk uit de witte wolk van Uw H. Sacrament en dringen, de liefde ontvlammend,in de diepte onzer harten.
Als koning werdt Gij door het gansche volk der joden verwacht en bij Uw geboorte werd het door de Engelen aan de Herders verkondigd. Uwe leerlingen bleven tot den dag van Uw Hemelvaart in de hoop, dat Gij Uw koninkrijk in Israël zoudt stichten. Maar zij bedrogen zich zeer over de wijze en den aard van Uw koningschap, wijl zij te aardsch waren en er te gering over dachten, Ook waren de omstandigheden en betrekkingen van Uw armoedig leven met Uw koningschap in schreeuwende tegenspraak, gelijk het aardsche menschen gebeurt. Doch door alle nederigheid van Uw armoedig voorkomen straalde Uw Majesteit, en door alle zelfvernedering van Uw openbaar leven blonken Uwe waarachtige, koninklijke deugden. Alle geesten des Hemels dienden U, mijn Jezus. Voor U vluchtten alle booze duivels der hel. Alle krachten der natuur hoorden Uw stem en Uw macht spotte met al de aanslagen Uwer vijanden. De geheimen Gods en het binnenste der menschen lagen voor U open. Uw wondermacht spijsde de hongerigen en genas de zieken. Uw barmhartigheid ontfermde zich over de zondaren. Uw geduld verdroeg zoo lankmoedig de gebreken Uwer Apostelen. Alle liefdedaden van Uw
In
van assisie.
hart drongen echter ten hoogsten top in de schenking van Uw leven aan het kruis, om daardoor Uw volk te redden en alle kinderen Gods te verzamelen. Uw rijk, o Jezus, was niet van deze wereld ; maar het kwam van den Hemel en gaat weer tot den Hemel terug. Uw i kerk noemdet Gij, o Jezus ! het koninkrijk der Hemelen, en zij is, hoewel in deze wereld,toch boven deze wereld. Voor Uw Tabernakel buigen zich millioenen knieën. Uw naam prijzen , millioenen menschen ; voor de belijdenis van Uw H. Naam offerden millioenen hun goed en bloed. Nog heden offeren millioenen aan Uw liefde hun hart en hun leven.
Ons geluk en onze vrede op deze aarde is afhankelijk van onze trouw aan Uw koninklijke macht en van onzen wandel op den koninklijken weg van Uw H. kruis. Gij, Koning der koningen. Heer der heerschers. Heiland mijns harten, eenmaal zullen alle oogen U aanschouwen, ook die, welke U aan het kruis doornageld hebben. Dan zullen alle geslachten der aarde voorU klagen. Dan, dierbare, zoete Zaligmaker! zie mij aan met milde blikken en wees mijner genadig. Laat mij thans een getrouw kind zijn van Uw koninklijk gebied. Laat mijne oogen in Uw ootmoedig leven op onze altaren Uw bovennatuurlijke en koninklijke heerschappij zien, en laat mij nederig buigen onder den milden staf Uwer heer- 1 schappij.
1 i
117
il8 bloesem uit den serafijnschen hof
Van alle christen vorsten heeft geen enkele de koningsdeugden van Jezus-Christus zoo nagevolgd als gij, H. koning Lodewijk ! Gij zocht als vorst de gerechtigheid van Jezus-Christus na te volgen en haar,gelijk bij Hem met de barmhartigheid te vereenigen. Uwe vele plichten verhinderden u niet dagelijks de getijden te bidden van de Moeder Gods en dat wel in het vroege morgenuur, daarna het H. Misoffer bij te wonen en dikwerf door den dag neer te knielen voor het H. Sacrament des Altaars.
Na het H. Sacrament was u niets eerwaardiger dan de H. Overblijfselen van het Lijden des Heeren.
Gij kocht de heilige Doornenkroon van Jezus-Christus en bracht haar zegevierend in de hoofdstad van uw rijk. Gij toogt uit ter bevrijding van de eerbiedwaardige plaatsen in het H. Land. Uwe vele boetvaardigheden waren een bewijs van uw liefde tot het lijden des Heeren. Gij droegt het arme boetgewaad der Derde Orde van den H. Franciscus, en verdiendet door de waarheid uwer woorden de groote hoogachting der ongeloovigen. Gij stierft als de beste koning, als de beste christen, als martelaar van Jezus H. Naam, nadat gij als een H. Belijder der wet van Jezus-Christus hadt geleefd. Smeek ook thans voor mij, H. Lodewijk ! dat ik het Sacrament des Altaars waardig ontvange, dat ik honger en
VAN ASSISIE. HQ
dorst gevoele naar zijn gerechtigheid, dat ik steeds hake naar de komst van zijn rijk en naar de vervulling van zijn H. Wü; dat ik slechts verlange naar de godvruchtige beoefening der deugden van zijn koninklijk, boven-aardsch rijk.
Uw verheven gestalte, mijn dierbare Zaligmaker ! aanschouw ik met de oogen des geloofs in dit H. Sacrament. Gij zijt het volmaakte beeld van heiligheid,van deugd, van onschuld, van zedigheid, van ingetogenheid, van ootmoed, van zachtmoedigheid, van bescheidenheid, van zuiverheid en waarheid, die ik wil navolgen. Ik schenk U mijn hart en bid U het te wasschen in de krachtige wateren van Uw allerheiligste zijdewond, en op betamelijke wijze te versieren met het kostbaar bloed van Uw zoet hart, het op passende wijze bevattelijk te maken voor de welriekende geuren van Uw goddelijke liefde.
Gij, mijn Heiland verborgen in het H. Sacrament ! in welk een volheid van goedheid komt Gij tot mij. Ik geloof, dat Gij in dit heilig geheim Uwer liefde tegenwoordig zijt, o Heer ! vermeerder mijn geloof !
Gij komt met zulk een ootmoed tot mij en duld mij met zulk een langmoedigheid in Uw heilige nabijheid, dat ik stellig durf hopen : Gij zult mij vervullen met den overvloed Uwer genade. O zoete Jezus ! bevestig mijn vertrouwen en mijn hoop op U !
1 20 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Gij komt met zulk een zoetheid en kracht, o Heer! dat ik bij het gewicht mijner gebreken, door Uw genade gesterkt en door Uw liefde ontvlamd word, opdat ik meer en meer langs de trappen der deugd tot U opwaarts stijge !
Ofschoon ik mij onwaardig en ondankbaar, arm en ledig, ingebeeld en verstrooid erken, zoo kom ik toch des te vertrouwlijker tot U, en verlang met groote geestdrift, dat Uw onsterflijke spijze mij verkwikke, Uw liefde mij ontvlamme, Uw barmhartigheid mij bevrijde van mijne gebreken. Uw goedheid mij ver-heuge met de zalving der godsvrucht, en Uw allerheiligst Sacrament in mij voortbrenge rijke vruchten van godsvrucht ter eere van Uw heerlijkheid en tot heil mijner ziel.
O, had ik toch de neigingen van de harten en willen aller menschen, die leven, om daarmede U, mijn hoogste goed, op het hoogst te beminnen. Wie slechts eenmaal Uw zoetheid en lieflijkheid in dit H. Sacrament gesmaakt heeft, kan dit leven zonder de zalige aanschouwing van Uw aangezicht slechts bitter noemen.
Versier mij, o Heer ! met de verdiensten van Uw deugdenrijk leven en bitter lijden, met de deugden en verdiensten van Uw H, Moeder en aller Heiligen van onze H. Orden, opdat ik des te waardiger voor U verschijne. Bereid Gij den grond mijns harten, waarin Gij U gewaardigen wilt te komen wonen, en wel
van assisie.
zoo, dat Uw goedheid het gebrekkige mijner onwaardige voorbereiding wegneme. Amen.
Dankzegging.
borgen God en Zaligmaker, milde ko
ning mijns harten, ik ben te gering om U lief te hebben, te klein om ü waardig te loven. Dierbaarste en zoete Verlosser mijne ! welke dank ben ik U verschuldigd, dat Gij mij. Uw arm schepsel, op zulk een wondervolle wijze bezocht hebt! Ach, ik wil U zelf ten offer brengen, vol verlangen dat Gij alleen in mij leeft. Uw goedheid en Uw barmhartigheid wil ik nimmermeer vergeten. Wees duizendmaal geloofd, o Heer ! geef, dat ik U danken kan, j gelijk Gij het waardig zijt.Gij kwaamt tot mij, o Heer der zoete vreugd ! om alle verdiensten van Uw lijden aan mij mede te deelen en om mij te heiligen. Zoet leven van mijn leven, werk nu in mij datgene, waartoe Gij gekomen j zijl en laat de vrucht van Uw komst bij mij niet ijdel te loor gaan.
Gij kent ook al mijne zwakheden en Gij weet, wat mij ontbreekt. Geef mij ootmoed en reinheid des harten, gelijkvormigheid met Uw heiligen wil, sterkte tegen mijne booze gewoonten, en geduld om alles te verdragen wat mij overkomt ter wille van Uw liefde. Door die oneindige liefde,welke Gij, o Jezus, op deze aarde liet nederdalen en aan het kruis
121
LLEROOTMOEDIGSTE Jezus, ver
|
i |
- | ||||
|
- |
122 BLOESElt UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||||
|
i |
I - |
sterven, laat ook mij in versterving leven voor U, opdat Gij eeuwig leeft in mij. Koning mijns harten ! U stel ik boven alle goederen dezer wereld. Ik geef mij geheel aan U over, met liefde en eerbied mij onderwerpend aan Uw rechtvaardige beschikkingen, opdat alles wat Gij, o mijn God ! in tijd en eeuwigheid voor mij hebt weggelegd, vervuld worde. Ik hoop door dit onderpand van onze glorievolle opstanding. Uw H. Sacrament, eenmaal Uw goddelijk gelaat en Uw volkomen schoonheid te aanschouwen. O, ik wil niets buiten U zoeken. Mijn grootste zorg zij voortaan U waardiglijk te dienen,gelijk Gij voor mijn heil een grenzenlooze zorgvuldigheid hebt gedragen. Kon ik toch, o Jezus mijne ! uit alle harten die liefde, welke niet uit U is, uitroeien en Uw liefde overplanten, opdat allen door Uw liefde ontvlamd en verteerd worden. Mijn hart echter behoort U, bezit het, verlicht het, en maak het bereid voor Uwe heilige geboden. Het is een hemelsch leven om zich in alle dingen te richten naar Uw heiligen wil, o God ! Neem alzoo alles van mij, wat de uitwerkselen Uwer macht en genade in mij hindert. Reinig mij van alle ongetrouwheid en vervul mij met Uw genade en wijsheid. Zoet gezelschap, welk een genot immer met U te zijn ; zoet leven ! met U, mijn Heiland! te lijden en te sterven! Noch bedrog der zinnen, noch menschenvrees,maar UwH. |
i f 2 \ l V c e s t c 1 t h b | ||
|
f li |
L |
van assisie.
Wil zal het richtsnoer van mijn leven wezen. Prent toch in mijn hart met onuitwischbare letteren de wet Uwer liefde. Zoete Jezus ! Gij weet, hoe gaarne ik bij U zou zijn. Alleen wil ik geduldig wachten en al mijne verlangens in Uw hand leggen. Wilt Gij mijn pel-grimsreize verlengen, zoo wil ik met Uw god-delijken bijstand hierbeneden strijden en wachten ; opdat ik het echter gewilliger doe, wil ik steeds ten Hemel blikken, waar mijn Vaderland lacht, mijn vrede, mijn vreugde en mijn zalig leven. Geef mij niet over aan mijne fouten en hartstochten. Bedenk, dierbare Zaligmaker mijner ziel 1 dat ik het werk Uwer handen en door Uw kostbaar bloed verlost ben.
Laat mij niet de buit worden van de duistere machten.
Eeuwige, hemelsche Vader! zie neder op het lijden van Uw Zoon, wiens verdiensten voor mij om barmhartigheid roepen. Door deze ruk ik mij los van de liefde dezer wereld, en laat, wanneer mijn uur slaat, mij dan sterven met overgeving, met geloof, met vertrouwen en volmaakte liefde. Ondersteun Gij, oneindige macht, mijn machteloosheid ; verlicht mijn duisternis, heb geduld met mijn boosheid. O Goedheid, o liefde, o wijsheid, ach, hoe laat heb ik U erkend,en hoe laat heb ik U bemind!
Allerzaligste Maagd Maria, Godminnende,
123
124 bloesem uit den serafijnschen hof
liefderijkste en beminnenswaardige Moeder ! verkrijg voor mij bij Uw Zoon de genade, om al zijne inspraken zorgvuldig gehoor te geven, en leer mij al de deugden, door wier beoefening op aarde Gij het Goddelijk welbehagen hebt verworven. Bid Uw lieven Zoon, goede Maagd Maria! dat Hij in zijn H. Sacrament niet eerder van mij scheide, alvorens Hij aan mijn ziel de volheid zijner zegeningen heeft medegedeeld.
H. Koning Lodewijk ! smeek voor mij door deze H. Communie de genade, dat ik de ijdelheden van het aardsche gelijk gij erken-ne, en alleen naar de eeuwige,onvergankelijke goederen streve, welke God aan allen beloofd heeft, die Hem liefhebben, en die Hem in liefde dienen. Amen.
Woorden van den H. Lodewijk.
Hoor gaarne naar Gods Woord en behoud het in uw hart ; heb vreugde in het gebed ; vergeef gaarne.
Vlucht het gezelschap der boozen. Duld nooit, dat iemand achter uw rug of lasterlijk iets zegt van uw evenmensch.
Dank God voor alle goed, hetgeen Hij u heeft bewezen om u nog andere weldaden waardig te maken.
Bewijs uw vader en uw moeder hooge eere en achting; vervul hunne geboden.
van assisie.
Verlies nooit uit het oog, wat Jezus voor onze verlossing heeft gedaan.
Wees goedhartig voor allen ; help hen met troost of aalmoezen, wie gij kunt.
Bevlijtig u steeds zoo volmaakt te zijn,dat allen,die u zien of hooren,een goed voorbeeld aan uw gedrag kunnen nemen.
Bevorder het goede op alle plaatsen, zooveel het in uwe krachten ligt.
125
12. — GOMMUNIK - GKBEDEN.
Ter eere van de H.Maria der Kngelen,
de Patrones der Serafljnsche Orden.
— Voorbereiding. -
ieilige Maagd Maria, koningin der Engelen, door Uw voorbede verkreeg de H. Serafljnsche Vader Franciscus alles, wat hij tot welzijn en troost der volkeren en tot roem van Jezus-Christus begeerde. Uw harte neigde zich telken male tot Uw geliefden Zoon, zoo dikwerf de Heilige tot U zijn toevlucht nam. Gij werdt door hem als de Patrones der geheele Serafljnsche Orde vereerd. Daarom wil ik ook U, H. Moeder Gods, Koningin der Engelen, heden vereeren, en het oneindige geheim van de liefde Gods in het H.Sacrament des Altaars ook ter Uwer eere vieren. Neig thans in dit feestelijk oogen-blik Uw milddadig hart tot Uw lieven Zoon, opdat ik door zijn H. Sacrament groote genaden ontvangen mag.
Zoete, allerliefste Zaligmaker! mijn hoop en mijn vertrouwen, mijn geluk en mijn heil, met welk een innige liefde en godsvrucht wenschte ik U op dezen morgen te ontvangen. Had ik de taal der Engelen, hoe gaarne zou ik mij uitstorten in Uw lof, en hoe godvruchtig zou ik den lof van Uw heiligen naam
BLOESEM UIT DEN SERAF.HOF VAN ASSISIE. I 2 7
midden in Uw tempel prijzen ! Wijl ik U echter niet zoodanig kan loven, zoo bid ik U, zie niet op hetgeen ik doe, maar op hetgeen ik wenschte te kunnen doen. Ik verlang met groote begeerte U door deze H. Communie te verheerlijken ; want U komt alle lof, alle dank en alle eer toe ! Gij, die het verborgene ziet, weet ook, dat ik U meer beminnen wil dan de wereld en alles, wat er in is ; dat ik U beminnen wil en dienen, zooveel in mij is. Laat, goede Zaligmaker! Uw reine, honigvlietende liefde in mijn ziel vloeien. Ontvlam mij met den Serafijnschen gloed Uwer liefde. Vervul mijn hart met Uw zacht- j moedigheid en vreugde, met Uw vrede en Uw verlangen, hetwelk heilig is en kuisch, ; opdat ik Uwer steeds gedenke op den dag en in U ruste gedurende den nacht. Uw geest smeeke in mij, en het licht van Uw bezoek verlichte mijn hart, opdat ik door Uw leiding van deugd tot deugd opstijge. Vervul mijn hart,goede Verlosser! met Uw oneindige liefde en Uw gestadig aandenken, opdat ik U met mijn geheele ziel aanhange en U altoos in het harte, in den mond en voor oogen hebbe.
Gij zelf zijt het, mijn Heiland ! die nu tot mij komt. Ik geloof aan Uw woord, gelijk Maria de Hemelboden geloofde; ik buig diep voor Uw allerhoogste Majesteit en zeg : « Zie, de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar Uw woord ! »
128 ÜLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Toen Gij op aarde kwaamt, zijt Gij, o zoete Heiland ! slechts van den Hemel gestegen om een ander Paradijs binnen te treden. Gij hadt Uw woning van het oogenblik der onbevlekte Ontvangenis van Maria door de geheele volheid Uwer genade voorbereid. Zij was U getrouwer dan alle Engelen en menschen samen genomen. Toch wildet Gij, dierbare Heiland ! niet in het hart van de Koningin der Engelen, maar wel in mijn arm hart rusten. Welk een genade en goedheid is dat! Elizabeth verootmoedigde zich, daar zij het bezoek van Maria ontving en sprak : « Vanwaar komt mij deze eer? » Tot mij komt echter niet de Moeder Gods. Gij zelf, mijn God en Heiland ! wilt mij heden bezoeken en wel op zulk een innige wijze, dat een nauwer ver-eeniging zelfs niet gedacht kan worden.« Wie mij eet, » zegdet Gij,« die blijft in Mij en Ik in hem. » Mijn God, hoe bewonder ik Uw goedheid ! Daar ik echter zelf het voorwerp dier goedheid ben, zoo verzink ik in mijn nietigheid en smeek tot U,dat Gij mijn nietigheid mij duidelijker doet kennen, opdat, wanneer Gij tot mij komt, alles in mij Uw roem. Uw barmhartigheid en Uw almacht prijze !
Gij wilt mijn hart,dierbare Zaligmaker! eveneens tot een plaats Uwer genade en vreugdemaken, gelijk het hart van Maria. Ach, hoe grootmoedig en liefdevol toont Gij U aan mij ! Wat kan ik heden anders doen, zoete
|
:!quot; 91 | ||||
|
VAN ASSISIE. 129 | ||||
|
j J 1 e r . L- r ït n P r- e k sv P n cr-3 1- 1-gquot; n te |
Zaligmaker ! als berouw gevoelen over de talrijke zonden, waardoor ik U, mijn hoogste goed, verloren heb, gelijk ook over degene, waardoor ik U wel niet verloor, maar toch ten zeerste griefde? Neem mijn berouw aan, mijn Heiland ! mijn innige droefheid en mijn smart over de vele zonden, gebreken en ongetrouwheden in Uw heiligen dienst. H. Maagd Maria ! bij de vreugde, die U met het bewustzijn vervulde, dat Gij Hem droegt, dien Hemel en aarde niet bevatten konden, sta mij thans bij en bid voor mij, dat de liefdevolle Verlosser mijn ziel voor zijn H. Sacrament voorbereid vinde. Wees de onuitspreeklijke vreugde gedachtig, die Gij ondervondt, toen de allerheiligste Drievuldigheid U met het prachtvolle gewaad der eere bekleedde en U verhief boven alle schepselen des Hemels en der aarde. Welk een onuitspreeklijke eer, welk een ondoorgrondlijke genade, welk een onvergelijklijke vreugde werden Uw deel bij Uw verheffing tot Koningin des Hemels! Alle Engelen beschouwden U met bewondering, vielen met den diepsten ootmoed voor Uw troon neder en vereerden U als hun glorierijke Koningin. Aan al deze vreugde herinner ik U op dezen morgen en wensch haar te eeren met mijn geringe godsvrucht. Mij aansluitend bij dezen ootmoed en liefde, waarmede alle Engelen en Heiligen |
|il | ||
|
Bloesem. «» |
j |
130 BLOESEM UIT DEN SERAF1JNSCHEN HOF
voor U zijn nedergevallen, doe ik voor U, de Koningin des Hemels en der aarde, een ootmoedige voetval en loof U met een hart van liefde vervuld wegens Uw oneindige heerlijkheid in den Hemel. Ik zweer U liefde en trouw en begeer ook in Uw dienst te volharden al de dagen mijns levens. Blijf mij ten allen tijde genegen, lieve Koningin der Engelen. Smeek vele genaden voor mij af en laat mij de goederen der schepping en de genaden der verlossing toch voortdurend gebruiken tot mijn heil. Heilige Moeder, omhuif mij met Uw genade en goedheid. Wend Uwe bemin-lijke en milde oogen naar mij en behoud mij steeds in Uw koninklijke bescherming. Gij bemint toch de zielen zoo teederlijk, die er naar streven in ootmoed te leven en waardig te communiceeren.
Moeder van barmhartigheid, wees thans de belofte gedachtig, die Uw lieve Zoon U gedaan heeft, toen Hij met groote liefde tot U sprak, dat Hij degenen, die zijn H. Naam aanroepen en een voortdurend vertrouwen op U zullen stellen, een waar berouw over hunne zonden, kracht voor de boete, sterkte voor het goede te doen, en daarna het eeuwig leven zou schenken. Steunend op dit vertrouwen roep ik U met heeler harte aan en bid U. verwerf mij door deze H. Communie zulke kostbare genaden. Verwerf mij het voorrecht te leven zonder zonden. Gij weet zeer
van assisie.
goed, H. Moeder, hoe zwak en onstandvastig in het goede ik ben, hoe licht ik van mijn goed voornemen afdwaal. Gij weet, hoe zwaar het mij valt, boete te doen en een leven vol versterving te leiden.Daarom bid ik U, draag mijne belangen op aan Uw lieven Zoon en verwerf mij de sterkte tegen mijn kwade natuur te strijden als een kostbaar geschenk der huidige H. Communie, die stellig niet voorbijgaan zal zonder buitengewone genadegaven. Amen.
H. Engelen,die vol bewondering en eerbied opziet tot de nederige Maagd des Heeren, die haar God en Heiland droeg, hebt medelijden met mij, daar mijn hart, eerst het mikpunt der zonde, thans de woontente Gods gaat worden. Smeekt voor mij in dezen verheven stond, opdat ik Hem waardig ontvange, in wiens ongevlekte klaarheid gij zweeft als in een zee van blijdschap, en wiens verrukkende schoonheid gij in heilige huivering aanbidt, Jezus-Christus, onzen lieven Heeren Verlosser, die in het H. Sacrament des Altaars worde geloofd en geprezen van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Dankzegging.
ALMACHTIGE, God van Hemel en aarde, Gij hebt U gewaardigd tot mij af te dalen en in mijn hart Uw woning te kiezen. Dit voorrecht, waarmede Gij de K.o-LMACHTIGE, God van Hemel en aarde, Gij hebt U gewaardigd tot mij af te dalen en in mijn hart Uw woning te kiezen. Dit voorrecht, waarmede Gij de K.o-
132 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHliN HOF
ningin der Engelen begiftigted, hebt Gij heden ook aan mij verleend. O, hoe verrukkelijk maakt mij zulk een zoet bewustzijn. In vreugde en blijdschap jubelt thans mijn ziel ! Wie zal mij echter thans de kracht schenken, U met die innigheid te aanbidden, waarmede U de Koningin der Engelen heeft aanbeden? Het bewustzijn harer nederigheid en onwaardigheid had zij in dat geheiranisvol oogenblik van Uw hoogheerlijke komst onderdrukt, wanneer Uw liefde haar niet te hulp gekomen was en niet die onuitspreeklijke vereeniging van Schepper en schepsel bewerkt had. Voelde ik ook niet zoo levendig mijn nederigheid die toch door zooveel goeds grooter is, zoo zie ik wel in, dat Gij, allerliefste Zaligmaker ! ontelbare hinderpalen uit den weg moest ruimen om in mijn hart af te dalen, Wat kan ik doen, dat Uwer waardig is,en eenigermate vergoeding kan bieden , dat Gij, het hoogste goed, uit liefde tot mij zijt nedergedaald om mij op te zoeken ? Ik wil U met een aandachtig gemoed aanbidden, en deze aanbidding vereenigen met de lofprijzing van Maria, wier leven een onafgebroken lofzang der groote daden van Uw liefde was. Haar ziel was bewogen van vreugde, en haar mond vermocht ternauwernood een zwakke uitdrukking der vreugde te stamelen, die haar zuiver hart vervulde, toen Gij, dierbare Heiland ! daarin waart neergedaald. Vol hooge begeestering riep zij uit;
VAN ASSISIE.
« Gij,die machtig zijt hebt groote dingen aan mij gedaan, Uw naam is heilig ! » Ook mij, dierbare Verlosser ! hebt Gij uit duizenden verkoren door de genade van Uw H. Sacrament, Gij die mij dit zoo dikwerf hebt toegestaan, Ik bezit U thans geheel en erken de waarde van Uw komst. Gij hebt mij op de zachte wegen Uwer barmhartigheid geleid tot de onuitputbare genadebron Uwer H. Geheimen. O, hoe wenschte ik U te prijzen, dierbare Zaligmaker ! Gij die de hulpbronnen Uwer liefde voor mij vermenigvuldigd hebt.
Wijl ik echter in de liefde nog zoo zwak en in de deugd zoo onvolmaakt ben, zoo is het noodzakelijk voor mij door U gesterkt en getroost te worden. Verlos mij alzoo van de booze hartstochten en genees mijn hart van alle ongeregelde neigingen, opdat ik inwendig genezen en gesterkt, tot beminnen geschikt, tot lijden gesterkt zij en trouw in het volharden.
Heer, daar ik U bemin, zoo wil ik thans in U en alleen voor U leven, gelijk Gij thans in mij leeft. Uw beminlijke tegenwoordigheid bracht bij Maria een volmaakte overgave van zich aan U en aan Uw eer. Maria putte uit deze innige verbinding een duurzame overgeving aan Gods heiligen wil, die haar de kracht schonk om al de wachtende beproevingen te verdragen. Mijn dierbare Zaligmaker, Gij hebt door Uw liefdevol bezoek ook aan mij
133
134 bloesem uit den seraf. hof van assisie.
I® i
li Wi
n i
heden Uw goddelijke kracht medegedeeld.Tot op den stond, dat ik van deze wereld moet scheiden en voor U zal verschijnen, gevoel ik wel, welk een harden en doornigen weg ik nog in dit tranendal heb af te leggen. Maar met Uw liefde en gesterkt door Uw genade kom ik alle moeilijkheden te boven. Hoe zou ik U niet van uur tot uur voortdurend meer beminnen, wanneer ik aan de inwendige binnenkomst denk, die Gij heden in mijn hart hebt gehouden, en die Gij vernieuwen zult, zoo dikwerf ik daarnaar vurig verlang.O, Jezus, mijn God en mijn Al ! laat mij in U leven en sterven ! Amen.
Minnelijkste Maagd Maria, koningin der Engelen, door ü hebben wij den Zoon Gods ontvangen ; door U is de Heer des Hemels tot mij gekomen, en heeft mij zijn H. Hart medegedeeld. O Maria, glorierijke koningin der Engelen, stralender dan de Cherubijnen, roemrijker dan de Serafijnen, houd niet op voor mij te bidden, opdat ik voor alle aanvallen des duivels en voor alle schade bevrijd blijve ; opdat de giftige pijlen van den boozen vijand op geen wijze mij kunnen benadeelen. Bescherm mij in leven en bij sterven, opdat ik onder Uw moederlijke schuts zalig sterve, U in den Hemel mijn dank betuigen, en eeuwig mijn lof en aanbidding mag jubelen voor den troon des drieëenigen Gods. Amen.
—O-
-O—
- Voorbereiding.--
feWmfc^AARUw wensch, dierbare Zaligmaker! Iliy en naar het voorschrift van onzen RJgamp;fl H. Vader Franciscus, om dikwerf de afgestorvenen in het gebed en door goede werken te gedenken, wil ik heden morgen de H. Communie ontvangen, opdat de arme zielen, die nog toeven in het land der schaduwen en in de duisternis van het verbanningsoord, door Uw H. Sacrament getroost en verheugd worden. O Heer, ik kniel allerootmoedigst voor Uw heilig aangezicht en roep Uw machtige barmhartigheid aan in vereeniging met de Kerk, onze beminde Moeder, om te bidden voor de arme zielen.
Hemelsche Vader, ik bid Uw vaderlijk hart met aandrang, sta mij toe heden de arme zielen te bezoeken, die nog boeten in het vagevuur, en de schatkamer te naderen van het allerheiligste en verwonde hart Uws geliefden Zoons, om daaruit te ontvangen door deze H. Communie den rijken schat van al Uw lijden en Uw droevig sterven en zijn kostbaar bloed uit te storten, opdat de pijnen en smarten der arme zielen verminderd worden. Laat
de voorbede der Kerk en van de allerzaligste ___
-
136 BLOESEM UIT DEN SERAF1JNSCHEN HOF
Maagd en Moeder Gods Maria ook hen bijstaan.
Koningin des Hemels en Moeder van barmhartigheid, herinner U toch, dat Uw geliefde Zoon ons allen als kinderen aan U heeft gegeven. Kom met mij, trouwe Moeder, en help mij troosten en verlossen de kinderen, die U toebehooren ! Uw gebed wordt altoos door God verhoord. Moeder der genade, met de groote schare der uitverkorenen en vooral in vereeniging met alle Heiligen onzer Serafijnsche Orden, wier gebed opwolkt als de geurende wierook, met alle koren der lieve Engelen breng ik heden mijn godsvrucht voor den troon des Heeren. Mogen alle gebeden en alle goede werken, vooral de vruchten van het H. Offer der Mis, alsmede al het goede, dat thans op de geheele aarde geschiedt, tot hun zaligheid strekken. Deel, H. Moeder! al dit goede heden onder hen uit, opdat zij weldra het eeuwig leven mogen binnengaan.
Nu ben ik evenwel niet waardig, dat Gij, beminlijke Heiland ! mijn gebed verhoort, en heden in Uw allerheiligst Sacrament tot mij komt, wegens mijne vele zonden. Maak alzoo rein door het Serafijnsche vuur van den H. Geest, mijn hart, dat heden Uw H. Sacrament zal ontvangen en mijne lippen, opdat zij U waardig loven en prijzen. Geef mij den geest van godsvrucht, opdat ik met aandrang bid-
■
i!|i
II if
van assisie.
den mag tot U, zoete Heiland, Jezus-Chris-tus, voor de arme zielen in 't Vagevuur.
Geliefde Zaligmaker! Gij, die mijn hart doorvorscht, laat mij U meer en meer erkennen ; vertoon U aan mij, mijn Trooster ! opdat ik U, het licht mijner oogen, aanschouwe. Kom, vreugde van mijn hart! opdat ik U be-minne, U het leven van mijn geest! Verschijn mij heden, Gij, mijn zoete troost, mijn leven, mijn Heer en mijn God ! Prent heden in deze H. Communie Uw beminlijk beeld diep in mijn ziel! Laat mij U vinden en U bij mij houden, Gij, de liefde mijner ziel. U omhels ik, mijn hemelschen Bruidegom, en mijn alles. U wil ik zoo gaarne in mijn hart bezitten, mijn zalig leven en de hoogste vreugde mijner ziel. U wil ik beminnen, allerzoetste Heer. Wees mijn sterkte, mijn kracht, mijn toevlucht en mijn hulp door dit hoogheilig Sacrament.
Mijn hoogste goed, zonder hetwelk er geen goed bestaat, open mijn oor, daar Gij heden in mijn binnenste tot mijn ziel spreekt. Verlicht mijn oog, opdat het zich van de wereld afwende. Verhelder mijn blik, opdat deze voortdurend naar U gericht zij. Ontsteek in mij een innig verlangen naar U, opdat ik den welriekenden geur uwer deugden naijle en den smaak ontvange, die leert, hoe zoet Gij, o Heer! voor degenen zijt, die U liefhebben.
Beminlijke Verlosser! geef mij een hart, dat U alleen lief heeft, een neiging, die U eert.
137
138 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
een verstand, dat U erkent, een wil, die naar U verlangt. O leven, waardoor ik leef, en zonder hetwelk ik verloren ga, vervul mijn hart met de genade van uw H. Sacrament. Ik geloof vast, dat Gij, dierbare Verlosser mijner ziel, waarachtig, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in dit Allerheiligste Sacrament. Trek mij tot U, mijn vreugde, want mijn hart springt op bij de gedachte aan U, en op Uw barmhartigheid rust al mijn hoop. Voed mij met deze zoete zielespij s van Uw H. Sacrament en leid mij als mijn gids. Wees mijn licht, mijn vreugde en mijn verzadiging, U alleen bemin ik.
Verdrijf de duisternis van mijn geest, opdat hij zich verlate op U en U beminne, zich zelf vergete en alleen in U zich gelukkig be-vinde.
God des Hemels en der aarde, neig Uw oor tot mijn smeekgebed en vergeef mij, wat ik, door overmaat mijner zwakheid, tegen U heb misdreven.
Ik heb berouw over al mijne zonden, zoowel groote als kleine, in de droefheid mijns harten. Zie niet neer op mijne zonden, maar op Uw groote barmhartigheid en de groote smart mijner ziel. Bevrijd mij van alle booze gedachten en vergeld mij niet naar mijne daden. Ik werp mij neder voor Uw goedheid. Erbarm U mijner, die zucht onder den last mijner boosheid. Verlos mij uit deze boeien
■
üi
■
van assisie.
en genees mijne verborgen wonden, die U alleen bekend zijn, Gij, die langzaam kastijdt maar haastig erbarmt. Keer mijn vrees om in vreugde. Verscheur het kleed mijner droefheid en geef mij Uw inwendige vreugde en zoete zaligheid, opdat ik, vereenigd met U, alles bezitte, en U met den Vader en den H. Geest eeuwig love. Amen.
Heer Jezus-Christus ! Gij, het teeder Lam Gods. Ik omhels U uit geheel mijn hart. Ik groet Uw goddelijk Hart in dit H. Sacrament, waarin onze hoogste zaligheid verborgen rust. Zoete rustplaats der Godheid, mijn hart herinnert U thans aan het inwendig lijden van Uw H. Hart, dat Gij drie en dertig jaren van Uw leven verdragen hebt. Erbarm U over de arme zielen door Uw getrouwe gehoorzaamheid, Gij, die den wil Uws hemelschen Vaders nooit overtreden hebt! Zachtmoedig Lam, ik wensch uit de volle begeerte van mijn hart, dat Gij mij veroorlooft de overvloedige zegeningen van Uw H. Sacrament mede te deelen aan de zielen des vagevuurs. Laat hen verkwikking vinden in hun zwaar lijden en schenk hen thans het kostbaar bloed, dat Uw goddelijk Hart ontstroomt in den offerkelk onzer altaren en in de zielen van Uwe geloo-vigen, wanneer zij Uw H. Sacrament waardig ontvangen. O getrouw, maar bedroefd Hart! hoe zwaar hebt Gij geboet voor de mensche-lijke ellende ! Door al de pijnen van Uw edel
139
140 bloesem uit den seraf1jnschen hof
Hart schenk mij heden een waardige H. Communie en de geloovige zielen, voor wie ik deze opdraag, de binnentrede Uwer zaligheid. Amen.
Dankzegging.
W milde goedheid, dierbare Zaligmaker!
zij geprezen in Uw teedere minzaamheid, krachtens welke Gij mij op dezen morgen bezocht in Uw Allerheiligste Sacrament. Alles zwijge thans in mij. Mijn Heiland, spreek Gij alleen door de toevloeiing Uwer genade tot mij, en verlicht mij, Gij die alles weet, wat ik te kort kom. Kwets mijn hart met de pijlen Uwer goddelijke liefde, en laat mij nergens vrede en genoegen vinden dan in U, mijn zoete Jezus ! Verdrink mijn ziel in de zee Uwer oneindige barmhartigheid ; verwijder van mij alle verhinderingen van Uw genade, en laat mij naar niets anders verzuchten dan naar Uw groote eer. Gij bemint mij, o J ezus ! met eeuwige, onbegrensde liefde ; want was Uw .iefdc niet zoo onmeetlijk groot, zoo hadt Gij mij reeds lang verstooten. Uw goedheid, mijn Heiland! wilde over mijn boosheid zegevieren ; wasch mij met de tranen, welke Gij voor mij hebt vergoten ; zalf ; j mij met de myrrhe Uwer smarten. Bind mij met den keten Uwer liefde ; wasch mij in Uw bloed en beziel mij door Uw Verlossing. Uw goddelijke liefde doortintele mijn ziel, en ver-
van assisie.
banne van mij alle aardsche liefde. De genade, welke Gij, dierbare Zaligmaker! mij heden door Uw H. Sacrament hebt verleend, moge mij eenmaal opvoeren tot Uw hemelsche glorie. Gij wilt, o Heer, dat wij eenmaal komen, waar Gij thans troont. Welk een troost ondervindt mijn gemoed, dierbare Zaligmaker ! Welk een genot verhoogt mijn borst, welk een vreugde beweegt heden mijn hart, wijl Gij thans daarin woont, en het Uw genade mededeelt !
Mijn God, wanneer ik de harten en tongen van alle schepselen bezat, zoo was ik nog niet in staat om U waardig te danken voor de genade, mij verleend. Wanneer mijn hart de gebeden en zuchten van alle geloovige zielen voor zich alleen vergieten en uitstorten kon, om U te danken, zoo was dit te weinig en te gering. Wanneer ik de wijsheid der Engelen bezat, zoo kon ik nog geen voldoende dankbetuiging stamelen. Dierbare Jezus mijne ! dewijl mijne krachten alzoo te kort schieten, zoo zal de onbevlekte maagdelijkheid van Maria, den jubel, den lof en den dank van alle Engelen en Heiligen vertolken, waarmede ik mijn dankzegging vereenigen en uitspreken wil : Eer, lof en dank zij God den Vader, den Zoon en den H. Geest zonder einde. Amen.
Glorievolle Maagd Maria, mocht ik de genade hebben,U in Uw heerlijkheid na te volgen en bij U binnen te treden in het hemelsch Jeruza-
141
142 bloesem uit den serafijnschen hof
lem! O mijn lieve Moeder ! wanneer zal dat geschieden ? Ach geschiede het weldra ! Alzoo bid ik U door al de eer be wij zingen, die U door de Engelen en Heiligen worden bewezen, verwerf voor mij van de goddelijke barmhartigheid de genade, dat ik steeds op den weg Uwer navolging wandele en eenmaal bij U en mijn Heiland mag aankomen. Koningin des Hemels, Gij laat geen bede onverhoord, wijl Gij het Hart van Jezus kunt bewegen. O smeek het voor mij, opdat ik door U behoude, wat ik door eigen verdienste niet kan bereiken. Ik ben de eeuwige heerlijkheid onwaardig, hoop echter van Gods goedheid en Uw liefderijke voorbede hetgeen ik zelf niet verwerven kan. Alzoo neem Gij, allerzaligste Maagd! mijn heil in Uw hand. Sta mij bij in elk gevaar, en laat niet na te bidden, tot Gij mij binnengevoerd hebt in de eeuwige heerlijkheid des Hemels. Amen.
O Heer Jezus-Christus, nadat ik U thans ootmoedig voor deze Hemelspijze gedankt en voor mij gebeden heb, smeek ik ook tot Uw goedheid en barmhartigheid voor de geloovige zielen. Trooster der bedrukten, mijn hart en mijn ziel herinnert U aan het groote geduld, dat Gij aan het kruis getoond hebt, terwijl Gij bovendien een innig medelijden deedt blijken met hen, die U vervolgden en bespotten. Alhoewel Gij door groote smarten ternauwernood kondet spreken, hieft Gij,zooveel Gij vermocht,
■
VAN ASSISIE.
Uwe heilige oogen ten Hemel en spraakt: « Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen ! Medelijdend Hart vol goedheid, erbarm U over de geloovige zielen. Vergeef hun door Uw goedheid allen nijd, haat en afgekeerdheid, waarmede zij U beleedigden en hun naasten niet vergaven noch vergeven wilden! Zie, zij hadden vrees voor Uw aangezicht ! Ach goede Heer ! Gij, die Uwe oogen niet hebt afgekeerd van hen, die U bespuwden, wend ook Uwe barmhartige oogen niet af van de geloovige, arme zielen, voor wie ik U heden aanroep. Zij smeeken tot U gelijk de moordenaar aan het kruis tot U smeekte. Heer, gedenk hen in Uw rijk ; laat hen niet eeuwig van U gescheiden blijven. Verlos hen en schenk ze kwijtschelding, opdat zij Uw goedheid eeuwig loven.
O Heer Jezus-Christus ! zoo dankbaar mogelijk betuig ik U mijn erkentelijkheid voor Uwe vijf H. Wonden, waarmede Gij onder de grootste smarten aan het kruis hebt gehangen. Gedenk, hoe Uw edel Hart met een lans werd doorstoken, en daaruit bloed en water vloeide tot afwassching van al onze zonden. O Heer, besproei ook met dezen heilzamen dauwde zonden der arme zielen des Vagevuurs. Schenk hun tot afkorting des lijdens Uw edel, doorstoken Hart. Laat over hen vlieten het bloed en water, dat daaruit vloeide, opdat zij daardoor gereinigd worden van al hunne vlekken.
us
144 bloesem uit den serafijnschen hof
Toon Uw hemelschen Vader voor hen Uwe heilige stralende vijf wonden, en verzoen hen weder met Hem. Gedenk tevens, hoe de speer het hart van Uw lieve Moeder doorstoken heeft, daar zij onder het kruis deze smartvolle dingen aanschouwde. Door Uwe smartenrijke tranen richt deze arme zielen op en bevrijd hen, o Heer !
Beminde Jezus, mijn hart herinnert U aan de beklagenswaardige afneming van het kruis! Met welke bittere tranen zijt Gij beweend geworden ; met welk een groot verlangen werdt Gij door Uw lieve Moeder ontvangen en op haar schoot gelegd ! Hoevele heete tranen heeft zij op Uw H. Lichaam vergoten ! Met welk een droefenis heeft zij Uwe H. Wonden gekust, hoe vol medelijden beschouwd dat genadenrijke gelaat, de wellust der oogen van alle Engelen ! Moeder Gods, hoe bezaagt Gij zijne gebroken oogen, thans door water en bloed geheel verduisterd 1 Hoe beschouwdet Gij zijn koninklijk hoofd met scherpé doornen ten bloede doorstoken ! Gij bezaagt zijn verwond lichaam en rug, waarop alle zonden der wereld gestapeld waren. Welk een treurnis, welk een medelijdende klachte! Thans leg ik, o Heer ! aan Uwe voeten op den schoot Uwer beminde Moeder, de geloovige zielen mijner geliefde........., alsmede diegene mijner vrienden, bekenden en weldoeners en aller geloo-vigen, die met zulk een groot verlangen van
VAN ASSISIE.
I45
Uw barmhartigheid verwachten, dat Gij ze in Uw vreugde zult opnemen. O Heer, neem hen vreugdevol in Uw rijk op, gelijk Uw lieve Moeder U vol treurnis van het kruis nam en omhelsde. Ik offer haar godsvrucht en bittere tranen op, in vereeniging met deze H. Communie voor al hetgeeiVde geloovige zielen nog aan haar boete verbindt. Amen.
Bloesem.
■—
^_
AANHANGSEL van toepasselijke
Gebeden, die bij de H. Communie
kunnen aangewend worden
Morgengebed.
(Wanneer men opstaat, maakt men het H. Kruisteeken en zegt:)
jIJN God 1 Ik bid U aan, ik bemin U uit geheel mijn hart. Ik dank U voor alle weldaden, die Gij mij bewezen hebt en vooral, dat Gij mij dezen nacht zoo genadig hebt bewaard.
Alles, wat ik heden doen of lijden zal, offer ik U op; ik vereenig al mijne handelingen en mijn lijden met het lijden van Jezus en Maria en maak de goede meening alle aflaten, waaraan ik heden kan deelachtig worden, te zullen verdienen.
Ik neem mij voor de zonden te vluchten (wij moeten hier ons besluit richten naar de gebreken, waaraan wij ons het meest schuldig maken) en ik bid U mij om J ezus' wil de genade der standvastigheid te verleenen. Ik neem mij in het bijzonder voor mij in alle wederwaardigheden te richten naar Uw heiligen wil en te zeggen : « Heer, Uw wil geschiede ! »
O mijn Jezus ! draag Gij mij heden in Uwe handen. H. Maagd Maria, laat mij een toe-
' ■
bloesem uit den seraf. hof van assisie. 147
vluchtsoord vinden onder Uw schutsmantel. Gij, hemelsche Vader! help mij uit liefde tot Jezus en Maria. Mijn beschermengel, heilige voorspreker, sta mij bij.
(Hierna bidt men een Onze Vader, Wees gegroet en de twaalf artikelen, waarna 3 Wees gegroeten ter eere der allerzuiverste Maagd Maria.)
- Avondgebed.--
ER wij ons ter ruste leggen, moeten wij ons geweten onderzoeken, voor eerst God bedanken voor alle weldaden, die Hij ons heeft bewezen, daarna al onze handelingen, die wij op den dag verricht hebben, al onze gedachten en woorden in het geheugen terugroepen, berouw gevoelen over alle begane fouten en de volgende acten van deugd verwekken :
Acte van Geloof.
Mijn God, Gij zijt de onfeilbare waarheid. Ik geloof alles, wat de H. Kerk mij voorstelt te gelooven, wijl Gij het geopenbaard hebt en Uw woord onbedrieglijk is. Ik geloof, dat Gij mijn God zijt, de schepper van Hemel en aarde, dat Gij de rechtvaardigen in den Hemel beloont en de boozen eeuwig straft in den afgrond der hel.
Ik geloof, dat Gij één in wezen en drievuldig in personen zijt: de Vader, de Zoon en de H. Geest. Ik geloof aan de Menschwording en
,fii!
|
1 11 Ij 11 |
148 bloesem uiï den seraf,hof van assisie. |
C i é e k 1 \ t 1 e z \ 1 1 1 \ \ c t i c r | ||
|
den dood van Jezus-Christus. Ik geloof eindelijk alles, wat de H. Kerk gelooft. Ik dank U, dat Gij mij tot het christendom hebt geroepen en verzeker in dit heilig geloof te willen leven en sterven. Acte van hoop. Mijn God, ik verlang naar U, mijn eenig ware gelukzaligheid voor tijd en eeuwigheid. Ik hoop vol vertrouwen op de vervulling Uwer beloften, wijl Gij machtig, getrouw en barmhartig zijt. Ik hoop door de verdiensten van Jezus, de vergiffenis van al mijne zonden, de voortdurende standvastigheid en de eeuwige zaligheid. Acte van Liefde en Berouw. Omdat Gij de oneindige goedheid en daarom een oneindige liefde waardig zijt, 0 mijn God! zoo bemin ik U uit geheel mijn hart en boven alles. Ik bemin mijne evennaasten uit liefde tot U. Ik verafschuw al mijne zonden uit geheel mijn hart, omdat ik U daardoor heb beleedigd, 0 oneindige goedheid! Zij doen mij meer leed dan alle andere smarten ! Met Uw genade, waarom ik U heden en voor altoos bid, neem ik mij vast voor liever te sterven dan U ooit met een zonde te vergrammen. Ik neem mij ook voor de H. Sacramenten in leven en in sterven te ontvangen. | ||||
|
1 |
H. MISGEBEDEN.
ter eere van het bitter lijden.
(Bedenk terwijl de priester verwacht wordt, met welk een verlangen in het Oude Verbond de rechtvaardigen de komst van den Messias tegemoet zagen.)
EUWIGE Vader, zoo zeer hebt Gij de wereld bemind, dat Gij Uw eenig-geboren Zoon voor onze verlossing hebt opgeofferd. Hoe zal ik U deze liefde en weldaden kunnen vergelden ? Zie, ik offer U thans Uw eeniggeboren Zoon zelf op ; want niets is U aangenamer, niets ons kostbaarder en meer dierbaar dan Hem. Met hoe vele zuchten en vurige wenschen werd Hij door alle volkeren verwacht, tot Hij eindelijk, door U gezonden onze dienstbaarheid aannam en met het sterflijk hulsel van ons vleesch de Majesteit der Godheid omhulde ! Geboren uit de Maagd Maria, kwam Hij in deze wereld, werd gehoorzaam tot den dood en verloste ons van den eeuwigen dood. Dit werk van Uw ondoorgrondelijke liefde, o mijn God ! wil ik in dit H. Offer der Mis vieren, tot Uw eer en tot ons heil. Blijf thans, ik smeek U daarom, in mijn hart, en sta het toe door Uw genade, opdat ik met godsvrucht en innige liefde tot mijn Heiland dit H. Geheim bijwone en U mijn eerbied bewijze.
|
'fl |
g k 1 z d h c V I g / r 1 I c \ | |||
|
1 Jf. ! Mi . 1 i'i H |
150 bloeskm uit den serafijnschen hof | |||
|
Opwekking tot Jezus-Christus. JEZUS, mijn Verlosser, welke groote dingen hebt Gij voor mij gedaan, en hoeveel hebt Gij geleden uit oneindige liefde tot mij ! Waarmede heb ik tot heden zooveel liefde vergolden ? Ik heb berouw over al mijne zonden, omdat ik U, die mij zoo liefheeft, telkens heb beleedigd. Ik geloof aan U, 0 eeu wige waarheid, met een' levendig geloof. Gij zijt mijn Heer, mijn God, mijn Verlosser en Zaligmaker ! Ik hoop en vertrouw op U, Gij, mijn eenige hoop, het eenig heil mijner ziel ! Ik bemin U boven alles. Gij, mijn hoogste goed! Mocht de brandende liefde tot U mij geheel doordringen, opdat niets mij kan scheiden van Uw liefde. Want wat kan ik in den Hemel en op aarde verlangen zonder U, mijn Heer en God ! . Aan den voet des Altaars. De Priester spreekt dit gebed aan den voet des Altaars, de algemeene belijdenis der zonden. Overweeg, hoe Christus zijne Apostelen tot zich neemt en met de zonden der geheele wereld beladen aan den voet des Olijfbergs op zijn aangezicht neder valt en bidt en zijn zweet en bloed op de aarde druppelt. O Jezus, mijn Verlosser, laat mij U nooit meer beleedigen ! 0 Jezus, mijn Verlosser, enz.. Zie boven. | ||||
VAN ASSISIE.
Opgang. Beschouw, hoe Christus als een geduldig Lam zijn heilig gelaat biedt voor de kus eens verraders en zoo door het teeken der liefde aan de beulen wordt overgeleverd.
Zou ik, een vergankelijk schepsel, U, den zachtmoedigsten Heer, verraden of verlaten, daar Gij mij zoo bemind hebt, dat Gij U in de handen der goddeloozen hebt overgeleverd om mij te bevrijden uit de handen mijner vijanden?
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
Kyrie el ei son. Heer, ontferm U. Overweeg, hoe Petrus zijn belofte van getrouwheid vergeet en zijn Meester driemaal verloochent. Zie hier Uw evenbeeld, den spiege! der menschlijke ellende !
Barmhartige Heiland ! hoe onbestendig en lichtzinnig ben ik in mijne goede voornemens ! Hoe dikwijls heb ook ik mijn belofte niet indachtig U met Petrus verloochend, maar hoe zelden mijne zonden met tranen van een waar berouw beweend ! O, zoo ik dit met Petrus vermocht en in het goede volhardend aan de Engelen de vreugde gaf om met hen te zingen : « Eer zij God in denhooge en vrede op aarde aan de menschen,die van goeden wille zijn !»
Epistel. Overweeg, hoe men Christus valsch beschuldigde, hoe men in het huis van
|
1 j, | ||||
|
'f ; 'L | | ; 3 j |
152 bloesem uit den serafijnschen hof | |||
|
Caiphas over Hem beraadslaagde, en hoe velerlei smaad Hij daar leed. 0 Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150. Evangelie. Overweeg, hoe Christus van Caiphas naar Pilatus gevoerd, door den heiden over zijn Leer ondervraagd, door de joden over het verkondigen van het Evangelie aangeklaagd et met spot en smaad beladen werd. Alwijze Heiland, Gij zijt als Leermeester van den Hemel gekomen, om ons den weg Gods naar waarheid te leeren en ons van de aarde naar den Hemel te voeren. Om Uw ambt volmaakt te vervullen, steldet Gij Uwe daden voor Uwe woorden. Niets dan waarheid lag in Uwe woorden, vroomheid in Uwe werken, reinheid in al Uwe daden, zoodat niemand U een verwijt kon doen en toch liet Gij, de Heer, de Leermeester en Rechter van allen, U door zondaren en goddeloozen rechten en veroordeelen! 0 mocht ik toch Uw Hemelsche Leer met een goed hart opnemen en vele vruchten van geduld voortbrengen ! Offertorium. Overweeg, mijn ziel ! hoe Christus van Pilatus naar Herodes, van dezen wederom naar Pilatus gevoerd, en overal gehoond, gesmaad en verworpen werd. | ||||
|
| |
VAN ASS1SIE. 153
O schoonste onder de kinderen der men-schen, Gij, het verlangen en de verwachting der volkeren, Gij werdt door het volk uitgeworpen, Gij, dien de Engelen met lust aanschouwen en die het welgevallen des eeuwigen Vaders zijt! Gij werdt opgeofferd voor ons, wijl Gij het zoo wildet! Doch hoe werdt Gij veracht ? Zie, Heer ! met deze gaven van brood en wijn offer ik mij geheel aan U. Ik smeek U, laat Uw opoffering niet geheel vergeefs voor mij geweest zijn !
Handenwassching. Overweeg, hoe Pilatus door het wasschen zijner handen Christus onschuldig verklaarde voor het volk, doch hoe de woedenden schreeuwen, dat Hij des doods schuldig is en hoe zij Hem achter stellen bij een Barrabas.
Hoe dikwijls heb ook ik in verkeerden zin een schepsel boven U, mijn Schepper, gesteld !
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
Prefatie. Overweeg de groote smart van Christus, toen Hij den vreeselijken haat en de uiterste woede der joden zag, toen zij Hem voor den kruisdood opeischten.
Zijt Gij het niet, o Heer ! die weinige dagen te voren bij den intocht in de stad Jeruzalem met luister werd ingehaald, onder het gezang :
154 bloesem uit den serafijnschen hof
Hosanna, gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ! Zijt Gij niet de driewerf Heilige ! Ja, Heer, van U wil ik leeren niet te rekenen op de gunst der menschen, niet te vertrouwen op menschenkinderen, bij wie geen heil is. U alleen aan te hangen is mij lief en alleen op U wil ik mijn hoop stellen.
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
Canon. Overweeg, hoe Christus gruwzaam gcgeeseld, met doornen gekroond, door Pila-tus tot den kruisdood veroordeeld werd en met den kruisboom beladen onder ontzettende smarten naar den Kalvarieberg optrok.
Ach, Heer ! waarheen hebben mijne zware misdaden U gebracht en hoe Uw oneindige liefde gewond? De geesels van Uw toorn heb ik verdiend, en Gij, de Onschuld, werd voor mij zoo bloedig gegeeseld. Het eeuwige kruis wachtte op mij en Gij naamt het op U. Waarlijk, Gij droegt onze smarten en genaast onze krankheden '
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
Consecratie. Zie, hoe de Heiland aan het Kruis opgericht en voor al het volk ten toon gesteld wordt.
Mijn Heiland Jezus-Christus, ik aanbid U. Gij zijt van de aarde opgeheven om allen
van assisie.
naar U te trekken. Ik zie U aan het Kruis met uitgestrekte armen, als wenschtet Gij ons te omhelzen en roept: Komt allen tot Mij, die vermast en beladen zijt, Ik wil U opbeuren en verkwikken. Mijn Jezus, wanneer ik als een lauwe christen tot U kom, zoo trek mij tot U met de banden Uwer liefde, die Gij stervend aan het Kruis getoond hebt! U te ; kennen en te zoeken zij mijn grootste en eenige vreugde. Verre zij het van mij, dat ik me roeme ; en, dan alleen nog, in het Kruis van mijn Heer Jezus-Christus, door de wereld gekruisigd.
Eeuwige Vader, ziehier Uw geliefden Zoon, in wien Gij Uw welbehagen hebt. Zie het aangezicht van Uw Gezalfde en wend Uw aanschijn af van mijne zonden, voor welke Uw eeniggeboren Zoon zich zelf vernederd heeft en U gehoorzaam is geweest tot aan den dood des Kruises. Zie, deze is mijn Middelaar bij U en de verzoening voor mijne zonden. Want Hij heeft onze zonden op zijn lichaam gedragen aan het Kruishout en door i zijne geeselstriemen zijn wij genezen. Ik klop ; alzoo met den tollenaar rouwmoedig op mijn borst, die met zoo vele zonden is beladen. Deze alleen hebben het lijden veroorzaakt van Uw Eeniggeboren Zoon. Wees daardoor mij, arme zondaar, genadig. Zie, het bloed Uws Zoons, roept van de aarde tot U, niet om wraak, maar om vergeving.
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
156 bloesem uit den serafijnschen hof
Het Onze Vader. Overweeg, mijn ziel, de zeven laatste en heiligste woorden, die de Heiland aan het Kruis heeft gesproken.
Onze Vader, die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw Naam ! Verleen mij, o Heer ! dat ik U, den Vader aller eere, vrees, bemin en mijne naasten met ware en duurzame liefde bijsta, gelijk Gij ons door Uw voorbeeld geleerd hebt, toen Gij aan het Kruis hingt en voor Uwe vijanden stervend, nog badt: Vader, vergeef het hun ! O, wonderbare en zeldzame liefde ! Mochten wij haar navolgen, daar wij Christus'Naam belijden ! Niemand eert zeker Uw Naam meer of toont zich oogenschijnlijk als Uw leerling, wanneer hij naar Uw voorbeeld en uit liefde tot U zijne vijanden bemint !
Laat ons toekomen Uw rijkl Het Godsrijk, dat Gij hebt beloofd aan den goeden moordenaar, toen Gij zeidet: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn ! O, mocht ook ik deze zoete woorden hooren in het uur van mijn sterven. Geef mij. Heer ! het geloof, de hoop en het berouw van den goeden moordenaar, opdat mijn hart niets behoeft te vreezen, wanneer Gij mijn vonnis uitspreekt.
Uw wil geschiede op aarde als in den hemel ! Gij wilt, o Jezits ! dat alle beminnaars van het Kruis hun deel hebben aan het Kruis. Gij wilt, dat dit een teeken en een bewijs Uwer liefde is. Ik erken dit in Uw zoete Moe-
VAN ASSISIE.
der en in Uwe leerlingen, die Gij lief hadt. Zij waren de getuigen van Uw kruisiging tot Uw smart en tot droefheid van Uw eigen hart. Het was Uw wil, dat hier het zwaard van droefheid zou doorboren de zielen van Uwe geliefden, alsmede de ziel van Uw dierijaarste Moeder, doch den treurenden zou ook de troost niet ontbreken. Vandaar spraakt Gij : « Moeder, ziedaar Uw Zoon ! » en tot den leerling : « Zoon, ziedaar Uw Moeder ! » Het was een geringe schadevergoeding, die de Moeder voor den Zoon ontving ; doch omdat dit Uw wil was, zoo was ook de Moeder daarmede tevreden. O mijn God, zie, ik behoor U ! Wilt Gij, dat ik met U zal lijden ? Mijn hart, o God ! is bereid ! Uw wil geschiede aan mij. Want wat Gij van Uwe uitverkoren en beminde vrienden verlangt, kan en mag ik niet weigeren ! Ik wensch U in alles te gehoorzamen. Geef mij daartoe Uw genade. Ik weiger niet met Ü te lijden, doch vermeerder mijn geduld.
Geef ons heden ons dagelijksch brood; want wanneer Gij, o Heer ! mij niet verkwikt, zoo zal ik spoedig bezwijken. Heer, Gij voedt mij van mijn jeugd tot aan mijn stervensuur. O, verlaat mij niet! Gedenk, dat Gij om mijnentwille tot den Vader riept: « Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten! » Op U zijn alle oogen gevestigd. Gij geeft hun spijs en sterkte ten rechten tijde. Ook ik roep
157
158 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
tot U; wanneer Gij mij verstoot, wie zal mij t
dan aannemen ? Wanneer Gij mij verlaat, wie 1
zal mij dan opnemen? Wie zal mij verkwikken, 1
wanneer Gij mij verstoot ?
wij ten volle zouden verlost worden, en Gij 1
onze schulden betaaldet met zulk een grooten prijs gelijk geen ander ooit betalen kon. O (
liefde, o verlangen naar ons heil ! Stervend 1
van liefde, krachtloos en versmachtend roept 1
Gij aan het Kruis: Mij dorst! Doch waarnaar lt;
dorst Gij dan juist naar het ledigen van den Kelk des lijdens en wel tot den bodem, om ten volle onze zonden uit te delgen !
vend met deze woorden hebt aanbevolen ;
Vader, in Uwe handen beveel ik mijn geest !
Laat ons, o Heer ! niet verloren gaan, daar Gij gekomen zijt om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was.
Maar verlos ons van het kwaad ; waarom zoo vele moeiten, gestrengheden en smarten gedurende Uw gansche leven : waarom het gehecle werk der Verlossing, dat Gij aan het kruis hebt volbracht, juist om ons te verlossen van alle kwaad en ons te verheugen in U, het eenig ware en hoogste goed ? Mogen wij daar-
quot;—■'//quot;'.«Hl
van assis1e.
toe komen ! Het geschiede alzoo, mijn Heiland, mijn leven, mijn erfdeel, God in eeuwigheid !
Agnus Dei. Overweeg den dood van Christus, dien Hij doorstond als het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegnam.
0 Heer, schepper des levens. Gij stierft opdat ik leve,ofschoon des doods schuldig. Verleen mij toch, dat ik der wereld afsterve en voor U alleen leve, opdat ik van den afgrond der hel bevrijd, mij verheuge met U in Uw heerlijkheid.
o jezus, mijn Verlosser, enz. bladz. 150.
Communie. Terwijl de priester het H. Sacrament ontvangt, overweeg, hoe het Lichaam van Christus in het graf werd gelegd.
Leg Hem in Uw hart en ontvang Hem op geestelijke wijze.
Ik bid U aan, mijn jezus ! met een levendig en oprecht geloof, U, die in dit H. Sacrament tegenwoordig is mat ziel en lichaam, met vleesch en bloed, door de kracht van Uw wonderbare macht, wijsheid en goedheid. Ik hoop op U, Gij de bron van alle goedheid en barmhartigheid, want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn arme ziel zal gezond wor-
159
l6o BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
den. Ik bemin U, o Heer ! Gij, die mij zoo bemint, meer als mij zelf en alles en daarom verlang ikU te ontvangen, ten minste op geest-lijke wijze, opdat ik in U veranderd, met U één van geest zij en niet meer van U gescheiden worde, maar U eeuwig aanhange. Verleen mij. Heer ! door deze zoo groote genade Uwer liefde, dat ik Uw H. Lichaam met welriekende specerijen van vele deugden zalf en het in het zuiver gewaad van een goed geweten hulle, in een nieuw en zuiver hart legge, opdat Gij in mij en ik in U altoos blijven en rusten mag.
O Jezus, mijn Verlosser, enz., bladz. 150.
Zegen en laatste Evangelie. Overweeg, hoe Christus na het werk der Verlossing volbracht te hebben vol heerlijkheid ten Hemel vaart, en de Apostelen zijn H, Zegen ontvangen.
O glorievolle Heiland ! moet mijn ziel nog aan de aarde hechten, daar ik weet, dat Gij, o mijn Verlosser ! in den Hemel zijt ? Voer mij met U opwaarts, opdat ik waardeer en zoek, wat daarboven, niet datgene, wat op aarde is, en geef, dat mijn weg ten Hemel ga.
Jezus-Christus*! Gij rust in den Hemel op den troon Uwer Majesteit en toch hebt Gij goed gevonden, op dit Altaar tegenwoordig te zijn en U door de handen des priesters te offeren. Ik aanbid U en bemin U uit geheel mijn hart.Zend mij niet weg, alvorens mij geze-
VAN ASSISIE.
i6i
gend te hebben. Wees mijn Middelaar aan Gods rechterhand. Offer aan Uw hemelschen Vader voor mij Uwe wonden, Uw kostbaar bloed en al Uwe verdiensten.
O Jezus, mijn Verlosser, enz., Bladz. 150.
Opoffering van alle H. Missen der Kerk. EER almachtige God ! ik werp mij
voor U neder om Uw goddelijke Ma
jesteit in naam van alle schepselen te verzoenen en te eeren. Hoe zal ik, een arme zondaar, zoo iets vermogen ? Ja, ik kan het; ik wil het, daar ik weet, dat Gij U beroemt de Vader der Barmhartigheid te heeten ! Gij hebt uit liefde tot ons Uw eeniggeboren Zoon gegeven, die zich voor ons aan het kruis heeft opgeofferd en dit offer op onze altaren zonder ophouden voor ons vernieuwt. Daarom stel ik mij voor, ofschoon een zondaar, maar toch een rouwmoedige zondaar, ofschoon arm, maar rijk in Jezus-Christus, om U in vereeniging met den liefdegloed der Engelen en Heiligen en met de liefde van het onbevlekte hart der allerzaligste Maagd Maria, in naam aller schepselen, alle H. Missen op te offeren, die thans gelezen worden, tegelijk met alle H. Offers, die reeds gedaan zijn en tot het einde der wereld zullen geschieden. Ik maak voorts de goede meening deze opoffering elk oogen-blik van den dag en van geheel mijn leven te
Bloesem. 11
102 BLOESEM UIT DEN SERAF.HOF VAN ASSISIE.
vernieuwen om Uw goddelijke Majesteit een Uwer waardige eer en verheerlijking te bewijzen, om Uw toorn te stillen en Uw gerechtigheid voldoening te geven voor onze vele en groote zonden, om U verder een weisprekenden dank te betuigen voor Uwe weldaden; om Uw barmhartigheid af te smeeken over mij en alle zondaren, over alle levenden en overleden geloovigen, over de geheele Kerk en vooral over haar zichtbaar Hoofd, den H. Vader Paus.... te Rome, en eindelijk ook over alle ongeloovigen, die in tweestrijd, dwaling, scheuring of in het ongeloof leven, opdat zij zich bekeeren en gered worden. Amen.
DE MIS van het H. SACRAMENT,
gelijk de Priester die door het jaar
aan het Altaar leest.
De Priester aan den voet des Altaars.
Pr. In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen,
Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
De dienaar in naam des volks : Tot God,die mijn jeugd verblijdt.
Pr. Oordeel mij, God, en onderscheid mijn zaak van het onheilige volk : Verlos mij van den ongerechtigen en bedrieglijken mensch.
Dr. Want Gij, o God, zijt mijn sterkte : waarom hebt Gij mij verstooten ? En waarom treed ik droevig voort, terwijl de vijand mij verdrukt ?
Pr. Zend Uw licht en Uw waarheid uit : zij hebben mij geleid en voortgeleid naar Uw heiligen berg, en naar Uwe woontenten.
Dr. En ik zal ingaan tot het altaar Gods : tot God, die mijn jeugd verblijdt.
Pr. Ik zal U op de citer loven, God, mijn God : waarom zijt gij bedroefd, mijn ziel? En waarom ontstelt gij mij ?
Dr. Hoop op God, want ik zal Hem nog lofprijzen, het heil van mijn aanschijn, en mijn God.
164 BLOESbM UIT DEN SERAF1JNSCHEN HOK
Pr. Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Dr. Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Pr. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
Dr. Tot God, die mijn jeugd verblijdt.
Pr. Onze hulp is in den naam des Heeren.
Dr. Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Pr. Ik belijd voor God almachtig, voor de zalige Maria altijd Maagd, voor den zaligen Michaël Aartsengel, voor den zaligen Joannes den Dooper, voor de heilige Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen en voor u, broeders : dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken; door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom bid ik de zalige Maria altijd Maagd, den zaligen Michaël Aartsengel, den zaligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u, broeders, tot den Heer onzen God voor mij te bidden.
Dr. De almogende God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden, en geleide u ten eeuwigen leven.
Pr. Amen.
Dr. Ik belijd, enz. voor broeden zegt hij : Vader.
Pr. De almogende God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden en geleide u ten eeuwigen leven.
|
VAN ASSISIE. 165 | ||||
|
i ^ |
Dr. Amen. Pr. Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis van onze zonden, verleene ons de almachtige en barmhartige Heer. Dr. Amen. Pr. Wend U tot ons, 0 God 1 en Gij zult ons levend maken. Dr. En Uw volk zal zich in U verblijden. Pr. Toon ons, Heer ! Uw barmhartigheid. Dr. En geef ons Uw heil. Pr. Heer, verhoor mijn gebed. Dr. En mijn geroep kome tot U. Pr. De Heer zij met u. Dr. En met uw geest. (De Priester bij 't opgaan naar 't Altaar); Neem, Heer, bidden wij U, onze ongerechtigheden van ons weg : opdat wij met zuivere harten tot het heilige der heiligen mogen ingaan. Door Christus, onzen Heer. Amen. (De Priester buigt zich in het midden des Altaars en zegt): Wij bidden U, Heer ! door de verdiensten van Uwe heiligen, wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven. Amen. (De Priester aan de Epistelzijde): Hij heeft hen gespijsd met het merg der tarwe en uit de steenrots heeft Hij hen met | |||
166 bloesem uit den serafijnschen hof
honig verzaad. Juicht voor den God onzen helper : jubelt voor den God van Jacob.
Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Hij heeft hen gespijsd met het merg der tarwe: en uit de steenrots heeft Hij hen met honig verzaad.
{De Priester in het midden des Altaars);
Pr. Heer, ontferm U onzer.
Dr. Heer, ontferm U onzer.
Pr. Heer, ontferm U onzer.
Dr. Christus, ontferm U onzer.
Pr. Christus, ontferm U onzer.
Dr. Christus, ontferm U onzer.
Pr. Heer, ontferm U onzer.
Dr. Heer, ontferm U onzer.
Pr. Heer, ontferm U onzer.
Gloria.
Eek zij God in den allerhoogste, en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil. Wij loven U; wij zegenen U; wij aanbidden U ; wij verheerlijken U; wij danken U om Uw groote heerlijkheid. Heer God, he-melsche Koning. God, heilige Vader, Heer Jezus-Christus, ééniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U on-
van assisie.
zer. Die de zonden der wereld wegneemt, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders zijt gezeten, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus-Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uw geest.
Laat ons bidden.
God, die ons onder het wonderbare Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten : verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van Uw lichaam en bloed zoo te vereeren, dat wij de vrucht Uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Les van den H. Apostel Paulus aan de Corinthiërs.
Broeders, ik heb het immers van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jezus in den nacht, waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en dankende, het brak en zeide : Neemt en eet; dit is mijn lichaam, dat voor u zal overgeleverd worden, doet dit tot mijn gedachtenis. Desgelijks ook den Kelk, nadat Hij het avondmaal had ge-
167
168 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
houden, zeggende : Deze Kelk is het Nieuwe Testament in mijn bloed: doet dit, zoo dikwerf gij dien zult drinken, tot mijn gedachtenis. Want zoo dikwerf gij dit brood zult eten, en den Kelk drinken : zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome. Derhalve, alwie onwaardig dit brood zal gegeten, of den Kelk des Heeren gedronken hebben : hij zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heeren. Doch de mensch beproeve zich zelf; en zoo ete hij van dit brood, en drinke hij van den Kelk. Want die onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zich het oordeel, omdat hij het lichaam des Heeren niet onderscheidt.
Dr. God zij dank.
Pr. Aller oogen hopen op U, Heer ; en Gij geeft hun spijs ten bekwamen tijde.
Y. Gij opent Uw hand, en vervult alle schepsels met zegening.
Alleluja, alleluja.
y. Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank : die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. Alleluja.
[Na Septuagesima laat men Alleluja en het volgende vers weg en zegt men];
Van den opgang der zon tot haar ondergang is mijn naam groot onder de heidenen.
y. En op alle plaats wordt een offerande gebracht, en een zuiver offer opgedragen aan
van assis1e.
mijn naam : want groot is mijn naam onder de heidenen.
f. Komt, eet mijn brood ; en drinkt den wijn, dien Ik u gemengd heb.
[In den Paaschtijd laat men : Aller oogen, enz. weg en zegt dan] :
Alleluja, alleluja.
y. De leerlingen kenden den Heer Jezus in het breken des broods. Alleluja.
f. Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank : die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in ! Hem. Alleluja.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uw geest.
Pr. Vervolg van het H. Evangelie naar S. Joannes.
In dien tijde, zeide J ezus tot de scharen der joden : Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank. Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Gelijk de levende Vader mij gezonden heeft, en Ik leef om den Vader; zoo zal ook hij die Mij eet om mij leven. Dit is het brood, dat uit den Hemel is nedergedaald. Niet gelijk uwe vaderen het manna gegeten hebben, en gestorven zijn. Wie dit brood eet zal in eeuwigheid leven.
Dr. Lof zij U, Christus.
170 bloesem uit den serafijnschen hof
Credo.
Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper van Hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éen Heer Jezus-Christus, Gods eenigge-boren Zoon, en uit den Vader voor alle eeuwen geboren ; God van God, licht van licht, waarachtig God van waarachtig God ; voortgebracht, niet gemaakt ; medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van de hemelen : En is vleesch geworden door den H. Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons ; onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden, en is begraven ; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriften, verrezen. En Hij is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. En weder zal Hij komen in heerlijkheid, om te oordeelen de levenden en de dooden ; aan wiens rijk geen einde zal zijn. En in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en medever-heerlijkt wordt : die door de Profeten gesproken heeft. En in éen Heilige Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd éen doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eeuw, Amen.
1
van assisie.
De Offerande.
Pr. De Heer zij met U.
Dr. En met Uw geest.
Pr. Laat ons bidden.
De Priesters des Heeren dragen aan God wierook en brood op : en daarom zullen zij heilig zijn voor hun God, en zijn naam niet bezoedelen.
Bij het offeren van het brood.
Neem, Heilige Vader, almachtige eeuwige God, dit onbevlekte offer aan, hetwelk ik Uw onwaardige dienaar, U, mijn levenden en waarachtigen God, opdraag voor mijne ontelbare zonden, beleedigingen en nalatigheden; en voor alle omstanders ; maar ook voor alle christen geloovigen, levenden en overledenen, opdat het mij en hun tot heil verstrekke ten eeuwigen leven. Amen.
Bij het vermengen van het water
met den wijn.
God, die de waardigheid der menschelijke natuur wonderbaar geschapen, en nog wonderbaarder vernieuwd hebt : geef ons door het geheim dezes waters en wijns, deelgenoot te worden in de godheid van Hem, die zich verwaardigd heeft, in onze menschheid te deelen, Jezus-Christus, Uw Zoon, onze Heer, die met U leeft en regeert in de eenheid des Hei-
171
—— V y' '
11
i 7 2 bloesem uit den serafijnschen hof
ligen Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het offeren van den kelk.
Wij offeren U, Heer, den kelk des heils en smeeken Uw goedertierenheid, dat dit offer voor het aanschijn Uwer goddelijke Majesteit tot ons heil en het heil der gansche wereld 1 met een geur van zoetheid opstijge. Amen.
Gelief, Heer, ons die in een geest van ootmoedigheid en met een verbrijzeld hart tot U komen, aan te nemen : en zoo worde heden ons offer voor Uw aanschijn gebracht, dat het U behage, Heer God ! Kom, heiligmakende, almachtige, eeuwige God, en zegen dit offer, aan Uw heiligen naam bereid.
Bij het wasschen der handen.
Ik zal onder de onschuldigen mijne handen wasschen, en Uw altaar omgeven. Heer.
Opdat ik de stem van lof hoore, en al Uwe : wonderheden verhale.
Heer, ik heb den luister van Uw huis bemind, en de woonplaats Uwer heerlijkheid.
Verderf, o God! mijn ziel niet met de god-deloozen, noch mijn leven met de mannen des bloeds.
In wier handen ongerechtigheden zijn, wier rechterhand vervuld is van giften.
Doch ik wandelde in mijn onschuld : verlos mij, en ontferm U mijner.
van ass1sie.
Mijn voet bleef op den rechten weg staan : in de vergadering wil ik U zegenen, Heer.
Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De Priester in het midden des Altaars.
|
Neem, H. Drievuldigheid, dit offer aan, dat wij U opdragen ter gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart onzes Heeren Jezus-Christus : en ter eere van de zalige Maria altijd Maagd, van den zaligen Joannes den üooper, en de H. Apostelen Petrus en Paulus, en van deze, en van alle Heiligen; opdat het hun strekke tot eer en ons tot heil, en zij in den Hemel voor ons gelieven te bidden, wier gedachtenis wij houden op aarde. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
De Priester wendt zich tot het volk en zegt:
Bidt, broeders, opdat mijn en Uweofferan-de welgevallig zij aan God den almachtigen Vader.
Dr. De Heer neme de offerande uit uwe handen aan, tot lof en heerlijkheid van zijn naam, alsook tot nut van ons en van zijn gansche H. Kerk.
Pr. Amen.
'73
r
174 bloesem uit den serafijnschen hof
de stille gebeden.
Verleen,bidden wij U, Heer, aan Uw Kerk genadig de gaven van eenheid en vrede, die door onze offerande geestelijker wijze betee-kend worden. Door onzen Heer Jezus-Chris-tus. Uw Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen.
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met U.
Dr. En met Uw geest.
Pr. Harten omhoog.
Dr. Wij hebben ze tot den Heer.
Pr. Danken wij den Heer onzen God.
Dr. Dat is waardig en rechtvaardig.
Pr. Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk, dat wij U altijd en overal danken : Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Wijl door het geheim van het vleeschgeworden Woord een nieuw licht uwer heerlijkheid de oogen onzes geestes heeft beschenen : opdat wij, terwijl wij God op zichtbare wijze kennen, door Hein tot de liefde van het onzichtbare vervoerd worden. En daarom is het, dat wij met de Engelen en Aartsengelen, met de Troonen en Heerschappijen, en met geheel het Hemelsch hof, den lofzang uwer heerlijkheid zingen en zonder einde zeggen: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer God der heirscharen. Vol zijn de hemelen
van assisie.
en de aarde van Uw heerlijkheid. Hosanna in den hooge. Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge.
U dan, goedertierenste Vader, bidden en smeeken wij ootmoedig door Jezus-Christus uw Zoon,onzen Heer; dat Gij deze gaven,deze geschenken,deze heilige,onbevlekte offeranden goedgunstig wilt aannemen en zegenen ; inzonderheid die, welke wij U opdragen voor uw heilige katholieke Kerk ; gelief haar over den ganschen aardbodem in vrede te bewaren, te behoeden, te vereenigen en te besturen, te zamen met uw dienaar onzen Paus... en onzen Bisschop...,en alle rechtgeloovigen,en vereerders van het Katholiek en Apostolische geloof.
Gedachtenis der levenden.
Gedenk, Heer, uwe dienaren en dienaressen..... en alle omstanders, wier geloof
U bekend en wier godsvrucht U niet verborgen is : voor wie wij, of die U deze offerande van lof opdragen voor zich en al de hunnen, tot verlossing hunner zielen, tot hoop van hun heil en behoud, en die hunne geloften brengen aan U, den eeuwigen, levenden en waarachtigen God.
Gedachtenis der Heiligen.
Dit doen wij in gemeenschap en de gedachtenis vierende, inzonderheid van de hoogheerlijke Maria, altijd Maagd, de Moeder
175
|
176 bloesem uit den serafijnschen hof |
d d n zi n L J E e n t( c li § t § e c e a | |||
|
van onzen God en Heer Jezus-Christus: maar ook van uwe gelukzalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philip-pus, Bartholomeus, Mattheus, Simon et Thad-deus: Linus, Cletus, Clemens, Xistus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus en van al uwe Heiligen : wil om hunne verdiensten en voorbeden verleenen, dat wij in alles door de hulp uwer bescherming beveiligd worden. Door den zelfden Christus onzen Heer. Amen. Voor de consecratie. Neem dan, bidden wij U, Heer, dit offer der dienstbaarheid van ons, maar ook van uw gansch gezin, in genade aan, en beschik onze dagen in uw vrede, en laat ons aan de eeuwige verwerping ontrukt en onder de schare uwer uitverkorenen geteld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen. Gelief Gij, bidden wij U, 0 God, dit offer in alles gezegend, aangenomen, bekrachtigd, redelijk en welbehaaglijk te maken : opdat het voor ons het Lichaam en Bloed worde van uw allergeliefsten Zoon, onzen Heer Jezus-Christus. | ||||
|
li |
I
VAN ASSIS1E. I 7 7
Bij de opheffing der h. hostie.
Heer, Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God. Gij zelf zijt hier waarachtig tegenwoordig. Ik aanbid U met den diepsten eerbied en in alle ootmoedigheid.Gij, mijn toevlucht, mijn hoop, mijn liefde ! Gij zijt mijn God en mijn Al! Aan U draag ik mijn hart op; moge ik van nu af geheel voor U leven. Amen.
Bij de opheffing van den kelk.
O, waarachtig en levend Bloed van Jezus-Christus ! Ik aanbid U met alle Engelen en Heiligen. Gij werdt tot mijn heil en tot verzoening vergoten. Wasch de menigte mijner zonden af, reinig en versterk mijn ziel tot het eeuwig leven.
Na de consecratie.
Daarom dan ook. Heer, zijn wij. Uwe dienaren, alsmede Uw heilig volk, het zalig lijden, en de verrijzenis uit het graf en de glorierijke hemelvaart van denzelfden Christus, Uw Zoon, onzen Heer, gedachtig, en bren- j gen aan Uw verheven Majesteit van Üwe gaven en geschenken een zuiver offer, een onbevlekt offer, het heilig brood des eeuwigen levens en den kelk van het altijddurend heil.
Wil op dit offer met een genadig en gunstig aanschijn nederzien, en laat het U welgevallig
Bloesem. 12
178 bloesem uit den seraftjnschen hof
zijn, gelijk Gij eenmaal welgevallen wildet nemen in de geschenken van Uw rechtvaardigen dienaar Abel, en in de offerande, het onbevlekte offer, door Uw hoogepriester Mel-chisedech aan U opgedragen.
Ootmoedig smeeken wij U,almachtige God, laat dit offer door de handen van Uw H. Engel op Uw verheven altaar, voor het aanschijn Uwer goddelijke Majesteit, worden gebracht : opdat zoovelen wij, door deze deelneming aan het altaar, het hoogheilig Lichaam en Bloed van Uw Zoon zullen ontvangen, met alle he-melsche zegening en genade mogen vervuld worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gedachtenis der overledenen.
Gedenk ook. Heer, Uwe dienaren en dienaressen..., welke ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan, en in den slaap des vredes rusten. Verleen hun en allen, die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Ook ons, zondaars. Uw dienaren, die op de menigte Uwer ontfermingen hopen, wil ook ons eenig deel en gezelschap schenken met Uwe Apostelen en Martelaren, met Joannes, Stephanus, Mathias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpe-tua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia,
VAN ASSISIE.
en al Uwe Heiligen. Neem ons, bidden wij U, in hun gemeenschap op, niet met onze verdiensten te schatten, maar met kwijtschelding te geven. Door Christus, onzen Heer. Door wien Gij dit alles. Heer, altijd voor ons goed schept, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons verleent. Door Hem en met Hem en in Hem, is U, God, den Almachtigen Vader, in de eenheid des H. Geestes, alle eer en heerlijkheid. Door alle eeuwen der eeuwen.
Dr. Amen.
Pr. Laat ons bidden. Door heilrijke voorschriften vermaand, en door goddelijke onderrichting geleerd, durven wij zeggen: Onze Vader, enz.
Verlos ons, bidden wij U, Heer ! van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad; en geef ons, op de voorspraak van de gelukzalige en glorierijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd, en van Uw gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas, en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij door Uw barmhartigheid geholpen, altijd vrij mogen zijn van iionde en veilig voor alle ontsteltenis. Door denzelfden Jezus-Christus onzen Heer, Uw Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen.
Dr. Amen.
Pr. De vrede des Heeren zij altijd met U.
Dr. En met Uw geest.
179
l8o BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Agnus Dei.
Deze vermenging en ten offer wijding van het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jezus-Christus worde ons bij het ontvangen ten eeuwigen leven. Amen.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Voor de H. Communie.
Heer Jezus-Christus, die tot Uwe Apostelen gezegd hebt: Ik laat u den vrede, mijn vrede geef Ik u : zie niet op mijne zonden, maar op het geloof Uwer Kerk, en gelief haar volgens Uw wil vrede en eenheid te geven. Die leeft en regeert. God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jezus-Christus, Zoon van den levenden God, die naar den wil Uws Vaders met medewerking des H. Geestes, door Uw dood de wereld hebt levend gemaakt; verlos mij, door dit Uw Hoogheilig Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad; en doe mij altijd Uwe geboden naleven, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Die met denzelfden God den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Laat, Heer Jezus-Christus, het ontvangen van Uw Lichaam, hetwelk ik onwaardige mij vermeet te nuttigen, mij niet tot veroordeeling
van assisie.
en verwerping wezen; maar naar Uw goedertierenheid, diene het mij tot beveiliging van ziel en lichaam en tot middel van heil. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Communie.
ik. zal het Hemelsch brood ontvangen en den naam des Heeren aanroepen. Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden. Het Lichaam onzes Heeren Jezus-Christus beware mijn ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Wat zal ik den Heer wedergeven voor al hetgene Hij mij bewezen heeft ? Ik zal den Kelk des heils nemen, en den naam des Heeren aanroepen. Lofprijzend zal ik den Heer aanroepen, en ik zal van mijne vijanden verlost zijn.
Het Bloed onzes Heeren Jezus-Christus beware mijn ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Na de H. Communie.
Laat ons. Heer, wat wij met den mond nuttigden met een rein hart bewaren, en van een tijdelijke gave worde het ons een altijddurend middel van heil. Uw Lichaam, Heer, dat ik genuttigd heb, en Uw Bloed, dat ik gedronken heb, blijve in mijn binnenste; en
181
l82 bloesem uit den serafijnschen hof
geef, dat in mij, nu ik met de zuivere en heilige Sacramenten verkwikt ben, geen vlek van misdaden overblijve. Die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Zoo dikwerf gij dit brood zult eten, en den Kelk drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, tot dat Hij kome : derhalve, al-wie onwaardig dit brood zal gegeten, of den Kelk des Heeren gedronken hebben, hij zal schuldig zijn aan het Lichaam en Bloed des Heeren.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uw geest.
Geef, bidden wij U, Heer, dat wij met het altijddurend genot van Uw Godheid vervuld worden, gelijk het door het tijdelijk ontvangen van Uw kostbaar Lichaam en Bloed wordt afgebeeld. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geesl.es, God, door alle eeuwen der eeuwen.
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uw geest.
Pr. Gaat, het offer is volbracht.
Dr. God zij dank.
Pr. Laat U, H. Drievuldigheid, de hulde mijner dienstbaarheid behagen, en verleen, dat het offer, hetwelk ik, onwaardige, voor de oogen Uwer Majesteit heb opgedragen, U welgevallig; en mij en allen, voor wie ik het
van assisie.
opgedragen heb, door Uw erbarming, tot verzoening zij. Door Christus, onzen Heer.
Amen.
De Zegen.
Pr. Zegene u de almachtige God,de Vader, de Zoon en de H. Geest.
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uw geest.
Pr. Begin van het H. Evangelie naar Joannes.
Dr. Eer zij U, Heer!
Pr. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Alles is door het Woord gemaakt; en zonder Hem is niets gemaakt, wat gemaakt is; in Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen: en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan.
183
m
184 BLOESEM UIT DEN SERAF,HOF VAN ASSISIE.
Doch zoovelen Hem aannamen, hun gaf Hij macht om kinderen Gods te worden, hun die in zijn naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. E71 het Woord is Vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als des Ee-niggeborenen van den Vader, vol genade en waarheid.
Dr. God zij dank !
i !:'
1
GROOTE God, bij de aanschouwing mi3ner blende, waag ik het met ftJgSLa schroom mijn gelaat tot U op te heffen. Waarheen zal ik vluchten als tot U, God van barmhartigheid, die in deze wereld kwaamt om ons te redden en zalig te maken ?
Jezus, ik geloof, dat Gij dit H. Sacrament ingesteld en Uw Priesters de macht gegeven hebt de zonden te vergeven. Ik hoop met een vast vertrouwen, dat Gij ook mijne zonden zult vergeven, omdat ik ze diep betreur en naar Uw gebod ze ootmoedig en oprecht biecht. Verlicht, Geest Gods, mijn ziel met een straal van Uw onmetelijk Licht, waardoor Gij alle zonden der menschen kent; verlicht mij, opdat ik mij zelf kenne en alles den Priester belijde. Ik bid U door al Uwe barmhartigheden, laat mij door het vuur der boetvaardigheid een levendig offer voor U worden. Geef mij een vermorzeld, ootmoedig hart en een diep berouw over mijne zonden, opdat ik ze verafschuw, gelijk zij U mishagen en gelijk Gij zelf ze verafschuwt.
Onderzoek van het geweten.
iste Gebod. Hebt Gij U overgegeven aan geloofstwijfel, of zijt gij uit menschelijk opzicht en valsche schaamte teruggebleven bij de open-
186 bloesem uit den serafijnschen hof
bare belijdenis van het geloof? Hebt gij stilge-zwegen, toen anderen daarover verachtlijk spraken ? Hebt gij boeken gelezen, die het geloof bespotten of in een verkeerd daglicht stelden ? Hebt gij uw toevlucht genomen tot bijgeloovige dingen? Hebt gij in nood en ongeluk tegen God gemord, waart gij ook angstig bezorgd voor het tijdelijke ? Hebt gij u ook overgegeven aan droefheiden vertwijfeling? Hebt gij steeds uwe gebeden met ijver en godsvrucht verricht, uw geweten onderzocht ? Waart gij ijverig in Gods heiligen dienst ?
2de Gebod. Hebt gij de heilige namen van God, Jezus en Maria volgens verkeerde gewoonte uitgesproken, tot bevestiging der onwaarheid misbruikt of gevloekt ? Helst gij niet lichtzinnig gezworen ? Hebt gij niet gemord over het weder of de beschikkingen Gods ?
3d0 Gebod. Hebt gij op zon-en feestdagen de H. Mis met godsvrucht bijgewoond ? Waart gij niet verstrooid door uw schuld ? Hebt gij de heilige feesten en dagen plechtig gevierd ? Hebt gij de vermaken der wereld ook gevolgd?
4de Gebod. Hebt gij uw ouders liefde en hoogachting bewezen ? Hebt gij hen geen ruwe of trotsche woorden toegesproken ? Hebt gij ze bij gewichtige zaken om raad gevraagd ? Hebt gij niet gezondigd tegen geestelijke of tijdelijke overheden, hen veracht, bevit of bespot ?
VAN ASSISIE. 187
5de Gebod. Hebt gij in gedachten door opvliegendheid, nijd, wangunst over het geluk van anderen gezondigd ? Hebt gij ook verlangd u te wreken op uw vijand ? Hebt gij hem zelfs uw gebed ontzegd ? Hebt gij uwe naasten gekrenkt met woorden, hen gesmaad, beschimpt, met hen harde woorden gewisseld ? Hebt gij alle middelen der verzoening aangewend ? Hebt gij u door deelneming schuldig gemaakt aan vreemde zonden, uw naaste geschaad in zijn gezondheid, hem tot zonde verleid ? Hebt gij geestelijke of lichamelijke werken van barmhartigheidverzuimdPWaartgij bij het geven van een aalmoes ook hardvochtig ? Waart gij dankbaar jegens uwe weldoeners ?
6e en ge Gebod. Hebt gij gezondigd door vrijwillige, onzuivere gedachten, woorden, werken ? Door het verzuimen uwer gebeden en lichamelijke versterving om de deugd der zuiverheid te bewaren, door veronachtzaming van het noodzakelijk middel om deze deugd te bewaren ?
7e en 1 oeGebod. Hebt gij den wenschof den wil gehad te stelen, te bedriegen : hebt gij te prachtlievend of te verkwistend geleefd ? Hebt gij aangerichte schade naar de mate uwer krachten vergoed ?
8e Gebod. Hebt gij gezondigd door valsche getuigenis, door liegen, door huichelarij, door veinzerij, door eerroof, door laster, door mede-
188 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
deeling van vertrouwde geheimen, door verdachtmaking van anderen, door ontijdig en valsch oordeelen ?
Onderzoek u verder over de gebreken en ondeugden, die men bijzonder schuwen moet en bedenk, dat een wijs en verstandig hart zich van zonden onthouden en in de werken der gerechtigheid zich oefenen en voortschrijden moet.
Hebt gij standvastig gestreden tegen de lauwheid ? Volgehouden, wanneer uw gebed verminderde, uw ijver verkoelde, uw godsvrucht verdroogde? Hebt gij de versterving en het ontvangen der H. Sacramenten niet lauw en oppervlakkig en slecht beoefend ; waart gij gevoelloos voor de berispingen van uw geweten ? Hebt gij de oefeningen van godsvrucht verzuimdPWee u, wanneer gij geestelijk slaapt en bedenk, dat niet het goede begin, maar het goede einde in eeuwigheid zijn loon ontvangt. Bedenk tot welk een toestand gij zijt gekomen, wanneer gij lauw zijt en doe de vroegere goede werken weder !
Hebt gij volhardend gestreden tegen behaagzucht en ijdelheid ? Pronkt gij niet, met hetgeen gij hebt of bezit ? Spreekt gij steeds van u zelf ? Waart gij genegen de oogcn der menschen tot u te trekken ? Laat toch de hoovaardij niet heerschen in uw zin of in
VAN ASSISIE.
uwe woorden, want in haar vindt alle ondergang zijn oorsprong.
Gaaft gij u niet over aan gemakzucht en verwijfdheid ? Het leven van den Christen moet een onafgebroken boete zijn ! Vlucht gij den lediggang ? Vermeedt gij bij spijs en drank de overmaat? Vluchtetgij het zingenot? V erdroegt gij met moed en vreugde de moeiten en bezwaren des levens, van uw stand en van de beoefening der deugd ? Vermeedt gij het ijdel gepraat ? Dit is de dood van de deugd en de vroomheid. Wanneer iemand zijn tong niet in bedwang houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is ijdel ! Hieldt gij u op met de daden en de gezelschappen van vreemde personen, gingt gij de nieuwtjes na van den dag ? Verbeuzeldet gij niet den kostbaren tijd met onnutte gesprekken ? Spreek weinig, spreek echter met ernst, met waarheid en liefde !
Zijt gij ook koel tegen uwe naasten ? Zijt gij onpartijdig in den omgang ? De ware liefde is gestreng voor zich zelf, zacht, oplettend, feeder en mild jegens de naasten. Zij is geduldig en goed ; zij toornt niet en handelt niet onbescheiden, zij is ook niet onbescheiden, niet opgeblazen, niet eergierig. Zij heeft geen argwaan ; zij verdraagt alles, zij duldt alles. De eigenliefde zoekt steeds zich zelf, is gestreng jegens anderen, lauw voor zich zelf; zij vergeeft geene beleedigingen ; zij is gevoel-
189
190 bloesem uit den seraf1jnschen hok
loos jegens anderen, alleen daarop zinnend zich zelf het leven aangenaam te maken ; haar uiteinde is het verderf.
De ware liefde is :
1. Zacht in het oordeel over anderen.
2. Werkzaam en offervaardig ; zij bemint niet met woorden, maar in daden en in waarheid.
3. Zij is geduldig in het verdragen van een anders gebreken. Bedenk, mijn ziel, dat, gelijk God u verdraagt, gij ook anderen moet verdragen. Handel zoo met uwe naasten, gelijk gij wenscht, dat anderen u behandelen zullen.
Berouw en besluit.
Mijn God, ik bemin U boven al en uit geheel mijn hart. Het berouwt mij, dat ik U heb beleedigd. Ik haat en verfoei uit geheel mijn hart alle zonden, vooral de..... wijl
ik U, het hoogste en beminnenswaardigste goed, wien ik allen dienst cn alle vereering schuldig ben, daardoor heb beleedigd. Uit teedere liefde en omdat ik U boven alles hoogschat, maak ik het vaste voornemen, nooit meer iets te doen, wat Uw heiligen wil onaangenaam is of mij in gevaar kan brengen Uw H. Genade te verliezen. Heer, wees mij, arme zondaar, genadig. Amen.
van assis1e.
-A-'«gt;'■
i ^11
igi
Rouwmoedig gebed tot den goddelijken Heiland.
Ik kom tot U, o Jezus, goede Herder, want ik heb gedwaald gelijk een lam, dat verloren ging. Neem mij op Uwe schouders en draag mij tot de kudde Uwer uitverkoornen, opdat ik eeuwig Uw barmhartigheid kan loven. Ik kom tot U, barmhartige Samaritaan, want ik ben de arme ziel, die op den weg van Jeruzalem naar Jericho den vijand mijner ziel in handen viel. Kom, heel mijne wonden met den wijn Uwer genade, met de olie Uwer barmhartigheid en voer mijn ziel terug in Uw H. Zijdewond.
Ik kom tot U, mijn Verlosser ! gelijk de tollenaar van Jericho, besloten, elk nadeel, dat ik Uw eer en het heil van mijne naasten, heb toegebracht, naar mijne krachten te herstellen. Geefmijeen hart,dat Uwgoedheid beantwoordt en neem mij met Zacheüs op onder Uwe volgelingen.
Ik kniel aan Uw voet, liefderijke Verlosser, en laat mij met Maria Magdalena onder beken van tranen alle afdwalingen van mijn zinlijkheid beweenen. Vermeerder mijne tranen door de kracht van Uw H. Bloed en laat mij niet weggaan van Uw voet, voordat ik de zoete woorden heb vernomen : Uwe zonden zijn vergeven.
O, had ik maar nooit gezondigd ! Ik her-
|
1 | |||||
|
V 1 r |
192 bloesem uit den serafijnschen hof |
T h 0 b quot;V te la n la v v( n / te tic m h bc m U b h h zi | |||
|
roep al mijne zonden, 0 Jezus, ik verafschuw en verfoei ze, gelijk Uw goddelijk Hart ze haat. Mijn Zaligmaker, ik keer mij thans af van alle neiging tot zonde en geef mij geheel over aan Uw H. Dienst. Nooit meer wil ik iets doen, wat U mishaagt : Voor U wil ik van nu af leven en sterven. Amen. Na de biecht. Barmhartige God, hoe onbegrijplijk is Uw goedheid jegens mij een arme zondaar ! Reeds duizendmaal heb ik de hel verdiend, Gij echter neemt mij vaderlijk en liefdevol in Uw genade aan en vergeeft mij al mijne fouten. Ik dank U teederlijk voor deze genade en loof Uw oneindige barmhartigheid in alle eeuwigheid. Wat ik niet vermag, mogen Uwe Heiligen volbrengen, met wie ik U eenmaal hoop te loven. Hemelsche Vader, in vereeniging met alle werken van boetvaardigheid, die Uw geliefden Zoon in zijn allerheiligst lijden voorde zonden der gansche wereld volbracht en aan Uw goddelijke gerechtigheid heeft opgeofferd, wil ■ik thans de boete verrichten, die de Biechtvader mij heeft opgelegd. Ik neem mij ook vast en ernstig voor, nooit meer te zondigen en U nooit meer vrijwillig te beleedigen. Ik wil niets zoo zeer haten als de zonde, wijl zij een beleediging aan Uw oneindige en beminnenswaardige Majesteit is. | |||||
|
jfVjl » | ||||
|
vv t. n ïr s u is i-r-f-il e d n i- e n n vv il t- it g s i-3. |
VAN ASSISIE. 193 |
; 1 i :■ l : ij ; lil .• ;ii iii II lilll | ||
|
Toon mij daarom, oGod, voortaan Uw barmhartigheid en geef mij krachtige genade, opdat het mij mogelijk zij U nooit meer te beleedigen. Gij zijt mijn God en mijn Helper ! Versterk mij in alle bekoringen, beschut mij tegen alle aanvallen van den boozen vijand en laat mij nooit meer in zonde vallen. H. Maria, alle Heiligen Gods, bidt voor mij, opdat ik de genade, waarmede de Heiland mij heeft opgenomen, niet meer lichtvaardig verlies. Bidt voor mij, opdat ik naar Uw voorbeeld leve en liever sterve dan mijn God nog eens opzettelijk te beleedigen. Amen. AFLAATGEBÈD, te verrichten voor een kruisbeeld met vollen aflaat. ie, mijn goede en zoetste Jezus ! Ik werp JLj mij op de knieën voor Uw aangezicht ter neder, bid en bezweer U met den vurigsten aandrang van mijn hart, doordring mijn ziel met de levendigste gevoelens van geloof, van hoop en van liefde, en met een waar berouw over mijne zonden.Verleen mij een omvankel-baren, vasten wil om mij te beteren, terwijl ik met ontroerd gemoed en met smart in de ziel Uw heilige vijf wonden overweeg en daarbij behartig, wat van U, mijn Jezus, door den heiligen profeet David voorspeld was : « Zij hebben mijne handen en voeten doorboord ; zij hebben al mijne beenderen geteld ! » | ||||
|
Bloesem. J3 | ||||
eloofd zij het allerheiligste Sacrament des Altaars zooveel malen als er sterren aan den hemel, vonken in het vuur, stofdeeltjes in de lucht, droppels in de zee, steentjes op aarde, bloemen in de lente, grashalmen in den zomer,bladeren aan de boomen, sneeuwvlokken in den winter, schepselen op de geheele wereld zijn; wijl Gij, Heer aller dingen, waardig zijt geloofd te worden, Gij die onder de zichtbare gedaanten van brood en wijn verborgen en waarachtig een verborgen God zijt.
Geloofd zij het allerheiligste Sacrament des Altaars zooveel malen als alle Engelen en men-schen met het verstand denken en den wil : kunnen wenschen,als woorden met den wensch uitgesproken en werken in der daad tot stand gebracht kunnen worden, wijl Gij, Heer en Vader ! waardig zijt geloofd te worden. Gij, die ons door Uw kostbaar Bloed vrijgekocht en daarmee onze ziel gedrenkt hebt.
Geloofd zij het allerheiligste Sacrament des Altaars met alle lofzangen, die de allerheiligste Drievuldigheid met haar almacht te voorschijn roepen, met haar wijsheid uitdenken i en met haar goedheid zelfs wenschen kan, nu
BLOESEM UIT DEN SERAF.HOF VAN ASSISIE. I95
en in alle eeuwen ; omdat Gij. Heer en God, die mij niet slechts Uw menschheid maar ook Uw Godheid schenkt, waardig zijt boven alles geloofd, gezegend en geprezen te worden. Amen.
2. Tot bekeering van alle ongeloovigen.
Mariaaria, Moeder van barmhartigheid en toevlucht der zondaren, wij bidden U, schouw met Uwe barmhartige oogen op de ongeloovige en schismatieke volken. Gij, zetel der wijsheid, verlicht de harten zoo droevig omgeven door de duisternissen van onwetendheid en zonden, opdat zij met volle klaarheid de heilige, katholieke, apostolische Kerk van Rome als de eenig ware Kerk van Jezus-Christus, buiten welke er noch heil noch zaligheid is, erkennen. Voltooi hun bekeering door den bijstand Uwer genade met een oprechte belijdenis aller waarheden van het H. Geloof en met de kinderlijke onderwerping onder den plaatsbekleeder van Jezus-Christus op aarde, den Roomschen Paus, zoo dat zij door den band der goddelijke liefde met ons verbonden, één kudde onder één Herder vormen, en wij allen U, glorierijke Maagd, door alle eeuwen heen lofzingen : «Verheug U, H. Maagd Maria, Gij alleen hebt alle dwaalleeringen der geheele aarde vernietigd ! » Amen.
Driemaal: Wees gegroet, Maria, enz.
196 bloesem uit den serafijnschen hof
3. Godvruchtige voorbede voor de stervenden.
Goede Jezusoede Jezus, vol liefde voor de zielen, ik bid U en bezweer U, door den doodsangst van Uw heilig Hart en de smarten Uwer onbevlekte Moeder, reinig in Uw Bloed alle zondaren der geheele wereld, die thans in doodstrijd liggen en heden nog sterven zullen. Hart van Jezus, dat ook den angst des doods heeft geleden, erbarm U over de stervenden ! Amen.
4. Ter eere van het kostbaar Bloed van Jezus-Ghristus.
Kostbaarostbaar Bloed des eeuwigen levens, prijs der verlossing van de geheele wereld, drank en bad des heils van onze zielen, dat onophoudelijk de aangelegenheden der menschen verdedigt voor den troon des Aller-hoogsten, met diepen eerbied bid ik U aan en wensch zoover het mogelijk is, alle oneerbiedigheden en beleedigingen te vergoeden, die U onophoudelijk door Uwe schepselen worden aangedaan, vooral door hen, die zich verstouten U door vloeken te beleedigen. Wie zou dit bloed van oneindige waarde niet prijzen, wie niet van liefde tot Jezus, die hei: vergoot, geheel worden ontvlamd? Wat was er van mij geworden, wanneer dit goddelijk Bloed mij niet vrijgekocht had ? En wie heeft
|
k s-ir e i-i. is i s, e- r-n r- n :h ie Uquot; r-er jk ift |
VAN ASSISIE. 197 |
r. ill ■ , lil li | ||
|
het uit de aderen mijns harten tot den laat-sten druppel toe getrokken ? Dit heeft slechts de liefde gedaan! O onmeetlijke liefde, die ons dezen balsem des heils heeft aangeboden ! Onschatbare balsem, gevloeid uit de bron der onmeetlijke liefde ! Maak, dat alle harten en tongen U loven, U verheerlijken en U danken nu en altoos en in alle eeuwen. Amen. y. Door Uw Bloed, Heer! hebt Gij ons verlost. K?. En ons tot het rijk van onzen God gemaakt. Gebed. a lmachtige, eeuwige God, Gij, die Uw l\ eeniggeboren Zoon tot Verlosser der wereld bestemd hebt, en door zijn Bloed verzoend wildet worden, verleen ons, wij bidden U, de genade, den prijs van ons heil zoo te vereeren, en door zijn kracht tegen alle kwaad des levens beschut te worden op aarde, opdat wij ons door de eeuwige vrucht mogen verheugen in den Hemel, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen. 5. Dankgebed voor de liefde des Heilands. T ezus, bemind en in het H. Sacrament J tegenwoordig, wees thans en eeuwig geloofd en gedankt ! O Liefde, die alle | ||||
|
i |
|
1 j . | ||||
|
li I,-. ill 1 : i i'i P' : 1 i! '-i |
198 bloesem uit den serafijnschen hof |
m K st la 0 glt; te h d m ee er 7 1 tc V£ W zi sr bi li( er b d( | ||
|
hemelsche en aardsche liefde waardig zijt! O Liefde, die uit overmaat van liefde tot mij, een ondankbaar zondaar, U hebt bekleed met onze menschheid, onder de smartelijke geeseling Uw kostbaar Bloed hebt vergoten, en aan het smaadvolle Kruis tot heil van allen zijt gestorven; thans, daar ik door een levendig geloof verlicht ben, bid ik U allerootmoedigst, met de geheele schenking mijner ziel en van mijn hart, door de oneindige verdiensten van Uw bitter lijden, geef mij kracht en moed om alle in mijn hart heerschende verkeerde neigingen uit te roeien, om U in mijne grootste bitterheden te prijzen, U te eeren door de getrouwe vervulling mijner plichten, om elke zonde ten zeerste te verfoeien en mij zelf te heiligen. 6. Gebed om ter wille van het lijden des Heeren van dén eeuwigen dood bewaard te blijven. god, die om de wereld te verlossen, vy geboren, besneden, door de joden verwonen, door Judas met een kus verraden, met koorden gebonden, als een onschuldig Lam ter slachtbank gevoerd, bij Annas, Caï-phas, Pilatus en Herodes smadelijk gebracht, door valsche getuigen aangeklaagd, gegeeseld, met smaad bedekt, met spuw bezoedeld, met doornen gekroond, met een rietstok geslagen, het gelaat bedekt, van kleederen beroofd, | ||||
|
V- |
|
van assis1e. 199 |
i,v i ' ' '! | |||
|
, i e ■ ti - 1 a r-e i gt; j n J i, r- gt;, g i-t, i, i, i, |
met nagels aan het Kruis gehecht, aan het Kruis opgeheven, onder de misdadigers gesteld, met gal en azijn gelaafd en met een lans doorstoken zijt, gewaard;;g U, 0 Heer, om door Uw H. Lijden, hetgeen ik onwaardig gedenk, en door Uw H. Kruis en dood mij te bevrijden van de pijnen der hel en daarheen te voeren, waar Gij den goeden moordenaar geleid hebt. Gij, die leeft en regeert met den Vader en den H. Geest, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen. Bid hierna 5 OnzeVaders, 5 Wees gegroeten en Eere zij den Vader. 7. Smeekgebed om Gods barmhartigheid. quot;p armhartigheid van onzen God, omvat -D ons en bevrijd ons van de geesels van Uw toorn. Eere zij den Vader, enz. Eeuwige Vader, teeken ons met het bloed van het onbevlekte Lam, gelijk Gij eens de woningen van Uw volk hebt geteekend. Eere zij, enz. Kostbaar bloed van Jezus, onze liefde, smeek Uw goddelijken Vader voor ons om barmhartigheid. Eere zij, enz. Wonden van mijn Jezus, de wond van zijn liefde en barmhartigheid roept voor ons om erbarming bij den Hemelschen Vader. Verbergt ons daarin en redt ons. Eere zij, enz. Eeuwige Vader, Jezus behoort ons, alsmede zijn bloed, en zijne oneindige verdiensten. | |||
|
' /f lli; | ||||
|
p |
ir^ | ||||
|
1 |
200 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
1 |
i 11 i i H i' i ■ i |
Wij offeren ze U alle op, en daar Gij hen bemint, daar deze gave U aangenaam is, zoo zult Gij ons redden. Dat hopen wij met een vast vertrouwen. Eere zij, enz. Eeuwige Vader, Gij wilt niet den dood des zondaars, maar dat hij zich bekeere en leve. Verleen ons alzoo door Uw barmhartigheid, dat wij leven en U toebehooren! Eere zij,enz. Red ons, Christus, onze Heiland, door de kracht van Uw H. Kruis! Gij, die Petrus op de zee gered hebt, ontferm U onzer ! Maria, moeder van barmhartigheid, bid voor ons en wij zullen gered worden ! Maria, onze voorspreekster, bid voor ons en wij zullen gered worden ! De Heer kastijdt ons op rechtvaardige wijze voor onze zonden. Gij evenwel, Maria, spreek voor ons, wijl Gij onze allerliefste Moeder zijt. Maria, op Uw Jezus en op U hebben wij al ons vertrouwen gevestigd, laat niet toe, dat wij verloren gaan. Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet! Tot U roepen wij, verbannen kinderen van Eva; tot U zuchten wij weenend en treurend in dit dal van tranen. Welaan dan, onze Voorspreekster, wend Uw barmhartige oogen tot ons en na deze ellende toon ons Jezus, de gezegende Vrucht Uws lichaams! O goede, milde, zoete Maagd Maria ! Gewaardig mij U te loven, geheiligde | |||
|
e-0 n e. a, z. e P d is It i. ij ij it i-;e r-ij i. w e a-e |
van assisie. 20i |
ij \ __y»V -•V. | ||
|
Maagd Maria ! Geef mij kracht tegen Uwe vijanden ! Gezegend zij Godin zijne Heiligen. Amen. 8. Gebed om de genade van zuiverheid. T ezus, Zoon van den levenden God, glans J van het eeuwig licht, Gij, de zuiverste en allerheiligste, van eeuwigheid af in den schoot des eeuwigen Vaders voortgebracht, en in den tijd geboren uit de zuiverste en onbevlekte Maagd Maria, ik, een arm schepsel, bid U uit den grond mijns harten, mij zuiver te bewaren aan lichaam en ziel en te bewerken, dat de heilige kuischheid in Uw Kerk volmaakt opbloeie, tot Uw groote eer en tot heil der zielen, door U verlost. Maria, reinste, onbevlekte en eeuwige Maagd! Gij, dochter des eeuwigen Vaders, Moeder van den eeuwigen Zoon, bruid van den H. Geest! Levende en verhevenste tempel der allerheiligste Drievuldigheid ! Lelie van zuiverheid! Spiegel zonder vlekken! Veelgeliefde Moeder, verwerf mij van Uw en mijn goeden Jezus de zuiverheid van lichaam en ziel en bid Hem, dat deze schoone deugd steeds meer opbloeie in alle rangen dergeloo-vigen. Allerkuischte Bruidegom van Maria, van de onbevlekte Maagd, Gij, die verdiendet door God op een bijzondere wijze bevoorrecht | ||||
|
«■t i |
202 bloesem uit den serafijnschen hof
te worden de Voedstervader van Jezus-Christus, de onschuld zelf, en de vlekkelooze wachter en beschermer van de Maagd der maagden te zijn, smeek voor mij de liefde tot Jezus, mijn God en Heiland, en de bijzondere hoede van Maria, mijn heilige Moeder,en verwerf mij, beminde H. Jozef, dat de door U beminde deugd van heilige zuiverheid doormij en alle menschen op hoogen prijs worde gesteld!
En Gij, onze bijzondere voorspreker en ons voorbeeld, H. Bernardinus, die Jezus, Maria en Jozef zoo teeder bemindet, die een voorbeeld van christelijke zedigheid en te uwer tijd de hersteller der vroomheid en der goede ; zeden waart, draag onze ootmoedige gebeden op aan de H. Familie en bid voor onze tijden, dat de h. zuiverheid van ziel en lichaam tege-i lijk met de vroomheid en de vreeze Gods heersche in alle christen gezinnen en bij alle kinderen der H. Roomsche Kerk, onze Moeder. Amen.
9. Opdracht.
Jezus, 'k draag U op vandaag.
Al is het klein van waarde. Al wat ik kan, al wat ik ben. Al wat ik heb op aarde.
Ik wil het al voortaan voor U, Ter Uwer hoogste eere,
Naar-Gij gebiedt, en anders niet. Gebruiken of ontberen.
|
1 | ||||
|
F rs-ze er ot re ïr-e- 5n d! is ia )r-er le ;n n. c-Js le e- |
van assisie. 203 |
. ||| ■' SI | ||
|
Schenk mij volharding in het goed, Een afschuw van de zonde, Stort reine liefde in mijn gemoed. Houd mij aan U verbonden. Bewaar mij voor elk ongeval, Dat mij van U kan scheiden, Opdat ik in het Hemelrijk Mij met U mag verblijden. 10. Opwekking tot Jezus' H. Hart. « tt et Woord is Vleesch geworden en li heeft onder ons gewoond 1 » Eeuwig Woord, uit liefde tot ons Vleesch geworden, nederig voor Uwe voeten neergeknield, aanbidden wij U met diepe godsvrucht, en, om onze ondankbaarheid jegens zulk een onmeetlijke weldaad te vergelden, vereenigen wij ons met de harten van allen, die U beminnen, en brengen U onzen innigsten en oot-moedigsten dank. Doordrongen van die overmaat van ootmoed, goedheid en zachtheid, welke wij in Uw Hart erkennen, bidden wij U smeekend om de genade,naarUw voorbeeld, al de deugden na té volgen, U zoo dierbaar. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. « Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus, en is gekruist, gestorven en begraven ! » Jezus, mijn allerbeminlijkste Verlosser, ootmoedig aan Uwe voeten neergeknield, aanbidden wij U met diepen eerbied om U een bewijs te geven, dat wij een oprecht berouw | ||||
|
1 |
204 BLOESEM uit DEN SERAFIJNSCHEN HOF
verwekken over onze ongevoeligheid bij al de pijnen en smarten, die Uw liefderijk hart in Uw smartvol lijden en sterven voor ons heil heeft geleden ; vereenigen wij ons met al de harten, die U liefhebben om U uit den grond onzer zielen te danken. Wij bewonderen het oneindig geduld en de grootmoedigheid van Uw goddelijk Hart, en bidden U vol aandrang onze harten te vervullen met den geest van Christelijke versterving, in dezen geest moedig te volharden en onzen grootsten troost en al onzen roem te zoeken in uw heilig kruis.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz.
« Gij gaaft hun van den Hemel het brood, dat alle zoetheid in zich bevat. »
Jezus, van liefde tot ons ontvlamd, ootmoedig aan Uwe voeten neergeknield, aanbidden wij U met diepen eerbied, en, om de smarten, die Uw goddelijk Hart dagelijks in het Allerheiligste te lijden heeft, te vergoeden, vereenigen wij ons met de harten van allen, die U liefhebben en U hun innigsten dank betuigen. Wij beminnen in Uw goddelijk Hart die brandende, onbegrijplijke liefde, die Gij hebt voor Uw eeuwigen Vader, en bidden U smeekend ook in onze harten het vuur der liefde tot U en tot onze naasten te ontsteken.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, en:;.
Eindelijk, beminnenswaardigste Jezus, bid-
-.V..
van assisie.
den wij U door de zoetheid van Uw goddelijk Hart, dat Gij de zondaars bekeeren, de bedroefden vertroosten, de stervenden te hulp komen en de zielen in het Vagevuur verkwikken wilt. Vereenig onze harten door den band van vrede en liefde, bevrijd ons van een onvoorzienen dood en verleen ons een zacht en zalig afsterven. Amen. Hart van Jezus, brandend van liefde tot ons, ontvlam ook onze harten met de liefde voor U.
Gebed.
Verleenerleen ons, bidden wij U, almachtige God,dat wij, dien wij door het heilig Hart van UwZoori roemen en de voortreflijkste weldaden zijner liefde tot ons dankbaar gedenken, zooveel door het bewijs zijner liefde als door hare vruchten verheugd mogen worden door denzelfden Christus, onzen Heer, Amen.
Goddelijk Hart van mijn Jezus, ik aanbid U met alle krachten mijner ziel; ik wijd mij met al mijne gedachten, woorden en werken en mij zelf voor altoos aan Uw dienst. Ik maak de goede meening U, zooveel mogelijk, een zelfde vereering, liefde en verheerlijking te betoonen. Roei mijne gebreken uit, ik smeek U dit dringend ! Bescherm mij in dit leven. Wees mijn hulp en toevlucht in het uur van mijn dood ! Verleen mij, ik bid U er om, door de zee van smart en bitterheid, waarin Gij gedurende den ganschen loop van Uw
205
|
lijf - ■ | ||||
|
1 ^ 1 11 i ^ i 'i p; ■' |i{1 I i |
206 bloesem uit den serafijnschen hof |
U di za V( d G V( li oi a' m tc Z o ai ei li d V( glt; k tc h f— n iilt; | ||
|
sterflijk leven uit liefde tot mij als bedolven waart, een waar berouw en verfoeiing van al mijne zonden, de verachting van de aardsche dingen, een brandend verlangen naar de eeuwige heerlijkheid, een vast vertrouwen op de oneindige verdiensten en de eindlooze standvastigheid in Uw genade. Hart van Jezus, dat geheel liefde zijt, ik offer U deze, mijne nederige gebeden op voor mij en al degenen, die zich in den geest met mij vereenigen en U zoo aanbidden. Gewaardig U in Uw oneindige goedheid ze te aanvaarden en te verhoo-ren, vooral voor hem, die het eerst van ons dit sterflijk leven gaat verlaten. Zoet Hart van mijn Verlosser, stort over hem Uw teederste vertroostingen uit, wanneer hij worstelt met den dood. Neem hem op in Uwe H. Wonden, reinig hem in dezen vuuroven der liefde van alle aardsche vlekken, om hem te doen binnentreden in Uw heerlijkheid, waar hij voor allen bidden zal, die nog ronddolen in het land der verbanning. Allerheiligst Hart van mijn beminden Jezus ! ik maak het voornemen, deze aanbidding en gebeden te vernieuwen en ze U toe te stieren voor mij, armen zondaar, en voor al degenen, die in deze aanbidding met mij vereenigd zijn, alle oogenblikken, die ik nog te leven heb tot aan den laatsten zucht mijns levens. Ik beveel U, mijn Jezus, de H. Kerk, Uw geliefde Bruid, en onze ware Moeder ; ik beveel U de rechtvaardigen, die in | ||||
|
1 |
• |
van assisie.
Uw genade leven, alle arme zondaren, de bedroefden, de stervenden en alle menschen te zamen ; geef niet toe dat het Bloed, voor hen vergoten, verloren ga ! Gewaardig U eindelijk deze gebeden tot leniging der pijnen van de Geloovige Zielen aan te wenden, bijzonder voor hen, die gedurende hun leven deze heilige oefeningen hebben gehouden, welke U op deze wijze worden aangeboden.
Beminlijkst Hart van Maria, gij zijt onder alle harten der schepselen het reinste en het meest brandende uit liefde voor Jezus en tegelijk het medelijdendste voor de Geloovige Zielen in het Vagevuur. Smeek ons tot Jezus onzen Verlosser de genaden, die wij van U afsmeeken. Moeder van Barmhartigheid, een enkele blik, een enkele beweging van Uw liefde tot Jezus'Hart, tot Uw Zoon, is voldoende om ons met overvloedigen troost te vervullen. Toon ons aldus Uw liefde, en het goddelijk Hart van Jezus zal ter wille van de kinderlijke liefde, die Hij U toedroeg en altoos zal toedragen, niet nalaten ons te ver-hooren. Amen.
11. Gebed tot de H. Vijf Wonden des Heeren.
'quot;P'erwijl ik mij voor U, gekruisigde be-J. minnenswaardige Verlosser mijner ziel, nederwerp, vermaant mijn geweten mij, dat ik het ben, die U met mijne handen aan het
207
ifsHf *
|
. Pi i j)! 1 | ! lt;1: I 1 H i i il ' : |
208 bloesem uit den serafijnschen hof |
t( s v b g v tt \ l n e r h 0 k s d ë e C 1 8 z \ 2 | ||
|
kruis hechtte, zoo menigmaal ik U door zware zonden beleedigde en mij daardoor aan barre ondankbaarheid schuldig maakte. Mijn God, het hoogste en volmaaktste goed, die al mijn liefde verdient, wijl Gij mij altoos niets dan goed hebt bewezen. Ik, arme zondaar, kan mijne boosheden niet meer ongedaan maken, gelijk ik het zoo gaarne wilde, doch ik verfoei ze met het grootste leedwezen, wijl ik U, de oneindige goedheid, beleedigd heb ! Aan Uwe voeten neergeknield, wil ik mij voortdurend beijveren medelijden te hebben met Uw lijden, U danken, U bidden om vergeving en verbetering des levens, en bid ik met hart en mond : Ik aanbid U, heilige wonde van Jezus'linkervoet. Ik gevoel met U de gruwzame smarten, die Gij hebt verdragen. Ik dank U voor de liefde, waarmede Gij, bloedend door de doornen en distels mijner zonden, mij zocht op den weg des verderfs. Den eeuwigen Vader offer ik alle liefde en alle smarten, welke Uw H. Menschheid heeft geleden om mijne misdaden uit te boeten, die ik thans met een oprecht en bitter berouw verfoei. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. Moeder, prent de smart, de wonden Door Uw Zoon aan 't kruis gevonden, Diep in mijn bedroefde ziel. •i* | ||||
|
i i jquot; |
|
van assisie. 209 |
V'j] ' lil | |||
|
e e i, n ii n i, ti e n i-v n n - |
Ik aanbid U, heilige wonde van Jezus'rechter voet. Ik voel met U, Jezus, de gruwelijke smarten, die Gij verdragen hebt, en dank U voor de liefde, waarmede Gij, onder stroomen bloeds en in den doodstrijd doorboord zijt geworden, om mijne afdwalingen en schuldige vermaken, die ik mijn teugellooze hartstochten toestond, uit te boeten. Den eeuwigen Vader offer ik de smarten en de liefde van Uw H. Menschheid, en bid Hem om de genade met heete tranen mijn vergiffenis te bewerken en vol te houden in de aangevangen verbetering van mijn leven, zonder mij ooit der gehoorzaamheid aan de goddelijke geboden te onttrekken. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. | |||
|
r e t r V - |
Ik aanbid U, heilige wonde van Jezus' linkerhand. Ik voel met U, Jezus, de gruwelijke smarten, die Gij verdragen hebt, en dank U dat Gij met zulk een groote liefde de tuchtigingen en de eeuwige vervloeking, die ik voor mijne zonden verdiende, hebt uitgesteld. Aan den eeuwigen Vader offer ik de smarten en de liefde van Uw H. Menschheid en bid U om de genade, dat ik den overigen tijd mijns levens zal besteden om waardige vruchten van boetvaardigheid voort te brengen en daardoor de beleedigde goddelijke gerechtigheid kan verzoenen. Onze Vader, Wees gegroet. Eere zij, enz. |
/'V ■'j | ||
|
Bloesem. 14 |
f' li |
|
210 bloesem uit den serafijnschen hof |
sc \c d d zi b m d rc S g1 iilt; re v d d a ] d h a l b g d 1 d | |||
|
Ik aanbid U, heilige wonde van Jezus' rechterhand. Ik voel met U, Jezus, de gruwelijke smarten, die Gij geleden hebt, en dank U, dat Gij met zulk een groote liefde mij voortdurend slechts goed bewezen hebt, ofschoon ik Uw liefde zoo weinig beantwoordde. Aan den eeuwigen Vader offer ik de smarten en de liefde van Uw H. Menschheid en bid Hem, mijn hart en mijn genegenheid te veranderen, opdat ik al mijne daden verricht naar zijn goddelijk welbehagen. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. Ik aanbid U, heilige wonde van Jezus' zijde. Ik voel met U, Jezus, de gruwelijke mishandeling, dieU werd aangedaan en dank U voor de liefde, waarmede Gij toeliet, dat Uw zijde en Uw hart gewond werden, om ook nog den laatsten bloed- en waterdruppel van Uw hart te schenken, om mijn verlossing te voltooien. Aan den eeuwigen Vader offer ik alle liefde en alle mishandelingen van Uw H. Menschheid, opdat mijn ziel in dit liefdevolle hart, dat immer en gewillig bereid is ook de grootste zondaars op te nemen, moge wonen en zich daarvan nooit meer verwijdere. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. H. Maagd en Moeder Gods Maria, martelares der liefde en der smarten bij de be- | ||||
|
li i |
van assisie.
schouwing der smarten en mishandelingen van Jezus. Gij hebt deelgenomen aan de weldaad mijner verlossing, terwijl Gij leed en droefenis verdroegt en den eeuwigen Vader zijn en Uw Zoon hebt aangeboden tot een brand- en zoenoffer. Ik koester het innigste medelijden met Uwe smarten en dank U voor de onmeetlijke liefde, waarmede Gij U be-roofdet van den Verlosser om mij te redden. Schenk mij Uw voorbede, nooit onverhoord gebleven, bij den Zoon en den Vader, opdat ik mijn leven duurzaam verbeter, den dierbaren Verlosser nooit weder kruisig met nieuwe vergrijpen, en in zijn genade volhard tot den dood, het eeuwig leven bekome door de verdiensten van Zijn bitter lijden en Zijn dood aan het Kruis.
3 Wees gegroeten, enz.
12. Gebed ter eere van Maria, bij haar beeld.
Heilige,eilige, onbevlekte Maagd en Moeder Maria ! Tot U, de Moeder des Heeren, de Koningin der wereld, de Voorspreekster, hoop en toevlucht der zondaren, neem ik, de armste van allen, heden mijn toevlucht. Aan Uwe voeten neergeknield, groote Koningin, breng ik U mijn hulde, en dank U voor alle genaden tot dezen stond ontvangen, vooral, dat Gij mij van de hel gered hebt, die ik zoo dikwerf verdiende. Ik bemin U, zeer geliefde
211
212 bloesem uit den serafijnschen hof
Beschermvrouwe en uit liefde tot U beloof ik U altoos te dienen en alles te doen, wat ik vermag, opdat Gij ook door anderen zoudt worden bemind. Op U stel ik al mijn vertrouwen. In Uwe handen leg ik mijn eeuwig heil. Neem mij aan als Uw dienaar en neem mij op onder Uw schuts, o Moeder van Barmhartigheid. Wijl Gij zoo machtig zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen of smeek mij ten minste de kracht af om ze tot het einde mijns levens te overwinnen. Aan U verzoek ik een ware liefde tot Jezus, door U hoop ik eens een zaligen dood te sterven. Mijn Moeder, door Uw liefde tot God bid ik, sta mij voortdurend bij, vooral in het laatste, alles beslissende oogenblik mijns levens ! Verlaat mij niet tot Gij mij onder de zaligen des Hemels ziet, waar ik U loven en den lof Uwer barmhartigheid zingen zal door alle eeuwen heen. Al zoo hoop ik; alzoo geschiede het!
13. Hartelijk gebed tot Maria.
Heiligeeilige Moeder Gods Maria ! Hoe
dikwijls heb ik voor mijne zonden de hel verdiend, en dikwerf was mijn doemvon-nis reeds na mijn eerste zonde voltrokken geworden, wanneer niet Gij, goede Moeder de goddelijke gerechtigheid weerhouden en de hardheid van mijn gemoed bestreden en mij met vertrouwen tot U getrokken hadt. In hoevele misstappen was ik wellicht reeds ver-
|
li lt; | |||||
|
VAN ASSISIE. 213 |
$ |
• | |||
|
vallen, bij de vele gevaren, die mij omringen, wanneer Gij, liefdevolle Moeder, door de genade, die Gij voor mij verwierft, mij niet bewaard hadt! En wat zou, mijn Koninginne ! al Uw barmhartigheid en al Uwe genaden, mij bewezen, uitwerken, wanneer ik mij aan het einde des levens in het verderf stortte ? Laat alzoo niet toe, dat ik mij van U en van mijn God, die mij door Uw bemiddeling zulk een groote barmhartigheid heeft bewezen, opnieuw afkeer. Duld niet, dat ik U in den hellepoel voor altoos moet haten en verwenschen. Zoudt Gij het kunnen verdragen, dat een Uwer dienaren, die U liefheeft, verloren ging? O Maria, wat antwoordt Gij mij ? Zal ik verloren gaan? Ja, wanneer ik mij van U afwend. Maar hoe kan het in mij opkomen om mij van U te scheiden ? Hoe kan ik alle liefde vergeten, die Gij mij bewezen hebt? Neen, Hij, die voortdurend tot U komt, en tot U zijn toevlucht neemt, gaat nooit verloren! Moeder, laat mij nooit aan mijn lot over, anders ga ik verloren. Geef, dal ik steeds mijn toevlucht neem tot U. Gij, mijn hoop, bewaar mij voor de hel en vooreerst voor de zonde, die alleen mij tot de hel kan voeren. |
VI - ' - '•lil ■ III 1 • III i li |
- r-v, | |||
|
Vquot; |
i | ||||
2 14 bloesem uit den serafijnschen hof
14. Gebed ter eere der allerzaligste Maagd Maria.
Moederoeder Gods, zie aan Uwe voeten een arme zondaar, die zijn toevlucht tot U neemt en op U zijn vertrouwen stelt. Ik verdien wel is waar niet, dat Gij mij met een blik verwaardigt; alleen weet ik, dat Gij een groot verlangen koestert, den zondaar bij te staan, wijl Uw Zoon den dood heeft doorstaan om hem zalig te maken.
Moeder van Barmhartigheid, zie mijn ellende en erbarm U mijner! Ik hoor U door allen de toevlucht der zondaren, de hoop der vertwijfelden, de hulp der veriatenen noemen. Wees dan ook mijn toevlucht, mijn hoop, mijn hulp! Gij zijt het, die mij door Uw voorspraak kunt redden. Sta mij bij ter wille van Jezus' liefde. Reik Uw hand aan een armen gevallen zondaar, die zich aan U vertrouwt. Ik weet, dat het U een troost is om een zondaar te helpen, wanneer Gij kunt. Zoo help mij thans, waar Gij mij kunt helpen. Door mijne zonden heb ik de goddelijke genade en mijn ziel verloren. Thans geef ik mij over aan Uwe handen. Zeg mij, wat ik doen moet, om in de genade mijns Heeren terug te keeren, en ik zal het oogenblikkelijk doen. Hij zendt mij tot U, opdat Gij mij te hulp zoudt komen. Hij wil, dat ik mijn toevlucht neem tot Uw barmhartigheid, opdat niet alleen de verdien-
•iR
III
M 1
(ii
V-,
van assisie.
sten van zijn Zoon, maar ook Uw voorspraak mij zouden helpen ter zaligheid. Ik vlucht al-zoo tot U. Bid Jezus voor mij. Toon aan mij de grootte der weldaden, die Gij bewijst aan hen, die op U vertrouwen. Zoo hoop ik, zoo geschiede het!
15. Gebed ter eere van Maria.
Mijnijn lieve Moeder, ik gevoel de genaden, die Gij voor mij verkreegt, zie echter tegelijk ook de ondankbaarheid, die ik U daarvoor bewezen heb. De ondankbare is niet waardig nieuwe genaden te ontvangen, toch wil ik desniettegenstaande niet wanhopen aan Uw barmhartigheid. Mijn groote voorspreekster, erbarm U mijner ! Gij zijt de uitdeelster aller genaden, die God aan ons arme zondaars verleent, en Hij heeft u deswege zoo rijk, zoo machtig en goed gemaakt, opdat Gij ons ter hulp zoudt komen. Ik wil zalig worden. In Uwe handen leg ik thans mijn heil, aan U bied ik mijn ziel. Ik wil tot het getal Uwer bijzondere dienaren behooren; wijs mij alzoo niet af! Gij gaat rond om de ellendigen te zoeken, om hen te helpen. Zoo verlaat dan ook mij, een armen zondaar, niet, die tot U zijn toevlucht neemt. Wees mijn voorspraak bij Uw Zoon. Hij staat U alles toe, wat Gij Hem vraagt. Neem mij onder Uw hoede, dat is mij voldoende; want wanneer Gij mij beschut, vrees ik niets. Ik heb
2IS
2 l6 bloesem uit den serafijnschen hof
geen vrees voor mijne zonden, wijl Gij mij, gelijk ik hoop, bij God mijn vergiffenis zult bewerken. Ik heb geen vrees voor de helsche geesten, wijl Gij machtiger zijt dan de gansche hel; ja, ik vrees zelfs mijn rechter Jezus-Christus niet, wijl een enkele bede, die Gij voor mij doet, Hem verzoenen zal. Bescherm mij alzoo, mijn lieve Moeder, verwerf mij vergiffenis der zonden, de liefde tot Jezus, de standvastigheid, een goeden dood, en eindelijk de zaligheid des Hemels.
Het is wel waar, dat ik deze genade niet verdien, alleen wanneer Gij ze voor mij van den Heer verlangt, zal ik ze toch behouden. Bid Jezus alzoo voor mij, o Maria, mijn Konin-ginne! Op U hoop ik, op U vertrouw ik, in deze hoop wil ik rusten, daarmede leven en sterven. Amen.
16. Litanie van de H. Maagd en Moeder Gods Maria.
Heer, ontferm U onzer !eer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer ! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God heilige Geest, ontferm U onzer ! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
|
f | ||||
|
VAN ASSISÏE. |
217 |
: ■ iii | ||
|
H. Maria, bid voor ons. |
. ; 1 t J | |||
|
H. Moeder Gods, | ||||
|
H. Maagd der Maagden, |
li I | |||
|
Moeder van Christus, |
cr | |||
|
Moeder der goddelijke genade, |
cL' | |||
|
Allerreinste Moeder, |
d O | |||
|
Allerzuiverste Moeder, |
O | |||
|
Onbevlekte Moeder, |
D |
• Mw 1 | ||
|
Ongeschonden Moeder, | ||||
|
Beminlijke Moeder, | ||||
|
Wonderbare Moeder, | ||||
|
Moeder des Scheppers, | ||||
|
Moeder des Zaligmakers, | ||||
|
Allervoorzichtigste Maagd, | ||||
|
Eerwaardige Maagd, | ||||
|
Lofwaardige Maagd, | ||||
|
Machtige Maagd, | ||||
|
Goedertieren Maagd, | ||||
|
Getrouwe Maagd, |
'■'''Vi'll | |||
|
Spiegel der Rechtvaardigheid | ||||
|
Zetel der wijsheid. | ||||
|
Oorzaak onzer blijdschap, |
cr | |||
|
Geestelijk vat, |
a. | |||
|
Eerwaardig vat. |
lt;1 0 | |||
|
Schoon vat van godsvrucht, |
0 -t | |||
|
Geestlijke roos, |
0 | |||
|
Toren van David, |
C/5 | |||
|
Ivoren toren, | ||||
|
Gulden huis, | ||||
|
Ark des Verbonds, | ||||
|
Deur des Hemels, | ||||
|
•fT | ||||
218 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Morgenster,
Troost der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten.
Hulp der christenen,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder vlek ontvangen.
Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor, ons Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ons. Heer !
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
Gebed. Onder Uw bescherming nemen wij onzen toevlucht, o heilige Moeder Gods, ver-
VAN ASSIStE.
smaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Voorspreekster, onze Middelares. Vertoon ons aan Uw Zoon, verzoen ons met Uw Zoon, beveel ons aan Uw Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden aan de beloften van Christus.
Gebed. Wij bidden U, o Heer ! stort Uw genade in onze harten, opdat wij, die door de Boodschap des Engels, de Menschwording van Christus hebben leeren kennen, door zijn lijden en kruis mogen gebracht worden tot de heerlijkheid van Christus. Door denzelfden Jezus-Christus, onzen Heer, Amen.
Gebed. Gedenk, o genadigste Maagd en Moeder Gods Maria ! dat men nooit gehoord heeft,dat iemand,die tot U vlucht,Uw bijstand verzoekt of Uw voorspraak vraagt, verlaten wordt. Aangemoedigd door dit betrouwen, o Maagd der Maagden, snel ik tot U, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij aan Uwe voeten neder, o Moeder des Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar gewaardig U die te verhooren. Amen.
2ig
|
■ | |||
|
il I i; ! 11 ft li ■ |
2 20 bloesem uit den serafijnschen hof |
h( in zi a£ d in d L L 0 d v d c | t gt; C | |
|
17. Godvruchtige vereering van het bitter lijden van Jezus-Chrlstus tot troost der Geloovlge Zielen. I. TT eer Jezus - Christus, ik een arme n zondaar, ben niet waardig, dat Gij dit gebed van mij aanneemt wegens mijne vele zonden. Ik offer het U op met de H. Kerk, die Gij altoos verhoort. Ik offer het op met het levendig offer der H. Mis en met al het goede, dat heden in de geheele Christenheid geschiedt, opdat hare groote pijnen van hen worden afgewend. Ik bid U ootmoedig,schenk de arme zielen Uw trouwe diensten, die Gij ons gedurende drie en dertig jaren getoond hebt, daar Gij ootmoedig rondgingt van stad tot stad, van dorp tot dorp om ons heil te zoeken. Geen moeite achttet Gij te groot, Gij hebt menig zwaren voetstap gezet. Geen zondaar hebt Gij versmaad. Gij hebt met hen gegeten en gedronken, de melaatschen genezen, hebt getroost en geleerd. Heer Jezus-Christus, hoe dikwijls hebt Gij U vermoeid ter wille van ons heil, terwijl Gij het woord des levens rondstrooidet, nu eens op de bergen, dan in de velden openlijk gepredikt, vele en groote wonderen gedaan tot Gij het verloren schaap wedervondt. Heer, neem de arme schapen andermaal in genade aan,die ik U toestier vol medelijden des harten; verleen haar, | |||
|
; II j illi |
VAN ASSISIE.
hetgeen zij door traagheid misdeden, waar zij in stede nuttig te zijn voor hunne naasten, zichzelf bij het aanhooren van Gods Woord aan plichtverzuim schuldig maakten, ook anderen daarin verhinderden of nalatig waren in de beoefening van het goede. Vergeef hun door al Uwe moeiten, en neem ze tot U in Uw eeuwig rijk !
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
2. Heer Jezus-Christus, gedenk Uw H. Levenswandel op aarde, toen Gij zooveel voor ons gebeden hebt tot Uw Hemelschen Vader. Gedenk ook. Heer, dat Gij al dat lijden voor ons hebt geleden ; heb medelijden met de Geloovige Zielen, die hierbeneden aan de Afgestorvenen hun verschuldigde voorbede onttrokken hebben,en wegens deze nalatigheid zoolang van hun verlossing beroofd zijn. Heer, ter wille van Uw goedheid, verleen mij toch de rijke verdiensten, die Gij op aarde verworven hebt, opdat ik voor hen kan vol doen, en door Uw barmhartig en milddadig hart offer het Uw Hemelschen Vader voor hen op, opdat zij niet langer wegens hun schuld moeten boeten ; want zij kunnen nooit anders voldoen, dan door Uwe deugdrijke werken, die Gij drie en dertig jaar voor hen betaald hebt, opdat hunne zware pijnen worden afgekort. Amen.
3 Onze Vaders, Weesgegroet, Eere zij, enz.
|
1 |
]li | |||
|
1 f • |
22 2 bloesem uit den serafijnschen hof | |||
|
i i! |
1 1 1 11 1 i Ij,! 1; | p: ■ n | li ■ |
3. Heer Jezus-Christus, Bruidegom der reine zielen, met medelijden breng ik voor U de zielen van alle geestelijke personen om haar met U te verzoenen, alhoewel ik niet in staat ben voor mij zelf voldoende te bidden. Heer, door Uw groote godsvrucht, die Gij in Uwe gebeden getoond hebt, heb medelijden met de arme zielen, die U in hun gebeden veel beloofd en weinig volbracht hebben ; wanneer zij lauw hun gebed verrichtten, zich vele onnuttige gedachten en woorden tijdens het gebed veroorloofden, ook niet op tijd en zorgvuldig baden en het dikwijls geheel veronachtzaamden. Zie neer, hoe zij zich thans voor Uw aangezicht schamen wegens hun nalatigheid en hun lauwheid in Uw H. Dienst. Voldoe Gij voor hen Uw Hemelschen Vader en bied voor hun verzuim de smarten, die Gij ver-droegt aan het kruis, opdat zij de eeuwige ruste mogen binnengaan. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 4. Mijn allerliefste Heer, met het grootste medelijden gedenk ik den smaad, dien Gij van Uwe landskinderen hebt moeten lijden, daar Gij onder veel spot door hen naar de bergspits werdt gevoerd, vanwaar zij U naar beneden wilden werpen. Geduldig Lam, wegens Uw trouwe leer wilden zij U dooden, die niemand ooit eenig leed heeft veroorzaakt. Doch de tijd van Uw lijden was nog niet vervuld. Daarom | ||
|
illl ■ |
ii |
van assisie.
gingt Gij midden door de scharen, zoodat zij U niet meer zagen. O smarten van het moederlijk Hart, toen Uw lieve Moeder vernam, dat zij U hadden willen dooden ! Hoe veel kostbare tranen heeft zij om U geweend ! Heer, gedenk, welk een groote smart deze smaad aan Uw getrouw Hart heeft bereid. Zoo bid ik U met aandrang, heb medelijden met de arme zielen, die lijden in de plaats van vuur, bijzonder hen, die in den strijd omkwamen, hunne fouten nog niet geheel hebben afbetaald en zoo ellendig smachten. Verlos hen door Uw hoogste barmhartigheid, en bied hun Uwe tranen en die Uwer Moeder, verlos hen van hunne pijnen en laat hen de eeuwige rust binnengaan.
3 Onze Vaders, Wees gegroet. Eere zij, enz.
5. Heer Jezus-Christus, ik herinner U aan het laatste afscheid van Uw allerliefste Moeder en Uwe andere vrienden, van wien Gij met groote droefheid Uws harten moest scheiden, toen Gij ter wille van onze verlossing den dood ingingt. Ik herinner U aan al de bedroefde woorden, aan al de heete tranen, vooral op het oogenblik, toen Uw lieve Moeder U omhelsde. Gij zelf waart diep bedroefd, daar Gij hen verlaten moest, die Gij boven alle schepselen liefhadt. Heer, door Uw bitter lijden ontferm U hunner, ik bid U daarom met aandrang, voor al de Geloovige Zielen, die
223
lil
ii iiw ill'
!• ■■'.-A'
III
ill I
1
|
■ F:^' |
-.... | |||
|
2 24 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
heden het Vagevuur binnentreden. Reinig hen met Uwe veelvuldige tranen, zie op hen met barmhartigheid en verkort weldra hun bitter lijden. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 6. Heer Jezus-Christus, hoe zwaar werdt Gij beleedigd in Uwe schepselen, en in Uwe vele genaden, vooral in dezulke, die Gij ons door de instelling van het Allerheiligste Sacrament geschonken hebt. Gedenk, wie U griefde toen Gij het Avondmaal insteldet. Gij hebt wel gedacht aan de verscheuring van Uwe tee-dere ledematen, en hoe Gij aan het kruis zoudt lijden in de hitte der zon. Ik herinner U aan den grooten angst, waarmede Uw Hart werd aangegrepen, terwijl Gij het H. Sacrament insteldet. Heer, door deze H. Instelling, vergeef aan de arme zielen alle onwaardige Communiën en allen ondank voor Uw H, Geheim en vroegere weldaden, waaraan zij zich ooit hebben schuldig gemaakt. Heer, vergeef door Uw barmhartigheid aan al degenen, die U in zonden ontvangen en zulk een heiligschennis nog niet voldoende hebben uitgeboet; kondig hen tot zaligheid hunner zielen Uw groote liefde aan, waarmede Gij het H. Sacrament hebt ingesteld. 3 Onze Vaders. Wees gegroet, Eere zij, enz. 7. Koninklijke Majesteit, ik herinner U aan Uw verheven en grooten ootmoed, dien Gij |
get( alle sch oot ven uits Jez der lich zee mir inst det ma ont die pijr mo uit van doe bre He die mo zui1 3 i laa | |||
|
1 . |
VAN ASSISIE.
getoond hebt, toen Gij uwen leerlingen, niet alleen zoo ootmoedig de voeten hebt gewas-schen, maar ook met Uw gezegenden mond ootmoedig de voeten kustet, en ook Uw verrader, dien Gij wel kendet, niet daarvan uitsloot. Hoe hartelijk hebt Gij, allerliefste Jezus, over Judas geweend en in 't bijzonder zijne voeten gekust, of Gij hem wellicht nog bewegen kondet, want Gij kendet zeer goed zijn toekomst. Toen Gij, teederbe-minde Heiland, het H. Sacrament des Altaars insteldet, en Uwe leerlingen tot Priesters wij-det, hebt Gij hen getroost, doch Gij hadt niemand, die U kon troosten. Heer, ik bid U, ontferm U over de arme zielen in het Vagevuur, die thans ellendig en onder droef geschrei gepijnigd worden. Schenk hun Uw grooten ootmoed en de tranen Uwer leerlingen, die toen uit godsvrucht vergoten werden ; vooral die van den H. Petrus, dien bij de voetwassching door U, het hart in den boezem dreigde te breken, daar Hij in U den Heer erkende van Hemel en aarde. Help de Geloovige Zielen, die door trotschheid en hoogmoed nog lijden moeten, maak hen vrij van schuld, opdat zij zuiver verschijnen voorden strengen Rechter.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
II.
i. Heer, wees met liefde herinnerd aan Uw laatsten tocht van den Olijfberg met Uwe
Bloesem. 15
225
iL
220 bloesem uit den serafijnschen hof
leerlingen. Op den weg noemdet Gij ze Uwe lieve kinderen, wel wetend, hoe Gij hen spoedig verlaten zoudt en zij gingen vluchten. Gedenk, hoe Gij met treurend hart het laatste dankgebed met Uwe leerlingen hebt uitgesproken. Met welk een droefheid naamt Gij afscheid van hen; hoe smartlijk was het afscheid aan beide zijden ! Eenieder ontvingt Gij in het bijzonder en gaaft hem den afscheidskus. Heer, omarm met Uw barmhartigheid de arme Zielen des Vagevuurs, schenk hen Uw gansche lijden, vooral de droefheid van Uw getrouw hart en de angst van Uw ziel voor het lijden. Hoe gelaten gingt Gij uit vrijen wil en verlangen tot het grootste offer in volmaakte gehoorzaamheid jegens den Vader. Heer, vergeef aan de Geloovige Zielen de overtreding Uwer geboden, wanneer zij hunne evennaasten in tijdelijke zaken door velerlei onrecht hebben benadeeld. Hoe worden zij thans door hunne vijanden gekweld en kunnen geen rust vinden, ik smeek heden Uw barmhartigheid, vergeef hun de straffen der zonden en voer hen de eeuwige rust binnen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
2. Heer, Jezus-Christus, ik herinner U aan Uw grooten angst en de diepe droefheid, die Uw edel hart op den Olijfberg heeft geleden, toen Gij bedroefd werdt tot den dood toe ter wille onzer zonden, die bij U tegenwoordig
VAN ASSISIE.
waren. Daar hebt Gij, eeuwige wijsheid, zelf gevreesd, de zaligheid heeft geweend, de sterkte gesidderd ; de onschuld water en bloed gezweet, de Majesteit is bezweken, de almacht heeft gebeden en de heerschappij is niet verhoord geworden. Heer, verhoor mij, bid ik U, door Uwe bittere tranen, laaf en verkwik de arme Zielen in het Vagevuur ! Uw bloedig doodzweet zij hun troost; door al Uw lijden en angst, door de vertroosting van den Engel vertroost de Geloovige Zielen en help hen, opdat zij, in die zee van vlammen, door Uw lijden verkoeling en verkwikking bekomen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
3. Heer, Gij zijt het hoogste Goed, beminnenswaardig boven alles; mijn hart beeft, wanneer het Uw ootmoedig zwijgen overweegt, dat Gij gedurende geheel Uw leven hebt beoefend, vooral tegenover Uwe snoode rechters. Gedenk, hoe dikwijls zij U tégen het hoofd ge-stooten hebben, terwijl zij spottend zeiden : « Christus, spreek nu en laat den vorsten Uw wijsheid hooren. Gedenk, hoe zij U op den mond geslagen enU zoohardhebben bejegend! Toon aan die arme zielen, hoe zij door schimptaal, vloeken en lasterpraat gezondigd hebben!
Aanschouw, Hart vol goedheid, wat zij daarvoor smarten lijden aan den mond. Bid Uw Hemelschen Vader voor hen, verzoen ze met Hem. Heer, vergeef hun doof Uw goedheid
227
I
|
IP | ||||
|
228 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
: • • 11 h hi | i 1 e i vk'— |
alle schuld en pijn ; verlos hen van dit zware martelaarschap. Vergeef hun alle nutteloos gepraat en voer hen binnen in de eeuwige rust. 3 Onze Vaders, Wees gegroet. Eere zij, enz. 4. Heer der Genade, met droefheid en het grootste medelijden beschouwt mijn ziel de onuitspreeklijke smart van Uw felle geeseling. Deze was zoo zwaar voor U te lijden wegens de scherpe roeden, nog scherper wegens de harde en gruwzame slagen ; het scherpst door de ijzeren keten, waarmede Uw H. Lichaam zoo wreed verscheurd werd ; want van den schedel tot den voetzool bleef geen enkel plekje Uws lichaams ongewond. Gij werdtverwond tot op het gebeente toe. Gij, de gezegende Zoon Gods stondt in uw bloed en laagt als een worm rond den schandpaal. Ik herinner U aan Uwe klagende en droevige gebaren, terwijl Gij daar stondt met oogen vol tranen, met een zuchtend hart, met groote schaamte ! Ter wille van Uw doodlijk lijden, dat Gij verdroegt aan de kolom, bid ik U smeekend, red de arme zielen uit het droevig oord en offer aan Uw Hemelschen Vader voor hen al de slagen, die Gij bij de geeseling hebt ontvangen. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 5. Heer, Jezus-Christus, Gij alleen weet het, hoe mijn hart en mijn ziel vervuld wordt met bitterheid, wanneer ik Uw smartvolle doornenkroningoverweeg. Wee Uw edel Hart! |
c t T c v i I 8 n s h t n n ii n s | ||
|
e z. ït e T 3* is e )r n n s-d e n n ij n le gt le in n, z. et dt le t! |
VAN ASSISIE. 229 |
y ■51 | ||
|
Wee Uw gewond hoofd door zulke gruwzame smarten ! Ik herinner U aan de scherpe doornen, die tot aan de oogen reikten, zoodat Gij ze niet meer kondet openen. Zachtmoedig Hart, erbarm U over de arme Geloovige Zielen, die door Uw rechtvaardig oordeel in het vagevuur lijden gelijk in de hel! Gedenk, hoe Gij door de doornenkroning er uitzaagt en met den spotmantel, dien zij U om den schouder wierpen. Door dezen groo-ten smaad en door het bloed, hetwelk over Uw heilig gelaat vloeide, erbarm U toch over de arme zielen, verzoen hen weder met Uw Hemelschen Vader, opdat al hun schuld worde uitgedelgd. 3 OnzeVaders, Weesgegroet, Eere zij, enz. 6, Heer Jezus-Christus, vreugdenrijk voorwerp van alle godvruchtige zielen, ik herinner U aan het droevig oogenblik, waarop Pilatus U aan de menigte volks voorstelde, gegeeseld en gekroond, in den korten spotmantel en met een rietstengel, dat men U in stede van een koninklijken schepter in de hand had gegeven, In welk een groote bespotting stondt Gij daar, gezegende Zoon Gods, met gebogen hoofd, met sidderende beenen, met weenende oogen, in openbare schande, in den hof gezien door geheel het volk, met nedergeslagen oogen, met gesloten mond, met samengebonden handen, voor een zoo groote | ||||
|
vf i |
230 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
woedende schaar, voor Uw beminde Moeder en Uwe vrienden ! O welk een groote stroom van volk, dat Uwe wonderen wilde zien ! Hoe brak Uw Hart voor de smarten, toen Pilatus uitriep: « Ziet den mensch ! » Het joodsche volk begeerde U evenwel te kruisigen. Wee de Moeder en haar Kind ! Haar moederhart dreigde te scheuren ! Heer, ontferm U over die arme zielen, welke in een helsche duisternis verzuchten. Bevrijd hen van deze groote pijnen, van het kloppen des gewetens en neem ze op in de eeuwige rust. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
7. Heer Jezus-Christus, ik herinner U aan het laatste oordeel en aan Uw angst daarvoor, aan het sidderen en beven van Uw edel hart, toen Gij, de Rechter van levenden en dooden, voor den bloedrechter Pilatus stondt, en het oordeel aanhoordet van Uw onschul-digen dood. Ter wille van al den angst en nood, die Uw allerheiligste ziel in dezen stond heeft uitgestaan, bid ik U, mijn getrouwe Verlosser; door Uw groot geduld, door Uw ootmoedig zwijgen, en door Uwe heete tranen, die Gij vergoot bij het onteerend vonnis; daar Gij niemand hadt, die een enkel woord voor U heeft gesproken. Sta mij toe voor allen, die heden voor Uw rechtbank komen, een voorspraak te zijn en voor hen aan te bieden Uw groote machteloosheid, waarmede
VAN ASSISIE.
Gij nedervielt, het hoongelach Uwer vijanden, dat U een bijzondere smart veroorzaakte, en alle klachten, die Uwe vijanden U voorlegden, het verliezen van Uw vroolijk gemoed, daar een ieder, die U vroeger voor een heilig profeet hield, thans in U een volksverleider meende te herkennen. Laat mij heden een middelaar zijn tusschen deze zielen en Uw gestrenge rechtbank, opdat zij niet langer behoeven te lijden.
3 Onze Vaders, Wees gegroet,Eere zij, enz.
III.
1. Heer Jezus-Christus, eer en sieraad aller heiligen, ik herinner U aan de vele en groote smarten, die Gij geleden hebt voor het dragen van het zware en harde kruis. Het was U zoo smartelijk bij al Uwe H. Wonden, dat Gij geheel gebogen daaronder moest gaan. Heer, door deze allersmartelijkste wonden en de smarten, die Gij hebt geleden, zoo dikwerf Uwe vijanden op het kruis sloegen, dat dan voortdurend dieper in Uwe schouders drong, bid ik U uit den grond mijns harten, vergeef aan alle ongehoorzame menschen hun weder-spannigheid, om welke fouten hunne zielen zoo jammerlijk moeten lijden. Neem van hen den ondraaglijken last weg en zie met Uwe barmhartige oogen hoe zij moeten lijden.Door Uw gehoorzame en verschuldigde kruisdraging scheld hun al hun ongehoorzaamheid
231
|
,,, t 1 1 ■ 1 I'! li u % ! 11 lit li |
232 bloesem uit den serafijnschen hof | ||
|
kwijt, neem hen in genade aan, opdat zij U eeuwig loven. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 2. Heer Jezus-Christus, de hoop aller bedroefden, mijn hart herinnert U aan de groote krachtloosheid van Uw angstvol hart, toen Gij met het kruis op den Calvarieberg kwaamt, en zaagt, dat Gij zoudt bezwijken. Deze tocht ging Uw krachten te boven; want den ganschen dag en den geheelen nacht hadt Gij voor ons heil gearbeid. Uwe voeten bloedden. Uw rug was overal gezwollen van de slagen en stampen. Ook hadt Gij den geheelen nacht gewaakt en geweend. Hoe zaagt Gij Uwe vijanden zoo bedroefd aan, terwijl Gij nederzonkt onder den bovenmenschlijken last en de zware kruisboom op U viel. Heer, aanschouw met medelijden die arme zielen, en schenk hen liefdevol Uw zwaren tocht en Uw grooten last, die Gij ter wille van onze zonden op U hebt genomen, opdat hun last verlicht worde. Laat hen niet over aan de vijanden, wijl zij hunne naasten beleedigd hebben. Neem van hen weg den ondraaglijken last door al den smaad en de smarten, die Gij op den Calvarieberg hebt geleden. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 3. Heer Jezus-Christus, ik herinner U, welk een treurige tocht het voor U was, toen Gij naar het kruis gingt, hoe de beulsknech- | |||
VAN ASSISIE.
ten voor de grimmige vijanden U zoo mee-doogenloos ontblootten, en Uwe kleederen smartvol vaneen scheurden, zoodat al Uwe wonden opnieuw opengereten werden, ook de doornenkroon werd afgerukt, die men daarna weder vol smart in Uw H. Hoofd drukte. Gedenk, hoe men U ruglings op het kruis nederwierp, zoodat Uw hart en Uw geheele lichaam beefde. Als een levend offerlam hebt Gij U voor ons aan Uw Hemelschen Vader geboden. Welk een smartvolle uitrekking en barre nageling Uwer ledematen; dat juist ik voor U de grootste smart ben geweest! Daaraan herinner ik U met het grootste medelijden van mijn ziel en de grootste smart van mijn hart, heb medelijden met de arme zielen, welke door te vaste koorden aan verboden dingen hier op aarde waren vastgesnoerd en voer hen de eeuwige rust binnen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
4. Heer Jezus-Christus, mijn ziel ziet U met het hoogste medelijden aan het kruis hangen gelijk een geduldig Lam. Ik herinner U aan den spot Uwer vijanden, waarmede zij U in den hoogsten doodsnood overlaadden. Gedenk, hoe Gij met het grootste geduld alles verdroegt, en Uwe oogen zwijgend opsloegt tot Uw Vader in den Hemel, als wildet Gij tot Hem zeggen : « Vader, aanschouw Uw Zoon ; wat ben ik geworden voor Uwe oogen?
233
234 bloesem uit den seraf1jnschen hof
Ten spot der menschen ! Ik moet hangen te midden der moordenaren, als ware ik hun hoofd en moet met hen sterven ! » Ter wille van Uw groot geduld verlos de arme zielen des vagevuurs van den spot des duivels. Het zijn toch Uwe schepselen, die zoo jammerend tot U roepen. Verlos hen door de smart, die Gij geleden hebt door den spot Uwer vijanden.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
5. Heer Jezus-Christus, ik herinner Uw goed hart, hoe Gij zoo standvastig en trouw gearbeid hebt op Uw sterfbed, dat Gij door weedom ternauwernood adem kondet halen, en hoe Gij tevoren wist, dat zij Uw trouw hart doorsteken zouden, waarin wij onze rust zoeken en vinden zullen. Gedenk de groote smart, waarin Gij drie uren levend aan 't kruis hingt, geheel naakt en beroofd. Gij weendet bloedige tranen, gelijk de H. Bernardus van U schrijft, waarop Gij zoo dorstig werdt, dat Gij riept: « Mij dorst! » Gij werdt beroofd van alle zoete druppels der bronnen, van allen dauw op loof en grasspriet. Gij ontvingt niet dan gal en azijn ; geheel Uw binnenste was verdroogd. Heer, verlaat de arme zielen niet, die met zulk een grooten dorst naar U versmachten. Laaf hen uit Uwe H. vijf Wonden. Vergeef de onbarmhartigheid, hun naasten eens betoond. Verkort hun lijden ; verhoor
At
van assisie.
hun klagende smeekbede en neem hen op in de eeuwige rust.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
6. Heer Jezus-Christus, die niets, hoe klein of gering ook, ongestraft laat, en in de ziel geen vlek duldt, ik bid U ootmoedig, mijn Heer en getrouwe God, wil toch ophouden met toornen en straffen, en aan de Geloovige Zielen uit den schat van Uw edel hart de vier uren schenken, die Gij aan het kruis hingt; drie levend en een dood. Verlos de arme zielen, die nog niet geheel hebben afge-boet, van de uren, die zij nog moeten lijden. Scheld hun de overige straffen kwijt door Uw zoet en milddadig hart, dat vervuld is van barmhartigheid, en door het kostbaar bloed en water, dat daaruit gevloten is. Verheug hen door de vier vertroostingen, die Gij aan het kruis hebt ontvangen. Ten eerste : wijl Uw lijden een einde nam. Help hen, dat hun lijden eindigt. Ten tweede, dat Gij het mensche-lijk geslacht van den eeuwigen dood hebt verlost. Verlos ook hen, opdat zij nimmtr den eeuwigen dood behoeven te vreezen. Ten derde, dat Gij Uw Vader gehoorzaam zijt geweest, zelfs tot den dood des kruises. Vergeef hun alle ongehoorzaamheid, die zij bedreven hebben tegen U en hunne oversten. Ten vierde; dat het lijden Uwer lieve Moeder een einde nam. Verheug de arme zielen
235
236 bloesem uit den serafijnschen hof
daarmede, opdat zij niet langer meer behoeven te lijden.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
7. Heer Jezus-Christus, wees de droefheid gedachtig, die Uwe uitverkoornen de drie dagen leden, terwijl Gij in het graf laagt. Gedenk hun hartelijke trouw, die zij U in Uw lijden bewezen hebben en na Uw dood niet verflauwde. Heb medelijden met de Geloovige Zielen en laat het gemeenschaplijk gebed hun ten goede komen, dat heden in de geheele Kerk voor hen wordt opgezonden, opdat zij U, het eeuwig licht, mogen aanschouwen van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
18. Litanie van het bitter lijden van Jezus-Chrlstus.
3 a
O 3
Heereer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons !
God hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, God heilige Geest,
H. Drievuldigheid een God,
Jezus, die voor ons hebt geleden en zijt gestorven,
Jezus, die tot den dood bedroefd waart, Jezus, die U aan God hadt geschonken.
van ass1sie.
Geboeide Jezus,
Gehoonde Jezus,
Onschuldig veroordeelde Jezus,
Gegeeselde Jezus,
Jezus, met doornen gekroond,
Jezus, met het kruis beladen,
Jezus, voor ons gekruisigd,
Door Uw doodsangst op den Olijfberg,
Door Uw bloedig zweet.
Door Uw drievoudig gebed tot den Vader,
Door Uw geduld met de slapende leerlin-
Door Uw zachtmoedigheid jegens Judas, 3
Door Uw eerbiedvolle Majesteit bij de na- g dering der beulen, ^
Door Uw zware boeien en slagen, 0
Door de terechtstelling bij Annas en Caï- g phas, S.
Door de smadelijke kaakslagen.
Door de onrechtvaardige aanklacht en veroordeeling,
Door Uw geheimvol zwijgen.
Door Uw heerlijk getuigenis der waarheid, Door de beschimping van Uw H. Aangezicht,
Door de bespotting van Uw Koninklijken Naam,
Door de geleden lastering van Uw H. Godheid,
Door Uw hoon hij Herodes en Pilatus,
237
238 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
Door Uw onrechtvaardig doodvonnis,
Door Uw gewillige gehoorzaamheid tot den
dood des kruises,
Door Uw smartlijke wonden van Uw H. Lichaam,
Door de smartlijke berooving Uwer kleederen,
Door Uw onuitspreeklijke smarten bij de
opheffing van het kruis.
Door Uw lijden van drie uren aan het kruis,
Door Uw vergoten kostbaar Bloed, C
Door het gebed der liefde voor Uwe beu- S.
Door Uw goddelijk gunstbetoon jegens
den rouwmoedigen zondaar,
Door de teedere liefde voor Uw Moeder en § den H. Joannes, S
Door Uw brandenden dorst en benauwde —
verlatenheid.
Door de bittere lafenis met gal en azijn.
Door Uw zwaren doodstrijd.
Door de zegenrijke voleinding van Uw lijden.
Door het zachte neigen van Uw stervend hoofd,
Door de opening van Uw H. Zijde,
Door de afneming van het kruis.
Door Uw H. Begrafenis,
Wees ons genadig ! — spaar ons. Heer!
Wees ons genadig ! — verhoor ons, Heer !
VAN ASSIS1E.
Van alle kwaad, —■ Verlos ons, Heer ! Van alle zonde,
Van moedloosheid in het lijden, °
Van alle geringschatting van Uw H. lijden 2 en sterven, quot;
Door Uw liefde voor alle lijdenden, $
Door Uw medelijden voor rouwmoedige —
zondaren,
Door de zekerheid Uwer beloften.
Wij arme zondaren, wij bidden U,verhoor ons ! Dat Gij ons de genade wilt verleenen tot
overweging van U w heilig lijden en sterven. Dat Gij ons wilt troosten in elke droefenis
Dat Gij door Uw bloedig zweet de lust totquot;-*' zondigen in ons wilt dooden, ^
Dat Gij ons door Uw onoverwinbare zacht- g-moedigheid voor allen toorn wilt bevrij- 3 den, d
Dat Gij ons de liefde voor Uw kruis wilt lt; inprenten, g.
Dat Gij ons door Uwe wondeteekenen in g de bekoring wilt bewaren, ^
Dat Gij ons door Uw lijden en sterven van § alle gehechtheid aan de verganklijke — dingen wilt losrukken,
Dat Gij ons door Uw kostbaar bloed in den doodstrijd wilt verkwikken,
239
240 bloesem uit den serafijnschen hof
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, Spaar ons, Heer!
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, Verhoor ons. Heer!
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, Verlos ons. Heer!
Heer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Onze Vader, Wees gegroet.
Wij bidden U, o Heer Jezus-Christus, en loven U!
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt!
Gebed.
Wij bidden, o Heer ! zie genadig op deze vergadering neder, voor wie onze Heer Jezus-Christus zich heeft overgegeven aan de handen der zondaren en aan het kruis wilde sterven. Die met U in de eenheid van den H. Geest leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
19. Godvruchtige vereering van de zeven smarten van Maria tot lafenis der Geloo-vige Zielen in het Vagevuur.
i TTeilige smartvolle Moeder Maria, met ITl droefheid en het grootste harteleed overweeg ik de bittere smart, die Uw teeder hart heeft geleden bij de voorzegging van den
VAN ASSISIE. 241
profeet Simeon, toen gij Uw Kind in den tempel des Heeren hebt opgeofferd. Gij gingt tot het heiligdom om hier te volbrengen, wat de wet had geboden. Jozef droeg de duiven, en Gij droegt het Lam Gods op Uwe armen. Twaalf jaren van Uw smetteloos leven hadt Gij bij den tempel doorgebracht en hier aan God Uw maagdelijkheid toegewijd.Nu kwaamt Gij terug als maagd, doch, — o wonder der genade, — ook als Moeder met Uw Kind. Simeon neemt den Heiland op zijne armen, en heft zijn profetisch gezang aan ; doch hij spreekt ook de godvreezende woorden : « Uw ziel zal een zwaard doorboren!» Arme Moeder, hoe werdt Gij plotseling uit den zonneschijn van Bethlehem in de duisternis van den Calvarieberg verplaatst. Het zwaard dringt in Uw ziel ; Gij echter verdraagt zijn smart met de gelatenheid van Uw grootste gehoorzaamheid aan Gods H. Wil. Gij zaagt nu op eenmaal in den stikdonkeren afgrond der zonde en in de overmaat van de menschelijke wreedheid. Van nu af zweefden de werktuigen der Passie onzes Heeren gestadig voor Uwe oogen. Gedenk, o H. Moeder, deze smarten en Uw inwendig zuchten; reik aan de arme zielen, diethans in groote vrees hunneonuitgewischte straffen moeten uitdelgen, de hand Uwer on-doorgrondlijke barmhartigheid en voer hen op naar de eeuwige vreugde. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
16
Bloesem.
242 bloesem uit den serafijnschen hof
2. Heilige, smartvolle Moeder Maria, mijn hart gedenkt thans met medelijden het groot verdriet, dat Gij met het kind en den H. Jozef op de reis naar Egypte moest verdragen. Welk een angst en hoe vele smarten hebt Gij met deze heilige personen op Uw tocht uitgestaan; wie kan de tranen tellen, die Gij vergoten, wie de vrees beschrijven, die Gij uitgestaan, wie de te kort komingen schetsen, die Gij geleden hebt ? Hoe rampspoedig was zulk een reis voor U? Hoe bedroefd zijt Gij naar 'tEgyp-tisch land getogen; hoe vreesdet Gij bij dag en nacht: hoe medelijdend hebt Gij elkander getroost! Beminde schutspatronen Jezus, Maria en Jozef, wanneer ik deze ellende van Uw reis overweeg, zoo wordt mijn hart vervuld met medelijden. Ik bid U, staat thans ook de Geloovige Zielen in haar lijden bij, offert alle gevaren van deze reis aan God den Vader op, zoodat zij Uw erbarmingsvolle genade verwerven en hunne wreede pijnen verkort mogen worden. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
3. Heilige, smartvolle Moeder, eer en sieraad van alle zuivere harten, mijn hart gedenkt thans vol weemoed de bittere smarten, die Gij leedt gedurende de drie dagen, toen Gij Uw Kind verloren waart ! Welk een leed vervulde toen Uw arm Moederhart! Welk een zwaar kruis had de hemelsche Vader U opge-
VAN ASS1SIE.
legd ! Hoe klaagdet Gij tot God : « Mijn Vader in den Hemel, hoe zwaar bezoekt Gij mij thans ! Ik wil dit lijden volgaarne uit liefde tot U verdragen, maar Gij ziet, hoe al mijn kracht vergaat. Ach, hoe hebt Gij mij verlaten en al mijn vreugd en troost ontnomen ? Waar is toch mijn Kind Jezüs ? Ach, ik arme en verlaten Moeder, hoe ben ik in het ongeluk gedompeld ! » Zoo verhieft Gij Uwe bevende handen ten hemel, o H. Maagd, en zuchtet zoo droevig tot God, dat de Engelen in den Hemel medelijden met U gevoelden. Door dit groote lijden van U bid ik, H. Maagd, heb medelijden met de arme zielen in het Vagevuur, die door te groote gehechtheid aan de dingen dezer wereld zoo vele straffen in de plaats der reiniging moeten uitwisschen ! Gedenk hunne klachten en vele zuchten, en laat hen weldra de vreugde genieten hun Heiland te vinden en de eeuwige zaligheid binnentreden. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
4. Heilige, smartvolle Moeder Maria, ware toevlucht in allen nood, ik herinner U vol medelijden aan den droevigen tocht onzes Heeren met het kruis,dien Gij met Uw oogen aanschouwdet. Hoe beefde Uw edel hart, toen Gij al dat geraas, de lasteringen, het tieren en schreeuwen hoordet van de duizenden, die den Heer op zijn tocht vergezelden. Ter
243
|
s l i V' |
^ ■ | ||||
|
gt; |
244 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
s V C c e l l g a h V e w h glt; n re tc H h za d( SC tide bi dz G | |||
|
wille van Uwe erbarmingvolle smarten,die Uw bedroefd Hart vervulden, toen onze Heer bij de stadspoort U zijn lieve Moeder groette, toen Hij afscheid van U wilde nemen, toon Uw medelijden met de arme zielen des Vage-vuurs ; bid onzen lieven Heiland, dat Hij hun zijn beminlijk aangezicht toone, opdat hun vrees in zekerheid verkeere en zij uit de handen hunner vijanden verlost worden. Amen. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 5. Heilige, smartvolle Moeder Maria, ik gedenk thans de droevige smarten, die Uw getrouw hart ondervond, toen Gij zaagt, hoe de beulen onder wreeden spot en gebrul het kruis omhoog hieven en het met geweld in den kuil neerploften. Hoe sidderde Uw hart, H. Moeder, bij dit ontzettend tooneel ! Alle wonden des Heeren werden opnieuw opengereten,handen en voeten werden verder opengerukt, overvloedig stroomde zijn bloed, en Hij hing daar ten spot voor allen. Ter wille van deze smarten, H. Moeder, zie genadig neder op de Geloovige Zielen, hoe zij groote pijnen verduren en verlos hen door Uw barmhartigheid. Amen. 3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz. 6. Heilige, smartvolle Moeder Maria, mijn hart herinnert U aan de droevige afneming des kruises van onzen Heer, en aan de bittere tranen, die Gij toen vergoten hebt. Gij be- | |||||
VAN ASSISIE.
schouwdet zijn lichaam, bloedend uit duizend wonden, die de boosheid veroorzaakt had. Gij zaagt zijne oogen door bloed gesloten, en de doornen diept in het hoofd gedrukt. Welk een droevige zuchten en klachten, toen Gij Uwe armen opendet om het Lichaam des Heeren te ontvangen ! Met welk een verlangen waart Gij bereid den laatsten liefdedienst aan het goddelijk Lichaam te verrichten 1 Zie, hoj de arme zielen wachten op Uw machtige voorbede ; ofifer voor hen al de bittere tranen en klachten op, opdat zij weldra de aanschouwing in vreugde mogen genieten. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
7. Heilige, smartvolle Moeder Maria, mijn hart herinnert U aan de liefde en hoogste godsvrucht, die Gij met de vrome uitverkoor-nen getoond hebt bij de begrafenis onzes Heeren. Welk een groot harteleed ontvingt Gij, toen Gij Uw éeniggeboren Zoon, Uw Heeren Heiland, met eigen handen hielpt begraven en het versche bloed door het linnen gewaad zaagt droppelen ! Hoe moest toen Uw moederlijk hart te moede zijn ! Door het droevig scheiden van Uw lieven Zoon, door al de heete tranen en bittere zuchten, die Gij en alle andere uitverkoornen Hem hebben opgeofferd, bid ik U, wees de arme zielen gedachtig, opdat zij weldra van alle vlekken gereinigd, voor Gods aangezicht inogen verschijnen. Amen.
3 Onze Vaders, Wees gegroet, Eere zij, enz.
245
-1
|
I t |
1 | ||||
|
ill |
246 bloesem uit den serafijnschen hof | ||||
|
20. Litanie van de smartvolle Moeder, |
M B M Z \v si R H V V T Sc B T G A St B H St G T Sc G Sc L K T V K H | ||||
|
ii |
T T eek, ontferm U onzer ! li Christus, ontferm U onzer ! Heer, ontferm U onzer ! Christus, hoor ons ! Christus, verhoor ons! God hemelsche Vader, Ontferm U onzer ! God Zoon Verlosser der wereld. Ontferm U onzer! God H. Geest, Ontferm U on?er ! H. Drievuldigheid één God,Ontferm U onzer 1 H. Maria, Bid voor ons ! H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, Moeder des Zaligmakers, Smartvolle Moeder, Treurende Moeder, te Zuchtende Moeder, ^ Bekommerde Moeder, 0 Verlaten Moeder, ^ Troostlooze Moeder, § Allerdroevigste Moeder, ~ Kommervolle Moeder, Door leed wegkwijnende Moeder, Door het zwaard doorboorde Moeder, Met Uw hart aan het kruis genagelde Moeder, Van Uw Zoon beroofde Moeder, Zuchtende tortelduif. | ||||
VAN ASSIS1E.
Moeder van smarten,
Bron der tranen,
Moeder der bitterheden.
Zee van rampspoed.
Woonstede van het lijden,
Spiegel van geduld.
Rots van standvastigheid. Heelmiddel in benauwdheden. Vreugde der bedroefden. Vaderland der troostloozen, Toevlucht der veriatenen.
Schild der bedrukten,
Bestrijdster der ongeloovigen, Troosteres der ellendigen. Geneesmiddel der ziekten.
Artsenij der noodlijdenden.
Sterkte der zwakken, Beschermvrouw der strijdenden. Haven der schipbreukelingen, Stilte in de stormen,
Gezellinne der lijders,
Toevlucht der zuchtenden.
Schrik der verleiders.
Geleidster der martelaren.
Schat der geloovigen.
Licht der belijders,
Keurgesteente der maagden, Troost der weduwen,
Vreugde der Heiligen,
Koningin Uwer dienaren, H. Maria, eenig zonder voorbeeld.
247
tö
ci.
lt;■;
O O |-t
O D
|
ï |
— t- | ||||
|
248 bloesem uit den serafijnschen hof | |||||
|
y «y |
y' |
Larn Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer ! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verlos ons. Heer ! In allen rampspoed, angst en nood kom ons te hulp, smartvolle Moeder Maria. Bid voor ons, smartvolle Maagd, Opdat wij waardig worden aan de beloften van Christus. Gebed. Heer Jezus-Christus, wij bidden U, verleen, dat de allerzaligste Maagd, Uw Moeder, wier heilig hart in het uur van Uw lijden door een zwaard van smarten werd doorboord, bij Uw goedheid haar voorbede voege voor ons heil. Gij die leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen. 21. Het gebed des Heeren, gelijk de H. Vader Franciscus het uitgebreider bad. /^vnze Vader : de gelukzaligste, de allerhei-V_/ ligste, onze Schepper, onze Verlosser, onze Trooster. Die in de Hemelen zijt : bij de Engelen, bij de Heiligen, die Gij verlicht, opdat zij U kennen ; die Gij door Uw liefde ontvlamt. Want Gij, 0 Heer, zijt het licht en de liefde, die in hen woont. Gij maakt hun zaligheid uit, terwijl Gij hen vervult. Gij zijt het hoogste en eeuwige |
g l l n d v l l d n b h 0 0 g g e a u 0 d n tc d k Sf d | ||
VAN ASSISJE.
goed, van wien alle goederen komen. Zonder U is 't alles ijdel !
Geheiligd zij Uw naam. Daarom, laat ons U kennen door Uw levendig Licht, opdat wij mogen inzien, hoe groot de omvang Uwer weldaden, de hechtheid Uwer beloften, de verhevenheid Uwer Majesteit en de uitgebreidheid Uwer macht is.
Laat ons Uw rijk toekomen: opdat Gij door Uw genade in ons regeert, en ons Uw rijk doet binnentreden, waar Gij stralend en volmaakt aanschouwd wordt, waar men zich verblijdt in Uw gezelschap en U geniet in eeuwigheid !
Uw wil geschiede op aarde als in den Hemel, opdat wij U liefhebben met geheel ons hart, ons alleen ten dienste stellen van U, met onze gansche ziel naar U verlangen, met onzen geest, terwijl wij ons in alles naar U richten en Uw roem alléén zoeken in alle dingen, uit al onze krachten, terwijl wij tot Uw dienst en uit liefde tot U alle krachten onzes levens en onzer ziel aanwenden en geen ander gebruik daarvan maken, zoodat wij onze naasten beminnen als ons zelf, alles zoeken aan te trekken tot Uw liefde, ons verheugen over het goede dat hen te beurt valt, alsof het ons ten goede kwam, medelijden hebben met hunne tegenspoeden, en niemand in het geringste belee-digen !
249
|
1 ■1. 1 Ijl li 11' ;!ii: i' i: l |
250 bloesem uit den serafijnschen hof |
g ] w z d V v G \ v IV li h e d 2 ] F G G G K K F | ||
|
Geef ons heden ons dagelijksch brood, dat is : Uw welbeminden Zoon, onzen Heer Jezus-Christus. Hem verlangen wij van U, opdat wij ons de liefde herinneren, die Hij ons betoonde, tevens wat hij voor ons gesproken, gedaan en geleden heeft. Wij bidden U om de genade : U te kennen en hoog te achten ! Vergeef ons onze schulden, door Uw onuit-spreeklijke barmhartigheid, door de kracht van het lijdenUws welbeminden Zoons, door de verdienste en door de voorbede van de allerzaligste Maagd Maria en van al Uwe uitverkoornen. Gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. Hetgeen door ons niet geheel vergeven werd, geef, 0 Heer, de genade, geheel te vergeven, opdat wij uit liefde tot U onze vijanden oprecht beminnen, en nederig voor hen tot U smeeken ; opdat wij geen kwaad met kwaad vergelden, maar allen zoeken wel te doen ! En leid ons niet in bekoring, hetzij in het verborgen, hetzij openbaar, hetzij zonder dat wij er op bedacht zijn. Maar verlos ons van den kwade, van het ver-ledene, het tegenwoordige en het toekomstige. Amen. | ||||
van assisie.
22. Groet tot Maria,
gelijk de H. Vader Franciscus haar bad.
IK groet U, Maria, Moeder Gods, altijd M aagd, allerheiligste Vrouwen Koningin, waarin de volhe.'d der genade rust. Gij zijt zonder gelijke onder alle vrouwen. Gij zijt de dochter en dienstmaagd van den hemelschen Vader, van den grooten Koning. Hij heeft U verkoren tot Moeder van zijn beminden Zoon. Gij zijt ook de Bruid van den H. Geest, den Vertrooster. Ik groet U, paleis, tempel en Moeder van onzen Heer Jezus-Ghristus, en vereer alle deugden,waarmede Gij vervuld zijt. Milddadigste, allerschoonste Moeder, bid Uw lieven Zoon, verzoen Hem in zijn groote goedheid door zijn allerheiligste Menschwording en zijn smartvollen dood, opdat Hij onze zonden moge vergeven. Amen.K groet U, Maria, Moeder Gods, altijd M aagd, allerheiligste Vrouwen Koningin, waarin de volhe.'d der genade rust. Gij zijt zonder gelijke onder alle vrouwen. Gij zijt de dochter en dienstmaagd van den hemelschen Vader, van den grooten Koning. Hij heeft U verkoren tot Moeder van zijn beminden Zoon. Gij zijt ook de Bruid van den H. Geest, den Vertrooster. Ik groet U, paleis, tempel en Moeder van onzen Heer Jezus-Ghristus, en vereer alle deugden,waarmede Gij vervuld zijt. Milddadigste, allerschoonste Moeder, bid Uw lieven Zoon, verzoen Hem in zijn groote goedheid door zijn allerheiligste Menschwording en zijn smartvollen dood, opdat Hij onze zonden moge vergeven. Amen.
23. Litanie van den H. Vader Franciscus.
Heer, ontferm U onzer !eer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer ! God, Zoon verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid één God, ontferm U onzer. H. Maria, onbevlekte Maagd, bid voor ons. H. Serafijnsche VaderFranciscus, bid voor ons.
25!
|
11 li Jii; 1 1 gt;1 |
252 bloesem uit den serafijnschen hof |
L; Cl Cl H Cl H Oi ste di ki ve gquot; ve ga in ste wi wi ws en sc bl | ||
|
H. Franciscus, allerwijste Vader, H. Franciscus, aartsvader der armen, H. Franciscus, verachter der wereld, H.Franciscus, spiegel van boetvaardigheid, H. Franciscus, overwinnaar der ondeugden, H.Franciscus,ijverig navolger van Christus, H. Franciscus, geteekend met de wonden van Jezus, H. Franciscus, beminnaar der armoede, H. Franciscus, leermeester der gehoorzaamheid, H.Franciscus,reinste spiegel van zuiverheid, H. Franciscus, richtsnoer van ootmoed, g H. Franciscus, genadenrijke Vader, ^ H. Franciscus, leidsman der dolenden, § H. Franciscus, hulp der zieken, ^ H. Franciscus, steunpilaar der H. Kerk, ^ H. Franciscus, beschermer des geloofs, H. Franciscus, sterke held van Christus, H. Franciscus, voormuur der strijdenden, H. Franciscus, onoverwinlijk schild, H. Franciscus, hamer der ketters, H. Franciscus, bekeerder der ongeloovigen, H. Franciscus, steun der zwakken, H. Franciscus, verwekker der dooden, H. Franciscus, dienaar der melaatschen, H. Franciscus, serafijn van liefde. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer ! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer ! | ||||
|
ill |
van assisïe.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm ons. Heer !
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Onze Vader. Wees gegroet.
Bid voor ons, H. Franciscus,
Opdat wij waardig worden aan de verdiensten van Christus.
Gebed.
O God, die Uw H. Kerk door de verdiensten van den H. Franciscus met nieuwe kinderen Gods zeer vruchtbaar gemaakt en verbreid hebt, maak dat wij door zijn navolging de aardsche dingen versmaden, en ons verblijden in het genieten der hemelsche gaven.
Heer Jezus-Christus, die, toen de wereld in liefde verflauwde, om onze harten te ontsteken, in het lichaam van den H. Vader Franciscus de teekenen van Uw lijden hebt willen vernieuwen, vergun ons genadig, dat wij, door zijne verdiensten en gebeden, ook waardige vruchten doen van boetvaardigheid.
God H. Geest, door wiens voorzichtigheid en bestuur de loop van ons leven wordt beschikt, help uwe dienaars, opdat wij, die met blijdschap de gedachtenis houden van den
2S3
254 bloesem uit den serafijnschen hof
glorievollen Vader Franciscus, door zijne gebeden en verdiensten de heerlijkheid van Uw goddelijke Majesteit eeuwig mogen genieten. Door Jezus-Chkistus, onzen Heer, die met U en den Vader leeft en heerscht, waarachtig God in alle eeuwen der eeuwen, Amen.
24. Vereering van den H. Serafljnschen Vader Franciscus.
Het zij verre van mij, me zelf te roemen dan alleen in het kruis van onzen Heer Jezus-Christus, door wien de wereld in mij is gekastijd.et zij verre van mij, me zelf te roemen dan alleen in het kruis van onzen Heer Jezus-Christus, door wien de wereld in mij is gekastijd.
Dit woord kon niemand den Apostel met meer recht nazeggen dan gij, H. Vader Franciscus. Niemand heeft de wereld met zooveel zorg veracht dan gij, die zelfs geen kleed meer wildet behouden van uw ouderlijk erfgoed, en het stuk brood, dat u tot levensonderhoud van noode was, ter wille van Christus gingt bedelen. Niemand is door de wereld ook meer veracht; niemand heeft zich zelf meer gekruisigd, zich dieper verootmoedigd, zijn vleesch meer gekastijd, dan gij, door de ontberingen, die gij leedt, door de mishandelingen, die gij zocht en door de vele smarten en ziekten, die gij hebt geleden. Hetgeen echter de Apostel als zijn grootste roem in het kruis van Christus van zich zelf zegde, dat hij de wondeteekenen van Jezus aan het lichaam droeg, dat kondet gij met recht van
van assisie.
u zelf verkondigen ; want het ontvangen van de wonden des Zaligmakers aan uw lichaam, was slechts de voltooiing van de kruisiging, die gij, H. Vader, uw lichaam hadt aangedaan; de geheimvolle wonden uwer handen, uwer voeten en uwer zijde waren het goddelijk zegel van uw groote heiligheid.
Reeds bij uw geboorte hadt gij, H. Vader, overeenkomst met onzen goddelijken Heiland. Gij werdt in een armen stal geboren, de Heiland als het Kind van arme ouders, gij als het kind van rijke ouders. Reeds in uw jeugd hadt gij zooveel erbarming en medelijden met de armen, dat gij u voornaamt niemand iets te weigeren, die u om Gods wil een aalmoes vroeg. Een hart, zoo grootmoedig, wilde God niet aan de wereld overlaten. Hij wilde het vol genegenheid tot zich trekken en door ziekten en tegenspoeden zuiveren. De Heiland nam u zelf op in zijn lijdenschool, o H. Vader, en onderwees u in zijn liefde door verschijning en openbaring.
In de navolging van Jezus met het kruis erkendet gij, dat al uwe oefeningen u tot heden niet voldeden. Daar mocht niets op aarde zijn, wat gij niet uit liefde tot uw Verlosser verdragen, lijden en dulden kondet. Uw liefde tot den Heiland wilde zelfs de zelfberooving en het lijden van Jezus-Christus navolgen. Gij verliet niet alleen het uwe en de uwen, maar vondt uw geluk en uw vreugde in de
2S5
_
|
r | ||||
|
|;%v -..... |
256 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | |||
|
lil ■i. ■■ ;:m . i, 1 VL- |
uiterste armoede. Deze groote armoede was de uitdrukking uwer liefde tot Jezus; dewijl de Godmensch deze armoede beoefend heeft; daarom was zij u, H. Seraf van Assisië, zoo lief en dierbaar. Met den armen Heiland wildet gij ootmoedig zijn ; toen gij op het einde uws levens door den Zaligmaker in zijn levend offerbeeld met de wondeteekenen werdt gemerkt, waag-det gij het nog niet om als priester tot het altaar des Heeren te naderen, maar wildet in uw ootmoed slechts diaken blijven. Als een machtig wonderdoener aan velen reeds bekend, wildet gij allen tot een spot worden en hieldt u voor een zondaar, die de hel had verdiend. Toen men u vroeg, waarom u iedereen naliep, was uw antwoord, dat er op aarde geen slechter en ellendiger schepsel was dan gij, en God u juist gekozen had om de wijsheid der wereld te schande te maken. Niet tevreden met uw groot lijden, ver-langdet gij nog, H. Vader, naar de smarten van het martelaarschap en uw leven neer te leggen aan de voeten van het Lam Gods. Doch God had u voor een ander martelaarschap bestemd, hetwelk zijn almachtige hand zelf aan u voltrok. Op den berg Alverna zaagt gij na een langdurig vasten en aanhoudend gebed den Gekruiste in de gedaante van een Seraf uit den hemel tot u afdalen, en Hij schonk u de Vijf Wonden, die steeds bloed |
de za ve w: zt. sn G d{ hs ve zij ge H to la sc zij he W( 0 de I »j oc V va vc | ||
|
i | i ' i tt bè._ |
van assisie.
den en u onuitspreeklijke smarten veroorzaakten. Toen was uw gebed verhoord en uw verlangen bevredigd, H. Vader. In uw hart was de onuitdoof bare gloed ontvlamd tot Jezus' liefde en in uw lichaam de onstilbare smarten op bovennatuurlijke wijze verwekt. Gij waart toen een slacht- en een brandoffer der liefde Gods en de liefdebrand van uw hart verteerde uw lichaam en uw leven. Gij verlangdet naar uw oplossing om bij Jkzus te zijn, en uw ziel steeg op tot het oord der vergelding, waar God u opwachtte met zijne Heiligen.
In dit dal van tranen, H. Vader, zucht ik tot u. Wil voor mij bidden, opdat ik den Heiland leere beminnen, dien gij met Serafijn-schen gloed zoo teeder hebt liefgehad en ik zijne broeders bemin in Hem. Leer ook mij het kruis geduldig dragen, arm en ootmoedig worden, opdat ik een waardig lid van uw H. Orde zij, en eenmaal met u mijn Heiland in de eeuwige vreugde kan aanschouwen. Amen.
25. Vereering der H. Moeder Clara.
257
Heiligeeilige Bruid van het H. Sacrament des Altaars, H. Moeder Clara, Sera- i fijnsche bruid van den goddelijken Heiland, ootmoedige leerlinge van den H. Serafijnschen Vader Franciscus, gij erkendet in de roeping van den H. Franciscus de stem Gods en volgdet hem onvoorwaardelijk, zonder u te
Bloesem.
258 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
bekreunen om de verlokselen der wereld. Gij naamt uit de handen van den Patriarch der armen in de kerk van de H. Maria der Engelen het nederig gewaad der navolging van Jezus-Christus, om naar den Orderegel van den H. Franciscus in de schaduw der altaren een leven te leiden, beschouwend en in God verborgen. Door den roep uwer deugden aangetrokken volgden vele maagden uw heerlijk voorbeeld na en vereenigden zich met u tot het voortdurend lofzingen van het H. Sacrament. De H. Vader der orde verzorgde zelf door zijne gebeden, opwekking en leering deze kweekschool der heiligen, en smeekte de schaar der heiligen voor zijne dochters de volheid der Hemelsche genade. Gij, H. Clara, vermocht met uwe dochters het sterflijk hulsel van den H. Ordevader te vereeren. Gij vermocht zijne bloedende wondeteekenen te kussen en ze te bevochtigen met uwe tranen. De aanschouwing van den gestorven dienaar Gods en de wonderen, die zijn dood omgaven, overstroomden uw ziel met wondervollen troost. De liefde van uw hart, die niet werkeloos kon zijn, breidde uw stichting uit tot de verste landen, en gaf overal het voorbeeld van diepen ootmoed, heilige armoede en gestrenge versterving. Uwe kloosters waren heilige burchten Gods, die de booze vijand niet durfde genaken. De verborgen Heiland in het H. Sacrament des Altaars was de eenige liefde,
VAN ASSISIE.
259
en zijn onafgebroken aanbidding de eenigste arbeid van uwe H. Ordestichtingen. Het smeeken van uw rein hart kon God niet onverhoord laten, o H. Clara; dies beloonde Hij uw vertrouwen en redde uw klooster en de benauwde stad Assisië op wonderbare wijze van de vooruitstormende scharen der godde-looze vijanden. In den zegen met het H. Sacrament toonde zich de kracht Gods en het daaruit slaande vuur sloeg het heir des vijands op de vlucht. Zoo troostte God u en uwe dochters op wonderbare wijze door de kracht zijner H. Geheimen. Uw teedere godsvrucht tot de H. Kindsheid en den gekruisigden Heiland werd met de wondervolste gunstbewijzen Gods beloond. In de lange uren, die gij, H. Bruid Gods, aan den voet der altaren doorbracht, ondervondt gij menigwerf de vreugden en zoetheden van het H. Sacrament des Altaars. De teedere bloesem van zulk een diepe godsvrucht beschuttet gij voortdurend door de doornen van ootmoed, gehoorzaamheid en gestadige zelfversterving. Toen de dagen van uw goddelijk leven ten einde liepen en gij vol vreugde uw tranendal verliet, troosttet gij uwe bedroefde dochters nog zoo liefderijk over uw heengaan. De H. Moeder Maria verscheen met een breede schaar maagden, met goud omkransd, in uw arme cel om de lieve Bruid van haar eeniggeboren Zoon naar het eeuwig Palrahof te geleiden. Zij aan-
|
1 | ||||
|
1 ! ii |
260 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
G H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H | ||
|
schouwde u met hare barmhartige oogen, zij ving uw laatsten ademtocht op en voerde uw ziel tot den troon van het onuitdoofbaar Licht. Daar leeft gij, H. Clara, te midden der Engelen en Heiligen. Tot loon van uw lang vasten zijt gij thans aan den Hemelschen disch gezeten. Uwe ingetogen oogen verheugen zich nu in de oneindige aanschouwing Gods. Uw grove kleeding heeft God verwisseld met het gewaad der heerlijkheid. Ue beproeving van uw lijden is geëindigd en uw verlangen bevredigd in de zalige liefde van uw hemelschen Bruidegom. Hoe gelukkig zijt gij thans, H. Maagd Clara. Bid ook voor mij zoolang ik woon in het aardsche dal der tranen, opdat ik getrouw blijve in de navolging van den armen Jezus. Smeek zijn goedheid voor mij en wees mij voor den troon des Lichts een trouwe vriendin en een liefderijke beschermvrouwe. Amen. 26. Litanie van den H. Antonius van Padua. tt eer, ontferm U onzer ! rl Christus, ontferm U onzer ! Heer, ontferm U onzer ! Christus, hoor ons ! Christus, verhoor ons ! God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer ! God, Zoon Verlosser der wereld, ontferm U onzer, | ||||
VAN ASSISIE.
God, H. Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid één God, ontferm U onzer, H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,
H. Antonius van Fadua, man naar Gods hart,
H. Antonius, sieraad uwer H. Orde, H. Antonius, zoon en leerling van den
H. Franciscus,
H. Antonius, kostbare parel van armoede, H. Antonius, blinkende ster van gehoorzaamheid,
H. Antonius, spiegel van boetvaardigheid
en versterving, ST.
H. Antonius, lelie der jongelingschap, ^ FI. Antonius, welriekend vat van zuiverheid, g H. Antonius, blinkende ster van heiligheid, ^ H. Antonius, sieraad der zeden, s
H. Antonius, vlam van liefde,
H. Antonius, schoonheid van het paradijs, H. Antonius, ark des verbonds,
H. Antonius, bewaarder der goddelijke wetenschap,
H. Antonius, bazuin van het Evangelie, H. Antonius, zuil der Kerk,
H. Antonius, leeraar der waarheid, H. Antonius, verkondiger der genade, H. Antonius, ijveraar der zielen,
H. Antonius, toevlucht der veriatenen, FI. Antonius, trooster der bedrukten,
26 I
|
1 | ||||
|
1 |
202 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF |
I | ||
|
1 |
H. Antonius, opwekker der dooden. |
W | ||
|
'II |
H. Antonius, uitroeier der zonden, | |||
|
1 ! |
H. Antonius, voorbeeld der deugden. |
D | ||
|
H. Antonius, geesel der ketterijen, | ||||
|
H. Antonius, licht der ongeloovigen. |
D | |||
|
H. Antonius, kenner der harten, | ||||
|
H. Antonius, martelaar door begeerte. |
D | |||
|
H. Antonius, schrik des duivels, | ||||
|
H. Antonius, verrichter van wonderen. | ||||
|
H. Antonius, bijzondere patroon van ver |
1 D | |||
|
loren zaken, | ||||
|
Wees genadig, spaar ons, Heer, |
D | |||
|
Wees genadig, verlos ons Heer ! o- | ||||
|
Van alle kwaad, ai | ||||
|
Van alle zonde, lt; |
E | |||
|
Van de listen des duivels, o | ||||
|
Van pest, oorlog en hongersnood, o |
E | |||
|
Van den eeuwigen dood, p | ||||
|
Door de verdiensten van den H. Antonius, | ||||
|
Door zijn vurige liefde. |
B | |||
|
Door zijn ijver voor de bekeering der zon |
J | |||
|
daren, |
L | |||
|
Door zijn brandend verlangen naar den mar |
C | |||
|
teldood, |
C | |||
|
Door zijn volharding in het volbrengen |
E | |||
|
zijner beloften van armoede, zuiverheid |
C | |||
|
en gehoorzaamheid. |
E | |||
|
Door zijn gloeiende liefde, waardoor hem |
0 | |||
|
.jij. |
werd verleend het H. Kind Jezus op zijne armen te dragen, In den dag des oordeels, |
B b | ||
|
i: i!r. , | ||||
VAN ASSISIE.
Wij, arme zondaren, wij bidden U, verhoor ons !
Dat Gij ons tot een ware boetvaardigheid
wilt brengen.
Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in
onze harten wilt ontsteken,
Dat Gij ons deelachtig wilt maken aan de^;
voorspraak en aan de verdiensten van ^
amp;
Ggt;
den H. Antonius,
Dat Gij ons vaderland in de vereering van q
den H. Antonius wilt doen volharden, Dat Gij aan allen, die de voorspraak van-quot; den H. Antonius inroepen, gezondheid ^ naar ziel en lichaam wilt verleenen, g-Dat wij door de verdiensten van den H.An- o tonius in alle deugden mogen toenemen, g Dat Gij allen,die den H. Antonius eeren en 3 aanroepen, met uwe zegeningen gelieft te quot; begunstigen.
Dat Gij U gewaardigt ons te hooren, jEzus-CHRisTUS,Zoon van den levenden God, Lam Gods, enz. driemaal.
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Onze Vader. Wees gegroet!
Bid voor ons, H. Antonius !
Opdat wij waardig mogen worden aan de beloften van Christus.
263
264 bloesem uit den serafijnschen hof
Gebed. Goedertierenste en milddadigste Jezus, die den H. Antonius, Uw belijder, door voortdurende wonderwerken verheerlijkt, verleen ons genadig, dat wij door zijn voorbede datgene rijkelijk ontvangen mogen, wat wij met vertrouwen op zijne verdiensten standvastig begeeren. Gij die leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
27. Vereering van den H. Antonius van Padua.
Glorievollelorievolle H. Antonius, gij zijt de grootste schat der kerk van Padua, een sieraad uwer Orde, de roem van den H. Serafijnschen Vader en een lichtende ster aan den hemel der zaligen. Ternauwernood heeft God aan een zijner Apostelen de gaven des H. Geestes rijklijker medegedeeld als aan u, zijn trouwen dienaar. De geest des Heeren heeft u over-zweefd en gezalfd. Hij zond u, om aan de armen de blijde boodschap te verkondigen en om de verbrijzelde harten te heelen. Zoo werdt gij een waardig vat, om den naam van Jezus aan de volkeren te verkondigen door de heiligheid van uw leven, door de kracht van uw prediking en door de volheid der door u gewrochte wonderen. Uw liefde tot den Heiland toonde zich niet enkel in den ijver uwer gebeden en uw verlangen naar den marteldood, maar ook door uw liefde tot uwe broeders, die gij met hartelijke vriendschap, met
van assisie.
ijverige dienstbaarheid en gestadige wonderkracht bijstondt. Door uw wijsheid, die een gaaf van den H. Geest was, boogt gij de hoo-vaardij der dwaling en de hardnekkigheid van het ongeloof. Uw wondermacht bewoog de visschen der zee uw woord te aanhooren en de redelooze dieren om den Heiland, in het H. Sacrament des Altaars verborgen, te aanbidden. Uw lelierein leven trok het Kind Jezus aan om u te liefkoozen, en uw ijver in de vereering van Maria trok de koningin des Hemels aan, die u verscheen met bovenaard-sche heerlijkheid. Met deze reinheid van ziel verbondt gij de grootste gestrengheid des levens, zoo dat gij uw lichaam in voortdurende tucht hieldt, en uw leven onderhieldt met het brood der armen.
[Wie een negendaagsche oefening ter eere van den h. Antonius wil honden, bidt de gebeden onder n0 26, 27 en 28 op negen achtereenvolgende dinsdagen.]
Uw geest, zoo verlicht in goddelijke zaken, heeft in de grootste zondaren het geloof weder opgewekt, en uw hart, brandend van liefde tot God, vermocht hen tot berouw en ijver in de boetvaardigheid te bewegen. Gij verwektet in hen vrees voor Gods rechtvaardigheid en vertrouwen op zijn oneindige barmhartigheid. Waar gij, groote heilige Gods, verscheent, werd het aangezicht der aarde vernieuwd. De naaste gelegenheid tot zonde werd verlaten.
265
quot;I
|
L | ||||
|
f 1 i ■ • i ;; |i ■ ! |
266 bloesem uit den serafijnschen hof de band der zondige gewoonten verbroken, alle vijandschap afgelegd, alle onrecht hersteld, en het gestolen goed aan den eigenaar teruggegeven. Wanneer ooit een navolger van Jezus-Christus de almacht en liefde van den goddelijken Meester tot zijn dienst had, zoo geschiedde dit in zijn rijke barmhartigheid aan u, H. Antonius. Gij waart door God gezalfd met den geest en de kracht uit den hooge en zijt voorbijgegaan in weldoen en het genezen van alle geplaagden des duivels, want God was steeds met u. Het grootste kwaad hebt gij uitgeroeid, en het verloren goed teruggeschonken. Het pijnlijkst lijden hebt gij verzacht, en verbroken verbintenissen weder aangeknoopt. Gij vermocht te redden uit de dreigendste gevaren te water, en te verdedigen de belasterde onschuld. De zwaarste zieken kondet gij genezen, lichaamlijk dooden hebt gij tot het leven en geestelijk dooden weder tot genade verwekt. Gij hebt dwalingen en ketterijen verbannen, en uit uw woord stroomde steeds het heldere licht der waarheid. Zoo loven u met recht alle eeuwen als een milden helper en een groot weldoener. Opgegaan in den dienst van Jezus en Maria's liefde, stierft gij een heiligen dood in de omhelzing van uw Heiland en in den lof van de Moeder Gods. Sedert verheugt zich nog iederen dag de christenheid in de groote menigte van verhoorde gebeden, die uw liefderijke |
V( p in W w Z( le n SI b v b w z b n t d g VN h e g t( v a s v : (3 | ||
|
r | ||||
VAN ASSISIE.
voorbede uitwerkt, zoo dat de inwoners van Padua zeggen ; Gij wrocht eiken dag niet één, maar zeven wonderen. Zulk een kracht smeek ik u af, beminde H. Antonius; leer ook mij wandelen op uwe godvruchtige wegen, de zonde vluchten en het goede beoefenen, mijn leven door te brengen in boete en gebed, en naar uw heilig voorbeeld weldaden te verspreiden, zooveel ik kan en vermag. Uw voorbeeld, H. Antonius, uwe verdiensten smeeken voor mij, uw genadenrijke voorbede redde en beware mij van alle kwaad. Amen.
O God, beminnaar der reine zielen, door wiens genade de H. Antonius de maagdelijke zuiverheid tot het einde zijns levens onbesmet bewaard heeft, geef, dat ook ik, door Uw genade gesterkt en door het voorbeeld van den H. Antonius opgewekt, een zoo kostbare deugd boven alles hoogschat en nooit het geringste volbreng, waardoor zij besmet kan worden, opdat ik door een volkomen zuiverheid des lichaams en der ziel mij Uw liefde en de aanschouwing van Uw goddelijk aangezicht waardig make. Amen.
Mijn God, die de zwakke en aardsche harten door Uw genade tot hemelsche begeerten verheft, ruk de banden los, die mij aan de aarde hechten, leer mij den schijn harer val-sche goederen verachten, opdat ik naar het voorbeeld van den H. Antonius in de wereld de wereld ontvluchte en alle verlangens daar-
267
268 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF
heen stiere, waar alleen ware vreugd en onver-ganklijke goederen te vinden zijn. Amen.
O God, die een zoo teedere liefde voor Maria in het hart van den H. Antonius gelegd, en hem op de voorbede dezer goede Moeder zoo vele genaden hebt medegedeeld, geef ook mij een groote liefde tot de Moeder der zuiverheid, opdat ik haar voorbeeld getrouw navolge, mij haar bescherming waardig make en door haar machtige voorbede van alle zonden en alle ongelukken naar lichaam en ziel bewaard blijve. Amen.
Antonius
28. Gezang ter eere van den H.
van Padua.
Komt gij zoeken 't wond'renteeken?
Dood en duivel, droef gezucht. Ketterij en leproos weken,
Ziel- en lijfskwaal neemt de vlucht.
Zee en boeien zinken neder
Op des Heil'gen woord, zoo stout, Vraagt men Hem 't verloor'ne weder. Allen schenkt Hij 't, jong en oud.
Vraag zijn hulp in uw gebeden.
Ramp en smart vergaai; weldra, Gij die 't vurig hebt beleden.
Zeg het, volk van Padua !
Zee en boeien, enz.
VAN ASSISIE.
Eer zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Zee en boeien, enz.
Bid voor ons, H. Antonius,
Opdat wij waardig worden aan de beloften
van Christus.
Gebed.
Laat Uw Kerk, o God, door de dankbare en vertrouwvolle herinnering aan Uw zaligen belijder Antonius verheugd worden, opdat zij door geestlijke hulpmiddelen ten allen tijde beschut worde en verdiene te bekomen het genot der eeuwige vreugde, üoor Christus onzen Heer. Amen.
[Aan dit beroemd Responsorium van den H. Bonaven-tura, is 100 dagen aflaat verbonden, eiken keer, als het gebeden wordt .
I
29. Ter eere van de H. Klisabeth van Hongarije.
Heiligeeilige Elizabeth, uitverkoren Vat van de verhevenste deugden, gij toont der wereld door uw stralend voorbeeld, wat de liefde, het geloof en de ootmoed in een christen ziel vermag. Al de krachten van uw hart hebt gij aangewend om uw God alleen te beminnen, en gij hebt hem bemind met zulk een zuivere en gloeiende liefde, dat zij u waardig maakte
269
|
, i i i, ■ ■ i i |
2 70 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | |||
|
reeds hier op aarde een voorsmaak te genieten van die hemelsche zoetheid, welke aan de zielen verleend wordt, die ten hoogtijd van het aanbiddelijk goddelijk Lam zijn uitgenoo-digd. Omstraald door een bovennatuurlijk licht en een onaantastbaar geloof, beweest gij een ware dochter van het Evangelie te zijn, en zaagt in de persoon der naasten het beeld van onzen Heer Jezus-Christus, het eenig voorwerp uwer liefde. Daarom kendet gij geen grooter vreugde dan met de armen om te gaan, hen te bedienen, hunne tranen te drogen, hunne zielen op te richten en hun in hunne ziekten en in alle ellende, waaraan het menschelijk geslacht onderworpen is, alle mogelijke liefdediensten te bewijzen. Gij wildet arm zijn om aan de armoede van uwe naasten te hulp te komen. Gij waart arm aan goederen dezer wereld om u te verrijken met de goederen des hemels. Nadat gij den troon met een schamele hut, den vorstenmantel met het armoedig kleed van de Serafijn-sche Orde hadt verwisseld, waart gij zoo ootmoedig als onschuldig en leiddet een leven vol boetvaardigheid en ontbering. Met heilige teederheid omhelsdet gij het kruis van den goddelijken Verlosser, terwijl gij naar zijn voorbeeld de onrechtvaardige bespottingen en vervolgingen vreugdevol op u naamt. Gij vergat de wereld en u zelf om alleen aan God te denken. |
st ve E b( 01 n( w H h s( le ei v( tr rr v( d zi u Jr d d d 0 \\ e r | |||
|
1 | ||||
van assisie.
Lieve H. Elizabeth, wij vereenigen onze stemmen met zoo vele van uwe godvruchtige vereerders en wagen het u onze dierbare Elizabeth te heeten. Vrouwe, door God zoo bemind, gewaardig u de hemelsche vriendin onzer zielen te zijn en sta hen bij, de vriendinnen uwer deugd, de beminden van uw Jezus te worden. Zie tot ons neder uit de hoogten des Hemels met denzelfden blik, waarmede gij hier op aarde de vreeselijke ziekten der men-schen hebt genezen. In de eeuw, waarin wij leven, en de dagen, zoo verdorven in zeden en tegelijkertijd zoo koud en onverschillig voor de goddelijke dingen, nemen wij vol vertrouwen tot u onzen toevlucht, opdat gij ons met uw licht omstralen, met het vuur uwer verheven liefde verwarmen en ons den vrede der zielen erlangen wilt.
Wij loven en prijzen den Heer, dat Hij zijn naam op deze aarde door den glans uwer deugden en door het eeuwig loon, dat Hij u verleende, heeft verheerlijkt. Wij bidden u, dierbare Elizabeth, dat ook gij van den zaligen zetel, dien gij naast het Heilige der Heiligen inneemt, ons zegenen en op onzen gevaarvollen pelgrimstocht beschutten wilt, voor onze zonden vergiffenis bekomt en ons den weg wilt openen, om met u het rijk Gods binnen te gaan. Amen.
271
|
272 bloesem uit den serafijnschen hof |
ge di dc H dc br ge vc vc dc to m bc le d( gf 3 ( b v( v: cl b d tc zlt; zl | |||
|
30. Gebed tot alle Heiligen der drie Orden. tt eilige Serafijnsche Vader Franciscus Jn en alle lieve Heiligen onzer Serafijnsche Orden, ik beveel mij u aan uit geheel mijn hart door de liefde van onzen Heer jezus-Christus en bid u door de bijzondere en onuitspreeklijke goedheid en barmhartigheid van den almachtigen God, waarmede Hij u van eeuwen her tot zijne vrienden verkoren en u tot erfgenamen zijner heerlijkheid en zijns koninkrijks bestemd heeft. Ik smeek u door die rijke en werkzame genade Gods, waardoor Hij u op de pelgrimsreize als kostbare vaten van barmhartigheid beschermd en tot de heerlijkheid voorbereid heeft. Want gij, ofschoon levend in het dal der jammeren en in het zwakke vleesch, hebt toch, met de kracht des Hemels bekleed, den strijd volgehouden tegen al uwe vijanden. Gij kondet door geene aan-lokselen der wereld, door geen verleiding des vleesches of kunstgrepen des duivels van Jezus' liefde gescheiden worden, maar hebt Hem tot het einde standvastig gediend. Daarom regeert en zegeviert gij nu in de heerlijkheid als een nooit verwonnen stijder met Christus, uw heirvoerder. Ik verheug mij en wensch u van harte geluk met uw glorie en zaligheid, en loof God, die u zoo bemind en verheven heeft. Onderwijl zucht en haakt mijn treurende ziel, omringd door zoo vele vijanden en | ||||
VAN ASSISIE.
gevaren des heils, naar u, en ik bid u door de diepte der goddelijke barmhartigheid,alsmede door de hoogste vreugde, die gij thans in den Hemel geniet,dat gij mijner gedachtig zijt bij den Allerhoogste en als mijne oprechte medebroeders en medezusters voor mij de krachtige genade Gods verwerft, opdat ook ik uwe voetstappen in onze Serafijnsche Orden mag volgen, en wederstaan aan mijne vijanden, de wereld, het vleeschen den duivel, nimmer toegeve aan hunne aanlokselen,maar Christus, mijn Verlosser, tot den dood naar uw voorbeeld standvastig aanhange en mijn sterfelijk leven zoo inrichte, dat ik met u thans in de genade en eenmaal in de heerlijkheid verbonden worde, en met u God love door alle volgende eeuwen. Amen.
31. Gebed tot den H. Franciscus Solanus.
273
O glorievolle H. Franciscus Solanus, spiegel der onschuld en voorbeeld van boetvaardigheid, held van heiligheid, van God voorbestemd om dag en nacht het bitter lijden van zijn eeniggeboren Zoon te overwegen, en deze godsvrucht door woord en daad te verbreiden. Groote Apostel, machtig in woorden en werken, wiens leven voorbijging in het terugvoeren der verdoolde zielen van tallooze zondaren tot de voeten van den Gekruisigde, zie genadig van den Hemel neder op mijn glorievolle H. Franciscus Solanus, spiegel der onschuld en voorbeeld van boetvaardigheid, held van heiligheid, van God voorbestemd om dag en nacht het bitter lijden van zijn eeniggeboren Zoon te overwegen, en deze godsvrucht door woord en daad te verbreiden. Groote Apostel, machtig in woorden en werken, wiens leven voorbijging in het terugvoeren der verdoolde zielen van tallooze zondaren tot de voeten van den Gekruisigde, zie genadig van den Hemel neder op mijn
f
Bloesem.
|
- | ||||
|
: u |
274 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF ziel en verhoor mijne beden. Verwerf mij zoodanig een liefde tot den lijdenden Heiland, dat ik Hem bestendig voor oogen hou-de, in de diepe wonden van mijn Verlosser de boosheid mijner zonden verberge, en uit deze bronnen des heils de genade putte deze met bittere tranen te beweenen, alsmede het vaste voornemen om u in boetvaardigheid na te volgen, daar ik u in onschuld niet nagevolgd heb. Verwerf ook voor onze H. Moeder, de Kerk, de zegepraal over hare vijanden, voor de arme zondaren de genade der bekeering, voor de ongeloovigen en dwalen-den de terugkeering tot het heilig geloof. Verwerf mij eindelijk, H. Franciscus Solanus, van God een zaligen dood, opdat ik eenmaal met u in den Hemel de gansche eeuwigheid door de aanschouwing Gods deelachtig worde. Amen. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. 32. Gebed tot den H. Koning Lodewijk. t t EiLiGE koning Lodewijk, ootmoedige 1~1 Zoon van den H.Vader Franciscus, die in uw leven de nederigheid zoo liefhadt,dat gij niet slechts den lof maar ook de achting der menschen voor niets hebt geacht, verwerf ook voor mij deze schoone deugd ! Gij weet, hoe hoogmoedigikbenin mijnegedachten,hoeijdel in mijne gesprekken, hoe eerzuchtig in mijne handelingen. Verwerf mij, ootmoedige koning |
L n b d d u d w ze tr d illt; ir V rr d h 3 ] e e n u ïc s n d | ||
|
♦ |
van assisie.
Lodewijl^de nederigheid des harten en de genade, dat mijn geest van allen hoogmoed bevrijden diep doordrongen worde van dezelfde geringschatting van mij zelf, gelijk gij die bezat, en waardoor gij aangedreven werdt u voor den geringste aller menschen te houden, u te verheugen, wanneer gij veracht werdt, en de gelegenheid tot zelfvernedering zelfs opzocht.
Groote H. Koning Lodewijk, smeek voor mij den waren ootmoed des harten, een grondige kennis van mijn eigen nietigheid, opdat ik mij verheuge, wanneer men mij veracht, mij niet gegriefd gevoel, wanneer men mij vernedert, niet trotsch word, wanneer men mij prijst, maar alleen tracht groot te zijn in de oogen van God en slechts verlang door Hem verheerlijkt te worden. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz.
33. Gebed tot den H. Petrus van Alcantara.
Heiligeeilige Petrus van Alcantara, wonder van gestrenge boetvaardigheid, die zulk een standvastigheid in tegenspoeden en zulk een liefde tot het lijden bezat, dat gij, door nijdigaards achtervolgd,door goddeloozen, die uw goeden naam zochten te bevlekken, belasterd, door God met vele langdurige en smartvolle ziekten bezocht werdt, dit alles met bewonderenswaardige zielerust hebt verdragen, verwerf ook voor mij den geest van
275
|
1 | ||||
|
il; |
276' bloesem uit den serafijnschen hof |
a d e li v 1 v v i I 1 t l 1 1 1 1 ( £ 1 1 | ||
|
grootmoedigheid in alle wederwaardigheden des levens. Welk een behoefte heb ik aan deze kracht van God ! Iedere kleine tegenspoed drukt mij ter neder, ieder klein lijden maakt mij verdrietig, iedere kleine tegenstand prikkelt mij tot onwil of tot lichtgeraaktheid, en ik wil niet beseffen, dat men slechts langs den doornigen weg der tegenspoeden het Hemelrijk binnengaat. Deze weg wilde onze goddelijke Zaligmaker Jezus-Christus gaan, en deze weg zijt ook gij, groote Heilige ! gegaan. Smeek voor mij moed en sterkte, opdat ik het dagelijksch kruis, door God mij toebedeeld, gewilliger omvatte en mij waardig make het met geduld en bereidvaardigheid te dragen, gelijk gij het uwe hebt gedragen, om eenmaal waardig te worden met u eeuwig de vruchten te genieten in het Paradijs. Amen. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. 34. Gebed tot den H. Bonaventura. lorierijke H. Bonaventura, die de ver-VJ blindende lelie der heilige kuischheid altoos zoo vlekkeloos hebt bewaard, dat de afstraling dezer schoone deugd uit uwe oogen schitterde, en uit uwe woorden en gedrag te voorschijn trad, zoodat allen, met wie gij ver-keerdet, met troost en den geest van godsvrucht vervuld werden. Smeek ook voor mij tot den H. Geest om een oprechte liefde tot deze engelachtige deugd, die mij wapent tegen | ||||
|
. |
van ass1sie.
alle slechte voorbeelden. Laat niet toe, dat ik deze godgevallige deugd nimmer verlieze, en eveneens de ontvluchting der gelegenheden, het gebed, de arbeid, de nederigheid, de versterving der zinnen en het veelvuldig gebruik der H. Sacramenten de wapens zijn, waarmede gij het vleesch, dien vreeselijken vijand, hebt overwonnen. Ik bid u, verwerf mij de genade, dat ik hem met dezelfde wapens overwin. Onttrek mij, H. Serafijnsche leeraar der Kerk, uw heiligen bijstand niet, en bewijs mij denzelfden ijver, dien gij tijdens uw leven voor de jeugdige novicen der Orde hadt,terwijl gij hen wist te bewaren voor iedere besmetting door de zinnen. Bewijs ook mij, h. voorspreker, dit voorrecht en wees mijn beschermer in het behouden van dezeschoone deugd. Amen.
Onze Vader, Wees Gegroet, Eere zij, enz.
35. Gebed tot den H. Bernardinus van Siena.
277
lorierijkil Heilige, die 11 voor het wel
zijn der naasten opgeofferd, hen allen geacht, alles met medelijden verdragen, allen bijgestaan hebt, en gedurende uw gansche leven voor het heil van allen gezwoegd, geen vermoeinis gespaard en allen tijd en bekwaamheid ten offer gebracht hebt, 0111 allen voor God te winnen. Ik bidu, verwerf mij vergiffenis mijner zonden en de liefde tot mijne
|
V / g a b e V V n i e g c V V c c 1 | ||||
|
278 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF | ||||
|
evennaasten, opdat ik voortaan meer medelijden met hen mag hebben, wanneer zij mijn hulp behoeven. Verwerf mij de genade, allen met een reine en onbaatzuchtige liefde als mijne broeders en zusters te beminnen, en allen te hulp te komen, wanneer het mij niet mogelijk zal wezen hen met tijdelijke goederen te steunen, hen dan toch te steunen met de aalmoezen des gebeds.Leer mij ook bij iedere gelegenheid de eer verdedigen der naasten en nooit een woord te spreken, dat hen beleedigen of schadelijk kan zijn, zelfs jegens den vijand die zachtheid des geestes te bewaren, waarmede gij ten laatste al uwe vijanden hebt overwonnen. Groote H. Ber-nardinus, verwerf mij deze schoone deugd, gelijk gij ze reeds aan velen uwer dienaren hebt geschonken, opdat wij eenmaal gezamenlijk God loven in alle eeuwigheid. Amen. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. 36. Gebed tot de H. Angela van Fuligno. TT tT groote wonder, dat de H. Geest in li u, H. Angela, heeft uitgewerkt, dat Hij zulk een groot deel van de goddelijke liefde in uw hart uitgoot, roert mij diep. Ik schaam mij, wanneer ik uw hart met het mijne vergelijk. Het uwe dat zoo door goddelijke liefde ontvlamd was ; het mijne is ijskoud en geheel het schepsel genegen. Uw geest leefde zoo in God, dat gij gedurende twaalf jaren geen ander | ||||
van assisie. 279
voedsel genoot dan het H. Sacrament des Altaars ; mijn geest echter is nog zoo aardsch-gezind. Ik bemin de wereld zoo sterk, die mij aanlokt, doch niet gelukkig kan maken, ik bemin nog zoo zeer het zingenot, dat mij echter de onsterflijkheid niet kan verleenen. Wanneer zal ik van u, H.Serafijnsche leerlinge van Jezus-Christus, leeren, niets te beminnen dan God, het eenige, het hoogste goed ?
Verwerf mij door uw gebed de genade, dat ik nu begin God lief te hebben. Verwerf mij een werkzame liefde, die zich openbaart in goede werken; een zuivere liefde, die mij aandrijft God op volmaakte wijs te beminnen; verwerf mij een sterke liefde, die alle hindernissen van mijn heil overwint, opdat ik eenmaal na dit leven steeds met God vereenigd worde en dan dit aardsche tranendal te verwisselen met het Hemelsch Jeruzalem. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz.
37. Gebed tot den H. Leonardusvan Porto Mauritio.
Heilige glorievolle Leonardus,in de deugd waart gij steeds standvastig en ontvingt, vol erdiensten tot loon uwer gestrenge levenswijze van den Allerhoogste de kroon der eeuwige heerlijkheid ; verwerf mij toch de genade nooit in zijn h. dienst te verflauwen. Gij hebt u altoos aan uwe vereerders dienstvaardig getoond en voor hen de volharding in heteilige glorievolle Leonardus,in de deugd waart gij steeds standvastig en ontvingt, vol erdiensten tot loon uwer gestrenge levenswijze van den Allerhoogste de kroon der eeuwige heerlijkheid ; verwerf mij toch de genade nooit in zijn h. dienst te verflauwen. Gij hebt u altoos aan uwe vereerders dienstvaardig getoond en voor hen de volharding in het
28o bloesem uit den serafijnschen hof
goede verkregen. Verwerf haar ook voor mij. Kom mij te hulp in mijn doodstrijd en smeek voor mij de genade niet uit het leven te zullen scheiden tenzij voorzien van de H. Sacramenten. Verwerf mij intusschen,groote prediker der boetvaardigheid ! dat ook ik boete doe over mijne zonden en ze alle dagen bitter beween. Gij ziet, in welk een ellende ik mij bevind, met hoeveel banden ik nog aan de zonde vast-: gesnoerd ben. Smeek voor mij de genade deze ■ te verbreken en het standvastig besluit geheel te behooren aan God. Verwerf mij ook een vurig verlangen, tot mijn heil mede te werken, en een onwankelbare standvastigheid in het goede, opdat ik door uw voorbede waardig worde met u te leven in de eeuwige zaligheid. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz.
38. Litanie van de H. Martelaren van Gorkum, ter dood gebracht te Brielle, 9 juli 1572.
Heekeek, ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons !
God hetnelsche Vader, ontferm U onzer ! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God H. Geest, ontferm U onzer !
VAN ASSISIE.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, Koningin der Martelaren, bid voor ons !
H. negentiental martelaren van Gorkum, H. Martelaren Leonardos en Nicolaas, Pastoors van Gorkum met nog drie wereldlijke priesters,
H. Martelaren Adrianus en Jacobus, religieuzen van de orde van Premonstreit en Joannes, van de orde van den H. Do-minicus,
H. Martelaren Nicolaas en Hieronymus
met nog negen Minderbroeders, H. Martelaren, die noch pijnigingen, noch den dood ontzien hebt voor de zaak van W Christus, Squot;
H. Martelaren, die kloekmoedig een ieder g aanmoedigdet om standvastig te blijven ° in het geloof, o
H. Martelaren, die gevangen genomen, en « in een duisteren, verpestenden kerker werdt geworpen,
H. Martelaren, die door verwaten krijgsvolk bespot, geslagen en mishandeld werdt,
H. Martelaren, die, een geladen pistool in den mond gestoken zijnde, gevraagd werdt, of gij bereid waart voor het geloof te sterven,
H. Martelaren, die kloekmoedig antwoord-det ; ja, en het schot verwachtende, uit-
|
— | |||
|
■ '1 |
282 BLOESEM UIT DEN SERAFIJNSCHEN HOF riept: Heer, in uwe gezegende handen beveel ik mijn geest. H. Martelaren, die voortgesleept, gesleurd, geslagen, en met een koord omhoog getrokken zijnde, half dood bleeft hangen, H. Martelaren, die afgenomen zijnde, daarna nog kloekmoediger dan te voren uwe gezellen tot volharding aanmoedigdet, H. Martelaren, die men met brandende kaarsen aangezicht, mond, ooren en neus verbrandde, H. Martelaren, die voor dertig stuivers geveild werdt, ^ H. Martelaren, die, na vele bespottingen, 5: slagen en versmadingen verduurd te J hebben, half naakt in een vaartuig ge- § worpen, naar Dordrecht gevoerd werdt, H. Martelaren, die voor geld ten toon ge- = steld zijnde, van groot en klein bespot' werdt, H. Martelaren, die te Brielle aangekomen, wederom vele bespottingen ondergaan hebt, H. Martelaren, die niet ophieldt, onder al de mishandelingen voor uwe vijanden te bidden, H. Martelaren, die door Lumey met alle vinnigheid, verraders en afgodendienaars genoemd werdt, H, Martelaren, die op zijn bevel voor hem op de knieën moest vallen en vervolgens | ||
VAN ASSJSIE.
met een vaan voorafgegaan, ter bespotting rondom een galg geleid werdt, H. Martelaren, die men door honger, dorst en andere kwellingen beproefd heeft van het geloof te doen afvallen,
H. Martelaren, die voor den raad der nieuw-gezinden gebracht zijnde, uw geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus-Christus in het allerheiligste Sacrament des Altaars onverschrokken beleden hebt,
H. Martelaren, die na deze belijdenis terstond veroordeeld zijt, terwijl men een-parig riep : hangt hen op ! hangt hen op ! 5; H. Martelaren, die twee aan twee uit de ^ stad geleid wordende, elkander tot den § marteldood aanmoedigdet, zeggende : ^ « Heden zullen wij bij God en het Lam g ons verheugen ! »
H. Martelaren, die geheel ontkleed in een schuur opgehangen kloekmoedig voor het geloof zijt gestorven, biddende en u zelf in uw strijd aan God aanbevelend, H. Martelaren, die na uw dood nog on-menschelijk mishandeld werdt, daar de wreedheid uwer moordenaars nog niet verzadigd was,
H. Martelaren, die uit groote vervolgingen gekomen, uwe kleederen in het bloed van het Lam gewasschen en gezuiverd hebt, daarom nu voor den troon van God
283
284 bloesem uit den serafijnschen hof
Hem dag en nacht onophoudelijk moogt dienen,
H.Martelaren, allerkloekmoedigste strijders ^ voor Jezus-Christus, 5;
H. Martelaren, beschermers van het katho- ~
liek geloof in ons vaderland,
H. Martelaren, levende offerande, H. Martelaren, die na uw dood aan eenige p godvruchtige zielen verschenen zijt in' witte kleederen en met gouden kronen op het hoofd.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer !
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer !
I Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
V. Die heerlijke mannen hebben op een heerlijke wijze hun bloed voor den Heer vergoten. Zij hebben in hun leven Christus liefgehad, en zijn Hem nagevolgd in hun sterven.
K/. En daarom hebben zij zegekronen behaald.
y. Eén geest en één geloof bezielden hen. I^. En daarom hebben zij zegekronen verworven.
van assisie.
f. Bidt voor ons, H. Martelaren van Gorkum, Opdat wij in het belijden des geloofs u mogen navolgen.
Laat ons bidden.
O God, die den roemrijken strijd van den H. Nicolaas en zijne Gezellen voor het waar geloof met den lauwertak der eeuwige heerlijkheid verheerlijkt hebt, geef ons genadiglijk, dat wij hier op aarde strijdende, eenmaal gelijk zij mogen gekroond worden in den Hemel. Door onzen Heer Jezus-Christus. Amen,
Gebed.
Heilig negentiental Martelaren van Gorkum, en alle H. Martelaren, die ooit in ons Vaderland het waar geloof door uw marteldood bevestigd en tot luister verstrekt hebt, slaat uwe oogen nogmaals op ons Vaderland, en bidt den al machtigen en goedertieren God voor ons, dat Hij zijn goddelijke barmhartigheid aan deze landen gelieve te verlee-nen, opdat zij den gewenschten vrede en de vruchten der eenheid mogen genieten, en de verdwaalden op den rechten weg der zaligheid mogen komen, en de rechtgeloovigen in het goede meer en meer mogen aangroeien, en dat wij allen hier God zoo mogen dienen, dat wij Hem hierna in den Hemel eeuwig mogen aanschouwen, door Jezus-Christus, onzen Heer. Amen.
285
|
286 bloesem uit den serafijnschen hof | |||
|
39. Gebed ter eere van den H. Didacus. H. Didacus,die met de deugden van een engel versierd waart, een onwaardig vereerder van u, gelijk ik ben, beveel u in het bijzonder de zuiverheid van ziel en lichaam aan. Ik bid u door deze engelachtige zuiverheid om mij bij het onbevlekte Lam J ezus-Chris-tus en Zijn heilige Moeder, de Maagd der maagden, aan te bevelen en mij voor elke zware zonde te behoeden. Duld toch niet, dat ik mij besmette met onreinheid, hoe gering ook, en wanneer Gij mij in bekoring of in gevaar ziet, zoo verwijder uit mijn hart alle oneerbare gedachten en geneigdheden. Verwek in mij de herinnering aan de eeuwigheid en aan Jezus, den Gekruisigde; druk diep in mijn hart het gevoel der vreeze Gods en ontvlam het met de goddelijke liefde, opdat ik door de navolging uwer deugden hier op aarde moge verdienen. God met u te aanschouwen in den Hemel. Amen. Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij, enz. 40. Op 's Heeren Lijden. quot;p) reek vrij uit in droevig klagen, £gt; Zucht en jammer, o mijn hart; Schrei van droefheid neergeslagen; Beef en sidder in uw smart. | |||
van assisie.
O mijn boezem moet verlangen, Dat mijn hart en hartebloed, Dat mijne ad'ren, oogen, wangen Smelten in één tranenvloed.
Want de Heer des eeuw'gen levens, Zoon des Vaders, eindloos groot, Maar de Zoon des menschen tevens,
Door Maria's maagdenschoot.
Wordt, — na duizend folterplagen.
Laag gelasterd en verguisd, —
Wordt, verscheurd door geeselslagen. Aan het moordend hout gekruist.
't Hoofd vol doornen, 't oog verduisterd,
't Lijf doorstriemd en opgescheurd, 't Aangezicht door spuw ontluisterd.
Bol van slagen en ontkleurd ;
In de handen nagelwonden.
Nagels ook door ied'ren voet, 't Lichaam nergens ongeschonden.
Alles ééne wonde en bloed !
O mijn Jezus, zoo genadig
Dragend aller schuld en pijn.
Onze harten zoo weldadig
Zalvend met die medicijn :
Wil, dit bidden we U, ons geven
Uw genade hier op aard.
En ons voeren na dit leven In Uw glorie hemelwaart.
(P. Stokvis.)
287
288 bloesem uit den serafijnschen hof
41. Litanie van het H. Hart van Jezus.
Heereer, ontferm U onzer ! ^
Christus, ontferm U onzer !
Heer, ontferm U onzer !
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons !
God hemelsche Vader, ontferm U onzer ! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U
onzer.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid één God,
Heer Jezus-Christus, waarlijk God en
waarlijk mensch.
Die ons bemind hebt met eeuwige liefde,
Die ons bemind hebt zooals Uw Vader U
Gij zijt om onzer zaligheid wille van den pi-Hemel neergestegen, G
Gij hebt U voor ons vernederd en zijt ge- g hoorzaam geworden tot den dood des TL kruises.
Gij zijt gewond geworden om onze zonden
en gekneusd om onze misdaden.
Gij werdt om onzentwil de verachting der
menschen en de bespotting des volks.
Om wille onzer zonden wilde de Heer U vermorzelen in lijden.
|
i - |
' 1 | ||
|
OF IS. ii U ill u O in 5- fD* m B ord o s re-S es n 211 er U |
i I | II | ( |
VAN ASSISIE. 289 | |
|
Gij hebt gebeden en smeekingen, met sterk geroep en tranen, aan God, Uw Vader, voor ons opgedragen, Gij zijt geslachtofferd geworden voor ons, omdat Gij het zelf gewild hebt. Gij, die ons bemind hebt en Uw leven voor ons gegeven. Gij, die ons bemind hebt en U zelf voor ons overgeleverd, Gij, die ons bemind hebt, en ons rein ge-wasschen van onze zonden in Uw bloed. Gij hebt in hf t Sacrament Uws Lichaams en Bloeds al de schatten Uwer liefde voor = ons uitgestort, o1 Uw vleesch is waarlijk spijs en Uw bloed B waarlijk drank, c; Gij hebt de Uwen liefgehad en ze liefgehad 0 tot het einde, S Uws harten vermaak is met de kinderen der quot;■ menschen te zijn. Gij blijft met ons alle dagen tot de voleinding der wereld. Gij zijt gekomen om vuur te brengen op aarde en verlangt niets meer dan dat het hevig ontstoken worde. Gij ontvingt van den mensch tot vergelding kwaad voor goed en haat voor Uw liefde, Gij kwaamt in Uw eigendom, en de Uwen hebben U niet opgenomen. Gij waart in de wereld en de wereld is ge- | |||
|
! i |
Bloesem iq |
|
lt;--- |
1 | |
|
290 bloesem uit den serafijnschen hof |
1 1 | |
|
worden door U, en de wereld heeft U niet erkend, Gij werdt door Uw eigen leerling verraden, Uw kruis is den Joden ergernis en den Heidenen dwaasheid, Jezus, zachtmoedig en nederig van harte, Gij, die ons geleerd hebt dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Gij, die niet beleedigdet, als Gij beleedigd werdt, en niet dreigdet, als Gij leedt, Gij, die als een lam ter slachtbank geleid werdt en Uw mond niet opendet. Gij, die aan 't kruis, voor Uwe vijanden ge- § beden hebt, Gij, die over Jeruzalem geweend hebt, Gij, die aan Magdalena haar zonden ver- geven hebt, o Gij, die de overspelige vrouw niet hebt wil- 3 len veroordeelen, ^ Gij, die Petrus aangezien en hem tranen — van berouw gegeven hebt. Gij, die stervende den rouwmoedigen moordenaar het Paradijs beloofd hebt. Gij noodigt tot U allen, die vermoeid en belast zijn, Gij hebt onze zwakheden gedragen en zelf onze smarten op U genomen, Gij verlost de zielen der noodlijdenden en hun leven is dierbaar in Uwe oogen, Gij verbreekt niet het geknakte riet en dooft het glimmende vlas niet uit. | ||
VAN ASSISIE.
Uw barmhartigheid is het, dat wij niet ver-§ gaan zijn en Uw erbarmen is zondereinde, r1» Gij zijt rijk voor allen, die U aanroepen, c! Gij zijt goed jegens allen, die op U hopen, § Gij zijt liefdevol voor iedere ziel die U zoekt, S Naar de menigte Uwer ontfermingen, — Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons ! Dat wij Uw liefde nooit vergeten.
Dat wij in Uw liefde blijven.
Dat wij uit liefde tot U de geboden der
Kerk onderhouden,
Dat wij uit liefde tot U ons zelf verloochenen. Dat wij iederen dag ons kruis opnemen en
Dat wij ons over U en Uwe woorden nim-^.
Door het vurig verlangen van Uw Hart om üi met Uwe Apostelen het laatste Avond- o' maal te houden vóór Uw lijden.
Door den angst van Uw Hart op den Olijf- R berg en U w bloedig zweet, g
Door Uw verlatenheid aan het kruis.
Door het bloed en water, dat uit Uw geopende zijde vloeide.
Door de smarten Uwer gezegende Moeder, Dat Gij cnze en aller zondaren harten tot U moogt trekken,
|
T | ||
|
292 bloesim uit dkn serafjjnschen hof | ||
|
Dat wij niet meer voor ons zelf, maar V90r ^ U, die voor ons gestorven zijt, mogen'le-^ ven. £ Dat Gij alle afgedwaalden tot Uw Kerk ^ moogt terugbrengen, ^ Dat het spoedig één kudde en één Herder^ worde, Dat wij allen één zijn met Uw Hart, gelijk 5 Gij één zijt met den Vader, 2 Dat niets ons scheide van Uw liefde, 2 Dat wij U getrouw zijn tot den dood, fL Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons ! Christus, verhoor ons ! Heer, ontferm U onzer ! Christus, ontferm U onzer ! Heer, ontferm U onzer ! Onze Vader, enz. y. Wij aanbidden Uw Allerheiligst Hart O J ezus, en loven U, B7. Ómdat Gij ons bemind hebt met eeuwige liefde. Laten wij bidden. Almachtige God ! wij roemen in het aller heiligste Kart van Uw welbeminden Zoon en | ||
|
■ |
van assisie.
herdenken de voornaamste weldaden zijner liefde tot ons; wij bidden U, verleen ons dat wij ons gelijkelijk over hun werking en over hun vrucht mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Andere gebeden der kerk.
Wij bidden U, o Heer, dat de H. Geest ons door het vuur ontvlamme, dat onze Heer Jezüs-Christus van uit de diepte zijns Harten over de aarde heeft uitgestort en hevig wil zien branden.
O Heer, onze God, die zachtmoedig en nederig van harte zijt; wij bidden U ootmoedig, reinig ons van alle zonden en leer ons meer en meerden hoogmoed en de ijdelheden dezer wereld verachten.
Wij bidden U, o Heer Jezus, geef dat wij met de deugden van Uw allerheiligst Hart mogen versierd worden en met zijne gevoelens ontstoken, opdat wij U, het toonbeeld van alle volmaaktheid, mogen gelijkvormig en Uwer verlossing deelachtig worden. Gij, die leeft en heerscht van eeuwigheid. Amen.
42. Aan Jezus' H. Hart.
O Hart Hart van Jezus, enkel glans, O Allerheiligst Outer,
Stort me in 't bezoedeld harte thans Uw vuurgloed, die me louter.
293
g-ci
294 bloesem uit den serafijnschen hof
Delg zoo de lauwheid, die het meest Tot walging U moet strekken, En wil in mij een nieuwen geest,
Den geest van ijver wekken.
Zachtzinnig Hart, aan ootmoed rijk, Van goedheid overvloeiend,
Maak aan Uw Hart mijn hart gelijk, Van Uwe liefde gloeiend.
Och, ware ik als de Serafijn
Één vuurgloed slechts van binnen, Nog zou het niet voldoende zijn,
'k Zou niet genoeg U minnen.
Opdat ik dan, o Jezus zoet,
Een liefde U waardig vinde.
Stort in mijn hart den liefdegloed,
Waarmede Uw Hart mij minde.
Och, mocht Ge op mij uw liefdeschicht,
O Jezus Harte, keeren.
En in den brand door U gesticht,
Mijn hart geheel verteren.
't Is zoet te sterven in dien brand, O Liefde, door Uw smarte,
Zij zoo mijn hart dan de offerand
Voor mijns Verlossers Harte.
van assisie.
hof
295
Van liefde sterve ik U ter eer,
O Jezus Hart, dan blijde; Opdat het nieuwe hart zijn Heer Een nieuwe liefde wijde.
P. Stokvis.
43. Toewijding aan Jezus' H. Hart.
Mijn Hart kom ik U geven, O Jezus mild en zoet,
Om hart aan hart te leven Met U, o Jezus'zoet.
Alleen Gij vraagt het hart aan mij: Slechts harten mint en vordert Gij. 'k Minne U dan teer,
Och, min mij weer,
O Jszus, lieve Heer !
Wat zal de liefde loonen.
Dat Ge ons gelijk wilt zijn !
Zoon, zegt Ge, geef Uw Hart san Mij. Zie Jezus, 'k schenk dat harte blij, Ik minne U teer.
Och, min mij weer,
O Jezus, lieve Heer !
Uw Hart liet Ge openstooten En mij den ingang vrij,
Om hart aan hart gesloten,
Te schuilen in Uw zij.
|
■ |
! | ||
|
s |
296 bloesem uit den seraf1jnschen hof | ||
|
0 Jezus zoet, in liefdegloed, | |||
|
Gaaft Gij U, Gij, in ruil voor mij ! | |||
|
'k Minne U dan teer, | |||
|
Och, min mij weer, | |||
|
O Jezus, lieve Heer ! | |||
|
Hier vindt het hart versterking. | |||
|
Hier zoete rast bereid, | |||
|
De liefde kracht en werking | |||
|
En wisse zaligheid. | |||
|
Hier in die open spleet der rots, | |||
|
In 't vestingwerk van 't Harte Gods, | |||
|
Hier dek me uw wacht. | |||
|
Vereen me uw macht | |||
|
Met U, 0 God der kracht! | |||
|
Hier vindt het hart zijn voeding, | |||
|
En zoet is hier de spijs. | |||
|
Gij die de harten leven doet. | |||
|
Gij zijt hun spijze in overvloed. | |||
|
Ik leef dan blij. | |||
|
'k Verzadig mij | |||
|
Hier in uw zoete zij. | |||
|
Als op het eind des levens, | |||
|
Bij 't zien der euveldaên. | |||
|
En angst en wroeging tevens | |||
|
Om 't schuldig hart zal slaan, | |||
|
Bied dan als toevlucht bij den dood, | |||
|
Als reddend middel in dien nood. | |||
|
Bied dan me Uw Hart zoo mild en goed, | |||
|
O Jezus, eindloos zoet! | |||
|
_ |
1 | ||
van assisie.
*97
44. Gebed tot den Zoeten Naam van Jezus
Weesees gegroet,allerzoetste Naam van Jezus in de almacht des Vaders, die U gegeven, en de wijsheid des Zoons, die U gedragen, in goedheid des H. Geestes, die U zoo zoet en lieflijk gemaakt heeft. Hoog eerwaardige Naam van Jezus, ik aanbid U,groet U, eer U, en dank uit den grond mijns harten den Hemelschen Vader, dat Hij U aan zijn lieven Zoon heeft gegeven. Eerbiedwaardige en glorievolle Naam, troostder bedrukten, sterkte der zwakken, kracht der kleinmoedigen, op U stel ik mijn vertrouwen en mijn veiligheid ! want er is geen anderenaam onderden hemel aan ons menschen gegeven, waarin wij zalig kunnen worden, als in den allerheiligsten Naam van Jezus. Derhalve, o Jezus ! wees mij een Zaligmaker, en maak mij zalig ter wille van Uw Naam. O Naam van Jezus, lieve, zoete, aanbiddelijke Naam, U hoor ik het liefst, U noem ik met vreugde, aan U denk ik met blijdschap ; want Gij zijt mij als honigzeem in den mond, een wellust in de ooren, een zoet genot des harten. O, liefderijke Naam van Jezus, hoe bemin ik U, hoe hoog waardeer ik U ! Gij zijt in mijn hart geschreven ; ten allen tijde denk ik aan U ! op U hoop en vertrouw ik. In Uw kracht beveel ik mij aan ; ik stel mij onder Uw be-
|
298 bloesem uit den serafijnschen hof |
. | ||
|
scherming; Uw hulp is mij alles. Daarom, 0 Jezus, wees mij een Zaligmaker ter wille van Uw Naam en maak mij zalig. Amen. 45. Litanie van den zoeten Naam Jezus. TT eer, ontferm U onzer ! li. Christus, ontferm U onzer ! Heer, ontferm U onzer 1 Jezus, hoor ons ! Jezus, verhoor ons ! God hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld. God H. Geest, H. Drievuldigheid één God, Jezus, Zoon van den levenden God, Jezus, glans des Vaders, O Jezus, klaarheid van het eeuwig licht, Ëj. Jezus, Koning der heerlijkheid, 5 Jezus, zon van gerechtigheid, ^ Jezus, Zoon van de H. Maagd Maria, ^ Beminlijke Jezus, § Wondervolle Jezus, S Jezus, sterke God, •-Jezus, vader van toekomstige eeuwen, Jezus, engel van den hoogen raad, Machtige Jezus, Allergeduldigste Jezus, Allergehoorzaamste Jezus, Jezus, zachtmoedig en nederig van harte, Jezus, minnaar der kuischheid, | |||
VAN ASS1SIE.
Jezus, onze liefde,
Jezus, God van vrede,
Jezus, oorsprong des levens,
Jezus, toonbeeld der deugden,
Jezus, ijveraar der zielen,
Jezus, onze God,
Jezus, onze toevlucht,
Jezus, vader der armen,
Jezus, schat der geloovigen,
Jezus, goede herder,
Jezus, waarachtig licht,
Jezus, eeuwige wijsheid,
Jezus, oneindige goedheid,
Jezus, onze weg en ons leven,
Jezus, vreugde der engelen,
Jezus, koning der aartsvaders,
Jezus, leermeester der apostelen,
Jezus, leeraar der evangelisten,
Jezus, sterkte der martelaren,
Jezus, licht der belijders,
Jezus, reinheid der maagden,
Jezus, kroon van alle heiligen.
Wees ons genadig, spaar ons. Heer !
Wees ons genadig, verhoor ons. Heer !
Van alle kwaad, verlos ons. Heer,
Van alle zonde.
Van Uwgramschap,
Van de lagen des duivels,
Van den geest der onreinheid.
Van den eeuwigen dood,
Van de verwaarloozing uwer inspraken.
299
O 3
3 d
O 3
300 bloesem uit den serafijnschen hof
Door het geheim Uwer H. Menschwor-
ding,
Door Uw geboorte.
Door Uw kindsheid,
Door Uw goddelijk leven.
Door Uw arbeid.
Door Uw doodstrijd en Uw lijden,
Door Uw kruis en verlatenheid.
Door uwe smarten,
Door uw dood en begrafenis.
Door uw verrijzenis,
Door uw hemelvaart.
Door uw vreugde.
Door uw heerlijkheid.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
wereld, spaar ons, Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
wereld, verhoor ons. Heer,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
wereld, ontferm U onzer, Jezus !
Jezus, hoor ons !
Jezus, verhoor ons !
der
der
der
Onze Vader, enz.
Laten wij bidoen.
Heer Jezus-Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal geopend worden ; wij bidden U, geef ons dat wij, die Uw goddelijke liefde vragen, U van ganscher harte met
van assisie.
301
woorden en met werken mogen beminnen, en nimmer mogen ophouden U te loven.
Maak, o Heer, dat wij altijd Uw H. Naam mogen vreezen en tevens beminnen, w-ant nimmer onttrekt Gij dengenen Uw leiding, die Gij bevestigt in bestendige liefde jegens U, door onzen Heer Jezus-Christus Uw Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Geloofd zij Jezus-Christus !
2.
INHOUD.
Verschillende gebeden.
Drie gebeden ter eere van het H. Sacrament ...
1 ot bekeering van alle ongeloovigen.........
Godvruchtige voorbede voor de stervenden. Ier eere van het kostbaar Bloed van Tezus-
Christus ..................
Dankgebed voor de liefde des Heilands ...
Gebed om ter wille van het lijden des Heeren van
den eeuwigen dood bewaard te blijven......
Smeekgebed om Gods barmhartigheid.......
Gebed om de genade van zuiverheid.........
Opdracht (Poëzie) ...
Opwekking tot Jezus' H. Hart ...........
Gebed tot de H. vijf wonden des Heeren......
Gebed ter eere van Maria, bij haar beeld......
Hartelijk gebed tot Maria................
Gebed ter eere van de Allerheiligste Maagd Maria ..................
Gebed ter eere van Maria................
Litanie van de Maagd en Moeder Gods Maria. Godvruchtige vereering van het bitter lijden van Jezus-Chkistus tot troost der geloovige zielen. Litanie van het bitter lijden van Jezus-Chris-tus...................
Godvruchtige vereering van de zeven smarten van Maria tot lafenis der geloovige zielen in het Vagevuur...............
Litanie van de smartvolle Moeder
Het gebed des Heeren..............
Groet tot Maria..................
Litanie van den H. Vader Franciscus.........
Vereering van den H. Serafijnschen Vader Franciscus ...................
Vereering van de H. Moeder Clara .........
Litanie van den H. Antonius van Padua ... ... Vereering van den H. Antonius van Padua. ... Gezang ter eere van den H. Antonius van Padua.
3C3
194
195
3-
4-
5-ó.
7-b. 9-
10.
11. 12.
13* 14.
196
197
199
201
202
203 207
211
212
214
215
216 220 236
240 246 j 248 j 251 251
254 . 257 ;
260 264 268
20.
21.
22. 23-
24.
25. 2e'.
27.
28.
INHOUD.
29. Ter eere van de H. Elisabeth van Hongarije ... 269
30. Gebed tot alle Heiligen der drie Orden ......272
31. Gebed tot den H. Franciscus Solanus.......273
32. Gebed tot den H. koning Lodewijk.........274
33. Gebed tot den H. Petrus van Alcantara ......275 '
34. Gebed tot den H. Bonaventura............276
35. Gebed tot den H. Bernardinus van Siena......277
36. Gebed tot de H. Angela van Fuligno.........278
37. Gebed tot den H. Leonardus van Porto Mauritio. 279
38. Litanie van de H. Martelaren van Gorkum. ... 280
39. Gebed ter eere van den H. Didacus .........286
40. Op 's Heeren lijden (Poëzie).............286
41. Litanie van het H. Hart van Jezus .........288
42. Aan Jezus' H. Hart (Poëzie).............293
43. Toewijding aan Jezus'H. Hart. (Poëzie).....295
44. Gebed tot den Zoeten Naam van Jezus ......297
304
45. Litanie van den Zoeten Naam Jezus.........298
Geloofd zij Jezus-Christus !
Drukkerij Sint-Augustinus, Brugge.
V